summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-17 05:53:05 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-17 05:53:05 -0800
commit733c1845c20b1fc1ef497612cc8e71825a8a1075 (patch)
tree308e45f53f3346e2bab8cfd3b6816f589806b3df
parent4cbcdabbf0c1bb0988c342f5603b4c1f81d011d7 (diff)
As captured January 17, 2025
-rw-r--r--72162-0.txt26880
-rw-r--r--72162-h/72162-h.htm23034
2 files changed, 24957 insertions, 24957 deletions
diff --git a/72162-0.txt b/72162-0.txt
index ce47be5..d87b1b2 100644
--- a/72162-0.txt
+++ b/72162-0.txt
@@ -1,13441 +1,13441 @@
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NEDERLANDSCHE STAD- EN DORPBESCHRIJVER, DEEL 3 (VAN 8) ***
-
-
-
-
-
- DE
- NEDERLANDSCHE STAD- EN
- DORP-BESCHRIJVER;
-
-
- door
- L. VAN OLLEFEN.
-
-
- III. DEEL.
- (Amstelland, Weesper Kerspel, Gooiland, de Loosdrecht enz:)
-
-
- Het spinwiel, weefgetouw, de drokke Zeevaardij,
- De baggerbeugel, ploeg, de nutte melkerij,
- En vischvangst, doen ons Gooi- en Amstelland beschouwen,
- Wier staat en lot dit boek ons duidlijk zal ontvouwen.
-
-
- te Amsteldam, bij H. A. BANSE, in de Stilsteeg.
- 1795.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-INLEIDING.
-
-BEKNOPTE BESCHRIJVING VAN AMSTELLAND IN ’T ALGEMEEN.
-
-
-Ofschoon wij hier en daar in ons werk reeds iet van Amstelland in ’t
-algemeen gezegd hebben, ter oorzaake wij ons werk stukswijze, ja zelfs
-bij zeer kleine gedeelten in ’t licht doen komen, en des genoodzaakt
-zijn op deeze of geene plaats zo veel van een Land of district in ’t
-algemeen te zeggen, als tot het wèl verstaan der beschrijvinge van een
-bijzonder pleksken deszelven vereischt wordt, zullen wij echter, om aan
-onze gewoone orde in het zamenstellen van de boekdeelen des geheelen
-werks, te blijven beantwoorden, ook hier de in het hoofd deezer
-Inleiding gemelde algemeene beschrijving, laaten voorafgaan.
-
-Wat dan vooreerst betreft de
-
-
-
-
-LIGGING,
-
-Van Amstelland, deeze kan gezegd worden te zijn grenzende ten noorden,
-of liever noord-oosten aan het IJ, ten oosten aan de Muiderban,
-Weesperkerspel, en de Bijlmermeir; ten zuiden, zuidoosten, en
-zuidwesten paalt het aan de Provincie van Utrecht; ten westen heeft het
-een gedeelte van Kennemerland: in onze beschrijving van Amstelveen,
-bladz. 2. tekenden wij reeds aan hoe Amstelland, door de rivier den
-Amstel, in twee deelen gescheiden, en aan de westzijde Nieuwer-Amstel,
-aan de oostzijde Ouder-Amstel genoemd wordt: gezegde rivier neemt
-zijnen aanvang omtrent drie uuren ten zuidwesten der stad Amsteldam,
-naamlijk aan de zamenvloejing der watertjens de Drecht, de kromme
-Mijdrecht, of Miert, loopende voorbij Ouderkerk in en door Amsteldam
-voornoemd, in het IJ.
-
-De gezegde ligging is bepaaldlijk die van het Bailluwschap, dat niet
-verward moet worden mee het Dijkgraafschap, waarvan nader.
-
-De eigenschap van den grond deezer Landstreek, hebben wij in onze
-gemelde beschrijving van Amstelveen reeds opgegeven, men voege nog bij
-het geen wij aldaar wegens de voordbrengselen van Amstelland gezegd
-hebben, dat er veel moes op gewonnen wordt, die men meestal te
-Amsteldam vertiert.
-
-
-
-
-NAAMSOORPRONG.
-
-Deeze moet zekerlijk gezocht worden in de ligging, naamlijk, gelijk wij
-gezegd hebben, ter wederzijde van de rivier de Amstel, betekenende de
-naam Amstelland derhalven, Land aan den Amstel gelegen; doch wat de
-oorsprong van den naam der rivier zelve, (Amstel,) aanbelangt,
-desaangaande vinden wij niets aangetekend.
-
-
-
-
-OUDHEID.
-
-In onze meergemelde beschrijving van Amstelveen, (bladz. 2.) zagen wij
-reeds hoe Amstelland van ouds niet behoorde onder de eigendommen van de
-Hollandsche Graaven, maar eene bijzondere Heerelijkheid van den huize
-Van Amstel was, en de Heeren, uit dit huis, worden reeds op het jaar
-1019 genoemd, weshalven men kan bepaalen dat Amstelland reeds langer
-dan zeven en een halve eeuw onder dien naam bestaan heeft.
-
-
-
-
-GROOTTE.
-
-Wat deeze betreft, alvoorens dezelve zo na mogelijk te bepaalen, moeten
-wij aantekenen, dat de grootte van Amstelland alleenlijk moet verstaan
-worden van het Bailluwschap van dien naam, waarvan wij ook eigenlijk
-thans spreeken: want het Hoogheemraadschap van Amstelland, (waarvan,
-gelijk gezegd is, straks nader,) beslaat eene veel grootere
-uitgebreidheid: onder het Bailluwschap dan behooren de volgende
-Ambachten, als dat van
-
- Morgen. Roeden. Huizen.
-
- Ouderkerk beslaande 3504 527 249
- Amstelveen 4076 — 1167
- Diemen en Diemerdam 1426 367 113
- Waverveen [1] 114 450 93
- ---- --- ----
- Zamen 9122 M. 144 R. 1622 H.
-
- behalven verscheidene Molens.
-
-
-Men kan derhalven Amstelland, na genoeg, bepaalen te beslaan eenen
-grond van meer dan 9100 morgen groot; waarop 1600 huizen en veele
-molens gevonden worden.
-
-De gemelde deelen, waaruit Amstelland bestaat, bevatten ieder weder
-eenige onderdeden, en wel als volgt:
-
-Het Ambacht van
-
-Ouderkerk, wordt verdeeld in de Ronde hoep, Groot Duivendrecht, Klein
- Duivendrecht, Holendrecht.
-Amstelveen, in de Buitenveldersche polder, de Amstelveensche of
- Middenpolder, de Bovenkerker polder, de Legmeer, voords in de
- buurten, Over Ouderkerk, Waardhuizen, Zwaluwen buurt, de Nes, de
- Overtoomsche of Heilige weg, tot aan het gebied van Amsteldam, de
- Noorddammer brug, en de Hand van Leiden.
-Diemen, in Diemen, Overdiemen, Diemerdam, en Diemerbrug: ten aanzien
- van de gadering wordt dit Ambacht ook verdeeld in de buurten:
- Bovenkerk, Buitenkerk, Overdiemen en Outersdorp, bij
- Zeeburg, of Jaap hannes.
-Waverveen, wordt verdeeld in drie polders, naamlijk de Gemeene polder,
- of Beoosten Bijleveld, de Hollandsche polder, en Benoorden
- de Zuwe.
-
-
-De gezegde dorpen, hebben, ieder op zig zelf, hooge Jurisdictie, en zit
-de Bailluw van Amstelland te recht met Schepenen van ieder dorp,
-uitgenomen dat Waverveen, in ’t Crimineele, onder Ouderkerk behoort.
-
-
-
-
-Het
-
-WAPEN
-
-Van het Bailluwschap van Amstelland, is denkelijk geweest dat van het
-geslacht van Amstel: voor het Hoogheemraadschap wordt gebruikt een rond
-wapenschild, met een keizerlijke kroon er boven; van achter hetzelve
-vertoonen zig de koppen, vleugels en pooten van een dubbelden arend: in
-het schild zijn geplaatst de wapens van Amsteldam, Weesp, Ouderkerk,
-Amstelveen, Diemen en Waverveen, als leden van het Hoogheemraadschap.
-
-
-
-
-GEBOUWEN.
-
-Hier onder moeten wij brengen het Gemeenelandshuis, staande op den dijk
-bij Jaap Hannis, niet ver van de IJperslooter sluis; wij hebben
-hetzelve in onze aantekeningen wegens Diemen, reeds ten breedsten
-beschreven: zie aldaar, bladz. 8. enz.
-
-In Amstelland liggen verscheidene
-
-
-
-
-SLUIZEN.
-
-Van welken de voornaamsten zijn
-
-
-De IJperslooter sluis } zie over dezelven gemelde onze beschrijving
-— Diemerdammer sluis } van Diemen. bladz. 9.
-
-
-
-
-REGEERING.
-
-De Graaflijkheid stelt over het Bailluwschap van Amstelland een’
-Bailluw aan, zijnde thans (sedert 1787,) de Wel-Ed. Gestr. Heer Mr.
-Pieter Elias, Schepen en Raad in de Vroedschap der Stad Amsteldam,
-Bewindhebber van de O. I. Compagnie, enz. deeze vordert, als elders,
-recht van ’s Heeren wege, gelijk men zulks noemt, doch omtrent deeze
-Heerelijkheid is zijne regeering daarin bijzonder, dat bij geene
-algemeene vierschaar spant, over het geheele Bailluwschap, maar in
-ieder Ambacht der algemeene Heerelijkheid afzonderlijk, met de
-Schepenen des Ambachts, die aan hem wegens ’t Crimineele den eed doen,
-en wegens het Civile aan den Ambachtsheer: in de dorpen heeft de
-Bailluw niets omtrent de middenbaare of laage jurisdictie te zeggen.
-
-Oudtijds was er een Pluimgraaf over de zwaanen, en een afzonderlijke
-Rentmeester; de Bailluw voerde alleen het recht van de jagt, zo als
-thans over geheel Amstelland door hem wordt geëxerceerd.
-
-Op wat wijze de Bailluw verkozen wordt, is in onze beschrijving van
-Diemen, bladz. 9. reeds gezegd.
-
-Zie wegens de Regeering van het Watergerecht, vervolgends onder onze
-afdeeling, ten opschrifte voerende: Het Dijkgraaf- of,
-Hoogheemraadschap van Amstelland.
-
-
-
-
-Van de
-
-GESCHIEDENIS
-
-Van Amstelland in ’t algemeen, hebben wij in onze beschrijving van
-Amstelveen, meergemeld, (bladz. 2.) reeds iet gezegd; thans zullen wij
-er breeder van spreeken: op het jaartal, onder ’t voorgaande art.
-Oudheid, genoemd, naamlijk 1019, vindt men wel, gelijk aldaar gezegd
-is, van de Heeren Van Amstel gemeld, doch niet in hoedanigheid van
-vrije bezitters der Heerelijkheid van hunnen naam, maar als Leenmannen
-der Utrechtsche kerk: in 1155 bezat Egbert van Amstel de Heerelijkheid
-van Amstel nog als zodanig, naamlijk als Leenroerig van Utrecht; hij
-werd, om zekeren twist met den Bisschop, gebannen, doch verzoende zig
-met hem op bevel van den Keizer, welke zoen echter weder tot nadeel van
-hem was, want daarin werd bepaald dat hij het geen hij in Amstel
-leenroerig bezeten had, nu slechts als Stedehouder des Bisschops zoude
-behouden: deezen zijn zoon, Gijsbrecht de Eerste, Heer van Amstel,
-vinden wij echter weder als Leenman van den Bisschop van Utrecht
-vermeld; onder de regeering van deezen moest Amstelland, om zijn gedrag
-in het bekende geval van Graave Lodewijk van Loon, veel lijden; want
-het werd om die reden in 1204, door de Kennemers, die den Amsteldijk
-doorgestoken hadden, met rooven en branden geheel verwoest; dit echter
-moesten zij naderhand door eene somme gelds boeten: na dien tijd vinden
-wij bestendig de Heeren Van Amstel, als Leenmannen van de Utrechtsche
-kerk, met betrekking tot hunne Heerelijkheid Amstelland, genoemd, tot
-op Gijsbrecht, van wien wij onder Amstelveen, ter bovengemelde plaatse,
-gesproken hebben, als deelgenoot aan den moord van Graave Floris, om
-welke reden zijne goederen een volstrekt eigendom van den Graaf werden;
-daarna is, gelijk wij ter gemelde plaatse ook zeiden, Amstelland nu
-eens een eigendom van de Utrechtsche kerk en dan weder van den Graave
-van Holland geweest: Graaf Jan van Avennes gaf ze (gelijk wij in onze
-meergemelde beschrijving van Amstelveen, bladz. 12. reeds zeiden,) aan
-zijnen broeder Guido van Henegouwen, naderhand Bisschop van Utrecht,
-doch na den dood van deezen, trok Willem, de zoon van Graaf Jan
-voornoemd, de Heerelijkheid weder aan Holland: in 1346 verklaarde
-Keizerin Margariet Amstelland nimmer van de Graaflijkheid te zullen
-scheuren, gelijk het sedert ook daaraan is gebleven—De verdere
-lotgevallen der Heerelijkheid in ’t algemeen, is vervat in die van de
-bijzondere deelen derzelve, aangetekend in onze beschrijvingen dier
-deelen, art. Geschiedenissen.
-
-
-
-
-HOOG-HEEMRAADSCHAP van AMSTELLAND.
-
-Ten deezen opzichte beslaat Amstelland, gelijk reeds gezegd is, een
-vrij ruimer grond, dan met betrekking tot het Bailluwschap zelf: de weg
-langs welke de schouw over de wateren, die het recht hebben om over
-Amstelland uittewateren, vinden wij bij Wagenaar, (en waarmede onze
-ingewonnene berichten, desaangaande, overeenkomen,) beschreven te gaan
-„van Amsteldam af, langs den Heiligen of Overtoomschen weg, de Veendijk
-of Amstelveenschen weg, door Amstelveen over de nieuwe sluis in de
-Bovenkerkerpolder, langs den Bovenkerkerdijk, tot aan de Hand van
-Leiden; van hier de Legmeerlaan op, tot aan de Noorddammerbrug; verder
-langs den Noordveenderdijk naar en door Kudelstaart, tot aan en door
-Kalslagen, van waar de ring heen loopt langs den Bilderdammercade, en
-over het water de Drecht, langs den Wassenaarschen polderdijk, naar en
-door Nieuwveen, alwaar de ring gebroken wordt door een brug, en weder
-vervolgt langs de Nieuweveensche vaart, en voords over den
-Zeevenhovenschen weg, naar Zevenhoven; van daar naar Noorden; van
-Noorden naar Slikkendam, en langs de Hollandsche Meent naar het Woerder
-Verlaat; van dit Verlaat strekt de weg langs de Hollandsche Kade, die
-tot aan den Ouden dam, en voords met verscheidene keeren tot door
-Teccop, en langs Gervershoop loopt, tot aan de westzijde van de
-watering de Bijleveld, langs welke de ring voordgaat tot aan den Broe-
-of Brenidijk; zig van dien dijk over een voetpad keerende, door ’t oude
-land, naar Harmelen, en voords tot aan en over het Haanwijker sluisjen,
-gelegd in den Haanwijker dam, tot over den Rhijn, en over deezen stroom
-naar Haanwijkerdam, en de Haanwijker kade; langs deeze benevens de
-Kattenbroeker kade, ter zijde de landen van Haanwijk, Bijleveld,
-Reijers-koop, Kattenbroek en Mastwijk, tot aan den IJsseldijk, niet
-verre van Montfoort, en langs deezen, daar zij heenen loopt, ter zijde
-van het zuidelijkste gedeelte van Mastwijk en Agthoven, tot aan den
-Meerendijk, en noordwaards langs denzelven, tot aan de Leidsche vaart,
-of Ouden Rhijn; nevens welke de ring de zuidzijde heenen loopt tot aan
-den Heldam, daar hij zig noordwaards keert, loopende ten westen van de
-Heikoper watering, door Kockingen tot aan Joostendam, en verder langs
-de Portengensche kade, tot aan de Rondeveensche polderkade, daar de weg
-van den ring te rug keert, door ’t achterste en voorste bosch, en zig
-uitstrekt tot over den dam Ter Aa, tot aan de kromme Angstel, die met
-de nieuwe vaart bij Nieuwersluis, onder den schouw behoort tot aan den
-Indijk, en zoo verre deeze dijk loopt tot aan de westzijde van de
-Vecht, door Nichtevecht, Weesp en Muiden, daar de ring door den Muider-
-of Diemer Zeedijk gesloten wordt, tot aan Amsteldam toe.”
-
-De Bailluw van Amstelland, is tevens algemeen Dijkgraaf, en kiest,
-ingevolge eenen last van Keizer Karel den Vijfden, uitgedrukt in eene
-handvest van den jaare 1553, jaarlijks zes Hoog-Heemraaden, naamlijk
-uit de Gerechten van Amsteldam, Weesp, Ouderkerk, Amstelveen, Diemen en
-Waverveen, ieder één, ten einde met twee of drie derzelven, den
-bovengemelden ring van de gemeene waterschutting van Amstelland te
-schouwen, onverminderd de schouwen, die de Schouten en Ambachtsheeren
-in hunne districten hebben, en bij ons ieder op haare plaats
-aangetekend zijn, onder ons art. Wereldlijke regeering: thans echter
-worden gezegde Hoog-heemraaden van Amsteldam en Weesp, gesteld door
-Burgemeesteren en Regeerders der gemelde Steden respective, en die van
-Ouderkerk, Amstelveen, Diemen en Waverveen, ingevolge de
-verkoopconditien der Ambachtsheerelykheden onder Amstelland, door
-derzelver Ambachtsheeren.
-
-Het gezegde Collegie vergadert gemeenlijk op de eerste maandagen in
-Maart, Mei, Julij, September, en November; ook wel tusschentijds, zo
-dikwijls de Dijkgraaf goedvindt hetzelve te beschrijven in ’t vertrek
-van Heeren Burgemeesteren der stad Amsteldam, en over judicieele zaaken
-in de kamer van Heeren Commissarissen van de kleine zaaken derzelver
-stad.——Het heeft zijn eigen Secretaris en Bode.
-
-Wegens het Dykcollegie, dat nog in Amstelland voorhanden is, zie men
-onze beschrijving van Diemen, bladz. 11.
-
-Dit Collegie vergadert gewoonlijk op den 12 en 13 Mei, den 24 en 25
-Julij en 17 Augustus, dat de Schouwdagen zijn, als mede op den 1
-September: des zomers wordt de vergadering gehouden in het
-Gemeenelandshuis aan den dijk, bij Jaaphannes, alwaar, een Castelein
-is, die mede ’t opzicht over den dijk heeft; als de wegen derwaards,
-des winters, onbruikbaar zijn, vergadert het Collegie te Amsteldam in
-een der Doeles of een ander voornaam Logement ter dier stede.
-
-De dijk waarover dit Hoog-Heemraadschap het bewind heeft, is van de
-grootste aangelegenheid voor Amstelland, Muiden en Weesperkerspel,
-enz.: als dezelve doorbreekt, of doorgestoken wordt, overstroomt het
-platte land van Utrecht, tot boven Breukelen en Portengen toe: kort
-voor den jaare 1509 schijnt dezelve op twee plaatsen doorgebroken te
-zijn geweest: in 1598 en 1675 mede op twee plaatsen; in 1702 ter lengte
-van ruim 31 roeden; in laatere jaaren is hij dikwijls in groot gevaar
-van doorbraak geweest: om het nut dat hij doet, zijn er door ’s Lands
-Graaven, en vervolgends door de Staaten van tijd tot tijd breede
-handvesten en voorrechten vergund, wegens ondersteuning van gelden uit
-’s Lands Casse ter versterkinge van denzelven: na de plaag van het
-paalgewormte, is hij ongemeen versterkt; „een werk,” lezen wij, „’t
-welk aan arbeidsloon, aard, plempen van zand, puin, het heiën van een
-regel paalen, enz. vijfmaal honderd negen-en-dertig duizend, agt
-honderd, vier-en-negentig guldens gekost heeft.”
-
-Bij sommigen, onder anderen in den Tegenwoordigen staat van Holland,
-vinden wij dit Collegie mede Hoogheemraadschap genoemd; doch in onze
-beschrijving van Diemen hebben wij reeds doen zien, dat de beheering
-aan dat Collegie niet is toegestaan over den geheelen dijk, en dat zij
-des zouden kunnen doen en handelen als het Hoogheemraadschap van
-Amstelland kan doen: „hetzelve”, voegt men in aan ons gunstiglijk
-toegezondene berichten daarbij, „hetzelve is bepaaldlijk ingesteld tot
-beschouwing van het ijzer- en houtwerk dat toen aan den dijk was, en de
-Graaf zegt met zo veele woorden in zijn privilegie, dat zo lang men
-IJpesloot, (dat toen beplaat wierd, en des niet de geheele dijk,) met
-ijzer en hout houden zou, dat zo lang die schouw zou duuren; doch zo
-dat weggenomen wierd, zou de schouw dood en te niet zijn—naderhand is
-wel dat Collegie gemagtigd, om den geheelen houten dijk te beschouwen,
-doch dit privilegie werd onder hetzelve verband gegeeven—nu het hout
-weg is, is des dat geheele Collegie te niet, en heeft niets meer als
-eene superintendentie over het schouwen, dat Diemen en Muiden doet; bij
-resolutie van 1678 is dit Collegie genaamd een
-Hoogendijk-Heemraadschap, en hetzelve mag niet vergaderen dan met den
-Bailluw van Amstelland, die het hoofd is—men kan met geene mogelijkheid
-sustineeren”, gaat onze begunstiger voord, dat het Collegie van Zeeburg
-en Diemerdijk, een tweede Hoogheemraadschap is, hoe zeer sommigen het
-daarvoor trachten te debiteeren; dit Collegie is zelfs subject aan het
-Hoogheemraadschap van Amstelland——misschien zal men zeggen: „in plaats
-van het hout en ijzer zijn nu de steenen”, (zie onze beschrijving van
-Diemen, bladz. 12.) „en hierover voeren die Heeren echter hun gezach;
-’t is waar dat zij zulks doen; maar ’t is ook waar dat zij er eigenlijk
-geen recht toe hebben: toen het paalwerk van den worm werd doorvreeten,
-verzocht dat Heemraadschap van de Staaten de magt en de faculteit te
-mogen hebben om den dijk met steenen te beleggen; de Staaten
-permitteerden zulks; dan toen zij vroegen om de beheering, schouw, enz.
-is zulks, als strijdende met de privilegien, afgewezen; derhalven
-hebben zij desaangaande geen gewettigd gezach, oefenen het tegen
-rechte, en houden hetzelve tegen Diemen staande, waarschijnelijk wel
-weetende dat die plaats, (want Muiden stoort zig aan den geheelen dijk
-niet meer,) geen gelds genoeg heeft om dat proces voltehouden,
-niettegenstaande het van tijd tot tijd zijn hoofd opricht, en zijn
-recht defendeert.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-BEKNOPTE BESCHRIJVING VAN GOOILAND IN ’T ALGEMEEN.
-
-
-Van deeze aangenaame oord onzes Lands, is de
-
-
-
-
-LIGGING.
-
-Grenzende ten Noordoosten aan de Zuiderzee, ten oosten aan de Provincie
-van Utrecht: „alwaar,” leezen wij, „de landscheiding van dien kant
-begint aan den mond van de Eem, en Westwaards voordgaat tot een zekeren
-paal, de Leeuwenpaal genaamd, en van daar langs de Heerlijkheden van de
-Eemnessen, Baren en Zoest, waarvan het door eene gegravene greppel, de
-Gooiengraft genoemd, wordt afgescheiden van het sticht van Utrecht,
-rajende deeze graft weinig minder dan in eene rechte lijn, van den
-Leeuwenpaal, af, op de St. Maartens, of Doms toren van Utrecht, en
-verder door eene gegravene landscheiding, en verscheidene paalen,
-waarop aan den eenen kant het Hollandsche, en aan de andere het
-Stichtsche wapen staat, tot aan den hoek bij de Drie steenen, aan
-Maartensdijk, alwaar dezelve een’ hoek maakt, en westwaards voordloopt:
-hier grenst Gooiland insgelijks ten zuiden aan de Provincie van
-Utrecht, tegen een gedeelte van Maartensdijk, Agttienhoven, Westbroek,
-en een gedeelte van Tienhoven, tot aan het Rechtsgebied van de
-Loosdrechten, langs welke het ten westen grenst tot aan Kortehoef,
-onder het sticht, en langs de ’s Gravenlandsche of Gooische vaart en
-Kortehoef, benevens het Stichts Ankeveen, tot onder den Ankeveenschen
-polder onder Holland, daar Gooiland door den Looidijk bepaald wordt, en
-westwaards heen strekkende, den Ankeveenschen polder onder
-Weesper-kerspel ten zuiden heeft; dat, nevens den rechtsban van Muiden
-heenengaande, het Bailluwschap van Gooiland ten westen van Muiderberg
-aan de Zuiderzee bepaalt.”—In de laatste overeenkomst (wegens de
-Grensscheiding,) tusschen Holland en Utrecht, wordt de landscheiding
-ten zuiden begreepen te gaan rechtstreeks tot aan de Vecht, zo dat de
-Loosdrechten, Mynden, Hollandsch loenen, en Loenderveen in deezen ook
-onder Gooiland begreepen worden, echter worden zij niet door den
-Bailluw van Gooiland beheerscht.
-
-De grond van dit vrij uitgebreide land is hoog, zandig en overal niet
-even vruchtbaar, doch in onze volgende beschrijvingen van de bijzondere
-deelen van Gooiland zal overvloedig blijken, wat noeste arbeid, in het
-bereiden van eenen onvruchtbaaren, tot eenen vruchtbaaren grond vermag;
-in die bijzondere beschrijvingen spreeken wij ook voldoende over de
-aangenaame verscheidenheid van gezichten, die Gooiland oplevert.
-
-Onder de heuvelen die er gevonden worden, zijn de voornaamsten:
-
-De Kooltjens of Tafelberg, waarop een ronde tafel van blaauwe steen
-geplaatst is, in welken 60 naamen van steden, dorpen, gehuchten, sloten
-en heerehuizen, ieder volgends den streek alwaar men ze zoeken moet,
-(ten dienste van den reiziger,) zijn ingehouwen, en van welken ook het
-meeste gedeelte, bij helder weêr, kan gezien worden.
-
-De Seisjensberg.
-
-De Leeuwenberg.
-
-Het Trompenbergjen; zie van dit onze Beschrijving van Hilversum.
-
-Behalven de Gooische bosschen waarvan in onze meergemelde stukswijze
-beschrijving gesproken is, vondt men weleer op deezen grond het
-Gooierbosch; doch hetzelve is geheel verdweenen, alhoewel de landstreek
-daaromtrent nog den naam daarvan draagt.
-
-Van den aart der lieden welken deeze aangenaame landstreek bewoonen,
-hebben wij in onze beschrijving van Hilversum bladz. 2. reeds
-gesproken.
-
-
-
-
-Wegens de
-
-NAAMSOORSPRONG
-
-Zie men onze beschrijving van Naarden.
-
-De Oudheid van Gooiland blijkt uit het geen van deszelfs
-Naamsoorsprong, ter zo even aangewezene plaatse, gezegd is: het geen
-wij aldaar wegens de Abtdisse Goedela gemeld hebben, moet gebragt
-worden tot omtrent den jaare 1280; doch anderen willen dat Gooiland
-reeds omtrent den jaare 970, door Keizer Otto den Grooten, aan Wichman,
-Graave van Zutphen zou afgestaan weezen, in gevolge waarvan dit land
-dan nu al ruim 800 jaaren bekend geweest is.
-
-
-
-
-GROOTTE.
-
-Deeze bepaalt men, op meer dan 6700 morgen lands, Rhijnlandsche maat,
-waarvan 4579 morgen voor de heigronden worden gerekend.
-
-Wegens de Meenten of Gemeene weiden, onder de gezegde heigronden
-gevonden wordende, zo wel als wegens de Erfgoejers daarop betrekking
-hebbende, zie onze beschrijving van Laren, Hilversum, enz.
-
-Het bewoonde gedeelte van den gezegden uitgebreiden grond van Gooiland
-bevat
-
-
- Naarden, Huizen, Blarikum, Laren, Hilversum, ’s Graaveland,
- Bussem, Muiderberg.
-
-
-
-
-Het
-
-WAPEN
-
-Van Gooiland is dat van de stad Naarden.
-
-Algemeene Gebouwen van geheel het Land, zijn hier niet voorhanden,
-waarom wij van ons art. wegens die Gebouwen kunnen zwijgen.
-
-En wat betreft ons art. Regeering, men zie met betrekking tot de
-Gemeene weiden onze voorgemelde beschrijving van ’s Graaveland, voords
-ons art. Regeering in de bijzondere beschrijvingen van ieder deel van
-Gooiland——er is ook een Houtvester over deezen oord in ’t algemeen.
-
-
-
-
-VOORRECHTEN EN VERPLICHTINGEN.
-
-Onder dit artijkel zouden wij moeten brengen het geen wij ter boven
-genoemde plaatsen van de Erfgoojers gezegd hebben, doch hetzelve aldaar
-naar vereisch opgegeven hebbende, kunnen wij er hier van zwijgen.
-
-Uit kracht van bedingen bij één der overdragten waaraan Gooiland
-onderworpen geweest is, gemaakt, liggen de Gooilanders onder de
-verpligting van eene Koptiende; daarin bestaande dat alle land het welk
-ééns bezaaid is geweest, den Houtvester moet geeven zeker getal van
-koppen of maaten, naar den inhoud der tiendeboeken, waarover binnen de
-twaalf nachten van kersmis in ieder dorp zitdag wordt gehouden; en moet
-ieder zijn aandeel aldaar komen betaalen, in graan zelf, of in geld:
-tot het stellen van den prijs worden Burgemeesters van Naarden
-jaarlijks verzocht, en genieten daarvoor zes Guldens: die binnen de
-twaalf nachten voornoemd niet betaalt, verbeurt dubbeld, (dit noemt men
-sluiën;) die drie jaaren lang sluit, diens land vervalt geheel aan den
-Tienden Heer, of Houtvester.
-
-De overdragt des Lands door Goedela aan Grave Floris den Vijfden, (zie
-hier voor,) geschiedde voor een rente van 25 ponden wettig Utrechts
-geld, jaarlijks, ten eeuwigen dage op St. Maartensdag, te betaalen aan
-de Abtdisse in den tijd: en deeze rente moet mede nog huiden ten dagen
-uit de gewezene Graaflijkheids Domeinen betaald worden.
-
-
-
-
-GESCHIEDENISSEN.
-
-Gooiland is in vroegere eeuwen meermaals van den eenen bezitter aan den
-anderen overgegaan, bij wegschenking, of tegen eenen bepaalden prijs,
-bij wijze van verkoop, over welke verwisseling van eigenaar het land
-dikwijls aan verregaande twisten en verdeeldheden is blootgesteld
-geweest.
-
-Andere verschillen zijn ook alhier menigvuldig voorgevallen om de
-landscheiding, naamlijk met het Sticht van Utrecht, van welken omtrent
-den jaare 1719 nog een voorbeeld geweest is, want in dien tijd is de
-nieuwe landscheiding, waarvan wij hier voor spraaken, bepaald.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-INHOUD.
-
-
- Amsteldam. 1.
- Ouderkerk. 2.
- Buurten onder Ouderkerk.
- Amstelveen. 3.
- Buurten onder Amstelveen.
- Amstelveen in brand. 4.
- —— —— herbouwd. 5.
- Diemen, en buurten daaronder. 6.
- Diemer- of Watergraftsmeir.
-
- { Waverveen. 7.
- { Waveren, Botshol en Ruigewilnisse.
-
- Muiden. 8.
- Naarden. 9.
- Huizen. 10.
- Blaricum. 11.
- Laaren. 12.
- Hilversum. 13.
- ’s Graveland. 14.
- Bussem. 15.
- Muiderberg. 16.
- Weesp. 17.
-
- { Weesperkerspel.
- { Bijlemer.
- { Bijlemermeir.
-
- { Gaasp.
- { ’t Gein.
- { Overvecht.
- { Uitermeir.
- { Uitermeirsche Schans.
- { Overmeirsche Schans.
-
- Oud-Loosdrecht. 18.
- Nieuw-Loosdrecht. 19.
- Mijnden.
-
-
-N.B. De plaatsen waar nommers bij staan, hebben Gereformeerde Kerken,
-en zijn in ons werk afgebeeld: voords zijn allen die in een strik
-besloten zijn, op een zelfd blad beschreven.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE STAD AMSTELDAM.
-
-
- Europa’s wonderstad, aan ’t breede Scheeprijk IJ,
- Schatkamer van geheel de zeven Nederlanden,
- Der kunsten kweekschool, en Vorstin der Zeevaardij,
- Die de armen steeds bedeelt met nooit gesloten handen:
- Europa’s wonderstad, is ’t roemrijk Amsteldam,
- Dat uit een Visschersbuurt zijn eerst beginsel nam.
-
-
-Niet zonder huivering slaan wij de hand aan eene beschrijving, die, om
-volledig genaamd te mogen worden, eenige zwaare boekdeelen kan beslaan,
-daar wij om aan den aart van ons werk te voldoen, slechts weinige
-bladzijden daartoe durven voor ons neemen; wij zullen derhalven alles
-slechts kunnen aanstippen, en evenwel behoort dat aanstippen op zodanig
-eene wijze te geschieden, dat de reiziger daaraan genoeg hebbe, om
-Amsteldam, met de behoorelijke voorloopige kennis van hetzelve, te gaan
-bezoeken—wij hebben hier derhalven de toegeevendheid van onze kundige
-leezers noodig, en ofschoon de hoop op dezelve ons niet tot zo verre
-kunne bemoedigen, dat wij onze huivering daardoor zouden gevoelen
-verdwijnen, streelt ons echter de gezegde hoop genoeg, om rustig te
-beginnen:
-
-
-
-
-LIGGING.
-
-Deeze is in Amstelland, en kan bepaalder gezegd worden te zijn, drie
-uuren gaans beoosten Haarlem, agt uuren ten noordoosten van Leiden, en
-even zo veele uuren ten noordwesten van Utrecht, op een laagen, weeken,
-moerassigen veengrond, die echter onderscheidene beddingen heeft:
-sommigen willen dat de lucht er ongezond is, echter zijn er naar
-evenredigheid geen meer zieken, of sterven er geen meer menschen dan in
-eenige andere stad van Nederland: men heeft er zekerlijk gebrek aan
-zoet water, (ofschoon ’t er weleer, vóór het verwijden der zeegaten,
-geweest zij,) doch het wordt er ten dienste der brouwers, en der
-verdere ingezetenen, bij overvloed van Weesp ingevoerd, door middel van
-groote waterschuiten; ook zijn alle de huizen van regenbakken voorzien,
-en zijn er bovendien sedert eenige weinige jaaren, van stads wege, op
-de markten en opene pleinen groote bakken aangelegd, die bestendig vol
-zoet water gehouden worden, met welk aanleggen, men nog werkelijk
-voordgaat, zo dat voortaan, het gebrek aan drinkbaar water, (een gebrek
-dat ter deezer stede bij koude winters al vrij nijpende plag te
-weezen,) niet meer te duchten is.
-
-Aan de noordzijde wordt de stad bespoeld door het beroemde IJ: de
-breede rivier de Amstel loopt midden door de stad, en deelt dezelve in
-twee deelen, de oude en nieuwe zijde genaamd: voords is de stad alomme
-doorsneden met aanzienlijke, minder breede, en ook veele zeer smalle
-graften, waarin ten bedwang van het veele water, verscheidene
-schutsluizen liggen; er zijn ook veele zwaare buitensluizen, waardoor
-het land, rondsom de stad, onder water gezet kan worden: over het
-geheel draagt Amstelland met alle recht den eernaam van wereldberoemde
-Koopstad: C. Huijgens, heeft van haar wel mogen zeggen,
-
-
- Hoe komt gij, gulden veen! aan Hemels overdaad?
- Pakhuis van Oost en West! heel water en heel straat!
- Tweemaal Venetie, waar’s ’t eind van uwe wallen?
- Zeg meer: zeg, vreemdeling! zeg liever niet met allen:
- Roem Romen, prijs Parijs, kraai Cairo’s heerlijkheid,
- Die dieplijkst van mij zwijgt, heeft allerbest gezeid.
-
-
-Aan alle zijden, uitgenomen aan den IJ-kant, is de stad omgeven met
-eene breede watergracht, hechten en hoogen muur, en verdere wallen, in
-welken zes-en-twintig wèl geregelde en bemuurde bolwerken gelegd zijn:
-rondsom de stad liggen ook een goed aantal batterijen, van fraai
-geschut voorzien: in den gezegden muur zijn vijf groote en drie kleine
-poorten: de eerstgemelden zijn de Haarlemmer poort, de Leidsche, de
-Utrechtsche, de Weesper en de Muiderpoort; de kleinen, die alleenlijk
-openingen in den muur genaamd mogen worden, zijn het Zaagpoortjen, het
-Raam- en het Weterings-poortjen.
-
-
-
-
-NAAMSOORPRONG.
-
-Al vroeg, men wil in 1200, werd een dam gelegd, in de rivier de Amstel,
-(ter plaatse, of nabij de plaats, die nog de dam genoemd wordt,) ter
-weeringe van het water; deeze kreeg den naam van Amsteldam, dat is, dam
-van, of, in den Amstel, en dien zelfden naam heeft de stad, van tijd
-tot tijd rondsom dien dam gebouwd, behouden; sommigen spelden
-Amsterdam, naar een ouder taalgebruik, toen men de meening van dam van,
-of, in den Amstel, uitdrukte, door het woord Amstelredam, waarvoor men
-thans zou kunnen zeggen Amstelerdam.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE.
-
-Veel wordt er getwist over den tijd waarin men zoude kunnen zeggen dat
-Amsteldam haar begin genomen heeft, ons bestek verbiedt, ons daarmede
-optehouden: tusschen 1177 en 1200, had het beruchte geslacht van Van
-Amstel, nabij den dam bovengemeld, een slot, en men mag vaststellen dat
-omtrent dien tijd eenige visschers zig rondsom hetzelve hebben
-nedergezet, alzo zij aldaar goede gelegenheid voor hunne kostwinning
-vonden; de bloei deezer kostwinning heeft die lieden van tijd tot tijd,
-na het uitstaan van zwaare rampen, in binnenlandsche kooplieden doen
-veranderen; hunne welvaart heeft anderen herwaards gelokt, en op die
-wijze is Amsteldam, uit die kleine beginselen, tot zulke eene
-verbazende koopstad geworden: onder ons art. Geschiedenissen, zullen
-wij bepaalder van haare aanmerkelijke vergrooting spreeken: in haar
-geheel bevat zij meer dan 892 morgen 568 roeden.
-
-Het getal der huizen in Amsteldam en haare Voorsteden, (die mede zeer
-aanzienlijk zijn,) werd in den jaare 1740 begroot op 26,317; waarbij
-sedert nog een aanzienlijk aantal gevoegd zijn (voornaamlijk op het
-Weesperveld,) gelijk er thans nog van tijd tot tijd anderen aangebouwd
-worden—men schat het getal der ingezetenen op ten minsten 241,000,
-waaronder van allerleien Godsdienst gevonden worden, gelijks straks
-onder ons artijkel Kerklijke en Godsdienstige gebouwen zal blijken.
-
-
-
-
-WAPEN.
-
-Weleer was dit een koggeschip; boven de oudste afbeeldingen van
-hetzelve, ziet men ’t wapen van Holland; boven de laateren dat van
-Henegouwen, wordende hetzelve gehouden door een’ Henegouwer, den Graaf
-of een Wapenkoning verbeeldende; thans is het wapen der stad een zwarte
-paal, belegd met drie zilverene kruisen op een rood veld; zijnde
-hetzelve gekroond met eene keizerlijke kroon, in gevolge een’
-gunstbrief van Maximiliaan, gegeven in den jaare 1488.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-Deezen zijn in de daad zeer menigvuldig, en allen bezienswaardig: de
-eerste die ons hier voorkomt is de Oude Kerk der Gereformeerde
-Gemeente, zijnde een zeer oud en deftig gebouw; ’t is onzeker door wie
-en wanneer dezelve gesticht zoude weezen; waarschijnelijk is zij de
-eerste Kerspelkerk van Amsteldam geweest; zeker is het dat zij reeds in
-1372 aanwezig was: zij is van ouds voor een proefstuk van bouwkunde
-gehouden; ’t is een deftig kruisgebouw, beslaande in de lengte met den
-aanzienlijken toren 300, en zonder den toren binnenswerks 249 voeten;
-zij rust op 42 groote pijlaaren: behalven eenige fraai geschilderde
-glazen, pronkt zij van binnen met de Grafsteden van den Veldmaarschalk
-Paul Wirtz: binnen het ruime choor, staat een marmeren gedenktafreel,
-ter eere van den Schout bij nacht Willem van der Zaan; een dergelijk
-gedenkteken is er opgericht voor den Admiraal Jacob van Heemskerk; een
-ander voor den beroemden Zeeheld Cornelis Janszoon, bijgenaamd het
-Haantjen; en deezen worden nog overtroffen door de uitmuntende
-grafsteden van de Vice-Admiraalen Abraham van der Hulst en Isaak
-Zweerts: een Capelletjen hier nabij staande, nog een overschot van den
-Roomschen tijd, is door Cornelis de Graaf, Burgemeester van Amsteldam,
-tot eene cierlijke grafstede verbouwd, zijnde de ingang door een fraaje
-koperen deur gesloten: verder zijn in deeze kerk twee orgels, waarvan
-echter slechts één, naamlijk het groote, gebruikt wordt: de predikstoel
-is bezienswaardig, gelijk mede de overige gestoelten, enz.: het ruim
-wordt onder den avondgodsdienst, door vijf groote en twaalf kleinere
-kaarskroonen verlicht.
-
-Van buiten heeft het gebouw niets aanmerkelijks dan de toren, waarop
-een doorluchtig houten spits staat, zijnde hetzelve kunstig in- en
-uit-gebogen: hij is in 1565, na agt jaaren arbeids, voltooid geworden:
-zijne geheele hoogte bedraagt een tal van 240 voeten: er hangt een
-kunstig uurwerk en klokkespel in: voor weinige jaaren toonde men aan
-deezen toren, wat de kunst vermag; hij werd naamlijk voor een goed
-gedeelte onderschraagd, om het onderste te vernieuwen.
-
-De Nieuwe Kerk, mede dezelfde gemeente toebehoorende, was weleer aan de
-H. Maria en Catharina toegewijd; men stelt haare stichting omtrent den
-jaare 1408 of 1414, door zekeren Willem Eggaert, Heer van Purmerende,
-of door anderen met hem: op den 23 April des jaars 1421, des korten
-tijd na haare stichting, brandde zij, met een groot gedeelte der stad,
-geheel af: in 1645, geraakte zij andermaal in brand, en zo geweldig,
-dat slechts den buitenromp bleef staan: is 1648 was zij reeds weder
-genoegzaam bekwaam om er den kerkdienst in waarteneemen: uit het midden
-van haar dak rijst een klein torentjen; reden waarom men bij haare
-laatste opbouwing bedacht was om er een aanzienlijken toren naast aan
-te plaatsen; doch daarmede tot zekere hoogte gekomen zijnde, liet men
-het werk steeken; sommigen willen om eene ontdekte zakking, anderen om
-dat men nu eerst begreep dat die toren den spreekenden luister van het
-belenden staande stadhuis zoude verminderen; tot nog voor weinige
-jaaren is het onderstuk van dien toren blijven staan, en was bekend
-onder den naam van Onvolmaakte toren; het stond op boogen, waaronder
-men kon doorgaan, ook naar een der ingangen van de kerk; doch sedert is
-het gezegde stuk weggenomen.
-
-Deeze Gereformeerde Nieuwe Kerk is een overheerelijk kruisgebouw, lang
-315, en breed 210 voeten, rustende op 52 hardsteenen zuilen: sommige
-haarer glazen zijn fraai beschilderd; en zij wordt des avonds verlicht
-door 5 groote en 12 kleine koperen kaarskroonen: er is een groot en
-kunstig orgel in, rustende op bonte marmeren Corinthische colommen; de
-deuren die er voor zijn, zijn prachtig beschilderd: behalven het groote
-is er ook nog een klein orgel, dat zeer helder van geluid is: de
-predikstoel is een ongemeen meesterstuk der beeldhouwkunde; zo is ook
-het koperen afschutsel van het ruime choor, en dat op eenen marmeren
-voetstuk rust, overheerelijk fraai, en der beschouwinge waardig: ten
-einde van het choor ziet men de ongemeen prachtige graftombe van den
-beroemden Zeeheld De Ruiter: aan één der zijden van het ruim der kerk,
-achter den predikstoel, is de overheerelijke grafstede van Jan van
-Galen: de Zee-capitein David Zweers, heeft in deeze kerk mede eene
-grafplaats: Joost van den Vondel, de Prins der Nederlandsche Dichteren
-ligt ook alhier begraven, uitwijzens eene urna, voor eenige jaaren, ter
-eere zijner nagedachtenisse, in een nis, in één der pijlaaren daartoe
-uitgehouwen, geplaatst.
-
-De Zuider Kerk behoort onder de Amsteldamsche kerken van laateren
-datum; zij werd in 1611 volbouwd, schoon aan den toren nog wel drie
-jaaren langer gearbeid is: het middendak, dat hoog boven de zijdaken
-uitsteekt, wordt gedragen door tien zwaare pijlaaren van blaauwen
-steen: dat er geen choor bij is, verstrekt onder anderen ten bewijze
-dat zij den Roomschen tijd niet geheugt: de toren, die zeer cierlijk
-is, is 237 voeten hoog; in denzelven is een fraai uurwerk en
-klokkenslag; voords wordt het ruim onder den avonddienst door
-verscheidene kaarskroonen verlicht, het geen mede in alle de andere
-kerken plaats heeft, waarom zulks hier ééns vooral gezegd blijft: de
-Zuider kerk heeft voords van binnen niets aanmerkelijks, even weinig
-als de Wester kerk, zijnde anders ééne der fraaiste kerken van
-Amsteldam: in den jaare 1620 werd de bouw van deeze begonnen, (er stond
-vóór dien tijd slechts een loos, waarin de Godsdienst verricht werd;)
-in 1631 was zij voltooid; de toren echter eerst in 1638; deeze is
-ongemeen fraai, en overtreft in hoogte alle de torens der stad; van den
-grond tot aan het kruis toe bereikt bij bijna 300 voeten; van boven
-pronkt hij met den keizerlijken kroon van ’t Amsteldamsche wapen: er is
-ook een fraai, uur- en speel-werk in; de groote slagklok die de heele
-uuren slaat, weegt meer dan 15.000 pond.
-
-De Kerk is binnenswerks 168 voeten lang en 97 voeten breed; in 1687
-werd er een fraai orgel in gemaakt: voords is het geheele gebouw een
-kunststuk van Architectuur, ofschoon er van binnen niets aanmerkelijks
-in te zien zij.
-
-De Noorder Kerk is een gebouw van den jaare 1620; zij is een fraaje
-kruiskerk; van binnen heeft zij vier gevels, die ieder van onderen 92
-voeten breed zijn: zij pronkt met een aartig torentjen, ter hoogte van
-54 voeten, zijnde ook voorzien van een slag-uurwerk: van binnen wordt
-haaren omtrek gesteld op 70 passen: het kruisgewelf rust op vier
-geweldig zwaare colommen; zij heeft verder niets bijzonders; ook is er
-geen orgel in.
-
-De Oude zijds Capel, eertijds St. Olofs capel genaamd, wordt van
-sommigen voor de oudste kerk der stad gehouden; ja eenigen brengen haar
-reeds tot het midden der elfde eeuw: in 1646 is zij merkelijk vergroot:
-van binnen heeft zij almede niets bijzonders, van buiten pronkt zij met
-een net torentjen, waarin een uurwerk is: boven een der ingangen ziet
-men een menschen geraamte, doodshoofden en beenderen, uit welken eenige
-korenairen wassen: daar onder leest men in de Latijnsche taale, de
-woorden: hoop des anderen levens.
-
-De Nieuwe zijds Capel die mede van zeer oude datum is, droeg weleer de
-naam van Heilige stede, [2] naar zeker mirakel aldaar omtrent het
-midden van de veertiende eeuw gebeurd, blijvende er alstoen (zegt men,)
-een gewijden ouwel midden in de vlamme ongeschend; thans is deeze capel
-geen onaartig kerkjen, zijnde vercierd met een fraai orgel, dat in 1636
-vernieuwd werd; er staat een klein spits torentjen op, waarin een
-slaand uurwerk: op bepaalde kerktijden wordt hier ook in de
-Hoogduitsche taale gepredikt.
-
-De Gasthuis Kerk, is een gedeelte van het oude Nonneklooster, Ter
-Leliën, ’t welk onder eene menigte andere kloosters hier ter stede
-weleer stond: het ruim bestaat uit een langen smallen elboog, ter
-wederzijde van gallerijen voorzien.
-
-De Ooster Kerk, en Eilands Kerk, waren omtrent den jaare 1660 slechts
-houtene loozen; de eerstgemelde stond toen bij het gewezene willige
-rasphuis, en werd reeds in 1671 ingewijd; doch de andere is eene loos
-gebleven tot in 1736: ’t zijn beide kleine maar zeer geschikte
-gebouwen; op ieder staat een aartig torentjen met een slag-uurwerk;
-doch zij hebben verders niets aanmerkelijks: er zijn ook geene orgels
-in.
-
-Eindelijk is er nog de Amstel Kerk, dat een hecht vierkant hout gebouw
-is, omtrent den jaare 1670 voltooid: het is honderd voeten lang, en
-even zo breed: het dak rust van binnen op 16 houtene stijlen: de grond
-is met geele klinkers belegd, zo dat er niet in begraven wordt, gelijk
-in de andere kerken geschiedt.
-
-De Fransche of Waalsche gemeenten hebben ter deezer stede twee kerken,
-den naam dragende van Oude, en Nieuwe Waale Kerk: de eerste was
-voorheen de kerk van ’t Pauline klooster, en werd in 1409 gesticht; in
-1661 werd zij merkelijk vergroot en verbeterd: zij heeft niets
-ongemeens, maar er is een goed orgel in—De Nieuwe Waale Kerk, is
-slechts van hout opgeslagen; zij was weleer een stads schermschool;
-doch werd in 1686, bij gelegenheid van de overkomst veeler Fransche
-vlugtelingen, tot eene kerk verbouwd—Donderdags avonds houden de Waalen
-in de Wester Kerk gebed.
-
-De Engelsche Presbijteriaanen, hebben hunne kerk op het Begynenhof in
-de Kalverstraat—weleer hadden de zogenaamde Brouwnisten nog eene kerk
-in de Barndesteeg, die naderhand ook tot de Episcopaalen gebruikt werd,
-doch sedert eenigen tijd is deeze gemeente bijna geheel verdweenen.
-
-De Roomschen hebben zo binnen de stad als even buiten de poorten, een
-groot getal kerkhuizen; behalven dat eenige voornaame leken nog
-Capellen in hunne eigene huizen hebben: sedert weinige jaaren heeft
-deeze gemeente verlof verkregen om buiten de Raampoort, een eigenlijke
-kerk te bouwen, dat een zeer net, en allezins aan het oogmerk voldoend
-gebouw is—In de Roomsche tijden had dezelfde gemeente hier ter stede,
-behalven de kerken die thans door die Gereformeerden gebruikt worden,
-nog verscheidene anderen, allen welken tot andere einden geschikt zijn
-geworden; op den hoek van de Vrouwensteeg stond er een die in huizen
-veranderd is: wat verder op den Nieuwendijk was de St. Jacobs Capel,
-die mede in huizen veranderd is, behalven het torentjen, dat tot voor
-nog maar weinige jaaren boven de daken uitstak en door Kerkmeesteren
-van de Nieuwe Kerk moest onderhouden worden, om dat de goederen van de
-gemelde Capelle aan die kerk gemaakt zijn: sedert is het gezegde
-torentjen afgebroken.
-
-De Lutherschen hebben tot op onzen tijd hier ter stede slechts twee
-kerken gehad, de Oude, en de Nieuwe; beiden zijn zeer ruime gebouwen,
-kunnende, vooral wegens de gaanderijen die er boven elkander in gemaakt
-zijn, veel volks bevatten.—De Nieuwe is een zwaar cirkelrond gebouw,
-waarvan de kap gedekt is met koperene plaaten, door Karel den Elfden,
-Koning van Zweeden, aan deeze kerk geschonken: in iedere deezer kerken
-is een fraai orgel, en beiden, vooral de Nieuwe, zijn bezienswaardig—Na
-dat deeze Gemeente onlangs door een duisteren twist eene scheuring
-ondergaan heeft, en verdeeld is geworden in die van het Oude-, en die
-van het Nieuwe-licht, of wel is het eerstgemelde gedeelde bekend, bij
-den naam van De Herstelde Gemeente, is er nog eene Luthersche Kerk
-(naamlijk voor de uitgewekenen, of de Herstelden,) alhier gebouwd, ter
-plaatse alwaar het Dolhuis gestaan heeft: ’t is een ruim gebouw, doch
-zonder eenigen cieraad.
-
-De Remonstranten hebben hier ter stede een aartig kerkjen, op de
-Keizersgracht bij de Prinsenstraat: er is een goed orgel in.
-
-De volgende zijn de Doopsgezinde Kerken: van de Vereenigde Vlaamsche-
-en Waterlandsche, het Lam, dus genoemd naar eene brouwerij van dien
-naam welke er weleer stond: De kerk bij de toren, om dat zij bij de Jan
-Roodepoorts toren staat; langen tijd heeft deeze den naam van de
-Spijker gedragen, om dat zij gebouwd is op eene plaats alwaar weleer
-een spijker-pakhuis stond: De Zon, behoorende aan de afgezonderde
-Vlaamsche Doopsgezinden: alle deeze kerkjens zijn wel klein, maar
-echter aan het oogmerk zeer voldoende: weleer hadden de oude Vlaamingen
-nog een kerk, De Kruikjens, dus genoemd naar een herberg van dien naam
-daar naast staande; en de Vriesche Doopsgezinden eene andere, De Arke
-Noachs genaamd; doch beiden zijn niet meer in wezen.
-
-De Collegianten vergaderen boven ’t weeshuis dier Gemeente, op de
-Keizersgracht over den gewezenen schouwburg.
-
-Nabij de Remonstranten Kerk, hebben de Kwaakers eene vergaderplaats,
-kenbaar aan een’ driehoek, die boven den ingang staat.
-
-In de Houttuinen vergaderen de Hernhutters: ook hebben de Persiaanen
-hier ter stede een net kerkjen; er is ook nog een kleine en nette
-Grieksche Kerk; op de Oudezijds Voorburgwal; schuin over de Oude Kerk.
-
-De Portugeesche en Hoogduitsche Jooden, hebben er voords ieder eene
-aanzienlijke sijnagoge, die, vooral de eerstgemelde, der bezichtiginge
-van den vreemdeling overwaardig zijn.
-
-Ofschoon nu in de meeste Gereformeerde Kerken, zo wel als in de Oude-
-en Nieuwe van de Lutherschen, (naamlijk aan het Nieuwe licht
-behoorende,) begraaven worde, (die van het Oude licht hebben zig een
-kerkhof op Muiderberg verkozen; zie onze beschrijving van dat dorpjen;)
-zijn er echter hier ter stede nog vijf groote kerkhoven, aan afgelegene
-oorden der stad: de Jooden hebben er drie buiten de stad; één te
-Ouderkerk, één te Muiderberg, en één nabij Zeeburg.
-
-Zijn de kerken te Amsteldam, gelijk gebleken is veelen, de verdere
-Godsdienstige Gestichten zijn er nog veel talrijker: wij zullen de
-voornaamsten met een enkel woord aanstippen.
-
-Het St. Pieters Gasthuis, dat zijnen naam ontleent van één der
-Gasthuizen welken weleer hier ter stede waren, komt eerst in
-aanmerking: het was in oude tijde de Kloosters der Oude en Nieuwe
-Nonnen: alles wat hierin gevonden wordt is ongemeen aan het oogmerk
-voldoende; het heeft zijne eigene bakkerij en brouwerij, ook is er de
-stads Apotheek in geplaatst: even binnen de groote poort is een Beiërt,
-alwaar de bedelaars en arme vreemdelingen drie nachten om niet kunnen
-logeeren, ontvangende des avonds en morgens ook spijs en drank.
-
-Het tegenwoordige Verbandhuis, ook in het Gasthuis zijnde, was weleer
-het Pesthuis, dat omtrent den jaare 1616 van daar naar buiten de
-Leidsche poort verplaatst, en te klein geworden zijnde, in 1630 weder
-verplaatst werd, daar het thans nog gezien wordt, mede buiten de
-Leidsche poort, een goed stuk wegs landwaards in gelegen: in 1732 is
-het geheel verbrand; doch ’t werd terstond weder herbouwd, juist 200
-voeten lang en breed, en rondsom met een graft omgeven: ter zijde heeft
-het een eigen kerkhof, waarop ook sommigen met den dood gestraften
-begraven worden—Toen het Dolhuis weggenomen zoude worden, ter bouwinge
-van een kerk voor de Herstelde Luthersche Gemeente, werd aan dit huis
-een ruimen vleugel gebouwd, die thans voor een Dolhuis dient.
-
-Het Oude Mannen- en Vrouwen-huis, staande naast het Gasthuis: dit werd
-gebouwd uit een loterij, door de Wethouderschap in 1600 opgesteld: het
-staat op een gedeelte gronds van ’t Oude Nonneklooster, is een zeer
-royaal gebouw, en allezins bezienswaardig: het is niet aangelegd voor
-armen maar begunstigden, die er een aangenaam leven leiden; zij moeten
-bij het inkomen eenig huisraad, doch voor hun eigen gebruik,
-medebrengen—in 1605 werd in hetzelve een put gegraven van 232 voeten
-diep; bij welke graaving men onderscheidene beddingen gronds vond;
-onder anderen ter diepte van 72 voeten, één voet molm, en niet veel
-voeten dieper veele schelpen en zeehoorentjens—voor weinige jaaren is
-dit gebouw, aan de eene zijde, (op de Kolveniers burgwal,) met een
-fraajen steenen poort vercierd: de doorgang vandaar naar de Oude zijds
-achterburgwal is overdekt, heeft aan de eene zijde uitzicht door veele
-schuifraamen op de opene plaats of ’t bleekveld van ’t huis, en aan de
-andere zijde winkelkasten, die aan galanteriekramers enz. verhuurd
-worden.
-
-Het Burger weeshuis, was weleer het St. Lucie klooster in 1580 daartoe
-vervaardigd; vóór dien tijd was het fraai herbouwd Logement de Keizers
-kroon, het Burger weeshuis: dit huis is groot, aanzienlijk, en ook zeer
-rijk.
-
-Het Diaconie weeshuis in de Zwaanenburgerstraat, is een gebouw van den
-jaare 1656; dit is mede ongemeen groot; heeft niet alleen zijn eigen
-Apotheek, maar ook artzenijtuin.
-
-Het Diaconie-oude Mannen- en Vrouwen-huis, staande op den Binnenamstel,
-doet ieder wegens zijne grootte verbazen; maar meer nog als men het van
-binnen bezichtigt, door zijne inrichting en de orde die er over het
-algemeen in heerscht: het geheele ligchaam der Amsteldamsche Diaconie
-is bewonderens waardig, vooral wegens de onbedenkelijke sommen die het
-jaarlijks tot onderhoud noodig heeft.
-
-Achter dit huis ontmoet men het Korvers hofjen, in 1722 gesticht uit
-eene ervenis van den Heere Jan Corver, Oud-Schepen en Raad der stad;
-het staat onder bestuur van de Gereformeerde Diaconie, wordende er
-geene anderen dan gehuwde oude lieden zonder kinderen in geplaatst: zo
-één van beiden overlijdt moet de nablijvende in het Diaconie Oude
-mannen- of vrouwen-huis, bovengemeld, overgaan—een dergelijk hofjen is
-daar nabij nog onlangs gebouwd, uit eene ervenis van den Heere Van
-Mekeren.
-
-Doet de Diaconie hier ter stede zo veel aan haare Ledemaaten, de
-Huiszittenarmen, dat is die geene ledemaaten zijn, worden mede niet
-vergeten; de ruime uitdeelingen aan dezelven geschieden thans op twee
-plaatsen, beiden mede overbezienswaardig; naamlijk in het Oude zijds
-huis-zittenhuis, en in dat aan de Nieuwe zijde; het eerste staat op de
-Korte houtgraft, op den grond van den Leprozen tuin, en het andere op
-de Prinsegraft bij de Lelijgraft; dit laatstgemelde heeft in de stad
-drie ruime turfschuuren.
-
-De Huiszittenmeesters hebben ook nog een Huiszitten weduwen Hof, in
-1650 op den grond van ’t Oud Karthuizers Klooster gebouwd: het is
-almede ongemeen groot: in hetzelve worden niet dan weduwen en
-hoogbejaarde dochters onderhouden: de kinderen der weduwen mogen bij
-hunne moeders woonen, tot dat de meisjens agttien, en de jongens
-negentien jaaren bereikt hebben.
-
-Schoon de gezegde gebouwen, ieders aandacht trekken, door hunne grootte
-en talrijkheid van huisgezinnen, zij allen worden nog overtroffen door
-het Aalmoeseniers Weeshuis, staande op de Prinsegraft bij de Leidsche
-straat, in den jaare 1663 aldaar aangelegd, en naderhand nog vergroot;
-’t is bijna 300 voeten breed, en drie verdiepingen hoog; en er worden
-bijna 2000 zielen in onderhouden: het is geschikt voor weezen, wier
-ouders geene burgers of ledemaaten der Gereformeerde Gemeente geweest
-zijn, als mede voor vondelingen, enz.
-
-De Fransche of Waalsche Gemeente, heeft te Amsteldam mede een zeer
-aanzienlijk weeshuis, dat ook voor het onderhouden van oude mannen en
-vrouwen dient; ’t staat op den hoek van de Vijzel- en Prinse-graften,
-en is een gebouw van den jaare 1669: vóór dien tijd hadden de Waalen
-hun Weeshuis in de Laurierstraat: het gezin in dit huis wordt ongemeen
-ruim onderhouden, en in de daad vrij beter dan menig ordentelijk
-Amsteldamsch burger in staat is zijne kleine huishouding te doen.
-
-De Engelschen hadden weleer een Weeshuis aan de zuidzijde van de
-Loojers graft; doch hetzelve was van weinig betekenis: thans hebben zij
-een tamelijk fraai Weeshuis op de Oudezijds achterburgwal, bij de
-Stoofsteeg, gesticht in den jaare 1782.
-
-De Roomschen hebben een jongens Weeshuis, staande aan de zuidzijde van
-de Laurier-graft; het is een vrij goed gebouw; maar komt niet in
-vergelijkinge met het Maagdenhuis van deeze Gemeente, op het Spui, en
-dat eerst voor weinige jaaren, in de plaats van het oude, gebouwd is;
-dit huis gelijkt veel eer naar een paleis dan naar een
-weeshuis—Voorheen had deeze gemeente haar uitdeelings comptoir, op den
-Nieuwezijds achterburgwal, bij het Spui, doch thans is hetzelve
-verplaatst, op den grond van den afgebranden Schouwburg op de
-Keizersgraft bij de Huidestraat; alwaar ’t mede eene zeer aanzienlijke
-vertooning maakt—Op het voor weinige jaaren bebouwde Weesperveld,
-hebben de Roomschen ook een ruim huis voor arme oude lieden aangelegd:
-de pracht waarmede het gebouwd is, doet duidelijk zien dat deeze
-gemeente eene ruime beurs moet bezitten.
-
-Aan de noordzijde van de Lauriergraft, ontmoet men het Weeshuis der
-Luthersche Gemeente, zijnde hetzelve na het midden der voorgaande eeuw
-gebouwd; het is een zeer goed gebouw, en is voor weinige jaaren nog
-aanmerkelijk verbeterd—dezelfde Gemeente heeft niet verre van dat
-weeshuis, naamlijk in de Konijnenstraat, een Hofjen voor oude Vrouwen,
-alwaar de inwooners mede zeer goed onderhouden worden—maar van ongemeen
-veel meer aanziens en ruimte is het Nieuwe bestedelingshuis, door deeze
-Gemeente gebouwd op het reeds meergemelde Weesperveld; het is een groot
-en aanzienlijk gebouw, waarin de oude lieden ook ongemeen wèl
-onderhouden worden.
-
-Het weeshuis der Vereenigde Vlaamsche en Waterlandsche Doopsgezinden,
-gemeenlijk het Mennonieten Weeshuis genoemd, staat op de Prinsegraft,
-tusschen de Vijzelstraat en Reguliersgraft, en is gesticht in den jaare
-1676; zijnde in alle deelen een aangenaam en luchtig gebouw, waarin de
-kinderen ook met allen mogelijken zorg, gevoed, gekleed, en geleerd
-worden.—Vooraan in de Elandsstraat had dezelfde Gemeente weleer haar
-Oude Vrouwenhuis; doch hetzelve is in 1759 geplaatst, in de Kerkstraat,
-achter het Weeshuis voornoemd.
-
-Die van de Collegianten, hebben hun Weeshuis, van ouds de Oranje appel
-genoemd, ter plaatse alwaar zij hunne vergadering houden, zie hier
-vóór.
-
-Onder de godsdienstige gestichten ter deezer stede kunnen ook nog de
-volgende geteld worden, als,
-
-Het Stads zijdewindhuis, geplaatst op den Cingel boven het stads
-magazijn: hier worden jonge meisjens van 8 tot 14 jaaren, en wier
-ouders van de Huiszittenmeesters, of gelijk men zegt, van de stad, en
-ook die, wier ouders van de Diaconie trekken, met het winden van zijde
-aan werk en geld geholpen, maar middelerwijl ook in het leezen,
-schrijven, en de gronden van den Godsdienst onderwezen.
-
-Het Begijnen-hof, in de Kalverstraat, alwaar, gelijk wij reeds zeiden,
-de Engelschen hunne Kerk hebben: ’t is reeds een gebouw van den jaare
-1389: in 1393 werd het door Hertog Albrecht in bescherminge genomen: ’t
-is bebouwd met wooningen voor een zeker tal Begijnen, die er hunne
-eigene kerk en Priester hebben: de dochterkens geneeren zig met
-allerlei kundig naaldwerk, waarin sommigen van haar zeer ervaaren zijn.
-
-Het Lazerus of Leprozen-huis, staande bij de St. Anthonies of Jooden
-breestraat: sedert de lazerij genoegzaam geheel uit deeze Landen
-verdweenen is, dient het Leprozen-huis, voor eenige proveniers, en
-sommige simpele lieden.
-
-Van het Dol- of Krankzinnig huis hebben wij reeds gesproken: (zie boven
-Bladz. 10).
-
-Het St. Joris hof, staande tegen de oude Waals Kerk: was eertijds het
-Pauliniaanen klooster; ’t is nu een Proveniers huis, schoon ’t voorheen
-ook voor Leprozen gediend hebbe.
-
-Behalven alle de gemelde gebouwen vindt men hier ter stede nog eene
-menigte hofjens en Godsdienstige gestichten, door bijzondere persoonen
-van verscheidene Gezinten, met Godsdienstige oogmerken, aangelegd: de
-voornaamsten zijn:
-
-Het Deutzen Hofjen, op de Prinsegraft tusschen de Spiegel- en
-Vijzel-straat, in 1695 gesticht door Vrouwe Agneta Deutz; er worden
-oude vrouwen op geplaatst, die, behalven vrije wooning, 36 guldens aan
-geld, 40 mand turf, 20 pond boter, 20 pond rijst, en 20 pond kaarsen
-jaarlijks genieten.
-
-Venetia of Maarloops hofjen, naar zijnen stichter Maarloop dus genoemd,
-gelijk ook veelen der volgenden den naam naar hunne stichters draagen:
-dit hofjen staat in de Elandstraat: behoeftige Vrouwen van allerleie
-Gezinten, uitgenomen die van den Roomschen Godsdienst zijn, genieten er
-vrije wooning, 50 manden turf, en nog eenig geld in ’t jaar.
-
-’T Raapen hofjen aan de Noordzijde van de Braak, wordt mede door
-behoeftige vrouwen bewoond: zij genieten ieder jaarlijks 25 tonnen
-turf.
-
-De Huisjens van Bosch staan naast het laatstgemelde Hofjen; in dezelven
-wordt alleenlijk vrije wooning genoten.
-
-’T Roeters hofjen, op de Linde graft, is mede gesticht voor behoeftige
-vrouwen van den Gereformeerden Godsdienst, die er ook alleenlijk vrije
-inwooning genieten.
-
-Het Okkers hofjen in de kromme Palmstraat, bijna geheel herbouwd
-zijnde, moet er een gering geld op verwoond worden.
-
-’T Claas Reiniersz. Hofjen op de Keizersgraft, tusschen de Beeren- en
-Run-straat, behoort aan de Roomschgezinden, en voert ter spreuke,
-Liefde is ’t Fundament; ’t is aangelegd voor Vrouwen die bij ’t
-inkomen, voor ééns, honderd guldens moeten geeven.
-
-’T Hamershofjen, is mede voor oude Roomschgezinde Vrouwen.
-
-’T St. Andries Hofjen op de Egelantiersgraft; hier is een kapelletjen
-in ’t welk ééns ter week dienst gedaan wordt, door den Capellaan van ’t
-Begijnehof.
-
-De Brouwers huisjens in de Wijdesteeg op de Bloemmarkt, behooren ook
-aan de Roomschen; als mede
-
-Het Otters hofjen, in de Vinkestraat, en
-
-De Zeven keurvorsten in de Tuinstraat.
-
-Het Suiker hofjen op de Lindegraft, behoort aan de Lutherschen; en is
-aangelegd voor oude vrouwen, en vrijsters boven de 50 jaaren: ieder
-bewoonster geniet boven vrije wooning, jaarlijks 40 manden turf, 10
-pond rijst, en drie dukatons aan geld—aan dezelfde Gemeente behoort ook
-
-Het Grillen hofjen, in de Weterings dwarsstraat.
-
-Het Brantzen hofjen, op de Nieuwe Keizersgraft bij de Weesperstraat.
-
-Het Linden hofjen, op de Lindengraft, behoort aan de Doopsgezinden, als
-mede
-
-De Hoeksteen in de Lojerstraat, ook
-
-Het Rijpen- of Roozen-hofjen op de Roozegraft.
-
-Zie daar alleenlijk de hoofdtrekken van een schilderij van
-Godsdienstigheid, barmhartigheid en menschenliefde, waarop de
-Amsteldammers met reden roem mogen draagen.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-In de eerste plaats komt hier ongetwijfeld voor het vorstlijke
-Stadhuis, dat met recht den naam draagt van ’t agtste wereldwonder: het
-staat op den ruimen dam, meer achterwaards dan het oude Stadhuis in
-1652, door de vlamme vernield, aldaar gestaan heeft: in 1648, (des vier
-jaaren vóór gezegden brand,) begon men de grondslagen van het
-tegenwoordige te leggen; ruim een jaar en negen maanden bragt men door
-met het heien van de paalen, die ten getale van dertien duizend, zes
-honderd negen en-vyftig werden ingeslagen, des niettegenstaande werd de
-bouwing zo spoedig voordgezet, (vooral na het oude huis, gelijk gezegd
-is, verbrand was,) dat de wethouderschap reeds op den 1 Augustus 1655
-er haare zitting in nam; evenwel had het gebouw toen nog geen dak, en
-er werdt nog eenigen jaaren lang aan gearbeid, eer gezegd kon worden,
-dat het geheel voltooid was; alles onder opzicht van de ontwerpers, de
-beroemde Jacobus van Campen, en Daniel Stalpert.
-
-Aan dit overheerelijk Stadhuis zijn de krachten der Bouwkunde uitgeput,
-waarvan de beschouwing zelve alleen kan overtuigen; het heeft, behalven
-de onderste verdieping, waarin de Wisselbank, gevangenplaatsen, en
-eenige kelders zijn, drie steenen verdiepingen en verwelfsels: de
-breedte bedraagt een tal van ruim 282 voeten, en de grootste diepte,
-naamlijk tusschen het voorste en achterste middenste uitsteeksel,
-bedraagt omtrent 236 voeten, de kleinste of zijdelijke diepte omtrent
-200½ voeten: zonder den toren is het gebouw weinig minder dan 117
-voeten hoog: alles wat boven den grond is, is zamengesteld uit witte
-Breemer en Bentheimer steen, aan alle kanten met eene toereikende
-hoeveelheid van glasraamen voordien: in ’t middenste uitsteekzel van
-den voorgevel zyn negen ronde boogen, zeven van welken tot ingangen
-dienen, de twee overigen zijn met ijzerene traliën gesloten; met vier
-steenen trappen gaat men tot deeze boogen op: in ’t middenste
-uitsteeksel van den achtergevel, heeft men eenen langwerpig vierkanten
-ingang naar welken men langs zes steenen trappen, voorwaards en ook van
-beide zijden opgaat: boven deezen opstal staan rondsom het gebouw
-negentig Romeinsche Colommen, ieder, met de cieraadjen, ruim 36 voeten
-hoog: boven deeze rij staat een gelijke talrijke rij Corinthische
-Colommen; alles met cierlijke festonnen tusschen beiden: op ieder’ hoek
-van het dak staat eenen koperen vergulden kroon, die door vier arenden
-gedragen wordt; langs de daken zyn twintig dakvensters en agttien
-schoorsteenen geplaatst: de middenste uitsteekzels van de voor- en
-achter-gevel, zijn ieder met een kap gedekt, waarin overheerelijke
-levensgroote marmeren beelden geplaatst zijn; op de lijst van den
-voorkap staan drie koperen beelden, naamlijk dat der Vrede, tusschen
-die der Voorzichtigheid en Rechtvaardigheid: op de achterkap staat
-tusschen de beelden der Maatigheid en Wakkerheid een Atlasbeeld, den
-hemelkloot torschende; de toren die rond en met agt halve Corinthische
-Colommen omringd is, staat in ’t midden boven den kap van den voorgevel
-op een vierkanten voetstuk, en is ruim 66 voeten hoog: op denzelven
-staat voor windwijzer het oude wapen der stad: de toren is met
-festonnen en andere sieraaden der bouwkunde getooid; ook heeft hy een
-kunstig uurwerk en klokkespel, op ’t welk driemaal ter week een uur
-gespeeld wordt; de ton van het werk weegt 4474 ponden.
-
-Het zoude ons bestek te veel gevergd weezen, wilde men eene
-beschrijving van het inwendige des gebouws van ons vorderen, wij kunnen
-er slechts iet weinigs van zeggen; de talrijke vertrekken, welken er in
-zijn, zijn allen der bezichtiginge overwaardig; eenigen van dezelven
-zijn vercierd met overheerelijke schilderstukken, en beschilderingen
-van de voornaamste oude meesters; de vroedschapskamer munt daarin boven
-alle anderen uit: op de wapenkamer zijn ook veele bijzonderheden te
-zien, voornaamlijk van oude wapenen, harnassen, enz.
-
-Vooral zijn bewonderenswaardig de beelden, waarmede de openbaare
-vierschaar, die in de onderste verdieping gevonden wordt, pronkt: men
-ziet er in door drie boogen, die half met gehouwene steenen
-toegemetseld, en half met getakte koperen tralien afgesloten zijn: de
-ingang ter zijde is door twee zwaare metaalen deuren gesloten; slangen,
-zwaarden, bliksems, als mede het oude en nieuwe wapen der stad,
-vercieren dezelve: het binnenwerk, zijnde een rechterstoel, bank,
-trappen, colommen, beeldwerk, enz. is genoegzaam alles van wit marmer
-gehouwen: onder het beeldwerk vertoonen zig Salomon’s gerecht,
-Seleucus, die zig ’t oog laat uitsteeken, en Brutus, die zijne zoons
-doet onthalzen, alles overkunstig gehouwen.
-
-Op de tweede verdieping munt uit de burgerzaal, over welken men tot
-alle de op die verdieping zig bevindende kamers, gaat; deeze zaal, die
-met twee zwaare koperen deuren gesloten wordt, is 120 voeten lang, en
-omtrent 57 voeten breed: te recht is van deeze zaal gezegd: „Alles
-blinkt hier van marmer, en andere kostbaare steen, zo kundig bewerkt,
-dat de mans- en vrouwe-beelden niet slechts, maar ook het fruit- en
-loofwerk, de bloemen, de korenschoven, de vogeltjens, het zeegedierte
-en duizenderleie aartigheden meer, den aanschouwer op ’t levendigste
-toelagchen:” midden op den marmersteenen grond, waren twee platte halve
-aardklooten van gekleurden steen en geel koper kunstig ingelegd, doch
-dezelve zijn door het beloopen reeds geheel verdweenen; een halven
-hemelkloot, mede kunstig van geel koper in denzelfden grond ingelegd,
-is nog heden te zien: het gewelfsel is fraai beschilderd; met één
-woord, deeze zaal doet op het eerste gezicht verstommen, en bij nadere
-beschouwing houdt zij de bewondering der kenneren onafgebroken bezig.
-
-Na het stadhuis verdient de Beurs genoemd te worden: zij is gebouwd op
-vijf overwelfde boogen, die in den Amstel, aldaar Rokin geheten, gelegd
-zijn: de middenste boog diende weleer ter doorvaart, doch in 1622 werd
-er een vaartuig met buskruid onder gevonden, aldaar gelegd zijnde, zoo
-men zegt, met oogmerk om het gebouw, als de kooplieden vergaderd waren,
-in de lucht te laaten springen, en daardoor de stad eene onherstelbaare
-schade toetebrengen; want men moet zig miet verwonderen als men hoort
-dat de kooplieden op één’ beurstijd somtijds millioenen maalen
-millioenen schats aan papieren bij zig hebben: na dien tijd is de
-gezegde doorvaart gesloten: de Beurs bestaat uit een vierkant plein,
-omringd van breede gaanderijen, wier verwelfsels op 46 pilaaren van
-blaauwen arduinsteen rusten; aan de zuidzijde pronkt het gebouw met een
-cierlijk torentjen, voorzien van een uurwerk: ’t gebouw is binnenswerks
-250 voeten lang, en omtrent 140 voeten breed; is in den jaare 1608
-aangelegd, in 1613 volbouwd, en in 1668 merkelijk vergroot: boven de
-gezegde gaanderijen is een zogenaamde Prentekamer; welke naam zij
-draagt om dat er veele winkelkassen op gemaakt zijn, die meest door
-prentekoopers in huur gehouden worden, en welken er ook dagelijks hunne
-voorraad uitstallen; enkel de kassen worden ook door galanteriekramers
-in huur gehouden: op dezelfde verdieping vindt men mede het stads
-schermschool.
-
-Op het Water staat een afzonderlijke beurs voor de korenkopers, die
-weleer slechts van hout was, doch in den jaare 1767 is deeze
-weggebroken, en een fraaje steenen beurs in de plaats gezet; zij is
-gebouwd in den smaak der groote, of koopmans beurs voornoemd: niet
-verre van deeze beurs, op de kolk, staat het Korenmeeters huis, zijnde
-een sierlijk vierkant steenen gebouw—achter de Korenbeurs, aan de
-andere zijde van het Water, vindt men het Stads Exijnshuis, dat mede
-een groot gebouw is, en met hardsteenen gevels pronkt: ’t is in 1637 en
-1638 merkelijk vernieuwd en vergroot—bij het zelve staat het
-Bierdragers huis van de oude zijde; dat van de nieuwe zijde staat op
-het Spui.
-
-Amsteldam heeft drie waagen: de oudste, zijnde een gebouw van ’t jaar
-1560, staat op den Dam, tegen over het stadhuis; boven deeze is de
-militaire hoofdwacht; de toegangen tot welke, zo wel als het bordes
-daarvoor, is in den jaare 1778 fraai van blaauw arduinsteen
-vernieuwd—De tweede waag staat op de Nieuwmarkt, en is de oude St.
-Anthonies poort, die in 1617 tot een waag bekwaam gemaakt werd: boven
-dezelve is de openbaare leerschool in de Anatomie, de Snijkamer
-genaamd; ook worden er veele vreemde dieren, gewassen, steenen,
-geraamten, enz. bewaard—de Heelmeesters hebben boven deeze waag ook
-hunne Gildekamer—De derde waag staat op de Botermarkt, en is de
-gewezene Regulierspoort, in 1668 tot een waag toebereid.
-
-Voor weinige jaaren is er ook nog een Waterwaag aangelegd, naamlijk op
-den Buitenkant bij de Kraansluis.
-
-Het Prinsenhof, of eigenlijker gezegd het Admiraliteits hof [3], was
-voorheen het St. Cecilien klooster, gesticht, naar het gevoelen van
-sommigen, tusschen den jaare 1342 en 1352; ’t gebouw pronkt nog met het
-torentjen van de kloosterkerk: in 1661 is het klooster bijna geheel weg
-gebroken, en op deszelfs grond het tegenwoordige prachtige hof gebouwd.
-
-Het Admiraliteits of ’s Lands zeemagazijn, staat aan den IJ-kant, op
-den hoek van Kattenburg; ’t is een ruim gesticht van den jaare 1655,
-zijnde 220 voeten breed, en 200 voeten lang: in 1790 brandde het van
-binnen geheel uit, doch ’t werd weldra weder in die orde gebragt,
-waarin wij het heden beschouwen: voor dit magazijn ligt het scheeps
-hok, binnen het welk de oorlogschepen die onttakeld zijn, opgelegd
-worden: er leggen altoos fraaje pronkschepen in: nog werkelijk is men
-bezig met de onderneeming om aldaar een dok te maaken, doch veelen
-deskundigen twijfelen aan den goeden uitslag daarvan—bij ’t magazijn is
-ook ’s Lands timmerwerf, zijnde dezelve omtrent 1500 voeten lang—Op een
-vrij grooten afstand van het magazijn, is ’s Lands Lijnbaan, benevens
-die der Oostindische Compagnie; het Huis dier Compagnie, op der hoek
-van de Hoogstraat, was tot den jaare 1605 het stads magazijn: het zelve
-is van tijd tot tijd vergroot—Het Zeemagazijn derzelfde Compagnie is
-een geweldig groot gebouw, in 1660 aan den IJ-kant aangelegd; achter
-het zelve ligt ’s Compagnies werf; haare Lijnbaan is op Oostenburg.
-
-De gebouwen der Westindische Compagnie, zijn het Huis, op de
-Garnaalsmarkt; haar pakhuis staat op Raapenburg, aan den IJ-kant:
-weleer hield deeze Compagnie haare vergadering in het gebouw op den
-Haarlemmerdijk, thans tot een Heeren Logement dienende: de gewapende
-Schutterij betrekt boven hetzelve des avonds eene wacht.
-
-Onder de groote stads gebouwen munt niet weinig uit de Lombard, of Bank
-van leening, staande op den Fluweelen burgwal: in 1548 dat het huis
-aldaar gebouwd tot een magazijn voor de huiszittenarmen; doch in 1614
-werd het tot een lombard bekwaam gemaakt, en in 1669 nog merkelijk
-vergroot: van de panden onder de ƒ 100 wordt slechts een’ penning van
-iederen gulden per week bepaald; van de panden boven de ƒ 100 tot ƒ 475
-wordt 7¼ ten honderd, en van panden van ƒ 500 en daar boven, wordt 6
-ten honderd ’s jaars betaald: door geheel de stad heen, woonen
-inbrengers of inbrengsters, die voor een bepaald loon, de panden,
-beneden de ƒ 100 aanneemen, en in de groote Lombard brengen.
-
-Vijf vleeschhallen waren er voorheen in Amsteldam, twee in de Nes; doch
-de kleinste dier twee is voor eenige jaaren weggebroken, en de groote
-tevens een goed gedeelte verlengd: de eene was weleer een kerkjen, St.
-Pieter toegewijd, gelijk de St. Pieters poort er nog tegen over is; de
-andere ’t Margareten klooster; de overige hallen staan op de
-Westermarkt, (boven dezelve is de hoofdwacht der wakende Schutterij,)
-op de Heeremarkt, en op de Botermarkt: de Jooden hebben nog eene
-afzonderlijke hal voor zig.
-
-Amsteldam heeft ook eene Laken- Zijde- en Saai hal, alwaar de lakens,
-baajen en karsaajen, gelood en gestaald moeten worden: zij staat in de
-Staalstraat, en was weleer de stads steenhouwerij.
-
-In de Kalverstraat, over den Heiligen weg, staat een Schrijnwerkers, of
-Kistemaakers pand; ’t was weleer een kerkjen tot het oud Leprozenhuis
-behoorende: de stad verhuurt het aan eenige baazen van het Kastemaakers
-gild, die er allerlei schrijnwerk in te koop stellen.
-
-De Vischmarkten zijn drie in getal, één aan de oude, en één aan de
-nieuwe zijde, (beiden voor zeevisch dienende,) en een rivier
-vischmarkt, in de Nes, ter plaatse alwaar weleer de kleine vleeschhal
-stond; zie boven.
-
-De Colveniers doelen, alwaar men in vroegeren tijd met vuurroers naar
-het wit plag te schieten, is thans een aanzienlijk logement, en voor
-eenige jaaren van vooren fraai vertimmerd: ’t was weleer eene sterkte
-aan den Amstel tegen de Utrechtenaars; blijkens ’t geen men in een’
-steen voor dezelve leest: naamlijk de woorden, Zwicht Utrecht.
-
-Nog zijn er twee andere Doelens, of Schutters hoven: de Hand- en
-Voet-boogs, op de Garnalemarkt, thans geschikt tot het Westindisch
-huis, voornoemd, en een aanzienlijk logement—tusschen de laatstgemelde
-beide doelens is één der vijf stads wapenhuizen; ten einde van de
-Brouwersgraft is een ander, dat geweldig groot is, en tevens tot een
-korenmagazijn dient; voords zijn aan drie afgelegene hoeken van de stad
-drie anderen.
-
-Vijf voornaame stadsherbergen zijn er in Amsteldam: De Nieuwe- en
-Oude-zijds heerelogementen, de Oude en Nieuwe herbergen aan het Y, en
-een in de plantaadje, die zeer vermaaklijk gelegen is, gelijk de
-plantaadje zelve een aangenaam oord is: voorheen waren in dezelve eene
-menigte kleine herbergjens voor den burger, doch deezen heeft men
-naderhand allen verboden; misschien oordeelde men dat de burger geene
-uitspanning noodig heeft—thans is ’t in de plantaadje intusschen veel
-ordentelijker, want het krielt er van bordeelen.
-
-De stad heeft ook een eigen Timmertuin, Steentuin, Steenhouwerij,
-Scheepstimmerwerf, Geschut- en Klokgieterij, en Proefwerf.
-
-De Nederduitsche Schouwburg stond weleer op de Keizersgraft, (zie
-hiervoor, bladz. 9.) doch zij werd in den jaare 1772 ten eenenmaale
-door de vlamme verteerd; een andere is kort na den brand op het
-Lijdsche plein aangelegd—op de Erwte markt is een fraaje Fransche
-Schouwburg, voor rekening van particulieren gebouwd; doch sedert
-eenigen tijd, mag dezelve niet gebruikt worden—in de Amstelstraat,
-bouwde men in den jaare 1790, een zeer goeden Hoogduitschen Schouwburg,
-doch dezelve heeft almede moeten sluiten: eerst door verloop van het
-fonds, thans ter oorzaake van de tijdsomstandigheden.
-
-Weleer waren in Amsteldam drie Doolhoven; doch twee derzelven zijn te
-niet geraakt; het Oude is nog aanwezig op de Prinsengraft bij de
-Loojersgraft: ’t heeft een zeer schoon waterwerk; ook vertoont men er
-eenige aloude geschiedenissen door beweegende beeldjens: er is een
-houten reuzenbeeld van ongemeenen grootte, en bewonderenswaardig fraai
-gewerkt.
-
-Behalven de kerktorens, en die welken op de poorten, het stadhuis, enz.
-gevonden worden, pronkt de stad nog met den Jan roodepoorts toren, op
-het Cingel: hij draagt den genoemden naam om dat aldaar weleer het Jan
-rooden poortjen stond: op denzelven is de gevangenplaats der stads
-militie—de Regulierstoren, aan het einde van de Kalverstraat en Cingel;
-hij is alzo genoemd om dat de Regulierspoort aldaar weleer stond: in
-1672 werd onder denzelven, om reden van de omstandigheden van dien
-tijd, een munt aangelegd; waarom men ook den toren nog de Muntstoren,
-en de daaraan gebouwde voornaame herberg, de Munt noemt: in deezen
-toren is een schoon klokkespel——De Haringpakkers toren, van ouds de
-Heilige kruistoren genaamd, staat aan den Y-kant, en wordt
-Haringpakkers toren genoemd, om de Haringpakkerij, die er nabij is; ook
-houden de keurmeesters van den haring in deezen toren hunne
-vergadering——de Schreiers toren, staat mede aan den Y-kant, en draagt
-zijnen naam, naar eene vrouw, die het schreiend t’scheep gaan van
-haaren man zo zeer ter harte nam, dat zij er krankzinnig van werd, welk
-voorval ook nog in een’ steen uitgehouwen, en in den torenmuur
-geplaatst, vertoond wordt—de Montalbaans toren staat op de Oude schans;
-de oorsprong van deezen naam is onzeker—de burgerij heeft hier ook eene
-wachtplaats.
-
-Drie Jagthavens die in Amsteldam gevonden worden, kunnen wij mede onder
-dit artijkel betrekken: de eene is bij de Oude stads herberg, de tweede
-aan den Amstel, voor de hooge sluis, of breede en aanzienlijke steenen
-brug, en de derde bij ’t burgerwachthuis, Keerweer genaamd, ten einde
-van Kattenburg; uit de twee eerstgemelden zeilt jaarlijks nog een vloot
-van kleine vaartuigen, alhoewel zulks thans mede niet met den ouden
-luister geschiedt.
-
-Van de stads Kraanen zouden wij, vereischte ons bestek die
-naauwkeurigheid, nog iet kunnen zeggen, thans gaan wij dat point met
-stilzwijgen voorbij; van de schutsluizen hebben wij reeds met een enkel
-woord gewaagd, en zouden meenen derhalven ons artijkel Wereldlijke
-Gebouwen hier mede te kunnen sluiten, ware het dat wij daaronder niet
-betrokken, de stads tuchthuizen en schoolen, waarvan wij nog een enkel
-woord moeten spreeken.
-
-Het eerste gebouw dat ons hierin voorkomt, is het Rasphuis, gemeenlijk
-het Boevenrasphuis, ook het Tuchthuis geroemd: hetzelve wordt gevonden
-op den Heiligen weg, en was weleer het Clarissen Klooster: in 1595,
-werd het tot een tuchthuis voor de mans bekwaam gemaakt: ’t is een
-gebouw allezins der bezichtiginge waardig, vooral wegens de orde welke
-er in heerscht, die te aanmerkelijker wordt, wanneer men nagaat dat de
-bewooners, eene talrijke hoop dier wezens zijn, welken op eene der
-uiterste grenzen van de vatbaarheden van den mensch staan, tot de
-ergste grouwelen in staat zijn, en echter binnen de muuren van dit
-huis, in behoorelijken tucht gehouden, ja zelfs tot Godsdienstoefening
-genoodzaakt worden.
-
-’T gewezene Ursulen klooster heeft jaaren lang gediend voor een vrouwen
-Tucht- of Spin-huis; doch bij den aanbouw van een groot stads Werkhuis
-op ’t Weesperveld, is hetzelve ten onbruike geraakt, in zo verre het
-tuchtigen van vrouwlieden betreft; thans dient het tot inquartiering
-van militie; de schuldige vrouwen worden nu in het algemeene Werkhuis
-voornoemd geplaatst.
-
-Het Willige rasphuis voor vrouwlieden, dat weleer aan den Y-kant stond,
-en ter weeringe van bedelaarij diende, niet alleen, maar ook ter
-gevangenplaatse van vrouwen, wier gedrag opsluiting verdiende, en wier
-naastbestaanden de kosten van een bijzonder Beterhuis niet konden
-draagen, almede door den aanleg van het voornoemde algemeene Werkhuis,
-ten onbruike geraakt zijnde, werd de grond daarvan bebouwd, met het
-allen lof verdienende Kweekschool voor de Zeevaart; eene instelling die
-Amsteldam eere aandoet, en ons ’t ons voorgeschreven bekrompen bestek
-doet betreuren; want gaarne weidden wij ten breedsten over het
-aanleggen van die lofwaardige schoole uit.
-
-Het Verbeterhuis, staat op de schans niet verre van het
-Weteringspoortjen; ’t was weleer een huis dat diende ter genezinge van
-die met schurft of kwaadzeer besmet waren; het huis dient voor
-particuliere opsluitingen, echter moet zulks geschieden op verlof van
-de Regeering, die ook den Vader van hetzelve aanstelt.
-
-Men heeft in Amsteldam voords een zeer aanzienlijke Doorluchtige
-schoole, (Athenæum illustre,) ’t gebouw was weleer een kerkjen van ’t
-Agnieten klooster, naderhand een pakhuis voor de Admiraliteit, waartoe
-de onderste verdieping nog gebruikt wordt; boven de leesplaats, is eene
-aanzienlijke stads boekerij, die eenmaal per week voor ieder openstaat;
-alle de boeken zijn met koperen kettingjens aan de kassen vastgemaakt.
-
-Voorheen waren in deeze stad twee Latijnsche schoolen, thans is er maar
-één, staande op de Cingel tusschen de Munt en den Heiligen weg: ’t is
-een gebouw dat allezins aan het oogmerk beantwoordt: naast hetzelve
-staat de wooning van den Rector.
-
-De Huiszitten- of Stads-schoolen verdienen hier ook aangemerkt te
-worden: zij zijn aangelegd voor de kinderen dier behoeftigen welke
-geene ledemaaten der Gereformeerden zijn, en derhalven niet door de
-Diaconie onderhouden worden, deeze heeft haare eigene schoolen.
-
-Boven de Vleeschhal in de Nes, is de vergaderplaats van de Opzieners
-over het Genootschap der Geneesmeesteren—de aanzienlijke stads
-Kruidtuin is in de Plantaadjen aangelegd.
-
-Na het aanstippen van alle deeze kweekschoolen der geleerdheid, waarbij
-wij veele andere particulieren zouden kunnen noemen, boven al het
-beroemde Vergaderingshuis der Maatschappy Felix Meritis, waarvan nader
-ons art. Bijzonderheden, zoude het niet onvoegelijk zijn hier
-vervolgends iet te zeggen van de geleerde mannen die de wereldberoemde
-stad Amsteldam uit haaren schoot heeft zien geboren worden; dan, het
-getal derzelven zoude eenige bladzijden vorderen die wij echter van ons
-bestek niet kunnen missen; ten allen tijde hebben de kunsten en
-weetenschappen in deeze stad gebloeid, en het welk te
-bewonderenswaardiger is, daar Amsteldam eigenlijk den troon des
-koophandels genoemd mag worden; ja nog heden, nu zij de gevaarlijkste
-verdeeldheid in haare ingewanden voelt wroeten; nu het gezicht van
-duizende krijgsknechten haar dagelijks verschrikt; nu zij telkens voor
-de gevaarlijkste uitbarstingen beeft, nu nog werkelijk tellen de
-Amsteldammers onder zig zulk een groot aantal geleerden, als zij
-mogelijk nimmer onder zig hebben kunnen tellen: vooral vindt men die
-loflijke voorwerpen in den achtingwaardigen burgerstand.
-
-
-
-
-KERKLIJKE REGEERING.
-
-Ingevolge onze gewoonte in het reeds afgewerkt gedeelte van ons
-uitgebreid plan, bepaalen wij ons hier ook weder alleenlijk tot de
-Gereformeerde, of Heerschende kerk in Amsteldam: deeze gemeente dan
-wordt bediend door 29 Predikanten, één van welken in de Hoogduitsche
-taale moet prediken: de Gasthuiskerk had weleer haar afzonderlijken
-Predikant; doch thans predikt deeze ook op zijn beurt in de andere
-kerken, gelijk de overige Predikanten ook de Gasthuiskerk op hunne
-beurt moeten waarneemen: de gewoone kerkenraad bestaat voords uit
-gemelde Predikanten, een gelijk getal Ouderlingen, waarvan jaarlijks de
-helft afgaan, gelijk ook van de Diaconen, die 42 in getal zijn, en een
-afzonderlijk Collegie uitmaaken, doch van den grooten kerkenraad ook
-leden zijn: den Diaconen zijn 12 Diaconessen toegevoegd, die voor al
-het vrouwlijke in dat groote ligchaam zorg draagen; voorheen zond de
-Wethouderschap twee Gemagtigden in den kerkenraad; doch sedert eenige
-jaaren vindt zulks geen plaats meer: in gevalle van eene vacature onder
-de Predikanten, worden Burgemeesteren om handopening tot het doen van
-een beroep verzocht; na bekomen verlof, maakt de gewoone kerkenraad een
-nominatie van drie, het zelfde doet het Collegie van Diaconen: deeze
-dubbelde nominatie wordt in den grooten kerkenraad tot een drietal
-gebragt, en daaruit wordt bij meerderheid van stemmen één verkozen, op
-welke verkiezing vervolgends de goedkeuring van Burgemeesteren verzocht
-wordt.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE REGEERING.
-
-Deeze bestaat uit een Collegie van 36 Raaden, of Vroedschappen, 4
-regeerende Burgemeesters, 9 Schepenen, en één’ Schout: eigenlijk zijn
-er 12, zo afgegaane als regeerende Burgemeesteren, die den Oud-raad
-uitmaaken, en hunne bijzondere functie hebben: de Vroedschappen
-behouden hunne post levenslang, doch Burgemeesteren en Schepenen worden
-jaarlijks, op Vrouwendag, veranderd: bij ’t afsterven van één’ der
-Raaden, wordt in de opengevallene plaats door het Collegie zelve eenen
-anderen verkozen: de Schout wordt door Burgemeesteren, na voorgaand
-besluit der Raaden, aangesteld, en blijft aan tot hij bedankt of
-overlijdt: er zijn nog vijf Onderschouten, waartoe de Hoofdprovoost van
-’t Aelmoesseniershuis, en de Waterschout, of Bailluw van ’t
-watergerecht, behooren: ieder deezer Onderschouten, gelijk ook de
-Hoofdschout hebben eenige gewapende dienaars onder zig; de
-laatstgenoemde heeft ook een’ Secretaris; de gemelde jaarlijksche
-verandering van regeerende Burgemeesteren geschiedt uit den Oud-raad
-voornoemd, (of zo die niet voltallig is, ook wel buiten dezelven,) door
-dien Raad zelven en door Oud- en regeerende Schepenen, bij meerderheid
-van stemmen: drie Burgemeesteren worden op gezegde wijze verkozen, en
-deezen verkiezen uit de vier van het voorgaande jaar een vierden tot
-President, welke post hij drie maanden bekleedt, vervolgens is ieder
-andere van drie tot drie maanden President: langer dan twee jaaren mag
-geen van hun dienen: van de 9 Schepenen, waarvan één President en één
-Vice-president is, gaan jaarlijks 7 af: tot het benoemen van 7 anderen
-vervaardigt de Raad een nominatie van veertien persoonen, waaruit door
-den Stadhouder 7 benoemd worden: een President en Vice-president worden
-vervolgends uit de Oud-schepenen verkozen.
-
-De wereldlijke Regeering van Amsteldam, bestaat voords in het Collegie
-van Thesaurieren Ordinaris, zamengesteld uit vier Oud-burgemeesteren;
-zij hebben opzicht over stads gelden, doen aanbestedingen,
-enz.—Thesaurieren extraordinaris: deezen ontvangen verpondingen,
-buitengewoone lasten, enz.—Weesmeesteren, zijnde Oud-schepenen,
-meestijds 8 in getal—Commissarissen van huwelijkszaaken—van de
-Rekenkamer—van de Assurantiekamer—Commissarissen van de Wisselbank, die
-van Kleine Zaaken, zittende over verschillen die beneden de ƒ 600
-gaan.—die van de Kamer van Zeezaaken—van de Desolate
-boedelkamer—Commissarissen van den grooten Excijns, dat is op graanen,
-gemaal, wijnen, azijn, bier, turf en koolen—voords Commissarissen over
-den honderdsten en tweehonderdsten penning; wij zwijgen nu van
-onderscheidene boden, secretarissen, clerken en verdere mindere
-bedienden: de Regeering van Amsteldam heeft voords twee Pensionarissen,
-waartoe gemeenlijk geleerde lieden, verkozen worden.
-
-Wegens de Colecten voor de armen, enz. is de Stad ook in eenige wijken
-verdeeld, en in iederen wijk zijn twee Wijkmeesters aangesteld, die
-hunne bijzondere diensten doen, vooral in het afgeeven van
-getuigschriften, waarvoor zij eene vrije bank in de kerken hebben.
-
-
-
-
-SCHUTTERIJ, enz.
-
-De Amsteldamsche Schutterij, is verdeeld in 5 Regimenten, ieder van 12
-Compagniën of Vendels, naamlijk het blaauwe, ’t oranje, het witte, ’t
-geele en ’t groene regiment; ieder regiment heeft 5 compagnien, en
-iedere compagnie bestaat uit 100 man, derhalven zijn er 6000 wakende
-Schutters, in 60 wijken verdeeld: behalven dat zijn er nog 4 compagnien
-buiten de stads poorten doch binnen derzelver vrijheid: ieder der
-gezegde compagniën, (in drie Corporaalschappen verdeeld) heeft een
-Capitein, een Lieutenant, een Vendrig, drie Serganten, enz.: over het
-geheele ligchaam der schutterij zijn twee Colonellen aangesteld, die
-met de 60 Capiteinen, en 60 Lieutenants den vollen krijgsraad
-uitmaaken, welke op het stadhuis hunne vergaderplaats heeft: van ouds,
-en dat billijk was, had de gewapende schutterij verscheidene
-voorrechten, ook werd zij, als ’t ligchaam der Gemeente verbeeldende,
-in gewigtige gevallen, den welvaart der stad betreffende, door
-Burgemeesteren geraadpleegd; doch dat loflijk gebruik is door den tijd
-geheel te niet gelopen. Sedert de gezegende omkeering van zaaken moet
-de gewapende burgerij oranje cocarden draagen.
-
-Behalven deeze gewapende schutterij, houdt de stad nog eenige
-compagniën soldaaten in dienst, die dag en nacht de poorten en andere
-posten bezetten, als mede een corps kanonniers: thans, bij gelegenheid
-van de gezegende omkeering, en tegenwoordige vrees voor het uitbarsten
-van de morringen des volks, heeft zij bestendig een talrijk garnisoen
-binnen haare muuren.
-
-De Stad wordt boven dat alles des nachts door eene omgaande gewapende
-ratelwacht bewaakt: deeze heeft vier wachthuizen, of corps de garden:
-op alle de torens waaken des nachts ook trompetters, die als er brand
-ontstaat zulks terstond ontdekken, en er door hun trompet, enz. de
-ratelwachts kennis van geeven, welken vervolgends ieder in zijne wijk
-brand moet roepen, na den ratel buitengewoon lang geslagen te hebben;
-zij moeten ook de lieden die tot het brandwezen behooren wekken: er
-zijn eene menigte brandspuiten zo in als buiten om de stad voorhanden,
-tot welken een toerijkend getal brandmeesters, en mindere brandgasten
-aangesteld zijn: alle deeze lieden verdienen den lof van zo
-onvoorbeeldig vigilant te zijn, dat bij geen menschen geheugen, in
-gevalle van brand, meer dan het erf waarin het ongeluk ontstaan is, ten
-prooje der vlamme is geworden.
-
-Bij deeze nachtlijke voorzorg, kunnen wij ook voegen dat de stad, zodra
-des avonds het duister valt, door eene groote menigte lantaarns op
-paalen gesteld verlicht wordt: voor weinig tijds heeft men eene nieuwe
-soort van lantaarns, die ongemeen veel lichts geeven, beginnen
-intevoeren, doch daarmede schijnt men niet verder voordtegaan: sommigen
-van deezen zijn aan uitsteekende ijzerene armen gehangen, anderen
-hangen aan gespannene touwen dwars over de straaten; het getal van
-deezen is echter maar gering.
-
-
-
-
-De
-
-GILDEN,
-
-Die in Amsteldam gevonden worden, zijn weinig minder dan 50 waaronder,
-bij voorbeeld dat van de schilders, waarin meer dan 800 baazen zijn; de
-leden van het wijnkoopers gild zijn ongelijk veel meer; ieder heeft
-zijne Overlieden, bijzondere keuren en gildewetten; doch niet weinigen
-van deeze broederschappen klaagen dat zij naar behooren bij die hunne
-keuren en wetten niet gemaintineerd worden; althans maaken de Jooden er
-groote inbreuk op.
-
-
-
-
-De
-
-VOORRECHTEN
-
-Der Amsteldammeren zijn veelen, alle welken echter door hen niet
-genoten worden: bij verscheidene Graaflijke privilegiën werden zij door
-gantsch Holland, Zeeland en Vriesland, vrijverklaard van de Graaflijke
-tollen, mits ze kunnen aantoonen jaar en dag poorters geweest te zijn:
-poorters van Amsteldam mogen, benoorden de Maaze ten platten lande, in
-persoon noch goederen bekommerd worden, ten ware zij op dieverij of
-vechterij betrapt wierden: van ouds konden zij voor niet meer dan
-honderd ponden uit hunne goederen verbeuren: Amsteldamsche poorters
-kunnen in verscheidene steden, volgends onderlinge overeenkomsten,
-ervenissen beuren zonder tot betaaling van Exu-geld gehouden te weezen,
-als te Dord, Haarlem, Delft, Leiden, Rotterdam, Schoonhoven, Briel,
-Alkmaar, en meer andere steden—In 1547 werd die van Amsteldam de
-vrijheid verleend van in de Zuiderzee te mogen visschen, mids zig
-bedienende van netten die de bepaalde wijdte hadden, en geen versmoorde
-visch aan land brengende, enz.
-
-Wat zullen wij voords aantekenen van de
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN EN VERMAAKEN,
-
-Die onder de Amsteldammers uitgeoefend, en genomen worden!—hunnen
-koophandel zouden wij vooral ten breedsten moeten beschrijven, ware het
-dat wij onzen leezer een voldoend denkbeeld van die bezigheden wilden
-geeven; dan hier staat ons bekrompen bestek ons weder in den weg: de
-handel der Amsteldammeren bestaat niet alleen in het vertier der waaren
-die in de stad gemaakt, bereid, gebragt en gebruikt worden, van welker
-menigte het groot getal hunner gilden ten voorbeelde verstrekt; maar
-ook komt daar bij het ontvangen en verzenden van goederen binnen deeze
-Landen, die men den binnenlandschen handel noemt; ten derden bestaat
-hun handel in het ontvangen en verzenden van alles wat de vier
-werelddeelen opleveren; voornaamlijk worden de beide eerste gedeelten
-van hunnen handel aangekweekt door de vrije jaar- en verscheidene
-week-markten, welken zij houden: de menigte van pakhuizen die alomme
-gevonden worden, getuigt mede van hunne uitgebreide commercie——van
-deeze in ’t algemeen genomen moeten als hoofdtakken beschouwd worden de
-O. en W. I. Compagniën, hunne vaart op Groenland en Straat Davids, en
-andere takken meer; zodat Amsteldam met recht den naam van wereldstad,
-als door geheel de wereld haaren handel uitbreidende, draagt;
-hoogstbeschreienswaardig is het intusschen, dat men, wil men de
-waarheid niet in het aanzicht hoonen, moet bekennen dat geheel haar
-uitgebreide handel in verval is, en vooral haare O. en W. I. Compagniën
-in zulk eenen deplorabelen staat zijn, dat desaangaande Amsteldam van
-voor ééne eeuw, hemelsbreedte verschilt met Amsteldam in onzen tijd.
-
-Behalven met den koophandel geneert zig Amsteldam met allerleie
-fabrieken, kunsten, weetenschappen en handwerken, (’t getal der
-zagenmolens rondom de stad is 80,) zodanig dat men niet gemaklijk iet
-zoude kunnen bedenken het welk men in deeze stad niet kan bekomen; wat
-intusschen haare fabrieken betreft dezelven zijn mede in een
-allerjammerlijkst verval.
-
-Alle stadsvermaaken die bedacht kunnen worden zijn die van de
-Amsteldammers.
-
-
-
-
-GESCHIEDENISSEN.
-
-Daar wij van de geheele beschrijving van het weleer zo magtige
-Amsteldam, maar een zeer kort uittreksel kunnen geeven, zullen wij ons
-althans in het spreeken over haare geschiedenissen, die zo wel in het
-kerklijke als wereldlijke zeer veelen zijn, ongemeen moeten bepaalen,
-en alleenlijk iet van de hoofdtrekken daarvan kunnen aanstippen—In de
-dertiende eeuw dan is Amsteldam reeds tot een tamelijk dorp of steedjen
-aangegroeid; jammerlijk werd het toen verwoest, ter wraake van den
-bekenden moord aan Graave Floris den Vijfden, waaraan Gijsbrecht, Heer
-van Amstel, medepligtig was: deeze echter bouwde het daarna weder op,
-en voorzag het van houtene vesten en bruggen, doch ook die zijn arbeid
-werd omtrent den jaare 1299, door de Kennemers en Waterlanders in
-koolen gelegd: in 1304 verviel ’t opkomend Amsteldam in ’s Graaven
-ongenade, ter oorzaake van ’t ontvangen van eenige ballingen, en het
-moest ter straffe alle zijne bruggen en vesten weder afbreeken, eene
-boete betaalen, en de vrijheid van te markten missen: in de
-eerstvolgende vijftig jaaren kwam het echter weder in groot aanzien,
-zodanig dat het reeds verscheidene voorrechten ontving: na het
-verdrijven van den Heere van Amstel, kwam het aan de Graaflijkheid, en
-vóór het einde der veertiende eeuw begon het door den koophandel reeds
-merkelijk te bloejen: in 1391 bezaten de Amsteldammers reeds een stuk
-lands op ’t eiland Schoonen in Deenemarken: in 1405 konden zij hunnen
-Graave reeds merkelijken dienst doen, en drie jaaren daarna, rustten
-zij met die van Kampen twee schepen uit, om hunne koopvaarders tegen de
-zeevaart te beveiligen: toen de Hoeksche en Kabbeljaauwsche factie,
-geheel het Land beroerde, kreeg Amsteldam een aanmerkelijk deel in de
-gevolgen van dien twist: in de maand April des jaars 1421, verbrandde
-ruim een derde gedeelte van de stad, met het Raadhuis, de Nieuwe Kerk
-en eenige andere Godsdienstige gestichten: het zelfde noodlot, echter
-niet zo geweldig, trof haar in 1452: in 1426 hielpen de Amsteldammers
-Filips den Goeden, Hoorn ontzetten, en niettegenstaande de teistering
-van den gezegden twistgeessel, nam hun bloei zo aanmerkelijk toe, dat
-zij in 1438 alleen twintig oorlogschepen in zee bragten; ook werden zij
-in den steeds voordduurenden krijg meer en meer geducht: in 1548
-behaalden zij groote overwinning op de Utrechtenaars, waarvan de
-Kloveniers doelen nog getuigt: (zie hier voor, bladz. 20) ook werd
-omtrent dien tijd de stad aanmerkelijk uitgelegd, en met muuren en
-torens omringd: na in den Gelderschen oorlog geen gering deel gehad te
-hebben, was haar aanzien reeds zodanig toegenomen, dat verscheidene
-Vorsten haar veele voorrechten, allen den handel betreffende,
-toestonden, ook was omtrent het einde der vijftiende eeuw het getal der
-Graaflijke gebouwen binnen der stede vesten zodanig toegenomen dat er
-besloten werd geene nieuwen meer aanteleggen.
-
-In en omtrent den jaare 1530 was de onverdraagzaamheid in het stuk van
-den Godsdienst hier nog zo groot, dat onder anderen het drukken van ’t
-Nieuwe Testament naar de vertaaling van Luther verboden werd, op
-straffe van ooguitsteeking en handafkapping; ook maakten de
-Wederdoopers op verscheidene plaatsen van Nederland groote beroerten,
-wegens Godsdienstige verschillen; te Amsteldam liepen er vijf met
-ontblotene zwaarden door de stad, den zegen over de rechter en den
-vloek over de linker zijde derzelve uitroepende, weinig tijds daarna
-liepen zij moedernaakt door de stad, (zij hadden hunne klederen
-verbrand,) wee en ach! uitroepende, en de straf die sommigen van hen
-ondergingen, van onthoofd of verdronken te worden, konde hen echter van
-hunne krankzinnige dwaaling niet terug brengen; integendeel gingen zij
-daarin zo onvoorbeeldig voord, dat zij in den jaare 1535 een’ aanslag
-smeedden om Amsteldam te overvallen; den toeleg werd wel ontdekt doch
-konde niet geheel gestuit worden; zij overrompelden het stadhuis, het
-geen echter door de gewapende burgerij hun weder ontweldigd werd; een
-eisselijke straf ondergingen de geenen die men gevangen kreeg; onder
-hen bevond zig zekeren Jacob van Kampen, die zig Bisschop van Amsteldam
-had laten noemen; hem werd eerst de tong uitgesneden, en hij zelf
-voords leevendig verbrand—onlusten van minder belang door eenigen om
-verscheidene redenen misnoegden, voorbijgaande, naderen wij het
-tijdperk waarin onze stad niet weinig had te lijden door den hevigen
-twist over Roomsch en Onroomsch; de Amsteldammers waren zo sterk tegen
-de Onroomschen gekant dat deezen het nog niet hadden durven waagen er
-te prediken; doch daartoe gingen zij echter eindelijk over, met dit
-stoute gevolg dat zij in 1566 de beeldstorming in de Oude kerk
-begonnen, en zig zo ontzachlijk wisten te maaken dat de Wethouderschap
-hun het vrij buitenprediken toestond; doch daarmede niet voldaan,
-ondernamen zij het plonderen van twee kloosters, en gedroegen zig zo
-onrustig dat men moest goedvinden in 1567 een verdrag met hun te
-tekenen——na eene en andere tusschengebeurtenis, waaronder zelfs die, en
-welke geen geloof verdient, dat sommige weeskinderen eene bezetenheid
-trof, waarbij zij grouwelijke gezichten trokken, tegen de wanden
-opvlogen, en ook (NB.) uitheemsche taalen spraken, en lispende
-vertelden wat op ’t zelfde oogenblik elders in de Vroedschap
-geschiedde, trof in 1570 Amsteldam een deerlijk lot door een zwaaren
-watervloed; een zelfd lot trof haar in 1593, waardoor zij ontzaglijke
-schaden in haaren scheepvaart leed; geduurende deeze en andere tusschen
-gebeurtenissen, zeggen wij, kwam de bloedhond Alva in ’t Land, en de
-vervolgingen om het geloof werden ten allergrouwelijksten, vooral
-binnen Amsteldam voordgezet: hij eischte eene schatting van de stad die
-zij niet konde opbrengen, en zij werd deswegen in eene boete van 25,000
-guldens verwezen; desniettegenstaande bleeven de Amsteldammers de zijde
-der Spaanschen houden, waardoor zij niet weinig van de Staatschen
-hadden te lijden: Alva, te zeer met schulden bezwaard, verliet haar
-heimelijk, en bragt daardoor veelen der rijkste inwooneren tot den
-bedelzak: in 1577 lagen de Staatschen het toe om de stad bij verrassing
-te bemagtigen; doch die toeleg mislukte, evenwel werd zij ten volgenden
-jaare gedwongen zig bij verdrag overtegeeven: hier over ontstond echter
-weder zo hoog een verschil dat de Onroomschen zig verstoutteden, (25
-Mei 1578) het stadhuis te overweldigen, en de Wethouderschap met eenige
-Geestlijken ter stad uittedrijven: in 1581 en vervolgends had Amsteldam
-niet weinig deel in het ontwerp om de Graaflijkheid aan Willem den
-Eersten optedraagen, zij maakte er naamlijk zwaarigheid in, en ’s
-Prinsen onverwachte dood deed geheel de zaak achterblijven: in 1585
-werd met eene tweede vergrooting der stad een aanvang gemaakt, en in
-hetzelfde jaar, trachtte de schelmsche Leicester, een Gezant van
-Engeland, zig van eenige voorstanders der vrijheid meester te maaken;
-doch de waakzaamheid der Wethouderschap en Burgerij deed hem in dat
-gevloekte oogmerk niet slaagen: zo zeer nam Amsteldam, niettegenstaande
-alle de gemelde folteringen, in bloei en volkrijkheid toe, dat haare
-muuren in 1593 nogmaals, ook andermaal in 1612, en nog eens in 1658
-uitgezet werden; sedert is de stad alleenlijk binnen haare muuren meer
-en meer bebouwd: in 1595 was er zo groot eene schaarsheid van graan,
-dat Burgemeesteren zig onderling met eeden verbonden, de waare
-gesteldheid daarvan voor de ingezeten verborgen te houden: in 1602
-gevoelde men zo hier als elders eene zwaare aardbeeving; het zelfde
-gebeurde in 1692. De bekende onlusten tusschen de Remonstranten en
-Contra-Remonstranten, ten tijde van het bestand, stortten onze goede
-stad weder in grouwzaame beroeringen, ja zelfs tot plondering toe: in
-1629 werd een veroverde zilvervloot binnen haare muuren gebragt, en,
-niet zonder groote opschudding onder het bootsvolk verdeeld; in 1650,
-ontstond er verschil tusschen de stad en Prins Willem den Tweeden,
-waarom deeze dorst besluiten en ook onderneemen Amsteldam te
-bemagtigen, en naar zijne hand te zetten, doch zijn aanslag mislukte
-hem, en hij moest terug keeren, na op deeze wijs zijn’ stamhuis een
-onuitwischbaare schandvlek aangewreven te hebben: verscheidene maalen
-is Amsteldam ook door de pest aangetast geworden, en wel allerhevigst
-in den reeds gemelden jaare 1602, toen er in één week meer dan 700
-menschen aan stierven; in 1663 en 1664, sleepte die geduchte bezoeking
-eene ontzachlyke menigte van inwooners ten grave; in 1610 was er weder
-zulk een hoogen watervloed, dat het water door de Warmoesstraat
-bruischende heen liep: in 1619 ontstond er een oproer over de
-boterpacht, doch dezelve was van geen groot gevolg, en in 1625 was er
-weder zo hoog een vloed dat het water op den Dam stond; het zelfde lot
-tastte de stad in 1637, en andermaal allergeweldigst in 1640 en 1651
-aan: ten volgenden jaare verbrandde het stadhuis, zo dat er alleenlijk
-de muuren, en een gedeelte van den toren staan bleeven: in 1653 was het
-verval van koophandel alhier zo groot, dat er, volgends sommigen wel
-3000 huizen ledig stonden; in 1654 werd alhier den vrede met den
-beruchten Cromwel afgekondigd, en met alle tekenen van vreugde werd
-geheel den dag doorgebragt: om het gemeen te behaagen deed men de
-trompetters het bekende deuntje Wilhelmus van Nassouwe blaazen, doch
-zorgvuldig hield men voor den volke verborgen dat de vrede eerst zijn
-beslag gekregen had, na de overlevering van de acte van Seclusie of
-uitsluiting van den Prinse van Oranje, bekend onder den naam van ’t
-Eeuwig Edict: na dien tijd zijn er te Amsteldam verscheidene maalen
-grouwzaame branden ontstaan, gelijk het ook te meermaale door
-vreeslijke watervloeden geteisterd is geworden: alle de kruidstooven
-die in haaren omtrek of nabijheid gestaan hebben, zijn de eene voor en
-de andere na in de lucht gesprongen, tot merkelijk nadeel en
-verschrikking der goede inwooneren; de aanmerkelijkste zwaare brand
-binnen de stads muuren voorgevallen is die van den Hollandschen
-Schouwburg, in den jaare 1772; deze indedaad was allerijsselijkst,
-niettegenstaande de ongeloovelijke vigilantie in het aanvoeren van alle
-de stads brandspruiten; en deeze allerbeschreienswaardigste gebeurtenis
-deed weldra zien, bij het in ’t licht verschijnen van zekere versen,
-dat Amsteldam binnen haare muuren nog zulke lieden huisvestte, die,
-niettegenstaande de stad een tempel van kunst en weetenschap genoemd
-moge worden, en veele fraaje vernuften er zig bezig houden met het
-loflijk werk van de verlichting des menschdoms; zulke lieden zeggen
-wij, die, desniettegenstaande, het akelige afbranden van den schouwburg
-hielden voor eene rechtvaardige bezoeking Gods, voor eene kasteiding
-van zijne hand, ja voor eene wraak zijner vleklooze heiligheid over de
-boosheid welke in zulk een gebouw gepleegd wordt—grouwelijke,
-god-onteerende gedachten! zo verfoejelijk als dom! intusschen was door
-de vlam eene overgroote somme gelds vernield, terwijl de bestuurderen
-nog bezig waren veele duizenden te vertimmeren, of liever te
-verspillen; want eerst van binnen eene geheel andere schikking van
-plaatsen gemaakt hebbende, was nu kortlings alles weder op den ouden
-voet gebragt: ter oorzaake van welke omstandigheid, of mogelijk, (en
-dit zouden wij liever gelooven,) om dat de brand ontstond onder het
-speelen van eene Vlaamsche troup tooneellisten, aan wien het gebouw
-toen voor het zomer- of zogenaamd stilstaand saisoen, verhuurd was,
-zeker vernuft, bij gelegenheid van den brand, deeze twee regels uit
-zijne scherpe penne liet vloejen:
-
-
- De hommels rooven hier het eêlste van de beiën,
- Daar de oude stok om zucht; de weezen om staan schreien;
-
-
-Hij zinspeelde op het onderschrift, onder het blazoen van den
-kunsttempel:
-
-
- De beiën storten hier het eêlste dat zij leezen,
- Om d’ouden stok te voên, en ouderlooze weezen.
-
-
-In 1672, de Staat in oorlog met Frankrijk gewikkeld zijnde, hield onze
-stad, onder anderen allen vredehandel met dat Rijk tegen; dit gaf door
-de aannadering des vijands gelegenheid, dat Amsteldam rondsom onder
-water gezet, en in staat van tegenweêr gebragt werd: in 1681 kwamen ter
-oorzaake van de Geloofsvervolgingen in het gemelde Rijk, eene groote
-menigte Fransche vlugtelingen herwaards, die allen wèl ontvangen, en
-zelfs met vrijdom van stads excijns voor den tijd van drie jaaren
-beschonken werden: vijftien jaaren daarna, (in 1696) ontstond er een
-geweldig oproer over zekere keure bij de Wethouderschap op ’t begraaven
-der dooden gemaakt, en ’t welk van dat gevolg was dat de keure
-ingetrokken moest worden, niettegenstaande men eenige der belhamels
-strafte: in de drie volgende jaaren, 1697, 1698 en 1699, was er te
-Amsteldam weder eene nijpende schaarsheid van graan, zodanig dat
-Burgemeesteren den uitvoer zelfs tot buiten den boom verboden: in den
-jaare 1720 had Amsteldam niet weinig te lijden door een verregaande
-zucht voor den actiehandel, waardoor duizenden zig totaal ruineerden,
-en waaruit groote beroeringen ontstonden: wij behoeven niet aantevoeren
-wat er in Amsteldam wegens de verkiezing van Willem den Vierden Prins
-van Oranje, tot het Erfstadhouderschap is voorgevallen, hetzelve is
-overgenoeg bekend: de stad echter heeft daarover minder geleden dan
-veele andere Nederlandsche steden; doch de verandering in ’t begeeven
-der Amten was voor haar van groter gevolg; men begeerde dezelven aan de
-Staaten van Holland opgedragen te hebben, waartoe de Stads Raad, om het
-voordeel dat er de stad van trok, niet wilde verstaan; de beruchte
-Porceleinkooper Daniel Raap, begon nu eenen hoofdrol te speelen; hij
-ontwierp een request aan de vroedschap, ter ervelijkverklaaring, (in de
-manlijke en vrouwlijke linie,) van het Stadhouder- Capitein- en
-Admiraalschap-Generaal, het verkoopen der amten ten voordeele van den
-Lande, een vrijen krijgsraad, en het herstel der gilden in hunne
-voorrechten; Raap nam alle mogelijke middelen ter hand om in zijn
-oogmerk te slaagen, doch hij vond overal grooten tegenstand, tot op
-zijne besteeking een menigte volks op den Dam vergaderde, het raadhuis
-instooven en geen gering geweld gebruikten; onder anderen stak het
-gespuis, in de plaats van de roede van justitie een ragebol ten
-venstere uit; zij lagen op de regeeringskussens in dezelven; doch zodra
-zij door eenige gewapende schutters aangevallen werden, namen zij in
-aller ijl de vlugt, evenwel volgde de toestemming tot het
-Erfstadhouderschap eenige dagen daarna: in 1648 verhief zig een
-dergelijken storm tegen de pachters, en in denzelven werden eenige
-huizen deerelijk geplunderd, op welke schenddaad ook eene voorbeeldige
-strafoefening volgde, waarbij eene oproerige beweeging ontstond, die
-een groot getal der zamengevloeide aanschouweren het leven kostte.
-
-In 1756 gevoelde men hier weder eene aardbeeving, die geen geringe
-ontsteltenis veroorzaakte: in 1762 ontstond er brand in het stadhuis,
-welke echter nog gelukkig bij tijds gestuit werd: omtrent den jaare
-1758 had de Nederlandsche Koophandel, waarvan de Amsteldamsche beurs de
-voornaamste zuil is, niet weinig te lijden door het onredelijk gedrag
-der Engelschen, die het niet genoeg was, weerlooze schepen optebrengen,
-te plonderen, verbeurd te verklaaren, maar ook ontzagen ze der Staaten
-vlagge niet, het geen, onder anderen, de Amsteldamsche kooplieden
-noodzaakte zig, desaangaande, bij requeste aan ’s Lands vaderen te
-adresseeren; de Heeren Bewindhebberen van de Westindische Compagnie,
-voegden hunne klagten bij die der kooplieden; ter staavinge van alle de
-klagten werden drie lijsten van genomene, geplonderde of onrechtmaatig
-gecondemneerde schepen, allen te Amsteldam in ’t bijzonder t’huis
-behoorende, ingeleverd, op de eerste lijst stonden
-
-
- 21 Schepen ter schade van ƒ 3:557.500:-:-
- 2de lijst 35 ——— ——— ——— 5:144.000:-:-
- 3de lijst 100 ——— ——— ——— 439.191:6:-
- ---------------
- Dus 156 Schepen ter schade van ƒ 9:140.691:6:-
-
-
-Met reden was des het geroep om redres zeer groot, evenwel kwam het
-niet, het geen bij veelen den lust tot den koophandel geheel deed
-verflaauwen, tot merkelijk nadeel van Staat en stad: de gezamentlijke
-kooplieden van Amsteldam, Dordrecht en Rotterdam, leverden hunne
-klagten desaangaande in bij Mevrouwe de Gouvernante, maar kreegen wel
-verzoek om uitstel van verdere klagten, doch geene hulp: meermaals
-werdt in ’t vervolg over het zelfde ongelijk geklaagd, doch telkens
-zonder eenig wenschelijk succes niet alleen, maar zelfs kreegen de
-klaagers het grievend antwoord, dat het voor de Vrouwe Gouvernante een
-point d’honneur geworden was, te stemmen in de vermeerdering van
-landmagt, (dit was toen een tweede zaak in verschil,) en zonder de
-voldoening daarvan te erlangen, voor geene vermeerdering van zeemagt
-konde stemmen; dat men voords de kooplieden niet zoude vleien, met de
-teruggaven der schepen en goederen door de Engelschen genomen.... dan,
-dus voordgaande zouden wij niet alleenlijk te breedvoerig worden, maar
-ook de afzonderlijke geschiedenis van onze stad te buiten treeden; wij
-hebben dit alleenlijk tot dus verre willen boeken, om onzen Leezer
-eenigzins te doen beseffen, hoedanig Amsteldam ten dien tijde in de
-zenuw van zijn bestaan verdrukt werd.
-
-Onder het Stadhouderschap van Willem den Vijfden, die zijne moeder
-opvolgde, gedroegen de Engelschen zig niet beter; daarbij kwam nog de
-twist tusschen Engeland en zijne Americaansche Colonien, welke oorlog
-zo veel invloeds op den staat van ons Vaderland gehad heeft: in 1775
-was er weder een grouwzaam hoogen watervloed, doch nu op zijn hoogst
-gekomen zijnde, bespeurde men zonderling de hand Gods ter verlossinge;
-want schoon het water tot des morgens ten 9 uuren 20 minuten had moeten
-rijzen, begon het des morgens ten 6 uur reeds te daalen, en Amsteldam
-werd daardoor van het ijsselijk dreigende gevaar verlost.
-
-De voorgemelde schandelijke gedragingen der Engelschen gevoegd bij
-hunnen oorlog met America, hadden in 1780 hier ter stede een algemeene
-morring veroorzaakt; en alle de woelingen liepen uit op de bekende
-oorlogsverklaring van het Britsche Hof aan onzen Staat, in welken
-oorlog Amsteldam, in gevolge de voornaame plaats welke zij in de
-Republiek bekleedt, een aanmerkelijk deel had; de meesten van onze
-tijdgenooten hebben de akelige omstandigheden waarin Amsteldam sedert
-gedompeld geweest is, beleefd; ook kan de gezegde Engelsche oorlog de
-oorzaak genoemd worden, van alle de vorderingen van het Patriotismus
-tot herstel van de misbruiken in ’s Lands wettige constitutie, in welke
-vorderingen zij door eene tegengestelde partij bestendig gedwarsboomd
-werden: ieder weet dat Amsteldam in alle gevallen in de zaak des
-Vaderlands heeft uitgemunt; nergens is de wapenhandel met zo veel
-luisters geoefend; maar ook nergens heeft de omkeering van zaaken zulk
-een sensatie veroorzaakt; nergens zijn de Pruissische soldaaten met zo
-groot een bewondering als verbazing ontvangen; doch ook nergens heeft
-het hun zo veel gekost, eer zij zig konden doen gelden——wat nog
-dagelijks in Amsteldam voorvalt, is ons allen bewust—wij vinden goed
-desaangaande niet meer te zeggen:
-
-
- Menig held, beroemd in ’t strijden,
- weet te vlugten op zijn’ tijd—
- Weet dan schrijver ook te zwichten,
- daar gij ook in ’t strijdperk zijt—
- Strijdperk waarin ook kan winnen,
- die de minste krachten heeft;
- Vaak ziet men bij u dat de oude,
- voor den zwakke zuigling beeft;
- Letterheld! gehard in ’t strijden,
- ga dan vlugten op zijn’ tijd,
- Toon dat gij ten nutt’ van veelen,
- in het letterstrijdperk zijt.
-
-
-Ik herinner mij deeze regelen, en zwijg.
-
-
-
-
-Wat ons artijkel
-
-BIJZONDERHEDEN
-
-Betreft, geheel Amsteldam verdient den naam van bijzonderheid, het geen
-den vreemdeling, zo hij kan zeggen de stad gezien te hebben, gereedlijk
-zal toestemmen: intusschen kunnen wij niet nalaaten het reeds gemelde
-gebouw der aanzienlijke Maatschappij Felix Meritis hier te noemen, als
-een kunsttempel van bijzondere lieden die de bewondering van de
-ervarenste reizigers en bouwkunstenaaren wegdraagt: deeze loflijke
-maatschappij, die boven alle anderen in het kunstkweekend Amsteldam
-uitmunt, heeft haaren aanvang genomen in 1777, op de Lelijgracht;
-vervolgends is zij verplaatst op de Flueele burgwal, bij de Illustre
-school, en sedert November 1788, in haar nieuw en reeds beroemd gebouw
-op de Keizersgracht, ’t welk zig thans in al deszelfs luister voor
-onzen geest vertoont, en dat wij gaarne breedvoeriger zouden
-beschrijven, alzo ’t zulks overwaardig genoemd mag worden; dan, niet
-alleen verbiedt ons bestek ons hetzelve; maar ook zouden wij andere
-Maatschappijen, even nuttig in haare inrichting, en in de daad nuttiger
-in haare uitwerkselen, ofschoon niet zo prachtig gehuist, daardoor
-schijnen te vernederen; wenschlijk ware het dat de uitwerkselen van de
-Maatschappij Felix Meritis zo verre boven die van andere Maatschappijen
-in Amsteldam verheven ware, als haar gebouw boven die van de bedoelde
-Maatschappijen uitmunt, dan zeker zoude het prachtige gebouw nog meer
-uitzondering verdienen; zo veel zij er dan van gezegd, dat het allezins
-trotsch en kundig is aangelegd: de concertzaal onder anderen met
-uitzondering, men getuigt van deeze dat zij in geheel Europa haare
-weêrgaê niet heeft.
-
-Den 31 October des laatstgemelde jaars (1788) wierd het gebouw
-ingewijd, in gezegde concertzaal, door den Hoogleeraar Van Swinden, met
-eene fraaje redevoering, en een overheerelijk expres daartoe
-vervaardigd muzijk, ’t welk door een ongemeen sterk corps van de
-voornaamste muzijkmeesters werd uitgevoerd: dan, daar intusschen de
-concertzaal, hoe ruim ook, niet ruim genoeg was, om alle de Heeren
-leden met hunne Dames te bevangen, werden ten gemelden dage de Heeren
-alleen genodigd, en ten volgenden dage, (den 1 November,) werd de
-inwijding, (met eenige toepasselijke verandering,) voor de Dames alleen
-herhaald.
-
-
-
-
-De
-
-LOGEMENTEN
-
-In Amsteldam zijn te meenigvuldig om ze hier optenoemen; onder allen
-munten daaronder uit:
-
- Het Wapen van Amsteldam.
- De beide Doelens.
- De beide Heere-logementen.
- De drie Liesveldsche Bijbels.
- De Zon.
- Het Wapen van Embden.
-
-en meer anderen.
-
-
-
-
-De
-
-REISGELEGENHEDEN
-
-Zijn in deezen stad naar alle plaatsen meenigvuldig.
-
-
-
-NB. Onder ons art. Kerklijke en Godsdienstige Gebouwen, hebben wij
-vergeten te noemen de Roomsche kerk de Krijtberg, die, veele jaaren
-gesloten geweest zijnde, voor weinig tijds wederom tot het dienstdoen
-geopend is.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-VERHAAL VAN HET GEBEURDE VÓÓR EN BIJ HET PLANTEN VAN DEN EERSTEN
-VRYHEIDSBOOM TE AMSTELDAM.
-
-
- Heeft immer Amsteldam een blijden dag beleefd,
- ’Twas toen de dwinglandij haar loon ontvangen heeft;
- Toen ’t recht des volks herleefde op de aankomst van de Franken,
- Dien heel civilis kroost voor hun geluk zal danken;
- Als uit een diepen slaap verrees gantsch Nederland,
- Toen men de vrijheidsboom aan d’ Amstel heeft geplant.
-
- L.V.O.
-
-
-Heuchelijker dag heeft Amsteldam, en met het zelve reeds bijna geheel
-Nederland nooit gezien, dan die van den 18 Januarij deezes Jaars,
-(1795,) want op dien dag werd de hand geslagen aan de herstelling van
-’s Lands Vrijheid:
-
-
- Op dien dag sidderde gevloekte Dwinglandij,
- En riep het beste Volk, triumph wij zijn weêr vrij!
-
-
-Van tijd tot tijd hadden de Amstelaars, (om ons bij deezen alleen te
-bepaalen,) hunne hoop op het eindelijke herstel der rechten van den
-mensch en van den burger gevoed, met den wonderbaaren voorspoed der
-Fransche wapenen, welken zo zichtbaar door het Opperwezen gezegend
-werden; die hoop werd brandender, toen men vernam, dat zij, (Neêrlands
-Verlossers!) hunnen voet reeds op den bodem der republiek gezet hadden;
-echter verflaauwde dezelve ook weder niet weinig door het besef dat de
-dappere redders nog breede rivieren hadden overtetrekken, aleer zij tot
-in ’t harte des lands konden doordringen, om door hunne verschijning
-onze onderdrukkers den Vorstlijken Scepter uit de hand te doen vallen;
-maar God betoonde allerzichtbaarst onze verlossing te willen; Hij
-sprak, en zie daar de gezegde rivieren met zwaar ijs bevloerd; dit
-zeker was niet alleen een werk van den Almagtigen, maar een bevel, om
-doortedringen; ’t zelve geschiedde, en de Provincie Utrecht gaf zig
-weldra aan de Franschen over.
-
-
-
-Zo dra de tijding daarvan aan den Amstel gekomen was, zag men de
-vreugde op het gelaat der Vrijheidszoonen dartelen; zij verzekerden zig
-van hunne verlossing; doch begrepen tevens dat zij ook nu zelven de
-handen aan ’t werk moesten slaan, te meer daar de Franschen zulks reeds
-van hun gevorderd hadden.
-
-
-
-Die verdienstelijke gezelschappen, welken in spijt van allen
-dwingelandschen tegenstand, zig onderling hadden bezig gehouden, met
-plannen tot eene revolutie te formeeren, of met de beste schikkingen
-bij eene voorvallende revolutie te beraamen; deeze gezelschappen
-oordeelden het nu tijd te zijn om het voorneemen ter uitvoer te
-brengen; zij vergaderden in het logement het wapen van Embden, op den
-nieuwen dijk, en zonden, van den geest des volks, over ’t algemeen
-overtuigd, van daar (des middags ten 2 uuren,) eene Commissie aan den
-President-Burgemeester Straalman, met verzoek van de weldenkende
-Ingezetenen wapens te willen doen geeven, dat men anders voor de
-geduchtste gevolgen niet konde instaan, want dat het volk over ’t
-algemeen niet zoude wachten met de hun schandelijk ontroofde rechten
-van mensch en burger krachtdaadig wederteëisschen; dat hij Straalman
-verzekerd konde weezen, dat de revolutie op het uitbarsten stond; deeze
-begeerde eerst zijne amtgenooten te spreeken, en beloofde derhalven
-tegen 4 uuren rapport; maar ten half 5 uuren kwam reeds een Fransch
-Officier in de stad, met eene sommatie; des verzochten deeze de
-commissie voornoemd, tegen half 9 uuren.——Intusschen was de
-toegevloeide menigte volks naar ’t Wapen van Embden onbegrijpelijk
-talrijk, en de vreugde die men er bedreef, met zingen, dansen, en
-elkander geluk te wenschen met de vrijheid, onvoorbeeldig: terwijl dit
-voorviel kwam de burger Krayenhoff als Adjudant van den Generaal
-Daendels, in de stad, met eene Commissie aan Burgemeesteren en aan den
-Commandant Golofkin, tevens tijding brengende van de hulp die de
-burgerij van de Franschen stonden te genieten, zo zij zig zelven wilden
-vrij maaken; zo dra dit bekend geworden was, weêrgalmde de lucht van
-Vrijheid! Vrijheid! lang leeve de Franschen! lang leeve de Republiek!
-de vergaderde menigte in het Wapen van Embden werd nu nog veel
-talrijker, het gejuich veel luidruchtiger, en het dansen zo algemeen,
-dat geheel het gebouw daverde: den gantschen nacht bragt men aldaar en
-elders, ja zelfs op de straaten, met gejuich en vrolijkheid door; de
-ruiterij nam hun patrouilles waar; doch, (dit was hun door den
-Commandant Golofkin reeds bevolen,) deed niemand leed, en werd ook van
-niemand leed gedaan; zelfs waren er verscheidene patrouilles die mede
-riepen: lang leeve de Franschen! lang leeve de Republiek! en ook Vivat
-de Vrijheid! het was of ’t nationaal lint over de stad regende, en
-ieder versierde er zig mede.
-
-
-
-Tegen 12 uure des avonds werd van de waag afgelezen dat Golofkin den
-volgenden morgen van zijn amt ontzet was, en de burger Krayenhoff hem
-alsdan daarin stond optevolgen.
-
-
-
-Met de aankomst van den dag, verhief de algemeene vrolijkheid zig op
-nieuw, en men zag voor het stadhuis weldra dien Vrijheidsboom planten,
-van welken wij onze Landgenooten eene juiste afbeelding mededeelen, en
-die ten eeuwigsten dage bij de Nederlanders eenige voorkeur zal
-verdienen boven alle anderen (hoeveel prachtiger ook) die daarna gezet
-zijn, of nog gezet mogen worden: onbegrijpelijk was de vreugde die bij
-en na dit planten bedreeven werd; weldra was de boom in een gladde mast
-veranderd; want ieder scheurde er een takjen af, (ja men klom ten dien
-einde tot in den top toe,) om er zig mede te vercieren, als met een
-onwaardeerbaar teken van Vrijheid; het dansen rondsom den boom was
-onophoudelijk, en met de streelendste blijken van égaliteit, alle deeze
-vreugdebetooningen duurden bijna drie dagen lang, en werden door het
-diepst van den nacht naauwlijks afgebroken.
-
-
-
-Voords werd de oude regeering afgezet, en Volksrepresentanten verkozen:
-de gevangene Heeren (wegens het bekende request tegen de Inundatie)
-werden uit hunne gevangenis gehaald; vervolgends ook de onderdrukte en
-gevangene burgers Verlem, Harger en anderen; allen werden zij met
-koetsen naar ’t Stadhuis gereden, (na een tour rondsom den
-Vrijheidsboom gedaan te hebben,) vergezeld van duizende juichende
-medeburgers.
-
-
-
-Deeze regels, waarde Landgenooten! oordeelen wij u bij de nevenstaande
-afbeelding te moeten aanbieden.
-
-
- Dat in de tuin van Nederland,
- nog lang die boomen groeijen,
- Dan zal de zinkende Amstelstad
- weêr als voorheenen bloejen,
- Verlost van ’t schaadlijk ongediert,
- dat leeft van ’t sap der bloemen;
- Dan zal nog ’t laatste nageslacht
- den moed der Franschen roemen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET DORP OUDERKERK AAN DEN AMSTEL.
-
-
- ’t Vermaaklyk OUDERKERK, in ’s Lands historieblaên,
- Gedacht; werd wel als schoon geprezen;
- Maar nu ’t den Pruis heeft wederstaan,
- Zal de eernaam voortaan DAPPER weezen:
- Werd eertyds van dit dorp gemeld,
- Nu wordt er WONDER van verteld.
-
-
-Dit Dorp behoort in den breeden rang dier Nederlandsche dorpen van
-welken men kan zeggen dat zij zeer aangenaam gelegen zijn: Ouderkerk
-ligt in Amstelland, anderhalf uur van Amsteldam, ten oosten van den
-breeden rivier de Amstel, welke de tuinen of erven der huizen van
-achteren bespoelt: de environs van het dorp zijn zeer grasrijk en
-vermaaklijk, met veelvuldige wateren doorsneden: die environs moeten
-weleer echter nog veel aangenaamer geweest zijn, naamlijk
-boschachtiger, want tusschen dit dorp en Abcoude, zijn meermaals,
-eenige voeten onder den grond, veele boomen gevonden; men weet hoe
-winden en vloeden het eertijds houtrijk Nederland van veele zijner
-bosschen beroofd heeft—de grond is in geheel den omtrek van Ouderkerk
-veenachtig en moerassig—te recht noemt de zoetvloejende Willink
-hetzelve, ’t luchtig dorp
-
-
- Daar de Amstelstroom, al even prat,
- Gevoerd op een kristallen wagen,
- Zo glorierijk door heenen snelt,
- En doet de zilvren baartjens vloejen
- Om met een zacht en deun geweld,
- Zijn groene boorden te besproejen;
- Zijn boorden door geen mensch gewraakt....
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-Het geen wegens dit artijkel aangetekend wordt, is gelijk ten deezen
-opzichte meermaals het geval is, met twijfelingen doorweeven: in
-vroegere dagen droeg het den naam van Ouder-amstel, om dat het onder
-Ouder-amstel behoort, men wil dat het den naam van Ouderkerk, in de
-plaats van dien van Ouder-amstel zoude verkregen hebben, bij
-gelegenheid van het stichten van een Nieuwer kerk in Amstelland, het
-geen zekerlijk aanneemelijk is, schoon men verschille in de bepaaling
-welke die Nieuwer kerk moge geweest zijn; sommigen houden er de
-tegenwoordige Oude kerk te Amsteldam voor, om dat deeze weleer den naam
-van de Kerk in Nieuweramstel, of Niër-Kerk gedragen heeft; ’t geen
-anderen ongerijmd voorkomt, het voor aanneemelijker houdende dat er de
-Kerk te Amstelveen door verstaan zoude kunnen worden, om de benaaming
-van Nieuwer-amstel, welke dat ambacht draagt: weder anderen meenen dat
-men voor die Nieuwe Kerk te houden hebben die van Nieuwerkerk, sedert
-lang in de Haarlemmer-meir verdronken—hoe het zij, uit het een en ander
-is de naamsoorsprong des dorps nagenoeg te gissen; althans nagenoeg
-voor zo verre ons oogmerk gaat; dit alleen moeten wij er nog bijvoegen,
-dat dit dorp gemeenlijk Ouderkerk aan den Amstel genoemd wordt, ter
-onderscheidinge van een ander dorp Ouderkerk, dat aan den Yssel ligt.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE.
-
-Wegens de stichting van Ouderkerk kan niets gezegd worden, alzo het
-waarschijnelijk, met veele andere Nederlandsche dorpen eenen
-toevalligen oorsprong zal hebben, die meesttijds gezocht moet worden in
-de ligging, welke aanleiding gegeven zal hebben dat sommige lieden zig
-op zulk eenen grond met er woon hebben nedergezet.
-
-Wat de grootte betreft; het ambacht van Ouderkerk, bestaat in vijf
-voornaame polders, zamen groot bijna 3505 morgen lands, waarvan voor
-Ouderkerk met Waardhuizen, en Duivendrecht, van ouds niet hooger zijn
-geteld, dan op 1542 morgen, 380 roeden; zijnde sedert 30 morgen en 400
-roeden daaraf vergraaven voor de bedijking van de Diemermeir.
-
-In de oude lijst der verpondingen van 1632, stonden voor Ouderkerk, 162
-huizen, en in die van 1732, reeds 249 huizen en 4 molens: men rekent
-dat er onder Ouderkerk omtrent 750 ingezetenen zijn, zo mannen, vrouwen
-als kinderen en dienstboden, zijnde in deeze telling twee kinderen,
-onder de agt jaaren, voor één persoon gesteld.
-
-
-
-
-’T WAPEN.
-
-Dit is even als dat van Amstelveen, met dit onderscheid dat voor
-Ouderkerk op den ondersten balk twee kruisen staan, daar Amstelveen op
-dien balk slechts één kruis heeft.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-Weleer had dit dorp een ruime en luchtige Kerk, met een groot choor,
-waarvan het dak verre boven dat der Kerk uitrees: de toren was
-vierkant, en pronkte tot in den jaare 1674 met een hoogen spitsen kap,
-die op den eersten Augustus van dat jaar, tot op het muurwerk des
-gebouws nedergeslagen werd: de spits werd naderhand weder opgebouwd,
-echter niet zo hoog, hoewel zij zig nog vrij verre vertoonde; doch het
-gebouw geheel bouwvallig geworden zijnde, werd in den jaare 1774
-afgebroken, en op dezelfde plaats eene geheel nieuwe en nette Kerk
-gesticht: zijnde den eersten steen daarvan gelegd door den Heer
-Balthazar Nolthenius, Zoon van den Heere Mr. Jeronimus Nolthenius, toen
-Secretaris van Ouder-amstel: deeze Kerk heeft van binnen niets
-bijzonders, hoewel zij van buiten eene zeer aangenaame vertooning
-maakt.
-
-Ten tijde dat de Roomsche Godsdienst in deeze landen de heerschende
-was, was de Kerk van dit plaatsjen toegewijd aan den Paus en Martelaar
-Urbanus, wordende de Pastorij door de Hollandsche Graaven begeven; het
-inkomen van den Priester bestond uit 39 rhijnlandsche guldens van
-zekere landvruchten, als mede uit de voordbrengzelen van 6 morgen lands
-onder Abkoude, en evenveel anderen onder het ambacht Ouderkerk.
-
-Toen de Hervormde Godsdienst de heerschende was, werden de Kerken van
-Amstelveen en Ouderkerk door een zelfden Predikant bediend; doch
-omtrent den jaare 1595, viel desaangaande eenige verandering voor,
-zodanig dat Ouderkerk zig in het kerklijke met Diemen vereenigde,
-wordende deezen beide gemeenten bediend door den Leeraar Lucas
-Ambrosius; naderhand Predikant te Amsteldam: toen beide plaatsen in
-getal van inwooners merkelijk toegenomen waren, ontving ieder eenen
-eigen Leeraar; gelijk ieder gemeente ook nog door éénen Leeraar bediend
-wordt: beiden staan onder de Classis van Amsteldam.
-
-Een Weeshuis is op dit Dorp niet; de weezen en geallimenteerden worden
-onder de ingezetenen besteed.
-
-De Roomschen, die onder Ouderkerk zeer talrijk zijn, hebben er twee
-Kerkhuizen.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-Onder dit artijkel kan alleen het Rechthuis gebragt worden, zijnde voor
-een dorp-gebouw, vrij ongemeen; vóòr hetzelve staat, 1656,
-waarschijnlijk het jaar van deszelfs bouwing: in een der muuren zitten
-drie kogels door de Pruissen daarin geschoten.
-
-
-
-
-REGEERING.
-
-Deeze bestaat, wat het crimineele betreft, uit den Bailluw, en in het
-civile uit Schout, zeven Schepenen en een Secretaris: vier Buurmeesters
-hebben, met Schout en Schepenen, ’t bewind over de gemeene zaaken van
-’t ambacht.
-
-De Ambachtsheer kan onder dit artijkel niet ongenoemd blijven, en des
-kunnen wij ter deezer gelegenheid ook voegelijk aantekenen dat de stad
-Amsteldam deeze Ambachtsheerlijkheid in den jaare 1731 aangekocht heeft
-voor eene somma van 25.100 guldens: de sterfheer is gemeenlijk een der
-Burgemeesteren van Amsteldam, zijnde thans de Wel Ed. Achtb. Heer Mr.
-Nicolaas Faas; de Ambachtsheer oefent echter het gezach niet uit zig
-zelven, maar alle zaaken, raakende het ambacht, worden hem aangediend,
-en door het collegie van Burgemeesteren afgedaan, gelijk zulks ook
-omtrent alle andere heerlijkheden, de stad toebehoorende, plaats heeft:
-weleer was de Bailluw zelf Ambachtsheer, en de goedkeuring of afkeuring
-van een’ Predikant stond aan hem alleen, zijnde dit amt tot den jaare
-1715, door de oudste geslachten van Holland bekleed.
-
-
-
-
-VOORRECHTEN.
-
-Hier onder behooren de twee bruggen die op het dorp gevonden worden;
-eene van dezelven ligt over den Amstel, naamlijk aan de noordzijde bij
-het Rechthuis, en de andere over het water de Bullewijk genaamd, aan de
-zuidoostlijke zijde van het dorp: aan beide die bruggen moeten de
-doorvaarende schepen, en de daarovergaande menschen, beesten en
-rijtuigen, tol betaalen, zijnde het zelve een inkomen voor de stad als
-bezitster van de Ambachtsheerlijkheid: in den jaare 1745, werd het
-bruggeld verpacht voor ƒ 3000 guldens; Amsteldam is natuurlijker wijze
-ook verpligt daarvoor de beide bruggen te onderhouden, niet alleen,
-maar ook de straat die aan derzelver vleugels ligt.
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN.
-
-De aangenaame ligging van dit dorp verschaft hetzelve veel
-levendigheid, door de menigte wandelaars welken zig ter uitspanninge
-derwaards begeeven, maar nog meer door de onnoemelijk veele rijtuigen
-welken als onophoudelijk afgaan en aankomen: deeze levendigheid wordt
-niet weinig bevorderd door de veele kostbaare en aangenaame tuinen,
-welken langs den breeden Amstel gelegen zijn, en meest toebehoren aan
-voornaame Amsteldamsche Kooplieden, welken aldaar de handelzorgen
-vergeetende, de duffe comptoirlucht voor den frisschen adem der Natuur
-verwisselende, ook dikwijls Ouderkerk gaan bezoeken; al ’t welk het
-dorp geen gering voordeel aanbrengt; voeg hierbij het Portugeesche
-Jooden Kerkhof, ten oosten van de Kerk, aan de Bullewijk gelegen, ter
-oorzaake dat op hetzelve menigvuldige begraavingen geschieden: maar ook
-wordt Ouderkerk niet weinig verlevendigd en bevoordeeld door de
-gestadig doorvaarende schuiten van Amsteldam, naar Utrecht, den Haag,
-Delft, Rotterdam, Gouda, als mede verder nabijgelegene plaatsjens en
-terug; als mede door de turfschepen en ponten, die van alom de turf uit
-de veenen naar Amsteldam en elders heenvoerende, veelal den Amstel
-afkomen; wij zwijgen van eene menigte rijtuigen welken, om verder
-optetrekken, dit dorp passeeren: de som bovengemeld, waarvoor de tol te
-Ouderkerk verpacht wordt, bewijst genoeg dat het dorp op verre na niet
-onder de stille dorpjens geteld moet worden.
-
-Er worden voords die handwerken en neeringen uitgeoefend en gedaan,
-welken voor het burgerlijke leven onontbeerelijk zijn; veelen
-opgezetenen geneeren er zig ook met den veeteelt, en de turffabriek.
-
-
-
-
-GESCHIEDENISSEN.
-
-Hoe weinig betekenend dit dorpjen, met betrekking tot het Land in ’t
-algemeen, of tot het nabij gelegen trotsch Amsteldam in ’t bijzonder,
-schijne te zijn, wordt het echter in de Vaderlandsche Historie dikwijls
-genoemd, en in het belangrijke fak, dat met onzen tijd begint, bekleedt
-het voorzeker eene hoofdplaats.
-
-Hoe geheel Amstelland om zeker bedrijf van Gysbrecht van Amstel, door
-de Kennemers onder water gezet en verwoest werd, zullen wij breedvoerig
-moeten verhandelen als wij over Amsteldam in het bijzonder zullen
-spreeken, hier zij het derhalven genoeg aantetekenen dat Ouderkerk in
-dien vreeslijken nood mede niet weinig heeft moeten lijden, ’t geen
-ligtlijk te begrijpen is wanneer men nagaat dat alle de landerijen van
-geheel Amstelland, in eene openbaare zee veranderd werden: dit gebeurde
-omtrent den jaare 1204: eene vergoeding voor dien grouwzaamen nood was
-eene stille landlijke rust van ongeveer anderhalf honderd jaaren, want
-eerst in den jaare 1567 verschijnt Ouderkerk weder op het Nederlandsche
-Staatstooneel, naamlijk ten tijde van Hendrik van Brederode, die door
-het aanbieden van het bekende smeekschrift aan de Hertoginne van Parma,
-bij de Spaanschen verdacht geworden, en reeds uit zijne Heerlijkheid
-Viaanen verdreven zijnde, zig met eenige bende in of nabij dit dorp
-nedersloeg, en zig aldaar bleef oponthouden, tot hij naar elders den
-wijk nam: zes jaaren laater, wierpen de Spanjaarden eene schans op
-rondsom het Kerkhof en de Kerk van Ouderkerk, ter gelegenheid van de
-belegering van Haarlem: dit kleine dorpjen is verder (in 1577) het
-middel in de hand der Algemeene Staaten geweest om Amsteldam, toen de
-eenigste stad die nog Spaansch gezind was, aan de zijde van Oranje, of
-wel aan hunne zijde te brengen; want zij lagen in het dorp veel
-krijgsvolk, ter handhavinge van hunne bevelen om aldaar zwaare
-convoijen en licenten te vorderen, van alle de goederen welken uit
-Amsteldam gevoerd en derwaards gebragt werden; de stad reeds toen eenen
-wakkeren handel drijvende, vond zig daardoor ook zodanig bezwaard, dat
-zij, om zig van dit jok te ontheffen, besloot den Algemeenen Staaten te
-vergenoegen, en de zijde der Spanjaarden te verlaaten.
-
-Sedert dien tijd bleef dit dorp wederom in rust tot op den 30 Julij des
-jaars 1650, toen het ten getuige verstrekte van eene daad die eenigen
-gaarne uit ’s Lands geschiedenissen gewischt zagen; dezelve is echter
-te dikwijls geboekt om ooit door de vergetenheid ingezwolgen te kunnen
-worden.
-
-Willem de Tweede, Prins van Oranje, zig door de regeering van Amsteldam
-beledigd achtende, wegens den geweigerden toegang in den vollen raad,
-zowel als wegens andere Vaderlandlieve gedraagingen van dien kant,
-besloot de stad bij verrassching te overrompelen, welken gevaarlijke
-aanslag echter, door eene gunstige bestuuring van de Voorzienigheid,
-verijdeld werd, door het verdwaalen des krijgsvolks, wegens de
-donkerheid van den nacht, en eenen zwaaren stortregen: Graave Willem
-van Nassau, Stadhouder van Friesland, was het geheim bevel van deezen
-aanslag opgedraagen; gelijk deezen dan ook met zijne bende te Ouderkerk
-zijn hoofdquartier verkoos; wordende ten volgenden dage door eenig
-krijgsvolk, uit Nijmegen, Utrecht, Arnhem, Zutphen, Zwol en Doesburg
-versterkt, doch het dorp geraakte dien overlast weldra kwijt, doordien
-de Prins en de Regeering van Amsteldam tot een minnelijk verdrag
-kwamen, waaraan de waare Patriotsche Heeren Bicker echter de
-aanzienlijke waardigheden, welken zij in de stad bekleedden opofferden.
-
-Van dien tijd af vinden wij wegens de geschiedenis van Ouderkerk niets
-bijzonders gemeld, tot op onzen tijd toe; maar nu heeft het zig eenen
-eeuwigen naam verworven, door de manlijke verdediging der Patriotten
-aldaar, tegen de als in de wapenrustinge geborene Pruissen, die op den
-7 September des jaars 1787, „in ons land vielen, om der Prinsesse van
-Oranje voldoening te bezorgen, wegens voorvallen”, kunnen wij met zeker
-geacht schrijver onder onze tijdgenooten zeggen, „welke hier de plaats
-niet is om dezelve te onderzoeken”; wij blijven, met hem, „alleen staan
-bij de dapperheid der patriotten, die bij Ouderkerk zo duidelijk
-gebleken is, dat wanneer alle de posten tegen de Pruissen op eene
-zodanige wijze verdedigd waren geworden, de geëischte voldoening van
-dat hof, waarlijk zo spoedig nog niet zoude gevolgd zijn.”
-
-Ofschoon wij in onze beschrijving van Amstelveen reeds, dat dorp
-betreffende, een genoegzaam breed verslag van deeze allergewichtigste
-omstandigheid gegeven hebben, kunnen wij echter niet nalaaten, bij
-deeze gelegenheid het volgende nog te voegen; zamen kan het dienen om
-een recht duidelijk denkbeeld van de aangelegenheid ter dier plaatse en
-tijde te kunnen vormen.——Dus vinden wij het bedoelde geboekt, „Na de
-Pruissische troupen dan op de grenzen van Gelderland en Holland de
-steden Gorcum, Nieuwpoort, Schoonhoven, en anderen, na weinig
-tegenstands, ingenomen hadden, rukten zij verder na beneden, om alle de
-posten te overmeesteren, en vervolgends Amsteldam, en andere steden, de
-zijde der Patriotten toegedaan, te bedwingen: eenige posten werden
-gemaklijk, anderen niet zonder groote moeite veroverd, en voor sommigen
-stieten de Pruissen, meer dan ééns, door den moed der Vaderlandsche
-burgerij, het hoofd; de Hertog ziende dat niet alles zo gemaklijk gaan
-zoude, en ook door berichten vernomen hebbende, dat er zeer veele
-posten sterk verdedigd zouden worden besloot tot eenen algemeenen
-aanval.”
-
-„Bij het geven van het wachtwoord, op den 30 September, des gemelden
-jaars, beval hij dat alle Generaals en Commandanten, des avonds ten zes
-uuren zig bij hem zouden moeten vervoegen; dit geschiedde, en zijne
-Hoogheid deelde alstoen aan zijne Officieren de bevelen uit, op welke
-eene wijze de aanvallen den volgenden morgen, den eersten October, ten
-5 uure eenen aanvang zoude moeten neemen.”
-
-„Zodra de seinschoot,” waarvan wij onder Amstelveen gesproken hebben
-„gegeven was, geraakte alles in werking; alomme werden de patriotsche
-posten aangevallen, die gedeeltelijk genomen, en gedeeltelijk met de
-grootste dapperheid verdedigd werden; kunnende wij niet nalaaten hier
-nog bij te voegen, dat waar de verdedigers moesten bukken, zulks meer
-toeteschrijven was aan bedekt verraad, of onkunde hunner bevelhebberen,
-welken geen orde onder hun volk hielden, dan aan het volk zelf; dat dit
-waarheid is blijkt onder anderen uit den aanval op Ouderkerk.”
-
-Om ons thans bij dit dorp afzonderlijk te bepaalen, zullen wij hier den
-stand der Pruissischen troupen, bestemd om Ouderkerk te attaqueeren,
-opgeeven.
-
-„De Ritmeester Van Kleist, stond met een detachement ligte infanterij
-in de kleine Duivendrechtsche polder.”
-
-„De Ritmeester Zuizow met zijne ligte infanterij, en de Capitein Tschok
-met eene compagnie Grenadiers van het regiment van Budberg stonden op
-den weg van Abcoude, naar Ouderkerk, bij zig hebbende een stuk geschut
-van zes, één van drie pond, en een houwitzer, benevens de lijfcompagnie
-curassiers tot hunne ondersteuning.”
-
-„In de Ouderkerker polder moest de Major Ledebur met zijn compagnie en
-twee stukken zesponders geposteerd staan, doch deezen kon op den
-bepaalden tijd daar niet tegenwoordig zijn, doordien hij over Mijdrecht
-en Baamburg had moeten marcheeren.”
-
-„Aan den kant van den Uithoorn stonden 30 Jaagers en twee Compagniën
-van Budberg, onder bevel van den Capitein Kokerits, zonder grof
-geschut, benevens een esquadron paardenvolk van den Major Kram.”
-
-„Deeze troupen nu hadden bevel om Ouderkerk te overmeesteren welk
-plaatsjen tot zijne verdediging vier onderscheidene batterijen had, die
-aan het dorp lagen, en die het den Pruissen meer daar ééns te heet
-maakten; men zag daar dat zij deinzen en vallen konden.”
-
-Dat de Patriotten dapper geschoten hebben, hebben de Pruissen zelven
-getuigd, daar zij zeiden: „De Patriotten vervolgden ons met hunne
-kanonnen onophoudelijk te beschieten; na veele vergeefsche
-onderneemingen, en na dat de hooibergen in brand gestoken waren, werden
-onze Jaagers door het geschut en door de vijandlijke scherpschutters,
-genoodzaakt zig te retireren.”
-
-„De gemelde vier batterijen die zo wèl bestuurd werden, waren op deeze
-wijze gelegen: eene lag er bij de hooge brug, bij de droogmaakerij,
-welke brug afgebroken was, terwijl deeze batterij met een twaalfponder
-en twee zesponders verdedigd werd; recht tegen over dezelve lag eene
-andere bij den zogenaamden krommen hoek, gemonteerd met twee
-drieponders, een derde lag op den weg na den Voetangel, op dezelve
-waren twee zesponders geplaatst; en op de boerderij voor welke deeze
-batterij op den weg lag, had men achter het huis voor het molenvliet
-eenen drieponder geplaatst: eene vierde batterij was opgeworpen, op het
-zwarte weggetjen, en met twee stukken van zes ponden bewapend.”
-
-„Zo wel het dorp als deeze batterij waren bezet door Amsteldamsche
-burgers, door eenigen uit de Geldersche brigade, door Friesche
-Auxiliairen en Jaagers, door een gedeelte van het corps van den
-beruchten Salm;” wiens gloriezon door een schandelijke en eeuwige
-eclips niet verdonkerd, maar geheel onzichtbaar geworden is! „en voords
-door eenige Kanonniers en Artileristen, uit Amsteldam en uit de
-Auxiliairen: het bevel over deeze zo gewigtige voorpost van Amsteldam
-was opgedraagen aan den Wel Ed. Manhaften Heer F. H. de Wilde,
-toenmaals Capitein der Burgerij van Amsteldam, en de Vaderlandsche
-bende aanvoerende, onder den tijtel van Lieutenant Colonel.”
-
-„De natte en doorweekte grond van Ouderkerk, als ook de menigte
-grachten en slooten, verhinderden dat men uit den Duivendrechtschen
-polder iet van belang kon verrichten: de bruggen waren veelal
-afgebroken, aan veele toegangen doorsnijdingen gemaakt, eenige anderen
-waren met geschut bezet, zo dat de Pruissen alhier eene hevige
-verdediging te gemoet zagen, en de uitslag deed zien dat zij hier niet
-mis gerekend hadden, want deeze voorpost van Amsteldam werd met veel
-dapperheid en beleid door de Patriotten verdedigd.”
-
-„Met het seinschoot namen ook hier de onderscheidene aanvallen eenen
-aanvang, en de bezettelingen die terstond toonden dat zij deeze
-vijandlijkheden te gemoet zagen, gaven den Pruissen een zeer gevoeligen
-morgengroet terug.”
-
-„De Colonel Kokeritz, kon van den kant van den Uithoorn niets
-verrichten; waarom een Capitein, wiens naam niet gemeld wordt, uit
-overdrevenen ijver, met eenige manschappen uit dit detachement
-voordrukte om te recognosceeren, wordende hij door een cardoezenkogel
-doodgeschoten.”
-
-„In de Ouderkerker polder, alwaar de compagnie van den Capitein Ledebur
-stond, en hoewel alleen geschikt tot eenen valschen aanval, verdedigde
-deeze zig echter met zo veel manmoedigheid, uit het klein geweer, dat
-deeze compagnie eenen wezenlijken lof verdiende.”
-
-„Op den weg van Abcoude naar Ouderkerk, alwaar de Capitein Tschock, de
-Ritmeester Zuizow, en de Luitenant der Artillerij Jacobi met hunne
-onderhoorige Manschappen, en drie stukken geschut stonden, werd van
-beiden de zijden een allerlevendigst en hevigst vuur gegeven: aan de
-zijde der Pruissen werden alle houwitsers, granaten en kogels gebruikt,
-zonder echter de bezetting veel nadeels toetebrengen, en de vijand was
-genoodzaakt meerder ammunitie te doen aanvoeren, hoewel hij door de
-smalte van den weg geene stukken geschut meer konde plaatsen: na dat
-het gevecht eenen geruimen tijd geduurd had, en bijna geheel op ’t
-laatst, rukte aan de zijde van den Duivendrechtschen polder, op den weg
-naar de Bullewijk eenige manschappen met een stuk geschut aan; deeze
-manschappen, waren op bevel van den Capitein Tschock met schuiten
-overgevaaren, en plaatsen hun stuk geschut recht tegen over eene
-batterij der bezetting, om dezelve te dwingen; doch de verdedigers
-deeden eenen zo hevigen uitval, dat de vijand terstond de vlugt nam, en
-het stuk geschut bijna in handen van de bezettelingen gevallen was.”
-
-„Gemelde Capitein rukte daarop onverschrokken naar de batterij, en bij
-aldien de manschappen, die aan de overzijde van den Amstel post
-hielden, hem behoorelijk hadden kunnen ondersteunen, ware het niet
-onmogelijk geweest, denzelven te veroveren; doch dit ondoenlijk zijnde,
-en de Patriotten als leeuwen vechtende voor hunne zaak, was hij
-genoodzaakt te wijken, met achterlaating van eenige dooden en
-gekwetsten, de Major Diebits, hoewel meer geschikt tot een aanval tegen
-Duivendrecht, dit ziende, deed alle mogelijke moeite om uit den
-Ouderkerker polder, hem ter hulpe te komen, en vuurde met zo veele
-hevigheid en onverschrokkenheid, als wilde hij eenen etna bestormen,
-doch het mogt hem almede niet gelukken den moed der Vaderlanderen te
-bedwingen, en de batterij inteneemen.”
-
-„Ondertusschen duurden deeze gevechten wederzijds van des morgens 5 tot
-8 uuren, waarna de Pruissische troupen genoodzaakt waren van voor
-Ouderkerk de wijk te neemen, doch omtrent ten elf uuren, kwamen de
-gevlugte manschappen van Amstelveen [4] te Ouderkerk aan, waarop men,”
-(nog den moed niet verloren geevende, in tegendeel, met eene waare
-krijgsmans beraadenheid,) „eene batterij tegen den weg, langs welken
-zij gekomen waren, deed opwerpen; voords ging men met alle magt de
-batterij versterken tegen eenen nieuwen aanval; welk werk tot één uure
-op den middag werd voordgezet; doch toen kwam er bevel uit Amsteldam
-dat het volk van Van Salm, naar de Kalfjeslaan moest trekken, alwaar
-mede eene batterij was opgeworpen, zijnde toen de wegen, welken van
-Amstelveen op den Amstel uitkwamen, bezet.”
-
-„Daarna vertrok ook de Geldersche brigade, en toen ook moest de
-Lieutenant Colonel De Wilde, hoewel de Pruissen geweeken waren voor
-zijn beleid en het gedrag der Patriotten, tot zijn grievendst leedwezen
-aan de Amsteldamsche burgers en de overige manschappen bevel geeven om
-mede optebreeken; dit geschiedde, hoewel onvergenoegd, echter met veel
-bedaardheid, zo dat alle de ammunitie tot de minste kleinigheid toe,
-mede naar Amsteldam gevoerd werd, waarmede zij omtrent ten vier uure in
-den middag, in de stad aankwamen, gelijk ook alle de manschappen der
-andere ontruimde voorposten, welken van het overgaan van Amstelveen, en
-het verlaaten van Ouderkerk, in tijds bericht bekomen hadden;” zij
-weeken, ja maar zij weeken als helden, als Batavieren nog niet ontaart
-van den voorvaderlijken moed: niet te onrecht zongen wij elders die
-helden dus toe:
-
-
- Ja gij zwichtet——met uw zwichten,
- Zwichtte ook ’t magtig Amsteldam;
- Amsteldam, waaruit u voorraad,
- Voorraad en versterking kwam:
-
- Ja gij zwichtet, niet uit lafheid!
- Lafheid! des waart ge onbekwaam;
- Onbekwaam scheent ge ook als helden. [5]
- Helden echter blijft uw naam.
-
- Wierd gij nooit weêr opgeroepen,
- Opgeroepen tot den strijd!
- Strijd, waarbij geheel ons Neêrland,
- Neêrland en zijn burgers lijdt,
-
- Vrede is tog der ziele hoofdstof,
- Hoofdstof van Civilis kroost;
- Kroost, dat om den lieven vrede,
- Vrede en rust zig moeite troost.
-
- God blijv’ met u, dappre helden!
- Helden! eer van Nederland!
- Nederland! God houde u lange.
- Lange nog in vasten stand.
-
-
-„Hoewel de Pruissen daarna geheel Holland overstroomden, en voor
-Amsteldam, zo wel als in andere plaatsen, in bezetting gelegd werden,
-zal het echter onwaardeerbaar zijn voor de Patriotten, dat zij ten
-allen tijde zullen kunnen aantoonen, hoedanig zij voor Ouderkerk de
-magt van Fredrik Wilhelm, het hoofd geboden, en in den krijgsdienst
-volleerde benden, genoodzaakt hebben, met verlies van een aantal dooden
-en gekwetsten, welk eerst getal de vijand zorgvuldiglijk heeft getracht
-te verbergen, terug te wijken: de braave Vaderlanders, wier stelzel het
-hier de plaats niet is te onderzoeken, maar die echter in deeze en nog
-andere aanvallen, zelfs door hunne vijanden geroemd zijn, toonden hier
-allerduidelijkst, dat zij onder een wèlbestuurd beleid, nog niet
-ontaart waren, van den roem hunner voorvaderen, welke schandvlek hunne
-tegenpartij hun heeft zoeken aantewrijven.”
-
-Dat het Ouderkerk verder altijd zal geheugen in de handen der Pruissen
-gevallen te weezen, is eene waarheid die zonder getuigenissen geloofd
-kan worden; de triumpheerende soldaat is tog niet te rangschikken onder
-de bedaarden en barmhartigen onder de kinderen der menschen—voeg hier
-bij, gelijk wij ook wegens Amstelveen gezegd hebben, het haatelijke
-denkbeeld dat den Pruissen van den Nederlandsche Patriotten ingeboezemd
-was geworden; [6] ook hadden zij te veel van de moedige verdediging van
-deezen moeten ondergaan, om geheel vrij te blijven van den trek tot
-bijzondere wraakneeming.
-
-
-
-
-BIJZONDERHEDEN.
-
-De Kerk zal men zekerlijk niet vergeeten te gaan bezichtigen, en ook
-niet de Pruissche kogels, welken in den muur daarvan zitten, zo wel als
-die in den muur van het rechthuis: (zie Bladz. 5.) in de oude pastorij
-is mede zulk een kogel te zien.
-
-Aan de eene zijde van het dorp, ligt een laantjen, waarin de wandeling
-verrukkelijk is, en dat het Ouderkerker hemeltjen genoemd wordt.
-
-De Droogmaakerij, waarvan wij boven (Bladz. 10.) en ook in ons blad
-over Amstelveen spraken, kan men uit dit dorp ook gaan bezichtigen.
-
-De reiziger neeme dit ons blaadjen in de hand, zoeke de plaatsen op,
-alwaar wij hem verhaalden dat de Patriotsche batterijen gelegen hebben,
-en zo hij de bekwaamheid van geregeld te kunnen denken heeft, zal hij,
-dat doende, een aangenaam uurtjen in den omtrek van Ouderkerk kunnen
-doorbrengen.
-
-Hij vergeete ook niet het Portugeesche Jooden Kerkhof, hier voor Bladz.
-5 aangehaald, te bezoeken: het ligt ten zuiden van het dorp, en strekt
-met drie morgen lands, langs het water de Bullewijk; onder de zarken
-vindt men die van overheerlijk marmer, zeer prachtig gehouwen, en met
-Hebreeuwsche opschriften versierd zijn: de sijnagoge houd hier een’
-doodgraaver, of oppasser die er een vrije woning heeft.
-
-Hier meent men stond weleer het Lusthuis der Heeren van Amstel,
-Reigersbroek, of Reigersbosch geheeten: in den zoen deezer Heeren met
-Graaf Floris, hebben zij dit huis aan hem opgedragen: de Graaven waren
-gewoon hier eenen Amptenaar aantestellen, met den tijtel van Meester en
-Bewaarder van den Reigerbossche: sommigen meenen dat deeze plaats door
-den grouwzaamen Elisabeths vloed van den jaare 1421, mede is vernield
-geworden.
-
-In het dichtstukjen De Amstelstroom, leest men desaangaande het
-volgende couplet; Ouderkerk toegezongen.
-
-
- Toen pronkte nog uw Reigershof,
- Voorheen om uwen luister te achten,
- Daar Hollands Graaven, met veel lof
- En roem, zig te verlusten plagten,
- In veel doorluchtig tijdverdrijf,
- Van snelle jagten, schutterijen,
- Om strijd, of daar ’t vermoeide lijf,
- Behaalde een reeks van lekkernijen;
- Daar elk om prijs den reiger schoot,
- En ridderlijk de lansie boodt.
-
-
-Eene wandeling naar Amstelveen, is mede niet onvermaaklijk.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN.
-
-Met de Schuiten op Bladz. 6 genoemd, vindt men telkens gelegenheid om
-na en van dit dorp te komen.
-
-
-
-
-LOGEMENTEN.
-
- Brugzicht, dit was weleer De oude Prins; maar het volk van Van
- Salm, (dat getrouwe volk!) heeft dat uithangbord niet kunnen
- dulden, en het derhalven doen wegneemen.
- Paardenburg.
- De jonge Prins.
-
-Voords eenige weinigen van minderen rang.
-
-De drie eerstgemelde zijn mede Uitspanningen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-BUURTEN ONDER DE BANNE VAN OUDERKERK BEHOORENDE.
-
-
-DE BUURT AAN DEN OMVAL.
-
-Van deeze buurt, die niet zeer groot is, kan niets aantekeningswaardig
-gezegd worden: Zij bestaat intusschen uit verscheidene huizen, eenige
-molens en buitenplaatsjens: de ringsloot, wordt mede in dezelve
-gevonden.
-
-
-
-
-DUIVENDRECHT.
-
-Deeze buurt spant de kroon boven alle de anderen in de banne van
-Ouderkerk gelegen, naamlijk wegens haare grootte, en aanzienlijkheid,
-niettegenstaande er geen breed getal van huizen in gevonden worde.
-
-Haare LIGGING is in de polder van den zelfden naam, en die
-onderscheiden wordt in Groot- en Klein-Duivendrecht, hebbende ten
-noorden de Diemermeir, ten oosten de Bijlemermeir, ten zuiden
-Ouderkerk, en ten westen den Amstel: de buurt ligt voords zeer
-vermaaklijk: door dezelve stroomt nog een watertjen, ’t Gat genoemd,
-waarin een kleine Overtoom ligt.
-
-
-
-
-Wegens den
-
-NAAMSOORSPRONG,
-
-Is het volgende bericht bij ons ingekomen:
-
-„De Duivendrechtsche brug, in de buurt over de Ringsloot liggende, en
-die ook den naam van Kuipertjes brug draagt, ter oorzaake dat nabij
-dezelve een groote kuipers werkplaats was,” (waarvan straks nader,)
-„werd in vroegere dagen aldaar niet gevonden; maar er was ter dier
-plaatse, eene schouw, of overvaart over gezegde rivier: iemand daar
-nabij woonende, (men zegt een knecht van den kuiper voornoemd,) was
-voords een ongemeen groot liefhebber van duiven, die hij dan ook in
-eene verbazende menigte nahield, het geen gelegenheid gaf dat men de
-gezegde overvaart, of kleine veer, in vroegere dagen Tricht of Trecht
-genoemd,” (gelijk wij in onze beschrijving van Dordrecht reeds
-aantekenden,) „Duiventrecht, of veer, overvaart naar de duiven, of het
-Duivenveer genoemd heeft; de veel vermogende klankverbastering heeft
-voords van trecht, drecht gemaakt,” (gelijk zulks met den naam
-Dordrecht ook plaats heeft,) „en alzo heeft deze buurt den naam van
-Duivendrecht bekomen.”
-
-
-
-
-Wat de
-
-GROOTTE
-
-Betreft: Duivendrecht in ’t algemeen beslaat eene zeer ruime
-uitgestrektheid gronds, begroot op 1327 morgen, 300 roeden lands,
-gelijk de polders, waarin de buurt gelegen zij, onderscheiden worden in
-Groot- en Klein-Duivendrecht, alzo onderscheidt men ook de buurten van
-dien naam; zijnde de buurt, eigenlijk Klein-Duivendrecht, landwaards in
-gelegen: een gedeelte van Groot-Duivendrecht, tegen over den Weesperweg
-aan den Amstel gelegen, noemt men het eiland; eigenlijk zoude men het
-drie eilanden kunnen noemen, om dat het door twee slooten in drie
-afzonderlijke deelen, rondsom van water omgeven, verdeeld is—Op den
-gezegden uitgebreiden grond, bevat Duivendrecht, het eiland niet mede
-gerekend, niet meer dan 32 of 33 huizen, want dezelven staan zeer wijd
-van elkander gebouwd, voornaamlijk ter wederzijde van eenen zuidelijken
-straatweg; ieder huis staat op eene werf waarbij veel weiland gelegen
-is: er zijn ook twee buitenplaatsen of tuinen; de eene, Welmeer
-genoemd, is nog in stand; doch de andere in 1787 zodanig door de
-Pruissen gehavend, dat dezelve thans niet meer dan een optrek is; meer
-anderen worden op het eiland bovengemeld gevonden, op hetzelve staan,
-behalven dat, nog vier molens, naamlijk twee die witloot, één die
-snuif, en één die steen maalt: de beide polders worden voords door twee
-molens van het overtollig water ontlast.
-
-In het buurtjen eigenlijk Klein-Duivendrecht genoemd, staan nog eenige
-weinige huizen, en één snuif-molen; voords is aldaar ook geplaatst de
-porcelein-fabriek, die weleer in Loosdrecht geweest is, gelijk wij in
-onze beschrijving van dat Dorp aantekenden: deeze fabriek, zegt men,
-dat alhier veel beter opneemt dan zij weleer in de Loosdrecht gedaan
-heeft; er worden vorstelijke servisen gemaakt, die ten duursten prijze
-worden verkocht; ook wordt wel, als de fabrikeurs eene genoegzaame
-hoeveelheid van porceleinen in voorraad hebben, een loterij van
-dezelven aangelegd, gemeenlijk in het rechthuis van de Diemer- of
-Watergrafts-meir.
-
-Onder het gezegde tal van huizen, behoort ook de woning van den
-brugman; zijnde een tamelijk goed huis, waarin hij niets verwoont,
-gelijk hij ook geene pacht voor de brug behoeft optebrengen, en beiden,
-wooning en brug, worden door Amsteldam onderhouden: met dit postjen
-wordt thans deezen of geenen gunsteling begiftigd, ofschoon het
-indedaad een wettig eigendom zij van het manlijke oir des kuipers
-bovengemeld, en door het welk zijn huis aan die brug gelegen, en thans
-een herberg, (’T huis de hoop,) zijnde, nog wordt bewoond: de historie
-van dit ontvreemde eigendom is deeze: de kuiper voornoemd, of wel
-deszelfs gezegde woning, had het recht van de pont of het veer van
-overvaart, waarvan wij mede reeds gesproken hebben: nu stond hij aan
-Amsteldam een gedeelte gronds van zijn erf af, ten einde den algemeenen
-weg voorbij zijn huis heen te kunnen leggen; maar die afstand
-geschiedde op voorwaarde, dat de stad, voor haare rekening, in de
-plaats van zijne pont, eene brug zoude leggen en onderhouden, de
-inkomsten van welken ten eeuwigen dage aan het manlijke oir van hem
-zoude verblijven; het bruggeld zoude bepaald blijven op 2 duiten de
-persoon, gelijk men voor het overvaaren met de pont ook moest betaalen:
-dit accoord werd wel getroffen, maar is niet gemaintineerd; want voor
-eenige jaaren is, bij het afsterven van den werkelijken bezitter der
-brug, in het geslacht van den geenen die ’t accoord gemaakt had
-behoorende, dezelve, gelijk gezegd is, als een amtjen weggegeven; de
-tegenwoordige bewooner van het huis zoude thans, nu alle
-broodwinningen, vooral het herberghouden, geweldig achter uit gaan, met
-ernst zijn recht vervorderen, dan, hem ontbreeken de noodige papieren,
-die hem in de woelingen in 1787, waarin hij bovenmaatig gedeeld heeft,
-ontvreemd zijn, of liever zijn zij door schendende handen vernield: zo
-veel heeft hij nog bij request verkregen, dat de geenen die zig tot
-zijnent komen verpoozen, of ververschen, en de brug moeten passeeren,
-vrij van de tol zijn, mits evenwel dat zij uit zijn huis ook weder de
-brug over terug gaan, maar vervorderen zij hunnen weg, naar Abcoude of
-Ouderkerk, dan moeten zij de gewoone 2 duiten betaalen: deeze tol wordt
-ook alleenlijk betaald door den voetganger; paarden, hoornvee, of
-andere beesten die over de brug gedreven worden, betaalen niets, ook
-niet de rijtuigen, ja zelfs niet de geenen die er in zitten, alleenlijk
-moet men, gelijk gezegd is, betaalen, als men te voet gaat.
-
-De gezegde huizen, waaruit deeze uitgestrekte buurt bestaat, worden
-bewoond door ongeveer 160 menschen.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-De bewooners der buurt zijn voor het grootste gedeelte den Roomschen
-Godsdienst toegedaan, eenige weinige van hun zijn Gereformeerd, en
-slechts vijf of zes Luthersch; deezen moeten naar Amsteldam te kerk
-gaan; de Gereformeerden gaan naar Diemen of Ouderkerk, maar de
-Roomschgezinden hebben te Duivendrecht een mooi zindelijk kerkjen, dat
-bediend wordt door den Wel-Eerwaarden Heere Joannes Meylink, behoorende
-onder het Aartspriesterdom van Holland; de Roomschgezinden uit de
-Bijlemer, en sommigen in de Diemermeir woonachtig, komen ook alhier te
-kerk.—De pastorij is vrij aangenaam gelegen.
-
-Wees- of arm-huis wordt in deeze buurt niet gevonden, wanneer de ouders
-ledematen zijn van den Gereformeerden Godsdienst, worden de kinderen
-door de Diaconen van Ouderkerk van die gemeente, besteed en verzorgd;
-wanneer zij geene ledematen zijn, komen ze ten laste der zoo genaamde
-gemeene armen; wanneer vader of moeder lidmaat was, komen de kinderen
-voor de eene helft ten laste der Gereformeerde Diaconen, voor de andere
-ter zorge van de gemeene armen, en voor deeze zijn ook de Roomsche
-weezen.
-
-Er is een school, dat echter alles behalven eenig aanzien heeft; het
-wordt van wege het Ambacht begeeven, en dient voor de kinderen van alle
-drie de gezegde Gezinten in ’t algemeen.
-
-Wereldlijke gebouwen worden in deeze buurt niet gevonden.
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN:
-
-De bewooners geneeren zig meestal met de melkerij, er liggen geene
-moestuinen; er worden voords eenige gewoone Ambachten geoefend—er is
-ook een Chirurgijn.
-
-In de geschiedenis deezer buurt, zoude geheel niets aantekeningswaardig
-gevonden worden, ware het niet, dat zij, met groote voorkeur ten
-getuige verstrekte, van de elende waarmede het lieve Vaderland in den
-jaare 1787, door den geessel des binnenlandschen oorlogs, geteisterd
-geworden.
-
-Daar de Pruissen aan dien kant zouden komen afzakken, werd de buurt
-weldra door gewapende burgers van Amsteldam en van elders bezet; en o!
-hadden wij ter hunner eere mogen hooren getuigen dat zij er zig niet
-schuldig gemaakt hadden aan die baldaadigheden, waarmede de
-loontrekkende soldaat gemeenlijk de oord, waarin hij ter bescherminge
-gelegen wordt, doet gevoelen dat hij er is! alrede door het woeste
-krijgsmans leven van het pad der beminnelijke burgerlijke bedaardheid
-en geschiktheid afgeleid, hebben zij ’er, in navolging van den
-bezoldeling, verscheidene merktekenen van hun daarzijn nagelaaten;
-intusschen moeten wij, naar ingewonnene berichten, ook bekennen, dat
-zij zig, toen ’t op een staan en vechten aankwam, als dappere helden
-gedragen hebben; zodanig, dat men verzekert, hadde men te Ouderkerk
-stand gehouden, de Pruissen zouden aan de Duivendrechtsche brug nimmer
-hun oogmerk bereikt hebben; vier batterijen, hadden de patriotten
-rondsom Het huis de hoop, meergemeld, opgeworpen, van dewelken zij de
-Pruissen bij hunne herhaalde aannaderingen, ook gelijke maalen,
-dapperlijk begroetteden, met dat gewenscht gevolg dat er veelen van hun
-vielen; de tekens hunner afgezondene kogels zijn nog hier en daar, met
-naame in de muuren van de poort der gemelde hofstede Welmeer, te zien:
-de overtoom waar van wij boven gesproken hebben, was weggebroken, zo
-ook de tolbrug; (men voer toen weder met eene schouw over,) en al het
-hinderend geboomte omgehakt, zo dat zij hunnen vijand op eene vlakte
-voor zig hadden; echter behoefden zij met hun geschut maar zeer smalle
-wegen te bestrijken, (het platte land, stond rondsom ruim drie à vier
-voeten hoog onder water;) het welk ook met zo veel moed en snelheid
-gedaan werd, dat er, gelijk gezegd is, veele Pruissen door hun ter
-nedergelegd werden; allerbenaauwdst zag ’t er toen in deeze oord uit,
-en die akeligheid vergrootte niet weinig toen de Vaderlanders, door dat
-Ouderkerk verlaten was, geraden vonden, of liever genoodzaakt werden,
-aftetrekken, en de geheele buurt derhalven door de Pruissische
-soldaaten overstroomd werd; zij kwamen er in; als raazenden vielen zij
-op alles aan, want de dappere tegenstand welke zij, zekerlijk buiten
-verwachting, ontmoet, en het volk dat zij verloren hadden, had hun
-verbitterd; meest moest de meergemelde herberg ’t Huis de Hoop lijden;
-want zij hadden hetzelve, wegens de batterijen waardoor het van rondsom
-beschermd, (in hunne oogen beschermd) werd, voor een of ander huis van
-aanzien, mogelijk wel voor een Dorps Raadhuis gehouden, en hadden ook
-alle mogelijke moeite gedaan om het zelve tot een puinhoop te schieten:
-dan, allerwonderbarelijkst werd dat huis bewaard; want de Pruissen
-pointeerden hunne stukken zodanig, dat zij telkens over hetzelve heen
-schooten, en als zij het raakten was het slechts aan de randen der
-hardsteenen waarmede de gevel gedekt is, gelijk men zulks dan nog
-werkelijk in oogenschouw kan neemen—de bewooner van dat huis, houdt die
-beklagenswaardige gebeurtenis voor de grondoorzaak van zijn
-onherstelbaar bederf, want behalven dat sedert dien tijd een algemeen
-verval in het land plaats heeft, en zijne herberg derhalven vrij
-schaarser dan weleer bezocht wordt, begroot hij zijne geledene schade,
-zo aan zijn huis als goederen, op ruim 1000 guldens, waarvan hem, in
-gevolge van groote daartoe aangewende moeite, naauwlijks 350 guldens
-vergoed zijn: de Jooden, (men weet welke rol deeze, in die
-tijdsomstandigheden, gespeeld hebben,) hadden verscheidene van zijne
-meubelen gekocht, die hij naderhand, waarschijnelijk ten dubbelden en
-driedubbelden prijze, weder heeft moeten inkoopen.
-
-
-
-
-De
-
-HERBERGEN
-
-Welken in deeze buurt gevonden worden, zijn voornaamlijk, het
-meergemelde,
-
-Huis de Hoop, dat ook eene goede uitspanning is; voords nog twee andere
-herbergen van minderen rang.
-
-
-
-
-De
-
-REISGELEGENHEDEN
-
-Zijn naar Amsteldam, Muiden, Naarden en Weesp, met de gewoone schuiten
-welken op die steden vise versa vaaren, en de Duivendrechtsche, of
-Kuipertjes-brug moeten passeeren, men kan van daar ook naar Abcoude of
-Ouderkerk wandelen; nog passeert er de Kerkschuit uit de Diemer- of
-Watergrafts-meir.
-
-Door Duivendrecht wandelt men over eenen zindelijken straatweg, tot aan
-en voorbij het Tolhek: van hier gaat men rechts af, langs de
-zoogenaamde Ouderkerker laan, naar Ouderkerk.
-
-
-
-Een andere Buurt, of Gehucht, in de banne van Ouderkerk gelegen, draagt
-den naam van
-
-
-
-
-DE BULLEWIJK,
-
-Die onderscheiden wordt in de Binnen- en Buiten-Bullewijk.
-
-Hier strekt zig de ban van Ouder-Amstel uit tot aan het tolhuisjen bij
-de Abcouder meir, welker bewooners nog onder het opzicht van den
-Predikant van Ouderkerk staan.
-
-De beide deelen van de Bullewijk liggen zeer vermaaklijk ter
-wederzijden van de ongemeen schoone rivier de Amstel, en aan het water,
-Bullewijk genoemd; de Binnen-Bullewijk is voor een gedeelte een rijweg,
-met eenige buitenplaatsen vercierd, als Hoofdenburg, Kerkzicht, enz.;
-zij strekt zig uit tot aan de Abcouder meir: de Buiten-Bullewijk ligt
-in de polder de Ronde hoep, als mede de Rijke Waver, en de Waardhuizen,
-welke polder begroot wordt op 1526 morgen, en 472 roeden gronds: men
-wil, dat dezelve van ouds eene bosschaadje zoude geweest zijn, die
-afgekapt en tot land gemaakt is; voords stellen onze ingewonnene
-berichten het voor niet onmogelijk, dat die landen eertijds van
-slechten aart geweest zijn; dat men er daarom bullen op geweid heeft,
-en dat daarvan het gehucht de Bullewijk zijnen naam zoude ontleend
-hebben: wat betreft dat de polder voorheen een bosch zoude geweest
-zijn, daarvan geeft men, niet ongepast, ten bewijze, dat de landlieden
-aldaar nog jaarlijks boomwortels uit den grond haalen, die telkens naar
-boven werken: thans is de Ronde Hoep één der beste polders; niet alleen
-wegens het land dat zeer goed voor het melkvee is, maar ook wegens de
-schoone bedijking die rondsom de polder ligt: zij heeft drie
-watermolens, welken het overtollige polderwater in den Amstel
-overmaalen: het getal der huizen, onder de geheele Bullewijk betrokken
-zijnde, kunnen wij niet bepaalen.
-
-Met de bestuuring en verzorging van Weezen en Armen gaat het hier als
-in de voorgemelde buurten onder deeze banne behoorende; de inwooners
-zijn voor het grootste gedeelte den Roomschen Godsdienst toegedaan,
-gelijk zij er dan ook een zeer goede en zelfs aanzienlijke statie
-hebben, een quartier uurs van het dorp gelegen, die bediend wordt door
-den Wel-Eerwaarden Heere Hyronimius van der Dorp, behoorende onder het
-Aartspriesterdom van Holland: de Gereformeerden, welken onder hun
-gevonden worden, moeten te Ouderkerk te kerk gaan, gelijk de
-Roomschgezinden in dat Dorp in de Bullewijk behooren: de kinderen uit
-dat gehucht gaan ook te Ouderkerk voornoemd, school.
-
-De bewooners van de Bullewijk geneeren zig voornaamlijk met de
-melkerij, waartoe, gelijk gezegd is, de landen aldaar zeer geschikt
-zijn.
-
-De Jooden hebben hier een groot kerkhof; zie onze beschrijving van
-Ouderkerk.
-
-Herbergen worden er geene anderen gevonden, dan de Voetangel [7],
-alwaar men ook de reisgelegenheid van de passeerende Utrechtsche schuit
-van en naar Amsteldam en Utrecht heeft.
-
-
-
-Rechtuit over den Voetangel voornoemd gaande, heeft men een rij- en
-gaan-weg, langs den Amstel, naar Abcoude: maar den Voetangel aan de
-linkerhand, begint de
-
-
-
-
-RIJKE WAVER,
-
-Mede, gelijk wij reeds gezegd hebben, in de Ronde-hoeper polder
-gelegen: het is een rijweg tot dat men aan de Waarthuizen komt, van
-waar men weder naar Ouderkerk gaat.
-
-Van de Rijke Waver is niet veel anders te zeggen, dan dat het er in den
-zomer zeer aangenaam is; men ziet er veele buitenplaatzen, tot dat men
-komt aan de Stoppelaars brug, een gehucht van eenige huizen, (Stichts
-gebied;) daardoor gaande komt men, over een brug, wederom op Hollandsch
-gebied, naamlijk te Botshol: zie onze beschrijving van Waver enz.
-
-De bewooners der Rijke Waver bestaan mede meestal van de melkerij,
-behalven eenige geringe lieden, die de baggerij ter hand houden.
-
-Gezegde bewoonen verhaalen, dat dit gedeelte van de Ronde hoep, weleer,
-bepaaldlijk vóór en tot den jaare 1672, den naam van Schamele Waver
-droeg, en dat het den naam van Rijke Waver bekomen heeft, bij
-gelegenheid dat de Franschen, ten gezegden jaare, aldaar en in den
-omtrek brandschatting uitschrijvende, dezelve op geen pleksken zo in
-haar geheel opgebragt werd als alhier, waardoor het zig, in de plaats
-van den naam van arm te verdienen, betoonde rijk te zijn, en derhalven
-toen ook dien naam verkreeg; doch onze medegedeelde berichten spreeken
-zulks volstrekt tegen, verzekerende dat er geenige aantekening
-voorhanden is, waaruit zoude kunnen blijken, dat de Franschen in 1672
-de Rijke Waver een bezoek gegeven hebben.
-
-
-
-
-HOLENDRECHT.
-
-Is eene polder onder dezelfde banne van Ouderkerk; zij wordt begroot op
-419 morgen, 363 roeden: hier en daar is dezelve bewoond; doch niet
-anders dan door melkboeren, die er zeer goede landen hebben.
-
-
-
-
-WAARDHUIZEN EN DE NES,
-IN ZO VERRE ZIJ TEN OOSTEN VAN DEN AMSTEL GELEGEN ZIJN.
-
-Deeze buurten of gehuchten zijn redelijk digt bebouwd, en zijn ook vrij
-volkrijk; de bewooners geneeren zig voornaamlijk met den landbouw; ook
-worden er veele visschers gevonden: er is een’ goede sluis, de Nesser
-sluis genaamd: de liefhebbers van visschen, vooral die van Amsteldam,
-gaan des zomers gemeenlijk alhier hunne uitspanning neemen, het geen de
-inwooners nog al eenig voordeel aanbrengt: deezen zijn voor het
-grootste gedeelte van den Roomschen Godsdienst, en gaan aan de eene
-zijde te Waver, en aan de andere in de Zwaluwe buurt te kerk.
-
-In de Nes is ook een school.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET DORP AMSTELVEEN.
-
-
- AMSTELVEEN, zo wel gelegen,
- Mild bedeeld met Godes zegen,
- Leed om Gysbrechts overmoed,
- Leed door Spanjes dwingelanden,
- Onlangs viel ’t in Pruisens handen,
- Laatstlijk heeft er ’t vuur gewoed. (1792.)
-
-
-Zo ons werk niet van dien aart ware, dat wij geene keuze konden doen in
-de veele plaatsen welken in ons Vaderland voorhanden zijn, (want ons
-plan vordert dat wij die allen, van hoe grooten aanzien, of hoe gering
-ook moeten beschrijven;) zo wij deeze of geene plaats ten voorwerpe van
-onze beschrijving konden verkiezen, ongetwijfeld zouden wij het dorp
-Amstelveen de eer van den voorrang geeven; want in veelerleie opzichten
-verdient het de aandacht van elk Nederlander: niet alleenlijk is het
-aangenaam en wèl gelegen; maar ook is het op verscheidene andere wijzen
-aanmerkenswaardig: het is reeds een voorwerp van de gunst der Graaven
-geweest, en tevens een voorwerp der blinde woede ten tijde dat Spanje
-bloedmiddelen aanwendde, om de vrije harten en halzen van de
-wereldberoemde Batavieren door en onder zijn juk te knellen; en wat het
-in onze laatstvoorledene beroeringen, door het verschillen over de
-denkbeelden van recht, gerechtigheid en vrijheid, heeft moeten lijden,
-is nog in verscher geheugenis; ’t heeft ondervonden dat de
-Nederlanders, spijt alle verbastering nog niet geheel van hunne
-voorvaderlijke deugd ontaart zijn.... dan, daar van zullen op de
-volgende en meer andere bladzijden van dit ons werk overtuigende
-bewijzen genoeg gevonden worden, om er hier van te kunnen zwijgen; wij
-twijfelen niet of men zal onze beschrijving van dit dorp met genoegen
-leezen.
-
-
-
-
-LIGGING.
-
-Het vermaaklijk Dorp Amstelveen, (of Amsterveen, zo als het doorgaands
-genoemd wordt,) eene Ambachtsheerlijkheid van Amsteldam, is gelegen in
-Amstelland, omtrent twee uuren gaans ten Zuid-westen van Amsteldam,
-hebbende ten Oosten de Haarlemmer-meir, ten Westen het dorp Ouderkerk,
-en ten Zuiden, Tamen of Uithoorn: deszelfs ligging is zeer aangenaam;
-de weg die van Amsteldam, of wel van den Overtoom, derwaards gaat,
-verschaft eene verrukkelijke wandeling tusschen twee reiën lommerijken
-boomen, achter welken, op verscheidene plaatsen, ruime boerderijen, en
-aanzienlijke tuinen gelegen zijn: te recht zegt de zoetvloejende
-Willink, dat de gemelde aangenaame weg loopt,
-
-
- Langs ijpeboomen, even glad,
- En net geschoren; welker kruinen,
- Zo tierig groejen bij het nat,
- Dat eeuwig wenscht, dien weg te omtuinen:
- Alwaar het toverend gezicht
- Den zachten wandelaar verpligt.
-
-
-Amstelland, dat wij boven noemden, was weleer met het steedjen, ’t
-welk, na nog geen twee honderd jaaren, tot de wereldberoemde koopstad
-Amsteldam aangewassen is, eene bijzondere Heerelijkheid, niet
-behoorende onder de eigendommen van de Hollandsche Graaven, maar aan
-het geslacht der Heeren van Amstel: toen Heer Gijsbrecht, van dien
-naam, als deelgenoot van den bekenden moord aan Graaf Floris, het Land
-moest ruimen, werden zijne goederen verbeurd verklaard, en werden
-deezen gevolglijk een volstrekt eigendom van den Graaf; volstrekt,
-zeggen wij, want Gijsbrecht was reeds vroeger, voor zekere handelwijze
-van hem omtrent den Bisschop van Utrecht, door den Graaf gestraft,
-daarmede, dat hij zijne goederen, waaronder ook Amstelland, aan den
-Graave moest opdraagen, waarna hij dezelven weder als een Leen van
-deezen ontving: Amstelland is volgends sommigen daarna een Leen van de
-Utrechtsche Kerk geweest, doch ook weder aan de Graaflijkheid gehecht;
-anderen ontkennen zulks geheel of ten deele.
-
-
-
-De uitgestrektheid van deeze gewezene Heerlijkheid is aanmerkelijk
-groot; zij wordt door den Amstel in twee deelen gescheiden, en aan de
-West-zijde Nieuwer-Amstel genoemd, in tegenstelling van de andere zijde
-die den naam van Ouder-Amstel draagt; zij bevat de dorpen, Slooten,
-Slooterdijk, Amstelveen, Ouderkerk, Diemen met Diemerdam, Loenen en
-Loosdrecht, Duivendrecht, Waver, Waverveen, Oostdorp, en meer andere
-vlekjens; ook zelfs Amsteldam, dat men de hoofdstad van deeze
-Heerlijkheid zoude kunnen noemen: de grond van dezelve is over ’t
-algemeen laag, week, moerassig en brakachtig; des vindt men er weinig
-bouwland, in vergelijking van den gras- en veen-grond die er voorhanden
-is: de laage ligging vereischt groote kosten aan watermolens, om het
-water geen overhand te laaten neemen; integendeel zijn onder de
-voordeelen van Amstelland te tellen, de veenen en ook zelfs de
-waterplassen welken er zijn, beiden groote winsten aanbrengende, de
-laatstgemelden door keur van allerleie smaaklijke riviervisch: voor
-weinige jaaren is boven Amstelveen, een diep uitgebaggerde veengrond
-droog gemaakt, en is thans reeds weder tot goed land geworden—dat
-weleer binnen den omtrek van deeze Heerlijkheid zwaare bosschen,
-(waarvan geheel Holland toen rijklijk voorzien was [8]) gestaan moeten
-hebben, en in de zo bekende boomstortingen gevallen zijn, blijkt van
-tijd tot tijd daaraan dat onder het graaven zwaare boomen gevonden
-worden; aan sommigen van dezelven heeft men vinden hangen, nooten en
-andere vruchten, die nog zeer goed waren—ons bestek laat niet toe
-breeder over deeze anders zo aangenaame taak, zo weinig als over
-Amstelland op zig zelf, te spreeken; des keeren wij tot Amstelveen
-weder.
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-De naam welke dit aangenaame dorp draagt, verklaart tevens deszelfs
-afkomst; betekenende naamlijk het veen dat aan den Amstel ligt, of
-Amstels Veen; waarom de eigenlijke naam niet Amsterveen, gelijk wij
-zeiden dat het doorgaands genoemd wordt, maar Amstelveen is.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE.
-
-Wat de stichting betreft, daarvan kan, gelijk van veele andere dorpen,
-enz. niets gezegd worden; zeer waarschijnelijk zijn dezelven hunnen
-oorsprong verschuldigd aan ’t verblijf van eenige lieden, visschers,
-landbouwers, of baggerders, welken hunne nooddruft uit de
-grondsgelegenheid aldaar vonden, en bij wie misschien, door hunnen
-welvaart van tijd tot tijd uitgelokt, zig veele anderen gevoegd, en zo
-een buurt gemaakt hebben, welke, na verloop van tijd, in een dorp
-veranderd kan geworden weezen.
-
-
-
-Wat de grootte van Amstelveen betreft, het geheele Ambacht wordt in de
-oude verpondings lijsten gesteld op 2670 morgen en 766 roeden; in
-andere opgaven vindt men er 4076 morgen voor, welk verschil ontstaan
-kan door eene andere bepaaling van het district, of liever van den
-grond die onder de opgave betrokken is; thans wordt het wel 6000 morgen
-groot geschat: in oude lijsten staan voor Amstelveen 251 huizen
-aangetekend; in nieuwere 1167 huizen en één molen; welk verschil weder
-op de gemelde wijze kan ontstaan zijn, althans de laatste opgaave,
-bepaalt zig niet binnen den omtrek van het eigenlijke dorp zelf, maar
-gaat ook over de buurten welken daaronder behooren, liggende aan den
-Amstel, den Veendijk, de zogenaamde Zwaluwenbuurt, en de Nes, ook de
-geheele Amstelveensche weg, aan de hand van Leiden, enz.
-
-Ten noorden paalt het rechtsgebied van Amstelveen onmiddelijk aan dat
-van Amsteldam, waarvan de Heer Wellekens, in zijne Visschers en
-Jagersgezangen, dus zingt:
-
-
- Juist daar de Mijlpaal staat, uit blaauw arduin gehouwen,
- Die ’t land en halsrecht scheidt, de beken en Landsdouwen,
- Van ’t prachtig Amsteldam, en ’t nedrig Amstelveen,
- Gelijk van stam en naam, maar nu met lotgemeen.
-
-
-
-
-’T WAPEN.
-
-Dit is een rood Schild, met twee zwarte dwarsbalken doorsneden; op den
-bovensten balk drie, en op den ondersten één witte kruisen.
-
-
-
-
-KERKLIJKE GEBOUWEN.
-
-Onder deezen kunnen geene anderen geteld worden dan de Kerk zelve, het
-Diaconie-Weeshuis, en ’t algemeene Armehuis; in het Diaconie-Weeshuis
-zijn niet meer dan twintig kinderen, en weinige oude lieden, en het
-Armehuis is in tweeën gescheiden; zijnde het voorste gedeelte ten
-dienste der Gereformeerden, en het achterste voor de Roomschen en
-Lutherschen, als mede voor de oude lieden van beide gezindheden: voor
-het Armehuis leest men:
-
-
- Den armen wees tot nut, bragt men dit huis tot stand,
- Den ouden tot een stut, in Nieuwer Amstelland.
-
-
-Boven den ingang van het Diaconiehuis staan de volgende woorden in een
-vierkanten steen uitgehouwen: „Door de weldaadigheid van Nieuweramstel
-en Amsteldam, is dit Diaconie Weeshuis gebouwd, in het jaar 1765.
-
-„De Heere houdt de Weezen en Weduwen staande: Ps. 126 vs. 9.”
-
-Weleer stond boven de poort of ingang, naast het zelve huis nog een
-versjen, ’t welk door ’t schilderen daarvoor van daan geraakt is: dus
-luidde het:
-
-
- De liefde omhelst ’t verlaten weesken alhier,
- Om z’in haar schoot te voên en te onderwijzen,
- Verkwikt, versterkt met wijs bestier,
- De Oude, Arme, en afgewerkte grijzen:
- O Amstelland! wie roemt en volgt u niet,
- Als men dit huis met zijn bewooners ziet!
-
-
-De Kerk staat op een bemuurd kerkhof, dat met schoon geboomte beplant
-is; het gebouw pronkt met een aartig spits torentjen, waarin slag en
-uurwerk is: onder de weinige sieraadjen van binnen munt zeer uit het
-eeregraf van den beroemden Nederlandschen Dichter, Johan van
-Broekhuizen, zijner nagedachtenisse geschonken door den Wel Ed. Heer,
-Mr. Abraham Calkoen, Heer van Kortenhoef, ten tijde der oprichting
-(1767) Baljuw en Dijkgraaf van Amstelland, naderhand Hoofdofficier der
-Stad Amsteldam: hetzelve bestaat in eene aloude lijkbus van blaauw
-arduinsteen, rustende op een dergelijk voetstuk, voor hetwelk een
-Latijnsch vers van den Hoogleeraar Burman, op een wit marmer tafreel is
-uitgehouwen, zijnde van deezen inhoud:
-
-
- „Ter gedachtenisse van
- Johan van Broekhuizen,
- Overleden in het Jaar 1707.
-
- „Gij alle die de Dichtkunst en Wapenoefening bemint, strooit
- lauren, mirten en veil op dit gewijde graf: Broekhuizen, wiens
- gedichten die van Propertius evenaarten, ligt hier in de
- Amstelveensche Kerk begraven; op dat hij ruste in dien zelfden
- oord, waarin hij, ontslagen van zijne krijgsamten, die hij met
- eere bekleed had, zig, in stilte, met geleerde oefeningen bezig
- gehouden heeft: de erkentenis die men aan zijnen asch, waarvoor
- men zo schandelijk verzuimd had eenig gedenkteken opterichten,
- na zestig jaaren verloops, de verschuldigde eer bewijst, hebbe
- haaren verdienden lof, en verstrekke ten treffelijken voorbeelde
- voor de dankbaare nakomelingschap; doch schoon dit grafteken,
- gelijk alle anderen, zelfs zulken die uit het kostbaar marmer
- gehouwen zijn, eindelijk vergaan moet, zullen nogthans de werken
- van zo groot eenen geest alleen zijnen naam onstervelijk maaken.”
-
-
-Tot genoegen van onze Leezers, maar voornaamlijk tot genoegen van de
-bewooners van Amstelveen, zullen wij hier eene kleine schets van de
-levensbeschrijving diens voortreffelijken mans bijvoegen; ’t kan
-gezegde bewooners tog niet onverschillig zijn te weeten wie hij
-eigenlijk was die verdiend heeft, dat hun Kerkjen met zijn eereteken
-pronkt.
-
-Johan van Broekhuizen, was dan een Amsteldammer, ter dier stede geboren
-den 20 November des jaars 1649; de zoon van een Hoedestoffeerder, die
-daarna ook klerk ter Secretarij van de Admiraliteit aldaar was; zijne
-moeder Eva Vos, was aan de aanzienlijke geslachten van Witsen en Hudde,
-vermaagschapt: Broekhuizen werd van jongs af der studie toegewijd;
-maakte groote vorderingen in de geleerde taalen, en betoonde al vroeg
-eene ongemeene zucht voor de dichtkunde der Latijnen; en deeze zucht
-was in onzen dichter zelfs zo brandend, dat hij, meer dan vijftig
-versen, in die taale gedicht, slechts één maal gehoord hebbende,
-dezelven van buiten kende; inderdaad een doorslaand bewijs van eene
-wonderbaare natuurgaaf, die zo vermaaklijk als in andere gevallen,
-(doch voor den dichter altoos hoogstwenschlijk,) lastig is; want
-Broekhuizen kon met geene mogelijkheid de regelen der Logica, eene
-drooge schoolsche studie, in zijn geheugen prenten; leevende
-voorbeelden zouden den man van ondervinding van deeze waarheid meer dan
-hij verlangde overtuigen: zo geheugt het mij, toen ik lessen in de
-Wiskunst gaf, meermaals leerlingen gehad te hebben, die uitmuntten in
-allerleie werken van genie, als daar is het maaken van tooneelspellen,
-en zamenstellen van romans, dat deezen, spijt alle mijne aangewende
-moeite, geen denkbeeld van eene rekening van proportie, of zogenaamde
-regel van drieën konden verkrijgen.
-
-
-
-Van de schoole gekomen zijnde, besteedde zijn Oom, die hem na den dood
-zijns Vaders, tot tweeden Vader verstrekte, hem in een Apotheek, waarin
-hij eenige jaaren doorbragt, zonder echter de dichtkunde van zijne
-geliefde Latijnen te vergeeten: deeze slaafsche verbinding konde hem,
-zeer natuurlijk, niet lang behagen; hij kreeg er tegenzin in, en begaf
-zig tot een vrijer leven, tot den krijgsdienst naamlijk, waarin hij
-welhaast tot den rang van Vendrig bevorderd werd; hoe zou ook een
-lievelingskind der Natuur in allerleie standen geene bevordering
-verkrijgen! intusschen vergat hij zijne waarde Latijnen niet; ook niet
-toen hij vervolgends onder den dapperen De Ruiter, een togt ter zee
-deed, of toen hij, in 1673, in zijne geboortestad, Lieutenant werd over
-een Vendel van de stads bezetting: behalven dat woonde hij verscheidene
-veldtogten in Duitschland en de Nederlanden bij: hij zettede zig, na
-het sluiten van den vrede te Nijmegen, met er woon te Utrecht neder, en
-gaf zig aldaar geheel aan de boekoefening over: van daar kwam hij te
-Amsteldam, en had het geluk zijne studie voordtezetten in gezelschap
-van zijne beroemde tijdgenooten de Heeren Hulst, Huijdecooper, Heinck,
-Geelvink, en anderen: Burgemeester Hudde bezorgde hem de
-Capiteinsplaats van één der Vendelen van meergemelde stads bezetting:
-toen na het sluiten van den Rijswijkschen vrede, dat Vendel afgedankt
-werd, verkoos onze Broekhuizen een aangenaam buitenverblijf, onder het
-gebied van Amstelveen ter wooning, alwaar hij bij aanhoudendheid van de
-voornaamste Geleerden bezocht werd, en zijne studiën met onvermoeiden
-vlijt voordzettede; na lang gesukkeld te hebben, overleed hij aldaar
-den 15 van Wintermaand des jaars 1707, en werd op den vijfden dag na
-zijn overlijden, in gevolge van zijnen laatsten wil, in de Kerk te
-Amstelveen begraven.—Wat zijn arbeid betreft, Propertius en Tibullus,
-zijn fraai door hem verbeterd, in ’t licht gegeven, als mede de
-gedichten van Sanesarius en anderen: zijne eigene Latijnsche poëzij is
-door den beroemden David van Hoogstraaten in den jaare 1711 ter persse
-bezorgd, en weinige jaaren daarna ook zijne Nederduitsche gedichten,
-voor welken ’t verhaal van ’s dichters leven geplaatst is: kort na zijn
-overlijden deed de Hoogleeraar P. Burman eene redevoering daarop
-toepasselijk: welke eere ’s mans nagedachtenis is aangedaan, hebben wij
-boven gezien.
-
-
-
-Het Kerkjen is gesticht in den jaare 1594, heeft geen orgel, en is de
-eenigste die in de banne van Amstelveen gevonden wordt; ofschoon zij
-bijna 1100 ledemaaten kan tellen: daarentegen zijn er op het zelfde
-grondgebied wel vier Roomsche Kerken; een van dezelve staat op den
-Amstelveenschen Weg, tusschen den Overtoom, en de Kalfjeslaan, die geen
-van de kleinste is, een mooi orgel heeft, en door twee Pastoors bediend
-wordt: hij bevat onder zig wel 800 ledemaaten, behalven de menigte van
-vreemdelingen, welken des zomers aldaar ter Kerke gaan.
-
-
-
-De eerste Predikant op dit dorp is (1586) geweest Gerard Pauli, zijnde
-hetzelve alstoen gecombineerd met Ouderkerk, doch in 1588 is die
-combinatie gescheiden—voor eenige jaaren heeft de zonderlinge Leeraar
-van der Zouw, door zijne wijze van den volke het Euangelium te
-verkondigen, dit dorp geen gering voordeel aangebragt, door de menigte
-van stedelingen, en omliggende bewooners, welken hem kwamen hooren
-prediken; zijn toon en wijze van verhandelen waren even zonderling;
-dikwijls brak hij zijne reden af, om de in- en uitgaande menigte te
-zeggen dat zij minder opschudding moesten maaken; om te zeggen dat men
-deezen of geenen vermoeiden boêr, welke te weinig begrips van zijne
-verklaaring konde maaken, en dien hij derhalven in de slaap gepredikt
-had, optewekken; om aan den koster te klaagen dat de zon, door de
-kerkglazen schijnende, hem geweldig hinderden, en dat derhalven de
-glasgordijnen toegeschoven moesten worden; om bij het verschijnen van
-een of ander gezelschap welgeklede lieden, uitteroepen: „Kijk, kijk!
-daar komen weêr Amsteldammers aan! maar met geen hart, hongerende en
-dorstende naar de geestelijke spijs en drank des Euangeliums,” of iet
-dergelijks—’t geheugt mij zijn Wel Eerwaarden eens het gebod der Wet,
-Gij en zult niet steelen, te hebben hooren verklaaren, en hem in die
-verklaaring hooren stellen, dat alle menschen, van wat staat en stand,
-van wat ouderdom, dieven waren; zijn Weleerwaarde begon bij de
-kinderen, die zig niet zelden schuldig maaken, zeide hij, aan het
-steelen van een appel of peer—tot de Diakens der Kerke gekomen zijnde,
-dacht ik, de Leeraar zoude evenwel deezen uit zijn algemeen vonnis
-uitsluiten, maar neen! zijn hoofd naar derzelver gewoone plaats in de
-Kerk keerende, schreeuwde zijn Wel Eerwaarde uit: Er wordt niet anders
-als koperen munt in ’t zakjen gevonden! hij liet de uitlegging van de
-betekenis der woorden aan Diakenen zelven over, en ging voord met zijne
-rol van dieven verder afteleezen.
-
-Van de Wereldlijke Gebouwen, Amstelveen betreffende, daar het
-Rechthuis, even als dat op alle andere dorpen, niets bijzonders heeft,
-des juist niet in den rang van gebouwen geplaatst kan worden, hebben
-wij geene aantekeningen te maaken, niet anders als dat hetzelve een
-stads gebouw is; geapproprieerd tot eene wooning voor den Officier, met
-eenen grooten tuin daar achter, waar voor de Officier voornoemd
-jaarlijks eene zekere somme aan de stad Amsteldam moet opbrengen: het
-gebouw heeft anders geen aanzien als dat het in zijn gevel pronkt met
-het wapen van Amsteldam: om de drie weeken wordt er, donderdags,
-rechtdag gehouden.
-
-
-
-
-REGEERING.
-
-Deeze bestaat voor zo veel Amstelveen zelf aangaat, uit den Balliuw,
-Schout en zeven Schepenen: eene Ambachtsheerlijkheid van Amsteldam
-zijnde, is er ook eene Ambachtsheer over gesteld, die de zaaken, het
-Ambacht bijzonderlijk betreffende waarneemt; bestaande de crimineele
-rechtbank aldaar eigenlijk uit Bailluw en Schepenen voornoemd; welke
-eerstgemelde ook Bailluw van Amstelland is.
-
-
-
-Tot het bestuur der Polderzaaken, wordt volgends octrooi van keizer
-Karel den Vijfden, dato 31 December 1520, een Dijkgraaf- en
-Hoog-Heemraadschap opgericht, dat met en benevens het Gerecht van
-Amstelveen het opzicht zoude hebben, over de dijken, bruggen,
-dijkslooten en andere polderwerken; volgends deeze handvest, zouden van
-de vijf Landrijksten, vier Heemraaden, en de oudste dier vijf, tot
-Dijkgraaf verkoozen worden: de Keizer noemde hen Dijkgraaf en Heemraden
-van de Landen en Dorpen van Amstelveen, doch hedendaags noemt men dat
-Collegie Dijkgraaf en Heemraaden van Nieuwer-Amstel; het aanstellen van
-dat opzicht is zijne geboorte verschuldigd aan de klagten die eenigen
-der Landrijksten bij den Keizer inbragten, daarover dat de vloeden der
-Zuiderzee, dagelijks aanwiessen, en die van het sticht van Utrecht
-hunne wateren ook dagelijks door molens uitwierpen, en deeden loopen op
-de landen van Amstelveen, waardoor de opgezetenen aldaar, indien er
-niet in voorzien werd, scheenen te zullen bedorven worden, en ten
-eeuwigsten dage verloren blijven, verzoekende derhalven dat hetzelve
-door het aanstellen van het bovengemelde Collegie, om desaangaande de
-noodige voorzorgen te doen neemen, mogt voorgekomen worden; de Keizer
-het gewigt deezer klagten inziende, willigde hun verzoek in.
-
-
-
-De verkiezing van deeze Dijkgraaf en Heemraaden geschiedde weleer door
-de Rekenkamer der Graaflijkheids Domeinen, doch thans geschiedt het
-door Gecommitteerde Raaden van de Staaten van Holland, op aanschrijving
-van Burgemeesteren van Amsteldam.
-
-
-
-
-VOORRECHTEN.
-
-Deeze Ambachtsheerlijkheid is, in voorige eeuwen, door de Graaven met
-verscheidene voorrechten beschonken; van daar heeft het nog een vrij
-halsgerecht; ook mag, volgends privilegie van Graaf Albrecht, in geheel
-Amstelland, geen beroep van vonnisse gedaan worden—zij die eenig
-denkbeeld van het district, waarvan wij hier spreeken, kunnen maaken,
-zullen zig in gevolge van het eerstgemelde der bovengenoemde
-voorrechten, niet meer verwonderen dat er te Amstelveen zo dikwijls
-halsrecht gedaan wordt.
-
-
-
-Amstelveen heeft ook het recht om die van Amsteldam, nalaatig bevonden
-wordende in het onderhouden van de sluizen „op ten Middeldam, en op St.
-Anthonies-poorte,” te beslaan in de boete van zes goudguldens
-dagelijks, tot duizend goudguldens toe, doch niet hooger.
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN.
-
-Deezen bestaan onder de bewooners van deeze Ambachtsheerlijkheid in het
-weiden van vee, maaken van melk, boter en kaas, en het veenen, of
-baggeren van turf, enz.
-
-
-
-
-GESCHIEDENISSEN.
-
-Hoe de Heerlijkheid Amstelland, en gevolglijk ook dit dorp Amstelveen
-aan de Graaven van Holland gekomen is, hebben wij boven, (bladz. 2.)
-gezien; en in onze beschrijving van Sloterdijk, tekenden wij aan dat
-dezelve naderhand in het huis van Brederode zijn overgegaan, alwaar wij
-ook zeiden, dat niet naauwkeurig bepaald konde worden, langs welken weg
-(zie aldaar bladz. 2); doch, onder het naslaan van eenige andere dan de
-toen geraadpleegde schrijvers, vinden wij dat men dien overgang dus
-opgeeft: Graaf Jan van Holland, die zijn’ Vader den omgebragten Graaf
-Floris den Vijfden opvolgde, kwam derhalven ook in het bezit van de
-verbeurd verklaarde goederen van Van Amstel; en deeze, in 1299, zonder
-kinderen komende te overlijden, is hem, als naast in den bloede, tot
-erfgenaam opgevolgd, Jan van Avennes, welke in ’t begin zijner
-regeeringe de Heerlijkheden van Amstel en Woerden schonk aan zijnen
-broeder Guy; na den dood van deezen, en van Graaf Jan heeft ’s Graaven
-zoon Willem (1317,) die Heerlijkheden weder benaderd en aan de
-Graaflijkheid gehecht.
-
-Naderhand heeft Albert van Beiëren, als Graaf van Holland, de
-Ambachtsheerlijkheid Amstelveen, nevens de gevolgen van dien, ter
-Ouder- en Nieuwer-Amstel (1399,) tot een onstervelijk leen gegeven, aan
-Coen van Oosterwijk, voor de somma van 3100 schilden; deeze droeg dat
-zijn eigendom (1402) weder op aan Margaretha van Cleef, des Hertogs
-tweede Gemaalinne; hier door geraakte na haar overlijden, Amstelveen,
-en de geheele nalaatenschap der Graavinne aan haare Moeder, mede
-Margaretha genaamd, die de Heerlijkheid tot 1434 bezat; in welk jaar
-Hendrik van Borselen, Heer van ter Veere, uit krachte van aanhoop,
-daarmede verleid is geworden; en door het huwelijk van Margareta van
-Borsselen, met Walraven van Brederode, ging Amstelveen dus in dat
-geslacht over, zijnde hetzelve in 1529, door Heer Walraven aan de stad
-Amsteldam verkocht, gelijk wij in ons blad, over Sloterdijk handelende,
-reeds gezegd hebben.
-
-In de woede der hervorming heeft Amstelveen denkelijk gedeeld; want in
-de sententiën van Alba, vindt men een banvonnis, tegen zekeren Cornelis
-van Amstelveen, welke daarin ten laste gelegd wordt, dat hij de
-kerkplonderaars te drinken gegeven, den Pastoor voor eenen verleider
-des volks uitgemaakt, en gezegd zoude hebben, dat men van de klokken
-der kerken roers en geschut zoude gieten.
-
-Wat Amstelveen in onze jongstledene beroerten heeft moeten lijden, is
-bij ieder bekend; aldaar tog was om zo te spreeken voor een gedeelte
-het tooneel des oorlogs.
-
-In den nacht van den 30 September, rukte de Hertog, met zijne Pruissen
-reeds tot nabij de Hand van Leiden gekomen zijnde, nader derwaards;
-doch eene Patriotsche patrouille vertelde hem weldra met
-snaphaanskogels, dat zij onversaagd waren: deezen echter waren door de
-overmagt genoodzaakt zig te bedwingen; de Hertog posteerde vervolgens
-zijn geschut op den dijk naar Amstelveen, waarop de aanval zoude
-geschieden; reeds ten 5 uuren in den morgen hoorde men het
-signaalschot, en terstond daarop begonnen de Pruissen te Ouderkerk
-hunne opgeworpene Batterijen te laaten speelen; hunne jaagers gingen op
-het verlaat los, doch bemagtigden hetzelve niet dan ten koste van veele
-koppen; want de Hollanders vochten als leeuwen, als lieden die bij den
-oorlog opgevoed waren, welke lof de Hertog zelf hun niet heeft kunnen
-weigeren—nog herinneren wij ons, met siddering, het geluid der schoten
-aan welke ’t behoud of verlies van geheel Amsteldam afhing; nog hooren
-wij de hartlijke beden aan den hemel om overwinning.... doch liever
-staaken wij dien toon.
-
-Eenige honderden schreden achter het gezegde verlaat, lag eene
-Patriotsche verschansing, door eene welbepalissadeerde gracht van den
-dijk afgezonderd; deeze werd vervolgends aangetast en veroverd, doch
-mede ten duuren prijze: ondertusschen was het dag geworden: de dappere
-Colonel De Porte die de Patriotten te Amstelveen commandeerde, en het
-dorp ongemeen versterkt had, liet toen met vier stukken geschuts den
-dijk beschieten, en deed veele Pruissen vallen; de Hertog echter hield
-stand, zond zijne jaagers, over de grachten, naar de nabijgelegene
-hooibergen, ten einde van achter dezelven zijnen vijand te beschieten;
-de onzen maakten een allerhevigst vuur, en betwistten elkander de eer
-van de meeste en best gerichte schoten gedaan te hebben: ligtlijk
-begrijpt men dat de Pruissen van hunnen kant mede hun best deeden,
-waardoor het benaauwde Amstelveen zig in ’t grootste gevaar bevond,
-staande ten prooje van de vijandlijke kogels, die echter niet zodanig
-neder kwamen dat er eenig huis of schuur in de brand geschoten werd: de
-onzen onvermoeid met schieten aanhoudende, en nu ziende dat men hun van
-achter de hooibergen bestookte, hadden moeds genoeg om op de
-Pruissische Jaagers, aldaar verstoken liggende, los te gaan, de
-hooibergen in den brand te steeken, en vooral door hunne welgeoefende
-scherpschutters, de jaagers voornoemd te verdrijven, niet alleen, maar
-ook zag de Hertog zig genoodzaakt met al zijne manschap naar de Hand
-van Leiden te retireeren, alwaar de Lieutenant Generaal Van Knobelsdorf
-eene batterij geformeerd had, om Amstelveen op zijde te beschieten.
-
-De Hertog verwachtte alle oogenblikken dat de onzen van achteren
-geattaqueerd zouden worden, en hij daardoor gelegenheid bekomen van
-weder te kunnen avanceeren, want dit was zijn plan, maar dit secours
-bleef vier en een half uur uit, het geen hun veel volks kostte, die
-door het vuur der patriotten vielen.
-
-Tegen tien uuren des morgens kreegen de onzen op den dijk van Ouderkerk
-nieuwe versterking van voetvolk, want hoe heet het ook reeds toeginge,
-brandde men echter van verlangen, vooral te Amsteldam, om zig tot
-versterking derwaards te mogen begeeven; men hield zig van eene
-volkomene overwinning verzekerd—dan God had het anders besloten——wij
-weeten niet waarbij het toegekomen is, dat de Pruissen verscheidene
-geretrancheerde posten van de onzen op den dijk naar Amstelveen en
-elders veroverden, de moedige Patriotten aan het wijken bragten, en tot
-binnen het dorp dreeven; ’t welk aldaar geene geringe schrik
-veroorzaakte—eene en andere omstandigheden waren dringend genoeg om den
-Colonel De Porte te doen besluiten, zig naar Ouderkerk te begeeven, ’t
-geen met zo veel spoeds geschiedde dat de Pruissen nu, gereed zijnde
-hen met hun eigen geschut te beschieten, hen niet meer berijken konden.
-
-Te Ouderkerk had men zig tot nu toe even manlijk gedragen; de
-gelegenheid van het plaatsjen had den Hertog belet het te naderen, des
-zag hij ook geen kans om het tot de overgaaf te dwingen; onvoorbeeldig
-kloekmoedig betoonden de Patriotten zig aldaar, doch door de aankomst
-van De Porte, uit Amstelveen, werden zij geintimideerd, als nu te wel
-beseffende hoe zij thans langs den zelfden weg (’t zogenaamde groote
-loopveld, of de Kerkweg,) op de zijde, door de Pruissen genaderd konden
-worden: de Colonels Corkel en Leville, hadden hier het bevel, en
-beslooten de wijk naar Amsteldam te neemen, liever dan door eene
-wanhoopige verdediging den Vaderlande nog meer burgers te ontrukken—een
-ware held weet op zijnen tijd te wijken: de aftogt geschiedde met alle
-mogelijke stilte, en men kwam behouden te Amsteldam aan.
-
-Nog dien zelfden avond werd het plaatsjen zo wel als Amsteldam door de
-Pruissen bezet, waardoor de inwooners, in de uiterste droefheid
-gedompeld, nu den overlast des soldaats moesten draagen—dat deeze
-overlast niet gering geweest is bevestigen honderden van getuigen; en
-te geloofwaardiger worden dezelven, als men beseft, welk haatelijk
-denkbeeld den Pruissen van de Nederlandsche Patriotten ingeboezemd was
-geworden; ook hadden zij te veel van de moedige verdediging van deezen
-moeten ondergaan, om geheel vrij te blijven van den trek tot bijzondere
-wraakneeming.
-
-
-
-
-BIJZONDERHEDEN.
-
-Hier onder behoort weder in de eerste plaats de kerk, met het graf van
-Broekhuizen (zie boven bladz. 5.)
-
-De droogmaakerij, (zie bladz. 3.)
-
-Eene wandeling naar Ouderkerk, geeft ook bijzonder vermaak.
-
-Voords zijn hier en daar nog eenige plaatsen en dingen in oogenschouw
-te nemen, welken nagedachtenissen van het voorbeschrevene dapper
-gevecht tegen de Pruissen draagen.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN.
-
-Met de Utrechtsche en andere schuiten die Ouderkerk passeeren, kan men
-van Amsteldam tot daar, en terug medevaaren; voords gaat men verders te
-voet naar Amstelveen: des zondags vaart langs dien weg een Kerkschuit.
-
-
-
-
-LOGEMENTEN.
-
-
- Het Nieuwe dorstige Hart.
- Het Oude dorstige Hart.
- Het Land van belofte.
- De Paauwen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-BUURTEN ONDER DE BANNE VAN AMSTELVEEN.
-
-
-DE OVERTOOMSCHE, OF HEILIGE WEG.
-
-Van deeze zeer volkrijke en digtbetimmerde buurt, die gedeeltelijk mede
-tot een voorstad van Amsteldam aan die zijde verstrekt, is de
-
-
-
-
-LIGGING
-
-Ten westen van Amsteldam, aan wederzijde van een tamelijk breede graft,
-de Overtoomsche Vaart genaamd, die uit de stads vest naar den Overtoom
-loopt: de eene zijde der buurt is geheel digt betimmerd en bestraat, de
-andere de Smalle of Stille zijde genoemd, is niet bestraat, en ook op
-verre na zo aanzienlijk en digt niet betimmerd; de eerstgemelde zijde
-is aan beide kanten met boomen beplant, waardoor eene wandeling langs
-dezelve zeer vermaaklijk is.
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-Die van den eenen naam, welken deeze weg draagt, naamlijk Heilige weg,
-hebben wij onder onze beschrijving van Amsteldam, bladz. 7, reeds
-opgegeven; de andere naam, Overtoomsche weg, draagt zij, om dat men
-langs dezelve van Amsteldam naar den Overtoom gaat.
-
-
-
-
-AANLEG EN GROOTTE.
-
-Wat de aanleg betreft, door het veelvuldig gebruik dat van dien weg
-gemaakt werd, om de Heilige stede te Amsteldam te gaan bezoeken, zijn
-ongetwijfeld eenige winkels van benodigdheden of ververschingen aldaar
-aangelegd; deezen in getal toegenomen zijnde, hebben weder anderen, als
-handwerkslieden, enz. aldaar noodzaakelijk gemaakt, en op die wijze zal
-deeze aanzienlijke buurt haare tegenwoordige gedaante bekomen hebben:
-zij strekt, gelijk gezegd is, ter wederzijde van de vaart, van den
-gebiedpaal van Amsteldam af [9] tot den Overtoom of Amstelveenschen weg
-toe; en bevat veele huizen, waaronder eenige plaisiertuinen.
-
-De bewooners deezer buurt zijn van den Gereformeerden of Roomschen
-Godsdienst, eenige weinige zijn Luthersch. De eerst- en laatst-gemelden
-gaan gemeenlijk naar Amsteldam ter kerk: de Gereformeerden echter ook
-wel te Amstelveen, waaronder zij kerklijk behooren; de Roomschen gaan
-op den Amstelveenschen weg, in de Buitenvelderschen polder of te
-Buitenveldert.
-
-Kerklijke of godsdienstige gebouwen zijn derhalven in deeze buurt niet
-voorhanden; er zijn wel schoolen in, doch dezelven zijn van
-particulieren: voords is aan den Overtoom mede een school: de armen en
-weezen, die er zijn worden door Amstelveen verzorgd.
-
-De bezigheden der bewooneren van deeze buurt zijn veelerleie, en veelal
-dezelfden als in de steden over het algemeen ter hand genomen worden;
-er zijn verscheidene fabrieken, onder anderen een pottebakkerij,
-kogelgieterij, kaarsgieterij, maar vooral glanzers en catoendrukkers;
-de laatstgemelden zijn echter sedert eenigen tijd merkelijk verminderd,
-gelijk die voorbodens van den ondergang onzes Lands, ook elders uit
-hetzelve verdweenen zijn: voorheen werden in deeze buurt ook meer dan
-één kruidstoof gevonden, doch dezelve zijn allen voor en na gesprongen;
-de laatste, Sollenburg, nog onder Amsteldam behoorende, (thans een
-behangsel fabriek,) voor ruim dertig jaaren: te recht noemt de Dichter
-Willink dit verdervelijk voordbrengsel van ’t menschlijk vernuft, eene
-stof
-
-
- Die kracht geeft aan de dwinglandij,
- En ’t menschdom doet ten grave daalen,
- Wanneer het zwaare donders braakt,
- Een vlam spouwt uit metaale monden,
- Dat al het aardrijk loeit en kraakt,
- En zucht door doodelijke wonden:
- Een stof van aarde en zee betreurd,
- En die haar’ vinder heeft verscheurd.
-
-
-Deeze vinder was zekere Barthold Zwarts, een Duitsche Monnik, die
-omtrent den jaare 1380 geleefd heeft: het mengsel, volgends zijne
-gedachten toebereid hebbende, wilde hij deszelfs kracht beproeven, lag
-eene genoegzaame hoeveelheid daarvan onder eenen zwaaren zerk, was dom
-of onvoorzichtig genoeg van er boven op te gaan staan, stak het kruid
-in brand, en vloog met den steen in de lucht: „’T is”, zeggen wij
-desaangaande elders, „als of God niet heeft gewild dat de Monnik eenig
-eerbewijs voor zijne uitvinding zoude ontvangen, het geen hem anders
-waarschijnelijk ten deele gevallen zoude wezen: zijn omkomen was als
-eene wraak van de Voorzienigheid, om de uitvinding met den uitvinder te
-begraven; want het liefderijk Opperwezen kan tog geen behaagen scheppen
-in het moorden der geenen, die hunne overheersching met menschenbloed
-staande houden,” enz.
-
-De vreemdeling, die deezen weg bewandelt, zal zig ongetwijfeld
-verwonderen over het onbegrijpelijk groot aantal herbergen en
-schoenmaakers, welken hier gevonden worden, en die er intusschen allen
-een ordentelijk bestaan vinden: de eerstgemelden wegens de veele
-wandelaars, welken des zomers hunne wandelingen langs deezen weg
-beginnen of eindigen: ook wegens de steedsche gasten, van
-onderscheidene rangen, die zig alhier in de herbergen komen
-verlustigen: de vischmarkt, die des zomers zondags morgens aan den
-overtoom gehouden wordt, trekt als dan ook veele duizenden stedelingen
-na zig, allen moeten deezen weg passeeren, en daar de marktgang eene
-uitspanning is, wordt er niet zelden drok gepleisterd, de veele
-fabrieken, welken, gelijk wij gezegd hebben, weleer in deeze buurt
-gevonden werden, hebben ook veele herbergiers derwaards gelokt.
-
-Wat de schoenmakers betreft, deezen hebben zig hier nedergezet, ter
-verkoopinge van het bekende goedkoop werk dat in de Langestraat gemaakt
-wordt, en niet binnen het gebied van Amsteldam gebragt mag worden: daar
-het intusschen door de koopers bij duizenden enkelde paaren ingevoerd
-wordt, zijn bij het schoenmaakers gild in Amsteldam van tijd tot tijd
-hevige klagten daarover ontstaan; doch men heeft de invoer, op gezegde
-wijze, niet willen, of niet kunnen beletten—Sedert zijn er ook veele
-dergelijke baazen binnen het gebied der stad, ja binnen de stad zelve,
-komen woonen, die wel geen Langestraats werk verkoopen, maar echter
-tegen denzelfden goedkoopen prijs eigen werk leveren.
-
-
-
-
-GESCHIEDENISSEN.
-
-Deeze zijn, naar evenredigheid van het bevang der buurt, vrij
-aanmerkelijk: door het reeds gemeld springen van de kruidstooven,
-welken er weleer gevonden werden, werd de buurt niet weinig geteisterd;
-en het verval niet alleen, maar zelfs het verdwijnen van verscheidene
-catoendrukkerijen, heeft haar voords mede eene zeer gevoelige neep
-toegebragt: in 1732 onderging zij ook eene hevige schrik door het
-afbranden van het nabij zijnde pesthuis, het welk geheel door de vlamme
-verteerd werd, en welk onheil niet weinig in akeligheid toenam, door de
-krankzinnigen, welken er in opgesloten waren, gelijk het gebouw nog
-heden mede tot dat einde dient.
-
-Omtrent den jaare 1750 had deeze buurt in haar bevang een Fransche
-schouwburg, (die echter uit de stad zijn bestaan moest trekken,) zij
-werd aangelegd ter plaatse alwaar men thans het bekende Fort de
-Eendragt ziet; doch na verloop van weinige jaaren werd zij door het
-vuur verteerd: op den grond werd het tegenwoordige zwaare gebouw
-gesticht; en diende als toen voor eene Porseleinbakkerij; doch deeze
-heeft mede niet veele jaaren stand gehouden; de aanleggers verstonden
-de kunst van Porceleinen te maaken niet genoeg om aan den kieschen
-smaak der Hollanderen, die gewoon zijn aan het allerfraaiste geen
-gebrek te hebben, al moest het ook van het andere einde der wereld hun
-toegebragt worden, te voldoen: sedert heeft het gebouw tot een ander
-einde gediend; voor weinige jaaren was er een groote behangsel fabriek,
-enz. in geplaatst, doch dezelve heeft op dien ongelukkigen grond almede
-geenen stand gegrepen; laatstlijk hebben eenige Amsteldamsche
-boekverkopers het in huur gehad, tot een magazijn, om er hunne bekende
-buitenverkoopingen van copijen in te houden; doch ook dat gebruik heeft
-niet aan de verwachting beantwoord, thans is het gekocht door den
-beroemden Menschenvriend Jan van Mekeren, die het ter zijner eeuwige
-eer tot een hofjen laat toebereiden.
-
-Eindelijk hebben de bewooners van deeze buurt niet weinig geleden door
-de Pruissen, die zig bij hunne aanmarsch op Amsteldam, in hoedanigheid
-van overwinnaars, en derhalven niet weinig tot buitenspoorige
-gedragingen overslaande, moesten ontvangen: „allerschadelijkst”, zeggen
-wij desaangaande elders, „kwamen die lieden er af, welken op het
-gerucht, of liever de verzekering dat de vijand reeds te Ouderkerk, en
-Amstelveen, de gewapende burgers met Batavischen moed derwaards
-getrokken om hun te keeren, was aangevallen, en de toedragt der zaaken
-zodanig stond, dat de burgers zouden moeten wijken.” De huizen van
-deezen werden terstond opengebroken; waren het herbergen, zo moesten er
-flesschen en vaten aan; alle voorraad van spijs was een kostelijke
-buit, voor maagen die meer gewoon zijn honger te lijden, dan door
-overdaad bezwaard te worden; kisten, kassen, en banken werden voor
-brandhout gebruikt; de huizen, waarin bewooners gevonden werden,
-ondergingen wel niet zo erg een lot, maar de bewooners zelven hadden
-niet weinig te lijden; en men kan begrijpen met welke opene armen de
-uitgewekene bewooners, bij hunne terugkomst, (want eindelijk moesten
-zij toch weder t’huiswaards keeren,) ontvangen werden: de slagers,
-welken in deeze buurt gevonden worden, leeden geen kleinen overlast en
-schade; hunne winkels waren rasch ontledigd, zonder dat hunne beurzen
-er door gevuld waren geworden: bij sommigen ging de baldaadigheid zo
-verre, dat zij aardappelen in gesmolten boter gaar kookten, even als
-men gewoonlijk in water doet: maar weinig dat roofbaar was, tot het
-loot op de daken toe, werd op zijne plaats gelaten; elders hebben wij
-reeds aangemerkt, dat dit echter zo erg niet zoude geweest zijn,
-bijaldien men de Jooden van hun van daan gehouden hadde; als onkundige
-lieden verkochten zij menigmaal een goed horologie voor maar zeer
-weinige penningen: intusschen hebben de bewooners deezer buurte, als
-elders, op verre na hunne schade niet vergoed gekregen: hun werd,
-staande de inquartiering, voor iederen soldaat één gulden per week
-gegeven; doch daarvoor was weinig te doen, met nadruk voor zulke
-gasten: intusschen ontvingen die gasten ook nog eenig legeronderhoud,
-bij voorbeeld één of twee zesponders roggebrood in de week; doch het
-Hollandsch witbrood geproefd hebbende, waren zij op hetzelve tot zo
-verre verlekkerd, dat het legerbrood hun niet meer smaakte; waarom
-sommige bewooners, ten einde hun te verpligten, dat brood, vrij zeer
-tot hunne schade, tegen wit brood verruilden, of zulk een legerbrood,
-elders, voor 3 of 4 stuivers verkochten, er iet bijlagen, en wit brood
-t’huis bragten: uit het een en ander kan men gereedlijk besluiten, dat
-de bewooners deezer buurt hunne Pruissische gasten met vermaak hebben
-zien vertrekken.
-
-
-
-
-BIJZONDERHEDEN.
-
-Deezen zoude men kunnen zeggen te zijn de fabrieken; voords zal een
-vaderlander in zijne wandeling langs deeze buurt wel een oog slaan op
-de werkplaats van den schilder Ruwel, waarin de Pruissische soldaten
-voornoemd, kerk gehouden hebben; want zij kenden nog Godsdienst, ten
-minsten nog de uitwendige oefening van denzelven—Voor weinige jaaren
-was er in deeze buurt eene zeer aanmerkelijke bijzonderheid voorhanden;
-bij zekeren smid, aldaar woonachtig, was naamlijk, zeide men, een
-afbeeldzel van den Zaligmaaker, door den Euangelist Lucas geschilderd
-te zien; groote beweeging maakte deeze zeldzaamheid, zo dat duizenden,
-vooral Amsteldammers derwaards vloeiden om die bijzonderheid, (tegen
-een zestehalf de persoon,) in oogenschouw te neemen; doch naauwlijks
-hadden de deskundigen ernstig hunne aandacht er op gevestigd, of zij
-verklaarden de zeldzaamheid voor een louter bedrog, het geen de smid
-met zijne schilderij en ontvangene penningen, zonder afscheid te
-neemen, deed vertrekken.
-
-
-
-
-LOGEMENTEN,
-
-Zijn in deeze buurt verscheidene; de voornaamsten zijn:
-
-Het Leidsche wapen aan den Overtoom, en Bramenburg.
-
-
-
-Uit het voorgaande blijkt, dat er voords veele herbergen van minder
-aanzien gevonden worden.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN.
-
-Aan den Overtoom voornoemd, vertrekt alle dagen een kaag op Leiden:
-Maandag, Woensdag en Vrijdag vertrekt van daar ook een schip naar
-Aalsmeer; alle dagen vaart een vragtschuit vise versa op Amsteldam, en
-des Zomers Zondags en Maandags, een volkschuit, heen en weêr, zo
-dikwijls er volks genoeg is, naar den stads buitencingel.
-
-
-
-Achter de stille zijde van den Overtoomschen weg, liggen nog
-verscheidene paden, als het Jan Hansen, het Winslauer, het Nieuwe
-Tuinpad enz., die allen digt bebouwd zijn.
-
-
-
-
-BUURT AAN DE SCHULPBRUG.
-
-Deeze kan met recht, wegens derzelver uitgebreidheid, onder de
-aanzienlijke Buurten gesteld worden, als beslaande een zeer groote
-uitgestrektheid gronds: zij begint reeds op den Weesperweg aan den
-gebiedpaal van Amsteldam, en heeft verscheidene dwarspaden, naar den
-Outewaalerweg strekkende; derhalven is onder dezelve ook begrepen, het
-blokjen de Vierhuizen, op den Weesperweg, alzo genaamd, om dat het uit
-vier huizen bestaat; de buurt ligt voords, voor het grootste gedeelte
-zeer vermaaklijk, naamlijk aan de schoone rivier de Amstel, en nabij de
-verrukkelijke Diemermeir, gedeeltelijk zelfs langs de ringsloot
-derzelve.
-
-De buurt heeft, zegt men, haaren naam van buurt aan de Schulpbrug
-gekregen, door dat zij aan de brug van dien naam haar begin neemt; en
-deeze brug draagt den naam van Schulpbrug, naar de aanzienlijke herberg
-de Schulp, op den hoek van de Meir, bij die brug gevonden wordende.
-
-Zij bevat verscheidene en aangenaame lustplaatsen en tuinen, die een
-bevallig gezicht opleveren, zo onder het wandelen langs den Weesperweg,
-als langs den Ringdijk van de Meir, en het bevaaren van derzelver
-ringsloot: er worden ook eenige fabrieken in gevonden: de bewooners
-zijn van den Gereformeerden, of van den Roomschen Godsdienst, die, daar
-er geene kerk in de buurt is, de Gereformeerden te Amsteldam, en de
-Roomschen aan de overzijde van den Amstel-stroom moeten te kerk gaan.
-
-Ook andere Godsdienstige Gestichten zijn in deeze buurt, hoe groot in
-haar bevang, niet voorhanden: de kinderen, van beiderleien gezegden
-Godsdienst, gaan in het school van den Watergrafts meir, (zie onze
-beschrijving van dat aangenaame oord;) de Weezen worden door het Dorp
-Ouderkerk besteed, meestal, ten minsten zo veel mogelijk, bij de
-bewooners der buurt zelve; en de Armen worden mede door het gezegde
-dorp onderhouden.
-
-De bezigheden der bewooneren, bestaan in verscheidenerleie handwerken;
-ook zijn er, gelijk gezegd is, eenige fabrieken; aan het begin der
-buurt, bij de Schulpbrug, woonen eenige visschers, een van deezen,
-heeft een gedeelte van den Amstel in pacht, de overige visschers
-vertieren de visch die in het Zwarte water, nabij de stad Zwol gevangen
-wordt, bestaande in baars, snoek, brasem, zeelt, en paling; zij markten
-alle te Amsteldam in de Nes, op de rivier vischmarkt, voor de St.
-Pieters poort: over het gezegde begin der buurte, zijn ook eenige
-weinige vischbanken, alwaar des zondags morgens, eene soort van markt
-gehouden wordt.
-
-Van de Geschiedenissen deezer buurt, kan niets aanmerkelijks gezegd
-worden: in de jongstledene troubelen hebben de bewooners derzelve geen
-aanmerkelijk deel gehad; geen ander dan dat zij bij de gezegende
-omwenteling ook Pruissen hebben moeten inquartieren, en derhalven de
-gewoone overlast hebben geleden.
-
-Aan het meergemelde begin der buurte, is eene vry goede herberg; voords
-vindt men in dezelve nog eenige weinige anderen, van minderen rang.
-
-Aan hetzelfde begin kan men in de Weesper- en Muiderschuiten die van en
-naar Amsteldam vaarende daar voorbij komen, naar de gezegde steden
-vertrekken, of met het jagtjen in onze beschryving van de Diemermeir
-gemeld, naar Amsteldam, ook met het Overhaal schuitjen mede aldaar
-genoemd, naar den Utrechtschen weg, of andere zijde van den Amstel,
-alwaar men door de aldaar passeerende schuiten, weder verscheidene
-gelegenheden vindt, naar Utrecht, Tergoude, Delft, Rotterdam, en veele
-andere steden en dorpen.
-
-
-
-Hier op kunnen wij voegelijk laaten volgen den Amsteldijk, zig
-uitstrekkende van den paal bij het tolhek tot aan de Overbuurt van
-Ouderkerk, langs welken eene menigte van buitenplaatsen en
-boerewoningen gevonden worden: bij het tolhek zijn nog twee paden, het
-Verwerspad en ’t Rustenburger pad, waarop mede veele plaisiertuinen
-liggen: langs het laastgemelde pad komt men aan de Wetering: de
-bewooners deezer paden leeven meest van de moezerij.
-
-
-
-
-DE BUITENVELDERSCHE POLDER, OOK DE BUITENVELDERT GENOEMD.
-
-In deeze polder zijn zeer weinige wooningen, boerderijen, en tuinen;
-het eenige dat daarvan gezegd kan worden, is dat er eene Roomsche kerk
-gevonden wordt, die bediend wordt door den Wel-eerwaarden Heere
-Everardus Bernardus Cramer: de bewooners deezer polder hebben door de
-Pruissen mede zeer veel geleden.
-
-
-
-Hier bij moeten wij nog voegen den nieuwen weg, welke van het groote
-loopveld tot aan Amstelveen loopt; en langs welken eenige
-boerewoningen, even als aan den Bijlsenvelderschen weg gevonden worden:
-omtrent in het midden van deezen nieuwen weg ontmoet men de Karsselaan,
-welken naar de Karssebrug strekt, en verder naar Rietwijker oord, dat
-beide kleine gehuchten van boerenwoningen zijn, die kerklijk onder
-Amstelveen, doch wereldlijk onder Kennemerland behooren.
-
-
-
-
-OVER-OUDERKERK
-
-Is een kleine streek huizen, tegen over Ouderkerk gelegen, en onder
-Amstelveen behoorende: van dezelve valt al mede niets bijzonders
-aantetekenen.
-
-
-
-Onder onze beschrijving van de buurten onder Ouderkerk behoorende,
-hebben wij gesproken van de eene zijde van
-
-
-
-
-WAARDHUIZEN EN DE NES.
-
-De andere zijde behoort onder Amstelveen; doch er is ook niets
-bijzonders van te zeggen, niet meer dan wij ter voorgemelde plaatse er
-van aangetekend hebben.
-
-
-
-
-Het zelfde zij gezegd van de
-
-ZWALUWE-BUURT,
-
-Een gehucht niet verre van de Nes: er is eene Roomsche Kerk, sedert
-weinige jaaren in plaats van eene oude, die er een eind wegs van daan
-stond, gemaakt: zij wordt bediend door den Wel-eerwaarden Heere
-Mauritius Schultsz.
-
-
-
-
-DE BOVENKERKER POLDER.
-
-Deeze is voor eenige jaaren droog gemalen, en bevat thans weinige
-boerewoningen: de bewooners geneeren zig met de weierij en melkerij.
-
-
-
-
-DE HAND VAN LEIDEN
-
-Zo genoemd, om dat er een paal staat, met een hand er aan, die den weg
-naar de stad Leiden aanwijst; de bewooners van dit buurtjen hebben in
-1787, door de Pruissen, almede veel moeten lijden.
-
-
-
-
-Aan de
-
-NOORDDAMMER BRUG,
-
-Vindt men mede een buurtjen; doch ’t is van weinig betekenis.
-
-
-
-
-Grooter is de
-
-LEGMEER
-
-Die zig uitstrekt van de Noorddammer brug, tot een quartier uur gaans
-van Cudelstraat, zijnde eene langte van anderhalf uur gaans; de
-bewooners bestaan meestal van de turfmaakerij.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-NAAUWKEURIG VERSLAG VAN DEN JAMMERLIJKEN BRAND TE AMSTELVEEN,
-
-In den nacht tusschen den 25 en 26 Junij, 1792.
-
-
- Eerst leed het bloejend AMSTELVEEN,
- Door ’s vyands wreede spoorloosheên,
- Nu viel de vlam het aan, en trachtte ’t gantsch te sloopen—
- Beschouwer! zie den nood, en denk wat men kon hoopen!—
- GOD echter wenkte, en ’t vuur verloor zyn gloed en kracht—
- HY wenkt ook u—sta by!—dan wordt de ramp verzacht.
-
-
-Te recht houden de Nederlanders de vuurnood en waternood, voor twee
-hoofdkwaaden, die den mensch kunnen treffen; anderen volken voegen er
-den oorlog wel bij; maar ’t schijnt dat de Batavieren, uit een inwendig
-gevoel van hunnen moed en voorbeeldelooze standvastigheid, zo veel
-gewigts, of liever zo veel ramps den oorlog niet toekennen, om dat zij
-’t meer in hunne hand hebben denzelven te doen eindigen, tot hunnen
-roem te doen eindigen, blijft het alleenlijk aankomen op den vijand
-wederstand te bieden en hem zijne roekeloosheid te doen beklaagen; dat
-is, blijft het slechts aankomen om held te weezen; maar zo zij verraden
-worden, dan berokkent de oorlog hen zo veel en meer kwaaden als eenig
-volk ter wereld; zo veel, om dat zij den triumph des vijands als
-anderen moeten bezuuren, en meer, om dat zij in ’t hart gekwetst zijn,
-wonden zeker, welken bij den gevoeligen Batavier altijd blijven
-bloeden; ’t is daarom ten allen tijde voor bewezen gehouden dat men
-geen harten met grooter gevaar kan wonden, dat is uit hunnen staat van
-te vredenheid rukken, dan dat der Batavieren.... maar om wedertekeeren
-tot ons eerste gezegde: de Nederlanders houden de vuurnood en waternood
-voor twee kwaaden; het laatste, met reden, voor ’t ergste, om dat zij
-er meer aan onderworpen en minder voor bestand zijn; intusschen is de
-vuurnood mede een geessel die de diepste wonden kan achterlaaten.
-
-Weinig dachten wij vóór een kort verloop van dagen, toen wij onze
-beschrijving van Amstelveen, voor onze Nederlandsche stad- en
-dorp-beschrijver, zamenstelden, dat wij door een der
-beschreienswaardigste rampen, die, vooral opgezetenen, kunnen treffen,
-gedrongen zouden worden, andermaal over dat plaatsjen te moeten
-spreeken—weinig dachten wij dat het grijze dorpjen, ’t welk wij toen
-van harten beklaagden wegens de doorgestaanen overlast van den
-triumpheerenden soldaat, nu onze traanen ten ooge zouden uitperssen,
-daar het, ten prooje gestaan hebbende aan den jammerlijksten vuurnood,
-een tooneel oplevert dat niet dan met de leevendigste ontferming
-beschouwd kan worden—een tweede reden, waarom men dat dorpjen voortaan
-met recht het rampspoedig Amstelveen mag noemen.
-
-Na op maandag den 25 Junij, 1792, des avonds omtrent 11 uuren, de
-dorpbewooners na afgelopene bezigheden van den drokken dag, zig
-bereidden om door den slaap hunne vermoeide leden te verkwikken, en de
-veele omgelegene landlieden reeds in de diepste rust gedompeld lagen,
-werden de waakenden verschrikt, en de slaapenden gewekt, door het
-akelig gerucht dat er brand ontstaan was op de waschbleekerij van den
-Heere Dregman, te Amsteldam woonachtig, en waarom het opzicht op die
-gevaarlijke fabriek, meestal toebetrouwd was geworden aan de werklieden
-tot de fabriek behoorende; eene noodzakelijkheid, die, zo als de
-ondervinding herhaalde maalen geleerd, en waarvan zij ons thans weder
-te beklaagenswaardig overtuigd heeft, niet zonder bedenking
-is——onmiddelijk na verzekerd te zijn dat er waarlijk brand ontstaan
-was, wendde men de voorhanden zijnde hulp aan, doch te vergeefsch, het
-vuur dat door de aanweezende hevige brandstof geweldiger gevoed werd,
-dan het vermogen van ’t water, dat men aanbragt, konde keeren, nam
-tegen middernacht zodanig de overhand, dat men de klok begon te luiden,
-waardoor het geheele dorp, en elk die zig in den omtrek deszelven
-bevond, op de been kwam: een besef van den verren afstand der noodige
-hulp; het schrikbaarend gezicht van de woedende vlamme, in het stille,
-in het akelige uur van den nacht, alles werkte om zo te spreeken mede,
-om de harten met de knellendste vrees te vervullen; de wind was wel
-niet naar het dorp, maar evenwel hevig genoeg om de vlam tot de
-belendene huizen te doen overslaan, het geen de angst niet weinig
-vergrootte.
-
-Intusschen kwamen, op het grouwzaam geluid der noodklok, die van
-Ouderkerk met de hun mogelijke hulp, toeschieten; ook kwam men van den
-kant van den Overtoom, met twee spuiten, door paarden getrokken, aan,
-met dien wel ijverigen, maar echter in dit geval te traagen spoed,
-welken de afstand en de moeielijkheid van den weg toelieten—de twee
-spuiten aan Amstelveen behoorende, waren nu wel aanmerkelijk versterkt,
-maar de vlam was intusschen te veel in woede toegenomen, om zig door zo
-gering eenen tegenstand te laaten bedwingen [10]; dezelve was nu reeds
-geweldig dat het scheen, het dorp was aan zijn jongste oogenblik
-genaderd: allertreffendst en hartbreekendst was het geschrei van
-weêrelooze vrouwen, en jammerende kinderen, die, als van zinnen
-beroofd, in hun schamel nachtgewaad door het dorp dwaalden, terwijl zij
-hunne geringe bezitting door het vuur zagen verteeren; ieder dak dat,
-nu van zijne binten ontbloot, ieder stuk branden hout dat nederstortte,
-deed de vlam op de akeligste wijze verheffen, en met het verheffen van
-de vlam werd ook het geschrei en gekerm heviger, terwijl men met luider
-stemme God om genade en bijstand bad.
-
-Loflijk zeker kweeten zig zo wel de tot hulp aangekomen manschap, als
-de inwooners zelven, dan hun vermogen was niet toerijkende; het was
-reeds één uure na middernacht, toen de vlam het hevigst woedde, en zij
-werd niet gestuit voor dat 13 à 14 Wooningen, eenige Schuuren, een
-Kolfbaan, en aanzienlijk veele goederen tot assche verteerd waren:
-onder de afgebranden huizen telt men mede het Armehuis, waarin zo wel
-Lutherschen en Roomschen als Gereformeerden opgenomen worden [11]; in
-dat huis was nog voor slechts 3 weeken een meisjen van 9 jaaren oud
-besteed, het welk dit jammerlijk onheil met den dood heeft moeten
-bekoopen: nog te zeer vreemdeling in het huis zijnde, is zij, (zo gist
-men,) in ’t zelve verdwaald, en de vlam heeft haar verrascht; zij is
-onder de puinhoop van daan gehaald, geheel verbrand, en als
-zamengebraden; de voetjens waren gantschlijk verteerd, en de ingewanden
-lagen bloot: in dien jammerlijken staat is het deerelijk voorwerp,
-eenige dagen lang, in de Dorpskerk te zien geweest.
-
-Zo dra de vlam zo verre voordgeslagen was, dat men ook het Armehuis
-voor verloren hield, werden, trouwens in de grootste, hoewel tevens
-verschoonelijkste confusie, de Kinderen na een ander verblijf
-overgebragt; zes van de Gereformeerden, verplaatste men in het
-Diaconie-weeshuis, en eenige Roomschen werden in de naastgelegenste
-omtrek bij particulieren gebragt, terwijl het de Suppoosten van ’t huis
-toegestaan werd, hun intrek in het Rechthuis te mogen neemen.
-
-De gemelde Wooningen, door den ijsselijken vuurgloed vernield, (het
-Armehuis niet mede gerekend,) verstrekten ter herberginge van zeventien
-huisgezinnen, welken, staande het woeden der vlamme allen gevoeld
-hebben, wat het menschlijk hart pijnlijks gevoelen kan: op éénmaal van
-alles beroofd; op éénmaal in de diepste armoede gedompeld te worden,
-dat zeker is een lot het welk men door geene wijsbegeerte kan
-verzachten; ook moeten wij tot lof van onze tijd- en vooral van onze
-stad-genooten zeggen, dat zij zig in deeze akelige omstandigheid
-wederom gedragen hebben, en nog gedragen, zo als zij zig in zulke en
-dergelijke omstandigheden meermaals gedroegen, en zo als het waare
-Christenen betaamt—zij geeven met eene milde hand; de toevoer voor de
-ongelukkigen is zeer aanzienlijk, zo dat deezen reden hebben om zig, in
-’t midden van hunnen jammerlijken toestand te verheugen, daarover dat
-de Menschlievendheid hunne ontvangene wonden zo minlijk verzacht.
-
-
-
-Lof, nimmer zwijgende lof zij u, braave Nederlanders! toegezwaaid, voor
-deeze uwe christelijke medelijdendheid; gaat op dat ingeslagen pad
-voord; gij zijt tog verzekerd, dat ieder penningsken, ’t welk gij aan
-de ongelukkigen uitrijkt, bij uwen hemelschen Vader op, dikwijls
-verdubbelden, winst uitgezet wordt——en gij, Patriotten! gij die u den
-naam van Vaderlanders tot eene eere rekent; u voegt het vooral, de
-ongelukkigen te toonen dat gij waarlijk Patriotten zijt—herdenkt wat
-Amstelveen heeft geleden, toen uw vermogen, met uw moed, te kort
-schooten, om het te beveiligen voor het lot dat ingenomene plaatsen
-gemeenlijk ondergaan—heeft men van u gezegd:
-
-
- In ’t hart verhief zig moed; en in het manlijk wezen,
- Tot op dit oogenblik door Pruisens volk miskend,
- Stond Hollands oudste merk, Standvastigheid te leezen,
- Die als ’t de nood vereischt door duizend kogels rent.
-
-
-Nu, uwe mededeelzaamheid ondervonden hebbende, voege men er bij:
-
-
- In ’t hart verhief zig deugd, en in ’t bedrukte wezen,
- Waaraan men in den ramp Civilis nakroost kent,
- Stond het Bataafsche merk, Menschlievendheid te leezen,
- Die den noodlijdenden, zo ruim verkwikking zendt.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-AMSTELVEEN HERBOUWD.
-
-
- Gulhartig Medelijden
- Moog’ niet van smart bevrijden,
- Het lenigt echter smart,
- Verstrekt ten balsem voor ’t verdrukt of zuchtend hart:
- Werd Amstelveen van ’t vuur als woedende aangegrepen;
- Zat menig dorpeling in diepe smart benepen;
- Het schetsjen dat men hier beschouwt,
- Toont hoe door Medelij ’t verbrandene is herbouwd.
-
-
-Daar wij alles wat mogelijk is toebrengen, ter volmaakinge van onzen
-Nederlandschen Stad- en Dorp-beschrijver, met welken wij zulk een
-onvoorbeeldig genoegen geeven, hebben wij niet kunnen afzijn nogmaals
-onze aandacht te vestigen op het Dorp Amstelveen, om het te beschouwen,
-zodanig als het zig thans bevindt—eer het zo vermaaklijk Dorpjen door
-den noodlottigen brand, tusschen den 25 en 26 Junij des jaars 1792,
-geteisterd was, hebben wij in ons bovengemeld werk, eene uitvoerige
-beschrijving, en naauwkeurige afbeelding van hetzelve geplaatst;
-daarna, bij gelegenheid van gezegden brand, ook eene beschrijving en
-afbeelding van dat jammerlijk voorval gegeven, bij wijze van aanhangzel
-aan gemelde eerste beschrijving, immers dit aanhangzel behoorde tot de
-historie des Dorps, gelijk hetzelve dan ook met een ongemeene graagte
-ontvangen is——thans, nu de verbrande erven tot zo verre weder herbouwd
-zijn, dat men verwachten kan dat er verder niet van belang meer aan
-gedaan zal worden, zouden wij het gedeelte van ons werk, Amstelveen
-betreffende, niet volkomen kunnen noemen, indien wij onze geëerde
-Intekenaaren en verdere tijdgenooten [12], ook niet eene beschrijving
-van de wijze der gezegde herbouwinge mededeelden——’t was dan met dat
-oogmerk dat wij Amstelveen onlangs een bezoek gaven, en de ons aldaar
-medegedeelde informatiën, maaken, met de aantekening van ’t geen wij in
-oogenschouw genomen hebben, den hoofd-inhoud van de tegenwoordige
-weinige bladzijden uit.
-
-Alvoorens echter de hand daaraan te slaan, moeten wij nog een enkel
-woord zeggen van het loflijk gedrag onzer tijdgenooten omtrent de
-ongelukkige dorpelingen, wier haven en goed een prooi der vlamme
-geworden waren; onze beschrijving van den brand volgde te kort op het
-voorval zelf, dan dat wij toen reeds zouden hebben kunnen boeken, dat
-geen waarvan de tijd de juiste waarheid eerst moest openbaaren; wel
-wisten wij toen reeds, dat vooral onze stadgenoten hunne nijvere handen
-niet slooten voor de ongelukkigen; de faam verbreidde welhaast hun
-loflijk gedrag in deezen; dit tekenden wij ook aan; maar thans kunnen
-wij er meer bepaaldlijk, meer met zekerheid van spreeken; thans zijn
-wij overtuigd, dat het nakroost van Civilis getoond heeft, hoe het in
-hun charakter één der hoofdtrekken van ’t charakter eens rechtaarten
-Bataviers, nog bewaard heeft; dat vooral de Patriotten, in
-beantwoording van onze oprechte aanmaaning [13], in deezen getoond
-hebben den naam van Vaderlanders zig tot eenen eernaam te rekenen; dat
-zij den ongelukkigen overtuigd hebben, waarlijk Patriotten te zijn; en
-zeker, Amstelveen lag te onuitwischbaar in hun hart en hoofd geprent,
-dan dat zij ongevoelig omtrent hetzelve zouden hebben kunnen weezen.
-
-Zo dra men van den schrik eenigzins bekomen was, werden er schikkingen
-beraamd, om eenig herstel van de geledene schade te verkrijgen; men
-kent den menschlievenden aart der Nederlanderen; ook openbaarde dezelve
-zig weldra, in het toezenden van veelerleie middelen ter vervullinge
-van de algemeene behoeften der menschen; geld en goed, spijs en drank,
-alles werd in grooten overvloed aangevoerd, vooral uit het nabijgelegen
-Amsteldam: duizenden zakten van allen kanten af, om ooggetuigen van de
-verwoesting te zijn; om hunne traanen met die der lijdenden te mengen,
-en hunne milde handen ter vertroostinge te openen; op dat nu de giften,
-uit onkunde, niet te ongelijk uitgedeeld mogten worden, werden er hier
-en daar bossen gesteld, en in dezelven werd zo ongemeen rijklijk
-geofferd, dat men ze verscheide keeren daags, en dat verscheide dagen
-na elkander, moest ledigen: de Magistraat van Amsteldam veroorloofde
-eene collecte binnen zijne muuren, ten voordeele van de ongelukkige
-dorpelingen, en het daarbij ingezamelde was, zo men zegt, niet minder
-dan eene som van drie-en-twintig duizend Guldens; men voege daarbij het
-ingekomene op het Dorp zelf, en men zal zekerlijk kunnen gelooven, dat
-er een ongemeen aanzienlijke som gegaderd moet weezen.
-
-Het besef van die aanzienlijkheid der ingezamelde somme, maakt ook
-eenigen der dorpelingen, of liever de dorpelingen over ’t algemeen,
-zeer te onvreden over de reeds voltooide herbouwing: de Hemel weet hoe
-men op het denkbeeld gekomen is, dat de penningen niet behoorelijk....
-wij veroorloven ons niet desaangaande meer natevertellen; dit mogen wij
-zeggen, dat de eigenaars der verbrande woningen, zo verzekert men
-desaangaande, te weinig vergoeding gekregen hebben, om het dorp weder
-zulke aanzienlijke gebouwen te schenken als het vóór den brand had;
-hunne eigene beurzen waren tot het geen hun aan de ontvangene
-vergoeding, daartoe nog ontbrak, niet toereikende, en derhalven hebben
-zij moeten besluiten, om, bij wijze van spreeken, een hutjen te bouwen
-daar een huis gestaan heeft—dit nu zou in alle gevallen mogelijk zeer
-natuurlijk hebben kunnen weezen; maar in deezen opzichte denkt men er
-zeer onaangenaam over, uit aanmerking van het besef, gelijk wij reeds
-zeiden, dat men heeft van de capitaale som welke voor de herbouwing van
-het dorp gecollecteerd is—hoe jammer is het, dat er zulke denkbeelden
-bij de ingezetenen, met betrekking tot hunne bestuurderen, plaats
-hebben!—en hoeveel te meer jammer is het bij de Nederlanders, daar zij
-geheel geen grond, vasten grond, voor zulke booze opvattingen kunnen
-aanvoeren—wat denkbeeld zou men moeten maaken van een Nederlandsch
-Volksbestuurder, in welke classe hij moge staan, al ware het ook in de
-minste, die harts genoeg zoude hebben, of liever geweetenloos zoude
-kunnen zijn, om, ter bevorderinge van zijn eigen belang, of van dat
-zijner vrienden, den ingezetenen te bederven!—hij zou den naam van
-mensch niet mogen draagen, en althans dien van Nederlander niet waardig
-zijn—Is er een land waarin recht en gerechtigheid in de harten der
-Bestuurderen huisvest; waarin de penningen, uit de beurzen des Volks
-aangebragt, naar behooren geadministreerd worden; ’t is in Nederland;
-en geen wonder! een Regent is aldaar alleenlijk bestuurder van zijnen
-landsbroeder, geen Souverain Vorst over een onderworpen Volk; wel is
-Nederland eene Souverainiteit, zo wel als de magtigste Alleenheerscher
-die op Aarde bestaat; maar Regenten en Volk maaken zamen den Souverain
-uit; want deezen worden jaarlijks uit geenen verkozen, en keeren ook,
-na afloop van hunnen amtstijd in den boezem van geenen weder, ’t welk
-bij een Souverain Monarch geen plaats heeft; de Regent is derhalven
-slechts handhaver der wetten, en daar geen wetten zijn volgt hij het
-besluit van veele verlichte en braave mannen, derhalven het besluit der
-wijsheid; hoe zoude een volk in zulk een Land, onder zulk een
-regeeringsbestuur, dan onderdrukt of benadeeld kunnen worden?—Zeker het
-doet ons van harten leed, dat er zulke denkbeelden, als wij boven
-wegens Amstelveen aanstipten, bij den Nederlander plaats hebben, zij
-zijn hoogstnadeelig aan de algemeene rust—derhalven, waarde
-Landgenooten!.... maar waaraan noem ik u!—gij zijt in ’t algemeen thans
-de voorwerpen mijner bemoejingen niet—gij inwooners van Amstelveen!
-gelooft toch, wat denkbeeld gij ook van de ingezamelde penningen moogt
-opgevat hebben—gelooft toch, dat die penningen naar de voorschriften
-van deugd en reden geadministreerd, en uitgedeeld zijn—hoe zou ’t
-mogelijk kunnen weezen, dat eenig bewindsman, met giften van
-menschlievendheid en medelijden, kwalijk zoude handelen?
-
-Wat hier intusschen ook over gedacht worde, dit is zeker, dat het dorp
-Amstelveen door den brand veel van zijnen ouden luister verloren heeft;
-want de herbouwde huizen zijn ongelijk veel minder, dan zij waren die
-door het vuur verteerd zijn—men telt niet meer herbouwden dan zeven,
-een zeer kleine smeederij, een niet minder kleinen stal, en een
-werkplaats voor een’ schilder: allen zijn zij laage daken, daar onder
-anderen, vóór den brand, één, waarin herberg gehouden wordt, een
-capitaal gebouw van verscheide verdiepingen was: nog zijn onder gezegde
-laage daken twee, welke ieder over twee woningjens strekken.
-
-’T geen waarbij het nog meer in aanzien verliest, is, dat men besloten
-heeft het verbrande Armehuis niet weder optebouwen; des mist Amstelveen
-thans boven den gemelden luister van particuliere gebouwen, ook een der
-Godsdienstige gestichten.
-
-De waschbleekerij van den Heere Dregman, alwaar het vuur zijnen aanvang
-genomen had [14], wordt ook niet weder opgebouwd, ’t geen zekerlijk
-zeer goed mag genoemd worden, om het gevaar, ’t welk zulk een fabriek
-vergezelt, evenwel is ’t ook waar, dat een Dorp niet weinig in zijn
-aanzien verliest, wanneer er een gantsche fabriek van daan gaat.
-
-Zie daar, waarde leezers! ’t geen ik oordeelde bij mijne bladen over
-Amstelveen te moeten voegen, om ze een volkomen geheel, dat Dorp
-betreffende, te doen uitmaaken—nog kan ik daar bijvoegen, dat men thans
-ten einde des Dorps aan het sluisjen, een batterij vindt, ter
-wederzijde van de brug aangelegd, tegen de Franschen, om dezelven,
-indien ze tot zo ver waren gekomen, te keeren, en Amsteldam voor hun
-legergeweld te dekken—deeze batterij schiet vijf stukken.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET DORP DIEMEN.
-
-
- DIEMEN, dat om GYSBRECHT’s wraakzucht,
- onder ’t jok der Graaven kwam,
- Vaak een prooi van vuur en water,
- dikwyls ook van de Oorlogsvlam;
- DIEMEN mag nog, hoe ’t moest lyden,
- Door schoonheid en door trouw, ’t Batavisch hart verblyden.
-
-
-Onder de Nederlandsche dorpen, zijn er zekerlijk maar weinig van
-welken, naar evenredigheid der grootte, zo veel kan gezegd worden,
-(ofschoon er bij anderen bijzonder weinig van gezegd zij,) als van dit
-vermaaklijk dorp; de inhoud der volgende bladzijden zal onze Leezers
-daarvan ten vollen overtuigen; zij zijn, als ik, denzelven verschuldigd
-aan de vriendlijkste mededeeling, die zekerlijk de ongeveinsdste
-erkentelijkheid vordert.
-
-
-
-
-LIGGING.
-
-Het ambacht Diemen, waarbij ook Diemerdam behoort, ligt in Amstelland,
-gedeeltelijk tusschen de ban van Amstelveen, en de Diemer- of
-Watergraafsche meir ten westen, de banne van Muiden ten oosten, en ten
-zuiden en zuidwesten aan de Bijlemer meir en de Groot-Duivendrechtsche
-polder: ’t ligt voords één uur van Amsteldam, zijnde ook eene
-Ambachtsheerlijkheid van die stad.
-
-Over ’t algemeen is ’t geheele Ambacht zeer aangenaam gelegen: van den
-dijk af heeft men een schoon gezicht op Waterland, Amsteldam en Muiden,
-en aan de landzijde op de Diemermeir, Bijlemermeir, de steden Weesp,
-Naarden, Abcoude, Ouderkerk, en andere plaatzen.
-
-De geheele Diemerban heeft laage darrige of venlanden, waarvan eenigen,
-die dijkplechtig zijn, reeds merkelijk tot verhooging van den Diemer
-Zeedijk zijn vergraven, en des niettegenstaande, liggen de laagste
-landen nog verscheide voeten hooger dan de bedijkte Diemer- of
-Watergraafsche meir.
-
-Zeer waarschijnelijk zijn de landen in de Diemerban voor veele eeuwen
-bosschen geweest, (gelijk zulks op meer plaatzen van ons Vaderland het
-geval is,) dewijl men onder het graaven menigvuldige boomen ontdekt,
-die, om hunne taaiheid, alleenlijk tot rietdekkers werk gebruikt
-worden; zij liggen allen zodanig, dat men kan besluiten, dat zij door
-een storm en hoogen vloed uit het noordwesten, voor deeze ban altoos
-zeer gevaarlijk, losgespoeld en nedergesmeten zijn geworden.
-
-Men ontmoet in deezen oord de vruchtbaarste moes- en schoonste
-weilanden, voor welken considerabele sommen betaald worden; er is in
-deeze banne ook zeer goeden jagt op watersneppen en eendvogels; sedert
-eenige Jaaren vindt men er ook veele haazen: de visscherij is er niet
-minder rijk; men vangt er ongemeen groote snoeken, de smaaklijkste
-baars, post, paling en carpers, alle welken door de liefhebbers verre
-boven anderen geschat worden.
-
-Van ouds hebben door de Diemerban twee heerewegen geloopen, die nog in
-wezen zijn; de eene van de afloop naar Diemen, door Diemen en
-Diemerbrug naar Ouderkerk, en de andere van Diemerdam, langs den Diem,
-over de Vinkebrug, langs de Bijlemermeir en Gaasp, naar Weesp.
-
-In dit Ambacht liggen nog twee zandpaden; een naar Muiden en een naar
-Weesp, op welken tolhuizen staan.
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-Veelen oordeelen dat het Ambacht zijn’ naam ontleent aan een
-riviertjen, de Diem genaamd, welk oudtijds, vóór het droog maaken der
-Diemer- of Watergraafsche-meir, gedeeltelijk uit dezelve, door de
-Rijkersloot, nu de Weespervaart, de Bijlemermeir en Gaasp, zijn
-oorsprong nam, en door de Diemerdammersluis in het Y loosde; anderen
-echter, die het Ambacht niet Diemen, maar, volgends de oudste papieren,
-Deemen willen genoemd hebben, leiden dien naam af van de woorden De
-Mens, die dan den staat waarin dat land lag, als zijnde door
-overstroomingen en doorbraaken van één gerukt, en door de Diem in twee
-deelen gescheiden, te kennen geeven: „Wat van beide de waarheid zij”,
-voegt onze geëerde begunstiger er bij, „zal, vertrouwt men, niemand met
-zekerheid kunnen gissen”.
-
-Wegens de stichting des Dorps, kan volstrekt niets gezegd worden,
-derhalven staat ons alleenlijk te spreeken van de
-
-
-
-
-GROOTTE,
-
-En om in deezen voldoende te kunnen zijn, moeten wij eerst aantekenen,
-wat de Ambachts-heerlijkheid in zig bevat.
-
-Het Ambacht wordt dan, vooreerst, gedeeld in twee deelen, naamlijk
-Diemen en Diemerdam, (ook wel Diemendam genaamd,) liggende het eerste
-ten westen de Diemer- of Watergraafsche meir en de ban van Amstelveen,
-en het andere ten oosten de ban van Muiden, en worden gescheiden door
-het water den Diem: deeze verdeeling maken Hunne Edele Groot Mogenden,
-de Heeren Staaten van Holland en West-Friesland, sedert onheugelijke
-tijden, schrijvende niet aan die van den Gerechte van Diemen, maar van
-Diemen en Diemerdam.
-
-Diemen wordt wederom in drie deelen gedeeld, als Outersdorp,
-Buitenkerk, en Bovenkerk, welk laatste gedeelte wederom onderscheiden
-wordt door Bovenrijkersloot en Benedenrijkersloot. Diemerdam werd
-oudtijds gedeeld in Diemerdam en Overdiemen, doch na dat Diemerdam op
-een klein gedeelte na is weggespoeld, begrijpt men door Overdiemen,
-Diemerdam mede, als ook de buurt de Vierhuijzen, die voormaals aan
-Overdiemen, vóór het graaven der vaart naar Muiden, gehecht was: op
-deeze wijze wordt de gaêring der dorps- en andere lasten gedaan,
-Outersdorp, boven gemeld, is eene zeer aangename buurt, waarin
-verscheide moestuinen, en wèltoegemaakte weilanden en plaisierplaatzen
-liggen; bij dezelven is een kerkhof voor de Hoogduitsche Joodsche
-Natie, die geene lidmaaten, of armoedig zijn: digt hierbij is een
-herberg, Zeeburg genaamd; voor dezelve ligt een steenen redout, alwaar
-de beesten voor rekening van het Oude Zijds Huiszittenhuis te Amsteldam
-worden ontscheept, en de varkens, door iemand van het Gerecht daartoe
-gesteld geschouwen: Jaap Hannes, daaraan grenzende, is thans een
-gedeelte land en dijk: het ontleent zijn’ naam aan een zeer groote
-buurt, weleer aldaar gelegen, doch die door een inbraak, in den vloed
-bedolven is, en waarvan men wil, dat het water, het Nieuwe Diep, zijn
-oorsprong voor het grootste gedeelte heeft.
-
-Buitenkerk, of, zo als sommigen willen, Buiten de Kerk, is mede een
-zeer vermaaklijke en welvaarende buurt, waarin, behalven veele
-buitenplaatzen, boerderijen en herbergen, extra schoon wei- en
-moes-land wordt gevonden: buitendijks ligt nog een weiland, groot 61
-morgen, 670 roeden, ’t geen ’s winters onder water staat, en daardoor
-gemest wordt.
-
-Bovenkerk of Bovendekerk, is wel de aanzienlijkste buurt, vermits in
-dezelve verre de meeste huizen, plaatsen, en het beste land wordt
-gevonden; als mede om dat er de buurt Diemerbrug onder behoort: deeze
-buurt is in 1640 grootlijks aangegroeid, toen naamlijk aldaar de vaart
-naar Muiden en Weesp werd gegraven, en is, zo wegens haare ligging, als
-passage van rijtuigen en schepen, zeer vermaaklijk.
-
-Diemerdam was oudtijds een dorp dat zig zeer verre in zee uitstrekte,
-en ’t is beweezen, (hoe zeer Wagenaar in zijne beschrijving van
-Amsteldam daaraan twijfele,) dat Diemerdam zo nabij aan Waterland was
-gelegen, dat men met een plank of pols van het eene naar het andere
-dorp konde komen; de Pastoor, die in Overdiemen de Capel bediende, was
-tevens Pastoor te Durkerdam; indien nu het water zo groot hadde geweest
-als thans, zou het voor dien man ondoenlijk geweest zijn om op beide
-plaatzen, bij alle gelegenheden, den dienst te kunnen waarneemen: tot
-den jaare 1787 was er in Overdiemen nog een vers voorhanden, gedrukt op
-wit satijn, en, ofschoon zeer oud, wèl geconserveerd, waarin de
-nagedachtenis van een’ Pastoor, die 40 jaaren Diemen en Durkerdam
-bediend had, eenige eer werd aangedaan.
-
-Diemerdam had niet alleen zijn Capel, waarvan het land, waarop dezelve
-stond nog Capelleland genoemd wordt, maar was met verscheide huizen en
-boerderijen voorzien, welke alle door de watervloeden zijn verzwolgen:
-men vindt nog, dat in 1463, diverse morgens land bij de
-Diemerdammersluis lagen.
-
-Van geheel Diemerdam is nog slechts één huis overig, dat op den dijk
-staat, en het huis Diemerdam genaamd wordt.
-
-Overdiemen, weleer een zeer schoon gebuurte, waarin veele rijke
-menschen woonden, diverse fabrieken, scheepstimmerwerven, als anderzins
-waren, is thans zeer vervallen; eensdeels doordien sommigen dat
-quartier niet begeerden te bewoonen, anderdeels door het droogmaaken
-der Diemermeir, sterfte van rundvee, en laatstlijk om dat de Roomsche
-Kerk, die te Overdiemen in ’t midden van de buurt stond, naar
-Diemerbrug is verplaats geworden.
-
-De buurt Vierhuizen, alzo genaamd naar zekeren Vierhuizen, is dat
-gedeelte van Overdiemen, het welk door het graven der vaart naar Muiden
-en Naarden daarvan is gescheiden: men vindt aldaar welgestelde lieden,
-schoone boerenplaatzen en landerijen; onder dezelve munt uit de van
-ouds bekende plaats van den Heere Kanter, Vinken-Hofstede genaamd.
-
-Onder alle de bovenstaande districten telt men de volgende polders.
-
-
-Oetwaaler polder, hierin ligt Diemen met Morg. 65 —
-Diemer polder — 334 — 71 R.
-De Bovenrijkerslooter polder — 334 —
-Diemerdammer polder — 29 — 350 R.
-School en Hopmans-polder — 195 — 500 R.
-De Gemeenschaps polder, voor zo veel
-onder Diemen behoort — 304.6 hond. 75 R.
-Buitendijksche polder — 61.6 hond. 70 R.
-
- Morg. 1324.6 hond. 66 R.
-
-
-In oude tijden was het Dorp veel grooter, doch in 1632 telde men
-slechts voor Diemen en Diemermeir 91 huizen; honderd jaren laater,
-(1732.) werden 113 huizen voor Diemen en Diemerdam op de
-verpondingslijsten gebragt, en in 1782 werd Diemen op 147 huisgezinnen
-en 477 ingezetenen gesteld, zonder de kinderen medeterekenen.
-
-
-
-
-Het
-
-WAPEN
-
-Van Diemen is een groen veld, waarin een water verbeeld wordt, met drie
-bruine zwemmende eenden.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-De Kerk van Diemen was eertijds een Parochie-Kerk, aan de H. Maagd
-opgedragen, die er des ook als Patronesse werd gevierd; deeze Pastorie
-werd beurtlings door den Paus en de Proost van Oudmunster vergeven: ’t
-gebouw is zeer oud, staande in het Dorp, dat, gelijk gezegd is,
-voorheen veel grooter was: rondsom dezelve stonden een menigte huizen,
-die door de brand weggeraakt zijn: de Kerk was oudtijds met een Orgel
-en schoone Capellen voorzien, van welke thans één tot een Consistorie
-en Kerkmeesters Kamer dient; het gewelf, waarvan nog eenige duistere
-overblijfsels zijn, is beschilderd met de verbeelding van eenige aloude
-voorzeggingen, en van de vervulling derzelver in de persoon des
-Zaligmaakers: het gebouw is zeer ruim doch oud, en dreigt, gelijk de
-toren, die al eenige voeten overhangt, intestorten: de grond van de
-Kerk, dienende tot begraaving der lijken, is vóór den tijd der
-reformatie voor allerheiligst gehouden, en veele menschen uit Amsteldam
-kochten, om die reden, aldaar de graven voor ongemeen hooge prijzen: de
-klokken, die in den toren hangen, zijn (zo men zegt,) door den Paus
-zelven gewijd, waardoor ieder goed Roomschgezinde, in gevalle van
-afsterving, dezelven, veel langer dan op andere plaatzen, laat luiden.
-
-Rondsom de Kerk is een zeer groot Kerkhof, op ’t welk, dewijl men ’t,
-gelijk gezegd is, voor zeer heilig houdt, veel begraaven wordt, zo van
-bewooners dier banne als van elders.
-
-Achter dit Kerkhof stond weleer een huis voor den Predikant; dan,
-dewijl het zelve zeer vervallen was, en geene huizen daarbij stonden,
-is het afgebroken; in den jaare 1770 is op den kerkweg naar Diemen, een
-nieuwe Pastorie gezet, voorzien van een zeer groote tuin: dit huis
-heeft beneden vier, en boven zes kamers, allen zeer net beschilderd,
-gestucadoord en behangen, behalven een zeer groote zolder en vliering;
-naast hetzelve is een huisjen getimmerd, dienende zo tot een tweede
-keuken, als tot berging van goederen.
-
-Diemen werd in 1595 met Ouderkerk gecombineerd, en had met hetzelve
-één’ Predikant; in 1607 werd Daniel Plancius, als eerste en bijzondere
-Predikant voor Diemen, bevestigd.
-
-De Roomsche Kerk, die, in den jaare 1786, van Overdiemen naar de
-Diemerbrug verplaatst werd, is een schoon gebouw, welks wederga zeker
-zelden op het platte land gevonden wordt, daar bij staat een huis voor
-den Pastoor, met een groote tuin, alles aan de fraaiheid der Kerk
-beantwoordende: deeze Kerk is aan St. Pieters banden toegewijd.
-
-Het Schoolhuis van deeze ban, staat te Diemen, en is, even als de Kerk,
-een zeer oud gebouw.
-
-De Predikant van deeze plaats behoort onder het Classis van Amsteldam,
-wordt door den Kerkenraad genomineerd, en door den Ambachtsheer
-geapprobeerd.
-
-Bij vacature van een’ Schoolmeester, worden door het Gerecht en den
-Predikant eenige Schoolmeesters gehoord en geëxamineerd; het Gerecht
-maakt als dan alleen een drietal, en geeft hetzelve den Ambachtsheer
-over, om daaruit een’ Schoolmeester te nomineeren.
-
-Men vindt aan de Diemerbrug nog een Schoolmaitres, die de kinderen
-slechts spelden en leezen leert.
-
-In Overdiemen was weleer een school, waarna de plaats Schoolpolder
-genoemd werd, dan door verval dier buurt is het school weggeraakt.
-
-Een Arm- of Wees-huis is in het Ambacht niet voorhanden: de ongelukkige
-voorwerpen, waarvoor men zulke huizen aanlegt, worden aldaar bij de
-opgezetenen besteed.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-In de eerste plaats moet onder dit artijkel geteld worden het
-Gemeenelands huis, waarin de gedeputeerde Waarsluiden, thans
-Hoogendijks-Heemraaden, vergaderen: hetzelve staat op den dijk bij Jaap
-Hannis, niet ver van de Yperslootersluis, en wordt bewoond door een’
-Opzichter, die bij voorschrevene Heeren aangesteld wordt: het is een
-schoon gebouw met twee vleugels, en werd in 1726 herbouwd: in den
-voorgeevel staat
-
-
- A I C De fret I bato VI furore
- ar Cendo agrIs t Ven DIs
- ag It Vr
-
-
-’T voorhuis van het gebouw is van boven en ter wederzijden
-gestucadoord, en prijkt, behalven met een Nephtunis op zijn’ wagen, met
-de wapens der Provinciën Holland, Utrecht, en dertien steden en
-plaatzen, uit welken de Hoogedijks-Heemraaden zijn gedeputeerd: aan
-elke zijde ziet men een ruim vierkant vertrek.
-
-Bij dit huis behoort een spatieuse tuin, die in 1789 merkelijk vergroot
-is, door het aankoopen van de plaats Ruimzicht, daar nevens gelegen.
-
-Men vindt in Diemen nog een herberg, die aan particulieren behoort, en
-het Rechthuis genoemd wordt: deeze herberg, die weleer het Ambacht
-toebehoorde, was oudtijds het Rechthuis: men ziet er nog verscheide
-oude wapens van het Gerecht: het plagt voorzien te zijn van een boejen,
-die thans weggeraakt is.
-
-Voor dit huis staat een justitiepaal: des zomers wordt dikwijls
-rechtdag gehouden, doch des winters aan de Diemerbrug.
-
-Bij gezegde brug, aan de Weespervaart, ontmoet men een nieuw aangelegd
-kerkhof voor lieden die niet in de kerken begraaven willen worden: het
-zelve is geplaveid met groote zerken, en afgesloten door een schoon
-hek, met doodshoofden versierd: dit kerkhof, heeft een privilegie,
-inhoudende, dat al wie van buiten deeze Jurisdictie daarop begraven
-wordt, slechts éénmaal het landsrecht behoeft te betaalen.
-
-Er liggen twee sluizen aan den Hoogendijk; als de IJperslooter sluis en
-Diemerdammer sluis, de eerste wordt voornaamlijk onderhouden door
-Amsteldam.
-
-
- Bijleveld voor ¼ in de lasten,
- Proosdij ¼ in de lasten.
-
-
-Doch wordt weder door vier districten gedragen naamlijk:
-
-Zevenhooven, Mijdrecht, Wilnis, Uithoorn.
-
-
- Amstelveen ¼
- Ouderkerk ¼
-
-
-Deeze sluis lag reeds in 1413: bij dezelve behoort de visscherij in het
-Nieuwe diep.
-
-De Diemerdammer sluis, anders genaamd, de Sluis van Claas Jacobsz., in
-het jaar 1599 gemaakt, wordt voornaamlijk onderhouden door Weesp.
-
-Weesper Carspel (waar onder ’t Gein, de Gaasp en de Bijlemermeir
-behooren,) Diemen, Abcoude, Nigtevegt, Overdiemen.
-
-Oudtijds plagt hier nog een sluis te liggen, die men noemde de Kost
-verloren sluis, doch van weinig nut zijnde, is zij gestopt en
-vernietigd.
-
-
-
-
-REGEERING
-
-Dezelve bestaat, volgends de conditie van verkoop, uit de Bailliuw van
-Amstelland in het Crimineele; een Schout Civil.
-
-Zeven Schepenen, die zo wel den eed aan de Bailliuw in het Crimineele,
-als in het Civile aan den Ambachtsheer doen.
-
-Zes Buurtmeesteren die over de gaêring en dorps omslagen zitten, en een
-Secretaris.
-
-De Bailliuw van Amstelland wordt geëligeerd door Hun Edele Groot
-Mogenden, uit een drietal, dat Burgemeesteren der stad Amsteldam
-overgeeven: Schepenen nomineeren in Januarij veertien persoonen, den
-Gereformeerden Godsdienst toegedaan, en uit dezelven kiest de
-Ambachtsheer den 2 Februarij, zeven tot Schepenen: gemeenlijk worden er
-twee, die het voorige jaar gediend hebben daar onder gekozen, edoch
-volgends de koopconditien van de Ambachtsheerlijkheid, staat zulks aan
-den Ambachtsheer: de Schout en Secretaris wordt gesteld door
-Burgemeesteren der stad Amsteldam, als Ambachtsheeren.
-
-Buurtmeesteren kiezen op voorsz. datum, twaalf persoonen waar van zes
-tot Buurtmeesteren, door den Ambachtsheer, verkozen worden: somwijlen
-laat de Ambachtsheer één’, ook wel twee van het voorige jaar aan
-blijven.
-
-Een Hoog-Heemraad van Amstelland, wordt door den Ambachtsheer gesteld,
-’t geen gemeenlijk de Schout Civil is.
-
-Schout en Schepenen hebben, als Heemraaden het recht om den zeedijk te
-schouwen, en de binnenwegen te doen opmaaken, in welk recht zij van
-tijd tot tijd zijn gemaintineerd, tegen de meening van de zulken die
-hen daarin zochten te turbeeren: thans echter hangt er over het
-opmaaken der binnenwegen, voor den Hove Provinciaal, een proces,
-tusschen dit gerecht en poldermeesteren van de School- en
-Hopmans-polders.
-
-Nog heeft men een Dijk-Collegie onder de benaaming van Dijkgraaf en
-Hogendijk-heemraaden van de Zeeburg en Diemerdijk, wier amt is, den
-dijk die door Schout en Schepenen van Diemen geschouwd is,
-nateschouwen, en te belaaken, en voords een directie te voeren over het
-hout en ijzer van den beplaaten dijk, doch dit hout en ijzer is thans
-weggenomen, en in deszelfs plaats zijn steenen gelegd: het Collegie
-bestaat uit den Bailluw van Amstelland, als Dijkgraaf, den jongsten
-Burgemeester der stad Amsteldam, één uit Muiden, Weesp, één uit Weesper
-Carspel, één uit Loosdrecht, één uit Loenen, Kroonenburgs gerecht, één
-uit het Sticht van Utrecht, één uit Kortenhoef, één uit Breukelen
-gezeten in Johans Gerechte van Nienrode, één uit Abcoude, en één uit
-Nichtevecht: dit Collegie is ad vitam, en heeft een’ Secretaris en
-Boden.
-
-
-
-
-VOORRECHTEN.
-
-In de eerste plaats heeft het Gerecht een privilegie van het schouwen
-van den hoogen Zeeburg Diemerdijk, in gevolge diverse privilegiën.
-
-En om de beesten op dezelve weidende te schutten.
-
-Het recht van de jagt is mede aan den kooper van deeze Heerlijkheid
-gegeven; voords het recht van parate executie.
-
-De kooper heeft de eigendom van de Diemerbrug, en het recht om van alle
-schuiten enz. tol te vraagen.
-
-Het Gerecht heeft privilegie van de Op- en In-gezetenen tot
-onderhouding van het dorp, eenig geld te mogen vraagen, ’twelk eertijds
-neusgeld genaamd word, doch nu volgends privilegie van 1755, dorps
-kosten heet. De Ingezetenen kunnen vonnis haalen te Amsteldam, in
-gevolge ’t privilegie van Hertog Albrecht, de dato 15 Maart 1387
-(1388.)
-
-Het Gerecht heeft het voorrecht om de gevangenen te Amsteldam in de
-boejen te laaten brengen, en die aldaar in de gewoonlijke verhoorkamer
-te verhooren.
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN
-
-Oudtijds bestond dezelve in schepen te maaken; er stond weleer een
-kruidmakerij, op de plaats waar naderhand de traankokerij is geweest:
-te Diemen woonden groote reders in de walvischvangst; er waren
-wasbleeken, een wolwasserij: voords waren de opgezetenen voor het
-grootste gedeelte karnmelksboeren en visschers, thans is de landbouw,
-en groenboerswerk, hunne hoofdbezigheid.
-
-De boeren brengen ’s morgens hun melk na de stad om ze aldaar
-uitteventen.
-
-
-
-
-GESCHIEDENISSEN
-
-Diemen welk eerst aan den Bisschoplijken stoel van Utrecht, en daar na
-aan de Graaven van Holland leenroerig was, werd weleer door Heer
-Gysbrecht van Amstel bezeten, die in den jaare 1225 het zelve, benevens
-Muiden en Weesp, met de tollen en visscherijen, voor altijd van
-Bisschop Otto den Tweeden van Utrecht, voor dertig ponden ’s Jaarlijks
-verkreeg, en even daarin, als in alle andere dorpen van Amstelland, het
-gebied voerde; dan in den jaare 1296, mede deel gehad hebbende aan den
-moord van Graaf Floris den Vyfden, en deswegen buitenlands moest
-vlugten, werd Diemen met alle dorpen in Amstelland, verbeurd verklaard,
-en der Graaflijkheid van Holland ingelijfd; waarin het tot den 18
-October 1731 is gebleven, als wanneer de stad Amsteldam het zelve voor
-een somma van ƒ 10300 van de Staaten van Holland kocht en verleid op de
-Heer Gerrit Corver, Heer van Velsen, Burgemeester der stad Amsteldam.
-
-Diemen is zeer dikwijls door hooge watervloeden overstroomd, en
-ongelukkig geworden.
-
-Bij den Juliaans vloed, van 1164, werd deeze ban gantschlijk
-overstroomd; de meeste bewooners werden met schuitjens van de daken
-hunner huizen gehaald, terwijl een groot gedeelte door het water werden
-verzwolgen.
-
-1219 trof dit Ambacht het zelfde ongeluk, en honderden van menschen
-verdronken.
-
-1477, is het Land door een doorbraak in den dijk geïnundeerd, en daarin
-verscheide waalen gespoeld.
-
-1509 brak de dijk door, en Amsteldam leed bij deeze doorbraak zeer
-veel.
-
-1516 en 1530, brak de dijk weder en op verscheide plaatsen door,
-waardoor het land onder water gezet werd.
-
-1570 braken bij eenen sterken springvloed, uit het noordwesten, dertien
-gaten in den Diemerdijk, zettende niet alleen gantsch Diemen, maar ook
-gedeeltelijk Amsteldam onder.
-
-Diemen is mede van tijd tot tijd zeer ongelukkig geworden door den
-oorlog, zijnde het geheele Ambacht meermaals niet alleen door het
-krijgsvolk afgeloopen, maar de opgezetenen ook geplunderd, en geheel
-geruïneerd.
-
-In het jaar 1572 werd door het staats krijgsvolk onder den Graave Van
-der Mark, het dorp Diemen gedeeltelijk, met de kerk, afgebrand.
-
-1573 verschanste Sonoi zig bij Jaaphannes op IJpersloot, en liet veele
-der landerijen ruïneeren, om die schansen te maaken: stak eindelijk bij
-Jaaphannes den dijk door: daar na werd hij uit zijn schans verdreven,
-en een groot gedeelte huizen door het geschut en de vlammen geruïneerd.
-
-1576 werd Diemen mede door het krijgsvolk afgelopen, en het weinige dat
-overbleef geroofd.
-
-1610 was het water zo hoog, dat het over den dijk liep, Diemen
-overstroomde, en alle de kelders te Amsteldam, tot aan de Warmoesstraat
-onder water zettede, terwijl een gat van eenige roeden in den
-Diemerdijk scheurde.
-
-1621 waaide al het paalwerk van den dijk omver, en het water liep als
-een zee er over, en inundeerde het land.
-
-1651 brak de Diemerdijk weder door, het water inundeerde Diemen, de
-Diemermeir, en liep te Amsteldam tot aan den Dam: 1665, 1675 en 1682,
-werd Diemen weder overstroomd.
-
-Diemen is tweemaal een prooi van het vuur geweest, de laatste keer in
-1652, wanneer het Schoutshuis, benevens eenige huizen van particulieren
-zijn afgebrand, deezen vuurnood heeft ook verscheide privilegie-brieven
-verteerd.
-
-1702 braken andermaal verscheide gaten in den dijk, en zettede het land
-onder water.
-
-1717 vloeide het water over den dijk, en inundeerde de polders.
-
-In 1732 kwam er in het paalwerk ook het bekende gewormte, dat al het
-zelve doorknaagde, en den dijk in het uiterste gevaar bragt.
-
-Dikwijls na, en vóór deeze tijden zijn er hooge vloeden geweest, die
-geheel het Ambacht dreigden ondertezetten, doch door God ’s goedheid en
-door menschlijke hulp, werd het gevaar gekeerd; zo als nog korts
-geleden in de hooge vloeden van 1790 en 1792.
-
-1787 heeft het dorp eerst door de troepen van den Staat en naderhand
-door den inval der Pruissen, voor welken het land geïnundeerd was, veel
-geleden.
-
-De ingezetenen van Diemen kunnen niet gezegd worden, de Patriotsche
-partij [15] toegedaan geweest te zijn, ten minsten, veelen van hun
-niet, het welk te besluiten is uit de ontmoetingen van hun thans
-rustend Predikant, Bernardus Bosch, de beroemde dichter van het alom
-geprezen Dichtstuk De Eigenbaat, desaangaande gehad hebbende: hij was,
-om de inundatie en de Pruissische troupen, genoodzaakt zig naar
-Amsteldam te begeeven, gelijk zulks meer andere Dorpleeraars hebben
-moeten doen; doch na het vertrek der soldaaten voornoemd, ging hij
-weder na Diemen om te prediken, zijnde zijn Wel-Eerw. de eerste der
-gewekene Buitenpredikanten, die dat werk weder op zijne standplaats
-verrichtte: na het afloopen van den dienst, is hij op eene zeer
-onheusche wijze aangevallen, ook door zulken van zijne gemeente, die
-hem nog voor weinige dagen betuigd hadden, dat ze veel zegen onder
-zijnen dienst genoten.
-
-Allertreffendst zeker zijn de verdere lotgevallen van zijn Wel-Eerw.
-ten opzichte van het jongstleden volksverschil, waardoor gantsch
-Nêerland zulk een gevoeligen neep is toegebragt, dat het er nog
-werkelijke de grievende naweën van gevoelt.
-
-Na men zijn Wel-Eerw. van niet minder had getracht te beschuldigen, dan
-dat hij de Obligatiën der kerke had laaten steelen, en na ook van dien
-blaam gezuiverd te zijn geworden, had zijn Wel-Eerw. ijver genoeg in
-zijnen moejelijken post, liefde genoeg voor zijne nu bijna herderlooze
-kudde, en vertrouwen genoeg op zijnen God, om andermaal zijn beroep te
-gaan waarneemen, ofschoon men zijn Wel-Eerw. vooraf hadde doen weeten
-dat men hem, in gevalle hij zulks dorst bestaan, ’t zeer euvel zoude
-afneemen; na het eindigen dier leerrede, werd hij ook door eene groote
-menigte omringd, en met de hevigste aandoeningen overladen—na te
-vergeefsch om bescherming verzocht te hebben, vond zijn Wel-Eerw. niet
-ongepast geraden, zijn beroep nederteleggen, ’t geen hem vergund werd
-met behoud van eer—zijne vijanden waren hier mede niet voldaan, (hoe
-verre kan eene domme opvatting, of de verleiding van anderen, een
-mensch niet vervoeren!) men beschuldigde zijne Wel-Eerw. van landen
-geïnundeerd te hebben, en zelf mede geëxerceerd te hebben; niet
-tegenstaande zijn Wel-Eerw., wat de inundatie betreft, dezelve heeft
-getracht te verhinderen, en nimmer zelf geëxerceerd heeft, ofschoon,
-zijn Wel-Eerw. betuigd heeft, er sterk vóór geweest te zijn, op grond
-dat de Souverain het exerceeren ten platten lande had bevolen, ’t was
-derhalven den pligt van zijn Wel-Eerw. het oogmerk van zynen Souverain
-te bevorderen; deeze laster is zelfs zoo verre gegaan dat men een
-spotprent op zijn Wel-Eerw. in openbaaren druk deed uitgaan, waarop
-hij, naar ons voorstaat, als predikant en soldaat, op de
-belagchelijkste, en lafste wijze wordt uitgebeeld; men wierp hem mede
-in ’t openbaar een dichtjen naar ’t hoofd, van dezen inhoud,
-
-
- Heraut der muiterij, in schijn van Gods gezant,
- Zorg voor de zielen van uw boeren, enz.
-
-
-’T gelust ons niet meer daar van uitteschrijven, gelijk wij ook van dit
-punt der Historie van Diemen afstappen, oordeelende genoeg gezegd te
-hebben, om te doen begrijpen hoedanig in de jongstledene troubelen de
-zaaken desaangaande, aldaar stonden.
-
-
-
-
-BIJZONDERHEDEN
-
-Zijn op dit dorp niet voorhanden; ’t geen er te bezien valt, zijn
-alleenlijk de gebouwen, hier voor beschreven: intusschen vergete men
-niet het kerkhof rond te wandelen, om de Batavische en menschlievende
-Jonkvrouw Catharina Amaria Best, die aldaar begraven ligt, in zegening
-te gedenken: haar graf is kenbaar aan een blauwen zerk, schuin liggende
-op een gemetselden voet: dat zij bij alle menschen met erkentenis
-gedacht behoort te worden, is te bewijzen uit het geen op haar zerk
-gelezen wordt: dus luidende:
-
-
- Voor Jonkvrouw
- CATHARINA MARIA BEST
- Geboren den 16 Maart 1740,
- overleden in Amsteldam
- den 4 februarij 1782.
- en begraven den 9 dito.
-
-
- Zij wier verheven geest,
- Geduurende haar leven,
- Den minsten sterfling stof
- Tot klagen heeft gegeven,
- Verkoos, op dat haar lijk
- Ook niemand nadeel gav’,
- Van kerkelijken praal
- Dit kerkhof tot haar graf.
-
-
-Thans verdient ook in oogenschouw genomen te worden, de batterij die
-men bezig is aan Diemerdam, te leggen, uit vrees, zeide men, van een
-aanval der Franschen.
-
-
-
-
-LOGEMENTEN
-
- ’T huis genaamd Zeeburg, aan den Diemer Zeedijk.
- Vischlust, en Pampuszicht.
- In Diemen ’t zogenaamde Rechthuis.
- Aan Diemerbrug, ’t huis te Rust.
- De Vergulde Wagen, en de Rijger.
- Aan Diemerdam, ’t huis genaamd Diemerdam, nevens nog eenige kleine
- tappers, zo te Diemen aan Diemerbrug als in Overdiemen.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN
-
-Men vaart geregeld met de Weesper en Muider schuiten, dagelijks, tot
-aan de Diemerbrug, daar dezelve schuiten een weinig tijds vertoeven:
-Diemen heeft ook een eigen schipper, die tweemaal ’s weeks, maandag en
-vrijdag, visa versa vaart, bezorgende vrachtgoederen en andere
-benodigdheden voor de Ingezetenen: nog vaart er ’s zondags ’s morgens
-ten 8 uure, een kerkschuit, van de Tolbrug in de Meir, na Diemen, zo
-tot gemak voor de bewoonders van de Meir als andere lieden die begeeren
-te Diemen in de kerk te gaan, vertrekken de zelve schuiten wederom
-terug met het uitgaan van de kerk, en voor de geene die begeeren te
-wandelen, gaat men door de Meir tot aan Diemerbrug, of den Diemerdijk
-langs tot aan den afloop na Diemen, waarna men in een quartier uurs op
-het dorp kan weezen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE DIEMER- OF WATERGRAFTS-MEIR.
-
-
-Onder de aangenaame wandelingen waarmede het wereldberoemd Amsteldam,
-in zijnen ommekring pronkt, behoort ongetwijfeld de vermaaklijke
-Diemer- of Watergrafts-meir, te aanmerkelijker daar dezelve door de
-hand der kunst, en door het taai geduld van den noesten arbeid uit het
-water voordgebracht is; waarom zeker dichter te recht zingt:
-
-
- Waar de gladde vischjens zwierden
- In het spieglend element,
- En daar ’t taaje fuikjens cierden
- Zijn nu kluitjens voor de lent.
-
-
-
-
-De
-
-LIGGING,
-
-Deezer bekoorelijke plaats, kan gezegd worden te zijn, ten noorden aan
-den Outewaaler polder, ten oosten, en gedeeltelijk ten zuiden aan de
-banne van Diemen, en verder ten zuiden aan de Duivendrechtsche polder,
-in de banne van Ouderkerk; ten westen wordt zij door den Amstelstroom
-afgescheiden van de rechtbanne van Amstelveen—zo vermaaklijk als de
-Meir zelve is, zo vermaaklijk zijn ook de wegen derwaards, van
-Amsteldam af; deezen zijn naamlijk, een langs de rivier de Amstel
-voornoemd, tot op een vierde uurs, of omtrent 400 roeden van de stads
-cingel, alwaar de zogenaamde Schulpbrug ligt, en de ringdijk waarin de
-Meir besloten is, zijn begin neemt; hetzelfde pad vervolgende, naamlijk
-langs den Weesperweg, komt men aan het begin van den Kruisweg der Meir,
-alwaar men derhalven ook daarin kan komen: de andere weg, die de
-Oudewaaler weg geheten wordt, ligt op meer dan een vierde minder ver
-van de stad af, naamlijk buiten de Muiderpoort, en is een zeer
-vermaaklijke weg, aan wederzijde beplant met boomen; aan den eenen kant
-is een genoegzaam breed pad voor de wandelaars door een tweede rei
-boomen afgebakend, welk pad weleer zeer zindelijk onderhouden werd met
-smids koolen; nog was in vroegere jaaren tusschen gezegde boomen, eene
-heining van haagedoorn geplant, die, vooral als zij bloeide, eene zeer
-aangenaame vertooning maakte; ook waren de bestuurders der Meir tot zo
-verre daarmede vooringenomen, (en niet zonder reden,) dat op zondag, en
-vooral op hoogtijdsdagen, met naame hemelvaartsdag, een oppasser langs
-dezelve ging, om, (wegens de bij zulks gelegenheid ongemeenen toevloed
-van wandelaars,) alle baldaadigheden te voorkomen; doch sedert is die
-cieraad der Meir geheel te niet gegaan, zo dat men thans, dat hoogst te
-beklaagen is, niets meer van die haag ontmoet.—Zie verder ons artijkel
-aanleg en grootte.
-
-De grond van deeze droogmaak, is ongemeen vet en vruchtbaar, men heeft
-er de schoonste wei- en warmoes-landen: de landen liggen ter diepte van
-14 voeten beneden het buitenwater, zo dat het overige polderwater, ter
-hoogte van 15 voeten, moet worden opgemalen: tot in den jaare 1743,
-geschiedde zulks met vier watermolens, welken elkander het water
-toemaalden, doch ten gemelden jaare, of daaromtrent, gaf zekere
-Anthonij de Jong, Koopman te Amsteldam, aan Dijkgraaf en Heemraaden van
-de Meir, een middel aan de hand om het gezegde opmaalen te doen met
-slechts twee molens, mits de schepladen uit dezelven te ligten, en
-zijne nieuw uitgevondene en geoctrooieerde waterschijven in derzelver
-plaatse te stellen, waarvan hij eene proef, ten zijnen koste, aan bood:
-dit werd toegestaan, en na dat men, den gehelen winter door dezelve in
-’t werk gesteld, en aan de verwachting beantwoordende bevonden had,
-besloot het collegie van Dijkgraaf en Heemraaden, een beding met
-gemelden uitvinder, en zijnen medestander Huibert Ketelaar, te maaken;
-om de Meir met twee schijfmolens te bemaalen en droog te houden;
-waartoe hij in de herfst van den jaare 1744, moest gereed weezen: deeze
-overeenkomst heeft sedert, zelfs boven verwachting, aan het oogmerk
-beantwoord; blijkens twee getuigschriften, een de dato 13 Mei des jaars
-1745, en een van den 25 Mei 1747: „Beiden deeze molens,” leezen wij,
-„op eenen behoorelijken afstand geschikt, doen niet alleen het werk van
-de voorige vier molens; maar geraken ook met den minsten wind aan den
-gang, en slaan het water met veel gemak, uit, in den gemeenen boezem
-van Amstelland; zij blijven zelfs in den hardsten vorst doormaalen, en
-zijn instaat de Meir, vroegtijdig, van het overtollig water te
-ontlasten:” het gemak dat deeze molens, behalven de vermindering van
-kosten, aanbrengen, verdient, naar onze gedachte, alle mogelijke lof,
-en navolging.
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-Diemermeir wordt dit verrukkelijk oord genoemd, om dat het nabij Diemen
-ligt; doch de oorsprong van den naam Watergraftsmeir is geheel onzeker;
-wij zouden echter met sommigen eene bedenking kunnen maaken over de
-mogelijkheid, of niet het water van deeze Meir eerst bestaan heeft in
-een graft, die door de overstrooming tot een Meir is aangegroeid,
-waardoor voor den naam van Watergrafts-meir, dat is de Meir, die weleer
-slechts een graft, een watergraft was, eenen oorspronk zoude gevonden
-weezen. Hoe het hier mede zij, dit is zeker dat de waterplas, vóór de
-bedijking, groot genoeg geweest is, en ook diepte genoeg gehad heeft om
-met oorlogschepen bevaren te kunnen worden: niet ten onpasse wordt ten
-bewijze daarvan het volgende bijgebragt: „Omtrent den jaare 1508,” zegt
-men, „in den Gelderschen oorlog, die Hertog Karel tegen de Hollanders
-voerde, na den dood van Filips van Oostenrijk, verweerden zig die van
-Amsteldam, uit eene schans bij de IJpe-sloot, weleer een buurt, daar
-het Nieuwe diep de landen sedert heeft overstroomd; deeze schans werd
-gedekt door verscheidene schepen, op het IJ, en één op de Diemer-Meir;
-waardoor de Gelderschen genoodzaakt werden aftewijken—en dergelijk
-middel van galeiën op de Meir,” vervolgt men, „met onderstand van
-schepen op het IJ, verdreef ook, in den jaare 1573, het volk van
-Sonnoij, het welk den Diemerdijk bemagtigd had, om Haarlem te verligten
-en Amsteldam, ’t welk toen de Spaansche zijde hield, te benaauwen; doch
-deeze benden werden zelven benaauwd, en een wakkere tegenstand konde
-haar niet bevrijden van den hongersnood door het missen van toevoer,
-waarom zij de opgeworpene schans bij IJpe-sloot moesten verlaaten.”
-
-
-
-
-AANLEG EN GROOTTE.
-
-De aanleg deezer Meir moet zekerlijk gebragt worden op den tijd haarer
-bedijking, en droogmaaking: reeds vóór gezegde bedijking was de plas
-een eigendom van Burgemeesteren van Amsteldam, „die in den jaare 1624,”
-dus luidt de beschrijving desaangaande: „met kennis en goedvinden van
-den Raad der stad, besloten deeze Meir te bedijken, en tot land te
-maaken; waartoe zij, in den zelfden jaare, octrooi van de Staaten van
-Holland en Westfriesland verkregen, met vele vrijdommen, die gemeenlijk
-bij dergelijke onderneemingen worden vergund: dit octrooi werd in den
-jaare 1626 uitgebreid, door de vergunningen van de landen, kaden,
-wegen, als anderszins, ’t welk tot de bedijking nodig was van de
-eigenaars te mogen overneemen: volgends deeze octroojen, werd het werk
-der bedijking en droogmaaking tot stand gebragt, en de Meir was droog
-in den jaare 1629,” weshalven de aanleg van dit verrukkelijke oord moet
-gesteld worden tusschen 1624 en 1629: Burgemeesteren van Amsteldam
-verkochten ook aanstonds de drooggemaakte landen, die naderhand, op de
-31 julij des jaars 1631, gekaveld, en dus bij kavelingen van tien
-morgen, aan de koopers toegedeeld werden; en ten opzichte van die
-landen welken langs den ringmuur liggen, met eene toegift van omtrent
-één morgen, voor het oude land, aan den voorigen zoom van de Meir.
-
-Wat de grootte van dit Amstels paradijs betreft, de dijk waarin
-hetzelve begrepen is, gemeenlijk de ringdijk genaamd, heeft eenen
-omtrek van 2500 roeden, en is rondsom, behalven aan den Amstel en het
-Nieuwe-diep, omvangen van eene bekwaame ringsloot, waarvan de
-visscherij aan de stad Amsteldam behoort, doch Burgemeesteren van die
-stad, zijn gewoon dit recht aan Dijkgraaven en Heemraaden der Meir,
-voor een zekere somme gelds in ’t jaar, ten behoeve dier plaatse, in
-pacht te laaten, die dit water in verscheidene parten weder aan
-visschers verhuuren.
-
-Verder vinden wij wegens de grootte der Meir het volgende aangetekend:
-„Bij het kavelen der landen in de Meir, werden 705 morgen lands
-uitgegeven; waarvan echter maar 662 morgen 301¾ roeden in de omslagen
-en gemeene lasten gelden: Burgemeesteren behielden alleen 30 morgen ten
-behoeve der stad Amsteldam, en uit dien hoofde het recht om als
-Hoofdingelanden zitting te hebben, tot het hooren van de jaarlijksche
-rekeningen, en te helpen beraadslaagen en besluiten over zaaken, die ’t
-Heemraadschap betreffen.”
-
-De aanleg is zeer regelmaatig geschiedt; de grond in zijn geheel is
-kruiswijs doorsneden, met twee breede gemeene wegen, waardoor de Meir
-in vier deelen gedeeld wordt: de voornaamste deezer doorsneden is de
-Middenweg, langs welke verscheidene lantaarns, tot gerief van de
-bewooneren en de reizigers geplaatst zijn; er staan ook lantaarns langs
-den Ringdijk van de Schulpbrug tot aan het Rechthuis; de gezegde
-schoone breede laan, loopt van de Outewaaler, of zogenaamde Tolbrug,
-naar de Hartsvelder of Diemer-brug; gezegde Outewaaler-brug, draagt den
-naam van Tolbrug, om dat op dezelve een tolhek staat, aan ’t welke voor
-ieder Rijtuigen, een paard of hoornbeest, enz. dat er overgaat, iet
-moet betaald worden. Voor de schaapen betaalt men geen tol.
-
-De kruisweg, die den middenweg omtrent het midden doorsnijdt, begint
-aan het zandpad over den grooten Duivendrechtschen polder, en eindigt
-aan het Nieuwe-diep: beide deeze hoofdlaanen zijn grootendeels met
-opgaande ijpen- en linde-boomen beplant, die een schoon sieraad geeven,
-door de netheid waarmede zij onderhouden worden; „Verscheidene laanen,”
-dus luidt eene beknopte beschrijving deezer Meir, welke beschrijving
-echter veeleer nog te flaauw is dan dat zij eene onwaarheid zoude
-bevatten; „(Verscheidene laanen,) vermeerderen den luister deezer
-bedijking; de Schagerlaan is eene der aanzienlijksten, en heeft eenen
-rijweg naar de midden- en kruis-weg; zij strekt voor eene aangenaame
-wandeling onder het lommer der net geschorene ijpen-boomen, ter
-wederzijde van den weg, tot verlustiging van de wandelaaren die hier in
-den zomer menigvuldig zijn; de andere der voornaamste laanen die er
-gevonden worden zijn de Paauwenlaan, de Groene- of Burghorst-laan, en
-de Klooster- of Schulp-laan, die echter geenen doortogt hebben: alle
-deeze laanen en wegen, pronken met aangenaame tuinen, en deftige
-lusthoven, waarvan veele der landhuizen elkander in pracht trotseeren;
-ook wordt de bekoorelijkheid vermeerderd door de verscheidenheid der
-gezichten over de vruchtbaare weilanden, en net beplante moestuinen,
-terwijl het oor in de lente gestreeld wordt, door ’t gezang der schelle
-nachtegaalen, die in deeze oord bijzonder haaren zetel verkozen
-hebben.” Zegt dan de zoetvloejende Willink wel te veel, wanneer hij van
-deeze Meir dus zingt:
-
-
- Zie hier het groene Diemermeir,
- Met al zijn hoven, al zijn tuinen,
- Hier over ’t veerijk veld, zo zeer
- Verheft zijn hooggestegen kruinen;
- Het ruime meir dat, prat en fier,
- Zijn hollen boezem ziet ontslagen
- Van ’t zeenat, dat, met woest getier,
- Zijn ouden erfgrond zit te knaagen,
- Door dijken veilig afgeweerd,
- Op dat geen vloed zijn welvaart deert.
-
- Verrukkend Meir, dat ieder wenkt
- En nodigt op uw hofbanketten,
- Waarmeê ge uw minnaars voedt en drenkt,
- Zo mild en rijklijk voortezetten,
- Gij lokt, gij trekt mij derwaards aan,
- Om door uw breede en groene dreeven,
- Naar uwe ruime maliebaan,
- Langs veld en hoven heen te streeven,
- Bij ’t klinken van het zoet geluid,
- Van ’t nachtegaalen orgelfluit.
-
-
-Aan iederen toegang tot de Meir, als ook aan het nieuwe diep en bij de
-kruislaan, aan het zandpad of de weespervaart, is een wachthuis
-geplaatst, tot verblijf der nachtwachten; voorheen werd door hen ronde
-gedaan, doch dit is sinds verscheidene jaaren niet meer in gebruik: er
-houden nu in ieder wachthuis twee man, en alzo tien zamen post; in den
-zomer van negen uuren des avonds, en ’s winters van half negen uuren,
-tot ’s morgens een half uur na het openen der poorten te Amsteldam:
-voords is ieder nachtwacht met een geladen geweer, een rondstok, en een
-hond gewapend. Er wordt in de Meir ook een goede brandspuit
-onderhouden, ten dienste van welke de inwooners verpligt zijn, ten ware
-zij voor het ontslag van dien dienst betaalen.
-
-Het getal der huizen, waaronder met recht gezegd wordt, dat veele
-deftige en aanzienlijke landhuizen behooren, werdt in den jaare 1730
-bepaald, op 227; dit getal is merkelijk verminderd, om dat sinds eenige
-jaaren verscheidene aanzienlijke buitenplaatsen gesloopt, en tot wei-
-of warmoesiers-land gemaakt zijn: deeze huizen worden bewoond, indien
-men er de gezinnen welken op de buitenplaatsen den zomer komen
-doorbrengen, bij telt, door 250 huisgezinnen; de eigenlijke bewooners
-der Meir, schat men op een tal van 500, de dienstboden daaronder niet
-begrepen: deezen zijn nagenoeg voor de helft den Gereformeerden
-Godsdienst toegedaan, die te Diemen of te Amsteldam ter kerke gaan; de
-overige bewooners zijn van den Roomschen Godsdienst, (uitgezonderd
-eenige weinige Lutherschen,) behoorende voor een gedeelte onder Diemen,
-een gedeelte te Amsteldam, en het overige onder de kerk op het
-Hoedemaakerspad.
-
-
-
-
-Het
-
-WAPEN.
-
-Dit is een zwaan in waterriet; op het lijf der zwaane is een gewoon
-wapenschild, waarop de letters W. G. M. (Watergraftsmeir.)
-
-
-
-
-GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-Onder dit artijkel kunnen wij voegelijk plaatsen het school, aldaar
-aangelegd in den jaare 1786, toen, (op den 1sten Augustus) het
-onderwijs begon: het staat aan den Ringdijk, niet verre van de
-Schulpbrug, en is een allezins aan het oogmerk voldoend gebouw; alle de
-kinderen uit de Meir worden aldaar ter schoole besteld, van wat kerk de
-ouders ook mogen weezen; betaalende daarvoor niet aan den Meester, die
-door de Regeering van de Meir op een bepaald tractement aangesteld
-wordt, maar aan gemelde Regeering zelve; ofschoon de Meester ook de
-vrijheid hebbe kinderen van buiten het district der Meir in zijne
-school te ontvangen, na alvoorens door de ouders derzelven, met Heeren
-Gecommitteerden, (welke ook regeringsleden zijn) dieswegen is
-gesproken, en als dan een order-briefjen van dezelve aan hem wordt
-vertoond.
-
-Alle jaaren word ook door de opgemelde Heeren in de school, een examen
-met de kinderen gehouden, en eenige dagen na dat zulks is afgelopen,
-gaan alle de kinderen onder het opzigt van den meester twee aan twee
-naar het rechthuis op de zaal, alwaar als dan de geheele Regering
-vergadert, benevens een aantal aanzienlijke persoonen, welke ’s
-jaarlijks mildadig tot dit leerschool contribueeren, en wordt als dan
-aan alle de aanweezende persoonen den staat en balans van het school
-opengelegd, en vervolgends aan de meestgevorderde kinderen eenige
-boeken tot prijzen geschonken: de meester is ook verpligt de kinderen
-der geallimenteerden en de weezen in zijn school te onderwijzen.
-
-Een arm- of wees-huis, is in de Meir niet; de armen en weezen worden
-bij de ingezetenen besteed; de laatsten echter draagen geene
-onderscheidende, maar burger kleding.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-Het Rechthuis staat aan den hoek van den ringdijk, en de middenweg; is
-een allezins aanzienlijk gebouw, in den jaare 1777 geheel nieuw, en
-vierkant, van gebakkene steenen opgehaald; rondsom heeft het
-schuifraamen, en van vooren een bordes op colommen rustende: het pronkt
-ook met een geëvenredigd torentjen, met een slaande klok daarin; echter
-is in de kap van het gebouw een uurwerk, dat, naar buiten, de uuren
-wijst, op een wijzerplaat in het frontespies geplaatst—vóór het gebouw
-staan twee fraaje lantaarns, op steene pijlaaren.
-
-Toen het oude rechthuis nog aanwezig was, stond de strafplaats aan de
-zyde, maar nu is dezelve van vooren.
-
-Onder de wereldlijke gebouwen kan ook betrokken worden het tolhek
-voornoemd, op de Outewaaler brug geplaatst; hetzelve staat tusschen
-twee fraaje hardsteenen pijlaaren; boven aan, aan de voor- en achter
-zijde, zijn in dezelven geplaatst marmere steenen, waarop het wapen van
-Holland, dat van Amsteldam, dat van de Meir, en op het vierde leest
-men, anno 1792, in welk jaar dit tolhuis aldus fraai vernieuwd is.
-
-
-
-
-REGEERING.
-
-Bij ’t verleenen van octrooi ter bedijkinge en droogmaakinge van deeze
-Meir, werd, ten aanzien van het Heemrecht vergund, dat de landen in de
-Meir geregeerd zoude worden, door Hoofdingelanden en eenen Dijkgraaf,
-(te kiezen uit een door hen gemaakte nominatie, bij de Staten of de
-Rekenkamer der Graaflijkheids domeinen,) midsgaders door Heemraaden,
-Penningmeester, en andere bedienden, die door de Hoofd-ingelanden
-zouden verkozen worden; naderhand, in den jaare 1629, verkregen
-hoofd-ingelanden, dat alle overdragten en gerechtlijke verbindenissen
-van vaste goederen in de Diemermeir zouden geschieden, ten overstaan,
-van Dijkgraaf en Heemraaden: middelerwijl bleef de Hooge en Civile
-Jurisdictie aan den Gerechte van Amstelveen, Diemen, en Ouderkerk,
-onder welken de landen van de Meir van ouds gelegen waren; doch daar de
-eigenlijke grondscheidingen, voor ieder, gevolglijk ook iederer
-Jurisdictie, niet gemaklijk konde worden bepaald, ontstond er niet
-zelden verschil over de rechtspleegingen, dat aanleiding tot veele
-ongeregeldheden gaf, alwaarom in den jaare 1640, bij de rekenkamer der
-Graaflijkheid van Holland werd besloten, aan Heemraaden te vergunnen de
-Crimineele en Civile Jurisdictie te oefenen met den Bailluw van
-Amstelland, en dat de Dijkgraaf, na het overlijden, van den toen in
-leven zijnde Bailluw, te gelijk Bailluw van de Diemermeir zoude weezen;
-het welk Burgemeesteren van Amsteldam, als Ambachtsheeren van
-Amstelveen, ook toestonden, ten aanzien van de civile en dagelijksche
-Jurisdictie, voor zo verre aanging de gronden onder hun rechtsgebied
-van Amsteldam in de Meir gelegen, behoudende de crimineele
-rechtsoefening aan zig: „Van dien tijd af,” vinden wij aangetekend,
-„zijn de Heemraaden ook Schepenen geweest”.
-
-Volgends deeze vergunning, bestaat de regeering over de Diemermeir in
-twee Hoofdingelanden, verbeeldende Burgemeesteren der Stad Amsteldam;
-den Dijkgraaf, vijf Schepenen of Heemraaden, in opzichte van hun
-onderscheiden bewind, van Heemraadschap, of crimineel en civiel
-rechtsgebied, benevens een Secretaris en een’ Penningmeester.
-
-De Dijkgraaf is volgends de bovengemelde schikking van de
-Graaflijksheid rekenkamer, ook Schout van de Meir; doch hij heeft een
-Substitut, die te gelijk Bode is, en in de Meir zijne woonplaats heeft:
-deeze heeft een’ justitie-dienaar onder zig.
-
-Burgemeesteren van Amsteldam benoemen bij het openvallen van het Amt
-van Dijkgraaf, drie van de voornaamsten der Ingelanden, uit welken één
-door de Staaten van Holland en Westfriesland tot Dijkgraaf wordt
-gekozen; Burgemeesteren stellen ook den Secretaris aan, en verkiezen
-jaarlijks, het ééne jaar twee, en het andere jaar drie Heemraaden, uit
-de nominatie van een dubbeld getal, hun door Dijkgraaf en Heemraaden
-overgeleverd.
-
-De verdere bedieningen staan allen ter begeevinge van het Collegie van
-Dijkgraaf en Heemraaden, in hunne verscheidene betrekkingen, van de
-hoogste tot de laagste toe.
-
-Dit Collegie houdt zijne gewoone rechtdagen, op den eersten maandag in
-iedere maand: sedert de bedijking schijnt hetzelve in de Meir vergaderd
-te hebben; doch met den jaare 1645, werd het verplaatst naar Amsteldam,
-in de Corps de guarde van de Regulierspoort, welke plaats het Collegie
-op den 11 December des jaars 1645 daartoe vergund was: voor ruim
-honderd jaaren, (1693,) verkreeg het Collegie eene betere rechtkamer
-naamlijk onder in het stadhuis te Amsteldam, welke kamer het behield
-tot in den jaare 1716, toen dat vertrek tot een ander gebruik geschikt,
-en Dijkgraaf en Heemraaden van de Meir vergund werd te vergaderen, in
-het Stadhuis voornoemd, boven de kamer van Commissarissen van
-Zeezaaken, alwaar zij tegenwoordig ook nog hunne rechtdagen en
-vergaderingen houden.
-
-Onder de mindere Amtenaaren boven bedoeld, behoort de gaarder van ’s
-Lands imposten, welk amt niet door de Regeering, maar door
-gecommitteerde Raaden begeeven wordt; het wordt thans bekleed door den
-Substitut Schout, de Heer Matthys Elsman.
-
-
-
-
-VOORRECHTEN
-
-Zie wegens het markten in Amsteldam, onder het artijkel Bezigheden: het
-voorrecht dat de bewooners van deeze Meir van de Staaten van Holland en
-Westfriesland hebben bekomen, van naamlijk een tolhek op de Outewaaler
-brug te mogen plaatsen, blijkt uit het voorgaande, alwaar wij van dat
-tolhek spreeken—Een ander voorrecht van de Diemermeir, mag genoemd
-worden, dat over den middenweg, die, gelijk wij boven reeds gezegd
-hebben, van de Outewaaler brug, tot aan de Hartsvelder- of Diemer brug,
-loopt, geene Hessenkarren gevoerd, of varkens gedreven mogen worden.
-
-Nog kan men het een voorrecht noemen, dat de bestuurders der Meir niet
-behoeven te gedogen dat des avonds na beslotene stads poorten, eenig
-vreemdling zig in dezelve op de openbaare wegen vertoonen; gelijk men
-in dat geval dan ook door de nachtwachts aangehouden wordt, en
-rekenschap van zijn daarzijn moet geeven; bij de minste twijfeling aan
-de waarheid des voorgeevens, of bij ondervinding van de onwaarheid
-deszelven, wordt men in bewaaringe gesteld.
-
-De Meir heeft ook het voorrecht, dat op haaren bodem geene nachtegaalen
-gevangen mogen worden.
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN
-
-De welgelegenheid, en vruchtbaarheid der landen, in de Diemermeir,
-heeft dezelven meest tot moesland doen worden, dat een gedeelte van de
-inwooneren alhier een genoegzaam bestaan verschaft; zij brengen hunne
-voorraad meest te Amsteldam ter markt; waartoe hen, benevens die van de
-Bijlmermeir, eene bijzondere markt op de Prinsegragt ter dier stede is
-vergund: behalven dat, hebben zij verlof ontvangen van driemaal ter
-week op het Oudekerksplein, en éénmaal op de joode Groenmarkt aldaar te
-mogen markten.
-
-
-
-
-GESCHIEDENISSEN
-
-Wat de Historie deezer aangenaame Meir betreft, na dat dezelve
-drooggemaakt was, (zie hier voor Art. aanleg en grootte,) kreeg de
-bedijking, in den voornacht tusschen 5 en 6 Maart des jaars 1651 het
-ongeluk van een doorbraak, welke door een andere aan den Diemer
-zeedijk, boven Outewaal, niet verre van Jaap hannes, veroorzaakt werd:
-het water liep omtrent de molen aan het Nieuwe diep, over den ringdijk
-van de Meir, en veroorzaakte daardoor een doorbraak, met een gat, ter
-lengte van omtrent 25 roeden, en eene diepte van 27 tot 30 voeten,
-beneden het winterwater; 16 voeten hoog stond het water in de Meir, en
-meest alles werd door de overstrooming vernield: evenwel was deeze
-ramp, hoe gewigtig, niet gewigtig genoeg om de ingelanden te doen
-wanhoopen aan het herstellen van hunnen vernielden arbeid, welke
-herstelling echter niet gemaklijk ten wege gebragt konde worden, dan
-door de Meir, die nu geheel onder water stond, weder te laaten
-uitmaalen, de gebouwen en beplantingen weder op te rechten en in stand
-te brengen, ten welken einde het octrooi van hunnen vrijdom voor den
-tijd van tien jaaren werd verlengd: onvermoeide arbeid kwam weder alles
-te boven; dan alleenlijk voor een zeer korten tijd: want in 1672, toen
-Nederland door het zwaard des oorlogs, die vervloekte geessel der
-verschrikkinge, geteisterd werd, moest de Meir niet weinig in dat
-akelig lot deelen; Naarden, de hoofdstad van het vermaaklijk Gooiland,
-werd door de Franschen veroverd, waarom men met reden voor Amsteldam
-begon te duchten, het welk ten gevolge had, dat de dijk doorgestoken en
-geheel de Meir onder water gezet werd; doch dit was echter maar voor
-korten tijd, en niettegenstaande de veroorzaakte aanmerkelijke
-verwoesting, werd, zo dra de vijand was afgetrokken, alles in zijn
-ouden luister hersteld: te recht daarom zingt de dichter Van Bor van
-deeze Meir:
-
-
- Meir wordt land en landen beeken,
- Wat Natuur al wondren teelt,
- Is niet mooglijk uittespreeken,
- Zo verwart zij in de weeld’!
- Nu pronkt zij haar kruin met Eiken,
- Dan met waternimfs sieraad,
- Nu weêr plant en bloem verrijken
- Ceres aangenaam gewaad;
- Plant en bloem en duizend vruchten,
- Schenkt er gunst te levren aan,
- Die haar oog en haar genuchten
- Kiezen in die weeldelaan, enz.
-
-
-In den jaare 1702, brak de Diemer of Muider Zeedijk weder door, het
-geen andermaal niet weinig bekommernis voor eene overstrooming van de
-Meir veroorzaakte; doch de ijver waarmede men de handen aan ’t werk
-sloeg, om overal waar men het noodig oordeelde den ringdijk van de Meir
-te versterken, werd met een gelukkigen uitslag bekroond; de Meir
-naamlijk leed geheel geene schade.
-
-In onze jongstledene onlusten, hebben de inwooners van de Diemermeir
-zig zeer onderscheiden in ijver voor de zaak der Vaderlandschgezinden;
-zij hebben zig met een ongemeenen ijver in de wapenhandel geoefend; het
-corps van den Rhijngraaf van Salm, heeft aan het rechthuis een geruimen
-tijd in bezetting gelegen: bij het aannaderen der Pruissen, was men er
-in geene geringe bekommering, niettegenstaande de gewapende ingezetenen
-moeds genoeg hadden om de vijand onder de oogen te gaan zien: de laage
-landen langs den Outewaalerweg, deelden in de gedaane inundatie, en de
-Pruissen hebben er vervolgends niet zeer verpligtend geleefd, trouwens
-aldaar nog beter dan elders; van tijd tot tijd ondernaamen voords
-eenige van de tegenpartij, voornaamlijk uit Amsteldam, baldaadigheden
-in de Meir te pleegen, doch de loflijke activiteit van den Substitut
-Schout, den Heere Matthys Elsman, reeds gemeld, heeft hen gedwongen dat
-opzet te laaten vaaren.
-
-
-
-
-BIJZONDERHEDEN,
-
-Onder deezen zoude in de daad geheel de Meir betrokken kunnen worden;
-met uitzondering verdienen de ongemeen prachtige lusthoven die er in
-gevonden worden den aandacht van den wandelaar; die op den hoek van den
-Kruisweg, aan den Weesper weg, pronkt met een zeer fraaje Turksche
-tent, staande op het wachthuis dat aan dien ingang geplaatst is.—Het
-tegenwoordige rechthuis, en het tolhek, is mede der bezichtiginge
-dubbeld waardig.
-
-Weleer was ten einde van de Schagerlaan, ook een fraaje Maliebaan, ter
-uitspanninge van de geenen die zig aldaar kwamen verlustigen; deeze
-laan had eene lengte van 173 roeden, in haare behoorelijke beschotten
-ingesloten; aan beide zijde van dezelve stond een rei hoogopgaande en
-aan de binnenzijde plat geschorene boomen, die eene zeer aangenaame
-vertooning maakten, en welke aangenaamheid niet weinig vergroot werd,
-door de lusthoven ter wederzijde langs de rijwegen gelegen: de herberg
-aan het begin der baane, en die nog aanwezig is, had de huur deezer
-laane, gelijk zij ook nog het Maliehuis heet—Behalven met het
-maliespel, plagt men zig in deeze baan ook niet zelden te vermaaken met
-het zogenaamd blindloopen, bestaande in eene weddingschap om
-geblinddoekt de baan overlangs doorteloopen, zonder tegen de
-zijschotten aantestooten; doch niettegenstaande de menigte gasten
-welken door deeze vermaaken, zo wel als door de aangenaamheid van den
-oord derwaards gelokt werden, is de baan van tijd tot tijd zo verre
-vervallen, dat zij tot eene harddraavers baan gebruikt werd, en
-eindelijk geheel verdweenen is, gelijk men er thans niet meer van ziet
-dan de grazige vlakte alwaar dezelve gelegen geweest is.
-
-
-
-
-HERBERGEN,
-
- Rozendaal.
- De Schulp.
- Het Rechthuis.
- De Maliebaan.
-
-Voords nog vier in de Schaagerlaan, die echter sedert eenigen tijd
-geene andere tap-actens bekomen dan van bier, coffij en thee.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN,
-
-Om zodanig eens te noemen de gelegenheden die in deeze Meir gevonden
-worden, om in dezelve, en van daar naar elders te komen: die
-gelegenheden zijn de toegangen reeds gemeld; behalven deezen, ligt digt
-bij het tolhek op den Outewaaler weg nog een pad dat op den hoogendijk
-nabij Zeeburg uitkomt; op gemelden weg is ook nog een pad, waarmede men
-op den Weesperweg komt: met de gewoone Muider- en Weesper-schuiten kan
-men ook van Amsteldam naar de Schulpbrug, of van daar derwaards vaaren:
-aan gemelde brug, in de ringsloot, vindt men des zomers zondags en
-maandags, gemeenlijk ook nog een zogenaamd Ossemarkts jagtjen, waarmede
-men voor één stuiver de persoon, naar de stad vaart; de Utrechtsche weg
-opgewandeld zijnde, tot over den ringdijk, wordt men voor vier duiten
-de persoon, ook over de Amstel gevaaren.
-
-Aan het tolhek vaart ook een geregelde veerschuit naar Amsteldam, des
-zomers maandag, woensdag en vrijdag, ’s morgens vroeg, en van daar te
-rug, op dezelfde dagen, ’s middags ten 12 uure: des winters vaart deeze
-schuit alleenlijk maandags en vrijdags.
-
-Toen de Maliebaan nog in stand en bloei was, reed des zondags en
-maandags, van even buiten den Muiderpoort, eene soort van Post- of
-zogenaamde Bolder-wagen, naar gezegde baan, en terug; dit was een veer,
-doch zonder bepaalde uuren; de vracht voor ieder persoon was 2½
-stuiver: sedert het vervallen der Maliebaan is dit veer ook te niet
-geraakt.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE AMBACHTSHEERELIJKHEID WAVERVEEN.
-
-
- Het dorpjen WAVERVEEN, dus door de Kunst gemaald,
- Werd om gehoorzaamheid van ’t oorlog aangegrepen,
- Thans dreigt ’t gebaggerd meir het in zijn balg te sleepen,
- Des wordt weêr zijnen vlijt met bange vrees betaald.
-
-
-Geen onvermaaklijk gedeelte van het bevallig Amstelland, maakt deeze
-Ambachtsheerelijkheid uit: haare
-
-
-
-
-LIGGING
-
-Is gelijk gezegd is, in Amstelland, drie uuren gaans ten zuiden van
-Ouderkerk; hebbende ten westen en zuiden de Provincie Utrecht, ten
-oosten de vrije Heerlijkheid Waveren Botsholl, en ten noorden de
-rivieren de Amstel en de Waveren—Verder kan die ligging nader opgemaakt
-worden, uit de scheipaalen die men op den gemeenen weg of zogenaamden
-Veendijk, als op de Rondeveensche Kade vindt, welken voor zo veel de
-Jurisdictien betreffen de scheidingen van deeze met die der
-Heerelijkheid Waveren, Botsholl en Ruigewilnisse aanduiden; edog daar
-hetzelve voor meer dan ⅞ deelen is uitgeveend, kan men de strekking in
-de uitgeveende plassen bezwaarlijk onderscheiden, schoon de ingezetenen
-zulks door strooken lands en rietakkers weeten te bepaalen.
-
-Tot Waverveen behoort nog het district Strooknes aan den Amstel, met
-een groote schutsluis ten einde van de vaart, het Bijleveld genaamd,
-gelegen.
-
-Het bestaat wijders in drie Polders—naamlijk: de Gemeene of Beoosten
-Bijleveldsche Polders, gemeen met Waveren Botsholl, en een gedeelte van
-Ruigewilnisse—de Hoflandsche Polder, gemeen met Mijdrecht onder de
-Provincie van Utrecht voor 1⁄13, en benoorde de Zuwe, gemeen met
-Mijdrecht, voor circa ⅔ part, welke laatstgemelde polder, thans door
-Hun Ed. Mog. de Heeren Staaten ’s Lands van Utrecht, door de bewerking
-van een Stoom- of Vuur-machine (der moeite waardig te bezichtigen,)
-wordt uitgepompt en drooggemaakt, waarin het aandeel der droogtemakene
-gronden voor Waverveen circa 240 morgen beloopt.
-
-Over het algemeen is de grond van deeze Heerlijkheid zeer veenig,
-waarvan ook niet weinig gebruik is gemaakt, echter ligt het dorp zelf
-groen en aangenaam.
-
-
-
-
-Van de
-
-NAAMSOORSPRONG
-
-Hebben wij niets kunnen ontdekken, in zo verre het eerste lid des naams
-betreft, dat is Waveren, zekerlijk aan het dorp van dien naam gegeven,
-naar het water, de Waver geheten, ’t welk het gezegde dorp, (waar van
-straks nader,) van Ouderkerk afscheidt; dat er het woord veen
-bijgevoegd is geworden, is om dat het bijna geheel uit veenen bestaat,
-en den oord derhalven met recht den naam van Veenen van Waveren, of
-Waverveen (ook Waverenveen,) mag draagen.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE.
-
-Wat het eerste gedeelte van dit artijkel, de stichting naamlijk,
-betreft, daaromtrent is wederom niets met volkomen zekerheid te zeggen,
-waarschijnelijk zoude het kunnen genoemd worden, zo men stelde dat de
-gunstige gelegenheid tot de turfmaakerij hier eenige lieden heen
-getrokken, en het wèl slaagen van hunne onderneeming weldra navolgers
-verschaft zal hebben.
-
-Wat aangaat de grootte van Waverveen, daarvan leezen wij in den
-tegenwoordigen staat van Holland het volgende: „In de oude quohieren
-stond het begroot op 268 morgen, 100 roeden lands, en in de nieuwe
-vinden wij de landen verminderd op 114 morgen, 450 roeden: maar het
-getal der huizen is, in de lijst van den jaare 1732 niet afgenomen,
-waarin 93 nommers werden aangetekend; honderd jaaren te vooren werd het
-op 85 huizen, doch, thans op 58, begroot:” zij zijn niet onvermaaklijk
-op hunne erven gelegen, en op sommige plaatsen, nog al aangenaam in het
-geboomte; ook vertoonen zij zig allen als vrij wèl onderhouden: zij
-liggen ter wederzijde van een’ eenigzins smallen weg, (den Veendijk,)
-langs iedere zijde van welken een sloot loopt, die aan de eene zijde
-smal, doch aan de Kerk-zijde, (de Veenwatering genaamd,) zo breed is
-dat dezelve met turfeikers bevaaren kan worden, alwaarom ook voor
-iedere werf een gewoone draaibrug ligt: vóór de werf waarop de Kerk
-staat is een net wipbrugjen, over ’t welk men naar de Kerk gaat, en dat
-wijd genoeg is, om er met de voornoemde schepen onderdoor te kunnen
-vaaren: men vindt te Waverveen hier en daar nog al een buitenverblijf,
-die echter den naam van hoven niet kunnen draagen.
-
-Het gezegde getal huizen wordt bewoond door 240 menschen, (de kinderen
-daaronder begrepen:) van deeze bewooneren zijn bijna 110 van den
-Gereformeerden Godsdienst, de overigen zijn meest allen Roomsch.
-
-
-
-
-Het
-
-WAPEN
-
-Van Waverveen, is een rood schild, waarover een eenigzins gebogen
-zwarte balk loopt, en op den zelven twee witte kruisen.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-De Gereformeerde Kerk welke hier wederom in de eerste plaats in
-aanmerking komt, is de derde die Waverveen geheugt: de eerste Kerk na
-de reformatie stond op deeze zelfde plaats, dewelke in den jaare 1592
-door Petrus Edessen, Predikant van Amstelveen en Ouderkerk, met eene
-openbaare Leerrede ingezegend is; in het zelfde jaar (1592) werd de
-Proponent Cornelius Paludanus tot gewoon Leeraar deezer gemeente
-(schoon het getal der ledemaaten maar slechts vijftien was,) beroepen;
-de voorn. Kerk werd tot in het jaar 1697 tot den openbaaren Godsdienst
-gebruikt, wanneer dezelve door verzakking reeds bouwvallig was
-geworden, en men gelegenheid had of bekwam, om naar gedachten met
-minder kosten, dan de Oude kerk te herstellen, een groot gebouw,
-hetwelk op een andere plaats schuin tegenover, naast het
-buitenplaatsjen thans Veenlust genaamd, reeds stond, te maaken en te
-bereiden tot een Kerkgebouw; dit huis was aangelegd en gebouwd geweest
-tot een groot en aanzienlijk woonhuis, maar de bouwer en eigenaar van
-hetzelve overleden zijnde, was er gelegenheid om het te kunnen bekomen;
-en men vond goed, de Oude kerk te verlaten en het voorn. gebouw tot een
-Kerk te vervaardigen en verder optetimmeren, met dien spoed dat er den
-3 Maart 1697 de eerste Godsdienstoefening in werd verricht, en door den
-Wel-Eerw. Abraham Oosterlandt, ten dien tijde Predikant aldaar, werd
-ingewijd; de fundamenten van dit gebouw waren niet wèl gelegd of
-verzorgd, zo dat het verzakte en scheurde in zo verre dat er geene
-mogelijkheid was om het eenigzins te herstellen, en het des met eene
-jammerlijke instorting dreigde, waarom dan de Predikant en Gemeente
-hetzelve verlieten, en hunnen toevlugt tot het Schoolhuis namen, alwaar
-zij op een zeer ongemaklijke en bekrompene wijze, twee jaaren lang de
-openbaare Godsdienstoefening verrichtten; tot dat de derde of
-tegenwoordige Kerk in den jaare 1755 volbouwd was, en 3 Augustus door
-den Wel-Eerwaardigen Do. Jan van Staveren met een Leerrede over Esra 1.
-vs. 5–6 is ingewijd: deeze Kerk is in alle deelen een net en kunstig
-gebouw, zijnde van buiten een Kruis-kerk, en van binnen met witte
-muuren, coupelswijs opgemetzeld: zij is wel niet groot, maar groot
-genoeg voor de gemeente, die er in vergadert; ze is met een pannen dak
-gedekt, en draagt een vierkant open torentjen met uur- en slagwerk, dat
-met een agtkant rond gedekt is, zijnde ook van een agtkant spits
-voorzien: rondsom de kerk ligt, gelijk op de meeste Hollandsche dorpen
-plaats heeft, een vrij ruim algemeen kerkhof met een gezand pad
-omgeeven, en aan de buitenkant met een Ipen haag voorzien: de toegang
-tot het Kerkhof en Kerk is met een modieus hek van de kerklaan
-afgesloten.
-
-Boven den ingang leest men in eenen steen uitgehouwen:
-
-
- Ezaia xxvi. vs. 8.
- De eerste steen is gelegd door,
- Jan David Brouwer, van Stavoren,
- op den 15 July MDCCLIV,
- Aangelegd en volbouwd, onder het beleid van
- Coenraad Hoeneker, Mr. Metselaar te Amsteldam.
-
- Van Staveren’s leeraars zoon, lag mij den eersten steen,
- o God! vergroot den glans, die mij reeds mild bescheen;
- Verschijn zo heerlijk, en wil hier in vrede geeven,
- Dat veelen ingaan door uw woord en geest ten leven.
-
- Hendrik Lussing Matthysz.
- Eccl. iv. vs. 17.
-
-
-Tot voor omtrent tien of elf jaaren was het ruim der Kerk alleenlijk
-door een groote midden, en aan wederzijde van dezelve twee kleine
-deuren in den muur van den buitenweg afgesloten, het geen, dat te
-begrijpen is, zijne onaangenaame gevolgen had; doch ten gemelden tijde
-is die ingang door een vrij ruim portaal, met twee groote deuren van de
-genoemde buitendeuren afgescheiden.
-
-Van binnen is het kerkjen in alle deelen zeer net ingericht; tegen over
-den ingang is eene vergaderkamer, voor die geene welken met de zaaken
-der kerk belast zijn; boven dezelve is een kleine gaanderij; eene
-dergelijke heeft men, om het regelmaatige in de bouwing te bevorderen,
-ook boven het nieuwe portaal voornoemd gemaakt.
-
-De zoldering van het ruim is geheel en zeer net gestukadoord; in het
-midden van dezelve is eene ronde opening, waarin de stang van een
-kaarskroon, door welke, onder den avond godsdienst de kerk verlicht
-wordt, is vastgemaakt aan de eene en andere zijde van gezegde opening,
-leest men, op het stukadoorsel, met fraaje groote gouden letters:
-
-
- DE GOD DES HEMELS.
-
-
-Er is geen orgel in deze kerk, doch voor het overige ontbreekt er
-niets, van het geen men gewoonlijk in een wèl aangelegd kerkruim
-begeert te vinden; de predikstoel is zeer net, als mede het doophek;
-vóór den predikstoel staande ziet men ter linkerzijde een zeer
-aanzienlijk gestoelte van den Ambachtsheer, of de Ambachtsvrouwe; boven
-hetzelve staat een breed bord, beschilderd met de wapens van de
-tegenwoordige Ambachtsvrouwe en van haar Eds. echtgenoot; beneden
-deezen op het zelfde veld, zijn in quartieren als een algemeen wapen,
-die van de Ambachten van Waverveen, Waveren Botsholl, en voorts met
-ornamenten geschilderd: tegen over dit gestoelte, ter andere zijde van
-den predikstoel, is de Schepensbank, die mede zeer ruim is, en recht
-tegen over den predikstoel, aan het andere einde der kerk staat het,
-niet minder ruim gestoelte van oude Regenten en Armmeesteren; boven dit
-gestoelte hangt een wapenbord van den Heere Gouwenaar, Capitein ter
-zee, overleden den 17 Mai 1714 op deszelfs buiten Zee Rust, aan de
-Nessersluis, thans aan den Heere Jacob Vlasvat behoorende: ten teken
-zijns diensts hangt er een degen boven: het heeft de vorige kerk reeds
-vercierd.
-
-De Gemeente word thans bediend door de predikanten uit den Ring; zijnde
-het beroep vacant geweest door het vertrek van den Wel-Eerwaarden Heere
-Joh. Leon. Wolterbeek, die naar Loenen beroepen is: doch thans is in
-deszelfs plaats den Wel-Eerwaarden Heere J. C. Guinoseau Proponent in
-’s Haage, alhier beroepen; dewelke in de maand Februarij aanstaande één
-aanvang zijner bediening staat te neemen: zijnde zijn Wel-Eerw. alsdan
-de 21 predikant sedert de Reformatie ter deezer plaatse.
-
-De kerk is gemeenschaplijk voor Waverveen en Waveren.
-
-Het Schoolhuis dat mede gemeenschaplijk voor Waverveen en Waveren
-dient, staat nabij de kerk, en is een vrij goed gebouw, dat in alle
-deelen aan het oogmerk beantwoordt: de Roomschgezinden van beide de
-meergemelde Ambachten, zijn ook verpligt hier hunne kinderen ter
-schoole te laaten gaan om dat zij geen school voor hun afzonderlijk in
-dezelven hebben: het getal der gezamenlijke kinderen, welken in dit
-school komen, bedraagt, de jaaren door elkander gerekend, bijna 50 ’s
-jaars.
-
-Vier a vijf minuten gaans van de Kerk staat de Pastorij, dat een zeer
-goed ruim en welgelegen gebouw en in den laatstledenen jaare merkelijk
-verbeterd is.
-
-Een Weeshuis, Armenhuis, of dergelijk gesticht is hier niet: zie verder
-het art. wereldlijke regeering.
-
-Een tolbrug, die te Waverveen gevonden wordt, en den naam draagt van
-Bijleveldsche brug, wordt ten voordeele van de kerk verpacht, door
-Schout en Kerkmeesters, ten overstaan van Schepenen van Waverveen en
-Waveren: nog heeft de Kerk een ander inkomen voor derzelver onderhoud,
-naamlijk één duit van iedere roede lands dat onder Waverveen, Waveren,
-enz. zal uitgeveend worden; ook moeten de veenders, boven dien, voor
-iederen ploeg volks, welken zij te werk stellen ƒ 1:10 stuivers
-betaalen, dit echter niet ten voordeele van de Kerk maar van de
-algemeene armen, zo wel die van de Roomschen als van de Gereformeerden,
-die het gelijklijk deelen: beide gezegde belastingen op het veenen,
-beloopen jaarlijks, (de jaaren weder door elkander gerekend,) eene
-somme van ƒ 600.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-Onder dit art. hebben wij niet anders te betrekken, dan het Schouts
-huis, dat vrij aanzienlijk is, met een vierkant plein met opgaande
-Linden boomen beplant, waar achter een redelijk uitgestrekt boschjen,
-met diverse wandelwegen doorsneeden, staande hetzelve achter het
-Rechthuis, dat een gewoon boeren huis en herberg zonder eenig aanzien
-is; men vind er echter een Rechtkamer in, waarvoor in groote letters
-geschreven staat: Vivat Justitia, zijnde deeze huizen langs de vaart
-het Bijleveld, waardoor de meeste schepen en vaartuigen naar en van
-Amsteldam uit de Ronde veenen moeten passeeren gelegen, en beiden aan
-het Ambacht van Waverveen behorende.
-
-
-
-
-KERKELIJKE REGEERING.
-
-Deezen bestaat uit den Predikant in den tijd, een Ouderling en Diacon
-uit Waverveen, en een Ouderling en Diacon uit Waveren Botsholl en
-Ruigewilnisse, waarvan jaarlijks, (indien niet in hunnen diensten
-werden gecontinueerd) een Ouderling en Diacon afgaan, en door anderen
-uit het Ambacht daar de afgaande onder gehooren, vervangen worden:
-staande de verkiezing derzelven, alsmede van den Gaardermeester die
-voor beiden de Ambachten fungeert, aan den Kerkenraad.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE REGEERING.
-
-In 1731 werd de waardigheid van Ambachtsheer bekleed door den Heer
-Wilhelmus Hogerwaard, Heere van Valkenstein, die het Ambacht toen uit
-de Graaflijkheids Domeinen voor een somma van ƒ 6600:-: kocht: in 1766
-kwam zij aan den Heere Mr. Paulus Abraham Gilles, ten dien tijde
-Secretaris van den Raad van Staaten der Vereenigde Nederlanden, den
-welke in den jaare 1792 overleed, en is de Heerlijkheid op de Wel-Edele
-Geb. Vrouwe Mevrouwe Brigitta Susanna Jacoba Lups, geboren van Dam,
-gedevolveerd.
-
-Ter eerster aanleg worden de civile zaaken afgedaan door den Schout,
-zijnde thans de Heer Jan van Wickevoort Crommelin, die er ook het amt
-van Secretaris bekleedt, en vijf Schepenen; het eene jaar gaan
-gewoonlijk twee en het andere jaar drie van dezelve af; doch sustineert
-de Ambachtsheer of Vrouwe Schepens te continueren of minder getal af te
-laaten gaan, zo staat zulks aan hun goedvinden, en worden de aankomende
-door den Ambachtsheer of Vrouwe, uit een nominatie van een dubbel getal
-door Schepenen te maaken, ten overstaan van den Schout, geëligeerd;
-hetgeen mede plaats grijpt ten aanzien van de Kerkmeesteren, waarvan
-altoos één van Waverveen en één van Waveren Botsholl fungeert, als ook
-van de Gereformeerde en Roomsche Buiten armmeesteren, alle welke
-bedieningen in een dubbeld getal genomineerd, en op voorgemelde wijze
-geëligeerd of gecontinueerd worden: de Ambachtsheeren of Vrouwen hebben
-daarenboven de aanstellinge van Schout, Secretaris, een Hoogheemraad
-van Amstelland, alsmede van de Ronde veensche bepoldering; de Bode,
-Koster, Voorleezer, Schoolmeester, Doodgraaver, Eiker, de Veerschipper
-op Amsteldam, en de Nachtwacht.
-
-Bij vacature van den Predikant worden, na voorgaande bekomene
-handopening van den Ambachtsheere of Vrouwe, door den Kerkenraad vier
-persoonen genomineerd, en de beroeping daaruit gedaan bij de
-mans-ledematen, waarvan de approbatie of improbatie door den
-Ambachtsheere of Vrouwe wordt gedaan.
-
-In het crimineele moeten de ingezeetenen van Waverveen te recht staan
-voor Schepenen van Ouderkerk.
-
-De zaaken der onderscheidene Polders van Waverveen, Waveren Botsholl en
-Ruigewilnisse, werden bevoorens door een algemeen bestuur beheerd: in
-1643, naamlijk, werd tusschen de Poldermeesteren en Ingelanden met de
-bijzondere Gerechten overeengekomen, dat de Regeering van de gemeene
-Polders, toen begroot op 1600 morgen, zouden gesteld en gelaten worden
-onder het beleid van vijf Hoofd-ingelanden, waarop goedkeuring bij
-willige condemnatie van den Hove van Holland verzocht werd; echter is
-eenigen tijd daarna, door omstandigheden die plaats hadden, deeze
-conventie niet meer in gebruik gebleeven, en wel bijzonder sedert 1674,
-wanneer niet alleen door de polders van Waverveen, Waveren enz. maar
-ook door de stichtsche polders een request aan de Heeren Staaten van
-Holland en Westfriesland werd gepresenteerd, waarbij te kennen werd
-gegeven, dat door de invasie van de Franschen in 1672, en om te
-beletten dat dezelve niet verder in deeze Landen zouden avanceren, alle
-de bovengemelde polders doorgestoken en onderwater gezet waren, en alzo
-geen raad wisten dezelve polders wederom droog te krijgen, dan alle
-dezelve te besluiten in eene gemeene Ringkade; waartoe zij van Hun Ed.
-Groot Mog. octroi verzogten, hetwelk op den 23 Januarij 1674 ook is
-geobtineerd: en werden de respective polders sedert gederigeerd, als:
-de Gemeene of beoosten Bijleveldsche polder, door den Schout en twee
-Poldermeesteren, als een uit de Hoofd-ingelanden van Waverveen, en de
-andere uit die van Waveren Botsholl, door den Ambachtsheere of Vrouwe,
-uit een dubbeld getal geëligeerd: deeze voeren den tijtel van Dijkgraaf
-en Heemraaden.
-
-De Hoflandsche polder, als zeer klein en weinig omslags daarbij zijnde,
-wordt door den Schout als Administrateur beheerd: en de polder Benoorde
-de Zuwe, mede voor zo veel Waverveen aangaat, door den Schout en één
-Poldermeester uit de Hoofdingelanden, als hier voor gemeld geëligeerd,
-waargenomen.
-
-De Diaconie, zo wel als de buiten, het zij Gereformeerde of Roomsche,
-armen, worden besteed, of er worden huisjens voor gehuurd waarin zij
-geplaatst en verzorgd worden.
-
-Dan ten aanzien van de genoemde buiten-armen, staat aantemerken, dat
-bij publique verkoop van vaste goederen, één duit van den gulden, ten
-hunnen behoeven wordt betaald, gelijk ook wanneer het een of ander
-geschenk aan den armen wordt gegeven, zonder bepalinge daarbij aan
-welken, dit een en ander altoos half voor de Gereformeerde en half voor
-de Roomsche armen verdeeld wordt.
-
-Weesmeesteren worden in deeze Ambachtsheerelijkheden niet aangesteld:
-de Weezen wier ouderen zonder uitersten wille gestorven zijn, worden
-door Schout en Gerechte, die de plaats van Weesmeesteren vervangen,
-verzorgd, en zo er door de Ouders een testament gemaakt is, vindt men
-in hetzelve hunne begeerte wegens ’t verzorgen hunner kinderen
-voorgeschreven.
-
-Voorrechten hebben die van Waverveen niet, ook is ons niet bericht dat
-zij onder bijzondere verpligtingen liggen.
-
-
-
-
-De
-
-BEZIGHEDEN
-
-Van de bewooners bestaan hoofdzaakelijk in de baggerij, echter wordt de
-visscherij in de uitgeveende plassen er ook niet weinig ter hand
-genomen, waaruit derhalven de bezigheid van het bereiden van allerlei
-vischwant, enz. voordvloeit: de turf welke alhier en in den omtrek
-gebaggerd wordt, wordt meest te Amsteldam gesleten, en ook des winters
-over het ijs met sleden vandaar herwaards gebragt: voords doet men er
-eenige van die bezigheden die in de burgerlijke zamenleving niet gemist
-kunnen worden.
-
-
-
-
-GESCHIEDENIS.
-
-Het voornaamste dat onder dit artijkel gezegd kan worden, bestaat in
-het gedrag der Franschen aldaar: in den jaare 1672 zig meester van
-Utrecht gemaakt hebbende, verzekerden zij zig van de huize te Loenen en
-Loenresloot, en konden derhalven met weinig moeiten langs de Geuze
-sloot en Demmerik te Zuwe op Waverveen en Wavere Botsholl aankomen,
-vermits zij niet onder het Sticht, maar in Amstelland gelegen, zig van
-geen Fransche Sauvegarde konden bedienen; men maakte, ’t is waar, een
-schans aan den Uithoorn; en de Nes werd met een uitlegger verzorgd,
-maar dit alles kon aan Waverveen, te verre buiten de voorgedachte
-posten gelegen, tot geene volkomene bescherming verstrekken: de
-ingezetenen van deeze plaatsen in twee compagniën bestaande, één van
-Waverveen, onder den Capitein en Schout Christoffel Meijer, en één van
-Waveren Botsholl, onder den Capitein en Secretaris Blokhuis, kregen
-verlof op ’s Lands kosten tot hun eigen bescherming en veiligheid te
-waken, en door nauwe wachthouding den vijand te beletten verder
-daardoor in de Provincie van Holland intebreken; dan, daar deeze
-huislieden onervaaren waren in den oorlog, en te zwak om den vijand
-tegenstand te kunnen bieden, werd noodig geacht, dat zij door zekeren
-uitlegger de Amsteldamsche galei genaamd, met zeven-en-twintig man
-bemand en van verscheidene stukjens voorzien, onder commando van
-Capitein Spelt, versterkt werden, neemende deeze uitlegger om tegenweer
-te kunnen bieden deszelfs legplaats in het Bijleveld, bij de
-Bijleveldsche brug, onder Waverveen.
-
-De Fransche Commandant, de Markgraaf De Genlis, op het huis te
-Nieuwrode zijnde, zond een- en ander-maal brandbrieven naar Waverveen,
-en wel den laatsten den 5 September 1672, met bevel van tien schepen
-met hooi, ieder 20 voeren groot, binnen vier dagen te Utrecht te
-leveren, met bijvoeging der straffe, dat de Schout gevangen en de
-plaats gebrand zouden worden.
-
-Maar dewijl deeze plaatsen, veendorpen zijnde, met geen of weinig
-weilanden voorzien waren, was het niet mogelijk deezen eisch te
-voldoen—des trokken de Franschen op den vijfden November met
-vierhonderd mannen uit Utrecht, door Breukelen en Ter Aa, kwamen te
-Demmerik daar zij zig verdeelden, een gedeelte naar Vinkeveen en de
-andere naar Meijdrecht zig begaven, om dus Waverveen enz. van de oost-
-en west-zijde aantetasten—toen de tijd tot den uitvoer van hun oogmerk
-begon te naderen, stelden die van Vinkeveen zig omtrent Ruigewilnisse
-in orde, en hadden voorposten aan het einde van Vinkeveen geplaatst,
-dewelke beletteden dat men geen kundschap te Waverveen konde bekomen.
-
-Zoo haast die van Mijdrecht naar het westeinde van Waverveen afzakten,
-en die te Vinkeveen het sein hoorende, kwam men het oosteinde
-overvallen, de wipbrug te Botsholl was opgehaald, doch eenige van hun
-door het water zwemmende, lieten dezelve neder—zij renden eilings, ’s
-nachts om drie uuren, naar de Bijleveldsche brug—alles geraakte weldra
-in alarm, de posten en wachten der huislieden, na dat twee van hun
-waren doodgeschooten, werden verdreeven, en geen onderstand van Staaten
-volk, dat aan den Uithoorn lag bekomende, moest men vlugten en alles
-verlaten—Het voornaamste oogmerk der Franschen was den voorgemelden
-uitlegger te vermeesteren, die daar ook gelegd was, op dat er geen turf
-uit de veenen naar den vijand te Utrecht gevoerd zoude worden; met
-belofte van wege de Staaten, dat zij voor den overlast der vijanden de
-ingezetenen zouden beveiligen: zij dan vielen met woede op den
-uitlegger aan, die door de Bijleveldsche brug afgezakt, zig meer dan
-één uur lang verdedigde; doch eindelijk vast raakte, door den vijand
-omringd en genomen werd: de Capitein Spelt en zijn Luitenant met twee
-of drie anderen werden gevangen en vijftien doodgeschoten of doodelijk
-gekwetst; de overige raakten met zwemmen weg: aan de zijde der
-Franschen waren tien à twaalf gesneuvelden, en onder dezelven één
-Capitein: daarna ontstond op verscheidene plaatsen brand, waardoor 59
-huizen in den assche gelegd, en het voornaamste van Waverveen aan de
-Bijleveldsche brug gelegen, door de vlamme verteerd werd.
-
-De uitlegger werd vervolgends naar de Heul gebragt, dan te groot zijnde
-om door de Nieuwer sluis naar Utrecht gevoerd te kunnen worden, en na
-dat het geschut, de voorraad en wat er meer was, afgenomen te hebben,
-werd dezelve verbrand; tegens de ingezetenen veel gewelds pleegende
-trokken ze terug: hadden ’s Lands Staaten wijzer geweest in het geeven
-van orders, ’s Lands ingezetenen in deezen oord zouden minder
-ongelukkig geweest zijn.
-
-In onze jongstledene onlusten hebben de bewooners van Waverveen, niet
-zeer onderscheidenlijk, wat de toen heerschende Vaderlandsche partij
-betreft, gehandeld; de Pruissen, welken kwamen, om ware het mogelijk
-die partij ten onder te brengen, hebben zig aldaar niet zo slecht als
-wel op andere plaatsen gedragen, trouwens zij zijn er maar
-doorgepasseerd van en naar den Uithoorn, alwaar ter dier tijd den Major
-van het Pruissische Curassiers Regiment (Von Krahn genaamd)
-commandeerde, dewelke goedvond zeker papier te zenden, dat door den
-Secretaris van Waverveen op den 28 September 1787 gepubliceerd werd;
-dus luidende: „Uit last en bevel des Heeren Commandeerenden Generaals,
-Graaf Von Kalkruit, zullen de ingezetenen der respective dorpen van
-Waveren, Waverveen enz. binnen den tijd van driemaal 24 uuren hunnen
-voorraad van haver, bier en genever doen brengen aan den Uithoorn, aan
-het quartier van den Heer Major Von Krahn, alsmede ook alle de geweeren
-en wapenen tot de exercitie gediend hebbende, en zo wanneer hier niet
-aan gehoorzaamd werd, zal alle hetzelve door een commando worden
-afgehaald, en bovendien met plunderen en andere straffen worden
-gecorrigeerd.”
-
- Uithoorn 28 Sept. 1787.
-
- (getekend) V. Krahn.
-
-
-Dan doordien bij het evaqueren der troupes uit Utrecht hier een
-gedeelte geïnquartierd waren geweest, de voorraad op was, en Amsteldam
-geslooten zijnde, kon men dezelve niet bekoomen; dus een deputatie naar
-voorn. Major Von Krahn werd afgezonden, om uitstel van executie, het
-geene door hem op 2 dagen langer werd bepaald, die te gelijk een pas
-gaf, om het door hem gerequireerden van Utrecht te haalen, het geene
-dus ook geschiedde, en aan hem 112 kannen brandenwijn en genever, 12
-vaten bier en eenige mudden haver geleverd, en ter voldoening van het
-requisit der geweeren werden 173 met derzelver bajonetten en een
-vaatjen vuursteenen, aan een Quartiermeester van dat regiment
-afgeleverd; zijnde de voorn. geweeren de zodanige welken uit ’s Lands
-magazijnen te Naarden, in 1785, ten gebruike van de onvermogende
-weerbaare manschappen waren geleverd.
-
-Bijzonderheden zijn hier niet voorhanden, alleen zijn de uitgeveende
-plassen der bezichtiginge van ieder denkend wezen waardig, en zij
-zullen zekerlijk zijne bewondering tot zig trekken, daarover dat geheel
-den streek door de menigte van het door ’t baggeren veroorzaakte water,
-niet reeds geheel verzwolgen is.
-
-
-
-
-HERBERGEN,
-
-Zijn, het voornoemde Rechthuis, en een binnen weinig jaaren geheel
-nieuw en net gebouwde, met een der fraaiste overdekte kolfbaanen
-voorziene herberg aan de Nessersluis, hier voor omschreven, gelegen.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN.
-
-Deezen zijn van Waverveen des zomers alle zondag en donderdag tot de
-maand October, des winters alleen des zondags een veerschuit op
-Amsteldam, dewelke des maandags en vrijdags in de zomer, en des winters
-maandags, ’s middags ten 12 uuren van het Rokkin bij de
-Olijslagerssteeg te Amsteldam voornoemd, terug vaart; gelijk ook des
-zondags door Waverveen op onderscheidene uuren mede de veerschuiten van
-Harmelen, Wilnis en Vinkeveen, des donderdags het geheele jaar door die
-van Cockingen passeren; welke allen den volgenden dag wederom terug
-keeren; doch van Waveren vaart geen schuit: voords kan men dagelijks
-met den Uithoornsche, onder Amstel Nesser, de Goudsche, Leidsche,
-Haagsche, Woerdensche en andere schuiten naar die plaatsen of met
-dezelve naar Amsteldam vise versa vertrekken, mits men zig aan de
-meergenoemde Nesser sluis vervoege, dat ¾ uur gaans van het dorp
-Waverveen afligt.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE VRIJE HEERELIJKHEID WAVEREN, BOTSHOL, EN RUIGEWILNISSE.
-
-
-Dezen zijn eigenlijk drie districten, zo zeer in elkander verknocht,
-dat zij mede alleen met scheipaalen aan den Veendijk als op de Ronde
-veensche kade onderkend worden, doch maaken zamen één Heerelijkheid
-uit, die een wapen voert, en door een en dezelfde Regenten gedirigeerd
-worden.
-
-
-
-
-LIGGING.
-
-Deeze is ten zuiden van Ouderkerk, wordende door de rivier de Waver van
-het gerecht van Ouder Amstel afgescheiden, hebbende ten oosten het
-Sticht van Utrecht, dat wederom door een water de Winkel genaamd, wordt
-afgedeeld; ten oosten het voorn. Sticht, het welke aldaar door een
-breede kade, uit de gemelde Winkel, tot aan de Veenmolen of de
-limietscheidinge van Holland en Utrecht zig uitstrekt, onderscheiden,
-ten zuiden en westen Waverveen—het bestaat in twee polders, de Gemeene
-of Beoosten Bijleveldsche polder gemeen met Waverveen, en de Noorder
-polder onder Ruigewilnisse gelegen: wat de Gemeene of Beoosten
-Bijleveldsche polder betreft, deeze is reeds voor het grootste gedeelte
-uitgeveend: de Noorder polder onder Ruigewilnisse, die zig in den jaare
-1632 door een dwarskade van de voorschr. Gemeene polder heeft
-afgescheiden, is men voor de eene helft, zijnde circa 200 morgen, in
-den jaare 1777 eerst begonnen te veenen; sedert 1793 heeft men de
-wederhelfte mede circa 200 morgen ook ingestoken om verveend te
-worden—echter is desaangaande door de gezamenlijke ingelanden bepaald
-van niet nader dan op 10 roeden na, aan het Sticht en aan de
-Rondeveensche kade, en op 6 roeden van de gemelde dwarskade, tegen de
-gemeene polder aan te mogen verveenen; ten einde de nakomelingen
-dezelve met 1 of 2 vijzelmolens, zonder veel kosten aan een ringdijk te
-verpleegen, binnen weinig tijds weder te kunnen uitmaalen: in deeze
-polder is zulke goede specie, dat het morgen voor ƒ 2000, ja ƒ 3500, is
-verkocht geworden.
-
-Men ontmoet in deeze Heerelijkheid mede reeds eene uitgeveende plas van
-bijna 1000 morgen groot, en op sommige plaatsen 20 ja 25 voeten diep,
-kunnende bij zwaare winden zeer hol staan; om den slag van het water
-eenigzins te breeken, moeten er strooken lands van 14 voeten breeds in
-blijven liggen; deezen geeven zeer goed rietgewas; in warme zomers
-wellen er groote stukken gronds op, die als het koud begint te worden
-weder zinken; deeze bonken mag men vrij wegbaggeren, waarvan
-gewoonlijk, zo om den tijd van ’t jaar, als ook om dat ze veeltijds op
-ongelegene plaatsen boven komen, weinig gebruik gemaakt wordt.
-
-In de voorsz. Gemeene polder ligt de Lange of Cuilens meir, die men
-zegt zijn oorsprong te hebben genomen bij eene uitlegging van
-Amsteldam, waarbij de aarde uit dat meir vergraven naar die stad
-vervoerd is geworden: jaarlijks ten minsten betaalt die stad aan
-Waverveen de verpondinge van dat meir: het water zo van deeze meir als
-van de andere polders is eenigzins brak, echter wordt het, door het
-grootste gedeelte der inwooners tot hun levens onderhoud, zonder eenig
-nadeel gebruikt; bij vriezend weêr is ’t zelfs genoegzaam zoet.
-
-De visscherijen in deeze uitgebreide plas, waren voor 5 a 6 jaaren,
-veel milder dan thans; men wil, ter oorzaake van ’t vergrooten en
-vermenigvuldigen der wateren, waardoor de visch zig meer verspreidt:
-door het gezegd opwellen der gronden kan men het vischwant ook niet
-naar vereisch gebruiken: en eindelijk, anderen stellen de oorzaak
-daarin, dat men thans plemp- of brazem-netten, waarin groote en zwaare
-baarzen, snoeken, brazems, enz. gevangen worden, gebruikt, en de
-voordteelinge des minder wordt; niet tegenstaande de gezegde
-schaarsheid van visch, worden deeze wateren gretig bij perceelen, als
-ook de riet-akkers, die aan de Polder verlaaten zijn, verhuurd; ieder
-perceel tegen 4, 5 ja 10 guldens en meerder.
-
-Op deeze plassen valt ook veel waterwild, als watersnippen, ganzen,
-zeker soort van vogels, die men aldaar Aalscholfers noemt, en die van
-jaar tot jaar vermeerderen, en veel visch verslinden; men vindt er ook
-de zogenaamde Zandrijger, die voor de visch mede zeer schadelijk is;
-eendvogels vallen er in overvloed, waarom dan ook van onheugelijke
-tijden af, een vogelkooi, aan den Ambachtsheere of Vrouwe gehoorende is
-aangelegd, naamlijk in de Noorder polder onder Ruigewilnisse gelegen,
-met de privilegie, dat men op eenige honderde roeden na (met
-limiet-paalen in de plas en elders afgeperkt,) niet mag jaagen of
-schieten—de kooi wordt thans verhuurd.
-
-Veele Amsteldammers enz. komen des zomers zig hier met de visscherij
-vermaaken.
-
-In het jaar 1792 hebben deezen hier ook een zeer fraai Admiraalschap
-gehouden, dat des avonds met een vuurwerk en musiek besloten werd:
-hetzelve is tot zo verre naar genoegen geweest, dat het waarschijnelijk
-bij rustiger tijden en voller beurzen meermaals zal herhaald worden.
-
-Een gedeelte deezer plas is nog van zo jonge datum, dat er lieden van
-manbaare jaaren in Waveren gevonden worden, wier vaders dezelve begaan
-hebben—de Gerechtsplaats, waarop een galg staat, kan men zo wel van
-deeze plas als van de landzijde zien.
-
-
-
-
-Wegens de
-
-NAAMSOORSPRONG
-
-Van Waveren, hebben wij hier voor onder Waverveen reeds gesproken: van
-die van Botsholl en Ruigewilnisse is niets met zekerheid te zeggen;
-echter is het zeker, dat de familie en afstammelingen van Oetgens, een
-oud en aanzienlijk geslacht, circa twee eeuwen, Heeren deezer Ambachten
-zijn geweest: een gedeelte van Ruigewilnisse, thans het Achterbosch
-genaamd, benevens twee meirtjens, waarvan het grootste de Galgmeir
-genaamd, aldaar, en het kleinste in de landerijen van ’t Sticht onder
-de Proosdije Aasdom ligt, is door den Heere Anthoni Oetgens, toen
-Schepen en naderhand Burgemeester te Amsteldam, in 1624 van het
-Kapittel van St. Pieter te Utrecht gekocht, en alhier gelegen zijnde,
-bij Ruigewilnisse gevoegd. denkelijk hebben de Heeren Oetgens, voor hun
-en hunne nakomelingen, den naam van Waveren er bij aangenomen, gelijk
-deeze Heerelijkheid omtrent den jaare 1760 nog bezeten werd door den
-Heere Bonaventura Oetgens van Waveren, Burgemeester der Stad Amsteldam,
-op wiens Successeuren dezelve is gedevolveerd, tot op de tegenwoordige
-Ambachts-Vrouwe Mevrouwe Brigitta Susanna Jacoba Lups, geboren Van Dam,
-een afstammeling van de Oetgens van Waveren, eene Ambachts-Vrouwe, die
-de liefde en hoogachting der in- en op-gezetenen van beide
-Heerlijkheden wegdraagt.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE,
-
-De stichting deezer Heerelijkheden is mede duister, er kan mogelijk iet
-dergelijks van gegist worden, als wij hiervoor onder Waveren, wegens de
-stichting van dat dorp, hebben opgegeven.
-
-Wat de grootte betreft: „De quohieren”, leezen wij desaangaande,
-„begrooten de landerijen in de drie Ambachten op 467 morgen, 100
-roeden; doch de uitgestrektheid is zekerlijk grooter; want volgends de
-medegedeelde opgaave, bestaat Waveren in twee polders; de Zuiderpolder
-gemeen met Waverveen, die voor 422 morgen, 197 roeden, zo land als
-water, in de verponding betaalen; de Noorderpolder is 414 morgen 122
-roeden groot. In de lijst van den jaare 1612,” leezen wij verder,
-„stonden voor Waveren, Botshol en Ruigewilnisse, 46 huizen, en in die
-van 1732, is het op 74 nommers vermeerderd”, thans zijn er 80 huizen,
-die bewoond worden door nagenoeg 430 menschen, (de kinderen daaronder
-begrepen;) van deeze bewooners zijn bijna 160 van den Gereformeerden
-Godsdienst, de overigen zijn meest allen Roomsch.
-
-
-
-
-Het
-
-WAPEN
-
-Van Waveren is een goud veld, met twee roode balken, waarop vijf witte
-schuine ruiten, drie boven en twee onder.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-Onder onze hiervoor gaande beschrijving van Waverveen, hebben wij
-gezien, dat de Gereformeerde Kerk voor dat dorp en Waveren gemeen is,
-waarom ook hier geene andere Kerk gevonden wordt dan eene Roomsche, in
-het Achterbosch voornoemd, die wel net, doch echter maar klein is, ten
-aanzien dat de meeste opgezetenen te Waveren Botshole en Ruigewilnisse,
-en te Waverveen, den Roomschen Godsdienst belijden, zo wel als om dat
-de Roomschgezinden van de Proostdij Aasdom, Vinkeveen en Demmerik,
-allen hier te kerk gaan, zijnde het getal der Communicanten 950 à 1000;
-dan des zomers, wanneer de baggertijd tot het turfmaaken daar is,
-vermeerdert dit getal ten minstens met 3 à 400 persoonen.
-
-Een school is mede in Waveren niet; zie verder onze beschrijving van
-Waverveen, art. kerklijke en godsdienstige gebouwen.
-
-Echter wordt er een School in de Noorderpolder buurt, onder
-Ruigewilnisse, sedert weinig jaaren, gevonden, dat deszelfs oorsprong
-heeft, door dat de kinderen te Waverveen school moetende gaan, telkens
-de groote plas, voornoemd, overgezet zouden moeten worden, of een omweg
-van meer dan een uur zouden moeten voeteeren; dit school dan is
-aangelegd op verzoek van de inwooners aldaar, na ingenomen advis van
-den Schout en Gerechte, alsmede van den Meester van Waverveen; in
-hetzelve gaan zowel de Gereformeerde als Roomschgezinde kinderen, het
-getal derzelven wordt op 40 begroot: voor dit school ziet men een bord
-geplaatst, waarop het wapen van Waveren Botshole en Ruigewilnisse
-afgebeeld is, en met groote letters te leezen staat: School der
-Heerlijkheid—de Meester is tevens Chirurgijn.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-Hier onder kunnen wij, Waveren betreffende, weder niets anders
-betrekken, dan het Rechthuis, dat een vrij ruime herberg is; er staat
-een zwaare geesselpaal voor, doch ’t heeft verders niets bijzonders.
-
-Wegens de kerklijke regeering hebben wij hier ook niets aantetekenen;
-men zie desaangaande onder Waverveen, het art. van gezegden naam.
-
-
-
-
-Betreffende de
-
-WERELDLIJKE REGEERING.
-
-Dezelve bestaat, wat het crimineele aangaat, uit den Bailluw van
-Amstelland (die bij een apparte Commissie mede aangesteld wordt als
-Bailluw van Waveren Botshole en Ruigewilnisse,) en vijf Schepenen, van
-welke Schepenen het eene jaar twee, en het andere drie afgaan: de
-Schepenen, die hun vervangen, worden gekozen door den Ambachtsheer of
-Vrouwe in den tijd, uit een dubbeld getal, genomineerd door alle de
-Schepenen—zo wel de afgaande als de aanblijvende Schepenen zitten ook
-met den Schout te recht over civile zaaken, welken, ter eerste aanleg,
-voor hen gebragt worden; in gevalle van apel, gaan de zaaken naar den
-Hove van Holland; zie weder verder dit zelfde artijkel onder onze
-beschrijving van Waverveen, hier voorgaande.
-
-Voorrechten of VERPLIGTINGEN hebben die van Waveren even weinig als de
-Waverveeners, en wat aangaat hunne
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN,
-
-Daarin is almede zeer weinig verschil; de veenderij maakt er de
-voornaamste tak van bestaan uit, zo wel als te Waverveen; te Waveren
-zijn slechts twee melkerijen, die al hun voorraad ook onder de
-inwooners van beide de dorpen slijten, zo dat zij hunne waar niet
-elders behoeven te gaan uitventen.
-
-Daarentegen vindt men in de Noorderpolder onder Ruigewilnisse,
-niettegenstaande het verveenen, nog zes groote boerderijen, waarop veel
-boter gemaakt wordt, die men des maandags en vrijdags met de karnmelk
-te Amsteldam vertiert.
-
-Niettegenstaande de arbeidzaamheid der inwooneren deezer Heerelijkheid,
-is hunne welvaart niet zeer te roemen, zij deelen in het algemeen lot
-van Nederland; dat er echter ook gegoede lieden zijn, blijkt uit
-verscheidene omstandigheden, onder anderen, dat er in de nacht tusschen
-den 25 en 26 Januarij 1773, door een bende boosdoeners onder de
-Jurisdictie van Waveren Botsholl, een geweldige huisbraak is geschied,
-gevolgd van een diefstal ter somme van ƒ 7000: door den Bailluw en
-Schepenen Crimineel van Waveren Botshole en Ruigewilnisse, werd een
-præmie van ƒ 600:- gesteld op het aanbrengen van de boosdoeners, of
-eenige van dezelve, met belofte van vrijheid van straffe, in gevalle
-van medepligtigheid: eerst na twee jaaren zijn echter eenigen van hun,
-door den beruchten Jan Muff, (bij gelegenheid van eene andere
-huisbraak,) in handen van den Hoofd-Officier te Amsteldam geleverd.
-
-
-
-
-De
-
-GESCHIEDENISSEN
-
-Van Waveren Botshole, zijn dezelfde als die van Waverveen meergemeld;
-bij de omkeer van zaaken, in onze laatstledene troubelen, zijn de
-Pruissen ook aldaar doorgepasseerd, en hebben de inwooners tot het
-requisit van den Pruissischen Major Von Krahn, mede het hunne helpen
-contribueeren—te Ruigewilnisse zijn de Pruissen alleenlijk aan de
-overzijde der Waver, onder Ouder-Amstel gepasseerd, en hebben er twee
-dooden, op eenen kleinen afstand van de Herberg, begraaven.
-
-Bijzonderheden zijn hier weder niet voorhanden.
-
-
-
-
-De
-
-HERBERGEN,
-
-Want eigenlijke Logementen worden er mede niet gevonden, zijn:
-
- Het Zwaantje, dat het Rechthuis is onder Waveren Botshole.
- Het Fortuin, in ’t Achterbosch.
- Het Oude Rechthuis, in de Noorderpolder.
-
-Als mede één in de buurt van Ruigewilnisse, waarin tevens slagterij
-gedaan wordt.
-
-
-
-
-Wegens de
-
-REISGELEGENHEDEN
-
-Zie men, voor zo veel Waveren Botshole aangaat, onder onze beschrijving
-van Waverveen het zelfde artijkel—dan ten aanzien van de Noorderpolder
-in de Ruigewilnisse, kan men dagelijks na en van Amstelland vaaren, met
-de Rijke Waversche Veerschuit, onder Ouder-Amstel gehoorende.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE STAD MUIDEN.
-
-
- MUIDEN, dat in ’s Lands historie,
- Steeds met lofspraak wordt gedacht,
- Wordt om zyne sterkte en ligging,
- Om zyn grysheid hoog geacht:
- ’t Slot, door eeuwen heen gespaard,
- Is door kunst en wraak vermaard.
-
-
-Onder de Vaderlandsche Steden verdient inzonderheid het grijze Muiden,
-groote onderscheiding, zo wegens deszelfs aloudheid als voornaame rol,
-waarmede ’t op het tooneel van Nederland door de Voorzienigheid bedeeld
-is geworden: onze volgende aantekeningen zullen zulks voldoende
-bewijzen.
-
-
-
-
-Volgends onze aangenomene orde, moeten wij eerst spreeken van de
-
-LIGGING.
-
-Deeze is aan de Zuiderzee, ruim twee uuren van Amsteldam, ruim
-anderhalf uur van Naarden en een groot half uur ten zuiden van Weesp:
-de aangenaame rivier de Vecht loopt door de stad, die door derzelve in
-twee deelen gescheiden wordt; doch welke deelen weder door een brug,
-(een tolbrug,) vereenigd worden: naast deeze brug ligt een zeer zwaare
-schutsluis, door middel van welke het vechtwater van de zee wordt
-afgescheiden, en welke sluis voor eene der sterkten van Holland
-gehouden mag worden, alzo men door het openen van dezelve het platte
-land in den omtrek onder water kan zetten: ter plaatse alwaar deeze
-sluis ligt lag tot den jaare 1674, een dam, de Hinderdam genaamd: deeze
-watergelegenheid van Muiden, brengt niet weinig toe tot den bloei van
-het plaatsjen; alzo alle de schepen die dóór Utrecht den Rhijn moeten
-bevaaren, en te groot zijn om door de Nieuwersluis, of door Weesp te
-schutten, hier passeeren; onder deezen zijn de Keulsche aaken wel de
-voornaamsten: deeze sluis wordt jaarlijks voor omtrent veertien of
-vijftien honderd guldens verpacht: de veele rijtuigen welken na Naarden
-en het Gooiland door Muiden passeeren, geeven in het steedjen mede
-geene geringe levendigheid: de stad is aan den zeekant beveiligd door
-een dijk, zig strekkende van de uitwatering van de Vecht in de
-Zuiderzee af, tot aan Muiderberg, en van daar tot Naarden toe.
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-Deeze wordt gevonden in de ligging der stad, zijnde, gelijk boven
-gezegd is, aan de Zuiderzee, bepaaldlijk ter plaatse alwaar de mond van
-de Vecht is: het woord Mond nu, was weleer Muden, zijnde door
-klankverbastering in Muiden veranderd; de oude naam Amuden, zegt men,
-bevestigt zulks nog nader; het eerste gedeelte deezes zamengestelden
-woords, Aa naamlijk, betekende toen, gelijk nog, een rivier, waarvan de
-Mond mede ter deezer plaatse is: in oude geschriften komt het steedjen
-dikwerf voor onder den gezegden naam van Amuden.
-
-
-
-
-STICHTING GROOTTE EN STERKTE.
-
-Wanneer Muiden gesticht zij, is niet te bepaalen, alzo het van een
-visschers dorp of vlek, tot den rang der steden verheven is:
-onbetwistbaar is het intusschen dat men deeze stad den toenaam van
-grijs of oud mag geeven; want in den jaare 953 wordt reeds van dezelve
-gewaagd.
-
-Wat de grootte betreft, vòòr den jaare 1632 vinden wij er 146 huizen
-voor aangetekend; en honderd jaaren laater, telde men er 205; anderen
-geeven er negen minder op, naamlijk slechts 196: de verpondingen welken
-dezelven opbrengen, beloopen weinig meer dan zeven honderd guldens.
-
-Behalven wegens de gemelde groote sluis, is Muiden onder de sterke
-steden van Nederland te plaatsen: het heeft drie van boven open
-poorten; behalven de zogenaamde Sortiepoorten van het beruchte slot, ’t
-welke aldaar gevonden wordt, (hier van nader;) de vestingwerken der
-stad zijn zodanig dat men dezelve weerbaar mag noemen, en weleer wilde
-men dat Muiden, behoorelijk versterkt, en met tweeduizend man bezet,
-geen hond in of uit de stad zoude kunnen komen: in den beginne der
-zestiende eeuw, getuigt men, had Muiden noch poorten noch muuren;
-daarna heeft het beiden gekregen, en van tijd tot tijd is het noodig
-bevonden om ’t steedjen te versterken, en de versterking te verbeteren,
-vooral ook het slot: in 1629, toen de Spanjaarden in de Veluwe
-stroopten, was men desaangaande met ernst bedacht, echter is tot de
-daad zelve geen besluit genomen; in onze jongstledene troublen, toen
-menig dapper patriot naar Muiden getrokken is, om zijn hoofd voor de
-zaak, die toen van dien kant gedreven werd, ten pande te stellen, is
-het steedjen in volkomenen staat van tegenweer gebragt, schoon het zig
-aan de Pruissen heeft moeten overgeeven.
-
-
-
-
-’T WAPEN
-
-Is een blaauw veld, met een zilveren dwarsbalk er door.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-Hier omtrent is in de eerste plaats de Kerk te noemen: verscheidene
-schrijvers willen dat zij de oudste van geheel Holland zij; intusschen
-heeft zij niets bijzonders, ten ware men als eene bijzonderheid wilde
-aanmerken, dat zij, gelijk ook haaren dikken en laagen toren geheel van
-duifsteen opgemetzeld is: van binnen is zij voorzien van een zeer goed
-orgel: de gemeente aldaar, ruim 300 leden sterk, wordt bediend door
-twee Predikanten, behoorende onder de Classe van Amsteldam: vóór den
-jaare 1632, had Muiden maar één’ Predikant.
-
-De Roomschen hebben ter deezer stede mede eene statie, welke bediend
-wordt door één’ wereldsch Priester.
-
-Voords is er een Weeshuis, zijnde het gewezene Catharijneklooster, dat
-door Nonnen bewoond werd: het bestuur over dit huis is toebetrouwd aan
-twee Vaders, en even zo veele moeders—weleer was er nog een
-overblijfsel van de Kloosterkerk te bezichtigen; doch hetzelve nu
-geheel nutloos geworden, is tot een pakhuis herbouwd.
-
-
-
-
-Onder de
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-Behoort het slot, boven reeds genoemd, zijnde hetzelve zonder
-tegenspraak het voornaamste gebouw der stad, gelijk het ook voor een
-der voornaamste gebouwen van Holland mag gehouden worden: Melis Stoke,
-verhaalt ons dat het gesticht is door Graaf Floris den Vijfden, het
-rampzalig slagtoffer der vroege staatsverschillen, waardoor Nederland
-reeds in zijn begin geschokt is geworden, en die van tijd tot tijd door
-anderen vervangen zijn, ja zelfs tot op den tijd dien wij beleefd
-hebben, nog voordduurden, en gave God dat zij nog heden geheel gesmoord
-waren!—de tijd der stichting van het slot stelt men te zijn omtrent den
-jaare 1290.
-
-Het zwaare gebouw rust op sterke gewelven, is rondsom met een gracht
-omvangen, en pronkt van buiten, met vier stevige ronde torens, een van
-welken voor eene gevangenis van misdadigers, of gyzelplaats voor
-minschuldigen gebruikt wordt: ’t heeft ook een sterke poort, een ruim
-binnenplein, en veele vertrekken, waaronder die vrij aanzienlijk zijn;
-(zie nader van dit slot onder het artijkel der bijzonderheden van
-Muiden:) oudtijds hadden de Drossaarden van Muiden op dit slot hun
-verblijf, waardoor zij den naam van Castelein verkregen hebben, doch
-zij zijn tegenwoordig niet verpligt er op te woonen, gelijk zij het dan
-ook meest voor een zomerverblijf houden: het wordt bewaard door een
-burgerman met zijn huishouden; dat des zomers aanmerkelijk voordeel
-trekt uit de giften der vreemdelingen, en inborelingen, onder welken
-laatsten voornaamlijk de Amsteldammers te tellen zijn, welken het slot
-komen bezichtigen.
-
-„Vóór de laatste verbeteringen der vestingwerken,” leezen wij
-desaangaande verder: „waren de aardene wallen van dit kasteel of slot,
-met twee reien boomen beplant, die toen werden uitgerooid, gelijk mede
-voor het grootst gedeelte de tuinen, doch naderhand zijn de wallen
-weder beplant geworden.”
-
-Voor de brug van het slot is een Corps-de-garde gebouwd.
-
-Veel deels heeft dit beroemde gebouw in de lotgevallen van Nederland
-gehad; voornaamlijk, en dit spreekt van zelf, voor zo verre de stad
-Muiden zelve betreft: bijzonderlijk is het door de Kennemers, die
-opgekomen waren om den dood van Graaf Floris den Vyfden te wreeken,
-belegerd, en ook in hunne handen gevallen.
-
-Zeer beroemd is dit gebouw geworden door de schriften van den
-onvergelijkelijken Drost, P. C. Hooft, die hij op hetzelve vervaardigd
-heeft.
-
-Het Stadhuis is zekerlijk dien naam naauwlijks waardig; het is echter
-voorzien van een torentjen, maar zeer klein: in hetzelve hangt een
-klokjen, ’t welk bij het afleezen van vonnissen of openbaare
-afkondigingen geluid wordt; voor het gebouw staat een uitstek of soort
-van balcon, met een hek er rondom; het pronkt tevens met het beeld der
-Gerechtigheid, tusschen twee leeuwen, houdende het wapen der stad, en
-dat van Holland—anderen willen dat de twee leeuwen, twee meerminnen
-zijn, tot plaatsing van welken aanleiding zoude gegeven hebben, het
-vangen van zulk een wezen, door de visschers van Muiden, wanneer, wordt
-niet gezegd: deeze Meermin zoude als eene Waterprofetesse gezegd
-hebben: Muden zal Muden bliven, Muden sal noit becliven: als er eenig
-ongeval in de stad ontstaat, wordt deeze Prophetie door de inwooners
-nog wel eens herdacht, en herhaald.
-
-Onder de Wereldlijke Gebouwen van Muiden behoort ook de Waag, ofschoon
-dezelve almede niet veel vertoning maakt, en bijna van geheel geen
-gebruik is: zij staat benevens de sluis, en dient ook tot een wachthuis
-voor de burgerij.
-
-
-
-
-VOORRECHTEN.
-
-Heeft Muiden niet veel; wèl heeft het steedjen ’t recht dat de
-schelvisch, (die voorheen aldaar plagt afgeslagen te worden, doch ’t
-welk nu niet meer geschiedt,) er twee uuren moet blijven liggen, eer
-zij vervoerd mag worden; ook is een burger van Muiden te Utrecht niet
-aristabel.
-
-
-
-
-REGEERING.
-
-Deeze vinden wij dus beschreven.
-
-„De Regeering der stede Muiden bestaat uit den Drossaart, die eenen
-stedehouder heeft, welke door hem gekozen wordt, en tevens Officier der
-stad is; wijders uit den Schout, twee Burgemeesteren en vijf Schepenen,
-drie Weesmeesters en één Armmeester, welken een’ Secretaris is
-toegevoegd: de Drossaart wordt door de Staaten van Holland en
-Westfriesland aangesteld: het doen van den eed door deezen, werd
-oudtijds met eene bijzondere plechtigheid verricht: de verkorene
-Drossaart kwam te Muiden aan de brug, bij rijzende zonne onder den
-blaauwen hemel, zettede zijn rechter voet in een beugel aan een grooten
-witten steen vastgemaakt, en zwoer, ten overstaan van gemagtigden van
-Muiden, Naarden, en de dorpen van Gooiland, Weesp, en Weesperkerspel,
-in handen van voorzittende Burgemeesteren van Muiden, Naarden en Weesp,
-met opzicht tot ieder van zijne bijzondere waardigheden; beloofde de
-Staaten van Holland en Westfriesland gehouw en getrouw te zullen zijn;
-het kasteel tot eer en dienst derzelven te bewaaren; de Steden en
-Dorpen, ieder in het hunne niet te verhinderen in hunne Voorrechten,
-handvesten, vaststellingen, en gewoonten; maar hen daarin te sterken,
-stijven, en handhaven; den Godsdienst, zo als die tegenwoordig geoefend
-wordt, mede te oefenen; Weduwen en Weezen, en andere elendigen, onder
-zijn rechtsgebied behulpzaam te zullen zijn, en in hun goed recht te
-beschermen, en voords in het algemeen te doen, dat een goed vroom
-kastelein van Muiden en Bailluw van Gooiland, behoort en schuldig is te
-houden en te doen: deeze plechtigheid,” voegt de schrijver wiens
-geleide wij in deezen volgen, er bij, „is ten aanzien der twee laatste
-Drossaarden niet geschied; doch de steen en de beugel wordt nog op de
-aangewezen plaats gezien:”
-
-De Drossaard is tevens Colonel over de Schutterij.
-
-„Burgemeesteren worden jaarlijks op den 2 Februarij, door Schepenen
-verkozen: Schepenen plagten van ouds zonder nominatie verkoren te
-worden; zo lang er geene stadhouderlijke regeering was,” gelijk men het
-noemt, „is door Schepenen en Burgemeesteren eene nominatie van tien
-persoonen gemaakt, en aan de Staaten van Holland en Westfriesland,
-overgeleverd, om er vijf Schepenen uittekiezen; onder de
-stadhouderlijke regeering, levert de Drost de nominatie over aan den
-Stadhouder: de vijf Schepenen kiezen de nieuwe Burgemeesteren, en deeze
-gezamentlijk de Weesmeesteren, en de Armmeester, welke voor dat jaar de
-dertien Leden der Vroedschap uitmaaken; alle de Collegiën worden door
-denzelfden Secretaris bediend, die door de Staaten van Holland en
-Westfriesland is aangesteld.”
-
-Wat het opzicht over den zwaaren zeedijk, waarvan wij boven spraken,
-betreft: dezelve staat volgends resolutie van de Staaten van Holland en
-Westfriesland, dato 7 Mei 1678, aan een Collegie van Dijkgraaf en zeven
-Hoogheemraaden met hunnen bijgevoegden Secretaris: de Dijkgraaf is de
-Drost in der tijd; drie van de Hoogheemraaden worden gemagtigd door de
-steden, Amsteldam, Muiden en Naarden, en één door de Schout en
-Schepenen van Weesper-kerspel: deeze vier Hoog-Heemraaden, benevens de
-Dijkgraaf kiezen de overigen, te weeten uit Muiden, Naarden, en Weesp,
-of Weesperban, ieder één: de Secretaris wordt door het gezamentlijke
-Collegie aangesteld: „Dijkgraaf en Hoogheemraaden,” leezen wij, „moeten
-in den ring van deezen dijk, voor zesduizend guldens, of twaalf morgen
-lands gegoed weezen.”
-
-Men kan niet met zekerheid bepaalen hoe de beheering van deezen dijk,
-in vroegeren tijde geweest is; vóór den jaare 1650 schijnen er noch
-Dijkgraaf noch Hoogheemraaden geweest te zijn, daarna werd er door het
-Hof een’ Dijkgraaf aangesteld.
-
-Dijkgraaf en Hoogheemraaden, doen jaarlijks in de maand April,
-schouwing over den gantschen dijk: twee uit de Hoogheemraaden, welken
-hier toe, en tot alle gemeene voorvallende zaaken gemagtigd worden,
-hebben het bestuur om het gebreklijke te doen herstellen bij openbaare
-aanbesteedinge, aan de minst aanneemende, gelijk zij ook gelast worden,
-om nategaan dat alles behoorelijk gemaakt worde, ten welken einde een
-opzichter van den dijk is aangesteld, die dagelijks bij den arbeid
-tegenwoordig moet weezen: de gebreken van den dijk volgends het oordeel
-van gemagtigden in behoorelijke orde hersteld zijnde, wordt het volle
-Collegie beschreven om aan den dijk te komen, ten einde de gemaakte
-werken opteneemen, en verder te besluiten wat na tijds gelegenheid
-noodig geoordeeld mogt worden.
-
-Het Collegie van Heemraaden wordt te Amsteldam beschreven, tot het
-opneemen van de rekeningen en het sluiten van de boeken.
-
-Sedert ’s Lands Zeeweeringen van het zo zonderling als schadelijk,
-paalgewormte doorknaagd is geworden, heeft men ongemeene moeite gedaan,
-om deezen dijk te versterken, door het aanbrengen van vreezelijk groote
-steenen aan de glojing of helling naar den zeekant toe; deeze
-versterking gaat van het Muiderslot af, tot aan Muiderberg toe, het
-geen den dijk niet weinig verbeterd heeft, waarvan het gemelde
-schadelijk gewormte de aanleidende oorzaak mag genoemd worden, en
-derhalven heeft dat zogenaamd kwaad, waartegen in de tempelen zelfs
-smeekingen naar den Hemel gezonden werden, in dit geval, en in andere
-gevallen meer, tot een zegen verstrekt.
-
-Het bovengemelde Collegie heeft ook opzicht op de groote sluis, waarvan
-wij reeds gesproken hebben.
-
-Het Collegie van Commissarissen van het zandpad, tusschen Amsteldam,
-Muiden, Naarden, en Weesp, bestaande uit gedeputeerden van gemelde
-steden, hebben om de vier jaaren hunne zittingsbeurt te Muiden, tot het
-doen opneemen en sluiten van de boeken.
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN.
-
-De Zoutkeeten, welken in Muiden gevonden worden, maaken er veelal de
-nering en bronnen van bestaan uit; zij zijn drie in getal, naamlijk, De
-Paauw, Het Anker, en De blaauwe Wereld, er woonen ook veele visschers,
-die hun werk maaken van bot, baars, snoek, enz. te vangen, ja zelfs
-somtijds haaring: deeze visch wordt meerendeels in de Zuiderzee
-gevangen, hoewel de bot en baars, welke van Muiden komt, bekend zij
-onder den naam van Y-bot en Y-baars—er worden in Muiden alle die
-handwerken en ambachten geoefend, welken in de zamenleeving
-onvermijdelijk zijn—de militie die er thans in guarnisoen ligt, brengt
-het steedjen mede eenige woelingen bij: de doorvaart, waarvan wij boven
-Bladz. 1. reeds spraken, behoort hier vooral gedacht te worden: dit
-jaar verstrekt ten voorbeelde van de bezigheid, welke daardoor
-veroorzaakt wordt, door de Pruissische Magazijnen, die van over
-Hamburg, Stettin, enz. tot Muiden aangevoerd, en aldaar in Rhijnschepen
-overgeladen worden: dit gaf zulke eene aanmerkelijke drokte, en grove
-winst voor allen die maar wilden werken, dat het niet vreemd was dat
-een gildewerker tot ƒ 30, in een’ week kon verdienen: dit zelfde geeft
-ook groot vertier bij bakkers, brouwers, en in de herbergen.
-
-Men vindt te Muiden ook goede Scheepstimmerwerven, alwaar welëer van
-100 tot 130 man plag te werken; dan sedert 1787 is deeze tak merkelijk
-verloopen.
-
-
-
-
-SCHUTTERIJ.
-
-Deeze bestaat in twee Compagniën, naamlijk het Blaauwe en Oranje
-vendel, waarover de Drossaard Colonel is; de overige Officieren, zijn
-twee Capiteinen, twee Lieutenanten, twee Vendrigs, en zes Sergeanten:
-deezen vergaderen in bijzondere gelegenheden, „althans,” zegt onze
-geëerde correspondent „in deezen, meer dan ééns in een jaar.”
-
-
-
-
-GESCHIEDENISSEN.
-
-In den jaare 953 werd Muiden, door Keizer Otto den Eersten, aan de
-Kerke van Utrecht in eigendom gegeven, het welk naderhand door Keizer
-Otto den Tweeden, in 975 geschiedde; zijnde deeze gift in den jaare
-1171, door Keizer Fredrik, nog nader bevestigd;
-
-Meer dan éénmaal heeft Muiden voor den aanval van vijanden
-blootgestaan; en is zelfs door hen verbrand: in den jaare 1197,
-onderging het dit lot door de Kennemers; weinige jaaren laater,
-naamlijk in 1204, werd Muiden in koolen gelegd, door Wouter van Egmond
-en Albrecht van Banjaart, ten tijde der inlandsche beroerten in Holland
-tusschen Graaf Willem, en Graave Lodewijk van Loon: dit onheil viel de
-stad en niet minder het slot andermaal te beurt in den jaare 1356, door
-Jan van Arkel, Bisschop van Utrecht, toen hij met Graave Willem in
-oorlog gewikkeld was: die van Utrecht, in 1374 in twist geraakt zijnde
-met Aalbrecht van Beiëren, over de betaaling van het huis te Vredeland,
-en over zekeren hoon daarbij geleden, beslooten hunne schaden te
-verhaalen door schatting te vorderen van eenige Hollandsche plaatsen,
-waaronder ook Muiden zig bevond; in het jaar 1507 werd deeze stad door
-Hertog Karel van Gelder in brand gestoken, gelijk hij zig ook Meester
-van het slot maakte; doch bij den zoen tusschen de Hertog en Karel den
-Vyfden, toen Koning van Castiliën, werd het slot zo wel als de stad
-zelve aan hem, als Graave van Holland weder ingeruimd: de uitvoering
-van welke inruiming echter nog aanliep tot den jaare 1509: in de
-Spaansche beroerten heeft Muiden langen tijd de zijde des Konings
-gehouden, en des zelfs gelegenheid om hier door Amsteldam en Haarlem,
-welken mede noch Spaanschgezind waren, te benaauwen, ondernam Hopman
-Dirk Sonoi, met goedvinden van den Prins van Oranje, in den jaare 1576,
-een aanslag te waagen om het voor de Staaten te bemagtigen; dat ten
-deele ook gelukte door het inneemen der stad die zeer schielijk
-vermeesterd werd; maar om het slot intekrijgen zag men geen kans zonder
-grof geschut, dat ontboden werd: intusschen kwamen de Amsteldammers te
-water, en eenig ander volk te lande zo schielijk aan, dat Sonoi moeite
-genoeg had om het geschut, volk, ja zelfs zijn eigen persoon aan boord
-te krijgen, en met verlies van twee honderd man, Muiden en de Schans
-Diemerdam, niet zonder verwijt van te hooren, dat hij het gevaar te
-groot gesteld en zelf de schrik onder zijne troupen gebragt had, te
-verlaaten: met den eersten dag des jaars 1577 gaf Muiden zig bij
-verdrag over aan den Prins van Oranje: toen de Staaten van Holland en
-Zeeland zig ontsloegen van de Landvoogdije des Graaven van Leicester,
-en Prins Maurits als hun algemeenen Landvoogd aanstelden, veranderden
-zij tevens de bezettingen in verscheidene steden, met nieuw geworven
-Krijgsvolk; maar het duurde nog al een geruimen tijd aleer zij dien in
-Muiden konden uitwerken, nadien den Capitein Johan Bax, die er het
-gebied voerde, weigerde van het slot te verhuizen; waaruit men kan
-begrijpen dat dit slot niet gering van kracht moet geweest zijn:
-Leicester noemde het daarom ook de toom van het groote paard; dat is
-van Amsteldam.
-
-Toen in 1672 het land wegens den inval der Franschen door een
-algemeenen schrik bevangen werd, werd deeze stad, hoe onweerbaar ten
-dien tijde, door hen niet bemagtigd; ofschoon zij zeer nabij haaren
-overgang was: want na dat Naarden overrompeld was, waren vijf
-Dragonders stout genoeg om eenige vlugtelingen tot binnen Muiden te
-vervolgen, ’t welk, wel verre dat die stoutheid henzelven ten nadeele
-zoude verstrekt hebben, die van Muiden in tegendeel zo verschrikt
-maakten, dat zij terstond Gemagtigden tot een verdrag afzonden: terwijl
-deezen tot het volbrengen van hunnen last afwezig waren, had Prins
-Maurits van Nassau, te Muiden post gevat, met voorneemen om de stad te
-verdedigen, het geen de Afgevaardigden, toen zij terug keerden, onder
-het vrijgeleiden van drie honderd Franschen ter dood deed verschrikken;
-zij dorsten niet nader komen uit vrees voor de ongenade van den
-dapperen Maurits, en aan den anderen kant vreesden zij van door de
-Franschen gehouden te zullen worden, tot men de geslotene overeenkomst
-voldaan zoude hebben; het geen de Franschen nu te zekerder zouden
-vorderen, nu zij zagen dat Maurits voorneemens was de stad te
-verdedigen: dit was zekerlijk een hachelijke omstandigheid voor hen;
-echter werden zij daar uit gered door den Franschen Predikant te
-Naarden, Jean Louis Grouwels, wiens voorspraak bij de Franschen zo veel
-ten wege bragt dat deeze het gemaakte verdrag vernietigden, waardoor
-Muiden derhalven nog aan de zijden der Staaten bleef, hoewel zulks niet
-lange ongestoord duurde, want ten volgenden jaare, 1673, deed Condé er
-weder eenen aanslag op, hoewel al mede vruchtloos; men ging hem met het
-water te keer, waarom hij het zelve poogde aftetappen; doch niet genoeg
-kundig zijnde van de gesteltenis des Lands, moest hij zijn oogmerk
-laaten vaaren.
-
-In de daarop volgende honderd jaaren, verschijnt Muiden niet op het
-staatstooneel; doch in onze jongstledenen troubelen heeft het al mede
-zijn deel gehad, ’t geen als een voormuur, of sterkte van Amsteldam, om
-welke hoofdstad het voornaamlijk te doen was, onmogelijk anders heeft
-kunnen weezen: desaangaande hebben wij van een waardige hand het
-volgende ontvangen.
-
-Na dat Muiden bij het trekken van het Hollands Cordon, circa een jaar,
-eerst door het tweede, daarna door het eerste batt. van Dundas bezet,
-en deszelfs fortificatien eenigzins in staat van defensie gebragt
-waren, kwamen bij deezen militaire bezetting een detachement van
-Amsteldamsche Burgers, circa 300 man sterk, aldaar in bezetting die
-alle twee weeken wierden afgelost: in ’t laatste van Augustus 1787,
-kwam een detachement van 18 Kanoniers, met twee Officieren van
-Amsteldam, weinig dagen daarna het corps van Meyering, toen circa 20
-sterk, ’t welk in Muiden tot bij of over de 200 gebragt wierd, nog een
-detachement Kanoniers sterk als boven; na het overgaan van Utrecht en
-andere steden, aan de Pruissen, kwamen veel defferente bataillons en
-detachementen, als Waardgelders, Utrechtsche Garde, Vriessche en
-Geldersche Brigadiersch, Fransche Artilleriste, enz. tot het getal zo
-men zeide 2100 man sterk wierd.
-
-Het eerste tooneel dat eenigzins aanmerklijk was, was behalven den
-toestel, het in den eed nemen van de militaire Officieren: door twee
-gecommitteerde uit het defensieweezen van Woerden, deeze Heeren geleid
-wordende door den Generaal Van Ryssel; en geëxcorteerd door een
-detachement Dragonders, reden te Muiden in den doelen op; requirerende
-de militaire Officieren voor zig, en stelden haar den eed voor, die
-door alle (exept den Capitein Commandant Nicolson,) werd geweigerd, en
-ontvingen hunne demissie.
-
-De nacht na deezen dag, werd Muiden door eenigen onverlaaten, die zig
-onder de Amsteldamsche Burgerij mengden, met eenig ongeval gedreigd, ’t
-welk wel voorgekomen werd; hoewel er naderhand nog onzinnigheid
-gepleegd is.
-
-Eindelijk kwam dien noodlottigen nacht tusschen den 26 en 27 September:
-den 26 in de achtermiddag, werd er een begin gemaakt met plunderen, bij
-Burgemeester Abraham van der Spar, dan dit werd, en wel voornamentlijk
-door tusschenkomst van eene Hersman, Officier bij het corps van
-Meyering, nog gelukkig in deszelfs begin gestut, en dat huis bezet en
-bewaard; dog des avonds om 11 uuren, ging men veel sterker aan ’t
-woelen, die troep zo men zeide, 15 à 16 man sterk, wilde plunderen, het
-koste wat het wilde, zij hadden in de Bank van Leening de glazen
-ingeslagen, en kwamen met een woest geschreeuw, dat haar troep grooter
-deed schijnen dan ze in der daad was, en ook wezenlijk grooter maakte,
-om dat zij die er ook lust toe hadden er zig bij voegden, de brug over,
-hier werden zij wel door den Officier van de wacht, die tot de
-Geldersche Brigade behoorde met nog een Officier tegengegaan; maar
-dreigen hielp zo weinig als goede woorden: daar moest en zou geplunderd
-worden, zij drongen door, sloegen over de wacht eenige huizen de glazen
-in stukken, toen ze hier mede bij den Bakker op den hoek over de wacht
-bezig waren, kwam eenige huizen van daar een kogel van tusschen de
-pannen, die men nooit recht geweten heeft van wien; trof een man in den
-onderbuik, dat er de dood op volgde; een eenvoudig man, een
-schoenmaker, werd van deeze daad beschuldigd, maar behalven dat die man
-zo eenvoudig was, dat hij geen geweer zoude hebben durven afschieten,
-woonde hij ook te verre om het te kunnen doen: evenwel dit huis werd in
-die diep woeste drift geplonderd, (woeste drift moet men het noemen, en
-geen partijsche, want het huis van een zeer bekende Prinsgezinden werd
-gespaard, terwijl bij zijn twee buuren, waar van ten minsten een voor
-Patriottisch bekend stond, niet alleen de glazen ingeslagen, maar ook
-verscheide kogels door het huis gejaagd wierden;) de man met zijn
-huisgezin meende achter door de tuin uittevluchten, maar werd door een
-kogel in ’t been gekwetst, en viel; toen wierden zij door een troep
-raazenden overvallen; de man werd getrapt, geslaagen, en na de
-hoofdwacht gesleept, alwaar hij in den morgen van den tweden dag aan
-zijn bekomen wonden overleed, de vrouw had zich losgeworsteld niet
-zonder deerlijk gehavend te zijn; men hoorde in dit tumult na gissing
-wel 400 snaphaanschooten, door partijen elkander toegezonden, want er
-was onder het guarnizoen zo wel militair als burgers, een zeer groote
-partij die zich tegen het plunderen verzette, de kogels snorden van
-rondsom, en in den morgen telde men tot 26 gekwetsten, behalven die
-zich uit het oog hielden: Matta deed zijn Dragonders optrekken, en in
-den hoop inrukken om dezelve uit elkander te drijven, het corps van
-Meyering, zo verre het gewapend was, deed onder aanvoering van Hersman,
-ook hun best, dan het ging zo gemaklijk niet of een Dragonder werd aan
-het hoofd gekwetst, Hersman werd door een kogel zijn rechter lok aan
-het hoofd weggenomen, en Matta kreeg een kogel door de hoed: den dag
-daar aan volgende, kwam een Pruissisch Officier de stad sommeere, deeze
-werd geblind na het kwartier van Matta geleid, ’t welk elf maal hervat
-is: die achtermiddag kwam er bevel om uittemarcheeren.
-
-Den 1 October, werd men in Muiden door het losbranden van het kanon, ’s
-morgens circa half vijf uuren gewekt: men zag de Pruissische granaten
-door de lucht snorren: een viel en barstten op straat, sloeg vier der
-digst bij staande huizen bijna alle de glazen in stukken, en maakte nog
-eenige andere schaden; een viel in een bed dat in een kribbe op een
-solder lag, waaronder twaalf menschen zaten koffij te drinken, sloeg
-bed en kribbe uit elkander, en het dak in den brand, doch dit werd
-schielijk geblust; een viel bij de Emeritus Predikant Joosten, door het
-dak; maar barstte tusschen dak en vliering; op verscheide plaatsen
-vielen nog anderen, aan de kant van Weesp, was men ook niet stil, met
-een vijfde schot werd een wiel van een der Pruische wagens
-weggeschooten, en circa negen uuren trof een Muiderkogel, een Houbitser
-juist in zijn gapende mond, terwijl hij geladen was, en barstte.
-
-Eenige Pruissische Dragonders van de kant van Naarden, dagten uit het
-bijderzijds ophouden van schieten, dat Muiden het hadde opgegeven, en
-naderde tot digt bij de poort; dit wierd gezien en hun eenige kogels
-toegezonden: een van dezelve trof een Wagtmeester, scheide zijn been
-even beneden de heup, bijna van het lichaam, en doode zijn paart: de
-anderen zetteden het spoorslaags op ’t loopen, en men haalde terstond
-den gewetsten na binnen, scheidde het been vervolgens geheel van het
-lighaam, en deed wat men kon, maar de man overleed aan zijn wonden:
-ondertusschen had dat over en weder schieten vooral ook de Pruissische
-Houbitsers zodanig de schrik in het hart van den burger gebragt, dat
-een menigte huis en haven verlatende, tot vijf zeer vol geladen schepen
-Muiden vaarwel zeiden en na Durgerdam overstaken, intusschen kwam nog
-een Battaillon van de Amsteldamsche Soldaaten binnen; Muiden wierd
-weder opgeëischt, Matta eischte daarentegen Naarden en Weesp op, en
-Muiden wierd op den 8 October bij verdrag overgegeven, het Battaillon
-Pruissische Grenadiers, dat bezit van de stad nam, verbleef aldaar drie
-dagen kreeg toen patent na de Diemermeer, en vertrok terstond, het
-wierd vervangen van een Battaillon van Orange Nassau, dit bleef drie
-weeken en wierd toen afgelost, door het Battaillon Grenadiers van
-Romberg, die 26 weeken bezet bleeven houden, dus de winter over,
-intusschen was ieder weder na zijn huis gekeerd, en thans leeft men
-stiller: eenige Casteleins die zeer geleden hadden, kregen ƒ 50: den
-burger van ƒ 20: tot ƒ 12: gulden, zoogenaamde schadevergoeding.
-
-
-
-
-BIJZONDERHEDEN.
-
-De Kerk en verdere gebouwen boven gemeld, komen hier weder in de eerste
-plaats, en onder dezelven wel voornaamlijk het slot: voor een geringen
-penning kan het zelve van onderen tot boven bezichtigd worden; en die
-de Vaderlandsche Historie slechts ingezien heeft zal moeten lagchen
-over het bloed van Graaf Floris, ’t welk men nog op den houten vloer
-ziet, en dat er, miraculeuslijk! nooit afgaat, ja er zelfs weêr op komt
-als de vloer vermaakt word: men vertelt dan daarbij dat Floris in die
-zelfde kamer waarin zijn bloed nog zit, door Van Velzen vermoord is,
-schoon de historiën leeren dat hij in de open lucht omgebragt is
-geworden: ’t is intusschen waar dat zij die hem opgeligt hadden om hem
-naar Engeland overtevoeren, hem op dat slot gebragt hebben; de kamer of
-het gat, waarin men hem tot den naderen aftogt smeet, word ook nog
-aangeweezen: een onzer dichters schijnt den grouwzaamen moord mede op
-het slot te plaatsen, daar hij zegt:
-
-
- Maar aan den oosterkant, verheft zig ’t Muiderslot
- Befaamd door Floris dood, hier van zijn kroon geknot,
- Toen Velzen, heet op wraak, met zijne vloekgenooten,
- Den Graaf, zijn’ wettig vorst, den dolk in ’t hart dorst stooten
- En Gooiland verwen met het bloed van zijn Heer,
- Dat wraak riep, daagende heel Holland in ’t geweer.
-
-
-De gevangenis van Van Velzen, is allerakeligst: in de andere gevangenis
-leeze men de onderscheidene versjens, als andere inscripties, welken
-door de gevangenen aldaar geplaatst zijn; men vindt in de
-onderscheidene kamers nog verscheidene dingen waarvan de vertellingen
-geloofd moeten worden.
-
-De Steen en beugel, waarvan wij Bladz. 6 spraken, moeten vooral ook
-gezocht worden.
-
-
-
-
-LOGEMENTEN.
-
- Het Hof van Holland.
- De Doelen.
- De Bruinvisch.
- De Gooische boer.
-
-
-en eenigen anderen van minderen rang.
-
-
-De drie eerstgemelde zijn ook Uitspanningen.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN
-
-Deezen zijn dezelfde als die van Naarden, zie ook ons blad over die
-stad.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE STAD NAARDEN.
-
-
- De Gooische Hoofstad, ’t sterke NAARDEN,
- Leed door de Stichtenaars werd door het Spaansch gebroed,
- Schier overstroomd van burgerbloed
- Moest Pruissen, (die het meê geen groot genoegen baarden.)
- Ontfangen, is des steeds
- Verdrukt door zo veel leeds.
-
-
-Onder de Nederlandsche Steden, welken in de geschiedenissen des Lands
-met smart gedacht worden, behoort zekerlijk het grijze steedjen
-Naarden, ’t welk, hoe weinig betekenende in zig zelf, echter nog op
-zijne waarde, met betrekking tot deszelfs aanzienlijke sterkten, roem
-mag draagen; en slaan wij ’t oog op vroegere gebeurtenissen, vooral van
-dien tijd, toen de Spaansche dwingelandij de geweetens der
-vrij-geborene Nederlanders onder het ijzeren juk der Inquisitie wilden
-krommen, dan zullen wij niet kunnen nalaaten een krans voor het
-steedjen, dat thans met zulke onverschillige oogen aangezien wordt, te
-vlechten; en met zekeren historiedichter uitteroepen:
-
-
- ——daar elk het hart ontzonk in ’t nijpen van den nood,
- Waart gij ’t, ô Naarden! die den vijand spitse bood,
- Als met een’ leeuwenmoed, en boven uwe krachten,
- Wijl onvermijdelijk uw val nu was te wachten,
- Doe u de hoop ontschoot van ’t ingebeeld ontzet,
- Terwijl het moordmes reeds werd voor uw’ hals gewet.
-
-
-In dien tijd ondervond de Spanjaard, en heeft het meermaals
-ondervonden, hoe de vrije Nederlanders een dwingeland onder de oogen
-durven zien—„wel kunnen zij gedwongen worden hunne halzen onder een jok
-te buigen, maar om hunne van Natuure vrije halzen daaronder gebogen te
-houden, is ’t gewigt van een Vorstlijken schepter te weinig”—de
-vrijheid is ook, om zo te spreeken, het element der ziele: indien zij
-daar buiten gevoerd wordt, kan zij niet anders dan een kweinend leven
-lijden; wat ook de voorstander der slaavernije, of pijnigende
-onderwerping, moge zeggen, en trachten te toonen, dat zijne ziel niet
-lijdt, zij lijdt zekerlijk; zij wordt uit haar element, uit haar’ staat
-van gezondheid gerukt, en moet derhalven wel lijden; alleenlijk duldt
-zij dat lijden in het vooruitzicht van langs dien doornigen weg eens
-den tempel van het geluk te zullen berijken; vandaar haare
-onderwerping, die daarom te laager is, om dat zij een wantrouwen op de
-Voorzienigheid insluit:
-
-
- Die vleesch voor zijne toevlugt houdt,
- En op zo krank een steunsel bouwt,
- Heeft ongetwijfeld God vergeten;
- Hij echter, uit wiens hand wij eeten,
- Hij zorgt alleen; Hij neemt en geeft,
- ’T is recht dat Hij ’t vertrouwen heeft.
-
-
-
-
-Wat vooreerst betreft de
-
-LIGGING
-
-Van Naarden, die is in ’t oosterdeel van Nederland, ten noorden van
-Holland, en wel bepaaldlijk in ’t Gooiland [16], waarvan het de
-hoofdstad is, aan de Zuiderzee, niet verre van de grenzen van ’t sticht
-van Utrecht: aan drie zijden is de stad omringd van hoog heiland,
-terwijl zij alleenlijk aan de westzijde laage weilanden heeft.
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-Over deeze wordt bij de oudheidkundigen verscheidene gissingen gemaakt,
-doch wij gaan dezelven met stilzwijgen voorbij, alzo de eene zo
-ongegrond als de andere is, en zij derhalven onzen Leezer weinig
-vermaaks kunnen geeven: Gooiland vinden wij dat weleer Nardingerland
-heette, waarschijnelijk naar eene bezitster of bezitter, zo als de naam
-Gooiland ook ontstaan is, (zie bladz. 2 in Nota,) Narding of Nardinger
-geheten, en daar het steedjen waarvan wij thans spreeken de hoofdstad
-van dat grondgebied was, is het te begrijpen hoe hetzelve dan den naam
-van Naarden heeft bekomen.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE.
-
-Het tegenwoordig Naarden ligt op eenen geheel anderen grond, dan de
-oude stad van dien naam, en waarvan de overblijfsels weleer (onder den
-naam van Oud-naarden,) gevonden werden, in een klein gehucht, en
-aanzienlijke lustplaats, veel nader gelegen aan de Zuiderzee, welke de
-oude stad allengskens overstroomd heeft; thans is die hofstede
-veranderd in eene boerewoning: ’t is ook in veel vroegere tijden een
-monnikkenwoning geweest. Oud-naarden, of liever geheel Nardingerland,
-ook wel Naardinkland genoemd, werd, vermoedelijk door Jan van Arkel,
-den zeven - en veertigsten Bisschop van Utrecht, verwoest, zodanig dat
-de stad tot een puinhoop gemaakt werd, die door de zee verzwolgen is:
-sommigen willen zelfs dat wanneer zekere wind, (wij vinden niet bepaald
-welken,) eenigen tijd lang waait, en de zee afloopt, dat men dan nog
-blijken van ruïnen van kerken, met takken van afgeknaagde boomen omzet,
-boven water ziet komen.
-
-
-
-Nardinkland is vervolgends meer dan ééns van bezitter veranderd, en wel
-op den naam van Graafschap; ’t verval moet echter van tijd tot tijd
-dieper doorgedrongen weezen; want wij vinden er van gewaagd als van
-eene stad en plaats die verlaten was; ’t zij nu dat zulks of geheel of
-voor het grootste gedeelte verlaten zal betekenen, dit is zeker, dat
-Graaf Willem van Beieren, in den Jaare 1350, bevel gaf en handvest
-verleende om weder eene stad Naarden te bouwen, zijnde dezelve dat
-Naarden ’t welks thans bestaat, en waarvan onze Lezer op ons plaatjen
-eene naar het leven getekende afbeelding medegedeeld wordt; hebbende
-onze tekenaar zijnen stand genomen van den kant van Amsteldam, om reden
-dat hij dan ook iet van de beroemde sterkten konde laaten zien.
-
-
-
-Men kan dan zeggen dat Naarden in den Jaare 1350 gesticht is door Graaf
-Willem van Beieren; de omliggende Landzaaten werden tot den bouw
-gelast: de handvest zegt dat Naarden door den Graaf weder werd
-herbouwd; om dat de luijden, en zijne Landen wel gezlooten zullen
-wezen.
-
-
-
-De Stad bevat volgends eene opneeming van den Jaare 1732, vier honderd
-en zeven huizen, waarop zij ook nog, (of ten minsten zeer nabij,)
-geteld wordt; dit is naamlijk het getal der huizen binnen de stad; het
-getal derzelven in haare gerechtigheid, en het gehucht Laag-bussem,
-wordt bepaald op drie-en-zeventig: intusschen vertelt het uitwendige
-der huizen in de stad, (eenige weinigen uitgezonderd,) verstaanbaar
-genoeg, dat de inwooners in geene bloejende omstandigheid leeven.
-
-Naarden is vermaard voor eene zeer aanzienlijke sterkte, het heeft
-behalven zijne schansen, nog drie dubbelde wallen en grachten: heerlijk
-is het gezicht aldaar over de schoonste bastions, ravelijns, bolwerken,
-gordijen, contrascarpen, pallissaden, grachten, enz. dezelven zijn
-aangelegd naar het ontwerp van den zo bekwaamen als vermaarden
-Ingenieur Baron van Coehoorn; de voornaamste sterkte der stad bestaat
-echter in de afgegravene velden, die rondsom haar liggen, en nog
-gestadig uitgebreid worden; over dezelven, kan door middel van den
-Vechtstroom; de environ der stad tot op eenen aanmerkelijken afstand
-onder water gezet worden; voords heeft de stad twee poorten, naamlijk
-de Amsterdamsche en de Amersfoordsche: deezen zijn geen onaartige
-gebouwen, versierd met hardsteenen lijsten, waarin het wapen der stad
-gebeeldhouwd is, benevens het jaar van hunne bouwing en dat van eene
-verbetering daar aan geschied: het jaar der bouwing van de
-Amsteldamsche poort is uitgedrukt met deeze romeinsche cijffers: CIↃ.
-ICC. LXXXI. en dat der verbetering door het jaartal 1774; de zelfde
-getallen voor de andere poort, (de Amersfoordsche,) is CIↃ. ICC.
-LXXXII, en 1775.
-
-
-
-
-’T WAPEN.
-
-Is een zwarte dubbelde arend, op een goud veld.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN,
-
-De voornaamste deezer is de Gereformeerde Kerk, welke bediend wordt
-door drie Predikanten: het gebouw van binnen is groot en ruim, en
-pronkt met de begraafplaats, (versierd met een deftig opschrift,) van
-den geleerden Rector Lambertus Hortensius, dien onze Lezer ook nader
-zal leeren kennen; hij was rector der Latijnsche schoole: ook vindt men
-in de kerk, een in wit marmer uitgehouwen gedenkstuk. ter eere van
-Prins Willem den Derden, (wat de aanleiding daartoe gegeven heeft, zal
-onze leezer in ’t vervolg van dit blad te duidelijk kunnen opmaaken,
-dan dat wij er hier iet van behoeven te zeggen; dit alleen kunnen wij
-hem verzekeren, dat het zijne geboorte niet verschuldigd is aan eene
-domme zucht, maar aan erkentenis voor wezenlijke verdiensten,) voords
-heeft deeze Kerk een fraai orgel, benevens een choor; vóór dezelve
-leest men het jaartal 1648, denkelijk het jaar waarin zij gebouwd is:
-de toren die er op staat te redelijk groot, en steekt te meer uit om
-dat de grond der stad tamelijk hoog is.
-
-Er is ook eene Fransche Gereformeerde Kerk, die door één’ predikant
-bediend wordt;
-
-Een Roomsche die één’ pastoor heeft;
-
-Een Joodsche Sijnagoge; maar er is geene Luthersche Kerk.
-
-De verdere Godsdienstige gebouwen zijn een Diaken Weeshuis; het zelve
-is gesticht in den jaare 1747, en dient zo wel ter herberginge van oude
-mannen en vrouwen, als van kinderen; het getal der gasten welken zig
-daarin bevinden is veertig.
-
-Het Burgerweeshuis, gesticht in den jaare 1644, bezit zeer
-aanmerkelijke goederen en inkomsten; echter heeft het thans niet meer
-dan vier kinderen te voeden.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-’T voornaamste van deezen is het Stadhuis, een gebouw ’t welk het
-steedjen eere aandoet, zijnde in zijne soort zeer fraai, pronkende van
-binnen met eenige kunstige schilderijen; het is van buiten versierd met
-een net toorentjen, waarin een klok hangt, op die wijze als men
-meermaals in kleine steden vindt: men wil dat het hout tot dit gebouw
-gebruikt, gehaald zoude weezen uit het zogenaamde Goojer-bosch, dat
-weleer ten zuiden van het dorp Hilversum gestaan heeft: van buiten
-boven den ingang pronkt het met drie wèl gehouwene beelden, vertoonende
-de Gerechtigheid, aan wier rechterhand de Godsdienst, en aan de
-linkerhand de Hoop staat; onder deeze beelden leest men:
-
-
- GOD REGIERT AL. Anno 1601.
-
-
-In de gevel staat:
-
-
- IS ’T LEIJDEN IS ’T VREVGT,
- DRÆGTET SOO ’T GOD VERGT.
-
-
-Het oude Stadhuis, in ’t welk weleer een gruwel gepleegd werd, waarvan
-wij onzen Leezer straks verslag zullen doen, dient thans voor een Waag;
-voor dezelve ziet men, in drie steenen, afgebeeld, nevens bijschriften,
-in rijmen van dien tijd, het treurig voorval, ’t welk wij zo even
-bedoelden.
-
-
-
-Voords zijn in Naarden twee magazijnen, waarvan het eene een zeer
-schoon gebouw, en wel der bezichtiginge waardig is.
-
-Weleer, doch in zeer veel vroeger tijd, moet Naarden ook eene
-Latijnsche School gehad hebben, want de Rector daarvan heeft zig in de
-Spaansche beroerten eenen naam verworven: (zie bladz 11.)
-
-Zo in de stad als tusschen de wallen vindt men verscheidene gebouwen,
-die echter niet meer dan schuuren zijn, waarin eene toerijkende
-hoeveelheid van amunitie in voorraad is,
-
-
-
-
-REGEERING.
-
-Deeze bestaat uit den Bailluw van Gooiland, zijnde thans de WelEd. Heer
-Corver Hooft, den Schout, drie regeerende Burgemeesters en zeven
-Schepenen, die woensdag vóór den middag ten half tien uure vergaderen;
-een-en-dertig Vroedschappen, benevens een Thesaurier, drie
-Weesmeesteren, en twee Secretarissen: de Magistraatsverandering
-geschiedt op den 2 Februarij.
-
-
-
-
-Naarden bezit de volgende
-
-VOORRECHTEN,
-
-Welke haar meestal ten tijde der Graaven geschonken zijn.
-
-Weleer werd het stedeke mede onder de Hollandsche steden ter dagvaart
-beschreven, doch van die waardigheid, of dat voorrecht, is het sedert
-beroofd; dat zeker jammer is, want Naarden heeft ook haare bijzondere
-belangen, en zelfs heeft het allergeringste steedjen die, ja ook het
-platte land.... dit echter is een point buiten ons bestek, derhalven
-dringen wij het niet dieper door: het doorzoekend oog van den burger
-heeft het in onze laatste onlusten ook doorzocht.
-
-Willem van Beieren, haaren stichter, gaf haar het voorrecht van
-vrijheid van zekere tollen, en van het arrest op haare goederen, ook
-schonk hij haar eene eigene rechtbank en Schepens: in 1357 verkreeg zij
-het stapelrecht, op de visscherijen, van die visschen, „die men landen
-zal in Holland, Kennemerland, en Friesland;” dit was eene vergelding
-voor eene dappere overwinning door de Naarders op die van Amersfoord
-behaald; Hertog Jan van Beieren heeft Naarden vergund de heirvaarten,
-togten, en ’t heffen van ’s Lands lasten, als mede dat zij sluizen mogt
-leggen waar ’t haar goed dacht: Carel van Bourgondiën verzekerde haar
-ook, dat het geheele Gooiland nooit van den Lande van Holland zoude
-gescheiden worden.
-
-Dit tot ons oogmerk genoeg gezegd zijnde, moeten wij, alvoorens van de
-aanmerkelijke historie der stad te spreeken, nog iet aanstippen van
-derzelver
-
-
-
-
-GILDEN.
-
-Deezen zijn drie in getal, als 1.) het Timmermans en Metzelaars, 2.)
-het Kleeremaakers gild, en 3.) dat van de zijdenstoffeweevers; dan dit
-is thans bijna geheel vervallen.
-
-
-
-
-SCHUTTERIJ.
-
-Niet anders hebben wij hiervan kunnen opspooren, als dat Naarden,
-slechts sedert drie-en-twintig jaaren, gerekend van het jaar der
-jongstledene omwenteling van zaaken, eene gewapende schutterij heeft
-gehad; in het gemelde jaar, 1787, bestond dezelve uit twee compagniën,
-ieder van zestig man; doch in dat jaar hebben zij het lot van veele
-anderen Schutters ondergaan, zij zijn naamlijk ontwapend, of (dat thans
-het zelfde zegt,) hunne geweeren zijn opgehaald, en zij afgezet; hunne
-plaats is echter vervuld met drie compagniën soldaaten, ieder van circa
-vijftig mannen, voetvolk, ofschoon er sedert twintig jaaren geene
-melitie in gelegen heeft; niet mede gerekend een beevend corps van 80
-knikkende grijsaarts, onder den naam van invaliden: deezen hebben lange
-jaaren alleen de bewaring der sterke stad op hunne zwakke schouderen
-getorscht: thans houden zij de Amsterdamsche poort bezet.
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN EN VERMAAKEN.
-
-Vermaaken!—deezen zijn bij die van Naarden bijna onbekend, indien men
-daaronder niet betrekt, in ’t zondagspakjen langs de schansen te
-sukkelen, of te hoop op de aankomende schuiten te staan tuuren, om de
-dartele Amsteldammers te zien aanlanden; waaronder dikwijls veelen
-gevonden worden, dom genoeg om met de schamelheid van ’t steedjen te
-lagchen.
-
-De bezigheden van die van Naarden, bestaan meest in ’t laakenweeven,
-voords in ’t verrichten van die bezigheden welken in de zameleving
-onontbeerelijk zijn—er is niet meer dan één koornmolen: langs de schans
-vindt men eene vrij groote touwbaan.
-
-
-
-
-GESCHIEDENIS DER STAD.
-
-Om dit gedeelte van onzen taak bij eene algemeen bekende gebeurtenis te
-beginnen, moeten wij den Leezer herinneren, hoe Graaf Floris de Vijfde,
-in den jaare 1296, in de ongenade der Edelen vervallen zijnde, zij hem
-gevangen hadden, en naar elders wilden vervoeren; maar de kloekmoedige
-inwooners van Naarden, hier van bericht bekomen hebbende, trokken
-onverschrokken uit om den Graaf te ontzetten, schoon het deezen echter
-zijn leven kostte, want het is te over bekend, dat de wreedaartige
-Gerrit van Velzen zijnen edelen Meester op eene moorddaadige wijze
-ombragt; ware er deeze moordenaar niet bij geweest, de Naarders zouden
-in dit geval zekerlijk den schoonsten lauwer geplukt hebben: een der
-oude rijmchronijken zingt van dit geval aldus:
-
-
- Niet ver van Kronenburg, daar siet men in de velden,
- De Naardenaars, die straks haar in de wapens stelden;
- Heer Gerrit rijdt voor uit, en vraagt wat dat se doen?
- Waarom die mannen haar met oorlogstuigh ontmoên?
- D’outste der burgerij segt: ’t is, de Graaf te wachten:
- Toen staan de troupen stil, die haaren Landsheer brachten.
- Heer Gerrit wijkt te rugh, en naar de Grave steekt,
- Die keert sijn paart, dat springt, maar valt en sijn been breekt,
- Toen was ’t onmogelijk den Grave te bewaaren,
- Alzo de Naardenaars haar op de hielen waren;
- Van Velzen steekt den Graaf enz.
-
-
-Toen in den jaare 1481, de Utrechtschen eene overwinning op de
-Hollanders behaald hadden, meenden zij met list Naarden inteneemen,
-daartoe waren zij allen verkleed in het gewoone gewaad van dorpvrouwen;
-onder die gedaante vermeesterden zij ook de poorten, en zouden de stad
-verbrand hebben, hadde men zulks niet afgekocht; die van Naarden moeten
-derhalven in dien tijd geducht geweest zijn: deezen wreekten zig het
-volgende jaar ook gevoelig over de ondergaane vernedering; zij
-verdelgden toen naamlijk de sloten van Emmenes en Westbroek, waarbij
-niet minder dan 1500 Utrechtschen het leven verloren; de dappere
-Naarders behaalden daarbij ook zo groot een buit dat zij uit dezelve
-een toren stichtten, hunne behaalde victorie vertoonende, met
-bijvoeginge van de woorden: „zwijg Utrecht!”
-
-
-
-In den jaare 1486, is het grootste gedeelte der stad door de vlamme
-vernield, waarom de dorpen daar rondom belast werd, de wallen, muuren
-en vesten der stad weder te helpen herstellen, op halve kosten.
-
-
-
-Verschrikkelijker is echter de ramp die de wreede Spanjaards het
-steedjen (in 1572.) hebben doen ondervinden: in den eersten opgang der
-hervorming genoot zij de zoetste rust; men hoorde er noch van
-beeldstorming noch van vreemde Predikers; maar na zij zig voor Oranje
-verklaard had, werd zij welhaast opgeëischt; haare bezetting beliep
-niet meer dan 120 Duitschers; kloekmoedig echter werd de opeisching
-afgeslagen; doch op het bericht dat Don Fredrik met geheel zijn heir op
-de stad in aantogt was, ontzonk elk den moed; men zond eenige
-Gemagtigden, en daaronder den Rector van ’t Latijnsche school,
-Lambertus Hortensius, den Spanjaard tegen; onder weg ontmoetten deeze
-den wreedaartigen bevelhebber, Juliaan Romero, die hun verklaarde dat
-Don Fredrik, de zaak der stad Naarden aan hem gelaten had, waarvan het
-gevolg was dat de Gezanten hem te voet vielen, en de sleutels van de
-stad aanboden, waarvoor zij de toezegging verworven, dat burgers noch
-bezetting aan goed noch leven zouden beschadigd worden; dan laas! ’t
-was het woord van een’ vijand, die de geessel van Nederland was, en
-zelfs met eeden spottede: aan ’t hoofd van 400 man trok Romero binnen,
-en werd bij Gerrit Pieter Aartszoon, Schepen der stad, deftig ter
-maaltijd onthaald, zo als zijne soldaaten bij de ingezetenen gelijk
-goed onthaal genooten: dan, wat was het loon voor deeze vriendlijkheid?
-na den maaltijd deed Romero, door eenen trommelslager omroepen, dat
-alle de burgers en bezettelingen zig, ongewapend, hadden te vervoegen
-in de Gasthuiskerk, welke toen voor een Stadhuis diende, om er den eed
-aan zijne Majesteit te vernieuwen; eenige weinigen mistrouwden dit
-bevel, en voldeeden er niet aan, maar de overigen begaven zig
-derwaards: intusschen wandelde zeker Priester, midden onder de
-Spanjaards, voor de deur vergaderd, op en neder, doch kwam welhaast de
-veege opgeslotenen aanzeggen, zij hadden met hun geweeten pais te
-maaken en op hun einde te letten: „maar,” zegt de ridder Hooft, „’t
-aanzeggen, bereiden en sterven, was één ding:” ijsselijk was de moord
-die toe gepleegd werd; de Spanjaards bonsden de deur open en schoten in
-’t woeste heen onder de menigte; werwaards deezen keerden liepen zij
-den dood te gemoet; de wanden der kerk weeken niet, en de dood stond in
-de deur; moede van schieten, stooven de moordenaars met ontblotene
-zwaarden de Kerk in, en doorboorden allen die nog overgebleven waren;
-vier persoonen alleen werden op belofte van zwaar rantsoen naar de
-gevangenis gebragt: ofschoon nu het bloed ter Kerke uitstroomde was
-zulks echter nog niet genoeg; de ontzielde ligchaamen werden verders
-van alles wat eenige waarde had beroofd, en daarna, o gruwel! den brand
-in het gebouw gestoken, en de zieltogenden met de dooden tot assche
-verbrand; behalven eenige soldaaten, bedroeg het getal der burgeren
-welken dus allerwreedaartigst omgebragt werden, volle vierhonderd.
-
-
-
-Intusschen was voor hen die aan het opontbod voorgemeld niet voldaan
-hadden, een dergelijk zo niet nog wreeder lot toegezegd; want nu had
-men het geheele heir der Spanjaarden binnen de muuren, de roovers in de
-huizen, en het wee door al de stad; jammerlijk was het klaagen, huilen,
-kermen en gillen der gemartelden, gemengd met het loejen der beesten in
-de brandende stallen opgesloten; sommige vaders werden, tot op het
-bloote lijf ontkleed, voor de oogen van hunne vrouwen en kinderen als
-visschen gekorven; een man van zeventig jaaren, stak men in den hals,
-ontvong het gutsende bloed in de handen, slurpte daarna een gedeelte er
-van op, en doorboorde voords den rampzaligen grijsaart het hart; de
-zieken werden in hunne bedden vermoord, ja ook werden de krankzinnigen
-niet gespaard; verscheidene burgers sleepte men tot op het dak van de
-groote Kerk, stak hun een dolk in ’t lijf, en stietze dan plotsling van
-boven neder; de vrouwen werden bij de voeten, anderen, en die bevrucht
-waren, bij de borsten opgehangen; hoog zwangeren ’t kind uit het
-lichaam gesneden; maagden, en meisjens van dertien of veertien jaaren
-werden beestachtig verkracht; de vrouwen ondergingen dat lot in ’t
-aanzien van haare mannen en zoons: onder andere kraamvrouwen deeden zij
-er eene, barrevoets, in een onderroksken, met een wichtjen van éénen
-dag, en een ander van agttien maanden, over de doode ligchaamen haarer
-stadgenooten heen, ter poorte uitgaan; deeze kwam echter behouden in
-het dorp Huizen aan, en weder tot haare voorige gezondheid: toen de
-bloedhonden niets meer dat gevoel had konden doen lijden, viel men op
-het onbezielde aan; poorten, muuren, torens, alles werd.... maar
-genoeg, wij sluiten dit akelig verhaal met de woorden van zeker
-dichter:
-
-
- Met welk een wreedheid zocht de vijand elk den moed,
- Te doen ontzinken! doch verkeerd, wijl goed en bloed,
- Niet meer geveiligd scheen, wanneer men was verdragen,
- Dan als men weêrstand bood; dies elk besloot te waagen
- Al wat hen dierbaar was, voor ’t allerdierbaarst pand,
- De vrijheid van ’t gewisse en van het Vaderland.
-
-
-Sedert ging Naarden aan de zijde der Staaten over, en men vocht zo als
-het Batavieren voegt.
-
-In het jaar 1668, was er tusschen de Staatsleden een verschil over het
-versterken van Naarden, en welk verschil van dat gevolg was, dat het
-versterken achterbleef.
-
-Honderd jaaren na den voorverhaalden algemeenen moord, binnen de muuren
-van Naarden, had dat steedjen eenen anderen gewigtigen slag
-doortestaan; in den oorlog met Frankrijk naamlijk (1672.) nam de
-Markgraaf van Rochefort, Naarden in, waarvan den Prins van Oranje de
-schuld gegeven werd; hij had, zegt men, geene bezetting genoeg daarin
-gelegen.
-
-In ’t volgende jaar kwam de Prins van Condé in persoon derwaards, en
-werd met twaalf kanonschoten van de wallen verwelkomd: Willem de Derde
-heeft ondernomen de stad te belegeren, en ’t is hem ook gelukt dezelve
-uit de magt der Franschen te rukken, en der Republiek wederteschenken:
-dat de Franschen in Naarden lagen was de Staaten een doorn in den voet;
-wèl lag het land rondom onder water, maar ’t liep tegen den winter, en
-zo er sterke vorst kwam was men derhalven van niets verzekerd:
-intusschen hadden de Franschen eenige oude vestingwerken aldaar laaten
-verbeteren, maar aan den anderen kant was ook een goed gedeelte van de
-bezetting, die wegens de bekrompenheid van het steedjen niet groot
-konde zijn, ziek; weder, integendeel, lag binnen Naarden een
-Gouverneur, Van Pas genoemd, die bekend stond voor eenen man van beleid
-en dapperheid; Oranje echter ondernam den aanslag; om den vijand te
-misleiden, liet hij eenige troupen naar den kant van Braband
-marcheeren, als of hij aldaar iet in den zin hadde: in ’t laatst van
-Augustus evenwel vernam de Gouverneur wat van de zijde der staatschen
-stond ondernomen te worden, welke maare ook kort daarna met de daad
-bevestigd werd; want den 19 September eerstvolgende (1672.) sloeg
-Oranje het beleg voor de stad; zeven dagen werd zij belegerd, en daarna
-bemagtigd.
-
-
-
-Van dien tijd af heeft Naarden niet veel deels in de staatsverschillen,
-waardoor ons lieve Vaderland van tijd tot tijd geteisterd is geworden,
-gehad; maar in onze jongstledene beroerten, waarvan wij nog overal de
-opene wonden voelen bloeden, bleef zij niet verschoond; en hoe had zij
-ook kunnen verschoond blijven, daar ’t magtig Amsteldam, om ’t welke
-het voornaamlijk te doen was, voor een gedeelte van dat steedjen zijne
-verdediging verwacht!
-
-
-
-De algemeene patriotsche landsversterking werd derhalven te Naarden
-geenzins vergeeten; de Colonel van Matha, werd met toerijkende manschap
-derwaards afgezonden; een gedeelte van het Amsteldamsche Genootschap
-van Wapenoefening Tot nut der Schutterij, trok den 8 September des
-jaars 1786, derwaards, om bezit van de sterkte te neemen, en dezelve,
-in gevalle van aanval, zelven te helpen verdedigen; dan, op hunnen
-marsch derwaards, ontvingen zij bericht, dat Matha hun niet zoude
-toestaan in de stad te komen, omdat zij niet voorzien waren van een
-patent van de Provinciaale Staaten.
-
-Toen verders de zaaken tot die hoogte gekomen waren dat men de Pruissen
-in het Land had, begreepen ook deezen dat zij noodig hadden Naarden te
-winnen; ten dien einde werd, den 17 Sept. 1787, de Generaal Major von
-Kalckreuth uit het leger bij Amersfoort, met 40 Cuirassiers van zijn
-regiment, benevens het eerste bataillon van Eichman derwaards
-afgezonden, om met den Commandeur Matha in onderhandeling te treeden,
-en te zien hoe het steedjen best te naderen was; in den nacht van
-gemelden dag kwamen de Pruissen voor Naarden, en legerden zig op
-eenigen afstand van de vesting; dan, zij oordeelden weder te moeten
-aftrekken, om gemaklijker posten te gaan inneemen; Naarden heeft
-zekerlijk aanstonds doen zien, dat het zig niet goedkoop zoude
-overgeeven; men trok derhalven af, om den linker oever van de Vecht te
-gaan winnen; de aftogt geschiedde reeds ten volgenden dage, (den 18den
-Sept)—’t was echter maar voor een korten tijd; want na dat de kans
-geheel verloren was, en alles met Pruissische troupen bezet werd, heeft
-ook Naarden dezelve moeten inneemen; zij hebben er evenwel niet langer
-dan elf dagen gelegen: sommigen zeggen dat er op zekeren nacht uit het
-steedjen geschoten is, waarbij een koe in ’t veld zijne hoornen
-verloor; of ’t op de Pruissen gemunt was is ons echter onbekend, zo ja,
-zou ’t, volgends ’t voorgaande, in dezelfden nacht moeten geschied
-weezen, dat Kalckreuth zig voor het steedjen nêersloeg.
-
-
-
-
-BIJZONDERHEDEN.
-
-Die Naarden gaat bezichtigen vraage vooral naar Oud-naarden, zo
-genoemd, of eigenlijk de aanmerkelijke overblijfzelen van de aloude
-stad van dien naam. (zie hier voor Bladz. 3.) ’t is niet meer dan eene
-boerewoning; doch de ligging van dezelve is zeer verrukkelijk, naamlijk
-midden in bosschen, akkers en heuvelen, van welken het gezicht op het
-onverwachtst afgewisseld wordt, met eene verrasschende vertooning van
-de Zuiderzee.
-
-De schansen, wallen, en grachten, zijn over bezienswaardig; ook kan men
-gelegenheid vinden om onder dezelven te komen; doch ’t is er zeer
-salpeterachtig en onaangenaam.
-
-De gebouwen, Bladz. 5 en 6 beschreven.
-
-Men heeft er eene schoone wandeling naar de hei, of het zo genaamde
-huis van Jan Tabak.
-
-
-
-
-LOGEMENTEN.
-
- De Keizers kroon.
- Het vliegende Hart.
-
- Voor den burger.
-
- Het Jaagschuitjen,
- Een tweede, ook zo genoemd.
- Het bonte Paard.
- Het witte Paard.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN.
-
-Alle dagen vaaren er 6 Schuiten van daar, door Muiden, op Amsteldam, en
-komen er ook evenveel aan: de Arnhemsche postwagen passeert er ook; men
-vindt er mede niet ver van de Amsterdamsche poort, eene zeer geschikte
-uitspanning, alwaar men ten allen tijde een rijtuig kan bekomen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET DORP HUIZEN.
-
-
- Dus schetst de Tekenkunst het schoon en vrolijk HUIZEN,
- Een Gooische voorraadschuur van tuingewas en graan,
- Dat ons d’ alouden staat van ’t Land nog doet herdenken,
- Als ’t snorrend spint, of zijn getouwen bonzend gaan:
- Het ruime Zuidermeir zet door de visscherij,
- Het breede dorp ook welvaart bij.
-
-
-Van dit dorp mag met recht gezegd worden, dat het één der voornaamsten
-van het vermaaklijk Gooiland is, deszelfs
-
-
-
-
-LIGGING,
-
-Is anderhalf uur gaans beoosten Naarden, digt aan de Zuiderzee, wier
-strand, even als te Muiderberg en elders, zeer flaauwlijk afloopt, zo
-dat men bijna een half uur ver in zee zoude kunnen gaan, zonder zig
-hooger dan tot den midden toe nat te maaken, welke eigenschap des
-oevers in den zomer geene onaangenaame uitspanningen verschaft: (zie
-onze beschrijving van Muiderberg voornoemd.)
-
-Het dorp ligt voords alleraangenaamst, ter oorzaake dat veele van de
-hooge en laage gedeelten des lands bebouwd zijn, en men er ook een
-gezicht op de Zuiderzee, voornoemd, heeft; doch de huizen staan er in
-geene bepaalde roojing; elk heeft er zijn bebouwden grond of akker bij,
-zo dat het graan, en andere landvruchten, er als tusschen de huizen
-ingroejen: bij dit dorp behoort voords eene ongemeen groote Meente,
-waarvan wij, onder onze beschrijving van Laaren, breedvoerig genoeg
-gesproken hebben.
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG
-
-Van deezen vinden wij niets aangetekend; ook hebben onze navorschingen
-ons desaangaande niets kunnen doen ontdekken; sommige ingezetenen
-beweeren, op overleveringen, dat Huizen eigenlijk een visschers dorp
-is, en, daar de visschers gemeenlijk hutten bewoonen, hier ter plaatse
-veele goede huizen gevonden wordende, men daarom dit visschers dorp
-vereerd heeft met den naam van Huizen, als of men zeggen wilde, het
-visschers dorp daar Huizen en geene hutten staan; wat de waarheid
-hiervan zoude weezen kunnen wij niet beslissen.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE.
-
-De stichting, of eerste aanleg des dorps is mede met geene mogelijkheid
-te bepaalen; men wil dat het reeds zeer oud zij.
-
-Wat de grootte betreft, het wordt in de quohieren der verpondingen
-begroot op 271 en een halve zwad, 11 voeten weiland, 256 morgen, 690
-roeden geestland, en nog 177 morgen, 645 roeden zulk land, onder Bussem
-gelegen; allen Gooische morgen van 800 roeden groot; intusschen
-geschiedt deeze begrooting alhier even als op alle andere plaatsen van
-Gooiland, naamlijk van het schotbaare land, zonder de uitgestrektheid
-van de heiden mede te rekenen.
-
-Dat het dorp Huizen, sedert groote honderd jaaren, niet weinig gebloeid
-moet hebben, blijkt uit de toeneeming van het getal der wooningen
-aldaar, in gemelden tijd: op de lijst van 1632, vindt men er 136 voor
-aangetekend, en op die van 1732, is dat getal veranderd in 285, des is
-het in gezegde honderd jaaren met 149 huizen vergroot, dat is meer dan
-ééns zo groot geworden—de bewooners deezer huizen zijn meest van den
-Gereformeerden Godsdienst; men heeft er ook veele Doopsgezinden, en
-eenige weinige Roomschen.
-
-
-
-
-’T WAPEN.
-
-Dit is een melkmeisjen, draagende twee emmers, op een zilveren veld.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-De Dorps- of Gereformeerde kerk, die alhier gevonden wordt, heeft
-uitwendig geene bijzonderheid van eenig aanbelang; zij draagt een
-dikken zwaaren toren, met slagklok en uurwijzer voorzien: van binnen is
-’t gebouw ongemeen fraai aangelegd; ’t gezicht op den predikstoel en
-daaraan gevoegde verdere aanzienlijke gestoelten, is zeer behaagelijk;
-zijnde alle die gestoelten bevallig bruin gekleurd.
-
-Onder den avondgodsdienst wordt het ruim verlicht door vier koperen
-kaarskroonen.
-
-Voor eenige jaaren is deeze kerk van binnen aanmerkelijk vernieuwd:
-uitwijzens het volgende versjen, dat men tegen een der wanden leest:
-
-
- In uw vernieuwde kerk, o Huizen! staan Gods knechten,
- Verkondigende aan u des Heeren dierbre rechten.
-
-
-Een ander versjen luidt dus:
-
-
- Die Godes woord aanhoort, en daarnaar niet en leeft,
- Is als ’t bezaaide land dat geene vruchten geeft.
-
-
-De Pastorij en het Schoolhuis zijn beiden aan het oogmerk zeer
-voldoende: in het school worden alle de dorps-kinderen, van wat
-Godsdienst ook, ontvangen.
-
-Wees- of Arm huizen worden hier niet gevonden: de Weezen en Armen
-worden by de inwooners besteed.
-
-De Doopsgezinden hebben er voords eene zeer nette vergaderplaats, tot
-wier vernieuwing de Heer Jacobus van Hoorn, in zijn leven Leeraar der
-Vereenigde Waterlandsche en Vlaamsche Doopsgezinden te Amsteldam, veel
-toegebragt heeft.
-
-Wereldlijke gebouwen zijn hier niet voorhanden; het Rechthuis wordt
-gehouden in eene herberg, dat een zeer aanzienlijk en spacieus gebouw
-is.
-
-
-
-
-KERKLIJKE REGEERING.
-
-Deeze bestaat uit den Predikant, zijnde thans de Wel-Eerwaarde Heer
-Dirk van den Ham, behoorende onder de Classis van Amsteldam; benevens
-twee Ouderlingen en twee Diaconen, van welken jaarlijks één Ouderling
-en één Diacon afgaat, en door een anderen vervangen wordt, ter keuze
-van Schepenen, uit de nominatie van een dubbeldgetal door den
-Kerkenraad zelven gemaakt.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE REGEERING.
-
-Deeze is wederom als op alle de andere dorpen van Gooiland, zie het
-geen wij deswegen onder onze beschrijving van Hilversum, enz. gezegd
-hebben.
-
-Er zijn te Huizen twee Kerkmeesters, die door Schout en Schepenen
-verkozen worden, en voor hun leven aanblijven.
-
-Bijzondere voorrechten heeft Huizen niet; ook liggen deszelfs inwooners
-onder geene bijzondere verpligtingen.
-
-In den schaarbrief, waarvan wij elders spreeken, leezen wij wegens dit
-dorp:
-
-„Eerstelijk dat gedeelte van de heyde, ’t geen doorgaans gelegen is ten
-zuidoosten van Gravenveld, en ten zuidoosten van de Landerijen die
-opwaarts met eekenhout beplant zijn, genaamt duinen, strekkende in de
-lengte van de Huizer Neng af, van daar zuidwaarts op tot aan de
-plantagie van de Wed. de Heer Hendrik Thierens, en grenzende tot aan
-het veld van de Wed. den Heere Abm. Scheerenberg: loopende in de
-breedte van Gravenveld, en de voornoemde zogenaamde duinen,
-zuidoostwaards op tot aan de plantagie, behoord hebbende de Heer van
-Hoorn, de Wed. de Heer Cornelis Nagtglas, en tot de velden van andere
-particulieren aldaar in het rondte gelegen, daar onder begrepen de
-heijde genaamt de Catheet, tot aan het land van de Wed. de Heer
-Scheerenberg voornoemd.”
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN
-
-Bestaan voornaamlijk in de rederij; en den zo hoogstnuttigen landbouw;
-er wordt, gelijk elders in Gooiland, veel boekwijt gewonnen; men legt
-er zig ook niet weinig toe op het teelen van lange raapen, en andere
-aardvruchten: eenige andere Huizenaars geneeren zig met het weeven van
-grof doek, en grove wol tot seilen; het spinnen van katoen tot pitten
-voor kaarsen en lampen gaat er ook sterk in zwang, en alle de vruchten
-huns arbeids worden voornaamlijk te Amsteldam vertierd.
-
-De visscherij is er mede een tak van bestaan, waartoe de Zuiderzee,
-gelijk gezegd is, de gelegenheid aan de hand geeft: meestal wordt er
-bot gevangen: deeze wordt met karren langs de Vecht gevoerd, onderweg,
-en ook niet weinig te Utrecht verkocht; eenige anderen zeilen met hunne
-vangst naar Zeeburg, alwaar zij dezelven in platte bennen op wagens
-laaden, en ze daarmede rondsom Amsteldam, in de Diemermeir en elders
-verkoopen: daar zij met hunne geladene wagentjens niet in Amsteldam
-mogen komen, draagen sommige van deeze visschers, (hun voordeel met den
-verkoop binnen de stads poorten meenende te kunnen doen,) hunne bennen
-ter poorte in, en venten de bot langs de huizen uit; doch daar zij dus
-doende de markt-pachten niet betaalen, wordt hen niet zelden alles wat
-zij te koop aanbieden afgenomen: dit is buiten tegenspraak schadelijk,
-echter moet dat schadelijke minder zijn dan het voordeel, ’t welk zij
-met de gezegde verkoop weeten te doen; want hoe dikwijls hun ook het
-lot van beroofd te worden moge treffen, ’t kan hun niet doen besluiten
-dien verboden handel te staaken.
-
-„Sedert eenige jaaren”, leezen wij, „heeft men er ook begonnen bokking
-te droogen, die, hoewel zij te Amsteldam, onder den naam van
-Harderwijker bokking, vertierd wordt, en waartoe eene bijzondere
-marktplaats,” (op het Koningsplein,) „gesteld is, echter zo smaaklijk
-niet is als de oprechte Harderwijker visch, ’t welk aan de wijze van
-rooken toegeschreven wordt”: er wordt des winters ook veel spiering
-gevangen en vertierd.
-
-Wegens de afzonderlijke geschiedenis van Huizen, kan niets bijzonders
-gezegd worden, ook heeft het dorp in onze jongstledene beroerten weinig
-deel gehad.
-
-Bijzonderheden zijn er voor den vreemdeling niet te bezichtigen.
-
-
-
-
-LOGEMENTEN.
-
-Het Rechthuis; men vindt er nog eene en andere herberg van minderen
-rang.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN
-
-Maandag, Dingsdag en Woensdag, vaart een zeilschuit, vise versa, op
-Amsteldam: des winters bij besloten water rijdt er op dezelfde dagen
-een’ wagen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET DORP BLARICUM.
-
-
- Dit dorpjen, waarde Nederlander!
- Doet zien wat noeste vlijt vermag;
- Zij doet alom het graan ontspruiten,
- Daar men weleer slechts heide zag.
-
-
-Onder de Gooische dorpen, bekleedt dit zekerlijk een van de minste
-standen, gelijk het dan ook weinig stofs, tot eene beschrijving van
-hetzelve, oplevert.
-
-
-
-
-Deszelfs
-
-LIGGING.
-
-Is omtrent één en een half uur gaans ten Zuidoosten van Naarden,
-strekkende de huizen zig bijna tot aan de grensscheiding van Holland en
-Utrecht uit: hoe zeer onaanmerklijk het zij, is het echter ongemeen
-aangenaam gelegen; allerbevalligst groen, en, door zijne ruime
-bebouwing, zeer luchtig: ’t heeft in de daad alle landlijk schoon.
-
-Bijkans een quartier uur gaans van daar ten Noordwesten, slegts weinig
-schreden van den weg naar Naarden, vindt men den bekenden Tafelberg,
-wiens verhevenheid eene groote verscheidenheid van gezichten verschaft,
-die het oog ongemeen bekooren, en het hart van den gevoeligen
-aanschouwer tot aanbidding van den Schepper der Natuur sal dwingen.
-
-Van de naamsoorsprong deezes dorps hebben wij, noch in de voorhanden
-zijnde schrijveren over het Gooiland, noch door onze ter plaatse
-gedaane informatien iet kunnen ontdekken; hetzelfde is ’t geval wegens
-zijne stichting.
-
-
-
-
-Wat aangaat de
-
-GROOTTE.
-
-Wij vinden dat in de quohieren der verpondingen voor Blaricum
-aangetekend staat: 101 zwad, 9 voeten weiland, en 195 morgen, 353
-roeden geestland.
-
-„Het is,” zegt de schrijver van den Tegenwoordigen Staat van Holland,
-„in honderd jaaren genoegzaam niet vermeerderd of verminderd, staande
-in de oude lijst der verpondingen maar één huis minder dan in de
-laatste van 1732, volgends welke Blaricum op 108 huizen begroot wordt;”
-sedert echter is het verminderd, want men schat het getal der huizen
-thans, niet hooger dan 100; deezen worden bewoond door nagenoeg 500
-menschen, die meest allen van den Roomschen Godsdienst zijn.
-
-
-
-
-Het
-
-WAPEN
-
-Van Blaricum is drie blaauwe korenbloemen op een zilveren veld.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-Hoewel de Gereformeerde Gemeente op dit Dorp zeer klein zij, heeft
-dezelve echter eene eigene Kerk, waarin op den eenen zondag vóór- op
-den anderen na-den-middag de openbaare Godsdienst wordt verricht. Deze
-Gemeente is gecombineerd met die van Laaren, behoort onder de Classis
-van Amsteldam, en wordt thands bediend door den Weleerwaardigen Heer
-Carel Aeijelts, wiens woonplaats te Blaricum is. De Kerkenraad deezer
-gecombineerde Gemeente bestaat, behalven uit den Predikant, uit één
-Ouderling en één Diacon te Blaricum, benevens één Ouderling en één
-Diacon te Laaren.
-
-Het Kerkjen heeft uitwendig niets aanmerklijks; er staat een oude
-vierkante toren op; van binnen is het mede allereenvoudigst, volstrekt
-zonder eenig cieraad, behalven eene kleine kaars-kroon en twee koperen
-boogen boven de ingangen van het Doop-hek.
-
-Op het Kerkhof binnen den omtrek, dien voorheen het choor der Kerk
-heeft beslaagen, is een grafkelder, doch die thands van boven geheel
-met gras begroeid is. Op denzelven ligt een gedeelte van een’ grafzerk,
-waarop gebeiteld is het wapen en de naam van Johan Stachovwer Urij Heer
-Van Schiermoncoog.
-
-De Pastorij te Blaricum is vrij goed, gelijk ook het Schoolhuis; doch
-er is noch wees- noch arm-huis, en dit zoude er ook indedaad vrij
-overtollig zijn: die weinigen onvermogenden om voor zich zelven den
-kost te winnen, worden of in hunne eigene wooning verzorgd, of bij
-Burgers besteed—de Diaconie-armen door den Diacon, met voorkennis en
-goedvinden van den Predikant en Ouderling—de zogenaamde pot-armen door
-de Armmeesters.
-
-De Roomschen hebben er eene goede statie, die door een wereldsch Heer
-bediend wordt, zijnde thans de Weleerwaarde Heer Henricus Huisman.
-
-
-
-
-Wegens de
-
-WERELDLIJKE REGEERING,
-
-Hebben wij slechts dit volgende ter neder te stellen: de Burgers hebben
-er, wat het bestuur der Dorps-zaaken betreft, hunne eigene Regeering;
-doch met opzicht tot de rechts-zaaken handelt deeze Regeering in
-vereeniging met die van Laaren, en heeft dan dezelfde maat van magt als
-de Regeering der andere Gooische Dorpen. De Leden dezer Regeering zijn
-te Blaricum zo wel als te Laaren bijkans allen van den
-Roomsch-catholijken Godsdienst.
-
-Voorrechten of verpligtingen heeft Blaricum niet: Zie wegens deszelfs
-aandeel in de meente onder onze beschrijving van Laaren.
-
-
-
-
-De
-
-BEZIGHEDEN
-
-Der bewooneren bestaan meestal in den landbouw, zo als dezelve over het
-algemeen in Gooiland ter hand genomen wordt: er gaan ook nog 18 à 20
-getouwen, ter bereidinge van grove stoffe: midsgaders eene menigte van
-spinwielen, deels om die getouwen aan den gang te houden, deels ter
-vervaardiging van katoen-garen.
-
-
-
-
-De
-
-GESCHIEDENIS
-
-Van Blaricum, bevat op zig zelve niet veel bijzonders; in de Spaansche
-beroerten, welken ons land zo vreeslijk geteisterd hebben, heeft het in
-’t lot van geheel Gooiland gedeeld, en ’t is overbekend, hoe jammerlijk
-het weerelooze landvolk moet lijden, als zij door den soldaat bezocht
-worden; indedaad, de boer heeft meer dan eenig stedeling gegronde reden
-om den oorlog te vervloeken.
-
-In 1672 toen de geduchte Franschen ons land als overstroomden, heeft
-Blaricum, als de overige gedeelten van Gooiland, den twist tusschen de
-beheerschers der aarde moeten bezuuren; met minder gevoelige neepen, is
-het in onze jongstledene beroerten vrijgekomen.
-
-Maar zeer veel heeft dit Dorp geleden in het jaar 1696: op den 26 Maart
-diens jaars, even na den middag, ontstond er in hetzelve een
-allergeweldigste brand, waardoor binnen den tijd van twee uuren over de
-dertig huizen benevens de Kerk en toren waren in de asch gelegd, de
-zerken in de Kerk van één sprongen, en de lijken in de graven tot stof
-verteerden.
-
-Bijzonderheden zijn hier niet te bezichtigen, niettegenstaande de
-alleraangenaamste ligging des dorps, een bezoek van den Landvriend
-overwaardig is.
-
-
-
-
-Eigenlijke
-
-LOGEMENTEN
-
-Zijn er niet, men vindt er eenige weinige herbergen, waarin de
-wandelaar zich kan ververschen.
-
-Er zijn ook geene reisgelegenheden: men is verpligt zig van daar naar
-Naarden te begeeven, om met de gelegenheden, welken te dier plaatse
-gevonden worden, naar elders te vertrekken.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET DORP LAAREN.
-
-
- Zo lang het landlijk schoon den Batavier behaagt,
- En hij naar golvend graan, naar groene velden vraagt,
- Zo lang hij naar de stem van Neêrlands heil zal hooren,
- Zo lang zal LAAREN ook den Batavier bekooren.
-
-
-Dit zeer aangenaame dorp, wordt gehouden voor het oudste van geheel
-Gooiland, ofschoon ter plaatse zelve geene blijken daarvan voorhanden
-zijn; dit is zeker dat het één der vermaaklijksten van alle de Gooische
-dorpen genoemd mag worden.
-
-
-
-
-Deszelfs
-
-LIGGING
-
-Is meer zuidwaards van Naarden, dan Blaricum, doch de afstand van die
-stad is genoegzaam even groot als dezelfde afstand van ’t gemelde dorp,
-naamlijk omtrent één en half uur.
-
-De ligging over het algemeen is vermaaklijk, ’t is zeer ruim
-uitgebouwd, en daardoor ten uitersten luchtig; de boomrijkheid verrukt
-er het oog op de treffendste wijze; ’t is voords vol akkers, en met
-bebouwde hoogten omringd, allen welken taamlijk vruchtbaar zijn in
-graangewassen.
-
-Onder de uitgestrektheid gronds, welke hier (als elders in Gooiland,)
-het oog zo zeer verrukt, telt men eene genoegzaame hoeveelheid, die men
-Meente, of Gemeene weide noemt: een onzer waardigste begunstigers in
-deeze, zegt daarvan het volgende: „In het district van Gooiland, vindt
-men niet alleen groote streeken heide, geschikt tot beweiden der
-schaapen, en slaan van plaggen, maar ook ligt bij elke plaats een groot
-stuk weiland, ’t welk gewoonlijk de Meent genaamd wordt; van deeze
-Heide en Meent, hebben zij die Erfgroojers zijn, dat is die uit
-voorouders herkomstig zijn, welke in dien tijd reeds in dit district
-woonachtig waren, toen met het recht tot de beweiding der opgenoemde
-Meente kreeg, het vruchtgebruik, het welk gewettigd is door eene
-goedkeuring van Hertog Albrecht van Beieren, in den jaare 1404; en
-Hertog Jan van Beieren, wilde in zeker Handvest van den jaare 1407, dat
-de gemeente in Gooiland zoude gebruikt worden gelijk van ouds de
-gewoonte was—ondertusschen schijnen echter van tijd tot tijd geschillen
-tusschen de Graaflijkheid en die van Stad en Lande ontstaan te zijn,
-welke geschillen nu als geeindigd beschouwd worden, door eene conventie
-van den jaare 1731, waarin gecommitteerde Raaden zig verbinden: 1o)
-„voor het toekomend de uitgiften of verkoopingen van Landen en Gronden
-van de Gooische Heide, niet anders te doen als na dat die van Gooiland
-daar over zullen zijn gehoord, en derzelver consideratien daar over
-zullen zijn ingenomen; 2o) dat de erfpachten die voor de consenten
-jaarlijks zullen worden betaald, ofte de penningen die van de
-verkopinge van eenige gronden of landen komen te provenieeren, zullen
-bij de Graaflijkheid, en bij die van Gooiland genoten en geprofiteerd
-worden elks de helft: 3o) dat zo ras de afzandingen op Gooiland wederom
-vrij zullen gesteld zijn, Gecommitteerde Raaden en die van Gooiland
-gesamenlijk een begin zullen doen maaken met de Gooische Heide
-aftezanden, ter plaatse daar zulks dienstig en meest profijtelijk zal
-geoordeelt worden, zonder dat aan iemand anders permissie om te zanden
-zal worden verleent, en dat tot meerdere bevoordering van de voorsz.
-gemeene afzanding de landen en gronden die van de voorsz. Gooise Heide
-in tijd en wijlen, het zij bij koop consent ofte erfpacht mogte worden
-verkregen, niet zullen mogen werden afgezand”——en het is ook gelijk wij
-verneemen onder die voorwaarde, als mede dat hetzelve niet met hout mag
-beplant worden, dat de streek Lands of Heide achter ’s Graveland
-liggende (zie onze beschrijving van dat dorp,) is uitgegeven.
-
-„Jaarlijks word, op den 27 maart, te Naarden eene vergadering van Stad
-en Lande gehouden, wanneer gelijk ook op de buitengewoone
-vergaderingen, uit alle de plaatsen van Gooiland, één of twee
-Buurtmeesters of ook wel één Buurtmeester met één of twee Leden uit het
-Gerecht, ter bijwooninge dier vergaderinge, worden afgevaardigd.
-
-„De opgezetenen van dit district, of liever de Erfgrooiers, zijn niet
-bepaald tot het beweiden van hunne bijzondere Meent, maar ieder
-Erfgooier mag schaaren of zijne beesten weiden op welke Meent hij wil,
-doch alleen dan wanneer hij zig op zulke eene plaats met der woon
-begeven heeft.”
-
-In den jaare 1762, is, deeze Meente betreffende, eene breede Willekeur
-of Schaarbrief, uitgegeven, waarin desaangaande alles geregeld is; en
-wegens het weiden van schaapen op de heiden, onder anderen bepaald
-wordt, dat Blaricum zal hebben; „Eerstelijk de heijde welke gelegen is
-beoosten de Huijser weg, die van Huijsen op Laaren loopt, strekkende
-ten oosten tot aan het Tafelbergje, en voorts een drift van 20 roeden
-breedte benoorden het Tafelbergje, om op haare verdere heijde te kunnen
-komen: verder al de heijde welke ten suijdoosten van het Tafelbergje,
-van daar op de Leeuwberg, en van daar op de Kruisberg, tot aan de
-Blaricummer enge gelegen is, en van de Kruisberg noordwestwaards op tot
-aan Craailoo, en westwaards op tot aan den ordinairen weg die van
-Craailoo op Laaren loopt: nog de heijde die over denzelven weg
-westwaards op, benoorden de suijder Botweg tot den nieuwen
-Amersfoortschen weg is liggende, ook de inschikkeling, loopende ten
-westen van het Craailoosche bosch, daar onder begreepen, zo verre het
-selve aldaar gelegen is, tusschen Craailoo en den voorn. nieuwen
-Amersfoortschen weg, en den suijdelijksten Huijser Botweg, (des dat
-Laaren van ter plaatse, of daar de Nengscheiding tusschen Laaren en
-Blaricum is liggende, langs de Neng van Laaren westwaards op tot aan
-den Naarder weg op Laaren, behoude een streek heijde ter breedte van 50
-roeden, en van denselven Naarder weg tot suijdwestwaards op aan de
-voorn. Amersfoortschen weg, eene breedte van 100 roeden, of ter breedte
-van de Laarder Neng af tot aan den suidelijksten Huijser Botweg.)
-
-„Beneden de Neng tusschen Laaren en Blaricum, sal het dorp Blaricum
-behouden en genieten al het gemelde veld van den Koedijk af, (liggende
-aan de Gemeente, tot half wegen het veld tusschen het eijnde van de
-nieuwe Camp en de Limietpaal, staande aan de Gooijer gracht over de
-Emenesser gemene steeg, en sal het voorn. veld tusschen de Laarder
-Neng, en de voorn. Gooijer gracht in sijne breedte, sijn bepaling en
-scheijding bekomen aldus: met te moeten roijen beneden aan, en van de
-Neng alwaar haarlieder beschrijving is, van daar lijnrecht, tot aan de
-Gooijer gracht, daar men het midden heeft van het veld, liggende
-tusschen het suijdelijkste eijnde van het nieuwe Camps bosch, en de
-voorn. Limietpaal; al ’t gunt aldus ten noordoosten van dese scheijding
-ligt, sal aan Blaricum behooren, en is tot voorkoming van ’t
-verduijsteren deser scheiding goedgevonden dat een teken zal worden
-gesteld beneden aan de gemelde Nengen, ter plaatse van henlieder
-bescheidinge, en een ter plaatse voor gemeld aan de Gooijer gracht,
-roijende lijnrecht op malkanderen.”
-
-In een volgend artijkel wordt gezegd,
-
-„Laaren zal beweiden alles wat om haar Nengscheiding ligt, exempt, dat
-aan Huijsen, Blaricum, Naarden en Bussem hier voor reeds is toegeschikt
-—— —— verder sal de scheiding tusschen Hilversum en Laaren zijn, uit
-het Stigt van de huisen van de hooge Vuurt af te sien, en so voords
-tusschen de Limietpaalen No. 8 en 9, en van daar op den westerhoek van
-de Laarder Wasmeer, en van daar lijnregt op een grooten steen, leggende
-tusschen Hilversum en het Laarder Kerkhof daar de voetpaden van
-Hilversum op Laaren in één loopen, en van daar op Ardjesberg en
-Langehul, des te verstaan dat alles wat van deeze scheijding ten
-noorden gelegen is aan Laaren, en ten suijden van dezelven aan
-Hilversum gelaten wordt.”
-
-Van den naamsoorsprong hebben wij weder geenig bericht hoegenaamd,
-kunnen inwinnen, even weinig als van de stichting des dorps: de oorzaak
-derzelver, de oorzaak der stichtinge van eenig dorp, zeker, kan ook
-zodanig toevallig weezen, dat men juist geenen eigenlijken stichter
-deszelven met naame zoude kunnen noemen, al ware het ook dat men nog
-eene eeuw of anderhalf vroeger geleefd hadde; vooral is zulks waar
-omtrent onze Nederlandsche Dorpen: onze Republiek is ten allen tijde
-een Land geweest, grouwzaam geschud door inwendige beroeringen,
-derhalven heeft het zekerlijk niet zelden vrienden van den vrede
-genoodzaakt, of liever, doen besluiten, de steden of den omtrek
-derzelven te verlaaten, ten einde op een afgelegen pleksken hunne
-hartsgodinne, de lieve Vrede, naar hun genoegen te kunnen dienen: de
-voorgangers kunnen volgers gehad hebben; vooral is zulks zekerlijk het
-geval geweest, wanneer die voorgangers zig bij hunne uitwijking wèl
-bevonden hebben; en op die wijze zal er, waarschijnlijk, menig
-Nederlandsch dorp ontstaan weezen; ook is het zeer denkelijk, dat de
-bewooners deezes Lands, in vroegere tijden, even als nu, genoodzaakt
-geworden zijnde hun eigen onderhoud te zoeken, vooral door dat ons
-Land, door de daarin aanhoudende troubelen, zig nimmer sterk heeft
-kunnen toeleggen op het beschermen en aankweeken van de vindingen des
-vernufts, van fabrieken als anderzins, de gelegenheid des Lands wel
-rasch onderzocht, en bevonden zullen hebben, dat zij op deeze plaats
-met de visscherij, op geene met de melkerij, op eene andere met den
-landbouw, op weêr eene andere met het baggeren, aan een eerlijk bestaan
-konden komen, alwaarom ieder zijn keuze uit die eigenschappen gedaan
-kan hebben, en zig ter uitoefeninge van die keuze op de geschiktste
-plaats nedergezet zal hebben, mogelijk met meer dan één huishouden te
-gelijk; de gezegde eigenschappen des Lands hebben de onderneemeren
-zekerlijk wèl doen slaagen, en zulks kan hun weldra medestanders hebben
-toegebragt; op die wijze kunnen zeer rasch gehuchten ontstaan zijn; de
-welvaart zal hun eenige aanmerking hebben doen verdienen; de
-beheerschers des Lands zullen hun als een eigendom benaderd, eene
-regeeringsform gegeven hebben, en op die wijze kunnen veele dorpen
-ontstaan weezen, zonder dat men bepaaldlijk kan zeggen, deezen of die
-zijn de aanleggers derzelven geweest: men voege hierbij, dat de
-Godsdienst, in ons Land, ook altijd zijne standvastige, ijverige, en
-des loflijke aanhangers gehad heeft, en men daarom al rasch bedacht
-geweest zal zijn, om in de genoemde bijeenschoolinge van landgenooten,
-eene kerk van deeze of geene gezinte aanteleggen, waardoor derhalven de
-buurt tot een dorp zal verheven weezen.
-
-
-
-
-De
-
-GROOTTE
-
-Van Laaren, vinden wij aangetekend op, (wat de schotbaare landen
-betreft,) 107 zwad, 7½ voet weiland, 126 morgen, 37 akkers, 12½ dam
-weiland, 126 morgen, 656 roeden best geestland, 129 morgen, 622 roeden
-slecht geestland, en 15 vullingen: in 1732 stonden er volgends de
-verpondings lijsten alstoen opgemaakt, 152 huizen, in andere lijsten
-beloopt dat getal slechts 118: thans worden de wooningen begroot op
-195.
-
-
-
-
-Het
-
-WAPEN
-
-Van dit dorp is een roode Warrekram, op een zilveren veld.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-De Gereformeerde kerk, die hier in de eerste plaats genoemd moet
-worden, stond weleer alwaar nu het Laarder kerkhof gevonden wordt; dit
-draagt nog heden den naam van ’t St. Jans kerkhof, gelijk ook de kerk
-aan Joannes den dooper was toegewijd: de huislieden waren in de
-Spaansche beroerten niet magtig om deeze kerk vrij te houden, van het
-geboefte dat er zig dikwijls in legerde, en sterkte; des werd zij, op
-last van ’s Lands Staaten, afgebroken; „en de ingezetenen,” dus luidt
-het geen wij desaangaande leezen, „behielpen zig met de kapelle, die in
-het dorp stond, en welke de tegenwoordige kerk is: zij was,” dus gaat
-de beschrijver desaangaande voord: „in den jaare 1618, zo zeer
-vervallen, dat de ingezetenen zig onmagtig vonden, om ze te herstellen,
-waarom zij bij de Staaten verzochten, dat dit gebouw, voor die enkele
-reize, uit ’s Lands middelen, in behoorlijken stand gebragt mogte
-worden, met belofte dat zij in ’t vervolg van tijd, voor het onderhoud
-zouden zorg draagen:” niettegenstaande de gezegde herstelling, vertoont
-het gebouw zig zeer oud; er staat een agtkanten toren op, naar den
-Gottischen bouworde ingericht; verder heeft zij, van binnen, niets
-aanmerkelijks genoeg om er eenige melding van te maaken.
-
-De Gemeente alhier, gecombineerd met die van Blaricum, wordt, gelijk
-onder Blaricum reeds gezegd is, bediend door den Wel-Eerwaarden Heere
-Carel Aeijelts, behoorende onder de Classis van Amsteldam: het
-schoolhuis is er vrij goed.
-
-Wat het voorgemelde kerkhof betreft, hetzelve ligt ten westen van
-Laaren, naar den kant van Hilversum; het beslaat een vierkant
-pleintjen, gelegen op een heuvel, en omringd van een aardene
-borstweering: „de Roomschgezinden”, zegt men, „hebben er groote eerbied
-voor, en vorderen dat aldaar verscheidene mirakelen zouden gebeurd
-zijn, ja men wil zelfs, dat ze er nog hunne aandacht, bij wijze van
-bedevaart, verrichten: veelen, zeker; verkiezen er begraven te worden:
-men vindt in het opschrift van eene zerk,” dit leezen wij elders, dat
-hier één hunner Pastooren begraven is.
-
-De laatstgemelde Gemeente (de Roomsche,) heeft alhier eene zeer wèl
-gebouwde Statie, die door een Wereldsch Priester bediend wordt; thans
-door den Wel-Eerwaarden Heere Nicolaus van Veen.
-
-In ons artijkel wereldlijke gebouwen, hebben wij, dit dorp betreffende,
-niets aantetekenen.
-
-
-
-
-De
-
-KERKLIJKE REGEERING.
-
-Bestaat te Laaren, gecombineerd met Blaricum, uit den Predikant, twee
-Ouderlingen en twee Diaconen.
-
-Wegens de wereldlijke regeering kunnen wij ook niets bijzonders
-aantekenen: men zie desaangaande onze beschrijving van Hilversum en van
-Blaricum.
-
-Voorrechten of verpligtingen zijn omtrent Laaren niet.
-
-
-
-
-De
-
-BEZIGHEDEN
-
-Aldaar bestaan voornaamlijk in den landbouw, maar ook zijn er 50 à 60
-weeverijen, die door onvermoeiden ijver in goeden stand gehouden
-worden.
-
-De geschiedenissen komen na genoeg met die van geheel Gooiland overeen:
-de bijzonderheden zijn geenen.
-
-
-
-
-De
-
-LOGEMENTEN OF HERBERGEN
-
-Zijn ’t Bonte paard, de Postwagen, en ’t Rad van Avontuuren.
-
-
-
-
-De
-
-REISGELEGENHEDEN
-
-Zijn ’t naast dat men zig naar Naarden begeeft, en aldaar van de
-gelegenheid gebruik maakt.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET DORP HILVERSUM.
-
-
- Het luchtig HILVERSUM verkeerd een barre grond
- Door nuttige akkerbouw, in schoone kooren velden,
- En doet door konst en vlijt, van ouds haar naam in ’t rond,
- Tot eer van Gooilands oord door haar Fabriken melden.
-
-
-Onder de dorpen van het aangenaame Gooiland, munt het bovengemelde in
-veele opzichten uit, of schoon het op ’t eerste aanzien niet voor
-zodanig gehouden zoude worden, vooral niet met betrekking tot deszelfs
-grootte; uit onze volgende aantekeningen, (die wij, bijna allen, van de
-waardigste hand, en uit de plaats zelve dankbaarlijk ontvangen hebben,)
-zal blijken dat Hilversum, zelfs Naarden, dat den naam van Gooiland’s
-hoofdstad draagt, overtreft in getal van huizen, inwooneren, en bloei.
-
-
-
-
-LIGGING.
-
-Deeze is op de Gooische heide, omtrent ander half uur gaands van de
-stad Naarden: de ligging is voords ten hoogsten aangenaam, alzo men den
-heuvelachtigen grond, rondsom het dorp, voor het grootste gedeelte
-bebouwt met rogge, haver, boekwijt, enz. welke bebouwing de
-aangenaamste landlijke gezichten oplevert, en in den bloeitijd der
-gezegde graanen, vooral van de boekwijt, veele Amsteldammers en andere
-nabuuren derwaards lokt, om zig met het beschouwen dier bevallige
-tooneelen der Natuur te verlustigen: beklimt men het zogenaamd
-Trompenbergjen [17] zo vertoont zig als in één oogenblik voor ons
-gezicht de blauwe heide, en vruchtbaare akkers, die met het goudgeel
-graan pronken, terwijl de boekwijt als een zee van melk zig
-vertoont—verder ziet men van daar bosschaadjes, weiden, een menigte
-torens, en ook een gedeelte van de Zuiderzee, waarin men niet zeldzaam
-met het bloote oog onderscheidene schepen zien kan—het dorp zelf is in
-zijn bevang mede zeer aangenaam gelegen, ter oorzaake van deszelfs
-boomrijkheid, die zeer groot is, waardoor het op sommige plaatsen het
-aanzien van eene aangenaame lusthof bekomt.
-
-Weleer, gelijk blijkt, uit de brieven en raporten van Pieter
-Corneliszoon Hooft, Bailluw van Gooiland, schijnen de inwooners, over
-’t geheel genomen, beantwoord te hebben, aan den algemeenen aart der
-bewooneren van het Gooiland, die naamlijk vrij kregel van aart waren;
-dan, sints een halve eeuw zijn zij aanmerkelijk ten goede veranderd, en
-wanneer men het groot getal ingezetenen in ’t oog houdt, zal men moeten
-erkennen, dat, in vergelijkinge van andere plaatsen, die minder
-inwooners hebben, hier zelfs minder ongeregeldheden, dan wel elders,
-gevonden worden—gewoonlijk zegt men ook dat de vrouwen veel werks
-maaken van het tabaksrooken, doch dit is sedert een reeks van jaaren
-mede zo zeer verminderd, dat deeze gewoonte nu nog slechts onder
-eenigen der geringste vrouwlieden gevonden wordt; terwijl de
-burgervrouwen het tabaksrooken zig, hier zowel als elders, tot eene
-schande zouden rekenen: die van Hilversum, zo wel als de Goojers over
-het algemeen, zijn van zeer oude tijden af bekend geweest voor een
-strijdbaar volk: uit zeker handschrift van een’ schoolmeester te
-Naarden, vinden wij desaangaande aangetekend, dat zij in buitenlandsche
-oorlogen aangenomen werden; daar zij alle andere volken in ervarenheid
-van krijgskunde te boven gingen, en onder de geoefendste krijgslieden
-gesteld werden: „dat zij, of tot lijfwachten der veldheeren werden
-verkozen, of in de voorste spits pal stonden in eenen veldslag; dat zij
-dubbelde soldij trokken, de slagordes aanvoerden, de krijgsamten
-bekleedden, en, in ’t kort, voor dapperder dan alle anderen gerekend
-werden: in de oorlogen hunner Vorsten tegen Gelderland, Vrankrijk, en
-van de Keizeren tegen de Turken, of eenigen anderen magtigen vijand,
-werden zij, op milde bezolding, ten strijde ontboden; zo dat zij,
-volgends dit verhaal, ten allen tijde, bewijs gegeven hebben van hunne
-onversaagdheid.”
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-Hier van vinden wij niets aangetekend, en hebben er ook, niet
-tegenstaande alle mogelijke navorsching, niets van kunnen ontdekken;
-waarom wij dit artijkel verder met stilzwijgen moeten voorbijgaan.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE.
-
-Zo weinig als van de naamsoorsprong des dorps geweten wordt, zo weinig
-wordt ook geweten van deszelfs stichting; dit is zeker, gelijk uit
-voorige handvesten en resolutien der oude Graaven en Hertogen blijkt,
-dat Hilversum mede een oud Dorp is, en het is hoogstwaarschijnelijk dat
-het zijn begin genomen heeft met herdershutten, terwijl de gelegenheid
-des lands allergeschiktst was voor de schaaphoederij: deze gedachte
-wordt alleraanneemelijkst gemaakt, door zekere gadering, welke hier
-éénmaal ’s jaars geschiedt, onder den naam van Schotgeld, en, dat
-bijzonder is, ’t geen elk betaalen moet, is uitgedrukt met zekere
-tekens, ’t welk in die oude tijden voor ieder duidelijk was—wat de
-grootte des Dorps betreft, de platte betimmerde grond wordt ten minsten
-op 50 morgen gesteld—de bebouwde gronden welken het Dorp omringen op
-800 morgen, de gemeene weiden op circa 500 morgen; voords nog
-gedeeltelijk bouw- en gedeeltelijk wei land, aan onderscheidenen op
-erfpacht uitgegeven, zamen min of meer 500 morgen, behalven een zeer
-aanzienlijke streek, zogenaamde Maatlanden, gelegen onder de banne van
-Hilversum aan de Zuiderzee, welke zonder andere bemesting, dan die
-welken de zeevloeden ’s winters aanbrengen, jaarlijks aanmerkelijk
-grasgewas opleveren: eindelijk zullen de onbebouwde heigronden bijna
-2000 morgen uitmaaken—Het getal der huizen wordt in de verpondingslijst
-van den jaare 1732 gesteld op 463. en daar dat getal op die lijst van
-honderd jaaren vroeger, (1632.) slechts 146 is, en er thans reeds 500
-opstaan, waarbij nog eenigen, binnen weinig tijds gebouwden, gevoegd
-zullen worden, getuigt zulks van den ongemeenen bloei des dorps in de
-gezegde jaaren: deeze bloei heeft het onder anderen te danken aan de
-landbouwerij, waarvan wij boven reeds spraken; en die ongetwijfeld nog
-vrij aanzienlijker zoude weezen, ware het niet dat het bereiden van de
-heigronden ter bebouwinge, groote zwaarigheid inhadde, of liever groote
-moeite en kosten vereischte, en daarom te weinig voordgezet wierd: en
-wat zou het gevolg daarvan weezen? wat anders, dan dit zo heilzaame,
-dat er duizende handen, welken nu, door gebrek aan arbeid, in ledigheid
-verstijven, bezigheid, en de zamenleeving eene vrij meerdere
-hoeveelheid van landvruchten aangeschaft zoude worden; er zoude altoos
-nog genoeg heigronden, die geheel ongeschikt zijn ter bebouwinge, voor
-de weiding der schaapen overblijven—de ondervinding heeft tog, ook in
-deeze omtrek, geleerd, hoe de grond, wèl bearbeid en bemest, bijna
-nergens geheel ondankbaar is; (zie onze beschrijving van ’s Graaveland
-bladz. 15.)—Hilversum is zijnen bloei mede verschuldigd aan de
-weeverijen, welken aldaar sedert langen tijde zijn geweest.
-
-De bewooners van dit Dorp worden begroot te bestaan op agt honderd
-huisgezinnen, waaronder Gereformeerden, Roomschen, Jansenisten, en
-zes-en-twintig Joodschen.
-
-
-
-
-WAPEN.
-
-Dit is een groen veld, en op hetzelve vier boekwijt-korrels.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-De Gereformeerde Kerk, welke hier in de eerste plaatst in aanmerking
-komt, is een gebouw van welks eerste stichting men niets weet; sommigen
-willen, dat dezelve van ouds een parochiekerk, en aan St. Vitus
-toegewijd was: in 1766 was de voorgaande Kerk, op slechts de muuren na,
-met het voornaamste gedeelte des dorps, door de vlamme verteerd
-geworden, (zie hier achter artijkel geschiedenissen:) het tegenwoordig
-gebouw, dat op zondag den 3 Julij 1768 ingewijd werd, door den
-toenmaaligen leeraar Johannes Wilhelmus van Yssum, is zeer net en in
-alles aan het oogmerk beantwoordende: het zelve is breed 49, en lang 74
-voeten, behalven het choor, het welk breed 26, en lang 39½ voeten
-is—van binnen pronkt de kerk met een goed orgel, waar bij een orchest
-dat op twee nette colommen rust; hetzelve orgel is vervaardigd door
-Abraham Meere, orgelmaker te Utrecht: men vindt daar op 16½ Registers,
-2 Clavieren, en een aangehangen pedaal, en is door den tegenwoordigen
-Leeraar, Gode en zijnen dienst toegewijd den 30 Julij 1788 [18]—binnen
-in de kerk vindt men voords een fraajen predikstoel, drie groote
-koperen kaarskroonen, noodige banken voor Regeering, Kerkenraad en
-andere persoonen, en meer dan 200 vrouwen stoelen, behalven nog een
-gedistingueerde bank voor den Bailluw van Gooiland, en 2 banken voor de
-Heeren van de buitenplaatsen van ’s Graavenland.
-
-Wat het uitwendige des gebouws betreft, het pronkt met een spitsen
-toren, en staat op een groot kerkhof dat met een’ muur omgeeven is: in
-deezen muur, tegen over den ingang van de kerk, is een vry aanzienlijk
-ijzeren hek, tusschen twee vierkanten steenen pijlaaren: boven op de
-pijlaaren staat, op die aan de linkerzijde, het wapen van Holland, en
-op het andere het dorpswapen bovengemeld; beiden door leeuwen gehouden:
-op het voorste vlak der pijlaaren, boven aan, is, ter eene zijde,
-uitgehouwen een schip, en ter andere zijde een wereldkloot: onder het
-schip leest men den naam van Jan Jansz. Perk, en onder de wereldkloot,
-Japje Rijkse Nagel: deeze waren echte lieden, en hebben het gezegde hek
-aan de kerk geschonken: zijnde hetzelve in den brand van 1766
-onbeschadigd gebleeven.
-
-Terwijl wij thans van kerk en kerkhof spreeken, kunnen wij niet af
-tevens melding te maaken van de nieuwe buitenbegraafplaats, welke hier
-ter plaatse gevonden wordt; en zeker niet weinig ten bewijze dient, hoe
-de ingezetenen deezer plaatse wel te leiden zijn, indien men
-voorzichtiglijk handelt, en den weg van overreding met hun inslaat: dit
-heilzaame werk heeft zijn volkomen beslag gekreegen, en ’t geen niet
-weinig verwondering baart bij hen die weeten, hoe het grootste deel der
-ingezetenen den Roomschen Godsdienst is toegedaan; allen, zonder
-onderscheid, hebben een bijna veertienhonderdjaarig vooroordeel weeten
-afteleggen, door hunne lijken niet meer binnen het Dorp en de Kerk,
-maar buiten hetzelve te laaten begraaven——Deeze begraafplaats ligt even
-buiten het Dorp; derzelver lengte is 354, en breedte 66 voeten
-Rhijnlandsche maat; zij is omringd met eenen muur, 6 voeten boven den
-grond; de ingang van deezen buitenhof is in het midden voorzien van een
-ijzeren hek, op welks pilasters de woorden Gedenkt te sterven, geleezen
-worden: tegen over dit hek vindt men een graf- of gedenk-naald op eenen
-kleinen heuvel van groene zooden: op de grafnaald ziet men, behalven
-een doodshoofd en twee schinkels in eene nis geplaatst, deeze
-inscriptie: Het stof keert weder tot aarde, gelijk het geweest is, en
-de geest weder tot God die hem gegeven heeft, en daar onder Salomon——De
-toegang tot deeze stille rustplaats der dooden is, als eene alléé,
-beplant met een dubbelde rei van ijpen- en sparren-boomen, terwijl
-alles in de volkomenste orde, en zo zindelijk gehouden wordt, dat ook
-deeze buitenbegraafplaats, liggende tusschen het golvend koorn, in
-veele opzichten, naar eenen hof gelijkt; zij staat onder bijzonder
-opzicht van eenen Opziener en Boekhouder—Op den eersten dag van het
-jaar 1793 heeft men ’t eerste lijk aldaar gebragt, waarbij Regeering en
-Kerkenraad adsisteerden; en van dien tijd af, tot heden toe, heeft men
-alle de lijken op deeze nieuwe begraafplaats geborgen; terwijl de
-Heeren Staaten van Holland en Westvriesland niet alléén vrijheid hadden
-gegeeven om de graven der kerk te sluiten, ieders graf of graven op
-deeze buitenhof te verplaatsen, maar ook gaven zij dispensatie, van het
-geen Art. 15 van de ordonnantie op het middel van trouwen en begraaven,
-in dato 26 October 1695, is gestatueerd, zo dat van de lijken van
-buiten naar Hilversum vervoerd wordende, niet meer dan ééns, en wel ter
-plaatse van het overlijden, ’s Lands recht behoeft betaald te
-worden——onderscheidene graven zijn reeds aan aanzienlijke lieden,
-buiten deeze plaats, verkocht, en er doet zig niet weinig hoops op, of
-deeze begraafplaats die vooral om deszelfs hooge ligging (daar men
-veilig stellen mag dat zij meer dan 30 a 40 voeten boven het water
-ligt) boven anderen, welke in ons Vaderland gevonden worden, verre te
-verkiezen is, zal weldra hoe langer hoe meer van elk gezocht
-worden——Digt bij de grafnaald, ziet men een graf, met een groote zerk,
-waar op de naam van Jan Abraham Dedel, 1793—De conditien, waar op men
-recht tot een graf kan bekomen, benevens het bericht, worden, behalven
-hier ter plaatse, ook te Amsteldam, (gratis,) uitgegeven bij de
-Boekverkoopers W. Holtrop in de Kalverstraat, D. en J. Dol, in de
-Oudenbrugsteeg, en H. Brongers over de Beurs—welk rechtgeaart
-Vaderlander wenscht deeze plaats, met zulk eene nuttige inrichting,
-niet van harten geluk! en wie, die slechts eenige menschenliefde in
-zijn binnenste koestert, verlangt niet hartlijk, dat men, vooral in
-volkrijke plaatsen in ons Vaderland, aan zulk een heilzaam werk eens
-eindlijk de handen slaan mag——en gaan Regenten met hun goed voorbeeld
-voor, weldra zal men dan ook, gelijk wij vertrouwen, ondervinden, zo
-als men hier te Hilversum ondervonden heeft, dat de ingezetenen niet zo
-gehecht zijn aan voorouderlijke gewoonten en vooroordeelen, of zij
-zijn, wanneer men hun op eene bescheidene wijze het wanvoegelijke en
-schadelijke onder ’t oog brengt, ook in staat om dezelve te bestrijden
-en te overwinnen.
-
-De pastorij is in een zeer goeden staat, dezelve is een zeer spacieus
-gebouw van den jaare 1767, met een goede tuin er achter; en, daar het
-woonverblijf van den Predikant, vóór den geweldigen brand van 1766 kort
-bij de kerk en toren was, bijna zonder eenig uitzicht, is de
-tegenwoordige pastorij geplaatst voor aan den weg, die naar ’s
-Graaveland, Soestdijk enz. leidt, en om de menigvuldige passage een
-alleraangenaamst uitzicht heeft.
-
-Het Schoolhuis ligt aan de andere zijde der kerk; en is in alles aan
-het oogmerk beantwoordende.
-
-Op het dorp is voords een vrij aanzienlijk weeshuis, in 1786, door den
-braaven Amsterdammer, de Heer H. Hovie, om zijne onbepaalde
-menschlievendheid en mededeelzaamheid aan de armen zo bekend als
-bemind, opgericht; het getal der inwooners van dit huis, zo ouden als
-jongen, is tegenwoordig 71, waar onder er bijna 50 zijn, voor welken de
-voornoemde menschenvriend betaalt; terwijl zijn Ed. verder op allerleie
-wijze in den nood van dit huis voorziet—Dit weeshuis wordt geregeerd
-door 2 Regenten en 2 Regentessen, die eene vader en moeder onder zig
-hebben.
-
-De Roomschen hebben er eene goede statie, die bediend wordt door een’
-Pastoor en een’ Kapellaan: de Pastoor is thans de Wel Eerwaarde Heer
-Wilhelmus Holscher——de Roomschen moesten te voren hunnen godsdienst
-buiten de plaats verrichten, en gingen daar toe meestal naar Laren of
-Bussem, doch in den jaare 1784 den 23 September hebben zij, op verzoek,
-permissie bekomen tot het bouwen eener kerk [19], ’t welk een groot en
-fraai gebouw is—naast het kerkgebouw ziet men de pastorij, zijnde zeer
-net betimmerd, en met allerleie gemakken voorzien—achter het huis en
-kerk ligt een zeer schoone moestuin, fraai bosch en engelsche tuin——het
-getal der Roomschen alhier, zo oud als jong, wordt bepaald op 18 a 1900
-zielen.
-
-Ook is hier een talrijke Janseniste gemeente, die op 700 leden berekend
-wordt: deeze wordt mede bediend door een’ Pastoor, en een’ Kapellaan,
-zijnde thans Pastoor de eerwaardige, Heer J. B. E. Gijselinck: de kerk
-is ook een net gebouw, en in alles aan het oogmerk beantwoordende, de
-Pastorij is een tamelijk goed huis, waar achter een redelijk goede
-tuin.
-
-De Jooden hebben te Hilversum een kleine maar zeer nette Sijnagoge, (’t
-welk zekerlijk voor een dorp iet zonderlings genoemd mag worden:)
-dezelve pronkt met een aartig torentjen, doch zonder klok daarin: deeze
-sijnagoge is ingewijd, 21 Augustus 1789.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-Het rechthuis is hier niet, gelijk op veele andere dorpen, met een
-herberg vereenigd; het maakt van binnen en buiten een zeer goede
-vertooning, en is kort na den brand van het jaar 1766 opgebouwd: van
-vooren heeft het een hoge stoep, die aan wederzijde elf treden heeft,
-en met een ijzere leuning voorzien is—in ’t midden ligt een’ gang, ter
-wederzijde van welken de noodige kamers gevonden worden; boven ieder
-vertrek vindt men met vergulde letteren, voorwien hetzelve geschikt
-is—beneden is de wooning van den Dienaar der Justitie; het vertrek voor
-de Nachtwacht (die hier zo wel des zomers als ’s winters gehouden
-wordt) en eindelijk de Gijzelkamer—het gebouw is rondom voorzien met
-engelsche schuifraamen—boven op de lijst van den voorgevel staat het
-Hilversumsche wapen: het gebouw pronkt voords met een torentjen, waarin
-ook een klok hangt.
-
-
-
-
-KERKLIJKE REGEERING.
-
-De Gereformeerde Gemeente te Hilversum uit meer dan 900 menschen, zo
-oud als jong, bestaande, wordt bediend door éénen Predikant, zijnde
-thans de Wel-eerwaarde Heer Fredericus Ham, behoorende onder de Classis
-van Amsteldam: de Kerkenraad bestaat uit den Predikant voornoemd, 2
-Ouderlingen en 2 Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en één
-Diacon afgaat, en door anderen vervangen worden; ook zijn hier twee
-Kerkmeesters, waarvan ’er jaarlijks één afgaat.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE REGEERING.
-
-Deeze is even als op genoegzaam alle de Gooische dorpen: de Hooge
-Vierschaar wordt er gespannen door den Bailluw met de Schepenen van
-Naarden; voords bestaat de civile Regeering in den Schout en vijf
-Schepenen; er zijn ook twee Buurtmeesters, en 4 Raaden, welke laatsten
-gewoonlijk uit elk quartier van het Dorp gekozen worden; de Schout, en
-de jongst in dienst zijnde Buurtmeester, stellen ieder een getal van
-vijf persoonen, uit welk tiental, door den Bailluw vijf nieuwe
-Schepenen, in plaats van die in het voorgaande jaar geregeerd hebben,
-verkozen worden, welke vijf nieuwe Schepenen, onder den eed gebragt
-zijnde, eenen nieuwen Buurtmeester, in plaats van den oudsten in dienst
-zijnde, verkiezen—vervolgends gaat men over tot het verkiezen van vier
-nieuwe Raaden, eenen Kerkmeester, enz.
-
-Het schijnt dat het Dorp Laaren weleer met Hilversum onder een zelfd
-Gerecht behoord heeft; immers in 1423 kreegen die van Hilversum een
-handvest van Hertog Jan van Beiëren, waarin hij niet alleen aan den
-Bailluw het recht geeft, om, jaarlijks, op Vrouwendag, vijf Schepenen
-voor Hilversum te kiezen, maar tevens ook spreekt van eene banscheiding
-te maaken tusschen Larenkerspel en Hilversum; „doch de Schepenen van
-beiden deeze Kerspelen zouden zamen de breuken berechten in het
-Gooiland, terwijl de beesten, waardoor misbruik in het bosch gebeurd
-was, verborgd zoude worden bij goeddunken van Schepenen in den Dorpe,
-daar de eigenaar woonachtig was, en Schepenen van Hilversum zouden hun
-eigen Land en hunne Meente- of Gemeente-weiden keuren, en berechten,
-gelijk die van Laaren voormaals plagten te doen.”
-
-Dit is zeker, (voegt onze geëerde begunstiger daar bij,) dat Hilversum
-met Laren in het kerklijke te vooren is gecombineerd geweest; de
-scheiding is geschied in 1605.
-
-
-
-
-VOORRECHTEN.
-
-De Hilversumsche gemeente verkiest zelve haaren Leeraar——de regeerende
-Kerkenraad, vereenigd met de laatst afgegaane Ouderling en Diacon,
-formeert een twaalftal, en daar uit een nominatie van vier Predikanten,
-uit welk viertal, door de mans ledemaaten, in de kerk daar toe
-bijeenvergaderd, eenen nieuwen Leeraar verkozen wordt——of men de
-zogenaamde Buurtspraaken, ook als een bijzonder voorrecht kan
-aanmerken, kan niet zeker gezegd worden, maar dit weeten wij uit
-onderscheidene aantekeningen, die daarvan ter deezer plaatse nog
-voorhanden zijn, dat voortijds in gewigtige gevallen, vooral dan
-wanneer het op de kasse des Dorps aankwam, ’t zij door den Bailluw, ’t
-zij door de Buurtmeesters, het volk geraadpleegd werd, hoe daar in te
-handelen, terwijl de gemeente zonder onderscheid van godsdienst, in de
-kerk werd bijeenvergaderd, waarin de zaak voorgesteld en met
-meerderheid van stemmen daar omtrent gehandeld wierd.
-
-Eindelijk moeten wij hier nog melding maaken van het voorrecht der
-Hilversummers op het stuk der Erfgoojers, (zie onze beschrijving van
-Laaren:) de Hilversumsche meent of weide ligt aan de Noordzijde van ’s
-Graaveland, is groot, gelijk wij boven zeiden, circa 500 morgen, door
-de runderpest, welke weleer zo streng hier te land woedde, was dezelve
-in merkelijk verval geraakt, dan thans is dezelve in een veel beteren
-staat, terwijl men daar op niet zelden 600 beesten telt, ’t geen een
-beter inkomen tot onderhoud oplevert——ieder erfgoojer, hier woonende,
-heeft het recht daar op te mogen brengen 5 koejen, en een paard, en
-voor ieder beest, betaalen zij, alle onkosten door elkanderen gerekend,
-twee guldens——volgends resolutie op Stad en Landen genomen, hebben de
-Hilversummers, tot herstelling van hunne in vorige jaaren zo vervallen
-meente, de vrijheid, om van de inwooners der andere Gooische Dorpen,
-doch Erfgoojers zijnde, jaarlijks eenige veersen en pinken aanteneemen.
-
-Over deeze meent zijn gesteld twee Schaarmeesters, die, terwijl hier
-een molen op deeze meent gevonden wordt, ook wel Molenmeesters genoemd
-worden—deeze menschen hebben het opzicht over de molen, merken het vee,
-’t welk op de meent gebragt wordt, en ontvangen de penningen, waarvan
-zij jaarlijks voor de Regeering des Dorps verantwoording doen moeten.
-
-Verder heeft men hier 4 Bekeurders, die vooral het opzicht hebben over
-de gemeene gronden, om wel toetezien, dat hiervan door niemand eenig
-misbruik gemaakt worde: oudtijds werden deeze menschen boschbewaarders
-genoemd, onder welke benaaming zij nog jaarlijks worden aangesteld,
-zekerlijk om dat zij in vorige eeuwen het opzicht gehad hebben over een
-zeker bosch, gelegen tusschen de bouwlanden van Hilversum en de landen
-van Maartensdijk, het welk geschat wordt groot geweest te zijn 314
-morgen; doch welk bosch bijna geheel reeds verdweenen was, in het begin
-der zeventiende eeuw———zonderling is het, dat thans hiervan geen
-overblijfsel meer gevonden wordt, echter heeft de landstreek, die
-tegenwoordig bergachtig en met heide begroeid is, nog den naam van
-Goojerbosch behouden.
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN.
-
-Deezen bestaan voornaamlijk in de weverijen—vóór het jaar 1766 werden
-hier meestal lakenweverijen gevonden, die voor rekening liepen van
-Amsteldamsche Kooplieden, dan thans zijn dezelve geheel vervallen—de
-ingezetenen zijn niet onvernuftig in het uitvinden, van dat geen ’t
-welk tot hun bestaan dienen kan; bijzonder houdt men zig thans op met
-het weeven van zogenaamd Hilversumsch wit en gestreept—sinds eenige
-jaaren is men ook hier met goed succes begonnen met het weeven van
-gang-kleeden en karpetten, welke fabriek meer en meer toeneemt—ook
-vindt men hier een fabriek van Doorniksche kleeden, en Schotsche
-tapijten, waar mede de gebroeders Reijn niet weinig roems behaald
-hebben, terwijl de Oeconomische Tak van Haarlem, tot aanmoediging,
-eerst per el, ’t welk gedebiteerd werd, twee stuivers, daar na één
-stuiver geschonken hebben, het geen binnen weinige jaaren eene somma
-van meer dan drie duizend gulden bedragen heeft—welke fabriek tot nog
-toe met goed gevolg aan den gang is; als mede die van éénen Petrus
-Haan, die sinds 2 a 3 jaaren dezelve fabriek begonnen, en ook voorleden
-jaar in de vergadering van den Oeconomische tak niet weinig roems
-behaald heeft—men telt hier 76 fabrikeurs, en men rekent dat er ruim
-500 getouwen aan den gang zijn—in meer dan ééne droevige omstandigheid
-van ons dierbaar Vaderland, waarin elders fabrieken kwijnden, zijn de
-Hilversumsche fabrieken boven anderen voorspoedig gegaan, dan, indien
-het oorlog nog lange moet blijven voordduuren, is er reden om te
-vreezen, dat dezelve ook wel rasch aan het kwijnen geraaken zullen; en
-hier door zoude niet alleen deeze plaats, maar ook eenige omliggende,
-eenen gevoeligen slag worden toegebragt, terwijl te Amersfoort voor die
-van Hilversum, veel wol gesponnen wordt, in de omliggende Dorpen
-katoen, en bijzonder te Laaren het hair, waarom ook van daar bijna
-ieder dag een vrachtwagen komt, waarmede de specie gehaald, en het
-afgewerkte t’huis gebragt wordt—men vindt hier ook aan het einde der
-Gooische vaart een loojerij, die niet onvoorspoedig is—verder telt men
-hier 60 a 70 boerderijen.
-
-
-
-
-GESCHIEDENISSEN,
-
-Deezen vinden wij, voor zoo veel het vroegere gedeelte daarvan betreft,
-kortlijk dus beschreven: „In de tweespalt, tusschen Holland en
-Gelderland, terwijl Filips van Oostenrijk, nu Koning van Spanje
-geworden, naar Duitschland gereisd was, deed Hertog Karel van Egmond,
-die zijnen eisch op Gelderland levendig hield, in den jaare 1505, eenen
-inval in Gooiland, en verbrandde het dorp Hilversum, zonder dat hij
-echter groote buit van de inwooneren kreeg, alzo dezelven met alle
-hunne goederen weggevlugt waren.”
-
-„Het jaar 1672 was mede voor dit dorp zeer ongelukkig; in het laatst
-van de maand September, werd het door de Franschen geheel en al
-uitgeplonderd, en alles wat zij niet konden wegneemen, vernield.”
-
-Wat de laatere geschiedenis des dorps betreft, deeze is niet minder
-ongelukkig: op den eersten mai 1725 ontstond te Hilversum een zwaaren
-brand, waar door meer dan 50 huizen in de assche gelegd werden—dan, dit
-alles was nog weinig bij de ramp, welke deeze plaats in het jaar 1766
-door den brand geleden heeft—het was op den 25 junij van het gemelde
-jaar, ’s namiddags tusschen een en twee uuren, dat dees geweldige brand
-eenen aanvang nam, en, ’t geen opmerkelijk is, juist in het zelfde
-huis, waarin de voorige brand ontstaan was, waarin thans een Joodsche
-Vleeschhouwer woonde; één van zijne huisgenooten, zegt men, had de
-onvoorzichtigheid gehad, om eenen aschpot met vuur te digt bij
-brandbaare stof of hooi te zetten——weldra was alles in beweeging, om,
-ware het mogelijk, den brand in deszelfs beginselen te stuiten; dan
-eene sterke oostenwind op eene langduurende droogte volgdende,
-verijdelde alle de pogingen der werkzaame ingezetenen—het vuur werd met
-een ongelooflijk geweld door de lucht heen gevoerd, ’t geen als een
-regen op de huizen nederviel, en daardoor dezelve, die toen meest allen
-in het dorp met riet gedekt waren, zelfs op eenen verren afstand,
-weldra in vlam zettede, zodat veelen van hun, welke, geen gevaar voor
-hunne eigene wooningen vreezende, en die tot hulpe van anderen waren
-toegeschooten, spoedig de droevige tijding ontvingen, dat ook hunne
-woningen door de vlam waren aangestoken——binnen weinig uuren waren meer
-dan 150 huizen, en een aantal schuuren, gevuld met koorn en andere
-goederen, behalven het raadhuis, de pastorij, ’t schoolhuis, en de
-kerk, waarin eenige ingezetenen hunne goederen geborgen hadden, doch
-die ook een prooi der vlamme werden, in de assche gelegd: allerakeligst
-was de toestand der ingezetenen; van alles beroofd zworven zij als
-raadeloos tusschen de puinhoopen van hunne ingestorte wooningen door:
-duizenden lieden van de omliggende plaatsen, maar vooral van Amsteldam,
-zakten derwaards om het jammerlijk tooneel van verwoesting in
-oogenschouw te neemen, niet alleen, maar ook om de geruïneerde
-inwooners, ieder naar zijn vermogen, met eene gifte te vertroosten; en
-zo ergens, ter dier plaatse, en in die allerjammerlijkste
-omstandigheid, heeft de Barmhartigheid haare hand in zegening geopend;
-want de meeste inwooners waren van geheel hunne bezittingen en middelen
-van bestaan beroofd.
-
-Niet lang na deezen brand, werden eenigen uit de Regeering van
-Hilversum afgezonden, om bij Hun Ed. Gr. Mog. verlof te verzoeken tot
-het doen eener collecte, welke gedeputeerden zig naar den Prins
-Erfstadhouder begaven, om zijne hooge intercessie in deezen te
-verzoeken, ’t welk hun door Zijn Doorl. Hoogheid niet alleen terstond
-beloofd werd, maar daar en boven ontvingen zij van Zijne Hoogheid, tot
-ondersteuning der ongelukkige ingezetenen, de somma van duizend
-ducaaten—weldra kreeg men verlof, om zig te mogen vervoegen aan de
-Regeeringen in de Steden en Dorpen, tot het verzoeken van vrijheid om
-eene collecte te doen, ’t geen bijna overal zeer wel geslaagd is: in
-Amsteldam alleen werd gecollecteerd ƒ 54605–19–2; in de gantsche
-provincie van Holland, bragt de collecte op eene somma van ƒ
-100739–5–0; in de provincie Utrecht collecteerde men zamen ƒ 7560–:–14,
-dit gevoegd bij de voorgaande somme, bedroeg de generale collecte ƒ
-108299–6–8: niet weinig hielp zekerlijk zulk een aanmerkelijke som, dan
-dezelve was echter niet toereikende tot eene volkomene vergoeding der
-schade, terwijl ieder, welke met eene beëedigde verklaring zijn verlies
-moest opgeven, en van de collecte profiteeren wilde, van elken gulden
-omtrent zes stuivers en zes penningen ontvangen heeft: gelukkig
-intusschen dat de zulken zig niet alleen verbinden moesten tot de
-opbouwing van hunne afgebrande woningen, maar ook dat hunne huizen,
-volgends de resolutie van gecomm. Raaden, met pannen gedekt moesten
-worden: eene wijze voorzorg voorzeker! daar tog de ondervinding in het
-jaar 1766 te Hilversum geleerd heeft, hoe de brand, doordien de meeste
-huizen met riet gedekt waren, niet te blusschen was, en men integendeel
-ten dien tijde sommige huizen, waaronder zelfs het koepeltjen der
-pastorij, om dat zij met pannen gedekt waren, schoon zij van alle
-zijden als omringd waren van de vlam, heeft kunnen behouden.
-
-Verder wierd de Regeering van Hilversum tot opbouw der publieke
-gebouwen, nog toegelegd door hun Ed. Gr. Mog. gelijk wij verneemen uit
-het geestlijk comptoir, eene somma van tien duizend guldens—terwijl
-daarteboven de Heeren Staaten van Holland en Westvriesland vrijdom
-vergunden, van ordinaire en extraordinaire verpondingen van de
-afgebrande huizen, voor den tijd van 20 jaaren, als mede van den impost
-op de grove waaren en rondemaat, van de materialen, welken niet alleen
-tot den opbouw van de kerk, pastorij, school en rechthuis, maar ook van
-de afgebrande huizen zouden worden gebruikt.
-
-Onbegrijpelijk is het dat zulke beklaagenswaardige gebeurtenissen, die
-zeker op het platte land van onze Republiek niet zeldzaam zijn, (immers
-hebben wij binnen weinige jaaren, de dorpen Westmaas en Amstelveen,
-door den geessel des vuurs kort na elkander allerjammerlijkst zien
-teisteren?) ’t is onbegrijpelijk, zeggen wij dat dergelijke
-gebeurtenissen nog niet kunnen doen besluiten tot het daarstellen van
-reddingsmiddelen, in zulke gevallen alleen dienstig zijnde, als een
-behoorelijke voorraad van water, en een toereikend getal van
-brandspuiten—elders in ons werk hebben wij daartoe, naar ons oordeel,
-den besten raad aan den hand gegeven, dan, wij hebben het genoegen nog
-niet mogen hebben dat dezelve ingevolgd is, althans niet in het
-voornaamste gedeelte daarvan; wel zijn op het eene en andere dorp,
-meerdere en betere brandspuiten aangelegd; maar nog nergens heeft men
-voorraad van water aangeschaft; dit nu aanwezig zijnde, zal men niet
-ligtlijk weder een geheel dorp, of het grootste gedeelte deszelven,
-door het vuur zien verteeren; immers is zulks zelden, of liever nooit,
-het lot der steden? een voorbeeld daarvan verstrekt het digtbebouwd
-Amsteldam; hoe zeer geheel de stad als maar één eenige wooning schijne
-te weezen, zo dat er meestal tusschen huis en huis, zelfs de lucht niet
-kan doordringen, wordt echter, hoe zwaar een’ brand er ook moge
-ontstaan, nooit meer dan het erf waarop het ongeluk voorvalt, door het
-vuur verteerd; en dit zoude ook op het platte land gebeuren, ware het
-dat men de benoodigde middelen daartoe aanschafte: wat Amsteldam
-aangaat; treffender voorbeeld, ten bewijze van ons gestelde, zoude niet
-aangevoerd kunnen worden, dan dat van den overal bekenden eisselijken
-brand in den Hollandschen Schouwburg; ene oceaan van vuur, geweldiger
-dan ergens bij menschen geheugen heeft plaats gehad, was echter niet
-vermogend om de aangevoerde en te werk gestelde brandspuiten te
-overheerschen; de werking van deezen triumpheerde op het geweld des
-vuurs, tot zo verre, dat volstrekt geen van de belendene huizen,
-waarvan de Schouwburg echter rondsom geheel digt omgeven was, een prooi
-der vlamme werd; de schouwburg, ja, brandde ten gronden toe af, maar
-niet meer!
-
-In de jongstledene beroerten heeft Hilversum mede zijn deel gehad; ook
-hier heeft men Pruissisch krijgsvolk gekregen: eerst rukte de
-avantgarde aan: men zegt, dat even voor derzelver intrek, door een van
-het genootschap van Wapenhandel ’t welk ook hier gevonden werdt, of
-door eenen anderen, geschoten was, en dat dit ten gevolge had dat de
-Pruissen, dit gehoord hebbende, hierom op drie huizen der voornaamste,
-die zeer voor den wapenhandel ijverden, aanvielen, welke huizen weldra
-met de goederen die daarin gevonden werden, grootlijks werden vernield:
-hier op volgde omtrent 5000 man, zo kavallerij als infanterij, onder
-commando van den Grave van Van Lottum, welk krijgsvolk, zo lang Naarden
-zig nog niet had overgegeeven, niet ver van Trompenberg zig gelegerd
-had, zijnde het hoofdkwartier aan het einde der Gooische vaart; na de
-overgaaf van Naarden, zijn een groot aantal Pruissische soldaaten bij
-de burgers, geduurende eenige weeken, geinquartierd geweest.
-
-Verder gedragen zig de ingezetenen, hoe zeer in denkbeelden
-verschillende, zeer wèl.
-
-
-
-
-BIJZONDERHEDEN.
-
-Hier onder, kan men thans plaatsen het jachthuis van den Hr. Pieter van
-Loon, Oud-schepen der Stad Amsteldam, ’t welk zijn Ed. voorleden jaar
-op den top van den berg, die doorgaands Hoorneboek genaamd wordt,
-geplaatst heeft; dit huis heeft het ruimst en alleraangenaamst
-uitzicht, ’t geen men zig immer verbeelden kan; zelfs het nabijgelegene
-zogenaamd Loosdrechtsche bosch, is niet in den weg, terwijl men over
-alle boomen heen ziet—het huis vertoont een Burgt, wordt in een
-Gotischen smaak opgeschilderd, en geeft, zelfs op een grooten afstand,
-eene aartige vertooning.
-
-Verder vindt men hier nog een buitenplaats van de Hr. Arntzenius,
-Advocaat te Amsteldam, welke in het jaar 1793 is aangelegd: het
-voornaamste uitzicht van het huis, is op zijde naar den kant van
-Hilversum, over de uitgestrekte bouwlanden en heide.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN,
-
-Zondags vaaren 2 schuiten van hier naar Amsteldam, ’s morgens circa elf
-uuren; en ’s avonds ten 9 uuren: Dingsdags en Donderdags ’s morgens ten
-elf uuren naar dezelfde stad, van waar zij wederom afvaren, Maandags,
-Dingsdags, Woensdags en Vrijdags, ’s middags ten half een uur, liggende
-deeze schuiten te Amsteldam op de Binnen-amstel tusschen de
-Halvemaansbrug en Groeneburgwal: ook vaart er een schuit naar Utrecht,
-Vrijdags morgens ten elf uuren, die Saturdag te rug komt en ten half
-elf uuren niet ver van de Jacobie brug, afvaart: bij besloten water,
-rijdt Zondag en Donderdag ’s middags van het dorp een wagen op
-Amsteldam, en van daar terug.
-
-Jammer is het voor zulk een volkrijke plaats, dat de schuit niet verder
-komen kan, dan tot omtrent een quartier uurs van het Dorp af, van waar
-de goederen die zij overbrengt, per as verder naar het Dorp moeten
-vervoerd worden—voor eenige jaaren trachtte men dit ongemak te
-verhelpen, door eene vaart verder heen te graaven, en men was waarlijk
-reeds tot op 200 roeden na aan het Dorp genaderd, dan dit heilzaam werk
-moest gestaakt worden, door eene Resolutie van Hun Ed. Mog. die de
-afzanding van Naarden met kracht wilden doorzetten, ter meerdere
-versterking dier vesting, en daarom het verder afzanden bij Hilversum
-verbooden—meer dan ééns heeft men op de opening der zanderij wederom op
-het vriendlijkst aangedrongen, en eindelijk heeft men nu, doch onder
-gewigtige bepalingen, als onder anderen, om het zand niet voor ballast
-te mogen vervoeren, wederom tot de zanderij permissie bekomen, waarmede
-men dit jaar dan ook reeds eenen aanvang genomen heeft, doch wij
-twijfelen om meer dan ééne reden, of het volgend geslacht zig nog wel
-zal kunnen verheugen met de vaart tot aan haare plaats te zien;
-behalven de bovengenoemde schuiten, rijden ook nog tweemaal in de week,
-en wel woendags en saturdags morgens een vrachtwagen op Utrecht, die op
-dezelfde dagen te rug komt: verder rijdt er visa versa een wagen,
-Dingsdags morgens op Weesp, Woensdags op Muiden, Donderdag op Naarden:
-Donderdag en Saturdags middags komt een kar van Amersfoort die op
-dezelfde dagen retourneert—’s winters bij beslooten water passeert door
-deeze plaats ook een postwagen van Amsteldam op Zwol, en te rug.
-
-
-
-
-HERBERGEN.
-
-Deezen zijn te Hilversum de volgenden: De jonge Graaf van Buuren. ’T
-Bonte Paard. Van mindere qualiteit zijn. ’T Hilversumsche Veerhuis. De
-Koorndraager. De Reizende Man. Het roode hart. De twee eerstgemelden
-zijn vrij aanzienlijke Logementen, en ook Uitspanningen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET DORP ’S GRAVELAND.
-
-
- Het hofrijk ’S GRAAVELAND, geheugt den schelmsten nijd,
- Geheugt den woesten aart van ’s Krijgs bezoldelingen,
- Herinnert ons held TROMP, die, aan ’s Lands dienst gewijd,
- ’S Lands vijand op de Zee, stoutmoedig dorst bespringen;
- Dit onvoorbeeldig Dorp, beroemd door bleekerij,
- Zet Gooiland eer en luister bij.
-
-
-Het zeer vermaaklijk Gooiland, roemt met reden op het aangenaam dorp,
-zo even genoemd; en het welk te meer bewondering verdient, daar niet
-langer dan eene eeuw geleden, nog niets van deszelfs fraai bestond;
-want men vindt het ten dien tijde beschreven, als onlanden, vullingen,
-(verlatene veenen, voegen eenigen daarbij, doch onze geëerde
-correspondent in deezen, zegt desaangaande: „immers schijnt men hier
-niet te weeten, dat hier, vóór den aanleg van ’s Graveland, zulke
-veenen geweest zijn:”) uitgedolvene en moerassige plaatsen, die meest
-niet anders dan biezen, hei en andere wilde ruigte voordbragten; deeze
-eigenschap vergelijkende bij de schoonheid waarmede het thans prijkt,
-verstrekt ten bewijze wat de vruchten zijn van eene arbeidzaame
-verbeterende hand.
-
-
-
-
-De
-
-LIGGING
-
-Van dit dorp, maakt, met deszelfs landstreek, het westlijkste gedeelte
-van het aangenaame Gooiland uit; zijnde hier de grensscheiding tusschen
-Holland, en ’t Sticht, eenige voeten ten westen van de ’s Gravelandsche
-vaart, die naar de Loosdrecht heenloopt, en ook tot op een half uur
-afstands naar Hilversum; (men zie onze beschrijving van dat dorp).
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-Deeze is zeer zeker niet ver te zoeken; de naam zelf brengt zijnen
-oorsprong mede; de landen, zo woest en onbebouwd als zij ten
-bovengemelden tijde nog lagen, behoorden aan ’s Lands Graaven, zonder
-onder het bijzonder bestuur van eenige andere dorpen van Gooiland te
-weezen, en derhalven gaf men hun den onderscheidenden naam van ’s
-Graaven landen, waarvan men bij verkorting ’s Graaveland, of ’s
-Graveland gemaakt heeft.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE.
-
-Van hoe slechten aanzien deeze landen ook waren, moet de grond echter
-van zodanigen aart geweest zijn, dat zij voor het bebouwen goede
-vruchten beloofd hebben; want omtrent den jaare 1625 waren er lieden
-die zulks begeerden te onderneemen; ten welken einde zij zig keerden
-tot de rekenkamer van de Gravelijkheids domeinen, met verzoek om die
-dorre gronden, welken men toen, gelijk gezegd is, den naam van Onlanden
-gaf, voor zekere erkentenisse te mogen bekomen: de rekenkamer voornoemd
-wees de verzoekers naar de Staaten van Holland en Westvriesland; aan
-welken de onderneemer, toen aan hun hoofd hebbende zekere Mr. Jan
-Ingel, zig ook keerden, met verzoek van ’s Graaven landen, die geheel
-onbebouwd lagen, te mogen benaderen, op zulk eene wijze als zij met de
-rekenkamer zouden kunnen overeenkomen, en om tevens voor zeker getal
-van jaaren, zodanige voorrechten en vrijdommen te mogen genieten als
-gemeenlijk bij den aanleg van nieuwe landen of bedijkingen worden
-vergund, benevens het recht van Ambachtsheerelijkheid over den grond,
-die hun zoude worden toegestaan: dit hun verzoek werd hun ook, onder
-eenige bepaaling, ingewilligd, en voor die inwilliging, zouden zij,
-jaarlijks, aan de Graaflijkheid, (want nimmer heeft de Graaflijkheid
-iet, hoe gering van waarde, afgestaan zonder belooning,) moeten
-betaalen tien stuivers voor ieder morgen lands; welke belasting
-volgends octrooi van den Jaare 1636 is veranderd op de elfde schoof:
-(dit is volgends onze Autheuren, over Gooiland handelende; doch onze
-begunstiger boven bedoeld, zegt in zijne berichten, ons vriendlijke,
-medegedeeld, dat men te ’s Graveland meede geene kundschap van die
-elfde schoof draagt.)—„De ingelanden,” dus leezen wij elders,
-„verkregen toen ook het civile rechtsgebied, om, met raad van den
-Bailluw van Gooiland keuren te mogen maaken, en hunne landen te laaten
-berechten door een’ Schout en Schepenen, bij den Bailluw uit de
-ingezetenen te kiezen; blijvende het crimineele ter berechtinge van de
-vierschaar der stede Naarden.”—Op deezen voet dan sloeg men handen aan
-’t werk, om de landen aftegraaven, en ter bebouwinge bekwaam te maaken:
-dan, zulks stak de omliggende dorpen, voornaamlijk Hilversum, in de
-oogen; zij vreesden door den aanleg van dit nieuwe dorp benadeeld te
-zullen worden, en deeze eigenbaat ging zo verre, dat de arbeiders der
-onderneemeren geduurig door de ingezetenen van de bedoelde dorpen, in
-hun werk gestoord werden, niet alleenlijk met hunnen arbeid te
-vernielen, maar zelfs rees die naijver zo hoog, dat zij met scherp op
-de gezegde arbeiders schoten, waardoor niet zelden eenigen, vooral van
-de graavers, gekwetst werden; men pleegde omtrent hen ook allerleie
-moedwilligheid, niettegenstaande ’s Lands Staaten daar tegen
-verscheidene plakaaten lieten uitgaan, niet alleen, maar ook de
-arbeiders in hunne verrichtingen lieten beschermen door een compagnie
-ruiters en voetvolk—deeze loontrekkers zijn zeldzaam van eenigen
-dienst, wanneer de gemoederen in onrust gebragt zijn; soldaaten kunnen
-alleenlijk tegen soldaaten bestand weezen, maar tegen burgers welken in
-hunne rechten meenen te kort gedaan te zijn, vermogen zij niets; hunne
-loon-slagen hebben den aandrang niet van de vrijwillige slagen van
-vergramde burgers—Zonder thans te onderzoeken in hoe verre de
-ingezetenen van Hilversum en de andere omliggende dorpen, in deezen
-gelijk hadden, blijft echter het gezegde een onwederspreekelijke
-waarheid; een waarheid welke door alle gezachvoerders in ’t oog
-behoorde gehouden te worden, ofschoon de droevige ondervinding leere,
-dat zij dezelve telkens weder op nieuw veronachtzaamen, waardoor hun
-gezach een ongenezelijke krak krijgt, en de zetels aan het waggelen
-raaken.
-
-
-
-Niettegenstaande alle de gezegde hinderpaalen, werd de arbeid zo
-spoedig voordgezet, dat reeds in den jaare 1634, de akkers konden
-gekaveld worden, en derhalven mag men de stichting des dorps tot dien
-tijd brengen: sedert is deeze grond tot een allerverrukkelijkst oord en
-een pronk van geheel Gooiland geworden; in een kleinen omvang, ontmoet
-men er zeer aangenaame gezichten van lommerrijk geboomte, vruchtbaare
-zaai- en wei-landen, heiden, water, veengronden, en veele aanzienlijke
-buitenplaatsen; waarvan straks nader.
-
-
-
-Wat voords aangaat het tweede gedeelte van het tegenwoordige artikel in
-ons plan, naamlijk de grootte van ’s Graveland; ten gemelden tijde was
-de bereide grond groot, 555 morgen en 28 roeden Rhijnlandsche maat.
-
-
-
-Volgends de lijst der verpondingen van den jaare 1732, stonden toen te
-’s Graveland 119 huizen, welk getal in 1734 één meer (120) was; sedert
-is dat getal aangewassen tot ruim 140, die bewoond worden door meer dan
-200 huisgezinnen; twee derden van welken van den Gereformeerden
-Godsdienst zijn; slechts weinigen zijn Luthers, en de overigen meest
-Roomsch: de huizen, in zo verre zij niet tot lusthuizen, of
-boerewooningen dienen, staan allen aan de westzijde van de plaats,
-strekkende zig bijna een uur gaands in de langte uit; aan de oostzijde
-vindt men niet anders dan schoone weilanden, en, gelijk gezegd is,
-heerelijke lustplaatsen: de erven der wooningen liggen tot aan de ’s
-Gravelandsche vaart: de gemelde bouwing van de dorpbuurt, naamlijk aan
-eene zelfde zijde, moet geschieden, zo lang er plaats in de langte van
-’s Graaveland overblijft: aan die zijde zijn ook veele
-linnenbleekerijen, welken goed water uit de vaart hebben, en, gelijk
-bekend is, zeer geroemd zijn; men verzekert dat het linnen, ’t welk te
-’s Graveland gewasschen en gebleekt wordt, in zindelijkheid en witheid,
-de behandeling op de bleekerijen buiten Haarlem niet alleen evenaart,
-maar zelfs dikwijls overtreft—uit het gezegde blijkt dat de aanleg van
-’s Graaveland derhalven zeer regelmaatig, strekkende zig het
-grondgebied aan de zijde van Naarden, van den hoek aan de noordzijde,
-genoegzaam in eene rechte lijn tot voorbij de Hilversumsche vaart,
-langs eenen weg, (gelijk gezegd is, bijna een uur gaands lang,) die ter
-wederzijde beplant is met eene dubbelde rei van hooge en schoone eiken
-en andere boomen.
-
-
-
-Alles is te ’s Graveland in eene zeer goede orde, ’t welk de
-ingezetenen te danken hebben aan verscheidene keuren, daartoe van tijd
-tot tijd gemaakt, zo ten aanzien van de gemeene wegen en vaarten, als
-tot rust der ingezetenen, en tot weeringe van allerleie vechterijen en
-baldaadigheden; ook is er zeer goede orde gesteld op het
-brandblusschen, (eene zaak voorwaar van het hoogste aanbelang,) waartoe
-thans twee goede brandspuiten worden onderhouden—„Tot verdere
-veiligheid,” leezen wij elders, „worden ook alle onbekende bedelaars en
-marskraamers geweerd; bij nacht wordt er de ronde gedaan, waartoe
-iederen nacht” (van November tot half Maart) „elf” (thans twaalf,)
-„persoonen de wacht hebben, en in drie” (thans vier,) „wachthuizen
-bescheiden zijn:” (en alle uuren de ronde doen,) „alle manspersoonen,
-agttien jaaren oud en daar boven, moeten zig hiertoe laaten gebruiken;
-doch het staat vrij zijn wacht aan een ander der medgezellen
-aantebesteden.”
-
-
-
-
-Het
-
-WAPEN
-
-Van dit aanzienlijke en beroemde dorp, is een gekroonde trapgans, op
-een zilveren veld.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-Het eerste dat hier in aanmerking komt, is de Gereformeerde kerk: van
-de Gooische of Hilversumsche zijde, en haren stand gerekend naar de
-breedte of diepte des dorps, staat zij ten westen; doch van den
-gemeenen weg, en de zijde der huizen te zien ten oosten, en omtrent in
-’t midden van het dorp, op een zeer belommerd kerkhof: zij is wel niet
-groot, maar echter zeer net gebouwd; is een kruiskerk met leiën gedekt,
-en heeft een klein vierkant torentjen, met uur- en slag-werk voorzien:
-van binnen heeft zij voords niets aanzienlijks, naamlijk niets
-bijzonders der aantekeninge waardig; dit alleenlijk kunnen wij ’er nog
-van zeggen, dat zij thans te klein is voor de Gemeente die sedert
-haaren aanleg aanmerkelijk grooter is geworden.
-
-
-
-De grond van de Kerk, van het Kerkhof en de Pastorij, is bij den aanleg
-der kerk afgegeven van de hofstede Hilverbeek, die achter het gebouw
-ligt.
-
-
-
-Den 7 julij 1658, werd in de toen volbouwde kerk ’t eerst het woord
-Gods gepredikt, en daar door dit Godshuis ingewijd, door twee
-gedeputeerden van de Classis van Amsteldam, naamlijk Menso Johannis,
-Predikant aldaar, en Johannes van Sanen, Predikant te Huizen:
-vervolgends werd de predikdienst waargenomen door den Predikant en
-gerecommandeerden Proponent van gemelde Classis van Amsteldam, tot dat,
-op eenstemmig advis der Heeren, zo Hoofd- als Gemeene-Ingelanden, en
-goedvinden van alle de Ledemaaten, door meergemelde Classis, op den 22
-Sept. 1659, beroepen, en door Heeren Hoofd-Ingelanden goedgekeurd werd,
-Cornelius van Midlum, die op den 2 Novemb. daar aan volgende, zijn
-Leeraarswerk begon.
-
-Er is voords te ’s Graveland geen Weeshuis, de Weezen worden bij de
-burgers besteed: zie wegens de armen, bladz. 9.
-
-De Pastorij is voor ruim 20 jaaren geheel vernieuwd, en is thans één
-der schoonsten uit de Provincie Holland.
-
-Van het Schoolhuis zoude men iet dergelijks niet kunnen zeggen—In het
-school bevinden zig dagelijks, door elkander gerekend, ruim 100
-kinderen, en veelen van die gaan aldaar voor rekening van eenige
-weldaadige bewooneren der lustplaatsen, welken op die wijze, min
-vermogende ouders, die niet van de diaconie bedeeld worden, de
-huishoudelijke lasten helpen draagen.
-
-De Lutherschen en Roomschen welken te ’s Graveland zijn, hebben op het
-dorp geene vergaderplaatsen; de Roomschen gaan te Ankeveen, een klein
-uur van daar, te kerk; zij behooren onder die parochie; en de
-Lutherschen behooren onder de kerk van Weesp; alwaar zij echter
-alleenlijk het avondmaal gaan houden, neemende voords den openbaaren
-Godsdienst bij de Gereformeerden op hun dorp waar.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-Hier van valt weinig aantetekenen; het rechthuis wordt, volgends eene
-gewoonte op veele dorpen plaats hebbende, gehouden in een herberg.
-
-
-
-
-KERKLIJKE REGEERING.
-
-De Gereformeerden te ’s Graveland (thans ruim 230 ledemaaten
-uitmaakende, zonder daaronder te betrekken dezulken die des zomers, op
-hunne lustplaatsen woonende, met hunne dienstboden daar den openbaaren
-Godsdienst bijwoonen, en veelen van welken er ook ’t avondmaal houden;
-deeze ledematen) worden bediend door één’ Predikant, zijnde thans de
-Wel-Eerwaarde en zeer geleerde Heer Nicolaas Govert van Blijenburg,
-Jerph. Benj. Fil., behoorende onder de Classe van Amsteldam.
-
-Den 27 julij 1660, werd door den toenmaaligen Predikant, met behulp van
-twee nabuurige Predikanten, eenen Kerkraad aangesteld, bestaande uit
-twee Ouderlingen en twee Diaconen; uit welk getal de Kerkenraad nog
-bestaat: elk jaar wordt door de Predikant en verdere Leden des
-Kerkenraads, een Ouderling en een Diacon gekoren, in plaats van twee
-anderen die afgaan: noch Gerecht, noch Hoofd-Ingelanden, hebben met
-deeze verkiezing iet te doen: ook heeft de Kerkenraad de vrije
-beroeping van eenen Predikant, doch de approbatie geschiedt door Heeren
-Hoofd-Ingelanden, aan wien de Kerkenraad den beroepenen, met verzoek
-van goedkeuring, voorstelt; terwijl ook bij die zelfde Heeren, vooraf
-handopening tot het maaken van eene nominatie en ’t beroepen eens
-Predikants daar uit, verzocht moet worden: op deeze wyze werdt in ’t
-jaar 1705, in plaatse van den (op te vooren gezegde manier door de
-Classis van Amsteldam, beroepen) overledenen Predikant Cornelis van
-Midlum, beroepen deszelfs zoon, Gerard van Midlum, Predikant te
-Muiderberg; en vervolgends in ’t jaar 1726, H. J. Elzevier; in ’t jaar
-1746, Antonius van der Os, die in ’t jaar 1748, door de Gereformeerde
-gemeente van Zwol beroepen werd; doch vervolgends tot de Doopsgezinden
-is overgegaan en thans nog by dezelve te Saandam Leeraar is: in ’t jaar
-1748, werdt beroepen Willem Lobé, sedert het jaar 1779 rustend Leeraar:
-in zijne plaats werdt beroepen Willem Leendert Krieger, thans Predikant
-in ’s Graavenhaagen; in ’t jaar 1787, is beroepen Henricus Johannes van
-Wijck, thans te Nijmegen Predikant, en in deszelfs plaats in ’t jaar
-1786, de tegenwoordige Leeraar, reeds gemeld.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE REGEERING.
-
-Boven hebben wij reeds gezien dat het crimineele rechtsgebied over ’s
-Graveland, staat aan de vierschaar der stad Naarden.
-
-Vervolgends bestaat de civile rechtbank uit den Schout, (die zijne
-aanstelling ontvangt van den Bailluw van Gooiland) en vijf Schepenen:
-ter jaarlijksche verkiezinge van de laatstgemelden, wordt door den
-Schout en aanwezende Schepenen eene nominatie gemaakt van een
-dubbeldtal, en deeze nominatie wordt ter verkiezinge gezonden aan den
-Bailluw van Gooiland, voornoemd; het eene jaar worden ’er 2 en het
-andere 3 gekozen, die voords 2 jaaren aanblijven.
-
-Er zijn verder Brand- en Wees-meesters, benevens een Bode civil.
-
-Armmeesters zijn hier niet, alle de Gereformeerde armen worden door de
-Diaconen bedeeld, en de Roomsche armen door hunne eigene Arm- of
-Kerk-meesters, die te Ankeveen hunne aanstelling ontvangen—Wij dienen
-hier ook melding te maaken, van de heeren Hoofd-Ingelanden, reeds
-meermaals genoemd, die zes in getal zijn, en den tijtel voeren van
-Wel-Edele en Achtbare Heeren Hoofd-Ingelanden: alle de Heeren
-Ingelanden, die 20 morgen lands by één hier hebben liggen, zijn daar
-toe verkiestbaar: de Hoofd-Ingelanden blijven levenslang in die
-waardigheid, ten ware zij vertrokken, of geene bezitters meer bleeven
-van 20 morgen hier liggend land: in gevalle van vacatuure worden door
-de overige Heeren Hoofd-Ingelanden nieuwe Hoofd-Ingelanden gekoren; elk
-derzelve heeft zijne bijzondere Commissie; bij voorbeeld: de oudste is
-Dijkgraaf en heeft, nevens den daar op volgenden, ’t opzicht en bestuur
-over Kerk, Pastorij, Schoolhuis enz: twee anderen is ’t opzicht
-aanbevolen over ’t vreemd volk, ten einde dit te weeren, en op de
-inkomenden acht te geeven: terwijl dezelve alle belangrijke en
-voorkomende zaaken met elkander behandelen: zij hebben onder zig een’
-Penningmeester, die als hun Secretaris en Rentmeester handelt—behalven
-de approbatie van den Predikant, hebben zij de aanstelling van
-Schoolmeester en Koster, Vroedvrouw enz. ’t opzicht over Vaarten,
-Wegen, Sluizen, enz.
-
-Onder dit artijkel zouden men nog kunnen betrekken de wachthuizen,
-waarvan wij boven (bladz. 6.) gesproken hebben.
-
-Voorrechten heeft ’s Graveland, voor zo veel ons bekend is, niet.
-
-
-
-
-De
-
-BEZIGHEDEN
-
-Der inwooneren bestaan, gelijk boven reeds aangetekend is, voornaamlijk
-in het linnenbleeken, den landbouw en tuinderij; voords brengen de
-menigvuldige buitenplaatsen, alhier liggende, niet weinig toe tot den
-bloei van het dorp: ’t getal der linnenbleeken beloopt thans
-vijf-en-twintig—voor ruim een jaar geleden werd er ook een fabriek van
-vloertapijten te weeven aangelegen.
-
-Veele ingezetenen leggen zig toe om voor eenige maanden in den zomer
-een gedeelte hunner huizen te verhuuren, onder den naam van optrekken,
-aan lieden van Amsteldam enz. welken geene buitens hebben, vooral aan
-zulken die ongesteld, of door eene geëindigde ziekte zwak zijn, of
-zwakke kinderen hebben: de lucht wordt er voor sommige ziekten en tot
-herstelling van zwakken zeer goed bevonden; veele ondervinden daarvan
-de beste uitwerking, doch voor teering en borstziekten wordt de lucht,
-om haare fijnheid, niet zo goed gehouden.
-
-
-
-
-Wat aangaat de
-
-GESCHIEDENISSEN,
-
-Van het vermaaklijk ’s Graveland, wij vinden daarvan, behalven het geen
-wegens den aanleg des dorps (zie hier voor, bl. 5.) gezegd is, het
-volgende aangetekend:
-
-„Het dorp gevoelde in den jaare 1672, zo wel als Hilversum en de
-Loosdrechten, de inlegering der Franschen, die er tot den jaare 1673
-verbleeven, en er veele baldaadigheden pleegden; zij verwoestten
-voornaamlijk de Hofsteden van den Lieutenant Admiraal Cornelis Tromp,
-en die van zijn Gemalinne, Vrouwe Margaretha, Baronnesse van Raaphorst,
-welke lustplaatsen naast elkander gelegen waren; het heerelijk geboomte
-werd er uitgeroeid, en het landhuis van den Admiraal, werd genoegzaam
-ten gronde toe gesloopt; alles wat kostelijk en ten cieraad der
-gebouwen diende, werd verbroken, weggevoerd, verkocht of vernield, en
-eindelijk werd ook het Landhuis van des Admiraals Gemaalinne in brand
-gestoken, waardoor het in een puinhoop ter neder stortte; maar deeze
-ramp, hoewel schadelijk, was tevens oorzaak dat de lusthoven,
-voornaamlijk die der Gemalinne van den Admiraal, in een heerelijker
-luister hersteld geworden zijn; gelijk het deftig Trompenburg nog heden
-getuigt, in welks herstelling en nieuwe opbouw de grootdaadigheid van
-den Admiraal allezins doorstraalt: het huis, rondsom in eenen vijver
-gebouwd, is vorstlijk, en rijst uit het water als een kasteel,
-pronkende met eenen schoonen koepeltoren, onder welks bevang zig een
-fraaje agtkante zaal, van ongemeene ruimte en pracht van bouwkunde en
-cieraadjen vertoont: in vier uitstekken van deeze zaal, waarvan het
-eene tot den ingang dient, zijn de schepen afgebeeld, waarmede de Heer
-Tromp de overwinning tegen verscheidene natien behaald heeft: rondsom
-in de koepel is alles zeer heerelijk beschilderd, en de andere
-vertrekken ontdekken niet minder den grootmoedigen geest van den
-zeeheld: de plantaadjen beantwoordt aan de deftigheid van het huis, en
-is in laatere dagen nog vergroot, door één’ van haare volgende
-bezitteren, den Heere Jacob Roeters, op wiens zoon en naamgenoot, deeze
-lustplaats bij ervenisse is afgedaald”: de overige lusthoven op dit
-Dorp zijn ieder in zijne soort niet minder aanzienlijk, en zijn een
-tourtjen derwaards dubbeld waardig.
-
-Wat heeft de eenigzins ervaren Nederlander, op het zien van de gezegde
-bevallige lustplaats van den waardigen Vaderlandschen Zeeheld, Cornelis
-Tromp, niet een ruim veld voor zig, om zijne gedachten te laaten weiden
-over den staat des Lands ten dien tijde, gezien bij dien van
-heden!—hadde Nederland thans dergelijke Zeehelden op zijne weinige
-kielen, het zoude welhaast ondervinden, dat zulke mannen zig zelven
-voor te waardig houden, om zeediensten als de tegenwoordige te doen: ’t
-was een Tromp, die met een vloot van een-en-zeventig oorlogschepen
-tegen de Engelschen optoog; ’t was de vijand toen onmogelijk, zo als
-men, laas! thans ziet gebeuren, eene geheele vloot Hollandsche
-Koopvaarders, met haare convooi-schepen, (twee in ’t getal)
-wegteneemen—in ’t jaar 1652, begeleidde men omtrent driehonderd
-koopvaarders, met bijna zeventig oorlogschepen van den Staat; drie van
-de Oostindische Compagnie, behalven de branders, en ander klein
-vaartuig; toen, derhalven, mogt Nederland eene geduchte zeemogendheid
-genoemd worden, en wat is het nu?—in 1653 sloeg men tegen de
-Engelschen, niettegenstaande men derdehalf honderd Koopvaarders onder
-zijn geleide hadde, en men overwon; in de beschrijving van dien
-vreezelijken strijd, voorgevallen omtrent Poortland, kan men zien wat
-men toen van de Nederlandsche helden te wachten hadt: een gedeelte dier
-beschrijving zegt: „Hier vielen de masten buiten boord, gints ging het
-wand aan flenters; daar kraakten de ribben, en suisden de kogels door
-de zeilen heen; aan een anderen kant hechtte een boegspriet in de
-hoofdtouwen; daar enterde een zijn’ vijand, en vloog met het verdek in
-de lucht; hier wemelde een zieltoogende in ’t water, en gaf zijne
-laatste snikken zonder gehoord te worden; gints dobberde een op
-gescheurde dennen, of haalde het hoofd onder bebloede golven: ’t gekerm
-der gekwetsten, verdoofd door het gieren der kneppels, koevoeten,
-gloejende schuiftangen, getakte morgensterren, en draadkogels,
-ontzettede de aanvallers te minder: onder een dikke rook flikkerde
-telkens de bliksem van ’t aangestoken buskruid; ’t licht scheen
-verbaasd gevlugt te weezen, terwijl de dood in een damp rondom snorde;
-Boulongues bergen sidderden voor den donder der kartouwen, en Poortland
-beefde; kortom de strijd was zo ijsselijk, dat er nooit schrikkelijker
-schouwspel geweest is”——toen wist men over ’t algemeen van geen wijken;
-toen kende men geene andere belangens dan die van ’t vaderland; en die
-zig niet dapperlijk weerde werd gewis, zonder aanzien van persoon, met
-den dood gestraft.
-
-’T was een Tromp, die daarna den Staaten wel dorst zeggen dat hij met
-tegenzin weder in zee ging, om dat men verzuimd had hem andermaal van
-genoegzaame schepen te voorzien; en ’t was Holland, die voor zig alleen
-besloot niet minder dan dertig kloeke oorlogschepen te laaten bouwen,
-en toen men zag dat de Staaten den oorlog tegen Engeland niet naar
-behooren behartigden, schroomde men niet zig op de ernstigste wijze
-daarover uittelaaten: ’t is tog zo: gehoorzaam zwijgen geldt alleenlijk
-als ’t schuitjen van den staat goed gestuurd wordt; maar wordt het op
-’t riet aangejaagd, dan is zwijgen zig schuldig maaken aan den
-ondergang van zig zelven en anderen.
-
-In 1656 lagen er op de rede voor Dantsich, onder veele andere
-Nederlandsche Oorlogschepen, vier-en-twintig voor Amsteldam alleen—in
-1664, bragt Tromp, met twee-en-twintig oorlogschepen de Oostindische
-retourvloot in de Vaderlandsche havens—in ’t volgende jaar liep hij met
-zijne vloot, tegen de order van Heeren Gecommitteerden, binnen, om dat
-de Capiteinen niet getrouw gediend hadden, en niet behoorelijk gestraft
-waren—zulke mannen hadden verdiensten genoeg om geen ontzach te hebben
-voor slechte bestuurders.
-
-In 1666, liepen, de even beroemde de Ruiter en Tromp, in zee met een
-vloot van een-en-negentig Schepen, gewapend met vier duizend, zeven
-honderd en zestien stukken, en bemand met twintig duizend vier honderd
-en twee-en-zestig koppen, waarmede men niet minder dan vier dagen lang
-tegen de Engelschen sloeg.
-
-De zeeheld, waarde leezer! wiens nagedachtenis bij u op het zien van
-zijn lusthuis zekerlijk bij uitneemendheid verlevendigt, was (niet
-tegenstaande men hem ten lasten legde, dat hij den Prins van Oranje te
-zeer toegedaan was,) zulk een Vaderlander, als er thans maar weinigen
-gevonden worden; een Vaderlander, die (in 1673,) toen het weder op een
-vechten zoude gaan, en nu tegen de Engelsche en Fransche vlooten
-tegelijk, voor het aangezichte van God, en des met een gerust hart,
-vrij van alle veinzerij, tegen zijne schepelingen dorst zeggen, dat zij
-om zig in den strijd vroomlijk te kwijten, een voorbeeld moesten neemen
-aan zijn persoon; dat hij het niet behoefde te doen om eenig genot;
-maar alles wat hij deed voordkwam uit enkele liefde voor zijn bedrukt
-Vaderland; het geen tot zodanig een nood was vervallen, dat er, om het
-voor het uiterste gevaar te behoeden, eene spoedige herstelling
-vereischt werd; dat die liefde hem weder te scheep had doen treeden, om
-zijn Vaderland te helpen beschermen en handhaaven; willende zijn leven
-er liever voor opofferen, dan de oude vrijheid in slaavernij te zien
-verkeeren en de Nederlanders den hals onder het jok van een vreemde
-Mogenheid te zien buigen: „Wij hebben” zeide hij, „een rechtvaardigen
-God, en een rechtvaardige zaak; laaten wij ons daarop vertrouwen; ik
-twijfel niet indien gij u altezamen gedraagt als eerlijke lieden, of ’t
-zal wèl gaan”—De rechtvaardigheid van eene zaak waarom gestreden wordt
-geeft zekerlijk een held moed; want dan durft hij op den bijstand van
-God hoopen——beklaagenswaardig volk dat in eenen onrechtvaardigen oorlog
-op den slagtbank gebragt wordt!.... ja wat zou men, bij ’t herdenken
-aan Nederlands voorgaande tijden, en Nederlands voorgaande helden, niet
-al door zijn hoofd kunnen haalen!
-
-De verdere gedeelten der geschiedenissen van ’s Graaveland bevatten
-niets bijzonders; in onze jongstledene troubelen is het wel niet geheel
-vrij gebleven, echter heeft de geest der beroeringe er geene sterke
-tooneelen aangerecht; waarvan de oorzaak moet gezocht worden, daarin,
-dat er geen Genootschap van Wapenhandel geweest is, want daar zulk een
-Genootschap plaats gehad heeft, is bij de gezegende omwenteling de
-woede ook doorslaandst geweest—hoe zacht het lot van ’s Graveland
-intusschen geweest zij, is er echter nog geplunderd: Pruissische
-soldaaten zijn er eigenlijk wel niet geinquartierd geweest; maar zij
-hebben zig eenigen tijd, digt bij het dorp, op de Hilversumsche heide
-gelegerd, en aldaar moest hen dagelijks, ook door ’s Graveland,
-proviand bezorgd worden.
-
-
-
-
-Onder de
-
-BIJZONDERHEDEN.
-
-Kunnen betrokken worden, de gebouwen hier voor beschreven; voords, en
-met voorkeur, de veele Hofsteden welken men er aantreft, en waarvan wij
-boven reeds gesproken hebben.
-
-De tegenwoordige bezitters of huurders dier hofsteden zijn thans de
-volgende Heeren en Vrouwen: als
-
-
- De Heer Blom, de Heer Meijnet.
- ——— ’t Hoen, ——— G. W. Dedel,
- Mevrouw Hop, geb. Bicker, ——— Hilkes.
- De Heer M. Alewijn, ——— Hodshon.
- Mejuffrouw Dedel, ——— Statius van Rhee.
- De Heer H. Hovij, ——— M. Straalman.
- ——— C. Zorn, ——— G. Corver Hooft.
- ——— Fabricius, ——— M. Backer.
- Mevrouw De Leeuw, ——— Van der Wall.
- De Wed. Mogge van Haamstede, ——— Schol.
-
-
-De meeste deezer plaatsen komen achter aan de Gooische Heide uit, en
-hebben aldaar de schoonste uitzichten, zijnde aan verscheidene Heeren
-van ’s Graveland achter hunne lustplaatsen een gedeelte der gezegde
-Gooische Heide uitgegeven, waarvan door hen goed bouwland is gemaakt,
-waarop men vooral rogge en boekwijt, doch ook andere graane teelt: dat
-een en ander vermeerdert de wandelingen en veraangenaamt het dorp,
-vooral na dat door de Heeren M. Straalman en G. Corver Hooft voor twee
-jaaren op de bebouwde heide een schoone breede laan van eikenboomen is
-aangelegd, die zig uitstrekt van de Hilversumsche vaart tot aan den
-gemeenen weg van ’s Graveland op Hilversum, en des bijna zo lang is als
-de helft des dorps, zo dat nu de eene helft des dorps van alle zijden
-beplant is, en door schoone laanen eene zeer aangenaame wandeling en
-rijweg verschaft.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN.
-
-Van ’s Graaveland vaaren geene andere schuiten als alle dagen één,
-behalven saturdags, op Amsteldam: zondags vaaren er des zomers drie, en
-’s winters twee derwaards: dagelijks, behalven zondags, komt een schuit
-van Amsteldam terug.
-
-Alle vrijdagen vaart van ’s Graveland een schuit op Utrecht, die des
-saturdags terug komt.
-
-
-
-
-HERBERGEN.
-
-Deezen zijn,
-
- Het Rechthuis, reeds gemeld.
- — Wapen van ’s Graveland.
- Ook nog bij Cornelis ten Dam, alwaar de Amsteldamsche schuit
- afvaart.
-
-Voords zijn aan de Stichtsche zijde, even op ’t Sticht, doch vlak aan
-’s Graveland
-
- De Zwaan.
- — Eendragt.
- — Prins van Friesland.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET DORP BUSSEM.
-
-
- Pronkt Nederland met trotsche steden,
- Slechts uit een kleen begin ontstaan,
- Het zag Verval, (thans weêr aan ’t woeden,)
- Ook andre plaatsen nederslaan:
- Hij, bij wien zeggen juist niet geldt,
- Zie BUSSEM, hem hier voorgesteld.
-
-
-’T is zekerlijk waar dat de Nederlandsche dorpen, in verscheidene
-opzichten, met elkander overeenkomen; niet wat de tekening van dezelve
-betreft, want het eene is in gedaante of ligging dikwijls zeer
-verschillend van het andere; daar het eene een aardsch paradijs
-gelijkt, waarin niet dan landlijk schoon heerscht, en in welks bevang,
-of ook in welks environs, de Natuur onze oogen op de alleraangenaamste
-wijze verrukt, en door die verrukking onze ziel streelt; daar dit
-dikwijls omtrent het eene plaats heeft, is het andere doods of als een
-kerkhof; daar het eene op de woeligste wijze bloeit, de vrolijkheid er
-alomme heerscht, en het genoegen op de aanzichten der inwooneren
-dartelt, is het andere een beklaagenswaardig treffend voorbeeld van
-verval, op ’t gelaat van welks inwooneren de kwijning geschilderd
-staat, en die geene andere vertooning maaken, dan van lieden, welken
-onder de wreedste verdrukking een jammervol leven naar het graf
-sleepen: is deeze opzichten, zeker, is er onder de Nederlandsche dorpen
-niet zelden een zeer aanmerkelijk verschil, maar groote overeenkomst
-heerscht er in de opgave en beschrijvingen van hunne openbaare
-gebouwen; van hunne kerklijke en wereldlijke regeeringswijze; van hunne
-historie, (dit laatste vooral wanneer de beschrevene dorpen in een
-zelfd oord liggen;) van de middelen huns bestaans, als anderzins; doch
-Bussem, het dorpjen, waarmede wij onze leezers thans nader bekend
-zullen maaken, is, zo niet in alle de gemelde opzichten, echter daarin
-geheel van alle de andere Nederlandsche dorpen onderscheiden, dat het
-wel eene kerk heeft, doch waarin sedert bijna derde half honderd jaaren
-geenen dienst gedaan is; ook blijkt uit het gebouwetjen zelf, (’t welk
-wij straks nader zullen leeren kennen,) dat de gemeente, toen dezelve
-op het dorp nog bestond, maar zeer klein moet geweest zijn.
-
-
-
-
-Wat vooreerst betreft de
-
-LIGGING
-
-Van Bussem, deeze is in het landlijk Gooiland, op de alleraangenaamste,
-en op de verrukkelijkste wijze, gelijk het dan ook de eer wegdraagt van
-het schoonst gelegen dorp van geheel Gooiland te weezen.
-
-
- Waar ook de landsvriend hier beschouwende oogen sla.
- Hij vind alomme stof,
- Tot prijzen van Gods milde gunst,
- Tot onbepaalden lof.
-
-
-Bussem ligt voords een half uur gaans van de Gooische Hoofdstad
-Naarden.
-
-In den Schaarbrief wegens de Meente, van welken brief wij onder Laaren
-gesproken hebben, leezen wij wegens Bussem het volgende: „De stad
-Naarden, waar onder Bussem, ten opsichte van het Schapenweyden
-sorteert, (des blyvende derselver verdeeling der Neng, huur of genot,
-en soo ook nu de Heyden als van ouds, en thans nog genoten werd,) sal
-genieten:”
-
-„Van den nieuwen Amersfoortschen weg af, tot aan den ouden Utrechtschen
-weg, die uyt Bussem loopt, al het veld ten noordwesten van Langehul
-gelegen, en van den voorn. Utrechtschen weg en Langehul aldaar, royende
-suydelijk tot op den Oosthoek van het Heyveld, dat wylen den Heer
-Burgemeester Henrik Ricker van de stad Naarden heeft bekomen, ter
-plaatse alwaar Oetgenslaan uyt ’s Graveland loopt, al het veld ten
-noordwesten en westen van deselve roying gelegen, strekkende al het
-selve van de gemeene royingen tot aan de Bussemer bouwlanden, tot aan
-de Hilversumsche weyde, en ook doorgaands tot aan het van ouds bekende
-Naarderveld, waarvan de Wed. den Heer Drossaart Bicker, den Heer Dedel,
-de Erve van de Vrouwe van Ankeveen, de Heer Van der Nolk, de Wed. de
-Heer Boomhouwer, de Heer Sautyn, en de Heer De Leeuw, thans eygenaars
-zijn; behoudens aan Hilversum, niet alleen eene vrye drift voor hunne
-Koppels Schaapen, soo na weyde als na het veld genaamd het Luyegat,
-over de heyde gelegen tusschen den Clisbaanschen weg, (die uyt het
-midden van Bussem naar Hilversum loopt,) en ’s Graveland, maar ook de
-vryheid om ’t selve heyveld met hunne Schaapen mede te mogen beweyden.”
-
-Van de ƒ 60, welken de dorpen jaarlijks aan de stad Naarden voor deze
-meente moeten betaalen, geeft Huysen en Bussem zamengenomen,
-
-
- ƒ 20:-
- Laaren - 10:-
- Hilversum - 20:-
- Blaricum - 10:-
- ------
- Zamen ƒ 60:-
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-Van deeze is in geene voorhanden zijnde schriften, voor zo verre ons
-bekend is, iet optespooren, ook zijn onze navorschingen, ter plaatse
-zelve, deezen aangaande geheel vruchtloos geweest; de lieden die het
-bewoonen, zijn niet, gelijk sommigen zeggen dat zij zijn, zulke
-afgetrokkenen, welke men naauwlijks tot spreeken kan krijgen; zeker,
-zij brengen hun leven niet in eene zonderlinge eenzaamheid door, maar
-oefenen sterke conversatie, en zijn bij uitzondering vriendlijk; er
-zijn goede denkers onder hen, en ook groote liefhebbers van leezen,
-gelijk er dan ook, naar evenredigheid van het plaatsjen, veele boeken
-voorhanden zijn, intusschen weinige bescheiden van het dorp zelf; de
-tegenwoordige staat des dorps is voords veel te oud, dan dat er
-overleveringen wegens eenen vroegeren staat plaats zouden kunnen
-hebben.
-
-Niets dan, gelijk gezegd is, kunnen wij onzen leezer mededeelen van den
-naamsoorsprong deezes kleinen maar aangenaamen dorpjens: zeker is het
-ondertusschen, dat er in vroegere tijden nog een ander Bussem geweest
-is, gelijk de naam van Oud-Bussem heden nog bewaard blijft, in eenen
-aanzienlijken landhoeve, een half uur beoosten de Stad Naarden gelegen;
-dit gewezene Oud-Bussem droeg in zijnen tijde ook den naam van
-Hoog-Bussem; gelijk het dorpjen waarover wij thans spreeken, eigenlijk
-Laag-Bussem heet; waaruit dan misschien niet zonder waarschijnelijkheid
-het gevolg zoude kunnen getrokken worden, dat de beide Bussems weleer
-van veel grooter aanzien zullen geweest zijn; dit echter, hoe
-waarschijnelijk het ook gemaakt zoude kunnen worden, doet niets uit tot
-den naamsoorsprong, deeze is en blijft even duister.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE.
-
-Zo geheel in de vergetelheid bedolven als de naamsoorsprong van Bussem
-is, zo geheel niets kan ook wegens het eerste gedeelte van dit artijkel
-onzes plans, de stichting des dorps, gezegd worden: nergens vindt men
-daarvan eenige bescheiden.
-
-Wat de grootte betreft, ook deeze vindt men niet aangetekend, noch de
-morgentalen, noch het getal der huizen waaruit het bestaat; en hierop
-gronden de Schrijvers van den Tegenwoordigen staat van Holland de
-gissing, dat dit dorp in vroegeren tijds, als een voorstad van Naarden
-aangemerkt zal geworden weezen.
-
-Om evenwel onzen Leezer iet van de gezegde grootte te kunnen opgeeven,
-hebben wij op de plaats zelve, desaangaande onderzoek gedaan, en is ons
-aldaar bericht, dat het dorp bestaat uit 47 huizen, die men kan zeggen
-bewoond te worden door 73 huishoudens, zamen, (kinderen mede gerekend,)
-geene 200 menschen uitbrengende.
-
-Niemand onzer Leezers, het reeds aangetekende wegens Bussem overwogen
-hebbende, zal zig verwonderen, als wij hem zeggen, dat dit dorp geen
-eigen wapen heeft.
-
-
-
-
-Van de
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-Van Bussem zouden wij mede niets aantetekenen hebben, ware het niet dat
-het ledig staande kerkjen, hiervoor reeds genoemd, aldaar aanwezig
-ware.
-
-Dit Kerkjen dan, dat geen ander aanzien heeft dan dat van een klein
-Kapelletjen, is een allereenvoudigst gebouwetjen, het geen door
-deszelfs kleinte en door zijne bouworde, den beschouwer verwonderd doet
-staan; te meer wanneer men er ingaat, en zig dan voorstelt hoe Bussem
-eens de tijd beleefd heeft, dat in den zeer engen omtrek van zulk een
-kerkjen, openbaaren dienst gedaan werd: het is van binnen niet meer dan
-26 voeten lang, en 18 voeten breed; het dient thans ter bergplaatse van
-eenig oud hout als anderzins.
-
-Evenwel is dat zelfde zeer eenvoudig kerkjen, weleer van binnen nog
-veel eenvoudiger geweest, want thans is in het ruim geplaatst het wèl
-onderhouden werk van een uurwijzer, waarmede het houten torentjen, dat
-op het kapelletjen staat, pronkt; dit, zo wel als de overige
-armlijkheid van het gebouwetjen, maakt hetzelve thans in de daad der
-bezichtiginge waardig.
-
-Voords hangt in het gezegde houten torentjen een klok, die op den
-middag, als het eetenstijd is, geluid wordt, ten dienste der
-dorpelingen, welken, in het veld werkende, en zonder deeze
-waarschouwing, op de aanspooring van hunne maagen t’huiswaards
-keerenden, ligtlijk te vroeg of te laat zouden komen.
-
-Men wil, dat in den jaare 1655 of 1656 voor het laatst de
-Godsdienstoefening in het gezegde kerkjes gehouden zoude weezen.
-
-De Gereformeerden welken te Bussem woonachtig zijn, en niet meer dan
-vijf huishoudens uitmaaken, (voor nog geen vijftig jaaren geleden waren
-er maar twee of drie,) moeten te Naarden of elders ter kerke gaan.
-
-De overige inwooners zijn allen den Roomschen Godsdienst toegedaan, en
-deezen hebben op het dorp ook een Kerk, die mede wel klein, maar echter
-zeer net is: deeze Gemeente wordt aldaar bediend door den Priester van
-Naarden, zijnde thans de Wel-Eerwaarde Heer Johannes Nyhoff.
-
-Onder dit artijkel moeten wij voords nog betrekken het Schoolhuis, dat
-naar evenredigheid van het dorp is, en waarin gemeenlijk niet meer dan
-dagelijks 20 kinderen verschijnen; er is op het dorp slechts één kind
-van Gereformeerde Ouderen; en dit neemt met de Roomsche kinderen,
-zonder eenige stoorenis, het dorpschool bovengemeld, waar.
-
-Andere Godsdienstige Gebouwen zijn te Bussem niet aanwezig.
-
-Wereldlijke gebouwen zijn er geheel geenen, even weinig bestaat er, en
-het geen uit het aangetekende wegens den staat der Godsdiensten van
-zelf volgt, geene kerkelijke regeering.
-
-Een wereldlijke regeering kan mede niet gezegd worden te Bussem te
-zijn; de hooge Vierschaar wordt er, even als op alle andere Gooische
-dorpen, gespannen door den Bailluw, en de Schepenen van Naarden; voords
-moeten de ingezetenen in het civile, ook voor de civile Regeering van
-Naarden voornoemd, te recht staan.
-
-Wegens ons artijkel voorrechten, kunnen wij, Bussem betreffende, mede
-niets meer aanteekenen, dan het geen hiervoor uit den Schaarbrief reeds
-gedaan is.
-
-
-
-
-De
-
-BEZIGHEDEN
-
-Der dorpelingen alhier, bestaan voornaamlijk in de zanderijen; eene
-moejelijke arbeid, die door hen met 10 Schepen aan den gang gehouden
-wordt: veelen der afgezande landen zijn tot de bouwerij toebereid,
-welke nuttige taak nu ook verscheidenen der ingezetenen het sobere en
-slechts het hoognodige levensonderhoud verschaft, en de omliggende
-landstreek niet weinig verfraait: want hoogst aangenaam is tog het
-gezicht van wèl bebouwde en weelig groejende landen.
-
-De geschiedenis van Bussem bevat, voor zo verre zij bekend is, of
-liever verteld wordt, niets van eenig aanbelang: wat onze jongstledene
-onlusten betreft, kan men zeggen, dat dit dorp daarin een gering deel
-gehad heeft: althans geen ander dan Gooiland in ’t algemeen.
-
-
-
-
-Onder de
-
-BIJZONDERHEDEN,
-
-Welken te Bussem te bezichtigen zijn, behoort zekerlijk in de eerste
-plaats genoemd te worden het Kapelletjen, of Kerkjen, waarvan wij boven
-verslag gedaan hebben: voords zullen zij, die dit dorpjen gaan
-bezoeken, ’t zig niet beklaagen, zo zij de moeite neemen, om ook het
-nabij gelegen Oud-Bussem voorgemeld, te gaan bezichtigen; hetzelve is
-thans in de familie van den Heere Scherenberg: nog verdienen in
-oogenschouw genomen te worden, de tegen Oud-Bussem over liggende
-Landhoeve
-
-
-
-
-BERGHUIZEN.
-
-Als mede eene andere Landhoeve, genaamd
-
-
-
-
-KOMMERRUST.
-
-Van de beide laatstgemelde ongemeen schoone Landhoeven, die met
-gemaklijke huizingen voorzien zijn, vindt men de volgende lofspraak
-aangetekend:
-
-„Deeze Hofsteden, die met een lange laan vanéén gescheiden zijn, zouden
-wij met recht de eerste verblijfplaats der schelle nachtegaalen mogen
-noemen; hier vindt men dreeven van Linden- Eiken- Iepen- en
-Berken-boomen, die het oog naauwlijks kan ten einde zien: de
-afgegravene heigronden, die thans in vruchtbaare akkers hervormd, en
-met wateren, hier en daar doorsneden zijn, bezoomen de voorzijden
-deezer hoeven, en leveren een onbelemmerd uitzicht, op de net beplante
-wallen van Naarden, ’t welk er even zo verre afgelegen is, dat het oog,
-zonder zig te vermoejen, hier op in het verschiet een aangenaam gezicht
-kan hebben.”
-
-Niet verre van deeze lustplaatsen, is ook nog te bezichtigen, en der
-bezichtiginge overwaardig, de aangenaame hoeve,
-
-
-
-
-KRAAILOO,
-
-Dat met zijne heuvelen, dalen, akkers, en waranden, allerbevalligst
-gelegen is, en weleer eene buitenplaats uitmaakte, die ongemeen groot
-in haar beslag, en verrukkelijk in haare ligging was; dan, thans is
-dezelve in tweeën verdeeld, in eene zuidzijde, en noordzijde.
-
-Niets zonderlings is het dat op dit dorp geene vreemdelingen komen
-logeeren; niets zonderlings is het derhalven ook, dat men er geene
-logementen vindt, zelfs zijn er geene herbergen, welken dien naam
-verdienen te draagen; bij een en ander dorpeling, kan men echter het
-noodige ter ververschinge bekomen.
-
-
-
-
-Wat de
-
-REISGELEGENHEDEN
-
-Te Bussem betreft, afzonderlijke voor het dorp zijn er niet, met weinig
-moeite echter wandelt men van daar naar Naarden, en naar het een of
-ander nabijgelegen dorp, alwaar men ligtlijk gelegenheid ter verdere
-afreize vindt: ’t gebeurt ook wel, dat men eene gelegenheid aantreft om
-per rijtuig naar Naarden voornoemd, of naar Utrecht gebragt te worden,
-alzo de Heereweg tusschen die twee steden door Bussem loopt, en die weg
-nog al bereden wordt, ’t welk het dorpjen ook eenige levendigheid
-bijzet.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-MUIDERBERG.
-
-
- Wie Zee en lomrig hout bemint,
- Op ’t bouwland zijn genoegen vindt,
- Met duinzand gaarne blinken ziet,
- Vergeete MUIDERBERG dan niet.
-
-
-In het aangenaame Gooiland, beslaat zekerlijk geene onaanmerkelijke,
-noch onbevallige plaats, het dorpjen waarover wij thans onze leezers
-moeten onderhouden; te recht wordt van hetzelve gezegd dat men aldaar
-in een klein bestek beschouwt: „alle de veranderingen van Gooiland, van
-heuvelen zaai- en wei-landen, en bosschaadjen, benevens het gezicht op
-de Zuiderzee; ook ontbreekt het er geenzins aan bekoorelijke
-lusthoven?”
-
-
- Al wat het oog verrukken kan;
- Vindt men hier bij elkander,
- Wat deel des gronds men ook betreed’,
- Het een is niet als ’t ander;
- Nu is ’t de ruime Zuiderzee,
- Dan duin, hier breede velden,
- Wier bloejend boekwijt, en wier graan,
- Den gunst des Scheppers melden;
- Gintsch is het welig kreupelbosch;
- Daar aangenaame dreeven;
- Al wat hier is kan ’s wandlaars oog
- En hart voldoening geeven.
-
-
-Geen wonder derhalven dat het omliggende landvolk, niet alleen, maar
-ook de naaste stedelingen, als die van Naarden, Muiden, maar
-voornaamlijk de Amsteldammers, er zig eene buitengewoone genoegelijke
-uitspanning van maaken, een dagreisjen naar dit bevallig pleksken
-gronds te doen.
-
-
-
-
-De
-
-LIGGING.
-
-Van Muiderberg, kan gezegd worden te zijn aan de Zuiderzee, een klein
-uur gaans ten Zuidoosten van Naarden, en een groot half uur ten
-noordwesten van Muiden—Schoon Muiderberg thans onder Gooiland gerekend
-worde, moet het evenwel omtrent vijf eeuwen vroeger onder Amstelland
-behoord hebben; want Graaf Willem van Henegouwen, de derde van dien
-naam onder de Graaven van Holland, beschrijft in eenen brief, gegeven
-in den jaare 1324, dit plaatsjen als gelegen in den Lande van Amstel,
-begiftigende de Capelle aldaar, (nu de kerk, waarvan straks nader,) met
-inkomsten uit de visscherij van de gezegde Lande van Amstel; hoe het
-echter in vervolg van tijd onder het Bailluwschap van Gooiland gekomen
-is, wordt, zo veel ons bewust is, nergens aangetekend. Uit het
-bovengezegde blijkt dat de grond van Muiderberg, hoewel over het
-algemeen zeer zandig, niet onbekwaam is ter beplantinge en bebouwinge
-met boomgewas, land- en veld-vruchten; de ligging is, over het
-algemeen, zonderling behaaglijk; ieder kan er zig naar zijnen smaak
-verlustigen, waarom het ook zeer bloejend mag genoemd worden,
-voornaamlijk ter oorzaake van de veelvuldige bezoeken die het, gelijk
-wij reeds zeiden, ontvangt; zeker, die des zomers de eenzaamheid zocht,
-zoude zig niet naar Muiderberg moeten begeeven; de strand der zee
-krielt er gemeenlijk van vrolijke gasten, die zig, wandelende, onder
-het aanheffen van een luchtig deuntjen vermaaken; of, bedaarder, maar
-meer verrukt, met hunne minnaressen over de gevoelens van hun hart
-kouten, en nu en dan, ter beantwoordinge van een zijdelings lonkjen,
-een kuschjen plukken, dat onder den ruimen hemel meer aangenaamheids
-ontvangt, en welks klank door het geruis der zee verdoofd wordt; hier
-zitten talrijke gezelschappen, of kleinere gezinnen in het warme zand,
-of op het frissche gras neder, en doen een genoeglijke en landlijke
-maaltijd, of stoejen, onderling dat de schateringen in de lucht
-wedergalmen; of drinken elkander een frisschen teug toe: is de zee niet
-ongestuimig, dan ziet men niet zelden en menigte mans en knaapen met
-ontblotene beenen, een goed eind wegs in dezelve ingaan, het geen eene
-aangename vertooning maakt; of ook gaan digt aan het woelend water de
-kinderen zig vermaaken met het verzamelen van de opwerpselen der zee,
-schattende somtijds een door het water glad geschuurd keitjen hooger
-dan zij eene wèl geslepene diamant zouden schatten; of een schelpjen
-hooger dan de onderlinge vriendschap, want zulk een schelpjen is in
-hunne oogen waardig genoeg om tot schreiens toe te kibbelen wie zig het
-gevondene zal benaderen, daar verscheidene handen er te gelijk naar
-uitgestrekt zijn geworden; met één woord, de vermaaken die te
-Muiderberg genoten worden zijn te talrijk om ze allen te beschrijven,
-en te vol gewoel om er een wèl geordend tafreel van te ontwerpen; allen
-helpen zij intusschen, zo als wij reeds zeiden, den bloei van het
-plaatsjen niet weinig bevorderen.
-
-’T is omtrent deeze plaats, omtrent dit dorpjen, dat, naar ’t gevoelen
-van eenigen, Graaf Floris de Vijfde, door de zamengezworenen is
-omgebragt; (zie onze beschrijving van Naarden, Art. Geschiedenissen,)
-’t geen anderen, doch verkeerdlijk, willen, dat op het Muiderslot zoude
-geschied weezen, ’t geen echter van de beste Historieschrijvers wordt
-tegengesproken, in navolging van welken de Puik-dichter Antonides van
-der Goes, in zijnen Y-stroom, bladz. 108, ook zegt:
-
-
- Toen Velzen, zoet op wraak, met zijne vloekgenooten,
- Den Graaf, zijn’ wettig Vorst, den dolk in ’t hut dorst stooten,
- En Gooiland verwen met het bloed van zijnen Heer.
-
-
-Woorden die allerduidelijkst te kennen geeven dat, volgends den
-Dichter, ’s Graaven bloed den Gooischen bodem, (niet den grond van
-deeze of geene kamer in het Muiderslot,) geverwd heeft.
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-De naamsoorsprong van Muiderberg, wordt voegelijk afgeleid, (ook is er
-geene andere bedenking over te maaken,) van de daar nabij gelegene stad
-Muiden, en de naastaanliggende hoogte; welke, voor zo verre die waarop
-het dorp ligt betreft, en met betrekking tot de doorgaande vlakke
-eigenschap van ons Land, den naam van berg verkregen heeft, als vrij
-hoog zijnde, en boven allen die rondsom liggen uitsteekende; deeze
-hoogte, of berg, nu (bij Muiden liggende,) zal dan den naam van berg
-van Muiden of Muiderberg verkregen hebben, en voords het Dorp ook met
-dien naam benoemd weezen.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE.
-
-Wie Muiderberg eigenlijk gesticht of aangelegd zoude hebben, daarvan
-zijn geene bescheiden voorhanden: oud moet het zekerlijk zijn, uit
-aanmerkinge van den reeds gemelden Giftbrief van Graave Willem van
-Henegouwen, geschreven in den jaare 1324; want daarin wordt het, gelijk
-wij gezien hebben, reeds gespeld.
-
-Wat de grootte betreft, volgends de lijsten der verpondingen van den
-jaare 1632, stonden er toen 34 huizen, doch honderd jaaren laater, in
-1732, bedroeg dat getal niet meer dan 28 huizen; weshalven het in de
-gezegde honderd jaaren, 6 huizen verminderd is; thans zijn er weder 6
-minder, naamlijk slechts 22, het welk zeer ligtlijk het geval van
-dergelijke, schoon bloejende, dorpjens kan worden, want die bloei
-bestaat gemeenlijk in niet meer dan in eene genoegzaame broodwinning
-der bewooneren, ofschoon het daarom anderen, elders woonende, niet
-geraaden zij, zig aldaar met er woon te komen nederslaan, alzo zij
-welligt alles wat zij nog hadden verteerd zouden hebben, aleer zij
-gelegenheid kreegen om door hun toedoen den bloei des dorpjens te
-vermeerderen, en derhalven zig zelven in eenen bloejenden staat te
-bevinden.
-
-Men schat het getal der inwooneren op omtrent 200, die, uitgenomen
-eenige weinige Roomschgezinden, allen van den Gereformeerden Godsdienst
-zijn.
-
-Het schatbaar land onder het district van Muiderberg behoorende, wordt
-begroot op niet meer dan honderd en vijftig morgen.
-
-Een wapen heeft dit dorpjen niet.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-Dit Artijkel van ons plan betreffende kunnen wij, het tegenwoordige
-dorpjen aangaande, niet anders noemen dan de kerk, want Wees- of andere
-Gods-dienstige Gestichten zijn er niet voorhanden: de Weezen worden er
-bij de inwooners besteed.
-
-Van binnen is de kerk zeer zindelijk, doch ook zeer eenvoudig, hebbende
-volstrekt niets dat men kan zeggen een cieraad te weezen; ook is er
-geen orgel in.
-
-Derzelver vertooning van buiten, maakt zeer geloofwaardig het geen men
-er van aangetekend vindt, naamlijk dat het nog de capel zoude zijn
-welke de Roomschen in vroegere eeuwen aldaar gehad hebben; zij heeft in
-alles de gedaante van een capel, vooral van vooren; men gaat tot den
-ingang, (er is ook maar één ingang aan) door een laantjen van boomen,
-waar achter het bovenste gedeelte van de kerk zig verbergt: men wil dat
-dit gebouw gesticht zoude weezen, door den reeds meergemelden Graaf
-Willem van Henegouwen, de derde van dien naam; doch, en het geen van
-zelf spreekt, als eene capel, welke bij de Reformatie van binnen tot
-het oefenen van den Gereformeerden Godsdienst is toebereid.
-
-Thans staat op het gebouw een vierkante toren, zijnde van boven geheel
-plat; evenwel is dezelve zodanig niet altoos geweest; er heeft, zelfs
-nog in de tegenwoordige eeuw, een spits op gestaan, doch hetzelve is er
-door een’ stormwind afgewaaid, en sedert is er geen ander spits op
-gezet.
-
-Niettegenstaande de gemeente te Muiderberg altijd slechts bestaan hebbe
-uit omtrent 50 ledemaaten, heeft zij echter sinds het jaar 1687, haar
-eigen Predikant, zijnde sedert 17 Augustus, van den jaare 1783, de
-Wel-Eerw. en bij zijne gemeente zeer geliefde Heer, Kristiaan Johan
-Fruitier, behoorende onder de Classis van Amsteldam.
-
-De eerste Predikant alhier was Nicolaas Bassecour, bevestigd den 17
-Augustus 1687, en hem werdt den 13 October van het zelfde jaar, één
-Kerkraad, één Ouderling, en één Diacon toegevoegd, door een commissie
-uit de Classis van Amsteldam: in het jaar 1698, is zijn Wel-Eerw.
-beroepen te Schiedam—Voords hebben de volgende Predikanten alhier
-gestaan:
-
-Geerard Midlum, is bevestigd den 27 April 1698, en beroepen te ’s
-Graaveland 1706.
-
-Petrus de Bye, is bevestigd den 30 Mei 1706, en hier overleden, den 14
-Julij 1726.
-
-Roeland van Thiel, is bevestigd den 2 Febr. 1727, en heeft van zijnen
-dienst vrijwillig afgestaan 1747.
-
-Jan Rijser, is bevestigd den 28 Jan. 1748, en emeritus geworden in
-Sept. 1780.
-
-Carolus Pantekoek, is bevestigd den 29 April 1781, en op collatie
-vertrokken naar Niërvaart, gezegd de Klundert.
-
-De Pastorie is een vrij goed, en aangenaam gelegen gebouw.
-
-Het Schoolhuis voldoet mede allezins aan deszelfs oogmerk.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-Onder dit artijkel kunnen wij niet anders brengen, dan het Rechthuis,
-dat voor 3 jaaren een ruime Herberg was; doch sedert in een schoone
-lusthof is veranderd.
-
-
-
-
-KERKLIJKE REGEERING.
-
-Deeze bestaat sedert den 14 November, 1687, uit den Predikant, 2
-Ouderlingen en 2 Diaconen.
-
-Er zijn ook 2 Kerkmeesteren, die, in gevalle van afsterven, door Schout
-en Schepenen verkozen worden.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE REGEERING.
-
-Deeze is als op de andere dorpen van Gooiland: de Hooge Vierschaar
-wordt er gespannen door den Bailluw en de Schepenen van Gooilands
-Hoofdstad, Naarden, de Civile rechtbank wordt gespannen door Schout en
-Schepenen, zijnde deeze laatsten vijf in getal.
-
-Voords zijn alhier mede twee Buurtmeesters en twee Kerkmeesters: van
-den eerstgemelden gaat jaarlijks één af.
-
-De Schepens worden verkozen door den Bailluw, uit een nominatie van een
-dubbeld getal, gemaakt door den Schout en Buurtmeesters: aan de nieuw
-verkozene Schepenen staat de verkiezing van den Buurtmeester, die voor
-dat jaar aankomt; zie boven.
-
-Voorrechten heeft Muiderberg, voor zo verre ons bewust is, niet.
-
-
-
-
-De
-
-BEZIGHEDEN
-
-Der bewooneren, zijn meestal de landbouw, waartoe zij, gelijk wij
-hiervoor reeds zeiden, goede gelegenheid hebben: het zaajen van
-boekwijt en rogge, en het pooten van aardappelen, gaat er zeer sterk:
-voords vindt men er eenigen van die werklieden welken in de burgerlijke
-zamenleving volstrekt onontbeerelijk zijn.
-
-
-
-
-Wat aangaat de
-
-GESCHIEDENISSEN,
-
-Van Muiderberg, de beschrijving van deezen vereischt geene breede
-plaats: in de oorlogsrampen van Muiden en Naarden, heeft het zeer
-waarschijnelijk zijn deel gehad, ofschoon wij desaangaande niets
-bijzonderlijks vinden aangetekend; alleenlijk is het optemaaken uit den
-aart dier rampen, zodanig zijnde, dat zij zig maar zeldzaam, of liever
-nooit, aan een klein plekjen gronds bepaalen, maar altoos eenen ruimen
-omtrek inneemen; de bewerkers dier rampen zijn Vorsten, deezen zegt
-men, niet ten onrechte, schoon tot hunne schande, hebben lange armen,
-en zulks wordt in tijden van oorlog met nadruk gevoeld; als hunne armen
-gewapend zijn, rijken hunne zwaarden mijlen ver; en slaat men het oog
-op hunne laaghartige huurelingen, die vijanden van alle menschlijkheid,
-zeker, dan is het nog minder te bewonderen dat de rampen des oorlogs,
-zig nimmer bij een klein pleksken gronds bepaalen; de gezegde
-vorsten-slaaven, zijn over het algemeen losbandige booswichten,
-uitgehongerde raaven, die onder den dekmantel van rechten des oorlogs,
-hunne harten met gruwelen, en hunne maagen met geroofde beeten vullen,
-gelijk zij ook niet zelden hunne beestachtige lusten voldoen ten koste
-van de eer veeler braave vrouwen en maagden—is er immer een tijd
-geweest waarin zulks dagelijks ondervonden wordt, ’t is de tijd dien
-wij beleeven; door geheel Europa woedt en plundert de schenzieke en
-hoogst verachtelijke soldaat.... doch welhaast wordt veelligt de dag
-geboren, (sommigen meenen zelfs de eerste morgenschemering daarvan
-reeds te bespeuren,) waarop alle vorst, alle soldaat.... dan op dien
-toon voordgaande, zouden wij de eigenlijke paalen van ons plan
-overschreiden.
-
-Door het vuur heeft Muiderberg, voor zo verre wij hebben kunnen
-naspooren, nooit veel geleden; ook niet door het water; want ofschoon
-het nabij de zee gelegen zij, heeft de goeddoende en altijd zorgende
-Natuur het dorpjen, door middel van vrij hoog duin tegen de woede van
-dat element beveiligd.
-
-„In den jaare 1673 hadden de Franschen,” dus luidt een gedeelte der
-historie van dit dorp, „zig op Muiderberg verschanst en batterijen
-opgeworpen tegen die van Muiden, welke stad zij toen onder hunne magt
-hoopten te krijgen; zij werden echter van daar verdreven, door
-verscheidene uitleggers op de Zuiderzee, die van Amsteldam gezonden
-werden, en door vlotschuiten met kanon waarvan men drijvende batterijen
-maakte, die hen van de vaart tusschen Muiden en Naarden zo benaauwden,
-dat zij op den 6 Junij van ’t gemelde jaar opbraken, en hunne
-onderneemingen lieten vaaren.”
-
-Bij de omwending in onzen burgerlijken staat, heeft Muiderberg zeer
-veel geleden: door de Pruissen zijn alle buitenplaatsen grootlijks, en
-Rustrijk, die van den Heere Abbema, ook de Pastorij, geheel en al
-geplunderd: verscheide weken hebben veele oude lieden en kinderen zig
-in de open lucht moeten ophouden, om derzelver schreeuwende
-mishandelingen te ontvlieden: wij mogen intusschen niet vergeten
-aantetekenen dat de ingezetenen aldaar meest de Patriotsche partij
-toegedaan waren, en zij zig, op last der Heeren Staaten van Holland en
-Westvriesland, ook in den wapenhandel geoefend hebben.
-
-
-
-
-Onder de
-
-BIJZONDERHEDEN,
-
-Van dit dorpjen, behooren twee kerkhoven, het eene reeds in de
-voorgaande eeuw aangelegd voor de Hoogduitsche Jooden, van welken hier
-doorgaands honderd in het jaar begraven worden; het andere is, sedert
-een jaar aangelegd, voor de Lutherschen van ’t Oude licht; doch tot
-heden toe heeft niemand hier eene rustplaats voor zijn overschot
-verkozen.
-
-Het voornaame logement waartoe de voorgemelde buitenplaats van den
-Heere Abbema gemaakt is, verdient mede eene bijzonderheid genoemd te
-worden, uit aanmerking van de zonderling grootsche aanleg, (waarvan
-mogelijk in geheel het Vaderland, geen voorbeeld voorhanden is,) zo wel
-als van de kleinte van het dorpjen, alwaar dezelve gevonden wordt; doch
-wanneer men aanmerkt dat de Grooten reeds vóór dien aanleg gewoon waren
-zig op Muiderberg te komen verlustigen, en ook dat er verscheidene
-buitenplaatsen rondsom liggen, allen welken geduurende het zomersaisoen
-bewoond worden, dan komt de verkiezing van dien aanleg niet zo geheel
-bijzonder voor; men konde tog vooraf op voldoend vertier staat maaken,
-om reeden van hetgeen wij zo even zeiden; want dat vertier moet ook
-alleen slechts van de Grooten komen, de burger schrikt op het zien van
-den prachtigen aanleg, zodra hij het woord Logement er voor leest:
-vooral is deeze plaats eene bijzonderheid, wegens de aanmerkenswaardige
-echo die men aldaar heeft, en welke veele vreemdelingen derwaards lokt;
-de Edele Heer Willem Hooft, te Amsteldam, heeft er den zeer geleerden
-Heere Martinet, nagenoeg de volgende beschrijving van medegedeeld—men
-vindt er een ouden muur in een halve cirkelronde gedaante, zeven voeten
-hoog gebouwd, met een schuinse rollaag, die men op één voet mag
-rekenen; de middenlijn deszelven beloopt op honderd en negen voeten
-binnenswerks: vijftien voeten ten noorden achter deezen muur staat eene
-hegge, die twee of drie voeten hoog boven denzelven uitsteekt, en
-eenige roeden verder vindt men hooge boomen; wanneer men nu vóór deezen
-muur gaat staan, dan ziet men tusschen beiden eenen platten beplanten
-grond, en achter zig heeft men eenen anderen halven cirkel van latwerk,
-waartegen eenig geboomte is opgeleid, zijnde de afstand van het
-middenpunt des muurs tot dat van het latwerk, van honderd twee- en
-twintig en een halven voet Amsteldamsche maat.
-
-Indien men zig nu plaatst op den afstand van drie- en- vijftig voeten
-van het middenpunt des muurs, en een ander zeventien voeten ten westen
-bezijden den eerstgemelden gaat staan, en dan zacht of hard, geheele
-versen spreekt, beantwoordt de echo dezelven, niet achter elkander,
-maar elk afzonderlijk, één voor één: dan, het verwonderlijkste van
-alles is, dat de stem of de echo niet schijnt terug te komen van den
-muur, maar uit den grond, zeer juist alle woorden nabaauwende.
-
-Deeze echo is aldaar ontdekt voor bijna zeventig jaaren, toen de Heer
-Homoet eigenaar dier plaatse was, en bij gelegenheid dat men eene
-ligusterhegge uitroeide: intusschen is het zeker, dat in het
-Vaderlandsch Treurspel, Gerard van Velzen, in het jaar 1613 in ’t licht
-gegeven, reeds gesproken wordt van het verstoord gebeente van dit
-cirkelrond, en van de echo, bij gevolg is deeze muur, (waartoe gemaakt
-weet men niet, mogelijk tevens tot eene begraafplaats,) en dus ook
-deeze overschoone echo, al vóór honderd een- en- dertig jaaren, bekend
-geweest, die daarna in het vergeetboek geraakt kan zijn, toen deeze
-hofstede, uit de eene hand in de andere overging, tot dat men, de
-ligusterhegge uitwerpende, dezelve toevallig ontdekte.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN.
-
-Deezen zijn als die van Muiden, want van Amsteldam met de schuit tot
-daar gekomen zijnde, vaart men met de Naarder schuit tot de
-Hakkelaarsbrug, alwaar men uitstapt om verder naar Muiderberg te
-wandelen—Terug gaat men weder, of naar Muiden, of naar de
-Hakkelaarsbrug voornoemd, en zo verder op Amsteldam.
-
-’T is voor een vaderlander nog al niet onaangenaam, aan gezegde brug te
-moeten uitstappen, alzo hij aldaar vergast wordt op het zien van de
-Stolp, de landlijke retraite, van den nu zaligen onwaardeerbaaren
-Burgervader Hendrik Hooft Danielsz., nog het voorwerp van aller braaven
-achting, en die op dat buitenverblijf zijnen hoogen ouderdom sleet,
-onder de aangename streelingen van een voldaan geweeten, niet alleen,
-maar ook van de hoop, van vóór zijn’ dood zijn vaderland, en met nadruk
-zijne geliefde Amstelstad nog eenmaal gelukkig te zullen zien.
-
-
-
-
-LOGEMENTEN,
-
-Deeze zijn geene anderen dan de reeds gemelde plaats van den Heere
-Abbema; voords zijn er nog twee herbergen van mindere rang.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE STAD WEESP.
-
-
- Zo lang de Zilvren VECHT uw boorden blyft besproeien,
- O WESOP! en Natuur u met haar schoon vereert.
- Zo lang de Koopmanschap in Nederland zal bloeien;
- GENEVER, en door Oost en Westen word begeerd.—
- Zo lang de Naneef TROUW op hogen prys zal stellen,
- Hoort Gy, MYN VADERSTAD! uw naam met blydschap spellen.
-
- B. P.—
-
-
-Onder de geene stem in Staat hebbende Steden van Holland, is Weesp
-geenzins eene der geringste, zo wegens derzelver oudheid, vermaardheid
-als vermakelijke ligging aan de Rivier de Vecht; een half uur ten
-Zuidwesten Muiden; omtrent twee uuren ten Westen Naarden; ruim twee
-uuren ten Zuidoosten Amsteldam, en ruim vijf uuren ten Noorden Utrecht.
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-Bij de Geschiedschrijvers vind men wegens den Naams-oorsprong niets
-zekers geboekt. Dat deeze Stad haren naam van de Usipeten ontleenen
-zoude, luid al te fabelachtig, om daar aan geloof te slaan. Dat zij
-dezelve aan eenen Here de Wesopa, die aldaar een Kasteel, van dien
-naam, zou gesticht hebben, verschuldigd is, is even onzeker, en dat zij
-om haren geduurigen kloekmoedigen tegenstand door haare vijanden,
-leenspreukig, Wespe of Wispe zoude genoemd zijn, hier voor is geen’ den
-minsten grond te vinden: ’t zij ons genoeg dat er in Holland een
-Steedje is, dat Wezop of Weesp genoemd word, bij welke laatste benaming
-het thans allermeest bekend is.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE.
-
-Hoewel men den tijd der Stichting dezer Stad met geene zekerheid
-bepalen kan; veel min of dezelve altijd met vestingen omringd of bevest
-is geweest; kan men echter bewijzen dat zij in den Jaare 1131 reeds
-bekend was, als blijkt uit zekeren brief van Andreas den
-vijfentwintigsten Bisschop van Utrecht, waarin van bovengemelden Hero
-gewaagd word. In de handvest van Hertog Willem van Beieren in ’t Jaar
-1355, word van Weesp het allereerst melding gemaakt, als van eene Stad,
-voorzien met poorten en wallen, en hare Burgers Poorters genoemd.
-
-De Stad is zeer ruim en luchtig gebouwd en heeft verscheidene straaten,
-die zeer wél betimmerd zijn; van het Zuiden tot het Noorden doorsneden
-van de stroomende Rivier de Vecht, waar aan een Schutsluis ligt, die in
-een Graft uitlopende, het grootste gedeelte der Stad wederom in tweeën
-deelt; terwijl het zuiderdeel met drie Graften voorzien is, die allen
-in de laatstgenoemde hunne inwatering hebben.—Volgends de jongste
-beschrijving beloopt het getal der Inwooners op bijkans 2800 menschen,
-woonende in omtrent 500 huizen, die wederom in ruim 730 woningen
-verdeeld zijn. Uit oude tekeningen en beschrijvingen blijkt het, dat
-Weesp voorheen met steenen wallen is omgeven geweest, welker
-grondslagen men, bij gelegenheden, noch ontdekken kan, en waar van men
-noch de overblijfsels ziet aan de Muiderpoort, de Waag en den
-zogenaamden Olijmolen, welke gebouwen zekerlijk voor een gedeelte als
-rondeelen der oude vestingwerken moeten beschouwd worden: verval en de
-uitleggingen der Stad hebben derzelver afbraak noodzakelijk
-gemaakt.—Tegenwoordig is de Stad alleen aan haar Oost en Zuidelijk
-gedeelte met aarde bolwerken voorzien, die naar de regelen der
-hedendaagsche Vestingbouwkunde opgeworpen zijn. Behalve de andere
-uitgangen, heeft deeze Stad drie poorten, namelijk, de Muider, Naarder
-of ’s Gravelandsche, en Utrechtsche poort; de eerste is een oud gebouw,
-in wiens voorgevel het Keizerlijke wapen staat uitgehouwen, waar onder
-het Jaargetal 1552: de twee laatste zijn in den Jaare 1676 gebouwd, en
-van eenen ordentlijken aanleg.
-
-
-
-
-’T WAPEN.
-
-Weesp heeft twee Wapens: te weeten het Oude en Nieuwe. Het oude
-verbeeld een Kerk, met een’ grooten toren aan den Voorgevel en een’
-kleiner’ in de midden: de figuur heeft veel overeenkomst met het
-tegenwoordig Kerkgebouw. Het nieuwe is een zilveren paal op een blaauw
-veld. Het eerstgenoemde word noch ter bezegeling van brieven of
-decreeten gebruikt.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-De groote Kerk, waarin de Gereformeerden hunnen Godsdienst oefenen, is,
-volgends Jacobus de la Torre, gesticht, of ten minsten voltooid, in den
-Jaare 1462, wanneer zij, naar het Roomsch Kerkgebruik, aan St.
-Laurentius wierd toegewijd. Het is een schoon, lang en luchtig Gebouw,
-pronkende met eenen spitsen toren, in wiens Koepel een welluidend
-Klokkenspel hangt, in 1672 door den vermaarden Petrus Hemoni
-vervaardigd. Op het Choor is noch een klein torentje. Dit Gesticht rust
-binnenwerks op 18 pijlaaren, zijnde rondom de meeste, de Predikstoel,
-de Gestoeltens der Regeering en anderen geplaatst.—Het Orgel, in 1592
-gemaakt, heeft, naar den tijd waarin het zelve vervaardigd is, geen
-onaangenaam geluid, en word met deuren gesloten.—In het Choor, dat met
-een fraai koperen hek van de Kerk is afgescheiden, vind men een’
-kleineren Preêkstoel, voormaals gebruikt, wanneer de promotie der
-Latijnsche Schooljeugd geschiedde. De Gereformeerde Gemeente word
-bediend door twee Leeraars, Leden der Classis van Amsteldam: het
-tractement van den Oudsten bedraagt 1000 Guldens en vrije woning in de
-Pastorij, dat van den jongsten is 1100 Guldens.
-
-De Lutersche Gemeente word bediend door een’ Predikant behorende onder
-het Consistorie van Amsteldam, zij is eene der aanzienlijkste dier
-Geloofsbelijderen in deeze Republiek. De plaats, ter oefening van
-hunnen Godsdienst geschikt, is een klein doch net Gebouw, van binnen
-versierd met een fraai Orgel. De oorsprong deezer Gemeente word,
-volgends de waarschijnlijkste berichten, gesteld op den 28sten
-September 1642. Tobias Brustenbach was de eerste Leeraar maar ook te
-gelijk derzelver Stichter. In den Jaare 1647 wierd deeze Gemeente, die
-tot dien tijd haare Godsdienstige bijeenkomsten in een klein Huisje op
-de Achtergracht gehouden had, in staat gesteld tot den aankoop van een
-Huis en erve, ’t welk, in 1654 met noch een ander Huis en erve
-vergroot, het tegenwoordig Kerkgebouw uitmaakt; tot den Jaare 1782, was
-zij in zodanige omstandigheden geplaatst, dat somtijds het nabuurig
-Amsteldam tot het onderhoud harer Leeraar moest medewerken; wanneer zij
-door een aanzienlijk Legaat, haar bij uiterste wille besproken door
-wijle Vrouwe Voigt, wonende te Muiderberg, in staat gesteld wierd zich
-zelve te kunnen onderhouden. Den 30 September 1792, wierd eene
-Jubelpreêk, bij gelegenheid van de 150 jarige instandblijving der
-Gemeente, door haaren toenmaligen Leeraar gedaan.
-
-De Roomsch Catholijken hebben hier ook eene Statie, die tegenwoordig
-door eenen waereldlijken Pastoor en Capellaan word waargenomen. Hun
-Kerkhuis is van binnen met een naar de bouwkunst geordend altaar
-versierd, en het gewelf met Bijbelsche en Kerkelijke Geschiedenissen
-fraai beschilderd. Waar aan de vochtigheid en ouderdom echter veel
-nadeel hebben toegebragt. Daar en boven is het Gesticht zelve zeer
-bouwvallig en veel te bekrompen: ter ondersteuning van het
-Gregoriaansche Kerkgezang is er een klein doch zeer welluidend Orgel in
-geplaatst. Thans is op requeste, door Kerkmeesteren dier Gemeente
-gepresenteerd, ten einde een geschikter Kerkhuis te erlangen, gunstig
-appui verleend, waar door aan het verlangen van het grootste getal der
-Gemeentenaaren spoedig zal voldaan worden, hebbende de Kerkbestuurders
-bereids daar toe een geschikte plaats aangekocht.
-
-De Joden, wier getal alhier sints weinige Jaaren merkelijk is
-toegenomen, hebben hier een Sijnagoge of bedehuis, dat een zeer klein
-doch net gebouw is.
-
-Onder de Gestichten die eenige aandacht verdienen bekleed het St.
-Bartholomei Gasthuis geene geringe plaats. De tijd van derzelver
-stichting is onzeker; dat het echter van geenen jongen tijd is, blijkt
-uit den naam van hem aan wien het is toegewijd, en wiens beeldtenis of
-naam boven alle de buiteningangen dezes Gestichts is uitgehouwen. Het
-is een groot en geen onaanzienlijk Gebouw. Ofschoon voor zo verre men
-kan nagaan, alleen geschikt voor een Gasthuis of herberging voor
-Vreemdelingen, worden thans ook de gebrekkigen en behoeftigen, die door
-de Diaconie ondersteund worden, daarin besteed. De bestuuring van dit
-huis is thans opgedragen aan 4 Regenten en 3 Regentessen, die ’s
-Jaarlijks of op nieuw verkoren of anderen in hunne plaatsen gesteld
-worden.
-
-Het Burger-Weeshuis, in vroegere Eeuwen een Klooster voor de Zusteren
-van St. Jan Euangelist, is een schoon en ruim Gebouw, geschikt ter
-herberginge en opvoeding van Weezen, wier Ouderen Burgeren dezer Stad
-waren. Deszelfs bestuur staat thans aan 5 Regenten en 4 Regentessen,
-die mede Jaarlijks aangesteld worden.
-
-Het Armen-Weeshuis, een Gebouw, waarin sints 1667 de Armen Weezen, die
-te vooren in het St. Bartholomei Gasthuis gehuisvest waren, wierden
-opgevoed, en werwaards zij op besluit van Burgemeesteren en
-Vroedschappen in 1790 wederom wierden overgebragt, dient voor het
-tegenwoordige ter inkwartieringe der alhier in Guarnisoen liggende
-Militie.
-
-De orde vereischt dat hier ter plaatse ook melding gemaakt worde van de
-Stichting van wijlen den Heere Cornelis van Drosthagen, bij beslotene
-laatste wille, 1714 gemaakt, en 1718 door zijn dood bevestigd: volgends
-welke hij zijne Nalatenschap, bestaande in Huizen, Landerijen enz onder
-het bestuur van drie Executeuren van de Roomsche Religie gesteld heeft;
-zo nochthans dat bij het afsterven van eenen derzelven een’
-Gereformeerde door de aanblijvenden, in deszelfs plaatse, mogt verkozen
-worden; welk laatste reeds sints een aantal Jaaren heeft stand
-gegrepen.—De voordeelen, uit deeze Goederen voordspruitende, moeten in
-drieën verdeeld worden, als aan zijne behoeftige Vrienden van moeders
-zijde; aan het Arme Weeshuis, en aan Armen der Roomsche Gezindheid. Ter
-gedachtenisse van deezen Heer is in een gevel van een der vernieuwde
-Gebouwen een steen geplaatst, waarop men het volgende versjen leest:
-
-
- De voorzorg van Drosthagen
- Voor Armen, Weez’ en Magen,
- Zij steeds bij ’t Nageslacht
- Met dankbaarheid herdacht!——
-
-
-
-
-WAERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-Onder dezelve bekleed het Stadhuis de eerste plaats. Het is een
-buitengemeen schoon en kostbaar Gebouw, in den jaare 1772 geheel nieuw
-uit den grond opgehaald, pronkende met eenen arduin en hardsteenen
-Voorgevel, naar de Jonische en Dorische orden. Zo schoon dit Gebouw
-zich uitwendig opdoet, zo fraai is ook deszelfs binnenste. Bij het
-ingaan valt terstond de prachtige Vierschaar in ’t oog, welker
-beschouwing den Vreemdeling moet uitlokken om het zelve van binnen te
-bezichtigen. De Burgerzaal, Burgemeesters, Schepens en Vroedschapskamer
-zijn keurig geordend, naar den smaak gestoffeerd en versierd met
-prachtige en fraaje schilderstukken, door den Weesper Burgemeester
-Gijsbert Jansz. Sibille. Hoewel men den naam van deezen Kunstliefhebber
-in de Schilderboeken te vergeefs zoeken zou, en buiten deeze Stad
-weinig bekend schijnt te zijn, zo zijn echter de werken van zijne hand
-de opmerking der kenneren dubbel waardig.—Het Gebouw staat op de Grobbe
-bij de St. Joris brug, die in bovengemeld jaar met het daar voor
-liggend plein gelijk gemaakt is. Ter plaatse waar het tegenwoordig
-Stadhuis staat, was in het begin der voorige Eeuw de Schuttershof of de
-St. Joris Doelen; waar van in het oude Stadhuis noch eenige
-overblijfsels te vinden waren.
-
-De Waag, een oud gebouw, voorheen een rondeel der Vestingen, reeds in
-den Jaare 1407 geschikt tot het Stadhuis, waar toe het tot 1634
-gebruikt is, staat aan de Vecht. Behalve dat dezelve tot het wegen der
-Koopmanschappen enz. gebezigd word, strekt zij ook ter Vergaderplaats
-van sommige Gilden: terwijl op een harer vertrekken thans ook de
-Hoofdwacht der Militairen gehouden word. Derzelver Voorgevel is niet
-onaanzienlijk, en pronkt met het Wapen der Stad.
-
-De Stads School, mede geen onaanzienlijk Gebouw, heeft men, niet zonder
-grond, te houden voor een gedeelte van het Klooster, het Jonge Convent
-genaamd: in deeze kunnen ook de Kinderen van minvermogende voor niet
-onderwezen worden, waar toe aan den Stads Schoolmeester, een Jaarlijks
-tractement gegeven word.
-
-De Stads Fransche Kostschool voor Jonge Heeren, is een ruim en luchtig
-Gebouw, staande op de nieuwe Gracht aan het Zuideinde der Stad; deeze
-School is in eenen zeer bloeienden staat.
-
-Voords is alhier noch eene Fransche Kostschool voor Jonge Juffrouwen,
-wier aantal geduurig toeneemt.
-
-De Vleeschhal en Bank van Leening zijn geene Stadsgebouwen, wordende de
-eerste gehuurd; en de laastgenoemde behoort aan eenen Jood, die daar
-voor eene jaarlijksche recognitie aan de Kerk betaalt.
-
-De Godsdienstige en Waereldlijke Gestichten deezer Stad beschouwd
-hebbende, gaan wij over tot derzelver
-
-
-
-
-REGEERING.
-
-Alhoewel de kundige Schrijver der Grondwettige Herstelling van
-Nederlands Staatswezen verzekert, dat de vastgestelde Regeeringsform
-van Wezop of Weesp tot 1445 in handen van het Volk berustte, schijnen
-de handvesten der Stad ons het tegendeel aanteduiden, vermits in een
-geschreven handvest, die in de gedrukte niet gevonden wordt, en in
-1387, aan die ghemeenen Steden en Dorpen van Amsterlandt ende van
-Goijlandt door Herthog Albrecht van Beieren is gegeven, het 1e. Art.
-van den volgenden inhoud is. Dat wij off dien wij dat bevelen, off onse
-Baliuw, die nu is off naemaels wesen zal, altoes Schepenen kiesen zal
-binnen Steden ende opten Dorpen, alsoe veel als costumelijk is, op
-onser Vrouwendach te Lichtmisse van den redelijcxsten en vroetsten
-knaepen, enz.—1407 gaf Jan van Beieren, Elect van Luijdik, als Heer van
-Muijden, van Wesop, van Naerden ende van Goijlandt, ook eenen openen
-brieve, in welken hij om oerbaer ende nutschap wille zijns lands
-voorss. zijne bovengenoemde ondersaten overdragen heeft eenige puncten,
-onder welke het 10. Art. van ons handschrift dus luidt. „Item, soe
-willen wij dat binnen onsen Stede van Weesop van deser tijt voort wesen
-sullen seven Scepenen die onse Dienaars daer sullen setten: welke
-handvest door Filips van Bourgondien, als Ruwaert ende oir der Landen
-van Hollandt in 1425 gheconfirmeert ende ghevesticht is. Hoe het met de
-Regeering, voor Albrecht van Beieren, gesteld is geweest, daar van
-zijn, zo ver mij bewust is, geene bewijzen voorhanden. Het zij ons
-genoeg betoogd te hebben dat de Graven, ten minsten, de Schepenen
-hebben aangesteld, en dat zulks geenzins door het Volk of deszelfs
-vertegenwoordigers geschied is.—Filips van Bourgondien, gaf in den
-Jaare 1445 aan de Stad Weesop de handvest, waar bij hij haar ghegont
-ende gheconsenteert heeft, dat voortaen één ende dertich die rijcste
-poorteren, die meeste leggende erven en staende ghetimmert hebben, en
-de hoegste daer in ’t schodt staen, alle jaer op onser Vrouwendach
-Purificatio bij de meeste stemmen kiesen sullen vierthien goede
-notabile mannen, uijt den voorss. XXXI of uijt andere die poorteren van
-Weesop, uijt welke XIIII persoenen alsoe bij den één en de dertich
-ghecoeren wesende bij der meeste stemmen onsen raede van Hollandt, onse
-Baliuw van Goijlandt in der tijt wesende off die wij des machtigen
-sullen, op onser Vrouwen-dach purificatio kiesen ende eden sullen seven
-Scepenen, die dat toecomende Jaer Scepenen wesen sullen; welke Scepenen
-voort kiesen sullen ’t eerste jaer drie Burghemeesteren van onse Stede
-voorss. Als dat van outs ghewoonlijk is, ende voert alle jaer twee
-nieuwen Burghemeesters ende eenen ouden daar in te laeten blijven.” De
-verkiezinge der Regenten geschied ten huidigen dage noch naar den
-inhoud van dit Privilegie, alleen met dit onderscheid, dat de Nominatie
-van Veertienen thans door de 21 Vroedschappen op Vrouwendag (2
-Februarij) gemaakt word; zijnde het getal van 31, volgends besluit der
-Staten van Holland, genomen op 13 Januarij 1622, aldus verminderd.
-Ofschoon in dit Privilegie die verkiezing staat aan den Raade van
-Holland, den Bailiuw van Gooiland, of wien door den Grave daar toe
-zoude gemagtigd worden: zo is volgends een Staats resolutie van den
-20sten Maart 1603 de Bailiuw van Gooiland daar toe gemagtigd. De
-Regeering word dus saamgesteld, uit den Hoofdofficier, die tevens
-Drossaard van Muiden en Bailiuw van Gooiland is, en alhier eenen
-Stedehouder of Subsistut Schout heeft, drie Burgemeesteren, zeven
-Schepenen en een-en-twintig Raaden. Burgemeesteren en Vroedschappen
-hebben eenen Secretaris, die door hun Collegie word aangesteld; terwijl
-de aanstelling van den Secretaris van Schepenen door Heeren
-Gecommitteerde Raden van Holland geschied.
-
-
-
-
-DE GILDEN
-
-deezer Stad zijn de volgende:
-
-
- Het Timmermans, Metselaars en Glazenmakers Gild.
- Het Chirurgijns Gild.
- Het Kuipers Gild.
- Het Lakenkopers en Kledermakers Gild.
- Het Schoenmakers Gild.
- Het Bakkers en Kramers Gild.
- Het Turf- en Koorndragers Gild.
-
-
-Wordende Jaarlijks door Burgemeesteren en Schepenen, uit de ingeleverde
-nominatien, Gildemeesteren verkozen.
-
-
-
-
-HANDVESTEN EN PRIVILEGIEN (Voorrechten).
-
-Van deeze, haar door onderscheidene Graaven geschonken, zullen wij
-slechts de voornaamste en belangrijkste opgeeven; zijnde dezelve in
-aantal zeer veelen.
-
-Het eerste en aanmerkelijkste is, (voor zo verre ons bekend is, nimmer
-door den druk gemeen gemaakt,) dat, van Willem van Beieren, in 1355 aan
-die van Wesop gegeven; waar bij het hen vergund is, dat zij met allen
-heuren goeden tot ewighen daghen tollen vrij vaeren sullen te lande
-ende te water, overal in onse landen van Hollandt, van Zeelandt ende
-van Vrieslandt, voerbij alle onse tollen. Van welk Voorrecht de
-Kooplieden van Weesp noch hedendaags gebruik maken. In 1386. verleende
-Hertoch Albrecht van Beieren aan zijne goede Luiden van Wesop het recht
-eener vrije Jaarmarkt, duerende vier daghen voor ende vier daghen na
-sinte Victorisdagh enz. ook vergunde hij 1401. den Weespenaren, ten
-ewighen daghen tollen vrij te moghen vaeren door de tollen tot
-Sparendamme, hoewel hij hen twee Jaaren te vooren, volgende een op
-Pergament geschreven handschrift der Privilegiën van Muiden, het zelve
-Voorrecht, benevens de vrijheid der tollen door de Stede Beverwijck,
-tot wederopzeggens toe, vergund had.—In 1407, gaf Jan van Beieren, aan
-de Burgerij van Wesop het recht van Vonnissen te moghen halen, (niet,
-gelijk zij tot hier toe verpligt waren geweest, te Amsteldam te doen),
-maar bij hunne eigene Rechters, op die Kerksteghe tot Wesop, aan dat
-Gerecht van der Parochie. Van dien tijd af schijnt Weesp dus hare eigen
-Criminele Rechtbank gehad te hebben, welke handvest door Filips van
-Bourgondien, in 1425 nader bevestigd is. Bij deeze opgenoemde verdient
-ook geteld te worden, het verdrag of accord tusschen de Steden Utrecht,
-Weesp en Muiden in 1463 gesloten, waar bij, onder anderen ook, is
-vastgesteld, dat zij Stad ende Steden, die eens des anders Burgheren,
-poerteren ende ondersaten niet besetten noch belasten van ghenen
-saeken; behoudelijcken dat hunne Burgheren, poerteren en ondersaten
-elck in sijnre Stad en Steden den anderen wel besetten en beclaeghen,
-ende met recht wel bespreecken sal mogen van sijns selfs persoons
-schult ofte misdaden alleen enz. 1545. bevestigde Karel de Vijfde, op
-verzoek van Schout, Borghemeesteren, Schepenen ende Regeerders der Stad
-Weesp, het recht van Exue, ’t welk die thoonders van soe langhe Jaeren,
-dat geen memorie van menschen ter contrarie en is, mede gheuseert
-hadden.
-
-’t Zoude niet ongevoeglijk zijn hier nu noch aantehalen de bijzondere
-satisfactie in den Jaare 1577 tusschen Willem den Eersten en
-gevolmagtigden van Weesp en Weesperkarspel gesloten, dan om bijzondere
-redenen zullen wij hier van gewagen, als wij de lotgevallen der Stad
-beschrijven zullen.
-
-
-
-
-SCHUTTERIJ.
-
-Op deeze mag Weesp reeds van oude tijden roem dragen. In 1410 ten tijde
-van Jan van Beieren (schoon zij waarschijnlijker noch eerder plaats
-had,) arresteerden Schout, Scepenen en Raeden op den 4 April bereids
-een Reglement, waarnaar zich de Schutters gedragen moesten; aan
-dezelven wierden eenige voordeelige Voorrechten, als den Wijntap, de
-vrije Visscherij in het St. Anthonis Viswater enz. toegestaan; zijnde
-omtrent den eerstgenoemden met Burgemeesteren een accord gesloten,
-terwijl de laatste om de 3 Jaaren ten voordeele der Schutterij verpacht
-word, gelijk zulks in den voorledene Jaare noch heeft plaats
-gehad.—Behalve deeze heeft zij noch eenige andere Voorrechten, doch die
-wij om de kortheid des besteks, hier zullen overslaan.—De
-Burgerkrijgsraad bestaat, uit den Colonel (zijnde de aangeblevene der
-Heeren Regerende Burgemeesteren,) Capiteinen, Capiteinen Lieutenants,
-Lieutenants, Vaandrigs en Scribas, welke hunnen eigenen Secretaris
-hebben: men zoude dit articul met veele bijzonderheden kunnen
-vermeerderen, dan bijzondere redenen noodzaken ons deeze snaar
-onaangeroerd te laten.
-
-
-
-
-BEROEMDE MANNEN
-
-Die alhier geboren zijn; onder deezen telt men,
-
-
-Arend Louff, of Loufius, S. S. Theol. Lic. en Pastoor bij de Roomsche
-Gemeente alhier; geboren 17 Febr. 1597. overleden 19 Junij 1656.—
-
-Gijsbert Jansz. Sibille, Burgemeester dezer Stad, (zie bladz. 6.)
-
-Salomon van Til, beroemd Hoogleeraar in de H. Godgeleerdheid te Leiden,
-zag het eerste levenslicht in den aanvang des Jaars 1643. en is op den
-1 November 1713. overleden.
-
-Mr. Jan Ploos van Amstel, Advocaat te Amsteldam.
-
-en
-
-Pieter van Berendrecht, Contrarolleur, Eikmeester der schepen van de
-Ed. Mog. Heeren Raden van Staaten der vereenigde Nederlanden,
-Scheepmeter en Eikmeester der Stad Amsteldam.
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN EN VERMAAKEN.
-
-Oudtijds was deeze Stad zeer vermaard wegens dezelver Bier-Brouwerijen,
-wier aantal zeer aanzienlijk moet geweest zijn. Het bier wierd buiten
-en binnen ’s Lands verzonden, en was algemeen bekend onder den naam van
-Vlaamschen Doctor. Zeker oude Schrijver zegt: de inwoonders van Weesp
-zijn rijck, en hebben nu die neeringh van ’t beste bier dat over
-Hollandt gedroncken wort. Dan tegenwoordig is er maar eene
-bierbrouwerij, die, ofschoon in vroeger dagen in merkelijk verval,
-thans wederom in bloei is en eene uitgebreide verzending heeft. De
-Genever-stokerijen maken voor het tegenwoordige den grootsten handel en
-het bestaan der inwooneren uit. Vijftien dusdanige branderijen geven
-aan een groot aantal huisgezinnen het brood. Wij zullen ons met geene
-snorkende berekening van het verstoken van eene hoeveelheid Lasten
-Graan enz. ophouden; dan kunnen echter niet voorbijgaan aantestippen,
-dat, niet tegenstaande de laage Kunstgreepen, die men sints eenige
-Jaaren in ’t werk gesteld heeft, om de Weesper Genever in verachting te
-brengen, derzelver waarde geenzins gedaald, en derzelver verzending,
-vooral naar buiten ’s Lands merkelijk is toegenomen, terwijl men
-proevondervindelijk overtuigd is, dat zij ter buitenlandsche verzending
-beter voldoet dan eenige andere Nederlandsche Genever.
-
-Twee Katoendrukkerijen, met derzelver drogerijen enz. waar van een,
-niet verre buiten de Stad, onder de Jurisdictie van Weesper-Karspel
-gelegen is, geeven aan verscheiden burgers en inwooners, vooral des
-Zomers, een ruim bestaan; terwijl voor het overige de handwerksman in
-de beoefening van zijnen onderscheiden arbeid een kostwinning vindt.
-
-Wat de vermaken der Weespenaaren betreft, deeze kiest ieder naar zijn’
-smaak. Onder den meergegoeden Burger heerscht thans, over ’t algemeen
-genomen, een eenstemmige samenverkeering, midlerwijl het beoefenen der
-Wetenschappen onder hen ook hand over hand toeneemt; zijnde ter dier
-bevordering in den Jaare 1791, een Genootschap, onder de Zinspreuk,
-voor het Menschdom, opgericht, ’t welk bereids uit meer dan zeventig
-Leden bestaat.
-
-
-
-
-GESCHIEDENISSEN.
-
-Weesp, oudtijds leenroerig aan het Bisdom van Utrecht, was langen tijd
-als zodanig onder het bestuur van den huize van Amstel, waarom het, ten
-beteren verstande van deszelfs lotgevallen, niet ondienstig zal zijn
-daar van vooraf en kort verslag te doen. Uit eenen brief van den
-Bisschop Godefrid van 1172 of 1174, blijkt, dat Egbert van Amstel hem
-de helft der Tienden in Wispe wedergegeven had. 1225 begiftigde de
-Utrechtsche Bisschop Otto, Gijsbrecht van Amstel, den eersten van dien
-naam, met de hoge Gerechtigheid van Muiden, Weesp en Diemen: 1233 gaf
-Gijsbrecht volmagt aan Menso van Wesepe om uit zijnen naam afstand te
-mogen doen van zekere goederen in Benscop aan de Abdisse van
-Rhijnsburg. Gijsbrecht van Amstel, de derde van dien naam, is ook
-bezitter van Weesp geweest. Ofschoon Godelinde Abdisse van Elten, bij
-haren afstand van Gooiland (Nardinclandt) aan Graaf Floris den vijfden
-1280 deeze Stad mede onder hare eigendommen telde: is het echter zeer
-waarschijnlijk, dat hij, zelfs na zijnen zoen met den Grave, in het
-bezit daar van verbleven is, tot dat hij, als een medepligtige aan den
-moord van Floris, het Land moest ruimen, en zijne goederen voor den
-Grave verbeurd verklaard wierden. Graaf Jan de tweede, begiftigde daar
-mede zijnen Broeder Guido van Henegouwen, na wiens overlijden het weder
-aan Willem den derden verviel, en sints welken tijd deeze Stad onder
-het Graaflijk bestuur gebleven is.
-
-Hier uit ziet men dus dat Weesp, door de gedurige twisten van de
-Utrechtsche Kerkhoofden met de Heeren van Amstel, noodzakelijk aan de
-invallen van het Krijgsvolk der Stichtenaaren, of deszelfs
-saamverbondenen moest bloot staan.
-
-De lotgevallen deezer Stad zijn, naar de echte bescheiden in ’s Lands
-Historien geboekt, de volgende. In den Jare 1204. wierd Weesp, om dat
-Amstel de zijde van Lodewijk Grave van Loon tegen Willem den Eersten
-hield, door de Kennemers, onder aanvoering van Wouter van Egmond en
-Albert Banjaard, in de assche gelegd, welk onheil haar 1356 door
-Bisschop Jan van Arkel na eene vierdaagsche belegering, voor de
-twedemaal berokkend wierd. 1374 nam de Utrechtsche Bisschop Arnold van
-Hoorne ter wraake van eenen geleden hoon door Albrecht van Beieren, en
-ter ontheffinge van een Jaarlijksche schuld van 3700 ponden, sints
-1356, voor het Slot van Vreeland, de Stad in, en stelde haar onder een
-zwaare brandschatting. 1507 viel Weesp in handen van Karel van Egmond,
-Hertog van Gelder; zeer veel had zij toen te lijden, ’t welk
-voornamelijk veroorzaakt wierd, door dien zij geweigerd had bezetting
-in te neemen. De Geldersche, aan den eenen kant brand hebbende doen
-stichten, overrompelden ze aan de andere zijde, intusschen zich de
-Burgerij beijverde om den brand te blusschen.
-
-In de Nederlandsche beroerten hield deeze Stad de zijde des Konings van
-Spanje tot in het Jaar 1577, wanneer op den 16 Januarij, door Schout,
-Burghemeesteren ende ghemeene Rade ende Vroedtschap tot Weesp, van
-wegens Weesp en Weesper-Karspel ghecommitteert wierden, die eersame Jan
-Gerritz Cuijp ende Hillebrant Govertz, om met den Prince van Oranje,
-als Stadthouder over Hollandt, Zeelandt ende Vrieslandt een verding
-aantegaan, het welk ook op den 29sten derzelver Maand wederzijds
-gesloten wierd: onder de articulen van dit verdrag zijn de voornaamste,
-de vrijheid der Religie, en de Stad en ’t Carspel met gheenen soldaten
-te bezwaaren, ten waare door hoochnodigsten nood, daer het welvaren der
-lande, alsulcks ware vereischende, ende dan ’t zelve geschieden tot
-gemeijne costen der Landen van Hollandt ende Zeelandt.
-
-Niettegenstaande het evengemelde verdrag ontstonden er in 1579 reeds
-eenige verschillen tusschen de Roomschen en Onroomschen, welker
-eerstgenoemden op aandrijving der Regeering den Hervormden Godsdienst
-ondernamen te stooren; ’t welk ten gevolge had, dat de Staten van
-Holland, Willem Bardes, Burgemeester van Amsteldam derwaards zonden,
-die zeven Persoonen uit de Vroedschap, en drie daar van nevens den
-Secretaris en ouden Pastoor, behoudens Goed en Eer, ter Stad
-uitzettede. De straf der oproerigen beval hij aan den Schout en de
-Wethouderen. Dan de ballingen kreegen spoedig vrijheid om weder tot de
-hunnen te rug te mogen keeren.—Na dit voorval schijnt alhier de
-Godsdienstige vrijheid en verdraagzaamheid in hogen top geweest te
-zijn, ’t welk bij de Hervormden in andere Steden zeer veel opziens
-baarde, en waar over de beruchte Leidsche Hoogleeraar Saravia in 1587
-zich voor Gemagtigden der Staten in vrij bitse bewoordingen uitliet.
-
-Voor zo verre ons bekend is heeft deeze Stad in de Godsdienstige
-geschillen der vorige Eeuw geen deel gehad. Melding te maaken van
-oneenigheden met de Regeering en de Bailiuwen van Gooiland zou deeze
-beschrijving te langwijlig doen worden.
-
-In den Jaare 1672 wierd deeze Stad met eenen vijandlijken inval der
-Franschen bedreigd, en onder brandschatting gesteld; dan de penningen,
-daar toe ingezameld, zijn nimmer afgehaald; en men zegt, dat daar voor,
-met goedkeuring der Burgerij, toen het keurig Klokkenspel, waar mede de
-Kerktoren noch heden pronkt, vervaardigd is.
-
-In 1748 wierd het huis van den Pachter Hogeveen, door eenige
-onverlaten, meestal vreemdelingen, geplunderd en afgebroken.
-
-Toen in de jongste onlusten de zucht tot Wapenoefening door gantsch
-Nederland veld won, was deeze Stad ook daaromtrent niet gevoelloos. Een
-Genootschap van Wapenhandel door eenige bijzondere persoonen reeds in
-November 1783 opgericht, doch nimmer door de Wethouderschap gewettigd,
-waar van de geachte Schrijver van het Vervolg op de Vaderlandsche
-Historie van Wagenaar, 8ste Deel, verkeerd onderricht is, was van eenen
-korten duur, vermits Heeren Burgemeesteren zulks, om bijzondere
-redenen, afkeurden: wordende de Schutterij in betere orde gebragt,
-welke langzamerhand tot dien luister steeg, waarin zij in 1786 en 1787.
-de bewondering der kenneren wegdroeg.
-
-Bij het formeeren van het Cordon van de Maaze tot aan de Zuiderzee,
-kwam alhier op den 2den October 1786 in Guarnisoen het 2de Bataillon
-van Onderwater, sterk 350 Mannen, ’t welk ter versterking van de Forten
-Uitermeer en Hinderdam, bij beurtverwisseling, Detachementen afzond.—Op
-den 16 September 1787, bij gelegenheid van het verlaten der Stad
-Utrecht, kwam hier ter versterking in Guarnisoen, een Bataillon van het
-Regiment Amsteldam (waardgelders).—Den volgenden dag verscheen een
-Detachement Pruisische Cavallerij voor de Poort, doch vlugtte weldra op
-het alarm dat binnen de Stad gemaakt wierd. De volgende dagen rukten
-ter verdediging der Stad noch verscheide Bataillons Infanterij,
-benevens een aantal Cavallerij binnen. Alles wierd ter Defensie in het
-werk gesteld. Dan op den 23sten September des morgens ten half vijf
-uuren wierden door een gewapend Kofschip, dat op de Vecht lag,
-seinschoten gedaan; het gantsche Guarnisoen vloog in de Wapenen, en
-welhaast vielen de Pruisische troupen de Stad aan de Oost, Zuid en
-Westzijde gelijktijdig aan, doch wierden genoodzaakt met verlies
-aftewijken.—Op den 26sten wierd op hooge order de Stad aan de
-Pruisische troupen ingeruimd, hebbende de brave en achtingwaardige
-Commandant G. van de Poll, met den Generaal Majoor Von Kalkreuth, eene
-capitulatie gesloten, waar bij onder anderen, de uittocht van het
-Regiment Dragonders van Bijland, het Bataillon van Bijland Infanterij,
-het Bataillon van het Regiment Walons van van de Poll, en het
-Detachement Artilleristen met alle Krijgseer toegestaan, en aan de Stad
-Weesp, aan derzelver Burgerije en aan een ieder hoofd voor hoofd in ’t
-bijzonder de onbepaaldste bescherming beloofd wierd: de getrouwe
-naarkoming daar van, heeft dien Pruisische Veldoversten toen de achting
-der Weespenaaren doen wegdragen.——Ingevolge de geslotene Capitulatie
-kwam des avonds van dien dag een Detachement Pruisschen post vatten,
-trekkende den volgenden dag het Hollandsch Guarnisoen met slaande trom
-en vliegende Vaandels uit. Zedert dien tijd tot den 8sten October zijn
-wij met een talrijk Guarnisoen, dat somtijds uit 13 à 1400 man bestond,
-bezwaard geweest; dan waar van de overgave van Muiden en Diemerbrug ons
-merkelijk verlichtte. Den 21sten December wierd hier geïnquartierd één
-Compagnie van het Pruisisch Regiment van Woldeck, onder Commando van
-den Hopman von Siegroth, welke den 2 Mai 1788 door een Detachement
-Zwitsers van Maij wierd afgelost. Sints dien tijd is Weesp tot heden
-met krijgsvolk bezet gebleven: zijnde in alle deeze omstandigheden
-niemant der Burgeren met eenige Militairen belast geweest, daar de
-nooitvolprezen Stads-regeering dezelve in ledigstaande huizen en
-pakhuizen eene geschikte verblijfplaats bezorgde.
-
-
-
-
-Nu gaan wij over tot de
-
-REISGELEGENHEDEN.
-
-Dagelijks gaan en komen er vijf Schuiten naar en van Amsteldam.
-
-De Veerschuiten van Hilversum, ’s Graveland, de beide Loosdrechten,
-Nederhorst (den Berg), Nichtevecht, Vreêland en anderen varen hier door
-naar en van Amsteldam.
-
-’s Weeklijks des Vrijdags vaart, in den Zomer, een Schuit op Utrecht,
-’t welk des Winters alle veertien-dagen geschiedt.
-
-De Veerschepen van Arnhem, Wageningen, Rheenen, Wezel en anderen
-passeeren langs de Vecht voorbij deeze Stad.
-
-
-
-
-LOGEMENTEN.
-
- De Roskam.
- De Eendragt.
- De Oude Prins, benevens eenige anderen voor den minvermogenden
- Reiziger.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-ALGEMEENE BESCHRIJVING VAN WEESPER-KERSPEL.
-
-
-Eenige landen of polders, rondsom Weesp gelegen, is men gewoon
-zamentetrekken, onder de benaaming van Weesper-Kerspel, en dit Kerspel
-verdeelt men weder in vier deelen, die men den naam geeft van Stokken,
-zijnde naamlijk,
-
-
- 1.) Bijlemer,
- 2.) De Gaasp,
- 3.) Het Gein, en
- 4.) Overvecht, waaronder Uitermeer.
-
-
-
-
-LIGGING.
-
-Deeze is, gelijk gezegd is, rondsom Weesp; zijnde over het algemeen
-eene zeer aangenaame landsdouw, voorzien van goed wei- en moes-land,
-aangenaame wandelingen, en alle landlijke schoonheid; gelijk dan ook
-des zomers, een tourtjen, naar een of ander gedeelte van dit Kerspel,
-eene geliefde uitspanning is voor de naastbijgelegene stedelingen, met
-naame voor de Amsteldammers.
-
-
-
-
-De
-
-GROOTTE
-
-Van dit Kerspel wordt op de quohieren der verpondingen bepaald op, 2207
-morgen, 550 roeden lands; in den jaare 1632, telde men in het geheele
-Kerspel 124 huizen, en na honderd jaaren, naamlijk in 1732, werden in
-de lijsten der verpondingen voor dat Kerspel 153 huizen gebragt.
-
-
-
-
-Het
-
-WAPEN
-
-Van Weesper-Kerspel, is hetzelfde als dat van de Stad Weesp.
-
-
-
-
-REGEERING.
-
-Het Kerspel heeft een afzonderlijk rechtsgebied met de gezegde Stad;
-welk rechtsgebied echter nu en dan oorzaak van eenige verschillen
-geweest is, tusschen Burgemeesteren der Stad Weesp voornoemd, en de
-ingelanden van het Kerspel, welke verschillen echter van geen gevolg
-van aanbelang geweest zijn.
-
-Thans zijn de vier bovengemelde stokken, waarin Weesper-Kerspel
-verdeeld wordt, geschikt onder twee rechtbanken; waarvan de Bijlemer
-alleen één, en de andere drie stokken, naamlijk de Gaasp, het Gein, en
-Overvecht met Uitermeir de andere rechtbank uitmaakt: in beide spant de
-Hoofdofficier, (zijnde thans de Wel-Ed. Gestr. Heer, Mr. Gerrit Corver
-Hooft, Bailluw van ’s Graaveland, Drossaart en Castelein van Muiden,
-Bailluw en Dijkgraaf van Naarden en Gooiland, Hoofdofficier van Weesp,
-enz enz.) met den Stedehouder en Schout, en zeven Schepenen, de Hooge
-Vierschaar, welke Schepenen ook met den Schout, of Stedehouder der
-stokken, of van het Kerspel in ’t algemeen, (zijnde eigenlijk een
-substituut van den Hoofdofficier voornoemd, en dezelfde persoon die het
-Schoutsamt over de stad Weesp waarneemt,) aan hun hoofd, in ’t civile
-vonnissen—de tweede gemelde rechtbank, die naamlijk uit drie Stokken
-zamengesteld is, heeft mede zeven Schepenen, van welken de
-Hoofdofficier voornoemd, volgends resolutie der Staaten van Holland en
-Westfriesland, van den 20 Maart des jaars 1663, gehouden is in het eene
-jaar vier Schepenen te kiezen, die in de Stokken woonachtig zijn, bij
-welken hij als dan drie anderen, (want alle de zeven Schepenen gaan
-jaarlijks af,) uit de ingelanden voegen mag, die geen vaste
-woonplaatsen in de Stokken hebben; in het andere jaar moet hij drie
-Schepenen van de zeven kiezen in de Stokken woonachtig zijnde, wordende
-de overige vier uit de ingelanden er bij gevoegd.
-
-De andere rechtbank, naamlijk die van de Bijlemer, heeft vijf
-Schepenen, die mede jaarlijks afgaan, en waarvoor door den
-Hoofdofficier, meergemeld, vijf anderen verkozen worden; op dezelfde
-wijze als van de voorgaande Stokken, (zamen de tweede rechtbank
-uitmaakende,) gezegd is: ’t eene jaar drie inwooners, en twee
-ingelanden, en het andere jaar twee inwooners en drie ingelanden.
-
-Beide rechtbanken, dat is geheel het Kerspel, heeft één Secretaris, die
-tevens Secretaris van Weesp is.
-
-Voords worden de beide rechtbanken van het Kerspel, bediend door éénen
-Bode, die door den Bailluw wordt verkozen.
-
-„Ten aanzien van het Schoutsamt,” leezen wij, en welke aantekening
-gemaakt is uit berichten, den aantekenaar medegedeeld, „is gebeurd, dat
-de Bailluw van Gooiland, als Hoofdofficier van Weesper-Kerspel, in den
-jaare 1541, eenen anderen Schout dan die van Weesp over het Kerspel
-aanstelde; doch Burgemeesteren dier stad, vielen hierover klagtig, aan
-den Hove van Holland, en bij uitspraak werd vastgesteld, dat dit amt
-door denzelfden persoon zou worden bekleed.”
-
-„De Ridder Hooft, als Hoofdofficier van Weesp en Weesper-Kerspel, had,
-in den Jaare 1632, eenige moejelijkheid, met die van het Kerspel, over
-het aanstellen van eenen Secretaris; alzo de huislieden eenen anderen
-Secretaris over hunne gerechten wilden aangesteld hebben; maar hierin
-is geene verandering voorgevallen.”
-
-Alles wat wegens de verdere artijkelen van ons plan, nopens
-Weesper-Kerspel in het algemeen, gezegd moet worden, hebben wij onder
-onze beschrijvingen van iederen Stok in ’t bijzonder aangetekend.
-
-Wees- of Arm-meesters, worden in dit Kerspel in iederen Stok
-afzonderlijk aangesteld; de weezen worden in de Stad Weesp in de
-Weeshuizen bezorgd, en armen, die er komen, worden door de Arm-meesters
-bij de opgezetenen, ieder in zijnen eigenen Stok, besteed.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE BIJLEMER.
-
-
-Wat aanbetreft de
-
-LIGGING,
-
-Van deezen Stok, van Weesper-Kerspel (welke stok verdeeld wordt in
-Oost- en West-Bijlemerpolder) kan gezegd worden te paalen ten oosten
-aan het Gein, ten noordoosten aan de Gaasp, en ten noordwesten aan de
-Bijlemermeir.
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-Hiervan kan niets met zekerheid gezegd worden, ten minsten voor zo
-verre ons bekend is: het draagt ook den naam van Bijlemer-broek, of,
-naar eene oudere spelding Bijlemer-brouk; ook Bijlemermeir-brouk, en
-eenvoudiglijk Bijlemer: in zekere oude brieven wordt het ook
-Windelmerebroke genoemd, hetwelk, volgends het geen Commelijn ons
-verzekert, op Bijlemer-broek of de Bijlemer toegepast moet worden.
-
-
-
-
-GROOTTE.
-
-Daar de grootte der vier Stokken van Weesper-Kerspel zamengenomen
-opgegeven worden, (gelijk wij hiervoor ook gezien hebben,) is de
-grootte van iederen Stok niet afzonderlijk te bepaalen: de Bijlemer
-intusschen, ofschoon van ouds niet zeer groot geweest zijnde, was
-echter uitgestrekter vóór de bedijking der Bijlemermeir, dan thans na
-die bedijking; alzo met dezelfde bedijking, eene menigte van de
-Bijlemer-landen in de bedijking getrokken zijn.
-
-
-
-
-Het
-
-WAPEN
-
-Van de Bijlemer, als een bijzonderen Stok van Weesper-kerspel, is
-hetzelfde als van geheel het Kerspel, hetwelk, gelijk wij gezien
-hebben, ook hetzelfde is als van de stad Weesp.
-
-Wegens ons artijkel Kerklijke en Godsdienstige Gebouwen, kan,
-betreffende de Bijlemer, niets aangetekend worden; de Bijlemers, zijn
-wel van drieërleien kerkgemeenten, naamlijk, Gereformeerden,
-Lutherschen, en Roomschen, doch geen van allen heeft in den Stok, kerk
-of school; de Gereformeerden moeten te Diemen of elders te kerk gaan;
-de Roomschen hebben eene nadere gelegenheid, naamlijk aan de
-Diemerbrug, alwaar eene Roomsche kerk gevonden wordt, gelijk wij ten
-zijner plaatse aangetekend hebben; en de weinige Lutherschen welken er
-zijn, gaan naar Amsteldam om het nachtmaal te houden, terwijl zij
-hunnen gewoonen Godsdienst bij de Gereformeerden te Diemen waarneemen.
-
-Dewijl in de Bijlemer ook geen school gevonden wordt, zijn de
-opgezetenen aldaar verpligt hunne kinderen, in welken Godsdienst zij
-opgetrokken worden, naar het dorpschool te Diemen te zenden; aan de
-Diemerbrug is wel een schooltjen, doch zulks is slechts geschikt voor
-zeer kleine kinderen: deeze ongelegenheid, met betrekking tot het
-hoogst nuttig onderwijzen van de jeugd, heeft ten gevolge dat er eene
-diepe onweetendheid onder de Bijlemers gevonden wordt, waarom het wel
-te wenschen ware, dat daarin door het aanleggen van een algemeen school
-voor den Stok zelven, voorzien wierde: ligtlijk verstaat men dat het de
-kinderen niet toebetrouwd kan worden, zo ver van huis, als Diemen
-gelegen is, ter schoole te gaan: alwaarom zij gemeenlijk ten minsten
-reeds den ouderdom van agt of negen jaaren bereikt hebben, eer zij het
-onderwijs van eenen meester kunnen gaan bijwoonen, en op deeze jaaren
-zijn zij al bekwaam om hunne ouders in de beroepsbezigheden, bestaande
-voornaamlijk in melkerijen en tuinderijen, eene behulpzaame hand te
-bieden, waarvan dan ook niet zelden het gevolg is, dat zij des zomers
-daartoe gebruikt worden, dewijl het zomerwerk van den landman in ’t
-algemeen, veele arbeidzaame handen, en die onophoudelijk bezig zijn,
-vereischt: een groot gedeelte van den zomer blijven de kinderen
-derhalven uit de school, voornaamlijk dezulken, wier ouderen niet
-vermogend genoeg zijn om de benodigde handen in huur aantestellen, ’t
-welk intusschen het geval van de meesten is, want weinige Bijlemers kan
-men gegoede landlieden noemen—de zomer dus sukkelende, wat het
-schoolgaan betreft, doorgebragt hebbende, gaat het des winters nog
-erger, ter oorzaake van de guurheid des saisoens, en de onbruikbaarheid
-der verre wegen; voeg hier bij, een leven zonder eenige gezelligheid,
-ieder gezin geheel afgezonderd in zijne hut opgesloten, dewijl de
-wooningen bijna een quartier uurs van elkander gelegen zijn; en ouders
-die meestal dezelfde of dergelijke opvoeding gehad hebben; wat anders
-kan dan het gevolg weezen dan eene beklaagelijke onweetendheid?—dat de
-domme berisper van zijne naasten, die stelt dat alle onweetendheid
-eigenschuldig is, (zulke zotte berispers zijn er; die genoeg
-zamenleeving heeft, is er zo wel als wij van overtuigd,) dat deeze zeg
-ik, zulke en dergelijke streeken onzes Lands, als waarover wij thans
-spreeken, bezoeke; dat hij de bewooners derzelven onbevooroordeeld
-raadpleege, en hij zal wel rasch zien, is hij anders niet willens
-blind, hoe geheel onschuldig het is dat er menschen gevonden worden,
-bij welken de hoogste onkunde, en bijgeloovigheid, (want deeze is tog
-een gevolg van een onverlicht oordeel,) heerscht—noch geoefende
-menschen, noch boeken, worden in de zeer bepaalde zamenleeving der
-Bijlemers gevonden; hoe zou er dan eenige verlichting kunnen plaats
-hebben?
-
-
-
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-Het eenige dat wij onder dit artijkel kunnen aantekenen, is het
-Rechthuis van de Bijlemer, staande aan het begin van het grondgebied,
-van den kant van het Weesper-tolhek gerekend; het is een net vierkant
-maar klein gebouw, hetwelk echter niets bijzonders aan zig heeft, zo
-min van binnen als van buiten: er staat een aartig klein torentjen op,
-waarin een klok, die van binnen getrokken wordt: dezelve wordt geluid
-bij gelegenheid van eene of andere gerechtlijke afleezing.
-
-Voor het huis staat een geesselpaal, die echter, volgends verzekering
-der oudste ingelanden, bij geen menschen geheugen gebruikt is geworden;
-ook maakt men in dit rechthuis geen gebruik van gevangenhouding; zo er
-al eens een gevangene is, wordt dezelve te Weesp in bewaaringe
-gezonden; zelfs wordt het Rechthuis niet gebruikt tot het vergaderen
-der Regeering over de Bijlemer; voorheen geschiedde zulks wel; doch
-sedert zitten de Regenten over deezen Stok, op het Stadhuis te Weesp,
-als leden van Weesper-kerspel.
-
-Ons artijkel regeering kunnen wij hier met stilzwijgen voorbijgaan,
-alzo wij hetzelve in ’t artijkel van dien naam onder Weesper-kerspel
-verhandeld hebben.
-
-Van voorrechten der Bijlemers, vinden wij nergens iet bijzonders
-aangetekend.
-
-
-
-
-De
-
-BEZIGHEDEN
-
-Bestaan, gelijk gezegd is, in het kweeken van moes, en in melkerijen:
-het moes wast er bijzonder goed, voornaamlijk kool en peulvruchten.
-
-
-
-
-Wat de
-
-GESCHIEDENISSEN
-
-Van deezen Stok van Weesper-kerspel in ’t bijzonder betreft; deeze
-bepaalen zig hoofdzaaklijk bij die van de Bijlemermeir, waarvan straks
-nader.
-
-En wat aangaat onze jongstledene gebeurtenissen, uit de gelegenheid van
-den grond, in Weesper-kerspel naamlijk, dat is nabij Weesp, is te
-besluiten dat de Bijlemer daarvan niet bevrijd is gebleven; voor zig
-zelve echter zoude het daarmede niet te doen gehad hebben; niet verder
-als wat betreft het overlastig doortrekken van de Pruissen, van den
-kant van Weesp naar Amsteldam; doch daar dat doortrekken tegenstand
-geboden werd, viel er ook vrij wat meer te doen.
-
-De gewapende burgers, naamlijk, waakzaam op de zaak die zij aangenomen
-hadden te verdedigen, en voor overval van buiten beducht, hadden eene
-sterke batterij gelegd even door het Weesper-tolhek, aan het begin van
-de Bijlemer; ’t sprak derhalven van zelf dat de Pruissen, bij hunne
-aannadering van Amsteldam, hier geen vrijen doortogt hadden, en den
-tegenstand gewaarwordende bragt hun oogmerk het wegnemen van denzelven
-noodzaakelijk mede; er volgde derhalven eenen aanval, die echter ook
-met mannenmoed beantwoord werd; de Pruissische kogels vloogen in
-menigte door de wooning van den tollenaar, en een ander belenden het
-Raadhuis staande boerehuis; (waarvan de blijken, in de nieuwe
-ingezetten stukken muurs nog duidelijk gezien worden;) terwijl de
-Patriotten niet nalieten den vijand in gelijke taal te beantwoorden;
-doch men weet hoe deezen hebben moeten goedvinden, den Pruissen den
-doortogt toetelaaten, het geen ten gevolge had dat de bewooners aldaar,
-die echter meest, op eenige knechts of meiden na, de wijk naar
-Amsteldam genomen hadden, niet weinig overlast leeden, vooral van die
-manschappen welken hun als bezetting gelaten werden: de bewooners der
-huizingen, die, gelijk wij gezegd hebben, gevlugt waren, werden in
-hunne wooningen terug geroepen, onder de bedreiging dat anders hunne
-geheele nagelatene bezitting, (men kan in dergelijke gelegenheden niet
-alles, dikwijls verre het minste, medeneemen,) aan de genade en
-ongenade van den soldaat overgegeven zoude worden: aan dit bevel werd
-gehoorzaamd; en de manschap werd bij de bewooners geïnquartierd: één
-van allen, eene weduwe, moest er niet minder dan zeven-en-twintig
-bergen, en de kost geeven; een gezelschap waarover zij, (volgends haar
-eigen zeggen,) op verre na niet voldaan is, en weshalven zij ook geen
-verlangen heeft om andermaal zulk een huishouden onder haar dak
-bijtewoonen—vermids voords den aanmarsch op Amsteldam vervolgd werd, en
-voor de Bijlemer, of den bodem van dat gebied, niet meer te vreezen
-was, kwamen de opgezetenen, met het gezegde vrij.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN.
-
-Naamlijk directen, zijn hier niet voorhanden; men kan zig te voet naar
-de Diemerbrug, of naar Weesp enz. begeven, alwaar men de gewoone
-reisgelegenheden dier plaatsen kan waarneemen.
-
-
-
-
-HERBERGEN.
-
-Gaaspzicht, bij de Bijlemerbrug aan ’t begin van de Gaasp, zijnde
-tevens eene uitspanning; andere Herbergen zijn er niet van eenig
-aanbelang, of welken dien naam verdienen te draagen, niettegenstaande
-men hier en daar gelegenheid vinde om zig te kunnen ververschen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE BIJLEMERMEIR.
-
-
-De nabijgelegenheid van deeze Meir bij de Bijlemer, veroorlooft ons
-hier de beschrijving derzelve te laaten volgen.
-
-
-
-
-Men kan haare
-
-LIGGING
-
-Bepaalen te zijn, ten noordwesten en ten westen van de Bijlemerlanden,
-en ten noorden van Weesper-kerspel, zijnde voords omtrent een quartier
-uur gaans ver van de Watergrafts- of Diemermeir: het is een waterplas
-van goede drie uuren in den omtrek.
-
-Dewijl deeze Meir, na droog geweest te hebben, weder tot eene waterplas
-geworden is, gelijk wij nader zullen verhaalen, is de gelegenheid
-derzelve op verre na niet zo vermaaklijk als die van de Diemer- of
-Watergrafts-meir; zo aangenaam als eene wandeling om den ring van deeze
-is, zo onaangenaam is zulk eene wandeling rondsom de Bijlemermeir: op
-verre afstanden van elkander liggen eenige bouwerijen en melkerijen,
-waardoor de gezegde wandeling allerlastigst eenzaam wordt: de ring ligt
-geheel woest, en heeft, met één woord, niets aangenaams.
-
-Vermaaklijkst nog is de wandeling naar den Meirkant, door het
-groenland, zo als men aldaar spreekt, dat is door de bebouwde landen
-binnensdijks gelegen: vóór de overstrooming bovengemeld, moet, volgens
-overleveringen, deeze droogmaak geene onaangenaame wandelplaats geweest
-zijn; men verhaalt, onder anderen dat er een laan gelegen heeft, van
-het Weesper-tolhek, dwars over de meir, tot aan Abcoude.
-
-Men wil dat deeze Meir, benevens de geheele Bijlemer, weleer die landen
-geweest zijn, die de Heeren uit den Huize van Amstel, aan den Bisschop
-van Utrecht hebben afgestaan, in den zoen van den Jaare 1285; „Doch hoe
-deeze landen”, zeggen de schrijvers van den Tegenwoordigen staat van
-Holland, „naderhand weder aan de Graaflijkheid van Holland zijn
-gekomen, weeten wij niet te zeggen.”
-
-
-
-
-De
-
-NAAMSOORSPRONG,
-
-Kan niets anders gezocht worden, dan in de nabijheid van de Bijlemer,
-zeggende den naam van Bijlemermeir, de Meir die bij de Bijlemerlanden,
-gelegen is.
-
-
-
-
-AANLEG EN GROOTTE.
-
-De aanleg moet, en het geen van zelf spreekt, niet anders verstaan
-worden, dan van het bedijken der Meir, hetwelk, (benevens het uitmaalen
-der plasse,) zijn vollen beslag had in den jaare 1627, gelijk nader
-verhaald zal worden.
-
-De grootte hebben wij niet te weeten kunnen komen, niet anders dan dat
-de ringdijk die er om gelegen is, en derhalven de Meir in zijnen
-omtrek, beslaat eenen weg van drie uuren gaans, gelijk wij boven reeds
-zeiden.
-
-Dewijl het droogmaken deezer Meir, met geen wenschlijken uitslag
-bekroond is geworden, en de bewooning derzelven, of liever van den
-ring, gelijk wij ook reeds zeiden, zeer gering is, zijn hier ook noch
-kerklijke, noch wereldlijke gebouwen voorhanden, en daar de weinige
-bewooners van den ringdijk, rondsom de meir, crimineel en civil voor de
-rechtbanken van Amsteldam of Weesp betrokken worden, (echter heeft de
-meir haar eigen Bailluw en Dykgraaf, Schout en Secretaris,) en wij
-derhalven in ons artijkel regeering ook niets te zeggen hebben, blijft
-ons weinig meer aantetekenen, dan wegens de
-
-
-
-
-VOORRECHTEN
-
-Van de bewooners van den ringdijk, die door het instorten van modder
-reeds goede gronden binnensdijks aangewonnen hebben; daarin bestaande
-naamlijk dat zij gerechtigd zijn tot dezelfde gronden, als de bebouwers
-van de Watergraafsmeir; zie onze beschrijving van die Meir, Art.
-Voorrechten.
-
-De Ingelanden van de Meir, hebben, volgens gemaakte overeenkomst, ook
-vrijheid van in de meir te mogen visschen, niettegenstaande de
-verpachting derzelve, waarvan nader.
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN.
-
-Ingevolge het gezegd aanwinnen van land, door het plempen van modder,
-bestaan de bezigheden van de bewooners der Meir, of liever van die van
-den ringdijk in moestuinderijen en melkerijen; geen van beiden zijn
-echter talrijk, om dat de ring niet dan op ruime afstanden bewoond
-wordt—de Meir zelve wordt voords door de steden Amsteldam en Weesp, ten
-gemeenen voordeele verpacht, thans voor eene somme van duizend guldens,
-waarbij nog ruim vierhonderd guldens aan onkosten van knechts,
-schuiten, en netten moet gerekend worden; indien wij voords verzekeren
-dat die verpachting nog aanzienlijken winst opbrengt, zal men kunnen
-besluiten tot de overvloed van visch welke in dat water gevangen moet
-worden: de voornaamste visch die er gevangen wordt is paling, baars en
-karper; de laatste wordt er meest door de Jooden opgekocht; de baars
-door de visschers aan de Schulpbrug, en de paaling wordt grootendeels
-door den pachter zelven alomme gesleten.
-
-
-
-
-GESCHIEDENIS.
-
-Wij hebben reeds gehoord dat niet geweeten wordt hoe deeze Meir, zo wel
-als de Bijlemer zelve, na de Heeren van Amstel dezelve aan den Bisschop
-van Utrecht hebben moeten afstaan, weder aan de Graaflijkheid van
-Holland is gekomen, dit is zeker dat zij er aangekomen zijn, reeds
-sedert den jaare 1622, want toen werd er van de Staaten van Holland en
-Westfriesland octrooi verzocht en ook verkregen om deeze Meir te mogen
-bedijken, droog te maaken, en in eigendom te mogen houden, op eene
-erkentenis van duizend guldens jaarlijks; een verlof dat in de daad in
-ons Land wel zonder erkentenis mogt gegeven worden; aangezien het
-gevaar waarmede deeze en dergelijke streeken het Land over ’t algemeen
-dreigen—de gezegde duizend guldens jaarlijks zouden verdeeld worden
-over de morgentalen van de bedijkte Meir, mits de Ingelanden wier
-landen in de bedijking zouden betrokken zijn, (zie hier voor de
-Beschrijving van de Bijlemer, art. Grootte,) te vergenoegen en op
-zodanige voorwaarden van bestuuring over de drooggemaakte landen, als
-meesttentijds bij het bedijken van meiren of waterplassen verzocht
-wordt, midsgaders vrijdommen van lasten voor eenige jaaren—dit groote
-en nuttige werk, had ook waarlijk zijnen voordgang, en dat niet alleen,
-maar ook zijn goed gevolg, zodanig naamlijk, dat de Meir in den jaare
-1627 droog geweest is; als wanneer door de onderneemers of Ingelanden
-aan de Heeren Staaten van Holland en Westfriesland verzocht werd om het
-Hooge, Middenbaare en Laage rechtsgebied over de drooggemaakte landen
-te mogen oefenen, dat hun ook geredelijk toegestaan werd; in gevolge
-van welke vergunning de drooggemaakte landen, zo lange zij bestaan
-hebben, ook hunnen eigenen Baljuw hebben gehad; en wel tot den jaare
-1702, toen (tusschen den 5 en 6 April,) eenen hevigen storm, den
-ringdijk der Meir zodanig van het buitenwater deed lijden, dat dezelve
-doorbrak, en de geheele droogmaak weder in een Meir deed veranderen;
-dat is bijna in die gedaante waarin wij dezelve nog heden ten dage
-zien.
-
-L. Smids, in zijn Oorlogend Europa, bladz. 126, stelt de voorgemelde
-tijd van volbragt werk, wegens deeze droogmaaking, vier jaaren laater,
-naamlijk in 1631; hij zegt naamlijk: „Tusschen den 5 en 6, (April
-1702,) hadt men bij nacht eenen droevigen watersnood, rondsom
-Amsteldam, tot aan Haarlem en Edam, Utrecht en Amersfoord, zijnde de
-dijken bij Muiden weggespoeld, en de Bijlemermeir, tusschen Diemen en
-Gaasp, anno 1631 bedijkt, nu weder gantsch overspoeld:” ongetwijfeld
-moet dit verschil der jaartallen gebragt worden, tot den tijd der
-voltooide droogmaaking, en den tijd dat de in die droogmaak aangehoogde
-gronden bebouwbaar waren.
-
-„Dit ongeval,” leezen wij, „is aan de landen deezer bedijkinge te
-vooren nogmaals overgekomen, in den jaare 1672, (gelijk wij in onze
-beschrijving van de Diemer- of Watergrafts-meir mede aangetekend
-hebben; zie aldaar) „toen de nabijheid der Franschen de Regeering der
-Stad Amsteldam deed oordeelen dat het tot haare veiligheid noodzaaklijk
-was, alle de landen die digt omtrent haar gelegen waren, onder water te
-zetten: dit ongemak scheen men tot weering van den vijand geduldig te
-lijden, en zig op nieuw de droogmaaking te getroosten; maar na de
-laatste doorbraak, in 1702, hebben de Ingelanden nimmer eene volstrekte
-uitmaalinge van het water in deeze Meir ondernomen: dit was
-ongetwijfeld de oorzaak”, vervolgt onze schrijver, „dat de steden
-Amsteldam en Weesp, zekerlijk tot behouding der onderlinge gemeenschap,
-te raaden geworden zijn de Bijlemermeir te aanvaarden, op zodanige
-voorwaarden, als zij met de eigenaars zouden verdragen; waartoe deeze
-twee steden met elkander eene overeenkomst aangingen, den 20 November
-des jaars 1702; waarbij vastgesteld werd dat van wederzijde voor de
-helfte in de onkosten zoude gedragen worden, tot het herstellen van den
-dijk, en het droog- of dras-maalen van de Meir, als mede tot het
-jaarlijks onderhouden van den dijk, met het geen er toe behoorde van
-molens als anderzins; waartoe wederom de voordeelen wederzijds ter
-helft zouden genoten worden van de tollen, vogelkooi, visscherij, ’t
-riet- en gras-gewas van den dijk, en wat verder ten nutte zoude kunnen
-komen.”
-
-Den 24 Augustus des jaars 1703 volgde hierop eene overeenkomst tusschen
-de gemelde steden Amsteldam en Weesp, ter eener, en de Ingelanden van
-de Meir ter andere zijde, waarbij de steden gemagtigd werden, tot alles
-wat ter behoudenisse van den dijk, en tot bewaaring van den boezem der
-Meir zoude mogen dienen, als mede om van binnen om den dijk modder of
-andere stoffen te brengen, drijfbalken te leggen, enz. alles zonder
-tegenspraak van de Ingelanden, die echter in tegendeel de molen aan zig
-zouden houden, en ieder van hun zijne huizen en getimmerten, om daar
-naar welgevallen mede te mogen handelen: ook zouden de Ingelanden
-bovendien de visscherij over de geheele Meir behouden; maar wat betreft
-den dijk zelven, het genot daarvan, mits er geene beesten over moesten
-loopen, voords ook het riet- en gras-gewas, rondsom de geheele Meir,
-zou verdeeld worden tusschen de meergemelde twee steden ter eener, en
-de Ingelanden ter andere zijde, iedere partij voor de zuivere helft: de
-gezegde steden zouden voords niet gehouden zijn te draagen in de
-schulden en eisschen, loopende ten lasten van de Ingelanden.
-
-Ten aanzien van het droogmaalen der Bijlemermeir, is sedert niets meer
-voorgevallen, dan dat men door het instorten of plempen van modder
-(waarvan wij reeds iet zeiden,) langzaamerhand land aanwint; ’t is te
-hoopen dat deeze moejelijke taak van tijd tot tijd voordgezet zal
-worden; en ’t is te berekenen dat het mogelijk is, door dat middel,
-ofschoon niet binnen weinige jaaren, de breede waterplas onder bedwang
-te krijgen, niet alleen, maar zelfs haar gevreesd vermogen zodanig te
-verzwakken dat zij, om zo te spreeken, het hoofd voor den ijver des
-arbeids zal moeten onderhaalen, en het water in vruchtbaar land
-veranderd zal worden, zonder de zwaare onkosten van uitmaalinge.
-
-
-
-
-Geene andere
-
-BIJZONDERHEDEN,
-
-Zijn hier voorhanden, dan op den ringdijk, niet verre van het Bijlemer
-rechthuis, een boerewooning, die in den groote doorbraak van den jaare
-1702, waardoor alles overstroomd, en weggespoeld is, alleen is blijven
-staan; en in die woning nog een teken aan één der wanden van dezelve,
-aanwijzende hoe hoog het water, bij gelegenheid van die doorbraak,
-gestaan heeft.
-
-
-
-Onze artijkels reisgelegenheden of logementen hier niet te passe
-komende, kunnen wij onze beschrijving van de Bijlemermeir sluiten.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE GAASP.
-
-
-In onze voorgaande beschrijving van Weesper-kerspel in ’t algemeen,
-tekenden wij reeds aan, dat hetzelve verdeeld wordt in vier Stokken,
-(zie aldaar bladz. 1:) de eerste dier Stokken, de Bijlemer, (alléén
-eene rechtbank hebbende,) is door ons reeds beschreven, thans moeten
-wij onze navorschingen en medegedeelde berichten, nopens de overige
-drie stokken, (zamen tot een rechtbank behoorende,) en die zo veele
-polders zijn, nog aantekenen, en wel eerst die van de polder de Gaasp,
-boven gemeld.
-
-
-
-
-Wat betreft deszelfs
-
-LIGGING.
-
-Deeze kan eenvoudiglijk bepaald worden te zijn ten westen van de stad
-Weesp, langs een’ stroom, denzelfden naam voerende: de ligging der
-polder over het algemeen is zeer aangenaam, en volstrekt geheel
-landlijk, als zijnde maar weinig bebouwd.
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-Deeze polder waarvan wij thans spreeken ontleend haren naam van den
-gezegden stroom, (de Gaasp;) doch bij wat gelegenheid de stroom zelf
-dien naam gekregen heeft, hebben wij nergens kunnen ontdekken—men vindt
-hem ook den Gaasop genoemd.
-
-
-
-
-De afzonderlijke
-
-GROOTTE
-
-Van den grond, in den eigenlijken omvang van de Gaasp, staat op de
-quohieren der verpondingen over Weesper-kerspel in ’t algemeen niet
-aangetekend; gelijk ons dan ook niet bericht is hoe veel huizen in
-deeze polder gevonden worden: behalven die woningen, liggen er in Gaasp
-nog eenige buitenplaatsen, die echter van weinige betekenis zijn: de
-eenige voornaame is die welke met den naam van Reigersbroek pronkt;
-zijnde deeze de naam van een lusthuis met zijn ongemeen ver uitgestrekt
-bosch daarbij, ’t welk de Heeren van Amstel, in hunnen tijd, in deezen
-oord hadden, waarop zij hunne Officieren onder de benaaming van
-Meesters, of Bewaarders van den Reigerbossche stelden; men wil dat dit
-huis en bosch in den grooten watervloed van 1421 verzwolgen zouden
-weezen, ter staavinge van het welk zij, onder anderen, de boomen die
-jaarlijks in den ruimen omtrek van dit oord nog opgegraven worden,
-bijbrengen.
-
-Het gezegde getal van huizen in de Gaasp, zoude men echter nog drie
-hooger kunnen stellen, indien men daaronder betrokke de drie
-watermolens, in de polder voorhanden zijnde om het overtollige water
-uittemaalen: thans echter zijn dezelven van geenen dienst, alzo de
-landlieden aldaar zig onderwerpelijk moeten getroosten dat het
-polderwater tot eene gevaarlijke en werkelijk nadeelige hoogte rijze,
-vermids de molenaars van gezegde watermolens, bevel ontvangen hebben,
-volstrekt niet te maalen, tot nader order; men kan naamlijk goedvinden
-de binnenwateren door ze bovenmaatig te doen zwellen, gereed te houden
-tot het aanstellen van bejammerenswaardige inundatiën, daartoe
-aangemoedigd door de aannaadering van het magtige Fransche volk—’t is
-echter zeer te vreezen.... maar wij mogen niet vreezen, naamlijk niet
-in ’t openbaar; ’s Lands vaderen, hartlijk begaan met den toestand
-hunner onderhoorigen, begeeren, hoogst edelmoedig, het pijnlijke der
-vreeze voor zig alleen te houden, en vorderen niets anders dan eene
-stille, eene, in zekere opzichten, zorgelooze onderwerping.
-
-Het wapen van de Gaasp, kan gezegd worden dat van Weesper-Kerspel te
-weezen, gelijk zulks ook omtrent de overige stokken van dat Kerspel
-plaats heeft.
-
-Kerklijke of wereldlijke gebouwen zijn hier geheel niet voorhanden,
-derhalven kunnen wij vervolgends ook onder ons artijkel, kerklijke
-regeering niets brengen: zie wegens de weezen en armen het artijkel
-regeering in onze beschrijving van Weesper-Kerspel in ’t algemeen, de
-bewooners moeten voords te Abcoude of te Weesp ter kerke gaan: zie
-omtrent het schoolgaan onder onze beschrijving van ’t Gein—wat voords
-de wereldlijke regeering betreft, van deeze is reeds onder onze gemelde
-algemeene beschrijving van Weesper-kerspel gesproken.
-
-
-
-
-De
-
-BEZIGHEDEN
-
-Van de weinige lieden die bepaaldlijk kunnen gezegd worden de Gaasp te
-bewoonen, bestaan alleen in de melkerij, geene der aldaar voorhanden
-zijnde landen worden bebouwd.
-
-
-
-
-GESCHIEDENISSEN.
-
-Onder dit artijkel van ons algemeen plan, zouden wij, wat de Gaasp
-betreft, even als van eenige andere voorgaande iet aantetekenen hebben,
-ware het niet dat het deeze polder ook geheugde hoe in onze nog plaats
-hebbende, en zelfs hand over hand toeneemende, onlusten, meest al
-geboren uit eene zucht voor de Vrijheid, die bij de waare en braave
-Nederlanders, welken van den loflijken aart hunner voorvaderen niet
-ontaart zijn, (en waaronder gerustlijk alle de bewooners van de Gaasp
-betrokken mogen worden,) volstrekt onverwinnelijk is; ware het niet,
-zeggen wij, dat deeze polder ook de baldaadigheid, of liever wreede
-woestheid van den Pruissischen Soldaat hadde moeten bezuuren: bij de
-overstrooming van een aanzienlijk gedeelte van onzen vrijen grond door
-de bedoelde Vorstlijke benden, waarvoor de Vaderlandsche burgerhelden
-hebben moeten goedvinden te wijken, ontvingen die van de Gaasp ook hun
-aandeel van dezelve ter inquartieringe, en hebben er niet weinig
-overlast van geleden, zonder naderhand eenige schadevergoeding ja zelfs
-zonder het geaccordeerde teergeld in zijn geheel ontvangen te hebben,
-zo dat zij vrij mogen zeggen:
-
-
- Soldaat zij vijand of zij vrind,
- Hij neemt wat hij kan krijgen,
- Doet door geweld den klaager zwijgen,
- Hij is zijn welvaart moê, die zulk een gast bemint.
-
-
-Hoe zeer de Pruissen zig verstouten op lauren, in deeze zonderlinge
-expeditie bevochten, te roemen, is het echter onwederspreekelijk waar,
-dat zij dapperen tegenstand gevonden hebben; zij ontmoetten mannen van
-moed, zodanig als zij nog nimmer ontmoet hadden: zo geheugt ons gehoord
-te hebben, hoe elders een detachement cavallerij van de Hollanders, ter
-recognosseering uitgezonden, een detachement Pruissen, ook paardevolk,
-ten gemoete kwam: één van deezen, de Hollanders, op vertellingjens,
-verachtende, reedt uit het gelid, hun al tartende tegen; hier op
-verzocht één der Hollanderen verlof om deezen snorker het hoofd te
-mogen gaan bieden; hij kreeg verlof en gaf zijn paard de spooren;
-welhaast geraakten partijen aan den dans, met dat gevolg, dat het paard
-van den Hollander doodgeschoten werd; de ruiter sprong, in den val van
-’t paard, in een nabuurige sloot, en daarin staande, vattede hij den
-karabijn, en schoot den Pruis van het paard, waarna hij uit den sloot
-kwam, op het vijandlijk paard steeg, en in triumph in zijn gelid
-wederkeerde——zeker, zulke dappere daaden, verdienen bij gelegenheden
-vereeuwigd te worden.
-
-Bijzonderheden zijn in deeze polder niet aanwezig, gelijk er ook geene
-reisgelegenheden, of herbergen, veel min logementen, voorhanden zijn:
-aan het eind van de Bijlemer, of begin van de Gaasp, ligt de aangenaame
-herberg, Gaasperzicht, waarvan wij onder de Bijlemer reeds gesproken
-hebben.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET GEIN.
-
-
-De
-
-LIGGING
-
-Van deezen anderen stok van Weesper-kerspel kan zekerlijk niet genoeg
-geroemd worden, en een onzer voorhanden zijnde schrijvers zegt des veel
-te weinig wanneer hij het Gein, (of, gelijk men ook wel schrijft, Gein,
-of Gijn,) bekoorlijk noemt, en daar bijvoegt, „Dit is zekerlijk één van
-de aangenaamste wegen, die men vinden kan; buitenplaats aan
-buitenplaats; de eene schooner dan de andere; en ’t geen er mij zeer
-voldoet, de weg is zo geheel somber, zo stil, des de ligging der
-plaatsen zo geschikt voor gevoelige zielen.”—Het Gein is een
-verrukkelijk paradijs, dat men in oogenschouw moet neemen om van
-deszelfs bekoorelijke ligging een denkbeeld te kunnen vormen, gelijk
-het dan ook voor een goed gedeelte van het jaar duizenden lieden uit
-den omtrek, voornaamlijk Amsteldammers, Weespers, en Abcoudenaars tot
-zig lokt, om onder deszelfs lommerig geboomte een uurtjen van
-uitspanning doortebrengen.
-
-De eigenlijke ligging kan gezegd worden te zijn ten zuidwesten van de
-rivier welke dien naam draagt, en de stad Weesp, op den afstand van een
-half uur gaans; strekkende het Gein voords tot aan het rechtsgebied van
-Abcoude.
-
-
-
-
-Wat de
-
-NAAMSOORSPRONG
-
-Betreft, deezen moet gezocht worden in den naam van gezegde rivier,
-(het Gein,) die het district zo ongemeen veraangenaamt; voords vindt
-men weder nergens eenig verslag van de gelegenheid bij welke die rivier
-den naam van Gein bekomen heeft.
-
-
-
-
-De
-
-GROOTTE
-
-Of uitgebreidheid van den grond betreffende kan ook niet afzonderlijk
-opgegeven worden; het getal der huizen, (de fraaje hofsteden daaronder
-betrokken,) die eigenlijk kunnen gezegd worden in de polder het Gein
-gelegen te wezen, is niet groot.
-
-Het wapen is dat van het geheele Kerspel.
-
-
-
-
-KERKLIJKE GEBOUWEN
-
-Zijn hier weder niet voorhanden; de ingezetenen (waaronder
-Gereformeerden, Lutherschen, en Roomschen gevonden worden,) moeten te
-Weesp of Abcoude ter kerk gaan: evenwel kan men onder dit artijkel
-brengen het School: ’t welk in deeze polder, nabij de Geinbrug gevonden
-wordt, en vrij aanzienlijk is: het is een Buurt-school; (om ’t deezen
-naam eens toetekennen,) dat op een tractement van ƒ 150 ’s jaars
-begeven wordt, voor welk tractement de Meester de Weezen en kinderen
-van arme ingezetenen voor niet in zijne school moet ontvangen, (doch
-men verzekert dat er sedert jaaren herwaards zulke kinderen niet
-geweest zijn,) terwijl de ouders der overige kinderen hem een zeker
-leergeld moeten betaalen: dit inkomen (dikwijls van meer dan 70
-kinderen,) gevoegd bij het geen deeze man verdient met het lesgeeven
-aan de kinderen dier Grooten, welken den zomer in het Gein op hunne
-buitenplaatsen doorbrengen, verschaft hem een zeer goed bestaan—de
-kinderen uit de Gaasp gaan ook hier ter school.
-
-Wereldlijke gebouwen zijn hier weder niet voorhanden, en wegens de
-wereldlijke regeering zie men onder dat artijkel onzer voorgaande
-algemeene beschrijving van Weesper-kerspel.
-
-
-
-
-De
-
-BEZIGHEDEN
-
-Der bewooneren van het Gein bestaan voornaamlijk in de melkerij, geene
-der aldaar voorhanden zijnde landerijen wordt bebouwd, voords woonen
-er, bij gelegenheid van de meergemelde Hofsteden, eenige tuinlieden;
-ook vindt men er verscheidene van die ambachtslieden, wier
-verrichtingen in de burgerlijke zamenleeving onontbeerelijk zijn, als
-Timmerlieden, Schoenmaakers, Kleeremaakers, en dergelijken: er is ook
-een Chirurgijn.
-
-
-
-
-Van de
-
-GESCHIEDENISSEN
-
-Van het Gein, zij hetzelfde gezegd als van die van de Gaasp
-voorbeschreven: onder de inwooneren zijn veele Staats- of
-Vaderlands-gezinden, welke van de Pruissen in 1787 grouwzaam veel
-hebben moeten lijden; zelfs de vrouwen, die deezen volgden, hebben zig
-in dien omtrek zonderling onderscheiden, in het wegneemen van de
-kleederen haarer sexe, die zij voor de hand vonden; vooral hebben deze
-rustherstellers aan de fraaje buitenplaatsen groote schade
-toegebragt—men verhaalt, dat die van de Stadhouderlijke partij, welken
-in het Gein gevonden worden, bij het aannaderen der Pruissen, hunne
-beste goederen zamengebragt hadden, op eene der aldaar gelegene
-buitenplaatsen, wier eigenaar voor een ijverig Stadhoudersgezinden
-bekend was; zig om die reden verzekerende dat gezegde hunne goederen
-aldaar wel veilig zouden weezen; doch toen de Pruissen er zig bevonden,
-en hunne gewoone bezigheden ter hand namen, ondervond men tot ongemeen
-groot harteleed, dat zij niet vooraf onderzochten tegen wie, of vóór
-wie der bewooneren zij eigenlijk opgezonden waren, nemaar dat zij,
-zonder eenzijdigheid, aanvielen op alles wat hun voor de hand kwam;
-want onder anderen werd de bedoelde buitenplaats door hen geheel
-uitgeplonderd, waarbij zij derhalven verscheidene vliegen in één klap
-medenamen.
-
-Men verhaalt, dat de Pruissen eenen bijzonderen haat tegen de
-Geinbewooners betoonden te hebben, ter oorzaake dat, op donderdag den
-20 September, drie dagen voor hunnen aanval op Weesp, zekeren Huisman,
-met naame Hendrik de Ruiter, door twee van Abcoude komende Pruissische
-Officieren, op eene listige wijze, naar de sterkte dier stad aan de
-voor hun liggende zijde gevraagd zijnde, verzekerd had, dat er, voor zo
-verre hij wist, aan dien kant geen geschut lag (zijnde hetzelve er
-eerst op vrijdag den 21 gebragt,): toen zij nu des zondags den 23 op
-Weesp aantrokken, deeden zij daadlijk onderzoek naar zijn wooning, en
-noodzaakten hem in den nacht hen den weg te wijzen; ’t welk hij tot aan
-de Geinbrug toe deed: dan, in hunne verwachting bedrogen zijnde,
-dreigden zij, bij hunne retraite, diens huismans wooning in de brand te
-steeken, en sleepten hem den daaraan volgenden avond, onder een
-aanhoudend slaan en stooten, naar het Hoofdquartier aan de
-Nichtervechter Kade, alwaar weldra zijn vonnis wierd opgemaakt, daarin
-bestaande, dat men hem, zonder forme van proces, aan een’ boom zoude
-ophangen, ten spiegel van anderen, die mogelijk in hunnen overmoed
-zouden durven besluiten, zijn voetspoor in het misleiden van
-krijgslieden, die als vrienden in hun Land kwamen, te volgen: evenwel
-heeft men deezen Huisman, op zijn eigen verdediging, en de getuigenis
-van zijne buuren, dat hij zig nimmer met eenige Staatkundige geschillen
-bemoeid had, en voor een eerlijk man bij hen bekend stond, ontslagen,
-onder die voorwaarde, dat hij, het tegendeel bevonden wordende, weder
-naar den commandeerenden Officier zou gevoerd worden, en het bedreigde
-vonnis zou moeten ondergaan.
-
-
-
-
-Onder ons artijkel
-
-BIJZONDERHEDEN,
-
-Kunnen wij, voor het Gein, brengen de meergemelde aanzienlijke
-Hofsteden, allen, bij gelegenheid, der bezichtiginge overwaardig: de
-voornaamsten zijn die van
-
-
- den Heere Lepeltak.
- ———— Elias, Burgemeester te Amsterdam.
- ———— Boers,
- ———— Asschenberg.
- ———— Abcouw.
- Mevrouw Walland.
- den Heere Mendes da Costa.
- ———— Meints.
- ———— Verryn, en die van
- ———— De Clercq.
-
-
-
-
-De
-
-REISGELEGENHEDEN
-
-Zijn deezen: men kan met de Weesper schuit naar Weesp, of naar
-Amsteldam; aan de Geinbrug kan men er uitstappen; er vaart ook een
-schuit van Weesper-kerspel, op Amsteldam; behalven de gewoone beurt, in
-de week, vaart zij ook des zomers, op zondag avond, omtrent ten half
-zeven uuren van de Geinbrug af: de Schippersplaats daarvan, wordt bij
-vacature door den Gerechte begeeven.
-
-
-
-
-De
-
-HERBERGEN,
-
-Die in ’t Gein gevonden worden, zijn
-
- De Vijfhoek, en
- ’s Lands Welvaaren
-
-Van veelen wordt de eerstgemelde herberg, het rechthuis genoemd, schoon
-zij zulks in geenen deele zij; alleenlijk heeft zij dien naam
-verkregen, om dat voor de puie van dezelve gemeenlijk alle
-waarschouwingen en ordonnantien van Poldermeesteren, en dergelijke
-openbaare aankondigingen aangeplakt worden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-OVERVECHT.
-
-
-De
-
-LIGGING
-
-Van deeze polder, is ten oosten van de Stad Weesp, en ten noord-oosten
-van de aangenaame rivier de Vecht, niet onaartig door de zoetzingende
-Willink, de eigenschap van blank toegekend; daar hij zegt:
-
-
- Nu vloeit de blanke vecht in vreê,
- En schuurt met haare zoete dreeven,
- De Muiderschutsluis door in zee,
- Om met het pekelnat te paaren;
- Nu bruischt zij langs dat luchtig oord,
- Daar zij op net beschaafde zangen,
- En zuiver heldendicht bekoord,
- Blijft aan des Drossaarts maatklank hangen,
- In twijfel of zij stil zal staan,
- Of op die toonen verder gaan.
-
-
-Deeze aangenaame rivier stroomt, beoosten Utrecht, uit den Rhijn
-noordwaards aan voorbij Zuilen, Maarssen, Breukelen, Loenen, Vreeland,
-Nichtevecht, Weesp, en een aanzienlijk aantal vorstlijke landhoven, en
-lustpaleizen, tot daar zij, door Muiden in zee stort.
-
-Niet weinig wordt het gezicht van deeze schoone rivier veraangenaamd,
-als het oog er de prachtige zwaanen, met haare schitterend witte
-vederen [20], in ontmoet.
-
-
-
-
-Wegens deszelfs
-
-NAAMSOORSPRONG
-
-Behoeft verder niets gezegd te worden, alzo de betekenis van den naam
-deszelfs oorsprong aanwijst: de polder Overvecht, ligt naamlijk over de
-rivier Vecht, voornoemd.
-
-De grootte van den grond der polder is weder onder de grootte van
-geheel Weesper-kerspel betrokken.
-
-Voords behoeft van dezelve niets meer gezegd te worden, alzo zij geheel
-niet bewoond wordt.
-
-Onder de polder Overvecht, behoort ook die welke den naam draagt van
-
-
-
-
-UITERMEER.
-
-Waarvan mede niets, de verschillende artijkelen van ons plan
-betreffende, kan gezegd worden, voornaamlijk om dat dezelve ook
-onbewoond ligt, bestaande geheel de polder alleenlijk uit landerijen,
-die voor den hooibouw en de melkerij gebruikt worden; alleenlijk is aan
-het nabygelegen tolhek, geplaatst tusschen Weesp en de schans, (van
-welke straks nader,) een aangenaame en aanzienlijke herberg, die tevens
-eene uitspanning is.
-
-De weg van Weesp, naar Uitermeer, of wel naar de straks te beschrijvene
-Uitermeersche schans, loopt langs den bevalligen Vechtstroom, en is
-ongemeen aangenaam, gelijk hij ook zeer wèl onderhouden wordt; ter
-wederzijde is dezelve begroeid, en ter linkerzijde meest al beplant met
-een dubbelde rij willige boomen; hier en daar, wordt aan die zelfde
-zijde het oog vergast op het gezicht van verrukkelijk schoone
-buitenplaatsen met hunne bevallige wooningen, en coupels meestal aan
-den weg gelegen; dit gezicht wordt afgewisseld door aangenaame
-weilanden, en op andere plaatsen door wèl onderhoudene en vlak
-geschorene, meer en minder hoog opgaande groene heggen: ter andere
-zijde wordt het gehoor der wandelaars gestreeld door het kabbelen der
-zilveren Vecht, waarin niet zelden veele zeilende vrachtschuiten het
-aangenaamste gezicht opleveren, of is dat gezicht, bij gebrek aan
-genoegzaamen wind, minder aangenaam, dan wordt dat verlies den
-wandelaar weder vergoed door het vrolijk gezang van de jaagers, die de
-gezegde kielen over den rug van den onbewogenen stroom heen sleepen:
-aan de boord der Vecht vindt men ook hier en daar voor de
-buitenplaatsen aangenaame met groen begroeide stijgertjens, die, vooral
-als er gezelschap in is, mede eene behaagelijke vertooning maaken.
-
-Wij moeten voords hier nog aantekenen, dat onder de polder Uitermeer
-gelegen is de bovengenoemde bekende
-
-
-
-
-UITERMEERSCHE SCHANS.
-
-Waarvan wij, in navolging, deeze beknopte beschrijving kunnen geeven:
-„de Uitermeersche Schans dekt een sluis aan de Vecht, door welke het
-omliggende land beoosten de Vecht, voornoemd, onder water gezet kan
-worden—volgends het jaartal, ’t welk aan deeze sluis gezien wordt,
-schijnt zij in den jaare 1637 gebouwd; maar is, om het merkelijk
-verval, in den jaare 1747 vernieuwd: de schans is op den zelfden tijd
-veel verbeterd: aan de landzijde of den oostkant heeft zij een
-contrescharp, en breede graft; langs deeze graft loopt de rijweg naar
-Ankeveen en ’s Graveland: over de graft ligt een brug, over welke men
-in de schans gaat: alle vaartuigen, die uit de Vecht naar Gooiland
-vaaren, moeten door deeze sluis en schans heenen een zeker schutgeld
-betaalen.”
-
-De des kundigen houden de Uitermeersche schans (die thans door eenige
-invaliden bewaakt wordt,) voor ongemeen sterk, en waarvan derhalven in
-tijden van oorlog veel verwacht zoude kunnen worden, zo dezelve naar
-behooren verdedigd wierd: op dien voet stelde men er in onze
-jongstledene beroerten, waarin wij door de Pruissen aangevallen werden,
-ook groot vertrouwen op, wel weetende, dat het den vijand vrij wat
-zoude kosten, wilde hij die sterkte vermeesteren; dan ach! ook in dat
-vertrouwen heeft men zig te lijdig bedrogen; wel was de schans door
-militairen bezet, en met geschut voorzien; dan, op hoog bevel moesten
-zij dezelve verlaaten; ten minsten zijn de Pruisische Ruiters zonder
-slag of stoot de brug opgereden, en hebben dus het fort ingenomen.
-
-
-
-
-Voegelijk kunnen wij hier nog een woord zeggen van
-
-DE OVERMEERSCHE SCHANS,
-
-Gelegen aan den Hinderdam, aan de westzijde van de Vecht, ruim een uur
-gaans van de stad Weesp: deeze ligt op een eilandjen, in het midden van
-de aangenaame Vecht meergemeld, zo dat men er rondsom kan heenvaaren:
-zij is in of omtrent den jaare 1747, ongemeen veel verbeterd—„In een
-kaart van 1619,” leezen wij, „wordt hier een dam getekend, die dwars
-door de Vecht lag, en met sluizen voorzien was: in deeze kaart vindt
-men geene sluizen te Muiden, zo dat men hier het water van de Vecht
-schijnt te hebben afgeschut; waaromtrent het maaken van de
-Uitermeersche sluis verandering schijnt ten wege gebragt te hebben.”
-
-Tusschen de Uitermeersche Schans, en den Hinderdam, stond weleer het
-Huis ten Bosch, zijnde eene oude Ridder-Hofstede, aan den Huize van
-Ysselstein toebehoorende; doch wij kunnen zulks echter als geene
-bijzonderheid van deezen omtrek opgeeven, om dat er thans volstrekt
-niets meer van dat Huis voorhanden is: in den oorlog tusschen Hertog
-Filips van Bourgondiën, en den Bisschop van Utrecht, werd dit
-aanzienlijke Huis door het krijgsvolk van den Hertog geheel verwoest:
-evenwel schijnt men het daarna weder opgebouwd te hebben, aangezien men
-aangetekend vindt, dat de Franschen, in den oorlog van den jaare 1672
-en 1673, hetzelve andermaal geheel hebben vernield.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET DORP OUD-LOOSDRECHT.
-
-
- OUD-LOOSDRECHT is ’t, dat de oogen streelt,
- Door schoon geboomt en vette weiden,
- Door uitzicht op bebouwde heiden,
- Maar meest door dat het steeds in diepe vrede deelt.
-
-
-Oud- en Nieuw-Loosdrecht, en Mijnden, behooren onder eene zelfde
-Bailluagie, niettegenstaande zij, wat de Ambachtsheerelijkheid betreft,
-in onderscheidene Gerechten verdeeld zijn.
-
-Oud- en Nieuw-Loosdrecht, zijn beiden eigenlijk slechts ééne
-Heerelijkheid, maar twee Parochiën, met twee kerken, eene oude, en eene
-nieuwe: echter zullen wij, in onze beschrijving, ingevolge de
-doorgaands plaatshebbende gewoonte, van de twee deelen dier
-Heerelijkheid als van twee dorpen spreeken, en ze Oud- en
-Nieuw-Loosdrecht noemen.
-
-Niettegenstaande de beide Loosdrechten, (maar vooral Nieuw-Loosdrecht,)
-niet kunnen gezegd worden te bloejen, behoeven zij echter in wezenlijke
-middelen van bestaan nog niet voor andere dorpen van Gooiland, alhoewel
-die bloejende zijn, onder te doen; maar vooral dingen zij naar den
-prijs in de aangenaamheid van
-
-
-
-
-LIGGING,
-
-Kunnende met recht gezegd worden dat zij zig voor den wandelaar als een
-aardsch paradijs opdoen; waar hij de oogen ook heen sla, overal lacht
-het aangenaamste groen hem toe: de dorpen zijn indedaad eene ter
-wederzijde met huizen, of boerenwooningen bebouwde allée van
-wilgenboomen, van de belendene landen, door smalle en heldere
-wegslooten afgescheiden, zijnde meestal den zoom der gezegde landen ter
-rechterhand, mede met een rij zulke boomen beplant, waardoor men
-derhalven van die zijde bestendig eene dubbele rij boomen heeft; de
-bewoonde erven aan wederzijden liggen mede meest allen in ’t groen
-geboomte, en hebben hunne moes- en bloem-tuinen: nabij de kerken, zijn
-de getimmertens wel het meeste in behoorelijke orde; daar geen
-wooningen staan, wordt het oog verrukt door de heerelijkste weilanden,
-of de aangenaamste bebouwde akkers; ziet men ter linker zijde, (van
-Loenen af gerekend,) verder heen, dan wordt men gestreeld, door het
-gezicht van de bebouwde Gooische heide, (aangenaamst als de boekweit
-bloeit, of het goudgeel graan op de bevalligste wijze golft;) vooral
-aan dien kant alwaar men op Hilversum en deszelfs bebouwde omtrek ziet:
-het jagthuis van den Heere Van Loon, waarvan wij in onze beschrijving
-van ’t gezegde dorp, (zie bladz. 15) gesproken hebben, maakt, van hier
-gezien, ook eene aangenaame vertooning: in de Oude Loosdrecht, doch
-eigenlijk niet algemeen in het dorp, maar meest op den zogenaamden
-Veendijk, zijnde eene waterkeering, ziet men ter eene zijde niet dan
-uitgeveende plassen, en overal stapels gedekte turf, terwijl aan den
-anderen kant, eene lange rij meer en min gevulde turfschuuren staat; om
-welke reden men ook aldaar met geen brandende tabakspijp voorbij mag
-gaan, op de boete van drie guldens: deeze schuuren bevatten dikwijls
-een capitaal van veele duizenden: in dit gedeelte van Oud-Loosdrecht
-wordt de aandacht van den wandelaar, zo hij zijne wandeling niet op
-een’ zondag doet, bezig gehouden met het baggeren, of verder bereiden
-van de turf, aan den eenen kant; en aan den anderen met het inbrengen
-of uithaalen van dezelve in of uit de schuuren; met één woord niemand
-zal ’t zig beklaagen de beide Loosdrechten een bezoek gegeven te
-hebben.
-
-Men verzekert dat zij van den dom te Utrecht af gezien, zig als een
-digte, langwerpige bosschaadje vertoon.
-
-Oud-Loosdrecht ligt voords ten noorden aan Kortenhoef (in de Provincie
-Utrecht) en meer oostwaards aan ’s Graaveland, (in de Provincie
-Holland;) ten oosten heeft het, langs een kromme bogt, het gerecht van
-Hilversum, tot aan Tienhoven, en Breukelenveen; ten oosten paalt de
-Oude Loosdrecht, met Loenderveen, Oudover en Muieveld [21], aan Loenen,
-vanwaar ze door de Vecht wordt gescheiden: „In deeze strekking”, leest
-men te recht in den Tegenwoordigen Staat van Holland, „maaken de
-Loosdrechten een zeer langwerpigen bogt, die van binnen aan de
-westzijde voor het grootste gedeelte is uitgeveend, zo dat er niet
-anders dan smalle akkers of strooken lands zijn overgelaten, die nog
-jaarlijks uitgeveend worden.”
-
-
-
-
-NAAMSOORSPRONG.
-
-Deeze heeft de Heerelijkheid ontleend aan een watertjen aldaar
-stroomende, en dat den naam van Drecht draagt, (waarschijnelijk dat er
-weleer een overvaart, of veer op geweest is, zie onze beschrijving van
-Dord, enz. art. naamsoorsprong;) dat watertjen loost alhier in de
-hoofdrivier, des is ter deezer plaats de Loozing der drecht,
-(Loosdrecht:) de naamen van Oud en Nieuw, waarmede men gewoon is de
-beide deelen der Heerelijkheid te onderscheiden, zijn ontstaan door het
-aanleggen van een tweede of Nieuwe kerk, gelijk nader zal blijken.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE
-
-De stichting van Loosdrecht, ligt thans geheel in het duister: wat
-aangaat de grootte, in de quohieren der verpondingen van den jaare
-1632, vindt men de beide Loosdrechten begroot op 1807 morgen 300 roeden
-lands, en het getal der huizen op 221; in de quohieren van 1732, vondt
-men er slechts 1507 morgen en 200 roeden voor; doch de huizen worden
-integendeel bepaald op 372; derhalven 151 huizen meer, (zonder den
-korenmolen die er gevonden wordt,) waaruit men zoude mogen opmaaken,
-dat de beide dorpen in den gezegden honderdjaarigen tusschentijd, zeer
-wèl gebloeid moeten hebben: sedert echter is dien bloei merkelijk
-verminderd, en hun aanzien vrij wat vervallen, hoewel in de Nieuwe
-Loosdrecht meer dan in de Oude; (van de eerstgemelde desaangaande nader
-onder onze beschrijving van dezelve:) anderen bepaalen het grondgebied
-op wel 2950 morgen [22], zo land als water, welk water mede in de
-verpondingen moet betaalen, om dat het uitgeveende plassen zijn. In de
-Oude Loosdrecht liggen verscheidene aangenaame buitenplaatsen, waarin
-die het mede van de Nieuwe wint: zie onze beschrijving van dezelve.
-
-Het getal der bewooneren van geheel de Heerelijkheid wordt begroot op
-omtrent 800, die allen van den Gereformeerden Godsdienst zijn, dat
-zekerlijk iet zonderlings is.
-
-
-
-
-Het
-
-WAPEN
-
-Der beide Loosdrechten is vier zwarte en vier zilveren dwarsbalken over
-kruis doorsneden met twee rood- en wit-geruite balken.
-
-
-
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-Dewijl, gelijk wij gezegd hebben, alle de inwooners der Heerelijkheid
-van den Gereformeerden Godsdienst zijn, worden er ook geene andere
-kerken gevonden, dan die van de gezegde gemeente: de Oude kerk, dat is
-de kerk van de Oude Loosdrecht, is een klein gebouw, ofschoon er
-honderden menschen in opkomen; van binnen heeft het, ingevolge deszelfs
-aanleg, even weinig pracht als van buiten; alles intusschen is van
-binnen zeer net; boven ééne der portaalen is eene gallerij voor de
-Weezen, enz.: thans hangt boven die gallerij, een vlag, van talrijke
-voeten vierkant, met een lijst, en in het midden een groote oranjeboom,
-in een groene bak, zodanig als men dezelven gemeenlijk in de Orangeriën
-geplaatst vindt; ter eene en andere zijden van die bak, leest men de
-woorden vivat Oranje! (er zijn ook in Oud-Loosdrecht maar weinige
-lieden, van dezulken die men Patriotten noemt:) ter wederzijde dier
-vlagge hangen nog twee kroonen, gevlogten van kunstbloemen en
-orangeappelen: aan het andere einde der kerke, tegen over de gezegde
-vlag en kroonen, hangt thans nog eene vlag, maar van minder aanzien; er
-is geen orangeboom op gepenseeld; alleenlijk leest men in derzelver
-midden mede, vivat Oranje! Deeze sieraadjen hebben, ten tijde der
-omwending van zaaken in ons Land, in het openbaar gediend.
-
-Wat verder het ruim van deeze kerk betreft, alles is daarin aan het
-oogmerk voldoende; de predikstoel is zeer net zamengesteld, zo ook de
-Regeeringsbanken en verdere mannengestoelten: de bank voor den Heere,
-of de Vrouwe der Heerelijkheid, staat vlak tegen over den predikstoel:
-het ruim is voords naar gewoonte, met vrouwegestoelten bezet: er hangt
-ook, (op de gallerij waarvan boven gesproken is,) een op paneel
-geschilderde lijst van de Predikanten die sedert de reformatie, de
-Oud-Loosdrechtsche Gereformeerde Gemeente bediend hebben: aanmerkelijk
-is het dat de laatste Roomsche Priester ter deezer plaatse ook de
-eerste Gereformeerde Predikant aldaar geweest is: zie nog iet wegens de
-kerken van Loosdrecht met betrekking tot den tijd vóór de Reformatie,
-onder Nieuw-Loosdrecht, ditzelfde art.
-
-Het doophek, en verder al het inwendige der kerke is zeer zindelijk, en
-wordt wèl onderhouden: het ruim wordt door vijf kaars-kroonen verlicht:
-er is geen orgel in.
-
-De vloer van het ruim der kerke gebruikt men nog, ingevolge de oude,
-dat is onverlichte tijden, om er in te begraaven: de gezegde grond is
-zamengesteld uit grafzerken, waaronder wij er echter geene gevonden
-hebben der aandacht waardig.
-
-Buiten om de kerk ligt, naar gewoonte, een kerkhof, dat genoegzaam
-groot is, en vrij net genoemd mag worden; aan een van de hoeken
-deszelven is eene soort van grafkelder, bijna twee voeten boven de
-oppervlakte van den grond verheven, en met een’ zwaaren blaauwen zerk
-gedekt; op dezelve staat geene inscriptie; ook is ’t alleenlijk eene
-grafplaatse, gekozen door iemand die begeerde na zijnen dood in een
-zeer stil oord te liggen: op het zelfde kerkhof is ook één der
-dorpsbrandspuiten geplaatst: vier zijn er in geheel de Heerelijkheid.
-
-De kerktoren die aan het eene einde der kerke eenige voeten hoog,
-vierkant uit het dak rijst, is in den jaare 1783 veel vernieuwd, en bij
-die vernieuwing, in zijn vierkant verkleind; op dat vierkant staat een
-spits, dat met leien gedekt is—in één der zijden van het vierkante
-ondergedeelte van den toren is een wijzerplaat, waarop men het jaartal
-1791 leest, welk getal alleenlijk het jaar aanwijst waarin dezelve is
-opgeschilderd.
-
-Te Oud-Loosdrecht is ook een goed Weeshuis, voor 3 jaaren eerst
-gesticht, en ’t welk tevens voor een Armenhuis verstrekt; dat niet
-alleen, maar er worden ook in opgenomen, geleerd, gekleed en gevoed,
-zulke kinderen, wier ouders onvermogend bevonden worden om hen te
-voeden; indedaad een zeer loflijk gebruik, en voornaame oorzaak dat er,
-hoe min vermogend de bewooners over het algemeen ook zijn, geene
-bedelaars gevonden worden—de arme lieden en kinderen leiden in dit huis
-ondertusschen niet, gelijk op veele aanzienlijke plaatsjens het geval
-is, een lui, geheel werkeloos leven; integendeel, zij worden allen te
-werk gesteld, aan het spinnen van wol; er worden ook netten gebreid, en
-andere bezigheden verricht, zo dat er over het algemeen eene geduurige
-loflijke arbeidzaamheid plaats heeft: alle de voordeelen daarvan komen
-aan het huis.
-
-Het Schoolhuis is een gebouw dat slechts redelijk aan het oogmerk
-beantwoordt.
-
-De Pastorij staat tegen over de kerk, is zeer spatieus, en van goeden
-aanzien; er is geen ruimen hof achter, maar de Predikant heeft achter
-de kerk een groote moestuin, ten zijnen dienste.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-Deezen zijn geene anderen dan het Rechthuis, dat voor beiden de dorpen
-dient, en gebouwd is op derzelver kerklijke scheiding: ’t is mede in
-alle deelen aan het oogmerk beantwoordende, doch heeft niets bijzonders
-der beschrijvinge of bezichtiginge waardig: daarin echter is het van de
-rechthuizen op veele Nederlandsche dorpen onderscheiden, dat het niet
-tevens een herberg is; er mag ook, volgends ordonnantie van de Staaten,
-niet in getapt worden, zelfs niet aan de Regeering der dorpen.
-
-Op eenige voeten afstands van het huis, aan de overzijde van den weg,
-staat een kaak, geplaatst in het midden van een cirkel-rond en van
-gebakken steen gemetzelde voet, ten minsten vier voeten hoog boven den
-grond, en wel zes voeten diameters; maakende des rondsom den paal eene
-soort van rond steenen schavot: in gevalle van rechtsoefening, wordt
-voor het Rechthuis een schavot opgericht.
-
-
-
-
-KERKLIJKE REGEERING.
-
-Deeze bestaat uit den Predikant, (de verkiezing van welken staat aan
-den Heere of de Vrouwe in der tijd, zonder eenige voorafgaande
-nomminatie,) zijnde thans de Wel-Eerwaarde Heer Huibert van den
-Bijlaardt, behoorende onder de Classis van Amsteldam; voords uit twee
-Ouderlingen en twee Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en één
-Diacon afgaat, die door anderen vervangen worden, staande de verkiezing
-derzelven aan den kerkenraad.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE REGEERING.
-
-Loosdrecht heeft in alles eigen recht, crimineel en civiel, zo wel van
-pleidoojen als halsrecht.
-
-Het hooge rechtsgebied over dit, als het andere deel van het
-Bailluwschap, zo als wij die deelen, bladz. 1 opgegeven hebben, wordt
-geoefend door den Bailluw, zijnde thans de Wel-Ed. Gestrenge Heer, Mr.
-Johannes Petrus Thierens, die aangesteld wordt door zijne Doorl. Hoogh.
-den Stadhouder, uit de nominatie van een drietal, door de Staaten van
-Holland en Westfriesland gemaakt: hij zit te recht met de
-dorpschepenen: voorheen had de Bailluw de vrijheid om voor zig
-afzonderlijke schepenen crimineel te benoemen en in den eed te neemen;
-doch daarover een proces ontstaan zijnde, is hij, in gevolge de
-uitspraak op dat proces, voor omtrent zes jaaren gedaan, verpligt, de
-dorpschepenen in der tijd, ook voor het crimineele in den eed te
-neemen: hij wordt in zijnen aanstellings-brief ook genoemd Bailluw van
-Loenen Holland, met welken naam men gewoon is Loenen
-Kroonenburgs-gerecht te benoemen—uit aanmerking van dien tijtel, „is
-voormaals,” leezen wij, „aan de zijde van den Bailluw van de
-Loosdrechten, begreepen dat hem het oefenen van jurisdictie, op het
-grondgebied van Loenen Kroonenburgs-gerecht toekwam, waarover weleer,
-tegen den Heere van Kroonenburg of deszelfs Bailluw, proces is
-aangevangen, doch sedert geruimen tijd niet vervolgd geworden, zo dat
-de Bailluw van Loenen Kroonenburgs-gerecht, in de bezitting van dat
-recht is gebleven:” in gevolge het werkelijk hangen van ’t gemelde
-proces gaat de Bailluw, voor de Loosdrechten verkozen zijnde, ook nog
-naar Loenen Kroonenburgs-gerecht om zig aldaar in zijne waardigheid van
-Bailluw te doen erkennen; doch wordt als dan geweigerd.
-
-De beide Loosdrechten en Mijnden, schijnen gemeenlijk als eene enkelde
-Ambachtsheerelijkheid aangemerkt te worden, doch zij zijn het niet,
-ieder is in de daad eene afzonderlijke Ambachtsheerelijkheid,
-niettegenstaande zij sedert lang, als onverdeeld, een zelfden Schout en
-Secretaris hebben; dit echter staat ter keuze van den Ambachtsheere of
-Vrouwe, (thans Vrouwe S. M. van de Poll, Douariere, wijlen den Wel-Ed.
-Gestrengen Heere Mr. Z. H. Alewijn van Mijnden, in leven President
-Schepen en Raad in de Vroedschap der stad Amsteldam,) die ook Mijnden
-een anderen Schout en Secretaris kan geeven; vermits de aanstelling aan
-dezelve staat, zo wel als van Schout en Secretaris van Loosdrecht.
-
-In het civile, wordt Loosdrecht in ’t gemeen beheerscht door den
-Ambachtsheere of Vrouwe in der tijd, met zeven Schepenen, naamlijk drie
-uit Oud-, drie uit Nieuw-Loosdrecht, en één uit Muieveld, of uit
-Oudover: deezen worden aangesteld, zonder eenige voorafgegane
-nominatie, door den Heer of Vrouwe; aan wien het ook staat om dezelven
-naar goedvinden wegens getal of tijd te doen afgaan of aanblijven;
-derhalven is er, Schepenen betreffende, geen bepaalde tijd van
-verandering.
-
-Voords zijn er twee Weesmeesters, die tevens Armmeesters zijn, en niet
-jaarlijks afgaan: zij hebben almede hunne aanstelling van den
-Ambachtsheer of Vrouwe; die ook de aanstelling heeft van de
-Schoolmeesters, in de beide Loosdrechten: deezen zijn tevens Kosters,
-Voorzangers en Doodgraavers.
-
-De Schepensbank wordt bediend door één’ boden: ook hebben Bailluw en
-Schout zamen één’ diender, die mede door den Ambachtsheer of Vrouwe
-aangesteld wordt.
-
-
-
-
-Onder de
-
-VOORRECHTEN
-
-Van Loosdrecht kan men tellen, dat het, behalven de algemeene
-voorrechten van Gooiland, halsrecht heeft, gelijk er dan ook een
-buitengalg gevonden wordt.
-
-Een voorrecht van den Ambachtsheer is dat hij preferent is in het in
-huur neemen van het Rechthuis, (thans bewoond door den diender;)
-hetzelve is een dorpgebouw, waarvan de huurpenningen derhalven in ’s
-Dorps casse komen.
-
-Nog heeft de Ambachtsheer korentiendens, en tienden van de aardappelen
-die aldaar gewonnen worden.
-
-
-
-
-BEZIGHEDEN.
-
-Voor eenige jaaren was in de Oude Loosdrecht eene vrij aanzienlijke
-porcelein-bakkerij, doch dezelve is van daar naar den Amstel verplaatst
-geworden; waardoor het dorp niet weinig heeft verloren.
-
-Er worden eene en andere handwerken, in de zamenleeving onontbeerelijk,
-geoefend; doch de hoofdbezigheid der bewooneren van dit gedeelte der
-Heerelijkheid, is het baggeren van turf, en vermits, zo wel het
-baggeren zelf, als het af- en aan-voeren van de turf, veele schepen en
-schuiten benoodigd maakt, houdt zulks op het dorp ook het
-scheepmaakers-handwerk aan den gang.
-
-Voor iedere morgen gronds die in de Loosdrechten uitgebaggerd zal
-worden, moet de aanneemer ƒ 300 guldens geeven, (inleggen, zegt men
-aldaar;) voor dat geld wordt een Obligatie gekocht, en uit de
-interessen van deeze, betaalt de Heer of Vrouwe in der tijd zig de
-bepaalde verponding: het geen er overschiet wordt den aanneemer ter
-hand gesteld—Onder Loenerveen is dat inleggeld ƒ 400, om dat aldaar uit
-de interessen ook nog het molengeld betaald moet worden.
-
-Er zijn in Oud-Loosdrecht ook veele visschers die hun sober bestaan in
-de uitgeveende plassen vinden—anderen, echter niet zeer veelen, leeven
-van den landbouw, van het rietgewas, of de melkerij; dit heeft nog
-meest plaats aan het Leeg-eind des dorps, zo als de Loosdrechters het
-noemen, en dat dien naam draagt, om dat het aan geen van beide zijden
-huizen, maar alleenlijk weilanden heeft.
-
-
-
-
-GESCHIEDENIS
-
-Van Oud-Loosdrecht, vereischt geene breede plaats: in het jaar 1672,
-(dat verschrikkelijke jaar voor geheel Nederland,) had het door den
-inval der Franschen zeer veel te lijden: sedert is er, voor zo verre
-ons bewust is, weinig van aanbelang voorgevallen: de bovengemelde
-gezindheid der bewooneren, in het staatkundige, heeft de dorpelingen in
-onze jongstledene beroerten weinig deel gegeven: wel hebben zij zig in
-den wapenhandel geoefend, toen die oefening Staatswijze geboden werd,
-in de ontstaane verschillen met den Keizer Joseph: toen de verdere
-woelingen der Patriotten voordgang namen, heeft men er ook nog, hoewel
-maar korten tijd, blijven exerceeren—bij den inmarsch der Pruissen, op
-hunnen doortogt naar Loenen, hebben de Loosdrechters hun een maand lang
-moeten inquartieren; en daar deeze lieden naar geene staatkundige
-gevoelens vroegen, hebben zij er ook verscheidene plunderingen
-aangericht; vooral heeft de plaats van de Wel-Edele Ambachtsvrouwe, in
-de Nieuwe Loosdrecht, hunnen moedwil ten sterksten moeten bezuuren.
-
-Men vindt bij andere Schrijvers gewag gemaakt van een Huis te
-Loosdrecht, als eene bijzonderheid van deeze plaats; doch dit is,
-volgends onze ingewonnene berichten niet anders geweest dan een huis
-van den Ambachtsheer, ’t welk door den Heer Mr. Alewijn van Mijnden,
-reeds genoemd, om zijne bouwvalligheid is weggebroken, om op den grond
-daarvan het tegenwoordig aanzienlijk gebouw te plaatsen.
-
-
-
-
-LOGEMENTEN,
-
-Deezen zijn hier niet—De Hollandsche tuin bij het Rechthuis, en de
-Lindeboom, zijn de voornaamste herbergen; ook zoude men in dezelven
-kunnen overnachten, en er geen gebrek aan eene goede bediening hebben.
-
-Verder vindt men er nog de herberg het Turfschip, en twee of drie
-herbergjens, alwaar men zig naar genoegen kan ververschen.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN,
-
-Van Pinxter tot 3 maanden daarna, vaart zondags een schuit van
-Loosdrecht op Amsteldam; voords ’t geheele jaar door, maandags,
-dingsdags, woensdags en vrijdags, ook dergelijk een schuit.
-
-Vrijdags vaart van daar mede eene schuit op Utrecht—In gevalle van
-besloten water, rijdt er op de gemelde dagen een wagen op gezegde
-steden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET DORP NIEUW-LOOSDRECHT.
-
-
- NIEUW-LOOSDRECHT, dat geheel in groen geboomt gelegen,
- Het oog des wandlaars, door natuurlijk schoon verrukt,
- Biedt zijn bewooneren nogthans geen ruimen zegen,
- Daar ’t algemeen verval het zeer gevoelig drukt.
-
-
-Zeer verdeeld zijn de keuzen der vreemdelingen en ook der bewooneren
-wegens de aangenaamheid der beide Loosdrechten; deezen houden de Nieuwe
-anderen de Oude voor aangenaamer; voor ons, wij zouden voor de Nieuwe
-zijn, wat de vertooning over het geheel betreft; doch in de Oude zijn
-meer goede huizen, ook liggen er verscheidene buitenplaatsen in die in
-de Nieuwe niet voorhanden zijn, gelijk wij onder onze beschrijving van
-de Oude Loosdrecht reeds gezegd hebben.
-
-
-
-
-Wat de
-
-LIGGING
-
-Betreft, deeze is over ’t algemeen in onze beschrijving van
-Oud-Loosdrecht opgegeven; alleenlijk kunnen wij hier nog bijvoegen, dat
-ter zijde af meer bebouwde akkers liggen, waarop de aardappelen,
-boekwijt, en graanen zeer wèl willen tieren—bepaaldlijk maakt de Nieuwe
-Loosdrecht, in het zuiden, een scheiding tusschen de Provinciën Holland
-en ’t Sticht; ten westen paalt zij aan Mijnden.
-
-Wegens de naamsoorsprong, zie men onze beschrijving van Oud-Loosdrecht:
-Nieuw-Loosdrecht draagt ook nog den naam van de Zijpe.
-
-Van de stichting en grootte, zie men mede onder Oud-Loosdrecht—In den
-tegenwoordigen staat van Holland, leezen wij: „in de Oude Loosdrecht,
-staan de huizen, ter wederzijde gedeeltelijk op boere werven, of
-afgebrokene akkers, naar de wijze der veendorpen; in de Nieuwe
-Loosdrecht staan zij veelal aan elkander gebouwd”, doch het tegendeel
-is waar; in de Nieuwe Loosdrecht liggen de huizen veel verder van
-elkander dan in de Oude: voords liggen zij meer in ’t groen, maar
-daarentegen zijn de wooningen ook kluiziger, en veelen zelfs zodanig
-vervallen, zo ingezakt, dat zij geheel wanstaltige figuuren maaken:
-onder de wooningen in de Nieuwe Loosdrecht zijn ook geene andere
-Buitens, dan dat van de Ambachtsvrouwe reeds gemeld.
-
-Zie wegens het Wapen, Oud-Loosdrecht.
-
-
-
-
-KERKELIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-
-Vermits ook hier, even als te Oud-Loosdrecht alle de bewooners den
-Gereformeerden Godsdienst belijden, zijn er geene andere dan de
-Gereformeerde kerk voorhanden. In het reedsgemelde werk: Tegenwoordige
-staat van Holland, leest men, betreffende dit artijkel: „De kerk van de
-Oude Loosdrecht, is vrij ruim; doch oud, met een laag torentjen, zij
-wordt echter zeer wèl en net onderhouden; die van de Nieuwe Loosdrecht,
-is netter en nieuwer, en heeft een schoonen toren, met een goede spits,
-die van vrij verre kan gezien worden”: de toren is vierkant, hoog en
-zwaar, en het spits met leiën gedekt: in allen deelen beantwoordt het
-gebouw voords aan de berichten bij ons ingewonnen, naamlijk dat het nog
-de plaats der Godsdienst-oefeninge onzer Landgenooten van vóór de
-reformatie was, zo wel als de kerk van Oud-Loosdrecht, zodanig dat
-deeze de Parochiekerk was, en die van de Nieuwe Loosdrecht derzelver
-capel; gelijk zij dan ook weleer door de Roomschen genoemd werd, onze
-capelle van de Zijpe; men wil dat deeze capel omtrent den jaare 1400
-gesticht zij: de toren heeft twee wijzerplaaten, waarop men het jaartal
-1762 leest, zijnde het jaar waarin gemelde plaaten vernieuwd zijn.
-
-Naast den ingang der kerk is mede één der reeds gemelde vier
-dorps-brandspuiten geplaatst, en tegen een der zijmuuren van het gebouw
-ziet men eene soort van open houten huisjen, ten dienste van den koster
-en schoolmeester wanneer hij, amtshalven, voor dorpelingen iet moet
-afleezen.
-
-Rondsom de kerk is een kerkhof dat niets ongemeens heeft, niets anders
-dan, tegen een der muuren van die kerk aan, een vierkanten marmeren
-graftombe; hebbende echter geen ander cieraad, dan dat op het voorstuk
-deszelve is uitgehouwen, een gehelmd man, in boerschen of
-Oud-Hollandschen burger kleeding, hebbende een ijzeren stormhoed op:
-aan zijn linker arm heeft hij een schild, en in dezelfde hand een
-zwaard; in de rechterhand heeft hij een soort van hamer aan een langen
-stok die op zijn schouder ligt.
-
-Inwendig heeft het gebouw niets bijzonders: alles is er zeer wèl en
-geregeld: de bank voor den Heere of Vrouwe der Heerelijkheid staat,
-even als in de kerk van Oud-Loosdrecht, recht tegen over den
-Predikstoel.
-
-Het Schoolhuis is nabij de kerk, en is een gebouw aan het oogmerk
-beantwoordende.
-
-De Pastorij is achter de kerk, en heeft een zeer grooten hof.
-
-Een Wees- of Armen-huis is te Nieuw-Loosdrecht niet; de weezen en armen
-worden er bij de ingezetenen besteed, en zo de regeering al eenig
-gebruik van het weeshuis in de Oude Loosdrecht begeert te maaken, moet
-hetzelve, bij wijze van besteeding, betaald worden.
-
-Wegens de wereldlijke gebouwen, staat ons hier niets aantetekenen: zie
-dit zelfde artijkel onder onze beschrijving van Oud-Loosdrecht.
-
-
-
-
-KERKELIJKE REGEERING.
-
-Deeze is even als te Oud-Loosdrecht voornoemd: de Predikant is thans de
-Wel-Eerwaarde Heer Reinier Swierink.
-
-Daar voords de wereldlijke regeering mede dezelfde is als die van
-Oud-Loosdrecht, kunnen wij ons ook, wat deeze betreft, aan de
-meergemelde beschrijving van dat dorp gedraagen; hetzelfde zij gezegd
-van de voorrechten. Het zogenaamde Loosdrechter bosch, waarvan wij
-onder Hilversum gesproken hebben, kan als eene bijzonderheid aangemerkt
-worden.
-
-
-
-
-De
-
-BEZIGHEDEN
-
-Der bewooneren zijn hier eenigzins onderscheiden van die waarmede de
-bewooners van Oud-Loosdrecht zig geneeren.
-
-De veenderij heeft hier weinig plaats, maar te meer, (wegens de
-voorraad van wei- en bouw-landen,) de melkerij, hooiteelt, en
-bouwerij—Weleer, en zelfs nog voor ruim 20 jaaren, waren in de Nieuwe
-Loosdrecht veele lakenweeverijen, doch sedert zijn dezelven allen te
-niet geraakt, het geen niet weinig tot het verval van dit gedeelte der
-Heerelijkheid heeft toegebragt: de weinige weeverijen van Hilversumsch
-streept, die er nog gevonden worden, zijn van niet veel betekenis en
-mogen den naam van fabrieken niet draagen, alzo zij slechts voor eigen
-vertier, en dat niet veel zegt, aan den gang gehouden worden: het
-spinnen van wol en vlas, wordt hier nog wel bij veelen ter hand
-gehouden, doch verschaft voor eenen aanhoudenden arbeid slechts een
-sober bestaan, te meer treffende voor de inwooners om dat hun
-vooruitzicht niet op beteren stand uitloopt: tot gezegde spinning
-worden de meisjens van zeven of agt jaaren gebruikt; deezen verdienen
-daarmede 8 of 8½ stuivers in de week; de armoede der ouderen noodzaakt
-hen hunne kinderen voor dien geringen prijs te leenen, en dezelven
-daardoor te berooven van den tijd waarin zij behoorelijk leezen,
-schrijven enz. zouden kunnen leeren.
-
-
-
-
-De
-
-GESCHIEDENIS
-
-Deezes dorps heeft niets afzonderlijks met die van de Oude Loosdrecht:
-er zijn, dat ligt te begrijpen is, even lang al te Oud-Loosdrecht,
-Pruissen geinquartierd geweest, en dezelven hebben er grouwzaame
-plonderingen aangericht; vooral op het Buiten van de Ambachtsvrouwe,
-gelijk wij onder Oud-Loosdrecht reeds aangetekend hebben.
-
-Logementen zijn in de Nieuwe Loosdrecht niet, en slechts eene herberg
-van eenig aanzien dat tevens eene uitspanning is; hier en daar vindt
-men een pleisterplaatsjen van geringen stand.
-
-Eindelijk zijn de reisgelegenheden dezelfden als in onze beschrijving
-van de Oude Loosdrecht zijn opgegeven.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET AMBACHT EN DORP MIJNDEN.
-
-
-Voegelyk kunnen wij hier de beschrijving van dit kleine Ambacht laaten
-volgen, alzo het met Loosdrecht, onder een zelfde Bailluage behoort,
-gelijk wij hier voor reeds gezegd hebben: Tekkop, dat gewoonlijk bij
-Mijnden beschreven wordt, brengen wij onder Woerden.
-
-
-
-
-Wat betreft de
-
-LIGGING
-
-Van Mijnden, hetzelve paalt met zijn rechtsgebied ten noorden aan de
-Drecht, onder onze beschrijving van Oud-Loosdrecht reeds genoemd, en
-welk water uit Loosdrecht naar de Vecht stroomt, en Mijnden, van die
-plaats afscheidt: ten oosten heeft Mijnden de Nieuwe-Loosdrecht, ten
-zuiden het Gerecht Breukelen-veen, dat onder de Provincie van Utrecht
-behoort, en ten westen wordt het door de rivier de Vecht voornoemd
-afgescheiden van dat gedeelte van Loenen het welk onder de gemelde
-Provincie behoort.
-
-De grond bestaat meestal uit laag wei- en hooi-land; de kleinte van
-grond, de afgezonderdheid van ligging, het getal van ingezetenen, zo
-wel als de afgelegenheid der wooningen, doet er zulk eene buitengewoone
-stilte heerschen, dat een stedeling, aan het drokke gewoel gewoon, er
-zig weldra verveelt.
-
-
-
-
-Van den
-
-NAAMSOORSPRONG,
-
-Deezes Ambachts zijn ons geene berichten ter hand gekomen.
-
-
-
-
-STICHTING EN GROOTTE.
-
-Van den aanleg of de stichting des dorps of van het Ambacht zijn even
-weinige berichten voorhanden; men zou intusschen mogen gissen, dat het
-van een zeer ouden datum kan weezen, want het Huis te Mijnden, (waarvan
-nader onder ons artijkel bijzonderheden,) wil men dat reeds in den
-jaare 1227 gesticht zoude weezen. Wat het tweede gedeelte van dat
-artijkel in onze gewoone orde van beschrijven betreft; Mijnden is niet
-groot; het bevat, volgends de voorhanden zijnde quohieren der
-verpondingen, slechts 296 morgen en 100 roeden lands; het spreekt
-derhalven van zelf, dat ’er ook niet veele huizen onder kunnen
-behooren: op de vroegere verpondingslijsten vindt men er niet meer dan
-3 voor aangetekend; doch op de lijsten van den jaare 1732, staan er 20
-huizen voor, waaronder eenige buitenplaatsen, en sedert zijn dezelven
-weinig vermeerderd.
-
-Het wapen van dit Ambacht zijn vijf goudene, en vier zwarte
-dwarsbalken, over het kruis doorsneden met twee roode balken.
-
-
-
-
-Onder ons artijkel
-
-KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN,
-
-Kunnen wij, Mijnden betreffende, niets betrekken; een kerk is er niet;
-de ingezetenen behooren kerklijk onder Loenen; gelijk ook aldaar hunne
-Weezen verzorgd worden, zo dat er ook te Mijnden geen Weeshuis is; er
-is mede geen Armenhuis of Dorpschool.
-
-
-
-
-WERELDLIJKE GEBOUWEN.
-
-Deeze zijn alhier geene anderen dan het Rechthuis, waarin tevens
-herberg gehouden wordt, en niets bijzonders heeft der beschrijvinge
-waardig: het staat aan de Mijnder-sluis.
-
-Uit het voorgemelde blijkt dat te Mijnden geene afzonderlijke kerklijke
-regeering plaats heeft.
-
-
-
-
-En wat betreft de
-
-WERELDLIJKE REGEERING.
-
-Daaromtrent hebben wij in onze beschrijving van Oud-Loosdrecht, onder
-het artijkel wereldlijke regeering [23] reeds gezegd dat Mijnden en de
-beide Loosdrechten, sedert lang als onverdeeld door een zelfden
-Ambachtsheer bezeten worden, niettegenstaande zij in de daad
-afzonderlijke Ambachtsheerlijkheden zijn; ook zeiden wij reeds dat zij
-uit dien hoofde dezelfde Schout en Secretaris hebben, het welk echter
-naar goedvinden van den Ambachtsheere of Vrouwe in den tijd geschiedt,
-gelijk wij in onze beschrijving van Oud-Loosdrecht mede reeds hebben
-aangetekend: Mijnden heeft voords drie Schepenen en een’ Buurtmeester,
-alle ter aanstellinge zo als die Schepenen van Loosdrecht: (Zie
-Oud-Loosdrecht art. wereldlijke regeering.)
-
-Verder vinden wij wegens de Wereldlijke Regeering van Mijnden nog uit
-medegedeelde berichten, het volgende aangetekend.
-
-„Het klein getal van ingezetenen, gaf in den jaare 1567, aanleiding tot
-eene schikking, waarbij vastgesteld werd, dat in de
-Ambachtsheerlijkheid van Mijnden, recht en gerechtigheid zoude geoefend
-worden, bij den Schout en drie gezworene Heemraaden, die aldaar
-jaarlijks gemagtigd werden, tot schouwing van de dijkaadjen en
-wateringen: deeze Heemraaden zouden als Schepenen den eed doen, in
-handen van den Ambachtsheere: volgends het verzoekschrift tot deeze
-schikking, welke door den Hove van Holland werd goedgekeurd, geschiedde
-dezelve, om dat de Gebuuren, die met den Schout te recht moesten
-zitten, maar elf in getal waren, en onder deezen vier broeders; ook
-waren zij alle schamele lieden, die dagelijks hun brood moesten gaan
-winnen, en derhalven op de rechtdagen niet passen.”
-
-Zie wegens de voorrechten, ons volgend art. bijzonderheden.
-
-
-
-
-De BEZIGHEDEN
-
-Der bewoneren van Mijnden, zijn geene anderen dan de hooiteelt en de
-melkerij; en welke beide takken van bestaan, hun nog maar maatiglijk
-het benoodigde kunnen verschaffen.
-
-
-
-
-Van de
-
-GESCHIEDENISSEN
-
-Deezes Ambachts is almede niets der aandacht waardig aantetekenen: de
-weinige bewooners die er gevonden worden hebben geen deel genomen in de
-verdeeldheden; waardoor ons lieve Vaderland sedert eenige jaaren is
-geschokt geworden.
-
-
-
-
-BIJZONDERHEDEN.
-
-Onder deezen kunnen wij brengen eenig bericht van het Huis te Mijnden,
-waarvan wij hiervoor reeds melding maakten; het bedoelde bericht,
-vinden wij geboekt in de volgende bewoordingen:
-
-„Ten noorden van de Drecht, niet verre van de Mijndersluis, door welken
-alle vaartuigen van de Loosdrechten naar de Vecht moeten, is, ten
-oosten deezer rivier, een ruig begraasde puinheuvel, die, gelijk men
-nog eenigzins kan ontdekken, met graften omvangen is geweest: deeze is
-het eenig overblijfzel van het huis te Mijnden, dat vrij groot schijnt
-geweest te zijn, en, volgends de gedaante der steenen, die men hier
-weleer vondt, doch merkelijk verminderen en verdwijnen, eene hooge
-rondheid moet gehad hebben; men wil dat het in den jaare 1227 gebouwd
-zij, door Ægidius, één der Heeren uit den Huize Van Amstel: ook is het
-vrij klaar dat de Heeren Van Mijnden, uit het geslacht der Heeren Van
-Amstel afstamden: de tijd der verdelging van dat huis, en bij welke
-gelegenheid dit gebeurde, is onbekend.”
-
-Dit huis geeft het recht tot beschreven te kunnen worden in de
-Ridderschap; het heeft ook verscheidene achterleenen die verheft moeten
-worden, alwaarom over dezelve ook een Stadhouder aangesteld wordt.
-
-Onder dit artijkel kunnen ook betrokken worden de aanzienlijke
-lustplaatsen, welken aldaar gelegen zijn, voornaamlijk tusschen de
-Weere of Landscheiding der Provincie van Holland en Utrecht—ééne der
-gezegde lustplaatsen, schijnt den naam van Weerestein, naar de gemelde
-Weere of landscheiding te draagen.
-
-
-
-
-LOGEMENTEN
-
-Zyn hier eigenlijk niet.
-
-Het Rechthuis is eene goede herberg.
-
-
-
-
-REISGELEGENHEDEN
-
-Zijn te Mijnden mede niet, men moet zig te voet of met rijtuig van daar
-naar één der nabijgelegene plaatsjens begeeven, om de vereischte
-reisgelegenheid te vinden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENINGEN
-
-
-[1] De Ambachten van Waveren, Botshol, en Ruigewilnissen worden door
-sommigen onder Amstelland begrepen, om dat zij met hetzelve een zelfde
-Bailluw hebben, (en waarom wij dezelven ook in dit Deel van ons werk
-hebben getrokken,) doch er zijn voorbeelden dat de gezegde Ambachten
-een’ afzonderlijken Bailluw gehad hebben; „ook,” zegt een onzer geëerde
-begunstigers, „wordt in den aanstellings-brief van den Bailluw, van
-dezelven, als byzondere districten gewag gemaakt.”
-
-[2] Van deezen naam Heilige stede, draagt ook de Heilige weg zijnen
-naam, om dat vóór de uitlegging der stad aan die zijde, het volk van ’t
-platte land langs dien weg, herwaards, de Heilige stede kwam bezoeken.
-
-[3] Het draagt den naam van Prinsenhof, om dat het in 1594 bekwaam
-gemaakt werd ter logeeringe van Prinsen, en andere voornaame
-persoonaadjen, die zig dikwijls in Amsteldam bevinden.
-
-[4] Hoe het omtrent dat dorp gegaan is, hebben wij in ons blad dat over
-hetzelve handelt, breedvoerig genoeg aangetekend, om er verder hier van
-te kunnen zwijgen.
-
-[5] Wij bedoelden met dit zeggen, dat de verwachting van den moed, maar
-vooral van het beleid der verdedigers niet groot heeft kunnen weezen,
-uit aanmerking van den aart hunner omstandigheden; ’t waren tog slechts
-burgers, wel geoefend in het handelen der wapenen, maar niet geoefend
-in den krijg: de handwerktuigen werden verwisseld met de wapenen; de
-vredige plaats der broodwinning met het oorlogsveld; de koopman lag de
-pen neder, en vattede den staf van commando op, als bevelhebber in
-eenen bloedigen krijg: en tegen een geoefend volk, een volk dat zig
-onder de oorlogende Europeêrs eenen naam verworven heeft: en deeze
-stille burgers deeden wonderen; toonden Batavieren te zijn; toonden
-onverschrokken te durven staan, als ’t aankwam op de verdediging van
-Land en Volk!—zeker hunne omstandigheid behoort vooral in aanmerking
-genomen te worden, wil men geen gevaar loopen van hunnen behaalden roem
-te kort te doen.
-
-[6] Men heeft zelfs verteld, ja wat verteld men niet al! en hoe dom
-denkt men wel dat de Duitsche soldaat zou weezen! sommige van hun
-hadden zig van de Nederlandsche Patriotten een denkbeeld gemaakt, als
-waren het zekere wonder-verschijnselen in de Natuur; zekere menschen,
-of gedaante van menschen, met vleugelen; die overal, door het geheele
-land heen rondgierden: verscheidene maalen, zegt men, is in den beginne
-door hen gevraagd of zij nu niet haast die Patriotten zouden zijn?
-ofschoon zij er reeds door onthaald waren geworden.
-
-[7] Dit is een schoon gebouw, behoorende aan de Thesaurie der stad
-Amsteldam: alle vaartuigen, die er passeeren, moeten er aanleggen en
-tol betalen.
-
-[8] Om deeze reden stellen sommigen ook niet dat Holland zijnen naam
-zoude ontleend hebben van deszelfs laage (Holle) ligging, maar van de
-menigte bosschen (Holt, hout) die er gevonden worden.
-
-[9] Deeze paal was in den jaare 1793 een zeer oud en onaanzienlijk stuk
-houts, ten gezegden jaare is er een fraaje ronde steenen paal in de
-plaats gezet, bovenaan rondsom denzelven leest men 100 Gaarden, zijnde
-de uitgestrektheid van het gebied van Amsteldam, boven op den paal
-staat een fraaje bewerkte kroon, ook pronkt hij met de wapens van
-Amsteldam en Amstelland, en laager staat het voorgemelde jaartal der
-vernieuwinge MDCCXCIII.
-
-[10] In het blad van onze Stad- en Dorpbeschrijver, voorgemeld,
-handelende over West-maas, en welk blad thans op de pers is, hebben wij
-opzettelijk over den staat van het Brand-wezen ten platten Lande,
-gesproken: God, die de harten kan bestuuren, geve dat het den
-gewenschten invloed, en uitwerking hebbe.
-
-[11] Men zie over dit en de andere Kerklijke en Wereldlijke Gebouwen
-van Amstelveen, het blad van onzen meergemelden Beschouwer, ’t welk
-over dit dorp handelt.
-
-[12] Ofschoon onze Stad- en Dorp-Beschrijver, volstrekt niet afgeleverd
-wordt dan aan de Heeren Intekenaaren op denzelven, hebben wij echter de
-beschrijving van den brand ook buiten intekening gedebiteerd; en
-vermids niemand van gezegde Intekenaaren zich daaraan heeft gestoten,
-oordeelen wij, ook omtrent dit blaadjen, als tot de beschrijving van
-den brand behoorende, die vrijheid te mogen gebruiken.
-
-[13] Zie onze beschrijving van meergemelden brand, bladz. 4.
-
-[14] Zie onze beschrijving van den brand, bladz. 2.
-
-[15] Onze geëerde Correspondent in deezen, zwijgt van de volgende
-omstandigheden des dorps: wij hebben echter geloofd, om de volkomenheid
-onzes werks te bevorderen, dezelven hier te moeten inlassen.
-
-[16] Dit grondgebied werd door Keizer Otto den Tweeden geschonken aan
-zekere Abdisse Goedela, waarvan het den naam bekwam van Goedelaland,
-dat is het land van Goedela; deeze naam, (Goedelaland,) is door de zo
-vermogende klankverbastering veranderd, eerst in Goeiland, en daarna in
-Gooiland.
-
-[17] Dit Trompenbergjen zegt men, zijn’ naam ontleend te hebben van den
-Hollandschen Admiraal Tromp, ten wiens gebruike men het zelve had
-afgestaan; en sommigen beweeren dat op deszelfs top door hem een coupel
-gebouwd is: men weet dat die dappere Held zijn hofstede in het
-nabijgelegen ’s Graaveland had: (zie onze beschrijving van dat dorp).
-
-[18] Het vorige orgel was mede door den brand verteerd,—meer dan 20
-jaaren had men zig zonder zulk een nuttig kerkinstrument beholpen——dan,
-den 28 Jan. 1786 werd bij de Regeering deezer plaatse geresolveerd, om
-een plan tot goedmaaking der kosten voor een nieuw Orgel voor de
-gemeente ter tekeninge te leggen, ’t welk met het goed voorbeeld der
-Regenten, zulk een gewenschten uitwerking hadt, dat men weldra in staat
-was gesteld om een nieuw Orgel te laaten vervaardigen.
-
-[19] Deeze Kerk is ingewijd den 4 Julij 1786, zijnde toen de eerste
-predikatie daar in gedaan door den Eerw. Heer Paulus Beyleveld, Pastoor
-te Vleuten.
-
-[20] Aanmerkelijk is het, dat deeze beesten, nu eerst uit het ei
-gekomen, weldra de grootte van de oude verkrijgen; doch tot hunne
-verwisseling van vederen zijn zij graauw van kleur; eerst bij dat
-verwisselen krijgen zij veeren zo ongemeen wit als waarmede de ouden
-pronken; even aanmerkelijk is het, dat zij zingen als zij den dood
-voelen naderen, waarom men ook gewoon is, het laatste vers eens
-dichters, zijn Zwanenzang te noemen: de zededichter Claas Bruyn, deeze
-eigenschap der zwaanen op de vroomen toepassende, heft daarvan dus aan:
-
- Laat de zwaan zijn lijkzang hooren,
- Met een lieffelijk geluid,
- Daar hij ’t leven meê besluit,
- Vroome zielen, uitverkoren,
- Om te heerschen op Gods throon,
- Slaan dus ook hun’ laatste toon.
- Ja zij zingen met de klanken
- Van het welbewust gemoed,
- Schoon het sterflot op hun woed’;
- Dit ’s het lijkdicht van die kranken:
- „Kom, o Jesus! al ons lust,
- „Haal ons in uw zachte rust, enz.
-
-[21] Oudover en Muieveld zijn gehuchten, gerechtlijk onder Loosdrecht,
-doch kerklijk onder Loenen behoorende, (de Oude- en Nieuwe-dijk, welke
-laatste aan Breukeleveen grenst, behoort onder de Parochie van
-Oud-Loosdrecht:) zij bevatten niets der aantekeninge waardig, en worden
-schaars bewoond, niettegenstaande er verscheidene buitenplaatsen in
-gevonden worden: Loenderveen is eene polder, mede onder Loosdrecht
-behoorende; doch dezelve is bijna geheel uitgebaggerd.
-
-[22] Eenige onzer ingewonnene berichten spreeken zelfs van over de 3000
-morgen.
-
-[23] Zie aldaar ook wegens het Hooge Rechtsgebied.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
+
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NEDERLANDSCHE STAD- EN DORPBESCHRIJVER, DEEL 3 (VAN 8) ***
+
+
+
+
+
+ DE
+ NEDERLANDSCHE STAD- EN
+ DORP-BESCHRIJVER;
+
+
+ door
+ L. VAN OLLEFEN.
+
+
+ III. DEEL.
+ (Amstelland, Weesper Kerspel, Gooiland, de Loosdrecht enz:)
+
+
+ Het spinwiel, weefgetouw, de drokke Zeevaardij,
+ De baggerbeugel, ploeg, de nutte melkerij,
+ En vischvangst, doen ons Gooi- en Amstelland beschouwen,
+ Wier staat en lot dit boek ons duidlijk zal ontvouwen.
+
+
+ te Amsteldam, bij H. A. BANSE, in de Stilsteeg.
+ 1795.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+INLEIDING.
+
+BEKNOPTE BESCHRIJVING VAN AMSTELLAND IN ’T ALGEMEEN.
+
+
+Ofschoon wij hier en daar in ons werk reeds iet van Amstelland in ’t
+algemeen gezegd hebben, ter oorzaake wij ons werk stukswijze, ja zelfs
+bij zeer kleine gedeelten in ’t licht doen komen, en des genoodzaakt
+zijn op deeze of geene plaats zo veel van een Land of district in ’t
+algemeen te zeggen, als tot het wèl verstaan der beschrijvinge van een
+bijzonder pleksken deszelven vereischt wordt, zullen wij echter, om aan
+onze gewoone orde in het zamenstellen van de boekdeelen des geheelen
+werks, te blijven beantwoorden, ook hier de in het hoofd deezer
+Inleiding gemelde algemeene beschrijving, laaten voorafgaan.
+
+Wat dan vooreerst betreft de
+
+
+
+
+LIGGING,
+
+Van Amstelland, deeze kan gezegd worden te zijn grenzende ten noorden,
+of liever noord-oosten aan het IJ, ten oosten aan de Muiderban,
+Weesperkerspel, en de Bijlmermeir; ten zuiden, zuidoosten, en
+zuidwesten paalt het aan de Provincie van Utrecht; ten westen heeft het
+een gedeelte van Kennemerland: in onze beschrijving van Amstelveen,
+bladz. 2. tekenden wij reeds aan hoe Amstelland, door de rivier den
+Amstel, in twee deelen gescheiden, en aan de westzijde Nieuwer-Amstel,
+aan de oostzijde Ouder-Amstel genoemd wordt: gezegde rivier neemt
+zijnen aanvang omtrent drie uuren ten zuidwesten der stad Amsteldam,
+naamlijk aan de zamenvloejing der watertjens de Drecht, de kromme
+Mijdrecht, of Miert, loopende voorbij Ouderkerk in en door Amsteldam
+voornoemd, in het IJ.
+
+De gezegde ligging is bepaaldlijk die van het Bailluwschap, dat niet
+verward moet worden mee het Dijkgraafschap, waarvan nader.
+
+De eigenschap van den grond deezer Landstreek, hebben wij in onze
+gemelde beschrijving van Amstelveen reeds opgegeven, men voege nog bij
+het geen wij aldaar wegens de voordbrengselen van Amstelland gezegd
+hebben, dat er veel moes op gewonnen wordt, die men meestal te
+Amsteldam vertiert.
+
+
+
+
+NAAMSOORPRONG.
+
+Deeze moet zekerlijk gezocht worden in de ligging, naamlijk, gelijk wij
+gezegd hebben, ter wederzijde van de rivier de Amstel, betekenende de
+naam Amstelland derhalven, Land aan den Amstel gelegen; doch wat de
+oorsprong van den naam der rivier zelve, (Amstel,) aanbelangt,
+desaangaande vinden wij niets aangetekend.
+
+
+
+
+OUDHEID.
+
+In onze meergemelde beschrijving van Amstelveen, (bladz. 2.) zagen wij
+reeds hoe Amstelland van ouds niet behoorde onder de eigendommen van de
+Hollandsche Graaven, maar eene bijzondere Heerelijkheid van den huize
+Van Amstel was, en de Heeren, uit dit huis, worden reeds op het jaar
+1019 genoemd, weshalven men kan bepaalen dat Amstelland reeds langer
+dan zeven en een halve eeuw onder dien naam bestaan heeft.
+
+
+
+
+GROOTTE.
+
+Wat deeze betreft, alvoorens dezelve zo na mogelijk te bepaalen, moeten
+wij aantekenen, dat de grootte van Amstelland alleenlijk moet verstaan
+worden van het Bailluwschap van dien naam, waarvan wij ook eigenlijk
+thans spreeken: want het Hoogheemraadschap van Amstelland, (waarvan,
+gelijk gezegd is, straks nader,) beslaat eene veel grootere
+uitgebreidheid: onder het Bailluwschap dan behooren de volgende
+Ambachten, als dat van
+
+ Morgen. Roeden. Huizen.
+
+ Ouderkerk beslaande 3504 527 249
+ Amstelveen 4076 — 1167
+ Diemen en Diemerdam 1426 367 113
+ Waverveen [1] 114 450 93
+ ---- --- ----
+ Zamen 9122 M. 144 R. 1622 H.
+
+ behalven verscheidene Molens.
+
+
+Men kan derhalven Amstelland, na genoeg, bepaalen te beslaan eenen
+grond van meer dan 9100 morgen groot; waarop 1600 huizen en veele
+molens gevonden worden.
+
+De gemelde deelen, waaruit Amstelland bestaat, bevatten ieder weder
+eenige onderdeden, en wel als volgt:
+
+Het Ambacht van
+
+Ouderkerk, wordt verdeeld in de Ronde hoep, Groot Duivendrecht, Klein
+ Duivendrecht, Holendrecht.
+Amstelveen, in de Buitenveldersche polder, de Amstelveensche of
+ Middenpolder, de Bovenkerker polder, de Legmeer, voords in de
+ buurten, Over Ouderkerk, Waardhuizen, Zwaluwen buurt, de Nes, de
+ Overtoomsche of Heilige weg, tot aan het gebied van Amsteldam, de
+ Noorddammer brug, en de Hand van Leiden.
+Diemen, in Diemen, Overdiemen, Diemerdam, en Diemerbrug: ten aanzien
+ van de gadering wordt dit Ambacht ook verdeeld in de buurten:
+ Bovenkerk, Buitenkerk, Overdiemen en Outersdorp, bij
+ Zeeburg, of Jaap hannes.
+Waverveen, wordt verdeeld in drie polders, naamlijk de Gemeene polder,
+ of Beoosten Bijleveld, de Hollandsche polder, en Benoorden
+ de Zuwe.
+
+
+De gezegde dorpen, hebben, ieder op zig zelf, hooge Jurisdictie, en zit
+de Bailluw van Amstelland te recht met Schepenen van ieder dorp,
+uitgenomen dat Waverveen, in ’t Crimineele, onder Ouderkerk behoort.
+
+
+
+
+Het
+
+WAPEN
+
+Van het Bailluwschap van Amstelland, is denkelijk geweest dat van het
+geslacht van Amstel: voor het Hoogheemraadschap wordt gebruikt een rond
+wapenschild, met een keizerlijke kroon er boven; van achter hetzelve
+vertoonen zig de koppen, vleugels en pooten van een dubbelden arend: in
+het schild zijn geplaatst de wapens van Amsteldam, Weesp, Ouderkerk,
+Amstelveen, Diemen en Waverveen, als leden van het Hoogheemraadschap.
+
+
+
+
+GEBOUWEN.
+
+Hier onder moeten wij brengen het Gemeenelandshuis, staande op den dijk
+bij Jaap Hannis, niet ver van de IJperslooter sluis; wij hebben
+hetzelve in onze aantekeningen wegens Diemen, reeds ten breedsten
+beschreven: zie aldaar, bladz. 8. enz.
+
+In Amstelland liggen verscheidene
+
+
+
+
+SLUIZEN.
+
+Van welken de voornaamsten zijn
+
+
+De IJperslooter sluis } zie over dezelven gemelde onze beschrijving
+— Diemerdammer sluis } van Diemen. bladz. 9.
+
+
+
+
+REGEERING.
+
+De Graaflijkheid stelt over het Bailluwschap van Amstelland een’
+Bailluw aan, zijnde thans (sedert 1787,) de Wel-Ed. Gestr. Heer Mr.
+Pieter Elias, Schepen en Raad in de Vroedschap der Stad Amsteldam,
+Bewindhebber van de O. I. Compagnie, enz. deeze vordert, als elders,
+recht van ’s Heeren wege, gelijk men zulks noemt, doch omtrent deeze
+Heerelijkheid is zijne regeering daarin bijzonder, dat bij geene
+algemeene vierschaar spant, over het geheele Bailluwschap, maar in
+ieder Ambacht der algemeene Heerelijkheid afzonderlijk, met de
+Schepenen des Ambachts, die aan hem wegens ’t Crimineele den eed doen,
+en wegens het Civile aan den Ambachtsheer: in de dorpen heeft de
+Bailluw niets omtrent de middenbaare of laage jurisdictie te zeggen.
+
+Oudtijds was er een Pluimgraaf over de zwaanen, en een afzonderlijke
+Rentmeester; de Bailluw voerde alleen het recht van de jagt, zo als
+thans over geheel Amstelland door hem wordt geëxerceerd.
+
+Op wat wijze de Bailluw verkozen wordt, is in onze beschrijving van
+Diemen, bladz. 9. reeds gezegd.
+
+Zie wegens de Regeering van het Watergerecht, vervolgends onder onze
+afdeeling, ten opschrifte voerende: Het Dijkgraaf- of,
+Hoogheemraadschap van Amstelland.
+
+
+
+
+Van de
+
+GESCHIEDENIS
+
+Van Amstelland in ’t algemeen, hebben wij in onze beschrijving van
+Amstelveen, meergemeld, (bladz. 2.) reeds iet gezegd; thans zullen wij
+er breeder van spreeken: op het jaartal, onder ’t voorgaande art.
+Oudheid, genoemd, naamlijk 1019, vindt men wel, gelijk aldaar gezegd
+is, van de Heeren Van Amstel gemeld, doch niet in hoedanigheid van
+vrije bezitters der Heerelijkheid van hunnen naam, maar als Leenmannen
+der Utrechtsche kerk: in 1155 bezat Egbert van Amstel de Heerelijkheid
+van Amstel nog als zodanig, naamlijk als Leenroerig van Utrecht; hij
+werd, om zekeren twist met den Bisschop, gebannen, doch verzoende zig
+met hem op bevel van den Keizer, welke zoen echter weder tot nadeel van
+hem was, want daarin werd bepaald dat hij het geen hij in Amstel
+leenroerig bezeten had, nu slechts als Stedehouder des Bisschops zoude
+behouden: deezen zijn zoon, Gijsbrecht de Eerste, Heer van Amstel,
+vinden wij echter weder als Leenman van den Bisschop van Utrecht
+vermeld; onder de regeering van deezen moest Amstelland, om zijn gedrag
+in het bekende geval van Graave Lodewijk van Loon, veel lijden; want
+het werd om die reden in 1204, door de Kennemers, die den Amsteldijk
+doorgestoken hadden, met rooven en branden geheel verwoest; dit echter
+moesten zij naderhand door eene somme gelds boeten: na dien tijd vinden
+wij bestendig de Heeren Van Amstel, als Leenmannen van de Utrechtsche
+kerk, met betrekking tot hunne Heerelijkheid Amstelland, genoemd, tot
+op Gijsbrecht, van wien wij onder Amstelveen, ter bovengemelde plaatse,
+gesproken hebben, als deelgenoot aan den moord van Graave Floris, om
+welke reden zijne goederen een volstrekt eigendom van den Graaf werden;
+daarna is, gelijk wij ter gemelde plaatse ook zeiden, Amstelland nu
+eens een eigendom van de Utrechtsche kerk en dan weder van den Graave
+van Holland geweest: Graaf Jan van Avennes gaf ze (gelijk wij in onze
+meergemelde beschrijving van Amstelveen, bladz. 12. reeds zeiden,) aan
+zijnen broeder Guido van Henegouwen, naderhand Bisschop van Utrecht,
+doch na den dood van deezen, trok Willem, de zoon van Graaf Jan
+voornoemd, de Heerelijkheid weder aan Holland: in 1346 verklaarde
+Keizerin Margariet Amstelland nimmer van de Graaflijkheid te zullen
+scheuren, gelijk het sedert ook daaraan is gebleven—De verdere
+lotgevallen der Heerelijkheid in ’t algemeen, is vervat in die van de
+bijzondere deelen derzelve, aangetekend in onze beschrijvingen dier
+deelen, art. Geschiedenissen.
+
+
+
+
+HOOG-HEEMRAADSCHAP van AMSTELLAND.
+
+Ten deezen opzichte beslaat Amstelland, gelijk reeds gezegd is, een
+vrij ruimer grond, dan met betrekking tot het Bailluwschap zelf: de weg
+langs welke de schouw over de wateren, die het recht hebben om over
+Amstelland uittewateren, vinden wij bij Wagenaar, (en waarmede onze
+ingewonnene berichten, desaangaande, overeenkomen,) beschreven te gaan
+„van Amsteldam af, langs den Heiligen of Overtoomschen weg, de Veendijk
+of Amstelveenschen weg, door Amstelveen over de nieuwe sluis in de
+Bovenkerkerpolder, langs den Bovenkerkerdijk, tot aan de Hand van
+Leiden; van hier de Legmeerlaan op, tot aan de Noorddammerbrug; verder
+langs den Noordveenderdijk naar en door Kudelstaart, tot aan en door
+Kalslagen, van waar de ring heen loopt langs den Bilderdammercade, en
+over het water de Drecht, langs den Wassenaarschen polderdijk, naar en
+door Nieuwveen, alwaar de ring gebroken wordt door een brug, en weder
+vervolgt langs de Nieuweveensche vaart, en voords over den
+Zeevenhovenschen weg, naar Zevenhoven; van daar naar Noorden; van
+Noorden naar Slikkendam, en langs de Hollandsche Meent naar het Woerder
+Verlaat; van dit Verlaat strekt de weg langs de Hollandsche Kade, die
+tot aan den Ouden dam, en voords met verscheidene keeren tot door
+Teccop, en langs Gervershoop loopt, tot aan de westzijde van de
+watering de Bijleveld, langs welke de ring voordgaat tot aan den Broe-
+of Brenidijk; zig van dien dijk over een voetpad keerende, door ’t oude
+land, naar Harmelen, en voords tot aan en over het Haanwijker sluisjen,
+gelegd in den Haanwijker dam, tot over den Rhijn, en over deezen stroom
+naar Haanwijkerdam, en de Haanwijker kade; langs deeze benevens de
+Kattenbroeker kade, ter zijde de landen van Haanwijk, Bijleveld,
+Reijers-koop, Kattenbroek en Mastwijk, tot aan den IJsseldijk, niet
+verre van Montfoort, en langs deezen, daar zij heenen loopt, ter zijde
+van het zuidelijkste gedeelte van Mastwijk en Agthoven, tot aan den
+Meerendijk, en noordwaards langs denzelven, tot aan de Leidsche vaart,
+of Ouden Rhijn; nevens welke de ring de zuidzijde heenen loopt tot aan
+den Heldam, daar hij zig noordwaards keert, loopende ten westen van de
+Heikoper watering, door Kockingen tot aan Joostendam, en verder langs
+de Portengensche kade, tot aan de Rondeveensche polderkade, daar de weg
+van den ring te rug keert, door ’t achterste en voorste bosch, en zig
+uitstrekt tot over den dam Ter Aa, tot aan de kromme Angstel, die met
+de nieuwe vaart bij Nieuwersluis, onder den schouw behoort tot aan den
+Indijk, en zoo verre deeze dijk loopt tot aan de westzijde van de
+Vecht, door Nichtevecht, Weesp en Muiden, daar de ring door den Muider-
+of Diemer Zeedijk gesloten wordt, tot aan Amsteldam toe.”
+
+De Bailluw van Amstelland, is tevens algemeen Dijkgraaf, en kiest,
+ingevolge eenen last van Keizer Karel den Vijfden, uitgedrukt in eene
+handvest van den jaare 1553, jaarlijks zes Hoog-Heemraaden, naamlijk
+uit de Gerechten van Amsteldam, Weesp, Ouderkerk, Amstelveen, Diemen en
+Waverveen, ieder één, ten einde met twee of drie derzelven, den
+bovengemelden ring van de gemeene waterschutting van Amstelland te
+schouwen, onverminderd de schouwen, die de Schouten en Ambachtsheeren
+in hunne districten hebben, en bij ons ieder op haare plaats
+aangetekend zijn, onder ons art. Wereldlijke regeering: thans echter
+worden gezegde Hoog-heemraaden van Amsteldam en Weesp, gesteld door
+Burgemeesteren en Regeerders der gemelde Steden respective, en die van
+Ouderkerk, Amstelveen, Diemen en Waverveen, ingevolge de
+verkoopconditien der Ambachtsheerelykheden onder Amstelland, door
+derzelver Ambachtsheeren.
+
+Het gezegde Collegie vergadert gemeenlijk op de eerste maandagen in
+Maart, Mei, Julij, September, en November; ook wel tusschentijds, zo
+dikwijls de Dijkgraaf goedvindt hetzelve te beschrijven in ’t vertrek
+van Heeren Burgemeesteren der stad Amsteldam, en over judicieele zaaken
+in de kamer van Heeren Commissarissen van de kleine zaaken derzelver
+stad.——Het heeft zijn eigen Secretaris en Bode.
+
+Wegens het Dykcollegie, dat nog in Amstelland voorhanden is, zie men
+onze beschrijving van Diemen, bladz. 11.
+
+Dit Collegie vergadert gewoonlijk op den 12 en 13 Mei, den 24 en 25
+Julij en 17 Augustus, dat de Schouwdagen zijn, als mede op den 1
+September: des zomers wordt de vergadering gehouden in het
+Gemeenelandshuis aan den dijk, bij Jaaphannes, alwaar, een Castelein
+is, die mede ’t opzicht over den dijk heeft; als de wegen derwaards,
+des winters, onbruikbaar zijn, vergadert het Collegie te Amsteldam in
+een der Doeles of een ander voornaam Logement ter dier stede.
+
+De dijk waarover dit Hoog-Heemraadschap het bewind heeft, is van de
+grootste aangelegenheid voor Amstelland, Muiden en Weesperkerspel,
+enz.: als dezelve doorbreekt, of doorgestoken wordt, overstroomt het
+platte land van Utrecht, tot boven Breukelen en Portengen toe: kort
+voor den jaare 1509 schijnt dezelve op twee plaatsen doorgebroken te
+zijn geweest: in 1598 en 1675 mede op twee plaatsen; in 1702 ter lengte
+van ruim 31 roeden; in laatere jaaren is hij dikwijls in groot gevaar
+van doorbraak geweest: om het nut dat hij doet, zijn er door ’s Lands
+Graaven, en vervolgends door de Staaten van tijd tot tijd breede
+handvesten en voorrechten vergund, wegens ondersteuning van gelden uit
+’s Lands Casse ter versterkinge van denzelven: na de plaag van het
+paalgewormte, is hij ongemeen versterkt; „een werk,” lezen wij, „’t
+welk aan arbeidsloon, aard, plempen van zand, puin, het heiën van een
+regel paalen, enz. vijfmaal honderd negen-en-dertig duizend, agt
+honderd, vier-en-negentig guldens gekost heeft.”
+
+Bij sommigen, onder anderen in den Tegenwoordigen staat van Holland,
+vinden wij dit Collegie mede Hoogheemraadschap genoemd; doch in onze
+beschrijving van Diemen hebben wij reeds doen zien, dat de beheering
+aan dat Collegie niet is toegestaan over den geheelen dijk, en dat zij
+des zouden kunnen doen en handelen als het Hoogheemraadschap van
+Amstelland kan doen: „hetzelve”, voegt men in aan ons gunstiglijk
+toegezondene berichten daarbij, „hetzelve is bepaaldlijk ingesteld tot
+beschouwing van het ijzer- en houtwerk dat toen aan den dijk was, en de
+Graaf zegt met zo veele woorden in zijn privilegie, dat zo lang men
+IJpesloot, (dat toen beplaat wierd, en des niet de geheele dijk,) met
+ijzer en hout houden zou, dat zo lang die schouw zou duuren; doch zo
+dat weggenomen wierd, zou de schouw dood en te niet zijn—naderhand is
+wel dat Collegie gemagtigd, om den geheelen houten dijk te beschouwen,
+doch dit privilegie werd onder hetzelve verband gegeeven—nu het hout
+weg is, is des dat geheele Collegie te niet, en heeft niets meer als
+eene superintendentie over het schouwen, dat Diemen en Muiden doet; bij
+resolutie van 1678 is dit Collegie genaamd een
+Hoogendijk-Heemraadschap, en hetzelve mag niet vergaderen dan met den
+Bailluw van Amstelland, die het hoofd is—men kan met geene mogelijkheid
+sustineeren”, gaat onze begunstiger voord, dat het Collegie van Zeeburg
+en Diemerdijk, een tweede Hoogheemraadschap is, hoe zeer sommigen het
+daarvoor trachten te debiteeren; dit Collegie is zelfs subject aan het
+Hoogheemraadschap van Amstelland——misschien zal men zeggen: „in plaats
+van het hout en ijzer zijn nu de steenen”, (zie onze beschrijving van
+Diemen, bladz. 12.) „en hierover voeren die Heeren echter hun gezach;
+’t is waar dat zij zulks doen; maar ’t is ook waar dat zij er eigenlijk
+geen recht toe hebben: toen het paalwerk van den worm werd doorvreeten,
+verzocht dat Heemraadschap van de Staaten de magt en de faculteit te
+mogen hebben om den dijk met steenen te beleggen; de Staaten
+permitteerden zulks; dan toen zij vroegen om de beheering, schouw, enz.
+is zulks, als strijdende met de privilegien, afgewezen; derhalven
+hebben zij desaangaande geen gewettigd gezach, oefenen het tegen
+rechte, en houden hetzelve tegen Diemen staande, waarschijnelijk wel
+weetende dat die plaats, (want Muiden stoort zig aan den geheelen dijk
+niet meer,) geen gelds genoeg heeft om dat proces voltehouden,
+niettegenstaande het van tijd tot tijd zijn hoofd opricht, en zijn
+recht defendeert.”
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+BEKNOPTE BESCHRIJVING VAN GOOILAND IN ’T ALGEMEEN.
+
+
+Van deeze aangenaame oord onzes Lands, is de
+
+
+
+
+LIGGING.
+
+Grenzende ten Noordoosten aan de Zuiderzee, ten oosten aan de Provincie
+van Utrecht: „alwaar,” leezen wij, „de landscheiding van dien kant
+begint aan den mond van de Eem, en Westwaards voordgaat tot een zekeren
+paal, de Leeuwenpaal genaamd, en van daar langs de Heerlijkheden van de
+Eemnessen, Baren en Zoest, waarvan het door eene gegravene greppel, de
+Gooiengraft genoemd, wordt afgescheiden van het sticht van Utrecht,
+rajende deeze graft weinig minder dan in eene rechte lijn, van den
+Leeuwenpaal, af, op de St. Maartens, of Doms toren van Utrecht, en
+verder door eene gegravene landscheiding, en verscheidene paalen,
+waarop aan den eenen kant het Hollandsche, en aan de andere het
+Stichtsche wapen staat, tot aan den hoek bij de Drie steenen, aan
+Maartensdijk, alwaar dezelve een’ hoek maakt, en westwaards voordloopt:
+hier grenst Gooiland insgelijks ten zuiden aan de Provincie van
+Utrecht, tegen een gedeelte van Maartensdijk, Agttienhoven, Westbroek,
+en een gedeelte van Tienhoven, tot aan het Rechtsgebied van de
+Loosdrechten, langs welke het ten westen grenst tot aan Kortehoef,
+onder het sticht, en langs de ’s Gravenlandsche of Gooische vaart en
+Kortehoef, benevens het Stichts Ankeveen, tot onder den Ankeveenschen
+polder onder Holland, daar Gooiland door den Looidijk bepaald wordt, en
+westwaards heen strekkende, den Ankeveenschen polder onder
+Weesper-kerspel ten zuiden heeft; dat, nevens den rechtsban van Muiden
+heenengaande, het Bailluwschap van Gooiland ten westen van Muiderberg
+aan de Zuiderzee bepaalt.”—In de laatste overeenkomst (wegens de
+Grensscheiding,) tusschen Holland en Utrecht, wordt de landscheiding
+ten zuiden begreepen te gaan rechtstreeks tot aan de Vecht, zo dat de
+Loosdrechten, Mynden, Hollandsch loenen, en Loenderveen in deezen ook
+onder Gooiland begreepen worden, echter worden zij niet door den
+Bailluw van Gooiland beheerscht.
+
+De grond van dit vrij uitgebreide land is hoog, zandig en overal niet
+even vruchtbaar, doch in onze volgende beschrijvingen van de bijzondere
+deelen van Gooiland zal overvloedig blijken, wat noeste arbeid, in het
+bereiden van eenen onvruchtbaaren, tot eenen vruchtbaaren grond vermag;
+in die bijzondere beschrijvingen spreeken wij ook voldoende over de
+aangenaame verscheidenheid van gezichten, die Gooiland oplevert.
+
+Onder de heuvelen die er gevonden worden, zijn de voornaamsten:
+
+De Kooltjens of Tafelberg, waarop een ronde tafel van blaauwe steen
+geplaatst is, in welken 60 naamen van steden, dorpen, gehuchten, sloten
+en heerehuizen, ieder volgends den streek alwaar men ze zoeken moet,
+(ten dienste van den reiziger,) zijn ingehouwen, en van welken ook het
+meeste gedeelte, bij helder weêr, kan gezien worden.
+
+De Seisjensberg.
+
+De Leeuwenberg.
+
+Het Trompenbergjen; zie van dit onze Beschrijving van Hilversum.
+
+Behalven de Gooische bosschen waarvan in onze meergemelde stukswijze
+beschrijving gesproken is, vondt men weleer op deezen grond het
+Gooierbosch; doch hetzelve is geheel verdweenen, alhoewel de landstreek
+daaromtrent nog den naam daarvan draagt.
+
+Van den aart der lieden welken deeze aangenaame landstreek bewoonen,
+hebben wij in onze beschrijving van Hilversum bladz. 2. reeds
+gesproken.
+
+
+
+
+Wegens de
+
+NAAMSOORSPRONG
+
+Zie men onze beschrijving van Naarden.
+
+De Oudheid van Gooiland blijkt uit het geen van deszelfs
+Naamsoorsprong, ter zo even aangewezene plaatse, gezegd is: het geen
+wij aldaar wegens de Abtdisse Goedela gemeld hebben, moet gebragt
+worden tot omtrent den jaare 1280; doch anderen willen dat Gooiland
+reeds omtrent den jaare 970, door Keizer Otto den Grooten, aan Wichman,
+Graave van Zutphen zou afgestaan weezen, in gevolge waarvan dit land
+dan nu al ruim 800 jaaren bekend geweest is.
+
+
+
+
+GROOTTE.
+
+Deeze bepaalt men, op meer dan 6700 morgen lands, Rhijnlandsche maat,
+waarvan 4579 morgen voor de heigronden worden gerekend.
+
+Wegens de Meenten of Gemeene weiden, onder de gezegde heigronden
+gevonden wordende, zo wel als wegens de Erfgoejers daarop betrekking
+hebbende, zie onze beschrijving van Laren, Hilversum, enz.
+
+Het bewoonde gedeelte van den gezegden uitgebreiden grond van Gooiland
+bevat
+
+
+ Naarden, Huizen, Blarikum, Laren, Hilversum, ’s Graaveland,
+ Bussem, Muiderberg.
+
+
+
+
+Het
+
+WAPEN
+
+Van Gooiland is dat van de stad Naarden.
+
+Algemeene Gebouwen van geheel het Land, zijn hier niet voorhanden,
+waarom wij van ons art. wegens die Gebouwen kunnen zwijgen.
+
+En wat betreft ons art. Regeering, men zie met betrekking tot de
+Gemeene weiden onze voorgemelde beschrijving van ’s Graaveland, voords
+ons art. Regeering in de bijzondere beschrijvingen van ieder deel van
+Gooiland——er is ook een Houtvester over deezen oord in ’t algemeen.
+
+
+
+
+VOORRECHTEN EN VERPLICHTINGEN.
+
+Onder dit artijkel zouden wij moeten brengen het geen wij ter boven
+genoemde plaatsen van de Erfgoojers gezegd hebben, doch hetzelve aldaar
+naar vereisch opgegeven hebbende, kunnen wij er hier van zwijgen.
+
+Uit kracht van bedingen bij één der overdragten waaraan Gooiland
+onderworpen geweest is, gemaakt, liggen de Gooilanders onder de
+verpligting van eene Koptiende; daarin bestaande dat alle land het welk
+ééns bezaaid is geweest, den Houtvester moet geeven zeker getal van
+koppen of maaten, naar den inhoud der tiendeboeken, waarover binnen de
+twaalf nachten van kersmis in ieder dorp zitdag wordt gehouden; en moet
+ieder zijn aandeel aldaar komen betaalen, in graan zelf, of in geld:
+tot het stellen van den prijs worden Burgemeesters van Naarden
+jaarlijks verzocht, en genieten daarvoor zes Guldens: die binnen de
+twaalf nachten voornoemd niet betaalt, verbeurt dubbeld, (dit noemt men
+sluiën;) die drie jaaren lang sluit, diens land vervalt geheel aan den
+Tienden Heer, of Houtvester.
+
+De overdragt des Lands door Goedela aan Grave Floris den Vijfden, (zie
+hier voor,) geschiedde voor een rente van 25 ponden wettig Utrechts
+geld, jaarlijks, ten eeuwigen dage op St. Maartensdag, te betaalen aan
+de Abtdisse in den tijd: en deeze rente moet mede nog huiden ten dagen
+uit de gewezene Graaflijkheids Domeinen betaald worden.
+
+
+
+
+GESCHIEDENISSEN.
+
+Gooiland is in vroegere eeuwen meermaals van den eenen bezitter aan den
+anderen overgegaan, bij wegschenking, of tegen eenen bepaalden prijs,
+bij wijze van verkoop, over welke verwisseling van eigenaar het land
+dikwijls aan verregaande twisten en verdeeldheden is blootgesteld
+geweest.
+
+Andere verschillen zijn ook alhier menigvuldig voorgevallen om de
+landscheiding, naamlijk met het Sticht van Utrecht, van welken omtrent
+den jaare 1719 nog een voorbeeld geweest is, want in dien tijd is de
+nieuwe landscheiding, waarvan wij hier voor spraaken, bepaald.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+INHOUD.
+
+
+ Amsteldam. 1.
+ Ouderkerk. 2.
+ Buurten onder Ouderkerk.
+ Amstelveen. 3.
+ Buurten onder Amstelveen.
+ Amstelveen in brand. 4.
+ —— —— herbouwd. 5.
+ Diemen, en buurten daaronder. 6.
+ Diemer- of Watergraftsmeir.
+
+ { Waverveen. 7.
+ { Waveren, Botshol en Ruigewilnisse.
+
+ Muiden. 8.
+ Naarden. 9.
+ Huizen. 10.
+ Blaricum. 11.
+ Laaren. 12.
+ Hilversum. 13.
+ ’s Graveland. 14.
+ Bussem. 15.
+ Muiderberg. 16.
+ Weesp. 17.
+
+ { Weesperkerspel.
+ { Bijlemer.
+ { Bijlemermeir.
+
+ { Gaasp.
+ { ’t Gein.
+ { Overvecht.
+ { Uitermeir.
+ { Uitermeirsche Schans.
+ { Overmeirsche Schans.
+
+ Oud-Loosdrecht. 18.
+ Nieuw-Loosdrecht. 19.
+ Mijnden.
+
+
+N.B. De plaatsen waar nommers bij staan, hebben Gereformeerde Kerken,
+en zijn in ons werk afgebeeld: voords zijn allen die in een strik
+besloten zijn, op een zelfd blad beschreven.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE STAD AMSTELDAM.
+
+
+ Europa’s wonderstad, aan ’t breede Scheeprijk IJ,
+ Schatkamer van geheel de zeven Nederlanden,
+ Der kunsten kweekschool, en Vorstin der Zeevaardij,
+ Die de armen steeds bedeelt met nooit gesloten handen:
+ Europa’s wonderstad, is ’t roemrijk Amsteldam,
+ Dat uit een Visschersbuurt zijn eerst beginsel nam.
+
+
+Niet zonder huivering slaan wij de hand aan eene beschrijving, die, om
+volledig genaamd te mogen worden, eenige zwaare boekdeelen kan beslaan,
+daar wij om aan den aart van ons werk te voldoen, slechts weinige
+bladzijden daartoe durven voor ons neemen; wij zullen derhalven alles
+slechts kunnen aanstippen, en evenwel behoort dat aanstippen op zodanig
+eene wijze te geschieden, dat de reiziger daaraan genoeg hebbe, om
+Amsteldam, met de behoorelijke voorloopige kennis van hetzelve, te gaan
+bezoeken—wij hebben hier derhalven de toegeevendheid van onze kundige
+leezers noodig, en ofschoon de hoop op dezelve ons niet tot zo verre
+kunne bemoedigen, dat wij onze huivering daardoor zouden gevoelen
+verdwijnen, streelt ons echter de gezegde hoop genoeg, om rustig te
+beginnen:
+
+
+
+
+LIGGING.
+
+Deeze is in Amstelland, en kan bepaalder gezegd worden te zijn, drie
+uuren gaans beoosten Haarlem, agt uuren ten noordoosten van Leiden, en
+even zo veele uuren ten noordwesten van Utrecht, op een laagen, weeken,
+moerassigen veengrond, die echter onderscheidene beddingen heeft:
+sommigen willen dat de lucht er ongezond is, echter zijn er naar
+evenredigheid geen meer zieken, of sterven er geen meer menschen dan in
+eenige andere stad van Nederland: men heeft er zekerlijk gebrek aan
+zoet water, (ofschoon ’t er weleer, vóór het verwijden der zeegaten,
+geweest zij,) doch het wordt er ten dienste der brouwers, en der
+verdere ingezetenen, bij overvloed van Weesp ingevoerd, door middel van
+groote waterschuiten; ook zijn alle de huizen van regenbakken voorzien,
+en zijn er bovendien sedert eenige weinige jaaren, van stads wege, op
+de markten en opene pleinen groote bakken aangelegd, die bestendig vol
+zoet water gehouden worden, met welk aanleggen, men nog werkelijk
+voordgaat, zo dat voortaan, het gebrek aan drinkbaar water, (een gebrek
+dat ter deezer stede bij koude winters al vrij nijpende plag te
+weezen,) niet meer te duchten is.
+
+Aan de noordzijde wordt de stad bespoeld door het beroemde IJ: de
+breede rivier de Amstel loopt midden door de stad, en deelt dezelve in
+twee deelen, de oude en nieuwe zijde genaamd: voords is de stad alomme
+doorsneden met aanzienlijke, minder breede, en ook veele zeer smalle
+graften, waarin ten bedwang van het veele water, verscheidene
+schutsluizen liggen; er zijn ook veele zwaare buitensluizen, waardoor
+het land, rondsom de stad, onder water gezet kan worden: over het
+geheel draagt Amstelland met alle recht den eernaam van wereldberoemde
+Koopstad: C. Huijgens, heeft van haar wel mogen zeggen,
+
+
+ Hoe komt gij, gulden veen! aan Hemels overdaad?
+ Pakhuis van Oost en West! heel water en heel straat!
+ Tweemaal Venetie, waar’s ’t eind van uwe wallen?
+ Zeg meer: zeg, vreemdeling! zeg liever niet met allen:
+ Roem Romen, prijs Parijs, kraai Cairo’s heerlijkheid,
+ Die dieplijkst van mij zwijgt, heeft allerbest gezeid.
+
+
+Aan alle zijden, uitgenomen aan den IJ-kant, is de stad omgeven met
+eene breede watergracht, hechten en hoogen muur, en verdere wallen, in
+welken zes-en-twintig wèl geregelde en bemuurde bolwerken gelegd zijn:
+rondsom de stad liggen ook een goed aantal batterijen, van fraai
+geschut voorzien: in den gezegden muur zijn vijf groote en drie kleine
+poorten: de eerstgemelden zijn de Haarlemmer poort, de Leidsche, de
+Utrechtsche, de Weesper en de Muiderpoort; de kleinen, die alleenlijk
+openingen in den muur genaamd mogen worden, zijn het Zaagpoortjen, het
+Raam- en het Weterings-poortjen.
+
+
+
+
+NAAMSOORPRONG.
+
+Al vroeg, men wil in 1200, werd een dam gelegd, in de rivier de Amstel,
+(ter plaatse, of nabij de plaats, die nog de dam genoemd wordt,) ter
+weeringe van het water; deeze kreeg den naam van Amsteldam, dat is, dam
+van, of, in den Amstel, en dien zelfden naam heeft de stad, van tijd
+tot tijd rondsom dien dam gebouwd, behouden; sommigen spelden
+Amsterdam, naar een ouder taalgebruik, toen men de meening van dam van,
+of, in den Amstel, uitdrukte, door het woord Amstelredam, waarvoor men
+thans zou kunnen zeggen Amstelerdam.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE.
+
+Veel wordt er getwist over den tijd waarin men zoude kunnen zeggen dat
+Amsteldam haar begin genomen heeft, ons bestek verbiedt, ons daarmede
+optehouden: tusschen 1177 en 1200, had het beruchte geslacht van Van
+Amstel, nabij den dam bovengemeld, een slot, en men mag vaststellen dat
+omtrent dien tijd eenige visschers zig rondsom hetzelve hebben
+nedergezet, alzo zij aldaar goede gelegenheid voor hunne kostwinning
+vonden; de bloei deezer kostwinning heeft die lieden van tijd tot tijd,
+na het uitstaan van zwaare rampen, in binnenlandsche kooplieden doen
+veranderen; hunne welvaart heeft anderen herwaards gelokt, en op die
+wijze is Amsteldam, uit die kleine beginselen, tot zulke eene
+verbazende koopstad geworden: onder ons art. Geschiedenissen, zullen
+wij bepaalder van haare aanmerkelijke vergrooting spreeken: in haar
+geheel bevat zij meer dan 892 morgen 568 roeden.
+
+Het getal der huizen in Amsteldam en haare Voorsteden, (die mede zeer
+aanzienlijk zijn,) werd in den jaare 1740 begroot op 26,317; waarbij
+sedert nog een aanzienlijk aantal gevoegd zijn (voornaamlijk op het
+Weesperveld,) gelijk er thans nog van tijd tot tijd anderen aangebouwd
+worden—men schat het getal der ingezetenen op ten minsten 241,000,
+waaronder van allerleien Godsdienst gevonden worden, gelijks straks
+onder ons artijkel Kerklijke en Godsdienstige gebouwen zal blijken.
+
+
+
+
+WAPEN.
+
+Weleer was dit een koggeschip; boven de oudste afbeeldingen van
+hetzelve, ziet men ’t wapen van Holland; boven de laateren dat van
+Henegouwen, wordende hetzelve gehouden door een’ Henegouwer, den Graaf
+of een Wapenkoning verbeeldende; thans is het wapen der stad een zwarte
+paal, belegd met drie zilverene kruisen op een rood veld; zijnde
+hetzelve gekroond met eene keizerlijke kroon, in gevolge een’
+gunstbrief van Maximiliaan, gegeven in den jaare 1488.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+Deezen zijn in de daad zeer menigvuldig, en allen bezienswaardig: de
+eerste die ons hier voorkomt is de Oude Kerk der Gereformeerde
+Gemeente, zijnde een zeer oud en deftig gebouw; ’t is onzeker door wie
+en wanneer dezelve gesticht zoude weezen; waarschijnelijk is zij de
+eerste Kerspelkerk van Amsteldam geweest; zeker is het dat zij reeds in
+1372 aanwezig was: zij is van ouds voor een proefstuk van bouwkunde
+gehouden; ’t is een deftig kruisgebouw, beslaande in de lengte met den
+aanzienlijken toren 300, en zonder den toren binnenswerks 249 voeten;
+zij rust op 42 groote pijlaaren: behalven eenige fraai geschilderde
+glazen, pronkt zij van binnen met de Grafsteden van den Veldmaarschalk
+Paul Wirtz: binnen het ruime choor, staat een marmeren gedenktafreel,
+ter eere van den Schout bij nacht Willem van der Zaan; een dergelijk
+gedenkteken is er opgericht voor den Admiraal Jacob van Heemskerk; een
+ander voor den beroemden Zeeheld Cornelis Janszoon, bijgenaamd het
+Haantjen; en deezen worden nog overtroffen door de uitmuntende
+grafsteden van de Vice-Admiraalen Abraham van der Hulst en Isaak
+Zweerts: een Capelletjen hier nabij staande, nog een overschot van den
+Roomschen tijd, is door Cornelis de Graaf, Burgemeester van Amsteldam,
+tot eene cierlijke grafstede verbouwd, zijnde de ingang door een fraaje
+koperen deur gesloten: verder zijn in deeze kerk twee orgels, waarvan
+echter slechts één, naamlijk het groote, gebruikt wordt: de predikstoel
+is bezienswaardig, gelijk mede de overige gestoelten, enz.: het ruim
+wordt onder den avondgodsdienst, door vijf groote en twaalf kleinere
+kaarskroonen verlicht.
+
+Van buiten heeft het gebouw niets aanmerkelijks dan de toren, waarop
+een doorluchtig houten spits staat, zijnde hetzelve kunstig in- en
+uit-gebogen: hij is in 1565, na agt jaaren arbeids, voltooid geworden:
+zijne geheele hoogte bedraagt een tal van 240 voeten: er hangt een
+kunstig uurwerk en klokkespel in: voor weinige jaaren toonde men aan
+deezen toren, wat de kunst vermag; hij werd naamlijk voor een goed
+gedeelte onderschraagd, om het onderste te vernieuwen.
+
+De Nieuwe Kerk, mede dezelfde gemeente toebehoorende, was weleer aan de
+H. Maria en Catharina toegewijd; men stelt haare stichting omtrent den
+jaare 1408 of 1414, door zekeren Willem Eggaert, Heer van Purmerende,
+of door anderen met hem: op den 23 April des jaars 1421, des korten
+tijd na haare stichting, brandde zij, met een groot gedeelte der stad,
+geheel af: in 1645, geraakte zij andermaal in brand, en zo geweldig,
+dat slechts den buitenromp bleef staan: is 1648 was zij reeds weder
+genoegzaam bekwaam om er den kerkdienst in waarteneemen: uit het midden
+van haar dak rijst een klein torentjen; reden waarom men bij haare
+laatste opbouwing bedacht was om er een aanzienlijken toren naast aan
+te plaatsen; doch daarmede tot zekere hoogte gekomen zijnde, liet men
+het werk steeken; sommigen willen om eene ontdekte zakking, anderen om
+dat men nu eerst begreep dat die toren den spreekenden luister van het
+belenden staande stadhuis zoude verminderen; tot nog voor weinige
+jaaren is het onderstuk van dien toren blijven staan, en was bekend
+onder den naam van Onvolmaakte toren; het stond op boogen, waaronder
+men kon doorgaan, ook naar een der ingangen van de kerk; doch sedert is
+het gezegde stuk weggenomen.
+
+Deeze Gereformeerde Nieuwe Kerk is een overheerelijk kruisgebouw, lang
+315, en breed 210 voeten, rustende op 52 hardsteenen zuilen: sommige
+haarer glazen zijn fraai beschilderd; en zij wordt des avonds verlicht
+door 5 groote en 12 kleine koperen kaarskroonen: er is een groot en
+kunstig orgel in, rustende op bonte marmeren Corinthische colommen; de
+deuren die er voor zijn, zijn prachtig beschilderd: behalven het groote
+is er ook nog een klein orgel, dat zeer helder van geluid is: de
+predikstoel is een ongemeen meesterstuk der beeldhouwkunde; zo is ook
+het koperen afschutsel van het ruime choor, en dat op eenen marmeren
+voetstuk rust, overheerelijk fraai, en der beschouwinge waardig: ten
+einde van het choor ziet men de ongemeen prachtige graftombe van den
+beroemden Zeeheld De Ruiter: aan één der zijden van het ruim der kerk,
+achter den predikstoel, is de overheerelijke grafstede van Jan van
+Galen: de Zee-capitein David Zweers, heeft in deeze kerk mede eene
+grafplaats: Joost van den Vondel, de Prins der Nederlandsche Dichteren
+ligt ook alhier begraven, uitwijzens eene urna, voor eenige jaaren, ter
+eere zijner nagedachtenisse, in een nis, in één der pijlaaren daartoe
+uitgehouwen, geplaatst.
+
+De Zuider Kerk behoort onder de Amsteldamsche kerken van laateren
+datum; zij werd in 1611 volbouwd, schoon aan den toren nog wel drie
+jaaren langer gearbeid is: het middendak, dat hoog boven de zijdaken
+uitsteekt, wordt gedragen door tien zwaare pijlaaren van blaauwen
+steen: dat er geen choor bij is, verstrekt onder anderen ten bewijze
+dat zij den Roomschen tijd niet geheugt: de toren, die zeer cierlijk
+is, is 237 voeten hoog; in denzelven is een fraai uurwerk en
+klokkenslag; voords wordt het ruim onder den avonddienst door
+verscheidene kaarskroonen verlicht, het geen mede in alle de andere
+kerken plaats heeft, waarom zulks hier ééns vooral gezegd blijft: de
+Zuider kerk heeft voords van binnen niets aanmerkelijks, even weinig
+als de Wester kerk, zijnde anders ééne der fraaiste kerken van
+Amsteldam: in den jaare 1620 werd de bouw van deeze begonnen, (er stond
+vóór dien tijd slechts een loos, waarin de Godsdienst verricht werd;)
+in 1631 was zij voltooid; de toren echter eerst in 1638; deeze is
+ongemeen fraai, en overtreft in hoogte alle de torens der stad; van den
+grond tot aan het kruis toe bereikt bij bijna 300 voeten; van boven
+pronkt hij met den keizerlijken kroon van ’t Amsteldamsche wapen: er is
+ook een fraai, uur- en speel-werk in; de groote slagklok die de heele
+uuren slaat, weegt meer dan 15.000 pond.
+
+De Kerk is binnenswerks 168 voeten lang en 97 voeten breed; in 1687
+werd er een fraai orgel in gemaakt: voords is het geheele gebouw een
+kunststuk van Architectuur, ofschoon er van binnen niets aanmerkelijks
+in te zien zij.
+
+De Noorder Kerk is een gebouw van den jaare 1620; zij is een fraaje
+kruiskerk; van binnen heeft zij vier gevels, die ieder van onderen 92
+voeten breed zijn: zij pronkt met een aartig torentjen, ter hoogte van
+54 voeten, zijnde ook voorzien van een slag-uurwerk: van binnen wordt
+haaren omtrek gesteld op 70 passen: het kruisgewelf rust op vier
+geweldig zwaare colommen; zij heeft verder niets bijzonders; ook is er
+geen orgel in.
+
+De Oude zijds Capel, eertijds St. Olofs capel genaamd, wordt van
+sommigen voor de oudste kerk der stad gehouden; ja eenigen brengen haar
+reeds tot het midden der elfde eeuw: in 1646 is zij merkelijk vergroot:
+van binnen heeft zij almede niets bijzonders, van buiten pronkt zij met
+een net torentjen, waarin een uurwerk is: boven een der ingangen ziet
+men een menschen geraamte, doodshoofden en beenderen, uit welken eenige
+korenairen wassen: daar onder leest men in de Latijnsche taale, de
+woorden: hoop des anderen levens.
+
+De Nieuwe zijds Capel die mede van zeer oude datum is, droeg weleer de
+naam van Heilige stede, [2] naar zeker mirakel aldaar omtrent het
+midden van de veertiende eeuw gebeurd, blijvende er alstoen (zegt men,)
+een gewijden ouwel midden in de vlamme ongeschend; thans is deeze capel
+geen onaartig kerkjen, zijnde vercierd met een fraai orgel, dat in 1636
+vernieuwd werd; er staat een klein spits torentjen op, waarin een
+slaand uurwerk: op bepaalde kerktijden wordt hier ook in de
+Hoogduitsche taale gepredikt.
+
+De Gasthuis Kerk, is een gedeelte van het oude Nonneklooster, Ter
+Leliën, ’t welk onder eene menigte andere kloosters hier ter stede
+weleer stond: het ruim bestaat uit een langen smallen elboog, ter
+wederzijde van gallerijen voorzien.
+
+De Ooster Kerk, en Eilands Kerk, waren omtrent den jaare 1660 slechts
+houtene loozen; de eerstgemelde stond toen bij het gewezene willige
+rasphuis, en werd reeds in 1671 ingewijd; doch de andere is eene loos
+gebleven tot in 1736: ’t zijn beide kleine maar zeer geschikte
+gebouwen; op ieder staat een aartig torentjen met een slag-uurwerk;
+doch zij hebben verders niets aanmerkelijks: er zijn ook geene orgels
+in.
+
+Eindelijk is er nog de Amstel Kerk, dat een hecht vierkant hout gebouw
+is, omtrent den jaare 1670 voltooid: het is honderd voeten lang, en
+even zo breed: het dak rust van binnen op 16 houtene stijlen: de grond
+is met geele klinkers belegd, zo dat er niet in begraven wordt, gelijk
+in de andere kerken geschiedt.
+
+De Fransche of Waalsche gemeenten hebben ter deezer stede twee kerken,
+den naam dragende van Oude, en Nieuwe Waale Kerk: de eerste was
+voorheen de kerk van ’t Pauline klooster, en werd in 1409 gesticht; in
+1661 werd zij merkelijk vergroot en verbeterd: zij heeft niets
+ongemeens, maar er is een goed orgel in—De Nieuwe Waale Kerk, is
+slechts van hout opgeslagen; zij was weleer een stads schermschool;
+doch werd in 1686, bij gelegenheid van de overkomst veeler Fransche
+vlugtelingen, tot eene kerk verbouwd—Donderdags avonds houden de Waalen
+in de Wester Kerk gebed.
+
+De Engelsche Presbijteriaanen, hebben hunne kerk op het Begynenhof in
+de Kalverstraat—weleer hadden de zogenaamde Brouwnisten nog eene kerk
+in de Barndesteeg, die naderhand ook tot de Episcopaalen gebruikt werd,
+doch sedert eenigen tijd is deeze gemeente bijna geheel verdweenen.
+
+De Roomschen hebben zo binnen de stad als even buiten de poorten, een
+groot getal kerkhuizen; behalven dat eenige voornaame leken nog
+Capellen in hunne eigene huizen hebben: sedert weinige jaaren heeft
+deeze gemeente verlof verkregen om buiten de Raampoort, een eigenlijke
+kerk te bouwen, dat een zeer net, en allezins aan het oogmerk voldoend
+gebouw is—In de Roomsche tijden had dezelfde gemeente hier ter stede,
+behalven de kerken die thans door die Gereformeerden gebruikt worden,
+nog verscheidene anderen, allen welken tot andere einden geschikt zijn
+geworden; op den hoek van de Vrouwensteeg stond er een die in huizen
+veranderd is: wat verder op den Nieuwendijk was de St. Jacobs Capel,
+die mede in huizen veranderd is, behalven het torentjen, dat tot voor
+nog maar weinige jaaren boven de daken uitstak en door Kerkmeesteren
+van de Nieuwe Kerk moest onderhouden worden, om dat de goederen van de
+gemelde Capelle aan die kerk gemaakt zijn: sedert is het gezegde
+torentjen afgebroken.
+
+De Lutherschen hebben tot op onzen tijd hier ter stede slechts twee
+kerken gehad, de Oude, en de Nieuwe; beiden zijn zeer ruime gebouwen,
+kunnende, vooral wegens de gaanderijen die er boven elkander in gemaakt
+zijn, veel volks bevatten.—De Nieuwe is een zwaar cirkelrond gebouw,
+waarvan de kap gedekt is met koperene plaaten, door Karel den Elfden,
+Koning van Zweeden, aan deeze kerk geschonken: in iedere deezer kerken
+is een fraai orgel, en beiden, vooral de Nieuwe, zijn bezienswaardig—Na
+dat deeze Gemeente onlangs door een duisteren twist eene scheuring
+ondergaan heeft, en verdeeld is geworden in die van het Oude-, en die
+van het Nieuwe-licht, of wel is het eerstgemelde gedeelde bekend, bij
+den naam van De Herstelde Gemeente, is er nog eene Luthersche Kerk
+(naamlijk voor de uitgewekenen, of de Herstelden,) alhier gebouwd, ter
+plaatse alwaar het Dolhuis gestaan heeft: ’t is een ruim gebouw, doch
+zonder eenigen cieraad.
+
+De Remonstranten hebben hier ter stede een aartig kerkjen, op de
+Keizersgracht bij de Prinsenstraat: er is een goed orgel in.
+
+De volgende zijn de Doopsgezinde Kerken: van de Vereenigde Vlaamsche-
+en Waterlandsche, het Lam, dus genoemd naar eene brouwerij van dien
+naam welke er weleer stond: De kerk bij de toren, om dat zij bij de Jan
+Roodepoorts toren staat; langen tijd heeft deeze den naam van de
+Spijker gedragen, om dat zij gebouwd is op eene plaats alwaar weleer
+een spijker-pakhuis stond: De Zon, behoorende aan de afgezonderde
+Vlaamsche Doopsgezinden: alle deeze kerkjens zijn wel klein, maar
+echter aan het oogmerk zeer voldoende: weleer hadden de oude Vlaamingen
+nog een kerk, De Kruikjens, dus genoemd naar een herberg van dien naam
+daar naast staande; en de Vriesche Doopsgezinden eene andere, De Arke
+Noachs genaamd; doch beiden zijn niet meer in wezen.
+
+De Collegianten vergaderen boven ’t weeshuis dier Gemeente, op de
+Keizersgracht over den gewezenen schouwburg.
+
+Nabij de Remonstranten Kerk, hebben de Kwaakers eene vergaderplaats,
+kenbaar aan een’ driehoek, die boven den ingang staat.
+
+In de Houttuinen vergaderen de Hernhutters: ook hebben de Persiaanen
+hier ter stede een net kerkjen; er is ook nog een kleine en nette
+Grieksche Kerk; op de Oudezijds Voorburgwal; schuin over de Oude Kerk.
+
+De Portugeesche en Hoogduitsche Jooden, hebben er voords ieder eene
+aanzienlijke sijnagoge, die, vooral de eerstgemelde, der bezichtiginge
+van den vreemdeling overwaardig zijn.
+
+Ofschoon nu in de meeste Gereformeerde Kerken, zo wel als in de Oude-
+en Nieuwe van de Lutherschen, (naamlijk aan het Nieuwe licht
+behoorende,) begraaven worde, (die van het Oude licht hebben zig een
+kerkhof op Muiderberg verkozen; zie onze beschrijving van dat dorpjen;)
+zijn er echter hier ter stede nog vijf groote kerkhoven, aan afgelegene
+oorden der stad: de Jooden hebben er drie buiten de stad; één te
+Ouderkerk, één te Muiderberg, en één nabij Zeeburg.
+
+Zijn de kerken te Amsteldam, gelijk gebleken is veelen, de verdere
+Godsdienstige Gestichten zijn er nog veel talrijker: wij zullen de
+voornaamsten met een enkel woord aanstippen.
+
+Het St. Pieters Gasthuis, dat zijnen naam ontleent van één der
+Gasthuizen welken weleer hier ter stede waren, komt eerst in
+aanmerking: het was in oude tijde de Kloosters der Oude en Nieuwe
+Nonnen: alles wat hierin gevonden wordt is ongemeen aan het oogmerk
+voldoende; het heeft zijne eigene bakkerij en brouwerij, ook is er de
+stads Apotheek in geplaatst: even binnen de groote poort is een Beiërt,
+alwaar de bedelaars en arme vreemdelingen drie nachten om niet kunnen
+logeeren, ontvangende des avonds en morgens ook spijs en drank.
+
+Het tegenwoordige Verbandhuis, ook in het Gasthuis zijnde, was weleer
+het Pesthuis, dat omtrent den jaare 1616 van daar naar buiten de
+Leidsche poort verplaatst, en te klein geworden zijnde, in 1630 weder
+verplaatst werd, daar het thans nog gezien wordt, mede buiten de
+Leidsche poort, een goed stuk wegs landwaards in gelegen: in 1732 is
+het geheel verbrand; doch ’t werd terstond weder herbouwd, juist 200
+voeten lang en breed, en rondsom met een graft omgeven: ter zijde heeft
+het een eigen kerkhof, waarop ook sommigen met den dood gestraften
+begraven worden—Toen het Dolhuis weggenomen zoude worden, ter bouwinge
+van een kerk voor de Herstelde Luthersche Gemeente, werd aan dit huis
+een ruimen vleugel gebouwd, die thans voor een Dolhuis dient.
+
+Het Oude Mannen- en Vrouwen-huis, staande naast het Gasthuis: dit werd
+gebouwd uit een loterij, door de Wethouderschap in 1600 opgesteld: het
+staat op een gedeelte gronds van ’t Oude Nonneklooster, is een zeer
+royaal gebouw, en allezins bezienswaardig: het is niet aangelegd voor
+armen maar begunstigden, die er een aangenaam leven leiden; zij moeten
+bij het inkomen eenig huisraad, doch voor hun eigen gebruik,
+medebrengen—in 1605 werd in hetzelve een put gegraven van 232 voeten
+diep; bij welke graaving men onderscheidene beddingen gronds vond;
+onder anderen ter diepte van 72 voeten, één voet molm, en niet veel
+voeten dieper veele schelpen en zeehoorentjens—voor weinige jaaren is
+dit gebouw, aan de eene zijde, (op de Kolveniers burgwal,) met een
+fraajen steenen poort vercierd: de doorgang vandaar naar de Oude zijds
+achterburgwal is overdekt, heeft aan de eene zijde uitzicht door veele
+schuifraamen op de opene plaats of ’t bleekveld van ’t huis, en aan de
+andere zijde winkelkasten, die aan galanteriekramers enz. verhuurd
+worden.
+
+Het Burger weeshuis, was weleer het St. Lucie klooster in 1580 daartoe
+vervaardigd; vóór dien tijd was het fraai herbouwd Logement de Keizers
+kroon, het Burger weeshuis: dit huis is groot, aanzienlijk, en ook zeer
+rijk.
+
+Het Diaconie weeshuis in de Zwaanenburgerstraat, is een gebouw van den
+jaare 1656; dit is mede ongemeen groot; heeft niet alleen zijn eigen
+Apotheek, maar ook artzenijtuin.
+
+Het Diaconie-oude Mannen- en Vrouwen-huis, staande op den Binnenamstel,
+doet ieder wegens zijne grootte verbazen; maar meer nog als men het van
+binnen bezichtigt, door zijne inrichting en de orde die er over het
+algemeen in heerscht: het geheele ligchaam der Amsteldamsche Diaconie
+is bewonderens waardig, vooral wegens de onbedenkelijke sommen die het
+jaarlijks tot onderhoud noodig heeft.
+
+Achter dit huis ontmoet men het Korvers hofjen, in 1722 gesticht uit
+eene ervenis van den Heere Jan Corver, Oud-Schepen en Raad der stad;
+het staat onder bestuur van de Gereformeerde Diaconie, wordende er
+geene anderen dan gehuwde oude lieden zonder kinderen in geplaatst: zo
+één van beiden overlijdt moet de nablijvende in het Diaconie Oude
+mannen- of vrouwen-huis, bovengemeld, overgaan—een dergelijk hofjen is
+daar nabij nog onlangs gebouwd, uit eene ervenis van den Heere Van
+Mekeren.
+
+Doet de Diaconie hier ter stede zo veel aan haare Ledemaaten, de
+Huiszittenarmen, dat is die geene ledemaaten zijn, worden mede niet
+vergeten; de ruime uitdeelingen aan dezelven geschieden thans op twee
+plaatsen, beiden mede overbezienswaardig; naamlijk in het Oude zijds
+huis-zittenhuis, en in dat aan de Nieuwe zijde; het eerste staat op de
+Korte houtgraft, op den grond van den Leprozen tuin, en het andere op
+de Prinsegraft bij de Lelijgraft; dit laatstgemelde heeft in de stad
+drie ruime turfschuuren.
+
+De Huiszittenmeesters hebben ook nog een Huiszitten weduwen Hof, in
+1650 op den grond van ’t Oud Karthuizers Klooster gebouwd: het is
+almede ongemeen groot: in hetzelve worden niet dan weduwen en
+hoogbejaarde dochters onderhouden: de kinderen der weduwen mogen bij
+hunne moeders woonen, tot dat de meisjens agttien, en de jongens
+negentien jaaren bereikt hebben.
+
+Schoon de gezegde gebouwen, ieders aandacht trekken, door hunne grootte
+en talrijkheid van huisgezinnen, zij allen worden nog overtroffen door
+het Aalmoeseniers Weeshuis, staande op de Prinsegraft bij de Leidsche
+straat, in den jaare 1663 aldaar aangelegd, en naderhand nog vergroot;
+’t is bijna 300 voeten breed, en drie verdiepingen hoog; en er worden
+bijna 2000 zielen in onderhouden: het is geschikt voor weezen, wier
+ouders geene burgers of ledemaaten der Gereformeerde Gemeente geweest
+zijn, als mede voor vondelingen, enz.
+
+De Fransche of Waalsche Gemeente, heeft te Amsteldam mede een zeer
+aanzienlijk weeshuis, dat ook voor het onderhouden van oude mannen en
+vrouwen dient; ’t staat op den hoek van de Vijzel- en Prinse-graften,
+en is een gebouw van den jaare 1669: vóór dien tijd hadden de Waalen
+hun Weeshuis in de Laurierstraat: het gezin in dit huis wordt ongemeen
+ruim onderhouden, en in de daad vrij beter dan menig ordentelijk
+Amsteldamsch burger in staat is zijne kleine huishouding te doen.
+
+De Engelschen hadden weleer een Weeshuis aan de zuidzijde van de
+Loojers graft; doch hetzelve was van weinig betekenis: thans hebben zij
+een tamelijk fraai Weeshuis op de Oudezijds achterburgwal, bij de
+Stoofsteeg, gesticht in den jaare 1782.
+
+De Roomschen hebben een jongens Weeshuis, staande aan de zuidzijde van
+de Laurier-graft; het is een vrij goed gebouw; maar komt niet in
+vergelijkinge met het Maagdenhuis van deeze Gemeente, op het Spui, en
+dat eerst voor weinige jaaren, in de plaats van het oude, gebouwd is;
+dit huis gelijkt veel eer naar een paleis dan naar een
+weeshuis—Voorheen had deeze gemeente haar uitdeelings comptoir, op den
+Nieuwezijds achterburgwal, bij het Spui, doch thans is hetzelve
+verplaatst, op den grond van den afgebranden Schouwburg op de
+Keizersgraft bij de Huidestraat; alwaar ’t mede eene zeer aanzienlijke
+vertooning maakt—Op het voor weinige jaaren bebouwde Weesperveld,
+hebben de Roomschen ook een ruim huis voor arme oude lieden aangelegd:
+de pracht waarmede het gebouwd is, doet duidelijk zien dat deeze
+gemeente eene ruime beurs moet bezitten.
+
+Aan de noordzijde van de Lauriergraft, ontmoet men het Weeshuis der
+Luthersche Gemeente, zijnde hetzelve na het midden der voorgaande eeuw
+gebouwd; het is een zeer goed gebouw, en is voor weinige jaaren nog
+aanmerkelijk verbeterd—dezelfde Gemeente heeft niet verre van dat
+weeshuis, naamlijk in de Konijnenstraat, een Hofjen voor oude Vrouwen,
+alwaar de inwooners mede zeer goed onderhouden worden—maar van ongemeen
+veel meer aanziens en ruimte is het Nieuwe bestedelingshuis, door deeze
+Gemeente gebouwd op het reeds meergemelde Weesperveld; het is een groot
+en aanzienlijk gebouw, waarin de oude lieden ook ongemeen wèl
+onderhouden worden.
+
+Het weeshuis der Vereenigde Vlaamsche en Waterlandsche Doopsgezinden,
+gemeenlijk het Mennonieten Weeshuis genoemd, staat op de Prinsegraft,
+tusschen de Vijzelstraat en Reguliersgraft, en is gesticht in den jaare
+1676; zijnde in alle deelen een aangenaam en luchtig gebouw, waarin de
+kinderen ook met allen mogelijken zorg, gevoed, gekleed, en geleerd
+worden.—Vooraan in de Elandsstraat had dezelfde Gemeente weleer haar
+Oude Vrouwenhuis; doch hetzelve is in 1759 geplaatst, in de Kerkstraat,
+achter het Weeshuis voornoemd.
+
+Die van de Collegianten, hebben hun Weeshuis, van ouds de Oranje appel
+genoemd, ter plaatse alwaar zij hunne vergadering houden, zie hier
+vóór.
+
+Onder de godsdienstige gestichten ter deezer stede kunnen ook nog de
+volgende geteld worden, als,
+
+Het Stads zijdewindhuis, geplaatst op den Cingel boven het stads
+magazijn: hier worden jonge meisjens van 8 tot 14 jaaren, en wier
+ouders van de Huiszittenmeesters, of gelijk men zegt, van de stad, en
+ook die, wier ouders van de Diaconie trekken, met het winden van zijde
+aan werk en geld geholpen, maar middelerwijl ook in het leezen,
+schrijven, en de gronden van den Godsdienst onderwezen.
+
+Het Begijnen-hof, in de Kalverstraat, alwaar, gelijk wij reeds zeiden,
+de Engelschen hunne Kerk hebben: ’t is reeds een gebouw van den jaare
+1389: in 1393 werd het door Hertog Albrecht in bescherminge genomen: ’t
+is bebouwd met wooningen voor een zeker tal Begijnen, die er hunne
+eigene kerk en Priester hebben: de dochterkens geneeren zig met
+allerlei kundig naaldwerk, waarin sommigen van haar zeer ervaaren zijn.
+
+Het Lazerus of Leprozen-huis, staande bij de St. Anthonies of Jooden
+breestraat: sedert de lazerij genoegzaam geheel uit deeze Landen
+verdweenen is, dient het Leprozen-huis, voor eenige proveniers, en
+sommige simpele lieden.
+
+Van het Dol- of Krankzinnig huis hebben wij reeds gesproken: (zie boven
+Bladz. 10).
+
+Het St. Joris hof, staande tegen de oude Waals Kerk: was eertijds het
+Pauliniaanen klooster; ’t is nu een Proveniers huis, schoon ’t voorheen
+ook voor Leprozen gediend hebbe.
+
+Behalven alle de gemelde gebouwen vindt men hier ter stede nog eene
+menigte hofjens en Godsdienstige gestichten, door bijzondere persoonen
+van verscheidene Gezinten, met Godsdienstige oogmerken, aangelegd: de
+voornaamsten zijn:
+
+Het Deutzen Hofjen, op de Prinsegraft tusschen de Spiegel- en
+Vijzel-straat, in 1695 gesticht door Vrouwe Agneta Deutz; er worden
+oude vrouwen op geplaatst, die, behalven vrije wooning, 36 guldens aan
+geld, 40 mand turf, 20 pond boter, 20 pond rijst, en 20 pond kaarsen
+jaarlijks genieten.
+
+Venetia of Maarloops hofjen, naar zijnen stichter Maarloop dus genoemd,
+gelijk ook veelen der volgenden den naam naar hunne stichters draagen:
+dit hofjen staat in de Elandstraat: behoeftige Vrouwen van allerleie
+Gezinten, uitgenomen die van den Roomschen Godsdienst zijn, genieten er
+vrije wooning, 50 manden turf, en nog eenig geld in ’t jaar.
+
+’T Raapen hofjen aan de Noordzijde van de Braak, wordt mede door
+behoeftige vrouwen bewoond: zij genieten ieder jaarlijks 25 tonnen
+turf.
+
+De Huisjens van Bosch staan naast het laatstgemelde Hofjen; in dezelven
+wordt alleenlijk vrije wooning genoten.
+
+’T Roeters hofjen, op de Linde graft, is mede gesticht voor behoeftige
+vrouwen van den Gereformeerden Godsdienst, die er ook alleenlijk vrije
+inwooning genieten.
+
+Het Okkers hofjen in de kromme Palmstraat, bijna geheel herbouwd
+zijnde, moet er een gering geld op verwoond worden.
+
+’T Claas Reiniersz. Hofjen op de Keizersgraft, tusschen de Beeren- en
+Run-straat, behoort aan de Roomschgezinden, en voert ter spreuke,
+Liefde is ’t Fundament; ’t is aangelegd voor Vrouwen die bij ’t
+inkomen, voor ééns, honderd guldens moeten geeven.
+
+’T Hamershofjen, is mede voor oude Roomschgezinde Vrouwen.
+
+’T St. Andries Hofjen op de Egelantiersgraft; hier is een kapelletjen
+in ’t welk ééns ter week dienst gedaan wordt, door den Capellaan van ’t
+Begijnehof.
+
+De Brouwers huisjens in de Wijdesteeg op de Bloemmarkt, behooren ook
+aan de Roomschen; als mede
+
+Het Otters hofjen, in de Vinkestraat, en
+
+De Zeven keurvorsten in de Tuinstraat.
+
+Het Suiker hofjen op de Lindegraft, behoort aan de Lutherschen; en is
+aangelegd voor oude vrouwen, en vrijsters boven de 50 jaaren: ieder
+bewoonster geniet boven vrije wooning, jaarlijks 40 manden turf, 10
+pond rijst, en drie dukatons aan geld—aan dezelfde Gemeente behoort ook
+
+Het Grillen hofjen, in de Weterings dwarsstraat.
+
+Het Brantzen hofjen, op de Nieuwe Keizersgraft bij de Weesperstraat.
+
+Het Linden hofjen, op de Lindengraft, behoort aan de Doopsgezinden, als
+mede
+
+De Hoeksteen in de Lojerstraat, ook
+
+Het Rijpen- of Roozen-hofjen op de Roozegraft.
+
+Zie daar alleenlijk de hoofdtrekken van een schilderij van
+Godsdienstigheid, barmhartigheid en menschenliefde, waarop de
+Amsteldammers met reden roem mogen draagen.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+In de eerste plaats komt hier ongetwijfeld voor het vorstlijke
+Stadhuis, dat met recht den naam draagt van ’t agtste wereldwonder: het
+staat op den ruimen dam, meer achterwaards dan het oude Stadhuis in
+1652, door de vlamme vernield, aldaar gestaan heeft: in 1648, (des vier
+jaaren vóór gezegden brand,) begon men de grondslagen van het
+tegenwoordige te leggen; ruim een jaar en negen maanden bragt men door
+met het heien van de paalen, die ten getale van dertien duizend, zes
+honderd negen en-vyftig werden ingeslagen, des niettegenstaande werd de
+bouwing zo spoedig voordgezet, (vooral na het oude huis, gelijk gezegd
+is, verbrand was,) dat de wethouderschap reeds op den 1 Augustus 1655
+er haare zitting in nam; evenwel had het gebouw toen nog geen dak, en
+er werdt nog eenigen jaaren lang aan gearbeid, eer gezegd kon worden,
+dat het geheel voltooid was; alles onder opzicht van de ontwerpers, de
+beroemde Jacobus van Campen, en Daniel Stalpert.
+
+Aan dit overheerelijk Stadhuis zijn de krachten der Bouwkunde uitgeput,
+waarvan de beschouwing zelve alleen kan overtuigen; het heeft, behalven
+de onderste verdieping, waarin de Wisselbank, gevangenplaatsen, en
+eenige kelders zijn, drie steenen verdiepingen en verwelfsels: de
+breedte bedraagt een tal van ruim 282 voeten, en de grootste diepte,
+naamlijk tusschen het voorste en achterste middenste uitsteeksel,
+bedraagt omtrent 236 voeten, de kleinste of zijdelijke diepte omtrent
+200½ voeten: zonder den toren is het gebouw weinig minder dan 117
+voeten hoog: alles wat boven den grond is, is zamengesteld uit witte
+Breemer en Bentheimer steen, aan alle kanten met eene toereikende
+hoeveelheid van glasraamen voordien: in ’t middenste uitsteekzel van
+den voorgevel zyn negen ronde boogen, zeven van welken tot ingangen
+dienen, de twee overigen zijn met ijzerene traliën gesloten; met vier
+steenen trappen gaat men tot deeze boogen op: in ’t middenste
+uitsteeksel van den achtergevel, heeft men eenen langwerpig vierkanten
+ingang naar welken men langs zes steenen trappen, voorwaards en ook van
+beide zijden opgaat: boven deezen opstal staan rondsom het gebouw
+negentig Romeinsche Colommen, ieder, met de cieraadjen, ruim 36 voeten
+hoog: boven deeze rij staat een gelijke talrijke rij Corinthische
+Colommen; alles met cierlijke festonnen tusschen beiden: op ieder’ hoek
+van het dak staat eenen koperen vergulden kroon, die door vier arenden
+gedragen wordt; langs de daken zyn twintig dakvensters en agttien
+schoorsteenen geplaatst: de middenste uitsteekzels van de voor- en
+achter-gevel, zijn ieder met een kap gedekt, waarin overheerelijke
+levensgroote marmeren beelden geplaatst zijn; op de lijst van den
+voorkap staan drie koperen beelden, naamlijk dat der Vrede, tusschen
+die der Voorzichtigheid en Rechtvaardigheid: op de achterkap staat
+tusschen de beelden der Maatigheid en Wakkerheid een Atlasbeeld, den
+hemelkloot torschende; de toren die rond en met agt halve Corinthische
+Colommen omringd is, staat in ’t midden boven den kap van den voorgevel
+op een vierkanten voetstuk, en is ruim 66 voeten hoog: op denzelven
+staat voor windwijzer het oude wapen der stad: de toren is met
+festonnen en andere sieraaden der bouwkunde getooid; ook heeft hy een
+kunstig uurwerk en klokkespel, op ’t welk driemaal ter week een uur
+gespeeld wordt; de ton van het werk weegt 4474 ponden.
+
+Het zoude ons bestek te veel gevergd weezen, wilde men eene
+beschrijving van het inwendige des gebouws van ons vorderen, wij kunnen
+er slechts iet weinigs van zeggen; de talrijke vertrekken, welken er in
+zijn, zijn allen der bezichtiginge overwaardig; eenigen van dezelven
+zijn vercierd met overheerelijke schilderstukken, en beschilderingen
+van de voornaamste oude meesters; de vroedschapskamer munt daarin boven
+alle anderen uit: op de wapenkamer zijn ook veele bijzonderheden te
+zien, voornaamlijk van oude wapenen, harnassen, enz.
+
+Vooral zijn bewonderenswaardig de beelden, waarmede de openbaare
+vierschaar, die in de onderste verdieping gevonden wordt, pronkt: men
+ziet er in door drie boogen, die half met gehouwene steenen
+toegemetseld, en half met getakte koperen tralien afgesloten zijn: de
+ingang ter zijde is door twee zwaare metaalen deuren gesloten; slangen,
+zwaarden, bliksems, als mede het oude en nieuwe wapen der stad,
+vercieren dezelve: het binnenwerk, zijnde een rechterstoel, bank,
+trappen, colommen, beeldwerk, enz. is genoegzaam alles van wit marmer
+gehouwen: onder het beeldwerk vertoonen zig Salomon’s gerecht,
+Seleucus, die zig ’t oog laat uitsteeken, en Brutus, die zijne zoons
+doet onthalzen, alles overkunstig gehouwen.
+
+Op de tweede verdieping munt uit de burgerzaal, over welken men tot
+alle de op die verdieping zig bevindende kamers, gaat; deeze zaal, die
+met twee zwaare koperen deuren gesloten wordt, is 120 voeten lang, en
+omtrent 57 voeten breed: te recht is van deeze zaal gezegd: „Alles
+blinkt hier van marmer, en andere kostbaare steen, zo kundig bewerkt,
+dat de mans- en vrouwe-beelden niet slechts, maar ook het fruit- en
+loofwerk, de bloemen, de korenschoven, de vogeltjens, het zeegedierte
+en duizenderleie aartigheden meer, den aanschouwer op ’t levendigste
+toelagchen:” midden op den marmersteenen grond, waren twee platte halve
+aardklooten van gekleurden steen en geel koper kunstig ingelegd, doch
+dezelve zijn door het beloopen reeds geheel verdweenen; een halven
+hemelkloot, mede kunstig van geel koper in denzelfden grond ingelegd,
+is nog heden te zien: het gewelfsel is fraai beschilderd; met één
+woord, deeze zaal doet op het eerste gezicht verstommen, en bij nadere
+beschouwing houdt zij de bewondering der kenneren onafgebroken bezig.
+
+Na het stadhuis verdient de Beurs genoemd te worden: zij is gebouwd op
+vijf overwelfde boogen, die in den Amstel, aldaar Rokin geheten, gelegd
+zijn: de middenste boog diende weleer ter doorvaart, doch in 1622 werd
+er een vaartuig met buskruid onder gevonden, aldaar gelegd zijnde, zoo
+men zegt, met oogmerk om het gebouw, als de kooplieden vergaderd waren,
+in de lucht te laaten springen, en daardoor de stad eene onherstelbaare
+schade toetebrengen; want men moet zig miet verwonderen als men hoort
+dat de kooplieden op één’ beurstijd somtijds millioenen maalen
+millioenen schats aan papieren bij zig hebben: na dien tijd is de
+gezegde doorvaart gesloten: de Beurs bestaat uit een vierkant plein,
+omringd van breede gaanderijen, wier verwelfsels op 46 pilaaren van
+blaauwen arduinsteen rusten; aan de zuidzijde pronkt het gebouw met een
+cierlijk torentjen, voorzien van een uurwerk: ’t gebouw is binnenswerks
+250 voeten lang, en omtrent 140 voeten breed; is in den jaare 1608
+aangelegd, in 1613 volbouwd, en in 1668 merkelijk vergroot: boven de
+gezegde gaanderijen is een zogenaamde Prentekamer; welke naam zij
+draagt om dat er veele winkelkassen op gemaakt zijn, die meest door
+prentekoopers in huur gehouden worden, en welken er ook dagelijks hunne
+voorraad uitstallen; enkel de kassen worden ook door galanteriekramers
+in huur gehouden: op dezelfde verdieping vindt men mede het stads
+schermschool.
+
+Op het Water staat een afzonderlijke beurs voor de korenkopers, die
+weleer slechts van hout was, doch in den jaare 1767 is deeze
+weggebroken, en een fraaje steenen beurs in de plaats gezet; zij is
+gebouwd in den smaak der groote, of koopmans beurs voornoemd: niet
+verre van deeze beurs, op de kolk, staat het Korenmeeters huis, zijnde
+een sierlijk vierkant steenen gebouw—achter de Korenbeurs, aan de
+andere zijde van het Water, vindt men het Stads Exijnshuis, dat mede
+een groot gebouw is, en met hardsteenen gevels pronkt: ’t is in 1637 en
+1638 merkelijk vernieuwd en vergroot—bij het zelve staat het
+Bierdragers huis van de oude zijde; dat van de nieuwe zijde staat op
+het Spui.
+
+Amsteldam heeft drie waagen: de oudste, zijnde een gebouw van ’t jaar
+1560, staat op den Dam, tegen over het stadhuis; boven deeze is de
+militaire hoofdwacht; de toegangen tot welke, zo wel als het bordes
+daarvoor, is in den jaare 1778 fraai van blaauw arduinsteen
+vernieuwd—De tweede waag staat op de Nieuwmarkt, en is de oude St.
+Anthonies poort, die in 1617 tot een waag bekwaam gemaakt werd: boven
+dezelve is de openbaare leerschool in de Anatomie, de Snijkamer
+genaamd; ook worden er veele vreemde dieren, gewassen, steenen,
+geraamten, enz. bewaard—de Heelmeesters hebben boven deeze waag ook
+hunne Gildekamer—De derde waag staat op de Botermarkt, en is de
+gewezene Regulierspoort, in 1668 tot een waag toebereid.
+
+Voor weinige jaaren is er ook nog een Waterwaag aangelegd, naamlijk op
+den Buitenkant bij de Kraansluis.
+
+Het Prinsenhof, of eigenlijker gezegd het Admiraliteits hof [3], was
+voorheen het St. Cecilien klooster, gesticht, naar het gevoelen van
+sommigen, tusschen den jaare 1342 en 1352; ’t gebouw pronkt nog met het
+torentjen van de kloosterkerk: in 1661 is het klooster bijna geheel weg
+gebroken, en op deszelfs grond het tegenwoordige prachtige hof gebouwd.
+
+Het Admiraliteits of ’s Lands zeemagazijn, staat aan den IJ-kant, op
+den hoek van Kattenburg; ’t is een ruim gesticht van den jaare 1655,
+zijnde 220 voeten breed, en 200 voeten lang: in 1790 brandde het van
+binnen geheel uit, doch ’t werd weldra weder in die orde gebragt,
+waarin wij het heden beschouwen: voor dit magazijn ligt het scheeps
+hok, binnen het welk de oorlogschepen die onttakeld zijn, opgelegd
+worden: er leggen altoos fraaje pronkschepen in: nog werkelijk is men
+bezig met de onderneeming om aldaar een dok te maaken, doch veelen
+deskundigen twijfelen aan den goeden uitslag daarvan—bij ’t magazijn is
+ook ’s Lands timmerwerf, zijnde dezelve omtrent 1500 voeten lang—Op een
+vrij grooten afstand van het magazijn, is ’s Lands Lijnbaan, benevens
+die der Oostindische Compagnie; het Huis dier Compagnie, op der hoek
+van de Hoogstraat, was tot den jaare 1605 het stads magazijn: het zelve
+is van tijd tot tijd vergroot—Het Zeemagazijn derzelfde Compagnie is
+een geweldig groot gebouw, in 1660 aan den IJ-kant aangelegd; achter
+het zelve ligt ’s Compagnies werf; haare Lijnbaan is op Oostenburg.
+
+De gebouwen der Westindische Compagnie, zijn het Huis, op de
+Garnaalsmarkt; haar pakhuis staat op Raapenburg, aan den IJ-kant:
+weleer hield deeze Compagnie haare vergadering in het gebouw op den
+Haarlemmerdijk, thans tot een Heeren Logement dienende: de gewapende
+Schutterij betrekt boven hetzelve des avonds eene wacht.
+
+Onder de groote stads gebouwen munt niet weinig uit de Lombard, of Bank
+van leening, staande op den Fluweelen burgwal: in 1548 dat het huis
+aldaar gebouwd tot een magazijn voor de huiszittenarmen; doch in 1614
+werd het tot een lombard bekwaam gemaakt, en in 1669 nog merkelijk
+vergroot: van de panden onder de ƒ 100 wordt slechts een’ penning van
+iederen gulden per week bepaald; van de panden boven de ƒ 100 tot ƒ 475
+wordt 7¼ ten honderd, en van panden van ƒ 500 en daar boven, wordt 6
+ten honderd ’s jaars betaald: door geheel de stad heen, woonen
+inbrengers of inbrengsters, die voor een bepaald loon, de panden,
+beneden de ƒ 100 aanneemen, en in de groote Lombard brengen.
+
+Vijf vleeschhallen waren er voorheen in Amsteldam, twee in de Nes; doch
+de kleinste dier twee is voor eenige jaaren weggebroken, en de groote
+tevens een goed gedeelte verlengd: de eene was weleer een kerkjen, St.
+Pieter toegewijd, gelijk de St. Pieters poort er nog tegen over is; de
+andere ’t Margareten klooster; de overige hallen staan op de
+Westermarkt, (boven dezelve is de hoofdwacht der wakende Schutterij,)
+op de Heeremarkt, en op de Botermarkt: de Jooden hebben nog eene
+afzonderlijke hal voor zig.
+
+Amsteldam heeft ook eene Laken- Zijde- en Saai hal, alwaar de lakens,
+baajen en karsaajen, gelood en gestaald moeten worden: zij staat in de
+Staalstraat, en was weleer de stads steenhouwerij.
+
+In de Kalverstraat, over den Heiligen weg, staat een Schrijnwerkers, of
+Kistemaakers pand; ’t was weleer een kerkjen tot het oud Leprozenhuis
+behoorende: de stad verhuurt het aan eenige baazen van het Kastemaakers
+gild, die er allerlei schrijnwerk in te koop stellen.
+
+De Vischmarkten zijn drie in getal, één aan de oude, en één aan de
+nieuwe zijde, (beiden voor zeevisch dienende,) en een rivier
+vischmarkt, in de Nes, ter plaatse alwaar weleer de kleine vleeschhal
+stond; zie boven.
+
+De Colveniers doelen, alwaar men in vroegeren tijd met vuurroers naar
+het wit plag te schieten, is thans een aanzienlijk logement, en voor
+eenige jaaren van vooren fraai vertimmerd: ’t was weleer eene sterkte
+aan den Amstel tegen de Utrechtenaars; blijkens ’t geen men in een’
+steen voor dezelve leest: naamlijk de woorden, Zwicht Utrecht.
+
+Nog zijn er twee andere Doelens, of Schutters hoven: de Hand- en
+Voet-boogs, op de Garnalemarkt, thans geschikt tot het Westindisch
+huis, voornoemd, en een aanzienlijk logement—tusschen de laatstgemelde
+beide doelens is één der vijf stads wapenhuizen; ten einde van de
+Brouwersgraft is een ander, dat geweldig groot is, en tevens tot een
+korenmagazijn dient; voords zijn aan drie afgelegene hoeken van de stad
+drie anderen.
+
+Vijf voornaame stadsherbergen zijn er in Amsteldam: De Nieuwe- en
+Oude-zijds heerelogementen, de Oude en Nieuwe herbergen aan het Y, en
+een in de plantaadje, die zeer vermaaklijk gelegen is, gelijk de
+plantaadje zelve een aangenaam oord is: voorheen waren in dezelve eene
+menigte kleine herbergjens voor den burger, doch deezen heeft men
+naderhand allen verboden; misschien oordeelde men dat de burger geene
+uitspanning noodig heeft—thans is ’t in de plantaadje intusschen veel
+ordentelijker, want het krielt er van bordeelen.
+
+De stad heeft ook een eigen Timmertuin, Steentuin, Steenhouwerij,
+Scheepstimmerwerf, Geschut- en Klokgieterij, en Proefwerf.
+
+De Nederduitsche Schouwburg stond weleer op de Keizersgraft, (zie
+hiervoor, bladz. 9.) doch zij werd in den jaare 1772 ten eenenmaale
+door de vlamme verteerd; een andere is kort na den brand op het
+Lijdsche plein aangelegd—op de Erwte markt is een fraaje Fransche
+Schouwburg, voor rekening van particulieren gebouwd; doch sedert
+eenigen tijd, mag dezelve niet gebruikt worden—in de Amstelstraat,
+bouwde men in den jaare 1790, een zeer goeden Hoogduitschen Schouwburg,
+doch dezelve heeft almede moeten sluiten: eerst door verloop van het
+fonds, thans ter oorzaake van de tijdsomstandigheden.
+
+Weleer waren in Amsteldam drie Doolhoven; doch twee derzelven zijn te
+niet geraakt; het Oude is nog aanwezig op de Prinsengraft bij de
+Loojersgraft: ’t heeft een zeer schoon waterwerk; ook vertoont men er
+eenige aloude geschiedenissen door beweegende beeldjens: er is een
+houten reuzenbeeld van ongemeenen grootte, en bewonderenswaardig fraai
+gewerkt.
+
+Behalven de kerktorens, en die welken op de poorten, het stadhuis, enz.
+gevonden worden, pronkt de stad nog met den Jan roodepoorts toren, op
+het Cingel: hij draagt den genoemden naam om dat aldaar weleer het Jan
+rooden poortjen stond: op denzelven is de gevangenplaats der stads
+militie—de Regulierstoren, aan het einde van de Kalverstraat en Cingel;
+hij is alzo genoemd om dat de Regulierspoort aldaar weleer stond: in
+1672 werd onder denzelven, om reden van de omstandigheden van dien
+tijd, een munt aangelegd; waarom men ook den toren nog de Muntstoren,
+en de daaraan gebouwde voornaame herberg, de Munt noemt: in deezen
+toren is een schoon klokkespel——De Haringpakkers toren, van ouds de
+Heilige kruistoren genaamd, staat aan den Y-kant, en wordt
+Haringpakkers toren genoemd, om de Haringpakkerij, die er nabij is; ook
+houden de keurmeesters van den haring in deezen toren hunne
+vergadering——de Schreiers toren, staat mede aan den Y-kant, en draagt
+zijnen naam, naar eene vrouw, die het schreiend t’scheep gaan van
+haaren man zo zeer ter harte nam, dat zij er krankzinnig van werd, welk
+voorval ook nog in een’ steen uitgehouwen, en in den torenmuur
+geplaatst, vertoond wordt—de Montalbaans toren staat op de Oude schans;
+de oorsprong van deezen naam is onzeker—de burgerij heeft hier ook eene
+wachtplaats.
+
+Drie Jagthavens die in Amsteldam gevonden worden, kunnen wij mede onder
+dit artijkel betrekken: de eene is bij de Oude stads herberg, de tweede
+aan den Amstel, voor de hooge sluis, of breede en aanzienlijke steenen
+brug, en de derde bij ’t burgerwachthuis, Keerweer genaamd, ten einde
+van Kattenburg; uit de twee eerstgemelden zeilt jaarlijks nog een vloot
+van kleine vaartuigen, alhoewel zulks thans mede niet met den ouden
+luister geschiedt.
+
+Van de stads Kraanen zouden wij, vereischte ons bestek die
+naauwkeurigheid, nog iet kunnen zeggen, thans gaan wij dat point met
+stilzwijgen voorbij; van de schutsluizen hebben wij reeds met een enkel
+woord gewaagd, en zouden meenen derhalven ons artijkel Wereldlijke
+Gebouwen hier mede te kunnen sluiten, ware het dat wij daaronder niet
+betrokken, de stads tuchthuizen en schoolen, waarvan wij nog een enkel
+woord moeten spreeken.
+
+Het eerste gebouw dat ons hierin voorkomt, is het Rasphuis, gemeenlijk
+het Boevenrasphuis, ook het Tuchthuis geroemd: hetzelve wordt gevonden
+op den Heiligen weg, en was weleer het Clarissen Klooster: in 1595,
+werd het tot een tuchthuis voor de mans bekwaam gemaakt: ’t is een
+gebouw allezins der bezichtiginge waardig, vooral wegens de orde welke
+er in heerscht, die te aanmerkelijker wordt, wanneer men nagaat dat de
+bewooners, eene talrijke hoop dier wezens zijn, welken op eene der
+uiterste grenzen van de vatbaarheden van den mensch staan, tot de
+ergste grouwelen in staat zijn, en echter binnen de muuren van dit
+huis, in behoorelijken tucht gehouden, ja zelfs tot Godsdienstoefening
+genoodzaakt worden.
+
+’T gewezene Ursulen klooster heeft jaaren lang gediend voor een vrouwen
+Tucht- of Spin-huis; doch bij den aanbouw van een groot stads Werkhuis
+op ’t Weesperveld, is hetzelve ten onbruike geraakt, in zo verre het
+tuchtigen van vrouwlieden betreft; thans dient het tot inquartiering
+van militie; de schuldige vrouwen worden nu in het algemeene Werkhuis
+voornoemd geplaatst.
+
+Het Willige rasphuis voor vrouwlieden, dat weleer aan den Y-kant stond,
+en ter weeringe van bedelaarij diende, niet alleen, maar ook ter
+gevangenplaatse van vrouwen, wier gedrag opsluiting verdiende, en wier
+naastbestaanden de kosten van een bijzonder Beterhuis niet konden
+draagen, almede door den aanleg van het voornoemde algemeene Werkhuis,
+ten onbruike geraakt zijnde, werd de grond daarvan bebouwd, met het
+allen lof verdienende Kweekschool voor de Zeevaart; eene instelling die
+Amsteldam eere aandoet, en ons ’t ons voorgeschreven bekrompen bestek
+doet betreuren; want gaarne weidden wij ten breedsten over het
+aanleggen van die lofwaardige schoole uit.
+
+Het Verbeterhuis, staat op de schans niet verre van het
+Weteringspoortjen; ’t was weleer een huis dat diende ter genezinge van
+die met schurft of kwaadzeer besmet waren; het huis dient voor
+particuliere opsluitingen, echter moet zulks geschieden op verlof van
+de Regeering, die ook den Vader van hetzelve aanstelt.
+
+Men heeft in Amsteldam voords een zeer aanzienlijke Doorluchtige
+schoole, (Athenæum illustre,) ’t gebouw was weleer een kerkjen van ’t
+Agnieten klooster, naderhand een pakhuis voor de Admiraliteit, waartoe
+de onderste verdieping nog gebruikt wordt; boven de leesplaats, is eene
+aanzienlijke stads boekerij, die eenmaal per week voor ieder openstaat;
+alle de boeken zijn met koperen kettingjens aan de kassen vastgemaakt.
+
+Voorheen waren in deeze stad twee Latijnsche schoolen, thans is er maar
+één, staande op de Cingel tusschen de Munt en den Heiligen weg: ’t is
+een gebouw dat allezins aan het oogmerk beantwoordt: naast hetzelve
+staat de wooning van den Rector.
+
+De Huiszitten- of Stads-schoolen verdienen hier ook aangemerkt te
+worden: zij zijn aangelegd voor de kinderen dier behoeftigen welke
+geene ledemaaten der Gereformeerden zijn, en derhalven niet door de
+Diaconie onderhouden worden, deeze heeft haare eigene schoolen.
+
+Boven de Vleeschhal in de Nes, is de vergaderplaats van de Opzieners
+over het Genootschap der Geneesmeesteren—de aanzienlijke stads
+Kruidtuin is in de Plantaadjen aangelegd.
+
+Na het aanstippen van alle deeze kweekschoolen der geleerdheid, waarbij
+wij veele andere particulieren zouden kunnen noemen, boven al het
+beroemde Vergaderingshuis der Maatschappy Felix Meritis, waarvan nader
+ons art. Bijzonderheden, zoude het niet onvoegelijk zijn hier
+vervolgends iet te zeggen van de geleerde mannen die de wereldberoemde
+stad Amsteldam uit haaren schoot heeft zien geboren worden; dan, het
+getal derzelven zoude eenige bladzijden vorderen die wij echter van ons
+bestek niet kunnen missen; ten allen tijde hebben de kunsten en
+weetenschappen in deeze stad gebloeid, en het welk te
+bewonderenswaardiger is, daar Amsteldam eigenlijk den troon des
+koophandels genoemd mag worden; ja nog heden, nu zij de gevaarlijkste
+verdeeldheid in haare ingewanden voelt wroeten; nu het gezicht van
+duizende krijgsknechten haar dagelijks verschrikt; nu zij telkens voor
+de gevaarlijkste uitbarstingen beeft, nu nog werkelijk tellen de
+Amsteldammers onder zig zulk een groot aantal geleerden, als zij
+mogelijk nimmer onder zig hebben kunnen tellen: vooral vindt men die
+loflijke voorwerpen in den achtingwaardigen burgerstand.
+
+
+
+
+KERKLIJKE REGEERING.
+
+Ingevolge onze gewoonte in het reeds afgewerkt gedeelte van ons
+uitgebreid plan, bepaalen wij ons hier ook weder alleenlijk tot de
+Gereformeerde, of Heerschende kerk in Amsteldam: deeze gemeente dan
+wordt bediend door 29 Predikanten, één van welken in de Hoogduitsche
+taale moet prediken: de Gasthuiskerk had weleer haar afzonderlijken
+Predikant; doch thans predikt deeze ook op zijn beurt in de andere
+kerken, gelijk de overige Predikanten ook de Gasthuiskerk op hunne
+beurt moeten waarneemen: de gewoone kerkenraad bestaat voords uit
+gemelde Predikanten, een gelijk getal Ouderlingen, waarvan jaarlijks de
+helft afgaan, gelijk ook van de Diaconen, die 42 in getal zijn, en een
+afzonderlijk Collegie uitmaaken, doch van den grooten kerkenraad ook
+leden zijn: den Diaconen zijn 12 Diaconessen toegevoegd, die voor al
+het vrouwlijke in dat groote ligchaam zorg draagen; voorheen zond de
+Wethouderschap twee Gemagtigden in den kerkenraad; doch sedert eenige
+jaaren vindt zulks geen plaats meer: in gevalle van eene vacature onder
+de Predikanten, worden Burgemeesteren om handopening tot het doen van
+een beroep verzocht; na bekomen verlof, maakt de gewoone kerkenraad een
+nominatie van drie, het zelfde doet het Collegie van Diaconen: deeze
+dubbelde nominatie wordt in den grooten kerkenraad tot een drietal
+gebragt, en daaruit wordt bij meerderheid van stemmen één verkozen, op
+welke verkiezing vervolgends de goedkeuring van Burgemeesteren verzocht
+wordt.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE REGEERING.
+
+Deeze bestaat uit een Collegie van 36 Raaden, of Vroedschappen, 4
+regeerende Burgemeesters, 9 Schepenen, en één’ Schout: eigenlijk zijn
+er 12, zo afgegaane als regeerende Burgemeesteren, die den Oud-raad
+uitmaaken, en hunne bijzondere functie hebben: de Vroedschappen
+behouden hunne post levenslang, doch Burgemeesteren en Schepenen worden
+jaarlijks, op Vrouwendag, veranderd: bij ’t afsterven van één’ der
+Raaden, wordt in de opengevallene plaats door het Collegie zelve eenen
+anderen verkozen: de Schout wordt door Burgemeesteren, na voorgaand
+besluit der Raaden, aangesteld, en blijft aan tot hij bedankt of
+overlijdt: er zijn nog vijf Onderschouten, waartoe de Hoofdprovoost van
+’t Aelmoesseniershuis, en de Waterschout, of Bailluw van ’t
+watergerecht, behooren: ieder deezer Onderschouten, gelijk ook de
+Hoofdschout hebben eenige gewapende dienaars onder zig; de
+laatstgenoemde heeft ook een’ Secretaris; de gemelde jaarlijksche
+verandering van regeerende Burgemeesteren geschiedt uit den Oud-raad
+voornoemd, (of zo die niet voltallig is, ook wel buiten dezelven,) door
+dien Raad zelven en door Oud- en regeerende Schepenen, bij meerderheid
+van stemmen: drie Burgemeesteren worden op gezegde wijze verkozen, en
+deezen verkiezen uit de vier van het voorgaande jaar een vierden tot
+President, welke post hij drie maanden bekleedt, vervolgens is ieder
+andere van drie tot drie maanden President: langer dan twee jaaren mag
+geen van hun dienen: van de 9 Schepenen, waarvan één President en één
+Vice-president is, gaan jaarlijks 7 af: tot het benoemen van 7 anderen
+vervaardigt de Raad een nominatie van veertien persoonen, waaruit door
+den Stadhouder 7 benoemd worden: een President en Vice-president worden
+vervolgends uit de Oud-schepenen verkozen.
+
+De wereldlijke Regeering van Amsteldam, bestaat voords in het Collegie
+van Thesaurieren Ordinaris, zamengesteld uit vier Oud-burgemeesteren;
+zij hebben opzicht over stads gelden, doen aanbestedingen,
+enz.—Thesaurieren extraordinaris: deezen ontvangen verpondingen,
+buitengewoone lasten, enz.—Weesmeesteren, zijnde Oud-schepenen,
+meestijds 8 in getal—Commissarissen van huwelijkszaaken—van de
+Rekenkamer—van de Assurantiekamer—Commissarissen van de Wisselbank, die
+van Kleine Zaaken, zittende over verschillen die beneden de ƒ 600
+gaan.—die van de Kamer van Zeezaaken—van de Desolate
+boedelkamer—Commissarissen van den grooten Excijns, dat is op graanen,
+gemaal, wijnen, azijn, bier, turf en koolen—voords Commissarissen over
+den honderdsten en tweehonderdsten penning; wij zwijgen nu van
+onderscheidene boden, secretarissen, clerken en verdere mindere
+bedienden: de Regeering van Amsteldam heeft voords twee Pensionarissen,
+waartoe gemeenlijk geleerde lieden, verkozen worden.
+
+Wegens de Colecten voor de armen, enz. is de Stad ook in eenige wijken
+verdeeld, en in iederen wijk zijn twee Wijkmeesters aangesteld, die
+hunne bijzondere diensten doen, vooral in het afgeeven van
+getuigschriften, waarvoor zij eene vrije bank in de kerken hebben.
+
+
+
+
+SCHUTTERIJ, enz.
+
+De Amsteldamsche Schutterij, is verdeeld in 5 Regimenten, ieder van 12
+Compagniën of Vendels, naamlijk het blaauwe, ’t oranje, het witte, ’t
+geele en ’t groene regiment; ieder regiment heeft 5 compagnien, en
+iedere compagnie bestaat uit 100 man, derhalven zijn er 6000 wakende
+Schutters, in 60 wijken verdeeld: behalven dat zijn er nog 4 compagnien
+buiten de stads poorten doch binnen derzelver vrijheid: ieder der
+gezegde compagniën, (in drie Corporaalschappen verdeeld) heeft een
+Capitein, een Lieutenant, een Vendrig, drie Serganten, enz.: over het
+geheele ligchaam der schutterij zijn twee Colonellen aangesteld, die
+met de 60 Capiteinen, en 60 Lieutenants den vollen krijgsraad
+uitmaaken, welke op het stadhuis hunne vergaderplaats heeft: van ouds,
+en dat billijk was, had de gewapende schutterij verscheidene
+voorrechten, ook werd zij, als ’t ligchaam der Gemeente verbeeldende,
+in gewigtige gevallen, den welvaart der stad betreffende, door
+Burgemeesteren geraadpleegd; doch dat loflijk gebruik is door den tijd
+geheel te niet gelopen. Sedert de gezegende omkeering van zaaken moet
+de gewapende burgerij oranje cocarden draagen.
+
+Behalven deeze gewapende schutterij, houdt de stad nog eenige
+compagniën soldaaten in dienst, die dag en nacht de poorten en andere
+posten bezetten, als mede een corps kanonniers: thans, bij gelegenheid
+van de gezegende omkeering, en tegenwoordige vrees voor het uitbarsten
+van de morringen des volks, heeft zij bestendig een talrijk garnisoen
+binnen haare muuren.
+
+De Stad wordt boven dat alles des nachts door eene omgaande gewapende
+ratelwacht bewaakt: deeze heeft vier wachthuizen, of corps de garden:
+op alle de torens waaken des nachts ook trompetters, die als er brand
+ontstaat zulks terstond ontdekken, en er door hun trompet, enz. de
+ratelwachts kennis van geeven, welken vervolgends ieder in zijne wijk
+brand moet roepen, na den ratel buitengewoon lang geslagen te hebben;
+zij moeten ook de lieden die tot het brandwezen behooren wekken: er
+zijn eene menigte brandspuiten zo in als buiten om de stad voorhanden,
+tot welken een toerijkend getal brandmeesters, en mindere brandgasten
+aangesteld zijn: alle deeze lieden verdienen den lof van zo
+onvoorbeeldig vigilant te zijn, dat bij geen menschen geheugen, in
+gevalle van brand, meer dan het erf waarin het ongeluk ontstaan is, ten
+prooje der vlamme is geworden.
+
+Bij deeze nachtlijke voorzorg, kunnen wij ook voegen dat de stad, zodra
+des avonds het duister valt, door eene groote menigte lantaarns op
+paalen gesteld verlicht wordt: voor weinig tijds heeft men eene nieuwe
+soort van lantaarns, die ongemeen veel lichts geeven, beginnen
+intevoeren, doch daarmede schijnt men niet verder voordtegaan: sommigen
+van deezen zijn aan uitsteekende ijzerene armen gehangen, anderen
+hangen aan gespannene touwen dwars over de straaten; het getal van
+deezen is echter maar gering.
+
+
+
+
+De
+
+GILDEN,
+
+Die in Amsteldam gevonden worden, zijn weinig minder dan 50 waaronder,
+bij voorbeeld dat van de schilders, waarin meer dan 800 baazen zijn; de
+leden van het wijnkoopers gild zijn ongelijk veel meer; ieder heeft
+zijne Overlieden, bijzondere keuren en gildewetten; doch niet weinigen
+van deeze broederschappen klaagen dat zij naar behooren bij die hunne
+keuren en wetten niet gemaintineerd worden; althans maaken de Jooden er
+groote inbreuk op.
+
+
+
+
+De
+
+VOORRECHTEN
+
+Der Amsteldammeren zijn veelen, alle welken echter door hen niet
+genoten worden: bij verscheidene Graaflijke privilegiën werden zij door
+gantsch Holland, Zeeland en Vriesland, vrijverklaard van de Graaflijke
+tollen, mits ze kunnen aantoonen jaar en dag poorters geweest te zijn:
+poorters van Amsteldam mogen, benoorden de Maaze ten platten lande, in
+persoon noch goederen bekommerd worden, ten ware zij op dieverij of
+vechterij betrapt wierden: van ouds konden zij voor niet meer dan
+honderd ponden uit hunne goederen verbeuren: Amsteldamsche poorters
+kunnen in verscheidene steden, volgends onderlinge overeenkomsten,
+ervenissen beuren zonder tot betaaling van Exu-geld gehouden te weezen,
+als te Dord, Haarlem, Delft, Leiden, Rotterdam, Schoonhoven, Briel,
+Alkmaar, en meer andere steden—In 1547 werd die van Amsteldam de
+vrijheid verleend van in de Zuiderzee te mogen visschen, mids zig
+bedienende van netten die de bepaalde wijdte hadden, en geen versmoorde
+visch aan land brengende, enz.
+
+Wat zullen wij voords aantekenen van de
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN EN VERMAAKEN,
+
+Die onder de Amsteldammers uitgeoefend, en genomen worden!—hunnen
+koophandel zouden wij vooral ten breedsten moeten beschrijven, ware het
+dat wij onzen leezer een voldoend denkbeeld van die bezigheden wilden
+geeven; dan hier staat ons bekrompen bestek ons weder in den weg: de
+handel der Amsteldammeren bestaat niet alleen in het vertier der waaren
+die in de stad gemaakt, bereid, gebragt en gebruikt worden, van welker
+menigte het groot getal hunner gilden ten voorbeelde verstrekt; maar
+ook komt daar bij het ontvangen en verzenden van goederen binnen deeze
+Landen, die men den binnenlandschen handel noemt; ten derden bestaat
+hun handel in het ontvangen en verzenden van alles wat de vier
+werelddeelen opleveren; voornaamlijk worden de beide eerste gedeelten
+van hunnen handel aangekweekt door de vrije jaar- en verscheidene
+week-markten, welken zij houden: de menigte van pakhuizen die alomme
+gevonden worden, getuigt mede van hunne uitgebreide commercie——van
+deeze in ’t algemeen genomen moeten als hoofdtakken beschouwd worden de
+O. en W. I. Compagniën, hunne vaart op Groenland en Straat Davids, en
+andere takken meer; zodat Amsteldam met recht den naam van wereldstad,
+als door geheel de wereld haaren handel uitbreidende, draagt;
+hoogstbeschreienswaardig is het intusschen, dat men, wil men de
+waarheid niet in het aanzicht hoonen, moet bekennen dat geheel haar
+uitgebreide handel in verval is, en vooral haare O. en W. I. Compagniën
+in zulk eenen deplorabelen staat zijn, dat desaangaande Amsteldam van
+voor ééne eeuw, hemelsbreedte verschilt met Amsteldam in onzen tijd.
+
+Behalven met den koophandel geneert zig Amsteldam met allerleie
+fabrieken, kunsten, weetenschappen en handwerken, (’t getal der
+zagenmolens rondom de stad is 80,) zodanig dat men niet gemaklijk iet
+zoude kunnen bedenken het welk men in deeze stad niet kan bekomen; wat
+intusschen haare fabrieken betreft dezelven zijn mede in een
+allerjammerlijkst verval.
+
+Alle stadsvermaaken die bedacht kunnen worden zijn die van de
+Amsteldammers.
+
+
+
+
+GESCHIEDENISSEN.
+
+Daar wij van de geheele beschrijving van het weleer zo magtige
+Amsteldam, maar een zeer kort uittreksel kunnen geeven, zullen wij ons
+althans in het spreeken over haare geschiedenissen, die zo wel in het
+kerklijke als wereldlijke zeer veelen zijn, ongemeen moeten bepaalen,
+en alleenlijk iet van de hoofdtrekken daarvan kunnen aanstippen—In de
+dertiende eeuw dan is Amsteldam reeds tot een tamelijk dorp of steedjen
+aangegroeid; jammerlijk werd het toen verwoest, ter wraake van den
+bekenden moord aan Graave Floris den Vijfden, waaraan Gijsbrecht, Heer
+van Amstel, medepligtig was: deeze echter bouwde het daarna weder op,
+en voorzag het van houtene vesten en bruggen, doch ook die zijn arbeid
+werd omtrent den jaare 1299, door de Kennemers en Waterlanders in
+koolen gelegd: in 1304 verviel ’t opkomend Amsteldam in ’s Graaven
+ongenade, ter oorzaake van ’t ontvangen van eenige ballingen, en het
+moest ter straffe alle zijne bruggen en vesten weder afbreeken, eene
+boete betaalen, en de vrijheid van te markten missen: in de
+eerstvolgende vijftig jaaren kwam het echter weder in groot aanzien,
+zodanig dat het reeds verscheidene voorrechten ontving: na het
+verdrijven van den Heere van Amstel, kwam het aan de Graaflijkheid, en
+vóór het einde der veertiende eeuw begon het door den koophandel reeds
+merkelijk te bloejen: in 1391 bezaten de Amsteldammers reeds een stuk
+lands op ’t eiland Schoonen in Deenemarken: in 1405 konden zij hunnen
+Graave reeds merkelijken dienst doen, en drie jaaren daarna, rustten
+zij met die van Kampen twee schepen uit, om hunne koopvaarders tegen de
+zeevaart te beveiligen: toen de Hoeksche en Kabbeljaauwsche factie,
+geheel het Land beroerde, kreeg Amsteldam een aanmerkelijk deel in de
+gevolgen van dien twist: in de maand April des jaars 1421, verbrandde
+ruim een derde gedeelte van de stad, met het Raadhuis, de Nieuwe Kerk
+en eenige andere Godsdienstige gestichten: het zelfde noodlot, echter
+niet zo geweldig, trof haar in 1452: in 1426 hielpen de Amsteldammers
+Filips den Goeden, Hoorn ontzetten, en niettegenstaande de teistering
+van den gezegden twistgeessel, nam hun bloei zo aanmerkelijk toe, dat
+zij in 1438 alleen twintig oorlogschepen in zee bragten; ook werden zij
+in den steeds voordduurenden krijg meer en meer geducht: in 1548
+behaalden zij groote overwinning op de Utrechtenaars, waarvan de
+Kloveniers doelen nog getuigt: (zie hier voor, bladz. 20) ook werd
+omtrent dien tijd de stad aanmerkelijk uitgelegd, en met muuren en
+torens omringd: na in den Gelderschen oorlog geen gering deel gehad te
+hebben, was haar aanzien reeds zodanig toegenomen, dat verscheidene
+Vorsten haar veele voorrechten, allen den handel betreffende,
+toestonden, ook was omtrent het einde der vijftiende eeuw het getal der
+Graaflijke gebouwen binnen der stede vesten zodanig toegenomen dat er
+besloten werd geene nieuwen meer aanteleggen.
+
+In en omtrent den jaare 1530 was de onverdraagzaamheid in het stuk van
+den Godsdienst hier nog zo groot, dat onder anderen het drukken van ’t
+Nieuwe Testament naar de vertaaling van Luther verboden werd, op
+straffe van ooguitsteeking en handafkapping; ook maakten de
+Wederdoopers op verscheidene plaatsen van Nederland groote beroerten,
+wegens Godsdienstige verschillen; te Amsteldam liepen er vijf met
+ontblotene zwaarden door de stad, den zegen over de rechter en den
+vloek over de linker zijde derzelve uitroepende, weinig tijds daarna
+liepen zij moedernaakt door de stad, (zij hadden hunne klederen
+verbrand,) wee en ach! uitroepende, en de straf die sommigen van hen
+ondergingen, van onthoofd of verdronken te worden, konde hen echter van
+hunne krankzinnige dwaaling niet terug brengen; integendeel gingen zij
+daarin zo onvoorbeeldig voord, dat zij in den jaare 1535 een’ aanslag
+smeedden om Amsteldam te overvallen; den toeleg werd wel ontdekt doch
+konde niet geheel gestuit worden; zij overrompelden het stadhuis, het
+geen echter door de gewapende burgerij hun weder ontweldigd werd; een
+eisselijke straf ondergingen de geenen die men gevangen kreeg; onder
+hen bevond zig zekeren Jacob van Kampen, die zig Bisschop van Amsteldam
+had laten noemen; hem werd eerst de tong uitgesneden, en hij zelf
+voords leevendig verbrand—onlusten van minder belang door eenigen om
+verscheidene redenen misnoegden, voorbijgaande, naderen wij het
+tijdperk waarin onze stad niet weinig had te lijden door den hevigen
+twist over Roomsch en Onroomsch; de Amsteldammers waren zo sterk tegen
+de Onroomschen gekant dat deezen het nog niet hadden durven waagen er
+te prediken; doch daartoe gingen zij echter eindelijk over, met dit
+stoute gevolg dat zij in 1566 de beeldstorming in de Oude kerk
+begonnen, en zig zo ontzachlijk wisten te maaken dat de Wethouderschap
+hun het vrij buitenprediken toestond; doch daarmede niet voldaan,
+ondernamen zij het plonderen van twee kloosters, en gedroegen zig zo
+onrustig dat men moest goedvinden in 1567 een verdrag met hun te
+tekenen——na eene en andere tusschengebeurtenis, waaronder zelfs die, en
+welke geen geloof verdient, dat sommige weeskinderen eene bezetenheid
+trof, waarbij zij grouwelijke gezichten trokken, tegen de wanden
+opvlogen, en ook (NB.) uitheemsche taalen spraken, en lispende
+vertelden wat op ’t zelfde oogenblik elders in de Vroedschap
+geschiedde, trof in 1570 Amsteldam een deerlijk lot door een zwaaren
+watervloed; een zelfd lot trof haar in 1593, waardoor zij ontzaglijke
+schaden in haaren scheepvaart leed; geduurende deeze en andere tusschen
+gebeurtenissen, zeggen wij, kwam de bloedhond Alva in ’t Land, en de
+vervolgingen om het geloof werden ten allergrouwelijksten, vooral
+binnen Amsteldam voordgezet: hij eischte eene schatting van de stad die
+zij niet konde opbrengen, en zij werd deswegen in eene boete van 25,000
+guldens verwezen; desniettegenstaande bleeven de Amsteldammers de zijde
+der Spaanschen houden, waardoor zij niet weinig van de Staatschen
+hadden te lijden: Alva, te zeer met schulden bezwaard, verliet haar
+heimelijk, en bragt daardoor veelen der rijkste inwooneren tot den
+bedelzak: in 1577 lagen de Staatschen het toe om de stad bij verrassing
+te bemagtigen; doch die toeleg mislukte, evenwel werd zij ten volgenden
+jaare gedwongen zig bij verdrag overtegeeven: hier over ontstond echter
+weder zo hoog een verschil dat de Onroomschen zig verstoutteden, (25
+Mei 1578) het stadhuis te overweldigen, en de Wethouderschap met eenige
+Geestlijken ter stad uittedrijven: in 1581 en vervolgends had Amsteldam
+niet weinig deel in het ontwerp om de Graaflijkheid aan Willem den
+Eersten optedraagen, zij maakte er naamlijk zwaarigheid in, en ’s
+Prinsen onverwachte dood deed geheel de zaak achterblijven: in 1585
+werd met eene tweede vergrooting der stad een aanvang gemaakt, en in
+hetzelfde jaar, trachtte de schelmsche Leicester, een Gezant van
+Engeland, zig van eenige voorstanders der vrijheid meester te maaken;
+doch de waakzaamheid der Wethouderschap en Burgerij deed hem in dat
+gevloekte oogmerk niet slaagen: zo zeer nam Amsteldam, niettegenstaande
+alle de gemelde folteringen, in bloei en volkrijkheid toe, dat haare
+muuren in 1593 nogmaals, ook andermaal in 1612, en nog eens in 1658
+uitgezet werden; sedert is de stad alleenlijk binnen haare muuren meer
+en meer bebouwd: in 1595 was er zo groot eene schaarsheid van graan,
+dat Burgemeesteren zig onderling met eeden verbonden, de waare
+gesteldheid daarvan voor de ingezeten verborgen te houden: in 1602
+gevoelde men zo hier als elders eene zwaare aardbeeving; het zelfde
+gebeurde in 1692. De bekende onlusten tusschen de Remonstranten en
+Contra-Remonstranten, ten tijde van het bestand, stortten onze goede
+stad weder in grouwzaame beroeringen, ja zelfs tot plondering toe: in
+1629 werd een veroverde zilvervloot binnen haare muuren gebragt, en,
+niet zonder groote opschudding onder het bootsvolk verdeeld; in 1650,
+ontstond er verschil tusschen de stad en Prins Willem den Tweeden,
+waarom deeze dorst besluiten en ook onderneemen Amsteldam te
+bemagtigen, en naar zijne hand te zetten, doch zijn aanslag mislukte
+hem, en hij moest terug keeren, na op deeze wijs zijn’ stamhuis een
+onuitwischbaare schandvlek aangewreven te hebben: verscheidene maalen
+is Amsteldam ook door de pest aangetast geworden, en wel allerhevigst
+in den reeds gemelden jaare 1602, toen er in één week meer dan 700
+menschen aan stierven; in 1663 en 1664, sleepte die geduchte bezoeking
+eene ontzachlyke menigte van inwooners ten grave; in 1610 was er weder
+zulk een hoogen watervloed, dat het water door de Warmoesstraat
+bruischende heen liep: in 1619 ontstond er een oproer over de
+boterpacht, doch dezelve was van geen groot gevolg, en in 1625 was er
+weder zo hoog een vloed dat het water op den Dam stond; het zelfde lot
+tastte de stad in 1637, en andermaal allergeweldigst in 1640 en 1651
+aan: ten volgenden jaare verbrandde het stadhuis, zo dat er alleenlijk
+de muuren, en een gedeelte van den toren staan bleeven: in 1653 was het
+verval van koophandel alhier zo groot, dat er, volgends sommigen wel
+3000 huizen ledig stonden; in 1654 werd alhier den vrede met den
+beruchten Cromwel afgekondigd, en met alle tekenen van vreugde werd
+geheel den dag doorgebragt: om het gemeen te behaagen deed men de
+trompetters het bekende deuntje Wilhelmus van Nassouwe blaazen, doch
+zorgvuldig hield men voor den volke verborgen dat de vrede eerst zijn
+beslag gekregen had, na de overlevering van de acte van Seclusie of
+uitsluiting van den Prinse van Oranje, bekend onder den naam van ’t
+Eeuwig Edict: na dien tijd zijn er te Amsteldam verscheidene maalen
+grouwzaame branden ontstaan, gelijk het ook te meermaale door
+vreeslijke watervloeden geteisterd is geworden: alle de kruidstooven
+die in haaren omtrek of nabijheid gestaan hebben, zijn de eene voor en
+de andere na in de lucht gesprongen, tot merkelijk nadeel en
+verschrikking der goede inwooneren; de aanmerkelijkste zwaare brand
+binnen de stads muuren voorgevallen is die van den Hollandschen
+Schouwburg, in den jaare 1772; deze indedaad was allerijsselijkst,
+niettegenstaande de ongeloovelijke vigilantie in het aanvoeren van alle
+de stads brandspruiten; en deeze allerbeschreienswaardigste gebeurtenis
+deed weldra zien, bij het in ’t licht verschijnen van zekere versen,
+dat Amsteldam binnen haare muuren nog zulke lieden huisvestte, die,
+niettegenstaande de stad een tempel van kunst en weetenschap genoemd
+moge worden, en veele fraaje vernuften er zig bezig houden met het
+loflijk werk van de verlichting des menschdoms; zulke lieden zeggen
+wij, die, desniettegenstaande, het akelige afbranden van den schouwburg
+hielden voor eene rechtvaardige bezoeking Gods, voor eene kasteiding
+van zijne hand, ja voor eene wraak zijner vleklooze heiligheid over de
+boosheid welke in zulk een gebouw gepleegd wordt—grouwelijke,
+god-onteerende gedachten! zo verfoejelijk als dom! intusschen was door
+de vlam eene overgroote somme gelds vernield, terwijl de bestuurderen
+nog bezig waren veele duizenden te vertimmeren, of liever te
+verspillen; want eerst van binnen eene geheel andere schikking van
+plaatsen gemaakt hebbende, was nu kortlings alles weder op den ouden
+voet gebragt: ter oorzaake van welke omstandigheid, of mogelijk, (en
+dit zouden wij liever gelooven,) om dat de brand ontstond onder het
+speelen van eene Vlaamsche troup tooneellisten, aan wien het gebouw
+toen voor het zomer- of zogenaamd stilstaand saisoen, verhuurd was,
+zeker vernuft, bij gelegenheid van den brand, deeze twee regels uit
+zijne scherpe penne liet vloejen:
+
+
+ De hommels rooven hier het eêlste van de beiën,
+ Daar de oude stok om zucht; de weezen om staan schreien;
+
+
+Hij zinspeelde op het onderschrift, onder het blazoen van den
+kunsttempel:
+
+
+ De beiën storten hier het eêlste dat zij leezen,
+ Om d’ouden stok te voên, en ouderlooze weezen.
+
+
+In 1672, de Staat in oorlog met Frankrijk gewikkeld zijnde, hield onze
+stad, onder anderen allen vredehandel met dat Rijk tegen; dit gaf door
+de aannadering des vijands gelegenheid, dat Amsteldam rondsom onder
+water gezet, en in staat van tegenweêr gebragt werd: in 1681 kwamen ter
+oorzaake van de Geloofsvervolgingen in het gemelde Rijk, eene groote
+menigte Fransche vlugtelingen herwaards, die allen wèl ontvangen, en
+zelfs met vrijdom van stads excijns voor den tijd van drie jaaren
+beschonken werden: vijftien jaaren daarna, (in 1696) ontstond er een
+geweldig oproer over zekere keure bij de Wethouderschap op ’t begraaven
+der dooden gemaakt, en ’t welk van dat gevolg was dat de keure
+ingetrokken moest worden, niettegenstaande men eenige der belhamels
+strafte: in de drie volgende jaaren, 1697, 1698 en 1699, was er te
+Amsteldam weder eene nijpende schaarsheid van graan, zodanig dat
+Burgemeesteren den uitvoer zelfs tot buiten den boom verboden: in den
+jaare 1720 had Amsteldam niet weinig te lijden door een verregaande
+zucht voor den actiehandel, waardoor duizenden zig totaal ruineerden,
+en waaruit groote beroeringen ontstonden: wij behoeven niet aantevoeren
+wat er in Amsteldam wegens de verkiezing van Willem den Vierden Prins
+van Oranje, tot het Erfstadhouderschap is voorgevallen, hetzelve is
+overgenoeg bekend: de stad echter heeft daarover minder geleden dan
+veele andere Nederlandsche steden; doch de verandering in ’t begeeven
+der Amten was voor haar van groter gevolg; men begeerde dezelven aan de
+Staaten van Holland opgedragen te hebben, waartoe de Stads Raad, om het
+voordeel dat er de stad van trok, niet wilde verstaan; de beruchte
+Porceleinkooper Daniel Raap, begon nu eenen hoofdrol te speelen; hij
+ontwierp een request aan de vroedschap, ter ervelijkverklaaring, (in de
+manlijke en vrouwlijke linie,) van het Stadhouder- Capitein- en
+Admiraalschap-Generaal, het verkoopen der amten ten voordeele van den
+Lande, een vrijen krijgsraad, en het herstel der gilden in hunne
+voorrechten; Raap nam alle mogelijke middelen ter hand om in zijn
+oogmerk te slaagen, doch hij vond overal grooten tegenstand, tot op
+zijne besteeking een menigte volks op den Dam vergaderde, het raadhuis
+instooven en geen gering geweld gebruikten; onder anderen stak het
+gespuis, in de plaats van de roede van justitie een ragebol ten
+venstere uit; zij lagen op de regeeringskussens in dezelven; doch zodra
+zij door eenige gewapende schutters aangevallen werden, namen zij in
+aller ijl de vlugt, evenwel volgde de toestemming tot het
+Erfstadhouderschap eenige dagen daarna: in 1648 verhief zig een
+dergelijken storm tegen de pachters, en in denzelven werden eenige
+huizen deerelijk geplunderd, op welke schenddaad ook eene voorbeeldige
+strafoefening volgde, waarbij eene oproerige beweeging ontstond, die
+een groot getal der zamengevloeide aanschouweren het leven kostte.
+
+In 1756 gevoelde men hier weder eene aardbeeving, die geen geringe
+ontsteltenis veroorzaakte: in 1762 ontstond er brand in het stadhuis,
+welke echter nog gelukkig bij tijds gestuit werd: omtrent den jaare
+1758 had de Nederlandsche Koophandel, waarvan de Amsteldamsche beurs de
+voornaamste zuil is, niet weinig te lijden door het onredelijk gedrag
+der Engelschen, die het niet genoeg was, weerlooze schepen optebrengen,
+te plonderen, verbeurd te verklaaren, maar ook ontzagen ze der Staaten
+vlagge niet, het geen, onder anderen, de Amsteldamsche kooplieden
+noodzaakte zig, desaangaande, bij requeste aan ’s Lands vaderen te
+adresseeren; de Heeren Bewindhebberen van de Westindische Compagnie,
+voegden hunne klagten bij die der kooplieden; ter staavinge van alle de
+klagten werden drie lijsten van genomene, geplonderde of onrechtmaatig
+gecondemneerde schepen, allen te Amsteldam in ’t bijzonder t’huis
+behoorende, ingeleverd, op de eerste lijst stonden
+
+
+ 21 Schepen ter schade van ƒ 3:557.500:-:-
+ 2de lijst 35 ——— ——— ——— 5:144.000:-:-
+ 3de lijst 100 ——— ——— ——— 439.191:6:-
+ ---------------
+ Dus 156 Schepen ter schade van ƒ 9:140.691:6:-
+
+
+Met reden was des het geroep om redres zeer groot, evenwel kwam het
+niet, het geen bij veelen den lust tot den koophandel geheel deed
+verflaauwen, tot merkelijk nadeel van Staat en stad: de gezamentlijke
+kooplieden van Amsteldam, Dordrecht en Rotterdam, leverden hunne
+klagten desaangaande in bij Mevrouwe de Gouvernante, maar kreegen wel
+verzoek om uitstel van verdere klagten, doch geene hulp: meermaals
+werdt in ’t vervolg over het zelfde ongelijk geklaagd, doch telkens
+zonder eenig wenschelijk succes niet alleen, maar zelfs kreegen de
+klaagers het grievend antwoord, dat het voor de Vrouwe Gouvernante een
+point d’honneur geworden was, te stemmen in de vermeerdering van
+landmagt, (dit was toen een tweede zaak in verschil,) en zonder de
+voldoening daarvan te erlangen, voor geene vermeerdering van zeemagt
+konde stemmen; dat men voords de kooplieden niet zoude vleien, met de
+teruggaven der schepen en goederen door de Engelschen genomen.... dan,
+dus voordgaande zouden wij niet alleenlijk te breedvoerig worden, maar
+ook de afzonderlijke geschiedenis van onze stad te buiten treeden; wij
+hebben dit alleenlijk tot dus verre willen boeken, om onzen Leezer
+eenigzins te doen beseffen, hoedanig Amsteldam ten dien tijde in de
+zenuw van zijn bestaan verdrukt werd.
+
+Onder het Stadhouderschap van Willem den Vijfden, die zijne moeder
+opvolgde, gedroegen de Engelschen zig niet beter; daarbij kwam nog de
+twist tusschen Engeland en zijne Americaansche Colonien, welke oorlog
+zo veel invloeds op den staat van ons Vaderland gehad heeft: in 1775
+was er weder een grouwzaam hoogen watervloed, doch nu op zijn hoogst
+gekomen zijnde, bespeurde men zonderling de hand Gods ter verlossinge;
+want schoon het water tot des morgens ten 9 uuren 20 minuten had moeten
+rijzen, begon het des morgens ten 6 uur reeds te daalen, en Amsteldam
+werd daardoor van het ijsselijk dreigende gevaar verlost.
+
+De voorgemelde schandelijke gedragingen der Engelschen gevoegd bij
+hunnen oorlog met America, hadden in 1780 hier ter stede een algemeene
+morring veroorzaakt; en alle de woelingen liepen uit op de bekende
+oorlogsverklaring van het Britsche Hof aan onzen Staat, in welken
+oorlog Amsteldam, in gevolge de voornaame plaats welke zij in de
+Republiek bekleedt, een aanmerkelijk deel had; de meesten van onze
+tijdgenooten hebben de akelige omstandigheden waarin Amsteldam sedert
+gedompeld geweest is, beleefd; ook kan de gezegde Engelsche oorlog de
+oorzaak genoemd worden, van alle de vorderingen van het Patriotismus
+tot herstel van de misbruiken in ’s Lands wettige constitutie, in welke
+vorderingen zij door eene tegengestelde partij bestendig gedwarsboomd
+werden: ieder weet dat Amsteldam in alle gevallen in de zaak des
+Vaderlands heeft uitgemunt; nergens is de wapenhandel met zo veel
+luisters geoefend; maar ook nergens heeft de omkeering van zaaken zulk
+een sensatie veroorzaakt; nergens zijn de Pruissische soldaaten met zo
+groot een bewondering als verbazing ontvangen; doch ook nergens heeft
+het hun zo veel gekost, eer zij zig konden doen gelden——wat nog
+dagelijks in Amsteldam voorvalt, is ons allen bewust—wij vinden goed
+desaangaande niet meer te zeggen:
+
+
+ Menig held, beroemd in ’t strijden,
+ weet te vlugten op zijn’ tijd—
+ Weet dan schrijver ook te zwichten,
+ daar gij ook in ’t strijdperk zijt—
+ Strijdperk waarin ook kan winnen,
+ die de minste krachten heeft;
+ Vaak ziet men bij u dat de oude,
+ voor den zwakke zuigling beeft;
+ Letterheld! gehard in ’t strijden,
+ ga dan vlugten op zijn’ tijd,
+ Toon dat gij ten nutt’ van veelen,
+ in het letterstrijdperk zijt.
+
+
+Ik herinner mij deeze regelen, en zwijg.
+
+
+
+
+Wat ons artijkel
+
+BIJZONDERHEDEN
+
+Betreft, geheel Amsteldam verdient den naam van bijzonderheid, het geen
+den vreemdeling, zo hij kan zeggen de stad gezien te hebben, gereedlijk
+zal toestemmen: intusschen kunnen wij niet nalaaten het reeds gemelde
+gebouw der aanzienlijke Maatschappij Felix Meritis hier te noemen, als
+een kunsttempel van bijzondere lieden die de bewondering van de
+ervarenste reizigers en bouwkunstenaaren wegdraagt: deeze loflijke
+maatschappij, die boven alle anderen in het kunstkweekend Amsteldam
+uitmunt, heeft haaren aanvang genomen in 1777, op de Lelijgracht;
+vervolgends is zij verplaatst op de Flueele burgwal, bij de Illustre
+school, en sedert November 1788, in haar nieuw en reeds beroemd gebouw
+op de Keizersgracht, ’t welk zig thans in al deszelfs luister voor
+onzen geest vertoont, en dat wij gaarne breedvoeriger zouden
+beschrijven, alzo ’t zulks overwaardig genoemd mag worden; dan, niet
+alleen verbiedt ons bestek ons hetzelve; maar ook zouden wij andere
+Maatschappijen, even nuttig in haare inrichting, en in de daad nuttiger
+in haare uitwerkselen, ofschoon niet zo prachtig gehuist, daardoor
+schijnen te vernederen; wenschlijk ware het dat de uitwerkselen van de
+Maatschappij Felix Meritis zo verre boven die van andere Maatschappijen
+in Amsteldam verheven ware, als haar gebouw boven die van de bedoelde
+Maatschappijen uitmunt, dan zeker zoude het prachtige gebouw nog meer
+uitzondering verdienen; zo veel zij er dan van gezegd, dat het allezins
+trotsch en kundig is aangelegd: de concertzaal onder anderen met
+uitzondering, men getuigt van deeze dat zij in geheel Europa haare
+weêrgaê niet heeft.
+
+Den 31 October des laatstgemelde jaars (1788) wierd het gebouw
+ingewijd, in gezegde concertzaal, door den Hoogleeraar Van Swinden, met
+eene fraaje redevoering, en een overheerelijk expres daartoe
+vervaardigd muzijk, ’t welk door een ongemeen sterk corps van de
+voornaamste muzijkmeesters werd uitgevoerd: dan, daar intusschen de
+concertzaal, hoe ruim ook, niet ruim genoeg was, om alle de Heeren
+leden met hunne Dames te bevangen, werden ten gemelden dage de Heeren
+alleen genodigd, en ten volgenden dage, (den 1 November,) werd de
+inwijding, (met eenige toepasselijke verandering,) voor de Dames alleen
+herhaald.
+
+
+
+
+De
+
+LOGEMENTEN
+
+In Amsteldam zijn te meenigvuldig om ze hier optenoemen; onder allen
+munten daaronder uit:
+
+ Het Wapen van Amsteldam.
+ De beide Doelens.
+ De beide Heere-logementen.
+ De drie Liesveldsche Bijbels.
+ De Zon.
+ Het Wapen van Embden.
+
+en meer anderen.
+
+
+
+
+De
+
+REISGELEGENHEDEN
+
+Zijn in deezen stad naar alle plaatsen meenigvuldig.
+
+
+
+NB. Onder ons art. Kerklijke en Godsdienstige Gebouwen, hebben wij
+vergeten te noemen de Roomsche kerk de Krijtberg, die, veele jaaren
+gesloten geweest zijnde, voor weinig tijds wederom tot het dienstdoen
+geopend is.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+VERHAAL VAN HET GEBEURDE VÓÓR EN BIJ HET PLANTEN VAN DEN EERSTEN
+VRYHEIDSBOOM TE AMSTELDAM.
+
+
+ Heeft immer Amsteldam een blijden dag beleefd,
+ ’Twas toen de dwinglandij haar loon ontvangen heeft;
+ Toen ’t recht des volks herleefde op de aankomst van de Franken,
+ Dien heel civilis kroost voor hun geluk zal danken;
+ Als uit een diepen slaap verrees gantsch Nederland,
+ Toen men de vrijheidsboom aan d’ Amstel heeft geplant.
+
+ L.V.O.
+
+
+Heuchelijker dag heeft Amsteldam, en met het zelve reeds bijna geheel
+Nederland nooit gezien, dan die van den 18 Januarij deezes Jaars,
+(1795,) want op dien dag werd de hand geslagen aan de herstelling van
+’s Lands Vrijheid:
+
+
+ Op dien dag sidderde gevloekte Dwinglandij,
+ En riep het beste Volk, triumph wij zijn weêr vrij!
+
+
+Van tijd tot tijd hadden de Amstelaars, (om ons bij deezen alleen te
+bepaalen,) hunne hoop op het eindelijke herstel der rechten van den
+mensch en van den burger gevoed, met den wonderbaaren voorspoed der
+Fransche wapenen, welken zo zichtbaar door het Opperwezen gezegend
+werden; die hoop werd brandender, toen men vernam, dat zij, (Neêrlands
+Verlossers!) hunnen voet reeds op den bodem der republiek gezet hadden;
+echter verflaauwde dezelve ook weder niet weinig door het besef dat de
+dappere redders nog breede rivieren hadden overtetrekken, aleer zij tot
+in ’t harte des lands konden doordringen, om door hunne verschijning
+onze onderdrukkers den Vorstlijken Scepter uit de hand te doen vallen;
+maar God betoonde allerzichtbaarst onze verlossing te willen; Hij
+sprak, en zie daar de gezegde rivieren met zwaar ijs bevloerd; dit
+zeker was niet alleen een werk van den Almagtigen, maar een bevel, om
+doortedringen; ’t zelve geschiedde, en de Provincie Utrecht gaf zig
+weldra aan de Franschen over.
+
+
+
+Zo dra de tijding daarvan aan den Amstel gekomen was, zag men de
+vreugde op het gelaat der Vrijheidszoonen dartelen; zij verzekerden zig
+van hunne verlossing; doch begrepen tevens dat zij ook nu zelven de
+handen aan ’t werk moesten slaan, te meer daar de Franschen zulks reeds
+van hun gevorderd hadden.
+
+
+
+Die verdienstelijke gezelschappen, welken in spijt van allen
+dwingelandschen tegenstand, zig onderling hadden bezig gehouden, met
+plannen tot eene revolutie te formeeren, of met de beste schikkingen
+bij eene voorvallende revolutie te beraamen; deeze gezelschappen
+oordeelden het nu tijd te zijn om het voorneemen ter uitvoer te
+brengen; zij vergaderden in het logement het wapen van Embden, op den
+nieuwen dijk, en zonden, van den geest des volks, over ’t algemeen
+overtuigd, van daar (des middags ten 2 uuren,) eene Commissie aan den
+President-Burgemeester Straalman, met verzoek van de weldenkende
+Ingezetenen wapens te willen doen geeven, dat men anders voor de
+geduchtste gevolgen niet konde instaan, want dat het volk over ’t
+algemeen niet zoude wachten met de hun schandelijk ontroofde rechten
+van mensch en burger krachtdaadig wederteëisschen; dat hij Straalman
+verzekerd konde weezen, dat de revolutie op het uitbarsten stond; deeze
+begeerde eerst zijne amtgenooten te spreeken, en beloofde derhalven
+tegen 4 uuren rapport; maar ten half 5 uuren kwam reeds een Fransch
+Officier in de stad, met eene sommatie; des verzochten deeze de
+commissie voornoemd, tegen half 9 uuren.——Intusschen was de
+toegevloeide menigte volks naar ’t Wapen van Embden onbegrijpelijk
+talrijk, en de vreugde die men er bedreef, met zingen, dansen, en
+elkander geluk te wenschen met de vrijheid, onvoorbeeldig: terwijl dit
+voorviel kwam de burger Krayenhoff als Adjudant van den Generaal
+Daendels, in de stad, met eene Commissie aan Burgemeesteren en aan den
+Commandant Golofkin, tevens tijding brengende van de hulp die de
+burgerij van de Franschen stonden te genieten, zo zij zig zelven wilden
+vrij maaken; zo dra dit bekend geworden was, weêrgalmde de lucht van
+Vrijheid! Vrijheid! lang leeve de Franschen! lang leeve de Republiek!
+de vergaderde menigte in het Wapen van Embden werd nu nog veel
+talrijker, het gejuich veel luidruchtiger, en het dansen zo algemeen,
+dat geheel het gebouw daverde: den gantschen nacht bragt men aldaar en
+elders, ja zelfs op de straaten, met gejuich en vrolijkheid door; de
+ruiterij nam hun patrouilles waar; doch, (dit was hun door den
+Commandant Golofkin reeds bevolen,) deed niemand leed, en werd ook van
+niemand leed gedaan; zelfs waren er verscheidene patrouilles die mede
+riepen: lang leeve de Franschen! lang leeve de Republiek! en ook Vivat
+de Vrijheid! het was of ’t nationaal lint over de stad regende, en
+ieder versierde er zig mede.
+
+
+
+Tegen 12 uure des avonds werd van de waag afgelezen dat Golofkin den
+volgenden morgen van zijn amt ontzet was, en de burger Krayenhoff hem
+alsdan daarin stond optevolgen.
+
+
+
+Met de aankomst van den dag, verhief de algemeene vrolijkheid zig op
+nieuw, en men zag voor het stadhuis weldra dien Vrijheidsboom planten,
+van welken wij onze Landgenooten eene juiste afbeelding mededeelen, en
+die ten eeuwigsten dage bij de Nederlanders eenige voorkeur zal
+verdienen boven alle anderen (hoeveel prachtiger ook) die daarna gezet
+zijn, of nog gezet mogen worden: onbegrijpelijk was de vreugde die bij
+en na dit planten bedreeven werd; weldra was de boom in een gladde mast
+veranderd; want ieder scheurde er een takjen af, (ja men klom ten dien
+einde tot in den top toe,) om er zig mede te vercieren, als met een
+onwaardeerbaar teken van Vrijheid; het dansen rondsom den boom was
+onophoudelijk, en met de streelendste blijken van égaliteit, alle deeze
+vreugdebetooningen duurden bijna drie dagen lang, en werden door het
+diepst van den nacht naauwlijks afgebroken.
+
+
+
+Voords werd de oude regeering afgezet, en Volksrepresentanten verkozen:
+de gevangene Heeren (wegens het bekende request tegen de Inundatie)
+werden uit hunne gevangenis gehaald; vervolgends ook de onderdrukte en
+gevangene burgers Verlem, Harger en anderen; allen werden zij met
+koetsen naar ’t Stadhuis gereden, (na een tour rondsom den
+Vrijheidsboom gedaan te hebben,) vergezeld van duizende juichende
+medeburgers.
+
+
+
+Deeze regels, waarde Landgenooten! oordeelen wij u bij de nevenstaande
+afbeelding te moeten aanbieden.
+
+
+ Dat in de tuin van Nederland,
+ nog lang die boomen groeijen,
+ Dan zal de zinkende Amstelstad
+ weêr als voorheenen bloejen,
+ Verlost van ’t schaadlijk ongediert,
+ dat leeft van ’t sap der bloemen;
+ Dan zal nog ’t laatste nageslacht
+ den moed der Franschen roemen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET DORP OUDERKERK AAN DEN AMSTEL.
+
+
+ ’t Vermaaklyk OUDERKERK, in ’s Lands historieblaên,
+ Gedacht; werd wel als schoon geprezen;
+ Maar nu ’t den Pruis heeft wederstaan,
+ Zal de eernaam voortaan DAPPER weezen:
+ Werd eertyds van dit dorp gemeld,
+ Nu wordt er WONDER van verteld.
+
+
+Dit Dorp behoort in den breeden rang dier Nederlandsche dorpen van
+welken men kan zeggen dat zij zeer aangenaam gelegen zijn: Ouderkerk
+ligt in Amstelland, anderhalf uur van Amsteldam, ten oosten van den
+breeden rivier de Amstel, welke de tuinen of erven der huizen van
+achteren bespoelt: de environs van het dorp zijn zeer grasrijk en
+vermaaklijk, met veelvuldige wateren doorsneden: die environs moeten
+weleer echter nog veel aangenaamer geweest zijn, naamlijk
+boschachtiger, want tusschen dit dorp en Abcoude, zijn meermaals,
+eenige voeten onder den grond, veele boomen gevonden; men weet hoe
+winden en vloeden het eertijds houtrijk Nederland van veele zijner
+bosschen beroofd heeft—de grond is in geheel den omtrek van Ouderkerk
+veenachtig en moerassig—te recht noemt de zoetvloejende Willink
+hetzelve, ’t luchtig dorp
+
+
+ Daar de Amstelstroom, al even prat,
+ Gevoerd op een kristallen wagen,
+ Zo glorierijk door heenen snelt,
+ En doet de zilvren baartjens vloejen
+ Om met een zacht en deun geweld,
+ Zijn groene boorden te besproejen;
+ Zijn boorden door geen mensch gewraakt....
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+Het geen wegens dit artijkel aangetekend wordt, is gelijk ten deezen
+opzichte meermaals het geval is, met twijfelingen doorweeven: in
+vroegere dagen droeg het den naam van Ouder-amstel, om dat het onder
+Ouder-amstel behoort, men wil dat het den naam van Ouderkerk, in de
+plaats van dien van Ouder-amstel zoude verkregen hebben, bij
+gelegenheid van het stichten van een Nieuwer kerk in Amstelland, het
+geen zekerlijk aanneemelijk is, schoon men verschille in de bepaaling
+welke die Nieuwer kerk moge geweest zijn; sommigen houden er de
+tegenwoordige Oude kerk te Amsteldam voor, om dat deeze weleer den naam
+van de Kerk in Nieuweramstel, of Niër-Kerk gedragen heeft; ’t geen
+anderen ongerijmd voorkomt, het voor aanneemelijker houdende dat er de
+Kerk te Amstelveen door verstaan zoude kunnen worden, om de benaaming
+van Nieuwer-amstel, welke dat ambacht draagt: weder anderen meenen dat
+men voor die Nieuwe Kerk te houden hebben die van Nieuwerkerk, sedert
+lang in de Haarlemmer-meir verdronken—hoe het zij, uit het een en ander
+is de naamsoorsprong des dorps nagenoeg te gissen; althans nagenoeg
+voor zo verre ons oogmerk gaat; dit alleen moeten wij er nog bijvoegen,
+dat dit dorp gemeenlijk Ouderkerk aan den Amstel genoemd wordt, ter
+onderscheidinge van een ander dorp Ouderkerk, dat aan den Yssel ligt.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE.
+
+Wegens de stichting van Ouderkerk kan niets gezegd worden, alzo het
+waarschijnelijk, met veele andere Nederlandsche dorpen eenen
+toevalligen oorsprong zal hebben, die meesttijds gezocht moet worden in
+de ligging, welke aanleiding gegeven zal hebben dat sommige lieden zig
+op zulk eenen grond met er woon hebben nedergezet.
+
+Wat de grootte betreft; het ambacht van Ouderkerk, bestaat in vijf
+voornaame polders, zamen groot bijna 3505 morgen lands, waarvan voor
+Ouderkerk met Waardhuizen, en Duivendrecht, van ouds niet hooger zijn
+geteld, dan op 1542 morgen, 380 roeden; zijnde sedert 30 morgen en 400
+roeden daaraf vergraaven voor de bedijking van de Diemermeir.
+
+In de oude lijst der verpondingen van 1632, stonden voor Ouderkerk, 162
+huizen, en in die van 1732, reeds 249 huizen en 4 molens: men rekent
+dat er onder Ouderkerk omtrent 750 ingezetenen zijn, zo mannen, vrouwen
+als kinderen en dienstboden, zijnde in deeze telling twee kinderen,
+onder de agt jaaren, voor één persoon gesteld.
+
+
+
+
+’T WAPEN.
+
+Dit is even als dat van Amstelveen, met dit onderscheid dat voor
+Ouderkerk op den ondersten balk twee kruisen staan, daar Amstelveen op
+dien balk slechts één kruis heeft.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+Weleer had dit dorp een ruime en luchtige Kerk, met een groot choor,
+waarvan het dak verre boven dat der Kerk uitrees: de toren was
+vierkant, en pronkte tot in den jaare 1674 met een hoogen spitsen kap,
+die op den eersten Augustus van dat jaar, tot op het muurwerk des
+gebouws nedergeslagen werd: de spits werd naderhand weder opgebouwd,
+echter niet zo hoog, hoewel zij zig nog vrij verre vertoonde; doch het
+gebouw geheel bouwvallig geworden zijnde, werd in den jaare 1774
+afgebroken, en op dezelfde plaats eene geheel nieuwe en nette Kerk
+gesticht: zijnde den eersten steen daarvan gelegd door den Heer
+Balthazar Nolthenius, Zoon van den Heere Mr. Jeronimus Nolthenius, toen
+Secretaris van Ouder-amstel: deeze Kerk heeft van binnen niets
+bijzonders, hoewel zij van buiten eene zeer aangenaame vertooning
+maakt.
+
+Ten tijde dat de Roomsche Godsdienst in deeze landen de heerschende
+was, was de Kerk van dit plaatsjen toegewijd aan den Paus en Martelaar
+Urbanus, wordende de Pastorij door de Hollandsche Graaven begeven; het
+inkomen van den Priester bestond uit 39 rhijnlandsche guldens van
+zekere landvruchten, als mede uit de voordbrengzelen van 6 morgen lands
+onder Abkoude, en evenveel anderen onder het ambacht Ouderkerk.
+
+Toen de Hervormde Godsdienst de heerschende was, werden de Kerken van
+Amstelveen en Ouderkerk door een zelfden Predikant bediend; doch
+omtrent den jaare 1595, viel desaangaande eenige verandering voor,
+zodanig dat Ouderkerk zig in het kerklijke met Diemen vereenigde,
+wordende deezen beide gemeenten bediend door den Leeraar Lucas
+Ambrosius; naderhand Predikant te Amsteldam: toen beide plaatsen in
+getal van inwooners merkelijk toegenomen waren, ontving ieder eenen
+eigen Leeraar; gelijk ieder gemeente ook nog door éénen Leeraar bediend
+wordt: beiden staan onder de Classis van Amsteldam.
+
+Een Weeshuis is op dit Dorp niet; de weezen en geallimenteerden worden
+onder de ingezetenen besteed.
+
+De Roomschen, die onder Ouderkerk zeer talrijk zijn, hebben er twee
+Kerkhuizen.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+Onder dit artijkel kan alleen het Rechthuis gebragt worden, zijnde voor
+een dorp-gebouw, vrij ongemeen; vóòr hetzelve staat, 1656,
+waarschijnlijk het jaar van deszelfs bouwing: in een der muuren zitten
+drie kogels door de Pruissen daarin geschoten.
+
+
+
+
+REGEERING.
+
+Deeze bestaat, wat het crimineele betreft, uit den Bailluw, en in het
+civile uit Schout, zeven Schepenen en een Secretaris: vier Buurmeesters
+hebben, met Schout en Schepenen, ’t bewind over de gemeene zaaken van
+’t ambacht.
+
+De Ambachtsheer kan onder dit artijkel niet ongenoemd blijven, en des
+kunnen wij ter deezer gelegenheid ook voegelijk aantekenen dat de stad
+Amsteldam deeze Ambachtsheerlijkheid in den jaare 1731 aangekocht heeft
+voor eene somma van 25.100 guldens: de sterfheer is gemeenlijk een der
+Burgemeesteren van Amsteldam, zijnde thans de Wel Ed. Achtb. Heer Mr.
+Nicolaas Faas; de Ambachtsheer oefent echter het gezach niet uit zig
+zelven, maar alle zaaken, raakende het ambacht, worden hem aangediend,
+en door het collegie van Burgemeesteren afgedaan, gelijk zulks ook
+omtrent alle andere heerlijkheden, de stad toebehoorende, plaats heeft:
+weleer was de Bailluw zelf Ambachtsheer, en de goedkeuring of afkeuring
+van een’ Predikant stond aan hem alleen, zijnde dit amt tot den jaare
+1715, door de oudste geslachten van Holland bekleed.
+
+
+
+
+VOORRECHTEN.
+
+Hier onder behooren de twee bruggen die op het dorp gevonden worden;
+eene van dezelven ligt over den Amstel, naamlijk aan de noordzijde bij
+het Rechthuis, en de andere over het water de Bullewijk genaamd, aan de
+zuidoostlijke zijde van het dorp: aan beide die bruggen moeten de
+doorvaarende schepen, en de daarovergaande menschen, beesten en
+rijtuigen, tol betaalen, zijnde het zelve een inkomen voor de stad als
+bezitster van de Ambachtsheerlijkheid: in den jaare 1745, werd het
+bruggeld verpacht voor ƒ 3000 guldens; Amsteldam is natuurlijker wijze
+ook verpligt daarvoor de beide bruggen te onderhouden, niet alleen,
+maar ook de straat die aan derzelver vleugels ligt.
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN.
+
+De aangenaame ligging van dit dorp verschaft hetzelve veel
+levendigheid, door de menigte wandelaars welken zig ter uitspanninge
+derwaards begeeven, maar nog meer door de onnoemelijk veele rijtuigen
+welken als onophoudelijk afgaan en aankomen: deeze levendigheid wordt
+niet weinig bevorderd door de veele kostbaare en aangenaame tuinen,
+welken langs den breeden Amstel gelegen zijn, en meest toebehoren aan
+voornaame Amsteldamsche Kooplieden, welken aldaar de handelzorgen
+vergeetende, de duffe comptoirlucht voor den frisschen adem der Natuur
+verwisselende, ook dikwijls Ouderkerk gaan bezoeken; al ’t welk het
+dorp geen gering voordeel aanbrengt; voeg hierbij het Portugeesche
+Jooden Kerkhof, ten oosten van de Kerk, aan de Bullewijk gelegen, ter
+oorzaake dat op hetzelve menigvuldige begraavingen geschieden: maar ook
+wordt Ouderkerk niet weinig verlevendigd en bevoordeeld door de
+gestadig doorvaarende schuiten van Amsteldam, naar Utrecht, den Haag,
+Delft, Rotterdam, Gouda, als mede verder nabijgelegene plaatsjens en
+terug; als mede door de turfschepen en ponten, die van alom de turf uit
+de veenen naar Amsteldam en elders heenvoerende, veelal den Amstel
+afkomen; wij zwijgen van eene menigte rijtuigen welken, om verder
+optetrekken, dit dorp passeeren: de som bovengemeld, waarvoor de tol te
+Ouderkerk verpacht wordt, bewijst genoeg dat het dorp op verre na niet
+onder de stille dorpjens geteld moet worden.
+
+Er worden voords die handwerken en neeringen uitgeoefend en gedaan,
+welken voor het burgerlijke leven onontbeerelijk zijn; veelen
+opgezetenen geneeren er zig ook met den veeteelt, en de turffabriek.
+
+
+
+
+GESCHIEDENISSEN.
+
+Hoe weinig betekenend dit dorpjen, met betrekking tot het Land in ’t
+algemeen, of tot het nabij gelegen trotsch Amsteldam in ’t bijzonder,
+schijne te zijn, wordt het echter in de Vaderlandsche Historie dikwijls
+genoemd, en in het belangrijke fak, dat met onzen tijd begint, bekleedt
+het voorzeker eene hoofdplaats.
+
+Hoe geheel Amstelland om zeker bedrijf van Gysbrecht van Amstel, door
+de Kennemers onder water gezet en verwoest werd, zullen wij breedvoerig
+moeten verhandelen als wij over Amsteldam in het bijzonder zullen
+spreeken, hier zij het derhalven genoeg aantetekenen dat Ouderkerk in
+dien vreeslijken nood mede niet weinig heeft moeten lijden, ’t geen
+ligtlijk te begrijpen is wanneer men nagaat dat alle de landerijen van
+geheel Amstelland, in eene openbaare zee veranderd werden: dit gebeurde
+omtrent den jaare 1204: eene vergoeding voor dien grouwzaamen nood was
+eene stille landlijke rust van ongeveer anderhalf honderd jaaren, want
+eerst in den jaare 1567 verschijnt Ouderkerk weder op het Nederlandsche
+Staatstooneel, naamlijk ten tijde van Hendrik van Brederode, die door
+het aanbieden van het bekende smeekschrift aan de Hertoginne van Parma,
+bij de Spaanschen verdacht geworden, en reeds uit zijne Heerlijkheid
+Viaanen verdreven zijnde, zig met eenige bende in of nabij dit dorp
+nedersloeg, en zig aldaar bleef oponthouden, tot hij naar elders den
+wijk nam: zes jaaren laater, wierpen de Spanjaarden eene schans op
+rondsom het Kerkhof en de Kerk van Ouderkerk, ter gelegenheid van de
+belegering van Haarlem: dit kleine dorpjen is verder (in 1577) het
+middel in de hand der Algemeene Staaten geweest om Amsteldam, toen de
+eenigste stad die nog Spaansch gezind was, aan de zijde van Oranje, of
+wel aan hunne zijde te brengen; want zij lagen in het dorp veel
+krijgsvolk, ter handhavinge van hunne bevelen om aldaar zwaare
+convoijen en licenten te vorderen, van alle de goederen welken uit
+Amsteldam gevoerd en derwaards gebragt werden; de stad reeds toen eenen
+wakkeren handel drijvende, vond zig daardoor ook zodanig bezwaard, dat
+zij, om zig van dit jok te ontheffen, besloot den Algemeenen Staaten te
+vergenoegen, en de zijde der Spanjaarden te verlaaten.
+
+Sedert dien tijd bleef dit dorp wederom in rust tot op den 30 Julij des
+jaars 1650, toen het ten getuige verstrekte van eene daad die eenigen
+gaarne uit ’s Lands geschiedenissen gewischt zagen; dezelve is echter
+te dikwijls geboekt om ooit door de vergetenheid ingezwolgen te kunnen
+worden.
+
+Willem de Tweede, Prins van Oranje, zig door de regeering van Amsteldam
+beledigd achtende, wegens den geweigerden toegang in den vollen raad,
+zowel als wegens andere Vaderlandlieve gedraagingen van dien kant,
+besloot de stad bij verrassching te overrompelen, welken gevaarlijke
+aanslag echter, door eene gunstige bestuuring van de Voorzienigheid,
+verijdeld werd, door het verdwaalen des krijgsvolks, wegens de
+donkerheid van den nacht, en eenen zwaaren stortregen: Graave Willem
+van Nassau, Stadhouder van Friesland, was het geheim bevel van deezen
+aanslag opgedraagen; gelijk deezen dan ook met zijne bende te Ouderkerk
+zijn hoofdquartier verkoos; wordende ten volgenden dage door eenig
+krijgsvolk, uit Nijmegen, Utrecht, Arnhem, Zutphen, Zwol en Doesburg
+versterkt, doch het dorp geraakte dien overlast weldra kwijt, doordien
+de Prins en de Regeering van Amsteldam tot een minnelijk verdrag
+kwamen, waaraan de waare Patriotsche Heeren Bicker echter de
+aanzienlijke waardigheden, welken zij in de stad bekleedden opofferden.
+
+Van dien tijd af vinden wij wegens de geschiedenis van Ouderkerk niets
+bijzonders gemeld, tot op onzen tijd toe; maar nu heeft het zig eenen
+eeuwigen naam verworven, door de manlijke verdediging der Patriotten
+aldaar, tegen de als in de wapenrustinge geborene Pruissen, die op den
+7 September des jaars 1787, „in ons land vielen, om der Prinsesse van
+Oranje voldoening te bezorgen, wegens voorvallen”, kunnen wij met zeker
+geacht schrijver onder onze tijdgenooten zeggen, „welke hier de plaats
+niet is om dezelve te onderzoeken”; wij blijven, met hem, „alleen staan
+bij de dapperheid der patriotten, die bij Ouderkerk zo duidelijk
+gebleken is, dat wanneer alle de posten tegen de Pruissen op eene
+zodanige wijze verdedigd waren geworden, de geëischte voldoening van
+dat hof, waarlijk zo spoedig nog niet zoude gevolgd zijn.”
+
+Ofschoon wij in onze beschrijving van Amstelveen reeds, dat dorp
+betreffende, een genoegzaam breed verslag van deeze allergewichtigste
+omstandigheid gegeven hebben, kunnen wij echter niet nalaaten, bij
+deeze gelegenheid het volgende nog te voegen; zamen kan het dienen om
+een recht duidelijk denkbeeld van de aangelegenheid ter dier plaatse en
+tijde te kunnen vormen.——Dus vinden wij het bedoelde geboekt, „Na de
+Pruissische troupen dan op de grenzen van Gelderland en Holland de
+steden Gorcum, Nieuwpoort, Schoonhoven, en anderen, na weinig
+tegenstands, ingenomen hadden, rukten zij verder na beneden, om alle de
+posten te overmeesteren, en vervolgends Amsteldam, en andere steden, de
+zijde der Patriotten toegedaan, te bedwingen: eenige posten werden
+gemaklijk, anderen niet zonder groote moeite veroverd, en voor sommigen
+stieten de Pruissen, meer dan ééns, door den moed der Vaderlandsche
+burgerij, het hoofd; de Hertog ziende dat niet alles zo gemaklijk gaan
+zoude, en ook door berichten vernomen hebbende, dat er zeer veele
+posten sterk verdedigd zouden worden besloot tot eenen algemeenen
+aanval.”
+
+„Bij het geven van het wachtwoord, op den 30 September, des gemelden
+jaars, beval hij dat alle Generaals en Commandanten, des avonds ten zes
+uuren zig bij hem zouden moeten vervoegen; dit geschiedde, en zijne
+Hoogheid deelde alstoen aan zijne Officieren de bevelen uit, op welke
+eene wijze de aanvallen den volgenden morgen, den eersten October, ten
+5 uure eenen aanvang zoude moeten neemen.”
+
+„Zodra de seinschoot,” waarvan wij onder Amstelveen gesproken hebben
+„gegeven was, geraakte alles in werking; alomme werden de patriotsche
+posten aangevallen, die gedeeltelijk genomen, en gedeeltelijk met de
+grootste dapperheid verdedigd werden; kunnende wij niet nalaaten hier
+nog bij te voegen, dat waar de verdedigers moesten bukken, zulks meer
+toeteschrijven was aan bedekt verraad, of onkunde hunner bevelhebberen,
+welken geen orde onder hun volk hielden, dan aan het volk zelf; dat dit
+waarheid is blijkt onder anderen uit den aanval op Ouderkerk.”
+
+Om ons thans bij dit dorp afzonderlijk te bepaalen, zullen wij hier den
+stand der Pruissischen troupen, bestemd om Ouderkerk te attaqueeren,
+opgeeven.
+
+„De Ritmeester Van Kleist, stond met een detachement ligte infanterij
+in de kleine Duivendrechtsche polder.”
+
+„De Ritmeester Zuizow met zijne ligte infanterij, en de Capitein Tschok
+met eene compagnie Grenadiers van het regiment van Budberg stonden op
+den weg van Abcoude, naar Ouderkerk, bij zig hebbende een stuk geschut
+van zes, één van drie pond, en een houwitzer, benevens de lijfcompagnie
+curassiers tot hunne ondersteuning.”
+
+„In de Ouderkerker polder moest de Major Ledebur met zijn compagnie en
+twee stukken zesponders geposteerd staan, doch deezen kon op den
+bepaalden tijd daar niet tegenwoordig zijn, doordien hij over Mijdrecht
+en Baamburg had moeten marcheeren.”
+
+„Aan den kant van den Uithoorn stonden 30 Jaagers en twee Compagniën
+van Budberg, onder bevel van den Capitein Kokerits, zonder grof
+geschut, benevens een esquadron paardenvolk van den Major Kram.”
+
+„Deeze troupen nu hadden bevel om Ouderkerk te overmeesteren welk
+plaatsjen tot zijne verdediging vier onderscheidene batterijen had, die
+aan het dorp lagen, en die het den Pruissen meer daar ééns te heet
+maakten; men zag daar dat zij deinzen en vallen konden.”
+
+Dat de Patriotten dapper geschoten hebben, hebben de Pruissen zelven
+getuigd, daar zij zeiden: „De Patriotten vervolgden ons met hunne
+kanonnen onophoudelijk te beschieten; na veele vergeefsche
+onderneemingen, en na dat de hooibergen in brand gestoken waren, werden
+onze Jaagers door het geschut en door de vijandlijke scherpschutters,
+genoodzaakt zig te retireren.”
+
+„De gemelde vier batterijen die zo wèl bestuurd werden, waren op deeze
+wijze gelegen: eene lag er bij de hooge brug, bij de droogmaakerij,
+welke brug afgebroken was, terwijl deeze batterij met een twaalfponder
+en twee zesponders verdedigd werd; recht tegen over dezelve lag eene
+andere bij den zogenaamden krommen hoek, gemonteerd met twee
+drieponders, een derde lag op den weg na den Voetangel, op dezelve
+waren twee zesponders geplaatst; en op de boerderij voor welke deeze
+batterij op den weg lag, had men achter het huis voor het molenvliet
+eenen drieponder geplaatst: eene vierde batterij was opgeworpen, op het
+zwarte weggetjen, en met twee stukken van zes ponden bewapend.”
+
+„Zo wel het dorp als deeze batterij waren bezet door Amsteldamsche
+burgers, door eenigen uit de Geldersche brigade, door Friesche
+Auxiliairen en Jaagers, door een gedeelte van het corps van den
+beruchten Salm;” wiens gloriezon door een schandelijke en eeuwige
+eclips niet verdonkerd, maar geheel onzichtbaar geworden is! „en voords
+door eenige Kanonniers en Artileristen, uit Amsteldam en uit de
+Auxiliairen: het bevel over deeze zo gewigtige voorpost van Amsteldam
+was opgedraagen aan den Wel Ed. Manhaften Heer F. H. de Wilde,
+toenmaals Capitein der Burgerij van Amsteldam, en de Vaderlandsche
+bende aanvoerende, onder den tijtel van Lieutenant Colonel.”
+
+„De natte en doorweekte grond van Ouderkerk, als ook de menigte
+grachten en slooten, verhinderden dat men uit den Duivendrechtschen
+polder iet van belang kon verrichten: de bruggen waren veelal
+afgebroken, aan veele toegangen doorsnijdingen gemaakt, eenige anderen
+waren met geschut bezet, zo dat de Pruissen alhier eene hevige
+verdediging te gemoet zagen, en de uitslag deed zien dat zij hier niet
+mis gerekend hadden, want deeze voorpost van Amsteldam werd met veel
+dapperheid en beleid door de Patriotten verdedigd.”
+
+„Met het seinschoot namen ook hier de onderscheidene aanvallen eenen
+aanvang, en de bezettelingen die terstond toonden dat zij deeze
+vijandlijkheden te gemoet zagen, gaven den Pruissen een zeer gevoeligen
+morgengroet terug.”
+
+„De Colonel Kokeritz, kon van den kant van den Uithoorn niets
+verrichten; waarom een Capitein, wiens naam niet gemeld wordt, uit
+overdrevenen ijver, met eenige manschappen uit dit detachement
+voordrukte om te recognosceeren, wordende hij door een cardoezenkogel
+doodgeschoten.”
+
+„In de Ouderkerker polder, alwaar de compagnie van den Capitein Ledebur
+stond, en hoewel alleen geschikt tot eenen valschen aanval, verdedigde
+deeze zig echter met zo veel manmoedigheid, uit het klein geweer, dat
+deeze compagnie eenen wezenlijken lof verdiende.”
+
+„Op den weg van Abcoude naar Ouderkerk, alwaar de Capitein Tschock, de
+Ritmeester Zuizow, en de Luitenant der Artillerij Jacobi met hunne
+onderhoorige Manschappen, en drie stukken geschut stonden, werd van
+beiden de zijden een allerlevendigst en hevigst vuur gegeven: aan de
+zijde der Pruissen werden alle houwitsers, granaten en kogels gebruikt,
+zonder echter de bezetting veel nadeels toetebrengen, en de vijand was
+genoodzaakt meerder ammunitie te doen aanvoeren, hoewel hij door de
+smalte van den weg geene stukken geschut meer konde plaatsen: na dat
+het gevecht eenen geruimen tijd geduurd had, en bijna geheel op ’t
+laatst, rukte aan de zijde van den Duivendrechtschen polder, op den weg
+naar de Bullewijk eenige manschappen met een stuk geschut aan; deeze
+manschappen, waren op bevel van den Capitein Tschock met schuiten
+overgevaaren, en plaatsen hun stuk geschut recht tegen over eene
+batterij der bezetting, om dezelve te dwingen; doch de verdedigers
+deeden eenen zo hevigen uitval, dat de vijand terstond de vlugt nam, en
+het stuk geschut bijna in handen van de bezettelingen gevallen was.”
+
+„Gemelde Capitein rukte daarop onverschrokken naar de batterij, en bij
+aldien de manschappen, die aan de overzijde van den Amstel post
+hielden, hem behoorelijk hadden kunnen ondersteunen, ware het niet
+onmogelijk geweest, denzelven te veroveren; doch dit ondoenlijk zijnde,
+en de Patriotten als leeuwen vechtende voor hunne zaak, was hij
+genoodzaakt te wijken, met achterlaating van eenige dooden en
+gekwetsten, de Major Diebits, hoewel meer geschikt tot een aanval tegen
+Duivendrecht, dit ziende, deed alle mogelijke moeite om uit den
+Ouderkerker polder, hem ter hulpe te komen, en vuurde met zo veele
+hevigheid en onverschrokkenheid, als wilde hij eenen etna bestormen,
+doch het mogt hem almede niet gelukken den moed der Vaderlanderen te
+bedwingen, en de batterij inteneemen.”
+
+„Ondertusschen duurden deeze gevechten wederzijds van des morgens 5 tot
+8 uuren, waarna de Pruissische troupen genoodzaakt waren van voor
+Ouderkerk de wijk te neemen, doch omtrent ten elf uuren, kwamen de
+gevlugte manschappen van Amstelveen [4] te Ouderkerk aan, waarop men,”
+(nog den moed niet verloren geevende, in tegendeel, met eene waare
+krijgsmans beraadenheid,) „eene batterij tegen den weg, langs welken
+zij gekomen waren, deed opwerpen; voords ging men met alle magt de
+batterij versterken tegen eenen nieuwen aanval; welk werk tot één uure
+op den middag werd voordgezet; doch toen kwam er bevel uit Amsteldam
+dat het volk van Van Salm, naar de Kalfjeslaan moest trekken, alwaar
+mede eene batterij was opgeworpen, zijnde toen de wegen, welken van
+Amstelveen op den Amstel uitkwamen, bezet.”
+
+„Daarna vertrok ook de Geldersche brigade, en toen ook moest de
+Lieutenant Colonel De Wilde, hoewel de Pruissen geweeken waren voor
+zijn beleid en het gedrag der Patriotten, tot zijn grievendst leedwezen
+aan de Amsteldamsche burgers en de overige manschappen bevel geeven om
+mede optebreeken; dit geschiedde, hoewel onvergenoegd, echter met veel
+bedaardheid, zo dat alle de ammunitie tot de minste kleinigheid toe,
+mede naar Amsteldam gevoerd werd, waarmede zij omtrent ten vier uure in
+den middag, in de stad aankwamen, gelijk ook alle de manschappen der
+andere ontruimde voorposten, welken van het overgaan van Amstelveen, en
+het verlaaten van Ouderkerk, in tijds bericht bekomen hadden;” zij
+weeken, ja maar zij weeken als helden, als Batavieren nog niet ontaart
+van den voorvaderlijken moed: niet te onrecht zongen wij elders die
+helden dus toe:
+
+
+ Ja gij zwichtet——met uw zwichten,
+ Zwichtte ook ’t magtig Amsteldam;
+ Amsteldam, waaruit u voorraad,
+ Voorraad en versterking kwam:
+
+ Ja gij zwichtet, niet uit lafheid!
+ Lafheid! des waart ge onbekwaam;
+ Onbekwaam scheent ge ook als helden. [5]
+ Helden echter blijft uw naam.
+
+ Wierd gij nooit weêr opgeroepen,
+ Opgeroepen tot den strijd!
+ Strijd, waarbij geheel ons Neêrland,
+ Neêrland en zijn burgers lijdt,
+
+ Vrede is tog der ziele hoofdstof,
+ Hoofdstof van Civilis kroost;
+ Kroost, dat om den lieven vrede,
+ Vrede en rust zig moeite troost.
+
+ God blijv’ met u, dappre helden!
+ Helden! eer van Nederland!
+ Nederland! God houde u lange.
+ Lange nog in vasten stand.
+
+
+„Hoewel de Pruissen daarna geheel Holland overstroomden, en voor
+Amsteldam, zo wel als in andere plaatsen, in bezetting gelegd werden,
+zal het echter onwaardeerbaar zijn voor de Patriotten, dat zij ten
+allen tijde zullen kunnen aantoonen, hoedanig zij voor Ouderkerk de
+magt van Fredrik Wilhelm, het hoofd geboden, en in den krijgsdienst
+volleerde benden, genoodzaakt hebben, met verlies van een aantal dooden
+en gekwetsten, welk eerst getal de vijand zorgvuldiglijk heeft getracht
+te verbergen, terug te wijken: de braave Vaderlanders, wier stelzel het
+hier de plaats niet is te onderzoeken, maar die echter in deeze en nog
+andere aanvallen, zelfs door hunne vijanden geroemd zijn, toonden hier
+allerduidelijkst, dat zij onder een wèlbestuurd beleid, nog niet
+ontaart waren, van den roem hunner voorvaderen, welke schandvlek hunne
+tegenpartij hun heeft zoeken aantewrijven.”
+
+Dat het Ouderkerk verder altijd zal geheugen in de handen der Pruissen
+gevallen te weezen, is eene waarheid die zonder getuigenissen geloofd
+kan worden; de triumpheerende soldaat is tog niet te rangschikken onder
+de bedaarden en barmhartigen onder de kinderen der menschen—voeg hier
+bij, gelijk wij ook wegens Amstelveen gezegd hebben, het haatelijke
+denkbeeld dat den Pruissen van den Nederlandsche Patriotten ingeboezemd
+was geworden; [6] ook hadden zij te veel van de moedige verdediging van
+deezen moeten ondergaan, om geheel vrij te blijven van den trek tot
+bijzondere wraakneeming.
+
+
+
+
+BIJZONDERHEDEN.
+
+De Kerk zal men zekerlijk niet vergeeten te gaan bezichtigen, en ook
+niet de Pruissche kogels, welken in den muur daarvan zitten, zo wel als
+die in den muur van het rechthuis: (zie Bladz. 5.) in de oude pastorij
+is mede zulk een kogel te zien.
+
+Aan de eene zijde van het dorp, ligt een laantjen, waarin de wandeling
+verrukkelijk is, en dat het Ouderkerker hemeltjen genoemd wordt.
+
+De Droogmaakerij, waarvan wij boven (Bladz. 10.) en ook in ons blad
+over Amstelveen spraken, kan men uit dit dorp ook gaan bezichtigen.
+
+De reiziger neeme dit ons blaadjen in de hand, zoeke de plaatsen op,
+alwaar wij hem verhaalden dat de Patriotsche batterijen gelegen hebben,
+en zo hij de bekwaamheid van geregeld te kunnen denken heeft, zal hij,
+dat doende, een aangenaam uurtjen in den omtrek van Ouderkerk kunnen
+doorbrengen.
+
+Hij vergeete ook niet het Portugeesche Jooden Kerkhof, hier voor Bladz.
+5 aangehaald, te bezoeken: het ligt ten zuiden van het dorp, en strekt
+met drie morgen lands, langs het water de Bullewijk; onder de zarken
+vindt men die van overheerlijk marmer, zeer prachtig gehouwen, en met
+Hebreeuwsche opschriften versierd zijn: de sijnagoge houd hier een’
+doodgraaver, of oppasser die er een vrije woning heeft.
+
+Hier meent men stond weleer het Lusthuis der Heeren van Amstel,
+Reigersbroek, of Reigersbosch geheeten: in den zoen deezer Heeren met
+Graaf Floris, hebben zij dit huis aan hem opgedragen: de Graaven waren
+gewoon hier eenen Amptenaar aantestellen, met den tijtel van Meester en
+Bewaarder van den Reigerbossche: sommigen meenen dat deeze plaats door
+den grouwzaamen Elisabeths vloed van den jaare 1421, mede is vernield
+geworden.
+
+In het dichtstukjen De Amstelstroom, leest men desaangaande het
+volgende couplet; Ouderkerk toegezongen.
+
+
+ Toen pronkte nog uw Reigershof,
+ Voorheen om uwen luister te achten,
+ Daar Hollands Graaven, met veel lof
+ En roem, zig te verlusten plagten,
+ In veel doorluchtig tijdverdrijf,
+ Van snelle jagten, schutterijen,
+ Om strijd, of daar ’t vermoeide lijf,
+ Behaalde een reeks van lekkernijen;
+ Daar elk om prijs den reiger schoot,
+ En ridderlijk de lansie boodt.
+
+
+Eene wandeling naar Amstelveen, is mede niet onvermaaklijk.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN.
+
+Met de Schuiten op Bladz. 6 genoemd, vindt men telkens gelegenheid om
+na en van dit dorp te komen.
+
+
+
+
+LOGEMENTEN.
+
+ Brugzicht, dit was weleer De oude Prins; maar het volk van Van
+ Salm, (dat getrouwe volk!) heeft dat uithangbord niet kunnen
+ dulden, en het derhalven doen wegneemen.
+ Paardenburg.
+ De jonge Prins.
+
+Voords eenige weinigen van minderen rang.
+
+De drie eerstgemelde zijn mede Uitspanningen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+BUURTEN ONDER DE BANNE VAN OUDERKERK BEHOORENDE.
+
+
+DE BUURT AAN DEN OMVAL.
+
+Van deeze buurt, die niet zeer groot is, kan niets aantekeningswaardig
+gezegd worden: Zij bestaat intusschen uit verscheidene huizen, eenige
+molens en buitenplaatsjens: de ringsloot, wordt mede in dezelve
+gevonden.
+
+
+
+
+DUIVENDRECHT.
+
+Deeze buurt spant de kroon boven alle de anderen in de banne van
+Ouderkerk gelegen, naamlijk wegens haare grootte, en aanzienlijkheid,
+niettegenstaande er geen breed getal van huizen in gevonden worde.
+
+Haare LIGGING is in de polder van den zelfden naam, en die
+onderscheiden wordt in Groot- en Klein-Duivendrecht, hebbende ten
+noorden de Diemermeir, ten oosten de Bijlemermeir, ten zuiden
+Ouderkerk, en ten westen den Amstel: de buurt ligt voords zeer
+vermaaklijk: door dezelve stroomt nog een watertjen, ’t Gat genoemd,
+waarin een kleine Overtoom ligt.
+
+
+
+
+Wegens den
+
+NAAMSOORSPRONG,
+
+Is het volgende bericht bij ons ingekomen:
+
+„De Duivendrechtsche brug, in de buurt over de Ringsloot liggende, en
+die ook den naam van Kuipertjes brug draagt, ter oorzaake dat nabij
+dezelve een groote kuipers werkplaats was,” (waarvan straks nader,)
+„werd in vroegere dagen aldaar niet gevonden; maar er was ter dier
+plaatse, eene schouw, of overvaart over gezegde rivier: iemand daar
+nabij woonende, (men zegt een knecht van den kuiper voornoemd,) was
+voords een ongemeen groot liefhebber van duiven, die hij dan ook in
+eene verbazende menigte nahield, het geen gelegenheid gaf dat men de
+gezegde overvaart, of kleine veer, in vroegere dagen Tricht of Trecht
+genoemd,” (gelijk wij in onze beschrijving van Dordrecht reeds
+aantekenden,) „Duiventrecht, of veer, overvaart naar de duiven, of het
+Duivenveer genoemd heeft; de veel vermogende klankverbastering heeft
+voords van trecht, drecht gemaakt,” (gelijk zulks met den naam
+Dordrecht ook plaats heeft,) „en alzo heeft deze buurt den naam van
+Duivendrecht bekomen.”
+
+
+
+
+Wat de
+
+GROOTTE
+
+Betreft: Duivendrecht in ’t algemeen beslaat eene zeer ruime
+uitgestrektheid gronds, begroot op 1327 morgen, 300 roeden lands,
+gelijk de polders, waarin de buurt gelegen zij, onderscheiden worden in
+Groot- en Klein-Duivendrecht, alzo onderscheidt men ook de buurten van
+dien naam; zijnde de buurt, eigenlijk Klein-Duivendrecht, landwaards in
+gelegen: een gedeelte van Groot-Duivendrecht, tegen over den Weesperweg
+aan den Amstel gelegen, noemt men het eiland; eigenlijk zoude men het
+drie eilanden kunnen noemen, om dat het door twee slooten in drie
+afzonderlijke deelen, rondsom van water omgeven, verdeeld is—Op den
+gezegden uitgebreiden grond, bevat Duivendrecht, het eiland niet mede
+gerekend, niet meer dan 32 of 33 huizen, want dezelven staan zeer wijd
+van elkander gebouwd, voornaamlijk ter wederzijde van eenen zuidelijken
+straatweg; ieder huis staat op eene werf waarbij veel weiland gelegen
+is: er zijn ook twee buitenplaatsen of tuinen; de eene, Welmeer
+genoemd, is nog in stand; doch de andere in 1787 zodanig door de
+Pruissen gehavend, dat dezelve thans niet meer dan een optrek is; meer
+anderen worden op het eiland bovengemeld gevonden, op hetzelve staan,
+behalven dat, nog vier molens, naamlijk twee die witloot, één die
+snuif, en één die steen maalt: de beide polders worden voords door twee
+molens van het overtollig water ontlast.
+
+In het buurtjen eigenlijk Klein-Duivendrecht genoemd, staan nog eenige
+weinige huizen, en één snuif-molen; voords is aldaar ook geplaatst de
+porcelein-fabriek, die weleer in Loosdrecht geweest is, gelijk wij in
+onze beschrijving van dat Dorp aantekenden: deeze fabriek, zegt men,
+dat alhier veel beter opneemt dan zij weleer in de Loosdrecht gedaan
+heeft; er worden vorstelijke servisen gemaakt, die ten duursten prijze
+worden verkocht; ook wordt wel, als de fabrikeurs eene genoegzaame
+hoeveelheid van porceleinen in voorraad hebben, een loterij van
+dezelven aangelegd, gemeenlijk in het rechthuis van de Diemer- of
+Watergrafts-meir.
+
+Onder het gezegde tal van huizen, behoort ook de woning van den
+brugman; zijnde een tamelijk goed huis, waarin hij niets verwoont,
+gelijk hij ook geene pacht voor de brug behoeft optebrengen, en beiden,
+wooning en brug, worden door Amsteldam onderhouden: met dit postjen
+wordt thans deezen of geenen gunsteling begiftigd, ofschoon het
+indedaad een wettig eigendom zij van het manlijke oir des kuipers
+bovengemeld, en door het welk zijn huis aan die brug gelegen, en thans
+een herberg, (’T huis de hoop,) zijnde, nog wordt bewoond: de historie
+van dit ontvreemde eigendom is deeze: de kuiper voornoemd, of wel
+deszelfs gezegde woning, had het recht van de pont of het veer van
+overvaart, waarvan wij mede reeds gesproken hebben: nu stond hij aan
+Amsteldam een gedeelte gronds van zijn erf af, ten einde den algemeenen
+weg voorbij zijn huis heen te kunnen leggen; maar die afstand
+geschiedde op voorwaarde, dat de stad, voor haare rekening, in de
+plaats van zijne pont, eene brug zoude leggen en onderhouden, de
+inkomsten van welken ten eeuwigen dage aan het manlijke oir van hem
+zoude verblijven; het bruggeld zoude bepaald blijven op 2 duiten de
+persoon, gelijk men voor het overvaaren met de pont ook moest betaalen:
+dit accoord werd wel getroffen, maar is niet gemaintineerd; want voor
+eenige jaaren is, bij het afsterven van den werkelijken bezitter der
+brug, in het geslacht van den geenen die ’t accoord gemaakt had
+behoorende, dezelve, gelijk gezegd is, als een amtjen weggegeven; de
+tegenwoordige bewooner van het huis zoude thans, nu alle
+broodwinningen, vooral het herberghouden, geweldig achter uit gaan, met
+ernst zijn recht vervorderen, dan, hem ontbreeken de noodige papieren,
+die hem in de woelingen in 1787, waarin hij bovenmaatig gedeeld heeft,
+ontvreemd zijn, of liever zijn zij door schendende handen vernield: zo
+veel heeft hij nog bij request verkregen, dat de geenen die zig tot
+zijnent komen verpoozen, of ververschen, en de brug moeten passeeren,
+vrij van de tol zijn, mits evenwel dat zij uit zijn huis ook weder de
+brug over terug gaan, maar vervorderen zij hunnen weg, naar Abcoude of
+Ouderkerk, dan moeten zij de gewoone 2 duiten betaalen: deeze tol wordt
+ook alleenlijk betaald door den voetganger; paarden, hoornvee, of
+andere beesten die over de brug gedreven worden, betaalen niets, ook
+niet de rijtuigen, ja zelfs niet de geenen die er in zitten, alleenlijk
+moet men, gelijk gezegd is, betaalen, als men te voet gaat.
+
+De gezegde huizen, waaruit deeze uitgestrekte buurt bestaat, worden
+bewoond door ongeveer 160 menschen.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+De bewooners der buurt zijn voor het grootste gedeelte den Roomschen
+Godsdienst toegedaan, eenige weinige van hun zijn Gereformeerd, en
+slechts vijf of zes Luthersch; deezen moeten naar Amsteldam te kerk
+gaan; de Gereformeerden gaan naar Diemen of Ouderkerk, maar de
+Roomschgezinden hebben te Duivendrecht een mooi zindelijk kerkjen, dat
+bediend wordt door den Wel-Eerwaarden Heere Joannes Meylink, behoorende
+onder het Aartspriesterdom van Holland; de Roomschgezinden uit de
+Bijlemer, en sommigen in de Diemermeir woonachtig, komen ook alhier te
+kerk.—De pastorij is vrij aangenaam gelegen.
+
+Wees- of arm-huis wordt in deeze buurt niet gevonden, wanneer de ouders
+ledematen zijn van den Gereformeerden Godsdienst, worden de kinderen
+door de Diaconen van Ouderkerk van die gemeente, besteed en verzorgd;
+wanneer zij geene ledematen zijn, komen ze ten laste der zoo genaamde
+gemeene armen; wanneer vader of moeder lidmaat was, komen de kinderen
+voor de eene helft ten laste der Gereformeerde Diaconen, voor de andere
+ter zorge van de gemeene armen, en voor deeze zijn ook de Roomsche
+weezen.
+
+Er is een school, dat echter alles behalven eenig aanzien heeft; het
+wordt van wege het Ambacht begeeven, en dient voor de kinderen van alle
+drie de gezegde Gezinten in ’t algemeen.
+
+Wereldlijke gebouwen worden in deeze buurt niet gevonden.
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN:
+
+De bewooners geneeren zig meestal met de melkerij, er liggen geene
+moestuinen; er worden voords eenige gewoone Ambachten geoefend—er is
+ook een Chirurgijn.
+
+In de geschiedenis deezer buurt, zoude geheel niets aantekeningswaardig
+gevonden worden, ware het niet, dat zij, met groote voorkeur ten
+getuige verstrekte, van de elende waarmede het lieve Vaderland in den
+jaare 1787, door den geessel des binnenlandschen oorlogs, geteisterd
+geworden.
+
+Daar de Pruissen aan dien kant zouden komen afzakken, werd de buurt
+weldra door gewapende burgers van Amsteldam en van elders bezet; en o!
+hadden wij ter hunner eere mogen hooren getuigen dat zij er zig niet
+schuldig gemaakt hadden aan die baldaadigheden, waarmede de
+loontrekkende soldaat gemeenlijk de oord, waarin hij ter bescherminge
+gelegen wordt, doet gevoelen dat hij er is! alrede door het woeste
+krijgsmans leven van het pad der beminnelijke burgerlijke bedaardheid
+en geschiktheid afgeleid, hebben zij ’er, in navolging van den
+bezoldeling, verscheidene merktekenen van hun daarzijn nagelaaten;
+intusschen moeten wij, naar ingewonnene berichten, ook bekennen, dat
+zij zig, toen ’t op een staan en vechten aankwam, als dappere helden
+gedragen hebben; zodanig, dat men verzekert, hadde men te Ouderkerk
+stand gehouden, de Pruissen zouden aan de Duivendrechtsche brug nimmer
+hun oogmerk bereikt hebben; vier batterijen, hadden de patriotten
+rondsom Het huis de hoop, meergemeld, opgeworpen, van dewelken zij de
+Pruissen bij hunne herhaalde aannaderingen, ook gelijke maalen,
+dapperlijk begroetteden, met dat gewenscht gevolg dat er veelen van hun
+vielen; de tekens hunner afgezondene kogels zijn nog hier en daar, met
+naame in de muuren van de poort der gemelde hofstede Welmeer, te zien:
+de overtoom waar van wij boven gesproken hebben, was weggebroken, zo
+ook de tolbrug; (men voer toen weder met eene schouw over,) en al het
+hinderend geboomte omgehakt, zo dat zij hunnen vijand op eene vlakte
+voor zig hadden; echter behoefden zij met hun geschut maar zeer smalle
+wegen te bestrijken, (het platte land, stond rondsom ruim drie à vier
+voeten hoog onder water;) het welk ook met zo veel moed en snelheid
+gedaan werd, dat er, gelijk gezegd is, veele Pruissen door hun ter
+nedergelegd werden; allerbenaauwdst zag ’t er toen in deeze oord uit,
+en die akeligheid vergrootte niet weinig toen de Vaderlanders, door dat
+Ouderkerk verlaten was, geraden vonden, of liever genoodzaakt werden,
+aftetrekken, en de geheele buurt derhalven door de Pruissische
+soldaaten overstroomd werd; zij kwamen er in; als raazenden vielen zij
+op alles aan, want de dappere tegenstand welke zij, zekerlijk buiten
+verwachting, ontmoet, en het volk dat zij verloren hadden, had hun
+verbitterd; meest moest de meergemelde herberg ’t Huis de Hoop lijden;
+want zij hadden hetzelve, wegens de batterijen waardoor het van rondsom
+beschermd, (in hunne oogen beschermd) werd, voor een of ander huis van
+aanzien, mogelijk wel voor een Dorps Raadhuis gehouden, en hadden ook
+alle mogelijke moeite gedaan om het zelve tot een puinhoop te schieten:
+dan, allerwonderbarelijkst werd dat huis bewaard; want de Pruissen
+pointeerden hunne stukken zodanig, dat zij telkens over hetzelve heen
+schooten, en als zij het raakten was het slechts aan de randen der
+hardsteenen waarmede de gevel gedekt is, gelijk men zulks dan nog
+werkelijk in oogenschouw kan neemen—de bewooner van dat huis, houdt die
+beklagenswaardige gebeurtenis voor de grondoorzaak van zijn
+onherstelbaar bederf, want behalven dat sedert dien tijd een algemeen
+verval in het land plaats heeft, en zijne herberg derhalven vrij
+schaarser dan weleer bezocht wordt, begroot hij zijne geledene schade,
+zo aan zijn huis als goederen, op ruim 1000 guldens, waarvan hem, in
+gevolge van groote daartoe aangewende moeite, naauwlijks 350 guldens
+vergoed zijn: de Jooden, (men weet welke rol deeze, in die
+tijdsomstandigheden, gespeeld hebben,) hadden verscheidene van zijne
+meubelen gekocht, die hij naderhand, waarschijnelijk ten dubbelden en
+driedubbelden prijze, weder heeft moeten inkoopen.
+
+
+
+
+De
+
+HERBERGEN
+
+Welken in deeze buurt gevonden worden, zijn voornaamlijk, het
+meergemelde,
+
+Huis de Hoop, dat ook eene goede uitspanning is; voords nog twee andere
+herbergen van minderen rang.
+
+
+
+
+De
+
+REISGELEGENHEDEN
+
+Zijn naar Amsteldam, Muiden, Naarden en Weesp, met de gewoone schuiten
+welken op die steden vise versa vaaren, en de Duivendrechtsche, of
+Kuipertjes-brug moeten passeeren, men kan van daar ook naar Abcoude of
+Ouderkerk wandelen; nog passeert er de Kerkschuit uit de Diemer- of
+Watergrafts-meir.
+
+Door Duivendrecht wandelt men over eenen zindelijken straatweg, tot aan
+en voorbij het Tolhek: van hier gaat men rechts af, langs de
+zoogenaamde Ouderkerker laan, naar Ouderkerk.
+
+
+
+Een andere Buurt, of Gehucht, in de banne van Ouderkerk gelegen, draagt
+den naam van
+
+
+
+
+DE BULLEWIJK,
+
+Die onderscheiden wordt in de Binnen- en Buiten-Bullewijk.
+
+Hier strekt zig de ban van Ouder-Amstel uit tot aan het tolhuisjen bij
+de Abcouder meir, welker bewooners nog onder het opzicht van den
+Predikant van Ouderkerk staan.
+
+De beide deelen van de Bullewijk liggen zeer vermaaklijk ter
+wederzijden van de ongemeen schoone rivier de Amstel, en aan het water,
+Bullewijk genoemd; de Binnen-Bullewijk is voor een gedeelte een rijweg,
+met eenige buitenplaatsen vercierd, als Hoofdenburg, Kerkzicht, enz.;
+zij strekt zig uit tot aan de Abcouder meir: de Buiten-Bullewijk ligt
+in de polder de Ronde hoep, als mede de Rijke Waver, en de Waardhuizen,
+welke polder begroot wordt op 1526 morgen, en 472 roeden gronds: men
+wil, dat dezelve van ouds eene bosschaadje zoude geweest zijn, die
+afgekapt en tot land gemaakt is; voords stellen onze ingewonnene
+berichten het voor niet onmogelijk, dat die landen eertijds van
+slechten aart geweest zijn; dat men er daarom bullen op geweid heeft,
+en dat daarvan het gehucht de Bullewijk zijnen naam zoude ontleend
+hebben: wat betreft dat de polder voorheen een bosch zoude geweest
+zijn, daarvan geeft men, niet ongepast, ten bewijze, dat de landlieden
+aldaar nog jaarlijks boomwortels uit den grond haalen, die telkens naar
+boven werken: thans is de Ronde Hoep één der beste polders; niet alleen
+wegens het land dat zeer goed voor het melkvee is, maar ook wegens de
+schoone bedijking die rondsom de polder ligt: zij heeft drie
+watermolens, welken het overtollige polderwater in den Amstel
+overmaalen: het getal der huizen, onder de geheele Bullewijk betrokken
+zijnde, kunnen wij niet bepaalen.
+
+Met de bestuuring en verzorging van Weezen en Armen gaat het hier als
+in de voorgemelde buurten onder deeze banne behoorende; de inwooners
+zijn voor het grootste gedeelte den Roomschen Godsdienst toegedaan,
+gelijk zij er dan ook een zeer goede en zelfs aanzienlijke statie
+hebben, een quartier uurs van het dorp gelegen, die bediend wordt door
+den Wel-Eerwaarden Heere Hyronimius van der Dorp, behoorende onder het
+Aartspriesterdom van Holland: de Gereformeerden, welken onder hun
+gevonden worden, moeten te Ouderkerk te kerk gaan, gelijk de
+Roomschgezinden in dat Dorp in de Bullewijk behooren: de kinderen uit
+dat gehucht gaan ook te Ouderkerk voornoemd, school.
+
+De bewooners van de Bullewijk geneeren zig voornaamlijk met de
+melkerij, waartoe, gelijk gezegd is, de landen aldaar zeer geschikt
+zijn.
+
+De Jooden hebben hier een groot kerkhof; zie onze beschrijving van
+Ouderkerk.
+
+Herbergen worden er geene anderen gevonden, dan de Voetangel [7],
+alwaar men ook de reisgelegenheid van de passeerende Utrechtsche schuit
+van en naar Amsteldam en Utrecht heeft.
+
+
+
+Rechtuit over den Voetangel voornoemd gaande, heeft men een rij- en
+gaan-weg, langs den Amstel, naar Abcoude: maar den Voetangel aan de
+linkerhand, begint de
+
+
+
+
+RIJKE WAVER,
+
+Mede, gelijk wij reeds gezegd hebben, in de Ronde-hoeper polder
+gelegen: het is een rijweg tot dat men aan de Waarthuizen komt, van
+waar men weder naar Ouderkerk gaat.
+
+Van de Rijke Waver is niet veel anders te zeggen, dan dat het er in den
+zomer zeer aangenaam is; men ziet er veele buitenplaatzen, tot dat men
+komt aan de Stoppelaars brug, een gehucht van eenige huizen, (Stichts
+gebied;) daardoor gaande komt men, over een brug, wederom op Hollandsch
+gebied, naamlijk te Botshol: zie onze beschrijving van Waver enz.
+
+De bewooners der Rijke Waver bestaan mede meestal van de melkerij,
+behalven eenige geringe lieden, die de baggerij ter hand houden.
+
+Gezegde bewoonen verhaalen, dat dit gedeelte van de Ronde hoep, weleer,
+bepaaldlijk vóór en tot den jaare 1672, den naam van Schamele Waver
+droeg, en dat het den naam van Rijke Waver bekomen heeft, bij
+gelegenheid dat de Franschen, ten gezegden jaare, aldaar en in den
+omtrek brandschatting uitschrijvende, dezelve op geen pleksken zo in
+haar geheel opgebragt werd als alhier, waardoor het zig, in de plaats
+van den naam van arm te verdienen, betoonde rijk te zijn, en derhalven
+toen ook dien naam verkreeg; doch onze medegedeelde berichten spreeken
+zulks volstrekt tegen, verzekerende dat er geenige aantekening
+voorhanden is, waaruit zoude kunnen blijken, dat de Franschen in 1672
+de Rijke Waver een bezoek gegeven hebben.
+
+
+
+
+HOLENDRECHT.
+
+Is eene polder onder dezelfde banne van Ouderkerk; zij wordt begroot op
+419 morgen, 363 roeden: hier en daar is dezelve bewoond; doch niet
+anders dan door melkboeren, die er zeer goede landen hebben.
+
+
+
+
+WAARDHUIZEN EN DE NES,
+IN ZO VERRE ZIJ TEN OOSTEN VAN DEN AMSTEL GELEGEN ZIJN.
+
+Deeze buurten of gehuchten zijn redelijk digt bebouwd, en zijn ook vrij
+volkrijk; de bewooners geneeren zig voornaamlijk met den landbouw; ook
+worden er veele visschers gevonden: er is een’ goede sluis, de Nesser
+sluis genaamd: de liefhebbers van visschen, vooral die van Amsteldam,
+gaan des zomers gemeenlijk alhier hunne uitspanning neemen, het geen de
+inwooners nog al eenig voordeel aanbrengt: deezen zijn voor het
+grootste gedeelte van den Roomschen Godsdienst, en gaan aan de eene
+zijde te Waver, en aan de andere in de Zwaluwe buurt te kerk.
+
+In de Nes is ook een school.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET DORP AMSTELVEEN.
+
+
+ AMSTELVEEN, zo wel gelegen,
+ Mild bedeeld met Godes zegen,
+ Leed om Gysbrechts overmoed,
+ Leed door Spanjes dwingelanden,
+ Onlangs viel ’t in Pruisens handen,
+ Laatstlijk heeft er ’t vuur gewoed. (1792.)
+
+
+Zo ons werk niet van dien aart ware, dat wij geene keuze konden doen in
+de veele plaatsen welken in ons Vaderland voorhanden zijn, (want ons
+plan vordert dat wij die allen, van hoe grooten aanzien, of hoe gering
+ook moeten beschrijven;) zo wij deeze of geene plaats ten voorwerpe van
+onze beschrijving konden verkiezen, ongetwijfeld zouden wij het dorp
+Amstelveen de eer van den voorrang geeven; want in veelerleie opzichten
+verdient het de aandacht van elk Nederlander: niet alleenlijk is het
+aangenaam en wèl gelegen; maar ook is het op verscheidene andere wijzen
+aanmerkenswaardig: het is reeds een voorwerp van de gunst der Graaven
+geweest, en tevens een voorwerp der blinde woede ten tijde dat Spanje
+bloedmiddelen aanwendde, om de vrije harten en halzen van de
+wereldberoemde Batavieren door en onder zijn juk te knellen; en wat het
+in onze laatstvoorledene beroeringen, door het verschillen over de
+denkbeelden van recht, gerechtigheid en vrijheid, heeft moeten lijden,
+is nog in verscher geheugenis; ’t heeft ondervonden dat de
+Nederlanders, spijt alle verbastering nog niet geheel van hunne
+voorvaderlijke deugd ontaart zijn.... dan, daar van zullen op de
+volgende en meer andere bladzijden van dit ons werk overtuigende
+bewijzen genoeg gevonden worden, om er hier van te kunnen zwijgen; wij
+twijfelen niet of men zal onze beschrijving van dit dorp met genoegen
+leezen.
+
+
+
+
+LIGGING.
+
+Het vermaaklijk Dorp Amstelveen, (of Amsterveen, zo als het doorgaands
+genoemd wordt,) eene Ambachtsheerlijkheid van Amsteldam, is gelegen in
+Amstelland, omtrent twee uuren gaans ten Zuid-westen van Amsteldam,
+hebbende ten Oosten de Haarlemmer-meir, ten Westen het dorp Ouderkerk,
+en ten Zuiden, Tamen of Uithoorn: deszelfs ligging is zeer aangenaam;
+de weg die van Amsteldam, of wel van den Overtoom, derwaards gaat,
+verschaft eene verrukkelijke wandeling tusschen twee reiën lommerijken
+boomen, achter welken, op verscheidene plaatsen, ruime boerderijen, en
+aanzienlijke tuinen gelegen zijn: te recht zegt de zoetvloejende
+Willink, dat de gemelde aangenaame weg loopt,
+
+
+ Langs ijpeboomen, even glad,
+ En net geschoren; welker kruinen,
+ Zo tierig groejen bij het nat,
+ Dat eeuwig wenscht, dien weg te omtuinen:
+ Alwaar het toverend gezicht
+ Den zachten wandelaar verpligt.
+
+
+Amstelland, dat wij boven noemden, was weleer met het steedjen, ’t
+welk, na nog geen twee honderd jaaren, tot de wereldberoemde koopstad
+Amsteldam aangewassen is, eene bijzondere Heerelijkheid, niet
+behoorende onder de eigendommen van de Hollandsche Graaven, maar aan
+het geslacht der Heeren van Amstel: toen Heer Gijsbrecht, van dien
+naam, als deelgenoot van den bekenden moord aan Graaf Floris, het Land
+moest ruimen, werden zijne goederen verbeurd verklaard, en werden
+deezen gevolglijk een volstrekt eigendom van den Graaf; volstrekt,
+zeggen wij, want Gijsbrecht was reeds vroeger, voor zekere handelwijze
+van hem omtrent den Bisschop van Utrecht, door den Graaf gestraft,
+daarmede, dat hij zijne goederen, waaronder ook Amstelland, aan den
+Graave moest opdraagen, waarna hij dezelven weder als een Leen van
+deezen ontving: Amstelland is volgends sommigen daarna een Leen van de
+Utrechtsche Kerk geweest, doch ook weder aan de Graaflijkheid gehecht;
+anderen ontkennen zulks geheel of ten deele.
+
+
+
+De uitgestrektheid van deeze gewezene Heerlijkheid is aanmerkelijk
+groot; zij wordt door den Amstel in twee deelen gescheiden, en aan de
+West-zijde Nieuwer-Amstel genoemd, in tegenstelling van de andere zijde
+die den naam van Ouder-Amstel draagt; zij bevat de dorpen, Slooten,
+Slooterdijk, Amstelveen, Ouderkerk, Diemen met Diemerdam, Loenen en
+Loosdrecht, Duivendrecht, Waver, Waverveen, Oostdorp, en meer andere
+vlekjens; ook zelfs Amsteldam, dat men de hoofdstad van deeze
+Heerlijkheid zoude kunnen noemen: de grond van dezelve is over ’t
+algemeen laag, week, moerassig en brakachtig; des vindt men er weinig
+bouwland, in vergelijking van den gras- en veen-grond die er voorhanden
+is: de laage ligging vereischt groote kosten aan watermolens, om het
+water geen overhand te laaten neemen; integendeel zijn onder de
+voordeelen van Amstelland te tellen, de veenen en ook zelfs de
+waterplassen welken er zijn, beiden groote winsten aanbrengende, de
+laatstgemelden door keur van allerleie smaaklijke riviervisch: voor
+weinige jaaren is boven Amstelveen, een diep uitgebaggerde veengrond
+droog gemaakt, en is thans reeds weder tot goed land geworden—dat
+weleer binnen den omtrek van deeze Heerlijkheid zwaare bosschen,
+(waarvan geheel Holland toen rijklijk voorzien was [8]) gestaan moeten
+hebben, en in de zo bekende boomstortingen gevallen zijn, blijkt van
+tijd tot tijd daaraan dat onder het graaven zwaare boomen gevonden
+worden; aan sommigen van dezelven heeft men vinden hangen, nooten en
+andere vruchten, die nog zeer goed waren—ons bestek laat niet toe
+breeder over deeze anders zo aangenaame taak, zo weinig als over
+Amstelland op zig zelf, te spreeken; des keeren wij tot Amstelveen
+weder.
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+De naam welke dit aangenaame dorp draagt, verklaart tevens deszelfs
+afkomst; betekenende naamlijk het veen dat aan den Amstel ligt, of
+Amstels Veen; waarom de eigenlijke naam niet Amsterveen, gelijk wij
+zeiden dat het doorgaands genoemd wordt, maar Amstelveen is.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE.
+
+Wat de stichting betreft, daarvan kan, gelijk van veele andere dorpen,
+enz. niets gezegd worden; zeer waarschijnelijk zijn dezelven hunnen
+oorsprong verschuldigd aan ’t verblijf van eenige lieden, visschers,
+landbouwers, of baggerders, welken hunne nooddruft uit de
+grondsgelegenheid aldaar vonden, en bij wie misschien, door hunnen
+welvaart van tijd tot tijd uitgelokt, zig veele anderen gevoegd, en zo
+een buurt gemaakt hebben, welke, na verloop van tijd, in een dorp
+veranderd kan geworden weezen.
+
+
+
+Wat de grootte van Amstelveen betreft, het geheele Ambacht wordt in de
+oude verpondings lijsten gesteld op 2670 morgen en 766 roeden; in
+andere opgaven vindt men er 4076 morgen voor, welk verschil ontstaan
+kan door eene andere bepaaling van het district, of liever van den
+grond die onder de opgave betrokken is; thans wordt het wel 6000 morgen
+groot geschat: in oude lijsten staan voor Amstelveen 251 huizen
+aangetekend; in nieuwere 1167 huizen en één molen; welk verschil weder
+op de gemelde wijze kan ontstaan zijn, althans de laatste opgaave,
+bepaalt zig niet binnen den omtrek van het eigenlijke dorp zelf, maar
+gaat ook over de buurten welken daaronder behooren, liggende aan den
+Amstel, den Veendijk, de zogenaamde Zwaluwenbuurt, en de Nes, ook de
+geheele Amstelveensche weg, aan de hand van Leiden, enz.
+
+Ten noorden paalt het rechtsgebied van Amstelveen onmiddelijk aan dat
+van Amsteldam, waarvan de Heer Wellekens, in zijne Visschers en
+Jagersgezangen, dus zingt:
+
+
+ Juist daar de Mijlpaal staat, uit blaauw arduin gehouwen,
+ Die ’t land en halsrecht scheidt, de beken en Landsdouwen,
+ Van ’t prachtig Amsteldam, en ’t nedrig Amstelveen,
+ Gelijk van stam en naam, maar nu met lotgemeen.
+
+
+
+
+’T WAPEN.
+
+Dit is een rood Schild, met twee zwarte dwarsbalken doorsneden; op den
+bovensten balk drie, en op den ondersten één witte kruisen.
+
+
+
+
+KERKLIJKE GEBOUWEN.
+
+Onder deezen kunnen geene anderen geteld worden dan de Kerk zelve, het
+Diaconie-Weeshuis, en ’t algemeene Armehuis; in het Diaconie-Weeshuis
+zijn niet meer dan twintig kinderen, en weinige oude lieden, en het
+Armehuis is in tweeën gescheiden; zijnde het voorste gedeelte ten
+dienste der Gereformeerden, en het achterste voor de Roomschen en
+Lutherschen, als mede voor de oude lieden van beide gezindheden: voor
+het Armehuis leest men:
+
+
+ Den armen wees tot nut, bragt men dit huis tot stand,
+ Den ouden tot een stut, in Nieuwer Amstelland.
+
+
+Boven den ingang van het Diaconiehuis staan de volgende woorden in een
+vierkanten steen uitgehouwen: „Door de weldaadigheid van Nieuweramstel
+en Amsteldam, is dit Diaconie Weeshuis gebouwd, in het jaar 1765.
+
+„De Heere houdt de Weezen en Weduwen staande: Ps. 126 vs. 9.”
+
+Weleer stond boven de poort of ingang, naast het zelve huis nog een
+versjen, ’t welk door ’t schilderen daarvoor van daan geraakt is: dus
+luidde het:
+
+
+ De liefde omhelst ’t verlaten weesken alhier,
+ Om z’in haar schoot te voên en te onderwijzen,
+ Verkwikt, versterkt met wijs bestier,
+ De Oude, Arme, en afgewerkte grijzen:
+ O Amstelland! wie roemt en volgt u niet,
+ Als men dit huis met zijn bewooners ziet!
+
+
+De Kerk staat op een bemuurd kerkhof, dat met schoon geboomte beplant
+is; het gebouw pronkt met een aartig spits torentjen, waarin slag en
+uurwerk is: onder de weinige sieraadjen van binnen munt zeer uit het
+eeregraf van den beroemden Nederlandschen Dichter, Johan van
+Broekhuizen, zijner nagedachtenisse geschonken door den Wel Ed. Heer,
+Mr. Abraham Calkoen, Heer van Kortenhoef, ten tijde der oprichting
+(1767) Baljuw en Dijkgraaf van Amstelland, naderhand Hoofdofficier der
+Stad Amsteldam: hetzelve bestaat in eene aloude lijkbus van blaauw
+arduinsteen, rustende op een dergelijk voetstuk, voor hetwelk een
+Latijnsch vers van den Hoogleeraar Burman, op een wit marmer tafreel is
+uitgehouwen, zijnde van deezen inhoud:
+
+
+ „Ter gedachtenisse van
+ Johan van Broekhuizen,
+ Overleden in het Jaar 1707.
+
+ „Gij alle die de Dichtkunst en Wapenoefening bemint, strooit
+ lauren, mirten en veil op dit gewijde graf: Broekhuizen, wiens
+ gedichten die van Propertius evenaarten, ligt hier in de
+ Amstelveensche Kerk begraven; op dat hij ruste in dien zelfden
+ oord, waarin hij, ontslagen van zijne krijgsamten, die hij met
+ eere bekleed had, zig, in stilte, met geleerde oefeningen bezig
+ gehouden heeft: de erkentenis die men aan zijnen asch, waarvoor
+ men zo schandelijk verzuimd had eenig gedenkteken opterichten,
+ na zestig jaaren verloops, de verschuldigde eer bewijst, hebbe
+ haaren verdienden lof, en verstrekke ten treffelijken voorbeelde
+ voor de dankbaare nakomelingschap; doch schoon dit grafteken,
+ gelijk alle anderen, zelfs zulken die uit het kostbaar marmer
+ gehouwen zijn, eindelijk vergaan moet, zullen nogthans de werken
+ van zo groot eenen geest alleen zijnen naam onstervelijk maaken.”
+
+
+Tot genoegen van onze Leezers, maar voornaamlijk tot genoegen van de
+bewooners van Amstelveen, zullen wij hier eene kleine schets van de
+levensbeschrijving diens voortreffelijken mans bijvoegen; ’t kan
+gezegde bewooners tog niet onverschillig zijn te weeten wie hij
+eigenlijk was die verdiend heeft, dat hun Kerkjen met zijn eereteken
+pronkt.
+
+Johan van Broekhuizen, was dan een Amsteldammer, ter dier stede geboren
+den 20 November des jaars 1649; de zoon van een Hoedestoffeerder, die
+daarna ook klerk ter Secretarij van de Admiraliteit aldaar was; zijne
+moeder Eva Vos, was aan de aanzienlijke geslachten van Witsen en Hudde,
+vermaagschapt: Broekhuizen werd van jongs af der studie toegewijd;
+maakte groote vorderingen in de geleerde taalen, en betoonde al vroeg
+eene ongemeene zucht voor de dichtkunde der Latijnen; en deeze zucht
+was in onzen dichter zelfs zo brandend, dat hij, meer dan vijftig
+versen, in die taale gedicht, slechts één maal gehoord hebbende,
+dezelven van buiten kende; inderdaad een doorslaand bewijs van eene
+wonderbaare natuurgaaf, die zo vermaaklijk als in andere gevallen,
+(doch voor den dichter altoos hoogstwenschlijk,) lastig is; want
+Broekhuizen kon met geene mogelijkheid de regelen der Logica, eene
+drooge schoolsche studie, in zijn geheugen prenten; leevende
+voorbeelden zouden den man van ondervinding van deeze waarheid meer dan
+hij verlangde overtuigen: zo geheugt het mij, toen ik lessen in de
+Wiskunst gaf, meermaals leerlingen gehad te hebben, die uitmuntten in
+allerleie werken van genie, als daar is het maaken van tooneelspellen,
+en zamenstellen van romans, dat deezen, spijt alle mijne aangewende
+moeite, geen denkbeeld van eene rekening van proportie, of zogenaamde
+regel van drieën konden verkrijgen.
+
+
+
+Van de schoole gekomen zijnde, besteedde zijn Oom, die hem na den dood
+zijns Vaders, tot tweeden Vader verstrekte, hem in een Apotheek, waarin
+hij eenige jaaren doorbragt, zonder echter de dichtkunde van zijne
+geliefde Latijnen te vergeeten: deeze slaafsche verbinding konde hem,
+zeer natuurlijk, niet lang behagen; hij kreeg er tegenzin in, en begaf
+zig tot een vrijer leven, tot den krijgsdienst naamlijk, waarin hij
+welhaast tot den rang van Vendrig bevorderd werd; hoe zou ook een
+lievelingskind der Natuur in allerleie standen geene bevordering
+verkrijgen! intusschen vergat hij zijne waarde Latijnen niet; ook niet
+toen hij vervolgends onder den dapperen De Ruiter, een togt ter zee
+deed, of toen hij, in 1673, in zijne geboortestad, Lieutenant werd over
+een Vendel van de stads bezetting: behalven dat woonde hij verscheidene
+veldtogten in Duitschland en de Nederlanden bij: hij zettede zig, na
+het sluiten van den vrede te Nijmegen, met er woon te Utrecht neder, en
+gaf zig aldaar geheel aan de boekoefening over: van daar kwam hij te
+Amsteldam, en had het geluk zijne studie voordtezetten in gezelschap
+van zijne beroemde tijdgenooten de Heeren Hulst, Huijdecooper, Heinck,
+Geelvink, en anderen: Burgemeester Hudde bezorgde hem de
+Capiteinsplaats van één der Vendelen van meergemelde stads bezetting:
+toen na het sluiten van den Rijswijkschen vrede, dat Vendel afgedankt
+werd, verkoos onze Broekhuizen een aangenaam buitenverblijf, onder het
+gebied van Amstelveen ter wooning, alwaar hij bij aanhoudendheid van de
+voornaamste Geleerden bezocht werd, en zijne studiën met onvermoeiden
+vlijt voordzettede; na lang gesukkeld te hebben, overleed hij aldaar
+den 15 van Wintermaand des jaars 1707, en werd op den vijfden dag na
+zijn overlijden, in gevolge van zijnen laatsten wil, in de Kerk te
+Amstelveen begraven.—Wat zijn arbeid betreft, Propertius en Tibullus,
+zijn fraai door hem verbeterd, in ’t licht gegeven, als mede de
+gedichten van Sanesarius en anderen: zijne eigene Latijnsche poëzij is
+door den beroemden David van Hoogstraaten in den jaare 1711 ter persse
+bezorgd, en weinige jaaren daarna ook zijne Nederduitsche gedichten,
+voor welken ’t verhaal van ’s dichters leven geplaatst is: kort na zijn
+overlijden deed de Hoogleeraar P. Burman eene redevoering daarop
+toepasselijk: welke eere ’s mans nagedachtenis is aangedaan, hebben wij
+boven gezien.
+
+
+
+Het Kerkjen is gesticht in den jaare 1594, heeft geen orgel, en is de
+eenigste die in de banne van Amstelveen gevonden wordt; ofschoon zij
+bijna 1100 ledemaaten kan tellen: daarentegen zijn er op het zelfde
+grondgebied wel vier Roomsche Kerken; een van dezelve staat op den
+Amstelveenschen Weg, tusschen den Overtoom, en de Kalfjeslaan, die geen
+van de kleinste is, een mooi orgel heeft, en door twee Pastoors bediend
+wordt: hij bevat onder zig wel 800 ledemaaten, behalven de menigte van
+vreemdelingen, welken des zomers aldaar ter Kerke gaan.
+
+
+
+De eerste Predikant op dit dorp is (1586) geweest Gerard Pauli, zijnde
+hetzelve alstoen gecombineerd met Ouderkerk, doch in 1588 is die
+combinatie gescheiden—voor eenige jaaren heeft de zonderlinge Leeraar
+van der Zouw, door zijne wijze van den volke het Euangelium te
+verkondigen, dit dorp geen gering voordeel aangebragt, door de menigte
+van stedelingen, en omliggende bewooners, welken hem kwamen hooren
+prediken; zijn toon en wijze van verhandelen waren even zonderling;
+dikwijls brak hij zijne reden af, om de in- en uitgaande menigte te
+zeggen dat zij minder opschudding moesten maaken; om te zeggen dat men
+deezen of geenen vermoeiden boêr, welke te weinig begrips van zijne
+verklaaring konde maaken, en dien hij derhalven in de slaap gepredikt
+had, optewekken; om aan den koster te klaagen dat de zon, door de
+kerkglazen schijnende, hem geweldig hinderden, en dat derhalven de
+glasgordijnen toegeschoven moesten worden; om bij het verschijnen van
+een of ander gezelschap welgeklede lieden, uitteroepen: „Kijk, kijk!
+daar komen weêr Amsteldammers aan! maar met geen hart, hongerende en
+dorstende naar de geestelijke spijs en drank des Euangeliums,” of iet
+dergelijks—’t geheugt mij zijn Wel Eerwaarden eens het gebod der Wet,
+Gij en zult niet steelen, te hebben hooren verklaaren, en hem in die
+verklaaring hooren stellen, dat alle menschen, van wat staat en stand,
+van wat ouderdom, dieven waren; zijn Weleerwaarde begon bij de
+kinderen, die zig niet zelden schuldig maaken, zeide hij, aan het
+steelen van een appel of peer—tot de Diakens der Kerke gekomen zijnde,
+dacht ik, de Leeraar zoude evenwel deezen uit zijn algemeen vonnis
+uitsluiten, maar neen! zijn hoofd naar derzelver gewoone plaats in de
+Kerk keerende, schreeuwde zijn Wel Eerwaarde uit: Er wordt niet anders
+als koperen munt in ’t zakjen gevonden! hij liet de uitlegging van de
+betekenis der woorden aan Diakenen zelven over, en ging voord met zijne
+rol van dieven verder afteleezen.
+
+Van de Wereldlijke Gebouwen, Amstelveen betreffende, daar het
+Rechthuis, even als dat op alle andere dorpen, niets bijzonders heeft,
+des juist niet in den rang van gebouwen geplaatst kan worden, hebben
+wij geene aantekeningen te maaken, niet anders als dat hetzelve een
+stads gebouw is; geapproprieerd tot eene wooning voor den Officier, met
+eenen grooten tuin daar achter, waar voor de Officier voornoemd
+jaarlijks eene zekere somme aan de stad Amsteldam moet opbrengen: het
+gebouw heeft anders geen aanzien als dat het in zijn gevel pronkt met
+het wapen van Amsteldam: om de drie weeken wordt er, donderdags,
+rechtdag gehouden.
+
+
+
+
+REGEERING.
+
+Deeze bestaat voor zo veel Amstelveen zelf aangaat, uit den Balliuw,
+Schout en zeven Schepenen: eene Ambachtsheerlijkheid van Amsteldam
+zijnde, is er ook eene Ambachtsheer over gesteld, die de zaaken, het
+Ambacht bijzonderlijk betreffende waarneemt; bestaande de crimineele
+rechtbank aldaar eigenlijk uit Bailluw en Schepenen voornoemd; welke
+eerstgemelde ook Bailluw van Amstelland is.
+
+
+
+Tot het bestuur der Polderzaaken, wordt volgends octrooi van keizer
+Karel den Vijfden, dato 31 December 1520, een Dijkgraaf- en
+Hoog-Heemraadschap opgericht, dat met en benevens het Gerecht van
+Amstelveen het opzicht zoude hebben, over de dijken, bruggen,
+dijkslooten en andere polderwerken; volgends deeze handvest, zouden van
+de vijf Landrijksten, vier Heemraaden, en de oudste dier vijf, tot
+Dijkgraaf verkoozen worden: de Keizer noemde hen Dijkgraaf en Heemraden
+van de Landen en Dorpen van Amstelveen, doch hedendaags noemt men dat
+Collegie Dijkgraaf en Heemraaden van Nieuwer-Amstel; het aanstellen van
+dat opzicht is zijne geboorte verschuldigd aan de klagten die eenigen
+der Landrijksten bij den Keizer inbragten, daarover dat de vloeden der
+Zuiderzee, dagelijks aanwiessen, en die van het sticht van Utrecht
+hunne wateren ook dagelijks door molens uitwierpen, en deeden loopen op
+de landen van Amstelveen, waardoor de opgezetenen aldaar, indien er
+niet in voorzien werd, scheenen te zullen bedorven worden, en ten
+eeuwigsten dage verloren blijven, verzoekende derhalven dat hetzelve
+door het aanstellen van het bovengemelde Collegie, om desaangaande de
+noodige voorzorgen te doen neemen, mogt voorgekomen worden; de Keizer
+het gewigt deezer klagten inziende, willigde hun verzoek in.
+
+
+
+De verkiezing van deeze Dijkgraaf en Heemraaden geschiedde weleer door
+de Rekenkamer der Graaflijkheids Domeinen, doch thans geschiedt het
+door Gecommitteerde Raaden van de Staaten van Holland, op aanschrijving
+van Burgemeesteren van Amsteldam.
+
+
+
+
+VOORRECHTEN.
+
+Deeze Ambachtsheerlijkheid is, in voorige eeuwen, door de Graaven met
+verscheidene voorrechten beschonken; van daar heeft het nog een vrij
+halsgerecht; ook mag, volgends privilegie van Graaf Albrecht, in geheel
+Amstelland, geen beroep van vonnisse gedaan worden—zij die eenig
+denkbeeld van het district, waarvan wij hier spreeken, kunnen maaken,
+zullen zig in gevolge van het eerstgemelde der bovengenoemde
+voorrechten, niet meer verwonderen dat er te Amstelveen zo dikwijls
+halsrecht gedaan wordt.
+
+
+
+Amstelveen heeft ook het recht om die van Amsteldam, nalaatig bevonden
+wordende in het onderhouden van de sluizen „op ten Middeldam, en op St.
+Anthonies-poorte,” te beslaan in de boete van zes goudguldens
+dagelijks, tot duizend goudguldens toe, doch niet hooger.
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN.
+
+Deezen bestaan onder de bewooners van deeze Ambachtsheerlijkheid in het
+weiden van vee, maaken van melk, boter en kaas, en het veenen, of
+baggeren van turf, enz.
+
+
+
+
+GESCHIEDENISSEN.
+
+Hoe de Heerlijkheid Amstelland, en gevolglijk ook dit dorp Amstelveen
+aan de Graaven van Holland gekomen is, hebben wij boven, (bladz. 2.)
+gezien; en in onze beschrijving van Sloterdijk, tekenden wij aan dat
+dezelve naderhand in het huis van Brederode zijn overgegaan, alwaar wij
+ook zeiden, dat niet naauwkeurig bepaald konde worden, langs welken weg
+(zie aldaar bladz. 2); doch, onder het naslaan van eenige andere dan de
+toen geraadpleegde schrijvers, vinden wij dat men dien overgang dus
+opgeeft: Graaf Jan van Holland, die zijn’ Vader den omgebragten Graaf
+Floris den Vijfden opvolgde, kwam derhalven ook in het bezit van de
+verbeurd verklaarde goederen van Van Amstel; en deeze, in 1299, zonder
+kinderen komende te overlijden, is hem, als naast in den bloede, tot
+erfgenaam opgevolgd, Jan van Avennes, welke in ’t begin zijner
+regeeringe de Heerlijkheden van Amstel en Woerden schonk aan zijnen
+broeder Guy; na den dood van deezen, en van Graaf Jan heeft ’s Graaven
+zoon Willem (1317,) die Heerlijkheden weder benaderd en aan de
+Graaflijkheid gehecht.
+
+Naderhand heeft Albert van Beiëren, als Graaf van Holland, de
+Ambachtsheerlijkheid Amstelveen, nevens de gevolgen van dien, ter
+Ouder- en Nieuwer-Amstel (1399,) tot een onstervelijk leen gegeven, aan
+Coen van Oosterwijk, voor de somma van 3100 schilden; deeze droeg dat
+zijn eigendom (1402) weder op aan Margaretha van Cleef, des Hertogs
+tweede Gemaalinne; hier door geraakte na haar overlijden, Amstelveen,
+en de geheele nalaatenschap der Graavinne aan haare Moeder, mede
+Margaretha genaamd, die de Heerlijkheid tot 1434 bezat; in welk jaar
+Hendrik van Borselen, Heer van ter Veere, uit krachte van aanhoop,
+daarmede verleid is geworden; en door het huwelijk van Margareta van
+Borsselen, met Walraven van Brederode, ging Amstelveen dus in dat
+geslacht over, zijnde hetzelve in 1529, door Heer Walraven aan de stad
+Amsteldam verkocht, gelijk wij in ons blad, over Sloterdijk handelende,
+reeds gezegd hebben.
+
+In de woede der hervorming heeft Amstelveen denkelijk gedeeld; want in
+de sententiën van Alba, vindt men een banvonnis, tegen zekeren Cornelis
+van Amstelveen, welke daarin ten laste gelegd wordt, dat hij de
+kerkplonderaars te drinken gegeven, den Pastoor voor eenen verleider
+des volks uitgemaakt, en gezegd zoude hebben, dat men van de klokken
+der kerken roers en geschut zoude gieten.
+
+Wat Amstelveen in onze jongstledene beroerten heeft moeten lijden, is
+bij ieder bekend; aldaar tog was om zo te spreeken voor een gedeelte
+het tooneel des oorlogs.
+
+In den nacht van den 30 September, rukte de Hertog, met zijne Pruissen
+reeds tot nabij de Hand van Leiden gekomen zijnde, nader derwaards;
+doch eene Patriotsche patrouille vertelde hem weldra met
+snaphaanskogels, dat zij onversaagd waren: deezen echter waren door de
+overmagt genoodzaakt zig te bedwingen; de Hertog posteerde vervolgens
+zijn geschut op den dijk naar Amstelveen, waarop de aanval zoude
+geschieden; reeds ten 5 uuren in den morgen hoorde men het
+signaalschot, en terstond daarop begonnen de Pruissen te Ouderkerk
+hunne opgeworpene Batterijen te laaten speelen; hunne jaagers gingen op
+het verlaat los, doch bemagtigden hetzelve niet dan ten koste van veele
+koppen; want de Hollanders vochten als leeuwen, als lieden die bij den
+oorlog opgevoed waren, welke lof de Hertog zelf hun niet heeft kunnen
+weigeren—nog herinneren wij ons, met siddering, het geluid der schoten
+aan welke ’t behoud of verlies van geheel Amsteldam afhing; nog hooren
+wij de hartlijke beden aan den hemel om overwinning.... doch liever
+staaken wij dien toon.
+
+Eenige honderden schreden achter het gezegde verlaat, lag eene
+Patriotsche verschansing, door eene welbepalissadeerde gracht van den
+dijk afgezonderd; deeze werd vervolgends aangetast en veroverd, doch
+mede ten duuren prijze: ondertusschen was het dag geworden: de dappere
+Colonel De Porte die de Patriotten te Amstelveen commandeerde, en het
+dorp ongemeen versterkt had, liet toen met vier stukken geschuts den
+dijk beschieten, en deed veele Pruissen vallen; de Hertog echter hield
+stand, zond zijne jaagers, over de grachten, naar de nabijgelegene
+hooibergen, ten einde van achter dezelven zijnen vijand te beschieten;
+de onzen maakten een allerhevigst vuur, en betwistten elkander de eer
+van de meeste en best gerichte schoten gedaan te hebben: ligtlijk
+begrijpt men dat de Pruissen van hunnen kant mede hun best deeden,
+waardoor het benaauwde Amstelveen zig in ’t grootste gevaar bevond,
+staande ten prooje van de vijandlijke kogels, die echter niet zodanig
+neder kwamen dat er eenig huis of schuur in de brand geschoten werd: de
+onzen onvermoeid met schieten aanhoudende, en nu ziende dat men hun van
+achter de hooibergen bestookte, hadden moeds genoeg om op de
+Pruissische Jaagers, aldaar verstoken liggende, los te gaan, de
+hooibergen in den brand te steeken, en vooral door hunne welgeoefende
+scherpschutters, de jaagers voornoemd te verdrijven, niet alleen, maar
+ook zag de Hertog zig genoodzaakt met al zijne manschap naar de Hand
+van Leiden te retireeren, alwaar de Lieutenant Generaal Van Knobelsdorf
+eene batterij geformeerd had, om Amstelveen op zijde te beschieten.
+
+De Hertog verwachtte alle oogenblikken dat de onzen van achteren
+geattaqueerd zouden worden, en hij daardoor gelegenheid bekomen van
+weder te kunnen avanceeren, want dit was zijn plan, maar dit secours
+bleef vier en een half uur uit, het geen hun veel volks kostte, die
+door het vuur der patriotten vielen.
+
+Tegen tien uuren des morgens kreegen de onzen op den dijk van Ouderkerk
+nieuwe versterking van voetvolk, want hoe heet het ook reeds toeginge,
+brandde men echter van verlangen, vooral te Amsteldam, om zig tot
+versterking derwaards te mogen begeeven; men hield zig van eene
+volkomene overwinning verzekerd—dan God had het anders besloten——wij
+weeten niet waarbij het toegekomen is, dat de Pruissen verscheidene
+geretrancheerde posten van de onzen op den dijk naar Amstelveen en
+elders veroverden, de moedige Patriotten aan het wijken bragten, en tot
+binnen het dorp dreeven; ’t welk aldaar geene geringe schrik
+veroorzaakte—eene en andere omstandigheden waren dringend genoeg om den
+Colonel De Porte te doen besluiten, zig naar Ouderkerk te begeeven, ’t
+geen met zo veel spoeds geschiedde dat de Pruissen nu, gereed zijnde
+hen met hun eigen geschut te beschieten, hen niet meer berijken konden.
+
+Te Ouderkerk had men zig tot nu toe even manlijk gedragen; de
+gelegenheid van het plaatsjen had den Hertog belet het te naderen, des
+zag hij ook geen kans om het tot de overgaaf te dwingen; onvoorbeeldig
+kloekmoedig betoonden de Patriotten zig aldaar, doch door de aankomst
+van De Porte, uit Amstelveen, werden zij geintimideerd, als nu te wel
+beseffende hoe zij thans langs den zelfden weg (’t zogenaamde groote
+loopveld, of de Kerkweg,) op de zijde, door de Pruissen genaderd konden
+worden: de Colonels Corkel en Leville, hadden hier het bevel, en
+beslooten de wijk naar Amsteldam te neemen, liever dan door eene
+wanhoopige verdediging den Vaderlande nog meer burgers te ontrukken—een
+ware held weet op zijnen tijd te wijken: de aftogt geschiedde met alle
+mogelijke stilte, en men kwam behouden te Amsteldam aan.
+
+Nog dien zelfden avond werd het plaatsjen zo wel als Amsteldam door de
+Pruissen bezet, waardoor de inwooners, in de uiterste droefheid
+gedompeld, nu den overlast des soldaats moesten draagen—dat deeze
+overlast niet gering geweest is bevestigen honderden van getuigen; en
+te geloofwaardiger worden dezelven, als men beseft, welk haatelijk
+denkbeeld den Pruissen van de Nederlandsche Patriotten ingeboezemd was
+geworden; ook hadden zij te veel van de moedige verdediging van deezen
+moeten ondergaan, om geheel vrij te blijven van den trek tot bijzondere
+wraakneeming.
+
+
+
+
+BIJZONDERHEDEN.
+
+Hier onder behoort weder in de eerste plaats de kerk, met het graf van
+Broekhuizen (zie boven bladz. 5.)
+
+De droogmaakerij, (zie bladz. 3.)
+
+Eene wandeling naar Ouderkerk, geeft ook bijzonder vermaak.
+
+Voords zijn hier en daar nog eenige plaatsen en dingen in oogenschouw
+te nemen, welken nagedachtenissen van het voorbeschrevene dapper
+gevecht tegen de Pruissen draagen.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN.
+
+Met de Utrechtsche en andere schuiten die Ouderkerk passeeren, kan men
+van Amsteldam tot daar, en terug medevaaren; voords gaat men verders te
+voet naar Amstelveen: des zondags vaart langs dien weg een Kerkschuit.
+
+
+
+
+LOGEMENTEN.
+
+
+ Het Nieuwe dorstige Hart.
+ Het Oude dorstige Hart.
+ Het Land van belofte.
+ De Paauwen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+BUURTEN ONDER DE BANNE VAN AMSTELVEEN.
+
+
+DE OVERTOOMSCHE, OF HEILIGE WEG.
+
+Van deeze zeer volkrijke en digtbetimmerde buurt, die gedeeltelijk mede
+tot een voorstad van Amsteldam aan die zijde verstrekt, is de
+
+
+
+
+LIGGING
+
+Ten westen van Amsteldam, aan wederzijde van een tamelijk breede graft,
+de Overtoomsche Vaart genaamd, die uit de stads vest naar den Overtoom
+loopt: de eene zijde der buurt is geheel digt betimmerd en bestraat, de
+andere de Smalle of Stille zijde genoemd, is niet bestraat, en ook op
+verre na zo aanzienlijk en digt niet betimmerd; de eerstgemelde zijde
+is aan beide kanten met boomen beplant, waardoor eene wandeling langs
+dezelve zeer vermaaklijk is.
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+Die van den eenen naam, welken deeze weg draagt, naamlijk Heilige weg,
+hebben wij onder onze beschrijving van Amsteldam, bladz. 7, reeds
+opgegeven; de andere naam, Overtoomsche weg, draagt zij, om dat men
+langs dezelve van Amsteldam naar den Overtoom gaat.
+
+
+
+
+AANLEG EN GROOTTE.
+
+Wat de aanleg betreft, door het veelvuldig gebruik dat van dien weg
+gemaakt werd, om de Heilige stede te Amsteldam te gaan bezoeken, zijn
+ongetwijfeld eenige winkels van benodigdheden of ververschingen aldaar
+aangelegd; deezen in getal toegenomen zijnde, hebben weder anderen, als
+handwerkslieden, enz. aldaar noodzaakelijk gemaakt, en op die wijze zal
+deeze aanzienlijke buurt haare tegenwoordige gedaante bekomen hebben:
+zij strekt, gelijk gezegd is, ter wederzijde van de vaart, van den
+gebiedpaal van Amsteldam af [9] tot den Overtoom of Amstelveenschen weg
+toe; en bevat veele huizen, waaronder eenige plaisiertuinen.
+
+De bewooners deezer buurt zijn van den Gereformeerden of Roomschen
+Godsdienst, eenige weinige zijn Luthersch. De eerst- en laatst-gemelden
+gaan gemeenlijk naar Amsteldam ter kerk: de Gereformeerden echter ook
+wel te Amstelveen, waaronder zij kerklijk behooren; de Roomschen gaan
+op den Amstelveenschen weg, in de Buitenvelderschen polder of te
+Buitenveldert.
+
+Kerklijke of godsdienstige gebouwen zijn derhalven in deeze buurt niet
+voorhanden; er zijn wel schoolen in, doch dezelven zijn van
+particulieren: voords is aan den Overtoom mede een school: de armen en
+weezen, die er zijn worden door Amstelveen verzorgd.
+
+De bezigheden der bewooneren van deeze buurt zijn veelerleie, en veelal
+dezelfden als in de steden over het algemeen ter hand genomen worden;
+er zijn verscheidene fabrieken, onder anderen een pottebakkerij,
+kogelgieterij, kaarsgieterij, maar vooral glanzers en catoendrukkers;
+de laatstgemelden zijn echter sedert eenigen tijd merkelijk verminderd,
+gelijk die voorbodens van den ondergang onzes Lands, ook elders uit
+hetzelve verdweenen zijn: voorheen werden in deeze buurt ook meer dan
+één kruidstoof gevonden, doch dezelve zijn allen voor en na gesprongen;
+de laatste, Sollenburg, nog onder Amsteldam behoorende, (thans een
+behangsel fabriek,) voor ruim dertig jaaren: te recht noemt de Dichter
+Willink dit verdervelijk voordbrengsel van ’t menschlijk vernuft, eene
+stof
+
+
+ Die kracht geeft aan de dwinglandij,
+ En ’t menschdom doet ten grave daalen,
+ Wanneer het zwaare donders braakt,
+ Een vlam spouwt uit metaale monden,
+ Dat al het aardrijk loeit en kraakt,
+ En zucht door doodelijke wonden:
+ Een stof van aarde en zee betreurd,
+ En die haar’ vinder heeft verscheurd.
+
+
+Deeze vinder was zekere Barthold Zwarts, een Duitsche Monnik, die
+omtrent den jaare 1380 geleefd heeft: het mengsel, volgends zijne
+gedachten toebereid hebbende, wilde hij deszelfs kracht beproeven, lag
+eene genoegzaame hoeveelheid daarvan onder eenen zwaaren zerk, was dom
+of onvoorzichtig genoeg van er boven op te gaan staan, stak het kruid
+in brand, en vloog met den steen in de lucht: „’T is”, zeggen wij
+desaangaande elders, „als of God niet heeft gewild dat de Monnik eenig
+eerbewijs voor zijne uitvinding zoude ontvangen, het geen hem anders
+waarschijnelijk ten deele gevallen zoude wezen: zijn omkomen was als
+eene wraak van de Voorzienigheid, om de uitvinding met den uitvinder te
+begraven; want het liefderijk Opperwezen kan tog geen behaagen scheppen
+in het moorden der geenen, die hunne overheersching met menschenbloed
+staande houden,” enz.
+
+De vreemdeling, die deezen weg bewandelt, zal zig ongetwijfeld
+verwonderen over het onbegrijpelijk groot aantal herbergen en
+schoenmaakers, welken hier gevonden worden, en die er intusschen allen
+een ordentelijk bestaan vinden: de eerstgemelden wegens de veele
+wandelaars, welken des zomers hunne wandelingen langs deezen weg
+beginnen of eindigen: ook wegens de steedsche gasten, van
+onderscheidene rangen, die zig alhier in de herbergen komen
+verlustigen: de vischmarkt, die des zomers zondags morgens aan den
+overtoom gehouden wordt, trekt als dan ook veele duizenden stedelingen
+na zig, allen moeten deezen weg passeeren, en daar de marktgang eene
+uitspanning is, wordt er niet zelden drok gepleisterd, de veele
+fabrieken, welken, gelijk wij gezegd hebben, weleer in deeze buurt
+gevonden werden, hebben ook veele herbergiers derwaards gelokt.
+
+Wat de schoenmakers betreft, deezen hebben zig hier nedergezet, ter
+verkoopinge van het bekende goedkoop werk dat in de Langestraat gemaakt
+wordt, en niet binnen het gebied van Amsteldam gebragt mag worden: daar
+het intusschen door de koopers bij duizenden enkelde paaren ingevoerd
+wordt, zijn bij het schoenmaakers gild in Amsteldam van tijd tot tijd
+hevige klagten daarover ontstaan; doch men heeft de invoer, op gezegde
+wijze, niet willen, of niet kunnen beletten—Sedert zijn er ook veele
+dergelijke baazen binnen het gebied der stad, ja binnen de stad zelve,
+komen woonen, die wel geen Langestraats werk verkoopen, maar echter
+tegen denzelfden goedkoopen prijs eigen werk leveren.
+
+
+
+
+GESCHIEDENISSEN.
+
+Deeze zijn, naar evenredigheid van het bevang der buurt, vrij
+aanmerkelijk: door het reeds gemeld springen van de kruidstooven,
+welken er weleer gevonden werden, werd de buurt niet weinig geteisterd;
+en het verval niet alleen, maar zelfs het verdwijnen van verscheidene
+catoendrukkerijen, heeft haar voords mede eene zeer gevoelige neep
+toegebragt: in 1732 onderging zij ook eene hevige schrik door het
+afbranden van het nabij zijnde pesthuis, het welk geheel door de vlamme
+verteerd werd, en welk onheil niet weinig in akeligheid toenam, door de
+krankzinnigen, welken er in opgesloten waren, gelijk het gebouw nog
+heden mede tot dat einde dient.
+
+Omtrent den jaare 1750 had deeze buurt in haar bevang een Fransche
+schouwburg, (die echter uit de stad zijn bestaan moest trekken,) zij
+werd aangelegd ter plaatse alwaar men thans het bekende Fort de
+Eendragt ziet; doch na verloop van weinige jaaren werd zij door het
+vuur verteerd: op den grond werd het tegenwoordige zwaare gebouw
+gesticht; en diende als toen voor eene Porseleinbakkerij; doch deeze
+heeft mede niet veele jaaren stand gehouden; de aanleggers verstonden
+de kunst van Porceleinen te maaken niet genoeg om aan den kieschen
+smaak der Hollanderen, die gewoon zijn aan het allerfraaiste geen
+gebrek te hebben, al moest het ook van het andere einde der wereld hun
+toegebragt worden, te voldoen: sedert heeft het gebouw tot een ander
+einde gediend; voor weinige jaaren was er een groote behangsel fabriek,
+enz. in geplaatst, doch dezelve heeft op dien ongelukkigen grond almede
+geenen stand gegrepen; laatstlijk hebben eenige Amsteldamsche
+boekverkopers het in huur gehad, tot een magazijn, om er hunne bekende
+buitenverkoopingen van copijen in te houden; doch ook dat gebruik heeft
+niet aan de verwachting beantwoord, thans is het gekocht door den
+beroemden Menschenvriend Jan van Mekeren, die het ter zijner eeuwige
+eer tot een hofjen laat toebereiden.
+
+Eindelijk hebben de bewooners van deeze buurt niet weinig geleden door
+de Pruissen, die zig bij hunne aanmarsch op Amsteldam, in hoedanigheid
+van overwinnaars, en derhalven niet weinig tot buitenspoorige
+gedragingen overslaande, moesten ontvangen: „allerschadelijkst”, zeggen
+wij desaangaande elders, „kwamen die lieden er af, welken op het
+gerucht, of liever de verzekering dat de vijand reeds te Ouderkerk, en
+Amstelveen, de gewapende burgers met Batavischen moed derwaards
+getrokken om hun te keeren, was aangevallen, en de toedragt der zaaken
+zodanig stond, dat de burgers zouden moeten wijken.” De huizen van
+deezen werden terstond opengebroken; waren het herbergen, zo moesten er
+flesschen en vaten aan; alle voorraad van spijs was een kostelijke
+buit, voor maagen die meer gewoon zijn honger te lijden, dan door
+overdaad bezwaard te worden; kisten, kassen, en banken werden voor
+brandhout gebruikt; de huizen, waarin bewooners gevonden werden,
+ondergingen wel niet zo erg een lot, maar de bewooners zelven hadden
+niet weinig te lijden; en men kan begrijpen met welke opene armen de
+uitgewekene bewooners, bij hunne terugkomst, (want eindelijk moesten
+zij toch weder t’huiswaards keeren,) ontvangen werden: de slagers,
+welken in deeze buurt gevonden worden, leeden geen kleinen overlast en
+schade; hunne winkels waren rasch ontledigd, zonder dat hunne beurzen
+er door gevuld waren geworden: bij sommigen ging de baldaadigheid zo
+verre, dat zij aardappelen in gesmolten boter gaar kookten, even als
+men gewoonlijk in water doet: maar weinig dat roofbaar was, tot het
+loot op de daken toe, werd op zijne plaats gelaten; elders hebben wij
+reeds aangemerkt, dat dit echter zo erg niet zoude geweest zijn,
+bijaldien men de Jooden van hun van daan gehouden hadde; als onkundige
+lieden verkochten zij menigmaal een goed horologie voor maar zeer
+weinige penningen: intusschen hebben de bewooners deezer buurte, als
+elders, op verre na hunne schade niet vergoed gekregen: hun werd,
+staande de inquartiering, voor iederen soldaat één gulden per week
+gegeven; doch daarvoor was weinig te doen, met nadruk voor zulke
+gasten: intusschen ontvingen die gasten ook nog eenig legeronderhoud,
+bij voorbeeld één of twee zesponders roggebrood in de week; doch het
+Hollandsch witbrood geproefd hebbende, waren zij op hetzelve tot zo
+verre verlekkerd, dat het legerbrood hun niet meer smaakte; waarom
+sommige bewooners, ten einde hun te verpligten, dat brood, vrij zeer
+tot hunne schade, tegen wit brood verruilden, of zulk een legerbrood,
+elders, voor 3 of 4 stuivers verkochten, er iet bijlagen, en wit brood
+t’huis bragten: uit het een en ander kan men gereedlijk besluiten, dat
+de bewooners deezer buurt hunne Pruissische gasten met vermaak hebben
+zien vertrekken.
+
+
+
+
+BIJZONDERHEDEN.
+
+Deezen zoude men kunnen zeggen te zijn de fabrieken; voords zal een
+vaderlander in zijne wandeling langs deeze buurt wel een oog slaan op
+de werkplaats van den schilder Ruwel, waarin de Pruissische soldaten
+voornoemd, kerk gehouden hebben; want zij kenden nog Godsdienst, ten
+minsten nog de uitwendige oefening van denzelven—Voor weinige jaaren
+was er in deeze buurt eene zeer aanmerkelijke bijzonderheid voorhanden;
+bij zekeren smid, aldaar woonachtig, was naamlijk, zeide men, een
+afbeeldzel van den Zaligmaaker, door den Euangelist Lucas geschilderd
+te zien; groote beweeging maakte deeze zeldzaamheid, zo dat duizenden,
+vooral Amsteldammers derwaards vloeiden om die bijzonderheid, (tegen
+een zestehalf de persoon,) in oogenschouw te neemen; doch naauwlijks
+hadden de deskundigen ernstig hunne aandacht er op gevestigd, of zij
+verklaarden de zeldzaamheid voor een louter bedrog, het geen de smid
+met zijne schilderij en ontvangene penningen, zonder afscheid te
+neemen, deed vertrekken.
+
+
+
+
+LOGEMENTEN,
+
+Zijn in deeze buurt verscheidene; de voornaamsten zijn:
+
+Het Leidsche wapen aan den Overtoom, en Bramenburg.
+
+
+
+Uit het voorgaande blijkt, dat er voords veele herbergen van minder
+aanzien gevonden worden.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN.
+
+Aan den Overtoom voornoemd, vertrekt alle dagen een kaag op Leiden:
+Maandag, Woensdag en Vrijdag vertrekt van daar ook een schip naar
+Aalsmeer; alle dagen vaart een vragtschuit vise versa op Amsteldam, en
+des Zomers Zondags en Maandags, een volkschuit, heen en weêr, zo
+dikwijls er volks genoeg is, naar den stads buitencingel.
+
+
+
+Achter de stille zijde van den Overtoomschen weg, liggen nog
+verscheidene paden, als het Jan Hansen, het Winslauer, het Nieuwe
+Tuinpad enz., die allen digt bebouwd zijn.
+
+
+
+
+BUURT AAN DE SCHULPBRUG.
+
+Deeze kan met recht, wegens derzelver uitgebreidheid, onder de
+aanzienlijke Buurten gesteld worden, als beslaande een zeer groote
+uitgestrektheid gronds: zij begint reeds op den Weesperweg aan den
+gebiedpaal van Amsteldam, en heeft verscheidene dwarspaden, naar den
+Outewaalerweg strekkende; derhalven is onder dezelve ook begrepen, het
+blokjen de Vierhuizen, op den Weesperweg, alzo genaamd, om dat het uit
+vier huizen bestaat; de buurt ligt voords, voor het grootste gedeelte
+zeer vermaaklijk, naamlijk aan de schoone rivier de Amstel, en nabij de
+verrukkelijke Diemermeir, gedeeltelijk zelfs langs de ringsloot
+derzelve.
+
+De buurt heeft, zegt men, haaren naam van buurt aan de Schulpbrug
+gekregen, door dat zij aan de brug van dien naam haar begin neemt; en
+deeze brug draagt den naam van Schulpbrug, naar de aanzienlijke herberg
+de Schulp, op den hoek van de Meir, bij die brug gevonden wordende.
+
+Zij bevat verscheidene en aangenaame lustplaatsen en tuinen, die een
+bevallig gezicht opleveren, zo onder het wandelen langs den Weesperweg,
+als langs den Ringdijk van de Meir, en het bevaaren van derzelver
+ringsloot: er worden ook eenige fabrieken in gevonden: de bewooners
+zijn van den Gereformeerden, of van den Roomschen Godsdienst, die, daar
+er geene kerk in de buurt is, de Gereformeerden te Amsteldam, en de
+Roomschen aan de overzijde van den Amstel-stroom moeten te kerk gaan.
+
+Ook andere Godsdienstige Gestichten zijn in deeze buurt, hoe groot in
+haar bevang, niet voorhanden: de kinderen, van beiderleien gezegden
+Godsdienst, gaan in het school van den Watergrafts meir, (zie onze
+beschrijving van dat aangenaame oord;) de Weezen worden door het Dorp
+Ouderkerk besteed, meestal, ten minsten zo veel mogelijk, bij de
+bewooners der buurt zelve; en de Armen worden mede door het gezegde
+dorp onderhouden.
+
+De bezigheden der bewooneren, bestaan in verscheidenerleie handwerken;
+ook zijn er, gelijk gezegd is, eenige fabrieken; aan het begin der
+buurt, bij de Schulpbrug, woonen eenige visschers, een van deezen,
+heeft een gedeelte van den Amstel in pacht, de overige visschers
+vertieren de visch die in het Zwarte water, nabij de stad Zwol gevangen
+wordt, bestaande in baars, snoek, brasem, zeelt, en paling; zij markten
+alle te Amsteldam in de Nes, op de rivier vischmarkt, voor de St.
+Pieters poort: over het gezegde begin der buurte, zijn ook eenige
+weinige vischbanken, alwaar des zondags morgens, eene soort van markt
+gehouden wordt.
+
+Van de Geschiedenissen deezer buurt, kan niets aanmerkelijks gezegd
+worden: in de jongstledene troubelen hebben de bewooners derzelve geen
+aanmerkelijk deel gehad; geen ander dan dat zij bij de gezegende
+omwenteling ook Pruissen hebben moeten inquartieren, en derhalven de
+gewoone overlast hebben geleden.
+
+Aan het meergemelde begin der buurte, is eene vry goede herberg; voords
+vindt men in dezelve nog eenige weinige anderen, van minderen rang.
+
+Aan hetzelfde begin kan men in de Weesper- en Muiderschuiten die van en
+naar Amsteldam vaarende daar voorbij komen, naar de gezegde steden
+vertrekken, of met het jagtjen in onze beschryving van de Diemermeir
+gemeld, naar Amsteldam, ook met het Overhaal schuitjen mede aldaar
+genoemd, naar den Utrechtschen weg, of andere zijde van den Amstel,
+alwaar men door de aldaar passeerende schuiten, weder verscheidene
+gelegenheden vindt, naar Utrecht, Tergoude, Delft, Rotterdam, en veele
+andere steden en dorpen.
+
+
+
+Hier op kunnen wij voegelijk laaten volgen den Amsteldijk, zig
+uitstrekkende van den paal bij het tolhek tot aan de Overbuurt van
+Ouderkerk, langs welken eene menigte van buitenplaatsen en
+boerewoningen gevonden worden: bij het tolhek zijn nog twee paden, het
+Verwerspad en ’t Rustenburger pad, waarop mede veele plaisiertuinen
+liggen: langs het laastgemelde pad komt men aan de Wetering: de
+bewooners deezer paden leeven meest van de moezerij.
+
+
+
+
+DE BUITENVELDERSCHE POLDER, OOK DE BUITENVELDERT GENOEMD.
+
+In deeze polder zijn zeer weinige wooningen, boerderijen, en tuinen;
+het eenige dat daarvan gezegd kan worden, is dat er eene Roomsche kerk
+gevonden wordt, die bediend wordt door den Wel-eerwaarden Heere
+Everardus Bernardus Cramer: de bewooners deezer polder hebben door de
+Pruissen mede zeer veel geleden.
+
+
+
+Hier bij moeten wij nog voegen den nieuwen weg, welke van het groote
+loopveld tot aan Amstelveen loopt; en langs welken eenige
+boerewoningen, even als aan den Bijlsenvelderschen weg gevonden worden:
+omtrent in het midden van deezen nieuwen weg ontmoet men de Karsselaan,
+welken naar de Karssebrug strekt, en verder naar Rietwijker oord, dat
+beide kleine gehuchten van boerenwoningen zijn, die kerklijk onder
+Amstelveen, doch wereldlijk onder Kennemerland behooren.
+
+
+
+
+OVER-OUDERKERK
+
+Is een kleine streek huizen, tegen over Ouderkerk gelegen, en onder
+Amstelveen behoorende: van dezelve valt al mede niets bijzonders
+aantetekenen.
+
+
+
+Onder onze beschrijving van de buurten onder Ouderkerk behoorende,
+hebben wij gesproken van de eene zijde van
+
+
+
+
+WAARDHUIZEN EN DE NES.
+
+De andere zijde behoort onder Amstelveen; doch er is ook niets
+bijzonders van te zeggen, niet meer dan wij ter voorgemelde plaatse er
+van aangetekend hebben.
+
+
+
+
+Het zelfde zij gezegd van de
+
+ZWALUWE-BUURT,
+
+Een gehucht niet verre van de Nes: er is eene Roomsche Kerk, sedert
+weinige jaaren in plaats van eene oude, die er een eind wegs van daan
+stond, gemaakt: zij wordt bediend door den Wel-eerwaarden Heere
+Mauritius Schultsz.
+
+
+
+
+DE BOVENKERKER POLDER.
+
+Deeze is voor eenige jaaren droog gemalen, en bevat thans weinige
+boerewoningen: de bewooners geneeren zig met de weierij en melkerij.
+
+
+
+
+DE HAND VAN LEIDEN
+
+Zo genoemd, om dat er een paal staat, met een hand er aan, die den weg
+naar de stad Leiden aanwijst; de bewooners van dit buurtjen hebben in
+1787, door de Pruissen, almede veel moeten lijden.
+
+
+
+
+Aan de
+
+NOORDDAMMER BRUG,
+
+Vindt men mede een buurtjen; doch ’t is van weinig betekenis.
+
+
+
+
+Grooter is de
+
+LEGMEER
+
+Die zig uitstrekt van de Noorddammer brug, tot een quartier uur gaans
+van Cudelstraat, zijnde eene langte van anderhalf uur gaans; de
+bewooners bestaan meestal van de turfmaakerij.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+NAAUWKEURIG VERSLAG VAN DEN JAMMERLIJKEN BRAND TE AMSTELVEEN,
+
+In den nacht tusschen den 25 en 26 Junij, 1792.
+
+
+ Eerst leed het bloejend AMSTELVEEN,
+ Door ’s vyands wreede spoorloosheên,
+ Nu viel de vlam het aan, en trachtte ’t gantsch te sloopen—
+ Beschouwer! zie den nood, en denk wat men kon hoopen!—
+ GOD echter wenkte, en ’t vuur verloor zyn gloed en kracht—
+ HY wenkt ook u—sta by!—dan wordt de ramp verzacht.
+
+
+Te recht houden de Nederlanders de vuurnood en waternood, voor twee
+hoofdkwaaden, die den mensch kunnen treffen; anderen volken voegen er
+den oorlog wel bij; maar ’t schijnt dat de Batavieren, uit een inwendig
+gevoel van hunnen moed en voorbeeldelooze standvastigheid, zo veel
+gewigts, of liever zo veel ramps den oorlog niet toekennen, om dat zij
+’t meer in hunne hand hebben denzelven te doen eindigen, tot hunnen
+roem te doen eindigen, blijft het alleenlijk aankomen op den vijand
+wederstand te bieden en hem zijne roekeloosheid te doen beklaagen; dat
+is, blijft het slechts aankomen om held te weezen; maar zo zij verraden
+worden, dan berokkent de oorlog hen zo veel en meer kwaaden als eenig
+volk ter wereld; zo veel, om dat zij den triumph des vijands als
+anderen moeten bezuuren, en meer, om dat zij in ’t hart gekwetst zijn,
+wonden zeker, welken bij den gevoeligen Batavier altijd blijven
+bloeden; ’t is daarom ten allen tijde voor bewezen gehouden dat men
+geen harten met grooter gevaar kan wonden, dat is uit hunnen staat van
+te vredenheid rukken, dan dat der Batavieren.... maar om wedertekeeren
+tot ons eerste gezegde: de Nederlanders houden de vuurnood en waternood
+voor twee kwaaden; het laatste, met reden, voor ’t ergste, om dat zij
+er meer aan onderworpen en minder voor bestand zijn; intusschen is de
+vuurnood mede een geessel die de diepste wonden kan achterlaaten.
+
+Weinig dachten wij vóór een kort verloop van dagen, toen wij onze
+beschrijving van Amstelveen, voor onze Nederlandsche stad- en
+dorp-beschrijver, zamenstelden, dat wij door een der
+beschreienswaardigste rampen, die, vooral opgezetenen, kunnen treffen,
+gedrongen zouden worden, andermaal over dat plaatsjen te moeten
+spreeken—weinig dachten wij dat het grijze dorpjen, ’t welk wij toen
+van harten beklaagden wegens de doorgestaanen overlast van den
+triumpheerenden soldaat, nu onze traanen ten ooge zouden uitperssen,
+daar het, ten prooje gestaan hebbende aan den jammerlijksten vuurnood,
+een tooneel oplevert dat niet dan met de leevendigste ontferming
+beschouwd kan worden—een tweede reden, waarom men dat dorpjen voortaan
+met recht het rampspoedig Amstelveen mag noemen.
+
+Na op maandag den 25 Junij, 1792, des avonds omtrent 11 uuren, de
+dorpbewooners na afgelopene bezigheden van den drokken dag, zig
+bereidden om door den slaap hunne vermoeide leden te verkwikken, en de
+veele omgelegene landlieden reeds in de diepste rust gedompeld lagen,
+werden de waakenden verschrikt, en de slaapenden gewekt, door het
+akelig gerucht dat er brand ontstaan was op de waschbleekerij van den
+Heere Dregman, te Amsteldam woonachtig, en waarom het opzicht op die
+gevaarlijke fabriek, meestal toebetrouwd was geworden aan de werklieden
+tot de fabriek behoorende; eene noodzakelijkheid, die, zo als de
+ondervinding herhaalde maalen geleerd, en waarvan zij ons thans weder
+te beklaagenswaardig overtuigd heeft, niet zonder bedenking
+is——onmiddelijk na verzekerd te zijn dat er waarlijk brand ontstaan
+was, wendde men de voorhanden zijnde hulp aan, doch te vergeefsch, het
+vuur dat door de aanweezende hevige brandstof geweldiger gevoed werd,
+dan het vermogen van ’t water, dat men aanbragt, konde keeren, nam
+tegen middernacht zodanig de overhand, dat men de klok begon te luiden,
+waardoor het geheele dorp, en elk die zig in den omtrek deszelven
+bevond, op de been kwam: een besef van den verren afstand der noodige
+hulp; het schrikbaarend gezicht van de woedende vlamme, in het stille,
+in het akelige uur van den nacht, alles werkte om zo te spreeken mede,
+om de harten met de knellendste vrees te vervullen; de wind was wel
+niet naar het dorp, maar evenwel hevig genoeg om de vlam tot de
+belendene huizen te doen overslaan, het geen de angst niet weinig
+vergrootte.
+
+Intusschen kwamen, op het grouwzaam geluid der noodklok, die van
+Ouderkerk met de hun mogelijke hulp, toeschieten; ook kwam men van den
+kant van den Overtoom, met twee spuiten, door paarden getrokken, aan,
+met dien wel ijverigen, maar echter in dit geval te traagen spoed,
+welken de afstand en de moeielijkheid van den weg toelieten—de twee
+spuiten aan Amstelveen behoorende, waren nu wel aanmerkelijk versterkt,
+maar de vlam was intusschen te veel in woede toegenomen, om zig door zo
+gering eenen tegenstand te laaten bedwingen [10]; dezelve was nu reeds
+geweldig dat het scheen, het dorp was aan zijn jongste oogenblik
+genaderd: allertreffendst en hartbreekendst was het geschrei van
+weêrelooze vrouwen, en jammerende kinderen, die, als van zinnen
+beroofd, in hun schamel nachtgewaad door het dorp dwaalden, terwijl zij
+hunne geringe bezitting door het vuur zagen verteeren; ieder dak dat,
+nu van zijne binten ontbloot, ieder stuk branden hout dat nederstortte,
+deed de vlam op de akeligste wijze verheffen, en met het verheffen van
+de vlam werd ook het geschrei en gekerm heviger, terwijl men met luider
+stemme God om genade en bijstand bad.
+
+Loflijk zeker kweeten zig zo wel de tot hulp aangekomen manschap, als
+de inwooners zelven, dan hun vermogen was niet toerijkende; het was
+reeds één uure na middernacht, toen de vlam het hevigst woedde, en zij
+werd niet gestuit voor dat 13 à 14 Wooningen, eenige Schuuren, een
+Kolfbaan, en aanzienlijk veele goederen tot assche verteerd waren:
+onder de afgebranden huizen telt men mede het Armehuis, waarin zo wel
+Lutherschen en Roomschen als Gereformeerden opgenomen worden [11]; in
+dat huis was nog voor slechts 3 weeken een meisjen van 9 jaaren oud
+besteed, het welk dit jammerlijk onheil met den dood heeft moeten
+bekoopen: nog te zeer vreemdeling in het huis zijnde, is zij, (zo gist
+men,) in ’t zelve verdwaald, en de vlam heeft haar verrascht; zij is
+onder de puinhoop van daan gehaald, geheel verbrand, en als
+zamengebraden; de voetjens waren gantschlijk verteerd, en de ingewanden
+lagen bloot: in dien jammerlijken staat is het deerelijk voorwerp,
+eenige dagen lang, in de Dorpskerk te zien geweest.
+
+Zo dra de vlam zo verre voordgeslagen was, dat men ook het Armehuis
+voor verloren hield, werden, trouwens in de grootste, hoewel tevens
+verschoonelijkste confusie, de Kinderen na een ander verblijf
+overgebragt; zes van de Gereformeerden, verplaatste men in het
+Diaconie-weeshuis, en eenige Roomschen werden in de naastgelegenste
+omtrek bij particulieren gebragt, terwijl het de Suppoosten van ’t huis
+toegestaan werd, hun intrek in het Rechthuis te mogen neemen.
+
+De gemelde Wooningen, door den ijsselijken vuurgloed vernield, (het
+Armehuis niet mede gerekend,) verstrekten ter herberginge van zeventien
+huisgezinnen, welken, staande het woeden der vlamme allen gevoeld
+hebben, wat het menschlijk hart pijnlijks gevoelen kan: op éénmaal van
+alles beroofd; op éénmaal in de diepste armoede gedompeld te worden,
+dat zeker is een lot het welk men door geene wijsbegeerte kan
+verzachten; ook moeten wij tot lof van onze tijd- en vooral van onze
+stad-genooten zeggen, dat zij zig in deeze akelige omstandigheid
+wederom gedragen hebben, en nog gedragen, zo als zij zig in zulke en
+dergelijke omstandigheden meermaals gedroegen, en zo als het waare
+Christenen betaamt—zij geeven met eene milde hand; de toevoer voor de
+ongelukkigen is zeer aanzienlijk, zo dat deezen reden hebben om zig, in
+’t midden van hunnen jammerlijken toestand te verheugen, daarover dat
+de Menschlievendheid hunne ontvangene wonden zo minlijk verzacht.
+
+
+
+Lof, nimmer zwijgende lof zij u, braave Nederlanders! toegezwaaid, voor
+deeze uwe christelijke medelijdendheid; gaat op dat ingeslagen pad
+voord; gij zijt tog verzekerd, dat ieder penningsken, ’t welk gij aan
+de ongelukkigen uitrijkt, bij uwen hemelschen Vader op, dikwijls
+verdubbelden, winst uitgezet wordt——en gij, Patriotten! gij die u den
+naam van Vaderlanders tot eene eere rekent; u voegt het vooral, de
+ongelukkigen te toonen dat gij waarlijk Patriotten zijt—herdenkt wat
+Amstelveen heeft geleden, toen uw vermogen, met uw moed, te kort
+schooten, om het te beveiligen voor het lot dat ingenomene plaatsen
+gemeenlijk ondergaan—heeft men van u gezegd:
+
+
+ In ’t hart verhief zig moed; en in het manlijk wezen,
+ Tot op dit oogenblik door Pruisens volk miskend,
+ Stond Hollands oudste merk, Standvastigheid te leezen,
+ Die als ’t de nood vereischt door duizend kogels rent.
+
+
+Nu, uwe mededeelzaamheid ondervonden hebbende, voege men er bij:
+
+
+ In ’t hart verhief zig deugd, en in ’t bedrukte wezen,
+ Waaraan men in den ramp Civilis nakroost kent,
+ Stond het Bataafsche merk, Menschlievendheid te leezen,
+ Die den noodlijdenden, zo ruim verkwikking zendt.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+AMSTELVEEN HERBOUWD.
+
+
+ Gulhartig Medelijden
+ Moog’ niet van smart bevrijden,
+ Het lenigt echter smart,
+ Verstrekt ten balsem voor ’t verdrukt of zuchtend hart:
+ Werd Amstelveen van ’t vuur als woedende aangegrepen;
+ Zat menig dorpeling in diepe smart benepen;
+ Het schetsjen dat men hier beschouwt,
+ Toont hoe door Medelij ’t verbrandene is herbouwd.
+
+
+Daar wij alles wat mogelijk is toebrengen, ter volmaakinge van onzen
+Nederlandschen Stad- en Dorp-beschrijver, met welken wij zulk een
+onvoorbeeldig genoegen geeven, hebben wij niet kunnen afzijn nogmaals
+onze aandacht te vestigen op het Dorp Amstelveen, om het te beschouwen,
+zodanig als het zig thans bevindt—eer het zo vermaaklijk Dorpjen door
+den noodlottigen brand, tusschen den 25 en 26 Junij des jaars 1792,
+geteisterd was, hebben wij in ons bovengemeld werk, eene uitvoerige
+beschrijving, en naauwkeurige afbeelding van hetzelve geplaatst;
+daarna, bij gelegenheid van gezegden brand, ook eene beschrijving en
+afbeelding van dat jammerlijk voorval gegeven, bij wijze van aanhangzel
+aan gemelde eerste beschrijving, immers dit aanhangzel behoorde tot de
+historie des Dorps, gelijk hetzelve dan ook met een ongemeene graagte
+ontvangen is——thans, nu de verbrande erven tot zo verre weder herbouwd
+zijn, dat men verwachten kan dat er verder niet van belang meer aan
+gedaan zal worden, zouden wij het gedeelte van ons werk, Amstelveen
+betreffende, niet volkomen kunnen noemen, indien wij onze geëerde
+Intekenaaren en verdere tijdgenooten [12], ook niet eene beschrijving
+van de wijze der gezegde herbouwinge mededeelden——’t was dan met dat
+oogmerk dat wij Amstelveen onlangs een bezoek gaven, en de ons aldaar
+medegedeelde informatiën, maaken, met de aantekening van ’t geen wij in
+oogenschouw genomen hebben, den hoofd-inhoud van de tegenwoordige
+weinige bladzijden uit.
+
+Alvoorens echter de hand daaraan te slaan, moeten wij nog een enkel
+woord zeggen van het loflijk gedrag onzer tijdgenooten omtrent de
+ongelukkige dorpelingen, wier haven en goed een prooi der vlamme
+geworden waren; onze beschrijving van den brand volgde te kort op het
+voorval zelf, dan dat wij toen reeds zouden hebben kunnen boeken, dat
+geen waarvan de tijd de juiste waarheid eerst moest openbaaren; wel
+wisten wij toen reeds, dat vooral onze stadgenoten hunne nijvere handen
+niet slooten voor de ongelukkigen; de faam verbreidde welhaast hun
+loflijk gedrag in deezen; dit tekenden wij ook aan; maar thans kunnen
+wij er meer bepaaldlijk, meer met zekerheid van spreeken; thans zijn
+wij overtuigd, dat het nakroost van Civilis getoond heeft, hoe het in
+hun charakter één der hoofdtrekken van ’t charakter eens rechtaarten
+Bataviers, nog bewaard heeft; dat vooral de Patriotten, in
+beantwoording van onze oprechte aanmaaning [13], in deezen getoond
+hebben den naam van Vaderlanders zig tot eenen eernaam te rekenen; dat
+zij den ongelukkigen overtuigd hebben, waarlijk Patriotten te zijn; en
+zeker, Amstelveen lag te onuitwischbaar in hun hart en hoofd geprent,
+dan dat zij ongevoelig omtrent hetzelve zouden hebben kunnen weezen.
+
+Zo dra men van den schrik eenigzins bekomen was, werden er schikkingen
+beraamd, om eenig herstel van de geledene schade te verkrijgen; men
+kent den menschlievenden aart der Nederlanderen; ook openbaarde dezelve
+zig weldra, in het toezenden van veelerleie middelen ter vervullinge
+van de algemeene behoeften der menschen; geld en goed, spijs en drank,
+alles werd in grooten overvloed aangevoerd, vooral uit het nabijgelegen
+Amsteldam: duizenden zakten van allen kanten af, om ooggetuigen van de
+verwoesting te zijn; om hunne traanen met die der lijdenden te mengen,
+en hunne milde handen ter vertroostinge te openen; op dat nu de giften,
+uit onkunde, niet te ongelijk uitgedeeld mogten worden, werden er hier
+en daar bossen gesteld, en in dezelven werd zo ongemeen rijklijk
+geofferd, dat men ze verscheide keeren daags, en dat verscheide dagen
+na elkander, moest ledigen: de Magistraat van Amsteldam veroorloofde
+eene collecte binnen zijne muuren, ten voordeele van de ongelukkige
+dorpelingen, en het daarbij ingezamelde was, zo men zegt, niet minder
+dan eene som van drie-en-twintig duizend Guldens; men voege daarbij het
+ingekomene op het Dorp zelf, en men zal zekerlijk kunnen gelooven, dat
+er een ongemeen aanzienlijke som gegaderd moet weezen.
+
+Het besef van die aanzienlijkheid der ingezamelde somme, maakt ook
+eenigen der dorpelingen, of liever de dorpelingen over ’t algemeen,
+zeer te onvreden over de reeds voltooide herbouwing: de Hemel weet hoe
+men op het denkbeeld gekomen is, dat de penningen niet behoorelijk....
+wij veroorloven ons niet desaangaande meer natevertellen; dit mogen wij
+zeggen, dat de eigenaars der verbrande woningen, zo verzekert men
+desaangaande, te weinig vergoeding gekregen hebben, om het dorp weder
+zulke aanzienlijke gebouwen te schenken als het vóór den brand had;
+hunne eigene beurzen waren tot het geen hun aan de ontvangene
+vergoeding, daartoe nog ontbrak, niet toereikende, en derhalven hebben
+zij moeten besluiten, om, bij wijze van spreeken, een hutjen te bouwen
+daar een huis gestaan heeft—dit nu zou in alle gevallen mogelijk zeer
+natuurlijk hebben kunnen weezen; maar in deezen opzichte denkt men er
+zeer onaangenaam over, uit aanmerking van het besef, gelijk wij reeds
+zeiden, dat men heeft van de capitaale som welke voor de herbouwing van
+het dorp gecollecteerd is—hoe jammer is het, dat er zulke denkbeelden
+bij de ingezetenen, met betrekking tot hunne bestuurderen, plaats
+hebben!—en hoeveel te meer jammer is het bij de Nederlanders, daar zij
+geheel geen grond, vasten grond, voor zulke booze opvattingen kunnen
+aanvoeren—wat denkbeeld zou men moeten maaken van een Nederlandsch
+Volksbestuurder, in welke classe hij moge staan, al ware het ook in de
+minste, die harts genoeg zoude hebben, of liever geweetenloos zoude
+kunnen zijn, om, ter bevorderinge van zijn eigen belang, of van dat
+zijner vrienden, den ingezetenen te bederven!—hij zou den naam van
+mensch niet mogen draagen, en althans dien van Nederlander niet waardig
+zijn—Is er een land waarin recht en gerechtigheid in de harten der
+Bestuurderen huisvest; waarin de penningen, uit de beurzen des Volks
+aangebragt, naar behooren geadministreerd worden; ’t is in Nederland;
+en geen wonder! een Regent is aldaar alleenlijk bestuurder van zijnen
+landsbroeder, geen Souverain Vorst over een onderworpen Volk; wel is
+Nederland eene Souverainiteit, zo wel als de magtigste Alleenheerscher
+die op Aarde bestaat; maar Regenten en Volk maaken zamen den Souverain
+uit; want deezen worden jaarlijks uit geenen verkozen, en keeren ook,
+na afloop van hunnen amtstijd in den boezem van geenen weder, ’t welk
+bij een Souverain Monarch geen plaats heeft; de Regent is derhalven
+slechts handhaver der wetten, en daar geen wetten zijn volgt hij het
+besluit van veele verlichte en braave mannen, derhalven het besluit der
+wijsheid; hoe zoude een volk in zulk een Land, onder zulk een
+regeeringsbestuur, dan onderdrukt of benadeeld kunnen worden?—Zeker het
+doet ons van harten leed, dat er zulke denkbeelden, als wij boven
+wegens Amstelveen aanstipten, bij den Nederlander plaats hebben, zij
+zijn hoogstnadeelig aan de algemeene rust—derhalven, waarde
+Landgenooten!.... maar waaraan noem ik u!—gij zijt in ’t algemeen thans
+de voorwerpen mijner bemoejingen niet—gij inwooners van Amstelveen!
+gelooft toch, wat denkbeeld gij ook van de ingezamelde penningen moogt
+opgevat hebben—gelooft toch, dat die penningen naar de voorschriften
+van deugd en reden geadministreerd, en uitgedeeld zijn—hoe zou ’t
+mogelijk kunnen weezen, dat eenig bewindsman, met giften van
+menschlievendheid en medelijden, kwalijk zoude handelen?
+
+Wat hier intusschen ook over gedacht worde, dit is zeker, dat het dorp
+Amstelveen door den brand veel van zijnen ouden luister verloren heeft;
+want de herbouwde huizen zijn ongelijk veel minder, dan zij waren die
+door het vuur verteerd zijn—men telt niet meer herbouwden dan zeven,
+een zeer kleine smeederij, een niet minder kleinen stal, en een
+werkplaats voor een’ schilder: allen zijn zij laage daken, daar onder
+anderen, vóór den brand, één, waarin herberg gehouden wordt, een
+capitaal gebouw van verscheide verdiepingen was: nog zijn onder gezegde
+laage daken twee, welke ieder over twee woningjens strekken.
+
+’T geen waarbij het nog meer in aanzien verliest, is, dat men besloten
+heeft het verbrande Armehuis niet weder optebouwen; des mist Amstelveen
+thans boven den gemelden luister van particuliere gebouwen, ook een der
+Godsdienstige gestichten.
+
+De waschbleekerij van den Heere Dregman, alwaar het vuur zijnen aanvang
+genomen had [14], wordt ook niet weder opgebouwd, ’t geen zekerlijk
+zeer goed mag genoemd worden, om het gevaar, ’t welk zulk een fabriek
+vergezelt, evenwel is ’t ook waar, dat een Dorp niet weinig in zijn
+aanzien verliest, wanneer er een gantsche fabriek van daan gaat.
+
+Zie daar, waarde leezers! ’t geen ik oordeelde bij mijne bladen over
+Amstelveen te moeten voegen, om ze een volkomen geheel, dat Dorp
+betreffende, te doen uitmaaken—nog kan ik daar bijvoegen, dat men thans
+ten einde des Dorps aan het sluisjen, een batterij vindt, ter
+wederzijde van de brug aangelegd, tegen de Franschen, om dezelven,
+indien ze tot zo ver waren gekomen, te keeren, en Amsteldam voor hun
+legergeweld te dekken—deeze batterij schiet vijf stukken.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET DORP DIEMEN.
+
+
+ DIEMEN, dat om GYSBRECHT’s wraakzucht,
+ onder ’t jok der Graaven kwam,
+ Vaak een prooi van vuur en water,
+ dikwyls ook van de Oorlogsvlam;
+ DIEMEN mag nog, hoe ’t moest lyden,
+ Door schoonheid en door trouw, ’t Batavisch hart verblyden.
+
+
+Onder de Nederlandsche dorpen, zijn er zekerlijk maar weinig van
+welken, naar evenredigheid der grootte, zo veel kan gezegd worden,
+(ofschoon er bij anderen bijzonder weinig van gezegd zij,) als van dit
+vermaaklijk dorp; de inhoud der volgende bladzijden zal onze Leezers
+daarvan ten vollen overtuigen; zij zijn, als ik, denzelven verschuldigd
+aan de vriendlijkste mededeeling, die zekerlijk de ongeveinsdste
+erkentelijkheid vordert.
+
+
+
+
+LIGGING.
+
+Het ambacht Diemen, waarbij ook Diemerdam behoort, ligt in Amstelland,
+gedeeltelijk tusschen de ban van Amstelveen, en de Diemer- of
+Watergraafsche meir ten westen, de banne van Muiden ten oosten, en ten
+zuiden en zuidwesten aan de Bijlemer meir en de Groot-Duivendrechtsche
+polder: ’t ligt voords één uur van Amsteldam, zijnde ook eene
+Ambachtsheerlijkheid van die stad.
+
+Over ’t algemeen is ’t geheele Ambacht zeer aangenaam gelegen: van den
+dijk af heeft men een schoon gezicht op Waterland, Amsteldam en Muiden,
+en aan de landzijde op de Diemermeir, Bijlemermeir, de steden Weesp,
+Naarden, Abcoude, Ouderkerk, en andere plaatzen.
+
+De geheele Diemerban heeft laage darrige of venlanden, waarvan eenigen,
+die dijkplechtig zijn, reeds merkelijk tot verhooging van den Diemer
+Zeedijk zijn vergraven, en des niettegenstaande, liggen de laagste
+landen nog verscheide voeten hooger dan de bedijkte Diemer- of
+Watergraafsche meir.
+
+Zeer waarschijnelijk zijn de landen in de Diemerban voor veele eeuwen
+bosschen geweest, (gelijk zulks op meer plaatzen van ons Vaderland het
+geval is,) dewijl men onder het graaven menigvuldige boomen ontdekt,
+die, om hunne taaiheid, alleenlijk tot rietdekkers werk gebruikt
+worden; zij liggen allen zodanig, dat men kan besluiten, dat zij door
+een storm en hoogen vloed uit het noordwesten, voor deeze ban altoos
+zeer gevaarlijk, losgespoeld en nedergesmeten zijn geworden.
+
+Men ontmoet in deezen oord de vruchtbaarste moes- en schoonste
+weilanden, voor welken considerabele sommen betaald worden; er is in
+deeze banne ook zeer goeden jagt op watersneppen en eendvogels; sedert
+eenige Jaaren vindt men er ook veele haazen: de visscherij is er niet
+minder rijk; men vangt er ongemeen groote snoeken, de smaaklijkste
+baars, post, paling en carpers, alle welken door de liefhebbers verre
+boven anderen geschat worden.
+
+Van ouds hebben door de Diemerban twee heerewegen geloopen, die nog in
+wezen zijn; de eene van de afloop naar Diemen, door Diemen en
+Diemerbrug naar Ouderkerk, en de andere van Diemerdam, langs den Diem,
+over de Vinkebrug, langs de Bijlemermeir en Gaasp, naar Weesp.
+
+In dit Ambacht liggen nog twee zandpaden; een naar Muiden en een naar
+Weesp, op welken tolhuizen staan.
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+Veelen oordeelen dat het Ambacht zijn’ naam ontleent aan een
+riviertjen, de Diem genaamd, welk oudtijds, vóór het droog maaken der
+Diemer- of Watergraafsche-meir, gedeeltelijk uit dezelve, door de
+Rijkersloot, nu de Weespervaart, de Bijlemermeir en Gaasp, zijn
+oorsprong nam, en door de Diemerdammersluis in het Y loosde; anderen
+echter, die het Ambacht niet Diemen, maar, volgends de oudste papieren,
+Deemen willen genoemd hebben, leiden dien naam af van de woorden De
+Mens, die dan den staat waarin dat land lag, als zijnde door
+overstroomingen en doorbraaken van één gerukt, en door de Diem in twee
+deelen gescheiden, te kennen geeven: „Wat van beide de waarheid zij”,
+voegt onze geëerde begunstiger er bij, „zal, vertrouwt men, niemand met
+zekerheid kunnen gissen”.
+
+Wegens de stichting des Dorps, kan volstrekt niets gezegd worden,
+derhalven staat ons alleenlijk te spreeken van de
+
+
+
+
+GROOTTE,
+
+En om in deezen voldoende te kunnen zijn, moeten wij eerst aantekenen,
+wat de Ambachts-heerlijkheid in zig bevat.
+
+Het Ambacht wordt dan, vooreerst, gedeeld in twee deelen, naamlijk
+Diemen en Diemerdam, (ook wel Diemendam genaamd,) liggende het eerste
+ten westen de Diemer- of Watergraafsche meir en de ban van Amstelveen,
+en het andere ten oosten de ban van Muiden, en worden gescheiden door
+het water den Diem: deeze verdeeling maken Hunne Edele Groot Mogenden,
+de Heeren Staaten van Holland en West-Friesland, sedert onheugelijke
+tijden, schrijvende niet aan die van den Gerechte van Diemen, maar van
+Diemen en Diemerdam.
+
+Diemen wordt wederom in drie deelen gedeeld, als Outersdorp,
+Buitenkerk, en Bovenkerk, welk laatste gedeelte wederom onderscheiden
+wordt door Bovenrijkersloot en Benedenrijkersloot. Diemerdam werd
+oudtijds gedeeld in Diemerdam en Overdiemen, doch na dat Diemerdam op
+een klein gedeelte na is weggespoeld, begrijpt men door Overdiemen,
+Diemerdam mede, als ook de buurt de Vierhuijzen, die voormaals aan
+Overdiemen, vóór het graaven der vaart naar Muiden, gehecht was: op
+deeze wijze wordt de gaêring der dorps- en andere lasten gedaan,
+Outersdorp, boven gemeld, is eene zeer aangename buurt, waarin
+verscheide moestuinen, en wèltoegemaakte weilanden en plaisierplaatzen
+liggen; bij dezelven is een kerkhof voor de Hoogduitsche Joodsche
+Natie, die geene lidmaaten, of armoedig zijn: digt hierbij is een
+herberg, Zeeburg genaamd; voor dezelve ligt een steenen redout, alwaar
+de beesten voor rekening van het Oude Zijds Huiszittenhuis te Amsteldam
+worden ontscheept, en de varkens, door iemand van het Gerecht daartoe
+gesteld geschouwen: Jaap Hannes, daaraan grenzende, is thans een
+gedeelte land en dijk: het ontleent zijn’ naam aan een zeer groote
+buurt, weleer aldaar gelegen, doch die door een inbraak, in den vloed
+bedolven is, en waarvan men wil, dat het water, het Nieuwe Diep, zijn
+oorsprong voor het grootste gedeelte heeft.
+
+Buitenkerk, of, zo als sommigen willen, Buiten de Kerk, is mede een
+zeer vermaaklijke en welvaarende buurt, waarin, behalven veele
+buitenplaatzen, boerderijen en herbergen, extra schoon wei- en
+moes-land wordt gevonden: buitendijks ligt nog een weiland, groot 61
+morgen, 670 roeden, ’t geen ’s winters onder water staat, en daardoor
+gemest wordt.
+
+Bovenkerk of Bovendekerk, is wel de aanzienlijkste buurt, vermits in
+dezelve verre de meeste huizen, plaatsen, en het beste land wordt
+gevonden; als mede om dat er de buurt Diemerbrug onder behoort: deeze
+buurt is in 1640 grootlijks aangegroeid, toen naamlijk aldaar de vaart
+naar Muiden en Weesp werd gegraven, en is, zo wegens haare ligging, als
+passage van rijtuigen en schepen, zeer vermaaklijk.
+
+Diemerdam was oudtijds een dorp dat zig zeer verre in zee uitstrekte,
+en ’t is beweezen, (hoe zeer Wagenaar in zijne beschrijving van
+Amsteldam daaraan twijfele,) dat Diemerdam zo nabij aan Waterland was
+gelegen, dat men met een plank of pols van het eene naar het andere
+dorp konde komen; de Pastoor, die in Overdiemen de Capel bediende, was
+tevens Pastoor te Durkerdam; indien nu het water zo groot hadde geweest
+als thans, zou het voor dien man ondoenlijk geweest zijn om op beide
+plaatzen, bij alle gelegenheden, den dienst te kunnen waarneemen: tot
+den jaare 1787 was er in Overdiemen nog een vers voorhanden, gedrukt op
+wit satijn, en, ofschoon zeer oud, wèl geconserveerd, waarin de
+nagedachtenis van een’ Pastoor, die 40 jaaren Diemen en Durkerdam
+bediend had, eenige eer werd aangedaan.
+
+Diemerdam had niet alleen zijn Capel, waarvan het land, waarop dezelve
+stond nog Capelleland genoemd wordt, maar was met verscheide huizen en
+boerderijen voorzien, welke alle door de watervloeden zijn verzwolgen:
+men vindt nog, dat in 1463, diverse morgens land bij de
+Diemerdammersluis lagen.
+
+Van geheel Diemerdam is nog slechts één huis overig, dat op den dijk
+staat, en het huis Diemerdam genaamd wordt.
+
+Overdiemen, weleer een zeer schoon gebuurte, waarin veele rijke
+menschen woonden, diverse fabrieken, scheepstimmerwerven, als anderzins
+waren, is thans zeer vervallen; eensdeels doordien sommigen dat
+quartier niet begeerden te bewoonen, anderdeels door het droogmaaken
+der Diemermeir, sterfte van rundvee, en laatstlijk om dat de Roomsche
+Kerk, die te Overdiemen in ’t midden van de buurt stond, naar
+Diemerbrug is verplaats geworden.
+
+De buurt Vierhuizen, alzo genaamd naar zekeren Vierhuizen, is dat
+gedeelte van Overdiemen, het welk door het graven der vaart naar Muiden
+en Naarden daarvan is gescheiden: men vindt aldaar welgestelde lieden,
+schoone boerenplaatzen en landerijen; onder dezelve munt uit de van
+ouds bekende plaats van den Heere Kanter, Vinken-Hofstede genaamd.
+
+Onder alle de bovenstaande districten telt men de volgende polders.
+
+
+Oetwaaler polder, hierin ligt Diemen met Morg. 65 —
+Diemer polder — 334 — 71 R.
+De Bovenrijkerslooter polder — 334 —
+Diemerdammer polder — 29 — 350 R.
+School en Hopmans-polder — 195 — 500 R.
+De Gemeenschaps polder, voor zo veel
+onder Diemen behoort — 304.6 hond. 75 R.
+Buitendijksche polder — 61.6 hond. 70 R.
+
+ Morg. 1324.6 hond. 66 R.
+
+
+In oude tijden was het Dorp veel grooter, doch in 1632 telde men
+slechts voor Diemen en Diemermeir 91 huizen; honderd jaren laater,
+(1732.) werden 113 huizen voor Diemen en Diemerdam op de
+verpondingslijsten gebragt, en in 1782 werd Diemen op 147 huisgezinnen
+en 477 ingezetenen gesteld, zonder de kinderen medeterekenen.
+
+
+
+
+Het
+
+WAPEN
+
+Van Diemen is een groen veld, waarin een water verbeeld wordt, met drie
+bruine zwemmende eenden.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+De Kerk van Diemen was eertijds een Parochie-Kerk, aan de H. Maagd
+opgedragen, die er des ook als Patronesse werd gevierd; deeze Pastorie
+werd beurtlings door den Paus en de Proost van Oudmunster vergeven: ’t
+gebouw is zeer oud, staande in het Dorp, dat, gelijk gezegd is,
+voorheen veel grooter was: rondsom dezelve stonden een menigte huizen,
+die door de brand weggeraakt zijn: de Kerk was oudtijds met een Orgel
+en schoone Capellen voorzien, van welke thans één tot een Consistorie
+en Kerkmeesters Kamer dient; het gewelf, waarvan nog eenige duistere
+overblijfsels zijn, is beschilderd met de verbeelding van eenige aloude
+voorzeggingen, en van de vervulling derzelver in de persoon des
+Zaligmaakers: het gebouw is zeer ruim doch oud, en dreigt, gelijk de
+toren, die al eenige voeten overhangt, intestorten: de grond van de
+Kerk, dienende tot begraaving der lijken, is vóór den tijd der
+reformatie voor allerheiligst gehouden, en veele menschen uit Amsteldam
+kochten, om die reden, aldaar de graven voor ongemeen hooge prijzen: de
+klokken, die in den toren hangen, zijn (zo men zegt,) door den Paus
+zelven gewijd, waardoor ieder goed Roomschgezinde, in gevalle van
+afsterving, dezelven, veel langer dan op andere plaatzen, laat luiden.
+
+Rondsom de Kerk is een zeer groot Kerkhof, op ’t welk, dewijl men ’t,
+gelijk gezegd is, voor zeer heilig houdt, veel begraaven wordt, zo van
+bewooners dier banne als van elders.
+
+Achter dit Kerkhof stond weleer een huis voor den Predikant; dan,
+dewijl het zelve zeer vervallen was, en geene huizen daarbij stonden,
+is het afgebroken; in den jaare 1770 is op den kerkweg naar Diemen, een
+nieuwe Pastorie gezet, voorzien van een zeer groote tuin: dit huis
+heeft beneden vier, en boven zes kamers, allen zeer net beschilderd,
+gestucadoord en behangen, behalven een zeer groote zolder en vliering;
+naast hetzelve is een huisjen getimmerd, dienende zo tot een tweede
+keuken, als tot berging van goederen.
+
+Diemen werd in 1595 met Ouderkerk gecombineerd, en had met hetzelve
+één’ Predikant; in 1607 werd Daniel Plancius, als eerste en bijzondere
+Predikant voor Diemen, bevestigd.
+
+De Roomsche Kerk, die, in den jaare 1786, van Overdiemen naar de
+Diemerbrug verplaatst werd, is een schoon gebouw, welks wederga zeker
+zelden op het platte land gevonden wordt, daar bij staat een huis voor
+den Pastoor, met een groote tuin, alles aan de fraaiheid der Kerk
+beantwoordende: deeze Kerk is aan St. Pieters banden toegewijd.
+
+Het Schoolhuis van deeze ban, staat te Diemen, en is, even als de Kerk,
+een zeer oud gebouw.
+
+De Predikant van deeze plaats behoort onder het Classis van Amsteldam,
+wordt door den Kerkenraad genomineerd, en door den Ambachtsheer
+geapprobeerd.
+
+Bij vacature van een’ Schoolmeester, worden door het Gerecht en den
+Predikant eenige Schoolmeesters gehoord en geëxamineerd; het Gerecht
+maakt als dan alleen een drietal, en geeft hetzelve den Ambachtsheer
+over, om daaruit een’ Schoolmeester te nomineeren.
+
+Men vindt aan de Diemerbrug nog een Schoolmaitres, die de kinderen
+slechts spelden en leezen leert.
+
+In Overdiemen was weleer een school, waarna de plaats Schoolpolder
+genoemd werd, dan door verval dier buurt is het school weggeraakt.
+
+Een Arm- of Wees-huis is in het Ambacht niet voorhanden: de ongelukkige
+voorwerpen, waarvoor men zulke huizen aanlegt, worden aldaar bij de
+opgezetenen besteed.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+In de eerste plaats moet onder dit artijkel geteld worden het
+Gemeenelands huis, waarin de gedeputeerde Waarsluiden, thans
+Hoogendijks-Heemraaden, vergaderen: hetzelve staat op den dijk bij Jaap
+Hannis, niet ver van de Yperslootersluis, en wordt bewoond door een’
+Opzichter, die bij voorschrevene Heeren aangesteld wordt: het is een
+schoon gebouw met twee vleugels, en werd in 1726 herbouwd: in den
+voorgeevel staat
+
+
+ A I C De fret I bato VI furore
+ ar Cendo agrIs t Ven DIs
+ ag It Vr
+
+
+’T voorhuis van het gebouw is van boven en ter wederzijden
+gestucadoord, en prijkt, behalven met een Nephtunis op zijn’ wagen, met
+de wapens der Provinciën Holland, Utrecht, en dertien steden en
+plaatzen, uit welken de Hoogedijks-Heemraaden zijn gedeputeerd: aan
+elke zijde ziet men een ruim vierkant vertrek.
+
+Bij dit huis behoort een spatieuse tuin, die in 1789 merkelijk vergroot
+is, door het aankoopen van de plaats Ruimzicht, daar nevens gelegen.
+
+Men vindt in Diemen nog een herberg, die aan particulieren behoort, en
+het Rechthuis genoemd wordt: deeze herberg, die weleer het Ambacht
+toebehoorde, was oudtijds het Rechthuis: men ziet er nog verscheide
+oude wapens van het Gerecht: het plagt voorzien te zijn van een boejen,
+die thans weggeraakt is.
+
+Voor dit huis staat een justitiepaal: des zomers wordt dikwijls
+rechtdag gehouden, doch des winters aan de Diemerbrug.
+
+Bij gezegde brug, aan de Weespervaart, ontmoet men een nieuw aangelegd
+kerkhof voor lieden die niet in de kerken begraaven willen worden: het
+zelve is geplaveid met groote zerken, en afgesloten door een schoon
+hek, met doodshoofden versierd: dit kerkhof, heeft een privilegie,
+inhoudende, dat al wie van buiten deeze Jurisdictie daarop begraven
+wordt, slechts éénmaal het landsrecht behoeft te betaalen.
+
+Er liggen twee sluizen aan den Hoogendijk; als de IJperslooter sluis en
+Diemerdammer sluis, de eerste wordt voornaamlijk onderhouden door
+Amsteldam.
+
+
+ Bijleveld voor ¼ in de lasten,
+ Proosdij ¼ in de lasten.
+
+
+Doch wordt weder door vier districten gedragen naamlijk:
+
+Zevenhooven, Mijdrecht, Wilnis, Uithoorn.
+
+
+ Amstelveen ¼
+ Ouderkerk ¼
+
+
+Deeze sluis lag reeds in 1413: bij dezelve behoort de visscherij in het
+Nieuwe diep.
+
+De Diemerdammer sluis, anders genaamd, de Sluis van Claas Jacobsz., in
+het jaar 1599 gemaakt, wordt voornaamlijk onderhouden door Weesp.
+
+Weesper Carspel (waar onder ’t Gein, de Gaasp en de Bijlemermeir
+behooren,) Diemen, Abcoude, Nigtevegt, Overdiemen.
+
+Oudtijds plagt hier nog een sluis te liggen, die men noemde de Kost
+verloren sluis, doch van weinig nut zijnde, is zij gestopt en
+vernietigd.
+
+
+
+
+REGEERING
+
+Dezelve bestaat, volgends de conditie van verkoop, uit de Bailliuw van
+Amstelland in het Crimineele; een Schout Civil.
+
+Zeven Schepenen, die zo wel den eed aan de Bailliuw in het Crimineele,
+als in het Civile aan den Ambachtsheer doen.
+
+Zes Buurtmeesteren die over de gaêring en dorps omslagen zitten, en een
+Secretaris.
+
+De Bailliuw van Amstelland wordt geëligeerd door Hun Edele Groot
+Mogenden, uit een drietal, dat Burgemeesteren der stad Amsteldam
+overgeeven: Schepenen nomineeren in Januarij veertien persoonen, den
+Gereformeerden Godsdienst toegedaan, en uit dezelven kiest de
+Ambachtsheer den 2 Februarij, zeven tot Schepenen: gemeenlijk worden er
+twee, die het voorige jaar gediend hebben daar onder gekozen, edoch
+volgends de koopconditien van de Ambachtsheerlijkheid, staat zulks aan
+den Ambachtsheer: de Schout en Secretaris wordt gesteld door
+Burgemeesteren der stad Amsteldam, als Ambachtsheeren.
+
+Buurtmeesteren kiezen op voorsz. datum, twaalf persoonen waar van zes
+tot Buurtmeesteren, door den Ambachtsheer, verkozen worden: somwijlen
+laat de Ambachtsheer één’, ook wel twee van het voorige jaar aan
+blijven.
+
+Een Hoog-Heemraad van Amstelland, wordt door den Ambachtsheer gesteld,
+’t geen gemeenlijk de Schout Civil is.
+
+Schout en Schepenen hebben, als Heemraaden het recht om den zeedijk te
+schouwen, en de binnenwegen te doen opmaaken, in welk recht zij van
+tijd tot tijd zijn gemaintineerd, tegen de meening van de zulken die
+hen daarin zochten te turbeeren: thans echter hangt er over het
+opmaaken der binnenwegen, voor den Hove Provinciaal, een proces,
+tusschen dit gerecht en poldermeesteren van de School- en
+Hopmans-polders.
+
+Nog heeft men een Dijk-Collegie onder de benaaming van Dijkgraaf en
+Hogendijk-heemraaden van de Zeeburg en Diemerdijk, wier amt is, den
+dijk die door Schout en Schepenen van Diemen geschouwd is,
+nateschouwen, en te belaaken, en voords een directie te voeren over het
+hout en ijzer van den beplaaten dijk, doch dit hout en ijzer is thans
+weggenomen, en in deszelfs plaats zijn steenen gelegd: het Collegie
+bestaat uit den Bailluw van Amstelland, als Dijkgraaf, den jongsten
+Burgemeester der stad Amsteldam, één uit Muiden, Weesp, één uit Weesper
+Carspel, één uit Loosdrecht, één uit Loenen, Kroonenburgs gerecht, één
+uit het Sticht van Utrecht, één uit Kortenhoef, één uit Breukelen
+gezeten in Johans Gerechte van Nienrode, één uit Abcoude, en één uit
+Nichtevecht: dit Collegie is ad vitam, en heeft een’ Secretaris en
+Boden.
+
+
+
+
+VOORRECHTEN.
+
+In de eerste plaats heeft het Gerecht een privilegie van het schouwen
+van den hoogen Zeeburg Diemerdijk, in gevolge diverse privilegiën.
+
+En om de beesten op dezelve weidende te schutten.
+
+Het recht van de jagt is mede aan den kooper van deeze Heerlijkheid
+gegeven; voords het recht van parate executie.
+
+De kooper heeft de eigendom van de Diemerbrug, en het recht om van alle
+schuiten enz. tol te vraagen.
+
+Het Gerecht heeft privilegie van de Op- en In-gezetenen tot
+onderhouding van het dorp, eenig geld te mogen vraagen, ’twelk eertijds
+neusgeld genaamd word, doch nu volgends privilegie van 1755, dorps
+kosten heet. De Ingezetenen kunnen vonnis haalen te Amsteldam, in
+gevolge ’t privilegie van Hertog Albrecht, de dato 15 Maart 1387
+(1388.)
+
+Het Gerecht heeft het voorrecht om de gevangenen te Amsteldam in de
+boejen te laaten brengen, en die aldaar in de gewoonlijke verhoorkamer
+te verhooren.
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN
+
+Oudtijds bestond dezelve in schepen te maaken; er stond weleer een
+kruidmakerij, op de plaats waar naderhand de traankokerij is geweest:
+te Diemen woonden groote reders in de walvischvangst; er waren
+wasbleeken, een wolwasserij: voords waren de opgezetenen voor het
+grootste gedeelte karnmelksboeren en visschers, thans is de landbouw,
+en groenboerswerk, hunne hoofdbezigheid.
+
+De boeren brengen ’s morgens hun melk na de stad om ze aldaar
+uitteventen.
+
+
+
+
+GESCHIEDENISSEN
+
+Diemen welk eerst aan den Bisschoplijken stoel van Utrecht, en daar na
+aan de Graaven van Holland leenroerig was, werd weleer door Heer
+Gysbrecht van Amstel bezeten, die in den jaare 1225 het zelve, benevens
+Muiden en Weesp, met de tollen en visscherijen, voor altijd van
+Bisschop Otto den Tweeden van Utrecht, voor dertig ponden ’s Jaarlijks
+verkreeg, en even daarin, als in alle andere dorpen van Amstelland, het
+gebied voerde; dan in den jaare 1296, mede deel gehad hebbende aan den
+moord van Graaf Floris den Vyfden, en deswegen buitenlands moest
+vlugten, werd Diemen met alle dorpen in Amstelland, verbeurd verklaard,
+en der Graaflijkheid van Holland ingelijfd; waarin het tot den 18
+October 1731 is gebleven, als wanneer de stad Amsteldam het zelve voor
+een somma van ƒ 10300 van de Staaten van Holland kocht en verleid op de
+Heer Gerrit Corver, Heer van Velsen, Burgemeester der stad Amsteldam.
+
+Diemen is zeer dikwijls door hooge watervloeden overstroomd, en
+ongelukkig geworden.
+
+Bij den Juliaans vloed, van 1164, werd deeze ban gantschlijk
+overstroomd; de meeste bewooners werden met schuitjens van de daken
+hunner huizen gehaald, terwijl een groot gedeelte door het water werden
+verzwolgen.
+
+1219 trof dit Ambacht het zelfde ongeluk, en honderden van menschen
+verdronken.
+
+1477, is het Land door een doorbraak in den dijk geïnundeerd, en daarin
+verscheide waalen gespoeld.
+
+1509 brak de dijk door, en Amsteldam leed bij deeze doorbraak zeer
+veel.
+
+1516 en 1530, brak de dijk weder en op verscheide plaatsen door,
+waardoor het land onder water gezet werd.
+
+1570 braken bij eenen sterken springvloed, uit het noordwesten, dertien
+gaten in den Diemerdijk, zettende niet alleen gantsch Diemen, maar ook
+gedeeltelijk Amsteldam onder.
+
+Diemen is mede van tijd tot tijd zeer ongelukkig geworden door den
+oorlog, zijnde het geheele Ambacht meermaals niet alleen door het
+krijgsvolk afgeloopen, maar de opgezetenen ook geplunderd, en geheel
+geruïneerd.
+
+In het jaar 1572 werd door het staats krijgsvolk onder den Graave Van
+der Mark, het dorp Diemen gedeeltelijk, met de kerk, afgebrand.
+
+1573 verschanste Sonoi zig bij Jaaphannes op IJpersloot, en liet veele
+der landerijen ruïneeren, om die schansen te maaken: stak eindelijk bij
+Jaaphannes den dijk door: daar na werd hij uit zijn schans verdreven,
+en een groot gedeelte huizen door het geschut en de vlammen geruïneerd.
+
+1576 werd Diemen mede door het krijgsvolk afgelopen, en het weinige dat
+overbleef geroofd.
+
+1610 was het water zo hoog, dat het over den dijk liep, Diemen
+overstroomde, en alle de kelders te Amsteldam, tot aan de Warmoesstraat
+onder water zettede, terwijl een gat van eenige roeden in den
+Diemerdijk scheurde.
+
+1621 waaide al het paalwerk van den dijk omver, en het water liep als
+een zee er over, en inundeerde het land.
+
+1651 brak de Diemerdijk weder door, het water inundeerde Diemen, de
+Diemermeir, en liep te Amsteldam tot aan den Dam: 1665, 1675 en 1682,
+werd Diemen weder overstroomd.
+
+Diemen is tweemaal een prooi van het vuur geweest, de laatste keer in
+1652, wanneer het Schoutshuis, benevens eenige huizen van particulieren
+zijn afgebrand, deezen vuurnood heeft ook verscheide privilegie-brieven
+verteerd.
+
+1702 braken andermaal verscheide gaten in den dijk, en zettede het land
+onder water.
+
+1717 vloeide het water over den dijk, en inundeerde de polders.
+
+In 1732 kwam er in het paalwerk ook het bekende gewormte, dat al het
+zelve doorknaagde, en den dijk in het uiterste gevaar bragt.
+
+Dikwijls na, en vóór deeze tijden zijn er hooge vloeden geweest, die
+geheel het Ambacht dreigden ondertezetten, doch door God ’s goedheid en
+door menschlijke hulp, werd het gevaar gekeerd; zo als nog korts
+geleden in de hooge vloeden van 1790 en 1792.
+
+1787 heeft het dorp eerst door de troepen van den Staat en naderhand
+door den inval der Pruissen, voor welken het land geïnundeerd was, veel
+geleden.
+
+De ingezetenen van Diemen kunnen niet gezegd worden, de Patriotsche
+partij [15] toegedaan geweest te zijn, ten minsten, veelen van hun
+niet, het welk te besluiten is uit de ontmoetingen van hun thans
+rustend Predikant, Bernardus Bosch, de beroemde dichter van het alom
+geprezen Dichtstuk De Eigenbaat, desaangaande gehad hebbende: hij was,
+om de inundatie en de Pruissische troupen, genoodzaakt zig naar
+Amsteldam te begeeven, gelijk zulks meer andere Dorpleeraars hebben
+moeten doen; doch na het vertrek der soldaaten voornoemd, ging hij
+weder na Diemen om te prediken, zijnde zijn Wel-Eerw. de eerste der
+gewekene Buitenpredikanten, die dat werk weder op zijne standplaats
+verrichtte: na het afloopen van den dienst, is hij op eene zeer
+onheusche wijze aangevallen, ook door zulken van zijne gemeente, die
+hem nog voor weinige dagen betuigd hadden, dat ze veel zegen onder
+zijnen dienst genoten.
+
+Allertreffendst zeker zijn de verdere lotgevallen van zijn Wel-Eerw.
+ten opzichte van het jongstleden volksverschil, waardoor gantsch
+Nêerland zulk een gevoeligen neep is toegebragt, dat het er nog
+werkelijke de grievende naweën van gevoelt.
+
+Na men zijn Wel-Eerw. van niet minder had getracht te beschuldigen, dan
+dat hij de Obligatiën der kerke had laaten steelen, en na ook van dien
+blaam gezuiverd te zijn geworden, had zijn Wel-Eerw. ijver genoeg in
+zijnen moejelijken post, liefde genoeg voor zijne nu bijna herderlooze
+kudde, en vertrouwen genoeg op zijnen God, om andermaal zijn beroep te
+gaan waarneemen, ofschoon men zijn Wel-Eerw. vooraf hadde doen weeten
+dat men hem, in gevalle hij zulks dorst bestaan, ’t zeer euvel zoude
+afneemen; na het eindigen dier leerrede, werd hij ook door eene groote
+menigte omringd, en met de hevigste aandoeningen overladen—na te
+vergeefsch om bescherming verzocht te hebben, vond zijn Wel-Eerw. niet
+ongepast geraden, zijn beroep nederteleggen, ’t geen hem vergund werd
+met behoud van eer—zijne vijanden waren hier mede niet voldaan, (hoe
+verre kan eene domme opvatting, of de verleiding van anderen, een
+mensch niet vervoeren!) men beschuldigde zijne Wel-Eerw. van landen
+geïnundeerd te hebben, en zelf mede geëxerceerd te hebben; niet
+tegenstaande zijn Wel-Eerw., wat de inundatie betreft, dezelve heeft
+getracht te verhinderen, en nimmer zelf geëxerceerd heeft, ofschoon,
+zijn Wel-Eerw. betuigd heeft, er sterk vóór geweest te zijn, op grond
+dat de Souverain het exerceeren ten platten lande had bevolen, ’t was
+derhalven den pligt van zijn Wel-Eerw. het oogmerk van zynen Souverain
+te bevorderen; deeze laster is zelfs zoo verre gegaan dat men een
+spotprent op zijn Wel-Eerw. in openbaaren druk deed uitgaan, waarop
+hij, naar ons voorstaat, als predikant en soldaat, op de
+belagchelijkste, en lafste wijze wordt uitgebeeld; men wierp hem mede
+in ’t openbaar een dichtjen naar ’t hoofd, van dezen inhoud,
+
+
+ Heraut der muiterij, in schijn van Gods gezant,
+ Zorg voor de zielen van uw boeren, enz.
+
+
+’T gelust ons niet meer daar van uitteschrijven, gelijk wij ook van dit
+punt der Historie van Diemen afstappen, oordeelende genoeg gezegd te
+hebben, om te doen begrijpen hoedanig in de jongstledene troubelen de
+zaaken desaangaande, aldaar stonden.
+
+
+
+
+BIJZONDERHEDEN
+
+Zijn op dit dorp niet voorhanden; ’t geen er te bezien valt, zijn
+alleenlijk de gebouwen, hier voor beschreven: intusschen vergete men
+niet het kerkhof rond te wandelen, om de Batavische en menschlievende
+Jonkvrouw Catharina Amaria Best, die aldaar begraven ligt, in zegening
+te gedenken: haar graf is kenbaar aan een blauwen zerk, schuin liggende
+op een gemetselden voet: dat zij bij alle menschen met erkentenis
+gedacht behoort te worden, is te bewijzen uit het geen op haar zerk
+gelezen wordt: dus luidende:
+
+
+ Voor Jonkvrouw
+ CATHARINA MARIA BEST
+ Geboren den 16 Maart 1740,
+ overleden in Amsteldam
+ den 4 februarij 1782.
+ en begraven den 9 dito.
+
+
+ Zij wier verheven geest,
+ Geduurende haar leven,
+ Den minsten sterfling stof
+ Tot klagen heeft gegeven,
+ Verkoos, op dat haar lijk
+ Ook niemand nadeel gav’,
+ Van kerkelijken praal
+ Dit kerkhof tot haar graf.
+
+
+Thans verdient ook in oogenschouw genomen te worden, de batterij die
+men bezig is aan Diemerdam, te leggen, uit vrees, zeide men, van een
+aanval der Franschen.
+
+
+
+
+LOGEMENTEN
+
+ ’T huis genaamd Zeeburg, aan den Diemer Zeedijk.
+ Vischlust, en Pampuszicht.
+ In Diemen ’t zogenaamde Rechthuis.
+ Aan Diemerbrug, ’t huis te Rust.
+ De Vergulde Wagen, en de Rijger.
+ Aan Diemerdam, ’t huis genaamd Diemerdam, nevens nog eenige kleine
+ tappers, zo te Diemen aan Diemerbrug als in Overdiemen.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN
+
+Men vaart geregeld met de Weesper en Muider schuiten, dagelijks, tot
+aan de Diemerbrug, daar dezelve schuiten een weinig tijds vertoeven:
+Diemen heeft ook een eigen schipper, die tweemaal ’s weeks, maandag en
+vrijdag, visa versa vaart, bezorgende vrachtgoederen en andere
+benodigdheden voor de Ingezetenen: nog vaart er ’s zondags ’s morgens
+ten 8 uure, een kerkschuit, van de Tolbrug in de Meir, na Diemen, zo
+tot gemak voor de bewoonders van de Meir als andere lieden die begeeren
+te Diemen in de kerk te gaan, vertrekken de zelve schuiten wederom
+terug met het uitgaan van de kerk, en voor de geene die begeeren te
+wandelen, gaat men door de Meir tot aan Diemerbrug, of den Diemerdijk
+langs tot aan den afloop na Diemen, waarna men in een quartier uurs op
+het dorp kan weezen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE DIEMER- OF WATERGRAFTS-MEIR.
+
+
+Onder de aangenaame wandelingen waarmede het wereldberoemd Amsteldam,
+in zijnen ommekring pronkt, behoort ongetwijfeld de vermaaklijke
+Diemer- of Watergrafts-meir, te aanmerkelijker daar dezelve door de
+hand der kunst, en door het taai geduld van den noesten arbeid uit het
+water voordgebracht is; waarom zeker dichter te recht zingt:
+
+
+ Waar de gladde vischjens zwierden
+ In het spieglend element,
+ En daar ’t taaje fuikjens cierden
+ Zijn nu kluitjens voor de lent.
+
+
+
+
+De
+
+LIGGING,
+
+Deezer bekoorelijke plaats, kan gezegd worden te zijn, ten noorden aan
+den Outewaaler polder, ten oosten, en gedeeltelijk ten zuiden aan de
+banne van Diemen, en verder ten zuiden aan de Duivendrechtsche polder,
+in de banne van Ouderkerk; ten westen wordt zij door den Amstelstroom
+afgescheiden van de rechtbanne van Amstelveen—zo vermaaklijk als de
+Meir zelve is, zo vermaaklijk zijn ook de wegen derwaards, van
+Amsteldam af; deezen zijn naamlijk, een langs de rivier de Amstel
+voornoemd, tot op een vierde uurs, of omtrent 400 roeden van de stads
+cingel, alwaar de zogenaamde Schulpbrug ligt, en de ringdijk waarin de
+Meir besloten is, zijn begin neemt; hetzelfde pad vervolgende, naamlijk
+langs den Weesperweg, komt men aan het begin van den Kruisweg der Meir,
+alwaar men derhalven ook daarin kan komen: de andere weg, die de
+Oudewaaler weg geheten wordt, ligt op meer dan een vierde minder ver
+van de stad af, naamlijk buiten de Muiderpoort, en is een zeer
+vermaaklijke weg, aan wederzijde beplant met boomen; aan den eenen kant
+is een genoegzaam breed pad voor de wandelaars door een tweede rei
+boomen afgebakend, welk pad weleer zeer zindelijk onderhouden werd met
+smids koolen; nog was in vroegere jaaren tusschen gezegde boomen, eene
+heining van haagedoorn geplant, die, vooral als zij bloeide, eene zeer
+aangenaame vertooning maakte; ook waren de bestuurders der Meir tot zo
+verre daarmede vooringenomen, (en niet zonder reden,) dat op zondag, en
+vooral op hoogtijdsdagen, met naame hemelvaartsdag, een oppasser langs
+dezelve ging, om, (wegens de bij zulks gelegenheid ongemeenen toevloed
+van wandelaars,) alle baldaadigheden te voorkomen; doch sedert is die
+cieraad der Meir geheel te niet gegaan, zo dat men thans, dat hoogst te
+beklaagen is, niets meer van die haag ontmoet.—Zie verder ons artijkel
+aanleg en grootte.
+
+De grond van deeze droogmaak, is ongemeen vet en vruchtbaar, men heeft
+er de schoonste wei- en warmoes-landen: de landen liggen ter diepte van
+14 voeten beneden het buitenwater, zo dat het overige polderwater, ter
+hoogte van 15 voeten, moet worden opgemalen: tot in den jaare 1743,
+geschiedde zulks met vier watermolens, welken elkander het water
+toemaalden, doch ten gemelden jaare, of daaromtrent, gaf zekere
+Anthonij de Jong, Koopman te Amsteldam, aan Dijkgraaf en Heemraaden van
+de Meir, een middel aan de hand om het gezegde opmaalen te doen met
+slechts twee molens, mits de schepladen uit dezelven te ligten, en
+zijne nieuw uitgevondene en geoctrooieerde waterschijven in derzelver
+plaatse te stellen, waarvan hij eene proef, ten zijnen koste, aan bood:
+dit werd toegestaan, en na dat men, den gehelen winter door dezelve in
+’t werk gesteld, en aan de verwachting beantwoordende bevonden had,
+besloot het collegie van Dijkgraaf en Heemraaden, een beding met
+gemelden uitvinder, en zijnen medestander Huibert Ketelaar, te maaken;
+om de Meir met twee schijfmolens te bemaalen en droog te houden;
+waartoe hij in de herfst van den jaare 1744, moest gereed weezen: deeze
+overeenkomst heeft sedert, zelfs boven verwachting, aan het oogmerk
+beantwoord; blijkens twee getuigschriften, een de dato 13 Mei des jaars
+1745, en een van den 25 Mei 1747: „Beiden deeze molens,” leezen wij,
+„op eenen behoorelijken afstand geschikt, doen niet alleen het werk van
+de voorige vier molens; maar geraken ook met den minsten wind aan den
+gang, en slaan het water met veel gemak, uit, in den gemeenen boezem
+van Amstelland; zij blijven zelfs in den hardsten vorst doormaalen, en
+zijn instaat de Meir, vroegtijdig, van het overtollig water te
+ontlasten:” het gemak dat deeze molens, behalven de vermindering van
+kosten, aanbrengen, verdient, naar onze gedachte, alle mogelijke lof,
+en navolging.
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+Diemermeir wordt dit verrukkelijk oord genoemd, om dat het nabij Diemen
+ligt; doch de oorsprong van den naam Watergraftsmeir is geheel onzeker;
+wij zouden echter met sommigen eene bedenking kunnen maaken over de
+mogelijkheid, of niet het water van deeze Meir eerst bestaan heeft in
+een graft, die door de overstrooming tot een Meir is aangegroeid,
+waardoor voor den naam van Watergrafts-meir, dat is de Meir, die weleer
+slechts een graft, een watergraft was, eenen oorspronk zoude gevonden
+weezen. Hoe het hier mede zij, dit is zeker dat de waterplas, vóór de
+bedijking, groot genoeg geweest is, en ook diepte genoeg gehad heeft om
+met oorlogschepen bevaren te kunnen worden: niet ten onpasse wordt ten
+bewijze daarvan het volgende bijgebragt: „Omtrent den jaare 1508,” zegt
+men, „in den Gelderschen oorlog, die Hertog Karel tegen de Hollanders
+voerde, na den dood van Filips van Oostenrijk, verweerden zig die van
+Amsteldam, uit eene schans bij de IJpe-sloot, weleer een buurt, daar
+het Nieuwe diep de landen sedert heeft overstroomd; deeze schans werd
+gedekt door verscheidene schepen, op het IJ, en één op de Diemer-Meir;
+waardoor de Gelderschen genoodzaakt werden aftewijken—en dergelijk
+middel van galeiën op de Meir,” vervolgt men, „met onderstand van
+schepen op het IJ, verdreef ook, in den jaare 1573, het volk van
+Sonnoij, het welk den Diemerdijk bemagtigd had, om Haarlem te verligten
+en Amsteldam, ’t welk toen de Spaansche zijde hield, te benaauwen; doch
+deeze benden werden zelven benaauwd, en een wakkere tegenstand konde
+haar niet bevrijden van den hongersnood door het missen van toevoer,
+waarom zij de opgeworpene schans bij IJpe-sloot moesten verlaaten.”
+
+
+
+
+AANLEG EN GROOTTE.
+
+De aanleg deezer Meir moet zekerlijk gebragt worden op den tijd haarer
+bedijking, en droogmaaking: reeds vóór gezegde bedijking was de plas
+een eigendom van Burgemeesteren van Amsteldam, „die in den jaare 1624,”
+dus luidt de beschrijving desaangaande: „met kennis en goedvinden van
+den Raad der stad, besloten deeze Meir te bedijken, en tot land te
+maaken; waartoe zij, in den zelfden jaare, octrooi van de Staaten van
+Holland en Westfriesland verkregen, met vele vrijdommen, die gemeenlijk
+bij dergelijke onderneemingen worden vergund: dit octrooi werd in den
+jaare 1626 uitgebreid, door de vergunningen van de landen, kaden,
+wegen, als anderszins, ’t welk tot de bedijking nodig was van de
+eigenaars te mogen overneemen: volgends deeze octroojen, werd het werk
+der bedijking en droogmaaking tot stand gebragt, en de Meir was droog
+in den jaare 1629,” weshalven de aanleg van dit verrukkelijke oord moet
+gesteld worden tusschen 1624 en 1629: Burgemeesteren van Amsteldam
+verkochten ook aanstonds de drooggemaakte landen, die naderhand, op de
+31 julij des jaars 1631, gekaveld, en dus bij kavelingen van tien
+morgen, aan de koopers toegedeeld werden; en ten opzichte van die
+landen welken langs den ringmuur liggen, met eene toegift van omtrent
+één morgen, voor het oude land, aan den voorigen zoom van de Meir.
+
+Wat de grootte van dit Amstels paradijs betreft, de dijk waarin
+hetzelve begrepen is, gemeenlijk de ringdijk genaamd, heeft eenen
+omtrek van 2500 roeden, en is rondsom, behalven aan den Amstel en het
+Nieuwe-diep, omvangen van eene bekwaame ringsloot, waarvan de
+visscherij aan de stad Amsteldam behoort, doch Burgemeesteren van die
+stad, zijn gewoon dit recht aan Dijkgraaven en Heemraaden der Meir,
+voor een zekere somme gelds in ’t jaar, ten behoeve dier plaatse, in
+pacht te laaten, die dit water in verscheidene parten weder aan
+visschers verhuuren.
+
+Verder vinden wij wegens de grootte der Meir het volgende aangetekend:
+„Bij het kavelen der landen in de Meir, werden 705 morgen lands
+uitgegeven; waarvan echter maar 662 morgen 301¾ roeden in de omslagen
+en gemeene lasten gelden: Burgemeesteren behielden alleen 30 morgen ten
+behoeve der stad Amsteldam, en uit dien hoofde het recht om als
+Hoofdingelanden zitting te hebben, tot het hooren van de jaarlijksche
+rekeningen, en te helpen beraadslaagen en besluiten over zaaken, die ’t
+Heemraadschap betreffen.”
+
+De aanleg is zeer regelmaatig geschiedt; de grond in zijn geheel is
+kruiswijs doorsneden, met twee breede gemeene wegen, waardoor de Meir
+in vier deelen gedeeld wordt: de voornaamste deezer doorsneden is de
+Middenweg, langs welke verscheidene lantaarns, tot gerief van de
+bewooneren en de reizigers geplaatst zijn; er staan ook lantaarns langs
+den Ringdijk van de Schulpbrug tot aan het Rechthuis; de gezegde
+schoone breede laan, loopt van de Outewaaler, of zogenaamde Tolbrug,
+naar de Hartsvelder of Diemer-brug; gezegde Outewaaler-brug, draagt den
+naam van Tolbrug, om dat op dezelve een tolhek staat, aan ’t welke voor
+ieder Rijtuigen, een paard of hoornbeest, enz. dat er overgaat, iet
+moet betaald worden. Voor de schaapen betaalt men geen tol.
+
+De kruisweg, die den middenweg omtrent het midden doorsnijdt, begint
+aan het zandpad over den grooten Duivendrechtschen polder, en eindigt
+aan het Nieuwe-diep: beide deeze hoofdlaanen zijn grootendeels met
+opgaande ijpen- en linde-boomen beplant, die een schoon sieraad geeven,
+door de netheid waarmede zij onderhouden worden; „Verscheidene laanen,”
+dus luidt eene beknopte beschrijving deezer Meir, welke beschrijving
+echter veeleer nog te flaauw is dan dat zij eene onwaarheid zoude
+bevatten; „(Verscheidene laanen,) vermeerderen den luister deezer
+bedijking; de Schagerlaan is eene der aanzienlijksten, en heeft eenen
+rijweg naar de midden- en kruis-weg; zij strekt voor eene aangenaame
+wandeling onder het lommer der net geschorene ijpen-boomen, ter
+wederzijde van den weg, tot verlustiging van de wandelaaren die hier in
+den zomer menigvuldig zijn; de andere der voornaamste laanen die er
+gevonden worden zijn de Paauwenlaan, de Groene- of Burghorst-laan, en
+de Klooster- of Schulp-laan, die echter geenen doortogt hebben: alle
+deeze laanen en wegen, pronken met aangenaame tuinen, en deftige
+lusthoven, waarvan veele der landhuizen elkander in pracht trotseeren;
+ook wordt de bekoorelijkheid vermeerderd door de verscheidenheid der
+gezichten over de vruchtbaare weilanden, en net beplante moestuinen,
+terwijl het oor in de lente gestreeld wordt, door ’t gezang der schelle
+nachtegaalen, die in deeze oord bijzonder haaren zetel verkozen
+hebben.” Zegt dan de zoetvloejende Willink wel te veel, wanneer hij van
+deeze Meir dus zingt:
+
+
+ Zie hier het groene Diemermeir,
+ Met al zijn hoven, al zijn tuinen,
+ Hier over ’t veerijk veld, zo zeer
+ Verheft zijn hooggestegen kruinen;
+ Het ruime meir dat, prat en fier,
+ Zijn hollen boezem ziet ontslagen
+ Van ’t zeenat, dat, met woest getier,
+ Zijn ouden erfgrond zit te knaagen,
+ Door dijken veilig afgeweerd,
+ Op dat geen vloed zijn welvaart deert.
+
+ Verrukkend Meir, dat ieder wenkt
+ En nodigt op uw hofbanketten,
+ Waarmeê ge uw minnaars voedt en drenkt,
+ Zo mild en rijklijk voortezetten,
+ Gij lokt, gij trekt mij derwaards aan,
+ Om door uw breede en groene dreeven,
+ Naar uwe ruime maliebaan,
+ Langs veld en hoven heen te streeven,
+ Bij ’t klinken van het zoet geluid,
+ Van ’t nachtegaalen orgelfluit.
+
+
+Aan iederen toegang tot de Meir, als ook aan het nieuwe diep en bij de
+kruislaan, aan het zandpad of de weespervaart, is een wachthuis
+geplaatst, tot verblijf der nachtwachten; voorheen werd door hen ronde
+gedaan, doch dit is sinds verscheidene jaaren niet meer in gebruik: er
+houden nu in ieder wachthuis twee man, en alzo tien zamen post; in den
+zomer van negen uuren des avonds, en ’s winters van half negen uuren,
+tot ’s morgens een half uur na het openen der poorten te Amsteldam:
+voords is ieder nachtwacht met een geladen geweer, een rondstok, en een
+hond gewapend. Er wordt in de Meir ook een goede brandspuit
+onderhouden, ten dienste van welke de inwooners verpligt zijn, ten ware
+zij voor het ontslag van dien dienst betaalen.
+
+Het getal der huizen, waaronder met recht gezegd wordt, dat veele
+deftige en aanzienlijke landhuizen behooren, werdt in den jaare 1730
+bepaald, op 227; dit getal is merkelijk verminderd, om dat sinds eenige
+jaaren verscheidene aanzienlijke buitenplaatsen gesloopt, en tot wei-
+of warmoesiers-land gemaakt zijn: deeze huizen worden bewoond, indien
+men er de gezinnen welken op de buitenplaatsen den zomer komen
+doorbrengen, bij telt, door 250 huisgezinnen; de eigenlijke bewooners
+der Meir, schat men op een tal van 500, de dienstboden daaronder niet
+begrepen: deezen zijn nagenoeg voor de helft den Gereformeerden
+Godsdienst toegedaan, die te Diemen of te Amsteldam ter kerke gaan; de
+overige bewooners zijn van den Roomschen Godsdienst, (uitgezonderd
+eenige weinige Lutherschen,) behoorende voor een gedeelte onder Diemen,
+een gedeelte te Amsteldam, en het overige onder de kerk op het
+Hoedemaakerspad.
+
+
+
+
+Het
+
+WAPEN.
+
+Dit is een zwaan in waterriet; op het lijf der zwaane is een gewoon
+wapenschild, waarop de letters W. G. M. (Watergraftsmeir.)
+
+
+
+
+GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+Onder dit artijkel kunnen wij voegelijk plaatsen het school, aldaar
+aangelegd in den jaare 1786, toen, (op den 1sten Augustus) het
+onderwijs begon: het staat aan den Ringdijk, niet verre van de
+Schulpbrug, en is een allezins aan het oogmerk voldoend gebouw; alle de
+kinderen uit de Meir worden aldaar ter schoole besteld, van wat kerk de
+ouders ook mogen weezen; betaalende daarvoor niet aan den Meester, die
+door de Regeering van de Meir op een bepaald tractement aangesteld
+wordt, maar aan gemelde Regeering zelve; ofschoon de Meester ook de
+vrijheid hebbe kinderen van buiten het district der Meir in zijne
+school te ontvangen, na alvoorens door de ouders derzelven, met Heeren
+Gecommitteerden, (welke ook regeringsleden zijn) dieswegen is
+gesproken, en als dan een order-briefjen van dezelve aan hem wordt
+vertoond.
+
+Alle jaaren word ook door de opgemelde Heeren in de school, een examen
+met de kinderen gehouden, en eenige dagen na dat zulks is afgelopen,
+gaan alle de kinderen onder het opzigt van den meester twee aan twee
+naar het rechthuis op de zaal, alwaar als dan de geheele Regering
+vergadert, benevens een aantal aanzienlijke persoonen, welke ’s
+jaarlijks mildadig tot dit leerschool contribueeren, en wordt als dan
+aan alle de aanweezende persoonen den staat en balans van het school
+opengelegd, en vervolgends aan de meestgevorderde kinderen eenige
+boeken tot prijzen geschonken: de meester is ook verpligt de kinderen
+der geallimenteerden en de weezen in zijn school te onderwijzen.
+
+Een arm- of wees-huis, is in de Meir niet; de armen en weezen worden
+bij de ingezetenen besteed; de laatsten echter draagen geene
+onderscheidende, maar burger kleding.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+Het Rechthuis staat aan den hoek van den ringdijk, en de middenweg; is
+een allezins aanzienlijk gebouw, in den jaare 1777 geheel nieuw, en
+vierkant, van gebakkene steenen opgehaald; rondsom heeft het
+schuifraamen, en van vooren een bordes op colommen rustende: het pronkt
+ook met een geëvenredigd torentjen, met een slaande klok daarin; echter
+is in de kap van het gebouw een uurwerk, dat, naar buiten, de uuren
+wijst, op een wijzerplaat in het frontespies geplaatst—vóór het gebouw
+staan twee fraaje lantaarns, op steene pijlaaren.
+
+Toen het oude rechthuis nog aanwezig was, stond de strafplaats aan de
+zyde, maar nu is dezelve van vooren.
+
+Onder de wereldlijke gebouwen kan ook betrokken worden het tolhek
+voornoemd, op de Outewaaler brug geplaatst; hetzelve staat tusschen
+twee fraaje hardsteenen pijlaaren; boven aan, aan de voor- en achter
+zijde, zijn in dezelven geplaatst marmere steenen, waarop het wapen van
+Holland, dat van Amsteldam, dat van de Meir, en op het vierde leest
+men, anno 1792, in welk jaar dit tolhuis aldus fraai vernieuwd is.
+
+
+
+
+REGEERING.
+
+Bij ’t verleenen van octrooi ter bedijkinge en droogmaakinge van deeze
+Meir, werd, ten aanzien van het Heemrecht vergund, dat de landen in de
+Meir geregeerd zoude worden, door Hoofdingelanden en eenen Dijkgraaf,
+(te kiezen uit een door hen gemaakte nominatie, bij de Staten of de
+Rekenkamer der Graaflijkheids domeinen,) midsgaders door Heemraaden,
+Penningmeester, en andere bedienden, die door de Hoofd-ingelanden
+zouden verkozen worden; naderhand, in den jaare 1629, verkregen
+hoofd-ingelanden, dat alle overdragten en gerechtlijke verbindenissen
+van vaste goederen in de Diemermeir zouden geschieden, ten overstaan,
+van Dijkgraaf en Heemraaden: middelerwijl bleef de Hooge en Civile
+Jurisdictie aan den Gerechte van Amstelveen, Diemen, en Ouderkerk,
+onder welken de landen van de Meir van ouds gelegen waren; doch daar de
+eigenlijke grondscheidingen, voor ieder, gevolglijk ook iederer
+Jurisdictie, niet gemaklijk konde worden bepaald, ontstond er niet
+zelden verschil over de rechtspleegingen, dat aanleiding tot veele
+ongeregeldheden gaf, alwaarom in den jaare 1640, bij de rekenkamer der
+Graaflijkheid van Holland werd besloten, aan Heemraaden te vergunnen de
+Crimineele en Civile Jurisdictie te oefenen met den Bailluw van
+Amstelland, en dat de Dijkgraaf, na het overlijden, van den toen in
+leven zijnde Bailluw, te gelijk Bailluw van de Diemermeir zoude weezen;
+het welk Burgemeesteren van Amsteldam, als Ambachtsheeren van
+Amstelveen, ook toestonden, ten aanzien van de civile en dagelijksche
+Jurisdictie, voor zo verre aanging de gronden onder hun rechtsgebied
+van Amsteldam in de Meir gelegen, behoudende de crimineele
+rechtsoefening aan zig: „Van dien tijd af,” vinden wij aangetekend,
+„zijn de Heemraaden ook Schepenen geweest”.
+
+Volgends deeze vergunning, bestaat de regeering over de Diemermeir in
+twee Hoofdingelanden, verbeeldende Burgemeesteren der Stad Amsteldam;
+den Dijkgraaf, vijf Schepenen of Heemraaden, in opzichte van hun
+onderscheiden bewind, van Heemraadschap, of crimineel en civiel
+rechtsgebied, benevens een Secretaris en een’ Penningmeester.
+
+De Dijkgraaf is volgends de bovengemelde schikking van de
+Graaflijksheid rekenkamer, ook Schout van de Meir; doch hij heeft een
+Substitut, die te gelijk Bode is, en in de Meir zijne woonplaats heeft:
+deeze heeft een’ justitie-dienaar onder zig.
+
+Burgemeesteren van Amsteldam benoemen bij het openvallen van het Amt
+van Dijkgraaf, drie van de voornaamsten der Ingelanden, uit welken één
+door de Staaten van Holland en Westfriesland tot Dijkgraaf wordt
+gekozen; Burgemeesteren stellen ook den Secretaris aan, en verkiezen
+jaarlijks, het ééne jaar twee, en het andere jaar drie Heemraaden, uit
+de nominatie van een dubbeld getal, hun door Dijkgraaf en Heemraaden
+overgeleverd.
+
+De verdere bedieningen staan allen ter begeevinge van het Collegie van
+Dijkgraaf en Heemraaden, in hunne verscheidene betrekkingen, van de
+hoogste tot de laagste toe.
+
+Dit Collegie houdt zijne gewoone rechtdagen, op den eersten maandag in
+iedere maand: sedert de bedijking schijnt hetzelve in de Meir vergaderd
+te hebben; doch met den jaare 1645, werd het verplaatst naar Amsteldam,
+in de Corps de guarde van de Regulierspoort, welke plaats het Collegie
+op den 11 December des jaars 1645 daartoe vergund was: voor ruim
+honderd jaaren, (1693,) verkreeg het Collegie eene betere rechtkamer
+naamlijk onder in het stadhuis te Amsteldam, welke kamer het behield
+tot in den jaare 1716, toen dat vertrek tot een ander gebruik geschikt,
+en Dijkgraaf en Heemraaden van de Meir vergund werd te vergaderen, in
+het Stadhuis voornoemd, boven de kamer van Commissarissen van
+Zeezaaken, alwaar zij tegenwoordig ook nog hunne rechtdagen en
+vergaderingen houden.
+
+Onder de mindere Amtenaaren boven bedoeld, behoort de gaarder van ’s
+Lands imposten, welk amt niet door de Regeering, maar door
+gecommitteerde Raaden begeeven wordt; het wordt thans bekleed door den
+Substitut Schout, de Heer Matthys Elsman.
+
+
+
+
+VOORRECHTEN
+
+Zie wegens het markten in Amsteldam, onder het artijkel Bezigheden: het
+voorrecht dat de bewooners van deeze Meir van de Staaten van Holland en
+Westfriesland hebben bekomen, van naamlijk een tolhek op de Outewaaler
+brug te mogen plaatsen, blijkt uit het voorgaande, alwaar wij van dat
+tolhek spreeken—Een ander voorrecht van de Diemermeir, mag genoemd
+worden, dat over den middenweg, die, gelijk wij boven reeds gezegd
+hebben, van de Outewaaler brug, tot aan de Hartsvelder- of Diemer brug,
+loopt, geene Hessenkarren gevoerd, of varkens gedreven mogen worden.
+
+Nog kan men het een voorrecht noemen, dat de bestuurders der Meir niet
+behoeven te gedogen dat des avonds na beslotene stads poorten, eenig
+vreemdling zig in dezelve op de openbaare wegen vertoonen; gelijk men
+in dat geval dan ook door de nachtwachts aangehouden wordt, en
+rekenschap van zijn daarzijn moet geeven; bij de minste twijfeling aan
+de waarheid des voorgeevens, of bij ondervinding van de onwaarheid
+deszelven, wordt men in bewaaringe gesteld.
+
+De Meir heeft ook het voorrecht, dat op haaren bodem geene nachtegaalen
+gevangen mogen worden.
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN
+
+De welgelegenheid, en vruchtbaarheid der landen, in de Diemermeir,
+heeft dezelven meest tot moesland doen worden, dat een gedeelte van de
+inwooneren alhier een genoegzaam bestaan verschaft; zij brengen hunne
+voorraad meest te Amsteldam ter markt; waartoe hen, benevens die van de
+Bijlmermeir, eene bijzondere markt op de Prinsegragt ter dier stede is
+vergund: behalven dat, hebben zij verlof ontvangen van driemaal ter
+week op het Oudekerksplein, en éénmaal op de joode Groenmarkt aldaar te
+mogen markten.
+
+
+
+
+GESCHIEDENISSEN
+
+Wat de Historie deezer aangenaame Meir betreft, na dat dezelve
+drooggemaakt was, (zie hier voor Art. aanleg en grootte,) kreeg de
+bedijking, in den voornacht tusschen 5 en 6 Maart des jaars 1651 het
+ongeluk van een doorbraak, welke door een andere aan den Diemer
+zeedijk, boven Outewaal, niet verre van Jaap hannes, veroorzaakt werd:
+het water liep omtrent de molen aan het Nieuwe diep, over den ringdijk
+van de Meir, en veroorzaakte daardoor een doorbraak, met een gat, ter
+lengte van omtrent 25 roeden, en eene diepte van 27 tot 30 voeten,
+beneden het winterwater; 16 voeten hoog stond het water in de Meir, en
+meest alles werd door de overstrooming vernield: evenwel was deeze
+ramp, hoe gewigtig, niet gewigtig genoeg om de ingelanden te doen
+wanhoopen aan het herstellen van hunnen vernielden arbeid, welke
+herstelling echter niet gemaklijk ten wege gebragt konde worden, dan
+door de Meir, die nu geheel onder water stond, weder te laaten
+uitmaalen, de gebouwen en beplantingen weder op te rechten en in stand
+te brengen, ten welken einde het octrooi van hunnen vrijdom voor den
+tijd van tien jaaren werd verlengd: onvermoeide arbeid kwam weder alles
+te boven; dan alleenlijk voor een zeer korten tijd: want in 1672, toen
+Nederland door het zwaard des oorlogs, die vervloekte geessel der
+verschrikkinge, geteisterd werd, moest de Meir niet weinig in dat
+akelig lot deelen; Naarden, de hoofdstad van het vermaaklijk Gooiland,
+werd door de Franschen veroverd, waarom men met reden voor Amsteldam
+begon te duchten, het welk ten gevolge had, dat de dijk doorgestoken en
+geheel de Meir onder water gezet werd; doch dit was echter maar voor
+korten tijd, en niettegenstaande de veroorzaakte aanmerkelijke
+verwoesting, werd, zo dra de vijand was afgetrokken, alles in zijn
+ouden luister hersteld: te recht daarom zingt de dichter Van Bor van
+deeze Meir:
+
+
+ Meir wordt land en landen beeken,
+ Wat Natuur al wondren teelt,
+ Is niet mooglijk uittespreeken,
+ Zo verwart zij in de weeld’!
+ Nu pronkt zij haar kruin met Eiken,
+ Dan met waternimfs sieraad,
+ Nu weêr plant en bloem verrijken
+ Ceres aangenaam gewaad;
+ Plant en bloem en duizend vruchten,
+ Schenkt er gunst te levren aan,
+ Die haar oog en haar genuchten
+ Kiezen in die weeldelaan, enz.
+
+
+In den jaare 1702, brak de Diemer of Muider Zeedijk weder door, het
+geen andermaal niet weinig bekommernis voor eene overstrooming van de
+Meir veroorzaakte; doch de ijver waarmede men de handen aan ’t werk
+sloeg, om overal waar men het noodig oordeelde den ringdijk van de Meir
+te versterken, werd met een gelukkigen uitslag bekroond; de Meir
+naamlijk leed geheel geene schade.
+
+In onze jongstledene onlusten, hebben de inwooners van de Diemermeir
+zig zeer onderscheiden in ijver voor de zaak der Vaderlandschgezinden;
+zij hebben zig met een ongemeenen ijver in de wapenhandel geoefend; het
+corps van den Rhijngraaf van Salm, heeft aan het rechthuis een geruimen
+tijd in bezetting gelegen: bij het aannaderen der Pruissen, was men er
+in geene geringe bekommering, niettegenstaande de gewapende ingezetenen
+moeds genoeg hadden om de vijand onder de oogen te gaan zien: de laage
+landen langs den Outewaalerweg, deelden in de gedaane inundatie, en de
+Pruissen hebben er vervolgends niet zeer verpligtend geleefd, trouwens
+aldaar nog beter dan elders; van tijd tot tijd ondernaamen voords
+eenige van de tegenpartij, voornaamlijk uit Amsteldam, baldaadigheden
+in de Meir te pleegen, doch de loflijke activiteit van den Substitut
+Schout, den Heere Matthys Elsman, reeds gemeld, heeft hen gedwongen dat
+opzet te laaten vaaren.
+
+
+
+
+BIJZONDERHEDEN,
+
+Onder deezen zoude in de daad geheel de Meir betrokken kunnen worden;
+met uitzondering verdienen de ongemeen prachtige lusthoven die er in
+gevonden worden den aandacht van den wandelaar; die op den hoek van den
+Kruisweg, aan den Weesper weg, pronkt met een zeer fraaje Turksche
+tent, staande op het wachthuis dat aan dien ingang geplaatst is.—Het
+tegenwoordige rechthuis, en het tolhek, is mede der bezichtiginge
+dubbeld waardig.
+
+Weleer was ten einde van de Schagerlaan, ook een fraaje Maliebaan, ter
+uitspanninge van de geenen die zig aldaar kwamen verlustigen; deeze
+laan had eene lengte van 173 roeden, in haare behoorelijke beschotten
+ingesloten; aan beide zijde van dezelve stond een rei hoogopgaande en
+aan de binnenzijde plat geschorene boomen, die eene zeer aangenaame
+vertooning maakten, en welke aangenaamheid niet weinig vergroot werd,
+door de lusthoven ter wederzijde langs de rijwegen gelegen: de herberg
+aan het begin der baane, en die nog aanwezig is, had de huur deezer
+laane, gelijk zij ook nog het Maliehuis heet—Behalven met het
+maliespel, plagt men zig in deeze baan ook niet zelden te vermaaken met
+het zogenaamd blindloopen, bestaande in eene weddingschap om
+geblinddoekt de baan overlangs doorteloopen, zonder tegen de
+zijschotten aantestooten; doch niettegenstaande de menigte gasten
+welken door deeze vermaaken, zo wel als door de aangenaamheid van den
+oord derwaards gelokt werden, is de baan van tijd tot tijd zo verre
+vervallen, dat zij tot eene harddraavers baan gebruikt werd, en
+eindelijk geheel verdweenen is, gelijk men er thans niet meer van ziet
+dan de grazige vlakte alwaar dezelve gelegen geweest is.
+
+
+
+
+HERBERGEN,
+
+ Rozendaal.
+ De Schulp.
+ Het Rechthuis.
+ De Maliebaan.
+
+Voords nog vier in de Schaagerlaan, die echter sedert eenigen tijd
+geene andere tap-actens bekomen dan van bier, coffij en thee.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN,
+
+Om zodanig eens te noemen de gelegenheden die in deeze Meir gevonden
+worden, om in dezelve, en van daar naar elders te komen: die
+gelegenheden zijn de toegangen reeds gemeld; behalven deezen, ligt digt
+bij het tolhek op den Outewaaler weg nog een pad dat op den hoogendijk
+nabij Zeeburg uitkomt; op gemelden weg is ook nog een pad, waarmede men
+op den Weesperweg komt: met de gewoone Muider- en Weesper-schuiten kan
+men ook van Amsteldam naar de Schulpbrug, of van daar derwaards vaaren:
+aan gemelde brug, in de ringsloot, vindt men des zomers zondags en
+maandags, gemeenlijk ook nog een zogenaamd Ossemarkts jagtjen, waarmede
+men voor één stuiver de persoon, naar de stad vaart; de Utrechtsche weg
+opgewandeld zijnde, tot over den ringdijk, wordt men voor vier duiten
+de persoon, ook over de Amstel gevaaren.
+
+Aan het tolhek vaart ook een geregelde veerschuit naar Amsteldam, des
+zomers maandag, woensdag en vrijdag, ’s morgens vroeg, en van daar te
+rug, op dezelfde dagen, ’s middags ten 12 uure: des winters vaart deeze
+schuit alleenlijk maandags en vrijdags.
+
+Toen de Maliebaan nog in stand en bloei was, reed des zondags en
+maandags, van even buiten den Muiderpoort, eene soort van Post- of
+zogenaamde Bolder-wagen, naar gezegde baan, en terug; dit was een veer,
+doch zonder bepaalde uuren; de vracht voor ieder persoon was 2½
+stuiver: sedert het vervallen der Maliebaan is dit veer ook te niet
+geraakt.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE AMBACHTSHEERELIJKHEID WAVERVEEN.
+
+
+ Het dorpjen WAVERVEEN, dus door de Kunst gemaald,
+ Werd om gehoorzaamheid van ’t oorlog aangegrepen,
+ Thans dreigt ’t gebaggerd meir het in zijn balg te sleepen,
+ Des wordt weêr zijnen vlijt met bange vrees betaald.
+
+
+Geen onvermaaklijk gedeelte van het bevallig Amstelland, maakt deeze
+Ambachtsheerelijkheid uit: haare
+
+
+
+
+LIGGING
+
+Is gelijk gezegd is, in Amstelland, drie uuren gaans ten zuiden van
+Ouderkerk; hebbende ten westen en zuiden de Provincie Utrecht, ten
+oosten de vrije Heerlijkheid Waveren Botsholl, en ten noorden de
+rivieren de Amstel en de Waveren—Verder kan die ligging nader opgemaakt
+worden, uit de scheipaalen die men op den gemeenen weg of zogenaamden
+Veendijk, als op de Rondeveensche Kade vindt, welken voor zo veel de
+Jurisdictien betreffen de scheidingen van deeze met die der
+Heerelijkheid Waveren, Botsholl en Ruigewilnisse aanduiden; edog daar
+hetzelve voor meer dan ⅞ deelen is uitgeveend, kan men de strekking in
+de uitgeveende plassen bezwaarlijk onderscheiden, schoon de ingezetenen
+zulks door strooken lands en rietakkers weeten te bepaalen.
+
+Tot Waverveen behoort nog het district Strooknes aan den Amstel, met
+een groote schutsluis ten einde van de vaart, het Bijleveld genaamd,
+gelegen.
+
+Het bestaat wijders in drie Polders—naamlijk: de Gemeene of Beoosten
+Bijleveldsche Polders, gemeen met Waveren Botsholl, en een gedeelte van
+Ruigewilnisse—de Hoflandsche Polder, gemeen met Mijdrecht onder de
+Provincie van Utrecht voor 1⁄13, en benoorde de Zuwe, gemeen met
+Mijdrecht, voor circa ⅔ part, welke laatstgemelde polder, thans door
+Hun Ed. Mog. de Heeren Staaten ’s Lands van Utrecht, door de bewerking
+van een Stoom- of Vuur-machine (der moeite waardig te bezichtigen,)
+wordt uitgepompt en drooggemaakt, waarin het aandeel der droogtemakene
+gronden voor Waverveen circa 240 morgen beloopt.
+
+Over het algemeen is de grond van deeze Heerlijkheid zeer veenig,
+waarvan ook niet weinig gebruik is gemaakt, echter ligt het dorp zelf
+groen en aangenaam.
+
+
+
+
+Van de
+
+NAAMSOORSPRONG
+
+Hebben wij niets kunnen ontdekken, in zo verre het eerste lid des naams
+betreft, dat is Waveren, zekerlijk aan het dorp van dien naam gegeven,
+naar het water, de Waver geheten, ’t welk het gezegde dorp, (waar van
+straks nader,) van Ouderkerk afscheidt; dat er het woord veen
+bijgevoegd is geworden, is om dat het bijna geheel uit veenen bestaat,
+en den oord derhalven met recht den naam van Veenen van Waveren, of
+Waverveen (ook Waverenveen,) mag draagen.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE.
+
+Wat het eerste gedeelte van dit artijkel, de stichting naamlijk,
+betreft, daaromtrent is wederom niets met volkomen zekerheid te zeggen,
+waarschijnelijk zoude het kunnen genoemd worden, zo men stelde dat de
+gunstige gelegenheid tot de turfmaakerij hier eenige lieden heen
+getrokken, en het wèl slaagen van hunne onderneeming weldra navolgers
+verschaft zal hebben.
+
+Wat aangaat de grootte van Waverveen, daarvan leezen wij in den
+tegenwoordigen staat van Holland het volgende: „In de oude quohieren
+stond het begroot op 268 morgen, 100 roeden lands, en in de nieuwe
+vinden wij de landen verminderd op 114 morgen, 450 roeden: maar het
+getal der huizen is, in de lijst van den jaare 1732 niet afgenomen,
+waarin 93 nommers werden aangetekend; honderd jaaren te vooren werd het
+op 85 huizen, doch, thans op 58, begroot:” zij zijn niet onvermaaklijk
+op hunne erven gelegen, en op sommige plaatsen, nog al aangenaam in het
+geboomte; ook vertoonen zij zig allen als vrij wèl onderhouden: zij
+liggen ter wederzijde van een’ eenigzins smallen weg, (den Veendijk,)
+langs iedere zijde van welken een sloot loopt, die aan de eene zijde
+smal, doch aan de Kerk-zijde, (de Veenwatering genaamd,) zo breed is
+dat dezelve met turfeikers bevaaren kan worden, alwaarom ook voor
+iedere werf een gewoone draaibrug ligt: vóór de werf waarop de Kerk
+staat is een net wipbrugjen, over ’t welk men naar de Kerk gaat, en dat
+wijd genoeg is, om er met de voornoemde schepen onderdoor te kunnen
+vaaren: men vindt te Waverveen hier en daar nog al een buitenverblijf,
+die echter den naam van hoven niet kunnen draagen.
+
+Het gezegde getal huizen wordt bewoond door 240 menschen, (de kinderen
+daaronder begrepen:) van deeze bewooneren zijn bijna 110 van den
+Gereformeerden Godsdienst, de overigen zijn meest allen Roomsch.
+
+
+
+
+Het
+
+WAPEN
+
+Van Waverveen, is een rood schild, waarover een eenigzins gebogen
+zwarte balk loopt, en op den zelven twee witte kruisen.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+De Gereformeerde Kerk welke hier wederom in de eerste plaats in
+aanmerking komt, is de derde die Waverveen geheugt: de eerste Kerk na
+de reformatie stond op deeze zelfde plaats, dewelke in den jaare 1592
+door Petrus Edessen, Predikant van Amstelveen en Ouderkerk, met eene
+openbaare Leerrede ingezegend is; in het zelfde jaar (1592) werd de
+Proponent Cornelius Paludanus tot gewoon Leeraar deezer gemeente
+(schoon het getal der ledemaaten maar slechts vijftien was,) beroepen;
+de voorn. Kerk werd tot in het jaar 1697 tot den openbaaren Godsdienst
+gebruikt, wanneer dezelve door verzakking reeds bouwvallig was
+geworden, en men gelegenheid had of bekwam, om naar gedachten met
+minder kosten, dan de Oude kerk te herstellen, een groot gebouw,
+hetwelk op een andere plaats schuin tegenover, naast het
+buitenplaatsjen thans Veenlust genaamd, reeds stond, te maaken en te
+bereiden tot een Kerkgebouw; dit huis was aangelegd en gebouwd geweest
+tot een groot en aanzienlijk woonhuis, maar de bouwer en eigenaar van
+hetzelve overleden zijnde, was er gelegenheid om het te kunnen bekomen;
+en men vond goed, de Oude kerk te verlaten en het voorn. gebouw tot een
+Kerk te vervaardigen en verder optetimmeren, met dien spoed dat er den
+3 Maart 1697 de eerste Godsdienstoefening in werd verricht, en door den
+Wel-Eerw. Abraham Oosterlandt, ten dien tijde Predikant aldaar, werd
+ingewijd; de fundamenten van dit gebouw waren niet wèl gelegd of
+verzorgd, zo dat het verzakte en scheurde in zo verre dat er geene
+mogelijkheid was om het eenigzins te herstellen, en het des met eene
+jammerlijke instorting dreigde, waarom dan de Predikant en Gemeente
+hetzelve verlieten, en hunnen toevlugt tot het Schoolhuis namen, alwaar
+zij op een zeer ongemaklijke en bekrompene wijze, twee jaaren lang de
+openbaare Godsdienstoefening verrichtten; tot dat de derde of
+tegenwoordige Kerk in den jaare 1755 volbouwd was, en 3 Augustus door
+den Wel-Eerwaardigen Do. Jan van Staveren met een Leerrede over Esra 1.
+vs. 5–6 is ingewijd: deeze Kerk is in alle deelen een net en kunstig
+gebouw, zijnde van buiten een Kruis-kerk, en van binnen met witte
+muuren, coupelswijs opgemetzeld: zij is wel niet groot, maar groot
+genoeg voor de gemeente, die er in vergadert; ze is met een pannen dak
+gedekt, en draagt een vierkant open torentjen met uur- en slagwerk, dat
+met een agtkant rond gedekt is, zijnde ook van een agtkant spits
+voorzien: rondsom de kerk ligt, gelijk op de meeste Hollandsche dorpen
+plaats heeft, een vrij ruim algemeen kerkhof met een gezand pad
+omgeeven, en aan de buitenkant met een Ipen haag voorzien: de toegang
+tot het Kerkhof en Kerk is met een modieus hek van de kerklaan
+afgesloten.
+
+Boven den ingang leest men in eenen steen uitgehouwen:
+
+
+ Ezaia xxvi. vs. 8.
+ De eerste steen is gelegd door,
+ Jan David Brouwer, van Stavoren,
+ op den 15 July MDCCLIV,
+ Aangelegd en volbouwd, onder het beleid van
+ Coenraad Hoeneker, Mr. Metselaar te Amsteldam.
+
+ Van Staveren’s leeraars zoon, lag mij den eersten steen,
+ o God! vergroot den glans, die mij reeds mild bescheen;
+ Verschijn zo heerlijk, en wil hier in vrede geeven,
+ Dat veelen ingaan door uw woord en geest ten leven.
+
+ Hendrik Lussing Matthysz.
+ Eccl. iv. vs. 17.
+
+
+Tot voor omtrent tien of elf jaaren was het ruim der Kerk alleenlijk
+door een groote midden, en aan wederzijde van dezelve twee kleine
+deuren in den muur van den buitenweg afgesloten, het geen, dat te
+begrijpen is, zijne onaangenaame gevolgen had; doch ten gemelden tijde
+is die ingang door een vrij ruim portaal, met twee groote deuren van de
+genoemde buitendeuren afgescheiden.
+
+Van binnen is het kerkjen in alle deelen zeer net ingericht; tegen over
+den ingang is eene vergaderkamer, voor die geene welken met de zaaken
+der kerk belast zijn; boven dezelve is een kleine gaanderij; eene
+dergelijke heeft men, om het regelmaatige in de bouwing te bevorderen,
+ook boven het nieuwe portaal voornoemd gemaakt.
+
+De zoldering van het ruim is geheel en zeer net gestukadoord; in het
+midden van dezelve is eene ronde opening, waarin de stang van een
+kaarskroon, door welke, onder den avond godsdienst de kerk verlicht
+wordt, is vastgemaakt aan de eene en andere zijde van gezegde opening,
+leest men, op het stukadoorsel, met fraaje groote gouden letters:
+
+
+ DE GOD DES HEMELS.
+
+
+Er is geen orgel in deze kerk, doch voor het overige ontbreekt er
+niets, van het geen men gewoonlijk in een wèl aangelegd kerkruim
+begeert te vinden; de predikstoel is zeer net, als mede het doophek;
+vóór den predikstoel staande ziet men ter linkerzijde een zeer
+aanzienlijk gestoelte van den Ambachtsheer, of de Ambachtsvrouwe; boven
+hetzelve staat een breed bord, beschilderd met de wapens van de
+tegenwoordige Ambachtsvrouwe en van haar Eds. echtgenoot; beneden
+deezen op het zelfde veld, zijn in quartieren als een algemeen wapen,
+die van de Ambachten van Waverveen, Waveren Botsholl, en voorts met
+ornamenten geschilderd: tegen over dit gestoelte, ter andere zijde van
+den predikstoel, is de Schepensbank, die mede zeer ruim is, en recht
+tegen over den predikstoel, aan het andere einde der kerk staat het,
+niet minder ruim gestoelte van oude Regenten en Armmeesteren; boven dit
+gestoelte hangt een wapenbord van den Heere Gouwenaar, Capitein ter
+zee, overleden den 17 Mai 1714 op deszelfs buiten Zee Rust, aan de
+Nessersluis, thans aan den Heere Jacob Vlasvat behoorende: ten teken
+zijns diensts hangt er een degen boven: het heeft de vorige kerk reeds
+vercierd.
+
+De Gemeente word thans bediend door de predikanten uit den Ring; zijnde
+het beroep vacant geweest door het vertrek van den Wel-Eerwaarden Heere
+Joh. Leon. Wolterbeek, die naar Loenen beroepen is: doch thans is in
+deszelfs plaats den Wel-Eerwaarden Heere J. C. Guinoseau Proponent in
+’s Haage, alhier beroepen; dewelke in de maand Februarij aanstaande één
+aanvang zijner bediening staat te neemen: zijnde zijn Wel-Eerw. alsdan
+de 21 predikant sedert de Reformatie ter deezer plaatse.
+
+De kerk is gemeenschaplijk voor Waverveen en Waveren.
+
+Het Schoolhuis dat mede gemeenschaplijk voor Waverveen en Waveren
+dient, staat nabij de kerk, en is een vrij goed gebouw, dat in alle
+deelen aan het oogmerk beantwoordt: de Roomschgezinden van beide de
+meergemelde Ambachten, zijn ook verpligt hier hunne kinderen ter
+schoole te laaten gaan om dat zij geen school voor hun afzonderlijk in
+dezelven hebben: het getal der gezamenlijke kinderen, welken in dit
+school komen, bedraagt, de jaaren door elkander gerekend, bijna 50 ’s
+jaars.
+
+Vier a vijf minuten gaans van de Kerk staat de Pastorij, dat een zeer
+goed ruim en welgelegen gebouw en in den laatstledenen jaare merkelijk
+verbeterd is.
+
+Een Weeshuis, Armenhuis, of dergelijk gesticht is hier niet: zie verder
+het art. wereldlijke regeering.
+
+Een tolbrug, die te Waverveen gevonden wordt, en den naam draagt van
+Bijleveldsche brug, wordt ten voordeele van de kerk verpacht, door
+Schout en Kerkmeesters, ten overstaan van Schepenen van Waverveen en
+Waveren: nog heeft de Kerk een ander inkomen voor derzelver onderhoud,
+naamlijk één duit van iedere roede lands dat onder Waverveen, Waveren,
+enz. zal uitgeveend worden; ook moeten de veenders, boven dien, voor
+iederen ploeg volks, welken zij te werk stellen ƒ 1:10 stuivers
+betaalen, dit echter niet ten voordeele van de Kerk maar van de
+algemeene armen, zo wel die van de Roomschen als van de Gereformeerden,
+die het gelijklijk deelen: beide gezegde belastingen op het veenen,
+beloopen jaarlijks, (de jaaren weder door elkander gerekend,) eene
+somme van ƒ 600.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+Onder dit art. hebben wij niet anders te betrekken, dan het Schouts
+huis, dat vrij aanzienlijk is, met een vierkant plein met opgaande
+Linden boomen beplant, waar achter een redelijk uitgestrekt boschjen,
+met diverse wandelwegen doorsneeden, staande hetzelve achter het
+Rechthuis, dat een gewoon boeren huis en herberg zonder eenig aanzien
+is; men vind er echter een Rechtkamer in, waarvoor in groote letters
+geschreven staat: Vivat Justitia, zijnde deeze huizen langs de vaart
+het Bijleveld, waardoor de meeste schepen en vaartuigen naar en van
+Amsteldam uit de Ronde veenen moeten passeeren gelegen, en beiden aan
+het Ambacht van Waverveen behorende.
+
+
+
+
+KERKELIJKE REGEERING.
+
+Deezen bestaat uit den Predikant in den tijd, een Ouderling en Diacon
+uit Waverveen, en een Ouderling en Diacon uit Waveren Botsholl en
+Ruigewilnisse, waarvan jaarlijks, (indien niet in hunnen diensten
+werden gecontinueerd) een Ouderling en Diacon afgaan, en door anderen
+uit het Ambacht daar de afgaande onder gehooren, vervangen worden:
+staande de verkiezing derzelven, alsmede van den Gaardermeester die
+voor beiden de Ambachten fungeert, aan den Kerkenraad.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE REGEERING.
+
+In 1731 werd de waardigheid van Ambachtsheer bekleed door den Heer
+Wilhelmus Hogerwaard, Heere van Valkenstein, die het Ambacht toen uit
+de Graaflijkheids Domeinen voor een somma van ƒ 6600:-: kocht: in 1766
+kwam zij aan den Heere Mr. Paulus Abraham Gilles, ten dien tijde
+Secretaris van den Raad van Staaten der Vereenigde Nederlanden, den
+welke in den jaare 1792 overleed, en is de Heerlijkheid op de Wel-Edele
+Geb. Vrouwe Mevrouwe Brigitta Susanna Jacoba Lups, geboren van Dam,
+gedevolveerd.
+
+Ter eerster aanleg worden de civile zaaken afgedaan door den Schout,
+zijnde thans de Heer Jan van Wickevoort Crommelin, die er ook het amt
+van Secretaris bekleedt, en vijf Schepenen; het eene jaar gaan
+gewoonlijk twee en het andere jaar drie van dezelve af; doch sustineert
+de Ambachtsheer of Vrouwe Schepens te continueren of minder getal af te
+laaten gaan, zo staat zulks aan hun goedvinden, en worden de aankomende
+door den Ambachtsheer of Vrouwe, uit een nominatie van een dubbel getal
+door Schepenen te maaken, ten overstaan van den Schout, geëligeerd;
+hetgeen mede plaats grijpt ten aanzien van de Kerkmeesteren, waarvan
+altoos één van Waverveen en één van Waveren Botsholl fungeert, als ook
+van de Gereformeerde en Roomsche Buiten armmeesteren, alle welke
+bedieningen in een dubbeld getal genomineerd, en op voorgemelde wijze
+geëligeerd of gecontinueerd worden: de Ambachtsheeren of Vrouwen hebben
+daarenboven de aanstellinge van Schout, Secretaris, een Hoogheemraad
+van Amstelland, alsmede van de Ronde veensche bepoldering; de Bode,
+Koster, Voorleezer, Schoolmeester, Doodgraaver, Eiker, de Veerschipper
+op Amsteldam, en de Nachtwacht.
+
+Bij vacature van den Predikant worden, na voorgaande bekomene
+handopening van den Ambachtsheere of Vrouwe, door den Kerkenraad vier
+persoonen genomineerd, en de beroeping daaruit gedaan bij de
+mans-ledematen, waarvan de approbatie of improbatie door den
+Ambachtsheere of Vrouwe wordt gedaan.
+
+In het crimineele moeten de ingezeetenen van Waverveen te recht staan
+voor Schepenen van Ouderkerk.
+
+De zaaken der onderscheidene Polders van Waverveen, Waveren Botsholl en
+Ruigewilnisse, werden bevoorens door een algemeen bestuur beheerd: in
+1643, naamlijk, werd tusschen de Poldermeesteren en Ingelanden met de
+bijzondere Gerechten overeengekomen, dat de Regeering van de gemeene
+Polders, toen begroot op 1600 morgen, zouden gesteld en gelaten worden
+onder het beleid van vijf Hoofd-ingelanden, waarop goedkeuring bij
+willige condemnatie van den Hove van Holland verzocht werd; echter is
+eenigen tijd daarna, door omstandigheden die plaats hadden, deeze
+conventie niet meer in gebruik gebleeven, en wel bijzonder sedert 1674,
+wanneer niet alleen door de polders van Waverveen, Waveren enz. maar
+ook door de stichtsche polders een request aan de Heeren Staaten van
+Holland en Westfriesland werd gepresenteerd, waarbij te kennen werd
+gegeven, dat door de invasie van de Franschen in 1672, en om te
+beletten dat dezelve niet verder in deeze Landen zouden avanceren, alle
+de bovengemelde polders doorgestoken en onderwater gezet waren, en alzo
+geen raad wisten dezelve polders wederom droog te krijgen, dan alle
+dezelve te besluiten in eene gemeene Ringkade; waartoe zij van Hun Ed.
+Groot Mog. octroi verzogten, hetwelk op den 23 Januarij 1674 ook is
+geobtineerd: en werden de respective polders sedert gederigeerd, als:
+de Gemeene of beoosten Bijleveldsche polder, door den Schout en twee
+Poldermeesteren, als een uit de Hoofd-ingelanden van Waverveen, en de
+andere uit die van Waveren Botsholl, door den Ambachtsheere of Vrouwe,
+uit een dubbeld getal geëligeerd: deeze voeren den tijtel van Dijkgraaf
+en Heemraaden.
+
+De Hoflandsche polder, als zeer klein en weinig omslags daarbij zijnde,
+wordt door den Schout als Administrateur beheerd: en de polder Benoorde
+de Zuwe, mede voor zo veel Waverveen aangaat, door den Schout en één
+Poldermeester uit de Hoofdingelanden, als hier voor gemeld geëligeerd,
+waargenomen.
+
+De Diaconie, zo wel als de buiten, het zij Gereformeerde of Roomsche,
+armen, worden besteed, of er worden huisjens voor gehuurd waarin zij
+geplaatst en verzorgd worden.
+
+Dan ten aanzien van de genoemde buiten-armen, staat aantemerken, dat
+bij publique verkoop van vaste goederen, één duit van den gulden, ten
+hunnen behoeven wordt betaald, gelijk ook wanneer het een of ander
+geschenk aan den armen wordt gegeven, zonder bepalinge daarbij aan
+welken, dit een en ander altoos half voor de Gereformeerde en half voor
+de Roomsche armen verdeeld wordt.
+
+Weesmeesteren worden in deeze Ambachtsheerelijkheden niet aangesteld:
+de Weezen wier ouderen zonder uitersten wille gestorven zijn, worden
+door Schout en Gerechte, die de plaats van Weesmeesteren vervangen,
+verzorgd, en zo er door de Ouders een testament gemaakt is, vindt men
+in hetzelve hunne begeerte wegens ’t verzorgen hunner kinderen
+voorgeschreven.
+
+Voorrechten hebben die van Waverveen niet, ook is ons niet bericht dat
+zij onder bijzondere verpligtingen liggen.
+
+
+
+
+De
+
+BEZIGHEDEN
+
+Van de bewooners bestaan hoofdzaakelijk in de baggerij, echter wordt de
+visscherij in de uitgeveende plassen er ook niet weinig ter hand
+genomen, waaruit derhalven de bezigheid van het bereiden van allerlei
+vischwant, enz. voordvloeit: de turf welke alhier en in den omtrek
+gebaggerd wordt, wordt meest te Amsteldam gesleten, en ook des winters
+over het ijs met sleden vandaar herwaards gebragt: voords doet men er
+eenige van die bezigheden die in de burgerlijke zamenleving niet gemist
+kunnen worden.
+
+
+
+
+GESCHIEDENIS.
+
+Het voornaamste dat onder dit artijkel gezegd kan worden, bestaat in
+het gedrag der Franschen aldaar: in den jaare 1672 zig meester van
+Utrecht gemaakt hebbende, verzekerden zij zig van de huize te Loenen en
+Loenresloot, en konden derhalven met weinig moeiten langs de Geuze
+sloot en Demmerik te Zuwe op Waverveen en Wavere Botsholl aankomen,
+vermits zij niet onder het Sticht, maar in Amstelland gelegen, zig van
+geen Fransche Sauvegarde konden bedienen; men maakte, ’t is waar, een
+schans aan den Uithoorn; en de Nes werd met een uitlegger verzorgd,
+maar dit alles kon aan Waverveen, te verre buiten de voorgedachte
+posten gelegen, tot geene volkomene bescherming verstrekken: de
+ingezetenen van deeze plaatsen in twee compagniën bestaande, één van
+Waverveen, onder den Capitein en Schout Christoffel Meijer, en één van
+Waveren Botsholl, onder den Capitein en Secretaris Blokhuis, kregen
+verlof op ’s Lands kosten tot hun eigen bescherming en veiligheid te
+waken, en door nauwe wachthouding den vijand te beletten verder
+daardoor in de Provincie van Holland intebreken; dan, daar deeze
+huislieden onervaaren waren in den oorlog, en te zwak om den vijand
+tegenstand te kunnen bieden, werd noodig geacht, dat zij door zekeren
+uitlegger de Amsteldamsche galei genaamd, met zeven-en-twintig man
+bemand en van verscheidene stukjens voorzien, onder commando van
+Capitein Spelt, versterkt werden, neemende deeze uitlegger om tegenweer
+te kunnen bieden deszelfs legplaats in het Bijleveld, bij de
+Bijleveldsche brug, onder Waverveen.
+
+De Fransche Commandant, de Markgraaf De Genlis, op het huis te
+Nieuwrode zijnde, zond een- en ander-maal brandbrieven naar Waverveen,
+en wel den laatsten den 5 September 1672, met bevel van tien schepen
+met hooi, ieder 20 voeren groot, binnen vier dagen te Utrecht te
+leveren, met bijvoeging der straffe, dat de Schout gevangen en de
+plaats gebrand zouden worden.
+
+Maar dewijl deeze plaatsen, veendorpen zijnde, met geen of weinig
+weilanden voorzien waren, was het niet mogelijk deezen eisch te
+voldoen—des trokken de Franschen op den vijfden November met
+vierhonderd mannen uit Utrecht, door Breukelen en Ter Aa, kwamen te
+Demmerik daar zij zig verdeelden, een gedeelte naar Vinkeveen en de
+andere naar Meijdrecht zig begaven, om dus Waverveen enz. van de oost-
+en west-zijde aantetasten—toen de tijd tot den uitvoer van hun oogmerk
+begon te naderen, stelden die van Vinkeveen zig omtrent Ruigewilnisse
+in orde, en hadden voorposten aan het einde van Vinkeveen geplaatst,
+dewelke beletteden dat men geen kundschap te Waverveen konde bekomen.
+
+Zoo haast die van Mijdrecht naar het westeinde van Waverveen afzakten,
+en die te Vinkeveen het sein hoorende, kwam men het oosteinde
+overvallen, de wipbrug te Botsholl was opgehaald, doch eenige van hun
+door het water zwemmende, lieten dezelve neder—zij renden eilings, ’s
+nachts om drie uuren, naar de Bijleveldsche brug—alles geraakte weldra
+in alarm, de posten en wachten der huislieden, na dat twee van hun
+waren doodgeschooten, werden verdreeven, en geen onderstand van Staaten
+volk, dat aan den Uithoorn lag bekomende, moest men vlugten en alles
+verlaten—Het voornaamste oogmerk der Franschen was den voorgemelden
+uitlegger te vermeesteren, die daar ook gelegd was, op dat er geen turf
+uit de veenen naar den vijand te Utrecht gevoerd zoude worden; met
+belofte van wege de Staaten, dat zij voor den overlast der vijanden de
+ingezetenen zouden beveiligen: zij dan vielen met woede op den
+uitlegger aan, die door de Bijleveldsche brug afgezakt, zig meer dan
+één uur lang verdedigde; doch eindelijk vast raakte, door den vijand
+omringd en genomen werd: de Capitein Spelt en zijn Luitenant met twee
+of drie anderen werden gevangen en vijftien doodgeschoten of doodelijk
+gekwetst; de overige raakten met zwemmen weg: aan de zijde der
+Franschen waren tien à twaalf gesneuvelden, en onder dezelven één
+Capitein: daarna ontstond op verscheidene plaatsen brand, waardoor 59
+huizen in den assche gelegd, en het voornaamste van Waverveen aan de
+Bijleveldsche brug gelegen, door de vlamme verteerd werd.
+
+De uitlegger werd vervolgends naar de Heul gebragt, dan te groot zijnde
+om door de Nieuwer sluis naar Utrecht gevoerd te kunnen worden, en na
+dat het geschut, de voorraad en wat er meer was, afgenomen te hebben,
+werd dezelve verbrand; tegens de ingezetenen veel gewelds pleegende
+trokken ze terug: hadden ’s Lands Staaten wijzer geweest in het geeven
+van orders, ’s Lands ingezetenen in deezen oord zouden minder
+ongelukkig geweest zijn.
+
+In onze jongstledene onlusten hebben de bewooners van Waverveen, niet
+zeer onderscheidenlijk, wat de toen heerschende Vaderlandsche partij
+betreft, gehandeld; de Pruissen, welken kwamen, om ware het mogelijk
+die partij ten onder te brengen, hebben zig aldaar niet zo slecht als
+wel op andere plaatsen gedragen, trouwens zij zijn er maar
+doorgepasseerd van en naar den Uithoorn, alwaar ter dier tijd den Major
+van het Pruissische Curassiers Regiment (Von Krahn genaamd)
+commandeerde, dewelke goedvond zeker papier te zenden, dat door den
+Secretaris van Waverveen op den 28 September 1787 gepubliceerd werd;
+dus luidende: „Uit last en bevel des Heeren Commandeerenden Generaals,
+Graaf Von Kalkruit, zullen de ingezetenen der respective dorpen van
+Waveren, Waverveen enz. binnen den tijd van driemaal 24 uuren hunnen
+voorraad van haver, bier en genever doen brengen aan den Uithoorn, aan
+het quartier van den Heer Major Von Krahn, alsmede ook alle de geweeren
+en wapenen tot de exercitie gediend hebbende, en zo wanneer hier niet
+aan gehoorzaamd werd, zal alle hetzelve door een commando worden
+afgehaald, en bovendien met plunderen en andere straffen worden
+gecorrigeerd.”
+
+ Uithoorn 28 Sept. 1787.
+
+ (getekend) V. Krahn.
+
+
+Dan doordien bij het evaqueren der troupes uit Utrecht hier een
+gedeelte geïnquartierd waren geweest, de voorraad op was, en Amsteldam
+geslooten zijnde, kon men dezelve niet bekoomen; dus een deputatie naar
+voorn. Major Von Krahn werd afgezonden, om uitstel van executie, het
+geene door hem op 2 dagen langer werd bepaald, die te gelijk een pas
+gaf, om het door hem gerequireerden van Utrecht te haalen, het geene
+dus ook geschiedde, en aan hem 112 kannen brandenwijn en genever, 12
+vaten bier en eenige mudden haver geleverd, en ter voldoening van het
+requisit der geweeren werden 173 met derzelver bajonetten en een
+vaatjen vuursteenen, aan een Quartiermeester van dat regiment
+afgeleverd; zijnde de voorn. geweeren de zodanige welken uit ’s Lands
+magazijnen te Naarden, in 1785, ten gebruike van de onvermogende
+weerbaare manschappen waren geleverd.
+
+Bijzonderheden zijn hier niet voorhanden, alleen zijn de uitgeveende
+plassen der bezichtiginge van ieder denkend wezen waardig, en zij
+zullen zekerlijk zijne bewondering tot zig trekken, daarover dat geheel
+den streek door de menigte van het door ’t baggeren veroorzaakte water,
+niet reeds geheel verzwolgen is.
+
+
+
+
+HERBERGEN,
+
+Zijn, het voornoemde Rechthuis, en een binnen weinig jaaren geheel
+nieuw en net gebouwde, met een der fraaiste overdekte kolfbaanen
+voorziene herberg aan de Nessersluis, hier voor omschreven, gelegen.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN.
+
+Deezen zijn van Waverveen des zomers alle zondag en donderdag tot de
+maand October, des winters alleen des zondags een veerschuit op
+Amsteldam, dewelke des maandags en vrijdags in de zomer, en des winters
+maandags, ’s middags ten 12 uuren van het Rokkin bij de
+Olijslagerssteeg te Amsteldam voornoemd, terug vaart; gelijk ook des
+zondags door Waverveen op onderscheidene uuren mede de veerschuiten van
+Harmelen, Wilnis en Vinkeveen, des donderdags het geheele jaar door die
+van Cockingen passeren; welke allen den volgenden dag wederom terug
+keeren; doch van Waveren vaart geen schuit: voords kan men dagelijks
+met den Uithoornsche, onder Amstel Nesser, de Goudsche, Leidsche,
+Haagsche, Woerdensche en andere schuiten naar die plaatsen of met
+dezelve naar Amsteldam vise versa vertrekken, mits men zig aan de
+meergenoemde Nesser sluis vervoege, dat ¾ uur gaans van het dorp
+Waverveen afligt.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE VRIJE HEERELIJKHEID WAVEREN, BOTSHOL, EN RUIGEWILNISSE.
+
+
+Dezen zijn eigenlijk drie districten, zo zeer in elkander verknocht,
+dat zij mede alleen met scheipaalen aan den Veendijk als op de Ronde
+veensche kade onderkend worden, doch maaken zamen één Heerelijkheid
+uit, die een wapen voert, en door een en dezelfde Regenten gedirigeerd
+worden.
+
+
+
+
+LIGGING.
+
+Deeze is ten zuiden van Ouderkerk, wordende door de rivier de Waver van
+het gerecht van Ouder Amstel afgescheiden, hebbende ten oosten het
+Sticht van Utrecht, dat wederom door een water de Winkel genaamd, wordt
+afgedeeld; ten oosten het voorn. Sticht, het welke aldaar door een
+breede kade, uit de gemelde Winkel, tot aan de Veenmolen of de
+limietscheidinge van Holland en Utrecht zig uitstrekt, onderscheiden,
+ten zuiden en westen Waverveen—het bestaat in twee polders, de Gemeene
+of Beoosten Bijleveldsche polder gemeen met Waverveen, en de Noorder
+polder onder Ruigewilnisse gelegen: wat de Gemeene of Beoosten
+Bijleveldsche polder betreft, deeze is reeds voor het grootste gedeelte
+uitgeveend: de Noorder polder onder Ruigewilnisse, die zig in den jaare
+1632 door een dwarskade van de voorschr. Gemeene polder heeft
+afgescheiden, is men voor de eene helft, zijnde circa 200 morgen, in
+den jaare 1777 eerst begonnen te veenen; sedert 1793 heeft men de
+wederhelfte mede circa 200 morgen ook ingestoken om verveend te
+worden—echter is desaangaande door de gezamenlijke ingelanden bepaald
+van niet nader dan op 10 roeden na, aan het Sticht en aan de
+Rondeveensche kade, en op 6 roeden van de gemelde dwarskade, tegen de
+gemeene polder aan te mogen verveenen; ten einde de nakomelingen
+dezelve met 1 of 2 vijzelmolens, zonder veel kosten aan een ringdijk te
+verpleegen, binnen weinig tijds weder te kunnen uitmaalen: in deeze
+polder is zulke goede specie, dat het morgen voor ƒ 2000, ja ƒ 3500, is
+verkocht geworden.
+
+Men ontmoet in deeze Heerelijkheid mede reeds eene uitgeveende plas van
+bijna 1000 morgen groot, en op sommige plaatsen 20 ja 25 voeten diep,
+kunnende bij zwaare winden zeer hol staan; om den slag van het water
+eenigzins te breeken, moeten er strooken lands van 14 voeten breeds in
+blijven liggen; deezen geeven zeer goed rietgewas; in warme zomers
+wellen er groote stukken gronds op, die als het koud begint te worden
+weder zinken; deeze bonken mag men vrij wegbaggeren, waarvan
+gewoonlijk, zo om den tijd van ’t jaar, als ook om dat ze veeltijds op
+ongelegene plaatsen boven komen, weinig gebruik gemaakt wordt.
+
+In de voorsz. Gemeene polder ligt de Lange of Cuilens meir, die men
+zegt zijn oorsprong te hebben genomen bij eene uitlegging van
+Amsteldam, waarbij de aarde uit dat meir vergraven naar die stad
+vervoerd is geworden: jaarlijks ten minsten betaalt die stad aan
+Waverveen de verpondinge van dat meir: het water zo van deeze meir als
+van de andere polders is eenigzins brak, echter wordt het, door het
+grootste gedeelte der inwooners tot hun levens onderhoud, zonder eenig
+nadeel gebruikt; bij vriezend weêr is ’t zelfs genoegzaam zoet.
+
+De visscherijen in deeze uitgebreide plas, waren voor 5 a 6 jaaren,
+veel milder dan thans; men wil, ter oorzaake van ’t vergrooten en
+vermenigvuldigen der wateren, waardoor de visch zig meer verspreidt:
+door het gezegd opwellen der gronden kan men het vischwant ook niet
+naar vereisch gebruiken: en eindelijk, anderen stellen de oorzaak
+daarin, dat men thans plemp- of brazem-netten, waarin groote en zwaare
+baarzen, snoeken, brazems, enz. gevangen worden, gebruikt, en de
+voordteelinge des minder wordt; niet tegenstaande de gezegde
+schaarsheid van visch, worden deeze wateren gretig bij perceelen, als
+ook de riet-akkers, die aan de Polder verlaaten zijn, verhuurd; ieder
+perceel tegen 4, 5 ja 10 guldens en meerder.
+
+Op deeze plassen valt ook veel waterwild, als watersnippen, ganzen,
+zeker soort van vogels, die men aldaar Aalscholfers noemt, en die van
+jaar tot jaar vermeerderen, en veel visch verslinden; men vindt er ook
+de zogenaamde Zandrijger, die voor de visch mede zeer schadelijk is;
+eendvogels vallen er in overvloed, waarom dan ook van onheugelijke
+tijden af, een vogelkooi, aan den Ambachtsheere of Vrouwe gehoorende is
+aangelegd, naamlijk in de Noorder polder onder Ruigewilnisse gelegen,
+met de privilegie, dat men op eenige honderde roeden na (met
+limiet-paalen in de plas en elders afgeperkt,) niet mag jaagen of
+schieten—de kooi wordt thans verhuurd.
+
+Veele Amsteldammers enz. komen des zomers zig hier met de visscherij
+vermaaken.
+
+In het jaar 1792 hebben deezen hier ook een zeer fraai Admiraalschap
+gehouden, dat des avonds met een vuurwerk en musiek besloten werd:
+hetzelve is tot zo verre naar genoegen geweest, dat het waarschijnelijk
+bij rustiger tijden en voller beurzen meermaals zal herhaald worden.
+
+Een gedeelte deezer plas is nog van zo jonge datum, dat er lieden van
+manbaare jaaren in Waveren gevonden worden, wier vaders dezelve begaan
+hebben—de Gerechtsplaats, waarop een galg staat, kan men zo wel van
+deeze plas als van de landzijde zien.
+
+
+
+
+Wegens de
+
+NAAMSOORSPRONG
+
+Van Waveren, hebben wij hier voor onder Waverveen reeds gesproken: van
+die van Botsholl en Ruigewilnisse is niets met zekerheid te zeggen;
+echter is het zeker, dat de familie en afstammelingen van Oetgens, een
+oud en aanzienlijk geslacht, circa twee eeuwen, Heeren deezer Ambachten
+zijn geweest: een gedeelte van Ruigewilnisse, thans het Achterbosch
+genaamd, benevens twee meirtjens, waarvan het grootste de Galgmeir
+genaamd, aldaar, en het kleinste in de landerijen van ’t Sticht onder
+de Proosdije Aasdom ligt, is door den Heere Anthoni Oetgens, toen
+Schepen en naderhand Burgemeester te Amsteldam, in 1624 van het
+Kapittel van St. Pieter te Utrecht gekocht, en alhier gelegen zijnde,
+bij Ruigewilnisse gevoegd. denkelijk hebben de Heeren Oetgens, voor hun
+en hunne nakomelingen, den naam van Waveren er bij aangenomen, gelijk
+deeze Heerelijkheid omtrent den jaare 1760 nog bezeten werd door den
+Heere Bonaventura Oetgens van Waveren, Burgemeester der Stad Amsteldam,
+op wiens Successeuren dezelve is gedevolveerd, tot op de tegenwoordige
+Ambachts-Vrouwe Mevrouwe Brigitta Susanna Jacoba Lups, geboren Van Dam,
+een afstammeling van de Oetgens van Waveren, eene Ambachts-Vrouwe, die
+de liefde en hoogachting der in- en op-gezetenen van beide
+Heerlijkheden wegdraagt.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE,
+
+De stichting deezer Heerelijkheden is mede duister, er kan mogelijk iet
+dergelijks van gegist worden, als wij hiervoor onder Waveren, wegens de
+stichting van dat dorp, hebben opgegeven.
+
+Wat de grootte betreft: „De quohieren”, leezen wij desaangaande,
+„begrooten de landerijen in de drie Ambachten op 467 morgen, 100
+roeden; doch de uitgestrektheid is zekerlijk grooter; want volgends de
+medegedeelde opgaave, bestaat Waveren in twee polders; de Zuiderpolder
+gemeen met Waverveen, die voor 422 morgen, 197 roeden, zo land als
+water, in de verponding betaalen; de Noorderpolder is 414 morgen 122
+roeden groot. In de lijst van den jaare 1612,” leezen wij verder,
+„stonden voor Waveren, Botshol en Ruigewilnisse, 46 huizen, en in die
+van 1732, is het op 74 nommers vermeerderd”, thans zijn er 80 huizen,
+die bewoond worden door nagenoeg 430 menschen, (de kinderen daaronder
+begrepen;) van deeze bewooners zijn bijna 160 van den Gereformeerden
+Godsdienst, de overigen zijn meest allen Roomsch.
+
+
+
+
+Het
+
+WAPEN
+
+Van Waveren is een goud veld, met twee roode balken, waarop vijf witte
+schuine ruiten, drie boven en twee onder.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+Onder onze hiervoor gaande beschrijving van Waverveen, hebben wij
+gezien, dat de Gereformeerde Kerk voor dat dorp en Waveren gemeen is,
+waarom ook hier geene andere Kerk gevonden wordt dan eene Roomsche, in
+het Achterbosch voornoemd, die wel net, doch echter maar klein is, ten
+aanzien dat de meeste opgezetenen te Waveren Botshole en Ruigewilnisse,
+en te Waverveen, den Roomschen Godsdienst belijden, zo wel als om dat
+de Roomschgezinden van de Proostdij Aasdom, Vinkeveen en Demmerik,
+allen hier te kerk gaan, zijnde het getal der Communicanten 950 à 1000;
+dan des zomers, wanneer de baggertijd tot het turfmaaken daar is,
+vermeerdert dit getal ten minstens met 3 à 400 persoonen.
+
+Een school is mede in Waveren niet; zie verder onze beschrijving van
+Waverveen, art. kerklijke en godsdienstige gebouwen.
+
+Echter wordt er een School in de Noorderpolder buurt, onder
+Ruigewilnisse, sedert weinig jaaren, gevonden, dat deszelfs oorsprong
+heeft, door dat de kinderen te Waverveen school moetende gaan, telkens
+de groote plas, voornoemd, overgezet zouden moeten worden, of een omweg
+van meer dan een uur zouden moeten voeteeren; dit school dan is
+aangelegd op verzoek van de inwooners aldaar, na ingenomen advis van
+den Schout en Gerechte, alsmede van den Meester van Waverveen; in
+hetzelve gaan zowel de Gereformeerde als Roomschgezinde kinderen, het
+getal derzelven wordt op 40 begroot: voor dit school ziet men een bord
+geplaatst, waarop het wapen van Waveren Botshole en Ruigewilnisse
+afgebeeld is, en met groote letters te leezen staat: School der
+Heerlijkheid—de Meester is tevens Chirurgijn.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+Hier onder kunnen wij, Waveren betreffende, weder niets anders
+betrekken, dan het Rechthuis, dat een vrij ruime herberg is; er staat
+een zwaare geesselpaal voor, doch ’t heeft verders niets bijzonders.
+
+Wegens de kerklijke regeering hebben wij hier ook niets aantetekenen;
+men zie desaangaande onder Waverveen, het art. van gezegden naam.
+
+
+
+
+Betreffende de
+
+WERELDLIJKE REGEERING.
+
+Dezelve bestaat, wat het crimineele aangaat, uit den Bailluw van
+Amstelland (die bij een apparte Commissie mede aangesteld wordt als
+Bailluw van Waveren Botshole en Ruigewilnisse,) en vijf Schepenen, van
+welke Schepenen het eene jaar twee, en het andere drie afgaan: de
+Schepenen, die hun vervangen, worden gekozen door den Ambachtsheer of
+Vrouwe in den tijd, uit een dubbeld getal, genomineerd door alle de
+Schepenen—zo wel de afgaande als de aanblijvende Schepenen zitten ook
+met den Schout te recht over civile zaaken, welken, ter eerste aanleg,
+voor hen gebragt worden; in gevalle van apel, gaan de zaaken naar den
+Hove van Holland; zie weder verder dit zelfde artijkel onder onze
+beschrijving van Waverveen, hier voorgaande.
+
+Voorrechten of VERPLIGTINGEN hebben die van Waveren even weinig als de
+Waverveeners, en wat aangaat hunne
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN,
+
+Daarin is almede zeer weinig verschil; de veenderij maakt er de
+voornaamste tak van bestaan uit, zo wel als te Waverveen; te Waveren
+zijn slechts twee melkerijen, die al hun voorraad ook onder de
+inwooners van beide de dorpen slijten, zo dat zij hunne waar niet
+elders behoeven te gaan uitventen.
+
+Daarentegen vindt men in de Noorderpolder onder Ruigewilnisse,
+niettegenstaande het verveenen, nog zes groote boerderijen, waarop veel
+boter gemaakt wordt, die men des maandags en vrijdags met de karnmelk
+te Amsteldam vertiert.
+
+Niettegenstaande de arbeidzaamheid der inwooneren deezer Heerelijkheid,
+is hunne welvaart niet zeer te roemen, zij deelen in het algemeen lot
+van Nederland; dat er echter ook gegoede lieden zijn, blijkt uit
+verscheidene omstandigheden, onder anderen, dat er in de nacht tusschen
+den 25 en 26 Januarij 1773, door een bende boosdoeners onder de
+Jurisdictie van Waveren Botsholl, een geweldige huisbraak is geschied,
+gevolgd van een diefstal ter somme van ƒ 7000: door den Bailluw en
+Schepenen Crimineel van Waveren Botshole en Ruigewilnisse, werd een
+præmie van ƒ 600:- gesteld op het aanbrengen van de boosdoeners, of
+eenige van dezelve, met belofte van vrijheid van straffe, in gevalle
+van medepligtigheid: eerst na twee jaaren zijn echter eenigen van hun,
+door den beruchten Jan Muff, (bij gelegenheid van eene andere
+huisbraak,) in handen van den Hoofd-Officier te Amsteldam geleverd.
+
+
+
+
+De
+
+GESCHIEDENISSEN
+
+Van Waveren Botshole, zijn dezelfde als die van Waverveen meergemeld;
+bij de omkeer van zaaken, in onze laatstledene troubelen, zijn de
+Pruissen ook aldaar doorgepasseerd, en hebben de inwooners tot het
+requisit van den Pruissischen Major Von Krahn, mede het hunne helpen
+contribueeren—te Ruigewilnisse zijn de Pruissen alleenlijk aan de
+overzijde der Waver, onder Ouder-Amstel gepasseerd, en hebben er twee
+dooden, op eenen kleinen afstand van de Herberg, begraaven.
+
+Bijzonderheden zijn hier weder niet voorhanden.
+
+
+
+
+De
+
+HERBERGEN,
+
+Want eigenlijke Logementen worden er mede niet gevonden, zijn:
+
+ Het Zwaantje, dat het Rechthuis is onder Waveren Botshole.
+ Het Fortuin, in ’t Achterbosch.
+ Het Oude Rechthuis, in de Noorderpolder.
+
+Als mede één in de buurt van Ruigewilnisse, waarin tevens slagterij
+gedaan wordt.
+
+
+
+
+Wegens de
+
+REISGELEGENHEDEN
+
+Zie men, voor zo veel Waveren Botshole aangaat, onder onze beschrijving
+van Waverveen het zelfde artijkel—dan ten aanzien van de Noorderpolder
+in de Ruigewilnisse, kan men dagelijks na en van Amstelland vaaren, met
+de Rijke Waversche Veerschuit, onder Ouder-Amstel gehoorende.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE STAD MUIDEN.
+
+
+ MUIDEN, dat in ’s Lands historie,
+ Steeds met lofspraak wordt gedacht,
+ Wordt om zyne sterkte en ligging,
+ Om zyn grysheid hoog geacht:
+ ’t Slot, door eeuwen heen gespaard,
+ Is door kunst en wraak vermaard.
+
+
+Onder de Vaderlandsche Steden verdient inzonderheid het grijze Muiden,
+groote onderscheiding, zo wegens deszelfs aloudheid als voornaame rol,
+waarmede ’t op het tooneel van Nederland door de Voorzienigheid bedeeld
+is geworden: onze volgende aantekeningen zullen zulks voldoende
+bewijzen.
+
+
+
+
+Volgends onze aangenomene orde, moeten wij eerst spreeken van de
+
+LIGGING.
+
+Deeze is aan de Zuiderzee, ruim twee uuren van Amsteldam, ruim
+anderhalf uur van Naarden en een groot half uur ten zuiden van Weesp:
+de aangenaame rivier de Vecht loopt door de stad, die door derzelve in
+twee deelen gescheiden wordt; doch welke deelen weder door een brug,
+(een tolbrug,) vereenigd worden: naast deeze brug ligt een zeer zwaare
+schutsluis, door middel van welke het vechtwater van de zee wordt
+afgescheiden, en welke sluis voor eene der sterkten van Holland
+gehouden mag worden, alzo men door het openen van dezelve het platte
+land in den omtrek onder water kan zetten: ter plaatse alwaar deeze
+sluis ligt lag tot den jaare 1674, een dam, de Hinderdam genaamd: deeze
+watergelegenheid van Muiden, brengt niet weinig toe tot den bloei van
+het plaatsjen; alzo alle de schepen die dóór Utrecht den Rhijn moeten
+bevaaren, en te groot zijn om door de Nieuwersluis, of door Weesp te
+schutten, hier passeeren; onder deezen zijn de Keulsche aaken wel de
+voornaamsten: deeze sluis wordt jaarlijks voor omtrent veertien of
+vijftien honderd guldens verpacht: de veele rijtuigen welken na Naarden
+en het Gooiland door Muiden passeeren, geeven in het steedjen mede
+geene geringe levendigheid: de stad is aan den zeekant beveiligd door
+een dijk, zig strekkende van de uitwatering van de Vecht in de
+Zuiderzee af, tot aan Muiderberg, en van daar tot Naarden toe.
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+Deeze wordt gevonden in de ligging der stad, zijnde, gelijk boven
+gezegd is, aan de Zuiderzee, bepaaldlijk ter plaatse alwaar de mond van
+de Vecht is: het woord Mond nu, was weleer Muden, zijnde door
+klankverbastering in Muiden veranderd; de oude naam Amuden, zegt men,
+bevestigt zulks nog nader; het eerste gedeelte deezes zamengestelden
+woords, Aa naamlijk, betekende toen, gelijk nog, een rivier, waarvan de
+Mond mede ter deezer plaatse is: in oude geschriften komt het steedjen
+dikwerf voor onder den gezegden naam van Amuden.
+
+
+
+
+STICHTING GROOTTE EN STERKTE.
+
+Wanneer Muiden gesticht zij, is niet te bepaalen, alzo het van een
+visschers dorp of vlek, tot den rang der steden verheven is:
+onbetwistbaar is het intusschen dat men deeze stad den toenaam van
+grijs of oud mag geeven; want in den jaare 953 wordt reeds van dezelve
+gewaagd.
+
+Wat de grootte betreft, vòòr den jaare 1632 vinden wij er 146 huizen
+voor aangetekend; en honderd jaaren laater, telde men er 205; anderen
+geeven er negen minder op, naamlijk slechts 196: de verpondingen welken
+dezelven opbrengen, beloopen weinig meer dan zeven honderd guldens.
+
+Behalven wegens de gemelde groote sluis, is Muiden onder de sterke
+steden van Nederland te plaatsen: het heeft drie van boven open
+poorten; behalven de zogenaamde Sortiepoorten van het beruchte slot, ’t
+welke aldaar gevonden wordt, (hier van nader;) de vestingwerken der
+stad zijn zodanig dat men dezelve weerbaar mag noemen, en weleer wilde
+men dat Muiden, behoorelijk versterkt, en met tweeduizend man bezet,
+geen hond in of uit de stad zoude kunnen komen: in den beginne der
+zestiende eeuw, getuigt men, had Muiden noch poorten noch muuren;
+daarna heeft het beiden gekregen, en van tijd tot tijd is het noodig
+bevonden om ’t steedjen te versterken, en de versterking te verbeteren,
+vooral ook het slot: in 1629, toen de Spanjaarden in de Veluwe
+stroopten, was men desaangaande met ernst bedacht, echter is tot de
+daad zelve geen besluit genomen; in onze jongstledene troublen, toen
+menig dapper patriot naar Muiden getrokken is, om zijn hoofd voor de
+zaak, die toen van dien kant gedreven werd, ten pande te stellen, is
+het steedjen in volkomenen staat van tegenweer gebragt, schoon het zig
+aan de Pruissen heeft moeten overgeeven.
+
+
+
+
+’T WAPEN
+
+Is een blaauw veld, met een zilveren dwarsbalk er door.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+Hier omtrent is in de eerste plaats de Kerk te noemen: verscheidene
+schrijvers willen dat zij de oudste van geheel Holland zij; intusschen
+heeft zij niets bijzonders, ten ware men als eene bijzonderheid wilde
+aanmerken, dat zij, gelijk ook haaren dikken en laagen toren geheel van
+duifsteen opgemetzeld is: van binnen is zij voorzien van een zeer goed
+orgel: de gemeente aldaar, ruim 300 leden sterk, wordt bediend door
+twee Predikanten, behoorende onder de Classe van Amsteldam: vóór den
+jaare 1632, had Muiden maar één’ Predikant.
+
+De Roomschen hebben ter deezer stede mede eene statie, welke bediend
+wordt door één’ wereldsch Priester.
+
+Voords is er een Weeshuis, zijnde het gewezene Catharijneklooster, dat
+door Nonnen bewoond werd: het bestuur over dit huis is toebetrouwd aan
+twee Vaders, en even zo veele moeders—weleer was er nog een
+overblijfsel van de Kloosterkerk te bezichtigen; doch hetzelve nu
+geheel nutloos geworden, is tot een pakhuis herbouwd.
+
+
+
+
+Onder de
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+Behoort het slot, boven reeds genoemd, zijnde hetzelve zonder
+tegenspraak het voornaamste gebouw der stad, gelijk het ook voor een
+der voornaamste gebouwen van Holland mag gehouden worden: Melis Stoke,
+verhaalt ons dat het gesticht is door Graaf Floris den Vijfden, het
+rampzalig slagtoffer der vroege staatsverschillen, waardoor Nederland
+reeds in zijn begin geschokt is geworden, en die van tijd tot tijd door
+anderen vervangen zijn, ja zelfs tot op den tijd dien wij beleefd
+hebben, nog voordduurden, en gave God dat zij nog heden geheel gesmoord
+waren!—de tijd der stichting van het slot stelt men te zijn omtrent den
+jaare 1290.
+
+Het zwaare gebouw rust op sterke gewelven, is rondsom met een gracht
+omvangen, en pronkt van buiten, met vier stevige ronde torens, een van
+welken voor eene gevangenis van misdadigers, of gyzelplaats voor
+minschuldigen gebruikt wordt: ’t heeft ook een sterke poort, een ruim
+binnenplein, en veele vertrekken, waaronder die vrij aanzienlijk zijn;
+(zie nader van dit slot onder het artijkel der bijzonderheden van
+Muiden:) oudtijds hadden de Drossaarden van Muiden op dit slot hun
+verblijf, waardoor zij den naam van Castelein verkregen hebben, doch
+zij zijn tegenwoordig niet verpligt er op te woonen, gelijk zij het dan
+ook meest voor een zomerverblijf houden: het wordt bewaard door een
+burgerman met zijn huishouden; dat des zomers aanmerkelijk voordeel
+trekt uit de giften der vreemdelingen, en inborelingen, onder welken
+laatsten voornaamlijk de Amsteldammers te tellen zijn, welken het slot
+komen bezichtigen.
+
+„Vóór de laatste verbeteringen der vestingwerken,” leezen wij
+desaangaande verder: „waren de aardene wallen van dit kasteel of slot,
+met twee reien boomen beplant, die toen werden uitgerooid, gelijk mede
+voor het grootst gedeelte de tuinen, doch naderhand zijn de wallen
+weder beplant geworden.”
+
+Voor de brug van het slot is een Corps-de-garde gebouwd.
+
+Veel deels heeft dit beroemde gebouw in de lotgevallen van Nederland
+gehad; voornaamlijk, en dit spreekt van zelf, voor zo verre de stad
+Muiden zelve betreft: bijzonderlijk is het door de Kennemers, die
+opgekomen waren om den dood van Graaf Floris den Vyfden te wreeken,
+belegerd, en ook in hunne handen gevallen.
+
+Zeer beroemd is dit gebouw geworden door de schriften van den
+onvergelijkelijken Drost, P. C. Hooft, die hij op hetzelve vervaardigd
+heeft.
+
+Het Stadhuis is zekerlijk dien naam naauwlijks waardig; het is echter
+voorzien van een torentjen, maar zeer klein: in hetzelve hangt een
+klokjen, ’t welk bij het afleezen van vonnissen of openbaare
+afkondigingen geluid wordt; voor het gebouw staat een uitstek of soort
+van balcon, met een hek er rondom; het pronkt tevens met het beeld der
+Gerechtigheid, tusschen twee leeuwen, houdende het wapen der stad, en
+dat van Holland—anderen willen dat de twee leeuwen, twee meerminnen
+zijn, tot plaatsing van welken aanleiding zoude gegeven hebben, het
+vangen van zulk een wezen, door de visschers van Muiden, wanneer, wordt
+niet gezegd: deeze Meermin zoude als eene Waterprofetesse gezegd
+hebben: Muden zal Muden bliven, Muden sal noit becliven: als er eenig
+ongeval in de stad ontstaat, wordt deeze Prophetie door de inwooners
+nog wel eens herdacht, en herhaald.
+
+Onder de Wereldlijke Gebouwen van Muiden behoort ook de Waag, ofschoon
+dezelve almede niet veel vertoning maakt, en bijna van geheel geen
+gebruik is: zij staat benevens de sluis, en dient ook tot een wachthuis
+voor de burgerij.
+
+
+
+
+VOORRECHTEN.
+
+Heeft Muiden niet veel; wèl heeft het steedjen ’t recht dat de
+schelvisch, (die voorheen aldaar plagt afgeslagen te worden, doch ’t
+welk nu niet meer geschiedt,) er twee uuren moet blijven liggen, eer
+zij vervoerd mag worden; ook is een burger van Muiden te Utrecht niet
+aristabel.
+
+
+
+
+REGEERING.
+
+Deeze vinden wij dus beschreven.
+
+„De Regeering der stede Muiden bestaat uit den Drossaart, die eenen
+stedehouder heeft, welke door hem gekozen wordt, en tevens Officier der
+stad is; wijders uit den Schout, twee Burgemeesteren en vijf Schepenen,
+drie Weesmeesters en één Armmeester, welken een’ Secretaris is
+toegevoegd: de Drossaart wordt door de Staaten van Holland en
+Westfriesland aangesteld: het doen van den eed door deezen, werd
+oudtijds met eene bijzondere plechtigheid verricht: de verkorene
+Drossaart kwam te Muiden aan de brug, bij rijzende zonne onder den
+blaauwen hemel, zettede zijn rechter voet in een beugel aan een grooten
+witten steen vastgemaakt, en zwoer, ten overstaan van gemagtigden van
+Muiden, Naarden, en de dorpen van Gooiland, Weesp, en Weesperkerspel,
+in handen van voorzittende Burgemeesteren van Muiden, Naarden en Weesp,
+met opzicht tot ieder van zijne bijzondere waardigheden; beloofde de
+Staaten van Holland en Westfriesland gehouw en getrouw te zullen zijn;
+het kasteel tot eer en dienst derzelven te bewaaren; de Steden en
+Dorpen, ieder in het hunne niet te verhinderen in hunne Voorrechten,
+handvesten, vaststellingen, en gewoonten; maar hen daarin te sterken,
+stijven, en handhaven; den Godsdienst, zo als die tegenwoordig geoefend
+wordt, mede te oefenen; Weduwen en Weezen, en andere elendigen, onder
+zijn rechtsgebied behulpzaam te zullen zijn, en in hun goed recht te
+beschermen, en voords in het algemeen te doen, dat een goed vroom
+kastelein van Muiden en Bailluw van Gooiland, behoort en schuldig is te
+houden en te doen: deeze plechtigheid,” voegt de schrijver wiens
+geleide wij in deezen volgen, er bij, „is ten aanzien der twee laatste
+Drossaarden niet geschied; doch de steen en de beugel wordt nog op de
+aangewezen plaats gezien:”
+
+De Drossaard is tevens Colonel over de Schutterij.
+
+„Burgemeesteren worden jaarlijks op den 2 Februarij, door Schepenen
+verkozen: Schepenen plagten van ouds zonder nominatie verkoren te
+worden; zo lang er geene stadhouderlijke regeering was,” gelijk men het
+noemt, „is door Schepenen en Burgemeesteren eene nominatie van tien
+persoonen gemaakt, en aan de Staaten van Holland en Westfriesland,
+overgeleverd, om er vijf Schepenen uittekiezen; onder de
+stadhouderlijke regeering, levert de Drost de nominatie over aan den
+Stadhouder: de vijf Schepenen kiezen de nieuwe Burgemeesteren, en deeze
+gezamentlijk de Weesmeesteren, en de Armmeester, welke voor dat jaar de
+dertien Leden der Vroedschap uitmaaken; alle de Collegiën worden door
+denzelfden Secretaris bediend, die door de Staaten van Holland en
+Westfriesland is aangesteld.”
+
+Wat het opzicht over den zwaaren zeedijk, waarvan wij boven spraken,
+betreft: dezelve staat volgends resolutie van de Staaten van Holland en
+Westfriesland, dato 7 Mei 1678, aan een Collegie van Dijkgraaf en zeven
+Hoogheemraaden met hunnen bijgevoegden Secretaris: de Dijkgraaf is de
+Drost in der tijd; drie van de Hoogheemraaden worden gemagtigd door de
+steden, Amsteldam, Muiden en Naarden, en één door de Schout en
+Schepenen van Weesper-kerspel: deeze vier Hoog-Heemraaden, benevens de
+Dijkgraaf kiezen de overigen, te weeten uit Muiden, Naarden, en Weesp,
+of Weesperban, ieder één: de Secretaris wordt door het gezamentlijke
+Collegie aangesteld: „Dijkgraaf en Hoogheemraaden,” leezen wij, „moeten
+in den ring van deezen dijk, voor zesduizend guldens, of twaalf morgen
+lands gegoed weezen.”
+
+Men kan niet met zekerheid bepaalen hoe de beheering van deezen dijk,
+in vroegeren tijde geweest is; vóór den jaare 1650 schijnen er noch
+Dijkgraaf noch Hoogheemraaden geweest te zijn, daarna werd er door het
+Hof een’ Dijkgraaf aangesteld.
+
+Dijkgraaf en Hoogheemraaden, doen jaarlijks in de maand April,
+schouwing over den gantschen dijk: twee uit de Hoogheemraaden, welken
+hier toe, en tot alle gemeene voorvallende zaaken gemagtigd worden,
+hebben het bestuur om het gebreklijke te doen herstellen bij openbaare
+aanbesteedinge, aan de minst aanneemende, gelijk zij ook gelast worden,
+om nategaan dat alles behoorelijk gemaakt worde, ten welken einde een
+opzichter van den dijk is aangesteld, die dagelijks bij den arbeid
+tegenwoordig moet weezen: de gebreken van den dijk volgends het oordeel
+van gemagtigden in behoorelijke orde hersteld zijnde, wordt het volle
+Collegie beschreven om aan den dijk te komen, ten einde de gemaakte
+werken opteneemen, en verder te besluiten wat na tijds gelegenheid
+noodig geoordeeld mogt worden.
+
+Het Collegie van Heemraaden wordt te Amsteldam beschreven, tot het
+opneemen van de rekeningen en het sluiten van de boeken.
+
+Sedert ’s Lands Zeeweeringen van het zo zonderling als schadelijk,
+paalgewormte doorknaagd is geworden, heeft men ongemeene moeite gedaan,
+om deezen dijk te versterken, door het aanbrengen van vreezelijk groote
+steenen aan de glojing of helling naar den zeekant toe; deeze
+versterking gaat van het Muiderslot af, tot aan Muiderberg toe, het
+geen den dijk niet weinig verbeterd heeft, waarvan het gemelde
+schadelijk gewormte de aanleidende oorzaak mag genoemd worden, en
+derhalven heeft dat zogenaamd kwaad, waartegen in de tempelen zelfs
+smeekingen naar den Hemel gezonden werden, in dit geval, en in andere
+gevallen meer, tot een zegen verstrekt.
+
+Het bovengemelde Collegie heeft ook opzicht op de groote sluis, waarvan
+wij reeds gesproken hebben.
+
+Het Collegie van Commissarissen van het zandpad, tusschen Amsteldam,
+Muiden, Naarden, en Weesp, bestaande uit gedeputeerden van gemelde
+steden, hebben om de vier jaaren hunne zittingsbeurt te Muiden, tot het
+doen opneemen en sluiten van de boeken.
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN.
+
+De Zoutkeeten, welken in Muiden gevonden worden, maaken er veelal de
+nering en bronnen van bestaan uit; zij zijn drie in getal, naamlijk, De
+Paauw, Het Anker, en De blaauwe Wereld, er woonen ook veele visschers,
+die hun werk maaken van bot, baars, snoek, enz. te vangen, ja zelfs
+somtijds haaring: deeze visch wordt meerendeels in de Zuiderzee
+gevangen, hoewel de bot en baars, welke van Muiden komt, bekend zij
+onder den naam van Y-bot en Y-baars—er worden in Muiden alle die
+handwerken en ambachten geoefend, welken in de zamenleeving
+onvermijdelijk zijn—de militie die er thans in guarnisoen ligt, brengt
+het steedjen mede eenige woelingen bij: de doorvaart, waarvan wij boven
+Bladz. 1. reeds spraken, behoort hier vooral gedacht te worden: dit
+jaar verstrekt ten voorbeelde van de bezigheid, welke daardoor
+veroorzaakt wordt, door de Pruissische Magazijnen, die van over
+Hamburg, Stettin, enz. tot Muiden aangevoerd, en aldaar in Rhijnschepen
+overgeladen worden: dit gaf zulke eene aanmerkelijke drokte, en grove
+winst voor allen die maar wilden werken, dat het niet vreemd was dat
+een gildewerker tot ƒ 30, in een’ week kon verdienen: dit zelfde geeft
+ook groot vertier bij bakkers, brouwers, en in de herbergen.
+
+Men vindt te Muiden ook goede Scheepstimmerwerven, alwaar welëer van
+100 tot 130 man plag te werken; dan sedert 1787 is deeze tak merkelijk
+verloopen.
+
+
+
+
+SCHUTTERIJ.
+
+Deeze bestaat in twee Compagniën, naamlijk het Blaauwe en Oranje
+vendel, waarover de Drossaard Colonel is; de overige Officieren, zijn
+twee Capiteinen, twee Lieutenanten, twee Vendrigs, en zes Sergeanten:
+deezen vergaderen in bijzondere gelegenheden, „althans,” zegt onze
+geëerde correspondent „in deezen, meer dan ééns in een jaar.”
+
+
+
+
+GESCHIEDENISSEN.
+
+In den jaare 953 werd Muiden, door Keizer Otto den Eersten, aan de
+Kerke van Utrecht in eigendom gegeven, het welk naderhand door Keizer
+Otto den Tweeden, in 975 geschiedde; zijnde deeze gift in den jaare
+1171, door Keizer Fredrik, nog nader bevestigd;
+
+Meer dan éénmaal heeft Muiden voor den aanval van vijanden
+blootgestaan; en is zelfs door hen verbrand: in den jaare 1197,
+onderging het dit lot door de Kennemers; weinige jaaren laater,
+naamlijk in 1204, werd Muiden in koolen gelegd, door Wouter van Egmond
+en Albrecht van Banjaart, ten tijde der inlandsche beroerten in Holland
+tusschen Graaf Willem, en Graave Lodewijk van Loon: dit onheil viel de
+stad en niet minder het slot andermaal te beurt in den jaare 1356, door
+Jan van Arkel, Bisschop van Utrecht, toen hij met Graave Willem in
+oorlog gewikkeld was: die van Utrecht, in 1374 in twist geraakt zijnde
+met Aalbrecht van Beiëren, over de betaaling van het huis te Vredeland,
+en over zekeren hoon daarbij geleden, beslooten hunne schaden te
+verhaalen door schatting te vorderen van eenige Hollandsche plaatsen,
+waaronder ook Muiden zig bevond; in het jaar 1507 werd deeze stad door
+Hertog Karel van Gelder in brand gestoken, gelijk hij zig ook Meester
+van het slot maakte; doch bij den zoen tusschen de Hertog en Karel den
+Vyfden, toen Koning van Castiliën, werd het slot zo wel als de stad
+zelve aan hem, als Graave van Holland weder ingeruimd: de uitvoering
+van welke inruiming echter nog aanliep tot den jaare 1509: in de
+Spaansche beroerten heeft Muiden langen tijd de zijde des Konings
+gehouden, en des zelfs gelegenheid om hier door Amsteldam en Haarlem,
+welken mede noch Spaanschgezind waren, te benaauwen, ondernam Hopman
+Dirk Sonoi, met goedvinden van den Prins van Oranje, in den jaare 1576,
+een aanslag te waagen om het voor de Staaten te bemagtigen; dat ten
+deele ook gelukte door het inneemen der stad die zeer schielijk
+vermeesterd werd; maar om het slot intekrijgen zag men geen kans zonder
+grof geschut, dat ontboden werd: intusschen kwamen de Amsteldammers te
+water, en eenig ander volk te lande zo schielijk aan, dat Sonoi moeite
+genoeg had om het geschut, volk, ja zelfs zijn eigen persoon aan boord
+te krijgen, en met verlies van twee honderd man, Muiden en de Schans
+Diemerdam, niet zonder verwijt van te hooren, dat hij het gevaar te
+groot gesteld en zelf de schrik onder zijne troupen gebragt had, te
+verlaaten: met den eersten dag des jaars 1577 gaf Muiden zig bij
+verdrag over aan den Prins van Oranje: toen de Staaten van Holland en
+Zeeland zig ontsloegen van de Landvoogdije des Graaven van Leicester,
+en Prins Maurits als hun algemeenen Landvoogd aanstelden, veranderden
+zij tevens de bezettingen in verscheidene steden, met nieuw geworven
+Krijgsvolk; maar het duurde nog al een geruimen tijd aleer zij dien in
+Muiden konden uitwerken, nadien den Capitein Johan Bax, die er het
+gebied voerde, weigerde van het slot te verhuizen; waaruit men kan
+begrijpen dat dit slot niet gering van kracht moet geweest zijn:
+Leicester noemde het daarom ook de toom van het groote paard; dat is
+van Amsteldam.
+
+Toen in 1672 het land wegens den inval der Franschen door een
+algemeenen schrik bevangen werd, werd deeze stad, hoe onweerbaar ten
+dien tijde, door hen niet bemagtigd; ofschoon zij zeer nabij haaren
+overgang was: want na dat Naarden overrompeld was, waren vijf
+Dragonders stout genoeg om eenige vlugtelingen tot binnen Muiden te
+vervolgen, ’t welk, wel verre dat die stoutheid henzelven ten nadeele
+zoude verstrekt hebben, die van Muiden in tegendeel zo verschrikt
+maakten, dat zij terstond Gemagtigden tot een verdrag afzonden: terwijl
+deezen tot het volbrengen van hunnen last afwezig waren, had Prins
+Maurits van Nassau, te Muiden post gevat, met voorneemen om de stad te
+verdedigen, het geen de Afgevaardigden, toen zij terug keerden, onder
+het vrijgeleiden van drie honderd Franschen ter dood deed verschrikken;
+zij dorsten niet nader komen uit vrees voor de ongenade van den
+dapperen Maurits, en aan den anderen kant vreesden zij van door de
+Franschen gehouden te zullen worden, tot men de geslotene overeenkomst
+voldaan zoude hebben; het geen de Franschen nu te zekerder zouden
+vorderen, nu zij zagen dat Maurits voorneemens was de stad te
+verdedigen: dit was zekerlijk een hachelijke omstandigheid voor hen;
+echter werden zij daar uit gered door den Franschen Predikant te
+Naarden, Jean Louis Grouwels, wiens voorspraak bij de Franschen zo veel
+ten wege bragt dat deeze het gemaakte verdrag vernietigden, waardoor
+Muiden derhalven nog aan de zijden der Staaten bleef, hoewel zulks niet
+lange ongestoord duurde, want ten volgenden jaare, 1673, deed Condé er
+weder eenen aanslag op, hoewel al mede vruchtloos; men ging hem met het
+water te keer, waarom hij het zelve poogde aftetappen; doch niet genoeg
+kundig zijnde van de gesteltenis des Lands, moest hij zijn oogmerk
+laaten vaaren.
+
+In de daarop volgende honderd jaaren, verschijnt Muiden niet op het
+staatstooneel; doch in onze jongstledenen troubelen heeft het al mede
+zijn deel gehad, ’t geen als een voormuur, of sterkte van Amsteldam, om
+welke hoofdstad het voornaamlijk te doen was, onmogelijk anders heeft
+kunnen weezen: desaangaande hebben wij van een waardige hand het
+volgende ontvangen.
+
+Na dat Muiden bij het trekken van het Hollands Cordon, circa een jaar,
+eerst door het tweede, daarna door het eerste batt. van Dundas bezet,
+en deszelfs fortificatien eenigzins in staat van defensie gebragt
+waren, kwamen bij deezen militaire bezetting een detachement van
+Amsteldamsche Burgers, circa 300 man sterk, aldaar in bezetting die
+alle twee weeken wierden afgelost: in ’t laatste van Augustus 1787,
+kwam een detachement van 18 Kanoniers, met twee Officieren van
+Amsteldam, weinig dagen daarna het corps van Meyering, toen circa 20
+sterk, ’t welk in Muiden tot bij of over de 200 gebragt wierd, nog een
+detachement Kanoniers sterk als boven; na het overgaan van Utrecht en
+andere steden, aan de Pruissen, kwamen veel defferente bataillons en
+detachementen, als Waardgelders, Utrechtsche Garde, Vriessche en
+Geldersche Brigadiersch, Fransche Artilleriste, enz. tot het getal zo
+men zeide 2100 man sterk wierd.
+
+Het eerste tooneel dat eenigzins aanmerklijk was, was behalven den
+toestel, het in den eed nemen van de militaire Officieren: door twee
+gecommitteerde uit het defensieweezen van Woerden, deeze Heeren geleid
+wordende door den Generaal Van Ryssel; en geëxcorteerd door een
+detachement Dragonders, reden te Muiden in den doelen op; requirerende
+de militaire Officieren voor zig, en stelden haar den eed voor, die
+door alle (exept den Capitein Commandant Nicolson,) werd geweigerd, en
+ontvingen hunne demissie.
+
+De nacht na deezen dag, werd Muiden door eenigen onverlaaten, die zig
+onder de Amsteldamsche Burgerij mengden, met eenig ongeval gedreigd, ’t
+welk wel voorgekomen werd; hoewel er naderhand nog onzinnigheid
+gepleegd is.
+
+Eindelijk kwam dien noodlottigen nacht tusschen den 26 en 27 September:
+den 26 in de achtermiddag, werd er een begin gemaakt met plunderen, bij
+Burgemeester Abraham van der Spar, dan dit werd, en wel voornamentlijk
+door tusschenkomst van eene Hersman, Officier bij het corps van
+Meyering, nog gelukkig in deszelfs begin gestut, en dat huis bezet en
+bewaard; dog des avonds om 11 uuren, ging men veel sterker aan ’t
+woelen, die troep zo men zeide, 15 à 16 man sterk, wilde plunderen, het
+koste wat het wilde, zij hadden in de Bank van Leening de glazen
+ingeslagen, en kwamen met een woest geschreeuw, dat haar troep grooter
+deed schijnen dan ze in der daad was, en ook wezenlijk grooter maakte,
+om dat zij die er ook lust toe hadden er zig bij voegden, de brug over,
+hier werden zij wel door den Officier van de wacht, die tot de
+Geldersche Brigade behoorde met nog een Officier tegengegaan; maar
+dreigen hielp zo weinig als goede woorden: daar moest en zou geplunderd
+worden, zij drongen door, sloegen over de wacht eenige huizen de glazen
+in stukken, toen ze hier mede bij den Bakker op den hoek over de wacht
+bezig waren, kwam eenige huizen van daar een kogel van tusschen de
+pannen, die men nooit recht geweten heeft van wien; trof een man in den
+onderbuik, dat er de dood op volgde; een eenvoudig man, een
+schoenmaker, werd van deeze daad beschuldigd, maar behalven dat die man
+zo eenvoudig was, dat hij geen geweer zoude hebben durven afschieten,
+woonde hij ook te verre om het te kunnen doen: evenwel dit huis werd in
+die diep woeste drift geplonderd, (woeste drift moet men het noemen, en
+geen partijsche, want het huis van een zeer bekende Prinsgezinden werd
+gespaard, terwijl bij zijn twee buuren, waar van ten minsten een voor
+Patriottisch bekend stond, niet alleen de glazen ingeslagen, maar ook
+verscheide kogels door het huis gejaagd wierden;) de man met zijn
+huisgezin meende achter door de tuin uittevluchten, maar werd door een
+kogel in ’t been gekwetst, en viel; toen wierden zij door een troep
+raazenden overvallen; de man werd getrapt, geslaagen, en na de
+hoofdwacht gesleept, alwaar hij in den morgen van den tweden dag aan
+zijn bekomen wonden overleed, de vrouw had zich losgeworsteld niet
+zonder deerlijk gehavend te zijn; men hoorde in dit tumult na gissing
+wel 400 snaphaanschooten, door partijen elkander toegezonden, want er
+was onder het guarnizoen zo wel militair als burgers, een zeer groote
+partij die zich tegen het plunderen verzette, de kogels snorden van
+rondsom, en in den morgen telde men tot 26 gekwetsten, behalven die
+zich uit het oog hielden: Matta deed zijn Dragonders optrekken, en in
+den hoop inrukken om dezelve uit elkander te drijven, het corps van
+Meyering, zo verre het gewapend was, deed onder aanvoering van Hersman,
+ook hun best, dan het ging zo gemaklijk niet of een Dragonder werd aan
+het hoofd gekwetst, Hersman werd door een kogel zijn rechter lok aan
+het hoofd weggenomen, en Matta kreeg een kogel door de hoed: den dag
+daar aan volgende, kwam een Pruissisch Officier de stad sommeere, deeze
+werd geblind na het kwartier van Matta geleid, ’t welk elf maal hervat
+is: die achtermiddag kwam er bevel om uittemarcheeren.
+
+Den 1 October, werd men in Muiden door het losbranden van het kanon, ’s
+morgens circa half vijf uuren gewekt: men zag de Pruissische granaten
+door de lucht snorren: een viel en barstten op straat, sloeg vier der
+digst bij staande huizen bijna alle de glazen in stukken, en maakte nog
+eenige andere schaden; een viel in een bed dat in een kribbe op een
+solder lag, waaronder twaalf menschen zaten koffij te drinken, sloeg
+bed en kribbe uit elkander, en het dak in den brand, doch dit werd
+schielijk geblust; een viel bij de Emeritus Predikant Joosten, door het
+dak; maar barstte tusschen dak en vliering; op verscheide plaatsen
+vielen nog anderen, aan de kant van Weesp, was men ook niet stil, met
+een vijfde schot werd een wiel van een der Pruische wagens
+weggeschooten, en circa negen uuren trof een Muiderkogel, een Houbitser
+juist in zijn gapende mond, terwijl hij geladen was, en barstte.
+
+Eenige Pruissische Dragonders van de kant van Naarden, dagten uit het
+bijderzijds ophouden van schieten, dat Muiden het hadde opgegeven, en
+naderde tot digt bij de poort; dit wierd gezien en hun eenige kogels
+toegezonden: een van dezelve trof een Wagtmeester, scheide zijn been
+even beneden de heup, bijna van het lichaam, en doode zijn paart: de
+anderen zetteden het spoorslaags op ’t loopen, en men haalde terstond
+den gewetsten na binnen, scheidde het been vervolgens geheel van het
+lighaam, en deed wat men kon, maar de man overleed aan zijn wonden:
+ondertusschen had dat over en weder schieten vooral ook de Pruissische
+Houbitsers zodanig de schrik in het hart van den burger gebragt, dat
+een menigte huis en haven verlatende, tot vijf zeer vol geladen schepen
+Muiden vaarwel zeiden en na Durgerdam overstaken, intusschen kwam nog
+een Battaillon van de Amsteldamsche Soldaaten binnen; Muiden wierd
+weder opgeëischt, Matta eischte daarentegen Naarden en Weesp op, en
+Muiden wierd op den 8 October bij verdrag overgegeven, het Battaillon
+Pruissische Grenadiers, dat bezit van de stad nam, verbleef aldaar drie
+dagen kreeg toen patent na de Diemermeer, en vertrok terstond, het
+wierd vervangen van een Battaillon van Orange Nassau, dit bleef drie
+weeken en wierd toen afgelost, door het Battaillon Grenadiers van
+Romberg, die 26 weeken bezet bleeven houden, dus de winter over,
+intusschen was ieder weder na zijn huis gekeerd, en thans leeft men
+stiller: eenige Casteleins die zeer geleden hadden, kregen ƒ 50: den
+burger van ƒ 20: tot ƒ 12: gulden, zoogenaamde schadevergoeding.
+
+
+
+
+BIJZONDERHEDEN.
+
+De Kerk en verdere gebouwen boven gemeld, komen hier weder in de eerste
+plaats, en onder dezelven wel voornaamlijk het slot: voor een geringen
+penning kan het zelve van onderen tot boven bezichtigd worden; en die
+de Vaderlandsche Historie slechts ingezien heeft zal moeten lagchen
+over het bloed van Graaf Floris, ’t welk men nog op den houten vloer
+ziet, en dat er, miraculeuslijk! nooit afgaat, ja er zelfs weêr op komt
+als de vloer vermaakt word: men vertelt dan daarbij dat Floris in die
+zelfde kamer waarin zijn bloed nog zit, door Van Velzen vermoord is,
+schoon de historiën leeren dat hij in de open lucht omgebragt is
+geworden: ’t is intusschen waar dat zij die hem opgeligt hadden om hem
+naar Engeland overtevoeren, hem op dat slot gebragt hebben; de kamer of
+het gat, waarin men hem tot den naderen aftogt smeet, word ook nog
+aangeweezen: een onzer dichters schijnt den grouwzaamen moord mede op
+het slot te plaatsen, daar hij zegt:
+
+
+ Maar aan den oosterkant, verheft zig ’t Muiderslot
+ Befaamd door Floris dood, hier van zijn kroon geknot,
+ Toen Velzen, heet op wraak, met zijne vloekgenooten,
+ Den Graaf, zijn’ wettig vorst, den dolk in ’t hart dorst stooten
+ En Gooiland verwen met het bloed van zijn Heer,
+ Dat wraak riep, daagende heel Holland in ’t geweer.
+
+
+De gevangenis van Van Velzen, is allerakeligst: in de andere gevangenis
+leeze men de onderscheidene versjens, als andere inscripties, welken
+door de gevangenen aldaar geplaatst zijn; men vindt in de
+onderscheidene kamers nog verscheidene dingen waarvan de vertellingen
+geloofd moeten worden.
+
+De Steen en beugel, waarvan wij Bladz. 6 spraken, moeten vooral ook
+gezocht worden.
+
+
+
+
+LOGEMENTEN.
+
+ Het Hof van Holland.
+ De Doelen.
+ De Bruinvisch.
+ De Gooische boer.
+
+
+en eenigen anderen van minderen rang.
+
+
+De drie eerstgemelde zijn ook Uitspanningen.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN
+
+Deezen zijn dezelfde als die van Naarden, zie ook ons blad over die
+stad.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE STAD NAARDEN.
+
+
+ De Gooische Hoofstad, ’t sterke NAARDEN,
+ Leed door de Stichtenaars werd door het Spaansch gebroed,
+ Schier overstroomd van burgerbloed
+ Moest Pruissen, (die het meê geen groot genoegen baarden.)
+ Ontfangen, is des steeds
+ Verdrukt door zo veel leeds.
+
+
+Onder de Nederlandsche Steden, welken in de geschiedenissen des Lands
+met smart gedacht worden, behoort zekerlijk het grijze steedjen
+Naarden, ’t welk, hoe weinig betekenende in zig zelf, echter nog op
+zijne waarde, met betrekking tot deszelfs aanzienlijke sterkten, roem
+mag draagen; en slaan wij ’t oog op vroegere gebeurtenissen, vooral van
+dien tijd, toen de Spaansche dwingelandij de geweetens der
+vrij-geborene Nederlanders onder het ijzeren juk der Inquisitie wilden
+krommen, dan zullen wij niet kunnen nalaaten een krans voor het
+steedjen, dat thans met zulke onverschillige oogen aangezien wordt, te
+vlechten; en met zekeren historiedichter uitteroepen:
+
+
+ ——daar elk het hart ontzonk in ’t nijpen van den nood,
+ Waart gij ’t, ô Naarden! die den vijand spitse bood,
+ Als met een’ leeuwenmoed, en boven uwe krachten,
+ Wijl onvermijdelijk uw val nu was te wachten,
+ Doe u de hoop ontschoot van ’t ingebeeld ontzet,
+ Terwijl het moordmes reeds werd voor uw’ hals gewet.
+
+
+In dien tijd ondervond de Spanjaard, en heeft het meermaals
+ondervonden, hoe de vrije Nederlanders een dwingeland onder de oogen
+durven zien—„wel kunnen zij gedwongen worden hunne halzen onder een jok
+te buigen, maar om hunne van Natuure vrije halzen daaronder gebogen te
+houden, is ’t gewigt van een Vorstlijken schepter te weinig”—de
+vrijheid is ook, om zo te spreeken, het element der ziele: indien zij
+daar buiten gevoerd wordt, kan zij niet anders dan een kweinend leven
+lijden; wat ook de voorstander der slaavernije, of pijnigende
+onderwerping, moge zeggen, en trachten te toonen, dat zijne ziel niet
+lijdt, zij lijdt zekerlijk; zij wordt uit haar element, uit haar’ staat
+van gezondheid gerukt, en moet derhalven wel lijden; alleenlijk duldt
+zij dat lijden in het vooruitzicht van langs dien doornigen weg eens
+den tempel van het geluk te zullen berijken; vandaar haare
+onderwerping, die daarom te laager is, om dat zij een wantrouwen op de
+Voorzienigheid insluit:
+
+
+ Die vleesch voor zijne toevlugt houdt,
+ En op zo krank een steunsel bouwt,
+ Heeft ongetwijfeld God vergeten;
+ Hij echter, uit wiens hand wij eeten,
+ Hij zorgt alleen; Hij neemt en geeft,
+ ’T is recht dat Hij ’t vertrouwen heeft.
+
+
+
+
+Wat vooreerst betreft de
+
+LIGGING
+
+Van Naarden, die is in ’t oosterdeel van Nederland, ten noorden van
+Holland, en wel bepaaldlijk in ’t Gooiland [16], waarvan het de
+hoofdstad is, aan de Zuiderzee, niet verre van de grenzen van ’t sticht
+van Utrecht: aan drie zijden is de stad omringd van hoog heiland,
+terwijl zij alleenlijk aan de westzijde laage weilanden heeft.
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+Over deeze wordt bij de oudheidkundigen verscheidene gissingen gemaakt,
+doch wij gaan dezelven met stilzwijgen voorbij, alzo de eene zo
+ongegrond als de andere is, en zij derhalven onzen Leezer weinig
+vermaaks kunnen geeven: Gooiland vinden wij dat weleer Nardingerland
+heette, waarschijnelijk naar eene bezitster of bezitter, zo als de naam
+Gooiland ook ontstaan is, (zie bladz. 2 in Nota,) Narding of Nardinger
+geheten, en daar het steedjen waarvan wij thans spreeken de hoofdstad
+van dat grondgebied was, is het te begrijpen hoe hetzelve dan den naam
+van Naarden heeft bekomen.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE.
+
+Het tegenwoordig Naarden ligt op eenen geheel anderen grond, dan de
+oude stad van dien naam, en waarvan de overblijfsels weleer (onder den
+naam van Oud-naarden,) gevonden werden, in een klein gehucht, en
+aanzienlijke lustplaats, veel nader gelegen aan de Zuiderzee, welke de
+oude stad allengskens overstroomd heeft; thans is die hofstede
+veranderd in eene boerewoning: ’t is ook in veel vroegere tijden een
+monnikkenwoning geweest. Oud-naarden, of liever geheel Nardingerland,
+ook wel Naardinkland genoemd, werd, vermoedelijk door Jan van Arkel,
+den zeven - en veertigsten Bisschop van Utrecht, verwoest, zodanig dat
+de stad tot een puinhoop gemaakt werd, die door de zee verzwolgen is:
+sommigen willen zelfs dat wanneer zekere wind, (wij vinden niet bepaald
+welken,) eenigen tijd lang waait, en de zee afloopt, dat men dan nog
+blijken van ruïnen van kerken, met takken van afgeknaagde boomen omzet,
+boven water ziet komen.
+
+
+
+Nardinkland is vervolgends meer dan ééns van bezitter veranderd, en wel
+op den naam van Graafschap; ’t verval moet echter van tijd tot tijd
+dieper doorgedrongen weezen; want wij vinden er van gewaagd als van
+eene stad en plaats die verlaten was; ’t zij nu dat zulks of geheel of
+voor het grootste gedeelte verlaten zal betekenen, dit is zeker, dat
+Graaf Willem van Beieren, in den Jaare 1350, bevel gaf en handvest
+verleende om weder eene stad Naarden te bouwen, zijnde dezelve dat
+Naarden ’t welks thans bestaat, en waarvan onze Lezer op ons plaatjen
+eene naar het leven getekende afbeelding medegedeeld wordt; hebbende
+onze tekenaar zijnen stand genomen van den kant van Amsteldam, om reden
+dat hij dan ook iet van de beroemde sterkten konde laaten zien.
+
+
+
+Men kan dan zeggen dat Naarden in den Jaare 1350 gesticht is door Graaf
+Willem van Beieren; de omliggende Landzaaten werden tot den bouw
+gelast: de handvest zegt dat Naarden door den Graaf weder werd
+herbouwd; om dat de luijden, en zijne Landen wel gezlooten zullen
+wezen.
+
+
+
+De Stad bevat volgends eene opneeming van den Jaare 1732, vier honderd
+en zeven huizen, waarop zij ook nog, (of ten minsten zeer nabij,)
+geteld wordt; dit is naamlijk het getal der huizen binnen de stad; het
+getal derzelven in haare gerechtigheid, en het gehucht Laag-bussem,
+wordt bepaald op drie-en-zeventig: intusschen vertelt het uitwendige
+der huizen in de stad, (eenige weinigen uitgezonderd,) verstaanbaar
+genoeg, dat de inwooners in geene bloejende omstandigheid leeven.
+
+Naarden is vermaard voor eene zeer aanzienlijke sterkte, het heeft
+behalven zijne schansen, nog drie dubbelde wallen en grachten: heerlijk
+is het gezicht aldaar over de schoonste bastions, ravelijns, bolwerken,
+gordijen, contrascarpen, pallissaden, grachten, enz. dezelven zijn
+aangelegd naar het ontwerp van den zo bekwaamen als vermaarden
+Ingenieur Baron van Coehoorn; de voornaamste sterkte der stad bestaat
+echter in de afgegravene velden, die rondsom haar liggen, en nog
+gestadig uitgebreid worden; over dezelven, kan door middel van den
+Vechtstroom; de environ der stad tot op eenen aanmerkelijken afstand
+onder water gezet worden; voords heeft de stad twee poorten, naamlijk
+de Amsterdamsche en de Amersfoordsche: deezen zijn geen onaartige
+gebouwen, versierd met hardsteenen lijsten, waarin het wapen der stad
+gebeeldhouwd is, benevens het jaar van hunne bouwing en dat van eene
+verbetering daar aan geschied: het jaar der bouwing van de
+Amsteldamsche poort is uitgedrukt met deeze romeinsche cijffers: CIↃ.
+ICC. LXXXI. en dat der verbetering door het jaartal 1774; de zelfde
+getallen voor de andere poort, (de Amersfoordsche,) is CIↃ. ICC.
+LXXXII, en 1775.
+
+
+
+
+’T WAPEN.
+
+Is een zwarte dubbelde arend, op een goud veld.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN,
+
+De voornaamste deezer is de Gereformeerde Kerk, welke bediend wordt
+door drie Predikanten: het gebouw van binnen is groot en ruim, en
+pronkt met de begraafplaats, (versierd met een deftig opschrift,) van
+den geleerden Rector Lambertus Hortensius, dien onze Lezer ook nader
+zal leeren kennen; hij was rector der Latijnsche schoole: ook vindt men
+in de kerk, een in wit marmer uitgehouwen gedenkstuk. ter eere van
+Prins Willem den Derden, (wat de aanleiding daartoe gegeven heeft, zal
+onze leezer in ’t vervolg van dit blad te duidelijk kunnen opmaaken,
+dan dat wij er hier iet van behoeven te zeggen; dit alleen kunnen wij
+hem verzekeren, dat het zijne geboorte niet verschuldigd is aan eene
+domme zucht, maar aan erkentenis voor wezenlijke verdiensten,) voords
+heeft deeze Kerk een fraai orgel, benevens een choor; vóór dezelve
+leest men het jaartal 1648, denkelijk het jaar waarin zij gebouwd is:
+de toren die er op staat te redelijk groot, en steekt te meer uit om
+dat de grond der stad tamelijk hoog is.
+
+Er is ook eene Fransche Gereformeerde Kerk, die door één’ predikant
+bediend wordt;
+
+Een Roomsche die één’ pastoor heeft;
+
+Een Joodsche Sijnagoge; maar er is geene Luthersche Kerk.
+
+De verdere Godsdienstige gebouwen zijn een Diaken Weeshuis; het zelve
+is gesticht in den jaare 1747, en dient zo wel ter herberginge van oude
+mannen en vrouwen, als van kinderen; het getal der gasten welken zig
+daarin bevinden is veertig.
+
+Het Burgerweeshuis, gesticht in den jaare 1644, bezit zeer
+aanmerkelijke goederen en inkomsten; echter heeft het thans niet meer
+dan vier kinderen te voeden.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+’T voornaamste van deezen is het Stadhuis, een gebouw ’t welk het
+steedjen eere aandoet, zijnde in zijne soort zeer fraai, pronkende van
+binnen met eenige kunstige schilderijen; het is van buiten versierd met
+een net toorentjen, waarin een klok hangt, op die wijze als men
+meermaals in kleine steden vindt: men wil dat het hout tot dit gebouw
+gebruikt, gehaald zoude weezen uit het zogenaamde Goojer-bosch, dat
+weleer ten zuiden van het dorp Hilversum gestaan heeft: van buiten
+boven den ingang pronkt het met drie wèl gehouwene beelden, vertoonende
+de Gerechtigheid, aan wier rechterhand de Godsdienst, en aan de
+linkerhand de Hoop staat; onder deeze beelden leest men:
+
+
+ GOD REGIERT AL. Anno 1601.
+
+
+In de gevel staat:
+
+
+ IS ’T LEIJDEN IS ’T VREVGT,
+ DRÆGTET SOO ’T GOD VERGT.
+
+
+Het oude Stadhuis, in ’t welk weleer een gruwel gepleegd werd, waarvan
+wij onzen Leezer straks verslag zullen doen, dient thans voor een Waag;
+voor dezelve ziet men, in drie steenen, afgebeeld, nevens bijschriften,
+in rijmen van dien tijd, het treurig voorval, ’t welk wij zo even
+bedoelden.
+
+
+
+Voords zijn in Naarden twee magazijnen, waarvan het eene een zeer
+schoon gebouw, en wel der bezichtiginge waardig is.
+
+Weleer, doch in zeer veel vroeger tijd, moet Naarden ook eene
+Latijnsche School gehad hebben, want de Rector daarvan heeft zig in de
+Spaansche beroerten eenen naam verworven: (zie bladz 11.)
+
+Zo in de stad als tusschen de wallen vindt men verscheidene gebouwen,
+die echter niet meer dan schuuren zijn, waarin eene toerijkende
+hoeveelheid van amunitie in voorraad is,
+
+
+
+
+REGEERING.
+
+Deeze bestaat uit den Bailluw van Gooiland, zijnde thans de WelEd. Heer
+Corver Hooft, den Schout, drie regeerende Burgemeesters en zeven
+Schepenen, die woensdag vóór den middag ten half tien uure vergaderen;
+een-en-dertig Vroedschappen, benevens een Thesaurier, drie
+Weesmeesteren, en twee Secretarissen: de Magistraatsverandering
+geschiedt op den 2 Februarij.
+
+
+
+
+Naarden bezit de volgende
+
+VOORRECHTEN,
+
+Welke haar meestal ten tijde der Graaven geschonken zijn.
+
+Weleer werd het stedeke mede onder de Hollandsche steden ter dagvaart
+beschreven, doch van die waardigheid, of dat voorrecht, is het sedert
+beroofd; dat zeker jammer is, want Naarden heeft ook haare bijzondere
+belangen, en zelfs heeft het allergeringste steedjen die, ja ook het
+platte land.... dit echter is een point buiten ons bestek, derhalven
+dringen wij het niet dieper door: het doorzoekend oog van den burger
+heeft het in onze laatste onlusten ook doorzocht.
+
+Willem van Beieren, haaren stichter, gaf haar het voorrecht van
+vrijheid van zekere tollen, en van het arrest op haare goederen, ook
+schonk hij haar eene eigene rechtbank en Schepens: in 1357 verkreeg zij
+het stapelrecht, op de visscherijen, van die visschen, „die men landen
+zal in Holland, Kennemerland, en Friesland;” dit was eene vergelding
+voor eene dappere overwinning door de Naarders op die van Amersfoord
+behaald; Hertog Jan van Beieren heeft Naarden vergund de heirvaarten,
+togten, en ’t heffen van ’s Lands lasten, als mede dat zij sluizen mogt
+leggen waar ’t haar goed dacht: Carel van Bourgondiën verzekerde haar
+ook, dat het geheele Gooiland nooit van den Lande van Holland zoude
+gescheiden worden.
+
+Dit tot ons oogmerk genoeg gezegd zijnde, moeten wij, alvoorens van de
+aanmerkelijke historie der stad te spreeken, nog iet aanstippen van
+derzelver
+
+
+
+
+GILDEN.
+
+Deezen zijn drie in getal, als 1.) het Timmermans en Metzelaars, 2.)
+het Kleeremaakers gild, en 3.) dat van de zijdenstoffeweevers; dan dit
+is thans bijna geheel vervallen.
+
+
+
+
+SCHUTTERIJ.
+
+Niet anders hebben wij hiervan kunnen opspooren, als dat Naarden,
+slechts sedert drie-en-twintig jaaren, gerekend van het jaar der
+jongstledene omwenteling van zaaken, eene gewapende schutterij heeft
+gehad; in het gemelde jaar, 1787, bestond dezelve uit twee compagniën,
+ieder van zestig man; doch in dat jaar hebben zij het lot van veele
+anderen Schutters ondergaan, zij zijn naamlijk ontwapend, of (dat thans
+het zelfde zegt,) hunne geweeren zijn opgehaald, en zij afgezet; hunne
+plaats is echter vervuld met drie compagniën soldaaten, ieder van circa
+vijftig mannen, voetvolk, ofschoon er sedert twintig jaaren geene
+melitie in gelegen heeft; niet mede gerekend een beevend corps van 80
+knikkende grijsaarts, onder den naam van invaliden: deezen hebben lange
+jaaren alleen de bewaring der sterke stad op hunne zwakke schouderen
+getorscht: thans houden zij de Amsterdamsche poort bezet.
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN EN VERMAAKEN.
+
+Vermaaken!—deezen zijn bij die van Naarden bijna onbekend, indien men
+daaronder niet betrekt, in ’t zondagspakjen langs de schansen te
+sukkelen, of te hoop op de aankomende schuiten te staan tuuren, om de
+dartele Amsteldammers te zien aanlanden; waaronder dikwijls veelen
+gevonden worden, dom genoeg om met de schamelheid van ’t steedjen te
+lagchen.
+
+De bezigheden van die van Naarden, bestaan meest in ’t laakenweeven,
+voords in ’t verrichten van die bezigheden welken in de zameleving
+onontbeerelijk zijn—er is niet meer dan één koornmolen: langs de schans
+vindt men eene vrij groote touwbaan.
+
+
+
+
+GESCHIEDENIS DER STAD.
+
+Om dit gedeelte van onzen taak bij eene algemeen bekende gebeurtenis te
+beginnen, moeten wij den Leezer herinneren, hoe Graaf Floris de Vijfde,
+in den jaare 1296, in de ongenade der Edelen vervallen zijnde, zij hem
+gevangen hadden, en naar elders wilden vervoeren; maar de kloekmoedige
+inwooners van Naarden, hier van bericht bekomen hebbende, trokken
+onverschrokken uit om den Graaf te ontzetten, schoon het deezen echter
+zijn leven kostte, want het is te over bekend, dat de wreedaartige
+Gerrit van Velzen zijnen edelen Meester op eene moorddaadige wijze
+ombragt; ware er deeze moordenaar niet bij geweest, de Naarders zouden
+in dit geval zekerlijk den schoonsten lauwer geplukt hebben: een der
+oude rijmchronijken zingt van dit geval aldus:
+
+
+ Niet ver van Kronenburg, daar siet men in de velden,
+ De Naardenaars, die straks haar in de wapens stelden;
+ Heer Gerrit rijdt voor uit, en vraagt wat dat se doen?
+ Waarom die mannen haar met oorlogstuigh ontmoên?
+ D’outste der burgerij segt: ’t is, de Graaf te wachten:
+ Toen staan de troupen stil, die haaren Landsheer brachten.
+ Heer Gerrit wijkt te rugh, en naar de Grave steekt,
+ Die keert sijn paart, dat springt, maar valt en sijn been breekt,
+ Toen was ’t onmogelijk den Grave te bewaaren,
+ Alzo de Naardenaars haar op de hielen waren;
+ Van Velzen steekt den Graaf enz.
+
+
+Toen in den jaare 1481, de Utrechtschen eene overwinning op de
+Hollanders behaald hadden, meenden zij met list Naarden inteneemen,
+daartoe waren zij allen verkleed in het gewoone gewaad van dorpvrouwen;
+onder die gedaante vermeesterden zij ook de poorten, en zouden de stad
+verbrand hebben, hadde men zulks niet afgekocht; die van Naarden moeten
+derhalven in dien tijd geducht geweest zijn: deezen wreekten zig het
+volgende jaar ook gevoelig over de ondergaane vernedering; zij
+verdelgden toen naamlijk de sloten van Emmenes en Westbroek, waarbij
+niet minder dan 1500 Utrechtschen het leven verloren; de dappere
+Naarders behaalden daarbij ook zo groot een buit dat zij uit dezelve
+een toren stichtten, hunne behaalde victorie vertoonende, met
+bijvoeginge van de woorden: „zwijg Utrecht!”
+
+
+
+In den jaare 1486, is het grootste gedeelte der stad door de vlamme
+vernield, waarom de dorpen daar rondom belast werd, de wallen, muuren
+en vesten der stad weder te helpen herstellen, op halve kosten.
+
+
+
+Verschrikkelijker is echter de ramp die de wreede Spanjaards het
+steedjen (in 1572.) hebben doen ondervinden: in den eersten opgang der
+hervorming genoot zij de zoetste rust; men hoorde er noch van
+beeldstorming noch van vreemde Predikers; maar na zij zig voor Oranje
+verklaard had, werd zij welhaast opgeëischt; haare bezetting beliep
+niet meer dan 120 Duitschers; kloekmoedig echter werd de opeisching
+afgeslagen; doch op het bericht dat Don Fredrik met geheel zijn heir op
+de stad in aantogt was, ontzonk elk den moed; men zond eenige
+Gemagtigden, en daaronder den Rector van ’t Latijnsche school,
+Lambertus Hortensius, den Spanjaard tegen; onder weg ontmoetten deeze
+den wreedaartigen bevelhebber, Juliaan Romero, die hun verklaarde dat
+Don Fredrik, de zaak der stad Naarden aan hem gelaten had, waarvan het
+gevolg was dat de Gezanten hem te voet vielen, en de sleutels van de
+stad aanboden, waarvoor zij de toezegging verworven, dat burgers noch
+bezetting aan goed noch leven zouden beschadigd worden; dan laas! ’t
+was het woord van een’ vijand, die de geessel van Nederland was, en
+zelfs met eeden spottede: aan ’t hoofd van 400 man trok Romero binnen,
+en werd bij Gerrit Pieter Aartszoon, Schepen der stad, deftig ter
+maaltijd onthaald, zo als zijne soldaaten bij de ingezetenen gelijk
+goed onthaal genooten: dan, wat was het loon voor deeze vriendlijkheid?
+na den maaltijd deed Romero, door eenen trommelslager omroepen, dat
+alle de burgers en bezettelingen zig, ongewapend, hadden te vervoegen
+in de Gasthuiskerk, welke toen voor een Stadhuis diende, om er den eed
+aan zijne Majesteit te vernieuwen; eenige weinigen mistrouwden dit
+bevel, en voldeeden er niet aan, maar de overigen begaven zig
+derwaards: intusschen wandelde zeker Priester, midden onder de
+Spanjaards, voor de deur vergaderd, op en neder, doch kwam welhaast de
+veege opgeslotenen aanzeggen, zij hadden met hun geweeten pais te
+maaken en op hun einde te letten: „maar,” zegt de ridder Hooft, „’t
+aanzeggen, bereiden en sterven, was één ding:” ijsselijk was de moord
+die toe gepleegd werd; de Spanjaards bonsden de deur open en schoten in
+’t woeste heen onder de menigte; werwaards deezen keerden liepen zij
+den dood te gemoet; de wanden der kerk weeken niet, en de dood stond in
+de deur; moede van schieten, stooven de moordenaars met ontblotene
+zwaarden de Kerk in, en doorboorden allen die nog overgebleven waren;
+vier persoonen alleen werden op belofte van zwaar rantsoen naar de
+gevangenis gebragt: ofschoon nu het bloed ter Kerke uitstroomde was
+zulks echter nog niet genoeg; de ontzielde ligchaamen werden verders
+van alles wat eenige waarde had beroofd, en daarna, o gruwel! den brand
+in het gebouw gestoken, en de zieltogenden met de dooden tot assche
+verbrand; behalven eenige soldaaten, bedroeg het getal der burgeren
+welken dus allerwreedaartigst omgebragt werden, volle vierhonderd.
+
+
+
+Intusschen was voor hen die aan het opontbod voorgemeld niet voldaan
+hadden, een dergelijk zo niet nog wreeder lot toegezegd; want nu had
+men het geheele heir der Spanjaarden binnen de muuren, de roovers in de
+huizen, en het wee door al de stad; jammerlijk was het klaagen, huilen,
+kermen en gillen der gemartelden, gemengd met het loejen der beesten in
+de brandende stallen opgesloten; sommige vaders werden, tot op het
+bloote lijf ontkleed, voor de oogen van hunne vrouwen en kinderen als
+visschen gekorven; een man van zeventig jaaren, stak men in den hals,
+ontvong het gutsende bloed in de handen, slurpte daarna een gedeelte er
+van op, en doorboorde voords den rampzaligen grijsaart het hart; de
+zieken werden in hunne bedden vermoord, ja ook werden de krankzinnigen
+niet gespaard; verscheidene burgers sleepte men tot op het dak van de
+groote Kerk, stak hun een dolk in ’t lijf, en stietze dan plotsling van
+boven neder; de vrouwen werden bij de voeten, anderen, en die bevrucht
+waren, bij de borsten opgehangen; hoog zwangeren ’t kind uit het
+lichaam gesneden; maagden, en meisjens van dertien of veertien jaaren
+werden beestachtig verkracht; de vrouwen ondergingen dat lot in ’t
+aanzien van haare mannen en zoons: onder andere kraamvrouwen deeden zij
+er eene, barrevoets, in een onderroksken, met een wichtjen van éénen
+dag, en een ander van agttien maanden, over de doode ligchaamen haarer
+stadgenooten heen, ter poorte uitgaan; deeze kwam echter behouden in
+het dorp Huizen aan, en weder tot haare voorige gezondheid: toen de
+bloedhonden niets meer dat gevoel had konden doen lijden, viel men op
+het onbezielde aan; poorten, muuren, torens, alles werd.... maar
+genoeg, wij sluiten dit akelig verhaal met de woorden van zeker
+dichter:
+
+
+ Met welk een wreedheid zocht de vijand elk den moed,
+ Te doen ontzinken! doch verkeerd, wijl goed en bloed,
+ Niet meer geveiligd scheen, wanneer men was verdragen,
+ Dan als men weêrstand bood; dies elk besloot te waagen
+ Al wat hen dierbaar was, voor ’t allerdierbaarst pand,
+ De vrijheid van ’t gewisse en van het Vaderland.
+
+
+Sedert ging Naarden aan de zijde der Staaten over, en men vocht zo als
+het Batavieren voegt.
+
+In het jaar 1668, was er tusschen de Staatsleden een verschil over het
+versterken van Naarden, en welk verschil van dat gevolg was, dat het
+versterken achterbleef.
+
+Honderd jaaren na den voorverhaalden algemeenen moord, binnen de muuren
+van Naarden, had dat steedjen eenen anderen gewigtigen slag
+doortestaan; in den oorlog met Frankrijk naamlijk (1672.) nam de
+Markgraaf van Rochefort, Naarden in, waarvan den Prins van Oranje de
+schuld gegeven werd; hij had, zegt men, geene bezetting genoeg daarin
+gelegen.
+
+In ’t volgende jaar kwam de Prins van Condé in persoon derwaards, en
+werd met twaalf kanonschoten van de wallen verwelkomd: Willem de Derde
+heeft ondernomen de stad te belegeren, en ’t is hem ook gelukt dezelve
+uit de magt der Franschen te rukken, en der Republiek wederteschenken:
+dat de Franschen in Naarden lagen was de Staaten een doorn in den voet;
+wèl lag het land rondom onder water, maar ’t liep tegen den winter, en
+zo er sterke vorst kwam was men derhalven van niets verzekerd:
+intusschen hadden de Franschen eenige oude vestingwerken aldaar laaten
+verbeteren, maar aan den anderen kant was ook een goed gedeelte van de
+bezetting, die wegens de bekrompenheid van het steedjen niet groot
+konde zijn, ziek; weder, integendeel, lag binnen Naarden een
+Gouverneur, Van Pas genoemd, die bekend stond voor eenen man van beleid
+en dapperheid; Oranje echter ondernam den aanslag; om den vijand te
+misleiden, liet hij eenige troupen naar den kant van Braband
+marcheeren, als of hij aldaar iet in den zin hadde: in ’t laatst van
+Augustus evenwel vernam de Gouverneur wat van de zijde der staatschen
+stond ondernomen te worden, welke maare ook kort daarna met de daad
+bevestigd werd; want den 19 September eerstvolgende (1672.) sloeg
+Oranje het beleg voor de stad; zeven dagen werd zij belegerd, en daarna
+bemagtigd.
+
+
+
+Van dien tijd af heeft Naarden niet veel deels in de staatsverschillen,
+waardoor ons lieve Vaderland van tijd tot tijd geteisterd is geworden,
+gehad; maar in onze jongstledene beroerten, waarvan wij nog overal de
+opene wonden voelen bloeden, bleef zij niet verschoond; en hoe had zij
+ook kunnen verschoond blijven, daar ’t magtig Amsteldam, om ’t welke
+het voornaamlijk te doen was, voor een gedeelte van dat steedjen zijne
+verdediging verwacht!
+
+
+
+De algemeene patriotsche landsversterking werd derhalven te Naarden
+geenzins vergeeten; de Colonel van Matha, werd met toerijkende manschap
+derwaards afgezonden; een gedeelte van het Amsteldamsche Genootschap
+van Wapenoefening Tot nut der Schutterij, trok den 8 September des
+jaars 1786, derwaards, om bezit van de sterkte te neemen, en dezelve,
+in gevalle van aanval, zelven te helpen verdedigen; dan, op hunnen
+marsch derwaards, ontvingen zij bericht, dat Matha hun niet zoude
+toestaan in de stad te komen, omdat zij niet voorzien waren van een
+patent van de Provinciaale Staaten.
+
+Toen verders de zaaken tot die hoogte gekomen waren dat men de Pruissen
+in het Land had, begreepen ook deezen dat zij noodig hadden Naarden te
+winnen; ten dien einde werd, den 17 Sept. 1787, de Generaal Major von
+Kalckreuth uit het leger bij Amersfoort, met 40 Cuirassiers van zijn
+regiment, benevens het eerste bataillon van Eichman derwaards
+afgezonden, om met den Commandeur Matha in onderhandeling te treeden,
+en te zien hoe het steedjen best te naderen was; in den nacht van
+gemelden dag kwamen de Pruissen voor Naarden, en legerden zig op
+eenigen afstand van de vesting; dan, zij oordeelden weder te moeten
+aftrekken, om gemaklijker posten te gaan inneemen; Naarden heeft
+zekerlijk aanstonds doen zien, dat het zig niet goedkoop zoude
+overgeeven; men trok derhalven af, om den linker oever van de Vecht te
+gaan winnen; de aftogt geschiedde reeds ten volgenden dage, (den 18den
+Sept)—’t was echter maar voor een korten tijd; want na dat de kans
+geheel verloren was, en alles met Pruissische troupen bezet werd, heeft
+ook Naarden dezelve moeten inneemen; zij hebben er evenwel niet langer
+dan elf dagen gelegen: sommigen zeggen dat er op zekeren nacht uit het
+steedjen geschoten is, waarbij een koe in ’t veld zijne hoornen
+verloor; of ’t op de Pruissen gemunt was is ons echter onbekend, zo ja,
+zou ’t, volgends ’t voorgaande, in dezelfden nacht moeten geschied
+weezen, dat Kalckreuth zig voor het steedjen nêersloeg.
+
+
+
+
+BIJZONDERHEDEN.
+
+Die Naarden gaat bezichtigen vraage vooral naar Oud-naarden, zo
+genoemd, of eigenlijk de aanmerkelijke overblijfzelen van de aloude
+stad van dien naam. (zie hier voor Bladz. 3.) ’t is niet meer dan eene
+boerewoning; doch de ligging van dezelve is zeer verrukkelijk, naamlijk
+midden in bosschen, akkers en heuvelen, van welken het gezicht op het
+onverwachtst afgewisseld wordt, met eene verrasschende vertooning van
+de Zuiderzee.
+
+De schansen, wallen, en grachten, zijn over bezienswaardig; ook kan men
+gelegenheid vinden om onder dezelven te komen; doch ’t is er zeer
+salpeterachtig en onaangenaam.
+
+De gebouwen, Bladz. 5 en 6 beschreven.
+
+Men heeft er eene schoone wandeling naar de hei, of het zo genaamde
+huis van Jan Tabak.
+
+
+
+
+LOGEMENTEN.
+
+ De Keizers kroon.
+ Het vliegende Hart.
+
+ Voor den burger.
+
+ Het Jaagschuitjen,
+ Een tweede, ook zo genoemd.
+ Het bonte Paard.
+ Het witte Paard.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN.
+
+Alle dagen vaaren er 6 Schuiten van daar, door Muiden, op Amsteldam, en
+komen er ook evenveel aan: de Arnhemsche postwagen passeert er ook; men
+vindt er mede niet ver van de Amsterdamsche poort, eene zeer geschikte
+uitspanning, alwaar men ten allen tijde een rijtuig kan bekomen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET DORP HUIZEN.
+
+
+ Dus schetst de Tekenkunst het schoon en vrolijk HUIZEN,
+ Een Gooische voorraadschuur van tuingewas en graan,
+ Dat ons d’ alouden staat van ’t Land nog doet herdenken,
+ Als ’t snorrend spint, of zijn getouwen bonzend gaan:
+ Het ruime Zuidermeir zet door de visscherij,
+ Het breede dorp ook welvaart bij.
+
+
+Van dit dorp mag met recht gezegd worden, dat het één der voornaamsten
+van het vermaaklijk Gooiland is, deszelfs
+
+
+
+
+LIGGING,
+
+Is anderhalf uur gaans beoosten Naarden, digt aan de Zuiderzee, wier
+strand, even als te Muiderberg en elders, zeer flaauwlijk afloopt, zo
+dat men bijna een half uur ver in zee zoude kunnen gaan, zonder zig
+hooger dan tot den midden toe nat te maaken, welke eigenschap des
+oevers in den zomer geene onaangenaame uitspanningen verschaft: (zie
+onze beschrijving van Muiderberg voornoemd.)
+
+Het dorp ligt voords alleraangenaamst, ter oorzaake dat veele van de
+hooge en laage gedeelten des lands bebouwd zijn, en men er ook een
+gezicht op de Zuiderzee, voornoemd, heeft; doch de huizen staan er in
+geene bepaalde roojing; elk heeft er zijn bebouwden grond of akker bij,
+zo dat het graan, en andere landvruchten, er als tusschen de huizen
+ingroejen: bij dit dorp behoort voords eene ongemeen groote Meente,
+waarvan wij, onder onze beschrijving van Laaren, breedvoerig genoeg
+gesproken hebben.
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG
+
+Van deezen vinden wij niets aangetekend; ook hebben onze navorschingen
+ons desaangaande niets kunnen doen ontdekken; sommige ingezetenen
+beweeren, op overleveringen, dat Huizen eigenlijk een visschers dorp
+is, en, daar de visschers gemeenlijk hutten bewoonen, hier ter plaatse
+veele goede huizen gevonden wordende, men daarom dit visschers dorp
+vereerd heeft met den naam van Huizen, als of men zeggen wilde, het
+visschers dorp daar Huizen en geene hutten staan; wat de waarheid
+hiervan zoude weezen kunnen wij niet beslissen.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE.
+
+De stichting, of eerste aanleg des dorps is mede met geene mogelijkheid
+te bepaalen; men wil dat het reeds zeer oud zij.
+
+Wat de grootte betreft, het wordt in de quohieren der verpondingen
+begroot op 271 en een halve zwad, 11 voeten weiland, 256 morgen, 690
+roeden geestland, en nog 177 morgen, 645 roeden zulk land, onder Bussem
+gelegen; allen Gooische morgen van 800 roeden groot; intusschen
+geschiedt deeze begrooting alhier even als op alle andere plaatsen van
+Gooiland, naamlijk van het schotbaare land, zonder de uitgestrektheid
+van de heiden mede te rekenen.
+
+Dat het dorp Huizen, sedert groote honderd jaaren, niet weinig gebloeid
+moet hebben, blijkt uit de toeneeming van het getal der wooningen
+aldaar, in gemelden tijd: op de lijst van 1632, vindt men er 136 voor
+aangetekend, en op die van 1732, is dat getal veranderd in 285, des is
+het in gezegde honderd jaaren met 149 huizen vergroot, dat is meer dan
+ééns zo groot geworden—de bewooners deezer huizen zijn meest van den
+Gereformeerden Godsdienst; men heeft er ook veele Doopsgezinden, en
+eenige weinige Roomschen.
+
+
+
+
+’T WAPEN.
+
+Dit is een melkmeisjen, draagende twee emmers, op een zilveren veld.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+De Dorps- of Gereformeerde kerk, die alhier gevonden wordt, heeft
+uitwendig geene bijzonderheid van eenig aanbelang; zij draagt een
+dikken zwaaren toren, met slagklok en uurwijzer voorzien: van binnen is
+’t gebouw ongemeen fraai aangelegd; ’t gezicht op den predikstoel en
+daaraan gevoegde verdere aanzienlijke gestoelten, is zeer behaagelijk;
+zijnde alle die gestoelten bevallig bruin gekleurd.
+
+Onder den avondgodsdienst wordt het ruim verlicht door vier koperen
+kaarskroonen.
+
+Voor eenige jaaren is deeze kerk van binnen aanmerkelijk vernieuwd:
+uitwijzens het volgende versjen, dat men tegen een der wanden leest:
+
+
+ In uw vernieuwde kerk, o Huizen! staan Gods knechten,
+ Verkondigende aan u des Heeren dierbre rechten.
+
+
+Een ander versjen luidt dus:
+
+
+ Die Godes woord aanhoort, en daarnaar niet en leeft,
+ Is als ’t bezaaide land dat geene vruchten geeft.
+
+
+De Pastorij en het Schoolhuis zijn beiden aan het oogmerk zeer
+voldoende: in het school worden alle de dorps-kinderen, van wat
+Godsdienst ook, ontvangen.
+
+Wees- of Arm huizen worden hier niet gevonden: de Weezen en Armen
+worden by de inwooners besteed.
+
+De Doopsgezinden hebben er voords eene zeer nette vergaderplaats, tot
+wier vernieuwing de Heer Jacobus van Hoorn, in zijn leven Leeraar der
+Vereenigde Waterlandsche en Vlaamsche Doopsgezinden te Amsteldam, veel
+toegebragt heeft.
+
+Wereldlijke gebouwen zijn hier niet voorhanden; het Rechthuis wordt
+gehouden in eene herberg, dat een zeer aanzienlijk en spacieus gebouw
+is.
+
+
+
+
+KERKLIJKE REGEERING.
+
+Deeze bestaat uit den Predikant, zijnde thans de Wel-Eerwaarde Heer
+Dirk van den Ham, behoorende onder de Classis van Amsteldam; benevens
+twee Ouderlingen en twee Diaconen, van welken jaarlijks één Ouderling
+en één Diacon afgaat, en door een anderen vervangen wordt, ter keuze
+van Schepenen, uit de nominatie van een dubbeldgetal door den
+Kerkenraad zelven gemaakt.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE REGEERING.
+
+Deeze is wederom als op alle de andere dorpen van Gooiland, zie het
+geen wij deswegen onder onze beschrijving van Hilversum, enz. gezegd
+hebben.
+
+Er zijn te Huizen twee Kerkmeesters, die door Schout en Schepenen
+verkozen worden, en voor hun leven aanblijven.
+
+Bijzondere voorrechten heeft Huizen niet; ook liggen deszelfs inwooners
+onder geene bijzondere verpligtingen.
+
+In den schaarbrief, waarvan wij elders spreeken, leezen wij wegens dit
+dorp:
+
+„Eerstelijk dat gedeelte van de heyde, ’t geen doorgaans gelegen is ten
+zuidoosten van Gravenveld, en ten zuidoosten van de Landerijen die
+opwaarts met eekenhout beplant zijn, genaamt duinen, strekkende in de
+lengte van de Huizer Neng af, van daar zuidwaarts op tot aan de
+plantagie van de Wed. de Heer Hendrik Thierens, en grenzende tot aan
+het veld van de Wed. den Heere Abm. Scheerenberg: loopende in de
+breedte van Gravenveld, en de voornoemde zogenaamde duinen,
+zuidoostwaards op tot aan de plantagie, behoord hebbende de Heer van
+Hoorn, de Wed. de Heer Cornelis Nagtglas, en tot de velden van andere
+particulieren aldaar in het rondte gelegen, daar onder begrepen de
+heijde genaamt de Catheet, tot aan het land van de Wed. de Heer
+Scheerenberg voornoemd.”
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN
+
+Bestaan voornaamlijk in de rederij; en den zo hoogstnuttigen landbouw;
+er wordt, gelijk elders in Gooiland, veel boekwijt gewonnen; men legt
+er zig ook niet weinig toe op het teelen van lange raapen, en andere
+aardvruchten: eenige andere Huizenaars geneeren zig met het weeven van
+grof doek, en grove wol tot seilen; het spinnen van katoen tot pitten
+voor kaarsen en lampen gaat er ook sterk in zwang, en alle de vruchten
+huns arbeids worden voornaamlijk te Amsteldam vertierd.
+
+De visscherij is er mede een tak van bestaan, waartoe de Zuiderzee,
+gelijk gezegd is, de gelegenheid aan de hand geeft: meestal wordt er
+bot gevangen: deeze wordt met karren langs de Vecht gevoerd, onderweg,
+en ook niet weinig te Utrecht verkocht; eenige anderen zeilen met hunne
+vangst naar Zeeburg, alwaar zij dezelven in platte bennen op wagens
+laaden, en ze daarmede rondsom Amsteldam, in de Diemermeir en elders
+verkoopen: daar zij met hunne geladene wagentjens niet in Amsteldam
+mogen komen, draagen sommige van deeze visschers, (hun voordeel met den
+verkoop binnen de stads poorten meenende te kunnen doen,) hunne bennen
+ter poorte in, en venten de bot langs de huizen uit; doch daar zij dus
+doende de markt-pachten niet betaalen, wordt hen niet zelden alles wat
+zij te koop aanbieden afgenomen: dit is buiten tegenspraak schadelijk,
+echter moet dat schadelijke minder zijn dan het voordeel, ’t welk zij
+met de gezegde verkoop weeten te doen; want hoe dikwijls hun ook het
+lot van beroofd te worden moge treffen, ’t kan hun niet doen besluiten
+dien verboden handel te staaken.
+
+„Sedert eenige jaaren”, leezen wij, „heeft men er ook begonnen bokking
+te droogen, die, hoewel zij te Amsteldam, onder den naam van
+Harderwijker bokking, vertierd wordt, en waartoe eene bijzondere
+marktplaats,” (op het Koningsplein,) „gesteld is, echter zo smaaklijk
+niet is als de oprechte Harderwijker visch, ’t welk aan de wijze van
+rooken toegeschreven wordt”: er wordt des winters ook veel spiering
+gevangen en vertierd.
+
+Wegens de afzonderlijke geschiedenis van Huizen, kan niets bijzonders
+gezegd worden, ook heeft het dorp in onze jongstledene beroerten weinig
+deel gehad.
+
+Bijzonderheden zijn er voor den vreemdeling niet te bezichtigen.
+
+
+
+
+LOGEMENTEN.
+
+Het Rechthuis; men vindt er nog eene en andere herberg van minderen
+rang.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN
+
+Maandag, Dingsdag en Woensdag, vaart een zeilschuit, vise versa, op
+Amsteldam: des winters bij besloten water rijdt er op dezelfde dagen
+een’ wagen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET DORP BLARICUM.
+
+
+ Dit dorpjen, waarde Nederlander!
+ Doet zien wat noeste vlijt vermag;
+ Zij doet alom het graan ontspruiten,
+ Daar men weleer slechts heide zag.
+
+
+Onder de Gooische dorpen, bekleedt dit zekerlijk een van de minste
+standen, gelijk het dan ook weinig stofs, tot eene beschrijving van
+hetzelve, oplevert.
+
+
+
+
+Deszelfs
+
+LIGGING.
+
+Is omtrent één en een half uur gaans ten Zuidoosten van Naarden,
+strekkende de huizen zig bijna tot aan de grensscheiding van Holland en
+Utrecht uit: hoe zeer onaanmerklijk het zij, is het echter ongemeen
+aangenaam gelegen; allerbevalligst groen, en, door zijne ruime
+bebouwing, zeer luchtig: ’t heeft in de daad alle landlijk schoon.
+
+Bijkans een quartier uur gaans van daar ten Noordwesten, slegts weinig
+schreden van den weg naar Naarden, vindt men den bekenden Tafelberg,
+wiens verhevenheid eene groote verscheidenheid van gezichten verschaft,
+die het oog ongemeen bekooren, en het hart van den gevoeligen
+aanschouwer tot aanbidding van den Schepper der Natuur sal dwingen.
+
+Van de naamsoorsprong deezes dorps hebben wij, noch in de voorhanden
+zijnde schrijveren over het Gooiland, noch door onze ter plaatse
+gedaane informatien iet kunnen ontdekken; hetzelfde is ’t geval wegens
+zijne stichting.
+
+
+
+
+Wat aangaat de
+
+GROOTTE.
+
+Wij vinden dat in de quohieren der verpondingen voor Blaricum
+aangetekend staat: 101 zwad, 9 voeten weiland, en 195 morgen, 353
+roeden geestland.
+
+„Het is,” zegt de schrijver van den Tegenwoordigen Staat van Holland,
+„in honderd jaaren genoegzaam niet vermeerderd of verminderd, staande
+in de oude lijst der verpondingen maar één huis minder dan in de
+laatste van 1732, volgends welke Blaricum op 108 huizen begroot wordt;”
+sedert echter is het verminderd, want men schat het getal der huizen
+thans, niet hooger dan 100; deezen worden bewoond door nagenoeg 500
+menschen, die meest allen van den Roomschen Godsdienst zijn.
+
+
+
+
+Het
+
+WAPEN
+
+Van Blaricum is drie blaauwe korenbloemen op een zilveren veld.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+Hoewel de Gereformeerde Gemeente op dit Dorp zeer klein zij, heeft
+dezelve echter eene eigene Kerk, waarin op den eenen zondag vóór- op
+den anderen na-den-middag de openbaare Godsdienst wordt verricht. Deze
+Gemeente is gecombineerd met die van Laaren, behoort onder de Classis
+van Amsteldam, en wordt thands bediend door den Weleerwaardigen Heer
+Carel Aeijelts, wiens woonplaats te Blaricum is. De Kerkenraad deezer
+gecombineerde Gemeente bestaat, behalven uit den Predikant, uit één
+Ouderling en één Diacon te Blaricum, benevens één Ouderling en één
+Diacon te Laaren.
+
+Het Kerkjen heeft uitwendig niets aanmerklijks; er staat een oude
+vierkante toren op; van binnen is het mede allereenvoudigst, volstrekt
+zonder eenig cieraad, behalven eene kleine kaars-kroon en twee koperen
+boogen boven de ingangen van het Doop-hek.
+
+Op het Kerkhof binnen den omtrek, dien voorheen het choor der Kerk
+heeft beslaagen, is een grafkelder, doch die thands van boven geheel
+met gras begroeid is. Op denzelven ligt een gedeelte van een’ grafzerk,
+waarop gebeiteld is het wapen en de naam van Johan Stachovwer Urij Heer
+Van Schiermoncoog.
+
+De Pastorij te Blaricum is vrij goed, gelijk ook het Schoolhuis; doch
+er is noch wees- noch arm-huis, en dit zoude er ook indedaad vrij
+overtollig zijn: die weinigen onvermogenden om voor zich zelven den
+kost te winnen, worden of in hunne eigene wooning verzorgd, of bij
+Burgers besteed—de Diaconie-armen door den Diacon, met voorkennis en
+goedvinden van den Predikant en Ouderling—de zogenaamde pot-armen door
+de Armmeesters.
+
+De Roomschen hebben er eene goede statie, die door een wereldsch Heer
+bediend wordt, zijnde thans de Weleerwaarde Heer Henricus Huisman.
+
+
+
+
+Wegens de
+
+WERELDLIJKE REGEERING,
+
+Hebben wij slechts dit volgende ter neder te stellen: de Burgers hebben
+er, wat het bestuur der Dorps-zaaken betreft, hunne eigene Regeering;
+doch met opzicht tot de rechts-zaaken handelt deeze Regeering in
+vereeniging met die van Laaren, en heeft dan dezelfde maat van magt als
+de Regeering der andere Gooische Dorpen. De Leden dezer Regeering zijn
+te Blaricum zo wel als te Laaren bijkans allen van den
+Roomsch-catholijken Godsdienst.
+
+Voorrechten of verpligtingen heeft Blaricum niet: Zie wegens deszelfs
+aandeel in de meente onder onze beschrijving van Laaren.
+
+
+
+
+De
+
+BEZIGHEDEN
+
+Der bewooneren bestaan meestal in den landbouw, zo als dezelve over het
+algemeen in Gooiland ter hand genomen wordt: er gaan ook nog 18 à 20
+getouwen, ter bereidinge van grove stoffe: midsgaders eene menigte van
+spinwielen, deels om die getouwen aan den gang te houden, deels ter
+vervaardiging van katoen-garen.
+
+
+
+
+De
+
+GESCHIEDENIS
+
+Van Blaricum, bevat op zig zelve niet veel bijzonders; in de Spaansche
+beroerten, welken ons land zo vreeslijk geteisterd hebben, heeft het in
+’t lot van geheel Gooiland gedeeld, en ’t is overbekend, hoe jammerlijk
+het weerelooze landvolk moet lijden, als zij door den soldaat bezocht
+worden; indedaad, de boer heeft meer dan eenig stedeling gegronde reden
+om den oorlog te vervloeken.
+
+In 1672 toen de geduchte Franschen ons land als overstroomden, heeft
+Blaricum, als de overige gedeelten van Gooiland, den twist tusschen de
+beheerschers der aarde moeten bezuuren; met minder gevoelige neepen, is
+het in onze jongstledene beroerten vrijgekomen.
+
+Maar zeer veel heeft dit Dorp geleden in het jaar 1696: op den 26 Maart
+diens jaars, even na den middag, ontstond er in hetzelve een
+allergeweldigste brand, waardoor binnen den tijd van twee uuren over de
+dertig huizen benevens de Kerk en toren waren in de asch gelegd, de
+zerken in de Kerk van één sprongen, en de lijken in de graven tot stof
+verteerden.
+
+Bijzonderheden zijn hier niet te bezichtigen, niettegenstaande de
+alleraangenaamste ligging des dorps, een bezoek van den Landvriend
+overwaardig is.
+
+
+
+
+Eigenlijke
+
+LOGEMENTEN
+
+Zijn er niet, men vindt er eenige weinige herbergen, waarin de
+wandelaar zich kan ververschen.
+
+Er zijn ook geene reisgelegenheden: men is verpligt zig van daar naar
+Naarden te begeeven, om met de gelegenheden, welken te dier plaatse
+gevonden worden, naar elders te vertrekken.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET DORP LAAREN.
+
+
+ Zo lang het landlijk schoon den Batavier behaagt,
+ En hij naar golvend graan, naar groene velden vraagt,
+ Zo lang hij naar de stem van Neêrlands heil zal hooren,
+ Zo lang zal LAAREN ook den Batavier bekooren.
+
+
+Dit zeer aangenaame dorp, wordt gehouden voor het oudste van geheel
+Gooiland, ofschoon ter plaatse zelve geene blijken daarvan voorhanden
+zijn; dit is zeker dat het één der vermaaklijksten van alle de Gooische
+dorpen genoemd mag worden.
+
+
+
+
+Deszelfs
+
+LIGGING
+
+Is meer zuidwaards van Naarden, dan Blaricum, doch de afstand van die
+stad is genoegzaam even groot als dezelfde afstand van ’t gemelde dorp,
+naamlijk omtrent één en half uur.
+
+De ligging over het algemeen is vermaaklijk, ’t is zeer ruim
+uitgebouwd, en daardoor ten uitersten luchtig; de boomrijkheid verrukt
+er het oog op de treffendste wijze; ’t is voords vol akkers, en met
+bebouwde hoogten omringd, allen welken taamlijk vruchtbaar zijn in
+graangewassen.
+
+Onder de uitgestrektheid gronds, welke hier (als elders in Gooiland,)
+het oog zo zeer verrukt, telt men eene genoegzaame hoeveelheid, die men
+Meente, of Gemeene weide noemt: een onzer waardigste begunstigers in
+deeze, zegt daarvan het volgende: „In het district van Gooiland, vindt
+men niet alleen groote streeken heide, geschikt tot beweiden der
+schaapen, en slaan van plaggen, maar ook ligt bij elke plaats een groot
+stuk weiland, ’t welk gewoonlijk de Meent genaamd wordt; van deeze
+Heide en Meent, hebben zij die Erfgroojers zijn, dat is die uit
+voorouders herkomstig zijn, welke in dien tijd reeds in dit district
+woonachtig waren, toen met het recht tot de beweiding der opgenoemde
+Meente kreeg, het vruchtgebruik, het welk gewettigd is door eene
+goedkeuring van Hertog Albrecht van Beieren, in den jaare 1404; en
+Hertog Jan van Beieren, wilde in zeker Handvest van den jaare 1407, dat
+de gemeente in Gooiland zoude gebruikt worden gelijk van ouds de
+gewoonte was—ondertusschen schijnen echter van tijd tot tijd geschillen
+tusschen de Graaflijkheid en die van Stad en Lande ontstaan te zijn,
+welke geschillen nu als geeindigd beschouwd worden, door eene conventie
+van den jaare 1731, waarin gecommitteerde Raaden zig verbinden: 1o)
+„voor het toekomend de uitgiften of verkoopingen van Landen en Gronden
+van de Gooische Heide, niet anders te doen als na dat die van Gooiland
+daar over zullen zijn gehoord, en derzelver consideratien daar over
+zullen zijn ingenomen; 2o) dat de erfpachten die voor de consenten
+jaarlijks zullen worden betaald, ofte de penningen die van de
+verkopinge van eenige gronden of landen komen te provenieeren, zullen
+bij de Graaflijkheid, en bij die van Gooiland genoten en geprofiteerd
+worden elks de helft: 3o) dat zo ras de afzandingen op Gooiland wederom
+vrij zullen gesteld zijn, Gecommitteerde Raaden en die van Gooiland
+gesamenlijk een begin zullen doen maaken met de Gooische Heide
+aftezanden, ter plaatse daar zulks dienstig en meest profijtelijk zal
+geoordeelt worden, zonder dat aan iemand anders permissie om te zanden
+zal worden verleent, en dat tot meerdere bevoordering van de voorsz.
+gemeene afzanding de landen en gronden die van de voorsz. Gooise Heide
+in tijd en wijlen, het zij bij koop consent ofte erfpacht mogte worden
+verkregen, niet zullen mogen werden afgezand”——en het is ook gelijk wij
+verneemen onder die voorwaarde, als mede dat hetzelve niet met hout mag
+beplant worden, dat de streek Lands of Heide achter ’s Graveland
+liggende (zie onze beschrijving van dat dorp,) is uitgegeven.
+
+„Jaarlijks word, op den 27 maart, te Naarden eene vergadering van Stad
+en Lande gehouden, wanneer gelijk ook op de buitengewoone
+vergaderingen, uit alle de plaatsen van Gooiland, één of twee
+Buurtmeesters of ook wel één Buurtmeester met één of twee Leden uit het
+Gerecht, ter bijwooninge dier vergaderinge, worden afgevaardigd.
+
+„De opgezetenen van dit district, of liever de Erfgrooiers, zijn niet
+bepaald tot het beweiden van hunne bijzondere Meent, maar ieder
+Erfgooier mag schaaren of zijne beesten weiden op welke Meent hij wil,
+doch alleen dan wanneer hij zig op zulke eene plaats met der woon
+begeven heeft.”
+
+In den jaare 1762, is, deeze Meente betreffende, eene breede Willekeur
+of Schaarbrief, uitgegeven, waarin desaangaande alles geregeld is; en
+wegens het weiden van schaapen op de heiden, onder anderen bepaald
+wordt, dat Blaricum zal hebben; „Eerstelijk de heijde welke gelegen is
+beoosten de Huijser weg, die van Huijsen op Laaren loopt, strekkende
+ten oosten tot aan het Tafelbergje, en voorts een drift van 20 roeden
+breedte benoorden het Tafelbergje, om op haare verdere heijde te kunnen
+komen: verder al de heijde welke ten suijdoosten van het Tafelbergje,
+van daar op de Leeuwberg, en van daar op de Kruisberg, tot aan de
+Blaricummer enge gelegen is, en van de Kruisberg noordwestwaards op tot
+aan Craailoo, en westwaards op tot aan den ordinairen weg die van
+Craailoo op Laaren loopt: nog de heijde die over denzelven weg
+westwaards op, benoorden de suijder Botweg tot den nieuwen
+Amersfoortschen weg is liggende, ook de inschikkeling, loopende ten
+westen van het Craailoosche bosch, daar onder begreepen, zo verre het
+selve aldaar gelegen is, tusschen Craailoo en den voorn. nieuwen
+Amersfoortschen weg, en den suijdelijksten Huijser Botweg, (des dat
+Laaren van ter plaatse, of daar de Nengscheiding tusschen Laaren en
+Blaricum is liggende, langs de Neng van Laaren westwaards op tot aan
+den Naarder weg op Laaren, behoude een streek heijde ter breedte van 50
+roeden, en van denselven Naarder weg tot suijdwestwaards op aan de
+voorn. Amersfoortschen weg, eene breedte van 100 roeden, of ter breedte
+van de Laarder Neng af tot aan den suidelijksten Huijser Botweg.)
+
+„Beneden de Neng tusschen Laaren en Blaricum, sal het dorp Blaricum
+behouden en genieten al het gemelde veld van den Koedijk af, (liggende
+aan de Gemeente, tot half wegen het veld tusschen het eijnde van de
+nieuwe Camp en de Limietpaal, staande aan de Gooijer gracht over de
+Emenesser gemene steeg, en sal het voorn. veld tusschen de Laarder
+Neng, en de voorn. Gooijer gracht in sijne breedte, sijn bepaling en
+scheijding bekomen aldus: met te moeten roijen beneden aan, en van de
+Neng alwaar haarlieder beschrijving is, van daar lijnrecht, tot aan de
+Gooijer gracht, daar men het midden heeft van het veld, liggende
+tusschen het suijdelijkste eijnde van het nieuwe Camps bosch, en de
+voorn. Limietpaal; al ’t gunt aldus ten noordoosten van dese scheijding
+ligt, sal aan Blaricum behooren, en is tot voorkoming van ’t
+verduijsteren deser scheiding goedgevonden dat een teken zal worden
+gesteld beneden aan de gemelde Nengen, ter plaatse van henlieder
+bescheidinge, en een ter plaatse voor gemeld aan de Gooijer gracht,
+roijende lijnrecht op malkanderen.”
+
+In een volgend artijkel wordt gezegd,
+
+„Laaren zal beweiden alles wat om haar Nengscheiding ligt, exempt, dat
+aan Huijsen, Blaricum, Naarden en Bussem hier voor reeds is toegeschikt
+—— —— verder sal de scheiding tusschen Hilversum en Laaren zijn, uit
+het Stigt van de huisen van de hooge Vuurt af te sien, en so voords
+tusschen de Limietpaalen No. 8 en 9, en van daar op den westerhoek van
+de Laarder Wasmeer, en van daar lijnregt op een grooten steen, leggende
+tusschen Hilversum en het Laarder Kerkhof daar de voetpaden van
+Hilversum op Laaren in één loopen, en van daar op Ardjesberg en
+Langehul, des te verstaan dat alles wat van deeze scheijding ten
+noorden gelegen is aan Laaren, en ten suijden van dezelven aan
+Hilversum gelaten wordt.”
+
+Van den naamsoorsprong hebben wij weder geenig bericht hoegenaamd,
+kunnen inwinnen, even weinig als van de stichting des dorps: de oorzaak
+derzelver, de oorzaak der stichtinge van eenig dorp, zeker, kan ook
+zodanig toevallig weezen, dat men juist geenen eigenlijken stichter
+deszelven met naame zoude kunnen noemen, al ware het ook dat men nog
+eene eeuw of anderhalf vroeger geleefd hadde; vooral is zulks waar
+omtrent onze Nederlandsche Dorpen: onze Republiek is ten allen tijde
+een Land geweest, grouwzaam geschud door inwendige beroeringen,
+derhalven heeft het zekerlijk niet zelden vrienden van den vrede
+genoodzaakt, of liever, doen besluiten, de steden of den omtrek
+derzelven te verlaaten, ten einde op een afgelegen pleksken hunne
+hartsgodinne, de lieve Vrede, naar hun genoegen te kunnen dienen: de
+voorgangers kunnen volgers gehad hebben; vooral is zulks zekerlijk het
+geval geweest, wanneer die voorgangers zig bij hunne uitwijking wèl
+bevonden hebben; en op die wijze zal er, waarschijnlijk, menig
+Nederlandsch dorp ontstaan weezen; ook is het zeer denkelijk, dat de
+bewooners deezes Lands, in vroegere tijden, even als nu, genoodzaakt
+geworden zijnde hun eigen onderhoud te zoeken, vooral door dat ons
+Land, door de daarin aanhoudende troubelen, zig nimmer sterk heeft
+kunnen toeleggen op het beschermen en aankweeken van de vindingen des
+vernufts, van fabrieken als anderzins, de gelegenheid des Lands wel
+rasch onderzocht, en bevonden zullen hebben, dat zij op deeze plaats
+met de visscherij, op geene met de melkerij, op eene andere met den
+landbouw, op weêr eene andere met het baggeren, aan een eerlijk bestaan
+konden komen, alwaarom ieder zijn keuze uit die eigenschappen gedaan
+kan hebben, en zig ter uitoefeninge van die keuze op de geschiktste
+plaats nedergezet zal hebben, mogelijk met meer dan één huishouden te
+gelijk; de gezegde eigenschappen des Lands hebben de onderneemeren
+zekerlijk wèl doen slaagen, en zulks kan hun weldra medestanders hebben
+toegebragt; op die wijze kunnen zeer rasch gehuchten ontstaan zijn; de
+welvaart zal hun eenige aanmerking hebben doen verdienen; de
+beheerschers des Lands zullen hun als een eigendom benaderd, eene
+regeeringsform gegeven hebben, en op die wijze kunnen veele dorpen
+ontstaan weezen, zonder dat men bepaaldlijk kan zeggen, deezen of die
+zijn de aanleggers derzelven geweest: men voege hierbij, dat de
+Godsdienst, in ons Land, ook altijd zijne standvastige, ijverige, en
+des loflijke aanhangers gehad heeft, en men daarom al rasch bedacht
+geweest zal zijn, om in de genoemde bijeenschoolinge van landgenooten,
+eene kerk van deeze of geene gezinte aanteleggen, waardoor derhalven de
+buurt tot een dorp zal verheven weezen.
+
+
+
+
+De
+
+GROOTTE
+
+Van Laaren, vinden wij aangetekend op, (wat de schotbaare landen
+betreft,) 107 zwad, 7½ voet weiland, 126 morgen, 37 akkers, 12½ dam
+weiland, 126 morgen, 656 roeden best geestland, 129 morgen, 622 roeden
+slecht geestland, en 15 vullingen: in 1732 stonden er volgends de
+verpondings lijsten alstoen opgemaakt, 152 huizen, in andere lijsten
+beloopt dat getal slechts 118: thans worden de wooningen begroot op
+195.
+
+
+
+
+Het
+
+WAPEN
+
+Van dit dorp is een roode Warrekram, op een zilveren veld.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+De Gereformeerde kerk, die hier in de eerste plaats genoemd moet
+worden, stond weleer alwaar nu het Laarder kerkhof gevonden wordt; dit
+draagt nog heden den naam van ’t St. Jans kerkhof, gelijk ook de kerk
+aan Joannes den dooper was toegewijd: de huislieden waren in de
+Spaansche beroerten niet magtig om deeze kerk vrij te houden, van het
+geboefte dat er zig dikwijls in legerde, en sterkte; des werd zij, op
+last van ’s Lands Staaten, afgebroken; „en de ingezetenen,” dus luidt
+het geen wij desaangaande leezen, „behielpen zig met de kapelle, die in
+het dorp stond, en welke de tegenwoordige kerk is: zij was,” dus gaat
+de beschrijver desaangaande voord: „in den jaare 1618, zo zeer
+vervallen, dat de ingezetenen zig onmagtig vonden, om ze te herstellen,
+waarom zij bij de Staaten verzochten, dat dit gebouw, voor die enkele
+reize, uit ’s Lands middelen, in behoorlijken stand gebragt mogte
+worden, met belofte dat zij in ’t vervolg van tijd, voor het onderhoud
+zouden zorg draagen:” niettegenstaande de gezegde herstelling, vertoont
+het gebouw zig zeer oud; er staat een agtkanten toren op, naar den
+Gottischen bouworde ingericht; verder heeft zij, van binnen, niets
+aanmerkelijks genoeg om er eenige melding van te maaken.
+
+De Gemeente alhier, gecombineerd met die van Blaricum, wordt, gelijk
+onder Blaricum reeds gezegd is, bediend door den Wel-Eerwaarden Heere
+Carel Aeijelts, behoorende onder de Classis van Amsteldam: het
+schoolhuis is er vrij goed.
+
+Wat het voorgemelde kerkhof betreft, hetzelve ligt ten westen van
+Laaren, naar den kant van Hilversum; het beslaat een vierkant
+pleintjen, gelegen op een heuvel, en omringd van een aardene
+borstweering: „de Roomschgezinden”, zegt men, „hebben er groote eerbied
+voor, en vorderen dat aldaar verscheidene mirakelen zouden gebeurd
+zijn, ja men wil zelfs, dat ze er nog hunne aandacht, bij wijze van
+bedevaart, verrichten: veelen, zeker; verkiezen er begraven te worden:
+men vindt in het opschrift van eene zerk,” dit leezen wij elders, dat
+hier één hunner Pastooren begraven is.
+
+De laatstgemelde Gemeente (de Roomsche,) heeft alhier eene zeer wèl
+gebouwde Statie, die door een Wereldsch Priester bediend wordt; thans
+door den Wel-Eerwaarden Heere Nicolaus van Veen.
+
+In ons artijkel wereldlijke gebouwen, hebben wij, dit dorp betreffende,
+niets aantetekenen.
+
+
+
+
+De
+
+KERKLIJKE REGEERING.
+
+Bestaat te Laaren, gecombineerd met Blaricum, uit den Predikant, twee
+Ouderlingen en twee Diaconen.
+
+Wegens de wereldlijke regeering kunnen wij ook niets bijzonders
+aantekenen: men zie desaangaande onze beschrijving van Hilversum en van
+Blaricum.
+
+Voorrechten of verpligtingen zijn omtrent Laaren niet.
+
+
+
+
+De
+
+BEZIGHEDEN
+
+Aldaar bestaan voornaamlijk in den landbouw, maar ook zijn er 50 à 60
+weeverijen, die door onvermoeiden ijver in goeden stand gehouden
+worden.
+
+De geschiedenissen komen na genoeg met die van geheel Gooiland overeen:
+de bijzonderheden zijn geenen.
+
+
+
+
+De
+
+LOGEMENTEN OF HERBERGEN
+
+Zijn ’t Bonte paard, de Postwagen, en ’t Rad van Avontuuren.
+
+
+
+
+De
+
+REISGELEGENHEDEN
+
+Zijn ’t naast dat men zig naar Naarden begeeft, en aldaar van de
+gelegenheid gebruik maakt.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET DORP HILVERSUM.
+
+
+ Het luchtig HILVERSUM verkeerd een barre grond
+ Door nuttige akkerbouw, in schoone kooren velden,
+ En doet door konst en vlijt, van ouds haar naam in ’t rond,
+ Tot eer van Gooilands oord door haar Fabriken melden.
+
+
+Onder de dorpen van het aangenaame Gooiland, munt het bovengemelde in
+veele opzichten uit, of schoon het op ’t eerste aanzien niet voor
+zodanig gehouden zoude worden, vooral niet met betrekking tot deszelfs
+grootte; uit onze volgende aantekeningen, (die wij, bijna allen, van de
+waardigste hand, en uit de plaats zelve dankbaarlijk ontvangen hebben,)
+zal blijken dat Hilversum, zelfs Naarden, dat den naam van Gooiland’s
+hoofdstad draagt, overtreft in getal van huizen, inwooneren, en bloei.
+
+
+
+
+LIGGING.
+
+Deeze is op de Gooische heide, omtrent ander half uur gaands van de
+stad Naarden: de ligging is voords ten hoogsten aangenaam, alzo men den
+heuvelachtigen grond, rondsom het dorp, voor het grootste gedeelte
+bebouwt met rogge, haver, boekwijt, enz. welke bebouwing de
+aangenaamste landlijke gezichten oplevert, en in den bloeitijd der
+gezegde graanen, vooral van de boekwijt, veele Amsteldammers en andere
+nabuuren derwaards lokt, om zig met het beschouwen dier bevallige
+tooneelen der Natuur te verlustigen: beklimt men het zogenaamd
+Trompenbergjen [17] zo vertoont zig als in één oogenblik voor ons
+gezicht de blauwe heide, en vruchtbaare akkers, die met het goudgeel
+graan pronken, terwijl de boekwijt als een zee van melk zig
+vertoont—verder ziet men van daar bosschaadjes, weiden, een menigte
+torens, en ook een gedeelte van de Zuiderzee, waarin men niet zeldzaam
+met het bloote oog onderscheidene schepen zien kan—het dorp zelf is in
+zijn bevang mede zeer aangenaam gelegen, ter oorzaake van deszelfs
+boomrijkheid, die zeer groot is, waardoor het op sommige plaatsen het
+aanzien van eene aangenaame lusthof bekomt.
+
+Weleer, gelijk blijkt, uit de brieven en raporten van Pieter
+Corneliszoon Hooft, Bailluw van Gooiland, schijnen de inwooners, over
+’t geheel genomen, beantwoord te hebben, aan den algemeenen aart der
+bewooneren van het Gooiland, die naamlijk vrij kregel van aart waren;
+dan, sints een halve eeuw zijn zij aanmerkelijk ten goede veranderd, en
+wanneer men het groot getal ingezetenen in ’t oog houdt, zal men moeten
+erkennen, dat, in vergelijkinge van andere plaatsen, die minder
+inwooners hebben, hier zelfs minder ongeregeldheden, dan wel elders,
+gevonden worden—gewoonlijk zegt men ook dat de vrouwen veel werks
+maaken van het tabaksrooken, doch dit is sedert een reeks van jaaren
+mede zo zeer verminderd, dat deeze gewoonte nu nog slechts onder
+eenigen der geringste vrouwlieden gevonden wordt; terwijl de
+burgervrouwen het tabaksrooken zig, hier zowel als elders, tot eene
+schande zouden rekenen: die van Hilversum, zo wel als de Goojers over
+het algemeen, zijn van zeer oude tijden af bekend geweest voor een
+strijdbaar volk: uit zeker handschrift van een’ schoolmeester te
+Naarden, vinden wij desaangaande aangetekend, dat zij in buitenlandsche
+oorlogen aangenomen werden; daar zij alle andere volken in ervarenheid
+van krijgskunde te boven gingen, en onder de geoefendste krijgslieden
+gesteld werden: „dat zij, of tot lijfwachten der veldheeren werden
+verkozen, of in de voorste spits pal stonden in eenen veldslag; dat zij
+dubbelde soldij trokken, de slagordes aanvoerden, de krijgsamten
+bekleedden, en, in ’t kort, voor dapperder dan alle anderen gerekend
+werden: in de oorlogen hunner Vorsten tegen Gelderland, Vrankrijk, en
+van de Keizeren tegen de Turken, of eenigen anderen magtigen vijand,
+werden zij, op milde bezolding, ten strijde ontboden; zo dat zij,
+volgends dit verhaal, ten allen tijde, bewijs gegeven hebben van hunne
+onversaagdheid.”
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+Hier van vinden wij niets aangetekend, en hebben er ook, niet
+tegenstaande alle mogelijke navorsching, niets van kunnen ontdekken;
+waarom wij dit artijkel verder met stilzwijgen moeten voorbijgaan.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE.
+
+Zo weinig als van de naamsoorsprong des dorps geweten wordt, zo weinig
+wordt ook geweten van deszelfs stichting; dit is zeker, gelijk uit
+voorige handvesten en resolutien der oude Graaven en Hertogen blijkt,
+dat Hilversum mede een oud Dorp is, en het is hoogstwaarschijnelijk dat
+het zijn begin genomen heeft met herdershutten, terwijl de gelegenheid
+des lands allergeschiktst was voor de schaaphoederij: deze gedachte
+wordt alleraanneemelijkst gemaakt, door zekere gadering, welke hier
+éénmaal ’s jaars geschiedt, onder den naam van Schotgeld, en, dat
+bijzonder is, ’t geen elk betaalen moet, is uitgedrukt met zekere
+tekens, ’t welk in die oude tijden voor ieder duidelijk was—wat de
+grootte des Dorps betreft, de platte betimmerde grond wordt ten minsten
+op 50 morgen gesteld—de bebouwde gronden welken het Dorp omringen op
+800 morgen, de gemeene weiden op circa 500 morgen; voords nog
+gedeeltelijk bouw- en gedeeltelijk wei land, aan onderscheidenen op
+erfpacht uitgegeven, zamen min of meer 500 morgen, behalven een zeer
+aanzienlijke streek, zogenaamde Maatlanden, gelegen onder de banne van
+Hilversum aan de Zuiderzee, welke zonder andere bemesting, dan die
+welken de zeevloeden ’s winters aanbrengen, jaarlijks aanmerkelijk
+grasgewas opleveren: eindelijk zullen de onbebouwde heigronden bijna
+2000 morgen uitmaaken—Het getal der huizen wordt in de verpondingslijst
+van den jaare 1732 gesteld op 463. en daar dat getal op die lijst van
+honderd jaaren vroeger, (1632.) slechts 146 is, en er thans reeds 500
+opstaan, waarbij nog eenigen, binnen weinig tijds gebouwden, gevoegd
+zullen worden, getuigt zulks van den ongemeenen bloei des dorps in de
+gezegde jaaren: deeze bloei heeft het onder anderen te danken aan de
+landbouwerij, waarvan wij boven reeds spraken; en die ongetwijfeld nog
+vrij aanzienlijker zoude weezen, ware het niet dat het bereiden van de
+heigronden ter bebouwinge, groote zwaarigheid inhadde, of liever groote
+moeite en kosten vereischte, en daarom te weinig voordgezet wierd: en
+wat zou het gevolg daarvan weezen? wat anders, dan dit zo heilzaame,
+dat er duizende handen, welken nu, door gebrek aan arbeid, in ledigheid
+verstijven, bezigheid, en de zamenleeving eene vrij meerdere
+hoeveelheid van landvruchten aangeschaft zoude worden; er zoude altoos
+nog genoeg heigronden, die geheel ongeschikt zijn ter bebouwinge, voor
+de weiding der schaapen overblijven—de ondervinding heeft tog, ook in
+deeze omtrek, geleerd, hoe de grond, wèl bearbeid en bemest, bijna
+nergens geheel ondankbaar is; (zie onze beschrijving van ’s Graaveland
+bladz. 15.)—Hilversum is zijnen bloei mede verschuldigd aan de
+weeverijen, welken aldaar sedert langen tijde zijn geweest.
+
+De bewooners van dit Dorp worden begroot te bestaan op agt honderd
+huisgezinnen, waaronder Gereformeerden, Roomschen, Jansenisten, en
+zes-en-twintig Joodschen.
+
+
+
+
+WAPEN.
+
+Dit is een groen veld, en op hetzelve vier boekwijt-korrels.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+De Gereformeerde Kerk, welke hier in de eerste plaatst in aanmerking
+komt, is een gebouw van welks eerste stichting men niets weet; sommigen
+willen, dat dezelve van ouds een parochiekerk, en aan St. Vitus
+toegewijd was: in 1766 was de voorgaande Kerk, op slechts de muuren na,
+met het voornaamste gedeelte des dorps, door de vlamme verteerd
+geworden, (zie hier achter artijkel geschiedenissen:) het tegenwoordig
+gebouw, dat op zondag den 3 Julij 1768 ingewijd werd, door den
+toenmaaligen leeraar Johannes Wilhelmus van Yssum, is zeer net en in
+alles aan het oogmerk beantwoordende: het zelve is breed 49, en lang 74
+voeten, behalven het choor, het welk breed 26, en lang 39½ voeten
+is—van binnen pronkt de kerk met een goed orgel, waar bij een orchest
+dat op twee nette colommen rust; hetzelve orgel is vervaardigd door
+Abraham Meere, orgelmaker te Utrecht: men vindt daar op 16½ Registers,
+2 Clavieren, en een aangehangen pedaal, en is door den tegenwoordigen
+Leeraar, Gode en zijnen dienst toegewijd den 30 Julij 1788 [18]—binnen
+in de kerk vindt men voords een fraajen predikstoel, drie groote
+koperen kaarskroonen, noodige banken voor Regeering, Kerkenraad en
+andere persoonen, en meer dan 200 vrouwen stoelen, behalven nog een
+gedistingueerde bank voor den Bailluw van Gooiland, en 2 banken voor de
+Heeren van de buitenplaatsen van ’s Graavenland.
+
+Wat het uitwendige des gebouws betreft, het pronkt met een spitsen
+toren, en staat op een groot kerkhof dat met een’ muur omgeeven is: in
+deezen muur, tegen over den ingang van de kerk, is een vry aanzienlijk
+ijzeren hek, tusschen twee vierkanten steenen pijlaaren: boven op de
+pijlaaren staat, op die aan de linkerzijde, het wapen van Holland, en
+op het andere het dorpswapen bovengemeld; beiden door leeuwen gehouden:
+op het voorste vlak der pijlaaren, boven aan, is, ter eene zijde,
+uitgehouwen een schip, en ter andere zijde een wereldkloot: onder het
+schip leest men den naam van Jan Jansz. Perk, en onder de wereldkloot,
+Japje Rijkse Nagel: deeze waren echte lieden, en hebben het gezegde hek
+aan de kerk geschonken: zijnde hetzelve in den brand van 1766
+onbeschadigd gebleeven.
+
+Terwijl wij thans van kerk en kerkhof spreeken, kunnen wij niet af
+tevens melding te maaken van de nieuwe buitenbegraafplaats, welke hier
+ter plaatse gevonden wordt; en zeker niet weinig ten bewijze dient, hoe
+de ingezetenen deezer plaatse wel te leiden zijn, indien men
+voorzichtiglijk handelt, en den weg van overreding met hun inslaat: dit
+heilzaame werk heeft zijn volkomen beslag gekreegen, en ’t geen niet
+weinig verwondering baart bij hen die weeten, hoe het grootste deel der
+ingezetenen den Roomschen Godsdienst is toegedaan; allen, zonder
+onderscheid, hebben een bijna veertienhonderdjaarig vooroordeel weeten
+afteleggen, door hunne lijken niet meer binnen het Dorp en de Kerk,
+maar buiten hetzelve te laaten begraaven——Deeze begraafplaats ligt even
+buiten het Dorp; derzelver lengte is 354, en breedte 66 voeten
+Rhijnlandsche maat; zij is omringd met eenen muur, 6 voeten boven den
+grond; de ingang van deezen buitenhof is in het midden voorzien van een
+ijzeren hek, op welks pilasters de woorden Gedenkt te sterven, geleezen
+worden: tegen over dit hek vindt men een graf- of gedenk-naald op eenen
+kleinen heuvel van groene zooden: op de grafnaald ziet men, behalven
+een doodshoofd en twee schinkels in eene nis geplaatst, deeze
+inscriptie: Het stof keert weder tot aarde, gelijk het geweest is, en
+de geest weder tot God die hem gegeven heeft, en daar onder Salomon——De
+toegang tot deeze stille rustplaats der dooden is, als eene alléé,
+beplant met een dubbelde rei van ijpen- en sparren-boomen, terwijl
+alles in de volkomenste orde, en zo zindelijk gehouden wordt, dat ook
+deeze buitenbegraafplaats, liggende tusschen het golvend koorn, in
+veele opzichten, naar eenen hof gelijkt; zij staat onder bijzonder
+opzicht van eenen Opziener en Boekhouder—Op den eersten dag van het
+jaar 1793 heeft men ’t eerste lijk aldaar gebragt, waarbij Regeering en
+Kerkenraad adsisteerden; en van dien tijd af, tot heden toe, heeft men
+alle de lijken op deeze nieuwe begraafplaats geborgen; terwijl de
+Heeren Staaten van Holland en Westvriesland niet alléén vrijheid hadden
+gegeeven om de graven der kerk te sluiten, ieders graf of graven op
+deeze buitenhof te verplaatsen, maar ook gaven zij dispensatie, van het
+geen Art. 15 van de ordonnantie op het middel van trouwen en begraaven,
+in dato 26 October 1695, is gestatueerd, zo dat van de lijken van
+buiten naar Hilversum vervoerd wordende, niet meer dan ééns, en wel ter
+plaatse van het overlijden, ’s Lands recht behoeft betaald te
+worden——onderscheidene graven zijn reeds aan aanzienlijke lieden,
+buiten deeze plaats, verkocht, en er doet zig niet weinig hoops op, of
+deeze begraafplaats die vooral om deszelfs hooge ligging (daar men
+veilig stellen mag dat zij meer dan 30 a 40 voeten boven het water
+ligt) boven anderen, welke in ons Vaderland gevonden worden, verre te
+verkiezen is, zal weldra hoe langer hoe meer van elk gezocht
+worden——Digt bij de grafnaald, ziet men een graf, met een groote zerk,
+waar op de naam van Jan Abraham Dedel, 1793—De conditien, waar op men
+recht tot een graf kan bekomen, benevens het bericht, worden, behalven
+hier ter plaatse, ook te Amsteldam, (gratis,) uitgegeven bij de
+Boekverkoopers W. Holtrop in de Kalverstraat, D. en J. Dol, in de
+Oudenbrugsteeg, en H. Brongers over de Beurs—welk rechtgeaart
+Vaderlander wenscht deeze plaats, met zulk eene nuttige inrichting,
+niet van harten geluk! en wie, die slechts eenige menschenliefde in
+zijn binnenste koestert, verlangt niet hartlijk, dat men, vooral in
+volkrijke plaatsen in ons Vaderland, aan zulk een heilzaam werk eens
+eindlijk de handen slaan mag——en gaan Regenten met hun goed voorbeeld
+voor, weldra zal men dan ook, gelijk wij vertrouwen, ondervinden, zo
+als men hier te Hilversum ondervonden heeft, dat de ingezetenen niet zo
+gehecht zijn aan voorouderlijke gewoonten en vooroordeelen, of zij
+zijn, wanneer men hun op eene bescheidene wijze het wanvoegelijke en
+schadelijke onder ’t oog brengt, ook in staat om dezelve te bestrijden
+en te overwinnen.
+
+De pastorij is in een zeer goeden staat, dezelve is een zeer spacieus
+gebouw van den jaare 1767, met een goede tuin er achter; en, daar het
+woonverblijf van den Predikant, vóór den geweldigen brand van 1766 kort
+bij de kerk en toren was, bijna zonder eenig uitzicht, is de
+tegenwoordige pastorij geplaatst voor aan den weg, die naar ’s
+Graaveland, Soestdijk enz. leidt, en om de menigvuldige passage een
+alleraangenaamst uitzicht heeft.
+
+Het Schoolhuis ligt aan de andere zijde der kerk; en is in alles aan
+het oogmerk beantwoordende.
+
+Op het dorp is voords een vrij aanzienlijk weeshuis, in 1786, door den
+braaven Amsterdammer, de Heer H. Hovie, om zijne onbepaalde
+menschlievendheid en mededeelzaamheid aan de armen zo bekend als
+bemind, opgericht; het getal der inwooners van dit huis, zo ouden als
+jongen, is tegenwoordig 71, waar onder er bijna 50 zijn, voor welken de
+voornoemde menschenvriend betaalt; terwijl zijn Ed. verder op allerleie
+wijze in den nood van dit huis voorziet—Dit weeshuis wordt geregeerd
+door 2 Regenten en 2 Regentessen, die eene vader en moeder onder zig
+hebben.
+
+De Roomschen hebben er eene goede statie, die bediend wordt door een’
+Pastoor en een’ Kapellaan: de Pastoor is thans de Wel Eerwaarde Heer
+Wilhelmus Holscher——de Roomschen moesten te voren hunnen godsdienst
+buiten de plaats verrichten, en gingen daar toe meestal naar Laren of
+Bussem, doch in den jaare 1784 den 23 September hebben zij, op verzoek,
+permissie bekomen tot het bouwen eener kerk [19], ’t welk een groot en
+fraai gebouw is—naast het kerkgebouw ziet men de pastorij, zijnde zeer
+net betimmerd, en met allerleie gemakken voorzien—achter het huis en
+kerk ligt een zeer schoone moestuin, fraai bosch en engelsche tuin——het
+getal der Roomschen alhier, zo oud als jong, wordt bepaald op 18 a 1900
+zielen.
+
+Ook is hier een talrijke Janseniste gemeente, die op 700 leden berekend
+wordt: deeze wordt mede bediend door een’ Pastoor, en een’ Kapellaan,
+zijnde thans Pastoor de eerwaardige, Heer J. B. E. Gijselinck: de kerk
+is ook een net gebouw, en in alles aan het oogmerk beantwoordende, de
+Pastorij is een tamelijk goed huis, waar achter een redelijk goede
+tuin.
+
+De Jooden hebben te Hilversum een kleine maar zeer nette Sijnagoge, (’t
+welk zekerlijk voor een dorp iet zonderlings genoemd mag worden:)
+dezelve pronkt met een aartig torentjen, doch zonder klok daarin: deeze
+sijnagoge is ingewijd, 21 Augustus 1789.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+Het rechthuis is hier niet, gelijk op veele andere dorpen, met een
+herberg vereenigd; het maakt van binnen en buiten een zeer goede
+vertooning, en is kort na den brand van het jaar 1766 opgebouwd: van
+vooren heeft het een hoge stoep, die aan wederzijde elf treden heeft,
+en met een ijzere leuning voorzien is—in ’t midden ligt een’ gang, ter
+wederzijde van welken de noodige kamers gevonden worden; boven ieder
+vertrek vindt men met vergulde letteren, voorwien hetzelve geschikt
+is—beneden is de wooning van den Dienaar der Justitie; het vertrek voor
+de Nachtwacht (die hier zo wel des zomers als ’s winters gehouden
+wordt) en eindelijk de Gijzelkamer—het gebouw is rondom voorzien met
+engelsche schuifraamen—boven op de lijst van den voorgevel staat het
+Hilversumsche wapen: het gebouw pronkt voords met een torentjen, waarin
+ook een klok hangt.
+
+
+
+
+KERKLIJKE REGEERING.
+
+De Gereformeerde Gemeente te Hilversum uit meer dan 900 menschen, zo
+oud als jong, bestaande, wordt bediend door éénen Predikant, zijnde
+thans de Wel-eerwaarde Heer Fredericus Ham, behoorende onder de Classis
+van Amsteldam: de Kerkenraad bestaat uit den Predikant voornoemd, 2
+Ouderlingen en 2 Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en één
+Diacon afgaat, en door anderen vervangen worden; ook zijn hier twee
+Kerkmeesters, waarvan ’er jaarlijks één afgaat.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE REGEERING.
+
+Deeze is even als op genoegzaam alle de Gooische dorpen: de Hooge
+Vierschaar wordt er gespannen door den Bailluw met de Schepenen van
+Naarden; voords bestaat de civile Regeering in den Schout en vijf
+Schepenen; er zijn ook twee Buurtmeesters, en 4 Raaden, welke laatsten
+gewoonlijk uit elk quartier van het Dorp gekozen worden; de Schout, en
+de jongst in dienst zijnde Buurtmeester, stellen ieder een getal van
+vijf persoonen, uit welk tiental, door den Bailluw vijf nieuwe
+Schepenen, in plaats van die in het voorgaande jaar geregeerd hebben,
+verkozen worden, welke vijf nieuwe Schepenen, onder den eed gebragt
+zijnde, eenen nieuwen Buurtmeester, in plaats van den oudsten in dienst
+zijnde, verkiezen—vervolgends gaat men over tot het verkiezen van vier
+nieuwe Raaden, eenen Kerkmeester, enz.
+
+Het schijnt dat het Dorp Laaren weleer met Hilversum onder een zelfd
+Gerecht behoord heeft; immers in 1423 kreegen die van Hilversum een
+handvest van Hertog Jan van Beiëren, waarin hij niet alleen aan den
+Bailluw het recht geeft, om, jaarlijks, op Vrouwendag, vijf Schepenen
+voor Hilversum te kiezen, maar tevens ook spreekt van eene banscheiding
+te maaken tusschen Larenkerspel en Hilversum; „doch de Schepenen van
+beiden deeze Kerspelen zouden zamen de breuken berechten in het
+Gooiland, terwijl de beesten, waardoor misbruik in het bosch gebeurd
+was, verborgd zoude worden bij goeddunken van Schepenen in den Dorpe,
+daar de eigenaar woonachtig was, en Schepenen van Hilversum zouden hun
+eigen Land en hunne Meente- of Gemeente-weiden keuren, en berechten,
+gelijk die van Laaren voormaals plagten te doen.”
+
+Dit is zeker, (voegt onze geëerde begunstiger daar bij,) dat Hilversum
+met Laren in het kerklijke te vooren is gecombineerd geweest; de
+scheiding is geschied in 1605.
+
+
+
+
+VOORRECHTEN.
+
+De Hilversumsche gemeente verkiest zelve haaren Leeraar——de regeerende
+Kerkenraad, vereenigd met de laatst afgegaane Ouderling en Diacon,
+formeert een twaalftal, en daar uit een nominatie van vier Predikanten,
+uit welk viertal, door de mans ledemaaten, in de kerk daar toe
+bijeenvergaderd, eenen nieuwen Leeraar verkozen wordt——of men de
+zogenaamde Buurtspraaken, ook als een bijzonder voorrecht kan
+aanmerken, kan niet zeker gezegd worden, maar dit weeten wij uit
+onderscheidene aantekeningen, die daarvan ter deezer plaatse nog
+voorhanden zijn, dat voortijds in gewigtige gevallen, vooral dan
+wanneer het op de kasse des Dorps aankwam, ’t zij door den Bailluw, ’t
+zij door de Buurtmeesters, het volk geraadpleegd werd, hoe daar in te
+handelen, terwijl de gemeente zonder onderscheid van godsdienst, in de
+kerk werd bijeenvergaderd, waarin de zaak voorgesteld en met
+meerderheid van stemmen daar omtrent gehandeld wierd.
+
+Eindelijk moeten wij hier nog melding maaken van het voorrecht der
+Hilversummers op het stuk der Erfgoojers, (zie onze beschrijving van
+Laaren:) de Hilversumsche meent of weide ligt aan de Noordzijde van ’s
+Graaveland, is groot, gelijk wij boven zeiden, circa 500 morgen, door
+de runderpest, welke weleer zo streng hier te land woedde, was dezelve
+in merkelijk verval geraakt, dan thans is dezelve in een veel beteren
+staat, terwijl men daar op niet zelden 600 beesten telt, ’t geen een
+beter inkomen tot onderhoud oplevert——ieder erfgoojer, hier woonende,
+heeft het recht daar op te mogen brengen 5 koejen, en een paard, en
+voor ieder beest, betaalen zij, alle onkosten door elkanderen gerekend,
+twee guldens——volgends resolutie op Stad en Landen genomen, hebben de
+Hilversummers, tot herstelling van hunne in vorige jaaren zo vervallen
+meente, de vrijheid, om van de inwooners der andere Gooische Dorpen,
+doch Erfgoojers zijnde, jaarlijks eenige veersen en pinken aanteneemen.
+
+Over deeze meent zijn gesteld twee Schaarmeesters, die, terwijl hier
+een molen op deeze meent gevonden wordt, ook wel Molenmeesters genoemd
+worden—deeze menschen hebben het opzicht over de molen, merken het vee,
+’t welk op de meent gebragt wordt, en ontvangen de penningen, waarvan
+zij jaarlijks voor de Regeering des Dorps verantwoording doen moeten.
+
+Verder heeft men hier 4 Bekeurders, die vooral het opzicht hebben over
+de gemeene gronden, om wel toetezien, dat hiervan door niemand eenig
+misbruik gemaakt worde: oudtijds werden deeze menschen boschbewaarders
+genoemd, onder welke benaaming zij nog jaarlijks worden aangesteld,
+zekerlijk om dat zij in vorige eeuwen het opzicht gehad hebben over een
+zeker bosch, gelegen tusschen de bouwlanden van Hilversum en de landen
+van Maartensdijk, het welk geschat wordt groot geweest te zijn 314
+morgen; doch welk bosch bijna geheel reeds verdweenen was, in het begin
+der zeventiende eeuw———zonderling is het, dat thans hiervan geen
+overblijfsel meer gevonden wordt, echter heeft de landstreek, die
+tegenwoordig bergachtig en met heide begroeid is, nog den naam van
+Goojerbosch behouden.
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN.
+
+Deezen bestaan voornaamlijk in de weverijen—vóór het jaar 1766 werden
+hier meestal lakenweverijen gevonden, die voor rekening liepen van
+Amsteldamsche Kooplieden, dan thans zijn dezelve geheel vervallen—de
+ingezetenen zijn niet onvernuftig in het uitvinden, van dat geen ’t
+welk tot hun bestaan dienen kan; bijzonder houdt men zig thans op met
+het weeven van zogenaamd Hilversumsch wit en gestreept—sinds eenige
+jaaren is men ook hier met goed succes begonnen met het weeven van
+gang-kleeden en karpetten, welke fabriek meer en meer toeneemt—ook
+vindt men hier een fabriek van Doorniksche kleeden, en Schotsche
+tapijten, waar mede de gebroeders Reijn niet weinig roems behaald
+hebben, terwijl de Oeconomische Tak van Haarlem, tot aanmoediging,
+eerst per el, ’t welk gedebiteerd werd, twee stuivers, daar na één
+stuiver geschonken hebben, het geen binnen weinige jaaren eene somma
+van meer dan drie duizend gulden bedragen heeft—welke fabriek tot nog
+toe met goed gevolg aan den gang is; als mede die van éénen Petrus
+Haan, die sinds 2 a 3 jaaren dezelve fabriek begonnen, en ook voorleden
+jaar in de vergadering van den Oeconomische tak niet weinig roems
+behaald heeft—men telt hier 76 fabrikeurs, en men rekent dat er ruim
+500 getouwen aan den gang zijn—in meer dan ééne droevige omstandigheid
+van ons dierbaar Vaderland, waarin elders fabrieken kwijnden, zijn de
+Hilversumsche fabrieken boven anderen voorspoedig gegaan, dan, indien
+het oorlog nog lange moet blijven voordduuren, is er reden om te
+vreezen, dat dezelve ook wel rasch aan het kwijnen geraaken zullen; en
+hier door zoude niet alleen deeze plaats, maar ook eenige omliggende,
+eenen gevoeligen slag worden toegebragt, terwijl te Amersfoort voor die
+van Hilversum, veel wol gesponnen wordt, in de omliggende Dorpen
+katoen, en bijzonder te Laaren het hair, waarom ook van daar bijna
+ieder dag een vrachtwagen komt, waarmede de specie gehaald, en het
+afgewerkte t’huis gebragt wordt—men vindt hier ook aan het einde der
+Gooische vaart een loojerij, die niet onvoorspoedig is—verder telt men
+hier 60 a 70 boerderijen.
+
+
+
+
+GESCHIEDENISSEN,
+
+Deezen vinden wij, voor zoo veel het vroegere gedeelte daarvan betreft,
+kortlijk dus beschreven: „In de tweespalt, tusschen Holland en
+Gelderland, terwijl Filips van Oostenrijk, nu Koning van Spanje
+geworden, naar Duitschland gereisd was, deed Hertog Karel van Egmond,
+die zijnen eisch op Gelderland levendig hield, in den jaare 1505, eenen
+inval in Gooiland, en verbrandde het dorp Hilversum, zonder dat hij
+echter groote buit van de inwooneren kreeg, alzo dezelven met alle
+hunne goederen weggevlugt waren.”
+
+„Het jaar 1672 was mede voor dit dorp zeer ongelukkig; in het laatst
+van de maand September, werd het door de Franschen geheel en al
+uitgeplonderd, en alles wat zij niet konden wegneemen, vernield.”
+
+Wat de laatere geschiedenis des dorps betreft, deeze is niet minder
+ongelukkig: op den eersten mai 1725 ontstond te Hilversum een zwaaren
+brand, waar door meer dan 50 huizen in de assche gelegd werden—dan, dit
+alles was nog weinig bij de ramp, welke deeze plaats in het jaar 1766
+door den brand geleden heeft—het was op den 25 junij van het gemelde
+jaar, ’s namiddags tusschen een en twee uuren, dat dees geweldige brand
+eenen aanvang nam, en, ’t geen opmerkelijk is, juist in het zelfde
+huis, waarin de voorige brand ontstaan was, waarin thans een Joodsche
+Vleeschhouwer woonde; één van zijne huisgenooten, zegt men, had de
+onvoorzichtigheid gehad, om eenen aschpot met vuur te digt bij
+brandbaare stof of hooi te zetten——weldra was alles in beweeging, om,
+ware het mogelijk, den brand in deszelfs beginselen te stuiten; dan
+eene sterke oostenwind op eene langduurende droogte volgdende,
+verijdelde alle de pogingen der werkzaame ingezetenen—het vuur werd met
+een ongelooflijk geweld door de lucht heen gevoerd, ’t geen als een
+regen op de huizen nederviel, en daardoor dezelve, die toen meest allen
+in het dorp met riet gedekt waren, zelfs op eenen verren afstand,
+weldra in vlam zettede, zodat veelen van hun, welke, geen gevaar voor
+hunne eigene wooningen vreezende, en die tot hulpe van anderen waren
+toegeschooten, spoedig de droevige tijding ontvingen, dat ook hunne
+woningen door de vlam waren aangestoken——binnen weinig uuren waren meer
+dan 150 huizen, en een aantal schuuren, gevuld met koorn en andere
+goederen, behalven het raadhuis, de pastorij, ’t schoolhuis, en de
+kerk, waarin eenige ingezetenen hunne goederen geborgen hadden, doch
+die ook een prooi der vlamme werden, in de assche gelegd: allerakeligst
+was de toestand der ingezetenen; van alles beroofd zworven zij als
+raadeloos tusschen de puinhoopen van hunne ingestorte wooningen door:
+duizenden lieden van de omliggende plaatsen, maar vooral van Amsteldam,
+zakten derwaards om het jammerlijk tooneel van verwoesting in
+oogenschouw te neemen, niet alleen, maar ook om de geruïneerde
+inwooners, ieder naar zijn vermogen, met eene gifte te vertroosten; en
+zo ergens, ter dier plaatse, en in die allerjammerlijkste
+omstandigheid, heeft de Barmhartigheid haare hand in zegening geopend;
+want de meeste inwooners waren van geheel hunne bezittingen en middelen
+van bestaan beroofd.
+
+Niet lang na deezen brand, werden eenigen uit de Regeering van
+Hilversum afgezonden, om bij Hun Ed. Gr. Mog. verlof te verzoeken tot
+het doen eener collecte, welke gedeputeerden zig naar den Prins
+Erfstadhouder begaven, om zijne hooge intercessie in deezen te
+verzoeken, ’t welk hun door Zijn Doorl. Hoogheid niet alleen terstond
+beloofd werd, maar daar en boven ontvingen zij van Zijne Hoogheid, tot
+ondersteuning der ongelukkige ingezetenen, de somma van duizend
+ducaaten—weldra kreeg men verlof, om zig te mogen vervoegen aan de
+Regeeringen in de Steden en Dorpen, tot het verzoeken van vrijheid om
+eene collecte te doen, ’t geen bijna overal zeer wel geslaagd is: in
+Amsteldam alleen werd gecollecteerd ƒ 54605–19–2; in de gantsche
+provincie van Holland, bragt de collecte op eene somma van ƒ
+100739–5–0; in de provincie Utrecht collecteerde men zamen ƒ 7560–:–14,
+dit gevoegd bij de voorgaande somme, bedroeg de generale collecte ƒ
+108299–6–8: niet weinig hielp zekerlijk zulk een aanmerkelijke som, dan
+dezelve was echter niet toereikende tot eene volkomene vergoeding der
+schade, terwijl ieder, welke met eene beëedigde verklaring zijn verlies
+moest opgeven, en van de collecte profiteeren wilde, van elken gulden
+omtrent zes stuivers en zes penningen ontvangen heeft: gelukkig
+intusschen dat de zulken zig niet alleen verbinden moesten tot de
+opbouwing van hunne afgebrande woningen, maar ook dat hunne huizen,
+volgends de resolutie van gecomm. Raaden, met pannen gedekt moesten
+worden: eene wijze voorzorg voorzeker! daar tog de ondervinding in het
+jaar 1766 te Hilversum geleerd heeft, hoe de brand, doordien de meeste
+huizen met riet gedekt waren, niet te blusschen was, en men integendeel
+ten dien tijde sommige huizen, waaronder zelfs het koepeltjen der
+pastorij, om dat zij met pannen gedekt waren, schoon zij van alle
+zijden als omringd waren van de vlam, heeft kunnen behouden.
+
+Verder wierd de Regeering van Hilversum tot opbouw der publieke
+gebouwen, nog toegelegd door hun Ed. Gr. Mog. gelijk wij verneemen uit
+het geestlijk comptoir, eene somma van tien duizend guldens—terwijl
+daarteboven de Heeren Staaten van Holland en Westvriesland vrijdom
+vergunden, van ordinaire en extraordinaire verpondingen van de
+afgebrande huizen, voor den tijd van 20 jaaren, als mede van den impost
+op de grove waaren en rondemaat, van de materialen, welken niet alleen
+tot den opbouw van de kerk, pastorij, school en rechthuis, maar ook van
+de afgebrande huizen zouden worden gebruikt.
+
+Onbegrijpelijk is het dat zulke beklaagenswaardige gebeurtenissen, die
+zeker op het platte land van onze Republiek niet zeldzaam zijn, (immers
+hebben wij binnen weinige jaaren, de dorpen Westmaas en Amstelveen,
+door den geessel des vuurs kort na elkander allerjammerlijkst zien
+teisteren?) ’t is onbegrijpelijk, zeggen wij dat dergelijke
+gebeurtenissen nog niet kunnen doen besluiten tot het daarstellen van
+reddingsmiddelen, in zulke gevallen alleen dienstig zijnde, als een
+behoorelijke voorraad van water, en een toereikend getal van
+brandspuiten—elders in ons werk hebben wij daartoe, naar ons oordeel,
+den besten raad aan den hand gegeven, dan, wij hebben het genoegen nog
+niet mogen hebben dat dezelve ingevolgd is, althans niet in het
+voornaamste gedeelte daarvan; wel zijn op het eene en andere dorp,
+meerdere en betere brandspuiten aangelegd; maar nog nergens heeft men
+voorraad van water aangeschaft; dit nu aanwezig zijnde, zal men niet
+ligtlijk weder een geheel dorp, of het grootste gedeelte deszelven,
+door het vuur zien verteeren; immers is zulks zelden, of liever nooit,
+het lot der steden? een voorbeeld daarvan verstrekt het digtbebouwd
+Amsteldam; hoe zeer geheel de stad als maar één eenige wooning schijne
+te weezen, zo dat er meestal tusschen huis en huis, zelfs de lucht niet
+kan doordringen, wordt echter, hoe zwaar een’ brand er ook moge
+ontstaan, nooit meer dan het erf waarop het ongeluk voorvalt, door het
+vuur verteerd; en dit zoude ook op het platte land gebeuren, ware het
+dat men de benoodigde middelen daartoe aanschafte: wat Amsteldam
+aangaat; treffender voorbeeld, ten bewijze van ons gestelde, zoude niet
+aangevoerd kunnen worden, dan dat van den overal bekenden eisselijken
+brand in den Hollandschen Schouwburg; ene oceaan van vuur, geweldiger
+dan ergens bij menschen geheugen heeft plaats gehad, was echter niet
+vermogend om de aangevoerde en te werk gestelde brandspuiten te
+overheerschen; de werking van deezen triumpheerde op het geweld des
+vuurs, tot zo verre, dat volstrekt geen van de belendene huizen,
+waarvan de Schouwburg echter rondsom geheel digt omgeven was, een prooi
+der vlamme werd; de schouwburg, ja, brandde ten gronden toe af, maar
+niet meer!
+
+In de jongstledene beroerten heeft Hilversum mede zijn deel gehad; ook
+hier heeft men Pruissisch krijgsvolk gekregen: eerst rukte de
+avantgarde aan: men zegt, dat even voor derzelver intrek, door een van
+het genootschap van Wapenhandel ’t welk ook hier gevonden werdt, of
+door eenen anderen, geschoten was, en dat dit ten gevolge had dat de
+Pruissen, dit gehoord hebbende, hierom op drie huizen der voornaamste,
+die zeer voor den wapenhandel ijverden, aanvielen, welke huizen weldra
+met de goederen die daarin gevonden werden, grootlijks werden vernield:
+hier op volgde omtrent 5000 man, zo kavallerij als infanterij, onder
+commando van den Grave van Van Lottum, welk krijgsvolk, zo lang Naarden
+zig nog niet had overgegeeven, niet ver van Trompenberg zig gelegerd
+had, zijnde het hoofdkwartier aan het einde der Gooische vaart; na de
+overgaaf van Naarden, zijn een groot aantal Pruissische soldaaten bij
+de burgers, geduurende eenige weeken, geinquartierd geweest.
+
+Verder gedragen zig de ingezetenen, hoe zeer in denkbeelden
+verschillende, zeer wèl.
+
+
+
+
+BIJZONDERHEDEN.
+
+Hier onder, kan men thans plaatsen het jachthuis van den Hr. Pieter van
+Loon, Oud-schepen der Stad Amsteldam, ’t welk zijn Ed. voorleden jaar
+op den top van den berg, die doorgaands Hoorneboek genaamd wordt,
+geplaatst heeft; dit huis heeft het ruimst en alleraangenaamst
+uitzicht, ’t geen men zig immer verbeelden kan; zelfs het nabijgelegene
+zogenaamd Loosdrechtsche bosch, is niet in den weg, terwijl men over
+alle boomen heen ziet—het huis vertoont een Burgt, wordt in een
+Gotischen smaak opgeschilderd, en geeft, zelfs op een grooten afstand,
+eene aartige vertooning.
+
+Verder vindt men hier nog een buitenplaats van de Hr. Arntzenius,
+Advocaat te Amsteldam, welke in het jaar 1793 is aangelegd: het
+voornaamste uitzicht van het huis, is op zijde naar den kant van
+Hilversum, over de uitgestrekte bouwlanden en heide.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN,
+
+Zondags vaaren 2 schuiten van hier naar Amsteldam, ’s morgens circa elf
+uuren; en ’s avonds ten 9 uuren: Dingsdags en Donderdags ’s morgens ten
+elf uuren naar dezelfde stad, van waar zij wederom afvaren, Maandags,
+Dingsdags, Woensdags en Vrijdags, ’s middags ten half een uur, liggende
+deeze schuiten te Amsteldam op de Binnen-amstel tusschen de
+Halvemaansbrug en Groeneburgwal: ook vaart er een schuit naar Utrecht,
+Vrijdags morgens ten elf uuren, die Saturdag te rug komt en ten half
+elf uuren niet ver van de Jacobie brug, afvaart: bij besloten water,
+rijdt Zondag en Donderdag ’s middags van het dorp een wagen op
+Amsteldam, en van daar terug.
+
+Jammer is het voor zulk een volkrijke plaats, dat de schuit niet verder
+komen kan, dan tot omtrent een quartier uurs van het Dorp af, van waar
+de goederen die zij overbrengt, per as verder naar het Dorp moeten
+vervoerd worden—voor eenige jaaren trachtte men dit ongemak te
+verhelpen, door eene vaart verder heen te graaven, en men was waarlijk
+reeds tot op 200 roeden na aan het Dorp genaderd, dan dit heilzaam werk
+moest gestaakt worden, door eene Resolutie van Hun Ed. Mog. die de
+afzanding van Naarden met kracht wilden doorzetten, ter meerdere
+versterking dier vesting, en daarom het verder afzanden bij Hilversum
+verbooden—meer dan ééns heeft men op de opening der zanderij wederom op
+het vriendlijkst aangedrongen, en eindelijk heeft men nu, doch onder
+gewigtige bepalingen, als onder anderen, om het zand niet voor ballast
+te mogen vervoeren, wederom tot de zanderij permissie bekomen, waarmede
+men dit jaar dan ook reeds eenen aanvang genomen heeft, doch wij
+twijfelen om meer dan ééne reden, of het volgend geslacht zig nog wel
+zal kunnen verheugen met de vaart tot aan haare plaats te zien;
+behalven de bovengenoemde schuiten, rijden ook nog tweemaal in de week,
+en wel woendags en saturdags morgens een vrachtwagen op Utrecht, die op
+dezelfde dagen te rug komt: verder rijdt er visa versa een wagen,
+Dingsdags morgens op Weesp, Woensdags op Muiden, Donderdag op Naarden:
+Donderdag en Saturdags middags komt een kar van Amersfoort die op
+dezelfde dagen retourneert—’s winters bij beslooten water passeert door
+deeze plaats ook een postwagen van Amsteldam op Zwol, en te rug.
+
+
+
+
+HERBERGEN.
+
+Deezen zijn te Hilversum de volgenden: De jonge Graaf van Buuren. ’T
+Bonte Paard. Van mindere qualiteit zijn. ’T Hilversumsche Veerhuis. De
+Koorndraager. De Reizende Man. Het roode hart. De twee eerstgemelden
+zijn vrij aanzienlijke Logementen, en ook Uitspanningen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET DORP ’S GRAVELAND.
+
+
+ Het hofrijk ’S GRAAVELAND, geheugt den schelmsten nijd,
+ Geheugt den woesten aart van ’s Krijgs bezoldelingen,
+ Herinnert ons held TROMP, die, aan ’s Lands dienst gewijd,
+ ’S Lands vijand op de Zee, stoutmoedig dorst bespringen;
+ Dit onvoorbeeldig Dorp, beroemd door bleekerij,
+ Zet Gooiland eer en luister bij.
+
+
+Het zeer vermaaklijk Gooiland, roemt met reden op het aangenaam dorp,
+zo even genoemd; en het welk te meer bewondering verdient, daar niet
+langer dan eene eeuw geleden, nog niets van deszelfs fraai bestond;
+want men vindt het ten dien tijde beschreven, als onlanden, vullingen,
+(verlatene veenen, voegen eenigen daarbij, doch onze geëerde
+correspondent in deezen, zegt desaangaande: „immers schijnt men hier
+niet te weeten, dat hier, vóór den aanleg van ’s Graveland, zulke
+veenen geweest zijn:”) uitgedolvene en moerassige plaatsen, die meest
+niet anders dan biezen, hei en andere wilde ruigte voordbragten; deeze
+eigenschap vergelijkende bij de schoonheid waarmede het thans prijkt,
+verstrekt ten bewijze wat de vruchten zijn van eene arbeidzaame
+verbeterende hand.
+
+
+
+
+De
+
+LIGGING
+
+Van dit dorp, maakt, met deszelfs landstreek, het westlijkste gedeelte
+van het aangenaame Gooiland uit; zijnde hier de grensscheiding tusschen
+Holland, en ’t Sticht, eenige voeten ten westen van de ’s Gravelandsche
+vaart, die naar de Loosdrecht heenloopt, en ook tot op een half uur
+afstands naar Hilversum; (men zie onze beschrijving van dat dorp).
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+Deeze is zeer zeker niet ver te zoeken; de naam zelf brengt zijnen
+oorsprong mede; de landen, zo woest en onbebouwd als zij ten
+bovengemelden tijde nog lagen, behoorden aan ’s Lands Graaven, zonder
+onder het bijzonder bestuur van eenige andere dorpen van Gooiland te
+weezen, en derhalven gaf men hun den onderscheidenden naam van ’s
+Graaven landen, waarvan men bij verkorting ’s Graaveland, of ’s
+Graveland gemaakt heeft.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE.
+
+Van hoe slechten aanzien deeze landen ook waren, moet de grond echter
+van zodanigen aart geweest zijn, dat zij voor het bebouwen goede
+vruchten beloofd hebben; want omtrent den jaare 1625 waren er lieden
+die zulks begeerden te onderneemen; ten welken einde zij zig keerden
+tot de rekenkamer van de Gravelijkheids domeinen, met verzoek om die
+dorre gronden, welken men toen, gelijk gezegd is, den naam van Onlanden
+gaf, voor zekere erkentenisse te mogen bekomen: de rekenkamer voornoemd
+wees de verzoekers naar de Staaten van Holland en Westvriesland; aan
+welken de onderneemer, toen aan hun hoofd hebbende zekere Mr. Jan
+Ingel, zig ook keerden, met verzoek van ’s Graaven landen, die geheel
+onbebouwd lagen, te mogen benaderen, op zulk eene wijze als zij met de
+rekenkamer zouden kunnen overeenkomen, en om tevens voor zeker getal
+van jaaren, zodanige voorrechten en vrijdommen te mogen genieten als
+gemeenlijk bij den aanleg van nieuwe landen of bedijkingen worden
+vergund, benevens het recht van Ambachtsheerelijkheid over den grond,
+die hun zoude worden toegestaan: dit hun verzoek werd hun ook, onder
+eenige bepaaling, ingewilligd, en voor die inwilliging, zouden zij,
+jaarlijks, aan de Graaflijkheid, (want nimmer heeft de Graaflijkheid
+iet, hoe gering van waarde, afgestaan zonder belooning,) moeten
+betaalen tien stuivers voor ieder morgen lands; welke belasting
+volgends octrooi van den Jaare 1636 is veranderd op de elfde schoof:
+(dit is volgends onze Autheuren, over Gooiland handelende; doch onze
+begunstiger boven bedoeld, zegt in zijne berichten, ons vriendlijke,
+medegedeeld, dat men te ’s Graveland meede geene kundschap van die
+elfde schoof draagt.)—„De ingelanden,” dus leezen wij elders,
+„verkregen toen ook het civile rechtsgebied, om, met raad van den
+Bailluw van Gooiland keuren te mogen maaken, en hunne landen te laaten
+berechten door een’ Schout en Schepenen, bij den Bailluw uit de
+ingezetenen te kiezen; blijvende het crimineele ter berechtinge van de
+vierschaar der stede Naarden.”—Op deezen voet dan sloeg men handen aan
+’t werk, om de landen aftegraaven, en ter bebouwinge bekwaam te maaken:
+dan, zulks stak de omliggende dorpen, voornaamlijk Hilversum, in de
+oogen; zij vreesden door den aanleg van dit nieuwe dorp benadeeld te
+zullen worden, en deeze eigenbaat ging zo verre, dat de arbeiders der
+onderneemeren geduurig door de ingezetenen van de bedoelde dorpen, in
+hun werk gestoord werden, niet alleenlijk met hunnen arbeid te
+vernielen, maar zelfs rees die naijver zo hoog, dat zij met scherp op
+de gezegde arbeiders schoten, waardoor niet zelden eenigen, vooral van
+de graavers, gekwetst werden; men pleegde omtrent hen ook allerleie
+moedwilligheid, niettegenstaande ’s Lands Staaten daar tegen
+verscheidene plakaaten lieten uitgaan, niet alleen, maar ook de
+arbeiders in hunne verrichtingen lieten beschermen door een compagnie
+ruiters en voetvolk—deeze loontrekkers zijn zeldzaam van eenigen
+dienst, wanneer de gemoederen in onrust gebragt zijn; soldaaten kunnen
+alleenlijk tegen soldaaten bestand weezen, maar tegen burgers welken in
+hunne rechten meenen te kort gedaan te zijn, vermogen zij niets; hunne
+loon-slagen hebben den aandrang niet van de vrijwillige slagen van
+vergramde burgers—Zonder thans te onderzoeken in hoe verre de
+ingezetenen van Hilversum en de andere omliggende dorpen, in deezen
+gelijk hadden, blijft echter het gezegde een onwederspreekelijke
+waarheid; een waarheid welke door alle gezachvoerders in ’t oog
+behoorde gehouden te worden, ofschoon de droevige ondervinding leere,
+dat zij dezelve telkens weder op nieuw veronachtzaamen, waardoor hun
+gezach een ongenezelijke krak krijgt, en de zetels aan het waggelen
+raaken.
+
+
+
+Niettegenstaande alle de gezegde hinderpaalen, werd de arbeid zo
+spoedig voordgezet, dat reeds in den jaare 1634, de akkers konden
+gekaveld worden, en derhalven mag men de stichting des dorps tot dien
+tijd brengen: sedert is deeze grond tot een allerverrukkelijkst oord en
+een pronk van geheel Gooiland geworden; in een kleinen omvang, ontmoet
+men er zeer aangenaame gezichten van lommerrijk geboomte, vruchtbaare
+zaai- en wei-landen, heiden, water, veengronden, en veele aanzienlijke
+buitenplaatsen; waarvan straks nader.
+
+
+
+Wat voords aangaat het tweede gedeelte van het tegenwoordige artikel in
+ons plan, naamlijk de grootte van ’s Graveland; ten gemelden tijde was
+de bereide grond groot, 555 morgen en 28 roeden Rhijnlandsche maat.
+
+
+
+Volgends de lijst der verpondingen van den jaare 1732, stonden toen te
+’s Graveland 119 huizen, welk getal in 1734 één meer (120) was; sedert
+is dat getal aangewassen tot ruim 140, die bewoond worden door meer dan
+200 huisgezinnen; twee derden van welken van den Gereformeerden
+Godsdienst zijn; slechts weinigen zijn Luthers, en de overigen meest
+Roomsch: de huizen, in zo verre zij niet tot lusthuizen, of
+boerewooningen dienen, staan allen aan de westzijde van de plaats,
+strekkende zig bijna een uur gaands in de langte uit; aan de oostzijde
+vindt men niet anders dan schoone weilanden, en, gelijk gezegd is,
+heerelijke lustplaatsen: de erven der wooningen liggen tot aan de ’s
+Gravelandsche vaart: de gemelde bouwing van de dorpbuurt, naamlijk aan
+eene zelfde zijde, moet geschieden, zo lang er plaats in de langte van
+’s Graaveland overblijft: aan die zijde zijn ook veele
+linnenbleekerijen, welken goed water uit de vaart hebben, en, gelijk
+bekend is, zeer geroemd zijn; men verzekert dat het linnen, ’t welk te
+’s Graveland gewasschen en gebleekt wordt, in zindelijkheid en witheid,
+de behandeling op de bleekerijen buiten Haarlem niet alleen evenaart,
+maar zelfs dikwijls overtreft—uit het gezegde blijkt dat de aanleg van
+’s Graaveland derhalven zeer regelmaatig, strekkende zig het
+grondgebied aan de zijde van Naarden, van den hoek aan de noordzijde,
+genoegzaam in eene rechte lijn tot voorbij de Hilversumsche vaart,
+langs eenen weg, (gelijk gezegd is, bijna een uur gaands lang,) die ter
+wederzijde beplant is met eene dubbelde rei van hooge en schoone eiken
+en andere boomen.
+
+
+
+Alles is te ’s Graveland in eene zeer goede orde, ’t welk de
+ingezetenen te danken hebben aan verscheidene keuren, daartoe van tijd
+tot tijd gemaakt, zo ten aanzien van de gemeene wegen en vaarten, als
+tot rust der ingezetenen, en tot weeringe van allerleie vechterijen en
+baldaadigheden; ook is er zeer goede orde gesteld op het
+brandblusschen, (eene zaak voorwaar van het hoogste aanbelang,) waartoe
+thans twee goede brandspuiten worden onderhouden—„Tot verdere
+veiligheid,” leezen wij elders, „worden ook alle onbekende bedelaars en
+marskraamers geweerd; bij nacht wordt er de ronde gedaan, waartoe
+iederen nacht” (van November tot half Maart) „elf” (thans twaalf,)
+„persoonen de wacht hebben, en in drie” (thans vier,) „wachthuizen
+bescheiden zijn:” (en alle uuren de ronde doen,) „alle manspersoonen,
+agttien jaaren oud en daar boven, moeten zig hiertoe laaten gebruiken;
+doch het staat vrij zijn wacht aan een ander der medgezellen
+aantebesteden.”
+
+
+
+
+Het
+
+WAPEN
+
+Van dit aanzienlijke en beroemde dorp, is een gekroonde trapgans, op
+een zilveren veld.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+Het eerste dat hier in aanmerking komt, is de Gereformeerde kerk: van
+de Gooische of Hilversumsche zijde, en haren stand gerekend naar de
+breedte of diepte des dorps, staat zij ten westen; doch van den
+gemeenen weg, en de zijde der huizen te zien ten oosten, en omtrent in
+’t midden van het dorp, op een zeer belommerd kerkhof: zij is wel niet
+groot, maar echter zeer net gebouwd; is een kruiskerk met leiën gedekt,
+en heeft een klein vierkant torentjen, met uur- en slag-werk voorzien:
+van binnen heeft zij voords niets aanzienlijks, naamlijk niets
+bijzonders der aantekeninge waardig; dit alleenlijk kunnen wij ’er nog
+van zeggen, dat zij thans te klein is voor de Gemeente die sedert
+haaren aanleg aanmerkelijk grooter is geworden.
+
+
+
+De grond van de Kerk, van het Kerkhof en de Pastorij, is bij den aanleg
+der kerk afgegeven van de hofstede Hilverbeek, die achter het gebouw
+ligt.
+
+
+
+Den 7 julij 1658, werd in de toen volbouwde kerk ’t eerst het woord
+Gods gepredikt, en daar door dit Godshuis ingewijd, door twee
+gedeputeerden van de Classis van Amsteldam, naamlijk Menso Johannis,
+Predikant aldaar, en Johannes van Sanen, Predikant te Huizen:
+vervolgends werd de predikdienst waargenomen door den Predikant en
+gerecommandeerden Proponent van gemelde Classis van Amsteldam, tot dat,
+op eenstemmig advis der Heeren, zo Hoofd- als Gemeene-Ingelanden, en
+goedvinden van alle de Ledemaaten, door meergemelde Classis, op den 22
+Sept. 1659, beroepen, en door Heeren Hoofd-Ingelanden goedgekeurd werd,
+Cornelius van Midlum, die op den 2 Novemb. daar aan volgende, zijn
+Leeraarswerk begon.
+
+Er is voords te ’s Graveland geen Weeshuis, de Weezen worden bij de
+burgers besteed: zie wegens de armen, bladz. 9.
+
+De Pastorij is voor ruim 20 jaaren geheel vernieuwd, en is thans één
+der schoonsten uit de Provincie Holland.
+
+Van het Schoolhuis zoude men iet dergelijks niet kunnen zeggen—In het
+school bevinden zig dagelijks, door elkander gerekend, ruim 100
+kinderen, en veelen van die gaan aldaar voor rekening van eenige
+weldaadige bewooneren der lustplaatsen, welken op die wijze, min
+vermogende ouders, die niet van de diaconie bedeeld worden, de
+huishoudelijke lasten helpen draagen.
+
+De Lutherschen en Roomschen welken te ’s Graveland zijn, hebben op het
+dorp geene vergaderplaatsen; de Roomschen gaan te Ankeveen, een klein
+uur van daar, te kerk; zij behooren onder die parochie; en de
+Lutherschen behooren onder de kerk van Weesp; alwaar zij echter
+alleenlijk het avondmaal gaan houden, neemende voords den openbaaren
+Godsdienst bij de Gereformeerden op hun dorp waar.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+Hier van valt weinig aantetekenen; het rechthuis wordt, volgends eene
+gewoonte op veele dorpen plaats hebbende, gehouden in een herberg.
+
+
+
+
+KERKLIJKE REGEERING.
+
+De Gereformeerden te ’s Graveland (thans ruim 230 ledemaaten
+uitmaakende, zonder daaronder te betrekken dezulken die des zomers, op
+hunne lustplaatsen woonende, met hunne dienstboden daar den openbaaren
+Godsdienst bijwoonen, en veelen van welken er ook ’t avondmaal houden;
+deeze ledematen) worden bediend door één’ Predikant, zijnde thans de
+Wel-Eerwaarde en zeer geleerde Heer Nicolaas Govert van Blijenburg,
+Jerph. Benj. Fil., behoorende onder de Classe van Amsteldam.
+
+Den 27 julij 1660, werd door den toenmaaligen Predikant, met behulp van
+twee nabuurige Predikanten, eenen Kerkraad aangesteld, bestaande uit
+twee Ouderlingen en twee Diaconen; uit welk getal de Kerkenraad nog
+bestaat: elk jaar wordt door de Predikant en verdere Leden des
+Kerkenraads, een Ouderling en een Diacon gekoren, in plaats van twee
+anderen die afgaan: noch Gerecht, noch Hoofd-Ingelanden, hebben met
+deeze verkiezing iet te doen: ook heeft de Kerkenraad de vrije
+beroeping van eenen Predikant, doch de approbatie geschiedt door Heeren
+Hoofd-Ingelanden, aan wien de Kerkenraad den beroepenen, met verzoek
+van goedkeuring, voorstelt; terwijl ook bij die zelfde Heeren, vooraf
+handopening tot het maaken van eene nominatie en ’t beroepen eens
+Predikants daar uit, verzocht moet worden: op deeze wyze werdt in ’t
+jaar 1705, in plaatse van den (op te vooren gezegde manier door de
+Classis van Amsteldam, beroepen) overledenen Predikant Cornelis van
+Midlum, beroepen deszelfs zoon, Gerard van Midlum, Predikant te
+Muiderberg; en vervolgends in ’t jaar 1726, H. J. Elzevier; in ’t jaar
+1746, Antonius van der Os, die in ’t jaar 1748, door de Gereformeerde
+gemeente van Zwol beroepen werd; doch vervolgends tot de Doopsgezinden
+is overgegaan en thans nog by dezelve te Saandam Leeraar is: in ’t jaar
+1748, werdt beroepen Willem Lobé, sedert het jaar 1779 rustend Leeraar:
+in zijne plaats werdt beroepen Willem Leendert Krieger, thans Predikant
+in ’s Graavenhaagen; in ’t jaar 1787, is beroepen Henricus Johannes van
+Wijck, thans te Nijmegen Predikant, en in deszelfs plaats in ’t jaar
+1786, de tegenwoordige Leeraar, reeds gemeld.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE REGEERING.
+
+Boven hebben wij reeds gezien dat het crimineele rechtsgebied over ’s
+Graveland, staat aan de vierschaar der stad Naarden.
+
+Vervolgends bestaat de civile rechtbank uit den Schout, (die zijne
+aanstelling ontvangt van den Bailluw van Gooiland) en vijf Schepenen:
+ter jaarlijksche verkiezinge van de laatstgemelden, wordt door den
+Schout en aanwezende Schepenen eene nominatie gemaakt van een
+dubbeldtal, en deeze nominatie wordt ter verkiezinge gezonden aan den
+Bailluw van Gooiland, voornoemd; het eene jaar worden ’er 2 en het
+andere 3 gekozen, die voords 2 jaaren aanblijven.
+
+Er zijn verder Brand- en Wees-meesters, benevens een Bode civil.
+
+Armmeesters zijn hier niet, alle de Gereformeerde armen worden door de
+Diaconen bedeeld, en de Roomsche armen door hunne eigene Arm- of
+Kerk-meesters, die te Ankeveen hunne aanstelling ontvangen—Wij dienen
+hier ook melding te maaken, van de heeren Hoofd-Ingelanden, reeds
+meermaals genoemd, die zes in getal zijn, en den tijtel voeren van
+Wel-Edele en Achtbare Heeren Hoofd-Ingelanden: alle de Heeren
+Ingelanden, die 20 morgen lands by één hier hebben liggen, zijn daar
+toe verkiestbaar: de Hoofd-Ingelanden blijven levenslang in die
+waardigheid, ten ware zij vertrokken, of geene bezitters meer bleeven
+van 20 morgen hier liggend land: in gevalle van vacatuure worden door
+de overige Heeren Hoofd-Ingelanden nieuwe Hoofd-Ingelanden gekoren; elk
+derzelve heeft zijne bijzondere Commissie; bij voorbeeld: de oudste is
+Dijkgraaf en heeft, nevens den daar op volgenden, ’t opzicht en bestuur
+over Kerk, Pastorij, Schoolhuis enz: twee anderen is ’t opzicht
+aanbevolen over ’t vreemd volk, ten einde dit te weeren, en op de
+inkomenden acht te geeven: terwijl dezelve alle belangrijke en
+voorkomende zaaken met elkander behandelen: zij hebben onder zig een’
+Penningmeester, die als hun Secretaris en Rentmeester handelt—behalven
+de approbatie van den Predikant, hebben zij de aanstelling van
+Schoolmeester en Koster, Vroedvrouw enz. ’t opzicht over Vaarten,
+Wegen, Sluizen, enz.
+
+Onder dit artijkel zouden men nog kunnen betrekken de wachthuizen,
+waarvan wij boven (bladz. 6.) gesproken hebben.
+
+Voorrechten heeft ’s Graveland, voor zo veel ons bekend is, niet.
+
+
+
+
+De
+
+BEZIGHEDEN
+
+Der inwooneren bestaan, gelijk boven reeds aangetekend is, voornaamlijk
+in het linnenbleeken, den landbouw en tuinderij; voords brengen de
+menigvuldige buitenplaatsen, alhier liggende, niet weinig toe tot den
+bloei van het dorp: ’t getal der linnenbleeken beloopt thans
+vijf-en-twintig—voor ruim een jaar geleden werd er ook een fabriek van
+vloertapijten te weeven aangelegen.
+
+Veele ingezetenen leggen zig toe om voor eenige maanden in den zomer
+een gedeelte hunner huizen te verhuuren, onder den naam van optrekken,
+aan lieden van Amsteldam enz. welken geene buitens hebben, vooral aan
+zulken die ongesteld, of door eene geëindigde ziekte zwak zijn, of
+zwakke kinderen hebben: de lucht wordt er voor sommige ziekten en tot
+herstelling van zwakken zeer goed bevonden; veele ondervinden daarvan
+de beste uitwerking, doch voor teering en borstziekten wordt de lucht,
+om haare fijnheid, niet zo goed gehouden.
+
+
+
+
+Wat aangaat de
+
+GESCHIEDENISSEN,
+
+Van het vermaaklijk ’s Graveland, wij vinden daarvan, behalven het geen
+wegens den aanleg des dorps (zie hier voor, bl. 5.) gezegd is, het
+volgende aangetekend:
+
+„Het dorp gevoelde in den jaare 1672, zo wel als Hilversum en de
+Loosdrechten, de inlegering der Franschen, die er tot den jaare 1673
+verbleeven, en er veele baldaadigheden pleegden; zij verwoestten
+voornaamlijk de Hofsteden van den Lieutenant Admiraal Cornelis Tromp,
+en die van zijn Gemalinne, Vrouwe Margaretha, Baronnesse van Raaphorst,
+welke lustplaatsen naast elkander gelegen waren; het heerelijk geboomte
+werd er uitgeroeid, en het landhuis van den Admiraal, werd genoegzaam
+ten gronde toe gesloopt; alles wat kostelijk en ten cieraad der
+gebouwen diende, werd verbroken, weggevoerd, verkocht of vernield, en
+eindelijk werd ook het Landhuis van des Admiraals Gemaalinne in brand
+gestoken, waardoor het in een puinhoop ter neder stortte; maar deeze
+ramp, hoewel schadelijk, was tevens oorzaak dat de lusthoven,
+voornaamlijk die der Gemalinne van den Admiraal, in een heerelijker
+luister hersteld geworden zijn; gelijk het deftig Trompenburg nog heden
+getuigt, in welks herstelling en nieuwe opbouw de grootdaadigheid van
+den Admiraal allezins doorstraalt: het huis, rondsom in eenen vijver
+gebouwd, is vorstlijk, en rijst uit het water als een kasteel,
+pronkende met eenen schoonen koepeltoren, onder welks bevang zig een
+fraaje agtkante zaal, van ongemeene ruimte en pracht van bouwkunde en
+cieraadjen vertoont: in vier uitstekken van deeze zaal, waarvan het
+eene tot den ingang dient, zijn de schepen afgebeeld, waarmede de Heer
+Tromp de overwinning tegen verscheidene natien behaald heeft: rondsom
+in de koepel is alles zeer heerelijk beschilderd, en de andere
+vertrekken ontdekken niet minder den grootmoedigen geest van den
+zeeheld: de plantaadjen beantwoordt aan de deftigheid van het huis, en
+is in laatere dagen nog vergroot, door één’ van haare volgende
+bezitteren, den Heere Jacob Roeters, op wiens zoon en naamgenoot, deeze
+lustplaats bij ervenisse is afgedaald”: de overige lusthoven op dit
+Dorp zijn ieder in zijne soort niet minder aanzienlijk, en zijn een
+tourtjen derwaards dubbeld waardig.
+
+Wat heeft de eenigzins ervaren Nederlander, op het zien van de gezegde
+bevallige lustplaats van den waardigen Vaderlandschen Zeeheld, Cornelis
+Tromp, niet een ruim veld voor zig, om zijne gedachten te laaten weiden
+over den staat des Lands ten dien tijde, gezien bij dien van
+heden!—hadde Nederland thans dergelijke Zeehelden op zijne weinige
+kielen, het zoude welhaast ondervinden, dat zulke mannen zig zelven
+voor te waardig houden, om zeediensten als de tegenwoordige te doen: ’t
+was een Tromp, die met een vloot van een-en-zeventig oorlogschepen
+tegen de Engelschen optoog; ’t was de vijand toen onmogelijk, zo als
+men, laas! thans ziet gebeuren, eene geheele vloot Hollandsche
+Koopvaarders, met haare convooi-schepen, (twee in ’t getal)
+wegteneemen—in ’t jaar 1652, begeleidde men omtrent driehonderd
+koopvaarders, met bijna zeventig oorlogschepen van den Staat; drie van
+de Oostindische Compagnie, behalven de branders, en ander klein
+vaartuig; toen, derhalven, mogt Nederland eene geduchte zeemogendheid
+genoemd worden, en wat is het nu?—in 1653 sloeg men tegen de
+Engelschen, niettegenstaande men derdehalf honderd Koopvaarders onder
+zijn geleide hadde, en men overwon; in de beschrijving van dien
+vreezelijken strijd, voorgevallen omtrent Poortland, kan men zien wat
+men toen van de Nederlandsche helden te wachten hadt: een gedeelte dier
+beschrijving zegt: „Hier vielen de masten buiten boord, gints ging het
+wand aan flenters; daar kraakten de ribben, en suisden de kogels door
+de zeilen heen; aan een anderen kant hechtte een boegspriet in de
+hoofdtouwen; daar enterde een zijn’ vijand, en vloog met het verdek in
+de lucht; hier wemelde een zieltoogende in ’t water, en gaf zijne
+laatste snikken zonder gehoord te worden; gints dobberde een op
+gescheurde dennen, of haalde het hoofd onder bebloede golven: ’t gekerm
+der gekwetsten, verdoofd door het gieren der kneppels, koevoeten,
+gloejende schuiftangen, getakte morgensterren, en draadkogels,
+ontzettede de aanvallers te minder: onder een dikke rook flikkerde
+telkens de bliksem van ’t aangestoken buskruid; ’t licht scheen
+verbaasd gevlugt te weezen, terwijl de dood in een damp rondom snorde;
+Boulongues bergen sidderden voor den donder der kartouwen, en Poortland
+beefde; kortom de strijd was zo ijsselijk, dat er nooit schrikkelijker
+schouwspel geweest is”——toen wist men over ’t algemeen van geen wijken;
+toen kende men geene andere belangens dan die van ’t vaderland; en die
+zig niet dapperlijk weerde werd gewis, zonder aanzien van persoon, met
+den dood gestraft.
+
+’T was een Tromp, die daarna den Staaten wel dorst zeggen dat hij met
+tegenzin weder in zee ging, om dat men verzuimd had hem andermaal van
+genoegzaame schepen te voorzien; en ’t was Holland, die voor zig alleen
+besloot niet minder dan dertig kloeke oorlogschepen te laaten bouwen,
+en toen men zag dat de Staaten den oorlog tegen Engeland niet naar
+behooren behartigden, schroomde men niet zig op de ernstigste wijze
+daarover uittelaaten: ’t is tog zo: gehoorzaam zwijgen geldt alleenlijk
+als ’t schuitjen van den staat goed gestuurd wordt; maar wordt het op
+’t riet aangejaagd, dan is zwijgen zig schuldig maaken aan den
+ondergang van zig zelven en anderen.
+
+In 1656 lagen er op de rede voor Dantsich, onder veele andere
+Nederlandsche Oorlogschepen, vier-en-twintig voor Amsteldam alleen—in
+1664, bragt Tromp, met twee-en-twintig oorlogschepen de Oostindische
+retourvloot in de Vaderlandsche havens—in ’t volgende jaar liep hij met
+zijne vloot, tegen de order van Heeren Gecommitteerden, binnen, om dat
+de Capiteinen niet getrouw gediend hadden, en niet behoorelijk gestraft
+waren—zulke mannen hadden verdiensten genoeg om geen ontzach te hebben
+voor slechte bestuurders.
+
+In 1666, liepen, de even beroemde de Ruiter en Tromp, in zee met een
+vloot van een-en-negentig Schepen, gewapend met vier duizend, zeven
+honderd en zestien stukken, en bemand met twintig duizend vier honderd
+en twee-en-zestig koppen, waarmede men niet minder dan vier dagen lang
+tegen de Engelschen sloeg.
+
+De zeeheld, waarde leezer! wiens nagedachtenis bij u op het zien van
+zijn lusthuis zekerlijk bij uitneemendheid verlevendigt, was (niet
+tegenstaande men hem ten lasten legde, dat hij den Prins van Oranje te
+zeer toegedaan was,) zulk een Vaderlander, als er thans maar weinigen
+gevonden worden; een Vaderlander, die (in 1673,) toen het weder op een
+vechten zoude gaan, en nu tegen de Engelsche en Fransche vlooten
+tegelijk, voor het aangezichte van God, en des met een gerust hart,
+vrij van alle veinzerij, tegen zijne schepelingen dorst zeggen, dat zij
+om zig in den strijd vroomlijk te kwijten, een voorbeeld moesten neemen
+aan zijn persoon; dat hij het niet behoefde te doen om eenig genot;
+maar alles wat hij deed voordkwam uit enkele liefde voor zijn bedrukt
+Vaderland; het geen tot zodanig een nood was vervallen, dat er, om het
+voor het uiterste gevaar te behoeden, eene spoedige herstelling
+vereischt werd; dat die liefde hem weder te scheep had doen treeden, om
+zijn Vaderland te helpen beschermen en handhaaven; willende zijn leven
+er liever voor opofferen, dan de oude vrijheid in slaavernij te zien
+verkeeren en de Nederlanders den hals onder het jok van een vreemde
+Mogenheid te zien buigen: „Wij hebben” zeide hij, „een rechtvaardigen
+God, en een rechtvaardige zaak; laaten wij ons daarop vertrouwen; ik
+twijfel niet indien gij u altezamen gedraagt als eerlijke lieden, of ’t
+zal wèl gaan”—De rechtvaardigheid van eene zaak waarom gestreden wordt
+geeft zekerlijk een held moed; want dan durft hij op den bijstand van
+God hoopen——beklaagenswaardig volk dat in eenen onrechtvaardigen oorlog
+op den slagtbank gebragt wordt!.... ja wat zou men, bij ’t herdenken
+aan Nederlands voorgaande tijden, en Nederlands voorgaande helden, niet
+al door zijn hoofd kunnen haalen!
+
+De verdere gedeelten der geschiedenissen van ’s Graaveland bevatten
+niets bijzonders; in onze jongstledene troubelen is het wel niet geheel
+vrij gebleven, echter heeft de geest der beroeringe er geene sterke
+tooneelen aangerecht; waarvan de oorzaak moet gezocht worden, daarin,
+dat er geen Genootschap van Wapenhandel geweest is, want daar zulk een
+Genootschap plaats gehad heeft, is bij de gezegende omwenteling de
+woede ook doorslaandst geweest—hoe zacht het lot van ’s Graveland
+intusschen geweest zij, is er echter nog geplunderd: Pruissische
+soldaaten zijn er eigenlijk wel niet geinquartierd geweest; maar zij
+hebben zig eenigen tijd, digt bij het dorp, op de Hilversumsche heide
+gelegerd, en aldaar moest hen dagelijks, ook door ’s Graveland,
+proviand bezorgd worden.
+
+
+
+
+Onder de
+
+BIJZONDERHEDEN.
+
+Kunnen betrokken worden, de gebouwen hier voor beschreven; voords, en
+met voorkeur, de veele Hofsteden welken men er aantreft, en waarvan wij
+boven reeds gesproken hebben.
+
+De tegenwoordige bezitters of huurders dier hofsteden zijn thans de
+volgende Heeren en Vrouwen: als
+
+
+ De Heer Blom, de Heer Meijnet.
+ ——— ’t Hoen, ——— G. W. Dedel,
+ Mevrouw Hop, geb. Bicker, ——— Hilkes.
+ De Heer M. Alewijn, ——— Hodshon.
+ Mejuffrouw Dedel, ——— Statius van Rhee.
+ De Heer H. Hovij, ——— M. Straalman.
+ ——— C. Zorn, ——— G. Corver Hooft.
+ ——— Fabricius, ——— M. Backer.
+ Mevrouw De Leeuw, ——— Van der Wall.
+ De Wed. Mogge van Haamstede, ——— Schol.
+
+
+De meeste deezer plaatsen komen achter aan de Gooische Heide uit, en
+hebben aldaar de schoonste uitzichten, zijnde aan verscheidene Heeren
+van ’s Graveland achter hunne lustplaatsen een gedeelte der gezegde
+Gooische Heide uitgegeven, waarvan door hen goed bouwland is gemaakt,
+waarop men vooral rogge en boekwijt, doch ook andere graane teelt: dat
+een en ander vermeerdert de wandelingen en veraangenaamt het dorp,
+vooral na dat door de Heeren M. Straalman en G. Corver Hooft voor twee
+jaaren op de bebouwde heide een schoone breede laan van eikenboomen is
+aangelegd, die zig uitstrekt van de Hilversumsche vaart tot aan den
+gemeenen weg van ’s Graveland op Hilversum, en des bijna zo lang is als
+de helft des dorps, zo dat nu de eene helft des dorps van alle zijden
+beplant is, en door schoone laanen eene zeer aangenaame wandeling en
+rijweg verschaft.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN.
+
+Van ’s Graaveland vaaren geene andere schuiten als alle dagen één,
+behalven saturdags, op Amsteldam: zondags vaaren er des zomers drie, en
+’s winters twee derwaards: dagelijks, behalven zondags, komt een schuit
+van Amsteldam terug.
+
+Alle vrijdagen vaart van ’s Graveland een schuit op Utrecht, die des
+saturdags terug komt.
+
+
+
+
+HERBERGEN.
+
+Deezen zijn,
+
+ Het Rechthuis, reeds gemeld.
+ — Wapen van ’s Graveland.
+ Ook nog bij Cornelis ten Dam, alwaar de Amsteldamsche schuit
+ afvaart.
+
+Voords zijn aan de Stichtsche zijde, even op ’t Sticht, doch vlak aan
+’s Graveland
+
+ De Zwaan.
+ — Eendragt.
+ — Prins van Friesland.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET DORP BUSSEM.
+
+
+ Pronkt Nederland met trotsche steden,
+ Slechts uit een kleen begin ontstaan,
+ Het zag Verval, (thans weêr aan ’t woeden,)
+ Ook andre plaatsen nederslaan:
+ Hij, bij wien zeggen juist niet geldt,
+ Zie BUSSEM, hem hier voorgesteld.
+
+
+’T is zekerlijk waar dat de Nederlandsche dorpen, in verscheidene
+opzichten, met elkander overeenkomen; niet wat de tekening van dezelve
+betreft, want het eene is in gedaante of ligging dikwijls zeer
+verschillend van het andere; daar het eene een aardsch paradijs
+gelijkt, waarin niet dan landlijk schoon heerscht, en in welks bevang,
+of ook in welks environs, de Natuur onze oogen op de alleraangenaamste
+wijze verrukt, en door die verrukking onze ziel streelt; daar dit
+dikwijls omtrent het eene plaats heeft, is het andere doods of als een
+kerkhof; daar het eene op de woeligste wijze bloeit, de vrolijkheid er
+alomme heerscht, en het genoegen op de aanzichten der inwooneren
+dartelt, is het andere een beklaagenswaardig treffend voorbeeld van
+verval, op ’t gelaat van welks inwooneren de kwijning geschilderd
+staat, en die geene andere vertooning maaken, dan van lieden, welken
+onder de wreedste verdrukking een jammervol leven naar het graf
+sleepen: is deeze opzichten, zeker, is er onder de Nederlandsche dorpen
+niet zelden een zeer aanmerkelijk verschil, maar groote overeenkomst
+heerscht er in de opgave en beschrijvingen van hunne openbaare
+gebouwen; van hunne kerklijke en wereldlijke regeeringswijze; van hunne
+historie, (dit laatste vooral wanneer de beschrevene dorpen in een
+zelfd oord liggen;) van de middelen huns bestaans, als anderzins; doch
+Bussem, het dorpjen, waarmede wij onze leezers thans nader bekend
+zullen maaken, is, zo niet in alle de gemelde opzichten, echter daarin
+geheel van alle de andere Nederlandsche dorpen onderscheiden, dat het
+wel eene kerk heeft, doch waarin sedert bijna derde half honderd jaaren
+geenen dienst gedaan is; ook blijkt uit het gebouwetjen zelf, (’t welk
+wij straks nader zullen leeren kennen,) dat de gemeente, toen dezelve
+op het dorp nog bestond, maar zeer klein moet geweest zijn.
+
+
+
+
+Wat vooreerst betreft de
+
+LIGGING
+
+Van Bussem, deeze is in het landlijk Gooiland, op de alleraangenaamste,
+en op de verrukkelijkste wijze, gelijk het dan ook de eer wegdraagt van
+het schoonst gelegen dorp van geheel Gooiland te weezen.
+
+
+ Waar ook de landsvriend hier beschouwende oogen sla.
+ Hij vind alomme stof,
+ Tot prijzen van Gods milde gunst,
+ Tot onbepaalden lof.
+
+
+Bussem ligt voords een half uur gaans van de Gooische Hoofdstad
+Naarden.
+
+In den Schaarbrief wegens de Meente, van welken brief wij onder Laaren
+gesproken hebben, leezen wij wegens Bussem het volgende: „De stad
+Naarden, waar onder Bussem, ten opsichte van het Schapenweyden
+sorteert, (des blyvende derselver verdeeling der Neng, huur of genot,
+en soo ook nu de Heyden als van ouds, en thans nog genoten werd,) sal
+genieten:”
+
+„Van den nieuwen Amersfoortschen weg af, tot aan den ouden Utrechtschen
+weg, die uyt Bussem loopt, al het veld ten noordwesten van Langehul
+gelegen, en van den voorn. Utrechtschen weg en Langehul aldaar, royende
+suydelijk tot op den Oosthoek van het Heyveld, dat wylen den Heer
+Burgemeester Henrik Ricker van de stad Naarden heeft bekomen, ter
+plaatse alwaar Oetgenslaan uyt ’s Graveland loopt, al het veld ten
+noordwesten en westen van deselve roying gelegen, strekkende al het
+selve van de gemeene royingen tot aan de Bussemer bouwlanden, tot aan
+de Hilversumsche weyde, en ook doorgaands tot aan het van ouds bekende
+Naarderveld, waarvan de Wed. den Heer Drossaart Bicker, den Heer Dedel,
+de Erve van de Vrouwe van Ankeveen, de Heer Van der Nolk, de Wed. de
+Heer Boomhouwer, de Heer Sautyn, en de Heer De Leeuw, thans eygenaars
+zijn; behoudens aan Hilversum, niet alleen eene vrye drift voor hunne
+Koppels Schaapen, soo na weyde als na het veld genaamd het Luyegat,
+over de heyde gelegen tusschen den Clisbaanschen weg, (die uyt het
+midden van Bussem naar Hilversum loopt,) en ’s Graveland, maar ook de
+vryheid om ’t selve heyveld met hunne Schaapen mede te mogen beweyden.”
+
+Van de ƒ 60, welken de dorpen jaarlijks aan de stad Naarden voor deze
+meente moeten betaalen, geeft Huysen en Bussem zamengenomen,
+
+
+ ƒ 20:-
+ Laaren - 10:-
+ Hilversum - 20:-
+ Blaricum - 10:-
+ ------
+ Zamen ƒ 60:-
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+Van deeze is in geene voorhanden zijnde schriften, voor zo verre ons
+bekend is, iet optespooren, ook zijn onze navorschingen, ter plaatse
+zelve, deezen aangaande geheel vruchtloos geweest; de lieden die het
+bewoonen, zijn niet, gelijk sommigen zeggen dat zij zijn, zulke
+afgetrokkenen, welke men naauwlijks tot spreeken kan krijgen; zeker,
+zij brengen hun leven niet in eene zonderlinge eenzaamheid door, maar
+oefenen sterke conversatie, en zijn bij uitzondering vriendlijk; er
+zijn goede denkers onder hen, en ook groote liefhebbers van leezen,
+gelijk er dan ook, naar evenredigheid van het plaatsjen, veele boeken
+voorhanden zijn, intusschen weinige bescheiden van het dorp zelf; de
+tegenwoordige staat des dorps is voords veel te oud, dan dat er
+overleveringen wegens eenen vroegeren staat plaats zouden kunnen
+hebben.
+
+Niets dan, gelijk gezegd is, kunnen wij onzen leezer mededeelen van den
+naamsoorsprong deezes kleinen maar aangenaamen dorpjens: zeker is het
+ondertusschen, dat er in vroegere tijden nog een ander Bussem geweest
+is, gelijk de naam van Oud-Bussem heden nog bewaard blijft, in eenen
+aanzienlijken landhoeve, een half uur beoosten de Stad Naarden gelegen;
+dit gewezene Oud-Bussem droeg in zijnen tijde ook den naam van
+Hoog-Bussem; gelijk het dorpjen waarover wij thans spreeken, eigenlijk
+Laag-Bussem heet; waaruit dan misschien niet zonder waarschijnelijkheid
+het gevolg zoude kunnen getrokken worden, dat de beide Bussems weleer
+van veel grooter aanzien zullen geweest zijn; dit echter, hoe
+waarschijnelijk het ook gemaakt zoude kunnen worden, doet niets uit tot
+den naamsoorsprong, deeze is en blijft even duister.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE.
+
+Zo geheel in de vergetelheid bedolven als de naamsoorsprong van Bussem
+is, zo geheel niets kan ook wegens het eerste gedeelte van dit artijkel
+onzes plans, de stichting des dorps, gezegd worden: nergens vindt men
+daarvan eenige bescheiden.
+
+Wat de grootte betreft, ook deeze vindt men niet aangetekend, noch de
+morgentalen, noch het getal der huizen waaruit het bestaat; en hierop
+gronden de Schrijvers van den Tegenwoordigen staat van Holland de
+gissing, dat dit dorp in vroegeren tijds, als een voorstad van Naarden
+aangemerkt zal geworden weezen.
+
+Om evenwel onzen Leezer iet van de gezegde grootte te kunnen opgeeven,
+hebben wij op de plaats zelve, desaangaande onderzoek gedaan, en is ons
+aldaar bericht, dat het dorp bestaat uit 47 huizen, die men kan zeggen
+bewoond te worden door 73 huishoudens, zamen, (kinderen mede gerekend,)
+geene 200 menschen uitbrengende.
+
+Niemand onzer Leezers, het reeds aangetekende wegens Bussem overwogen
+hebbende, zal zig verwonderen, als wij hem zeggen, dat dit dorp geen
+eigen wapen heeft.
+
+
+
+
+Van de
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+Van Bussem zouden wij mede niets aantetekenen hebben, ware het niet dat
+het ledig staande kerkjen, hiervoor reeds genoemd, aldaar aanwezig
+ware.
+
+Dit Kerkjen dan, dat geen ander aanzien heeft dan dat van een klein
+Kapelletjen, is een allereenvoudigst gebouwetjen, het geen door
+deszelfs kleinte en door zijne bouworde, den beschouwer verwonderd doet
+staan; te meer wanneer men er ingaat, en zig dan voorstelt hoe Bussem
+eens de tijd beleefd heeft, dat in den zeer engen omtrek van zulk een
+kerkjen, openbaaren dienst gedaan werd: het is van binnen niet meer dan
+26 voeten lang, en 18 voeten breed; het dient thans ter bergplaatse van
+eenig oud hout als anderzins.
+
+Evenwel is dat zelfde zeer eenvoudig kerkjen, weleer van binnen nog
+veel eenvoudiger geweest, want thans is in het ruim geplaatst het wèl
+onderhouden werk van een uurwijzer, waarmede het houten torentjen, dat
+op het kapelletjen staat, pronkt; dit, zo wel als de overige
+armlijkheid van het gebouwetjen, maakt hetzelve thans in de daad der
+bezichtiginge waardig.
+
+Voords hangt in het gezegde houten torentjen een klok, die op den
+middag, als het eetenstijd is, geluid wordt, ten dienste der
+dorpelingen, welken, in het veld werkende, en zonder deeze
+waarschouwing, op de aanspooring van hunne maagen t’huiswaards
+keerenden, ligtlijk te vroeg of te laat zouden komen.
+
+Men wil, dat in den jaare 1655 of 1656 voor het laatst de
+Godsdienstoefening in het gezegde kerkjes gehouden zoude weezen.
+
+De Gereformeerden welken te Bussem woonachtig zijn, en niet meer dan
+vijf huishoudens uitmaaken, (voor nog geen vijftig jaaren geleden waren
+er maar twee of drie,) moeten te Naarden of elders ter kerke gaan.
+
+De overige inwooners zijn allen den Roomschen Godsdienst toegedaan, en
+deezen hebben op het dorp ook een Kerk, die mede wel klein, maar echter
+zeer net is: deeze Gemeente wordt aldaar bediend door den Priester van
+Naarden, zijnde thans de Wel-Eerwaarde Heer Johannes Nyhoff.
+
+Onder dit artijkel moeten wij voords nog betrekken het Schoolhuis, dat
+naar evenredigheid van het dorp is, en waarin gemeenlijk niet meer dan
+dagelijks 20 kinderen verschijnen; er is op het dorp slechts één kind
+van Gereformeerde Ouderen; en dit neemt met de Roomsche kinderen,
+zonder eenige stoorenis, het dorpschool bovengemeld, waar.
+
+Andere Godsdienstige Gebouwen zijn te Bussem niet aanwezig.
+
+Wereldlijke gebouwen zijn er geheel geenen, even weinig bestaat er, en
+het geen uit het aangetekende wegens den staat der Godsdiensten van
+zelf volgt, geene kerkelijke regeering.
+
+Een wereldlijke regeering kan mede niet gezegd worden te Bussem te
+zijn; de hooge Vierschaar wordt er, even als op alle andere Gooische
+dorpen, gespannen door den Bailluw, en de Schepenen van Naarden; voords
+moeten de ingezetenen in het civile, ook voor de civile Regeering van
+Naarden voornoemd, te recht staan.
+
+Wegens ons artijkel voorrechten, kunnen wij, Bussem betreffende, mede
+niets meer aanteekenen, dan het geen hiervoor uit den Schaarbrief reeds
+gedaan is.
+
+
+
+
+De
+
+BEZIGHEDEN
+
+Der dorpelingen alhier, bestaan voornaamlijk in de zanderijen; eene
+moejelijke arbeid, die door hen met 10 Schepen aan den gang gehouden
+wordt: veelen der afgezande landen zijn tot de bouwerij toebereid,
+welke nuttige taak nu ook verscheidenen der ingezetenen het sobere en
+slechts het hoognodige levensonderhoud verschaft, en de omliggende
+landstreek niet weinig verfraait: want hoogst aangenaam is tog het
+gezicht van wèl bebouwde en weelig groejende landen.
+
+De geschiedenis van Bussem bevat, voor zo verre zij bekend is, of
+liever verteld wordt, niets van eenig aanbelang: wat onze jongstledene
+onlusten betreft, kan men zeggen, dat dit dorp daarin een gering deel
+gehad heeft: althans geen ander dan Gooiland in ’t algemeen.
+
+
+
+
+Onder de
+
+BIJZONDERHEDEN,
+
+Welken te Bussem te bezichtigen zijn, behoort zekerlijk in de eerste
+plaats genoemd te worden het Kapelletjen, of Kerkjen, waarvan wij boven
+verslag gedaan hebben: voords zullen zij, die dit dorpjen gaan
+bezoeken, ’t zig niet beklaagen, zo zij de moeite neemen, om ook het
+nabij gelegen Oud-Bussem voorgemeld, te gaan bezichtigen; hetzelve is
+thans in de familie van den Heere Scherenberg: nog verdienen in
+oogenschouw genomen te worden, de tegen Oud-Bussem over liggende
+Landhoeve
+
+
+
+
+BERGHUIZEN.
+
+Als mede eene andere Landhoeve, genaamd
+
+
+
+
+KOMMERRUST.
+
+Van de beide laatstgemelde ongemeen schoone Landhoeven, die met
+gemaklijke huizingen voorzien zijn, vindt men de volgende lofspraak
+aangetekend:
+
+„Deeze Hofsteden, die met een lange laan vanéén gescheiden zijn, zouden
+wij met recht de eerste verblijfplaats der schelle nachtegaalen mogen
+noemen; hier vindt men dreeven van Linden- Eiken- Iepen- en
+Berken-boomen, die het oog naauwlijks kan ten einde zien: de
+afgegravene heigronden, die thans in vruchtbaare akkers hervormd, en
+met wateren, hier en daar doorsneden zijn, bezoomen de voorzijden
+deezer hoeven, en leveren een onbelemmerd uitzicht, op de net beplante
+wallen van Naarden, ’t welk er even zo verre afgelegen is, dat het oog,
+zonder zig te vermoejen, hier op in het verschiet een aangenaam gezicht
+kan hebben.”
+
+Niet verre van deeze lustplaatsen, is ook nog te bezichtigen, en der
+bezichtiginge overwaardig, de aangenaame hoeve,
+
+
+
+
+KRAAILOO,
+
+Dat met zijne heuvelen, dalen, akkers, en waranden, allerbevalligst
+gelegen is, en weleer eene buitenplaats uitmaakte, die ongemeen groot
+in haar beslag, en verrukkelijk in haare ligging was; dan, thans is
+dezelve in tweeën verdeeld, in eene zuidzijde, en noordzijde.
+
+Niets zonderlings is het dat op dit dorp geene vreemdelingen komen
+logeeren; niets zonderlings is het derhalven ook, dat men er geene
+logementen vindt, zelfs zijn er geene herbergen, welken dien naam
+verdienen te draagen; bij een en ander dorpeling, kan men echter het
+noodige ter ververschinge bekomen.
+
+
+
+
+Wat de
+
+REISGELEGENHEDEN
+
+Te Bussem betreft, afzonderlijke voor het dorp zijn er niet, met weinig
+moeite echter wandelt men van daar naar Naarden, en naar het een of
+ander nabijgelegen dorp, alwaar men ligtlijk gelegenheid ter verdere
+afreize vindt: ’t gebeurt ook wel, dat men eene gelegenheid aantreft om
+per rijtuig naar Naarden voornoemd, of naar Utrecht gebragt te worden,
+alzo de Heereweg tusschen die twee steden door Bussem loopt, en die weg
+nog al bereden wordt, ’t welk het dorpjen ook eenige levendigheid
+bijzet.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+MUIDERBERG.
+
+
+ Wie Zee en lomrig hout bemint,
+ Op ’t bouwland zijn genoegen vindt,
+ Met duinzand gaarne blinken ziet,
+ Vergeete MUIDERBERG dan niet.
+
+
+In het aangenaame Gooiland, beslaat zekerlijk geene onaanmerkelijke,
+noch onbevallige plaats, het dorpjen waarover wij thans onze leezers
+moeten onderhouden; te recht wordt van hetzelve gezegd dat men aldaar
+in een klein bestek beschouwt: „alle de veranderingen van Gooiland, van
+heuvelen zaai- en wei-landen, en bosschaadjen, benevens het gezicht op
+de Zuiderzee; ook ontbreekt het er geenzins aan bekoorelijke
+lusthoven?”
+
+
+ Al wat het oog verrukken kan;
+ Vindt men hier bij elkander,
+ Wat deel des gronds men ook betreed’,
+ Het een is niet als ’t ander;
+ Nu is ’t de ruime Zuiderzee,
+ Dan duin, hier breede velden,
+ Wier bloejend boekwijt, en wier graan,
+ Den gunst des Scheppers melden;
+ Gintsch is het welig kreupelbosch;
+ Daar aangenaame dreeven;
+ Al wat hier is kan ’s wandlaars oog
+ En hart voldoening geeven.
+
+
+Geen wonder derhalven dat het omliggende landvolk, niet alleen, maar
+ook de naaste stedelingen, als die van Naarden, Muiden, maar
+voornaamlijk de Amsteldammers, er zig eene buitengewoone genoegelijke
+uitspanning van maaken, een dagreisjen naar dit bevallig pleksken
+gronds te doen.
+
+
+
+
+De
+
+LIGGING.
+
+Van Muiderberg, kan gezegd worden te zijn aan de Zuiderzee, een klein
+uur gaans ten Zuidoosten van Naarden, en een groot half uur ten
+noordwesten van Muiden—Schoon Muiderberg thans onder Gooiland gerekend
+worde, moet het evenwel omtrent vijf eeuwen vroeger onder Amstelland
+behoord hebben; want Graaf Willem van Henegouwen, de derde van dien
+naam onder de Graaven van Holland, beschrijft in eenen brief, gegeven
+in den jaare 1324, dit plaatsjen als gelegen in den Lande van Amstel,
+begiftigende de Capelle aldaar, (nu de kerk, waarvan straks nader,) met
+inkomsten uit de visscherij van de gezegde Lande van Amstel; hoe het
+echter in vervolg van tijd onder het Bailluwschap van Gooiland gekomen
+is, wordt, zo veel ons bewust is, nergens aangetekend. Uit het
+bovengezegde blijkt dat de grond van Muiderberg, hoewel over het
+algemeen zeer zandig, niet onbekwaam is ter beplantinge en bebouwinge
+met boomgewas, land- en veld-vruchten; de ligging is, over het
+algemeen, zonderling behaaglijk; ieder kan er zig naar zijnen smaak
+verlustigen, waarom het ook zeer bloejend mag genoemd worden,
+voornaamlijk ter oorzaake van de veelvuldige bezoeken die het, gelijk
+wij reeds zeiden, ontvangt; zeker, die des zomers de eenzaamheid zocht,
+zoude zig niet naar Muiderberg moeten begeeven; de strand der zee
+krielt er gemeenlijk van vrolijke gasten, die zig, wandelende, onder
+het aanheffen van een luchtig deuntjen vermaaken; of, bedaarder, maar
+meer verrukt, met hunne minnaressen over de gevoelens van hun hart
+kouten, en nu en dan, ter beantwoordinge van een zijdelings lonkjen,
+een kuschjen plukken, dat onder den ruimen hemel meer aangenaamheids
+ontvangt, en welks klank door het geruis der zee verdoofd wordt; hier
+zitten talrijke gezelschappen, of kleinere gezinnen in het warme zand,
+of op het frissche gras neder, en doen een genoeglijke en landlijke
+maaltijd, of stoejen, onderling dat de schateringen in de lucht
+wedergalmen; of drinken elkander een frisschen teug toe: is de zee niet
+ongestuimig, dan ziet men niet zelden en menigte mans en knaapen met
+ontblotene beenen, een goed eind wegs in dezelve ingaan, het geen eene
+aangename vertooning maakt; of ook gaan digt aan het woelend water de
+kinderen zig vermaaken met het verzamelen van de opwerpselen der zee,
+schattende somtijds een door het water glad geschuurd keitjen hooger
+dan zij eene wèl geslepene diamant zouden schatten; of een schelpjen
+hooger dan de onderlinge vriendschap, want zulk een schelpjen is in
+hunne oogen waardig genoeg om tot schreiens toe te kibbelen wie zig het
+gevondene zal benaderen, daar verscheidene handen er te gelijk naar
+uitgestrekt zijn geworden; met één woord, de vermaaken die te
+Muiderberg genoten worden zijn te talrijk om ze allen te beschrijven,
+en te vol gewoel om er een wèl geordend tafreel van te ontwerpen; allen
+helpen zij intusschen, zo als wij reeds zeiden, den bloei van het
+plaatsjen niet weinig bevorderen.
+
+’T is omtrent deeze plaats, omtrent dit dorpjen, dat, naar ’t gevoelen
+van eenigen, Graaf Floris de Vijfde, door de zamengezworenen is
+omgebragt; (zie onze beschrijving van Naarden, Art. Geschiedenissen,)
+’t geen anderen, doch verkeerdlijk, willen, dat op het Muiderslot zoude
+geschied weezen, ’t geen echter van de beste Historieschrijvers wordt
+tegengesproken, in navolging van welken de Puik-dichter Antonides van
+der Goes, in zijnen Y-stroom, bladz. 108, ook zegt:
+
+
+ Toen Velzen, zoet op wraak, met zijne vloekgenooten,
+ Den Graaf, zijn’ wettig Vorst, den dolk in ’t hut dorst stooten,
+ En Gooiland verwen met het bloed van zijnen Heer.
+
+
+Woorden die allerduidelijkst te kennen geeven dat, volgends den
+Dichter, ’s Graaven bloed den Gooischen bodem, (niet den grond van
+deeze of geene kamer in het Muiderslot,) geverwd heeft.
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+De naamsoorsprong van Muiderberg, wordt voegelijk afgeleid, (ook is er
+geene andere bedenking over te maaken,) van de daar nabij gelegene stad
+Muiden, en de naastaanliggende hoogte; welke, voor zo verre die waarop
+het dorp ligt betreft, en met betrekking tot de doorgaande vlakke
+eigenschap van ons Land, den naam van berg verkregen heeft, als vrij
+hoog zijnde, en boven allen die rondsom liggen uitsteekende; deeze
+hoogte, of berg, nu (bij Muiden liggende,) zal dan den naam van berg
+van Muiden of Muiderberg verkregen hebben, en voords het Dorp ook met
+dien naam benoemd weezen.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE.
+
+Wie Muiderberg eigenlijk gesticht of aangelegd zoude hebben, daarvan
+zijn geene bescheiden voorhanden: oud moet het zekerlijk zijn, uit
+aanmerkinge van den reeds gemelden Giftbrief van Graave Willem van
+Henegouwen, geschreven in den jaare 1324; want daarin wordt het, gelijk
+wij gezien hebben, reeds gespeld.
+
+Wat de grootte betreft, volgends de lijsten der verpondingen van den
+jaare 1632, stonden er toen 34 huizen, doch honderd jaaren laater, in
+1732, bedroeg dat getal niet meer dan 28 huizen; weshalven het in de
+gezegde honderd jaaren, 6 huizen verminderd is; thans zijn er weder 6
+minder, naamlijk slechts 22, het welk zeer ligtlijk het geval van
+dergelijke, schoon bloejende, dorpjens kan worden, want die bloei
+bestaat gemeenlijk in niet meer dan in eene genoegzaame broodwinning
+der bewooneren, ofschoon het daarom anderen, elders woonende, niet
+geraaden zij, zig aldaar met er woon te komen nederslaan, alzo zij
+welligt alles wat zij nog hadden verteerd zouden hebben, aleer zij
+gelegenheid kreegen om door hun toedoen den bloei des dorpjens te
+vermeerderen, en derhalven zig zelven in eenen bloejenden staat te
+bevinden.
+
+Men schat het getal der inwooneren op omtrent 200, die, uitgenomen
+eenige weinige Roomschgezinden, allen van den Gereformeerden Godsdienst
+zijn.
+
+Het schatbaar land onder het district van Muiderberg behoorende, wordt
+begroot op niet meer dan honderd en vijftig morgen.
+
+Een wapen heeft dit dorpjen niet.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+Dit Artijkel van ons plan betreffende kunnen wij, het tegenwoordige
+dorpjen aangaande, niet anders noemen dan de kerk, want Wees- of andere
+Gods-dienstige Gestichten zijn er niet voorhanden: de Weezen worden er
+bij de inwooners besteed.
+
+Van binnen is de kerk zeer zindelijk, doch ook zeer eenvoudig, hebbende
+volstrekt niets dat men kan zeggen een cieraad te weezen; ook is er
+geen orgel in.
+
+Derzelver vertooning van buiten, maakt zeer geloofwaardig het geen men
+er van aangetekend vindt, naamlijk dat het nog de capel zoude zijn
+welke de Roomschen in vroegere eeuwen aldaar gehad hebben; zij heeft in
+alles de gedaante van een capel, vooral van vooren; men gaat tot den
+ingang, (er is ook maar één ingang aan) door een laantjen van boomen,
+waar achter het bovenste gedeelte van de kerk zig verbergt: men wil dat
+dit gebouw gesticht zoude weezen, door den reeds meergemelden Graaf
+Willem van Henegouwen, de derde van dien naam; doch, en het geen van
+zelf spreekt, als eene capel, welke bij de Reformatie van binnen tot
+het oefenen van den Gereformeerden Godsdienst is toebereid.
+
+Thans staat op het gebouw een vierkante toren, zijnde van boven geheel
+plat; evenwel is dezelve zodanig niet altoos geweest; er heeft, zelfs
+nog in de tegenwoordige eeuw, een spits op gestaan, doch hetzelve is er
+door een’ stormwind afgewaaid, en sedert is er geen ander spits op
+gezet.
+
+Niettegenstaande de gemeente te Muiderberg altijd slechts bestaan hebbe
+uit omtrent 50 ledemaaten, heeft zij echter sinds het jaar 1687, haar
+eigen Predikant, zijnde sedert 17 Augustus, van den jaare 1783, de
+Wel-Eerw. en bij zijne gemeente zeer geliefde Heer, Kristiaan Johan
+Fruitier, behoorende onder de Classis van Amsteldam.
+
+De eerste Predikant alhier was Nicolaas Bassecour, bevestigd den 17
+Augustus 1687, en hem werdt den 13 October van het zelfde jaar, één
+Kerkraad, één Ouderling, en één Diacon toegevoegd, door een commissie
+uit de Classis van Amsteldam: in het jaar 1698, is zijn Wel-Eerw.
+beroepen te Schiedam—Voords hebben de volgende Predikanten alhier
+gestaan:
+
+Geerard Midlum, is bevestigd den 27 April 1698, en beroepen te ’s
+Graaveland 1706.
+
+Petrus de Bye, is bevestigd den 30 Mei 1706, en hier overleden, den 14
+Julij 1726.
+
+Roeland van Thiel, is bevestigd den 2 Febr. 1727, en heeft van zijnen
+dienst vrijwillig afgestaan 1747.
+
+Jan Rijser, is bevestigd den 28 Jan. 1748, en emeritus geworden in
+Sept. 1780.
+
+Carolus Pantekoek, is bevestigd den 29 April 1781, en op collatie
+vertrokken naar Niërvaart, gezegd de Klundert.
+
+De Pastorie is een vrij goed, en aangenaam gelegen gebouw.
+
+Het Schoolhuis voldoet mede allezins aan deszelfs oogmerk.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+Onder dit artijkel kunnen wij niet anders brengen, dan het Rechthuis,
+dat voor 3 jaaren een ruime Herberg was; doch sedert in een schoone
+lusthof is veranderd.
+
+
+
+
+KERKLIJKE REGEERING.
+
+Deeze bestaat sedert den 14 November, 1687, uit den Predikant, 2
+Ouderlingen en 2 Diaconen.
+
+Er zijn ook 2 Kerkmeesteren, die, in gevalle van afsterven, door Schout
+en Schepenen verkozen worden.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE REGEERING.
+
+Deeze is als op de andere dorpen van Gooiland: de Hooge Vierschaar
+wordt er gespannen door den Bailluw en de Schepenen van Gooilands
+Hoofdstad, Naarden, de Civile rechtbank wordt gespannen door Schout en
+Schepenen, zijnde deeze laatsten vijf in getal.
+
+Voords zijn alhier mede twee Buurtmeesters en twee Kerkmeesters: van
+den eerstgemelden gaat jaarlijks één af.
+
+De Schepens worden verkozen door den Bailluw, uit een nominatie van een
+dubbeld getal, gemaakt door den Schout en Buurtmeesters: aan de nieuw
+verkozene Schepenen staat de verkiezing van den Buurtmeester, die voor
+dat jaar aankomt; zie boven.
+
+Voorrechten heeft Muiderberg, voor zo verre ons bewust is, niet.
+
+
+
+
+De
+
+BEZIGHEDEN
+
+Der bewooneren, zijn meestal de landbouw, waartoe zij, gelijk wij
+hiervoor reeds zeiden, goede gelegenheid hebben: het zaajen van
+boekwijt en rogge, en het pooten van aardappelen, gaat er zeer sterk:
+voords vindt men er eenigen van die werklieden welken in de burgerlijke
+zamenleving volstrekt onontbeerelijk zijn.
+
+
+
+
+Wat aangaat de
+
+GESCHIEDENISSEN,
+
+Van Muiderberg, de beschrijving van deezen vereischt geene breede
+plaats: in de oorlogsrampen van Muiden en Naarden, heeft het zeer
+waarschijnelijk zijn deel gehad, ofschoon wij desaangaande niets
+bijzonderlijks vinden aangetekend; alleenlijk is het optemaaken uit den
+aart dier rampen, zodanig zijnde, dat zij zig maar zeldzaam, of liever
+nooit, aan een klein plekjen gronds bepaalen, maar altoos eenen ruimen
+omtrek inneemen; de bewerkers dier rampen zijn Vorsten, deezen zegt
+men, niet ten onrechte, schoon tot hunne schande, hebben lange armen,
+en zulks wordt in tijden van oorlog met nadruk gevoeld; als hunne armen
+gewapend zijn, rijken hunne zwaarden mijlen ver; en slaat men het oog
+op hunne laaghartige huurelingen, die vijanden van alle menschlijkheid,
+zeker, dan is het nog minder te bewonderen dat de rampen des oorlogs,
+zig nimmer bij een klein pleksken gronds bepaalen; de gezegde
+vorsten-slaaven, zijn over het algemeen losbandige booswichten,
+uitgehongerde raaven, die onder den dekmantel van rechten des oorlogs,
+hunne harten met gruwelen, en hunne maagen met geroofde beeten vullen,
+gelijk zij ook niet zelden hunne beestachtige lusten voldoen ten koste
+van de eer veeler braave vrouwen en maagden—is er immer een tijd
+geweest waarin zulks dagelijks ondervonden wordt, ’t is de tijd dien
+wij beleeven; door geheel Europa woedt en plundert de schenzieke en
+hoogst verachtelijke soldaat.... doch welhaast wordt veelligt de dag
+geboren, (sommigen meenen zelfs de eerste morgenschemering daarvan
+reeds te bespeuren,) waarop alle vorst, alle soldaat.... dan op dien
+toon voordgaande, zouden wij de eigenlijke paalen van ons plan
+overschreiden.
+
+Door het vuur heeft Muiderberg, voor zo verre wij hebben kunnen
+naspooren, nooit veel geleden; ook niet door het water; want ofschoon
+het nabij de zee gelegen zij, heeft de goeddoende en altijd zorgende
+Natuur het dorpjen, door middel van vrij hoog duin tegen de woede van
+dat element beveiligd.
+
+„In den jaare 1673 hadden de Franschen,” dus luidt een gedeelte der
+historie van dit dorp, „zig op Muiderberg verschanst en batterijen
+opgeworpen tegen die van Muiden, welke stad zij toen onder hunne magt
+hoopten te krijgen; zij werden echter van daar verdreven, door
+verscheidene uitleggers op de Zuiderzee, die van Amsteldam gezonden
+werden, en door vlotschuiten met kanon waarvan men drijvende batterijen
+maakte, die hen van de vaart tusschen Muiden en Naarden zo benaauwden,
+dat zij op den 6 Junij van ’t gemelde jaar opbraken, en hunne
+onderneemingen lieten vaaren.”
+
+Bij de omwending in onzen burgerlijken staat, heeft Muiderberg zeer
+veel geleden: door de Pruissen zijn alle buitenplaatsen grootlijks, en
+Rustrijk, die van den Heere Abbema, ook de Pastorij, geheel en al
+geplunderd: verscheide weken hebben veele oude lieden en kinderen zig
+in de open lucht moeten ophouden, om derzelver schreeuwende
+mishandelingen te ontvlieden: wij mogen intusschen niet vergeten
+aantetekenen dat de ingezetenen aldaar meest de Patriotsche partij
+toegedaan waren, en zij zig, op last der Heeren Staaten van Holland en
+Westvriesland, ook in den wapenhandel geoefend hebben.
+
+
+
+
+Onder de
+
+BIJZONDERHEDEN,
+
+Van dit dorpjen, behooren twee kerkhoven, het eene reeds in de
+voorgaande eeuw aangelegd voor de Hoogduitsche Jooden, van welken hier
+doorgaands honderd in het jaar begraven worden; het andere is, sedert
+een jaar aangelegd, voor de Lutherschen van ’t Oude licht; doch tot
+heden toe heeft niemand hier eene rustplaats voor zijn overschot
+verkozen.
+
+Het voornaame logement waartoe de voorgemelde buitenplaats van den
+Heere Abbema gemaakt is, verdient mede eene bijzonderheid genoemd te
+worden, uit aanmerking van de zonderling grootsche aanleg, (waarvan
+mogelijk in geheel het Vaderland, geen voorbeeld voorhanden is,) zo wel
+als van de kleinte van het dorpjen, alwaar dezelve gevonden wordt; doch
+wanneer men aanmerkt dat de Grooten reeds vóór dien aanleg gewoon waren
+zig op Muiderberg te komen verlustigen, en ook dat er verscheidene
+buitenplaatsen rondsom liggen, allen welken geduurende het zomersaisoen
+bewoond worden, dan komt de verkiezing van dien aanleg niet zo geheel
+bijzonder voor; men konde tog vooraf op voldoend vertier staat maaken,
+om reeden van hetgeen wij zo even zeiden; want dat vertier moet ook
+alleen slechts van de Grooten komen, de burger schrikt op het zien van
+den prachtigen aanleg, zodra hij het woord Logement er voor leest:
+vooral is deeze plaats eene bijzonderheid, wegens de aanmerkenswaardige
+echo die men aldaar heeft, en welke veele vreemdelingen derwaards lokt;
+de Edele Heer Willem Hooft, te Amsteldam, heeft er den zeer geleerden
+Heere Martinet, nagenoeg de volgende beschrijving van medegedeeld—men
+vindt er een ouden muur in een halve cirkelronde gedaante, zeven voeten
+hoog gebouwd, met een schuinse rollaag, die men op één voet mag
+rekenen; de middenlijn deszelven beloopt op honderd en negen voeten
+binnenswerks: vijftien voeten ten noorden achter deezen muur staat eene
+hegge, die twee of drie voeten hoog boven denzelven uitsteekt, en
+eenige roeden verder vindt men hooge boomen; wanneer men nu vóór deezen
+muur gaat staan, dan ziet men tusschen beiden eenen platten beplanten
+grond, en achter zig heeft men eenen anderen halven cirkel van latwerk,
+waartegen eenig geboomte is opgeleid, zijnde de afstand van het
+middenpunt des muurs tot dat van het latwerk, van honderd twee- en
+twintig en een halven voet Amsteldamsche maat.
+
+Indien men zig nu plaatst op den afstand van drie- en- vijftig voeten
+van het middenpunt des muurs, en een ander zeventien voeten ten westen
+bezijden den eerstgemelden gaat staan, en dan zacht of hard, geheele
+versen spreekt, beantwoordt de echo dezelven, niet achter elkander,
+maar elk afzonderlijk, één voor één: dan, het verwonderlijkste van
+alles is, dat de stem of de echo niet schijnt terug te komen van den
+muur, maar uit den grond, zeer juist alle woorden nabaauwende.
+
+Deeze echo is aldaar ontdekt voor bijna zeventig jaaren, toen de Heer
+Homoet eigenaar dier plaatse was, en bij gelegenheid dat men eene
+ligusterhegge uitroeide: intusschen is het zeker, dat in het
+Vaderlandsch Treurspel, Gerard van Velzen, in het jaar 1613 in ’t licht
+gegeven, reeds gesproken wordt van het verstoord gebeente van dit
+cirkelrond, en van de echo, bij gevolg is deeze muur, (waartoe gemaakt
+weet men niet, mogelijk tevens tot eene begraafplaats,) en dus ook
+deeze overschoone echo, al vóór honderd een- en- dertig jaaren, bekend
+geweest, die daarna in het vergeetboek geraakt kan zijn, toen deeze
+hofstede, uit de eene hand in de andere overging, tot dat men, de
+ligusterhegge uitwerpende, dezelve toevallig ontdekte.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN.
+
+Deezen zijn als die van Muiden, want van Amsteldam met de schuit tot
+daar gekomen zijnde, vaart men met de Naarder schuit tot de
+Hakkelaarsbrug, alwaar men uitstapt om verder naar Muiderberg te
+wandelen—Terug gaat men weder, of naar Muiden, of naar de
+Hakkelaarsbrug voornoemd, en zo verder op Amsteldam.
+
+’T is voor een vaderlander nog al niet onaangenaam, aan gezegde brug te
+moeten uitstappen, alzo hij aldaar vergast wordt op het zien van de
+Stolp, de landlijke retraite, van den nu zaligen onwaardeerbaaren
+Burgervader Hendrik Hooft Danielsz., nog het voorwerp van aller braaven
+achting, en die op dat buitenverblijf zijnen hoogen ouderdom sleet,
+onder de aangename streelingen van een voldaan geweeten, niet alleen,
+maar ook van de hoop, van vóór zijn’ dood zijn vaderland, en met nadruk
+zijne geliefde Amstelstad nog eenmaal gelukkig te zullen zien.
+
+
+
+
+LOGEMENTEN,
+
+Deeze zijn geene anderen dan de reeds gemelde plaats van den Heere
+Abbema; voords zijn er nog twee herbergen van mindere rang.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE STAD WEESP.
+
+
+ Zo lang de Zilvren VECHT uw boorden blyft besproeien,
+ O WESOP! en Natuur u met haar schoon vereert.
+ Zo lang de Koopmanschap in Nederland zal bloeien;
+ GENEVER, en door Oost en Westen word begeerd.—
+ Zo lang de Naneef TROUW op hogen prys zal stellen,
+ Hoort Gy, MYN VADERSTAD! uw naam met blydschap spellen.
+
+ B. P.—
+
+
+Onder de geene stem in Staat hebbende Steden van Holland, is Weesp
+geenzins eene der geringste, zo wegens derzelver oudheid, vermaardheid
+als vermakelijke ligging aan de Rivier de Vecht; een half uur ten
+Zuidwesten Muiden; omtrent twee uuren ten Westen Naarden; ruim twee
+uuren ten Zuidoosten Amsteldam, en ruim vijf uuren ten Noorden Utrecht.
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+Bij de Geschiedschrijvers vind men wegens den Naams-oorsprong niets
+zekers geboekt. Dat deeze Stad haren naam van de Usipeten ontleenen
+zoude, luid al te fabelachtig, om daar aan geloof te slaan. Dat zij
+dezelve aan eenen Here de Wesopa, die aldaar een Kasteel, van dien
+naam, zou gesticht hebben, verschuldigd is, is even onzeker, en dat zij
+om haren geduurigen kloekmoedigen tegenstand door haare vijanden,
+leenspreukig, Wespe of Wispe zoude genoemd zijn, hier voor is geen’ den
+minsten grond te vinden: ’t zij ons genoeg dat er in Holland een
+Steedje is, dat Wezop of Weesp genoemd word, bij welke laatste benaming
+het thans allermeest bekend is.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE.
+
+Hoewel men den tijd der Stichting dezer Stad met geene zekerheid
+bepalen kan; veel min of dezelve altijd met vestingen omringd of bevest
+is geweest; kan men echter bewijzen dat zij in den Jaare 1131 reeds
+bekend was, als blijkt uit zekeren brief van Andreas den
+vijfentwintigsten Bisschop van Utrecht, waarin van bovengemelden Hero
+gewaagd word. In de handvest van Hertog Willem van Beieren in ’t Jaar
+1355, word van Weesp het allereerst melding gemaakt, als van eene Stad,
+voorzien met poorten en wallen, en hare Burgers Poorters genoemd.
+
+De Stad is zeer ruim en luchtig gebouwd en heeft verscheidene straaten,
+die zeer wél betimmerd zijn; van het Zuiden tot het Noorden doorsneden
+van de stroomende Rivier de Vecht, waar aan een Schutsluis ligt, die in
+een Graft uitlopende, het grootste gedeelte der Stad wederom in tweeën
+deelt; terwijl het zuiderdeel met drie Graften voorzien is, die allen
+in de laatstgenoemde hunne inwatering hebben.—Volgends de jongste
+beschrijving beloopt het getal der Inwooners op bijkans 2800 menschen,
+woonende in omtrent 500 huizen, die wederom in ruim 730 woningen
+verdeeld zijn. Uit oude tekeningen en beschrijvingen blijkt het, dat
+Weesp voorheen met steenen wallen is omgeven geweest, welker
+grondslagen men, bij gelegenheden, noch ontdekken kan, en waar van men
+noch de overblijfsels ziet aan de Muiderpoort, de Waag en den
+zogenaamden Olijmolen, welke gebouwen zekerlijk voor een gedeelte als
+rondeelen der oude vestingwerken moeten beschouwd worden: verval en de
+uitleggingen der Stad hebben derzelver afbraak noodzakelijk
+gemaakt.—Tegenwoordig is de Stad alleen aan haar Oost en Zuidelijk
+gedeelte met aarde bolwerken voorzien, die naar de regelen der
+hedendaagsche Vestingbouwkunde opgeworpen zijn. Behalve de andere
+uitgangen, heeft deeze Stad drie poorten, namelijk, de Muider, Naarder
+of ’s Gravelandsche, en Utrechtsche poort; de eerste is een oud gebouw,
+in wiens voorgevel het Keizerlijke wapen staat uitgehouwen, waar onder
+het Jaargetal 1552: de twee laatste zijn in den Jaare 1676 gebouwd, en
+van eenen ordentlijken aanleg.
+
+
+
+
+’T WAPEN.
+
+Weesp heeft twee Wapens: te weeten het Oude en Nieuwe. Het oude
+verbeeld een Kerk, met een’ grooten toren aan den Voorgevel en een’
+kleiner’ in de midden: de figuur heeft veel overeenkomst met het
+tegenwoordig Kerkgebouw. Het nieuwe is een zilveren paal op een blaauw
+veld. Het eerstgenoemde word noch ter bezegeling van brieven of
+decreeten gebruikt.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+De groote Kerk, waarin de Gereformeerden hunnen Godsdienst oefenen, is,
+volgends Jacobus de la Torre, gesticht, of ten minsten voltooid, in den
+Jaare 1462, wanneer zij, naar het Roomsch Kerkgebruik, aan St.
+Laurentius wierd toegewijd. Het is een schoon, lang en luchtig Gebouw,
+pronkende met eenen spitsen toren, in wiens Koepel een welluidend
+Klokkenspel hangt, in 1672 door den vermaarden Petrus Hemoni
+vervaardigd. Op het Choor is noch een klein torentje. Dit Gesticht rust
+binnenwerks op 18 pijlaaren, zijnde rondom de meeste, de Predikstoel,
+de Gestoeltens der Regeering en anderen geplaatst.—Het Orgel, in 1592
+gemaakt, heeft, naar den tijd waarin het zelve vervaardigd is, geen
+onaangenaam geluid, en word met deuren gesloten.—In het Choor, dat met
+een fraai koperen hek van de Kerk is afgescheiden, vind men een’
+kleineren Preêkstoel, voormaals gebruikt, wanneer de promotie der
+Latijnsche Schooljeugd geschiedde. De Gereformeerde Gemeente word
+bediend door twee Leeraars, Leden der Classis van Amsteldam: het
+tractement van den Oudsten bedraagt 1000 Guldens en vrije woning in de
+Pastorij, dat van den jongsten is 1100 Guldens.
+
+De Lutersche Gemeente word bediend door een’ Predikant behorende onder
+het Consistorie van Amsteldam, zij is eene der aanzienlijkste dier
+Geloofsbelijderen in deeze Republiek. De plaats, ter oefening van
+hunnen Godsdienst geschikt, is een klein doch net Gebouw, van binnen
+versierd met een fraai Orgel. De oorsprong deezer Gemeente word,
+volgends de waarschijnlijkste berichten, gesteld op den 28sten
+September 1642. Tobias Brustenbach was de eerste Leeraar maar ook te
+gelijk derzelver Stichter. In den Jaare 1647 wierd deeze Gemeente, die
+tot dien tijd haare Godsdienstige bijeenkomsten in een klein Huisje op
+de Achtergracht gehouden had, in staat gesteld tot den aankoop van een
+Huis en erve, ’t welk, in 1654 met noch een ander Huis en erve
+vergroot, het tegenwoordig Kerkgebouw uitmaakt; tot den Jaare 1782, was
+zij in zodanige omstandigheden geplaatst, dat somtijds het nabuurig
+Amsteldam tot het onderhoud harer Leeraar moest medewerken; wanneer zij
+door een aanzienlijk Legaat, haar bij uiterste wille besproken door
+wijle Vrouwe Voigt, wonende te Muiderberg, in staat gesteld wierd zich
+zelve te kunnen onderhouden. Den 30 September 1792, wierd eene
+Jubelpreêk, bij gelegenheid van de 150 jarige instandblijving der
+Gemeente, door haaren toenmaligen Leeraar gedaan.
+
+De Roomsch Catholijken hebben hier ook eene Statie, die tegenwoordig
+door eenen waereldlijken Pastoor en Capellaan word waargenomen. Hun
+Kerkhuis is van binnen met een naar de bouwkunst geordend altaar
+versierd, en het gewelf met Bijbelsche en Kerkelijke Geschiedenissen
+fraai beschilderd. Waar aan de vochtigheid en ouderdom echter veel
+nadeel hebben toegebragt. Daar en boven is het Gesticht zelve zeer
+bouwvallig en veel te bekrompen: ter ondersteuning van het
+Gregoriaansche Kerkgezang is er een klein doch zeer welluidend Orgel in
+geplaatst. Thans is op requeste, door Kerkmeesteren dier Gemeente
+gepresenteerd, ten einde een geschikter Kerkhuis te erlangen, gunstig
+appui verleend, waar door aan het verlangen van het grootste getal der
+Gemeentenaaren spoedig zal voldaan worden, hebbende de Kerkbestuurders
+bereids daar toe een geschikte plaats aangekocht.
+
+De Joden, wier getal alhier sints weinige Jaaren merkelijk is
+toegenomen, hebben hier een Sijnagoge of bedehuis, dat een zeer klein
+doch net gebouw is.
+
+Onder de Gestichten die eenige aandacht verdienen bekleed het St.
+Bartholomei Gasthuis geene geringe plaats. De tijd van derzelver
+stichting is onzeker; dat het echter van geenen jongen tijd is, blijkt
+uit den naam van hem aan wien het is toegewijd, en wiens beeldtenis of
+naam boven alle de buiteningangen dezes Gestichts is uitgehouwen. Het
+is een groot en geen onaanzienlijk Gebouw. Ofschoon voor zo verre men
+kan nagaan, alleen geschikt voor een Gasthuis of herberging voor
+Vreemdelingen, worden thans ook de gebrekkigen en behoeftigen, die door
+de Diaconie ondersteund worden, daarin besteed. De bestuuring van dit
+huis is thans opgedragen aan 4 Regenten en 3 Regentessen, die ’s
+Jaarlijks of op nieuw verkoren of anderen in hunne plaatsen gesteld
+worden.
+
+Het Burger-Weeshuis, in vroegere Eeuwen een Klooster voor de Zusteren
+van St. Jan Euangelist, is een schoon en ruim Gebouw, geschikt ter
+herberginge en opvoeding van Weezen, wier Ouderen Burgeren dezer Stad
+waren. Deszelfs bestuur staat thans aan 5 Regenten en 4 Regentessen,
+die mede Jaarlijks aangesteld worden.
+
+Het Armen-Weeshuis, een Gebouw, waarin sints 1667 de Armen Weezen, die
+te vooren in het St. Bartholomei Gasthuis gehuisvest waren, wierden
+opgevoed, en werwaards zij op besluit van Burgemeesteren en
+Vroedschappen in 1790 wederom wierden overgebragt, dient voor het
+tegenwoordige ter inkwartieringe der alhier in Guarnisoen liggende
+Militie.
+
+De orde vereischt dat hier ter plaatse ook melding gemaakt worde van de
+Stichting van wijlen den Heere Cornelis van Drosthagen, bij beslotene
+laatste wille, 1714 gemaakt, en 1718 door zijn dood bevestigd: volgends
+welke hij zijne Nalatenschap, bestaande in Huizen, Landerijen enz onder
+het bestuur van drie Executeuren van de Roomsche Religie gesteld heeft;
+zo nochthans dat bij het afsterven van eenen derzelven een’
+Gereformeerde door de aanblijvenden, in deszelfs plaatse, mogt verkozen
+worden; welk laatste reeds sints een aantal Jaaren heeft stand
+gegrepen.—De voordeelen, uit deeze Goederen voordspruitende, moeten in
+drieën verdeeld worden, als aan zijne behoeftige Vrienden van moeders
+zijde; aan het Arme Weeshuis, en aan Armen der Roomsche Gezindheid. Ter
+gedachtenisse van deezen Heer is in een gevel van een der vernieuwde
+Gebouwen een steen geplaatst, waarop men het volgende versjen leest:
+
+
+ De voorzorg van Drosthagen
+ Voor Armen, Weez’ en Magen,
+ Zij steeds bij ’t Nageslacht
+ Met dankbaarheid herdacht!——
+
+
+
+
+WAERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+Onder dezelve bekleed het Stadhuis de eerste plaats. Het is een
+buitengemeen schoon en kostbaar Gebouw, in den jaare 1772 geheel nieuw
+uit den grond opgehaald, pronkende met eenen arduin en hardsteenen
+Voorgevel, naar de Jonische en Dorische orden. Zo schoon dit Gebouw
+zich uitwendig opdoet, zo fraai is ook deszelfs binnenste. Bij het
+ingaan valt terstond de prachtige Vierschaar in ’t oog, welker
+beschouwing den Vreemdeling moet uitlokken om het zelve van binnen te
+bezichtigen. De Burgerzaal, Burgemeesters, Schepens en Vroedschapskamer
+zijn keurig geordend, naar den smaak gestoffeerd en versierd met
+prachtige en fraaje schilderstukken, door den Weesper Burgemeester
+Gijsbert Jansz. Sibille. Hoewel men den naam van deezen Kunstliefhebber
+in de Schilderboeken te vergeefs zoeken zou, en buiten deeze Stad
+weinig bekend schijnt te zijn, zo zijn echter de werken van zijne hand
+de opmerking der kenneren dubbel waardig.—Het Gebouw staat op de Grobbe
+bij de St. Joris brug, die in bovengemeld jaar met het daar voor
+liggend plein gelijk gemaakt is. Ter plaatse waar het tegenwoordig
+Stadhuis staat, was in het begin der voorige Eeuw de Schuttershof of de
+St. Joris Doelen; waar van in het oude Stadhuis noch eenige
+overblijfsels te vinden waren.
+
+De Waag, een oud gebouw, voorheen een rondeel der Vestingen, reeds in
+den Jaare 1407 geschikt tot het Stadhuis, waar toe het tot 1634
+gebruikt is, staat aan de Vecht. Behalve dat dezelve tot het wegen der
+Koopmanschappen enz. gebezigd word, strekt zij ook ter Vergaderplaats
+van sommige Gilden: terwijl op een harer vertrekken thans ook de
+Hoofdwacht der Militairen gehouden word. Derzelver Voorgevel is niet
+onaanzienlijk, en pronkt met het Wapen der Stad.
+
+De Stads School, mede geen onaanzienlijk Gebouw, heeft men, niet zonder
+grond, te houden voor een gedeelte van het Klooster, het Jonge Convent
+genaamd: in deeze kunnen ook de Kinderen van minvermogende voor niet
+onderwezen worden, waar toe aan den Stads Schoolmeester, een Jaarlijks
+tractement gegeven word.
+
+De Stads Fransche Kostschool voor Jonge Heeren, is een ruim en luchtig
+Gebouw, staande op de nieuwe Gracht aan het Zuideinde der Stad; deeze
+School is in eenen zeer bloeienden staat.
+
+Voords is alhier noch eene Fransche Kostschool voor Jonge Juffrouwen,
+wier aantal geduurig toeneemt.
+
+De Vleeschhal en Bank van Leening zijn geene Stadsgebouwen, wordende de
+eerste gehuurd; en de laastgenoemde behoort aan eenen Jood, die daar
+voor eene jaarlijksche recognitie aan de Kerk betaalt.
+
+De Godsdienstige en Waereldlijke Gestichten deezer Stad beschouwd
+hebbende, gaan wij over tot derzelver
+
+
+
+
+REGEERING.
+
+Alhoewel de kundige Schrijver der Grondwettige Herstelling van
+Nederlands Staatswezen verzekert, dat de vastgestelde Regeeringsform
+van Wezop of Weesp tot 1445 in handen van het Volk berustte, schijnen
+de handvesten der Stad ons het tegendeel aanteduiden, vermits in een
+geschreven handvest, die in de gedrukte niet gevonden wordt, en in
+1387, aan die ghemeenen Steden en Dorpen van Amsterlandt ende van
+Goijlandt door Herthog Albrecht van Beieren is gegeven, het 1e. Art.
+van den volgenden inhoud is. Dat wij off dien wij dat bevelen, off onse
+Baliuw, die nu is off naemaels wesen zal, altoes Schepenen kiesen zal
+binnen Steden ende opten Dorpen, alsoe veel als costumelijk is, op
+onser Vrouwendach te Lichtmisse van den redelijcxsten en vroetsten
+knaepen, enz.—1407 gaf Jan van Beieren, Elect van Luijdik, als Heer van
+Muijden, van Wesop, van Naerden ende van Goijlandt, ook eenen openen
+brieve, in welken hij om oerbaer ende nutschap wille zijns lands
+voorss. zijne bovengenoemde ondersaten overdragen heeft eenige puncten,
+onder welke het 10. Art. van ons handschrift dus luidt. „Item, soe
+willen wij dat binnen onsen Stede van Weesop van deser tijt voort wesen
+sullen seven Scepenen die onse Dienaars daer sullen setten: welke
+handvest door Filips van Bourgondien, als Ruwaert ende oir der Landen
+van Hollandt in 1425 gheconfirmeert ende ghevesticht is. Hoe het met de
+Regeering, voor Albrecht van Beieren, gesteld is geweest, daar van
+zijn, zo ver mij bewust is, geene bewijzen voorhanden. Het zij ons
+genoeg betoogd te hebben dat de Graven, ten minsten, de Schepenen
+hebben aangesteld, en dat zulks geenzins door het Volk of deszelfs
+vertegenwoordigers geschied is.—Filips van Bourgondien, gaf in den
+Jaare 1445 aan de Stad Weesop de handvest, waar bij hij haar ghegont
+ende gheconsenteert heeft, dat voortaen één ende dertich die rijcste
+poorteren, die meeste leggende erven en staende ghetimmert hebben, en
+de hoegste daer in ’t schodt staen, alle jaer op onser Vrouwendach
+Purificatio bij de meeste stemmen kiesen sullen vierthien goede
+notabile mannen, uijt den voorss. XXXI of uijt andere die poorteren van
+Weesop, uijt welke XIIII persoenen alsoe bij den één en de dertich
+ghecoeren wesende bij der meeste stemmen onsen raede van Hollandt, onse
+Baliuw van Goijlandt in der tijt wesende off die wij des machtigen
+sullen, op onser Vrouwen-dach purificatio kiesen ende eden sullen seven
+Scepenen, die dat toecomende Jaer Scepenen wesen sullen; welke Scepenen
+voort kiesen sullen ’t eerste jaer drie Burghemeesteren van onse Stede
+voorss. Als dat van outs ghewoonlijk is, ende voert alle jaer twee
+nieuwen Burghemeesters ende eenen ouden daar in te laeten blijven.” De
+verkiezinge der Regenten geschied ten huidigen dage noch naar den
+inhoud van dit Privilegie, alleen met dit onderscheid, dat de Nominatie
+van Veertienen thans door de 21 Vroedschappen op Vrouwendag (2
+Februarij) gemaakt word; zijnde het getal van 31, volgends besluit der
+Staten van Holland, genomen op 13 Januarij 1622, aldus verminderd.
+Ofschoon in dit Privilegie die verkiezing staat aan den Raade van
+Holland, den Bailiuw van Gooiland, of wien door den Grave daar toe
+zoude gemagtigd worden: zo is volgends een Staats resolutie van den
+20sten Maart 1603 de Bailiuw van Gooiland daar toe gemagtigd. De
+Regeering word dus saamgesteld, uit den Hoofdofficier, die tevens
+Drossaard van Muiden en Bailiuw van Gooiland is, en alhier eenen
+Stedehouder of Subsistut Schout heeft, drie Burgemeesteren, zeven
+Schepenen en een-en-twintig Raaden. Burgemeesteren en Vroedschappen
+hebben eenen Secretaris, die door hun Collegie word aangesteld; terwijl
+de aanstelling van den Secretaris van Schepenen door Heeren
+Gecommitteerde Raden van Holland geschied.
+
+
+
+
+DE GILDEN
+
+deezer Stad zijn de volgende:
+
+
+ Het Timmermans, Metselaars en Glazenmakers Gild.
+ Het Chirurgijns Gild.
+ Het Kuipers Gild.
+ Het Lakenkopers en Kledermakers Gild.
+ Het Schoenmakers Gild.
+ Het Bakkers en Kramers Gild.
+ Het Turf- en Koorndragers Gild.
+
+
+Wordende Jaarlijks door Burgemeesteren en Schepenen, uit de ingeleverde
+nominatien, Gildemeesteren verkozen.
+
+
+
+
+HANDVESTEN EN PRIVILEGIEN (Voorrechten).
+
+Van deeze, haar door onderscheidene Graaven geschonken, zullen wij
+slechts de voornaamste en belangrijkste opgeeven; zijnde dezelve in
+aantal zeer veelen.
+
+Het eerste en aanmerkelijkste is, (voor zo verre ons bekend is, nimmer
+door den druk gemeen gemaakt,) dat, van Willem van Beieren, in 1355 aan
+die van Wesop gegeven; waar bij het hen vergund is, dat zij met allen
+heuren goeden tot ewighen daghen tollen vrij vaeren sullen te lande
+ende te water, overal in onse landen van Hollandt, van Zeelandt ende
+van Vrieslandt, voerbij alle onse tollen. Van welk Voorrecht de
+Kooplieden van Weesp noch hedendaags gebruik maken. In 1386. verleende
+Hertoch Albrecht van Beieren aan zijne goede Luiden van Wesop het recht
+eener vrije Jaarmarkt, duerende vier daghen voor ende vier daghen na
+sinte Victorisdagh enz. ook vergunde hij 1401. den Weespenaren, ten
+ewighen daghen tollen vrij te moghen vaeren door de tollen tot
+Sparendamme, hoewel hij hen twee Jaaren te vooren, volgende een op
+Pergament geschreven handschrift der Privilegiën van Muiden, het zelve
+Voorrecht, benevens de vrijheid der tollen door de Stede Beverwijck,
+tot wederopzeggens toe, vergund had.—In 1407, gaf Jan van Beieren, aan
+de Burgerij van Wesop het recht van Vonnissen te moghen halen, (niet,
+gelijk zij tot hier toe verpligt waren geweest, te Amsteldam te doen),
+maar bij hunne eigene Rechters, op die Kerksteghe tot Wesop, aan dat
+Gerecht van der Parochie. Van dien tijd af schijnt Weesp dus hare eigen
+Criminele Rechtbank gehad te hebben, welke handvest door Filips van
+Bourgondien, in 1425 nader bevestigd is. Bij deeze opgenoemde verdient
+ook geteld te worden, het verdrag of accord tusschen de Steden Utrecht,
+Weesp en Muiden in 1463 gesloten, waar bij, onder anderen ook, is
+vastgesteld, dat zij Stad ende Steden, die eens des anders Burgheren,
+poerteren ende ondersaten niet besetten noch belasten van ghenen
+saeken; behoudelijcken dat hunne Burgheren, poerteren en ondersaten
+elck in sijnre Stad en Steden den anderen wel besetten en beclaeghen,
+ende met recht wel bespreecken sal mogen van sijns selfs persoons
+schult ofte misdaden alleen enz. 1545. bevestigde Karel de Vijfde, op
+verzoek van Schout, Borghemeesteren, Schepenen ende Regeerders der Stad
+Weesp, het recht van Exue, ’t welk die thoonders van soe langhe Jaeren,
+dat geen memorie van menschen ter contrarie en is, mede gheuseert
+hadden.
+
+’t Zoude niet ongevoeglijk zijn hier nu noch aantehalen de bijzondere
+satisfactie in den Jaare 1577 tusschen Willem den Eersten en
+gevolmagtigden van Weesp en Weesperkarspel gesloten, dan om bijzondere
+redenen zullen wij hier van gewagen, als wij de lotgevallen der Stad
+beschrijven zullen.
+
+
+
+
+SCHUTTERIJ.
+
+Op deeze mag Weesp reeds van oude tijden roem dragen. In 1410 ten tijde
+van Jan van Beieren (schoon zij waarschijnlijker noch eerder plaats
+had,) arresteerden Schout, Scepenen en Raeden op den 4 April bereids
+een Reglement, waarnaar zich de Schutters gedragen moesten; aan
+dezelven wierden eenige voordeelige Voorrechten, als den Wijntap, de
+vrije Visscherij in het St. Anthonis Viswater enz. toegestaan; zijnde
+omtrent den eerstgenoemden met Burgemeesteren een accord gesloten,
+terwijl de laatste om de 3 Jaaren ten voordeele der Schutterij verpacht
+word, gelijk zulks in den voorledene Jaare noch heeft plaats
+gehad.—Behalve deeze heeft zij noch eenige andere Voorrechten, doch die
+wij om de kortheid des besteks, hier zullen overslaan.—De
+Burgerkrijgsraad bestaat, uit den Colonel (zijnde de aangeblevene der
+Heeren Regerende Burgemeesteren,) Capiteinen, Capiteinen Lieutenants,
+Lieutenants, Vaandrigs en Scribas, welke hunnen eigenen Secretaris
+hebben: men zoude dit articul met veele bijzonderheden kunnen
+vermeerderen, dan bijzondere redenen noodzaken ons deeze snaar
+onaangeroerd te laten.
+
+
+
+
+BEROEMDE MANNEN
+
+Die alhier geboren zijn; onder deezen telt men,
+
+
+Arend Louff, of Loufius, S. S. Theol. Lic. en Pastoor bij de Roomsche
+Gemeente alhier; geboren 17 Febr. 1597. overleden 19 Junij 1656.—
+
+Gijsbert Jansz. Sibille, Burgemeester dezer Stad, (zie bladz. 6.)
+
+Salomon van Til, beroemd Hoogleeraar in de H. Godgeleerdheid te Leiden,
+zag het eerste levenslicht in den aanvang des Jaars 1643. en is op den
+1 November 1713. overleden.
+
+Mr. Jan Ploos van Amstel, Advocaat te Amsteldam.
+
+en
+
+Pieter van Berendrecht, Contrarolleur, Eikmeester der schepen van de
+Ed. Mog. Heeren Raden van Staaten der vereenigde Nederlanden,
+Scheepmeter en Eikmeester der Stad Amsteldam.
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN EN VERMAAKEN.
+
+Oudtijds was deeze Stad zeer vermaard wegens dezelver Bier-Brouwerijen,
+wier aantal zeer aanzienlijk moet geweest zijn. Het bier wierd buiten
+en binnen ’s Lands verzonden, en was algemeen bekend onder den naam van
+Vlaamschen Doctor. Zeker oude Schrijver zegt: de inwoonders van Weesp
+zijn rijck, en hebben nu die neeringh van ’t beste bier dat over
+Hollandt gedroncken wort. Dan tegenwoordig is er maar eene
+bierbrouwerij, die, ofschoon in vroeger dagen in merkelijk verval,
+thans wederom in bloei is en eene uitgebreide verzending heeft. De
+Genever-stokerijen maken voor het tegenwoordige den grootsten handel en
+het bestaan der inwooneren uit. Vijftien dusdanige branderijen geven
+aan een groot aantal huisgezinnen het brood. Wij zullen ons met geene
+snorkende berekening van het verstoken van eene hoeveelheid Lasten
+Graan enz. ophouden; dan kunnen echter niet voorbijgaan aantestippen,
+dat, niet tegenstaande de laage Kunstgreepen, die men sints eenige
+Jaaren in ’t werk gesteld heeft, om de Weesper Genever in verachting te
+brengen, derzelver waarde geenzins gedaald, en derzelver verzending,
+vooral naar buiten ’s Lands merkelijk is toegenomen, terwijl men
+proevondervindelijk overtuigd is, dat zij ter buitenlandsche verzending
+beter voldoet dan eenige andere Nederlandsche Genever.
+
+Twee Katoendrukkerijen, met derzelver drogerijen enz. waar van een,
+niet verre buiten de Stad, onder de Jurisdictie van Weesper-Karspel
+gelegen is, geeven aan verscheiden burgers en inwooners, vooral des
+Zomers, een ruim bestaan; terwijl voor het overige de handwerksman in
+de beoefening van zijnen onderscheiden arbeid een kostwinning vindt.
+
+Wat de vermaken der Weespenaaren betreft, deeze kiest ieder naar zijn’
+smaak. Onder den meergegoeden Burger heerscht thans, over ’t algemeen
+genomen, een eenstemmige samenverkeering, midlerwijl het beoefenen der
+Wetenschappen onder hen ook hand over hand toeneemt; zijnde ter dier
+bevordering in den Jaare 1791, een Genootschap, onder de Zinspreuk,
+voor het Menschdom, opgericht, ’t welk bereids uit meer dan zeventig
+Leden bestaat.
+
+
+
+
+GESCHIEDENISSEN.
+
+Weesp, oudtijds leenroerig aan het Bisdom van Utrecht, was langen tijd
+als zodanig onder het bestuur van den huize van Amstel, waarom het, ten
+beteren verstande van deszelfs lotgevallen, niet ondienstig zal zijn
+daar van vooraf en kort verslag te doen. Uit eenen brief van den
+Bisschop Godefrid van 1172 of 1174, blijkt, dat Egbert van Amstel hem
+de helft der Tienden in Wispe wedergegeven had. 1225 begiftigde de
+Utrechtsche Bisschop Otto, Gijsbrecht van Amstel, den eersten van dien
+naam, met de hoge Gerechtigheid van Muiden, Weesp en Diemen: 1233 gaf
+Gijsbrecht volmagt aan Menso van Wesepe om uit zijnen naam afstand te
+mogen doen van zekere goederen in Benscop aan de Abdisse van
+Rhijnsburg. Gijsbrecht van Amstel, de derde van dien naam, is ook
+bezitter van Weesp geweest. Ofschoon Godelinde Abdisse van Elten, bij
+haren afstand van Gooiland (Nardinclandt) aan Graaf Floris den vijfden
+1280 deeze Stad mede onder hare eigendommen telde: is het echter zeer
+waarschijnlijk, dat hij, zelfs na zijnen zoen met den Grave, in het
+bezit daar van verbleven is, tot dat hij, als een medepligtige aan den
+moord van Floris, het Land moest ruimen, en zijne goederen voor den
+Grave verbeurd verklaard wierden. Graaf Jan de tweede, begiftigde daar
+mede zijnen Broeder Guido van Henegouwen, na wiens overlijden het weder
+aan Willem den derden verviel, en sints welken tijd deeze Stad onder
+het Graaflijk bestuur gebleven is.
+
+Hier uit ziet men dus dat Weesp, door de gedurige twisten van de
+Utrechtsche Kerkhoofden met de Heeren van Amstel, noodzakelijk aan de
+invallen van het Krijgsvolk der Stichtenaaren, of deszelfs
+saamverbondenen moest bloot staan.
+
+De lotgevallen deezer Stad zijn, naar de echte bescheiden in ’s Lands
+Historien geboekt, de volgende. In den Jare 1204. wierd Weesp, om dat
+Amstel de zijde van Lodewijk Grave van Loon tegen Willem den Eersten
+hield, door de Kennemers, onder aanvoering van Wouter van Egmond en
+Albert Banjaard, in de assche gelegd, welk onheil haar 1356 door
+Bisschop Jan van Arkel na eene vierdaagsche belegering, voor de
+twedemaal berokkend wierd. 1374 nam de Utrechtsche Bisschop Arnold van
+Hoorne ter wraake van eenen geleden hoon door Albrecht van Beieren, en
+ter ontheffinge van een Jaarlijksche schuld van 3700 ponden, sints
+1356, voor het Slot van Vreeland, de Stad in, en stelde haar onder een
+zwaare brandschatting. 1507 viel Weesp in handen van Karel van Egmond,
+Hertog van Gelder; zeer veel had zij toen te lijden, ’t welk
+voornamelijk veroorzaakt wierd, door dien zij geweigerd had bezetting
+in te neemen. De Geldersche, aan den eenen kant brand hebbende doen
+stichten, overrompelden ze aan de andere zijde, intusschen zich de
+Burgerij beijverde om den brand te blusschen.
+
+In de Nederlandsche beroerten hield deeze Stad de zijde des Konings van
+Spanje tot in het Jaar 1577, wanneer op den 16 Januarij, door Schout,
+Burghemeesteren ende ghemeene Rade ende Vroedtschap tot Weesp, van
+wegens Weesp en Weesper-Karspel ghecommitteert wierden, die eersame Jan
+Gerritz Cuijp ende Hillebrant Govertz, om met den Prince van Oranje,
+als Stadthouder over Hollandt, Zeelandt ende Vrieslandt een verding
+aantegaan, het welk ook op den 29sten derzelver Maand wederzijds
+gesloten wierd: onder de articulen van dit verdrag zijn de voornaamste,
+de vrijheid der Religie, en de Stad en ’t Carspel met gheenen soldaten
+te bezwaaren, ten waare door hoochnodigsten nood, daer het welvaren der
+lande, alsulcks ware vereischende, ende dan ’t zelve geschieden tot
+gemeijne costen der Landen van Hollandt ende Zeelandt.
+
+Niettegenstaande het evengemelde verdrag ontstonden er in 1579 reeds
+eenige verschillen tusschen de Roomschen en Onroomschen, welker
+eerstgenoemden op aandrijving der Regeering den Hervormden Godsdienst
+ondernamen te stooren; ’t welk ten gevolge had, dat de Staten van
+Holland, Willem Bardes, Burgemeester van Amsteldam derwaards zonden,
+die zeven Persoonen uit de Vroedschap, en drie daar van nevens den
+Secretaris en ouden Pastoor, behoudens Goed en Eer, ter Stad
+uitzettede. De straf der oproerigen beval hij aan den Schout en de
+Wethouderen. Dan de ballingen kreegen spoedig vrijheid om weder tot de
+hunnen te rug te mogen keeren.—Na dit voorval schijnt alhier de
+Godsdienstige vrijheid en verdraagzaamheid in hogen top geweest te
+zijn, ’t welk bij de Hervormden in andere Steden zeer veel opziens
+baarde, en waar over de beruchte Leidsche Hoogleeraar Saravia in 1587
+zich voor Gemagtigden der Staten in vrij bitse bewoordingen uitliet.
+
+Voor zo verre ons bekend is heeft deeze Stad in de Godsdienstige
+geschillen der vorige Eeuw geen deel gehad. Melding te maaken van
+oneenigheden met de Regeering en de Bailiuwen van Gooiland zou deeze
+beschrijving te langwijlig doen worden.
+
+In den Jaare 1672 wierd deeze Stad met eenen vijandlijken inval der
+Franschen bedreigd, en onder brandschatting gesteld; dan de penningen,
+daar toe ingezameld, zijn nimmer afgehaald; en men zegt, dat daar voor,
+met goedkeuring der Burgerij, toen het keurig Klokkenspel, waar mede de
+Kerktoren noch heden pronkt, vervaardigd is.
+
+In 1748 wierd het huis van den Pachter Hogeveen, door eenige
+onverlaten, meestal vreemdelingen, geplunderd en afgebroken.
+
+Toen in de jongste onlusten de zucht tot Wapenoefening door gantsch
+Nederland veld won, was deeze Stad ook daaromtrent niet gevoelloos. Een
+Genootschap van Wapenhandel door eenige bijzondere persoonen reeds in
+November 1783 opgericht, doch nimmer door de Wethouderschap gewettigd,
+waar van de geachte Schrijver van het Vervolg op de Vaderlandsche
+Historie van Wagenaar, 8ste Deel, verkeerd onderricht is, was van eenen
+korten duur, vermits Heeren Burgemeesteren zulks, om bijzondere
+redenen, afkeurden: wordende de Schutterij in betere orde gebragt,
+welke langzamerhand tot dien luister steeg, waarin zij in 1786 en 1787.
+de bewondering der kenneren wegdroeg.
+
+Bij het formeeren van het Cordon van de Maaze tot aan de Zuiderzee,
+kwam alhier op den 2den October 1786 in Guarnisoen het 2de Bataillon
+van Onderwater, sterk 350 Mannen, ’t welk ter versterking van de Forten
+Uitermeer en Hinderdam, bij beurtverwisseling, Detachementen afzond.—Op
+den 16 September 1787, bij gelegenheid van het verlaten der Stad
+Utrecht, kwam hier ter versterking in Guarnisoen, een Bataillon van het
+Regiment Amsteldam (waardgelders).—Den volgenden dag verscheen een
+Detachement Pruisische Cavallerij voor de Poort, doch vlugtte weldra op
+het alarm dat binnen de Stad gemaakt wierd. De volgende dagen rukten
+ter verdediging der Stad noch verscheide Bataillons Infanterij,
+benevens een aantal Cavallerij binnen. Alles wierd ter Defensie in het
+werk gesteld. Dan op den 23sten September des morgens ten half vijf
+uuren wierden door een gewapend Kofschip, dat op de Vecht lag,
+seinschoten gedaan; het gantsche Guarnisoen vloog in de Wapenen, en
+welhaast vielen de Pruisische troupen de Stad aan de Oost, Zuid en
+Westzijde gelijktijdig aan, doch wierden genoodzaakt met verlies
+aftewijken.—Op den 26sten wierd op hooge order de Stad aan de
+Pruisische troupen ingeruimd, hebbende de brave en achtingwaardige
+Commandant G. van de Poll, met den Generaal Majoor Von Kalkreuth, eene
+capitulatie gesloten, waar bij onder anderen, de uittocht van het
+Regiment Dragonders van Bijland, het Bataillon van Bijland Infanterij,
+het Bataillon van het Regiment Walons van van de Poll, en het
+Detachement Artilleristen met alle Krijgseer toegestaan, en aan de Stad
+Weesp, aan derzelver Burgerije en aan een ieder hoofd voor hoofd in ’t
+bijzonder de onbepaaldste bescherming beloofd wierd: de getrouwe
+naarkoming daar van, heeft dien Pruisische Veldoversten toen de achting
+der Weespenaaren doen wegdragen.——Ingevolge de geslotene Capitulatie
+kwam des avonds van dien dag een Detachement Pruisschen post vatten,
+trekkende den volgenden dag het Hollandsch Guarnisoen met slaande trom
+en vliegende Vaandels uit. Zedert dien tijd tot den 8sten October zijn
+wij met een talrijk Guarnisoen, dat somtijds uit 13 à 1400 man bestond,
+bezwaard geweest; dan waar van de overgave van Muiden en Diemerbrug ons
+merkelijk verlichtte. Den 21sten December wierd hier geïnquartierd één
+Compagnie van het Pruisisch Regiment van Woldeck, onder Commando van
+den Hopman von Siegroth, welke den 2 Mai 1788 door een Detachement
+Zwitsers van Maij wierd afgelost. Sints dien tijd is Weesp tot heden
+met krijgsvolk bezet gebleven: zijnde in alle deeze omstandigheden
+niemant der Burgeren met eenige Militairen belast geweest, daar de
+nooitvolprezen Stads-regeering dezelve in ledigstaande huizen en
+pakhuizen eene geschikte verblijfplaats bezorgde.
+
+
+
+
+Nu gaan wij over tot de
+
+REISGELEGENHEDEN.
+
+Dagelijks gaan en komen er vijf Schuiten naar en van Amsteldam.
+
+De Veerschuiten van Hilversum, ’s Graveland, de beide Loosdrechten,
+Nederhorst (den Berg), Nichtevecht, Vreêland en anderen varen hier door
+naar en van Amsteldam.
+
+’s Weeklijks des Vrijdags vaart, in den Zomer, een Schuit op Utrecht,
+’t welk des Winters alle veertien-dagen geschiedt.
+
+De Veerschepen van Arnhem, Wageningen, Rheenen, Wezel en anderen
+passeeren langs de Vecht voorbij deeze Stad.
+
+
+
+
+LOGEMENTEN.
+
+ De Roskam.
+ De Eendragt.
+ De Oude Prins, benevens eenige anderen voor den minvermogenden
+ Reiziger.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+ALGEMEENE BESCHRIJVING VAN WEESPER-KERSPEL.
+
+
+Eenige landen of polders, rondsom Weesp gelegen, is men gewoon
+zamentetrekken, onder de benaaming van Weesper-Kerspel, en dit Kerspel
+verdeelt men weder in vier deelen, die men den naam geeft van Stokken,
+zijnde naamlijk,
+
+
+ 1.) Bijlemer,
+ 2.) De Gaasp,
+ 3.) Het Gein, en
+ 4.) Overvecht, waaronder Uitermeer.
+
+
+
+
+LIGGING.
+
+Deeze is, gelijk gezegd is, rondsom Weesp; zijnde over het algemeen
+eene zeer aangenaame landsdouw, voorzien van goed wei- en moes-land,
+aangenaame wandelingen, en alle landlijke schoonheid; gelijk dan ook
+des zomers, een tourtjen, naar een of ander gedeelte van dit Kerspel,
+eene geliefde uitspanning is voor de naastbijgelegene stedelingen, met
+naame voor de Amsteldammers.
+
+
+
+
+De
+
+GROOTTE
+
+Van dit Kerspel wordt op de quohieren der verpondingen bepaald op, 2207
+morgen, 550 roeden lands; in den jaare 1632, telde men in het geheele
+Kerspel 124 huizen, en na honderd jaaren, naamlijk in 1732, werden in
+de lijsten der verpondingen voor dat Kerspel 153 huizen gebragt.
+
+
+
+
+Het
+
+WAPEN
+
+Van Weesper-Kerspel, is hetzelfde als dat van de Stad Weesp.
+
+
+
+
+REGEERING.
+
+Het Kerspel heeft een afzonderlijk rechtsgebied met de gezegde Stad;
+welk rechtsgebied echter nu en dan oorzaak van eenige verschillen
+geweest is, tusschen Burgemeesteren der Stad Weesp voornoemd, en de
+ingelanden van het Kerspel, welke verschillen echter van geen gevolg
+van aanbelang geweest zijn.
+
+Thans zijn de vier bovengemelde stokken, waarin Weesper-Kerspel
+verdeeld wordt, geschikt onder twee rechtbanken; waarvan de Bijlemer
+alleen één, en de andere drie stokken, naamlijk de Gaasp, het Gein, en
+Overvecht met Uitermeir de andere rechtbank uitmaakt: in beide spant de
+Hoofdofficier, (zijnde thans de Wel-Ed. Gestr. Heer, Mr. Gerrit Corver
+Hooft, Bailluw van ’s Graaveland, Drossaart en Castelein van Muiden,
+Bailluw en Dijkgraaf van Naarden en Gooiland, Hoofdofficier van Weesp,
+enz enz.) met den Stedehouder en Schout, en zeven Schepenen, de Hooge
+Vierschaar, welke Schepenen ook met den Schout, of Stedehouder der
+stokken, of van het Kerspel in ’t algemeen, (zijnde eigenlijk een
+substituut van den Hoofdofficier voornoemd, en dezelfde persoon die het
+Schoutsamt over de stad Weesp waarneemt,) aan hun hoofd, in ’t civile
+vonnissen—de tweede gemelde rechtbank, die naamlijk uit drie Stokken
+zamengesteld is, heeft mede zeven Schepenen, van welken de
+Hoofdofficier voornoemd, volgends resolutie der Staaten van Holland en
+Westfriesland, van den 20 Maart des jaars 1663, gehouden is in het eene
+jaar vier Schepenen te kiezen, die in de Stokken woonachtig zijn, bij
+welken hij als dan drie anderen, (want alle de zeven Schepenen gaan
+jaarlijks af,) uit de ingelanden voegen mag, die geen vaste
+woonplaatsen in de Stokken hebben; in het andere jaar moet hij drie
+Schepenen van de zeven kiezen in de Stokken woonachtig zijnde, wordende
+de overige vier uit de ingelanden er bij gevoegd.
+
+De andere rechtbank, naamlijk die van de Bijlemer, heeft vijf
+Schepenen, die mede jaarlijks afgaan, en waarvoor door den
+Hoofdofficier, meergemeld, vijf anderen verkozen worden; op dezelfde
+wijze als van de voorgaande Stokken, (zamen de tweede rechtbank
+uitmaakende,) gezegd is: ’t eene jaar drie inwooners, en twee
+ingelanden, en het andere jaar twee inwooners en drie ingelanden.
+
+Beide rechtbanken, dat is geheel het Kerspel, heeft één Secretaris, die
+tevens Secretaris van Weesp is.
+
+Voords worden de beide rechtbanken van het Kerspel, bediend door éénen
+Bode, die door den Bailluw wordt verkozen.
+
+„Ten aanzien van het Schoutsamt,” leezen wij, en welke aantekening
+gemaakt is uit berichten, den aantekenaar medegedeeld, „is gebeurd, dat
+de Bailluw van Gooiland, als Hoofdofficier van Weesper-Kerspel, in den
+jaare 1541, eenen anderen Schout dan die van Weesp over het Kerspel
+aanstelde; doch Burgemeesteren dier stad, vielen hierover klagtig, aan
+den Hove van Holland, en bij uitspraak werd vastgesteld, dat dit amt
+door denzelfden persoon zou worden bekleed.”
+
+„De Ridder Hooft, als Hoofdofficier van Weesp en Weesper-Kerspel, had,
+in den Jaare 1632, eenige moejelijkheid, met die van het Kerspel, over
+het aanstellen van eenen Secretaris; alzo de huislieden eenen anderen
+Secretaris over hunne gerechten wilden aangesteld hebben; maar hierin
+is geene verandering voorgevallen.”
+
+Alles wat wegens de verdere artijkelen van ons plan, nopens
+Weesper-Kerspel in het algemeen, gezegd moet worden, hebben wij onder
+onze beschrijvingen van iederen Stok in ’t bijzonder aangetekend.
+
+Wees- of Arm-meesters, worden in dit Kerspel in iederen Stok
+afzonderlijk aangesteld; de weezen worden in de Stad Weesp in de
+Weeshuizen bezorgd, en armen, die er komen, worden door de Arm-meesters
+bij de opgezetenen, ieder in zijnen eigenen Stok, besteed.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE BIJLEMER.
+
+
+Wat aanbetreft de
+
+LIGGING,
+
+Van deezen Stok, van Weesper-Kerspel (welke stok verdeeld wordt in
+Oost- en West-Bijlemerpolder) kan gezegd worden te paalen ten oosten
+aan het Gein, ten noordoosten aan de Gaasp, en ten noordwesten aan de
+Bijlemermeir.
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+Hiervan kan niets met zekerheid gezegd worden, ten minsten voor zo
+verre ons bekend is: het draagt ook den naam van Bijlemer-broek, of,
+naar eene oudere spelding Bijlemer-brouk; ook Bijlemermeir-brouk, en
+eenvoudiglijk Bijlemer: in zekere oude brieven wordt het ook
+Windelmerebroke genoemd, hetwelk, volgends het geen Commelijn ons
+verzekert, op Bijlemer-broek of de Bijlemer toegepast moet worden.
+
+
+
+
+GROOTTE.
+
+Daar de grootte der vier Stokken van Weesper-Kerspel zamengenomen
+opgegeven worden, (gelijk wij hiervoor ook gezien hebben,) is de
+grootte van iederen Stok niet afzonderlijk te bepaalen: de Bijlemer
+intusschen, ofschoon van ouds niet zeer groot geweest zijnde, was
+echter uitgestrekter vóór de bedijking der Bijlemermeir, dan thans na
+die bedijking; alzo met dezelfde bedijking, eene menigte van de
+Bijlemer-landen in de bedijking getrokken zijn.
+
+
+
+
+Het
+
+WAPEN
+
+Van de Bijlemer, als een bijzonderen Stok van Weesper-kerspel, is
+hetzelfde als van geheel het Kerspel, hetwelk, gelijk wij gezien
+hebben, ook hetzelfde is als van de stad Weesp.
+
+Wegens ons artijkel Kerklijke en Godsdienstige Gebouwen, kan,
+betreffende de Bijlemer, niets aangetekend worden; de Bijlemers, zijn
+wel van drieërleien kerkgemeenten, naamlijk, Gereformeerden,
+Lutherschen, en Roomschen, doch geen van allen heeft in den Stok, kerk
+of school; de Gereformeerden moeten te Diemen of elders te kerk gaan;
+de Roomschen hebben eene nadere gelegenheid, naamlijk aan de
+Diemerbrug, alwaar eene Roomsche kerk gevonden wordt, gelijk wij ten
+zijner plaatse aangetekend hebben; en de weinige Lutherschen welken er
+zijn, gaan naar Amsteldam om het nachtmaal te houden, terwijl zij
+hunnen gewoonen Godsdienst bij de Gereformeerden te Diemen waarneemen.
+
+Dewijl in de Bijlemer ook geen school gevonden wordt, zijn de
+opgezetenen aldaar verpligt hunne kinderen, in welken Godsdienst zij
+opgetrokken worden, naar het dorpschool te Diemen te zenden; aan de
+Diemerbrug is wel een schooltjen, doch zulks is slechts geschikt voor
+zeer kleine kinderen: deeze ongelegenheid, met betrekking tot het
+hoogst nuttig onderwijzen van de jeugd, heeft ten gevolge dat er eene
+diepe onweetendheid onder de Bijlemers gevonden wordt, waarom het wel
+te wenschen ware, dat daarin door het aanleggen van een algemeen school
+voor den Stok zelven, voorzien wierde: ligtlijk verstaat men dat het de
+kinderen niet toebetrouwd kan worden, zo ver van huis, als Diemen
+gelegen is, ter schoole te gaan: alwaarom zij gemeenlijk ten minsten
+reeds den ouderdom van agt of negen jaaren bereikt hebben, eer zij het
+onderwijs van eenen meester kunnen gaan bijwoonen, en op deeze jaaren
+zijn zij al bekwaam om hunne ouders in de beroepsbezigheden, bestaande
+voornaamlijk in melkerijen en tuinderijen, eene behulpzaame hand te
+bieden, waarvan dan ook niet zelden het gevolg is, dat zij des zomers
+daartoe gebruikt worden, dewijl het zomerwerk van den landman in ’t
+algemeen, veele arbeidzaame handen, en die onophoudelijk bezig zijn,
+vereischt: een groot gedeelte van den zomer blijven de kinderen
+derhalven uit de school, voornaamlijk dezulken, wier ouderen niet
+vermogend genoeg zijn om de benodigde handen in huur aantestellen, ’t
+welk intusschen het geval van de meesten is, want weinige Bijlemers kan
+men gegoede landlieden noemen—de zomer dus sukkelende, wat het
+schoolgaan betreft, doorgebragt hebbende, gaat het des winters nog
+erger, ter oorzaake van de guurheid des saisoens, en de onbruikbaarheid
+der verre wegen; voeg hier bij, een leven zonder eenige gezelligheid,
+ieder gezin geheel afgezonderd in zijne hut opgesloten, dewijl de
+wooningen bijna een quartier uurs van elkander gelegen zijn; en ouders
+die meestal dezelfde of dergelijke opvoeding gehad hebben; wat anders
+kan dan het gevolg weezen dan eene beklaagelijke onweetendheid?—dat de
+domme berisper van zijne naasten, die stelt dat alle onweetendheid
+eigenschuldig is, (zulke zotte berispers zijn er; die genoeg
+zamenleeving heeft, is er zo wel als wij van overtuigd,) dat deeze zeg
+ik, zulke en dergelijke streeken onzes Lands, als waarover wij thans
+spreeken, bezoeke; dat hij de bewooners derzelven onbevooroordeeld
+raadpleege, en hij zal wel rasch zien, is hij anders niet willens
+blind, hoe geheel onschuldig het is dat er menschen gevonden worden,
+bij welken de hoogste onkunde, en bijgeloovigheid, (want deeze is tog
+een gevolg van een onverlicht oordeel,) heerscht—noch geoefende
+menschen, noch boeken, worden in de zeer bepaalde zamenleeving der
+Bijlemers gevonden; hoe zou er dan eenige verlichting kunnen plaats
+hebben?
+
+
+
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+Het eenige dat wij onder dit artijkel kunnen aantekenen, is het
+Rechthuis van de Bijlemer, staande aan het begin van het grondgebied,
+van den kant van het Weesper-tolhek gerekend; het is een net vierkant
+maar klein gebouw, hetwelk echter niets bijzonders aan zig heeft, zo
+min van binnen als van buiten: er staat een aartig klein torentjen op,
+waarin een klok, die van binnen getrokken wordt: dezelve wordt geluid
+bij gelegenheid van eene of andere gerechtlijke afleezing.
+
+Voor het huis staat een geesselpaal, die echter, volgends verzekering
+der oudste ingelanden, bij geen menschen geheugen gebruikt is geworden;
+ook maakt men in dit rechthuis geen gebruik van gevangenhouding; zo er
+al eens een gevangene is, wordt dezelve te Weesp in bewaaringe
+gezonden; zelfs wordt het Rechthuis niet gebruikt tot het vergaderen
+der Regeering over de Bijlemer; voorheen geschiedde zulks wel; doch
+sedert zitten de Regenten over deezen Stok, op het Stadhuis te Weesp,
+als leden van Weesper-kerspel.
+
+Ons artijkel regeering kunnen wij hier met stilzwijgen voorbijgaan,
+alzo wij hetzelve in ’t artijkel van dien naam onder Weesper-kerspel
+verhandeld hebben.
+
+Van voorrechten der Bijlemers, vinden wij nergens iet bijzonders
+aangetekend.
+
+
+
+
+De
+
+BEZIGHEDEN
+
+Bestaan, gelijk gezegd is, in het kweeken van moes, en in melkerijen:
+het moes wast er bijzonder goed, voornaamlijk kool en peulvruchten.
+
+
+
+
+Wat de
+
+GESCHIEDENISSEN
+
+Van deezen Stok van Weesper-kerspel in ’t bijzonder betreft; deeze
+bepaalen zig hoofdzaaklijk bij die van de Bijlemermeir, waarvan straks
+nader.
+
+En wat aangaat onze jongstledene gebeurtenissen, uit de gelegenheid van
+den grond, in Weesper-kerspel naamlijk, dat is nabij Weesp, is te
+besluiten dat de Bijlemer daarvan niet bevrijd is gebleven; voor zig
+zelve echter zoude het daarmede niet te doen gehad hebben; niet verder
+als wat betreft het overlastig doortrekken van de Pruissen, van den
+kant van Weesp naar Amsteldam; doch daar dat doortrekken tegenstand
+geboden werd, viel er ook vrij wat meer te doen.
+
+De gewapende burgers, naamlijk, waakzaam op de zaak die zij aangenomen
+hadden te verdedigen, en voor overval van buiten beducht, hadden eene
+sterke batterij gelegd even door het Weesper-tolhek, aan het begin van
+de Bijlemer; ’t sprak derhalven van zelf dat de Pruissen, bij hunne
+aannadering van Amsteldam, hier geen vrijen doortogt hadden, en den
+tegenstand gewaarwordende bragt hun oogmerk het wegnemen van denzelven
+noodzaakelijk mede; er volgde derhalven eenen aanval, die echter ook
+met mannenmoed beantwoord werd; de Pruissische kogels vloogen in
+menigte door de wooning van den tollenaar, en een ander belenden het
+Raadhuis staande boerehuis; (waarvan de blijken, in de nieuwe
+ingezetten stukken muurs nog duidelijk gezien worden;) terwijl de
+Patriotten niet nalieten den vijand in gelijke taal te beantwoorden;
+doch men weet hoe deezen hebben moeten goedvinden, den Pruissen den
+doortogt toetelaaten, het geen ten gevolge had dat de bewooners aldaar,
+die echter meest, op eenige knechts of meiden na, de wijk naar
+Amsteldam genomen hadden, niet weinig overlast leeden, vooral van die
+manschappen welken hun als bezetting gelaten werden: de bewooners der
+huizingen, die, gelijk wij gezegd hebben, gevlugt waren, werden in
+hunne wooningen terug geroepen, onder de bedreiging dat anders hunne
+geheele nagelatene bezitting, (men kan in dergelijke gelegenheden niet
+alles, dikwijls verre het minste, medeneemen,) aan de genade en
+ongenade van den soldaat overgegeven zoude worden: aan dit bevel werd
+gehoorzaamd; en de manschap werd bij de bewooners geïnquartierd: één
+van allen, eene weduwe, moest er niet minder dan zeven-en-twintig
+bergen, en de kost geeven; een gezelschap waarover zij, (volgends haar
+eigen zeggen,) op verre na niet voldaan is, en weshalven zij ook geen
+verlangen heeft om andermaal zulk een huishouden onder haar dak
+bijtewoonen—vermids voords den aanmarsch op Amsteldam vervolgd werd, en
+voor de Bijlemer, of den bodem van dat gebied, niet meer te vreezen
+was, kwamen de opgezetenen, met het gezegde vrij.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN.
+
+Naamlijk directen, zijn hier niet voorhanden; men kan zig te voet naar
+de Diemerbrug, of naar Weesp enz. begeven, alwaar men de gewoone
+reisgelegenheden dier plaatsen kan waarneemen.
+
+
+
+
+HERBERGEN.
+
+Gaaspzicht, bij de Bijlemerbrug aan ’t begin van de Gaasp, zijnde
+tevens eene uitspanning; andere Herbergen zijn er niet van eenig
+aanbelang, of welken dien naam verdienen te draagen, niettegenstaande
+men hier en daar gelegenheid vinde om zig te kunnen ververschen.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE BIJLEMERMEIR.
+
+
+De nabijgelegenheid van deeze Meir bij de Bijlemer, veroorlooft ons
+hier de beschrijving derzelve te laaten volgen.
+
+
+
+
+Men kan haare
+
+LIGGING
+
+Bepaalen te zijn, ten noordwesten en ten westen van de Bijlemerlanden,
+en ten noorden van Weesper-kerspel, zijnde voords omtrent een quartier
+uur gaans ver van de Watergrafts- of Diemermeir: het is een waterplas
+van goede drie uuren in den omtrek.
+
+Dewijl deeze Meir, na droog geweest te hebben, weder tot eene waterplas
+geworden is, gelijk wij nader zullen verhaalen, is de gelegenheid
+derzelve op verre na niet zo vermaaklijk als die van de Diemer- of
+Watergrafts-meir; zo aangenaam als eene wandeling om den ring van deeze
+is, zo onaangenaam is zulk eene wandeling rondsom de Bijlemermeir: op
+verre afstanden van elkander liggen eenige bouwerijen en melkerijen,
+waardoor de gezegde wandeling allerlastigst eenzaam wordt: de ring ligt
+geheel woest, en heeft, met één woord, niets aangenaams.
+
+Vermaaklijkst nog is de wandeling naar den Meirkant, door het
+groenland, zo als men aldaar spreekt, dat is door de bebouwde landen
+binnensdijks gelegen: vóór de overstrooming bovengemeld, moet, volgens
+overleveringen, deeze droogmaak geene onaangenaame wandelplaats geweest
+zijn; men verhaalt, onder anderen dat er een laan gelegen heeft, van
+het Weesper-tolhek, dwars over de meir, tot aan Abcoude.
+
+Men wil dat deeze Meir, benevens de geheele Bijlemer, weleer die landen
+geweest zijn, die de Heeren uit den Huize van Amstel, aan den Bisschop
+van Utrecht hebben afgestaan, in den zoen van den Jaare 1285; „Doch hoe
+deeze landen”, zeggen de schrijvers van den Tegenwoordigen staat van
+Holland, „naderhand weder aan de Graaflijkheid van Holland zijn
+gekomen, weeten wij niet te zeggen.”
+
+
+
+
+De
+
+NAAMSOORSPRONG,
+
+Kan niets anders gezocht worden, dan in de nabijheid van de Bijlemer,
+zeggende den naam van Bijlemermeir, de Meir die bij de Bijlemerlanden,
+gelegen is.
+
+
+
+
+AANLEG EN GROOTTE.
+
+De aanleg moet, en het geen van zelf spreekt, niet anders verstaan
+worden, dan van het bedijken der Meir, hetwelk, (benevens het uitmaalen
+der plasse,) zijn vollen beslag had in den jaare 1627, gelijk nader
+verhaald zal worden.
+
+De grootte hebben wij niet te weeten kunnen komen, niet anders dan dat
+de ringdijk die er om gelegen is, en derhalven de Meir in zijnen
+omtrek, beslaat eenen weg van drie uuren gaans, gelijk wij boven reeds
+zeiden.
+
+Dewijl het droogmaken deezer Meir, met geen wenschlijken uitslag
+bekroond is geworden, en de bewooning derzelven, of liever van den
+ring, gelijk wij ook reeds zeiden, zeer gering is, zijn hier ook noch
+kerklijke, noch wereldlijke gebouwen voorhanden, en daar de weinige
+bewooners van den ringdijk, rondsom de meir, crimineel en civil voor de
+rechtbanken van Amsteldam of Weesp betrokken worden, (echter heeft de
+meir haar eigen Bailluw en Dykgraaf, Schout en Secretaris,) en wij
+derhalven in ons artijkel regeering ook niets te zeggen hebben, blijft
+ons weinig meer aantetekenen, dan wegens de
+
+
+
+
+VOORRECHTEN
+
+Van de bewooners van den ringdijk, die door het instorten van modder
+reeds goede gronden binnensdijks aangewonnen hebben; daarin bestaande
+naamlijk dat zij gerechtigd zijn tot dezelfde gronden, als de bebouwers
+van de Watergraafsmeir; zie onze beschrijving van die Meir, Art.
+Voorrechten.
+
+De Ingelanden van de Meir, hebben, volgens gemaakte overeenkomst, ook
+vrijheid van in de meir te mogen visschen, niettegenstaande de
+verpachting derzelve, waarvan nader.
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN.
+
+Ingevolge het gezegd aanwinnen van land, door het plempen van modder,
+bestaan de bezigheden van de bewooners der Meir, of liever van die van
+den ringdijk in moestuinderijen en melkerijen; geen van beiden zijn
+echter talrijk, om dat de ring niet dan op ruime afstanden bewoond
+wordt—de Meir zelve wordt voords door de steden Amsteldam en Weesp, ten
+gemeenen voordeele verpacht, thans voor eene somme van duizend guldens,
+waarbij nog ruim vierhonderd guldens aan onkosten van knechts,
+schuiten, en netten moet gerekend worden; indien wij voords verzekeren
+dat die verpachting nog aanzienlijken winst opbrengt, zal men kunnen
+besluiten tot de overvloed van visch welke in dat water gevangen moet
+worden: de voornaamste visch die er gevangen wordt is paling, baars en
+karper; de laatste wordt er meest door de Jooden opgekocht; de baars
+door de visschers aan de Schulpbrug, en de paaling wordt grootendeels
+door den pachter zelven alomme gesleten.
+
+
+
+
+GESCHIEDENIS.
+
+Wij hebben reeds gehoord dat niet geweeten wordt hoe deeze Meir, zo wel
+als de Bijlemer zelve, na de Heeren van Amstel dezelve aan den Bisschop
+van Utrecht hebben moeten afstaan, weder aan de Graaflijkheid van
+Holland is gekomen, dit is zeker dat zij er aangekomen zijn, reeds
+sedert den jaare 1622, want toen werd er van de Staaten van Holland en
+Westfriesland octrooi verzocht en ook verkregen om deeze Meir te mogen
+bedijken, droog te maaken, en in eigendom te mogen houden, op eene
+erkentenis van duizend guldens jaarlijks; een verlof dat in de daad in
+ons Land wel zonder erkentenis mogt gegeven worden; aangezien het
+gevaar waarmede deeze en dergelijke streeken het Land over ’t algemeen
+dreigen—de gezegde duizend guldens jaarlijks zouden verdeeld worden
+over de morgentalen van de bedijkte Meir, mits de Ingelanden wier
+landen in de bedijking zouden betrokken zijn, (zie hier voor de
+Beschrijving van de Bijlemer, art. Grootte,) te vergenoegen en op
+zodanige voorwaarden van bestuuring over de drooggemaakte landen, als
+meesttentijds bij het bedijken van meiren of waterplassen verzocht
+wordt, midsgaders vrijdommen van lasten voor eenige jaaren—dit groote
+en nuttige werk, had ook waarlijk zijnen voordgang, en dat niet alleen,
+maar ook zijn goed gevolg, zodanig naamlijk, dat de Meir in den jaare
+1627 droog geweest is; als wanneer door de onderneemers of Ingelanden
+aan de Heeren Staaten van Holland en Westfriesland verzocht werd om het
+Hooge, Middenbaare en Laage rechtsgebied over de drooggemaakte landen
+te mogen oefenen, dat hun ook geredelijk toegestaan werd; in gevolge
+van welke vergunning de drooggemaakte landen, zo lange zij bestaan
+hebben, ook hunnen eigenen Baljuw hebben gehad; en wel tot den jaare
+1702, toen (tusschen den 5 en 6 April,) eenen hevigen storm, den
+ringdijk der Meir zodanig van het buitenwater deed lijden, dat dezelve
+doorbrak, en de geheele droogmaak weder in een Meir deed veranderen;
+dat is bijna in die gedaante waarin wij dezelve nog heden ten dage
+zien.
+
+L. Smids, in zijn Oorlogend Europa, bladz. 126, stelt de voorgemelde
+tijd van volbragt werk, wegens deeze droogmaaking, vier jaaren laater,
+naamlijk in 1631; hij zegt naamlijk: „Tusschen den 5 en 6, (April
+1702,) hadt men bij nacht eenen droevigen watersnood, rondsom
+Amsteldam, tot aan Haarlem en Edam, Utrecht en Amersfoord, zijnde de
+dijken bij Muiden weggespoeld, en de Bijlemermeir, tusschen Diemen en
+Gaasp, anno 1631 bedijkt, nu weder gantsch overspoeld:” ongetwijfeld
+moet dit verschil der jaartallen gebragt worden, tot den tijd der
+voltooide droogmaaking, en den tijd dat de in die droogmaak aangehoogde
+gronden bebouwbaar waren.
+
+„Dit ongeval,” leezen wij, „is aan de landen deezer bedijkinge te
+vooren nogmaals overgekomen, in den jaare 1672, (gelijk wij in onze
+beschrijving van de Diemer- of Watergrafts-meir mede aangetekend
+hebben; zie aldaar) „toen de nabijheid der Franschen de Regeering der
+Stad Amsteldam deed oordeelen dat het tot haare veiligheid noodzaaklijk
+was, alle de landen die digt omtrent haar gelegen waren, onder water te
+zetten: dit ongemak scheen men tot weering van den vijand geduldig te
+lijden, en zig op nieuw de droogmaaking te getroosten; maar na de
+laatste doorbraak, in 1702, hebben de Ingelanden nimmer eene volstrekte
+uitmaalinge van het water in deeze Meir ondernomen: dit was
+ongetwijfeld de oorzaak”, vervolgt onze schrijver, „dat de steden
+Amsteldam en Weesp, zekerlijk tot behouding der onderlinge gemeenschap,
+te raaden geworden zijn de Bijlemermeir te aanvaarden, op zodanige
+voorwaarden, als zij met de eigenaars zouden verdragen; waartoe deeze
+twee steden met elkander eene overeenkomst aangingen, den 20 November
+des jaars 1702; waarbij vastgesteld werd dat van wederzijde voor de
+helfte in de onkosten zoude gedragen worden, tot het herstellen van den
+dijk, en het droog- of dras-maalen van de Meir, als mede tot het
+jaarlijks onderhouden van den dijk, met het geen er toe behoorde van
+molens als anderzins; waartoe wederom de voordeelen wederzijds ter
+helft zouden genoten worden van de tollen, vogelkooi, visscherij, ’t
+riet- en gras-gewas van den dijk, en wat verder ten nutte zoude kunnen
+komen.”
+
+Den 24 Augustus des jaars 1703 volgde hierop eene overeenkomst tusschen
+de gemelde steden Amsteldam en Weesp, ter eener, en de Ingelanden van
+de Meir ter andere zijde, waarbij de steden gemagtigd werden, tot alles
+wat ter behoudenisse van den dijk, en tot bewaaring van den boezem der
+Meir zoude mogen dienen, als mede om van binnen om den dijk modder of
+andere stoffen te brengen, drijfbalken te leggen, enz. alles zonder
+tegenspraak van de Ingelanden, die echter in tegendeel de molen aan zig
+zouden houden, en ieder van hun zijne huizen en getimmerten, om daar
+naar welgevallen mede te mogen handelen: ook zouden de Ingelanden
+bovendien de visscherij over de geheele Meir behouden; maar wat betreft
+den dijk zelven, het genot daarvan, mits er geene beesten over moesten
+loopen, voords ook het riet- en gras-gewas, rondsom de geheele Meir,
+zou verdeeld worden tusschen de meergemelde twee steden ter eener, en
+de Ingelanden ter andere zijde, iedere partij voor de zuivere helft: de
+gezegde steden zouden voords niet gehouden zijn te draagen in de
+schulden en eisschen, loopende ten lasten van de Ingelanden.
+
+Ten aanzien van het droogmaalen der Bijlemermeir, is sedert niets meer
+voorgevallen, dan dat men door het instorten of plempen van modder
+(waarvan wij reeds iet zeiden,) langzaamerhand land aanwint; ’t is te
+hoopen dat deeze moejelijke taak van tijd tot tijd voordgezet zal
+worden; en ’t is te berekenen dat het mogelijk is, door dat middel,
+ofschoon niet binnen weinige jaaren, de breede waterplas onder bedwang
+te krijgen, niet alleen, maar zelfs haar gevreesd vermogen zodanig te
+verzwakken dat zij, om zo te spreeken, het hoofd voor den ijver des
+arbeids zal moeten onderhaalen, en het water in vruchtbaar land
+veranderd zal worden, zonder de zwaare onkosten van uitmaalinge.
+
+
+
+
+Geene andere
+
+BIJZONDERHEDEN,
+
+Zijn hier voorhanden, dan op den ringdijk, niet verre van het Bijlemer
+rechthuis, een boerewooning, die in den groote doorbraak van den jaare
+1702, waardoor alles overstroomd, en weggespoeld is, alleen is blijven
+staan; en in die woning nog een teken aan één der wanden van dezelve,
+aanwijzende hoe hoog het water, bij gelegenheid van die doorbraak,
+gestaan heeft.
+
+
+
+Onze artijkels reisgelegenheden of logementen hier niet te passe
+komende, kunnen wij onze beschrijving van de Bijlemermeir sluiten.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE GAASP.
+
+
+In onze voorgaande beschrijving van Weesper-kerspel in ’t algemeen,
+tekenden wij reeds aan, dat hetzelve verdeeld wordt in vier Stokken,
+(zie aldaar bladz. 1:) de eerste dier Stokken, de Bijlemer, (alléén
+eene rechtbank hebbende,) is door ons reeds beschreven, thans moeten
+wij onze navorschingen en medegedeelde berichten, nopens de overige
+drie stokken, (zamen tot een rechtbank behoorende,) en die zo veele
+polders zijn, nog aantekenen, en wel eerst die van de polder de Gaasp,
+boven gemeld.
+
+
+
+
+Wat betreft deszelfs
+
+LIGGING.
+
+Deeze kan eenvoudiglijk bepaald worden te zijn ten westen van de stad
+Weesp, langs een’ stroom, denzelfden naam voerende: de ligging der
+polder over het algemeen is zeer aangenaam, en volstrekt geheel
+landlijk, als zijnde maar weinig bebouwd.
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+Deeze polder waarvan wij thans spreeken ontleend haren naam van den
+gezegden stroom, (de Gaasp;) doch bij wat gelegenheid de stroom zelf
+dien naam gekregen heeft, hebben wij nergens kunnen ontdekken—men vindt
+hem ook den Gaasop genoemd.
+
+
+
+
+De afzonderlijke
+
+GROOTTE
+
+Van den grond, in den eigenlijken omvang van de Gaasp, staat op de
+quohieren der verpondingen over Weesper-kerspel in ’t algemeen niet
+aangetekend; gelijk ons dan ook niet bericht is hoe veel huizen in
+deeze polder gevonden worden: behalven die woningen, liggen er in Gaasp
+nog eenige buitenplaatsen, die echter van weinige betekenis zijn: de
+eenige voornaame is die welke met den naam van Reigersbroek pronkt;
+zijnde deeze de naam van een lusthuis met zijn ongemeen ver uitgestrekt
+bosch daarbij, ’t welk de Heeren van Amstel, in hunnen tijd, in deezen
+oord hadden, waarop zij hunne Officieren onder de benaaming van
+Meesters, of Bewaarders van den Reigerbossche stelden; men wil dat dit
+huis en bosch in den grooten watervloed van 1421 verzwolgen zouden
+weezen, ter staavinge van het welk zij, onder anderen, de boomen die
+jaarlijks in den ruimen omtrek van dit oord nog opgegraven worden,
+bijbrengen.
+
+Het gezegde getal van huizen in de Gaasp, zoude men echter nog drie
+hooger kunnen stellen, indien men daaronder betrokke de drie
+watermolens, in de polder voorhanden zijnde om het overtollige water
+uittemaalen: thans echter zijn dezelven van geenen dienst, alzo de
+landlieden aldaar zig onderwerpelijk moeten getroosten dat het
+polderwater tot eene gevaarlijke en werkelijk nadeelige hoogte rijze,
+vermids de molenaars van gezegde watermolens, bevel ontvangen hebben,
+volstrekt niet te maalen, tot nader order; men kan naamlijk goedvinden
+de binnenwateren door ze bovenmaatig te doen zwellen, gereed te houden
+tot het aanstellen van bejammerenswaardige inundatiën, daartoe
+aangemoedigd door de aannaadering van het magtige Fransche volk—’t is
+echter zeer te vreezen.... maar wij mogen niet vreezen, naamlijk niet
+in ’t openbaar; ’s Lands vaderen, hartlijk begaan met den toestand
+hunner onderhoorigen, begeeren, hoogst edelmoedig, het pijnlijke der
+vreeze voor zig alleen te houden, en vorderen niets anders dan eene
+stille, eene, in zekere opzichten, zorgelooze onderwerping.
+
+Het wapen van de Gaasp, kan gezegd worden dat van Weesper-Kerspel te
+weezen, gelijk zulks ook omtrent de overige stokken van dat Kerspel
+plaats heeft.
+
+Kerklijke of wereldlijke gebouwen zijn hier geheel niet voorhanden,
+derhalven kunnen wij vervolgends ook onder ons artijkel, kerklijke
+regeering niets brengen: zie wegens de weezen en armen het artijkel
+regeering in onze beschrijving van Weesper-Kerspel in ’t algemeen, de
+bewooners moeten voords te Abcoude of te Weesp ter kerke gaan: zie
+omtrent het schoolgaan onder onze beschrijving van ’t Gein—wat voords
+de wereldlijke regeering betreft, van deeze is reeds onder onze gemelde
+algemeene beschrijving van Weesper-kerspel gesproken.
+
+
+
+
+De
+
+BEZIGHEDEN
+
+Van de weinige lieden die bepaaldlijk kunnen gezegd worden de Gaasp te
+bewoonen, bestaan alleen in de melkerij, geene der aldaar voorhanden
+zijnde landen worden bebouwd.
+
+
+
+
+GESCHIEDENISSEN.
+
+Onder dit artijkel van ons algemeen plan, zouden wij, wat de Gaasp
+betreft, even als van eenige andere voorgaande iet aantetekenen hebben,
+ware het niet dat het deeze polder ook geheugde hoe in onze nog plaats
+hebbende, en zelfs hand over hand toeneemende, onlusten, meest al
+geboren uit eene zucht voor de Vrijheid, die bij de waare en braave
+Nederlanders, welken van den loflijken aart hunner voorvaderen niet
+ontaart zijn, (en waaronder gerustlijk alle de bewooners van de Gaasp
+betrokken mogen worden,) volstrekt onverwinnelijk is; ware het niet,
+zeggen wij, dat deeze polder ook de baldaadigheid, of liever wreede
+woestheid van den Pruissischen Soldaat hadde moeten bezuuren: bij de
+overstrooming van een aanzienlijk gedeelte van onzen vrijen grond door
+de bedoelde Vorstlijke benden, waarvoor de Vaderlandsche burgerhelden
+hebben moeten goedvinden te wijken, ontvingen die van de Gaasp ook hun
+aandeel van dezelve ter inquartieringe, en hebben er niet weinig
+overlast van geleden, zonder naderhand eenige schadevergoeding ja zelfs
+zonder het geaccordeerde teergeld in zijn geheel ontvangen te hebben,
+zo dat zij vrij mogen zeggen:
+
+
+ Soldaat zij vijand of zij vrind,
+ Hij neemt wat hij kan krijgen,
+ Doet door geweld den klaager zwijgen,
+ Hij is zijn welvaart moê, die zulk een gast bemint.
+
+
+Hoe zeer de Pruissen zig verstouten op lauren, in deeze zonderlinge
+expeditie bevochten, te roemen, is het echter onwederspreekelijk waar,
+dat zij dapperen tegenstand gevonden hebben; zij ontmoetten mannen van
+moed, zodanig als zij nog nimmer ontmoet hadden: zo geheugt ons gehoord
+te hebben, hoe elders een detachement cavallerij van de Hollanders, ter
+recognosseering uitgezonden, een detachement Pruissen, ook paardevolk,
+ten gemoete kwam: één van deezen, de Hollanders, op vertellingjens,
+verachtende, reedt uit het gelid, hun al tartende tegen; hier op
+verzocht één der Hollanderen verlof om deezen snorker het hoofd te
+mogen gaan bieden; hij kreeg verlof en gaf zijn paard de spooren;
+welhaast geraakten partijen aan den dans, met dat gevolg, dat het paard
+van den Hollander doodgeschoten werd; de ruiter sprong, in den val van
+’t paard, in een nabuurige sloot, en daarin staande, vattede hij den
+karabijn, en schoot den Pruis van het paard, waarna hij uit den sloot
+kwam, op het vijandlijk paard steeg, en in triumph in zijn gelid
+wederkeerde——zeker, zulke dappere daaden, verdienen bij gelegenheden
+vereeuwigd te worden.
+
+Bijzonderheden zijn in deeze polder niet aanwezig, gelijk er ook geene
+reisgelegenheden, of herbergen, veel min logementen, voorhanden zijn:
+aan het eind van de Bijlemer, of begin van de Gaasp, ligt de aangenaame
+herberg, Gaasperzicht, waarvan wij onder de Bijlemer reeds gesproken
+hebben.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET GEIN.
+
+
+De
+
+LIGGING
+
+Van deezen anderen stok van Weesper-kerspel kan zekerlijk niet genoeg
+geroemd worden, en een onzer voorhanden zijnde schrijvers zegt des veel
+te weinig wanneer hij het Gein, (of, gelijk men ook wel schrijft, Gein,
+of Gijn,) bekoorlijk noemt, en daar bijvoegt, „Dit is zekerlijk één van
+de aangenaamste wegen, die men vinden kan; buitenplaats aan
+buitenplaats; de eene schooner dan de andere; en ’t geen er mij zeer
+voldoet, de weg is zo geheel somber, zo stil, des de ligging der
+plaatsen zo geschikt voor gevoelige zielen.”—Het Gein is een
+verrukkelijk paradijs, dat men in oogenschouw moet neemen om van
+deszelfs bekoorelijke ligging een denkbeeld te kunnen vormen, gelijk
+het dan ook voor een goed gedeelte van het jaar duizenden lieden uit
+den omtrek, voornaamlijk Amsteldammers, Weespers, en Abcoudenaars tot
+zig lokt, om onder deszelfs lommerig geboomte een uurtjen van
+uitspanning doortebrengen.
+
+De eigenlijke ligging kan gezegd worden te zijn ten zuidwesten van de
+rivier welke dien naam draagt, en de stad Weesp, op den afstand van een
+half uur gaans; strekkende het Gein voords tot aan het rechtsgebied van
+Abcoude.
+
+
+
+
+Wat de
+
+NAAMSOORSPRONG
+
+Betreft, deezen moet gezocht worden in den naam van gezegde rivier,
+(het Gein,) die het district zo ongemeen veraangenaamt; voords vindt
+men weder nergens eenig verslag van de gelegenheid bij welke die rivier
+den naam van Gein bekomen heeft.
+
+
+
+
+De
+
+GROOTTE
+
+Of uitgebreidheid van den grond betreffende kan ook niet afzonderlijk
+opgegeven worden; het getal der huizen, (de fraaje hofsteden daaronder
+betrokken,) die eigenlijk kunnen gezegd worden in de polder het Gein
+gelegen te wezen, is niet groot.
+
+Het wapen is dat van het geheele Kerspel.
+
+
+
+
+KERKLIJKE GEBOUWEN
+
+Zijn hier weder niet voorhanden; de ingezetenen (waaronder
+Gereformeerden, Lutherschen, en Roomschen gevonden worden,) moeten te
+Weesp of Abcoude ter kerk gaan: evenwel kan men onder dit artijkel
+brengen het School: ’t welk in deeze polder, nabij de Geinbrug gevonden
+wordt, en vrij aanzienlijk is: het is een Buurt-school; (om ’t deezen
+naam eens toetekennen,) dat op een tractement van ƒ 150 ’s jaars
+begeven wordt, voor welk tractement de Meester de Weezen en kinderen
+van arme ingezetenen voor niet in zijne school moet ontvangen, (doch
+men verzekert dat er sedert jaaren herwaards zulke kinderen niet
+geweest zijn,) terwijl de ouders der overige kinderen hem een zeker
+leergeld moeten betaalen: dit inkomen (dikwijls van meer dan 70
+kinderen,) gevoegd bij het geen deeze man verdient met het lesgeeven
+aan de kinderen dier Grooten, welken den zomer in het Gein op hunne
+buitenplaatsen doorbrengen, verschaft hem een zeer goed bestaan—de
+kinderen uit de Gaasp gaan ook hier ter school.
+
+Wereldlijke gebouwen zijn hier weder niet voorhanden, en wegens de
+wereldlijke regeering zie men onder dat artijkel onzer voorgaande
+algemeene beschrijving van Weesper-kerspel.
+
+
+
+
+De
+
+BEZIGHEDEN
+
+Der bewooneren van het Gein bestaan voornaamlijk in de melkerij, geene
+der aldaar voorhanden zijnde landerijen wordt bebouwd, voords woonen
+er, bij gelegenheid van de meergemelde Hofsteden, eenige tuinlieden;
+ook vindt men er verscheidene van die ambachtslieden, wier
+verrichtingen in de burgerlijke zamenleeving onontbeerelijk zijn, als
+Timmerlieden, Schoenmaakers, Kleeremaakers, en dergelijken: er is ook
+een Chirurgijn.
+
+
+
+
+Van de
+
+GESCHIEDENISSEN
+
+Van het Gein, zij hetzelfde gezegd als van die van de Gaasp
+voorbeschreven: onder de inwooneren zijn veele Staats- of
+Vaderlands-gezinden, welke van de Pruissen in 1787 grouwzaam veel
+hebben moeten lijden; zelfs de vrouwen, die deezen volgden, hebben zig
+in dien omtrek zonderling onderscheiden, in het wegneemen van de
+kleederen haarer sexe, die zij voor de hand vonden; vooral hebben deze
+rustherstellers aan de fraaje buitenplaatsen groote schade
+toegebragt—men verhaalt, dat die van de Stadhouderlijke partij, welken
+in het Gein gevonden worden, bij het aannaderen der Pruissen, hunne
+beste goederen zamengebragt hadden, op eene der aldaar gelegene
+buitenplaatsen, wier eigenaar voor een ijverig Stadhoudersgezinden
+bekend was; zig om die reden verzekerende dat gezegde hunne goederen
+aldaar wel veilig zouden weezen; doch toen de Pruissen er zig bevonden,
+en hunne gewoone bezigheden ter hand namen, ondervond men tot ongemeen
+groot harteleed, dat zij niet vooraf onderzochten tegen wie, of vóór
+wie der bewooneren zij eigenlijk opgezonden waren, nemaar dat zij,
+zonder eenzijdigheid, aanvielen op alles wat hun voor de hand kwam;
+want onder anderen werd de bedoelde buitenplaats door hen geheel
+uitgeplonderd, waarbij zij derhalven verscheidene vliegen in één klap
+medenamen.
+
+Men verhaalt, dat de Pruissen eenen bijzonderen haat tegen de
+Geinbewooners betoonden te hebben, ter oorzaake dat, op donderdag den
+20 September, drie dagen voor hunnen aanval op Weesp, zekeren Huisman,
+met naame Hendrik de Ruiter, door twee van Abcoude komende Pruissische
+Officieren, op eene listige wijze, naar de sterkte dier stad aan de
+voor hun liggende zijde gevraagd zijnde, verzekerd had, dat er, voor zo
+verre hij wist, aan dien kant geen geschut lag (zijnde hetzelve er
+eerst op vrijdag den 21 gebragt,): toen zij nu des zondags den 23 op
+Weesp aantrokken, deeden zij daadlijk onderzoek naar zijn wooning, en
+noodzaakten hem in den nacht hen den weg te wijzen; ’t welk hij tot aan
+de Geinbrug toe deed: dan, in hunne verwachting bedrogen zijnde,
+dreigden zij, bij hunne retraite, diens huismans wooning in de brand te
+steeken, en sleepten hem den daaraan volgenden avond, onder een
+aanhoudend slaan en stooten, naar het Hoofdquartier aan de
+Nichtervechter Kade, alwaar weldra zijn vonnis wierd opgemaakt, daarin
+bestaande, dat men hem, zonder forme van proces, aan een’ boom zoude
+ophangen, ten spiegel van anderen, die mogelijk in hunnen overmoed
+zouden durven besluiten, zijn voetspoor in het misleiden van
+krijgslieden, die als vrienden in hun Land kwamen, te volgen: evenwel
+heeft men deezen Huisman, op zijn eigen verdediging, en de getuigenis
+van zijne buuren, dat hij zig nimmer met eenige Staatkundige geschillen
+bemoeid had, en voor een eerlijk man bij hen bekend stond, ontslagen,
+onder die voorwaarde, dat hij, het tegendeel bevonden wordende, weder
+naar den commandeerenden Officier zou gevoerd worden, en het bedreigde
+vonnis zou moeten ondergaan.
+
+
+
+
+Onder ons artijkel
+
+BIJZONDERHEDEN,
+
+Kunnen wij, voor het Gein, brengen de meergemelde aanzienlijke
+Hofsteden, allen, bij gelegenheid, der bezichtiginge overwaardig: de
+voornaamsten zijn die van
+
+
+ den Heere Lepeltak.
+ ———— Elias, Burgemeester te Amsterdam.
+ ———— Boers,
+ ———— Asschenberg.
+ ———— Abcouw.
+ Mevrouw Walland.
+ den Heere Mendes da Costa.
+ ———— Meints.
+ ———— Verryn, en die van
+ ———— De Clercq.
+
+
+
+
+De
+
+REISGELEGENHEDEN
+
+Zijn deezen: men kan met de Weesper schuit naar Weesp, of naar
+Amsteldam; aan de Geinbrug kan men er uitstappen; er vaart ook een
+schuit van Weesper-kerspel, op Amsteldam; behalven de gewoone beurt, in
+de week, vaart zij ook des zomers, op zondag avond, omtrent ten half
+zeven uuren van de Geinbrug af: de Schippersplaats daarvan, wordt bij
+vacature door den Gerechte begeeven.
+
+
+
+
+De
+
+HERBERGEN,
+
+Die in ’t Gein gevonden worden, zijn
+
+ De Vijfhoek, en
+ ’s Lands Welvaaren
+
+Van veelen wordt de eerstgemelde herberg, het rechthuis genoemd, schoon
+zij zulks in geenen deele zij; alleenlijk heeft zij dien naam
+verkregen, om dat voor de puie van dezelve gemeenlijk alle
+waarschouwingen en ordonnantien van Poldermeesteren, en dergelijke
+openbaare aankondigingen aangeplakt worden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+OVERVECHT.
+
+
+De
+
+LIGGING
+
+Van deeze polder, is ten oosten van de Stad Weesp, en ten noord-oosten
+van de aangenaame rivier de Vecht, niet onaartig door de zoetzingende
+Willink, de eigenschap van blank toegekend; daar hij zegt:
+
+
+ Nu vloeit de blanke vecht in vreê,
+ En schuurt met haare zoete dreeven,
+ De Muiderschutsluis door in zee,
+ Om met het pekelnat te paaren;
+ Nu bruischt zij langs dat luchtig oord,
+ Daar zij op net beschaafde zangen,
+ En zuiver heldendicht bekoord,
+ Blijft aan des Drossaarts maatklank hangen,
+ In twijfel of zij stil zal staan,
+ Of op die toonen verder gaan.
+
+
+Deeze aangenaame rivier stroomt, beoosten Utrecht, uit den Rhijn
+noordwaards aan voorbij Zuilen, Maarssen, Breukelen, Loenen, Vreeland,
+Nichtevecht, Weesp, en een aanzienlijk aantal vorstlijke landhoven, en
+lustpaleizen, tot daar zij, door Muiden in zee stort.
+
+Niet weinig wordt het gezicht van deeze schoone rivier veraangenaamd,
+als het oog er de prachtige zwaanen, met haare schitterend witte
+vederen [20], in ontmoet.
+
+
+
+
+Wegens deszelfs
+
+NAAMSOORSPRONG
+
+Behoeft verder niets gezegd te worden, alzo de betekenis van den naam
+deszelfs oorsprong aanwijst: de polder Overvecht, ligt naamlijk over de
+rivier Vecht, voornoemd.
+
+De grootte van den grond der polder is weder onder de grootte van
+geheel Weesper-kerspel betrokken.
+
+Voords behoeft van dezelve niets meer gezegd te worden, alzo zij geheel
+niet bewoond wordt.
+
+Onder de polder Overvecht, behoort ook die welke den naam draagt van
+
+
+
+
+UITERMEER.
+
+Waarvan mede niets, de verschillende artijkelen van ons plan
+betreffende, kan gezegd worden, voornaamlijk om dat dezelve ook
+onbewoond ligt, bestaande geheel de polder alleenlijk uit landerijen,
+die voor den hooibouw en de melkerij gebruikt worden; alleenlijk is aan
+het nabygelegen tolhek, geplaatst tusschen Weesp en de schans, (van
+welke straks nader,) een aangenaame en aanzienlijke herberg, die tevens
+eene uitspanning is.
+
+De weg van Weesp, naar Uitermeer, of wel naar de straks te beschrijvene
+Uitermeersche schans, loopt langs den bevalligen Vechtstroom, en is
+ongemeen aangenaam, gelijk hij ook zeer wèl onderhouden wordt; ter
+wederzijde is dezelve begroeid, en ter linkerzijde meest al beplant met
+een dubbelde rij willige boomen; hier en daar, wordt aan die zelfde
+zijde het oog vergast op het gezicht van verrukkelijk schoone
+buitenplaatsen met hunne bevallige wooningen, en coupels meestal aan
+den weg gelegen; dit gezicht wordt afgewisseld door aangenaame
+weilanden, en op andere plaatsen door wèl onderhoudene en vlak
+geschorene, meer en minder hoog opgaande groene heggen: ter andere
+zijde wordt het gehoor der wandelaars gestreeld door het kabbelen der
+zilveren Vecht, waarin niet zelden veele zeilende vrachtschuiten het
+aangenaamste gezicht opleveren, of is dat gezicht, bij gebrek aan
+genoegzaamen wind, minder aangenaam, dan wordt dat verlies den
+wandelaar weder vergoed door het vrolijk gezang van de jaagers, die de
+gezegde kielen over den rug van den onbewogenen stroom heen sleepen:
+aan de boord der Vecht vindt men ook hier en daar voor de
+buitenplaatsen aangenaame met groen begroeide stijgertjens, die, vooral
+als er gezelschap in is, mede eene behaagelijke vertooning maaken.
+
+Wij moeten voords hier nog aantekenen, dat onder de polder Uitermeer
+gelegen is de bovengenoemde bekende
+
+
+
+
+UITERMEERSCHE SCHANS.
+
+Waarvan wij, in navolging, deeze beknopte beschrijving kunnen geeven:
+„de Uitermeersche Schans dekt een sluis aan de Vecht, door welke het
+omliggende land beoosten de Vecht, voornoemd, onder water gezet kan
+worden—volgends het jaartal, ’t welk aan deeze sluis gezien wordt,
+schijnt zij in den jaare 1637 gebouwd; maar is, om het merkelijk
+verval, in den jaare 1747 vernieuwd: de schans is op den zelfden tijd
+veel verbeterd: aan de landzijde of den oostkant heeft zij een
+contrescharp, en breede graft; langs deeze graft loopt de rijweg naar
+Ankeveen en ’s Graveland: over de graft ligt een brug, over welke men
+in de schans gaat: alle vaartuigen, die uit de Vecht naar Gooiland
+vaaren, moeten door deeze sluis en schans heenen een zeker schutgeld
+betaalen.”
+
+De des kundigen houden de Uitermeersche schans (die thans door eenige
+invaliden bewaakt wordt,) voor ongemeen sterk, en waarvan derhalven in
+tijden van oorlog veel verwacht zoude kunnen worden, zo dezelve naar
+behooren verdedigd wierd: op dien voet stelde men er in onze
+jongstledene beroerten, waarin wij door de Pruissen aangevallen werden,
+ook groot vertrouwen op, wel weetende, dat het den vijand vrij wat
+zoude kosten, wilde hij die sterkte vermeesteren; dan ach! ook in dat
+vertrouwen heeft men zig te lijdig bedrogen; wel was de schans door
+militairen bezet, en met geschut voorzien; dan, op hoog bevel moesten
+zij dezelve verlaaten; ten minsten zijn de Pruisische Ruiters zonder
+slag of stoot de brug opgereden, en hebben dus het fort ingenomen.
+
+
+
+
+Voegelijk kunnen wij hier nog een woord zeggen van
+
+DE OVERMEERSCHE SCHANS,
+
+Gelegen aan den Hinderdam, aan de westzijde van de Vecht, ruim een uur
+gaans van de stad Weesp: deeze ligt op een eilandjen, in het midden van
+de aangenaame Vecht meergemeld, zo dat men er rondsom kan heenvaaren:
+zij is in of omtrent den jaare 1747, ongemeen veel verbeterd—„In een
+kaart van 1619,” leezen wij, „wordt hier een dam getekend, die dwars
+door de Vecht lag, en met sluizen voorzien was: in deeze kaart vindt
+men geene sluizen te Muiden, zo dat men hier het water van de Vecht
+schijnt te hebben afgeschut; waaromtrent het maaken van de
+Uitermeersche sluis verandering schijnt ten wege gebragt te hebben.”
+
+Tusschen de Uitermeersche Schans, en den Hinderdam, stond weleer het
+Huis ten Bosch, zijnde eene oude Ridder-Hofstede, aan den Huize van
+Ysselstein toebehoorende; doch wij kunnen zulks echter als geene
+bijzonderheid van deezen omtrek opgeeven, om dat er thans volstrekt
+niets meer van dat Huis voorhanden is: in den oorlog tusschen Hertog
+Filips van Bourgondiën, en den Bisschop van Utrecht, werd dit
+aanzienlijke Huis door het krijgsvolk van den Hertog geheel verwoest:
+evenwel schijnt men het daarna weder opgebouwd te hebben, aangezien men
+aangetekend vindt, dat de Franschen, in den oorlog van den jaare 1672
+en 1673, hetzelve andermaal geheel hebben vernield.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET DORP OUD-LOOSDRECHT.
+
+
+ OUD-LOOSDRECHT is ’t, dat de oogen streelt,
+ Door schoon geboomt en vette weiden,
+ Door uitzicht op bebouwde heiden,
+ Maar meest door dat het steeds in diepe vrede deelt.
+
+
+Oud- en Nieuw-Loosdrecht, en Mijnden, behooren onder eene zelfde
+Bailluagie, niettegenstaande zij, wat de Ambachtsheerelijkheid betreft,
+in onderscheidene Gerechten verdeeld zijn.
+
+Oud- en Nieuw-Loosdrecht, zijn beiden eigenlijk slechts ééne
+Heerelijkheid, maar twee Parochiën, met twee kerken, eene oude, en eene
+nieuwe: echter zullen wij, in onze beschrijving, ingevolge de
+doorgaands plaatshebbende gewoonte, van de twee deelen dier
+Heerelijkheid als van twee dorpen spreeken, en ze Oud- en
+Nieuw-Loosdrecht noemen.
+
+Niettegenstaande de beide Loosdrechten, (maar vooral Nieuw-Loosdrecht,)
+niet kunnen gezegd worden te bloejen, behoeven zij echter in wezenlijke
+middelen van bestaan nog niet voor andere dorpen van Gooiland, alhoewel
+die bloejende zijn, onder te doen; maar vooral dingen zij naar den
+prijs in de aangenaamheid van
+
+
+
+
+LIGGING,
+
+Kunnende met recht gezegd worden dat zij zig voor den wandelaar als een
+aardsch paradijs opdoen; waar hij de oogen ook heen sla, overal lacht
+het aangenaamste groen hem toe: de dorpen zijn indedaad eene ter
+wederzijde met huizen, of boerenwooningen bebouwde allée van
+wilgenboomen, van de belendene landen, door smalle en heldere
+wegslooten afgescheiden, zijnde meestal den zoom der gezegde landen ter
+rechterhand, mede met een rij zulke boomen beplant, waardoor men
+derhalven van die zijde bestendig eene dubbele rij boomen heeft; de
+bewoonde erven aan wederzijden liggen mede meest allen in ’t groen
+geboomte, en hebben hunne moes- en bloem-tuinen: nabij de kerken, zijn
+de getimmertens wel het meeste in behoorelijke orde; daar geen
+wooningen staan, wordt het oog verrukt door de heerelijkste weilanden,
+of de aangenaamste bebouwde akkers; ziet men ter linker zijde, (van
+Loenen af gerekend,) verder heen, dan wordt men gestreeld, door het
+gezicht van de bebouwde Gooische heide, (aangenaamst als de boekweit
+bloeit, of het goudgeel graan op de bevalligste wijze golft;) vooral
+aan dien kant alwaar men op Hilversum en deszelfs bebouwde omtrek ziet:
+het jagthuis van den Heere Van Loon, waarvan wij in onze beschrijving
+van ’t gezegde dorp, (zie bladz. 15) gesproken hebben, maakt, van hier
+gezien, ook eene aangenaame vertooning: in de Oude Loosdrecht, doch
+eigenlijk niet algemeen in het dorp, maar meest op den zogenaamden
+Veendijk, zijnde eene waterkeering, ziet men ter eene zijde niet dan
+uitgeveende plassen, en overal stapels gedekte turf, terwijl aan den
+anderen kant, eene lange rij meer en min gevulde turfschuuren staat; om
+welke reden men ook aldaar met geen brandende tabakspijp voorbij mag
+gaan, op de boete van drie guldens: deeze schuuren bevatten dikwijls
+een capitaal van veele duizenden: in dit gedeelte van Oud-Loosdrecht
+wordt de aandacht van den wandelaar, zo hij zijne wandeling niet op
+een’ zondag doet, bezig gehouden met het baggeren, of verder bereiden
+van de turf, aan den eenen kant; en aan den anderen met het inbrengen
+of uithaalen van dezelve in of uit de schuuren; met één woord niemand
+zal ’t zig beklaagen de beide Loosdrechten een bezoek gegeven te
+hebben.
+
+Men verzekert dat zij van den dom te Utrecht af gezien, zig als een
+digte, langwerpige bosschaadje vertoon.
+
+Oud-Loosdrecht ligt voords ten noorden aan Kortenhoef (in de Provincie
+Utrecht) en meer oostwaards aan ’s Graaveland, (in de Provincie
+Holland;) ten oosten heeft het, langs een kromme bogt, het gerecht van
+Hilversum, tot aan Tienhoven, en Breukelenveen; ten oosten paalt de
+Oude Loosdrecht, met Loenderveen, Oudover en Muieveld [21], aan Loenen,
+vanwaar ze door de Vecht wordt gescheiden: „In deeze strekking”, leest
+men te recht in den Tegenwoordigen Staat van Holland, „maaken de
+Loosdrechten een zeer langwerpigen bogt, die van binnen aan de
+westzijde voor het grootste gedeelte is uitgeveend, zo dat er niet
+anders dan smalle akkers of strooken lands zijn overgelaten, die nog
+jaarlijks uitgeveend worden.”
+
+
+
+
+NAAMSOORSPRONG.
+
+Deeze heeft de Heerelijkheid ontleend aan een watertjen aldaar
+stroomende, en dat den naam van Drecht draagt, (waarschijnelijk dat er
+weleer een overvaart, of veer op geweest is, zie onze beschrijving van
+Dord, enz. art. naamsoorsprong;) dat watertjen loost alhier in de
+hoofdrivier, des is ter deezer plaats de Loozing der drecht,
+(Loosdrecht:) de naamen van Oud en Nieuw, waarmede men gewoon is de
+beide deelen der Heerelijkheid te onderscheiden, zijn ontstaan door het
+aanleggen van een tweede of Nieuwe kerk, gelijk nader zal blijken.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE
+
+De stichting van Loosdrecht, ligt thans geheel in het duister: wat
+aangaat de grootte, in de quohieren der verpondingen van den jaare
+1632, vindt men de beide Loosdrechten begroot op 1807 morgen 300 roeden
+lands, en het getal der huizen op 221; in de quohieren van 1732, vondt
+men er slechts 1507 morgen en 200 roeden voor; doch de huizen worden
+integendeel bepaald op 372; derhalven 151 huizen meer, (zonder den
+korenmolen die er gevonden wordt,) waaruit men zoude mogen opmaaken,
+dat de beide dorpen in den gezegden honderdjaarigen tusschentijd, zeer
+wèl gebloeid moeten hebben: sedert echter is dien bloei merkelijk
+verminderd, en hun aanzien vrij wat vervallen, hoewel in de Nieuwe
+Loosdrecht meer dan in de Oude; (van de eerstgemelde desaangaande nader
+onder onze beschrijving van dezelve:) anderen bepaalen het grondgebied
+op wel 2950 morgen [22], zo land als water, welk water mede in de
+verpondingen moet betaalen, om dat het uitgeveende plassen zijn. In de
+Oude Loosdrecht liggen verscheidene aangenaame buitenplaatsen, waarin
+die het mede van de Nieuwe wint: zie onze beschrijving van dezelve.
+
+Het getal der bewooneren van geheel de Heerelijkheid wordt begroot op
+omtrent 800, die allen van den Gereformeerden Godsdienst zijn, dat
+zekerlijk iet zonderlings is.
+
+
+
+
+Het
+
+WAPEN
+
+Der beide Loosdrechten is vier zwarte en vier zilveren dwarsbalken over
+kruis doorsneden met twee rood- en wit-geruite balken.
+
+
+
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+Dewijl, gelijk wij gezegd hebben, alle de inwooners der Heerelijkheid
+van den Gereformeerden Godsdienst zijn, worden er ook geene andere
+kerken gevonden, dan die van de gezegde gemeente: de Oude kerk, dat is
+de kerk van de Oude Loosdrecht, is een klein gebouw, ofschoon er
+honderden menschen in opkomen; van binnen heeft het, ingevolge deszelfs
+aanleg, even weinig pracht als van buiten; alles intusschen is van
+binnen zeer net; boven ééne der portaalen is eene gallerij voor de
+Weezen, enz.: thans hangt boven die gallerij, een vlag, van talrijke
+voeten vierkant, met een lijst, en in het midden een groote oranjeboom,
+in een groene bak, zodanig als men dezelven gemeenlijk in de Orangeriën
+geplaatst vindt; ter eene en andere zijden van die bak, leest men de
+woorden vivat Oranje! (er zijn ook in Oud-Loosdrecht maar weinige
+lieden, van dezulken die men Patriotten noemt:) ter wederzijde dier
+vlagge hangen nog twee kroonen, gevlogten van kunstbloemen en
+orangeappelen: aan het andere einde der kerke, tegen over de gezegde
+vlag en kroonen, hangt thans nog eene vlag, maar van minder aanzien; er
+is geen orangeboom op gepenseeld; alleenlijk leest men in derzelver
+midden mede, vivat Oranje! Deeze sieraadjen hebben, ten tijde der
+omwending van zaaken in ons Land, in het openbaar gediend.
+
+Wat verder het ruim van deeze kerk betreft, alles is daarin aan het
+oogmerk voldoende; de predikstoel is zeer net zamengesteld, zo ook de
+Regeeringsbanken en verdere mannengestoelten: de bank voor den Heere,
+of de Vrouwe der Heerelijkheid, staat vlak tegen over den predikstoel:
+het ruim is voords naar gewoonte, met vrouwegestoelten bezet: er hangt
+ook, (op de gallerij waarvan boven gesproken is,) een op paneel
+geschilderde lijst van de Predikanten die sedert de reformatie, de
+Oud-Loosdrechtsche Gereformeerde Gemeente bediend hebben: aanmerkelijk
+is het dat de laatste Roomsche Priester ter deezer plaatse ook de
+eerste Gereformeerde Predikant aldaar geweest is: zie nog iet wegens de
+kerken van Loosdrecht met betrekking tot den tijd vóór de Reformatie,
+onder Nieuw-Loosdrecht, ditzelfde art.
+
+Het doophek, en verder al het inwendige der kerke is zeer zindelijk, en
+wordt wèl onderhouden: het ruim wordt door vijf kaars-kroonen verlicht:
+er is geen orgel in.
+
+De vloer van het ruim der kerke gebruikt men nog, ingevolge de oude,
+dat is onverlichte tijden, om er in te begraaven: de gezegde grond is
+zamengesteld uit grafzerken, waaronder wij er echter geene gevonden
+hebben der aandacht waardig.
+
+Buiten om de kerk ligt, naar gewoonte, een kerkhof, dat genoegzaam
+groot is, en vrij net genoemd mag worden; aan een van de hoeken
+deszelven is eene soort van grafkelder, bijna twee voeten boven de
+oppervlakte van den grond verheven, en met een’ zwaaren blaauwen zerk
+gedekt; op dezelve staat geene inscriptie; ook is ’t alleenlijk eene
+grafplaatse, gekozen door iemand die begeerde na zijnen dood in een
+zeer stil oord te liggen: op het zelfde kerkhof is ook één der
+dorpsbrandspuiten geplaatst: vier zijn er in geheel de Heerelijkheid.
+
+De kerktoren die aan het eene einde der kerke eenige voeten hoog,
+vierkant uit het dak rijst, is in den jaare 1783 veel vernieuwd, en bij
+die vernieuwing, in zijn vierkant verkleind; op dat vierkant staat een
+spits, dat met leien gedekt is—in één der zijden van het vierkante
+ondergedeelte van den toren is een wijzerplaat, waarop men het jaartal
+1791 leest, welk getal alleenlijk het jaar aanwijst waarin dezelve is
+opgeschilderd.
+
+Te Oud-Loosdrecht is ook een goed Weeshuis, voor 3 jaaren eerst
+gesticht, en ’t welk tevens voor een Armenhuis verstrekt; dat niet
+alleen, maar er worden ook in opgenomen, geleerd, gekleed en gevoed,
+zulke kinderen, wier ouders onvermogend bevonden worden om hen te
+voeden; indedaad een zeer loflijk gebruik, en voornaame oorzaak dat er,
+hoe min vermogend de bewooners over het algemeen ook zijn, geene
+bedelaars gevonden worden—de arme lieden en kinderen leiden in dit huis
+ondertusschen niet, gelijk op veele aanzienlijke plaatsjens het geval
+is, een lui, geheel werkeloos leven; integendeel, zij worden allen te
+werk gesteld, aan het spinnen van wol; er worden ook netten gebreid, en
+andere bezigheden verricht, zo dat er over het algemeen eene geduurige
+loflijke arbeidzaamheid plaats heeft: alle de voordeelen daarvan komen
+aan het huis.
+
+Het Schoolhuis is een gebouw dat slechts redelijk aan het oogmerk
+beantwoordt.
+
+De Pastorij staat tegen over de kerk, is zeer spatieus, en van goeden
+aanzien; er is geen ruimen hof achter, maar de Predikant heeft achter
+de kerk een groote moestuin, ten zijnen dienste.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+Deezen zijn geene anderen dan het Rechthuis, dat voor beiden de dorpen
+dient, en gebouwd is op derzelver kerklijke scheiding: ’t is mede in
+alle deelen aan het oogmerk beantwoordende, doch heeft niets bijzonders
+der beschrijvinge of bezichtiginge waardig: daarin echter is het van de
+rechthuizen op veele Nederlandsche dorpen onderscheiden, dat het niet
+tevens een herberg is; er mag ook, volgends ordonnantie van de Staaten,
+niet in getapt worden, zelfs niet aan de Regeering der dorpen.
+
+Op eenige voeten afstands van het huis, aan de overzijde van den weg,
+staat een kaak, geplaatst in het midden van een cirkel-rond en van
+gebakken steen gemetzelde voet, ten minsten vier voeten hoog boven den
+grond, en wel zes voeten diameters; maakende des rondsom den paal eene
+soort van rond steenen schavot: in gevalle van rechtsoefening, wordt
+voor het Rechthuis een schavot opgericht.
+
+
+
+
+KERKLIJKE REGEERING.
+
+Deeze bestaat uit den Predikant, (de verkiezing van welken staat aan
+den Heere of de Vrouwe in der tijd, zonder eenige voorafgaande
+nomminatie,) zijnde thans de Wel-Eerwaarde Heer Huibert van den
+Bijlaardt, behoorende onder de Classis van Amsteldam; voords uit twee
+Ouderlingen en twee Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en één
+Diacon afgaat, die door anderen vervangen worden, staande de verkiezing
+derzelven aan den kerkenraad.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE REGEERING.
+
+Loosdrecht heeft in alles eigen recht, crimineel en civiel, zo wel van
+pleidoojen als halsrecht.
+
+Het hooge rechtsgebied over dit, als het andere deel van het
+Bailluwschap, zo als wij die deelen, bladz. 1 opgegeven hebben, wordt
+geoefend door den Bailluw, zijnde thans de Wel-Ed. Gestrenge Heer, Mr.
+Johannes Petrus Thierens, die aangesteld wordt door zijne Doorl. Hoogh.
+den Stadhouder, uit de nominatie van een drietal, door de Staaten van
+Holland en Westfriesland gemaakt: hij zit te recht met de
+dorpschepenen: voorheen had de Bailluw de vrijheid om voor zig
+afzonderlijke schepenen crimineel te benoemen en in den eed te neemen;
+doch daarover een proces ontstaan zijnde, is hij, in gevolge de
+uitspraak op dat proces, voor omtrent zes jaaren gedaan, verpligt, de
+dorpschepenen in der tijd, ook voor het crimineele in den eed te
+neemen: hij wordt in zijnen aanstellings-brief ook genoemd Bailluw van
+Loenen Holland, met welken naam men gewoon is Loenen
+Kroonenburgs-gerecht te benoemen—uit aanmerking van dien tijtel, „is
+voormaals,” leezen wij, „aan de zijde van den Bailluw van de
+Loosdrechten, begreepen dat hem het oefenen van jurisdictie, op het
+grondgebied van Loenen Kroonenburgs-gerecht toekwam, waarover weleer,
+tegen den Heere van Kroonenburg of deszelfs Bailluw, proces is
+aangevangen, doch sedert geruimen tijd niet vervolgd geworden, zo dat
+de Bailluw van Loenen Kroonenburgs-gerecht, in de bezitting van dat
+recht is gebleven:” in gevolge het werkelijk hangen van ’t gemelde
+proces gaat de Bailluw, voor de Loosdrechten verkozen zijnde, ook nog
+naar Loenen Kroonenburgs-gerecht om zig aldaar in zijne waardigheid van
+Bailluw te doen erkennen; doch wordt als dan geweigerd.
+
+De beide Loosdrechten en Mijnden, schijnen gemeenlijk als eene enkelde
+Ambachtsheerelijkheid aangemerkt te worden, doch zij zijn het niet,
+ieder is in de daad eene afzonderlijke Ambachtsheerelijkheid,
+niettegenstaande zij sedert lang, als onverdeeld, een zelfden Schout en
+Secretaris hebben; dit echter staat ter keuze van den Ambachtsheere of
+Vrouwe, (thans Vrouwe S. M. van de Poll, Douariere, wijlen den Wel-Ed.
+Gestrengen Heere Mr. Z. H. Alewijn van Mijnden, in leven President
+Schepen en Raad in de Vroedschap der stad Amsteldam,) die ook Mijnden
+een anderen Schout en Secretaris kan geeven; vermits de aanstelling aan
+dezelve staat, zo wel als van Schout en Secretaris van Loosdrecht.
+
+In het civile, wordt Loosdrecht in ’t gemeen beheerscht door den
+Ambachtsheere of Vrouwe in der tijd, met zeven Schepenen, naamlijk drie
+uit Oud-, drie uit Nieuw-Loosdrecht, en één uit Muieveld, of uit
+Oudover: deezen worden aangesteld, zonder eenige voorafgegane
+nominatie, door den Heer of Vrouwe; aan wien het ook staat om dezelven
+naar goedvinden wegens getal of tijd te doen afgaan of aanblijven;
+derhalven is er, Schepenen betreffende, geen bepaalde tijd van
+verandering.
+
+Voords zijn er twee Weesmeesters, die tevens Armmeesters zijn, en niet
+jaarlijks afgaan: zij hebben almede hunne aanstelling van den
+Ambachtsheer of Vrouwe; die ook de aanstelling heeft van de
+Schoolmeesters, in de beide Loosdrechten: deezen zijn tevens Kosters,
+Voorzangers en Doodgraavers.
+
+De Schepensbank wordt bediend door één’ boden: ook hebben Bailluw en
+Schout zamen één’ diender, die mede door den Ambachtsheer of Vrouwe
+aangesteld wordt.
+
+
+
+
+Onder de
+
+VOORRECHTEN
+
+Van Loosdrecht kan men tellen, dat het, behalven de algemeene
+voorrechten van Gooiland, halsrecht heeft, gelijk er dan ook een
+buitengalg gevonden wordt.
+
+Een voorrecht van den Ambachtsheer is dat hij preferent is in het in
+huur neemen van het Rechthuis, (thans bewoond door den diender;)
+hetzelve is een dorpgebouw, waarvan de huurpenningen derhalven in ’s
+Dorps casse komen.
+
+Nog heeft de Ambachtsheer korentiendens, en tienden van de aardappelen
+die aldaar gewonnen worden.
+
+
+
+
+BEZIGHEDEN.
+
+Voor eenige jaaren was in de Oude Loosdrecht eene vrij aanzienlijke
+porcelein-bakkerij, doch dezelve is van daar naar den Amstel verplaatst
+geworden; waardoor het dorp niet weinig heeft verloren.
+
+Er worden eene en andere handwerken, in de zamenleeving onontbeerelijk,
+geoefend; doch de hoofdbezigheid der bewooneren van dit gedeelte der
+Heerelijkheid, is het baggeren van turf, en vermits, zo wel het
+baggeren zelf, als het af- en aan-voeren van de turf, veele schepen en
+schuiten benoodigd maakt, houdt zulks op het dorp ook het
+scheepmaakers-handwerk aan den gang.
+
+Voor iedere morgen gronds die in de Loosdrechten uitgebaggerd zal
+worden, moet de aanneemer ƒ 300 guldens geeven, (inleggen, zegt men
+aldaar;) voor dat geld wordt een Obligatie gekocht, en uit de
+interessen van deeze, betaalt de Heer of Vrouwe in der tijd zig de
+bepaalde verponding: het geen er overschiet wordt den aanneemer ter
+hand gesteld—Onder Loenerveen is dat inleggeld ƒ 400, om dat aldaar uit
+de interessen ook nog het molengeld betaald moet worden.
+
+Er zijn in Oud-Loosdrecht ook veele visschers die hun sober bestaan in
+de uitgeveende plassen vinden—anderen, echter niet zeer veelen, leeven
+van den landbouw, van het rietgewas, of de melkerij; dit heeft nog
+meest plaats aan het Leeg-eind des dorps, zo als de Loosdrechters het
+noemen, en dat dien naam draagt, om dat het aan geen van beide zijden
+huizen, maar alleenlijk weilanden heeft.
+
+
+
+
+GESCHIEDENIS
+
+Van Oud-Loosdrecht, vereischt geene breede plaats: in het jaar 1672,
+(dat verschrikkelijke jaar voor geheel Nederland,) had het door den
+inval der Franschen zeer veel te lijden: sedert is er, voor zo verre
+ons bewust is, weinig van aanbelang voorgevallen: de bovengemelde
+gezindheid der bewooneren, in het staatkundige, heeft de dorpelingen in
+onze jongstledene beroerten weinig deel gegeven: wel hebben zij zig in
+den wapenhandel geoefend, toen die oefening Staatswijze geboden werd,
+in de ontstaane verschillen met den Keizer Joseph: toen de verdere
+woelingen der Patriotten voordgang namen, heeft men er ook nog, hoewel
+maar korten tijd, blijven exerceeren—bij den inmarsch der Pruissen, op
+hunnen doortogt naar Loenen, hebben de Loosdrechters hun een maand lang
+moeten inquartieren; en daar deeze lieden naar geene staatkundige
+gevoelens vroegen, hebben zij er ook verscheidene plunderingen
+aangericht; vooral heeft de plaats van de Wel-Edele Ambachtsvrouwe, in
+de Nieuwe Loosdrecht, hunnen moedwil ten sterksten moeten bezuuren.
+
+Men vindt bij andere Schrijvers gewag gemaakt van een Huis te
+Loosdrecht, als eene bijzonderheid van deeze plaats; doch dit is,
+volgends onze ingewonnene berichten niet anders geweest dan een huis
+van den Ambachtsheer, ’t welk door den Heer Mr. Alewijn van Mijnden,
+reeds genoemd, om zijne bouwvalligheid is weggebroken, om op den grond
+daarvan het tegenwoordig aanzienlijk gebouw te plaatsen.
+
+
+
+
+LOGEMENTEN,
+
+Deezen zijn hier niet—De Hollandsche tuin bij het Rechthuis, en de
+Lindeboom, zijn de voornaamste herbergen; ook zoude men in dezelven
+kunnen overnachten, en er geen gebrek aan eene goede bediening hebben.
+
+Verder vindt men er nog de herberg het Turfschip, en twee of drie
+herbergjens, alwaar men zig naar genoegen kan ververschen.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN,
+
+Van Pinxter tot 3 maanden daarna, vaart zondags een schuit van
+Loosdrecht op Amsteldam; voords ’t geheele jaar door, maandags,
+dingsdags, woensdags en vrijdags, ook dergelijk een schuit.
+
+Vrijdags vaart van daar mede eene schuit op Utrecht—In gevalle van
+besloten water, rijdt er op de gemelde dagen een wagen op gezegde
+steden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET DORP NIEUW-LOOSDRECHT.
+
+
+ NIEUW-LOOSDRECHT, dat geheel in groen geboomt gelegen,
+ Het oog des wandlaars, door natuurlijk schoon verrukt,
+ Biedt zijn bewooneren nogthans geen ruimen zegen,
+ Daar ’t algemeen verval het zeer gevoelig drukt.
+
+
+Zeer verdeeld zijn de keuzen der vreemdelingen en ook der bewooneren
+wegens de aangenaamheid der beide Loosdrechten; deezen houden de Nieuwe
+anderen de Oude voor aangenaamer; voor ons, wij zouden voor de Nieuwe
+zijn, wat de vertooning over het geheel betreft; doch in de Oude zijn
+meer goede huizen, ook liggen er verscheidene buitenplaatsen in die in
+de Nieuwe niet voorhanden zijn, gelijk wij onder onze beschrijving van
+de Oude Loosdrecht reeds gezegd hebben.
+
+
+
+
+Wat de
+
+LIGGING
+
+Betreft, deeze is over ’t algemeen in onze beschrijving van
+Oud-Loosdrecht opgegeven; alleenlijk kunnen wij hier nog bijvoegen, dat
+ter zijde af meer bebouwde akkers liggen, waarop de aardappelen,
+boekwijt, en graanen zeer wèl willen tieren—bepaaldlijk maakt de Nieuwe
+Loosdrecht, in het zuiden, een scheiding tusschen de Provinciën Holland
+en ’t Sticht; ten westen paalt zij aan Mijnden.
+
+Wegens de naamsoorsprong, zie men onze beschrijving van Oud-Loosdrecht:
+Nieuw-Loosdrecht draagt ook nog den naam van de Zijpe.
+
+Van de stichting en grootte, zie men mede onder Oud-Loosdrecht—In den
+tegenwoordigen staat van Holland, leezen wij: „in de Oude Loosdrecht,
+staan de huizen, ter wederzijde gedeeltelijk op boere werven, of
+afgebrokene akkers, naar de wijze der veendorpen; in de Nieuwe
+Loosdrecht staan zij veelal aan elkander gebouwd”, doch het tegendeel
+is waar; in de Nieuwe Loosdrecht liggen de huizen veel verder van
+elkander dan in de Oude: voords liggen zij meer in ’t groen, maar
+daarentegen zijn de wooningen ook kluiziger, en veelen zelfs zodanig
+vervallen, zo ingezakt, dat zij geheel wanstaltige figuuren maaken:
+onder de wooningen in de Nieuwe Loosdrecht zijn ook geene andere
+Buitens, dan dat van de Ambachtsvrouwe reeds gemeld.
+
+Zie wegens het Wapen, Oud-Loosdrecht.
+
+
+
+
+KERKELIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+
+Vermits ook hier, even als te Oud-Loosdrecht alle de bewooners den
+Gereformeerden Godsdienst belijden, zijn er geene andere dan de
+Gereformeerde kerk voorhanden. In het reedsgemelde werk: Tegenwoordige
+staat van Holland, leest men, betreffende dit artijkel: „De kerk van de
+Oude Loosdrecht, is vrij ruim; doch oud, met een laag torentjen, zij
+wordt echter zeer wèl en net onderhouden; die van de Nieuwe Loosdrecht,
+is netter en nieuwer, en heeft een schoonen toren, met een goede spits,
+die van vrij verre kan gezien worden”: de toren is vierkant, hoog en
+zwaar, en het spits met leiën gedekt: in allen deelen beantwoordt het
+gebouw voords aan de berichten bij ons ingewonnen, naamlijk dat het nog
+de plaats der Godsdienst-oefeninge onzer Landgenooten van vóór de
+reformatie was, zo wel als de kerk van Oud-Loosdrecht, zodanig dat
+deeze de Parochiekerk was, en die van de Nieuwe Loosdrecht derzelver
+capel; gelijk zij dan ook weleer door de Roomschen genoemd werd, onze
+capelle van de Zijpe; men wil dat deeze capel omtrent den jaare 1400
+gesticht zij: de toren heeft twee wijzerplaaten, waarop men het jaartal
+1762 leest, zijnde het jaar waarin gemelde plaaten vernieuwd zijn.
+
+Naast den ingang der kerk is mede één der reeds gemelde vier
+dorps-brandspuiten geplaatst, en tegen een der zijmuuren van het gebouw
+ziet men eene soort van open houten huisjen, ten dienste van den koster
+en schoolmeester wanneer hij, amtshalven, voor dorpelingen iet moet
+afleezen.
+
+Rondsom de kerk is een kerkhof dat niets ongemeens heeft, niets anders
+dan, tegen een der muuren van die kerk aan, een vierkanten marmeren
+graftombe; hebbende echter geen ander cieraad, dan dat op het voorstuk
+deszelve is uitgehouwen, een gehelmd man, in boerschen of
+Oud-Hollandschen burger kleeding, hebbende een ijzeren stormhoed op:
+aan zijn linker arm heeft hij een schild, en in dezelfde hand een
+zwaard; in de rechterhand heeft hij een soort van hamer aan een langen
+stok die op zijn schouder ligt.
+
+Inwendig heeft het gebouw niets bijzonders: alles is er zeer wèl en
+geregeld: de bank voor den Heere of Vrouwe der Heerelijkheid staat,
+even als in de kerk van Oud-Loosdrecht, recht tegen over den
+Predikstoel.
+
+Het Schoolhuis is nabij de kerk, en is een gebouw aan het oogmerk
+beantwoordende.
+
+De Pastorij is achter de kerk, en heeft een zeer grooten hof.
+
+Een Wees- of Armen-huis is te Nieuw-Loosdrecht niet; de weezen en armen
+worden er bij de ingezetenen besteed, en zo de regeering al eenig
+gebruik van het weeshuis in de Oude Loosdrecht begeert te maaken, moet
+hetzelve, bij wijze van besteeding, betaald worden.
+
+Wegens de wereldlijke gebouwen, staat ons hier niets aantetekenen: zie
+dit zelfde artijkel onder onze beschrijving van Oud-Loosdrecht.
+
+
+
+
+KERKELIJKE REGEERING.
+
+Deeze is even als te Oud-Loosdrecht voornoemd: de Predikant is thans de
+Wel-Eerwaarde Heer Reinier Swierink.
+
+Daar voords de wereldlijke regeering mede dezelfde is als die van
+Oud-Loosdrecht, kunnen wij ons ook, wat deeze betreft, aan de
+meergemelde beschrijving van dat dorp gedraagen; hetzelfde zij gezegd
+van de voorrechten. Het zogenaamde Loosdrechter bosch, waarvan wij
+onder Hilversum gesproken hebben, kan als eene bijzonderheid aangemerkt
+worden.
+
+
+
+
+De
+
+BEZIGHEDEN
+
+Der bewooneren zijn hier eenigzins onderscheiden van die waarmede de
+bewooners van Oud-Loosdrecht zig geneeren.
+
+De veenderij heeft hier weinig plaats, maar te meer, (wegens de
+voorraad van wei- en bouw-landen,) de melkerij, hooiteelt, en
+bouwerij—Weleer, en zelfs nog voor ruim 20 jaaren, waren in de Nieuwe
+Loosdrecht veele lakenweeverijen, doch sedert zijn dezelven allen te
+niet geraakt, het geen niet weinig tot het verval van dit gedeelte der
+Heerelijkheid heeft toegebragt: de weinige weeverijen van Hilversumsch
+streept, die er nog gevonden worden, zijn van niet veel betekenis en
+mogen den naam van fabrieken niet draagen, alzo zij slechts voor eigen
+vertier, en dat niet veel zegt, aan den gang gehouden worden: het
+spinnen van wol en vlas, wordt hier nog wel bij veelen ter hand
+gehouden, doch verschaft voor eenen aanhoudenden arbeid slechts een
+sober bestaan, te meer treffende voor de inwooners om dat hun
+vooruitzicht niet op beteren stand uitloopt: tot gezegde spinning
+worden de meisjens van zeven of agt jaaren gebruikt; deezen verdienen
+daarmede 8 of 8½ stuivers in de week; de armoede der ouderen noodzaakt
+hen hunne kinderen voor dien geringen prijs te leenen, en dezelven
+daardoor te berooven van den tijd waarin zij behoorelijk leezen,
+schrijven enz. zouden kunnen leeren.
+
+
+
+
+De
+
+GESCHIEDENIS
+
+Deezes dorps heeft niets afzonderlijks met die van de Oude Loosdrecht:
+er zijn, dat ligt te begrijpen is, even lang al te Oud-Loosdrecht,
+Pruissen geinquartierd geweest, en dezelven hebben er grouwzaame
+plonderingen aangericht; vooral op het Buiten van de Ambachtsvrouwe,
+gelijk wij onder Oud-Loosdrecht reeds aangetekend hebben.
+
+Logementen zijn in de Nieuwe Loosdrecht niet, en slechts eene herberg
+van eenig aanzien dat tevens eene uitspanning is; hier en daar vindt
+men een pleisterplaatsjen van geringen stand.
+
+Eindelijk zijn de reisgelegenheden dezelfden als in onze beschrijving
+van de Oude Loosdrecht zijn opgegeven.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+HET AMBACHT EN DORP MIJNDEN.
+
+
+Voegelyk kunnen wij hier de beschrijving van dit kleine Ambacht laaten
+volgen, alzo het met Loosdrecht, onder een zelfde Bailluage behoort,
+gelijk wij hier voor reeds gezegd hebben: Tekkop, dat gewoonlijk bij
+Mijnden beschreven wordt, brengen wij onder Woerden.
+
+
+
+
+Wat betreft de
+
+LIGGING
+
+Van Mijnden, hetzelve paalt met zijn rechtsgebied ten noorden aan de
+Drecht, onder onze beschrijving van Oud-Loosdrecht reeds genoemd, en
+welk water uit Loosdrecht naar de Vecht stroomt, en Mijnden, van die
+plaats afscheidt: ten oosten heeft Mijnden de Nieuwe-Loosdrecht, ten
+zuiden het Gerecht Breukelen-veen, dat onder de Provincie van Utrecht
+behoort, en ten westen wordt het door de rivier de Vecht voornoemd
+afgescheiden van dat gedeelte van Loenen het welk onder de gemelde
+Provincie behoort.
+
+De grond bestaat meestal uit laag wei- en hooi-land; de kleinte van
+grond, de afgezonderdheid van ligging, het getal van ingezetenen, zo
+wel als de afgelegenheid der wooningen, doet er zulk eene buitengewoone
+stilte heerschen, dat een stedeling, aan het drokke gewoel gewoon, er
+zig weldra verveelt.
+
+
+
+
+Van den
+
+NAAMSOORSPRONG,
+
+Deezes Ambachts zijn ons geene berichten ter hand gekomen.
+
+
+
+
+STICHTING EN GROOTTE.
+
+Van den aanleg of de stichting des dorps of van het Ambacht zijn even
+weinige berichten voorhanden; men zou intusschen mogen gissen, dat het
+van een zeer ouden datum kan weezen, want het Huis te Mijnden, (waarvan
+nader onder ons artijkel bijzonderheden,) wil men dat reeds in den
+jaare 1227 gesticht zoude weezen. Wat het tweede gedeelte van dat
+artijkel in onze gewoone orde van beschrijven betreft; Mijnden is niet
+groot; het bevat, volgends de voorhanden zijnde quohieren der
+verpondingen, slechts 296 morgen en 100 roeden lands; het spreekt
+derhalven van zelf, dat ’er ook niet veele huizen onder kunnen
+behooren: op de vroegere verpondingslijsten vindt men er niet meer dan
+3 voor aangetekend; doch op de lijsten van den jaare 1732, staan er 20
+huizen voor, waaronder eenige buitenplaatsen, en sedert zijn dezelven
+weinig vermeerderd.
+
+Het wapen van dit Ambacht zijn vijf goudene, en vier zwarte
+dwarsbalken, over het kruis doorsneden met twee roode balken.
+
+
+
+
+Onder ons artijkel
+
+KERKLIJKE EN GODSDIENSTIGE GEBOUWEN,
+
+Kunnen wij, Mijnden betreffende, niets betrekken; een kerk is er niet;
+de ingezetenen behooren kerklijk onder Loenen; gelijk ook aldaar hunne
+Weezen verzorgd worden, zo dat er ook te Mijnden geen Weeshuis is; er
+is mede geen Armenhuis of Dorpschool.
+
+
+
+
+WERELDLIJKE GEBOUWEN.
+
+Deeze zijn alhier geene anderen dan het Rechthuis, waarin tevens
+herberg gehouden wordt, en niets bijzonders heeft der beschrijvinge
+waardig: het staat aan de Mijnder-sluis.
+
+Uit het voorgemelde blijkt dat te Mijnden geene afzonderlijke kerklijke
+regeering plaats heeft.
+
+
+
+
+En wat betreft de
+
+WERELDLIJKE REGEERING.
+
+Daaromtrent hebben wij in onze beschrijving van Oud-Loosdrecht, onder
+het artijkel wereldlijke regeering [23] reeds gezegd dat Mijnden en de
+beide Loosdrechten, sedert lang als onverdeeld door een zelfden
+Ambachtsheer bezeten worden, niettegenstaande zij in de daad
+afzonderlijke Ambachtsheerlijkheden zijn; ook zeiden wij reeds dat zij
+uit dien hoofde dezelfde Schout en Secretaris hebben, het welk echter
+naar goedvinden van den Ambachtsheere of Vrouwe in den tijd geschiedt,
+gelijk wij in onze beschrijving van Oud-Loosdrecht mede reeds hebben
+aangetekend: Mijnden heeft voords drie Schepenen en een’ Buurtmeester,
+alle ter aanstellinge zo als die Schepenen van Loosdrecht: (Zie
+Oud-Loosdrecht art. wereldlijke regeering.)
+
+Verder vinden wij wegens de Wereldlijke Regeering van Mijnden nog uit
+medegedeelde berichten, het volgende aangetekend.
+
+„Het klein getal van ingezetenen, gaf in den jaare 1567, aanleiding tot
+eene schikking, waarbij vastgesteld werd, dat in de
+Ambachtsheerlijkheid van Mijnden, recht en gerechtigheid zoude geoefend
+worden, bij den Schout en drie gezworene Heemraaden, die aldaar
+jaarlijks gemagtigd werden, tot schouwing van de dijkaadjen en
+wateringen: deeze Heemraaden zouden als Schepenen den eed doen, in
+handen van den Ambachtsheere: volgends het verzoekschrift tot deeze
+schikking, welke door den Hove van Holland werd goedgekeurd, geschiedde
+dezelve, om dat de Gebuuren, die met den Schout te recht moesten
+zitten, maar elf in getal waren, en onder deezen vier broeders; ook
+waren zij alle schamele lieden, die dagelijks hun brood moesten gaan
+winnen, en derhalven op de rechtdagen niet passen.”
+
+Zie wegens de voorrechten, ons volgend art. bijzonderheden.
+
+
+
+
+De BEZIGHEDEN
+
+Der bewoneren van Mijnden, zijn geene anderen dan de hooiteelt en de
+melkerij; en welke beide takken van bestaan, hun nog maar maatiglijk
+het benoodigde kunnen verschaffen.
+
+
+
+
+Van de
+
+GESCHIEDENISSEN
+
+Deezes Ambachts is almede niets der aandacht waardig aantetekenen: de
+weinige bewooners die er gevonden worden hebben geen deel genomen in de
+verdeeldheden; waardoor ons lieve Vaderland sedert eenige jaaren is
+geschokt geworden.
+
+
+
+
+BIJZONDERHEDEN.
+
+Onder deezen kunnen wij brengen eenig bericht van het Huis te Mijnden,
+waarvan wij hiervoor reeds melding maakten; het bedoelde bericht,
+vinden wij geboekt in de volgende bewoordingen:
+
+„Ten noorden van de Drecht, niet verre van de Mijndersluis, door welken
+alle vaartuigen van de Loosdrechten naar de Vecht moeten, is, ten
+oosten deezer rivier, een ruig begraasde puinheuvel, die, gelijk men
+nog eenigzins kan ontdekken, met graften omvangen is geweest: deeze is
+het eenig overblijfzel van het huis te Mijnden, dat vrij groot schijnt
+geweest te zijn, en, volgends de gedaante der steenen, die men hier
+weleer vondt, doch merkelijk verminderen en verdwijnen, eene hooge
+rondheid moet gehad hebben; men wil dat het in den jaare 1227 gebouwd
+zij, door Ægidius, één der Heeren uit den Huize Van Amstel: ook is het
+vrij klaar dat de Heeren Van Mijnden, uit het geslacht der Heeren Van
+Amstel afstamden: de tijd der verdelging van dat huis, en bij welke
+gelegenheid dit gebeurde, is onbekend.”
+
+Dit huis geeft het recht tot beschreven te kunnen worden in de
+Ridderschap; het heeft ook verscheidene achterleenen die verheft moeten
+worden, alwaarom over dezelve ook een Stadhouder aangesteld wordt.
+
+Onder dit artijkel kunnen ook betrokken worden de aanzienlijke
+lustplaatsen, welken aldaar gelegen zijn, voornaamlijk tusschen de
+Weere of Landscheiding der Provincie van Holland en Utrecht—ééne der
+gezegde lustplaatsen, schijnt den naam van Weerestein, naar de gemelde
+Weere of landscheiding te draagen.
+
+
+
+
+LOGEMENTEN
+
+Zyn hier eigenlijk niet.
+
+Het Rechthuis is eene goede herberg.
+
+
+
+
+REISGELEGENHEDEN
+
+Zijn te Mijnden mede niet, men moet zig te voet of met rijtuig van daar
+naar één der nabijgelegene plaatsjens begeeven, om de vereischte
+reisgelegenheid te vinden.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+AANTEEKENINGEN
+
+
+[1] De Ambachten van Waveren, Botshol, en Ruigewilnissen worden door
+sommigen onder Amstelland begrepen, om dat zij met hetzelve een zelfde
+Bailluw hebben, (en waarom wij dezelven ook in dit Deel van ons werk
+hebben getrokken,) doch er zijn voorbeelden dat de gezegde Ambachten
+een’ afzonderlijken Bailluw gehad hebben; „ook,” zegt een onzer geëerde
+begunstigers, „wordt in den aanstellings-brief van den Bailluw, van
+dezelven, als byzondere districten gewag gemaakt.”
+
+[2] Van deezen naam Heilige stede, draagt ook de Heilige weg zijnen
+naam, om dat vóór de uitlegging der stad aan die zijde, het volk van ’t
+platte land langs dien weg, herwaards, de Heilige stede kwam bezoeken.
+
+[3] Het draagt den naam van Prinsenhof, om dat het in 1594 bekwaam
+gemaakt werd ter logeeringe van Prinsen, en andere voornaame
+persoonaadjen, die zig dikwijls in Amsteldam bevinden.
+
+[4] Hoe het omtrent dat dorp gegaan is, hebben wij in ons blad dat over
+hetzelve handelt, breedvoerig genoeg aangetekend, om er verder hier van
+te kunnen zwijgen.
+
+[5] Wij bedoelden met dit zeggen, dat de verwachting van den moed, maar
+vooral van het beleid der verdedigers niet groot heeft kunnen weezen,
+uit aanmerking van den aart hunner omstandigheden; ’t waren tog slechts
+burgers, wel geoefend in het handelen der wapenen, maar niet geoefend
+in den krijg: de handwerktuigen werden verwisseld met de wapenen; de
+vredige plaats der broodwinning met het oorlogsveld; de koopman lag de
+pen neder, en vattede den staf van commando op, als bevelhebber in
+eenen bloedigen krijg: en tegen een geoefend volk, een volk dat zig
+onder de oorlogende Europeêrs eenen naam verworven heeft: en deeze
+stille burgers deeden wonderen; toonden Batavieren te zijn; toonden
+onverschrokken te durven staan, als ’t aankwam op de verdediging van
+Land en Volk!—zeker hunne omstandigheid behoort vooral in aanmerking
+genomen te worden, wil men geen gevaar loopen van hunnen behaalden roem
+te kort te doen.
+
+[6] Men heeft zelfs verteld, ja wat verteld men niet al! en hoe dom
+denkt men wel dat de Duitsche soldaat zou weezen! sommige van hun
+hadden zig van de Nederlandsche Patriotten een denkbeeld gemaakt, als
+waren het zekere wonder-verschijnselen in de Natuur; zekere menschen,
+of gedaante van menschen, met vleugelen; die overal, door het geheele
+land heen rondgierden: verscheidene maalen, zegt men, is in den beginne
+door hen gevraagd of zij nu niet haast die Patriotten zouden zijn?
+ofschoon zij er reeds door onthaald waren geworden.
+
+[7] Dit is een schoon gebouw, behoorende aan de Thesaurie der stad
+Amsteldam: alle vaartuigen, die er passeeren, moeten er aanleggen en
+tol betalen.
+
+[8] Om deeze reden stellen sommigen ook niet dat Holland zijnen naam
+zoude ontleend hebben van deszelfs laage (Holle) ligging, maar van de
+menigte bosschen (Holt, hout) die er gevonden worden.
+
+[9] Deeze paal was in den jaare 1793 een zeer oud en onaanzienlijk stuk
+houts, ten gezegden jaare is er een fraaje ronde steenen paal in de
+plaats gezet, bovenaan rondsom denzelven leest men 100 Gaarden, zijnde
+de uitgestrektheid van het gebied van Amsteldam, boven op den paal
+staat een fraaje bewerkte kroon, ook pronkt hij met de wapens van
+Amsteldam en Amstelland, en laager staat het voorgemelde jaartal der
+vernieuwinge MDCCXCIII.
+
+[10] In het blad van onze Stad- en Dorpbeschrijver, voorgemeld,
+handelende over West-maas, en welk blad thans op de pers is, hebben wij
+opzettelijk over den staat van het Brand-wezen ten platten Lande,
+gesproken: God, die de harten kan bestuuren, geve dat het den
+gewenschten invloed, en uitwerking hebbe.
+
+[11] Men zie over dit en de andere Kerklijke en Wereldlijke Gebouwen
+van Amstelveen, het blad van onzen meergemelden Beschouwer, ’t welk
+over dit dorp handelt.
+
+[12] Ofschoon onze Stad- en Dorp-Beschrijver, volstrekt niet afgeleverd
+wordt dan aan de Heeren Intekenaaren op denzelven, hebben wij echter de
+beschrijving van den brand ook buiten intekening gedebiteerd; en
+vermids niemand van gezegde Intekenaaren zich daaraan heeft gestoten,
+oordeelen wij, ook omtrent dit blaadjen, als tot de beschrijving van
+den brand behoorende, die vrijheid te mogen gebruiken.
+
+[13] Zie onze beschrijving van meergemelden brand, bladz. 4.
+
+[14] Zie onze beschrijving van den brand, bladz. 2.
+
+[15] Onze geëerde Correspondent in deezen, zwijgt van de volgende
+omstandigheden des dorps: wij hebben echter geloofd, om de volkomenheid
+onzes werks te bevorderen, dezelven hier te moeten inlassen.
+
+[16] Dit grondgebied werd door Keizer Otto den Tweeden geschonken aan
+zekere Abdisse Goedela, waarvan het den naam bekwam van Goedelaland,
+dat is het land van Goedela; deeze naam, (Goedelaland,) is door de zo
+vermogende klankverbastering veranderd, eerst in Goeiland, en daarna in
+Gooiland.
+
+[17] Dit Trompenbergjen zegt men, zijn’ naam ontleend te hebben van den
+Hollandschen Admiraal Tromp, ten wiens gebruike men het zelve had
+afgestaan; en sommigen beweeren dat op deszelfs top door hem een coupel
+gebouwd is: men weet dat die dappere Held zijn hofstede in het
+nabijgelegen ’s Graaveland had: (zie onze beschrijving van dat dorp).
+
+[18] Het vorige orgel was mede door den brand verteerd,—meer dan 20
+jaaren had men zig zonder zulk een nuttig kerkinstrument beholpen——dan,
+den 28 Jan. 1786 werd bij de Regeering deezer plaatse geresolveerd, om
+een plan tot goedmaaking der kosten voor een nieuw Orgel voor de
+gemeente ter tekeninge te leggen, ’t welk met het goed voorbeeld der
+Regenten, zulk een gewenschten uitwerking hadt, dat men weldra in staat
+was gesteld om een nieuw Orgel te laaten vervaardigen.
+
+[19] Deeze Kerk is ingewijd den 4 Julij 1786, zijnde toen de eerste
+predikatie daar in gedaan door den Eerw. Heer Paulus Beyleveld, Pastoor
+te Vleuten.
+
+[20] Aanmerkelijk is het, dat deeze beesten, nu eerst uit het ei
+gekomen, weldra de grootte van de oude verkrijgen; doch tot hunne
+verwisseling van vederen zijn zij graauw van kleur; eerst bij dat
+verwisselen krijgen zij veeren zo ongemeen wit als waarmede de ouden
+pronken; even aanmerkelijk is het, dat zij zingen als zij den dood
+voelen naderen, waarom men ook gewoon is, het laatste vers eens
+dichters, zijn Zwanenzang te noemen: de zededichter Claas Bruyn, deeze
+eigenschap der zwaanen op de vroomen toepassende, heft daarvan dus aan:
+
+ Laat de zwaan zijn lijkzang hooren,
+ Met een lieffelijk geluid,
+ Daar hij ’t leven meê besluit,
+ Vroome zielen, uitverkoren,
+ Om te heerschen op Gods throon,
+ Slaan dus ook hun’ laatste toon.
+ Ja zij zingen met de klanken
+ Van het welbewust gemoed,
+ Schoon het sterflot op hun woed’;
+ Dit ’s het lijkdicht van die kranken:
+ „Kom, o Jesus! al ons lust,
+ „Haal ons in uw zachte rust, enz.
+
+[21] Oudover en Muieveld zijn gehuchten, gerechtlijk onder Loosdrecht,
+doch kerklijk onder Loenen behoorende, (de Oude- en Nieuwe-dijk, welke
+laatste aan Breukeleveen grenst, behoort onder de Parochie van
+Oud-Loosdrecht:) zij bevatten niets der aantekeninge waardig, en worden
+schaars bewoond, niettegenstaande er verscheidene buitenplaatsen in
+gevonden worden: Loenderveen is eene polder, mede onder Loosdrecht
+behoorende; doch dezelve is bijna geheel uitgebaggerd.
+
+[22] Eenige onzer ingewonnene berichten spreeken zelfs van over de 3000
+morgen.
+
+[23] Zie aldaar ook wegens het Hooge Rechtsgebied.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+
*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NEDERLANDSCHE STAD- EN DORPBESCHRIJVER, DEEL 3 (VAN 8) *** \ No newline at end of file
diff --git a/72162-h/72162-h.htm b/72162-h/72162-h.htm
index 62056ad..1aa91fc 100644
--- a/72162-h/72162-h.htm
+++ b/72162-h/72162-h.htm
@@ -1,11517 +1,11517 @@
-<!DOCTYPE HTML>
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2023-11-18T12:32:18Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<title>De Nederlandsche stads- en dorp-beschrijver; III. deel</title>
-<meta charset="utf-8">
-<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="Lieve van Ollefen (1749–1816)">
-<link rel="coverpage" href="images/new-cover.jpg">
-<link rel="icon" href="images/new-cover.jpg" type="image/x-cover">
-<link rel="schema.DC" href="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
-<meta name="DC.Title" content="De Nederlandsche stads- en dorp-beschrijver; III. deel">
-<meta name="DC.Creator" content="Lieve van Ollefen (1749–1816)">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<style> /* <![CDATA[ */
-html {
-line-height: 1.3;
-}
-body {
-margin: 0;
-}
-main {
-display: block;
-}
-h1 {
-font-size: 2em;
-margin: 0.67em 0;
-}
-hr {
-height: 0;
-overflow: visible;
-}
-pre {
-font-family: monospace;
-font-size: 1em;
-}
-a {
-background-color: transparent;
-}
-abbr[title] {
-border-bottom: none;
-text-decoration: underline dotted;
-}
-b, strong {
-font-weight: bolder;
-}
-code, kbd, samp {
-font-family: monospace;
-font-size: 1em;
-}
-small {
-font-size: 80%;
-}
-sub, sup {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-}
-sub {
-bottom: -0.25em;
-}
-sup {
-top: -0.5em;
-}
-img {
-border-style: none;
-}
-body {
-font-family: serif;
-font-size: 100%;
-text-align: left;
-margin-top: 2.4em;
-}
-div.front, div.body {
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-div.back {
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div0 {
-margin-top: 7.2em;
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-.div1 {
-margin-top: 5.6em;
-margin-bottom: 5.6em;
-}
-.div2 {
-margin-top: 4.8em;
-margin-bottom: 4.8em;
-}
-.div3 {
-margin-top: 3.6em;
-margin-bottom: 3.6em;
-}
-.div4 {
-margin-top: 2.4em;
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div5, .div6, .div7 {
-margin-top: 1.44em;
-margin-bottom: 1.44em;
-}
-.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
-.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
-margin-bottom: 0;
-}
-blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
-.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
-margin-top: 0;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin: 1.6em auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
-font-size: 0.9em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-margin-top: 3.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.asc {
-font-variant: small-caps;
-text-transform: lowercase;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-border: none;
-border-bottom: 1px solid black;
-width: 45%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-}
-hr.dotted {
-border-bottom: 2px dotted black;
-}
-hr.dashed {
-border-bottom: 2px dashed black;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.42em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.84em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0 0.05em 0 0;
-padding: 0;
-line-height: 0.8;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-.advertisement, .advertisements {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-span.accent {
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
-line-height: 0.40em;
-}
-span.accent span.top {
-font-weight: bold;
-font-size: 5pt;
-}
-span.accent span.base {
-display: block;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
-color: #660000;
-}
-.fnreturn {
-color: #AAAAAA;
-font-size: 80%;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-a {
-text-decoration: none;
-}
-a:hover {
-text-decoration: underline;
-background-color: #e9f5ff;
-}
-a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
-font-size: 67%;
-vertical-align: super;
-text-decoration: none;
-margin-left: 0.1em;
-}
-.externalUrl {
-font-size: small;
-font-family: monospace;
-color: gray;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
-float: left;
-margin-left: -0.1em;
-min-width: 1.0em;
-padding-right: 0.4em;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-.apparatusnote:target, .fndiv:target {
-background-color: #eaf3ff;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocText {
-padding-top: 2em;
-padding-bottom: 1em;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-white-space: nowrap;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-vertical-align: top;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-vertical-align: bottom;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.index p {
-text-indent: -1em;
-margin-left: 1em;
-}
-.indexToc {
-text-align: center;
-}
-.transcriberNote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.missingTarget {
-text-decoration: line-through;
-color: red;
-}
-.correctionTable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-span.musictime {
-vertical-align: middle;
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
-padding: 1px 0.5px;
-font-size: xx-small;
-font-weight: bold;
-line-height: 0.7em;
-}
-span.musictime span.bottom {
-display: block;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.splitListTable {
-margin-left: 0;
-}
-.splitListTable td {
-vertical-align: top;
-}
-.numberedItem {
-text-indent: -3em;
-margin-left: 3em;
-}
-.numberedItem .itemNumber {
-float: left;
-position: relative;
-left: -3.5em;
-width: 3em;
-display: inline-block;
-text-align: right;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-.titlePage {
-border: #DDDDDD 2px solid;
-margin: 3em 0 7em;
-padding: 5em 10% 6em;
-text-align: center;
-}
-.titlePage .docTitle {
-line-height: 1.7;
-margin: 2em 0;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .docTitle .mainTitle {
-font-size: 1.8em;
-font-weight: inherit;
-font-variant: inherit;
-line-height: inherit;
-}
-.titlePage .docTitle .subTitle,
-.titlePage .docTitle .seriesTitle,
-.titlePage .docTitle .volumeTitle {
-font-size: 1.44em;
-font-weight: inherit;
-font-variant: inherit;
-line-height: inherit;
-}
-.titlePage .byline {
-margin: 2em 0;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.5;
-}
-.titlePage .byline .docAuthor {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-.titlePage .figure {
-margin: 2em auto;
-}
-.titlePage .docImprint {
-margin: 4em 0 0;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.5;
-}
-.titlePage .docImprint .docDate {
-font-size: 1.2em;
-font-weight: bold;
-}
-div.figure, div.figureGroup {
-text-align: center;
-}
-table.figureGroupTable {
-width: 80%;
-border-collapse: collapse;
-}
-.figure, .figureGroup {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-tr, td, th {
-vertical-align: top;
-}
-tr.bottom, td.bottom, th.bottom {
-vertical-align: bottom;
-}
-td.label, tr.label td {
-font-weight: bold;
-}
-td.unit, tr.unit td {
-font-style: italic;
-}
-td.leftbrace, td.rightbrace {
-vertical-align: middle;
-}
-span.sum {
-padding-top: 2px;
-border-top: solid black 1px;
-}
-table.inlineTable {
-display: inline-table;
-}
-table.borderOutside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderOutside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-}
-table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.verticalBorderInside td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border-left: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft {
-border-left: 0 solid black;
-}
-table.borderAll,
-table.rtlBorderAll {
-border-collapse: collapse;
-}
-table.borderAll td,
-table.rtlBorderAll td {
-padding-left: 4px;
-padding-right: 4px;
-border: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop,
-table.rtlBorderAll .cellHeadTop, table.rtlBorderAll .cellTop {
-border-top: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellHeadBottom,
-table.rtlBorderAll .cellHeadBottom {
-border-bottom: 1px solid black;
-}
-table.borderAll .cellBottom,
-table.rtlBorderAll .cellBottom {
-border-bottom: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellLeft,
-table.borderAll .cellHeadLeft {
-border-left: 2px solid black;
-}
-table.borderAll .cellRight,
-table.borderAll .cellHeadRight {
-border-right: 2px solid black;
-}
-table.rtlBorderAll .cellLeft,
-table.rtlBorderAll .cellHeadLeft {
-border-right: 2px solid black;
-}
-table.rtlBorderAll .cellRight,
-table.rtlBorderAll .cellHeadRight {
-border-left: 2px solid black;
-}
-tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop {
-border-top: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight {
-border-right: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft {
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom {
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal {
-border-top: 1px solid black !important;
-border-bottom: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical {
-border-right: 1px solid black !important;
-border-left: 1px solid black !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll {
-border: 1px solid black !important;
-}
-tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop {
-border-top: none !important;
-}
-tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight {
-border-right: none !important;
-}
-tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft {
-border-left: none !important;
-}
-tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom {
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal {
-border-top: none !important;
-border-bottom: none !important;
-}
-tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical {
-border-right: none !important;
-border-left: none !important;
-}
-tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll {
-border: none !important;
-}
-.cellDoubleUp {
-border-width: 0 !important;
-width: 1em;
-}
-.cellDummy {
-border-width: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalIntegerPart {
-text-align: right;
-border-right: none !important;
-padding-right: 0 !important;
-margin-right: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalFractionPart {
-text-align: left;
-border-left: none !important;
-padding-left: 0 !important;
-margin-left: 0 !important;
-}
-td.alignDecimalNotNumber {
-text-align: center;
-}
-.lgouter {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-display: table;
-}
-.lg {
-text-align: left;
-padding: .5em 0;
-}
-.lg h4, .lgouter h4 {
-font-weight: normal;
-}
-.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum {
-color: #777;
-font-size: 90%;
-left: 16%;
-margin: 0;
-position: absolute;
-text-align: center;
-text-indent: 0;
-top: auto;
-width: 1.75em;
-}
-p.line, .par.line {
-margin: 0;
-}
-span.hemistich {
-visibility: hidden;
-}
-.verseNum {
-font-weight: bold;
-}
-.speaker {
-font-weight: bold;
-margin-bottom: 0.4em;
-}
-.sp .line {
-margin: 0 10%;
-text-align: left;
-}
-.castlist, .castitem {
-list-style-type: none;
-}
-.castGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.castGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.castGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pageNum {
-display: inline;
-font-size: 8.4pt;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-letter-spacing: normal;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-.right-marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-right: 3%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-text-align: right;
-width: 11%
-}
-.cut-in-left-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: left;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
-}
-.cut-in-right-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: right;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: right;
-padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-text-indent: 0;
-}
-.pglink::after {
-content: "\0000A0\01F4D8";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.catlink::after {
-content: "\0000A0\01F4C7";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
-content: "\0000A0\002197\00FE0F";
-color: blue;
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
-text-align: left;
-}
-.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-td.tocText {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-size: 1.2em;
-line-height: 1.5;
-}
-.tableCaption {
-text-align: center;
-}
-.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
-.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
-.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
-.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
-.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
-/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
-.small {
-font-size: small;
-}
-.large {
-font-size: large;
-}
-.vam {
-vertical-align: middle;
-}
-.center {
-text-align: center;
-}
-.headlike {
-font-size: large;
-text-align: center;
-}
-.figure p.line {
-text-align: left;
-}
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.xd32e3205 {
-text-align:right;
-}
-.cover-imagewidth {
-width:480px;
-}
-.titlepage-imagewidth {
-width:469px;
-}
-.xd32e1121 {
-text-indent:2em;
-}
-.figamsteldamwidth {
-width:475px;
-}
-.xd32e1402 {
-text-indent:2em;
-}
-.xd32e3306 {
-text-indent:10em;
-}
-.figvrijheidsboomwidth {
-width:507px;
-}
-.xd32e3595 {
-text-indent:8em;
-}
-.figouderkerkwidth {
-width:490px;
-}
-.xd32e3626 {
-text-indent:4em;
-}
-.figamstelveenwidth {
-width:464px;
-}
-.figamstelveenbrandwidth {
-width:462px;
-}
-.xd32e6271 {
-text-indent:6em;
-}
-.figamstelveenherbouwdwidth {
-width:467px;
-}
-.figdiemenwidth {
-width:475px;
-}
-.figwaverveenwidth {
-width:497px;
-}
-.figmuidenwidth {
-width:497px;
-}
-.xd32e10214 {
-text-indent:4em;
-}
-.fignaardenwidth {
-width:503px;
-}
-.fighuizenwidth {
-width:510px;
-}
-.figblarikumwidth {
-width:491px;
-}
-.figlaarenwidth {
-width:515px;
-}
-.fighilversumwidth {
-width:504px;
-}
-.figgraavelandwidth {
-width:485px;
-}
-.figbussemwidth {
-width:473px;
-}
-.figmuiderbergwidth {
-width:520px;
-}
-.figweespwidth {
-width:486px;
-}
-.xd32e14274 {
-text-align:right;
-}
-.figoudloosdrechtwidth {
-width:497px;
-}
-.fignieuwloosdrechtwidth {
-width:526px;
-}
-/* ]]> */ </style>
-</head>
-<body>
-<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NEDERLANDSCHE STAD- EN DORPBESCHRIJVER, DEEL 3 (VAN 8) ***</div>
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/new-cover.jpg" alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div><p>
-<span class="pageNum" id="xd32e96">[<a href="#xd32e96">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 titlepage"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titelpagina.jpg" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="469" height="720"></div><p>
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="titlePage">
-<div class="docTitle">
-<h1 class="mainTitle">DE<br>
-NEDERLANDSCHE<br>
-STAD-<br>
-<i>EN</i><br>
-DORP-BESCHRIJVER;</h1>
-</div>
-<div class="byline">door<br>
-<span class="docAuthor">L. VAN OLLEFEN.</span>
-</div>
-<div class="docTitle">
-<h1 class="volumeTitle">III. DEEL.</h1>
-<h1 class="subTitle">(Amstelland, Weesper Kerspel, Gooiland, de Loosdrecht enz:)</h1>
-</div>
-<div class="epigraph">
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Het spinwiel, weefgetouw, de drokke Zeevaardij,
-</p>
-<p class="line">De baggerbeugel, ploeg, de nutte melkerij,
-</p>
-<p class="line">En vischvangst, doen ons Gooi- en Amstelland beschouwen,
-</p>
-<p class="line">Wier staat en lot dit boek ons duidlijk zal ontvouwen.</p>
-</div>
-</div>
-<div class="docImprint"><i>te Amsteldam, bij H. A. BANSE, in de Stilsteeg</i>.<br>
-<span class="docDate">1795.</span></div>
-</div>
-<p><span class="pageNum" id="xd32e138">[<a href="#xd32e138">I</a>]</span></p>
-<div class="div1 introduction"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">INLEIDING.</h2>
-<h2 class="sub">BEKNOPTE BESCHRIJVING<br>
-VAN<br>
-AMSTELLAND<br>
-IN ’T ALGEMEEN.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Ofschoon wij hier en daar in ons werk reeds iet van <i>Amstelland</i> in ’t algemeen gezegd hebben, ter oorzaake wij ons werk stukswijze, ja zelfs bij
-zeer kleine gedeelten in ’t licht doen komen, en des genoodzaakt zijn op deeze of
-geene plaats zo veel van een Land of district in ’t algemeen te zeggen, als tot het
-wèl verstaan der beschrijvinge van een bijzonder pleksken deszelven vereischt wordt,
-zullen wij echter, om aan onze gewoone orde in het zamenstellen van de boekdeelen
-des geheelen werks, te blijven beantwoorden, ook hier de in het hoofd deezer <i>Inleiding</i> gemelde algemeene beschrijving, laaten voorafgaan.
-</p>
-<p>Wat dan vooreerst betreft de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>,
-</p>
-<p>Van <i>Amstelland</i>, deeze kan gezegd worden te zijn grenzende ten noorden, of liever noord-oosten aan
-het IJ, ten oosten aan de <i>Muiderban, Weesperkerspel</i>, en de <i>Bijlmermeir</i>; ten zuiden, zuidoosten, en zuidwesten paalt het aan de Provincie van <i>Utrecht</i>; ten westen heeft het een gedeelte van <i>Kennemerland</i>: in onze beschrijving van <i>Amstelveen</i>, bladz. 2. tekenden wij <span class="pageNum" id="xd32e175">[<a href="#xd32e175">II</a>]</span>reeds aan hoe <i>Amstelland</i>, door de rivier den <i>Amstel</i>, in twee deelen gescheiden, en aan de westzijde <i>Nieuwer-Amstel</i>, aan de oostzijde <i>Ouder-Amstel</i> genoemd wordt: gezegde rivier neemt zijnen aanvang omtrent drie uuren ten zuidwesten
-der stad <i>Amsteldam</i>, naamlijk aan de zamenvloejing der watertjens <i>de Drecht</i>, de <i>kromme Mijdrecht</i>, of <i>Miert</i>, loopende voorbij <i>Ouderkerk</i> in en door <i>Amsteldam</i> voornoemd, in het IJ.
-</p>
-<p>De gezegde ligging is bepaaldlijk die van het Bailluwschap, dat niet verward moet
-worden mee het Dijkgraafschap, waarvan nader.
-</p>
-<p>De eigenschap van den grond deezer Landstreek, hebben wij in onze gemelde beschrijving
-van <i>Amstelveen</i> reeds opgegeven, men voege nog bij het geen wij aldaar wegens de voordbrengselen
-van <i>Amstelland</i> gezegd hebben, dat er veel moes op gewonnen wordt, die men meestal te <i>Amsteldam</i> vertiert.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORPRONG.</span>
-</p>
-<p>Deeze moet zekerlijk gezocht worden in de ligging, naamlijk, gelijk wij gezegd hebben,
-ter wederzijde van de rivier de <i>Amstel</i>, betekenende de naam <i>Amstelland</i> derhalven, Land aan den <i>Amstel</i> gelegen; doch wat de oorsprong van den naam der rivier zelve, (<i>Amstel</i>,) aanbelangt, desaangaande vinden wij niets aangetekend.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">OUDHEID.</span>
-</p>
-<p>In onze meergemelde beschrijving van <i>Amstelveen</i>, (bladz. 2.) zagen wij reeds hoe <i>Amstelland</i> van ouds niet behoorde onder de eigendommen van de <i>Hollandsche Graaven</i>, maar eene bijzondere Heerelijkheid van den huize <span class="sc">Van Amstel</span> was, en de Heeren, uit dit huis, worden reeds op het jaar 1019 genoemd, weshalven
-men kan bepaalen dat <i>Amstelland</i> reeds langer dan zeven en een halve eeuw onder dien naam bestaan heeft.
-<span class="pageNum" id="xd32e240">[<a href="#xd32e240">III</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE.</span>
-</p>
-<p>Wat deeze betreft, alvoorens dezelve zo na mogelijk te bepaalen, moeten wij aantekenen,
-dat de grootte van <i>Amstelland</i> alleenlijk moet verstaan worden van het Bailluwschap van dien naam, waarvan wij ook
-eigenlijk thans spreeken: want het Hoogheemraadschap van <i>Amstelland</i>, (waarvan, gelijk gezegd is, straks nader,) beslaat eene veel grootere uitgebreidheid:
-onder het Bailluwschap dan behooren de volgende Ambachten, als dat van
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop"> </td>
-<td class="cellTop"><i>Morgen.</i> </td>
-<td class="cellTop"><i>Roeden.</i> </td>
-<td class="cellRight cellTop"><i>Huizen.</i>
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><i>Ouderkerk</i> beslaande </td>
-<td>3504 </td>
-<td>527 </td>
-<td class="cellRight">249</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><i>Amstelveen</i> </td>
-<td>4076 </td>
-<td> — </td>
-<td class="cellRight">1167</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><i>Diemen en Diemerdam</i> </td>
-<td>1426 </td>
-<td>367 </td>
-<td class="cellRight">113</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><i>Waverveen</i><a class="noteRef" id="xd32e297src" href="#xd32e297">1</a> </td>
-<td>114 </td>
-<td>450 </td>
-<td class="cellRight">93
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"> Zamen </td>
-<td><span class="sum">9122 <i>M.</i> </span></td>
-<td><span class="sum">144 <i>R.</i> </span></td>
-<td class="cellRight"><span class="sum">1622 <i>H.</i></span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom"> </td>
-<td colspan="3" class="colspan cellRight cellBottom">behalven verscheidene Molens.</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-<p>Men kan derhalven <i>Amstelland</i>, na genoeg, bepaalen te beslaan eenen grond van meer dan 9100 morgen groot; waarop
-1600 huizen en veele molens gevonden worden.
-</p>
-<p>De gemelde deelen, waaruit <i>Amstelland</i> bestaat, bevatten ieder weder eenige onderdeden, en wel als volgt:
-<span class="pageNum" id="xd32e343">[<a href="#xd32e343">IV</a>]</span></p>
-<p>Het Ambacht van
-</p>
-<ul>
-<li><span class="sc">Ouderkerk</span>, wordt verdeeld in de <i>Ronde hoep, Groot Duivendrecht, Klein Duivendrecht, Holendrecht</i>.
-</li>
-<li><span class="sc">Amstelveen</span>, in de <i>Buitenveldersche polder</i>, de <i>Amstelveensche</i> of <i>Middenpolder</i>, de <i>Bovenkerker polder</i>, de <i>Legmeer</i>, voords in de buurten, <i>Over Ouderkerk, Waardhuizen</i>, <i>Zwaluwen buurt</i>, de <i>Nes</i>, de <i>Overtoomsche</i> of <i>Heilige weg</i>, tot aan het gebied van <i>Amsteldam</i>, de <i>Noorddammer brug</i>, en de <i>Hand van Leiden</i>.
-</li>
-<li><span class="sc">Diemen</span>, in <i>Diemen, Overdiemen, Diemerdam</i>, en <i>Diemerbrug</i>: ten aanzien van de gadering wordt dit Ambacht ook verdeeld in de buurten: <i>Bovenkerk, Buitenkerk</i>, <i>Overdiemen en Outersdorp</i>, bij <i>Zeeburg</i>, of <i>Jaap hannes</i>.
-</li>
-<li><span class="sc">Waverveen</span>, wordt verdeeld in drie polders, naamlijk de <i>Gemeene polder</i>, of <i>Beoosten Bijleveld</i>, de <i>Hollandsche polder</i>, en <i>Benoorden de Zuwe</i>.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p>De gezegde dorpen, hebben, ieder op zig zelf, hooge Jurisdictie, en zit de Bailluw
-van <i>Amstelland</i> te recht met Schepenen van ieder dorp, uitgenomen dat <i>Waverveen</i>, in ’t Crimineele, onder <i>Ouderkerk</i> behoort.
-</p>
-<p>Het
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
-</p>
-<p>Van het Bailluwschap van <i>Amstelland</i>, is denkelijk geweest dat van het geslacht van <span class="sc">Amstel</span>: voor het Hoogheemraadschap wordt gebruikt een rond wapenschild, met een keizerlijke
-kroon er boven; van achter hetzelve vertoonen zig de koppen, vleugels en pooten van
-een dubbelden arend: in het schild zijn geplaatst de wapens van <i>Amsteldam, Weesp, Ouderkerk</i>, <i>Amstelveen, Diemen</i> en <i>Waverveen</i>, als leden van het Hoogheemraadschap<span class="corr" id="xd32e442" title="Niet in bron">.</span>
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GEBOUWEN.</span>
-</p>
-<p>Hier onder moeten wij brengen het <i>Gemeenelandshuis</i>, staande op den dijk bij <i>Jaap Hannis</i>, niet ver van de <i>IJperslooter sluis</i>; wij hebben hetzelve in onze aantekeningen wegens <i>Diemen</i>, reeds ten breedsten beschreven: zie aldaar, <i>bladz.</i> 8. enz.
-<span class="pageNum" id="xd32e462">[<a href="#xd32e462">V</a>]</span></p>
-<p>In <i>Amstelland</i> liggen verscheidene
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">SLUIZEN.</span>
-</p>
-<p>Van welken de voornaamsten zijn
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop">De <i>IJperslooter sluis</i> </td>
-<td rowspan="2" class="rowspan rightbrace cellTop cellBottom"><img src="images/rbrace2.png" alt="}" width="12" height="40"></td>
-<td rowspan="2" class="rowspan cellRight cellTop cellBottom vam">zie over dezelven gemelde onze beschrijving van <i>Diemen</i>. bladz. 9.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom">— <i>Diemerdammer sluis</i></td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING.</span>
-</p>
-<p>De Graaflijkheid stelt over het Bailluwschap van <i>Amstelland</i> een’ Bailluw aan, zijnde thans (sedert 1787,) de Wel-Ed. Gestr. Heer Mr. <span class="sc">Pieter Elias</span>, Schepen en Raad in de Vroedschap der Stad <i>Amsteldam</i>, Bewindhebber van de O.&nbsp;I. Compagnie, enz. deeze vordert, als <span class="corr" id="xd32e503" title="Bron: eders">elders</span>, recht van ’s Heeren wege, gelijk men zulks noemt, doch omtrent deeze Heerelijkheid
-is zijne regeering daarin bijzonder, dat bij geene algemeene vierschaar spant, over
-het geheele Bailluwschap, maar in ieder Ambacht der algemeene Heerelijkheid afzonderlijk,
-met de Schepenen des Ambachts, die aan hem wegens ’t Crimineele den eed doen, en wegens
-het Civile aan den Ambachtsheer: in de dorpen heeft de Bailluw niets omtrent de middenbaare
-of laage jurisdictie te zeggen.
-</p>
-<p>Oudtijds was er een Pluimgraaf over de zwaanen, en een afzonderlijke Rentmeester;
-de Bailluw voerde alleen het recht van de jagt, zo als thans over geheel <i>Amstelland</i> door hem wordt geëxerceerd.
-</p>
-<p>Op wat wijze de Bailluw verkozen wordt, is in onze beschrijving van <i>Diemen</i>, bladz. 9. reeds gezegd.
-</p>
-<p>Zie wegens de Regeering van het Watergerecht, vervolgends onder onze afdeeling, ten
-opschrifte voerende: <span class="sc">Het Dijkgraaf-</span> of, <span class="sc">Hoogheemraadschap van Amstelland</span>.
-</p>
-<p>Van de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS</span>
-</p>
-<p>Van <i>Amstelland</i> in ’t algemeen, hebben wij in onze beschrijving van <i>Amstelveen</i>, meergemeld, (bladz. 2.) reeds iet gezegd; thans zullen wij er breeder van spreeken:
-op het jaartal, onder ’t voorgaande art. <span class="sc">Oudheid</span>, genoemd, naamlijk 1019, vindt men wel, gelijk aldaar gezegd is, van de Heeren <span class="sc">Van Amstel</span> gemeld, doch niet in hoedanigheid van vrije bezitters der <span class="pageNum" id="xd32e540">[<a href="#xd32e540">VI</a>]</span>Heerelijkheid van hunnen naam, maar als Leenmannen der <i>Utrechtsche kerk</i>: in 1155 bezat <span class="sc">Egbert van Amstel</span> de Heerelijkheid van <i>Amstel</i> nog als zodanig, naamlijk als Leenroerig van <i>Utrecht</i>; hij werd, om zekeren twist met den Bisschop, gebannen, doch verzoende zig met hem
-op bevel van den Keizer, welke zoen echter weder tot nadeel van hem was, want daarin
-werd bepaald dat hij het geen hij in <i>Amstel</i> leenroerig bezeten had, nu slechts als Stedehouder des Bisschops zoude behouden:
-deezen zijn zoon, <span class="sc">Gijsbrecht de Eerste</span>, Heer van <i>Amstel</i>, vinden wij echter weder als Leenman van den Bisschop van <i>Utrecht</i> vermeld; onder de regeering van deezen moest <i>Amstelland</i>, om zijn gedrag in het bekende geval van Graave <span class="sc">Lodewijk van Loon</span>, veel lijden; want het werd om die reden in 1204, door de <i>Kennemers</i>, die den <i>Amsteldijk</i> doorgestoken hadden, met rooven en branden geheel verwoest; dit echter moesten zij
-naderhand door eene somme gelds boeten: na dien tijd vinden wij bestendig de Heeren
-<span class="sc">Van Amstel</span>, als Leenmannen van de <i>Utrechtsche kerk</i>, met betrekking tot hunne Heerelijkheid <i>Amstelland</i>, genoemd, tot op <span class="sc">Gijsbrecht</span>, van wien wij onder <i>Amstelveen</i>, ter bovengemelde plaatse, gesproken hebben, als deelgenoot aan den moord van Graave
-<span class="sc">Floris</span>, om welke reden zijne goederen een <i>volstrekt</i> eigendom van den Graaf werden; daarna is, gelijk wij ter gemelde plaatse ook zeiden,
-<i>Amstelland</i> nu eens een eigendom van de <i>Utrechtsche kerk</i> en dan weder van den Graave van <i>Holland</i> geweest: Graaf <span class="sc">Jan van Avennes</span> gaf ze (gelijk wij in onze meergemelde beschrijving van <i>Amstelveen</i>, bladz. 12. reeds zeiden,) aan zijnen broeder <span class="sc">Guido van Henegouwen</span>, naderhand Bisschop van <i>Utrecht</i>, doch na den dood van deezen, trok <span class="sc">Willem</span>, de zoon van Graaf <span class="sc">Jan</span> voornoemd, de Heerelijkheid weder aan <i>Holland</i>: in 1346 verklaarde Keizerin <span class="sc">Margariet</span> <i>Amstelland</i> nimmer van de Graaflijkheid te zullen scheuren, gelijk het sedert ook daaraan is
-gebleven—De verdere lotgevallen der Heerelijkheid in ’t algemeen, is vervat in die
-van de bijzondere deelen derzelve, aangetekend in onze beschrijvingen dier deelen,
-art. <span class="sc">Geschiedenissen</span>.
-<span class="pageNum" id="xd32e624">[<a href="#xd32e624">VII</a>]</span></p>
-<p class="headlike">HOOG-HEEMRAADSCHAP <span class="sc">van</span> AMSTELLAND.
-</p>
-<p>Ten deezen opzichte beslaat <i>Amstelland</i>, gelijk reeds gezegd is, een vrij ruimer grond, dan met betrekking tot het Bailluwschap
-zelf: de weg langs welke de schouw over de wateren, die het recht hebben om over <i>Amstelland</i> uittewateren, vinden wij bij <span class="sc">Wagenaar</span>, (en waarmede onze ingewonnene berichten, desaangaande, overeenkomen,) beschreven
-te gaan „van <i>Amsteldam</i> af, langs den <i>Heiligen</i> of <i>Overtoomschen weg</i>, de <i>Veendijk</i> of <i>Amstelveenschen weg</i>, door <i>Amstelveen</i> over de nieuwe sluis in de <i>Bovenkerkerpolder</i>, langs den <i>Bovenkerkerdijk</i>, tot aan de <i>Hand van Leiden</i>; van hier de <i>Legmeerlaan</i> op, tot aan de <i>Noorddammerbrug</i>; verder langs den <i>Noordveenderdijk</i> naar en door <i>Kudelstaart</i>, tot aan en door <i>Kalslagen</i>, van waar de ring heen loopt langs den <i>Bilderdammercade</i>, en over het water <i>de Drecht</i>, langs den <i>Wassenaarschen polderdijk</i>, naar en door <i>Nieuwveen</i>, alwaar de ring gebroken wordt door een brug, en weder vervolgt langs de <i>Nieuweveensche</i> vaart, en voords over den <i>Zeevenhovenschen weg</i>, naar <i>Zevenhoven</i>; van daar naar <i>Noorden</i>; van <i>Noorden</i> naar <i>Slikkendam</i>, en langs de <i>Hollandsche Meent</i> naar het <i>Woerder Verlaat</i>; van dit <i>Verlaat</i> strekt de weg langs de <i>Hollandsche Kade</i>, die tot aan den <i>Ouden dam</i>, en voords met verscheidene keeren tot door <i>Teccop</i>, en langs <i>Gervershoop</i> loopt, tot aan de westzijde van de watering de <i>Bijleveld</i>, langs welke de ring voordgaat tot aan den <i>Broe-</i> of <i>Brenidijk</i>; zig van dien dijk over een voetpad keerende, door ’t oude land, naar <i>Harmelen</i>, en voords tot aan en over het <i>Haanwijker sluisjen</i>, gelegd in den <i>Haanwijker dam</i>, tot over den <i>Rhijn</i>, en over deezen stroom naar <i>Haanwijkerdam</i>, en de <i>Haanwijker kade</i>; langs deeze benevens de <i>Kattenbroeker kade</i>, ter zijde de landen van <i>Haanwijk</i>, <i>Bijleveld, Reijers-koop, Kattenbroek</i> en <i>Mastwijk</i>, tot aan den <i>IJsseldijk</i>, niet verre van <i>Montfoort</i>, en langs deezen<span class="corr" id="xd32e739" title="Niet in bron">,</span> daar zij heenen loopt, ter zijde van het zuidelijkste gedeelte van <i>Mastwijk</i> en <i>Agthoven</i>, tot aan den <i>Meerendijk</i>, en noordwaards <span class="pageNum" id="xd32e748">[<a href="#xd32e748">VIII</a>]</span>langs denzelven, tot aan de <i>Leidsche vaart</i>, of <i>Ouden Rhijn</i>; nevens welke de ring de zuidzijde heenen loopt tot aan den <i>Heldam</i>, daar hij zig noordwaards keert, loopende ten westen van de <i>Heikoper watering</i>, door <i>Kockingen</i> tot aan <i>Joostendam</i>, en verder langs de <i>Portengensche kade</i>, tot aan de <i>Rondeveensche polderkade</i>, daar de weg van den ring te rug keert, door ’t achterste en voorste bosch, en zig
-uitstrekt tot over den dam <i>Ter Aa</i>, tot aan de kromme <i>Angstel</i>, die met de <i>nieuwe vaart</i> bij <i>Nieuwersluis</i>, onder den schouw behoort tot aan den <i>Indijk</i>, en zoo verre deeze dijk loopt tot aan de westzijde van de <i>Vecht</i>, door <i>Nichtevecht, Weesp en Muiden</i>, daar de ring door den <i>Muider-</i> of <i>Diemer Zeedijk</i> gesloten wordt, tot aan <i>Amsteldam</i> toe.”
-</p>
-<p>De Bailluw van <i>Amstelland</i>, is tevens algemeen Dijkgraaf, en kiest, ingevolge eenen last van Keizer <span class="sc">Karel den Vijfden</span>, uitgedrukt in eene handvest van den jaare 1553, jaarlijks zes Hoog-Heemraaden, naamlijk
-uit de Gerechten van <i>Amsteldam</i>, <i>Weesp, Ouderkerk, Amstelveen, Diemen</i> en <i>Waverveen</i>, ieder één, ten einde met twee of drie derzelven, den bovengemelden ring van de gemeene
-waterschutting van <i>Amstelland</i> te schouwen, onverminderd de schouwen, die de Schouten en Ambachtsheeren in hunne
-districten hebben, en bij ons ieder op haare plaats aangetekend zijn, onder ons art.
-<span class="sc">Wereldlijke regeering</span>: thans echter worden gezegde Hoog-heemraaden van <i>Amsteldam</i> en <i>Weesp</i>, gesteld door Burgemeesteren en Regeerders der gemelde Steden respective, en die
-van <i>Ouderkerk, Amstelveen</i>, <i>Diemen</i> en <i>Waverveen</i>, ingevolge de verkoopconditien der Ambachtsheerelykheden onder <i>Amstelland</i>, door derzelver Ambachtsheeren.
-</p>
-<p>Het gezegde Collegie vergadert gemeenlijk op de eerste maandagen in Maart, Mei, Julij,
-September, en November; ook wel tusschentijds, zo dikwijls de Dijkgraaf goedvindt
-hetzelve te beschrijven in ’t vertrek van Heeren Burgemeesteren der stad <i>Amsteldam</i>, en over judicieele zaaken in de kamer van Heeren Commissarissen van de kleine zaaken
-derzelver stad.——Het heeft zijn eigen Secretaris en Bode.
-<span class="pageNum" id="xd32e825">[<a href="#xd32e825">IX</a>]</span></p>
-<p>Wegens het Dykcollegie, dat nog in <i>Amstelland</i> voorhanden is, zie men onze beschrijving van <i>Diemen</i>, bladz. 11.
-</p>
-<p>Dit Collegie vergadert gewoonlijk op den 12 en 13 Mei, den 24 en 25 Julij en 17 Augustus,
-dat de Schouwdagen zijn, als mede op den 1 September: des zomers wordt de vergadering
-gehouden in het Gemeenelandshuis aan den dijk, bij <i>Jaaphannes</i>, alwaar, een Castelein is, die mede ’t opzicht over den dijk heeft; als de wegen
-derwaards, des winters, onbruikbaar zijn, vergadert het Collegie te <i>Amsteldam</i> in een der <i>Doeles</i> of een ander voornaam Logement ter dier stede.
-</p>
-<p>De dijk waarover dit Hoog-Heemraadschap het bewind heeft, is van de grootste aangelegenheid
-voor <i>Amstelland, Muiden</i> en <i>Weesperkerspel</i>, enz.: als dezelve doorbreekt, of doorgestoken wordt, overstroomt het platte land
-van <i>Utrecht</i>, tot boven <i>Breukelen</i> en <i>Portengen</i> toe: kort voor den jaare 1509 schijnt dezelve op twee plaatsen doorgebroken te zijn
-geweest: in 1598 en 1675 mede op twee plaatsen; in 1702 ter lengte van ruim 31 roeden;
-in laatere jaaren is hij dikwijls in groot gevaar van doorbraak geweest: om het nut
-dat hij doet, zijn er door ’s Lands Graaven, en vervolgends door de Staaten van tijd
-tot tijd breede handvesten en voorrechten vergund, wegens ondersteuning van gelden
-uit ’s Lands Casse ter versterkinge van denzelven: na de plaag van het paalgewormte,
-is hij ongemeen versterkt; „een werk,” lezen wij, „’t welk aan arbeidsloon, aard,
-plempen van zand, puin, het heiën van een regel paalen, enz. <i>vijfmaal honderd negen-en-dertig duizend, agt honderd, <span class="corr" id="xd32e855" title="Bron: vier-en negentig">vier-en-negentig</span></i> guldens gekost heeft.”
-</p>
-<p>Bij sommigen, onder anderen in den <i>Tegenwoordigen staat van Holland</i>, vinden wij dit Collegie mede <i>Hoogheemraadschap</i> genoemd; doch in onze beschrijving van <i>Diemen</i> hebben wij reeds doen zien, dat de beheering aan dat Collegie niet is toegestaan
-over den geheelen dijk, en dat zij des zouden kunnen doen en handelen als het Hoogheemraadschap
-van <i>Amstelland</i> kan doen: „hetzelve”, voegt men in aan ons gunstiglijk toegezondene berichten daarbij,
-„hetzelve is bepaaldlijk ingesteld tot beschouwing van het ijzer<span class="corr" id="xd32e868" title="Niet in bron">-</span> en houtwerk dat toen aan <span class="pageNum" id="xd32e871">[<a href="#xd32e871">X</a>]</span>den dijk was, en de Graaf zegt met zo veele woorden in zijn privilegie, dat zo lang
-men <i>IJpesloot</i>, (dat toen beplaat wierd, en des niet de geheele dijk,) met ijzer en hout houden
-zou, dat zo lang die schouw zou duuren; doch zo dat weggenomen wierd, zou de schouw
-dood en te niet zijn—naderhand is wel dat Collegie gemagtigd, om den geheelen houten
-dijk te beschouwen, doch dit privilegie werd onder hetzelve verband gegeeven—nu het
-hout weg is, is des dat geheele Collegie te niet, en heeft niets meer als eene superintendentie
-over het schouwen, dat <i>Diemen</i> en <i>Muiden</i> doet; bij resolutie van 1678 is dit Collegie genaamd een <i>Hoogendijk-Heemraadschap</i>, en hetzelve mag niet vergaderen dan met den Bailluw van <i>Amstelland</i>, die het hoofd is—men kan met geene mogelijkheid sustineeren”, gaat onze begunstiger
-voord, dat het Collegie van <i>Zeeburg</i> en <i>Diemerdijk</i>, een tweede Hoogheemraadschap is, hoe zeer sommigen het daarvoor trachten te debiteeren;
-dit Collegie is zelfs subject aan het Hoogheemraadschap van <i>Amstelland</i>——misschien zal men zeggen: <span class="corr" id="xd32e890" title="Niet in bron">„</span><i>in plaats van het hout en ijzer zijn nu de steenen</i>”, (zie onze beschrijving van <i>Diemen</i>, bladz. 12.) „<i>en hierover voeren die Heeren echter hun gezach</i>; ’t is waar dat zij zulks doen; maar ’t is ook waar dat zij er eigenlijk geen recht
-toe hebben: toen het paalwerk van den worm werd doorvreeten, verzocht dat Heemraadschap
-van de Staaten de magt en de faculteit te mogen hebben om den dijk met steenen te
-beleggen; de Staaten permitteerden zulks; dan toen zij vroegen om de beheering, schouw,
-enz. is zulks, als strijdende met de privilegien, afgewezen; derhalven hebben zij
-desaangaande geen gewettigd gezach, oefenen het tegen rechte, en houden hetzelve tegen
-<i>Diemen</i> staande, waarschijnelijk wel weetende dat die plaats, (want <i>Muiden</i> stoort zig aan den geheelen dijk niet meer,) geen gelds genoeg heeft om dat proces
-voltehouden, niettegenstaande het van tijd tot tijd zijn hoofd opricht, en zijn recht
-defendeert.”
-<span class="pageNum" id="xd32e902">[<a href="#xd32e902">XI</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e297">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e297src">1</a></span> <i>De Ambachten van</i> Waveren, Botshol, <i>en</i> Ruigewilnissen <i>worden door sommigen onder</i> Amstelland <i>begrepen, om dat zij met hetzelve een zelfde Bailluw hebben, (en waarom wij dezelven
-ook in dit Deel van ons werk hebben getrokken,) doch er zijn voorbeelden dat de gezegde
-Ambachten een’ afzonderlijken Bailluw gehad hebben</i>; „ook,” <i>zegt een onzer geëerde begunstigers</i>, „wordt in den aanstellings-brief van den Bailluw, van dezelven, als byzondere districten
-gewag gemaakt.”&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e297src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 introduction"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">BEKNOPTE BESCHRIJVING<br>
-<span class="ex">VAN</span><br>
-<span class="ex">GOOILAND</span><br>
-IN ’T ALGEMEEN.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Van deeze aangenaame oord onzes Lands, is de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING.</span>
-</p>
-<p>Grenzende ten Noordoosten aan de <i>Zuiderzee</i>, ten oosten aan de Provincie van <i>Utrecht</i>: „alwaar,” leezen wij, „de landscheiding van dien kant begint aan den mond van de
-<i>Eem</i>, en Westwaards voordgaat tot een zekeren paal, de <i>Leeuwenpaal</i> genaamd, en van daar langs de Heerlijkheden van de <i>Eemnessen</i>, <i>Baren</i> en <i>Zoest</i>, waarvan het door eene gegravene greppel, de <i>Gooiengraft</i> genoemd, wordt afgescheiden van het sticht van <i>Utrecht</i>, rajende deeze graft weinig minder dan in eene rechte lijn, van den <i>Leeuwenpaal</i>, af, op de <i>St. Maartens</i>, of <i>Doms toren</i> van <i>Utrecht</i>, en verder door eene gegravene landscheiding, en verscheidene paalen, waarop aan
-den eenen kant het <i>Hollandsche</i>, en aan de andere het <i>Stichtsche</i> wapen staat, tot aan den hoek bij de <i>Drie steenen</i>, aan <i>Maartensdijk</i>, alwaar dezelve een’ hoek maakt, en westwaards voordloopt: hier grenst <i>Gooiland</i> insgelijks ten zuiden aan de Provincie van <i>Utrecht</i>, tegen een gedeelte van <i>Maartensdijk</i>, <span class="pageNum" id="xd32e966">[<a href="#xd32e966">XII</a>]</span><i>Agttienhoven, Westbroek</i>, en een gedeelte van <i>Tienhoven</i>, tot aan het Rechtsgebied van de <i>Loosdrechten</i>, langs welke het ten westen grenst tot aan <i>Kortehoef</i>, onder het sticht, en langs de <i>’s Gravenlandsche</i> of <i>Gooische vaart</i> en <i>Kortehoef</i>, benevens het <i>Stichts Ankeveen</i>, tot onder den <i>Ankeveenschen polder</i> onder <i>Holland</i>, daar <i>Gooiland</i> door den <i>Looidijk</i> bepaald wordt, en westwaards heen strekkende, den <i>Ankeveenschen polder</i> onder <i>Weesper-kerspel</i> ten zuiden heeft; dat, nevens den rechtsban van <i>Muiden</i> heenengaande, het Bailluwschap van <i>Gooiland</i> ten westen van <i>Muiderberg</i> aan de <i>Zuiderzee</i> bepaalt.”—In de laatste overeenkomst (wegens de Grensscheiding,) tusschen <i>Holland</i> en <i>Utrecht</i>, wordt de landscheiding ten zuiden begreepen te gaan rechtstreeks tot aan de <i>Vecht</i>, zo dat de <i>Loosdrechten, Mynden, Hollandsch loenen</i>, en <i>Loenderveen</i> in deezen ook onder <i>Gooiland</i> begreepen worden, echter worden zij niet door den Bailluw van <i>Gooiland</i> beheerscht.
-</p>
-<p>De grond van dit vrij uitgebreide land is hoog, zandig en overal niet even vruchtbaar,
-doch in onze volgende beschrijvingen van de bijzondere deelen van <i>Gooiland</i> zal overvloedig blijken, wat noeste arbeid, in het bereiden van eenen onvruchtbaaren,
-tot eenen vruchtbaaren grond vermag; in die bijzondere beschrijvingen spreeken wij
-ook voldoende over de aangenaame verscheidenheid van gezichten, die <i>Gooiland</i> oplevert.
-</p>
-<p>Onder de heuvelen die er gevonden worden, zijn de voornaamsten<span class="corr" id="xd32e1029" title="Niet in bron">:</span>
-</p>
-<p>De <i>Kooltjens</i> of <i>Tafelberg</i>, waarop een ronde tafel van blaauwe steen geplaatst is, in welken 60 naamen van steden,
-dorpen, gehuchten, sloten en heerehuizen, ieder volgends den streek alwaar men ze
-zoeken moet, (ten dienste van den reiziger,) zijn ingehouwen, en van welken ook het
-meeste gedeelte, bij helder weêr, kan gezien worden.
-</p>
-<p>De <i>Seisjensberg</i>.
-</p>
-<p>De <i>Leeuwenberg</i>.
-<span class="pageNum" id="xd32e1045">[<a href="#xd32e1045">XIII</a>]</span></p>
-<p>Het <i>Trompenbergjen</i>; zie van dit onze Beschrijving van <i>Hilversum</i>.
-</p>
-<p>Behalven de <i>Gooische bosschen</i> waarvan in onze meergemelde stukswijze beschrijving gesproken is, vondt men weleer
-op deezen grond het <i>Gooierbosch</i>; doch hetzelve is geheel verdweenen, alhoewel de landstreek daaromtrent nog den naam
-daarvan draagt.
-</p>
-<p>Van den aart der lieden welken deeze aangenaame landstreek bewoonen, hebben wij in
-onze beschrijving van <i>Hilversum</i> bladz. 2. reeds gesproken.
-</p>
-<p>Wegens de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>
-</p>
-<p>Zie men onze beschrijving van <i>Naarden</i>.
-</p>
-<p>De <span class="sc">Oudheid</span> van <i>Gooiland</i> blijkt uit het geen van deszelfs <span class="sc">Naamsoorsprong</span>, ter zo even aangewezene plaatse, gezegd is: het geen wij aldaar wegens de Abtdisse
-<span class="sc">Goedela</span> gemeld hebben, moet gebragt worden tot omtrent den jaare 1280; doch anderen willen
-dat <i>Gooiland</i> reeds omtrent den jaare 970, door Keizer <span class="sc">Otto den Grooten</span>, aan <span class="sc">Wichman</span>, Graave van <i>Zutphen</i> zou afgestaan weezen, in gevolge waarvan dit land dan nu al ruim 800 jaaren bekend
-geweest is.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE.</span>
-</p>
-<p>Deeze bepaalt men, op meer dan 6700 morgen lands, <i>Rhijnlandsche maat</i>, waarvan 4579 morgen voor de heigronden worden gerekend.
-</p>
-<p>Wegens de <i>Meenten</i> of <i>Gemeene weiden</i>, onder de gezegde heigronden gevonden wordende, zo wel als wegens de <i>Erfgoejers</i> daarop betrekking hebbende, zie onze beschrijving van <i>Laren</i>, <i>Hilversum</i>, enz.
-</p>
-<p>Het bewoonde gedeelte van den gezegden uitgebreiden grond van <i>Gooiland</i> bevat
-<span class="pageNum" id="xd32e1120">[<a href="#xd32e1120">XIV</a>]</span></p>
-<p class="xd32e1121"><i>Naarden, Huizen, Blarikum, Laren, Hilversum, ’s Graaveland</i>, <i>Bussem, Muiderberg</i>.
-</p>
-<p>Het
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
-</p>
-<p>Van <i>Gooiland</i> is dat van de stad <i>Naarden</i>.
-</p>
-<p>Algemeene <span class="sc">Gebouwen</span> van geheel het Land, zijn hier niet voorhanden, waarom wij van ons art. wegens die
-Gebouwen kunnen zwijgen.
-</p>
-<p>En wat betreft ons art. <span class="sc">Regeering</span>, men zie met betrekking tot de <i>Gemeene weiden</i> onze voorgemelde beschrijving van <i>’s Graaveland</i>, voords ons art. <span class="sc">Regeering</span> in de bijzondere beschrijvingen van ieder deel van <i>Gooiland</i>——er is ook een Houtvester over deezen oord in ’t algemeen.
-</p>
-<p class="headlike">VOORRECHTEN <span class="asc">EN</span> VERPLICHTINGEN.
-</p>
-<p>Onder dit artijkel zouden wij moeten brengen het geen wij ter boven genoemde plaatsen
-van de <i>Erfgoojers</i> gezegd hebben, doch hetzelve aldaar naar vereisch opgegeven hebbende, kunnen wij
-er hier van zwijgen.
-</p>
-<p>Uit kracht van bedingen bij één der overdragten waaraan <i>Gooiland</i> onderworpen geweest is, gemaakt, liggen de <i>Gooilanders</i> onder de verpligting van eene <i>Koptiende</i>; daarin bestaande dat alle land het welk ééns bezaaid is geweest, den Houtvester
-moet geeven zeker getal van koppen of maaten, naar den inhoud der tiendeboeken, waarover
-binnen de twaalf nachten van kersmis in ieder dorp zitdag wordt gehouden; en moet
-ieder zijn aandeel aldaar komen betaalen, in graan zelf, of in geld: tot het stellen
-van den prijs worden Burgemeesters van <i>Naarden</i> jaarlijks verzocht, en genieten daarvoor zes Guldens: die binnen de twaalf nachten
-voornoemd niet betaalt, verbeurt dubbeld, (dit noemt men <i>sluiën</i>;) die drie jaaren lang <i>sluit</i>, diens land vervalt geheel aan den Tienden Heer, of Houtvester.
-<span class="pageNum" id="xd32e1181">[<a href="#xd32e1181">XV</a>]</span></p>
-<p>De overdragt des Lands door <span class="sc">Goedela</span> aan Grave <span class="sc">Floris den Vijfden</span>, (zie hier voor,) geschiedde voor een rente van 25 ponden wettig <i>Utrechts geld</i>, jaarlijks, ten eeuwigen dage op <i>St. Maartensdag</i>, te betaalen aan de Abtdisse in den tijd: en deeze rente moet mede nog huiden ten
-dagen uit de gewezene Graaflijkheids Domeinen betaald worden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN.</span>
-</p>
-<p><i>Gooiland</i> is in vroegere eeuwen meermaals van den eenen bezitter aan den anderen overgegaan,
-bij wegschenking, of tegen eenen bepaalden prijs, bij wijze van verkoop, over welke
-verwisseling van eigenaar het land dikwijls aan verregaande twisten en verdeeldheden
-is blootgesteld geweest.
-</p>
-<p>Andere verschillen zijn ook alhier menigvuldig voorgevallen om de landscheiding, naamlijk
-met het <span class="corr" id="xd32e1203" title="Bron: Sicht">Sticht</span> van <i>Utrecht</i>, van welken omtrent den jaare 1719 nog een voorbeeld geweest is, want in dien tijd
-is de nieuwe landscheiding, waarvan wij hier voor spraaken, bepaald.
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="toc" class="div1 last-child contents"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="ex">INHOUD.</span></h2>
-<table class="tocList">
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#amsteldam" id="xd32e1216">Amsteldam.</a></i> 1.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#ouderkerk" id="xd32e1221">Ouderkerk.</a></i> 2.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#ouderkerkbuurten" id="xd32e1226">Buurten onder Ouderkerk.</a></i>
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#amstelveen" id="xd32e1231">Amstelveen.</a></i> 3.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#amstelveenbuurten" id="xd32e1236">Buurten onder Amstelveen.</a></i>
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#amstelveenbrand" id="xd32e1241">Amstelveen in brand.</a></i> 4.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#amstelveenherbouwd" id="xd32e1246">—— —— herbouwd.</a></i> 5.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#diemen" id="xd32e1251">Diemen, en buurten daaronder.</a></i> 6.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#watergraftsmeir" id="xd32e1256">Diemer- of Watergraftsmeir.</a></i>
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#waverveen" id="xd32e1261">Waverveen.</a></i> 7.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#waveren" id="xd32e1266">Waveren, Botshol en Ruigewilnisse.</a></i>
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#muiden" id="xd32e1272">Muiden.</a></i> 8.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#naarden" id="xd32e1277">Naarden.</a></i> 9.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#huizen" id="xd32e1282">Huizen.</a></i> 10.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#blaricum" id="xd32e1287">Blaricum.</a></i> 11.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#laaren" id="xd32e1292">Laaren.</a></i> 12.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#hilversum" id="xd32e1297">Hilversum.</a></i> 13.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#graveland" id="xd32e1302">’s Graveland.</a></i> 14.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#bussem" id="xd32e1307">Bussem.</a></i> 15.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#muiderberg" id="xd32e1312">Muiderberg.</a></i> 16.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#weesp" id="xd32e1317">Weesp.</a></i> 17.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#weesper-kerspel" id="xd32e1322">Weesperkerspel.</a></i>
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#bijlemer" id="xd32e1328">Bijlemer.</a></i>
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#bijlemermeir" id="xd32e1333">Bijlemermeir.</a></i>
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#gaasp" id="xd32e1338">Gaasp.</a></i>
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#gein" id="xd32e1343">’t Gein.</a></i>
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#overvecht" id="xd32e1348">Overvecht.</a></i>
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#uitermeer">Uitermeir.</a></i>
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#uitermeersche-schans">Uitermeirsche Schans.</a></i>
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#overmeersche-schans">Overmeirsche Schans.</a></i>
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#oud-loosdrecht" id="xd32e1368">Oud-Loosdrecht.</a></i> 18.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#nieuw-loosdrecht" id="xd32e1373">Nieuw-Loosdrecht.</a></i> 19.
-</td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="tocDivNum"></td>
-<td class="tocDivTitle"><i><a href="#mijnden" id="xd32e1378">Mijnden.</a></i></td>
-<td class="tocPageNum"></td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>N.B. <i>De plaatsen waar nommers bij staan, hebben Gereformeerde Kerken, en zijn in ons werk
-afgebeeld: voords zijn allen die in een strik besloten zijn, op een zelfd blad beschreven.</i>
-<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="amsteldam" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1216">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figamsteldamwidth"><img src="images/amsteldam.jpg" alt="De stad Amsteldam." width="475" height="720"><p class="figureHead">De stad Amsteldam.</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402"><span class="sc">Europa’s</span> wonderstad, aan ’t breede Scheeprijk IJ,
-</p>
-<p class="line">Schatkamer van geheel de zeven <span class="sc">Nederlanden</span>,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Der kunsten kweekschool, en Vorstin der Zeevaardij,
-</p>
-<p class="line">Die de armen steeds bedeelt met nooit gesloten handen:
-</p>
-<p class="line xd32e1402"><span class="sc">Europa’s</span> wonderstad, is ’t roemrijk <span class="sc">Amsteldam</span>,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Dat uit een Visschersbuurt zijn eerst beginsel nam.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">DE<br>
-STAD<br>
-AMSTELDAM.</span></h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Niet zonder huivering slaan wij de hand aan eene beschrijving, die, om volledig genaamd
-te mogen worden, eenige zwaare boekdeelen kan beslaan, daar wij om aan den aart van
-ons werk te voldoen, slechts weinige bladzijden daartoe durven voor ons neemen; wij
-zullen derhalven alles slechts kunnen aanstippen, en evenwel behoort dat aanstippen
-op zodanig eene wijze te geschieden, dat de reiziger daaraan genoeg hebbe, om <i>Amsteldam</i>, met de behoorelijke voorloopige kennis van hetzelve, te gaan bezoeken—wij hebben
-hier derhalven de toegeevendheid van onze kundige leezers noodig, en ofschoon de hoop
-op dezelve ons niet tot zo verre kunne bemoedigen, dat wij onze huivering daardoor
-zouden gevoelen verdwijnen, streelt ons echter de gezegde hoop genoeg, om rustig te
-beginnen:
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING.</span>
-</p>
-<p>Deeze is in <i>Amstelland</i>, en kan bepaalder gezegd worden te zijn, drie uuren gaans beoosten <i>Haarlem</i>, agt uuren ten noordoosten van <i>Leiden</i>, en even zo veele uuren ten noordwesten van <i>Utrecht</i>, op een laagen, weeken, moerassigen veengrond, die echter onderscheidene beddingen
-heeft: sommigen willen dat de lucht er ongezond is, echter zijn er naar evenredigheid
-geen meer zieken, of sterven er geen meer menschen dan in eenige andere stad van Nederland:
-men heeft er zekerlijk gebrek aan zoet water, (ofschoon ’t er weleer, vóór het verwijden
-der zeegaten, geweest zij,) doch het wordt er ten dienste der brouwers, en der verdere
-ingezetenen, bij overvloed van <i>Weesp</i> ingevoerd, door middel van groote waterschuiten; ook zijn alle de huizen van regenbakken
-voorzien, en zijn er bovendien sedert eenige weinige jaaren, van stads wege, op de
-markten en <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>opene pleinen groote bakken aangelegd, die bestendig vol zoet water gehouden worden,
-met welk aanleggen, men nog werkelijk voordgaat, zo dat voortaan, het gebrek aan drinkbaar
-water, (een gebrek dat ter deezer stede bij koude winters al vrij nijpende plag te
-weezen,) niet meer te duchten is.
-</p>
-<p>Aan de noordzijde wordt de stad bespoeld door het beroemde IJ: de breede rivier de
-<i>Amstel</i> loopt midden door de stad, en deelt dezelve in twee deelen, de <i>oude</i> en <i>nieuwe zijde</i> genaamd: voords is de stad alomme doorsneden met aanzienlijke, minder breede, en
-ook veele zeer smalle graften, waarin ten bedwang van het veele water, verscheidene
-schutsluizen liggen; er zijn ook veele zwaare buitensluizen, waardoor het land, rondsom
-de stad, onder water gezet kan worden: over het geheel draagt <i>Amstelland</i> met alle recht den eernaam van <i>wereldberoemde Koopstad</i>: <span class="sc">C. Huijgens</span>, heeft van haar wel mogen zeggen,
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Hoe komt gij, gulden veen! aan Hemels overdaad?
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Pakhuis van Oost en West! heel water en heel straat!
-</p>
-<p class="line">Tweemaal <i>Venetie</i>, waar’s ’t eind van uwe wallen?
-</p>
-<p class="line">Zeg meer: zeg, vreemdeling! zeg liever niet met allen:
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Roem <i>Romen</i>, prijs <i>Parijs</i>, kraai <i>Cairo</i>’s heerlijkheid,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Die dieplijkst van mij zwijgt, heeft allerbest gezeid.</p>
-</div>
-<p class="first">Aan alle zijden, uitgenomen aan den IJ-kant, is de stad omgeven met eene breede watergracht,
-hechten en hoogen muur, en verdere wallen, in welken zes-en-twintig wèl geregelde
-en bemuurde bolwerken gelegd zijn: rondsom de stad liggen ook een goed aantal batterijen,
-van fraai geschut voorzien: in den gezegden muur zijn vijf groote en drie kleine poorten:
-de eerstgemelden zijn de <i>Haarlemmer poort</i>, de <i>Leidsche</i>, de <i>Utrechtsche</i>, de <i>Weesper</i> en de <i>Muiderpoort</i>; de kleinen, die alleenlijk openingen in den muur genaamd mogen worden, zijn het
-<i>Zaagpoortjen</i>, het <i>Raam-</i> en het <i>Weterings-poortjen</i>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORPRONG.</span>
-</p>
-<p>Al vroeg, men wil in 1200, werd een dam gelegd, in de rivier de <i>Amstel</i>, (ter plaatse, of nabij de plaats, die nog <i>de dam</i> genoemd wordt,) ter weeringe van het water; deeze kreeg den naam van <i>Amsteldam</i>, dat is, <i>dam van</i>, of, <i>in den Amstel</i>, en dien zelfden naam heeft de stad, van tijd tot tijd rondsom dien dam gebouwd,
-behouden; sommigen spelden <i>Amsterdam</i>, naar <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>een ouder taalgebruik, toen men de meening van <i>dam van</i>, of, <i>in den Amstel</i>, uitdrukte, door het woord <i>Amstelredam</i>, waarvoor men thans zou kunnen zeggen <i>Amstelerdam</i>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING</span> <span class="asc">EN</span> <span class="ex">GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>Veel wordt er getwist over den tijd waarin men zoude kunnen zeggen dat <i>Amsteldam</i> haar begin genomen heeft, ons bestek verbiedt, ons daarmede optehouden: tusschen
-1177 en 1200, had het beruchte geslacht van <span class="sc">Van Amstel</span>, nabij den dam bovengemeld, een slot, en men mag vaststellen dat omtrent dien tijd
-eenige visschers zig rondsom hetzelve hebben nedergezet, alzo zij aldaar goede gelegenheid
-voor hunne kostwinning vonden; de bloei deezer kostwinning heeft die lieden van tijd
-tot tijd, na het uitstaan van zwaare rampen, in binnenlandsche kooplieden doen veranderen;
-hunne welvaart heeft anderen herwaards gelokt, en op die wijze is <i>Amsteldam</i>, uit die kleine beginselen, tot zulke eene verbazende koopstad geworden: onder ons
-art. <span class="sc">Geschiedenissen</span>, zullen wij bepaalder van haare aanmerkelijke vergrooting spreeken: in haar geheel
-bevat zij meer dan 892 morgen 568 roeden.
-</p>
-<p>Het getal der huizen in <i>Amsteldam</i> en haare Voorsteden, (die mede zeer aanzienlijk zijn,) werd in den jaare 1740 begroot
-op 26,317; waarbij sedert nog een aanzienlijk aantal gevoegd zijn (voornaamlijk op
-het <i>Weesperveld</i>,) gelijk er thans nog van tijd tot tijd anderen aangebouwd worden—men schat het getal
-der ingezetenen op ten minsten 241,000, waaronder van allerleien Godsdienst gevonden
-worden, gelijks straks onder ons artijkel <span class="sc">Kerklijke</span> en <span class="sc">Godsdienstige gebouwen</span> zal blijken.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN.</span>
-</p>
-<p>Weleer was dit een koggeschip; boven de oudste afbeeldingen van hetzelve, ziet men
-’t wapen van <i>Holland</i>; boven de laateren dat van <i>Henegouwen</i>, wordende hetzelve gehouden door een’ <i>Henegouwer</i>, den Graaf of een Wapenkoning verbeeldende; thans is het wapen der stad een zwarte
-paal, belegd met drie zilverene kruisen op een rood veld; zijnde hetzelve gekroond
-met eene keizerlijke kroon, in gevolge een’ gunstbrief van <span class="sc">Maximiliaan</span>, gegeven in den jaare 1488.
-<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE</span> <span class="asc">EN</span> <span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Deezen zijn in de daad zeer menigvuldig, en allen bezienswaardig: de eerste die ons
-hier voorkomt is de <i>Oude Kerk</i> der Gereformeerde Gemeente, zijnde een zeer oud en deftig gebouw; ’t is onzeker door
-wie en wanneer dezelve gesticht zoude weezen; waarschijnelijk is zij de eerste Kerspelkerk
-van <i>Amsteldam</i> geweest; zeker is het dat zij reeds in 1372 aanwezig was: zij is van ouds voor een
-proefstuk van bouwkunde gehouden; ’t is een deftig kruisgebouw, beslaande in de lengte
-met den aanzienlijken toren 300, en zonder den toren binnenswerks 249 voeten; zij
-rust op 42 groote pijlaaren: behalven eenige fraai geschilderde glazen, pronkt zij
-van binnen met de Grafsteden van den Veldmaarschalk <span class="sc">Paul Wirtz</span>: binnen het ruime choor, staat een marmeren gedenktafreel, ter eere van den Schout
-bij nacht <span class="sc">Willem van der Zaan</span>; een dergelijk gedenkteken is er opgericht voor den Admiraal <span class="sc">Jacob van Heemskerk</span>; een ander voor den beroemden Zeeheld <span class="sc">Cornelis Janszoon</span>, bijgenaamd het <span class="sc">Haantjen</span>; en deezen worden nog overtroffen door de uitmuntende grafsteden van de Vice-Admiraalen
-<span class="sc">Abraham van der Hulst</span> en <span class="sc">Isaak Zweerts</span>: een Capelletjen hier nabij staande, nog een overschot van den Roomschen tijd, is
-door <span class="sc">Cornelis de Graaf</span>, Burgemeester van <i>Amsteldam</i>, tot eene cierlijke grafstede verbouwd, zijnde de ingang door een fraaje koperen
-deur gesloten: verder zijn in deeze kerk twee orgels, waarvan echter slechts één,
-naamlijk het groote, gebruikt wordt: de predikstoel is bezienswaardig, gelijk mede
-de overige gestoelten, enz.: het ruim wordt onder den avondgodsdienst, door vijf groote
-en twaalf kleinere kaarskroonen verlicht.
-</p>
-<p>Van buiten heeft het gebouw niets aanmerkelijks dan de toren, waarop een doorluchtig
-houten spits staat, zijnde hetzelve kunstig in- en uit-gebogen: hij is in 1565, na
-agt jaaren arbeids, voltooid geworden: zijne geheele hoogte bedraagt een tal van 240
-voeten: er hangt een kunstig uurwerk en klokkespel in: voor weinige jaaren toonde
-men aan deezen toren, wat de kunst vermag; hij werd naamlijk voor een goed gedeelte
-onderschraagd, om het onderste te vernieuwen.
-</p>
-<p>De <i>Nieuwe Kerk</i>, mede dezelfde gemeente toebehoorende, <span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span>was weleer aan de H. <span class="sc">Maria</span> en <span class="sc">Catharina</span> toegewijd; men stelt haare stichting omtrent den jaare 1408 of 1414, door zekeren
-<span class="sc">Willem Eggaert</span>, Heer van <i>Purmerende</i>, of door anderen met hem: op den 23 April des jaars 1421, des korten tijd na haare
-stichting, brandde zij, met een groot gedeelte der stad, geheel af: in 1645, geraakte
-zij andermaal in brand, en zo geweldig, dat slechts den buitenromp bleef staan: is
-1648 was zij reeds weder genoegzaam bekwaam om er den kerkdienst in waarteneemen:
-uit het midden van haar dak rijst een klein torentjen; reden waarom men bij haare
-laatste opbouwing bedacht was om er een aanzienlijken toren naast aan te plaatsen;
-doch daarmede tot zekere hoogte gekomen zijnde, liet men het werk steeken; sommigen
-willen om eene ontdekte zakking, anderen om dat men nu eerst begreep dat die toren
-den spreekenden luister van het belenden staande stadhuis zoude verminderen; tot nog
-voor weinige jaaren is het onderstuk van dien toren blijven staan, en was bekend onder
-den naam van <i>Onvolmaakte toren</i>; het stond op boogen, waaronder men kon doorgaan, ook naar een der ingangen van de
-kerk; doch sedert is het gezegde stuk weggenomen.
-</p>
-<p>Deeze <i>Gereformeerde Nieuwe Kerk</i> is een overheerelijk kruisgebouw, lang 315, en breed 210 voeten, rustende op 52 hardsteenen
-zuilen: sommige haarer glazen zijn fraai beschilderd; en zij wordt des avonds verlicht
-door 5 groote en 12 kleine koperen kaarskroonen: er is een groot en kunstig orgel
-in, rustende op bonte marmeren Corinthische colommen; de deuren die er voor zijn,
-zijn prachtig beschilderd: behalven het groote is er ook nog een klein orgel, dat
-zeer helder van geluid is: de predikstoel is een ongemeen meesterstuk der beeldhouwkunde;
-zo is ook het koperen afschutsel van het ruime choor, en dat op eenen marmeren voetstuk
-rust, overheerelijk fraai, en der beschouwinge waardig: ten einde van het choor ziet
-men de ongemeen prachtige graftombe van den beroemden Zeeheld <span class="sc">De Ruiter</span>: aan één der zijden van het ruim der kerk, achter den predikstoel, is de overheerelijke
-grafstede van <span class="sc">Jan van Galen</span>: de Zee-capitein <span class="sc">David Zweers</span>, heeft in deeze kerk mede eene grafplaats: <span class="sc">Joost van den Vondel</span>, de Prins der <i>Nederlandsche Dichteren</i> ligt ook alhier begraven, uitwijzens eene urna, voor eenige <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>jaaren, ter eere zijner nagedachtenisse, in een nis, in één der pijlaaren daartoe
-uitgehouwen, geplaatst.
-</p>
-<p>De <i>Zuider Kerk</i> behoort onder de <i>Amsteldamsche kerken</i> van laateren datum; zij werd in 1611 volbouwd, schoon aan den toren nog wel drie
-jaaren langer gearbeid is: het middendak, dat hoog boven de zijdaken uitsteekt, wordt
-gedragen door tien zwaare pijlaaren van blaauwen steen: dat er geen choor bij is,
-verstrekt onder anderen ten bewijze dat zij den Roomschen tijd niet geheugt: de toren,
-die zeer cierlijk is, is 237 voeten hoog; in denzelven is een fraai uurwerk en klokkenslag;
-voords wordt het ruim onder den avonddienst door verscheidene kaarskroonen verlicht,
-het geen mede in alle de andere kerken plaats heeft, waarom zulks hier ééns vooral
-gezegd blijft: de <i>Zuider kerk</i> heeft voords van binnen niets aanmerkelijks, even weinig als de <i>Wester kerk</i>, zijnde anders ééne der fraaiste kerken van <i>Amsteldam</i>: in den jaare 1620 werd de bouw van deeze begonnen, (er stond vóór dien tijd slechts
-een loos, waarin de Godsdienst verricht werd;) in 1631 was zij voltooid; de toren
-echter eerst in 1638; deeze is ongemeen fraai, en overtreft in hoogte alle de torens
-der stad; van den grond tot aan het kruis toe bereikt bij bijna 300 voeten; van boven
-pronkt hij met den keizerlijken kroon van ’t <i>Amsteldamsche wapen</i>: er is ook een fraai, uur- en speel-werk in; de groote slagklok die de heele uuren
-slaat, weegt meer dan 15.000&nbsp;℔.
-</p>
-<p>De Kerk is binnenswerks 168 voeten lang en 97 voeten breed; in 1687 werd er een fraai
-orgel in gemaakt: voords is het geheele gebouw een kunststuk van <i>Architectuur</i>, ofschoon er van binnen niets aanmerkelijks in te zien zij.
-</p>
-<p>De <i>Noorder Kerk</i> is een gebouw van den jaare 1620; zij is een fraaje kruiskerk; van binnen heeft zij
-vier gevels, die ieder van onderen 92 voeten breed <span class="corr" id="xd32e1691" title="Bron: zjin">zijn</span>: zij pronkt met een aartig torentjen, ter hoogte van 54 voeten, zijnde ook voorzien
-van een slag-uurwerk: van binnen wordt haaren omtrek gesteld op 70 passen: het kruisgewelf
-rust op vier geweldig zwaare colommen; zij heeft verder niets bijzonders; ook is er
-geen orgel in.
-</p>
-<p>De <i>Oude zijds Capel</i>, eertijds <i>St. Olofs capel</i> genaamd, wordt van sommigen voor de oudste kerk der stad gehouden; ja eenigen brengen
-haar reeds tot het midden der elfde eeuw: in 1646 is zij merkelijk vergroot: van binnen
-heeft zij almede niets bijzonders, <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>van buiten pronkt zij met een net torentjen, waarin een uurwerk is: boven een der
-ingangen ziet men een menschen geraamte, doodshoofden en beenderen, uit welken eenige
-korenairen wassen: daar onder leest men in de <i>Latijnsche taale</i>, de woorden: <i>hoop des anderen levens</i>.
-</p>
-<p>De <i>Nieuwe zijds Capel</i> die mede van zeer oude datum is, droeg weleer de naam van <i>Heilige stede</i>,<a class="noteRef" id="xd32e1712src" href="#xd32e1712">1</a> naar zeker mirakel aldaar omtrent het midden van de veertiende eeuw gebeurd, blijvende
-er alstoen (zegt men,) een gewijden ouwel midden in de vlamme ongeschend; thans is
-deeze capel geen onaartig kerkjen, zijnde vercierd met een fraai orgel, dat in 1636
-vernieuwd werd; er staat een klein spits torentjen op, waarin een slaand uurwerk:
-op bepaalde kerktijden wordt hier ook in de <i>Hoogduitsche taale</i> gepredikt.
-</p>
-<p>De <i>Gasthuis Kerk</i>, is een gedeelte van het oude Nonneklooster, <i>Ter Leliën</i>, ’t welk onder eene menigte andere kloosters hier ter stede weleer stond: het ruim
-bestaat uit een langen smallen elboog, ter wederzijde van gallerijen voorzien.
-</p>
-<p>De <i>Ooster Kerk</i>, en <i>Eilands Kerk</i>, waren omtrent den jaare 1660 slechts houtene loozen; de eerstgemelde stond toen
-bij het gewezene willige rasphuis, en werd reeds in 1671 ingewijd; doch de andere
-is eene loos gebleven tot in 1736: ’t zijn beide kleine maar zeer geschikte gebouwen;
-op ieder staat een aartig torentjen met een slag-uurwerk; doch zij hebben verders
-niets aanmerkelijks: er zijn ook geene orgels in.
-</p>
-<p>Eindelijk is er nog de <i>Amstel Kerk</i>, dat een hecht vierkant hout gebouw is, omtrent den jaare 1670 voltooid: het is honderd
-voeten lang, en even zo breed: het dak rust van binnen op 16 houtene stijlen: de grond
-is met geele klinkers belegd, zo dat er niet in begraven wordt, gelijk in de andere
-kerken geschiedt.
-</p>
-<p>De <i>Fransche</i> of <i>Waalsche gemeenten</i> hebben ter deezer stede twee kerken, den naam dragende van <i>Oude</i>, en <i>Nieuwe Waale Kerk</i>: de eerste was voorheen de kerk van ’t <i>Pauline klooster</i>, en werd <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>in 1409 gesticht; in 1661 werd zij merkelijk vergroot en verbeterd: zij heeft niets
-ongemeens, maar er is een goed orgel in—De <i>Nieuwe Waale Kerk</i>, is slechts van hout opgeslagen; zij was weleer een stads schermschool; doch werd
-in 1686, bij gelegenheid van de overkomst veeler <i>Fransche vlugtelingen</i>, tot eene kerk verbouwd—Donderdags avonds houden de <i>Waalen</i> in de <i>Wester Kerk</i> gebed.
-</p>
-<p>De <i>Engelsche Presbijteriaanen</i>, hebben hunne kerk op het Begynenhof in de <i>Kalverstraat</i>—weleer hadden de zogenaamde <i>Brouwnisten</i> nog eene kerk in de <i>Barndesteeg</i>, die naderhand ook tot de <i>Episcopaalen</i> gebruikt werd, doch sedert eenigen tijd is deeze gemeente bijna geheel verdweenen.
-</p>
-<p>De <i>Roomschen</i> hebben zo binnen de stad als even buiten de poorten, een groot getal kerkhuizen;
-behalven dat eenige voornaame leken nog Capellen in hunne eigene huizen hebben: sedert
-weinige jaaren heeft deeze gemeente verlof verkregen om buiten de <i>Raampoort</i>, een eigenlijke kerk te bouwen, dat een zeer net, en allezins aan het oogmerk voldoend
-gebouw is—In de <i>Roomsche</i> tijden had dezelfde gemeente hier ter stede, behalven de kerken die thans door die
-Gereformeerden gebruikt worden, nog verscheidene anderen, allen welken tot andere
-einden geschikt zijn geworden; op den hoek van de <i>Vrouwensteeg</i> stond er een die in huizen veranderd is: wat verder op den <i>Nieuwendijk</i> was de <i>St. Jacobs Capel</i>, die mede in huizen veranderd is, behalven het torentjen, dat tot voor nog maar weinige
-jaaren boven de daken<span id="xd32e1789"></span> uitstak en door Kerkmeesteren van de <i>Nieuwe Kerk</i> moest onderhouden worden, om dat de goederen van de gemelde Capelle aan die kerk
-gemaakt zijn: sedert is het gezegde torentjen afgebroken.
-</p>
-<p>De <i>Lutherschen</i> hebben tot op onzen tijd hier ter stede slechts twee kerken gehad, de <i>Oude</i>, en de <i>Nieuwe</i>; beiden zijn zeer ruime gebouwen, kunnende, vooral wegens de gaanderijen die er boven
-elkander in gemaakt zijn, veel volks bevatten.—De <i>Nieuwe</i> is een zwaar cirkelrond gebouw, waarvan de kap gedekt is met koperene plaaten, door
-<span class="sc">Karel den Elfden</span>, Koning van <i>Zweeden</i>, aan deeze kerk geschonken: in iedere deezer kerken is een fraai orgel, en beiden,
-vooral de <i>Nieuwe</i>, zijn bezienswaardig—Na dat deeze Gemeente onlangs door een duisteren twist eene
-scheuring ondergaan heeft, en verdeeld is geworden in die van het <i>Oude</i>-, en die van het <i>Nieuwe-licht</i>, of wel is <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>het eerstgemelde gedeelde bekend, bij den naam van <i>De Herstelde Gemeente</i>, is er nog eene <i>Luthersche Kerk</i> (naamlijk voor de uitgewekenen, of de <i>Herstelden</i>,) alhier gebouwd, ter plaatse alwaar het <i>Dolhuis</i> gestaan heeft: ’t is een ruim gebouw, doch zonder eenigen cieraad.
-</p>
-<p>De <i>Remonstranten</i> hebben hier ter stede een aartig kerkjen, op de <i>Keizersgracht</i> bij de <i>Prinsenstraat</i>: er is een goed orgel in.
-</p>
-<p>De volgende zijn de <i>Doopsgezinde Kerken</i>: van de <i>Vereenigde Vlaamsche</i>- en <i>Waterlandsche, het Lam</i>, dus genoemd naar eene brouwerij van dien naam welke er weleer stond: <i>De kerk bij de toren</i>, om dat zij bij de <i>Jan Roodepoorts toren staat</i>; langen tijd heeft deeze den naam van <i>de Spijker</i> gedragen, om dat zij gebouwd is op eene plaats alwaar weleer een spijker-pakhuis
-stond: <i>De Zon</i>, behoorende aan de afgezonderde <i>Vlaamsche Doopsgezinden</i>: alle deeze kerkjens zijn wel klein, maar echter aan het oogmerk zeer voldoende:
-weleer hadden de oude <i>Vlaamingen</i> nog een kerk, <i>De Kruikjens</i>, dus genoemd naar een herberg van dien naam daar naast staande; en de <i>Vriesche Doopsgezinden</i> eene andere, <i>De Arke Noachs</i><span id="xd32e1862"></span> genaamd; doch beiden zijn niet meer in wezen.
-</p>
-<p>De <i>Collegianten</i> vergaderen boven ’t weeshuis dier Gemeente, op de <i>Keizersgracht</i> over den gewezenen schouwburg.
-</p>
-<p>Nabij de <i>Remonstranten Kerk</i>, hebben de <i>Kwaakers</i> eene vergaderplaats, kenbaar aan een’ driehoek, die boven den ingang staat.
-</p>
-<p>In de <i>Houttuinen</i> vergaderen de <i>Hernhutters</i>: ook hebben de <i>Persiaanen</i> hier ter stede een net kerkjen; er is ook nog een kleine en nette <i>Grieksche Kerk</i>; op de <i>Oudezijds Voorburgwal</i>; schuin over de <i>Oude Kerk</i>.
-</p>
-<p>De <i>Portugeesche</i> en <i>Hoogduitsche Jooden</i>, hebben er voords ieder eene aanzienlijke sijnagoge, die, vooral de eerstgemelde,
-der bezichtiginge van den vreemdeling overwaardig zijn.
-</p>
-<p>Ofschoon nu in de meeste Gereformeerde Kerken, zo wel als in de <i>Oude</i>- en <i>Nieuwe</i> van de <i>Lutherschen</i>, (naamlijk aan het <i>Nieuwe licht</i> behoorende,) begraaven worde, (die van het <i>Oude licht</i> hebben zig een kerkhof op <i>Muiderberg</i> verkozen; zie onze beschrijving van dat dorpjen;) zijn er echter hier ter stede nog
-vijf groote kerkhoven, aan afgelegene oorden der stad: de <i>Jooden</i> hebben er drie buiten de stad; één te <i>Ouderkerk</i>, één te <i>Muiderberg</i>, en één nabij <i>Zeeburg</i>.
-</p>
-<p>Zijn de kerken te <i>Amsteldam</i>, gelijk gebleken is veelen, de verdere Godsdienstige Gestichten zijn er nog veel
-talrijker: wij zullen de voornaamsten met een enkel woord aanstippen.
-<span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span></p>
-<p>Het <i>St. Pieters Gasthuis</i>, dat zijnen naam ontleent van één der Gasthuizen welken weleer hier ter stede waren,
-komt eerst in aanmerking: het was in oude tijde de Kloosters der Oude en Nieuwe Nonnen:
-alles wat hierin gevonden wordt is ongemeen aan het oogmerk voldoende; het heeft zijne
-eigene bakkerij en brouwerij, ook is er de stads Apotheek in geplaatst: even binnen
-de groote poort is een Beiërt, alwaar de bedelaars en arme vreemdelingen drie nachten
-om niet kunnen logeeren, ontvangende des avonds en morgens ook spijs en drank.
-</p>
-<p>Het tegenwoordige Verbandhuis, ook in het <i>Gasthuis</i> zijnde, was weleer het <i>Pesthuis</i>, dat omtrent den jaare 1616 van daar naar buiten de <i>Leidsche poort</i> verplaatst, en te klein geworden zijnde, in 1630 weder verplaatst werd, daar het
-thans nog gezien wordt, mede buiten de <i>Leidsche poort</i>, een goed stuk wegs landwaards in gelegen: in 1732 is het geheel verbrand; doch ’t
-werd terstond weder herbouwd, juist 200 voeten lang en breed, en rondsom met een graft
-omgeven: ter zijde heeft het een eigen kerkhof, waarop ook sommigen met den dood gestraften
-begraven worden—Toen het <i>Dolhuis</i> weggenomen zoude worden, ter bouwinge van een kerk voor de <i>Herstelde Luthersche Gemeente</i>, werd aan dit huis een ruimen vleugel gebouwd, die thans voor een <i>Dolhuis</i> dient.
-</p>
-<p>Het <i>Oude Mannen- en Vrouwen-huis</i>, staande naast het Gasthuis: dit werd gebouwd uit een loterij, door de Wethouderschap
-in 1600 opgesteld: het staat op een gedeelte gronds van ’t <i>Oude Nonneklooster</i>, is een zeer royaal gebouw, en allezins bezienswaardig: het is niet aangelegd voor
-armen maar begunstigden, die er een aangenaam leven leiden; zij moeten bij het inkomen
-eenig huisraad, doch voor hun eigen gebruik, medebrengen—in 1605 werd in hetzelve
-een put gegraven van 232 voeten diep; bij welke graaving men onderscheidene beddingen
-gronds vond; onder anderen ter diepte van 72 voeten, één voet molm, en niet veel voeten
-dieper veele schelpen en zeehoorentjens—voor weinige jaaren is dit gebouw, aan de
-eene zijde, (op de <i>Kolveniers burgwal</i>,) met een fraajen steenen poort vercierd: de doorgang vandaar naar de <i>Oude zijds achterburgwal</i> is overdekt, heeft aan de eene zijde uitzicht door veele schuifraamen op de opene
-plaats of ’t bleekveld van ’t huis, en aan de andere zijde winkelkasten, die aan galanteriekramers
-enz. verhuurd worden.
-<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p>
-<p>Het <i>Burger weeshuis</i>, was weleer het <i>St. Lucie klooster</i> in 1580 daartoe vervaardigd; vóór dien tijd was het fraai herbouwd Logement de <i>Keizers kroon</i>, het <i>Burger weeshuis</i>: dit huis is groot, aanzienlijk, en ook zeer rijk.
-</p>
-<p>Het <i>Diaconie weeshuis</i> in de <i>Zwaanenburgerstraat</i>, is een gebouw van den jaare 1656; dit is mede ongemeen groot; heeft niet alleen
-zijn eigen Apotheek, maar ook artzenijtuin.
-</p>
-<p>Het <i>Diaconie-oude Mannen- en Vrouwen-huis</i>, staande op den <i>Binnenamstel</i>, doet ieder wegens zijne grootte verbazen; maar meer nog als men het van binnen bezichtigt,
-door zijne inrichting en de orde die er over het algemeen in heerscht: het geheele
-ligchaam der <i>Amsteldamsche Diaconie</i> is bewonderens waardig, vooral wegens de onbedenkelijke sommen die het jaarlijks
-tot onderhoud noodig heeft.
-</p>
-<p>Achter dit huis ontmoet men het <i>Korvers hofjen</i>, in 1722 gesticht uit eene ervenis van den Heere <span class="sc">Jan Corver</span>, Oud-Schepen en Raad der stad; het staat onder bestuur van de Gereformeerde Diaconie,
-wordende er geene anderen dan gehuwde oude lieden zonder kinderen in geplaatst: zo
-één van beiden overlijdt moet de nablijvende in het Diaconie <i>Oude mannen-</i> of <i>vrouwen-huis</i>, bovengemeld, overgaan—een dergelijk hofjen is daar nabij nog onlangs gebouwd, uit
-eene ervenis van den Heere <span class="sc">Van Mekeren</span>.
-</p>
-<p>Doet de Diaconie hier ter stede zo veel aan haare Ledemaaten, de Huiszittenarmen,
-dat is die geene ledemaaten zijn, worden mede niet vergeten; de ruime uitdeelingen
-aan dezelven geschieden thans op twee plaatsen, beiden mede overbezienswaardig; naamlijk
-in het <i>Oude zijds huis-zittenhuis</i>, en in dat aan de <i>Nieuwe zijde</i>; het eerste staat op de <i>Korte houtgraft</i>, op den grond van den <i>Leprozen tuin</i>, en het andere op de <i>Prinsegraft</i> bij de <i>Lelijgraft</i>; dit laatstgemelde heeft in de stad drie ruime turfschuuren.
-</p>
-<p>De Huiszittenmeesters hebben ook nog een <i><span class="corr" id="xd32e2014" title="Bron: Huitzitten">Huiszitten</span> weduwen Hof</i>, in 1650 op den grond van ’t <i>Oud Karthuizers Klooster</i> gebouwd: het is almede ongemeen groot: in hetzelve worden niet dan weduwen en hoogbejaarde
-dochters onderhouden: de kinderen der weduwen mogen bij hunne moeders woonen, tot
-dat de meisjens agttien, en de jongens negentien jaaren bereikt hebben.
-<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p>
-<p>Schoon de gezegde gebouwen, ieders aandacht trekken, door hunne grootte en talrijkheid
-van huisgezinnen, zij allen worden nog overtroffen door het <i>Aalmoeseniers Weeshuis</i>, staande op de <i>Prinsegraft</i> bij de <i>Leidsche straat</i>, in den jaare 1663 aldaar aangelegd, en naderhand nog vergroot; ’t is bijna 300 voeten
-breed, en drie verdiepingen hoog; en er worden bijna 2000 zielen in onderhouden: het
-is geschikt voor weezen, wier ouders geene burgers of ledemaaten der Gereformeerde
-Gemeente geweest zijn, als mede voor vondelingen, enz.
-</p>
-<p>De <i>Fransche</i> of <i>Waalsche Gemeente</i>, heeft te <i>Amsteldam</i> mede een zeer aanzienlijk weeshuis, dat ook voor het onderhouden van oude mannen
-en vrouwen dient; ’t staat op den hoek van de <i>Vijzel-</i> en <i>Prinse-graften</i>, en is een gebouw van den jaare 1669: vóór dien tijd hadden de <i>Waalen</i> hun Weeshuis in de <i>Laurierstraat</i>: het gezin in dit huis wordt ongemeen ruim onderhouden, en in de daad vrij beter
-dan menig ordentelijk <i>Amsteldamsch burger</i> in staat is zijne kleine huishouding te doen.
-</p>
-<p>De <i>Engelschen</i> hadden weleer een Weeshuis aan de zuidzijde van de <i>Loojers graft</i>; doch hetzelve was van weinig betekenis: thans hebben zij een tamelijk fraai Weeshuis
-op de <i>Oudezijds achterburgwal</i>, bij de <i>Stoofsteeg</i>, gesticht in den jaare 1782.
-</p>
-<p>De <i>Roomschen</i> hebben een jongens Weeshuis, staande aan de zuidzijde van de <i>Laurier-graft</i>; het is een vrij goed gebouw; maar komt niet in vergelijkinge met het <i>Maagdenhuis</i> van deeze Gemeente, op het <i>Spui</i>, en dat eerst voor weinige jaaren, in de plaats van het oude, gebouwd is; dit huis
-gelijkt veel eer naar een paleis dan naar een weeshuis—Voorheen had deeze gemeente
-haar uitdeelings comptoir, op den <i>Nieuwezijds achterburgwal</i>, bij het <i>Spui</i>, doch thans is hetzelve verplaatst, op den grond van den afgebranden Schouwburg op
-de <i>Keizersgraft</i> bij de <i>Huidestraat</i>; alwaar ’t mede eene zeer aanzienlijke vertooning maakt—Op het voor weinige jaaren
-bebouwde <i>Weesperveld</i>, hebben de <i>Roomschen</i> ook een ruim huis voor arme oude lieden aangelegd: de pracht waarmede het gebouwd
-is, doet duidelijk zien dat deeze gemeente eene ruime beurs moet bezitten.
-</p>
-<p>Aan de noordzijde van de <i>Lauriergraft</i>, ontmoet men het Weeshuis der <i>Luthersche Gemeente</i>, zijnde hetzelve na het midden der voorgaande eeuw gebouwd; het is een zeer goed
-gebouw, <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>en is voor weinige jaaren nog aanmerkelijk verbeterd—dezelfde Gemeente heeft niet
-verre van dat weeshuis, naamlijk in de <i>Konijnenstraat</i>, een <i>Hofjen voor oude Vrouwen</i>, alwaar de inwooners mede zeer goed onderhouden worden—maar van ongemeen veel meer
-aanziens en ruimte is het <i>Nieuwe bestedelingshuis</i>, door deeze Gemeente gebouwd op het reeds meergemelde <i>Weesperveld</i>; het is een groot en aanzienlijk gebouw, waarin de oude lieden ook ongemeen wèl onderhouden
-worden.
-</p>
-<p>Het weeshuis der <i>Vereenigde Vlaamsche</i> en <i>Waterlandsche Doopsgezinden</i>, gemeenlijk het <i>Mennonieten Weeshuis</i> genoemd, staat op de <i>Prinsegraft</i>, tusschen de <i>Vijzelstraat</i> en <i>Reguliersgraft</i>, en is gesticht in den jaare 1676; zijnde in alle deelen een aangenaam en luchtig
-gebouw, waarin de kinderen ook met allen mogelijken zorg, gevoed, gekleed, en geleerd
-worden.—Vooraan in de <i>Elandsstraat</i> had dezelfde Gemeente weleer haar <i>Oude Vrouwenhuis</i>; doch hetzelve is in 1759 geplaatst, in de <i>Kerkstraat</i>, achter het Weeshuis voornoemd.
-</p>
-<p>Die van de Collegianten, hebben hun Weeshuis, van ouds de <i>Oranje appel</i> genoemd, ter plaatse alwaar zij hunne vergadering houden, zie hier vóór.
-</p>
-<p>Onder de godsdienstige gestichten ter deezer stede kunnen ook nog de volgende geteld
-worden, als,
-</p>
-<p>Het <i>Stads zijdewindhuis</i>, geplaatst op den Cingel boven het stads magazijn: hier worden jonge meisjens van
-8 tot 14 jaaren, en wier ouders van de Huiszittenmeesters, of gelijk men zegt, <i>van de stad</i>, en ook die, wier ouders van de Diaconie trekken, met het winden van zijde aan werk
-en geld geholpen, maar middelerwijl ook in het leezen, schrijven, en de gronden van
-den Godsdienst onderwezen.
-</p>
-<p>Het <i>Begijnen-hof</i>, in de <i>Kalverstraat</i>, alwaar, gelijk wij reeds zeiden, de <i>Engelschen</i> hunne Kerk hebben: ’t is reeds een gebouw van den jaare 1389: in 1393 werd het door
-Hertog <span class="sc">Albrecht</span> in bescherminge genomen: ’t is bebouwd met wooningen voor een zeker tal Begijnen,
-die er hunne eigene kerk en Priester hebben: de dochterkens geneeren zig met allerlei
-kundig naaldwerk, waarin sommigen van haar zeer ervaaren zijn.
-</p>
-<p>Het <i>Lazerus</i> of <i>Leprozen-huis</i>, staande bij de <i>St. Anthonies</i> of <i>Jooden breestraat</i>: sedert de lazerij genoegzaam geheel uit deeze Landen verdweenen is, dient het <i>Leprozen-huis</i>, voor eenige proveniers, en sommige simpele lieden.
-<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p>
-<p>Van het <i>Dol-</i> of <i>Krankzinnig huis</i> hebben wij reeds gesproken: (zie boven Bladz. 10).
-</p>
-<p>Het <i>St. Joris hof</i>, staande tegen de <i>oude Waals Kerk</i>: was eertijds het <i>Pauliniaanen klooster</i>; ’t is nu een Proveniers huis, schoon ’t voorheen ook voor Leprozen gediend hebbe.
-</p>
-<p>Behalven alle de gemelde gebouwen vindt men hier ter stede nog eene menigte hofjens
-en Godsdienstige gestichten, door bijzondere persoonen van verscheidene Gezinten,
-met Godsdienstige oogmerken, aangelegd: de voornaamsten zijn:
-</p>
-<p>Het <i>Deutzen Hofjen</i>, op de <i>Prinsegraft</i> tusschen de <i>Spiegel-</i> en <i>Vijzel-straat</i>, in 1695 gesticht door Vrouwe <span class="sc">Agneta Deutz</span>; er worden oude vrouwen op geplaatst, die, behalven vrije wooning, 36 guldens aan
-geld, 40 mand turf, 20&nbsp;℔ boter, 20&nbsp;℔ rijst, en 20&nbsp;℔ kaarsen jaarlijks genieten.
-</p>
-<p><i>Venetia</i> of <i>Maarloops hofjen</i>, naar zijnen stichter <span class="sc">Maarloop</span> dus genoemd, gelijk ook veelen der volgenden den naam naar hunne stichters draagen:
-dit hofjen staat in de <i>Elandstraat</i>: behoeftige Vrouwen van allerleie Gezinten, uitgenomen die van den <i>Roomschen Godsdienst</i> zijn, genieten er vrije wooning, 50 manden turf, en nog eenig geld in ’t jaar.
-</p>
-<p>’T <i>Raapen hofjen</i> aan de Noordzijde van de <i>Braak</i>, wordt mede door behoeftige vrouwen bewoond: zij genieten ieder jaarlijks 25 tonnen
-turf.
-</p>
-<p>De <i>Huisjens van Bosch</i> staan naast het laatstgemelde Hofjen; in dezelven wordt alleenlijk vrije wooning
-genoten.
-</p>
-<p>’T <i>Roeters hofjen</i>, op de <i>Linde graft</i>, is mede gesticht voor behoeftige vrouwen van den Gereformeerden Godsdienst, die
-er ook alleenlijk vrije inwooning genieten.
-</p>
-<p>Het <i>Okkers hofjen</i> in de <i>kromme Palmstraat</i>, bijna geheel herbouwd zijnde, moet er een gering geld op verwoond worden.
-</p>
-<p>’T <i>Claas Reiniersz</i>. <i>Hofjen</i> op de <span class="corr" id="xd32e2225" title="Bron: Keizersgaft">Keizersgraft</span>, tusschen de <i>Beeren-</i> en <i>Run-straat</i>, behoort aan de <i>Roomschgezinden</i>, en voert ter spreuke, <i>Liefde is ’t Fundament</i>; ’t is aangelegd voor Vrouwen die bij ’t inkomen, voor ééns, honderd guldens moeten
-geeven.
-</p>
-<p>’T <i>Hamershofjen</i>, is mede voor oude <i>Roomschgezinde Vrouwen</i>.
-</p>
-<p>’T <i>St. Andries Hofjen</i> op de <i>Egelantiersgraft</i>; hier is een kapelletjen in ’t welk ééns ter week dienst gedaan wordt, door den Capellaan
-van ’t <i>Begijnehof</i>.
-</p>
-<p>De <i>Brouwers huisjens</i> in de Wijdesteeg op de <i>Bloemmarkt</i>, behooren ook aan de <i>Roomschen</i>; als mede
-<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p>
-<p>Het <i>Otters hofjen</i>, in de <i>Vinkestraat</i>, en
-</p>
-<p>De <i>Zeven keurvorsten</i> in de <i>Tuinstraat</i>.
-</p>
-<p>Het <i>Suiker hofjen</i> op de Lindegraft, behoort aan de <i>Lutherschen</i>; en is aangelegd voor oude vrouwen, en vrijsters boven de 50 jaaren: ieder bewoonster
-geniet boven vrije wooning, jaarlijks 40 manden turf, 10&nbsp;℔ rijst, en drie dukatons
-aan geld—aan dezelfde Gemeente behoort ook
-</p>
-<p>Het <i>Grillen hofjen</i>, in de <i>Weterings dwarsstraat</i>.
-</p>
-<p>Het <i>Brantzen hofjen</i>, op de <i>Nieuwe Keizersgraft</i> bij de <i>Weesperstraat</i>.
-</p>
-<p>Het <i>Linden hofjen</i>, op de <i>Lindengraft</i>, behoort aan de <i>Doopsgezinden</i>, als mede
-</p>
-<p>De <i>Hoeksteen</i> in de <i>Lojerstraat</i>, ook
-</p>
-<p>Het <i>Rijpen-</i> of <i>Roozen-hofjen</i> op de <i>Roozegraft</i>.
-</p>
-<p>Zie daar alleenlijk de hoofdtrekken van een schilderij van Godsdienstigheid, barmhartigheid
-en menschenliefde, waarop de <i>Amsteldammers</i> met reden roem mogen draagen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>In de eerste plaats komt hier ongetwijfeld voor het vorstlijke Stadhuis, dat met recht
-den naam draagt van ’t <i>agtste wereldwonder</i>: het staat op den ruimen dam, meer achterwaards dan het oude Stadhuis in 1652, door
-de vlamme vernield, aldaar gestaan heeft: in 1648, (des vier jaaren vóór gezegden
-brand,) begon men de grondslagen van het tegenwoordige te leggen; ruim een jaar en
-negen maanden bragt men door met het heien van de paalen, die ten getale van <i>dertien duizend, zes honderd negen en-vyftig</i> werden ingeslagen, des niettegenstaande werd de bouwing zo spoedig voordgezet, (vooral
-na het oude huis, gelijk gezegd is, verbrand was,) dat de wethouderschap reeds op
-den 1 Augustus 1655 er haare zitting in nam; evenwel had het gebouw toen nog geen
-dak, en er werdt nog eenigen jaaren lang aan gearbeid, eer gezegd kon worden, dat
-het geheel voltooid was; alles onder opzicht van de ontwerpers, de beroemde <span class="sc">Jacobus van Campen</span>, en <span class="sc">Daniel Stalpert</span>.
-</p>
-<p>Aan dit overheerelijk Stadhuis zijn de krachten der Bouwkunde uitgeput, waarvan de
-beschouwing zelve alleen kan overtuigen; <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>het heeft, behalven de onderste verdieping, waarin de Wisselbank, gevangenplaatsen,
-en eenige kelders zijn, drie steenen verdiepingen en verwelfsels: de breedte bedraagt
-een tal van ruim 282 voeten, en de grootste diepte, naamlijk tusschen het voorste
-en achterste middenste uitsteeksel, bedraagt omtrent 236 voeten, de kleinste of zijdelijke
-diepte omtrent 200½ voeten: zonder den toren is het gebouw weinig minder dan 117 voeten
-hoog: alles wat boven den grond is, is zamengesteld uit witte <i>Breemer</i> en <i>Bentheimer steen</i>, aan alle kanten met eene toereikende hoeveelheid van glasraamen voordien: in ’t
-middenste uitsteekzel van den voorgevel zyn negen ronde boogen, zeven van welken tot
-ingangen dienen, de twee overigen zijn met ijzerene traliën gesloten; met vier steenen
-trappen gaat men tot deeze boogen op: in ’t middenste uitsteeksel van den achtergevel,
-heeft men eenen langwerpig vierkanten ingang naar welken men langs zes steenen trappen,
-voorwaards en ook van beide zijden opgaat: boven deezen opstal staan rondsom het gebouw
-negentig <i>Romeinsche Colommen</i>, ieder, met de cieraadjen, ruim 36 voeten hoog: boven deeze rij staat een gelijke
-talrijke rij <i>Corinthische Colommen</i>; alles met cierlijke festonnen tusschen beiden: op ieder’ hoek van het dak staat
-eenen koperen vergulden kroon, die door vier arenden gedragen wordt; langs de daken
-zyn twintig dakvensters en agttien schoorsteenen geplaatst: de middenste uitsteekzels
-van de voor- en achter-gevel, zijn ieder met een kap gedekt, waarin overheerelijke
-levensgroote marmeren beelden geplaatst zijn; op de lijst van den voorkap staan drie
-koperen beelden, naamlijk dat der <i>Vrede</i>, tusschen die der <i>Voorzichtigheid</i> en <i>Rechtvaardigheid</i>: op de achterkap staat tusschen de beelden der <i>Maatigheid</i> en <i>Wakkerheid</i> een Atlasbeeld, den hemelkloot torschende; de toren die rond en met agt halve <i>Corinthische Colommen</i> omringd is, staat in ’t midden boven den kap van den voorgevel op een vierkanten
-voetstuk, en is ruim 66 voeten hoog: op denzelven staat voor windwijzer het oude wapen
-der stad: de toren is met festonnen en andere sieraaden der bouwkunde getooid; ook
-heeft hy een kunstig uurwerk en klokkespel, op ’t welk driemaal ter week een uur gespeeld
-wordt; de ton van het werk weegt 4474 ponden.
-</p>
-<p>Het zoude ons bestek te veel gevergd weezen, wilde men eene beschrijving van het inwendige
-des gebouws van ons <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>vorderen, wij kunnen er slechts iet weinigs van zeggen; de talrijke vertrekken, welken
-er in zijn, zijn allen der bezichtiginge overwaardig; eenigen van dezelven zijn vercierd
-met overheerelijke schilderstukken, en beschilderingen van de voornaamste oude meesters;
-de vroedschapskamer munt daarin boven alle anderen uit: op de wapenkamer zijn ook
-veele bijzonderheden te zien, voornaamlijk van oude wapenen, harnassen, enz.
-</p>
-<p>Vooral zijn bewonderenswaardig de beelden, waarmede de openbaare vierschaar, die in
-de onderste verdieping gevonden wordt, pronkt: men ziet er in door drie boogen, die
-half met gehouwene steenen toegemetseld, en half met getakte koperen tralien afgesloten
-zijn: de ingang ter zijde is door twee zwaare metaalen deuren gesloten; slangen, zwaarden,
-bliksems, als mede het oude en nieuwe wapen der stad, vercieren dezelve: het binnenwerk,
-zijnde een rechterstoel, bank, trappen, colommen, beeldwerk, enz. is genoegzaam alles
-van wit marmer gehouwen: onder het beeldwerk vertoonen zig <i>Salomon’s gerecht</i>, <span class="sc">Seleucus</span>, die zig ’t oog laat uitsteeken, en <span class="sc">Brutus</span>, die zijne zoons doet onthalzen, alles overkunstig gehouwen.
-</p>
-<p>Op de tweede verdieping munt uit de burgerzaal, over welken men tot alle de op die
-verdieping zig bevindende kamers, gaat; deeze zaal, die met twee zwaare koperen deuren
-gesloten wordt, is 120 voeten lang, en omtrent 57 voeten breed: te recht is van deeze
-zaal gezegd: „Alles blinkt hier van marmer, en andere kostbaare steen, zo kundig bewerkt,
-dat de mans- en vrouwe-beelden niet slechts, maar ook het fruit- en loofwerk, de bloemen,
-de korenschoven, de vogeltjens, het zeegedierte en duizenderleie aartigheden meer,
-den aanschouwer op ’t levendigste toelagchen:” midden op den marmersteenen grond,
-waren twee platte halve aardklooten van gekleurden steen en geel koper kunstig ingelegd,
-doch dezelve zijn door het beloopen reeds geheel verdweenen; een halven hemelkloot,
-mede kunstig van geel koper in denzelfden grond ingelegd, is nog heden te zien: het
-gewelfsel is fraai beschilderd; met één woord, deeze zaal doet op het eerste gezicht
-verstommen, en bij nadere beschouwing houdt zij de bewondering der kenneren onafgebroken
-bezig.
-</p>
-<p>Na het stadhuis verdient de <i>Beurs</i> genoemd te worden: zij is gebouwd op vijf overwelfde boogen, die in den <i>Amstel</i>, aldaar <i>Rokin</i> geheten, gelegd zijn: de middenste boog diende weleer ter doorvaart, doch in 1622
-werd er een vaartuig met buskruid <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>onder gevonden, aldaar gelegd zijnde, zoo men zegt, met oogmerk om het gebouw, als
-de kooplieden vergaderd waren, in de lucht te laaten springen, en daardoor de stad
-eene onherstelbaare schade toetebrengen; want men moet zig miet verwonderen als men
-hoort dat de kooplieden op één’ beurstijd somtijds millioenen maalen millioenen schats
-aan papieren bij zig hebben: na dien tijd is de gezegde doorvaart gesloten: de Beurs
-bestaat uit een vierkant plein, omringd van breede gaanderijen, wier verwelfsels op
-46 pilaaren van blaauwen arduinsteen rusten; aan de zuidzijde pronkt het gebouw met
-een cierlijk torentjen, voorzien van een uurwerk: ’t gebouw is binnenswerks 250 voeten
-lang, en omtrent 140 voeten breed; is in den jaare 1608 aangelegd<span class="corr" id="xd32e2386" title="Niet in bron">,</span> in 1613 volbouwd, en in 1668 merkelijk vergroot: boven de gezegde gaanderijen is
-een zogenaamde Prentekamer; welke naam zij draagt om dat er veele winkelkassen op
-gemaakt zijn, die meest door prentekoopers in huur gehouden worden, en welken er ook
-dagelijks hunne voorraad uitstallen; enkel de kassen worden ook door galanteriekramers
-in huur gehouden: op dezelfde verdieping vindt men mede het stads schermschool.
-</p>
-<p>Op het <i>Water</i> staat een afzonderlijke beurs voor de korenkopers, die weleer slechts van hout was,
-doch in den jaare 1767 is deeze weggebroken, en een fraaje steenen beurs in de plaats
-gezet; zij is gebouwd in den smaak der groote, of koopmans beurs voornoemd: niet verre
-van deeze beurs, op de kolk, staat het <i>Korenmeeters huis</i>, zijnde een sierlijk vierkant steenen gebouw—achter de Korenbeurs, aan de andere
-zijde van het <i>Water</i>, vindt men het <i>Stads Exijnshuis</i>, dat mede een groot gebouw is, en met hardsteenen gevels pronkt: ’t is in 1637 en
-1638 merkelijk vernieuwd en vergroot—bij het zelve staat het <i>Bierdragers huis</i> van de oude zijde; dat van de nieuwe zijde staat op het <i>Spui</i>.
-</p>
-<p><i>Amsteldam</i> heeft drie waagen: de oudste, zijnde een gebouw van ’t jaar 1560, staat op den <i>Dam</i>, tegen over het stadhuis; boven deeze is de militaire hoofdwacht; de toegangen tot
-welke, zo wel als het bordes daarvoor, is in den jaare 1778 fraai van blaauw arduinsteen
-vernieuwd—De tweede waag staat op de <i>Nieuwmarkt</i>, en is de oude <i>St. Anthonies poort</i>, die in 1617 tot een waag bekwaam gemaakt werd: boven dezelve is de openbaare leerschool
-in de Anatomie, de <i>Snijkamer</i> genaamd; ook worden er veele vreemde dieren, gewassen, steenen, geraamten, enz. bewaard—de
-Heelmeesters hebben boven deeze waag <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>ook hunne Gildekamer—De derde waag staat op de <i>Botermarkt</i>, en is de gewezene <i>Regulierspoort</i>, in 1668 tot een waag toebereid.
-</p>
-<p>Voor weinige jaaren is er ook nog een <i>Waterwaag</i> aangelegd, naamlijk op den <i>Buitenkant</i> bij de <i>Kraansluis</i>.
-</p>
-<p>Het <i>Prinsenhof</i>, of eigenlijker gezegd het <i>Admiraliteits hof</i><a class="noteRef" id="xd32e2434src" href="#xd32e2434">2</a>, was voorheen het <i>St. Cecilien klooster</i>, gesticht, naar het gevoelen van sommigen, tusschen den jaare 1342 en 1352; ’t gebouw
-pronkt nog met het torentjen van de kloosterkerk: in 1661 is het klooster bijna geheel
-weg gebroken, en op deszelfs grond het tegenwoordige prachtige hof gebouwd.
-</p>
-<p>Het <i>Admiraliteits</i> of <i><span class="corr" id="xd32e2450" title="Niet in bron">’s </span>Lands zeemagazijn</i>, staat aan den IJ-kant, op den hoek van <i>Kattenburg</i>; ’t is een ruim gesticht van den jaare 1655, zijnde 220 voeten breed, en 200 voeten
-lang: in 1790 brandde het van binnen geheel uit, doch ’t werd weldra weder in die
-orde gebragt, waarin wij het heden beschouwen: voor dit magazijn ligt het scheeps
-hok, binnen het welk de oorlogschepen die onttakeld zijn, opgelegd worden: er leggen
-altoos fraaje pronkschepen in: nog werkelijk is men bezig met de onderneeming om aldaar
-een dok te maaken, doch veelen deskundigen twijfelen aan den goeden uitslag daarvan—bij
-’t magazijn is ook <i>’s Lands timmerwerf</i>, zijnde dezelve omtrent 1500 voeten lang—Op een vrij grooten afstand van het magazijn,
-is <i>’s Lands Lijnbaan</i>, benevens die der <i>Oostindische Compagnie</i>; het Huis dier Compagnie, op der hoek van de <i>Hoogstraat</i>, was tot den jaare 1605 het stads magazijn: het zelve is van tijd tot tijd vergroot—Het
-<i>Zeemagazijn</i> derzelfde Compagnie is een geweldig groot gebouw, in 1660 aan den IJ-kant aangelegd;
-achter het zelve ligt <i>’s Compagnies werf</i>; haare <i>Lijnbaan</i> is op <i>Oostenburg</i>.
-</p>
-<p>De gebouwen der <i>Westindische Compagnie</i>, zijn het <i>Huis</i>, op de <i>Garnaalsmarkt</i>; haar <i>pakhuis</i> staat op <i>Raapenburg</i>, aan den IJ-kant: weleer hield deeze Compagnie haare vergadering in het gebouw op
-den <i>Haarlemmerdijk</i>, thans tot een <i>Heeren Logement</i> dienende: de gewapende Schutterij betrekt boven hetzelve des avonds eene wacht.
-<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p>
-<p>Onder de groote stads gebouwen munt niet weinig uit de <i>Lombard</i>, of <i>Bank van leening</i>, staande op den <i>Fluweelen burgwal</i>: in 1548 dat het huis aldaar gebouwd tot een magazijn voor de huiszittenarmen; doch
-in 1614 werd het tot een lombard bekwaam gemaakt, en in 1669 nog merkelijk vergroot:
-van de panden onder de ƒ&nbsp;100 wordt slechts een’ penning van iederen gulden per week
-bepaald; van de panden boven de ƒ&nbsp;100 tot ƒ&nbsp;475 wordt 7¼ ten honderd, en van panden
-van ƒ&nbsp;500 en daar boven, wordt 6 ten honderd ’s jaars betaald: door geheel de stad
-heen, woonen <i>inbrengers</i> of <i>inbrengsters</i>, die voor een bepaald loon, de panden, beneden de ƒ&nbsp;100 aanneemen, en in de groote
-Lombard brengen.
-</p>
-<p>Vijf vleeschhallen waren er voorheen in <i>Amsteldam</i>, twee in de <i>Nes</i>; doch de kleinste dier twee is voor eenige jaaren weggebroken, en de groote tevens
-een goed gedeelte verlengd: de eene was weleer een kerkjen, <span class="sc">St. Pieter</span> toegewijd, gelijk de <i>St. Pieters poort</i> er nog tegen over is; de andere ’t <i>Margareten klooster</i>; de overige hallen staan op de <i>Westermarkt</i>, (boven dezelve is de hoofdwacht der wakende Schutterij,) op de <i>Heeremarkt</i>, en op de <i>Botermarkt</i>: de <i>Jooden</i> hebben nog eene afzonderlijke hal voor zig.
-</p>
-<p><i>Amsteldam</i> heeft ook eene <i>Laken- Zijde- en Saai hal</i>, alwaar de lakens, baajen en karsaajen, gelood en gestaald moeten worden: zij staat
-in de <i>Staalstraat</i>, en was weleer de stads steenhouwerij.
-</p>
-<p>In de <i>Kalverstraat</i>, over den <i>Heiligen weg</i>, staat een <i>Schrijnwerkers</i>, of <i>Kistemaakers</i> pand; ’t was weleer een kerkjen tot het oud Leprozenhuis behoorende: de stad verhuurt
-het aan eenige baazen van het Kastemaakers gild, die er allerlei schrijnwerk in te
-koop stellen.
-</p>
-<p>De <i>Vischmarkten</i> zijn drie in getal, één aan de oude, en één aan de nieuwe zijde, (beiden voor zeevisch
-dienende,) en een rivier vischmarkt, in de <i>Nes</i>, ter plaatse alwaar weleer de kleine vleeschhal stond; zie boven.
-</p>
-<p>De <i>Colveniers doelen</i>, alwaar men in vroegeren tijd met vuurroers naar het wit plag te schieten, is thans
-een aanzienlijk logement, en voor eenige jaaren van vooren fraai vertimmerd: ’t was
-weleer eene sterkte aan den <i>Amstel</i> tegen de <i>Utrechtenaars</i>; blijkens ’t geen men in een’ steen voor dezelve leest: naamlijk de woorden, <i>Zwicht Utrecht</i>.
-</p>
-<p>Nog zijn er twee andere <i>Doelens</i>, of <i>Schutters hoven</i>: de <i>Hand-</i> en <i>Voet-boogs</i>, op de <i><span class="sic" title="Voorgestelde verbetering: Garnalenmarkt">Garnalemarkt</span></i>, thans geschikt tot het <i>Westindisch <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>huis</i>, voornoemd, en een aanzienlijk logement—tusschen de laatstgemelde beide doelens is
-één der vijf stads wapenhuizen; ten einde van de <i>Brouwersgraft</i> is een ander, dat geweldig groot is, en tevens tot een korenmagazijn dient; voords
-zijn aan drie afgelegene hoeken van de stad drie anderen.
-</p>
-<p>Vijf voornaame stadsherbergen zijn er in <i>Amsteldam</i>: De <i>Nieuwe-</i> en <i>Oude-zijds heerelogementen</i>, de <i>Oude</i> en <i>Nieuwe herbergen</i> aan het <i>Y</i>, en een in de plantaadje, die zeer vermaaklijk gelegen is, gelijk de plantaadje zelve
-een aangenaam oord is: voorheen waren in dezelve eene menigte kleine herbergjens voor
-den burger, doch deezen heeft men naderhand allen verboden; misschien oordeelde men
-dat de burger geene uitspanning noodig heeft—thans is ’t in de plantaadje intusschen
-veel <i>ordentelijker</i>, want het krielt er van bordeelen.
-</p>
-<p>De stad heeft ook een eigen <i>Timmertuin, Steentuin, Steenhouwerij</i>, <i>Scheepstimmerwerf, Geschut- en Klokgieterij</i>, en <i>Proefwerf</i>.
-</p>
-<p>De Nederduitsche Schouwburg stond weleer op de <i>Keizersgraft</i>, (zie hiervoor, bladz. 9.) doch zij werd in den jaare 1772 ten eenenmaale door de
-vlamme verteerd; een andere is kort na den brand op het <i>Lijdsche plein</i> aangelegd—op de <i>Erwte markt</i> is een fraaje <i>Fransche Schouwburg</i>, voor rekening van particulieren gebouwd; doch sedert eenigen tijd, mag dezelve niet
-gebruikt worden—in de <i>Amstelstraat</i>, bouwde men in den jaare 1790, een zeer goeden <i>Hoogduitschen Schouwburg</i>, doch dezelve heeft almede moeten sluiten: eerst door verloop van het fonds, thans
-ter oorzaake van de tijdsomstandigheden.
-</p>
-<p>Weleer waren in <i>Amsteldam</i> drie <i>Doolhoven</i>; doch twee derzelven zijn te niet geraakt; het <i>Oude</i> is nog aanwezig op de <i>Prinsengraft</i> bij de <i>Loojersgraft</i>: ’t heeft een zeer schoon waterwerk; ook vertoont men er eenige aloude geschiedenissen
-door beweegende beeldjens: er is een houten reuzenbeeld van ongemeenen grootte, en
-bewonderenswaardig fraai gewerkt.
-</p>
-<p>Behalven de kerktorens, en die welken op de poorten, het stadhuis, enz. gevonden worden,
-pronkt de stad nog met den <i>Jan roodepoorts toren</i>, op het Cingel: hij draagt den genoemden naam om dat aldaar weleer het <i>Jan rooden poortjen</i> stond: op denzelven is de gevangenplaats der stads militie—de <i>Regulierstoren</i>, aan het einde van de <i>Kalverstraat</i> en <i>Cingel</i>; hij is alzo genoemd om dat de <i>Regulierspoort</i> aldaar weleer stond: in 1672 werd onder denzelven, om reden van de omstandigheden
-van dien tijd, een munt aangelegd; waarom men ook den toren <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>nog de <i>Muntstoren</i>, en de daaraan gebouwde voornaame herberg, <i>de Munt</i> noemt: in deezen toren is een schoon klokkespel——De <i>Haringpakkers toren</i>, van ouds de <i>Heilige kruistoren</i> genaamd, staat aan den <i>Y-kant</i>, en wordt <i>Haringpakkers toren</i> genoemd, om de <i>Haringpakkerij</i>, die er nabij is; ook houden de keurmeesters van den haring in deezen toren hunne
-vergadering——de <i>Schreiers toren</i>, staat mede aan den <i>Y-kant</i>, en draagt zijnen naam, naar eene vrouw, die het schreiend t’scheep gaan van haaren
-man zo zeer ter harte nam, dat zij er krankzinnig van werd, welk voorval ook nog in
-een’ steen uitgehouwen, en in den torenmuur geplaatst, vertoond wordt—de <i>Montalbaans toren</i> staat op de <i>Oude schans</i>; de oorsprong van deezen naam is onzeker—de burgerij heeft hier ook eene wachtplaats.
-</p>
-<p>Drie <i>Jagthavens</i> die in <i>Amsteldam</i> gevonden worden, kunnen wij mede onder dit artijkel betrekken: de eene is bij de
-<i>Oude stads herberg</i>, de tweede aan den <i>Amstel</i>, voor de hooge sluis, of breede en aanzienlijke steenen brug, en de derde bij ’t
-burgerwachthuis, <i>Keerweer</i> genaamd, ten einde van <i>Kattenburg</i>; uit de twee eerstgemelden zeilt jaarlijks nog een vloot van kleine vaartuigen, alhoewel
-zulks thans mede niet met den ouden luister geschiedt.
-</p>
-<p>Van de stads <i>Kraanen</i> zouden wij, vereischte ons bestek die naauwkeurigheid, nog iet kunnen zeggen, thans
-gaan wij dat point met stilzwijgen voorbij; van de schutsluizen hebben wij reeds met
-een enkel woord gewaagd, en zouden meenen derhalven ons artijkel <span class="sc">Wereldlijke Gebouwen</span> hier mede te kunnen sluiten, ware het dat wij daaronder niet betrokken, de stads
-tuchthuizen en schoolen, waarvan wij nog een enkel woord moeten spreeken.
-</p>
-<p>Het eerste gebouw dat ons hierin voorkomt, is het <i>Rasphuis</i>, gemeenlijk het <i>Boevenrasphuis</i>, ook het <i>Tuchthuis</i> geroemd: hetzelve wordt gevonden op den <i>Heiligen weg</i>, en was weleer het <i>Clarissen Klooster</i>: in 1595, werd het tot een tuchthuis voor de mans bekwaam gemaakt: ’t is een gebouw
-allezins der bezichtiginge waardig, vooral wegens de orde welke er in heerscht, die
-te aanmerkelijker wordt, wanneer men nagaat dat de bewooners, eene talrijke hoop dier
-wezens zijn, welken op eene der uiterste grenzen van de vatbaarheden van den mensch
-staan, tot de ergste grouwelen in staat zijn, en echter binnen de muuren <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>van dit huis, in behoorelijken tucht gehouden, ja zelfs tot Godsdienstoefening genoodzaakt
-worden.
-</p>
-<p>’T gewezene <i>Ursulen klooster</i> heeft jaaren lang gediend voor een vrouwen <i>Tucht-</i> of <i>Spin-huis</i>; doch bij den aanbouw van een groot <i>stads Werkhuis</i> op ’t <i>Weesperveld</i>, is hetzelve ten onbruike geraakt, in zo verre het tuchtigen van vrouwlieden betreft;
-thans dient het tot inquartiering van militie; de schuldige vrouwen worden nu in het
-algemeene <i>Werkhuis</i> voornoemd geplaatst.
-</p>
-<p>Het <i>Willige rasphuis</i> voor vrouwlieden, dat weleer aan den <i>Y-kant</i> stond, en ter weeringe van bedelaarij diende, niet alleen, maar ook ter gevangenplaatse
-van vrouwen, wier gedrag opsluiting verdiende, en wier naastbestaanden de kosten van
-een bijzonder <i>Beterhuis</i> niet konden draagen, almede door den aanleg van het voornoemde algemeene <i>Werkhuis</i>, ten onbruike geraakt zijnde, werd de grond daarvan bebouwd, met het allen lof verdienende
-<span class="sc">Kweekschool voor de Zeevaart</span>; eene instelling die <i>Amsteldam</i> eere aandoet, en ons ’t ons voorgeschreven bekrompen bestek doet betreuren; want
-gaarne weidden wij ten breedsten over het aanleggen van die lofwaardige schoole uit.
-</p>
-<p>Het <i>Verbeterhuis</i>, staat op de schans niet verre van het <i>Weteringspoortjen</i>; ’t was weleer een huis dat diende ter genezinge van die met schurft of kwaadzeer
-besmet waren; het huis dient voor particuliere opsluitingen, echter moet zulks geschieden
-op verlof van de Regeering, die ook den Vader van hetzelve aanstelt.
-</p>
-<p>Men heeft in <i>Amsteldam</i> voords een zeer aanzienlijke <i>Doorluchtige schoole</i>, (<i>Athenæum illustre</i>,) ’t gebouw was weleer een kerkjen van ’t <i>Agnieten klooster</i>, naderhand een pakhuis voor de Admiraliteit, waartoe de onderste verdieping nog gebruikt
-wordt; boven de leesplaats, is eene aanzienlijke stads boekerij, die eenmaal per week
-voor ieder openstaat; alle de boeken zijn met koperen kettingjens aan de kassen vastgemaakt.
-</p>
-<p>Voorheen waren in deeze stad twee <i>Latijnsche schoolen</i>, thans is er maar één, staande op de <i>Cingel</i> tusschen de <i>Munt</i> en den <i>Heiligen weg</i>: ’t is een gebouw dat allezins aan het oogmerk beantwoordt: naast hetzelve staat
-de wooning van den Rector.
-</p>
-<p>De Huiszitten- of Stads-schoolen verdienen hier ook aangemerkt te worden: zij zijn
-aangelegd voor de kinderen dier behoeftigen welke <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>geene ledemaaten der Gereformeerden zijn, en derhalven niet door de Diaconie onderhouden
-worden, deeze heeft haare eigene schoolen.
-</p>
-<p>Boven de Vleeschhal in de <i>Nes</i>, is de vergaderplaats van de Opzieners over het Genootschap der Geneesmeesteren—de
-aanzienlijke stads Kruidtuin is in de Plantaadjen aangelegd.
-</p>
-<p>Na het aanstippen van alle deeze kweekschoolen der geleerdheid, waarbij wij veele
-andere particulieren zouden kunnen noemen, boven al het beroemde Vergaderingshuis
-der Maatschappy <i>Felix Meritis</i>, waarvan nader ons art. <span class="sc">Bijzonderheden</span>, zoude het niet onvoegelijk zijn hier vervolgends iet te zeggen van de geleerde mannen
-die de wereldberoemde stad <i>Amsteldam</i> uit haaren schoot heeft zien geboren worden; dan, het getal derzelven zoude eenige
-bladzijden vorderen die wij echter van ons bestek niet kunnen missen; ten allen tijde
-hebben de kunsten en weetenschappen in deeze stad gebloeid, en het welk te bewonderenswaardiger
-is, daar <i>Amsteldam</i> eigenlijk den troon des koophandels genoemd mag worden; ja nog heden, nu zij de gevaarlijkste
-verdeeldheid in haare ingewanden voelt wroeten; nu het gezicht van duizende krijgsknechten
-haar dagelijks verschrikt; nu zij telkens voor de gevaarlijkste uitbarstingen beeft,
-nu nog werkelijk tellen de <i>Amsteldammers</i> onder zig zulk een groot aantal geleerden, als zij mogelijk nimmer onder zig hebben
-kunnen tellen: vooral vindt men die loflijke voorwerpen in den achtingwaardigen burgerstand.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Ingevolge onze gewoonte in het reeds afgewerkt gedeelte van ons uitgebreid plan, bepaalen
-wij ons hier ook weder alleenlijk tot de Gereformeerde, of Heerschende kerk in <i>Amsteldam</i>: deeze gemeente dan wordt bediend door 29 Predikanten, één van welken in de Hoogduitsche
-taale moet prediken: de Gasthuiskerk had weleer haar afzonderlijken Predikant; doch
-thans predikt deeze ook op zijn beurt in de andere kerken, gelijk de overige Predikanten
-ook de Gasthuiskerk op hunne beurt moeten waarneemen: de gewoone kerkenraad bestaat
-voords uit gemelde Predikanten, een gelijk getal Ouderlingen, waarvan jaarlijks de
-helft afgaan, gelijk ook van de Diaconen, die 42 in getal zijn, en een afzonderlijk
-Collegie uitmaaken, doch van den grooten kerkenraad ook leden zijn: den Diaconen zijn
-12 Diaconessen toegevoegd, <span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span>die voor al het vrouwlijke in dat groote ligchaam zorg draagen; voorheen zond de Wethouderschap
-twee Gemagtigden in den kerkenraad; doch sedert eenige jaaren vindt zulks geen plaats
-meer: in gevalle van eene vacature onder de Predikanten, worden Burgemeesteren om
-handopening tot het doen van een beroep verzocht; na bekomen verlof, maakt de gewoone
-kerkenraad een nominatie van drie, het zelfde doet het Collegie van Diaconen: deeze
-dubbelde nominatie wordt in den grooten kerkenraad tot een drietal gebragt, en daaruit
-wordt bij meerderheid van stemmen één verkozen, op welke verkiezing vervolgends de
-goedkeuring van Burgemeesteren verzocht wordt.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Deeze bestaat uit een Collegie van 36 Raaden, of Vroedschappen, 4 regeerende Burgemeesters,
-9 Schepenen, en één’ Schout: eigenlijk zijn er 12, zo afgegaane als regeerende Burgemeesteren,
-die den Oud-raad uitmaaken, en hunne bijzondere functie hebben: de Vroedschappen behouden
-hunne post levenslang, doch Burgemeesteren en Schepenen worden jaarlijks, op <i>Vrouwendag</i>, veranderd: bij ’t afsterven van één’ der Raaden, wordt in de opengevallene plaats
-door het Collegie zelve eenen anderen verkozen: de Schout wordt door Burgemeesteren,
-na voorgaand besluit der Raaden, aangesteld, en blijft aan tot hij bedankt of overlijdt:
-er zijn nog vijf Onderschouten, waartoe de Hoofdprovoost van ’t Aelmoesseniershuis,
-en de Waterschout, of Bailluw van ’t watergerecht, behooren: ieder deezer Onderschouten,
-gelijk ook de Hoofdschout hebben eenige gewapende dienaars onder zig; de laatstgenoemde
-heeft ook een’ Secretaris; de gemelde jaarlijksche verandering van regeerende Burgemeesteren
-geschiedt uit den Oud-raad voornoemd, (of zo die niet voltallig is, ook wel buiten
-dezelven,) door dien Raad zelven en door Oud- en regeerende Schepenen, bij meerderheid
-van stemmen: drie Burgemeesteren worden op gezegde wijze verkozen, en deezen verkiezen
-uit de vier van het voorgaande jaar een vierden tot President, welke post hij drie
-maanden bekleedt, vervolgens is ieder andere van drie tot drie maanden President:
-langer dan twee jaaren mag geen van hun dienen: van de 9 Schepenen, waarvan één President
-en <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>één Vice-president is, gaan jaarlijks 7 af: tot het benoemen van 7 anderen vervaardigt
-de Raad een nominatie van veertien persoonen, waaruit door den Stadhouder 7 benoemd
-worden: een President en Vice-president worden vervolgends uit de Oud-schepenen verkozen.
-</p>
-<p>De wereldlijke Regeering van <i>Amsteldam</i>, bestaat voords in het Collegie van <i>Thesaurieren Ordinaris</i>, zamengesteld uit vier Oud-burgemeesteren; zij hebben opzicht over stads gelden,
-doen aanbestedingen, enz.—<i>Thesaurieren extraordinaris</i>: deezen ontvangen verpondingen, buitengewoone lasten, enz.—<i>Weesmeesteren</i>, zijnde Oud-schepenen, meestijds 8 in getal—<i>Commissarissen van huwelijkszaaken</i>—van de <i>Rekenkamer</i>—van de <i>Assurantiekamer</i>—<i>Commissarissen van de Wisselbank</i>, die van <i>Kleine Zaaken</i>, zittende over verschillen <span class="corr" id="xd32e2831" title="Bron: d e">die</span> beneden de ƒ&nbsp;600 gaan.—die van de <i>Kamer van Zeezaaken</i>—van de <i>Desolate boedelkamer</i>—<i>Commissarissen van den grooten Excijns</i>, dat is op graanen, gemaal, wijnen, azijn, bier, turf en koolen—voords <i>Commissarissen over den honderdsten en tweehonderdsten penning</i>; wij zwijgen nu van onderscheidene boden, secretarissen, clerken en verdere mindere
-bedienden: de Regeering van <i>Amsteldam</i> heeft voords twee Pensionarissen, waartoe gemeenlijk geleerde lieden, verkozen worden.
-</p>
-<p>Wegens de Colecten voor de armen, enz. is de Stad ook in eenige wijken verdeeld, en
-in iederen wijk zijn twee Wijkmeesters aangesteld, die hunne bijzondere diensten doen,
-vooral in het afgeeven van getuigschriften, waarvoor zij eene vrije bank in de kerken
-hebben.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">SCHUTTERIJ</span>, enz.
-</p>
-<p>De <i>Amsteldamsche Schutterij</i>, is verdeeld in 5 Regimenten, ieder van 12 Compagniën of Vendels, naamlijk het <i>blaauwe</i>, ’t <i>oranje</i>, het <i>witte</i>, ’t <i>geele</i> en ’t <i>groene</i> regiment; ieder regiment heeft 5 compagnien, en iedere compagnie bestaat uit 100
-man, derhalven zijn er 6000 wakende Schutters, in 60 wijken verdeeld: behalven dat
-zijn er nog 4 compagnien buiten de stads poorten doch binnen derzelver vrijheid: ieder
-der gezegde compagniën, (in drie Corporaalschappen verdeeld) heeft een Capitein, een
-Lieutenant, een Vendrig, drie Serganten, <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>enz.: over het geheele ligchaam der schutterij zijn twee Colonellen aangesteld, die
-met de 60 Capiteinen, en 60 Lieutenants den vollen krijgsraad uitmaaken, welke op
-het stadhuis hunne vergaderplaats heeft: van ouds, en dat billijk was, had de gewapende
-schutterij verscheidene voorrechten, ook werd zij, als ’t ligchaam der Gemeente verbeeldende,
-in gewigtige gevallen, den welvaart der stad betreffende, door Burgemeesteren geraadpleegd;
-doch dat loflijk gebruik is door den tijd geheel te niet gelopen. Sedert de <i>gezegende omkeering</i> van zaaken moet de gewapende burgerij <i>oranje cocarden</i> draagen.
-</p>
-<p>Behalven deeze gewapende schutterij, houdt de stad nog eenige compagniën soldaaten
-in dienst, die dag en nacht de poorten en andere posten bezetten, als mede een corps
-kanonniers: thans, bij gelegenheid van de gezegende omkeering, en tegenwoordige vrees
-voor het uitbarsten van de morringen des volks, heeft zij bestendig een talrijk garnisoen
-binnen haare muuren.
-</p>
-<p>De Stad wordt boven dat alles des nachts door eene omgaande gewapende ratelwacht bewaakt:
-deeze heeft vier wachthuizen, of <i>corps de garden</i>: op alle de torens waaken des nachts ook trompetters, die als er brand ontstaat zulks
-terstond ontdekken, en er door hun trompet, enz. de ratelwachts kennis van geeven,
-welken vervolgends ieder in zijne wijk <i>brand</i> moet roepen, na den ratel buitengewoon lang geslagen te hebben; zij moeten ook de
-lieden die tot het brandwezen behooren wekken: er zijn eene menigte brandspuiten zo
-in als buiten om de stad voorhanden, tot welken een toerijkend getal brandmeesters,
-en mindere brandgasten aangesteld zijn: alle deeze lieden verdienen den lof van zo
-onvoorbeeldig vigilant te zijn, dat bij geen menschen geheugen, in gevalle van brand,
-meer dan het erf waarin het ongeluk ontstaan is, ten prooje der vlamme is geworden.
-</p>
-<p>Bij deeze nachtlijke voorzorg, kunnen wij ook voegen dat de stad, zodra des avonds
-het duister valt, door eene groote menigte lantaarns op paalen gesteld verlicht wordt:
-voor weinig tijds heeft men eene nieuwe soort van lantaarns, die ongemeen veel lichts
-geeven, beginnen intevoeren, doch daarmede schijnt men niet verder voordtegaan: sommigen
-van deezen zijn aan uitsteekende ijzerene armen gehangen, anderen hangen aan gespannene
-touwen dwars over de straaten; het getal van deezen is echter maar gering.
-<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GILDEN</span>,
-</p>
-<p>Die in <i>Amsteldam</i> gevonden worden, zijn weinig minder dan 50 waaronder, bij voorbeeld dat van de schilders,
-waarin meer dan 800 baazen zijn; de leden van het wijnkoopers gild zijn ongelijk veel
-meer; ieder heeft zijne Overlieden, bijzondere keuren en gildewetten; doch niet weinigen
-van deeze broederschappen klaagen dat zij naar behooren bij die hunne keuren en wetten
-niet gemaintineerd worden; althans maaken de <i>Jooden</i> er groote inbreuk op.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>
-</p>
-<p>Der <i>Amsteldammeren</i> zijn veelen, alle welken echter door hen niet genoten worden: bij verscheidene Graaflijke
-privilegiën werden zij door gantsch <i>Holland, Zeeland</i> en <i>Vriesland</i>, vrijverklaard van de Graaflijke tollen, mits <span class="corr" id="xd32e2906" title="Bron: te">ze</span> kunnen aantoonen jaar en dag poorters geweest te zijn: poorters van <i>Amsteldam</i> mogen, benoorden de <i>Maaze</i> ten platten lande, in persoon noch goederen bekommerd worden, ten ware zij op dieverij
-of vechterij betrapt wierden: van ouds konden zij voor niet meer dan honderd ponden
-uit hunne goederen verbeuren: <i>Amsteldamsche poorters</i> kunnen in verscheidene steden, volgends onderlinge overeenkomsten, ervenissen beuren
-zonder tot betaaling van <i>Exu-geld</i> gehouden te weezen, als te <i>Dord, Haarlem, Delft, Leiden, Rotterdam</i>, <i>Schoonhoven, Briel, Alkmaar</i>, en meer andere steden—In 1547 werd die van <i>Amsteldam</i> de vrijheid verleend van in de <i>Zuiderzee</i> te mogen visschen, mids zig bedienende van netten die de bepaalde wijdte hadden,
-en geen versmoorde visch aan land brengende, enz.
-</p>
-<p>Wat zullen wij voords aantekenen van de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span> <span class="asc">EN</span> <span class="ex">VERMAAKEN</span>,
-</p>
-<p>Die onder de <i>Amsteldammers</i> uitgeoefend, en genomen worden!—hunnen koophandel zouden wij vooral ten breedsten
-moeten beschrijven, ware het dat wij onzen leezer een voldoend denkbeeld van die bezigheden
-wilden geeven; dan hier staat ons bekrompen bestek <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>ons weder in den weg: de handel der <i>Amsteldammeren</i> bestaat niet alleen in het vertier der waaren die in de stad gemaakt, bereid, gebragt
-en gebruikt worden, van welker menigte het groot getal hunner gilden ten voorbeelde
-verstrekt; maar ook komt daar bij het ontvangen en verzenden van goederen binnen deeze
-Landen, die men den binnenlandschen handel noemt; ten derden bestaat hun handel in
-het ontvangen en verzenden van alles wat de vier werelddeelen opleveren; voornaamlijk
-worden de beide eerste gedeelten van hunnen handel aangekweekt door de vrije jaar-
-en verscheidene week-markten, welken zij houden: de menigte van pakhuizen die alomme
-gevonden worden, getuigt mede van hunne uitgebreide commercie——van deeze in ’t algemeen
-genomen moeten als hoofdtakken beschouwd worden de <i>O. en W.&nbsp;I. Compagniën</i>, hunne vaart op <i>Groenland</i> en <i>Straat Davids</i>, en andere takken meer; zodat <i>Amsteldam</i> met recht den naam van wereldstad, als door geheel de wereld haaren handel uitbreidende,
-draagt; hoogstbeschreienswaardig is het intusschen, dat men, wil men de waarheid niet
-in het aanzicht hoonen, moet bekennen dat geheel haar uitgebreide handel in verval
-is, en vooral haare <i>O. en W.&nbsp;I. Compagniën</i> in zulk eenen deplorabelen staat zijn, dat desaangaande <i>Amsteldam</i> van voor ééne eeuw, hemelsbreedte verschilt met <i>Amsteldam</i> in onzen tijd.
-</p>
-<p>Behalven met den koophandel geneert zig <i>Amsteldam</i> met allerleie fabrieken, kunsten, weetenschappen en handwerken, (’t getal der zagenmolens
-rondom de stad is 80,) zodanig dat men niet gemaklijk iet zoude kunnen bedenken het
-welk men in deeze stad niet kan bekomen; wat intusschen haare fabrieken betreft dezelven
-zijn mede in een allerjammerlijkst verval.
-</p>
-<p>Alle stadsvermaaken die bedacht kunnen worden zijn die van de <i>Amsteldammers</i>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN.</span>
-</p>
-<p>Daar wij van de geheele beschrijving van het weleer zo magtige <i>Amsteldam</i>, maar een zeer kort uittreksel kunnen geeven, zullen wij ons althans in het spreeken
-over haare geschiedenissen, die zo wel in het kerklijke als wereldlijke zeer veelen
-zijn, ongemeen moeten bepaalen, en alleenlijk iet van de hoofdtrekken daarvan kunnen
-aanstippen—In de dertiende eeuw dan is <i>Amsteldam</i> <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>reeds tot een tamelijk dorp of steedjen aangegroeid; jammerlijk werd het toen verwoest,
-ter wraake van den bekenden moord aan Graave <span class="sc">Floris den Vijfden</span>, waaraan <span class="sc">Gijsbrecht</span>, Heer van <i>Amstel</i>, medepligtig was: deeze echter bouwde het daarna weder op, en voorzag het van houtene
-vesten en bruggen, doch ook die zijn arbeid werd omtrent den jaare 1299, door de <i>Kennemers</i> en <i>Waterlanders</i> in koolen gelegd: in 1304 verviel ’t opkomend <i>Amsteldam</i> in ’s Graaven ongenade, ter oorzaake van ’t ontvangen van eenige ballingen, en het
-moest ter straffe alle zijne bruggen en vesten weder afbreeken, eene boete betaalen,
-en de vrijheid van te markten missen: in de eerstvolgende vijftig jaaren kwam het
-echter weder in groot aanzien, zodanig dat het reeds verscheidene voorrechten ontving:
-na het verdrijven van den Heere <i>van Amstel</i>, kwam het aan de Graaflijkheid, en vóór het einde der veertiende eeuw begon het door
-den koophandel reeds merkelijk te bloejen: in 1391 bezaten de <i>Amsteldammers</i> reeds een stuk lands op ’t eiland <i>Schoonen</i> in <i>Deenemarken</i>: in 1405 konden zij hunnen Graave reeds merkelijken dienst doen, en drie jaaren daarna,
-rustten zij met die van <i>Kampen</i> twee schepen uit, om hunne koopvaarders tegen de zeevaart te beveiligen: toen de
-<i>Hoeksche</i> en <i>Kabbeljaauwsche factie</i>, geheel het Land beroerde, kreeg <i>Amsteldam</i> een aanmerkelijk deel in de gevolgen van dien twist: in de maand April des jaars
-1421, verbrandde ruim een derde gedeelte van de stad, met het Raadhuis, de <i>Nieuwe Kerk</i> en eenige andere Godsdienstige gestichten: het zelfde noodlot, echter niet zo geweldig,
-trof haar in 1452: in 1426 hielpen de <i>Amsteldammers</i> <span class="sc">Filips den Goeden</span>, <i>Hoorn</i> ontzetten, en niettegenstaande de teistering van den gezegden twistgeessel, nam hun
-bloei zo aanmerkelijk toe, dat zij in 1438 alleen twintig oorlogschepen in zee bragten;
-ook werden zij in den steeds voordduurenden krijg meer en meer geducht: in 1548 behaalden
-zij groote overwinning op de <i>Utrechtenaars</i>, waarvan de <i>Kloveniers doelen</i> nog getuigt: (zie hier voor, bladz. 20) ook werd omtrent dien tijd de stad aanmerkelijk
-uitgelegd, en met muuren en torens omringd: na in den <i>Gelderschen oorlog</i> geen gering deel gehad te hebben, was haar aanzien reeds zodanig toegenomen, dat
-verscheidene Vorsten haar veele voorrechten, allen den handel betreffende, toestonden,
-ook was omtrent het einde der vijftiende <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>eeuw het getal der Graaflijke gebouwen binnen der stede vesten zodanig toegenomen
-dat er besloten werd geene nieuwen meer aanteleggen.
-</p>
-<p>In en omtrent den jaare 1530 was de onverdraagzaamheid in het stuk van den Godsdienst
-hier nog zo groot, dat onder anderen het drukken van ’t Nieuwe Testament naar de vertaaling
-van <span class="sc">Luther</span> verboden werd, op straffe van ooguitsteeking en handafkapping; ook maakten de Wederdoopers
-op verscheidene plaatsen van Nederland groote beroerten, wegens Godsdienstige verschillen;
-te <i>Amsteldam</i> liepen er vijf met ontblotene zwaarden door de stad, den zegen over de rechter en
-den vloek over de linker zijde derzelve uitroepende, weinig tijds daarna liepen zij
-moedernaakt door de stad, (zij hadden hunne klederen verbrand,) <i>wee</i> en <i>ach!</i> uitroepende, en de straf die sommigen van hen ondergingen, van onthoofd of verdronken
-te worden, konde hen echter van hunne krankzinnige dwaaling niet terug brengen; integendeel
-gingen zij daarin zo onvoorbeeldig voord, dat zij in den jaare 1535 een’ aanslag smeedden
-om <i>Amsteldam</i> te overvallen; den toeleg werd wel ontdekt doch konde niet geheel gestuit worden;
-zij overrompelden het stadhuis, het geen echter door de gewapende burgerij hun weder
-ontweldigd werd; een eisselijke straf ondergingen de geenen die men gevangen kreeg;
-onder hen bevond zig zekeren <span class="sc">Jacob van Kampen</span>, die zig Bisschop van <i>Amsteldam</i> had laten noemen; hem werd eerst de tong uitgesneden, en hij zelf voords leevendig
-verbrand—onlusten van minder belang door eenigen om verscheidene redenen misnoegden,
-voorbijgaande, naderen wij het tijdperk waarin onze stad niet weinig had te lijden
-door den hevigen twist over <i>Roomsch</i> en <i>Onroomsch</i>; de <i>Amsteldammers</i> waren zo sterk tegen de <i>Onroomschen</i> gekant dat deezen het nog niet hadden durven waagen er te prediken; doch daartoe
-gingen zij echter eindelijk over, met dit stoute gevolg dat zij in 1566 de beeldstorming
-in de <i>Oude kerk</i> begonnen, en zig zo ontzachlijk wisten te maaken dat de Wethouderschap hun het vrij
-buitenprediken toestond; doch daarmede niet voldaan, ondernamen zij het plonderen
-van twee kloosters, en gedroegen zig zo onrustig dat men moest goedvinden in 1567
-een verdrag met hun te tekenen——na eene en andere tusschengebeurtenis, waaronder zelfs
-die, en welke geen geloof verdient, dat sommige weeskinderen <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>eene bezetenheid trof, waarbij zij grouwelijke gezichten trokken, tegen de wanden
-opvlogen, en ook (NB.) uitheemsche taalen spraken, en lispende vertelden wat op ’t
-zelfde oogenblik elders in de Vroedschap geschiedde, trof in 1570 <i>Amsteldam</i> een deerlijk lot door een zwaaren watervloed; een zelfd lot trof haar in 1593, waardoor
-zij ontzaglijke schaden in haaren scheepvaart leed; geduurende deeze en andere tusschen
-gebeurtenissen, zeggen wij, kwam de bloedhond <span class="sc">Alva</span> in ’t Land, en de vervolgingen om het geloof werden ten allergrouwelijksten, vooral
-binnen <i>Amsteldam</i> voordgezet: hij eischte eene schatting van de stad die zij niet konde opbrengen,
-en zij werd deswegen in eene boete van 25,000 guldens verwezen; desniettegenstaande
-bleeven de <i>Amsteldammers</i> de zijde der <i>Spaanschen</i> houden, waardoor zij niet weinig van de Staatschen hadden te lijden: <span class="sc">Alva</span>, te zeer met schulden bezwaard, verliet haar heimelijk, en bragt daardoor veelen
-der rijkste inwooneren tot den bedelzak: in 1577 lagen de <i>Staatschen</i> het toe om de stad bij verrassing te bemagtigen; doch die toeleg mislukte, evenwel
-werd zij ten volgenden jaare gedwongen zig bij verdrag overtegeeven: hier over ontstond
-echter weder zo hoog een verschil dat de <i>Onroomschen</i> zig verstoutteden, (25 Mei 1578) het stadhuis te overweldigen, en de Wethouderschap
-met eenige Geestlijken ter stad uittedrijven: in 1581 en vervolgends had <i>Amsteldam</i> niet weinig deel in het ontwerp om de Graaflijkheid aan <span class="sc">Willem den Eersten</span> optedraagen, zij maakte er naamlijk zwaarigheid in, en ’s Prinsen onverwachte dood
-deed geheel de zaak achterblijven: in 1585 werd met eene tweede vergrooting der stad
-een aanvang gemaakt, en in hetzelfde jaar, trachtte de schelmsche <span class="sc">Leicester</span>, een Gezant van <i>Engeland</i>, zig van eenige voorstanders der vrijheid meester te maaken; doch de waakzaamheid
-der Wethouderschap en Burgerij deed hem in dat gevloekte oogmerk niet slaagen: zo
-zeer nam <i>Amsteldam</i>, niettegenstaande alle de gemelde folteringen, in bloei en volkrijkheid toe, dat
-haare muuren in 1593 nogmaals, ook andermaal in 1612, en nog eens in 1658 uitgezet
-werden; sedert is de stad alleenlijk binnen haare muuren meer en meer bebouwd: in
-1595 was er zo groot eene schaarsheid van graan, dat Burgemeesteren zig onderling
-met eeden verbonden, de waare gesteldheid daarvan voor de ingezeten verborgen te houden:
-in 1602 gevoelde men zo hier als <span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span>elders eene zwaare aardbeeving; het zelfde gebeurde in 1692. De bekende onlusten tusschen
-de <i>Remonstranten</i> en <i>Contra-Remonstranten</i>, ten tijde van het bestand, stortten onze goede stad weder in grouwzaame beroeringen,
-ja zelfs tot plondering toe: in 1629 werd een veroverde zilvervloot binnen haare muuren
-gebragt, en, niet zonder groote opschudding onder het bootsvolk verdeeld; in 1650,
-ontstond er verschil tusschen de stad en Prins <span class="sc">Willem den Tweeden</span>, waarom deeze dorst besluiten en ook onderneemen <i>Amsteldam</i> te bemagtigen, en naar zijne hand te zetten, doch zijn aanslag mislukte hem, en hij
-moest terug keeren, na op deeze wijs zijn’ stamhuis een onuitwischbaare schandvlek
-aangewreven te hebben: verscheidene maalen is <i>Amsteldam</i> ook door de pest aangetast geworden, en wel allerhevigst in den reeds gemelden jaare
-1602, toen er in één week meer dan 700 menschen aan stierven; in 1663 en 1664, sleepte
-die geduchte bezoeking eene ontzachlyke menigte van inwooners ten grave; in 1610 was
-er weder zulk een hoogen watervloed, dat het water door de <i>Warmoesstraat</i> bruischende heen liep: in 1619 ontstond er een oproer over de boterpacht, doch dezelve
-was van geen groot gevolg, en in 1625 was er weder zo hoog een vloed dat het water
-op den <i>Dam</i> stond; het zelfde lot tastte de stad in 1637, en andermaal allergeweldigst in 1640
-en 1651 aan: ten volgenden jaare verbrandde het stadhuis, zo dat er alleenlijk de
-muuren, en een gedeelte van den toren staan bleeven: in 1653 was het verval van koophandel
-alhier zo groot, dat er, volgends sommigen wel 3000 huizen ledig stonden; in 1654
-werd alhier den vrede met den beruchten <span class="sc">Cromwel</span> afgekondigd, en met alle tekenen van vreugde werd geheel den dag doorgebragt: om
-het gemeen te behaagen deed men de trompetters het bekende deuntje <i>Wilhelmus van Nassouwe</i> blaazen, doch zorgvuldig hield men voor den volke verborgen dat de vrede eerst zijn
-beslag gekregen had, na de overlevering van de <i>acte van Seclusie</i> of uitsluiting van den Prinse van <i>Oranje</i>, bekend onder den naam van ’t <i>Eeuwig Edict</i>: na dien tijd zijn er te <i>Amsteldam</i> verscheidene maalen grouwzaame branden ontstaan, gelijk het ook te meermaale door
-vreeslijke watervloeden geteisterd is geworden: alle de kruidstooven die in haaren
-omtrek of nabijheid gestaan hebben, zijn de eene voor en de andere na in de lucht
-gesprongen, <span class="pageNum" id="pb34">[<a href="#pb34">34</a>]</span>tot merkelijk nadeel en verschrikking der goede inwooneren; de aanmerkelijkste zwaare
-brand binnen de stads muuren voorgevallen is die van den <i>Hollandschen Schouwburg</i>, in den jaare 1772; deze indedaad was allerijsselijkst, niettegenstaande de ongeloovelijke
-vigilantie in het aanvoeren van alle de stads brandspruiten; en deeze allerbeschreienswaardigste
-gebeurtenis deed weldra zien, bij het in ’t licht verschijnen van zekere versen, dat
-<i>Amsteldam</i> binnen haare muuren nog zulke lieden huisvestte, die, niettegenstaande de stad een
-tempel van kunst en weetenschap genoemd moge worden, en veele fraaje vernuften er
-zig bezig houden met het loflijk werk van de verlichting des menschdoms; zulke lieden
-zeggen wij, die, desniettegenstaande, het akelige afbranden van den schouwburg hielden
-voor eene rechtvaardige bezoeking Gods, voor eene kasteiding van zijne hand, ja voor
-eene wraak zijner vleklooze heiligheid over de boosheid welke in zulk een gebouw gepleegd
-wordt—grouwelijke, god-onteerende gedachten! zo verfoejelijk als dom! intusschen was
-door de vlam eene overgroote somme gelds vernield, terwijl de bestuurderen nog bezig
-waren veele duizenden te vertimmeren, of liever te verspillen; want eerst van binnen
-eene geheel andere schikking van plaatsen gemaakt hebbende, was nu kortlings alles
-weder op den ouden voet gebragt: ter oorzaake van welke omstandigheid, of mogelijk,
-(en dit zouden wij liever gelooven,) om dat de brand ontstond onder het speelen van
-eene <i>Vlaamsche troup tooneellisten</i>, aan wien het gebouw toen voor het zomer- of zogenaamd stilstaand saisoen, verhuurd
-was, zeker vernuft, bij gelegenheid van den brand, deeze twee regels uit zijne scherpe
-penne liet vloejen:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line"><i>De hommels rooven hier het eêlste van de beiën,</i>
-</p>
-<p class="line"><i>Daar de oude stok om zucht; de weezen om staan schreien</i>;</p>
-</div>
-<p class="first">Hij zinspeelde op het onderschrift, onder het blazoen van den kunsttempel:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line"><i>De beiën storten hier het eêlste dat zij leezen,</i>
-</p>
-<p class="line"><i>Om d’ouden stok te voên, en ouderlooze weezen.</i></p>
-</div>
-<p><span class="pageNum" id="pb35">[<a href="#pb35">35</a>]</span></p>
-<p>In 1672, de Staat in oorlog met <i>Frankrijk</i> gewikkeld zijnde, hield onze stad, onder anderen allen vredehandel met dat Rijk tegen;
-dit gaf door de aannadering des vijands gelegenheid, dat <i>Amsteldam</i> rondsom onder water gezet, en in staat van <span class="corr" id="xd32e3159" title="Bron: tegenwêer">tegenweêr</span> gebragt werd: in 1681 kwamen ter oorzaake van de Geloofsvervolgingen in het gemelde
-Rijk, eene groote menigte <i>Fransche vlugtelingen</i> herwaards, die allen wèl ontvangen, en zelfs met vrijdom van stads excijns voor den
-tijd van drie jaaren beschonken werden: vijftien jaaren daarna, (in 1696) ontstond
-er een geweldig oproer over zekere keure bij de Wethouderschap op ’t begraaven der
-dooden gemaakt, en ’t welk van dat gevolg was dat de keure ingetrokken moest worden,
-niettegenstaande men eenige der belhamels strafte: in de drie volgende jaaren, 1697,
-1698 en 1699, was er te <i>Amsteldam</i> weder eene nijpende schaarsheid van graan, zodanig dat Burgemeesteren den uitvoer
-zelfs tot buiten den boom verboden: in den jaare 1720 had <i>Amsteldam</i> niet weinig te lijden door een verregaande zucht voor den actiehandel, waardoor duizenden
-zig totaal ruineerden, en waaruit groote beroeringen ontstonden: wij behoeven niet
-aantevoeren wat er in <i>Amsteldam</i> wegens de verkiezing van <span class="sc">Willem den Vierden</span> Prins van <i>Oranje</i>, tot het Erfstadhouderschap is voorgevallen, hetzelve is overgenoeg bekend: de stad
-echter heeft daarover minder geleden dan veele andere Nederlandsche steden; doch de
-verandering in ’t begeeven der Amten was voor haar van groter gevolg; men begeerde
-dezelven aan de Staaten van <i>Holland</i> opgedragen te hebben, waartoe de Stads Raad, om het voordeel dat er de stad van trok,
-niet wilde verstaan; de beruchte Porceleinkooper <span class="sc">Daniel Raap</span>, begon nu eenen hoofdrol te speelen; hij ontwierp een request aan de vroedschap,
-ter ervelijkverklaaring, (in de manlijke en vrouwlijke linie,) van het Stadhouder-
-Capitein- en Admiraalschap-Generaal, het verkoopen der amten ten voordeele van den
-Lande, een vrijen krijgsraad, en het herstel der gilden in hunne voorrechten; <span class="sc">Raap</span> nam alle mogelijke middelen ter hand om in zijn oogmerk te slaagen, doch hij vond
-overal grooten tegenstand, tot op zijne besteeking een menigte volks op den <i>Dam</i> vergaderde, het raadhuis instooven en geen gering geweld gebruikten; onder anderen
-stak het gespuis, in de <span class="pageNum" id="pb36">[<a href="#pb36">36</a>]</span>plaats van de roede van justitie een ragebol ten venstere uit; zij lagen op de regeeringskussens
-in dezelven; doch zodra zij door eenige gewapende schutters aangevallen werden, namen
-zij in aller ijl de vlugt, evenwel volgde de toestemming tot het Erfstadhouderschap
-eenige dagen daarna: in 1648 verhief zig een dergelijken storm tegen de pachters,
-en in denzelven werden eenige huizen deerelijk geplunderd, op welke schenddaad ook
-eene voorbeeldige strafoefening volgde, waarbij eene oproerige beweeging ontstond,
-die een groot getal der zamengevloeide aanschouweren het leven kostte.
-</p>
-<p>In 1756 gevoelde men hier weder eene aardbeeving, die geen geringe ontsteltenis veroorzaakte:
-in 1762 ontstond er brand in het stadhuis, welke echter nog gelukkig bij tijds gestuit
-werd: omtrent den jaare 1758 had de <i>Nederlandsche Koophandel</i>, waarvan de <i>Amsteldamsche beurs</i> de voornaamste zuil is, niet weinig te lijden door het onredelijk gedrag der <i>Engelschen</i>, die het niet genoeg was, weerlooze schepen optebrengen, te plonderen, verbeurd te
-verklaaren, maar ook ontzagen ze der Staaten vlagge niet, het geen, onder anderen,
-de <i>Amsteldamsche kooplieden</i> noodzaakte zig, desaangaande, bij requeste aan ’s Lands vaderen te adresseeren; de
-Heeren Bewindhebberen van de <i>Westindische Compagnie</i>, voegden hunne klagten bij die der kooplieden; ter staavinge van alle de klagten
-werden drie lijsten van genomene, geplonderde of onrechtmaatig gecondemneerde schepen,
-allen te <i>Amsteldam</i> in ’t bijzonder t’huis behoorende, ingeleverd, op de eerste lijst stonden
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="xd32e3205 cellLeft cellTop"> </td>
-<td class="xd32e3205 cellTop"> 21 </td>
-<td class="cellTop">Schepen ter schade van </td>
-<td class="xd32e3205 cellRight cellTop">ƒ&nbsp;3:557.500:-:-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd32e3205 cellLeft">2de lijst </td>
-<td class="xd32e3205"> 35 </td>
-<td>——— ——— ——— </td>
-<td class="xd32e3205 cellRight"> 5:144.000:-:-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd32e3205 cellLeft">3de lijst </td>
-<td class="xd32e3205">100 </td>
-<td>——— ——— ——— </td>
-<td class="xd32e3205 cellRight"> 439<span class="corr" id="xd32e3236" title="Bron: ">.</span>191:6:-
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="xd32e3205 cellLeft cellBottom"> Dus </td>
-<td class="xd32e3205 cellBottom"><span class="sum">156 </span></td>
-<td class="cellBottom">Schepen ter schade van </td>
-<td class="xd32e3205 cellRight cellBottom"><span class="sum">ƒ&nbsp;9:140<span class="corr" id="xd32e3248" title="Bron: ">.</span>691:6:-</span></td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-<p>Met reden was des het geroep om redres zeer groot, evenwel kwam het niet, het geen
-bij veelen den lust tot den koophandel geheel deed verflaauwen, tot merkelijk nadeel
-van Staat en stad: de gezamentlijke kooplieden van <i>Amsteldam, Dordrecht</i> en <i>Rotterdam</i>, leverden hunne klagten desaangaande in bij Mevrouwe de Gouvernante, maar kreegen
-wel verzoek om uitstel van verdere klagten, doch geene hulp: meermaals werdt in ’t
-vervolg over het zelfde ongelijk geklaagd, doch telkens zonder eenig wenschelijk succes
-niet alleen, maar zelfs kreegen <span class="pageNum" id="pb37">[<a href="#pb37">37</a>]</span>de klaagers het grievend antwoord, dat het voor de Vrouwe Gouvernante een <span class="asc">point d’honneur</span> geworden was, te stemmen in de vermeerdering van landmagt, (dit was toen een tweede
-zaak in verschil,) en zonder de voldoening daarvan te erlangen, voor geene vermeerdering
-van zeemagt konde stemmen; dat men voords de kooplieden niet zoude vleien, met de
-teruggaven der schepen en goederen door de <i>Engelschen</i> genomen.… dan, dus voordgaande zouden wij niet alleenlijk te breedvoerig worden,
-maar ook de afzonderlijke geschiedenis van onze stad te buiten treeden; wij hebben
-dit alleenlijk tot dus verre willen boeken, om onzen Leezer eenigzins te doen beseffen,
-hoedanig <i>Amsteldam</i> ten dien tijde in de zenuw van zijn bestaan verdrukt werd.
-</p>
-<p>Onder het Stadhouderschap van <span class="sc">Willem den Vijfden</span>, die zijne moeder opvolgde, gedroegen de <i>Engelschen</i> zig niet beter; daarbij kwam nog de twist tusschen <i>Engeland</i> en zijne <i>Americaansche Colonien</i>, welke oorlog zo veel invloeds op den staat van ons Vaderland gehad heeft: in 1775
-was er weder een grouwzaam hoogen watervloed, doch nu op zijn hoogst gekomen zijnde,
-bespeurde men zonderling de hand Gods ter verlossinge; want schoon het water tot des
-morgens ten 9 uuren 20 minuten had moeten rijzen, begon het des morgens ten 6 uur
-reeds te daalen, en <i>Amsteldam</i> werd daardoor van het ijsselijk dreigende gevaar verlost.
-</p>
-<p>De voorgemelde schandelijke gedragingen der <i>Engelschen</i> gevoegd bij hunnen oorlog met <i>America</i>, hadden in 1780 hier ter stede een algemeene morring veroorzaakt; en alle de woelingen
-liepen uit op de bekende oorlogsverklaring van het <i>Britsche Hof</i> aan onzen Staat, in welken oorlog <i>Amsteldam</i>, in gevolge de voornaame plaats welke zij in de Republiek bekleedt, een aanmerkelijk
-deel had; de meesten van onze tijdgenooten hebben de akelige omstandigheden waarin
-<i>Amsteldam</i> sedert gedompeld geweest is, beleefd; ook kan de gezegde <i>Engelsche oorlog</i> de oorzaak genoemd worden, van alle de vorderingen van het Patriotismus tot herstel
-van de misbruiken in ’s Lands wettige constitutie, in welke vorderingen zij door eene
-tegengestelde partij bestendig gedwarsboomd werden: ieder weet dat <i>Amsteldam</i> in alle gevallen in de zaak des Vaderlands heeft uitgemunt; nergens is de wapenhandel
-met zo veel luisters geoefend; maar ook nergens <span class="pageNum" id="pb38">[<a href="#pb38">38</a>]</span>heeft de omkeering van zaaken zulk een sensatie veroorzaakt; nergens zijn de <i>Pruissische soldaaten</i> met zo groot een bewondering als verbazing ontvangen; doch ook nergens heeft het
-hun zo veel gekost, eer zij zig konden doen gelden——wat nog dagelijks in <i>Amsteldam</i> voorvalt, is ons allen bewust—wij vinden goed desaangaande niet meer te zeggen:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Menig held, beroemd in ’t strijden,
-</p>
-<p class="line xd32e3306">weet te vlugten op zijn’ tijd—
-</p>
-<p class="line">Weet dan schrijver ook te zwichten,
-</p>
-<p class="line xd32e3306">daar gij ook in ’t strijdperk zijt—
-</p>
-<p class="line">Strijdperk waarin ook kan winnen,
-</p>
-<p class="line xd32e3306">die de minste krachten heeft;
-</p>
-<p class="line">Vaak ziet men bij u dat de oude,
-</p>
-<p class="line xd32e3306">voor den zwakke zuigling beeft;
-</p>
-<p class="line">Letterheld! gehard in ’t strijden,
-</p>
-<p class="line xd32e3306">ga dan vlugten op zijn’ tijd,
-</p>
-<p class="line">Toon dat gij ten nutt’ van veelen,
-</p>
-<p class="line xd32e3306">in het letterstrijdperk zijt.</p>
-</div>
-<p class="first">Ik herinner mij deeze regelen, en zwijg.
-</p>
-<p>Wat ons artijkel
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>
-</p>
-<p>Betreft, geheel <i>Amsteldam</i> verdient den naam van bijzonderheid, het geen den vreemdeling, zo hij kan zeggen
-de stad gezien te hebben, gereedlijk zal toestemmen: intusschen kunnen wij niet nalaaten
-het reeds gemelde gebouw der aanzienlijke Maatschappij <span class="sc">Felix Meritis</span> hier te noemen, als een kunsttempel van bijzondere lieden die de bewondering van
-de ervarenste reizigers en bouwkunstenaaren wegdraagt: deeze loflijke maatschappij,
-die boven alle anderen in het <span class="pageNum" id="pb39">[<a href="#pb39">39</a>]</span>kunstkweekend <i>Amsteldam</i> uitmunt, heeft haaren aanvang genomen in 1777, op de <i>Lelijgracht</i>; vervolgends is zij verplaatst op de <i>Flueele burgwal</i>, bij de <i>Illustre school</i>, en sedert November 1788, in haar nieuw en reeds beroemd gebouw op de <i>Keizersgracht</i>, ’t welk zig thans in al deszelfs luister voor onzen geest vertoont, en dat wij gaarne
-breedvoeriger zouden beschrijven, alzo ’t zulks overwaardig genoemd mag worden; dan,
-niet alleen verbiedt ons bestek ons hetzelve; maar ook zouden wij andere Maatschappijen,
-even nuttig in haare inrichting, en in de daad nuttiger in haare uitwerkselen, ofschoon
-niet zo prachtig gehuist, daardoor schijnen te vernederen; wenschlijk ware het dat
-de uitwerkselen van de Maatschappij <i>Felix Meritis</i> zo verre boven die van andere Maatschappijen in <i>Amsteldam</i> verheven ware, als haar gebouw boven die van de bedoelde Maatschappijen uitmunt,
-dan zeker zoude het prachtige gebouw nog meer uitzondering verdienen; zo veel zij
-er dan van gezegd, dat het allezins trotsch en kundig is aangelegd: de concertzaal
-onder anderen met uitzondering, men getuigt van deeze dat zij in geheel Europa haare
-weêrgaê niet heeft.
-</p>
-<p>Den 31 October des laatstgemelde jaars (1788) wierd het gebouw ingewijd, in gezegde
-concertzaal, door den Hoogleeraar <span class="sc">Van Swinden</span>, met eene fraaje redevoering, en een overheerelijk expres daartoe vervaardigd muzijk,
-’t welk door een ongemeen sterk corps van de voornaamste muzijkmeesters werd uitgevoerd:
-dan, daar intusschen de concertzaal, hoe ruim ook, niet ruim genoeg was, om alle de
-Heeren leden met hunne Dames te bevangen, werden ten gemelden dage de Heeren alleen
-genodigd, en ten volgenden dage, (den 1 November,) werd de inwijding, (met eenige
-toepasselijke verandering,) voor de Dames alleen herhaald.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>
-</p>
-<p>In <i>Amsteldam</i> zijn te meenigvuldig om ze hier optenoemen; onder allen munten daaronder uit:
-<span class="pageNum" id="pb40">[<a href="#pb40">40</a>]</span>
-</p>
-<ul>
-<li>Het <i>Wapen van Amsteldam</i>.
-</li>
-<li>De beide <i>Doelens</i>.
-</li>
-<li>De beide <i>Heere-logementen</i>.
-</li>
-<li>De drie <i>Liesveldsche Bijbels</i>.
-</li>
-<li>De <i>Zon</i>.
-</li>
-<li>Het <i>Wapen van Embden</i>.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p>en meer anderen.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
-</p>
-<p>Zijn in deezen stad naar alle plaatsen meenigvuldig.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>NB. <i>Onder ons</i> art. <span class="sc">Kerklijke en Godsdienstige Gebouwen</span>, <i>hebben wij vergeten te noemen de</i> Roomsche kerk <i>de</i> Krijtberg, <i>die, veele jaaren gesloten geweest zijnde, voor weinig tijds wederom tot het dienstdoen
-geopend is</i>.
-<span class="pageNum" id="pb1.1">[<a href="#pb1.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e1712">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e1712src">1</a></span> <i>Van deezen naam</i> Heilige stede, <i>draagt ook de</i> Heilige weg <i>zijnen naam, om dat vóór de uitlegging der stad aan die zijde, het volk van ’t platte
-land langs dien weg, herwaards, de</i> Heilige stede <i>kwam bezoeken.</i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e1712src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-<div class="fndiv" id="xd32e2434">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e2434src">2</a></span> <i>Het draagt den naam van</i> Prinsenhof, <i>om dat het in 1594 bekwaam gemaakt werd ter logeeringe van Prinsen, en andere voornaame
-persoonaadjen, die zig dikwijls in</i> Amsteldam <i>bevinden</i><span class="corr" id="xd32e2440" title="Bron: ,">.</span>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e2434src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figvrijheidsboomwidth"><img src="images/vrijheidsboom.jpg" alt="Het planten van den eersten vryheidsboom te Amsteldam, den 19 January 1795, ’t eerste Jaar van de herstelde Nederlandsche vryheid." width="507" height="720"><p class="figureHead">Het planten van den eersten vryheidsboom te Amsteldam, den 19 January 1795, ’t eerste
-Jaar van de herstelde Nederlandsche vryheid.</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Heeft immer <span class="sc">Amsteldam</span> een blijden dag beleefd,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">’Twas toen de dwinglandij haar loon ontvangen heeft;
-</p>
-<p class="line">Toen ’t recht des volks herleefde op de aankomst van de <span class="sc">Franken</span>,
-</p>
-<p class="line">Dien heel <span class="sc">civilis</span> kroost voor hun geluk zal danken;
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Als uit een diepen slaap verrees gantsch <span class="sc">Nederland</span>,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Toen men de vrijheidsboom aan <span class="corr" id="xd32e3478" title="Bron: ’d">d’</span> <span class="sc">Amstel</span> heeft geplant.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p>
-</p>
-<p class="signed"><i>L.V.O.</i></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">VERHAAL</span><br>
-VAN HET GEBEURDE<br>
-VÓÓR EN BIJ HET<br>
-PLANTEN VAN DEN EERSTEN<br>
-VRYHEIDSBOOM<br>
-<span class="ex">TE</span><br>
-<span class="ex">AMSTELDAM</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Heuchelijker dag heeft <i>Amsteldam</i>, en met het zelve <span class="corr" id="xd32e3492" title="Bron: reedsbijna">reeds bijna</span> geheel <i>Nederland</i> nooit gezien, dan die van den 18 Januarij deezes Jaars, (1795,) want op dien dag
-werd de hand geslagen aan de herstelling van ’s Lands Vrijheid:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Op dien dag sidderde gevloekte Dwinglandij,
-</p>
-<p class="line">En riep het beste Volk, <i>triumph wij zijn weêr vrij</i>!</p>
-</div>
-<p class="first">Van tijd tot tijd hadden de <i>Amstelaars</i>, (om ons bij deezen alleen te bepaalen,) hunne hoop op het eindelijke herstel der
-rechten van den mensch en van den burger gevoed, <span class="pageNum" id="pb1.2">[<a href="#pb1.2">2</a>]</span>met den wonderbaaren voorspoed der <i>Fransche wapenen</i>, welken zo zichtbaar door het Opperwezen gezegend werden; die hoop werd brandender,
-toen men vernam, dat zij, (Neêrlands Verlossers!) hunnen voet reeds op den bodem der
-republiek gezet hadden; echter verflaauwde dezelve ook weder niet weinig door het
-besef dat de dappere redders nog breede rivieren hadden overtetrekken, aleer zij tot
-in ’t harte des lands konden doordringen, om door hunne verschijning onze onderdrukkers
-den Vorstlijken Scepter uit de hand te doen vallen; maar God betoonde allerzichtbaarst
-onze verlossing te <i>willen</i>; Hij sprak, en zie daar de gezegde rivieren met zwaar ijs bevloerd; dit zeker was
-niet alleen een werk van den Almagtigen, maar een bevel, om doortedringen; ’t zelve
-geschiedde, en de Provincie <i>Utrecht</i> gaf zig weldra aan de Franschen over.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Zo dra de tijding daarvan aan den <i>Amstel</i> gekomen was, zag men de vreugde op het gelaat der Vrijheidszoonen dartelen; zij verzekerden
-zig van hunne verlossing; doch begrepen tevens dat zij ook nu zelven de handen aan
-’t werk moesten slaan, te meer daar de <i>Franschen</i> zulks reeds van hun gevorderd hadden.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Die verdienstelijke gezelschappen, welken in spijt van allen dwingelandschen tegenstand,
-zig onderling hadden bezig gehouden, met plannen tot eene revolutie te formeeren,
-of met de beste schikkingen bij eene voorvallende revolutie te beraamen; deeze gezelschappen
-oordeelden het nu tijd te zijn om het voorneemen ter uitvoer te brengen; zij vergaderden
-in het logement het wapen van <i>Embden</i>, op den nieuwen dijk, en zonden, van den geest des volks, over ’t algemeen overtuigd,
-van daar (des middags ten 2 uuren,) eene Commissie aan den President-Burgemeester
-<span class="sc">Straalman</span>, met verzoek van de weldenkende Ingezetenen wapens te willen doen geeven, dat men
-anders voor de geduchtste gevolgen niet konde instaan, want dat het volk over ’t algemeen
-niet zoude wachten met de hun schandelijk ontroofde rechten van mensch en burger krachtdaadig
-wederteëisschen; dat hij <span class="sc">Straalman</span> verzekerd konde weezen, dat de revolutie op het uitbarsten stond; deeze begeerde
-eerst zijne amtgenooten te spreeken, en beloofde derhalven tegen 4 uuren rapport;
-maar ten half 5 uuren kwam reeds een <i>Fransch Officier</i> in de <span class="pageNum" id="pb1.3">[<a href="#pb1.3">3</a>]</span>stad, met eene sommatie; des verzochten deeze de commissie voornoemd, tegen half 9
-uuren.——Intusschen was de toegevloeide menigte volks naar ’t <i>Wapen van Embden</i> onbegrijpelijk talrijk, en de vreugde die men er bedreef, met zingen, dansen, en
-elkander geluk te wenschen met de vrijheid, onvoorbeeldig: terwijl dit voorviel kwam
-de burger <span class="sc">Krayenhoff</span> als Adjudant van den Generaal <span class="sc">Daendels</span>, in de stad, met eene Commissie aan Burgemeesteren en aan den Commandant <span class="sc">Golofkin</span>, tevens tijding brengende van de hulp die de burgerij van de <i>Franschen</i> stonden te genieten, zo zij zig zelven wilden vrij maaken; zo dra dit bekend geworden
-was, weêrgalmde de lucht van <i>Vrijheid! Vrijheid! lang leeve de Franschen! lang leeve de Republiek!</i> de vergaderde menigte in het <i>Wapen van Embden</i> werd nu nog veel talrijker, het gejuich veel luidruchtiger, en het dansen zo algemeen,
-dat geheel het gebouw daverde: den gantschen nacht bragt men aldaar en elders, ja
-zelfs op de straaten, met gejuich en vrolijkheid door; de ruiterij nam hun patrouilles
-waar; doch, (dit was hun door den Commandant <span class="sc">Golofkin</span> reeds bevolen,) deed niemand leed, en werd ook van niemand leed gedaan; zelfs waren
-er verscheidene patrouilles die mede riepen: <i>lang leeve de Franschen! lang leeve de Republiek!</i> en ook <i>Vivat de Vrijheid!</i> het was of ’t nationaal lint over de stad regende, en ieder versierde er zig mede.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Tegen 12 uure des avonds werd van de waag afgelezen dat <span class="sc">Golofkin</span> den volgenden morgen van zijn amt ontzet was, en de burger <span class="sc">Krayenhoff</span> hem alsdan daarin stond optevolgen.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Met de aankomst van den dag, verhief de algemeene vrolijkheid zig op nieuw, en men
-zag voor het stadhuis weldra dien Vrijheidsboom planten, van welken wij onze Landgenooten
-eene juiste afbeelding mededeelen, en die ten eeuwigsten dage bij de Nederlanders
-eenige voorkeur zal verdienen boven alle anderen (hoeveel prachtiger ook) die daarna
-gezet zijn, of nog gezet mogen worden: onbegrijpelijk was de vreugde die bij en na
-dit planten bedreeven werd; weldra was de boom in een gladde mast veranderd; want
-ieder scheurde er een takjen af, (ja men klom ten dien einde tot in den top toe,)
-<span class="pageNum" id="pb1.4">[<a href="#pb1.4">4</a>]</span>om er zig mede te vercieren, als met een onwaardeerbaar teken van Vrijheid; het dansen
-rondsom den boom was onophoudelijk, en met de streelendste blijken van égaliteit,
-alle deeze vreugdebetooningen duurden bijna drie dagen lang, en werden door het diepst
-van den nacht naauwlijks afgebroken.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Voords werd de oude regeering afgezet, en Volksrepresentanten verkozen: de gevangene
-Heeren (wegens het bekende request tegen de Inundatie) werden uit hunne gevangenis
-gehaald; vervolgends ook de onderdrukte en gevangene burgers <span class="sc">Verlem, Harger</span> en anderen; allen werden zij met koetsen naar ’t Stadhuis gereden, (na een tour rondsom
-den Vrijheidsboom gedaan te hebben,) vergezeld van duizende juichende medeburgers.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Deeze regels, waarde Landgenooten! oordeelen wij u bij de nevenstaande afbeelding
-te moeten aanbieden.
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Dat in de tuin van Nederland,
-</p>
-<p class="line xd32e3595">nog lang die boomen groeijen,
-</p>
-<p class="line">Dan zal de zinkende Amstelstad
-</p>
-<p class="line xd32e3595">weêr als voorheenen bloejen,
-</p>
-<p class="line">Verlost van ’t schaadlijk ongediert,
-</p>
-<p class="line xd32e3595">dat leeft van ’t sap der bloemen;
-</p>
-<p class="line">Dan zal nog ’t laatste nageslacht
-</p>
-<p class="line xd32e3595">den moed der Franschen roemen.</p>
-</div>
-<p><span class="pageNum" id="pb2.1">[<a href="#pb2.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ouderkerk" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1221">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figouderkerkwidth"><img src="images/ouderkerk.jpg" alt="’t dorp Ouderkerk aan den Amstel" width="490" height="720"><p class="figureHead">’t dorp Ouderkerk aan den Amstel</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line">’t Vermaaklyk OUDERKERK, in ’s Lands historieblaên,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Gedacht; werd wel als schoon geprezen;
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Maar nu ’t den Pruis heeft wederstaan,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Zal de eernaam voortaan <span class="asc">DAPPER</span> weezen:
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Werd eertyds van dit dorp gemeld,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Nu wordt er <span class="asc">WONDER</span> van verteld.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">HET<br>
-DORP<br>
-OUDERKERK</span><br>
-AAN DEN AMSTEL.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Dit Dorp behoort in den breeden rang dier Nederlandsche dorpen van welken men kan
-zeggen dat zij zeer aangenaam gelegen zijn: <i>Ouderkerk</i> ligt in <i>Amstelland</i>, anderhalf uur van <i>Amsteldam</i>, ten oosten van den breeden rivier de <i>Amstel</i>, welke de tuinen of erven der huizen van achteren bespoelt: de environs van het dorp
-zijn zeer grasrijk en vermaaklijk, met veelvuldige wateren doorsneden: die environs
-moeten weleer echter nog veel aangenaamer geweest zijn, naamlijk boschachtiger, want
-tusschen dit dorp en <i>Abcoude</i>, zijn meermaals, eenige voeten onder den grond, veele boomen gevonden; men weet hoe
-winden en vloeden het eertijds houtrijk Nederland van veele zijner bosschen beroofd
-heeft—de grond is in geheel den omtrek van <i>Ouderkerk</i> veenachtig en moerassig—te recht noemt de zoetvloejende <span class="sc">Willink</span> hetzelve, <i>’t luchtig dorp</i>
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Daar de Amstelstroom, al even prat,
-</p>
-<p class="line">Gevoerd op een kristallen wagen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Zo glorierijk door heenen snelt,
-</p>
-<p class="line">En doet de zilvren baartjens vloejen
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Om met een zacht en deun geweld,
-</p>
-<p class="line">Zijn groene boorden te besproejen;
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Zijn boorden door geen mensch gewraakt.…</p>
-</div>
-<p><span class="pageNum" id="pb2.2">[<a href="#pb2.2">2</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG.</span>
-</p>
-<p>Het geen wegens dit artijkel aangetekend wordt, is gelijk ten deezen opzichte meermaals
-het geval is, met twijfelingen doorweeven: in vroegere dagen droeg het den naam van
-<i>Ouder-amstel</i>, om dat het onder <i>Ouder-amstel</i> behoort, men wil dat het den naam van <i>Ouderkerk</i>, in de plaats van dien van <i>Ouder-amstel</i> zoude verkregen hebben, bij gelegenheid van het stichten van een <i>Nieuwer kerk</i> in <i>Amstelland</i>, het geen zekerlijk aanneemelijk is, schoon men verschille in de bepaaling welke
-die <i>Nieuwer kerk</i> moge geweest zijn; sommigen houden er de tegenwoordige <i>Oude kerk</i> te <i>Amsteldam</i> voor, om dat deeze weleer den naam van de <i>Kerk in Nieuweramstel</i>, of <i>Niër-Kerk</i> gedragen heeft; ’t geen anderen ongerijmd voorkomt, het voor aanneemelijker houdende
-dat er de Kerk te <i>Amstelveen</i> door verstaan zoude kunnen worden, om de benaaming van <i>Nieuwer-amstel</i>, welke dat ambacht draagt: weder anderen meenen dat men voor die <i>Nieuwe Kerk</i> te houden hebben die van <i>Nieuwerkerk</i>, sedert lang in de <i>Haarlemmer-meir</i> verdronken—hoe het zij, uit het een en ander is de naamsoorsprong des dorps nagenoeg
-te gissen; althans nagenoeg voor zo verre ons oogmerk gaat; dit alleen moeten wij
-er nog bijvoegen, dat dit dorp gemeenlijk <i>Ouderkerk aan den Amstel</i> genoemd wordt, ter onderscheidinge van een ander dorp <i>Ouderkerk</i>, dat aan den <i>Yssel</i> ligt.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING</span> <span class="asc">EN</span> <span class="ex">GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>Wegens de stichting van <i>Ouderkerk</i> kan niets gezegd worden, alzo het waarschijnelijk, met veele andere Nederlandsche
-dorpen eenen toevalligen oorsprong zal hebben, die meesttijds gezocht moet worden
-in de ligging, welke aanleiding gegeven zal hebben dat sommige lieden zig op zulk
-eenen grond met er woon hebben nedergezet.
-</p>
-<p>Wat de grootte betreft; het ambacht van <i>Ouderkerk</i>, bestaat <span class="pageNum" id="pb2.3">[<a href="#pb2.3">3</a>]</span>in vijf voornaame polders, zamen groot bijna 3505 morgen lands<span class="corr" id="xd32e3743" title="Niet in bron">,</span> waarvan voor <i>Ouderkerk</i> met <i>Waardhuizen</i>, en <i>Duivendrecht</i>, van ouds niet hooger zijn geteld, dan op 1542 morgen, 380 roeden; zijnde sedert
-30 morgen en 400 roeden daaraf vergraaven voor de bedijking van de <i>Diemermeir</i>.
-</p>
-<p>In de oude lijst der verpondingen van 1632, stonden voor <i>Ouderkerk</i>, 162 huizen, en in die van 1732, reeds 249 huizen en 4 molens: men rekent dat er
-onder <i>Ouderkerk</i> omtrent 750 ingezetenen zijn, zo mannen, vrouwen als kinderen en dienstboden, zijnde
-in deeze telling twee kinderen, onder de agt jaaren, voor één persoon gesteld.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">’T WAPEN.</span>
-</p>
-<p>Dit is even als dat van <i>Amstelveen</i>, met dit onderscheid dat voor <i>Ouderkerk</i> op den ondersten balk twee kruisen staan, daar <i>Amstelveen</i> op dien balk slechts één kruis heeft.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>Weleer had dit dorp een ruime en luchtige Kerk, met een groot choor, waarvan het dak
-verre boven dat der Kerk uitrees: de toren was vierkant, en pronkte tot in den jaare
-1674 met een hoogen spitsen kap, die op den eersten Augustus van dat jaar, tot op
-het muurwerk des gebouws nedergeslagen werd: de spits werd naderhand weder opgebouwd,
-echter niet zo hoog, hoewel zij zig nog vrij verre vertoonde; doch het gebouw geheel
-bouwvallig geworden zijnde, werd in den jaare 1774 afgebroken, en op dezelfde plaats
-eene geheel nieuwe en nette Kerk gesticht: zijnde den eersten steen daarvan gelegd
-door den Heer <span class="sc">Balthazar Nolthenius</span>, Zoon van den Heere Mr. <span class="sc">Jeronimus Nolthenius</span>, toen Secretaris van <i>Ouder-amstel</i>: deeze Kerk heeft van binnen niets bijzonders, hoewel zij van buiten eene zeer aangenaame
-vertooning maakt.
-<span class="pageNum" id="pb2.4">[<a href="#pb2.4">4</a>]</span></p>
-<p>Ten tijde dat de <i>Roomsche Godsdienst</i> in deeze landen de heerschende was, was de Kerk van dit plaatsjen toegewijd aan den
-Paus en Martelaar <span class="sc">Urbanus</span>, wordende de Pastorij door de <i>Hollandsche Graaven</i> begeven; het inkomen van den Priester bestond uit 39 rhijnlandsche guldens van zekere
-landvruchten, als mede uit de voordbrengzelen van 6 morgen lands onder <i>Abkoude</i>, en evenveel anderen onder het ambacht <i>Ouderkerk</i>.
-</p>
-<p>Toen de Hervormde Godsdienst de heerschende was, werden de Kerken van <i>Amstelveen</i> en <i>Ouderkerk</i> door een zelfden Predikant bediend; doch omtrent den jaare 1595, viel desaangaande
-eenige verandering voor, zodanig dat <i>Ouderkerk</i> zig in het kerklijke met <i>Diemen</i> vereenigde, wordende deezen beide gemeenten bediend door den Leeraar <span class="sc">Lucas Ambrosius</span>; naderhand Predikant te <i>Amsteldam</i>: toen beide plaatsen in getal van inwooners merkelijk toegenomen waren, ontving ieder
-eenen eigen Leeraar; gelijk ieder gemeente ook nog door éénen Leeraar bediend wordt:
-beiden staan onder de Classis van <i>Amsteldam</i>.
-</p>
-<p>Een Weeshuis is op dit Dorp niet; de weezen en geallimenteerden worden onder de ingezetenen
-besteed.
-</p>
-<p>De Roomschen, die onder <i>Ouderkerk</i> zeer talrijk zijn, hebben er twee Kerkhuizen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Onder dit artijkel kan alleen het Rechthuis gebragt worden, zijnde voor een dorp-gebouw,
-vrij ongemeen; vóòr hetzelve staat, 1656, waarschijnlijk het jaar van deszelfs bouwing:
-in een der muuren zitten drie kogels door de <i>Pruissen</i> daarin geschoten<span class="corr" id="xd32e3833" title="Niet in bron">.</span>
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Deeze bestaat, wat het crimineele betreft, uit den Bailluw, en in het civile uit Schout,
-zeven Schepenen en een Secretaris: vier Buurmeesters hebben, met Schout en Schepenen,
-’t bewind over de gemeene zaaken van ’t ambacht.
-</p>
-<p>De Ambachtsheer kan onder dit artijkel niet ongenoemd blijven, en des kunnen wij ter
-deezer gelegenheid ook voegelijk aantekenen dat de stad <i>Amsteldam</i> deeze Ambachtsheerlijkheid in <span class="pageNum" id="pb2.5">[<a href="#pb2.5">5</a>]</span>den jaare 1731 aangekocht heeft voor eene somma van 25.100 guldens: de sterfheer is
-<span class="corr" id="xd32e3847" title="Bron: geemenlijk">gemeenlijk</span> een der Burgemeesteren van <i>Amsteldam</i>, zijnde thans de Wel Ed. Achtb. Heer Mr. <span class="sc">Nicolaas Faas</span>; de Ambachtsheer oefent echter het gezach niet uit zig zelven, maar alle zaaken,
-raakende het ambacht, worden hem aangediend, en door het collegie van Burgemeesteren
-afgedaan, gelijk zulks ook omtrent alle andere heerlijkheden, de stad toebehoorende,
-plaats heeft: weleer was de Bailluw zelf Ambachtsheer, en de goedkeuring of afkeuring
-van een’ Predikant stond aan hem alleen, zijnde dit amt tot den jaare 1715, door de
-oudste geslachten van <i>Holland</i> bekleed.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN.</span>
-</p>
-<p>Hier onder behooren de twee bruggen die op het dorp gevonden worden; eene van dezelven
-ligt over den <i>Amstel</i>, naamlijk aan de noordzijde bij het Rechthuis, en de andere over het water de <i>Bullewijk</i> genaamd, aan de zuidoostlijke zijde van het dorp: aan beide die bruggen moeten de
-doorvaarende schepen, en de daarovergaande menschen, beesten en rijtuigen, tol betaalen,
-zijnde het zelve een inkomen voor de stad als bezitster van de Ambachtsheerlijkheid:
-in den jaare 1745, werd het bruggeld verpacht voor ƒ&nbsp;3000 guldens; <i>Amsteldam</i> is natuurlijker wijze ook verpligt daarvoor de beide bruggen te onderhouden, niet
-alleen, maar ook de straat die aan derzelver vleugels ligt.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN.</span>
-</p>
-<p>De aangenaame ligging van dit dorp verschaft hetzelve <span class="corr" id="xd32e3876" title="Bron: vee">veel</span> levendigheid, door de menigte wandelaars welken zig ter uitspanninge derwaards begeeven,
-maar nog meer door de onnoemelijk veele rijtuigen welken als onophoudelijk afgaan
-en aankomen: deeze levendigheid wordt niet weinig bevorderd door de veele kostbaare
-en aangenaame tuinen, welken langs den breeden Amstel gelegen zijn, en meest toebehoren
-aan voornaame <i>Amsteldamsche Kooplieden</i>, welken aldaar de handelzorgen vergeetende, de duffe comptoirlucht voor den frisschen
-adem der <span class="pageNum" id="pb2.6">[<a href="#pb2.6">6</a>]</span>Natuur verwisselende, ook dikwijls <i>Ouderkerk</i> gaan bezoeken; al ’t welk het dorp geen gering voordeel aanbrengt; voeg hierbij het
-<i>Portugeesche Jooden Kerkhof</i>, ten oosten van de Kerk, aan de <i>Bullewijk</i> gelegen, ter oorzaake dat op hetzelve menigvuldige begraavingen geschieden: maar
-ook wordt <i>Ouderkerk</i> niet weinig verlevendigd en bevoordeeld door de gestadig doorvaarende schuiten van
-<i>Amsteldam</i>, naar <i>Utrecht</i>, den <i>Haag, Delft, Rotterdam</i>, <i>Gouda</i>, als mede verder nabijgelegene plaatsjens en terug; als mede door de turfschepen
-en ponten, die van alom de turf uit de veenen naar <i>Amsteldam</i> en elders heenvoerende, veelal den <i>Amstel</i> afkomen; wij zwijgen van eene menigte rijtuigen welken, om verder optetrekken, dit
-dorp passeeren: de som bovengemeld, waarvoor de tol te <i>Ouderkerk</i> verpacht wordt, bewijst genoeg dat het dorp op verre na niet onder de stille dorpjens
-geteld moet worden.
-</p>
-<p>Er worden voords die handwerken en neeringen uitgeoefend en gedaan, welken voor het
-burgerlijke leven onontbeerelijk zijn; veelen opgezetenen geneeren er zig ook met
-den veeteelt, en de turffabriek.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN.</span>
-</p>
-<p>Hoe weinig betekenend dit dorpjen, met betrekking tot het Land in ’t algemeen, of
-tot het nabij gelegen trotsch <i>Amsteldam</i> in ’t bijzonder, schijne te zijn, wordt het echter in de Vaderlandsche <span class="corr" id="xd32e3916" title="Bron: Histerie">Historie</span> dikwijls genoemd, en in het belangrijke fak, dat met onzen tijd begint, bekleedt
-het voorzeker eene hoofdplaats.
-</p>
-<p>Hoe geheel <i>Amstelland</i> om zeker bedrijf van <span class="sc">Gysbrecht van Amstel</span>, door de <i>Kennemers</i> onder water gezet en verwoest werd, zullen wij breedvoerig moeten verhandelen als
-wij over <i>Amsteldam</i> in het bijzonder zullen spreeken, hier zij het derhalven genoeg aantetekenen dat
-<i>Ouderkerk</i> in dien vreeslijken nood mede niet weinig heeft moeten lijden, ’t geen ligtlijk te
-begrijpen is wanneer men nagaat dat alle de landerijen van geheel <i>Amstelland</i>, in eene openbaare zee veranderd werden: dit gebeurde <span class="pageNum" id="pb2.7">[<a href="#pb2.7">7</a>]</span>omtrent den jaare 1204: eene vergoeding voor dien grouwzaamen nood was eene stille
-landlijke rust van ongeveer anderhalf honderd jaaren, want eerst in den jaare 1567
-verschijnt <i>Ouderkerk</i> weder op het Nederlandsche Staatstooneel, naamlijk ten tijde van <span class="sc">Hendrik van Brederode</span>, die door het aanbieden van het bekende smeekschrift aan de Hertoginne van <i>Parma</i>, bij de <i>Spaanschen</i> verdacht geworden, en reeds uit zijne Heerlijkheid <i>Viaanen</i> verdreven zijnde, zig met eenige bende in of nabij dit dorp nedersloeg, en zig aldaar
-bleef oponthouden, tot hij naar elders den wijk nam: zes jaaren laater, wierpen de
-<i>Spanjaarden</i> eene schans op rondsom het Kerkhof en de Kerk van <i>Ouderkerk</i>, ter gelegenheid van de belegering van <i>Haarlem</i>: dit kleine dorpjen is verder (in 1577) het middel in de hand der Algemeene Staaten
-geweest om <i>Amsteldam</i>, toen de eenigste stad die nog <i>Spaansch gezind</i> was, aan de zijde van <span class="sc">Oranje</span>, of wel aan hunne zijde te brengen; want zij lagen in het dorp veel krijgsvolk, ter
-handhavinge van hunne bevelen om aldaar zwaare convoijen en licenten te vorderen,
-van alle de goederen welken uit <i>Amsteldam</i> gevoerd en derwaards gebragt werden; de stad reeds toen eenen wakkeren handel drijvende,
-vond zig daardoor ook zodanig bezwaard, dat zij, om zig van dit jok te ontheffen,
-besloot den Algemeenen Staaten te vergenoegen, en de zijde der <i>Spanjaarden</i> te verlaaten.
-</p>
-<p>Sedert dien tijd bleef dit dorp wederom in rust tot op den 30 Julij des jaars 1650,
-toen het ten getuige verstrekte van eene daad die eenigen gaarne uit ’s Lands geschiedenissen
-gewischt zagen; dezelve is echter te dikwijls geboekt om ooit door de vergetenheid
-ingezwolgen te kunnen worden.
-</p>
-<p><span class="sc">Willem de Tweede</span>, Prins van <i>Oranje</i>, zig door de regeering van <i>Amsteldam</i> beledigd achtende, wegens den geweigerden toegang in den vollen raad, zowel als wegens
-andere Vaderlandlieve gedraagingen van dien kant, besloot de stad bij <span class="pageNum" id="pb2.8">[<a href="#pb2.8">8</a>]</span>verrassching te overrompelen, welken gevaarlijke aanslag echter, door eene gunstige
-bestuuring van de Voorzienigheid, verijdeld werd, door het verdwaalen des krijgsvolks,
-wegens de donkerheid van den nacht, en eenen zwaaren stortregen: Graave <span class="sc">Willem van Nassau</span>, Stadhouder van <i>Friesland</i>, was het geheim bevel van deezen aanslag opgedraagen; gelijk deezen dan ook met zijne
-bende te <i>Ouderkerk</i> zijn hoofdquartier verkoos; wordende ten volgenden dage door eenig krijgsvolk, uit
-<i>Nijmegen</i>, <i>Utrecht, Arnhem, Zutphen, Zwol</i> en <i>Doesburg</i> versterkt, doch het dorp geraakte dien overlast weldra kwijt, doordien de Prins en
-de Regeering van <i>Amsteldam</i> tot een minnelijk verdrag kwamen, waaraan de waare Patriotsche Heeren <span class="sc">Bicker</span> echter de aanzienlijke waardigheden, welken zij in de stad bekleedden opofferden.
-</p>
-<p>Van dien tijd af vinden wij wegens de geschiedenis van <i>Ouderkerk</i> niets bijzonders gemeld, tot op onzen tijd toe; maar nu heeft het zig eenen eeuwigen
-naam verworven, door de manlijke verdediging der Patriotten aldaar, tegen de als in
-de wapenrustinge geborene <i>Pruissen</i>, die op den 7 September des jaars 1787, „in ons land vielen, om der Prinsesse van
-<i>Oranje</i> voldoening te bezorgen, wegens voorvallen”, kunnen wij met zeker geacht schrijver
-onder onze tijdgenooten zeggen, „welke hier de plaats niet is om dezelve te onderzoeken”;
-wij blijven, met hem, „alleen staan bij de dapperheid der patriotten, die bij <i>Ouderkerk</i> zo duidelijk gebleken is, dat wanneer alle de posten tegen de <i>Pruissen</i> op eene zodanige wijze verdedigd waren geworden, de geëischte voldoening van dat
-hof, waarlijk zo spoedig nog niet zoude gevolgd zijn.”
-</p>
-<p>Ofschoon wij in onze beschrijving van <i>Amstelveen</i> reeds, dat dorp betreffende, een genoegzaam breed verslag van deeze allergewichtigste
-omstandigheid gegeven hebben, kunnen wij echter niet nalaaten, bij deeze gelegenheid
-het volgende nog te voegen; zamen kan het dienen om een recht duidelijk <span class="pageNum" id="pb2.9">[<a href="#pb2.9">9</a>]</span>denkbeeld van de aangelegenheid ter dier plaatse en tijde te kunnen vormen.——Dus vinden
-wij het bedoelde geboekt, „Na de <i>Pruissische troupen</i> dan op de grenzen van <i>Gelderland</i> en <i>Holland</i> de steden <i>Gorcum, Nieuwpoort, Schoonhoven</i>, en anderen, na weinig tegenstands, ingenomen hadden, rukten zij verder na beneden,
-om alle de posten te overmeesteren, en vervolgends <i>Amsteldam</i>, en andere steden, de zijde der Patriotten toegedaan, te bedwingen: eenige posten
-werden gemaklijk, anderen niet zonder groote moeite veroverd, en voor sommigen stieten
-de <i>Pruissen</i>, meer dan ééns, door den moed der Vaderlandsche burgerij, het hoofd; de Hertog ziende
-dat niet alles zo gemaklijk gaan zoude, en ook door berichten vernomen hebbende, dat
-er zeer veele posten sterk verdedigd zouden worden besloot tot eenen algemeenen aanval.”
-</p>
-<p>„Bij het geven van het wachtwoord, op den 30 September, des gemelden jaars, beval
-hij dat alle Generaals en Commandanten, des avonds ten zes uuren zig bij hem zouden
-moeten vervoegen; dit geschiedde, en zijne Hoogheid deelde alstoen aan zijne Officieren
-de bevelen uit, op welke eene wijze de aanvallen den volgenden morgen, den eersten
-October, ten 5 uure eenen aanvang zoude moeten neemen.”
-</p>
-<p>„Zodra de seinschoot,” waarvan wij onder <i>Amstelveen</i> gesproken hebben „gegeven was, geraakte alles in werking; alomme werden de patriotsche
-posten aangevallen, die gedeeltelijk genomen, en gedeeltelijk met de grootste dapperheid
-verdedigd werden; kunnende wij niet nalaaten hier nog bij te voegen, dat waar de verdedigers
-moesten bukken, zulks meer toeteschrijven was aan bedekt verraad, of onkunde hunner
-bevelhebberen, welken geen orde onder hun volk hielden, dan aan het volk zelf; dat
-dit waarheid is blijkt onder anderen uit den aanval op <i>Ouderkerk</i>.”
-</p>
-<p>Om ons thans bij dit dorp afzonderlijk te bepaalen, zullen wij hier den stand der
-<i>Pruissischen troupen</i>, bestemd om <i>Ouderkerk</i> te attaqueeren, opgeeven.
-<span class="pageNum" id="pb2.10">[<a href="#pb2.10">10</a>]</span></p>
-<p>„De Ritmeester <span class="sc">Van Kleist</span>, stond met een detachement ligte infanterij in de kleine <i>Duivendrechtsche polder</i>.”
-</p>
-<p>„De Ritmeester <span class="sc">Zuizow</span> met zijne ligte infanterij, en de Capitein <span class="sc">Tschok</span> met eene compagnie Grenadiers van het regiment van <span class="sc">Budberg</span> stonden op den weg van <i>Abcoude</i>, naar <i>Ouderkerk</i>, bij zig hebbende een stuk geschut van zes, één van drie pond, en een houwitzer,
-benevens de lijfcompagnie curassiers tot hunne ondersteuning.”
-</p>
-<p>„In de <i>Ouderkerker polder</i> moest de Major <span class="sc">Ledebur</span> met zijn compagnie en twee stukken zesponders geposteerd staan, doch deezen kon op
-den bepaalden tijd daar niet tegenwoordig zijn, doordien hij over <i>Mijdrecht</i> en <i>Baamburg</i> had moeten marcheeren.”
-</p>
-<p>„Aan den kant van den <i>Uithoorn</i> stonden 30 Jaagers en twee Compagniën van <span class="sc">Budberg</span>, onder bevel van den Capitein <span class="sc">Kokerits</span>, zonder grof geschut, benevens een esquadron paardenvolk van den Major <span class="sc">Kram</span>.”
-</p>
-<p>„Deeze troupen nu hadden bevel om <i>Ouderkerk</i> te overmeesteren welk plaatsjen tot zijne verdediging vier onderscheidene <span class="corr" id="xd32e4093" title="Bron: baterijen">batterijen</span> had, die aan het dorp lagen, en die het den <i>Pruissen</i> meer daar ééns te heet maakten; men zag daar dat zij deinzen en vallen konden.”
-</p>
-<p>Dat de Patriotten dapper geschoten hebben, hebben de <i>Pruissen</i> zelven getuigd, daar zij zeiden: „De Patriotten vervolgden ons met hunne kanonnen
-onophoudelijk te beschieten; na veele vergeefsche onderneemingen, en na dat de hooibergen
-in brand gestoken waren, werden onze Jaagers door het geschut en door de vijandlijke
-scherpschutters, genoodzaakt zig te retireren.”
-</p>
-<p>„De gemelde vier <span class="corr" id="xd32e4105" title="Bron: baterijen">batterijen</span> die zo wèl bestuurd werden, waren op deeze wijze gelegen: eene lag er bij de hooge
-brug, bij de droogmaakerij, welke brug afgebroken was, terwijl deeze batterij met
-een <span class="corr" id="xd32e4108" title="Bron: twaafponder">twaalfponder</span> en twee zesponders <span class="pageNum" id="pb2.11">[<a href="#pb2.11">11</a>]</span>verdedigd werd; recht tegen over dezelve lag eene andere bij den zogenaamden krommen
-hoek, gemonteerd met twee drieponders, een derde lag op den weg na den <i>Voetangel</i>, op dezelve waren twee zesponders geplaatst; en op de boerderij voor welke deeze
-batterij op den weg lag, had men achter het huis voor het molenvliet eenen drieponder
-geplaatst: eene vierde batterij was opgeworpen, op het zwarte weggetjen, en met twee
-stukken van zes ponden bewapend.”
-</p>
-<p>„Zo wel het dorp als deeze batterij waren bezet door <i>Amsteldamsche burgers</i>, door eenigen uit de <i>Geldersche brigade</i>, door <i>Friesche Auxiliairen</i> en Jaagers, door een gedeelte van het corps van den beruchten <span class="sc">Salm</span>;” wiens gloriezon door een schandelijke en eeuwige eclips niet verdonkerd, maar geheel
-onzichtbaar geworden is! „en voords door eenige Kanonniers en Artileristen, uit <i>Amsteldam</i> en uit de <i>Auxiliairen</i>: het bevel over deeze zo gewigtige voorpost van <i>Amsteldam</i> was opgedraagen aan den Wel Ed. Manhaften Heer <span class="sc">F.&nbsp;H. de Wilde</span>, toenmaals Capitein der Burgerij van <i>Amsteldam</i>, en de Vaderlandsche bende aanvoerende, onder den tijtel van Lieutenant <span class="corr" id="xd32e4138" title="Bron: Collonel">Colonel</span>.”
-</p>
-<p>„De natte en doorweekte grond van <i>Ouderkerk</i>, als ook de menigte grachten en slooten, verhinderden dat men uit den <i>Duivendrechtschen polder</i> iet van belang kon verrichten: de bruggen waren veelal afgebroken, aan veele toegangen
-doorsnijdingen gemaakt, eenige anderen waren met geschut bezet, zo dat de <i>Pruissen</i> alhier eene hevige verdediging te gemoet zagen, en de uitslag deed zien dat zij hier
-niet mis gerekend hadden, want deeze voorpost van <i>Amsteldam</i> werd met veel dapperheid en beleid door de Patriotten verdedigd.”
-</p>
-<p>„Met het seinschoot namen ook hier de onderscheidene aanvallen eenen aanvang, en de
-bezettelingen die terstond toonden dat zij deeze vijandlijkheden te gemoet zagen,
-gaven den <i>Pruissen</i> een zeer gevoeligen morgengroet terug.”
-<span class="pageNum" id="pb2.12">[<a href="#pb2.12">12</a>]</span></p>
-<p>„De Colonel <span class="sc">Kokeritz</span>, kon van den kant van den <i>Uithoorn</i> niets verrichten; waarom een Capitein, wiens naam niet gemeld wordt, uit overdrevenen
-ijver, met eenige manschappen uit dit detachement voordrukte om te recognosceeren,
-wordende hij door een cardoezenkogel doodgeschoten.”
-</p>
-<p>„In de <i>Ouderkerker polder</i>, alwaar de compagnie van den Capitein <span class="sc">Ledebur</span> stond, en hoewel alleen geschikt tot eenen valschen aanval, verdedigde deeze zig
-echter met zo veel manmoedigheid, uit het klein geweer, dat deeze compagnie eenen
-wezenlijken lof verdiende.”
-</p>
-<p>„Op den weg van <i>Abcoude</i> naar <i>Ouderkerk</i>, alwaar de Capitein <span class="sc">Tschock</span>, de Ritmeester <span class="sc">Zuizow</span>, en de Luitenant der Artillerij <span class="sc">Jacobi</span> met hunne onderhoorige Manschappen, en drie stukken geschut stonden, werd van beiden
-de zijden een allerlevendigst en hevigst vuur gegeven: aan de zijde der <i>Pruissen</i> werden alle houwitsers, granaten en kogels gebruikt, zonder echter de bezetting veel
-nadeels toetebrengen, en de vijand was genoodzaakt meerder ammunitie te doen aanvoeren,
-hoewel hij door de smalte van den weg geene stukken geschut meer konde plaatsen: na
-dat het gevecht eenen geruimen tijd geduurd had, en bijna geheel op ’t laatst, rukte
-aan de zijde van den <i>Duivendrechtschen polder</i>, op den weg naar de <i>Bullewijk</i> eenige manschappen met een stuk geschut aan; deeze manschappen, waren op bevel van
-den Capitein <span class="sc">Tschock</span> met schuiten overgevaaren, en plaatsen hun stuk geschut recht tegen over eene batterij
-der bezetting, om dezelve te dwingen; doch de verdedigers deeden eenen zo hevigen
-uitval, dat de vijand terstond de vlugt nam, en het stuk geschut bijna in handen van
-de bezettelingen gevallen was.”
-</p>
-<p>„Gemelde Capitein rukte daarop onverschrokken naar de batterij, en bij aldien de manschappen,
-die aan de overzijde van den <i>Amstel</i> post hielden, hem behoorelijk hadden kunnen ondersteunen, ware het niet onmogelijk
-geweest, denzelven te veroveren; <span class="pageNum" id="pb2.13">[<a href="#pb2.13">13</a>]</span>doch dit ondoenlijk zijnde, en de Patriotten als <span class="corr" id="xd32e4201" title="Bron: leewen">leeuwen</span> vechtende voor hunne zaak, was hij genoodzaakt te wijken, met achterlaating van eenige
-dooden en gekwetsten, de Major <span class="sc">Diebits</span>, hoewel meer geschikt tot een aanval tegen <i>Duivendrecht</i>, dit ziende, deed alle mogelijke moeite om uit den <i>Ouderkerker polder</i>, hem ter hulpe te komen, en vuurde met zo veele hevigheid en onverschrokkenheid,
-als wilde hij eenen etna bestormen, doch het mogt hem almede niet gelukken den moed
-der Vaderlanderen te bedwingen, en de batterij inteneemen.”
-</p>
-<p>„Ondertusschen duurden deeze gevechten wederzijds van des morgens 5 tot 8 uuren, waarna
-de <i>Pruissische troupen</i> genoodzaakt waren van voor <i>Ouderkerk</i> de wijk te neemen, doch omtrent ten elf uuren, kwamen de gevlugte manschappen van
-<i>Amstelveen</i><a class="noteRef" id="xd32e4219src" href="#xd32e4219">1</a> te <i>Ouderkerk</i> aan, waarop men,” (nog den moed niet verloren geevende, in tegendeel, met eene waare
-krijgsmans beraadenheid,) <span class="corr" id="xd32e4224" title="Niet in bron">„</span>eene batterij tegen den weg, langs welken zij gekomen waren, deed opwerpen; voords
-ging men met alle magt de batterij versterken tegen eenen nieuwen aanval; welk werk
-tot één uure op den middag werd voordgezet; doch toen kwam er bevel uit <i>Amsteldam</i> dat het volk van <span class="sc">Van Salm</span>, naar de <i>Kalfjeslaan</i> moest trekken, alwaar mede eene batterij was opgeworpen, zijnde toen de wegen, welken
-van <i>Amstelveen</i> op den <i>Amstel</i> uitkwamen, bezet.”
-</p>
-<p>„Daarna vertrok ook de <i>Geldersche brigade</i>, en toen ook moest de Lieutenant Colonel <span class="sc">De Wilde</span>, hoewel de <i>Pruissen</i> geweeken waren voor zijn beleid en het gedrag der Patriotten, tot zijn grievendst
-leedwezen aan de <i>Amsteldamsche burgers</i> en de overige manschappen bevel geeven om mede optebreeken; dit geschiedde, hoewel
-onvergenoegd, echter met veel bedaardheid, zo dat alle de ammunitie tot de minste
-kleinigheid toe, mede naar <i>Amsteldam</i> gevoerd werd, waarmede zij omtrent ten vier uure in den middag, in de stad aankwamen,
-gelijk ook alle de manschappen der andere ontruimde voorposten, welken van het overgaan
-van <i>Amstelveen</i>, en het verlaaten van <i>Ouderkerk</i>, in tijds bericht bekomen hadden;” zij weeken, <span class="pageNum" id="pb2.14">[<a href="#pb2.14">14</a>]</span>ja maar zij weeken als helden, als <i>Batavieren</i> nog niet ontaart van den voorvaderlijken moed: niet te onrecht zongen wij elders
-die helden dus toe:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<div class="lg">
-<p class="line">Ja gij zwichtet——met uw zwichten,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Zwichtte ook ’t magtig <i>Amsteldam</i>;
-</p>
-<p class="line"><i>Amsteldam</i>, waaruit u voorraad,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Voorraad en versterking kwam:
-</p>
-</div>
-<div class="lg">
-<p class="line">Ja gij zwichtet, niet uit lafheid!
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Lafheid! des waart ge onbekwaam;
-</p>
-<p class="line">Onbekwaam scheent ge ook als helden.<a class="noteRef" id="xd32e4279src" href="#xd32e4279">2</a>
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Helden echter blijft uw naam.
-</p>
-</div>
-<div class="lg">
-<p class="line">Wierd gij nooit weêr opgeroepen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Opgeroepen tot den strijd!
-</p>
-<p class="line">Strijd, waarbij geheel ons Neêrland,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Neêrland en zijn burgers lijdt,
-</p>
-</div>
-<div class="lg">
-<p class="line">Vrede is tog der ziele hoofdstof,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Hoofdstof van <span class="asc">Civilis</span> kroost;
-</p>
-<p class="line">Kroost, dat om den lieven vrede,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Vrede en rust zig moeite troost.
-</p>
-</div>
-<div class="lg">
-<p class="line">God blijv’ met u, dappre helden!
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Helden! eer van Nederland!
-</p>
-<p class="line">Nederland! God houde u lange.
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Lange nog in vasten stand.</p>
-</div>
-</div>
-<p><span class="pageNum" id="pb2.15">[<a href="#pb2.15">15</a>]</span></p>
-<p>„Hoewel de <i>Pruissen</i> daarna geheel <i>Holland</i> overstroomden, en voor <i>Amsteldam</i>, zo wel als in andere plaatsen, in bezetting gelegd werden, zal het echter onwaardeerbaar
-zijn voor de Patriotten, dat zij ten allen tijde zullen kunnen aantoonen, hoedanig
-zij voor <i>Ouderkerk</i> de magt van <span class="sc">Fredrik Wilhelm</span>, het hoofd geboden, en in den krijgsdienst volleerde benden, genoodzaakt hebben,
-met verlies van een aantal dooden en gekwetsten, welk eerst getal de vijand zorgvuldiglijk
-heeft getracht te verbergen, terug te wijken: de braave Vaderlanders, wier stelzel
-het hier de plaats niet is te onderzoeken, maar die echter in deeze en nog andere
-aanvallen, zelfs door hunne vijanden geroemd zijn, toonden hier allerduidelijkst,
-dat zij onder een wèlbestuurd beleid, nog niet ontaart waren, van den roem hunner
-voorvaderen, welke schandvlek hunne tegenpartij hun heeft zoeken aantewrijven.”
-</p>
-<p>Dat het <i>Ouderkerk</i> verder altijd zal geheugen in de handen der <i>Pruissen</i> gevallen te weezen, is eene waarheid die zonder getuigenissen geloofd kan worden;
-de triumpheerende soldaat is tog niet te rangschikken onder de bedaarden en barmhartigen
-onder de kinderen der menschen—voeg hier bij, gelijk wij ook wegens <i>Amstelveen</i> gezegd hebben, het haatelijke denkbeeld dat den <i>Pruissen</i> van den Nederlandsche Patriotten ingeboezemd was geworden;<a class="noteRef" id="xd32e4335src" href="#xd32e4335">3</a> ook hadden zij te veel van de moedige verdediging van deezen moeten ondergaan, om
-geheel vrij te blijven van den trek tot bijzondere wraakneeming.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN.</span>
-</p>
-<p>De Kerk zal men zekerlijk niet vergeeten te gaan bezichtigen, en ook niet de Pruissche
-kogels, welken in den muur daarvan zitten, zo wel als die in den muur van het rechthuis:
-<span class="corr" id="xd32e4351" title="Bron: zie (">(zie</span> Bladz. 5.) in de oude pastorij is mede zulk een kogel te zien.
-</p>
-<p>Aan de eene zijde van het dorp, ligt een laantjen, waarin de wandeling verrukkelijk
-is, en dat het <i>Ouderkerker hemeltjen</i> <span class="corr" id="xd32e4358" title="Bron: gegenomd">genoemd</span> wordt.
-</p>
-<p>De Droogmaakerij, waarvan wij boven (Bladz. 10.) en ook in ons blad over <i>Amstelveen</i> spraken, kan men uit dit dorp ook gaan bezichtigen.
-</p>
-<p>De reiziger neeme dit ons blaadjen in de hand, zoeke de plaatsen op, alwaar wij hem
-verhaalden dat de Patriotsche batterijen <span class="pageNum" id="pb2.16">[<a href="#pb2.16">16</a>]</span>gelegen hebben, en zo hij de bekwaamheid van geregeld te kunnen denken heeft, zal
-hij, dat doende, een aangenaam uurtjen in den omtrek van <i>Ouderkerk</i> kunnen doorbrengen.
-</p>
-<p>Hij vergeete ook niet het <i>Portugeesche Jooden Kerkhof</i>, hier voor Bladz. 5 aangehaald, te bezoeken: het ligt ten zuiden van het dorp, en
-strekt met drie morgen lands, langs het water de <i>Bullewijk</i>; onder de zarken vindt men die van overheerlijk marmer, zeer prachtig gehouwen, en
-met <i>Hebreeuwsche opschriften</i> versierd zijn: de sijnagoge houd hier een’ doodgraaver, of oppasser die er een vrije
-woning heeft.
-</p>
-<p>Hier meent men stond weleer het Lusthuis der Heeren van <i>Amstel, Reigersbroek</i>, of <i>Reigersbosch</i> geheeten: in den zoen deezer Heeren met Graaf <span class="sc">Floris</span>, hebben zij dit huis aan hem opgedragen: de Graaven waren gewoon hier eenen Amptenaar
-aantestellen, met den tijtel van <i>Meester en Bewaarder van den Reigerbossche</i>: sommigen meenen dat deeze plaats door den grouwzaamen <i><span class="corr" id="xd32e4391" title="Bron: Elisabethts">Elisabeths</span> vloed</i> van den jaare 1421, mede is vernield geworden.
-</p>
-<p>In het dichtstukjen <i>De Amstelstroom</i>, leest men desaangaande het volgende couplet; <i>Ouderkerk</i> toegezongen.
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Toen pronkte nog uw Reigershof,
-</p>
-<p class="line">Voorheen om uwen luister te achten,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Daar Hollands Graaven, met veel lof
-</p>
-<p class="line">En roem, zig te verlusten plagten,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">In veel doorluchtig tijdverdrijf,
-</p>
-<p class="line">Van snelle jagten, schutterijen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Om strijd, of daar ’t vermoeide lijf,
-</p>
-<p class="line">Behaalde een reeks van lekkernijen;
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Daar elk om prijs den reiger schoot<span class="corr" id="xd32e4417" title="Bron: .">,</span>
-</p>
-<p class="line">En ridderlijk de lansie boodt.</p>
-</div>
-<p class="first">Eene wandeling naar <i>Amstelveen</i>, is mede niet onvermaaklijk.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN<span class="corr" id="xd32e4428" title="Niet in bron">.</span></span>
-</p>
-<p>Met de Schuiten op Bladz. 6 genoemd, vindt men telkens gelegenheid om na en van dit
-dorp te komen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN.</span>
-</p>
-<ul>
-<li><i>Brugzicht</i>, dit was weleer <i>De oude Prins</i>; maar het volk van <span class="sc">Van Salm</span>, (dat getrouwe volk!) heeft dat uithangbord niet kunnen dulden, en het derhalven
-doen wegneemen.
-</li>
-<li><i>Paardenburg.</i>
-</li>
-<li>De <i>jonge Prins</i>.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p>Voords eenige weinigen van minderen rang.
-</p>
-<p>De drie eerstgemelde zijn mede Uitspanningen.
-<span class="pageNum" id="pb3.1">[<a href="#pb3.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e4219">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e4219src">1</a></span> <i>Hoe het omtrent dat dorp gegaan is, hebben wij in ons blad dat over hetzelve handelt,
-breedvoerig genoeg aangetekend, om er verder hier van te kunnen zwijgen.</i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e4219src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-<div class="fndiv" id="xd32e4279">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e4279src">2</a></span> <i>Wij bedoelden met dit zeggen, dat de verwachting van den moed, maar vooral van het
-beleid der verdedigers niet groot heeft kunnen weezen, uit aanmerking van den aart
-hunner omstandigheden; ’t waren tog slechts burgers, wel geoefend in het handelen
-der wapenen, maar niet geoefend in den krijg: de handwerktuigen werden verwisseld
-met de wapenen; de vredige plaats der broodwinning met het oorlogsveld; de koopman
-lag de pen neder, en vattede den staf van commando op, als bevelhebber in eenen bloedigen
-krijg: en tegen een geoefend volk, een volk dat zig onder de oorlogende</i> Europeêrs <i>eenen naam verworven heeft: en deeze stille burgers deeden wonderen; toonden Batavieren
-te zijn; toonden onverschrokken te durven staan, als ’t aankwam op de verdediging
-van Land en Volk!—zeker hunne omstandigheid behoort vooral in aanmerking genomen te
-worden, wil men geen gevaar loopen van hunnen behaalden roem te kort te doen</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e4279src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-<div class="fndiv" id="xd32e4335">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e4335src">3</a></span> <i>Men heeft zelfs verteld, ja wat verteld men niet al! en hoe dom denkt men wel dat
-de Duitsche soldaat zou weezen! sommige van hun hadden zig van de</i> Nederlandsche Patriotten <i>een denkbeeld gemaakt, als waren het zekere wonder-verschijnselen in de Natuur; zekere
-menschen, of gedaante van menschen, met vleugelen; die overal, door het geheele land
-heen rondgierden: verscheidene maalen, zegt men, is in den beginne door hen gevraagd
-of zij nu niet haast die <span class="corr" id="xd32e4340" title="Bron: Patriooten">Patriotten</span> zouden zijn? ofschoon zij er reeds door onthaald waren geworden</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e4335src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="ouderkerkbuurten" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1226">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="ex">BUURTEN</span><br>
-ONDER DE BANNE VAN<br>
-<span class="ex">OUDERKERK</span><br>
-<span class="ex">BEHOORENDE</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first headlike">DE BUURT AAN DEN OMVAL.
-</p>
-<p>Van deeze buurt, die niet zeer groot is, kan niets aantekeningswaardig gezegd worden:
-Zij bestaat intusschen uit verscheidene huizen, eenige molens en buitenplaatsjens:
-de ringsloot, wordt mede in dezelve gevonden.
-</p>
-<hr class="tb dash"><p>
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">DUIVENDRECHT.</span>
-</p>
-<p>Deeze buurt spant de kroon boven alle de anderen in de banne van <i>Ouderkerk</i> gelegen, naamlijk wegens haare grootte, en aanzienlijkheid, niettegenstaande er geen
-breed getal van huizen in gevonden worde.
-</p>
-<p>Haare <span class="sc">LIGGING</span> is in de polder van den zelfden naam, en <span class="pageNum" id="pb3.2">[<a href="#pb3.2">2</a>]</span>die onderscheiden wordt in <i>Groot-</i> en <i>Klein-Duivendrecht</i>, hebbende ten noorden de <i>Diemermeir</i>, ten oosten de <i>Bijlemermeir</i>, ten zuiden <i>Ouderkerk</i>, en ten westen den <i>Amstel</i>: de buurt ligt voords zeer vermaaklijk: door dezelve stroomt nog een watertjen, <i>’t Gat</i> genoemd, waarin een kleine Overtoom ligt.
-</p>
-<p>Wegens den
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>,
-</p>
-<p>Is het volgende bericht bij ons ingekomen:
-</p>
-<p>„De <i>Duivendrechtsche brug</i>, in de buurt over de <i>Ringsloot</i> liggende, en die ook den naam van <i>Kuipertjes brug</i> draagt, ter oorzaake dat nabij dezelve een groote kuipers werkplaats was,” (waarvan
-straks nader,) „werd in vroegere dagen aldaar niet gevonden; maar er was ter dier
-plaatse, eene schouw, of overvaart over gezegde rivier: iemand daar nabij woonende,
-(men zegt een knecht van den kuiper voornoemd,) was voords een ongemeen groot liefhebber
-van duiven, die hij dan ook in eene verbazende menigte nahield, het geen gelegenheid
-gaf dat men de gezegde overvaart, of kleine veer, in vroegere dagen <i>Tricht</i> of <i>Trecht</i> genoemd,” (gelijk wij in onze beschrijving van <i>Dordrecht</i> reeds aantekenden,) „<i>Duiventrecht</i>, of veer, overvaart naar de duiven, of het <i>Duivenveer</i> genoemd heeft; de veel vermogende klankverbastering heeft voords van <i>trecht, drecht</i> gemaakt,” (gelijk zulks met den naam <i>Dordrecht</i> ook plaats heeft,) „en alzo heeft deze buurt den naam van <i>Duivendrecht</i> bekomen.”
-</p>
-<p>Wat de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>
-</p>
-<p>Betreft: <i>Duivendrecht</i> in ’t algemeen beslaat eene zeer ruime uitgestrektheid gronds, begroot op 1327 morgen,
-300 roeden <span class="pageNum" id="pb3.3">[<a href="#pb3.3">3</a>]</span>lands, gelijk de polders, waarin de buurt gelegen zij, onderscheiden worden in <i>Groot-</i> en <i>Klein<span class="corr" id="xd32e4554" title="Bron: ">-</span>Duivendrecht</i>, alzo onderscheidt men ook de buurten van dien naam; zijnde de buurt, eigenlijk <i>Klein-Duivendrecht</i>, landwaards in gelegen: een gedeelte van <i>Groot-Duivendrecht</i>, tegen over den <i>Weesperweg</i> aan den <i>Amstel</i> gelegen, noemt men het eiland; eigenlijk zoude men het drie eilanden kunnen noemen,
-om dat het door twee slooten in drie afzonderlijke deelen, rondsom van water omgeven,
-verdeeld is—Op den gezegden uitgebreiden grond, bevat <i>Duivendrecht</i>, het eiland niet mede gerekend, niet meer dan 32 of 33 huizen, want dezelven staan
-zeer wijd van elkander gebouwd, voornaamlijk ter wederzijde van eenen zuidelijken
-straatweg; ieder huis staat op eene werf waarbij veel weiland gelegen is: er zijn
-ook twee buitenplaatsen of tuinen; de eene, <i>Welmeer</i> genoemd, is nog in stand; doch de andere in 1787 zodanig door de <i>Pruissen</i> gehavend, dat dezelve thans niet meer dan een optrek is; meer anderen worden op het
-eiland bovengemeld gevonden, op hetzelve staan, behalven dat, nog vier molens, naamlijk
-twee die witloot, één die snuif, en één die steen maalt: de beide polders worden voords
-door twee molens van het overtollig water ontlast.
-</p>
-<p>In het buurtjen eigenlijk <i>Klein-Duivendrecht</i> genoemd, staan nog eenige weinige huizen, en één snuif-molen; voords is aldaar ook
-geplaatst de porcelein-fabriek, die weleer in <i>Loosdrecht</i> geweest is, gelijk wij in onze beschrijving van dat Dorp aantekenden: deeze fabriek,
-zegt men, dat alhier veel beter opneemt dan zij weleer in de <i>Loosdrecht</i> gedaan heeft; er worden vorstelijke servisen gemaakt, die ten duursten prijze worden
-verkocht; ook wordt wel, als de fabrikeurs eene genoegzaame hoeveelheid van porceleinen
-in voorraad hebben, een loterij van dezelven aangelegd, gemeenlijk in het rechthuis
-van de <i>Diemer-</i> of <i>Watergrafts-meir</i>.
-</p>
-<p>Onder het gezegde tal van huizen, behoort ook de woning <span class="pageNum" id="pb3.4">[<a href="#pb3.4">4</a>]</span>van den brugman; zijnde een tamelijk goed huis, waarin hij niets verwoont, gelijk
-hij ook geene pacht voor de brug behoeft optebrengen, en beiden, wooning en brug,
-worden door <i>Amsteldam</i> onderhouden: met dit postjen wordt thans deezen of geenen gunsteling begiftigd, ofschoon
-het indedaad een wettig eigendom zij van het manlijke oir des kuipers bovengemeld,
-en door het welk zijn huis aan die brug gelegen, en thans een herberg, (<i>’T huis de hoop</i>,) zijnde, nog wordt bewoond: de historie van dit ontvreemde eigendom is deeze: de
-kuiper voornoemd, of wel deszelfs gezegde woning, had het recht van de pont of het
-veer van overvaart, waarvan wij mede reeds gesproken hebben: nu stond hij aan <i>Amsteldam</i> een gedeelte gronds van zijn erf af, ten einde den algemeenen weg voorbij zijn huis
-heen te kunnen leggen; maar die afstand geschiedde op voorwaarde, dat de stad, voor
-haare rekening, in de plaats van zijne pont, eene brug zoude leggen en onderhouden,
-de inkomsten van welken ten eeuwigen dage aan het manlijke oir van hem zoude verblijven;
-het bruggeld zoude bepaald blijven op 2 duiten de persoon, gelijk men voor het overvaaren
-met de pont ook moest betaalen: dit accoord werd wel getroffen, maar is niet gemaintineerd;
-want voor eenige jaaren is, bij het afsterven van den werkelijken bezitter der brug,
-in het geslacht van den geenen die ’t accoord gemaakt had behoorende, dezelve, gelijk
-gezegd is, als een amtjen weggegeven; de tegenwoordige bewooner van het huis zoude
-thans, nu alle broodwinningen, vooral het herberghouden, geweldig achter uit gaan,
-met ernst zijn recht vervorderen, dan, hem ontbreeken de noodige papieren, die hem
-in de woelingen in 1787, waarin hij bovenmaatig gedeeld heeft, ontvreemd zijn, of
-liever zijn zij door schendende handen vernield: zo veel heeft hij nog bij request
-verkregen, dat de geenen die zig tot zijnent komen verpoozen, of ververschen, en de
-brug moeten passeeren, vrij van de tol zijn, mits evenwel dat zij uit zijn huis ook
-weder de brug over <span class="pageNum" id="pb3.5">[<a href="#pb3.5">5</a>]</span>terug gaan, maar vervorderen zij hunnen weg, naar <i>Abcoude</i> of <i>Ouderkerk</i>, dan moeten zij de gewoone 2 duiten betaalen: deeze tol wordt ook alleenlijk betaald
-door den voetganger; paarden, hoornvee, of andere beesten die over de brug gedreven
-worden, betaalen niets, ook niet de rijtuigen, ja zelfs niet de geenen die er in zitten,
-alleenlijk moet men, gelijk gezegd is, betaalen, als men te voet gaat.
-</p>
-<p>De gezegde huizen, waaruit deeze uitgestrekte buurt bestaat, worden bewoond door ongeveer
-160 menschen.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>De bewooners der buurt zijn voor het grootste gedeelte den <i>Roomschen Godsdienst</i> toegedaan, eenige weinige van hun zijn <i>Gereformeerd</i>, en slechts vijf of zes <i>Luthersch</i>; deezen moeten naar <i>Amsteldam</i> te kerk gaan; de <i>Gereformeerden</i> gaan naar <i>Diemen</i> of <i>Ouderkerk</i>, maar de <i>Roomschgezinden</i> hebben te <i>Duivendrecht</i> een mooi zindelijk kerkjen, dat bediend wordt door den Wel-Eerwaarden Heere <span class="sc">Joannes Meylink</span>, behoorende onder het Aartspriesterdom van <i>Holland</i>; de <i>Roomschgezinden</i> uit de <i>Bijlemer</i>, en sommigen in de <i>Diemermeir</i> woonachtig, komen ook alhier te kerk.—De pastorij is vrij aangenaam gelegen.
-</p>
-<p>Wees- of arm-huis wordt in deeze buurt niet gevonden, wanneer de ouders ledematen
-zijn van den Gereformeerden Godsdienst, worden de kinderen door de Diaconen van <i>Ouderkerk</i> van die gemeente, besteed en verzorgd; wanneer zij geene ledematen zijn, komen ze
-ten laste der zoo genaamde gemeene armen; wanneer vader of moeder lidmaat was, komen
-de kinderen voor de eene helft ten laste der Gereformeerde Diaconen, voor de andere
-ter zorge van de gemeene armen, en voor deeze zijn ook de <i>Roomsche weezen</i>.
-</p>
-<p>Er is een school, dat echter alles behalven eenig <span class="pageNum" id="pb3.6">[<a href="#pb3.6">6</a>]</span>aanzien heeft; het wordt van wege het Ambacht begeeven, en dient voor de kinderen
-van alle drie de gezegde Gezinten in ’t algemeen.
-</p>
-<p><span class="sc">Wereldlijke gebouwen</span> worden in deeze buurt niet gevonden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>:
-</p>
-<p>De bewooners geneeren zig meestal met de melkerij, er liggen geene moestuinen; er
-worden voords eenige gewoone Ambachten geoefend—er is ook een Chirurgijn.
-</p>
-<p>In de <span class="sc">geschiedenis</span> deezer buurt, zoude geheel niets aantekeningswaardig gevonden worden, ware het niet,
-dat zij, met groote voorkeur ten getuige verstrekte, van de elende waarmede het lieve
-Vaderland in den jaare 1787, door den geessel des binnenlandschen oorlogs, <span class="corr" id="xd32e4666" title="Bron: geteiteisterd">geteisterd</span> geworden.
-</p>
-<p>Daar de <i>Pruissen</i> aan dien kant zouden komen afzakken, werd de buurt weldra door gewapende burgers
-van <i>Amsteldam</i> en van elders bezet; en o! hadden wij ter hunner eere mogen hooren getuigen dat zij
-er zig niet schuldig gemaakt hadden aan die baldaadigheden, waarmede de loontrekkende
-soldaat gemeenlijk de oord, waarin hij ter bescherminge gelegen wordt, doet gevoelen
-dat hij er is! alrede door het woeste krijgsmans leven van het pad der beminnelijke
-burgerlijke bedaardheid en geschiktheid afgeleid, hebben zij ’er, in navolging van
-den bezoldeling, verscheidene <span class="corr" id="xd32e4675" title="Bron: merktenen">merktekenen</span> van hun daarzijn nagelaaten; intusschen moeten wij, naar ingewonnene berichten, ook
-bekennen, dat zij zig, toen ’t op een staan en vechten aankwam, als dappere helden
-gedragen hebben; zodanig, dat men verzekert, hadde men te <i>Ouderkerk</i> stand gehouden, de <i>Pruissen</i> zouden aan de <i>Duivendrechtsche brug</i> nimmer hun oogmerk bereikt hebben; vier batterijen, hadden de patriotten rondsom
-<i>Het huis de hoop</i>, meergemeld, opgeworpen, van dewelken zij <span class="pageNum" id="pb3.7">[<a href="#pb3.7">7</a>]</span>de <i>Pruissen</i> bij hunne herhaalde aannaderingen, ook gelijke maalen, dapperlijk begroetteden, met
-dat gewenscht gevolg dat er veelen van hun vielen; de tekens hunner afgezondene kogels
-zijn nog hier en daar, met naame in de muuren van de poort der gemelde hofstede <i>Welmeer</i>, te zien: de overtoom waar van wij boven gesproken hebben, was weggebroken, zo ook
-de tolbrug; (men voer toen weder met eene schouw over,) en al het hinderend geboomte
-omgehakt, zo dat zij hunnen vijand op eene vlakte voor zig hadden; echter behoefden
-zij met hun geschut maar zeer smalle wegen te bestrijken, (het platte land, stond
-rondsom ruim drie à vier voeten hoog onder water;) het welk ook met zo veel moed en
-snelheid gedaan werd, dat er, gelijk gezegd is, veele <i>Pruissen</i> door hun ter nedergelegd werden; allerbenaauwdst zag ’t er toen in deeze oord uit,
-en die akeligheid vergrootte niet weinig toen de Vaderlanders, door dat <i>Ouderkerk</i> verlaten was, geraden vonden, of liever genoodzaakt werden, aftetrekken, en de geheele
-buurt derhalven door de <i>Pruissische</i> soldaaten overstroomd werd; zij kwamen er in; als raazenden vielen zij op alles aan,
-want de dappere tegenstand welke zij, zekerlijk buiten verwachting, ontmoet, en het
-volk dat zij verloren hadden, had hun verbitterd; meest moest de meergemelde herberg
-<i>’t Huis de Hoop</i> lijden; want zij hadden hetzelve, wegens de batterijen waardoor het van rondsom beschermd,
-(in hunne oogen beschermd) werd, voor een of ander huis van aanzien, mogelijk wel
-voor een Dorps Raadhuis gehouden, en hadden ook alle mogelijke moeite gedaan om het
-zelve tot een puinhoop te schieten: dan, allerwonderbarelijkst werd dat huis bewaard;
-want de <i>Pruissen</i> pointeerden hunne stukken zodanig, dat zij telkens over hetzelve heen schooten, en
-als zij het raakten was het slechts aan de randen der hardsteenen waarmede de gevel
-gedekt is, gelijk men zulks dan nog werkelijk in oogenschouw kan neemen—de bewooner
-van dat huis, houdt die beklagenswaardige gebeurtenis voor de <span class="pageNum" id="pb3.8">[<a href="#pb3.8">8</a>]</span>grondoorzaak van zijn onherstelbaar bederf, want behalven dat sedert dien tijd een
-algemeen verval in het land plaats heeft, en zijne herberg derhalven vrij schaarser
-dan weleer bezocht wordt, begroot hij zijne geledene schade, zo aan zijn huis als
-goederen, op ruim 1000 guldens, waarvan hem, in gevolge van groote daartoe aangewende
-moeite, naauwlijks 350 guldens vergoed zijn: de <i>Jooden</i>, (men weet welke rol deeze, in die tijdsomstandigheden, gespeeld hebben,) hadden
-verscheidene van zijne meubelen gekocht, die hij naderhand, waarschijnelijk ten dubbelden
-en driedubbelden prijze, weder heeft moeten inkoopen.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>
-</p>
-<p>Welken in deeze buurt gevonden worden, zijn voornaamlijk, het meergemelde,
-</p>
-<p><i>Huis de Hoop</i>, dat ook eene goede uitspanning is; voords nog twee andere herbergen van minderen
-rang.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike">REISGELEGENHEDEN
-</p>
-<p>Zijn naar <i>Amsteldam, Muiden, Naarden</i> en <i>Weesp</i>, met de gewoone schuiten welken op die steden vise versa vaaren, en de <i>Duivendrechtsche</i>, of <i>Kuipertjes-brug</i> moeten passeeren, men kan van daar ook naar <i>Abcoude</i> of <i>Ouderkerk</i> wandelen; nog passeert er de Kerkschuit uit de <i>Diemer-</i> of <i>Watergrafts-meir</i>.
-</p>
-<p>Door <i>Duivendrecht</i> wandelt men over eenen zindelijken straatweg, tot aan en voorbij het Tolhek: van
-hier gaat men rechts af, langs de zoogenaamde <i>Ouderkerker laan</i>, naar <i>Ouderkerk</i>.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Een andere Buurt, of Gehucht, in de banne van <i>Ouderkerk</i> gelegen, draagt den naam van
-<span class="pageNum" id="pb3.9">[<a href="#pb3.9">9</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">DE BULLEWIJK</span>,
-</p>
-<p>Die onderscheiden wordt in de <i>Binnen-</i> en <i>Buiten-Bullewijk</i>.
-</p>
-<p>Hier strekt zig de ban van <i>Ouder-Amstel</i> uit tot aan het tolhuisjen bij de <i>Abcouder meir</i>, welker bewooners nog onder het opzicht van den Predikant van <i>Ouderkerk</i> staan.
-</p>
-<p>De beide deelen van de <i>Bullewijk</i> liggen zeer vermaaklijk ter wederzijden van de ongemeen schoone rivier de <i>Amstel</i>, en aan het water, <i>Bullewijk</i> genoemd; de <i>Binnen-Bullewijk</i> is voor een gedeelte een rijweg, met eenige buitenplaatsen vercierd, als <i>Hoofdenburg, Kerkzicht</i>, enz.; zij strekt zig uit tot aan de <i>Abcouder meir</i>: de <i>Buiten-Bullewijk</i> ligt in de polder de <i>Ronde hoep</i>, als mede de <i>Rijke Waver</i>, en de <i>Waardhuizen</i>, welke polder begroot wordt op 1526 morgen, en 472 roeden gronds: men wil, dat dezelve
-van ouds eene bosschaadje zoude geweest zijn, die afgekapt en tot land gemaakt is;
-voords stellen onze ingewonnene berichten het voor niet onmogelijk, dat die landen
-eertijds van slechten aart geweest zijn; dat men er daarom <i>bullen</i> op geweid heeft, en dat daarvan het gehucht de <i>Bullewijk</i> zijnen naam zoude ontleend hebben: wat betreft dat de polder voorheen een bosch zoude
-geweest zijn, daarvan geeft men, niet ongepast, ten bewijze, dat de landlieden aldaar
-nog jaarlijks boomwortels uit den grond haalen, die telkens naar boven werken: thans
-is de <i>Ronde Hoep</i> één der beste polders; niet alleen wegens het land dat zeer goed voor het melkvee
-is, maar ook wegens de schoone bedijking die rondsom de polder ligt: zij heeft drie
-watermolens, welken het overtollige polderwater in den <i>Amstel</i> overmaalen: het getal der huizen, onder de geheele <i>Bullewijk</i> betrokken zijnde, kunnen wij niet bepaalen.
-<span class="pageNum" id="pb3.10">[<a href="#pb3.10">10</a>]</span></p>
-<p>Met de bestuuring en verzorging van Weezen en Armen gaat het hier als in de voorgemelde
-buurten onder deeze banne behoorende; de inwooners zijn voor het grootste gedeelte
-den <i>Roomschen Godsdienst</i> toegedaan, gelijk zij er dan ook een zeer goede en zelfs aanzienlijke statie hebben,
-een quartier uurs van het dorp gelegen, die bediend wordt door den Wel-Eerwaarden
-Heere <span class="sc">Hyronimius van der Dorp</span>, behoorende onder het Aartspriesterdom van <i>Holland</i>: de <i>Gereformeerden</i>, welken onder hun gevonden worden, moeten te <i>Ouderkerk</i> te kerk gaan, gelijk de <i>Roomschgezinden</i> in dat Dorp in de <i>Bullewijk</i> behooren: de kinderen uit dat gehucht gaan ook te <i>Ouderkerk</i> voornoemd, school.
-</p>
-<p>De bewooners van de <i>Bullewijk</i> geneeren zig voornaamlijk met de melkerij, waartoe, gelijk gezegd is, de landen aldaar
-zeer geschikt zijn.
-</p>
-<p>De Jooden hebben hier een groot kerkhof; zie onze beschrijving van <i>Ouderkerk</i>.
-</p>
-<p><span class="sc">Herbergen</span> worden er geene anderen gevonden, dan de <i>Voetangel</i><a class="noteRef" id="xd32e4841src" href="#xd32e4841">1</a>, alwaar men ook de <span class="sc">reisgelegenheid</span> van de passeerende <i>Utrechtsche</i> schuit van en naar <i>Amsteldam</i> en <i>Utrecht</i> heeft.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Rechtuit over den <i>Voetangel</i> voornoemd gaande, heeft men een rij- en gaan-weg, langs den <i>Amstel</i>, naar <i>Abcoude</i>: maar den <i>Voetangel</i> aan de linkerhand, begint de
-<span class="pageNum" id="pb3.11">[<a href="#pb3.11">11</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">RIJKE WAVER</span>,
-</p>
-<p>Mede, gelijk wij reeds gezegd hebben, in de <i>Ronde-hoeper polder</i> gelegen: het is een rijweg tot dat men aan de <i>Waarthuizen</i> komt, van waar men weder naar <i>Ouderkerk</i> gaat.
-</p>
-<p>Van de <i>Rijke Waver</i> is niet veel anders te zeggen, dan dat het er in den zomer zeer aangenaam is; men
-ziet er veele buitenplaatzen, tot dat men komt aan de <i>Stoppelaars brug</i>, een gehucht van eenige huizen, (<i>Stichts gebied</i>;) daardoor gaande komt men, over een brug, wederom op <i>Hollandsch gebied</i>, naamlijk te <i>Botshol</i>: zie onze beschrijving van <i>Waver</i> enz.
-</p>
-<p>De bewooners der <i>Rijke Waver</i> bestaan mede meestal van de melkerij, behalven eenige geringe lieden, die de baggerij
-ter hand houden.
-</p>
-<p>Gezegde bewoonen verhaalen, dat dit gedeelte van de <i>Ronde hoep</i>, weleer, bepaaldlijk vóór en tot den jaare 1672, den naam van <i>Schamele Waver</i> droeg, en dat het den naam van <i>Rijke Waver</i> bekomen heeft, bij gelegenheid dat de <i>Franschen</i>, ten gezegden jaare, aldaar en in den omtrek brandschatting uitschrijvende, dezelve
-op geen pleksken zo in haar geheel opgebragt werd als alhier, waardoor het zig, in
-de plaats van den naam van <i>arm</i> te verdienen, betoonde <i>rijk</i> te zijn, en derhalven toen ook dien naam verkreeg; doch onze medegedeelde berichten
-spreeken zulks volstrekt tegen, verzekerende dat er geenige aantekening voorhanden
-is, waaruit zoude kunnen blijken, dat de <i>Franschen</i> in 1672 de <i>Rijke Waver</i> een bezoek gegeven hebben.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-<span class="pageNum" id="pb3.12">[<a href="#pb3.12">12</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">HOLENDRECHT</span>.
-</p>
-<p>Is eene polder onder dezelfde banne van <i>Ouderkerk</i>; zij wordt begroot op 419 morgen, 363 roeden: hier en daar is dezelve bewoond; doch
-niet anders dan door melkboeren, die er zeer goede landen hebben.
-</p>
-<p class="headlike">WAARDHUIZEN EN DE NES,
-</p>
-<p class="center"><span class="ex">IN ZO VERRE ZIJ TEN OOSTEN VAN DEN AMSTEL GELEGEN ZIJN</span>.
-</p>
-<p>Deeze buurten of gehuchten zijn redelijk digt bebouwd, en zijn ook vrij volkrijk;
-de bewooners geneeren zig voornaamlijk met den landbouw; ook worden er veele visschers
-gevonden: er is een’ goede sluis, de <i>Nesser sluis</i> genaamd: de liefhebbers van visschen, vooral die van <i>Amsteldam</i>, gaan des zomers gemeenlijk alhier hunne uitspanning neemen, het geen de inwooners
-nog al eenig voordeel aanbrengt: deezen zijn voor het grootste gedeelte van den <i>Roomschen Godsdienst</i>, en gaan aan de eene zijde te <i>Waver</i>, en aan de andere in de <i>Zwaluwe buurt</i> te kerk.
-</p>
-<p>In de <i>Nes</i> is ook een school.
-<span class="pageNum" id="pb4.1">[<a href="#pb4.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e4841">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e4841src">1</a></span> <i>Dit is een schoon gebouw, behoorende aan de Thesaurie der stad</i> Amsteldam: <i>alle vaartuigen, die er passeeren, moeten er aanleggen en tol betalen</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e4841src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="amstelveen" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1231">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figamstelveenwidth"><img src="images/amstelveen.jpg" alt="Het dorp Amstelveen" width="464" height="720"><p class="figureHead">Het dorp Amstelveen</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line">AMSTELVEEN, zo wel gelegen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Mild bedeeld met Godes zegen,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Leed om Gysbrechts overmoed,
-</p>
-<p class="line">Leed door Spanjes dwingelanden,
-</p>
-<p class="line">Onlangs viel ’t in Pruisens handen,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Laatstlijk heeft er ’t vuur gewoed. (1792.)</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
-<span class="ex">DORP</span><br>
-AMSTELVEEN.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Zo ons werk niet van dien aart ware, dat wij geene keuze konden doen in de veele plaatsen
-welken in ons Vaderland voorhanden zijn, (want ons plan vordert dat wij die allen,
-van hoe grooten aanzien, of hoe gering ook moeten beschrijven;) zo wij deeze of geene
-plaats ten voorwerpe van onze beschrijving konden verkiezen, ongetwijfeld zouden wij
-het dorp <i>Amstelveen</i> de eer van den voorrang geeven; want in veelerleie opzichten verdient het de aandacht
-van elk Nederlander: niet alleenlijk is het aangenaam en wèl gelegen; maar ook is
-het op verscheidene andere wijzen aanmerkenswaardig: het is reeds een voorwerp van
-de gunst der Graaven geweest, en tevens een voorwerp der blinde woede ten tijde dat
-<i>Spanje</i> bloedmiddelen aanwendde, om de vrije harten en halzen van de wereldberoemde Batavieren
-door en onder zijn juk te knellen; en wat het in onze laatstvoorledene beroeringen,
-door het verschillen over de denkbeelden van recht, gerechtigheid en vrijheid, heeft
-moeten lijden, is nog in verscher geheugenis; ’t heeft ondervonden dat de Nederlanders,
-spijt alle verbastering nog niet geheel van hunne voorvaderlijke deugd ontaart zijn.…
-dan, daar van zullen op de volgende en meer andere bladzijden van dit ons werk overtuigende
-bewijzen genoeg gevonden worden, om er hier van te kunnen zwijgen; wij twijfelen niet
-of men zal onze beschrijving van dit dorp met genoegen leezen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
-</p>
-<p>Het vermaaklijk Dorp <i>Amstelveen</i>, (of <i>Amsterveen</i>, zo als het doorgaands genoemd wordt,) eene <span class="corr" id="xd32e4999" title="Bron: Ambachtsheerlijk">Ambachtsheerlijkheid</span> van <i>Amsteldam</i>, is gelegen in <i>Amstelland</i>, omtrent twee uuren gaans ten Zuid-westen van <i>Amsteldam</i>, hebbende ten Oosten de <i>Haarlemmer-meir</i>, <span class="pageNum" id="pb4.2">[<a href="#pb4.2">2</a>]</span>ten Westen het dorp <i>Ouderkerk</i>, en ten Zuiden, <i>Tamen</i> of <i>Uithoorn</i>: deszelfs ligging is zeer <span class="corr" id="xd32e5020" title="Bron: aangenam">aangenaam</span>; de weg die van <i>Amsteldam</i>, of wel van den Overtoom, derwaards gaat, verschaft eene verrukkelijke wandeling
-tusschen twee reiën lommerijken boomen, achter welken, op verscheidene plaatsen, ruime
-boerderijen, en aanzienlijke tuinen gelegen zijn: te recht zegt de zoetvloejende <span class="sc">Willink</span>, dat de gemelde aangenaame weg loopt,
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Langs ijpeboomen, even glad,
-</p>
-<p class="line">En net geschoren; welker kruinen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Zo tierig groejen bij het nat,
-</p>
-<p class="line">Dat eeuwig wenscht, dien weg te omtuinen:
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Alwaar het toverend gezicht
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Den zachten wandelaar verpligt.</p>
-</div>
-<p class="first"><i>Amstelland</i>, dat wij boven noemden, was weleer met het steedjen, ’t welk, na nog geen twee honderd
-jaaren, tot de wereldberoemde koopstad <i>Amsteldam</i> aangewassen is, eene bijzondere Heerelijkheid, niet behoorende onder de eigendommen
-van de <i>Hollandsche Graaven</i>, maar aan het geslacht der Heeren <span class="sc">van Amstel</span>: toen Heer <span class="sc">Gijsbrecht</span>, van dien naam, als deelgenoot van den bekenden moord aan Graaf <span class="sc">Floris</span>, het Land moest ruimen, werden zijne goederen verbeurd verklaard, en werden deezen
-gevolglijk een <i>volstrekt</i> eigendom van den Graaf; <i>volstrekt</i>, zeggen wij, want <span class="sc">Gijsbrecht</span> was reeds vroeger, voor zekere handelwijze van hem omtrent den Bisschop van <i>Utrecht</i>, door den Graaf gestraft, daarmede, dat hij zijne goederen, waaronder ook <i>Amstelland</i>, aan den Graave moest opdraagen, waarna hij dezelven weder als een Leen van deezen
-ontving: <i>Amstelland</i> is volgends sommigen daarna een Leen van de <i>Utrechtsche Kerk</i> geweest, doch ook weder aan de Graaflijkheid gehecht; anderen ontkennen zulks geheel
-of ten deele.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>De uitgestrektheid van deeze gewezene Heerlijkheid is aanmerkelijk groot; zij wordt
-door den <i>Amstel</i> in twee deelen gescheiden, en aan de West-zijde <i>Nieuwer-Amstel</i> genoemd, in tegenstelling van de andere zijde die den naam van <i>Ouder-Amstel</i> draagt; zij bevat de dorpen, <i>Slooten, Slooterdijk, Amstelveen</i>, <i>Ouderkerk, Diemen</i> met <i>Diemerdam, Loenen</i> en <i>Loosdrecht</i>, <span class="pageNum" id="pb4.3">[<a href="#pb4.3">3</a>]</span><i>Duivendrecht, Waver, Waverveen, Oostdorp</i>, en meer andere vlekjens; ook zelfs <i>Amsteldam</i>, dat men de hoofdstad van deeze Heerlijkheid zoude kunnen noemen: de grond van dezelve
-is over ’t algemeen laag, week, moerassig en brakachtig; des vindt men er weinig bouwland,
-in vergelijking van den gras- en veen-grond die er voorhanden is: de laage ligging
-vereischt groote kosten aan watermolens, om het water geen overhand te laaten neemen;
-integendeel zijn onder de voordeelen van <i>Amstelland</i> te tellen, de veenen en ook zelfs de waterplassen welken er zijn, beiden groote winsten
-aanbrengende, de laatstgemelden door keur van allerleie smaaklijke riviervisch: voor
-weinige jaaren is boven <i>Amstelveen</i>, een diep uitgebaggerde veengrond droog gemaakt, en is thans reeds weder tot goed
-land geworden—dat weleer binnen den omtrek van deeze Heerlijkheid zwaare bosschen,
-(waarvan geheel <i>Holland</i> toen rijklijk voorzien was<a class="noteRef" id="xd32e5103src" href="#xd32e5103">1</a>) gestaan moeten hebben, en in de zo bekende boomstortingen gevallen zijn, blijkt
-van tijd tot tijd daaraan dat onder het graaven zwaare boomen gevonden worden; aan
-sommigen van dezelven heeft men vinden hangen, nooten en andere vruchten, die nog
-zeer goed waren—ons bestek laat niet toe breeder over deeze anders zo aangenaame taak,
-zo weinig als over <i>Amstelland</i> op zig zelf, te spreeken; des keeren wij tot <i>Amstelveen</i> weder.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
-</p>
-<p>De naam welke dit aangenaame dorp draagt, verklaart tevens deszelfs afkomst; betekenende
-naamlijk het <i>veen dat aan den Amstel ligt</i>, of <i>Amstels Veen</i>; waarom de eigenlijke naam niet <i>Amsterveen</i>, gelijk wij zeiden dat het doorgaands genoemd wordt, maar <i>Amstelveen</i> is.
-<span class="pageNum" id="pb4.4">[<a href="#pb4.4">4</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>Wat de stichting betreft, daarvan kan, gelijk van veele andere dorpen, enz. niets
-gezegd worden; zeer waarschijnelijk zijn dezelven hunnen oorsprong verschuldigd aan
-’t verblijf van eenige lieden, visschers, landbouwers, of baggerders, welken hunne
-nooddruft uit de grondsgelegenheid aldaar vonden, en bij wie misschien, door hunnen
-welvaart van tijd tot tijd uitgelokt, zig veele anderen gevoegd, en zo een buurt gemaakt
-hebben, welke, na verloop van tijd, in een dorp veranderd kan geworden weezen.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Wat de grootte van <i>Amstelveen</i> betreft, het geheele Ambacht wordt in de oude verpondings lijsten gesteld op 2670
-morgen en 766 roeden; in andere opgaven vindt men er 4076 morgen voor, welk verschil
-ontstaan kan door eene andere bepaaling van het district, of liever van den grond
-die onder de opgave betrokken is; thans wordt het wel 6000 morgen groot geschat: in
-oude lijsten staan voor <i>Amstelveen</i> 251 huizen aangetekend; in nieuwere 1167 huizen en één molen; welk verschil weder
-op de gemelde wijze kan ontstaan zijn, althans de laatste opgaave, bepaalt zig niet
-binnen den omtrek van het eigenlijke dorp zelf, maar gaat ook over de buurten welken
-daaronder behooren, liggende aan den <i>Amstel</i>, den <i>Veendijk</i>, de zogenaamde <i>Zwaluwenbuurt</i>, en de <i>Nes</i>, ook de geheele <i>Amstelveensche weg</i>, aan de hand van <i>Leiden</i>, enz.
-</p>
-<p>Ten noorden paalt het rechtsgebied van <i>Amstelveen</i> onmiddelijk aan dat van <i>Amsteldam</i>, waarvan de Heer <span class="sc">Wellekens</span>, in zijne <i>Visschers</i> en <i>Jagersgezangen</i>, dus zingt:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Juist daar de Mijlpaal staat, uit blaauw arduin gehouwen,
-</p>
-<p class="line">Die ’t land en halsrecht scheidt, de beken en Landsdouwen,
-</p>
-<p class="line">Van ’t prachtig Amsteldam, en ’t nedrig Amstelveen,
-</p>
-<p class="line">Gelijk van stam en naam, maar nu met lotgemeen.</p>
-</div>
-<p class="first headlike"><span class="sc">’T</span> <span class="ex">WAPEN</span>.
-</p>
-<p>Dit is een rood Schild, met twee zwarte dwarsbalken doorsneden; <span class="pageNum" id="pb4.5">[<a href="#pb4.5">5</a>]</span>op den bovensten balk drie, en op den ondersten één witte kruisen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Onder deezen kunnen geene anderen geteld worden dan de Kerk zelve, het Diaconie-Weeshuis,
-en ’t algemeene Armehuis; in het Diaconie-Weeshuis zijn niet meer dan twintig kinderen,
-en weinige oude lieden, en het Armehuis is in tweeën gescheiden; zijnde het voorste
-gedeelte ten dienste der <i>Gereformeerden</i>, en het achterste voor de <i>Roomschen</i> en <i>Lutherschen</i>, als mede voor de oude lieden van beide gezindheden: voor het Armehuis leest men:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Den armen wees tot nut, bragt men dit huis tot stand,
-</p>
-<p class="line">Den ouden tot een stut, in Nieuwer Amstelland.</p>
-</div>
-<p class="first">Boven den ingang van het Diaconiehuis staan de volgende woorden in een vierkanten
-steen uitgehouwen: „Door de weldaadigheid van <i>Nieuweramstel</i> en <i>Amsteldam</i>, is dit Diaconie Weeshuis gebouwd, in het jaar 1765.
-</p>
-<p>„De Heere houdt de Weezen en Weduwen staande: <i>Ps.</i> 126 vs. 9.”
-</p>
-<p>Weleer stond boven de poort of ingang, naast het zelve huis nog een versjen, ’t welk
-door ’t schilderen daarvoor van daan geraakt is: dus luidde het:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">De liefde omhelst ’t verlaten weesken alhier,
-</p>
-<p class="line">Om z’in haar schoot te voên en te onderwijzen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Verkwikt, versterkt met wijs bestier,
-</p>
-<p class="line">De Oude, Arme, en afgewerkte grijzen:
-</p>
-<p class="line xd32e1402">O Amstelland! wie roemt en volgt u niet,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Als men dit huis met zijn bewooners ziet!</p>
-</div>
-<p class="first">De Kerk staat op een bemuurd kerkhof, dat met schoon geboomte beplant is; het gebouw
-pronkt met een aartig spits torentjen, waarin slag en uurwerk is: onder de weinige
-sieraadjen van binnen munt zeer uit het eeregraf van den beroemden Nederlandschen
-Dichter, <span class="sc">Johan van <span class="pageNum" id="pb4.6">[<a href="#pb4.6">6</a>]</span>Broekhuizen</span>, zijner nagedachtenisse geschonken door den Wel Ed. Heer, Mr. <span class="sc">Abraham Calkoen</span>, Heer van <i>Kortenhoef</i>, ten tijde der oprichting (1767) Baljuw en Dijkgraaf van <i>Amstelland</i>, naderhand Hoofdofficier der Stad <i>Amsteldam</i>: hetzelve bestaat in eene aloude lijkbus van blaauw arduinsteen, rustende op een
-dergelijk voetstuk, voor hetwelk een Latijnsch vers van den Hoogleeraar <span class="sc">Burman</span>, op een wit marmer tafreel is uitgehouwen, zijnde van deezen inhoud:
-</p>
-<blockquote>
-<p class="first center">„<i>Ter gedachtenisse van</i>
-<br><span class="sc">Johan van Broekhuizen</span>,
-<br><i>Overleden in het Jaar 1707</i>.
-</p>
-<p>„Gij alle die de Dichtkunst en Wapenoefening bemint, strooit lauren, mirten en veil
-op dit gewijde graf: <span class="sc">Broekhuizen</span>, wiens gedichten die van <i>Propertius</i> evenaarten, ligt hier in de <i>Amstelveensche Kerk</i> begraven; op dat hij ruste in dien zelfden oord, waarin hij, ontslagen van zijne
-krijgsamten, die hij met eere bekleed had, zig, in stilte, met geleerde oefeningen
-bezig gehouden heeft: de erkentenis die men aan zijnen asch, waarvoor men zo schandelijk
-verzuimd had eenig gedenkteken opterichten, na zestig jaaren verloops, de verschuldigde
-eer bewijst, hebbe haaren verdienden lof, en verstrekke ten treffelijken voorbeelde
-voor de dankbaare nakomelingschap; doch schoon dit grafteken, gelijk alle anderen,
-zelfs zulken die uit het kostbaar marmer gehouwen zijn, eindelijk vergaan moet, zullen
-nogthans de werken van zo groot eenen geest alleen zijnen naam onstervelijk maaken.”</p>
-</blockquote><p>
-</p>
-<p>Tot genoegen van onze Leezers, maar voornaamlijk tot genoegen van de bewooners van
-<i>Amstelveen</i>, zullen wij hier eene kleine schets van de levensbeschrijving diens voortreffelijken
-mans bijvoegen; ’t kan gezegde bewooners tog niet onverschillig zijn te weeten wie
-hij eigenlijk was die verdiend heeft, dat hun Kerkjen met zijn eereteken pronkt.
-</p>
-<p><span class="sc">Johan van Broekhuizen</span>, was dan een <i>Amsteldammer</i>, <span class="pageNum" id="pb4.7">[<a href="#pb4.7">7</a>]</span>ter dier stede geboren den 20 November des jaars 1649; de zoon van een Hoedestoffeerder,
-die daarna ook klerk ter <span class="corr" id="xd32e5285" title="Bron: Seretarij">Secretarij</span> van de Admiraliteit aldaar was; zijne moeder <span class="sc">Eva Vos</span>, was aan de aanzienlijke geslachten van <span class="sc">Witsen</span> en <span class="sc">Hudde</span>, vermaagschapt: <span class="sc">Broekhuizen</span> werd van jongs af der studie toegewijd; maakte groote vorderingen in de geleerde
-taalen, en betoonde al vroeg eene ongemeene zucht voor de dichtkunde der <i>Latijnen</i>; en deeze zucht was in onzen dichter zelfs zo brandend, dat hij, meer dan vijftig
-versen, in die taale gedicht, slechts één maal gehoord hebbende, dezelven van buiten
-kende; inderdaad een doorslaand bewijs van eene wonderbaare natuurgaaf, die zo vermaaklijk
-als in andere gevallen, (doch voor den dichter altoos hoogstwenschlijk,) lastig is;
-want <span class="sc">Broekhuizen</span> kon met geene mogelijkheid de regelen der Logica, eene drooge schoolsche studie,
-in zijn geheugen prenten; leevende voorbeelden zouden den man van ondervinding van
-deeze waarheid meer dan hij verlangde overtuigen: zo geheugt het mij, toen ik lessen
-in de Wiskunst gaf, meermaals leerlingen gehad te hebben, die uitmuntten in allerleie
-werken van genie, als daar is het maaken van tooneelspellen, en zamenstellen van romans,
-dat deezen, spijt alle mijne aangewende moeite, geen denkbeeld van eene rekening van
-proportie, of zogenaamde regel van drieën konden verkrijgen.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Van de schoole gekomen zijnde, besteedde zijn Oom, die hem na den dood zijns Vaders,
-tot tweeden Vader verstrekte, hem in een Apotheek, waarin hij eenige jaaren doorbragt,
-zonder echter de dichtkunde van zijne geliefde <i>Latijnen</i> te vergeeten: deeze slaafsche verbinding konde hem, zeer natuurlijk, niet lang behagen;
-hij kreeg er tegenzin in, en begaf zig tot een vrijer leven, tot den krijgsdienst
-naamlijk, waarin hij welhaast tot den rang van Vendrig bevorderd werd; hoe zou ook
-een lievelingskind der Natuur in allerleie standen geene bevordering verkrijgen! intusschen
-vergat hij zijne waarde <i>Latijnen</i> niet; ook niet toen hij vervolgends onder den dapperen <span class="sc">De Ruiter</span>, een togt ter zee deed, of toen hij, in 1673, in <span class="pageNum" id="pb4.8">[<a href="#pb4.8">8</a>]</span>zijne geboortestad, Lieutenant werd over een Vendel van de stads bezetting: behalven
-dat woonde hij verscheidene veldtogten in <i>Duitschland</i> en de <i>Nederlanden</i> bij: hij zettede zig, na het sluiten van den vrede te <i>Nijmegen</i>, met er woon te <i>Utrecht</i> neder, en gaf zig aldaar geheel aan de boekoefening over: van daar kwam hij te <i>Amsteldam</i>, en had het geluk zijne studie voordtezetten in gezelschap van zijne beroemde tijdgenooten
-de Heeren <span class="sc">Hulst, Huijdecooper, Heinck</span>, <span class="sc">Geelvink</span>, en anderen: Burgemeester <span class="sc">Hudde</span> bezorgde hem de Capiteinsplaats van één der Vendelen van meergemelde stads bezetting:
-toen na het sluiten van den <i>Rijswijkschen vrede</i>, dat Vendel afgedankt werd, verkoos onze <span class="sc">Broekhuizen</span> een aangenaam buitenverblijf, onder het gebied van <i>Amstelveen</i> ter wooning, alwaar hij bij aanhoudendheid van de voornaamste Geleerden bezocht werd,
-en zijne studiën met onvermoeiden vlijt voordzettede; na lang gesukkeld te hebben,
-overleed hij aldaar den 15 van Wintermaand des jaars 1707, en werd op den vijfden
-dag na zijn overlijden, in gevolge van zijnen laatsten wil, in de Kerk te <i>Amstelveen</i> begraven.—Wat zijn arbeid betreft, <span class="sc">Propertius</span> en <span class="sc">Tibullus</span>, zijn fraai door hem verbeterd, in ’t licht gegeven, als mede de gedichten van <span class="sc">Sanesarius</span> en anderen: zijne eigene <i>Latijnsche poëzij</i> is door den beroemden <span class="sc">David van Hoogstraaten</span> in den jaare 1711 ter persse bezorgd, en weinige jaaren daarna ook zijne Nederduitsche
-gedichten, voor welken ’t verhaal van ’s dichters leven geplaatst is: kort na zijn
-overlijden deed de Hoogleeraar <span class="sc">P. Burman</span> eene redevoering daarop toepasselijk: welke eere ’s mans nagedachtenis is aangedaan,
-hebben wij boven gezien.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Het Kerkjen is gesticht in den jaare 1594, heeft geen orgel, en is de eenigste die
-in de banne van <i>Amstelveen</i> gevonden wordt; ofschoon zij bijna 1100 ledemaaten kan tellen: daarentegen zijn er
-op het zelfde grondgebied wel vier <i>Roomsche Kerken</i>; een van dezelve staat op den <i>Amstelveenschen Weg</i>, tusschen den <i>Overtoom</i>, en de <i>Kalfjeslaan</i>, die geen van de kleinste is, een mooi orgel heeft, en door twee Pastoors bediend
-<span class="pageNum" id="pb4.9">[<a href="#pb4.9">9</a>]</span>wordt: hij bevat onder zig wel 800 ledemaaten, behalven de menigte van vreemdelingen,
-welken des zomers aldaar ter Kerke gaan.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>De eerste Predikant op dit dorp is (1586) geweest <span class="sc">Gerard Pauli</span>, zijnde hetzelve alstoen gecombineerd met <i>Ouderkerk</i>, doch in 1588 is die combinatie gescheiden—voor eenige jaaren heeft de zonderlinge
-Leeraar <span class="sc">van der Zouw</span>, door zijne wijze van den volke het Euangelium te verkondigen, dit dorp geen gering
-voordeel aangebragt, door de menigte van stedelingen, en omliggende bewooners, welken
-hem kwamen hooren prediken; zijn toon en wijze van verhandelen waren even zonderling;
-dikwijls brak hij zijne reden af, om de in- en uitgaande menigte te zeggen dat zij
-minder opschudding moesten maaken; om te zeggen dat men deezen of geenen vermoeiden
-boêr, welke te weinig begrips van zijne verklaaring konde maaken, en dien hij derhalven
-in de slaap gepredikt had, optewekken; om aan den koster te klaagen dat de zon, door
-de kerkglazen schijnende, hem geweldig hinderden, en dat derhalven de glasgordijnen
-toegeschoven moesten worden; om bij het verschijnen van een of ander gezelschap welgeklede
-lieden, uitteroepen: „Kijk, kijk! daar komen weêr <i>Amsteldammers</i> aan! maar met geen hart, hongerende en dorstende naar de geestelijke spijs en drank
-des Euangeliums,” of iet dergelijks—’t geheugt mij zijn Wel Eerwaarden eens het gebod
-der Wet, <i>Gij en zult niet steelen</i>, te hebben hooren verklaaren, en hem in die verklaaring hooren stellen, dat alle
-menschen, van wat staat en stand, van wat ouderdom, <i>dieven</i> waren; zijn Weleerwaarde begon bij de kinderen, die zig niet zelden schuldig maaken,
-zeide hij, aan het steelen van een appel of peer—tot de Diakens der Kerke gekomen
-zijnde, dacht ik, de Leeraar zoude evenwel deezen uit zijn algemeen vonnis uitsluiten,
-maar neen! zijn hoofd naar derzelver gewoone plaats in de Kerk keerende, schreeuwde
-zijn Wel Eerwaarde uit: <i>Er wordt niet anders als koperen munt in ’t zakjen gevonden!</i> hij liet de uitlegging van de betekenis der woorden aan Diakenen zelven over, en
-ging voord met zijne rol van dieven verder afteleezen.
-<span class="pageNum" id="pb4.10">[<a href="#pb4.10">10</a>]</span></p>
-<p>Van de Wereldlijke Gebouwen, <i>Amstelveen</i> betreffende, daar het Rechthuis, even als dat op alle andere dorpen, niets bijzonders
-heeft, des juist niet in den rang van gebouwen geplaatst kan worden, hebben wij geene
-aantekeningen te maaken, niet anders als dat hetzelve een stads gebouw is; <span class="corr" id="xd32e5410" title="Bron: geappropieerd">geapproprieerd</span> tot eene wooning voor den Officier, met eenen grooten tuin daar achter, waar voor
-de Officier voornoemd jaarlijks eene zekere somme aan de stad <i>Amsteldam</i> moet opbrengen: het gebouw heeft anders geen aanzien als dat het in zijn gevel pronkt
-met het wapen van <i>Amsteldam</i>: om de drie weeken wordt er, donderdags, rechtdag gehouden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Deeze bestaat voor zo veel <i>Amstelveen</i> zelf aangaat, uit den Balliuw, Schout en zeven Schepenen: eene Ambachtsheerlijkheid
-van <i>Amsteldam</i> zijnde, is er ook eene Ambachtsheer over gesteld, die de zaaken, het Ambacht bijzonderlijk
-betreffende waarneemt; bestaande de crimineele rechtbank aldaar eigenlijk uit Bailluw
-en Schepenen voornoemd; welke eerstgemelde ook Bailluw van <i>Amstelland</i> is.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Tot het bestuur der Polderzaaken, wordt volgends octrooi van <span class="sc">keizer Karel den Vijfden</span>, dato 31 December 1520, een Dijkgraaf- en Hoog-Heemraadschap opgericht, dat met en
-benevens het Gerecht van <i>Amstelveen</i> het opzicht zoude hebben, over de dijken, bruggen, dijkslooten en andere polderwerken;
-volgends deeze handvest, zouden van de vijf Landrijksten, vier Heemraaden, en de oudste
-dier vijf, tot Dijkgraaf verkoozen worden: de Keizer noemde hen Dijkgraaf en Heemraden
-van de Landen en Dorpen van <i>Amstelveen</i>, doch hedendaags noemt men dat Collegie <i>Dijkgraaf en Heemraaden van Nieuwer-Amstel</i>; het aanstellen van dat opzicht is zijne geboorte verschuldigd aan de klagten die
-eenigen der Landrijksten bij den Keizer inbragten, daarover dat de vloeden der <i>Zuiderzee</i>, dagelijks aanwiessen, en die van het sticht van <i>Utrecht</i> hunne wateren ook dagelijks door molens uitwierpen, en deeden loopen op de landen
-van <i>Amstelveen</i>, waardoor de opgezetenen aldaar, indien er niet in voorzien werd, scheenen te zullen
-<span class="pageNum" id="pb4.11">[<a href="#pb4.11">11</a>]</span>bedorven worden, en ten eeuwigsten dage verloren blijven, verzoekende derhalven dat
-hetzelve door het aanstellen van het bovengemelde Collegie, om desaangaande de noodige
-voorzorgen te doen neemen, mogt voorgekomen worden; de Keizer het gewigt deezer klagten
-inziende, willigde hun verzoek in.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>De verkiezing van deeze Dijkgraaf en Heemraaden geschiedde weleer door de Rekenkamer
-der Graaflijkheids Domeinen, doch thans geschiedt het door Gecommitteerde Raaden van
-de Staaten van <i>Holland</i>, op aanschrijving van Burgemeesteren van <i>Amsteldam</i>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>.
-</p>
-<p>Deeze Ambachtsheerlijkheid is, in voorige eeuwen, door de Graaven met verscheidene
-voorrechten beschonken; van daar heeft het nog een vrij halsgerecht; ook mag, volgends
-privilegie van Graaf <span class="sc">Albrecht</span>, in geheel <i>Amstelland</i>, geen beroep van vonnisse gedaan worden—zij die eenig denkbeeld van het district,
-waarvan wij hier spreeken, kunnen maaken, zullen zig in gevolge van het eerstgemelde
-der bovengenoemde voorrechten, niet meer verwonderen dat er te <i>Amstelveen</i> zo dikwijls halsrecht gedaan wordt.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p><i>Amstelveen</i> heeft ook het recht om die van <i>Amsteldam</i>, nalaatig bevonden wordende in het onderhouden van de sluizen „op ten <i>Middeldam</i>, en op <i>St. Anthonies-poorte</i>,” te beslaan in de boete van zes goudguldens dagelijks, tot duizend goudguldens toe,
-doch niet hooger.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Deezen bestaan onder de bewooners van deeze Ambachtsheerlijkheid in het weiden van
-vee, maaken van melk, boter en kaas, en het veenen, of baggeren van turf, enz.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>.
-</p>
-<p>Hoe de Heerlijkheid <i>Amstelland</i>, en gevolglijk ook dit dorp <i>Amstelveen</i> aan de Graaven van <i>Holland</i> gekomen is, hebben <span class="pageNum" id="pb4.12">[<a href="#pb4.12">12</a>]</span>wij boven, (bladz. 2.) gezien; en in onze beschrijving van <i>Sloterdijk</i>, tekenden wij aan dat dezelve naderhand in het huis van <i>Brederode</i> zijn overgegaan, alwaar wij ook zeiden, dat niet naauwkeurig bepaald konde worden,
-langs welken weg (zie aldaar bladz. 2); doch, onder het naslaan van eenige andere
-dan de toen geraadpleegde schrijvers, vinden wij dat men dien overgang dus opgeeft:
-Graaf <span class="sc">Jan van Holland</span>, die zijn’ Vader den omgebragten Graaf <span class="sc">Floris den Vijfden</span> opvolgde, kwam derhalven ook in het bezit van de verbeurd verklaarde goederen van
-<span class="sc">Van Amstel</span>; en deeze, in 1299, zonder kinderen komende te overlijden, is hem, als naast in den
-bloede, tot erfgenaam opgevolgd, <span class="sc">Jan van Avennes</span>, welke in ’t begin zijner regeeringe de Heerlijkheden van <i>Amstel</i> en <i>Woerden</i> schonk aan zijnen broeder <span class="sc">Guy</span>; na den dood van deezen, en van Graaf <span class="sc">Jan</span> heeft ’s Graaven zoon <span class="sc">Willem</span> (1317,) die Heerlijkheden weder benaderd en aan de Graaflijkheid gehecht.
-</p>
-<p>Naderhand heeft <span class="sc">Albert van Beiëren</span>, als Graaf van <i>Holland</i>, de Ambachtsheerlijkheid <i>Amstelveen</i>, nevens de gevolgen van dien, ter <i>Ouder-</i> en <i>Nieuwer-Amstel</i> (1399,) tot een onstervelijk leen gegeven, aan <span class="sc">Coen van Oosterwijk</span>, voor de somma van 3100 schilden; deeze droeg dat zijn eigendom (1402) weder op aan
-<span class="sc">Margaretha van Cleef</span>, des Hertogs tweede Gemaalinne; hier door geraakte na haar overlijden, <i>Amstelveen</i>, en de geheele nalaatenschap der Graavinne aan haare Moeder, mede <span class="sc">Margaretha</span> genaamd, die de Heerlijkheid tot 1434 bezat; in welk jaar <span class="sc">Hendrik van Borselen</span>, Heer <i>van ter Veere</i>, uit krachte van aanhoop, daarmede verleid is geworden; en door het huwelijk van
-<span class="sc">Margareta van Borsselen</span>, met <span class="sc">Walraven van Brederode</span>, ging <i>Amstelveen</i> dus in dat geslacht over, zijnde hetzelve in 1529, door Heer <span class="sc">Walraven</span> aan de stad <i>Amsteldam</i> verkocht, gelijk wij in ons blad, over <i>Sloterdijk</i> handelende, reeds gezegd hebben.
-</p>
-<p>In de woede der hervorming heeft <i>Amstelveen</i> denkelijk gedeeld; <span class="pageNum" id="pb4.13">[<a href="#pb4.13">13</a>]</span>want in de sententiën van <span class="sc">Alba</span>, vindt men een banvonnis, tegen zekeren <span class="sc">Cornelis</span> van <i>Amstelveen</i>, welke daarin ten laste gelegd wordt, dat hij de kerkplonderaars te drinken gegeven,
-den Pastoor voor eenen verleider des volks uitgemaakt, en gezegd zoude hebben, dat
-men van de klokken der kerken roers en geschut zoude gieten.
-</p>
-<p>Wat <i>Amstelveen</i> in onze jongstledene beroerten heeft moeten lijden, is bij ieder bekend; aldaar tog
-was om zo te spreeken voor een gedeelte het tooneel des oorlogs.
-</p>
-<p>In den nacht van den 30 September, rukte de Hertog, met zijne <i>Pruissen</i> reeds tot nabij de <i>Hand van Leiden</i> gekomen zijnde, nader derwaards; doch eene Patriotsche patrouille vertelde hem weldra
-met snaphaanskogels, dat zij onversaagd waren: deezen echter waren door de overmagt
-genoodzaakt zig te bedwingen; de Hertog posteerde vervolgens zijn geschut op den dijk
-naar <i>Amstelveen</i>, waarop de aanval zoude geschieden; reeds ten 5 uuren in den morgen hoorde men het
-signaalschot, en terstond daarop begonnen de <i>Pruissen</i> te <i>Ouderkerk</i> hunne opgeworpene Batterijen te laaten speelen; hunne jaagers gingen op het verlaat
-los, doch bemagtigden hetzelve niet dan ten koste van veele koppen; want de <i>Hollanders</i> vochten als leeuwen, als lieden die bij den oorlog opgevoed waren, welke lof de Hertog
-zelf hun niet heeft kunnen weigeren—nog herinneren wij ons, met siddering, het geluid
-der schoten aan welke ’t behoud of verlies van geheel <i>Amsteldam</i> afhing; nog hooren wij de hartlijke beden aan den hemel om overwinning.… doch liever
-staaken wij dien toon.
-</p>
-<p>Eenige honderden schreden achter het gezegde verlaat, lag eene Patriotsche verschansing,
-door eene welbepalissadeerde gracht van den dijk afgezonderd; deeze werd vervolgends
-aangetast en veroverd, doch mede ten duuren prijze: ondertusschen was het dag geworden:
-de dappere Colonel <span class="sc">De Porte</span> die de Patriotten te <i>Amstelveen</i> commandeerde, en het dorp ongemeen versterkt had, liet toen met vier stukken geschuts
-den dijk beschieten, en deed veele <i>Pruissen</i> vallen; de Hertog echter hield <span class="pageNum" id="pb4.14">[<a href="#pb4.14">14</a>]</span>stand, zond zijne jaagers, over de grachten, naar de nabijgelegene hooibergen, ten
-einde van achter dezelven zijnen vijand te beschieten; de onzen maakten een allerhevigst
-vuur, en betwistten elkander de eer van de meeste en best gerichte schoten gedaan
-te hebben: ligtlijk begrijpt men dat de <i>Pruissen</i> van hunnen kant mede hun best deeden, waardoor het benaauwde <i>Amstelveen</i> zig in ’t grootste gevaar bevond, staande ten prooje van de vijandlijke kogels, die
-echter niet zodanig neder kwamen dat er eenig huis of schuur in de brand geschoten
-werd: de onzen onvermoeid met schieten aanhoudende, en nu ziende dat men hun van achter
-de hooibergen bestookte, hadden moeds genoeg om op de <i>Pruissische Jaagers</i>, aldaar verstoken liggende, los te gaan, de hooibergen in den brand te steeken, en
-vooral door hunne welgeoefende scherpschutters, de jaagers voornoemd te verdrijven,
-niet alleen, maar ook zag de Hertog zig genoodzaakt met al zijne manschap naar de
-<i>Hand van Leiden</i> te retireeren, alwaar de Lieutenant Generaal <span class="sc">Van Knobelsdorf</span> eene batterij geformeerd had, om <i>Amstelveen</i> op zijde te beschieten.
-</p>
-<p>De Hertog verwachtte alle oogenblikken dat de onzen van achteren geattaqueerd zouden
-worden, en hij daardoor gelegenheid bekomen van weder te kunnen avanceeren, want dit
-was zijn plan, maar dit secours bleef vier en een half uur uit, het geen hun veel
-volks kostte, die door het vuur der patriotten vielen.
-</p>
-<p>Tegen tien uuren des morgens kreegen de onzen op den dijk van <i>Ouderkerk</i> nieuwe versterking van voetvolk, want hoe heet het ook reeds toeginge, brandde men
-echter van verlangen, vooral te <i>Amsteldam</i>, om zig tot versterking derwaards te mogen begeeven; men hield zig van eene volkomene
-overwinning verzekerd—dan God had het anders besloten——wij weeten niet waarbij het
-toegekomen is, dat de <i>Pruissen</i> verscheidene geretrancheerde posten van de onzen op den dijk naar <i>Amstelveen</i> en elders veroverden, de moedige Patriotten aan het wijken <span class="pageNum" id="pb4.15">[<a href="#pb4.15">15</a>]</span>bragten, en tot binnen het dorp dreeven; ’t welk aldaar geene geringe schrik veroorzaakte—eene
-en andere omstandigheden waren dringend genoeg om den Colonel <span class="sc">De Porte</span> te doen besluiten, zig naar <i>Ouderkerk</i> te begeeven, ’t geen met zo veel spoeds geschiedde dat de <i>Pruissen</i> nu, gereed zijnde hen met hun eigen geschut te beschieten, hen niet meer berijken
-konden.
-</p>
-<p>Te <i>Ouderkerk</i> had men zig tot nu toe even manlijk gedragen; de gelegenheid van het plaatsjen had
-den Hertog belet het te naderen, des zag hij ook geen kans om het tot de overgaaf
-te dwingen; onvoorbeeldig kloekmoedig betoonden de Patriotten zig aldaar, doch door
-de aankomst van <span class="sc">De Porte</span>, uit <i>Amstelveen</i>, werden zij geintimideerd, als nu te wel beseffende hoe zij thans langs den zelfden
-weg (’t zogenaamde groote loopveld, of de Kerkweg,) op de zijde, door de <i>Pruissen</i> genaderd konden worden: de <span class="corr" id="xd32e5673" title="Bron: Collonels">Colonels</span> <span class="sc">Corkel</span> en <span class="sc">Leville</span>, hadden hier het bevel, en beslooten de wijk naar <i>Amsteldam</i> te neemen, liever dan door eene wanhoopige verdediging den Vaderlande nog meer burgers
-te ontrukken—een ware held weet op zijnen tijd te wijken: de aftogt geschiedde met
-alle mogelijke stilte, en men kwam behouden te <i>Amsteldam</i> aan<span class="corr" id="xd32e5687" title="Bron: ,">.</span>
-</p>
-<p>Nog dien zelfden avond werd het plaatsjen zo wel als <i>Amsteldam</i> door de <i>Pruissen</i> bezet, waardoor de inwooners, in de uiterste droefheid gedompeld, nu den overlast
-des soldaats moesten draagen—dat deeze overlast niet gering geweest is bevestigen
-honderden van getuigen; en te geloofwaardiger worden dezelven, als men beseft, welk
-haatelijk denkbeeld den <i>Pruissen</i> van de Nederlandsche Patriotten ingeboezemd was geworden; ook hadden zij te veel
-van de moedige verdediging van deezen moeten ondergaan, om geheel vrij te blijven
-van den trek tot bijzondere wraakneeming.
-<span class="pageNum" id="pb4.16">[<a href="#pb4.16">16</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Hier onder behoort weder in de eerste plaats de kerk, met het graf van <span class="sc">Broekhuizen</span> (zie boven bladz. 5<span class="corr" id="xd32e5708" title="Niet in bron">.</span>)
-</p>
-<p>De droogmaakerij, (zie bladz. 3.)
-</p>
-<p>Eene wandeling naar <i>Ouderkerk</i>, geeft ook bijzonder vermaak.
-</p>
-<p>Voords zijn hier en daar nog eenige plaatsen en dingen in oogenschouw te nemen, welken
-nagedachtenissen van het voorbeschrevene dapper gevecht tegen de <i>Pruissen</i> draagen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Met de <i>Utrechtsche</i> en andere schuiten die <i>Ouderkerk</i> passeeren, kan men van <i>Amsteldam</i> tot daar, en terug medevaaren; voords gaat men verders te voet naar <i>Amstelveen</i>: des zondags vaart langs dien weg een Kerkschuit.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>.
-</p>
-<ul>
-<li>Het <i>Nieuwe dorstige Hart</i>.
-</li>
-<li>Het <i>Oude dorstige Hart</i>.
-</li>
-<li>Het <i>Land van belofte</i>.
-</li>
-<li>De <i>Paauwen</i>.</li>
-</ul><p>
-<span class="pageNum" id="pb5.1">[<a href="#pb5.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e5103">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e5103src">1</a></span> <i>Om deeze reden stellen sommigen ook niet dat</i> Holland <i>zijnen naam zoude ontleend hebben van deszelfs laage</i> (Holle) <i>ligging, maar van de menigte bosschen</i> (Holt, hout) <i>die er gevonden worden<span class="corr" id="xd32e5112" title="Niet in bron">.</span></i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e5103src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="amstelveenbuurten" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1236">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="ex">BUURTEN</span><br>
-ONDER DE BANNE VAN<br>
-AMSTELVEEN.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first headlike">DE OVERTOOMSCHE, <span class="sc">OF</span> HEILIGE WEG.
-</p>
-<p>Van deeze zeer volkrijke en digtbetimmerde buurt, die gedeeltelijk mede tot een voorstad
-van <i>Amsteldam</i> aan die zijde verstrekt, is de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
-</p>
-<p>Ten westen van <i>Amsteldam</i>, aan wederzijde van een tamelijk breede graft, de <i>Overtoomsche Vaart</i> genaamd, die uit de stads vest naar den <i>Overtoom</i> loopt: de eene zijde der buurt is geheel digt betimmerd en bestraat, de andere de
-<i>Smalle</i> of <i>Stille zijde</i> genoemd, is niet bestraat, en ook op verre na zo aanzienlijk en digt niet betimmerd;
-de eerstgemelde zijde is aan beide kanten met boomen beplant, waardoor eene wandeling
-langs dezelve zeer vermaaklijk is.
-<span class="pageNum" id="pb5.2">[<a href="#pb5.2">2</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span><span class="corr" id="xd32e5795" title="Niet in bron">.</span>
-</p>
-<p>Die van den eenen naam, welken deeze weg draagt, naamlijk <i>Heilige weg</i>, hebben wij onder onze beschrijving van <i>Amsteldam</i>, bladz. 7, reeds opgegeven; de andere naam, <i>Overtoomsche weg</i>, draagt zij, om dat men langs dezelve van <i>Amsteldam</i> naar den <i>Overtoom</i> gaat.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">AANLEG <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>Wat de aanleg betreft, door het veelvuldig gebruik dat van dien weg gemaakt werd,
-om de <i>Heilige stede</i> te <i>Amsteldam</i> te gaan bezoeken, zijn ongetwijfeld eenige winkels van benodigdheden of ververschingen
-aldaar aangelegd; deezen in getal toegenomen zijnde, hebben weder anderen, als handwerkslieden,
-enz. aldaar noodzaakelijk gemaakt, en op die wijze zal deeze aanzienlijke buurt haare
-tegenwoordige gedaante bekomen hebben: zij strekt, gelijk gezegd is, ter wederzijde
-van de vaart, van den gebiedpaal van <i>Amsteldam</i> af<a class="noteRef" id="xd32e5824src" href="#xd32e5824">1</a> tot den <i>Overtoom</i> of <i>Amstelveenschen weg</i> toe; en bevat veele huizen, waaronder eenige plaisiertuinen.
-</p>
-<p>De bewooners deezer buurt zijn van den <i>Gereformeerden</i> of <i>Roomschen</i> Godsdienst, eenige weinige zijn <i><span class="corr" id="xd32e5848" title="Bron: Lutersch">Luthersch</span></i><span class="corr" id="xd32e5850" title="Niet in bron">.</span> De eerst- en laatst-gemelden gaan gemeenlijk naar <i>Amsteldam</i> ter kerk: de <i>Gereformeerden</i> echter ook wel te <i>Amstelveen</i>, waaronder zij kerklijk behooren; de <i>Roomschen</i> gaan op den <i>Amstelveenschen weg, in de Buitenvelderschen polder</i> of te <i>Buitenveldert</i>.
-</p>
-<p><span class="sc">Kerklijke of godsdienstige gebouwen</span> zijn derhalven in deeze buurt niet voorhanden; er zijn wel schoolen in, doch <span class="pageNum" id="pb5.3">[<a href="#pb5.3">3</a>]</span>dezelven zijn van particulieren: voords is aan den <i>Overtoom</i> mede een school: de armen en weezen, die er zijn worden door <i>Amstelveen</i> verzorgd.
-</p>
-<p>De <span class="sc">bezigheden</span> der bewooneren van deeze buurt zijn veelerleie, en veelal dezelfden als in de steden
-over het algemeen ter hand genomen worden; er zijn verscheidene fabrieken, onder anderen
-een pottebakkerij, kogelgieterij, kaarsgieterij, maar vooral glanzers en catoendrukkers;
-de laatstgemelden zijn echter sedert eenigen tijd merkelijk verminderd, gelijk die
-voorbodens van den ondergang onzes Lands, ook elders uit hetzelve verdweenen zijn:
-voorheen werden in deeze buurt ook meer dan één kruidstoof gevonden, doch dezelve
-zijn allen voor en na gesprongen; de laatste, <i>Sollenburg</i>, nog onder <i>Amsteldam</i> behoorende, (thans een behangsel fabriek,) voor ruim dertig jaaren: te recht noemt
-de Dichter <span class="sc">Willink</span> dit verdervelijk voordbrengsel van ’t menschlijk vernuft, eene stof
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Die kracht geeft aan de dwinglandij,
-</p>
-<p class="line">En ’t menschdom doet ten grave daalen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Wanneer het zwaare donders braakt,
-</p>
-<p class="line">Een vlam spouwt uit metaale monden,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Dat al het aardrijk loeit en kraakt,
-</p>
-<p class="line">En zucht door doodelijke wonden:
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Een stof van aarde en zee betreurd,
-</p>
-<p class="line">En die haar’ vinder heeft verscheurd.</p>
-</div>
-<p class="first">Deeze vinder was zekere <span class="sc">Barthold Zwarts</span>, een <i>Duitsche Monnik</i>, die omtrent den jaare 1380 geleefd heeft: het mengsel, volgends zijne gedachten
-toebereid hebbende, wilde hij deszelfs kracht beproeven, lag eene genoegzaame hoeveelheid
-daarvan onder eenen zwaaren zerk, was dom of onvoorzichtig genoeg van er boven op
-te gaan staan, stak het kruid in brand, en vloog met den steen in de lucht: „’T is”,
-zeggen wij desaangaande elders, „als of God niet heeft gewild dat de Monnik eenig
-eerbewijs voor zijne uitvinding zoude ontvangen, het geen hem anders waarschijnelijk
-ten deele gevallen zoude wezen: zijn omkomen was als eene wraak <span class="pageNum" id="pb5.4">[<a href="#pb5.4">4</a>]</span>van de Voorzienigheid, om de uitvinding met den uitvinder te begraven; want het liefderijk
-Opperwezen kan tog geen behaagen scheppen in het moorden der geenen, die hunne overheersching
-met menschenbloed staande houden,” enz.
-</p>
-<p>De vreemdeling, die deezen weg bewandelt, zal zig ongetwijfeld verwonderen over het
-onbegrijpelijk groot aantal herbergen en schoenmaakers, welken hier gevonden worden,
-en die er intusschen allen een ordentelijk bestaan vinden: de eerstgemelden wegens
-de veele wandelaars, welken des zomers hunne wandelingen langs deezen weg beginnen
-of eindigen: ook wegens de steedsche gasten, van onderscheidene rangen, die zig alhier
-in de herbergen komen verlustigen: de vischmarkt, die des zomers zondags morgens aan
-den overtoom gehouden wordt, trekt als dan ook veele duizenden stedelingen na zig,
-allen moeten deezen weg passeeren, en daar de marktgang eene uitspanning is, wordt
-er niet zelden drok gepleisterd, de veele fabrieken, welken, gelijk wij gezegd hebben,
-weleer in deeze buurt gevonden werden, hebben ook veele herbergiers derwaards gelokt.
-</p>
-<p>Wat de schoenmakers betreft, deezen hebben zig hier nedergezet, ter verkoopinge van
-het bekende goedkoop werk dat in de <i>Langestraat</i> gemaakt wordt, en niet binnen het gebied van <i>Amsteldam</i> gebragt mag worden: daar het intusschen door de koopers bij duizenden enkelde paaren
-ingevoerd wordt, zijn bij het schoenmaakers gild in <i>Amsteldam</i> van tijd tot tijd hevige klagten daarover ontstaan; doch men heeft de invoer, op
-gezegde wijze, niet willen, of niet kunnen beletten—Sedert zijn er ook veele dergelijke
-baazen binnen het gebied der stad, ja binnen de stad zelve, komen woonen, die wel
-geen <i>Langestraats werk</i> verkoopen, maar echter tegen denzelfden goedkoopen prijs eigen werk leveren.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>.
-</p>
-<p>Deeze zijn, naar evenredigheid van het bevang der buurt, vrij aanmerkelijk: door het
-reeds gemeld springen van de kruidstooven, welken er weleer gevonden werden, werd
-de <span class="pageNum" id="pb5.5">[<a href="#pb5.5">5</a>]</span>buurt niet weinig geteisterd; en het verval niet alleen, maar zelfs het verdwijnen
-van verscheidene catoendrukkerijen, heeft haar voords mede eene zeer gevoelige neep
-toegebragt: in 1732 onderging zij ook eene hevige schrik door het afbranden van het
-nabij zijnde pesthuis, het welk geheel door de vlamme verteerd werd, en welk onheil
-niet weinig in akeligheid toenam, door de krankzinnigen, welken er in opgesloten waren,
-gelijk het gebouw nog heden mede tot dat einde dient.
-</p>
-<p>Omtrent den jaare 1750 had deeze buurt in haar bevang een <i>Fransche schouwburg</i>, (die echter uit de stad zijn bestaan moest trekken,) zij werd aangelegd ter plaatse
-alwaar men thans het bekende <i>Fort de Eendragt</i> ziet; doch na verloop van weinige jaaren werd zij door het vuur verteerd: op den
-grond werd het tegenwoordige zwaare gebouw gesticht; en diende als toen voor eene
-Porseleinbakkerij; doch deeze heeft mede niet veele jaaren stand gehouden; de aanleggers
-verstonden de kunst van Porceleinen te maaken niet genoeg om aan den kieschen smaak
-der <i>Hollanderen</i>, die gewoon zijn aan het allerfraaiste geen gebrek te hebben, al moest het ook van
-het andere einde der wereld hun toegebragt worden, te voldoen: sedert heeft het gebouw
-tot een ander einde gediend; voor weinige jaaren was er een groote behangsel fabriek,
-enz. in geplaatst, doch dezelve heeft op dien ongelukkigen grond almede geenen stand
-gegrepen; laatstlijk hebben eenige <i>Amsteldamsche boekverkopers</i> het in huur gehad, tot een magazijn, om er hunne bekende buitenverkoopingen van copijen
-in te houden; doch ook dat gebruik heeft niet aan de verwachting beantwoord, thans
-is het gekocht door den beroemden Menschenvriend <span class="sc">Jan van Mekeren</span>, die het ter zijner eeuwige eer tot een hofjen laat toebereiden.
-</p>
-<p>Eindelijk hebben de bewooners van deeze buurt niet weinig geleden door de <i>Pruissen</i>, die zig bij hunne aanmarsch op <i>Amsteldam</i>, in hoedanigheid van overwinnaars, en derhalven niet weinig tot buitenspoorige gedragingen
-overslaande, moesten ontvangen: „allerschadelijkst”, zeggen wij desaangaande elders,
-„kwamen die lieden er af, welken op het gerucht, of liever de verzekering dat de vijand
-reeds te <i>Ouderkerk</i>, en <i>Amstelveen</i>, de gewapende burgers met Batavischen <span class="pageNum" id="pb5.6">[<a href="#pb5.6">6</a>]</span>moed derwaards getrokken om hun te keeren, was aangevallen, en de toedragt der zaaken
-zodanig stond, dat de burgers zouden moeten wijken.” De huizen van deezen werden terstond
-opengebroken; waren het herbergen, zo moesten er flesschen en vaten aan; alle voorraad
-van spijs was een kostelijke buit, voor maagen die meer gewoon zijn honger te lijden,
-dan door overdaad bezwaard te worden; kisten, kassen, en banken werden voor brandhout
-gebruikt; de huizen, waarin bewooners gevonden werden, ondergingen wel niet zo erg
-een lot, maar de bewooners zelven hadden niet weinig te lijden; en men kan begrijpen
-met welke opene armen de uitgewekene bewooners, bij hunne terugkomst, (want eindelijk
-moesten zij toch weder t’huiswaards keeren,) ontvangen werden: de slagers, welken
-in deeze buurt gevonden worden, leeden geen kleinen overlast en schade; hunne winkels
-waren rasch ontledigd, zonder dat hunne beurzen er door gevuld waren geworden: bij
-sommigen ging de baldaadigheid zo verre, dat zij aardappelen in gesmolten boter gaar
-kookten, even als men gewoonlijk in water doet: maar weinig dat roofbaar was, tot
-het loot op de daken toe, werd op zijne plaats gelaten; elders hebben wij reeds aangemerkt,
-dat dit echter zo erg niet zoude geweest zijn, bijaldien men de Jooden van hun van
-daan gehouden hadde; als onkundige lieden verkochten zij menigmaal een goed horologie
-voor maar zeer weinige penningen: intusschen hebben de bewooners deezer buurte, als
-elders, op verre na hunne schade niet vergoed gekregen: hun werd, staande de inquartiering,
-voor iederen soldaat één gulden per week gegeven; doch daarvoor was weinig te doen,
-met nadruk voor zulke gasten: intusschen ontvingen die gasten ook nog eenig legeronderhoud,
-bij voorbeeld één of twee zesponders roggebrood in de week; doch het Hollandsch witbrood
-geproefd hebbende, waren zij op hetzelve tot zo verre verlekkerd, dat het legerbrood
-hun niet meer smaakte; waarom sommige bewooners, ten einde hun te verpligten, dat
-brood, vrij zeer tot hunne schade, tegen wit brood verruilden, of zulk een legerbrood,
-elders, voor 3 of 4 stuivers verkochten, er iet bijlagen, en wit brood t’huis bragten:
-uit het een en ander kan men gereedlijk besluiten, dat de bewooners deezer <span class="pageNum" id="pb5.7">[<a href="#pb5.7">7</a>]</span>buurt hunne <i>Pruissische</i> gasten met vermaak hebben zien vertrekken.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Deezen zoude men kunnen zeggen te zijn de fabrieken; voords zal een vaderlander in
-zijne wandeling langs deeze buurt wel een oog slaan op de werkplaats van den schilder
-<span class="sc">Ruwel</span>, waarin de <i>Pruissische soldaten</i> voornoemd, kerk gehouden hebben; want zij kenden nog Godsdienst, ten minsten nog
-de uitwendige oefening van denzelven—Voor weinige jaaren was er in deeze buurt eene
-zeer aanmerkelijke bijzonderheid voorhanden; bij zekeren smid, aldaar woonachtig,
-was naamlijk, zeide men, een afbeeldzel van den Zaligmaaker, door den Euangelist <span class="sc">Lucas</span> geschilderd te zien; groote beweeging maakte deeze zeldzaamheid, zo dat duizenden,
-vooral <i>Amsteldammers</i> derwaards vloeiden om die bijzonderheid, (tegen een zestehalf de persoon,) in oogenschouw
-te neemen; doch naauwlijks hadden de deskundigen ernstig hunne aandacht er op gevestigd,
-of zij verklaarden de zeldzaamheid voor een louter bedrog, het geen de smid met zijne
-schilderij en ontvangene penningen, zonder afscheid te neemen, deed vertrekken.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>,
-</p>
-<p>Zijn in deeze buurt verscheidene; de voornaamsten zijn:
-</p>
-<p>Het <i>Leidsche wapen</i> aan den <i>Overtoom</i>, en <i>Bramenburg</i>.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Uit het voorgaande blijkt, dat er voords veele herbergen van minder aanzien gevonden
-worden.
-<span class="pageNum" id="pb5.8">[<a href="#pb5.8">8</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Aan den <i>Overtoom</i> voornoemd, vertrekt alle dagen een kaag op <i>Leiden</i>: Maandag, Woensdag en Vrijdag vertrekt van daar ook een schip naar <i>Aalsmeer</i>; alle dagen vaart een vragtschuit vise versa op <i>Amsteldam</i>, en des Zomers Zondags en Maandags, een volkschuit, heen en weêr, zo dikwijls er
-volks genoeg is, naar den stads buitencingel.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Achter de stille zijde van den <i>Overtoomschen weg</i>, liggen nog verscheidene paden, als het <i>Jan Hansen</i>, het <i>Winslauer</i>, het <i>Nieuwe Tuinpad</i> enz., die allen digt bebouwd zijn.
-</p>
-<p class="headlike">BUURT <span class="asc">AAN DE</span> SCHULPBRUG.
-</p>
-<p>Deeze kan met recht, wegens derzelver uitgebreidheid, onder de aanzienlijke Buurten
-gesteld worden, als beslaande een zeer groote uitgestrektheid gronds: zij begint reeds
-op den <i>Weesperweg</i> aan den gebiedpaal van <i>Amsteldam</i>, en heeft verscheidene dwarspaden, naar den <i>Outewaalerweg</i> strekkende; <span class="corr" id="xd32e6033" title="Bron: erhalven">derhalven</span> is onder dezelve ook begrepen, het blokjen <i>de Vierhuizen</i>, op den <i>Weesperweg</i>, alzo genaamd, om dat het uit vier huizen bestaat; de buurt ligt voords, voor het
-grootste gedeelte zeer vermaaklijk, naamlijk aan de schoone rivier de <i>Amstel</i>, en nabij de verrukkelijke <i>Diemermeir</i>, gedeeltelijk zelfs langs de ringsloot derzelve.
-</p>
-<p>De buurt heeft, zegt men, haaren naam van <i>buurt aan de Schulpbrug</i> gekregen, door dat zij aan de brug van dien naam haar begin neemt; en deeze brug
-draagt den naam van <i>Schulpbrug</i>, naar de aanzienlijke herberg <i>de Schulp</i>, op den hoek van de Meir, bij die brug gevonden wordende.
-<span class="pageNum" id="pb5.9">[<a href="#pb5.9">9</a>]</span></p>
-<p>Zij bevat verscheidene en aangenaame lustplaatsen en tuinen, die een bevallig gezicht
-opleveren, zo onder het wandelen langs den <i>Weesperweg</i>, als langs den Ringdijk van de Meir, en het bevaaren van derzelver ringsloot: er
-worden ook eenige fabrieken in gevonden: de bewooners zijn van den <i>Gereformeerden</i>, of van den <i>Roomschen Godsdienst</i>, die, daar er geene kerk in de buurt is, de <i>Gereformeerden</i> te <i>Amsteldam</i>, en de <i>Roomschen</i> aan de overzijde van den <i>Amstel-stroom</i> moeten te kerk gaan.
-</p>
-<p>Ook andere Godsdienstige Gestichten zijn in deeze buurt, hoe groot in haar bevang,
-niet voorhanden: de kinderen, van beiderleien gezegden Godsdienst, gaan in het school
-van den <i>Watergrafts meir</i>, (zie onze beschrijving van dat aangenaame oord;) de Weezen worden door het Dorp
-<i>Ouderkerk</i> besteed, meestal, ten minsten zo veel mogelijk, bij de bewooners der buurt zelve;
-en de Armen worden mede door het gezegde dorp onderhouden.
-</p>
-<p>De <span class="sc">bezigheden</span> der bewooneren, bestaan in verscheidenerleie handwerken; ook zijn er, gelijk gezegd
-is, eenige fabrieken; aan het begin der buurt, bij de <i>Schulpbrug</i>, woonen eenige visschers, een van deezen, heeft een gedeelte van den <i>Amstel</i> in pacht, de overige visschers vertieren de visch die in het <i>Zwarte water</i>, nabij de stad <i>Zwol</i> gevangen wordt, bestaande in baars, snoek, brasem, zeelt, en paling; zij markten
-alle te <i>Amsteldam</i> in de <i>Nes</i>, op de rivier vischmarkt, voor de <i>St. Pieters poort</i>: over het gezegde begin der buurte, zijn ook eenige weinige vischbanken, alwaar des
-zondags morgens, eene soort van markt gehouden wordt.
-</p>
-<p>Van de Geschiedenissen deezer buurt, kan niets aanmerkelijks gezegd worden: in de
-jongstledene troubelen hebben de bewooners derzelve geen aanmerkelijk deel gehad;
-geen ander dan dat zij bij de <i>gezegende omwenteling</i> ook <i>Pruissen</i> hebben moeten inquartieren, en derhalven de gewoone overlast hebben geleden.
-</p>
-<p>Aan het meergemelde begin der buurte, is eene vry goede herberg; voords vindt men
-in dezelve nog eenige weinige anderen, van minderen rang.
-</p>
-<p>Aan hetzelfde begin kan men in de <i>Weesper-</i> en <i>Muiderschuiten</i> <span class="pageNum" id="pb5.10">[<a href="#pb5.10">10</a>]</span>die van en naar <i>Amsteldam</i> vaarende daar voorbij komen, naar de gezegde steden vertrekken, of met het jagtjen
-in onze beschryving van de <i>Diemermeir</i> gemeld, naar <i>Amsteldam</i>, ook met het <i>Overhaal schuitjen</i> mede aldaar genoemd, naar den <i>Utrechtschen weg</i>, of andere zijde van den <i>Amstel</i>, alwaar men door de aldaar passeerende schuiten, weder verscheidene gelegenheden
-vindt, naar <i>Utrecht, Tergoude, Delft, Rotterdam</i>, en veele andere steden en dorpen.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Hier op kunnen wij voegelijk laaten volgen den <i>Amsteldijk</i>, zig uitstrekkende van den paal bij het tolhek tot aan de <i>Overbuurt</i> van <i>Ouderkerk</i>, langs welken eene menigte van buitenplaatsen en boerewoningen gevonden worden: bij
-het tolhek zijn nog twee paden, het <i>Verwerspad</i> en ’t <i>Rustenburger pad</i>, waarop mede veele plaisiertuinen liggen: langs het laastgemelde pad komt men aan
-de <i>Wetering</i>: de bewooners deezer paden leeven meest van de moezerij.
-</p>
-<p class="headlike">DE BUITENVELDERSCHE POLDER,<br>
-OOK DE BUITENVELDERT<br>
-GENOEMD.
-</p>
-<p>In deeze polder zijn zeer weinige wooningen, boerderijen, en tuinen; het eenige dat
-daarvan gezegd kan worden, is dat er eene <i>Roomsche kerk</i> gevonden wordt, die bediend wordt door den Wel-eerwaarden Heere <span class="sc">Everardus Bernardus Cramer</span>: de bewooners deezer polder hebben door de <i>Pruissen</i> mede zeer veel geleden.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Hier bij moeten wij nog voegen den nieuwen weg, welke van het groote loopveld tot
-aan <i>Amstelveen</i> loopt; en <span class="pageNum" id="pb5.11">[<a href="#pb5.11">11</a>]</span>langs welken eenige boerewoningen, even als aan den <i>Bijlsenvelderschen weg</i> gevonden worden: omtrent in het midden van deezen nieuwen weg ontmoet men de <i>Karsselaan</i>, welken naar de <i>Karssebrug</i> strekt, en verder naar <i>Rietwijker oord</i>, dat beide kleine gehuchten van boerenwoningen zijn, die kerklijk onder <i>Amstelveen</i>, doch wereldlijk onder <i>Kennemerland</i> behooren.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">OVER-OUDERKERK</span>
-</p>
-<p>Is een kleine streek huizen, tegen over <i>Ouderkerk</i> gelegen, en onder <i>Amstelveen</i> behoorende: van dezelve valt al mede niets bijzonders aantetekenen.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Onder onze beschrijving van de buurten onder <i>Ouderkerk</i> behoorende, hebben wij gesproken van de eene zijde van
-</p>
-<p class="headlike">WAARDHUIZEN <span class="sc">EN DE</span> NES.
-</p>
-<p>De andere zijde behoort onder <i>Amstelveen</i>; doch er is ook niets bijzonders van te zeggen, niet meer dan wij ter voorgemelde
-plaatse er van aangetekend hebben.
-</p>
-<p>Het zelfde zij gezegd van de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">ZWALUWE-BUURT</span>,
-</p>
-<p>Een gehucht niet verre van de <i>Nes</i>: er is eene <i>Roomsche Kerk</i>, sedert weinige jaaren in plaats van eene oude, die er een eind wegs van daan stond,
-gemaakt: zij wordt bediend door den Wel-eerwaarden Heere <span class="sc">Mauritius Schultsz</span>.
-<span class="pageNum" id="pb5.12">[<a href="#pb5.12">12</a>]</span></p>
-<p class="headlike">DE BOVENKERKER POLDER.
-</p>
-<p>Deeze is voor eenige jaaren droog gemalen, en bevat thans weinige boerewoningen: de
-bewooners geneeren zig met de weierij en melkerij.
-</p>
-<p class="headlike">DE HAND VAN LEIDEN
-</p>
-<p>Zo genoemd, om dat er een paal staat, met een hand er aan, die den weg naar de stad
-<i>Leiden</i> aanwijst; de bewooners van dit buurtjen hebben in 1787, door de <i>Pruissen</i>, almede veel moeten lijden.
-</p>
-<p>Aan de
-</p>
-<p class="headlike">NOORDDAMMER BRUG,
-</p>
-<p>Vindt men mede een buurtjen; doch ’t is van weinig betekenis.
-</p>
-<p>Grooter is de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LEGMEER</span>
-</p>
-<p>Die zig uitstrekt van de <i>Noorddammer brug</i>, tot een quartier uur gaans van <i>Cudelstraat</i>, zijnde eene langte van anderhalf uur gaans; de bewooners bestaan meestal van de
-turfmaakerij.
-<span class="pageNum" id="pb6.1">[<a href="#pb6.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e5824">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e5824src">1</a></span> <i>Deeze paal was in den jaare 1793 een zeer oud en onaanzienlijk stuk houts, ten gezegden
-jaare is er een fraaje ronde steenen paal in de plaats gezet, bovenaan rondsom denzelven
-leest men</i> 100 Gaarden, <i>zijnde de uitgestrektheid van het gebied van</i> Amsteldam, <i>boven op den paal staat een fraaje bewerkte kroon, ook pronkt hij met de wapens van</i> Amsteldam <i>en</i> Amstelland, <i>en laager staat het voorgemelde jaartal der vernieuwinge</i> MDCCXCIII.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e5824src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="amstelveenbrand" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1241">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figamstelveenbrandwidth"><img src="images/amstelveen-brand.jpg" alt="Gezigt van den zwaaren Brand te Amstelveen zo als het zig vertoonde in den Nagt tussen den 25 en 26 Jny 1792." width="462" height="720"><p class="figureHead">Gezigt van den zwaaren Brand te Amstelveen zo als het zig vertoonde in den Nagt tussen
-den 25 en 26 Jny 1792.</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e6271">Eerst leed het bloejend AMSTELVEEN,
-</p>
-<p class="line xd32e6271">Door ’s vyands wreede spoorloosheên,
-</p>
-<p class="line">Nu viel de vlam het aan, en trachtte ’t gantsch te sloopen—
-</p>
-<p class="line">Beschouwer! zie den nood, en denk wat men kon hoopen!—
-</p>
-<p class="line xd32e1402">GOD echter wenkte, en ’t vuur verloor zyn gloed en kracht—
-</p>
-<p class="line xd32e1402">HY wenkt ook u—sta by!—dan wordt de ramp verzacht.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main">NAAUWKEURIG VERSLAG<br>
-VAN DEN<br>
-JAMMERLIJKEN BRAND<br>
-TE<br>
-AMSTELVEEN,</h2>
-<h2 class="sub">In den nacht tusschen den 25 en 26 Junij, 1792.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Te recht houden de Nederlanders de vuurnood en waternood, voor twee hoofdkwaaden,
-die den mensch kunnen treffen; anderen volken voegen er den oorlog wel bij; maar ’t
-schijnt dat de <i>Batavieren</i>, uit een inwendig gevoel van hunnen moed en voorbeeldelooze standvastigheid, zo veel
-gewigts, of liever zo veel ramps den oorlog niet toekennen, om dat zij ’t meer in
-hunne hand hebben denzelven te doen eindigen, tot hunnen roem te doen eindigen, blijft
-het alleenlijk aankomen op den vijand wederstand te bieden en hem zijne roekeloosheid
-te doen beklaagen; dat is, blijft het slechts aankomen om held te weezen; maar zo
-zij verraden worden, dan berokkent de oorlog hen zo veel en meer kwaaden als eenig
-volk ter wereld; zo veel, om dat zij den triumph des vijands als anderen moeten bezuuren,
-en meer, om dat zij in ’t hart gekwetst zijn, wonden zeker, welken bij den gevoeligen
-<i>Batavier</i> altijd blijven bloeden; ’t is daarom ten allen tijde voor bewezen gehouden dat men
-geen harten met grooter gevaar kan wonden, dat is uit hunnen staat van te vredenheid
-rukken, dan dat der <i>Batavieren</i>.… maar om wedertekeeren tot ons eerste gezegde: de Nederlanders houden de vuurnood
-en waternood voor twee kwaaden; het laatste, met reden, voor ’t ergste, <span class="pageNum" id="pb6.2">[<a href="#pb6.2">2</a>]</span>om dat zij er meer aan onderworpen en minder voor bestand zijn; intusschen is de vuurnood
-mede een geessel die de diepste wonden kan achterlaaten.
-</p>
-<p>Weinig dachten wij vóór een kort verloop van dagen<span class="corr" id="xd32e6294" title="Niet in bron">,</span> toen wij onze beschrijving van <i>Amstelveen</i>, voor onze <span class="sc">Nederlandsche stad- en dorp-beschrijver</span>, zamenstelden, dat wij door een der beschreienswaardigste rampen, die, vooral opgezetenen,
-kunnen treffen, gedrongen zouden worden, andermaal over dat plaatsjen te moeten spreeken—weinig
-dachten wij dat het grijze dorpjen, ’t welk wij toen van harten beklaagden wegens
-de doorgestaanen overlast van den triumpheerenden soldaat, nu onze traanen ten ooge
-zouden uitperssen, daar het, ten prooje gestaan hebbende aan den jammerlijksten vuurnood,
-een tooneel oplevert dat niet dan met de leevendigste ontferming beschouwd kan worden—een
-tweede reden, waarom men dat dorpjen voortaan met recht het <i>rampspoedig Amstelveen</i> mag noemen.
-</p>
-<p>Na op maandag den 25 Junij, 1792, des avonds omtrent 11 uuren, de dorpbewooners na
-afgelopene bezigheden van den drokken dag, zig bereidden om door den slaap hunne vermoeide
-leden te verkwikken, en de veele omgelegene landlieden reeds in de diepste rust gedompeld
-lagen, werden de waakenden verschrikt, en de slaapenden gewekt, door het akelig gerucht
-dat er brand ontstaan was op de waschbleekerij van den Heere <span class="sc">Dregman</span>, te <i>Amsteldam</i> woonachtig, en waarom het opzicht op die gevaarlijke fabriek, meestal toebetrouwd
-was geworden aan de werklieden tot de fabriek behoorende; eene noodzakelijkheid, die,
-zo als de ondervinding herhaalde maalen geleerd, en waarvan zij ons thans weder te
-beklaagenswaardig overtuigd heeft, niet zonder bedenking is——onmiddelijk na verzekerd
-te zijn dat er waarlijk brand ontstaan was, wendde men de voorhanden zijnde hulp aan,
-doch te vergeefsch, het vuur dat door de aanweezende hevige brandstof geweldiger gevoed
-werd, dan het vermogen van ’t water, dat men aanbragt, konde keeren, nam tegen middernacht
-zodanig de overhand, dat men de klok begon te luiden, waardoor het geheele dorp, en
-elk die zig in den omtrek deszelven bevond, op de been kwam: een besef van den verren
-afstand der noodige hulp; het schrikbaarend gezicht van de woedende vlamme, in het
-stille, in het akelige uur van den nacht, alles werkte om zo te spreeken mede, om
-de harten met de knellendste vrees te vervullen; de wind was wel niet naar het dorp,
-maar evenwel hevig genoeg om de vlam tot de belendene huizen te doen overslaan, het
-geen de angst niet weinig vergrootte.
-</p>
-<p>Intusschen kwamen, op het grouwzaam geluid der noodklok, die van <i>Ouderkerk</i> met de hun mogelijke hulp, toeschieten; ook kwam men van den kant van den <i>Overtoom</i>, met twee spuiten, door paarden getrokken, aan, met dien wel ijverigen, maar echter
-<span class="pageNum" id="pb6.3">[<a href="#pb6.3">3</a>]</span>in dit geval te traagen spoed, welken de afstand en de moeielijkheid van den weg toelieten—de
-twee spuiten aan <i>Amstelveen</i> behoorende, waren nu wel aanmerkelijk versterkt, maar de vlam was intusschen te veel
-in woede toegenomen, om zig door zo gering eenen tegenstand te laaten bedwingen<a class="noteRef" id="xd32e6320src" href="#xd32e6320">1</a>; dezelve was nu reeds geweldig dat het scheen, het dorp was aan zijn jongste oogenblik
-genaderd: allertreffendst en hartbreekendst was het geschrei van weêrelooze vrouwen,
-en jammerende kinderen, die, als van zinnen beroofd, in hun schamel nachtgewaad door
-het dorp dwaalden, terwijl zij hunne geringe bezitting door het vuur zagen verteeren;
-ieder dak dat, nu van zijne binten ontbloot, ieder stuk branden hout dat nederstortte,
-deed de vlam op de akeligste wijze verheffen, en met het verheffen van de vlam werd
-ook het geschrei en gekerm heviger, terwijl men met luider stemme God om genade en
-bijstand bad.
-</p>
-<p>Loflijk zeker kweeten zig zo wel de tot hulp aangekomen manschap, als de inwooners
-zelven, dan hun vermogen was niet toerijkende; het was reeds één uure na middernacht,
-toen de vlam het hevigst woedde, en zij werd niet gestuit voor dat 13 à 14 Wooningen,
-eenige Schuuren, een Kolfbaan, en aanzienlijk veele goederen tot assche verteerd waren:
-onder de afgebranden huizen telt men mede het <i>Armehuis</i>, waarin zo wel <i>Lutherschen</i> en <i>Roomschen</i> als <i>Gereformeerden</i> opgenomen worden<a class="noteRef" id="xd32e6340src" href="#xd32e6340">2</a>; in dat huis was nog voor slechts 3 weeken een meisjen van 9 jaaren oud besteed,
-het welk dit jammerlijk onheil met den dood heeft moeten bekoopen: nog te zeer vreemdeling
-in het huis zijnde, is zij, (zo gist men,) in ’t zelve verdwaald, en de vlam heeft
-haar verrascht; zij is onder de puinhoop van daan gehaald, geheel verbrand, en als
-zamengebraden; de voetjens waren gantschlijk verteerd, en de ingewanden lagen bloot:
-in dien jammerlijken staat is het deerelijk voorwerp, eenige dagen lang, in de Dorpskerk
-te zien geweest.
-</p>
-<p>Zo dra de vlam zo verre voordgeslagen was, dat men ook het Armehuis voor verloren
-hield, werden, trouwens in de grootste, hoewel tevens verschoonelijkste confusie,
-de Kinderen na een ander verblijf overgebragt; zes van de Gereformeerden, verplaatste
-men in het Diaconie-weeshuis, en <span class="pageNum" id="pb6.4">[<a href="#pb6.4">4</a>]</span>eenige Roomschen werden in de naastgelegenste omtrek bij particulieren gebragt, terwijl
-het de Suppoosten van ’t huis toegestaan werd, hun intrek in het Rechthuis te mogen
-neemen.
-</p>
-<p>De gemelde Wooningen, door den ijsselijken vuurgloed vernield, (het Armehuis niet
-mede gerekend,) verstrekten ter herberginge van zeventien huisgezinnen, welken, staande
-het woeden der vlamme allen gevoeld hebben, wat het menschlijk hart pijnlijks gevoelen
-kan: op éénmaal van alles beroofd; op éénmaal in de diepste armoede gedompeld te worden,
-dat zeker is een lot het welk men door geene wijsbegeerte kan verzachten; ook moeten
-wij tot lof van onze tijd- en vooral van onze stad-genooten zeggen, dat zij zig in
-deeze akelige omstandigheid wederom gedragen hebben, en nog gedragen, zo als zij zig
-in zulke en dergelijke omstandigheden meermaals gedroegen, en zo als het waare Christenen
-betaamt—zij geeven met eene milde hand; de toevoer voor de ongelukkigen is zeer aanzienlijk,
-zo dat deezen reden hebben om zig, in ’t midden van hunnen jammerlijken toestand te
-verheugen, daarover dat de Menschlievendheid hunne ontvangene wonden zo minlijk verzacht.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Lof, nimmer zwijgende lof zij u, braave Nederlanders! toegezwaaid, voor deeze uwe
-christelijke medelijdendheid; gaat op dat ingeslagen pad voord; gij zijt tog verzekerd,
-dat ieder penningsken, ’t welk gij aan de ongelukkigen uitrijkt, bij uwen hemelschen
-Vader op, dikwijls verdubbelden, winst uitgezet wordt——en gij, Patriotten! gij die
-u den naam van Vaderlanders tot eene eere rekent; u voegt het vooral, de ongelukkigen
-te toonen dat gij waarlijk Patriotten zijt—herdenkt wat <i>Amstelveen</i> heeft geleden, toen uw vermogen, met uw moed, te kort schooten, om het te beveiligen
-voor het lot dat ingenomene plaatsen gemeenlijk ondergaan—heeft men van u gezegd:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">In ’t hart verhief zig moed; en in het manlijk wezen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Tot op dit oogenblik door Pruisens volk miskend,
-</p>
-<p class="line">Stond Hollands oudste merk, <i>Standvastigheid</i> te leezen,
-</p>
-<p class="line">Die als ’t de nood vereischt door duizend kogels rent.</p>
-</div>
-<p class="first">Nu, uwe mededeelzaamheid ondervonden hebbende, voege men er bij:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">In ’t hart verhief zig deugd, en in ’t bedrukte wezen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Waaraan men in den ramp <span class="asc">Civilis</span> nakroost kent,
-</p>
-<p class="line">Stond het Bataafsche merk, <i>Menschlievendheid</i> te leezen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Die den noodlijdenden, zo ruim verkwikking zendt.</p>
-</div>
-<p class="first imprint">Te Amsteldam, bij <span class="sc">H.&nbsp;A. Banse</span>, in de Hartestraat, over den vergulden Kop.
-<span class="pageNum" id="pb7.1">[<a href="#pb7.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e6320">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e6320src">1</a></span> <i>In het blad van onze</i> Stad- <i>en</i> Dorpbeschrijver, <i>voorgemeld, handelende over</i> West-maas, <i>en welk blad thans op de pers is, hebben wij opzettelijk over den staat van het Brand-wezen
-ten platten Lande, gesproken: God, die de harten kan bestuuren, geve dat het den gewenschten
-invloed, en uitwerking hebbe</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e6320src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-<div class="fndiv" id="xd32e6340">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e6340src">2</a></span> <i>Men zie over dit en de andere</i> Kerklijke <i>en</i> Wereldlijke Gebouwen <i>van</i> Amstelveen, <i>het blad van onzen meergemelden Beschouwer, ’t welk over dit dorp handelt</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e6340src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="amstelveenherbouwd" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1246">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figamstelveenherbouwdwidth"><img src="images/amstelveen-herbouwd.jpg" alt="Amstelveen herbouwd" width="467" height="720"><p class="figureHead">Amstelveen herbouwd</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e3595">Gulhartig Medelijden
-</p>
-<p class="line xd32e3595">Moog’ niet van smart bevrijden,
-</p>
-<p class="line xd32e3595">Het lenigt echter smart,
-</p>
-<p class="line">Verstrekt ten balsem voor ’t verdrukt of zuchtend hart:
-</p>
-<p class="line">Werd <span class="asc">Amstelveen</span> van ’t vuur als woedende aangegrepen;
-</p>
-<p class="line">Zat menig dorpeling in diepe smart benepen;
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Het schetsjen dat men hier beschouwt,
-</p>
-<p class="line">Toont hoe door Medelij ’t verbrandene is herbouwd.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main">AMSTELVEEN<br>
-HERBOUWD.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Daar wij alles wat mogelijk is toebrengen, ter volmaakinge van onzen <i>Nederlandschen Stad-</i> en <i>Dorp-beschrijver</i>, met welken wij zulk een onvoorbeeldig genoegen geeven, hebben wij niet kunnen afzijn
-nogmaals onze aandacht te vestigen op het Dorp <i>Amstelveen</i>, om het te beschouwen, zodanig als het zig thans bevindt—eer het zo vermaaklijk Dorpjen
-door den noodlottigen brand, tusschen den 25 en 26 Junij des jaars 1792, geteisterd
-was, hebben wij in ons bovengemeld werk, eene uitvoerige beschrijving, en naauwkeurige
-afbeelding van hetzelve geplaatst; daarna, bij gelegenheid van gezegden brand, ook
-eene beschrijving en afbeelding van dat jammerlijk voorval gegeven, bij wijze van
-aanhangzel aan gemelde eerste beschrijving, immers dit aanhangzel behoorde tot de
-historie des Dorps<span class="corr" id="xd32e6430" title="Bron: ?">,</span> gelijk hetzelve dan ook met een ongemeene graagte ontvangen is——thans, nu de verbrande
-erven tot zo verre weder herbouwd zijn, dat men verwachten kan dat er verder niet
-van belang meer aan gedaan zal worden, zouden wij het gedeelte van ons werk, <i>Amstelveen</i> betreffende, niet volkomen kunnen noemen, indien wij onze geëerde Intekenaaren en
-verdere tijdgenooten<a class="noteRef" id="xd32e6436src" href="#xd32e6436">1</a>, ook niet eene beschrijving van de wijze der gezegde herbouwinge mededeelden——’t
-was dan met dat oogmerk dat wij <i>Amstelveen</i> onlangs een bezoek gaven, en de ons aldaar medegedeelde informatiën, maaken, met
-de aantekening van ’t geen wij in oogenschouw genomen hebben, den hoofd-inhoud van
-de tegenwoordige weinige bladzijden uit.
-<span class="pageNum" id="pb7.2">[<a href="#pb7.2">2</a>]</span></p>
-<p>Alvoorens echter de hand daaraan te slaan, moeten wij nog een enkel woord zeggen van
-het loflijk gedrag onzer tijdgenooten omtrent de ongelukkige dorpelingen, wier haven
-en goed een prooi der vlamme geworden waren; onze beschrijving van den brand volgde
-te kort op het voorval zelf, dan dat wij toen reeds zouden hebben kunnen boeken, dat
-geen waarvan de tijd de juiste waarheid eerst moest openbaaren; wel wisten wij toen
-reeds, dat vooral onze stadgenoten hunne nijvere handen niet slooten voor de ongelukkigen;
-de faam verbreidde welhaast hun loflijk gedrag in deezen; dit tekenden wij ook aan;
-maar thans kunnen wij er meer bepaaldlijk, meer met zekerheid van spreeken; thans
-zijn wij overtuigd, dat het nakroost van <span class="sc">Civilis</span> getoond heeft, hoe het in hun charakter één der hoofdtrekken van ’t charakter eens
-rechtaarten <i>Bataviers</i>, nog bewaard heeft; dat vooral de Patriotten, in beantwoording van onze oprechte
-aanmaaning<a class="noteRef" id="xd32e6452src" href="#xd32e6452">2</a>, in deezen getoond hebben den naam van <i>Vaderlanders</i> zig tot eenen eernaam te rekenen; dat zij den ongelukkigen overtuigd hebben, waarlijk
-Patriotten te zijn; en zeker, <i>Amstelveen</i> lag te onuitwischbaar in hun hart en hoofd geprent, dan dat zij ongevoelig omtrent
-hetzelve zouden hebben kunnen weezen.
-</p>
-<p>Zo dra men van den schrik eenigzins bekomen was, werden er schikkingen beraamd, om
-eenig herstel van de geledene schade te verkrijgen; men kent den menschlievenden aart
-der Nederlanderen; ook openbaarde dezelve zig weldra, in het toezenden van veelerleie
-middelen ter vervullinge van de algemeene behoeften der menschen; geld en goed, spijs
-en drank, alles werd in grooten overvloed aangevoerd, vooral uit het nabijgelegen
-<i>Amsteldam</i>: duizenden zakten van allen kanten af, om ooggetuigen van de verwoesting te zijn;
-om hunne traanen met die der lijdenden te mengen, en hunne milde handen ter vertroostinge
-te openen; op dat nu de giften, uit onkunde, niet te ongelijk uitgedeeld mogten worden,
-werden er hier en daar bossen gesteld, en in dezelven werd zo ongemeen rijklijk geofferd,
-dat men ze verscheide keeren daags, en dat verscheide dagen na elkander, moest ledigen:
-de Magistraat van <i>Amsteldam</i> veroorloofde eene collecte binnen zijne muuren, ten voordeele van de ongelukkige
-dorpelingen, en het daarbij ingezamelde was, zo men zegt, niet minder dan eene som
-van <span class="sc">drie-en-twintig duizend</span> Guldens; men voege daarbij het ingekomene op het Dorp zelf, en men zal zekerlijk
-kunnen gelooven, dat er een ongemeen aanzienlijke som gegaderd moet weezen.
-</p>
-<p>Het besef van die aanzienlijkheid der ingezamelde somme, <span class="pageNum" id="pb7.3">[<a href="#pb7.3">3</a>]</span>maakt ook eenigen der dorpelingen, of liever de dorpelingen over ’t algemeen, zeer
-te onvreden over de reeds voltooide herbouwing: de Hemel weet hoe men op het denkbeeld
-gekomen is, dat de penningen niet behoorelijk.… wij veroorloven ons niet desaangaande
-meer natevertellen; dit mogen wij zeggen, dat de eigenaars der verbrande woningen,
-zo verzekert men desaangaande, te weinig vergoeding gekregen hebben, om het dorp weder
-zulke aanzienlijke gebouwen te schenken als het vóór den brand had; hunne eigene beurzen
-waren tot het geen hun aan de ontvangene vergoeding, daartoe nog ontbrak, niet toereikende,
-en derhalven hebben zij moeten besluiten, om, bij wijze van spreeken, een hutjen te
-bouwen daar een huis gestaan heeft—dit nu zou in alle gevallen mogelijk zeer natuurlijk
-hebben kunnen weezen; maar in deezen opzichte denkt men er zeer onaangenaam over,
-uit aanmerking van het besef, gelijk wij reeds zeiden, dat men heeft van de capitaale
-som welke voor de herbouwing van het dorp gecollecteerd is—hoe jammer is het, dat
-er zulke denkbeelden bij de ingezetenen, met betrekking tot hunne bestuurderen, plaats
-hebben!—en hoeveel te meer jammer is het bij de Nederlanders, daar zij geheel geen
-grond, vasten grond, voor zulke booze opvattingen kunnen aanvoeren—wat denkbeeld zou
-men moeten maaken van een Nederlandsch Volksbestuurder, in welke classe hij moge staan,
-al ware het ook in de minste, die harts genoeg zoude hebben, of liever geweetenloos
-zoude kunnen zijn, om, ter bevorderinge van zijn eigen belang, of van dat zijner vrienden,
-den ingezetenen te bederven!—hij zou den naam van mensch niet mogen draagen, en althans
-dien van Nederlander niet waardig zijn—Is er een land waarin recht en gerechtigheid
-in de harten der Bestuurderen huisvest; waarin de penningen, uit de beurzen des Volks
-aangebragt, naar behooren geadministreerd worden; ’t is in Nederland; en geen wonder!
-een Regent is aldaar alleenlijk bestuurder van zijnen landsbroeder, geen Souverain
-Vorst over een onderworpen Volk; wel is Nederland eene Souverainiteit, zo wel als
-de magtigste Alleenheerscher die op Aarde bestaat; maar Regenten en Volk maaken zamen
-den Souverain uit; want deezen worden jaarlijks uit geenen verkozen, en keeren ook,
-na afloop van hunnen amtstijd in den boezem van geenen weder, ’t welk bij een Souverain
-Monarch geen plaats heeft; de Regent is derhalven slechts handhaver der wetten, en
-daar geen wetten zijn volgt hij het besluit van veele verlichte en braave mannen,
-derhalven het besluit der wijsheid; hoe zoude een volk in zulk een Land, onder zulk
-een regeeringsbestuur, dan onderdrukt of benadeeld kunnen worden?—Zeker het doet ons
-van harten leed, dat er zulke denkbeelden, als wij boven wegens <i>Amstelveen</i> aanstipten, bij den Nederlander plaats <span class="pageNum" id="pb7.4">[<a href="#pb7.4">4</a>]</span>hebben, zij zijn hoogstnadeelig aan de algemeene rust—derhalven, waarde Landgenooten!.…
-maar waaraan noem ik u!—gij zijt in ’t algemeen thans de voorwerpen mijner bemoejingen
-niet—gij inwooners van <i>Amstelveen!</i> gelooft toch, wat denkbeeld gij ook van de ingezamelde penningen moogt opgevat hebben—gelooft
-toch, dat die penningen naar de voorschriften van deugd en reden geadministreerd,
-en uitgedeeld zijn—hoe zou ’t mogelijk kunnen weezen, dat eenig bewindsman, met giften
-van <i>menschlievendheid</i> en <i>medelijden</i>, kwalijk zoude handelen?
-</p>
-<p>Wat hier intusschen ook over gedacht worde, dit is zeker, dat het dorp <i>Amstelveen</i> door den brand veel van zijnen ouden luister verloren heeft; want de herbouwde huizen
-zijn ongelijk veel minder, dan zij waren die door het vuur verteerd zijn—men telt
-niet meer herbouwden dan <i>zeven</i>, een zeer kleine smeederij, een niet minder kleinen stal, en een werkplaats voor
-een’ schilder: allen zijn zij laage daken, daar onder anderen, vóór den brand, één,
-waarin herberg gehouden wordt, een capitaal gebouw van verscheide verdiepingen was:
-nog zijn onder gezegde laage daken twee, welke ieder over twee woningjens strekken.
-</p>
-<p>’T geen waarbij het nog meer in aanzien verliest, is, dat men besloten heeft het verbrande
-<i>Armehuis</i> niet weder optebouwen; des mist <i>Amstelveen</i> thans boven den gemelden luister van particuliere gebouwen, ook een der Godsdienstige
-gestichten.
-</p>
-<p>De waschbleekerij van den Heere <span class="sc">Dregman</span>, alwaar het vuur zijnen aanvang genomen had<a class="noteRef" id="xd32e6501src" href="#xd32e6501">3</a>, wordt ook niet weder opgebouwd, ’t geen zekerlijk zeer goed mag genoemd worden,
-om het gevaar, ’t welk zulk een fabriek vergezelt, evenwel is ’t ook waar, dat een
-Dorp niet weinig in zijn aanzien verliest, wanneer er een gantsche fabriek van daan
-gaat.
-</p>
-<p>Zie daar, waarde leezers! ’t geen ik oordeelde bij mijne bladen over <i>Amstelveen</i> te moeten voegen, om ze een volkomen geheel, dat Dorp betreffende, te doen uitmaaken—nog
-kan ik daar bijvoegen, dat men thans ten einde des Dorps aan het sluisjen, een batterij
-vindt, ter wederzijde van de brug aangelegd, tegen de <i>Franschen</i>, om dezelven, indien ze tot zo ver waren gekomen, te keeren, en <i>Amsteldam</i> voor hun legergeweld te dekken—deeze batterij schiet vijf stukken.
-</p>
-<p class="imprint">Te Amsteldam, bij <span class="sc">H.&nbsp;A. Banse</span>, in de Hartestraat, over den vergulden Kop.
-<span class="pageNum" id="pb8.1">[<a href="#pb8.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e6436">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e6436src">1</a></span> <i>Ofschoon onze</i> Stad- en Dorp-Beschrijver, <i>volstrekt niet afgeleverd wordt dan aan de Heeren Intekenaaren op denzelven, hebben
-wij echter de beschrijving van den brand ook buiten intekening gedebiteerd; en vermids
-niemand van gezegde Intekenaaren zich daaraan heeft gestoten, oordeelen wij, ook omtrent
-dit blaadjen, als tot de beschrijving van den brand behoorende, die vrijheid te mogen
-gebruiken</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e6436src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-<div class="fndiv" id="xd32e6452">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e6452src">2</a></span> <i>Zie onze beschrijving van meergemelden brand, bladz.</i> 4.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e6452src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-<div class="fndiv" id="xd32e6501">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e6501src">3</a></span> <i>Zie onze beschrijving van den brand, bladz.</i> 2.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e6501src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="diemen" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1251">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figdiemenwidth"><img src="images/diemen.jpg" alt="’t Dorp Diemen" width="475" height="720"><p class="figureHead">’t Dorp Diemen</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line">DIEMEN, dat om GYSBRECHT’s wraakzucht,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">onder ’t jok der Graaven kwam,
-</p>
-<p class="line">Vaak een prooi van vuur en water,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">dikwyls ook van de Oorlogsvlam;
-</p>
-<p class="line xd32e1402">DIEMEN mag nog, hoe ’t moest lyden,
-</p>
-<p class="line">Door schoonheid en door trouw, ’t Batavisch hart verblyden.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
-<span class="ex">DORP</span><br>
-<span class="ex">DIEMEN</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Onder de Nederlandsche dorpen, zijn er zekerlijk maar weinig van welken, naar evenredigheid
-der grootte, zo veel kan gezegd worden, (ofschoon er bij anderen bijzonder weinig
-van gezegd zij,) als van dit vermaaklijk dorp; de inhoud der volgende bladzijden zal
-onze Leezers daarvan ten vollen overtuigen; zij zijn, als ik, denzelven verschuldigd
-aan de vriendlijkste mededeeling, die zekerlijk de ongeveinsdste erkentelijkheid vordert.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
-</p>
-<p>Het ambacht <i>Diemen</i>, waarbij ook <i>Diemerdam</i> behoort, ligt in <i>Amstelland</i>, gedeeltelijk tusschen de ban van <i>Amstelveen</i>, en de <i>Diemer-</i> of <i>Watergraafsche meir</i> ten westen, de banne van <i>Muiden</i> ten oosten, en ten zuiden en zuidwesten aan de <i>Bijlemer meir</i> en de <i>Groot-Duivendrechtsche polder</i>: ’t ligt voords één uur van <i>Amsteldam</i>, zijnde ook eene Ambachtsheerlijkheid van die stad.
-</p>
-<p>Over ’t algemeen is ’t geheele Ambacht zeer aangenaam gelegen: van den dijk af heeft
-men een schoon gezicht op <i>Waterland</i>, <span class="pageNum" id="pb8.2">[<a href="#pb8.2">2</a>]</span><i>Amsteldam</i> en <i>Muiden</i>, en aan de landzijde op de <i>Diemermeir</i>, <i>Bijlemermeir</i>, de steden <i>Weesp, Naarden, Abcoude</i>, <i>Ouderkerk</i>, en andere plaatzen.
-</p>
-<p>De geheele <i>Diemerban</i> heeft laage darrige of venlanden, waarvan eenigen, die dijkplechtig zijn, reeds merkelijk
-tot verhooging van den <i>Diemer Zeedijk</i> zijn vergraven, en des niettegenstaande, liggen de laagste landen nog verscheide
-voeten hooger dan de bedijkte <i>Diemer-</i> of <i>Watergraafsche meir</i>.
-</p>
-<p>Zeer waarschijnelijk zijn de landen in de <i>Diemerban</i> voor veele eeuwen bosschen geweest, (gelijk zulks op meer plaatzen van ons Vaderland
-het geval is,) dewijl men onder het graaven menigvuldige boomen ontdekt, die, om hunne
-taaiheid, alleenlijk tot rietdekkers werk gebruikt worden; zij liggen allen zodanig,
-dat men kan besluiten, dat zij door een storm en hoogen vloed uit het noordwesten,
-voor deeze ban altoos zeer gevaarlijk, losgespoeld en nedergesmeten zijn geworden.
-</p>
-<p>Men ontmoet in deezen oord de vruchtbaarste moes- en schoonste weilanden, voor welken
-considerabele sommen betaald worden; er is in deeze banne ook zeer goeden jagt op
-watersneppen en eendvogels; sedert eenige Jaaren vindt men er ook veele haazen: de
-visscherij is er niet minder rijk; men vangt er ongemeen groote snoeken, de smaaklijkste
-baars, post, paling en carpers, alle welken door de liefhebbers verre boven anderen
-geschat worden.
-</p>
-<p>Van ouds hebben door de <i>Diemerban</i> twee heerewegen geloopen, die nog in wezen zijn; de eene van de afloop naar <i>Diemen</i><span class="corr" id="xd32e6616" title="Niet in bron">,</span> door <i>Diemen</i> en <i>Diemerbrug</i> naar <i>Ouderkerk</i>, en de andere van <i>Diemerdam</i>, langs den <i>Diem</i>, over de <i>Vinkebrug</i>, langs de <i>Bijlemermeir</i> en <i>Gaasp</i>, naar <i>Weesp</i>.
-</p>
-<p>In dit Ambacht liggen nog twee zandpaden; een naar <i>Muiden</i> en een naar <i>Weesp</i>, op welken tolhuizen staan.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
-</p>
-<p>Veelen oordeelen dat het Ambacht zijn’ naam ontleent aan een riviertjen, de <i>Diem</i> genaamd, welk oudtijds, vóór het droog maaken der <i>Diemer-</i> of <i>Watergraafsche-meir</i>, gedeeltelijk <span class="pageNum" id="pb8.3">[<a href="#pb8.3">3</a>]</span>uit dezelve, door de <i>Rijkersloot</i>, nu de <i>Weespervaart</i>, de <i>Bijlemermeir</i> en <i>Gaasp</i>, zijn oorsprong nam, en door de <i>Diemerdammersluis</i> in het Y loosde; anderen echter, die het Ambacht niet <i>Diemen</i>, maar, volgends de oudste papieren, <i>Deemen</i> willen genoemd hebben, leiden dien naam af van de woorden <i>De Mens</i>, die dan den staat waarin dat land lag, als zijnde door overstroomingen en doorbraaken
-van één gerukt, en door de <i>Diem</i> in twee deelen gescheiden, te kennen geeven: „Wat van beide de waarheid zij”, voegt
-onze geëerde begunstiger er bij, „zal, vertrouwt men, niemand met zekerheid kunnen
-gissen”.
-</p>
-<p>Wegens de stichting des Dorps, kan volstrekt niets gezegd worden, derhalven staat
-ons alleenlijk te spreeken van de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>,
-</p>
-<p>En om in deezen voldoende te kunnen zijn, moeten wij eerst aantekenen, wat de Ambachts-heerlijkheid
-in zig bevat.
-</p>
-<p>Het Ambacht wordt dan, vooreerst, gedeeld in twee deelen, naamlijk <i>Diemen</i> en <i>Diemerdam</i>, (ook wel <i>Diemendam</i> genaamd,) liggende het eerste ten westen de <i>Diemer-</i> of <i>Watergraafsche meir</i> en de ban van <i>Amstelveen</i>, en het andere ten oosten de ban van <i>Muiden</i>, en worden gescheiden door het water den <i>Diem</i>: deeze verdeeling maken Hunne Edele Groot Mogenden, de Heeren Staaten van <i>Holland</i> en <i>West-Friesland</i>, sedert onheugelijke tijden, schrijvende niet aan die van den Gerechte van <i>Diemen</i>, maar van <i>Diemen</i> en <i>Diemerdam</i>.
-</p>
-<p><i>Diemen</i> wordt wederom in drie deelen gedeeld, als <i>Outersdorp</i>, <i>Buitenkerk</i>, en <i>Bovenkerk</i>, welk laatste gedeelte wederom onderscheiden wordt door <i>Bovenrijkersloot</i> en <i>Benedenrijkersloot</i>. <i>Diemerdam</i> werd oudtijds gedeeld in <i>Diemerdam</i> en <i>Overdiemen</i>, doch na dat <i>Diemerdam</i> op een klein gedeelte na is weggespoeld, begrijpt men door <i>Overdiemen, Diemerdam</i> mede, als ook de buurt de <i>Vierhuijzen</i>, die voormaals aan <i>Overdiemen</i>, vóór het graaven der vaart naar <i>Muiden</i>, gehecht was: op deeze wijze wordt de gaêring der dorps- en andere lasten gedaan,
-<i>Outersdorp</i>, boven gemeld, is eene zeer aangename buurt, <span class="pageNum" id="pb8.4">[<a href="#pb8.4">4</a>]</span>waarin verscheide moestuinen, en wèltoegemaakte weilanden en plaisierplaatzen liggen;
-bij dezelven is een kerkhof voor de <i>Hoogduitsche Joodsche Natie</i>, die geene lidmaaten, of armoedig zijn: digt hierbij is een herberg, <i>Zeeburg</i> genaamd; voor dezelve ligt een steenen redout, alwaar de beesten voor rekening van
-het Oude Zijds Huiszittenhuis te <i>Amsteldam</i> worden ontscheept, en de varkens, door iemand van het Gerecht daartoe gesteld geschouwen:
-<i>Jaap Hannes</i>, daaraan grenzende, is thans een gedeelte land en dijk: het ontleent zijn’ naam aan
-een zeer groote buurt, weleer aldaar gelegen, doch die door een inbraak, in den vloed
-bedolven is, en waarvan men wil, dat het water, het <i>Nieuwe Diep</i>, zijn oorsprong voor het grootste gedeelte heeft.
-</p>
-<p><i>Buitenkerk</i>, of, zo als sommigen willen, <i>Buiten de Kerk</i>, is mede een zeer vermaaklijke en welvaarende buurt, waarin, behalven veele buitenplaatzen,
-boerderijen en herbergen, extra schoon wei- en moes-land wordt gevonden: buitendijks
-ligt nog een weiland, groot 61 morgen, 670 roeden, ’t geen ’s winters onder water
-staat, en daardoor gemest wordt.
-</p>
-<p><i>Bovenkerk</i> of <i>Bovendekerk</i>, is wel de aanzienlijkste buurt, vermits in dezelve verre de meeste huizen, plaatsen,
-en het beste land wordt gevonden; als mede om dat er de buurt <i>Diemerbrug</i> onder behoort: deeze buurt is in 1640 grootlijks aangegroeid, toen naamlijk aldaar
-de vaart naar <i>Muiden</i> en <i>Weesp</i> werd gegraven, en is, zo wegens haare ligging, als passage van rijtuigen en schepen,
-zeer vermaaklijk.
-</p>
-<p><i>Diemerdam</i> was oudtijds een dorp dat zig zeer verre in zee uitstrekte, en ’t is beweezen, (hoe
-zeer <span class="sc">Wagenaar</span> in zijne beschrijving van <i>Amsteldam</i> daaraan twijfele,) dat <i>Diemerdam</i> zo nabij aan <i>Waterland</i> was gelegen, dat men met een plank of pols van het eene naar het andere dorp konde
-komen; de Pastoor, die in <i>Overdiemen</i> de Capel bediende, was tevens Pastoor te <i>Durkerdam</i>; indien nu het water zo groot hadde geweest als thans, zou het voor dien man ondoenlijk
-geweest zijn om op beide plaatzen, bij alle gelegenheden, den dienst te kunnen waarneemen:
-tot den jaare 1787 was er in <i>Overdiemen</i> nog een vers voorhanden, gedrukt op wit satijn, en, ofschoon zeer oud, wèl geconserveerd,
-waarin de <span class="pageNum" id="pb8.5">[<a href="#pb8.5">5</a>]</span>nagedachtenis van een’ Pastoor, die 40 jaaren <i>Diemen</i> en <i>Durkerdam</i> bediend had, eenige eer werd aangedaan.
-</p>
-<p><i>Diemerdam</i> had niet alleen zijn Capel, waarvan het land, waarop dezelve stond nog <i>Capelleland</i> genoemd wordt, maar was met verscheide huizen en boerderijen voorzien, welke alle
-door de watervloeden zijn verzwolgen: men vindt nog, dat in 1463, diverse morgens
-land bij de <i>Diemerdammersluis</i> lagen.
-</p>
-<p>Van geheel <i>Diemerdam</i> is nog slechts één huis overig, dat op den dijk staat, en het huis <i>Diemerdam</i> genaamd wordt.
-</p>
-<p><i>Overdiemen</i>, weleer een zeer schoon gebuurte, waarin veele rijke menschen woonden, diverse fabrieken,
-scheepstimmerwerven, als anderzins waren, is thans zeer vervallen; eensdeels doordien
-sommigen dat quartier niet begeerden te bewoonen, anderdeels door het droogmaaken
-der <i>Diemermeir</i>, sterfte van rundvee, en laatstlijk om dat de <i>Roomsche Kerk</i>, die te <i>Overdiemen</i> in ’t midden van de buurt stond, naar <i>Diemerbrug</i> is verplaats geworden.
-</p>
-<p>De buurt <i>Vierhuizen</i>, alzo genaamd naar zekeren <span class="sc">Vierhuizen</span>, is dat gedeelte van <i>Overdiemen</i>, het welk door het graven der vaart naar <i>Muiden</i> en <i>Naarden</i> daarvan is gescheiden: men vindt aldaar welgestelde lieden, schoone boerenplaatzen
-en landerijen; onder dezelve munt uit de van ouds bekende plaats van den Heere <span class="sc">Kanter</span>, <i>Vinken-Hofstede</i> genaamd.
-</p>
-<p>Onder alle de bovenstaande districten telt men de volgende polders.
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop"><i>Oetwaaler polder</i>, hierin ligt <i>Diemen</i> met </td>
-<td class="cellTop">Morg. </td>
-<td class="cellTop alignDecimalIntegerPart">65</td>
-<td class="cellTop alignDecimalFractionPart"></td>
-<td class="cellTop">— </td>
-<td class="xd32e3205 cellRight cellTop"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><i>Diemer polder</i> </td>
-<td>— </td>
-<td class="alignDecimalIntegerPart">334</td>
-<td class="alignDecimalFractionPart"></td>
-<td>— </td>
-<td class="xd32e3205 cellRight"> 71 R.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><i>De Bovenrijkerslooter polder</i> </td>
-<td>— </td>
-<td class="alignDecimalIntegerPart">334</td>
-<td class="alignDecimalFractionPart"></td>
-<td>— </td>
-<td class="xd32e3205 cellRight"></td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><i>Diemerdammer polder</i> </td>
-<td>— </td>
-<td class="alignDecimalIntegerPart">29</td>
-<td class="alignDecimalFractionPart"></td>
-<td>— </td>
-<td class="xd32e3205 cellRight">350 R.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><i>School</i> en <i>Hopmans-polder</i> </td>
-<td>— </td>
-<td class="alignDecimalIntegerPart">195</td>
-<td class="alignDecimalFractionPart"></td>
-<td>— </td>
-<td class="xd32e3205 cellRight">500 R.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><i>De Gemeenschaps polder</i>, voor zo veel onder <i>Diemen</i> behoort </td>
-<td>— </td>
-<td class="alignDecimalIntegerPart">304</td>
-<td class="alignDecimalFractionPart">.6</td>
-<td>hond. </td>
-<td class="xd32e3205 cellRight"> 75 R.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><i>Buitendijksche polder</i> </td>
-<td>— </td>
-<td class="alignDecimalIntegerPart">61</td>
-<td class="alignDecimalFractionPart">.6</td>
-<td>hond. </td>
-<td class="xd32e3205 cellRight"> 70 R.
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom"> </td>
-<td class="cellBottom">Morg. </td>
-<td class="sumDecimal cellBottom alignDecimalIntegerPart"><span class="sum">1324</span></td>
-<td class="sumFraction cellBottom alignDecimalFractionPart"><span class="sum">.6</span></td>
-<td class="cellBottom">hond. </td>
-<td class="xd32e3205 cellRight cellBottom"><span class="sum"> 66 R.</span></td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-<span class="pageNum" id="pb8.6">[<a href="#pb8.6">6</a>]</span></p>
-<p>In oude tijden was het Dorp veel grooter, doch in 1632 telde men slechts voor <i>Diemen</i> en <i>Diemermeir</i> 91 huizen; honderd jaren laater, (1732.) werden 113 huizen voor <i>Diemen</i> en <i>Diemerdam</i> op de verpondingslijsten gebragt, en in 1782 werd <i>Diemen</i> op 147 huisgezinnen en 477 ingezetenen gesteld, zonder de kinderen medeterekenen.
-</p>
-<p>Het
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
-</p>
-<p>Van <i>Diemen</i> is een groen veld, waarin een water verbeeld wordt, met drie bruine zwemmende eenden.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>De Kerk van <i>Diemen</i> was eertijds een Parochie-Kerk, aan de <i>H. Maagd</i> opgedragen, die er des ook als Patronesse werd gevierd; deeze Pastorie werd beurtlings
-door den Paus en de Proost van <i>Oudmunster</i> vergeven: ’t gebouw is zeer oud, staande in het Dorp, dat, gelijk gezegd is, voorheen
-veel grooter was: rondsom dezelve stonden een menigte huizen, die door de brand weggeraakt
-zijn: de Kerk was oudtijds met een Orgel en schoone Capellen voorzien, van welke thans
-één tot een Consistorie en Kerkmeesters Kamer dient; het gewelf, waarvan nog eenige
-duistere overblijfsels zijn, is beschilderd met de verbeelding van eenige aloude voorzeggingen,
-en van de vervulling derzelver in de persoon des Zaligmaakers: het gebouw is zeer
-ruim doch oud, en dreigt, gelijk de toren, die al eenige voeten overhangt, intestorten:
-de grond van de Kerk, dienende tot begraaving der lijken, is vóór den tijd der reformatie
-voor allerheiligst gehouden, en veele menschen uit <i>Amsteldam</i> kochten, om die reden, aldaar de graven voor ongemeen hooge prijzen: de klokken,
-die in den toren hangen, zijn (zo men zegt,) door den Paus zelven gewijd, waardoor
-ieder goed Roomschgezinde, in gevalle van afsterving, dezelven, veel langer dan op
-andere plaatzen, laat luiden.
-<span class="pageNum" id="pb8.7">[<a href="#pb8.7">7</a>]</span></p>
-<p>Rondsom de Kerk is een zeer groot Kerkhof, op ’t welk, dewijl men ’t, gelijk gezegd
-is, voor zeer heilig houdt, veel begraaven wordt, zo van bewooners dier banne als
-van elders.
-</p>
-<p>Achter dit Kerkhof stond weleer een huis voor den Predikant; dan, dewijl het zelve
-zeer vervallen was, en geene huizen daarbij stonden, is het afgebroken; in den jaare
-1770 is op den kerkweg naar <i>Diemen</i>, een nieuwe Pastorie gezet, voorzien van een zeer groote tuin: dit huis heeft beneden
-vier, en boven zes kamers, allen zeer net beschilderd, gestucadoord en behangen, behalven
-een zeer groote zolder en vliering; naast hetzelve is een huisjen getimmerd, dienende
-zo tot een tweede keuken, als tot berging van goederen.
-</p>
-<p><i>Diemen</i> werd in 1595 met <i>Ouderkerk</i> gecombineerd, en had met hetzelve één’ Predikant; in 1607 werd <span class="sc">Daniel Plancius</span>, als eerste en bijzondere Predikant voor <i>Diemen</i>, bevestigd.
-</p>
-<p>De <i>Roomsche Kerk</i>, die, in den jaare 1786, van <i>Overdiemen</i> naar de <i>Diemerbrug</i> verplaatst werd, is een schoon gebouw, welks wederga zeker zelden op het platte land
-gevonden wordt, daar bij staat een huis voor den Pastoor, met een groote tuin, alles
-aan de fraaiheid der Kerk beantwoordende: deeze Kerk is aan <i>St. Pieters banden</i> toegewijd.
-</p>
-<p>Het <i>Schoolhuis</i> van deeze ban, staat te <i>Diemen</i>, en is, even als de Kerk, een zeer oud gebouw.
-</p>
-<p>De Predikant van deeze plaats behoort onder het Classis van <i>Amsteldam</i>, wordt door den Kerkenraad genomineerd, en door den Ambachtsheer geapprobeerd.
-</p>
-<p>Bij vacature van een’ Schoolmeester, worden door het Gerecht en den Predikant eenige
-Schoolmeesters gehoord en geëxamineerd; het Gerecht maakt als dan alleen een drietal,
-en geeft hetzelve den Ambachtsheer over, om daaruit een’ Schoolmeester te nomineeren.
-</p>
-<p>Men vindt aan de <i>Diemerbrug</i> nog een Schoolmaitres, die de kinderen slechts spelden en leezen leert.
-</p>
-<p>In <i>Overdiemen</i> was weleer een school, waarna de plaats <i>Schoolpolder</i> genoemd werd, dan door verval dier buurt is het school weggeraakt.
-</p>
-<p>Een Arm- of Wees-huis is in het Ambacht niet voorhanden: <span class="pageNum" id="pb8.8">[<a href="#pb8.8">8</a>]</span>de ongelukkige voorwerpen, waarvoor men zulke huizen aanlegt, worden aldaar bij de
-opgezetenen besteed.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>In de eerste plaats moet onder dit artijkel geteld worden het Gemeenelands huis, waarin
-de gedeputeerde Waarsluiden, thans Hoogendijks-Heemraaden, vergaderen: hetzelve staat
-op den dijk bij <i>Jaap Hannis</i>, niet ver van de <i>Yperslootersluis</i>, en wordt bewoond door een’ Opzichter, die bij voorschrevene Heeren aangesteld wordt:
-het is een schoon gebouw met twee vleugels, en werd in 1726 herbouwd: in den voorgeevel
-staat
-</p>
-<p class="center"><i>A I C De fret I bato VI furore
-<br>ar Cendo agrIs t Ven DIs
-<br>ag It Vr</i>
-</p>
-<p>’T voorhuis van het gebouw is van boven en ter wederzijden gestucadoord, en prijkt,
-behalven met een <i>Nephtunis</i> op zijn’ wagen, met de wapens der Provinciën <i>Holland, Utrecht</i>, en dertien steden en plaatzen, uit welken de Hoogedijks-Heemraaden zijn gedeputeerd:
-aan elke zijde ziet men een ruim vierkant vertrek.
-</p>
-<p>Bij dit huis behoort een spatieuse tuin, die in 1789 merkelijk vergroot is, door het
-aankoopen van de plaats <i>Ruimzicht</i>, daar nevens gelegen.
-</p>
-<p>Men vindt in <i>Diemen</i> nog een herberg, die aan particulieren behoort, en het Rechthuis genoemd wordt: deeze
-herberg, die weleer het Ambacht toebehoorde, was oudtijds het Rechthuis: men ziet
-er nog verscheide oude wapens van het Gerecht: het plagt voorzien te zijn van een
-boejen, die thans weggeraakt is<span class="corr" id="xd32e7088" title="Niet in bron">.</span>
-</p>
-<p>Voor dit huis staat een justitiepaal: des zomers wordt dikwijls rechtdag gehouden,
-doch des winters aan de <i>Diemerbrug</i>.
-<span class="pageNum" id="pb8.9">[<a href="#pb8.9">9</a>]</span></p>
-<p>Bij gezegde brug, aan de <i>Weespervaart</i>, ontmoet men een nieuw aangelegd kerkhof voor lieden die niet in de kerken begraaven
-willen worden: het zelve is geplaveid met groote zerken, en afgesloten door een schoon
-hek, met doodshoofden versierd: dit kerkhof, heeft een privilegie, inhoudende, dat
-al wie van buiten deeze Jurisdictie daarop begraven wordt, slechts éénmaal het landsrecht
-behoeft te betaalen.
-</p>
-<p>Er liggen twee sluizen aan den <i>Hoogendijk</i>; als de <i>IJperslooter sluis</i> en <i>Diemerdammer sluis</i>, de eerste wordt voornaamlijk onderhouden door <i>Amsteldam</i>.
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop"><i>Bijleveld</i> voor </td>
-<td class="cellRight cellTop">¼ in de lasten,</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom"><i>Proosdij</i> </td>
-<td class="cellRight cellBottom">¼ in de lasten.</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-<p>Doch wordt weder door vier districten gedragen naamlijk:
-</p>
-<p><i>Zevenhooven, Mijdrecht, Wilnis, Uithoorn</i>.
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop"><i><span class="corr" id="xd32e7131" title="Bron: Amsterveen">Amstelveen</span></i> </td>
-<td class="cellRight cellTop">¼</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom"><i>Ouderkerk</i> </td>
-<td class="cellRight cellBottom">¼</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-<p>Deeze sluis lag reeds in 1413: bij dezelve behoort de visscherij in het <i>Nieuwe diep</i>.
-</p>
-<p>De <i>Diemerdammer sluis</i>, anders genaamd, de <i>Sluis van Claas Jacobsz.</i>, in het jaar 1599 gemaakt, wordt voornaamlijk onderhouden door <i>Weesp</i>.
-</p>
-<p><i>Weesper Carspel</i><span id="xd32e7158"></span> (waar onder <i>’t Gein</i>, de <i>Gaasp</i> en de <i>Bijlemermeir</i> behooren,) <i>Diemen, Abcoude, Nigtevegt, Overdiemen</i>.
-</p>
-<p>Oudtijds plagt hier nog een sluis te liggen, die men noemde de <i>Kost verloren sluis</i>, doch van weinig nut zijnde, is zij gestopt en vernietigd.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>
-</p>
-<p>Dezelve bestaat, volgends de conditie van verkoop, uit de Bailliuw van <i>Amstelland</i> in het Crimineele; een Schout Civil.
-</p>
-<p>Zeven Schepenen, die zo wel den eed aan de Bailliuw in het Crimineele, als in het
-Civile aan den Ambachtsheer doen.
-</p>
-<p>Zes Buurtmeesteren die over de gaêring en dorps omslagen zitten, en een Secretaris.
-</p>
-<p>De Bailliuw van <i>Amstelland</i> wordt geëligeerd door Hun Edele Groot Mogenden, uit een drietal, dat Burgemeesteren
-der stad <i>Amsteldam</i> overgeeven: Schepenen nomineeren in Januarij veertien persoonen, den Gereformeerden
-Godsdienst toegedaan, en uit <span class="pageNum" id="pb8.10">[<a href="#pb8.10">10</a>]</span>dezelven kiest de Ambachtsheer den 2 Februarij, zeven tot Schepenen: gemeenlijk worden
-er twee, die het voorige jaar gediend hebben daar onder gekozen, edoch volgends de
-koopconditien van de Ambachtsheerlijkheid, staat zulks aan den Ambachtsheer: de Schout
-en Secretaris wordt gesteld door Burgemeesteren der stad <i>Amsteldam</i>, als Ambachtsheeren.
-</p>
-<p>Buurtmeesteren kiezen op voorsz<span class="corr" id="xd32e7194" title="Niet in bron">.</span> datum, twaalf persoonen waar van zes tot Buurtmeesteren, door den Ambachtsheer, verkozen
-worden: somwijlen laat de Ambachtsheer één’, ook wel twee van het voorige jaar aan
-blijven.
-</p>
-<p>Een Hoog-Heemraad van <i>Amstelland</i>, wordt door den Ambachtsheer gesteld, ’t geen gemeenlijk de Schout Civil is.
-</p>
-<p>Schout en Schepenen hebben, als Heemraaden het recht om den zeedijk te schouwen, en
-de binnenwegen te doen opmaaken, in welk recht zij van tijd tot tijd zijn gemaintineerd,
-tegen de meening van de zulken die hen daarin zochten te turbeeren: thans echter hangt
-er over het opmaaken der binnenwegen, voor den Hove Provinciaal, een proces, tusschen
-dit gerecht en poldermeesteren van de <i>School-</i> en <i>Hopmans-polders</i>.
-</p>
-<p>Nog heeft men een Dijk-Collegie onder de benaaming van Dijkgraaf en Hogendijk-heemraaden
-van de <i>Zeeburg</i> en <i>Diemerdijk</i>, wier amt is, den dijk die door Schout en Schepenen van <i>Diemen</i> geschouwd is, nateschouwen, en te belaaken, en voords een directie te voeren over
-het hout en ijzer van den beplaaten dijk, doch dit hout en ijzer is thans weggenomen,
-en in deszelfs plaats zijn steenen gelegd: het Collegie bestaat uit den Bailluw van
-<i>Amstelland</i>, als Dijkgraaf, den jongsten Burgemeester der stad <i>Amsteldam</i>, één uit <i>Muiden, Weesp</i>, één uit <i>Weesper Carspel</i>, één uit <i>Loosdrecht</i>, één uit <i>Loenen, Kroonenburgs gerecht</i>, één uit het <i>Sticht</i> van <i>Utrecht</i>, één uit <i>Kortenhoef</i>, één uit <i>Breukelen</i> gezeten in <i>Johans Gerechte</i> van <i>Nienrode</i>, één uit <i>Abcoude</i>, en één uit <i>Nichtevecht</i>: dit Collegie is ad vitam, en heeft een’ Secretaris en Boden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>.
-</p>
-<p>In de eerste plaats heeft het Gerecht een privilegie van het schouwen van den hoogen
-Zeeburg <i>Diemerdijk</i>, in gevolge diverse privilegiën.
-<span class="pageNum" id="pb8.11">[<a href="#pb8.11">11</a>]</span></p>
-<p>En om de beesten op dezelve weidende te schutten.
-</p>
-<p>Het recht van de jagt is mede aan den kooper van deeze Heerlijkheid gegeven; voords
-het recht van parate executie.
-</p>
-<p>De kooper heeft de eigendom van de <i>Diemerbrug</i>, en het recht om van alle schuiten enz. tol te vraagen.
-</p>
-<p>Het Gerecht heeft privilegie van de Op- en In-gezetenen tot onderhouding van het dorp,
-eenig geld te mogen vraagen, ’twelk eertijds neusgeld genaamd word, doch nu volgends
-privilegie van 1755, dorps kosten heet. De Ingezetenen kunnen vonnis haalen te <i>Amsteldam</i>, in gevolge ’t privilegie van Hertog <span class="sc">Albrecht</span>, de dato 15 Maart 1387 (1388.)
-</p>
-<p>Het Gerecht heeft het voorrecht om de gevangenen te <i>Amsteldam</i> in de boejen te laaten brengen, en die aldaar in de gewoonlijke verhoorkamer te verhooren.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>Oudtijds bestond dezelve in schepen te maaken; er stond weleer een kruidmakerij, op
-de plaats waar naderhand de traankokerij is geweest: te <i>Diemen</i> woonden groote reders in de walvischvangst; er waren wasbleeken, een wolwasserij:
-voords waren de opgezetenen voor het grootste gedeelte karnmelksboeren en visschers,
-thans is de landbouw, en groenboerswerk, hunne hoofdbezigheid.
-</p>
-<p>De boeren brengen ’s morgens hun melk na de stad om ze aldaar uitteventen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>
-</p>
-<p><i>Diemen</i> welk eerst aan den Bisschoplijken stoel van <i>Utrecht</i>, en daar na aan de Graaven van <i>Holland</i> leenroerig was, werd weleer door Heer <span class="sc">Gysbrecht van Amstel</span> bezeten, die in den jaare 1225 het zelve, benevens <i>Muiden</i> en <i>Weesp</i>, met de tollen en visscherijen, voor altijd van Bisschop <span class="sc">Otto den Tweeden</span> van <i>Utrecht</i>, voor dertig ponden ’s Jaarlijks verkreeg, en even daarin, als in alle andere dorpen
-van <i>Amstelland</i>, het gebied voerde; dan in den jaare 1296, mede deel gehad hebbende aan den moord
-van Graaf <span class="sc">Floris den Vyfden</span>, en deswegen buitenlands moest vlugten, werd <i>Diemen</i> met alle dorpen in <i>Amstelland</i>, verbeurd <span class="pageNum" id="pb8.12">[<a href="#pb8.12">12</a>]</span>verklaard, en der Graaflijkheid van <i>Holland</i> ingelijfd; waarin het tot den 18 October 1731 is gebleven, als wanneer de stad <i>Amsteldam</i> het zelve voor een somma van ƒ&nbsp;10300 van de Staaten van <i>Holland</i> kocht en verleid op de Heer <span class="sc">Gerrit Corver</span>, Heer van <i>Velsen</i>, Burgemeester der stad <i>Amsteldam</i>.
-</p>
-<p><i>Diemen</i> is zeer dikwijls door hooge watervloeden overstroomd, en ongelukkig geworden.
-</p>
-<p>Bij den <i>Juliaans vloed</i>, van 1164, werd deeze ban gantschlijk overstroomd; de meeste bewooners werden met
-schuitjens van de daken hunner huizen gehaald, terwijl een groot gedeelte door het
-water werden verzwolgen.
-</p>
-<p>1219 trof dit Ambacht het zelfde ongeluk, en honderden van menschen verdronken.
-</p>
-<p>1477, is het Land door een doorbraak in den dijk geïnundeerd, en daarin verscheide
-waalen gespoeld.
-</p>
-<p>1509 brak de dijk door, en <i>Amsteldam</i> leed bij deeze doorbraak zeer veel.
-</p>
-<p>1516 en 1530, brak de dijk weder en op verscheide plaatsen door, waardoor het land
-onder water gezet werd.
-</p>
-<p>1570 braken bij eenen sterken springvloed, uit het noordwesten, dertien gaten in den
-<i>Diemerdijk</i>, zettende niet alleen gantsch <i>Diemen</i>, maar ook gedeeltelijk <i>Amsteldam</i> onder.
-</p>
-<p><i>Diemen</i> is mede van tijd tot tijd zeer ongelukkig geworden door den oorlog, zijnde het geheele
-Ambacht meermaals niet alleen door het krijgsvolk afgeloopen, maar de opgezetenen
-ook geplunderd, en geheel geruïneerd.
-</p>
-<p>In het jaar 1572 werd door het staats krijgsvolk onder den Graave <span class="sc">Van der Mark</span>, het dorp <i>Diemen</i> gedeeltelijk, met de kerk, afgebrand.
-</p>
-<p>1573 verschanste <span class="sc">Sonoi</span> zig bij <i>Jaaphannes</i> op <i>IJpersloot</i>, en liet veele der landerijen ruïneeren, om die schansen te maaken: stak eindelijk
-bij <i>Jaaphannes</i> den dijk door: daar na werd hij uit zijn schans verdreven, en een groot gedeelte
-huizen door het geschut en de vlammen geruïneerd.
-</p>
-<p>1576 werd <i>Diemen</i> mede door het krijgsvolk afgelopen, en het weinige dat overbleef geroofd.
-</p>
-<p>1610 was het water zo hoog, dat het over den dijk liep, <i>Diemen</i> overstroomde, en alle de kelders te <i>Amsteldam</i>, tot aan <span class="pageNum" id="pb8.13">[<a href="#pb8.13">13</a>]</span>de <span class="corr" id="xd32e7387" title="Bron: warmoesstraat">Warmoesstraat</span> onder water zettede, terwijl een gat van eenige roeden in den <i>Diemerdijk</i> scheurde.
-</p>
-<p>1621 waaide al het paalwerk van den dijk omver, en het water liep als een zee er over,
-en inundeerde het land.
-</p>
-<p>1651 brak de <i>Diemerdijk</i> weder door, het water inundeerde <i>Diemen</i>, de <i>Diemermeir</i>, en liep te <i>Amsteldam</i> tot aan den Dam: 1665, 1675 en 1682, werd <i>Diemen</i> weder overstroomd.
-</p>
-<p><i>Diemen</i> is tweemaal een prooi van het vuur geweest, de laatste keer in 1652, wanneer het
-Schoutshuis, benevens eenige huizen van particulieren zijn afgebrand, deezen vuurnood
-heeft ook verscheide privilegie-brieven verteerd.
-</p>
-<p>1702 braken andermaal verscheide gaten in den dijk, en zettede het land onder water.
-</p>
-<p>1717 vloeide het water over den dijk, en inundeerde de polders.
-</p>
-<p>In 1732 kwam er in het paalwerk ook het bekende gewormte, dat al het zelve doorknaagde,
-en den dijk in het uiterste gevaar bragt.
-</p>
-<p>Dikwijls na, en vóór deeze tijden zijn er hooge vloeden geweest, die geheel het Ambacht
-dreigden ondertezetten, doch door <span class="sc">God</span> ’s goedheid en door menschlijke hulp, werd het gevaar gekeerd; zo als nog korts geleden
-in de hooge vloeden van 1790 en 1792.
-</p>
-<p>1787 heeft het dorp eerst door de troepen van den Staat en naderhand door den inval
-der <i>Pruissen</i>, voor welken het land geïnundeerd was, veel geleden.
-</p>
-<p>De ingezetenen van <i>Diemen</i> kunnen niet gezegd worden, de Patriotsche partij<a class="noteRef" id="xd32e7424src" href="#xd32e7424">1</a> toegedaan geweest te zijn, ten minsten, veelen van hun niet, het welk te besluiten
-is uit de ontmoetingen van hun thans rustend Predikant, <span class="sc">Bernardus Bosch</span>, de beroemde dichter van het alom geprezen Dichtstuk De <i>Eigenbaat</i>, desaangaande gehad hebbende: hij was, om de <i>inundatie</i> <span class="pageNum" id="pb8.14">[<a href="#pb8.14">14</a>]</span>en de <i>Pruissische troupen</i>, genoodzaakt zig naar <i>Amsteldam</i> te begeeven, gelijk zulks meer andere Dorpleeraars hebben moeten doen; doch na het
-vertrek der soldaaten voornoemd, ging hij weder na <i>Diemen</i> om te prediken, zijnde zijn Wel-Eerw. de eerste der gewekene Buitenpredikanten, die
-dat werk weder op zijne standplaats verrichtte: na het afloopen van den dienst, is
-hij op eene zeer onheusche wijze aangevallen, ook door zulken van zijne gemeente,
-die hem nog voor weinige dagen betuigd hadden, dat ze veel zegen onder zijnen dienst
-genoten.
-</p>
-<p>Allertreffendst zeker zijn de verdere lotgevallen van zijn Wel-Eerw. ten opzichte
-van het jongstleden volksverschil, waardoor gantsch Nêerland zulk een gevoeligen neep
-is toegebragt, dat het er nog werkelijke de grievende naweën van gevoelt.
-</p>
-<p>Na men zijn Wel-Eerw. van niet minder had getracht te beschuldigen, dan dat hij de
-Obligatiën der kerke had laaten steelen, en na ook van dien blaam gezuiverd te zijn
-geworden, had zijn Wel-Eerw. ijver genoeg in zijnen moejelijken post, liefde genoeg
-voor zijne nu bijna herderlooze kudde, en vertrouwen genoeg op zijnen God, om andermaal
-zijn beroep te gaan waarneemen, ofschoon men zijn Wel<span class="corr" id="xd32e7447" title="Bron: ">-</span>Eerw. vooraf hadde doen weeten dat men hem, in gevalle hij zulks dorst bestaan, ’t
-zeer euvel zoude afneemen; na het eindigen dier leerrede, werd hij ook door eene groote
-menigte omringd, en met de hevigste aandoeningen overladen—na te vergeefsch om bescherming
-verzocht te hebben, vond zijn Wel-Eerw. niet ongepast geraden, zijn beroep nederteleggen,
-’t geen hem vergund werd <i>met behoud van eer</i>—zijne vijanden waren hier mede niet voldaan, (hoe verre kan eene domme opvatting,
-of de verleiding van anderen, een mensch niet vervoeren!) men beschuldigde zijne Wel-Eerw.
-van landen geïnundeerd te hebben, en zelf mede geëxerceerd te hebben; niet tegenstaande
-zijn Wel-Eerw., wat de inundatie betreft, dezelve heeft getracht te verhinderen, en
-nimmer zelf geëxerceerd heeft, ofschoon, zijn Wel-Eerw. betuigd heeft, er sterk vóór
-geweest te zijn, op grond dat de Souverain het exerceeren ten platten lande had bevolen,
-’t was derhalven den pligt van zijn Wel-Eerw. het oogmerk van zynen Souverain te bevorderen;
-deeze laster is zelfs zoo verre gegaan dat men een spotprent op zijn Wel-Eerw. in
-openbaaren <span class="pageNum" id="pb8.15">[<a href="#pb8.15">15</a>]</span>druk deed uitgaan, waarop hij, naar ons voorstaat, als predikant en soldaat, op de
-belagchelijkste, en lafste wijze wordt uitgebeeld; men wierp hem mede in ’t openbaar
-een dichtjen naar ’t hoofd, van dezen inhoud,
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Heraut der muiterij, in schijn van Gods gezant,
-</p>
-<p class="line">Zorg voor de zielen van uw boeren, enz.</p>
-</div>
-<p class="first">’T gelust ons niet meer daar van uitteschrijven, gelijk wij ook van dit punt der Historie
-van <i>Diemen</i> afstappen, oordeelende genoeg gezegd te hebben, om te doen begrijpen hoedanig in
-de jongstledene troubelen de zaaken desaangaande, aldaar stonden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>
-</p>
-<p>Zijn op dit dorp niet voorhanden; ’t geen er te bezien valt, zijn alleenlijk de gebouwen,
-hier voor beschreven: intusschen vergete men niet het kerkhof rond te wandelen, om
-de Batavische en menschlievende Jonkvrouw <span class="sc"><span class="corr" id="xd32e7468" title="Bron: Cavharin">Catharina</span> Amaria Best</span>, die aldaar begraven ligt, in zegening te gedenken: haar graf is kenbaar aan een
-blauwen zerk, schuin liggende op een gemetselden voet: dat zij bij alle menschen met
-erkentenis gedacht behoort te worden, is te bewijzen uit het geen op haar zerk gelezen
-wordt: dus luidende:
-</p>
-<p class="center"><i>Voor Jonkvrouw</i><br>
-CATHARINA MARIA BEST<br>
-<i>Geboren den 16 Maart 1740,<br>
-overleden in Amsteldam<br>
-den 4 februarij 1782.<br>
-en begraven den 9 dito.</i>
-<span class="pageNum" id="pb8.16">[<a href="#pb8.16">16</a>]</span></p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Zij wier verheven geest,
-</p>
-<p class="line">Geduurende haar leven,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Den minsten sterfling stof
-</p>
-<p class="line">Tot klagen heeft gegeven,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Verkoos, op dat haar lijk
-</p>
-<p class="line">Ook niemand nadeel gav’,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Van kerkelijken praal
-</p>
-<p class="line">Dit kerkhof tot haar graf.</p>
-</div>
-<p class="first">Thans verdient ook in oogenschouw genomen te worden, de <span class="corr" id="xd32e7503" title="Bron: baterij">batterij</span> die men bezig is aan <i>Diemerdam</i>, te leggen, uit vrees, zeide men, van een aanval der <i>Franschen</i>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>
-</p>
-<ul>
-<li>’T huis genaamd <i>Zeeburg</i>, aan den <i>Diemer Zeedijk</i>.
-</li>
-<li><i>Vischlust</i>, en <i>Pampuszicht</i>.
-</li>
-<li>In <i>Diemen</i> ’t zogenaamde <i>Rechthuis</i>.
-</li>
-<li>Aan <i>Diemerbrug</i>, ’t huis <i>te Rust</i>.
-</li>
-<li>De <i>Vergulde Wagen</i>, en de <i>Rijger</i>.
-</li>
-<li>Aan <i>Diemerdam</i>, ’t huis genaamd <i>Diemerdam</i>, nevens nog eenige kleine tappers, zo te <i>Diemen</i> aan <i>Diemerbrug</i> als in <i>Overdiemen</i>.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
-</p>
-<p>Men vaart geregeld met de <i>Weesper</i> en <i>Muider</i> schuiten, dagelijks, tot aan de <i>Diemerbrug</i>, daar dezelve schuiten een weinig tijds vertoeven: <i>Diemen</i> heeft ook een eigen schipper, die tweemaal ’s weeks, maandag en vrijdag, visa versa
-vaart, <span class="corr" id="xd32e7572" title="Bron: bezorgen de">bezorgende</span> vrachtgoederen en andere benodigdheden voor de Ingezetenen: nog vaart er ’s zondags
-’s morgens ten 8 uure, een kerkschuit, van de Tolbrug in de Meir, na <i>Diemen</i>, zo tot gemak voor de bewoonders van de Meir als andere lieden die begeeren te <i>Diemen</i> in de kerk te gaan, vertrekken de zelve schuiten wederom terug met het uitgaan van
-de kerk, en voor de geene die begeeren te wandelen, gaat men door de Meir tot aan
-<i>Diemerbrug</i>, of den <i>Diemerdijk</i> langs tot aan den afloop na <i>Diemen</i>, waarna men in een quartier uurs op het dorp kan weezen.
-<span class="pageNum" id="pb9.1">[<a href="#pb9.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e7424">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e7424src">1</a></span> <i>Onze geëerde Correspondent in deezen, zwijgt van de volgende omstandigheden des dorps:
-wij hebben echter geloofd, om de volkomenheid onzes werks te bevorderen, dezelven
-hier te moeten inlassen.</i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e7424src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="watergraftsmeir" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1256">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
-<span class="ex">DIEMER</span>-<br>
-<span class="ex">OF</span><br>
-WATERGRAFTS-MEIR.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Onder de aangenaame wandelingen waarmede het wereldberoemd <i>Amsteldam</i>, in zijnen ommekring pronkt, behoort ongetwijfeld de vermaaklijke <i>Diemer-</i> of <i>Watergrafts-meir</i>, te aanmerkelijker daar dezelve door de hand der kunst, en door het taai geduld van
-den noesten arbeid uit het water voordgebracht is; waarom zeker dichter te recht zingt:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Waar de gladde vischjens zwierden
-</p>
-<p class="line xd32e1402">In het spieglend element,
-</p>
-<p class="line">En daar ’t taaje fuikjens cierden
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Zijn nu kluitjens voor de lent.</p>
-</div>
-<p class="first">De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>,
-</p>
-<p>Deezer bekoorelijke plaats, kan gezegd worden te zijn, ten noorden aan den <i>Outewaaler polder</i>, ten oosten, en gedeeltelijk ten zuiden aan de banne van <i>Diemen</i>, en verder ten zuiden <span class="pageNum" id="pb9.2">[<a href="#pb9.2">2</a>]</span>aan de <i>Duivendrechtsche polder</i>, in de banne van <i>Ouderkerk</i>; ten westen wordt zij door den <i>Amstelstroom</i> afgescheiden van de rechtbanne van <i>Amstelveen</i>—zo vermaaklijk als de Meir zelve is, zo vermaaklijk zijn ook de wegen derwaards,
-van <i>Amsteldam</i> af; deezen zijn <span class="corr" id="xd32e7641" title="Bron: naaamlijk">naamlijk</span>, een langs de rivier de <i>Amstel</i> voornoemd, tot op een vierde uurs, of omtrent 400 roeden van de stads cingel, alwaar
-de zogenaamde <i>Schulpbrug</i> ligt, en de ringdijk waarin de Meir<span id="xd32e7649"></span> besloten is, zijn begin neemt; hetzelfde pad vervolgende, naamlijk langs den <i>Weesperweg</i>, komt men aan het begin van den <i>Kruisweg</i> der Meir, alwaar men derhalven ook daarin kan komen: de andere weg, die de <i>Oudewaaler weg</i> geheten wordt, ligt op meer dan een vierde minder ver van de stad af, naamlijk buiten
-de <i>Muiderpoort</i>, en is een zeer vermaaklijke weg, aan wederzijde beplant met boomen; aan den eenen
-kant is een genoegzaam breed pad voor de wandelaars door een tweede rei boomen afgebakend,
-welk pad weleer zeer zindelijk onderhouden werd met smids koolen; nog was in vroegere
-jaaren tusschen gezegde boomen, eene heining van haagedoorn geplant, die, vooral als
-zij bloeide, eene zeer aangenaame vertooning maakte; ook waren de bestuurders der
-<i>Meir</i> tot zo verre daarmede vooringenomen, (en niet zonder reden,) dat op zondag, en vooral
-op hoogtijdsdagen, met naame hemelvaartsdag, een oppasser langs dezelve ging, om,
-(wegens de bij zulks gelegenheid ongemeenen toevloed van wandelaars,) alle baldaadigheden
-te voorkomen; doch sedert is die cieraad der Meir geheel te niet gegaan, zo dat men
-thans, dat hoogst te beklaagen is, niets meer van die haag ontmoet.—Zie verder ons
-artijkel <span class="sc">aanleg</span> en <span class="sc">grootte</span>.
-</p>
-<p>De grond van deeze droogmaak, is ongemeen vet en vruchtbaar, men heeft er de schoonste
-wei- en warmoes-landen: de landen liggen ter diepte van 14 voeten beneden het buitenwater,
-zo dat het overige polderwater, ter hoogte van 15 voeten, moet worden opgemalen: tot
-in den jaare 1743, geschiedde zulks met vier watermolens, welken elkander het water
-toemaalden, doch ten gemelden jaare, of daaromtrent, gaf zekere <span class="sc">Anthonij <span class="pageNum" id="pb9.3">[<a href="#pb9.3">3</a>]</span>de Jong</span>, Koopman te <i>Amsteldam</i>, aan Dijkgraaf en Heemraaden van de Meir, een middel aan de hand om het gezegde opmaalen
-te doen met slechts twee molens, mits de schepladen uit dezelven te ligten, en zijne
-nieuw uitgevondene en geoctrooieerde waterschijven in derzelver plaatse te stellen,
-waarvan hij eene proef, ten zijnen koste, aan bood: dit werd toegestaan, en na dat
-men, den gehelen winter door dezelve in ’t werk gesteld, en aan de verwachting beantwoordende
-bevonden had, besloot het collegie van Dijkgraaf en Heemraaden, een beding met gemelden
-uitvinder, en zijnen medestander <span class="sc">Huibert Ketelaar</span>, te maaken; om de Meir met twee schijfmolens te bemaalen en droog te houden; waartoe
-hij in de herfst van den jaare 1744, moest gereed weezen: deeze overeenkomst heeft
-sedert, zelfs boven verwachting, aan het oogmerk beantwoord; blijkens twee getuigschriften,
-een de dato 13 Mei des jaars 1745, en een van den 25 Mei 1747: „Beiden deeze molens,”
-leezen wij, „op eenen behoorelijken afstand geschikt, doen niet alleen het werk van
-de voorige vier molens; maar geraken ook met den minsten wind aan den gang, en slaan
-het water met veel gemak, uit, in den gemeenen boezem van <i>Amstelland</i>; zij blijven zelfs in den hardsten vorst doormaalen, en zijn instaat de Meir, vroegtijdig,
-van het overtollig water te ontlasten:” het gemak dat deeze molens, behalven de vermindering
-van kosten, aanbrengen, verdient, naar onze gedachte, alle mogelijke lof, en navolging.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
-</p>
-<p><i>Diemermeir</i> wordt dit verrukkelijk oord genoemd, om dat het nabij <i>Diemen</i> ligt; doch de oorsprong van den naam <i>Watergraftsmeir</i> is geheel onzeker; wij zouden echter met sommigen eene bedenking kunnen maaken over
-de mogelijkheid, of niet het water van deeze Meir eerst bestaan heeft in een graft,
-die door de overstrooming tot een Meir is aangegroeid, waardoor voor <span class="pageNum" id="pb9.4">[<a href="#pb9.4">4</a>]</span>den naam van <i>Watergrafts-meir</i>, dat is de Meir, die weleer slechts een graft, een watergraft was, eenen oorspronk
-zoude gevonden weezen. Hoe het hier mede zij, dit is zeker dat de waterplas, vóór
-de bedijking, groot genoeg geweest is, en ook diepte genoeg gehad heeft om met oorlogschepen
-bevaren te kunnen worden: niet ten onpasse wordt ten bewijze daarvan het volgende
-bijgebragt: „Omtrent den jaare 1508,” zegt men, „in den <i>Gelderschen oorlog</i>, die Hertog <span class="sc">Karel</span> tegen de <i>Hollanders</i> voerde, na den dood van <span class="sc">Filips</span> van <i>Oostenrijk</i>, verweerden zig die van <i>Amsteldam</i>, uit eene schans bij de <i>IJpe-sloot</i>, weleer een buurt, daar het <i>Nieuwe diep</i> de landen sedert heeft overstroomd; deeze schans werd gedekt door verscheidene schepen,
-op het IJ, en één op de <i>Diemer-Meir</i>; waardoor de <i>Gelderschen</i> genoodzaakt werden aftewijken—en dergelijk middel van galeiën op de Meir,” vervolgt
-men, „met onderstand van schepen op het IJ, verdreef ook, in den jaare 1573, het volk
-van <span class="sc">Sonnoij</span>, het welk den <i>Diemerdijk</i> bemagtigd had, om <i>Haarlem</i> te verligten en <i>Amsteldam</i>, ’t welk toen de <i>Spaansche zijde</i> hield, te benaauwen; doch deeze benden werden zelven benaauwd, en een wakkere tegenstand
-konde haar niet bevrijden van den hongersnood door het missen van toevoer, waarom
-zij de opgeworpene schans bij <i>IJpe-sloot</i> moesten verlaaten.”
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">AANLEG <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>De aanleg deezer Meir moet zekerlijk gebragt worden op den tijd haarer bedijking,
-en droogmaaking: reeds vóór gezegde bedijking was de plas een eigendom van Burgemeesteren
-van <i>Amsteldam</i>, „die in den jaare 1624,” dus luidt de beschrijving desaangaande: „met kennis en
-goedvinden van den Raad der stad, besloten deeze Meir te bedijken, en tot land te
-maaken; waartoe zij, in den zelfden jaare, octrooi van de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> verkregen, met vele vrijdommen, <span class="pageNum" id="pb9.5">[<a href="#pb9.5">5</a>]</span>die gemeenlijk bij dergelijke onderneemingen worden vergund: dit octrooi werd in den
-jaare 1626 uitgebreid, door de vergunningen van de landen, kaden, wegen, als anderszins,
-’t welk tot de bedijking nodig was van de eigenaars te mogen overneemen: volgends
-deeze octroojen, werd het werk der bedijking en droogmaaking tot stand gebragt, en
-de Meir was droog in den jaare 1629,” weshalven de aanleg van dit verrukkelijke oord
-moet gesteld worden tusschen 1624 en 1629: Burgemeesteren van <i>Amsteldam</i> verkochten ook aanstonds de drooggemaakte landen, die naderhand, op de 31 julij des
-jaars 1631, gekaveld, en dus bij kavelingen van tien morgen, aan de koopers toegedeeld
-werden; en ten opzichte van die landen welken langs den ringmuur <span class="corr" id="xd32e7755" title="Bron: ligggen">liggen</span>, met eene toegift van omtrent één morgen, voor het oude land, aan den voorigen zoom
-van de Meir.
-</p>
-<p>Wat de grootte van dit <i>Amstels paradijs</i> betreft, de dijk waarin hetzelve begrepen is, gemeenlijk de ringdijk genaamd, heeft
-eenen omtrek van 2500 roeden, en is rondsom, behalven aan den <i>Amstel</i> en het <i>Nieuwe-diep</i>, omvangen van eene bekwaame ringsloot, waarvan de visscherij aan de stad <i>Amsteldam</i> behoort, doch Burgemeesteren van die stad, zijn gewoon dit recht aan Dijkgraaven
-en Heemraaden der Meir, voor een zekere somme gelds in ’t jaar, ten behoeve dier plaatse,
-in pacht te laaten, die dit water in verscheidene parten weder aan visschers verhuuren.
-</p>
-<p>Verder vinden wij wegens de grootte der Meir het volgende aangetekend: „Bij het kavelen
-der landen in de Meir, werden 705 morgen lands uitgegeven; waarvan echter maar 662
-morgen 301¾ roeden in de omslagen en gemeene lasten gelden: Burgemeesteren behielden
-alleen 30 morgen ten behoeve der stad <i>Amsteldam</i>, en uit dien hoofde het recht om als Hoofdingelanden zitting te hebben, tot het hooren
-van de jaarlijksche rekeningen, en te helpen beraadslaagen en besluiten over zaaken,
-die ’t Heemraadschap betreffen.”
-</p>
-<p>De aanleg is zeer regelmaatig geschiedt; de grond in zijn geheel is kruiswijs doorsneden,
-met twee breede gemeene wegen, <span class="pageNum" id="pb9.6">[<a href="#pb9.6">6</a>]</span>waardoor de Meir in vier deelen gedeeld wordt: de voornaamste deezer doorsneden is
-de <i>Middenweg</i>, langs welke verscheidene lantaarns, tot gerief van de bewooneren en de reizigers
-<span class="corr" id="xd32e7779" title="Bron: geplaast">geplaatst</span> zijn; er staan ook lantaarns langs den Ringdijk van de <i>Schulpbrug</i> tot aan het Rechthuis; de gezegde schoone breede laan, loopt van de <i>Outewaaler</i>, of zogenaamde <i>Tolbrug</i>, naar de <i>Hartsvelder</i> of <i>Diemer-brug</i>; gezegde <i>Outewaaler-brug</i>, draagt den naam van <i>Tolbrug</i>, om dat op dezelve een tolhek staat, aan ’t welke voor ieder Rijtuigen, een paard
-of hoornbeest, enz. dat er overgaat, iet moet betaald worden. <span class="corr" id="xd32e7797" title="Bron: voor">Voor</span> de schaapen betaalt men geen tol.
-</p>
-<p>De kruisweg, die den middenweg omtrent het midden doorsnijdt, begint aan het zandpad
-over den grooten <i>Duivendrechtschen polder</i>, en eindigt aan het <i>Nieuwe-diep</i>: beide deeze hoofdlaanen zijn grootendeels met opgaande ijpen- en linde-boomen beplant,
-die een schoon sieraad geeven, door de netheid waarmede zij onderhouden worden; „Verscheidene
-laanen,” dus luidt eene beknopte beschrijving deezer Meir, welke beschrijving echter
-veeleer nog te flaauw is dan dat zij eene onwaarheid zoude bevatten; „(Verscheidene
-laanen,) vermeerderen den luister deezer bedijking; de <i>Schagerlaan</i> is eene der aanzienlijksten, en heeft eenen rijweg naar de midden- en kruis-weg;
-zij strekt voor eene aangenaame wandeling onder het lommer der net geschorene ijpen-boomen,
-ter wederzijde van den weg, tot verlustiging van de wandelaaren die hier in den zomer
-menigvuldig zijn; de andere der voornaamste laanen die er gevonden worden zijn de
-<i>Paauwenlaan</i>, de <i>Groene-</i> of <i>Burghorst-laan</i>, en de <i>Klooster-</i> of <i>Schulp-laan</i>, die echter geenen doortogt hebben: alle deeze laanen en wegen, pronken met aangenaame
-tuinen, en deftige lusthoven, waarvan veele der landhuizen elkander in pracht trotseeren;
-ook wordt de bekoorelijkheid vermeerderd door de verscheidenheid der gezichten over
-de vruchtbaare weilanden, en net beplante moestuinen, terwijl het oor in de lente
-gestreeld wordt, door ’t gezang der schelle nachtegaalen, die in deeze oord bijzonder
-<span class="pageNum" id="pb9.7">[<a href="#pb9.7">7</a>]</span>haaren zetel verkozen hebben.” Zegt dan de zoetvloejende <span class="sc">Willink</span> wel te veel, wanneer hij van deeze Meir dus zingt:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<div class="lg">
-<p class="line xd32e1402">Zie hier het groene Diemermeir,
-</p>
-<p class="line">Met al zijn hoven, al zijn tuinen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Hier over ’t veerijk veld, zo zeer
-</p>
-<p class="line">Verheft zijn hooggestegen kruinen;
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Het ruime meir dat, prat en fier,
-</p>
-<p class="line">Zijn hollen boezem ziet ontslagen
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Van ’t zeenat, dat, met woest getier,
-</p>
-<p class="line">Zijn ouden erfgrond zit te knaagen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Door dijken veilig afgeweerd,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Op dat geen vloed zijn welvaart deert.
-</p>
-</div>
-<div class="lg">
-<p class="line xd32e1402">Verrukkend Meir, dat ieder wenkt
-</p>
-<p class="line">En nodigt op uw hofbanketten,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Waarmeê ge uw minnaars voedt en drenkt,
-</p>
-<p class="line">Zo mild en rijklijk voortezetten,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Gij lokt, gij trekt mij derwaards aan,
-</p>
-<p class="line">Om door uw breede en groene dreeven,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Naar uwe ruime maliebaan,
-</p>
-<p class="line">Langs veld en hoven heen te streeven,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Bij ’t klinken van het zoet geluid,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Van ’t nachtegaalen orgelfluit.</p>
-</div>
-</div>
-<p class="first">Aan iederen toegang tot de Meir, als ook aan het nieuwe diep en bij de kruislaan,
-aan het zandpad of de weespervaart, is een wachthuis geplaatst, tot verblijf der nachtwachten;
-voorheen werd door hen ronde gedaan, doch dit is sinds verscheidene jaaren niet meer
-in gebruik: er houden nu in ieder wachthuis twee man, en alzo tien zamen post; in
-den zomer van negen uuren des avonds, en ’s winters van half negen uuren, tot ’s morgens
-een half uur na het openen der poorten te <i>Amsteldam</i>: voords is ieder nachtwacht met een geladen geweer, een rondstok, en een hond gewapend.
-Er wordt in de Meir ook een goede brandspuit onderhouden, ten dienste van welke de
-inwooners verpligt zijn, ten ware zij voor het ontslag van dien dienst betaalen.
-<span class="pageNum" id="pb9.8">[<a href="#pb9.8">8</a>]</span></p>
-<p>Het getal der huizen, waaronder met recht gezegd wordt, dat veele deftige en aanzienlijke
-landhuizen behooren, werdt in den jaare 1730 bepaald, op 227; dit getal is merkelijk
-verminderd, om dat sinds eenige jaaren verscheidene aanzienlijke buitenplaatsen gesloopt,
-en tot wei- of warmoesiers-land gemaakt zijn: deeze huizen worden bewoond, indien
-men er de gezinnen welken op de buitenplaatsen den zomer komen doorbrengen, bij telt,
-door 250 huisgezinnen; de eigenlijke bewooners der Meir, schat men op een tal van
-500, de dienstboden daaronder niet begrepen: deezen zijn nagenoeg voor de helft den
-Gereformeerden Godsdienst toegedaan, die te <i>Diemen</i> of te <i>Amsteldam</i> ter kerke gaan; de overige bewooners zijn van den <i>Roomschen Godsdienst</i>, (uitgezonderd eenige weinige <i>Lutherschen</i>,) behoorende voor een gedeelte onder <i>Diemen</i>, een gedeelte te <i>Amsteldam</i>, en het overige onder de kerk op het <i>Hoedemaakerspad</i>.
-</p>
-<p>Het
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>.
-</p>
-<p>Dit is een zwaan in waterriet; op het lijf der zwaane is een gewoon wapenschild, waarop
-de letters W.&nbsp;G. M<span class="corr" id="xd32e7888" title="Bron: ,">.</span> (<i>Watergraftsmeir.</i>)
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GODSDIENSTIGE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Onder dit artijkel kunnen wij voegelijk plaatsen het school, aldaar aangelegd in den
-jaare 1786, toen, (op den 1sten Augustus) het onderwijs begon: het staat aan den Ringdijk,
-niet verre van de Schulpbrug, en is een allezins aan het oogmerk voldoend gebouw;
-alle de kinderen uit de Meir worden aldaar ter schoole besteld, van wat kerk de ouders
-ook mogen weezen; betaalende daarvoor niet aan den Meester, die door de Regeering
-van de Meir op een bepaald tractement aangesteld wordt, maar aan gemelde Regeering
-zelve; ofschoon de Meester ook de vrijheid hebbe kinderen van buiten het district
-der Meir in zijne school te ontvangen, na alvoorens door de ouders derzelven, met
-Heeren <span class="pageNum" id="pb9.9">[<a href="#pb9.9">9</a>]</span>Gecommitteerden, (welke ook regeringsleden zijn) dieswegen is gesproken, en als dan
-een order-briefjen van dezelve aan hem wordt vertoond.
-</p>
-<p>Alle jaaren word ook door de opgemelde Heeren in de school, een examen met de kinderen
-gehouden, en eenige dagen na dat zulks is afgelopen, gaan alle de kinderen onder het
-opzigt van den meester twee aan twee naar het rechthuis op de zaal, alwaar als dan
-de geheele Regering vergadert, benevens een aantal aanzienlijke persoonen, welke ’s
-jaarlijks mildadig tot dit leerschool contribueeren, en wordt als dan aan alle de
-aanweezende persoonen den staat en balans van het school opengelegd, en vervolgends
-aan de meestgevorderde kinderen eenige boeken tot prijzen geschonken: de meester is
-ook verpligt de kinderen der geallimenteerden en de weezen in zijn school te onderwijzen.
-</p>
-<p>Een arm- of wees-huis, is in de Meir niet; de armen en weezen worden bij de ingezetenen
-besteed; de laatsten echter draagen geene onderscheidende, maar burger kleding.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Het Rechthuis staat aan den hoek van den ringdijk, en de middenweg; is een allezins
-aanzienlijk gebouw, in den jaare 1777 geheel nieuw, en vierkant, van gebakkene steenen
-opgehaald; rondsom heeft het schuifraamen, en van vooren een bordes op colommen rustende:
-het pronkt ook met een geëvenredigd torentjen, met een slaande klok daarin; echter
-is in de kap van het gebouw een uurwerk, dat, naar buiten, de uuren wijst, op een
-wijzerplaat in het frontespies geplaatst—vóór het gebouw staan twee fraaje lantaarns,
-op steene pijlaaren.
-</p>
-<p>Toen het oude rechthuis nog aanwezig was, stond de strafplaats aan de zyde, maar nu
-is dezelve van vooren.
-</p>
-<p>Onder de wereldlijke gebouwen kan ook betrokken worden het tolhek voornoemd, op de
-<i><span class="corr" id="xd32e7913" title="Bron: Ontewaaler">Outewaaler</span> brug</i> geplaatst; hetzelve staat tusschen twee fraaje hardsteenen pijlaaren; boven aan,
-aan de voor- en achter zijde, zijn in dezelven geplaatst marmere steenen, <span class="pageNum" id="pb9.10">[<a href="#pb9.10">10</a>]</span>waarop het wapen van <i>Holland</i>, dat van <i>Amsteldam</i>, dat van de Meir, en op het vierde leest men, <span class="sc">anno</span> 1792, in welk jaar dit tolhuis aldus fraai vernieuwd is.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Bij ’t verleenen van octrooi ter bedijkinge en droogmaakinge van deeze Meir, werd,
-ten aanzien van het Heemrecht vergund, dat de landen in de Meir geregeerd zoude worden,
-door Hoofdingelanden en eenen Dijkgraaf, (te kiezen uit een door hen gemaakte nominatie,
-bij de Staten of de Rekenkamer der Graaflijkheids domeinen,) midsgaders door Heemraaden,
-Penningmeester, en andere bedienden, die door de Hoofd-ingelanden zouden verkozen
-worden; naderhand, in den jaare 1629, verkregen hoofd-ingelanden, dat alle overdragten
-en gerechtlijke verbindenissen van vaste goederen in de <i>Diemermeir</i> zouden geschieden, ten overstaan, van Dijkgraaf en Heemraaden: middelerwijl bleef
-de Hooge en Civile Jurisdictie aan den Gerechte van <i>Amstelveen, Diemen</i>, en <i>Ouderkerk</i>, onder welken de landen van de Meir van ouds gelegen waren; doch daar de eigenlijke
-grondscheidingen, voor ieder, gevolglijk ook iederer Jurisdictie, niet gemaklijk konde
-worden bepaald, ontstond er niet zelden verschil over de rechtspleegingen, dat aanleiding
-tot veele ongeregeldheden gaf, alwaarom in den jaare 1640, bij de rekenkamer der Graaflijkheid
-van <i>Holland</i> werd besloten, aan Heemraaden te vergunnen de Crimineele en Civile Jurisdictie te
-oefenen met den Bailluw van <i>Amstelland</i>, en dat de Dijkgraaf, na het overlijden, van den toen in leven zijnde Bailluw, te
-gelijk Bailluw van de <i>Diemermeir</i> zoude weezen; het welk Burgemeesteren van <i>Amsteldam</i>, als Ambachtsheeren van <i>Amstelveen</i>, ook toestonden, ten aanzien van de civile en dagelijksche Jurisdictie, voor zo verre
-aanging de gronden onder hun rechtsgebied van <i>Amsteldam</i> in de Meir gelegen, behoudende de crimineele rechtsoefening aan zig: „Van dien tijd
-af,” vinden wij aangetekend, „zijn de Heemraaden ook Schepenen geweest”.
-</p>
-<p>Volgends deeze vergunning, bestaat de regeering over de <span class="pageNum" id="pb9.11">[<a href="#pb9.11">11</a>]</span><i>Diemermeir</i> in twee Hoofdingelanden, verbeeldende Burgemeesteren der Stad <i>Amsteldam</i>; den Dijkgraaf, vijf Schepenen of Heemraaden, in opzichte van hun onderscheiden bewind,
-van Heemraadschap, of crimineel en civiel rechtsgebied, benevens een Secretaris en
-een’ Penningmeester.
-</p>
-<p>De Dijkgraaf is volgends de bovengemelde schikking van de Graaflijksheid rekenkamer,
-ook Schout van de Meir; doch hij heeft een Substitut, die te gelijk Bode is, en in
-de Meir zijne woonplaats heeft: deeze heeft een’ justitie-dienaar onder zig.
-</p>
-<p>Burgemeesteren van <i>Amsteldam</i> benoemen bij het openvallen van het Amt van Dijkgraaf, drie van de voornaamsten der
-Ingelanden, uit welken één door de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> tot Dijkgraaf wordt gekozen; Burgemeesteren stellen ook den Secretaris aan, en verkiezen
-jaarlijks, het ééne jaar twee, en het andere jaar drie Heemraaden, uit de nominatie
-van een dubbeld getal, hun door Dijkgraaf en Heemraaden overgeleverd.
-</p>
-<p>De verdere bedieningen staan allen ter begeevinge van het Collegie van Dijkgraaf en
-Heemraaden, in hunne verscheidene betrekkingen, van de hoogste tot de laagste toe.
-</p>
-<p>Dit Collegie houdt zijne gewoone rechtdagen, op den eersten maandag in iedere maand:
-sedert de bedijking schijnt hetzelve in de Meir vergaderd te hebben; doch met den
-jaare 1645, werd het verplaatst naar <i>Amsteldam</i>, in de Corps de guarde van de <i>Regulierspoort</i>, welke plaats het Collegie op den 11 December des jaars 1645 daartoe vergund was:
-voor ruim honderd jaaren, (1693,) verkreeg het Collegie eene betere rechtkamer naamlijk
-onder in het stadhuis te <i>Amsteldam</i>, welke kamer het behield tot in den jaare 1716, toen dat vertrek tot een ander gebruik
-geschikt, en Dijkgraaf en Heemraaden van de Meir vergund werd te vergaderen, in het
-Stadhuis voornoemd, boven de kamer van Commissarissen van Zeezaaken, alwaar zij tegenwoordig
-ook nog hunne rechtdagen en vergaderingen houden.
-</p>
-<p>Onder de mindere Amtenaaren boven bedoeld, behoort de gaarder van ’s Lands imposten,
-welk amt niet door de Regeering, maar door gecommitteerde Raaden begeeven wordt; het
-<span class="pageNum" id="pb9.12">[<a href="#pb9.12">12</a>]</span>wordt thans bekleed door den Substitut Schout, de Heer <span class="sc">Matthys Elsman</span>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>
-</p>
-<p>Zie wegens het markten in <i>Amsteldam</i>, onder het artijkel <span class="sc">Bezigheden</span><span class="corr" id="xd32e7994" title="Bron: ;">:</span> het voorrecht dat de bewooners van deeze Meir van de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> hebben bekomen, van naamlijk een tolhek op de <i><span class="corr" id="xd32e8002" title="Bron: Ontewaaler">Outewaaler</span> brug</i> te mogen plaatsen, blijkt uit het voorgaande, alwaar wij van dat tolhek spreeken—Een
-ander voorrecht van de <i>Diemermeir</i>, mag genoemd worden, dat over den middenweg, die, gelijk wij boven reeds gezegd hebben,
-van de <i>Outewaaler brug</i>, tot aan de <i>Hartsvelder-</i> of <i>Diemer brug</i>, loopt, geene Hessenkarren gevoerd, of varkens gedreven mogen worden.
-</p>
-<p>Nog kan men het een voorrecht noemen, dat de bestuurders der Meir niet behoeven te
-gedogen dat des avonds na beslotene stads poorten, eenig vreemdling zig in dezelve
-op de openbaare wegen vertoonen; gelijk men in dat geval dan ook door de nachtwachts
-aangehouden wordt, en rekenschap van zijn daarzijn moet geeven; bij de minste twijfeling
-aan de waarheid des voorgeevens, of bij ondervinding van de onwaarheid deszelven,
-wordt men in bewaaringe gesteld.
-</p>
-<p>De Meir heeft ook het voorrecht, dat op haaren bodem geene nachtegaalen gevangen mogen
-worden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>De welgelegenheid, en vruchtbaarheid der landen, in de <i>Diemermeir</i>, heeft dezelven meest tot moesland doen worden, dat een gedeelte van de inwooneren
-alhier een genoegzaam bestaan verschaft; zij brengen hunne voorraad meest te <i>Amsteldam</i> ter markt; waartoe hen, benevens die van de <i>Bijlmermeir</i>, eene bijzondere markt op de <i>Prinsegragt</i> ter dier stede is vergund: behalven dat, hebben zij verlof ontvangen van driemaal
-ter week op het Oudekerksplein, en éénmaal op de joode Groenmarkt aldaar te mogen
-markten.
-<span class="pageNum" id="pb9.13">[<a href="#pb9.13">13</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>
-</p>
-<p>Wat de Historie deezer aangenaame Meir betreft, na dat dezelve drooggemaakt was, (zie
-hier voor Art. <span class="sc">aanleg</span> en <span class="sc">grootte</span>,) kreeg de bedijking, in den voornacht tusschen 5 en 6 Maart des jaars 1651 het ongeluk
-van een doorbraak, welke door een andere aan den <i>Diemer zeedijk</i>, boven <i>Outewaal</i>, niet verre van <i>Jaap hannes</i>, veroorzaakt werd: het water liep omtrent de molen aan het <i>Nieuwe diep</i>, over den ringdijk van de Meir, en veroorzaakte daardoor een doorbraak, met een gat,
-ter lengte van omtrent 25 roeden, en eene diepte van 27 tot 30 voeten, beneden het
-winterwater; 16 voeten hoog stond het water in de Meir, en meest alles werd door de
-overstrooming vernield: evenwel was deeze ramp, hoe gewigtig, niet gewigtig genoeg
-om de ingelanden te doen wanhoopen aan het herstellen van hunnen vernielden arbeid,
-welke herstelling echter niet gemaklijk ten wege gebragt konde worden, dan door de
-Meir, die nu geheel onder water stond, weder te laaten uitmaalen, de gebouwen en beplantingen
-weder op te rechten en in stand te brengen, ten welken einde het octrooi van hunnen
-vrijdom voor den tijd van tien jaaren werd verlengd: onvermoeide arbeid kwam weder
-alles te boven; dan alleenlijk voor een zeer korten tijd: want in 1672, toen Nederland
-door het zwaard des oorlogs, die vervloekte geessel der verschrikkinge, geteisterd
-werd, moest de Meir niet weinig in dat akelig lot deelen; <i>Naarden</i>, de hoofdstad van het vermaaklijk <i>Gooiland</i>, werd door de <i>Franschen</i> veroverd, waarom men met reden voor <i>Amsteldam</i> begon te duchten, het welk ten gevolge had, dat de dijk doorgestoken en geheel de
-Meir onder water gezet werd; doch dit was echter maar voor korten tijd, en niettegenstaande
-de veroorzaakte aanmerkelijke verwoesting, werd, zo dra de vijand was afgetrokken,
-alles in zijn ouden luister hersteld: te recht daarom zingt de dichter <span class="sc">Van Bor</span> van deeze Meir:
-<span class="pageNum" id="pb9.14">[<a href="#pb9.14">14</a>]</span></p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Meir wordt land en landen beeken,
-</p>
-<p class="line">Wat Natuur al wondren teelt,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Is niet mooglijk uittespreeken,
-</p>
-<p class="line">Zo verwart zij in de weeld’!
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Nu pronkt zij haar kruin met Eiken,
-</p>
-<p class="line">Dan met waternimfs sieraad,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Nu weêr plant en bloem verrijken
-</p>
-<p class="line">Ceres aangenaam gewaad;
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Plant en bloem en duizend vruchten,
-</p>
-<p class="line">Schenkt er gunst te levren aan,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Die haar oog en haar genuchten
-</p>
-<p class="line">Kiezen in die weeldelaan, enz.</p>
-</div>
-<p class="first">In den jaare 1702, brak de <i>Diemer</i> of <i>Muider Zeedijk</i> weder door, het geen andermaal niet weinig bekommernis voor eene overstrooming van
-de Meir veroorzaakte; doch de ijver waarmede men de handen aan ’t werk sloeg, om overal
-waar men het noodig oordeelde den ringdijk van de Meir te versterken, werd met een
-gelukkigen uitslag bekroond; de Meir naamlijk leed geheel geene schade.
-</p>
-<p>In onze jongstledene onlusten, hebben de inwooners van de <i>Diemermeir</i> zig zeer onderscheiden in ijver voor de zaak der Vaderlandschgezinden; zij hebben
-zig met een ongemeenen ijver in de wapenhandel geoefend; het corps van den Rhijngraaf
-van <i>Salm</i>, heeft aan het rechthuis een geruimen tijd in bezetting gelegen: bij het aannaderen
-der <i>Pruissen</i>, was men er in geene geringe bekommering, niettegenstaande de gewapende ingezetenen
-moeds genoeg hadden om de vijand onder de oogen te gaan zien: de laage landen langs
-den <i>Outewaalerweg</i>, deelden in de gedaane <span class="corr" id="xd32e8103" title="Bron: innudatie">inundatie</span>, en de <i>Pruissen</i> hebben er vervolgends niet zeer verpligtend geleefd, trouwens aldaar nog beter dan
-elders; van tijd tot tijd ondernaamen voords eenige van de tegenpartij, voornaamlijk
-uit <i>Amsteldam</i>, baldaadigheden in de Meir te pleegen, doch de loflijke activiteit van den Substitut
-Schout, den Heere <span class="sc"><span class="corr" id="xd32e8112" title="Bron: Mathys">Matthys</span> Elsman</span>, reeds gemeld, heeft hen gedwongen dat opzet te laaten vaaren.
-<span class="pageNum" id="pb9.15">[<a href="#pb9.15">15</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>,
-</p>
-<p>Onder deezen zoude in de daad geheel de Meir betrokken kunnen worden; met uitzondering
-verdienen de ongemeen prachtige lusthoven die er in gevonden worden den aandacht van
-den wandelaar; die op den hoek van den <i>Kruisweg</i>, aan den <i>Weesper weg</i>, pronkt met een zeer fraaje <i>Turksche</i> tent, staande op het wachthuis dat aan dien ingang geplaatst is.—Het tegenwoordige
-rechthuis, en het tolhek, is mede der bezichtiginge dubbeld waardig.
-</p>
-<p>Weleer was ten einde van de <i>Schagerlaan</i>, ook een fraaje Maliebaan, ter uitspanninge van de geenen die zig aldaar kwamen verlustigen;
-deeze laan had eene lengte van 173 roeden, in haare behoorelijke beschotten ingesloten;
-aan beide zijde van dezelve stond een rei hoogopgaande en aan de binnenzijde plat
-geschorene boomen, die eene zeer aangenaame vertooning maakten, en welke aangenaamheid
-niet weinig vergroot werd, door de lusthoven ter wederzijde langs de rijwegen gelegen:
-de herberg aan het begin der baane, en die nog aanwezig is, had de huur deezer laane,
-gelijk zij ook nog het <i>Maliehuis</i> heet—Behalven met het maliespel, plagt men zig in deeze baan ook niet zelden te vermaaken
-met het zogenaamd blindloopen, bestaande in eene weddingschap om geblinddoekt de baan
-overlangs doorteloopen, zonder tegen de zijschotten aantestooten; doch niettegenstaande
-de menigte gasten welken door deeze vermaaken, zo wel als door de aangenaamheid van
-den oord derwaards gelokt werden, is de baan van tijd tot tijd zo verre vervallen,
-dat zij tot eene harddraavers baan gebruikt werd, en eindelijk geheel verdweenen is,
-gelijk men er thans niet meer van ziet dan de grazige vlakte alwaar dezelve gelegen
-geweest is.
-<span class="pageNum" id="pb9.16">[<a href="#pb9.16">16</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>,
-</p>
-<ul>
-<li><i>Rozendaal.</i>
-</li>
-<li><i>De Schulp.</i>
-</li>
-<li><i>Het Rechthuis.</i>
-</li>
-<li><i>De Maliebaan.</i></li>
-</ul><p>
-</p>
-<p>Voords nog vier in de <i>Schaagerlaan</i>, die echter sedert eenigen tijd geene andere tap-actens bekomen dan van bier, coffij
-en thee.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>,
-</p>
-<p>Om zodanig eens te noemen de gelegenheden die in deeze Meir gevonden worden, om in
-dezelve, en van daar naar elders te komen: die gelegenheden zijn de toegangen reeds
-gemeld; behalven deezen, ligt digt bij het tolhek op den <i>Outewaaler weg</i> nog een pad dat op den hoogendijk nabij <i>Zeeburg</i> uitkomt; op gemelden weg is ook nog een pad, waarmede men op den <i>Weesperweg</i> komt: met de gewoone <i>Muider-</i> en <i>Weesper-schuiten</i> kan men ook van <i>Amsteldam</i> naar de <i>Schulpbrug</i>, of van daar derwaards vaaren: aan gemelde brug, in de ringsloot, vindt men des zomers
-zondags en maandags, gemeenlijk ook nog een zogenaamd Ossemarkts jagtjen, waarmede
-men voor één stuiver de persoon, naar de stad vaart; de <i>Utrechtsche weg</i> opgewandeld zijnde, tot over den ringdijk, wordt men voor vier duiten de persoon,
-ook over de <i>Amstel</i> gevaaren.
-</p>
-<p>Aan het tolhek vaart ook een geregelde veerschuit naar <i>Amsteldam</i>, des zomers maandag, woensdag en vrijdag, ’s morgens vroeg, en van daar te rug, op
-dezelfde dagen, ’s middags ten 12 uure: des winters vaart deeze schuit alleenlijk
-maandags en vrijdags.
-</p>
-<p>Toen de Maliebaan nog in stand en bloei was, reed des zondags en maandags, van even
-buiten den Muiderpoort, eene soort van Post- of zogenaamde Bolder-wagen, naar gezegde
-baan, en terug; dit was een veer, doch zonder bepaalde uuren; de vracht voor ieder
-persoon was 2½ stuiver: sedert het vervallen der Maliebaan is dit veer ook te niet
-geraakt.
-<span class="pageNum" id="pb10.1">[<a href="#pb10.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="waverveen" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1261">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figwaverveenwidth"><img src="images/waverveen.jpg" alt="Het dorp Waverveen" width="497" height="720"><p class="figureHead">Het dorp Waverveen</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Het dorpjen WAVERVEEN, dus door de Kunst gemaald,
-</p>
-<p class="line">Werd om gehoorzaamheid van ’t oorlog aangegrepen,
-</p>
-<p class="line">Thans dreigt ’t gebaggerd meir het in zijn balg te sleepen,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Des wordt weêr zijnen vlijt met bange vrees betaald.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
-AMBACHTSHEERELIJKHEID<br>
-<span class="ex">WAVERVEEN</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Geen onvermaaklijk gedeelte van het bevallig <i><span class="corr" id="xd32e8219" title="Bron: Anstelland">Amstelland</span></i>, maakt deeze Ambachtsheerelijkheid uit: haare
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
-</p>
-<p>Is gelijk gezegd is, in <i>Amstelland</i>, drie uuren gaans ten zuiden van <i>Ouderkerk</i>; hebbende ten westen en zuiden de Provincie <i>Utrecht</i>, ten oosten de vrije Heerlijkheid <i>Waveren Botsholl</i>, en ten noorden de rivieren de <i>Amstel</i> en de <i>Waveren</i>—Verder kan die ligging nader opgemaakt worden, uit de scheipaalen die men op den
-gemeenen weg of zogenaamden <i>Veendijk</i>, als op de <i>Rondeveensche Kade</i> vindt, welken voor zo veel de Jurisdictien betreffen de scheidingen van deeze met
-die der Heerelijkheid <i>Waveren, Botsholl</i> en <i>Ruigewilnisse</i> aanduiden; edog daar hetzelve voor meer dan ⅞ deelen is uitgeveend, kan men de strekking
-in de uitgeveende plassen bezwaarlijk onderscheiden, schoon de ingezetenen zulks door
-strooken lands en rietakkers weeten te bepaalen.
-<span class="pageNum" id="pb10.2">[<a href="#pb10.2">2</a>]</span></p>
-<p>Tot <i>Waverveen</i> behoort nog het district <i>Strooknes</i> aan den <i>Amstel</i>, met een groote schutsluis ten einde van de vaart, het <i>Bijleveld</i> genaamd, gelegen.
-</p>
-<p>Het bestaat wijders in drie Polders—naamlijk: de <i>Gemeene</i> of <i>Beoosten Bijleveldsche Polders</i>, gemeen met <i>Waveren Botsholl</i>, en een gedeelte van <i>Ruigewilnisse</i>—de <i>Hoflandsche Polder</i>, gemeen met <i>Mijdrecht</i> onder de Provincie van <i>Utrecht</i> voor 1⁄13​, en benoorde <i>de Zuwe</i>, gemeen met <i>Mijdrecht</i>, voor circa ⅔ part, welke laatstgemelde polder, thans door Hun Ed. Mog. de Heeren
-Staaten ’s Lands van <i>Utrecht</i>, door de bewerking van een Stoom- of Vuur-machine (der moeite waardig te bezichtigen,)
-wordt uitgepompt en drooggemaakt, waarin het aandeel der droogtemakene gronden voor
-<i>Waverveen</i> circa 240 morgen beloopt.
-</p>
-<p>Over het algemeen is de grond van deeze Heerlijkheid zeer veenig, waarvan ook niet
-weinig gebruik is gemaakt, echter ligt het dorp zelf groen en aangenaam.
-</p>
-<p>Van de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>
-</p>
-<p>Hebben wij niets kunnen ontdekken, in zo verre het eerste lid des naams betreft, dat
-is <i>Waveren</i>, zekerlijk aan het dorp van dien naam gegeven, naar het water, de <i>Waver</i> geheten, ’t welk het gezegde dorp, (waar van straks nader,) van <i>Ouderkerk</i> afscheidt; dat er het woord veen bijgevoegd is geworden, is om dat het bijna geheel
-uit veenen bestaat, en den oord derhalven met recht den naam van <i>Veenen van Waveren</i>, of <i>Waverveen</i> (ook <i>Waverenveen</i>,) mag draagen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE.</span>
-</p>
-<p>Wat het eerste gedeelte van dit artijkel, de stichting naamlijk, betreft, daaromtrent
-is wederom niets met volkomen zekerheid te zeggen, waarschijnelijk zoude het kunnen
-genoemd worden, zo men stelde dat de gunstige gelegenheid tot de turfmaakerij hier
-eenige lieden heen getrokken, en het wèl slaagen van hunne onderneeming weldra navolgers
-verschaft zal hebben.
-<span class="pageNum" id="pb10.3">[<a href="#pb10.3">3</a>]</span></p>
-<p>Wat aangaat de grootte van <i>Waverveen</i>, daarvan leezen wij in den tegenwoordigen staat van <i>Holland</i> het volgende: „In de oude quohieren stond het begroot op 268 morgen, 100 roeden lands,
-en in de nieuwe vinden wij de landen verminderd op 114 morgen, 450 roeden: maar het
-getal der huizen is, in de lijst van den jaare 1732 niet afgenomen, waarin 93 nommers
-werden aangetekend; honderd jaaren te vooren werd het op 85 huizen, doch, thans op
-58, begroot:” zij zijn niet onvermaaklijk op hunne erven gelegen, en op sommige plaatsen,
-nog al aangenaam in het geboomte; ook vertoonen zij zig allen als vrij wèl onderhouden:
-zij liggen ter wederzijde van een’ eenigzins smallen weg, (den <i>Veendijk</i>,) langs iedere zijde van welken een sloot loopt, die aan de eene zijde smal, doch
-aan de Kerk-zijde, (de <i>Veenwatering</i> genaamd,) zo breed is dat dezelve met turfeikers bevaaren kan worden, alwaarom ook
-voor iedere werf een gewoone draaibrug ligt: vóór de werf waarop de Kerk staat is
-een net wipbrugjen, over ’t welk men naar de Kerk gaat, en dat wijd genoeg is, om
-er met de voornoemde schepen onderdoor te kunnen vaaren: men vindt te <i>Waverveen</i> hier en daar nog al een buitenverblijf, die echter den naam van hoven niet kunnen
-draagen.
-</p>
-<p>Het gezegde getal huizen wordt bewoond door 240 menschen, (de kinderen daaronder begrepen:)
-van deeze bewooneren zijn bijna 110 van den <i>Gereformeerden Godsdienst</i>, de overigen zijn meest allen <i>Roomsch</i>.
-</p>
-<p>Het
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
-</p>
-<p>Van <i>Waverveen</i>, is een rood schild, waarover een eenigzins gebogen zwarte balk loopt, en op den
-zelven twee witte kruisen.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>De <i>Gereformeerde</i> Kerk welke hier wederom in de eerste plaats in aanmerking komt, is de derde die <i>Waverveen</i> geheugt: de eerste Kerk na de reformatie stond op deeze zelfde plaats, <span class="pageNum" id="pb10.4">[<a href="#pb10.4">4</a>]</span>dewelke in den jaare 1592 door <span class="sc">Petrus Edessen</span>, Predikant van <i>Amstelveen</i> en <i>Ouderkerk</i>, met eene openbaare Leerrede ingezegend is; in het zelfde jaar (1592) werd de Proponent
-<span class="sc">Cornelius Paludanus</span> tot gewoon Leeraar deezer gemeente (schoon het getal der ledemaaten maar slechts
-vijftien was,) beroepen; de voorn. Kerk werd tot in het jaar 1697 tot den openbaaren
-Godsdienst gebruikt, wanneer dezelve door verzakking reeds bouwvallig was geworden,
-en men gelegenheid had of bekwam, om naar gedachten met minder kosten, dan de Oude
-kerk te herstellen, een groot gebouw, hetwelk op een andere plaats schuin tegenover,
-naast het buitenplaatsjen thans <i>Veenlust</i> genaamd, reeds stond, te maaken en te bereiden tot een Kerkgebouw; dit huis was aangelegd
-en gebouwd geweest tot een groot en aanzienlijk woonhuis, maar de bouwer en eigenaar
-van hetzelve overleden zijnde, was er gelegenheid om het te kunnen bekomen; en men
-vond goed, de Oude kerk te verlaten en het voorn. gebouw tot een Kerk te vervaardigen
-en verder optetimmeren, met dien spoed dat er den 3 Maart 1697 de eerste Godsdienstoefening
-in werd verricht, en door den Wel-Eerw. <span class="sc">Abraham Oosterlandt</span>, ten dien tijde Predikant aldaar, werd ingewijd; de fundamenten van dit gebouw waren
-niet wèl gelegd of verzorgd, zo dat het verzakte en scheurde in zo verre dat er geene
-mogelijkheid was om het eenigzins te herstellen, en het des met eene jammerlijke instorting
-dreigde, waarom dan de Predikant en Gemeente hetzelve verlieten, en hunnen toevlugt
-tot het Schoolhuis namen, alwaar zij op een zeer ongemaklijke en bekrompene wijze,
-twee jaaren lang de openbaare Godsdienstoefening verrichtten; tot dat de derde of
-tegenwoordige Kerk in den jaare 1755 volbouwd was, en 3 Augustus door den Wel-Eerwaardigen
-Do. <span class="sc">Jan van Staveren</span> met een Leerrede over <i>Esra</i> 1. <i>vs.</i> 5–6 is ingewijd: deeze Kerk is in alle deelen een net en kunstig gebouw, zijnde van
-buiten een Kruis-kerk, en van binnen met witte muuren, coupelswijs opgemetzeld: zij
-is wel niet groot, maar groot genoeg voor de gemeente, die er in vergadert; ze is
-met een pannen dak gedekt, en draagt een vierkant open <span class="corr" id="xd32e8381" title="Bron: toortjen">torentjen</span> met uur<span class="corr" id="xd32e8384" title="Niet in bron">-</span> en slagwerk, dat met een agtkant rond gedekt is, zijnde ook van een agtkant spits
-voorzien: rondsom de kerk ligt, gelijk op de meeste <span class="pageNum" id="pb10.5">[<a href="#pb10.5">5</a>]</span>Hollandsche dorpen plaats heeft, een vrij ruim algemeen kerkhof met een gezand pad
-omgeeven, en aan de buitenkant met een <i>Ipen haag</i> voorzien: de toegang tot het Kerkhof en Kerk is met een modieus hek van de kerklaan
-afgesloten.
-</p>
-<p>Boven den ingang leest men in eenen steen uitgehouwen:
-</p>
-<p class="center"><span class="asc">Ezaia xxvi. vs.</span> 8.<br>
-<i>De eerste steen is gelegd door</i>,<br>
-<span class="sc">Jan David Brouwer</span>, van <i>Stavoren</i>,<br>
-<i>op den 15 July</i> <span class="sc">CIↃIↃCCLIV</span>,<br>
-<i>Aangelegd en volbouwd, onder het beleid van</i><br>
-<span class="sc">Coenraad Hoeneker</span>, Mr. Metselaar te <i>Amsteldam</i>.
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Van Staveren’s leeraars zoon, lag mij den eersten steen,
-</p>
-<p class="line">o God! vergroot den glans, die mij reeds mild bescheen;
-</p>
-<p class="line">Verschijn zo heerlijk, en wil hier in vrede geeven,
-</p>
-<p class="line">Dat veelen ingaan door uw woord en geest ten leven.</p>
-</div>
-<p class="first signed"><span class="sc">Hendrik Lussing</span> <i>Matthysz</i>.<br>
-<span class="asc">Eccl. iv. vs.</span> 17.
-</p>
-<p>Tot voor omtrent tien of elf jaaren was het ruim der Kerk alleenlijk door een groote
-midden, en aan wederzijde van dezelve twee kleine deuren in den muur van den buitenweg
-afgesloten, het geen, dat te begrijpen is, zijne onaangenaame gevolgen had; doch ten
-gemelden tijde is die ingang door een vrij ruim portaal, met twee groote deuren van
-de genoemde buitendeuren afgescheiden.
-</p>
-<p>Van binnen is het kerkjen in alle deelen zeer net ingericht; tegen over den ingang
-is eene vergaderkamer, voor die geene welken met de zaaken der kerk belast zijn; boven
-dezelve is een kleine gaanderij; eene dergelijke heeft men, om het regelmaatige in
-de bouwing te bevorderen, ook boven het nieuwe portaal voornoemd gemaakt.
-</p>
-<p>De zoldering van het ruim is geheel en zeer net gestukadoord; in het midden van dezelve
-is eene ronde opening, waarin de stang van een kaarskroon, door welke, onder den avond
-godsdienst de kerk verlicht wordt, is vastgemaakt aan de eene en <span class="pageNum" id="pb10.6">[<a href="#pb10.6">6</a>]</span>andere zijde van gezegde opening, leest men, op het stukadoorsel, met fraaje groote
-gouden letters:
-</p>
-<p class="center"><span class="asc">DE GOD DES HEMELS.</span>
-</p>
-<p>Er is geen orgel in deze kerk, doch voor het overige ontbreekt er niets, van het geen
-men gewoonlijk in een wèl aangelegd kerkruim begeert te vinden; de predikstoel is
-zeer net, als mede het doophek; vóór den predikstoel staande ziet men ter linkerzijde
-een zeer aanzienlijk gestoelte van den Ambachtsheer, of de Ambachtsvrouwe; boven hetzelve
-staat een breed bord, beschilderd met de wapens van de tegenwoordige Ambachtsvrouwe
-en van haar Eds. echtgenoot; beneden deezen op het zelfde veld, zijn in quartieren
-als een algemeen wapen, die van de Ambachten van <i>Waverveen, Waveren Botsholl</i>, en voorts met ornamenten geschilderd: tegen over dit gestoelte, ter andere zijde
-van den predikstoel, is de Schepensbank, die mede zeer ruim is, en recht tegen over
-den predikstoel, aan het andere einde der kerk staat het, niet minder ruim gestoelte
-van oude Regenten en Armmeesteren; boven dit gestoelte hangt een wapenbord van den
-Heere <span class="sc">Gouwenaar</span>, Capitein ter zee, overleden den 17 Mai 1714 op deszelfs buiten <i>Zee Rust</i>, aan de <i>Nessersluis</i>, thans aan den Heere <span class="sc">Jacob Vlasvat</span> behoorende: ten teken zijns diensts hangt er een degen boven: het heeft de vorige
-kerk reeds vercierd.
-</p>
-<p>De Gemeente word thans bediend door de predikanten uit den <i>Ring</i>; zijnde het beroep vacant geweest door het vertrek van den Wel-Eerwaarden Heere <span class="sc">Joh. Leon. Wolterbeek</span>, die naar <i>Loenen</i> beroepen is: doch thans is in deszelfs plaats den Wel-Eerwaarden Heere <span class="sc">J.&nbsp;C. Guinoseau</span> Proponent in <i>’s Haage</i>, alhier beroepen; dewelke in de maand Februarij aanstaande één aanvang zijner bediening
-staat te neemen: zijnde zijn Wel-Eerw. alsdan de 21 predikant sedert de Reformatie
-ter deezer plaatse.
-</p>
-<p>De kerk is gemeenschaplijk voor <i>Waverveen</i> en <i>Waveren</i>.
-</p>
-<p>Het Schoolhuis dat mede gemeenschaplijk voor <i>Waverveen</i> en <i>Waveren</i> dient, staat nabij de kerk, en is een vrij goed gebouw, dat in alle deelen aan het
-oogmerk beantwoordt: de <span class="pageNum" id="pb10.7">[<a href="#pb10.7">7</a>]</span><i>Roomschgezinden</i> van beide de meergemelde Ambachten, zijn ook verpligt hier hunne kinderen ter schoole
-te laaten gaan om dat zij geen school voor hun afzonderlijk in dezelven hebben: het
-getal der gezamenlijke kinderen, welken in dit school komen, bedraagt, de jaaren door
-elkander gerekend, bijna 50 ’s jaars.
-</p>
-<p>Vier a vijf minuten gaans van de Kerk staat de <span class="corr" id="xd32e8497" title="Bron: Postorij">Pastorij</span>, dat een zeer goed ruim en welgelegen gebouw en in den laatstledenen jaare merkelijk
-verbeterd is.
-</p>
-<p>Een Weeshuis, Armenhuis, of dergelijk gesticht is hier niet: zie verder het art. <span class="sc">wereldlijke regeering</span>.
-</p>
-<p>Een tolbrug, die te <i>Waverveen</i> gevonden wordt, en den naam draagt van <i>Bijleveldsche brug</i>, wordt ten voordeele van de kerk verpacht, door Schout en Kerkmeesters, ten overstaan
-van Schepenen van <i>Waverveen</i> en <i>Waveren</i>: nog heeft de Kerk een ander inkomen voor derzelver onderhoud, naamlijk één duit
-van iedere roede lands dat onder <i>Waverveen, Waveren</i>, enz. zal uitgeveend worden; ook moeten de veenders, boven dien, voor iederen ploeg
-volks, welken zij te werk stellen ƒ&nbsp;1:10 stuivers betaalen, dit echter niet ten voordeele
-van de Kerk maar van de algemeene armen, zo wel die van de <i>Roomschen</i> als van de <i>Gereformeerden</i>, die het gelijklijk deelen: beide gezegde belastingen op het veenen, beloopen jaarlijks,
-(de jaaren weder door elkander gerekend,) eene somme van ƒ&nbsp;600.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Onder dit art. hebben wij niet anders te betrekken, dan het Schouts huis, dat vrij
-aanzienlijk is, met een vierkant plein met opgaande Linden boomen beplant, waar achter
-een redelijk uitgestrekt boschjen, met diverse wandelwegen doorsneeden, staande hetzelve
-achter het Rechthuis, dat een gewoon boeren huis en herberg zonder eenig aanzien is;
-men vind er echter een Rechtkamer in, waarvoor in groote letters geschreven staat:
-<span class="sc">Vivat Justitia</span>, zijnde deeze huizen langs de vaart het <i>Bijleveld</i>, waardoor de meeste schepen en vaartuigen naar en van <i>Amsteldam</i> uit de <i>Ronde</i> veenen moeten passeeren gelegen, en beiden aan het Ambacht van <i>Waverveen</i> behorende.
-<span class="pageNum" id="pb10.8">[<a href="#pb10.8">8</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KERKELIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Deezen bestaat uit den Predikant in den tijd, een Ouderling en Diacon uit <i>Waverveen</i>, en een Ouderling en Diacon uit <i>Waveren Botsholl</i> en <i>Ruigewilnisse</i>, waarvan jaarlijks, (indien niet in hunnen diensten werden gecontinueerd) een Ouderling
-en Diacon afgaan, en door anderen uit het Ambacht daar de afgaande onder gehooren,
-vervangen worden: staande de verkiezing derzelven, alsmede van den Gaardermeester
-die voor beiden de Ambachten fungeert, aan den Kerkenraad.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>In 1731 werd de waardigheid van Ambachtsheer bekleed door den Heer <span class="sc">Wilhelmus Hogerwaard</span>, Heere van <i>Valkenstein</i>, die het Ambacht toen uit de Graaflijkheids Domeinen voor een somma van ƒ&nbsp;6600:-:
-kocht: in 1766 kwam zij aan den Heere Mr. <span class="sc">Paulus Abraham Gilles</span>, ten dien tijde Secretaris van den Raad van Staaten der Vereenigde Nederlanden, den
-welke in den jaare 1792 overleed, en is de Heerlijkheid op de Wel-Edele Geb. Vrouwe
-Mevrouwe <span class="sc">Brigitta Susanna Jacoba Lups</span>, geboren <span class="sc">van Dam</span>, gedevolveerd.
-</p>
-<p>Ter eerster aanleg worden de civile zaaken afgedaan door den Schout, zijnde thans
-de Heer <span class="sc">Jan van Wickevoort Crommelin</span>, die er ook het amt van Secretaris bekleedt, en vijf Schepenen; het eene jaar gaan
-gewoonlijk twee en het andere jaar drie van dezelve af; doch sustineert de Ambachtsheer
-of Vrouwe Schepens te continueren of minder getal af te laaten gaan, zo staat zulks
-aan hun goedvinden, en worden de aankomende door den Ambachtsheer of Vrouwe, uit een
-nominatie van een dubbel getal door Schepenen te maaken, ten overstaan van den Schout,
-geëligeerd; hetgeen mede plaats grijpt ten aanzien van de Kerkmeesteren, waarvan altoos
-één van <i>Waverveen</i> en één van <i>Waveren Botsholl</i> fungeert, als ook van de <i>Gereformeerde</i> en <i>Roomsche Buiten</i> armmeesteren, alle welke bedieningen in een dubbeld getal genomineerd, en op voorgemelde
-wijze geëligeerd of gecontinueerd worden: de Ambachtsheeren of Vrouwen <span class="pageNum" id="pb10.9">[<a href="#pb10.9">9</a>]</span>hebben daarenboven de aanstellinge van Schout, Secretaris, een Hoogheemraad van <i>Amstelland</i>, alsmede van de <i>Ronde veensche</i> bepoldering; de Bode, Koster, Voorleezer, Schoolmeester, Doodgraaver, Eiker, de Veerschipper
-op <i>Amsteldam</i>, en de Nachtwacht.
-</p>
-<p>Bij vacature van den Predikant worden, na voorgaande bekomene handopening van den
-Ambachtsheere of Vrouwe, door den Kerkenraad vier persoonen genomineerd, en de beroeping
-daaruit gedaan bij de mans-ledematen, waarvan de approbatie of improbatie door den
-Ambachtsheere of Vrouwe wordt gedaan.
-</p>
-<p>In het crimineele moeten de ingezeetenen van <i>Waverveen</i> te recht staan voor Schepenen van <i>Ouderkerk</i>.
-</p>
-<p>De zaaken der onderscheidene Polders van <i>Waverveen, Waveren Botsholl</i> en <i>Ruigewilnisse</i>, werden bevoorens door een algemeen bestuur beheerd: in 1643, naamlijk, werd tusschen
-de Poldermeesteren en Ingelanden met de bijzondere Gerechten overeengekomen, dat de
-Regeering van de gemeene Polders, toen begroot op 1600 morgen, zouden gesteld en gelaten
-worden onder het beleid van vijf Hoofd-ingelanden, waarop goedkeuring bij willige
-condemnatie van den Hove van <i>Holland</i> verzocht werd; echter is eenigen tijd daarna, door omstandigheden die plaats hadden,
-deeze conventie niet meer in gebruik gebleeven, en wel bijzonder sedert 1674, wanneer
-niet alleen door de polders van <i>Waverveen, Waveren</i> enz. maar ook door de stichtsche polders een request aan de Heeren Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> werd gepresenteerd, waarbij te kennen werd gegeven, dat door de invasie van de <i>Franschen</i> in 1672, en om te beletten dat dezelve niet verder in deeze Landen zouden avanceren,
-alle de bovengemelde polders doorgestoken en onderwater gezet waren, en alzo geen
-raad wisten dezelve polders wederom droog te krijgen, dan alle dezelve te besluiten
-in eene gemeene Ringkade; waartoe zij van Hun Ed. Groot Mog. octroi verzogten, hetwelk
-op den 23 Januarij 1674 ook is geobtineerd: en werden de respective polders sedert
-gederigeerd, als: de <i>Gemeene</i> of <i>beoosten Bijleveldsche polder</i>, door den Schout en twee Poldermeesteren, als een uit de Hoofd-ingelanden van <i>Waverveen</i>, en de andere uit die van <i>Waveren Botsholl</i>, door den Ambachtsheere of Vrouwe, uit een dubbeld getal geëligeerd: deeze voeren
-den tijtel van Dijkgraaf en Heemraaden.
-<span class="pageNum" id="pb10.10">[<a href="#pb10.10">10</a>]</span></p>
-<p>De <i>Hoflandsche polder</i>, als zeer klein en weinig omslags daarbij zijnde, wordt door den Schout als Administrateur
-beheerd: en de polder <i>Benoorde de Zuwe</i>, mede voor zo veel <i>Waverveen</i> aangaat, door den Schout en één Poldermeester uit de Hoofdingelanden, als hier voor
-gemeld geëligeerd, waargenomen.
-</p>
-<p>De Diaconie, zo wel als de buiten, het zij <i>Gereformeerde</i> of <i>Roomsche</i>, armen, worden besteed, of er worden huisjens voor gehuurd waarin zij geplaatst en
-verzorgd worden.
-</p>
-<p>Dan ten aanzien van de genoemde buiten-armen, staat aantemerken, dat bij publique
-verkoop van vaste goederen, één duit van den gulden, ten hunnen behoeven wordt betaald,
-gelijk ook wanneer het een of ander geschenk aan den armen wordt gegeven, zonder bepalinge
-daarbij aan welken, dit een en ander altoos half voor de <i>Gereformeerde</i> en half voor de <i>Roomsche</i> armen verdeeld wordt.
-</p>
-<p><i>Weesmeesteren</i> worden in deeze Ambachtsheerelijkheden niet aangesteld: de Weezen wier ouderen zonder
-uitersten wille gestorven zijn, worden door Schout en Gerechte, die de plaats van
-Weesmeesteren vervangen, verzorgd, en zo er door de Ouders een testament gemaakt is,
-vindt men in hetzelve hunne begeerte wegens ’t verzorgen hunner kinderen voorgeschreven.
-</p>
-<p><span class="sc">Voorrechten</span> hebben die van <i>Waverveen</i> niet, ook is ons niet bericht dat zij onder bijzondere verpligtingen liggen.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>Van de bewooners bestaan hoofdzaakelijk in de baggerij, echter wordt de visscherij
-in de uitgeveende plassen er ook niet weinig ter hand genomen, waaruit derhalven de
-bezigheid van het bereiden van allerlei vischwant, enz. voordvloeit: de turf welke
-alhier en in den omtrek gebaggerd wordt, wordt meest te <i>Amsteldam</i> gesleten, en ook des winters over het ijs met sleden vandaar herwaards gebragt: voords
-doet men er eenige van die bezigheden die in de burgerlijke zamenleving niet gemist
-kunnen worden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS</span>.
-</p>
-<p>Het voornaamste dat onder dit artijkel gezegd kan worden, bestaat <span class="pageNum" id="pb10.11">[<a href="#pb10.11">11</a>]</span>in het gedrag der <i>Franschen</i> aldaar: in den jaare 1672 zig meester van <i>Utrecht</i> gemaakt hebbende, verzekerden zij zig van de huize te <i>Loenen</i> en <i>Loenresloot</i>, en konden derhalven met weinig moeiten langs de <i>Geuze sloot</i> en <i>Demmerik</i> te <i>Zuwe</i> op <i>Waverveen</i> en <i>Wavere Botsholl</i> aankomen, vermits zij niet onder het <i>Sticht</i>, maar in <i>Amstelland</i> gelegen, zig van geen <i>Fransche Sauvegarde</i> konden bedienen; men maakte, ’t is waar, een schans aan den <i>Uithoorn</i>; en de <i>Nes</i> werd met een uitlegger verzorgd, maar dit alles kon aan <i>Waverveen</i>, te verre buiten de voorgedachte posten gelegen, tot geene volkomene bescherming
-verstrekken: de ingezetenen van deeze plaatsen in twee compagniën bestaande, één van
-<i>Waverveen</i>, onder den Capitein en Schout <span class="sc">Christoffel Meijer</span>, en één van <i>Waveren Botsholl</i>, onder den Capitein en Secretaris <span class="sc">Blokhuis</span>, kregen verlof op ’s Lands kosten tot hun eigen bescherming en veiligheid te waken,
-en door nauwe wachthouding den vijand te beletten verder daardoor in de Provincie
-van <i>Holland</i> intebreken; dan, daar deeze huislieden onervaaren waren in den oorlog, en te zwak
-om den vijand tegenstand te kunnen bieden, werd noodig geacht, dat zij door zekeren
-uitlegger de <i>Amsteldamsche galei</i> genaamd, met zeven-en-twintig man bemand en <span class="corr" id="xd32e8724" title="Niet in bron">van </span>verscheidene stukjens voorzien, onder commando van Capitein <span class="sc">Spelt</span>, versterkt werden, neemende deeze uitlegger om tegenweer te kunnen bieden deszelfs
-legplaats in het <i>Bijleveld</i>, bij de <i>Bijleveldsche brug</i>, onder <i>Waverveen</i>.
-</p>
-<p>De <i>Fransche</i> Commandant, de Markgraaf <span class="sc">De Genlis</span>, op het huis te <i>Nieuwrode</i> zijnde, zond een- en ander-maal brandbrieven naar <i>Waverveen</i>, en wel den laatsten den 5 September 1672, met bevel van tien schepen met hooi, ieder
-20 voeren groot, binnen vier dagen te <i>Utrecht</i> te leveren, met bijvoeging der straffe, dat de Schout gevangen en de plaats gebrand
-zouden worden.
-</p>
-<p>Maar dewijl deeze plaatsen, veendorpen zijnde, met geen of weinig weilanden voorzien
-waren, was het niet mogelijk deezen eisch te voldoen—des trokken de <i>Franschen</i> op den vijfden November met vierhonderd mannen uit <i>Utrecht</i>, door <i>Breukelen</i> en <i>Ter Aa</i>, kwamen te <i>Demmerik</i> daar zij zig verdeelden, een gedeelte naar <i>Vinkeveen</i> en de andere naar <i>Meijdrecht</i> zig begaven, om dus <i>Waverveen</i> enz. van de oost- en west-zijde aantetasten—<span class="pageNum" id="pb10.12">[<a href="#pb10.12">12</a>]</span>toen de tijd tot den uitvoer van hun oogmerk begon te naderen, stelden die van <i>Vinkeveen</i> zig omtrent <i>Ruigewilnisse</i> in orde, en hadden voorposten aan het einde van <i>Vinkeveen</i> geplaatst, dewelke beletteden dat men geen kundschap te <i>Waverveen</i> konde bekomen.
-</p>
-<p>Zoo haast die van <i>Mijdrecht</i> naar het westeinde van <i>Waverveen</i> afzakten, en die te <i>Vinkeveen</i> het sein hoorende, kwam men het oosteinde overvallen, de wipbrug te <i>Botsholl</i> was opgehaald, doch eenige van hun door het water zwemmende, lieten dezelve neder—zij
-renden eilings, ’s nachts om drie uuren, naar de <i>Bijleveldsche brug</i>—alles geraakte weldra in alarm, de posten en wachten der huislieden, na dat twee
-van hun waren doodgeschooten, werden verdreeven, en geen onderstand van Staaten volk,
-dat aan den <i>Uithoorn</i> lag bekomende, moest men vlugten en alles verlaten—Het voornaamste oogmerk der <i>Franschen</i> was den voorgemelden uitlegger te vermeesteren, die daar ook gelegd was, op dat er
-geen turf uit de veenen naar den vijand te <i>Utrecht</i> gevoerd zoude worden; met belofte van wege de Staaten, dat zij voor den overlast
-der vijanden de ingezetenen zouden beveiligen: zij dan vielen met woede op den uitlegger
-aan, die door de <i>Bijleveldsche brug</i> afgezakt, zig meer dan één uur lang verdedigde; doch eindelijk vast raakte, door
-den vijand omringd en genomen werd: de Capitein <span class="sc">Spelt</span> en zijn Luitenant met twee of drie anderen werden gevangen en vijftien doodgeschoten
-of doodelijk gekwetst; de overige raakten met zwemmen weg: aan de zijde der <i>Franschen</i> waren tien à twaalf gesneuvelden, en onder dezelven één Capitein: daarna ontstond
-op verscheidene plaatsen brand, waardoor 59 huizen in den assche gelegd, en het voornaamste
-van <i>Waverveen</i> aan de <i>Bijleveldsche brug</i> gelegen, door de vlamme verteerd werd.
-</p>
-<p>De uitlegger werd vervolgends naar de <i>Heul</i> gebragt, dan te groot zijnde om door de <i>Nieuwer sluis</i> naar <i>Utrecht</i> gevoerd te kunnen worden, en na dat het geschut, de voorraad en wat er meer was,
-afgenomen te hebben, werd dezelve verbrand; tegens de ingezetenen veel gewelds pleegende
-trokken ze terug: hadden ’s Lands Staaten wijzer geweest in het geeven van orders,
-’s Lands ingezetenen in deezen oord zouden minder ongelukkig geweest zijn.
-<span class="pageNum" id="pb10.13">[<a href="#pb10.13">13</a>]</span></p>
-<p>In onze jongstledene onlusten hebben de bewooners van <i>Waverveen</i>, niet zeer onderscheidenlijk, wat de toen heerschende Vaderlandsche partij betreft,
-gehandeld; de <i>Pruissen</i>, welken kwamen, om ware het mogelijk die partij ten onder te brengen, hebben zig
-aldaar niet zo slecht als wel op andere plaatsen gedragen, trouwens zij zijn er maar
-doorgepasseerd van en naar den <i>Uithoorn</i>, alwaar ter dier tijd den Major van het <i>Pruissische Curassiers Regiment</i> (<span class="sc">Von Krahn</span> genaamd) commandeerde, dewelke goedvond zeker papier te zenden, dat door den Secretaris
-van <i>Waverveen</i> op den 28 September 1787 gepubliceerd werd; dus luidende: „Uit last en bevel des
-Heeren Commandeerenden Generaals, Graaf <span class="sc">Von Kalkruit</span>, zullen de ingezetenen der respective dorpen van <i>Waveren, Waverveen</i> enz. binnen den tijd van driemaal 24 uuren hunnen voorraad van haver, bier en genever
-doen brengen aan den <i>Uithoorn</i>, aan het quartier van den Heer Major <span class="sc">Von Krahn</span>, alsmede ook alle de geweeren en wapenen tot de exercitie gediend hebbende, en zo
-wanneer hier niet aan gehoorzaamd werd, zal alle hetzelve door een commando worden
-afgehaald, en bovendien met plunderen en andere straffen worden gecorrigeerd.”
-</p>
-<p class="dateline"><i>Uithoorn</i> 28 Sept. 1787.
-</p>
-<p class="signed">(getekend) <span class="sc">V. Krahn</span>.
-</p>
-<p>Dan doordien bij het evaqueren der troupes uit <i>Utrecht</i> hier een gedeelte geïnquartierd waren geweest, de voorraad op was, en <i>Amsteldam</i> geslooten zijnde, kon men dezelve niet bekoomen; dus een deputatie naar voorn. Major
-<span class="sc">Von Krahn</span> werd afgezonden, om uitstel van executie, het geene door hem op 2 dagen langer werd
-bepaald, die te gelijk een pas gaf, om het door hem gerequireerden van <i>Utrecht</i> te haalen, het geene dus ook geschiedde, en aan hem 112 kannen brandenwijn en genever,
-12 vaten bier en eenige mudden haver geleverd, en ter voldoening van het requisit
-der geweeren werden 173 met derzelver bajonetten en een vaatjen vuursteenen, aan een
-Quartiermeester van dat regiment afgeleverd; zijnde de voorn. geweeren de zodanige
-welken uit ’s Lands magazijnen te <i>Naarden</i>, in 1785, ten gebruike van de onvermogende weerbaare manschappen waren geleverd.
-<span class="pageNum" id="pb10.14">[<a href="#pb10.14">14</a>]</span></p>
-<p><span class="sc">Bijzonderheden</span> zijn hier niet voorhanden, alleen zijn de uitgeveende plassen der bezichtiginge van
-ieder denkend wezen waardig, en zij zullen zekerlijk zijne bewondering tot zig trekken,
-daarover dat geheel den streek door de menigte van het door ’t baggeren veroorzaakte
-water, niet reeds geheel verzwolgen is.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>,
-</p>
-<p>Zijn, het voornoemde <i>Rechthuis</i>, en een binnen weinig jaaren geheel nieuw en net gebouwde, met een der fraaiste overdekte
-kolfbaanen voorziene herberg aan de <i>Nessersluis</i>, hier voor omschreven, gelegen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Deezen zijn van <i>Waverveen</i> des zomers alle zondag en donderdag tot de maand October, des winters alleen des
-zondags een veerschuit op <i>Amsteldam</i>, dewelke des maandags en vrijdags in de zomer, en des winters maandags, ’s middags
-ten 12 uuren van het Rokkin bij de Olijslagerssteeg te <i>Amsteldam</i> voornoemd, terug vaart; gelijk ook des zondags door <i>Waverveen</i> op onderscheidene uuren mede de veerschuiten van <i>Harmelen</i>, <i>Wilnis</i> en <i>Vinkeveen</i>, des donderdags het geheele jaar door die van <i>Cockingen</i> passeren; welke allen den volgenden dag wederom terug keeren; doch van <i>Waveren</i> vaart geen schuit: voords kan men dagelijks met den <i>Uithoornsche</i>, onder <i>Amstel Nesser</i>, de <i>Goudsche, Leidsche, Haagsche, Woerdensche</i> en andere schuiten naar die plaatsen of met dezelve naar <i>Amsteldam</i> vise versa vertrekken, mits men zig aan de meergenoemde <i>Nesser sluis</i> vervoege, dat ¾ uur gaans van het dorp <i>Waverveen</i> afligt.
-<span class="pageNum" id="pb10.15">[<a href="#pb10.15">15</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="waveren" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1266">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
-VRIJE HEERELIJKHEID<br>
-<span class="ex">WAVEREN</span>,<br>
-BOTSHOL,<br>
-<span class="ex">EN</span><br>
-RUIGEWILNISSE.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Dezen zijn eigenlijk drie districten, zo zeer in elkander verknocht, dat zij mede
-alleen met scheipaalen aan den <i>Veendijk</i> als op de <i>Ronde veensche kade</i> onderkend worden, doch maaken zamen één Heerelijkheid uit, die een wapen voert, en
-door een en dezelfde Regenten gedirigeerd worden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
-</p>
-<p>Deeze is ten zuiden van <i>Ouderkerk</i>, wordende door de rivier de <i>Waver</i> van het gerecht van <i>Ouder Amstel</i> afgescheiden, hebbende ten oosten het <i>Sticht van Utrecht</i>, dat wederom door een water de <i>Winkel</i> genaamd, wordt afgedeeld; ten oosten het voorn. <i>Sticht</i>, het welke aldaar door een breede kade, uit de gemelde <i>Winkel</i>, tot aan de Veenmolen of de limietscheidinge van <i>Holland</i> en <i>Utrecht</i> zig uitstrekt, onderscheiden, ten zuiden en westen <i>Waverveen</i>—het bestaat in twee polders, de <i>Gemeene</i> of <i>Beoosten Bijleveldsche polder</i> gemeen met <i>Waverveen</i>, en de <i>Noorder polder</i> onder <i>Ruigewilnisse</i> gelegen: <span class="pageNum" id="pb10.16">[<a href="#pb10.16">16</a>]</span>wat de <i>Gemeene</i> of <i>Beoosten Bijleveldsche polder</i> betreft, deeze is reeds voor het grootste gedeelte uitgeveend: de <i>Noorder polder</i> onder <i>Ruigewilnisse</i>, die zig in den jaare 1632 door een dwarskade van de voorschr. <i>Gemeene polder</i> heeft afgescheiden, is men voor de eene helft, zijnde circa 200 morgen, in den jaare
-1777 eerst begonnen te veenen; sedert 1793 heeft men de wederhelfte mede circa 200
-morgen ook ingestoken om verveend te worden—echter is desaangaande door de gezamenlijke
-ingelanden bepaald van niet nader dan op 10 roeden na, aan het Sticht en aan de <i>Rondeveensche kade</i>, en op 6 roeden van de gemelde dwarskade, tegen de gemeene polder aan te mogen verveenen;
-ten einde de nakomelingen dezelve met 1 of 2 vijzelmolens, zonder veel kosten aan
-een ringdijk te verpleegen, binnen weinig tijds weder te kunnen uitmaalen: in deeze
-polder is zulke goede specie, dat het morgen voor ƒ&nbsp;2000, ja ƒ&nbsp;3500, is verkocht geworden.
-</p>
-<p>Men ontmoet in deeze Heerelijkheid mede reeds eene uitgeveende plas van bijna 1000
-morgen groot, en op sommige plaatsen 20 ja 25 voeten diep, kunnende bij zwaare winden
-zeer hol staan; om den slag van het water eenigzins te breeken, moeten er strooken
-lands van 14 voeten breeds in blijven liggen; deezen geeven zeer goed rietgewas; in
-warme zomers wellen er groote stukken gronds op, die als het koud begint te worden
-weder zinken; deeze bonken mag men vrij wegbaggeren, waarvan gewoonlijk, zo om den
-tijd van ’t jaar, als ook om dat ze veeltijds op ongelegene plaatsen boven komen,
-weinig gebruik gemaakt wordt.
-</p>
-<p>In de voorsz. <i>Gemeene polder</i> ligt de <i>Lange</i> of <i>Cuilens meir</i>, die men zegt zijn oorsprong te hebben genomen bij eene uitlegging van <i>Amsteldam</i>, waarbij de aarde uit dat meir vergraven naar die stad vervoerd is geworden: jaarlijks
-ten minsten betaalt die stad aan <i>Waverveen</i> de verpondinge van dat meir: het water zo van deeze meir als van de andere polders
-is eenigzins brak, echter wordt het, door het grootste gedeelte der inwooners tot
-hun levens onderhoud, zonder eenig nadeel gebruikt; bij vriezend weêr is ’t zelfs
-genoegzaam zoet.
-</p>
-<p>De visscherijen in deeze uitgebreide plas, <span class="corr" id="xd32e9018" title="Bron: was">waren</span> voor 5 a 6 jaaren, veel milder dan thans; men wil, ter oorzaake van ’t vergrooten
-en vermenigvuldigen der wateren, waardoor de visch <span class="pageNum" id="pb10.17">[<a href="#pb10.17">17</a>]</span>zig meer verspreidt: door het gezegd opwellen der gronden kan men het vischwant ook
-niet naar vereisch gebruiken: en eindelijk, anderen stellen de oorzaak daarin, dat
-men thans plemp- of brazem-netten, waarin groote en zwaare baarzen, snoeken, brazems,
-enz. gevangen worden, gebruikt, en de voordteelinge des minder wordt; niet tegenstaande
-de gezegde schaarsheid van visch, worden deeze wateren gretig bij perceelen, als ook
-de riet-akkers, die aan de Polder verlaaten zijn, verhuurd; ieder perceel tegen 4,
-5 ja 10 guldens en meerder.
-</p>
-<p>Op deeze plassen valt ook veel waterwild, als watersnippen, ganzen, zeker soort van
-vogels, die men aldaar <i>Aalscholfers</i> noemt, en die van jaar tot jaar vermeerderen, en veel visch verslinden; men vindt
-er ook de zogenaamde <i>Zandrijger</i>, die voor de visch mede zeer schadelijk is; eendvogels vallen er in overvloed, waarom
-dan ook van onheugelijke tijden af, een vogelkooi, aan den Ambachtsheere of Vrouwe
-gehoorende is aangelegd, naamlijk in de <i>Noorder polder</i> onder <i>Ruigewilnisse</i> gelegen, met de privilegie, dat men op eenige honderde roeden na (met limiet-paalen
-in de plas en elders afgeperkt,) niet mag jaagen of schieten—de kooi wordt thans verhuurd.
-</p>
-<p>Veele <i>Amsteldammers</i> enz. komen des zomers zig hier met de visscherij vermaaken.
-</p>
-<p>In het jaar 1792 hebben deezen hier ook een zeer fraai Admiraalschap gehouden, dat
-des avonds met een vuurwerk en musiek besloten werd: hetzelve is tot zo verre naar
-genoegen geweest, dat het waarschijnelijk bij rustiger tijden en voller beurzen meermaals
-zal herhaald worden.
-</p>
-<p>Een gedeelte deezer plas is nog van zo jonge datum, dat er lieden van manbaare jaaren
-in <i>Waveren</i> gevonden worden, wier vaders dezelve begaan hebben—de Gerechtsplaats, waarop een
-galg staat, kan men zo wel van deeze plas als van de landzijde zien.
-</p>
-<p>Wegens de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>
-</p>
-<p>Van <i>Waveren</i>, hebben wij hier voor onder <i>Waverveen</i> reeds gesproken: van die van <i>Botsholl</i> en <i>Ruigewilnisse</i> is niets met zekerheid te zeggen; echter is het zeker, dat de familie en afstammelingen
-van <span class="sc">Oetgens</span>, een oud en aanzienlijk geslacht, circa twee eeuwen, Heeren deezer Ambachten zijn
-geweest: een gedeelte van <i>Ruigewilnisse</i>, thans het <i>Achterbosch</i> genaamd, benevens twee meirtjens, waarvan het grootste de <i>Galgmeir</i> genaamd, aldaar, en het kleinste in de landerijen van <i>’t Sticht</i> onder de Proosdije <i>Aasdom</i> ligt, is door den Heere <span class="sc">Anthoni Oetgens</span>, toen Schepen en naderhand Burgemeester te <i>Amsteldam</i>, in 1624 van het Kapittel van <i>St. Pieter</i> te <i>Utrecht</i> gekocht, en alhier gelegen zijnde, bij <i>Ruigewilnisse</i> gevoegd. <span class="pageNum" id="pb10.18">[<a href="#pb10.18">18</a>]</span>denkelijk hebben de Heeren <span class="sc">Oetgens</span>, voor hun en hunne nakomelingen, den naam van <i>Waveren</i> er bij aangenomen, gelijk deeze Heerelijkheid omtrent den jaare 1760 nog bezeten
-werd door den Heere <span class="sc">Bonaventura Oetgens van Waveren</span>, Burgemeester der Stad <i>Amsteldam</i>, op wiens Successeuren dezelve is gedevolveerd, tot op de tegenwoordige Ambachts-Vrouwe
-Mevrouwe <span class="sc">Brigitta Susanna Jacoba Lups</span>, geboren <span class="sc">Van Dam</span>, een afstammeling van de <span class="sc">Oetgens van Waveren</span>, eene Ambachts-Vrouwe, die de liefde en hoogachting der in- en op-gezetenen van beide
-Heerlijkheden wegdraagt.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>,
-</p>
-<p>De stichting deezer Heerelijkheden is mede duister, er kan mogelijk iet dergelijks
-van gegist worden, als wij hiervoor onder Waveren, wegens de stichting van dat dorp,
-hebben opgegeven.
-</p>
-<p>Wat de <span class="sc">grootte</span> betreft: „De quohieren”, leezen wij desaangaande, „begrooten de landerijen in de
-drie Ambachten op 467 morgen, 100 roeden; doch de uitgestrektheid is zekerlijk grooter;
-want volgends de medegedeelde opgaave, bestaat <i>Waveren</i> in twee polders; de <i>Zuiderpolder</i> gemeen met <i>Waverveen</i>, die voor 422 morgen, 197 roeden, zo land als water, in de verponding betaalen; de
-<i>Noorderpolder</i> is 414 morgen 122 roeden groot. In de lijst van den jaare 1612,” leezen wij verder,
-„stonden voor <i>Waveren, Botshol</i> en <i>Ruigewilnisse</i>, 46 huizen, en in die van 1732, is het op 74 nommers vermeerderd”, thans zijn er
-80 huizen, die bewoond worden door nagenoeg 430 menschen, (de kinderen daaronder begrepen;)
-van deeze bewooners zijn bijna 160 van den <i>Gereformeerden Godsdienst</i>, de overigen zijn meest allen <i>Roomsch</i>.
-</p>
-<p>Het
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
-</p>
-<p>Van <i>Waveren</i> is een goud veld, met twee roode balken, waarop vijf witte schuine ruiten, drie boven
-en twee onder.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>Onder onze hiervoor gaande beschrijving van <i>Waverveen</i>, hebben wij gezien, dat de <i>Gereformeerde Kerk</i> voor dat dorp en <i>Waveren</i> gemeen is, waarom ook hier geene andere Kerk gevonden wordt dan eene <i>Roomsche</i>, in het <i>Achterbosch</i> voornoemd, die wel net, doch echter maar klein is, ten aanzien dat de meeste opgezetenen
-te <i>Waveren Botshole</i> en <i>Ruigewilnisse</i>, en te <i>Waverveen</i>, den Roomschen Godsdienst belijden, zo wel als om dat de Roomschgezinden van de Proostdij
-<i>Aasdom, Vinkeveen</i> en <i>Demmerik</i>, allen hier te kerk gaan, zijnde het getal der Communicanten 950 à 1000; dan des
-zomers, wanneer de baggertijd tot het turfmaaken daar is, vermeerdert dit getal ten
-minstens met 3 à 400 persoonen.
-</p>
-<p>Een school is mede in <i>Waveren</i> niet; zie verder onze beschrijving <span class="pageNum" id="pb10.19">[<a href="#pb10.19">19</a>]</span>van <i>Waverveen</i>, art. <span class="sc">kerklijke</span> en <span class="sc">godsdienstige gebouwen</span>.
-</p>
-<p>Echter wordt er een School in de <i>Noorderpolder buurt</i>, onder <i>Ruigewilnisse</i>, sedert weinig jaaren, gevonden, dat deszelfs oorsprong heeft, door dat de kinderen
-te <i>Waverveen</i> school moetende gaan, telkens de groote plas, voornoemd, overgezet zouden moeten
-worden, of een omweg van meer dan een uur zouden moeten voeteeren; dit school dan
-is aangelegd op verzoek van de inwooners aldaar, na ingenomen advis van den Schout
-en Gerechte, alsmede van den Meester van <i>Waverveen</i>; in hetzelve gaan zowel de Gereformeerde als Roomschgezinde kinderen, het getal derzelven
-wordt op 40 begroot: voor dit school ziet men een bord geplaatst, waarop het wapen
-van <i>Waveren</i> <i>Botshole</i> en <i>Ruigewilnisse</i> afgebeeld is, en met groote letters te leezen staat: <span class="sc">School der Heerlijkheid</span>—de Meester is tevens Chirurgijn.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Hier onder kunnen wij, <i>Waveren</i> betreffende, weder niets anders betrekken, dan het Rechthuis, dat een vrij ruime
-herberg is; er staat een zwaare geesselpaal voor, doch ’t heeft verders niets bijzonders.
-</p>
-<p>Wegens de <span class="sc">kerklijke regeering</span> hebben wij hier ook niets aantetekenen; men zie desaangaande onder <i>Waverveen</i>, het art. van gezegden naam.
-</p>
-<p>Betreffende de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Dezelve bestaat, wat het crimineele aangaat, uit den Bailluw van <i>Amstelland</i> (die bij een apparte Commissie mede aangesteld wordt als Bailluw van <i>Waveren Botshole</i> en <i>Ruigewilnisse</i>,) en vijf Schepenen, van welke Schepenen het eene jaar twee, en het andere drie afgaan:
-de Schepenen, die hun vervangen, worden gekozen door den Ambachtsheer of Vrouwe in
-den tijd, uit een dubbeld getal, genomineerd door alle de Schepenen—zo wel de afgaande
-als de aanblijvende Schepenen zitten ook met den Schout te recht over civile zaaken,
-welken, ter eerste aanleg, voor hen gebragt worden; in gevalle van apel, gaan de zaaken
-naar den Hove van <i>Holland</i>; zie weder verder dit zelfde artijkel onder onze beschrijving van <i>Waverveen</i>, hier voorgaande.
-</p>
-<p><span class="sc">Voorrechten</span> of <span class="sc">VERPLIGTINGEN</span> hebben die van <i>Waveren</i> even weinig als de <i>Waverveeners</i>, en wat aangaat hunne
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>,
-</p>
-<p>Daarin is almede zeer weinig verschil; de veenderij maakt er de voornaamste tak van
-bestaan uit, zo wel als te <i>Waverveen</i>; te <i>Waveren</i> zijn slechts twee melkerijen, die al hun voorraad ook onder de inwooners van beide
-de dorpen slijten, zo dat zij hunne waar niet elders behoeven te gaan uitventen.
-<span class="pageNum" id="pb10.20">[<a href="#pb10.20">20</a>]</span></p>
-<p>Daarentegen vindt men in de <i>Noorderpolder</i> onder <i>Ruigewilnisse</i>, <span class="corr" id="xd32e9269" title="Bron: niette enstaande">niettegenstaande</span> het verveenen, nog zes groote boerderijen, waarop veel boter gemaakt wordt, die men
-des maandags en vrijdags met de karnmelk te <i>Amsteldam</i> vertiert.
-</p>
-<p>Niettegenstaande de arbeidzaamheid der inwooneren deezer Heerelijkheid, is hunne welvaart
-niet zeer te roemen, zij deelen in het algemeen lot van <i>Nederland</i>; dat er echter ook gegoede lieden zijn, blijkt uit verscheidene omstandigheden, onder
-anderen, dat er in de nacht tusschen den 25 en 26 Januarij 1773, door een bende boosdoeners
-onder de Jurisdictie van <i>Waveren Botsholl</i>, een geweldige huisbraak is geschied, gevolgd van een diefstal ter somme van ƒ&nbsp;7000:
-door den Bailluw en Schepenen Crimineel van <i>Waveren Botshole</i> en <i>Ruigewilnisse</i>, werd een præmie van ƒ&nbsp;600:- gesteld op het aanbrengen van de boosdoeners, of eenige
-van dezelve, met belofte van vrijheid van straffe, in gevalle van medepligtigheid:
-eerst na twee jaaren zijn echter eenigen van hun, door den beruchten <span class="sc">Jan Muff</span>, (bij gelegenheid van eene andere huisbraak,) in handen van den Hoofd-Officier te
-<i>Amsteldam</i> geleverd.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>
-</p>
-<p>Van <i>Waveren Botshole</i>, zijn dezelfde als die van <i>Waverveen</i> meergemeld; bij de omkeer van zaaken, in onze laatstledene troubelen, zijn de <i>Pruissen</i> ook aldaar doorgepasseerd, en hebben de inwooners tot het requisit van den Pruissischen
-Major <span class="sc">Von Krahn</span>, mede het hunne helpen contribueeren—te <i>Ruigewilnisse</i> zijn de <i>Pruissen</i> alleenlijk aan de overzijde der <i>Waver</i>, onder <i><span class="corr" id="xd32e9314" title="Bron: Ouder Amstel">Ouder-Amstel</span></i> gepasseerd, en hebben er twee dooden, op eenen kleinen afstand van de Herberg, begraaven.
-</p>
-<p><span class="sc">Bijzonderheden</span> zijn hier weder niet voorhanden.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>,
-</p>
-<p>Want eigenlijke Logementen worden er mede niet gevonden, zijn:
-</p>
-<ul>
-<li>Het <i>Zwaantje</i>, dat het Rechthuis is onder <i>Waveren Botshole</i>.
-</li>
-<li>Het <i>Fortuin</i>, in ’t <i>Achterbosch</i>.
-</li>
-<li>Het <i>Oude Rechthuis</i>, in de <i>Noorderpolder</i>.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p>Als mede één in de buurt van <i>Ruigewilnisse</i>, waarin tevens slagterij gedaan wordt.
-</p>
-<p>Wegens de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
-</p>
-<p>Zie men, voor zo veel <i>Waveren Botshole</i> aangaat, onder onze beschrijving van <i>Waverveen</i> het zelfde artijkel—dan ten aanzien van de <i>Noorderpolder</i> in de <i>Ruigewilnisse</i>, kan men dagelijks na en van <i>Amstelland</i> vaaren, met de <i>Rijke Waversche Veerschuit</i>, onder <i>Ouder-Amstel</i> gehoorende.
-<span class="pageNum" id="pb11.1">[<a href="#pb11.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="muiden" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1272">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figmuidenwidth"><img src="images/muiden.jpg" alt="De stad Muiden" width="497" height="720"><p class="figureHead">De stad Muiden</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line">MUIDEN, dat in ’s Lands historie,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Steeds met lofspraak wordt gedacht,
-</p>
-<p class="line">Wordt om zyne sterkte en ligging,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Om zyn grysheid hoog geacht:
-</p>
-<p class="line">’t Slot, door eeuwen heen gespaard,
-</p>
-<p class="line">Is door kunst en wraak vermaard.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
-<span class="ex">STAD</span><br>
-<span class="ex">MUIDEN</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Onder de Vaderlandsche Steden verdient inzonderheid het grijze <i>Muiden</i>, groote onderscheiding, zo wegens deszelfs aloudheid als voornaame rol, waarmede
-’t op het tooneel van Nederland door de Voorzienigheid bedeeld is geworden: onze volgende
-aantekeningen zullen zulks voldoende bewijzen.
-</p>
-<p>Volgends onze aangenomene orde, moeten wij eerst spreeken van de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
-</p>
-<p>Deeze is aan de Zuiderzee, ruim twee uuren van <i>Amsteldam</i>, ruim anderhalf uur van <i>Naarden</i> en een groot half uur ten zuiden van <i>Weesp</i>: de aangenaame rivier de <i>Vecht</i> loopt door de stad, die door derzelve in twee deelen gescheiden wordt; doch welke
-deelen weder door een brug, (een tolbrug,) vereenigd worden: naast deeze brug ligt
-een zeer zwaare schutsluis, door middel van welke het vechtwater van de zee wordt
-afgescheiden, en welke sluis voor eene der sterkten van <i>Holland</i> gehouden mag worden, alzo men door het openen van dezelve het platte land in den
-omtrek onder water kan zetten: ter plaatse alwaar deeze sluis ligt lag tot den jaare
-1674, een dam, de <i>Hinderdam</i> genaamd: deeze watergelegenheid van <i>Muiden</i>, brengt niet weinig toe tot den bloei van het plaatsjen; alzo alle de schepen die
-dóór <i>Utrecht</i> den <i>Rhijn</i> moeten bevaaren, en te groot zijn om door de <i>Nieuwersluis</i>, of door <i>Weesp</i> te schutten, hier passeeren; onder deezen zijn de <i>Keulsche aaken</i> wel de voornaamsten: <span class="pageNum" id="pb11.2">[<a href="#pb11.2">2</a>]</span>deeze sluis wordt jaarlijks voor omtrent veertien of vijftien honderd guldens verpacht:
-de veele rijtuigen welken na <i><span class="corr" id="xd32e9446" title="Bron: Narden">Naarden</span></i> en het <i>Gooiland</i> door <i>Muiden</i> passeeren, geeven in het steedjen mede geene geringe levendigheid: de stad is aan
-den zeekant beveiligd door een dijk, zig strekkende van de uitwatering van de <i>Vecht</i> in de <i>Zuiderzee</i> af, tot aan <i>Muiderberg</i>, en van daar tot <i>Naarden</i> toe.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
-</p>
-<p>Deeze wordt gevonden in de ligging der stad, zijnde, gelijk boven gezegd is, aan de
-Zuiderzee, bepaaldlijk ter plaatse alwaar de mond van de <i>Vecht</i> is: het woord <i>Mond</i> nu, was weleer <i>Muden</i>, zijnde door klankverbastering in <i>Muiden</i> veranderd; de oude naam <i>Amuden</i>, zegt men, bevestigt zulks nog nader; het eerste gedeelte deezes zamengestelden woords,
-<i>Aa</i> naamlijk, betekende toen, gelijk nog, een rivier, waarvan de <i>Mond</i> mede ter deezer plaatse is: in oude geschriften komt het steedjen dikwerf voor onder
-den gezegden naam van <i>Amuden</i>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING GROOTTE <span class="asc">EN</span> STERKTE</span>.
-</p>
-<p>Wanneer <i>Muiden</i> gesticht zij, is niet te bepaalen, alzo het van een visschers dorp of vlek, tot den
-rang der steden verheven is: onbetwistbaar is het intusschen dat men deeze stad den
-toenaam van <i>grijs</i> of <i>oud</i> mag geeven; want in den jaare 953 wordt reeds van dezelve gewaagd.
-</p>
-<p>Wat de grootte betreft, vòòr den jaare 1632 vinden wij er 146 huizen voor aangetekend;
-en honderd jaaren laater, telde men er 205; anderen geeven er negen minder op, naamlijk
-slechts 196: de verpondingen welken dezelven opbrengen, beloopen weinig meer dan zeven
-honderd guldens.
-</p>
-<p>Behalven wegens de gemelde groote sluis, is <i>Muiden</i> onder de sterke steden van <i>Nederland</i> te plaatsen: het heeft drie van boven open poorten; behalven de zogenaamde <i>Sortiepoorten</i> van het beruchte slot, ’t welke aldaar gevonden wordt, (hier van nader;) de vestingwerken
-<span class="pageNum" id="pb11.3">[<a href="#pb11.3">3</a>]</span>der stad zijn zodanig dat men dezelve weerbaar mag noemen, en weleer wilde men dat
-<i>Muiden</i>, behoorelijk versterkt, en met tweeduizend man bezet, <i>geen hond in of uit de stad zoude kunnen komen</i>: in den beginne der zestiende eeuw, getuigt men, had <i>Muiden</i> noch poorten noch muuren; daarna heeft het beiden gekregen, en van tijd tot tijd
-is het noodig bevonden om ’t steedjen te versterken, en de versterking te verbeteren,
-vooral ook het slot: in 1629, toen de <i>Spanjaarden</i> in de <i>Veluwe</i> stroopten, was men desaangaande met ernst bedacht, echter is tot de daad zelve geen
-besluit genomen; in onze jongstledene troublen, toen menig dapper patriot naar <i>Muiden</i> getrokken is, om zijn hoofd voor de zaak, die toen van dien kant gedreven werd, ten
-pande te stellen, is het steedjen in volkomenen staat van tegenweer gebragt, schoon
-het zig aan de <i>Pruissen</i> heeft moeten overgeeven.
-</p>
-<p class="headlike">’T <span class="ex">WAPEN</span>
-</p>
-<p>Is een blaauw veld, met een zilveren dwarsbalk er door.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>Hier omtrent is in de eerste plaats de Kerk te noemen: verscheidene schrijvers willen
-dat zij de oudste van geheel <i>Holland</i> zij; intusschen heeft zij niets bijzonders, ten ware men als eene bijzonderheid wilde
-aanmerken, dat zij, gelijk ook haaren dikken en laagen toren geheel van duifsteen
-opgemetzeld is: van binnen is zij voorzien van een zeer goed orgel: de gemeente aldaar,
-ruim 300 leden sterk, wordt bediend door twee Predikanten, behoorende onder de Classe
-van <i>Amsteldam</i>: vóór den jaare 1632, had <i>Muiden</i> maar één’ Predikant<span class="corr" id="xd32e9546" title="Niet in bron">.</span>
-</p>
-<p>De <i>Roomschen</i> hebben ter deezer stede mede eene statie, welke bediend wordt door één’ wereldsch
-Priester.
-</p>
-<p>Voords is er een Weeshuis, zijnde het gewezene <i>Catharijneklooster</i>, dat door Nonnen bewoond werd: het bestuur over dit huis is toebetrouwd aan twee
-Vaders, en even zo veele moeders<span class="pageNum" id="pb11.4">[<a href="#pb11.4">4</a>]</span>—weleer was er nog een overblijfsel van de Kloosterkerk te bezichtigen; doch hetzelve
-nu geheel nutloos geworden, is tot een pakhuis herbouwd.
-</p>
-<p>Onder de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Behoort het slot, boven reeds genoemd, zijnde hetzelve zonder tegenspraak het voornaamste
-gebouw der stad, gelijk het ook voor een der voornaamste gebouwen van <i>Holland</i> mag gehouden worden: <span class="sc">Melis Stoke</span>, verhaalt ons dat het gesticht is door Graaf <span class="sc">Floris den Vijfden</span>, het rampzalig slagtoffer der vroege staatsverschillen, waardoor Nederland reeds
-in zijn begin geschokt is geworden, en die van tijd tot tijd door anderen vervangen
-zijn, ja zelfs tot op den tijd dien wij beleefd hebben, nog voordduurden, en gave
-God dat zij nog heden geheel gesmoord waren!—de tijd der stichting van het slot stelt
-men te zijn omtrent den jaare 1290.
-</p>
-<p>Het zwaare gebouw rust op sterke gewelven, is rondsom met een gracht omvangen, en
-pronkt van buiten, met vier stevige ronde torens, een van welken voor eene gevangenis
-van misdadigers, of gyzelplaats voor minschuldigen gebruikt wordt: ’t heeft ook een
-sterke poort, een ruim binnenplein, en veele vertrekken, waaronder die vrij aanzienlijk
-zijn; (zie nader van dit slot onder het artijkel der bijzonderheden van <i>Muiden</i>:) oudtijds hadden de Drossaarden van <i>Muiden</i> op dit slot hun verblijf, waardoor zij den naam van Castelein verkregen hebben, doch
-zij zijn tegenwoordig niet verpligt er op te woonen, gelijk zij het dan ook meest
-voor een zomerverblijf houden: het wordt bewaard door een burgerman met zijn huishouden;
-dat des zomers aanmerkelijk voordeel trekt uit de giften der vreemdelingen, en inborelingen,
-onder welken laatsten voornaamlijk de <i>Amsteldammers</i> te tellen zijn, welken het slot komen bezichtigen.
-</p>
-<p>„Vóór de laatste verbeteringen der vestingwerken,” leezen <span class="pageNum" id="pb11.5">[<a href="#pb11.5">5</a>]</span>wij desaangaande verder: „waren de aardene wallen van dit kasteel of slot, met twee
-reien boomen beplant, die toen werden uitgerooid, gelijk mede voor het grootst gedeelte
-de tuinen, doch naderhand zijn de wallen weder beplant geworden.”
-</p>
-<p>Voor de brug van het slot is een <i>Corps-de-garde</i> gebouwd.
-</p>
-<p>Veel deels heeft dit beroemde gebouw in de lotgevallen van Nederland gehad; voornaamlijk,
-en dit spreekt van zelf, voor zo verre de stad <i>Muiden</i> zelve betreft: bijzonderlijk is het door de <i>Kennemers</i>, die opgekomen waren om den dood van Graaf <span class="sc">Floris den Vyfden</span> te wreeken, belegerd, en ook in hunne handen gevallen.
-</p>
-<p>Zeer beroemd is dit gebouw geworden door de schriften van den onvergelijkelijken Drost,
-<span class="sc">P.&nbsp;C. Hooft</span>, die hij op hetzelve vervaardigd heeft.
-</p>
-<p>Het Stadhuis is zekerlijk dien naam naauwlijks waardig; het is echter voorzien van
-een torentjen, maar zeer klein: in hetzelve hangt een klokjen, ’t welk bij het afleezen
-van vonnissen of openbaare afkondigingen geluid wordt; voor het gebouw staat een uitstek
-of soort van balcon, met een hek er rondom; het pronkt tevens met het beeld der Gerechtigheid,
-tusschen twee leeuwen, houdende het wapen der stad, en dat van <i>Holland</i>—anderen willen dat de twee leeuwen, twee meerminnen zijn, tot plaatsing van welken
-aanleiding zoude gegeven hebben, het vangen van zulk een wezen, door de visschers
-van <i>Muiden</i>, wanneer, wordt niet gezegd: deeze Meermin zoude als eene Waterprofetesse gezegd
-hebben: <i>Muden zal Muden bliven, Muden sal noit becliven</i>: als er eenig ongeval in de stad ontstaat, wordt deeze Prophetie door de inwooners
-nog wel eens herdacht, en herhaald.
-</p>
-<p>Onder de Wereldlijke Gebouwen van <i>Muiden</i> behoort ook de Waag, ofschoon dezelve almede niet veel vertoning maakt, <span class="pageNum" id="pb11.6">[<a href="#pb11.6">6</a>]</span>en bijna van geheel geen gebruik is: zij staat benevens de sluis, en dient ook tot
-een wachthuis voor de burgerij.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>.
-</p>
-<p>Heeft <i>Muiden</i> niet veel; wèl heeft het steedjen ’t recht dat de schelvisch, (die voorheen aldaar
-plagt afgeslagen te worden, doch ’t welk nu niet meer geschiedt,) er twee uuren moet
-blijven liggen, eer zij vervoerd mag worden; ook is een burger van <i>Muiden</i> te <i>Utrecht</i> niet aristabel.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Deeze vinden wij dus beschreven.
-</p>
-<p>„De Regeering der stede <i>Muiden</i> bestaat uit den Drossaart, die eenen stedehouder heeft, welke door hem gekozen wordt,
-en tevens Officier der stad is; wijders uit den Schout, twee Burgemeesteren en vijf
-Schepenen, drie Weesmeesters en één Armmeester, welken een’ Secretaris is toegevoegd:
-de Drossaart wordt door de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> aangesteld: het doen van den eed door deezen, werd oudtijds met eene bijzondere plechtigheid
-verricht: de verkorene Drossaart kwam te <i>Muiden</i> aan de brug, bij rijzende zonne onder den blaauwen hemel, zettede zijn rechter voet
-in een beugel aan een grooten witten steen vastgemaakt, en zwoer, ten overstaan van
-gemagtigden van <i>Muiden</i>, <i>Naarden</i>, en de dorpen van <i>Gooiland, Weesp</i>, en <i>Weesperkerspel</i>, in handen van voorzittende Burgemeesteren van <i>Muiden</i>, <i>Naarden</i> en <i>Weesp</i>, met opzicht tot ieder van zijne bijzondere waardigheden; beloofde de Staaten van
-<i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> gehouw en getrouw te zullen zijn; het kasteel tot eer en dienst derzelven te bewaaren;
-de Steden en Dorpen, ieder in het hunne niet te verhinderen in hunne Voorrechten,
-<span class="pageNum" id="pb11.7">[<a href="#pb11.7">7</a>]</span>handvesten, vaststellingen, en gewoonten; maar hen daarin te sterken, stijven, en
-handhaven; den Godsdienst, zo als die tegenwoordig geoefend wordt, mede te oefenen;
-Weduwen en Weezen, en andere elendigen, onder zijn rechtsgebied behulpzaam te zullen
-zijn, en in hun goed recht te beschermen, en voords in het algemeen te doen, dat een
-goed vroom kastelein van <i>Muiden</i> en Bailluw van <i>Gooiland</i>, behoort en schuldig is te houden en te doen: deeze plechtigheid,” voegt de schrijver
-wiens geleide wij in deezen volgen, er bij, „is ten aanzien der twee laatste Drossaarden
-niet geschied; doch de steen en de beugel wordt nog op de aangewezen plaats gezien:”
-</p>
-<p>De Drossaard is tevens Colonel over de Schutterij.
-</p>
-<p>„Burgemeesteren worden jaarlijks op den 2 Februarij, door Schepenen verkozen: Schepenen
-plagten van ouds zonder nominatie verkoren te worden; zo lang er geene stadhouderlijke
-regeering was,” gelijk men het noemt, „is door Schepenen en Burgemeesteren eene nominatie
-van tien persoonen gemaakt, en aan de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i>, overgeleverd, om er vijf Schepenen uittekiezen; onder de stadhouderlijke regeering,
-levert de Drost de nominatie over aan den Stadhouder: de vijf Schepenen kiezen de
-nieuwe Burgemeesteren, en deeze gezamentlijk de Weesmeesteren, en de Armmeester, welke
-voor dat jaar de dertien Leden der Vroedschap uitmaaken; alle de Collegiën worden
-door denzelfden Secretaris bediend, die door de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> is aangesteld.”
-</p>
-<p>Wat het opzicht over den zwaaren zeedijk, waarvan wij boven spraken, betreft: dezelve
-staat volgends resolutie van de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i>, dato 7 Mei 1678, aan een Collegie van Dijkgraaf en zeven Hoogheemraaden met hunnen
-bijgevoegden Secretaris: de Dijkgraaf is de Drost in <span class="pageNum" id="pb11.8">[<a href="#pb11.8">8</a>]</span>der tijd; drie van de Hoogheemraaden worden gemagtigd door de steden, <i>Amsteldam, Muiden</i> en <i>Naarden</i>, en één door de Schout en Schepenen van <i>Weesper-kerspel</i>: deeze vier Hoog-Heemraaden, benevens de Dijkgraaf kiezen de overigen, te weeten
-uit <i>Muiden, Naarden</i>, en <i>Weesp</i>, of <i>Weesperban</i>, ieder één: de Secretaris wordt door het gezamentlijke Collegie aangesteld: „Dijkgraaf
-en Hoogheemraaden,” leezen wij, „moeten in den ring van deezen dijk, voor zesduizend
-guldens, of twaalf morgen lands gegoed weezen.”
-</p>
-<p>Men kan niet met zekerheid bepaalen hoe de beheering van deezen dijk, in vroegeren
-tijde geweest is; vóór den jaare 1650 schijnen er noch Dijkgraaf noch Hoogheemraaden
-geweest te zijn, daarna werd er door het Hof een’ Dijkgraaf aangesteld.
-</p>
-<p>Dijkgraaf en Hoogheemraaden, doen jaarlijks in de maand April, schouwing over den
-gantschen dijk: twee uit de Hoogheemraaden, welken hier toe, en tot alle gemeene voorvallende
-zaaken gemagtigd worden, hebben het bestuur om het gebreklijke te doen herstellen
-bij openbaare aanbesteedinge, aan de minst aanneemende, gelijk zij ook gelast worden,
-om nategaan dat alles behoorelijk gemaakt worde, ten welken einde een opzichter van
-den dijk is aangesteld, die dagelijks bij den arbeid tegenwoordig moet weezen: de
-gebreken van den dijk volgends het oordeel van gemagtigden in behoorelijke orde hersteld
-zijnde, wordt het volle Collegie beschreven om aan den dijk te komen, ten einde de
-gemaakte werken opteneemen, en verder te besluiten wat na tijds gelegenheid noodig
-geoordeeld mogt worden.
-</p>
-<p>Het Collegie van Heemraaden wordt te <i>Amsteldam</i> beschreven, tot het opneemen van de rekeningen en het sluiten van de boeken.
-</p>
-<p>Sedert ’s Lands Zeeweeringen van het zo zonderling als schadelijk, paalgewormte doorknaagd
-is geworden, heeft men <span class="pageNum" id="pb11.9">[<a href="#pb11.9">9</a>]</span>ongemeene moeite gedaan, om deezen dijk te versterken, door het aanbrengen van vreezelijk
-groote steenen aan de glojing of helling naar den zeekant toe; deeze versterking gaat
-van het <i>Muiderslot</i> af, tot aan <i>Muiderberg</i> toe, het geen den dijk niet weinig verbeterd heeft, waarvan het gemelde schadelijk
-gewormte de aanleidende oorzaak mag genoemd worden, en derhalven heeft dat zogenaamd
-kwaad, waartegen in de tempelen zelfs smeekingen naar den Hemel gezonden werden, in
-dit geval, en in andere gevallen meer, tot een zegen verstrekt.
-</p>
-<p>Het bovengemelde Collegie heeft ook opzicht op de groote sluis, waarvan wij reeds
-gesproken hebben.
-</p>
-<p>Het Collegie van Commissarissen van het zandpad, tusschen <i>Amsteldam, Muiden, Naarden</i>, en <i>Weesp</i>, bestaande uit gedeputeerden van gemelde steden, hebben om de vier jaaren hunne zittingsbeurt
-te <i>Muiden</i>, tot het doen opneemen en sluiten van de boeken.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>.
-</p>
-<p>De Zoutkeeten, welken in <i>Muiden</i> gevonden worden, maaken er veelal de nering en bronnen van bestaan uit; zij zijn
-drie in getal, naamlijk, <i>De Paauw, Het Anker</i>, en <i>De blaauwe Wereld</i>, er woonen ook veele visschers, die hun werk maaken van bot, baars, snoek, enz. te
-vangen, ja zelfs somtijds haaring: deeze visch wordt meerendeels in de Zuiderzee gevangen,
-hoewel de bot en baars, welke van <i>Muiden</i> komt, bekend zij onder den naam van <i>Y-bot</i> en <i>Y-baars</i>—er worden in <i>Muiden</i> alle die handwerken en ambachten geoefend, welken in de zamenleeving onvermijdelijk
-zijn—de militie die er thans in guarnisoen ligt, brengt het steedjen mede eenige woelingen
-bij: de doorvaart, waarvan wij boven Bladz. 1. reeds spraken, behoort hier vooral
-gedacht te worden: dit jaar verstrekt ten voorbeelde van de bezigheid, welke daardoor
-veroorzaakt wordt, door de <i>Pruissische Magazijnen</i>, die van over <i>Hamburg, Stettin</i>, enz. tot <i>Muiden</i> aangevoerd, en aldaar in Rhijnschepen overgeladen worden: dit gaf zulke eene aanmerkelijke
-<span class="pageNum" id="pb11.10">[<a href="#pb11.10">10</a>]</span>drokte, en grove winst voor allen die maar wilden werken, dat het niet vreemd was
-dat een gildewerker tot ƒ&nbsp;30, in een’ week kon verdienen: dit zelfde geeft ook groot
-vertier bij bakkers, brouwers, en in de herbergen.
-</p>
-<p>Men vindt te <i>Muiden</i> ook goede Scheepstimmerwerven, alwaar welëer van 100 tot 130 man plag te werken;
-dan sedert 1787 is deeze tak merkelijk verloopen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">SCHUTTERIJ</span>.
-</p>
-<p>Deeze bestaat in twee Compagniën, naamlijk het <i>Blaauwe</i> en <i>Oranje</i> vendel, waarover de Drossaard Colonel is; de overige Officieren, zijn twee Capiteinen,
-twee Lieutenanten, twee Vendrigs, en zes Sergeanten: deezen vergaderen in bijzondere
-gelegenheden, „althans,” zegt onze geëerde correspondent „in deezen, meer dan ééns
-in een jaar.”
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>.
-</p>
-<p>In den jaare 953 werd <i>Muiden</i>, door Keizer <span class="sc">Otto den Eersten</span>, aan de Kerke van <i>Utrecht</i> in eigendom gegeven, het welk naderhand door Keizer <span class="sc">Otto den Tweeden</span>, in 975 geschiedde; zijnde deeze gift in den jaare 1171, door Keizer <span class="sc">Fredrik</span>, nog nader bevestigd;
-</p>
-<p>Meer dan éénmaal heeft <i>Muiden</i> voor den aanval van vijanden blootgestaan; en is zelfs door hen verbrand: in den
-jaare 1197, onderging het dit lot door de <i>Kennemers</i>; weinige jaaren laater, naamlijk in 1204, werd <i>Muiden</i> in koolen gelegd, door <span class="sc">Wouter van Egmond</span> en <span class="sc">Albrecht van Banjaart</span>, ten tijde der inlandsche beroerten in <i>Holland</i> tusschen Graaf <i>Willem</i>, en Graave <span class="sc">Lodewijk van Loon</span>: dit onheil viel de stad en niet minder het slot andermaal te beurt in den jaare
-1356, door <span class="sc">Jan van Arkel</span>, Bisschop van <i>Utrecht</i>, toen hij met Graave <span class="sc">Willem</span> in oorlog gewikkeld was: die van <i>Utrecht</i>, in 1374 in twist geraakt zijnde met <span class="sc">Aalbrecht van Beiëren</span>, over de betaaling van het <span class="pageNum" id="pb11.11">[<a href="#pb11.11">11</a>]</span>huis te <i>Vredeland</i>, en over zekeren hoon daarbij geleden, beslooten hunne schaden te verhaalen door
-schatting te vorderen van eenige <i>Hollandsche plaatsen</i>, waaronder ook <i>Muiden</i> zig bevond; in het jaar 1507 werd deeze stad door Hertog <span class="sc">Karel van Gelder</span> in brand gestoken, gelijk hij zig ook Meester van het slot maakte; doch bij den zoen
-tusschen de Hertog en <span class="sc">Karel den Vyfden</span>, toen Koning van <i>Castiliën</i>, werd het slot zo wel als de stad zelve aan hem, als Graave van <i>Holland</i> weder ingeruimd: de uitvoering van welke inruiming echter nog aanliep tot den jaare
-1509: in de <i>Spaansche</i> beroerten heeft <i>Muiden</i> langen tijd de zijde des Konings gehouden, en des zelfs gelegenheid om hier door
-<i>Amsteldam</i> en <i>Haarlem</i>, welken mede noch <i>Spaanschgezind</i> waren, te benaauwen, ondernam Hopman <span class="sc">Dirk Sonoi</span>, met goedvinden van den Prins van <i>Oranje</i>, in den jaare 1576, een aanslag te waagen om het voor de Staaten te bemagtigen; dat
-ten deele ook gelukte door het inneemen der stad die zeer schielijk vermeesterd werd;
-maar om het slot intekrijgen zag men geen kans zonder grof geschut, dat ontboden werd:
-intusschen kwamen de <i>Amsteldammers</i> te water, en eenig ander volk te lande zo schielijk aan, dat <span class="sc">Sonoi</span> moeite genoeg had om het geschut, volk, ja zelfs zijn eigen persoon aan boord te
-krijgen, en met verlies van twee honderd man, <i>Muiden</i> en de Schans <i>Diemerdam</i>, niet zonder verwijt van te hooren, dat hij het gevaar te groot gesteld en zelf de
-schrik onder zijne troupen gebragt had, te verlaaten: met den eersten dag des jaars
-1577 gaf <i>Muiden</i> zig bij verdrag over aan den Prins van <i>Oranje</i>: toen de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Zeeland</i> zig ontsloegen van de Landvoogdije des Graaven van <span class="sc">Leicester</span>, en Prins <span class="sc">Maurits</span> als hun algemeenen Landvoogd aanstelden, veranderden zij tevens de bezettingen in
-verscheidene steden, met nieuw geworven Krijgsvolk; maar het duurde nog al een geruimen
-tijd aleer zij dien in <i>Muiden</i> konden uitwerken, nadien den Capitein <span class="sc">Johan Bax</span>, die er het gebied <span class="corr" id="xd32e9891" title="Bron: oerde">voerde</span>, weigerde van het slot te verhuizen; <span class="corr" id="xd32e9895" title="Bron: waar uit">waaruit</span> men kan begrijpen dat dit slot niet gering van kracht moet <span class="pageNum" id="pb11.12">[<a href="#pb11.12">12</a>]</span>geweest zijn: <span class="sc">Leicester</span> noemde het daarom ook <i>de toom van het groote paard</i>; dat is van <i>Amsteldam</i>.
-</p>
-<p>Toen in 1672 het land wegens den inval der <i>Franschen</i> door een algemeenen schrik bevangen werd, werd deeze stad, hoe onweerbaar ten dien
-tijde, door hen niet bemagtigd; ofschoon zij zeer nabij haaren overgang was: want
-na dat <i>Naarden</i> overrompeld was, waren vijf Dragonders stout genoeg om eenige vlugtelingen tot binnen
-<i>Muiden</i> te vervolgen, ’t welk, wel verre dat die stoutheid henzelven ten nadeele zoude verstrekt
-hebben, die van <i>Muiden</i> in tegendeel zo verschrikt maakten, dat zij terstond Gemagtigden tot een verdrag
-afzonden: terwijl deezen tot het volbrengen van hunnen last afwezig waren, had Prins
-<span class="sc">Maurits</span> van <i>Nassau</i>, te <i>Muiden</i> post gevat, met voorneemen om de stad te verdedigen, het geen de Afgevaardigden,
-toen zij terug keerden, onder het vrijgeleiden van drie honderd <i>Franschen</i> ter dood deed verschrikken; zij dorsten niet nader komen uit vrees voor de ongenade
-van den dapperen <span class="sc">Maurits</span>, en aan den anderen kant vreesden zij van door de <i>Franschen</i> gehouden te zullen worden, tot men de geslotene overeenkomst voldaan zoude hebben;
-het geen de <i>Franschen</i> nu te zekerder zouden vorderen, nu zij zagen dat <span class="sc">Maurits</span> voorneemens was de stad te verdedigen: dit was zekerlijk een hachelijke omstandigheid
-voor hen; echter werden zij daar uit gered door den <i>Franschen</i> Predikant te <i>Naarden</i>, <span class="sc">Jean Louis Grouwels</span>, wiens voorspraak bij de <i>Franschen</i> zo veel ten wege bragt dat deeze het gemaakte verdrag vernietigden, waardoor <i>Muiden</i> derhalven nog aan de zijden der Staaten bleef, hoewel zulks niet lange ongestoord
-<span class="corr" id="xd32e9950" title="Bron: duurden">duurde</span>, want ten volgenden jaare, 1673, deed <span class="sc">Condé</span> er weder eenen aanslag op, hoewel al mede vruchtloos; men ging hem met het water
-te keer, waarom hij het zelve poogde aftetappen; doch niet genoeg kundig zijnde van
-de gesteltenis des Lands, moest hij zijn oogmerk laaten vaaren.
-</p>
-<p>In de daarop volgende honderd jaaren, verschijnt <i>Muiden</i> <span class="pageNum" id="pb11.13">[<a href="#pb11.13">13</a>]</span>niet op het staatstooneel; doch in onze jongstledenen troubelen heeft het al mede
-zijn deel gehad, ’t geen als een voormuur, of sterkte van <i>Amsteldam</i>, om welke hoofdstad het voornaamlijk te doen was, onmogelijk anders heeft kunnen
-weezen: desaangaande hebben wij van een waardige hand het volgende ontvangen.
-</p>
-<p>Na dat <i>Muiden</i> bij het trekken van het <i>Hollands Cordon</i>, circa een jaar, eerst door het tweede, daarna door het eerste batt. van <span class="sc">Dundas</span> bezet, en deszelfs fortificatien eenigzins in staat van defensie gebragt waren, kwamen
-bij deezen militaire bezetting een detachement van <i>Amsteldamsche Burgers</i>, circa 300 man sterk, aldaar in bezetting die alle twee weeken wierden afgelost:
-in ’t laatste van Augustus 1787, kwam een <span class="corr" id="xd32e9975" title="Bron: detachemet">detachement</span> van 18 Kanoniers, met twee Officieren van <i>Amsteldam</i>, weinig dagen daarna het corps van <span class="sc">Meyering</span>, toen circa 20 sterk, ’t welk in <i>Muiden</i> tot bij of over de 200 gebragt wierd, nog een detachement Kanoniers sterk als boven;
-na het overgaan van <i>Utrecht</i> en andere steden, aan de <i>Pruissen</i>, kwamen veel defferente bataillons en detachementen, als Waardgelders, <i>Utrechtsche Garde, Vriessche</i> en <i>Geldersche Brigadiersch, Fransche Artilleriste</i>, enz. tot het getal zo men zeide 2100 man sterk wierd.
-</p>
-<p>Het eerste tooneel dat eenigzins aanmerklijk was, was behalven den toestel, het in
-den eed nemen van de militaire Officieren: door twee gecommitteerde uit het defensieweezen
-van <i>Woerden</i>, deeze Heeren geleid wordende door den Generaal <span class="sc">Van Ryssel</span>; en <span class="sic" title="Voorgestelde verbetering: geëscorteerd">geëxcorteerd</span> door een detachement Dragonders, reden te <i>Muiden</i> in den doelen op; requirerende de militaire Officieren voor zig, en stelden haar
-den eed voor, die door alle (exept den Capitein Commandant <span class="sc">Nicolson</span>,) werd geweigerd, en ontvingen hunne demissie.
-</p>
-<p>De nacht na deezen dag, werd <i>Muiden</i> door eenigen onverlaaten, die zig onder de <i>Amsteldamsche Burgerij</i> mengden, met eenig ongeval gedreigd, ’t welk wel voorgekomen werd; hoewel er naderhand
-nog onzinnigheid gepleegd is.
-</p>
-<p>Eindelijk kwam dien noodlottigen nacht tusschen den 26 en 27 September: den 26 in
-de achtermiddag, werd er een begin <span class="pageNum" id="pb11.14">[<a href="#pb11.14">14</a>]</span>gemaakt met plunderen, bij Burgemeester <span class="sc">Abraham van der Spar</span>, dan dit werd, en wel voornamentlijk door tusschenkomst van eene <span class="sc">Hersman</span>, Officier bij het corps van <span class="sc">Meyering</span>, nog gelukkig in deszelfs begin gestut, en dat huis bezet en bewaard; dog des avonds
-om 11 uuren, ging men veel sterker aan ’t woelen, die troep zo men zeide, 15 à 16
-man sterk, wilde plunderen, het koste wat het wilde, zij hadden in de Bank van Leening
-de glazen ingeslagen, en kwamen met een woest geschreeuw, dat haar troep grooter deed
-schijnen dan ze in der daad was, en ook wezenlijk grooter <span class="corr" id="xd32e10030" title="Bron: maaktte">maakte</span>, om dat zij die er ook lust toe hadden er zig bij voegden, de brug over, hier werden
-zij wel door den Officier van de wacht, die tot de <i>Geldersche Brigade</i><span id="xd32e10035"></span> behoorde met nog een Officier tegengegaan; maar dreigen hielp zo weinig als goede
-woorden: daar moest en zou geplunderd worden, zij drongen door, sloegen over de wacht
-eenige huizen de glazen in stukken, toen ze hier mede bij den Bakker op den hoek over
-de wacht bezig waren, kwam eenige huizen van daar een kogel van tusschen de pannen,
-die men nooit recht geweten heeft van wien; trof een man in den onderbuik, dat er
-de dood op volgde; een <span class="corr" id="xd32e10037" title="Bron: eenvouwig">eenvoudig</span> man, een schoenmaker, werd van deeze daad beschuldigd, maar behalven dat die man
-zo eenvoudig was, dat hij geen geweer zoude hebben durven afschieten, woonde hij ook
-te verre om het te kunnen doen: evenwel dit huis werd in die diep woeste drift geplonderd,
-(woeste drift moet men het noemen, en geen partijsche, want het huis van een zeer
-bekende Prinsgezinden werd gespaard, terwijl bij zijn twee buuren, waar van ten minsten
-een voor Patriottisch bekend stond, niet alleen de glazen ingeslagen, maar ook verscheide
-kogels door het huis gejaagd <span class="corr" id="xd32e10040" title="Bron: wierde">wierden</span>;) de man met zijn huisgezin meende achter door de tuin uittevluchten, maar werd door
-een kogel in ’t been <span class="corr" id="xd32e10043" title="Bron: gekwest">gekwetst</span>, en viel; toen wierden zij door een troep raazenden overvallen; de man werd getrapt,
-geslaagen, en na de hoofdwacht gesleept, alwaar hij in den morgen van den tweden dag
-aan zijn bekomen wonden overleed, de vrouw had zich losgeworsteld niet zonder deerlijk
-gehavend te zijn; men hoorde in dit tumult na gissing wel 400 snaphaanschooten, door
-partijen elkander toegezonden, want er was onder het guarnizoen zo wel militair als
-burgers, een zeer groote partij die zich tegen het plunderen verzette, de kogels snorden
-van rondsom, en in den morgen telde men tot 26 <span class="corr" id="xd32e10046" title="Bron: gekwesten">gekwetsten</span>, behalven die zich uit het oog hielden: <span class="sc">Matta</span> deed zijn Dragonders optrekken, en in den hoop inrukken om dezelve uit elkander te
-drijven, het corps van <span class="sc">Meyering</span>, zo verre het gewapend was, deed onder aanvoering van <span class="sc">Hersman</span>, ook hun best, dan het ging zo gemaklijk niet of een Dragonder werd aan het hoofd
-<span class="pageNum" id="pb11.15">[<a href="#pb11.15">15</a>]</span><span class="corr" id="xd32e10060" title="Bron: gekwest">gekwetst</span>, <span class="sc">Hersman</span> werd door een kogel zijn rechter lok aan het hoofd weggenomen, en <span class="sc">Matta</span> kreeg een kogel door de hoed: den dag daar aan volgende, kwam een <i><span class="corr" id="xd32e10071" title="Bron: Pruissich">Pruissisch</span> Officier</i> de stad sommeere, deeze werd geblind na het kwartier van <span class="sc">Matta</span> geleid, ’t welk elf maal hervat is: die achtermiddag kwam er bevel om uittemarcheeren.
-</p>
-<p>Den 1 October, werd men in <i>Muiden</i> door het losbranden van het kanon, ’s morgens circa half vijf uuren gewekt: men zag
-de <i>Pruissische granaten</i> door de lucht snorren: een viel en <span class="corr" id="xd32e10084" title="Bron: barsten">barstten</span> op straat, sloeg vier der digst bij staande huizen bijna alle de glazen in stukken,
-en maakte nog eenige andere schaden; een viel in een bed dat in een kribbe op een
-solder lag, waaronder twaalf menschen zaten koffij te drinken, sloeg bed en kribbe
-uit elkander, en het dak in den brand, doch dit werd schielijk geblust; een viel bij
-de Emeritus Predikant <span class="sc">Joosten</span>, door het dak; maar <span class="corr" id="xd32e10090" title="Bron: barste">barstte</span> tusschen dak en vliering; op verscheide plaatsen vielen nog anderen, aan de kant
-van <i>Weesp</i>, was men ook niet stil, met een vijfde schot werd een wiel van een der Pruische wagens
-weggeschooten, en circa negen uuren trof een <i>Muiderkogel</i>, een Houbitser juist in zijn gapende mond, terwijl hij geladen was, en <span class="corr" id="xd32e10098" title="Bron: barste">barstte</span>.
-</p>
-<p>Eenige <i>Pruissische Dragonders</i> van de kant van <i>Naarden</i>, dagten uit het bijderzijds ophouden van schieten, dat <i>Muiden</i> het hadde opgegeven, en naderde tot digt bij de poort; dit wierd gezien en hun eenige
-kogels toegezonden: een van dezelve trof een Wagtmeester, scheide zijn been even beneden
-de heup, bijna van het lichaam, en doode zijn paart: de anderen <span class="corr" id="xd32e10109" title="Bron: zettede">zetteden</span> het spoorslaags op ’t loopen, en men haalde terstond den <span class="corr" id="xd32e10112" title="Bron: gekwesten">gewetsten</span> na binnen, scheidde het been vervolgens geheel van het lighaam, en deed wat men kon,
-maar de man overleed aan zijn wonden: ondertusschen had dat over en weder schieten
-vooral ook de <i>Pruissische Houbitsers</i> zodanig de schrik in het hart van den burger gebragt, dat een menigte huis en haven
-verlatende, tot vijf zeer vol geladen schepen <i>Muiden</i> vaarwel zeiden en na <i>Durgerdam</i> overstaken, intusschen kwam nog een Battaillon van de <i>Amsteldamsche Soldaaten</i> binnen; <i>Muiden</i> wierd weder opgeëischt, <span class="sc">Matta</span> <span class="corr" id="xd32e10130" title="Bron: eischten">eischte</span> daarentegen <i>Naarden</i> en <i>Weesp</i> op, en <i>Muiden</i> wierd op den 8 October bij verdrag overgegeven, het Battaillon <i>Pruissische Grenadiers</i>, dat bezit van de stad nam, verbleef aldaar drie dagen kreeg toen patent na de <i>Diemermeer</i>, en vertrok terstond, het wierd vervangen van een Battaillon van <i>Orange Nassau</i>, dit bleef drie weeken en wierd toen afgelost, door het <span class="corr" id="xd32e10146" title="Bron: Battailion">Battaillon</span> Grenadiers van <span class="sc">Romberg</span>, die 26 weeken bezet bleeven houden, dus de winter <span class="pageNum" id="pb11.16">[<a href="#pb11.16">16</a>]</span>over, intusschen was ieder weder na zijn huis gekeerd, en thans leeft men stiller:
-eenige Casteleins die zeer geleden hadden, kregen ƒ&nbsp;50: den burger van ƒ&nbsp;20: tot ƒ&nbsp;12:
-gulden, zoogenaamde schadevergoeding.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
-</p>
-<p>De Kerk en verdere gebouwen boven gemeld, komen hier weder in de eerste plaats, en
-onder dezelven wel voornaamlijk het slot: voor een geringen penning kan het zelve
-van onderen tot boven bezichtigd worden; en die de Vaderlandsche Historie slechts
-ingezien heeft zal moeten lagchen over het bloed van Graaf <span class="sc">Floris</span>, ’t welk men nog op den houten vloer ziet, en dat er, miraculeuslijk! nooit afgaat,
-ja er zelfs weêr op komt als de vloer vermaakt word: men vertelt dan daarbij dat <span class="sc">Floris</span> in die zelfde kamer waarin zijn bloed nog zit, door <span class="sc">Van Velzen</span> vermoord is, schoon de historiën leeren dat hij in de open lucht omgebragt is geworden:
-’t is intusschen waar dat zij die hem opgeligt hadden om hem naar <i>Engeland</i> overtevoeren, hem op dat slot gebragt hebben; de kamer of het gat, waarin men hem
-tot den naderen aftogt smeet, word ook nog aangeweezen: een onzer dichters schijnt
-den grouwzaamen moord mede op het slot te plaatsen, daar hij zegt:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Maar aan den oosterkant, verheft zig ’t Muiderslot
-</p>
-<p class="line">Befaamd door <span class="sc">Floris</span> dood, hier van zijn kroon geknot,
-</p>
-<p class="line">Toen <span class="sc">Velzen</span>, heet op wraak, met zijne vloekgenooten,
-</p>
-<p class="line">Den Graaf, zijn’ wettig vorst, den dolk in ’t hart dorst stooten
-</p>
-<p class="line">En Gooiland verwen met het bloed van zijn Heer,
-</p>
-<p class="line">Dat wraak riep, daagende heel Holland in ’t geweer.</p>
-</div>
-<p class="first">De gevangenis van <span class="sc">Van Velzen</span>, is allerakeligst: in de andere gevangenis leeze men de onderscheidene versjens,
-als andere inscripties, welken door de gevangenen aldaar geplaatst zijn; men vindt
-in de onderscheidene kamers nog verscheidene dingen waarvan de vertellingen geloofd
-moeten worden.
-</p>
-<p>De Steen en beugel, waarvan wij Bladz. 6 spraken, moeten vooral ook gezocht worden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>.
-</p>
-<ul>
-<li>Het <i>Hof van Holland</i>.
-</li>
-<li>De <i>Doelen</i>.
-</li>
-<li>De <i>Bruinvisch</i>.
-</li>
-<li>De <i>Gooische boer</i>.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p class="xd32e10214">en eenigen anderen van minderen rang.
-</p>
-<p>De drie eerstgemelde zijn ook Uitspanningen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
-</p>
-<p>Deezen zijn dezelfde als die van <i>Naarden</i>, zie ook ons blad over die stad.
-<span class="pageNum" id="pb12.1">[<a href="#pb12.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="naarden" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1277">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure fignaardenwidth"><img src="images/naarden.jpg" alt="De stad Naarden." width="503" height="720"><p class="figureHead">De stad Naarden.</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">De <span class="sc">Gooische Hoofstad</span>, ’t sterke NAARDEN,
-</p>
-<p class="line">Leed door de <span class="sc">Stichtenaars</span> werd door het <span class="sc">Spaansch gebroed</span>,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Schier overstroomd van burgerbloed
-</p>
-<p class="line">Moest <span class="sc">Pruissen</span>, (die het meê geen groot genoegen baarden.)
-</p>
-<p class="line xd32e6271">Ontfangen, is des steeds
-</p>
-<p class="line xd32e6271">Verdrukt door zo veel leeds.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
-<span class="ex">STAD</span><br>
-<span class="ex">NAARDEN</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Onder de Nederlandsche Steden, welken in de geschiedenissen des Lands met smart gedacht
-worden, behoort zekerlijk het grijze steedjen <i>Naarden</i>, ’t welk, hoe weinig betekenende in zig zelf, echter nog op zijne waarde, met betrekking
-tot deszelfs aanzienlijke sterkten, roem mag draagen; en slaan wij ’t oog op vroegere
-gebeurtenissen, vooral van dien tijd, toen de Spaansche dwingelandij de geweetens
-der vrij-geborene Nederlanders onder het ijzeren juk der Inquisitie wilden krommen,
-dan zullen wij niet kunnen nalaaten een krans voor het steedjen, dat thans met zulke
-onverschillige oogen aangezien wordt, te vlechten; en met zekeren historiedichter
-uitteroepen:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">——daar elk het hart ontzonk in ’t nijpen van den nood,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Waart gij ’t, ô Naarden! die den vijand spitse bood,
-</p>
-<p class="line">Als met een’ leeuwenmoed, en boven uwe krachten,
-</p>
-<p class="line">Wijl onvermijdelijk uw val nu was te wachten,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Doe u de hoop ontschoot van ’t ingebeeld ontzet,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Terwijl het moordmes reeds werd voor uw’ hals gewet.</p>
-</div>
-<p class="first">In dien tijd ondervond de <i>Spanjaard</i>, en heeft het meermaals ondervonden, hoe de vrije Nederlanders een dwingeland onder
-<span class="pageNum" id="pb12.2">[<a href="#pb12.2">2</a>]</span>de oogen durven zien—„wel kunnen zij gedwongen worden hunne halzen onder een jok te
-buigen, maar om hunne van Natuure vrije halzen daaronder gebogen te houden, is ’t
-gewigt van een Vorstlijken schepter te weinig”—de vrijheid is ook, om zo te spreeken,
-het element der ziele: indien zij daar buiten gevoerd wordt, kan zij niet anders dan
-een kweinend leven lijden; wat ook de voorstander der slaavernije, of pijnigende onderwerping,
-moge zeggen, en trachten te toonen, dat zijne ziel niet lijdt, zij lijdt zekerlijk;
-zij wordt uit haar element, uit haar’ staat van gezondheid gerukt, en moet derhalven
-wel lijden; alleenlijk duldt zij dat lijden in het vooruitzicht van langs dien doornigen
-weg eens den tempel van het geluk te zullen berijken; vandaar haare onderwerping,
-die daarom te laager is, om dat zij een wantrouwen op de Voorzienigheid insluit:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Die vleesch voor zijne toevlugt houdt,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">En op zo krank een steunsel bouwt,
-</p>
-<p class="line">Heeft ongetwijfeld God vergeten;
-</p>
-<p class="line">Hij echter, uit wiens hand wij eeten,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Hij zorgt alleen; Hij neemt en geeft,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">’T is recht dat Hij ’t vertrouwen heeft.</p>
-</div>
-<p class="first">Wat vooreerst betreft de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
-</p>
-<p>Van <i>Naarden</i>, die is in ’t oosterdeel van Nederland, ten noorden van <i>Holland</i>, en wel bepaaldlijk in ’t <i>Gooiland</i><a class="noteRef" id="xd32e10317src" href="#xd32e10317">1</a>, waarvan het <span class="pageNum" id="pb12.3">[<a href="#pb12.3">3</a>]</span>de hoofdstad is,<span id="xd32e10345"></span> aan de Zuiderzee, niet verre van de grenzen van ’t sticht van <i>Utrecht</i>: aan drie zijden is de stad omringd van hoog heiland, terwijl zij alleenlijk aan
-de westzijde laage weilanden heeft.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
-</p>
-<p>Over deeze wordt bij de oudheidkundigen verscheidene gissingen gemaakt, doch wij gaan
-dezelven met stilzwijgen voorbij, alzo de eene zo ongegrond als de andere is, en zij
-derhalven onzen Leezer weinig vermaaks kunnen geeven: <i>Gooiland</i> vinden wij dat weleer <i>Nardingerland</i> heette, waarschijnelijk naar eene bezitster of bezitter, zo als de naam <i>Gooiland</i> ook ontstaan is, (zie bladz. 2 in Nota,) <span class="sc">Narding</span> of <span class="sc">Nardinger</span> geheten, en daar het steedjen waarvan wij thans spreeken de hoofdstad van dat grondgebied
-was, is het te begrijpen hoe hetzelve dan den naam van <i>Naarden</i> heeft bekomen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>Het tegenwoordig <i>Naarden</i> ligt op eenen geheel anderen grond, dan de oude stad van dien naam, en waarvan de
-overblijfsels weleer (onder den naam van <i>Oud-naarden</i>,) gevonden werden, in een klein gehucht, en aanzienlijke lustplaats, veel nader gelegen
-aan de Zuiderzee, welke de oude stad allengskens overstroomd heeft; thans is die hofstede
-veranderd in eene boerewoning: ’t is ook in veel vroegere tijden een monnikkenwoning
-geweest. <i>Oud-naarden</i>, of liever geheel <i>Nardingerland</i>, ook wel <i>Naardinkland</i> genoemd, werd, vermoedelijk door <span class="sc">Jan van Arkel</span>, den zeven - en veertigsten Bisschop van <i>Utrecht</i>, verwoest, zodanig dat de stad tot een puinhoop gemaakt werd, die door de zee verzwolgen
-is: sommigen willen zelfs dat wanneer zekere wind, (wij vinden niet bepaald welken,)
-eenigen <span class="pageNum" id="pb12.4">[<a href="#pb12.4">4</a>]</span>tijd lang waait, en de zee afloopt, dat men dan nog blijken van ruïnen van kerken,
-met takken van afgeknaagde boomen omzet, boven water ziet komen.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p><i>Nardinkland</i> is vervolgends meer dan ééns van bezitter veranderd, en wel op den naam van Graafschap;
-’t verval moet echter van tijd tot tijd dieper doorgedrongen weezen; want wij vinden
-er van gewaagd als van eene <i>stad en plaats die verlaten was</i>; ’t zij nu dat zulks of <i>geheel</i> of voor het <i>grootste gedeelte verlaten</i> zal betekenen, dit is zeker, dat Graaf <span class="sc">Willem van Beieren</span>, in den Jaare 1350, bevel gaf en handvest verleende om weder eene stad <i>Naarden</i> te bouwen, zijnde dezelve dat <i>Naarden</i> ’t welks thans bestaat, en waarvan onze Lezer op ons plaatjen eene naar het leven
-getekende afbeelding medegedeeld wordt; hebbende onze tekenaar zijnen stand genomen
-van den kant van <i>Amsteldam</i>, om reden dat hij dan ook iet van de beroemde sterkten konde laaten zien.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Men kan dan zeggen dat <i>Naarden</i> in den Jaare 1350 gesticht is door Graaf <span class="sc">Willem van Beieren</span>; de omliggende Landzaaten werden tot den bouw gelast: de handvest zegt dat <i>Naarden</i> door den Graaf weder werd herbouwd; <i>om dat de luijden, en zijne Landen wel gezlooten zullen wezen</i>.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>De Stad bevat volgends eene opneeming van den Jaare 1732<span class="corr" id="xd32e10437" title="Bron: .">,</span> vier honderd en zeven huizen, waarop zij ook nog, (of ten minsten zeer nabij,) geteld
-wordt; dit is naamlijk het getal der huizen binnen de stad; het getal derzelven in
-haare gerechtigheid, en het gehucht <i>Laag-bussem</i>, wordt bepaald op drie-en-zeventig: intusschen vertelt het uitwendige der huizen
-in de stad, (eenige weinigen uitgezonderd,) verstaanbaar genoeg, dat de inwooners
-in geene bloejende omstandigheid leeven.
-<span class="pageNum" id="pb12.5">[<a href="#pb12.5">5</a>]</span></p>
-<p><i>Naarden</i> is vermaard voor eene zeer aanzienlijke sterkte, het heeft behalven zijne schansen,
-nog drie dubbelde wallen en grachten: heerlijk is het gezicht aldaar over de schoonste
-bastions, ravelijns, bolwerken, gordijen, contrascarpen, pallissaden, grachten, enz.
-dezelven zijn aangelegd naar het ontwerp van den zo bekwaamen als vermaarden Ingenieur
-Baron <span class="sc">van Coehoorn</span>; de voornaamste sterkte der stad bestaat echter in de afgegravene velden, die rondsom
-haar liggen, en nog gestadig uitgebreid worden; over dezelven, kan door middel van
-den <i>Vechtstroom</i>; de environ der stad tot op eenen aanmerkelijken afstand onder water gezet worden;
-voords heeft de stad twee poorten, naamlijk de <i>Amsterdamsche</i> en de <i>Amersfoordsche</i>: deezen zijn geen onaartige gebouwen, versierd met hardsteenen lijsten, waarin het
-wapen der stad gebeeldhouwd is, benevens het jaar van hunne bouwing en dat van eene
-verbetering daar aan geschied: het jaar der bouwing van de <i>Amsteldamsche poort</i> is uitgedrukt met deeze romeinsche cijffers: CIↃ. ICC. LXXXI. en dat der verbetering
-door het jaartal 1774; de zelfde getallen voor de andere poort, (de <i>Amersfoordsche</i>,) is CIↃ. ICC. LXXXII, en 1775.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="sc">’T</span> <span class="ex">WAPEN</span>.
-</p>
-<p>Is een zwarte dubbelde arend, op een goud veld.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN,
-</p>
-<p>De voornaamste deezer is de Gereformeerde Kerk, welke bediend wordt door drie Predikanten:
-het gebouw van binnen is groot en ruim, en pronkt met de begraafplaats, (versierd
-met een deftig opschrift,) van den geleerden Rector <span class="sc">Lambertus Hortensius</span>, dien onze Lezer ook nader zal leeren kennen; hij was rector der Latijnsche schoole:
-ook vindt men in de kerk, een in wit marmer uitgehouwen gedenkstuk. <span class="pageNum" id="pb12.6">[<a href="#pb12.6">6</a>]</span>ter eere van Prins <span class="sc">Willem den Derden</span>, (wat de aanleiding daartoe gegeven heeft, zal onze leezer in ’t vervolg van dit
-blad te duidelijk kunnen opmaaken, dan dat wij er hier iet van behoeven te zeggen;
-dit alleen kunnen wij hem verzekeren, dat het zijne geboorte niet verschuldigd is
-aan eene domme zucht, maar aan erkentenis voor wezenlijke verdiensten,) voords heeft
-deeze Kerk een fraai orgel, benevens een choor; vóór dezelve leest men het jaartal
-1648, denkelijk het jaar waarin zij gebouwd is: de toren die er op staat te redelijk
-groot, en steekt te meer uit om dat de grond der stad tamelijk hoog is.
-</p>
-<p>Er is ook eene <i>Fransche Gereformeerde Kerk</i>, die door één’ predikant bediend wordt;
-</p>
-<p>Een <i>Roomsche</i> die één’ pastoor heeft;
-</p>
-<p>Een <i>Joodsche Sijnagoge</i>; maar er is geene <i>Luthersche Kerk</i>.
-</p>
-<p>De verdere Godsdienstige gebouwen zijn een <i>Diaken Weeshuis</i>; het zelve is gesticht in den jaare 1747, en dient zo wel ter herberginge van oude
-mannen en vrouwen, als van kinderen; het getal der gasten welken zig daarin bevinden
-is veertig.
-</p>
-<p>Het <i>Burgerweeshuis</i>, gesticht in den jaare 1644, bezit zeer aanmerkelijke goederen en inkomsten; echter
-heeft het thans niet meer dan vier kinderen te voeden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>’T voornaamste van deezen is het Stadhuis, een gebouw ’t welk het steedjen eere aandoet,
-zijnde in zijne soort zeer fraai, pronkende van binnen met eenige kunstige schilderijen;
-het is van buiten versierd met een net toorentjen, waarin een klok hangt, op die wijze
-als men meermaals in kleine steden vindt: men wil dat het hout tot dit <span class="pageNum" id="pb12.7">[<a href="#pb12.7">7</a>]</span>gebouw gebruikt, gehaald zoude weezen uit het zogenaamde <i>Goojer-bosch</i>, dat weleer ten zuiden van het dorp <i>Hilversum</i> gestaan heeft: van buiten boven den ingang pronkt het met drie wèl gehouwene beelden,
-vertoonende de <i>Gerechtigheid</i>, aan wier rechterhand de <i>Godsdienst</i>, en aan de linkerhand de <i>Hoop</i> staat; onder deeze beelden leest men:
-</p>
-<p class="center"><span class="sc">GOD REGIERT AL.</span> Anno 1601.
-</p>
-<p>In de gevel staat<span class="corr" id="xd32e10531" title="Bron: .">:</span>
-</p>
-<p class="center"><span class="sc">IS ’T LEIJDEN IS ’T VREVGT,<br>
-DRÆGTET SOO ’T GOD VERGT.</span>
-</p>
-<p>Het oude Stadhuis, in ’t welk weleer een gruwel gepleegd werd, waarvan wij onzen Leezer
-straks verslag zullen doen, dient thans voor een <i>Waag</i>; voor dezelve ziet men, in drie steenen, afgebeeld, nevens bijschriften, in rijmen
-van dien tijd, het treurig voorval, ’t welk wij zo even bedoelden.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Voords zijn in <i>Naarden</i> twee magazijnen, waarvan het eene een zeer schoon gebouw, en wel der bezichtiginge
-waardig is.
-</p>
-<p>Weleer, doch in zeer veel vroeger tijd, moet <i>Naarden</i> ook eene Latijnsche School gehad hebben, want de Rector daarvan heeft zig in de <i>Spaansche beroerten</i> eenen naam verworven: (zie bladz 11.)
-</p>
-<p>Zo in de stad als tusschen de wallen vindt men verscheidene gebouwen, die echter niet
-meer dan schuuren zijn, waarin eene toerijkende hoeveelheid van amunitie in voorraad
-is,
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Deeze bestaat uit den Bailluw van <i>Gooiland</i>, zijnde thans de WelEd. Heer <span class="sc">Corver Hooft</span>, den Schout, drie regeerende Burgemeesters en zeven Schepenen, die woensdag vóór
-den middag ten half tien uure vergaderen; een-en-dertig Vroedschappen, benevens een
-Thesaurier, drie Weesmeesteren, <span class="pageNum" id="pb12.8">[<a href="#pb12.8">8</a>]</span>en twee Secretarissen: de Magistraatsverandering geschiedt op den 2 Februarij.
-</p>
-<p><i>Naarden</i> bezit de volgende
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>,
-</p>
-<p>Welke haar meestal ten tijde der Graaven geschonken zijn.
-</p>
-<p>Weleer werd het stedeke mede onder de <i>Hollandsche steden</i> ter dagvaart beschreven, doch van die waardigheid, of dat voorrecht, is het sedert
-beroofd; dat zeker jammer is, want <i>Naarden</i> heeft ook haare bijzondere belangen, en zelfs heeft het allergeringste steedjen die,
-ja ook het platte land.… dit echter is een point buiten ons bestek, derhalven dringen
-wij het niet dieper door: het doorzoekend oog van den burger heeft het in onze laatste
-onlusten ook doorzocht.
-</p>
-<p><span class="sc">Willem van Beieren</span>, haaren stichter, gaf haar het voorrecht van vrijheid van zekere tollen, en van het
-arrest op haare goederen, ook schonk hij haar eene eigene rechtbank en Schepens: in
-1357 verkreeg zij het stapelrecht, op de visscherijen, van die visschen, „die men
-landen zal in <i>Holland, Kennemerland</i>, en <i>Friesland</i>;” dit was eene vergelding voor eene dappere overwinning door de <i>Naarders</i> op die van <i>Amersfoord</i> behaald; Hertog <span class="sc">Jan van Beieren</span> heeft <i>Naarden</i> vergund de heirvaarten, togten, en ’t heffen van ’s Lands lasten, als mede dat zij
-sluizen mogt leggen waar ’t haar goed dacht: <span class="sc">Carel van Bourgondiën</span> verzekerde haar ook, dat het geheele <i>Gooiland</i> nooit van den Lande van <i>Holland</i> zoude gescheiden worden.
-</p>
-<p>Dit tot ons oogmerk genoeg gezegd zijnde, moeten wij, alvoorens van de aanmerkelijke
-historie der stad te spreeken, nog iet aanstippen van derzelver
-<span class="pageNum" id="pb12.9">[<a href="#pb12.9">9</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GILDEN</span>.
-</p>
-<p>Deezen zijn drie in getal, als 1.) het Timmermans en Metzelaars, 2.) het Kleeremaakers
-gild, en 3.) dat van de zijdenstoffeweevers; dan dit is thans bijna geheel vervallen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">SCHUTTERIJ</span>.
-</p>
-<p>Niet anders hebben wij hiervan kunnen opspooren, als dat <i>Naarden</i>, slechts sedert drie-en-twintig jaaren, gerekend van het jaar der jongstledene omwenteling
-van zaaken, eene gewapende schutterij heeft gehad; in het gemelde jaar, 1787, bestond
-dezelve uit twee compagniën, ieder van zestig man; doch in dat jaar hebben zij het
-lot van veele anderen Schutters ondergaan, zij zijn naamlijk ontwapend, of (dat thans
-het zelfde zegt,) hunne geweeren zijn opgehaald, en zij afgezet; hunne plaats is echter
-vervuld met drie compagniën soldaaten, ieder van circa vijftig mannen, voetvolk, ofschoon
-er sedert twintig jaaren geene melitie in gelegen heeft; niet mede gerekend een beevend
-corps van 80 knikkende grijsaarts, onder den naam van invaliden: deezen hebben lange
-jaaren alleen de bewaring der sterke stad op hunne zwakke schouderen getorscht: thans
-houden zij de <i>Amsterdamsche poort</i> bezet.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN <span class="asc">EN</span> VERMAAKEN</span>.
-</p>
-<p>Vermaaken!—deezen zijn bij die van <i>Naarden</i> bijna onbekend, indien men daaronder niet betrekt, in ’t zondagspakjen langs de schansen
-te sukkelen, of te hoop op de aankomende schuiten te staan tuuren, om de dartele <i>Amsteldammers</i> te zien aanlanden; waaronder dikwijls veelen gevonden worden, dom genoeg om met de
-schamelheid van ’t steedjen te lagchen.
-</p>
-<p>De bezigheden van die van <i>Naarden</i>, bestaan meest in ’t laakenweeven, voords in ’t verrichten van die bezigheden welken
-in de zameleving onontbeerelijk zijn—er is niet meer dan één koornmolen: langs de
-schans vindt men eene vrij groote touwbaan.
-<span class="pageNum" id="pb12.10">[<a href="#pb12.10">10</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS <span class="sc">DER</span> STAD</span>.
-</p>
-<p>Om dit gedeelte van onzen taak bij eene algemeen bekende gebeurtenis te beginnen,
-moeten wij den Leezer herinneren, hoe Graaf <span class="sc">Floris de Vijfde</span>, in den jaare 1296, in de ongenade der Edelen vervallen zijnde, zij hem gevangen
-hadden, en naar elders wilden vervoeren; maar de kloekmoedige inwooners van <i>Naarden</i>, hier van bericht bekomen hebbende, trokken onverschrokken uit om den Graaf te ontzetten,
-schoon het deezen echter zijn leven kostte, want het is te over bekend, dat de wreedaartige
-<span class="sc">Gerrit van Velzen</span> zijnen edelen Meester op eene moorddaadige wijze ombragt; ware er deeze moordenaar
-niet bij geweest, de <i>Naarders</i> zouden in dit geval zekerlijk den schoonsten lauwer geplukt hebben: een der oude
-rijmchronijken zingt van dit geval aldus:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Niet ver van <i>Kronenburg</i>, daar siet men in de velden,
-</p>
-<p class="line">De <i>Naardenaars</i>, die straks haar in de wapens stelden;
-</p>
-<p class="line">Heer <span class="sc">Gerrit</span> <span class="corr" id="xd32e10680" title="Bron: rijd">rijdt</span> voor uit, en vraagt wat dat se doen?
-</p>
-<p class="line">Waarom die mannen haar met oorlogstuigh ontmoên?
-</p>
-<p class="line">D’outste der burgerij segt: ’t is, de Graaf te wachten:
-</p>
-<p class="line">Toen staan de troupen stil, die haaren Landsheer brachten.
-</p>
-<p class="line">Heer <span class="sc">Gerrit</span> wijkt te rugh, en naar de Grave steekt,
-</p>
-<p class="line">Die keert sijn paart, dat springt, maar valt en sijn been breekt,
-</p>
-<p class="line">Toen was ’t onmogelijk den Grave te bewaaren,
-</p>
-<p class="line">Alzo de <i>Naardenaars</i> haar op de hielen waren;
-</p>
-<p class="line"><span class="sc">Van Velzen</span> steekt den Graaf enz.</p>
-</div>
-<p class="first">Toen in den jaare 1481, de <i>Utrechtschen</i> eene overwinning op de <i>Hollanders</i> behaald hadden, meenden zij met list <i>Naarden</i> inteneemen, daartoe waren zij allen verkleed in het gewoone gewaad van dorpvrouwen;
-onder die gedaante vermeesterden zij ook de poorten, en zouden de stad verbrand hebben,
-hadde men zulks niet afgekocht; die van <i>Naarden</i> moeten derhalven in dien tijd geducht geweest zijn: deezen wreekten zig het volgende
-jaar ook gevoelig over de ondergaane vernedering; zij verdelgden toen naamlijk de
-sloten van <i>Emmenes</i> en <i>Westbroek</i>, waarbij niet minder dan 1500 <i>Utrechtschen</i> het leven verloren; de dappere <i>Naarders</i> behaalden daarbij ook zo groot <span class="pageNum" id="pb12.11">[<a href="#pb12.11">11</a>]</span>een buit dat zij uit dezelve een toren stichtten, hunne behaalde victorie vertoonende,
-met bijvoeginge van de woorden: „zwijg <i>Utrecht</i>!”
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>In den jaare 1486, is het grootste gedeelte der stad door de vlamme vernield, waarom
-de dorpen daar rondom belast werd, de wallen, muuren en vesten der stad weder te helpen
-herstellen, op halve kosten.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Verschrikkelijker is echter de ramp die de wreede Spanjaards het steedjen (in 1572.)
-hebben doen ondervinden: in den eersten opgang der hervorming genoot zij de zoetste
-rust; men hoorde er noch van beeldstorming noch van vreemde Predikers; maar na zij
-zig voor <span class="sc">Oranje</span> verklaard had, werd zij welhaast opgeëischt; haare bezetting beliep niet meer dan
-120 Duitschers; kloekmoedig echter werd de opeisching afgeslagen; doch op het bericht
-dat <span class="sc">Don Fredrik</span> met geheel zijn heir op de stad in aantogt was, ontzonk elk den moed; men zond eenige
-Gemagtigden, en daaronder den Rector van ’t Latijnsche school, <span class="sc">Lambertus Hortensius</span>, den <i>Spanjaard</i> tegen; onder weg ontmoetten deeze den wreedaartigen bevelhebber, <span class="sc">Juliaan Romero</span>, die hun verklaarde dat <span class="sc">Don Fredrik</span>, de zaak der stad <i>Naarden</i> aan hem gelaten had, waarvan het gevolg was dat de Gezanten hem te voet vielen, en
-de sleutels van de stad aanboden, waarvoor zij de toezegging verworven, dat burgers
-noch bezetting aan goed noch leven zouden beschadigd worden; dan laas! ’t was het
-woord van een’ vijand, die de geessel van Nederland was, en zelfs met eeden spottede:
-aan ’t hoofd van 400 man trok <span class="sc">Romero</span> binnen, en werd bij <span class="sc">Gerrit Pieter Aartszoon</span>, Schepen der stad, deftig ter maaltijd onthaald, zo als zijne soldaaten bij de ingezetenen
-gelijk goed onthaal genooten: dan, wat was het loon voor deeze vriendlijkheid? na
-den maaltijd deed <span class="sc">Romero</span>, door eenen trommelslager omroepen, dat alle de burgers en bezettelingen zig, ongewapend,
-hadden te vervoegen in de <i>Gasthuiskerk</i>, welke toen voor een Stadhuis diende, om er den eed aan zijne Majesteit te vernieuwen;
-eenige weinigen mistrouwden dit bevel, en voldeeden er niet aan, maar de overigen
-begaven <span class="pageNum" id="pb12.12">[<a href="#pb12.12">12</a>]</span>zig derwaards: intusschen wandelde zeker Priester, midden onder de <i>Spanjaards</i>, voor de deur vergaderd, op en neder, doch kwam welhaast de veege opgeslotenen aanzeggen,
-zij hadden met hun geweeten pais te maaken en op hun einde te letten: „maar,” zegt
-de ridder <span class="sc">Hooft</span>, „’t aanzeggen, bereiden en sterven, was één ding:” ijsselijk was de moord die toe
-gepleegd werd; de <i>Spanjaards</i> bonsden de deur open en schoten in ’t woeste heen onder de menigte; werwaards deezen
-keerden liepen zij den dood te gemoet; de wanden der kerk weeken niet, en de dood
-stond in de deur; moede van schieten, stooven de moordenaars met ontblotene zwaarden
-de Kerk in, en doorboorden allen die nog overgebleven waren; vier persoonen alleen
-werden op belofte van zwaar rantsoen naar de gevangenis gebragt: ofschoon nu het bloed
-ter Kerke uitstroomde was zulks echter nog niet genoeg; de ontzielde ligchaamen werden
-verders van alles wat eenige waarde had beroofd, en daarna, o gruwel! den brand in
-het gebouw gestoken, en de zieltogenden met de dooden tot assche verbrand; behalven
-eenige soldaaten, bedroeg het getal der burgeren welken dus allerwreedaartigst omgebragt
-werden, volle vierhonderd.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Intusschen was voor hen die aan het opontbod voorgemeld niet voldaan hadden, een dergelijk
-zo niet nog wreeder lot toegezegd; want nu had men het geheele heir der <i>Spanjaarden</i> binnen de muuren, de roovers in de huizen, en het wee door al de stad; jammerlijk
-was het klaagen, huilen, kermen en gillen der gemartelden, gemengd met het loejen
-der beesten in de brandende stallen opgesloten; sommige vaders werden, tot op het
-bloote lijf ontkleed, voor de oogen van hunne vrouwen en kinderen als visschen gekorven;
-een man van zeventig jaaren, stak men in den hals, ontvong het gutsende bloed in de
-handen, slurpte daarna een gedeelte er van op, en doorboorde voords den rampzaligen
-grijsaart het hart; de zieken werden in hunne bedden vermoord, ja ook werden de krankzinnigen
-niet gespaard; verscheidene burgers sleepte men tot op het dak van de groote Kerk,
-stak hun een dolk in ’t lijf, en stietze dan plotsling van boven neder; de vrouwen
-werden bij de voeten, anderen, en die bevrucht waren, bij de borsten opgehangen; hoog
-zwangeren ’t kind uit het lichaam gesneden; maagden, en meisjens <span class="pageNum" id="pb12.13">[<a href="#pb12.13">13</a>]</span>van dertien of veertien jaaren werden beestachtig verkracht; de vrouwen ondergingen
-dat lot in ’t aanzien van haare mannen en zoons: onder andere kraamvrouwen deeden
-zij er eene, barrevoets, in een onderroksken, met een wichtjen van éénen dag, en een
-ander van agttien maanden, over de doode ligchaamen haarer stadgenooten heen, ter
-poorte uitgaan; deeze kwam echter behouden in het dorp <i>Huizen</i> aan, en weder tot haare voorige gezondheid: toen de bloedhonden niets meer dat gevoel
-had konden doen lijden, viel men op het onbezielde aan; poorten, muuren, torens, alles
-werd.… maar genoeg, wij sluiten dit akelig verhaal met de woorden van zeker dichter:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Met welk een wreedheid zocht de vijand elk den moed,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Te doen ontzinken! doch verkeerd, wijl goed en bloed,
-</p>
-<p class="line">Niet meer geveiligd scheen, wanneer men was verdragen,
-</p>
-<p class="line">Dan als men weêrstand bood; dies elk besloot te waagen
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Al wat hen dierbaar was, voor ’t allerdierbaarst pand,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">De vrijheid van ’t gewisse en van het Vaderland.</p>
-</div>
-<p class="first">Sedert ging <i>Naarden</i> aan de zijde der Staaten over, en men vocht zo als het Batavieren voegt.
-</p>
-<p>In het jaar 1668, was er tusschen de Staatsleden een verschil over het versterken
-van <i>Naarden</i>, en welk verschil van dat gevolg was, dat het versterken achterbleef.
-</p>
-<p>Honderd jaaren na den voorverhaalden algemeenen moord, binnen de muuren van <i>Naarden</i>, had dat steedjen eenen anderen gewigtigen slag doortestaan; in den oorlog met <i>Frankrijk</i> naamlijk (1672.) nam de Markgraaf van <span class="sc">Rochefort</span>, <i>Naarden</i> in, waarvan den Prins van <i>Oranje</i> de schuld gegeven werd; hij had, zegt men, geene bezetting genoeg daarin gelegen.
-</p>
-<p>In ’t volgende jaar kwam de Prins van <i>Condé</i> in persoon derwaards, en werd met twaalf kanonschoten van de wallen verwelkomd: <span class="sc">Willem de Derde</span> heeft ondernomen de stad te belegeren, en ’t is hem ook gelukt dezelve uit de magt
-der <i>Franschen</i> te rukken, en der Republiek wederteschenken: dat de <i>Franschen</i> in <i>Naarden</i> lagen was de Staaten een doorn in den <span class="pageNum" id="pb12.14">[<a href="#pb12.14">14</a>]</span>voet; wèl lag het land rondom onder water, maar ’t liep tegen den winter, en zo er
-sterke vorst kwam was men derhalven van niets verzekerd: intusschen hadden de <i>Franschen</i> eenige oude vestingwerken aldaar laaten verbeteren, maar aan den anderen kant was
-ook een goed gedeelte van de bezetting, die wegens de bekrompenheid van het steedjen
-niet groot konde zijn, ziek; weder, integendeel, lag binnen <i>Naarden</i> een Gouverneur, <span class="sc">Van Pas</span> genoemd, die bekend stond voor eenen man van beleid en dapperheid; <span class="sc">Oranje</span> echter ondernam den aanslag; om den vijand te misleiden, liet hij eenige troupen
-naar den kant van <i>Braband</i> marcheeren, als of hij aldaar iet in den zin hadde: in ’t laatst van Augustus evenwel
-vernam de Gouverneur wat van de zijde der staatschen stond ondernomen te worden, welke
-maare ook kort daarna met de daad bevestigd werd; want den 19 September eerstvolgende
-(1672.) sloeg <span class="sc">Oranje</span> het beleg voor de stad; zeven dagen werd zij belegerd, en daarna bemagtigd.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Van dien tijd af heeft <i>Naarden</i> niet veel deels in de staatsverschillen, waardoor ons lieve Vaderland van tijd tot
-tijd geteisterd is geworden, gehad; maar in onze jongstledene beroerten, waarvan wij
-nog overal de opene wonden voelen bloeden, bleef zij niet verschoond; en hoe had zij
-ook kunnen verschoond blijven, daar ’t magtig <i>Amsteldam</i>, om ’t welke het voornaamlijk te doen was, voor een gedeelte van dat steedjen zijne
-verdediging verwacht!
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>De algemeene patriotsche landsversterking werd derhalven te <i>Naarden</i> geenzins vergeeten; de Colonel <span class="sc">van Matha</span>, werd met toerijkende manschap derwaards afgezonden; een gedeelte van het Amsteldamsche
-Genootschap van Wapenoefening <i>Tot nut der Schutterij</i>, trok den 8 September des jaars 1786, derwaards, om bezit van de sterkte te neemen,
-en dezelve, in gevalle van aanval, zelven te helpen verdedigen; dan, op hunnen marsch
-derwaards, ontvingen zij bericht, dat <span class="sc">Matha</span> hun niet zoude toestaan in de stad te komen, omdat zij niet voorzien waren van een
-patent van de Provinciaale Staaten.
-<span class="pageNum" id="pb12.15">[<a href="#pb12.15">15</a>]</span></p>
-<p>Toen verders de zaaken tot die hoogte gekomen waren dat men de <i>Pruissen</i> in het Land had, begreepen ook deezen dat zij noodig hadden <i>Naarden</i> te winnen; ten dien einde werd, den 17 Sept. 1787, de Generaal Major <span class="sc">von Kalckreuth</span> uit het leger bij <i>Amersfoort</i>, met 40 Cuirassiers van zijn regiment, benevens het eerste bataillon van <span class="sc">Eichman</span> derwaards afgezonden, om met den Commandeur <span class="sc">Matha</span> in onderhandeling te treeden, en te zien hoe het steedjen best te naderen was; in
-den nacht van gemelden dag kwamen de <i>Pruissen</i> voor <i>Naarden</i>, en legerden zig op eenigen afstand van de vesting; dan, zij oordeelden weder te
-moeten aftrekken, om gemaklijker posten te gaan inneemen; <i>Naarden</i> heeft zekerlijk aanstonds doen zien, dat het zig niet goedkoop zoude overgeeven;
-men trok derhalven af, om den linker oever van de <i>Vecht</i> te gaan winnen; de aftogt geschiedde reeds ten volgenden dage, (den 18den Sept)—’t
-was echter maar voor een korten tijd; want na dat de kans geheel verloren was, en
-alles met <i>Pruissische troupen</i> bezet werd, heeft ook <i>Naarden</i> dezelve moeten inneemen; zij hebben er evenwel niet langer dan elf dagen gelegen:
-sommigen zeggen dat er op zekeren nacht uit het steedjen geschoten is, waarbij een
-koe in ’t veld zijne hoornen verloor; of ’t op de <i>Pruissen</i> gemunt was is ons echter onbekend, zo ja, zou ’t, volgends ’t voorgaande, in dezelfden
-nacht moeten geschied weezen, dat <span class="sc">Kalckreuth</span> zig voor het steedjen nêersloeg.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Die <i>Naarden</i> gaat bezichtigen vraage vooral naar <i>Oud-naarden</i>, zo genoemd, of eigenlijk de aanmerkelijke overblijfzelen van de aloude stad van
-dien naam. (zie hier voor Bladz. 3.) ’t is niet meer dan eene boerewoning; doch de
-ligging van dezelve is zeer verrukkelijk, naamlijk midden in bosschen, akkers en heuvelen,
-van welken het gezicht op het onverwachtst afgewisseld wordt, met eene verrasschende
-vertooning van de <span class="corr" id="xd32e10918" title="Bron: zuiderzee">Zuiderzee</span>.
-<span class="pageNum" id="pb12.16">[<a href="#pb12.16">16</a>]</span></p>
-<p>De schansen, wallen, en grachten, zijn over bezienswaardig; ook kan men gelegenheid
-vinden om onder dezelven te komen; doch ’t is er zeer salpeterachtig en onaangenaam.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>De gebouwen, Bladz. 5 en 6 beschreven.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Men heeft er eene schoone wandeling naar de hei, of het zo genaamde huis van <span class="sc">Jan Tabak</span>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>.
-</p>
-<ul>
-<li>De <i>Keizers kroon</i>.
-</li>
-<li>Het <i>vliegende Hart</i>.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p class="xd32e10214">Voor den burger.
-</p>
-<ul>
-<li>Het <i>Jaagschuitjen</i>,
-</li>
-<li>Een tweede, ook zo genoemd.
-</li>
-<li>Het <i>bonte Paard</i>.
-</li>
-<li>Het <i>witte Paard</i>.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Alle dagen vaaren er 6 Schuiten van daar, door <i>Muiden</i>, op <i>Amsteldam</i>, en komen er ook evenveel aan: de <i>Arnhemsche</i> postwagen passeert er ook; men vindt er mede niet ver van de <i>Amsterdamsche poort</i>, eene zeer geschikte uitspanning, alwaar men ten allen tijde een rijtuig kan bekomen.
-<span class="pageNum" id="pb13.1">[<a href="#pb13.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e10317">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e10317src">1</a></span> <i>Dit grondgebied werd door Keizer</i> <span class="sc">Otto den Tweeden</span> <i>geschonken aan zekere Abdisse</i> <span class="sc">Goedela</span>, <i>waarvan het den naam bekwam van</i> Goedelaland, <i>dat is</i> het land van <span class="sc">Goedela</span>; <i>deeze naam</i>, (Goedelaland,) <i>is door de zo vermogende klankverbastering veranderd, eerst in</i> Goeiland, <i>en daarna in</i> Gooiland.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e10317src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="huizen" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1282">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure fighuizenwidth"><img src="images/huizen.jpg" alt="Het dorp Huizen" width="510" height="720"><p class="figureHead">Het dorp Huizen</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Dus schetst de Tekenkunst het schoon en vrolijk HUIZEN,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Een <span class="sc">Gooische</span> voorraadschuur van tuingewas en graan,
-</p>
-<p class="line">Dat ons <span class="corr" id="xd32e11010" title="Bron: ’d">d’</span> alouden staat van ’t Land nog doet herdenken,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Als ’t snorrend spint, of zijn getouwen bonzend gaan:
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Het ruime Zuidermeir zet door de visscherij,
-</p>
-<p class="line xd32e6271">Het breede dorp ook welvaart bij.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
-<span class="ex">DORP</span><br>
-<span class="ex">HUIZEN</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Van dit dorp mag met recht gezegd worden, dat het één der voornaamsten van het vermaaklijk
-<i>Gooiland</i> is, deszelfs
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>,
-</p>
-<p>Is anderhalf uur gaans beoosten <i>Naarden</i>, digt aan de <i>Zuiderzee</i>, wier strand, even als te <i>Muiderberg</i> en elders, zeer flaauwlijk afloopt, zo dat men bijna een half uur ver in zee zoude
-kunnen gaan, zonder zig hooger dan tot den midden toe nat te maaken, welke eigenschap
-des oevers in den zomer geene onaangenaame uitspanningen verschaft: (zie onze beschrijving
-van <i>Muiderberg</i> voornoemd.)
-</p>
-<p>Het dorp ligt voords alleraangenaamst, ter oorzaake dat veele van de hooge en laage
-gedeelten des lands bebouwd zijn, en men er ook een gezicht op de <i>Zuiderzee</i>, voornoemd, heeft; doch de huizen staan er in geene bepaalde roojing; elk heeft er
-zijn bebouwden grond of akker bij, zo dat het graan, en andere landvruchten, er als
-tusschen de huizen ingroejen: bij dit dorp behoort voords eene ongemeen groote <i>Meente</i>, waarvan wij, onder onze beschrijving van <i>Laaren</i>, breedvoerig genoeg gesproken hebben.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>
-</p>
-<p>Van deezen vinden wij niets aangetekend; ook hebben onze navorschingen ons desaangaande
-niets kunnen doen ontdekken; sommige ingezetenen beweeren, op overleveringen, dat
-<i>Huizen</i> eigenlijk een visschers dorp is, en, daar de visschers gemeenlijk hutten bewoonen,
-hier ter plaatse veele goede huizen gevonden wordende, men daarom dit visschers dorp
-vereerd heeft met den naam van <i>Huizen</i>, als of men zeggen wilde, het visschers dorp daar <i>Huizen</i> en geene hutten staan; wat de waarheid hiervan zoude weezen kunnen wij niet beslissen.
-</p>
-<p>STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE.
-</p>
-<p>De stichting, of eerste aanleg des dorps is mede met geene mogelijkheid te bepaalen;
-men wil dat het reeds zeer oud zij.
-</p>
-<p>Wat de <span class="sc">grootte</span> betreft, het wordt in de quohieren der <span class="pageNum" id="pb13.2">[<a href="#pb13.2">2</a>]</span>verpondingen begroot op 271 en een halve zwad, 11 voeten weiland, 256 morgen, 690
-roeden geestland, en nog 177 morgen, 645 roeden zulk land, onder <i>Bussem</i> gelegen; allen <i>Gooische morgen</i> van 800 roeden groot; intusschen geschiedt deeze begrooting alhier even als op alle
-andere plaatsen van <i>Gooiland</i>, naamlijk van het schotbaare land, zonder de uitgestrektheid van de heiden mede te
-rekenen.
-</p>
-<p>Dat het dorp <i>Huizen</i>, sedert groote honderd jaaren, niet weinig gebloeid moet hebben, blijkt uit de toeneeming
-van het getal der wooningen aldaar, in gemelden tijd: op de lijst van 1632, vindt
-men er 136 voor aangetekend, en op die van 1732, is dat getal veranderd in 285, des
-is het in gezegde honderd jaaren met 149 huizen vergroot, dat is meer dan ééns zo
-groot geworden—de bewooners deezer huizen zijn meest van den <i>Gereformeerden Godsdienst</i>; men heeft er ook veele <i>Doopsgezinden</i>, en eenige weinige <i>Roomschen</i>.
-</p>
-<p>’T <span class="ex">WAPEN</span>.
-</p>
-<p>Dit is een melkmeisjen, draagende twee emmers, op een zilveren veld.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>De Dorps- of <i>Gereformeerde kerk</i>, die alhier gevonden wordt, heeft uitwendig geene bijzonderheid van eenig aanbelang;
-zij draagt een dikken zwaaren toren, met slagklok en uurwijzer voorzien: van binnen
-is ’t gebouw ongemeen fraai aangelegd; ’t gezicht op den predikstoel en daaraan gevoegde
-verdere aanzienlijke gestoelten, is zeer behaagelijk; zijnde alle die gestoelten bevallig
-bruin gekleurd.
-</p>
-<p>Onder den avondgodsdienst wordt het ruim verlicht door vier koperen kaarskroonen.
-</p>
-<p>Voor eenige jaaren is deeze kerk van binnen aanmerkelijk vernieuwd: uitwijzens het
-volgende versjen, dat men tegen een der wanden leest:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">In uw vernieuwde kerk, o <i>Huizen</i>! staan Gods knechten,
-</p>
-<p class="line">Verkondigende aan u des Heeren dierbre rechten.</p>
-</div>
-<p class="first">Een ander versjen luidt dus:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Die Godes woord aanhoort, en daarnaar niet en leeft,
-</p>
-<p class="line">Is als ’t bezaaide land dat geene vruchten geeft.</p>
-</div>
-<p class="first">De Pastorij en het Schoolhuis zijn beiden aan het oogmerk zeer voldoende: in het school
-worden alle de dorps-kinderen, van wat Godsdienst ook, ontvangen.
-</p>
-<p>Wees- of Arm huizen worden hier niet gevonden: de Weezen en Armen worden by de inwooners
-besteed.
-<span class="pageNum" id="pb13.3">[<a href="#pb13.3">3</a>]</span></p>
-<p>De Doopsgezinden hebben er voords eene zeer nette vergaderplaats, tot wier vernieuwing
-de Heer <span class="sc">Jacobus van Hoorn</span>, in zijn leven Leeraar der Vereenigde <i>Waterlandsche</i> en <i>Vlaamsche Doopsgezinden</i> te <i>Amsteldam</i>, veel toegebragt heeft.
-</p>
-<p><span class="sc">Wereldlijke gebouwen</span> zijn hier niet voorhanden; het Rechthuis wordt gehouden in eene herberg, dat een
-zeer aanzienlijk en spacieus gebouw is.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Deeze bestaat uit den Predikant, zijnde thans de Wel-Eerwaarde Heer <span class="sc">Dirk van den Ham</span>, behoorende onder de Classis van <i>Amsteldam</i>; benevens twee Ouderlingen en twee Diaconen, van welken jaarlijks één Ouderling en
-één Diacon afgaat, en door een anderen vervangen wordt, ter keuze van Schepenen, uit
-de nominatie van een dubbeldgetal door den Kerkenraad zelven gemaakt.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Deeze is wederom als op alle de andere dorpen van <i>Gooiland</i>, zie het geen wij deswegen onder onze beschrijving van <i>Hilversum</i>, enz. gezegd hebben.
-</p>
-<p>Er zijn te <i>Huizen</i> twee Kerkmeesters, die door Schout en Schepenen verkozen worden, en voor hun leven
-aanblijven.
-</p>
-<p>Bijzondere <span class="sc">voorrechten</span> heeft <i>Huizen</i> niet; ook liggen deszelfs inwooners onder geene bijzondere verpligtingen.
-</p>
-<p>In den schaarbrief, waarvan wij elders spreeken, leezen wij wegens dit dorp:
-</p>
-<p>„<span class="corr" id="xd32e11170" title="Bron: Eersteliijk">Eerstelijk</span> dat gedeelte van de heyde, ’t geen doorgaans gelegen is ten zuidoosten van <i>Gravenveld</i>, en ten zuidoosten van de Landerijen die opwaarts met eekenhout beplant zijn, genaamt
-duinen, strekkende in de lengte van de <i>Huizer Neng</i> af, van daar zuidwaarts op tot aan de plantagie van de Wed. de Heer <span class="sc">Hendrik Thierens</span>, en grenzende tot aan het veld van de Wed. den Heere <span class="sc">Abm. Scheerenberg</span>: loopende in de breedte van <i>Gravenveld</i>, en de voornoemde zogenaamde duinen, zuidoostwaards op tot aan de plantagie, behoord
-hebbende de Heer <span class="sc">van Hoorn</span>, de Wed. de Heer <span class="sc">Cornelis Nagtglas</span>, en tot de velden van andere particulieren aldaar in het rondte gelegen, daar onder
-begrepen de heijde genaamt de <i>Catheet</i>, tot aan het land van de Wed. de Heer <span class="sc">Scheerenberg</span> voornoemd.”
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>Bestaan voornaamlijk in de rederij; en den zo hoogstnuttigen <span class="pageNum" id="pb13.4">[<a href="#pb13.4">4</a>]</span>landbouw; er wordt, gelijk elders in <i>Gooiland</i>, veel boekwijt gewonnen; men legt er zig ook niet weinig toe op het teelen van lange
-raapen, en andere aardvruchten: eenige andere <i>Huizenaars</i> geneeren zig met het weeven van grof doek, en grove wol tot seilen; het spinnen van
-katoen tot pitten voor kaarsen en lampen gaat er ook sterk in zwang, en alle de vruchten
-huns arbeids worden voornaamlijk te <i>Amsteldam</i> vertierd.
-</p>
-<p>De visscherij is er mede een tak van bestaan, waartoe de <i>Zuiderzee</i>, gelijk gezegd is, de gelegenheid aan de hand geeft: meestal wordt er bot gevangen:
-deeze wordt met karren langs de <i>Vecht</i> gevoerd, onderweg, en ook niet weinig te <i>Utrecht</i> verkocht; eenige anderen zeilen met hunne vangst naar <i>Zeeburg</i>, alwaar zij dezelven in platte bennen op wagens laaden, en ze daarmede rondsom <i>Amsteldam</i>, in de <i>Diemermeir</i> en elders verkoopen: daar zij met hunne geladene wagentjens niet in <i>Amsteldam</i> mogen komen, draagen sommige van deeze visschers, (hun voordeel met den verkoop binnen
-de stads poorten meenende te kunnen doen,) hunne bennen ter poorte in, en venten de
-bot langs de huizen uit; doch daar zij dus doende de markt-pachten niet betaalen,
-wordt hen niet zelden alles wat zij te koop aanbieden afgenomen: dit is buiten tegenspraak
-schadelijk, echter moet dat schadelijke minder zijn dan het voordeel, ’t welk zij
-met de gezegde verkoop weeten te doen; want hoe dikwijls hun ook het lot van beroofd
-te worden moge treffen, ’t kan hun niet doen besluiten dien verboden handel te staaken.
-</p>
-<p>„Sedert eenige jaaren”, leezen wij, „heeft men er ook begonnen bokking te droogen,
-die, hoewel zij te <i>Amsteldam</i>, onder den naam van <i>Harderwijker bokking</i>, vertierd wordt, en waartoe eene bijzondere marktplaats,” (op het <i>Koningsplein</i>,) „gesteld is, echter zo smaaklijk niet is als de oprechte <i>Harderwijker visch</i>, ’t welk aan de wijze van rooken toegeschreven wordt”: er wordt des winters ook veel
-spiering gevangen en vertierd.
-</p>
-<p>Wegens de afzonderlijke <span class="sc">geschiedenis</span> van <i>Huizen</i>, kan niets bijzonders gezegd worden, ook heeft het dorp in onze jongstledene beroerten
-weinig deel gehad.
-</p>
-<p><span class="sc">Bijzonderheden</span> zijn er voor den vreemdeling niet te bezichtigen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>.
-</p>
-<p>Het Rechthuis; men vindt er nog eene en andere herberg van minderen rang.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
-</p>
-<p>Maandag, Dingsdag en Woensdag, vaart een zeilschuit, vise versa, op <i>Amsteldam</i>: des winters bij besloten water rijdt er op dezelfde dagen een’ wagen.
-<span class="pageNum" id="pb14.1">[<a href="#pb14.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="blaricum" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1287">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figblarikumwidth"><img src="images/blarikum.jpg" alt="Het dorp Blarikum." width="491" height="720"><p class="figureHead">Het dorp Blarikum.</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Dit dorpjen<span class="corr" id="xd32e11287" title="Niet in bron">,</span> waarde Nederlander!
-</p>
-<p class="line xd32e6271">Doet zien wat noeste vlijt vermag;
-</p>
-<p class="line">Zij doet alom het graan ontspruiten,
-</p>
-<p class="line xd32e6271">Daar men weleer slechts heide zag.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
-<span class="ex">DORP</span><br>
-<span class="ex">BLARICUM</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Onder de <i>Gooische dorpen</i>, bekleedt dit zekerlijk een van de minste standen, gelijk het dan ook weinig stofs,
-tot eene beschrijving van hetzelve, oplevert.
-</p>
-<p>Deszelfs
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
-</p>
-<p>Is omtrent één en een half uur gaans ten Zuidoosten van <i>Naarden</i>, strekkende de huizen zig bijna tot aan de grensscheiding van <i>Holland</i> en <i>Utrecht</i> uit: hoe zeer onaanmerklijk het zij, is het echter ongemeen aangenaam gelegen; allerbevalligst
-groen, en, door zijne ruime bebouwing, zeer luchtig: ’t heeft in de daad alle landlijk
-schoon.
-</p>
-<p>Bijkans een quartier uur gaans van daar ten Noordwesten, slegts weinig schreden van
-den weg <span class="corr" id="xd32e11314" title="Bron: naa">naar</span> <i>Naarden</i>, vindt men den bekenden <i>Tafelberg</i>, wiens verhevenheid eene groote verscheidenheid van gezichten verschaft, die het
-oog ongemeen bekooren, en het hart van den gevoeligen aanschouwer tot aanbidding van
-den Schepper der Natuur <span class="corr" id="xd32e11321" title="Bron: als">sal</span> dwingen.
-</p>
-<p>Van de <span class="sc">naamsoorsprong</span> deezes dorps hebben wij, noch in de voorhanden zijnde schrijveren over het <i>Gooiland</i>, noch <span class="pageNum" id="pb14.2">[<a href="#pb14.2">2</a>]</span>door onze ter plaatse gedaane informatien iet kunnen ontdekken; hetzelfde is ’t geval
-wegens zijne stichting.
-</p>
-<p>Wat aangaat de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>Wij vinden dat in de quohieren der verpondingen voor <i>Blaricum</i> aangetekend staat: 101 zwad, 9 voeten weiland, en 195 morgen, 353 roeden geestland.
-</p>
-<p>„Het is,” zegt de schrijver van den <i>Tegenwoordigen Staat van Holland</i>, „in honderd jaaren genoegzaam niet vermeerderd of verminderd, staande in de oude
-lijst der verpondingen maar één huis minder dan in de laatste van 1732, volgends welke
-<i>Blaricum</i> op 108 huizen begroot wordt;” sedert echter is het verminderd, want men schat het
-getal der huizen thans, niet hooger dan 100; deezen worden bewoond door nagenoeg 500
-menschen, die meest allen van den <i>Roomschen Godsdienst</i> zijn.
-</p>
-<p>Het
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
-</p>
-<p>Van <i>Blaricum</i> is drie <i>blaauwe korenbloemen</i> op een <i>zilveren veld</i>.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>Hoewel de Gereformeerde Gemeente op dit Dorp zeer klein zij, heeft dezelve echter
-eene eigene Kerk, waarin op den eenen zondag vóór- op den anderen na-den-middag de
-openbaare Godsdienst wordt verricht. Deze Gemeente is gecombineerd met die van <i>Laaren</i>, behoort onder de Classis van <i>Amsteldam</i>, en wordt thands bediend door den Weleerwaardigen Heer <span class="sc">Carel Aeijelts</span>, wiens woonplaats te <i>Blaricum</i> is. De Kerkenraad deezer gecombineerde Gemeente bestaat, behalven uit den Predikant,
-uit één Ouderling en één Diacon te <i>Blaricum</i>, benevens één Ouderling en één Diacon te <i>Laaren</i>.
-</p>
-<p>Het Kerkjen heeft uitwendig niets aanmerklijks; er staat een oude vierkante toren
-op; van binnen is het mede allereenvoudigst, volstrekt zonder eenig cieraad, behalven
-eene kleine kaars-kroon en twee koperen boogen boven de ingangen van het Doop-hek.
-<span class="pageNum" id="pb14.3">[<a href="#pb14.3">3</a>]</span></p>
-<p>Op het Kerkhof binnen den omtrek, dien voorheen het choor der Kerk heeft beslaagen,
-is een grafkelder, doch die thands van boven geheel met gras begroeid is. Op denzelven
-ligt een gedeelte van een’ grafzerk, waarop gebeiteld is het wapen en de naam van
-<span class="sc">Johan Stachovwer <span class="sic">Urij</span> Heer Van Schiermoncoog</span>.
-</p>
-<p>De Pastorij te <i>Blaricum</i> is vrij goed, gelijk ook het Schoolhuis; doch er is noch wees- noch arm-huis, en
-dit zoude er ook indedaad vrij overtollig zijn: die weinigen onvermogenden om voor
-zich zelven den kost te winnen, worden of in hunne eigene wooning verzorgd, of bij
-Burgers besteed—de Diaconie-armen door den Diacon, met voorkennis en goedvinden van
-den Predikant en Ouderling—de zogenaamde pot-armen door de Armmeesters.
-</p>
-<p>De <i>Roomschen</i> hebben er eene goede statie, die door een wereldsch Heer bediend wordt, zijnde thans
-de Weleerwaarde Heer <span class="sc">Henricus Huisman</span>.
-</p>
-<p>Wegens de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>,
-</p>
-<p>Hebben wij slechts dit volgende ter neder te stellen: de Burgers hebben er, wat het
-bestuur der <i>Dorps-zaaken</i> betreft, hunne eigene Regeering; doch met opzicht tot de <i>rechts-zaaken</i> handelt deeze Regeering in vereeniging met die van <i>Laaren</i>, en heeft dan dezelfde maat van magt als de Regeering der andere Gooische Dorpen.
-De Leden dezer Regeering zijn te <i>Blaricum</i> zo wel als te <i>Laaren</i> bijkans allen van den Roomsch-catholijken Godsdienst.
-</p>
-<p><span class="sc">Voorrechten</span> of <span class="sc">verpligtingen</span> heeft <i>Blaricum</i> niet: Zie wegens deszelfs aandeel in de meente onder onze beschrijving van <i>Laaren</i>.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>Der bewooneren bestaan meestal in den landbouw, zo als dezelve over het algemeen in
-<i>Gooiland</i> ter hand genomen wordt: er gaan ook nog 18 à 20 getouwen, ter bereidinge van grove
-stoffe: midsgaders eene menigte van spinwielen, deels om die getouwen aan den gang
-te houden, deels ter vervaardiging van katoen-garen.
-<span class="pageNum" id="pb14.4">[<a href="#pb14.4">4</a>]</span></p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS</span>
-</p>
-<p>Van <i>Blaricum</i>, bevat op zig zelve niet veel bijzonders; in de <i>Spaansche beroerten</i>, welken ons land zo vreeslijk geteisterd hebben, heeft het in ’t lot van geheel <i>Gooiland</i> gedeeld, en ’t is overbekend, hoe jammerlijk het weerelooze landvolk moet lijden,
-als zij door den soldaat bezocht worden; indedaad, de boer heeft meer dan eenig stedeling
-gegronde reden om den oorlog te vervloeken.
-</p>
-<p>In 1672 toen de geduchte <i>Franschen</i> ons land als overstroomden, heeft <i>Blaricum</i>, als de overige gedeelten van <i>Gooiland</i>, den twist tusschen de beheerschers der aarde moeten bezuuren; met minder gevoelige
-neepen, is het in onze jongstledene beroerten vrijgekomen.
-</p>
-<p>Maar zeer veel heeft dit Dorp geleden in het jaar 1696: op den 26 Maart diens jaars,
-even na den middag, ontstond er in hetzelve een allergeweldigste brand, waardoor binnen
-den tijd van twee uuren over de dertig huizen benevens de Kerk en toren waren in de
-asch gelegd, de zerken in de Kerk van één sprongen, en de lijken in de graven tot
-stof verteerden.
-</p>
-<p><span class="sc">Bijzonderheden</span> zijn hier niet te bezichtigen, niettegenstaande de alleraangenaamste ligging des
-dorps, een bezoek van den Landvriend overwaardig is.
-</p>
-<p>Eigenlijke
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>
-</p>
-<p>Zijn er niet, men vindt er eenige weinige herbergen, waarin de wandelaar zich kan
-ververschen.
-</p>
-<p>Er zijn ook geene <span class="sc">reisgelegenheden</span>: men is verpligt zig van daar naar <i>Naarden</i> te begeeven, om met de gelegenheden, welken te dier plaatse gevonden worden, naar
-elders te vertrekken.
-<span class="pageNum" id="pb15.1">[<a href="#pb15.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="laaren" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1292">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figlaarenwidth"><img src="images/laaren.jpg" alt="’t Dorp Laaren" width="515" height="720"><p class="figureHead">’t Dorp Laaren</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Zo lang het landlijk schoon den <span class="sc">Batavier</span> behaagt,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">En hij naar golvend graan, naar groene velden vraagt,
-</p>
-<p class="line">Zo lang hij naar de stem van <span class="sc">Neêrlands</span> heil zal hooren,
-</p>
-<p class="line">Zo lang zal LAAREN ook den <span class="sc">Batavier</span> bekooren.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
-<span class="ex">DORP</span><br>
-<span class="ex">LAAREN</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Dit zeer aangenaame dorp, wordt gehouden voor het oudste van geheel <i>Gooiland</i>, ofschoon ter plaatse zelve geene blijken daarvan voorhanden zijn; dit is zeker dat
-het één der vermaaklijksten van alle de <i>Gooische dorpen</i> genoemd mag worden.
-</p>
-<p>Deszelfs
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
-</p>
-<p>Is meer zuidwaards van <i>Naarden</i>, dan <i>Blaricum</i>, doch de afstand van die stad is genoegzaam even groot als dezelfde afstand van ’t
-gemelde dorp, naamlijk omtrent één en half uur.
-</p>
-<p>De ligging over het algemeen is vermaaklijk, ’t is zeer ruim uitgebouwd, en daardoor
-ten uitersten luchtig; de boomrijkheid <span class="pageNum" id="pb15.2">[<a href="#pb15.2">2</a>]</span>verrukt er het oog op de treffendste wijze; ’t is voords vol akkers, en met bebouwde
-hoogten omringd, allen welken taamlijk vruchtbaar zijn in graangewassen<span class="corr" id="xd32e11546" title="Bron: ,">.</span>
-</p>
-<p>Onder de uitgestrektheid gronds, welke hier (als elders in <i>Gooiland</i>,) het oog zo zeer verrukt, telt men eene genoegzaame hoeveelheid, die men <i>Meente</i>, of <i>Gemeene weide</i> noemt: een onzer waardigste begunstigers in deeze, zegt daarvan het volgende: „In
-het district van <i>Gooiland</i>, vindt men niet alleen groote streeken heide, geschikt tot beweiden der schaapen,
-en slaan van plaggen, maar ook ligt bij elke plaats een groot stuk weiland, ’t welk
-gewoonlijk de <i>Meent</i> genaamd wordt; van deeze Heide en <i>Meent</i>, hebben zij die Erfgroojers zijn, dat is die uit voorouders herkomstig zijn, welke
-in dien tijd reeds in dit district woonachtig waren, toen met het recht tot de beweiding
-der opgenoemde <i>Meente</i> kreeg, het vruchtgebruik, het welk gewettigd is door eene goedkeuring van Hertog
-<span class="sc">Albrecht van Beieren</span>, in den jaare 1404; en Hertog <span class="sc">Jan van Beieren</span>, wilde in zeker Handvest van den jaare 1407, dat de gemeente in <i>Gooiland</i> zoude gebruikt worden gelijk van ouds de gewoonte was—ondertusschen schijnen echter
-van tijd tot tijd geschillen tusschen de Graaflijkheid en die van Stad en Lande ontstaan
-te zijn, welke geschillen nu als geeindigd beschouwd worden, door eene conventie van
-den jaare 1731, waarin gecommitteerde Raaden zig verbinden: 1<sup>o</sup>) „voor het toekomend de uitgiften of verkoopingen van Landen en Gronden van de <i>Gooische Heide</i>, niet anders te doen als na dat die van <i>Gooiland</i> daar over zullen zijn gehoord, en <span class="corr" id="xd32e11582" title="Bron: derzelve">derzelver</span> consideratien daar over zullen zijn ingenomen; 2<sup>o</sup>) dat de erfpachten die voor de consenten jaarlijks zullen worden betaald, ofte de
-penningen die van de verkopinge van eenige gronden of landen komen te provenieeren,
-zullen bij de Graaflijkheid, en bij die van <i>Gooiland</i> genoten en geprofiteerd worden elks de helft: 3<sup>o</sup>) dat zo ras de afzandingen op <i>Gooiland</i> wederom vrij zullen gesteld zijn, Gecommitteerde Raaden en die <span class="pageNum" id="pb15.3">[<a href="#pb15.3">3</a>]</span>van <i>Gooiland</i> gesamenlijk een begin zullen doen maaken met de <i>Gooische Heide</i> aftezanden, ter plaatse daar zulks dienstig en meest profijtelijk zal geoordeelt
-worden, <i>zonder dat aan iemand anders permissie om te zanden zal worden verleent, en dat tot
-meerdere bevoordering van de voorsz. gemeene afzanding de landen en gronden die van
-de voorsz</i>. <span class="sc">Gooise Heide</span> <i>in tijd en wijlen, het zij bij koop consent ofte erfpacht mogte worden verkregen,
-niet zullen mogen werden afgezand</i>”——en het is ook gelijk wij verneemen onder die voorwaarde, als mede dat hetzelve
-niet met hout mag beplant worden, dat de streek Lands of Heide achter <i>’s Graveland</i> liggende (zie onze beschrijving van dat dorp,) is uitgegeven.
-</p>
-<p>„Jaarlijks word, op den 27 maart, te <i>Naarden</i> eene vergadering van Stad en Lande gehouden, wanneer gelijk ook op de buitengewoone
-vergaderingen, uit alle de plaatsen van <i>Gooiland</i>, één of twee Buurtmeesters of ook wel één Buurtmeester met één of twee Leden uit
-het Gerecht, ter bijwooninge dier vergaderinge, worden afgevaardigd.
-</p>
-<p>„De opgezetenen van dit district, of liever de Erfgrooiers, zijn niet bepaald tot
-het beweiden van hunne bijzondere <i>Meent</i>, maar ieder Erfgooier mag schaaren of zijne beesten weiden op welke <i>Meent</i> hij wil, doch alleen dan wanneer hij zig op zulke eene plaats met der woon begeven
-heeft<span class="corr" id="xd32e11624" title="Niet in bron">.</span>”
-</p>
-<p>In den jaare 1762, is, deeze Meente betreffende, eene breede <i>Willekeur</i> of <i>Schaarbrief</i>, uitgegeven, waarin desaangaande alles geregeld is; en wegens het weiden van schaapen
-op de heiden, onder anderen bepaald wordt, dat <i>Blaricum</i> zal hebben; „Eerstelijk de heijde welke gelegen is beoosten de <i>Huijser weg</i>, die van <i>Huijsen</i> op <i>Laaren</i> loopt, strekkende ten oosten <span class="corr" id="xd32e11641" title="Bron: to">tot</span> aan het <i>Tafelbergje</i>, en voorts een drift van 20 roeden breedte benoorden het <i>Tafelbergje</i>, om op haare verdere heijde te kunnen komen: verder al de heijde welke ten suijdoosten
-van het <i>Tafelbergje</i>, van daar op de <i>Leeuwberg</i>, en van daar op de <i>Kruisberg</i>, tot aan de <i>Blaricummer enge</i> gelegen is, en van de <i>Kruisberg</i> noordwestwaards op tot aan <i>Craailoo</i>, en westwaards <span class="pageNum" id="pb15.4">[<a href="#pb15.4">4</a>]</span>op tot aan den ordinairen weg die van <i>Craailoo</i> op <i>Laaren</i> loopt: nog de heijde die over denzelven weg westwaards op, benoorden de suijder <i>Botweg</i> tot den nieuwen <i>Amersfoortschen</i> weg is liggende, ook de <i>inschikkeling</i>, loopende ten westen van het <i>Craailoosche bosch</i>, daar onder begreepen, zo verre het selve aldaar gelegen is, tusschen <i>Craailoo</i> en den voorn. nieuwen <i>Amersfoortschen weg</i>, en den <span class="corr" id="xd32e11681" title="Bron: suijdellijksten">suijdelijksten</span> <i>Huijser Botweg</i>, (des dat <i>Laaren</i> van ter plaatse, of daar de Nengscheiding tusschen <i>Laaren</i> en <i>Blaricum</i> is liggende, langs de Neng van <i>Laaren</i> westwaards op tot aan den <i>Naarder weg</i> op <i>Laaren</i>, behoude een streek heijde ter breedte van 50 roeden, en van denselven <i>Naarder weg</i> tot suijdwestwaards op aan de voorn. <i>Amersfoortschen weg</i>, eene breedte van 100 roeden, of ter breedte van de <i>Laarder Neng</i> af tot aan den suidelijksten <i>Huijser Botweg</i>.)
-</p>
-<p>„Beneden de Neng tusschen <i>Laaren</i> en <i>Blaricum</i>, sal het dorp <i>Blaricum</i> behouden en genieten al het gemelde veld van den <i>Koedijk</i> af, (liggende aan de Gemeente, tot half wegen het veld tusschen het eijnde van de
-nieuwe Camp en de Limietpaal, staande aan de <i>Gooijer gracht</i> over de <i>Emenesser gemene steeg</i>, en sal het voorn. veld tusschen de <i>Laarder Neng</i>, en de voorn. <i>Gooijer gracht</i> in sijne breedte, sijn bepaling en scheijding bekomen aldus: met te moeten roijen
-beneden aan, en van de Neng alwaar haarlieder beschrijving is, van daar lijnrecht,
-tot aan de <i>Gooijer gracht</i>, daar men het midden heeft van het veld, liggende tusschen het suijdelijkste eijnde
-van het nieuwe <i>Camps bosch</i><span class="corr" id="xd32e11731" title="Bron: .">,</span> en de voorn. Limietpaal; al ’t gunt aldus ten noordoosten van dese scheijding ligt,
-sal aan <i>Blaricum</i> behooren, en is tot voorkoming van ’t verduijsteren deser scheiding goedgevonden
-dat een teken zal worden gesteld beneden aan de gemelde Nengen, ter plaatse van henlieder
-bescheidinge, en een ter plaatse voor gemeld aan de <i>Gooijer gracht</i>, roijende lijnrecht op malkanderen.”
-</p>
-<p>In een volgend artijkel wordt gezegd,
-<span class="pageNum" id="pb15.5">[<a href="#pb15.5">5</a>]</span></p>
-<p>„<i>Laaren</i> zal beweiden alles wat om haar Nengscheiding ligt, exempt, dat aan <i>Huijsen, Blaricum, Naarden</i> en <i>Bussem</i> hier voor reeds is toegeschikt —— —— verder sal de scheiding tusschen <i>Hilversum</i> en <i>Laaren</i> zijn, uit het Stigt van de huisen van de hooge Vuurt af te sien, en so voords tusschen
-de Limietpaalen N<sup>o</sup>. 8 en 9, en van daar op den westerhoek van de <i>Laarder Wasmeer</i>, en van daar lijnregt op een grooten steen, leggende tusschen <i>Hilversum</i> en het <i>Laarder Kerkhof</i> daar de voetpaden van <i>Hilversum</i> op <i>Laaren</i> in één loopen, en van daar op <i>Ardjesberg</i> en <i>Langehul</i>, des te verstaan dat alles wat van deeze scheijding ten noorden gelegen is aan <i>Laaren</i>, en ten suijden van dezelven aan <i>Hilversum</i> gelaten wordt.”
-</p>
-<p>Van den <span class="sc">naamsoorsprong</span> hebben wij weder geenig bericht hoegenaamd, kunnen inwinnen, even weinig als van
-de <span class="sc">stichting</span> des dorps: de oorzaak derzelver, de oorzaak der stichtinge van eenig dorp, zeker,
-kan ook zodanig toevallig weezen, dat men juist geenen eigenlijken stichter deszelven
-met naame zoude kunnen noemen, al ware het ook dat men nog eene eeuw of anderhalf
-vroeger geleefd hadde; vooral is zulks waar omtrent onze <i>Nederlandsche Dorpen</i>: onze Republiek is ten allen tijde een Land geweest, grouwzaam geschud door inwendige
-beroeringen, derhalven heeft het zekerlijk niet zelden vrienden van den vrede genoodzaakt,
-of liever, doen besluiten, de steden of den omtrek derzelven te verlaaten, ten einde
-op een afgelegen pleksken hunne hartsgodinne, de lieve Vrede, naar hun genoegen te
-kunnen dienen: de voorgangers kunnen volgers gehad hebben; vooral is zulks zekerlijk
-het geval geweest, wanneer die voorgangers zig bij hunne uitwijking wèl bevonden hebben;
-en op die wijze zal er, waarschijnlijk, menig Nederlandsch dorp ontstaan weezen; ook
-is het zeer denkelijk, dat de bewooners deezes Lands, in vroegere tijden, even als
-nu, genoodzaakt geworden zijnde hun eigen onderhoud te zoeken, vooral door dat ons
-Land, door de daarin aanhoudende troubelen, zig nimmer sterk heeft kunnen toeleggen
-op <span class="pageNum" id="pb15.6">[<a href="#pb15.6">6</a>]</span>het beschermen en aankweeken van de vindingen des vernufts, van fabrieken als anderzins,
-de gelegenheid des Lands wel rasch onderzocht, en bevonden zullen hebben, dat zij
-op deeze plaats met de visscherij, op geene met de melkerij, op eene andere met den
-landbouw, op weêr eene andere met het baggeren, aan een eerlijk bestaan konden komen,
-alwaarom ieder zijn keuze uit die eigenschappen gedaan kan hebben, en zig ter uitoefeninge
-van die keuze op de geschiktste plaats nedergezet zal hebben, mogelijk met meer dan
-één huishouden te gelijk; de gezegde eigenschappen des Lands hebben de onderneemeren
-zekerlijk wèl doen slaagen, en zulks kan hun weldra medestanders hebben toegebragt;
-op die wijze kunnen zeer rasch gehuchten ontstaan zijn; de welvaart zal hun eenige
-aanmerking hebben doen verdienen; de beheerschers des Lands zullen hun als een eigendom
-benaderd, eene regeeringsform gegeven hebben, en op die wijze kunnen veele dorpen
-ontstaan weezen, zonder dat men bepaaldlijk kan zeggen, deezen of die zijn de aanleggers
-derzelven geweest: men voege hierbij, dat de Godsdienst, in ons Land, ook altijd zijne
-standvastige, ijverige, en des loflijke aanhangers gehad heeft, en men daarom al rasch
-bedacht geweest zal zijn, om in de genoemde bijeenschoolinge van landgenooten, eene
-kerk van deeze of geene gezinte aanteleggen, waardoor derhalven de buurt tot een dorp
-zal verheven weezen.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>
-</p>
-<p>Van <i>Laaren</i>, vinden wij aangetekend op, (wat de schotbaare landen betreft,) 107 zwad, 7½ voet
-weiland, 126 morgen, 37 akkers, 12½ dam weiland, 126 morgen, 656 roeden best geestland,
-129 morgen, 622 roeden slecht geestland, en 15 vullingen: in 1732 stonden er volgends
-de verpondings lijsten alstoen opgemaakt, 152 huizen, in andere lijsten beloopt dat
-getal slechts 118: thans worden de wooningen begroot op 195.
-<span class="pageNum" id="pb15.7">[<a href="#pb15.7">7</a>]</span></p>
-<p>Het
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
-</p>
-<p>Van dit dorp is een roode <i>Warrekram</i>, op een <i>zilveren veld</i>.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>De <i>Gereformeerde kerk</i>, die hier in de eerste plaats genoemd moet worden, stond weleer alwaar nu het <i>Laarder kerkhof</i> gevonden wordt; dit draagt nog heden den naam van ’t <i>St. Jans kerkhof</i>, gelijk ook de kerk aan <span class="sc">Joannes</span> <i>den dooper</i> was toegewijd: de huislieden waren in de <i>Spaansche beroerten</i> niet magtig om deeze kerk vrij te houden, van het geboefte dat er zig dikwijls in
-legerde, en sterkte; des werd zij, op last van ’s Lands Staaten, afgebroken; „en de
-ingezetenen,” dus luidt het geen wij desaangaande leezen, „behielpen zig met de kapelle,
-die in het dorp stond, en welke de tegenwoordige kerk is: zij was,” dus gaat de beschrijver
-desaangaande voord: „in den jaare 1618, zo zeer vervallen, dat de ingezetenen zig
-onmagtig vonden, om ze te herstellen, waarom zij bij de Staaten verzochten, dat dit
-gebouw, voor die enkele reize, uit ’s Lands middelen, in behoorlijken stand gebragt
-mogte worden, met belofte dat zij in ’t vervolg van tijd, voor het onderhoud zouden
-zorg draagen:” niettegenstaande de gezegde herstelling, vertoont het gebouw zig zeer
-oud; er staat een agtkanten toren op, naar den <i>Gottischen bouworde</i> ingericht; verder heeft zij, van binnen, niets aanmerkelijks genoeg om er eenige
-melding van te maaken.
-</p>
-<p>De Gemeente alhier, gecombineerd met die van <i>Blaricum</i>, wordt, gelijk onder <i>Blaricum</i> reeds gezegd is, bediend door den Wel-Eerwaarden Heere <span class="sc">Carel Aeijelts</span>, behoorende onder de Classis van <i>Amsteldam</i>: het schoolhuis is er vrij goed.
-</p>
-<p>Wat het voorgemelde kerkhof betreft, hetzelve ligt ten westen van <i>Laaren</i>, naar den kant van <i>Hilversum</i>; het beslaat een vierkant pleintjen, gelegen op een heuvel, en omringd van een aardene
-borstweering: „de <i>Roomschgezinden</i>”, zegt men<span class="corr" id="xd32e11853" title="Bron: .">,</span> „hebben <span class="pageNum" id="pb15.8">[<a href="#pb15.8">8</a>]</span>er <span class="corr" id="xd32e11859" title="Bron: gtoote">groote</span> eerbied voor, en vorderen dat aldaar verscheidene mirakelen zouden gebeurd zijn,
-ja men wil zelfs, dat ze er nog hunne aandacht, bij wijze van bedevaart, verrichten:
-veelen, zeker; verkiezen er begraven te worden: men vindt in het opschrift van eene
-zerk,” dit leezen wij elders, dat hier één hunner Pastooren begraven is.<span id="xd32e11862"></span>
-</p>
-<p>De laatstgemelde Gemeente (de <i>Roomsche</i>,) heeft alhier eene zeer wèl gebouwde Statie, die door een Wereldsch Priester bediend
-wordt; thans door den Wel-Eerwaarden Heere <span class="sc">Nicolaus van Veen</span>.
-</p>
-<p>In ons artijkel <span class="sc">wereldlijke gebouwen</span>, hebben wij, dit dorp betreffende, niets aantetekenen.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Bestaat te <i>Laaren</i>, gecombineerd met <i>Blaricum</i>, uit den Predikant, twee Ouderlingen en twee Diaconen.
-</p>
-<p>Wegens de <span class="sc">wereldlijke regeering</span> kunnen wij ook niets bijzonders aantekenen: men zie desaangaande onze beschrijving
-van <i>Hilversum</i> en van <i>Blaricum</i>.
-</p>
-<p><span class="sc">Voorrechten</span> of <span class="sc">verpligtingen</span> zijn omtrent <i>Laaren</i> niet<span class="corr" id="xd32e11905" title="Niet in bron">.</span>
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>Aldaar bestaan voornaamlijk in den landbouw, maar ook zijn er 50 à 60 weeverijen,
-die door onvermoeiden ijver in goeden stand gehouden worden.
-</p>
-<p>De <span class="sc">geschiedenissen</span> komen na genoeg met die van geheel <i>Gooiland</i> overeen: de <span class="sc">bijzonderheden</span> zijn geenen.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN <span class="sc">OF</span> HERBERGEN</span>
-</p>
-<p>Zijn <span class="corr" id="xd32e11934" title="Bron: t’">’t</span> <i>Bonte paard</i>, de <i>Postwagen</i>, en ’t <i>Rad van Avontuuren</i>.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
-</p>
-<p>Zijn ’t naast dat men zig naar <i>Naarden</i> begeeft, en aldaar van de gelegenheid gebruik maakt.
-<span class="pageNum" id="pb16.1">[<a href="#pb16.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="hilversum" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1297">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure fighilversumwidth"><img src="images/hilversum.jpg" alt="Het dorp Hilversum" width="504" height="720"><p class="figureHead">Het dorp Hilversum</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Het luchtig HILVERSUM verkeerd een barre grond
-</p>
-<p class="line">Door nuttige akkerbouw, in schoone kooren velden,
-</p>
-<p class="line">En doet door konst en vlijt, van ouds haar naam in ’t rond,
-</p>
-<p class="line">Tot eer van <span class="sc">Gooilands</span> oord door haar Fabriken melden.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
-<span class="ex">DORP</span><br>
-<span class="ex">HILVERSUM</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Onder de dorpen van het aangenaame <i>Gooiland</i>, munt het bovengemelde in veele opzichten uit, of schoon het op ’t eerste aanzien
-niet voor zodanig gehouden zoude worden, vooral niet met betrekking tot deszelfs grootte;
-uit onze volgende aantekeningen, (die wij, bijna allen, van de waardigste hand, en
-uit de plaats zelve dankbaarlijk ontvangen hebben,) zal blijken dat <i>Hilversum</i>, zelfs <i>Naarden</i>, dat den naam van <i>Gooiland’s hoofdstad</i> draagt, overtreft in getal van huizen, inwooneren, en bloei.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
-</p>
-<p>Deeze is op de <i>Gooische heide</i>, omtrent ander half uur gaands van de stad <i>Naarden</i>: de ligging is voords ten hoogsten aangenaam, alzo men den heuvelachtigen grond,
-rondsom het dorp, voor het grootste gedeelte bebouwt met rogge, haver, boekwijt, enz.
-welke bebouwing de aangenaamste landlijke gezichten oplevert, en in den bloeitijd
-der gezegde graanen, vooral van de boekwijt, veele <i>Amsteldammers</i> en andere nabuuren derwaards lokt, om zig met het beschouwen dier bevallige tooneelen
-der Natuur te verlustigen: beklimt men het zogenaamd <i>Trompenbergjen</i><a class="noteRef" id="xd32e12006src" href="#xd32e12006">1</a> zo vertoont zig als in één oogenblik <span class="pageNum" id="pb16.2">[<a href="#pb16.2">2</a>]</span>voor ons gezicht de blauwe heide, en vruchtbaare akkers, die met het goudgeel graan
-pronken, terwijl de boekwijt als een zee van melk zig vertoont—verder ziet men van
-daar bosschaadjes, weiden, een menigte torens, en ook een gedeelte van de <i>Zuiderzee</i>, waarin men niet zeldzaam met het bloote oog onderscheidene schepen zien kan—het
-dorp zelf is in zijn bevang mede zeer aangenaam gelegen, ter oorzaake van deszelfs
-boomrijkheid, die zeer groot is, waardoor het op sommige plaatsen het aanzien van
-eene aangenaame lusthof bekomt.
-</p>
-<p>Weleer, gelijk blijkt, uit de brieven en raporten van <span class="sc">Pieter Corneliszoon Hooft</span>, Bailluw van <i>Gooiland</i>, schijnen de inwooners, over ’t geheel genomen, beantwoord te hebben, aan den algemeenen
-aart der bewooneren van het <i>Gooiland</i>, die naamlijk vrij kregel van aart waren; dan, sints een halve eeuw zijn zij aanmerkelijk
-ten goede veranderd, en wanneer men het groot getal ingezetenen in ’t oog houdt, zal
-men moeten erkennen, dat, in vergelijkinge van andere plaatsen, die minder inwooners
-hebben, hier zelfs minder ongeregeldheden, dan wel elders, gevonden worden—gewoonlijk
-zegt men ook dat de vrouwen veel werks maaken van het tabaksrooken, doch dit is sedert
-een reeks van jaaren mede zo zeer verminderd, dat deeze gewoonte nu nog slechts onder
-eenigen der geringste vrouwlieden gevonden wordt; terwijl de burgervrouwen het tabaksrooken
-zig, hier zowel als elders, tot eene schande zouden rekenen: die van <i>Hilversum</i>, zo wel als de <i>Goojers</i> over het algemeen, zijn van zeer oude tijden af bekend geweest voor een strijdbaar
-volk: uit zeker handschrift van een’ schoolmeester te <i>Naarden</i>, vinden wij desaangaande aangetekend, dat zij in buitenlandsche oorlogen aangenomen
-werden; daar zij alle andere volken in ervarenheid van krijgskunde te boven gingen,
-en onder de geoefendste krijgslieden gesteld werden: „dat zij, of tot lijfwachten
-der veldheeren werden verkozen, of in de voorste spits pal stonden in eenen veldslag;
-dat zij dubbelde soldij trokken, de slagordes aanvoerden, de krijgsamten bekleedden,
-en, in ’t kort, voor dapperder dan alle anderen gerekend werden: in de oorlogen hunner
-Vorsten tegen <i>Gelderland</i>, <i>Vrankrijk</i>, en van de <i>Keizeren</i> tegen de <i>Turken</i>, of eenigen anderen magtigen vijand, werden zij, op milde bezolding, ten strijde
-ontboden; zo dat zij, volgends dit verhaal, <span class="pageNum" id="pb16.3">[<a href="#pb16.3">3</a>]</span>ten allen tijde, bewijs gegeven hebben van hunne <span class="corr" id="xd32e12053" title="Bron: onvertsaagheid">onversaagdheid</span>.”
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
-</p>
-<p>Hier van vinden wij niets aangetekend, en hebben er ook, niet tegenstaande alle mogelijke
-navorsching, niets van kunnen ontdekken; waarom wij dit artijkel verder met stilzwijgen
-moeten voorbijgaan.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>Zo weinig als van de naamsoorsprong des dorps geweten wordt, zo weinig wordt ook geweten
-van deszelfs stichting; dit is zeker, gelijk uit voorige handvesten en resolutien
-der oude Graaven en Hertogen blijkt, dat <i>Hilversum</i> mede een oud Dorp is, en het is hoogstwaarschijnelijk dat het zijn begin genomen
-heeft met herdershutten, terwijl de gelegenheid des lands allergeschiktst was voor
-de schaaphoederij: deze gedachte wordt alleraanneemelijkst gemaakt, door zekere gadering,
-welke hier éénmaal ’s jaars geschiedt, onder den naam van <i>Schotgeld</i>, en, dat bijzonder is, ’t geen elk betaalen moet, is uitgedrukt met zekere tekens,
-’t welk in die oude tijden voor ieder duidelijk was—wat de grootte des Dorps betreft,
-de platte betimmerde grond wordt ten minsten op 50 morgen gesteld—de bebouwde gronden
-welken het Dorp omringen op 800 morgen, de gemeene weiden op circa 500 morgen; voords
-nog gedeeltelijk bouw- en gedeeltelijk wei land, aan onderscheidenen op <span class="corr" id="xd32e12074" title="Bron: erfpracht">erfpacht</span> uitgegeven, zamen min of meer 500 morgen, behalven een zeer aanzienlijke streek,
-zogenaamde Maatlanden, gelegen onder de banne van <i>Hilversum</i> aan de <i>Zuiderzee</i>, welke zonder andere bemesting, dan die welken de zeevloeden ’s winters aanbrengen,
-jaarlijks aanmerkelijk grasgewas opleveren: eindelijk zullen de onbebouwde heigronden
-bijna 2000 morgen uitmaaken—Het getal der huizen wordt in de verpondingslijst van
-den jaare 1732 gesteld op 463. en daar dat getal op die lijst van honderd jaaren vroeger,
-(1632.) slechts 146 is, en er thans reeds 500 opstaan, waarbij nog eenigen, binnen
-weinig tijds gebouwden, gevoegd zullen worden, getuigt zulks van den ongemeenen bloei
-des dorps in de gezegde jaaren: deeze bloei heeft het onder anderen <span class="pageNum" id="pb16.4">[<a href="#pb16.4">4</a>]</span>te danken aan de landbouwerij, waarvan wij boven reeds spraken; en die ongetwijfeld
-nog vrij aanzienlijker zoude weezen, ware het niet dat het bereiden van de heigronden
-ter bebouwinge, groote zwaarigheid inhadde, of liever groote moeite en kosten vereischte,
-en daarom te weinig voordgezet wierd: en wat zou het gevolg daarvan weezen? wat anders,
-dan dit zo heilzaame, dat er duizende handen, welken nu, door gebrek aan arbeid, in
-ledigheid verstijven, bezigheid, en de zamenleeving eene vrij meerdere hoeveelheid
-van landvruchten aangeschaft zoude worden; er zoude altoos nog genoeg heigronden,
-die geheel ongeschikt zijn ter bebouwinge, voor de weiding der schaapen overblijven—de
-ondervinding heeft tog, ook in deeze omtrek, geleerd, hoe de grond, wèl bearbeid en
-bemest, bijna nergens geheel ondankbaar is; (zie onze beschrijving van <i>’s Graaveland</i> bladz. 15.)—<i>Hilversum</i> is zijnen bloei mede verschuldigd aan de weeverijen, welken aldaar sedert langen
-tijde zijn geweest.
-</p>
-<p>De bewooners van dit <i>Dorp</i> worden begroot te bestaan op agt honderd huisgezinnen, waaronder <i>Gereformeerden, Roomschen</i>, <i>Jansenisten</i>, en zes-en-twintig <i>Joodschen</i>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>.
-</p>
-<p>Dit is een groen veld, en op hetzelve vier boekwijt-korrels.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>De Gereformeerde Kerk, welke hier in de eerste plaatst in <span class="corr" id="xd32e12111" title="Bron: anmerking">aanmerking</span> komt<span class="corr" id="xd32e12114" title="Niet in bron">,</span> is een gebouw van welks eerste stichting men niets weet; sommigen willen, dat dezelve
-van ouds een parochiekerk, en aan <span class="sc">St. Vitus</span> toegewijd was: in 1766 was de voorgaande Kerk, op slechts de muuren na, met het voornaamste
-gedeelte des dorps, door de vlamme verteerd geworden, (zie hier achter artijkel <span class="sc">geschiedenissen</span>:) het tegenwoordig gebouw, dat op zondag den 3 Julij 1768 ingewijd werd, door den
-toenmaaligen leeraar <span class="sc">Johannes Wilhelmus van Yssum</span>, is zeer net en in alles aan het oogmerk beantwoordende: het zelve is breed 49, en
-lang 74 voeten, behalven het choor, het welk breed 26, en lang 39½ voeten is—van binnen
-pronkt de kerk met een goed orgel, waar bij een orchest dat op twee nette colommen
-rust; hetzelve orgel is vervaardigd door <span class="sc">Abraham Meere</span>, orgelmaker te <i>Utrecht</i>: men vindt daar op 16½ Registers, 2 Clavieren, en een aangehangen pedaal, en is door
-<span class="corr" id="xd32e12131" title="Bron: en">den</span> <span class="pageNum" id="pb16.5">[<a href="#pb16.5">5</a>]</span>tegenwoordigen Leeraar, Gode en zijnen dienst toegewijd den 30 Julij 1788<a class="noteRef" id="xd32e12136src" href="#xd32e12136">2</a>—binnen in de kerk vindt men voords een fraajen predikstoel, drie groote koperen kaarskroonen,
-noodige banken voor Regeering, Kerkenraad en andere persoonen, en meer dan 200 vrouwen
-stoelen, behalven <span class="corr" id="xd32e12139" title="Bron: nag">nog</span> een gedistingueerde bank voor den Bailluw van <i>Gooiland</i>, en 2 banken voor de Heeren van de buitenplaatsen van <i>’s Graavenland</i><span class="corr" id="xd32e12146" title="Bron: ,">.</span>
-</p>
-<p>Wat het uitwendige des gebouws betreft, het pronkt met een spitsen toren, en staat
-op een groot kerkhof dat met een’ muur omgeeven is: in deezen muur, tegen over den
-ingang van de kerk, is een vry aanzienlijk ijzeren hek, tusschen twee vierkanten steenen
-pijlaaren: boven op de pijlaaren staat, op die aan de linkerzijde, het wapen van <i>Holland</i>, en op het andere het dorpswapen bovengemeld; beiden door leeuwen gehouden: op het
-voorste vlak der pijlaaren, boven aan, is, ter eene zijde, uitgehouwen een schip,
-en ter andere zijde een wereldkloot: onder het schip leest men den naam van <span class="sc">Jan Jansz. Perk</span>, en onder de wereldkloot, <span class="sc">Japje Rijkse Nagel</span>: deeze waren echte lieden, en hebben het gezegde hek aan de kerk geschonken: zijnde
-hetzelve in den brand <span class="corr" id="xd32e12159" title="Bron: vau">van</span> 1766 onbeschadigd gebleeven.
-</p>
-<p>Terwijl wij thans van kerk en kerkhof spreeken, kunnen wij niet af tevens melding
-te maaken van de nieuwe buitenbegraafplaats, welke hier ter plaatse gevonden wordt;
-en zeker niet weinig ten bewijze dient, hoe de ingezetenen deezer plaatse wel te leiden
-zijn, indien men voorzichtiglijk handelt, en den weg van <span class="corr" id="xd32e12164" title="Bron: overredig">overreding</span> met hun inslaat: dit heilzaame werk heeft zijn volkomen beslag gekreegen, en ’t geen
-niet weinig verwondering baart bij hen die weeten, hoe het grootste deel der ingezetenen
-den Roomschen Godsdienst is toegedaan; allen, zonder onderscheid, hebben een bijna
-veertienhonderdjaarig vooroordeel <span class="pageNum" id="pb16.6">[<a href="#pb16.6">6</a>]</span>weeten afteleggen, door hunne lijken niet meer binnen het Dorp en de Kerk, maar buiten
-hetzelve te laaten begraaven——Deeze begraafplaats ligt even buiten het Dorp; derzelver
-lengte is 354, en breedte 66 voeten <i>Rhijnlandsche maat</i>; zij is omringd met eenen muur, 6 voeten boven den grond; de ingang van deezen buitenhof
-is in het midden voorzien van een ijzeren hek, op welks pilasters de woorden <i>Gedenkt te sterven</i>, geleezen worden: tegen over dit hek vindt men een graf- of gedenk-naald op eenen
-kleinen heuvel van groene zooden: op de grafnaald ziet men, behalven een doodshoofd
-en twee schinkels in eene nis geplaatst, deeze inscriptie: <i>Het stof keert weder tot aarde, gelijk het geweest is, en de geest weder tot God die
-hem gegeven heeft</i>, en daar onder <span class="sc">Salomon</span>——De toegang tot deeze stille rustplaats der dooden is, als eene alléé, beplant met
-een dubbelde rei van ijpen- en sparren-boomen, terwijl alles in de volkomenste orde,
-en zo zindelijk gehouden wordt, dat ook deeze buitenbegraafplaats, liggende tusschen
-het golvend koorn, in veele opzichten, naar eenen hof gelijkt; zij staat onder bijzonder
-opzicht van eenen Opziener en Boekhouder—Op den eersten dag van het jaar 1793 heeft
-men ’t eerste lijk aldaar gebragt, waarbij Regeering en Kerkenraad adsisteerden; en
-van dien tijd af, tot heden toe, heeft men alle de lijken op deeze nieuwe begraafplaats
-geborgen; terwijl de Heeren Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westvriesland</i> niet alléén vrijheid hadden gegeeven om de graven der kerk te sluiten, ieders graf
-of graven op deeze buitenhof te verplaatsen, maar ook gaven zij dispensatie, van het
-geen Art. 15 van de ordonnantie op het middel van trouwen en begraaven, in dato 26
-October 1695, is gestatueerd, zo dat van de lijken van buiten naar <i>Hilversum</i> vervoerd wordende, niet meer dan ééns, en wel ter plaatse van het overlijden, ’s
-Lands recht behoeft betaald te worden——onderscheidene graven zijn reeds aan aanzienlijke
-lieden, buiten deeze plaats, verkocht, en er doet zig niet weinig hoops op, of deeze
-begraafplaats die vooral om deszelfs hooge ligging (daar men veilig stellen mag dat
-zij meer dan 30 a 40 voeten boven het water ligt) boven anderen, welke in ons Vaderland
-gevonden worden, verre te verkiezen is, zal weldra hoe langer hoe meer van elk gezocht
-worden——Digt bij de grafnaald, ziet men een graf, met een groote zerk, <span class="pageNum" id="pb16.7">[<a href="#pb16.7">7</a>]</span>waar op de naam van <span class="sc">Jan Abraham Dedel</span>, 1793—De conditien, waar op men recht tot een graf kan bekomen, benevens het bericht,
-worden, behalven hier ter plaatse, ook te <i>Amsteldam</i>, (gratis,) uitgegeven bij de Boekverkoopers <span class="sc">W. Holtrop</span> in de <i>Kalverstraat</i>, <span class="sc">D.</span> en <span class="sc">J. Dol</span>, in de <i>Oudenbrugsteeg</i>, en <span class="sc">H. Brongers</span> over de Beurs—welk rechtgeaart Vaderlander wenscht deeze plaats, met zulk eene nuttige
-inrichting, niet van harten geluk! en wie, die slechts eenige menschenliefde in zijn
-binnenste koestert, verlangt niet hartlijk, dat men, vooral in volkrijke plaatsen
-in ons Vaderland, aan zulk een heilzaam werk eens eindlijk de handen slaan mag——en
-gaan Regenten met hun goed voorbeeld voor, weldra zal men dan ook, gelijk wij vertrouwen,
-ondervinden, zo als men hier te <i>Hilversum</i> ondervonden heeft, dat de ingezetenen niet zo gehecht zijn aan voorouderlijke gewoonten
-en vooroordeelen, of zij zijn, wanneer men hun op eene bescheidene wijze het wanvoegelijke
-en schadelijke onder ’t oog brengt, ook in staat om dezelve te bestrijden en te overwinnen.
-</p>
-<p>De pastorij is in een zeer goeden staat, dezelve is een zeer spacieus gebouw van den
-jaare 1767, met een goede tuin er achter; en, daar het woonverblijf van den Predikant,
-vóór den geweldigen brand van 1766 kort bij de kerk en toren was, bijna zonder eenig
-uitzicht, is de tegenwoordige pastorij geplaatst voor aan den weg, die naar <i>’s Graaveland, Soestdijk</i> enz. leidt, en om de menigvuldige passage een alleraangenaamst uitzicht heeft.
-</p>
-<p>Het Schoolhuis ligt aan de andere zijde der kerk; en is in alles aan het oogmerk beantwoordende.
-</p>
-<p>Op het dorp is voords een vrij aanzienlijk weeshuis, in 1786, door den braaven <i>Amsterdammer</i>, de Heer <span class="sc">H. Hovie</span>, om zijne onbepaalde menschlievendheid en mededeelzaamheid aan de armen zo bekend
-als bemind, opgericht; het getal der inwooners van dit huis, zo ouden als jongen,
-is tegenwoordig 71, waar onder er bijna 50 zijn, voor welken de voornoemde menschenvriend
-betaalt; terwijl zijn Ed. verder op allerleie wijze in den nood van dit huis voorziet—Dit
-weeshuis wordt geregeerd door 2 Regenten en 2 Regentessen, die eene vader en moeder
-onder zig hebben.
-</p>
-<p>De <i>Roomschen</i> hebben er eene goede statie, die bediend wordt door een’ Pastoor en een’ Kapellaan:
-de Pastoor is thans <span class="pageNum" id="pb16.8">[<a href="#pb16.8">8</a>]</span>de Wel Eerwaarde Heer <span class="sc">Wilhelmus Holscher</span>——de Roomschen moesten te voren hunnen godsdienst buiten de plaats verrichten, en
-gingen daar toe meestal naar <i>Laren</i> of <i>Bussem</i>, doch in den jaare 1784 den 23 September hebben zij, op verzoek, permissie bekomen
-tot het bouwen eener kerk<a class="noteRef" id="xd32e12238src" href="#xd32e12238">3</a>, ’t welk een groot en fraai gebouw is—naast het kerkgebouw ziet men de pastorij,
-zijnde zeer net betimmerd, en met allerleie gemakken voorzien—achter het huis en kerk
-ligt een zeer schoone moestuin, fraai bosch en engelsche tuin——het getal der <i>Roomschen</i> alhier, zo oud als jong, wordt bepaald op 18 a 1900 zielen.
-</p>
-<p>Ook is hier een talrijke <i>Janseniste</i> gemeente, die op 700 leden berekend wordt: deeze wordt mede bediend door een’ Pastoor,
-en een’ Kapellaan, zijnde thans Pastoor de eerwaardige, Heer <span class="sc">J.&nbsp;B.&nbsp;E. Gijselinck</span>: de kerk is ook een net gebouw, en in alles aan het oogmerk beantwoordende, de Pastorij
-is een tamelijk goed huis, waar achter een redelijk goede tuin.
-</p>
-<p>De <i>Jooden</i> hebben te <i>Hilversum</i> een kleine maar zeer nette Sijnagoge, (’t welk zekerlijk voor een dorp iet zonderlings
-genoemd mag worden:) dezelve pronkt met een aartig torentjen, doch zonder klok daarin:
-deeze sijnagoge is ingewijd, 21 Augustus 1789.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Het rechthuis is hier niet, gelijk op veele andere dorpen, met een herberg vereenigd;
-het maakt van binnen en buiten een zeer goede vertooning, en is kort na den brand
-van het jaar 1766 opgebouwd: van vooren heeft het een hoge stoep, die aan wederzijde
-elf treden heeft, en met een ijzere leuning voorzien is—in ’t midden ligt een’ gang,
-ter wederzijde van welken de noodige kamers gevonden worden; boven ieder vertrek vindt
-men met vergulde letteren, voorwien hetzelve geschikt is—beneden is de wooning van
-den Dienaar der Justitie; het vertrek voor de Nachtwacht (die hier zo wel des zomers
-als ’s winters gehouden wordt) en eindelijk de Gijzelkamer—het gebouw is rondom voorzien
-met engelsche schuifraamen—boven op de lijst van den voorgevel staat het <i>Hilversumsche wapen</i>: het gebouw pronkt voords met een torentjen, waarin ook een klok hangt.
-<span class="pageNum" id="pb16.9">[<a href="#pb16.9">9</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>De <i>Gereformeerde Gemeente</i> te <i>Hilversum</i> uit meer dan 900 menschen, zo oud als jong, bestaande, wordt bediend door éénen Predikant,
-zijnde thans de Wel-eerwaarde Heer <span class="sc">Fredericus Ham</span>, behoorende onder de Classis van <i>Amsteldam</i>: de Kerkenraad bestaat uit den Predikant voornoemd, 2 Ouderlingen en 2 Diaconen,
-waarvan jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, en door anderen vervangen worden;
-ook zijn hier twee Kerkmeesters, waarvan ’er jaarlijks één afgaat.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Deeze is even als op genoegzaam alle de <i>Gooische dorpen</i>: de Hooge Vierschaar wordt er gespannen door den Bailluw met de Schepenen van <i>Naarden</i>; voords bestaat de civile Regeering in den Schout en vijf Schepenen; er zijn ook
-twee Buurtmeesters, en 4 Raaden, welke laatsten gewoonlijk uit elk quartier van het
-Dorp gekozen worden; de Schout, en de jongst in dienst zijnde Buurtmeester, stellen
-ieder een getal van vijf persoonen, uit welk tiental, door den Bailluw vijf nieuwe
-Schepenen, in plaats van die in het voorgaande jaar geregeerd hebben, verkozen worden,
-welke vijf nieuwe Schepenen, onder den eed gebragt zijnde, eenen nieuwen Buurtmeester,
-in plaats van den oudsten in dienst zijnde, verkiezen—vervolgends gaat men over tot
-het verkiezen van vier nieuwe Raaden, eenen Kerkmeester, enz.
-</p>
-<p>Het schijnt dat het Dorp <i>Laaren</i> weleer met <i>Hilversum</i> onder een zelfd Gerecht behoord heeft; immers in 1423 kreegen die van <i>Hilversum</i> een handvest van Hertog <span class="sc">Jan van Beiëren</span>, waarin hij niet alleen aan den Bailluw het recht geeft, om, jaarlijks, op Vrouwendag,
-vijf Schepenen voor <i>Hilversum</i> te kiezen, maar tevens ook spreekt van eene banscheiding te maaken tusschen <i>Larenkerspel</i> en <i>Hilversum</i>; „doch de Schepenen van beiden deeze Kerspelen zouden zamen de breuken berechten
-in het <i>Gooiland</i>, terwijl de beesten, waardoor misbruik in het bosch gebeurd was, verborgd zoude worden
-bij goeddunken van Schepenen in den Dorpe, daar de eigenaar woonachtig was, en Schepenen
-van <i>Hilversum</i> zouden hun eigen Land en hunne Meente- of Gemeente-weiden keuren, en berechten, gelijk
-die van <i>Laaren</i> voormaals <span class="corr" id="xd32e12325" title="Bron: pla ten">plagten</span> te doen.”
-</p>
-<p>Dit is zeker, (voegt onze geëerde begunstiger daar bij,) dat <span class="pageNum" id="pb16.10">[<a href="#pb16.10">10</a>]</span><i>Hilversum</i> met <i>Laren</i> in het kerklijke te vooren is gecombineerd geweest; de scheiding is geschied in 1605.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>.
-</p>
-<p>De <i>Hilversumsche gemeente</i> verkiest zelve haaren Leeraar——de regeerende Kerkenraad, vereenigd met de laatst
-afgegaane Ouderling en Diacon, formeert een twaalftal, en daar uit een nominatie van
-vier Predikanten, uit welk viertal, door de mans ledemaaten, in de kerk daar toe bijeenvergaderd,
-eenen nieuwen Leeraar verkozen wordt——of men de zogenaamde Buurtspraaken, ook als
-een bijzonder voorrecht kan aanmerken, kan niet zeker gezegd worden, maar dit weeten
-wij uit onderscheidene aantekeningen, die daarvan ter deezer plaatse nog voorhanden
-zijn, dat voortijds in gewigtige gevallen, vooral dan wanneer het op de kasse des
-Dorps aankwam, ’t zij door den Bailluw, ’t zij door de Buurtmeesters, het volk geraadpleegd
-werd, hoe daar in te handelen, terwijl de gemeente zonder onderscheid van godsdienst,
-in de kerk werd bijeenvergaderd, waarin de zaak voorgesteld en met meerderheid van
-stemmen daar omtrent gehandeld wierd.
-</p>
-<p>Eindelijk moeten wij hier nog melding maaken van het voorrecht der <i>Hilversummers</i> op het stuk der <i>Erfgoojers</i>, (zie onze beschrijving van <i>Laaren</i>:) de <i>Hilversumsche meent</i> of weide ligt aan de Noordzijde van <i>’s Graaveland</i>, is groot, gelijk wij boven zeiden, circa 500 morgen, door de runderpest, welke weleer
-zo streng hier te land woedde, was dezelve in merkelijk verval geraakt, dan thans
-is dezelve in een veel beteren staat, terwijl men daar op niet zelden 600 beesten
-telt, ’t geen een beter inkomen tot onderhoud oplevert——ieder erfgoojer, hier woonende,
-heeft het recht daar op te mogen brengen 5 koejen, en een paard, en voor ieder beest,
-betaalen zij, alle onkosten door elkanderen gerekend, twee guldens——volgends resolutie
-op Stad en Landen genomen, hebben de <i>Hilversummers</i>, tot herstelling van hunne in vorige jaaren zo vervallen meente, de vrijheid, om
-van de inwooners der andere <i>Gooische</i> Dorpen, doch Erfgoojers zijnde, jaarlijks eenige veersen en pinken aanteneemen.
-</p>
-<p>Over deeze meent zijn gesteld twee Schaarmeesters, die, terwijl hier een molen op
-deeze meent gevonden wordt, ook wel Molenmeesters genoemd worden—deeze menschen hebben
-het opzicht over de molen, merken het vee, ’t welk op de meent <span class="pageNum" id="pb16.11">[<a href="#pb16.11">11</a>]</span>gebragt wordt, en ontvangen de penningen, waarvan zij jaarlijks voor de Regeering
-des Dorps verantwoording doen moeten.
-</p>
-<p>Verder heeft men hier 4 Bekeurders, die vooral het opzicht hebben over de gemeene
-gronden, om wel toetezien, dat hiervan door niemand eenig misbruik gemaakt worde:
-oudtijds werden deeze menschen boschbewaarders genoemd, onder welke benaaming zij
-nog jaarlijks worden aangesteld, zekerlijk om dat zij in vorige eeuwen het opzicht
-gehad hebben over een zeker bosch, gelegen tusschen de bouwlanden van <i>Hilversum</i> en de landen van <i>Maartensdijk</i>, het welk geschat wordt groot geweest te zijn 314 morgen; doch welk bosch bijna geheel
-reeds verdweenen was, in het begin der zeventiende eeuw———zonderling is het, dat thans
-hiervan geen overblijfsel meer gevonden wordt, echter heeft de landstreek, die tegenwoordig
-bergachtig en met heide begroeid is, nog den naam van <i>Goojerbosch</i> behouden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Deezen bestaan voornaamlijk in de weverijen—vóór het jaar 1766 werden hier meestal
-lakenweverijen gevonden, die voor rekening liepen van <i>Amsteldamsche Kooplieden</i>, dan thans zijn dezelve geheel vervallen—de ingezetenen zijn niet onvernuftig in
-het uitvinden, van dat geen ’t welk tot hun bestaan dienen kan; bijzonder houdt men
-zig thans op met het weeven van zogenaamd <i>Hilversumsch wit</i> en <i>gestreept</i>—sinds eenige jaaren is men ook hier met goed succes begonnen met het weeven van gang-kleeden
-en karpetten, welke fabriek meer en meer toeneemt—ook vindt men hier een fabriek van
-<i>Doorniksche kleeden</i>, en <i>Schotsche tapijten</i>, waar mede de gebroeders <span class="sc">Reijn</span> niet weinig roems behaald hebben, terwijl de Oeconomische Tak van <i>Haarlem</i>, tot aanmoediging, eerst per el, ’t welk gedebiteerd werd, twee stuivers, daar na
-één stuiver geschonken hebben, het geen binnen weinige jaaren eene somma van meer
-dan drie duizend gulden bedragen heeft—welke fabriek tot nog toe met goed gevolg aan
-den gang is; als mede die van éénen <span class="sc">Petrus Haan</span>, die sinds 2 a 3 jaaren dezelve fabriek begonnen, en ook voorleden jaar in de vergadering
-van den Oeconomische tak niet weinig roems behaald heeft—men telt hier 76 fabrikeurs,
-en men rekent dat er ruim 500 getouwen aan den gang zijn—in <span class="pageNum" id="pb16.12">[<a href="#pb16.12">12</a>]</span>meer dan ééne droevige omstandigheid van ons dierbaar Vaderland, waarin elders fabrieken
-kwijnden, zijn de <i>Hilversumsche fabrieken</i> boven anderen voorspoedig gegaan, dan, indien het oorlog nog lange moet blijven voordduuren,
-is er reden om te vreezen, dat dezelve ook wel rasch aan het kwijnen geraaken zullen;
-en hier door zoude niet alleen deeze plaats, maar ook eenige omliggende, eenen gevoeligen
-slag worden toegebragt, terwijl te <i>Amersfoort</i> voor die van <i>Hilversum</i>, veel wol gesponnen wordt, in de omliggende Dorpen katoen, en bijzonder te <i>Laaren</i> het hair, waarom ook van daar bijna ieder dag een vrachtwagen komt, waarmede de specie
-gehaald, en het afgewerkte t’huis gebragt wordt—men vindt hier ook aan het einde der
-<i>Gooische vaart</i> een loojerij, die niet onvoorspoedig is—verder telt men hier 60 a 70 boerderijen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>,
-</p>
-<p>Deezen vinden wij, voor zoo veel het vroegere gedeelte daarvan betreft, kortlijk dus
-beschreven: <span class="corr" id="xd32e12417" title="Niet in bron">„</span>In de tweespalt, tusschen <i>Holland</i> en <i>Gelderland</i>, terwijl <span class="sc">Filips</span> van <i>Oostenrijk</i>, nu Koning van <i>Spanje</i> geworden, naar <i>Duitschland</i> gereisd was, deed Hertog <span class="sc">Karel van Egmond</span>, die zijnen eisch op <i>Gelderland</i> levendig hield, in den jaare 1505, eenen inval in <i>Gooiland</i>, en verbrandde het dorp <i>Hilversum</i>, zonder dat hij echter groote buit van de inwooneren kreeg, alzo dezelven met alle
-hunne goederen weggevlugt waren.”
-</p>
-<p>„Het jaar 1672 was mede voor dit dorp zeer ongelukkig; in het laatst van de maand
-September, werd het door de <i>Franschen</i> geheel en al uitgeplonderd, en alles wat zij niet konden wegneemen, vernield.”
-</p>
-<p>Wat de laatere geschiedenis des dorps betreft, deeze is niet minder ongelukkig: op
-den eersten mai 1725 ontstond te <i>Hilversum</i> een zwaaren brand, waar door meer dan 50 huizen in de assche gelegd werden—dan, dit
-alles was nog weinig bij de ramp, welke deeze plaats in het jaar 1766 door den brand
-geleden heeft—het was op den 25 junij van het gemelde jaar, ’s namiddags tusschen
-een en twee uuren, dat dees geweldige brand eenen aanvang nam, en, ’t geen opmerkelijk
-is, juist in het zelfde huis, waarin de voorige brand ontstaan was, waarin thans een
-<i>Joodsche Vleeschhouwer</i> woonde; één van zijne huisgenooten, zegt men, had de onvoorzichtigheid gehad, om
-eenen <span class="pageNum" id="pb16.13">[<a href="#pb16.13">13</a>]</span>aschpot met vuur te digt bij brandbaare stof of hooi te zetten——weldra was alles in
-beweeging, om, ware het mogelijk, den brand in deszelfs beginselen te stuiten; dan
-eene sterke oostenwind op eene langduurende droogte volgdende, verijdelde alle de
-pogingen der werkzaame ingezetenen—het vuur werd met een ongelooflijk geweld door
-de lucht heen gevoerd, ’t geen als een regen op de huizen nederviel, en daardoor dezelve,
-die toen meest allen in het dorp met riet gedekt waren, zelfs op eenen verren afstand,
-weldra in vlam zettede, zodat veelen van hun, welke, geen gevaar voor hunne eigene
-wooningen vreezende, en die tot hulpe van anderen waren toegeschooten, spoedig de
-droevige tijding ontvingen, dat ook hunne woningen door de vlam waren aangestoken——binnen
-weinig uuren waren meer dan 150 huizen, en een aantal schuuren, gevuld met koorn en
-andere goederen, behalven het raadhuis, de pastorij, ’t schoolhuis, en de kerk, waarin
-eenige ingezetenen hunne goederen geborgen hadden, doch die ook een prooi der vlamme
-werden, in de assche gelegd: allerakeligst was de toestand der ingezetenen; van alles
-beroofd zworven zij als raadeloos tusschen de puinhoopen van hunne ingestorte wooningen
-door: duizenden lieden van de omliggende plaatsen, maar vooral van <i>Amsteldam</i>, zakten derwaards om het jammerlijk tooneel van verwoesting in oogenschouw te neemen,
-niet alleen, maar ook om de geruïneerde inwooners, ieder naar zijn vermogen, met eene
-gifte te vertroosten; en zo ergens, ter dier plaatse, en in die allerjammerlijkste
-omstandigheid, heeft de Barmhartigheid haare hand in zegening geopend; want de meeste
-inwooners waren van geheel hunne bezittingen en middelen van bestaan beroofd.
-</p>
-<p>Niet lang na deezen brand, werden eenigen uit de Regeering van <i>Hilversum</i> afgezonden, om bij Hun Ed. Gr. Mog. verlof te verzoeken tot het doen eener collecte,
-welke gedeputeerden zig naar den Prins Erfstadhouder begaven, om zijne hooge intercessie
-in deezen te verzoeken, ’t welk hun door Zijn Doorl. Hoogheid niet alleen terstond
-beloofd werd, maar daar en boven ontvingen zij van Zijne Hoogheid, tot ondersteuning
-der ongelukkige ingezetenen, de somma van duizend ducaaten—weldra kreeg men verlof,
-om zig te mogen vervoegen aan de Regeeringen in de Steden en Dorpen, tot het verzoeken
-van vrijheid om eene collecte te doen, ’t geen bijna overal zeer wel geslaagd is:
-in <i>Amsteldam</i> alleen werd gecollecteerd ƒ&nbsp;54605–19<span class="corr" id="xd32e12462" title="Niet in bron">–</span>2; in de gantsche provincie van <i>Holland</i>, bragt de collecte op eene somma van ƒ&nbsp;<span class="corr" id="xd32e12466" title="Bron: 100739 5–:0">100739–5–0</span>; in de provincie <i>Utrecht</i> collecteerde men zamen ƒ&nbsp;7560–:–14, dit gevoegd bij de voorgaande somme, bedroeg
-de generale collecte ƒ&nbsp;<span class="sic">108299–6–8</span>: niet weinig hielp zekerlijk zulk een aanmerkelijke som, dan dezelve was echter niet
-toereikende tot eene volkomene vergoeding der schade, terwijl ieder, welke met eene
-beëedigde verklaring <span class="pageNum" id="pb16.14">[<a href="#pb16.14">14</a>]</span>zijn verlies moest opgeven, en van de collecte profiteeren wilde, van elken gulden
-omtrent zes stuivers en zes penningen ontvangen heeft: gelukkig intusschen dat de
-zulken zig niet alleen verbinden moesten tot de opbouwing van hunne afgebrande woningen,
-maar ook dat hunne huizen, volgends de resolutie van gecomm. Raaden, met pannen gedekt
-moesten worden: eene wijze voorzorg voorzeker! daar tog de ondervinding in het jaar
-1766 te <i>Hilversum</i> geleerd heeft, hoe de brand, doordien de meeste huizen met riet gedekt waren, niet
-te blusschen was, en men integendeel ten dien tijde sommige huizen, waaronder zelfs
-het koepeltjen der pastorij, om dat zij met pannen gedekt waren, schoon zij van alle
-zijden als omringd waren van de vlam, heeft kunnen behouden.
-</p>
-<p>Verder wierd de Regeering van <i>Hilversum</i> tot opbouw der publieke gebouwen, nog toegelegd door hun Ed. Gr. Mog. gelijk wij
-verneemen uit het geestlijk comptoir, eene somma van tien duizend guldens—terwijl
-daarteboven de Heeren Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westvriesland</i> vrijdom vergunden, van <span class="corr" id="xd32e12486" title="Bron: ordinarire">ordinaire</span> en extraordinaire verpondingen van de afgebrande huizen, voor den tijd van 20 jaaren,
-als mede van den impost op de grove waaren en rondemaat, van de materialen, welken
-niet alleen tot den opbouw van de kerk, pastorij, school en rechthuis, maar ook van
-de afgebrande huizen zouden worden gebruikt.
-</p>
-<p>Onbegrijpelijk is het dat zulke beklaagenswaardige gebeurtenissen, die zeker op het
-platte land van onze Republiek niet zeldzaam zijn, (immers hebben wij binnen weinige
-jaaren, de dorpen <i>Westmaas</i> en <i>Amstelveen</i>, door den geessel des vuurs kort na elkander allerjammerlijkst zien teisteren?) ’t
-is onbegrijpelijk, zeggen wij dat dergelijke gebeurtenissen nog niet kunnen doen besluiten
-tot het daarstellen van reddingsmiddelen, in zulke gevallen alleen dienstig zijnde,
-als een behoorelijke voorraad van water, en een toereikend getal van brandspuiten—elders
-in ons werk hebben wij daartoe, naar ons oordeel, den besten raad aan den hand gegeven,
-dan, wij hebben het genoegen nog niet mogen hebben dat dezelve ingevolgd is, althans
-niet in het voornaamste gedeelte daarvan; wel zijn op het eene en andere dorp, meerdere
-en betere brandspuiten aangelegd; maar nog nergens heeft men voorraad van water aangeschaft;
-dit nu aanwezig zijnde, zal men niet ligtlijk weder een geheel dorp, of het grootste
-gedeelte deszelven, door het vuur zien verteeren; immers is zulks zelden, of liever
-nooit, het lot der steden? een voorbeeld daarvan verstrekt het digtbebouwd <i>Amsteldam</i>; hoe zeer geheel de stad als maar één eenige wooning schijne te weezen, zo dat er
-meestal tusschen huis en huis, zelfs de lucht niet kan doordringen, wordt echter,
-hoe zwaar een’ brand er ook moge ontstaan, nooit meer dan het erf waarop het ongeluk
-voorvalt, door het vuur verteerd; en dit zoude ook op het platte land gebeuren, ware
-het dat men de benoodigde <span class="pageNum" id="pb16.15">[<a href="#pb16.15">15</a>]</span>middelen daartoe aanschafte: wat <i>Amsteldam</i> aangaat; treffender voorbeeld, ten bewijze van ons gestelde, zoude niet aangevoerd
-kunnen worden, dan dat van den overal bekenden eisselijken brand in den <i>Hollandschen Schouwburg</i>; ene oceaan van vuur, geweldiger dan ergens bij menschen geheugen heeft plaats gehad,
-was echter niet vermogend om de aangevoerde en te werk gestelde brandspuiten te overheerschen;
-de werking van deezen triumpheerde op het geweld des vuurs, tot zo verre, dat volstrekt
-geen van de belendene huizen, waarvan de Schouwburg echter rondsom geheel digt omgeven
-was, een prooi der vlamme werd; de schouwburg, ja, brandde ten gronden toe af, maar
-niet meer!
-</p>
-<p>In de jongstledene beroerten heeft <i>Hilversum</i> mede zijn deel gehad; ook hier heeft men <i>Pruissisch krijgsvolk</i> gekregen: eerst rukte de avantgarde aan: men zegt, dat even voor derzelver intrek,
-door een van het <span class="corr" id="xd32e12511" title="Bron: genootschp">genootschap</span> van Wapenhandel ’t welk ook hier gevonden werdt, of door eenen anderen, geschoten
-was, en dat dit ten gevolge had dat de <i>Pruissen</i>, dit gehoord hebbende, hierom op drie huizen der voornaamste, die zeer voor den wapenhandel
-ijverden, aanvielen, welke huizen weldra met de goederen die daarin gevonden werden,
-grootlijks werden vernield: hier op volgde omtrent 5000 man, zo kavallerij als infanterij,
-onder commando van den Grave van <span class="sc">Van Lottum</span>, welk krijgsvolk, zo lang <i>Naarden</i> zig nog niet had overgegeeven, niet ver van <i>Trompenberg</i> zig gelegerd had, zijnde het hoofdkwartier aan het einde der <i>Gooische vaart</i>; na de overgaaf van <i>Naarden</i>, zijn een groot aantal <i>Pruissische soldaaten</i> bij de burgers, geduurende eenige weeken, geinquartierd geweest.
-</p>
-<p>Verder gedragen zig de ingezetenen, hoe zeer in denkbeelden verschillende, zeer wèl.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Hier onder, kan men thans plaatsen het jachthuis van den Hr. <span class="sc">Pieter van Loon</span>, Oud-schepen der Stad <i>Amsteldam</i>, ’t welk zijn Ed. voorleden jaar op den top van den berg, die doorgaands <i>Hoorneboek</i> genaamd wordt, geplaatst heeft; dit huis heeft het ruimst en alleraangenaamst uitzicht,
-’t geen men zig immer verbeelden kan; zelfs het nabijgelegene zogenaamd <i>Loosdrechtsche bosch</i>, is niet in den weg, terwijl men over alle boomen heen ziet—het huis vertoont een
-Burgt, wordt in een <i>Gotischen smaak</i> opgeschilderd, en geeft, zelfs op een grooten afstand, eene aartige vertooning.
-</p>
-<p>Verder vindt men hier nog een buitenplaats van de Hr. <span class="sc">Arntzenius</span>, Advocaat te <i>Amsteldam</i>, welke in het jaar 1793 is aangelegd: het voornaamste uitzicht van het huis, is op
-zijde naar den kant van <i>Hilversum</i>, over de uitgestrekte bouwlanden en heide.
-<span class="pageNum" id="pb16.16">[<a href="#pb16.16">16</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>,
-</p>
-<p>Zondags vaaren 2 schuiten van hier naar <i>Amsteldam</i>, ’s morgens circa elf uuren; en ’s avonds ten 9 uuren: Dingsdags en Donderdags ’s
-morgens ten elf uuren naar dezelfde stad, van waar zij wederom afvaren, Maandags,
-Dingsdags, Woensdags en Vrijdags, ’s middags ten half een uur, liggende deeze schuiten
-te <i>Amsteldam</i> op de <i>Binnen-amstel</i> tusschen de <i>Halvemaansbrug</i> en <i>Groeneburgwal</i>: ook vaart er een schuit naar <i>Utrecht</i>, Vrijdags morgens ten elf uuren, die Saturdag te rug komt en ten half elf uuren niet
-ver van de <i>Jacobie brug</i>, afvaart: bij besloten water, rijdt Zondag en Donderdag ’s middags van het dorp een
-wagen op <i>Amsteldam</i>, en van daar terug<span class="corr" id="xd32e12581" title="Niet in bron">.</span>
-</p>
-<p>Jammer is het voor zulk een volkrijke plaats, dat de schuit niet verder komen kan,
-dan tot omtrent een quartier uurs van het Dorp af, van waar de goederen die zij overbrengt,
-per as verder naar het Dorp moeten vervoerd worden—voor eenige jaaren trachtte men
-dit ongemak te verhelpen, door eene vaart verder heen te graaven, en men was waarlijk
-reeds tot op 200 roeden na aan het Dorp genaderd, dan dit heilzaam werk moest gestaakt
-worden, door eene Resolutie van Hun Ed. Mog. die de afzanding van <i>Naarden</i> met kracht wilden doorzetten, ter meerdere versterking dier vesting, en daarom het
-verder afzanden bij <i>Hilversum</i> verbooden—meer dan ééns heeft men op de opening der zanderij wederom op het vriendlijkst
-aangedrongen, en eindelijk heeft men nu, doch onder gewigtige bepalingen, als onder
-anderen, om het zand niet voor ballast te mogen vervoeren, wederom tot de zanderij
-permissie bekomen, waarmede men dit jaar dan ook reeds eenen aanvang genomen heeft,
-doch wij twijfelen om meer dan ééne reden, of het volgend geslacht zig nog wel zal
-kunnen verheugen met de vaart tot aan haare plaats te zien; behalven de bovengenoemde
-schuiten, rijden ook nog tweemaal in de week, en wel woendags en saturdags morgens
-een vrachtwagen op <i>Utrecht</i>, die op dezelfde dagen te rug komt: verder rijdt er visa versa een wagen, Dingsdags
-morgens op <i>Weesp</i>, Woensdags op <i>Muiden</i>, Donderdag op <i>Naarden</i>: Donderdag en Saturdags middags komt een kar van <i>Amersfoort</i> die op dezelfde dagen retourneert—’s winters bij beslooten water passeert door deeze
-plaats ook een postwagen van <i>Amsteldam</i> op <i>Zwol</i>, en te rug.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>.
-</p>
-<p>Deezen zijn te <i>Hilversum</i> de volgenden: De <i>jonge Graaf van Buuren</i>. ’T <i>Bonte Paard</i>. Van mindere qualiteit zijn. ’T <i>Hilversumsche Veerhuis</i><span class="corr" id="xd32e12617" title="Niet in bron">.</span> De <i>Koorndraager</i>. De <i>Reizende Man</i>. <i>Het roode hart.</i> De twee eerstgemelden zijn vrij aanzienlijke Logementen, en ook Uitspanningen.
-<span class="pageNum" id="pb17.1">[<a href="#pb17.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e12006">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e12006src">1</a></span> <i>Dit</i> Trompenbergjen <i>zegt men, zijn’ naam ontleend te hebben van den Hollandschen Admiraal</i> <span class="sc">Tromp</span>, <i>ten wiens gebruike men het zelve had afgestaan; en sommigen beweeren dat op deszelfs
-top door hem een coupel gebouwd is: men weet dat die dappere Held zijn hofstede in
-het nabijgelegen</i> ’s Graaveland <i>had</i>: (<i>zie onze beschrijving van dat dorp</i>).&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e12006src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-<div class="fndiv" id="xd32e12136">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e12136src">2</a></span> <i>Het vorige orgel was mede door den brand verteerd,—meer dan 20 jaaren had men zig
-zonder zulk een nuttig kerkinstrument beholpen——dan, den 28 Jan. 1786 werd bij de
-Regeering deezer plaatse geresolveerd, om een plan tot goedmaaking der kosten voor
-een nieuw Orgel voor de gemeente ter tekeninge te leggen, ’t welk met het goed voorbeeld
-der Regenten, zulk een gewenschten uitwerking hadt, dat men weldra in staat was gesteld
-om een nieuw Orgel te laaten vervaardigen.</i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e12136src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-<div class="fndiv" id="xd32e12238">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e12238src">3</a></span> <i>Deeze Kerk is ingewijd den 4 Julij 1786, zijnde toen de <span class="corr" id="xd32e12241" title="Bron: rste">eerste</span> predikatie daar in gedaan door den Eerw. Heer</i> <span class="sc">Paulus Beyleveld</span>, <i>Pastoor te</i> Vleuten.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e12238src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="graveland" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1302">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figgraavelandwidth"><img src="images/graaveland.jpg" alt="Het dorp ’s Graaveland." width="485" height="720"><p class="figureHead">Het dorp ’s Graaveland.</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Het hofrijk ’S GRAAVELAND, geheugt den schelmsten nijd,
-</p>
-<p class="line">Geheugt den woesten aart van ’s Krijgs bezoldelingen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Herinnert ons held TROMP, die, aan ’s Lands dienst gewijd,
-</p>
-<p class="line">’S Lands vijand op de Zee, stoutmoedig dorst bespringen;
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Dit onvoorbeeldig Dorp, beroemd door bleekerij,
-</p>
-<p class="line xd32e6271">Zet <span class="sc">Gooiland</span> eer en luister bij.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
-<span class="ex">DORP</span><br>
-’S GRAVELAND.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Het zeer vermaaklijk <i>Gooiland</i>, roemt met reden op het aangenaam dorp, zo even genoemd; en het welk te meer bewondering
-verdient, daar niet langer dan eene eeuw geleden, nog niets van deszelfs fraai bestond;
-want men vindt het ten dien tijde beschreven, als onlanden, vullingen, (<i>verlatene veenen</i>, voegen eenigen daarbij, doch onze geëerde correspondent in deezen, zegt desaangaande:
-„immers schijnt men hier niet te weeten, dat hier, vóór den aanleg van <i>’s Graveland</i>, <span class="sc">zulke veenen</span> geweest zijn:”) uitgedolvene en moerassige plaatsen, die meest niet anders dan biezen,
-hei en andere wilde ruigte voordbragten; deeze eigenschap vergelijkende bij de schoonheid
-waarmede het thans prijkt, verstrekt ten bewijze wat de vruchten zijn van eene arbeidzaame
-verbeterende hand.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
-</p>
-<p>Van dit dorp, maakt, met deszelfs landstreek, het westlijkste gedeelte van het aangenaame
-<i>Gooiland</i> uit; zijnde hier de grensscheiding <span class="pageNum" id="pb17.2">[<a href="#pb17.2">2</a>]</span>tusschen <i>Holland</i>, en <i>’t Sticht</i>, eenige voeten ten westen van de <i>’s Gravelandsche vaart</i>, die naar de <i>Loosdrecht</i> heenloopt, en ook tot op een half uur afstands naar <i>Hilversum</i>; (men zie onze beschrijving van dat dorp).
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
-</p>
-<p>Deeze is zeer zeker niet ver te zoeken; de naam zelf brengt zijnen oorsprong mede;
-de landen, zo woest en onbebouwd als zij ten bovengemelden tijde nog lagen, behoorden
-aan ’s Lands Graaven, zonder onder het bijzonder bestuur van eenige andere dorpen
-van <i>Gooiland</i> te weezen, en derhalven gaf men hun den onderscheidenden naam van <i>’s Graaven landen</i>, waarvan men bij verkorting <i>’s Graaveland</i>, of <i>’s Graveland</i> gemaakt heeft.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>Van hoe slechten aanzien deeze landen ook waren, moet de grond echter van zodanigen
-aart geweest zijn, dat zij voor het bebouwen goede vruchten beloofd hebben; want omtrent
-den jaare 1625 waren er lieden die zulks begeerden te onderneemen; ten welken einde
-zij zig keerden tot de rekenkamer van de Gravelijkheids domeinen, met verzoek om die
-dorre gronden, welken men toen, gelijk gezegd is, den naam van <i>Onlanden</i> gaf, voor zekere erkentenisse te mogen bekomen: de rekenkamer voornoemd wees de verzoekers
-naar de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westvriesland</i>; aan welken de onderneemer, toen aan hun hoofd hebbende zekere Mr. <span class="sc">Jan Ingel</span>, zig ook keerden, met verzoek van ’s Graaven landen, die geheel onbebouwd lagen,
-te mogen benaderen, op zulk eene wijze als zij met de rekenkamer zouden kunnen overeenkomen,
-en om tevens voor zeker getal van jaaren, zodanige voorrechten en vrijdommen te mogen
-genieten als gemeenlijk bij den aanleg van nieuwe landen of bedijkingen worden vergund,
-benevens het recht van Ambachtsheerelijkheid <span class="pageNum" id="pb17.3">[<a href="#pb17.3">3</a>]</span>over den grond, die hun zoude worden toegestaan: dit hun verzoek werd hun ook, onder
-eenige bepaaling, ingewilligd, en voor die inwilliging, zouden zij, jaarlijks, aan
-de Graaflijkheid, (want nimmer heeft de Graaflijkheid iet, hoe gering van waarde,
-afgestaan zonder belooning,) moeten betaalen tien stuivers voor ieder morgen lands;
-welke belasting volgends octrooi van den Jaare 1636 is veranderd op de elfde schoof:
-(dit is volgends onze Autheuren, over <i>Gooiland</i> handelende; doch onze begunstiger boven bedoeld, zegt in zijne berichten, ons <span class="corr" id="xd32e12729" title="Bron: vriendljke">vriendlijke</span>, medegedeeld, dat men te <i>’s Graveland</i> meede geene kundschap van die elfde schoof draagt.)—„De ingelanden,” dus leezen wij
-elders, „verkregen toen ook het civile rechtsgebied, om, met raad van den Bailluw
-van <i>Gooiland</i> keuren te mogen maaken, en hunne landen te laaten berechten door een’ Schout en Schepenen,
-bij den Bailluw uit de ingezetenen te kiezen; blijvende het crimineele ter berechtinge
-van de vierschaar der stede <i>Naarden</i>.”—Op deezen voet dan sloeg men handen aan ’t werk, om de landen aftegraaven, en ter
-bebouwinge bekwaam te maaken: dan, zulks stak de omliggende dorpen, voornaamlijk <i>Hilversum</i>, in de oogen; zij vreesden door den aanleg van dit nieuwe dorp benadeeld te zullen
-worden, en deeze eigenbaat ging zo verre, dat de arbeiders der onderneemeren geduurig
-door de ingezetenen van de bedoelde dorpen, in hun werk gestoord werden, niet alleenlijk
-met hunnen arbeid te vernielen, maar zelfs rees die naijver zo hoog, dat zij met scherp
-op de gezegde arbeiders schoten, waardoor niet zelden eenigen, vooral van de graavers,
-gekwetst werden; men pleegde omtrent hen ook allerleie moedwilligheid, niettegenstaande
-’s Lands Staaten daar tegen verscheidene plakaaten lieten uitgaan, niet alleen, maar
-ook de arbeiders in hunne verrichtingen lieten beschermen door een compagnie ruiters
-en voetvolk—deeze loontrekkers zijn zeldzaam van eenigen dienst, wanneer de gemoederen
-in onrust gebragt zijn; soldaaten kunnen alleenlijk tegen <span class="pageNum" id="pb17.4">[<a href="#pb17.4">4</a>]</span>soldaaten bestand weezen, maar tegen burgers welken in hunne rechten meenen te kort
-gedaan te zijn, vermogen zij niets; hunne loon-slagen hebben den aandrang niet van
-de vrijwillige slagen van vergramde burgers—Zonder thans te onderzoeken in hoe verre
-de ingezetenen van <i>Hilversum</i> en de andere omliggende dorpen, in deezen gelijk hadden, blijft echter het gezegde
-een onwederspreekelijke waarheid; een waarheid welke door alle gezachvoerders in ’t
-oog behoorde gehouden te worden, ofschoon de droevige ondervinding leere, dat zij
-dezelve telkens weder op nieuw veronachtzaamen, waardoor hun gezach een ongenezelijke
-krak krijgt, en de zetels aan het waggelen raaken.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Niettegenstaande alle de gezegde hinderpaalen, werd de arbeid zo spoedig voordgezet,
-dat reeds in den jaare 1634, de akkers konden gekaveld worden, en derhalven mag men
-de stichting des dorps tot dien tijd brengen: sedert is deeze grond tot een allerverrukkelijkst
-oord en een pronk van geheel <i>Gooiland</i> geworden; in een kleinen omvang, ontmoet men er zeer aangenaame gezichten van lommerrijk
-geboomte, vruchtbaare zaai- en wei-landen, heiden, water, veengronden, en veele aanzienlijke
-buitenplaatsen; waarvan straks nader.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Wat voords aangaat het tweede gedeelte van het tegenwoordige artikel in ons plan,
-naamlijk de grootte van <i>’s Graveland</i>; ten gemelden tijde was de bereide grond groot, 555 morgen en 28 roeden Rhijnlandsche
-maat.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Volgends de lijst der verpondingen van den jaare 1732, stonden toen te <i>’s Graveland</i> 119 huizen, welk getal in 1734 één meer (120) was; sedert is dat getal aangewassen
-tot ruim 140, die bewoond worden door meer dan 200 huisgezinnen; twee derden van welken
-van den Gereformeerden Godsdienst zijn; slechts weinigen zijn <i>Luthers</i>, en de overigen meest <span class="pageNum" id="pb17.5">[<a href="#pb17.5">5</a>]</span><i>Roomsch</i>: de huizen, in zo verre zij niet tot lusthuizen, of boerewooningen dienen, staan
-allen aan de westzijde van de plaats, strekkende zig bijna een uur gaands in de langte
-uit; aan de oostzijde vindt men niet anders dan schoone weilanden, en, gelijk gezegd
-is, heerelijke lustplaatsen: de erven der wooningen liggen tot aan de <i>’s Gravelandsche vaart</i>: de gemelde bouwing van de dorpbuurt, naamlijk aan eene zelfde zijde, moet geschieden,
-zo lang er plaats in de langte van <i>’s Graaveland</i> overblijft: aan die zijde zijn ook veele linnenbleekerijen, welken goed water uit
-de vaart hebben, en, gelijk bekend is, zeer geroemd zijn; men verzekert dat het linnen,
-’t welk te <i>’s Graveland</i> gewasschen en gebleekt wordt, in zindelijkheid en witheid, de behandeling op de bleekerijen
-buiten <i>Haarlem</i> niet alleen evenaart, maar zelfs dikwijls overtreft—uit het gezegde blijkt dat de
-aanleg van <i>’s Graaveland</i> derhalven zeer regelmaatig, strekkende zig het grondgebied aan de zijde van <i>Naarden</i>, van den hoek aan de noordzijde, genoegzaam in eene rechte lijn tot voorbij de <i>Hilversumsche vaart</i>, langs eenen weg, (gelijk gezegd is, bijna een uur gaands lang,) die ter wederzijde
-beplant is met eene dubbelde rei van hooge en schoone eiken en andere boomen.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Alles is te <i>’s Graveland</i> in eene zeer goede orde, ’t welk de ingezetenen te danken hebben aan verscheidene
-keuren, daartoe van tijd tot tijd gemaakt, zo ten aanzien van de gemeene wegen en
-vaarten, als tot rust der ingezetenen, en tot weeringe van allerleie vechterijen en
-baldaadigheden; ook is er zeer goede orde gesteld op het brandblusschen, (eene zaak
-voorwaar van het hoogste aanbelang,) waartoe thans twee goede brandspuiten worden
-onderhouden—„Tot verdere veiligheid,” leezen wij elders, „worden ook alle onbekende
-bedelaars en marskraamers geweerd; bij nacht wordt er de ronde gedaan, waartoe iederen
-nacht” (van November tot half Maart) „elf” (thans twaalf,) „persoonen de wacht hebben,
-en in drie” <span class="pageNum" id="pb17.6">[<a href="#pb17.6">6</a>]</span>(thans vier,) „wachthuizen bescheiden zijn:” (en alle uuren de ronde doen,) „alle
-manspersoonen, agttien jaaren oud en daar boven, moeten zig hiertoe laaten gebruiken;
-doch het staat vrij zijn wacht aan een ander der medgezellen aantebesteden.”
-</p>
-<p>Het
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
-</p>
-<p>Van dit aanzienlijke en beroemde dorp, is een gekroonde trapgans, op een zilveren
-veld.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>Het eerste dat hier in aanmerking komt, is de <i>Gereformeerde<span id="xd32e12807"></span> kerk</i>: van de <i>Gooische</i> of <i>Hilversumsche zijde</i>, en haren stand gerekend naar de breedte of diepte des dorps, staat zij ten westen;
-doch van den gemeenen weg, en de zijde der huizen te zien ten oosten, en omtrent in
-’t midden van het dorp, op een zeer belommerd kerkhof: zij is wel niet groot, maar
-echter zeer net gebouwd; is een kruiskerk met leiën gedekt, en heeft een klein vierkant
-torentjen, met uur- en slag-werk voorzien: van binnen heeft zij voords niets aanzienlijks,
-naamlijk niets bijzonders der aantekeninge waardig; dit alleenlijk kunnen wij ’er
-nog van zeggen, dat zij thans te klein is voor de Gemeente die sedert haaren aanleg
-aanmerkelijk grooter is geworden.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>De grond van de Kerk, van het Kerkhof en de Pastorij, is bij den aanleg der kerk afgegeven
-van de hofstede <i>Hilverbeek</i>, die achter het gebouw ligt.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Den 7 julij 1658, werd in de toen volbouwde kerk ’t eerst het woord Gods gepredikt,
-en daar door dit Godshuis ingewijd, door twee gedeputeerden van de Classis van <i>Amsteldam</i>, naamlijk <span class="sc">Menso Johannis</span>, Predikant aldaar, en <span class="sc">Johannes van Sanen</span><span class="corr" id="xd32e12831" title="Niet in bron">,</span> Predikant te <i>Huizen</i>: vervolgends werd de predikdienst waargenomen door den Predikant en gerecommandeerden
-<span class="pageNum" id="pb17.7">[<a href="#pb17.7">7</a>]</span>Proponent van gemelde Classis van <i>Amsteldam</i>, tot dat, op <span class="corr" id="xd32e12840" title="Bron: eenstemming">eenstemmig</span> advis der Heeren, zo <i>Hoofd-</i> als <i>Gemeene-Ingelanden</i>, en goedvinden van alle de Ledemaaten, door meergemelde Classis, op den 22 Sept.
-1659, beroepen, en door Heeren <i>Hoofd-Ingelanden</i> goedgekeurd werd, <span class="sc">Cornelius van Midlum</span>, die op den 2 Novemb. daar aan volgende, zijn Leeraarswerk begon.
-</p>
-<p>Er is voords te <i>’s Graveland</i> geen Weeshuis, de Weezen worden bij de burgers besteed: zie wegens de armen, bladz.
-9.
-</p>
-<p>De Pastorij is voor ruim 20 jaaren geheel vernieuwd, en is thans één der schoonsten
-uit de Provincie <i>Holland</i>.
-</p>
-<p>Van het Schoolhuis zoude men iet dergelijks niet kunnen zeggen—In het school bevinden
-zig dagelijks, door elkander gerekend, ruim 100 kinderen, en veelen van die gaan aldaar
-voor rekening van eenige weldaadige bewooneren der lustplaatsen, welken op die wijze,
-min vermogende ouders, die niet van de diaconie bedeeld worden, de huishoudelijke
-lasten helpen draagen.
-</p>
-<p>De <i>Lutherschen</i> en <i>Roomschen</i> welken te <i>’s Graveland</i> zijn, hebben op het dorp geene vergaderplaatsen; de <i>Roomschen</i> gaan te <i>Ankeveen</i>, een klein uur van daar, te kerk; zij behooren onder die parochie; en de <i>Lutherschen</i> behooren onder de kerk van <i>Weesp</i>; alwaar zij echter alleenlijk het avondmaal gaan houden, neemende voords den openbaaren
-Godsdienst bij de <i>Gereformeerden</i> op hun dorp waar.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Hier van valt weinig aantetekenen; het rechthuis wordt, volgends eene gewoonte op
-veele dorpen plaats hebbende, gehouden in een herberg.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>De Gereformeerden te <i>’s Graveland</i> (thans ruim 230 ledemaaten <span class="pageNum" id="pb17.8">[<a href="#pb17.8">8</a>]</span>uitmaakende, zonder daaronder te betrekken dezulken die des zomers, op hunne lustplaatsen
-woonende, met hunne dienstboden daar den openbaaren Godsdienst bijwoonen, en veelen
-van welken er ook ’t avondmaal houden; deeze ledematen) worden bediend door één’ Predikant,
-zijnde thans de Wel-Eerwaarde en zeer geleerde Heer <span class="sc">Nicolaas Govert van Blijenburg</span>, <i>Jerph. Benj. Fil.</i>, behoorende onder de Classe van <i>Amsteldam</i>.
-</p>
-<p>Den 27 julij 1660, werd door den toenmaaligen Predikant, met behulp van twee nabuurige
-Predikanten, eenen Kerkraad aangesteld, bestaande uit twee Ouderlingen en twee Diaconen;
-uit welk getal de Kerkenraad nog bestaat: elk jaar wordt door de Predikant en verdere
-Leden des Kerkenraads, een Ouderling en een Diacon gekoren, in plaats van twee anderen
-die afgaan: noch Gerecht, noch Hoofd-Ingelanden, hebben met deeze verkiezing iet te
-doen: ook heeft de Kerkenraad de vrije beroeping van eenen Predikant, doch de approbatie
-geschiedt door Heeren Hoofd-Ingelanden, aan wien de Kerkenraad den beroepenen, met
-verzoek van goedkeuring, voorstelt; terwijl ook bij die zelfde Heeren, vooraf handopening
-tot het maaken van eene nominatie en ’t beroepen eens Predikants daar uit, verzocht
-moet worden: op deeze wyze werdt in ’t jaar 1705, in plaatse van den (op te vooren
-gezegde manier door de Classis van <i>Amsteldam</i>, beroepen) overledenen Predikant <span class="sc">Cornelis van Midlum</span>, beroepen deszelfs zoon, <span class="sc">Gerard van Midlum</span>, Predikant te <i>Muiderberg</i>; en vervolgends in ’t jaar 1726, <span class="sc">H.&nbsp;J. Elzevier</span>; in ’t jaar 1746, <span class="sc">Antonius van der Os</span>, die in ’t jaar 1748, door de Gereformeerde gemeente van <i>Zwol</i> beroepen werd; doch vervolgends tot de <i>Doopsgezinden</i> is overgegaan en thans nog by dezelve te <i>Saandam</i> Leeraar is: in ’t jaar 1748, werdt beroepen <span class="sc">Willem Lobé</span>, sedert het jaar 1779 rustend Leeraar: in zijne plaats werdt beroepen <span class="sc">Willem Leendert Krieger</span>, thans Predikant in <i>’s Graavenhaagen</i>; in ’t jaar 1787, is beroepen <span class="sc">Henricus Johannes van Wijck</span>, <span class="pageNum" id="pb17.9">[<a href="#pb17.9">9</a>]</span>thans te <i>Nijmegen</i> Predikant, en in deszelfs plaats in ’t jaar 1786, de tegenwoordige Leeraar, reeds
-gemeld.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Boven hebben wij reeds gezien dat het crimineele rechtsgebied over <i>’s Graveland</i>, staat aan de vierschaar der stad <i>Naarden</i>.
-</p>
-<p>Vervolgends bestaat de civile rechtbank uit den Schout, (die zijne aanstelling ontvangt
-van den Bailluw van <i>Gooiland</i>) en vijf Schepenen: ter jaarlijksche verkiezinge van de laatstgemelden, wordt door
-den Schout en aanwezende Schepenen eene nominatie gemaakt van een dubbeldtal, en deeze
-nominatie wordt ter verkiezinge gezonden aan den Bailluw van <i>Gooiland</i>, voornoemd; het eene jaar worden ’er 2 en het andere 3 gekozen, die voords 2 jaaren
-aanblijven.
-</p>
-<p>Er zijn verder Brand- en Wees-meesters, benevens een Bode civil.
-</p>
-<p>Armmeesters zijn hier niet, alle de Gereformeerde armen worden door de Diaconen bedeeld,
-en de Roomsche armen door hunne eigene <i>Arm-</i> of <i>Kerk-meesters</i>, die te <i>Ankeveen</i> hunne aanstelling ontvangen—Wij dienen hier ook melding te maaken, van de heeren
-Hoofd-Ingelanden, reeds meermaals genoemd, die zes in getal zijn, en den tijtel voeren
-van <i><span class="corr" id="xd32e12971" title="Bron: Wel Edele">Wel-Edele</span></i> en <i>Achtbare Heeren Hoofd-Ingelanden</i>: alle de Heeren Ingelanden, die 20 morgen lands by één hier hebben liggen, zijn daar
-toe verkiestbaar: de Hoofd-Ingelanden blijven levenslang in die waardigheid, ten ware
-zij vertrokken, of geene bezitters meer bleeven van 20 morgen hier liggend land: in
-gevalle van vacatuure worden door de overige Heeren Hoofd-Ingelanden nieuwe Hoofd-Ingelanden
-gekoren; elk derzelve heeft zijne bijzondere Commissie; bij voorbeeld: de oudste is
-Dijkgraaf en heeft, nevens den daar op volgenden, ’t opzicht en bestuur over <i>Kerk, Pastorij, Schoolhuis</i> enz: twee anderen is ’t opzicht aanbevolen over ’t vreemd volk, ten einde dit te
-weeren, en op <span class="pageNum" id="pb17.10">[<a href="#pb17.10">10</a>]</span>de inkomenden acht te geeven: terwijl dezelve alle belangrijke en voorkomende zaaken
-met elkander behandelen: zij hebben onder zig een’ Penningmeester, die als hun Secretaris
-en Rentmeester handelt—behalven de approbatie van den Predikant, hebben zij de aanstelling
-van Schoolmeester en Koster, Vroedvrouw enz. ’t opzicht over Vaarten, Wegen, Sluizen,
-enz.
-</p>
-<p>Onder dit artijkel zouden men nog kunnen betrekken de wachthuizen, waarvan wij boven
-(<i>bladz.</i> 6.) gesproken hebben.
-</p>
-<p><span class="sc">Voorrechten</span> heeft <i>’s Graveland</i>, voor zo veel ons bekend is, niet.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>Der inwooneren bestaan, gelijk boven reeds aangetekend is, voornaamlijk in het linnenbleeken<span class="corr" id="xd32e12998" title="Niet in bron">,</span> den landbouw en tuinderij; voords brengen de menigvuldige buitenplaatsen, alhier
-liggende, niet weinig toe tot den bloei van het dorp: ’t getal der linnenbleeken beloopt
-thans vijf-en-twintig—voor ruim een jaar geleden werd er ook een fabriek van vloertapijten
-te weeven aangelegen.
-</p>
-<p>Veele ingezetenen leggen zig toe om voor eenige maanden in den zomer een gedeelte
-hunner huizen te verhuuren, onder den naam van <i>optrekken</i>, aan lieden van <i>Amsteldam</i> enz. welken geene buitens hebben, vooral aan zulken die ongesteld, of door eene geëindigde
-ziekte zwak zijn, of zwakke kinderen hebben: de lucht wordt er voor sommige ziekten
-en tot herstelling van zwakken zeer goed bevonden; veele ondervinden daarvan de beste
-uitwerking, doch voor <i>teering</i> en <i><span class="corr" id="xd32e13009" title="Bron: bortsziekten">borstziekten</span></i> wordt de lucht, om haare fijnheid, niet zo goed gehouden.
-</p>
-<p>Wat aangaat de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>,
-</p>
-<p>Van het vermaaklijk <i>’s Graveland</i>, wij vinden daarvan, behalven het geen wegens den aanleg des dorps (zie hier voor,
-<i>bl.</i> 5.) gezegd is, het volgende aangetekend:
-</p>
-<p>„Het dorp gevoelde in den jaare 1672, zo wel als <i>Hilversum</i> <span class="pageNum" id="pb17.11">[<a href="#pb17.11">11</a>]</span>en de <i>Loosdrechten</i>, de inlegering der <i>Franschen</i>, die er tot den jaare 1673 verbleeven, en er veele baldaadigheden pleegden; zij verwoestten
-voornaamlijk de Hofsteden van den Lieutenant Admiraal <span class="sc">Cornelis Tromp</span>, en die van zijn Gemalinne, Vrouwe <span class="sc">Margaretha</span>, Baronnesse van <i>Raaphorst</i>, welke lustplaatsen naast elkander gelegen waren; het heerelijk geboomte werd er
-uitgeroeid, en het landhuis van den Admiraal, werd genoegzaam ten gronde toe gesloopt;
-alles wat kostelijk en ten cieraad der gebouwen diende, werd verbroken, weggevoerd,
-verkocht of vernield, en eindelijk werd ook het Landhuis van des Admiraals Gemaalinne
-in brand gestoken, waardoor het in een puinhoop ter neder stortte; maar deeze ramp,
-hoewel schadelijk, was tevens oorzaak dat de lusthoven, voornaamlijk die der Gemalinne
-van den Admiraal, in een heerelijker luister hersteld geworden zijn; gelijk het deftig
-<i>Trompenburg</i> nog heden getuigt, in welks herstelling en nieuwe opbouw de grootdaadigheid van den
-Admiraal allezins doorstraalt: het huis, rondsom in eenen vijver gebouwd, is vorstlijk,
-en rijst uit het water als een kasteel, pronkende met eenen schoonen koepeltoren,
-onder welks bevang zig een fraaje agtkante zaal, van ongemeene ruimte en pracht van
-bouwkunde en cieraadjen vertoont: in vier uitstekken van deeze zaal, waarvan het eene
-tot den ingang dient, zijn de schepen afgebeeld, waarmede de Heer <span class="sc">Tromp</span> de overwinning tegen verscheidene natien behaald heeft: rondsom in de koepel is alles
-zeer heerelijk beschilderd, en de andere vertrekken ontdekken niet minder den grootmoedigen
-geest van den zeeheld: de plantaadjen beantwoordt aan de deftigheid van het huis,
-en is in laatere dagen nog vergroot, door één’ van haare volgende bezitteren, den
-Heere <span class="sc">Jacob Roeters</span>, op wiens zoon en naamgenoot, deeze lustplaats bij ervenisse is afgedaald”: de overige
-lusthoven op dit Dorp zijn ieder in zijne soort niet minder aanzienlijk, en zijn een
-tourtjen derwaards dubbeld waardig.
-<span class="pageNum" id="pb17.12">[<a href="#pb17.12">12</a>]</span></p>
-<p>Wat heeft de eenigzins ervaren <i>Nederlander</i>, op het zien van de gezegde bevallige lustplaats van den waardigen Vaderlandschen
-Zeeheld, <span class="sc">Cornelis Tromp</span>, niet een ruim veld voor zig, om zijne gedachten te laaten weiden over den staat
-des Lands ten dien tijde, gezien bij dien van heden!—hadde <i>Nederland</i> thans dergelijke Zeehelden op zijne <i>weinige</i> kielen, het zoude welhaast ondervinden, dat zulke mannen zig zelven voor te waardig
-houden, om zeediensten als de tegenwoordige te doen: ’t was een <span class="sc">Tromp</span>, die met een vloot van <span class="sc">een-en-zeventig</span> oorlogschepen tegen de <i>Engelschen</i> optoog; ’t was de vijand toen onmogelijk, zo als men, laas! thans ziet gebeuren,
-eene geheele vloot <i>Hollandsche Koopvaarders</i>, met haare convooi-schepen, (twee in ’t getal) wegteneemen—in ’t jaar 1652, begeleidde
-men omtrent <span class="sc">driehonderd</span> koopvaarders, met bijna <span class="sc">zeventig</span> oorlogschepen van den Staat; <span class="sc">drie</span> van de <i>Oostindische Compagnie</i>, behalven de branders, en ander klein vaartuig; toen, derhalven, mogt <i>Nederland</i> eene <span class="sc">geduchte zeemogendheid</span> genoemd worden, en wat is het nu?—in 1653 sloeg men tegen de <i>Engelschen</i>, niettegenstaande men <span class="sc">derdehalf honderd</span> Koopvaarders onder zijn geleide hadde, en men <span class="sc">overwon</span>; in de beschrijving van dien vreezelijken strijd, voorgevallen omtrent <i>Poortland</i>, kan men zien wat men toen van de <i>Nederlandsche helden</i> te wachten hadt: een gedeelte dier beschrijving zegt: „Hier vielen de masten buiten
-boord, gints ging het wand aan flenters; daar kraakten de ribben, en suisden de kogels
-door de zeilen heen; aan een anderen kant hechtte een boegspriet in de hoofdtouwen;
-daar enterde een zijn’ vijand, en vloog met het verdek in de lucht; hier wemelde een
-zieltoogende in ’t water, en gaf zijne laatste snikken zonder gehoord te worden; gints
-dobberde een op gescheurde dennen, of haalde het hoofd onder bebloede golven: ’t gekerm
-der gekwetsten, verdoofd door het gieren der kneppels, koevoeten, gloejende schuiftangen,
-getakte morgensterren, en draadkogels, ontzettede de aanvallers <span class="pageNum" id="pb17.13">[<a href="#pb17.13">13</a>]</span>te minder: onder een dikke rook flikkerde telkens de bliksem van ’t aangestoken buskruid;
-’t licht scheen verbaasd gevlugt te weezen, terwijl de dood in een damp rondom snorde;
-<i>Boulongues</i> bergen sidderden voor den donder der kartouwen, en <i>Poortland</i> beefde; kortom de strijd was zo ijsselijk, dat er nooit schrikkelijker schouwspel
-geweest is”——toen wist men over ’t algemeen van geen wijken; toen kende men geene
-andere belangens dan die van ’t vaderland; en die zig niet dapperlijk weerde werd
-gewis, zonder aanzien van persoon, met den dood gestraft.
-</p>
-<p>’T was een <span class="sc">Tromp</span>, die daarna den Staaten wel dorst zeggen dat hij met tegenzin weder in zee ging,
-om dat men verzuimd had hem andermaal van genoegzaame schepen te voorzien; en ’t was
-<i>Holland</i>, die voor zig alleen besloot niet minder dan <span class="sc">dertig</span> kloeke oorlogschepen te laaten bouwen, en toen men zag dat de Staaten den oorlog
-tegen <i>Engeland</i> niet naar behooren behartigden, schroomde men niet zig op de ernstigste wijze daarover
-uittelaaten: ’t is tog zo: gehoorzaam zwijgen geldt alleenlijk als ’t schuitjen van
-den staat goed gestuurd wordt; maar wordt het op ’t riet aangejaagd, dan is zwijgen
-zig schuldig maaken aan den ondergang van zig zelven en anderen.
-</p>
-<p>In 1656 lagen er op de rede voor <i>Dantsich</i>, onder veele andere <i>Nederlandsche Oorlogschepen</i>, <span class="sc">vier-en-twintig</span> voor <i>Amsteldam</i> alleen—in 1664, bragt <span class="sc">Tromp</span>, met <span class="sc">twee-en-twintig</span> oorlogschepen de <i>Oostindische retourvloot</i> in de Vaderlandsche havens—in ’t volgende jaar liep hij met zijne vloot, tegen de
-order van Heeren <span class="corr" id="xd32e13142" title="Bron: Gecommittererden">Gecommitteerden</span>, binnen, om dat de Capiteinen niet getrouw gediend hadden, en niet behoorelijk gestraft
-waren—zulke mannen hadden verdiensten genoeg om geen ontzach te hebben voor slechte
-bestuurders.
-</p>
-<p>In 1666, liepen, de even beroemde de <span class="sc">Ruiter</span> en <span class="sc">Tromp</span>, in zee met een vloot van <span class="sc">een-en-negentig</span> Schepen, gewapend met <span class="sc">vier duizend, zeven honderd</span> en <span class="sc">zestien stukken</span>, en bemand met <span class="sc">twintig duizend vier honderd</span> en <span class="sc">twee-en-zestig koppen</span>, waarmede <span class="pageNum" id="pb17.14">[<a href="#pb17.14">14</a>]</span>men niet minder dan <span class="sc">vier dagen</span> lang tegen de <i>Engelschen</i> sloeg.
-</p>
-<p>De zeeheld, waarde leezer! wiens nagedachtenis bij u op het zien van zijn lusthuis
-zekerlijk bij uitneemendheid verlevendigt, was (niet tegenstaande men hem ten lasten
-legde, dat hij den Prins van <i>Oranje</i> te zeer toegedaan was,) zulk een Vaderlander, als er thans maar weinigen gevonden
-worden; een Vaderlander, die (in 1673,) toen het weder op een vechten zoude gaan,
-en nu tegen de <i>Engelsche</i> en <i>Fransche</i> vlooten tegelijk, voor het aangezichte van God, en des met een gerust hart, vrij
-van alle veinzerij, tegen zijne schepelingen dorst zeggen, dat zij om zig in den strijd
-vroomlijk te kwijten, een voorbeeld moesten neemen aan zijn persoon; dat hij het niet
-behoefde te doen om eenig genot; maar alles wat hij deed voordkwam uit enkele liefde
-voor zijn bedrukt Vaderland; het geen tot zodanig een nood was vervallen, dat er,
-om het voor het uiterste gevaar te behoeden, eene spoedige herstelling vereischt werd;
-dat die liefde hem weder te scheep had doen treeden, om zijn Vaderland te helpen beschermen
-en handhaaven; willende zijn leven er liever voor opofferen, <i>dan de oude vrijheid in slaavernij te zien verkeeren en de</i> Nederlanders <i>den hals onder het jok van een vreemde Mogenheid te zien buigen</i>: „Wij hebben” zeide hij, „een rechtvaardigen God, en een rechtvaardige zaak; laaten
-wij ons daarop vertrouwen; ik twijfel niet indien gij u altezamen gedraagt als eerlijke
-lieden, of ’t zal wèl gaan”—De rechtvaardigheid van eene zaak waarom gestreden wordt
-geeft zekerlijk een held moed; want dan durft hij op den bijstand van God hoopen——beklaagenswaardig
-volk dat in eenen onrechtvaardigen oorlog op den slagtbank gebragt wordt!.… ja wat
-zou men, bij ’t herdenken aan Nederlands voorgaande tijden, en Nederlands voorgaande
-helden, niet al door zijn hoofd kunnen haalen!
-</p>
-<p>De verdere gedeelten der geschiedenissen van <span class="sc">’s Graaveland</span> bevatten niets bijzonders; in onze jongstledene troubelen is het wel niet geheel
-vrij gebleven, echter heeft de geest der beroeringe <span class="pageNum" id="pb17.15">[<a href="#pb17.15">15</a>]</span>er geene sterke tooneelen aangerecht; waarvan de oorzaak moet gezocht worden, daarin,
-dat er geen Genootschap van Wapenhandel geweest is, want daar zulk een Genootschap
-plaats gehad heeft, is bij de <i>gezegende omwenteling</i> de woede ook doorslaandst geweest—hoe zacht het lot van <i>’s Graveland</i> intusschen geweest zij, is er echter nog geplunderd: <i>Pruissische soldaaten</i> zijn er eigenlijk wel niet geinquartierd geweest; maar zij hebben zig eenigen tijd,
-digt bij het dorp, op de <i>Hilversumsche heide</i> gelegerd, en aldaar moest hen dagelijks, ook door <i>’s Graveland</i>, proviand bezorgd worden.
-</p>
-<p>Onder de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Kunnen betrokken worden, de gebouwen hier voor beschreven; voords, en met voorkeur,
-de veele Hofsteden welken men er aantreft, en waarvan wij boven reeds gesproken hebben.
-</p>
-<p>De tegenwoordige bezitters of huurders dier hofsteden zijn thans de volgende Heeren
-en Vrouwen: als
-</p>
-<table class="splitListTable">
-<tr>
-<td>
-<ul>
-<li>De Heer <span class="sc">Blom</span>,
-</li>
-<li>——— <span class="sc">’t Hoen</span>,
-</li>
-<li>Mevrouw <span class="sc">Hop</span>, geb. <span class="sc">Bicker</span>,
-</li>
-<li>De Heer <span class="sc">M. Alewijn</span>,
-</li>
-<li>Mejuffrouw <span class="sc">Dedel</span>,
-</li>
-<li>De Heer <span class="sc">H. Hovij</span>,
-</li>
-<li>——— <span class="sc">C. Zorn</span>,
-</li>
-<li>——— <span class="sc">Fabricius</span>,
-</li>
-<li>Mevrouw <span class="sc">De Leeuw</span>,
-</li>
-<li>De Wed. <span class="sc">Mogge van Haamstede</span>,
-</li>
-</ul>
-</td>
-<td>
-<ul>
-<li>de Heer <span class="sc">Meijnet</span>.
-</li>
-<li>——— <span class="sc">G.&nbsp;W. Dedel</span>,
-</li>
-<li>——— <span class="sc">Hilkes</span>.
-</li>
-<li>——— <span class="sc">Hodshon</span>.
-</li>
-<li>——— <span class="sc">Statius van Rhee</span>.
-</li>
-<li>——— <span class="sc">M. Straalman</span>.
-</li>
-<li>——— <span class="sc">G. Corver Hooft</span>.
-</li>
-<li>——— <span class="sc">M. Backer</span>.
-</li>
-<li>——— <span class="sc">Van der Wall</span>.
-</li>
-<li>——— <span class="sc">Schol</span>.</li>
-</ul>
-</td>
-</tr>
-</table><p>
-</p>
-<p>De meeste deezer plaatsen komen achter aan de <i>Gooische Heide</i> uit, en hebben aldaar de schoonste uitzichten, zijnde aan verscheidene Heeren van
-<i>’s Graveland</i> achter hunne lustplaatsen een gedeelte der gezegde <i>Gooische Heide</i> uitgegeven, waarvan door hen goed bouwland is gemaakt, waarop men vooral rogge en
-boekwijt, doch ook andere graane teelt: dat een en ander <span class="pageNum" id="pb17.16">[<a href="#pb17.16">16</a>]</span>vermeerdert de wandelingen en veraangenaamt het dorp, vooral na dat door de Heeren
-<span class="sc">M. Straalman</span> en <span class="sc">G. Corver Hooft</span><span id="xd32e13337"></span> voor twee jaaren op de bebouwde heide<span id="xd32e13339"></span> een schoone breede laan van <i>eikenboomen</i> is aangelegd, die zig uitstrekt van de <i>Hilversumsche vaart</i> tot aan den gemeenen weg van <i>’s Graveland</i> op <i>Hilversum</i>, en des bijna zo lang is als de helft des dorps, zo dat nu de eene helft des dorps
-van alle zijden beplant is, en door schoone laanen eene zeer aangenaame wandeling
-en rijweg verschaft<span class="corr" id="xd32e13350" title="Bron: ,">.</span>
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Van <i>’s Graaveland</i> vaaren geene andere schuiten als alle dagen één, behalven saturdags, op <i>Amsteldam</i>: zondags vaaren er des zomers drie, en ’s winters twee derwaards: dagelijks, behalven
-zondags, komt een schuit van <i>Amsteldam</i> terug.
-</p>
-<p>Alle vrijdagen vaart van <i>’s Graveland</i> een schuit op <i>Utrecht</i>, die des saturdags terug komt.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>.
-</p>
-<p>Deezen zijn,
-</p>
-<ul>
-<li>Het Rechthuis, reeds gemeld.
-</li>
-<li>— <i>Wapen van ’s Graveland.</i>
-</li>
-<li>Ook nog bij <span class="sc">Cornelis ten Dam</span>, alwaar de <i>Amsteldamsche schuit</i> afvaart.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p>Voords zijn aan de <i>Stichtsche zijde</i>, even op ’t Sticht, doch vlak aan <i>’s Graveland</i>
-</p>
-<ul>
-<li>De <i>Zwaan</i>.
-</li>
-<li>— <i>Eendragt.</i>
-</li>
-<li>— <i>Prins van Friesland.</i></li>
-</ul><p>
-<span class="pageNum" id="pb18.1">[<a href="#pb18.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="bussem" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1307">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figbussemwidth"><img src="images/bussem.jpg" alt="’t Dorp Bussem" width="473" height="720"><p class="figureHead">’t Dorp Bussem</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Pronkt <span class="sc">Nederland</span> met trotsche steden,
-</p>
-<p class="line xd32e3595">Slechts uit een kleen begin ontstaan,
-</p>
-<p class="line">Het zag Verval, (thans weêr aan ’t woeden,)
-</p>
-<p class="line xd32e3595">Ook andre plaatsen nederslaan:
-</p>
-<p class="line xd32e6271">Hij, bij wien zeggen juist niet geldt,
-</p>
-<p class="line xd32e6271">Zie BUSSEM, hem hier voorgesteld.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
-<span class="ex">DORP</span><br>
-<span class="ex">BUSSEM</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>’T is zekerlijk waar dat de <i>Nederlandsche dorpen</i>, in verscheidene opzichten, met elkander overeenkomen; niet wat de tekening van dezelve
-betreft, want het eene is in gedaante of ligging dikwijls zeer verschillend van het
-andere; daar het eene een aardsch paradijs gelijkt, waarin niet dan landlijk schoon
-heerscht, en in welks bevang, of ook in welks environs, de Natuur onze oogen op de
-alleraangenaamste wijze verrukt, en door die verrukking onze ziel streelt; daar dit
-dikwijls omtrent het eene plaats heeft, is het andere doods of als een kerkhof; daar
-het eene op de woeligste wijze bloeit, de vrolijkheid er alomme heerscht, en het genoegen
-op de aanzichten der inwooneren dartelt, is het andere een beklaagenswaardig treffend
-voorbeeld van verval, op ’t gelaat van welks inwooneren de kwijning geschilderd staat,
-en die geene andere vertooning maaken, dan van lieden, welken onder de wreedste verdrukking
-een jammervol <span class="pageNum" id="pb18.2">[<a href="#pb18.2">2</a>]</span>leven naar het graf sleepen: is deeze opzichten, zeker, is er onder de <i>Nederlandsche dorpen</i> niet zelden een zeer aanmerkelijk verschil, maar groote overeenkomst heerscht er
-in de opgave en beschrijvingen van hunne openbaare gebouwen; van hunne kerklijke en
-wereldlijke regeeringswijze; van hunne historie, (dit laatste vooral wanneer de beschrevene
-dorpen in een zelfd oord liggen;) van de middelen huns bestaans, als anderzins; doch
-<i>Bussem</i>, het dorpjen, waarmede wij onze leezers thans nader bekend zullen maaken, is, zo
-niet in alle de gemelde opzichten, echter daarin geheel van alle de andere <i>Nederlandsche dorpen</i> onderscheiden, dat het wel eene kerk heeft, doch waarin sedert bijna derde half honderd
-jaaren geenen dienst gedaan is; ook blijkt uit het gebouwetjen zelf, (’t welk wij
-straks nader zullen leeren kennen,) dat de gemeente, toen dezelve op het dorp nog
-bestond, maar zeer klein moet geweest zijn.
-</p>
-<p>Wat vooreerst betreft de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
-</p>
-<p>Van <i>Bussem</i>, deeze is in het landlijk <i>Gooiland</i>, op de alleraangenaamste, en op de verrukkelijkste wijze, gelijk het dan ook de eer
-wegdraagt van het schoonst gelegen dorp van geheel <i>Gooiland</i> te weezen.
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Waar ook de landsvriend hier beschouwende oogen sla.
-</p>
-<p class="line xd32e3595">Hij vind alomme stof,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Tot prijzen van Gods milde gunst,
-</p>
-<p class="line xd32e3595">Tot onbepaalden lof.</p>
-</div>
-<p class="first"><i>Bussem</i> ligt voords een half uur gaans van de <i>Gooische Hoofdstad Naarden</i>.
-</p>
-<p>In den Schaarbrief wegens de <i>Meente</i>, van welken brief wij onder <i>Laaren</i> gesproken hebben, leezen wij wegens <i>Bussem</i> het volgende: „<i>De stad Naarden, waar onder Bussem, ten opsichte van het Schapenweyden sorteert,</i> (<i>des blyvende derselver <span class="pageNum" id="pb18.3">[<a href="#pb18.3">3</a>]</span>verdeeling der Neng, huur of genot, en soo ook nu de Heyden als van ouds, en thans
-nog genoten werd,</i>)<i> sal genieten</i>:”
-</p>
-<p>„Van den nieuwen <i>Amersfoortschen weg</i> af, tot aan den ouden <i>Utrechtschen weg</i>, die uyt <i>Bussem</i> loopt, al het veld ten noordwesten van <i>Langehul</i> gelegen, en van den voorn. <i>Utrechtschen weg</i> en <i>Langehul</i> aldaar, royende suydelijk tot op den Oosthoek van het Heyveld, dat wylen den Heer
-Burgemeester <span class="sc">Henrik Ricker</span> van de stad <i>Naarden</i> heeft bekomen, ter plaatse alwaar <i>Oetgenslaan</i> uyt <i>’s Graveland</i> loopt, al het veld ten noordwesten en westen van deselve roying gelegen, strekkende
-al het selve van de gemeene royingen tot aan de <i>Bussemer bouwlanden</i>, tot aan de <i>Hilversumsche weyde</i>, en ook doorgaands tot aan het van ouds bekende <i>Naarderveld</i>, waarvan de Wed. den Heer Drossaart <span class="sc">Bicker</span>, den Heer <span class="sc">Dedel</span>, de Erve van de Vrouwe van <i>Ankeveen</i>, de Heer <span class="sc">Van der Nolk</span>, de Wed. de Heer <span class="sc">Boomhouwer</span>, de Heer <span class="sc">Sautyn</span>, en de Heer <span class="sc">De Leeuw</span>, thans eygenaars zijn; behoudens aan <i>Hilversum</i>, niet alleen eene vrye drift voor hunne Koppels Schaapen, soo na weyde als na het
-veld genaamd het <i>Luyegat</i>, over de heyde gelegen tusschen den <i>Clisbaanschen weg</i>, (die uyt het midden van <i>Bussem</i> naar <i>Hilversum</i> loopt,) en <i>’s Graveland</i>, maar ook de vryheid om ’t selve heyveld met hunne Schaapen mede te mogen beweyden.”
-</p>
-<p>Van de ƒ&nbsp;60, welken de dorpen jaarlijks aan de stad <i>Naarden</i> voor deze meente moeten betaalen, geeft <i>Huysen</i> en <i>Bussem</i> zamengenomen,
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop"> </td>
-<td class="cellRight cellTop">ƒ&nbsp;20:-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><i>Laaren</i> </td>
-<td class="cellRight">- 10:-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><i>Hilversum</i> </td>
-<td class="cellRight">- 20:-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft"><i>Blaricum</i> </td>
-<td class="cellRight">- 10:-
-</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom"> Zamen </td>
-<td class="cellRight cellBottom">ƒ&nbsp;60:-</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-<span class="pageNum" id="pb18.4">[<a href="#pb18.4">4</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
-</p>
-<p>Van deeze is in geene voorhanden zijnde schriften, voor zo verre ons bekend is, iet
-optespooren, ook zijn onze navorschingen, ter plaatse zelve, deezen aangaande geheel
-vruchtloos geweest; de lieden die het bewoonen, zijn niet, gelijk sommigen zeggen
-dat zij zijn, zulke afgetrokkenen, welke men naauwlijks tot spreeken kan krijgen;
-zeker, zij brengen hun leven niet in eene zonderlinge eenzaamheid door, maar oefenen
-sterke conversatie, en zijn bij uitzondering vriendlijk; er zijn goede denkers onder
-hen, en ook groote liefhebbers van leezen, gelijk er dan ook, naar evenredigheid van
-het plaatsjen, veele boeken voorhanden zijn, intusschen weinige bescheiden van het
-dorp zelf; de tegenwoordige staat des dorps is voords veel te oud, dan dat er overleveringen
-wegens eenen vroegeren staat plaats zouden kunnen hebben.
-</p>
-<p>Niets dan, gelijk gezegd is, kunnen wij onzen leezer mededeelen van den naamsoorsprong
-deezes kleinen maar aangenaamen dorpjens: zeker is het ondertusschen, dat er in vroegere
-tijden nog een ander <i>Bussem</i> geweest is, gelijk de naam van <i>Oud-Bussem</i> heden nog bewaard blijft, in eenen aanzienlijken landhoeve, een half uur beoosten
-de Stad <i>Naarden</i> gelegen; dit gewezene <i>Oud-Bussem</i> droeg in zijnen tijde ook den naam van <i>Hoog-Bussem</i>; gelijk het dorpjen waarover wij thans spreeken, eigenlijk <i>Laag-Bussem</i> heet; waaruit dan misschien niet zonder waarschijnelijkheid het gevolg zoude kunnen
-getrokken worden, dat de beide <i>Bussems</i> weleer van veel grooter aanzien zullen geweest zijn; dit echter, hoe waarschijnelijk
-het ook gemaakt zoude kunnen worden, doet niets uit tot den naamsoorsprong, deeze
-is en blijft even duister.
-<span class="pageNum" id="pb18.5">[<a href="#pb18.5">5</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>Zo geheel in de vergetelheid bedolven als de naamsoorsprong van <i>Bussem</i> is, zo geheel niets kan ook wegens het eerste gedeelte van dit artijkel onzes plans,
-de stichting des dorps, gezegd worden: nergens vindt men daarvan eenige bescheiden.
-</p>
-<p>Wat de grootte betreft, ook deeze vindt men niet aangetekend, noch de morgentalen,
-noch het getal der huizen waaruit het bestaat; en hierop gronden de Schrijvers van
-den <i>Tegenwoordigen staat van Holland</i> de gissing, dat dit dorp in vroegeren tijds, als een voorstad van <i>Naarden</i> aangemerkt zal geworden weezen.
-</p>
-<p>Om evenwel onzen Leezer iet van de gezegde grootte te kunnen opgeeven, hebben wij
-op de plaats zelve, desaangaande onderzoek gedaan, en is ons aldaar bericht, dat het
-dorp bestaat uit 47 huizen, die men kan zeggen bewoond te worden door 73 huishoudens,
-zamen, (kinderen mede gerekend,) geene 200 menschen uitbrengende.
-</p>
-<p>Niemand onzer Leezers, het reeds aangetekende wegens <i>Bussem</i> overwogen hebbende, zal zig verwonderen, als wij hem zeggen, dat dit dorp geen eigen
-wapen heeft.
-</p>
-<p>Van de
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>Van <i>Bussem</i> zouden wij mede niets aantetekenen hebben, ware het niet dat het ledig staande kerkjen,
-hiervoor reeds genoemd, aldaar aanwezig ware.
-</p>
-<p>Dit Kerkjen dan, dat geen ander aanzien heeft dan dat van een klein Kapelletjen, is
-een allereenvoudigst gebouwetjen, het geen door deszelfs kleinte en door zijne bouworde,
-den beschouwer verwonderd doet staan; te meer wanneer men er ingaat, en zig dan voorstelt
-hoe <i>Bussem</i> eens de tijd <span class="pageNum" id="pb18.6">[<a href="#pb18.6">6</a>]</span>beleefd heeft, dat in den zeer engen omtrek van zulk een kerkjen, openbaaren dienst
-gedaan werd: het is van binnen niet meer dan 26 voeten lang, en 18 voeten breed; het
-dient thans ter bergplaatse van eenig oud hout als anderzins.
-</p>
-<p>Evenwel is dat zelfde zeer eenvoudig kerkjen, weleer van binnen nog veel eenvoudiger
-geweest, want thans is in het ruim geplaatst het wèl onderhouden werk van een uurwijzer,
-waarmede het houten torentjen, dat op het kapelletjen staat, pronkt; dit, zo wel als
-de overige armlijkheid van het gebouwetjen, maakt hetzelve thans in de daad der bezichtiginge
-waardig.
-</p>
-<p>Voords hangt in het gezegde houten torentjen een klok, die op den middag, als het
-eetenstijd is, geluid wordt, ten dienste der dorpelingen, welken, in het veld werkende,
-en zonder deeze waarschouwing, op de aanspooring van hunne maagen t’huiswaards keerenden,
-ligtlijk te vroeg of te laat zouden komen.
-</p>
-<p>Men wil, dat in den jaare 1655 of 1656 voor het laatst de Godsdienstoefening in het
-gezegde kerkjes gehouden zoude weezen.
-</p>
-<p>De <i>Gereformeerden</i> welken te <i>Bussem</i> woonachtig zijn, en niet meer dan vijf huishoudens uitmaaken, (voor nog geen vijftig
-jaaren geleden waren er maar twee of drie,) moeten te <i>Naarden</i> of elders ter kerke gaan.
-</p>
-<p>De overige inwooners zijn allen den <i>Roomschen Godsdienst</i> toegedaan, en deezen hebben op het dorp ook een Kerk, die mede wel klein, maar echter
-zeer net is: deeze Gemeente wordt aldaar bediend door den Priester van <i>Naarden</i>, zijnde thans de Wel-Eerwaarde Heer <span class="sc">Johannes Nyhoff</span>.
-</p>
-<p>Onder dit artijkel moeten wij voords nog betrekken het Schoolhuis, dat naar evenredigheid
-van het dorp is, en waarin gemeenlijk niet meer dan dagelijks 20 kinderen verschijnen;
-er is op het dorp slechts één kind van Gereformeerde Ouderen; en dit neemt met de
-Roomsche kinderen, zonder eenige stoorenis, het dorpschool bovengemeld, waar.
-</p>
-<p>Andere Godsdienstige Gebouwen zijn te <i>Bussem</i> niet aanwezig.
-</p>
-<p><span class="sc">Wereldlijke gebouwen</span> zijn er geheel geenen, even weinig bestaat er, en het geen uit het aangetekende wegens
-den <span class="pageNum" id="pb18.7">[<a href="#pb18.7">7</a>]</span>staat der Godsdiensten van zelf volgt, geene <span class="sc">kerkelijke regeering</span>.
-</p>
-<p>Een <span class="sc">wereldlijke regeering</span> kan mede niet gezegd worden te <i>Bussem</i> te zijn; de hooge Vierschaar wordt er, even als op alle andere <i>Gooische dorpen</i>, gespannen door den Bailluw, en de Schepenen van <i>Naarden</i>; voords moeten de ingezetenen in het civile, ook voor de civile Regeering van <i>Naarden</i> voornoemd, te recht staan.
-</p>
-<p>Wegens ons artijkel voorrechten, kunnen wij, <i>Bussem</i> betreffende, mede niets meer aanteekenen, dan het geen hiervoor uit den Schaarbrief
-reeds gedaan is.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>Der dorpelingen alhier, bestaan voornaamlijk in de zanderijen; eene moejelijke arbeid,
-die door hen met 10 Schepen aan den gang gehouden wordt: veelen der afgezande landen
-zijn tot de bouwerij toebereid, welke nuttige taak nu ook verscheidenen der ingezetenen
-het sobere en slechts het hoognodige levensonderhoud verschaft, en de omliggende landstreek
-niet weinig verfraait: want hoogst aangenaam is tog het gezicht van wèl bebouwde en
-weelig groejende landen.
-</p>
-<p>De <span class="sc">geschiedenis</span> van <i>Bussem</i> bevat, voor zo verre zij bekend is, of liever verteld wordt, niets van eenig aanbelang:
-wat onze jongstledene onlusten betreft, kan men zeggen, dat dit dorp daarin een gering
-deel gehad heeft: althans geen ander dan <i>Gooiland</i> in ’t algemeen.
-</p>
-<p>Onder de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>,
-</p>
-<p>Welken te <i>Bussem</i> te bezichtigen zijn, behoort zekerlijk in de eerste plaats genoemd te worden het
-Kapelletjen, of Kerkjen, waarvan wij boven verslag gedaan hebben: voords zullen zij,
-die dit dorpjen gaan bezoeken, ’t zig niet beklaagen, zo zij de moeite neemen, om
-ook het nabij gelegen <i>Oud-Bussem</i> voorgemeld, te gaan bezichtigen; hetzelve is thans in de familie van den Heere <span class="sc">Scherenberg</span>: nog verdienen in oogenschouw genomen te worden, de tegen <i>Oud-Bussem</i> over liggende Landhoeve
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BERGHUIZEN</span>.
-</p>
-<p>Als mede eene andere Landhoeve, genaamd
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KOMMERRUST</span>.
-<span class="pageNum" id="pb18.8">[<a href="#pb18.8">8</a>]</span></p>
-<p>Van de beide laatstgemelde ongemeen schoone Landhoeven, die met gemaklijke huizingen
-voorzien zijn, vindt men de volgende lofspraak aangetekend:
-</p>
-<p>„Deeze Hofsteden, die met een lange laan vanéén gescheiden zijn, zouden wij met recht
-de eerste verblijfplaats der schelle nachtegaalen mogen noemen; hier vindt men dreeven
-van Linden- Eiken- Iepen- en Berken-boomen, die het oog naauwlijks kan ten einde zien:
-de afgegravene heigronden, die thans in vruchtbaare akkers hervormd, en met wateren,
-hier en daar doorsneden zijn, bezoomen de voorzijden deezer hoeven, en leveren een
-onbelemmerd uitzicht, op de net beplante wallen van <i>Naarden</i>, ’t welk er even zo verre afgelegen is, dat het oog, zonder zig te vermoejen, hier
-op in het verschiet een aangenaam gezicht kan hebben.”
-</p>
-<p>Niet verre van deeze lustplaatsen, is ook nog te bezichtigen, en der bezichtiginge
-overwaardig, de aangenaame hoeve,
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KRAAILOO</span>,
-</p>
-<p>Dat met zijne heuvelen, dalen, akkers, en waranden, allerbevalligst gelegen is, en
-weleer eene buitenplaats uitmaakte, die ongemeen groot in haar beslag, en verrukkelijk
-in haare ligging was; dan, thans is dezelve in tweeën verdeeld, in eene zuidzijde,
-en noordzijde.
-</p>
-<p>Niets zonderlings is het dat op dit dorp geene vreemdelingen komen logeeren; niets
-zonderlings is het derhalven ook, dat men er geene <span class="sc">logementen</span> vindt, zelfs zijn er geene herbergen, welken dien naam verdienen te draagen; bij
-een en ander dorpeling, kan men echter het noodige ter ververschinge bekomen.
-</p>
-<p>Wat de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
-</p>
-<p>Te <i>Bussem</i> betreft, afzonderlijke voor het dorp zijn er niet, met weinig moeite echter wandelt
-men van daar naar <i>Naarden</i>, en naar het een of ander nabijgelegen dorp, alwaar men ligtlijk gelegenheid ter
-verdere afreize vindt: ’t gebeurt ook wel, dat men eene gelegenheid aantreft om per
-rijtuig naar <i>Naarden</i> voornoemd, of naar <i>Utrecht</i> gebragt te worden, alzo de Heereweg tusschen die twee steden door <i>Bussem</i> loopt, en die weg nog al bereden wordt, ’t welk het dorpjen ook eenige levendigheid
-bijzet.
-<span class="pageNum" id="pb19.1">[<a href="#pb19.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="muiderberg" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1312">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figmuiderbergwidth"><img src="images/muiderberg.jpg" alt="’t Dorp Muiderberg" width="520" height="720"><p class="figureHead">’t Dorp Muiderberg</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Wie Zee en lomrig hout bemint,
-</p>
-<p class="line">Op ’t bouwland zijn genoegen vindt,
-</p>
-<p class="line">Met duinzand gaarne blinken ziet,
-</p>
-<p class="line">Vergeete MUIDERBERG dan niet.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main">MUIDERBERG.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>In het aangenaame <i>Gooiland</i>, beslaat zekerlijk geene onaanmerkelijke, noch onbevallige plaats, het dorpjen waarover
-wij thans onze leezers moeten onderhouden; te recht wordt van hetzelve gezegd dat
-men aldaar in een klein bestek beschouwt: „alle de veranderingen van <i>Gooiland</i>, van heuvelen zaai- en wei-landen, en bosschaadjen, benevens het gezicht op de <i>Zuiderzee</i>; ook ontbreekt het er geenzins aan bekoorelijke lusthoven?”
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Al wat het oog verrukken kan;
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Vindt men hier bij elkander,
-</p>
-<p class="line">Wat deel des gronds men ook betreed’,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Het een is niet als ’t ander;
-</p>
-<p class="line">Nu is ’t de ruime <i>Zuiderzee</i>,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Dan duin, hier breede velden,
-</p>
-<p class="line">Wier bloejend boekwijt, en wier graan,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Den gunst des Scheppers melden;
-</p>
-<p class="line">Gintsch is het welig kreupelbosch;
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Daar aangenaame dreeven;
-</p>
-<p class="line">Al wat hier is kan ’s wandlaars oog
-</p>
-<p class="line xd32e1402">En hart voldoening geeven.</p>
-</div>
-<p class="first">Geen wonder derhalven dat het omliggende landvolk, niet <span class="pageNum" id="pb19.2">[<a href="#pb19.2">2</a>]</span>alleen, maar ook de naaste stedelingen, als die van <i>Naarden</i>, <i>Muiden</i>, maar voornaamlijk de <i>Amsteldammers</i>, er zig eene buitengewoone genoegelijke uitspanning van maaken, een dagreisjen naar
-dit bevallig pleksken gronds te doen.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
-</p>
-<p>Van <i>Muiderberg</i>, kan gezegd worden te zijn aan de <i>Zuiderzee</i>, een klein uur gaans ten Zuidoosten van <i>Naarden</i>, en een groot half uur ten noordwesten van <i>Muiden</i>—Schoon <i>Muiderberg</i> thans onder <i>Gooiland</i> gerekend worde, moet het evenwel omtrent vijf eeuwen vroeger onder <i>Amstelland</i> behoord hebben; want Graaf <span class="sc">Willem</span> van <i>Henegouwen</i>, de derde van dien naam onder de Graaven van <i>Holland</i>, beschrijft in eenen brief, gegeven in den jaare 1324, dit plaatsjen als gelegen
-in den Lande van <span class="sc">Amstel</span>, begiftigende de Capelle aldaar, (nu de kerk, waarvan straks nader,) met inkomsten
-uit de visscherij van de gezegde Lande van <span class="sc">Amstel</span>; hoe het echter in vervolg van tijd onder het Bailluwschap van <i>Gooiland</i> gekomen is, wordt, zo veel ons bewust is, nergens aangetekend. Uit het bovengezegde
-blijkt dat de grond van <i>Muiderberg</i>, hoewel over het algemeen zeer zandig, niet onbekwaam is ter beplantinge en bebouwinge
-met boomgewas, land- en veld-vruchten; de ligging is, over het algemeen, zonderling
-behaaglijk; ieder kan er zig naar zijnen smaak verlustigen, waarom het ook zeer bloejend
-mag genoemd worden, voornaamlijk ter oorzaake van de veelvuldige bezoeken die het,
-gelijk wij reeds zeiden, ontvangt; zeker, die des zomers de eenzaamheid zocht, zoude
-zig niet naar <i>Muiderberg</i> moeten begeeven; de strand der zee krielt er gemeenlijk van vrolijke gasten, die
-zig, wandelende, onder het aanheffen van een luchtig deuntjen vermaaken; of, bedaarder,
-maar meer verrukt, met hunne minnaressen over de gevoelens van hun hart kouten, en
-nu en dan, ter beantwoordinge van een zijdelings lonkjen, een kuschjen plukken, dat
-onder den ruimen hemel meer aangenaamheids ontvangt, en welks klank door het geruis
-<span class="pageNum" id="pb19.3">[<a href="#pb19.3">3</a>]</span>der zee verdoofd wordt; hier zitten talrijke gezelschappen, of kleinere gezinnen in
-het warme zand, of op het frissche gras neder, en doen een genoeglijke en landlijke
-maaltijd, of stoejen, onderling dat de schateringen in de lucht wedergalmen; of drinken
-elkander een frisschen teug toe: is de zee niet ongestuimig, dan ziet men niet zelden
-en menigte mans en knaapen met ontblotene beenen, een goed eind wegs in dezelve ingaan,
-het geen eene aangename vertooning maakt; of ook gaan digt aan het woelend water de
-kinderen zig vermaaken met het verzamelen van de opwerpselen der zee, schattende somtijds
-een door het water glad geschuurd keitjen hooger dan zij eene wèl geslepene diamant
-zouden schatten; of een schelpjen hooger dan de onderlinge vriendschap, want zulk
-een schelpjen is in hunne oogen waardig genoeg om tot schreiens toe te kibbelen wie
-zig het gevondene zal benaderen, daar verscheidene handen er te gelijk naar uitgestrekt
-zijn geworden; met één woord, de vermaaken die te <i>Muiderberg</i> genoten worden zijn te talrijk om ze allen te beschrijven, en te vol gewoel om er
-een wèl geordend tafreel van te ontwerpen; allen helpen zij intusschen, zo als wij
-reeds zeiden, den bloei van het plaatsjen niet weinig bevorderen.
-</p>
-<p>’T is omtrent deeze plaats, omtrent dit dorpjen, dat, naar ’t gevoelen van eenigen,
-Graaf <span class="sc">Floris de Vijfde</span>, door de zamengezworenen is omgebragt; (zie onze beschrijving van <i>Naarden</i>, Art. <span class="sc">Geschiedenissen</span>,) ’t geen anderen, doch verkeerdlijk, willen, dat op het <i>Muiderslot</i> zoude geschied weezen, ’t geen echter van de beste Historieschrijvers wordt tegengesproken,
-in navolging van welken de Puik-dichter <span class="sc">Antonides van der Goes</span>, in zijnen <i>Y-stroom</i>, bladz. 108, ook zegt:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Toen Velzen, zoet op wraak, met zijne vloekgenooten,
-</p>
-<p class="line">Den Graaf, zijn’ wettig Vorst, den dolk in ’t hut dorst stooten,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">En <i>Gooiland verwen met het bloed van zijnen Heer</i>.</p>
-</div>
-<p class="first">Woorden die allerduidelijkst te kennen geeven dat, volgends <span class="pageNum" id="pb19.4">[<a href="#pb19.4">4</a>]</span>den Dichter, ’s Graaven bloed den <i>Gooischen bodem</i>, (niet den grond van deeze of geene kamer in het <i><span class="corr" id="xd32e13933" title="Bron: Muider slot">Muiderslot</span></i>,) geverwd heeft.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
-</p>
-<p>De naamsoorsprong van <i>Muiderberg</i>, wordt voegelijk afgeleid, (ook is er geene andere bedenking over te maaken,) van
-de daar nabij gelegene stad <i>Muiden</i>, en de naastaanliggende hoogte; welke, voor zo verre die waarop het dorp ligt betreft,
-en met betrekking tot de doorgaande vlakke eigenschap van ons Land, den naam van berg
-verkregen heeft, als vrij hoog zijnde, en boven allen die rondsom liggen uitsteekende;
-deeze hoogte, of berg, nu (bij <i>Muiden</i> liggende,) zal dan den naam van <i>berg van Muiden</i> of <i>Muiderberg</i> verkregen hebben, en voords het Dorp ook met dien naam benoemd weezen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>Wie <i>Muiderberg</i> eigenlijk gesticht of aangelegd zoude hebben, daarvan zijn geene bescheiden voorhanden:
-oud moet het zekerlijk zijn, uit aanmerkinge van den reeds gemelden Giftbrief van
-Graave <span class="sc">Willem</span> van <i>Henegouwen</i>, geschreven in den jaare 1324; want daarin wordt het, gelijk wij gezien hebben, reeds
-gespeld.
-</p>
-<p>Wat de grootte betreft, volgends de lijsten der verpondingen van den jaare 1632, stonden
-er toen 34 huizen, doch honderd jaaren laater, in 1732, bedroeg dat getal niet meer
-dan 28 huizen; weshalven het in de gezegde honderd jaaren, 6 huizen verminderd is;
-thans zijn er weder 6 minder, naamlijk slechts 22, het welk zeer ligtlijk het geval
-van dergelijke, schoon bloejende, dorpjens kan worden, want die bloei bestaat gemeenlijk
-in niet meer dan in eene genoegzaame broodwinning der bewooneren, ofschoon het daarom
-anderen, elders woonende, niet geraaden zij, zig aldaar met er woon te komen nederslaan,
-alzo zij welligt alles wat zij nog hadden verteerd zouden hebben, <span class="pageNum" id="pb19.5">[<a href="#pb19.5">5</a>]</span>aleer zij gelegenheid kreegen om door hun toedoen den bloei des dorpjens te vermeerderen,
-en derhalven zig zelven in eenen bloejenden staat te bevinden.
-</p>
-<p>Men schat het getal der inwooneren op omtrent 200, die, uitgenomen eenige weinige
-Roomschgezinden, allen van den Gereformeerden Godsdienst zijn.
-</p>
-<p>Het schatbaar land onder het district van <i>Muiderberg</i> behoorende, wordt begroot op niet meer dan honderd en vijftig morgen.
-</p>
-<p>Een <span class="sc">wapen</span> heeft dit dorpjen niet.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>Dit Artijkel van ons plan betreffende kunnen wij, het tegenwoordige dorpjen aangaande,
-niet anders noemen dan de kerk, want Wees- of andere Gods-dienstige Gestichten zijn
-er niet voorhanden: de Weezen worden er bij de inwooners besteed.
-</p>
-<p>Van binnen is de kerk zeer zindelijk, doch ook zeer eenvoudig, hebbende volstrekt
-niets dat men kan zeggen een cieraad te weezen; ook is er geen orgel in.
-</p>
-<p>Derzelver vertooning van buiten, maakt zeer geloofwaardig het geen men er van aangetekend
-vindt, naamlijk dat het nog de capel zoude zijn welke de <i>Roomschen</i> in vroegere eeuwen aldaar gehad hebben; zij heeft in alles de gedaante van een capel,
-vooral van vooren; men gaat tot den ingang, (er is ook maar één ingang aan) door een
-laantjen van boomen, waar achter het bovenste gedeelte van de kerk zig verbergt: men
-wil dat dit gebouw gesticht zoude weezen, door den reeds meergemelden Graaf <span class="sc">Willem</span> van <i>Henegouwen</i>, de derde van dien naam; doch, en het geen van zelf spreekt, als eene capel, welke
-bij de Reformatie van binnen tot het oefenen van den Gereformeerden Godsdienst is
-toebereid.
-</p>
-<p>Thans staat op het gebouw een vierkante toren, zijnde van boven geheel plat; evenwel
-is dezelve zodanig niet altoos geweest; er heeft, zelfs nog in de tegenwoordige eeuw,
-<span class="pageNum" id="pb19.6">[<a href="#pb19.6">6</a>]</span>een spits op gestaan, doch hetzelve is er door een’ stormwind afgewaaid, en sedert
-is er geen ander spits op gezet.
-</p>
-<p>Niettegenstaande de gemeente te <i>Muiderberg</i> altijd slechts bestaan hebbe uit omtrent 50 ledemaaten, heeft zij echter sinds het
-jaar 1687, haar eigen Predikant, zijnde sedert 17 Augustus, van den jaare 1783, de
-Wel-Eerw. en bij zijne gemeente zeer geliefde Heer, <span class="sc">Kristiaan Johan Fruitier</span>, behoorende onder de Classis van <i>Amsteldam</i>.
-</p>
-<p>De eerste Predikant alhier was <span class="sc">Nicolaas Bassecour</span>, bevestigd den 17 Augustus 1687, en hem werdt den 13 October van het zelfde jaar,
-één Kerkraad, één Ouderling, en één Diacon toegevoegd, door een commissie uit de Classis
-van <i>Amsteldam</i>: in het jaar 1698, is zijn Wel-Eerw. beroepen te <i>Schiedam</i>—Voords hebben de volgende Predikanten alhier gestaan:
-</p>
-<p><span class="sc">Geerard Midlum</span>, is bevestigd den 27 April 1698, en beroepen te <i>’s Graaveland</i> 1706.
-</p>
-<p><span class="sc">Petrus de Bye</span>, is bevestigd den 30 Mei 1706, en hier overleden, den 14 Julij 1726.
-</p>
-<p><span class="sc">Roeland van Thiel</span>, is bevestigd den 2 Febr. 1727, en heeft van zijnen dienst vrijwillig afgestaan 1747.
-</p>
-<p><span class="sc">Jan Rijser</span>, is bevestigd den 28 Jan. 1748, en emeritus geworden in Sept. 1780.
-</p>
-<p><span class="sc">Carolus Pantekoek</span>, is bevestigd den 29 April 1781, en op collatie vertrokken naar <i>Niërvaart</i>, gezegd <i>de Klundert</i>.
-</p>
-<p>De Pastorie is een vrij goed, en aangenaam gelegen gebouw.
-</p>
-<p>Het Schoolhuis voldoet mede allezins aan deszelfs oogmerk.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Onder dit artijkel kunnen wij niet anders brengen, dan het Rechthuis, dat voor 3 jaaren
-een ruime Herberg was; doch sedert in een schoone lusthof is veranderd.
-<span class="pageNum" id="pb19.7">[<a href="#pb19.7">7</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Deeze bestaat sedert den 14 November, 1687<span class="corr" id="xd32e14064" title="Bron: .">,</span> uit den Predikant, 2 Ouderlingen en 2 Diaconen.
-</p>
-<p>Er zijn ook 2 Kerkmeesteren, die, in gevalle van afsterven, door Schout en Schepenen
-verkozen worden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Deeze is als op de andere dorpen van <i>Gooiland</i>: de Hooge Vierschaar wordt er gespannen door den Bailluw en de Schepenen van <i>Gooilands Hoofdstad, Naarden</i>, de Civile rechtbank wordt gespannen door Schout en Schepenen, zijnde deeze laatsten
-vijf in getal.
-</p>
-<p>Voords zijn alhier mede twee Buurtmeesters en twee Kerkmeesters: van den eerstgemelden
-gaat jaarlijks één af.
-</p>
-<p>De Schepens worden verkozen door den Bailluw, uit een nominatie van een dubbeld getal,
-gemaakt door den Schout en Buurtmeesters: aan de nieuw verkozene Schepenen staat de
-verkiezing van den Buurtmeester, die voor dat jaar aankomt; zie boven.
-</p>
-<p><span class="sc">Voorrechten</span> heeft <i>Muiderberg</i>, voor zo verre ons bewust is, niet.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>Der bewooneren, zijn meestal de landbouw, waartoe zij, gelijk wij hiervoor reeds zeiden,
-goede gelegenheid hebben: het zaajen van boekwijt en rogge, en het pooten van aardappelen,
-gaat er zeer sterk: voords vindt men er eenigen van die werklieden welken in de burgerlijke
-zamenleving volstrekt onontbeerelijk zijn.
-</p>
-<p>Wat aangaat de
-<span class="pageNum" id="pb19.8">[<a href="#pb19.8">8</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>,
-</p>
-<p>Van <i>Muiderberg</i>, de beschrijving van deezen vereischt geene breede plaats: in de oorlogsrampen van
-<i>Muiden</i> en <i>Naarden</i>, heeft het zeer waarschijnelijk zijn deel gehad, ofschoon wij desaangaande niets
-bijzonderlijks vinden aangetekend; alleenlijk is het optemaaken uit den aart dier
-rampen, zodanig zijnde, dat zij zig maar zeldzaam, of liever nooit, aan een klein
-plekjen gronds bepaalen, maar altoos eenen ruimen omtrek inneemen; de bewerkers dier
-rampen zijn Vorsten, deezen zegt men, niet ten onrechte, schoon tot hunne schande,
-hebben lange armen, en zulks wordt in tijden van oorlog met nadruk gevoeld; als hunne
-armen gewapend zijn, rijken hunne zwaarden mijlen ver; en slaat men het oog op hunne
-laaghartige huurelingen, die vijanden van alle menschlijkheid, zeker, dan is het nog
-minder te bewonderen dat de rampen des oorlogs, zig nimmer bij een klein pleksken
-gronds bepaalen; de gezegde vorsten-slaaven, zijn over het algemeen losbandige booswichten,
-uitgehongerde raaven, die onder den dekmantel van rechten des oorlogs, hunne harten
-met gruwelen, en hunne maagen met geroofde beeten vullen, gelijk zij ook niet zelden
-hunne beestachtige lusten voldoen ten koste van de eer veeler braave vrouwen en maagden—is
-er immer een tijd geweest waarin zulks dagelijks ondervonden wordt, ’t is de tijd
-dien wij beleeven; door geheel Europa woedt en plundert de schenzieke en hoogst verachtelijke
-soldaat.… doch welhaast wordt veelligt de dag geboren, (sommigen meenen zelfs de eerste
-morgenschemering daarvan reeds te bespeuren,) waarop alle vorst, alle soldaat.… dan
-op dien toon voordgaande, zouden wij de eigenlijke paalen van ons plan overschreiden.
-<span class="pageNum" id="pb19.9">[<a href="#pb19.9">9</a>]</span></p>
-<p>Door het vuur heeft <i>Muiderberg</i>, voor zo verre wij hebben kunnen naspooren, nooit veel geleden; ook niet door het
-water; want ofschoon het nabij de zee gelegen zij, heeft de goeddoende en altijd zorgende
-Natuur het dorpjen, door middel van vrij hoog duin tegen de woede van dat element
-beveiligd.
-</p>
-<p>„In den jaare 1673 hadden de <i>Franschen</i>,” dus luidt een gedeelte der historie van dit dorp, „zig op <i>Muiderberg</i> verschanst en batterijen opgeworpen tegen die van <i>Muiden</i>, welke stad zij toen onder hunne magt hoopten te krijgen; zij werden echter van daar
-verdreven, door verscheidene uitleggers op de <i>Zuiderzee</i>, die van <i>Amsteldam</i> gezonden werden, en door vlotschuiten met kanon waarvan men drijvende batterijen
-maakte, die hen van de vaart tusschen <i>Muiden</i> en <i>Naarden</i> zo benaauwden, dat zij op den 6 Junij van ’t gemelde jaar opbraken, en hunne onderneemingen
-lieten vaaren.”
-</p>
-<p>Bij de omwending in onzen burgerlijken staat, heeft <i>Muiderberg</i> zeer veel geleden: door de <i>Pruissen</i> zijn alle buitenplaatsen grootlijks, en <i>Rustrijk</i>, die van den Heere <span class="sc">Abbema</span>, ook de Pastorij, geheel en al geplunderd: verscheide weken hebben veele oude lieden
-en kinderen zig in de open lucht moeten ophouden, om derzelver schreeuwende mishandelingen
-te ontvlieden: wij mogen intusschen niet vergeten aantetekenen dat de ingezetenen
-aldaar meest de Patriotsche partij toegedaan waren, en zij zig, op last der Heeren
-Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westvriesland</i>, ook in den wapenhandel geoefend hebben.
-</p>
-<p>Onder de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>,
-</p>
-<p>Van dit dorpjen, behooren twee kerkhoven, het eene reeds in de voorgaande eeuw aangelegd
-voor de <i>Hoogduitsche Jooden</i>, van welken hier doorgaands honderd in het jaar begraven worden; het andere is, sedert
-een jaar aangelegd, voor de <i>Lutherschen</i> <span class="pageNum" id="pb19.10">[<a href="#pb19.10">10</a>]</span>van ’t <i>Oude licht</i>; doch tot heden toe heeft niemand hier eene rustplaats voor zijn overschot verkozen.
-</p>
-<p>Het voornaame logement waartoe de voorgemelde buitenplaats van den Heere <span class="sc">Abbema</span> gemaakt is, verdient mede eene bijzonderheid genoemd te worden, uit aanmerking van
-de zonderling grootsche aanleg, (waarvan mogelijk in geheel het Vaderland, geen voorbeeld
-voorhanden is,) zo wel als van de kleinte van het dorpjen, alwaar dezelve gevonden
-wordt; doch wanneer men aanmerkt dat de Grooten reeds vóór dien aanleg gewoon waren
-zig op <i>Muiderberg</i> te komen verlustigen, en ook dat er verscheidene buitenplaatsen rondsom liggen, allen
-welken geduurende het zomersaisoen bewoond worden, dan komt de verkiezing van dien
-aanleg niet zo geheel bijzonder voor; men konde tog vooraf op voldoend vertier staat
-maaken, om reeden van hetgeen wij zo even zeiden; want dat vertier moet ook alleen
-slechts van de Grooten komen, de burger schrikt op het zien van den prachtigen aanleg,
-zodra hij het woord <i>Logement</i> er voor leest: vooral is deeze plaats eene bijzonderheid, wegens de aanmerkenswaardige
-echo die men aldaar heeft, en welke veele vreemdelingen derwaards lokt; de Edele Heer
-<span class="sc">Willem Hooft</span>, te <i>Amsteldam</i>, heeft er den zeer geleerden Heere <span class="sc">Martinet</span>, nagenoeg de volgende beschrijving van medegedeeld—men vindt er een ouden muur in
-een halve cirkelronde gedaante, zeven voeten hoog gebouwd, met een schuinse rollaag,
-die men op één voet mag rekenen; de middenlijn deszelven beloopt op honderd en negen
-voeten binnenswerks: vijftien voeten ten noorden achter deezen muur staat eene hegge,
-die twee of drie voeten hoog boven denzelven uitsteekt, en eenige roeden verder vindt
-men hooge boomen; wanneer men nu vóór deezen muur gaat staan, dan ziet men tusschen
-beiden eenen platten beplanten grond, en achter zig heeft men eenen anderen halven
-cirkel van latwerk, waartegen eenig geboomte is opgeleid, zijnde de afstand van het
-middenpunt des muurs tot dat van het <span class="pageNum" id="pb19.11">[<a href="#pb19.11">11</a>]</span>latwerk, van honderd twee- en twintig en een halven voet <i>Amsteldamsche</i> maat.
-</p>
-<p>Indien men zig nu plaatst op den afstand van drie- en- vijftig voeten van het middenpunt
-des muurs, en een ander zeventien voeten ten westen bezijden den eerstgemelden gaat
-staan, en dan zacht of hard, geheele versen spreekt, beantwoordt de echo dezelven,
-niet achter elkander, maar elk afzonderlijk, één voor één: dan, het verwonderlijkste
-van alles is, dat de stem of de echo niet schijnt terug te komen van den muur, maar
-uit den grond, zeer juist alle woorden nabaauwende.
-</p>
-<p>Deeze echo is aldaar ontdekt voor bijna zeventig jaaren, toen de Heer <span class="sc">Homoet</span> eigenaar dier plaatse was, en bij gelegenheid dat men eene ligusterhegge uitroeide:
-intusschen is het zeker, dat in het Vaderlandsch Treurspel, <i>Gerard van Velzen</i>, in het jaar 1613 in ’t licht gegeven, reeds gesproken wordt van het <i>verstoord gebeente van dit cirkelrond, en van de echo</i>, bij gevolg is deeze muur, (waartoe gemaakt weet men niet, mogelijk tevens tot eene
-begraafplaats,) en dus ook deeze overschoone echo, al vóór honderd een- en- dertig
-jaaren, bekend geweest, die daarna in het vergeetboek geraakt kan zijn, toen deeze
-hofstede, uit de eene hand in de andere overging, tot dat men, de ligusterhegge uitwerpende,
-dezelve toevallig ontdekte.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Deezen zijn als die van <i>Muiden</i>, want van <i>Amsteldam</i> met de schuit tot daar gekomen zijnde, vaart men met de <i>Naarder</i> schuit tot de <i>Hakkelaarsbrug</i>, alwaar men uitstapt om verder naar <i>Muiderberg</i> te wandelen—Terug gaat men weder, of naar <i>Muiden</i>, of naar de <i>Hakkelaarsbrug</i> voornoemd, en zo verder op <i>Amsteldam</i>.
-</p>
-<p>’T is voor een vaderlander nog al niet onaangenaam, aan <span class="pageNum" id="pb19.12">[<a href="#pb19.12">12</a>]</span>gezegde brug te moeten uitstappen, alzo hij aldaar vergast wordt op het zien van de
-<i>Stolp</i>, de landlijke <i>retraite</i>, van den nu zaligen onwaardeerbaaren Burgervader <span class="sc">Hendrik Hooft</span> <i>Danielsz.</i>, nog het voorwerp van aller braaven achting, en die op dat buitenverblijf zijnen
-hoogen ouderdom sleet, onder de aangename streelingen van een voldaan geweeten, niet
-alleen, maar ook van de hoop, van vóór zijn’ dood zijn vaderland, en met nadruk zijne
-geliefde <i>Amstelstad</i> nog eenmaal gelukkig te zullen zien.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>,
-</p>
-<p>Deeze zijn geene anderen dan de reeds gemelde plaats van den Heere <span class="sc"><span class="corr" id="xd32e14240" title="Bron: Abbama">Abbema</span></span>; voords zijn er nog twee herbergen van mindere rang.
-<span class="pageNum" id="pb20.1">[<a href="#pb20.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="weesp" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1317">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figweespwidth"><img src="images/weesp.jpg" alt="De stad Weesp." width="486" height="720"><p class="figureHead">De stad Weesp.</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line">Zo lang de Zilvren VECHT uw boorden blyft besproeien,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">O WESOP! en Natuur u met haar schoon vereert.
-</p>
-<p class="line">Zo lang de Koopmanschap in Nederland zal bloeien;
-</p>
-<p class="line xd32e6271">GENEVER, en door Oost en Westen word begeerd.—
-</p>
-<p class="line">Zo lang de Naneef TROUW op hogen prys zal stellen,
-</p>
-<p class="line">Hoort Gy, MYN VADERSTAD! uw naam met blydschap spellen.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p>
-</p>
-<p class="xd32e14274">B. P.—</p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
-<span class="ex">STAD</span><br>
-<span class="ex">WEESP</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Onder de geene stem in Staat hebbende Steden van Holland, is <span class="sc">Weesp</span> geenzins eene der geringste, zo wegens derzelver oudheid, vermaardheid als vermakelijke
-ligging aan de Rivier de <i>Vecht</i>; een half uur ten Zuidwesten <i>Muiden</i>; omtrent twee uuren ten Westen <i>Naarden</i>; ruim twee uuren ten Zuidoosten <i>Amsteldam</i>, en ruim vijf uuren ten Noorden <i>Utrecht</i>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
-</p>
-<p>Bij de Geschiedschrijvers vind men wegens den Naams-oorsprong niets zekers geboekt.
-Dat deeze Stad haren naam van de <i>Usipeten</i> ontleenen zoude, luid al te fabelachtig, om daar aan geloof te slaan. Dat zij dezelve
-aan eenen <i>Here de Wesopa</i>, die aldaar een Kasteel, van dien naam, zou gesticht hebben, verschuldigd is, is
-even onzeker, en dat zij om haren geduurigen kloekmoedigen tegenstand door haare vijanden,
-leenspreukig, <i>Wespe</i> of <i>Wispe</i> zoude genoemd zijn, hier voor is geen’ den minsten grond te vinden: ’t zij ons genoeg
-dat er in Holland een Steedje is, dat <i>Wezop</i> of <i>Weesp</i> genoemd word, bij welke laatste benaming het thans allermeest bekend is.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>Hoewel men den tijd der Stichting dezer Stad met geene zekerheid bepalen kan; veel
-min of dezelve altijd met vestingen omringd of bevest is geweest; kan men echter bewijzen
-dat zij in den Jaare 1131 reeds bekend was, als blijkt uit zekeren brief van <i>Andreas</i> den vijfentwintigsten Bisschop <span class="pageNum" id="pb20.2">[<a href="#pb20.2">2</a>]</span>van <i>Utrecht</i>, waarin van bovengemelden <i>Hero</i> gewaagd word. In de handvest van Hertog <i>Willem van Beieren</i> in ’t Jaar 1355, word van <i>Weesp</i> het allereerst melding gemaakt, als van eene Stad, voorzien met poorten en wallen,
-en hare Burgers <i>Poorters</i> genoemd.
-</p>
-<p>De Stad is zeer ruim en luchtig gebouwd en heeft verscheidene straaten, die zeer wél
-betimmerd zijn; van het Zuiden tot het Noorden doorsneden van de stroomende Rivier
-de <i>Vecht</i>, waar aan een Schutsluis ligt, die in een Graft uitlopende, het grootste gedeelte
-der Stad wederom in tweeën deelt; terwijl het zuiderdeel met drie Graften voorzien
-is, die allen in de laatstgenoemde hunne inwatering hebben.—Volgends de jongste beschrijving
-beloopt het getal der Inwooners op bijkans 2800 menschen, woonende in omtrent 500
-huizen, die wederom in ruim 730 woningen verdeeld zijn. Uit oude tekeningen en beschrijvingen
-blijkt het, dat <i>Weesp</i> voorheen met steenen wallen is omgeven geweest, welker grondslagen men, bij gelegenheden,
-noch ontdekken kan, en waar van men noch de overblijfsels ziet aan de <i>Muiderpoort</i>, de <i>Waag</i> en den zogenaamden <i>Olijmolen</i>, welke gebouwen zekerlijk voor een gedeelte als rondeelen der oude vestingwerken
-moeten beschouwd worden: verval en de uitleggingen der Stad hebben derzelver afbraak
-noodzakelijk gemaakt.—Tegenwoordig is de Stad alleen aan haar Oost en Zuidelijk gedeelte
-met aarde bolwerken voorzien, die naar de regelen der hedendaagsche Vestingbouwkunde
-opgeworpen zijn. Behalve de andere uitgangen, heeft deeze Stad drie poorten, namelijk,
-<i>de Muider, Naarder of ’s Gravelandsche, en Utrechtsche</i> poort; de eerste is een oud gebouw, in wiens voorgevel het Keizerlijke wapen staat
-uitgehouwen, waar onder het Jaargetal 1552: de twee laatste zijn in den Jaare 1676
-gebouwd, en van eenen ordentlijken aanleg.
-</p>
-<p><span class="sc">’T</span> <span class="ex">WAPEN</span>.
-</p>
-<p><i>Weesp</i> heeft twee Wapens: te weeten het <i>Oude</i> en <i>Nieuwe</i>. Het oude verbeeld een Kerk, met een’ grooten toren aan den Voorgevel en een’ kleiner’
-in de midden: de figuur heeft veel <span class="pageNum" id="pb20.3">[<a href="#pb20.3">3</a>]</span>overeenkomst met het tegenwoordig Kerkgebouw. Het nieuwe is een zilveren paal op een
-blaauw veld. Het eerstgenoemde word noch ter bezegeling van brieven of decreeten gebruikt.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>De groote Kerk, waarin de Gereformeerden hunnen Godsdienst oefenen, is, volgends <i>Jacobus de la Torre</i>, gesticht, of ten minsten voltooid, in den Jaare 1462, wanneer zij, naar het Roomsch
-Kerkgebruik, aan <i>St. Laurentius</i> wierd toegewijd. Het is een schoon, lang en luchtig Gebouw, pronkende met eenen spitsen
-toren, in wiens Koepel een welluidend Klokkenspel hangt, in 1672 door den vermaarden
-<i>Petrus Hemoni</i> vervaardigd. Op het Choor is noch een klein torentje. Dit Gesticht rust binnenwerks
-op 18 pijlaaren, zijnde rondom de meeste, de Predikstoel, de Gestoeltens der Regeering
-en anderen geplaatst.—Het Orgel, in 1592 gemaakt, heeft, naar den tijd waarin het
-zelve vervaardigd is, geen onaangenaam geluid, en word met deuren gesloten.—In het
-Choor, dat met een fraai koperen hek van de Kerk is afgescheiden, vind men een’ kleineren
-Preêkstoel, voormaals gebruikt, wanneer de promotie der Latijnsche Schooljeugd geschiedde.
-De Gereformeerde Gemeente word bediend door twee Leeraars, Leden der Classis van Amsteldam:
-het tractement van den Oudsten bedraagt 1000 Guldens en vrije woning in de Pastorij,
-dat van den jongsten is 1100 Guldens.
-</p>
-<p>De Lutersche Gemeente word bediend door een’ Predikant behorende onder het Consistorie
-van Amsteldam, zij is eene der aanzienlijkste dier Geloofsbelijderen in deeze Republiek.
-De plaats, ter oefening van hunnen Godsdienst geschikt, is een klein doch net Gebouw,
-van binnen versierd met een fraai Orgel. De oorsprong deezer Gemeente word, volgends
-de waarschijnlijkste berichten, gesteld op den 28sten September 1642. <i>Tobias Brustenbach</i> was de eerste Leeraar maar ook te gelijk derzelver Stichter. In den Jaare 1647 wierd
-deeze Gemeente, die tot dien tijd haare Godsdienstige bijeenkomsten in een klein Huisje
-op de Achtergracht <span class="pageNum" id="pb20.4">[<a href="#pb20.4">4</a>]</span>gehouden had, in staat gesteld tot den aankoop van een Huis en erve, ’t welk, in 1654
-met noch een ander Huis en erve vergroot, het tegenwoordig Kerkgebouw uitmaakt; tot
-den Jaare 1782, was zij in zodanige omstandigheden geplaatst, dat somtijds het nabuurig
-Amsteldam tot het onderhoud harer Leeraar moest medewerken; wanneer zij door een aanzienlijk
-Legaat, haar bij uiterste wille besproken door wijle Vrouwe <i>Voigt</i>, wonende te Muiderberg, in staat gesteld wierd zich zelve te kunnen onderhouden.
-Den 30 September 1792, wierd eene Jubelpreêk, bij gelegenheid van de 150 jarige instandblijving
-der Gemeente, door haaren toenmaligen Leeraar gedaan.
-</p>
-<p>De Roomsch Catholijken hebben hier ook eene Statie, die tegenwoordig door eenen waereldlijken
-Pastoor en Capellaan word waargenomen. Hun Kerkhuis is van binnen met een naar de
-bouwkunst geordend altaar versierd, en het gewelf met Bijbelsche en Kerkelijke Geschiedenissen
-fraai beschilderd. Waar aan de vochtigheid en ouderdom echter veel nadeel hebben toegebragt.
-Daar en boven is het Gesticht zelve zeer bouwvallig en veel te bekrompen: ter ondersteuning
-van het Gregoriaansche Kerkgezang is er een klein doch zeer welluidend Orgel in geplaatst.
-Thans is op requeste, door Kerkmeesteren dier Gemeente gepresenteerd, ten einde een
-geschikter Kerkhuis te erlangen, gunstig appui verleend, waar door aan het verlangen
-van het grootste getal der Gemeentenaaren spoedig zal voldaan worden, hebbende de
-Kerkbestuurders bereids daar toe een geschikte plaats aangekocht.
-</p>
-<p>De Joden, wier getal alhier sints weinige Jaaren merkelijk is toegenomen, hebben hier
-een Sijnagoge of bedehuis, dat een zeer klein doch net gebouw is.
-</p>
-<p>Onder de Gestichten die eenige aandacht verdienen bekleed het <i>St. Bartholomei Gasthuis</i> geene geringe plaats. De tijd van derzelver stichting is onzeker; dat het echter
-van geenen jongen tijd is, blijkt uit den naam van hem aan wien het is toegewijd,
-en wiens beeldtenis of naam boven alle de buiteningangen dezes Gestichts is uitgehouwen.
-Het is een groot en geen onaanzienlijk Gebouw. Ofschoon voor zo verre men <span class="pageNum" id="pb20.5">[<a href="#pb20.5">5</a>]</span>kan nagaan, alleen geschikt voor een Gasthuis of herberging voor Vreemdelingen, worden
-thans ook de gebrekkigen en behoeftigen, die door de Diaconie ondersteund worden,
-daarin besteed. De bestuuring van dit huis is thans opgedragen aan 4 Regenten en 3
-Regentessen, die ’s Jaarlijks of op nieuw verkoren of anderen in hunne plaatsen gesteld
-worden.
-</p>
-<p>Het <i>Burger-Weeshuis</i>, in vroegere Eeuwen een Klooster voor <i>de Zusteren van St. Jan Euangelist</i>, is een schoon en ruim Gebouw, geschikt ter herberginge en opvoeding van <i>Weezen</i>, wier Ouderen Burgeren dezer Stad waren. Deszelfs bestuur staat thans aan 5 Regenten
-en 4 Regentessen, die mede Jaarlijks aangesteld worden.
-</p>
-<p>Het <i>Armen-Weeshuis</i>, een Gebouw, waarin sints 1667 de Armen Weezen, die te vooren in het St. Bartholomei
-Gasthuis gehuisvest waren, wierden opgevoed, en werwaards zij op besluit van Burgemeesteren
-en Vroedschappen in 1790 wederom wierden overgebragt, dient voor het tegenwoordige
-ter inkwartieringe der alhier in Guarnisoen liggende <i>Militie</i>.
-</p>
-<p>De orde vereischt dat hier ter plaatse ook melding gemaakt worde van de Stichting
-van wijlen den Heere <i>Cornelis van Drosthagen</i>, bij beslotene laatste wille, 1714 gemaakt, en 1718 door zijn dood bevestigd: volgends
-welke hij zijne Nalatenschap, bestaande in Huizen, Landerijen enz onder het bestuur
-van drie Executeuren van de Roomsche Religie gesteld heeft; zo nochthans dat bij het
-afsterven van eenen derzelven een’ Gereformeerde door de aanblijvenden, in deszelfs
-plaatse, mogt verkozen worden; welk laatste reeds sints een aantal Jaaren heeft stand
-gegrepen.—De voordeelen, uit deeze Goederen voordspruitende, moeten in drieën verdeeld
-worden, als aan zijne behoeftige Vrienden van moeders zijde; aan het Arme Weeshuis,
-en aan Armen der Roomsche Gezindheid. Ter gedachtenisse van deezen Heer is in een
-gevel van een der vernieuwde Gebouwen een steen geplaatst, waarop men het volgende
-versjen leest:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line">De voorzorg van Drosthagen
-</p>
-<p class="line">Voor Armen, Weez’ en Magen,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Zij steeds bij ’t Nageslacht
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Met dankbaarheid herdacht!——</p>
-</div>
-<p><span class="pageNum" id="pb20.6">[<a href="#pb20.6">6</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Onder dezelve bekleed het <i>Stadhuis</i> de eerste plaats. Het is een buitengemeen schoon en kostbaar Gebouw, in den jaare
-1772 geheel nieuw uit den grond opgehaald, pronkende met eenen arduin en hardsteenen
-Voorgevel, naar de <i>Jonische</i> en <i>Dorische</i> orden. Zo schoon dit Gebouw zich uitwendig opdoet, zo fraai is ook deszelfs binnenste.
-Bij het ingaan valt terstond de prachtige Vierschaar in ’t oog, welker beschouwing
-den Vreemdeling moet uitlokken om het zelve van binnen te bezichtigen. De Burgerzaal,
-Burgemeesters, Schepens en Vroedschapskamer zijn keurig geordend, naar den smaak gestoffeerd
-en versierd met prachtige en fraaje schilderstukken, door den Weesper Burgemeester
-<i>Gijsbert Jansz. Sibille</i>. Hoewel men den naam van deezen Kunstliefhebber in de Schilderboeken te vergeefs
-zoeken zou, en buiten deeze Stad weinig bekend schijnt te zijn, zo zijn echter de
-werken van zijne hand de opmerking der kenneren dubbel waardig.—Het Gebouw staat op
-de Grobbe bij de St. Joris brug, die in bovengemeld jaar met het daar voor liggend
-plein gelijk gemaakt is. Ter plaatse waar het tegenwoordig Stadhuis staat, was in
-het begin der voorige Eeuw de Schuttershof of de St. Joris Doelen; waar van in het
-oude Stadhuis noch eenige overblijfsels te vinden waren.
-</p>
-<p>De <i>Waag</i>, een oud gebouw, voorheen een rondeel der Vestingen, reeds in den Jaare 1407 geschikt
-tot het Stadhuis, waar toe het tot 1634 gebruikt is, staat aan de Vecht. Behalve dat
-dezelve tot het wegen der Koopmanschappen enz. gebezigd word, strekt zij ook ter Vergaderplaats
-van sommige Gilden: terwijl op een harer vertrekken thans ook de Hoofdwacht der Militairen
-gehouden word. Derzelver Voorgevel is niet onaanzienlijk, en pronkt met het Wapen
-der Stad.
-</p>
-<p>De <i>Stads School</i>, mede geen onaanzienlijk Gebouw, heeft <span class="pageNum" id="pb20.7">[<a href="#pb20.7">7</a>]</span>men, niet zonder grond, te houden voor een gedeelte van het Klooster, het Jonge Convent
-genaamd: in deeze kunnen ook de Kinderen van minvermogende voor niet onderwezen worden,
-waar toe aan den Stads Schoolmeester, een Jaarlijks tractement gegeven word.
-</p>
-<p>De <i>Stads Fransche Kostschool</i> voor Jonge Heeren, is een ruim en luchtig Gebouw, staande op de nieuwe Gracht aan
-het Zuideinde der Stad; deeze School is in eenen zeer <span class="corr" id="xd32e14452" title="Bron: bloienden">bloeienden</span> staat.
-</p>
-<p>Voords is alhier noch eene Fransche Kostschool voor Jonge Juffrouwen, wier aantal
-geduurig toeneemt.
-</p>
-<p>De <i>Vleeschhal</i> en <i>Bank van Leening</i> zijn geene Stadsgebouwen, wordende de eerste gehuurd; en de laastgenoemde behoort
-aan eenen Jood, die daar voor eene jaarlijksche recognitie aan de Kerk betaalt.
-</p>
-<p>De Godsdienstige en Waereldlijke Gestichten deezer Stad beschouwd hebbende, gaan wij
-over tot derzelver
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Alhoewel de kundige Schrijver der <i>Grondwettige Herstelling van Nederlands Staatswezen</i> verzekert, dat de vastgestelde Regeeringsform van <i>Wezop</i> of <i>Weesp</i> tot 1445 in handen van het Volk berustte, schijnen de handvesten der Stad ons het
-tegendeel aanteduiden, vermits in een geschreven handvest, die in de gedrukte niet
-gevonden wordt, en <i>in 1387, aan die ghemeenen Steden en Dorpen van Amsterlandt ende van Goijlandt</i> door <span class="sc">Herthog Albrecht van Beieren</span> is gegeven, het 1e. Art. van den volgenden inhoud is. <i>Dat wij off dien wij dat bevelen, off onse Baliuw, die nu is off naemaels wesen zal,
-altoes Schepenen kiesen zal binnen Steden ende opten Dorpen, alsoe veel als costumelijk
-is, op onser Vrouwendach te Lichtmisse van den redelijcxsten en vroetsten knaepen,
-enz.</i>—1407 gaf <span class="sc">Jan van Beieren</span>, <i>Elect van Luijdik, als Heer van Muijden, van Wesop, van Naerden ende van Goijlandt</i>, ook eenen openen brieve, in welken hij <i>om oerbaer ende nutschap wille zijns lands voorss.</i> zijne bovengenoemde <i>ondersaten overdragen</i> heeft eenige <span class="pageNum" id="pb20.8">[<a href="#pb20.8">8</a>]</span>puncten, onder welke het 10. Art. van ons handschrift dus luidt. „<i>Item, soe willen wij dat binnen onsen Stede van</i> <span class="sc">Weesop</span> <i>van deser tijt voort wesen sullen seven Scepenen die onse Dienaars daer sullen setten</i>: welke handvest door <span class="sc">Filips van Bourgondien</span>, <i>als Ruwaert ende oir der Landen van Hollandt</i> in 1425 <i>gheconfirmeert ende ghevesticht is</i><span class="corr" id="xd32e14509" title="Niet in bron">.</span> Hoe het met de Regeering, voor <span class="sc">Albrecht van Beieren</span>, gesteld is geweest, daar van zijn, zo ver mij bewust is, geene bewijzen voorhanden.
-Het zij ons genoeg betoogd te hebben dat de Graven, ten minsten, de Schepenen hebben
-aangesteld, en dat zulks geenzins door het Volk of deszelfs vertegenwoordigers geschied
-is.—<span class="sc">Filips van Bourgondien</span>, gaf in den Jaare 1445 aan <i>de Stad</i> <span class="sc">Weesop</span> de handvest, waar bij hij haar <i>ghegont ende gheconsenteert</i> heeft, <i>dat voortaen één ende dertich die rijcste poorteren, die meeste leggende erven en
-staende ghetimmert hebben, en de hoegste daer in ’t schodt staen, alle jaer op onser
-Vrouwendach Purificatio bij de meeste stemmen kiesen sullen vierthien goede notabile
-mannen, uijt den voorss. XXXI of uijt andere die poorteren van</i> <span class="sc">Weesop</span>, <i>uijt welke XIIII persoenen alsoe bij den één en de dertich ghecoeren wesende bij der
-meeste stemmen onsen raede van Hollandt, onse Baliuw van Goijlandt in der tijt wesende
-off die wij des machtigen sullen, op onser Vrouwen-dach purificatio kiesen ende eden
-sullen seven Scepenen, die dat toecomende Jaer Scepenen wesen sullen; welke Scepenen
-voort kiesen sullen ’t eerste jaer drie Burghemeesteren van onse Stede voorss. Als
-dat van outs ghewoonlijk is, ende voert alle jaer twee nieuwen Burghemeesters ende
-eenen ouden daar in te laeten blijven.</i>” De verkiezinge der Regenten geschied ten huidigen dage noch naar den inhoud van
-dit Privilegie, alleen met dit onderscheid, dat de Nominatie van Veertienen thans
-door de 21 Vroedschappen op Vrouwendag (2 Februarij) gemaakt word; zijnde het getal
-van 31, volgends besluit der Staten van Holland, genomen op 13 Januarij 1622, aldus
-verminderd. Ofschoon in dit Privilegie die verkiezing staat aan den Raade van Holland,
-den Bailiuw van Gooiland, of wien door den Grave daar toe zoude gemagtigd worden:
-zo is volgends een Staats resolutie van den 20sten Maart 1603 de Bailiuw van Gooiland
-daar toe gemagtigd. De Regeering word dus saamgesteld, uit den Hoofdofficier, <span class="pageNum" id="pb20.9">[<a href="#pb20.9">9</a>]</span>die tevens Drossaard van Muiden en Bailiuw van Gooiland is, en alhier eenen Stedehouder
-of Subsistut Schout heeft, drie Burgemeesteren, zeven Schepenen en een-en-twintig
-Raaden. Burgemeesteren en Vroedschappen hebben eenen Secretaris, die door hun Collegie
-word aangesteld; terwijl de aanstelling van den Secretaris van Schepenen door Heeren
-Gecommitteerde Raden van Holland geschied.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">DE GILDEN</span>
-</p>
-<p>deezer Stad zijn de volgende:
-</p>
-<ul>
-<li>Het Timmermans, Metselaars en Glazenmakers Gild.
-</li>
-<li>Het Chirurgijns Gild.
-</li>
-<li>Het Kuipers Gild.
-</li>
-<li>Het Lakenkopers en Kledermakers Gild.
-</li>
-<li>Het Schoenmakers Gild.
-</li>
-<li>Het Bakkers en Kramers Gild.
-</li>
-<li>Het Turf- en Koorndragers Gild.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p>Wordende Jaarlijks door Burgemeesteren en Schepenen, uit de ingeleverde nominatien,
-Gildemeesteren verkozen.
-</p>
-<p class="headlike">HANDVESTEN <span class="asc">EN</span> PRIVILEGIEN (Voorrechten).
-</p>
-<p>Van deeze, haar door onderscheidene Graaven geschonken, zullen wij slechts de voornaamste
-en belangrijkste opgeeven; zijnde dezelve in aantal zeer veelen.
-</p>
-<p>Het eerste en aanmerkelijkste is, (voor zo verre ons bekend is, nimmer door den druk
-gemeen gemaakt,) dat, van <i>Willem van Beieren</i>, in 1355 aan die van <span class="sc">Wesop</span> gegeven; waar bij het hen vergund is, <i>dat zij met allen heuren goeden tot ewighen daghen tollen vrij vaeren sullen te lande
-ende te water, overal in onse landen van Hollandt, van Zeelandt ende van Vrieslandt,
-voerbij alle onse tollen</i>. Van welk Voorrecht de Kooplieden van <span class="sc">Weesp</span> noch hedendaags gebruik maken. In 1386. verleende Hertoch <i>Albrecht van Beieren aan zijne goede Luiden van Wesop het recht eener vrije Jaarmarkt,
-duerende vier daghen voor ende vier daghen na sinte Victorisdagh</i> enz. ook vergunde hij 1401. den Weespenaren, <i>ten ewighen daghen tollen vrij te moghen vaeren door de tollen tot Sparendamme</i>, hoewel hij hen <span class="pageNum" id="pb20.10">[<a href="#pb20.10">10</a>]</span>twee Jaaren te vooren, volgende een op Pergament geschreven handschrift der Privilegiën
-<i>van Muiden</i>, het zelve Voorrecht, benevens de vrijheid der tollen door de Stede <i>Beverwijck</i>, tot wederopzeggens toe, vergund had.—In 1407, gaf <i>Jan van Beieren</i>, aan de Burgerij van <i>Wesop</i> het recht van <i>Vonnissen te moghen halen</i>, (niet, gelijk zij tot hier toe verpligt waren geweest, te Amsteldam te doen), maar
-bij hunne eigene Rechters, <i>op die Kerksteghe tot Wesop, aan dat Gerecht van der Parochie</i>. Van dien tijd af schijnt Weesp dus hare eigen Criminele Rechtbank gehad te hebben,
-welke handvest door <i>Filips van Bourgondien</i>, in 1425 nader bevestigd is. Bij deeze opgenoemde verdient ook geteld te worden,
-het verdrag of accord tusschen de Steden <i>Utrecht, Weesp en Muiden</i> in 1463 gesloten, waar bij, onder anderen ook, is vastgesteld, <i>dat zij Stad ende Steden, die eens des anders Burgheren, poerteren ende ondersaten
-niet besetten noch belasten van ghenen saeken; behoudelijcken dat hunne Burgheren,
-poerteren en ondersaten elck in sijnre Stad en Steden den anderen wel besetten en
-beclaeghen, ende met recht wel bespreecken sal mogen van sijns selfs persoons schult
-ofte misdaden alleen enz.</i> 1545. bevestigde <i>Karel de Vijfde</i>, op verzoek van Schout, Borghemeesteren, Schepenen ende Regeerders der Stad <i>Weesp</i>, het recht van <i>Exue, ’t welk die thoonders van soe langhe Jaeren, dat geen memorie van menschen ter
-contrarie en is, mede gheuseert hadden</i>.
-</p>
-<p>’t Zoude niet ongevoeglijk zijn hier nu noch aantehalen de bijzondere satisfactie
-in den Jaare 1577 tusschen <i>Willem den Eersten</i> en gevolmagtigden van <i>Weesp en Weesperkarspel</i> gesloten, dan om bijzondere redenen zullen wij hier van gewagen, als wij de lotgevallen
-der Stad beschrijven zullen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">SCHUTTERIJ</span>.
-</p>
-<p>Op deeze mag <i>Weesp</i> reeds van oude tijden roem dragen. In 1410 ten tijde van <i>Jan van Beieren</i> (schoon zij waarschijnlijker noch eerder plaats had,) arresteerden <i>Schout, Scepenen en Raeden</i> op den 4 April bereids een Reglement, waarnaar zich de Schutters gedragen moesten;
-aan dezelven wierden eenige voordeelige Voorrechten, als den Wijntap, de vrije Visscherij
-in het St. Anthonis Viswater enz. toegestaan; zijnde omtrent den eerstgenoemden met
-Burgemeesteren een accord gesloten, <span class="pageNum" id="pb20.11">[<a href="#pb20.11">11</a>]</span>terwijl de laatste om de 3 Jaaren ten voordeele der Schutterij verpacht word, gelijk
-zulks in den voorledene Jaare noch heeft plaats gehad.—Behalve deeze heeft zij noch
-eenige andere Voorrechten, doch die wij om de kortheid des besteks, hier zullen overslaan.—De
-Burgerkrijgsraad bestaat, uit den <i><span class="corr" id="xd32e14623" title="Bron: Collonel">Colonel</span></i> (zijnde de aangeblevene der Heeren Regerende Burgemeesteren,) <i>Capiteinen, Capiteinen Lieutenants</i>, <i>Lieutenants, Vaandrigs en Scribas</i>, welke hunnen eigenen Secretaris hebben: men zoude dit articul met veele bijzonderheden
-kunnen vermeerderen, dan bijzondere redenen noodzaken ons deeze snaar onaangeroerd
-te laten.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEROEMDE MANNEN</span>
-</p>
-<p>Die alhier geboren zijn; onder deezen telt men,
-</p>
-<p><span class="sc">Arend Louff</span>, of <span class="sc">Loufius</span>, S.&nbsp;S. Theol. Lic. en Pastoor bij de Roomsche Gemeente alhier; geboren 17 Febr. 1597.
-overleden 19 Junij 1656.—
-</p>
-<p><span class="sc">Gijsbert Jansz. Sibille</span>, Burgemeester dezer Stad, (zie bladz. 6.)
-</p>
-<p><span class="sc">Salomon van Til</span>, beroemd Hoogleeraar in de H. Godgeleerdheid te Leiden, zag het eerste levenslicht
-in den aanvang des Jaars 1643. en is op den 1 November 1713. overleden.
-</p>
-<p>Mr. <span class="sc">Jan Ploos van Amstel</span>, Advocaat te Amsteldam.
-</p>
-<p class="center">en
-</p>
-<p><span class="sc">Pieter van Berendrecht</span>, Contrarolleur, Eikmeester der schepen van de Ed. Mog. Heeren Raden van Staaten der
-vereenigde Nederlanden, Scheepmeter en Eikmeester der Stad Amsteldam.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN <span class="asc">EN</span> VERMAAKEN</span>.
-</p>
-<p>Oudtijds was deeze Stad zeer vermaard wegens dezelver Bier-Brouwerijen, wier aantal
-zeer aanzienlijk moet geweest zijn. Het bier wierd buiten en binnen ’s Lands verzonden,
-en was algemeen bekend onder den naam van <i>Vlaamschen Doctor</i>. Zeker oude Schrijver zegt: <i>de inwoonders van Weesp zijn rijck, en hebben nu die neeringh van ’t beste bier dat
-over Hollandt gedroncken wort</i>. Dan tegenwoordig is er maar eene bierbrouwerij, die, ofschoon in vroeger dagen in
-merkelijk verval, thans wederom in bloei is en eene uitgebreide verzending heeft.
-<span class="pageNum" id="pb20.12">[<a href="#pb20.12">12</a>]</span>De Genever-stokerijen maken voor het tegenwoordige den grootsten handel en het bestaan
-der inwooneren uit. Vijftien dusdanige branderijen geven aan een groot aantal huisgezinnen
-het brood. Wij zullen ons met geene snorkende berekening van het verstoken van eene
-hoeveelheid Lasten Graan enz. ophouden; dan kunnen echter niet voorbijgaan aantestippen,
-dat, niet tegenstaande de laage Kunstgreepen, die men sints eenige Jaaren in ’t werk
-gesteld heeft, om de Weesper Genever in verachting te brengen, derzelver waarde geenzins
-gedaald, en derzelver verzending, vooral naar buiten ’s Lands merkelijk is toegenomen,
-terwijl men proevondervindelijk overtuigd is, dat zij ter buitenlandsche verzending
-beter voldoet dan eenige andere Nederlandsche Genever.
-</p>
-<p>Twee Katoendrukkerijen, met derzelver drogerijen enz. waar van een, niet verre buiten
-de Stad, onder de Jurisdictie van Weesper-Karspel gelegen is, geeven aan verscheiden
-burgers en inwooners, vooral des Zomers, een ruim bestaan; terwijl voor het overige
-de handwerksman in de beoefening van zijnen onderscheiden arbeid een kostwinning vindt.
-</p>
-<p>Wat de vermaken der Weespenaaren betreft, deeze kiest ieder naar zijn’ smaak. Onder
-den meergegoeden Burger heerscht thans, over ’t algemeen genomen, een eenstemmige
-samenverkeering, midlerwijl het beoefenen der Wetenschappen onder hen ook hand over
-hand toeneemt; zijnde ter dier bevordering in den Jaare 1791, een Genootschap, onder
-de Zinspreuk, <i>voor het Menschdom</i>, opgericht, ’t welk bereids uit meer dan zeventig Leden bestaat.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>.
-</p>
-<p><span class="sc">Weesp</span>, oudtijds leenroerig aan het Bisdom van Utrecht, was langen tijd als zodanig onder
-het bestuur van den huize van <i>Amstel</i>, waarom het, ten beteren verstande van deszelfs lotgevallen, niet ondienstig zal
-zijn daar van vooraf en kort verslag te doen. Uit eenen brief van den Bisschop <i>Godefrid</i> van 1172 of 1174, blijkt, dat <i>Egbert van Amstel</i> hem de helft der Tienden in <i>Wispe</i> wedergegeven had. 1225 begiftigde de Utrechtsche Bisschop <span class="sc">Otto</span>, <i>Gijsbrecht van Amstel</i>, den eersten van dien naam, met de hoge Gerechtigheid van <i>Muiden, Weesp</i> en <i>Diemen</i>: 1233 gaf <i>Gijsbrecht</i> volmagt aan <i>Menso van Wesepe</i> om uit <span class="pageNum" id="pb20.13">[<a href="#pb20.13">13</a>]</span>zijnen naam afstand te mogen doen van zekere goederen in <i>Benscop</i> aan de Abdisse van <i>Rhijnsburg</i>. <i>Gijsbrecht van Amstel</i>, de derde van dien naam, is ook bezitter van <i>Weesp</i> geweest. Ofschoon <i>Godelinde</i> Abdisse van <i>Elten</i>, bij haren afstand van Gooiland (Nardinclandt) aan Graaf <i>Floris den vijfden</i> 1280 deeze Stad mede onder hare eigendommen telde: is het echter zeer waarschijnlijk,
-dat hij, zelfs na zijnen zoen met den Grave, in het bezit daar van verbleven is, tot
-dat hij, als een medepligtige aan den moord van <i>Floris</i>, het Land moest ruimen, en zijne goederen voor den Grave verbeurd verklaard wierden.
-Graaf <i>Jan de tweede</i>, begiftigde daar mede zijnen Broeder <i>Guido van Henegouwen</i>, na wiens overlijden het weder aan <i>Willem den derden</i> verviel, en sints welken tijd deeze Stad onder het Graaflijk bestuur gebleven is.
-</p>
-<p>Hier uit ziet men dus dat <i>Weesp</i>, door de gedurige twisten van de <i>Utrechtsche Kerkhoofden</i> met de Heeren van <i>Amstel</i>, noodzakelijk aan de invallen van het Krijgsvolk der Stichtenaaren, of deszelfs saamverbondenen
-moest bloot staan.
-</p>
-<p>De lotgevallen deezer Stad zijn, naar de echte bescheiden in ’s Lands Historien geboekt,
-de volgende. In den Jare 1204. wierd <i>Weesp</i>, om dat <i>Amstel</i> de zijde van <i>Lodewijk Grave van Loon</i> tegen <i>Willem den Eersten</i> hield, door de Kennemers, onder aanvoering van <i>Wouter van Egmond</i> en <i>Albert Banjaard</i>, in de assche gelegd, welk onheil haar 1356 door Bisschop <i>Jan van Arkel</i> na eene vierdaagsche belegering, voor de twedemaal berokkend wierd. 1374 nam de Utrechtsche
-Bisschop <i>Arnold van Hoorne</i> ter wraake van eenen geleden hoon door <i>Albrecht van Beieren</i>, en ter ontheffinge van een Jaarlijksche schuld van 3700 ponden, sints 1356, voor
-het Slot van <i>Vreeland</i>, de Stad in, en stelde haar onder een zwaare brandschatting. 1507 viel <i>Weesp</i> in handen van <i>Karel van Egmond, Hertog van Gelder</i>; zeer veel had zij toen te lijden, ’t welk voornamelijk veroorzaakt wierd, door dien
-zij geweigerd had bezetting in te neemen. De Geldersche, aan den eenen kant brand
-hebbende doen stichten, overrompelden ze aan de andere zijde, intusschen zich de Burgerij
-beijverde om den brand te blusschen.
-</p>
-<p>In de Nederlandsche beroerten hield deeze Stad de zijde des Konings van Spanje tot
-in het Jaar 1577, wanneer op den 16 Januarij, door <i>Schout, Burghemeesteren ende ghemeene Rade ende <span class="pageNum" id="pb20.14">[<a href="#pb20.14">14</a>]</span>Vroedtschap tot Weesp</i>, van wegens <i>Weesp</i> en <i>Weesper-Karspel</i> ghecommitteert wierden, die eersame <i>Jan Gerritz Cuijp</i> ende <i>Hillebrant Govertz</i>, om met den <i>Prince van Oranje</i>, als <i>Stadthouder over Hollandt, Zeelandt ende Vrieslandt</i> een verding aantegaan, het welk ook op den 29sten derzelver Maand wederzijds gesloten
-wierd: onder de articulen van dit verdrag zijn de voornaamste, <i>de vrijheid der Religie</i>, en <i>de Stad en ’t Carspel met gheenen soldaten te bezwaaren, ten waare door hoochnodigsten
-nood, daer het welvaren der lande, alsulcks ware vereischende, ende dan ’t zelve geschieden
-tot gemeijne costen der Landen van Hollandt ende Zeelandt</i>.
-</p>
-<p>Niettegenstaande het evengemelde verdrag ontstonden er in 1579 reeds eenige verschillen
-tusschen de Roomschen en Onroomschen, welker eerstgenoemden op aandrijving der Regeering
-den Hervormden Godsdienst ondernamen te stooren; ’t welk ten gevolge had, dat de Staten
-van Holland, <i>Willem Bardes</i>, Burgemeester van Amsteldam derwaards zonden, die zeven Persoonen uit de Vroedschap,
-en drie daar van nevens den Secretaris en ouden Pastoor, behoudens Goed en Eer, ter
-Stad uitzettede. De straf der oproerigen beval hij aan den Schout en de Wethouderen.
-Dan de ballingen kreegen spoedig vrijheid om weder tot de hunnen te rug te mogen keeren.—Na
-dit voorval schijnt alhier de Godsdienstige vrijheid en verdraagzaamheid in hogen
-top geweest te zijn, ’t welk bij de Hervormden in andere Steden zeer veel opziens
-baarde, en waar over de beruchte Leidsche Hoogleeraar <i>Saravia</i> in 1587 zich voor Gemagtigden der Staten in vrij bitse bewoordingen uitliet.
-</p>
-<p>Voor zo verre ons bekend is heeft deeze Stad in de Godsdienstige geschillen der vorige
-Eeuw geen deel gehad. Melding te maaken van oneenigheden met de Regeering en de Bailiuwen
-van Gooiland zou deeze beschrijving te langwijlig doen worden.
-</p>
-<p>In den Jaare 1672 wierd deeze Stad met eenen vijandlijken inval der Franschen bedreigd,
-en onder brandschatting gesteld; dan de penningen, daar toe ingezameld, zijn nimmer
-afgehaald; en men zegt, dat daar voor, met goedkeuring der Burgerij, toen het keurig
-Klokkenspel, waar mede de Kerktoren noch heden pronkt, vervaardigd is.
-</p>
-<p>In 1748 wierd het huis van den Pachter <i>Hogeveen</i>, door eenige <span class="pageNum" id="pb20.15">[<a href="#pb20.15">15</a>]</span>onverlaten, meestal vreemdelingen, geplunderd en afgebroken.
-</p>
-<p>Toen in de jongste onlusten de zucht tot Wapenoefening door gantsch Nederland veld
-won, was deeze Stad ook daaromtrent niet gevoelloos. Een Genootschap van Wapenhandel
-door eenige bijzondere persoonen reeds in November 1783 opgericht, doch nimmer door
-de Wethouderschap gewettigd, waar van de geachte Schrijver van het Vervolg op de Vaderlandsche
-Historie van <i>Wagenaar</i>, 8ste Deel, verkeerd onderricht is, was van eenen korten duur, vermits Heeren Burgemeesteren
-zulks, om bijzondere redenen, afkeurden: wordende de Schutterij in betere orde gebragt,
-welke langzamerhand tot dien luister steeg, waarin zij in 1786 en 1787. de bewondering
-der kenneren wegdroeg.
-</p>
-<p>Bij het formeeren van het Cordon van de Maaze tot aan de Zuiderzee, kwam alhier op
-den 2den October 1786 in Guarnisoen het 2de Bataillon van <i>Onderwater</i>, sterk 350 Mannen, ’t welk ter versterking van de Forten Uitermeer en Hinderdam,
-bij beurtverwisseling, Detachementen afzond.—Op den 16 September 1787, bij gelegenheid
-van het verlaten der Stad <i>Utrecht</i>, kwam hier ter versterking in Guarnisoen, een Bataillon van het Regiment <i>Amsteldam</i> (waardgelders).—Den volgenden dag verscheen een Detachement Pruisische Cavallerij
-voor de Poort, doch vlugtte weldra op het alarm dat binnen de Stad gemaakt wierd.
-De volgende dagen rukten ter verdediging der Stad noch verscheide Bataillons Infanterij,
-benevens een aantal Cavallerij binnen. Alles wierd ter Defensie in het werk gesteld.
-Dan op den 23sten September des morgens ten half vijf uuren wierden door een gewapend
-Kofschip, dat op de Vecht lag, seinschoten gedaan; het gantsche Guarnisoen vloog in
-de Wapenen, en welhaast vielen de Pruisische troupen de Stad aan de Oost, Zuid en
-Westzijde gelijktijdig aan, doch wierden genoodzaakt met verlies aftewijken.—Op den
-26sten wierd op hooge order de Stad aan de Pruisische troupen ingeruimd, hebbende
-de brave en achtingwaardige <i>Commandant</i> <span class="sc">G. van de Poll</span>, met den Generaal Majoor <span class="sc">Von Kalkreuth</span>, eene capitulatie gesloten, waar bij onder anderen, <i>de uittocht van het Regiment Dragonders van Bijland, het Bataillon van Bijland Infanterij,
-het Bataillon van het Regiment Walons van van de Poll, en het Detachement <span class="pageNum" id="pb20.16">[<a href="#pb20.16">16</a>]</span>Artilleristen met alle Krijgseer toegestaan, en aan de Stad Weesp, aan derzelver Burgerije
-en aan een ieder hoofd voor hoofd in ’t bijzonder de onbepaaldste bescherming beloofd
-wierd</i>: de getrouwe naarkoming daar van, heeft dien Pruisische Veldoversten toen de achting
-der Weespenaaren doen wegdragen.——Ingevolge de geslotene Capitulatie kwam des avonds
-van dien dag een Detachement Pruisschen post vatten, trekkende den volgenden dag het
-Hollandsch Guarnisoen met slaande trom en vliegende Vaandels uit. Zedert dien tijd
-tot den 8sten October zijn wij met een talrijk Guarnisoen, dat somtijds uit 13 à 1400
-man bestond, bezwaard geweest; dan waar van de overgave van <i>Muiden</i> en <i>Diemerbrug</i> ons merkelijk verlichtte. Den 21sten December wierd hier geïnquartierd één Compagnie
-van het Pruisisch Regiment van <i>Woldeck</i>, onder Commando van den Hopman <i>von Siegroth</i>, welke den 2 Mai 1788 door een Detachement Zwitsers van <i>Maij</i> wierd afgelost. Sints dien tijd is <i>Weesp</i> tot heden met krijgsvolk bezet gebleven: zijnde in alle deeze omstandigheden niemant
-der Burgeren met eenige Militairen belast geweest, daar de <i>nooitvolprezen Stads-regeering</i> dezelve in ledigstaande huizen en pakhuizen eene geschikte verblijfplaats bezorgde.
-</p>
-<p>Nu gaan wij over tot de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Dagelijks gaan en komen er vijf Schuiten naar en van Amsteldam.
-</p>
-<p>De Veerschuiten van Hilversum, ’s Graveland, de beide Loosdrechten, Nederhorst (den
-Berg), Nichtevecht, Vreêland en anderen varen hier door naar en van Amsteldam.
-</p>
-<p>’s Weeklijks des Vrijdags vaart, in den Zomer, een Schuit op Utrecht, ’t welk des
-Winters alle veertien-dagen geschiedt.
-</p>
-<p>De Veerschepen van Arnhem, Wageningen, Rheenen, Wezel en anderen passeeren langs de
-Vecht voorbij deeze Stad.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>.
-</p>
-<ul>
-<li>De Roskam.
-</li>
-<li>De Eendragt.
-</li>
-<li>De Oude Prins, benevens eenige anderen voor den minvermogenden Reiziger.</li>
-</ul><p>
-<span class="pageNum" id="pb21.1">[<a href="#pb21.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="weesper-kerspel" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1322">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main">ALGEMEENE BESCHRIJVING<br>
-<span class="ex">VAN</span><br>
-<span class="ex">WEESPER-KERSPEL</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Eenige landen of polders, rondsom <i>Weesp</i> gelegen, is men gewoon zamentetrekken, onder de benaaming van <i>Weesper-Kerspel</i>, en dit Kerspel verdeelt men weder in vier deelen, die men den naam geeft van <i>Stokken</i>, zijnde naamlijk,
-</p>
-<ul>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">1.)</span> <i>Bijlemer</i>,
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">2.)</span> <i>De Gaasp</i>,
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">3.)</span> <i>Het Gein</i>, en
-</li>
-<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">4.)</span> <i>Overvecht</i>, waaronder <i>Uitermeer</i>.</li>
-</ul><p>
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
-</p>
-<p>Deeze is, gelijk gezegd is, rondsom <i>Weesp</i>; zijnde over het algemeen eene zeer aangenaame landsdouw, voorzien van goed wei-
-en moes-land, aangenaame wandelingen, en alle landlijke schoonheid; gelijk dan ook
-des zomers, een tourtjen, naar een of ander gedeelte van dit Kerspel, eene geliefde
-uitspanning is voor de naastbijgelegene stedelingen, met naame voor de <i>Amsteldammers</i>.
-<span class="pageNum" id="pb21.2">[<a href="#pb21.2">2</a>]</span></p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>
-</p>
-<p>Van dit Kerspel wordt op de quohieren der verpondingen bepaald op, 2207 morgen, 550
-roeden lands; in den jaare 1632, telde men in het geheele Kerspel 124 huizen, en na
-honderd jaaren, naamlijk in 1732, werden in de lijsten der verpondingen voor dat Kerspel
-153 huizen gebragt.
-</p>
-<p>Het
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
-</p>
-<p>Van Weesper-Kerspel, is hetzelfde als dat van de Stad <i>Weesp</i>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Het Kerspel heeft een afzonderlijk rechtsgebied met de gezegde Stad; welk rechtsgebied
-echter nu en dan oorzaak van eenige verschillen geweest is, tusschen Burgemeesteren
-der Stad <i>Weesp</i> voornoemd, en de ingelanden van het Kerspel, welke verschillen echter van geen gevolg
-van aanbelang geweest zijn.
-</p>
-<p>Thans zijn de vier bovengemelde stokken, waarin <i>Weesper-Kerspel</i> verdeeld wordt, geschikt onder twee rechtbanken; waarvan de <i>Bijlemer</i> alleen één, en de andere drie stokken, naamlijk de <i>Gaasp</i>, het <i>Gein</i>, en <i>Overvecht</i> met <i>Uitermeir</i> de andere rechtbank uitmaakt: in beide spant de Hoofdofficier, (zijnde thans de Wel-Ed.
-Gestr. Heer, Mr. <span class="sc">Gerrit Corver Hooft</span>, Bailluw van <i>’s Graaveland</i>, Drossaart en Castelein van <i>Muiden</i>, Bailluw en Dijkgraaf van <i>Naarden</i> en <i>Gooiland</i>, Hoofdofficier van <i>Weesp</i>, enz enz.) met den Stedehouder en Schout, en zeven Schepenen, de Hooge Vierschaar,
-welke Schepenen ook met den Schout, of Stedehouder der stokken, of van het Kerspel
-in ’t algemeen, (zijnde eigenlijk een substituut van den Hoofdofficier voornoemd,
-en dezelfde persoon die het Schoutsamt over de stad <i>Weesp</i> waarneemt,) aan hun hoofd, in ’t civile <span class="pageNum" id="pb21.3">[<a href="#pb21.3">3</a>]</span>vonnissen—de tweede gemelde rechtbank, die naamlijk uit drie Stokken zamengesteld
-is, heeft mede zeven Schepenen, van welken de Hoofdofficier voornoemd, volgends resolutie
-der Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i>, van den 20 Maart des jaars 1663, gehouden is in het eene jaar vier Schepenen te
-kiezen, die in de Stokken woonachtig zijn, bij welken hij als dan drie anderen, (want
-alle de zeven Schepenen gaan jaarlijks af,) uit de ingelanden voegen mag, die geen
-vaste woonplaatsen in de Stokken hebben; in het andere jaar moet hij drie Schepenen
-van de zeven kiezen in de Stokken woonachtig zijnde, wordende de overige vier uit
-de ingelanden er bij gevoegd.
-</p>
-<p>De andere rechtbank, naamlijk die van de <i>Bijlemer</i>, heeft vijf Schepenen, die mede jaarlijks afgaan, en waarvoor door den Hoofdofficier,
-meergemeld, vijf anderen verkozen worden; op dezelfde wijze als van de voorgaande
-Stokken, (zamen de tweede rechtbank uitmaakende,) gezegd is: ’t eene jaar drie inwooners,
-en twee ingelanden, en het andere jaar twee inwooners en drie ingelanden.
-</p>
-<p>Beide rechtbanken, dat is geheel het Kerspel, heeft één Secretaris, die tevens Secretaris
-van <i>Weesp</i> is.
-</p>
-<p>Voords worden de beide rechtbanken van het Kerspel, bediend door éénen Bode, die door
-den Bailluw wordt verkozen.
-</p>
-<p>„Ten aanzien van het Schoutsamt,” leezen wij, en welke aantekening gemaakt is uit
-berichten, den aantekenaar medegedeeld, „is gebeurd, dat de Bailluw van <i>Gooiland</i>, als Hoofdofficier van <i>Weesper-Kerspel</i>, in den jaare 1541, eenen anderen Schout dan die van <i>Weesp</i> over het Kerspel aanstelde; doch Burgemeesteren dier stad, vielen hierover klagtig,
-aan den Hove van <i>Holland</i>, en bij uitspraak werd vastgesteld, dat dit amt door denzelfden persoon zou worden
-bekleed.”
-</p>
-<p>„De Ridder <span class="sc">Hooft</span>, als Hoofdofficier van <i>Weesp</i> en <i>Weesper-Kerspel</i>, had, in den Jaare 1632, eenige moejelijkheid, met die van het Kerspel, over het
-aanstellen van eenen Secretaris; <span class="pageNum" id="pb21.4">[<a href="#pb21.4">4</a>]</span>alzo de huislieden eenen anderen Secretaris over hunne gerechten wilden aangesteld
-hebben; maar hierin is geene verandering voorgevallen.”
-</p>
-<p>Alles wat wegens de verdere artijkelen van ons plan, nopens <i>Weesper-Kerspel</i> in het algemeen, gezegd moet worden, hebben wij onder onze beschrijvingen van iederen
-Stok in ’t bijzonder aangetekend.
-</p>
-<p>Wees- of Arm-meesters, worden in dit Kerspel in iederen Stok afzonderlijk aangesteld;
-de weezen worden in de Stad <i>Weesp</i> in de Weeshuizen bezorgd, en armen, die er komen, worden door de Arm-meesters bij
-de opgezetenen, ieder in zijnen eigenen Stok, besteed.
-<span class="pageNum" id="pb21.5">[<a href="#pb21.5">5</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="bijlemer" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1328">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
-<span class="ex">BIJLEMER</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Wat aanbetreft de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>,
-</p>
-<p>Van deezen Stok, van <i><span class="corr" id="xd32e15052" title="Bron: Weesper-kerspel">Weesper-Kerspel</span></i> (welke stok verdeeld wordt in <i>Oost-</i> en <i>West-Bijlemerpolder</i>) kan gezegd worden te paalen ten oosten aan het <i>Gein</i>, ten noordoosten aan de <i>Gaasp</i>, en ten noordwesten aan de <i>Bijlemermeir</i>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
-</p>
-<p>Hiervan kan niets met zekerheid gezegd worden, ten minsten voor zo verre ons bekend
-is: het draagt ook den naam van <i>Bijlemer-broek</i>, of, naar eene oudere spelding <i>Bijlemer-brouk</i>; ook <i>Bijlemermeir-brouk</i>, en eenvoudiglijk <i>Bijlemer</i>: in zekere oude brieven wordt het ook <i>Windelmerebroke</i> genoemd, hetwelk, volgends het geen <span class="sc">Commelijn</span> ons verzekert, op <i>Bijlemer-broek</i> of de <i>Bijlemer</i> toegepast moet worden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>Daar de grootte der vier Stokken van <i><span class="corr" id="xd32e15097" title="Bron: Weesper-kerspel">Weesper-Kerspel</span></i> zamengenomen opgegeven worden, (gelijk wij hiervoor ook gezien hebben,) is de grootte
-van iederen Stok niet afzonderlijk te bepaalen: de <i>Bijlemer</i> intusschen, ofschoon van ouds niet zeer groot geweest <span class="pageNum" id="pb21.6">[<a href="#pb21.6">6</a>]</span>zijnde, was echter uitgestrekter vóór de bedijking der <i>Bijlemermeir</i>, dan thans na die bedijking; alzo met dezelfde bedijking, eene menigte van de <i>Bijlemer-landen</i> in de bedijking getrokken zijn.
-</p>
-<p>Het
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
-</p>
-<p>Van de <i>Bijlemer</i>, als een bijzonderen Stok van <i>Weesper-kerspel</i>, is hetzelfde als van geheel het Kerspel, hetwelk, gelijk wij gezien hebben, ook
-hetzelfde is als van de stad <i>Weesp</i>.
-</p>
-<p>Wegens ons artijkel <span class="sc">Kerklijke</span> en <span class="sc">Godsdienstige Gebouwen</span>, kan, betreffende de <i>Bijlemer</i>, niets aangetekend worden; de <i>Bijlemers</i>, zijn wel van drieërleien kerkgemeenten, naamlijk, <i>Gereformeerden, Lutherschen</i>, en <i>Roomschen</i>, doch geen van allen heeft in den Stok, kerk of school; de <i>Gereformeerden</i> moeten te <i>Diemen</i> of elders te kerk gaan; de <i>Roomschen</i> hebben eene nadere gelegenheid, naamlijk aan de <i>Diemerbrug</i>, alwaar eene <i>Roomsche kerk</i> gevonden wordt, gelijk wij ten zijner plaatse aangetekend hebben; en de weinige <i>Lutherschen</i> welken er zijn, gaan naar <i>Amsteldam</i> om het nachtmaal te houden, terwijl zij hunnen gewoonen Godsdienst bij de <i>Gereformeerden</i> te <i>Diemen</i> waarneemen.
-</p>
-<p>Dewijl in de <i>Bijlemer</i> ook geen school gevonden wordt, zijn de opgezetenen aldaar verpligt hunne kinderen,
-in welken Godsdienst zij opgetrokken worden, naar het dorpschool te <i>Diemen</i> te zenden; aan de <i>Diemerbrug</i> is wel een schooltjen, doch zulks is slechts geschikt voor zeer kleine kinderen:
-deeze ongelegenheid, met betrekking tot het hoogst nuttig onderwijzen van de jeugd,
-heeft ten gevolge dat er eene diepe onweetendheid onder de <i>Bijlemers</i> gevonden wordt, waarom het wel te wenschen ware, dat daarin door het aanleggen van
-een algemeen school voor den Stok zelven, voorzien wierde: ligtlijk verstaat men dat
-het de kinderen niet toebetrouwd kan worden, zo ver van huis, als <i>Diemen</i> gelegen is, ter schoole te gaan: alwaarom zij gemeenlijk ten minsten reeds den ouderdom
-van agt of negen jaaren bereikt hebben, <span class="pageNum" id="pb21.7">[<a href="#pb21.7">7</a>]</span>eer zij het onderwijs van eenen meester kunnen gaan bijwoonen, en op deeze jaaren
-zijn zij al bekwaam om hunne ouders in de beroepsbezigheden, bestaande voornaamlijk
-in melkerijen en tuinderijen, eene behulpzaame hand te bieden, waarvan dan ook niet
-zelden het gevolg is, dat zij des zomers daartoe gebruikt worden, dewijl het zomerwerk
-van den landman in ’t algemeen, veele arbeidzaame handen, en die onophoudelijk bezig
-zijn, vereischt: een groot gedeelte van den zomer blijven de kinderen derhalven uit
-de school, voornaamlijk dezulken, wier ouderen niet vermogend genoeg zijn om de benodigde
-handen in huur aantestellen, ’t welk intusschen het geval van de meesten is, want
-weinige <i>Bijlemers</i> kan men gegoede landlieden noemen—de zomer dus sukkelende, wat het schoolgaan betreft,
-doorgebragt hebbende, gaat het des winters nog erger, ter oorzaake van de guurheid
-des saisoens, en de onbruikbaarheid der verre wegen; voeg hier bij, een leven zonder
-eenige gezelligheid, ieder gezin geheel afgezonderd in zijne hut opgesloten, dewijl
-de wooningen bijna een quartier uurs van elkander gelegen zijn; en ouders die meestal
-dezelfde of dergelijke opvoeding gehad hebben; wat anders kan dan het gevolg weezen
-dan eene beklaagelijke onweetendheid?—dat de domme berisper van zijne naasten, die
-stelt dat alle onweetendheid eigenschuldig is, (zulke zotte berispers zijn er; die
-genoeg zamenleeving heeft, is er zo wel als wij van overtuigd,) dat deeze zeg ik,
-zulke en dergelijke streeken onzes Lands, als waarover wij thans spreeken, bezoeke;
-dat hij de bewooners derzelven onbevooroordeeld raadpleege, en hij zal wel rasch zien,
-is hij anders niet willens blind, hoe geheel onschuldig het is dat er menschen gevonden
-worden, bij welken de hoogste onkunde, en bijgeloovigheid, (want deeze is tog een
-gevolg van een onverlicht oordeel,) heerscht—noch geoefende menschen, noch boeken,
-worden in de zeer bepaalde zamenleeving der <i>Bijlemers</i> gevonden; hoe zou er dan eenige verlichting kunnen plaats hebben?
-<span class="pageNum" id="pb21.8">[<a href="#pb21.8">8</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Het eenige dat wij onder dit artijkel kunnen aantekenen, is het Rechthuis van de <i>Bijlemer</i>, staande aan het begin van het grondgebied, van den kant van het <i>Weesper-tolhek</i> gerekend; het is een net vierkant maar klein gebouw, hetwelk echter niets bijzonders
-aan zig heeft, zo min van binnen als van buiten: er staat een aartig klein torentjen
-op, waarin een klok, die van binnen getrokken wordt: dezelve wordt geluid bij gelegenheid
-van eene of andere gerechtlijke afleezing.
-</p>
-<p>Voor het huis staat een geesselpaal, die echter, volgends verzekering der oudste ingelanden,
-bij geen menschen geheugen gebruikt is geworden; ook maakt men in dit rechthuis geen
-gebruik van gevangenhouding; zo er al eens een gevangene is, wordt dezelve te <i>Weesp</i> in bewaaringe gezonden; zelfs wordt het Rechthuis niet gebruikt tot het vergaderen
-der Regeering over de <i>Bijlemer</i>; voorheen geschiedde zulks wel; doch sedert zitten de Regenten over deezen Stok,
-op het Stadhuis te <i>Weesp</i>, als leden van <i>Weesper-kerspel</i>.
-</p>
-<p>Ons artijkel <span class="sc">regeering</span> kunnen wij hier met stilzwijgen voorbijgaan, alzo wij hetzelve in ’t artijkel van
-dien naam onder <i>Weesper-kerspel</i> verhandeld hebben.
-</p>
-<p>Van <span class="sc">voorrechten</span> der <i>Bijlemers</i>, vinden wij nergens iet bijzonders aangetekend.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>Bestaan, gelijk gezegd is, in het kweeken van moes, en in melkerijen: het moes wast
-er bijzonder goed, voornaamlijk kool en peulvruchten.
-<span class="pageNum" id="pb21.9">[<a href="#pb21.9">9</a>]</span></p>
-<p>Wat de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>
-</p>
-<p>Van deezen Stok van <i>Weesper-kerspel</i> in ’t bijzonder betreft; deeze bepaalen zig hoofdzaaklijk bij die van de <i>Bijlemermeir</i>, waarvan straks nader.
-</p>
-<p>En wat aangaat onze jongstledene gebeurtenissen, uit de gelegenheid van den grond,
-in <i>Weesper-kerspel</i> naamlijk, dat is nabij <i>Weesp</i>, is te besluiten dat de <i>Bijlemer</i> daarvan niet bevrijd is gebleven; voor zig zelve echter zoude het daarmede niet te
-doen gehad hebben; niet verder als wat betreft het overlastig doortrekken van de <i>Pruissen</i>, van den kant van <i>Weesp</i> naar <i>Amsteldam</i>; doch daar dat doortrekken tegenstand geboden werd, viel er ook vrij wat meer te
-doen.
-</p>
-<p>De gewapende burgers, naamlijk, waakzaam op de zaak die zij aangenomen hadden te verdedigen,
-en voor overval van buiten beducht, hadden eene sterke batterij gelegd even door het
-<i>Weesper-tolhek</i>, aan het begin van de <i>Bijlemer</i>; ’t sprak derhalven van zelf dat de <i>Pruissen</i>, bij hunne aannadering van <i>Amsteldam</i>, hier geen vrijen doortogt hadden, en den tegenstand gewaarwordende bragt hun oogmerk
-het wegnemen van denzelven noodzaakelijk mede; er volgde derhalven eenen aanval, die
-echter ook met mannenmoed beantwoord werd; de <i>Pruissische kogels</i> vloogen in menigte door de wooning van den tollenaar, en een ander belenden het Raadhuis
-staande boerehuis; (waarvan de blijken, in de nieuwe ingezetten stukken muurs nog
-duidelijk gezien worden;) terwijl de Patriotten niet nalieten den vijand in gelijke
-taal te beantwoorden; doch men weet hoe deezen hebben moeten goedvinden, den <i>Pruissen</i> den doortogt toetelaaten, het geen ten gevolge had dat de bewooners aldaar, die echter
-meest, op eenige knechts of meiden na, de wijk naar <i>Amsteldam</i> genomen hadden, niet weinig overlast leeden, vooral van die manschappen <span class="corr" id="xd32e15264" title="Bron: welden">welken</span> hun als bezetting gelaten werden: de bewooners der huizingen, die, gelijk wij gezegd
-<span class="pageNum" id="pb21.10">[<a href="#pb21.10">10</a>]</span>hebben, gevlugt waren, werden in hunne wooningen terug geroepen, onder de bedreiging
-dat anders hunne geheele nagelatene bezitting, (men kan in dergelijke gelegenheden
-niet alles, dikwijls verre het minste, medeneemen,) aan de genade en ongenade van
-den soldaat overgegeven zoude worden: aan dit bevel werd gehoorzaamd; en de manschap
-werd bij de bewooners geïnquartierd: één van allen, eene weduwe, moest er niet minder
-dan zeven-en-twintig bergen, en de kost geeven; een gezelschap waarover zij, (volgends
-haar eigen zeggen,) op verre na niet voldaan is, en weshalven zij ook geen verlangen
-heeft om andermaal zulk een huishouden onder haar dak bijtewoonen—vermids voords den
-aanmarsch op <i>Amsteldam</i> vervolgd werd, en voor de <i>Bijlemer</i>, of den bodem van dat gebied, niet meer te vreezen was, kwamen de opgezetenen, met
-het gezegde vrij.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Naamlijk directen, zijn hier niet voorhanden; men kan zig te voet naar de <i>Diemerbrug</i>, of naar <i>Weesp</i> enz. begeven, alwaar men de gewoone reisgelegenheden dier plaatsen kan waarneemen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>.
-</p>
-<p><i>Gaaspzicht</i>, bij de <i>Bijlemerbrug</i> aan ’t begin van de <i>Gaasp</i>, zijnde tevens eene uitspanning; andere Herbergen zijn er niet van eenig aanbelang,
-of welken dien naam verdienen te draagen, niettegenstaande men hier en daar gelegenheid
-vinde om zig te kunnen ververschen.
-<span class="pageNum" id="pb21.11">[<a href="#pb21.11">11</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="bijlemermeir" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1333">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
-BIJLEMERMEIR.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De nabijgelegenheid van deeze Meir bij de <i>Bijlemer</i>, veroorlooft ons hier de beschrijving derzelve te laaten volgen.
-</p>
-<p>Men kan haare
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
-</p>
-<p>Bepaalen te zijn, ten noordwesten en ten westen van de <i>Bijlemerlanden</i>, en ten noorden van <i>Weesper-kerspel</i>, zijnde voords omtrent een quartier uur gaans ver van de <i>Watergrafts-</i> of <i>Diemermeir</i>: het is een waterplas van goede drie uuren in den omtrek.
-</p>
-<p>Dewijl deeze Meir, na droog geweest te hebben, weder tot eene waterplas geworden is,
-gelijk wij nader zullen verhaalen, is de gelegenheid derzelve op verre na niet zo
-vermaaklijk als die van de <i>Diemer-</i> of <i>Watergrafts-meir</i>; zo aangenaam als eene wandeling om den ring van deeze is, zo onaangenaam is zulk
-eene wandeling rondsom de <i>Bijlemermeir</i>: op verre afstanden van elkander liggen eenige bouwerijen en melkerijen, waardoor
-de gezegde wandeling allerlastigst eenzaam wordt: de ring ligt geheel woest, en heeft,
-met één woord, niets aangenaams.
-</p>
-<p>Vermaaklijkst nog is de wandeling naar den Meirkant, door het groenland, zo als men
-aldaar spreekt, dat is door de bebouwde landen binnensdijks gelegen: vóór de overstrooming
-bovengemeld, moet, volgens overleveringen, deeze droogmaak geene onaangenaame wandelplaats
-geweest zijn; men verhaalt, onder anderen dat er een laan gelegen heeft, van het <i>Weesper-tolhek</i>, dwars over de meir, tot aan <i>Abcoude</i>.
-<span class="pageNum" id="pb21.12">[<a href="#pb21.12">12</a>]</span></p>
-<p>Men wil dat deeze Meir, benevens de geheele <i>Bijlemer</i>, weleer die landen geweest zijn, die de Heeren uit den Huize van <span class="sc">Amstel</span>, aan den Bisschop van <i>Utrecht</i> hebben afgestaan, in den zoen van den Jaare 1285; „Doch hoe deeze landen”, zeggen
-de schrijvers van den <i>Tegenwoordigen staat van Holland</i>, „naderhand weder aan de Graaflijkheid van <i>Holland</i> zijn gekomen, weeten wij niet te zeggen.”
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>,
-</p>
-<p>Kan niets anders gezocht worden, dan in de nabijheid van de <i>Bijlemer</i>, zeggende den naam van <i>Bijlemermeir</i>, de Meir die bij de <i>Bijlemerlanden</i>, gelegen is.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">AANLEG <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>De aanleg moet, en het geen van zelf spreekt, niet anders verstaan worden, dan van
-het bedijken der Meir, hetwelk, (benevens het uitmaalen der plasse,) zijn vollen beslag
-had in den jaare 1627, gelijk nader verhaald zal worden.
-</p>
-<p>De grootte hebben wij niet te weeten kunnen komen, niet anders dan dat de ringdijk
-die er om gelegen is, en derhalven de Meir in zijnen omtrek, beslaat eenen weg van
-drie uuren gaans, gelijk wij boven reeds zeiden.
-</p>
-<p>Dewijl het droogmaken deezer Meir, met geen wenschlijken uitslag bekroond is geworden,
-en de bewooning derzelven, of liever van den ring, gelijk wij ook reeds zeiden, zeer
-gering is, zijn hier ook noch <span class="sc">kerklijke</span>, noch <span class="sc">wereldlijke gebouwen</span> voorhanden, en daar de weinige bewooners van den ringdijk, rondsom de meir, crimineel
-en civil voor de rechtbanken van <i>Amsteldam</i> of <i>Weesp</i> betrokken worden, (echter heeft de meir haar eigen Bailluw en Dykgraaf, Schout en
-Secretaris,) en wij derhalven in ons artijkel <span class="sc">regeering</span> ook niets te zeggen hebben, blijft ons weinig meer aantetekenen, dan wegens de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>
-</p>
-<p>Van de bewooners van den ringdijk, die door het instorten van modder reeds goede gronden
-binnensdijks aangewonnen hebben; <span class="pageNum" id="pb21.13">[<a href="#pb21.13">13</a>]</span>daarin bestaande naamlijk dat zij gerechtigd zijn tot dezelfde gronden, als de bebouwers
-van de <i>Watergraafsmeir</i>; zie onze beschrijving van die Meir, Art. <span class="sc">Voorrechten</span>.
-</p>
-<p>De Ingelanden van de Meir, hebben, volgens gemaakte overeenkomst, ook vrijheid van
-in de meir te mogen visschen, niettegenstaande de verpachting derzelve, waarvan nader.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Ingevolge het gezegd aanwinnen van land, door het plempen van modder, bestaan de bezigheden
-van de bewooners der Meir, of liever van die van den ringdijk in moestuinderijen en
-melkerijen; geen van beiden zijn echter talrijk, om dat de ring niet dan op ruime
-afstanden bewoond wordt—de Meir zelve wordt voords door de steden <i>Amsteldam</i> en <i>Weesp</i>, ten gemeenen voordeele verpacht, thans voor eene somme van <span class="sc">duizend guldens</span>, waarbij nog ruim <span class="sc">vierhonderd guldens</span> aan onkosten van knechts, schuiten, en netten moet gerekend worden; indien wij voords
-verzekeren dat die verpachting nog aanzienlijken winst opbrengt, zal men kunnen besluiten
-tot de overvloed van visch welke in dat water gevangen moet worden: de voornaamste
-visch die er gevangen wordt is paling, baars en karper; de laatste wordt er meest
-door de <i>Jooden</i> opgekocht; de baars door de visschers aan de Schulpbrug, en de paaling wordt grootendeels
-door den pachter zelven alomme gesleten.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS</span>.
-</p>
-<p>Wij hebben reeds gehoord dat niet geweeten wordt hoe deeze Meir, zo wel als de <i>Bijlemer</i> zelve, na de Heeren van <i>Amstel</i> dezelve aan den Bisschop van <i>Utrecht</i> hebben moeten afstaan, weder aan de Graaflijkheid van <i>Holland</i> is gekomen, dit is zeker dat zij er aangekomen zijn, reeds sedert den jaare 1622,
-want toen werd er van de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> octrooi verzocht en ook verkregen om deeze Meir te mogen bedijken, droog te maaken,
-en in eigendom te mogen houden, op eene erkentenis van duizend guldens jaarlijks;
-een verlof dat in de daad in ons Land wel zonder erkentenis mogt gegeven worden; aangezien
-het gevaar waarmede deeze en dergelijke streeken het Land over ’t algemeen <span class="pageNum" id="pb21.14">[<a href="#pb21.14">14</a>]</span>dreigen—de gezegde duizend guldens jaarlijks zouden verdeeld worden over de morgentalen
-van de bedijkte Meir, mits de Ingelanden wier landen in de bedijking zouden betrokken
-zijn, (zie hier voor de Beschrijving van de <i>Bijlemer</i>, art. <span class="sc">Grootte</span>,) te vergenoegen en op zodanige voorwaarden van bestuuring over de drooggemaakte
-landen, als meesttentijds bij het bedijken van meiren of waterplassen verzocht wordt,
-midsgaders vrijdommen van lasten voor eenige jaaren—dit groote en nuttige werk, had
-ook waarlijk zijnen voordgang, en dat niet alleen, maar ook zijn goed gevolg, zodanig
-naamlijk, dat de Meir in den jaare 1627 droog geweest is; als wanneer door de onderneemers
-of Ingelanden aan de Heeren Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> verzocht werd om het Hooge, Middenbaare en Laage rechtsgebied over de drooggemaakte
-landen te mogen oefenen, dat hun ook geredelijk toegestaan werd; in gevolge van welke
-vergunning de drooggemaakte landen, zo lange zij bestaan hebben, ook hunnen eigenen
-Baljuw hebben gehad; en wel tot den jaare 1702, toen (tusschen den 5 en 6 April,)
-eenen hevigen storm, den ringdijk der Meir zodanig van het buitenwater deed lijden,
-dat dezelve doorbrak, en de geheele droogmaak weder in een Meir deed veranderen; dat
-is bijna in die gedaante waarin wij dezelve nog heden ten dage zien.
-</p>
-<p><span class="sc">L. Smids</span>, in zijn <i>Oorlogend Europa</i>, bladz. 126, stelt de voorgemelde tijd van volbragt werk, wegens deeze droogmaaking,
-vier jaaren laater, naamlijk in 1631; hij zegt naamlijk: „Tusschen den 5 en 6, (April
-1702,) hadt men bij nacht eenen droevigen watersnood, rondsom <i>Amsteldam</i>, tot aan <i>Haarlem</i> en <i>Edam, Utrecht</i> en <i>Amersfoord</i>, zijnde de dijken bij <i>Muiden</i> weggespoeld, en de <i>Bijlemermeir</i>, tusschen <i>Diemen</i> en <i>Gaasp</i>, <span class="sc">anno 1631 bedijkt</span>, nu weder gantsch overspoeld:” ongetwijfeld moet dit verschil der jaartallen gebragt
-worden, tot den tijd der voltooide droogmaaking, en den tijd dat de in die droogmaak
-aangehoogde gronden bebouwbaar waren.
-</p>
-<p>„Dit ongeval,” leezen wij, „is aan de landen deezer bedijkinge te vooren nogmaals
-overgekomen, in den jaare 1672, (gelijk wij in onze beschrijving van de <i>Diemer-</i> of <i>Watergrafts-meir</i> mede aangetekend hebben; zie aldaar) „toen de nabijheid der <i>Franschen</i> de Regeering der Stad <i>Amsteldam</i> deed oordeelen dat het tot haare veiligheid noodzaaklijk was, alle <span class="pageNum" id="pb21.15">[<a href="#pb21.15">15</a>]</span>de landen die digt omtrent haar gelegen waren, onder water te zetten: dit ongemak
-scheen men tot weering van den vijand geduldig te lijden, en zig op nieuw de droogmaaking
-te getroosten; maar na de laatste doorbraak, in 1702, hebben de Ingelanden nimmer
-eene volstrekte uitmaalinge van het water in deeze Meir ondernomen: dit was ongetwijfeld
-de oorzaak”, vervolgt onze schrijver, „dat de steden <i>Amsteldam</i> en <i>Weesp</i>, zekerlijk tot behouding der onderlinge gemeenschap, te raaden geworden zijn de <i>Bijlemermeir</i> te aanvaarden, op zodanige voorwaarden, als zij met de eigenaars zouden verdragen;
-waartoe deeze twee steden met elkander eene overeenkomst aangingen, den 20 November
-des jaars 1702; waarbij vastgesteld werd dat van wederzijde voor de helfte in de onkosten
-zoude gedragen worden, tot het herstellen van den dijk, en het droog- of dras-maalen
-van de Meir, als mede tot het jaarlijks onderhouden van den dijk, met het geen er
-toe behoorde van molens als anderzins; waartoe wederom de voordeelen wederzijds ter
-helft zouden genoten worden van de tollen, vogelkooi, visscherij, ’t riet- en gras-gewas
-van den dijk, en wat verder ten nutte zoude kunnen komen.”
-</p>
-<p>Den 24 Augustus des jaars 1703 volgde hierop eene overeenkomst tusschen de gemelde
-steden <i>Amsteldam</i> en <i>Weesp</i>, ter eener, en de Ingelanden van de Meir ter andere zijde, waarbij de steden gemagtigd
-werden, tot alles wat ter behoudenisse van den dijk, en tot bewaaring van den boezem
-der Meir zoude mogen dienen, als mede om van binnen om den dijk modder of andere stoffen
-te brengen, drijfbalken te leggen, enz. alles zonder tegenspraak van de Ingelanden,
-die echter in tegendeel de molen aan zig zouden houden, en ieder van hun zijne huizen
-en getimmerten, om daar naar welgevallen mede te mogen handelen: ook zouden de Ingelanden
-bovendien de visscherij over de geheele Meir behouden; maar wat betreft den dijk zelven,
-het genot daarvan, mits er geene beesten over moesten loopen, voords ook het riet-
-en gras-gewas, rondsom de geheele Meir, zou verdeeld worden tusschen de meergemelde
-twee steden ter eener, en de Ingelanden ter andere zijde, iedere partij voor de zuivere
-helft: de gezegde steden zouden voords niet gehouden zijn te draagen in de schulden
-en eisschen, loopende ten lasten van de Ingelanden.
-<span class="pageNum" id="pb21.16">[<a href="#pb21.16">16</a>]</span></p>
-<p>Ten aanzien van het droogmaalen der <i>Bijlemermeir</i>, is sedert niets meer voorgevallen, dan dat men door het instorten of plempen van
-modder (waarvan wij reeds iet zeiden,) langzaamerhand land aanwint; ’t is te hoopen
-dat deeze moejelijke taak van tijd tot tijd voordgezet zal worden; en ’t is te berekenen
-dat het mogelijk is, door dat middel, ofschoon niet binnen weinige jaaren, de breede
-waterplas onder bedwang te krijgen, niet alleen, maar zelfs haar gevreesd vermogen
-zodanig te verzwakken dat zij, om zo te spreeken, het hoofd voor den ijver des arbeids
-zal moeten onderhaalen, en het water in vruchtbaar land veranderd zal worden, zonder
-de zwaare onkosten van uitmaalinge.
-</p>
-<p>Geene andere
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>,
-</p>
-<p>Zijn hier voorhanden, dan op den ringdijk, niet verre van het <i>Bijlemer rechthuis</i>, een boerewooning, die in den groote doorbraak van den jaare 1702, waardoor alles
-overstroomd, en weggespoeld is, alleen is blijven staan; en in die woning nog een
-teken aan één der wanden van dezelve, aanwijzende hoe hoog het water, bij gelegenheid
-van die doorbraak, gestaan heeft.
-</p>
-<hr class="tb"><p>
-</p>
-<p>Onze artijkels <span class="sc">reisgelegenheden</span> of <span class="sc">logementen</span> hier niet te passe komende, kunnen wij onze beschrijving van de <i>Bijlemermeir</i> sluiten.
-<span class="pageNum" id="pb22.1">[<a href="#pb22.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="gaasp" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1338">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
-<span class="ex">GAASP</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">In onze voorgaande beschrijving van <i>Weesper-kerspel</i> in ’t algemeen, tekenden wij reeds aan, dat hetzelve verdeeld wordt in vier <i>Stokken</i>, (zie aldaar bladz. 1:) de eerste dier <i>Stokken</i>, de <i>Bijlemer</i>, (alléén eene rechtbank hebbende,) is door ons reeds beschreven, thans moeten wij
-onze navorschingen en medegedeelde berichten, nopens de overige drie stokken, (zamen
-tot een rechtbank behoorende,) en die zo veele polders zijn, nog aantekenen, en wel
-eerst die van de polder de <i>Gaasp</i>, boven gemeld.
-</p>
-<p>Wat betreft deszelfs
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
-</p>
-<p>Deeze kan eenvoudiglijk bepaald worden te zijn ten westen van de stad <i>Weesp</i>, langs een’ stroom, denzelfden naam voerende: de ligging der polder over het algemeen
-is zeer aangenaam, en volstrekt geheel landlijk, als zijnde maar weinig bebouwd.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
-</p>
-<p>Deeze polder waarvan wij thans spreeken ontleend haren naam van den gezegden stroom,
-(<i>de Gaasp</i>;) doch bij wat gelegenheid de stroom zelf dien naam gekregen heeft, hebben wij <span class="pageNum" id="pb22.2">[<a href="#pb22.2">2</a>]</span>nergens kunnen ontdekken—men vindt hem ook den <i>Gaasop</i> genoemd.
-</p>
-<p>De afzonderlijke
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>
-</p>
-<p>Van den grond, in den eigenlijken omvang van <i>de Gaasp</i>, staat op de quohieren der verpondingen over <i>Weesper-kerspel</i> in ’t algemeen niet aangetekend; gelijk ons dan ook niet bericht is hoe veel huizen
-in deeze polder gevonden worden: behalven die woningen, liggen er in <i>Gaasp</i> nog eenige buitenplaatsen, die echter van weinige betekenis zijn: de eenige voornaame
-is die welke met den naam van <i>Reigersbroek</i> pronkt; zijnde deeze de naam van een lusthuis met zijn ongemeen ver uitgestrekt bosch
-daarbij, ’t welk de Heeren <span class="sc">van Amstel</span>, in hunnen tijd, in deezen oord hadden, waarop zij hunne Officieren onder de benaaming
-van <i>Meesters</i>, of <i>Bewaarders van den Reigerbossche</i> stelden; men wil dat dit huis en bosch in den grooten watervloed van 1421 verzwolgen
-zouden weezen, ter staavinge van het welk zij, onder anderen, de boomen die jaarlijks
-in den ruimen omtrek van dit oord nog opgegraven worden, bijbrengen.
-</p>
-<p>Het gezegde getal van huizen in <i>de Gaasp</i>, zoude men echter nog drie hooger kunnen stellen, indien men daaronder betrokke de
-drie watermolens, in de polder voorhanden zijnde om het overtollige water uittemaalen:
-thans echter zijn dezelven van geenen dienst, alzo de landlieden aldaar zig onderwerpelijk
-moeten getroosten dat het polderwater tot eene gevaarlijke en werkelijk nadeelige
-hoogte rijze, vermids de molenaars van gezegde watermolens, bevel ontvangen hebben,
-volstrekt niet te maalen, tot nader order; men kan naamlijk goedvinden de binnenwateren
-door ze bovenmaatig te doen zwellen, gereed te houden tot het aanstellen van bejammerenswaardige
-<span class="corr" id="xd32e15596" title="Bron: innundatiën">inundatiën</span>, daartoe aangemoedigd door de aannaadering van het magtige <i>Fransche volk</i>—’t is echter zeer te vreezen.… maar wij mogen niet vreezen, naamlijk niet in ’t openbaar;
-’s Lands vaderen, hartlijk begaan met den toestand hunner onderhoorigen, begeeren,
-hoogst edelmoedig, het pijnlijke der vreeze voor zig alleen te houden, en vorderen
-niets anders <span class="pageNum" id="pb22.3">[<a href="#pb22.3">3</a>]</span>dan eene stille, eene, in zekere opzichten, zorgelooze onderwerping.
-</p>
-<p>Het <span class="sc">wapen</span> van de <i>Gaasp</i>, kan gezegd worden dat van <i><span class="corr" id="xd32e15612" title="Bron: Weespers-karspel">Weesper-Kerspel</span></i> te weezen, gelijk zulks ook omtrent de overige stokken van dat Kerspel plaats heeft.
-</p>
-<p><span class="sc">Kerklijke</span> of <span class="sc">wereldlijke gebouwen</span> zijn hier geheel niet voorhanden, derhalven kunnen wij vervolgends ook onder ons
-artijkel, <span class="sc">kerklijke regeering</span> niets brengen: zie wegens de weezen en armen het artijkel <span class="sc">regeering</span> in onze beschrijving van <i><span class="corr" id="xd32e15629" title="Bron: Weesper kerspel">Weesper-Kerspel</span></i> in ’t algemeen, de bewooners moeten voords te <i>Abcoude</i> of te <i>Weesp</i> ter kerke gaan: zie omtrent het schoolgaan onder onze beschrijving van ’t <i>Gein</i>—wat voords de <span class="sc">wereldlijke regeering</span> betreft, van deeze is reeds onder onze gemelde algemeene beschrijving van <i>Weesper-kerspel</i> gesproken.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>Van de weinige lieden die bepaaldlijk kunnen gezegd worden <i>de Gaasp</i> te bewoonen, bestaan alleen in de melkerij, geene der aldaar voorhanden zijnde landen
-worden bebouwd.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>.
-</p>
-<p>Onder dit artijkel van ons algemeen plan, zouden wij, wat <i>de Gaasp</i> betreft, even als van eenige andere voorgaande iet aantetekenen hebben, ware het
-niet dat het deeze polder ook geheugde hoe in onze nog plaats hebbende, en zelfs hand
-over hand toeneemende, onlusten, meest al geboren uit eene zucht voor de Vrijheid,
-die bij de waare en braave Nederlanders, welken van den loflijken aart hunner voorvaderen
-niet ontaart zijn, (en waaronder gerustlijk alle de bewooners van <i>de Gaasp</i> betrokken mogen worden,) volstrekt onverwinnelijk is; ware het niet, zeggen wij,
-dat deeze polder ook de baldaadigheid, of liever wreede woestheid van den <i>Pruissischen Soldaat</i> hadde moeten bezuuren: bij de overstrooming van een aanzienlijk gedeelte van onzen
-vrijen grond door de bedoelde Vorstlijke benden, waarvoor de Vaderlandsche burgerhelden
-hebben moeten goedvinden te wijken, ontvingen die van <i>de Gaasp</i> ook hun aandeel van dezelve ter inquartieringe, en hebben er niet weinig overlast
-van <span class="pageNum" id="pb22.4">[<a href="#pb22.4">4</a>]</span>geleden, zonder naderhand eenige schadevergoeding ja zelfs zonder het geaccordeerde
-teergeld in zijn geheel ontvangen te hebben, zo dat zij vrij mogen zeggen:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Soldaat zij vijand of zij vrind,
-</p>
-<p class="line">Hij neemt wat hij kan krijgen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Doet door geweld den klaager zwijgen,
-</p>
-<p class="line">Hij is zijn welvaart moê, die zulk een gast bemint.</p>
-</div>
-<p class="first">Hoe zeer de <i>Pruissen</i> zig verstouten op lauren, in deeze zonderlinge expeditie bevochten, te roemen, is
-het echter onwederspreekelijk waar, dat zij dapperen tegenstand gevonden hebben; zij
-ontmoetten mannen van moed, zodanig als zij nog nimmer ontmoet hadden: zo geheugt
-ons gehoord te hebben, hoe elders een detachement cavallerij van de <i>Hollanders</i>, ter recognosseering uitgezonden, een detachement <i>Pruissen</i>, ook paardevolk, ten gemoete kwam: één van deezen, de <i>Hollanders</i>, op vertellingjens, verachtende, reedt uit het gelid, hun al tartende tegen; hier
-op verzocht één der <i>Hollanderen</i> verlof om deezen snorker het hoofd te mogen gaan bieden; hij kreeg verlof en gaf
-zijn paard de spooren; welhaast geraakten partijen aan den dans, met dat gevolg, dat
-het paard van den <i>Hollander</i> doodgeschoten werd; de ruiter sprong, in den val van ’t paard, in een nabuurige sloot,
-en daarin staande, vattede hij den karabijn, en schoot den <i>Pruis</i> van het paard, waarna hij uit den sloot kwam, op het vijandlijk paard steeg, en in
-triumph in zijn gelid wederkeerde——zeker, zulke dappere daaden, verdienen bij gelegenheden
-vereeuwigd te worden.
-</p>
-<p><span class="sc">Bijzonderheden</span> zijn in deeze polder niet aanwezig, gelijk er ook geene <span class="sc">reisgelegenheden</span>, of <span class="sc">herbergen</span>, veel min <span class="sc">logementen</span>, voorhanden zijn: aan het eind van de <i>Bijlemer</i>, of begin van de <i>Gaasp</i>, ligt de aangenaame herberg, <i>Gaasperzicht</i>, waarvan wij onder de <i>Bijlemer</i> reeds gesproken hebben.
-<span class="pageNum" id="pb22.5">[<a href="#pb22.5">5</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="gein" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1343">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
-<span class="ex">GEIN</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
-</p>
-<p>Van deezen anderen stok van <i>Weesper-kerspel</i> kan zekerlijk niet genoeg geroemd worden, en een onzer voorhanden zijnde schrijvers
-zegt des veel te weinig wanneer hij het <i>Gein</i>, (of, gelijk men ook wel schrijft, <i>Gein</i>, of <i>Gijn</i>,) <i>bekoorlijk</i> noemt, en daar bijvoegt, „Dit is zekerlijk één van de aangenaamste wegen, die men
-vinden kan; buitenplaats aan buitenplaats; de eene schooner dan de andere; en ’t geen
-er mij zeer voldoet, de weg is zo geheel somber, zo stil, des de ligging der plaatsen
-zo geschikt voor gevoelige zielen.”—Het <i>Gein</i> is een verrukkelijk paradijs, dat men in oogenschouw moet neemen om van deszelfs
-bekoorelijke ligging een denkbeeld te kunnen vormen, gelijk het dan ook voor een goed
-gedeelte van het jaar duizenden lieden uit den omtrek, voornaamlijk <i>Amsteldammers</i>, <i>Weespers</i>, en <i>Abcoudenaars</i> tot zig lokt, om onder deszelfs lommerig geboomte een uurtjen van uitspanning doortebrengen.
-</p>
-<p>De eigenlijke ligging kan gezegd worden te zijn ten zuidwesten van de rivier welke
-dien naam draagt, en de stad <i><span class="corr" id="xd32e15754" title="Bron: Weessp">Weesp</span></i>, op den afstand van een half uur gaans; strekkende het <i>Gein</i> voords tot aan het rechtsgebied van <i>Abcoude</i>.
-</p>
-<p>Wat de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>
-</p>
-<p>Betreft, deezen moet gezocht worden in den naam van gezegde rivier, (het <i>Gein</i>,) die het district zo ongemeen veraangenaamt; voords vindt men weder nergens eenig
-verslag van de gelegenheid bij welke die rivier den naam van <i>Gein</i> bekomen heeft.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>
-</p>
-<p>Of uitgebreidheid van den grond betreffende kan ook niet afzonderlijk opgegeven worden;
-het getal der huizen, (de fraaje hofsteden daaronder betrokken,) die eigenlijk kunnen
-gezegd worden in de polder het <i>Gein</i> gelegen te wezen, is niet groot.
-</p>
-<p>Het <span class="sc">wapen</span> is dat van het geheele Kerspel.
-<span class="pageNum" id="pb22.6">[<a href="#pb22.6">6</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE GEBOUWEN</span>
-</p>
-<p>Zijn hier weder niet voorhanden; de ingezetenen (waaronder Gereformeerden, Lutherschen,
-en Roomschen gevonden worden,) moeten te <i>Weesp</i> of <i>Abcoude</i> ter kerk gaan: evenwel kan men onder dit artijkel brengen het School: ’t welk in
-deeze polder, nabij de <i>Geinbrug</i> gevonden wordt, en vrij aanzienlijk is: het is een <i>Buurt-school</i>; (om ’t deezen naam <span class="corr" id="xd32e15802" title="Bron: een">eens</span> toetekennen,) dat op een tractement van ƒ&nbsp;150 ’s jaars begeven wordt, voor welk tractement
-de Meester de Weezen en kinderen van arme ingezetenen voor niet in zijne school moet
-ontvangen, (doch men verzekert dat er sedert jaaren herwaards zulke kinderen niet
-geweest zijn,) terwijl de ouders der overige kinderen hem een zeker leergeld moeten
-betaalen: dit inkomen (dikwijls van meer dan 70 kinderen,) gevoegd bij het geen deeze
-man verdient met het lesgeeven aan de kinderen dier Grooten, welken den zomer in het
-<i>Gein</i> op hunne buitenplaatsen doorbrengen, verschaft hem een zeer goed bestaan—de kinderen
-uit de <i>Gaasp</i> gaan ook hier ter school.
-</p>
-<p><span class="sc">Wereldlijke gebouwen</span> zijn hier weder niet voorhanden, en wegens de <span class="sc">wereldlijke regeering</span> zie men onder dat artijkel onzer voorgaande algemeene beschrijving van <i>Weesper-kerspel</i>.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>Der bewooneren van het <i>Gein</i> bestaan voornaamlijk in de melkerij, geene der aldaar voorhanden zijnde landerijen
-wordt bebouwd, voords woonen er, bij gelegenheid van de meergemelde Hofsteden, eenige
-tuinlieden; ook vindt men er verscheidene van die ambachtslieden, wier verrichtingen
-in de burgerlijke zamenleeving onontbeerelijk zijn, als Timmerlieden, Schoenmaakers,
-Kleeremaakers, en dergelijken: er is ook een Chirurgijn.
-</p>
-<p>Van de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>
-</p>
-<p>Van het <i>Gein</i>, zij hetzelfde gezegd als van die van de <i>Gaasp</i> voorbeschreven: onder de inwooneren zijn veele Staats- of Vaderlands-gezinden, welke
-van de <i>Pruissen</i> in 1787 grouwzaam veel hebben moeten lijden; zelfs de vrouwen, die deezen volgden,
-<span class="pageNum" id="pb22.7">[<a href="#pb22.7">7</a>]</span>hebben zig in dien omtrek zonderling onderscheiden, in het wegneemen van de kleederen
-haarer sexe, die zij voor de hand vonden; vooral hebben deze rustherstellers aan de
-fraaje buitenplaatsen groote schade toegebragt—men verhaalt, dat die van de Stadhouderlijke
-partij, welken in het <i>Gein</i> gevonden worden, bij het aannaderen der <i>Pruissen</i>, hunne beste goederen zamengebragt hadden, op eene der aldaar gelegene buitenplaatsen,
-wier eigenaar voor een ijverig Stadhoudersgezinden bekend was; zig om die reden verzekerende
-dat gezegde hunne goederen aldaar wel veilig zouden weezen; doch toen de <i>Pruissen</i> er zig bevonden, en hunne gewoone bezigheden ter hand namen, ondervond men tot ongemeen
-groot harteleed, dat zij niet vooraf onderzochten tegen wie, of vóór wie der bewooneren
-zij eigenlijk opgezonden waren, <span class="sic">nemaar</span> dat zij, zonder eenzijdigheid, aanvielen op alles wat hun voor de hand kwam; want
-onder anderen werd de bedoelde buitenplaats door hen geheel uitgeplonderd, waarbij
-zij derhalven verscheidene vliegen in één klap medenamen.
-</p>
-<p>Men verhaalt, dat de <i>Pruissen</i> eenen bijzonderen haat tegen de <i>Geinbewooners</i> betoonden te hebben, ter oorzaake dat, op donderdag den 20 September, drie dagen
-voor hunnen aanval op <i>Weesp</i>, zekeren Huisman, met naame <span class="sc">Hendrik de Ruiter</span>, door twee van <i>Abcoude</i> komende <i>Pruissische Officieren</i>, op eene listige wijze, naar de sterkte dier stad aan de voor hun liggende zijde
-gevraagd zijnde, verzekerd had, dat er, voor zo verre hij wist, aan dien kant geen
-geschut lag (zijnde hetzelve er eerst op vrijdag den 21 gebragt,): toen zij nu des
-zondags den 23 op <i>Weesp</i> aantrokken, deeden zij daadlijk onderzoek naar zijn wooning, en noodzaakten hem in
-den nacht hen den weg te wijzen; ’t welk hij tot aan de <i>Geinbrug</i> toe deed: dan, in hunne verwachting bedrogen zijnde, dreigden zij, bij hunne retraite,
-diens huismans wooning in de brand te steeken, en sleepten hem den daaraan volgenden
-avond, onder een aanhoudend slaan en stooten, naar het Hoofdquartier aan de <i>Nichtervechter Kade</i>, alwaar weldra zijn vonnis wierd opgemaakt, daarin bestaande, dat men hem, zonder
-forme van proces, aan een’ boom zoude ophangen, ten spiegel van anderen, die mogelijk
-in hunnen overmoed zouden durven besluiten, zijn voetspoor in het misleiden van krijgslieden,
-die als vrienden in hun Land kwamen, te volgen: evenwel heeft men deezen <span class="pageNum" id="pb22.8">[<a href="#pb22.8">8</a>]</span>Huisman, op zijn eigen verdediging, en de getuigenis van zijne buuren, dat hij zig
-nimmer met eenige Staatkundige geschillen bemoeid had, en voor een eerlijk man bij
-hen bekend stond, ontslagen, onder die voorwaarde, dat hij, het tegendeel bevonden
-wordende, weder naar den commandeerenden Officier zou gevoerd worden, en het bedreigde
-vonnis zou moeten ondergaan.
-</p>
-<p>Onder ons artijkel
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>,
-</p>
-<p>Kunnen wij, voor het <i>Gein</i>, brengen de meergemelde aanzienlijke Hofsteden, allen, bij gelegenheid, der bezichtiginge
-overwaardig: de voornaamsten zijn die van
-</p>
-<div class="table">
-<table>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellTop">den Heere </td>
-<td class="cellRight cellTop"><span class="sc">Lepeltak</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">———— </td>
-<td class="cellRight"><span class="sc">Elias</span>, <i>Burgemeester te Amsterdam</i>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">———— </td>
-<td class="cellRight"><span class="sc">Boers</span>,</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">———— </td>
-<td class="cellRight"><span class="sc">Asschenberg</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">———— </td>
-<td class="cellRight"><span class="sc">Abcouw</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">Mevrouw </td>
-<td class="cellRight"><span class="sc">Walland</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">den Heere </td>
-<td class="cellRight"><span class="sc">Mendes da Costa</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">———— </td>
-<td class="cellRight"><span class="sc">Meints</span>.</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft">———— </td>
-<td class="cellRight"><span class="sc">Verryn</span>, en die van</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="cellLeft cellBottom">———— </td>
-<td class="cellRight cellBottom"><span class="sc">De Clercq</span>.</td>
-</tr>
-</table>
-</div><p>
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
-</p>
-<p>Zijn deezen: men kan met de <i>Weesper schuit</i> naar <i>Weesp</i>, of naar <i>Amsteldam</i>; aan de <i>Geinbrug</i> kan men er uitstappen; er vaart ook een schuit van <i>Weesper-kerspel</i>, op <i>Amsteldam</i>; behalven de gewoone beurt, in de week, vaart zij ook des zomers, op zondag avond,
-omtrent ten half zeven uuren van de <i>Geinbrug</i> af: de Schippersplaats daarvan, wordt bij vacature door den Gerechte begeeven.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>,
-</p>
-<p>Die in ’t <i>Gein</i> gevonden worden, zijn
-</p>
-<ul>
-<li><i>De Vijfhoek</i>, en
-</li>
-<li><i>’s Lands Welvaaren</i></li>
-</ul><p>
-</p>
-<p>Van veelen wordt de eerstgemelde herberg, het rechthuis genoemd, schoon zij zulks
-in geenen deele zij; alleenlijk heeft zij dien naam verkregen, om dat voor de puie
-van dezelve gemeenlijk alle waarschouwingen en ordonnantien van Poldermeesteren, en
-dergelijke openbaare aankondigingen aangeplakt worden.
-<span class="pageNum" id="pb22.9">[<a href="#pb22.9">9</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="overvecht" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1348">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="ex">OVERVECHT</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
-</p>
-<p>Van deeze polder, is ten oosten van de Stad <i>Weesp</i>, en ten noord-oosten van de aangenaame rivier de <i>Vecht</i>, niet onaartig door de zoetzingende <span class="sc">Willink</span>, de eigenschap van <i>blank</i> toegekend; daar hij zegt:
-</p>
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">Nu vloeit de blanke vecht in vreê,
-</p>
-<p class="line">En schuurt met haare zoete dreeven,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">De Muiderschutsluis door in zee,
-</p>
-<p class="line">Om met het pekelnat te paaren;
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Nu bruischt zij langs dat luchtig oord,
-</p>
-<p class="line">Daar zij op net beschaafde zangen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">En zuiver heldendicht bekoord,
-</p>
-<p class="line">Blijft aan des Drossaarts maatklank hangen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">In twijfel of zij stil zal staan,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Of op die toonen verder gaan.</p>
-</div>
-<p class="first">Deeze aangenaame rivier stroomt, beoosten <i>Utrecht</i>, uit den <i>Rhijn</i> noordwaards aan voorbij <i>Zuilen, Maarssen, Breukelen</i>, <i>Loenen, Vreeland, Nichtevecht, Weesp</i>, en een aanzienlijk aantal vorstlijke landhoven, en lustpaleizen, tot daar zij, door
-<i>Muiden</i> in zee stort.
-</p>
-<p>Niet weinig wordt het gezicht van deeze schoone rivier veraangenaamd, als het oog
-er de prachtige zwaanen, met haare schitterend witte vederen<a class="noteRef" id="xd32e16053src" href="#xd32e16053">1</a>, in ontmoet.
-<span class="pageNum" id="pb22.10a">[<a href="#pb22.10a">10</a>]</span></p>
-<p>Wegens deszelfs
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>
-</p>
-<p>Behoeft verder niets gezegd te worden, alzo de betekenis van den naam deszelfs oorsprong
-aanwijst: de polder <i>Overvecht</i>, ligt naamlijk over de rivier <i>Vecht</i>, voornoemd.
-</p>
-<p>De <span class="sc">grootte</span> van den grond der polder is weder onder de grootte van geheel <i>Weesper-kerspel</i> betrokken.
-</p>
-<p>Voords behoeft van dezelve niets meer gezegd te worden, alzo zij geheel niet bewoond
-wordt.
-</p>
-<p>Onder de polder <i>Overvecht</i>, behoort ook die welke den naam draagt van
-</p>
-<p id="uitermeer" class="headlike"><span class="ex">UITERMEER</span>.
-</p>
-<p>Waarvan mede niets, de verschillende artijkelen van ons plan betreffende, kan gezegd
-worden, voornaamlijk om dat dezelve ook onbewoond ligt, bestaande geheel de polder
-alleenlijk uit landerijen, die voor den hooibouw en de melkerij gebruikt worden; alleenlijk
-is aan het nabygelegen tolhek, geplaatst tusschen <i>Weesp</i> en de schans, (van welke straks nader,) een aangenaame en aanzienlijke herberg, die
-tevens eene uitspanning is.
-</p>
-<p>De weg van <i>Weesp</i>, naar <i>Uitermeer</i>, of wel naar de straks <span class="pageNum" id="pb22.11">[<a href="#pb22.11">11</a>]</span>te beschrijvene <i>Uitermeersche schans</i>, loopt langs den bevalligen <i>Vechtstroom</i>, en is ongemeen aangenaam, gelijk hij ook zeer wèl onderhouden wordt; ter wederzijde
-is dezelve begroeid, en ter linkerzijde meest al beplant met een dubbelde rij willige
-boomen; hier en daar, wordt aan die zelfde zijde het oog vergast op het gezicht van
-verrukkelijk schoone buitenplaatsen met hunne bevallige wooningen, en coupels meestal
-aan den weg gelegen; dit gezicht wordt afgewisseld door aangenaame weilanden, en op
-andere plaatsen door wèl onderhoudene en vlak geschorene, meer en minder hoog opgaande
-groene heggen: ter andere zijde wordt het gehoor der wandelaars gestreeld door het
-kabbelen der zilveren <i>Vecht</i>, waarin niet zelden veele zeilende vrachtschuiten het aangenaamste gezicht opleveren,
-of is dat gezicht, bij gebrek aan genoegzaamen wind, minder aangenaam, dan wordt dat
-verlies den wandelaar weder vergoed door het vrolijk gezang van de jaagers, die de
-gezegde kielen over den rug van den onbewogenen stroom heen sleepen: aan de boord
-der <i>Vecht</i> vindt men ook hier en daar voor de buitenplaatsen aangenaame met groen begroeide
-stijgertjens, die, vooral als er gezelschap in is, mede eene behaagelijke vertooning
-maaken.
-</p>
-<p>Wij moeten voords hier nog aantekenen, dat onder de polder <i>Uitermeer</i> gelegen is de bovengenoemde bekende
-</p>
-<p id="uitermeersche-schans" class="headlike"><span class="ex">UITERMEERSCHE SCHANS</span>.
-</p>
-<p>Waarvan wij, in navolging, deeze beknopte beschrijving kunnen geeven: „de <i>Uitermeersche Schans</i> dekt een sluis aan de <i>Vecht</i>, door welke het omliggende land beoosten de <i>Vecht</i>, voornoemd, onder water gezet kan worden—volgends het jaartal, ’t welk aan deeze
-sluis gezien wordt, schijnt zij in den jaare 1637 gebouwd; maar is, om het merkelijk
-verval, in den jaare 1747 vernieuwd: de schans is op den zelfden tijd veel verbeterd:
-aan de landzijde of den oostkant heeft zij een contrescharp, en breede graft; langs
-deeze graft loopt de rijweg naar <i>Ankeveen</i> en <i>’s Graveland</i>: over de graft ligt een brug, over welke men in de schans gaat: alle vaartuigen,
-die uit de <i>Vecht</i> naar <i>Gooiland</i> vaaren, moeten door deeze sluis en schans heenen een zeker schutgeld betaalen.”
-<span class="pageNum" id="pb22.12">[<a href="#pb22.12">12</a>]</span></p>
-<p>De des kundigen houden de <i>Uitermeersche schans</i> (die thans door eenige invaliden bewaakt wordt,) voor ongemeen sterk, en waarvan
-derhalven in tijden van oorlog veel verwacht zoude kunnen worden, zo dezelve naar
-behooren verdedigd wierd: op dien voet stelde men er in onze jongstledene beroerten,
-waarin wij door de <i>Pruissen</i> aangevallen werden, ook groot vertrouwen op, wel weetende, dat het den vijand vrij
-wat zoude kosten, wilde hij die sterkte vermeesteren; dan ach! ook in dat vertrouwen
-heeft men zig te lijdig bedrogen; wel was de schans door militairen bezet, en met
-geschut voorzien; dan, op hoog bevel moesten zij dezelve verlaaten; ten minsten zijn
-de <i>Pruisische Ruiters</i> zonder slag of stoot de brug opgereden, en hebben dus het fort ingenomen.
-</p>
-<p>Voegelijk kunnen wij hier nog een woord zeggen van
-</p>
-<p id="overmeersche-schans" class="headlike"><span class="ex">DE OVERMEERSCHE SCHANS</span>,
-</p>
-<p>Gelegen aan den <i>Hinderdam</i>, aan de westzijde van de <i>Vecht</i>, ruim een uur gaans van de stad <i>Weesp</i>: deeze ligt op een eilandjen, in het midden van de aangenaame <i>Vecht</i> meergemeld, zo dat men er rondsom kan heenvaaren: zij is in of omtrent den jaare
-1747, ongemeen veel verbeterd—„In een kaart van 1619,” leezen wij, „wordt hier een
-dam getekend, die dwars door de <i>Vecht</i> lag, en met sluizen voorzien was: in deeze kaart vindt men geene sluizen te <i>Muiden</i>, zo dat men hier het water van de <i>Vecht</i> schijnt te hebben afgeschut; waaromtrent het maaken van de <i>Uitermeersche sluis</i> verandering schijnt ten wege gebragt te hebben.”
-</p>
-<p>Tusschen de <i>Uitermeersche Schans</i>, en den <i>Hinderdam</i>, stond weleer het <i>Huis ten Bosch</i>, zijnde eene oude Ridder-Hofstede, aan den Huize van <i>Ysselstein</i> toebehoorende; doch wij kunnen zulks echter als geene bijzonderheid van deezen omtrek
-opgeeven, om dat er thans volstrekt niets meer van dat Huis voorhanden is: in den
-oorlog tusschen Hertog <span class="sc">Filips</span> van <i>Bourgondiën</i>, en den Bisschop van <i>Utrecht</i>, werd dit aanzienlijke Huis door het krijgsvolk van den Hertog geheel verwoest: evenwel
-schijnt men het daarna weder opgebouwd te hebben, aangezien men aangetekend vindt,
-dat de <i>Franschen</i>, in den oorlog van den jaare 1672 en 1673, hetzelve andermaal geheel hebben vernield.
-<span class="pageNum" id="pb23.1">[<a href="#pb23.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e16053">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e16053src">1</a></span> <i>Aanmerkelijk is het, dat deeze beesten, nu eerst uit het ei gekomen, weldra de grootte
-van de oude verkrijgen; doch tot hunne verwisseling van vederen zijn zij graauw van
-kleur; eerst bij dat verwisselen krijgen zij veeren zo ongemeen wit als waarmede de
-ouden pronken; even aanmerkelijk is het, dat zij zingen als zij</i> <span class="pageNum" id="pb22.10">[<a href="#pb22.10">10</a>]</span><i>den dood voelen naderen, waarom men ook gewoon is, het laatste vers eens dichters,
-zijn</i> Zwanenzang <i>te noemen: de zededichter</i> <span class="sc">Claas Bruyn</span>, <i>deeze eigenschap der zwaanen op de vroomen toepassende, heft daarvan dus aan</i>:
-</p>
-<p class="footnote cont"></p>
-<div class="q">
-<div class="nestedtext">
-<div class="nestedbody">
-<div class="lgouter footnote">
-<p class="line">Laat de zwaan zijn lijkzang hooren,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Met een lieffelijk geluid,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Daar hij ’t leven meê besluit,
-</p>
-<p class="line">Vroome zielen, uitverkoren,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Om te heerschen op Gods throon,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Slaan dus ook hun’ laatste toon.
-</p>
-<p class="line">Ja zij zingen met de klanken
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Van het welbewust gemoed,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">Schoon het sterflot op hun woed’;
-</p>
-<p class="line">Dit ’s het lijkdicht van die kranken:
-</p>
-<p class="line xd32e3626">„Kom, o Jesus! al ons lust,
-</p>
-<p class="line xd32e3626">„Haal ons in uw zachte rust, enz.</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="oud-loosdrecht" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1368">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure figoudloosdrechtwidth"><img src="images/oud-loosdrecht.jpg" alt="’t Dorp Oud-Loosdrecht" width="497" height="720"><p class="figureHead">’t Dorp Oud-Loosdrecht</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line xd32e1402">OUD-LOOSDRECHT is ’t, dat de oogen streelt,
-</p>
-<p class="line">Door schoon geboomt en vette weiden,
-</p>
-<p class="line">Door uitzicht op bebouwde heiden,
-</p>
-<p class="line">Maar meest door dat het steeds in diepe vrede deelt.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
-<span class="ex">DORP</span><br>
-OUD-LOOSDRECHT.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p><i>Oud-</i> en <i>Nieuw-Loosdrecht</i>, en <i>Mijnden</i>, behooren onder eene zelfde Bailluagie, niettegenstaande zij, wat de Ambachtsheerelijkheid
-betreft, in onderscheidene Gerechten verdeeld zijn.
-</p>
-<p><i>Oud-</i> en <i>Nieuw-Loosdrecht</i>, zijn beiden eigenlijk slechts ééne Heerelijkheid, maar twee Parochiën, met twee
-kerken, eene oude, en eene nieuwe: echter zullen wij, in onze beschrijving, ingevolge
-de doorgaands plaatshebbende gewoonte, van de twee deelen dier Heerelijkheid als van
-twee dorpen spreeken, en ze <i>Oud-</i> en <i>Nieuw-Loosdrecht</i> noemen.
-</p>
-<p>Niettegenstaande de beide <i>Loosdrechten</i>, (maar vooral <i>Nieuw-Loosdrecht</i>,) niet kunnen gezegd worden te bloejen, behoeven zij echter in wezenlijke middelen
-van bestaan nog niet <span class="pageNum" id="pb23.2">[<a href="#pb23.2">2</a>]</span>voor andere dorpen van <i>Gooiland</i>, alhoewel die bloejende zijn, onder te doen; maar vooral dingen zij naar den prijs
-in de aangenaamheid van
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>,
-</p>
-<p>Kunnende met recht gezegd worden dat zij zig voor den wandelaar als een aardsch paradijs
-opdoen; waar hij de oogen ook heen sla, overal lacht het aangenaamste groen hem toe:
-de dorpen zijn indedaad eene ter wederzijde met huizen, of boerenwooningen bebouwde
-allée van wilgenboomen, van de belendene landen, door smalle en heldere wegslooten
-afgescheiden, zijnde meestal den zoom der gezegde landen ter rechterhand, mede met
-een rij zulke boomen beplant, waardoor men derhalven van die zijde bestendig eene
-dubbele rij boomen heeft; de bewoonde erven aan wederzijden liggen mede meest allen
-in ’t groen geboomte, en hebben hunne moes- en bloem-tuinen: nabij de kerken, zijn
-de getimmertens wel het meeste in behoorelijke orde; daar geen wooningen staan, wordt
-het oog verrukt door de heerelijkste weilanden, of de aangenaamste bebouwde akkers;
-ziet men ter linker zijde, (van <i>Loenen</i> af gerekend,) verder heen, dan wordt men gestreeld, door het gezicht van de bebouwde
-<i>Gooische heide</i>, (aangenaamst als de boekweit bloeit, of het goudgeel graan op de bevalligste wijze
-golft;) vooral aan dien kant alwaar men op <i>Hilversum</i> en deszelfs bebouwde omtrek ziet: het jagthuis van den Heere <span class="sc">Van Loon</span>, waarvan wij in onze beschrijving van ’t gezegde dorp, (zie bladz. 15) gesproken
-hebben, maakt, van hier gezien, ook eene aangenaame vertooning: in de <i>Oude Loosdrecht</i>, doch eigenlijk niet algemeen in het dorp, maar meest op den zogenaamden <i>Veendijk</i>, zijnde eene waterkeering, ziet men ter eene zijde niet dan uitgeveende plassen,
-en overal stapels gedekte turf, terwijl aan den anderen kant, eene lange rij meer
-en min gevulde turfschuuren staat; om welke <span class="pageNum" id="pb23.3">[<a href="#pb23.3">3</a>]</span>reden men ook aldaar met geen brandende tabakspijp voorbij mag gaan, op de boete van
-drie guldens: deeze schuuren bevatten dikwijls een capitaal van veele duizenden: in
-dit gedeelte van <i>Oud-Loosdrecht</i> wordt de aandacht van den wandelaar, zo hij zijne wandeling niet op een’ zondag doet,
-bezig gehouden met het baggeren, of verder bereiden van de turf, aan den eenen kant;
-en aan den anderen met het inbrengen of uithaalen van dezelve in of uit de schuuren;
-met één woord niemand zal ’t zig beklaagen de beide <i>Loosdrechten</i> een bezoek gegeven te hebben.
-</p>
-<p>Men verzekert dat zij van den dom te <i>Utrecht</i> af gezien, zig als een digte, langwerpige bosschaadje vertoon.
-</p>
-<p><i>Oud-Loosdrecht</i> ligt voords ten noorden aan <i>Kortenhoef</i> (in de Provincie <i>Utrecht</i>) en meer oostwaards aan <i>’s Graaveland</i>, (in de Provincie <i>Holland</i>;) ten oosten heeft het, langs een kromme bogt, het gerecht van <i>Hilversum</i>, tot aan <i>Tienhoven</i>, en <i>Breukelenveen</i>; ten oosten paalt de <i>Oude Loosdrecht</i>, met <i>Loenderveen, Oudover</i> en <i>Muieveld</i><a class="noteRef" id="xd32e16327src" href="#xd32e16327">1</a>, aan <i>Loenen</i>, vanwaar ze door de <i>Vecht</i> wordt gescheiden: „In deeze strekking”, leest men te recht in den <i>Tegenwoordigen Staat van Holland</i>, „maaken de <i>Loosdrechten</i> een zeer langwerpigen bogt, die van binnen aan de westzijde voor het grootste gedeelte
-is uitgeveend, zo dat er niet anders dan smalle akkers of strooken <span class="pageNum" id="pb23.4">[<a href="#pb23.4">4</a>]</span>lands zijn overgelaten, die nog jaarlijks uitgeveend worden.”
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
-</p>
-<p>Deeze heeft de Heerelijkheid ontleend aan een watertjen aldaar stroomende, en dat
-den naam van <i>Drecht</i> draagt, (waarschijnelijk dat er weleer een overvaart, of veer op geweest is, zie
-onze beschrijving van <i>Dord</i>, enz. art. <span class="sc">naamsoorsprong</span>;) dat watertjen <i>loost</i> alhier in de hoofdrivier, des is ter deezer plaats de <i>Loozing der drecht</i>, (<i>Loosdrecht</i>:) de naamen van <i>Oud</i> en <i>Nieuw</i>, waarmede men gewoon is de beide deelen der Heerelijkheid te onderscheiden, zijn
-ontstaan door het aanleggen van een tweede of <i>Nieuwe kerk</i>, gelijk nader zal blijken.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>
-</p>
-<p>De stichting van <i>Loosdrecht</i>, ligt thans geheel in het duister: wat aangaat de grootte, in de quohieren der verpondingen
-van den jaare 1632, vindt men de beide <i>Loosdrechten</i> begroot op 1807 morgen 300 roeden lands, en het getal der huizen op 221; in de quohieren
-van 1732, vondt men er slechts 1507 morgen en 200 roeden voor; doch de huizen worden
-integendeel bepaald op 372; derhalven 151 huizen meer, (zonder den korenmolen die
-er gevonden wordt,) waaruit men zoude mogen opmaaken, dat de beide dorpen in den gezegden
-honderdjaarigen tusschentijd, zeer wèl gebloeid moeten hebben: sedert echter is dien
-bloei merkelijk verminderd, en hun aanzien vrij wat vervallen, hoewel in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> meer dan in de <i>Oude</i>; (van de eerstgemelde desaangaande nader onder onze beschrijving van dezelve:) anderen
-bepaalen het grondgebied op wel 2950 morgen<a class="noteRef" id="xd32e16408src" href="#xd32e16408">2</a>, zo land als water, welk water mede in de verpondingen moet betaalen, om dat het
-uitgeveende <span class="pageNum" id="pb23.5">[<a href="#pb23.5">5</a>]</span>plassen zijn. In de <i>Oude Loosdrecht</i> liggen verscheidene aangenaame buitenplaatsen, waarin die het mede van de <i>Nieuwe</i> wint: zie onze beschrijving van dezelve.
-</p>
-<p>Het getal der bewooneren van geheel de Heerelijkheid wordt begroot op omtrent 800,
-die allen van den Gereformeerden Godsdienst zijn, dat zekerlijk iet zonderlings is.
-</p>
-<p>Het
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
-</p>
-<p>Der beide <i>Loosdrechten</i> is <i>vier zwarte</i> en <i>vier zilveren dwarsbalken</i> over kruis doorsneden met twee <i>rood-</i> en <i>wit-geruite balken</i>.
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
-</p>
-<p>Dewijl, gelijk wij gezegd hebben, alle de inwooners der Heerelijkheid van den Gereformeerden
-Godsdienst zijn, worden er ook geene andere kerken gevonden, dan die van de gezegde
-gemeente: de Oude kerk, dat is de kerk van de <i>Oude Loosdrecht</i>, is een klein gebouw, ofschoon er honderden menschen in opkomen; van binnen heeft
-het, ingevolge deszelfs aanleg, even weinig pracht als van buiten; alles intusschen
-is van binnen zeer net; boven ééne der portaalen is eene gallerij voor de Weezen,
-enz.: thans hangt boven die gallerij, een vlag, van talrijke voeten vierkant, met
-een lijst, en in het midden een groote oranjeboom, in een groene bak, zodanig als
-men dezelven gemeenlijk in de <i>Orangeriën</i> geplaatst vindt; ter eene en andere zijden van die bak, leest men de woorden <span class="sc">vivat Oranje</span>! (er zijn ook in <i>Oud-Loosdrecht</i> maar weinige lieden, van dezulken die men Patriotten noemt:) ter wederzijde dier
-vlagge hangen nog twee kroonen, gevlogten van kunstbloemen en orangeappelen: aan het
-andere einde der kerke, tegen over de gezegde vlag en kroonen, hangt thans nog eene
-vlag, maar van minder aanzien; er is geen orangeboom op gepenseeld; alleenlijk leest
-men in derzelver <span class="pageNum" id="pb23.6">[<a href="#pb23.6">6</a>]</span>midden mede, <span class="sc">vivat Oranje</span>! Deeze sieraadjen hebben, ten tijde der omwending van zaaken in ons Land, in het
-openbaar gediend.
-</p>
-<p>Wat verder het ruim van deeze kerk betreft, alles is daarin aan het oogmerk voldoende;
-de predikstoel is zeer net zamengesteld, zo ook de Regeeringsbanken en verdere mannengestoelten:
-de bank voor den Heere, of de Vrouwe der Heerelijkheid, staat vlak tegen over den
-predikstoel: het ruim is voords naar gewoonte, met vrouwegestoelten bezet: er hangt
-ook, (op de gallerij waarvan boven gesproken is,) een op paneel geschilderde lijst
-van de Predikanten die sedert de reformatie, de <i>Oud-Loosdrechtsche Gereformeerde Gemeente</i> bediend hebben: aanmerkelijk is het dat de laatste <i>Roomsche Priester</i> ter deezer plaatse ook de eerste Gereformeerde Predikant aldaar geweest is: zie nog
-iet wegens de kerken van <i>Loosdrecht</i> met betrekking tot den tijd vóór de Reformatie, onder <i>Nieuw-Loosdrecht</i>, ditzelfde <span class="sc">art</span>.
-</p>
-<p>Het doophek, en verder al het inwendige der kerke is zeer zindelijk, en wordt wèl
-onderhouden: het ruim wordt door vijf kaars-kroonen verlicht: er is geen orgel in.
-</p>
-<p>De vloer van het ruim der kerke gebruikt men nog, ingevolge de oude, dat is onverlichte
-tijden, om er in te begraaven: de gezegde grond is zamengesteld uit grafzerken, waaronder
-wij er echter geene gevonden hebben der aandacht waardig.
-</p>
-<p>Buiten om de kerk ligt, naar gewoonte, een kerkhof, dat genoegzaam groot is, en vrij
-net genoemd mag worden; aan een van de hoeken deszelven is eene soort van grafkelder,
-bijna twee voeten boven de oppervlakte van den grond verheven, en met een’ zwaaren
-blaauwen zerk gedekt; op dezelve staat geene inscriptie; ook is ’t alleenlijk eene
-grafplaatse, gekozen door iemand die begeerde na zijnen dood in een zeer stil oord
-te liggen: op het zelfde kerkhof is ook één der dorpsbrandspuiten geplaatst: vier
-zijn er in geheel de Heerelijkheid.
-</p>
-<p>De kerktoren die aan het eene einde der kerke eenige <span class="pageNum" id="pb23.7">[<a href="#pb23.7">7</a>]</span>voeten hoog, vierkant uit het dak rijst, is in den jaare 1783 veel vernieuwd, en bij
-die vernieuwing, in zijn vierkant verkleind; op dat vierkant staat een spits, dat
-met leien gedekt is—in één der zijden van het vierkante ondergedeelte van den toren
-is een wijzerplaat, waarop men het jaartal 1791 leest, welk getal alleenlijk het jaar
-aanwijst waarin dezelve is opgeschilderd.
-</p>
-<p>Te <i>Oud-Loosdrecht</i> is ook een goed Weeshuis, voor 3 jaaren eerst gesticht, en ’t welk tevens voor een
-Armenhuis verstrekt; dat niet alleen, maar er worden ook in opgenomen, geleerd, gekleed
-en gevoed, zulke kinderen, wier ouders onvermogend bevonden worden om hen te voeden;
-indedaad een zeer loflijk gebruik, en voornaame oorzaak dat er, hoe min vermogend
-de bewooners over het algemeen ook zijn, geene bedelaars gevonden worden—de arme lieden
-en kinderen leiden in dit huis ondertusschen niet, gelijk op veele aanzienlijke plaatsjens
-het geval is, een lui, geheel werkeloos leven; integendeel, zij worden allen te werk
-gesteld, aan het spinnen van wol; er worden ook netten gebreid, en andere bezigheden
-verricht, zo dat er over het algemeen eene geduurige loflijke arbeidzaamheid plaats
-heeft: alle de voordeelen daarvan komen aan het huis.
-</p>
-<p>Het Schoolhuis is een gebouw dat slechts redelijk aan het oogmerk beantwoordt.
-</p>
-<p>De Pastorij staat tegen over de kerk, is zeer spatieus, en van goeden aanzien; er
-is geen ruimen hof achter, maar de Predikant heeft achter de kerk een groote moestuin,
-ten zijnen dienste.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Deezen zijn geene anderen dan het Rechthuis, dat voor beiden de dorpen dient, en gebouwd
-is op derzelver kerklijke scheiding: ’t is mede in alle deelen aan het oogmerk beantwoordende,
-doch heeft niets bijzonders der beschrijvinge of <span class="pageNum" id="pb23.8">[<a href="#pb23.8">8</a>]</span>bezichtiginge waardig: daarin echter is het van de rechthuizen op veele Nederlandsche
-dorpen onderscheiden, dat het niet tevens een herberg is; er mag ook, volgends ordonnantie
-van de Staaten, niet in getapt worden, zelfs niet aan de Regeering der dorpen.
-</p>
-<p>Op eenige voeten afstands van het huis, aan de overzijde van den weg, staat een kaak,
-geplaatst in het midden van een cirkel-rond en van gebakken steen gemetzelde voet,
-ten minsten vier voeten hoog boven den grond, en wel zes voeten diameters; maakende
-des rondsom den paal eene soort van rond steenen schavot: in gevalle van rechtsoefening,
-wordt voor het Rechthuis een schavot opgericht.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Deeze bestaat uit den Predikant, (de verkiezing van welken staat aan den Heere of
-de Vrouwe in der tijd, zonder eenige voorafgaande nomminatie,) zijnde thans de Wel-Eerwaarde
-Heer <span class="sc">Huibert van den Bijlaardt</span>, behoorende onder de Classis van <i>Amsteldam</i>; voords uit twee Ouderlingen en twee Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en
-één Diacon afgaat, die door anderen vervangen worden, staande de verkiezing derzelven
-aan den kerkenraad.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p><i>Loosdrecht</i> heeft in alles eigen recht, crimineel en civiel, zo wel van pleidoojen als halsrecht.
-</p>
-<p>Het hooge rechtsgebied over dit, als het andere deel van het Bailluwschap, zo als
-wij die deelen, bladz. 1 opgegeven hebben, wordt geoefend door den Bailluw, zijnde
-thans de Wel-Ed. Gestrenge Heer, Mr. <span class="sc">Johannes Petrus Thierens</span>, die aangesteld wordt door zijne Doorl. Hoogh. den Stadhouder, uit de nominatie van
-een drietal, door de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> gemaakt: hij zit te recht met de dorpschepenen: voorheen <span class="pageNum" id="pb23.9">[<a href="#pb23.9">9</a>]</span>had de Bailluw de vrijheid om voor zig afzonderlijke schepenen crimineel te benoemen
-en in den eed te neemen; doch daarover een proces ontstaan zijnde, is hij, in gevolge
-de uitspraak op dat proces, voor omtrent zes jaaren gedaan, verpligt, de dorpschepenen
-in der tijd, ook voor het crimineele in den eed te neemen: hij wordt in zijnen aanstellings-brief
-ook genoemd Bailluw van <i>Loenen Holland</i>, met welken naam men gewoon is <i>Loenen Kroonenburgs-gerecht</i> te benoemen—uit aanmerking van dien tijtel, „is voormaals,” leezen wij, „aan de zijde
-van den Bailluw van de <i>Loosdrechten</i>, begreepen dat hem het oefenen van jurisdictie, op het grondgebied van <i>Loenen Kroonenburgs-gerecht</i> toekwam, waarover weleer, tegen den Heere van <i>Kroonenburg</i> of deszelfs Bailluw, proces is aangevangen, doch sedert geruimen tijd niet vervolgd
-geworden, zo dat de Bailluw van <i>Loenen Kroonenburgs-gerecht</i>, in de bezitting van dat recht is gebleven:” in gevolge het werkelijk hangen van
-’t gemelde proces gaat de Bailluw, voor de <i>Loosdrechten</i> verkozen zijnde, ook nog naar <i>Loenen Kroonenburgs-gerecht</i> om zig aldaar in zijne waardigheid van Bailluw te doen erkennen; doch wordt als dan
-geweigerd.
-</p>
-<p>De beide <i>Loosdrechten</i> en <i>Mijnden</i>, schijnen gemeenlijk als eene enkelde Ambachtsheerelijkheid aangemerkt te worden<span class="corr" id="xd32e16548" title="Niet in bron">,</span> doch zij zijn het niet, ieder is in de daad eene afzonderlijke Ambachtsheerelijkheid,
-niettegenstaande zij sedert lang, als onverdeeld, een zelfden Schout en Secretaris
-hebben; dit echter staat ter keuze van den Ambachtsheere of Vrouwe, (thans Vrouwe
-<span class="sc">S.&nbsp;M. van de Poll</span>, Douariere, wijlen den Wel-Ed. Gestrengen Heere Mr. <span class="sc">Z.&nbsp;H. Alewijn</span> van <i>Mijnden</i>, in leven President Schepen en Raad in de Vroedschap der stad <i>Amsteldam</i>,) die ook <i>Mijnden</i> een anderen Schout en Secretaris kan geeven; vermits de aanstelling aan dezelve staat,
-zo wel als van Schout en Secretaris van <i>Loosdrecht</i>.
-</p>
-<p>In het civile, wordt <i>Loosdrecht</i> in ’t gemeen beheerscht door den Ambachtsheere of Vrouwe in der tijd, met zeven Schepenen,
-<span class="pageNum" id="pb23.10">[<a href="#pb23.10">10</a>]</span>naamlijk drie uit <i>Oud-</i>, drie uit <i>Nieuw-Loosdrecht</i>, en één uit <i>Muieveld</i>, of uit <i>Oudover</i>: deezen worden aangesteld, zonder eenige voorafgegane nominatie, door den Heer of
-Vrouwe; aan wien het ook staat om dezelven naar goedvinden wegens getal of tijd te
-doen afgaan of aanblijven; derhalven is er, Schepenen betreffende, geen bepaalde tijd
-van verandering.
-</p>
-<p>Voords zijn er twee Weesmeesters, die tevens <span class="corr" id="xd32e16582" title="Bron: Armeesters">Armmeesters</span> zijn, en niet jaarlijks afgaan: zij hebben almede hunne aanstelling van den Ambachtsheer
-of Vrouwe; die ook de aanstelling heeft van de Schoolmeesters, in de beide <i>Loosdrechten</i>: deezen zijn tevens Kosters, Voorzangers en Doodgraavers.
-</p>
-<p>De Schepensbank wordt bediend door één’ boden: ook hebben Bailluw en Schout zamen
-één’ diender, die mede door den Ambachtsheer of Vrouwe aangesteld wordt.
-</p>
-<p>Onder de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>
-</p>
-<p>Van <i>Loosdrecht</i> kan men tellen, dat het, behalven de algemeene voorrechten van <i>Gooiland</i>, halsrecht heeft, gelijk er dan ook een buitengalg gevonden wordt.
-</p>
-<p>Een voorrecht van den Ambachtsheer is dat hij preferent is in het in huur neemen van
-het Rechthuis, (thans bewoond door den diender;) hetzelve is een dorpgebouw, waarvan
-de huurpenningen derhalven in ’s Dorps casse komen.
-</p>
-<p>Nog heeft de Ambachtsheer korentiendens, en tienden van de aardappelen die aldaar
-gewonnen worden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Voor eenige jaaren was in de <i>Oude Loosdrecht</i> eene vrij aanzienlijke porcelein-bakkerij, doch dezelve is van daar naar den <i>Amstel</i> verplaatst geworden; waardoor het dorp niet weinig heeft verloren.
-<span class="pageNum" id="pb23.11">[<a href="#pb23.11">11</a>]</span></p>
-<p>Er worden eene en andere handwerken, in de zamenleeving onontbeerelijk, geoefend;
-doch de hoofdbezigheid der bewooneren van dit gedeelte der Heerelijkheid, is het baggeren
-van turf, en vermits, zo wel het baggeren zelf, als het af- en aan-voeren van de turf,
-veele schepen en schuiten benoodigd maakt, houdt zulks op het dorp ook het scheepmaakers-handwerk
-aan den gang.
-</p>
-<p>Voor iedere morgen gronds die in de <i>Loosdrechten</i> uitgebaggerd zal worden, moet de aanneemer ƒ&nbsp;300 guldens geeven, (<i>inleggen</i>, zegt men aldaar;) voor dat geld wordt een Obligatie gekocht, en uit de interessen
-van deeze, betaalt de Heer of Vrouwe in der tijd zig de bepaalde verponding: het geen
-er overschiet wordt den aanneemer ter hand gesteld—Onder <i>Loenerveen</i> is dat inleggeld ƒ&nbsp;400, om dat aldaar uit de interessen ook nog het molengeld betaald
-moet worden.
-</p>
-<p>Er zijn in <i><span class="corr" id="xd32e16625" title="Bron: Oud Loosdrecht">Oud-Loosdrecht</span></i> ook veele visschers die hun sober bestaan in de uitgeveende plassen vinden—anderen,
-echter niet zeer veelen, leeven van den landbouw, van het rietgewas, of de melkerij;
-dit heeft nog meest plaats aan het <i>Leeg-eind</i> des dorps, zo als de <i>Loosdrechters</i> het noemen, en dat dien naam draagt, om dat het aan geen van beide zijden huizen,
-maar alleenlijk weilanden heeft.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS</span>
-</p>
-<p>Van <i>Oud-Loosdrecht</i>, vereischt geene breede plaats: in het jaar 1672, (dat verschrikkelijke jaar voor
-geheel <i>Nederland</i>,) had het door den inval der <i>Franschen</i> zeer veel te lijden: sedert is er, voor zo verre ons bewust is, weinig van aanbelang
-voorgevallen: de bovengemelde gezindheid der bewooneren, in het staatkundige, heeft
-de dorpelingen in onze jongstledene beroerten weinig deel gegeven: wel hebben zij
-zig in den wapenhandel geoefend, toen die oefening Staatswijze geboden werd, in de
-ontstaane verschillen met den Keizer <span class="sc">Joseph</span>: toen de verdere woelingen der Patriotten <span class="pageNum" id="pb23.12">[<a href="#pb23.12">12</a>]</span>voordgang namen, heeft men er ook nog, hoewel maar korten tijd, blijven exerceeren—bij
-den inmarsch der <i>Pruissen</i>, op hunnen doortogt naar <i>Loenen</i>, hebben de <i>Loosdrechters</i> hun een maand lang moeten inquartieren; en daar deeze lieden naar geene staatkundige
-gevoelens vroegen, hebben zij er ook verscheidene plunderingen aangericht; vooral
-heeft de plaats van de Wel-Edele Ambachtsvrouwe, in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i>, hunnen moedwil ten sterksten moeten bezuuren.
-</p>
-<p>Men vindt bij andere Schrijvers gewag gemaakt van een <i>Huis te Loosdrecht</i>, als eene bijzonderheid van deeze plaats; doch dit is, volgends onze ingewonnene
-berichten niet anders geweest dan een huis van den Ambachtsheer, ’t welk door den
-Heer Mr. <span class="sc">Alewijn</span> van <i><span class="corr" id="xd32e16666" title="Bron: Mijnde">Mijnden</span></i>, reeds genoemd, om zijne bouwvalligheid is weggebroken, om op den grond daarvan het
-tegenwoordig aanzienlijk gebouw te plaatsen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>,
-</p>
-<p>Deezen zijn hier niet—De <i>Hollandsche tuin</i> bij het Rechthuis, en de <i>Lindeboom</i>, zijn de voornaamste herbergen; ook zoude men in dezelven kunnen overnachten, en
-er geen gebrek aan eene goede bediening hebben.
-</p>
-<p>Verder vindt men er nog de herberg het <i>Turfschip</i>, en twee of drie herbergjens, alwaar men zig naar genoegen kan ververschen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>,
-</p>
-<p>Van Pinxter tot 3 maanden daarna, vaart zondags een schuit van <i>Loosdrecht</i> op <i>Amsteldam</i>; voords ’t geheele jaar door, maandags, dingsdags, woensdags en vrijdags, ook dergelijk
-een schuit.
-</p>
-<p>Vrijdags vaart van daar mede eene schuit op <i>Utrecht</i>—In gevalle van besloten water, rijdt er op de gemelde dagen een wagen op gezegde
-steden.
-<span class="pageNum" id="pb24.1">[<a href="#pb24.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e16327">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e16327src">1</a></span> Oudover <i>en</i> Muieveld <i>zijn gehuchten, gerechtlijk onder</i> Loosdrecht, <i>doch kerklijk onder</i> Loenen <i>behoorende</i>, (<i>de</i> Oude- <i>en</i> Nieuwe-dijk, <i>welke laatste aan</i> Breukeleveen <i>grenst, behoort onder de Parochie van</i> Oud-Loosdrecht:) <i>zij bevatten niets der aantekeninge waardig, en worden schaars bewoond, niettegenstaande
-er verscheidene buitenplaatsen in gevonden worden</i>: Loenderveen <i>is eene polder, mede onder</i> Loosdrecht <i>behoorende; doch dezelve is bijna geheel uitgebaggerd</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e16327src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-<div class="fndiv" id="xd32e16408">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e16408src">2</a></span> <i>Eenige onzer ingewonnene berichten spreeken zelfs van over de 3000 morgen.</i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e16408src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div id="nieuw-loosdrecht" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1373">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure fignieuwloosdrechtwidth"><img src="images/nieuw-loosdrecht.jpg" alt="’t Dorp Nieuw-Loosdrecht." width="526" height="720"><p class="figureHead">’t Dorp Nieuw-Loosdrecht.</p>
-<p class="first"></p>
-<div class="q">
-<div class="body">
-<div class="lgouter">
-<p class="line">NIEUW-LOOSDRECHT, dat geheel in groen geboomt gelegen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Het oog des wandlaars, door natuurlijk schoon verrukt,
-</p>
-<p class="line">Biedt zijn bewooneren nogthans geen ruimen zegen,
-</p>
-<p class="line xd32e1402">Daar ’t algemeen verval het zeer gevoelig drukt.</p>
-</div>
-</div>
-</div><p></p>
-</div>
-<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
-<span class="ex">DORP</span><br>
-NIEUW-LOOSDRECHT.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p>Zeer verdeeld zijn de keuzen der vreemdelingen en ook der bewooneren wegens de aangenaamheid
-der beide <i>Loosdrechten</i>; deezen houden de <i>Nieuwe</i> anderen de <i>Oude</i> voor aangenaamer; voor ons, wij zouden voor de <i>Nieuwe</i> zijn, wat de vertooning over het geheel betreft; doch in de <i>Oude</i> zijn meer goede huizen, ook liggen er verscheidene buitenplaatsen in die in de <i>Nieuwe</i> niet voorhanden zijn, gelijk wij onder onze beschrijving van de <i>Oude Loosdrecht</i> reeds gezegd hebben.
-</p>
-<p>Wat de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
-</p>
-<p>Betreft, deeze is over ’t algemeen in onze beschrijving van <i>Oud-Loosdrecht</i> opgegeven; alleenlijk kunnen wij hier nog bijvoegen, dat ter zijde af meer bebouwde
-akkers liggen, waarop de aardappelen, boekwijt, en graanen zeer wèl willen tieren—bepaaldlijk
-maakt de <i>Nieuwe Loosdrecht</i>, in het zuiden, een scheiding tusschen de Provinciën <i>Holland</i> en ’t <i>Sticht</i>; ten westen paalt zij aan <i>Mijnden</i>.
-</p>
-<p>Wegens de <span class="sc">naamsoorsprong</span>, zie men onze beschrijving van <i>Oud-Loosdrecht</i>: <i>Nieuw-Loosdrecht</i> draagt ook nog den naam van <i>de Zijpe</i>.
-<span class="pageNum" id="pb24.2">[<a href="#pb24.2">2</a>]</span></p>
-<p>Van de <span class="sc">stichting</span> en <span class="sc">grootte</span>, zie men mede onder <i>Oud-Loosdrecht</i>—In den <i>tegenwoordigen staat van Holland</i>, leezen wij: „in de <i>Oude Loosdrecht</i>, staan de huizen, ter wederzijde gedeeltelijk op boere werven, of afgebrokene akkers,
-naar de wijze der veendorpen; in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> staan zij veelal aan elkander gebouwd”, doch het tegendeel is waar; in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> liggen de huizen veel verder van elkander dan in de <i>Oude</i>: voords liggen zij meer in ’t groen, maar daarentegen zijn de wooningen ook kluiziger,
-en veelen zelfs zodanig vervallen, zo ingezakt, dat zij geheel wanstaltige figuuren
-maaken: onder de wooningen in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> zijn ook geene andere Buitens, dan dat van de Ambachtsvrouwe reeds gemeld.
-</p>
-<p>Zie wegens het Wapen, <i>Oud-Loosdrecht</i>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KERKELIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Vermits ook hier, even als te <i>Oud-Loosdrecht</i> alle de bewooners den Gereformeerden Godsdienst belijden, zijn er geene andere dan
-de Gereformeerde kerk voorhanden. In het reedsgemelde werk: <i>Tegenwoordige staat van Holland</i>, leest men, betreffende dit artijkel: „De kerk van de <i>Oude Loosdrecht</i>, is vrij ruim; doch oud, met een laag torentjen, zij wordt echter zeer wèl en net
-onderhouden; die van de <i>Nieuwe Loosdrecht</i>, is netter en nieuwer, en heeft een schoonen toren, met een goede spits, die van
-vrij verre kan gezien worden”: de toren is vierkant, hoog en zwaar, en het spits met
-leiën gedekt: in allen deelen beantwoordt het gebouw voords aan de berichten bij ons
-ingewonnen, naamlijk dat het nog de plaats der Godsdienst-oefeninge onzer Landgenooten
-van vóór de reformatie was, zo wel als de kerk van <i>Oud-Loosdrecht</i>, zodanig dat deeze de Parochiekerk was, en die van de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> derzelver capel; gelijk zij dan ook weleer door de <i>Roomschen</i> genoemd werd, <i>onze capelle van de Zijpe</i>; men wil dat deeze capel omtrent den jaare 1400 gesticht zij: de toren heeft twee
-wijzerplaaten, waarop men het jaartal 1762 leest, zijnde het jaar waarin gemelde plaaten
-vernieuwd zijn.
-<span class="pageNum" id="pb24.3">[<a href="#pb24.3">3</a>]</span></p>
-<p>Naast den ingang der kerk is mede één der reeds gemelde vier dorps-brandspuiten geplaatst,
-en tegen een der zijmuuren van het gebouw ziet men eene soort van open houten huisjen,
-ten dienste van den koster en schoolmeester wanneer hij, amtshalven, voor dorpelingen
-iet moet afleezen.
-</p>
-<p>Rondsom de kerk is een kerkhof dat niets ongemeens heeft, niets anders dan, tegen
-een der muuren van die kerk aan, een vierkanten marmeren graftombe; hebbende echter
-geen ander cieraad, dan dat op het voorstuk deszelve is uitgehouwen, een gehelmd man,
-in boerschen of Oud-Hollandschen burger kleeding, hebbende een ijzeren stormhoed op:
-aan zijn linker arm heeft hij een schild, en in dezelfde hand een zwaard; in de rechterhand
-heeft hij een soort van hamer aan een langen stok die op zijn schouder ligt.
-</p>
-<p>Inwendig heeft het gebouw niets bijzonders: alles is er zeer wèl en geregeld: de bank
-voor den Heere of Vrouwe der Heerelijkheid staat, even als in de kerk van <i>Oud-Loosdrecht</i>, recht tegen over den Predikstoel.
-</p>
-<p>Het Schoolhuis is nabij de kerk, en is een gebouw aan het oogmerk beantwoordende.
-</p>
-<p>De Pastorij is achter de kerk, en heeft een zeer grooten hof.
-</p>
-<p>Een Wees- of Armen-huis is te <i>Nieuw-Loosdrecht</i> niet; de weezen en armen worden er bij de ingezetenen besteed, en zo de regeering
-al eenig gebruik van het weeshuis in de <i>Oude Loosdrecht</i> begeert te maaken, moet hetzelve, bij wijze van besteeding, betaald worden.
-</p>
-<p>Wegens de <span class="sc">wereldlijke gebouwen</span>, staat ons hier niets aantetekenen: zie dit zelfde artijkel onder onze beschrijving
-van <i>Oud-Loosdrecht</i>.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">KERKELIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Deeze is even als te <i>Oud-Loosdrecht</i> voornoemd: de Predikant is thans de Wel-Eerwaarde Heer <span class="sc">Reinier Swierink</span>.
-</p>
-<p>Daar voords de <span class="sc">wereldlijke regeering</span> mede dezelfde is als die van <i>Oud-Loosdrecht</i>, kunnen wij ons ook, wat deeze betreft, aan de meergemelde beschrijving van dat dorp
-gedraagen; hetzelfde zij gezegd van de <span class="sc">voorrechten</span>. Het zogenaamde <i>Loosdrechter bosch</i>, waarvan wij onder <i>Hilversum</i> gesproken hebben, kan als eene <span class="sc">bijzonderheid</span> aangemerkt worden.
-<span class="pageNum" id="pb24.4">[<a href="#pb24.4">4</a>]</span></p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>Der bewooneren zijn hier eenigzins onderscheiden van die waarmede de bewooners van
-<i>Oud-Loosdrecht</i> zig geneeren.
-</p>
-<p>De veenderij heeft hier weinig plaats, maar te meer, (wegens de voorraad van wei-
-en bouw-landen,) de melkerij, hooiteelt, en bouwerij—Weleer, en zelfs nog voor ruim
-20 jaaren, waren in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> veele lakenweeverijen, doch sedert zijn dezelven allen te niet geraakt, het geen
-niet weinig tot het verval van dit gedeelte der Heerelijkheid heeft toegebragt: de
-weinige weeverijen van <i>Hilversumsch streept</i>, die er nog gevonden worden, zijn van niet veel betekenis en mogen den naam van fabrieken
-niet draagen, alzo zij slechts voor eigen vertier, en dat niet veel zegt, aan den
-gang gehouden worden: het spinnen van wol en vlas, wordt hier nog wel bij veelen ter
-hand gehouden, doch verschaft voor eenen aanhoudenden arbeid slechts een sober bestaan,
-te meer treffende voor de inwooners om dat hun vooruitzicht niet op beteren stand
-uitloopt: tot gezegde spinning worden de meisjens van zeven of agt jaaren gebruikt;
-deezen verdienen daarmede 8 of 8½ stuivers in de week; de armoede der ouderen noodzaakt
-hen hunne kinderen voor dien geringen prijs te leenen, en dezelven daardoor te berooven
-van den tijd waarin zij behoorelijk leezen, schrijven enz. zouden kunnen leeren.
-</p>
-<p>De
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS</span>
-</p>
-<p>Deezes dorps heeft niets afzonderlijks met die van de <i>Oude Loosdrecht</i>: er zijn, dat ligt te begrijpen is, even lang al te <i>Oud-Loosdrecht, Pruissen</i> geinquartierd geweest, en dezelven hebben er grouwzaame plonderingen aangericht;
-vooral op het Buiten van de Ambachtsvrouwe, gelijk wij onder <i>Oud-Loosdrecht</i> reeds aangetekend hebben.
-</p>
-<p><span class="sc">Logementen</span> zijn in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> niet, en slechts eene herberg van eenig aanzien dat tevens eene uitspanning is; hier
-en daar vindt men een pleisterplaatsjen van geringen stand.
-</p>
-<p>Eindelijk zijn de <span class="sc">reisgelegenheden</span> dezelfden als in onze beschrijving van de <i>Oude Loosdrecht</i> zijn opgegeven.
-<span class="pageNum" id="pb25.1">[<a href="#pb25.1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="mijnden" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1378">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
-AMBACHT <span class="asc">EN</span> DORP<br>
-<span class="ex">MIJNDEN</span>.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Voegelyk kunnen wij hier de beschrijving van dit kleine Ambacht laaten volgen, alzo
-het met <i>Loosdrecht</i>, onder een zelfde Bailluage behoort, gelijk wij hier voor reeds gezegd hebben: <i>Tekkop</i>, dat gewoonlijk bij <i>Mijnden</i> beschreven wordt, brengen wij onder <i>Woerden</i>.
-</p>
-<p>Wat betreft de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
-</p>
-<p>Van <i>Mijnden</i>, hetzelve paalt met zijn rechtsgebied ten noorden aan de <i>Drecht</i>, onder onze beschrijving van <i>Oud-Loosdrecht</i> reeds genoemd, en welk water uit <i>Loosdrecht</i> naar de <i>Vecht</i> stroomt, en <i>Mijnden</i>, van die plaats afscheidt: ten oosten heeft <i>Mijnden</i> de <i>Nieuwe-Loosdrecht</i>, ten zuiden het Gerecht <i>Breukelen-veen</i>, dat onder de Provincie van <i>Utrecht</i> behoort, en ten westen wordt het door de rivier de <i>Vecht</i> voornoemd afgescheiden van dat gedeelte van <i>Loenen</i> het welk onder de gemelde Provincie behoort<span class="corr" id="xd32e16976" title="Bron: ,">.</span>
-</p>
-<p>De grond bestaat meestal uit laag wei- en hooi-land; de kleinte van grond, de afgezonderdheid
-van ligging, het getal van ingezetenen, zo wel als de afgelegenheid der wooningen,
-doet er zulk eene buitengewoone stilte heerschen, dat een stedeling, aan het drokke
-gewoel gewoon, er zig weldra verveelt.
-</p>
-<p>Van den
-<span class="pageNum" id="pb25.2">[<a href="#pb25.2">2</a>]</span></p>
-<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>,
-</p>
-<p>Deezes Ambachts zijn ons geene berichten ter hand gekomen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
-</p>
-<p>Van den aanleg of de stichting des dorps of van het Ambacht zijn even weinige berichten
-voorhanden; men zou intusschen mogen gissen, dat het van een zeer ouden datum kan
-weezen, want het <i>Huis te Mijnden</i>, (waarvan nader onder ons artijkel <span class="sc">bijzonderheden</span>,) wil men dat reeds in den jaare 1227 gesticht zoude weezen. Wat het tweede gedeelte
-van dat artijkel in onze gewoone orde van beschrijven betreft; <i>Mijnden</i> is niet groot; het bevat, volgends de voorhanden zijnde quohieren der verpondingen,
-slechts 296 morgen en 100 roeden lands; het spreekt derhalven van zelf, dat ’er ook
-niet veele huizen onder kunnen behooren: op de vroegere verpondingslijsten vindt men
-er niet meer dan 3 voor aangetekend; doch op de lijsten van den jaare 1732, staan
-er 20 huizen voor, waaronder eenige buitenplaatsen, en sedert zijn dezelven weinig
-vermeerderd.
-</p>
-<p>Het <span class="sc">wapen</span> van dit Ambacht zijn <i>vijf goudene</i>, en <i>vier zwarte dwarsbalken</i>, over het kruis doorsneden met <i>twee roode balken</i>.
-</p>
-<p>Onder ons artijkel
-</p>
-<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN,
-</p>
-<p>Kunnen wij, <i>Mijnden</i> betreffende, niets betrekken; een kerk is er niet; de ingezetenen behooren kerklijk
-onder <i>Loenen</i>; gelijk ook aldaar hunne Weezen verzorgd worden, zo dat er ook te <i>Mijnden</i> geen Weeshuis is; er is mede geen Armenhuis of Dorpschool.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
-</p>
-<p>Deeze zijn alhier geene anderen dan het Rechthuis, waarin tevens herberg gehouden
-wordt, en niets bijzonders heeft der beschrijvinge waardig: het staat aan de <i>Mijnder-sluis</i>.
-</p>
-<p>Uit het voorgemelde blijkt dat te <i>Mijnden</i> geene afzonderlijke <span class="sc">kerklijke regeering</span> plaats heeft.
-</p>
-<p>En wat betreft de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
-</p>
-<p>Daaromtrent hebben wij in onze beschrijving van <i>Oud-Loosdrecht</i>, onder het artijkel <span class="sc">wereldlijke regeering</span><a class="noteRef" id="xd32e17056src" href="#xd32e17056">1</a> reeds <span class="pageNum" id="pb25.3">[<a href="#pb25.3">3</a>]</span>gezegd dat <i>Mijnden</i> en de beide <i>Loosdrechten</i>, sedert lang als onverdeeld door een zelfden Ambachtsheer bezeten worden, niettegenstaande
-zij in de daad afzonderlijke Ambachtsheerlijkheden zijn; ook zeiden wij reeds dat
-zij uit dien hoofde dezelfde Schout en Secretaris hebben, het welk echter naar goedvinden
-van den Ambachtsheere of Vrouwe in den tijd geschiedt, gelijk wij in onze beschrijving
-van <i>Oud-Loosdrecht</i> mede reeds hebben aangetekend: <i>Mijnden</i> heeft voords drie Schepenen en een’ Buurtmeester, alle ter aanstellinge zo als die
-Schepenen van <i>Loosdrecht</i>: (Zie <i>Oud-Loosdrecht</i> art. <span class="sc">wereldlijke regeering</span>.)
-</p>
-<p>Verder vinden wij wegens de Wereldlijke Regeering van <i>Mijnden</i> nog uit medegedeelde berichten, het volgende aangetekend.
-</p>
-<p>„Het klein getal van ingezetenen, gaf in den jaare 1567, aanleiding tot eene schikking,
-waarbij vastgesteld werd, dat in de Ambachtsheerlijkheid van <i>Mijnden</i>, recht en gerechtigheid zoude geoefend worden, bij den Schout en drie gezworene Heemraaden,
-die aldaar jaarlijks gemagtigd werden, tot schouwing van de dijkaadjen en wateringen:
-deeze Heemraaden zouden als Schepenen den eed doen, in handen van den Ambachtsheere:
-volgends het verzoekschrift tot deeze schikking, welke door den Hove van <i>Holland</i> werd goedgekeurd, geschiedde dezelve, om dat de Gebuuren, die met den Schout te recht
-moesten zitten, maar elf in getal waren, en onder deezen vier broeders; ook waren
-zij alle schamele lieden, die dagelijks hun brood moesten gaan winnen, en derhalven
-op de rechtdagen niet passen.”
-</p>
-<p>Zie wegens de <span class="sc">voorrechten</span>, ons volgend art. <span class="sc">bijzonderheden</span>.
-</p>
-<p>De <span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
-</p>
-<p>Der bewoneren van <i>Mijnden</i>, zijn geene anderen dan de hooiteelt en de melkerij; en welke beide takken van bestaan,
-hun nog maar maatiglijk het benoodigde kunnen verschaffen.
-</p>
-<p>Van de
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>
-</p>
-<p>Deezes Ambachts is almede niets der aandacht waardig aantetekenen: de weinige bewooners
-die er gevonden worden hebben <span class="pageNum" id="pb25.4">[<a href="#pb25.4">4</a>]</span>geen deel genomen in de verdeeldheden; waardoor ons lieve Vaderland sedert eenige
-jaaren is geschokt geworden.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
-</p>
-<p>Onder deezen kunnen wij brengen eenig bericht van het <i>Huis te Mijnden</i>, waarvan wij hiervoor reeds melding maakten; het bedoelde bericht, vinden wij geboekt
-in de volgende bewoordingen:
-</p>
-<p>„Ten noorden van de <i>Drecht</i>, niet verre van de <i>Mijndersluis</i>, door welken alle vaartuigen van de <i>Loosdrechten</i> naar de <i>Vecht</i> moeten, is, ten oosten deezer rivier, een ruig begraasde puinheuvel, die, gelijk
-men nog eenigzins kan ontdekken, met graften omvangen is geweest: deeze is het eenig
-overblijfzel van het huis te <i>Mijnden</i>, dat vrij groot schijnt geweest te zijn, en, volgends de gedaante der steenen, die
-men hier weleer vondt, doch merkelijk verminderen en verdwijnen, eene hooge rondheid
-moet gehad hebben; men wil dat het in den jaare 1227 gebouwd zij, door <span class="sc">Ægidius</span>, één der Heeren uit den Huize <span class="sc">Van Amstel</span>: ook is het vrij klaar dat de Heeren <span class="sc">Van Mijnden</span>, uit het geslacht der Heeren <span class="sc">Van Amstel</span> afstamden: de tijd der verdelging van dat huis, en bij welke gelegenheid dit gebeurde,
-is onbekend.”
-</p>
-<p>Dit huis geeft het recht tot beschreven te kunnen worden in de Ridderschap; het heeft
-ook verscheidene achterleenen die verheft moeten worden, alwaarom over dezelve ook
-een Stadhouder aangesteld wordt.
-</p>
-<p>Onder dit artijkel kunnen ook betrokken worden de aanzienlijke lustplaatsen, welken
-aldaar gelegen zijn, voornaamlijk tusschen de Weere of Landscheiding der Provincie
-van <i>Holland</i> en <i>Utrecht</i>—ééne der gezegde lustplaatsen, schijnt den naam van <i>Weerestein</i>, naar de gemelde <i>Weere</i> of landscheiding te draagen.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>
-</p>
-<p>Zyn hier eigenlijk niet.
-</p>
-<p>Het <i>Rechthuis</i> is eene goede herberg.
-</p>
-<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
-</p>
-<p>Zijn te <i>Mijnden</i> mede niet, men moet zig te voet of met rijtuig van daar naar één der nabijgelegene
-plaatsjens begeeven, om de vereischte reisgelegenheid te vinden<span class="corr" id="xd32e17176" title="Bron: ,">.</span>
-</p>
-</div>
-<div class="footnotes">
-<hr class="fnsep">
-<div class="footnote-body">
-<div class="fndiv" id="xd32e17056">
-<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e17056src">1</a></span> <i>Zie aldaar ook wegens het Hooge Rechtsgebied.</i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e17056src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="transcriberNote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
-van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
-van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd32e39" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
-</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd32e39" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
-</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>De Nederlandsche stads- en dorp-beschrijver; III. deel</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Lieve van Ollefen (1749–1816)</td>
-<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/54397564/</span></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Aanmaakdatum bestand:</b></td>
-<td>2023-11-18 12:32:18 UTC</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>1795</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
-einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
-zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
-dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2023-08-25 Begonnen.
-</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctionTable">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e442">IV</a>, <a class="pageref" href="#xd32e3833">4</a>, <a class="pageref" href="#xd32e4428">16</a>, <a class="pageref" href="#xd32e5112">3</a>, <a class="pageref" href="#xd32e5708">16</a>, <a class="pageref" href="#xd32e5795">2</a>, <a class="pageref" href="#xd32e5850">2</a>, <a class="pageref" href="#xd32e7088">8</a>, <a class="pageref" href="#xd32e7194">10</a>, <a class="pageref" href="#xd32e9546">3</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11624">3</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11905">8</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12581">16</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12617">16</a>, <a class="pageref" href="#xd32e14509">8</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e503">V</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">eders</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">elders</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e739">VII</a>, <a class="pageref" href="#xd32e2386">18</a>, <a class="pageref" href="#xd32e3743">3</a>, <a class="pageref" href="#xd32e6294">2</a>, <a class="pageref" href="#xd32e6616">2</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11287">1</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12114">4</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12831">6</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12998">10</a>, <a class="pageref" href="#xd32e16548">9</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e855">IX</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">vier-en negentig</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">vier-en-negentig</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e868">IX</a>, <a class="pageref" href="#xd32e8384">4</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e890">X</a>, <a class="pageref" href="#xd32e4224">13</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12417">12</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">„</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e1029">XII</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">:</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e1203">XV</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Sicht</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Sticht</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e1691">6</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">zjin</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">zijn</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e1789">8</a>, <a class="pageref" href="#xd32e1862">9</a>, <a class="pageref" href="#xd32e7649">2</a>, <a class="pageref" href="#xd32e10035">14</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2014">11</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Huitzitten</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Huiszitten</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2225">14</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Keizersgaft</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Keizersgraft</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2440">19</a>, <a class="pageref" href="#xd32e5687">15</a>, <a class="pageref" href="#xd32e7888">8</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11546">2</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12146">5</a>, <a class="pageref" href="#xd32e13350">16</a>, <a class="pageref" href="#xd32e16976">1</a>, <a class="pageref" href="#xd32e17176">4</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2450">19</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">’s </td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2831">26</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">d e</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">die</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2906">28</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">te</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">ze</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3159">35</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">tegenwêer</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">tegenweêr</td>
-<td class="bottom">2 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3236">36</a>, <a class="pageref" href="#xd32e3248">36</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl"> </td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3478">1</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11010">1</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">’d</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">d’</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3492">1</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">reedsbijna</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">reeds bijna</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3847">5</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">geemenlijk</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">gemeenlijk</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3876">5</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">vee</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">veel</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3916">6</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Histerie</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Historie</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4093">10</a>, <a class="pageref" href="#xd32e4105">10</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">baterijen</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">batterijen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4108">10</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">twaafponder</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">twaalfponder</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4138">11</a>, <a class="pageref" href="#xd32e14623">11</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Collonel</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Colonel</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4201">13</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">leewen</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">leeuwen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4340">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Patriooten</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Patriotten</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4351">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">zie (</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">(zie</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4358">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">gegenomd</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">genoemd</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4391">16</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Elisabethts</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Elisabeths</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4417">16</a>, <a class="pageref" href="#xd32e10437">4</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11731">4</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11853">7</a>, <a class="pageref" href="#xd32e14064">7</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4554">3</a>, <a class="pageref" href="#xd32e7447">14</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl"> </td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4666">6</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">geteiteisterd</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">geteisterd</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4675">6</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">merktenen</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">merktekenen</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4999">1</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Ambachtsheerlijk</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Ambachtsheerlijkheid</td>
-<td class="bottom">4</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e5020">2</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">aangenam</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">aangenaam</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e5285">7</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Seretarij</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Secretarij</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e5410">10</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">geappropieerd</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">geapproprieerd</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e5673">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Collonels</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Colonels</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e5848">2</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Lutersch</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Luthersch</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e6033">8</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">erhalven</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">derhalven</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e6430">1</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">?</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7131">9</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Amsterveen</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Amstelveen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7158">9</a>, <a class="pageref" href="#xd32e13337">16</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7387">13</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">warmoesstraat</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Warmoesstraat</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7468">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Cavharin</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Catharina</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7503">16</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">baterij</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">batterij</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7572">16</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">bezorgen de</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">bezorgende</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7641">2</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">naaamlijk</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">naamlijk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7755">5</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">ligggen</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">liggen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7779">6</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">geplaast</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">geplaatst</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7797">6</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">voor</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Voor</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7913">9</a>, <a class="pageref" href="#xd32e8002">12</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Ontewaaler</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Outewaaler</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7994">12</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">;</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">:</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e8103">14</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">innudatie</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">inundatie</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e8112">14</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Mathys</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Matthys</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e8219">1</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Anstelland</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Amstelland</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e8381">4</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">toortjen</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">torentjen</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e8497">7</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Postorij</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Pastorij</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e8724">11</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">van </td>
-<td class="bottom">4</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9018">16</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">was</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">waren</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9269">20</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">niette enstaande</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">niettegenstaande</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9314">20</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Ouder Amstel</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Ouder-Amstel</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9446">2</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Narden</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Naarden</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9891">11</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">oerde</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">voerde</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9895">11</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">waar uit</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">waaruit</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9950">12</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">duurden</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">duurde</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9975">13</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">detachemet</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">detachement</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10030">14</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">maaktte</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">maakte</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10037">14</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">eenvouwig</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">eenvoudig</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10040">14</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">wierde</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">wierden</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10043">14</a>, <a class="pageref" href="#xd32e10060">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">gekwest</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">gekwetst</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10046">14</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">gekwesten</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">gekwetsten</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10071">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Pruissich</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Pruissisch</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10084">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">barsten</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">barstten</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10090">15</a>, <a class="pageref" href="#xd32e10098">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">barste</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">barstte</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10109">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">zettede</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">zetteden</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10112">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">gekwesten</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">gewetsten</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10130">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">eischten</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">eischte</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10146">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Battailion</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Battaillon</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10345">3</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">)</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10531">7</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">:</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10680">10</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">rijd</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">rijdt</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10918">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">zuiderzee</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Zuiderzee</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11170">3</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Eersteliijk</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Eerstelijk</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11314">1</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">naa</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">naar</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11321">1</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">als</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">sal</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11582">2</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">derzelve</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">derzelver</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11641">3</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">to</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">tot</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11681">4</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">suijdellijksten</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">suijdelijksten</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11859">8</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">gtoote</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">groote</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11862">8</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11934">8</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">t’</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">’t</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12053">3</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">onvertsaagheid</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">onversaagdheid</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12074">3</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">erfpracht</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">erfpacht</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12111">4</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">anmerking</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">aanmerking</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12131">4</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">en</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">den</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12139">5</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">nag</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">nog</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12159">5</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">vau</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">van</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12164">5</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">overredig</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">overreding</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12241">8</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">rste</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">eerste</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12325">9</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">pla ten</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">plagten</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12462">13</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">–</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12466">13</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">100739 5–:0</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">100739–5–0</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12486">14</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">ordinarire</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">ordinaire</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12511">15</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">genootschp</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">genootschap</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12729">3</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">vriendljke</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">vriendlijke</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12807">6</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">-</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12840">7</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">eenstemming</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">eenstemmig</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12971">9</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Wel Edele</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Wel-Edele</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e13009">10</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">bortsziekten</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">borstziekten</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e13142">13</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Gecommittererden</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Gecommitteerden</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e13339">16</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">;</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e13933">4</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Muider slot</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Muiderslot</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e14240">12</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Abbama</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Abbema</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e14452">7</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">bloienden</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">bloeienden</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15052">5</a>, <a class="pageref" href="#xd32e15097">5</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Weesper-kerspel</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Weesper-Kerspel</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15264">9</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">welden</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">welken</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15596">2</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">innundatiën</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">inundatiën</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15612">3</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Weespers-karspel</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Weesper-Kerspel</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15629">3</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Weesper kerspel</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Weesper-Kerspel</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15754">5</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Weessp</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Weesp</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15802">6</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">een</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">eens</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e16582">10</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Armeesters</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Armmeesters</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e16625">11</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Oud Loosdrecht</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Oud-Loosdrecht</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e16666">12</a></td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Mijnde</td>
-<td class="width40 bottom" lang="nl">Mijnden</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NEDERLANDSCHE STAD- EN DORPBESCHRIJVER, DEEL 3 (VAN 8) ***</div>
-</body>
-</html>
+<!DOCTYPE HTML>
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2023-11-18T12:32:18Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
+<html lang="nl">
+<head>
+<title>De Nederlandsche stads- en dorp-beschrijver; III. deel</title>
+<meta charset="utf-8">
+<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
+<meta name="author" content="Lieve van Ollefen (1749–1816)">
+<link rel="coverpage" href="images/new-cover.jpg">
+<link rel="icon" href="images/new-cover.jpg" type="image/x-cover">
+<link rel="schema.DC" href="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
+<meta name="DC.Title" content="De Nederlandsche stads- en dorp-beschrijver; III. deel">
+<meta name="DC.Creator" content="Lieve van Ollefen (1749–1816)">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<style> /* <![CDATA[ */
+html {
+line-height: 1.3;
+}
+body {
+margin: 0;
+}
+main {
+display: block;
+}
+h1 {
+font-size: 2em;
+margin: 0.67em 0;
+}
+hr {
+height: 0;
+overflow: visible;
+}
+pre {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+a {
+background-color: transparent;
+}
+abbr[title] {
+border-bottom: none;
+text-decoration: underline dotted;
+}
+b, strong {
+font-weight: bolder;
+}
+code, kbd, samp {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+small {
+font-size: 80%;
+}
+sub, sup {
+font-size: 67%;
+line-height: 0;
+position: relative;
+vertical-align: baseline;
+}
+sub {
+bottom: -0.25em;
+}
+sup {
+top: -0.5em;
+}
+img {
+border-style: none;
+}
+body {
+font-family: serif;
+font-size: 100%;
+text-align: left;
+margin-top: 2.4em;
+}
+div.front, div.body {
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+div.back {
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div0 {
+margin-top: 7.2em;
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+.div1 {
+margin-top: 5.6em;
+margin-bottom: 5.6em;
+}
+.div2 {
+margin-top: 4.8em;
+margin-bottom: 4.8em;
+}
+.div3 {
+margin-top: 3.6em;
+margin-bottom: 3.6em;
+}
+.div4 {
+margin-top: 2.4em;
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div5, .div6, .div7 {
+margin-top: 1.44em;
+margin-bottom: 1.44em;
+}
+.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
+.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
+margin-bottom: 0;
+}
+blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
+.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
+margin-top: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3 {
+font-size: 1.2em;
+}
+h3.label {
+font-size: 1em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h4, .h4 {
+font-size: 1em;
+}
+.alignleft {
+text-align: left;
+}
+.alignright {
+text-align: right;
+}
+.alignblock {
+text-align: justify;
+}
+p.tb, hr.tb, .par.tb {
+margin: 1.6em auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
+font-size: 0.9em;
+text-indent: 0;
+}
+p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
+margin: 1.58em 10%;
+}
+.opener, .address {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph {
+font-size: 0.9em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl {
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer {
+clear: both;
+margin-top: 3.6em;
+}
+span.abbr, abbr {
+white-space: nowrap;
+}
+span.parnum {
+font-weight: bold;
+}
+span.corr, span.gap {
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+span.num, span.trans {
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+span.measure {
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+.ex {
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc {
+font-variant: small-caps;
+}
+.asc {
+font-variant: small-caps;
+text-transform: lowercase;
+}
+.uc {
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt {
+font-family: monospace;
+}
+.underline {
+text-decoration: underline;
+}
+.overline, .overtilde {
+text-decoration: overline;
+}
+.rm {
+font-style: normal;
+}
+.red {
+color: red;
+}
+hr {
+clear: both;
+border: none;
+border-bottom: 1px solid black;
+width: 45%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+margin-top: 1em;
+text-align: center;
+}
+hr.dotted {
+border-bottom: 2px dotted black;
+}
+hr.dashed {
+border-bottom: 2px dashed black;
+}
+.aligncenter {
+text-align: center;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5;
+}
+h1.label, h2.label {
+font-size: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h5, h6 {
+font-size: 1em;
+font-style: italic;
+}
+p, .par {
+text-indent: 0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
+text-transform: uppercase;
+}
+.hangq {
+text-indent: -0.32em;
+}
+.hangqq {
+text-indent: -0.42em;
+}
+.hangqqq {
+text-indent: -0.84em;
+}
+p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0 0.05em 0 0;
+padding: 0;
+line-height: 0.8;
+font-size: 420%;
+vertical-align: super;
+}
+blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
+font-size: 0.9em;
+margin: 1.58em 5%;
+}
+.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
+text-decoration: none;
+}
+.advertisement, .advertisements {
+background-color: #FFFEE0;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+span.accent {
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
+line-height: 0.40em;
+}
+span.accent span.top {
+font-weight: bold;
+font-size: 5pt;
+}
+span.accent span.base {
+display: block;
+}
+.footnotes .body, .footnotes .div1 {
+padding: 0;
+}
+.fnarrow {
+color: #AAAAAA;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+}
+.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
+color: #660000;
+}
+.fnreturn {
+color: #AAAAAA;
+font-size: 80%;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+a {
+text-decoration: none;
+}
+a:hover {
+text-decoration: underline;
+background-color: #e9f5ff;
+}
+a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
+font-size: 67%;
+vertical-align: super;
+text-decoration: none;
+margin-left: 0.1em;
+}
+.externalUrl {
+font-size: small;
+font-family: monospace;
+color: gray;
+}
+.displayfootnote {
+display: none;
+}
+div.footnotes {
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep {
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote, .par.footnote {
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
+float: left;
+margin-left: -0.1em;
+min-width: 1.0em;
+padding-right: 0.4em;
+}
+.apparatusnote {
+text-decoration: none;
+}
+.apparatusnote:target, .fndiv:target {
+background-color: #eaf3ff;
+}
+table.tocList {
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocText {
+padding-top: 2em;
+padding-bottom: 1em;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum {
+text-align: right;
+min-width: 10%;
+border-width: 0;
+white-space: nowrap;
+}
+td.tocDivNum {
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+vertical-align: top;
+}
+td.tocPageNum {
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+vertical-align: bottom;
+}
+td.tocDivTitle {
+width: auto;
+}
+p.tocPart, .par.tocPart {
+margin: 1.58em 0;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter, .par.tocChapter {
+margin: 1.58em 0;
+}
+p.tocSection, .par.tocSection {
+margin: 0.7em 5%;
+}
+table.tocList td {
+vertical-align: top;
+}
+table.tocList td.tocPageNum {
+vertical-align: bottom;
+}
+table.inner {
+display: inline-table;
+border-collapse: collapse;
+width: 100%;
+}
+td.itemNum {
+text-align: right;
+min-width: 5%;
+padding-right: 0.8em;
+}
+td.innerContainer {
+padding: 0;
+margin: 0;
+}
+.index {
+font-size: 80%;
+}
+.index p {
+text-indent: -1em;
+margin-left: 1em;
+}
+.indexToc {
+text-align: center;
+}
+.transcriberNote {
+background-color: #DDE;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+font-family: sans-serif;
+font-size: 80%;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+.missingTarget {
+text-decoration: line-through;
+color: red;
+}
+.correctionTable {
+width: 75%;
+}
+.width20 {
+width: 20%;
+}
+.width40 {
+width: 40%;
+}
+p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
+color: #666666;
+font-size: 80%;
+}
+span.musictime {
+vertical-align: middle;
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
+padding: 1px 0.5px;
+font-size: xx-small;
+font-weight: bold;
+line-height: 0.7em;
+}
+span.musictime span.bottom {
+display: block;
+}
+ul {
+list-style-type: none;
+}
+.splitListTable {
+margin-left: 0;
+}
+.splitListTable td {
+vertical-align: top;
+}
+.numberedItem {
+text-indent: -3em;
+margin-left: 3em;
+}
+.numberedItem .itemNumber {
+float: left;
+position: relative;
+left: -3.5em;
+width: 3em;
+display: inline-block;
+text-align: right;
+}
+.itemGroupTable {
+border-collapse: collapse;
+margin-left: 0;
+}
+.itemGroupTable td {
+padding: 0;
+margin: 0;
+vertical-align: middle;
+}
+.itemGroupBrace {
+padding: 0 0.5em !important;
+}
+.titlePage {
+border: #DDDDDD 2px solid;
+margin: 3em 0 7em;
+padding: 5em 10% 6em;
+text-align: center;
+}
+.titlePage .docTitle {
+line-height: 1.7;
+margin: 2em 0;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .docTitle .mainTitle {
+font-size: 1.8em;
+font-weight: inherit;
+font-variant: inherit;
+line-height: inherit;
+}
+.titlePage .docTitle .subTitle,
+.titlePage .docTitle .seriesTitle,
+.titlePage .docTitle .volumeTitle {
+font-size: 1.44em;
+font-weight: inherit;
+font-variant: inherit;
+line-height: inherit;
+}
+.titlePage .byline {
+margin: 2em 0;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.5;
+}
+.titlePage .byline .docAuthor {
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+.titlePage .figure {
+margin: 2em auto;
+}
+.titlePage .docImprint {
+margin: 4em 0 0;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.5;
+}
+.titlePage .docImprint .docDate {
+font-size: 1.2em;
+font-weight: bold;
+}
+div.figure, div.figureGroup {
+text-align: center;
+}
+table.figureGroupTable {
+width: 80%;
+border-collapse: collapse;
+}
+.figure, .figureGroup {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft {
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight {
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead, .par.figureHead {
+font-size: 100%;
+text-align: center;
+}
+.figAnnotation {
+font-size: 80%;
+position: relative;
+margin: 0 auto;
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft {
+float: left;
+}
+.figTopRight, .figBottomRight {
+float: right;
+}
+.figure p, .figure .par, .figureGroup p, .figureGroup .par {
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+img {
+border-width: 0;
+}
+td.galleryFigure {
+text-align: center;
+vertical-align: middle;
+}
+td.galleryCaption {
+text-align: center;
+vertical-align: top;
+}
+tr, td, th {
+vertical-align: top;
+}
+tr.bottom, td.bottom, th.bottom {
+vertical-align: bottom;
+}
+td.label, tr.label td {
+font-weight: bold;
+}
+td.unit, tr.unit td {
+font-style: italic;
+}
+td.leftbrace, td.rightbrace {
+vertical-align: middle;
+}
+span.sum {
+padding-top: 2px;
+border-top: solid black 1px;
+}
+table.inlineTable {
+display: inline-table;
+}
+table.borderOutside {
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderOutside td {
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+}
+table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop {
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellHeadBottom {
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellBottom {
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft {
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight {
+border-right: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside {
+border-collapse: collapse;
+}
+table.verticalBorderInside td {
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border-left: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop {
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellHeadBottom {
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellBottom {
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft {
+border-left: 0 solid black;
+}
+table.borderAll,
+table.rtlBorderAll {
+border-collapse: collapse;
+}
+table.borderAll td,
+table.rtlBorderAll td {
+padding-left: 4px;
+padding-right: 4px;
+border: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop,
+table.rtlBorderAll .cellHeadTop, table.rtlBorderAll .cellTop {
+border-top: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellHeadBottom,
+table.rtlBorderAll .cellHeadBottom {
+border-bottom: 1px solid black;
+}
+table.borderAll .cellBottom,
+table.rtlBorderAll .cellBottom {
+border-bottom: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellLeft,
+table.borderAll .cellHeadLeft {
+border-left: 2px solid black;
+}
+table.borderAll .cellRight,
+table.borderAll .cellHeadRight {
+border-right: 2px solid black;
+}
+table.rtlBorderAll .cellLeft,
+table.rtlBorderAll .cellHeadLeft {
+border-right: 2px solid black;
+}
+table.rtlBorderAll .cellRight,
+table.rtlBorderAll .cellHeadRight {
+border-left: 2px solid black;
+}
+tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop {
+border-top: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight {
+border-right: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft {
+border-left: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom {
+border-bottom: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal {
+border-top: 1px solid black !important;
+border-bottom: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical {
+border-right: 1px solid black !important;
+border-left: 1px solid black !important;
+}
+tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll {
+border: 1px solid black !important;
+}
+tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop {
+border-top: none !important;
+}
+tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight {
+border-right: none !important;
+}
+tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft {
+border-left: none !important;
+}
+tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom {
+border-bottom: none !important;
+}
+tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal {
+border-top: none !important;
+border-bottom: none !important;
+}
+tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical {
+border-right: none !important;
+border-left: none !important;
+}
+tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll {
+border: none !important;
+}
+.cellDoubleUp {
+border-width: 0 !important;
+width: 1em;
+}
+.cellDummy {
+border-width: 0 !important;
+}
+td.alignDecimalIntegerPart {
+text-align: right;
+border-right: none !important;
+padding-right: 0 !important;
+margin-right: 0 !important;
+}
+td.alignDecimalFractionPart {
+text-align: left;
+border-left: none !important;
+padding-left: 0 !important;
+margin-left: 0 !important;
+}
+td.alignDecimalNotNumber {
+text-align: center;
+}
+.lgouter {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+display: table;
+}
+.lg {
+text-align: left;
+padding: .5em 0;
+}
+.lg h4, .lgouter h4 {
+font-weight: normal;
+}
+.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum {
+color: #777;
+font-size: 90%;
+left: 16%;
+margin: 0;
+position: absolute;
+text-align: center;
+text-indent: 0;
+top: auto;
+width: 1.75em;
+}
+p.line, .par.line {
+margin: 0;
+}
+span.hemistich {
+visibility: hidden;
+}
+.verseNum {
+font-weight: bold;
+}
+.speaker {
+font-weight: bold;
+margin-bottom: 0.4em;
+}
+.sp .line {
+margin: 0 10%;
+text-align: left;
+}
+.castlist, .castitem {
+list-style-type: none;
+}
+.castGroupTable {
+border-collapse: collapse;
+margin-left: 0;
+}
+.castGroupTable td {
+padding: 0;
+margin: 0;
+vertical-align: middle;
+}
+.castGroupBrace {
+padding: 0 0.5em !important;
+}
+body {
+padding: 1.58em 16%;
+}
+.pageNum {
+display: inline;
+font-size: 8.4pt;
+font-style: normal;
+margin: 0;
+padding: 0;
+position: absolute;
+right: 1%;
+text-align: right;
+letter-spacing: normal;
+}
+.marginnote {
+font-size: 0.8em;
+height: 0;
+left: 1%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+}
+.right-marginnote {
+font-size: 0.8em;
+height: 0;
+right: 3%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+text-align: right;
+width: 11%
+}
+.cut-in-left-note {
+font-size: 0.8em;
+left: 1%;
+float: left;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
+}
+.cut-in-right-note {
+font-size: 0.8em;
+left: 1%;
+float: right;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: right;
+padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
+}
+span.tocPageNum, span.flushright {
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+text-indent: 0;
+}
+.pglink::after {
+content: "\0000A0\01F4D8";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.catlink::after {
+content: "\0000A0\01F4C7";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
+content: "\0000A0\002197\00FE0F";
+color: blue;
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.pglink:hover {
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover {
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body {
+background: #FFFFFF;
+font-family: serif;
+}
+body, a.hidden {
+color: black;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline {
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
+text-align: left;
+}
+.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
+font-weight: normal;
+}
+table {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+td.tocText {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-size: 1.2em;
+line-height: 1.5;
+}
+.tableCaption {
+text-align: center;
+}
+.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
+.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
+.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
+.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
+.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
+/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
+.small {
+font-size: small;
+}
+.large {
+font-size: large;
+}
+.vam {
+vertical-align: middle;
+}
+.center {
+text-align: center;
+}
+.headlike {
+font-size: large;
+text-align: center;
+}
+.figure p.line {
+text-align: left;
+}
+/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
+.xd32e3205 {
+text-align:right;
+}
+.cover-imagewidth {
+width:480px;
+}
+.titlepage-imagewidth {
+width:469px;
+}
+.xd32e1121 {
+text-indent:2em;
+}
+.figamsteldamwidth {
+width:475px;
+}
+.xd32e1402 {
+text-indent:2em;
+}
+.xd32e3306 {
+text-indent:10em;
+}
+.figvrijheidsboomwidth {
+width:507px;
+}
+.xd32e3595 {
+text-indent:8em;
+}
+.figouderkerkwidth {
+width:490px;
+}
+.xd32e3626 {
+text-indent:4em;
+}
+.figamstelveenwidth {
+width:464px;
+}
+.figamstelveenbrandwidth {
+width:462px;
+}
+.xd32e6271 {
+text-indent:6em;
+}
+.figamstelveenherbouwdwidth {
+width:467px;
+}
+.figdiemenwidth {
+width:475px;
+}
+.figwaverveenwidth {
+width:497px;
+}
+.figmuidenwidth {
+width:497px;
+}
+.xd32e10214 {
+text-indent:4em;
+}
+.fignaardenwidth {
+width:503px;
+}
+.fighuizenwidth {
+width:510px;
+}
+.figblarikumwidth {
+width:491px;
+}
+.figlaarenwidth {
+width:515px;
+}
+.fighilversumwidth {
+width:504px;
+}
+.figgraavelandwidth {
+width:485px;
+}
+.figbussemwidth {
+width:473px;
+}
+.figmuiderbergwidth {
+width:520px;
+}
+.figweespwidth {
+width:486px;
+}
+.xd32e14274 {
+text-align:right;
+}
+.figoudloosdrechtwidth {
+width:497px;
+}
+.fignieuwloosdrechtwidth {
+width:526px;
+}
+/* ]]> */ </style>
+</head>
+<body>
+<div style='text-align:center'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NEDERLANDSCHE STAD- EN DORPBESCHRIJVER, DEEL 3 (VAN 8) ***</div>
+<div class="front">
+<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/new-cover.jpg" alt="Nieuw ontworpen voorkant." width="480" height="720"></div><p>
+<span class="pageNum" id="xd32e96">[<a href="#xd32e96">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 titlepage"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure titlepage-imagewidth"><img src="images/titelpagina.jpg" alt="Oorspronkelijke titelpagina." width="469" height="720"></div><p>
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="titlePage">
+<div class="docTitle">
+<h1 class="mainTitle">DE<br>
+NEDERLANDSCHE<br>
+STAD-<br>
+<i>EN</i><br>
+DORP-BESCHRIJVER;</h1>
+</div>
+<div class="byline">door<br>
+<span class="docAuthor">L. VAN OLLEFEN.</span>
+</div>
+<div class="docTitle">
+<h1 class="volumeTitle">III. DEEL.</h1>
+<h1 class="subTitle">(Amstelland, Weesper Kerspel, Gooiland, de Loosdrecht enz:)</h1>
+</div>
+<div class="epigraph">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Het spinwiel, weefgetouw, de drokke Zeevaardij,
+</p>
+<p class="line">De baggerbeugel, ploeg, de nutte melkerij,
+</p>
+<p class="line">En vischvangst, doen ons Gooi- en Amstelland beschouwen,
+</p>
+<p class="line">Wier staat en lot dit boek ons duidlijk zal ontvouwen.</p>
+</div>
+</div>
+<div class="docImprint"><i>te Amsteldam, bij H. A. BANSE, in de Stilsteeg</i>.<br>
+<span class="docDate">1795.</span></div>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="xd32e138">[<a href="#xd32e138">I</a>]</span></p>
+<div class="div1 introduction"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main">INLEIDING.</h2>
+<h2 class="sub">BEKNOPTE BESCHRIJVING<br>
+VAN<br>
+AMSTELLAND<br>
+IN ’T ALGEMEEN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Ofschoon wij hier en daar in ons werk reeds iet van <i>Amstelland</i> in ’t algemeen gezegd hebben, ter oorzaake wij ons werk stukswijze, ja zelfs bij
+zeer kleine gedeelten in ’t licht doen komen, en des genoodzaakt zijn op deeze of
+geene plaats zo veel van een Land of district in ’t algemeen te zeggen, als tot het
+wèl verstaan der beschrijvinge van een bijzonder pleksken deszelven vereischt wordt,
+zullen wij echter, om aan onze gewoone orde in het zamenstellen van de boekdeelen
+des geheelen werks, te blijven beantwoorden, ook hier de in het hoofd deezer <i>Inleiding</i> gemelde algemeene beschrijving, laaten voorafgaan.
+</p>
+<p>Wat dan vooreerst betreft de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>,
+</p>
+<p>Van <i>Amstelland</i>, deeze kan gezegd worden te zijn grenzende ten noorden, of liever noord-oosten aan
+het IJ, ten oosten aan de <i>Muiderban, Weesperkerspel</i>, en de <i>Bijlmermeir</i>; ten zuiden, zuidoosten, en zuidwesten paalt het aan de Provincie van <i>Utrecht</i>; ten westen heeft het een gedeelte van <i>Kennemerland</i>: in onze beschrijving van <i>Amstelveen</i>, bladz. 2. tekenden wij <span class="pageNum" id="xd32e175">[<a href="#xd32e175">II</a>]</span>reeds aan hoe <i>Amstelland</i>, door de rivier den <i>Amstel</i>, in twee deelen gescheiden, en aan de westzijde <i>Nieuwer-Amstel</i>, aan de oostzijde <i>Ouder-Amstel</i> genoemd wordt: gezegde rivier neemt zijnen aanvang omtrent drie uuren ten zuidwesten
+der stad <i>Amsteldam</i>, naamlijk aan de zamenvloejing der watertjens <i>de Drecht</i>, de <i>kromme Mijdrecht</i>, of <i>Miert</i>, loopende voorbij <i>Ouderkerk</i> in en door <i>Amsteldam</i> voornoemd, in het IJ.
+</p>
+<p>De gezegde ligging is bepaaldlijk die van het Bailluwschap, dat niet verward moet
+worden mee het Dijkgraafschap, waarvan nader.
+</p>
+<p>De eigenschap van den grond deezer Landstreek, hebben wij in onze gemelde beschrijving
+van <i>Amstelveen</i> reeds opgegeven, men voege nog bij het geen wij aldaar wegens de voordbrengselen
+van <i>Amstelland</i> gezegd hebben, dat er veel moes op gewonnen wordt, die men meestal te <i>Amsteldam</i> vertiert.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORPRONG.</span>
+</p>
+<p>Deeze moet zekerlijk gezocht worden in de ligging, naamlijk, gelijk wij gezegd hebben,
+ter wederzijde van de rivier de <i>Amstel</i>, betekenende de naam <i>Amstelland</i> derhalven, Land aan den <i>Amstel</i> gelegen; doch wat de oorsprong van den naam der rivier zelve, (<i>Amstel</i>,) aanbelangt, desaangaande vinden wij niets aangetekend.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">OUDHEID.</span>
+</p>
+<p>In onze meergemelde beschrijving van <i>Amstelveen</i>, (bladz. 2.) zagen wij reeds hoe <i>Amstelland</i> van ouds niet behoorde onder de eigendommen van de <i>Hollandsche Graaven</i>, maar eene bijzondere Heerelijkheid van den huize <span class="sc">Van Amstel</span> was, en de Heeren, uit dit huis, worden reeds op het jaar 1019 genoemd, weshalven
+men kan bepaalen dat <i>Amstelland</i> reeds langer dan zeven en een halve eeuw onder dien naam bestaan heeft.
+<span class="pageNum" id="xd32e240">[<a href="#xd32e240">III</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE.</span>
+</p>
+<p>Wat deeze betreft, alvoorens dezelve zo na mogelijk te bepaalen, moeten wij aantekenen,
+dat de grootte van <i>Amstelland</i> alleenlijk moet verstaan worden van het Bailluwschap van dien naam, waarvan wij ook
+eigenlijk thans spreeken: want het Hoogheemraadschap van <i>Amstelland</i>, (waarvan, gelijk gezegd is, straks nader,) beslaat eene veel grootere uitgebreidheid:
+onder het Bailluwschap dan behooren de volgende Ambachten, als dat van
+</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellTop"> </td>
+<td class="cellTop"><i>Morgen.</i> </td>
+<td class="cellTop"><i>Roeden.</i> </td>
+<td class="cellRight cellTop"><i>Huizen.</i>
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"><i>Ouderkerk</i> beslaande </td>
+<td>3504 </td>
+<td>527 </td>
+<td class="cellRight">249</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"><i>Amstelveen</i> </td>
+<td>4076 </td>
+<td> — </td>
+<td class="cellRight">1167</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"><i>Diemen en Diemerdam</i> </td>
+<td>1426 </td>
+<td>367 </td>
+<td class="cellRight">113</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"><i>Waverveen</i><a class="noteRef" id="xd32e297src" href="#xd32e297">1</a> </td>
+<td>114 </td>
+<td>450 </td>
+<td class="cellRight">93
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"> Zamen </td>
+<td><span class="sum">9122 <i>M.</i> </span></td>
+<td><span class="sum">144 <i>R.</i> </span></td>
+<td class="cellRight"><span class="sum">1622 <i>H.</i></span></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellBottom"> </td>
+<td colspan="3" class="colspan cellRight cellBottom">behalven verscheidene Molens.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+</p>
+<p>Men kan derhalven <i>Amstelland</i>, na genoeg, bepaalen te beslaan eenen grond van meer dan 9100 morgen groot; waarop
+1600 huizen en veele molens gevonden worden.
+</p>
+<p>De gemelde deelen, waaruit <i>Amstelland</i> bestaat, bevatten ieder weder eenige onderdeden, en wel als volgt:
+<span class="pageNum" id="xd32e343">[<a href="#xd32e343">IV</a>]</span></p>
+<p>Het Ambacht van
+</p>
+<ul>
+<li><span class="sc">Ouderkerk</span>, wordt verdeeld in de <i>Ronde hoep, Groot Duivendrecht, Klein Duivendrecht, Holendrecht</i>.
+</li>
+<li><span class="sc">Amstelveen</span>, in de <i>Buitenveldersche polder</i>, de <i>Amstelveensche</i> of <i>Middenpolder</i>, de <i>Bovenkerker polder</i>, de <i>Legmeer</i>, voords in de buurten, <i>Over Ouderkerk, Waardhuizen</i>, <i>Zwaluwen buurt</i>, de <i>Nes</i>, de <i>Overtoomsche</i> of <i>Heilige weg</i>, tot aan het gebied van <i>Amsteldam</i>, de <i>Noorddammer brug</i>, en de <i>Hand van Leiden</i>.
+</li>
+<li><span class="sc">Diemen</span>, in <i>Diemen, Overdiemen, Diemerdam</i>, en <i>Diemerbrug</i>: ten aanzien van de gadering wordt dit Ambacht ook verdeeld in de buurten: <i>Bovenkerk, Buitenkerk</i>, <i>Overdiemen en Outersdorp</i>, bij <i>Zeeburg</i>, of <i>Jaap hannes</i>.
+</li>
+<li><span class="sc">Waverveen</span>, wordt verdeeld in drie polders, naamlijk de <i>Gemeene polder</i>, of <i>Beoosten Bijleveld</i>, de <i>Hollandsche polder</i>, en <i>Benoorden de Zuwe</i>.</li>
+</ul><p>
+</p>
+<p>De gezegde dorpen, hebben, ieder op zig zelf, hooge Jurisdictie, en zit de Bailluw
+van <i>Amstelland</i> te recht met Schepenen van ieder dorp, uitgenomen dat <i>Waverveen</i>, in ’t Crimineele, onder <i>Ouderkerk</i> behoort.
+</p>
+<p>Het
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
+</p>
+<p>Van het Bailluwschap van <i>Amstelland</i>, is denkelijk geweest dat van het geslacht van <span class="sc">Amstel</span>: voor het Hoogheemraadschap wordt gebruikt een rond wapenschild, met een keizerlijke
+kroon er boven; van achter hetzelve vertoonen zig de koppen, vleugels en pooten van
+een dubbelden arend: in het schild zijn geplaatst de wapens van <i>Amsteldam, Weesp, Ouderkerk</i>, <i>Amstelveen, Diemen</i> en <i>Waverveen</i>, als leden van het Hoogheemraadschap<span class="corr" id="xd32e442" title="Niet in bron">.</span>
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GEBOUWEN.</span>
+</p>
+<p>Hier onder moeten wij brengen het <i>Gemeenelandshuis</i>, staande op den dijk bij <i>Jaap Hannis</i>, niet ver van de <i>IJperslooter sluis</i>; wij hebben hetzelve in onze aantekeningen wegens <i>Diemen</i>, reeds ten breedsten beschreven: zie aldaar, <i>bladz.</i> 8. enz.
+<span class="pageNum" id="xd32e462">[<a href="#xd32e462">V</a>]</span></p>
+<p>In <i>Amstelland</i> liggen verscheidene
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">SLUIZEN.</span>
+</p>
+<p>Van welken de voornaamsten zijn
+</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellTop">De <i>IJperslooter sluis</i> </td>
+<td rowspan="2" class="rowspan rightbrace cellTop cellBottom"><img src="images/rbrace2.png" alt="}" width="12" height="40"></td>
+<td rowspan="2" class="rowspan cellRight cellTop cellBottom vam">zie over dezelven gemelde onze beschrijving van <i>Diemen</i>. bladz. 9.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellBottom">— <i>Diemerdammer sluis</i></td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING.</span>
+</p>
+<p>De Graaflijkheid stelt over het Bailluwschap van <i>Amstelland</i> een’ Bailluw aan, zijnde thans (sedert 1787,) de Wel-Ed. Gestr. Heer Mr. <span class="sc">Pieter Elias</span>, Schepen en Raad in de Vroedschap der Stad <i>Amsteldam</i>, Bewindhebber van de O.&nbsp;I. Compagnie, enz. deeze vordert, als <span class="corr" id="xd32e503" title="Bron: eders">elders</span>, recht van ’s Heeren wege, gelijk men zulks noemt, doch omtrent deeze Heerelijkheid
+is zijne regeering daarin bijzonder, dat bij geene algemeene vierschaar spant, over
+het geheele Bailluwschap, maar in ieder Ambacht der algemeene Heerelijkheid afzonderlijk,
+met de Schepenen des Ambachts, die aan hem wegens ’t Crimineele den eed doen, en wegens
+het Civile aan den Ambachtsheer: in de dorpen heeft de Bailluw niets omtrent de middenbaare
+of laage jurisdictie te zeggen.
+</p>
+<p>Oudtijds was er een Pluimgraaf over de zwaanen, en een afzonderlijke Rentmeester;
+de Bailluw voerde alleen het recht van de jagt, zo als thans over geheel <i>Amstelland</i> door hem wordt geëxerceerd.
+</p>
+<p>Op wat wijze de Bailluw verkozen wordt, is in onze beschrijving van <i>Diemen</i>, bladz. 9. reeds gezegd.
+</p>
+<p>Zie wegens de Regeering van het Watergerecht, vervolgends onder onze afdeeling, ten
+opschrifte voerende: <span class="sc">Het Dijkgraaf-</span> of, <span class="sc">Hoogheemraadschap van Amstelland</span>.
+</p>
+<p>Van de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS</span>
+</p>
+<p>Van <i>Amstelland</i> in ’t algemeen, hebben wij in onze beschrijving van <i>Amstelveen</i>, meergemeld, (bladz. 2.) reeds iet gezegd; thans zullen wij er breeder van spreeken:
+op het jaartal, onder ’t voorgaande art. <span class="sc">Oudheid</span>, genoemd, naamlijk 1019, vindt men wel, gelijk aldaar gezegd is, van de Heeren <span class="sc">Van Amstel</span> gemeld, doch niet in hoedanigheid van vrije bezitters der <span class="pageNum" id="xd32e540">[<a href="#xd32e540">VI</a>]</span>Heerelijkheid van hunnen naam, maar als Leenmannen der <i>Utrechtsche kerk</i>: in 1155 bezat <span class="sc">Egbert van Amstel</span> de Heerelijkheid van <i>Amstel</i> nog als zodanig, naamlijk als Leenroerig van <i>Utrecht</i>; hij werd, om zekeren twist met den Bisschop, gebannen, doch verzoende zig met hem
+op bevel van den Keizer, welke zoen echter weder tot nadeel van hem was, want daarin
+werd bepaald dat hij het geen hij in <i>Amstel</i> leenroerig bezeten had, nu slechts als Stedehouder des Bisschops zoude behouden:
+deezen zijn zoon, <span class="sc">Gijsbrecht de Eerste</span>, Heer van <i>Amstel</i>, vinden wij echter weder als Leenman van den Bisschop van <i>Utrecht</i> vermeld; onder de regeering van deezen moest <i>Amstelland</i>, om zijn gedrag in het bekende geval van Graave <span class="sc">Lodewijk van Loon</span>, veel lijden; want het werd om die reden in 1204, door de <i>Kennemers</i>, die den <i>Amsteldijk</i> doorgestoken hadden, met rooven en branden geheel verwoest; dit echter moesten zij
+naderhand door eene somme gelds boeten: na dien tijd vinden wij bestendig de Heeren
+<span class="sc">Van Amstel</span>, als Leenmannen van de <i>Utrechtsche kerk</i>, met betrekking tot hunne Heerelijkheid <i>Amstelland</i>, genoemd, tot op <span class="sc">Gijsbrecht</span>, van wien wij onder <i>Amstelveen</i>, ter bovengemelde plaatse, gesproken hebben, als deelgenoot aan den moord van Graave
+<span class="sc">Floris</span>, om welke reden zijne goederen een <i>volstrekt</i> eigendom van den Graaf werden; daarna is, gelijk wij ter gemelde plaatse ook zeiden,
+<i>Amstelland</i> nu eens een eigendom van de <i>Utrechtsche kerk</i> en dan weder van den Graave van <i>Holland</i> geweest: Graaf <span class="sc">Jan van Avennes</span> gaf ze (gelijk wij in onze meergemelde beschrijving van <i>Amstelveen</i>, bladz. 12. reeds zeiden,) aan zijnen broeder <span class="sc">Guido van Henegouwen</span>, naderhand Bisschop van <i>Utrecht</i>, doch na den dood van deezen, trok <span class="sc">Willem</span>, de zoon van Graaf <span class="sc">Jan</span> voornoemd, de Heerelijkheid weder aan <i>Holland</i>: in 1346 verklaarde Keizerin <span class="sc">Margariet</span> <i>Amstelland</i> nimmer van de Graaflijkheid te zullen scheuren, gelijk het sedert ook daaraan is
+gebleven—De verdere lotgevallen der Heerelijkheid in ’t algemeen, is vervat in die
+van de bijzondere deelen derzelve, aangetekend in onze beschrijvingen dier deelen,
+art. <span class="sc">Geschiedenissen</span>.
+<span class="pageNum" id="xd32e624">[<a href="#xd32e624">VII</a>]</span></p>
+<p class="headlike">HOOG-HEEMRAADSCHAP <span class="sc">van</span> AMSTELLAND.
+</p>
+<p>Ten deezen opzichte beslaat <i>Amstelland</i>, gelijk reeds gezegd is, een vrij ruimer grond, dan met betrekking tot het Bailluwschap
+zelf: de weg langs welke de schouw over de wateren, die het recht hebben om over <i>Amstelland</i> uittewateren, vinden wij bij <span class="sc">Wagenaar</span>, (en waarmede onze ingewonnene berichten, desaangaande, overeenkomen,) beschreven
+te gaan „van <i>Amsteldam</i> af, langs den <i>Heiligen</i> of <i>Overtoomschen weg</i>, de <i>Veendijk</i> of <i>Amstelveenschen weg</i>, door <i>Amstelveen</i> over de nieuwe sluis in de <i>Bovenkerkerpolder</i>, langs den <i>Bovenkerkerdijk</i>, tot aan de <i>Hand van Leiden</i>; van hier de <i>Legmeerlaan</i> op, tot aan de <i>Noorddammerbrug</i>; verder langs den <i>Noordveenderdijk</i> naar en door <i>Kudelstaart</i>, tot aan en door <i>Kalslagen</i>, van waar de ring heen loopt langs den <i>Bilderdammercade</i>, en over het water <i>de Drecht</i>, langs den <i>Wassenaarschen polderdijk</i>, naar en door <i>Nieuwveen</i>, alwaar de ring gebroken wordt door een brug, en weder vervolgt langs de <i>Nieuweveensche</i> vaart, en voords over den <i>Zeevenhovenschen weg</i>, naar <i>Zevenhoven</i>; van daar naar <i>Noorden</i>; van <i>Noorden</i> naar <i>Slikkendam</i>, en langs de <i>Hollandsche Meent</i> naar het <i>Woerder Verlaat</i>; van dit <i>Verlaat</i> strekt de weg langs de <i>Hollandsche Kade</i>, die tot aan den <i>Ouden dam</i>, en voords met verscheidene keeren tot door <i>Teccop</i>, en langs <i>Gervershoop</i> loopt, tot aan de westzijde van de watering de <i>Bijleveld</i>, langs welke de ring voordgaat tot aan den <i>Broe-</i> of <i>Brenidijk</i>; zig van dien dijk over een voetpad keerende, door ’t oude land, naar <i>Harmelen</i>, en voords tot aan en over het <i>Haanwijker sluisjen</i>, gelegd in den <i>Haanwijker dam</i>, tot over den <i>Rhijn</i>, en over deezen stroom naar <i>Haanwijkerdam</i>, en de <i>Haanwijker kade</i>; langs deeze benevens de <i>Kattenbroeker kade</i>, ter zijde de landen van <i>Haanwijk</i>, <i>Bijleveld, Reijers-koop, Kattenbroek</i> en <i>Mastwijk</i>, tot aan den <i>IJsseldijk</i>, niet verre van <i>Montfoort</i>, en langs deezen<span class="corr" id="xd32e739" title="Niet in bron">,</span> daar zij heenen loopt, ter zijde van het zuidelijkste gedeelte van <i>Mastwijk</i> en <i>Agthoven</i>, tot aan den <i>Meerendijk</i>, en noordwaards <span class="pageNum" id="xd32e748">[<a href="#xd32e748">VIII</a>]</span>langs denzelven, tot aan de <i>Leidsche vaart</i>, of <i>Ouden Rhijn</i>; nevens welke de ring de zuidzijde heenen loopt tot aan den <i>Heldam</i>, daar hij zig noordwaards keert, loopende ten westen van de <i>Heikoper watering</i>, door <i>Kockingen</i> tot aan <i>Joostendam</i>, en verder langs de <i>Portengensche kade</i>, tot aan de <i>Rondeveensche polderkade</i>, daar de weg van den ring te rug keert, door ’t achterste en voorste bosch, en zig
+uitstrekt tot over den dam <i>Ter Aa</i>, tot aan de kromme <i>Angstel</i>, die met de <i>nieuwe vaart</i> bij <i>Nieuwersluis</i>, onder den schouw behoort tot aan den <i>Indijk</i>, en zoo verre deeze dijk loopt tot aan de westzijde van de <i>Vecht</i>, door <i>Nichtevecht, Weesp en Muiden</i>, daar de ring door den <i>Muider-</i> of <i>Diemer Zeedijk</i> gesloten wordt, tot aan <i>Amsteldam</i> toe.”
+</p>
+<p>De Bailluw van <i>Amstelland</i>, is tevens algemeen Dijkgraaf, en kiest, ingevolge eenen last van Keizer <span class="sc">Karel den Vijfden</span>, uitgedrukt in eene handvest van den jaare 1553, jaarlijks zes Hoog-Heemraaden, naamlijk
+uit de Gerechten van <i>Amsteldam</i>, <i>Weesp, Ouderkerk, Amstelveen, Diemen</i> en <i>Waverveen</i>, ieder één, ten einde met twee of drie derzelven, den bovengemelden ring van de gemeene
+waterschutting van <i>Amstelland</i> te schouwen, onverminderd de schouwen, die de Schouten en Ambachtsheeren in hunne
+districten hebben, en bij ons ieder op haare plaats aangetekend zijn, onder ons art.
+<span class="sc">Wereldlijke regeering</span>: thans echter worden gezegde Hoog-heemraaden van <i>Amsteldam</i> en <i>Weesp</i>, gesteld door Burgemeesteren en Regeerders der gemelde Steden respective, en die
+van <i>Ouderkerk, Amstelveen</i>, <i>Diemen</i> en <i>Waverveen</i>, ingevolge de verkoopconditien der Ambachtsheerelykheden onder <i>Amstelland</i>, door derzelver Ambachtsheeren.
+</p>
+<p>Het gezegde Collegie vergadert gemeenlijk op de eerste maandagen in Maart, Mei, Julij,
+September, en November; ook wel tusschentijds, zo dikwijls de Dijkgraaf goedvindt
+hetzelve te beschrijven in ’t vertrek van Heeren Burgemeesteren der stad <i>Amsteldam</i>, en over judicieele zaaken in de kamer van Heeren Commissarissen van de kleine zaaken
+derzelver stad.——Het heeft zijn eigen Secretaris en Bode.
+<span class="pageNum" id="xd32e825">[<a href="#xd32e825">IX</a>]</span></p>
+<p>Wegens het Dykcollegie, dat nog in <i>Amstelland</i> voorhanden is, zie men onze beschrijving van <i>Diemen</i>, bladz. 11.
+</p>
+<p>Dit Collegie vergadert gewoonlijk op den 12 en 13 Mei, den 24 en 25 Julij en 17 Augustus,
+dat de Schouwdagen zijn, als mede op den 1 September: des zomers wordt de vergadering
+gehouden in het Gemeenelandshuis aan den dijk, bij <i>Jaaphannes</i>, alwaar, een Castelein is, die mede ’t opzicht over den dijk heeft; als de wegen
+derwaards, des winters, onbruikbaar zijn, vergadert het Collegie te <i>Amsteldam</i> in een der <i>Doeles</i> of een ander voornaam Logement ter dier stede.
+</p>
+<p>De dijk waarover dit Hoog-Heemraadschap het bewind heeft, is van de grootste aangelegenheid
+voor <i>Amstelland, Muiden</i> en <i>Weesperkerspel</i>, enz.: als dezelve doorbreekt, of doorgestoken wordt, overstroomt het platte land
+van <i>Utrecht</i>, tot boven <i>Breukelen</i> en <i>Portengen</i> toe: kort voor den jaare 1509 schijnt dezelve op twee plaatsen doorgebroken te zijn
+geweest: in 1598 en 1675 mede op twee plaatsen; in 1702 ter lengte van ruim 31 roeden;
+in laatere jaaren is hij dikwijls in groot gevaar van doorbraak geweest: om het nut
+dat hij doet, zijn er door ’s Lands Graaven, en vervolgends door de Staaten van tijd
+tot tijd breede handvesten en voorrechten vergund, wegens ondersteuning van gelden
+uit ’s Lands Casse ter versterkinge van denzelven: na de plaag van het paalgewormte,
+is hij ongemeen versterkt; „een werk,” lezen wij, „’t welk aan arbeidsloon, aard,
+plempen van zand, puin, het heiën van een regel paalen, enz. <i>vijfmaal honderd negen-en-dertig duizend, agt honderd, <span class="corr" id="xd32e855" title="Bron: vier-en negentig">vier-en-negentig</span></i> guldens gekost heeft.”
+</p>
+<p>Bij sommigen, onder anderen in den <i>Tegenwoordigen staat van Holland</i>, vinden wij dit Collegie mede <i>Hoogheemraadschap</i> genoemd; doch in onze beschrijving van <i>Diemen</i> hebben wij reeds doen zien, dat de beheering aan dat Collegie niet is toegestaan
+over den geheelen dijk, en dat zij des zouden kunnen doen en handelen als het Hoogheemraadschap
+van <i>Amstelland</i> kan doen: „hetzelve”, voegt men in aan ons gunstiglijk toegezondene berichten daarbij,
+„hetzelve is bepaaldlijk ingesteld tot beschouwing van het ijzer<span class="corr" id="xd32e868" title="Niet in bron">-</span> en houtwerk dat toen aan <span class="pageNum" id="xd32e871">[<a href="#xd32e871">X</a>]</span>den dijk was, en de Graaf zegt met zo veele woorden in zijn privilegie, dat zo lang
+men <i>IJpesloot</i>, (dat toen beplaat wierd, en des niet de geheele dijk,) met ijzer en hout houden
+zou, dat zo lang die schouw zou duuren; doch zo dat weggenomen wierd, zou de schouw
+dood en te niet zijn—naderhand is wel dat Collegie gemagtigd, om den geheelen houten
+dijk te beschouwen, doch dit privilegie werd onder hetzelve verband gegeeven—nu het
+hout weg is, is des dat geheele Collegie te niet, en heeft niets meer als eene superintendentie
+over het schouwen, dat <i>Diemen</i> en <i>Muiden</i> doet; bij resolutie van 1678 is dit Collegie genaamd een <i>Hoogendijk-Heemraadschap</i>, en hetzelve mag niet vergaderen dan met den Bailluw van <i>Amstelland</i>, die het hoofd is—men kan met geene mogelijkheid sustineeren”, gaat onze begunstiger
+voord, dat het Collegie van <i>Zeeburg</i> en <i>Diemerdijk</i>, een tweede Hoogheemraadschap is, hoe zeer sommigen het daarvoor trachten te debiteeren;
+dit Collegie is zelfs subject aan het Hoogheemraadschap van <i>Amstelland</i>——misschien zal men zeggen: <span class="corr" id="xd32e890" title="Niet in bron">„</span><i>in plaats van het hout en ijzer zijn nu de steenen</i>”, (zie onze beschrijving van <i>Diemen</i>, bladz. 12.) „<i>en hierover voeren die Heeren echter hun gezach</i>; ’t is waar dat zij zulks doen; maar ’t is ook waar dat zij er eigenlijk geen recht
+toe hebben: toen het paalwerk van den worm werd doorvreeten, verzocht dat Heemraadschap
+van de Staaten de magt en de faculteit te mogen hebben om den dijk met steenen te
+beleggen; de Staaten permitteerden zulks; dan toen zij vroegen om de beheering, schouw,
+enz. is zulks, als strijdende met de privilegien, afgewezen; derhalven hebben zij
+desaangaande geen gewettigd gezach, oefenen het tegen rechte, en houden hetzelve tegen
+<i>Diemen</i> staande, waarschijnelijk wel weetende dat die plaats, (want <i>Muiden</i> stoort zig aan den geheelen dijk niet meer,) geen gelds genoeg heeft om dat proces
+voltehouden, niettegenstaande het van tijd tot tijd zijn hoofd opricht, en zijn recht
+defendeert.”
+<span class="pageNum" id="xd32e902">[<a href="#xd32e902">XI</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e297">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e297src">1</a></span> <i>De Ambachten van</i> Waveren, Botshol, <i>en</i> Ruigewilnissen <i>worden door sommigen onder</i> Amstelland <i>begrepen, om dat zij met hetzelve een zelfde Bailluw hebben, (en waarom wij dezelven
+ook in dit Deel van ons werk hebben getrokken,) doch er zijn voorbeelden dat de gezegde
+Ambachten een’ afzonderlijken Bailluw gehad hebben</i>; „ook,” <i>zegt een onzer geëerde begunstigers</i>, „wordt in den aanstellings-brief van den Bailluw, van dezelven, als byzondere districten
+gewag gemaakt.”&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e297src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 introduction"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main">BEKNOPTE BESCHRIJVING<br>
+<span class="ex">VAN</span><br>
+<span class="ex">GOOILAND</span><br>
+IN ’T ALGEMEEN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Van deeze aangenaame oord onzes Lands, is de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING.</span>
+</p>
+<p>Grenzende ten Noordoosten aan de <i>Zuiderzee</i>, ten oosten aan de Provincie van <i>Utrecht</i>: „alwaar,” leezen wij, „de landscheiding van dien kant begint aan den mond van de
+<i>Eem</i>, en Westwaards voordgaat tot een zekeren paal, de <i>Leeuwenpaal</i> genaamd, en van daar langs de Heerlijkheden van de <i>Eemnessen</i>, <i>Baren</i> en <i>Zoest</i>, waarvan het door eene gegravene greppel, de <i>Gooiengraft</i> genoemd, wordt afgescheiden van het sticht van <i>Utrecht</i>, rajende deeze graft weinig minder dan in eene rechte lijn, van den <i>Leeuwenpaal</i>, af, op de <i>St. Maartens</i>, of <i>Doms toren</i> van <i>Utrecht</i>, en verder door eene gegravene landscheiding, en verscheidene paalen, waarop aan
+den eenen kant het <i>Hollandsche</i>, en aan de andere het <i>Stichtsche</i> wapen staat, tot aan den hoek bij de <i>Drie steenen</i>, aan <i>Maartensdijk</i>, alwaar dezelve een’ hoek maakt, en westwaards voordloopt: hier grenst <i>Gooiland</i> insgelijks ten zuiden aan de Provincie van <i>Utrecht</i>, tegen een gedeelte van <i>Maartensdijk</i>, <span class="pageNum" id="xd32e966">[<a href="#xd32e966">XII</a>]</span><i>Agttienhoven, Westbroek</i>, en een gedeelte van <i>Tienhoven</i>, tot aan het Rechtsgebied van de <i>Loosdrechten</i>, langs welke het ten westen grenst tot aan <i>Kortehoef</i>, onder het sticht, en langs de <i>’s Gravenlandsche</i> of <i>Gooische vaart</i> en <i>Kortehoef</i>, benevens het <i>Stichts Ankeveen</i>, tot onder den <i>Ankeveenschen polder</i> onder <i>Holland</i>, daar <i>Gooiland</i> door den <i>Looidijk</i> bepaald wordt, en westwaards heen strekkende, den <i>Ankeveenschen polder</i> onder <i>Weesper-kerspel</i> ten zuiden heeft; dat, nevens den rechtsban van <i>Muiden</i> heenengaande, het Bailluwschap van <i>Gooiland</i> ten westen van <i>Muiderberg</i> aan de <i>Zuiderzee</i> bepaalt.”—In de laatste overeenkomst (wegens de Grensscheiding,) tusschen <i>Holland</i> en <i>Utrecht</i>, wordt de landscheiding ten zuiden begreepen te gaan rechtstreeks tot aan de <i>Vecht</i>, zo dat de <i>Loosdrechten, Mynden, Hollandsch loenen</i>, en <i>Loenderveen</i> in deezen ook onder <i>Gooiland</i> begreepen worden, echter worden zij niet door den Bailluw van <i>Gooiland</i> beheerscht.
+</p>
+<p>De grond van dit vrij uitgebreide land is hoog, zandig en overal niet even vruchtbaar,
+doch in onze volgende beschrijvingen van de bijzondere deelen van <i>Gooiland</i> zal overvloedig blijken, wat noeste arbeid, in het bereiden van eenen onvruchtbaaren,
+tot eenen vruchtbaaren grond vermag; in die bijzondere beschrijvingen spreeken wij
+ook voldoende over de aangenaame verscheidenheid van gezichten, die <i>Gooiland</i> oplevert.
+</p>
+<p>Onder de heuvelen die er gevonden worden, zijn de voornaamsten<span class="corr" id="xd32e1029" title="Niet in bron">:</span>
+</p>
+<p>De <i>Kooltjens</i> of <i>Tafelberg</i>, waarop een ronde tafel van blaauwe steen geplaatst is, in welken 60 naamen van steden,
+dorpen, gehuchten, sloten en heerehuizen, ieder volgends den streek alwaar men ze
+zoeken moet, (ten dienste van den reiziger,) zijn ingehouwen, en van welken ook het
+meeste gedeelte, bij helder weêr, kan gezien worden.
+</p>
+<p>De <i>Seisjensberg</i>.
+</p>
+<p>De <i>Leeuwenberg</i>.
+<span class="pageNum" id="xd32e1045">[<a href="#xd32e1045">XIII</a>]</span></p>
+<p>Het <i>Trompenbergjen</i>; zie van dit onze Beschrijving van <i>Hilversum</i>.
+</p>
+<p>Behalven de <i>Gooische bosschen</i> waarvan in onze meergemelde stukswijze beschrijving gesproken is, vondt men weleer
+op deezen grond het <i>Gooierbosch</i>; doch hetzelve is geheel verdweenen, alhoewel de landstreek daaromtrent nog den naam
+daarvan draagt.
+</p>
+<p>Van den aart der lieden welken deeze aangenaame landstreek bewoonen, hebben wij in
+onze beschrijving van <i>Hilversum</i> bladz. 2. reeds gesproken.
+</p>
+<p>Wegens de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>
+</p>
+<p>Zie men onze beschrijving van <i>Naarden</i>.
+</p>
+<p>De <span class="sc">Oudheid</span> van <i>Gooiland</i> blijkt uit het geen van deszelfs <span class="sc">Naamsoorsprong</span>, ter zo even aangewezene plaatse, gezegd is: het geen wij aldaar wegens de Abtdisse
+<span class="sc">Goedela</span> gemeld hebben, moet gebragt worden tot omtrent den jaare 1280; doch anderen willen
+dat <i>Gooiland</i> reeds omtrent den jaare 970, door Keizer <span class="sc">Otto den Grooten</span>, aan <span class="sc">Wichman</span>, Graave van <i>Zutphen</i> zou afgestaan weezen, in gevolge waarvan dit land dan nu al ruim 800 jaaren bekend
+geweest is.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE.</span>
+</p>
+<p>Deeze bepaalt men, op meer dan 6700 morgen lands, <i>Rhijnlandsche maat</i>, waarvan 4579 morgen voor de heigronden worden gerekend.
+</p>
+<p>Wegens de <i>Meenten</i> of <i>Gemeene weiden</i>, onder de gezegde heigronden gevonden wordende, zo wel als wegens de <i>Erfgoejers</i> daarop betrekking hebbende, zie onze beschrijving van <i>Laren</i>, <i>Hilversum</i>, enz.
+</p>
+<p>Het bewoonde gedeelte van den gezegden uitgebreiden grond van <i>Gooiland</i> bevat
+<span class="pageNum" id="xd32e1120">[<a href="#xd32e1120">XIV</a>]</span></p>
+<p class="xd32e1121"><i>Naarden, Huizen, Blarikum, Laren, Hilversum, ’s Graaveland</i>, <i>Bussem, Muiderberg</i>.
+</p>
+<p>Het
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
+</p>
+<p>Van <i>Gooiland</i> is dat van de stad <i>Naarden</i>.
+</p>
+<p>Algemeene <span class="sc">Gebouwen</span> van geheel het Land, zijn hier niet voorhanden, waarom wij van ons art. wegens die
+Gebouwen kunnen zwijgen.
+</p>
+<p>En wat betreft ons art. <span class="sc">Regeering</span>, men zie met betrekking tot de <i>Gemeene weiden</i> onze voorgemelde beschrijving van <i>’s Graaveland</i>, voords ons art. <span class="sc">Regeering</span> in de bijzondere beschrijvingen van ieder deel van <i>Gooiland</i>——er is ook een Houtvester over deezen oord in ’t algemeen.
+</p>
+<p class="headlike">VOORRECHTEN <span class="asc">EN</span> VERPLICHTINGEN.
+</p>
+<p>Onder dit artijkel zouden wij moeten brengen het geen wij ter boven genoemde plaatsen
+van de <i>Erfgoojers</i> gezegd hebben, doch hetzelve aldaar naar vereisch opgegeven hebbende, kunnen wij
+er hier van zwijgen.
+</p>
+<p>Uit kracht van bedingen bij één der overdragten waaraan <i>Gooiland</i> onderworpen geweest is, gemaakt, liggen de <i>Gooilanders</i> onder de verpligting van eene <i>Koptiende</i>; daarin bestaande dat alle land het welk ééns bezaaid is geweest, den Houtvester
+moet geeven zeker getal van koppen of maaten, naar den inhoud der tiendeboeken, waarover
+binnen de twaalf nachten van kersmis in ieder dorp zitdag wordt gehouden; en moet
+ieder zijn aandeel aldaar komen betaalen, in graan zelf, of in geld: tot het stellen
+van den prijs worden Burgemeesters van <i>Naarden</i> jaarlijks verzocht, en genieten daarvoor zes Guldens: die binnen de twaalf nachten
+voornoemd niet betaalt, verbeurt dubbeld, (dit noemt men <i>sluiën</i>;) die drie jaaren lang <i>sluit</i>, diens land vervalt geheel aan den Tienden Heer, of Houtvester.
+<span class="pageNum" id="xd32e1181">[<a href="#xd32e1181">XV</a>]</span></p>
+<p>De overdragt des Lands door <span class="sc">Goedela</span> aan Grave <span class="sc">Floris den Vijfden</span>, (zie hier voor,) geschiedde voor een rente van 25 ponden wettig <i>Utrechts geld</i>, jaarlijks, ten eeuwigen dage op <i>St. Maartensdag</i>, te betaalen aan de Abtdisse in den tijd: en deeze rente moet mede nog huiden ten
+dagen uit de gewezene Graaflijkheids Domeinen betaald worden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN.</span>
+</p>
+<p><i>Gooiland</i> is in vroegere eeuwen meermaals van den eenen bezitter aan den anderen overgegaan,
+bij wegschenking, of tegen eenen bepaalden prijs, bij wijze van verkoop, over welke
+verwisseling van eigenaar het land dikwijls aan verregaande twisten en verdeeldheden
+is blootgesteld geweest.
+</p>
+<p>Andere verschillen zijn ook alhier menigvuldig voorgevallen om de landscheiding, naamlijk
+met het <span class="corr" id="xd32e1203" title="Bron: Sicht">Sticht</span> van <i>Utrecht</i>, van welken omtrent den jaare 1719 nog een voorbeeld geweest is, want in dien tijd
+is de nieuwe landscheiding, waarvan wij hier voor spraaken, bepaald.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="toc" class="div1 last-child contents"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">INHOUD.</span></h2>
+<table class="tocList">
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#amsteldam" id="xd32e1216">Amsteldam.</a></i> 1.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#ouderkerk" id="xd32e1221">Ouderkerk.</a></i> 2.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#ouderkerkbuurten" id="xd32e1226">Buurten onder Ouderkerk.</a></i>
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#amstelveen" id="xd32e1231">Amstelveen.</a></i> 3.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#amstelveenbuurten" id="xd32e1236">Buurten onder Amstelveen.</a></i>
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#amstelveenbrand" id="xd32e1241">Amstelveen in brand.</a></i> 4.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#amstelveenherbouwd" id="xd32e1246">—— —— herbouwd.</a></i> 5.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#diemen" id="xd32e1251">Diemen, en buurten daaronder.</a></i> 6.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#watergraftsmeir" id="xd32e1256">Diemer- of Watergraftsmeir.</a></i>
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#waverveen" id="xd32e1261">Waverveen.</a></i> 7.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#waveren" id="xd32e1266">Waveren, Botshol en Ruigewilnisse.</a></i>
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#muiden" id="xd32e1272">Muiden.</a></i> 8.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#naarden" id="xd32e1277">Naarden.</a></i> 9.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#huizen" id="xd32e1282">Huizen.</a></i> 10.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#blaricum" id="xd32e1287">Blaricum.</a></i> 11.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#laaren" id="xd32e1292">Laaren.</a></i> 12.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#hilversum" id="xd32e1297">Hilversum.</a></i> 13.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#graveland" id="xd32e1302">’s Graveland.</a></i> 14.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#bussem" id="xd32e1307">Bussem.</a></i> 15.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#muiderberg" id="xd32e1312">Muiderberg.</a></i> 16.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#weesp" id="xd32e1317">Weesp.</a></i> 17.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#weesper-kerspel" id="xd32e1322">Weesperkerspel.</a></i>
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#bijlemer" id="xd32e1328">Bijlemer.</a></i>
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#bijlemermeir" id="xd32e1333">Bijlemermeir.</a></i>
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#gaasp" id="xd32e1338">Gaasp.</a></i>
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#gein" id="xd32e1343">’t Gein.</a></i>
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#overvecht" id="xd32e1348">Overvecht.</a></i>
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#uitermeer">Uitermeir.</a></i>
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#uitermeersche-schans">Uitermeirsche Schans.</a></i>
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#overmeersche-schans">Overmeirsche Schans.</a></i>
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#oud-loosdrecht" id="xd32e1368">Oud-Loosdrecht.</a></i> 18.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#nieuw-loosdrecht" id="xd32e1373">Nieuw-Loosdrecht.</a></i> 19.
+</td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="tocDivNum"></td>
+<td class="tocDivTitle"><i><a href="#mijnden" id="xd32e1378">Mijnden.</a></i></td>
+<td class="tocPageNum"></td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>N.B. <i>De plaatsen waar nommers bij staan, hebben Gereformeerde Kerken, en zijn in ons werk
+afgebeeld: voords zijn allen die in een strik besloten zijn, op een zelfd blad beschreven.</i>
+<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="amsteldam" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1216">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figamsteldamwidth"><img src="images/amsteldam.jpg" alt="De stad Amsteldam." width="475" height="720"><p class="figureHead">De stad Amsteldam.</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402"><span class="sc">Europa’s</span> wonderstad, aan ’t breede Scheeprijk IJ,
+</p>
+<p class="line">Schatkamer van geheel de zeven <span class="sc">Nederlanden</span>,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Der kunsten kweekschool, en Vorstin der Zeevaardij,
+</p>
+<p class="line">Die de armen steeds bedeelt met nooit gesloten handen:
+</p>
+<p class="line xd32e1402"><span class="sc">Europa’s</span> wonderstad, is ’t roemrijk <span class="sc">Amsteldam</span>,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Dat uit een Visschersbuurt zijn eerst beginsel nam.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">DE<br>
+STAD<br>
+AMSTELDAM.</span></h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Niet zonder huivering slaan wij de hand aan eene beschrijving, die, om volledig genaamd
+te mogen worden, eenige zwaare boekdeelen kan beslaan, daar wij om aan den aart van
+ons werk te voldoen, slechts weinige bladzijden daartoe durven voor ons neemen; wij
+zullen derhalven alles slechts kunnen aanstippen, en evenwel behoort dat aanstippen
+op zodanig eene wijze te geschieden, dat de reiziger daaraan genoeg hebbe, om <i>Amsteldam</i>, met de behoorelijke voorloopige kennis van hetzelve, te gaan bezoeken—wij hebben
+hier derhalven de toegeevendheid van onze kundige leezers noodig, en ofschoon de hoop
+op dezelve ons niet tot zo verre kunne bemoedigen, dat wij onze huivering daardoor
+zouden gevoelen verdwijnen, streelt ons echter de gezegde hoop genoeg, om rustig te
+beginnen:
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING.</span>
+</p>
+<p>Deeze is in <i>Amstelland</i>, en kan bepaalder gezegd worden te zijn, drie uuren gaans beoosten <i>Haarlem</i>, agt uuren ten noordoosten van <i>Leiden</i>, en even zo veele uuren ten noordwesten van <i>Utrecht</i>, op een laagen, weeken, moerassigen veengrond, die echter onderscheidene beddingen
+heeft: sommigen willen dat de lucht er ongezond is, echter zijn er naar evenredigheid
+geen meer zieken, of sterven er geen meer menschen dan in eenige andere stad van Nederland:
+men heeft er zekerlijk gebrek aan zoet water, (ofschoon ’t er weleer, vóór het verwijden
+der zeegaten, geweest zij,) doch het wordt er ten dienste der brouwers, en der verdere
+ingezetenen, bij overvloed van <i>Weesp</i> ingevoerd, door middel van groote waterschuiten; ook zijn alle de huizen van regenbakken
+voorzien, en zijn er bovendien sedert eenige weinige jaaren, van stads wege, op de
+markten en <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>opene pleinen groote bakken aangelegd, die bestendig vol zoet water gehouden worden,
+met welk aanleggen, men nog werkelijk voordgaat, zo dat voortaan, het gebrek aan drinkbaar
+water, (een gebrek dat ter deezer stede bij koude winters al vrij nijpende plag te
+weezen,) niet meer te duchten is.
+</p>
+<p>Aan de noordzijde wordt de stad bespoeld door het beroemde IJ: de breede rivier de
+<i>Amstel</i> loopt midden door de stad, en deelt dezelve in twee deelen, de <i>oude</i> en <i>nieuwe zijde</i> genaamd: voords is de stad alomme doorsneden met aanzienlijke, minder breede, en
+ook veele zeer smalle graften, waarin ten bedwang van het veele water, verscheidene
+schutsluizen liggen; er zijn ook veele zwaare buitensluizen, waardoor het land, rondsom
+de stad, onder water gezet kan worden: over het geheel draagt <i>Amstelland</i> met alle recht den eernaam van <i>wereldberoemde Koopstad</i>: <span class="sc">C. Huijgens</span>, heeft van haar wel mogen zeggen,
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Hoe komt gij, gulden veen! aan Hemels overdaad?
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Pakhuis van Oost en West! heel water en heel straat!
+</p>
+<p class="line">Tweemaal <i>Venetie</i>, waar’s ’t eind van uwe wallen?
+</p>
+<p class="line">Zeg meer: zeg, vreemdeling! zeg liever niet met allen:
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Roem <i>Romen</i>, prijs <i>Parijs</i>, kraai <i>Cairo</i>’s heerlijkheid,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Die dieplijkst van mij zwijgt, heeft allerbest gezeid.</p>
+</div>
+<p class="first">Aan alle zijden, uitgenomen aan den IJ-kant, is de stad omgeven met eene breede watergracht,
+hechten en hoogen muur, en verdere wallen, in welken zes-en-twintig wèl geregelde
+en bemuurde bolwerken gelegd zijn: rondsom de stad liggen ook een goed aantal batterijen,
+van fraai geschut voorzien: in den gezegden muur zijn vijf groote en drie kleine poorten:
+de eerstgemelden zijn de <i>Haarlemmer poort</i>, de <i>Leidsche</i>, de <i>Utrechtsche</i>, de <i>Weesper</i> en de <i>Muiderpoort</i>; de kleinen, die alleenlijk openingen in den muur genaamd mogen worden, zijn het
+<i>Zaagpoortjen</i>, het <i>Raam-</i> en het <i>Weterings-poortjen</i>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORPRONG.</span>
+</p>
+<p>Al vroeg, men wil in 1200, werd een dam gelegd, in de rivier de <i>Amstel</i>, (ter plaatse, of nabij de plaats, die nog <i>de dam</i> genoemd wordt,) ter weeringe van het water; deeze kreeg den naam van <i>Amsteldam</i>, dat is, <i>dam van</i>, of, <i>in den Amstel</i>, en dien zelfden naam heeft de stad, van tijd tot tijd rondsom dien dam gebouwd,
+behouden; sommigen spelden <i>Amsterdam</i>, naar <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>een ouder taalgebruik, toen men de meening van <i>dam van</i>, of, <i>in den Amstel</i>, uitdrukte, door het woord <i>Amstelredam</i>, waarvoor men thans zou kunnen zeggen <i>Amstelerdam</i>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING</span> <span class="asc">EN</span> <span class="ex">GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>Veel wordt er getwist over den tijd waarin men zoude kunnen zeggen dat <i>Amsteldam</i> haar begin genomen heeft, ons bestek verbiedt, ons daarmede optehouden: tusschen
+1177 en 1200, had het beruchte geslacht van <span class="sc">Van Amstel</span>, nabij den dam bovengemeld, een slot, en men mag vaststellen dat omtrent dien tijd
+eenige visschers zig rondsom hetzelve hebben nedergezet, alzo zij aldaar goede gelegenheid
+voor hunne kostwinning vonden; de bloei deezer kostwinning heeft die lieden van tijd
+tot tijd, na het uitstaan van zwaare rampen, in binnenlandsche kooplieden doen veranderen;
+hunne welvaart heeft anderen herwaards gelokt, en op die wijze is <i>Amsteldam</i>, uit die kleine beginselen, tot zulke eene verbazende koopstad geworden: onder ons
+art. <span class="sc">Geschiedenissen</span>, zullen wij bepaalder van haare aanmerkelijke vergrooting spreeken: in haar geheel
+bevat zij meer dan 892 morgen 568 roeden.
+</p>
+<p>Het getal der huizen in <i>Amsteldam</i> en haare Voorsteden, (die mede zeer aanzienlijk zijn,) werd in den jaare 1740 begroot
+op 26,317; waarbij sedert nog een aanzienlijk aantal gevoegd zijn (voornaamlijk op
+het <i>Weesperveld</i>,) gelijk er thans nog van tijd tot tijd anderen aangebouwd worden—men schat het getal
+der ingezetenen op ten minsten 241,000, waaronder van allerleien Godsdienst gevonden
+worden, gelijks straks onder ons artijkel <span class="sc">Kerklijke</span> en <span class="sc">Godsdienstige gebouwen</span> zal blijken.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN.</span>
+</p>
+<p>Weleer was dit een koggeschip; boven de oudste afbeeldingen van hetzelve, ziet men
+’t wapen van <i>Holland</i>; boven de laateren dat van <i>Henegouwen</i>, wordende hetzelve gehouden door een’ <i>Henegouwer</i>, den Graaf of een Wapenkoning verbeeldende; thans is het wapen der stad een zwarte
+paal, belegd met drie zilverene kruisen op een rood veld; zijnde hetzelve gekroond
+met eene keizerlijke kroon, in gevolge een’ gunstbrief van <span class="sc">Maximiliaan</span>, gegeven in den jaare 1488.
+<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE</span> <span class="asc">EN</span> <span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Deezen zijn in de daad zeer menigvuldig, en allen bezienswaardig: de eerste die ons
+hier voorkomt is de <i>Oude Kerk</i> der Gereformeerde Gemeente, zijnde een zeer oud en deftig gebouw; ’t is onzeker door
+wie en wanneer dezelve gesticht zoude weezen; waarschijnelijk is zij de eerste Kerspelkerk
+van <i>Amsteldam</i> geweest; zeker is het dat zij reeds in 1372 aanwezig was: zij is van ouds voor een
+proefstuk van bouwkunde gehouden; ’t is een deftig kruisgebouw, beslaande in de lengte
+met den aanzienlijken toren 300, en zonder den toren binnenswerks 249 voeten; zij
+rust op 42 groote pijlaaren: behalven eenige fraai geschilderde glazen, pronkt zij
+van binnen met de Grafsteden van den Veldmaarschalk <span class="sc">Paul Wirtz</span>: binnen het ruime choor, staat een marmeren gedenktafreel, ter eere van den Schout
+bij nacht <span class="sc">Willem van der Zaan</span>; een dergelijk gedenkteken is er opgericht voor den Admiraal <span class="sc">Jacob van Heemskerk</span>; een ander voor den beroemden Zeeheld <span class="sc">Cornelis Janszoon</span>, bijgenaamd het <span class="sc">Haantjen</span>; en deezen worden nog overtroffen door de uitmuntende grafsteden van de Vice-Admiraalen
+<span class="sc">Abraham van der Hulst</span> en <span class="sc">Isaak Zweerts</span>: een Capelletjen hier nabij staande, nog een overschot van den Roomschen tijd, is
+door <span class="sc">Cornelis de Graaf</span>, Burgemeester van <i>Amsteldam</i>, tot eene cierlijke grafstede verbouwd, zijnde de ingang door een fraaje koperen
+deur gesloten: verder zijn in deeze kerk twee orgels, waarvan echter slechts één,
+naamlijk het groote, gebruikt wordt: de predikstoel is bezienswaardig, gelijk mede
+de overige gestoelten, enz.: het ruim wordt onder den avondgodsdienst, door vijf groote
+en twaalf kleinere kaarskroonen verlicht.
+</p>
+<p>Van buiten heeft het gebouw niets aanmerkelijks dan de toren, waarop een doorluchtig
+houten spits staat, zijnde hetzelve kunstig in- en uit-gebogen: hij is in 1565, na
+agt jaaren arbeids, voltooid geworden: zijne geheele hoogte bedraagt een tal van 240
+voeten: er hangt een kunstig uurwerk en klokkespel in: voor weinige jaaren toonde
+men aan deezen toren, wat de kunst vermag; hij werd naamlijk voor een goed gedeelte
+onderschraagd, om het onderste te vernieuwen.
+</p>
+<p>De <i>Nieuwe Kerk</i>, mede dezelfde gemeente toebehoorende, <span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span>was weleer aan de H. <span class="sc">Maria</span> en <span class="sc">Catharina</span> toegewijd; men stelt haare stichting omtrent den jaare 1408 of 1414, door zekeren
+<span class="sc">Willem Eggaert</span>, Heer van <i>Purmerende</i>, of door anderen met hem: op den 23 April des jaars 1421, des korten tijd na haare
+stichting, brandde zij, met een groot gedeelte der stad, geheel af: in 1645, geraakte
+zij andermaal in brand, en zo geweldig, dat slechts den buitenromp bleef staan: is
+1648 was zij reeds weder genoegzaam bekwaam om er den kerkdienst in waarteneemen:
+uit het midden van haar dak rijst een klein torentjen; reden waarom men bij haare
+laatste opbouwing bedacht was om er een aanzienlijken toren naast aan te plaatsen;
+doch daarmede tot zekere hoogte gekomen zijnde, liet men het werk steeken; sommigen
+willen om eene ontdekte zakking, anderen om dat men nu eerst begreep dat die toren
+den spreekenden luister van het belenden staande stadhuis zoude verminderen; tot nog
+voor weinige jaaren is het onderstuk van dien toren blijven staan, en was bekend onder
+den naam van <i>Onvolmaakte toren</i>; het stond op boogen, waaronder men kon doorgaan, ook naar een der ingangen van de
+kerk; doch sedert is het gezegde stuk weggenomen.
+</p>
+<p>Deeze <i>Gereformeerde Nieuwe Kerk</i> is een overheerelijk kruisgebouw, lang 315, en breed 210 voeten, rustende op 52 hardsteenen
+zuilen: sommige haarer glazen zijn fraai beschilderd; en zij wordt des avonds verlicht
+door 5 groote en 12 kleine koperen kaarskroonen: er is een groot en kunstig orgel
+in, rustende op bonte marmeren Corinthische colommen; de deuren die er voor zijn,
+zijn prachtig beschilderd: behalven het groote is er ook nog een klein orgel, dat
+zeer helder van geluid is: de predikstoel is een ongemeen meesterstuk der beeldhouwkunde;
+zo is ook het koperen afschutsel van het ruime choor, en dat op eenen marmeren voetstuk
+rust, overheerelijk fraai, en der beschouwinge waardig: ten einde van het choor ziet
+men de ongemeen prachtige graftombe van den beroemden Zeeheld <span class="sc">De Ruiter</span>: aan één der zijden van het ruim der kerk, achter den predikstoel, is de overheerelijke
+grafstede van <span class="sc">Jan van Galen</span>: de Zee-capitein <span class="sc">David Zweers</span>, heeft in deeze kerk mede eene grafplaats: <span class="sc">Joost van den Vondel</span>, de Prins der <i>Nederlandsche Dichteren</i> ligt ook alhier begraven, uitwijzens eene urna, voor eenige <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>jaaren, ter eere zijner nagedachtenisse, in een nis, in één der pijlaaren daartoe
+uitgehouwen, geplaatst.
+</p>
+<p>De <i>Zuider Kerk</i> behoort onder de <i>Amsteldamsche kerken</i> van laateren datum; zij werd in 1611 volbouwd, schoon aan den toren nog wel drie
+jaaren langer gearbeid is: het middendak, dat hoog boven de zijdaken uitsteekt, wordt
+gedragen door tien zwaare pijlaaren van blaauwen steen: dat er geen choor bij is,
+verstrekt onder anderen ten bewijze dat zij den Roomschen tijd niet geheugt: de toren,
+die zeer cierlijk is, is 237 voeten hoog; in denzelven is een fraai uurwerk en klokkenslag;
+voords wordt het ruim onder den avonddienst door verscheidene kaarskroonen verlicht,
+het geen mede in alle de andere kerken plaats heeft, waarom zulks hier ééns vooral
+gezegd blijft: de <i>Zuider kerk</i> heeft voords van binnen niets aanmerkelijks, even weinig als de <i>Wester kerk</i>, zijnde anders ééne der fraaiste kerken van <i>Amsteldam</i>: in den jaare 1620 werd de bouw van deeze begonnen, (er stond vóór dien tijd slechts
+een loos, waarin de Godsdienst verricht werd;) in 1631 was zij voltooid; de toren
+echter eerst in 1638; deeze is ongemeen fraai, en overtreft in hoogte alle de torens
+der stad; van den grond tot aan het kruis toe bereikt bij bijna 300 voeten; van boven
+pronkt hij met den keizerlijken kroon van ’t <i>Amsteldamsche wapen</i>: er is ook een fraai, uur- en speel-werk in; de groote slagklok die de heele uuren
+slaat, weegt meer dan 15.000&nbsp;℔.
+</p>
+<p>De Kerk is binnenswerks 168 voeten lang en 97 voeten breed; in 1687 werd er een fraai
+orgel in gemaakt: voords is het geheele gebouw een kunststuk van <i>Architectuur</i>, ofschoon er van binnen niets aanmerkelijks in te zien zij.
+</p>
+<p>De <i>Noorder Kerk</i> is een gebouw van den jaare 1620; zij is een fraaje kruiskerk; van binnen heeft zij
+vier gevels, die ieder van onderen 92 voeten breed <span class="corr" id="xd32e1691" title="Bron: zjin">zijn</span>: zij pronkt met een aartig torentjen, ter hoogte van 54 voeten, zijnde ook voorzien
+van een slag-uurwerk: van binnen wordt haaren omtrek gesteld op 70 passen: het kruisgewelf
+rust op vier geweldig zwaare colommen; zij heeft verder niets bijzonders; ook is er
+geen orgel in.
+</p>
+<p>De <i>Oude zijds Capel</i>, eertijds <i>St. Olofs capel</i> genaamd, wordt van sommigen voor de oudste kerk der stad gehouden; ja eenigen brengen
+haar reeds tot het midden der elfde eeuw: in 1646 is zij merkelijk vergroot: van binnen
+heeft zij almede niets bijzonders, <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>van buiten pronkt zij met een net torentjen, waarin een uurwerk is: boven een der
+ingangen ziet men een menschen geraamte, doodshoofden en beenderen, uit welken eenige
+korenairen wassen: daar onder leest men in de <i>Latijnsche taale</i>, de woorden: <i>hoop des anderen levens</i>.
+</p>
+<p>De <i>Nieuwe zijds Capel</i> die mede van zeer oude datum is, droeg weleer de naam van <i>Heilige stede</i>,<a class="noteRef" id="xd32e1712src" href="#xd32e1712">1</a> naar zeker mirakel aldaar omtrent het midden van de veertiende eeuw gebeurd, blijvende
+er alstoen (zegt men,) een gewijden ouwel midden in de vlamme ongeschend; thans is
+deeze capel geen onaartig kerkjen, zijnde vercierd met een fraai orgel, dat in 1636
+vernieuwd werd; er staat een klein spits torentjen op, waarin een slaand uurwerk:
+op bepaalde kerktijden wordt hier ook in de <i>Hoogduitsche taale</i> gepredikt.
+</p>
+<p>De <i>Gasthuis Kerk</i>, is een gedeelte van het oude Nonneklooster, <i>Ter Leliën</i>, ’t welk onder eene menigte andere kloosters hier ter stede weleer stond: het ruim
+bestaat uit een langen smallen elboog, ter wederzijde van gallerijen voorzien.
+</p>
+<p>De <i>Ooster Kerk</i>, en <i>Eilands Kerk</i>, waren omtrent den jaare 1660 slechts houtene loozen; de eerstgemelde stond toen
+bij het gewezene willige rasphuis, en werd reeds in 1671 ingewijd; doch de andere
+is eene loos gebleven tot in 1736: ’t zijn beide kleine maar zeer geschikte gebouwen;
+op ieder staat een aartig torentjen met een slag-uurwerk; doch zij hebben verders
+niets aanmerkelijks: er zijn ook geene orgels in.
+</p>
+<p>Eindelijk is er nog de <i>Amstel Kerk</i>, dat een hecht vierkant hout gebouw is, omtrent den jaare 1670 voltooid: het is honderd
+voeten lang, en even zo breed: het dak rust van binnen op 16 houtene stijlen: de grond
+is met geele klinkers belegd, zo dat er niet in begraven wordt, gelijk in de andere
+kerken geschiedt.
+</p>
+<p>De <i>Fransche</i> of <i>Waalsche gemeenten</i> hebben ter deezer stede twee kerken, den naam dragende van <i>Oude</i>, en <i>Nieuwe Waale Kerk</i>: de eerste was voorheen de kerk van ’t <i>Pauline klooster</i>, en werd <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>in 1409 gesticht; in 1661 werd zij merkelijk vergroot en verbeterd: zij heeft niets
+ongemeens, maar er is een goed orgel in—De <i>Nieuwe Waale Kerk</i>, is slechts van hout opgeslagen; zij was weleer een stads schermschool; doch werd
+in 1686, bij gelegenheid van de overkomst veeler <i>Fransche vlugtelingen</i>, tot eene kerk verbouwd—Donderdags avonds houden de <i>Waalen</i> in de <i>Wester Kerk</i> gebed.
+</p>
+<p>De <i>Engelsche Presbijteriaanen</i>, hebben hunne kerk op het Begynenhof in de <i>Kalverstraat</i>—weleer hadden de zogenaamde <i>Brouwnisten</i> nog eene kerk in de <i>Barndesteeg</i>, die naderhand ook tot de <i>Episcopaalen</i> gebruikt werd, doch sedert eenigen tijd is deeze gemeente bijna geheel verdweenen.
+</p>
+<p>De <i>Roomschen</i> hebben zo binnen de stad als even buiten de poorten, een groot getal kerkhuizen;
+behalven dat eenige voornaame leken nog Capellen in hunne eigene huizen hebben: sedert
+weinige jaaren heeft deeze gemeente verlof verkregen om buiten de <i>Raampoort</i>, een eigenlijke kerk te bouwen, dat een zeer net, en allezins aan het oogmerk voldoend
+gebouw is—In de <i>Roomsche</i> tijden had dezelfde gemeente hier ter stede, behalven de kerken die thans door die
+Gereformeerden gebruikt worden, nog verscheidene anderen, allen welken tot andere
+einden geschikt zijn geworden; op den hoek van de <i>Vrouwensteeg</i> stond er een die in huizen veranderd is: wat verder op den <i>Nieuwendijk</i> was de <i>St. Jacobs Capel</i>, die mede in huizen veranderd is, behalven het torentjen, dat tot voor nog maar weinige
+jaaren boven de daken<span id="xd32e1789"></span> uitstak en door Kerkmeesteren van de <i>Nieuwe Kerk</i> moest onderhouden worden, om dat de goederen van de gemelde Capelle aan die kerk
+gemaakt zijn: sedert is het gezegde torentjen afgebroken.
+</p>
+<p>De <i>Lutherschen</i> hebben tot op onzen tijd hier ter stede slechts twee kerken gehad, de <i>Oude</i>, en de <i>Nieuwe</i>; beiden zijn zeer ruime gebouwen, kunnende, vooral wegens de gaanderijen die er boven
+elkander in gemaakt zijn, veel volks bevatten.—De <i>Nieuwe</i> is een zwaar cirkelrond gebouw, waarvan de kap gedekt is met koperene plaaten, door
+<span class="sc">Karel den Elfden</span>, Koning van <i>Zweeden</i>, aan deeze kerk geschonken: in iedere deezer kerken is een fraai orgel, en beiden,
+vooral de <i>Nieuwe</i>, zijn bezienswaardig—Na dat deeze Gemeente onlangs door een duisteren twist eene
+scheuring ondergaan heeft, en verdeeld is geworden in die van het <i>Oude</i>-, en die van het <i>Nieuwe-licht</i>, of wel is <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>het eerstgemelde gedeelde bekend, bij den naam van <i>De Herstelde Gemeente</i>, is er nog eene <i>Luthersche Kerk</i> (naamlijk voor de uitgewekenen, of de <i>Herstelden</i>,) alhier gebouwd, ter plaatse alwaar het <i>Dolhuis</i> gestaan heeft: ’t is een ruim gebouw, doch zonder eenigen cieraad.
+</p>
+<p>De <i>Remonstranten</i> hebben hier ter stede een aartig kerkjen, op de <i>Keizersgracht</i> bij de <i>Prinsenstraat</i>: er is een goed orgel in.
+</p>
+<p>De volgende zijn de <i>Doopsgezinde Kerken</i>: van de <i>Vereenigde Vlaamsche</i>- en <i>Waterlandsche, het Lam</i>, dus genoemd naar eene brouwerij van dien naam welke er weleer stond: <i>De kerk bij de toren</i>, om dat zij bij de <i>Jan Roodepoorts toren staat</i>; langen tijd heeft deeze den naam van <i>de Spijker</i> gedragen, om dat zij gebouwd is op eene plaats alwaar weleer een spijker-pakhuis
+stond: <i>De Zon</i>, behoorende aan de afgezonderde <i>Vlaamsche Doopsgezinden</i>: alle deeze kerkjens zijn wel klein, maar echter aan het oogmerk zeer voldoende:
+weleer hadden de oude <i>Vlaamingen</i> nog een kerk, <i>De Kruikjens</i>, dus genoemd naar een herberg van dien naam daar naast staande; en de <i>Vriesche Doopsgezinden</i> eene andere, <i>De Arke Noachs</i><span id="xd32e1862"></span> genaamd; doch beiden zijn niet meer in wezen.
+</p>
+<p>De <i>Collegianten</i> vergaderen boven ’t weeshuis dier Gemeente, op de <i>Keizersgracht</i> over den gewezenen schouwburg.
+</p>
+<p>Nabij de <i>Remonstranten Kerk</i>, hebben de <i>Kwaakers</i> eene vergaderplaats, kenbaar aan een’ driehoek, die boven den ingang staat.
+</p>
+<p>In de <i>Houttuinen</i> vergaderen de <i>Hernhutters</i>: ook hebben de <i>Persiaanen</i> hier ter stede een net kerkjen; er is ook nog een kleine en nette <i>Grieksche Kerk</i>; op de <i>Oudezijds Voorburgwal</i>; schuin over de <i>Oude Kerk</i>.
+</p>
+<p>De <i>Portugeesche</i> en <i>Hoogduitsche Jooden</i>, hebben er voords ieder eene aanzienlijke sijnagoge, die, vooral de eerstgemelde,
+der bezichtiginge van den vreemdeling overwaardig zijn.
+</p>
+<p>Ofschoon nu in de meeste Gereformeerde Kerken, zo wel als in de <i>Oude</i>- en <i>Nieuwe</i> van de <i>Lutherschen</i>, (naamlijk aan het <i>Nieuwe licht</i> behoorende,) begraaven worde, (die van het <i>Oude licht</i> hebben zig een kerkhof op <i>Muiderberg</i> verkozen; zie onze beschrijving van dat dorpjen;) zijn er echter hier ter stede nog
+vijf groote kerkhoven, aan afgelegene oorden der stad: de <i>Jooden</i> hebben er drie buiten de stad; één te <i>Ouderkerk</i>, één te <i>Muiderberg</i>, en één nabij <i>Zeeburg</i>.
+</p>
+<p>Zijn de kerken te <i>Amsteldam</i>, gelijk gebleken is veelen, de verdere Godsdienstige Gestichten zijn er nog veel
+talrijker: wij zullen de voornaamsten met een enkel woord aanstippen.
+<span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span></p>
+<p>Het <i>St. Pieters Gasthuis</i>, dat zijnen naam ontleent van één der Gasthuizen welken weleer hier ter stede waren,
+komt eerst in aanmerking: het was in oude tijde de Kloosters der Oude en Nieuwe Nonnen:
+alles wat hierin gevonden wordt is ongemeen aan het oogmerk voldoende; het heeft zijne
+eigene bakkerij en brouwerij, ook is er de stads Apotheek in geplaatst: even binnen
+de groote poort is een Beiërt, alwaar de bedelaars en arme vreemdelingen drie nachten
+om niet kunnen logeeren, ontvangende des avonds en morgens ook spijs en drank.
+</p>
+<p>Het tegenwoordige Verbandhuis, ook in het <i>Gasthuis</i> zijnde, was weleer het <i>Pesthuis</i>, dat omtrent den jaare 1616 van daar naar buiten de <i>Leidsche poort</i> verplaatst, en te klein geworden zijnde, in 1630 weder verplaatst werd, daar het
+thans nog gezien wordt, mede buiten de <i>Leidsche poort</i>, een goed stuk wegs landwaards in gelegen: in 1732 is het geheel verbrand; doch ’t
+werd terstond weder herbouwd, juist 200 voeten lang en breed, en rondsom met een graft
+omgeven: ter zijde heeft het een eigen kerkhof, waarop ook sommigen met den dood gestraften
+begraven worden—Toen het <i>Dolhuis</i> weggenomen zoude worden, ter bouwinge van een kerk voor de <i>Herstelde Luthersche Gemeente</i>, werd aan dit huis een ruimen vleugel gebouwd, die thans voor een <i>Dolhuis</i> dient.
+</p>
+<p>Het <i>Oude Mannen- en Vrouwen-huis</i>, staande naast het Gasthuis: dit werd gebouwd uit een loterij, door de Wethouderschap
+in 1600 opgesteld: het staat op een gedeelte gronds van ’t <i>Oude Nonneklooster</i>, is een zeer royaal gebouw, en allezins bezienswaardig: het is niet aangelegd voor
+armen maar begunstigden, die er een aangenaam leven leiden; zij moeten bij het inkomen
+eenig huisraad, doch voor hun eigen gebruik, medebrengen—in 1605 werd in hetzelve
+een put gegraven van 232 voeten diep; bij welke graaving men onderscheidene beddingen
+gronds vond; onder anderen ter diepte van 72 voeten, één voet molm, en niet veel voeten
+dieper veele schelpen en zeehoorentjens—voor weinige jaaren is dit gebouw, aan de
+eene zijde, (op de <i>Kolveniers burgwal</i>,) met een fraajen steenen poort vercierd: de doorgang vandaar naar de <i>Oude zijds achterburgwal</i> is overdekt, heeft aan de eene zijde uitzicht door veele schuifraamen op de opene
+plaats of ’t bleekveld van ’t huis, en aan de andere zijde winkelkasten, die aan galanteriekramers
+enz. verhuurd worden.
+<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p>
+<p>Het <i>Burger weeshuis</i>, was weleer het <i>St. Lucie klooster</i> in 1580 daartoe vervaardigd; vóór dien tijd was het fraai herbouwd Logement de <i>Keizers kroon</i>, het <i>Burger weeshuis</i>: dit huis is groot, aanzienlijk, en ook zeer rijk.
+</p>
+<p>Het <i>Diaconie weeshuis</i> in de <i>Zwaanenburgerstraat</i>, is een gebouw van den jaare 1656; dit is mede ongemeen groot; heeft niet alleen
+zijn eigen Apotheek, maar ook artzenijtuin.
+</p>
+<p>Het <i>Diaconie-oude Mannen- en Vrouwen-huis</i>, staande op den <i>Binnenamstel</i>, doet ieder wegens zijne grootte verbazen; maar meer nog als men het van binnen bezichtigt,
+door zijne inrichting en de orde die er over het algemeen in heerscht: het geheele
+ligchaam der <i>Amsteldamsche Diaconie</i> is bewonderens waardig, vooral wegens de onbedenkelijke sommen die het jaarlijks
+tot onderhoud noodig heeft.
+</p>
+<p>Achter dit huis ontmoet men het <i>Korvers hofjen</i>, in 1722 gesticht uit eene ervenis van den Heere <span class="sc">Jan Corver</span>, Oud-Schepen en Raad der stad; het staat onder bestuur van de Gereformeerde Diaconie,
+wordende er geene anderen dan gehuwde oude lieden zonder kinderen in geplaatst: zo
+één van beiden overlijdt moet de nablijvende in het Diaconie <i>Oude mannen-</i> of <i>vrouwen-huis</i>, bovengemeld, overgaan—een dergelijk hofjen is daar nabij nog onlangs gebouwd, uit
+eene ervenis van den Heere <span class="sc">Van Mekeren</span>.
+</p>
+<p>Doet de Diaconie hier ter stede zo veel aan haare Ledemaaten, de Huiszittenarmen,
+dat is die geene ledemaaten zijn, worden mede niet vergeten; de ruime uitdeelingen
+aan dezelven geschieden thans op twee plaatsen, beiden mede overbezienswaardig; naamlijk
+in het <i>Oude zijds huis-zittenhuis</i>, en in dat aan de <i>Nieuwe zijde</i>; het eerste staat op de <i>Korte houtgraft</i>, op den grond van den <i>Leprozen tuin</i>, en het andere op de <i>Prinsegraft</i> bij de <i>Lelijgraft</i>; dit laatstgemelde heeft in de stad drie ruime turfschuuren.
+</p>
+<p>De Huiszittenmeesters hebben ook nog een <i><span class="corr" id="xd32e2014" title="Bron: Huitzitten">Huiszitten</span> weduwen Hof</i>, in 1650 op den grond van ’t <i>Oud Karthuizers Klooster</i> gebouwd: het is almede ongemeen groot: in hetzelve worden niet dan weduwen en hoogbejaarde
+dochters onderhouden: de kinderen der weduwen mogen bij hunne moeders woonen, tot
+dat de meisjens agttien, en de jongens negentien jaaren bereikt hebben.
+<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p>
+<p>Schoon de gezegde gebouwen, ieders aandacht trekken, door hunne grootte en talrijkheid
+van huisgezinnen, zij allen worden nog overtroffen door het <i>Aalmoeseniers Weeshuis</i>, staande op de <i>Prinsegraft</i> bij de <i>Leidsche straat</i>, in den jaare 1663 aldaar aangelegd, en naderhand nog vergroot; ’t is bijna 300 voeten
+breed, en drie verdiepingen hoog; en er worden bijna 2000 zielen in onderhouden: het
+is geschikt voor weezen, wier ouders geene burgers of ledemaaten der Gereformeerde
+Gemeente geweest zijn, als mede voor vondelingen, enz.
+</p>
+<p>De <i>Fransche</i> of <i>Waalsche Gemeente</i>, heeft te <i>Amsteldam</i> mede een zeer aanzienlijk weeshuis, dat ook voor het onderhouden van oude mannen
+en vrouwen dient; ’t staat op den hoek van de <i>Vijzel-</i> en <i>Prinse-graften</i>, en is een gebouw van den jaare 1669: vóór dien tijd hadden de <i>Waalen</i> hun Weeshuis in de <i>Laurierstraat</i>: het gezin in dit huis wordt ongemeen ruim onderhouden, en in de daad vrij beter
+dan menig ordentelijk <i>Amsteldamsch burger</i> in staat is zijne kleine huishouding te doen.
+</p>
+<p>De <i>Engelschen</i> hadden weleer een Weeshuis aan de zuidzijde van de <i>Loojers graft</i>; doch hetzelve was van weinig betekenis: thans hebben zij een tamelijk fraai Weeshuis
+op de <i>Oudezijds achterburgwal</i>, bij de <i>Stoofsteeg</i>, gesticht in den jaare 1782.
+</p>
+<p>De <i>Roomschen</i> hebben een jongens Weeshuis, staande aan de zuidzijde van de <i>Laurier-graft</i>; het is een vrij goed gebouw; maar komt niet in vergelijkinge met het <i>Maagdenhuis</i> van deeze Gemeente, op het <i>Spui</i>, en dat eerst voor weinige jaaren, in de plaats van het oude, gebouwd is; dit huis
+gelijkt veel eer naar een paleis dan naar een weeshuis—Voorheen had deeze gemeente
+haar uitdeelings comptoir, op den <i>Nieuwezijds achterburgwal</i>, bij het <i>Spui</i>, doch thans is hetzelve verplaatst, op den grond van den afgebranden Schouwburg op
+de <i>Keizersgraft</i> bij de <i>Huidestraat</i>; alwaar ’t mede eene zeer aanzienlijke vertooning maakt—Op het voor weinige jaaren
+bebouwde <i>Weesperveld</i>, hebben de <i>Roomschen</i> ook een ruim huis voor arme oude lieden aangelegd: de pracht waarmede het gebouwd
+is, doet duidelijk zien dat deeze gemeente eene ruime beurs moet bezitten.
+</p>
+<p>Aan de noordzijde van de <i>Lauriergraft</i>, ontmoet men het Weeshuis der <i>Luthersche Gemeente</i>, zijnde hetzelve na het midden der voorgaande eeuw gebouwd; het is een zeer goed
+gebouw, <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>en is voor weinige jaaren nog aanmerkelijk verbeterd—dezelfde Gemeente heeft niet
+verre van dat weeshuis, naamlijk in de <i>Konijnenstraat</i>, een <i>Hofjen voor oude Vrouwen</i>, alwaar de inwooners mede zeer goed onderhouden worden—maar van ongemeen veel meer
+aanziens en ruimte is het <i>Nieuwe bestedelingshuis</i>, door deeze Gemeente gebouwd op het reeds meergemelde <i>Weesperveld</i>; het is een groot en aanzienlijk gebouw, waarin de oude lieden ook ongemeen wèl onderhouden
+worden.
+</p>
+<p>Het weeshuis der <i>Vereenigde Vlaamsche</i> en <i>Waterlandsche Doopsgezinden</i>, gemeenlijk het <i>Mennonieten Weeshuis</i> genoemd, staat op de <i>Prinsegraft</i>, tusschen de <i>Vijzelstraat</i> en <i>Reguliersgraft</i>, en is gesticht in den jaare 1676; zijnde in alle deelen een aangenaam en luchtig
+gebouw, waarin de kinderen ook met allen mogelijken zorg, gevoed, gekleed, en geleerd
+worden.—Vooraan in de <i>Elandsstraat</i> had dezelfde Gemeente weleer haar <i>Oude Vrouwenhuis</i>; doch hetzelve is in 1759 geplaatst, in de <i>Kerkstraat</i>, achter het Weeshuis voornoemd.
+</p>
+<p>Die van de Collegianten, hebben hun Weeshuis, van ouds de <i>Oranje appel</i> genoemd, ter plaatse alwaar zij hunne vergadering houden, zie hier vóór.
+</p>
+<p>Onder de godsdienstige gestichten ter deezer stede kunnen ook nog de volgende geteld
+worden, als,
+</p>
+<p>Het <i>Stads zijdewindhuis</i>, geplaatst op den Cingel boven het stads magazijn: hier worden jonge meisjens van
+8 tot 14 jaaren, en wier ouders van de Huiszittenmeesters, of gelijk men zegt, <i>van de stad</i>, en ook die, wier ouders van de Diaconie trekken, met het winden van zijde aan werk
+en geld geholpen, maar middelerwijl ook in het leezen, schrijven, en de gronden van
+den Godsdienst onderwezen.
+</p>
+<p>Het <i>Begijnen-hof</i>, in de <i>Kalverstraat</i>, alwaar, gelijk wij reeds zeiden, de <i>Engelschen</i> hunne Kerk hebben: ’t is reeds een gebouw van den jaare 1389: in 1393 werd het door
+Hertog <span class="sc">Albrecht</span> in bescherminge genomen: ’t is bebouwd met wooningen voor een zeker tal Begijnen,
+die er hunne eigene kerk en Priester hebben: de dochterkens geneeren zig met allerlei
+kundig naaldwerk, waarin sommigen van haar zeer ervaaren zijn.
+</p>
+<p>Het <i>Lazerus</i> of <i>Leprozen-huis</i>, staande bij de <i>St. Anthonies</i> of <i>Jooden breestraat</i>: sedert de lazerij genoegzaam geheel uit deeze Landen verdweenen is, dient het <i>Leprozen-huis</i>, voor eenige proveniers, en sommige simpele lieden.
+<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p>
+<p>Van het <i>Dol-</i> of <i>Krankzinnig huis</i> hebben wij reeds gesproken: (zie boven Bladz. 10).
+</p>
+<p>Het <i>St. Joris hof</i>, staande tegen de <i>oude Waals Kerk</i>: was eertijds het <i>Pauliniaanen klooster</i>; ’t is nu een Proveniers huis, schoon ’t voorheen ook voor Leprozen gediend hebbe.
+</p>
+<p>Behalven alle de gemelde gebouwen vindt men hier ter stede nog eene menigte hofjens
+en Godsdienstige gestichten, door bijzondere persoonen van verscheidene Gezinten,
+met Godsdienstige oogmerken, aangelegd: de voornaamsten zijn:
+</p>
+<p>Het <i>Deutzen Hofjen</i>, op de <i>Prinsegraft</i> tusschen de <i>Spiegel-</i> en <i>Vijzel-straat</i>, in 1695 gesticht door Vrouwe <span class="sc">Agneta Deutz</span>; er worden oude vrouwen op geplaatst, die, behalven vrije wooning, 36 guldens aan
+geld, 40 mand turf, 20&nbsp;℔ boter, 20&nbsp;℔ rijst, en 20&nbsp;℔ kaarsen jaarlijks genieten.
+</p>
+<p><i>Venetia</i> of <i>Maarloops hofjen</i>, naar zijnen stichter <span class="sc">Maarloop</span> dus genoemd, gelijk ook veelen der volgenden den naam naar hunne stichters draagen:
+dit hofjen staat in de <i>Elandstraat</i>: behoeftige Vrouwen van allerleie Gezinten, uitgenomen die van den <i>Roomschen Godsdienst</i> zijn, genieten er vrije wooning, 50 manden turf, en nog eenig geld in ’t jaar.
+</p>
+<p>’T <i>Raapen hofjen</i> aan de Noordzijde van de <i>Braak</i>, wordt mede door behoeftige vrouwen bewoond: zij genieten ieder jaarlijks 25 tonnen
+turf.
+</p>
+<p>De <i>Huisjens van Bosch</i> staan naast het laatstgemelde Hofjen; in dezelven wordt alleenlijk vrije wooning
+genoten.
+</p>
+<p>’T <i>Roeters hofjen</i>, op de <i>Linde graft</i>, is mede gesticht voor behoeftige vrouwen van den Gereformeerden Godsdienst, die
+er ook alleenlijk vrije inwooning genieten.
+</p>
+<p>Het <i>Okkers hofjen</i> in de <i>kromme Palmstraat</i>, bijna geheel herbouwd zijnde, moet er een gering geld op verwoond worden.
+</p>
+<p>’T <i>Claas Reiniersz</i>. <i>Hofjen</i> op de <span class="corr" id="xd32e2225" title="Bron: Keizersgaft">Keizersgraft</span>, tusschen de <i>Beeren-</i> en <i>Run-straat</i>, behoort aan de <i>Roomschgezinden</i>, en voert ter spreuke, <i>Liefde is ’t Fundament</i>; ’t is aangelegd voor Vrouwen die bij ’t inkomen, voor ééns, honderd guldens moeten
+geeven.
+</p>
+<p>’T <i>Hamershofjen</i>, is mede voor oude <i>Roomschgezinde Vrouwen</i>.
+</p>
+<p>’T <i>St. Andries Hofjen</i> op de <i>Egelantiersgraft</i>; hier is een kapelletjen in ’t welk ééns ter week dienst gedaan wordt, door den Capellaan
+van ’t <i>Begijnehof</i>.
+</p>
+<p>De <i>Brouwers huisjens</i> in de Wijdesteeg op de <i>Bloemmarkt</i>, behooren ook aan de <i>Roomschen</i>; als mede
+<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p>
+<p>Het <i>Otters hofjen</i>, in de <i>Vinkestraat</i>, en
+</p>
+<p>De <i>Zeven keurvorsten</i> in de <i>Tuinstraat</i>.
+</p>
+<p>Het <i>Suiker hofjen</i> op de Lindegraft, behoort aan de <i>Lutherschen</i>; en is aangelegd voor oude vrouwen, en vrijsters boven de 50 jaaren: ieder bewoonster
+geniet boven vrije wooning, jaarlijks 40 manden turf, 10&nbsp;℔ rijst, en drie dukatons
+aan geld—aan dezelfde Gemeente behoort ook
+</p>
+<p>Het <i>Grillen hofjen</i>, in de <i>Weterings dwarsstraat</i>.
+</p>
+<p>Het <i>Brantzen hofjen</i>, op de <i>Nieuwe Keizersgraft</i> bij de <i>Weesperstraat</i>.
+</p>
+<p>Het <i>Linden hofjen</i>, op de <i>Lindengraft</i>, behoort aan de <i>Doopsgezinden</i>, als mede
+</p>
+<p>De <i>Hoeksteen</i> in de <i>Lojerstraat</i>, ook
+</p>
+<p>Het <i>Rijpen-</i> of <i>Roozen-hofjen</i> op de <i>Roozegraft</i>.
+</p>
+<p>Zie daar alleenlijk de hoofdtrekken van een schilderij van Godsdienstigheid, barmhartigheid
+en menschenliefde, waarop de <i>Amsteldammers</i> met reden roem mogen draagen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>In de eerste plaats komt hier ongetwijfeld voor het vorstlijke Stadhuis, dat met recht
+den naam draagt van ’t <i>agtste wereldwonder</i>: het staat op den ruimen dam, meer achterwaards dan het oude Stadhuis in 1652, door
+de vlamme vernield, aldaar gestaan heeft: in 1648, (des vier jaaren vóór gezegden
+brand,) begon men de grondslagen van het tegenwoordige te leggen; ruim een jaar en
+negen maanden bragt men door met het heien van de paalen, die ten getale van <i>dertien duizend, zes honderd negen en-vyftig</i> werden ingeslagen, des niettegenstaande werd de bouwing zo spoedig voordgezet, (vooral
+na het oude huis, gelijk gezegd is, verbrand was,) dat de wethouderschap reeds op
+den 1 Augustus 1655 er haare zitting in nam; evenwel had het gebouw toen nog geen
+dak, en er werdt nog eenigen jaaren lang aan gearbeid, eer gezegd kon worden, dat
+het geheel voltooid was; alles onder opzicht van de ontwerpers, de beroemde <span class="sc">Jacobus van Campen</span>, en <span class="sc">Daniel Stalpert</span>.
+</p>
+<p>Aan dit overheerelijk Stadhuis zijn de krachten der Bouwkunde uitgeput, waarvan de
+beschouwing zelve alleen kan overtuigen; <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>het heeft, behalven de onderste verdieping, waarin de Wisselbank, gevangenplaatsen,
+en eenige kelders zijn, drie steenen verdiepingen en verwelfsels: de breedte bedraagt
+een tal van ruim 282 voeten, en de grootste diepte, naamlijk tusschen het voorste
+en achterste middenste uitsteeksel, bedraagt omtrent 236 voeten, de kleinste of zijdelijke
+diepte omtrent 200½ voeten: zonder den toren is het gebouw weinig minder dan 117 voeten
+hoog: alles wat boven den grond is, is zamengesteld uit witte <i>Breemer</i> en <i>Bentheimer steen</i>, aan alle kanten met eene toereikende hoeveelheid van glasraamen voordien: in ’t
+middenste uitsteekzel van den voorgevel zyn negen ronde boogen, zeven van welken tot
+ingangen dienen, de twee overigen zijn met ijzerene traliën gesloten; met vier steenen
+trappen gaat men tot deeze boogen op: in ’t middenste uitsteeksel van den achtergevel,
+heeft men eenen langwerpig vierkanten ingang naar welken men langs zes steenen trappen,
+voorwaards en ook van beide zijden opgaat: boven deezen opstal staan rondsom het gebouw
+negentig <i>Romeinsche Colommen</i>, ieder, met de cieraadjen, ruim 36 voeten hoog: boven deeze rij staat een gelijke
+talrijke rij <i>Corinthische Colommen</i>; alles met cierlijke festonnen tusschen beiden: op ieder’ hoek van het dak staat
+eenen koperen vergulden kroon, die door vier arenden gedragen wordt; langs de daken
+zyn twintig dakvensters en agttien schoorsteenen geplaatst: de middenste uitsteekzels
+van de voor- en achter-gevel, zijn ieder met een kap gedekt, waarin overheerelijke
+levensgroote marmeren beelden geplaatst zijn; op de lijst van den voorkap staan drie
+koperen beelden, naamlijk dat der <i>Vrede</i>, tusschen die der <i>Voorzichtigheid</i> en <i>Rechtvaardigheid</i>: op de achterkap staat tusschen de beelden der <i>Maatigheid</i> en <i>Wakkerheid</i> een Atlasbeeld, den hemelkloot torschende; de toren die rond en met agt halve <i>Corinthische Colommen</i> omringd is, staat in ’t midden boven den kap van den voorgevel op een vierkanten
+voetstuk, en is ruim 66 voeten hoog: op denzelven staat voor windwijzer het oude wapen
+der stad: de toren is met festonnen en andere sieraaden der bouwkunde getooid; ook
+heeft hy een kunstig uurwerk en klokkespel, op ’t welk driemaal ter week een uur gespeeld
+wordt; de ton van het werk weegt 4474 ponden.
+</p>
+<p>Het zoude ons bestek te veel gevergd weezen, wilde men eene beschrijving van het inwendige
+des gebouws van ons <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>vorderen, wij kunnen er slechts iet weinigs van zeggen; de talrijke vertrekken, welken
+er in zijn, zijn allen der bezichtiginge overwaardig; eenigen van dezelven zijn vercierd
+met overheerelijke schilderstukken, en beschilderingen van de voornaamste oude meesters;
+de vroedschapskamer munt daarin boven alle anderen uit: op de wapenkamer zijn ook
+veele bijzonderheden te zien, voornaamlijk van oude wapenen, harnassen, enz.
+</p>
+<p>Vooral zijn bewonderenswaardig de beelden, waarmede de openbaare vierschaar, die in
+de onderste verdieping gevonden wordt, pronkt: men ziet er in door drie boogen, die
+half met gehouwene steenen toegemetseld, en half met getakte koperen tralien afgesloten
+zijn: de ingang ter zijde is door twee zwaare metaalen deuren gesloten; slangen, zwaarden,
+bliksems, als mede het oude en nieuwe wapen der stad, vercieren dezelve: het binnenwerk,
+zijnde een rechterstoel, bank, trappen, colommen, beeldwerk, enz. is genoegzaam alles
+van wit marmer gehouwen: onder het beeldwerk vertoonen zig <i>Salomon’s gerecht</i>, <span class="sc">Seleucus</span>, die zig ’t oog laat uitsteeken, en <span class="sc">Brutus</span>, die zijne zoons doet onthalzen, alles overkunstig gehouwen.
+</p>
+<p>Op de tweede verdieping munt uit de burgerzaal, over welken men tot alle de op die
+verdieping zig bevindende kamers, gaat; deeze zaal, die met twee zwaare koperen deuren
+gesloten wordt, is 120 voeten lang, en omtrent 57 voeten breed: te recht is van deeze
+zaal gezegd: „Alles blinkt hier van marmer, en andere kostbaare steen, zo kundig bewerkt,
+dat de mans- en vrouwe-beelden niet slechts, maar ook het fruit- en loofwerk, de bloemen,
+de korenschoven, de vogeltjens, het zeegedierte en duizenderleie aartigheden meer,
+den aanschouwer op ’t levendigste toelagchen:” midden op den marmersteenen grond,
+waren twee platte halve aardklooten van gekleurden steen en geel koper kunstig ingelegd,
+doch dezelve zijn door het beloopen reeds geheel verdweenen; een halven hemelkloot,
+mede kunstig van geel koper in denzelfden grond ingelegd, is nog heden te zien: het
+gewelfsel is fraai beschilderd; met één woord, deeze zaal doet op het eerste gezicht
+verstommen, en bij nadere beschouwing houdt zij de bewondering der kenneren onafgebroken
+bezig.
+</p>
+<p>Na het stadhuis verdient de <i>Beurs</i> genoemd te worden: zij is gebouwd op vijf overwelfde boogen, die in den <i>Amstel</i>, aldaar <i>Rokin</i> geheten, gelegd zijn: de middenste boog diende weleer ter doorvaart, doch in 1622
+werd er een vaartuig met buskruid <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>onder gevonden, aldaar gelegd zijnde, zoo men zegt, met oogmerk om het gebouw, als
+de kooplieden vergaderd waren, in de lucht te laaten springen, en daardoor de stad
+eene onherstelbaare schade toetebrengen; want men moet zig miet verwonderen als men
+hoort dat de kooplieden op één’ beurstijd somtijds millioenen maalen millioenen schats
+aan papieren bij zig hebben: na dien tijd is de gezegde doorvaart gesloten: de Beurs
+bestaat uit een vierkant plein, omringd van breede gaanderijen, wier verwelfsels op
+46 pilaaren van blaauwen arduinsteen rusten; aan de zuidzijde pronkt het gebouw met
+een cierlijk torentjen, voorzien van een uurwerk: ’t gebouw is binnenswerks 250 voeten
+lang, en omtrent 140 voeten breed; is in den jaare 1608 aangelegd<span class="corr" id="xd32e2386" title="Niet in bron">,</span> in 1613 volbouwd, en in 1668 merkelijk vergroot: boven de gezegde gaanderijen is
+een zogenaamde Prentekamer; welke naam zij draagt om dat er veele winkelkassen op
+gemaakt zijn, die meest door prentekoopers in huur gehouden worden, en welken er ook
+dagelijks hunne voorraad uitstallen; enkel de kassen worden ook door galanteriekramers
+in huur gehouden: op dezelfde verdieping vindt men mede het stads schermschool.
+</p>
+<p>Op het <i>Water</i> staat een afzonderlijke beurs voor de korenkopers, die weleer slechts van hout was,
+doch in den jaare 1767 is deeze weggebroken, en een fraaje steenen beurs in de plaats
+gezet; zij is gebouwd in den smaak der groote, of koopmans beurs voornoemd: niet verre
+van deeze beurs, op de kolk, staat het <i>Korenmeeters huis</i>, zijnde een sierlijk vierkant steenen gebouw—achter de Korenbeurs, aan de andere
+zijde van het <i>Water</i>, vindt men het <i>Stads Exijnshuis</i>, dat mede een groot gebouw is, en met hardsteenen gevels pronkt: ’t is in 1637 en
+1638 merkelijk vernieuwd en vergroot—bij het zelve staat het <i>Bierdragers huis</i> van de oude zijde; dat van de nieuwe zijde staat op het <i>Spui</i>.
+</p>
+<p><i>Amsteldam</i> heeft drie waagen: de oudste, zijnde een gebouw van ’t jaar 1560, staat op den <i>Dam</i>, tegen over het stadhuis; boven deeze is de militaire hoofdwacht; de toegangen tot
+welke, zo wel als het bordes daarvoor, is in den jaare 1778 fraai van blaauw arduinsteen
+vernieuwd—De tweede waag staat op de <i>Nieuwmarkt</i>, en is de oude <i>St. Anthonies poort</i>, die in 1617 tot een waag bekwaam gemaakt werd: boven dezelve is de openbaare leerschool
+in de Anatomie, de <i>Snijkamer</i> genaamd; ook worden er veele vreemde dieren, gewassen, steenen, geraamten, enz. bewaard—de
+Heelmeesters hebben boven deeze waag <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>ook hunne Gildekamer—De derde waag staat op de <i>Botermarkt</i>, en is de gewezene <i>Regulierspoort</i>, in 1668 tot een waag toebereid.
+</p>
+<p>Voor weinige jaaren is er ook nog een <i>Waterwaag</i> aangelegd, naamlijk op den <i>Buitenkant</i> bij de <i>Kraansluis</i>.
+</p>
+<p>Het <i>Prinsenhof</i>, of eigenlijker gezegd het <i>Admiraliteits hof</i><a class="noteRef" id="xd32e2434src" href="#xd32e2434">2</a>, was voorheen het <i>St. Cecilien klooster</i>, gesticht, naar het gevoelen van sommigen, tusschen den jaare 1342 en 1352; ’t gebouw
+pronkt nog met het torentjen van de kloosterkerk: in 1661 is het klooster bijna geheel
+weg gebroken, en op deszelfs grond het tegenwoordige prachtige hof gebouwd.
+</p>
+<p>Het <i>Admiraliteits</i> of <i><span class="corr" id="xd32e2450" title="Niet in bron">’s </span>Lands zeemagazijn</i>, staat aan den IJ-kant, op den hoek van <i>Kattenburg</i>; ’t is een ruim gesticht van den jaare 1655, zijnde 220 voeten breed, en 200 voeten
+lang: in 1790 brandde het van binnen geheel uit, doch ’t werd weldra weder in die
+orde gebragt, waarin wij het heden beschouwen: voor dit magazijn ligt het scheeps
+hok, binnen het welk de oorlogschepen die onttakeld zijn, opgelegd worden: er leggen
+altoos fraaje pronkschepen in: nog werkelijk is men bezig met de onderneeming om aldaar
+een dok te maaken, doch veelen deskundigen twijfelen aan den goeden uitslag daarvan—bij
+’t magazijn is ook <i>’s Lands timmerwerf</i>, zijnde dezelve omtrent 1500 voeten lang—Op een vrij grooten afstand van het magazijn,
+is <i>’s Lands Lijnbaan</i>, benevens die der <i>Oostindische Compagnie</i>; het Huis dier Compagnie, op der hoek van de <i>Hoogstraat</i>, was tot den jaare 1605 het stads magazijn: het zelve is van tijd tot tijd vergroot—Het
+<i>Zeemagazijn</i> derzelfde Compagnie is een geweldig groot gebouw, in 1660 aan den IJ-kant aangelegd;
+achter het zelve ligt <i>’s Compagnies werf</i>; haare <i>Lijnbaan</i> is op <i>Oostenburg</i>.
+</p>
+<p>De gebouwen der <i>Westindische Compagnie</i>, zijn het <i>Huis</i>, op de <i>Garnaalsmarkt</i>; haar <i>pakhuis</i> staat op <i>Raapenburg</i>, aan den IJ-kant: weleer hield deeze Compagnie haare vergadering in het gebouw op
+den <i>Haarlemmerdijk</i>, thans tot een <i>Heeren Logement</i> dienende: de gewapende Schutterij betrekt boven hetzelve des avonds eene wacht.
+<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p>
+<p>Onder de groote stads gebouwen munt niet weinig uit de <i>Lombard</i>, of <i>Bank van leening</i>, staande op den <i>Fluweelen burgwal</i>: in 1548 dat het huis aldaar gebouwd tot een magazijn voor de huiszittenarmen; doch
+in 1614 werd het tot een lombard bekwaam gemaakt, en in 1669 nog merkelijk vergroot:
+van de panden onder de ƒ&nbsp;100 wordt slechts een’ penning van iederen gulden per week
+bepaald; van de panden boven de ƒ&nbsp;100 tot ƒ&nbsp;475 wordt 7¼ ten honderd, en van panden
+van ƒ&nbsp;500 en daar boven, wordt 6 ten honderd ’s jaars betaald: door geheel de stad
+heen, woonen <i>inbrengers</i> of <i>inbrengsters</i>, die voor een bepaald loon, de panden, beneden de ƒ&nbsp;100 aanneemen, en in de groote
+Lombard brengen.
+</p>
+<p>Vijf vleeschhallen waren er voorheen in <i>Amsteldam</i>, twee in de <i>Nes</i>; doch de kleinste dier twee is voor eenige jaaren weggebroken, en de groote tevens
+een goed gedeelte verlengd: de eene was weleer een kerkjen, <span class="sc">St. Pieter</span> toegewijd, gelijk de <i>St. Pieters poort</i> er nog tegen over is; de andere ’t <i>Margareten klooster</i>; de overige hallen staan op de <i>Westermarkt</i>, (boven dezelve is de hoofdwacht der wakende Schutterij,) op de <i>Heeremarkt</i>, en op de <i>Botermarkt</i>: de <i>Jooden</i> hebben nog eene afzonderlijke hal voor zig.
+</p>
+<p><i>Amsteldam</i> heeft ook eene <i>Laken- Zijde- en Saai hal</i>, alwaar de lakens, baajen en karsaajen, gelood en gestaald moeten worden: zij staat
+in de <i>Staalstraat</i>, en was weleer de stads steenhouwerij.
+</p>
+<p>In de <i>Kalverstraat</i>, over den <i>Heiligen weg</i>, staat een <i>Schrijnwerkers</i>, of <i>Kistemaakers</i> pand; ’t was weleer een kerkjen tot het oud Leprozenhuis behoorende: de stad verhuurt
+het aan eenige baazen van het Kastemaakers gild, die er allerlei schrijnwerk in te
+koop stellen.
+</p>
+<p>De <i>Vischmarkten</i> zijn drie in getal, één aan de oude, en één aan de nieuwe zijde, (beiden voor zeevisch
+dienende,) en een rivier vischmarkt, in de <i>Nes</i>, ter plaatse alwaar weleer de kleine vleeschhal stond; zie boven.
+</p>
+<p>De <i>Colveniers doelen</i>, alwaar men in vroegeren tijd met vuurroers naar het wit plag te schieten, is thans
+een aanzienlijk logement, en voor eenige jaaren van vooren fraai vertimmerd: ’t was
+weleer eene sterkte aan den <i>Amstel</i> tegen de <i>Utrechtenaars</i>; blijkens ’t geen men in een’ steen voor dezelve leest: naamlijk de woorden, <i>Zwicht Utrecht</i>.
+</p>
+<p>Nog zijn er twee andere <i>Doelens</i>, of <i>Schutters hoven</i>: de <i>Hand-</i> en <i>Voet-boogs</i>, op de <i><span class="sic" title="Voorgestelde verbetering: Garnalenmarkt">Garnalemarkt</span></i>, thans geschikt tot het <i>Westindisch <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>huis</i>, voornoemd, en een aanzienlijk logement—tusschen de laatstgemelde beide doelens is
+één der vijf stads wapenhuizen; ten einde van de <i>Brouwersgraft</i> is een ander, dat geweldig groot is, en tevens tot een korenmagazijn dient; voords
+zijn aan drie afgelegene hoeken van de stad drie anderen.
+</p>
+<p>Vijf voornaame stadsherbergen zijn er in <i>Amsteldam</i>: De <i>Nieuwe-</i> en <i>Oude-zijds heerelogementen</i>, de <i>Oude</i> en <i>Nieuwe herbergen</i> aan het <i>Y</i>, en een in de plantaadje, die zeer vermaaklijk gelegen is, gelijk de plantaadje zelve
+een aangenaam oord is: voorheen waren in dezelve eene menigte kleine herbergjens voor
+den burger, doch deezen heeft men naderhand allen verboden; misschien oordeelde men
+dat de burger geene uitspanning noodig heeft—thans is ’t in de plantaadje intusschen
+veel <i>ordentelijker</i>, want het krielt er van bordeelen.
+</p>
+<p>De stad heeft ook een eigen <i>Timmertuin, Steentuin, Steenhouwerij</i>, <i>Scheepstimmerwerf, Geschut- en Klokgieterij</i>, en <i>Proefwerf</i>.
+</p>
+<p>De Nederduitsche Schouwburg stond weleer op de <i>Keizersgraft</i>, (zie hiervoor, bladz. 9.) doch zij werd in den jaare 1772 ten eenenmaale door de
+vlamme verteerd; een andere is kort na den brand op het <i>Lijdsche plein</i> aangelegd—op de <i>Erwte markt</i> is een fraaje <i>Fransche Schouwburg</i>, voor rekening van particulieren gebouwd; doch sedert eenigen tijd, mag dezelve niet
+gebruikt worden—in de <i>Amstelstraat</i>, bouwde men in den jaare 1790, een zeer goeden <i>Hoogduitschen Schouwburg</i>, doch dezelve heeft almede moeten sluiten: eerst door verloop van het fonds, thans
+ter oorzaake van de tijdsomstandigheden.
+</p>
+<p>Weleer waren in <i>Amsteldam</i> drie <i>Doolhoven</i>; doch twee derzelven zijn te niet geraakt; het <i>Oude</i> is nog aanwezig op de <i>Prinsengraft</i> bij de <i>Loojersgraft</i>: ’t heeft een zeer schoon waterwerk; ook vertoont men er eenige aloude geschiedenissen
+door beweegende beeldjens: er is een houten reuzenbeeld van ongemeenen grootte, en
+bewonderenswaardig fraai gewerkt.
+</p>
+<p>Behalven de kerktorens, en die welken op de poorten, het stadhuis, enz. gevonden worden,
+pronkt de stad nog met den <i>Jan roodepoorts toren</i>, op het Cingel: hij draagt den genoemden naam om dat aldaar weleer het <i>Jan rooden poortjen</i> stond: op denzelven is de gevangenplaats der stads militie—de <i>Regulierstoren</i>, aan het einde van de <i>Kalverstraat</i> en <i>Cingel</i>; hij is alzo genoemd om dat de <i>Regulierspoort</i> aldaar weleer stond: in 1672 werd onder denzelven, om reden van de omstandigheden
+van dien tijd, een munt aangelegd; waarom men ook den toren <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>nog de <i>Muntstoren</i>, en de daaraan gebouwde voornaame herberg, <i>de Munt</i> noemt: in deezen toren is een schoon klokkespel——De <i>Haringpakkers toren</i>, van ouds de <i>Heilige kruistoren</i> genaamd, staat aan den <i>Y-kant</i>, en wordt <i>Haringpakkers toren</i> genoemd, om de <i>Haringpakkerij</i>, die er nabij is; ook houden de keurmeesters van den haring in deezen toren hunne
+vergadering——de <i>Schreiers toren</i>, staat mede aan den <i>Y-kant</i>, en draagt zijnen naam, naar eene vrouw, die het schreiend t’scheep gaan van haaren
+man zo zeer ter harte nam, dat zij er krankzinnig van werd, welk voorval ook nog in
+een’ steen uitgehouwen, en in den torenmuur geplaatst, vertoond wordt—de <i>Montalbaans toren</i> staat op de <i>Oude schans</i>; de oorsprong van deezen naam is onzeker—de burgerij heeft hier ook eene wachtplaats.
+</p>
+<p>Drie <i>Jagthavens</i> die in <i>Amsteldam</i> gevonden worden, kunnen wij mede onder dit artijkel betrekken: de eene is bij de
+<i>Oude stads herberg</i>, de tweede aan den <i>Amstel</i>, voor de hooge sluis, of breede en aanzienlijke steenen brug, en de derde bij ’t
+burgerwachthuis, <i>Keerweer</i> genaamd, ten einde van <i>Kattenburg</i>; uit de twee eerstgemelden zeilt jaarlijks nog een vloot van kleine vaartuigen, alhoewel
+zulks thans mede niet met den ouden luister geschiedt.
+</p>
+<p>Van de stads <i>Kraanen</i> zouden wij, vereischte ons bestek die naauwkeurigheid, nog iet kunnen zeggen, thans
+gaan wij dat point met stilzwijgen voorbij; van de schutsluizen hebben wij reeds met
+een enkel woord gewaagd, en zouden meenen derhalven ons artijkel <span class="sc">Wereldlijke Gebouwen</span> hier mede te kunnen sluiten, ware het dat wij daaronder niet betrokken, de stads
+tuchthuizen en schoolen, waarvan wij nog een enkel woord moeten spreeken.
+</p>
+<p>Het eerste gebouw dat ons hierin voorkomt, is het <i>Rasphuis</i>, gemeenlijk het <i>Boevenrasphuis</i>, ook het <i>Tuchthuis</i> geroemd: hetzelve wordt gevonden op den <i>Heiligen weg</i>, en was weleer het <i>Clarissen Klooster</i>: in 1595, werd het tot een tuchthuis voor de mans bekwaam gemaakt: ’t is een gebouw
+allezins der bezichtiginge waardig, vooral wegens de orde welke er in heerscht, die
+te aanmerkelijker wordt, wanneer men nagaat dat de bewooners, eene talrijke hoop dier
+wezens zijn, welken op eene der uiterste grenzen van de vatbaarheden van den mensch
+staan, tot de ergste grouwelen in staat zijn, en echter binnen de muuren <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>van dit huis, in behoorelijken tucht gehouden, ja zelfs tot Godsdienstoefening genoodzaakt
+worden.
+</p>
+<p>’T gewezene <i>Ursulen klooster</i> heeft jaaren lang gediend voor een vrouwen <i>Tucht-</i> of <i>Spin-huis</i>; doch bij den aanbouw van een groot <i>stads Werkhuis</i> op ’t <i>Weesperveld</i>, is hetzelve ten onbruike geraakt, in zo verre het tuchtigen van vrouwlieden betreft;
+thans dient het tot inquartiering van militie; de schuldige vrouwen worden nu in het
+algemeene <i>Werkhuis</i> voornoemd geplaatst.
+</p>
+<p>Het <i>Willige rasphuis</i> voor vrouwlieden, dat weleer aan den <i>Y-kant</i> stond, en ter weeringe van bedelaarij diende, niet alleen, maar ook ter gevangenplaatse
+van vrouwen, wier gedrag opsluiting verdiende, en wier naastbestaanden de kosten van
+een bijzonder <i>Beterhuis</i> niet konden draagen, almede door den aanleg van het voornoemde algemeene <i>Werkhuis</i>, ten onbruike geraakt zijnde, werd de grond daarvan bebouwd, met het allen lof verdienende
+<span class="sc">Kweekschool voor de Zeevaart</span>; eene instelling die <i>Amsteldam</i> eere aandoet, en ons ’t ons voorgeschreven bekrompen bestek doet betreuren; want
+gaarne weidden wij ten breedsten over het aanleggen van die lofwaardige schoole uit.
+</p>
+<p>Het <i>Verbeterhuis</i>, staat op de schans niet verre van het <i>Weteringspoortjen</i>; ’t was weleer een huis dat diende ter genezinge van die met schurft of kwaadzeer
+besmet waren; het huis dient voor particuliere opsluitingen, echter moet zulks geschieden
+op verlof van de Regeering, die ook den Vader van hetzelve aanstelt.
+</p>
+<p>Men heeft in <i>Amsteldam</i> voords een zeer aanzienlijke <i>Doorluchtige schoole</i>, (<i>Athenæum illustre</i>,) ’t gebouw was weleer een kerkjen van ’t <i>Agnieten klooster</i>, naderhand een pakhuis voor de Admiraliteit, waartoe de onderste verdieping nog gebruikt
+wordt; boven de leesplaats, is eene aanzienlijke stads boekerij, die eenmaal per week
+voor ieder openstaat; alle de boeken zijn met koperen kettingjens aan de kassen vastgemaakt.
+</p>
+<p>Voorheen waren in deeze stad twee <i>Latijnsche schoolen</i>, thans is er maar één, staande op de <i>Cingel</i> tusschen de <i>Munt</i> en den <i>Heiligen weg</i>: ’t is een gebouw dat allezins aan het oogmerk beantwoordt: naast hetzelve staat
+de wooning van den Rector.
+</p>
+<p>De Huiszitten- of Stads-schoolen verdienen hier ook aangemerkt te worden: zij zijn
+aangelegd voor de kinderen dier behoeftigen welke <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>geene ledemaaten der Gereformeerden zijn, en derhalven niet door de Diaconie onderhouden
+worden, deeze heeft haare eigene schoolen.
+</p>
+<p>Boven de Vleeschhal in de <i>Nes</i>, is de vergaderplaats van de Opzieners over het Genootschap der Geneesmeesteren—de
+aanzienlijke stads Kruidtuin is in de Plantaadjen aangelegd.
+</p>
+<p>Na het aanstippen van alle deeze kweekschoolen der geleerdheid, waarbij wij veele
+andere particulieren zouden kunnen noemen, boven al het beroemde Vergaderingshuis
+der Maatschappy <i>Felix Meritis</i>, waarvan nader ons art. <span class="sc">Bijzonderheden</span>, zoude het niet onvoegelijk zijn hier vervolgends iet te zeggen van de geleerde mannen
+die de wereldberoemde stad <i>Amsteldam</i> uit haaren schoot heeft zien geboren worden; dan, het getal derzelven zoude eenige
+bladzijden vorderen die wij echter van ons bestek niet kunnen missen; ten allen tijde
+hebben de kunsten en weetenschappen in deeze stad gebloeid, en het welk te bewonderenswaardiger
+is, daar <i>Amsteldam</i> eigenlijk den troon des koophandels genoemd mag worden; ja nog heden, nu zij de gevaarlijkste
+verdeeldheid in haare ingewanden voelt wroeten; nu het gezicht van duizende krijgsknechten
+haar dagelijks verschrikt; nu zij telkens voor de gevaarlijkste uitbarstingen beeft,
+nu nog werkelijk tellen de <i>Amsteldammers</i> onder zig zulk een groot aantal geleerden, als zij mogelijk nimmer onder zig hebben
+kunnen tellen: vooral vindt men die loflijke voorwerpen in den achtingwaardigen burgerstand.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Ingevolge onze gewoonte in het reeds afgewerkt gedeelte van ons uitgebreid plan, bepaalen
+wij ons hier ook weder alleenlijk tot de Gereformeerde, of Heerschende kerk in <i>Amsteldam</i>: deeze gemeente dan wordt bediend door 29 Predikanten, één van welken in de Hoogduitsche
+taale moet prediken: de Gasthuiskerk had weleer haar afzonderlijken Predikant; doch
+thans predikt deeze ook op zijn beurt in de andere kerken, gelijk de overige Predikanten
+ook de Gasthuiskerk op hunne beurt moeten waarneemen: de gewoone kerkenraad bestaat
+voords uit gemelde Predikanten, een gelijk getal Ouderlingen, waarvan jaarlijks de
+helft afgaan, gelijk ook van de Diaconen, die 42 in getal zijn, en een afzonderlijk
+Collegie uitmaaken, doch van den grooten kerkenraad ook leden zijn: den Diaconen zijn
+12 Diaconessen toegevoegd, <span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span>die voor al het vrouwlijke in dat groote ligchaam zorg draagen; voorheen zond de Wethouderschap
+twee Gemagtigden in den kerkenraad; doch sedert eenige jaaren vindt zulks geen plaats
+meer: in gevalle van eene vacature onder de Predikanten, worden Burgemeesteren om
+handopening tot het doen van een beroep verzocht; na bekomen verlof, maakt de gewoone
+kerkenraad een nominatie van drie, het zelfde doet het Collegie van Diaconen: deeze
+dubbelde nominatie wordt in den grooten kerkenraad tot een drietal gebragt, en daaruit
+wordt bij meerderheid van stemmen één verkozen, op welke verkiezing vervolgends de
+goedkeuring van Burgemeesteren verzocht wordt.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Deeze bestaat uit een Collegie van 36 Raaden, of Vroedschappen, 4 regeerende Burgemeesters,
+9 Schepenen, en één’ Schout: eigenlijk zijn er 12, zo afgegaane als regeerende Burgemeesteren,
+die den Oud-raad uitmaaken, en hunne bijzondere functie hebben: de Vroedschappen behouden
+hunne post levenslang, doch Burgemeesteren en Schepenen worden jaarlijks, op <i>Vrouwendag</i>, veranderd: bij ’t afsterven van één’ der Raaden, wordt in de opengevallene plaats
+door het Collegie zelve eenen anderen verkozen: de Schout wordt door Burgemeesteren,
+na voorgaand besluit der Raaden, aangesteld, en blijft aan tot hij bedankt of overlijdt:
+er zijn nog vijf Onderschouten, waartoe de Hoofdprovoost van ’t Aelmoesseniershuis,
+en de Waterschout, of Bailluw van ’t watergerecht, behooren: ieder deezer Onderschouten,
+gelijk ook de Hoofdschout hebben eenige gewapende dienaars onder zig; de laatstgenoemde
+heeft ook een’ Secretaris; de gemelde jaarlijksche verandering van regeerende Burgemeesteren
+geschiedt uit den Oud-raad voornoemd, (of zo die niet voltallig is, ook wel buiten
+dezelven,) door dien Raad zelven en door Oud- en regeerende Schepenen, bij meerderheid
+van stemmen: drie Burgemeesteren worden op gezegde wijze verkozen, en deezen verkiezen
+uit de vier van het voorgaande jaar een vierden tot President, welke post hij drie
+maanden bekleedt, vervolgens is ieder andere van drie tot drie maanden President:
+langer dan twee jaaren mag geen van hun dienen: van de 9 Schepenen, waarvan één President
+en <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>één Vice-president is, gaan jaarlijks 7 af: tot het benoemen van 7 anderen vervaardigt
+de Raad een nominatie van veertien persoonen, waaruit door den Stadhouder 7 benoemd
+worden: een President en Vice-president worden vervolgends uit de Oud-schepenen verkozen.
+</p>
+<p>De wereldlijke Regeering van <i>Amsteldam</i>, bestaat voords in het Collegie van <i>Thesaurieren Ordinaris</i>, zamengesteld uit vier Oud-burgemeesteren; zij hebben opzicht over stads gelden,
+doen aanbestedingen, enz.—<i>Thesaurieren extraordinaris</i>: deezen ontvangen verpondingen, buitengewoone lasten, enz.—<i>Weesmeesteren</i>, zijnde Oud-schepenen, meestijds 8 in getal—<i>Commissarissen van huwelijkszaaken</i>—van de <i>Rekenkamer</i>—van de <i>Assurantiekamer</i>—<i>Commissarissen van de Wisselbank</i>, die van <i>Kleine Zaaken</i>, zittende over verschillen <span class="corr" id="xd32e2831" title="Bron: d e">die</span> beneden de ƒ&nbsp;600 gaan.—die van de <i>Kamer van Zeezaaken</i>—van de <i>Desolate boedelkamer</i>—<i>Commissarissen van den grooten Excijns</i>, dat is op graanen, gemaal, wijnen, azijn, bier, turf en koolen—voords <i>Commissarissen over den honderdsten en tweehonderdsten penning</i>; wij zwijgen nu van onderscheidene boden, secretarissen, clerken en verdere mindere
+bedienden: de Regeering van <i>Amsteldam</i> heeft voords twee Pensionarissen, waartoe gemeenlijk geleerde lieden, verkozen worden.
+</p>
+<p>Wegens de Colecten voor de armen, enz. is de Stad ook in eenige wijken verdeeld, en
+in iederen wijk zijn twee Wijkmeesters aangesteld, die hunne bijzondere diensten doen,
+vooral in het afgeeven van getuigschriften, waarvoor zij eene vrije bank in de kerken
+hebben.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">SCHUTTERIJ</span>, enz.
+</p>
+<p>De <i>Amsteldamsche Schutterij</i>, is verdeeld in 5 Regimenten, ieder van 12 Compagniën of Vendels, naamlijk het <i>blaauwe</i>, ’t <i>oranje</i>, het <i>witte</i>, ’t <i>geele</i> en ’t <i>groene</i> regiment; ieder regiment heeft 5 compagnien, en iedere compagnie bestaat uit 100
+man, derhalven zijn er 6000 wakende Schutters, in 60 wijken verdeeld: behalven dat
+zijn er nog 4 compagnien buiten de stads poorten doch binnen derzelver vrijheid: ieder
+der gezegde compagniën, (in drie Corporaalschappen verdeeld) heeft een Capitein, een
+Lieutenant, een Vendrig, drie Serganten, <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>enz.: over het geheele ligchaam der schutterij zijn twee Colonellen aangesteld, die
+met de 60 Capiteinen, en 60 Lieutenants den vollen krijgsraad uitmaaken, welke op
+het stadhuis hunne vergaderplaats heeft: van ouds, en dat billijk was, had de gewapende
+schutterij verscheidene voorrechten, ook werd zij, als ’t ligchaam der Gemeente verbeeldende,
+in gewigtige gevallen, den welvaart der stad betreffende, door Burgemeesteren geraadpleegd;
+doch dat loflijk gebruik is door den tijd geheel te niet gelopen. Sedert de <i>gezegende omkeering</i> van zaaken moet de gewapende burgerij <i>oranje cocarden</i> draagen.
+</p>
+<p>Behalven deeze gewapende schutterij, houdt de stad nog eenige compagniën soldaaten
+in dienst, die dag en nacht de poorten en andere posten bezetten, als mede een corps
+kanonniers: thans, bij gelegenheid van de gezegende omkeering, en tegenwoordige vrees
+voor het uitbarsten van de morringen des volks, heeft zij bestendig een talrijk garnisoen
+binnen haare muuren.
+</p>
+<p>De Stad wordt boven dat alles des nachts door eene omgaande gewapende ratelwacht bewaakt:
+deeze heeft vier wachthuizen, of <i>corps de garden</i>: op alle de torens waaken des nachts ook trompetters, die als er brand ontstaat zulks
+terstond ontdekken, en er door hun trompet, enz. de ratelwachts kennis van geeven,
+welken vervolgends ieder in zijne wijk <i>brand</i> moet roepen, na den ratel buitengewoon lang geslagen te hebben; zij moeten ook de
+lieden die tot het brandwezen behooren wekken: er zijn eene menigte brandspuiten zo
+in als buiten om de stad voorhanden, tot welken een toerijkend getal brandmeesters,
+en mindere brandgasten aangesteld zijn: alle deeze lieden verdienen den lof van zo
+onvoorbeeldig vigilant te zijn, dat bij geen menschen geheugen, in gevalle van brand,
+meer dan het erf waarin het ongeluk ontstaan is, ten prooje der vlamme is geworden.
+</p>
+<p>Bij deeze nachtlijke voorzorg, kunnen wij ook voegen dat de stad, zodra des avonds
+het duister valt, door eene groote menigte lantaarns op paalen gesteld verlicht wordt:
+voor weinig tijds heeft men eene nieuwe soort van lantaarns, die ongemeen veel lichts
+geeven, beginnen intevoeren, doch daarmede schijnt men niet verder voordtegaan: sommigen
+van deezen zijn aan uitsteekende ijzerene armen gehangen, anderen hangen aan gespannene
+touwen dwars over de straaten; het getal van deezen is echter maar gering.
+<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GILDEN</span>,
+</p>
+<p>Die in <i>Amsteldam</i> gevonden worden, zijn weinig minder dan 50 waaronder, bij voorbeeld dat van de schilders,
+waarin meer dan 800 baazen zijn; de leden van het wijnkoopers gild zijn ongelijk veel
+meer; ieder heeft zijne Overlieden, bijzondere keuren en gildewetten; doch niet weinigen
+van deeze broederschappen klaagen dat zij naar behooren bij die hunne keuren en wetten
+niet gemaintineerd worden; althans maaken de <i>Jooden</i> er groote inbreuk op.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>
+</p>
+<p>Der <i>Amsteldammeren</i> zijn veelen, alle welken echter door hen niet genoten worden: bij verscheidene Graaflijke
+privilegiën werden zij door gantsch <i>Holland, Zeeland</i> en <i>Vriesland</i>, vrijverklaard van de Graaflijke tollen, mits <span class="corr" id="xd32e2906" title="Bron: te">ze</span> kunnen aantoonen jaar en dag poorters geweest te zijn: poorters van <i>Amsteldam</i> mogen, benoorden de <i>Maaze</i> ten platten lande, in persoon noch goederen bekommerd worden, ten ware zij op dieverij
+of vechterij betrapt wierden: van ouds konden zij voor niet meer dan honderd ponden
+uit hunne goederen verbeuren: <i>Amsteldamsche poorters</i> kunnen in verscheidene steden, volgends onderlinge overeenkomsten, ervenissen beuren
+zonder tot betaaling van <i>Exu-geld</i> gehouden te weezen, als te <i>Dord, Haarlem, Delft, Leiden, Rotterdam</i>, <i>Schoonhoven, Briel, Alkmaar</i>, en meer andere steden—In 1547 werd die van <i>Amsteldam</i> de vrijheid verleend van in de <i>Zuiderzee</i> te mogen visschen, mids zig bedienende van netten die de bepaalde wijdte hadden,
+en geen versmoorde visch aan land brengende, enz.
+</p>
+<p>Wat zullen wij voords aantekenen van de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span> <span class="asc">EN</span> <span class="ex">VERMAAKEN</span>,
+</p>
+<p>Die onder de <i>Amsteldammers</i> uitgeoefend, en genomen worden!—hunnen koophandel zouden wij vooral ten breedsten
+moeten beschrijven, ware het dat wij onzen leezer een voldoend denkbeeld van die bezigheden
+wilden geeven; dan hier staat ons bekrompen bestek <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>ons weder in den weg: de handel der <i>Amsteldammeren</i> bestaat niet alleen in het vertier der waaren die in de stad gemaakt, bereid, gebragt
+en gebruikt worden, van welker menigte het groot getal hunner gilden ten voorbeelde
+verstrekt; maar ook komt daar bij het ontvangen en verzenden van goederen binnen deeze
+Landen, die men den binnenlandschen handel noemt; ten derden bestaat hun handel in
+het ontvangen en verzenden van alles wat de vier werelddeelen opleveren; voornaamlijk
+worden de beide eerste gedeelten van hunnen handel aangekweekt door de vrije jaar-
+en verscheidene week-markten, welken zij houden: de menigte van pakhuizen die alomme
+gevonden worden, getuigt mede van hunne uitgebreide commercie——van deeze in ’t algemeen
+genomen moeten als hoofdtakken beschouwd worden de <i>O. en W.&nbsp;I. Compagniën</i>, hunne vaart op <i>Groenland</i> en <i>Straat Davids</i>, en andere takken meer; zodat <i>Amsteldam</i> met recht den naam van wereldstad, als door geheel de wereld haaren handel uitbreidende,
+draagt; hoogstbeschreienswaardig is het intusschen, dat men, wil men de waarheid niet
+in het aanzicht hoonen, moet bekennen dat geheel haar uitgebreide handel in verval
+is, en vooral haare <i>O. en W.&nbsp;I. Compagniën</i> in zulk eenen deplorabelen staat zijn, dat desaangaande <i>Amsteldam</i> van voor ééne eeuw, hemelsbreedte verschilt met <i>Amsteldam</i> in onzen tijd.
+</p>
+<p>Behalven met den koophandel geneert zig <i>Amsteldam</i> met allerleie fabrieken, kunsten, weetenschappen en handwerken, (’t getal der zagenmolens
+rondom de stad is 80,) zodanig dat men niet gemaklijk iet zoude kunnen bedenken het
+welk men in deeze stad niet kan bekomen; wat intusschen haare fabrieken betreft dezelven
+zijn mede in een allerjammerlijkst verval.
+</p>
+<p>Alle stadsvermaaken die bedacht kunnen worden zijn die van de <i>Amsteldammers</i>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN.</span>
+</p>
+<p>Daar wij van de geheele beschrijving van het weleer zo magtige <i>Amsteldam</i>, maar een zeer kort uittreksel kunnen geeven, zullen wij ons althans in het spreeken
+over haare geschiedenissen, die zo wel in het kerklijke als wereldlijke zeer veelen
+zijn, ongemeen moeten bepaalen, en alleenlijk iet van de hoofdtrekken daarvan kunnen
+aanstippen—In de dertiende eeuw dan is <i>Amsteldam</i> <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>reeds tot een tamelijk dorp of steedjen aangegroeid; jammerlijk werd het toen verwoest,
+ter wraake van den bekenden moord aan Graave <span class="sc">Floris den Vijfden</span>, waaraan <span class="sc">Gijsbrecht</span>, Heer van <i>Amstel</i>, medepligtig was: deeze echter bouwde het daarna weder op, en voorzag het van houtene
+vesten en bruggen, doch ook die zijn arbeid werd omtrent den jaare 1299, door de <i>Kennemers</i> en <i>Waterlanders</i> in koolen gelegd: in 1304 verviel ’t opkomend <i>Amsteldam</i> in ’s Graaven ongenade, ter oorzaake van ’t ontvangen van eenige ballingen, en het
+moest ter straffe alle zijne bruggen en vesten weder afbreeken, eene boete betaalen,
+en de vrijheid van te markten missen: in de eerstvolgende vijftig jaaren kwam het
+echter weder in groot aanzien, zodanig dat het reeds verscheidene voorrechten ontving:
+na het verdrijven van den Heere <i>van Amstel</i>, kwam het aan de Graaflijkheid, en vóór het einde der veertiende eeuw begon het door
+den koophandel reeds merkelijk te bloejen: in 1391 bezaten de <i>Amsteldammers</i> reeds een stuk lands op ’t eiland <i>Schoonen</i> in <i>Deenemarken</i>: in 1405 konden zij hunnen Graave reeds merkelijken dienst doen, en drie jaaren daarna,
+rustten zij met die van <i>Kampen</i> twee schepen uit, om hunne koopvaarders tegen de zeevaart te beveiligen: toen de
+<i>Hoeksche</i> en <i>Kabbeljaauwsche factie</i>, geheel het Land beroerde, kreeg <i>Amsteldam</i> een aanmerkelijk deel in de gevolgen van dien twist: in de maand April des jaars
+1421, verbrandde ruim een derde gedeelte van de stad, met het Raadhuis, de <i>Nieuwe Kerk</i> en eenige andere Godsdienstige gestichten: het zelfde noodlot, echter niet zo geweldig,
+trof haar in 1452: in 1426 hielpen de <i>Amsteldammers</i> <span class="sc">Filips den Goeden</span>, <i>Hoorn</i> ontzetten, en niettegenstaande de teistering van den gezegden twistgeessel, nam hun
+bloei zo aanmerkelijk toe, dat zij in 1438 alleen twintig oorlogschepen in zee bragten;
+ook werden zij in den steeds voordduurenden krijg meer en meer geducht: in 1548 behaalden
+zij groote overwinning op de <i>Utrechtenaars</i>, waarvan de <i>Kloveniers doelen</i> nog getuigt: (zie hier voor, bladz. 20) ook werd omtrent dien tijd de stad aanmerkelijk
+uitgelegd, en met muuren en torens omringd: na in den <i>Gelderschen oorlog</i> geen gering deel gehad te hebben, was haar aanzien reeds zodanig toegenomen, dat
+verscheidene Vorsten haar veele voorrechten, allen den handel betreffende, toestonden,
+ook was omtrent het einde der vijftiende <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>eeuw het getal der Graaflijke gebouwen binnen der stede vesten zodanig toegenomen
+dat er besloten werd geene nieuwen meer aanteleggen.
+</p>
+<p>In en omtrent den jaare 1530 was de onverdraagzaamheid in het stuk van den Godsdienst
+hier nog zo groot, dat onder anderen het drukken van ’t Nieuwe Testament naar de vertaaling
+van <span class="sc">Luther</span> verboden werd, op straffe van ooguitsteeking en handafkapping; ook maakten de Wederdoopers
+op verscheidene plaatsen van Nederland groote beroerten, wegens Godsdienstige verschillen;
+te <i>Amsteldam</i> liepen er vijf met ontblotene zwaarden door de stad, den zegen over de rechter en
+den vloek over de linker zijde derzelve uitroepende, weinig tijds daarna liepen zij
+moedernaakt door de stad, (zij hadden hunne klederen verbrand,) <i>wee</i> en <i>ach!</i> uitroepende, en de straf die sommigen van hen ondergingen, van onthoofd of verdronken
+te worden, konde hen echter van hunne krankzinnige dwaaling niet terug brengen; integendeel
+gingen zij daarin zo onvoorbeeldig voord, dat zij in den jaare 1535 een’ aanslag smeedden
+om <i>Amsteldam</i> te overvallen; den toeleg werd wel ontdekt doch konde niet geheel gestuit worden;
+zij overrompelden het stadhuis, het geen echter door de gewapende burgerij hun weder
+ontweldigd werd; een eisselijke straf ondergingen de geenen die men gevangen kreeg;
+onder hen bevond zig zekeren <span class="sc">Jacob van Kampen</span>, die zig Bisschop van <i>Amsteldam</i> had laten noemen; hem werd eerst de tong uitgesneden, en hij zelf voords leevendig
+verbrand—onlusten van minder belang door eenigen om verscheidene redenen misnoegden,
+voorbijgaande, naderen wij het tijdperk waarin onze stad niet weinig had te lijden
+door den hevigen twist over <i>Roomsch</i> en <i>Onroomsch</i>; de <i>Amsteldammers</i> waren zo sterk tegen de <i>Onroomschen</i> gekant dat deezen het nog niet hadden durven waagen er te prediken; doch daartoe
+gingen zij echter eindelijk over, met dit stoute gevolg dat zij in 1566 de beeldstorming
+in de <i>Oude kerk</i> begonnen, en zig zo ontzachlijk wisten te maaken dat de Wethouderschap hun het vrij
+buitenprediken toestond; doch daarmede niet voldaan, ondernamen zij het plonderen
+van twee kloosters, en gedroegen zig zo onrustig dat men moest goedvinden in 1567
+een verdrag met hun te tekenen——na eene en andere tusschengebeurtenis, waaronder zelfs
+die, en welke geen geloof verdient, dat sommige weeskinderen <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>eene bezetenheid trof, waarbij zij grouwelijke gezichten trokken, tegen de wanden
+opvlogen, en ook (NB.) uitheemsche taalen spraken, en lispende vertelden wat op ’t
+zelfde oogenblik elders in de Vroedschap geschiedde, trof in 1570 <i>Amsteldam</i> een deerlijk lot door een zwaaren watervloed; een zelfd lot trof haar in 1593, waardoor
+zij ontzaglijke schaden in haaren scheepvaart leed; geduurende deeze en andere tusschen
+gebeurtenissen, zeggen wij, kwam de bloedhond <span class="sc">Alva</span> in ’t Land, en de vervolgingen om het geloof werden ten allergrouwelijksten, vooral
+binnen <i>Amsteldam</i> voordgezet: hij eischte eene schatting van de stad die zij niet konde opbrengen,
+en zij werd deswegen in eene boete van 25,000 guldens verwezen; desniettegenstaande
+bleeven de <i>Amsteldammers</i> de zijde der <i>Spaanschen</i> houden, waardoor zij niet weinig van de Staatschen hadden te lijden: <span class="sc">Alva</span>, te zeer met schulden bezwaard, verliet haar heimelijk, en bragt daardoor veelen
+der rijkste inwooneren tot den bedelzak: in 1577 lagen de <i>Staatschen</i> het toe om de stad bij verrassing te bemagtigen; doch die toeleg mislukte, evenwel
+werd zij ten volgenden jaare gedwongen zig bij verdrag overtegeeven: hier over ontstond
+echter weder zo hoog een verschil dat de <i>Onroomschen</i> zig verstoutteden, (25 Mei 1578) het stadhuis te overweldigen, en de Wethouderschap
+met eenige Geestlijken ter stad uittedrijven: in 1581 en vervolgends had <i>Amsteldam</i> niet weinig deel in het ontwerp om de Graaflijkheid aan <span class="sc">Willem den Eersten</span> optedraagen, zij maakte er naamlijk zwaarigheid in, en ’s Prinsen onverwachte dood
+deed geheel de zaak achterblijven: in 1585 werd met eene tweede vergrooting der stad
+een aanvang gemaakt, en in hetzelfde jaar, trachtte de schelmsche <span class="sc">Leicester</span>, een Gezant van <i>Engeland</i>, zig van eenige voorstanders der vrijheid meester te maaken; doch de waakzaamheid
+der Wethouderschap en Burgerij deed hem in dat gevloekte oogmerk niet slaagen: zo
+zeer nam <i>Amsteldam</i>, niettegenstaande alle de gemelde folteringen, in bloei en volkrijkheid toe, dat
+haare muuren in 1593 nogmaals, ook andermaal in 1612, en nog eens in 1658 uitgezet
+werden; sedert is de stad alleenlijk binnen haare muuren meer en meer bebouwd: in
+1595 was er zo groot eene schaarsheid van graan, dat Burgemeesteren zig onderling
+met eeden verbonden, de waare gesteldheid daarvan voor de ingezeten verborgen te houden:
+in 1602 gevoelde men zo hier als <span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span>elders eene zwaare aardbeeving; het zelfde gebeurde in 1692. De bekende onlusten tusschen
+de <i>Remonstranten</i> en <i>Contra-Remonstranten</i>, ten tijde van het bestand, stortten onze goede stad weder in grouwzaame beroeringen,
+ja zelfs tot plondering toe: in 1629 werd een veroverde zilvervloot binnen haare muuren
+gebragt, en, niet zonder groote opschudding onder het bootsvolk verdeeld; in 1650,
+ontstond er verschil tusschen de stad en Prins <span class="sc">Willem den Tweeden</span>, waarom deeze dorst besluiten en ook onderneemen <i>Amsteldam</i> te bemagtigen, en naar zijne hand te zetten, doch zijn aanslag mislukte hem, en hij
+moest terug keeren, na op deeze wijs zijn’ stamhuis een onuitwischbaare schandvlek
+aangewreven te hebben: verscheidene maalen is <i>Amsteldam</i> ook door de pest aangetast geworden, en wel allerhevigst in den reeds gemelden jaare
+1602, toen er in één week meer dan 700 menschen aan stierven; in 1663 en 1664, sleepte
+die geduchte bezoeking eene ontzachlyke menigte van inwooners ten grave; in 1610 was
+er weder zulk een hoogen watervloed, dat het water door de <i>Warmoesstraat</i> bruischende heen liep: in 1619 ontstond er een oproer over de boterpacht, doch dezelve
+was van geen groot gevolg, en in 1625 was er weder zo hoog een vloed dat het water
+op den <i>Dam</i> stond; het zelfde lot tastte de stad in 1637, en andermaal allergeweldigst in 1640
+en 1651 aan: ten volgenden jaare verbrandde het stadhuis, zo dat er alleenlijk de
+muuren, en een gedeelte van den toren staan bleeven: in 1653 was het verval van koophandel
+alhier zo groot, dat er, volgends sommigen wel 3000 huizen ledig stonden; in 1654
+werd alhier den vrede met den beruchten <span class="sc">Cromwel</span> afgekondigd, en met alle tekenen van vreugde werd geheel den dag doorgebragt: om
+het gemeen te behaagen deed men de trompetters het bekende deuntje <i>Wilhelmus van Nassouwe</i> blaazen, doch zorgvuldig hield men voor den volke verborgen dat de vrede eerst zijn
+beslag gekregen had, na de overlevering van de <i>acte van Seclusie</i> of uitsluiting van den Prinse van <i>Oranje</i>, bekend onder den naam van ’t <i>Eeuwig Edict</i>: na dien tijd zijn er te <i>Amsteldam</i> verscheidene maalen grouwzaame branden ontstaan, gelijk het ook te meermaale door
+vreeslijke watervloeden geteisterd is geworden: alle de kruidstooven die in haaren
+omtrek of nabijheid gestaan hebben, zijn de eene voor en de andere na in de lucht
+gesprongen, <span class="pageNum" id="pb34">[<a href="#pb34">34</a>]</span>tot merkelijk nadeel en verschrikking der goede inwooneren; de aanmerkelijkste zwaare
+brand binnen de stads muuren voorgevallen is die van den <i>Hollandschen Schouwburg</i>, in den jaare 1772; deze indedaad was allerijsselijkst, niettegenstaande de ongeloovelijke
+vigilantie in het aanvoeren van alle de stads brandspruiten; en deeze allerbeschreienswaardigste
+gebeurtenis deed weldra zien, bij het in ’t licht verschijnen van zekere versen, dat
+<i>Amsteldam</i> binnen haare muuren nog zulke lieden huisvestte, die, niettegenstaande de stad een
+tempel van kunst en weetenschap genoemd moge worden, en veele fraaje vernuften er
+zig bezig houden met het loflijk werk van de verlichting des menschdoms; zulke lieden
+zeggen wij, die, desniettegenstaande, het akelige afbranden van den schouwburg hielden
+voor eene rechtvaardige bezoeking Gods, voor eene kasteiding van zijne hand, ja voor
+eene wraak zijner vleklooze heiligheid over de boosheid welke in zulk een gebouw gepleegd
+wordt—grouwelijke, god-onteerende gedachten! zo verfoejelijk als dom! intusschen was
+door de vlam eene overgroote somme gelds vernield, terwijl de bestuurderen nog bezig
+waren veele duizenden te vertimmeren, of liever te verspillen; want eerst van binnen
+eene geheel andere schikking van plaatsen gemaakt hebbende, was nu kortlings alles
+weder op den ouden voet gebragt: ter oorzaake van welke omstandigheid, of mogelijk,
+(en dit zouden wij liever gelooven,) om dat de brand ontstond onder het speelen van
+eene <i>Vlaamsche troup tooneellisten</i>, aan wien het gebouw toen voor het zomer- of zogenaamd stilstaand saisoen, verhuurd
+was, zeker vernuft, bij gelegenheid van den brand, deeze twee regels uit zijne scherpe
+penne liet vloejen:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line"><i>De hommels rooven hier het eêlste van de beiën,</i>
+</p>
+<p class="line"><i>Daar de oude stok om zucht; de weezen om staan schreien</i>;</p>
+</div>
+<p class="first">Hij zinspeelde op het onderschrift, onder het blazoen van den kunsttempel:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line"><i>De beiën storten hier het eêlste dat zij leezen,</i>
+</p>
+<p class="line"><i>Om d’ouden stok te voên, en ouderlooze weezen.</i></p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb35">[<a href="#pb35">35</a>]</span></p>
+<p>In 1672, de Staat in oorlog met <i>Frankrijk</i> gewikkeld zijnde, hield onze stad, onder anderen allen vredehandel met dat Rijk tegen;
+dit gaf door de aannadering des vijands gelegenheid, dat <i>Amsteldam</i> rondsom onder water gezet, en in staat van <span class="corr" id="xd32e3159" title="Bron: tegenwêer">tegenweêr</span> gebragt werd: in 1681 kwamen ter oorzaake van de Geloofsvervolgingen in het gemelde
+Rijk, eene groote menigte <i>Fransche vlugtelingen</i> herwaards, die allen wèl ontvangen, en zelfs met vrijdom van stads excijns voor den
+tijd van drie jaaren beschonken werden: vijftien jaaren daarna, (in 1696) ontstond
+er een geweldig oproer over zekere keure bij de Wethouderschap op ’t begraaven der
+dooden gemaakt, en ’t welk van dat gevolg was dat de keure ingetrokken moest worden,
+niettegenstaande men eenige der belhamels strafte: in de drie volgende jaaren, 1697,
+1698 en 1699, was er te <i>Amsteldam</i> weder eene nijpende schaarsheid van graan, zodanig dat Burgemeesteren den uitvoer
+zelfs tot buiten den boom verboden: in den jaare 1720 had <i>Amsteldam</i> niet weinig te lijden door een verregaande zucht voor den actiehandel, waardoor duizenden
+zig totaal ruineerden, en waaruit groote beroeringen ontstonden: wij behoeven niet
+aantevoeren wat er in <i>Amsteldam</i> wegens de verkiezing van <span class="sc">Willem den Vierden</span> Prins van <i>Oranje</i>, tot het Erfstadhouderschap is voorgevallen, hetzelve is overgenoeg bekend: de stad
+echter heeft daarover minder geleden dan veele andere Nederlandsche steden; doch de
+verandering in ’t begeeven der Amten was voor haar van groter gevolg; men begeerde
+dezelven aan de Staaten van <i>Holland</i> opgedragen te hebben, waartoe de Stads Raad, om het voordeel dat er de stad van trok,
+niet wilde verstaan; de beruchte Porceleinkooper <span class="sc">Daniel Raap</span>, begon nu eenen hoofdrol te speelen; hij ontwierp een request aan de vroedschap,
+ter ervelijkverklaaring, (in de manlijke en vrouwlijke linie,) van het Stadhouder-
+Capitein- en Admiraalschap-Generaal, het verkoopen der amten ten voordeele van den
+Lande, een vrijen krijgsraad, en het herstel der gilden in hunne voorrechten; <span class="sc">Raap</span> nam alle mogelijke middelen ter hand om in zijn oogmerk te slaagen, doch hij vond
+overal grooten tegenstand, tot op zijne besteeking een menigte volks op den <i>Dam</i> vergaderde, het raadhuis instooven en geen gering geweld gebruikten; onder anderen
+stak het gespuis, in de <span class="pageNum" id="pb36">[<a href="#pb36">36</a>]</span>plaats van de roede van justitie een ragebol ten venstere uit; zij lagen op de regeeringskussens
+in dezelven; doch zodra zij door eenige gewapende schutters aangevallen werden, namen
+zij in aller ijl de vlugt, evenwel volgde de toestemming tot het Erfstadhouderschap
+eenige dagen daarna: in 1648 verhief zig een dergelijken storm tegen de pachters,
+en in denzelven werden eenige huizen deerelijk geplunderd, op welke schenddaad ook
+eene voorbeeldige strafoefening volgde, waarbij eene oproerige beweeging ontstond,
+die een groot getal der zamengevloeide aanschouweren het leven kostte.
+</p>
+<p>In 1756 gevoelde men hier weder eene aardbeeving, die geen geringe ontsteltenis veroorzaakte:
+in 1762 ontstond er brand in het stadhuis, welke echter nog gelukkig bij tijds gestuit
+werd: omtrent den jaare 1758 had de <i>Nederlandsche Koophandel</i>, waarvan de <i>Amsteldamsche beurs</i> de voornaamste zuil is, niet weinig te lijden door het onredelijk gedrag der <i>Engelschen</i>, die het niet genoeg was, weerlooze schepen optebrengen, te plonderen, verbeurd te
+verklaaren, maar ook ontzagen ze der Staaten vlagge niet, het geen, onder anderen,
+de <i>Amsteldamsche kooplieden</i> noodzaakte zig, desaangaande, bij requeste aan ’s Lands vaderen te adresseeren; de
+Heeren Bewindhebberen van de <i>Westindische Compagnie</i>, voegden hunne klagten bij die der kooplieden; ter staavinge van alle de klagten
+werden drie lijsten van genomene, geplonderde of onrechtmaatig gecondemneerde schepen,
+allen te <i>Amsteldam</i> in ’t bijzonder t’huis behoorende, ingeleverd, op de eerste lijst stonden
+</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td class="xd32e3205 cellLeft cellTop"> </td>
+<td class="xd32e3205 cellTop"> 21 </td>
+<td class="cellTop">Schepen ter schade van </td>
+<td class="xd32e3205 cellRight cellTop">ƒ&nbsp;3:557.500:-:-</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="xd32e3205 cellLeft">2de lijst </td>
+<td class="xd32e3205"> 35 </td>
+<td>——— ——— ——— </td>
+<td class="xd32e3205 cellRight"> 5:144.000:-:-</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="xd32e3205 cellLeft">3de lijst </td>
+<td class="xd32e3205">100 </td>
+<td>——— ——— ——— </td>
+<td class="xd32e3205 cellRight"> 439<span class="corr" id="xd32e3236" title="Bron: ">.</span>191:6:-
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="xd32e3205 cellLeft cellBottom"> Dus </td>
+<td class="xd32e3205 cellBottom"><span class="sum">156 </span></td>
+<td class="cellBottom">Schepen ter schade van </td>
+<td class="xd32e3205 cellRight cellBottom"><span class="sum">ƒ&nbsp;9:140<span class="corr" id="xd32e3248" title="Bron: ">.</span>691:6:-</span></td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+</p>
+<p>Met reden was des het geroep om redres zeer groot, evenwel kwam het niet, het geen
+bij veelen den lust tot den koophandel geheel deed verflaauwen, tot merkelijk nadeel
+van Staat en stad: de gezamentlijke kooplieden van <i>Amsteldam, Dordrecht</i> en <i>Rotterdam</i>, leverden hunne klagten desaangaande in bij Mevrouwe de Gouvernante, maar kreegen
+wel verzoek om uitstel van verdere klagten, doch geene hulp: meermaals werdt in ’t
+vervolg over het zelfde ongelijk geklaagd, doch telkens zonder eenig wenschelijk succes
+niet alleen, maar zelfs kreegen <span class="pageNum" id="pb37">[<a href="#pb37">37</a>]</span>de klaagers het grievend antwoord, dat het voor de Vrouwe Gouvernante een <span class="asc">point d’honneur</span> geworden was, te stemmen in de vermeerdering van landmagt, (dit was toen een tweede
+zaak in verschil,) en zonder de voldoening daarvan te erlangen, voor geene vermeerdering
+van zeemagt konde stemmen; dat men voords de kooplieden niet zoude vleien, met de
+teruggaven der schepen en goederen door de <i>Engelschen</i> genomen.… dan, dus voordgaande zouden wij niet alleenlijk te breedvoerig worden,
+maar ook de afzonderlijke geschiedenis van onze stad te buiten treeden; wij hebben
+dit alleenlijk tot dus verre willen boeken, om onzen Leezer eenigzins te doen beseffen,
+hoedanig <i>Amsteldam</i> ten dien tijde in de zenuw van zijn bestaan verdrukt werd.
+</p>
+<p>Onder het Stadhouderschap van <span class="sc">Willem den Vijfden</span>, die zijne moeder opvolgde, gedroegen de <i>Engelschen</i> zig niet beter; daarbij kwam nog de twist tusschen <i>Engeland</i> en zijne <i>Americaansche Colonien</i>, welke oorlog zo veel invloeds op den staat van ons Vaderland gehad heeft: in 1775
+was er weder een grouwzaam hoogen watervloed, doch nu op zijn hoogst gekomen zijnde,
+bespeurde men zonderling de hand Gods ter verlossinge; want schoon het water tot des
+morgens ten 9 uuren 20 minuten had moeten rijzen, begon het des morgens ten 6 uur
+reeds te daalen, en <i>Amsteldam</i> werd daardoor van het ijsselijk dreigende gevaar verlost.
+</p>
+<p>De voorgemelde schandelijke gedragingen der <i>Engelschen</i> gevoegd bij hunnen oorlog met <i>America</i>, hadden in 1780 hier ter stede een algemeene morring veroorzaakt; en alle de woelingen
+liepen uit op de bekende oorlogsverklaring van het <i>Britsche Hof</i> aan onzen Staat, in welken oorlog <i>Amsteldam</i>, in gevolge de voornaame plaats welke zij in de Republiek bekleedt, een aanmerkelijk
+deel had; de meesten van onze tijdgenooten hebben de akelige omstandigheden waarin
+<i>Amsteldam</i> sedert gedompeld geweest is, beleefd; ook kan de gezegde <i>Engelsche oorlog</i> de oorzaak genoemd worden, van alle de vorderingen van het Patriotismus tot herstel
+van de misbruiken in ’s Lands wettige constitutie, in welke vorderingen zij door eene
+tegengestelde partij bestendig gedwarsboomd werden: ieder weet dat <i>Amsteldam</i> in alle gevallen in de zaak des Vaderlands heeft uitgemunt; nergens is de wapenhandel
+met zo veel luisters geoefend; maar ook nergens <span class="pageNum" id="pb38">[<a href="#pb38">38</a>]</span>heeft de omkeering van zaaken zulk een sensatie veroorzaakt; nergens zijn de <i>Pruissische soldaaten</i> met zo groot een bewondering als verbazing ontvangen; doch ook nergens heeft het
+hun zo veel gekost, eer zij zig konden doen gelden——wat nog dagelijks in <i>Amsteldam</i> voorvalt, is ons allen bewust—wij vinden goed desaangaande niet meer te zeggen:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Menig held, beroemd in ’t strijden,
+</p>
+<p class="line xd32e3306">weet te vlugten op zijn’ tijd—
+</p>
+<p class="line">Weet dan schrijver ook te zwichten,
+</p>
+<p class="line xd32e3306">daar gij ook in ’t strijdperk zijt—
+</p>
+<p class="line">Strijdperk waarin ook kan winnen,
+</p>
+<p class="line xd32e3306">die de minste krachten heeft;
+</p>
+<p class="line">Vaak ziet men bij u dat de oude,
+</p>
+<p class="line xd32e3306">voor den zwakke zuigling beeft;
+</p>
+<p class="line">Letterheld! gehard in ’t strijden,
+</p>
+<p class="line xd32e3306">ga dan vlugten op zijn’ tijd,
+</p>
+<p class="line">Toon dat gij ten nutt’ van veelen,
+</p>
+<p class="line xd32e3306">in het letterstrijdperk zijt.</p>
+</div>
+<p class="first">Ik herinner mij deeze regelen, en zwijg.
+</p>
+<p>Wat ons artijkel
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>
+</p>
+<p>Betreft, geheel <i>Amsteldam</i> verdient den naam van bijzonderheid, het geen den vreemdeling, zo hij kan zeggen
+de stad gezien te hebben, gereedlijk zal toestemmen: intusschen kunnen wij niet nalaaten
+het reeds gemelde gebouw der aanzienlijke Maatschappij <span class="sc">Felix Meritis</span> hier te noemen, als een kunsttempel van bijzondere lieden die de bewondering van
+de ervarenste reizigers en bouwkunstenaaren wegdraagt: deeze loflijke maatschappij,
+die boven alle anderen in het <span class="pageNum" id="pb39">[<a href="#pb39">39</a>]</span>kunstkweekend <i>Amsteldam</i> uitmunt, heeft haaren aanvang genomen in 1777, op de <i>Lelijgracht</i>; vervolgends is zij verplaatst op de <i>Flueele burgwal</i>, bij de <i>Illustre school</i>, en sedert November 1788, in haar nieuw en reeds beroemd gebouw op de <i>Keizersgracht</i>, ’t welk zig thans in al deszelfs luister voor onzen geest vertoont, en dat wij gaarne
+breedvoeriger zouden beschrijven, alzo ’t zulks overwaardig genoemd mag worden; dan,
+niet alleen verbiedt ons bestek ons hetzelve; maar ook zouden wij andere Maatschappijen,
+even nuttig in haare inrichting, en in de daad nuttiger in haare uitwerkselen, ofschoon
+niet zo prachtig gehuist, daardoor schijnen te vernederen; wenschlijk ware het dat
+de uitwerkselen van de Maatschappij <i>Felix Meritis</i> zo verre boven die van andere Maatschappijen in <i>Amsteldam</i> verheven ware, als haar gebouw boven die van de bedoelde Maatschappijen uitmunt,
+dan zeker zoude het prachtige gebouw nog meer uitzondering verdienen; zo veel zij
+er dan van gezegd, dat het allezins trotsch en kundig is aangelegd: de concertzaal
+onder anderen met uitzondering, men getuigt van deeze dat zij in geheel Europa haare
+weêrgaê niet heeft.
+</p>
+<p>Den 31 October des laatstgemelde jaars (1788) wierd het gebouw ingewijd, in gezegde
+concertzaal, door den Hoogleeraar <span class="sc">Van Swinden</span>, met eene fraaje redevoering, en een overheerelijk expres daartoe vervaardigd muzijk,
+’t welk door een ongemeen sterk corps van de voornaamste muzijkmeesters werd uitgevoerd:
+dan, daar intusschen de concertzaal, hoe ruim ook, niet ruim genoeg was, om alle de
+Heeren leden met hunne Dames te bevangen, werden ten gemelden dage de Heeren alleen
+genodigd, en ten volgenden dage, (den 1 November,) werd de inwijding, (met eenige
+toepasselijke verandering,) voor de Dames alleen herhaald.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>
+</p>
+<p>In <i>Amsteldam</i> zijn te meenigvuldig om ze hier optenoemen; onder allen munten daaronder uit:
+<span class="pageNum" id="pb40">[<a href="#pb40">40</a>]</span>
+</p>
+<ul>
+<li>Het <i>Wapen van Amsteldam</i>.
+</li>
+<li>De beide <i>Doelens</i>.
+</li>
+<li>De beide <i>Heere-logementen</i>.
+</li>
+<li>De drie <i>Liesveldsche Bijbels</i>.
+</li>
+<li>De <i>Zon</i>.
+</li>
+<li>Het <i>Wapen van Embden</i>.</li>
+</ul><p>
+</p>
+<p>en meer anderen.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
+</p>
+<p>Zijn in deezen stad naar alle plaatsen meenigvuldig.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>NB. <i>Onder ons</i> art. <span class="sc">Kerklijke en Godsdienstige Gebouwen</span>, <i>hebben wij vergeten te noemen de</i> Roomsche kerk <i>de</i> Krijtberg, <i>die, veele jaaren gesloten geweest zijnde, voor weinig tijds wederom tot het dienstdoen
+geopend is</i>.
+<span class="pageNum" id="pb1.1">[<a href="#pb1.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e1712">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e1712src">1</a></span> <i>Van deezen naam</i> Heilige stede, <i>draagt ook de</i> Heilige weg <i>zijnen naam, om dat vóór de uitlegging der stad aan die zijde, het volk van ’t platte
+land langs dien weg, herwaards, de</i> Heilige stede <i>kwam bezoeken.</i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e1712src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd32e2434">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e2434src">2</a></span> <i>Het draagt den naam van</i> Prinsenhof, <i>om dat het in 1594 bekwaam gemaakt werd ter logeeringe van Prinsen, en andere voornaame
+persoonaadjen, die zig dikwijls in</i> Amsteldam <i>bevinden</i><span class="corr" id="xd32e2440" title="Bron: ,">.</span>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e2434src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figvrijheidsboomwidth"><img src="images/vrijheidsboom.jpg" alt="Het planten van den eersten vryheidsboom te Amsteldam, den 19 January 1795, ’t eerste Jaar van de herstelde Nederlandsche vryheid." width="507" height="720"><p class="figureHead">Het planten van den eersten vryheidsboom te Amsteldam, den 19 January 1795, ’t eerste
+Jaar van de herstelde Nederlandsche vryheid.</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Heeft immer <span class="sc">Amsteldam</span> een blijden dag beleefd,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">’Twas toen de dwinglandij haar loon ontvangen heeft;
+</p>
+<p class="line">Toen ’t recht des volks herleefde op de aankomst van de <span class="sc">Franken</span>,
+</p>
+<p class="line">Dien heel <span class="sc">civilis</span> kroost voor hun geluk zal danken;
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Als uit een diepen slaap verrees gantsch <span class="sc">Nederland</span>,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Toen men de vrijheidsboom aan <span class="corr" id="xd32e3478" title="Bron: ’d">d’</span> <span class="sc">Amstel</span> heeft geplant.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p>
+</p>
+<p class="signed"><i>L.V.O.</i></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">VERHAAL</span><br>
+VAN HET GEBEURDE<br>
+VÓÓR EN BIJ HET<br>
+PLANTEN VAN DEN EERSTEN<br>
+VRYHEIDSBOOM<br>
+<span class="ex">TE</span><br>
+<span class="ex">AMSTELDAM</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Heuchelijker dag heeft <i>Amsteldam</i>, en met het zelve <span class="corr" id="xd32e3492" title="Bron: reedsbijna">reeds bijna</span> geheel <i>Nederland</i> nooit gezien, dan die van den 18 Januarij deezes Jaars, (1795,) want op dien dag
+werd de hand geslagen aan de herstelling van ’s Lands Vrijheid:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Op dien dag sidderde gevloekte Dwinglandij,
+</p>
+<p class="line">En riep het beste Volk, <i>triumph wij zijn weêr vrij</i>!</p>
+</div>
+<p class="first">Van tijd tot tijd hadden de <i>Amstelaars</i>, (om ons bij deezen alleen te bepaalen,) hunne hoop op het eindelijke herstel der
+rechten van den mensch en van den burger gevoed, <span class="pageNum" id="pb1.2">[<a href="#pb1.2">2</a>]</span>met den wonderbaaren voorspoed der <i>Fransche wapenen</i>, welken zo zichtbaar door het Opperwezen gezegend werden; die hoop werd brandender,
+toen men vernam, dat zij, (Neêrlands Verlossers!) hunnen voet reeds op den bodem der
+republiek gezet hadden; echter verflaauwde dezelve ook weder niet weinig door het
+besef dat de dappere redders nog breede rivieren hadden overtetrekken, aleer zij tot
+in ’t harte des lands konden doordringen, om door hunne verschijning onze onderdrukkers
+den Vorstlijken Scepter uit de hand te doen vallen; maar God betoonde allerzichtbaarst
+onze verlossing te <i>willen</i>; Hij sprak, en zie daar de gezegde rivieren met zwaar ijs bevloerd; dit zeker was
+niet alleen een werk van den Almagtigen, maar een bevel, om doortedringen; ’t zelve
+geschiedde, en de Provincie <i>Utrecht</i> gaf zig weldra aan de Franschen over.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Zo dra de tijding daarvan aan den <i>Amstel</i> gekomen was, zag men de vreugde op het gelaat der Vrijheidszoonen dartelen; zij verzekerden
+zig van hunne verlossing; doch begrepen tevens dat zij ook nu zelven de handen aan
+’t werk moesten slaan, te meer daar de <i>Franschen</i> zulks reeds van hun gevorderd hadden.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Die verdienstelijke gezelschappen, welken in spijt van allen dwingelandschen tegenstand,
+zig onderling hadden bezig gehouden, met plannen tot eene revolutie te formeeren,
+of met de beste schikkingen bij eene voorvallende revolutie te beraamen; deeze gezelschappen
+oordeelden het nu tijd te zijn om het voorneemen ter uitvoer te brengen; zij vergaderden
+in het logement het wapen van <i>Embden</i>, op den nieuwen dijk, en zonden, van den geest des volks, over ’t algemeen overtuigd,
+van daar (des middags ten 2 uuren,) eene Commissie aan den President-Burgemeester
+<span class="sc">Straalman</span>, met verzoek van de weldenkende Ingezetenen wapens te willen doen geeven, dat men
+anders voor de geduchtste gevolgen niet konde instaan, want dat het volk over ’t algemeen
+niet zoude wachten met de hun schandelijk ontroofde rechten van mensch en burger krachtdaadig
+wederteëisschen; dat hij <span class="sc">Straalman</span> verzekerd konde weezen, dat de revolutie op het uitbarsten stond; deeze begeerde
+eerst zijne amtgenooten te spreeken, en beloofde derhalven tegen 4 uuren rapport;
+maar ten half 5 uuren kwam reeds een <i>Fransch Officier</i> in de <span class="pageNum" id="pb1.3">[<a href="#pb1.3">3</a>]</span>stad, met eene sommatie; des verzochten deeze de commissie voornoemd, tegen half 9
+uuren.——Intusschen was de toegevloeide menigte volks naar ’t <i>Wapen van Embden</i> onbegrijpelijk talrijk, en de vreugde die men er bedreef, met zingen, dansen, en
+elkander geluk te wenschen met de vrijheid, onvoorbeeldig: terwijl dit voorviel kwam
+de burger <span class="sc">Krayenhoff</span> als Adjudant van den Generaal <span class="sc">Daendels</span>, in de stad, met eene Commissie aan Burgemeesteren en aan den Commandant <span class="sc">Golofkin</span>, tevens tijding brengende van de hulp die de burgerij van de <i>Franschen</i> stonden te genieten, zo zij zig zelven wilden vrij maaken; zo dra dit bekend geworden
+was, weêrgalmde de lucht van <i>Vrijheid! Vrijheid! lang leeve de Franschen! lang leeve de Republiek!</i> de vergaderde menigte in het <i>Wapen van Embden</i> werd nu nog veel talrijker, het gejuich veel luidruchtiger, en het dansen zo algemeen,
+dat geheel het gebouw daverde: den gantschen nacht bragt men aldaar en elders, ja
+zelfs op de straaten, met gejuich en vrolijkheid door; de ruiterij nam hun patrouilles
+waar; doch, (dit was hun door den Commandant <span class="sc">Golofkin</span> reeds bevolen,) deed niemand leed, en werd ook van niemand leed gedaan; zelfs waren
+er verscheidene patrouilles die mede riepen: <i>lang leeve de Franschen! lang leeve de Republiek!</i> en ook <i>Vivat de Vrijheid!</i> het was of ’t nationaal lint over de stad regende, en ieder versierde er zig mede.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Tegen 12 uure des avonds werd van de waag afgelezen dat <span class="sc">Golofkin</span> den volgenden morgen van zijn amt ontzet was, en de burger <span class="sc">Krayenhoff</span> hem alsdan daarin stond optevolgen.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Met de aankomst van den dag, verhief de algemeene vrolijkheid zig op nieuw, en men
+zag voor het stadhuis weldra dien Vrijheidsboom planten, van welken wij onze Landgenooten
+eene juiste afbeelding mededeelen, en die ten eeuwigsten dage bij de Nederlanders
+eenige voorkeur zal verdienen boven alle anderen (hoeveel prachtiger ook) die daarna
+gezet zijn, of nog gezet mogen worden: onbegrijpelijk was de vreugde die bij en na
+dit planten bedreeven werd; weldra was de boom in een gladde mast veranderd; want
+ieder scheurde er een takjen af, (ja men klom ten dien einde tot in den top toe,)
+<span class="pageNum" id="pb1.4">[<a href="#pb1.4">4</a>]</span>om er zig mede te vercieren, als met een onwaardeerbaar teken van Vrijheid; het dansen
+rondsom den boom was onophoudelijk, en met de streelendste blijken van égaliteit,
+alle deeze vreugdebetooningen duurden bijna drie dagen lang, en werden door het diepst
+van den nacht naauwlijks afgebroken.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Voords werd de oude regeering afgezet, en Volksrepresentanten verkozen: de gevangene
+Heeren (wegens het bekende request tegen de Inundatie) werden uit hunne gevangenis
+gehaald; vervolgends ook de onderdrukte en gevangene burgers <span class="sc">Verlem, Harger</span> en anderen; allen werden zij met koetsen naar ’t Stadhuis gereden, (na een tour rondsom
+den Vrijheidsboom gedaan te hebben,) vergezeld van duizende juichende medeburgers.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Deeze regels, waarde Landgenooten! oordeelen wij u bij de nevenstaande afbeelding
+te moeten aanbieden.
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Dat in de tuin van Nederland,
+</p>
+<p class="line xd32e3595">nog lang die boomen groeijen,
+</p>
+<p class="line">Dan zal de zinkende Amstelstad
+</p>
+<p class="line xd32e3595">weêr als voorheenen bloejen,
+</p>
+<p class="line">Verlost van ’t schaadlijk ongediert,
+</p>
+<p class="line xd32e3595">dat leeft van ’t sap der bloemen;
+</p>
+<p class="line">Dan zal nog ’t laatste nageslacht
+</p>
+<p class="line xd32e3595">den moed der Franschen roemen.</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb2.1">[<a href="#pb2.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ouderkerk" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1221">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figouderkerkwidth"><img src="images/ouderkerk.jpg" alt="’t dorp Ouderkerk aan den Amstel" width="490" height="720"><p class="figureHead">’t dorp Ouderkerk aan den Amstel</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">’t Vermaaklyk OUDERKERK, in ’s Lands historieblaên,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Gedacht; werd wel als schoon geprezen;
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Maar nu ’t den Pruis heeft wederstaan,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Zal de eernaam voortaan <span class="asc">DAPPER</span> weezen:
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Werd eertyds van dit dorp gemeld,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Nu wordt er <span class="asc">WONDER</span> van verteld.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">HET<br>
+DORP<br>
+OUDERKERK</span><br>
+AAN DEN AMSTEL.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Dit Dorp behoort in den breeden rang dier Nederlandsche dorpen van welken men kan
+zeggen dat zij zeer aangenaam gelegen zijn: <i>Ouderkerk</i> ligt in <i>Amstelland</i>, anderhalf uur van <i>Amsteldam</i>, ten oosten van den breeden rivier de <i>Amstel</i>, welke de tuinen of erven der huizen van achteren bespoelt: de environs van het dorp
+zijn zeer grasrijk en vermaaklijk, met veelvuldige wateren doorsneden: die environs
+moeten weleer echter nog veel aangenaamer geweest zijn, naamlijk boschachtiger, want
+tusschen dit dorp en <i>Abcoude</i>, zijn meermaals, eenige voeten onder den grond, veele boomen gevonden; men weet hoe
+winden en vloeden het eertijds houtrijk Nederland van veele zijner bosschen beroofd
+heeft—de grond is in geheel den omtrek van <i>Ouderkerk</i> veenachtig en moerassig—te recht noemt de zoetvloejende <span class="sc">Willink</span> hetzelve, <i>’t luchtig dorp</i>
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Daar de Amstelstroom, al even prat,
+</p>
+<p class="line">Gevoerd op een kristallen wagen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Zo glorierijk door heenen snelt,
+</p>
+<p class="line">En doet de zilvren baartjens vloejen
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Om met een zacht en deun geweld,
+</p>
+<p class="line">Zijn groene boorden te besproejen;
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Zijn boorden door geen mensch gewraakt.…</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb2.2">[<a href="#pb2.2">2</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG.</span>
+</p>
+<p>Het geen wegens dit artijkel aangetekend wordt, is gelijk ten deezen opzichte meermaals
+het geval is, met twijfelingen doorweeven: in vroegere dagen droeg het den naam van
+<i>Ouder-amstel</i>, om dat het onder <i>Ouder-amstel</i> behoort, men wil dat het den naam van <i>Ouderkerk</i>, in de plaats van dien van <i>Ouder-amstel</i> zoude verkregen hebben, bij gelegenheid van het stichten van een <i>Nieuwer kerk</i> in <i>Amstelland</i>, het geen zekerlijk aanneemelijk is, schoon men verschille in de bepaaling welke
+die <i>Nieuwer kerk</i> moge geweest zijn; sommigen houden er de tegenwoordige <i>Oude kerk</i> te <i>Amsteldam</i> voor, om dat deeze weleer den naam van de <i>Kerk in Nieuweramstel</i>, of <i>Niër-Kerk</i> gedragen heeft; ’t geen anderen ongerijmd voorkomt, het voor aanneemelijker houdende
+dat er de Kerk te <i>Amstelveen</i> door verstaan zoude kunnen worden, om de benaaming van <i>Nieuwer-amstel</i>, welke dat ambacht draagt: weder anderen meenen dat men voor die <i>Nieuwe Kerk</i> te houden hebben die van <i>Nieuwerkerk</i>, sedert lang in de <i>Haarlemmer-meir</i> verdronken—hoe het zij, uit het een en ander is de naamsoorsprong des dorps nagenoeg
+te gissen; althans nagenoeg voor zo verre ons oogmerk gaat; dit alleen moeten wij
+er nog bijvoegen, dat dit dorp gemeenlijk <i>Ouderkerk aan den Amstel</i> genoemd wordt, ter onderscheidinge van een ander dorp <i>Ouderkerk</i>, dat aan den <i>Yssel</i> ligt.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING</span> <span class="asc">EN</span> <span class="ex">GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>Wegens de stichting van <i>Ouderkerk</i> kan niets gezegd worden, alzo het waarschijnelijk, met veele andere Nederlandsche
+dorpen eenen toevalligen oorsprong zal hebben, die meesttijds gezocht moet worden
+in de ligging, welke aanleiding gegeven zal hebben dat sommige lieden zig op zulk
+eenen grond met er woon hebben nedergezet.
+</p>
+<p>Wat de grootte betreft; het ambacht van <i>Ouderkerk</i>, bestaat <span class="pageNum" id="pb2.3">[<a href="#pb2.3">3</a>]</span>in vijf voornaame polders, zamen groot bijna 3505 morgen lands<span class="corr" id="xd32e3743" title="Niet in bron">,</span> waarvan voor <i>Ouderkerk</i> met <i>Waardhuizen</i>, en <i>Duivendrecht</i>, van ouds niet hooger zijn geteld, dan op 1542 morgen, 380 roeden; zijnde sedert
+30 morgen en 400 roeden daaraf vergraaven voor de bedijking van de <i>Diemermeir</i>.
+</p>
+<p>In de oude lijst der verpondingen van 1632, stonden voor <i>Ouderkerk</i>, 162 huizen, en in die van 1732, reeds 249 huizen en 4 molens: men rekent dat er
+onder <i>Ouderkerk</i> omtrent 750 ingezetenen zijn, zo mannen, vrouwen als kinderen en dienstboden, zijnde
+in deeze telling twee kinderen, onder de agt jaaren, voor één persoon gesteld.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">’T WAPEN.</span>
+</p>
+<p>Dit is even als dat van <i>Amstelveen</i>, met dit onderscheid dat voor <i>Ouderkerk</i> op den ondersten balk twee kruisen staan, daar <i>Amstelveen</i> op dien balk slechts één kruis heeft.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>Weleer had dit dorp een ruime en luchtige Kerk, met een groot choor, waarvan het dak
+verre boven dat der Kerk uitrees: de toren was vierkant, en pronkte tot in den jaare
+1674 met een hoogen spitsen kap, die op den eersten Augustus van dat jaar, tot op
+het muurwerk des gebouws nedergeslagen werd: de spits werd naderhand weder opgebouwd,
+echter niet zo hoog, hoewel zij zig nog vrij verre vertoonde; doch het gebouw geheel
+bouwvallig geworden zijnde, werd in den jaare 1774 afgebroken, en op dezelfde plaats
+eene geheel nieuwe en nette Kerk gesticht: zijnde den eersten steen daarvan gelegd
+door den Heer <span class="sc">Balthazar Nolthenius</span>, Zoon van den Heere Mr. <span class="sc">Jeronimus Nolthenius</span>, toen Secretaris van <i>Ouder-amstel</i>: deeze Kerk heeft van binnen niets bijzonders, hoewel zij van buiten eene zeer aangenaame
+vertooning maakt.
+<span class="pageNum" id="pb2.4">[<a href="#pb2.4">4</a>]</span></p>
+<p>Ten tijde dat de <i>Roomsche Godsdienst</i> in deeze landen de heerschende was, was de Kerk van dit plaatsjen toegewijd aan den
+Paus en Martelaar <span class="sc">Urbanus</span>, wordende de Pastorij door de <i>Hollandsche Graaven</i> begeven; het inkomen van den Priester bestond uit 39 rhijnlandsche guldens van zekere
+landvruchten, als mede uit de voordbrengzelen van 6 morgen lands onder <i>Abkoude</i>, en evenveel anderen onder het ambacht <i>Ouderkerk</i>.
+</p>
+<p>Toen de Hervormde Godsdienst de heerschende was, werden de Kerken van <i>Amstelveen</i> en <i>Ouderkerk</i> door een zelfden Predikant bediend; doch omtrent den jaare 1595, viel desaangaande
+eenige verandering voor, zodanig dat <i>Ouderkerk</i> zig in het kerklijke met <i>Diemen</i> vereenigde, wordende deezen beide gemeenten bediend door den Leeraar <span class="sc">Lucas Ambrosius</span>; naderhand Predikant te <i>Amsteldam</i>: toen beide plaatsen in getal van inwooners merkelijk toegenomen waren, ontving ieder
+eenen eigen Leeraar; gelijk ieder gemeente ook nog door éénen Leeraar bediend wordt:
+beiden staan onder de Classis van <i>Amsteldam</i>.
+</p>
+<p>Een Weeshuis is op dit Dorp niet; de weezen en geallimenteerden worden onder de ingezetenen
+besteed.
+</p>
+<p>De Roomschen, die onder <i>Ouderkerk</i> zeer talrijk zijn, hebben er twee Kerkhuizen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Onder dit artijkel kan alleen het Rechthuis gebragt worden, zijnde voor een dorp-gebouw,
+vrij ongemeen; vóòr hetzelve staat, 1656, waarschijnlijk het jaar van deszelfs bouwing:
+in een der muuren zitten drie kogels door de <i>Pruissen</i> daarin geschoten<span class="corr" id="xd32e3833" title="Niet in bron">.</span>
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Deeze bestaat, wat het crimineele betreft, uit den Bailluw, en in het civile uit Schout,
+zeven Schepenen en een Secretaris: vier Buurmeesters hebben, met Schout en Schepenen,
+’t bewind over de gemeene zaaken van ’t ambacht.
+</p>
+<p>De Ambachtsheer kan onder dit artijkel niet ongenoemd blijven, en des kunnen wij ter
+deezer gelegenheid ook voegelijk aantekenen dat de stad <i>Amsteldam</i> deeze Ambachtsheerlijkheid in <span class="pageNum" id="pb2.5">[<a href="#pb2.5">5</a>]</span>den jaare 1731 aangekocht heeft voor eene somma van 25.100 guldens: de sterfheer is
+<span class="corr" id="xd32e3847" title="Bron: geemenlijk">gemeenlijk</span> een der Burgemeesteren van <i>Amsteldam</i>, zijnde thans de Wel Ed. Achtb. Heer Mr. <span class="sc">Nicolaas Faas</span>; de Ambachtsheer oefent echter het gezach niet uit zig zelven, maar alle zaaken,
+raakende het ambacht, worden hem aangediend, en door het collegie van Burgemeesteren
+afgedaan, gelijk zulks ook omtrent alle andere heerlijkheden, de stad toebehoorende,
+plaats heeft: weleer was de Bailluw zelf Ambachtsheer, en de goedkeuring of afkeuring
+van een’ Predikant stond aan hem alleen, zijnde dit amt tot den jaare 1715, door de
+oudste geslachten van <i>Holland</i> bekleed.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN.</span>
+</p>
+<p>Hier onder behooren de twee bruggen die op het dorp gevonden worden; eene van dezelven
+ligt over den <i>Amstel</i>, naamlijk aan de noordzijde bij het Rechthuis, en de andere over het water de <i>Bullewijk</i> genaamd, aan de zuidoostlijke zijde van het dorp: aan beide die bruggen moeten de
+doorvaarende schepen, en de daarovergaande menschen, beesten en rijtuigen, tol betaalen,
+zijnde het zelve een inkomen voor de stad als bezitster van de Ambachtsheerlijkheid:
+in den jaare 1745, werd het bruggeld verpacht voor ƒ&nbsp;3000 guldens; <i>Amsteldam</i> is natuurlijker wijze ook verpligt daarvoor de beide bruggen te onderhouden, niet
+alleen, maar ook de straat die aan derzelver vleugels ligt.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN.</span>
+</p>
+<p>De aangenaame ligging van dit dorp verschaft hetzelve <span class="corr" id="xd32e3876" title="Bron: vee">veel</span> levendigheid, door de menigte wandelaars welken zig ter uitspanninge derwaards begeeven,
+maar nog meer door de onnoemelijk veele rijtuigen welken als onophoudelijk afgaan
+en aankomen: deeze levendigheid wordt niet weinig bevorderd door de veele kostbaare
+en aangenaame tuinen, welken langs den breeden Amstel gelegen zijn, en meest toebehoren
+aan voornaame <i>Amsteldamsche Kooplieden</i>, welken aldaar de handelzorgen vergeetende, de duffe comptoirlucht voor den frisschen
+adem der <span class="pageNum" id="pb2.6">[<a href="#pb2.6">6</a>]</span>Natuur verwisselende, ook dikwijls <i>Ouderkerk</i> gaan bezoeken; al ’t welk het dorp geen gering voordeel aanbrengt; voeg hierbij het
+<i>Portugeesche Jooden Kerkhof</i>, ten oosten van de Kerk, aan de <i>Bullewijk</i> gelegen, ter oorzaake dat op hetzelve menigvuldige begraavingen geschieden: maar
+ook wordt <i>Ouderkerk</i> niet weinig verlevendigd en bevoordeeld door de gestadig doorvaarende schuiten van
+<i>Amsteldam</i>, naar <i>Utrecht</i>, den <i>Haag, Delft, Rotterdam</i>, <i>Gouda</i>, als mede verder nabijgelegene plaatsjens en terug; als mede door de turfschepen
+en ponten, die van alom de turf uit de veenen naar <i>Amsteldam</i> en elders heenvoerende, veelal den <i>Amstel</i> afkomen; wij zwijgen van eene menigte rijtuigen welken, om verder optetrekken, dit
+dorp passeeren: de som bovengemeld, waarvoor de tol te <i>Ouderkerk</i> verpacht wordt, bewijst genoeg dat het dorp op verre na niet onder de stille dorpjens
+geteld moet worden.
+</p>
+<p>Er worden voords die handwerken en neeringen uitgeoefend en gedaan, welken voor het
+burgerlijke leven onontbeerelijk zijn; veelen opgezetenen geneeren er zig ook met
+den veeteelt, en de turffabriek.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN.</span>
+</p>
+<p>Hoe weinig betekenend dit dorpjen, met betrekking tot het Land in ’t algemeen, of
+tot het nabij gelegen trotsch <i>Amsteldam</i> in ’t bijzonder, schijne te zijn, wordt het echter in de Vaderlandsche <span class="corr" id="xd32e3916" title="Bron: Histerie">Historie</span> dikwijls genoemd, en in het belangrijke fak, dat met onzen tijd begint, bekleedt
+het voorzeker eene hoofdplaats.
+</p>
+<p>Hoe geheel <i>Amstelland</i> om zeker bedrijf van <span class="sc">Gysbrecht van Amstel</span>, door de <i>Kennemers</i> onder water gezet en verwoest werd, zullen wij breedvoerig moeten verhandelen als
+wij over <i>Amsteldam</i> in het bijzonder zullen spreeken, hier zij het derhalven genoeg aantetekenen dat
+<i>Ouderkerk</i> in dien vreeslijken nood mede niet weinig heeft moeten lijden, ’t geen ligtlijk te
+begrijpen is wanneer men nagaat dat alle de landerijen van geheel <i>Amstelland</i>, in eene openbaare zee veranderd werden: dit gebeurde <span class="pageNum" id="pb2.7">[<a href="#pb2.7">7</a>]</span>omtrent den jaare 1204: eene vergoeding voor dien grouwzaamen nood was eene stille
+landlijke rust van ongeveer anderhalf honderd jaaren, want eerst in den jaare 1567
+verschijnt <i>Ouderkerk</i> weder op het Nederlandsche Staatstooneel, naamlijk ten tijde van <span class="sc">Hendrik van Brederode</span>, die door het aanbieden van het bekende smeekschrift aan de Hertoginne van <i>Parma</i>, bij de <i>Spaanschen</i> verdacht geworden, en reeds uit zijne Heerlijkheid <i>Viaanen</i> verdreven zijnde, zig met eenige bende in of nabij dit dorp nedersloeg, en zig aldaar
+bleef oponthouden, tot hij naar elders den wijk nam: zes jaaren laater, wierpen de
+<i>Spanjaarden</i> eene schans op rondsom het Kerkhof en de Kerk van <i>Ouderkerk</i>, ter gelegenheid van de belegering van <i>Haarlem</i>: dit kleine dorpjen is verder (in 1577) het middel in de hand der Algemeene Staaten
+geweest om <i>Amsteldam</i>, toen de eenigste stad die nog <i>Spaansch gezind</i> was, aan de zijde van <span class="sc">Oranje</span>, of wel aan hunne zijde te brengen; want zij lagen in het dorp veel krijgsvolk, ter
+handhavinge van hunne bevelen om aldaar zwaare convoijen en licenten te vorderen,
+van alle de goederen welken uit <i>Amsteldam</i> gevoerd en derwaards gebragt werden; de stad reeds toen eenen wakkeren handel drijvende,
+vond zig daardoor ook zodanig bezwaard, dat zij, om zig van dit jok te ontheffen,
+besloot den Algemeenen Staaten te vergenoegen, en de zijde der <i>Spanjaarden</i> te verlaaten.
+</p>
+<p>Sedert dien tijd bleef dit dorp wederom in rust tot op den 30 Julij des jaars 1650,
+toen het ten getuige verstrekte van eene daad die eenigen gaarne uit ’s Lands geschiedenissen
+gewischt zagen; dezelve is echter te dikwijls geboekt om ooit door de vergetenheid
+ingezwolgen te kunnen worden.
+</p>
+<p><span class="sc">Willem de Tweede</span>, Prins van <i>Oranje</i>, zig door de regeering van <i>Amsteldam</i> beledigd achtende, wegens den geweigerden toegang in den vollen raad, zowel als wegens
+andere Vaderlandlieve gedraagingen van dien kant, besloot de stad bij <span class="pageNum" id="pb2.8">[<a href="#pb2.8">8</a>]</span>verrassching te overrompelen, welken gevaarlijke aanslag echter, door eene gunstige
+bestuuring van de Voorzienigheid, verijdeld werd, door het verdwaalen des krijgsvolks,
+wegens de donkerheid van den nacht, en eenen zwaaren stortregen: Graave <span class="sc">Willem van Nassau</span>, Stadhouder van <i>Friesland</i>, was het geheim bevel van deezen aanslag opgedraagen; gelijk deezen dan ook met zijne
+bende te <i>Ouderkerk</i> zijn hoofdquartier verkoos; wordende ten volgenden dage door eenig krijgsvolk, uit
+<i>Nijmegen</i>, <i>Utrecht, Arnhem, Zutphen, Zwol</i> en <i>Doesburg</i> versterkt, doch het dorp geraakte dien overlast weldra kwijt, doordien de Prins en
+de Regeering van <i>Amsteldam</i> tot een minnelijk verdrag kwamen, waaraan de waare Patriotsche Heeren <span class="sc">Bicker</span> echter de aanzienlijke waardigheden, welken zij in de stad bekleedden opofferden.
+</p>
+<p>Van dien tijd af vinden wij wegens de geschiedenis van <i>Ouderkerk</i> niets bijzonders gemeld, tot op onzen tijd toe; maar nu heeft het zig eenen eeuwigen
+naam verworven, door de manlijke verdediging der Patriotten aldaar, tegen de als in
+de wapenrustinge geborene <i>Pruissen</i>, die op den 7 September des jaars 1787, „in ons land vielen, om der Prinsesse van
+<i>Oranje</i> voldoening te bezorgen, wegens voorvallen”, kunnen wij met zeker geacht schrijver
+onder onze tijdgenooten zeggen, „welke hier de plaats niet is om dezelve te onderzoeken”;
+wij blijven, met hem, „alleen staan bij de dapperheid der patriotten, die bij <i>Ouderkerk</i> zo duidelijk gebleken is, dat wanneer alle de posten tegen de <i>Pruissen</i> op eene zodanige wijze verdedigd waren geworden, de geëischte voldoening van dat
+hof, waarlijk zo spoedig nog niet zoude gevolgd zijn.”
+</p>
+<p>Ofschoon wij in onze beschrijving van <i>Amstelveen</i> reeds, dat dorp betreffende, een genoegzaam breed verslag van deeze allergewichtigste
+omstandigheid gegeven hebben, kunnen wij echter niet nalaaten, bij deeze gelegenheid
+het volgende nog te voegen; zamen kan het dienen om een recht duidelijk <span class="pageNum" id="pb2.9">[<a href="#pb2.9">9</a>]</span>denkbeeld van de aangelegenheid ter dier plaatse en tijde te kunnen vormen.——Dus vinden
+wij het bedoelde geboekt, „Na de <i>Pruissische troupen</i> dan op de grenzen van <i>Gelderland</i> en <i>Holland</i> de steden <i>Gorcum, Nieuwpoort, Schoonhoven</i>, en anderen, na weinig tegenstands, ingenomen hadden, rukten zij verder na beneden,
+om alle de posten te overmeesteren, en vervolgends <i>Amsteldam</i>, en andere steden, de zijde der Patriotten toegedaan, te bedwingen: eenige posten
+werden gemaklijk, anderen niet zonder groote moeite veroverd, en voor sommigen stieten
+de <i>Pruissen</i>, meer dan ééns, door den moed der Vaderlandsche burgerij, het hoofd; de Hertog ziende
+dat niet alles zo gemaklijk gaan zoude, en ook door berichten vernomen hebbende, dat
+er zeer veele posten sterk verdedigd zouden worden besloot tot eenen algemeenen aanval.”
+</p>
+<p>„Bij het geven van het wachtwoord, op den 30 September, des gemelden jaars, beval
+hij dat alle Generaals en Commandanten, des avonds ten zes uuren zig bij hem zouden
+moeten vervoegen; dit geschiedde, en zijne Hoogheid deelde alstoen aan zijne Officieren
+de bevelen uit, op welke eene wijze de aanvallen den volgenden morgen, den eersten
+October, ten 5 uure eenen aanvang zoude moeten neemen.”
+</p>
+<p>„Zodra de seinschoot,” waarvan wij onder <i>Amstelveen</i> gesproken hebben „gegeven was, geraakte alles in werking; alomme werden de patriotsche
+posten aangevallen, die gedeeltelijk genomen, en gedeeltelijk met de grootste dapperheid
+verdedigd werden; kunnende wij niet nalaaten hier nog bij te voegen, dat waar de verdedigers
+moesten bukken, zulks meer toeteschrijven was aan bedekt verraad, of onkunde hunner
+bevelhebberen, welken geen orde onder hun volk hielden, dan aan het volk zelf; dat
+dit waarheid is blijkt onder anderen uit den aanval op <i>Ouderkerk</i>.”
+</p>
+<p>Om ons thans bij dit dorp afzonderlijk te bepaalen, zullen wij hier den stand der
+<i>Pruissischen troupen</i>, bestemd om <i>Ouderkerk</i> te attaqueeren, opgeeven.
+<span class="pageNum" id="pb2.10">[<a href="#pb2.10">10</a>]</span></p>
+<p>„De Ritmeester <span class="sc">Van Kleist</span>, stond met een detachement ligte infanterij in de kleine <i>Duivendrechtsche polder</i>.”
+</p>
+<p>„De Ritmeester <span class="sc">Zuizow</span> met zijne ligte infanterij, en de Capitein <span class="sc">Tschok</span> met eene compagnie Grenadiers van het regiment van <span class="sc">Budberg</span> stonden op den weg van <i>Abcoude</i>, naar <i>Ouderkerk</i>, bij zig hebbende een stuk geschut van zes, één van drie pond, en een houwitzer,
+benevens de lijfcompagnie curassiers tot hunne ondersteuning.”
+</p>
+<p>„In de <i>Ouderkerker polder</i> moest de Major <span class="sc">Ledebur</span> met zijn compagnie en twee stukken zesponders geposteerd staan, doch deezen kon op
+den bepaalden tijd daar niet tegenwoordig zijn, doordien hij over <i>Mijdrecht</i> en <i>Baamburg</i> had moeten marcheeren.”
+</p>
+<p>„Aan den kant van den <i>Uithoorn</i> stonden 30 Jaagers en twee Compagniën van <span class="sc">Budberg</span>, onder bevel van den Capitein <span class="sc">Kokerits</span>, zonder grof geschut, benevens een esquadron paardenvolk van den Major <span class="sc">Kram</span>.”
+</p>
+<p>„Deeze troupen nu hadden bevel om <i>Ouderkerk</i> te overmeesteren welk plaatsjen tot zijne verdediging vier onderscheidene <span class="corr" id="xd32e4093" title="Bron: baterijen">batterijen</span> had, die aan het dorp lagen, en die het den <i>Pruissen</i> meer daar ééns te heet maakten; men zag daar dat zij deinzen en vallen konden.”
+</p>
+<p>Dat de Patriotten dapper geschoten hebben, hebben de <i>Pruissen</i> zelven getuigd, daar zij zeiden: „De Patriotten vervolgden ons met hunne kanonnen
+onophoudelijk te beschieten; na veele vergeefsche onderneemingen, en na dat de hooibergen
+in brand gestoken waren, werden onze Jaagers door het geschut en door de vijandlijke
+scherpschutters, genoodzaakt zig te retireren.”
+</p>
+<p>„De gemelde vier <span class="corr" id="xd32e4105" title="Bron: baterijen">batterijen</span> die zo wèl bestuurd werden, waren op deeze wijze gelegen: eene lag er bij de hooge
+brug, bij de droogmaakerij, welke brug afgebroken was, terwijl deeze batterij met
+een <span class="corr" id="xd32e4108" title="Bron: twaafponder">twaalfponder</span> en twee zesponders <span class="pageNum" id="pb2.11">[<a href="#pb2.11">11</a>]</span>verdedigd werd; recht tegen over dezelve lag eene andere bij den zogenaamden krommen
+hoek, gemonteerd met twee drieponders, een derde lag op den weg na den <i>Voetangel</i>, op dezelve waren twee zesponders geplaatst; en op de boerderij voor welke deeze
+batterij op den weg lag, had men achter het huis voor het molenvliet eenen drieponder
+geplaatst: eene vierde batterij was opgeworpen, op het zwarte weggetjen, en met twee
+stukken van zes ponden bewapend.”
+</p>
+<p>„Zo wel het dorp als deeze batterij waren bezet door <i>Amsteldamsche burgers</i>, door eenigen uit de <i>Geldersche brigade</i>, door <i>Friesche Auxiliairen</i> en Jaagers, door een gedeelte van het corps van den beruchten <span class="sc">Salm</span>;” wiens gloriezon door een schandelijke en eeuwige eclips niet verdonkerd, maar geheel
+onzichtbaar geworden is! „en voords door eenige Kanonniers en Artileristen, uit <i>Amsteldam</i> en uit de <i>Auxiliairen</i>: het bevel over deeze zo gewigtige voorpost van <i>Amsteldam</i> was opgedraagen aan den Wel Ed. Manhaften Heer <span class="sc">F.&nbsp;H. de Wilde</span>, toenmaals Capitein der Burgerij van <i>Amsteldam</i>, en de Vaderlandsche bende aanvoerende, onder den tijtel van Lieutenant <span class="corr" id="xd32e4138" title="Bron: Collonel">Colonel</span>.”
+</p>
+<p>„De natte en doorweekte grond van <i>Ouderkerk</i>, als ook de menigte grachten en slooten, verhinderden dat men uit den <i>Duivendrechtschen polder</i> iet van belang kon verrichten: de bruggen waren veelal afgebroken, aan veele toegangen
+doorsnijdingen gemaakt, eenige anderen waren met geschut bezet, zo dat de <i>Pruissen</i> alhier eene hevige verdediging te gemoet zagen, en de uitslag deed zien dat zij hier
+niet mis gerekend hadden, want deeze voorpost van <i>Amsteldam</i> werd met veel dapperheid en beleid door de Patriotten verdedigd.”
+</p>
+<p>„Met het seinschoot namen ook hier de onderscheidene aanvallen eenen aanvang, en de
+bezettelingen die terstond toonden dat zij deeze vijandlijkheden te gemoet zagen,
+gaven den <i>Pruissen</i> een zeer gevoeligen morgengroet terug.”
+<span class="pageNum" id="pb2.12">[<a href="#pb2.12">12</a>]</span></p>
+<p>„De Colonel <span class="sc">Kokeritz</span>, kon van den kant van den <i>Uithoorn</i> niets verrichten; waarom een Capitein, wiens naam niet gemeld wordt, uit overdrevenen
+ijver, met eenige manschappen uit dit detachement voordrukte om te recognosceeren,
+wordende hij door een cardoezenkogel doodgeschoten.”
+</p>
+<p>„In de <i>Ouderkerker polder</i>, alwaar de compagnie van den Capitein <span class="sc">Ledebur</span> stond, en hoewel alleen geschikt tot eenen valschen aanval, verdedigde deeze zig
+echter met zo veel manmoedigheid, uit het klein geweer, dat deeze compagnie eenen
+wezenlijken lof verdiende.”
+</p>
+<p>„Op den weg van <i>Abcoude</i> naar <i>Ouderkerk</i>, alwaar de Capitein <span class="sc">Tschock</span>, de Ritmeester <span class="sc">Zuizow</span>, en de Luitenant der Artillerij <span class="sc">Jacobi</span> met hunne onderhoorige Manschappen, en drie stukken geschut stonden, werd van beiden
+de zijden een allerlevendigst en hevigst vuur gegeven: aan de zijde der <i>Pruissen</i> werden alle houwitsers, granaten en kogels gebruikt, zonder echter de bezetting veel
+nadeels toetebrengen, en de vijand was genoodzaakt meerder ammunitie te doen aanvoeren,
+hoewel hij door de smalte van den weg geene stukken geschut meer konde plaatsen: na
+dat het gevecht eenen geruimen tijd geduurd had, en bijna geheel op ’t laatst, rukte
+aan de zijde van den <i>Duivendrechtschen polder</i>, op den weg naar de <i>Bullewijk</i> eenige manschappen met een stuk geschut aan; deeze manschappen, waren op bevel van
+den Capitein <span class="sc">Tschock</span> met schuiten overgevaaren, en plaatsen hun stuk geschut recht tegen over eene batterij
+der bezetting, om dezelve te dwingen; doch de verdedigers deeden eenen zo hevigen
+uitval, dat de vijand terstond de vlugt nam, en het stuk geschut bijna in handen van
+de bezettelingen gevallen was.”
+</p>
+<p>„Gemelde Capitein rukte daarop onverschrokken naar de batterij, en bij aldien de manschappen,
+die aan de overzijde van den <i>Amstel</i> post hielden, hem behoorelijk hadden kunnen ondersteunen, ware het niet onmogelijk
+geweest, denzelven te veroveren; <span class="pageNum" id="pb2.13">[<a href="#pb2.13">13</a>]</span>doch dit ondoenlijk zijnde, en de Patriotten als <span class="corr" id="xd32e4201" title="Bron: leewen">leeuwen</span> vechtende voor hunne zaak, was hij genoodzaakt te wijken, met achterlaating van eenige
+dooden en gekwetsten, de Major <span class="sc">Diebits</span>, hoewel meer geschikt tot een aanval tegen <i>Duivendrecht</i>, dit ziende, deed alle mogelijke moeite om uit den <i>Ouderkerker polder</i>, hem ter hulpe te komen, en vuurde met zo veele hevigheid en onverschrokkenheid,
+als wilde hij eenen etna bestormen, doch het mogt hem almede niet gelukken den moed
+der Vaderlanderen te bedwingen, en de batterij inteneemen.”
+</p>
+<p>„Ondertusschen duurden deeze gevechten wederzijds van des morgens 5 tot 8 uuren, waarna
+de <i>Pruissische troupen</i> genoodzaakt waren van voor <i>Ouderkerk</i> de wijk te neemen, doch omtrent ten elf uuren, kwamen de gevlugte manschappen van
+<i>Amstelveen</i><a class="noteRef" id="xd32e4219src" href="#xd32e4219">1</a> te <i>Ouderkerk</i> aan, waarop men,” (nog den moed niet verloren geevende, in tegendeel, met eene waare
+krijgsmans beraadenheid,) <span class="corr" id="xd32e4224" title="Niet in bron">„</span>eene batterij tegen den weg, langs welken zij gekomen waren, deed opwerpen; voords
+ging men met alle magt de batterij versterken tegen eenen nieuwen aanval; welk werk
+tot één uure op den middag werd voordgezet; doch toen kwam er bevel uit <i>Amsteldam</i> dat het volk van <span class="sc">Van Salm</span>, naar de <i>Kalfjeslaan</i> moest trekken, alwaar mede eene batterij was opgeworpen, zijnde toen de wegen, welken
+van <i>Amstelveen</i> op den <i>Amstel</i> uitkwamen, bezet.”
+</p>
+<p>„Daarna vertrok ook de <i>Geldersche brigade</i>, en toen ook moest de Lieutenant Colonel <span class="sc">De Wilde</span>, hoewel de <i>Pruissen</i> geweeken waren voor zijn beleid en het gedrag der Patriotten, tot zijn grievendst
+leedwezen aan de <i>Amsteldamsche burgers</i> en de overige manschappen bevel geeven om mede optebreeken; dit geschiedde, hoewel
+onvergenoegd, echter met veel bedaardheid, zo dat alle de ammunitie tot de minste
+kleinigheid toe, mede naar <i>Amsteldam</i> gevoerd werd, waarmede zij omtrent ten vier uure in den middag, in de stad aankwamen,
+gelijk ook alle de manschappen der andere ontruimde voorposten, welken van het overgaan
+van <i>Amstelveen</i>, en het verlaaten van <i>Ouderkerk</i>, in tijds bericht bekomen hadden;” zij weeken, <span class="pageNum" id="pb2.14">[<a href="#pb2.14">14</a>]</span>ja maar zij weeken als helden, als <i>Batavieren</i> nog niet ontaart van den voorvaderlijken moed: niet te onrecht zongen wij elders
+die helden dus toe:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<div class="lg">
+<p class="line">Ja gij zwichtet——met uw zwichten,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Zwichtte ook ’t magtig <i>Amsteldam</i>;
+</p>
+<p class="line"><i>Amsteldam</i>, waaruit u voorraad,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Voorraad en versterking kwam:
+</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Ja gij zwichtet, niet uit lafheid!
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Lafheid! des waart ge onbekwaam;
+</p>
+<p class="line">Onbekwaam scheent ge ook als helden.<a class="noteRef" id="xd32e4279src" href="#xd32e4279">2</a>
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Helden echter blijft uw naam.
+</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Wierd gij nooit weêr opgeroepen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Opgeroepen tot den strijd!
+</p>
+<p class="line">Strijd, waarbij geheel ons Neêrland,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Neêrland en zijn burgers lijdt,
+</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">Vrede is tog der ziele hoofdstof,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Hoofdstof van <span class="asc">Civilis</span> kroost;
+</p>
+<p class="line">Kroost, dat om den lieven vrede,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Vrede en rust zig moeite troost.
+</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line">God blijv’ met u, dappre helden!
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Helden! eer van Nederland!
+</p>
+<p class="line">Nederland! God houde u lange.
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Lange nog in vasten stand.</p>
+</div>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb2.15">[<a href="#pb2.15">15</a>]</span></p>
+<p>„Hoewel de <i>Pruissen</i> daarna geheel <i>Holland</i> overstroomden, en voor <i>Amsteldam</i>, zo wel als in andere plaatsen, in bezetting gelegd werden, zal het echter onwaardeerbaar
+zijn voor de Patriotten, dat zij ten allen tijde zullen kunnen aantoonen, hoedanig
+zij voor <i>Ouderkerk</i> de magt van <span class="sc">Fredrik Wilhelm</span>, het hoofd geboden, en in den krijgsdienst volleerde benden, genoodzaakt hebben,
+met verlies van een aantal dooden en gekwetsten, welk eerst getal de vijand zorgvuldiglijk
+heeft getracht te verbergen, terug te wijken: de braave Vaderlanders, wier stelzel
+het hier de plaats niet is te onderzoeken, maar die echter in deeze en nog andere
+aanvallen, zelfs door hunne vijanden geroemd zijn, toonden hier allerduidelijkst,
+dat zij onder een wèlbestuurd beleid, nog niet ontaart waren, van den roem hunner
+voorvaderen, welke schandvlek hunne tegenpartij hun heeft zoeken aantewrijven.”
+</p>
+<p>Dat het <i>Ouderkerk</i> verder altijd zal geheugen in de handen der <i>Pruissen</i> gevallen te weezen, is eene waarheid die zonder getuigenissen geloofd kan worden;
+de triumpheerende soldaat is tog niet te rangschikken onder de bedaarden en barmhartigen
+onder de kinderen der menschen—voeg hier bij, gelijk wij ook wegens <i>Amstelveen</i> gezegd hebben, het haatelijke denkbeeld dat den <i>Pruissen</i> van den Nederlandsche Patriotten ingeboezemd was geworden;<a class="noteRef" id="xd32e4335src" href="#xd32e4335">3</a> ook hadden zij te veel van de moedige verdediging van deezen moeten ondergaan, om
+geheel vrij te blijven van den trek tot bijzondere wraakneeming.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN.</span>
+</p>
+<p>De Kerk zal men zekerlijk niet vergeeten te gaan bezichtigen, en ook niet de Pruissche
+kogels, welken in den muur daarvan zitten, zo wel als die in den muur van het rechthuis:
+<span class="corr" id="xd32e4351" title="Bron: zie (">(zie</span> Bladz. 5.) in de oude pastorij is mede zulk een kogel te zien.
+</p>
+<p>Aan de eene zijde van het dorp, ligt een laantjen, waarin de wandeling verrukkelijk
+is, en dat het <i>Ouderkerker hemeltjen</i> <span class="corr" id="xd32e4358" title="Bron: gegenomd">genoemd</span> wordt.
+</p>
+<p>De Droogmaakerij, waarvan wij boven (Bladz. 10.) en ook in ons blad over <i>Amstelveen</i> spraken, kan men uit dit dorp ook gaan bezichtigen.
+</p>
+<p>De reiziger neeme dit ons blaadjen in de hand, zoeke de plaatsen op, alwaar wij hem
+verhaalden dat de Patriotsche batterijen <span class="pageNum" id="pb2.16">[<a href="#pb2.16">16</a>]</span>gelegen hebben, en zo hij de bekwaamheid van geregeld te kunnen denken heeft, zal
+hij, dat doende, een aangenaam uurtjen in den omtrek van <i>Ouderkerk</i> kunnen doorbrengen.
+</p>
+<p>Hij vergeete ook niet het <i>Portugeesche Jooden Kerkhof</i>, hier voor Bladz. 5 aangehaald, te bezoeken: het ligt ten zuiden van het dorp, en
+strekt met drie morgen lands, langs het water de <i>Bullewijk</i>; onder de zarken vindt men die van overheerlijk marmer, zeer prachtig gehouwen, en
+met <i>Hebreeuwsche opschriften</i> versierd zijn: de sijnagoge houd hier een’ doodgraaver, of oppasser die er een vrije
+woning heeft.
+</p>
+<p>Hier meent men stond weleer het Lusthuis der Heeren van <i>Amstel, Reigersbroek</i>, of <i>Reigersbosch</i> geheeten: in den zoen deezer Heeren met Graaf <span class="sc">Floris</span>, hebben zij dit huis aan hem opgedragen: de Graaven waren gewoon hier eenen Amptenaar
+aantestellen, met den tijtel van <i>Meester en Bewaarder van den Reigerbossche</i>: sommigen meenen dat deeze plaats door den grouwzaamen <i><span class="corr" id="xd32e4391" title="Bron: Elisabethts">Elisabeths</span> vloed</i> van den jaare 1421, mede is vernield geworden.
+</p>
+<p>In het dichtstukjen <i>De Amstelstroom</i>, leest men desaangaande het volgende couplet; <i>Ouderkerk</i> toegezongen.
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Toen pronkte nog uw Reigershof,
+</p>
+<p class="line">Voorheen om uwen luister te achten,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Daar Hollands Graaven, met veel lof
+</p>
+<p class="line">En roem, zig te verlusten plagten,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">In veel doorluchtig tijdverdrijf,
+</p>
+<p class="line">Van snelle jagten, schutterijen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Om strijd, of daar ’t vermoeide lijf,
+</p>
+<p class="line">Behaalde een reeks van lekkernijen;
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Daar elk om prijs den reiger schoot<span class="corr" id="xd32e4417" title="Bron: .">,</span>
+</p>
+<p class="line">En ridderlijk de lansie boodt.</p>
+</div>
+<p class="first">Eene wandeling naar <i>Amstelveen</i>, is mede niet onvermaaklijk.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN<span class="corr" id="xd32e4428" title="Niet in bron">.</span></span>
+</p>
+<p>Met de Schuiten op Bladz. 6 genoemd, vindt men telkens gelegenheid om na en van dit
+dorp te komen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN.</span>
+</p>
+<ul>
+<li><i>Brugzicht</i>, dit was weleer <i>De oude Prins</i>; maar het volk van <span class="sc">Van Salm</span>, (dat getrouwe volk!) heeft dat uithangbord niet kunnen dulden, en het derhalven
+doen wegneemen.
+</li>
+<li><i>Paardenburg.</i>
+</li>
+<li>De <i>jonge Prins</i>.</li>
+</ul><p>
+</p>
+<p>Voords eenige weinigen van minderen rang.
+</p>
+<p>De drie eerstgemelde zijn mede Uitspanningen.
+<span class="pageNum" id="pb3.1">[<a href="#pb3.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e4219">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e4219src">1</a></span> <i>Hoe het omtrent dat dorp gegaan is, hebben wij in ons blad dat over hetzelve handelt,
+breedvoerig genoeg aangetekend, om er verder hier van te kunnen zwijgen.</i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e4219src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd32e4279">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e4279src">2</a></span> <i>Wij bedoelden met dit zeggen, dat de verwachting van den moed, maar vooral van het
+beleid der verdedigers niet groot heeft kunnen weezen, uit aanmerking van den aart
+hunner omstandigheden; ’t waren tog slechts burgers, wel geoefend in het handelen
+der wapenen, maar niet geoefend in den krijg: de handwerktuigen werden verwisseld
+met de wapenen; de vredige plaats der broodwinning met het oorlogsveld; de koopman
+lag de pen neder, en vattede den staf van commando op, als bevelhebber in eenen bloedigen
+krijg: en tegen een geoefend volk, een volk dat zig onder de oorlogende</i> Europeêrs <i>eenen naam verworven heeft: en deeze stille burgers deeden wonderen; toonden Batavieren
+te zijn; toonden onverschrokken te durven staan, als ’t aankwam op de verdediging
+van Land en Volk!—zeker hunne omstandigheid behoort vooral in aanmerking genomen te
+worden, wil men geen gevaar loopen van hunnen behaalden roem te kort te doen</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e4279src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd32e4335">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e4335src">3</a></span> <i>Men heeft zelfs verteld, ja wat verteld men niet al! en hoe dom denkt men wel dat
+de Duitsche soldaat zou weezen! sommige van hun hadden zig van de</i> Nederlandsche Patriotten <i>een denkbeeld gemaakt, als waren het zekere wonder-verschijnselen in de Natuur; zekere
+menschen, of gedaante van menschen, met vleugelen; die overal, door het geheele land
+heen rondgierden: verscheidene maalen, zegt men, is in den beginne door hen gevraagd
+of zij nu niet haast die <span class="corr" id="xd32e4340" title="Bron: Patriooten">Patriotten</span> zouden zijn? ofschoon zij er reeds door onthaald waren geworden</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e4335src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="ouderkerkbuurten" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1226">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">BUURTEN</span><br>
+ONDER DE BANNE VAN<br>
+<span class="ex">OUDERKERK</span><br>
+<span class="ex">BEHOORENDE</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first headlike">DE BUURT AAN DEN OMVAL.
+</p>
+<p>Van deeze buurt, die niet zeer groot is, kan niets aantekeningswaardig gezegd worden:
+Zij bestaat intusschen uit verscheidene huizen, eenige molens en buitenplaatsjens:
+de ringsloot, wordt mede in dezelve gevonden.
+</p>
+<hr class="tb dash"><p>
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">DUIVENDRECHT.</span>
+</p>
+<p>Deeze buurt spant de kroon boven alle de anderen in de banne van <i>Ouderkerk</i> gelegen, naamlijk wegens haare grootte, en aanzienlijkheid, niettegenstaande er geen
+breed getal van huizen in gevonden worde.
+</p>
+<p>Haare <span class="sc">LIGGING</span> is in de polder van den zelfden naam, en <span class="pageNum" id="pb3.2">[<a href="#pb3.2">2</a>]</span>die onderscheiden wordt in <i>Groot-</i> en <i>Klein-Duivendrecht</i>, hebbende ten noorden de <i>Diemermeir</i>, ten oosten de <i>Bijlemermeir</i>, ten zuiden <i>Ouderkerk</i>, en ten westen den <i>Amstel</i>: de buurt ligt voords zeer vermaaklijk: door dezelve stroomt nog een watertjen, <i>’t Gat</i> genoemd, waarin een kleine Overtoom ligt.
+</p>
+<p>Wegens den
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>,
+</p>
+<p>Is het volgende bericht bij ons ingekomen:
+</p>
+<p>„De <i>Duivendrechtsche brug</i>, in de buurt over de <i>Ringsloot</i> liggende, en die ook den naam van <i>Kuipertjes brug</i> draagt, ter oorzaake dat nabij dezelve een groote kuipers werkplaats was,” (waarvan
+straks nader,) „werd in vroegere dagen aldaar niet gevonden; maar er was ter dier
+plaatse, eene schouw, of overvaart over gezegde rivier: iemand daar nabij woonende,
+(men zegt een knecht van den kuiper voornoemd,) was voords een ongemeen groot liefhebber
+van duiven, die hij dan ook in eene verbazende menigte nahield, het geen gelegenheid
+gaf dat men de gezegde overvaart, of kleine veer, in vroegere dagen <i>Tricht</i> of <i>Trecht</i> genoemd,” (gelijk wij in onze beschrijving van <i>Dordrecht</i> reeds aantekenden,) „<i>Duiventrecht</i>, of veer, overvaart naar de duiven, of het <i>Duivenveer</i> genoemd heeft; de veel vermogende klankverbastering heeft voords van <i>trecht, drecht</i> gemaakt,” (gelijk zulks met den naam <i>Dordrecht</i> ook plaats heeft,) „en alzo heeft deze buurt den naam van <i>Duivendrecht</i> bekomen.”
+</p>
+<p>Wat de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>
+</p>
+<p>Betreft: <i>Duivendrecht</i> in ’t algemeen beslaat eene zeer ruime uitgestrektheid gronds, begroot op 1327 morgen,
+300 roeden <span class="pageNum" id="pb3.3">[<a href="#pb3.3">3</a>]</span>lands, gelijk de polders, waarin de buurt gelegen zij, onderscheiden worden in <i>Groot-</i> en <i>Klein<span class="corr" id="xd32e4554" title="Bron: ">-</span>Duivendrecht</i>, alzo onderscheidt men ook de buurten van dien naam; zijnde de buurt, eigenlijk <i>Klein-Duivendrecht</i>, landwaards in gelegen: een gedeelte van <i>Groot-Duivendrecht</i>, tegen over den <i>Weesperweg</i> aan den <i>Amstel</i> gelegen, noemt men het eiland; eigenlijk zoude men het drie eilanden kunnen noemen,
+om dat het door twee slooten in drie afzonderlijke deelen, rondsom van water omgeven,
+verdeeld is—Op den gezegden uitgebreiden grond, bevat <i>Duivendrecht</i>, het eiland niet mede gerekend, niet meer dan 32 of 33 huizen, want dezelven staan
+zeer wijd van elkander gebouwd, voornaamlijk ter wederzijde van eenen zuidelijken
+straatweg; ieder huis staat op eene werf waarbij veel weiland gelegen is: er zijn
+ook twee buitenplaatsen of tuinen; de eene, <i>Welmeer</i> genoemd, is nog in stand; doch de andere in 1787 zodanig door de <i>Pruissen</i> gehavend, dat dezelve thans niet meer dan een optrek is; meer anderen worden op het
+eiland bovengemeld gevonden, op hetzelve staan, behalven dat, nog vier molens, naamlijk
+twee die witloot, één die snuif, en één die steen maalt: de beide polders worden voords
+door twee molens van het overtollig water ontlast.
+</p>
+<p>In het buurtjen eigenlijk <i>Klein-Duivendrecht</i> genoemd, staan nog eenige weinige huizen, en één snuif-molen; voords is aldaar ook
+geplaatst de porcelein-fabriek, die weleer in <i>Loosdrecht</i> geweest is, gelijk wij in onze beschrijving van dat Dorp aantekenden: deeze fabriek,
+zegt men, dat alhier veel beter opneemt dan zij weleer in de <i>Loosdrecht</i> gedaan heeft; er worden vorstelijke servisen gemaakt, die ten duursten prijze worden
+verkocht; ook wordt wel, als de fabrikeurs eene genoegzaame hoeveelheid van porceleinen
+in voorraad hebben, een loterij van dezelven aangelegd, gemeenlijk in het rechthuis
+van de <i>Diemer-</i> of <i>Watergrafts-meir</i>.
+</p>
+<p>Onder het gezegde tal van huizen, behoort ook de woning <span class="pageNum" id="pb3.4">[<a href="#pb3.4">4</a>]</span>van den brugman; zijnde een tamelijk goed huis, waarin hij niets verwoont, gelijk
+hij ook geene pacht voor de brug behoeft optebrengen, en beiden, wooning en brug,
+worden door <i>Amsteldam</i> onderhouden: met dit postjen wordt thans deezen of geenen gunsteling begiftigd, ofschoon
+het indedaad een wettig eigendom zij van het manlijke oir des kuipers bovengemeld,
+en door het welk zijn huis aan die brug gelegen, en thans een herberg, (<i>’T huis de hoop</i>,) zijnde, nog wordt bewoond: de historie van dit ontvreemde eigendom is deeze: de
+kuiper voornoemd, of wel deszelfs gezegde woning, had het recht van de pont of het
+veer van overvaart, waarvan wij mede reeds gesproken hebben: nu stond hij aan <i>Amsteldam</i> een gedeelte gronds van zijn erf af, ten einde den algemeenen weg voorbij zijn huis
+heen te kunnen leggen; maar die afstand geschiedde op voorwaarde, dat de stad, voor
+haare rekening, in de plaats van zijne pont, eene brug zoude leggen en onderhouden,
+de inkomsten van welken ten eeuwigen dage aan het manlijke oir van hem zoude verblijven;
+het bruggeld zoude bepaald blijven op 2 duiten de persoon, gelijk men voor het overvaaren
+met de pont ook moest betaalen: dit accoord werd wel getroffen, maar is niet gemaintineerd;
+want voor eenige jaaren is, bij het afsterven van den werkelijken bezitter der brug,
+in het geslacht van den geenen die ’t accoord gemaakt had behoorende, dezelve, gelijk
+gezegd is, als een amtjen weggegeven; de tegenwoordige bewooner van het huis zoude
+thans, nu alle broodwinningen, vooral het herberghouden, geweldig achter uit gaan,
+met ernst zijn recht vervorderen, dan, hem ontbreeken de noodige papieren, die hem
+in de woelingen in 1787, waarin hij bovenmaatig gedeeld heeft, ontvreemd zijn, of
+liever zijn zij door schendende handen vernield: zo veel heeft hij nog bij request
+verkregen, dat de geenen die zig tot zijnent komen verpoozen, of ververschen, en de
+brug moeten passeeren, vrij van de tol zijn, mits evenwel dat zij uit zijn huis ook
+weder de brug over <span class="pageNum" id="pb3.5">[<a href="#pb3.5">5</a>]</span>terug gaan, maar vervorderen zij hunnen weg, naar <i>Abcoude</i> of <i>Ouderkerk</i>, dan moeten zij de gewoone 2 duiten betaalen: deeze tol wordt ook alleenlijk betaald
+door den voetganger; paarden, hoornvee, of andere beesten die over de brug gedreven
+worden, betaalen niets, ook niet de rijtuigen, ja zelfs niet de geenen die er in zitten,
+alleenlijk moet men, gelijk gezegd is, betaalen, als men te voet gaat.
+</p>
+<p>De gezegde huizen, waaruit deeze uitgestrekte buurt bestaat, worden bewoond door ongeveer
+160 menschen.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>De bewooners der buurt zijn voor het grootste gedeelte den <i>Roomschen Godsdienst</i> toegedaan, eenige weinige van hun zijn <i>Gereformeerd</i>, en slechts vijf of zes <i>Luthersch</i>; deezen moeten naar <i>Amsteldam</i> te kerk gaan; de <i>Gereformeerden</i> gaan naar <i>Diemen</i> of <i>Ouderkerk</i>, maar de <i>Roomschgezinden</i> hebben te <i>Duivendrecht</i> een mooi zindelijk kerkjen, dat bediend wordt door den Wel-Eerwaarden Heere <span class="sc">Joannes Meylink</span>, behoorende onder het Aartspriesterdom van <i>Holland</i>; de <i>Roomschgezinden</i> uit de <i>Bijlemer</i>, en sommigen in de <i>Diemermeir</i> woonachtig, komen ook alhier te kerk.—De pastorij is vrij aangenaam gelegen.
+</p>
+<p>Wees- of arm-huis wordt in deeze buurt niet gevonden, wanneer de ouders ledematen
+zijn van den Gereformeerden Godsdienst, worden de kinderen door de Diaconen van <i>Ouderkerk</i> van die gemeente, besteed en verzorgd; wanneer zij geene ledematen zijn, komen ze
+ten laste der zoo genaamde gemeene armen; wanneer vader of moeder lidmaat was, komen
+de kinderen voor de eene helft ten laste der Gereformeerde Diaconen, voor de andere
+ter zorge van de gemeene armen, en voor deeze zijn ook de <i>Roomsche weezen</i>.
+</p>
+<p>Er is een school, dat echter alles behalven eenig <span class="pageNum" id="pb3.6">[<a href="#pb3.6">6</a>]</span>aanzien heeft; het wordt van wege het Ambacht begeeven, en dient voor de kinderen
+van alle drie de gezegde Gezinten in ’t algemeen.
+</p>
+<p><span class="sc">Wereldlijke gebouwen</span> worden in deeze buurt niet gevonden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>:
+</p>
+<p>De bewooners geneeren zig meestal met de melkerij, er liggen geene moestuinen; er
+worden voords eenige gewoone Ambachten geoefend—er is ook een Chirurgijn.
+</p>
+<p>In de <span class="sc">geschiedenis</span> deezer buurt, zoude geheel niets aantekeningswaardig gevonden worden, ware het niet,
+dat zij, met groote voorkeur ten getuige verstrekte, van de elende waarmede het lieve
+Vaderland in den jaare 1787, door den geessel des binnenlandschen oorlogs, <span class="corr" id="xd32e4666" title="Bron: geteiteisterd">geteisterd</span> geworden.
+</p>
+<p>Daar de <i>Pruissen</i> aan dien kant zouden komen afzakken, werd de buurt weldra door gewapende burgers
+van <i>Amsteldam</i> en van elders bezet; en o! hadden wij ter hunner eere mogen hooren getuigen dat zij
+er zig niet schuldig gemaakt hadden aan die baldaadigheden, waarmede de loontrekkende
+soldaat gemeenlijk de oord, waarin hij ter bescherminge gelegen wordt, doet gevoelen
+dat hij er is! alrede door het woeste krijgsmans leven van het pad der beminnelijke
+burgerlijke bedaardheid en geschiktheid afgeleid, hebben zij ’er, in navolging van
+den bezoldeling, verscheidene <span class="corr" id="xd32e4675" title="Bron: merktenen">merktekenen</span> van hun daarzijn nagelaaten; intusschen moeten wij, naar ingewonnene berichten, ook
+bekennen, dat zij zig, toen ’t op een staan en vechten aankwam, als dappere helden
+gedragen hebben; zodanig, dat men verzekert, hadde men te <i>Ouderkerk</i> stand gehouden, de <i>Pruissen</i> zouden aan de <i>Duivendrechtsche brug</i> nimmer hun oogmerk bereikt hebben; vier batterijen, hadden de patriotten rondsom
+<i>Het huis de hoop</i>, meergemeld, opgeworpen, van dewelken zij <span class="pageNum" id="pb3.7">[<a href="#pb3.7">7</a>]</span>de <i>Pruissen</i> bij hunne herhaalde aannaderingen, ook gelijke maalen, dapperlijk begroetteden, met
+dat gewenscht gevolg dat er veelen van hun vielen; de tekens hunner afgezondene kogels
+zijn nog hier en daar, met naame in de muuren van de poort der gemelde hofstede <i>Welmeer</i>, te zien: de overtoom waar van wij boven gesproken hebben, was weggebroken, zo ook
+de tolbrug; (men voer toen weder met eene schouw over,) en al het hinderend geboomte
+omgehakt, zo dat zij hunnen vijand op eene vlakte voor zig hadden; echter behoefden
+zij met hun geschut maar zeer smalle wegen te bestrijken, (het platte land, stond
+rondsom ruim drie à vier voeten hoog onder water;) het welk ook met zo veel moed en
+snelheid gedaan werd, dat er, gelijk gezegd is, veele <i>Pruissen</i> door hun ter nedergelegd werden; allerbenaauwdst zag ’t er toen in deeze oord uit,
+en die akeligheid vergrootte niet weinig toen de Vaderlanders, door dat <i>Ouderkerk</i> verlaten was, geraden vonden, of liever genoodzaakt werden, aftetrekken, en de geheele
+buurt derhalven door de <i>Pruissische</i> soldaaten overstroomd werd; zij kwamen er in; als raazenden vielen zij op alles aan,
+want de dappere tegenstand welke zij, zekerlijk buiten verwachting, ontmoet, en het
+volk dat zij verloren hadden, had hun verbitterd; meest moest de meergemelde herberg
+<i>’t Huis de Hoop</i> lijden; want zij hadden hetzelve, wegens de batterijen waardoor het van rondsom beschermd,
+(in hunne oogen beschermd) werd, voor een of ander huis van aanzien, mogelijk wel
+voor een Dorps Raadhuis gehouden, en hadden ook alle mogelijke moeite gedaan om het
+zelve tot een puinhoop te schieten: dan, allerwonderbarelijkst werd dat huis bewaard;
+want de <i>Pruissen</i> pointeerden hunne stukken zodanig, dat zij telkens over hetzelve heen schooten, en
+als zij het raakten was het slechts aan de randen der hardsteenen waarmede de gevel
+gedekt is, gelijk men zulks dan nog werkelijk in oogenschouw kan neemen—de bewooner
+van dat huis, houdt die beklagenswaardige gebeurtenis voor de <span class="pageNum" id="pb3.8">[<a href="#pb3.8">8</a>]</span>grondoorzaak van zijn onherstelbaar bederf, want behalven dat sedert dien tijd een
+algemeen verval in het land plaats heeft, en zijne herberg derhalven vrij schaarser
+dan weleer bezocht wordt, begroot hij zijne geledene schade, zo aan zijn huis als
+goederen, op ruim 1000 guldens, waarvan hem, in gevolge van groote daartoe aangewende
+moeite, naauwlijks 350 guldens vergoed zijn: de <i>Jooden</i>, (men weet welke rol deeze, in die tijdsomstandigheden, gespeeld hebben,) hadden
+verscheidene van zijne meubelen gekocht, die hij naderhand, waarschijnelijk ten dubbelden
+en driedubbelden prijze, weder heeft moeten inkoopen.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>
+</p>
+<p>Welken in deeze buurt gevonden worden, zijn voornaamlijk, het meergemelde,
+</p>
+<p><i>Huis de Hoop</i>, dat ook eene goede uitspanning is; voords nog twee andere herbergen van minderen
+rang.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike">REISGELEGENHEDEN
+</p>
+<p>Zijn naar <i>Amsteldam, Muiden, Naarden</i> en <i>Weesp</i>, met de gewoone schuiten welken op die steden vise versa vaaren, en de <i>Duivendrechtsche</i>, of <i>Kuipertjes-brug</i> moeten passeeren, men kan van daar ook naar <i>Abcoude</i> of <i>Ouderkerk</i> wandelen; nog passeert er de Kerkschuit uit de <i>Diemer-</i> of <i>Watergrafts-meir</i>.
+</p>
+<p>Door <i>Duivendrecht</i> wandelt men over eenen zindelijken straatweg, tot aan en voorbij het Tolhek: van
+hier gaat men rechts af, langs de zoogenaamde <i>Ouderkerker laan</i>, naar <i>Ouderkerk</i>.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Een andere Buurt, of Gehucht, in de banne van <i>Ouderkerk</i> gelegen, draagt den naam van
+<span class="pageNum" id="pb3.9">[<a href="#pb3.9">9</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">DE BULLEWIJK</span>,
+</p>
+<p>Die onderscheiden wordt in de <i>Binnen-</i> en <i>Buiten-Bullewijk</i>.
+</p>
+<p>Hier strekt zig de ban van <i>Ouder-Amstel</i> uit tot aan het tolhuisjen bij de <i>Abcouder meir</i>, welker bewooners nog onder het opzicht van den Predikant van <i>Ouderkerk</i> staan.
+</p>
+<p>De beide deelen van de <i>Bullewijk</i> liggen zeer vermaaklijk ter wederzijden van de ongemeen schoone rivier de <i>Amstel</i>, en aan het water, <i>Bullewijk</i> genoemd; de <i>Binnen-Bullewijk</i> is voor een gedeelte een rijweg, met eenige buitenplaatsen vercierd, als <i>Hoofdenburg, Kerkzicht</i>, enz.; zij strekt zig uit tot aan de <i>Abcouder meir</i>: de <i>Buiten-Bullewijk</i> ligt in de polder de <i>Ronde hoep</i>, als mede de <i>Rijke Waver</i>, en de <i>Waardhuizen</i>, welke polder begroot wordt op 1526 morgen, en 472 roeden gronds: men wil, dat dezelve
+van ouds eene bosschaadje zoude geweest zijn, die afgekapt en tot land gemaakt is;
+voords stellen onze ingewonnene berichten het voor niet onmogelijk, dat die landen
+eertijds van slechten aart geweest zijn; dat men er daarom <i>bullen</i> op geweid heeft, en dat daarvan het gehucht de <i>Bullewijk</i> zijnen naam zoude ontleend hebben: wat betreft dat de polder voorheen een bosch zoude
+geweest zijn, daarvan geeft men, niet ongepast, ten bewijze, dat de landlieden aldaar
+nog jaarlijks boomwortels uit den grond haalen, die telkens naar boven werken: thans
+is de <i>Ronde Hoep</i> één der beste polders; niet alleen wegens het land dat zeer goed voor het melkvee
+is, maar ook wegens de schoone bedijking die rondsom de polder ligt: zij heeft drie
+watermolens, welken het overtollige polderwater in den <i>Amstel</i> overmaalen: het getal der huizen, onder de geheele <i>Bullewijk</i> betrokken zijnde, kunnen wij niet bepaalen.
+<span class="pageNum" id="pb3.10">[<a href="#pb3.10">10</a>]</span></p>
+<p>Met de bestuuring en verzorging van Weezen en Armen gaat het hier als in de voorgemelde
+buurten onder deeze banne behoorende; de inwooners zijn voor het grootste gedeelte
+den <i>Roomschen Godsdienst</i> toegedaan, gelijk zij er dan ook een zeer goede en zelfs aanzienlijke statie hebben,
+een quartier uurs van het dorp gelegen, die bediend wordt door den Wel-Eerwaarden
+Heere <span class="sc">Hyronimius van der Dorp</span>, behoorende onder het Aartspriesterdom van <i>Holland</i>: de <i>Gereformeerden</i>, welken onder hun gevonden worden, moeten te <i>Ouderkerk</i> te kerk gaan, gelijk de <i>Roomschgezinden</i> in dat Dorp in de <i>Bullewijk</i> behooren: de kinderen uit dat gehucht gaan ook te <i>Ouderkerk</i> voornoemd, school.
+</p>
+<p>De bewooners van de <i>Bullewijk</i> geneeren zig voornaamlijk met de melkerij, waartoe, gelijk gezegd is, de landen aldaar
+zeer geschikt zijn.
+</p>
+<p>De Jooden hebben hier een groot kerkhof; zie onze beschrijving van <i>Ouderkerk</i>.
+</p>
+<p><span class="sc">Herbergen</span> worden er geene anderen gevonden, dan de <i>Voetangel</i><a class="noteRef" id="xd32e4841src" href="#xd32e4841">1</a>, alwaar men ook de <span class="sc">reisgelegenheid</span> van de passeerende <i>Utrechtsche</i> schuit van en naar <i>Amsteldam</i> en <i>Utrecht</i> heeft.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Rechtuit over den <i>Voetangel</i> voornoemd gaande, heeft men een rij- en gaan-weg, langs den <i>Amstel</i>, naar <i>Abcoude</i>: maar den <i>Voetangel</i> aan de linkerhand, begint de
+<span class="pageNum" id="pb3.11">[<a href="#pb3.11">11</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">RIJKE WAVER</span>,
+</p>
+<p>Mede, gelijk wij reeds gezegd hebben, in de <i>Ronde-hoeper polder</i> gelegen: het is een rijweg tot dat men aan de <i>Waarthuizen</i> komt, van waar men weder naar <i>Ouderkerk</i> gaat.
+</p>
+<p>Van de <i>Rijke Waver</i> is niet veel anders te zeggen, dan dat het er in den zomer zeer aangenaam is; men
+ziet er veele buitenplaatzen, tot dat men komt aan de <i>Stoppelaars brug</i>, een gehucht van eenige huizen, (<i>Stichts gebied</i>;) daardoor gaande komt men, over een brug, wederom op <i>Hollandsch gebied</i>, naamlijk te <i>Botshol</i>: zie onze beschrijving van <i>Waver</i> enz.
+</p>
+<p>De bewooners der <i>Rijke Waver</i> bestaan mede meestal van de melkerij, behalven eenige geringe lieden, die de baggerij
+ter hand houden.
+</p>
+<p>Gezegde bewoonen verhaalen, dat dit gedeelte van de <i>Ronde hoep</i>, weleer, bepaaldlijk vóór en tot den jaare 1672, den naam van <i>Schamele Waver</i> droeg, en dat het den naam van <i>Rijke Waver</i> bekomen heeft, bij gelegenheid dat de <i>Franschen</i>, ten gezegden jaare, aldaar en in den omtrek brandschatting uitschrijvende, dezelve
+op geen pleksken zo in haar geheel opgebragt werd als alhier, waardoor het zig, in
+de plaats van den naam van <i>arm</i> te verdienen, betoonde <i>rijk</i> te zijn, en derhalven toen ook dien naam verkreeg; doch onze medegedeelde berichten
+spreeken zulks volstrekt tegen, verzekerende dat er geenige aantekening voorhanden
+is, waaruit zoude kunnen blijken, dat de <i>Franschen</i> in 1672 de <i>Rijke Waver</i> een bezoek gegeven hebben.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+<span class="pageNum" id="pb3.12">[<a href="#pb3.12">12</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">HOLENDRECHT</span>.
+</p>
+<p>Is eene polder onder dezelfde banne van <i>Ouderkerk</i>; zij wordt begroot op 419 morgen, 363 roeden: hier en daar is dezelve bewoond; doch
+niet anders dan door melkboeren, die er zeer goede landen hebben.
+</p>
+<p class="headlike">WAARDHUIZEN EN DE NES,
+</p>
+<p class="center"><span class="ex">IN ZO VERRE ZIJ TEN OOSTEN VAN DEN AMSTEL GELEGEN ZIJN</span>.
+</p>
+<p>Deeze buurten of gehuchten zijn redelijk digt bebouwd, en zijn ook vrij volkrijk;
+de bewooners geneeren zig voornaamlijk met den landbouw; ook worden er veele visschers
+gevonden: er is een’ goede sluis, de <i>Nesser sluis</i> genaamd: de liefhebbers van visschen, vooral die van <i>Amsteldam</i>, gaan des zomers gemeenlijk alhier hunne uitspanning neemen, het geen de inwooners
+nog al eenig voordeel aanbrengt: deezen zijn voor het grootste gedeelte van den <i>Roomschen Godsdienst</i>, en gaan aan de eene zijde te <i>Waver</i>, en aan de andere in de <i>Zwaluwe buurt</i> te kerk.
+</p>
+<p>In de <i>Nes</i> is ook een school.
+<span class="pageNum" id="pb4.1">[<a href="#pb4.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e4841">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e4841src">1</a></span> <i>Dit is een schoon gebouw, behoorende aan de Thesaurie der stad</i> Amsteldam: <i>alle vaartuigen, die er passeeren, moeten er aanleggen en tol betalen</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e4841src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="amstelveen" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1231">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figamstelveenwidth"><img src="images/amstelveen.jpg" alt="Het dorp Amstelveen" width="464" height="720"><p class="figureHead">Het dorp Amstelveen</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">AMSTELVEEN, zo wel gelegen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Mild bedeeld met Godes zegen,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Leed om Gysbrechts overmoed,
+</p>
+<p class="line">Leed door Spanjes dwingelanden,
+</p>
+<p class="line">Onlangs viel ’t in Pruisens handen,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Laatstlijk heeft er ’t vuur gewoed. (1792.)</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
+<span class="ex">DORP</span><br>
+AMSTELVEEN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Zo ons werk niet van dien aart ware, dat wij geene keuze konden doen in de veele plaatsen
+welken in ons Vaderland voorhanden zijn, (want ons plan vordert dat wij die allen,
+van hoe grooten aanzien, of hoe gering ook moeten beschrijven;) zo wij deeze of geene
+plaats ten voorwerpe van onze beschrijving konden verkiezen, ongetwijfeld zouden wij
+het dorp <i>Amstelveen</i> de eer van den voorrang geeven; want in veelerleie opzichten verdient het de aandacht
+van elk Nederlander: niet alleenlijk is het aangenaam en wèl gelegen; maar ook is
+het op verscheidene andere wijzen aanmerkenswaardig: het is reeds een voorwerp van
+de gunst der Graaven geweest, en tevens een voorwerp der blinde woede ten tijde dat
+<i>Spanje</i> bloedmiddelen aanwendde, om de vrije harten en halzen van de wereldberoemde Batavieren
+door en onder zijn juk te knellen; en wat het in onze laatstvoorledene beroeringen,
+door het verschillen over de denkbeelden van recht, gerechtigheid en vrijheid, heeft
+moeten lijden, is nog in verscher geheugenis; ’t heeft ondervonden dat de Nederlanders,
+spijt alle verbastering nog niet geheel van hunne voorvaderlijke deugd ontaart zijn.…
+dan, daar van zullen op de volgende en meer andere bladzijden van dit ons werk overtuigende
+bewijzen genoeg gevonden worden, om er hier van te kunnen zwijgen; wij twijfelen niet
+of men zal onze beschrijving van dit dorp met genoegen leezen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
+</p>
+<p>Het vermaaklijk Dorp <i>Amstelveen</i>, (of <i>Amsterveen</i>, zo als het doorgaands genoemd wordt,) eene <span class="corr" id="xd32e4999" title="Bron: Ambachtsheerlijk">Ambachtsheerlijkheid</span> van <i>Amsteldam</i>, is gelegen in <i>Amstelland</i>, omtrent twee uuren gaans ten Zuid-westen van <i>Amsteldam</i>, hebbende ten Oosten de <i>Haarlemmer-meir</i>, <span class="pageNum" id="pb4.2">[<a href="#pb4.2">2</a>]</span>ten Westen het dorp <i>Ouderkerk</i>, en ten Zuiden, <i>Tamen</i> of <i>Uithoorn</i>: deszelfs ligging is zeer <span class="corr" id="xd32e5020" title="Bron: aangenam">aangenaam</span>; de weg die van <i>Amsteldam</i>, of wel van den Overtoom, derwaards gaat, verschaft eene verrukkelijke wandeling
+tusschen twee reiën lommerijken boomen, achter welken, op verscheidene plaatsen, ruime
+boerderijen, en aanzienlijke tuinen gelegen zijn: te recht zegt de zoetvloejende <span class="sc">Willink</span>, dat de gemelde aangenaame weg loopt,
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Langs ijpeboomen, even glad,
+</p>
+<p class="line">En net geschoren; welker kruinen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Zo tierig groejen bij het nat,
+</p>
+<p class="line">Dat eeuwig wenscht, dien weg te omtuinen:
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Alwaar het toverend gezicht
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Den zachten wandelaar verpligt.</p>
+</div>
+<p class="first"><i>Amstelland</i>, dat wij boven noemden, was weleer met het steedjen, ’t welk, na nog geen twee honderd
+jaaren, tot de wereldberoemde koopstad <i>Amsteldam</i> aangewassen is, eene bijzondere Heerelijkheid, niet behoorende onder de eigendommen
+van de <i>Hollandsche Graaven</i>, maar aan het geslacht der Heeren <span class="sc">van Amstel</span>: toen Heer <span class="sc">Gijsbrecht</span>, van dien naam, als deelgenoot van den bekenden moord aan Graaf <span class="sc">Floris</span>, het Land moest ruimen, werden zijne goederen verbeurd verklaard, en werden deezen
+gevolglijk een <i>volstrekt</i> eigendom van den Graaf; <i>volstrekt</i>, zeggen wij, want <span class="sc">Gijsbrecht</span> was reeds vroeger, voor zekere handelwijze van hem omtrent den Bisschop van <i>Utrecht</i>, door den Graaf gestraft, daarmede, dat hij zijne goederen, waaronder ook <i>Amstelland</i>, aan den Graave moest opdraagen, waarna hij dezelven weder als een Leen van deezen
+ontving: <i>Amstelland</i> is volgends sommigen daarna een Leen van de <i>Utrechtsche Kerk</i> geweest, doch ook weder aan de Graaflijkheid gehecht; anderen ontkennen zulks geheel
+of ten deele.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>De uitgestrektheid van deeze gewezene Heerlijkheid is aanmerkelijk groot; zij wordt
+door den <i>Amstel</i> in twee deelen gescheiden, en aan de West-zijde <i>Nieuwer-Amstel</i> genoemd, in tegenstelling van de andere zijde die den naam van <i>Ouder-Amstel</i> draagt; zij bevat de dorpen, <i>Slooten, Slooterdijk, Amstelveen</i>, <i>Ouderkerk, Diemen</i> met <i>Diemerdam, Loenen</i> en <i>Loosdrecht</i>, <span class="pageNum" id="pb4.3">[<a href="#pb4.3">3</a>]</span><i>Duivendrecht, Waver, Waverveen, Oostdorp</i>, en meer andere vlekjens; ook zelfs <i>Amsteldam</i>, dat men de hoofdstad van deeze Heerlijkheid zoude kunnen noemen: de grond van dezelve
+is over ’t algemeen laag, week, moerassig en brakachtig; des vindt men er weinig bouwland,
+in vergelijking van den gras- en veen-grond die er voorhanden is: de laage ligging
+vereischt groote kosten aan watermolens, om het water geen overhand te laaten neemen;
+integendeel zijn onder de voordeelen van <i>Amstelland</i> te tellen, de veenen en ook zelfs de waterplassen welken er zijn, beiden groote winsten
+aanbrengende, de laatstgemelden door keur van allerleie smaaklijke riviervisch: voor
+weinige jaaren is boven <i>Amstelveen</i>, een diep uitgebaggerde veengrond droog gemaakt, en is thans reeds weder tot goed
+land geworden—dat weleer binnen den omtrek van deeze Heerlijkheid zwaare bosschen,
+(waarvan geheel <i>Holland</i> toen rijklijk voorzien was<a class="noteRef" id="xd32e5103src" href="#xd32e5103">1</a>) gestaan moeten hebben, en in de zo bekende boomstortingen gevallen zijn, blijkt
+van tijd tot tijd daaraan dat onder het graaven zwaare boomen gevonden worden; aan
+sommigen van dezelven heeft men vinden hangen, nooten en andere vruchten, die nog
+zeer goed waren—ons bestek laat niet toe breeder over deeze anders zo aangenaame taak,
+zo weinig als over <i>Amstelland</i> op zig zelf, te spreeken; des keeren wij tot <i>Amstelveen</i> weder.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
+</p>
+<p>De naam welke dit aangenaame dorp draagt, verklaart tevens deszelfs afkomst; betekenende
+naamlijk het <i>veen dat aan den Amstel ligt</i>, of <i>Amstels Veen</i>; waarom de eigenlijke naam niet <i>Amsterveen</i>, gelijk wij zeiden dat het doorgaands genoemd wordt, maar <i>Amstelveen</i> is.
+<span class="pageNum" id="pb4.4">[<a href="#pb4.4">4</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>Wat de stichting betreft, daarvan kan, gelijk van veele andere dorpen, enz. niets
+gezegd worden; zeer waarschijnelijk zijn dezelven hunnen oorsprong verschuldigd aan
+’t verblijf van eenige lieden, visschers, landbouwers, of baggerders, welken hunne
+nooddruft uit de grondsgelegenheid aldaar vonden, en bij wie misschien, door hunnen
+welvaart van tijd tot tijd uitgelokt, zig veele anderen gevoegd, en zo een buurt gemaakt
+hebben, welke, na verloop van tijd, in een dorp veranderd kan geworden weezen.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Wat de grootte van <i>Amstelveen</i> betreft, het geheele Ambacht wordt in de oude verpondings lijsten gesteld op 2670
+morgen en 766 roeden; in andere opgaven vindt men er 4076 morgen voor, welk verschil
+ontstaan kan door eene andere bepaaling van het district, of liever van den grond
+die onder de opgave betrokken is; thans wordt het wel 6000 morgen groot geschat: in
+oude lijsten staan voor <i>Amstelveen</i> 251 huizen aangetekend; in nieuwere 1167 huizen en één molen; welk verschil weder
+op de gemelde wijze kan ontstaan zijn, althans de laatste opgaave, bepaalt zig niet
+binnen den omtrek van het eigenlijke dorp zelf, maar gaat ook over de buurten welken
+daaronder behooren, liggende aan den <i>Amstel</i>, den <i>Veendijk</i>, de zogenaamde <i>Zwaluwenbuurt</i>, en de <i>Nes</i>, ook de geheele <i>Amstelveensche weg</i>, aan de hand van <i>Leiden</i>, enz.
+</p>
+<p>Ten noorden paalt het rechtsgebied van <i>Amstelveen</i> onmiddelijk aan dat van <i>Amsteldam</i>, waarvan de Heer <span class="sc">Wellekens</span>, in zijne <i>Visschers</i> en <i>Jagersgezangen</i>, dus zingt:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Juist daar de Mijlpaal staat, uit blaauw arduin gehouwen,
+</p>
+<p class="line">Die ’t land en halsrecht scheidt, de beken en Landsdouwen,
+</p>
+<p class="line">Van ’t prachtig Amsteldam, en ’t nedrig Amstelveen,
+</p>
+<p class="line">Gelijk van stam en naam, maar nu met lotgemeen.</p>
+</div>
+<p class="first headlike"><span class="sc">’T</span> <span class="ex">WAPEN</span>.
+</p>
+<p>Dit is een rood Schild, met twee zwarte dwarsbalken doorsneden; <span class="pageNum" id="pb4.5">[<a href="#pb4.5">5</a>]</span>op den bovensten balk drie, en op den ondersten één witte kruisen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Onder deezen kunnen geene anderen geteld worden dan de Kerk zelve, het Diaconie-Weeshuis,
+en ’t algemeene Armehuis; in het Diaconie-Weeshuis zijn niet meer dan twintig kinderen,
+en weinige oude lieden, en het Armehuis is in tweeën gescheiden; zijnde het voorste
+gedeelte ten dienste der <i>Gereformeerden</i>, en het achterste voor de <i>Roomschen</i> en <i>Lutherschen</i>, als mede voor de oude lieden van beide gezindheden: voor het Armehuis leest men:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Den armen wees tot nut, bragt men dit huis tot stand,
+</p>
+<p class="line">Den ouden tot een stut, in Nieuwer Amstelland.</p>
+</div>
+<p class="first">Boven den ingang van het Diaconiehuis staan de volgende woorden in een vierkanten
+steen uitgehouwen: „Door de weldaadigheid van <i>Nieuweramstel</i> en <i>Amsteldam</i>, is dit Diaconie Weeshuis gebouwd, in het jaar 1765.
+</p>
+<p>„De Heere houdt de Weezen en Weduwen staande: <i>Ps.</i> 126 vs. 9.”
+</p>
+<p>Weleer stond boven de poort of ingang, naast het zelve huis nog een versjen, ’t welk
+door ’t schilderen daarvoor van daan geraakt is: dus luidde het:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">De liefde omhelst ’t verlaten weesken alhier,
+</p>
+<p class="line">Om z’in haar schoot te voên en te onderwijzen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Verkwikt, versterkt met wijs bestier,
+</p>
+<p class="line">De Oude, Arme, en afgewerkte grijzen:
+</p>
+<p class="line xd32e1402">O Amstelland! wie roemt en volgt u niet,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Als men dit huis met zijn bewooners ziet!</p>
+</div>
+<p class="first">De Kerk staat op een bemuurd kerkhof, dat met schoon geboomte beplant is; het gebouw
+pronkt met een aartig spits torentjen, waarin slag en uurwerk is: onder de weinige
+sieraadjen van binnen munt zeer uit het eeregraf van den beroemden Nederlandschen
+Dichter, <span class="sc">Johan van <span class="pageNum" id="pb4.6">[<a href="#pb4.6">6</a>]</span>Broekhuizen</span>, zijner nagedachtenisse geschonken door den Wel Ed. Heer, Mr. <span class="sc">Abraham Calkoen</span>, Heer van <i>Kortenhoef</i>, ten tijde der oprichting (1767) Baljuw en Dijkgraaf van <i>Amstelland</i>, naderhand Hoofdofficier der Stad <i>Amsteldam</i>: hetzelve bestaat in eene aloude lijkbus van blaauw arduinsteen, rustende op een
+dergelijk voetstuk, voor hetwelk een Latijnsch vers van den Hoogleeraar <span class="sc">Burman</span>, op een wit marmer tafreel is uitgehouwen, zijnde van deezen inhoud:
+</p>
+<blockquote>
+<p class="first center">„<i>Ter gedachtenisse van</i>
+<br><span class="sc">Johan van Broekhuizen</span>,
+<br><i>Overleden in het Jaar 1707</i>.
+</p>
+<p>„Gij alle die de Dichtkunst en Wapenoefening bemint, strooit lauren, mirten en veil
+op dit gewijde graf: <span class="sc">Broekhuizen</span>, wiens gedichten die van <i>Propertius</i> evenaarten, ligt hier in de <i>Amstelveensche Kerk</i> begraven; op dat hij ruste in dien zelfden oord, waarin hij, ontslagen van zijne
+krijgsamten, die hij met eere bekleed had, zig, in stilte, met geleerde oefeningen
+bezig gehouden heeft: de erkentenis die men aan zijnen asch, waarvoor men zo schandelijk
+verzuimd had eenig gedenkteken opterichten, na zestig jaaren verloops, de verschuldigde
+eer bewijst, hebbe haaren verdienden lof, en verstrekke ten treffelijken voorbeelde
+voor de dankbaare nakomelingschap; doch schoon dit grafteken, gelijk alle anderen,
+zelfs zulken die uit het kostbaar marmer gehouwen zijn, eindelijk vergaan moet, zullen
+nogthans de werken van zo groot eenen geest alleen zijnen naam onstervelijk maaken.”</p>
+</blockquote><p>
+</p>
+<p>Tot genoegen van onze Leezers, maar voornaamlijk tot genoegen van de bewooners van
+<i>Amstelveen</i>, zullen wij hier eene kleine schets van de levensbeschrijving diens voortreffelijken
+mans bijvoegen; ’t kan gezegde bewooners tog niet onverschillig zijn te weeten wie
+hij eigenlijk was die verdiend heeft, dat hun Kerkjen met zijn eereteken pronkt.
+</p>
+<p><span class="sc">Johan van Broekhuizen</span>, was dan een <i>Amsteldammer</i>, <span class="pageNum" id="pb4.7">[<a href="#pb4.7">7</a>]</span>ter dier stede geboren den 20 November des jaars 1649; de zoon van een Hoedestoffeerder,
+die daarna ook klerk ter <span class="corr" id="xd32e5285" title="Bron: Seretarij">Secretarij</span> van de Admiraliteit aldaar was; zijne moeder <span class="sc">Eva Vos</span>, was aan de aanzienlijke geslachten van <span class="sc">Witsen</span> en <span class="sc">Hudde</span>, vermaagschapt: <span class="sc">Broekhuizen</span> werd van jongs af der studie toegewijd; maakte groote vorderingen in de geleerde
+taalen, en betoonde al vroeg eene ongemeene zucht voor de dichtkunde der <i>Latijnen</i>; en deeze zucht was in onzen dichter zelfs zo brandend, dat hij, meer dan vijftig
+versen, in die taale gedicht, slechts één maal gehoord hebbende, dezelven van buiten
+kende; inderdaad een doorslaand bewijs van eene wonderbaare natuurgaaf, die zo vermaaklijk
+als in andere gevallen, (doch voor den dichter altoos hoogstwenschlijk,) lastig is;
+want <span class="sc">Broekhuizen</span> kon met geene mogelijkheid de regelen der Logica, eene drooge schoolsche studie,
+in zijn geheugen prenten; leevende voorbeelden zouden den man van ondervinding van
+deeze waarheid meer dan hij verlangde overtuigen: zo geheugt het mij, toen ik lessen
+in de Wiskunst gaf, meermaals leerlingen gehad te hebben, die uitmuntten in allerleie
+werken van genie, als daar is het maaken van tooneelspellen, en zamenstellen van romans,
+dat deezen, spijt alle mijne aangewende moeite, geen denkbeeld van eene rekening van
+proportie, of zogenaamde regel van drieën konden verkrijgen.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Van de schoole gekomen zijnde, besteedde zijn Oom, die hem na den dood zijns Vaders,
+tot tweeden Vader verstrekte, hem in een Apotheek, waarin hij eenige jaaren doorbragt,
+zonder echter de dichtkunde van zijne geliefde <i>Latijnen</i> te vergeeten: deeze slaafsche verbinding konde hem, zeer natuurlijk, niet lang behagen;
+hij kreeg er tegenzin in, en begaf zig tot een vrijer leven, tot den krijgsdienst
+naamlijk, waarin hij welhaast tot den rang van Vendrig bevorderd werd; hoe zou ook
+een lievelingskind der Natuur in allerleie standen geene bevordering verkrijgen! intusschen
+vergat hij zijne waarde <i>Latijnen</i> niet; ook niet toen hij vervolgends onder den dapperen <span class="sc">De Ruiter</span>, een togt ter zee deed, of toen hij, in 1673, in <span class="pageNum" id="pb4.8">[<a href="#pb4.8">8</a>]</span>zijne geboortestad, Lieutenant werd over een Vendel van de stads bezetting: behalven
+dat woonde hij verscheidene veldtogten in <i>Duitschland</i> en de <i>Nederlanden</i> bij: hij zettede zig, na het sluiten van den vrede te <i>Nijmegen</i>, met er woon te <i>Utrecht</i> neder, en gaf zig aldaar geheel aan de boekoefening over: van daar kwam hij te <i>Amsteldam</i>, en had het geluk zijne studie voordtezetten in gezelschap van zijne beroemde tijdgenooten
+de Heeren <span class="sc">Hulst, Huijdecooper, Heinck</span>, <span class="sc">Geelvink</span>, en anderen: Burgemeester <span class="sc">Hudde</span> bezorgde hem de Capiteinsplaats van één der Vendelen van meergemelde stads bezetting:
+toen na het sluiten van den <i>Rijswijkschen vrede</i>, dat Vendel afgedankt werd, verkoos onze <span class="sc">Broekhuizen</span> een aangenaam buitenverblijf, onder het gebied van <i>Amstelveen</i> ter wooning, alwaar hij bij aanhoudendheid van de voornaamste Geleerden bezocht werd,
+en zijne studiën met onvermoeiden vlijt voordzettede; na lang gesukkeld te hebben,
+overleed hij aldaar den 15 van Wintermaand des jaars 1707, en werd op den vijfden
+dag na zijn overlijden, in gevolge van zijnen laatsten wil, in de Kerk te <i>Amstelveen</i> begraven.—Wat zijn arbeid betreft, <span class="sc">Propertius</span> en <span class="sc">Tibullus</span>, zijn fraai door hem verbeterd, in ’t licht gegeven, als mede de gedichten van <span class="sc">Sanesarius</span> en anderen: zijne eigene <i>Latijnsche poëzij</i> is door den beroemden <span class="sc">David van Hoogstraaten</span> in den jaare 1711 ter persse bezorgd, en weinige jaaren daarna ook zijne Nederduitsche
+gedichten, voor welken ’t verhaal van ’s dichters leven geplaatst is: kort na zijn
+overlijden deed de Hoogleeraar <span class="sc">P. Burman</span> eene redevoering daarop toepasselijk: welke eere ’s mans nagedachtenis is aangedaan,
+hebben wij boven gezien.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Het Kerkjen is gesticht in den jaare 1594, heeft geen orgel, en is de eenigste die
+in de banne van <i>Amstelveen</i> gevonden wordt; ofschoon zij bijna 1100 ledemaaten kan tellen: daarentegen zijn er
+op het zelfde grondgebied wel vier <i>Roomsche Kerken</i>; een van dezelve staat op den <i>Amstelveenschen Weg</i>, tusschen den <i>Overtoom</i>, en de <i>Kalfjeslaan</i>, die geen van de kleinste is, een mooi orgel heeft, en door twee Pastoors bediend
+<span class="pageNum" id="pb4.9">[<a href="#pb4.9">9</a>]</span>wordt: hij bevat onder zig wel 800 ledemaaten, behalven de menigte van vreemdelingen,
+welken des zomers aldaar ter Kerke gaan.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>De eerste Predikant op dit dorp is (1586) geweest <span class="sc">Gerard Pauli</span>, zijnde hetzelve alstoen gecombineerd met <i>Ouderkerk</i>, doch in 1588 is die combinatie gescheiden—voor eenige jaaren heeft de zonderlinge
+Leeraar <span class="sc">van der Zouw</span>, door zijne wijze van den volke het Euangelium te verkondigen, dit dorp geen gering
+voordeel aangebragt, door de menigte van stedelingen, en omliggende bewooners, welken
+hem kwamen hooren prediken; zijn toon en wijze van verhandelen waren even zonderling;
+dikwijls brak hij zijne reden af, om de in- en uitgaande menigte te zeggen dat zij
+minder opschudding moesten maaken; om te zeggen dat men deezen of geenen vermoeiden
+boêr, welke te weinig begrips van zijne verklaaring konde maaken, en dien hij derhalven
+in de slaap gepredikt had, optewekken; om aan den koster te klaagen dat de zon, door
+de kerkglazen schijnende, hem geweldig hinderden, en dat derhalven de glasgordijnen
+toegeschoven moesten worden; om bij het verschijnen van een of ander gezelschap welgeklede
+lieden, uitteroepen: „Kijk, kijk! daar komen weêr <i>Amsteldammers</i> aan! maar met geen hart, hongerende en dorstende naar de geestelijke spijs en drank
+des Euangeliums,” of iet dergelijks—’t geheugt mij zijn Wel Eerwaarden eens het gebod
+der Wet, <i>Gij en zult niet steelen</i>, te hebben hooren verklaaren, en hem in die verklaaring hooren stellen, dat alle
+menschen, van wat staat en stand, van wat ouderdom, <i>dieven</i> waren; zijn Weleerwaarde begon bij de kinderen, die zig niet zelden schuldig maaken,
+zeide hij, aan het steelen van een appel of peer—tot de Diakens der Kerke gekomen
+zijnde, dacht ik, de Leeraar zoude evenwel deezen uit zijn algemeen vonnis uitsluiten,
+maar neen! zijn hoofd naar derzelver gewoone plaats in de Kerk keerende, schreeuwde
+zijn Wel Eerwaarde uit: <i>Er wordt niet anders als koperen munt in ’t zakjen gevonden!</i> hij liet de uitlegging van de betekenis der woorden aan Diakenen zelven over, en
+ging voord met zijne rol van dieven verder afteleezen.
+<span class="pageNum" id="pb4.10">[<a href="#pb4.10">10</a>]</span></p>
+<p>Van de Wereldlijke Gebouwen, <i>Amstelveen</i> betreffende, daar het Rechthuis, even als dat op alle andere dorpen, niets bijzonders
+heeft, des juist niet in den rang van gebouwen geplaatst kan worden, hebben wij geene
+aantekeningen te maaken, niet anders als dat hetzelve een stads gebouw is; <span class="corr" id="xd32e5410" title="Bron: geappropieerd">geapproprieerd</span> tot eene wooning voor den Officier, met eenen grooten tuin daar achter, waar voor
+de Officier voornoemd jaarlijks eene zekere somme aan de stad <i>Amsteldam</i> moet opbrengen: het gebouw heeft anders geen aanzien als dat het in zijn gevel pronkt
+met het wapen van <i>Amsteldam</i>: om de drie weeken wordt er, donderdags, rechtdag gehouden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Deeze bestaat voor zo veel <i>Amstelveen</i> zelf aangaat, uit den Balliuw, Schout en zeven Schepenen: eene Ambachtsheerlijkheid
+van <i>Amsteldam</i> zijnde, is er ook eene Ambachtsheer over gesteld, die de zaaken, het Ambacht bijzonderlijk
+betreffende waarneemt; bestaande de crimineele rechtbank aldaar eigenlijk uit Bailluw
+en Schepenen voornoemd; welke eerstgemelde ook Bailluw van <i>Amstelland</i> is.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Tot het bestuur der Polderzaaken, wordt volgends octrooi van <span class="sc">keizer Karel den Vijfden</span>, dato 31 December 1520, een Dijkgraaf- en Hoog-Heemraadschap opgericht, dat met en
+benevens het Gerecht van <i>Amstelveen</i> het opzicht zoude hebben, over de dijken, bruggen, dijkslooten en andere polderwerken;
+volgends deeze handvest, zouden van de vijf Landrijksten, vier Heemraaden, en de oudste
+dier vijf, tot Dijkgraaf verkoozen worden: de Keizer noemde hen Dijkgraaf en Heemraden
+van de Landen en Dorpen van <i>Amstelveen</i>, doch hedendaags noemt men dat Collegie <i>Dijkgraaf en Heemraaden van Nieuwer-Amstel</i>; het aanstellen van dat opzicht is zijne geboorte verschuldigd aan de klagten die
+eenigen der Landrijksten bij den Keizer inbragten, daarover dat de vloeden der <i>Zuiderzee</i>, dagelijks aanwiessen, en die van het sticht van <i>Utrecht</i> hunne wateren ook dagelijks door molens uitwierpen, en deeden loopen op de landen
+van <i>Amstelveen</i>, waardoor de opgezetenen aldaar, indien er niet in voorzien werd, scheenen te zullen
+<span class="pageNum" id="pb4.11">[<a href="#pb4.11">11</a>]</span>bedorven worden, en ten eeuwigsten dage verloren blijven, verzoekende derhalven dat
+hetzelve door het aanstellen van het bovengemelde Collegie, om desaangaande de noodige
+voorzorgen te doen neemen, mogt voorgekomen worden; de Keizer het gewigt deezer klagten
+inziende, willigde hun verzoek in.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>De verkiezing van deeze Dijkgraaf en Heemraaden geschiedde weleer door de Rekenkamer
+der Graaflijkheids Domeinen, doch thans geschiedt het door Gecommitteerde Raaden van
+de Staaten van <i>Holland</i>, op aanschrijving van Burgemeesteren van <i>Amsteldam</i>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>.
+</p>
+<p>Deeze Ambachtsheerlijkheid is, in voorige eeuwen, door de Graaven met verscheidene
+voorrechten beschonken; van daar heeft het nog een vrij halsgerecht; ook mag, volgends
+privilegie van Graaf <span class="sc">Albrecht</span>, in geheel <i>Amstelland</i>, geen beroep van vonnisse gedaan worden—zij die eenig denkbeeld van het district,
+waarvan wij hier spreeken, kunnen maaken, zullen zig in gevolge van het eerstgemelde
+der bovengenoemde voorrechten, niet meer verwonderen dat er te <i>Amstelveen</i> zo dikwijls halsrecht gedaan wordt.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p><i>Amstelveen</i> heeft ook het recht om die van <i>Amsteldam</i>, nalaatig bevonden wordende in het onderhouden van de sluizen „op ten <i>Middeldam</i>, en op <i>St. Anthonies-poorte</i>,” te beslaan in de boete van zes goudguldens dagelijks, tot duizend goudguldens toe,
+doch niet hooger.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Deezen bestaan onder de bewooners van deeze Ambachtsheerlijkheid in het weiden van
+vee, maaken van melk, boter en kaas, en het veenen, of baggeren van turf, enz.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>.
+</p>
+<p>Hoe de Heerlijkheid <i>Amstelland</i>, en gevolglijk ook dit dorp <i>Amstelveen</i> aan de Graaven van <i>Holland</i> gekomen is, hebben <span class="pageNum" id="pb4.12">[<a href="#pb4.12">12</a>]</span>wij boven, (bladz. 2.) gezien; en in onze beschrijving van <i>Sloterdijk</i>, tekenden wij aan dat dezelve naderhand in het huis van <i>Brederode</i> zijn overgegaan, alwaar wij ook zeiden, dat niet naauwkeurig bepaald konde worden,
+langs welken weg (zie aldaar bladz. 2); doch, onder het naslaan van eenige andere
+dan de toen geraadpleegde schrijvers, vinden wij dat men dien overgang dus opgeeft:
+Graaf <span class="sc">Jan van Holland</span>, die zijn’ Vader den omgebragten Graaf <span class="sc">Floris den Vijfden</span> opvolgde, kwam derhalven ook in het bezit van de verbeurd verklaarde goederen van
+<span class="sc">Van Amstel</span>; en deeze, in 1299, zonder kinderen komende te overlijden, is hem, als naast in den
+bloede, tot erfgenaam opgevolgd, <span class="sc">Jan van Avennes</span>, welke in ’t begin zijner regeeringe de Heerlijkheden van <i>Amstel</i> en <i>Woerden</i> schonk aan zijnen broeder <span class="sc">Guy</span>; na den dood van deezen, en van Graaf <span class="sc">Jan</span> heeft ’s Graaven zoon <span class="sc">Willem</span> (1317,) die Heerlijkheden weder benaderd en aan de Graaflijkheid gehecht.
+</p>
+<p>Naderhand heeft <span class="sc">Albert van Beiëren</span>, als Graaf van <i>Holland</i>, de Ambachtsheerlijkheid <i>Amstelveen</i>, nevens de gevolgen van dien, ter <i>Ouder-</i> en <i>Nieuwer-Amstel</i> (1399,) tot een onstervelijk leen gegeven, aan <span class="sc">Coen van Oosterwijk</span>, voor de somma van 3100 schilden; deeze droeg dat zijn eigendom (1402) weder op aan
+<span class="sc">Margaretha van Cleef</span>, des Hertogs tweede Gemaalinne; hier door geraakte na haar overlijden, <i>Amstelveen</i>, en de geheele nalaatenschap der Graavinne aan haare Moeder, mede <span class="sc">Margaretha</span> genaamd, die de Heerlijkheid tot 1434 bezat; in welk jaar <span class="sc">Hendrik van Borselen</span>, Heer <i>van ter Veere</i>, uit krachte van aanhoop, daarmede verleid is geworden; en door het huwelijk van
+<span class="sc">Margareta van Borsselen</span>, met <span class="sc">Walraven van Brederode</span>, ging <i>Amstelveen</i> dus in dat geslacht over, zijnde hetzelve in 1529, door Heer <span class="sc">Walraven</span> aan de stad <i>Amsteldam</i> verkocht, gelijk wij in ons blad, over <i>Sloterdijk</i> handelende, reeds gezegd hebben.
+</p>
+<p>In de woede der hervorming heeft <i>Amstelveen</i> denkelijk gedeeld; <span class="pageNum" id="pb4.13">[<a href="#pb4.13">13</a>]</span>want in de sententiën van <span class="sc">Alba</span>, vindt men een banvonnis, tegen zekeren <span class="sc">Cornelis</span> van <i>Amstelveen</i>, welke daarin ten laste gelegd wordt, dat hij de kerkplonderaars te drinken gegeven,
+den Pastoor voor eenen verleider des volks uitgemaakt, en gezegd zoude hebben, dat
+men van de klokken der kerken roers en geschut zoude gieten.
+</p>
+<p>Wat <i>Amstelveen</i> in onze jongstledene beroerten heeft moeten lijden, is bij ieder bekend; aldaar tog
+was om zo te spreeken voor een gedeelte het tooneel des oorlogs.
+</p>
+<p>In den nacht van den 30 September, rukte de Hertog, met zijne <i>Pruissen</i> reeds tot nabij de <i>Hand van Leiden</i> gekomen zijnde, nader derwaards; doch eene Patriotsche patrouille vertelde hem weldra
+met snaphaanskogels, dat zij onversaagd waren: deezen echter waren door de overmagt
+genoodzaakt zig te bedwingen; de Hertog posteerde vervolgens zijn geschut op den dijk
+naar <i>Amstelveen</i>, waarop de aanval zoude geschieden; reeds ten 5 uuren in den morgen hoorde men het
+signaalschot, en terstond daarop begonnen de <i>Pruissen</i> te <i>Ouderkerk</i> hunne opgeworpene Batterijen te laaten speelen; hunne jaagers gingen op het verlaat
+los, doch bemagtigden hetzelve niet dan ten koste van veele koppen; want de <i>Hollanders</i> vochten als leeuwen, als lieden die bij den oorlog opgevoed waren, welke lof de Hertog
+zelf hun niet heeft kunnen weigeren—nog herinneren wij ons, met siddering, het geluid
+der schoten aan welke ’t behoud of verlies van geheel <i>Amsteldam</i> afhing; nog hooren wij de hartlijke beden aan den hemel om overwinning.… doch liever
+staaken wij dien toon.
+</p>
+<p>Eenige honderden schreden achter het gezegde verlaat, lag eene Patriotsche verschansing,
+door eene welbepalissadeerde gracht van den dijk afgezonderd; deeze werd vervolgends
+aangetast en veroverd, doch mede ten duuren prijze: ondertusschen was het dag geworden:
+de dappere Colonel <span class="sc">De Porte</span> die de Patriotten te <i>Amstelveen</i> commandeerde, en het dorp ongemeen versterkt had, liet toen met vier stukken geschuts
+den dijk beschieten, en deed veele <i>Pruissen</i> vallen; de Hertog echter hield <span class="pageNum" id="pb4.14">[<a href="#pb4.14">14</a>]</span>stand, zond zijne jaagers, over de grachten, naar de nabijgelegene hooibergen, ten
+einde van achter dezelven zijnen vijand te beschieten; de onzen maakten een allerhevigst
+vuur, en betwistten elkander de eer van de meeste en best gerichte schoten gedaan
+te hebben: ligtlijk begrijpt men dat de <i>Pruissen</i> van hunnen kant mede hun best deeden, waardoor het benaauwde <i>Amstelveen</i> zig in ’t grootste gevaar bevond, staande ten prooje van de vijandlijke kogels, die
+echter niet zodanig neder kwamen dat er eenig huis of schuur in de brand geschoten
+werd: de onzen onvermoeid met schieten aanhoudende, en nu ziende dat men hun van achter
+de hooibergen bestookte, hadden moeds genoeg om op de <i>Pruissische Jaagers</i>, aldaar verstoken liggende, los te gaan, de hooibergen in den brand te steeken, en
+vooral door hunne welgeoefende scherpschutters, de jaagers voornoemd te verdrijven,
+niet alleen, maar ook zag de Hertog zig genoodzaakt met al zijne manschap naar de
+<i>Hand van Leiden</i> te retireeren, alwaar de Lieutenant Generaal <span class="sc">Van Knobelsdorf</span> eene batterij geformeerd had, om <i>Amstelveen</i> op zijde te beschieten.
+</p>
+<p>De Hertog verwachtte alle oogenblikken dat de onzen van achteren geattaqueerd zouden
+worden, en hij daardoor gelegenheid bekomen van weder te kunnen avanceeren, want dit
+was zijn plan, maar dit secours bleef vier en een half uur uit, het geen hun veel
+volks kostte, die door het vuur der patriotten vielen.
+</p>
+<p>Tegen tien uuren des morgens kreegen de onzen op den dijk van <i>Ouderkerk</i> nieuwe versterking van voetvolk, want hoe heet het ook reeds toeginge, brandde men
+echter van verlangen, vooral te <i>Amsteldam</i>, om zig tot versterking derwaards te mogen begeeven; men hield zig van eene volkomene
+overwinning verzekerd—dan God had het anders besloten——wij weeten niet waarbij het
+toegekomen is, dat de <i>Pruissen</i> verscheidene geretrancheerde posten van de onzen op den dijk naar <i>Amstelveen</i> en elders veroverden, de moedige Patriotten aan het wijken <span class="pageNum" id="pb4.15">[<a href="#pb4.15">15</a>]</span>bragten, en tot binnen het dorp dreeven; ’t welk aldaar geene geringe schrik veroorzaakte—eene
+en andere omstandigheden waren dringend genoeg om den Colonel <span class="sc">De Porte</span> te doen besluiten, zig naar <i>Ouderkerk</i> te begeeven, ’t geen met zo veel spoeds geschiedde dat de <i>Pruissen</i> nu, gereed zijnde hen met hun eigen geschut te beschieten, hen niet meer berijken
+konden.
+</p>
+<p>Te <i>Ouderkerk</i> had men zig tot nu toe even manlijk gedragen; de gelegenheid van het plaatsjen had
+den Hertog belet het te naderen, des zag hij ook geen kans om het tot de overgaaf
+te dwingen; onvoorbeeldig kloekmoedig betoonden de Patriotten zig aldaar, doch door
+de aankomst van <span class="sc">De Porte</span>, uit <i>Amstelveen</i>, werden zij geintimideerd, als nu te wel beseffende hoe zij thans langs den zelfden
+weg (’t zogenaamde groote loopveld, of de Kerkweg,) op de zijde, door de <i>Pruissen</i> genaderd konden worden: de <span class="corr" id="xd32e5673" title="Bron: Collonels">Colonels</span> <span class="sc">Corkel</span> en <span class="sc">Leville</span>, hadden hier het bevel, en beslooten de wijk naar <i>Amsteldam</i> te neemen, liever dan door eene wanhoopige verdediging den Vaderlande nog meer burgers
+te ontrukken—een ware held weet op zijnen tijd te wijken: de aftogt geschiedde met
+alle mogelijke stilte, en men kwam behouden te <i>Amsteldam</i> aan<span class="corr" id="xd32e5687" title="Bron: ,">.</span>
+</p>
+<p>Nog dien zelfden avond werd het plaatsjen zo wel als <i>Amsteldam</i> door de <i>Pruissen</i> bezet, waardoor de inwooners, in de uiterste droefheid gedompeld, nu den overlast
+des soldaats moesten draagen—dat deeze overlast niet gering geweest is bevestigen
+honderden van getuigen; en te geloofwaardiger worden dezelven, als men beseft, welk
+haatelijk denkbeeld den <i>Pruissen</i> van de Nederlandsche Patriotten ingeboezemd was geworden; ook hadden zij te veel
+van de moedige verdediging van deezen moeten ondergaan, om geheel vrij te blijven
+van den trek tot bijzondere wraakneeming.
+<span class="pageNum" id="pb4.16">[<a href="#pb4.16">16</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Hier onder behoort weder in de eerste plaats de kerk, met het graf van <span class="sc">Broekhuizen</span> (zie boven bladz. 5<span class="corr" id="xd32e5708" title="Niet in bron">.</span>)
+</p>
+<p>De droogmaakerij, (zie bladz. 3.)
+</p>
+<p>Eene wandeling naar <i>Ouderkerk</i>, geeft ook bijzonder vermaak.
+</p>
+<p>Voords zijn hier en daar nog eenige plaatsen en dingen in oogenschouw te nemen, welken
+nagedachtenissen van het voorbeschrevene dapper gevecht tegen de <i>Pruissen</i> draagen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Met de <i>Utrechtsche</i> en andere schuiten die <i>Ouderkerk</i> passeeren, kan men van <i>Amsteldam</i> tot daar, en terug medevaaren; voords gaat men verders te voet naar <i>Amstelveen</i>: des zondags vaart langs dien weg een Kerkschuit.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>.
+</p>
+<ul>
+<li>Het <i>Nieuwe dorstige Hart</i>.
+</li>
+<li>Het <i>Oude dorstige Hart</i>.
+</li>
+<li>Het <i>Land van belofte</i>.
+</li>
+<li>De <i>Paauwen</i>.</li>
+</ul><p>
+<span class="pageNum" id="pb5.1">[<a href="#pb5.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e5103">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e5103src">1</a></span> <i>Om deeze reden stellen sommigen ook niet dat</i> Holland <i>zijnen naam zoude ontleend hebben van deszelfs laage</i> (Holle) <i>ligging, maar van de menigte bosschen</i> (Holt, hout) <i>die er gevonden worden<span class="corr" id="xd32e5112" title="Niet in bron">.</span></i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e5103src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="amstelveenbuurten" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1236">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">BUURTEN</span><br>
+ONDER DE BANNE VAN<br>
+AMSTELVEEN.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first headlike">DE OVERTOOMSCHE, <span class="sc">OF</span> HEILIGE WEG.
+</p>
+<p>Van deeze zeer volkrijke en digtbetimmerde buurt, die gedeeltelijk mede tot een voorstad
+van <i>Amsteldam</i> aan die zijde verstrekt, is de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
+</p>
+<p>Ten westen van <i>Amsteldam</i>, aan wederzijde van een tamelijk breede graft, de <i>Overtoomsche Vaart</i> genaamd, die uit de stads vest naar den <i>Overtoom</i> loopt: de eene zijde der buurt is geheel digt betimmerd en bestraat, de andere de
+<i>Smalle</i> of <i>Stille zijde</i> genoemd, is niet bestraat, en ook op verre na zo aanzienlijk en digt niet betimmerd;
+de eerstgemelde zijde is aan beide kanten met boomen beplant, waardoor eene wandeling
+langs dezelve zeer vermaaklijk is.
+<span class="pageNum" id="pb5.2">[<a href="#pb5.2">2</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span><span class="corr" id="xd32e5795" title="Niet in bron">.</span>
+</p>
+<p>Die van den eenen naam, welken deeze weg draagt, naamlijk <i>Heilige weg</i>, hebben wij onder onze beschrijving van <i>Amsteldam</i>, bladz. 7, reeds opgegeven; de andere naam, <i>Overtoomsche weg</i>, draagt zij, om dat men langs dezelve van <i>Amsteldam</i> naar den <i>Overtoom</i> gaat.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">AANLEG <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>Wat de aanleg betreft, door het veelvuldig gebruik dat van dien weg gemaakt werd,
+om de <i>Heilige stede</i> te <i>Amsteldam</i> te gaan bezoeken, zijn ongetwijfeld eenige winkels van benodigdheden of ververschingen
+aldaar aangelegd; deezen in getal toegenomen zijnde, hebben weder anderen, als handwerkslieden,
+enz. aldaar noodzaakelijk gemaakt, en op die wijze zal deeze aanzienlijke buurt haare
+tegenwoordige gedaante bekomen hebben: zij strekt, gelijk gezegd is, ter wederzijde
+van de vaart, van den gebiedpaal van <i>Amsteldam</i> af<a class="noteRef" id="xd32e5824src" href="#xd32e5824">1</a> tot den <i>Overtoom</i> of <i>Amstelveenschen weg</i> toe; en bevat veele huizen, waaronder eenige plaisiertuinen.
+</p>
+<p>De bewooners deezer buurt zijn van den <i>Gereformeerden</i> of <i>Roomschen</i> Godsdienst, eenige weinige zijn <i><span class="corr" id="xd32e5848" title="Bron: Lutersch">Luthersch</span></i><span class="corr" id="xd32e5850" title="Niet in bron">.</span> De eerst- en laatst-gemelden gaan gemeenlijk naar <i>Amsteldam</i> ter kerk: de <i>Gereformeerden</i> echter ook wel te <i>Amstelveen</i>, waaronder zij kerklijk behooren; de <i>Roomschen</i> gaan op den <i>Amstelveenschen weg, in de Buitenvelderschen polder</i> of te <i>Buitenveldert</i>.
+</p>
+<p><span class="sc">Kerklijke of godsdienstige gebouwen</span> zijn derhalven in deeze buurt niet voorhanden; er zijn wel schoolen in, doch <span class="pageNum" id="pb5.3">[<a href="#pb5.3">3</a>]</span>dezelven zijn van particulieren: voords is aan den <i>Overtoom</i> mede een school: de armen en weezen, die er zijn worden door <i>Amstelveen</i> verzorgd.
+</p>
+<p>De <span class="sc">bezigheden</span> der bewooneren van deeze buurt zijn veelerleie, en veelal dezelfden als in de steden
+over het algemeen ter hand genomen worden; er zijn verscheidene fabrieken, onder anderen
+een pottebakkerij, kogelgieterij, kaarsgieterij, maar vooral glanzers en catoendrukkers;
+de laatstgemelden zijn echter sedert eenigen tijd merkelijk verminderd, gelijk die
+voorbodens van den ondergang onzes Lands, ook elders uit hetzelve verdweenen zijn:
+voorheen werden in deeze buurt ook meer dan één kruidstoof gevonden, doch dezelve
+zijn allen voor en na gesprongen; de laatste, <i>Sollenburg</i>, nog onder <i>Amsteldam</i> behoorende, (thans een behangsel fabriek,) voor ruim dertig jaaren: te recht noemt
+de Dichter <span class="sc">Willink</span> dit verdervelijk voordbrengsel van ’t menschlijk vernuft, eene stof
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Die kracht geeft aan de dwinglandij,
+</p>
+<p class="line">En ’t menschdom doet ten grave daalen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Wanneer het zwaare donders braakt,
+</p>
+<p class="line">Een vlam spouwt uit metaale monden,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Dat al het aardrijk loeit en kraakt,
+</p>
+<p class="line">En zucht door doodelijke wonden:
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Een stof van aarde en zee betreurd,
+</p>
+<p class="line">En die haar’ vinder heeft verscheurd.</p>
+</div>
+<p class="first">Deeze vinder was zekere <span class="sc">Barthold Zwarts</span>, een <i>Duitsche Monnik</i>, die omtrent den jaare 1380 geleefd heeft: het mengsel, volgends zijne gedachten
+toebereid hebbende, wilde hij deszelfs kracht beproeven, lag eene genoegzaame hoeveelheid
+daarvan onder eenen zwaaren zerk, was dom of onvoorzichtig genoeg van er boven op
+te gaan staan, stak het kruid in brand, en vloog met den steen in de lucht: „’T is”,
+zeggen wij desaangaande elders, „als of God niet heeft gewild dat de Monnik eenig
+eerbewijs voor zijne uitvinding zoude ontvangen, het geen hem anders waarschijnelijk
+ten deele gevallen zoude wezen: zijn omkomen was als eene wraak <span class="pageNum" id="pb5.4">[<a href="#pb5.4">4</a>]</span>van de Voorzienigheid, om de uitvinding met den uitvinder te begraven; want het liefderijk
+Opperwezen kan tog geen behaagen scheppen in het moorden der geenen, die hunne overheersching
+met menschenbloed staande houden,” enz.
+</p>
+<p>De vreemdeling, die deezen weg bewandelt, zal zig ongetwijfeld verwonderen over het
+onbegrijpelijk groot aantal herbergen en schoenmaakers, welken hier gevonden worden,
+en die er intusschen allen een ordentelijk bestaan vinden: de eerstgemelden wegens
+de veele wandelaars, welken des zomers hunne wandelingen langs deezen weg beginnen
+of eindigen: ook wegens de steedsche gasten, van onderscheidene rangen, die zig alhier
+in de herbergen komen verlustigen: de vischmarkt, die des zomers zondags morgens aan
+den overtoom gehouden wordt, trekt als dan ook veele duizenden stedelingen na zig,
+allen moeten deezen weg passeeren, en daar de marktgang eene uitspanning is, wordt
+er niet zelden drok gepleisterd, de veele fabrieken, welken, gelijk wij gezegd hebben,
+weleer in deeze buurt gevonden werden, hebben ook veele herbergiers derwaards gelokt.
+</p>
+<p>Wat de schoenmakers betreft, deezen hebben zig hier nedergezet, ter verkoopinge van
+het bekende goedkoop werk dat in de <i>Langestraat</i> gemaakt wordt, en niet binnen het gebied van <i>Amsteldam</i> gebragt mag worden: daar het intusschen door de koopers bij duizenden enkelde paaren
+ingevoerd wordt, zijn bij het schoenmaakers gild in <i>Amsteldam</i> van tijd tot tijd hevige klagten daarover ontstaan; doch men heeft de invoer, op
+gezegde wijze, niet willen, of niet kunnen beletten—Sedert zijn er ook veele dergelijke
+baazen binnen het gebied der stad, ja binnen de stad zelve, komen woonen, die wel
+geen <i>Langestraats werk</i> verkoopen, maar echter tegen denzelfden goedkoopen prijs eigen werk leveren.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>.
+</p>
+<p>Deeze zijn, naar evenredigheid van het bevang der buurt, vrij aanmerkelijk: door het
+reeds gemeld springen van de kruidstooven, welken er weleer gevonden werden, werd
+de <span class="pageNum" id="pb5.5">[<a href="#pb5.5">5</a>]</span>buurt niet weinig geteisterd; en het verval niet alleen, maar zelfs het verdwijnen
+van verscheidene catoendrukkerijen, heeft haar voords mede eene zeer gevoelige neep
+toegebragt: in 1732 onderging zij ook eene hevige schrik door het afbranden van het
+nabij zijnde pesthuis, het welk geheel door de vlamme verteerd werd, en welk onheil
+niet weinig in akeligheid toenam, door de krankzinnigen, welken er in opgesloten waren,
+gelijk het gebouw nog heden mede tot dat einde dient.
+</p>
+<p>Omtrent den jaare 1750 had deeze buurt in haar bevang een <i>Fransche schouwburg</i>, (die echter uit de stad zijn bestaan moest trekken,) zij werd aangelegd ter plaatse
+alwaar men thans het bekende <i>Fort de Eendragt</i> ziet; doch na verloop van weinige jaaren werd zij door het vuur verteerd: op den
+grond werd het tegenwoordige zwaare gebouw gesticht; en diende als toen voor eene
+Porseleinbakkerij; doch deeze heeft mede niet veele jaaren stand gehouden; de aanleggers
+verstonden de kunst van Porceleinen te maaken niet genoeg om aan den kieschen smaak
+der <i>Hollanderen</i>, die gewoon zijn aan het allerfraaiste geen gebrek te hebben, al moest het ook van
+het andere einde der wereld hun toegebragt worden, te voldoen: sedert heeft het gebouw
+tot een ander einde gediend; voor weinige jaaren was er een groote behangsel fabriek,
+enz. in geplaatst, doch dezelve heeft op dien ongelukkigen grond almede geenen stand
+gegrepen; laatstlijk hebben eenige <i>Amsteldamsche boekverkopers</i> het in huur gehad, tot een magazijn, om er hunne bekende buitenverkoopingen van copijen
+in te houden; doch ook dat gebruik heeft niet aan de verwachting beantwoord, thans
+is het gekocht door den beroemden Menschenvriend <span class="sc">Jan van Mekeren</span>, die het ter zijner eeuwige eer tot een hofjen laat toebereiden.
+</p>
+<p>Eindelijk hebben de bewooners van deeze buurt niet weinig geleden door de <i>Pruissen</i>, die zig bij hunne aanmarsch op <i>Amsteldam</i>, in hoedanigheid van overwinnaars, en derhalven niet weinig tot buitenspoorige gedragingen
+overslaande, moesten ontvangen: „allerschadelijkst”, zeggen wij desaangaande elders,
+„kwamen die lieden er af, welken op het gerucht, of liever de verzekering dat de vijand
+reeds te <i>Ouderkerk</i>, en <i>Amstelveen</i>, de gewapende burgers met Batavischen <span class="pageNum" id="pb5.6">[<a href="#pb5.6">6</a>]</span>moed derwaards getrokken om hun te keeren, was aangevallen, en de toedragt der zaaken
+zodanig stond, dat de burgers zouden moeten wijken.” De huizen van deezen werden terstond
+opengebroken; waren het herbergen, zo moesten er flesschen en vaten aan; alle voorraad
+van spijs was een kostelijke buit, voor maagen die meer gewoon zijn honger te lijden,
+dan door overdaad bezwaard te worden; kisten, kassen, en banken werden voor brandhout
+gebruikt; de huizen, waarin bewooners gevonden werden, ondergingen wel niet zo erg
+een lot, maar de bewooners zelven hadden niet weinig te lijden; en men kan begrijpen
+met welke opene armen de uitgewekene bewooners, bij hunne terugkomst, (want eindelijk
+moesten zij toch weder t’huiswaards keeren,) ontvangen werden: de slagers, welken
+in deeze buurt gevonden worden, leeden geen kleinen overlast en schade; hunne winkels
+waren rasch ontledigd, zonder dat hunne beurzen er door gevuld waren geworden: bij
+sommigen ging de baldaadigheid zo verre, dat zij aardappelen in gesmolten boter gaar
+kookten, even als men gewoonlijk in water doet: maar weinig dat roofbaar was, tot
+het loot op de daken toe, werd op zijne plaats gelaten; elders hebben wij reeds aangemerkt,
+dat dit echter zo erg niet zoude geweest zijn, bijaldien men de Jooden van hun van
+daan gehouden hadde; als onkundige lieden verkochten zij menigmaal een goed horologie
+voor maar zeer weinige penningen: intusschen hebben de bewooners deezer buurte, als
+elders, op verre na hunne schade niet vergoed gekregen: hun werd, staande de inquartiering,
+voor iederen soldaat één gulden per week gegeven; doch daarvoor was weinig te doen,
+met nadruk voor zulke gasten: intusschen ontvingen die gasten ook nog eenig legeronderhoud,
+bij voorbeeld één of twee zesponders roggebrood in de week; doch het Hollandsch witbrood
+geproefd hebbende, waren zij op hetzelve tot zo verre verlekkerd, dat het legerbrood
+hun niet meer smaakte; waarom sommige bewooners, ten einde hun te verpligten, dat
+brood, vrij zeer tot hunne schade, tegen wit brood verruilden, of zulk een legerbrood,
+elders, voor 3 of 4 stuivers verkochten, er iet bijlagen, en wit brood t’huis bragten:
+uit het een en ander kan men gereedlijk besluiten, dat de bewooners deezer <span class="pageNum" id="pb5.7">[<a href="#pb5.7">7</a>]</span>buurt hunne <i>Pruissische</i> gasten met vermaak hebben zien vertrekken.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Deezen zoude men kunnen zeggen te zijn de fabrieken; voords zal een vaderlander in
+zijne wandeling langs deeze buurt wel een oog slaan op de werkplaats van den schilder
+<span class="sc">Ruwel</span>, waarin de <i>Pruissische soldaten</i> voornoemd, kerk gehouden hebben; want zij kenden nog Godsdienst, ten minsten nog
+de uitwendige oefening van denzelven—Voor weinige jaaren was er in deeze buurt eene
+zeer aanmerkelijke bijzonderheid voorhanden; bij zekeren smid, aldaar woonachtig,
+was naamlijk, zeide men, een afbeeldzel van den Zaligmaaker, door den Euangelist <span class="sc">Lucas</span> geschilderd te zien; groote beweeging maakte deeze zeldzaamheid, zo dat duizenden,
+vooral <i>Amsteldammers</i> derwaards vloeiden om die bijzonderheid, (tegen een zestehalf de persoon,) in oogenschouw
+te neemen; doch naauwlijks hadden de deskundigen ernstig hunne aandacht er op gevestigd,
+of zij verklaarden de zeldzaamheid voor een louter bedrog, het geen de smid met zijne
+schilderij en ontvangene penningen, zonder afscheid te neemen, deed vertrekken.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>,
+</p>
+<p>Zijn in deeze buurt verscheidene; de voornaamsten zijn:
+</p>
+<p>Het <i>Leidsche wapen</i> aan den <i>Overtoom</i>, en <i>Bramenburg</i>.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Uit het voorgaande blijkt, dat er voords veele herbergen van minder aanzien gevonden
+worden.
+<span class="pageNum" id="pb5.8">[<a href="#pb5.8">8</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Aan den <i>Overtoom</i> voornoemd, vertrekt alle dagen een kaag op <i>Leiden</i>: Maandag, Woensdag en Vrijdag vertrekt van daar ook een schip naar <i>Aalsmeer</i>; alle dagen vaart een vragtschuit vise versa op <i>Amsteldam</i>, en des Zomers Zondags en Maandags, een volkschuit, heen en weêr, zo dikwijls er
+volks genoeg is, naar den stads buitencingel.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Achter de stille zijde van den <i>Overtoomschen weg</i>, liggen nog verscheidene paden, als het <i>Jan Hansen</i>, het <i>Winslauer</i>, het <i>Nieuwe Tuinpad</i> enz., die allen digt bebouwd zijn.
+</p>
+<p class="headlike">BUURT <span class="asc">AAN DE</span> SCHULPBRUG.
+</p>
+<p>Deeze kan met recht, wegens derzelver uitgebreidheid, onder de aanzienlijke Buurten
+gesteld worden, als beslaande een zeer groote uitgestrektheid gronds: zij begint reeds
+op den <i>Weesperweg</i> aan den gebiedpaal van <i>Amsteldam</i>, en heeft verscheidene dwarspaden, naar den <i>Outewaalerweg</i> strekkende; <span class="corr" id="xd32e6033" title="Bron: erhalven">derhalven</span> is onder dezelve ook begrepen, het blokjen <i>de Vierhuizen</i>, op den <i>Weesperweg</i>, alzo genaamd, om dat het uit vier huizen bestaat; de buurt ligt voords, voor het
+grootste gedeelte zeer vermaaklijk, naamlijk aan de schoone rivier de <i>Amstel</i>, en nabij de verrukkelijke <i>Diemermeir</i>, gedeeltelijk zelfs langs de ringsloot derzelve.
+</p>
+<p>De buurt heeft, zegt men, haaren naam van <i>buurt aan de Schulpbrug</i> gekregen, door dat zij aan de brug van dien naam haar begin neemt; en deeze brug
+draagt den naam van <i>Schulpbrug</i>, naar de aanzienlijke herberg <i>de Schulp</i>, op den hoek van de Meir, bij die brug gevonden wordende.
+<span class="pageNum" id="pb5.9">[<a href="#pb5.9">9</a>]</span></p>
+<p>Zij bevat verscheidene en aangenaame lustplaatsen en tuinen, die een bevallig gezicht
+opleveren, zo onder het wandelen langs den <i>Weesperweg</i>, als langs den Ringdijk van de Meir, en het bevaaren van derzelver ringsloot: er
+worden ook eenige fabrieken in gevonden: de bewooners zijn van den <i>Gereformeerden</i>, of van den <i>Roomschen Godsdienst</i>, die, daar er geene kerk in de buurt is, de <i>Gereformeerden</i> te <i>Amsteldam</i>, en de <i>Roomschen</i> aan de overzijde van den <i>Amstel-stroom</i> moeten te kerk gaan.
+</p>
+<p>Ook andere Godsdienstige Gestichten zijn in deeze buurt, hoe groot in haar bevang,
+niet voorhanden: de kinderen, van beiderleien gezegden Godsdienst, gaan in het school
+van den <i>Watergrafts meir</i>, (zie onze beschrijving van dat aangenaame oord;) de Weezen worden door het Dorp
+<i>Ouderkerk</i> besteed, meestal, ten minsten zo veel mogelijk, bij de bewooners der buurt zelve;
+en de Armen worden mede door het gezegde dorp onderhouden.
+</p>
+<p>De <span class="sc">bezigheden</span> der bewooneren, bestaan in verscheidenerleie handwerken; ook zijn er, gelijk gezegd
+is, eenige fabrieken; aan het begin der buurt, bij de <i>Schulpbrug</i>, woonen eenige visschers, een van deezen, heeft een gedeelte van den <i>Amstel</i> in pacht, de overige visschers vertieren de visch die in het <i>Zwarte water</i>, nabij de stad <i>Zwol</i> gevangen wordt, bestaande in baars, snoek, brasem, zeelt, en paling; zij markten
+alle te <i>Amsteldam</i> in de <i>Nes</i>, op de rivier vischmarkt, voor de <i>St. Pieters poort</i>: over het gezegde begin der buurte, zijn ook eenige weinige vischbanken, alwaar des
+zondags morgens, eene soort van markt gehouden wordt.
+</p>
+<p>Van de Geschiedenissen deezer buurt, kan niets aanmerkelijks gezegd worden: in de
+jongstledene troubelen hebben de bewooners derzelve geen aanmerkelijk deel gehad;
+geen ander dan dat zij bij de <i>gezegende omwenteling</i> ook <i>Pruissen</i> hebben moeten inquartieren, en derhalven de gewoone overlast hebben geleden.
+</p>
+<p>Aan het meergemelde begin der buurte, is eene vry goede herberg; voords vindt men
+in dezelve nog eenige weinige anderen, van minderen rang.
+</p>
+<p>Aan hetzelfde begin kan men in de <i>Weesper-</i> en <i>Muiderschuiten</i> <span class="pageNum" id="pb5.10">[<a href="#pb5.10">10</a>]</span>die van en naar <i>Amsteldam</i> vaarende daar voorbij komen, naar de gezegde steden vertrekken, of met het jagtjen
+in onze beschryving van de <i>Diemermeir</i> gemeld, naar <i>Amsteldam</i>, ook met het <i>Overhaal schuitjen</i> mede aldaar genoemd, naar den <i>Utrechtschen weg</i>, of andere zijde van den <i>Amstel</i>, alwaar men door de aldaar passeerende schuiten, weder verscheidene gelegenheden
+vindt, naar <i>Utrecht, Tergoude, Delft, Rotterdam</i>, en veele andere steden en dorpen.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Hier op kunnen wij voegelijk laaten volgen den <i>Amsteldijk</i>, zig uitstrekkende van den paal bij het tolhek tot aan de <i>Overbuurt</i> van <i>Ouderkerk</i>, langs welken eene menigte van buitenplaatsen en boerewoningen gevonden worden: bij
+het tolhek zijn nog twee paden, het <i>Verwerspad</i> en ’t <i>Rustenburger pad</i>, waarop mede veele plaisiertuinen liggen: langs het laastgemelde pad komt men aan
+de <i>Wetering</i>: de bewooners deezer paden leeven meest van de moezerij.
+</p>
+<p class="headlike">DE BUITENVELDERSCHE POLDER,<br>
+OOK DE BUITENVELDERT<br>
+GENOEMD.
+</p>
+<p>In deeze polder zijn zeer weinige wooningen, boerderijen, en tuinen; het eenige dat
+daarvan gezegd kan worden, is dat er eene <i>Roomsche kerk</i> gevonden wordt, die bediend wordt door den Wel-eerwaarden Heere <span class="sc">Everardus Bernardus Cramer</span>: de bewooners deezer polder hebben door de <i>Pruissen</i> mede zeer veel geleden.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Hier bij moeten wij nog voegen den nieuwen weg, welke van het groote loopveld tot
+aan <i>Amstelveen</i> loopt; en <span class="pageNum" id="pb5.11">[<a href="#pb5.11">11</a>]</span>langs welken eenige boerewoningen, even als aan den <i>Bijlsenvelderschen weg</i> gevonden worden: omtrent in het midden van deezen nieuwen weg ontmoet men de <i>Karsselaan</i>, welken naar de <i>Karssebrug</i> strekt, en verder naar <i>Rietwijker oord</i>, dat beide kleine gehuchten van boerenwoningen zijn, die kerklijk onder <i>Amstelveen</i>, doch wereldlijk onder <i>Kennemerland</i> behooren.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">OVER-OUDERKERK</span>
+</p>
+<p>Is een kleine streek huizen, tegen over <i>Ouderkerk</i> gelegen, en onder <i>Amstelveen</i> behoorende: van dezelve valt al mede niets bijzonders aantetekenen.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Onder onze beschrijving van de buurten onder <i>Ouderkerk</i> behoorende, hebben wij gesproken van de eene zijde van
+</p>
+<p class="headlike">WAARDHUIZEN <span class="sc">EN DE</span> NES.
+</p>
+<p>De andere zijde behoort onder <i>Amstelveen</i>; doch er is ook niets bijzonders van te zeggen, niet meer dan wij ter voorgemelde
+plaatse er van aangetekend hebben.
+</p>
+<p>Het zelfde zij gezegd van de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">ZWALUWE-BUURT</span>,
+</p>
+<p>Een gehucht niet verre van de <i>Nes</i>: er is eene <i>Roomsche Kerk</i>, sedert weinige jaaren in plaats van eene oude, die er een eind wegs van daan stond,
+gemaakt: zij wordt bediend door den Wel-eerwaarden Heere <span class="sc">Mauritius Schultsz</span>.
+<span class="pageNum" id="pb5.12">[<a href="#pb5.12">12</a>]</span></p>
+<p class="headlike">DE BOVENKERKER POLDER.
+</p>
+<p>Deeze is voor eenige jaaren droog gemalen, en bevat thans weinige boerewoningen: de
+bewooners geneeren zig met de weierij en melkerij.
+</p>
+<p class="headlike">DE HAND VAN LEIDEN
+</p>
+<p>Zo genoemd, om dat er een paal staat, met een hand er aan, die den weg naar de stad
+<i>Leiden</i> aanwijst; de bewooners van dit buurtjen hebben in 1787, door de <i>Pruissen</i>, almede veel moeten lijden.
+</p>
+<p>Aan de
+</p>
+<p class="headlike">NOORDDAMMER BRUG,
+</p>
+<p>Vindt men mede een buurtjen; doch ’t is van weinig betekenis.
+</p>
+<p>Grooter is de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LEGMEER</span>
+</p>
+<p>Die zig uitstrekt van de <i>Noorddammer brug</i>, tot een quartier uur gaans van <i>Cudelstraat</i>, zijnde eene langte van anderhalf uur gaans; de bewooners bestaan meestal van de
+turfmaakerij.
+<span class="pageNum" id="pb6.1">[<a href="#pb6.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e5824">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e5824src">1</a></span> <i>Deeze paal was in den jaare 1793 een zeer oud en onaanzienlijk stuk houts, ten gezegden
+jaare is er een fraaje ronde steenen paal in de plaats gezet, bovenaan rondsom denzelven
+leest men</i> 100 Gaarden, <i>zijnde de uitgestrektheid van het gebied van</i> Amsteldam, <i>boven op den paal staat een fraaje bewerkte kroon, ook pronkt hij met de wapens van</i> Amsteldam <i>en</i> Amstelland, <i>en laager staat het voorgemelde jaartal der vernieuwinge</i> MDCCXCIII.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e5824src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="amstelveenbrand" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1241">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figamstelveenbrandwidth"><img src="images/amstelveen-brand.jpg" alt="Gezigt van den zwaaren Brand te Amstelveen zo als het zig vertoonde in den Nagt tussen den 25 en 26 Jny 1792." width="462" height="720"><p class="figureHead">Gezigt van den zwaaren Brand te Amstelveen zo als het zig vertoonde in den Nagt tussen
+den 25 en 26 Jny 1792.</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e6271">Eerst leed het bloejend AMSTELVEEN,
+</p>
+<p class="line xd32e6271">Door ’s vyands wreede spoorloosheên,
+</p>
+<p class="line">Nu viel de vlam het aan, en trachtte ’t gantsch te sloopen—
+</p>
+<p class="line">Beschouwer! zie den nood, en denk wat men kon hoopen!—
+</p>
+<p class="line xd32e1402">GOD echter wenkte, en ’t vuur verloor zyn gloed en kracht—
+</p>
+<p class="line xd32e1402">HY wenkt ook u—sta by!—dan wordt de ramp verzacht.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main">NAAUWKEURIG VERSLAG<br>
+VAN DEN<br>
+JAMMERLIJKEN BRAND<br>
+TE<br>
+AMSTELVEEN,</h2>
+<h2 class="sub">In den nacht tusschen den 25 en 26 Junij, 1792.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Te recht houden de Nederlanders de vuurnood en waternood, voor twee hoofdkwaaden,
+die den mensch kunnen treffen; anderen volken voegen er den oorlog wel bij; maar ’t
+schijnt dat de <i>Batavieren</i>, uit een inwendig gevoel van hunnen moed en voorbeeldelooze standvastigheid, zo veel
+gewigts, of liever zo veel ramps den oorlog niet toekennen, om dat zij ’t meer in
+hunne hand hebben denzelven te doen eindigen, tot hunnen roem te doen eindigen, blijft
+het alleenlijk aankomen op den vijand wederstand te bieden en hem zijne roekeloosheid
+te doen beklaagen; dat is, blijft het slechts aankomen om held te weezen; maar zo
+zij verraden worden, dan berokkent de oorlog hen zo veel en meer kwaaden als eenig
+volk ter wereld; zo veel, om dat zij den triumph des vijands als anderen moeten bezuuren,
+en meer, om dat zij in ’t hart gekwetst zijn, wonden zeker, welken bij den gevoeligen
+<i>Batavier</i> altijd blijven bloeden; ’t is daarom ten allen tijde voor bewezen gehouden dat men
+geen harten met grooter gevaar kan wonden, dat is uit hunnen staat van te vredenheid
+rukken, dan dat der <i>Batavieren</i>.… maar om wedertekeeren tot ons eerste gezegde: de Nederlanders houden de vuurnood
+en waternood voor twee kwaaden; het laatste, met reden, voor ’t ergste, <span class="pageNum" id="pb6.2">[<a href="#pb6.2">2</a>]</span>om dat zij er meer aan onderworpen en minder voor bestand zijn; intusschen is de vuurnood
+mede een geessel die de diepste wonden kan achterlaaten.
+</p>
+<p>Weinig dachten wij vóór een kort verloop van dagen<span class="corr" id="xd32e6294" title="Niet in bron">,</span> toen wij onze beschrijving van <i>Amstelveen</i>, voor onze <span class="sc">Nederlandsche stad- en dorp-beschrijver</span>, zamenstelden, dat wij door een der beschreienswaardigste rampen, die, vooral opgezetenen,
+kunnen treffen, gedrongen zouden worden, andermaal over dat plaatsjen te moeten spreeken—weinig
+dachten wij dat het grijze dorpjen, ’t welk wij toen van harten beklaagden wegens
+de doorgestaanen overlast van den triumpheerenden soldaat, nu onze traanen ten ooge
+zouden uitperssen, daar het, ten prooje gestaan hebbende aan den jammerlijksten vuurnood,
+een tooneel oplevert dat niet dan met de leevendigste ontferming beschouwd kan worden—een
+tweede reden, waarom men dat dorpjen voortaan met recht het <i>rampspoedig Amstelveen</i> mag noemen.
+</p>
+<p>Na op maandag den 25 Junij, 1792, des avonds omtrent 11 uuren, de dorpbewooners na
+afgelopene bezigheden van den drokken dag, zig bereidden om door den slaap hunne vermoeide
+leden te verkwikken, en de veele omgelegene landlieden reeds in de diepste rust gedompeld
+lagen, werden de waakenden verschrikt, en de slaapenden gewekt, door het akelig gerucht
+dat er brand ontstaan was op de waschbleekerij van den Heere <span class="sc">Dregman</span>, te <i>Amsteldam</i> woonachtig, en waarom het opzicht op die gevaarlijke fabriek, meestal toebetrouwd
+was geworden aan de werklieden tot de fabriek behoorende; eene noodzakelijkheid, die,
+zo als de ondervinding herhaalde maalen geleerd, en waarvan zij ons thans weder te
+beklaagenswaardig overtuigd heeft, niet zonder bedenking is——onmiddelijk na verzekerd
+te zijn dat er waarlijk brand ontstaan was, wendde men de voorhanden zijnde hulp aan,
+doch te vergeefsch, het vuur dat door de aanweezende hevige brandstof geweldiger gevoed
+werd, dan het vermogen van ’t water, dat men aanbragt, konde keeren, nam tegen middernacht
+zodanig de overhand, dat men de klok begon te luiden, waardoor het geheele dorp, en
+elk die zig in den omtrek deszelven bevond, op de been kwam: een besef van den verren
+afstand der noodige hulp; het schrikbaarend gezicht van de woedende vlamme, in het
+stille, in het akelige uur van den nacht, alles werkte om zo te spreeken mede, om
+de harten met de knellendste vrees te vervullen; de wind was wel niet naar het dorp,
+maar evenwel hevig genoeg om de vlam tot de belendene huizen te doen overslaan, het
+geen de angst niet weinig vergrootte.
+</p>
+<p>Intusschen kwamen, op het grouwzaam geluid der noodklok, die van <i>Ouderkerk</i> met de hun mogelijke hulp, toeschieten; ook kwam men van den kant van den <i>Overtoom</i>, met twee spuiten, door paarden getrokken, aan, met dien wel ijverigen, maar echter
+<span class="pageNum" id="pb6.3">[<a href="#pb6.3">3</a>]</span>in dit geval te traagen spoed, welken de afstand en de moeielijkheid van den weg toelieten—de
+twee spuiten aan <i>Amstelveen</i> behoorende, waren nu wel aanmerkelijk versterkt, maar de vlam was intusschen te veel
+in woede toegenomen, om zig door zo gering eenen tegenstand te laaten bedwingen<a class="noteRef" id="xd32e6320src" href="#xd32e6320">1</a>; dezelve was nu reeds geweldig dat het scheen, het dorp was aan zijn jongste oogenblik
+genaderd: allertreffendst en hartbreekendst was het geschrei van weêrelooze vrouwen,
+en jammerende kinderen, die, als van zinnen beroofd, in hun schamel nachtgewaad door
+het dorp dwaalden, terwijl zij hunne geringe bezitting door het vuur zagen verteeren;
+ieder dak dat, nu van zijne binten ontbloot, ieder stuk branden hout dat nederstortte,
+deed de vlam op de akeligste wijze verheffen, en met het verheffen van de vlam werd
+ook het geschrei en gekerm heviger, terwijl men met luider stemme God om genade en
+bijstand bad.
+</p>
+<p>Loflijk zeker kweeten zig zo wel de tot hulp aangekomen manschap, als de inwooners
+zelven, dan hun vermogen was niet toerijkende; het was reeds één uure na middernacht,
+toen de vlam het hevigst woedde, en zij werd niet gestuit voor dat 13 à 14 Wooningen,
+eenige Schuuren, een Kolfbaan, en aanzienlijk veele goederen tot assche verteerd waren:
+onder de afgebranden huizen telt men mede het <i>Armehuis</i>, waarin zo wel <i>Lutherschen</i> en <i>Roomschen</i> als <i>Gereformeerden</i> opgenomen worden<a class="noteRef" id="xd32e6340src" href="#xd32e6340">2</a>; in dat huis was nog voor slechts 3 weeken een meisjen van 9 jaaren oud besteed,
+het welk dit jammerlijk onheil met den dood heeft moeten bekoopen: nog te zeer vreemdeling
+in het huis zijnde, is zij, (zo gist men,) in ’t zelve verdwaald, en de vlam heeft
+haar verrascht; zij is onder de puinhoop van daan gehaald, geheel verbrand, en als
+zamengebraden; de voetjens waren gantschlijk verteerd, en de ingewanden lagen bloot:
+in dien jammerlijken staat is het deerelijk voorwerp, eenige dagen lang, in de Dorpskerk
+te zien geweest.
+</p>
+<p>Zo dra de vlam zo verre voordgeslagen was, dat men ook het Armehuis voor verloren
+hield, werden, trouwens in de grootste, hoewel tevens verschoonelijkste confusie,
+de Kinderen na een ander verblijf overgebragt; zes van de Gereformeerden, verplaatste
+men in het Diaconie-weeshuis, en <span class="pageNum" id="pb6.4">[<a href="#pb6.4">4</a>]</span>eenige Roomschen werden in de naastgelegenste omtrek bij particulieren gebragt, terwijl
+het de Suppoosten van ’t huis toegestaan werd, hun intrek in het Rechthuis te mogen
+neemen.
+</p>
+<p>De gemelde Wooningen, door den ijsselijken vuurgloed vernield, (het Armehuis niet
+mede gerekend,) verstrekten ter herberginge van zeventien huisgezinnen, welken, staande
+het woeden der vlamme allen gevoeld hebben, wat het menschlijk hart pijnlijks gevoelen
+kan: op éénmaal van alles beroofd; op éénmaal in de diepste armoede gedompeld te worden,
+dat zeker is een lot het welk men door geene wijsbegeerte kan verzachten; ook moeten
+wij tot lof van onze tijd- en vooral van onze stad-genooten zeggen, dat zij zig in
+deeze akelige omstandigheid wederom gedragen hebben, en nog gedragen, zo als zij zig
+in zulke en dergelijke omstandigheden meermaals gedroegen, en zo als het waare Christenen
+betaamt—zij geeven met eene milde hand; de toevoer voor de ongelukkigen is zeer aanzienlijk,
+zo dat deezen reden hebben om zig, in ’t midden van hunnen jammerlijken toestand te
+verheugen, daarover dat de Menschlievendheid hunne ontvangene wonden zo minlijk verzacht.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Lof, nimmer zwijgende lof zij u, braave Nederlanders! toegezwaaid, voor deeze uwe
+christelijke medelijdendheid; gaat op dat ingeslagen pad voord; gij zijt tog verzekerd,
+dat ieder penningsken, ’t welk gij aan de ongelukkigen uitrijkt, bij uwen hemelschen
+Vader op, dikwijls verdubbelden, winst uitgezet wordt——en gij, Patriotten! gij die
+u den naam van Vaderlanders tot eene eere rekent; u voegt het vooral, de ongelukkigen
+te toonen dat gij waarlijk Patriotten zijt—herdenkt wat <i>Amstelveen</i> heeft geleden, toen uw vermogen, met uw moed, te kort schooten, om het te beveiligen
+voor het lot dat ingenomene plaatsen gemeenlijk ondergaan—heeft men van u gezegd:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">In ’t hart verhief zig moed; en in het manlijk wezen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Tot op dit oogenblik door Pruisens volk miskend,
+</p>
+<p class="line">Stond Hollands oudste merk, <i>Standvastigheid</i> te leezen,
+</p>
+<p class="line">Die als ’t de nood vereischt door duizend kogels rent.</p>
+</div>
+<p class="first">Nu, uwe mededeelzaamheid ondervonden hebbende, voege men er bij:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">In ’t hart verhief zig deugd, en in ’t bedrukte wezen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Waaraan men in den ramp <span class="asc">Civilis</span> nakroost kent,
+</p>
+<p class="line">Stond het Bataafsche merk, <i>Menschlievendheid</i> te leezen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Die den noodlijdenden, zo ruim verkwikking zendt.</p>
+</div>
+<p class="first imprint">Te Amsteldam, bij <span class="sc">H.&nbsp;A. Banse</span>, in de Hartestraat, over den vergulden Kop.
+<span class="pageNum" id="pb7.1">[<a href="#pb7.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e6320">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e6320src">1</a></span> <i>In het blad van onze</i> Stad- <i>en</i> Dorpbeschrijver, <i>voorgemeld, handelende over</i> West-maas, <i>en welk blad thans op de pers is, hebben wij opzettelijk over den staat van het Brand-wezen
+ten platten Lande, gesproken: God, die de harten kan bestuuren, geve dat het den gewenschten
+invloed, en uitwerking hebbe</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e6320src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd32e6340">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e6340src">2</a></span> <i>Men zie over dit en de andere</i> Kerklijke <i>en</i> Wereldlijke Gebouwen <i>van</i> Amstelveen, <i>het blad van onzen meergemelden Beschouwer, ’t welk over dit dorp handelt</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e6340src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="amstelveenherbouwd" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1246">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figamstelveenherbouwdwidth"><img src="images/amstelveen-herbouwd.jpg" alt="Amstelveen herbouwd" width="467" height="720"><p class="figureHead">Amstelveen herbouwd</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e3595">Gulhartig Medelijden
+</p>
+<p class="line xd32e3595">Moog’ niet van smart bevrijden,
+</p>
+<p class="line xd32e3595">Het lenigt echter smart,
+</p>
+<p class="line">Verstrekt ten balsem voor ’t verdrukt of zuchtend hart:
+</p>
+<p class="line">Werd <span class="asc">Amstelveen</span> van ’t vuur als woedende aangegrepen;
+</p>
+<p class="line">Zat menig dorpeling in diepe smart benepen;
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Het schetsjen dat men hier beschouwt,
+</p>
+<p class="line">Toont hoe door Medelij ’t verbrandene is herbouwd.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main">AMSTELVEEN<br>
+HERBOUWD.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Daar wij alles wat mogelijk is toebrengen, ter volmaakinge van onzen <i>Nederlandschen Stad-</i> en <i>Dorp-beschrijver</i>, met welken wij zulk een onvoorbeeldig genoegen geeven, hebben wij niet kunnen afzijn
+nogmaals onze aandacht te vestigen op het Dorp <i>Amstelveen</i>, om het te beschouwen, zodanig als het zig thans bevindt—eer het zo vermaaklijk Dorpjen
+door den noodlottigen brand, tusschen den 25 en 26 Junij des jaars 1792, geteisterd
+was, hebben wij in ons bovengemeld werk, eene uitvoerige beschrijving, en naauwkeurige
+afbeelding van hetzelve geplaatst; daarna, bij gelegenheid van gezegden brand, ook
+eene beschrijving en afbeelding van dat jammerlijk voorval gegeven, bij wijze van
+aanhangzel aan gemelde eerste beschrijving, immers dit aanhangzel behoorde tot de
+historie des Dorps<span class="corr" id="xd32e6430" title="Bron: ?">,</span> gelijk hetzelve dan ook met een ongemeene graagte ontvangen is——thans, nu de verbrande
+erven tot zo verre weder herbouwd zijn, dat men verwachten kan dat er verder niet
+van belang meer aan gedaan zal worden, zouden wij het gedeelte van ons werk, <i>Amstelveen</i> betreffende, niet volkomen kunnen noemen, indien wij onze geëerde Intekenaaren en
+verdere tijdgenooten<a class="noteRef" id="xd32e6436src" href="#xd32e6436">1</a>, ook niet eene beschrijving van de wijze der gezegde herbouwinge mededeelden——’t
+was dan met dat oogmerk dat wij <i>Amstelveen</i> onlangs een bezoek gaven, en de ons aldaar medegedeelde informatiën, maaken, met
+de aantekening van ’t geen wij in oogenschouw genomen hebben, den hoofd-inhoud van
+de tegenwoordige weinige bladzijden uit.
+<span class="pageNum" id="pb7.2">[<a href="#pb7.2">2</a>]</span></p>
+<p>Alvoorens echter de hand daaraan te slaan, moeten wij nog een enkel woord zeggen van
+het loflijk gedrag onzer tijdgenooten omtrent de ongelukkige dorpelingen, wier haven
+en goed een prooi der vlamme geworden waren; onze beschrijving van den brand volgde
+te kort op het voorval zelf, dan dat wij toen reeds zouden hebben kunnen boeken, dat
+geen waarvan de tijd de juiste waarheid eerst moest openbaaren; wel wisten wij toen
+reeds, dat vooral onze stadgenoten hunne nijvere handen niet slooten voor de ongelukkigen;
+de faam verbreidde welhaast hun loflijk gedrag in deezen; dit tekenden wij ook aan;
+maar thans kunnen wij er meer bepaaldlijk, meer met zekerheid van spreeken; thans
+zijn wij overtuigd, dat het nakroost van <span class="sc">Civilis</span> getoond heeft, hoe het in hun charakter één der hoofdtrekken van ’t charakter eens
+rechtaarten <i>Bataviers</i>, nog bewaard heeft; dat vooral de Patriotten, in beantwoording van onze oprechte
+aanmaaning<a class="noteRef" id="xd32e6452src" href="#xd32e6452">2</a>, in deezen getoond hebben den naam van <i>Vaderlanders</i> zig tot eenen eernaam te rekenen; dat zij den ongelukkigen overtuigd hebben, waarlijk
+Patriotten te zijn; en zeker, <i>Amstelveen</i> lag te onuitwischbaar in hun hart en hoofd geprent, dan dat zij ongevoelig omtrent
+hetzelve zouden hebben kunnen weezen.
+</p>
+<p>Zo dra men van den schrik eenigzins bekomen was, werden er schikkingen beraamd, om
+eenig herstel van de geledene schade te verkrijgen; men kent den menschlievenden aart
+der Nederlanderen; ook openbaarde dezelve zig weldra, in het toezenden van veelerleie
+middelen ter vervullinge van de algemeene behoeften der menschen; geld en goed, spijs
+en drank, alles werd in grooten overvloed aangevoerd, vooral uit het nabijgelegen
+<i>Amsteldam</i>: duizenden zakten van allen kanten af, om ooggetuigen van de verwoesting te zijn;
+om hunne traanen met die der lijdenden te mengen, en hunne milde handen ter vertroostinge
+te openen; op dat nu de giften, uit onkunde, niet te ongelijk uitgedeeld mogten worden,
+werden er hier en daar bossen gesteld, en in dezelven werd zo ongemeen rijklijk geofferd,
+dat men ze verscheide keeren daags, en dat verscheide dagen na elkander, moest ledigen:
+de Magistraat van <i>Amsteldam</i> veroorloofde eene collecte binnen zijne muuren, ten voordeele van de ongelukkige
+dorpelingen, en het daarbij ingezamelde was, zo men zegt, niet minder dan eene som
+van <span class="sc">drie-en-twintig duizend</span> Guldens; men voege daarbij het ingekomene op het Dorp zelf, en men zal zekerlijk
+kunnen gelooven, dat er een ongemeen aanzienlijke som gegaderd moet weezen.
+</p>
+<p>Het besef van die aanzienlijkheid der ingezamelde somme, <span class="pageNum" id="pb7.3">[<a href="#pb7.3">3</a>]</span>maakt ook eenigen der dorpelingen, of liever de dorpelingen over ’t algemeen, zeer
+te onvreden over de reeds voltooide herbouwing: de Hemel weet hoe men op het denkbeeld
+gekomen is, dat de penningen niet behoorelijk.… wij veroorloven ons niet desaangaande
+meer natevertellen; dit mogen wij zeggen, dat de eigenaars der verbrande woningen,
+zo verzekert men desaangaande, te weinig vergoeding gekregen hebben, om het dorp weder
+zulke aanzienlijke gebouwen te schenken als het vóór den brand had; hunne eigene beurzen
+waren tot het geen hun aan de ontvangene vergoeding, daartoe nog ontbrak, niet toereikende,
+en derhalven hebben zij moeten besluiten, om, bij wijze van spreeken, een hutjen te
+bouwen daar een huis gestaan heeft—dit nu zou in alle gevallen mogelijk zeer natuurlijk
+hebben kunnen weezen; maar in deezen opzichte denkt men er zeer onaangenaam over,
+uit aanmerking van het besef, gelijk wij reeds zeiden, dat men heeft van de capitaale
+som welke voor de herbouwing van het dorp gecollecteerd is—hoe jammer is het, dat
+er zulke denkbeelden bij de ingezetenen, met betrekking tot hunne bestuurderen, plaats
+hebben!—en hoeveel te meer jammer is het bij de Nederlanders, daar zij geheel geen
+grond, vasten grond, voor zulke booze opvattingen kunnen aanvoeren—wat denkbeeld zou
+men moeten maaken van een Nederlandsch Volksbestuurder, in welke classe hij moge staan,
+al ware het ook in de minste, die harts genoeg zoude hebben, of liever geweetenloos
+zoude kunnen zijn, om, ter bevorderinge van zijn eigen belang, of van dat zijner vrienden,
+den ingezetenen te bederven!—hij zou den naam van mensch niet mogen draagen, en althans
+dien van Nederlander niet waardig zijn—Is er een land waarin recht en gerechtigheid
+in de harten der Bestuurderen huisvest; waarin de penningen, uit de beurzen des Volks
+aangebragt, naar behooren geadministreerd worden; ’t is in Nederland; en geen wonder!
+een Regent is aldaar alleenlijk bestuurder van zijnen landsbroeder, geen Souverain
+Vorst over een onderworpen Volk; wel is Nederland eene Souverainiteit, zo wel als
+de magtigste Alleenheerscher die op Aarde bestaat; maar Regenten en Volk maaken zamen
+den Souverain uit; want deezen worden jaarlijks uit geenen verkozen, en keeren ook,
+na afloop van hunnen amtstijd in den boezem van geenen weder, ’t welk bij een Souverain
+Monarch geen plaats heeft; de Regent is derhalven slechts handhaver der wetten, en
+daar geen wetten zijn volgt hij het besluit van veele verlichte en braave mannen,
+derhalven het besluit der wijsheid; hoe zoude een volk in zulk een Land, onder zulk
+een regeeringsbestuur, dan onderdrukt of benadeeld kunnen worden?—Zeker het doet ons
+van harten leed, dat er zulke denkbeelden, als wij boven wegens <i>Amstelveen</i> aanstipten, bij den Nederlander plaats <span class="pageNum" id="pb7.4">[<a href="#pb7.4">4</a>]</span>hebben, zij zijn hoogstnadeelig aan de algemeene rust—derhalven, waarde Landgenooten!.…
+maar waaraan noem ik u!—gij zijt in ’t algemeen thans de voorwerpen mijner bemoejingen
+niet—gij inwooners van <i>Amstelveen!</i> gelooft toch, wat denkbeeld gij ook van de ingezamelde penningen moogt opgevat hebben—gelooft
+toch, dat die penningen naar de voorschriften van deugd en reden geadministreerd,
+en uitgedeeld zijn—hoe zou ’t mogelijk kunnen weezen, dat eenig bewindsman, met giften
+van <i>menschlievendheid</i> en <i>medelijden</i>, kwalijk zoude handelen?
+</p>
+<p>Wat hier intusschen ook over gedacht worde, dit is zeker, dat het dorp <i>Amstelveen</i> door den brand veel van zijnen ouden luister verloren heeft; want de herbouwde huizen
+zijn ongelijk veel minder, dan zij waren die door het vuur verteerd zijn—men telt
+niet meer herbouwden dan <i>zeven</i>, een zeer kleine smeederij, een niet minder kleinen stal, en een werkplaats voor
+een’ schilder: allen zijn zij laage daken, daar onder anderen, vóór den brand, één,
+waarin herberg gehouden wordt, een capitaal gebouw van verscheide verdiepingen was:
+nog zijn onder gezegde laage daken twee, welke ieder over twee woningjens strekken.
+</p>
+<p>’T geen waarbij het nog meer in aanzien verliest, is, dat men besloten heeft het verbrande
+<i>Armehuis</i> niet weder optebouwen; des mist <i>Amstelveen</i> thans boven den gemelden luister van particuliere gebouwen, ook een der Godsdienstige
+gestichten.
+</p>
+<p>De waschbleekerij van den Heere <span class="sc">Dregman</span>, alwaar het vuur zijnen aanvang genomen had<a class="noteRef" id="xd32e6501src" href="#xd32e6501">3</a>, wordt ook niet weder opgebouwd, ’t geen zekerlijk zeer goed mag genoemd worden,
+om het gevaar, ’t welk zulk een fabriek vergezelt, evenwel is ’t ook waar, dat een
+Dorp niet weinig in zijn aanzien verliest, wanneer er een gantsche fabriek van daan
+gaat.
+</p>
+<p>Zie daar, waarde leezers! ’t geen ik oordeelde bij mijne bladen over <i>Amstelveen</i> te moeten voegen, om ze een volkomen geheel, dat Dorp betreffende, te doen uitmaaken—nog
+kan ik daar bijvoegen, dat men thans ten einde des Dorps aan het sluisjen, een batterij
+vindt, ter wederzijde van de brug aangelegd, tegen de <i>Franschen</i>, om dezelven, indien ze tot zo ver waren gekomen, te keeren, en <i>Amsteldam</i> voor hun legergeweld te dekken—deeze batterij schiet vijf stukken.
+</p>
+<p class="imprint">Te Amsteldam, bij <span class="sc">H.&nbsp;A. Banse</span>, in de Hartestraat, over den vergulden Kop.
+<span class="pageNum" id="pb8.1">[<a href="#pb8.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e6436">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e6436src">1</a></span> <i>Ofschoon onze</i> Stad- en Dorp-Beschrijver, <i>volstrekt niet afgeleverd wordt dan aan de Heeren Intekenaaren op denzelven, hebben
+wij echter de beschrijving van den brand ook buiten intekening gedebiteerd; en vermids
+niemand van gezegde Intekenaaren zich daaraan heeft gestoten, oordeelen wij, ook omtrent
+dit blaadjen, als tot de beschrijving van den brand behoorende, die vrijheid te mogen
+gebruiken</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e6436src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd32e6452">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e6452src">2</a></span> <i>Zie onze beschrijving van meergemelden brand, bladz.</i> 4.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e6452src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd32e6501">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e6501src">3</a></span> <i>Zie onze beschrijving van den brand, bladz.</i> 2.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e6501src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="diemen" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1251">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figdiemenwidth"><img src="images/diemen.jpg" alt="’t Dorp Diemen" width="475" height="720"><p class="figureHead">’t Dorp Diemen</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">DIEMEN, dat om GYSBRECHT’s wraakzucht,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">onder ’t jok der Graaven kwam,
+</p>
+<p class="line">Vaak een prooi van vuur en water,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">dikwyls ook van de Oorlogsvlam;
+</p>
+<p class="line xd32e1402">DIEMEN mag nog, hoe ’t moest lyden,
+</p>
+<p class="line">Door schoonheid en door trouw, ’t Batavisch hart verblyden.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
+<span class="ex">DORP</span><br>
+<span class="ex">DIEMEN</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Onder de Nederlandsche dorpen, zijn er zekerlijk maar weinig van welken, naar evenredigheid
+der grootte, zo veel kan gezegd worden, (ofschoon er bij anderen bijzonder weinig
+van gezegd zij,) als van dit vermaaklijk dorp; de inhoud der volgende bladzijden zal
+onze Leezers daarvan ten vollen overtuigen; zij zijn, als ik, denzelven verschuldigd
+aan de vriendlijkste mededeeling, die zekerlijk de ongeveinsdste erkentelijkheid vordert.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
+</p>
+<p>Het ambacht <i>Diemen</i>, waarbij ook <i>Diemerdam</i> behoort, ligt in <i>Amstelland</i>, gedeeltelijk tusschen de ban van <i>Amstelveen</i>, en de <i>Diemer-</i> of <i>Watergraafsche meir</i> ten westen, de banne van <i>Muiden</i> ten oosten, en ten zuiden en zuidwesten aan de <i>Bijlemer meir</i> en de <i>Groot-Duivendrechtsche polder</i>: ’t ligt voords één uur van <i>Amsteldam</i>, zijnde ook eene Ambachtsheerlijkheid van die stad.
+</p>
+<p>Over ’t algemeen is ’t geheele Ambacht zeer aangenaam gelegen: van den dijk af heeft
+men een schoon gezicht op <i>Waterland</i>, <span class="pageNum" id="pb8.2">[<a href="#pb8.2">2</a>]</span><i>Amsteldam</i> en <i>Muiden</i>, en aan de landzijde op de <i>Diemermeir</i>, <i>Bijlemermeir</i>, de steden <i>Weesp, Naarden, Abcoude</i>, <i>Ouderkerk</i>, en andere plaatzen.
+</p>
+<p>De geheele <i>Diemerban</i> heeft laage darrige of venlanden, waarvan eenigen, die dijkplechtig zijn, reeds merkelijk
+tot verhooging van den <i>Diemer Zeedijk</i> zijn vergraven, en des niettegenstaande, liggen de laagste landen nog verscheide
+voeten hooger dan de bedijkte <i>Diemer-</i> of <i>Watergraafsche meir</i>.
+</p>
+<p>Zeer waarschijnelijk zijn de landen in de <i>Diemerban</i> voor veele eeuwen bosschen geweest, (gelijk zulks op meer plaatzen van ons Vaderland
+het geval is,) dewijl men onder het graaven menigvuldige boomen ontdekt, die, om hunne
+taaiheid, alleenlijk tot rietdekkers werk gebruikt worden; zij liggen allen zodanig,
+dat men kan besluiten, dat zij door een storm en hoogen vloed uit het noordwesten,
+voor deeze ban altoos zeer gevaarlijk, losgespoeld en nedergesmeten zijn geworden.
+</p>
+<p>Men ontmoet in deezen oord de vruchtbaarste moes- en schoonste weilanden, voor welken
+considerabele sommen betaald worden; er is in deeze banne ook zeer goeden jagt op
+watersneppen en eendvogels; sedert eenige Jaaren vindt men er ook veele haazen: de
+visscherij is er niet minder rijk; men vangt er ongemeen groote snoeken, de smaaklijkste
+baars, post, paling en carpers, alle welken door de liefhebbers verre boven anderen
+geschat worden.
+</p>
+<p>Van ouds hebben door de <i>Diemerban</i> twee heerewegen geloopen, die nog in wezen zijn; de eene van de afloop naar <i>Diemen</i><span class="corr" id="xd32e6616" title="Niet in bron">,</span> door <i>Diemen</i> en <i>Diemerbrug</i> naar <i>Ouderkerk</i>, en de andere van <i>Diemerdam</i>, langs den <i>Diem</i>, over de <i>Vinkebrug</i>, langs de <i>Bijlemermeir</i> en <i>Gaasp</i>, naar <i>Weesp</i>.
+</p>
+<p>In dit Ambacht liggen nog twee zandpaden; een naar <i>Muiden</i> en een naar <i>Weesp</i>, op welken tolhuizen staan.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
+</p>
+<p>Veelen oordeelen dat het Ambacht zijn’ naam ontleent aan een riviertjen, de <i>Diem</i> genaamd, welk oudtijds, vóór het droog maaken der <i>Diemer-</i> of <i>Watergraafsche-meir</i>, gedeeltelijk <span class="pageNum" id="pb8.3">[<a href="#pb8.3">3</a>]</span>uit dezelve, door de <i>Rijkersloot</i>, nu de <i>Weespervaart</i>, de <i>Bijlemermeir</i> en <i>Gaasp</i>, zijn oorsprong nam, en door de <i>Diemerdammersluis</i> in het Y loosde; anderen echter, die het Ambacht niet <i>Diemen</i>, maar, volgends de oudste papieren, <i>Deemen</i> willen genoemd hebben, leiden dien naam af van de woorden <i>De Mens</i>, die dan den staat waarin dat land lag, als zijnde door overstroomingen en doorbraaken
+van één gerukt, en door de <i>Diem</i> in twee deelen gescheiden, te kennen geeven: „Wat van beide de waarheid zij”, voegt
+onze geëerde begunstiger er bij, „zal, vertrouwt men, niemand met zekerheid kunnen
+gissen”.
+</p>
+<p>Wegens de stichting des Dorps, kan volstrekt niets gezegd worden, derhalven staat
+ons alleenlijk te spreeken van de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>,
+</p>
+<p>En om in deezen voldoende te kunnen zijn, moeten wij eerst aantekenen, wat de Ambachts-heerlijkheid
+in zig bevat.
+</p>
+<p>Het Ambacht wordt dan, vooreerst, gedeeld in twee deelen, naamlijk <i>Diemen</i> en <i>Diemerdam</i>, (ook wel <i>Diemendam</i> genaamd,) liggende het eerste ten westen de <i>Diemer-</i> of <i>Watergraafsche meir</i> en de ban van <i>Amstelveen</i>, en het andere ten oosten de ban van <i>Muiden</i>, en worden gescheiden door het water den <i>Diem</i>: deeze verdeeling maken Hunne Edele Groot Mogenden, de Heeren Staaten van <i>Holland</i> en <i>West-Friesland</i>, sedert onheugelijke tijden, schrijvende niet aan die van den Gerechte van <i>Diemen</i>, maar van <i>Diemen</i> en <i>Diemerdam</i>.
+</p>
+<p><i>Diemen</i> wordt wederom in drie deelen gedeeld, als <i>Outersdorp</i>, <i>Buitenkerk</i>, en <i>Bovenkerk</i>, welk laatste gedeelte wederom onderscheiden wordt door <i>Bovenrijkersloot</i> en <i>Benedenrijkersloot</i>. <i>Diemerdam</i> werd oudtijds gedeeld in <i>Diemerdam</i> en <i>Overdiemen</i>, doch na dat <i>Diemerdam</i> op een klein gedeelte na is weggespoeld, begrijpt men door <i>Overdiemen, Diemerdam</i> mede, als ook de buurt de <i>Vierhuijzen</i>, die voormaals aan <i>Overdiemen</i>, vóór het graaven der vaart naar <i>Muiden</i>, gehecht was: op deeze wijze wordt de gaêring der dorps- en andere lasten gedaan,
+<i>Outersdorp</i>, boven gemeld, is eene zeer aangename buurt, <span class="pageNum" id="pb8.4">[<a href="#pb8.4">4</a>]</span>waarin verscheide moestuinen, en wèltoegemaakte weilanden en plaisierplaatzen liggen;
+bij dezelven is een kerkhof voor de <i>Hoogduitsche Joodsche Natie</i>, die geene lidmaaten, of armoedig zijn: digt hierbij is een herberg, <i>Zeeburg</i> genaamd; voor dezelve ligt een steenen redout, alwaar de beesten voor rekening van
+het Oude Zijds Huiszittenhuis te <i>Amsteldam</i> worden ontscheept, en de varkens, door iemand van het Gerecht daartoe gesteld geschouwen:
+<i>Jaap Hannes</i>, daaraan grenzende, is thans een gedeelte land en dijk: het ontleent zijn’ naam aan
+een zeer groote buurt, weleer aldaar gelegen, doch die door een inbraak, in den vloed
+bedolven is, en waarvan men wil, dat het water, het <i>Nieuwe Diep</i>, zijn oorsprong voor het grootste gedeelte heeft.
+</p>
+<p><i>Buitenkerk</i>, of, zo als sommigen willen, <i>Buiten de Kerk</i>, is mede een zeer vermaaklijke en welvaarende buurt, waarin, behalven veele buitenplaatzen,
+boerderijen en herbergen, extra schoon wei- en moes-land wordt gevonden: buitendijks
+ligt nog een weiland, groot 61 morgen, 670 roeden, ’t geen ’s winters onder water
+staat, en daardoor gemest wordt.
+</p>
+<p><i>Bovenkerk</i> of <i>Bovendekerk</i>, is wel de aanzienlijkste buurt, vermits in dezelve verre de meeste huizen, plaatsen,
+en het beste land wordt gevonden; als mede om dat er de buurt <i>Diemerbrug</i> onder behoort: deeze buurt is in 1640 grootlijks aangegroeid, toen naamlijk aldaar
+de vaart naar <i>Muiden</i> en <i>Weesp</i> werd gegraven, en is, zo wegens haare ligging, als passage van rijtuigen en schepen,
+zeer vermaaklijk.
+</p>
+<p><i>Diemerdam</i> was oudtijds een dorp dat zig zeer verre in zee uitstrekte, en ’t is beweezen, (hoe
+zeer <span class="sc">Wagenaar</span> in zijne beschrijving van <i>Amsteldam</i> daaraan twijfele,) dat <i>Diemerdam</i> zo nabij aan <i>Waterland</i> was gelegen, dat men met een plank of pols van het eene naar het andere dorp konde
+komen; de Pastoor, die in <i>Overdiemen</i> de Capel bediende, was tevens Pastoor te <i>Durkerdam</i>; indien nu het water zo groot hadde geweest als thans, zou het voor dien man ondoenlijk
+geweest zijn om op beide plaatzen, bij alle gelegenheden, den dienst te kunnen waarneemen:
+tot den jaare 1787 was er in <i>Overdiemen</i> nog een vers voorhanden, gedrukt op wit satijn, en, ofschoon zeer oud, wèl geconserveerd,
+waarin de <span class="pageNum" id="pb8.5">[<a href="#pb8.5">5</a>]</span>nagedachtenis van een’ Pastoor, die 40 jaaren <i>Diemen</i> en <i>Durkerdam</i> bediend had, eenige eer werd aangedaan.
+</p>
+<p><i>Diemerdam</i> had niet alleen zijn Capel, waarvan het land, waarop dezelve stond nog <i>Capelleland</i> genoemd wordt, maar was met verscheide huizen en boerderijen voorzien, welke alle
+door de watervloeden zijn verzwolgen: men vindt nog, dat in 1463, diverse morgens
+land bij de <i>Diemerdammersluis</i> lagen.
+</p>
+<p>Van geheel <i>Diemerdam</i> is nog slechts één huis overig, dat op den dijk staat, en het huis <i>Diemerdam</i> genaamd wordt.
+</p>
+<p><i>Overdiemen</i>, weleer een zeer schoon gebuurte, waarin veele rijke menschen woonden, diverse fabrieken,
+scheepstimmerwerven, als anderzins waren, is thans zeer vervallen; eensdeels doordien
+sommigen dat quartier niet begeerden te bewoonen, anderdeels door het droogmaaken
+der <i>Diemermeir</i>, sterfte van rundvee, en laatstlijk om dat de <i>Roomsche Kerk</i>, die te <i>Overdiemen</i> in ’t midden van de buurt stond, naar <i>Diemerbrug</i> is verplaats geworden.
+</p>
+<p>De buurt <i>Vierhuizen</i>, alzo genaamd naar zekeren <span class="sc">Vierhuizen</span>, is dat gedeelte van <i>Overdiemen</i>, het welk door het graven der vaart naar <i>Muiden</i> en <i>Naarden</i> daarvan is gescheiden: men vindt aldaar welgestelde lieden, schoone boerenplaatzen
+en landerijen; onder dezelve munt uit de van ouds bekende plaats van den Heere <span class="sc">Kanter</span>, <i>Vinken-Hofstede</i> genaamd.
+</p>
+<p>Onder alle de bovenstaande districten telt men de volgende polders.
+</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellTop"><i>Oetwaaler polder</i>, hierin ligt <i>Diemen</i> met </td>
+<td class="cellTop">Morg. </td>
+<td class="cellTop alignDecimalIntegerPart">65</td>
+<td class="cellTop alignDecimalFractionPart"></td>
+<td class="cellTop">— </td>
+<td class="xd32e3205 cellRight cellTop"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"><i>Diemer polder</i> </td>
+<td>— </td>
+<td class="alignDecimalIntegerPart">334</td>
+<td class="alignDecimalFractionPart"></td>
+<td>— </td>
+<td class="xd32e3205 cellRight"> 71 R.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"><i>De Bovenrijkerslooter polder</i> </td>
+<td>— </td>
+<td class="alignDecimalIntegerPart">334</td>
+<td class="alignDecimalFractionPart"></td>
+<td>— </td>
+<td class="xd32e3205 cellRight"></td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"><i>Diemerdammer polder</i> </td>
+<td>— </td>
+<td class="alignDecimalIntegerPart">29</td>
+<td class="alignDecimalFractionPart"></td>
+<td>— </td>
+<td class="xd32e3205 cellRight">350 R.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"><i>School</i> en <i>Hopmans-polder</i> </td>
+<td>— </td>
+<td class="alignDecimalIntegerPart">195</td>
+<td class="alignDecimalFractionPart"></td>
+<td>— </td>
+<td class="xd32e3205 cellRight">500 R.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"><i>De Gemeenschaps polder</i>, voor zo veel onder <i>Diemen</i> behoort </td>
+<td>— </td>
+<td class="alignDecimalIntegerPart">304</td>
+<td class="alignDecimalFractionPart">.6</td>
+<td>hond. </td>
+<td class="xd32e3205 cellRight"> 75 R.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"><i>Buitendijksche polder</i> </td>
+<td>— </td>
+<td class="alignDecimalIntegerPart">61</td>
+<td class="alignDecimalFractionPart">.6</td>
+<td>hond. </td>
+<td class="xd32e3205 cellRight"> 70 R.
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellBottom"> </td>
+<td class="cellBottom">Morg. </td>
+<td class="sumDecimal cellBottom alignDecimalIntegerPart"><span class="sum">1324</span></td>
+<td class="sumFraction cellBottom alignDecimalFractionPart"><span class="sum">.6</span></td>
+<td class="cellBottom">hond. </td>
+<td class="xd32e3205 cellRight cellBottom"><span class="sum"> 66 R.</span></td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb8.6">[<a href="#pb8.6">6</a>]</span></p>
+<p>In oude tijden was het Dorp veel grooter, doch in 1632 telde men slechts voor <i>Diemen</i> en <i>Diemermeir</i> 91 huizen; honderd jaren laater, (1732.) werden 113 huizen voor <i>Diemen</i> en <i>Diemerdam</i> op de verpondingslijsten gebragt, en in 1782 werd <i>Diemen</i> op 147 huisgezinnen en 477 ingezetenen gesteld, zonder de kinderen medeterekenen.
+</p>
+<p>Het
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
+</p>
+<p>Van <i>Diemen</i> is een groen veld, waarin een water verbeeld wordt, met drie bruine zwemmende eenden.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>De Kerk van <i>Diemen</i> was eertijds een Parochie-Kerk, aan de <i>H. Maagd</i> opgedragen, die er des ook als Patronesse werd gevierd; deeze Pastorie werd beurtlings
+door den Paus en de Proost van <i>Oudmunster</i> vergeven: ’t gebouw is zeer oud, staande in het Dorp, dat, gelijk gezegd is, voorheen
+veel grooter was: rondsom dezelve stonden een menigte huizen, die door de brand weggeraakt
+zijn: de Kerk was oudtijds met een Orgel en schoone Capellen voorzien, van welke thans
+één tot een Consistorie en Kerkmeesters Kamer dient; het gewelf, waarvan nog eenige
+duistere overblijfsels zijn, is beschilderd met de verbeelding van eenige aloude voorzeggingen,
+en van de vervulling derzelver in de persoon des Zaligmaakers: het gebouw is zeer
+ruim doch oud, en dreigt, gelijk de toren, die al eenige voeten overhangt, intestorten:
+de grond van de Kerk, dienende tot begraaving der lijken, is vóór den tijd der reformatie
+voor allerheiligst gehouden, en veele menschen uit <i>Amsteldam</i> kochten, om die reden, aldaar de graven voor ongemeen hooge prijzen: de klokken,
+die in den toren hangen, zijn (zo men zegt,) door den Paus zelven gewijd, waardoor
+ieder goed Roomschgezinde, in gevalle van afsterving, dezelven, veel langer dan op
+andere plaatzen, laat luiden.
+<span class="pageNum" id="pb8.7">[<a href="#pb8.7">7</a>]</span></p>
+<p>Rondsom de Kerk is een zeer groot Kerkhof, op ’t welk, dewijl men ’t, gelijk gezegd
+is, voor zeer heilig houdt, veel begraaven wordt, zo van bewooners dier banne als
+van elders.
+</p>
+<p>Achter dit Kerkhof stond weleer een huis voor den Predikant; dan, dewijl het zelve
+zeer vervallen was, en geene huizen daarbij stonden, is het afgebroken; in den jaare
+1770 is op den kerkweg naar <i>Diemen</i>, een nieuwe Pastorie gezet, voorzien van een zeer groote tuin: dit huis heeft beneden
+vier, en boven zes kamers, allen zeer net beschilderd, gestucadoord en behangen, behalven
+een zeer groote zolder en vliering; naast hetzelve is een huisjen getimmerd, dienende
+zo tot een tweede keuken, als tot berging van goederen.
+</p>
+<p><i>Diemen</i> werd in 1595 met <i>Ouderkerk</i> gecombineerd, en had met hetzelve één’ Predikant; in 1607 werd <span class="sc">Daniel Plancius</span>, als eerste en bijzondere Predikant voor <i>Diemen</i>, bevestigd.
+</p>
+<p>De <i>Roomsche Kerk</i>, die, in den jaare 1786, van <i>Overdiemen</i> naar de <i>Diemerbrug</i> verplaatst werd, is een schoon gebouw, welks wederga zeker zelden op het platte land
+gevonden wordt, daar bij staat een huis voor den Pastoor, met een groote tuin, alles
+aan de fraaiheid der Kerk beantwoordende: deeze Kerk is aan <i>St. Pieters banden</i> toegewijd.
+</p>
+<p>Het <i>Schoolhuis</i> van deeze ban, staat te <i>Diemen</i>, en is, even als de Kerk, een zeer oud gebouw.
+</p>
+<p>De Predikant van deeze plaats behoort onder het Classis van <i>Amsteldam</i>, wordt door den Kerkenraad genomineerd, en door den Ambachtsheer geapprobeerd.
+</p>
+<p>Bij vacature van een’ Schoolmeester, worden door het Gerecht en den Predikant eenige
+Schoolmeesters gehoord en geëxamineerd; het Gerecht maakt als dan alleen een drietal,
+en geeft hetzelve den Ambachtsheer over, om daaruit een’ Schoolmeester te nomineeren.
+</p>
+<p>Men vindt aan de <i>Diemerbrug</i> nog een Schoolmaitres, die de kinderen slechts spelden en leezen leert.
+</p>
+<p>In <i>Overdiemen</i> was weleer een school, waarna de plaats <i>Schoolpolder</i> genoemd werd, dan door verval dier buurt is het school weggeraakt.
+</p>
+<p>Een Arm- of Wees-huis is in het Ambacht niet voorhanden: <span class="pageNum" id="pb8.8">[<a href="#pb8.8">8</a>]</span>de ongelukkige voorwerpen, waarvoor men zulke huizen aanlegt, worden aldaar bij de
+opgezetenen besteed.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>In de eerste plaats moet onder dit artijkel geteld worden het Gemeenelands huis, waarin
+de gedeputeerde Waarsluiden, thans Hoogendijks-Heemraaden, vergaderen: hetzelve staat
+op den dijk bij <i>Jaap Hannis</i>, niet ver van de <i>Yperslootersluis</i>, en wordt bewoond door een’ Opzichter, die bij voorschrevene Heeren aangesteld wordt:
+het is een schoon gebouw met twee vleugels, en werd in 1726 herbouwd: in den voorgeevel
+staat
+</p>
+<p class="center"><i>A I C De fret I bato VI furore
+<br>ar Cendo agrIs t Ven DIs
+<br>ag It Vr</i>
+</p>
+<p>’T voorhuis van het gebouw is van boven en ter wederzijden gestucadoord, en prijkt,
+behalven met een <i>Nephtunis</i> op zijn’ wagen, met de wapens der Provinciën <i>Holland, Utrecht</i>, en dertien steden en plaatzen, uit welken de Hoogedijks-Heemraaden zijn gedeputeerd:
+aan elke zijde ziet men een ruim vierkant vertrek.
+</p>
+<p>Bij dit huis behoort een spatieuse tuin, die in 1789 merkelijk vergroot is, door het
+aankoopen van de plaats <i>Ruimzicht</i>, daar nevens gelegen.
+</p>
+<p>Men vindt in <i>Diemen</i> nog een herberg, die aan particulieren behoort, en het Rechthuis genoemd wordt: deeze
+herberg, die weleer het Ambacht toebehoorde, was oudtijds het Rechthuis: men ziet
+er nog verscheide oude wapens van het Gerecht: het plagt voorzien te zijn van een
+boejen, die thans weggeraakt is<span class="corr" id="xd32e7088" title="Niet in bron">.</span>
+</p>
+<p>Voor dit huis staat een justitiepaal: des zomers wordt dikwijls rechtdag gehouden,
+doch des winters aan de <i>Diemerbrug</i>.
+<span class="pageNum" id="pb8.9">[<a href="#pb8.9">9</a>]</span></p>
+<p>Bij gezegde brug, aan de <i>Weespervaart</i>, ontmoet men een nieuw aangelegd kerkhof voor lieden die niet in de kerken begraaven
+willen worden: het zelve is geplaveid met groote zerken, en afgesloten door een schoon
+hek, met doodshoofden versierd: dit kerkhof, heeft een privilegie, inhoudende, dat
+al wie van buiten deeze Jurisdictie daarop begraven wordt, slechts éénmaal het landsrecht
+behoeft te betaalen.
+</p>
+<p>Er liggen twee sluizen aan den <i>Hoogendijk</i>; als de <i>IJperslooter sluis</i> en <i>Diemerdammer sluis</i>, de eerste wordt voornaamlijk onderhouden door <i>Amsteldam</i>.
+</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellTop"><i>Bijleveld</i> voor </td>
+<td class="cellRight cellTop">¼ in de lasten,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellBottom"><i>Proosdij</i> </td>
+<td class="cellRight cellBottom">¼ in de lasten.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+</p>
+<p>Doch wordt weder door vier districten gedragen naamlijk:
+</p>
+<p><i>Zevenhooven, Mijdrecht, Wilnis, Uithoorn</i>.
+</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellTop"><i><span class="corr" id="xd32e7131" title="Bron: Amsterveen">Amstelveen</span></i> </td>
+<td class="cellRight cellTop">¼</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellBottom"><i>Ouderkerk</i> </td>
+<td class="cellRight cellBottom">¼</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+</p>
+<p>Deeze sluis lag reeds in 1413: bij dezelve behoort de visscherij in het <i>Nieuwe diep</i>.
+</p>
+<p>De <i>Diemerdammer sluis</i>, anders genaamd, de <i>Sluis van Claas Jacobsz.</i>, in het jaar 1599 gemaakt, wordt voornaamlijk onderhouden door <i>Weesp</i>.
+</p>
+<p><i>Weesper Carspel</i><span id="xd32e7158"></span> (waar onder <i>’t Gein</i>, de <i>Gaasp</i> en de <i>Bijlemermeir</i> behooren,) <i>Diemen, Abcoude, Nigtevegt, Overdiemen</i>.
+</p>
+<p>Oudtijds plagt hier nog een sluis te liggen, die men noemde de <i>Kost verloren sluis</i>, doch van weinig nut zijnde, is zij gestopt en vernietigd.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>
+</p>
+<p>Dezelve bestaat, volgends de conditie van verkoop, uit de Bailliuw van <i>Amstelland</i> in het Crimineele; een Schout Civil.
+</p>
+<p>Zeven Schepenen, die zo wel den eed aan de Bailliuw in het Crimineele, als in het
+Civile aan den Ambachtsheer doen.
+</p>
+<p>Zes Buurtmeesteren die over de gaêring en dorps omslagen zitten, en een Secretaris.
+</p>
+<p>De Bailliuw van <i>Amstelland</i> wordt geëligeerd door Hun Edele Groot Mogenden, uit een drietal, dat Burgemeesteren
+der stad <i>Amsteldam</i> overgeeven: Schepenen nomineeren in Januarij veertien persoonen, den Gereformeerden
+Godsdienst toegedaan, en uit <span class="pageNum" id="pb8.10">[<a href="#pb8.10">10</a>]</span>dezelven kiest de Ambachtsheer den 2 Februarij, zeven tot Schepenen: gemeenlijk worden
+er twee, die het voorige jaar gediend hebben daar onder gekozen, edoch volgends de
+koopconditien van de Ambachtsheerlijkheid, staat zulks aan den Ambachtsheer: de Schout
+en Secretaris wordt gesteld door Burgemeesteren der stad <i>Amsteldam</i>, als Ambachtsheeren.
+</p>
+<p>Buurtmeesteren kiezen op voorsz<span class="corr" id="xd32e7194" title="Niet in bron">.</span> datum, twaalf persoonen waar van zes tot Buurtmeesteren, door den Ambachtsheer, verkozen
+worden: somwijlen laat de Ambachtsheer één’, ook wel twee van het voorige jaar aan
+blijven.
+</p>
+<p>Een Hoog-Heemraad van <i>Amstelland</i>, wordt door den Ambachtsheer gesteld, ’t geen gemeenlijk de Schout Civil is.
+</p>
+<p>Schout en Schepenen hebben, als Heemraaden het recht om den zeedijk te schouwen, en
+de binnenwegen te doen opmaaken, in welk recht zij van tijd tot tijd zijn gemaintineerd,
+tegen de meening van de zulken die hen daarin zochten te turbeeren: thans echter hangt
+er over het opmaaken der binnenwegen, voor den Hove Provinciaal, een proces, tusschen
+dit gerecht en poldermeesteren van de <i>School-</i> en <i>Hopmans-polders</i>.
+</p>
+<p>Nog heeft men een Dijk-Collegie onder de benaaming van Dijkgraaf en Hogendijk-heemraaden
+van de <i>Zeeburg</i> en <i>Diemerdijk</i>, wier amt is, den dijk die door Schout en Schepenen van <i>Diemen</i> geschouwd is, nateschouwen, en te belaaken, en voords een directie te voeren over
+het hout en ijzer van den beplaaten dijk, doch dit hout en ijzer is thans weggenomen,
+en in deszelfs plaats zijn steenen gelegd: het Collegie bestaat uit den Bailluw van
+<i>Amstelland</i>, als Dijkgraaf, den jongsten Burgemeester der stad <i>Amsteldam</i>, één uit <i>Muiden, Weesp</i>, één uit <i>Weesper Carspel</i>, één uit <i>Loosdrecht</i>, één uit <i>Loenen, Kroonenburgs gerecht</i>, één uit het <i>Sticht</i> van <i>Utrecht</i>, één uit <i>Kortenhoef</i>, één uit <i>Breukelen</i> gezeten in <i>Johans Gerechte</i> van <i>Nienrode</i>, één uit <i>Abcoude</i>, en één uit <i>Nichtevecht</i>: dit Collegie is ad vitam, en heeft een’ Secretaris en Boden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>.
+</p>
+<p>In de eerste plaats heeft het Gerecht een privilegie van het schouwen van den hoogen
+Zeeburg <i>Diemerdijk</i>, in gevolge diverse privilegiën.
+<span class="pageNum" id="pb8.11">[<a href="#pb8.11">11</a>]</span></p>
+<p>En om de beesten op dezelve weidende te schutten.
+</p>
+<p>Het recht van de jagt is mede aan den kooper van deeze Heerlijkheid gegeven; voords
+het recht van parate executie.
+</p>
+<p>De kooper heeft de eigendom van de <i>Diemerbrug</i>, en het recht om van alle schuiten enz. tol te vraagen.
+</p>
+<p>Het Gerecht heeft privilegie van de Op- en In-gezetenen tot onderhouding van het dorp,
+eenig geld te mogen vraagen, ’twelk eertijds neusgeld genaamd word, doch nu volgends
+privilegie van 1755, dorps kosten heet. De Ingezetenen kunnen vonnis haalen te <i>Amsteldam</i>, in gevolge ’t privilegie van Hertog <span class="sc">Albrecht</span>, de dato 15 Maart 1387 (1388.)
+</p>
+<p>Het Gerecht heeft het voorrecht om de gevangenen te <i>Amsteldam</i> in de boejen te laaten brengen, en die aldaar in de gewoonlijke verhoorkamer te verhooren.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>Oudtijds bestond dezelve in schepen te maaken; er stond weleer een kruidmakerij, op
+de plaats waar naderhand de traankokerij is geweest: te <i>Diemen</i> woonden groote reders in de walvischvangst; er waren wasbleeken, een wolwasserij:
+voords waren de opgezetenen voor het grootste gedeelte karnmelksboeren en visschers,
+thans is de landbouw, en groenboerswerk, hunne hoofdbezigheid.
+</p>
+<p>De boeren brengen ’s morgens hun melk na de stad om ze aldaar uitteventen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>
+</p>
+<p><i>Diemen</i> welk eerst aan den Bisschoplijken stoel van <i>Utrecht</i>, en daar na aan de Graaven van <i>Holland</i> leenroerig was, werd weleer door Heer <span class="sc">Gysbrecht van Amstel</span> bezeten, die in den jaare 1225 het zelve, benevens <i>Muiden</i> en <i>Weesp</i>, met de tollen en visscherijen, voor altijd van Bisschop <span class="sc">Otto den Tweeden</span> van <i>Utrecht</i>, voor dertig ponden ’s Jaarlijks verkreeg, en even daarin, als in alle andere dorpen
+van <i>Amstelland</i>, het gebied voerde; dan in den jaare 1296, mede deel gehad hebbende aan den moord
+van Graaf <span class="sc">Floris den Vyfden</span>, en deswegen buitenlands moest vlugten, werd <i>Diemen</i> met alle dorpen in <i>Amstelland</i>, verbeurd <span class="pageNum" id="pb8.12">[<a href="#pb8.12">12</a>]</span>verklaard, en der Graaflijkheid van <i>Holland</i> ingelijfd; waarin het tot den 18 October 1731 is gebleven, als wanneer de stad <i>Amsteldam</i> het zelve voor een somma van ƒ&nbsp;10300 van de Staaten van <i>Holland</i> kocht en verleid op de Heer <span class="sc">Gerrit Corver</span>, Heer van <i>Velsen</i>, Burgemeester der stad <i>Amsteldam</i>.
+</p>
+<p><i>Diemen</i> is zeer dikwijls door hooge watervloeden overstroomd, en ongelukkig geworden.
+</p>
+<p>Bij den <i>Juliaans vloed</i>, van 1164, werd deeze ban gantschlijk overstroomd; de meeste bewooners werden met
+schuitjens van de daken hunner huizen gehaald, terwijl een groot gedeelte door het
+water werden verzwolgen.
+</p>
+<p>1219 trof dit Ambacht het zelfde ongeluk, en honderden van menschen verdronken.
+</p>
+<p>1477, is het Land door een doorbraak in den dijk geïnundeerd, en daarin verscheide
+waalen gespoeld.
+</p>
+<p>1509 brak de dijk door, en <i>Amsteldam</i> leed bij deeze doorbraak zeer veel.
+</p>
+<p>1516 en 1530, brak de dijk weder en op verscheide plaatsen door, waardoor het land
+onder water gezet werd.
+</p>
+<p>1570 braken bij eenen sterken springvloed, uit het noordwesten, dertien gaten in den
+<i>Diemerdijk</i>, zettende niet alleen gantsch <i>Diemen</i>, maar ook gedeeltelijk <i>Amsteldam</i> onder.
+</p>
+<p><i>Diemen</i> is mede van tijd tot tijd zeer ongelukkig geworden door den oorlog, zijnde het geheele
+Ambacht meermaals niet alleen door het krijgsvolk afgeloopen, maar de opgezetenen
+ook geplunderd, en geheel geruïneerd.
+</p>
+<p>In het jaar 1572 werd door het staats krijgsvolk onder den Graave <span class="sc">Van der Mark</span>, het dorp <i>Diemen</i> gedeeltelijk, met de kerk, afgebrand.
+</p>
+<p>1573 verschanste <span class="sc">Sonoi</span> zig bij <i>Jaaphannes</i> op <i>IJpersloot</i>, en liet veele der landerijen ruïneeren, om die schansen te maaken: stak eindelijk
+bij <i>Jaaphannes</i> den dijk door: daar na werd hij uit zijn schans verdreven, en een groot gedeelte
+huizen door het geschut en de vlammen geruïneerd.
+</p>
+<p>1576 werd <i>Diemen</i> mede door het krijgsvolk afgelopen, en het weinige dat overbleef geroofd.
+</p>
+<p>1610 was het water zo hoog, dat het over den dijk liep, <i>Diemen</i> overstroomde, en alle de kelders te <i>Amsteldam</i>, tot aan <span class="pageNum" id="pb8.13">[<a href="#pb8.13">13</a>]</span>de <span class="corr" id="xd32e7387" title="Bron: warmoesstraat">Warmoesstraat</span> onder water zettede, terwijl een gat van eenige roeden in den <i>Diemerdijk</i> scheurde.
+</p>
+<p>1621 waaide al het paalwerk van den dijk omver, en het water liep als een zee er over,
+en inundeerde het land.
+</p>
+<p>1651 brak de <i>Diemerdijk</i> weder door, het water inundeerde <i>Diemen</i>, de <i>Diemermeir</i>, en liep te <i>Amsteldam</i> tot aan den Dam: 1665, 1675 en 1682, werd <i>Diemen</i> weder overstroomd.
+</p>
+<p><i>Diemen</i> is tweemaal een prooi van het vuur geweest, de laatste keer in 1652, wanneer het
+Schoutshuis, benevens eenige huizen van particulieren zijn afgebrand, deezen vuurnood
+heeft ook verscheide privilegie-brieven verteerd.
+</p>
+<p>1702 braken andermaal verscheide gaten in den dijk, en zettede het land onder water.
+</p>
+<p>1717 vloeide het water over den dijk, en inundeerde de polders.
+</p>
+<p>In 1732 kwam er in het paalwerk ook het bekende gewormte, dat al het zelve doorknaagde,
+en den dijk in het uiterste gevaar bragt.
+</p>
+<p>Dikwijls na, en vóór deeze tijden zijn er hooge vloeden geweest, die geheel het Ambacht
+dreigden ondertezetten, doch door <span class="sc">God</span> ’s goedheid en door menschlijke hulp, werd het gevaar gekeerd; zo als nog korts geleden
+in de hooge vloeden van 1790 en 1792.
+</p>
+<p>1787 heeft het dorp eerst door de troepen van den Staat en naderhand door den inval
+der <i>Pruissen</i>, voor welken het land geïnundeerd was, veel geleden.
+</p>
+<p>De ingezetenen van <i>Diemen</i> kunnen niet gezegd worden, de Patriotsche partij<a class="noteRef" id="xd32e7424src" href="#xd32e7424">1</a> toegedaan geweest te zijn, ten minsten, veelen van hun niet, het welk te besluiten
+is uit de ontmoetingen van hun thans rustend Predikant, <span class="sc">Bernardus Bosch</span>, de beroemde dichter van het alom geprezen Dichtstuk De <i>Eigenbaat</i>, desaangaande gehad hebbende: hij was, om de <i>inundatie</i> <span class="pageNum" id="pb8.14">[<a href="#pb8.14">14</a>]</span>en de <i>Pruissische troupen</i>, genoodzaakt zig naar <i>Amsteldam</i> te begeeven, gelijk zulks meer andere Dorpleeraars hebben moeten doen; doch na het
+vertrek der soldaaten voornoemd, ging hij weder na <i>Diemen</i> om te prediken, zijnde zijn Wel-Eerw. de eerste der gewekene Buitenpredikanten, die
+dat werk weder op zijne standplaats verrichtte: na het afloopen van den dienst, is
+hij op eene zeer onheusche wijze aangevallen, ook door zulken van zijne gemeente,
+die hem nog voor weinige dagen betuigd hadden, dat ze veel zegen onder zijnen dienst
+genoten.
+</p>
+<p>Allertreffendst zeker zijn de verdere lotgevallen van zijn Wel-Eerw. ten opzichte
+van het jongstleden volksverschil, waardoor gantsch Nêerland zulk een gevoeligen neep
+is toegebragt, dat het er nog werkelijke de grievende naweën van gevoelt.
+</p>
+<p>Na men zijn Wel-Eerw. van niet minder had getracht te beschuldigen, dan dat hij de
+Obligatiën der kerke had laaten steelen, en na ook van dien blaam gezuiverd te zijn
+geworden, had zijn Wel-Eerw. ijver genoeg in zijnen moejelijken post, liefde genoeg
+voor zijne nu bijna herderlooze kudde, en vertrouwen genoeg op zijnen God, om andermaal
+zijn beroep te gaan waarneemen, ofschoon men zijn Wel<span class="corr" id="xd32e7447" title="Bron: ">-</span>Eerw. vooraf hadde doen weeten dat men hem, in gevalle hij zulks dorst bestaan, ’t
+zeer euvel zoude afneemen; na het eindigen dier leerrede, werd hij ook door eene groote
+menigte omringd, en met de hevigste aandoeningen overladen—na te vergeefsch om bescherming
+verzocht te hebben, vond zijn Wel-Eerw. niet ongepast geraden, zijn beroep nederteleggen,
+’t geen hem vergund werd <i>met behoud van eer</i>—zijne vijanden waren hier mede niet voldaan, (hoe verre kan eene domme opvatting,
+of de verleiding van anderen, een mensch niet vervoeren!) men beschuldigde zijne Wel-Eerw.
+van landen geïnundeerd te hebben, en zelf mede geëxerceerd te hebben; niet tegenstaande
+zijn Wel-Eerw., wat de inundatie betreft, dezelve heeft getracht te verhinderen, en
+nimmer zelf geëxerceerd heeft, ofschoon, zijn Wel-Eerw. betuigd heeft, er sterk vóór
+geweest te zijn, op grond dat de Souverain het exerceeren ten platten lande had bevolen,
+’t was derhalven den pligt van zijn Wel-Eerw. het oogmerk van zynen Souverain te bevorderen;
+deeze laster is zelfs zoo verre gegaan dat men een spotprent op zijn Wel-Eerw. in
+openbaaren <span class="pageNum" id="pb8.15">[<a href="#pb8.15">15</a>]</span>druk deed uitgaan, waarop hij, naar ons voorstaat, als predikant en soldaat, op de
+belagchelijkste, en lafste wijze wordt uitgebeeld; men wierp hem mede in ’t openbaar
+een dichtjen naar ’t hoofd, van dezen inhoud,
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Heraut der muiterij, in schijn van Gods gezant,
+</p>
+<p class="line">Zorg voor de zielen van uw boeren, enz.</p>
+</div>
+<p class="first">’T gelust ons niet meer daar van uitteschrijven, gelijk wij ook van dit punt der Historie
+van <i>Diemen</i> afstappen, oordeelende genoeg gezegd te hebben, om te doen begrijpen hoedanig in
+de jongstledene troubelen de zaaken desaangaande, aldaar stonden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>
+</p>
+<p>Zijn op dit dorp niet voorhanden; ’t geen er te bezien valt, zijn alleenlijk de gebouwen,
+hier voor beschreven: intusschen vergete men niet het kerkhof rond te wandelen, om
+de Batavische en menschlievende Jonkvrouw <span class="sc"><span class="corr" id="xd32e7468" title="Bron: Cavharin">Catharina</span> Amaria Best</span>, die aldaar begraven ligt, in zegening te gedenken: haar graf is kenbaar aan een
+blauwen zerk, schuin liggende op een gemetselden voet: dat zij bij alle menschen met
+erkentenis gedacht behoort te worden, is te bewijzen uit het geen op haar zerk gelezen
+wordt: dus luidende:
+</p>
+<p class="center"><i>Voor Jonkvrouw</i><br>
+CATHARINA MARIA BEST<br>
+<i>Geboren den 16 Maart 1740,<br>
+overleden in Amsteldam<br>
+den 4 februarij 1782.<br>
+en begraven den 9 dito.</i>
+<span class="pageNum" id="pb8.16">[<a href="#pb8.16">16</a>]</span></p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Zij wier verheven geest,
+</p>
+<p class="line">Geduurende haar leven,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Den minsten sterfling stof
+</p>
+<p class="line">Tot klagen heeft gegeven,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Verkoos, op dat haar lijk
+</p>
+<p class="line">Ook niemand nadeel gav’,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Van kerkelijken praal
+</p>
+<p class="line">Dit kerkhof tot haar graf.</p>
+</div>
+<p class="first">Thans verdient ook in oogenschouw genomen te worden, de <span class="corr" id="xd32e7503" title="Bron: baterij">batterij</span> die men bezig is aan <i>Diemerdam</i>, te leggen, uit vrees, zeide men, van een aanval der <i>Franschen</i>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>
+</p>
+<ul>
+<li>’T huis genaamd <i>Zeeburg</i>, aan den <i>Diemer Zeedijk</i>.
+</li>
+<li><i>Vischlust</i>, en <i>Pampuszicht</i>.
+</li>
+<li>In <i>Diemen</i> ’t zogenaamde <i>Rechthuis</i>.
+</li>
+<li>Aan <i>Diemerbrug</i>, ’t huis <i>te Rust</i>.
+</li>
+<li>De <i>Vergulde Wagen</i>, en de <i>Rijger</i>.
+</li>
+<li>Aan <i>Diemerdam</i>, ’t huis genaamd <i>Diemerdam</i>, nevens nog eenige kleine tappers, zo te <i>Diemen</i> aan <i>Diemerbrug</i> als in <i>Overdiemen</i>.</li>
+</ul><p>
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
+</p>
+<p>Men vaart geregeld met de <i>Weesper</i> en <i>Muider</i> schuiten, dagelijks, tot aan de <i>Diemerbrug</i>, daar dezelve schuiten een weinig tijds vertoeven: <i>Diemen</i> heeft ook een eigen schipper, die tweemaal ’s weeks, maandag en vrijdag, visa versa
+vaart, <span class="corr" id="xd32e7572" title="Bron: bezorgen de">bezorgende</span> vrachtgoederen en andere benodigdheden voor de Ingezetenen: nog vaart er ’s zondags
+’s morgens ten 8 uure, een kerkschuit, van de Tolbrug in de Meir, na <i>Diemen</i>, zo tot gemak voor de bewoonders van de Meir als andere lieden die begeeren te <i>Diemen</i> in de kerk te gaan, vertrekken de zelve schuiten wederom terug met het uitgaan van
+de kerk, en voor de geene die begeeren te wandelen, gaat men door de Meir tot aan
+<i>Diemerbrug</i>, of den <i>Diemerdijk</i> langs tot aan den afloop na <i>Diemen</i>, waarna men in een quartier uurs op het dorp kan weezen.
+<span class="pageNum" id="pb9.1">[<a href="#pb9.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e7424">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e7424src">1</a></span> <i>Onze geëerde Correspondent in deezen, zwijgt van de volgende omstandigheden des dorps:
+wij hebben echter geloofd, om de volkomenheid onzes werks te bevorderen, dezelven
+hier te moeten inlassen.</i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e7424src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="watergraftsmeir" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1256">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
+<span class="ex">DIEMER</span>-<br>
+<span class="ex">OF</span><br>
+WATERGRAFTS-MEIR.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Onder de aangenaame wandelingen waarmede het wereldberoemd <i>Amsteldam</i>, in zijnen ommekring pronkt, behoort ongetwijfeld de vermaaklijke <i>Diemer-</i> of <i>Watergrafts-meir</i>, te aanmerkelijker daar dezelve door de hand der kunst, en door het taai geduld van
+den noesten arbeid uit het water voordgebracht is; waarom zeker dichter te recht zingt:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Waar de gladde vischjens zwierden
+</p>
+<p class="line xd32e1402">In het spieglend element,
+</p>
+<p class="line">En daar ’t taaje fuikjens cierden
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Zijn nu kluitjens voor de lent.</p>
+</div>
+<p class="first">De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>,
+</p>
+<p>Deezer bekoorelijke plaats, kan gezegd worden te zijn, ten noorden aan den <i>Outewaaler polder</i>, ten oosten, en gedeeltelijk ten zuiden aan de banne van <i>Diemen</i>, en verder ten zuiden <span class="pageNum" id="pb9.2">[<a href="#pb9.2">2</a>]</span>aan de <i>Duivendrechtsche polder</i>, in de banne van <i>Ouderkerk</i>; ten westen wordt zij door den <i>Amstelstroom</i> afgescheiden van de rechtbanne van <i>Amstelveen</i>—zo vermaaklijk als de Meir zelve is, zo vermaaklijk zijn ook de wegen derwaards,
+van <i>Amsteldam</i> af; deezen zijn <span class="corr" id="xd32e7641" title="Bron: naaamlijk">naamlijk</span>, een langs de rivier de <i>Amstel</i> voornoemd, tot op een vierde uurs, of omtrent 400 roeden van de stads cingel, alwaar
+de zogenaamde <i>Schulpbrug</i> ligt, en de ringdijk waarin de Meir<span id="xd32e7649"></span> besloten is, zijn begin neemt; hetzelfde pad vervolgende, naamlijk langs den <i>Weesperweg</i>, komt men aan het begin van den <i>Kruisweg</i> der Meir, alwaar men derhalven ook daarin kan komen: de andere weg, die de <i>Oudewaaler weg</i> geheten wordt, ligt op meer dan een vierde minder ver van de stad af, naamlijk buiten
+de <i>Muiderpoort</i>, en is een zeer vermaaklijke weg, aan wederzijde beplant met boomen; aan den eenen
+kant is een genoegzaam breed pad voor de wandelaars door een tweede rei boomen afgebakend,
+welk pad weleer zeer zindelijk onderhouden werd met smids koolen; nog was in vroegere
+jaaren tusschen gezegde boomen, eene heining van haagedoorn geplant, die, vooral als
+zij bloeide, eene zeer aangenaame vertooning maakte; ook waren de bestuurders der
+<i>Meir</i> tot zo verre daarmede vooringenomen, (en niet zonder reden,) dat op zondag, en vooral
+op hoogtijdsdagen, met naame hemelvaartsdag, een oppasser langs dezelve ging, om,
+(wegens de bij zulks gelegenheid ongemeenen toevloed van wandelaars,) alle baldaadigheden
+te voorkomen; doch sedert is die cieraad der Meir geheel te niet gegaan, zo dat men
+thans, dat hoogst te beklaagen is, niets meer van die haag ontmoet.—Zie verder ons
+artijkel <span class="sc">aanleg</span> en <span class="sc">grootte</span>.
+</p>
+<p>De grond van deeze droogmaak, is ongemeen vet en vruchtbaar, men heeft er de schoonste
+wei- en warmoes-landen: de landen liggen ter diepte van 14 voeten beneden het buitenwater,
+zo dat het overige polderwater, ter hoogte van 15 voeten, moet worden opgemalen: tot
+in den jaare 1743, geschiedde zulks met vier watermolens, welken elkander het water
+toemaalden, doch ten gemelden jaare, of daaromtrent, gaf zekere <span class="sc">Anthonij <span class="pageNum" id="pb9.3">[<a href="#pb9.3">3</a>]</span>de Jong</span>, Koopman te <i>Amsteldam</i>, aan Dijkgraaf en Heemraaden van de Meir, een middel aan de hand om het gezegde opmaalen
+te doen met slechts twee molens, mits de schepladen uit dezelven te ligten, en zijne
+nieuw uitgevondene en geoctrooieerde waterschijven in derzelver plaatse te stellen,
+waarvan hij eene proef, ten zijnen koste, aan bood: dit werd toegestaan, en na dat
+men, den gehelen winter door dezelve in ’t werk gesteld, en aan de verwachting beantwoordende
+bevonden had, besloot het collegie van Dijkgraaf en Heemraaden, een beding met gemelden
+uitvinder, en zijnen medestander <span class="sc">Huibert Ketelaar</span>, te maaken; om de Meir met twee schijfmolens te bemaalen en droog te houden; waartoe
+hij in de herfst van den jaare 1744, moest gereed weezen: deeze overeenkomst heeft
+sedert, zelfs boven verwachting, aan het oogmerk beantwoord; blijkens twee getuigschriften,
+een de dato 13 Mei des jaars 1745, en een van den 25 Mei 1747: „Beiden deeze molens,”
+leezen wij, „op eenen behoorelijken afstand geschikt, doen niet alleen het werk van
+de voorige vier molens; maar geraken ook met den minsten wind aan den gang, en slaan
+het water met veel gemak, uit, in den gemeenen boezem van <i>Amstelland</i>; zij blijven zelfs in den hardsten vorst doormaalen, en zijn instaat de Meir, vroegtijdig,
+van het overtollig water te ontlasten:” het gemak dat deeze molens, behalven de vermindering
+van kosten, aanbrengen, verdient, naar onze gedachte, alle mogelijke lof, en navolging.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
+</p>
+<p><i>Diemermeir</i> wordt dit verrukkelijk oord genoemd, om dat het nabij <i>Diemen</i> ligt; doch de oorsprong van den naam <i>Watergraftsmeir</i> is geheel onzeker; wij zouden echter met sommigen eene bedenking kunnen maaken over
+de mogelijkheid, of niet het water van deeze Meir eerst bestaan heeft in een graft,
+die door de overstrooming tot een Meir is aangegroeid, waardoor voor <span class="pageNum" id="pb9.4">[<a href="#pb9.4">4</a>]</span>den naam van <i>Watergrafts-meir</i>, dat is de Meir, die weleer slechts een graft, een watergraft was, eenen oorspronk
+zoude gevonden weezen. Hoe het hier mede zij, dit is zeker dat de waterplas, vóór
+de bedijking, groot genoeg geweest is, en ook diepte genoeg gehad heeft om met oorlogschepen
+bevaren te kunnen worden: niet ten onpasse wordt ten bewijze daarvan het volgende
+bijgebragt: „Omtrent den jaare 1508,” zegt men, „in den <i>Gelderschen oorlog</i>, die Hertog <span class="sc">Karel</span> tegen de <i>Hollanders</i> voerde, na den dood van <span class="sc">Filips</span> van <i>Oostenrijk</i>, verweerden zig die van <i>Amsteldam</i>, uit eene schans bij de <i>IJpe-sloot</i>, weleer een buurt, daar het <i>Nieuwe diep</i> de landen sedert heeft overstroomd; deeze schans werd gedekt door verscheidene schepen,
+op het IJ, en één op de <i>Diemer-Meir</i>; waardoor de <i>Gelderschen</i> genoodzaakt werden aftewijken—en dergelijk middel van galeiën op de Meir,” vervolgt
+men, „met onderstand van schepen op het IJ, verdreef ook, in den jaare 1573, het volk
+van <span class="sc">Sonnoij</span>, het welk den <i>Diemerdijk</i> bemagtigd had, om <i>Haarlem</i> te verligten en <i>Amsteldam</i>, ’t welk toen de <i>Spaansche zijde</i> hield, te benaauwen; doch deeze benden werden zelven benaauwd, en een wakkere tegenstand
+konde haar niet bevrijden van den hongersnood door het missen van toevoer, waarom
+zij de opgeworpene schans bij <i>IJpe-sloot</i> moesten verlaaten.”
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">AANLEG <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>De aanleg deezer Meir moet zekerlijk gebragt worden op den tijd haarer bedijking,
+en droogmaaking: reeds vóór gezegde bedijking was de plas een eigendom van Burgemeesteren
+van <i>Amsteldam</i>, „die in den jaare 1624,” dus luidt de beschrijving desaangaande: „met kennis en
+goedvinden van den Raad der stad, besloten deeze Meir te bedijken, en tot land te
+maaken; waartoe zij, in den zelfden jaare, octrooi van de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> verkregen, met vele vrijdommen, <span class="pageNum" id="pb9.5">[<a href="#pb9.5">5</a>]</span>die gemeenlijk bij dergelijke onderneemingen worden vergund: dit octrooi werd in den
+jaare 1626 uitgebreid, door de vergunningen van de landen, kaden, wegen, als anderszins,
+’t welk tot de bedijking nodig was van de eigenaars te mogen overneemen: volgends
+deeze octroojen, werd het werk der bedijking en droogmaaking tot stand gebragt, en
+de Meir was droog in den jaare 1629,” weshalven de aanleg van dit verrukkelijke oord
+moet gesteld worden tusschen 1624 en 1629: Burgemeesteren van <i>Amsteldam</i> verkochten ook aanstonds de drooggemaakte landen, die naderhand, op de 31 julij des
+jaars 1631, gekaveld, en dus bij kavelingen van tien morgen, aan de koopers toegedeeld
+werden; en ten opzichte van die landen welken langs den ringmuur <span class="corr" id="xd32e7755" title="Bron: ligggen">liggen</span>, met eene toegift van omtrent één morgen, voor het oude land, aan den voorigen zoom
+van de Meir.
+</p>
+<p>Wat de grootte van dit <i>Amstels paradijs</i> betreft, de dijk waarin hetzelve begrepen is, gemeenlijk de ringdijk genaamd, heeft
+eenen omtrek van 2500 roeden, en is rondsom, behalven aan den <i>Amstel</i> en het <i>Nieuwe-diep</i>, omvangen van eene bekwaame ringsloot, waarvan de visscherij aan de stad <i>Amsteldam</i> behoort, doch Burgemeesteren van die stad, zijn gewoon dit recht aan Dijkgraaven
+en Heemraaden der Meir, voor een zekere somme gelds in ’t jaar, ten behoeve dier plaatse,
+in pacht te laaten, die dit water in verscheidene parten weder aan visschers verhuuren.
+</p>
+<p>Verder vinden wij wegens de grootte der Meir het volgende aangetekend: „Bij het kavelen
+der landen in de Meir, werden 705 morgen lands uitgegeven; waarvan echter maar 662
+morgen 301¾ roeden in de omslagen en gemeene lasten gelden: Burgemeesteren behielden
+alleen 30 morgen ten behoeve der stad <i>Amsteldam</i>, en uit dien hoofde het recht om als Hoofdingelanden zitting te hebben, tot het hooren
+van de jaarlijksche rekeningen, en te helpen beraadslaagen en besluiten over zaaken,
+die ’t Heemraadschap betreffen.”
+</p>
+<p>De aanleg is zeer regelmaatig geschiedt; de grond in zijn geheel is kruiswijs doorsneden,
+met twee breede gemeene wegen, <span class="pageNum" id="pb9.6">[<a href="#pb9.6">6</a>]</span>waardoor de Meir in vier deelen gedeeld wordt: de voornaamste deezer doorsneden is
+de <i>Middenweg</i>, langs welke verscheidene lantaarns, tot gerief van de bewooneren en de reizigers
+<span class="corr" id="xd32e7779" title="Bron: geplaast">geplaatst</span> zijn; er staan ook lantaarns langs den Ringdijk van de <i>Schulpbrug</i> tot aan het Rechthuis; de gezegde schoone breede laan, loopt van de <i>Outewaaler</i>, of zogenaamde <i>Tolbrug</i>, naar de <i>Hartsvelder</i> of <i>Diemer-brug</i>; gezegde <i>Outewaaler-brug</i>, draagt den naam van <i>Tolbrug</i>, om dat op dezelve een tolhek staat, aan ’t welke voor ieder Rijtuigen, een paard
+of hoornbeest, enz. dat er overgaat, iet moet betaald worden. <span class="corr" id="xd32e7797" title="Bron: voor">Voor</span> de schaapen betaalt men geen tol.
+</p>
+<p>De kruisweg, die den middenweg omtrent het midden doorsnijdt, begint aan het zandpad
+over den grooten <i>Duivendrechtschen polder</i>, en eindigt aan het <i>Nieuwe-diep</i>: beide deeze hoofdlaanen zijn grootendeels met opgaande ijpen- en linde-boomen beplant,
+die een schoon sieraad geeven, door de netheid waarmede zij onderhouden worden; „Verscheidene
+laanen,” dus luidt eene beknopte beschrijving deezer Meir, welke beschrijving echter
+veeleer nog te flaauw is dan dat zij eene onwaarheid zoude bevatten; „(Verscheidene
+laanen,) vermeerderen den luister deezer bedijking; de <i>Schagerlaan</i> is eene der aanzienlijksten, en heeft eenen rijweg naar de midden- en kruis-weg;
+zij strekt voor eene aangenaame wandeling onder het lommer der net geschorene ijpen-boomen,
+ter wederzijde van den weg, tot verlustiging van de wandelaaren die hier in den zomer
+menigvuldig zijn; de andere der voornaamste laanen die er gevonden worden zijn de
+<i>Paauwenlaan</i>, de <i>Groene-</i> of <i>Burghorst-laan</i>, en de <i>Klooster-</i> of <i>Schulp-laan</i>, die echter geenen doortogt hebben: alle deeze laanen en wegen, pronken met aangenaame
+tuinen, en deftige lusthoven, waarvan veele der landhuizen elkander in pracht trotseeren;
+ook wordt de bekoorelijkheid vermeerderd door de verscheidenheid der gezichten over
+de vruchtbaare weilanden, en net beplante moestuinen, terwijl het oor in de lente
+gestreeld wordt, door ’t gezang der schelle nachtegaalen, die in deeze oord bijzonder
+<span class="pageNum" id="pb9.7">[<a href="#pb9.7">7</a>]</span>haaren zetel verkozen hebben.” Zegt dan de zoetvloejende <span class="sc">Willink</span> wel te veel, wanneer hij van deeze Meir dus zingt:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<div class="lg">
+<p class="line xd32e1402">Zie hier het groene Diemermeir,
+</p>
+<p class="line">Met al zijn hoven, al zijn tuinen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Hier over ’t veerijk veld, zo zeer
+</p>
+<p class="line">Verheft zijn hooggestegen kruinen;
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Het ruime meir dat, prat en fier,
+</p>
+<p class="line">Zijn hollen boezem ziet ontslagen
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Van ’t zeenat, dat, met woest getier,
+</p>
+<p class="line">Zijn ouden erfgrond zit te knaagen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Door dijken veilig afgeweerd,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Op dat geen vloed zijn welvaart deert.
+</p>
+</div>
+<div class="lg">
+<p class="line xd32e1402">Verrukkend Meir, dat ieder wenkt
+</p>
+<p class="line">En nodigt op uw hofbanketten,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Waarmeê ge uw minnaars voedt en drenkt,
+</p>
+<p class="line">Zo mild en rijklijk voortezetten,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Gij lokt, gij trekt mij derwaards aan,
+</p>
+<p class="line">Om door uw breede en groene dreeven,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Naar uwe ruime maliebaan,
+</p>
+<p class="line">Langs veld en hoven heen te streeven,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Bij ’t klinken van het zoet geluid,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Van ’t nachtegaalen orgelfluit.</p>
+</div>
+</div>
+<p class="first">Aan iederen toegang tot de Meir, als ook aan het nieuwe diep en bij de kruislaan,
+aan het zandpad of de weespervaart, is een wachthuis geplaatst, tot verblijf der nachtwachten;
+voorheen werd door hen ronde gedaan, doch dit is sinds verscheidene jaaren niet meer
+in gebruik: er houden nu in ieder wachthuis twee man, en alzo tien zamen post; in
+den zomer van negen uuren des avonds, en ’s winters van half negen uuren, tot ’s morgens
+een half uur na het openen der poorten te <i>Amsteldam</i>: voords is ieder nachtwacht met een geladen geweer, een rondstok, en een hond gewapend.
+Er wordt in de Meir ook een goede brandspuit onderhouden, ten dienste van welke de
+inwooners verpligt zijn, ten ware zij voor het ontslag van dien dienst betaalen.
+<span class="pageNum" id="pb9.8">[<a href="#pb9.8">8</a>]</span></p>
+<p>Het getal der huizen, waaronder met recht gezegd wordt, dat veele deftige en aanzienlijke
+landhuizen behooren, werdt in den jaare 1730 bepaald, op 227; dit getal is merkelijk
+verminderd, om dat sinds eenige jaaren verscheidene aanzienlijke buitenplaatsen gesloopt,
+en tot wei- of warmoesiers-land gemaakt zijn: deeze huizen worden bewoond, indien
+men er de gezinnen welken op de buitenplaatsen den zomer komen doorbrengen, bij telt,
+door 250 huisgezinnen; de eigenlijke bewooners der Meir, schat men op een tal van
+500, de dienstboden daaronder niet begrepen: deezen zijn nagenoeg voor de helft den
+Gereformeerden Godsdienst toegedaan, die te <i>Diemen</i> of te <i>Amsteldam</i> ter kerke gaan; de overige bewooners zijn van den <i>Roomschen Godsdienst</i>, (uitgezonderd eenige weinige <i>Lutherschen</i>,) behoorende voor een gedeelte onder <i>Diemen</i>, een gedeelte te <i>Amsteldam</i>, en het overige onder de kerk op het <i>Hoedemaakerspad</i>.
+</p>
+<p>Het
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>.
+</p>
+<p>Dit is een zwaan in waterriet; op het lijf der zwaane is een gewoon wapenschild, waarop
+de letters W.&nbsp;G. M<span class="corr" id="xd32e7888" title="Bron: ,">.</span> (<i>Watergraftsmeir.</i>)
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GODSDIENSTIGE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Onder dit artijkel kunnen wij voegelijk plaatsen het school, aldaar aangelegd in den
+jaare 1786, toen, (op den 1sten Augustus) het onderwijs begon: het staat aan den Ringdijk,
+niet verre van de Schulpbrug, en is een allezins aan het oogmerk voldoend gebouw;
+alle de kinderen uit de Meir worden aldaar ter schoole besteld, van wat kerk de ouders
+ook mogen weezen; betaalende daarvoor niet aan den Meester, die door de Regeering
+van de Meir op een bepaald tractement aangesteld wordt, maar aan gemelde Regeering
+zelve; ofschoon de Meester ook de vrijheid hebbe kinderen van buiten het district
+der Meir in zijne school te ontvangen, na alvoorens door de ouders derzelven, met
+Heeren <span class="pageNum" id="pb9.9">[<a href="#pb9.9">9</a>]</span>Gecommitteerden, (welke ook regeringsleden zijn) dieswegen is gesproken, en als dan
+een order-briefjen van dezelve aan hem wordt vertoond.
+</p>
+<p>Alle jaaren word ook door de opgemelde Heeren in de school, een examen met de kinderen
+gehouden, en eenige dagen na dat zulks is afgelopen, gaan alle de kinderen onder het
+opzigt van den meester twee aan twee naar het rechthuis op de zaal, alwaar als dan
+de geheele Regering vergadert, benevens een aantal aanzienlijke persoonen, welke ’s
+jaarlijks mildadig tot dit leerschool contribueeren, en wordt als dan aan alle de
+aanweezende persoonen den staat en balans van het school opengelegd, en vervolgends
+aan de meestgevorderde kinderen eenige boeken tot prijzen geschonken: de meester is
+ook verpligt de kinderen der geallimenteerden en de weezen in zijn school te onderwijzen.
+</p>
+<p>Een arm- of wees-huis, is in de Meir niet; de armen en weezen worden bij de ingezetenen
+besteed; de laatsten echter draagen geene onderscheidende, maar burger kleding.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Het Rechthuis staat aan den hoek van den ringdijk, en de middenweg; is een allezins
+aanzienlijk gebouw, in den jaare 1777 geheel nieuw, en vierkant, van gebakkene steenen
+opgehaald; rondsom heeft het schuifraamen, en van vooren een bordes op colommen rustende:
+het pronkt ook met een geëvenredigd torentjen, met een slaande klok daarin; echter
+is in de kap van het gebouw een uurwerk, dat, naar buiten, de uuren wijst, op een
+wijzerplaat in het frontespies geplaatst—vóór het gebouw staan twee fraaje lantaarns,
+op steene pijlaaren.
+</p>
+<p>Toen het oude rechthuis nog aanwezig was, stond de strafplaats aan de zyde, maar nu
+is dezelve van vooren.
+</p>
+<p>Onder de wereldlijke gebouwen kan ook betrokken worden het tolhek voornoemd, op de
+<i><span class="corr" id="xd32e7913" title="Bron: Ontewaaler">Outewaaler</span> brug</i> geplaatst; hetzelve staat tusschen twee fraaje hardsteenen pijlaaren; boven aan,
+aan de voor- en achter zijde, zijn in dezelven geplaatst marmere steenen, <span class="pageNum" id="pb9.10">[<a href="#pb9.10">10</a>]</span>waarop het wapen van <i>Holland</i>, dat van <i>Amsteldam</i>, dat van de Meir, en op het vierde leest men, <span class="sc">anno</span> 1792, in welk jaar dit tolhuis aldus fraai vernieuwd is.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Bij ’t verleenen van octrooi ter bedijkinge en droogmaakinge van deeze Meir, werd,
+ten aanzien van het Heemrecht vergund, dat de landen in de Meir geregeerd zoude worden,
+door Hoofdingelanden en eenen Dijkgraaf, (te kiezen uit een door hen gemaakte nominatie,
+bij de Staten of de Rekenkamer der Graaflijkheids domeinen,) midsgaders door Heemraaden,
+Penningmeester, en andere bedienden, die door de Hoofd-ingelanden zouden verkozen
+worden; naderhand, in den jaare 1629, verkregen hoofd-ingelanden, dat alle overdragten
+en gerechtlijke verbindenissen van vaste goederen in de <i>Diemermeir</i> zouden geschieden, ten overstaan, van Dijkgraaf en Heemraaden: middelerwijl bleef
+de Hooge en Civile Jurisdictie aan den Gerechte van <i>Amstelveen, Diemen</i>, en <i>Ouderkerk</i>, onder welken de landen van de Meir van ouds gelegen waren; doch daar de eigenlijke
+grondscheidingen, voor ieder, gevolglijk ook iederer Jurisdictie, niet gemaklijk konde
+worden bepaald, ontstond er niet zelden verschil over de rechtspleegingen, dat aanleiding
+tot veele ongeregeldheden gaf, alwaarom in den jaare 1640, bij de rekenkamer der Graaflijkheid
+van <i>Holland</i> werd besloten, aan Heemraaden te vergunnen de Crimineele en Civile Jurisdictie te
+oefenen met den Bailluw van <i>Amstelland</i>, en dat de Dijkgraaf, na het overlijden, van den toen in leven zijnde Bailluw, te
+gelijk Bailluw van de <i>Diemermeir</i> zoude weezen; het welk Burgemeesteren van <i>Amsteldam</i>, als Ambachtsheeren van <i>Amstelveen</i>, ook toestonden, ten aanzien van de civile en dagelijksche Jurisdictie, voor zo verre
+aanging de gronden onder hun rechtsgebied van <i>Amsteldam</i> in de Meir gelegen, behoudende de crimineele rechtsoefening aan zig: „Van dien tijd
+af,” vinden wij aangetekend, „zijn de Heemraaden ook Schepenen geweest”.
+</p>
+<p>Volgends deeze vergunning, bestaat de regeering over de <span class="pageNum" id="pb9.11">[<a href="#pb9.11">11</a>]</span><i>Diemermeir</i> in twee Hoofdingelanden, verbeeldende Burgemeesteren der Stad <i>Amsteldam</i>; den Dijkgraaf, vijf Schepenen of Heemraaden, in opzichte van hun onderscheiden bewind,
+van Heemraadschap, of crimineel en civiel rechtsgebied, benevens een Secretaris en
+een’ Penningmeester.
+</p>
+<p>De Dijkgraaf is volgends de bovengemelde schikking van de Graaflijksheid rekenkamer,
+ook Schout van de Meir; doch hij heeft een Substitut, die te gelijk Bode is, en in
+de Meir zijne woonplaats heeft: deeze heeft een’ justitie-dienaar onder zig.
+</p>
+<p>Burgemeesteren van <i>Amsteldam</i> benoemen bij het openvallen van het Amt van Dijkgraaf, drie van de voornaamsten der
+Ingelanden, uit welken één door de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> tot Dijkgraaf wordt gekozen; Burgemeesteren stellen ook den Secretaris aan, en verkiezen
+jaarlijks, het ééne jaar twee, en het andere jaar drie Heemraaden, uit de nominatie
+van een dubbeld getal, hun door Dijkgraaf en Heemraaden overgeleverd.
+</p>
+<p>De verdere bedieningen staan allen ter begeevinge van het Collegie van Dijkgraaf en
+Heemraaden, in hunne verscheidene betrekkingen, van de hoogste tot de laagste toe.
+</p>
+<p>Dit Collegie houdt zijne gewoone rechtdagen, op den eersten maandag in iedere maand:
+sedert de bedijking schijnt hetzelve in de Meir vergaderd te hebben; doch met den
+jaare 1645, werd het verplaatst naar <i>Amsteldam</i>, in de Corps de guarde van de <i>Regulierspoort</i>, welke plaats het Collegie op den 11 December des jaars 1645 daartoe vergund was:
+voor ruim honderd jaaren, (1693,) verkreeg het Collegie eene betere rechtkamer naamlijk
+onder in het stadhuis te <i>Amsteldam</i>, welke kamer het behield tot in den jaare 1716, toen dat vertrek tot een ander gebruik
+geschikt, en Dijkgraaf en Heemraaden van de Meir vergund werd te vergaderen, in het
+Stadhuis voornoemd, boven de kamer van Commissarissen van Zeezaaken, alwaar zij tegenwoordig
+ook nog hunne rechtdagen en vergaderingen houden.
+</p>
+<p>Onder de mindere Amtenaaren boven bedoeld, behoort de gaarder van ’s Lands imposten,
+welk amt niet door de Regeering, maar door gecommitteerde Raaden begeeven wordt; het
+<span class="pageNum" id="pb9.12">[<a href="#pb9.12">12</a>]</span>wordt thans bekleed door den Substitut Schout, de Heer <span class="sc">Matthys Elsman</span>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>
+</p>
+<p>Zie wegens het markten in <i>Amsteldam</i>, onder het artijkel <span class="sc">Bezigheden</span><span class="corr" id="xd32e7994" title="Bron: ;">:</span> het voorrecht dat de bewooners van deeze Meir van de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> hebben bekomen, van naamlijk een tolhek op de <i><span class="corr" id="xd32e8002" title="Bron: Ontewaaler">Outewaaler</span> brug</i> te mogen plaatsen, blijkt uit het voorgaande, alwaar wij van dat tolhek spreeken—Een
+ander voorrecht van de <i>Diemermeir</i>, mag genoemd worden, dat over den middenweg, die, gelijk wij boven reeds gezegd hebben,
+van de <i>Outewaaler brug</i>, tot aan de <i>Hartsvelder-</i> of <i>Diemer brug</i>, loopt, geene Hessenkarren gevoerd, of varkens gedreven mogen worden.
+</p>
+<p>Nog kan men het een voorrecht noemen, dat de bestuurders der Meir niet behoeven te
+gedogen dat des avonds na beslotene stads poorten, eenig vreemdling zig in dezelve
+op de openbaare wegen vertoonen; gelijk men in dat geval dan ook door de nachtwachts
+aangehouden wordt, en rekenschap van zijn daarzijn moet geeven; bij de minste twijfeling
+aan de waarheid des voorgeevens, of bij ondervinding van de onwaarheid deszelven,
+wordt men in bewaaringe gesteld.
+</p>
+<p>De Meir heeft ook het voorrecht, dat op haaren bodem geene nachtegaalen gevangen mogen
+worden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>De welgelegenheid, en vruchtbaarheid der landen, in de <i>Diemermeir</i>, heeft dezelven meest tot moesland doen worden, dat een gedeelte van de inwooneren
+alhier een genoegzaam bestaan verschaft; zij brengen hunne voorraad meest te <i>Amsteldam</i> ter markt; waartoe hen, benevens die van de <i>Bijlmermeir</i>, eene bijzondere markt op de <i>Prinsegragt</i> ter dier stede is vergund: behalven dat, hebben zij verlof ontvangen van driemaal
+ter week op het Oudekerksplein, en éénmaal op de joode Groenmarkt aldaar te mogen
+markten.
+<span class="pageNum" id="pb9.13">[<a href="#pb9.13">13</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>
+</p>
+<p>Wat de Historie deezer aangenaame Meir betreft, na dat dezelve drooggemaakt was, (zie
+hier voor Art. <span class="sc">aanleg</span> en <span class="sc">grootte</span>,) kreeg de bedijking, in den voornacht tusschen 5 en 6 Maart des jaars 1651 het ongeluk
+van een doorbraak, welke door een andere aan den <i>Diemer zeedijk</i>, boven <i>Outewaal</i>, niet verre van <i>Jaap hannes</i>, veroorzaakt werd: het water liep omtrent de molen aan het <i>Nieuwe diep</i>, over den ringdijk van de Meir, en veroorzaakte daardoor een doorbraak, met een gat,
+ter lengte van omtrent 25 roeden, en eene diepte van 27 tot 30 voeten, beneden het
+winterwater; 16 voeten hoog stond het water in de Meir, en meest alles werd door de
+overstrooming vernield: evenwel was deeze ramp, hoe gewigtig, niet gewigtig genoeg
+om de ingelanden te doen wanhoopen aan het herstellen van hunnen vernielden arbeid,
+welke herstelling echter niet gemaklijk ten wege gebragt konde worden, dan door de
+Meir, die nu geheel onder water stond, weder te laaten uitmaalen, de gebouwen en beplantingen
+weder op te rechten en in stand te brengen, ten welken einde het octrooi van hunnen
+vrijdom voor den tijd van tien jaaren werd verlengd: onvermoeide arbeid kwam weder
+alles te boven; dan alleenlijk voor een zeer korten tijd: want in 1672, toen Nederland
+door het zwaard des oorlogs, die vervloekte geessel der verschrikkinge, geteisterd
+werd, moest de Meir niet weinig in dat akelig lot deelen; <i>Naarden</i>, de hoofdstad van het vermaaklijk <i>Gooiland</i>, werd door de <i>Franschen</i> veroverd, waarom men met reden voor <i>Amsteldam</i> begon te duchten, het welk ten gevolge had, dat de dijk doorgestoken en geheel de
+Meir onder water gezet werd; doch dit was echter maar voor korten tijd, en niettegenstaande
+de veroorzaakte aanmerkelijke verwoesting, werd, zo dra de vijand was afgetrokken,
+alles in zijn ouden luister hersteld: te recht daarom zingt de dichter <span class="sc">Van Bor</span> van deeze Meir:
+<span class="pageNum" id="pb9.14">[<a href="#pb9.14">14</a>]</span></p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Meir wordt land en landen beeken,
+</p>
+<p class="line">Wat Natuur al wondren teelt,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Is niet mooglijk uittespreeken,
+</p>
+<p class="line">Zo verwart zij in de weeld’!
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Nu pronkt zij haar kruin met Eiken,
+</p>
+<p class="line">Dan met waternimfs sieraad,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Nu weêr plant en bloem verrijken
+</p>
+<p class="line">Ceres aangenaam gewaad;
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Plant en bloem en duizend vruchten,
+</p>
+<p class="line">Schenkt er gunst te levren aan,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Die haar oog en haar genuchten
+</p>
+<p class="line">Kiezen in die weeldelaan, enz.</p>
+</div>
+<p class="first">In den jaare 1702, brak de <i>Diemer</i> of <i>Muider Zeedijk</i> weder door, het geen andermaal niet weinig bekommernis voor eene overstrooming van
+de Meir veroorzaakte; doch de ijver waarmede men de handen aan ’t werk sloeg, om overal
+waar men het noodig oordeelde den ringdijk van de Meir te versterken, werd met een
+gelukkigen uitslag bekroond; de Meir naamlijk leed geheel geene schade.
+</p>
+<p>In onze jongstledene onlusten, hebben de inwooners van de <i>Diemermeir</i> zig zeer onderscheiden in ijver voor de zaak der Vaderlandschgezinden; zij hebben
+zig met een ongemeenen ijver in de wapenhandel geoefend; het corps van den Rhijngraaf
+van <i>Salm</i>, heeft aan het rechthuis een geruimen tijd in bezetting gelegen: bij het aannaderen
+der <i>Pruissen</i>, was men er in geene geringe bekommering, niettegenstaande de gewapende ingezetenen
+moeds genoeg hadden om de vijand onder de oogen te gaan zien: de laage landen langs
+den <i>Outewaalerweg</i>, deelden in de gedaane <span class="corr" id="xd32e8103" title="Bron: innudatie">inundatie</span>, en de <i>Pruissen</i> hebben er vervolgends niet zeer verpligtend geleefd, trouwens aldaar nog beter dan
+elders; van tijd tot tijd ondernaamen voords eenige van de tegenpartij, voornaamlijk
+uit <i>Amsteldam</i>, baldaadigheden in de Meir te pleegen, doch de loflijke activiteit van den Substitut
+Schout, den Heere <span class="sc"><span class="corr" id="xd32e8112" title="Bron: Mathys">Matthys</span> Elsman</span>, reeds gemeld, heeft hen gedwongen dat opzet te laaten vaaren.
+<span class="pageNum" id="pb9.15">[<a href="#pb9.15">15</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>,
+</p>
+<p>Onder deezen zoude in de daad geheel de Meir betrokken kunnen worden; met uitzondering
+verdienen de ongemeen prachtige lusthoven die er in gevonden worden den aandacht van
+den wandelaar; die op den hoek van den <i>Kruisweg</i>, aan den <i>Weesper weg</i>, pronkt met een zeer fraaje <i>Turksche</i> tent, staande op het wachthuis dat aan dien ingang geplaatst is.—Het tegenwoordige
+rechthuis, en het tolhek, is mede der bezichtiginge dubbeld waardig.
+</p>
+<p>Weleer was ten einde van de <i>Schagerlaan</i>, ook een fraaje Maliebaan, ter uitspanninge van de geenen die zig aldaar kwamen verlustigen;
+deeze laan had eene lengte van 173 roeden, in haare behoorelijke beschotten ingesloten;
+aan beide zijde van dezelve stond een rei hoogopgaande en aan de binnenzijde plat
+geschorene boomen, die eene zeer aangenaame vertooning maakten, en welke aangenaamheid
+niet weinig vergroot werd, door de lusthoven ter wederzijde langs de rijwegen gelegen:
+de herberg aan het begin der baane, en die nog aanwezig is, had de huur deezer laane,
+gelijk zij ook nog het <i>Maliehuis</i> heet—Behalven met het maliespel, plagt men zig in deeze baan ook niet zelden te vermaaken
+met het zogenaamd blindloopen, bestaande in eene weddingschap om geblinddoekt de baan
+overlangs doorteloopen, zonder tegen de zijschotten aantestooten; doch niettegenstaande
+de menigte gasten welken door deeze vermaaken, zo wel als door de aangenaamheid van
+den oord derwaards gelokt werden, is de baan van tijd tot tijd zo verre vervallen,
+dat zij tot eene harddraavers baan gebruikt werd, en eindelijk geheel verdweenen is,
+gelijk men er thans niet meer van ziet dan de grazige vlakte alwaar dezelve gelegen
+geweest is.
+<span class="pageNum" id="pb9.16">[<a href="#pb9.16">16</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>,
+</p>
+<ul>
+<li><i>Rozendaal.</i>
+</li>
+<li><i>De Schulp.</i>
+</li>
+<li><i>Het Rechthuis.</i>
+</li>
+<li><i>De Maliebaan.</i></li>
+</ul><p>
+</p>
+<p>Voords nog vier in de <i>Schaagerlaan</i>, die echter sedert eenigen tijd geene andere tap-actens bekomen dan van bier, coffij
+en thee.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>,
+</p>
+<p>Om zodanig eens te noemen de gelegenheden die in deeze Meir gevonden worden, om in
+dezelve, en van daar naar elders te komen: die gelegenheden zijn de toegangen reeds
+gemeld; behalven deezen, ligt digt bij het tolhek op den <i>Outewaaler weg</i> nog een pad dat op den hoogendijk nabij <i>Zeeburg</i> uitkomt; op gemelden weg is ook nog een pad, waarmede men op den <i>Weesperweg</i> komt: met de gewoone <i>Muider-</i> en <i>Weesper-schuiten</i> kan men ook van <i>Amsteldam</i> naar de <i>Schulpbrug</i>, of van daar derwaards vaaren: aan gemelde brug, in de ringsloot, vindt men des zomers
+zondags en maandags, gemeenlijk ook nog een zogenaamd Ossemarkts jagtjen, waarmede
+men voor één stuiver de persoon, naar de stad vaart; de <i>Utrechtsche weg</i> opgewandeld zijnde, tot over den ringdijk, wordt men voor vier duiten de persoon,
+ook over de <i>Amstel</i> gevaaren.
+</p>
+<p>Aan het tolhek vaart ook een geregelde veerschuit naar <i>Amsteldam</i>, des zomers maandag, woensdag en vrijdag, ’s morgens vroeg, en van daar te rug, op
+dezelfde dagen, ’s middags ten 12 uure: des winters vaart deeze schuit alleenlijk
+maandags en vrijdags.
+</p>
+<p>Toen de Maliebaan nog in stand en bloei was, reed des zondags en maandags, van even
+buiten den Muiderpoort, eene soort van Post- of zogenaamde Bolder-wagen, naar gezegde
+baan, en terug; dit was een veer, doch zonder bepaalde uuren; de vracht voor ieder
+persoon was 2½ stuiver: sedert het vervallen der Maliebaan is dit veer ook te niet
+geraakt.
+<span class="pageNum" id="pb10.1">[<a href="#pb10.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="waverveen" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1261">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figwaverveenwidth"><img src="images/waverveen.jpg" alt="Het dorp Waverveen" width="497" height="720"><p class="figureHead">Het dorp Waverveen</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Het dorpjen WAVERVEEN, dus door de Kunst gemaald,
+</p>
+<p class="line">Werd om gehoorzaamheid van ’t oorlog aangegrepen,
+</p>
+<p class="line">Thans dreigt ’t gebaggerd meir het in zijn balg te sleepen,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Des wordt weêr zijnen vlijt met bange vrees betaald.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
+AMBACHTSHEERELIJKHEID<br>
+<span class="ex">WAVERVEEN</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Geen onvermaaklijk gedeelte van het bevallig <i><span class="corr" id="xd32e8219" title="Bron: Anstelland">Amstelland</span></i>, maakt deeze Ambachtsheerelijkheid uit: haare
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
+</p>
+<p>Is gelijk gezegd is, in <i>Amstelland</i>, drie uuren gaans ten zuiden van <i>Ouderkerk</i>; hebbende ten westen en zuiden de Provincie <i>Utrecht</i>, ten oosten de vrije Heerlijkheid <i>Waveren Botsholl</i>, en ten noorden de rivieren de <i>Amstel</i> en de <i>Waveren</i>—Verder kan die ligging nader opgemaakt worden, uit de scheipaalen die men op den
+gemeenen weg of zogenaamden <i>Veendijk</i>, als op de <i>Rondeveensche Kade</i> vindt, welken voor zo veel de Jurisdictien betreffen de scheidingen van deeze met
+die der Heerelijkheid <i>Waveren, Botsholl</i> en <i>Ruigewilnisse</i> aanduiden; edog daar hetzelve voor meer dan ⅞ deelen is uitgeveend, kan men de strekking
+in de uitgeveende plassen bezwaarlijk onderscheiden, schoon de ingezetenen zulks door
+strooken lands en rietakkers weeten te bepaalen.
+<span class="pageNum" id="pb10.2">[<a href="#pb10.2">2</a>]</span></p>
+<p>Tot <i>Waverveen</i> behoort nog het district <i>Strooknes</i> aan den <i>Amstel</i>, met een groote schutsluis ten einde van de vaart, het <i>Bijleveld</i> genaamd, gelegen.
+</p>
+<p>Het bestaat wijders in drie Polders—naamlijk: de <i>Gemeene</i> of <i>Beoosten Bijleveldsche Polders</i>, gemeen met <i>Waveren Botsholl</i>, en een gedeelte van <i>Ruigewilnisse</i>—de <i>Hoflandsche Polder</i>, gemeen met <i>Mijdrecht</i> onder de Provincie van <i>Utrecht</i> voor 1⁄13​, en benoorde <i>de Zuwe</i>, gemeen met <i>Mijdrecht</i>, voor circa ⅔ part, welke laatstgemelde polder, thans door Hun Ed. Mog. de Heeren
+Staaten ’s Lands van <i>Utrecht</i>, door de bewerking van een Stoom- of Vuur-machine (der moeite waardig te bezichtigen,)
+wordt uitgepompt en drooggemaakt, waarin het aandeel der droogtemakene gronden voor
+<i>Waverveen</i> circa 240 morgen beloopt.
+</p>
+<p>Over het algemeen is de grond van deeze Heerlijkheid zeer veenig, waarvan ook niet
+weinig gebruik is gemaakt, echter ligt het dorp zelf groen en aangenaam.
+</p>
+<p>Van de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>
+</p>
+<p>Hebben wij niets kunnen ontdekken, in zo verre het eerste lid des naams betreft, dat
+is <i>Waveren</i>, zekerlijk aan het dorp van dien naam gegeven, naar het water, de <i>Waver</i> geheten, ’t welk het gezegde dorp, (waar van straks nader,) van <i>Ouderkerk</i> afscheidt; dat er het woord veen bijgevoegd is geworden, is om dat het bijna geheel
+uit veenen bestaat, en den oord derhalven met recht den naam van <i>Veenen van Waveren</i>, of <i>Waverveen</i> (ook <i>Waverenveen</i>,) mag draagen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE.</span>
+</p>
+<p>Wat het eerste gedeelte van dit artijkel, de stichting naamlijk, betreft, daaromtrent
+is wederom niets met volkomen zekerheid te zeggen, waarschijnelijk zoude het kunnen
+genoemd worden, zo men stelde dat de gunstige gelegenheid tot de turfmaakerij hier
+eenige lieden heen getrokken, en het wèl slaagen van hunne onderneeming weldra navolgers
+verschaft zal hebben.
+<span class="pageNum" id="pb10.3">[<a href="#pb10.3">3</a>]</span></p>
+<p>Wat aangaat de grootte van <i>Waverveen</i>, daarvan leezen wij in den tegenwoordigen staat van <i>Holland</i> het volgende: „In de oude quohieren stond het begroot op 268 morgen, 100 roeden lands,
+en in de nieuwe vinden wij de landen verminderd op 114 morgen, 450 roeden: maar het
+getal der huizen is, in de lijst van den jaare 1732 niet afgenomen, waarin 93 nommers
+werden aangetekend; honderd jaaren te vooren werd het op 85 huizen, doch, thans op
+58, begroot:” zij zijn niet onvermaaklijk op hunne erven gelegen, en op sommige plaatsen,
+nog al aangenaam in het geboomte; ook vertoonen zij zig allen als vrij wèl onderhouden:
+zij liggen ter wederzijde van een’ eenigzins smallen weg, (den <i>Veendijk</i>,) langs iedere zijde van welken een sloot loopt, die aan de eene zijde smal, doch
+aan de Kerk-zijde, (de <i>Veenwatering</i> genaamd,) zo breed is dat dezelve met turfeikers bevaaren kan worden, alwaarom ook
+voor iedere werf een gewoone draaibrug ligt: vóór de werf waarop de Kerk staat is
+een net wipbrugjen, over ’t welk men naar de Kerk gaat, en dat wijd genoeg is, om
+er met de voornoemde schepen onderdoor te kunnen vaaren: men vindt te <i>Waverveen</i> hier en daar nog al een buitenverblijf, die echter den naam van hoven niet kunnen
+draagen.
+</p>
+<p>Het gezegde getal huizen wordt bewoond door 240 menschen, (de kinderen daaronder begrepen:)
+van deeze bewooneren zijn bijna 110 van den <i>Gereformeerden Godsdienst</i>, de overigen zijn meest allen <i>Roomsch</i>.
+</p>
+<p>Het
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
+</p>
+<p>Van <i>Waverveen</i>, is een rood schild, waarover een eenigzins gebogen zwarte balk loopt, en op den
+zelven twee witte kruisen.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>De <i>Gereformeerde</i> Kerk welke hier wederom in de eerste plaats in aanmerking komt, is de derde die <i>Waverveen</i> geheugt: de eerste Kerk na de reformatie stond op deeze zelfde plaats, <span class="pageNum" id="pb10.4">[<a href="#pb10.4">4</a>]</span>dewelke in den jaare 1592 door <span class="sc">Petrus Edessen</span>, Predikant van <i>Amstelveen</i> en <i>Ouderkerk</i>, met eene openbaare Leerrede ingezegend is; in het zelfde jaar (1592) werd de Proponent
+<span class="sc">Cornelius Paludanus</span> tot gewoon Leeraar deezer gemeente (schoon het getal der ledemaaten maar slechts
+vijftien was,) beroepen; de voorn. Kerk werd tot in het jaar 1697 tot den openbaaren
+Godsdienst gebruikt, wanneer dezelve door verzakking reeds bouwvallig was geworden,
+en men gelegenheid had of bekwam, om naar gedachten met minder kosten, dan de Oude
+kerk te herstellen, een groot gebouw, hetwelk op een andere plaats schuin tegenover,
+naast het buitenplaatsjen thans <i>Veenlust</i> genaamd, reeds stond, te maaken en te bereiden tot een Kerkgebouw; dit huis was aangelegd
+en gebouwd geweest tot een groot en aanzienlijk woonhuis, maar de bouwer en eigenaar
+van hetzelve overleden zijnde, was er gelegenheid om het te kunnen bekomen; en men
+vond goed, de Oude kerk te verlaten en het voorn. gebouw tot een Kerk te vervaardigen
+en verder optetimmeren, met dien spoed dat er den 3 Maart 1697 de eerste Godsdienstoefening
+in werd verricht, en door den Wel-Eerw. <span class="sc">Abraham Oosterlandt</span>, ten dien tijde Predikant aldaar, werd ingewijd; de fundamenten van dit gebouw waren
+niet wèl gelegd of verzorgd, zo dat het verzakte en scheurde in zo verre dat er geene
+mogelijkheid was om het eenigzins te herstellen, en het des met eene jammerlijke instorting
+dreigde, waarom dan de Predikant en Gemeente hetzelve verlieten, en hunnen toevlugt
+tot het Schoolhuis namen, alwaar zij op een zeer ongemaklijke en bekrompene wijze,
+twee jaaren lang de openbaare Godsdienstoefening verrichtten; tot dat de derde of
+tegenwoordige Kerk in den jaare 1755 volbouwd was, en 3 Augustus door den Wel-Eerwaardigen
+Do. <span class="sc">Jan van Staveren</span> met een Leerrede over <i>Esra</i> 1. <i>vs.</i> 5–6 is ingewijd: deeze Kerk is in alle deelen een net en kunstig gebouw, zijnde van
+buiten een Kruis-kerk, en van binnen met witte muuren, coupelswijs opgemetzeld: zij
+is wel niet groot, maar groot genoeg voor de gemeente, die er in vergadert; ze is
+met een pannen dak gedekt, en draagt een vierkant open <span class="corr" id="xd32e8381" title="Bron: toortjen">torentjen</span> met uur<span class="corr" id="xd32e8384" title="Niet in bron">-</span> en slagwerk, dat met een agtkant rond gedekt is, zijnde ook van een agtkant spits
+voorzien: rondsom de kerk ligt, gelijk op de meeste <span class="pageNum" id="pb10.5">[<a href="#pb10.5">5</a>]</span>Hollandsche dorpen plaats heeft, een vrij ruim algemeen kerkhof met een gezand pad
+omgeeven, en aan de buitenkant met een <i>Ipen haag</i> voorzien: de toegang tot het Kerkhof en Kerk is met een modieus hek van de kerklaan
+afgesloten.
+</p>
+<p>Boven den ingang leest men in eenen steen uitgehouwen:
+</p>
+<p class="center"><span class="asc">Ezaia xxvi. vs.</span> 8.<br>
+<i>De eerste steen is gelegd door</i>,<br>
+<span class="sc">Jan David Brouwer</span>, van <i>Stavoren</i>,<br>
+<i>op den 15 July</i> <span class="sc">CIↃIↃCCLIV</span>,<br>
+<i>Aangelegd en volbouwd, onder het beleid van</i><br>
+<span class="sc">Coenraad Hoeneker</span>, Mr. Metselaar te <i>Amsteldam</i>.
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Van Staveren’s leeraars zoon, lag mij den eersten steen,
+</p>
+<p class="line">o God! vergroot den glans, die mij reeds mild bescheen;
+</p>
+<p class="line">Verschijn zo heerlijk, en wil hier in vrede geeven,
+</p>
+<p class="line">Dat veelen ingaan door uw woord en geest ten leven.</p>
+</div>
+<p class="first signed"><span class="sc">Hendrik Lussing</span> <i>Matthysz</i>.<br>
+<span class="asc">Eccl. iv. vs.</span> 17.
+</p>
+<p>Tot voor omtrent tien of elf jaaren was het ruim der Kerk alleenlijk door een groote
+midden, en aan wederzijde van dezelve twee kleine deuren in den muur van den buitenweg
+afgesloten, het geen, dat te begrijpen is, zijne onaangenaame gevolgen had; doch ten
+gemelden tijde is die ingang door een vrij ruim portaal, met twee groote deuren van
+de genoemde buitendeuren afgescheiden.
+</p>
+<p>Van binnen is het kerkjen in alle deelen zeer net ingericht; tegen over den ingang
+is eene vergaderkamer, voor die geene welken met de zaaken der kerk belast zijn; boven
+dezelve is een kleine gaanderij; eene dergelijke heeft men, om het regelmaatige in
+de bouwing te bevorderen, ook boven het nieuwe portaal voornoemd gemaakt.
+</p>
+<p>De zoldering van het ruim is geheel en zeer net gestukadoord; in het midden van dezelve
+is eene ronde opening, waarin de stang van een kaarskroon, door welke, onder den avond
+godsdienst de kerk verlicht wordt, is vastgemaakt aan de eene en <span class="pageNum" id="pb10.6">[<a href="#pb10.6">6</a>]</span>andere zijde van gezegde opening, leest men, op het stukadoorsel, met fraaje groote
+gouden letters:
+</p>
+<p class="center"><span class="asc">DE GOD DES HEMELS.</span>
+</p>
+<p>Er is geen orgel in deze kerk, doch voor het overige ontbreekt er niets, van het geen
+men gewoonlijk in een wèl aangelegd kerkruim begeert te vinden; de predikstoel is
+zeer net, als mede het doophek; vóór den predikstoel staande ziet men ter linkerzijde
+een zeer aanzienlijk gestoelte van den Ambachtsheer, of de Ambachtsvrouwe; boven hetzelve
+staat een breed bord, beschilderd met de wapens van de tegenwoordige Ambachtsvrouwe
+en van haar Eds. echtgenoot; beneden deezen op het zelfde veld, zijn in quartieren
+als een algemeen wapen, die van de Ambachten van <i>Waverveen, Waveren Botsholl</i>, en voorts met ornamenten geschilderd: tegen over dit gestoelte, ter andere zijde
+van den predikstoel, is de Schepensbank, die mede zeer ruim is, en recht tegen over
+den predikstoel, aan het andere einde der kerk staat het, niet minder ruim gestoelte
+van oude Regenten en Armmeesteren; boven dit gestoelte hangt een wapenbord van den
+Heere <span class="sc">Gouwenaar</span>, Capitein ter zee, overleden den 17 Mai 1714 op deszelfs buiten <i>Zee Rust</i>, aan de <i>Nessersluis</i>, thans aan den Heere <span class="sc">Jacob Vlasvat</span> behoorende: ten teken zijns diensts hangt er een degen boven: het heeft de vorige
+kerk reeds vercierd.
+</p>
+<p>De Gemeente word thans bediend door de predikanten uit den <i>Ring</i>; zijnde het beroep vacant geweest door het vertrek van den Wel-Eerwaarden Heere <span class="sc">Joh. Leon. Wolterbeek</span>, die naar <i>Loenen</i> beroepen is: doch thans is in deszelfs plaats den Wel-Eerwaarden Heere <span class="sc">J.&nbsp;C. Guinoseau</span> Proponent in <i>’s Haage</i>, alhier beroepen; dewelke in de maand Februarij aanstaande één aanvang zijner bediening
+staat te neemen: zijnde zijn Wel-Eerw. alsdan de 21 predikant sedert de Reformatie
+ter deezer plaatse.
+</p>
+<p>De kerk is gemeenschaplijk voor <i>Waverveen</i> en <i>Waveren</i>.
+</p>
+<p>Het Schoolhuis dat mede gemeenschaplijk voor <i>Waverveen</i> en <i>Waveren</i> dient, staat nabij de kerk, en is een vrij goed gebouw, dat in alle deelen aan het
+oogmerk beantwoordt: de <span class="pageNum" id="pb10.7">[<a href="#pb10.7">7</a>]</span><i>Roomschgezinden</i> van beide de meergemelde Ambachten, zijn ook verpligt hier hunne kinderen ter schoole
+te laaten gaan om dat zij geen school voor hun afzonderlijk in dezelven hebben: het
+getal der gezamenlijke kinderen, welken in dit school komen, bedraagt, de jaaren door
+elkander gerekend, bijna 50 ’s jaars.
+</p>
+<p>Vier a vijf minuten gaans van de Kerk staat de <span class="corr" id="xd32e8497" title="Bron: Postorij">Pastorij</span>, dat een zeer goed ruim en welgelegen gebouw en in den laatstledenen jaare merkelijk
+verbeterd is.
+</p>
+<p>Een Weeshuis, Armenhuis, of dergelijk gesticht is hier niet: zie verder het art. <span class="sc">wereldlijke regeering</span>.
+</p>
+<p>Een tolbrug, die te <i>Waverveen</i> gevonden wordt, en den naam draagt van <i>Bijleveldsche brug</i>, wordt ten voordeele van de kerk verpacht, door Schout en Kerkmeesters, ten overstaan
+van Schepenen van <i>Waverveen</i> en <i>Waveren</i>: nog heeft de Kerk een ander inkomen voor derzelver onderhoud, naamlijk één duit
+van iedere roede lands dat onder <i>Waverveen, Waveren</i>, enz. zal uitgeveend worden; ook moeten de veenders, boven dien, voor iederen ploeg
+volks, welken zij te werk stellen ƒ&nbsp;1:10 stuivers betaalen, dit echter niet ten voordeele
+van de Kerk maar van de algemeene armen, zo wel die van de <i>Roomschen</i> als van de <i>Gereformeerden</i>, die het gelijklijk deelen: beide gezegde belastingen op het veenen, beloopen jaarlijks,
+(de jaaren weder door elkander gerekend,) eene somme van ƒ&nbsp;600.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Onder dit art. hebben wij niet anders te betrekken, dan het Schouts huis, dat vrij
+aanzienlijk is, met een vierkant plein met opgaande Linden boomen beplant, waar achter
+een redelijk uitgestrekt boschjen, met diverse wandelwegen doorsneeden, staande hetzelve
+achter het Rechthuis, dat een gewoon boeren huis en herberg zonder eenig aanzien is;
+men vind er echter een Rechtkamer in, waarvoor in groote letters geschreven staat:
+<span class="sc">Vivat Justitia</span>, zijnde deeze huizen langs de vaart het <i>Bijleveld</i>, waardoor de meeste schepen en vaartuigen naar en van <i>Amsteldam</i> uit de <i>Ronde</i> veenen moeten passeeren gelegen, en beiden aan het Ambacht van <i>Waverveen</i> behorende.
+<span class="pageNum" id="pb10.8">[<a href="#pb10.8">8</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KERKELIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Deezen bestaat uit den Predikant in den tijd, een Ouderling en Diacon uit <i>Waverveen</i>, en een Ouderling en Diacon uit <i>Waveren Botsholl</i> en <i>Ruigewilnisse</i>, waarvan jaarlijks, (indien niet in hunnen diensten werden gecontinueerd) een Ouderling
+en Diacon afgaan, en door anderen uit het Ambacht daar de afgaande onder gehooren,
+vervangen worden: staande de verkiezing derzelven, alsmede van den Gaardermeester
+die voor beiden de Ambachten fungeert, aan den Kerkenraad.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>In 1731 werd de waardigheid van Ambachtsheer bekleed door den Heer <span class="sc">Wilhelmus Hogerwaard</span>, Heere van <i>Valkenstein</i>, die het Ambacht toen uit de Graaflijkheids Domeinen voor een somma van ƒ&nbsp;6600:-:
+kocht: in 1766 kwam zij aan den Heere Mr. <span class="sc">Paulus Abraham Gilles</span>, ten dien tijde Secretaris van den Raad van Staaten der Vereenigde Nederlanden, den
+welke in den jaare 1792 overleed, en is de Heerlijkheid op de Wel-Edele Geb. Vrouwe
+Mevrouwe <span class="sc">Brigitta Susanna Jacoba Lups</span>, geboren <span class="sc">van Dam</span>, gedevolveerd.
+</p>
+<p>Ter eerster aanleg worden de civile zaaken afgedaan door den Schout, zijnde thans
+de Heer <span class="sc">Jan van Wickevoort Crommelin</span>, die er ook het amt van Secretaris bekleedt, en vijf Schepenen; het eene jaar gaan
+gewoonlijk twee en het andere jaar drie van dezelve af; doch sustineert de Ambachtsheer
+of Vrouwe Schepens te continueren of minder getal af te laaten gaan, zo staat zulks
+aan hun goedvinden, en worden de aankomende door den Ambachtsheer of Vrouwe, uit een
+nominatie van een dubbel getal door Schepenen te maaken, ten overstaan van den Schout,
+geëligeerd; hetgeen mede plaats grijpt ten aanzien van de Kerkmeesteren, waarvan altoos
+één van <i>Waverveen</i> en één van <i>Waveren Botsholl</i> fungeert, als ook van de <i>Gereformeerde</i> en <i>Roomsche Buiten</i> armmeesteren, alle welke bedieningen in een dubbeld getal genomineerd, en op voorgemelde
+wijze geëligeerd of gecontinueerd worden: de Ambachtsheeren of Vrouwen <span class="pageNum" id="pb10.9">[<a href="#pb10.9">9</a>]</span>hebben daarenboven de aanstellinge van Schout, Secretaris, een Hoogheemraad van <i>Amstelland</i>, alsmede van de <i>Ronde veensche</i> bepoldering; de Bode, Koster, Voorleezer, Schoolmeester, Doodgraaver, Eiker, de Veerschipper
+op <i>Amsteldam</i>, en de Nachtwacht.
+</p>
+<p>Bij vacature van den Predikant worden, na voorgaande bekomene handopening van den
+Ambachtsheere of Vrouwe, door den Kerkenraad vier persoonen genomineerd, en de beroeping
+daaruit gedaan bij de mans-ledematen, waarvan de approbatie of improbatie door den
+Ambachtsheere of Vrouwe wordt gedaan.
+</p>
+<p>In het crimineele moeten de ingezeetenen van <i>Waverveen</i> te recht staan voor Schepenen van <i>Ouderkerk</i>.
+</p>
+<p>De zaaken der onderscheidene Polders van <i>Waverveen, Waveren Botsholl</i> en <i>Ruigewilnisse</i>, werden bevoorens door een algemeen bestuur beheerd: in 1643, naamlijk, werd tusschen
+de Poldermeesteren en Ingelanden met de bijzondere Gerechten overeengekomen, dat de
+Regeering van de gemeene Polders, toen begroot op 1600 morgen, zouden gesteld en gelaten
+worden onder het beleid van vijf Hoofd-ingelanden, waarop goedkeuring bij willige
+condemnatie van den Hove van <i>Holland</i> verzocht werd; echter is eenigen tijd daarna, door omstandigheden die plaats hadden,
+deeze conventie niet meer in gebruik gebleeven, en wel bijzonder sedert 1674, wanneer
+niet alleen door de polders van <i>Waverveen, Waveren</i> enz. maar ook door de stichtsche polders een request aan de Heeren Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> werd gepresenteerd, waarbij te kennen werd gegeven, dat door de invasie van de <i>Franschen</i> in 1672, en om te beletten dat dezelve niet verder in deeze Landen zouden avanceren,
+alle de bovengemelde polders doorgestoken en onderwater gezet waren, en alzo geen
+raad wisten dezelve polders wederom droog te krijgen, dan alle dezelve te besluiten
+in eene gemeene Ringkade; waartoe zij van Hun Ed. Groot Mog. octroi verzogten, hetwelk
+op den 23 Januarij 1674 ook is geobtineerd: en werden de respective polders sedert
+gederigeerd, als: de <i>Gemeene</i> of <i>beoosten Bijleveldsche polder</i>, door den Schout en twee Poldermeesteren, als een uit de Hoofd-ingelanden van <i>Waverveen</i>, en de andere uit die van <i>Waveren Botsholl</i>, door den Ambachtsheere of Vrouwe, uit een dubbeld getal geëligeerd: deeze voeren
+den tijtel van Dijkgraaf en Heemraaden.
+<span class="pageNum" id="pb10.10">[<a href="#pb10.10">10</a>]</span></p>
+<p>De <i>Hoflandsche polder</i>, als zeer klein en weinig omslags daarbij zijnde, wordt door den Schout als Administrateur
+beheerd: en de polder <i>Benoorde de Zuwe</i>, mede voor zo veel <i>Waverveen</i> aangaat, door den Schout en één Poldermeester uit de Hoofdingelanden, als hier voor
+gemeld geëligeerd, waargenomen.
+</p>
+<p>De Diaconie, zo wel als de buiten, het zij <i>Gereformeerde</i> of <i>Roomsche</i>, armen, worden besteed, of er worden huisjens voor gehuurd waarin zij geplaatst en
+verzorgd worden.
+</p>
+<p>Dan ten aanzien van de genoemde buiten-armen, staat aantemerken, dat bij publique
+verkoop van vaste goederen, één duit van den gulden, ten hunnen behoeven wordt betaald,
+gelijk ook wanneer het een of ander geschenk aan den armen wordt gegeven, zonder bepalinge
+daarbij aan welken, dit een en ander altoos half voor de <i>Gereformeerde</i> en half voor de <i>Roomsche</i> armen verdeeld wordt.
+</p>
+<p><i>Weesmeesteren</i> worden in deeze Ambachtsheerelijkheden niet aangesteld: de Weezen wier ouderen zonder
+uitersten wille gestorven zijn, worden door Schout en Gerechte, die de plaats van
+Weesmeesteren vervangen, verzorgd, en zo er door de Ouders een testament gemaakt is,
+vindt men in hetzelve hunne begeerte wegens ’t verzorgen hunner kinderen voorgeschreven.
+</p>
+<p><span class="sc">Voorrechten</span> hebben die van <i>Waverveen</i> niet, ook is ons niet bericht dat zij onder bijzondere verpligtingen liggen.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>Van de bewooners bestaan hoofdzaakelijk in de baggerij, echter wordt de visscherij
+in de uitgeveende plassen er ook niet weinig ter hand genomen, waaruit derhalven de
+bezigheid van het bereiden van allerlei vischwant, enz. voordvloeit: de turf welke
+alhier en in den omtrek gebaggerd wordt, wordt meest te <i>Amsteldam</i> gesleten, en ook des winters over het ijs met sleden vandaar herwaards gebragt: voords
+doet men er eenige van die bezigheden die in de burgerlijke zamenleving niet gemist
+kunnen worden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS</span>.
+</p>
+<p>Het voornaamste dat onder dit artijkel gezegd kan worden, bestaat <span class="pageNum" id="pb10.11">[<a href="#pb10.11">11</a>]</span>in het gedrag der <i>Franschen</i> aldaar: in den jaare 1672 zig meester van <i>Utrecht</i> gemaakt hebbende, verzekerden zij zig van de huize te <i>Loenen</i> en <i>Loenresloot</i>, en konden derhalven met weinig moeiten langs de <i>Geuze sloot</i> en <i>Demmerik</i> te <i>Zuwe</i> op <i>Waverveen</i> en <i>Wavere Botsholl</i> aankomen, vermits zij niet onder het <i>Sticht</i>, maar in <i>Amstelland</i> gelegen, zig van geen <i>Fransche Sauvegarde</i> konden bedienen; men maakte, ’t is waar, een schans aan den <i>Uithoorn</i>; en de <i>Nes</i> werd met een uitlegger verzorgd, maar dit alles kon aan <i>Waverveen</i>, te verre buiten de voorgedachte posten gelegen, tot geene volkomene bescherming
+verstrekken: de ingezetenen van deeze plaatsen in twee compagniën bestaande, één van
+<i>Waverveen</i>, onder den Capitein en Schout <span class="sc">Christoffel Meijer</span>, en één van <i>Waveren Botsholl</i>, onder den Capitein en Secretaris <span class="sc">Blokhuis</span>, kregen verlof op ’s Lands kosten tot hun eigen bescherming en veiligheid te waken,
+en door nauwe wachthouding den vijand te beletten verder daardoor in de Provincie
+van <i>Holland</i> intebreken; dan, daar deeze huislieden onervaaren waren in den oorlog, en te zwak
+om den vijand tegenstand te kunnen bieden, werd noodig geacht, dat zij door zekeren
+uitlegger de <i>Amsteldamsche galei</i> genaamd, met zeven-en-twintig man bemand en <span class="corr" id="xd32e8724" title="Niet in bron">van </span>verscheidene stukjens voorzien, onder commando van Capitein <span class="sc">Spelt</span>, versterkt werden, neemende deeze uitlegger om tegenweer te kunnen bieden deszelfs
+legplaats in het <i>Bijleveld</i>, bij de <i>Bijleveldsche brug</i>, onder <i>Waverveen</i>.
+</p>
+<p>De <i>Fransche</i> Commandant, de Markgraaf <span class="sc">De Genlis</span>, op het huis te <i>Nieuwrode</i> zijnde, zond een- en ander-maal brandbrieven naar <i>Waverveen</i>, en wel den laatsten den 5 September 1672, met bevel van tien schepen met hooi, ieder
+20 voeren groot, binnen vier dagen te <i>Utrecht</i> te leveren, met bijvoeging der straffe, dat de Schout gevangen en de plaats gebrand
+zouden worden.
+</p>
+<p>Maar dewijl deeze plaatsen, veendorpen zijnde, met geen of weinig weilanden voorzien
+waren, was het niet mogelijk deezen eisch te voldoen—des trokken de <i>Franschen</i> op den vijfden November met vierhonderd mannen uit <i>Utrecht</i>, door <i>Breukelen</i> en <i>Ter Aa</i>, kwamen te <i>Demmerik</i> daar zij zig verdeelden, een gedeelte naar <i>Vinkeveen</i> en de andere naar <i>Meijdrecht</i> zig begaven, om dus <i>Waverveen</i> enz. van de oost- en west-zijde aantetasten—<span class="pageNum" id="pb10.12">[<a href="#pb10.12">12</a>]</span>toen de tijd tot den uitvoer van hun oogmerk begon te naderen, stelden die van <i>Vinkeveen</i> zig omtrent <i>Ruigewilnisse</i> in orde, en hadden voorposten aan het einde van <i>Vinkeveen</i> geplaatst, dewelke beletteden dat men geen kundschap te <i>Waverveen</i> konde bekomen.
+</p>
+<p>Zoo haast die van <i>Mijdrecht</i> naar het westeinde van <i>Waverveen</i> afzakten, en die te <i>Vinkeveen</i> het sein hoorende, kwam men het oosteinde overvallen, de wipbrug te <i>Botsholl</i> was opgehaald, doch eenige van hun door het water zwemmende, lieten dezelve neder—zij
+renden eilings, ’s nachts om drie uuren, naar de <i>Bijleveldsche brug</i>—alles geraakte weldra in alarm, de posten en wachten der huislieden, na dat twee
+van hun waren doodgeschooten, werden verdreeven, en geen onderstand van Staaten volk,
+dat aan den <i>Uithoorn</i> lag bekomende, moest men vlugten en alles verlaten—Het voornaamste oogmerk der <i>Franschen</i> was den voorgemelden uitlegger te vermeesteren, die daar ook gelegd was, op dat er
+geen turf uit de veenen naar den vijand te <i>Utrecht</i> gevoerd zoude worden; met belofte van wege de Staaten, dat zij voor den overlast
+der vijanden de ingezetenen zouden beveiligen: zij dan vielen met woede op den uitlegger
+aan, die door de <i>Bijleveldsche brug</i> afgezakt, zig meer dan één uur lang verdedigde; doch eindelijk vast raakte, door
+den vijand omringd en genomen werd: de Capitein <span class="sc">Spelt</span> en zijn Luitenant met twee of drie anderen werden gevangen en vijftien doodgeschoten
+of doodelijk gekwetst; de overige raakten met zwemmen weg: aan de zijde der <i>Franschen</i> waren tien à twaalf gesneuvelden, en onder dezelven één Capitein: daarna ontstond
+op verscheidene plaatsen brand, waardoor 59 huizen in den assche gelegd, en het voornaamste
+van <i>Waverveen</i> aan de <i>Bijleveldsche brug</i> gelegen, door de vlamme verteerd werd.
+</p>
+<p>De uitlegger werd vervolgends naar de <i>Heul</i> gebragt, dan te groot zijnde om door de <i>Nieuwer sluis</i> naar <i>Utrecht</i> gevoerd te kunnen worden, en na dat het geschut, de voorraad en wat er meer was,
+afgenomen te hebben, werd dezelve verbrand; tegens de ingezetenen veel gewelds pleegende
+trokken ze terug: hadden ’s Lands Staaten wijzer geweest in het geeven van orders,
+’s Lands ingezetenen in deezen oord zouden minder ongelukkig geweest zijn.
+<span class="pageNum" id="pb10.13">[<a href="#pb10.13">13</a>]</span></p>
+<p>In onze jongstledene onlusten hebben de bewooners van <i>Waverveen</i>, niet zeer onderscheidenlijk, wat de toen heerschende Vaderlandsche partij betreft,
+gehandeld; de <i>Pruissen</i>, welken kwamen, om ware het mogelijk die partij ten onder te brengen, hebben zig
+aldaar niet zo slecht als wel op andere plaatsen gedragen, trouwens zij zijn er maar
+doorgepasseerd van en naar den <i>Uithoorn</i>, alwaar ter dier tijd den Major van het <i>Pruissische Curassiers Regiment</i> (<span class="sc">Von Krahn</span> genaamd) commandeerde, dewelke goedvond zeker papier te zenden, dat door den Secretaris
+van <i>Waverveen</i> op den 28 September 1787 gepubliceerd werd; dus luidende: „Uit last en bevel des
+Heeren Commandeerenden Generaals, Graaf <span class="sc">Von Kalkruit</span>, zullen de ingezetenen der respective dorpen van <i>Waveren, Waverveen</i> enz. binnen den tijd van driemaal 24 uuren hunnen voorraad van haver, bier en genever
+doen brengen aan den <i>Uithoorn</i>, aan het quartier van den Heer Major <span class="sc">Von Krahn</span>, alsmede ook alle de geweeren en wapenen tot de exercitie gediend hebbende, en zo
+wanneer hier niet aan gehoorzaamd werd, zal alle hetzelve door een commando worden
+afgehaald, en bovendien met plunderen en andere straffen worden gecorrigeerd.”
+</p>
+<p class="dateline"><i>Uithoorn</i> 28 Sept. 1787.
+</p>
+<p class="signed">(getekend) <span class="sc">V. Krahn</span>.
+</p>
+<p>Dan doordien bij het evaqueren der troupes uit <i>Utrecht</i> hier een gedeelte geïnquartierd waren geweest, de voorraad op was, en <i>Amsteldam</i> geslooten zijnde, kon men dezelve niet bekoomen; dus een deputatie naar voorn. Major
+<span class="sc">Von Krahn</span> werd afgezonden, om uitstel van executie, het geene door hem op 2 dagen langer werd
+bepaald, die te gelijk een pas gaf, om het door hem gerequireerden van <i>Utrecht</i> te haalen, het geene dus ook geschiedde, en aan hem 112 kannen brandenwijn en genever,
+12 vaten bier en eenige mudden haver geleverd, en ter voldoening van het requisit
+der geweeren werden 173 met derzelver bajonetten en een vaatjen vuursteenen, aan een
+Quartiermeester van dat regiment afgeleverd; zijnde de voorn. geweeren de zodanige
+welken uit ’s Lands magazijnen te <i>Naarden</i>, in 1785, ten gebruike van de onvermogende weerbaare manschappen waren geleverd.
+<span class="pageNum" id="pb10.14">[<a href="#pb10.14">14</a>]</span></p>
+<p><span class="sc">Bijzonderheden</span> zijn hier niet voorhanden, alleen zijn de uitgeveende plassen der bezichtiginge van
+ieder denkend wezen waardig, en zij zullen zekerlijk zijne bewondering tot zig trekken,
+daarover dat geheel den streek door de menigte van het door ’t baggeren veroorzaakte
+water, niet reeds geheel verzwolgen is.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>,
+</p>
+<p>Zijn, het voornoemde <i>Rechthuis</i>, en een binnen weinig jaaren geheel nieuw en net gebouwde, met een der fraaiste overdekte
+kolfbaanen voorziene herberg aan de <i>Nessersluis</i>, hier voor omschreven, gelegen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Deezen zijn van <i>Waverveen</i> des zomers alle zondag en donderdag tot de maand October, des winters alleen des
+zondags een veerschuit op <i>Amsteldam</i>, dewelke des maandags en vrijdags in de zomer, en des winters maandags, ’s middags
+ten 12 uuren van het Rokkin bij de Olijslagerssteeg te <i>Amsteldam</i> voornoemd, terug vaart; gelijk ook des zondags door <i>Waverveen</i> op onderscheidene uuren mede de veerschuiten van <i>Harmelen</i>, <i>Wilnis</i> en <i>Vinkeveen</i>, des donderdags het geheele jaar door die van <i>Cockingen</i> passeren; welke allen den volgenden dag wederom terug keeren; doch van <i>Waveren</i> vaart geen schuit: voords kan men dagelijks met den <i>Uithoornsche</i>, onder <i>Amstel Nesser</i>, de <i>Goudsche, Leidsche, Haagsche, Woerdensche</i> en andere schuiten naar die plaatsen of met dezelve naar <i>Amsteldam</i> vise versa vertrekken, mits men zig aan de meergenoemde <i>Nesser sluis</i> vervoege, dat ¾ uur gaans van het dorp <i>Waverveen</i> afligt.
+<span class="pageNum" id="pb10.15">[<a href="#pb10.15">15</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="waveren" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1266">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
+VRIJE HEERELIJKHEID<br>
+<span class="ex">WAVEREN</span>,<br>
+BOTSHOL,<br>
+<span class="ex">EN</span><br>
+RUIGEWILNISSE.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Dezen zijn eigenlijk drie districten, zo zeer in elkander verknocht, dat zij mede
+alleen met scheipaalen aan den <i>Veendijk</i> als op de <i>Ronde veensche kade</i> onderkend worden, doch maaken zamen één Heerelijkheid uit, die een wapen voert, en
+door een en dezelfde Regenten gedirigeerd worden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
+</p>
+<p>Deeze is ten zuiden van <i>Ouderkerk</i>, wordende door de rivier de <i>Waver</i> van het gerecht van <i>Ouder Amstel</i> afgescheiden, hebbende ten oosten het <i>Sticht van Utrecht</i>, dat wederom door een water de <i>Winkel</i> genaamd, wordt afgedeeld; ten oosten het voorn. <i>Sticht</i>, het welke aldaar door een breede kade, uit de gemelde <i>Winkel</i>, tot aan de Veenmolen of de limietscheidinge van <i>Holland</i> en <i>Utrecht</i> zig uitstrekt, onderscheiden, ten zuiden en westen <i>Waverveen</i>—het bestaat in twee polders, de <i>Gemeene</i> of <i>Beoosten Bijleveldsche polder</i> gemeen met <i>Waverveen</i>, en de <i>Noorder polder</i> onder <i>Ruigewilnisse</i> gelegen: <span class="pageNum" id="pb10.16">[<a href="#pb10.16">16</a>]</span>wat de <i>Gemeene</i> of <i>Beoosten Bijleveldsche polder</i> betreft, deeze is reeds voor het grootste gedeelte uitgeveend: de <i>Noorder polder</i> onder <i>Ruigewilnisse</i>, die zig in den jaare 1632 door een dwarskade van de voorschr. <i>Gemeene polder</i> heeft afgescheiden, is men voor de eene helft, zijnde circa 200 morgen, in den jaare
+1777 eerst begonnen te veenen; sedert 1793 heeft men de wederhelfte mede circa 200
+morgen ook ingestoken om verveend te worden—echter is desaangaande door de gezamenlijke
+ingelanden bepaald van niet nader dan op 10 roeden na, aan het Sticht en aan de <i>Rondeveensche kade</i>, en op 6 roeden van de gemelde dwarskade, tegen de gemeene polder aan te mogen verveenen;
+ten einde de nakomelingen dezelve met 1 of 2 vijzelmolens, zonder veel kosten aan
+een ringdijk te verpleegen, binnen weinig tijds weder te kunnen uitmaalen: in deeze
+polder is zulke goede specie, dat het morgen voor ƒ&nbsp;2000, ja ƒ&nbsp;3500, is verkocht geworden.
+</p>
+<p>Men ontmoet in deeze Heerelijkheid mede reeds eene uitgeveende plas van bijna 1000
+morgen groot, en op sommige plaatsen 20 ja 25 voeten diep, kunnende bij zwaare winden
+zeer hol staan; om den slag van het water eenigzins te breeken, moeten er strooken
+lands van 14 voeten breeds in blijven liggen; deezen geeven zeer goed rietgewas; in
+warme zomers wellen er groote stukken gronds op, die als het koud begint te worden
+weder zinken; deeze bonken mag men vrij wegbaggeren, waarvan gewoonlijk, zo om den
+tijd van ’t jaar, als ook om dat ze veeltijds op ongelegene plaatsen boven komen,
+weinig gebruik gemaakt wordt.
+</p>
+<p>In de voorsz. <i>Gemeene polder</i> ligt de <i>Lange</i> of <i>Cuilens meir</i>, die men zegt zijn oorsprong te hebben genomen bij eene uitlegging van <i>Amsteldam</i>, waarbij de aarde uit dat meir vergraven naar die stad vervoerd is geworden: jaarlijks
+ten minsten betaalt die stad aan <i>Waverveen</i> de verpondinge van dat meir: het water zo van deeze meir als van de andere polders
+is eenigzins brak, echter wordt het, door het grootste gedeelte der inwooners tot
+hun levens onderhoud, zonder eenig nadeel gebruikt; bij vriezend weêr is ’t zelfs
+genoegzaam zoet.
+</p>
+<p>De visscherijen in deeze uitgebreide plas, <span class="corr" id="xd32e9018" title="Bron: was">waren</span> voor 5 a 6 jaaren, veel milder dan thans; men wil, ter oorzaake van ’t vergrooten
+en vermenigvuldigen der wateren, waardoor de visch <span class="pageNum" id="pb10.17">[<a href="#pb10.17">17</a>]</span>zig meer verspreidt: door het gezegd opwellen der gronden kan men het vischwant ook
+niet naar vereisch gebruiken: en eindelijk, anderen stellen de oorzaak daarin, dat
+men thans plemp- of brazem-netten, waarin groote en zwaare baarzen, snoeken, brazems,
+enz. gevangen worden, gebruikt, en de voordteelinge des minder wordt; niet tegenstaande
+de gezegde schaarsheid van visch, worden deeze wateren gretig bij perceelen, als ook
+de riet-akkers, die aan de Polder verlaaten zijn, verhuurd; ieder perceel tegen 4,
+5 ja 10 guldens en meerder.
+</p>
+<p>Op deeze plassen valt ook veel waterwild, als watersnippen, ganzen, zeker soort van
+vogels, die men aldaar <i>Aalscholfers</i> noemt, en die van jaar tot jaar vermeerderen, en veel visch verslinden; men vindt
+er ook de zogenaamde <i>Zandrijger</i>, die voor de visch mede zeer schadelijk is; eendvogels vallen er in overvloed, waarom
+dan ook van onheugelijke tijden af, een vogelkooi, aan den Ambachtsheere of Vrouwe
+gehoorende is aangelegd, naamlijk in de <i>Noorder polder</i> onder <i>Ruigewilnisse</i> gelegen, met de privilegie, dat men op eenige honderde roeden na (met limiet-paalen
+in de plas en elders afgeperkt,) niet mag jaagen of schieten—de kooi wordt thans verhuurd.
+</p>
+<p>Veele <i>Amsteldammers</i> enz. komen des zomers zig hier met de visscherij vermaaken.
+</p>
+<p>In het jaar 1792 hebben deezen hier ook een zeer fraai Admiraalschap gehouden, dat
+des avonds met een vuurwerk en musiek besloten werd: hetzelve is tot zo verre naar
+genoegen geweest, dat het waarschijnelijk bij rustiger tijden en voller beurzen meermaals
+zal herhaald worden.
+</p>
+<p>Een gedeelte deezer plas is nog van zo jonge datum, dat er lieden van manbaare jaaren
+in <i>Waveren</i> gevonden worden, wier vaders dezelve begaan hebben—de Gerechtsplaats, waarop een
+galg staat, kan men zo wel van deeze plas als van de landzijde zien.
+</p>
+<p>Wegens de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>
+</p>
+<p>Van <i>Waveren</i>, hebben wij hier voor onder <i>Waverveen</i> reeds gesproken: van die van <i>Botsholl</i> en <i>Ruigewilnisse</i> is niets met zekerheid te zeggen; echter is het zeker, dat de familie en afstammelingen
+van <span class="sc">Oetgens</span>, een oud en aanzienlijk geslacht, circa twee eeuwen, Heeren deezer Ambachten zijn
+geweest: een gedeelte van <i>Ruigewilnisse</i>, thans het <i>Achterbosch</i> genaamd, benevens twee meirtjens, waarvan het grootste de <i>Galgmeir</i> genaamd, aldaar, en het kleinste in de landerijen van <i>’t Sticht</i> onder de Proosdije <i>Aasdom</i> ligt, is door den Heere <span class="sc">Anthoni Oetgens</span>, toen Schepen en naderhand Burgemeester te <i>Amsteldam</i>, in 1624 van het Kapittel van <i>St. Pieter</i> te <i>Utrecht</i> gekocht, en alhier gelegen zijnde, bij <i>Ruigewilnisse</i> gevoegd. <span class="pageNum" id="pb10.18">[<a href="#pb10.18">18</a>]</span>denkelijk hebben de Heeren <span class="sc">Oetgens</span>, voor hun en hunne nakomelingen, den naam van <i>Waveren</i> er bij aangenomen, gelijk deeze Heerelijkheid omtrent den jaare 1760 nog bezeten
+werd door den Heere <span class="sc">Bonaventura Oetgens van Waveren</span>, Burgemeester der Stad <i>Amsteldam</i>, op wiens Successeuren dezelve is gedevolveerd, tot op de tegenwoordige Ambachts-Vrouwe
+Mevrouwe <span class="sc">Brigitta Susanna Jacoba Lups</span>, geboren <span class="sc">Van Dam</span>, een afstammeling van de <span class="sc">Oetgens van Waveren</span>, eene Ambachts-Vrouwe, die de liefde en hoogachting der in- en op-gezetenen van beide
+Heerlijkheden wegdraagt.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>,
+</p>
+<p>De stichting deezer Heerelijkheden is mede duister, er kan mogelijk iet dergelijks
+van gegist worden, als wij hiervoor onder Waveren, wegens de stichting van dat dorp,
+hebben opgegeven.
+</p>
+<p>Wat de <span class="sc">grootte</span> betreft: „De quohieren”, leezen wij desaangaande, „begrooten de landerijen in de
+drie Ambachten op 467 morgen, 100 roeden; doch de uitgestrektheid is zekerlijk grooter;
+want volgends de medegedeelde opgaave, bestaat <i>Waveren</i> in twee polders; de <i>Zuiderpolder</i> gemeen met <i>Waverveen</i>, die voor 422 morgen, 197 roeden, zo land als water, in de verponding betaalen; de
+<i>Noorderpolder</i> is 414 morgen 122 roeden groot. In de lijst van den jaare 1612,” leezen wij verder,
+„stonden voor <i>Waveren, Botshol</i> en <i>Ruigewilnisse</i>, 46 huizen, en in die van 1732, is het op 74 nommers vermeerderd”, thans zijn er
+80 huizen, die bewoond worden door nagenoeg 430 menschen, (de kinderen daaronder begrepen;)
+van deeze bewooners zijn bijna 160 van den <i>Gereformeerden Godsdienst</i>, de overigen zijn meest allen <i>Roomsch</i>.
+</p>
+<p>Het
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
+</p>
+<p>Van <i>Waveren</i> is een goud veld, met twee roode balken, waarop vijf witte schuine ruiten, drie boven
+en twee onder.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>Onder onze hiervoor gaande beschrijving van <i>Waverveen</i>, hebben wij gezien, dat de <i>Gereformeerde Kerk</i> voor dat dorp en <i>Waveren</i> gemeen is, waarom ook hier geene andere Kerk gevonden wordt dan eene <i>Roomsche</i>, in het <i>Achterbosch</i> voornoemd, die wel net, doch echter maar klein is, ten aanzien dat de meeste opgezetenen
+te <i>Waveren Botshole</i> en <i>Ruigewilnisse</i>, en te <i>Waverveen</i>, den Roomschen Godsdienst belijden, zo wel als om dat de Roomschgezinden van de Proostdij
+<i>Aasdom, Vinkeveen</i> en <i>Demmerik</i>, allen hier te kerk gaan, zijnde het getal der Communicanten 950 à 1000; dan des
+zomers, wanneer de baggertijd tot het turfmaaken daar is, vermeerdert dit getal ten
+minstens met 3 à 400 persoonen.
+</p>
+<p>Een school is mede in <i>Waveren</i> niet; zie verder onze beschrijving <span class="pageNum" id="pb10.19">[<a href="#pb10.19">19</a>]</span>van <i>Waverveen</i>, art. <span class="sc">kerklijke</span> en <span class="sc">godsdienstige gebouwen</span>.
+</p>
+<p>Echter wordt er een School in de <i>Noorderpolder buurt</i>, onder <i>Ruigewilnisse</i>, sedert weinig jaaren, gevonden, dat deszelfs oorsprong heeft, door dat de kinderen
+te <i>Waverveen</i> school moetende gaan, telkens de groote plas, voornoemd, overgezet zouden moeten
+worden, of een omweg van meer dan een uur zouden moeten voeteeren; dit school dan
+is aangelegd op verzoek van de inwooners aldaar, na ingenomen advis van den Schout
+en Gerechte, alsmede van den Meester van <i>Waverveen</i>; in hetzelve gaan zowel de Gereformeerde als Roomschgezinde kinderen, het getal derzelven
+wordt op 40 begroot: voor dit school ziet men een bord geplaatst, waarop het wapen
+van <i>Waveren</i> <i>Botshole</i> en <i>Ruigewilnisse</i> afgebeeld is, en met groote letters te leezen staat: <span class="sc">School der Heerlijkheid</span>—de Meester is tevens Chirurgijn.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Hier onder kunnen wij, <i>Waveren</i> betreffende, weder niets anders betrekken, dan het Rechthuis, dat een vrij ruime
+herberg is; er staat een zwaare geesselpaal voor, doch ’t heeft verders niets bijzonders.
+</p>
+<p>Wegens de <span class="sc">kerklijke regeering</span> hebben wij hier ook niets aantetekenen; men zie desaangaande onder <i>Waverveen</i>, het art. van gezegden naam.
+</p>
+<p>Betreffende de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Dezelve bestaat, wat het crimineele aangaat, uit den Bailluw van <i>Amstelland</i> (die bij een apparte Commissie mede aangesteld wordt als Bailluw van <i>Waveren Botshole</i> en <i>Ruigewilnisse</i>,) en vijf Schepenen, van welke Schepenen het eene jaar twee, en het andere drie afgaan:
+de Schepenen, die hun vervangen, worden gekozen door den Ambachtsheer of Vrouwe in
+den tijd, uit een dubbeld getal, genomineerd door alle de Schepenen—zo wel de afgaande
+als de aanblijvende Schepenen zitten ook met den Schout te recht over civile zaaken,
+welken, ter eerste aanleg, voor hen gebragt worden; in gevalle van apel, gaan de zaaken
+naar den Hove van <i>Holland</i>; zie weder verder dit zelfde artijkel onder onze beschrijving van <i>Waverveen</i>, hier voorgaande.
+</p>
+<p><span class="sc">Voorrechten</span> of <span class="sc">VERPLIGTINGEN</span> hebben die van <i>Waveren</i> even weinig als de <i>Waverveeners</i>, en wat aangaat hunne
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>,
+</p>
+<p>Daarin is almede zeer weinig verschil; de veenderij maakt er de voornaamste tak van
+bestaan uit, zo wel als te <i>Waverveen</i>; te <i>Waveren</i> zijn slechts twee melkerijen, die al hun voorraad ook onder de inwooners van beide
+de dorpen slijten, zo dat zij hunne waar niet elders behoeven te gaan uitventen.
+<span class="pageNum" id="pb10.20">[<a href="#pb10.20">20</a>]</span></p>
+<p>Daarentegen vindt men in de <i>Noorderpolder</i> onder <i>Ruigewilnisse</i>, <span class="corr" id="xd32e9269" title="Bron: niette enstaande">niettegenstaande</span> het verveenen, nog zes groote boerderijen, waarop veel boter gemaakt wordt, die men
+des maandags en vrijdags met de karnmelk te <i>Amsteldam</i> vertiert.
+</p>
+<p>Niettegenstaande de arbeidzaamheid der inwooneren deezer Heerelijkheid, is hunne welvaart
+niet zeer te roemen, zij deelen in het algemeen lot van <i>Nederland</i>; dat er echter ook gegoede lieden zijn, blijkt uit verscheidene omstandigheden, onder
+anderen, dat er in de nacht tusschen den 25 en 26 Januarij 1773, door een bende boosdoeners
+onder de Jurisdictie van <i>Waveren Botsholl</i>, een geweldige huisbraak is geschied, gevolgd van een diefstal ter somme van ƒ&nbsp;7000:
+door den Bailluw en Schepenen Crimineel van <i>Waveren Botshole</i> en <i>Ruigewilnisse</i>, werd een præmie van ƒ&nbsp;600:- gesteld op het aanbrengen van de boosdoeners, of eenige
+van dezelve, met belofte van vrijheid van straffe, in gevalle van medepligtigheid:
+eerst na twee jaaren zijn echter eenigen van hun, door den beruchten <span class="sc">Jan Muff</span>, (bij gelegenheid van eene andere huisbraak,) in handen van den Hoofd-Officier te
+<i>Amsteldam</i> geleverd.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>
+</p>
+<p>Van <i>Waveren Botshole</i>, zijn dezelfde als die van <i>Waverveen</i> meergemeld; bij de omkeer van zaaken, in onze laatstledene troubelen, zijn de <i>Pruissen</i> ook aldaar doorgepasseerd, en hebben de inwooners tot het requisit van den Pruissischen
+Major <span class="sc">Von Krahn</span>, mede het hunne helpen contribueeren—te <i>Ruigewilnisse</i> zijn de <i>Pruissen</i> alleenlijk aan de overzijde der <i>Waver</i>, onder <i><span class="corr" id="xd32e9314" title="Bron: Ouder Amstel">Ouder-Amstel</span></i> gepasseerd, en hebben er twee dooden, op eenen kleinen afstand van de Herberg, begraaven.
+</p>
+<p><span class="sc">Bijzonderheden</span> zijn hier weder niet voorhanden.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>,
+</p>
+<p>Want eigenlijke Logementen worden er mede niet gevonden, zijn:
+</p>
+<ul>
+<li>Het <i>Zwaantje</i>, dat het Rechthuis is onder <i>Waveren Botshole</i>.
+</li>
+<li>Het <i>Fortuin</i>, in ’t <i>Achterbosch</i>.
+</li>
+<li>Het <i>Oude Rechthuis</i>, in de <i>Noorderpolder</i>.</li>
+</ul><p>
+</p>
+<p>Als mede één in de buurt van <i>Ruigewilnisse</i>, waarin tevens slagterij gedaan wordt.
+</p>
+<p>Wegens de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
+</p>
+<p>Zie men, voor zo veel <i>Waveren Botshole</i> aangaat, onder onze beschrijving van <i>Waverveen</i> het zelfde artijkel—dan ten aanzien van de <i>Noorderpolder</i> in de <i>Ruigewilnisse</i>, kan men dagelijks na en van <i>Amstelland</i> vaaren, met de <i>Rijke Waversche Veerschuit</i>, onder <i>Ouder-Amstel</i> gehoorende.
+<span class="pageNum" id="pb11.1">[<a href="#pb11.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="muiden" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1272">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figmuidenwidth"><img src="images/muiden.jpg" alt="De stad Muiden" width="497" height="720"><p class="figureHead">De stad Muiden</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">MUIDEN, dat in ’s Lands historie,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Steeds met lofspraak wordt gedacht,
+</p>
+<p class="line">Wordt om zyne sterkte en ligging,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Om zyn grysheid hoog geacht:
+</p>
+<p class="line">’t Slot, door eeuwen heen gespaard,
+</p>
+<p class="line">Is door kunst en wraak vermaard.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
+<span class="ex">STAD</span><br>
+<span class="ex">MUIDEN</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Onder de Vaderlandsche Steden verdient inzonderheid het grijze <i>Muiden</i>, groote onderscheiding, zo wegens deszelfs aloudheid als voornaame rol, waarmede
+’t op het tooneel van Nederland door de Voorzienigheid bedeeld is geworden: onze volgende
+aantekeningen zullen zulks voldoende bewijzen.
+</p>
+<p>Volgends onze aangenomene orde, moeten wij eerst spreeken van de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
+</p>
+<p>Deeze is aan de Zuiderzee, ruim twee uuren van <i>Amsteldam</i>, ruim anderhalf uur van <i>Naarden</i> en een groot half uur ten zuiden van <i>Weesp</i>: de aangenaame rivier de <i>Vecht</i> loopt door de stad, die door derzelve in twee deelen gescheiden wordt; doch welke
+deelen weder door een brug, (een tolbrug,) vereenigd worden: naast deeze brug ligt
+een zeer zwaare schutsluis, door middel van welke het vechtwater van de zee wordt
+afgescheiden, en welke sluis voor eene der sterkten van <i>Holland</i> gehouden mag worden, alzo men door het openen van dezelve het platte land in den
+omtrek onder water kan zetten: ter plaatse alwaar deeze sluis ligt lag tot den jaare
+1674, een dam, de <i>Hinderdam</i> genaamd: deeze watergelegenheid van <i>Muiden</i>, brengt niet weinig toe tot den bloei van het plaatsjen; alzo alle de schepen die
+dóór <i>Utrecht</i> den <i>Rhijn</i> moeten bevaaren, en te groot zijn om door de <i>Nieuwersluis</i>, of door <i>Weesp</i> te schutten, hier passeeren; onder deezen zijn de <i>Keulsche aaken</i> wel de voornaamsten: <span class="pageNum" id="pb11.2">[<a href="#pb11.2">2</a>]</span>deeze sluis wordt jaarlijks voor omtrent veertien of vijftien honderd guldens verpacht:
+de veele rijtuigen welken na <i><span class="corr" id="xd32e9446" title="Bron: Narden">Naarden</span></i> en het <i>Gooiland</i> door <i>Muiden</i> passeeren, geeven in het steedjen mede geene geringe levendigheid: de stad is aan
+den zeekant beveiligd door een dijk, zig strekkende van de uitwatering van de <i>Vecht</i> in de <i>Zuiderzee</i> af, tot aan <i>Muiderberg</i>, en van daar tot <i>Naarden</i> toe.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
+</p>
+<p>Deeze wordt gevonden in de ligging der stad, zijnde, gelijk boven gezegd is, aan de
+Zuiderzee, bepaaldlijk ter plaatse alwaar de mond van de <i>Vecht</i> is: het woord <i>Mond</i> nu, was weleer <i>Muden</i>, zijnde door klankverbastering in <i>Muiden</i> veranderd; de oude naam <i>Amuden</i>, zegt men, bevestigt zulks nog nader; het eerste gedeelte deezes zamengestelden woords,
+<i>Aa</i> naamlijk, betekende toen, gelijk nog, een rivier, waarvan de <i>Mond</i> mede ter deezer plaatse is: in oude geschriften komt het steedjen dikwerf voor onder
+den gezegden naam van <i>Amuden</i>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING GROOTTE <span class="asc">EN</span> STERKTE</span>.
+</p>
+<p>Wanneer <i>Muiden</i> gesticht zij, is niet te bepaalen, alzo het van een visschers dorp of vlek, tot den
+rang der steden verheven is: onbetwistbaar is het intusschen dat men deeze stad den
+toenaam van <i>grijs</i> of <i>oud</i> mag geeven; want in den jaare 953 wordt reeds van dezelve gewaagd.
+</p>
+<p>Wat de grootte betreft, vòòr den jaare 1632 vinden wij er 146 huizen voor aangetekend;
+en honderd jaaren laater, telde men er 205; anderen geeven er negen minder op, naamlijk
+slechts 196: de verpondingen welken dezelven opbrengen, beloopen weinig meer dan zeven
+honderd guldens.
+</p>
+<p>Behalven wegens de gemelde groote sluis, is <i>Muiden</i> onder de sterke steden van <i>Nederland</i> te plaatsen: het heeft drie van boven open poorten; behalven de zogenaamde <i>Sortiepoorten</i> van het beruchte slot, ’t welke aldaar gevonden wordt, (hier van nader;) de vestingwerken
+<span class="pageNum" id="pb11.3">[<a href="#pb11.3">3</a>]</span>der stad zijn zodanig dat men dezelve weerbaar mag noemen, en weleer wilde men dat
+<i>Muiden</i>, behoorelijk versterkt, en met tweeduizend man bezet, <i>geen hond in of uit de stad zoude kunnen komen</i>: in den beginne der zestiende eeuw, getuigt men, had <i>Muiden</i> noch poorten noch muuren; daarna heeft het beiden gekregen, en van tijd tot tijd
+is het noodig bevonden om ’t steedjen te versterken, en de versterking te verbeteren,
+vooral ook het slot: in 1629, toen de <i>Spanjaarden</i> in de <i>Veluwe</i> stroopten, was men desaangaande met ernst bedacht, echter is tot de daad zelve geen
+besluit genomen; in onze jongstledene troublen, toen menig dapper patriot naar <i>Muiden</i> getrokken is, om zijn hoofd voor de zaak, die toen van dien kant gedreven werd, ten
+pande te stellen, is het steedjen in volkomenen staat van tegenweer gebragt, schoon
+het zig aan de <i>Pruissen</i> heeft moeten overgeeven.
+</p>
+<p class="headlike">’T <span class="ex">WAPEN</span>
+</p>
+<p>Is een blaauw veld, met een zilveren dwarsbalk er door.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>Hier omtrent is in de eerste plaats de Kerk te noemen: verscheidene schrijvers willen
+dat zij de oudste van geheel <i>Holland</i> zij; intusschen heeft zij niets bijzonders, ten ware men als eene bijzonderheid wilde
+aanmerken, dat zij, gelijk ook haaren dikken en laagen toren geheel van duifsteen
+opgemetzeld is: van binnen is zij voorzien van een zeer goed orgel: de gemeente aldaar,
+ruim 300 leden sterk, wordt bediend door twee Predikanten, behoorende onder de Classe
+van <i>Amsteldam</i>: vóór den jaare 1632, had <i>Muiden</i> maar één’ Predikant<span class="corr" id="xd32e9546" title="Niet in bron">.</span>
+</p>
+<p>De <i>Roomschen</i> hebben ter deezer stede mede eene statie, welke bediend wordt door één’ wereldsch
+Priester.
+</p>
+<p>Voords is er een Weeshuis, zijnde het gewezene <i>Catharijneklooster</i>, dat door Nonnen bewoond werd: het bestuur over dit huis is toebetrouwd aan twee
+Vaders, en even zo veele moeders<span class="pageNum" id="pb11.4">[<a href="#pb11.4">4</a>]</span>—weleer was er nog een overblijfsel van de Kloosterkerk te bezichtigen; doch hetzelve
+nu geheel nutloos geworden, is tot een pakhuis herbouwd.
+</p>
+<p>Onder de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Behoort het slot, boven reeds genoemd, zijnde hetzelve zonder tegenspraak het voornaamste
+gebouw der stad, gelijk het ook voor een der voornaamste gebouwen van <i>Holland</i> mag gehouden worden: <span class="sc">Melis Stoke</span>, verhaalt ons dat het gesticht is door Graaf <span class="sc">Floris den Vijfden</span>, het rampzalig slagtoffer der vroege staatsverschillen, waardoor Nederland reeds
+in zijn begin geschokt is geworden, en die van tijd tot tijd door anderen vervangen
+zijn, ja zelfs tot op den tijd dien wij beleefd hebben, nog voordduurden, en gave
+God dat zij nog heden geheel gesmoord waren!—de tijd der stichting van het slot stelt
+men te zijn omtrent den jaare 1290.
+</p>
+<p>Het zwaare gebouw rust op sterke gewelven, is rondsom met een gracht omvangen, en
+pronkt van buiten, met vier stevige ronde torens, een van welken voor eene gevangenis
+van misdadigers, of gyzelplaats voor minschuldigen gebruikt wordt: ’t heeft ook een
+sterke poort, een ruim binnenplein, en veele vertrekken, waaronder die vrij aanzienlijk
+zijn; (zie nader van dit slot onder het artijkel der bijzonderheden van <i>Muiden</i>:) oudtijds hadden de Drossaarden van <i>Muiden</i> op dit slot hun verblijf, waardoor zij den naam van Castelein verkregen hebben, doch
+zij zijn tegenwoordig niet verpligt er op te woonen, gelijk zij het dan ook meest
+voor een zomerverblijf houden: het wordt bewaard door een burgerman met zijn huishouden;
+dat des zomers aanmerkelijk voordeel trekt uit de giften der vreemdelingen, en inborelingen,
+onder welken laatsten voornaamlijk de <i>Amsteldammers</i> te tellen zijn, welken het slot komen bezichtigen.
+</p>
+<p>„Vóór de laatste verbeteringen der vestingwerken,” leezen <span class="pageNum" id="pb11.5">[<a href="#pb11.5">5</a>]</span>wij desaangaande verder: „waren de aardene wallen van dit kasteel of slot, met twee
+reien boomen beplant, die toen werden uitgerooid, gelijk mede voor het grootst gedeelte
+de tuinen, doch naderhand zijn de wallen weder beplant geworden.”
+</p>
+<p>Voor de brug van het slot is een <i>Corps-de-garde</i> gebouwd.
+</p>
+<p>Veel deels heeft dit beroemde gebouw in de lotgevallen van Nederland gehad; voornaamlijk,
+en dit spreekt van zelf, voor zo verre de stad <i>Muiden</i> zelve betreft: bijzonderlijk is het door de <i>Kennemers</i>, die opgekomen waren om den dood van Graaf <span class="sc">Floris den Vyfden</span> te wreeken, belegerd, en ook in hunne handen gevallen.
+</p>
+<p>Zeer beroemd is dit gebouw geworden door de schriften van den onvergelijkelijken Drost,
+<span class="sc">P.&nbsp;C. Hooft</span>, die hij op hetzelve vervaardigd heeft.
+</p>
+<p>Het Stadhuis is zekerlijk dien naam naauwlijks waardig; het is echter voorzien van
+een torentjen, maar zeer klein: in hetzelve hangt een klokjen, ’t welk bij het afleezen
+van vonnissen of openbaare afkondigingen geluid wordt; voor het gebouw staat een uitstek
+of soort van balcon, met een hek er rondom; het pronkt tevens met het beeld der Gerechtigheid,
+tusschen twee leeuwen, houdende het wapen der stad, en dat van <i>Holland</i>—anderen willen dat de twee leeuwen, twee meerminnen zijn, tot plaatsing van welken
+aanleiding zoude gegeven hebben, het vangen van zulk een wezen, door de visschers
+van <i>Muiden</i>, wanneer, wordt niet gezegd: deeze Meermin zoude als eene Waterprofetesse gezegd
+hebben: <i>Muden zal Muden bliven, Muden sal noit becliven</i>: als er eenig ongeval in de stad ontstaat, wordt deeze Prophetie door de inwooners
+nog wel eens herdacht, en herhaald.
+</p>
+<p>Onder de Wereldlijke Gebouwen van <i>Muiden</i> behoort ook de Waag, ofschoon dezelve almede niet veel vertoning maakt, <span class="pageNum" id="pb11.6">[<a href="#pb11.6">6</a>]</span>en bijna van geheel geen gebruik is: zij staat benevens de sluis, en dient ook tot
+een wachthuis voor de burgerij.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>.
+</p>
+<p>Heeft <i>Muiden</i> niet veel; wèl heeft het steedjen ’t recht dat de schelvisch, (die voorheen aldaar
+plagt afgeslagen te worden, doch ’t welk nu niet meer geschiedt,) er twee uuren moet
+blijven liggen, eer zij vervoerd mag worden; ook is een burger van <i>Muiden</i> te <i>Utrecht</i> niet aristabel.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Deeze vinden wij dus beschreven.
+</p>
+<p>„De Regeering der stede <i>Muiden</i> bestaat uit den Drossaart, die eenen stedehouder heeft, welke door hem gekozen wordt,
+en tevens Officier der stad is; wijders uit den Schout, twee Burgemeesteren en vijf
+Schepenen, drie Weesmeesters en één Armmeester, welken een’ Secretaris is toegevoegd:
+de Drossaart wordt door de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> aangesteld: het doen van den eed door deezen, werd oudtijds met eene bijzondere plechtigheid
+verricht: de verkorene Drossaart kwam te <i>Muiden</i> aan de brug, bij rijzende zonne onder den blaauwen hemel, zettede zijn rechter voet
+in een beugel aan een grooten witten steen vastgemaakt, en zwoer, ten overstaan van
+gemagtigden van <i>Muiden</i>, <i>Naarden</i>, en de dorpen van <i>Gooiland, Weesp</i>, en <i>Weesperkerspel</i>, in handen van voorzittende Burgemeesteren van <i>Muiden</i>, <i>Naarden</i> en <i>Weesp</i>, met opzicht tot ieder van zijne bijzondere waardigheden; beloofde de Staaten van
+<i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> gehouw en getrouw te zullen zijn; het kasteel tot eer en dienst derzelven te bewaaren;
+de Steden en Dorpen, ieder in het hunne niet te verhinderen in hunne Voorrechten,
+<span class="pageNum" id="pb11.7">[<a href="#pb11.7">7</a>]</span>handvesten, vaststellingen, en gewoonten; maar hen daarin te sterken, stijven, en
+handhaven; den Godsdienst, zo als die tegenwoordig geoefend wordt, mede te oefenen;
+Weduwen en Weezen, en andere elendigen, onder zijn rechtsgebied behulpzaam te zullen
+zijn, en in hun goed recht te beschermen, en voords in het algemeen te doen, dat een
+goed vroom kastelein van <i>Muiden</i> en Bailluw van <i>Gooiland</i>, behoort en schuldig is te houden en te doen: deeze plechtigheid,” voegt de schrijver
+wiens geleide wij in deezen volgen, er bij, „is ten aanzien der twee laatste Drossaarden
+niet geschied; doch de steen en de beugel wordt nog op de aangewezen plaats gezien:”
+</p>
+<p>De Drossaard is tevens Colonel over de Schutterij.
+</p>
+<p>„Burgemeesteren worden jaarlijks op den 2 Februarij, door Schepenen verkozen: Schepenen
+plagten van ouds zonder nominatie verkoren te worden; zo lang er geene stadhouderlijke
+regeering was,” gelijk men het noemt, „is door Schepenen en Burgemeesteren eene nominatie
+van tien persoonen gemaakt, en aan de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i>, overgeleverd, om er vijf Schepenen uittekiezen; onder de stadhouderlijke regeering,
+levert de Drost de nominatie over aan den Stadhouder: de vijf Schepenen kiezen de
+nieuwe Burgemeesteren, en deeze gezamentlijk de Weesmeesteren, en de Armmeester, welke
+voor dat jaar de dertien Leden der Vroedschap uitmaaken; alle de Collegiën worden
+door denzelfden Secretaris bediend, die door de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> is aangesteld.”
+</p>
+<p>Wat het opzicht over den zwaaren zeedijk, waarvan wij boven spraken, betreft: dezelve
+staat volgends resolutie van de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i>, dato 7 Mei 1678, aan een Collegie van Dijkgraaf en zeven Hoogheemraaden met hunnen
+bijgevoegden Secretaris: de Dijkgraaf is de Drost in <span class="pageNum" id="pb11.8">[<a href="#pb11.8">8</a>]</span>der tijd; drie van de Hoogheemraaden worden gemagtigd door de steden, <i>Amsteldam, Muiden</i> en <i>Naarden</i>, en één door de Schout en Schepenen van <i>Weesper-kerspel</i>: deeze vier Hoog-Heemraaden, benevens de Dijkgraaf kiezen de overigen, te weeten
+uit <i>Muiden, Naarden</i>, en <i>Weesp</i>, of <i>Weesperban</i>, ieder één: de Secretaris wordt door het gezamentlijke Collegie aangesteld: „Dijkgraaf
+en Hoogheemraaden,” leezen wij, „moeten in den ring van deezen dijk, voor zesduizend
+guldens, of twaalf morgen lands gegoed weezen.”
+</p>
+<p>Men kan niet met zekerheid bepaalen hoe de beheering van deezen dijk, in vroegeren
+tijde geweest is; vóór den jaare 1650 schijnen er noch Dijkgraaf noch Hoogheemraaden
+geweest te zijn, daarna werd er door het Hof een’ Dijkgraaf aangesteld.
+</p>
+<p>Dijkgraaf en Hoogheemraaden, doen jaarlijks in de maand April, schouwing over den
+gantschen dijk: twee uit de Hoogheemraaden, welken hier toe, en tot alle gemeene voorvallende
+zaaken gemagtigd worden, hebben het bestuur om het gebreklijke te doen herstellen
+bij openbaare aanbesteedinge, aan de minst aanneemende, gelijk zij ook gelast worden,
+om nategaan dat alles behoorelijk gemaakt worde, ten welken einde een opzichter van
+den dijk is aangesteld, die dagelijks bij den arbeid tegenwoordig moet weezen: de
+gebreken van den dijk volgends het oordeel van gemagtigden in behoorelijke orde hersteld
+zijnde, wordt het volle Collegie beschreven om aan den dijk te komen, ten einde de
+gemaakte werken opteneemen, en verder te besluiten wat na tijds gelegenheid noodig
+geoordeeld mogt worden.
+</p>
+<p>Het Collegie van Heemraaden wordt te <i>Amsteldam</i> beschreven, tot het opneemen van de rekeningen en het sluiten van de boeken.
+</p>
+<p>Sedert ’s Lands Zeeweeringen van het zo zonderling als schadelijk, paalgewormte doorknaagd
+is geworden, heeft men <span class="pageNum" id="pb11.9">[<a href="#pb11.9">9</a>]</span>ongemeene moeite gedaan, om deezen dijk te versterken, door het aanbrengen van vreezelijk
+groote steenen aan de glojing of helling naar den zeekant toe; deeze versterking gaat
+van het <i>Muiderslot</i> af, tot aan <i>Muiderberg</i> toe, het geen den dijk niet weinig verbeterd heeft, waarvan het gemelde schadelijk
+gewormte de aanleidende oorzaak mag genoemd worden, en derhalven heeft dat zogenaamd
+kwaad, waartegen in de tempelen zelfs smeekingen naar den Hemel gezonden werden, in
+dit geval, en in andere gevallen meer, tot een zegen verstrekt.
+</p>
+<p>Het bovengemelde Collegie heeft ook opzicht op de groote sluis, waarvan wij reeds
+gesproken hebben.
+</p>
+<p>Het Collegie van Commissarissen van het zandpad, tusschen <i>Amsteldam, Muiden, Naarden</i>, en <i>Weesp</i>, bestaande uit gedeputeerden van gemelde steden, hebben om de vier jaaren hunne zittingsbeurt
+te <i>Muiden</i>, tot het doen opneemen en sluiten van de boeken.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>.
+</p>
+<p>De Zoutkeeten, welken in <i>Muiden</i> gevonden worden, maaken er veelal de nering en bronnen van bestaan uit; zij zijn
+drie in getal, naamlijk, <i>De Paauw, Het Anker</i>, en <i>De blaauwe Wereld</i>, er woonen ook veele visschers, die hun werk maaken van bot, baars, snoek, enz. te
+vangen, ja zelfs somtijds haaring: deeze visch wordt meerendeels in de Zuiderzee gevangen,
+hoewel de bot en baars, welke van <i>Muiden</i> komt, bekend zij onder den naam van <i>Y-bot</i> en <i>Y-baars</i>—er worden in <i>Muiden</i> alle die handwerken en ambachten geoefend, welken in de zamenleeving onvermijdelijk
+zijn—de militie die er thans in guarnisoen ligt, brengt het steedjen mede eenige woelingen
+bij: de doorvaart, waarvan wij boven Bladz. 1. reeds spraken, behoort hier vooral
+gedacht te worden: dit jaar verstrekt ten voorbeelde van de bezigheid, welke daardoor
+veroorzaakt wordt, door de <i>Pruissische Magazijnen</i>, die van over <i>Hamburg, Stettin</i>, enz. tot <i>Muiden</i> aangevoerd, en aldaar in Rhijnschepen overgeladen worden: dit gaf zulke eene aanmerkelijke
+<span class="pageNum" id="pb11.10">[<a href="#pb11.10">10</a>]</span>drokte, en grove winst voor allen die maar wilden werken, dat het niet vreemd was
+dat een gildewerker tot ƒ&nbsp;30, in een’ week kon verdienen: dit zelfde geeft ook groot
+vertier bij bakkers, brouwers, en in de herbergen.
+</p>
+<p>Men vindt te <i>Muiden</i> ook goede Scheepstimmerwerven, alwaar welëer van 100 tot 130 man plag te werken;
+dan sedert 1787 is deeze tak merkelijk verloopen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">SCHUTTERIJ</span>.
+</p>
+<p>Deeze bestaat in twee Compagniën, naamlijk het <i>Blaauwe</i> en <i>Oranje</i> vendel, waarover de Drossaard Colonel is; de overige Officieren, zijn twee Capiteinen,
+twee Lieutenanten, twee Vendrigs, en zes Sergeanten: deezen vergaderen in bijzondere
+gelegenheden, „althans,” zegt onze geëerde correspondent „in deezen, meer dan ééns
+in een jaar.”
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>.
+</p>
+<p>In den jaare 953 werd <i>Muiden</i>, door Keizer <span class="sc">Otto den Eersten</span>, aan de Kerke van <i>Utrecht</i> in eigendom gegeven, het welk naderhand door Keizer <span class="sc">Otto den Tweeden</span>, in 975 geschiedde; zijnde deeze gift in den jaare 1171, door Keizer <span class="sc">Fredrik</span>, nog nader bevestigd;
+</p>
+<p>Meer dan éénmaal heeft <i>Muiden</i> voor den aanval van vijanden blootgestaan; en is zelfs door hen verbrand: in den
+jaare 1197, onderging het dit lot door de <i>Kennemers</i>; weinige jaaren laater, naamlijk in 1204, werd <i>Muiden</i> in koolen gelegd, door <span class="sc">Wouter van Egmond</span> en <span class="sc">Albrecht van Banjaart</span>, ten tijde der inlandsche beroerten in <i>Holland</i> tusschen Graaf <i>Willem</i>, en Graave <span class="sc">Lodewijk van Loon</span>: dit onheil viel de stad en niet minder het slot andermaal te beurt in den jaare
+1356, door <span class="sc">Jan van Arkel</span>, Bisschop van <i>Utrecht</i>, toen hij met Graave <span class="sc">Willem</span> in oorlog gewikkeld was: die van <i>Utrecht</i>, in 1374 in twist geraakt zijnde met <span class="sc">Aalbrecht van Beiëren</span>, over de betaaling van het <span class="pageNum" id="pb11.11">[<a href="#pb11.11">11</a>]</span>huis te <i>Vredeland</i>, en over zekeren hoon daarbij geleden, beslooten hunne schaden te verhaalen door
+schatting te vorderen van eenige <i>Hollandsche plaatsen</i>, waaronder ook <i>Muiden</i> zig bevond; in het jaar 1507 werd deeze stad door Hertog <span class="sc">Karel van Gelder</span> in brand gestoken, gelijk hij zig ook Meester van het slot maakte; doch bij den zoen
+tusschen de Hertog en <span class="sc">Karel den Vyfden</span>, toen Koning van <i>Castiliën</i>, werd het slot zo wel als de stad zelve aan hem, als Graave van <i>Holland</i> weder ingeruimd: de uitvoering van welke inruiming echter nog aanliep tot den jaare
+1509: in de <i>Spaansche</i> beroerten heeft <i>Muiden</i> langen tijd de zijde des Konings gehouden, en des zelfs gelegenheid om hier door
+<i>Amsteldam</i> en <i>Haarlem</i>, welken mede noch <i>Spaanschgezind</i> waren, te benaauwen, ondernam Hopman <span class="sc">Dirk Sonoi</span>, met goedvinden van den Prins van <i>Oranje</i>, in den jaare 1576, een aanslag te waagen om het voor de Staaten te bemagtigen; dat
+ten deele ook gelukte door het inneemen der stad die zeer schielijk vermeesterd werd;
+maar om het slot intekrijgen zag men geen kans zonder grof geschut, dat ontboden werd:
+intusschen kwamen de <i>Amsteldammers</i> te water, en eenig ander volk te lande zo schielijk aan, dat <span class="sc">Sonoi</span> moeite genoeg had om het geschut, volk, ja zelfs zijn eigen persoon aan boord te
+krijgen, en met verlies van twee honderd man, <i>Muiden</i> en de Schans <i>Diemerdam</i>, niet zonder verwijt van te hooren, dat hij het gevaar te groot gesteld en zelf de
+schrik onder zijne troupen gebragt had, te verlaaten: met den eersten dag des jaars
+1577 gaf <i>Muiden</i> zig bij verdrag over aan den Prins van <i>Oranje</i>: toen de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Zeeland</i> zig ontsloegen van de Landvoogdije des Graaven van <span class="sc">Leicester</span>, en Prins <span class="sc">Maurits</span> als hun algemeenen Landvoogd aanstelden, veranderden zij tevens de bezettingen in
+verscheidene steden, met nieuw geworven Krijgsvolk; maar het duurde nog al een geruimen
+tijd aleer zij dien in <i>Muiden</i> konden uitwerken, nadien den Capitein <span class="sc">Johan Bax</span>, die er het gebied <span class="corr" id="xd32e9891" title="Bron: oerde">voerde</span>, weigerde van het slot te verhuizen; <span class="corr" id="xd32e9895" title="Bron: waar uit">waaruit</span> men kan begrijpen dat dit slot niet gering van kracht moet <span class="pageNum" id="pb11.12">[<a href="#pb11.12">12</a>]</span>geweest zijn: <span class="sc">Leicester</span> noemde het daarom ook <i>de toom van het groote paard</i>; dat is van <i>Amsteldam</i>.
+</p>
+<p>Toen in 1672 het land wegens den inval der <i>Franschen</i> door een algemeenen schrik bevangen werd, werd deeze stad, hoe onweerbaar ten dien
+tijde, door hen niet bemagtigd; ofschoon zij zeer nabij haaren overgang was: want
+na dat <i>Naarden</i> overrompeld was, waren vijf Dragonders stout genoeg om eenige vlugtelingen tot binnen
+<i>Muiden</i> te vervolgen, ’t welk, wel verre dat die stoutheid henzelven ten nadeele zoude verstrekt
+hebben, die van <i>Muiden</i> in tegendeel zo verschrikt maakten, dat zij terstond Gemagtigden tot een verdrag
+afzonden: terwijl deezen tot het volbrengen van hunnen last afwezig waren, had Prins
+<span class="sc">Maurits</span> van <i>Nassau</i>, te <i>Muiden</i> post gevat, met voorneemen om de stad te verdedigen, het geen de Afgevaardigden,
+toen zij terug keerden, onder het vrijgeleiden van drie honderd <i>Franschen</i> ter dood deed verschrikken; zij dorsten niet nader komen uit vrees voor de ongenade
+van den dapperen <span class="sc">Maurits</span>, en aan den anderen kant vreesden zij van door de <i>Franschen</i> gehouden te zullen worden, tot men de geslotene overeenkomst voldaan zoude hebben;
+het geen de <i>Franschen</i> nu te zekerder zouden vorderen, nu zij zagen dat <span class="sc">Maurits</span> voorneemens was de stad te verdedigen: dit was zekerlijk een hachelijke omstandigheid
+voor hen; echter werden zij daar uit gered door den <i>Franschen</i> Predikant te <i>Naarden</i>, <span class="sc">Jean Louis Grouwels</span>, wiens voorspraak bij de <i>Franschen</i> zo veel ten wege bragt dat deeze het gemaakte verdrag vernietigden, waardoor <i>Muiden</i> derhalven nog aan de zijden der Staaten bleef, hoewel zulks niet lange ongestoord
+<span class="corr" id="xd32e9950" title="Bron: duurden">duurde</span>, want ten volgenden jaare, 1673, deed <span class="sc">Condé</span> er weder eenen aanslag op, hoewel al mede vruchtloos; men ging hem met het water
+te keer, waarom hij het zelve poogde aftetappen; doch niet genoeg kundig zijnde van
+de gesteltenis des Lands, moest hij zijn oogmerk laaten vaaren.
+</p>
+<p>In de daarop volgende honderd jaaren, verschijnt <i>Muiden</i> <span class="pageNum" id="pb11.13">[<a href="#pb11.13">13</a>]</span>niet op het staatstooneel; doch in onze jongstledenen troubelen heeft het al mede
+zijn deel gehad, ’t geen als een voormuur, of sterkte van <i>Amsteldam</i>, om welke hoofdstad het voornaamlijk te doen was, onmogelijk anders heeft kunnen
+weezen: desaangaande hebben wij van een waardige hand het volgende ontvangen.
+</p>
+<p>Na dat <i>Muiden</i> bij het trekken van het <i>Hollands Cordon</i>, circa een jaar, eerst door het tweede, daarna door het eerste batt. van <span class="sc">Dundas</span> bezet, en deszelfs fortificatien eenigzins in staat van defensie gebragt waren, kwamen
+bij deezen militaire bezetting een detachement van <i>Amsteldamsche Burgers</i>, circa 300 man sterk, aldaar in bezetting die alle twee weeken wierden afgelost:
+in ’t laatste van Augustus 1787, kwam een <span class="corr" id="xd32e9975" title="Bron: detachemet">detachement</span> van 18 Kanoniers, met twee Officieren van <i>Amsteldam</i>, weinig dagen daarna het corps van <span class="sc">Meyering</span>, toen circa 20 sterk, ’t welk in <i>Muiden</i> tot bij of over de 200 gebragt wierd, nog een detachement Kanoniers sterk als boven;
+na het overgaan van <i>Utrecht</i> en andere steden, aan de <i>Pruissen</i>, kwamen veel defferente bataillons en detachementen, als Waardgelders, <i>Utrechtsche Garde, Vriessche</i> en <i>Geldersche Brigadiersch, Fransche Artilleriste</i>, enz. tot het getal zo men zeide 2100 man sterk wierd.
+</p>
+<p>Het eerste tooneel dat eenigzins aanmerklijk was, was behalven den toestel, het in
+den eed nemen van de militaire Officieren: door twee gecommitteerde uit het defensieweezen
+van <i>Woerden</i>, deeze Heeren geleid wordende door den Generaal <span class="sc">Van Ryssel</span>; en <span class="sic" title="Voorgestelde verbetering: geëscorteerd">geëxcorteerd</span> door een detachement Dragonders, reden te <i>Muiden</i> in den doelen op; requirerende de militaire Officieren voor zig, en stelden haar
+den eed voor, die door alle (exept den Capitein Commandant <span class="sc">Nicolson</span>,) werd geweigerd, en ontvingen hunne demissie.
+</p>
+<p>De nacht na deezen dag, werd <i>Muiden</i> door eenigen onverlaaten, die zig onder de <i>Amsteldamsche Burgerij</i> mengden, met eenig ongeval gedreigd, ’t welk wel voorgekomen werd; hoewel er naderhand
+nog onzinnigheid gepleegd is.
+</p>
+<p>Eindelijk kwam dien noodlottigen nacht tusschen den 26 en 27 September: den 26 in
+de achtermiddag, werd er een begin <span class="pageNum" id="pb11.14">[<a href="#pb11.14">14</a>]</span>gemaakt met plunderen, bij Burgemeester <span class="sc">Abraham van der Spar</span>, dan dit werd, en wel voornamentlijk door tusschenkomst van eene <span class="sc">Hersman</span>, Officier bij het corps van <span class="sc">Meyering</span>, nog gelukkig in deszelfs begin gestut, en dat huis bezet en bewaard; dog des avonds
+om 11 uuren, ging men veel sterker aan ’t woelen, die troep zo men zeide, 15 à 16
+man sterk, wilde plunderen, het koste wat het wilde, zij hadden in de Bank van Leening
+de glazen ingeslagen, en kwamen met een woest geschreeuw, dat haar troep grooter deed
+schijnen dan ze in der daad was, en ook wezenlijk grooter <span class="corr" id="xd32e10030" title="Bron: maaktte">maakte</span>, om dat zij die er ook lust toe hadden er zig bij voegden, de brug over, hier werden
+zij wel door den Officier van de wacht, die tot de <i>Geldersche Brigade</i><span id="xd32e10035"></span> behoorde met nog een Officier tegengegaan; maar dreigen hielp zo weinig als goede
+woorden: daar moest en zou geplunderd worden, zij drongen door, sloegen over de wacht
+eenige huizen de glazen in stukken, toen ze hier mede bij den Bakker op den hoek over
+de wacht bezig waren, kwam eenige huizen van daar een kogel van tusschen de pannen,
+die men nooit recht geweten heeft van wien; trof een man in den onderbuik, dat er
+de dood op volgde; een <span class="corr" id="xd32e10037" title="Bron: eenvouwig">eenvoudig</span> man, een schoenmaker, werd van deeze daad beschuldigd, maar behalven dat die man
+zo eenvoudig was, dat hij geen geweer zoude hebben durven afschieten, woonde hij ook
+te verre om het te kunnen doen: evenwel dit huis werd in die diep woeste drift geplonderd,
+(woeste drift moet men het noemen, en geen partijsche, want het huis van een zeer
+bekende Prinsgezinden werd gespaard, terwijl bij zijn twee buuren, waar van ten minsten
+een voor Patriottisch bekend stond, niet alleen de glazen ingeslagen, maar ook verscheide
+kogels door het huis gejaagd <span class="corr" id="xd32e10040" title="Bron: wierde">wierden</span>;) de man met zijn huisgezin meende achter door de tuin uittevluchten, maar werd door
+een kogel in ’t been <span class="corr" id="xd32e10043" title="Bron: gekwest">gekwetst</span>, en viel; toen wierden zij door een troep raazenden overvallen; de man werd getrapt,
+geslaagen, en na de hoofdwacht gesleept, alwaar hij in den morgen van den tweden dag
+aan zijn bekomen wonden overleed, de vrouw had zich losgeworsteld niet zonder deerlijk
+gehavend te zijn; men hoorde in dit tumult na gissing wel 400 snaphaanschooten, door
+partijen elkander toegezonden, want er was onder het guarnizoen zo wel militair als
+burgers, een zeer groote partij die zich tegen het plunderen verzette, de kogels snorden
+van rondsom, en in den morgen telde men tot 26 <span class="corr" id="xd32e10046" title="Bron: gekwesten">gekwetsten</span>, behalven die zich uit het oog hielden: <span class="sc">Matta</span> deed zijn Dragonders optrekken, en in den hoop inrukken om dezelve uit elkander te
+drijven, het corps van <span class="sc">Meyering</span>, zo verre het gewapend was, deed onder aanvoering van <span class="sc">Hersman</span>, ook hun best, dan het ging zo gemaklijk niet of een Dragonder werd aan het hoofd
+<span class="pageNum" id="pb11.15">[<a href="#pb11.15">15</a>]</span><span class="corr" id="xd32e10060" title="Bron: gekwest">gekwetst</span>, <span class="sc">Hersman</span> werd door een kogel zijn rechter lok aan het hoofd weggenomen, en <span class="sc">Matta</span> kreeg een kogel door de hoed: den dag daar aan volgende, kwam een <i><span class="corr" id="xd32e10071" title="Bron: Pruissich">Pruissisch</span> Officier</i> de stad sommeere, deeze werd geblind na het kwartier van <span class="sc">Matta</span> geleid, ’t welk elf maal hervat is: die achtermiddag kwam er bevel om uittemarcheeren.
+</p>
+<p>Den 1 October, werd men in <i>Muiden</i> door het losbranden van het kanon, ’s morgens circa half vijf uuren gewekt: men zag
+de <i>Pruissische granaten</i> door de lucht snorren: een viel en <span class="corr" id="xd32e10084" title="Bron: barsten">barstten</span> op straat, sloeg vier der digst bij staande huizen bijna alle de glazen in stukken,
+en maakte nog eenige andere schaden; een viel in een bed dat in een kribbe op een
+solder lag, waaronder twaalf menschen zaten koffij te drinken, sloeg bed en kribbe
+uit elkander, en het dak in den brand, doch dit werd schielijk geblust; een viel bij
+de Emeritus Predikant <span class="sc">Joosten</span>, door het dak; maar <span class="corr" id="xd32e10090" title="Bron: barste">barstte</span> tusschen dak en vliering; op verscheide plaatsen vielen nog anderen, aan de kant
+van <i>Weesp</i>, was men ook niet stil, met een vijfde schot werd een wiel van een der Pruische wagens
+weggeschooten, en circa negen uuren trof een <i>Muiderkogel</i>, een Houbitser juist in zijn gapende mond, terwijl hij geladen was, en <span class="corr" id="xd32e10098" title="Bron: barste">barstte</span>.
+</p>
+<p>Eenige <i>Pruissische Dragonders</i> van de kant van <i>Naarden</i>, dagten uit het bijderzijds ophouden van schieten, dat <i>Muiden</i> het hadde opgegeven, en naderde tot digt bij de poort; dit wierd gezien en hun eenige
+kogels toegezonden: een van dezelve trof een Wagtmeester, scheide zijn been even beneden
+de heup, bijna van het lichaam, en doode zijn paart: de anderen <span class="corr" id="xd32e10109" title="Bron: zettede">zetteden</span> het spoorslaags op ’t loopen, en men haalde terstond den <span class="corr" id="xd32e10112" title="Bron: gekwesten">gewetsten</span> na binnen, scheidde het been vervolgens geheel van het lighaam, en deed wat men kon,
+maar de man overleed aan zijn wonden: ondertusschen had dat over en weder schieten
+vooral ook de <i>Pruissische Houbitsers</i> zodanig de schrik in het hart van den burger gebragt, dat een menigte huis en haven
+verlatende, tot vijf zeer vol geladen schepen <i>Muiden</i> vaarwel zeiden en na <i>Durgerdam</i> overstaken, intusschen kwam nog een Battaillon van de <i>Amsteldamsche Soldaaten</i> binnen; <i>Muiden</i> wierd weder opgeëischt, <span class="sc">Matta</span> <span class="corr" id="xd32e10130" title="Bron: eischten">eischte</span> daarentegen <i>Naarden</i> en <i>Weesp</i> op, en <i>Muiden</i> wierd op den 8 October bij verdrag overgegeven, het Battaillon <i>Pruissische Grenadiers</i>, dat bezit van de stad nam, verbleef aldaar drie dagen kreeg toen patent na de <i>Diemermeer</i>, en vertrok terstond, het wierd vervangen van een Battaillon van <i>Orange Nassau</i>, dit bleef drie weeken en wierd toen afgelost, door het <span class="corr" id="xd32e10146" title="Bron: Battailion">Battaillon</span> Grenadiers van <span class="sc">Romberg</span>, die 26 weeken bezet bleeven houden, dus de winter <span class="pageNum" id="pb11.16">[<a href="#pb11.16">16</a>]</span>over, intusschen was ieder weder na zijn huis gekeerd, en thans leeft men stiller:
+eenige Casteleins die zeer geleden hadden, kregen ƒ&nbsp;50: den burger van ƒ&nbsp;20: tot ƒ&nbsp;12:
+gulden, zoogenaamde schadevergoeding.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
+</p>
+<p>De Kerk en verdere gebouwen boven gemeld, komen hier weder in de eerste plaats, en
+onder dezelven wel voornaamlijk het slot: voor een geringen penning kan het zelve
+van onderen tot boven bezichtigd worden; en die de Vaderlandsche Historie slechts
+ingezien heeft zal moeten lagchen over het bloed van Graaf <span class="sc">Floris</span>, ’t welk men nog op den houten vloer ziet, en dat er, miraculeuslijk! nooit afgaat,
+ja er zelfs weêr op komt als de vloer vermaakt word: men vertelt dan daarbij dat <span class="sc">Floris</span> in die zelfde kamer waarin zijn bloed nog zit, door <span class="sc">Van Velzen</span> vermoord is, schoon de historiën leeren dat hij in de open lucht omgebragt is geworden:
+’t is intusschen waar dat zij die hem opgeligt hadden om hem naar <i>Engeland</i> overtevoeren, hem op dat slot gebragt hebben; de kamer of het gat, waarin men hem
+tot den naderen aftogt smeet, word ook nog aangeweezen: een onzer dichters schijnt
+den grouwzaamen moord mede op het slot te plaatsen, daar hij zegt:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Maar aan den oosterkant, verheft zig ’t Muiderslot
+</p>
+<p class="line">Befaamd door <span class="sc">Floris</span> dood, hier van zijn kroon geknot,
+</p>
+<p class="line">Toen <span class="sc">Velzen</span>, heet op wraak, met zijne vloekgenooten,
+</p>
+<p class="line">Den Graaf, zijn’ wettig vorst, den dolk in ’t hart dorst stooten
+</p>
+<p class="line">En Gooiland verwen met het bloed van zijn Heer,
+</p>
+<p class="line">Dat wraak riep, daagende heel Holland in ’t geweer.</p>
+</div>
+<p class="first">De gevangenis van <span class="sc">Van Velzen</span>, is allerakeligst: in de andere gevangenis leeze men de onderscheidene versjens,
+als andere inscripties, welken door de gevangenen aldaar geplaatst zijn; men vindt
+in de onderscheidene kamers nog verscheidene dingen waarvan de vertellingen geloofd
+moeten worden.
+</p>
+<p>De Steen en beugel, waarvan wij Bladz. 6 spraken, moeten vooral ook gezocht worden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>.
+</p>
+<ul>
+<li>Het <i>Hof van Holland</i>.
+</li>
+<li>De <i>Doelen</i>.
+</li>
+<li>De <i>Bruinvisch</i>.
+</li>
+<li>De <i>Gooische boer</i>.</li>
+</ul><p>
+</p>
+<p class="xd32e10214">en eenigen anderen van minderen rang.
+</p>
+<p>De drie eerstgemelde zijn ook Uitspanningen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
+</p>
+<p>Deezen zijn dezelfde als die van <i>Naarden</i>, zie ook ons blad over die stad.
+<span class="pageNum" id="pb12.1">[<a href="#pb12.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="naarden" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1277">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure fignaardenwidth"><img src="images/naarden.jpg" alt="De stad Naarden." width="503" height="720"><p class="figureHead">De stad Naarden.</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">De <span class="sc">Gooische Hoofstad</span>, ’t sterke NAARDEN,
+</p>
+<p class="line">Leed door de <span class="sc">Stichtenaars</span> werd door het <span class="sc">Spaansch gebroed</span>,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Schier overstroomd van burgerbloed
+</p>
+<p class="line">Moest <span class="sc">Pruissen</span>, (die het meê geen groot genoegen baarden.)
+</p>
+<p class="line xd32e6271">Ontfangen, is des steeds
+</p>
+<p class="line xd32e6271">Verdrukt door zo veel leeds.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
+<span class="ex">STAD</span><br>
+<span class="ex">NAARDEN</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Onder de Nederlandsche Steden, welken in de geschiedenissen des Lands met smart gedacht
+worden, behoort zekerlijk het grijze steedjen <i>Naarden</i>, ’t welk, hoe weinig betekenende in zig zelf, echter nog op zijne waarde, met betrekking
+tot deszelfs aanzienlijke sterkten, roem mag draagen; en slaan wij ’t oog op vroegere
+gebeurtenissen, vooral van dien tijd, toen de Spaansche dwingelandij de geweetens
+der vrij-geborene Nederlanders onder het ijzeren juk der Inquisitie wilden krommen,
+dan zullen wij niet kunnen nalaaten een krans voor het steedjen, dat thans met zulke
+onverschillige oogen aangezien wordt, te vlechten; en met zekeren historiedichter
+uitteroepen:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">——daar elk het hart ontzonk in ’t nijpen van den nood,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Waart gij ’t, ô Naarden! die den vijand spitse bood,
+</p>
+<p class="line">Als met een’ leeuwenmoed, en boven uwe krachten,
+</p>
+<p class="line">Wijl onvermijdelijk uw val nu was te wachten,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Doe u de hoop ontschoot van ’t ingebeeld ontzet,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Terwijl het moordmes reeds werd voor uw’ hals gewet.</p>
+</div>
+<p class="first">In dien tijd ondervond de <i>Spanjaard</i>, en heeft het meermaals ondervonden, hoe de vrije Nederlanders een dwingeland onder
+<span class="pageNum" id="pb12.2">[<a href="#pb12.2">2</a>]</span>de oogen durven zien—„wel kunnen zij gedwongen worden hunne halzen onder een jok te
+buigen, maar om hunne van Natuure vrije halzen daaronder gebogen te houden, is ’t
+gewigt van een Vorstlijken schepter te weinig”—de vrijheid is ook, om zo te spreeken,
+het element der ziele: indien zij daar buiten gevoerd wordt, kan zij niet anders dan
+een kweinend leven lijden; wat ook de voorstander der slaavernije, of pijnigende onderwerping,
+moge zeggen, en trachten te toonen, dat zijne ziel niet lijdt, zij lijdt zekerlijk;
+zij wordt uit haar element, uit haar’ staat van gezondheid gerukt, en moet derhalven
+wel lijden; alleenlijk duldt zij dat lijden in het vooruitzicht van langs dien doornigen
+weg eens den tempel van het geluk te zullen berijken; vandaar haare onderwerping,
+die daarom te laager is, om dat zij een wantrouwen op de Voorzienigheid insluit:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Die vleesch voor zijne toevlugt houdt,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">En op zo krank een steunsel bouwt,
+</p>
+<p class="line">Heeft ongetwijfeld God vergeten;
+</p>
+<p class="line">Hij echter, uit wiens hand wij eeten,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Hij zorgt alleen; Hij neemt en geeft,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">’T is recht dat Hij ’t vertrouwen heeft.</p>
+</div>
+<p class="first">Wat vooreerst betreft de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
+</p>
+<p>Van <i>Naarden</i>, die is in ’t oosterdeel van Nederland, ten noorden van <i>Holland</i>, en wel bepaaldlijk in ’t <i>Gooiland</i><a class="noteRef" id="xd32e10317src" href="#xd32e10317">1</a>, waarvan het <span class="pageNum" id="pb12.3">[<a href="#pb12.3">3</a>]</span>de hoofdstad is,<span id="xd32e10345"></span> aan de Zuiderzee, niet verre van de grenzen van ’t sticht van <i>Utrecht</i>: aan drie zijden is de stad omringd van hoog heiland, terwijl zij alleenlijk aan
+de westzijde laage weilanden heeft.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
+</p>
+<p>Over deeze wordt bij de oudheidkundigen verscheidene gissingen gemaakt, doch wij gaan
+dezelven met stilzwijgen voorbij, alzo de eene zo ongegrond als de andere is, en zij
+derhalven onzen Leezer weinig vermaaks kunnen geeven: <i>Gooiland</i> vinden wij dat weleer <i>Nardingerland</i> heette, waarschijnelijk naar eene bezitster of bezitter, zo als de naam <i>Gooiland</i> ook ontstaan is, (zie bladz. 2 in Nota,) <span class="sc">Narding</span> of <span class="sc">Nardinger</span> geheten, en daar het steedjen waarvan wij thans spreeken de hoofdstad van dat grondgebied
+was, is het te begrijpen hoe hetzelve dan den naam van <i>Naarden</i> heeft bekomen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>Het tegenwoordig <i>Naarden</i> ligt op eenen geheel anderen grond, dan de oude stad van dien naam, en waarvan de
+overblijfsels weleer (onder den naam van <i>Oud-naarden</i>,) gevonden werden, in een klein gehucht, en aanzienlijke lustplaats, veel nader gelegen
+aan de Zuiderzee, welke de oude stad allengskens overstroomd heeft; thans is die hofstede
+veranderd in eene boerewoning: ’t is ook in veel vroegere tijden een monnikkenwoning
+geweest. <i>Oud-naarden</i>, of liever geheel <i>Nardingerland</i>, ook wel <i>Naardinkland</i> genoemd, werd, vermoedelijk door <span class="sc">Jan van Arkel</span>, den zeven - en veertigsten Bisschop van <i>Utrecht</i>, verwoest, zodanig dat de stad tot een puinhoop gemaakt werd, die door de zee verzwolgen
+is: sommigen willen zelfs dat wanneer zekere wind, (wij vinden niet bepaald welken,)
+eenigen <span class="pageNum" id="pb12.4">[<a href="#pb12.4">4</a>]</span>tijd lang waait, en de zee afloopt, dat men dan nog blijken van ruïnen van kerken,
+met takken van afgeknaagde boomen omzet, boven water ziet komen.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p><i>Nardinkland</i> is vervolgends meer dan ééns van bezitter veranderd, en wel op den naam van Graafschap;
+’t verval moet echter van tijd tot tijd dieper doorgedrongen weezen; want wij vinden
+er van gewaagd als van eene <i>stad en plaats die verlaten was</i>; ’t zij nu dat zulks of <i>geheel</i> of voor het <i>grootste gedeelte verlaten</i> zal betekenen, dit is zeker, dat Graaf <span class="sc">Willem van Beieren</span>, in den Jaare 1350, bevel gaf en handvest verleende om weder eene stad <i>Naarden</i> te bouwen, zijnde dezelve dat <i>Naarden</i> ’t welks thans bestaat, en waarvan onze Lezer op ons plaatjen eene naar het leven
+getekende afbeelding medegedeeld wordt; hebbende onze tekenaar zijnen stand genomen
+van den kant van <i>Amsteldam</i>, om reden dat hij dan ook iet van de beroemde sterkten konde laaten zien.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Men kan dan zeggen dat <i>Naarden</i> in den Jaare 1350 gesticht is door Graaf <span class="sc">Willem van Beieren</span>; de omliggende Landzaaten werden tot den bouw gelast: de handvest zegt dat <i>Naarden</i> door den Graaf weder werd herbouwd; <i>om dat de luijden, en zijne Landen wel gezlooten zullen wezen</i>.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>De Stad bevat volgends eene opneeming van den Jaare 1732<span class="corr" id="xd32e10437" title="Bron: .">,</span> vier honderd en zeven huizen, waarop zij ook nog, (of ten minsten zeer nabij,) geteld
+wordt; dit is naamlijk het getal der huizen binnen de stad; het getal derzelven in
+haare gerechtigheid, en het gehucht <i>Laag-bussem</i>, wordt bepaald op drie-en-zeventig: intusschen vertelt het uitwendige der huizen
+in de stad, (eenige weinigen uitgezonderd,) verstaanbaar genoeg, dat de inwooners
+in geene bloejende omstandigheid leeven.
+<span class="pageNum" id="pb12.5">[<a href="#pb12.5">5</a>]</span></p>
+<p><i>Naarden</i> is vermaard voor eene zeer aanzienlijke sterkte, het heeft behalven zijne schansen,
+nog drie dubbelde wallen en grachten: heerlijk is het gezicht aldaar over de schoonste
+bastions, ravelijns, bolwerken, gordijen, contrascarpen, pallissaden, grachten, enz.
+dezelven zijn aangelegd naar het ontwerp van den zo bekwaamen als vermaarden Ingenieur
+Baron <span class="sc">van Coehoorn</span>; de voornaamste sterkte der stad bestaat echter in de afgegravene velden, die rondsom
+haar liggen, en nog gestadig uitgebreid worden; over dezelven, kan door middel van
+den <i>Vechtstroom</i>; de environ der stad tot op eenen aanmerkelijken afstand onder water gezet worden;
+voords heeft de stad twee poorten, naamlijk de <i>Amsterdamsche</i> en de <i>Amersfoordsche</i>: deezen zijn geen onaartige gebouwen, versierd met hardsteenen lijsten, waarin het
+wapen der stad gebeeldhouwd is, benevens het jaar van hunne bouwing en dat van eene
+verbetering daar aan geschied: het jaar der bouwing van de <i>Amsteldamsche poort</i> is uitgedrukt met deeze romeinsche cijffers: CIↃ. ICC. LXXXI. en dat der verbetering
+door het jaartal 1774; de zelfde getallen voor de andere poort, (de <i>Amersfoordsche</i>,) is CIↃ. ICC. LXXXII, en 1775.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="sc">’T</span> <span class="ex">WAPEN</span>.
+</p>
+<p>Is een zwarte dubbelde arend, op een goud veld.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN,
+</p>
+<p>De voornaamste deezer is de Gereformeerde Kerk, welke bediend wordt door drie Predikanten:
+het gebouw van binnen is groot en ruim, en pronkt met de begraafplaats, (versierd
+met een deftig opschrift,) van den geleerden Rector <span class="sc">Lambertus Hortensius</span>, dien onze Lezer ook nader zal leeren kennen; hij was rector der Latijnsche schoole:
+ook vindt men in de kerk, een in wit marmer uitgehouwen gedenkstuk. <span class="pageNum" id="pb12.6">[<a href="#pb12.6">6</a>]</span>ter eere van Prins <span class="sc">Willem den Derden</span>, (wat de aanleiding daartoe gegeven heeft, zal onze leezer in ’t vervolg van dit
+blad te duidelijk kunnen opmaaken, dan dat wij er hier iet van behoeven te zeggen;
+dit alleen kunnen wij hem verzekeren, dat het zijne geboorte niet verschuldigd is
+aan eene domme zucht, maar aan erkentenis voor wezenlijke verdiensten,) voords heeft
+deeze Kerk een fraai orgel, benevens een choor; vóór dezelve leest men het jaartal
+1648, denkelijk het jaar waarin zij gebouwd is: de toren die er op staat te redelijk
+groot, en steekt te meer uit om dat de grond der stad tamelijk hoog is.
+</p>
+<p>Er is ook eene <i>Fransche Gereformeerde Kerk</i>, die door één’ predikant bediend wordt;
+</p>
+<p>Een <i>Roomsche</i> die één’ pastoor heeft;
+</p>
+<p>Een <i>Joodsche Sijnagoge</i>; maar er is geene <i>Luthersche Kerk</i>.
+</p>
+<p>De verdere Godsdienstige gebouwen zijn een <i>Diaken Weeshuis</i>; het zelve is gesticht in den jaare 1747, en dient zo wel ter herberginge van oude
+mannen en vrouwen, als van kinderen; het getal der gasten welken zig daarin bevinden
+is veertig.
+</p>
+<p>Het <i>Burgerweeshuis</i>, gesticht in den jaare 1644, bezit zeer aanmerkelijke goederen en inkomsten; echter
+heeft het thans niet meer dan vier kinderen te voeden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>’T voornaamste van deezen is het Stadhuis, een gebouw ’t welk het steedjen eere aandoet,
+zijnde in zijne soort zeer fraai, pronkende van binnen met eenige kunstige schilderijen;
+het is van buiten versierd met een net toorentjen, waarin een klok hangt, op die wijze
+als men meermaals in kleine steden vindt: men wil dat het hout tot dit <span class="pageNum" id="pb12.7">[<a href="#pb12.7">7</a>]</span>gebouw gebruikt, gehaald zoude weezen uit het zogenaamde <i>Goojer-bosch</i>, dat weleer ten zuiden van het dorp <i>Hilversum</i> gestaan heeft: van buiten boven den ingang pronkt het met drie wèl gehouwene beelden,
+vertoonende de <i>Gerechtigheid</i>, aan wier rechterhand de <i>Godsdienst</i>, en aan de linkerhand de <i>Hoop</i> staat; onder deeze beelden leest men:
+</p>
+<p class="center"><span class="sc">GOD REGIERT AL.</span> Anno 1601.
+</p>
+<p>In de gevel staat<span class="corr" id="xd32e10531" title="Bron: .">:</span>
+</p>
+<p class="center"><span class="sc">IS ’T LEIJDEN IS ’T VREVGT,<br>
+DRÆGTET SOO ’T GOD VERGT.</span>
+</p>
+<p>Het oude Stadhuis, in ’t welk weleer een gruwel gepleegd werd, waarvan wij onzen Leezer
+straks verslag zullen doen, dient thans voor een <i>Waag</i>; voor dezelve ziet men, in drie steenen, afgebeeld, nevens bijschriften, in rijmen
+van dien tijd, het treurig voorval, ’t welk wij zo even bedoelden.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Voords zijn in <i>Naarden</i> twee magazijnen, waarvan het eene een zeer schoon gebouw, en wel der bezichtiginge
+waardig is.
+</p>
+<p>Weleer, doch in zeer veel vroeger tijd, moet <i>Naarden</i> ook eene Latijnsche School gehad hebben, want de Rector daarvan heeft zig in de <i>Spaansche beroerten</i> eenen naam verworven: (zie bladz 11.)
+</p>
+<p>Zo in de stad als tusschen de wallen vindt men verscheidene gebouwen, die echter niet
+meer dan schuuren zijn, waarin eene toerijkende hoeveelheid van amunitie in voorraad
+is,
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Deeze bestaat uit den Bailluw van <i>Gooiland</i>, zijnde thans de WelEd. Heer <span class="sc">Corver Hooft</span>, den Schout, drie regeerende Burgemeesters en zeven Schepenen, die woensdag vóór
+den middag ten half tien uure vergaderen; een-en-dertig Vroedschappen, benevens een
+Thesaurier, drie Weesmeesteren, <span class="pageNum" id="pb12.8">[<a href="#pb12.8">8</a>]</span>en twee Secretarissen: de Magistraatsverandering geschiedt op den 2 Februarij.
+</p>
+<p><i>Naarden</i> bezit de volgende
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>,
+</p>
+<p>Welke haar meestal ten tijde der Graaven geschonken zijn.
+</p>
+<p>Weleer werd het stedeke mede onder de <i>Hollandsche steden</i> ter dagvaart beschreven, doch van die waardigheid, of dat voorrecht, is het sedert
+beroofd; dat zeker jammer is, want <i>Naarden</i> heeft ook haare bijzondere belangen, en zelfs heeft het allergeringste steedjen die,
+ja ook het platte land.… dit echter is een point buiten ons bestek, derhalven dringen
+wij het niet dieper door: het doorzoekend oog van den burger heeft het in onze laatste
+onlusten ook doorzocht.
+</p>
+<p><span class="sc">Willem van Beieren</span>, haaren stichter, gaf haar het voorrecht van vrijheid van zekere tollen, en van het
+arrest op haare goederen, ook schonk hij haar eene eigene rechtbank en Schepens: in
+1357 verkreeg zij het stapelrecht, op de visscherijen, van die visschen, „die men
+landen zal in <i>Holland, Kennemerland</i>, en <i>Friesland</i>;” dit was eene vergelding voor eene dappere overwinning door de <i>Naarders</i> op die van <i>Amersfoord</i> behaald; Hertog <span class="sc">Jan van Beieren</span> heeft <i>Naarden</i> vergund de heirvaarten, togten, en ’t heffen van ’s Lands lasten, als mede dat zij
+sluizen mogt leggen waar ’t haar goed dacht: <span class="sc">Carel van Bourgondiën</span> verzekerde haar ook, dat het geheele <i>Gooiland</i> nooit van den Lande van <i>Holland</i> zoude gescheiden worden.
+</p>
+<p>Dit tot ons oogmerk genoeg gezegd zijnde, moeten wij, alvoorens van de aanmerkelijke
+historie der stad te spreeken, nog iet aanstippen van derzelver
+<span class="pageNum" id="pb12.9">[<a href="#pb12.9">9</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GILDEN</span>.
+</p>
+<p>Deezen zijn drie in getal, als 1.) het Timmermans en Metzelaars, 2.) het Kleeremaakers
+gild, en 3.) dat van de zijdenstoffeweevers; dan dit is thans bijna geheel vervallen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">SCHUTTERIJ</span>.
+</p>
+<p>Niet anders hebben wij hiervan kunnen opspooren, als dat <i>Naarden</i>, slechts sedert drie-en-twintig jaaren, gerekend van het jaar der jongstledene omwenteling
+van zaaken, eene gewapende schutterij heeft gehad; in het gemelde jaar, 1787, bestond
+dezelve uit twee compagniën, ieder van zestig man; doch in dat jaar hebben zij het
+lot van veele anderen Schutters ondergaan, zij zijn naamlijk ontwapend, of (dat thans
+het zelfde zegt,) hunne geweeren zijn opgehaald, en zij afgezet; hunne plaats is echter
+vervuld met drie compagniën soldaaten, ieder van circa vijftig mannen, voetvolk, ofschoon
+er sedert twintig jaaren geene melitie in gelegen heeft; niet mede gerekend een beevend
+corps van 80 knikkende grijsaarts, onder den naam van invaliden: deezen hebben lange
+jaaren alleen de bewaring der sterke stad op hunne zwakke schouderen getorscht: thans
+houden zij de <i>Amsterdamsche poort</i> bezet.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN <span class="asc">EN</span> VERMAAKEN</span>.
+</p>
+<p>Vermaaken!—deezen zijn bij die van <i>Naarden</i> bijna onbekend, indien men daaronder niet betrekt, in ’t zondagspakjen langs de schansen
+te sukkelen, of te hoop op de aankomende schuiten te staan tuuren, om de dartele <i>Amsteldammers</i> te zien aanlanden; waaronder dikwijls veelen gevonden worden, dom genoeg om met de
+schamelheid van ’t steedjen te lagchen.
+</p>
+<p>De bezigheden van die van <i>Naarden</i>, bestaan meest in ’t laakenweeven, voords in ’t verrichten van die bezigheden welken
+in de zameleving onontbeerelijk zijn—er is niet meer dan één koornmolen: langs de
+schans vindt men eene vrij groote touwbaan.
+<span class="pageNum" id="pb12.10">[<a href="#pb12.10">10</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS <span class="sc">DER</span> STAD</span>.
+</p>
+<p>Om dit gedeelte van onzen taak bij eene algemeen bekende gebeurtenis te beginnen,
+moeten wij den Leezer herinneren, hoe Graaf <span class="sc">Floris de Vijfde</span>, in den jaare 1296, in de ongenade der Edelen vervallen zijnde, zij hem gevangen
+hadden, en naar elders wilden vervoeren; maar de kloekmoedige inwooners van <i>Naarden</i>, hier van bericht bekomen hebbende, trokken onverschrokken uit om den Graaf te ontzetten,
+schoon het deezen echter zijn leven kostte, want het is te over bekend, dat de wreedaartige
+<span class="sc">Gerrit van Velzen</span> zijnen edelen Meester op eene moorddaadige wijze ombragt; ware er deeze moordenaar
+niet bij geweest, de <i>Naarders</i> zouden in dit geval zekerlijk den schoonsten lauwer geplukt hebben: een der oude
+rijmchronijken zingt van dit geval aldus:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Niet ver van <i>Kronenburg</i>, daar siet men in de velden,
+</p>
+<p class="line">De <i>Naardenaars</i>, die straks haar in de wapens stelden;
+</p>
+<p class="line">Heer <span class="sc">Gerrit</span> <span class="corr" id="xd32e10680" title="Bron: rijd">rijdt</span> voor uit, en vraagt wat dat se doen?
+</p>
+<p class="line">Waarom die mannen haar met oorlogstuigh ontmoên?
+</p>
+<p class="line">D’outste der burgerij segt: ’t is, de Graaf te wachten:
+</p>
+<p class="line">Toen staan de troupen stil, die haaren Landsheer brachten.
+</p>
+<p class="line">Heer <span class="sc">Gerrit</span> wijkt te rugh, en naar de Grave steekt,
+</p>
+<p class="line">Die keert sijn paart, dat springt, maar valt en sijn been breekt,
+</p>
+<p class="line">Toen was ’t onmogelijk den Grave te bewaaren,
+</p>
+<p class="line">Alzo de <i>Naardenaars</i> haar op de hielen waren;
+</p>
+<p class="line"><span class="sc">Van Velzen</span> steekt den Graaf enz.</p>
+</div>
+<p class="first">Toen in den jaare 1481, de <i>Utrechtschen</i> eene overwinning op de <i>Hollanders</i> behaald hadden, meenden zij met list <i>Naarden</i> inteneemen, daartoe waren zij allen verkleed in het gewoone gewaad van dorpvrouwen;
+onder die gedaante vermeesterden zij ook de poorten, en zouden de stad verbrand hebben,
+hadde men zulks niet afgekocht; die van <i>Naarden</i> moeten derhalven in dien tijd geducht geweest zijn: deezen wreekten zig het volgende
+jaar ook gevoelig over de ondergaane vernedering; zij verdelgden toen naamlijk de
+sloten van <i>Emmenes</i> en <i>Westbroek</i>, waarbij niet minder dan 1500 <i>Utrechtschen</i> het leven verloren; de dappere <i>Naarders</i> behaalden daarbij ook zo groot <span class="pageNum" id="pb12.11">[<a href="#pb12.11">11</a>]</span>een buit dat zij uit dezelve een toren stichtten, hunne behaalde victorie vertoonende,
+met bijvoeginge van de woorden: „zwijg <i>Utrecht</i>!”
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>In den jaare 1486, is het grootste gedeelte der stad door de vlamme vernield, waarom
+de dorpen daar rondom belast werd, de wallen, muuren en vesten der stad weder te helpen
+herstellen, op halve kosten.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Verschrikkelijker is echter de ramp die de wreede Spanjaards het steedjen (in 1572.)
+hebben doen ondervinden: in den eersten opgang der hervorming genoot zij de zoetste
+rust; men hoorde er noch van beeldstorming noch van vreemde Predikers; maar na zij
+zig voor <span class="sc">Oranje</span> verklaard had, werd zij welhaast opgeëischt; haare bezetting beliep niet meer dan
+120 Duitschers; kloekmoedig echter werd de opeisching afgeslagen; doch op het bericht
+dat <span class="sc">Don Fredrik</span> met geheel zijn heir op de stad in aantogt was, ontzonk elk den moed; men zond eenige
+Gemagtigden, en daaronder den Rector van ’t Latijnsche school, <span class="sc">Lambertus Hortensius</span>, den <i>Spanjaard</i> tegen; onder weg ontmoetten deeze den wreedaartigen bevelhebber, <span class="sc">Juliaan Romero</span>, die hun verklaarde dat <span class="sc">Don Fredrik</span>, de zaak der stad <i>Naarden</i> aan hem gelaten had, waarvan het gevolg was dat de Gezanten hem te voet vielen, en
+de sleutels van de stad aanboden, waarvoor zij de toezegging verworven, dat burgers
+noch bezetting aan goed noch leven zouden beschadigd worden; dan laas! ’t was het
+woord van een’ vijand, die de geessel van Nederland was, en zelfs met eeden spottede:
+aan ’t hoofd van 400 man trok <span class="sc">Romero</span> binnen, en werd bij <span class="sc">Gerrit Pieter Aartszoon</span>, Schepen der stad, deftig ter maaltijd onthaald, zo als zijne soldaaten bij de ingezetenen
+gelijk goed onthaal genooten: dan, wat was het loon voor deeze vriendlijkheid? na
+den maaltijd deed <span class="sc">Romero</span>, door eenen trommelslager omroepen, dat alle de burgers en bezettelingen zig, ongewapend,
+hadden te vervoegen in de <i>Gasthuiskerk</i>, welke toen voor een Stadhuis diende, om er den eed aan zijne Majesteit te vernieuwen;
+eenige weinigen mistrouwden dit bevel, en voldeeden er niet aan, maar de overigen
+begaven <span class="pageNum" id="pb12.12">[<a href="#pb12.12">12</a>]</span>zig derwaards: intusschen wandelde zeker Priester, midden onder de <i>Spanjaards</i>, voor de deur vergaderd, op en neder, doch kwam welhaast de veege opgeslotenen aanzeggen,
+zij hadden met hun geweeten pais te maaken en op hun einde te letten: „maar,” zegt
+de ridder <span class="sc">Hooft</span>, „’t aanzeggen, bereiden en sterven, was één ding:” ijsselijk was de moord die toe
+gepleegd werd; de <i>Spanjaards</i> bonsden de deur open en schoten in ’t woeste heen onder de menigte; werwaards deezen
+keerden liepen zij den dood te gemoet; de wanden der kerk weeken niet, en de dood
+stond in de deur; moede van schieten, stooven de moordenaars met ontblotene zwaarden
+de Kerk in, en doorboorden allen die nog overgebleven waren; vier persoonen alleen
+werden op belofte van zwaar rantsoen naar de gevangenis gebragt: ofschoon nu het bloed
+ter Kerke uitstroomde was zulks echter nog niet genoeg; de ontzielde ligchaamen werden
+verders van alles wat eenige waarde had beroofd, en daarna, o gruwel! den brand in
+het gebouw gestoken, en de zieltogenden met de dooden tot assche verbrand; behalven
+eenige soldaaten, bedroeg het getal der burgeren welken dus allerwreedaartigst omgebragt
+werden, volle vierhonderd.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Intusschen was voor hen die aan het opontbod voorgemeld niet voldaan hadden, een dergelijk
+zo niet nog wreeder lot toegezegd; want nu had men het geheele heir der <i>Spanjaarden</i> binnen de muuren, de roovers in de huizen, en het wee door al de stad; jammerlijk
+was het klaagen, huilen, kermen en gillen der gemartelden, gemengd met het loejen
+der beesten in de brandende stallen opgesloten; sommige vaders werden, tot op het
+bloote lijf ontkleed, voor de oogen van hunne vrouwen en kinderen als visschen gekorven;
+een man van zeventig jaaren, stak men in den hals, ontvong het gutsende bloed in de
+handen, slurpte daarna een gedeelte er van op, en doorboorde voords den rampzaligen
+grijsaart het hart; de zieken werden in hunne bedden vermoord, ja ook werden de krankzinnigen
+niet gespaard; verscheidene burgers sleepte men tot op het dak van de groote Kerk,
+stak hun een dolk in ’t lijf, en stietze dan plotsling van boven neder; de vrouwen
+werden bij de voeten, anderen, en die bevrucht waren, bij de borsten opgehangen; hoog
+zwangeren ’t kind uit het lichaam gesneden; maagden, en meisjens <span class="pageNum" id="pb12.13">[<a href="#pb12.13">13</a>]</span>van dertien of veertien jaaren werden beestachtig verkracht; de vrouwen ondergingen
+dat lot in ’t aanzien van haare mannen en zoons: onder andere kraamvrouwen deeden
+zij er eene, barrevoets, in een onderroksken, met een wichtjen van éénen dag, en een
+ander van agttien maanden, over de doode ligchaamen haarer stadgenooten heen, ter
+poorte uitgaan; deeze kwam echter behouden in het dorp <i>Huizen</i> aan, en weder tot haare voorige gezondheid: toen de bloedhonden niets meer dat gevoel
+had konden doen lijden, viel men op het onbezielde aan; poorten, muuren, torens, alles
+werd.… maar genoeg, wij sluiten dit akelig verhaal met de woorden van zeker dichter:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Met welk een wreedheid zocht de vijand elk den moed,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Te doen ontzinken! doch verkeerd, wijl goed en bloed,
+</p>
+<p class="line">Niet meer geveiligd scheen, wanneer men was verdragen,
+</p>
+<p class="line">Dan als men weêrstand bood; dies elk besloot te waagen
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Al wat hen dierbaar was, voor ’t allerdierbaarst pand,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">De vrijheid van ’t gewisse en van het Vaderland.</p>
+</div>
+<p class="first">Sedert ging <i>Naarden</i> aan de zijde der Staaten over, en men vocht zo als het Batavieren voegt.
+</p>
+<p>In het jaar 1668, was er tusschen de Staatsleden een verschil over het versterken
+van <i>Naarden</i>, en welk verschil van dat gevolg was, dat het versterken achterbleef.
+</p>
+<p>Honderd jaaren na den voorverhaalden algemeenen moord, binnen de muuren van <i>Naarden</i>, had dat steedjen eenen anderen gewigtigen slag doortestaan; in den oorlog met <i>Frankrijk</i> naamlijk (1672.) nam de Markgraaf van <span class="sc">Rochefort</span>, <i>Naarden</i> in, waarvan den Prins van <i>Oranje</i> de schuld gegeven werd; hij had, zegt men, geene bezetting genoeg daarin gelegen.
+</p>
+<p>In ’t volgende jaar kwam de Prins van <i>Condé</i> in persoon derwaards, en werd met twaalf kanonschoten van de wallen verwelkomd: <span class="sc">Willem de Derde</span> heeft ondernomen de stad te belegeren, en ’t is hem ook gelukt dezelve uit de magt
+der <i>Franschen</i> te rukken, en der Republiek wederteschenken: dat de <i>Franschen</i> in <i>Naarden</i> lagen was de Staaten een doorn in den <span class="pageNum" id="pb12.14">[<a href="#pb12.14">14</a>]</span>voet; wèl lag het land rondom onder water, maar ’t liep tegen den winter, en zo er
+sterke vorst kwam was men derhalven van niets verzekerd: intusschen hadden de <i>Franschen</i> eenige oude vestingwerken aldaar laaten verbeteren, maar aan den anderen kant was
+ook een goed gedeelte van de bezetting, die wegens de bekrompenheid van het steedjen
+niet groot konde zijn, ziek; weder, integendeel, lag binnen <i>Naarden</i> een Gouverneur, <span class="sc">Van Pas</span> genoemd, die bekend stond voor eenen man van beleid en dapperheid; <span class="sc">Oranje</span> echter ondernam den aanslag; om den vijand te misleiden, liet hij eenige troupen
+naar den kant van <i>Braband</i> marcheeren, als of hij aldaar iet in den zin hadde: in ’t laatst van Augustus evenwel
+vernam de Gouverneur wat van de zijde der staatschen stond ondernomen te worden, welke
+maare ook kort daarna met de daad bevestigd werd; want den 19 September eerstvolgende
+(1672.) sloeg <span class="sc">Oranje</span> het beleg voor de stad; zeven dagen werd zij belegerd, en daarna bemagtigd.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Van dien tijd af heeft <i>Naarden</i> niet veel deels in de staatsverschillen, waardoor ons lieve Vaderland van tijd tot
+tijd geteisterd is geworden, gehad; maar in onze jongstledene beroerten, waarvan wij
+nog overal de opene wonden voelen bloeden, bleef zij niet verschoond; en hoe had zij
+ook kunnen verschoond blijven, daar ’t magtig <i>Amsteldam</i>, om ’t welke het voornaamlijk te doen was, voor een gedeelte van dat steedjen zijne
+verdediging verwacht!
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>De algemeene patriotsche landsversterking werd derhalven te <i>Naarden</i> geenzins vergeeten; de Colonel <span class="sc">van Matha</span>, werd met toerijkende manschap derwaards afgezonden; een gedeelte van het Amsteldamsche
+Genootschap van Wapenoefening <i>Tot nut der Schutterij</i>, trok den 8 September des jaars 1786, derwaards, om bezit van de sterkte te neemen,
+en dezelve, in gevalle van aanval, zelven te helpen verdedigen; dan, op hunnen marsch
+derwaards, ontvingen zij bericht, dat <span class="sc">Matha</span> hun niet zoude toestaan in de stad te komen, omdat zij niet voorzien waren van een
+patent van de Provinciaale Staaten.
+<span class="pageNum" id="pb12.15">[<a href="#pb12.15">15</a>]</span></p>
+<p>Toen verders de zaaken tot die hoogte gekomen waren dat men de <i>Pruissen</i> in het Land had, begreepen ook deezen dat zij noodig hadden <i>Naarden</i> te winnen; ten dien einde werd, den 17 Sept. 1787, de Generaal Major <span class="sc">von Kalckreuth</span> uit het leger bij <i>Amersfoort</i>, met 40 Cuirassiers van zijn regiment, benevens het eerste bataillon van <span class="sc">Eichman</span> derwaards afgezonden, om met den Commandeur <span class="sc">Matha</span> in onderhandeling te treeden, en te zien hoe het steedjen best te naderen was; in
+den nacht van gemelden dag kwamen de <i>Pruissen</i> voor <i>Naarden</i>, en legerden zig op eenigen afstand van de vesting; dan, zij oordeelden weder te
+moeten aftrekken, om gemaklijker posten te gaan inneemen; <i>Naarden</i> heeft zekerlijk aanstonds doen zien, dat het zig niet goedkoop zoude overgeeven;
+men trok derhalven af, om den linker oever van de <i>Vecht</i> te gaan winnen; de aftogt geschiedde reeds ten volgenden dage, (den 18den Sept)—’t
+was echter maar voor een korten tijd; want na dat de kans geheel verloren was, en
+alles met <i>Pruissische troupen</i> bezet werd, heeft ook <i>Naarden</i> dezelve moeten inneemen; zij hebben er evenwel niet langer dan elf dagen gelegen:
+sommigen zeggen dat er op zekeren nacht uit het steedjen geschoten is, waarbij een
+koe in ’t veld zijne hoornen verloor; of ’t op de <i>Pruissen</i> gemunt was is ons echter onbekend, zo ja, zou ’t, volgends ’t voorgaande, in dezelfden
+nacht moeten geschied weezen, dat <span class="sc">Kalckreuth</span> zig voor het steedjen nêersloeg.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Die <i>Naarden</i> gaat bezichtigen vraage vooral naar <i>Oud-naarden</i>, zo genoemd, of eigenlijk de aanmerkelijke overblijfzelen van de aloude stad van
+dien naam. (zie hier voor Bladz. 3.) ’t is niet meer dan eene boerewoning; doch de
+ligging van dezelve is zeer verrukkelijk, naamlijk midden in bosschen, akkers en heuvelen,
+van welken het gezicht op het onverwachtst afgewisseld wordt, met eene verrasschende
+vertooning van de <span class="corr" id="xd32e10918" title="Bron: zuiderzee">Zuiderzee</span>.
+<span class="pageNum" id="pb12.16">[<a href="#pb12.16">16</a>]</span></p>
+<p>De schansen, wallen, en grachten, zijn over bezienswaardig; ook kan men gelegenheid
+vinden om onder dezelven te komen; doch ’t is er zeer salpeterachtig en onaangenaam.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>De gebouwen, Bladz. 5 en 6 beschreven.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Men heeft er eene schoone wandeling naar de hei, of het zo genaamde huis van <span class="sc">Jan Tabak</span>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>.
+</p>
+<ul>
+<li>De <i>Keizers kroon</i>.
+</li>
+<li>Het <i>vliegende Hart</i>.</li>
+</ul><p>
+</p>
+<p class="xd32e10214">Voor den burger.
+</p>
+<ul>
+<li>Het <i>Jaagschuitjen</i>,
+</li>
+<li>Een tweede, ook zo genoemd.
+</li>
+<li>Het <i>bonte Paard</i>.
+</li>
+<li>Het <i>witte Paard</i>.</li>
+</ul><p>
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Alle dagen vaaren er 6 Schuiten van daar, door <i>Muiden</i>, op <i>Amsteldam</i>, en komen er ook evenveel aan: de <i>Arnhemsche</i> postwagen passeert er ook; men vindt er mede niet ver van de <i>Amsterdamsche poort</i>, eene zeer geschikte uitspanning, alwaar men ten allen tijde een rijtuig kan bekomen.
+<span class="pageNum" id="pb13.1">[<a href="#pb13.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e10317">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e10317src">1</a></span> <i>Dit grondgebied werd door Keizer</i> <span class="sc">Otto den Tweeden</span> <i>geschonken aan zekere Abdisse</i> <span class="sc">Goedela</span>, <i>waarvan het den naam bekwam van</i> Goedelaland, <i>dat is</i> het land van <span class="sc">Goedela</span>; <i>deeze naam</i>, (Goedelaland,) <i>is door de zo vermogende klankverbastering veranderd, eerst in</i> Goeiland, <i>en daarna in</i> Gooiland.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e10317src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="huizen" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1282">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure fighuizenwidth"><img src="images/huizen.jpg" alt="Het dorp Huizen" width="510" height="720"><p class="figureHead">Het dorp Huizen</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Dus schetst de Tekenkunst het schoon en vrolijk HUIZEN,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Een <span class="sc">Gooische</span> voorraadschuur van tuingewas en graan,
+</p>
+<p class="line">Dat ons <span class="corr" id="xd32e11010" title="Bron: ’d">d’</span> alouden staat van ’t Land nog doet herdenken,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Als ’t snorrend spint, of zijn getouwen bonzend gaan:
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Het ruime Zuidermeir zet door de visscherij,
+</p>
+<p class="line xd32e6271">Het breede dorp ook welvaart bij.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
+<span class="ex">DORP</span><br>
+<span class="ex">HUIZEN</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Van dit dorp mag met recht gezegd worden, dat het één der voornaamsten van het vermaaklijk
+<i>Gooiland</i> is, deszelfs
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>,
+</p>
+<p>Is anderhalf uur gaans beoosten <i>Naarden</i>, digt aan de <i>Zuiderzee</i>, wier strand, even als te <i>Muiderberg</i> en elders, zeer flaauwlijk afloopt, zo dat men bijna een half uur ver in zee zoude
+kunnen gaan, zonder zig hooger dan tot den midden toe nat te maaken, welke eigenschap
+des oevers in den zomer geene onaangenaame uitspanningen verschaft: (zie onze beschrijving
+van <i>Muiderberg</i> voornoemd.)
+</p>
+<p>Het dorp ligt voords alleraangenaamst, ter oorzaake dat veele van de hooge en laage
+gedeelten des lands bebouwd zijn, en men er ook een gezicht op de <i>Zuiderzee</i>, voornoemd, heeft; doch de huizen staan er in geene bepaalde roojing; elk heeft er
+zijn bebouwden grond of akker bij, zo dat het graan, en andere landvruchten, er als
+tusschen de huizen ingroejen: bij dit dorp behoort voords eene ongemeen groote <i>Meente</i>, waarvan wij, onder onze beschrijving van <i>Laaren</i>, breedvoerig genoeg gesproken hebben.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>
+</p>
+<p>Van deezen vinden wij niets aangetekend; ook hebben onze navorschingen ons desaangaande
+niets kunnen doen ontdekken; sommige ingezetenen beweeren, op overleveringen, dat
+<i>Huizen</i> eigenlijk een visschers dorp is, en, daar de visschers gemeenlijk hutten bewoonen,
+hier ter plaatse veele goede huizen gevonden wordende, men daarom dit visschers dorp
+vereerd heeft met den naam van <i>Huizen</i>, als of men zeggen wilde, het visschers dorp daar <i>Huizen</i> en geene hutten staan; wat de waarheid hiervan zoude weezen kunnen wij niet beslissen.
+</p>
+<p>STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE.
+</p>
+<p>De stichting, of eerste aanleg des dorps is mede met geene mogelijkheid te bepaalen;
+men wil dat het reeds zeer oud zij.
+</p>
+<p>Wat de <span class="sc">grootte</span> betreft, het wordt in de quohieren der <span class="pageNum" id="pb13.2">[<a href="#pb13.2">2</a>]</span>verpondingen begroot op 271 en een halve zwad, 11 voeten weiland, 256 morgen, 690
+roeden geestland, en nog 177 morgen, 645 roeden zulk land, onder <i>Bussem</i> gelegen; allen <i>Gooische morgen</i> van 800 roeden groot; intusschen geschiedt deeze begrooting alhier even als op alle
+andere plaatsen van <i>Gooiland</i>, naamlijk van het schotbaare land, zonder de uitgestrektheid van de heiden mede te
+rekenen.
+</p>
+<p>Dat het dorp <i>Huizen</i>, sedert groote honderd jaaren, niet weinig gebloeid moet hebben, blijkt uit de toeneeming
+van het getal der wooningen aldaar, in gemelden tijd: op de lijst van 1632, vindt
+men er 136 voor aangetekend, en op die van 1732, is dat getal veranderd in 285, des
+is het in gezegde honderd jaaren met 149 huizen vergroot, dat is meer dan ééns zo
+groot geworden—de bewooners deezer huizen zijn meest van den <i>Gereformeerden Godsdienst</i>; men heeft er ook veele <i>Doopsgezinden</i>, en eenige weinige <i>Roomschen</i>.
+</p>
+<p>’T <span class="ex">WAPEN</span>.
+</p>
+<p>Dit is een melkmeisjen, draagende twee emmers, op een zilveren veld.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>De Dorps- of <i>Gereformeerde kerk</i>, die alhier gevonden wordt, heeft uitwendig geene bijzonderheid van eenig aanbelang;
+zij draagt een dikken zwaaren toren, met slagklok en uurwijzer voorzien: van binnen
+is ’t gebouw ongemeen fraai aangelegd; ’t gezicht op den predikstoel en daaraan gevoegde
+verdere aanzienlijke gestoelten, is zeer behaagelijk; zijnde alle die gestoelten bevallig
+bruin gekleurd.
+</p>
+<p>Onder den avondgodsdienst wordt het ruim verlicht door vier koperen kaarskroonen.
+</p>
+<p>Voor eenige jaaren is deeze kerk van binnen aanmerkelijk vernieuwd: uitwijzens het
+volgende versjen, dat men tegen een der wanden leest:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">In uw vernieuwde kerk, o <i>Huizen</i>! staan Gods knechten,
+</p>
+<p class="line">Verkondigende aan u des Heeren dierbre rechten.</p>
+</div>
+<p class="first">Een ander versjen luidt dus:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Die Godes woord aanhoort, en daarnaar niet en leeft,
+</p>
+<p class="line">Is als ’t bezaaide land dat geene vruchten geeft.</p>
+</div>
+<p class="first">De Pastorij en het Schoolhuis zijn beiden aan het oogmerk zeer voldoende: in het school
+worden alle de dorps-kinderen, van wat Godsdienst ook, ontvangen.
+</p>
+<p>Wees- of Arm huizen worden hier niet gevonden: de Weezen en Armen worden by de inwooners
+besteed.
+<span class="pageNum" id="pb13.3">[<a href="#pb13.3">3</a>]</span></p>
+<p>De Doopsgezinden hebben er voords eene zeer nette vergaderplaats, tot wier vernieuwing
+de Heer <span class="sc">Jacobus van Hoorn</span>, in zijn leven Leeraar der Vereenigde <i>Waterlandsche</i> en <i>Vlaamsche Doopsgezinden</i> te <i>Amsteldam</i>, veel toegebragt heeft.
+</p>
+<p><span class="sc">Wereldlijke gebouwen</span> zijn hier niet voorhanden; het Rechthuis wordt gehouden in eene herberg, dat een
+zeer aanzienlijk en spacieus gebouw is.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Deeze bestaat uit den Predikant, zijnde thans de Wel-Eerwaarde Heer <span class="sc">Dirk van den Ham</span>, behoorende onder de Classis van <i>Amsteldam</i>; benevens twee Ouderlingen en twee Diaconen, van welken jaarlijks één Ouderling en
+één Diacon afgaat, en door een anderen vervangen wordt, ter keuze van Schepenen, uit
+de nominatie van een dubbeldgetal door den Kerkenraad zelven gemaakt.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Deeze is wederom als op alle de andere dorpen van <i>Gooiland</i>, zie het geen wij deswegen onder onze beschrijving van <i>Hilversum</i>, enz. gezegd hebben.
+</p>
+<p>Er zijn te <i>Huizen</i> twee Kerkmeesters, die door Schout en Schepenen verkozen worden, en voor hun leven
+aanblijven.
+</p>
+<p>Bijzondere <span class="sc">voorrechten</span> heeft <i>Huizen</i> niet; ook liggen deszelfs inwooners onder geene bijzondere verpligtingen.
+</p>
+<p>In den schaarbrief, waarvan wij elders spreeken, leezen wij wegens dit dorp:
+</p>
+<p>„<span class="corr" id="xd32e11170" title="Bron: Eersteliijk">Eerstelijk</span> dat gedeelte van de heyde, ’t geen doorgaans gelegen is ten zuidoosten van <i>Gravenveld</i>, en ten zuidoosten van de Landerijen die opwaarts met eekenhout beplant zijn, genaamt
+duinen, strekkende in de lengte van de <i>Huizer Neng</i> af, van daar zuidwaarts op tot aan de plantagie van de Wed. de Heer <span class="sc">Hendrik Thierens</span>, en grenzende tot aan het veld van de Wed. den Heere <span class="sc">Abm. Scheerenberg</span>: loopende in de breedte van <i>Gravenveld</i>, en de voornoemde zogenaamde duinen, zuidoostwaards op tot aan de plantagie, behoord
+hebbende de Heer <span class="sc">van Hoorn</span>, de Wed. de Heer <span class="sc">Cornelis Nagtglas</span>, en tot de velden van andere particulieren aldaar in het rondte gelegen, daar onder
+begrepen de heijde genaamt de <i>Catheet</i>, tot aan het land van de Wed. de Heer <span class="sc">Scheerenberg</span> voornoemd.”
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>Bestaan voornaamlijk in de rederij; en den zo hoogstnuttigen <span class="pageNum" id="pb13.4">[<a href="#pb13.4">4</a>]</span>landbouw; er wordt, gelijk elders in <i>Gooiland</i>, veel boekwijt gewonnen; men legt er zig ook niet weinig toe op het teelen van lange
+raapen, en andere aardvruchten: eenige andere <i>Huizenaars</i> geneeren zig met het weeven van grof doek, en grove wol tot seilen; het spinnen van
+katoen tot pitten voor kaarsen en lampen gaat er ook sterk in zwang, en alle de vruchten
+huns arbeids worden voornaamlijk te <i>Amsteldam</i> vertierd.
+</p>
+<p>De visscherij is er mede een tak van bestaan, waartoe de <i>Zuiderzee</i>, gelijk gezegd is, de gelegenheid aan de hand geeft: meestal wordt er bot gevangen:
+deeze wordt met karren langs de <i>Vecht</i> gevoerd, onderweg, en ook niet weinig te <i>Utrecht</i> verkocht; eenige anderen zeilen met hunne vangst naar <i>Zeeburg</i>, alwaar zij dezelven in platte bennen op wagens laaden, en ze daarmede rondsom <i>Amsteldam</i>, in de <i>Diemermeir</i> en elders verkoopen: daar zij met hunne geladene wagentjens niet in <i>Amsteldam</i> mogen komen, draagen sommige van deeze visschers, (hun voordeel met den verkoop binnen
+de stads poorten meenende te kunnen doen,) hunne bennen ter poorte in, en venten de
+bot langs de huizen uit; doch daar zij dus doende de markt-pachten niet betaalen,
+wordt hen niet zelden alles wat zij te koop aanbieden afgenomen: dit is buiten tegenspraak
+schadelijk, echter moet dat schadelijke minder zijn dan het voordeel, ’t welk zij
+met de gezegde verkoop weeten te doen; want hoe dikwijls hun ook het lot van beroofd
+te worden moge treffen, ’t kan hun niet doen besluiten dien verboden handel te staaken.
+</p>
+<p>„Sedert eenige jaaren”, leezen wij, „heeft men er ook begonnen bokking te droogen,
+die, hoewel zij te <i>Amsteldam</i>, onder den naam van <i>Harderwijker bokking</i>, vertierd wordt, en waartoe eene bijzondere marktplaats,” (op het <i>Koningsplein</i>,) „gesteld is, echter zo smaaklijk niet is als de oprechte <i>Harderwijker visch</i>, ’t welk aan de wijze van rooken toegeschreven wordt”: er wordt des winters ook veel
+spiering gevangen en vertierd.
+</p>
+<p>Wegens de afzonderlijke <span class="sc">geschiedenis</span> van <i>Huizen</i>, kan niets bijzonders gezegd worden, ook heeft het dorp in onze jongstledene beroerten
+weinig deel gehad.
+</p>
+<p><span class="sc">Bijzonderheden</span> zijn er voor den vreemdeling niet te bezichtigen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>.
+</p>
+<p>Het Rechthuis; men vindt er nog eene en andere herberg van minderen rang.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
+</p>
+<p>Maandag, Dingsdag en Woensdag, vaart een zeilschuit, vise versa, op <i>Amsteldam</i>: des winters bij besloten water rijdt er op dezelfde dagen een’ wagen.
+<span class="pageNum" id="pb14.1">[<a href="#pb14.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="blaricum" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1287">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figblarikumwidth"><img src="images/blarikum.jpg" alt="Het dorp Blarikum." width="491" height="720"><p class="figureHead">Het dorp Blarikum.</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Dit dorpjen<span class="corr" id="xd32e11287" title="Niet in bron">,</span> waarde Nederlander!
+</p>
+<p class="line xd32e6271">Doet zien wat noeste vlijt vermag;
+</p>
+<p class="line">Zij doet alom het graan ontspruiten,
+</p>
+<p class="line xd32e6271">Daar men weleer slechts heide zag.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
+<span class="ex">DORP</span><br>
+<span class="ex">BLARICUM</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Onder de <i>Gooische dorpen</i>, bekleedt dit zekerlijk een van de minste standen, gelijk het dan ook weinig stofs,
+tot eene beschrijving van hetzelve, oplevert.
+</p>
+<p>Deszelfs
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
+</p>
+<p>Is omtrent één en een half uur gaans ten Zuidoosten van <i>Naarden</i>, strekkende de huizen zig bijna tot aan de grensscheiding van <i>Holland</i> en <i>Utrecht</i> uit: hoe zeer onaanmerklijk het zij, is het echter ongemeen aangenaam gelegen; allerbevalligst
+groen, en, door zijne ruime bebouwing, zeer luchtig: ’t heeft in de daad alle landlijk
+schoon.
+</p>
+<p>Bijkans een quartier uur gaans van daar ten Noordwesten, slegts weinig schreden van
+den weg <span class="corr" id="xd32e11314" title="Bron: naa">naar</span> <i>Naarden</i>, vindt men den bekenden <i>Tafelberg</i>, wiens verhevenheid eene groote verscheidenheid van gezichten verschaft, die het
+oog ongemeen bekooren, en het hart van den gevoeligen aanschouwer tot aanbidding van
+den Schepper der Natuur <span class="corr" id="xd32e11321" title="Bron: als">sal</span> dwingen.
+</p>
+<p>Van de <span class="sc">naamsoorsprong</span> deezes dorps hebben wij, noch in de voorhanden zijnde schrijveren over het <i>Gooiland</i>, noch <span class="pageNum" id="pb14.2">[<a href="#pb14.2">2</a>]</span>door onze ter plaatse gedaane informatien iet kunnen ontdekken; hetzelfde is ’t geval
+wegens zijne stichting.
+</p>
+<p>Wat aangaat de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>Wij vinden dat in de quohieren der verpondingen voor <i>Blaricum</i> aangetekend staat: 101 zwad, 9 voeten weiland, en 195 morgen, 353 roeden geestland.
+</p>
+<p>„Het is,” zegt de schrijver van den <i>Tegenwoordigen Staat van Holland</i>, „in honderd jaaren genoegzaam niet vermeerderd of verminderd, staande in de oude
+lijst der verpondingen maar één huis minder dan in de laatste van 1732, volgends welke
+<i>Blaricum</i> op 108 huizen begroot wordt;” sedert echter is het verminderd, want men schat het
+getal der huizen thans, niet hooger dan 100; deezen worden bewoond door nagenoeg 500
+menschen, die meest allen van den <i>Roomschen Godsdienst</i> zijn.
+</p>
+<p>Het
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
+</p>
+<p>Van <i>Blaricum</i> is drie <i>blaauwe korenbloemen</i> op een <i>zilveren veld</i>.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>Hoewel de Gereformeerde Gemeente op dit Dorp zeer klein zij, heeft dezelve echter
+eene eigene Kerk, waarin op den eenen zondag vóór- op den anderen na-den-middag de
+openbaare Godsdienst wordt verricht. Deze Gemeente is gecombineerd met die van <i>Laaren</i>, behoort onder de Classis van <i>Amsteldam</i>, en wordt thands bediend door den Weleerwaardigen Heer <span class="sc">Carel Aeijelts</span>, wiens woonplaats te <i>Blaricum</i> is. De Kerkenraad deezer gecombineerde Gemeente bestaat, behalven uit den Predikant,
+uit één Ouderling en één Diacon te <i>Blaricum</i>, benevens één Ouderling en één Diacon te <i>Laaren</i>.
+</p>
+<p>Het Kerkjen heeft uitwendig niets aanmerklijks; er staat een oude vierkante toren
+op; van binnen is het mede allereenvoudigst, volstrekt zonder eenig cieraad, behalven
+eene kleine kaars-kroon en twee koperen boogen boven de ingangen van het Doop-hek.
+<span class="pageNum" id="pb14.3">[<a href="#pb14.3">3</a>]</span></p>
+<p>Op het Kerkhof binnen den omtrek, dien voorheen het choor der Kerk heeft beslaagen,
+is een grafkelder, doch die thands van boven geheel met gras begroeid is. Op denzelven
+ligt een gedeelte van een’ grafzerk, waarop gebeiteld is het wapen en de naam van
+<span class="sc">Johan Stachovwer <span class="sic">Urij</span> Heer Van Schiermoncoog</span>.
+</p>
+<p>De Pastorij te <i>Blaricum</i> is vrij goed, gelijk ook het Schoolhuis; doch er is noch wees- noch arm-huis, en
+dit zoude er ook indedaad vrij overtollig zijn: die weinigen onvermogenden om voor
+zich zelven den kost te winnen, worden of in hunne eigene wooning verzorgd, of bij
+Burgers besteed—de Diaconie-armen door den Diacon, met voorkennis en goedvinden van
+den Predikant en Ouderling—de zogenaamde pot-armen door de Armmeesters.
+</p>
+<p>De <i>Roomschen</i> hebben er eene goede statie, die door een wereldsch Heer bediend wordt, zijnde thans
+de Weleerwaarde Heer <span class="sc">Henricus Huisman</span>.
+</p>
+<p>Wegens de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>,
+</p>
+<p>Hebben wij slechts dit volgende ter neder te stellen: de Burgers hebben er, wat het
+bestuur der <i>Dorps-zaaken</i> betreft, hunne eigene Regeering; doch met opzicht tot de <i>rechts-zaaken</i> handelt deeze Regeering in vereeniging met die van <i>Laaren</i>, en heeft dan dezelfde maat van magt als de Regeering der andere Gooische Dorpen.
+De Leden dezer Regeering zijn te <i>Blaricum</i> zo wel als te <i>Laaren</i> bijkans allen van den Roomsch-catholijken Godsdienst.
+</p>
+<p><span class="sc">Voorrechten</span> of <span class="sc">verpligtingen</span> heeft <i>Blaricum</i> niet: Zie wegens deszelfs aandeel in de meente onder onze beschrijving van <i>Laaren</i>.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>Der bewooneren bestaan meestal in den landbouw, zo als dezelve over het algemeen in
+<i>Gooiland</i> ter hand genomen wordt: er gaan ook nog 18 à 20 getouwen, ter bereidinge van grove
+stoffe: midsgaders eene menigte van spinwielen, deels om die getouwen aan den gang
+te houden, deels ter vervaardiging van katoen-garen.
+<span class="pageNum" id="pb14.4">[<a href="#pb14.4">4</a>]</span></p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS</span>
+</p>
+<p>Van <i>Blaricum</i>, bevat op zig zelve niet veel bijzonders; in de <i>Spaansche beroerten</i>, welken ons land zo vreeslijk geteisterd hebben, heeft het in ’t lot van geheel <i>Gooiland</i> gedeeld, en ’t is overbekend, hoe jammerlijk het weerelooze landvolk moet lijden,
+als zij door den soldaat bezocht worden; indedaad, de boer heeft meer dan eenig stedeling
+gegronde reden om den oorlog te vervloeken.
+</p>
+<p>In 1672 toen de geduchte <i>Franschen</i> ons land als overstroomden, heeft <i>Blaricum</i>, als de overige gedeelten van <i>Gooiland</i>, den twist tusschen de beheerschers der aarde moeten bezuuren; met minder gevoelige
+neepen, is het in onze jongstledene beroerten vrijgekomen.
+</p>
+<p>Maar zeer veel heeft dit Dorp geleden in het jaar 1696: op den 26 Maart diens jaars,
+even na den middag, ontstond er in hetzelve een allergeweldigste brand, waardoor binnen
+den tijd van twee uuren over de dertig huizen benevens de Kerk en toren waren in de
+asch gelegd, de zerken in de Kerk van één sprongen, en de lijken in de graven tot
+stof verteerden.
+</p>
+<p><span class="sc">Bijzonderheden</span> zijn hier niet te bezichtigen, niettegenstaande de alleraangenaamste ligging des
+dorps, een bezoek van den Landvriend overwaardig is.
+</p>
+<p>Eigenlijke
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>
+</p>
+<p>Zijn er niet, men vindt er eenige weinige herbergen, waarin de wandelaar zich kan
+ververschen.
+</p>
+<p>Er zijn ook geene <span class="sc">reisgelegenheden</span>: men is verpligt zig van daar naar <i>Naarden</i> te begeeven, om met de gelegenheden, welken te dier plaatse gevonden worden, naar
+elders te vertrekken.
+<span class="pageNum" id="pb15.1">[<a href="#pb15.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="laaren" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1292">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figlaarenwidth"><img src="images/laaren.jpg" alt="’t Dorp Laaren" width="515" height="720"><p class="figureHead">’t Dorp Laaren</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Zo lang het landlijk schoon den <span class="sc">Batavier</span> behaagt,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">En hij naar golvend graan, naar groene velden vraagt,
+</p>
+<p class="line">Zo lang hij naar de stem van <span class="sc">Neêrlands</span> heil zal hooren,
+</p>
+<p class="line">Zo lang zal LAAREN ook den <span class="sc">Batavier</span> bekooren.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
+<span class="ex">DORP</span><br>
+<span class="ex">LAAREN</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Dit zeer aangenaame dorp, wordt gehouden voor het oudste van geheel <i>Gooiland</i>, ofschoon ter plaatse zelve geene blijken daarvan voorhanden zijn; dit is zeker dat
+het één der vermaaklijksten van alle de <i>Gooische dorpen</i> genoemd mag worden.
+</p>
+<p>Deszelfs
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
+</p>
+<p>Is meer zuidwaards van <i>Naarden</i>, dan <i>Blaricum</i>, doch de afstand van die stad is genoegzaam even groot als dezelfde afstand van ’t
+gemelde dorp, naamlijk omtrent één en half uur.
+</p>
+<p>De ligging over het algemeen is vermaaklijk, ’t is zeer ruim uitgebouwd, en daardoor
+ten uitersten luchtig; de boomrijkheid <span class="pageNum" id="pb15.2">[<a href="#pb15.2">2</a>]</span>verrukt er het oog op de treffendste wijze; ’t is voords vol akkers, en met bebouwde
+hoogten omringd, allen welken taamlijk vruchtbaar zijn in graangewassen<span class="corr" id="xd32e11546" title="Bron: ,">.</span>
+</p>
+<p>Onder de uitgestrektheid gronds, welke hier (als elders in <i>Gooiland</i>,) het oog zo zeer verrukt, telt men eene genoegzaame hoeveelheid, die men <i>Meente</i>, of <i>Gemeene weide</i> noemt: een onzer waardigste begunstigers in deeze, zegt daarvan het volgende: „In
+het district van <i>Gooiland</i>, vindt men niet alleen groote streeken heide, geschikt tot beweiden der schaapen,
+en slaan van plaggen, maar ook ligt bij elke plaats een groot stuk weiland, ’t welk
+gewoonlijk de <i>Meent</i> genaamd wordt; van deeze Heide en <i>Meent</i>, hebben zij die Erfgroojers zijn, dat is die uit voorouders herkomstig zijn, welke
+in dien tijd reeds in dit district woonachtig waren, toen met het recht tot de beweiding
+der opgenoemde <i>Meente</i> kreeg, het vruchtgebruik, het welk gewettigd is door eene goedkeuring van Hertog
+<span class="sc">Albrecht van Beieren</span>, in den jaare 1404; en Hertog <span class="sc">Jan van Beieren</span>, wilde in zeker Handvest van den jaare 1407, dat de gemeente in <i>Gooiland</i> zoude gebruikt worden gelijk van ouds de gewoonte was—ondertusschen schijnen echter
+van tijd tot tijd geschillen tusschen de Graaflijkheid en die van Stad en Lande ontstaan
+te zijn, welke geschillen nu als geeindigd beschouwd worden, door eene conventie van
+den jaare 1731, waarin gecommitteerde Raaden zig verbinden: 1<sup>o</sup>) „voor het toekomend de uitgiften of verkoopingen van Landen en Gronden van de <i>Gooische Heide</i>, niet anders te doen als na dat die van <i>Gooiland</i> daar over zullen zijn gehoord, en <span class="corr" id="xd32e11582" title="Bron: derzelve">derzelver</span> consideratien daar over zullen zijn ingenomen; 2<sup>o</sup>) dat de erfpachten die voor de consenten jaarlijks zullen worden betaald, ofte de
+penningen die van de verkopinge van eenige gronden of landen komen te provenieeren,
+zullen bij de Graaflijkheid, en bij die van <i>Gooiland</i> genoten en geprofiteerd worden elks de helft: 3<sup>o</sup>) dat zo ras de afzandingen op <i>Gooiland</i> wederom vrij zullen gesteld zijn, Gecommitteerde Raaden en die <span class="pageNum" id="pb15.3">[<a href="#pb15.3">3</a>]</span>van <i>Gooiland</i> gesamenlijk een begin zullen doen maaken met de <i>Gooische Heide</i> aftezanden, ter plaatse daar zulks dienstig en meest profijtelijk zal geoordeelt
+worden, <i>zonder dat aan iemand anders permissie om te zanden zal worden verleent, en dat tot
+meerdere bevoordering van de voorsz. gemeene afzanding de landen en gronden die van
+de voorsz</i>. <span class="sc">Gooise Heide</span> <i>in tijd en wijlen, het zij bij koop consent ofte erfpacht mogte worden verkregen,
+niet zullen mogen werden afgezand</i>”——en het is ook gelijk wij verneemen onder die voorwaarde, als mede dat hetzelve
+niet met hout mag beplant worden, dat de streek Lands of Heide achter <i>’s Graveland</i> liggende (zie onze beschrijving van dat dorp,) is uitgegeven.
+</p>
+<p>„Jaarlijks word, op den 27 maart, te <i>Naarden</i> eene vergadering van Stad en Lande gehouden, wanneer gelijk ook op de buitengewoone
+vergaderingen, uit alle de plaatsen van <i>Gooiland</i>, één of twee Buurtmeesters of ook wel één Buurtmeester met één of twee Leden uit
+het Gerecht, ter bijwooninge dier vergaderinge, worden afgevaardigd.
+</p>
+<p>„De opgezetenen van dit district, of liever de Erfgrooiers, zijn niet bepaald tot
+het beweiden van hunne bijzondere <i>Meent</i>, maar ieder Erfgooier mag schaaren of zijne beesten weiden op welke <i>Meent</i> hij wil, doch alleen dan wanneer hij zig op zulke eene plaats met der woon begeven
+heeft<span class="corr" id="xd32e11624" title="Niet in bron">.</span>”
+</p>
+<p>In den jaare 1762, is, deeze Meente betreffende, eene breede <i>Willekeur</i> of <i>Schaarbrief</i>, uitgegeven, waarin desaangaande alles geregeld is; en wegens het weiden van schaapen
+op de heiden, onder anderen bepaald wordt, dat <i>Blaricum</i> zal hebben; „Eerstelijk de heijde welke gelegen is beoosten de <i>Huijser weg</i>, die van <i>Huijsen</i> op <i>Laaren</i> loopt, strekkende ten oosten <span class="corr" id="xd32e11641" title="Bron: to">tot</span> aan het <i>Tafelbergje</i>, en voorts een drift van 20 roeden breedte benoorden het <i>Tafelbergje</i>, om op haare verdere heijde te kunnen komen: verder al de heijde welke ten suijdoosten
+van het <i>Tafelbergje</i>, van daar op de <i>Leeuwberg</i>, en van daar op de <i>Kruisberg</i>, tot aan de <i>Blaricummer enge</i> gelegen is, en van de <i>Kruisberg</i> noordwestwaards op tot aan <i>Craailoo</i>, en westwaards <span class="pageNum" id="pb15.4">[<a href="#pb15.4">4</a>]</span>op tot aan den ordinairen weg die van <i>Craailoo</i> op <i>Laaren</i> loopt: nog de heijde die over denzelven weg westwaards op, benoorden de suijder <i>Botweg</i> tot den nieuwen <i>Amersfoortschen</i> weg is liggende, ook de <i>inschikkeling</i>, loopende ten westen van het <i>Craailoosche bosch</i>, daar onder begreepen, zo verre het selve aldaar gelegen is, tusschen <i>Craailoo</i> en den voorn. nieuwen <i>Amersfoortschen weg</i>, en den <span class="corr" id="xd32e11681" title="Bron: suijdellijksten">suijdelijksten</span> <i>Huijser Botweg</i>, (des dat <i>Laaren</i> van ter plaatse, of daar de Nengscheiding tusschen <i>Laaren</i> en <i>Blaricum</i> is liggende, langs de Neng van <i>Laaren</i> westwaards op tot aan den <i>Naarder weg</i> op <i>Laaren</i>, behoude een streek heijde ter breedte van 50 roeden, en van denselven <i>Naarder weg</i> tot suijdwestwaards op aan de voorn. <i>Amersfoortschen weg</i>, eene breedte van 100 roeden, of ter breedte van de <i>Laarder Neng</i> af tot aan den suidelijksten <i>Huijser Botweg</i>.)
+</p>
+<p>„Beneden de Neng tusschen <i>Laaren</i> en <i>Blaricum</i>, sal het dorp <i>Blaricum</i> behouden en genieten al het gemelde veld van den <i>Koedijk</i> af, (liggende aan de Gemeente, tot half wegen het veld tusschen het eijnde van de
+nieuwe Camp en de Limietpaal, staande aan de <i>Gooijer gracht</i> over de <i>Emenesser gemene steeg</i>, en sal het voorn. veld tusschen de <i>Laarder Neng</i>, en de voorn. <i>Gooijer gracht</i> in sijne breedte, sijn bepaling en scheijding bekomen aldus: met te moeten roijen
+beneden aan, en van de Neng alwaar haarlieder beschrijving is, van daar lijnrecht,
+tot aan de <i>Gooijer gracht</i>, daar men het midden heeft van het veld, liggende tusschen het suijdelijkste eijnde
+van het nieuwe <i>Camps bosch</i><span class="corr" id="xd32e11731" title="Bron: .">,</span> en de voorn. Limietpaal; al ’t gunt aldus ten noordoosten van dese scheijding ligt,
+sal aan <i>Blaricum</i> behooren, en is tot voorkoming van ’t verduijsteren deser scheiding goedgevonden
+dat een teken zal worden gesteld beneden aan de gemelde Nengen, ter plaatse van henlieder
+bescheidinge, en een ter plaatse voor gemeld aan de <i>Gooijer gracht</i>, roijende lijnrecht op malkanderen.”
+</p>
+<p>In een volgend artijkel wordt gezegd,
+<span class="pageNum" id="pb15.5">[<a href="#pb15.5">5</a>]</span></p>
+<p>„<i>Laaren</i> zal beweiden alles wat om haar Nengscheiding ligt, exempt, dat aan <i>Huijsen, Blaricum, Naarden</i> en <i>Bussem</i> hier voor reeds is toegeschikt —— —— verder sal de scheiding tusschen <i>Hilversum</i> en <i>Laaren</i> zijn, uit het Stigt van de huisen van de hooge Vuurt af te sien, en so voords tusschen
+de Limietpaalen N<sup>o</sup>. 8 en 9, en van daar op den westerhoek van de <i>Laarder Wasmeer</i>, en van daar lijnregt op een grooten steen, leggende tusschen <i>Hilversum</i> en het <i>Laarder Kerkhof</i> daar de voetpaden van <i>Hilversum</i> op <i>Laaren</i> in één loopen, en van daar op <i>Ardjesberg</i> en <i>Langehul</i>, des te verstaan dat alles wat van deeze scheijding ten noorden gelegen is aan <i>Laaren</i>, en ten suijden van dezelven aan <i>Hilversum</i> gelaten wordt.”
+</p>
+<p>Van den <span class="sc">naamsoorsprong</span> hebben wij weder geenig bericht hoegenaamd, kunnen inwinnen, even weinig als van
+de <span class="sc">stichting</span> des dorps: de oorzaak derzelver, de oorzaak der stichtinge van eenig dorp, zeker,
+kan ook zodanig toevallig weezen, dat men juist geenen eigenlijken stichter deszelven
+met naame zoude kunnen noemen, al ware het ook dat men nog eene eeuw of anderhalf
+vroeger geleefd hadde; vooral is zulks waar omtrent onze <i>Nederlandsche Dorpen</i>: onze Republiek is ten allen tijde een Land geweest, grouwzaam geschud door inwendige
+beroeringen, derhalven heeft het zekerlijk niet zelden vrienden van den vrede genoodzaakt,
+of liever, doen besluiten, de steden of den omtrek derzelven te verlaaten, ten einde
+op een afgelegen pleksken hunne hartsgodinne, de lieve Vrede, naar hun genoegen te
+kunnen dienen: de voorgangers kunnen volgers gehad hebben; vooral is zulks zekerlijk
+het geval geweest, wanneer die voorgangers zig bij hunne uitwijking wèl bevonden hebben;
+en op die wijze zal er, waarschijnlijk, menig Nederlandsch dorp ontstaan weezen; ook
+is het zeer denkelijk, dat de bewooners deezes Lands, in vroegere tijden, even als
+nu, genoodzaakt geworden zijnde hun eigen onderhoud te zoeken, vooral door dat ons
+Land, door de daarin aanhoudende troubelen, zig nimmer sterk heeft kunnen toeleggen
+op <span class="pageNum" id="pb15.6">[<a href="#pb15.6">6</a>]</span>het beschermen en aankweeken van de vindingen des vernufts, van fabrieken als anderzins,
+de gelegenheid des Lands wel rasch onderzocht, en bevonden zullen hebben, dat zij
+op deeze plaats met de visscherij, op geene met de melkerij, op eene andere met den
+landbouw, op weêr eene andere met het baggeren, aan een eerlijk bestaan konden komen,
+alwaarom ieder zijn keuze uit die eigenschappen gedaan kan hebben, en zig ter uitoefeninge
+van die keuze op de geschiktste plaats nedergezet zal hebben, mogelijk met meer dan
+één huishouden te gelijk; de gezegde eigenschappen des Lands hebben de onderneemeren
+zekerlijk wèl doen slaagen, en zulks kan hun weldra medestanders hebben toegebragt;
+op die wijze kunnen zeer rasch gehuchten ontstaan zijn; de welvaart zal hun eenige
+aanmerking hebben doen verdienen; de beheerschers des Lands zullen hun als een eigendom
+benaderd, eene regeeringsform gegeven hebben, en op die wijze kunnen veele dorpen
+ontstaan weezen, zonder dat men bepaaldlijk kan zeggen, deezen of die zijn de aanleggers
+derzelven geweest: men voege hierbij, dat de Godsdienst, in ons Land, ook altijd zijne
+standvastige, ijverige, en des loflijke aanhangers gehad heeft, en men daarom al rasch
+bedacht geweest zal zijn, om in de genoemde bijeenschoolinge van landgenooten, eene
+kerk van deeze of geene gezinte aanteleggen, waardoor derhalven de buurt tot een dorp
+zal verheven weezen.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>
+</p>
+<p>Van <i>Laaren</i>, vinden wij aangetekend op, (wat de schotbaare landen betreft,) 107 zwad, 7½ voet
+weiland, 126 morgen, 37 akkers, 12½ dam weiland, 126 morgen, 656 roeden best geestland,
+129 morgen, 622 roeden slecht geestland, en 15 vullingen: in 1732 stonden er volgends
+de verpondings lijsten alstoen opgemaakt, 152 huizen, in andere lijsten beloopt dat
+getal slechts 118: thans worden de wooningen begroot op 195.
+<span class="pageNum" id="pb15.7">[<a href="#pb15.7">7</a>]</span></p>
+<p>Het
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
+</p>
+<p>Van dit dorp is een roode <i>Warrekram</i>, op een <i>zilveren veld</i>.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>De <i>Gereformeerde kerk</i>, die hier in de eerste plaats genoemd moet worden, stond weleer alwaar nu het <i>Laarder kerkhof</i> gevonden wordt; dit draagt nog heden den naam van ’t <i>St. Jans kerkhof</i>, gelijk ook de kerk aan <span class="sc">Joannes</span> <i>den dooper</i> was toegewijd: de huislieden waren in de <i>Spaansche beroerten</i> niet magtig om deeze kerk vrij te houden, van het geboefte dat er zig dikwijls in
+legerde, en sterkte; des werd zij, op last van ’s Lands Staaten, afgebroken; „en de
+ingezetenen,” dus luidt het geen wij desaangaande leezen, „behielpen zig met de kapelle,
+die in het dorp stond, en welke de tegenwoordige kerk is: zij was,” dus gaat de beschrijver
+desaangaande voord: „in den jaare 1618, zo zeer vervallen, dat de ingezetenen zig
+onmagtig vonden, om ze te herstellen, waarom zij bij de Staaten verzochten, dat dit
+gebouw, voor die enkele reize, uit ’s Lands middelen, in behoorlijken stand gebragt
+mogte worden, met belofte dat zij in ’t vervolg van tijd, voor het onderhoud zouden
+zorg draagen:” niettegenstaande de gezegde herstelling, vertoont het gebouw zig zeer
+oud; er staat een agtkanten toren op, naar den <i>Gottischen bouworde</i> ingericht; verder heeft zij, van binnen, niets aanmerkelijks genoeg om er eenige
+melding van te maaken.
+</p>
+<p>De Gemeente alhier, gecombineerd met die van <i>Blaricum</i>, wordt, gelijk onder <i>Blaricum</i> reeds gezegd is, bediend door den Wel-Eerwaarden Heere <span class="sc">Carel Aeijelts</span>, behoorende onder de Classis van <i>Amsteldam</i>: het schoolhuis is er vrij goed.
+</p>
+<p>Wat het voorgemelde kerkhof betreft, hetzelve ligt ten westen van <i>Laaren</i>, naar den kant van <i>Hilversum</i>; het beslaat een vierkant pleintjen, gelegen op een heuvel, en omringd van een aardene
+borstweering: „de <i>Roomschgezinden</i>”, zegt men<span class="corr" id="xd32e11853" title="Bron: .">,</span> „hebben <span class="pageNum" id="pb15.8">[<a href="#pb15.8">8</a>]</span>er <span class="corr" id="xd32e11859" title="Bron: gtoote">groote</span> eerbied voor, en vorderen dat aldaar verscheidene mirakelen zouden gebeurd zijn,
+ja men wil zelfs, dat ze er nog hunne aandacht, bij wijze van bedevaart, verrichten:
+veelen, zeker; verkiezen er begraven te worden: men vindt in het opschrift van eene
+zerk,” dit leezen wij elders, dat hier één hunner Pastooren begraven is.<span id="xd32e11862"></span>
+</p>
+<p>De laatstgemelde Gemeente (de <i>Roomsche</i>,) heeft alhier eene zeer wèl gebouwde Statie, die door een Wereldsch Priester bediend
+wordt; thans door den Wel-Eerwaarden Heere <span class="sc">Nicolaus van Veen</span>.
+</p>
+<p>In ons artijkel <span class="sc">wereldlijke gebouwen</span>, hebben wij, dit dorp betreffende, niets aantetekenen.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Bestaat te <i>Laaren</i>, gecombineerd met <i>Blaricum</i>, uit den Predikant, twee Ouderlingen en twee Diaconen.
+</p>
+<p>Wegens de <span class="sc">wereldlijke regeering</span> kunnen wij ook niets bijzonders aantekenen: men zie desaangaande onze beschrijving
+van <i>Hilversum</i> en van <i>Blaricum</i>.
+</p>
+<p><span class="sc">Voorrechten</span> of <span class="sc">verpligtingen</span> zijn omtrent <i>Laaren</i> niet<span class="corr" id="xd32e11905" title="Niet in bron">.</span>
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>Aldaar bestaan voornaamlijk in den landbouw, maar ook zijn er 50 à 60 weeverijen,
+die door onvermoeiden ijver in goeden stand gehouden worden.
+</p>
+<p>De <span class="sc">geschiedenissen</span> komen na genoeg met die van geheel <i>Gooiland</i> overeen: de <span class="sc">bijzonderheden</span> zijn geenen.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN <span class="sc">OF</span> HERBERGEN</span>
+</p>
+<p>Zijn <span class="corr" id="xd32e11934" title="Bron: t’">’t</span> <i>Bonte paard</i>, de <i>Postwagen</i>, en ’t <i>Rad van Avontuuren</i>.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
+</p>
+<p>Zijn ’t naast dat men zig naar <i>Naarden</i> begeeft, en aldaar van de gelegenheid gebruik maakt.
+<span class="pageNum" id="pb16.1">[<a href="#pb16.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="hilversum" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1297">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure fighilversumwidth"><img src="images/hilversum.jpg" alt="Het dorp Hilversum" width="504" height="720"><p class="figureHead">Het dorp Hilversum</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Het luchtig HILVERSUM verkeerd een barre grond
+</p>
+<p class="line">Door nuttige akkerbouw, in schoone kooren velden,
+</p>
+<p class="line">En doet door konst en vlijt, van ouds haar naam in ’t rond,
+</p>
+<p class="line">Tot eer van <span class="sc">Gooilands</span> oord door haar Fabriken melden.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
+<span class="ex">DORP</span><br>
+<span class="ex">HILVERSUM</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Onder de dorpen van het aangenaame <i>Gooiland</i>, munt het bovengemelde in veele opzichten uit, of schoon het op ’t eerste aanzien
+niet voor zodanig gehouden zoude worden, vooral niet met betrekking tot deszelfs grootte;
+uit onze volgende aantekeningen, (die wij, bijna allen, van de waardigste hand, en
+uit de plaats zelve dankbaarlijk ontvangen hebben,) zal blijken dat <i>Hilversum</i>, zelfs <i>Naarden</i>, dat den naam van <i>Gooiland’s hoofdstad</i> draagt, overtreft in getal van huizen, inwooneren, en bloei.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
+</p>
+<p>Deeze is op de <i>Gooische heide</i>, omtrent ander half uur gaands van de stad <i>Naarden</i>: de ligging is voords ten hoogsten aangenaam, alzo men den heuvelachtigen grond,
+rondsom het dorp, voor het grootste gedeelte bebouwt met rogge, haver, boekwijt, enz.
+welke bebouwing de aangenaamste landlijke gezichten oplevert, en in den bloeitijd
+der gezegde graanen, vooral van de boekwijt, veele <i>Amsteldammers</i> en andere nabuuren derwaards lokt, om zig met het beschouwen dier bevallige tooneelen
+der Natuur te verlustigen: beklimt men het zogenaamd <i>Trompenbergjen</i><a class="noteRef" id="xd32e12006src" href="#xd32e12006">1</a> zo vertoont zig als in één oogenblik <span class="pageNum" id="pb16.2">[<a href="#pb16.2">2</a>]</span>voor ons gezicht de blauwe heide, en vruchtbaare akkers, die met het goudgeel graan
+pronken, terwijl de boekwijt als een zee van melk zig vertoont—verder ziet men van
+daar bosschaadjes, weiden, een menigte torens, en ook een gedeelte van de <i>Zuiderzee</i>, waarin men niet zeldzaam met het bloote oog onderscheidene schepen zien kan—het
+dorp zelf is in zijn bevang mede zeer aangenaam gelegen, ter oorzaake van deszelfs
+boomrijkheid, die zeer groot is, waardoor het op sommige plaatsen het aanzien van
+eene aangenaame lusthof bekomt.
+</p>
+<p>Weleer, gelijk blijkt, uit de brieven en raporten van <span class="sc">Pieter Corneliszoon Hooft</span>, Bailluw van <i>Gooiland</i>, schijnen de inwooners, over ’t geheel genomen, beantwoord te hebben, aan den algemeenen
+aart der bewooneren van het <i>Gooiland</i>, die naamlijk vrij kregel van aart waren; dan, sints een halve eeuw zijn zij aanmerkelijk
+ten goede veranderd, en wanneer men het groot getal ingezetenen in ’t oog houdt, zal
+men moeten erkennen, dat, in vergelijkinge van andere plaatsen, die minder inwooners
+hebben, hier zelfs minder ongeregeldheden, dan wel elders, gevonden worden—gewoonlijk
+zegt men ook dat de vrouwen veel werks maaken van het tabaksrooken, doch dit is sedert
+een reeks van jaaren mede zo zeer verminderd, dat deeze gewoonte nu nog slechts onder
+eenigen der geringste vrouwlieden gevonden wordt; terwijl de burgervrouwen het tabaksrooken
+zig, hier zowel als elders, tot eene schande zouden rekenen: die van <i>Hilversum</i>, zo wel als de <i>Goojers</i> over het algemeen, zijn van zeer oude tijden af bekend geweest voor een strijdbaar
+volk: uit zeker handschrift van een’ schoolmeester te <i>Naarden</i>, vinden wij desaangaande aangetekend, dat zij in buitenlandsche oorlogen aangenomen
+werden; daar zij alle andere volken in ervarenheid van krijgskunde te boven gingen,
+en onder de geoefendste krijgslieden gesteld werden: „dat zij, of tot lijfwachten
+der veldheeren werden verkozen, of in de voorste spits pal stonden in eenen veldslag;
+dat zij dubbelde soldij trokken, de slagordes aanvoerden, de krijgsamten bekleedden,
+en, in ’t kort, voor dapperder dan alle anderen gerekend werden: in de oorlogen hunner
+Vorsten tegen <i>Gelderland</i>, <i>Vrankrijk</i>, en van de <i>Keizeren</i> tegen de <i>Turken</i>, of eenigen anderen magtigen vijand, werden zij, op milde bezolding, ten strijde
+ontboden; zo dat zij, volgends dit verhaal, <span class="pageNum" id="pb16.3">[<a href="#pb16.3">3</a>]</span>ten allen tijde, bewijs gegeven hebben van hunne <span class="corr" id="xd32e12053" title="Bron: onvertsaagheid">onversaagdheid</span>.”
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
+</p>
+<p>Hier van vinden wij niets aangetekend, en hebben er ook, niet tegenstaande alle mogelijke
+navorsching, niets van kunnen ontdekken; waarom wij dit artijkel verder met stilzwijgen
+moeten voorbijgaan.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>Zo weinig als van de naamsoorsprong des dorps geweten wordt, zo weinig wordt ook geweten
+van deszelfs stichting; dit is zeker, gelijk uit voorige handvesten en resolutien
+der oude Graaven en Hertogen blijkt, dat <i>Hilversum</i> mede een oud Dorp is, en het is hoogstwaarschijnelijk dat het zijn begin genomen
+heeft met herdershutten, terwijl de gelegenheid des lands allergeschiktst was voor
+de schaaphoederij: deze gedachte wordt alleraanneemelijkst gemaakt, door zekere gadering,
+welke hier éénmaal ’s jaars geschiedt, onder den naam van <i>Schotgeld</i>, en, dat bijzonder is, ’t geen elk betaalen moet, is uitgedrukt met zekere tekens,
+’t welk in die oude tijden voor ieder duidelijk was—wat de grootte des Dorps betreft,
+de platte betimmerde grond wordt ten minsten op 50 morgen gesteld—de bebouwde gronden
+welken het Dorp omringen op 800 morgen, de gemeene weiden op circa 500 morgen; voords
+nog gedeeltelijk bouw- en gedeeltelijk wei land, aan onderscheidenen op <span class="corr" id="xd32e12074" title="Bron: erfpracht">erfpacht</span> uitgegeven, zamen min of meer 500 morgen, behalven een zeer aanzienlijke streek,
+zogenaamde Maatlanden, gelegen onder de banne van <i>Hilversum</i> aan de <i>Zuiderzee</i>, welke zonder andere bemesting, dan die welken de zeevloeden ’s winters aanbrengen,
+jaarlijks aanmerkelijk grasgewas opleveren: eindelijk zullen de onbebouwde heigronden
+bijna 2000 morgen uitmaaken—Het getal der huizen wordt in de verpondingslijst van
+den jaare 1732 gesteld op 463. en daar dat getal op die lijst van honderd jaaren vroeger,
+(1632.) slechts 146 is, en er thans reeds 500 opstaan, waarbij nog eenigen, binnen
+weinig tijds gebouwden, gevoegd zullen worden, getuigt zulks van den ongemeenen bloei
+des dorps in de gezegde jaaren: deeze bloei heeft het onder anderen <span class="pageNum" id="pb16.4">[<a href="#pb16.4">4</a>]</span>te danken aan de landbouwerij, waarvan wij boven reeds spraken; en die ongetwijfeld
+nog vrij aanzienlijker zoude weezen, ware het niet dat het bereiden van de heigronden
+ter bebouwinge, groote zwaarigheid inhadde, of liever groote moeite en kosten vereischte,
+en daarom te weinig voordgezet wierd: en wat zou het gevolg daarvan weezen? wat anders,
+dan dit zo heilzaame, dat er duizende handen, welken nu, door gebrek aan arbeid, in
+ledigheid verstijven, bezigheid, en de zamenleeving eene vrij meerdere hoeveelheid
+van landvruchten aangeschaft zoude worden; er zoude altoos nog genoeg heigronden,
+die geheel ongeschikt zijn ter bebouwinge, voor de weiding der schaapen overblijven—de
+ondervinding heeft tog, ook in deeze omtrek, geleerd, hoe de grond, wèl bearbeid en
+bemest, bijna nergens geheel ondankbaar is; (zie onze beschrijving van <i>’s Graaveland</i> bladz. 15.)—<i>Hilversum</i> is zijnen bloei mede verschuldigd aan de weeverijen, welken aldaar sedert langen
+tijde zijn geweest.
+</p>
+<p>De bewooners van dit <i>Dorp</i> worden begroot te bestaan op agt honderd huisgezinnen, waaronder <i>Gereformeerden, Roomschen</i>, <i>Jansenisten</i>, en zes-en-twintig <i>Joodschen</i>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>.
+</p>
+<p>Dit is een groen veld, en op hetzelve vier boekwijt-korrels.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>De Gereformeerde Kerk, welke hier in de eerste plaatst in <span class="corr" id="xd32e12111" title="Bron: anmerking">aanmerking</span> komt<span class="corr" id="xd32e12114" title="Niet in bron">,</span> is een gebouw van welks eerste stichting men niets weet; sommigen willen, dat dezelve
+van ouds een parochiekerk, en aan <span class="sc">St. Vitus</span> toegewijd was: in 1766 was de voorgaande Kerk, op slechts de muuren na, met het voornaamste
+gedeelte des dorps, door de vlamme verteerd geworden, (zie hier achter artijkel <span class="sc">geschiedenissen</span>:) het tegenwoordig gebouw, dat op zondag den 3 Julij 1768 ingewijd werd, door den
+toenmaaligen leeraar <span class="sc">Johannes Wilhelmus van Yssum</span>, is zeer net en in alles aan het oogmerk beantwoordende: het zelve is breed 49, en
+lang 74 voeten, behalven het choor, het welk breed 26, en lang 39½ voeten is—van binnen
+pronkt de kerk met een goed orgel, waar bij een orchest dat op twee nette colommen
+rust; hetzelve orgel is vervaardigd door <span class="sc">Abraham Meere</span>, orgelmaker te <i>Utrecht</i>: men vindt daar op 16½ Registers, 2 Clavieren, en een aangehangen pedaal, en is door
+<span class="corr" id="xd32e12131" title="Bron: en">den</span> <span class="pageNum" id="pb16.5">[<a href="#pb16.5">5</a>]</span>tegenwoordigen Leeraar, Gode en zijnen dienst toegewijd den 30 Julij 1788<a class="noteRef" id="xd32e12136src" href="#xd32e12136">2</a>—binnen in de kerk vindt men voords een fraajen predikstoel, drie groote koperen kaarskroonen,
+noodige banken voor Regeering, Kerkenraad en andere persoonen, en meer dan 200 vrouwen
+stoelen, behalven <span class="corr" id="xd32e12139" title="Bron: nag">nog</span> een gedistingueerde bank voor den Bailluw van <i>Gooiland</i>, en 2 banken voor de Heeren van de buitenplaatsen van <i>’s Graavenland</i><span class="corr" id="xd32e12146" title="Bron: ,">.</span>
+</p>
+<p>Wat het uitwendige des gebouws betreft, het pronkt met een spitsen toren, en staat
+op een groot kerkhof dat met een’ muur omgeeven is: in deezen muur, tegen over den
+ingang van de kerk, is een vry aanzienlijk ijzeren hek, tusschen twee vierkanten steenen
+pijlaaren: boven op de pijlaaren staat, op die aan de linkerzijde, het wapen van <i>Holland</i>, en op het andere het dorpswapen bovengemeld; beiden door leeuwen gehouden: op het
+voorste vlak der pijlaaren, boven aan, is, ter eene zijde, uitgehouwen een schip,
+en ter andere zijde een wereldkloot: onder het schip leest men den naam van <span class="sc">Jan Jansz. Perk</span>, en onder de wereldkloot, <span class="sc">Japje Rijkse Nagel</span>: deeze waren echte lieden, en hebben het gezegde hek aan de kerk geschonken: zijnde
+hetzelve in den brand <span class="corr" id="xd32e12159" title="Bron: vau">van</span> 1766 onbeschadigd gebleeven.
+</p>
+<p>Terwijl wij thans van kerk en kerkhof spreeken, kunnen wij niet af tevens melding
+te maaken van de nieuwe buitenbegraafplaats, welke hier ter plaatse gevonden wordt;
+en zeker niet weinig ten bewijze dient, hoe de ingezetenen deezer plaatse wel te leiden
+zijn, indien men voorzichtiglijk handelt, en den weg van <span class="corr" id="xd32e12164" title="Bron: overredig">overreding</span> met hun inslaat: dit heilzaame werk heeft zijn volkomen beslag gekreegen, en ’t geen
+niet weinig verwondering baart bij hen die weeten, hoe het grootste deel der ingezetenen
+den Roomschen Godsdienst is toegedaan; allen, zonder onderscheid, hebben een bijna
+veertienhonderdjaarig vooroordeel <span class="pageNum" id="pb16.6">[<a href="#pb16.6">6</a>]</span>weeten afteleggen, door hunne lijken niet meer binnen het Dorp en de Kerk, maar buiten
+hetzelve te laaten begraaven——Deeze begraafplaats ligt even buiten het Dorp; derzelver
+lengte is 354, en breedte 66 voeten <i>Rhijnlandsche maat</i>; zij is omringd met eenen muur, 6 voeten boven den grond; de ingang van deezen buitenhof
+is in het midden voorzien van een ijzeren hek, op welks pilasters de woorden <i>Gedenkt te sterven</i>, geleezen worden: tegen over dit hek vindt men een graf- of gedenk-naald op eenen
+kleinen heuvel van groene zooden: op de grafnaald ziet men, behalven een doodshoofd
+en twee schinkels in eene nis geplaatst, deeze inscriptie: <i>Het stof keert weder tot aarde, gelijk het geweest is, en de geest weder tot God die
+hem gegeven heeft</i>, en daar onder <span class="sc">Salomon</span>——De toegang tot deeze stille rustplaats der dooden is, als eene alléé, beplant met
+een dubbelde rei van ijpen- en sparren-boomen, terwijl alles in de volkomenste orde,
+en zo zindelijk gehouden wordt, dat ook deeze buitenbegraafplaats, liggende tusschen
+het golvend koorn, in veele opzichten, naar eenen hof gelijkt; zij staat onder bijzonder
+opzicht van eenen Opziener en Boekhouder—Op den eersten dag van het jaar 1793 heeft
+men ’t eerste lijk aldaar gebragt, waarbij Regeering en Kerkenraad adsisteerden; en
+van dien tijd af, tot heden toe, heeft men alle de lijken op deeze nieuwe begraafplaats
+geborgen; terwijl de Heeren Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westvriesland</i> niet alléén vrijheid hadden gegeeven om de graven der kerk te sluiten, ieders graf
+of graven op deeze buitenhof te verplaatsen, maar ook gaven zij dispensatie, van het
+geen Art. 15 van de ordonnantie op het middel van trouwen en begraaven, in dato 26
+October 1695, is gestatueerd, zo dat van de lijken van buiten naar <i>Hilversum</i> vervoerd wordende, niet meer dan ééns, en wel ter plaatse van het overlijden, ’s
+Lands recht behoeft betaald te worden——onderscheidene graven zijn reeds aan aanzienlijke
+lieden, buiten deeze plaats, verkocht, en er doet zig niet weinig hoops op, of deeze
+begraafplaats die vooral om deszelfs hooge ligging (daar men veilig stellen mag dat
+zij meer dan 30 a 40 voeten boven het water ligt) boven anderen, welke in ons Vaderland
+gevonden worden, verre te verkiezen is, zal weldra hoe langer hoe meer van elk gezocht
+worden——Digt bij de grafnaald, ziet men een graf, met een groote zerk, <span class="pageNum" id="pb16.7">[<a href="#pb16.7">7</a>]</span>waar op de naam van <span class="sc">Jan Abraham Dedel</span>, 1793—De conditien, waar op men recht tot een graf kan bekomen, benevens het bericht,
+worden, behalven hier ter plaatse, ook te <i>Amsteldam</i>, (gratis,) uitgegeven bij de Boekverkoopers <span class="sc">W. Holtrop</span> in de <i>Kalverstraat</i>, <span class="sc">D.</span> en <span class="sc">J. Dol</span>, in de <i>Oudenbrugsteeg</i>, en <span class="sc">H. Brongers</span> over de Beurs—welk rechtgeaart Vaderlander wenscht deeze plaats, met zulk eene nuttige
+inrichting, niet van harten geluk! en wie, die slechts eenige menschenliefde in zijn
+binnenste koestert, verlangt niet hartlijk, dat men, vooral in volkrijke plaatsen
+in ons Vaderland, aan zulk een heilzaam werk eens eindlijk de handen slaan mag——en
+gaan Regenten met hun goed voorbeeld voor, weldra zal men dan ook, gelijk wij vertrouwen,
+ondervinden, zo als men hier te <i>Hilversum</i> ondervonden heeft, dat de ingezetenen niet zo gehecht zijn aan voorouderlijke gewoonten
+en vooroordeelen, of zij zijn, wanneer men hun op eene bescheidene wijze het wanvoegelijke
+en schadelijke onder ’t oog brengt, ook in staat om dezelve te bestrijden en te overwinnen.
+</p>
+<p>De pastorij is in een zeer goeden staat, dezelve is een zeer spacieus gebouw van den
+jaare 1767, met een goede tuin er achter; en, daar het woonverblijf van den Predikant,
+vóór den geweldigen brand van 1766 kort bij de kerk en toren was, bijna zonder eenig
+uitzicht, is de tegenwoordige pastorij geplaatst voor aan den weg, die naar <i>’s Graaveland, Soestdijk</i> enz. leidt, en om de menigvuldige passage een alleraangenaamst uitzicht heeft.
+</p>
+<p>Het Schoolhuis ligt aan de andere zijde der kerk; en is in alles aan het oogmerk beantwoordende.
+</p>
+<p>Op het dorp is voords een vrij aanzienlijk weeshuis, in 1786, door den braaven <i>Amsterdammer</i>, de Heer <span class="sc">H. Hovie</span>, om zijne onbepaalde menschlievendheid en mededeelzaamheid aan de armen zo bekend
+als bemind, opgericht; het getal der inwooners van dit huis, zo ouden als jongen,
+is tegenwoordig 71, waar onder er bijna 50 zijn, voor welken de voornoemde menschenvriend
+betaalt; terwijl zijn Ed. verder op allerleie wijze in den nood van dit huis voorziet—Dit
+weeshuis wordt geregeerd door 2 Regenten en 2 Regentessen, die eene vader en moeder
+onder zig hebben.
+</p>
+<p>De <i>Roomschen</i> hebben er eene goede statie, die bediend wordt door een’ Pastoor en een’ Kapellaan:
+de Pastoor is thans <span class="pageNum" id="pb16.8">[<a href="#pb16.8">8</a>]</span>de Wel Eerwaarde Heer <span class="sc">Wilhelmus Holscher</span>——de Roomschen moesten te voren hunnen godsdienst buiten de plaats verrichten, en
+gingen daar toe meestal naar <i>Laren</i> of <i>Bussem</i>, doch in den jaare 1784 den 23 September hebben zij, op verzoek, permissie bekomen
+tot het bouwen eener kerk<a class="noteRef" id="xd32e12238src" href="#xd32e12238">3</a>, ’t welk een groot en fraai gebouw is—naast het kerkgebouw ziet men de pastorij,
+zijnde zeer net betimmerd, en met allerleie gemakken voorzien—achter het huis en kerk
+ligt een zeer schoone moestuin, fraai bosch en engelsche tuin——het getal der <i>Roomschen</i> alhier, zo oud als jong, wordt bepaald op 18 a 1900 zielen.
+</p>
+<p>Ook is hier een talrijke <i>Janseniste</i> gemeente, die op 700 leden berekend wordt: deeze wordt mede bediend door een’ Pastoor,
+en een’ Kapellaan, zijnde thans Pastoor de eerwaardige, Heer <span class="sc">J.&nbsp;B.&nbsp;E. Gijselinck</span>: de kerk is ook een net gebouw, en in alles aan het oogmerk beantwoordende, de Pastorij
+is een tamelijk goed huis, waar achter een redelijk goede tuin.
+</p>
+<p>De <i>Jooden</i> hebben te <i>Hilversum</i> een kleine maar zeer nette Sijnagoge, (’t welk zekerlijk voor een dorp iet zonderlings
+genoemd mag worden:) dezelve pronkt met een aartig torentjen, doch zonder klok daarin:
+deeze sijnagoge is ingewijd, 21 Augustus 1789.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Het rechthuis is hier niet, gelijk op veele andere dorpen, met een herberg vereenigd;
+het maakt van binnen en buiten een zeer goede vertooning, en is kort na den brand
+van het jaar 1766 opgebouwd: van vooren heeft het een hoge stoep, die aan wederzijde
+elf treden heeft, en met een ijzere leuning voorzien is—in ’t midden ligt een’ gang,
+ter wederzijde van welken de noodige kamers gevonden worden; boven ieder vertrek vindt
+men met vergulde letteren, voorwien hetzelve geschikt is—beneden is de wooning van
+den Dienaar der Justitie; het vertrek voor de Nachtwacht (die hier zo wel des zomers
+als ’s winters gehouden wordt) en eindelijk de Gijzelkamer—het gebouw is rondom voorzien
+met engelsche schuifraamen—boven op de lijst van den voorgevel staat het <i>Hilversumsche wapen</i>: het gebouw pronkt voords met een torentjen, waarin ook een klok hangt.
+<span class="pageNum" id="pb16.9">[<a href="#pb16.9">9</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>De <i>Gereformeerde Gemeente</i> te <i>Hilversum</i> uit meer dan 900 menschen, zo oud als jong, bestaande, wordt bediend door éénen Predikant,
+zijnde thans de Wel-eerwaarde Heer <span class="sc">Fredericus Ham</span>, behoorende onder de Classis van <i>Amsteldam</i>: de Kerkenraad bestaat uit den Predikant voornoemd, 2 Ouderlingen en 2 Diaconen,
+waarvan jaarlijks één Ouderling en één Diacon afgaat, en door anderen vervangen worden;
+ook zijn hier twee Kerkmeesters, waarvan ’er jaarlijks één afgaat.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Deeze is even als op genoegzaam alle de <i>Gooische dorpen</i>: de Hooge Vierschaar wordt er gespannen door den Bailluw met de Schepenen van <i>Naarden</i>; voords bestaat de civile Regeering in den Schout en vijf Schepenen; er zijn ook
+twee Buurtmeesters, en 4 Raaden, welke laatsten gewoonlijk uit elk quartier van het
+Dorp gekozen worden; de Schout, en de jongst in dienst zijnde Buurtmeester, stellen
+ieder een getal van vijf persoonen, uit welk tiental, door den Bailluw vijf nieuwe
+Schepenen, in plaats van die in het voorgaande jaar geregeerd hebben, verkozen worden,
+welke vijf nieuwe Schepenen, onder den eed gebragt zijnde, eenen nieuwen Buurtmeester,
+in plaats van den oudsten in dienst zijnde, verkiezen—vervolgends gaat men over tot
+het verkiezen van vier nieuwe Raaden, eenen Kerkmeester, enz.
+</p>
+<p>Het schijnt dat het Dorp <i>Laaren</i> weleer met <i>Hilversum</i> onder een zelfd Gerecht behoord heeft; immers in 1423 kreegen die van <i>Hilversum</i> een handvest van Hertog <span class="sc">Jan van Beiëren</span>, waarin hij niet alleen aan den Bailluw het recht geeft, om, jaarlijks, op Vrouwendag,
+vijf Schepenen voor <i>Hilversum</i> te kiezen, maar tevens ook spreekt van eene banscheiding te maaken tusschen <i>Larenkerspel</i> en <i>Hilversum</i>; „doch de Schepenen van beiden deeze Kerspelen zouden zamen de breuken berechten
+in het <i>Gooiland</i>, terwijl de beesten, waardoor misbruik in het bosch gebeurd was, verborgd zoude worden
+bij goeddunken van Schepenen in den Dorpe, daar de eigenaar woonachtig was, en Schepenen
+van <i>Hilversum</i> zouden hun eigen Land en hunne Meente- of Gemeente-weiden keuren, en berechten, gelijk
+die van <i>Laaren</i> voormaals <span class="corr" id="xd32e12325" title="Bron: pla ten">plagten</span> te doen.”
+</p>
+<p>Dit is zeker, (voegt onze geëerde begunstiger daar bij,) dat <span class="pageNum" id="pb16.10">[<a href="#pb16.10">10</a>]</span><i>Hilversum</i> met <i>Laren</i> in het kerklijke te vooren is gecombineerd geweest; de scheiding is geschied in 1605.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>.
+</p>
+<p>De <i>Hilversumsche gemeente</i> verkiest zelve haaren Leeraar——de regeerende Kerkenraad, vereenigd met de laatst
+afgegaane Ouderling en Diacon, formeert een twaalftal, en daar uit een nominatie van
+vier Predikanten, uit welk viertal, door de mans ledemaaten, in de kerk daar toe bijeenvergaderd,
+eenen nieuwen Leeraar verkozen wordt——of men de zogenaamde Buurtspraaken, ook als
+een bijzonder voorrecht kan aanmerken, kan niet zeker gezegd worden, maar dit weeten
+wij uit onderscheidene aantekeningen, die daarvan ter deezer plaatse nog voorhanden
+zijn, dat voortijds in gewigtige gevallen, vooral dan wanneer het op de kasse des
+Dorps aankwam, ’t zij door den Bailluw, ’t zij door de Buurtmeesters, het volk geraadpleegd
+werd, hoe daar in te handelen, terwijl de gemeente zonder onderscheid van godsdienst,
+in de kerk werd bijeenvergaderd, waarin de zaak voorgesteld en met meerderheid van
+stemmen daar omtrent gehandeld wierd.
+</p>
+<p>Eindelijk moeten wij hier nog melding maaken van het voorrecht der <i>Hilversummers</i> op het stuk der <i>Erfgoojers</i>, (zie onze beschrijving van <i>Laaren</i>:) de <i>Hilversumsche meent</i> of weide ligt aan de Noordzijde van <i>’s Graaveland</i>, is groot, gelijk wij boven zeiden, circa 500 morgen, door de runderpest, welke weleer
+zo streng hier te land woedde, was dezelve in merkelijk verval geraakt, dan thans
+is dezelve in een veel beteren staat, terwijl men daar op niet zelden 600 beesten
+telt, ’t geen een beter inkomen tot onderhoud oplevert——ieder erfgoojer, hier woonende,
+heeft het recht daar op te mogen brengen 5 koejen, en een paard, en voor ieder beest,
+betaalen zij, alle onkosten door elkanderen gerekend, twee guldens——volgends resolutie
+op Stad en Landen genomen, hebben de <i>Hilversummers</i>, tot herstelling van hunne in vorige jaaren zo vervallen meente, de vrijheid, om
+van de inwooners der andere <i>Gooische</i> Dorpen, doch Erfgoojers zijnde, jaarlijks eenige veersen en pinken aanteneemen.
+</p>
+<p>Over deeze meent zijn gesteld twee Schaarmeesters, die, terwijl hier een molen op
+deeze meent gevonden wordt, ook wel Molenmeesters genoemd worden—deeze menschen hebben
+het opzicht over de molen, merken het vee, ’t welk op de meent <span class="pageNum" id="pb16.11">[<a href="#pb16.11">11</a>]</span>gebragt wordt, en ontvangen de penningen, waarvan zij jaarlijks voor de Regeering
+des Dorps verantwoording doen moeten.
+</p>
+<p>Verder heeft men hier 4 Bekeurders, die vooral het opzicht hebben over de gemeene
+gronden, om wel toetezien, dat hiervan door niemand eenig misbruik gemaakt worde:
+oudtijds werden deeze menschen boschbewaarders genoemd, onder welke benaaming zij
+nog jaarlijks worden aangesteld, zekerlijk om dat zij in vorige eeuwen het opzicht
+gehad hebben over een zeker bosch, gelegen tusschen de bouwlanden van <i>Hilversum</i> en de landen van <i>Maartensdijk</i>, het welk geschat wordt groot geweest te zijn 314 morgen; doch welk bosch bijna geheel
+reeds verdweenen was, in het begin der zeventiende eeuw———zonderling is het, dat thans
+hiervan geen overblijfsel meer gevonden wordt, echter heeft de landstreek, die tegenwoordig
+bergachtig en met heide begroeid is, nog den naam van <i>Goojerbosch</i> behouden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Deezen bestaan voornaamlijk in de weverijen—vóór het jaar 1766 werden hier meestal
+lakenweverijen gevonden, die voor rekening liepen van <i>Amsteldamsche Kooplieden</i>, dan thans zijn dezelve geheel vervallen—de ingezetenen zijn niet onvernuftig in
+het uitvinden, van dat geen ’t welk tot hun bestaan dienen kan; bijzonder houdt men
+zig thans op met het weeven van zogenaamd <i>Hilversumsch wit</i> en <i>gestreept</i>—sinds eenige jaaren is men ook hier met goed succes begonnen met het weeven van gang-kleeden
+en karpetten, welke fabriek meer en meer toeneemt—ook vindt men hier een fabriek van
+<i>Doorniksche kleeden</i>, en <i>Schotsche tapijten</i>, waar mede de gebroeders <span class="sc">Reijn</span> niet weinig roems behaald hebben, terwijl de Oeconomische Tak van <i>Haarlem</i>, tot aanmoediging, eerst per el, ’t welk gedebiteerd werd, twee stuivers, daar na
+één stuiver geschonken hebben, het geen binnen weinige jaaren eene somma van meer
+dan drie duizend gulden bedragen heeft—welke fabriek tot nog toe met goed gevolg aan
+den gang is; als mede die van éénen <span class="sc">Petrus Haan</span>, die sinds 2 a 3 jaaren dezelve fabriek begonnen, en ook voorleden jaar in de vergadering
+van den Oeconomische tak niet weinig roems behaald heeft—men telt hier 76 fabrikeurs,
+en men rekent dat er ruim 500 getouwen aan den gang zijn—in <span class="pageNum" id="pb16.12">[<a href="#pb16.12">12</a>]</span>meer dan ééne droevige omstandigheid van ons dierbaar Vaderland, waarin elders fabrieken
+kwijnden, zijn de <i>Hilversumsche fabrieken</i> boven anderen voorspoedig gegaan, dan, indien het oorlog nog lange moet blijven voordduuren,
+is er reden om te vreezen, dat dezelve ook wel rasch aan het kwijnen geraaken zullen;
+en hier door zoude niet alleen deeze plaats, maar ook eenige omliggende, eenen gevoeligen
+slag worden toegebragt, terwijl te <i>Amersfoort</i> voor die van <i>Hilversum</i>, veel wol gesponnen wordt, in de omliggende Dorpen katoen, en bijzonder te <i>Laaren</i> het hair, waarom ook van daar bijna ieder dag een vrachtwagen komt, waarmede de specie
+gehaald, en het afgewerkte t’huis gebragt wordt—men vindt hier ook aan het einde der
+<i>Gooische vaart</i> een loojerij, die niet onvoorspoedig is—verder telt men hier 60 a 70 boerderijen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>,
+</p>
+<p>Deezen vinden wij, voor zoo veel het vroegere gedeelte daarvan betreft, kortlijk dus
+beschreven: <span class="corr" id="xd32e12417" title="Niet in bron">„</span>In de tweespalt, tusschen <i>Holland</i> en <i>Gelderland</i>, terwijl <span class="sc">Filips</span> van <i>Oostenrijk</i>, nu Koning van <i>Spanje</i> geworden, naar <i>Duitschland</i> gereisd was, deed Hertog <span class="sc">Karel van Egmond</span>, die zijnen eisch op <i>Gelderland</i> levendig hield, in den jaare 1505, eenen inval in <i>Gooiland</i>, en verbrandde het dorp <i>Hilversum</i>, zonder dat hij echter groote buit van de inwooneren kreeg, alzo dezelven met alle
+hunne goederen weggevlugt waren.”
+</p>
+<p>„Het jaar 1672 was mede voor dit dorp zeer ongelukkig; in het laatst van de maand
+September, werd het door de <i>Franschen</i> geheel en al uitgeplonderd, en alles wat zij niet konden wegneemen, vernield.”
+</p>
+<p>Wat de laatere geschiedenis des dorps betreft, deeze is niet minder ongelukkig: op
+den eersten mai 1725 ontstond te <i>Hilversum</i> een zwaaren brand, waar door meer dan 50 huizen in de assche gelegd werden—dan, dit
+alles was nog weinig bij de ramp, welke deeze plaats in het jaar 1766 door den brand
+geleden heeft—het was op den 25 junij van het gemelde jaar, ’s namiddags tusschen
+een en twee uuren, dat dees geweldige brand eenen aanvang nam, en, ’t geen opmerkelijk
+is, juist in het zelfde huis, waarin de voorige brand ontstaan was, waarin thans een
+<i>Joodsche Vleeschhouwer</i> woonde; één van zijne huisgenooten, zegt men, had de onvoorzichtigheid gehad, om
+eenen <span class="pageNum" id="pb16.13">[<a href="#pb16.13">13</a>]</span>aschpot met vuur te digt bij brandbaare stof of hooi te zetten——weldra was alles in
+beweeging, om, ware het mogelijk, den brand in deszelfs beginselen te stuiten; dan
+eene sterke oostenwind op eene langduurende droogte volgdende, verijdelde alle de
+pogingen der werkzaame ingezetenen—het vuur werd met een ongelooflijk geweld door
+de lucht heen gevoerd, ’t geen als een regen op de huizen nederviel, en daardoor dezelve,
+die toen meest allen in het dorp met riet gedekt waren, zelfs op eenen verren afstand,
+weldra in vlam zettede, zodat veelen van hun, welke, geen gevaar voor hunne eigene
+wooningen vreezende, en die tot hulpe van anderen waren toegeschooten, spoedig de
+droevige tijding ontvingen, dat ook hunne woningen door de vlam waren aangestoken——binnen
+weinig uuren waren meer dan 150 huizen, en een aantal schuuren, gevuld met koorn en
+andere goederen, behalven het raadhuis, de pastorij, ’t schoolhuis, en de kerk, waarin
+eenige ingezetenen hunne goederen geborgen hadden, doch die ook een prooi der vlamme
+werden, in de assche gelegd: allerakeligst was de toestand der ingezetenen; van alles
+beroofd zworven zij als raadeloos tusschen de puinhoopen van hunne ingestorte wooningen
+door: duizenden lieden van de omliggende plaatsen, maar vooral van <i>Amsteldam</i>, zakten derwaards om het jammerlijk tooneel van verwoesting in oogenschouw te neemen,
+niet alleen, maar ook om de geruïneerde inwooners, ieder naar zijn vermogen, met eene
+gifte te vertroosten; en zo ergens, ter dier plaatse, en in die allerjammerlijkste
+omstandigheid, heeft de Barmhartigheid haare hand in zegening geopend; want de meeste
+inwooners waren van geheel hunne bezittingen en middelen van bestaan beroofd.
+</p>
+<p>Niet lang na deezen brand, werden eenigen uit de Regeering van <i>Hilversum</i> afgezonden, om bij Hun Ed. Gr. Mog. verlof te verzoeken tot het doen eener collecte,
+welke gedeputeerden zig naar den Prins Erfstadhouder begaven, om zijne hooge intercessie
+in deezen te verzoeken, ’t welk hun door Zijn Doorl. Hoogheid niet alleen terstond
+beloofd werd, maar daar en boven ontvingen zij van Zijne Hoogheid, tot ondersteuning
+der ongelukkige ingezetenen, de somma van duizend ducaaten—weldra kreeg men verlof,
+om zig te mogen vervoegen aan de Regeeringen in de Steden en Dorpen, tot het verzoeken
+van vrijheid om eene collecte te doen, ’t geen bijna overal zeer wel geslaagd is:
+in <i>Amsteldam</i> alleen werd gecollecteerd ƒ&nbsp;54605–19<span class="corr" id="xd32e12462" title="Niet in bron">–</span>2; in de gantsche provincie van <i>Holland</i>, bragt de collecte op eene somma van ƒ&nbsp;<span class="corr" id="xd32e12466" title="Bron: 100739 5–:0">100739–5–0</span>; in de provincie <i>Utrecht</i> collecteerde men zamen ƒ&nbsp;7560–:–14, dit gevoegd bij de voorgaande somme, bedroeg
+de generale collecte ƒ&nbsp;<span class="sic">108299–6–8</span>: niet weinig hielp zekerlijk zulk een aanmerkelijke som, dan dezelve was echter niet
+toereikende tot eene volkomene vergoeding der schade, terwijl ieder, welke met eene
+beëedigde verklaring <span class="pageNum" id="pb16.14">[<a href="#pb16.14">14</a>]</span>zijn verlies moest opgeven, en van de collecte profiteeren wilde, van elken gulden
+omtrent zes stuivers en zes penningen ontvangen heeft: gelukkig intusschen dat de
+zulken zig niet alleen verbinden moesten tot de opbouwing van hunne afgebrande woningen,
+maar ook dat hunne huizen, volgends de resolutie van gecomm. Raaden, met pannen gedekt
+moesten worden: eene wijze voorzorg voorzeker! daar tog de ondervinding in het jaar
+1766 te <i>Hilversum</i> geleerd heeft, hoe de brand, doordien de meeste huizen met riet gedekt waren, niet
+te blusschen was, en men integendeel ten dien tijde sommige huizen, waaronder zelfs
+het koepeltjen der pastorij, om dat zij met pannen gedekt waren, schoon zij van alle
+zijden als omringd waren van de vlam, heeft kunnen behouden.
+</p>
+<p>Verder wierd de Regeering van <i>Hilversum</i> tot opbouw der publieke gebouwen, nog toegelegd door hun Ed. Gr. Mog. gelijk wij
+verneemen uit het geestlijk comptoir, eene somma van tien duizend guldens—terwijl
+daarteboven de Heeren Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westvriesland</i> vrijdom vergunden, van <span class="corr" id="xd32e12486" title="Bron: ordinarire">ordinaire</span> en extraordinaire verpondingen van de afgebrande huizen, voor den tijd van 20 jaaren,
+als mede van den impost op de grove waaren en rondemaat, van de materialen, welken
+niet alleen tot den opbouw van de kerk, pastorij, school en rechthuis, maar ook van
+de afgebrande huizen zouden worden gebruikt.
+</p>
+<p>Onbegrijpelijk is het dat zulke beklaagenswaardige gebeurtenissen, die zeker op het
+platte land van onze Republiek niet zeldzaam zijn, (immers hebben wij binnen weinige
+jaaren, de dorpen <i>Westmaas</i> en <i>Amstelveen</i>, door den geessel des vuurs kort na elkander allerjammerlijkst zien teisteren?) ’t
+is onbegrijpelijk, zeggen wij dat dergelijke gebeurtenissen nog niet kunnen doen besluiten
+tot het daarstellen van reddingsmiddelen, in zulke gevallen alleen dienstig zijnde,
+als een behoorelijke voorraad van water, en een toereikend getal van brandspuiten—elders
+in ons werk hebben wij daartoe, naar ons oordeel, den besten raad aan den hand gegeven,
+dan, wij hebben het genoegen nog niet mogen hebben dat dezelve ingevolgd is, althans
+niet in het voornaamste gedeelte daarvan; wel zijn op het eene en andere dorp, meerdere
+en betere brandspuiten aangelegd; maar nog nergens heeft men voorraad van water aangeschaft;
+dit nu aanwezig zijnde, zal men niet ligtlijk weder een geheel dorp, of het grootste
+gedeelte deszelven, door het vuur zien verteeren; immers is zulks zelden, of liever
+nooit, het lot der steden? een voorbeeld daarvan verstrekt het digtbebouwd <i>Amsteldam</i>; hoe zeer geheel de stad als maar één eenige wooning schijne te weezen, zo dat er
+meestal tusschen huis en huis, zelfs de lucht niet kan doordringen, wordt echter,
+hoe zwaar een’ brand er ook moge ontstaan, nooit meer dan het erf waarop het ongeluk
+voorvalt, door het vuur verteerd; en dit zoude ook op het platte land gebeuren, ware
+het dat men de benoodigde <span class="pageNum" id="pb16.15">[<a href="#pb16.15">15</a>]</span>middelen daartoe aanschafte: wat <i>Amsteldam</i> aangaat; treffender voorbeeld, ten bewijze van ons gestelde, zoude niet aangevoerd
+kunnen worden, dan dat van den overal bekenden eisselijken brand in den <i>Hollandschen Schouwburg</i>; ene oceaan van vuur, geweldiger dan ergens bij menschen geheugen heeft plaats gehad,
+was echter niet vermogend om de aangevoerde en te werk gestelde brandspuiten te overheerschen;
+de werking van deezen triumpheerde op het geweld des vuurs, tot zo verre, dat volstrekt
+geen van de belendene huizen, waarvan de Schouwburg echter rondsom geheel digt omgeven
+was, een prooi der vlamme werd; de schouwburg, ja, brandde ten gronden toe af, maar
+niet meer!
+</p>
+<p>In de jongstledene beroerten heeft <i>Hilversum</i> mede zijn deel gehad; ook hier heeft men <i>Pruissisch krijgsvolk</i> gekregen: eerst rukte de avantgarde aan: men zegt, dat even voor derzelver intrek,
+door een van het <span class="corr" id="xd32e12511" title="Bron: genootschp">genootschap</span> van Wapenhandel ’t welk ook hier gevonden werdt, of door eenen anderen, geschoten
+was, en dat dit ten gevolge had dat de <i>Pruissen</i>, dit gehoord hebbende, hierom op drie huizen der voornaamste, die zeer voor den wapenhandel
+ijverden, aanvielen, welke huizen weldra met de goederen die daarin gevonden werden,
+grootlijks werden vernield: hier op volgde omtrent 5000 man, zo kavallerij als infanterij,
+onder commando van den Grave van <span class="sc">Van Lottum</span>, welk krijgsvolk, zo lang <i>Naarden</i> zig nog niet had overgegeeven, niet ver van <i>Trompenberg</i> zig gelegerd had, zijnde het hoofdkwartier aan het einde der <i>Gooische vaart</i>; na de overgaaf van <i>Naarden</i>, zijn een groot aantal <i>Pruissische soldaaten</i> bij de burgers, geduurende eenige weeken, geinquartierd geweest.
+</p>
+<p>Verder gedragen zig de ingezetenen, hoe zeer in denkbeelden verschillende, zeer wèl.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Hier onder, kan men thans plaatsen het jachthuis van den Hr. <span class="sc">Pieter van Loon</span>, Oud-schepen der Stad <i>Amsteldam</i>, ’t welk zijn Ed. voorleden jaar op den top van den berg, die doorgaands <i>Hoorneboek</i> genaamd wordt, geplaatst heeft; dit huis heeft het ruimst en alleraangenaamst uitzicht,
+’t geen men zig immer verbeelden kan; zelfs het nabijgelegene zogenaamd <i>Loosdrechtsche bosch</i>, is niet in den weg, terwijl men over alle boomen heen ziet—het huis vertoont een
+Burgt, wordt in een <i>Gotischen smaak</i> opgeschilderd, en geeft, zelfs op een grooten afstand, eene aartige vertooning.
+</p>
+<p>Verder vindt men hier nog een buitenplaats van de Hr. <span class="sc">Arntzenius</span>, Advocaat te <i>Amsteldam</i>, welke in het jaar 1793 is aangelegd: het voornaamste uitzicht van het huis, is op
+zijde naar den kant van <i>Hilversum</i>, over de uitgestrekte bouwlanden en heide.
+<span class="pageNum" id="pb16.16">[<a href="#pb16.16">16</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>,
+</p>
+<p>Zondags vaaren 2 schuiten van hier naar <i>Amsteldam</i>, ’s morgens circa elf uuren; en ’s avonds ten 9 uuren: Dingsdags en Donderdags ’s
+morgens ten elf uuren naar dezelfde stad, van waar zij wederom afvaren, Maandags,
+Dingsdags, Woensdags en Vrijdags, ’s middags ten half een uur, liggende deeze schuiten
+te <i>Amsteldam</i> op de <i>Binnen-amstel</i> tusschen de <i>Halvemaansbrug</i> en <i>Groeneburgwal</i>: ook vaart er een schuit naar <i>Utrecht</i>, Vrijdags morgens ten elf uuren, die Saturdag te rug komt en ten half elf uuren niet
+ver van de <i>Jacobie brug</i>, afvaart: bij besloten water, rijdt Zondag en Donderdag ’s middags van het dorp een
+wagen op <i>Amsteldam</i>, en van daar terug<span class="corr" id="xd32e12581" title="Niet in bron">.</span>
+</p>
+<p>Jammer is het voor zulk een volkrijke plaats, dat de schuit niet verder komen kan,
+dan tot omtrent een quartier uurs van het Dorp af, van waar de goederen die zij overbrengt,
+per as verder naar het Dorp moeten vervoerd worden—voor eenige jaaren trachtte men
+dit ongemak te verhelpen, door eene vaart verder heen te graaven, en men was waarlijk
+reeds tot op 200 roeden na aan het Dorp genaderd, dan dit heilzaam werk moest gestaakt
+worden, door eene Resolutie van Hun Ed. Mog. die de afzanding van <i>Naarden</i> met kracht wilden doorzetten, ter meerdere versterking dier vesting, en daarom het
+verder afzanden bij <i>Hilversum</i> verbooden—meer dan ééns heeft men op de opening der zanderij wederom op het vriendlijkst
+aangedrongen, en eindelijk heeft men nu, doch onder gewigtige bepalingen, als onder
+anderen, om het zand niet voor ballast te mogen vervoeren, wederom tot de zanderij
+permissie bekomen, waarmede men dit jaar dan ook reeds eenen aanvang genomen heeft,
+doch wij twijfelen om meer dan ééne reden, of het volgend geslacht zig nog wel zal
+kunnen verheugen met de vaart tot aan haare plaats te zien; behalven de bovengenoemde
+schuiten, rijden ook nog tweemaal in de week, en wel woendags en saturdags morgens
+een vrachtwagen op <i>Utrecht</i>, die op dezelfde dagen te rug komt: verder rijdt er visa versa een wagen, Dingsdags
+morgens op <i>Weesp</i>, Woensdags op <i>Muiden</i>, Donderdag op <i>Naarden</i>: Donderdag en Saturdags middags komt een kar van <i>Amersfoort</i> die op dezelfde dagen retourneert—’s winters bij beslooten water passeert door deeze
+plaats ook een postwagen van <i>Amsteldam</i> op <i>Zwol</i>, en te rug.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>.
+</p>
+<p>Deezen zijn te <i>Hilversum</i> de volgenden: De <i>jonge Graaf van Buuren</i>. ’T <i>Bonte Paard</i>. Van mindere qualiteit zijn. ’T <i>Hilversumsche Veerhuis</i><span class="corr" id="xd32e12617" title="Niet in bron">.</span> De <i>Koorndraager</i>. De <i>Reizende Man</i>. <i>Het roode hart.</i> De twee eerstgemelden zijn vrij aanzienlijke Logementen, en ook Uitspanningen.
+<span class="pageNum" id="pb17.1">[<a href="#pb17.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e12006">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e12006src">1</a></span> <i>Dit</i> Trompenbergjen <i>zegt men, zijn’ naam ontleend te hebben van den Hollandschen Admiraal</i> <span class="sc">Tromp</span>, <i>ten wiens gebruike men het zelve had afgestaan; en sommigen beweeren dat op deszelfs
+top door hem een coupel gebouwd is: men weet dat die dappere Held zijn hofstede in
+het nabijgelegen</i> ’s Graaveland <i>had</i>: (<i>zie onze beschrijving van dat dorp</i>).&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e12006src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd32e12136">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e12136src">2</a></span> <i>Het vorige orgel was mede door den brand verteerd,—meer dan 20 jaaren had men zig
+zonder zulk een nuttig kerkinstrument beholpen——dan, den 28 Jan. 1786 werd bij de
+Regeering deezer plaatse geresolveerd, om een plan tot goedmaaking der kosten voor
+een nieuw Orgel voor de gemeente ter tekeninge te leggen, ’t welk met het goed voorbeeld
+der Regenten, zulk een gewenschten uitwerking hadt, dat men weldra in staat was gesteld
+om een nieuw Orgel te laaten vervaardigen.</i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e12136src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd32e12238">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e12238src">3</a></span> <i>Deeze Kerk is ingewijd den 4 Julij 1786, zijnde toen de <span class="corr" id="xd32e12241" title="Bron: rste">eerste</span> predikatie daar in gedaan door den Eerw. Heer</i> <span class="sc">Paulus Beyleveld</span>, <i>Pastoor te</i> Vleuten.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e12238src" title="Ga terug naar noot 3 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="graveland" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1302">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figgraavelandwidth"><img src="images/graaveland.jpg" alt="Het dorp ’s Graaveland." width="485" height="720"><p class="figureHead">Het dorp ’s Graaveland.</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Het hofrijk ’S GRAAVELAND, geheugt den schelmsten nijd,
+</p>
+<p class="line">Geheugt den woesten aart van ’s Krijgs bezoldelingen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Herinnert ons held TROMP, die, aan ’s Lands dienst gewijd,
+</p>
+<p class="line">’S Lands vijand op de Zee, stoutmoedig dorst bespringen;
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Dit onvoorbeeldig Dorp, beroemd door bleekerij,
+</p>
+<p class="line xd32e6271">Zet <span class="sc">Gooiland</span> eer en luister bij.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
+<span class="ex">DORP</span><br>
+’S GRAVELAND.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Het zeer vermaaklijk <i>Gooiland</i>, roemt met reden op het aangenaam dorp, zo even genoemd; en het welk te meer bewondering
+verdient, daar niet langer dan eene eeuw geleden, nog niets van deszelfs fraai bestond;
+want men vindt het ten dien tijde beschreven, als onlanden, vullingen, (<i>verlatene veenen</i>, voegen eenigen daarbij, doch onze geëerde correspondent in deezen, zegt desaangaande:
+„immers schijnt men hier niet te weeten, dat hier, vóór den aanleg van <i>’s Graveland</i>, <span class="sc">zulke veenen</span> geweest zijn:”) uitgedolvene en moerassige plaatsen, die meest niet anders dan biezen,
+hei en andere wilde ruigte voordbragten; deeze eigenschap vergelijkende bij de schoonheid
+waarmede het thans prijkt, verstrekt ten bewijze wat de vruchten zijn van eene arbeidzaame
+verbeterende hand.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
+</p>
+<p>Van dit dorp, maakt, met deszelfs landstreek, het westlijkste gedeelte van het aangenaame
+<i>Gooiland</i> uit; zijnde hier de grensscheiding <span class="pageNum" id="pb17.2">[<a href="#pb17.2">2</a>]</span>tusschen <i>Holland</i>, en <i>’t Sticht</i>, eenige voeten ten westen van de <i>’s Gravelandsche vaart</i>, die naar de <i>Loosdrecht</i> heenloopt, en ook tot op een half uur afstands naar <i>Hilversum</i>; (men zie onze beschrijving van dat dorp).
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
+</p>
+<p>Deeze is zeer zeker niet ver te zoeken; de naam zelf brengt zijnen oorsprong mede;
+de landen, zo woest en onbebouwd als zij ten bovengemelden tijde nog lagen, behoorden
+aan ’s Lands Graaven, zonder onder het bijzonder bestuur van eenige andere dorpen
+van <i>Gooiland</i> te weezen, en derhalven gaf men hun den onderscheidenden naam van <i>’s Graaven landen</i>, waarvan men bij verkorting <i>’s Graaveland</i>, of <i>’s Graveland</i> gemaakt heeft.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>Van hoe slechten aanzien deeze landen ook waren, moet de grond echter van zodanigen
+aart geweest zijn, dat zij voor het bebouwen goede vruchten beloofd hebben; want omtrent
+den jaare 1625 waren er lieden die zulks begeerden te onderneemen; ten welken einde
+zij zig keerden tot de rekenkamer van de Gravelijkheids domeinen, met verzoek om die
+dorre gronden, welken men toen, gelijk gezegd is, den naam van <i>Onlanden</i> gaf, voor zekere erkentenisse te mogen bekomen: de rekenkamer voornoemd wees de verzoekers
+naar de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westvriesland</i>; aan welken de onderneemer, toen aan hun hoofd hebbende zekere Mr. <span class="sc">Jan Ingel</span>, zig ook keerden, met verzoek van ’s Graaven landen, die geheel onbebouwd lagen,
+te mogen benaderen, op zulk eene wijze als zij met de rekenkamer zouden kunnen overeenkomen,
+en om tevens voor zeker getal van jaaren, zodanige voorrechten en vrijdommen te mogen
+genieten als gemeenlijk bij den aanleg van nieuwe landen of bedijkingen worden vergund,
+benevens het recht van Ambachtsheerelijkheid <span class="pageNum" id="pb17.3">[<a href="#pb17.3">3</a>]</span>over den grond, die hun zoude worden toegestaan: dit hun verzoek werd hun ook, onder
+eenige bepaaling, ingewilligd, en voor die inwilliging, zouden zij, jaarlijks, aan
+de Graaflijkheid, (want nimmer heeft de Graaflijkheid iet, hoe gering van waarde,
+afgestaan zonder belooning,) moeten betaalen tien stuivers voor ieder morgen lands;
+welke belasting volgends octrooi van den Jaare 1636 is veranderd op de elfde schoof:
+(dit is volgends onze Autheuren, over <i>Gooiland</i> handelende; doch onze begunstiger boven bedoeld, zegt in zijne berichten, ons <span class="corr" id="xd32e12729" title="Bron: vriendljke">vriendlijke</span>, medegedeeld, dat men te <i>’s Graveland</i> meede geene kundschap van die elfde schoof draagt.)—„De ingelanden,” dus leezen wij
+elders, „verkregen toen ook het civile rechtsgebied, om, met raad van den Bailluw
+van <i>Gooiland</i> keuren te mogen maaken, en hunne landen te laaten berechten door een’ Schout en Schepenen,
+bij den Bailluw uit de ingezetenen te kiezen; blijvende het crimineele ter berechtinge
+van de vierschaar der stede <i>Naarden</i>.”—Op deezen voet dan sloeg men handen aan ’t werk, om de landen aftegraaven, en ter
+bebouwinge bekwaam te maaken: dan, zulks stak de omliggende dorpen, voornaamlijk <i>Hilversum</i>, in de oogen; zij vreesden door den aanleg van dit nieuwe dorp benadeeld te zullen
+worden, en deeze eigenbaat ging zo verre, dat de arbeiders der onderneemeren geduurig
+door de ingezetenen van de bedoelde dorpen, in hun werk gestoord werden, niet alleenlijk
+met hunnen arbeid te vernielen, maar zelfs rees die naijver zo hoog, dat zij met scherp
+op de gezegde arbeiders schoten, waardoor niet zelden eenigen, vooral van de graavers,
+gekwetst werden; men pleegde omtrent hen ook allerleie moedwilligheid, niettegenstaande
+’s Lands Staaten daar tegen verscheidene plakaaten lieten uitgaan, niet alleen, maar
+ook de arbeiders in hunne verrichtingen lieten beschermen door een compagnie ruiters
+en voetvolk—deeze loontrekkers zijn zeldzaam van eenigen dienst, wanneer de gemoederen
+in onrust gebragt zijn; soldaaten kunnen alleenlijk tegen <span class="pageNum" id="pb17.4">[<a href="#pb17.4">4</a>]</span>soldaaten bestand weezen, maar tegen burgers welken in hunne rechten meenen te kort
+gedaan te zijn, vermogen zij niets; hunne loon-slagen hebben den aandrang niet van
+de vrijwillige slagen van vergramde burgers—Zonder thans te onderzoeken in hoe verre
+de ingezetenen van <i>Hilversum</i> en de andere omliggende dorpen, in deezen gelijk hadden, blijft echter het gezegde
+een onwederspreekelijke waarheid; een waarheid welke door alle gezachvoerders in ’t
+oog behoorde gehouden te worden, ofschoon de droevige ondervinding leere, dat zij
+dezelve telkens weder op nieuw veronachtzaamen, waardoor hun gezach een ongenezelijke
+krak krijgt, en de zetels aan het waggelen raaken.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Niettegenstaande alle de gezegde hinderpaalen, werd de arbeid zo spoedig voordgezet,
+dat reeds in den jaare 1634, de akkers konden gekaveld worden, en derhalven mag men
+de stichting des dorps tot dien tijd brengen: sedert is deeze grond tot een allerverrukkelijkst
+oord en een pronk van geheel <i>Gooiland</i> geworden; in een kleinen omvang, ontmoet men er zeer aangenaame gezichten van lommerrijk
+geboomte, vruchtbaare zaai- en wei-landen, heiden, water, veengronden, en veele aanzienlijke
+buitenplaatsen; waarvan straks nader.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Wat voords aangaat het tweede gedeelte van het tegenwoordige artikel in ons plan,
+naamlijk de grootte van <i>’s Graveland</i>; ten gemelden tijde was de bereide grond groot, 555 morgen en 28 roeden Rhijnlandsche
+maat.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Volgends de lijst der verpondingen van den jaare 1732, stonden toen te <i>’s Graveland</i> 119 huizen, welk getal in 1734 één meer (120) was; sedert is dat getal aangewassen
+tot ruim 140, die bewoond worden door meer dan 200 huisgezinnen; twee derden van welken
+van den Gereformeerden Godsdienst zijn; slechts weinigen zijn <i>Luthers</i>, en de overigen meest <span class="pageNum" id="pb17.5">[<a href="#pb17.5">5</a>]</span><i>Roomsch</i>: de huizen, in zo verre zij niet tot lusthuizen, of boerewooningen dienen, staan
+allen aan de westzijde van de plaats, strekkende zig bijna een uur gaands in de langte
+uit; aan de oostzijde vindt men niet anders dan schoone weilanden, en, gelijk gezegd
+is, heerelijke lustplaatsen: de erven der wooningen liggen tot aan de <i>’s Gravelandsche vaart</i>: de gemelde bouwing van de dorpbuurt, naamlijk aan eene zelfde zijde, moet geschieden,
+zo lang er plaats in de langte van <i>’s Graaveland</i> overblijft: aan die zijde zijn ook veele linnenbleekerijen, welken goed water uit
+de vaart hebben, en, gelijk bekend is, zeer geroemd zijn; men verzekert dat het linnen,
+’t welk te <i>’s Graveland</i> gewasschen en gebleekt wordt, in zindelijkheid en witheid, de behandeling op de bleekerijen
+buiten <i>Haarlem</i> niet alleen evenaart, maar zelfs dikwijls overtreft—uit het gezegde blijkt dat de
+aanleg van <i>’s Graaveland</i> derhalven zeer regelmaatig, strekkende zig het grondgebied aan de zijde van <i>Naarden</i>, van den hoek aan de noordzijde, genoegzaam in eene rechte lijn tot voorbij de <i>Hilversumsche vaart</i>, langs eenen weg, (gelijk gezegd is, bijna een uur gaands lang,) die ter wederzijde
+beplant is met eene dubbelde rei van hooge en schoone eiken en andere boomen.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Alles is te <i>’s Graveland</i> in eene zeer goede orde, ’t welk de ingezetenen te danken hebben aan verscheidene
+keuren, daartoe van tijd tot tijd gemaakt, zo ten aanzien van de gemeene wegen en
+vaarten, als tot rust der ingezetenen, en tot weeringe van allerleie vechterijen en
+baldaadigheden; ook is er zeer goede orde gesteld op het brandblusschen, (eene zaak
+voorwaar van het hoogste aanbelang,) waartoe thans twee goede brandspuiten worden
+onderhouden—„Tot verdere veiligheid,” leezen wij elders, „worden ook alle onbekende
+bedelaars en marskraamers geweerd; bij nacht wordt er de ronde gedaan, waartoe iederen
+nacht” (van November tot half Maart) „elf” (thans twaalf,) „persoonen de wacht hebben,
+en in drie” <span class="pageNum" id="pb17.6">[<a href="#pb17.6">6</a>]</span>(thans vier,) „wachthuizen bescheiden zijn:” (en alle uuren de ronde doen,) „alle
+manspersoonen, agttien jaaren oud en daar boven, moeten zig hiertoe laaten gebruiken;
+doch het staat vrij zijn wacht aan een ander der medgezellen aantebesteden.”
+</p>
+<p>Het
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
+</p>
+<p>Van dit aanzienlijke en beroemde dorp, is een gekroonde trapgans, op een zilveren
+veld.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>Het eerste dat hier in aanmerking komt, is de <i>Gereformeerde<span id="xd32e12807"></span> kerk</i>: van de <i>Gooische</i> of <i>Hilversumsche zijde</i>, en haren stand gerekend naar de breedte of diepte des dorps, staat zij ten westen;
+doch van den gemeenen weg, en de zijde der huizen te zien ten oosten, en omtrent in
+’t midden van het dorp, op een zeer belommerd kerkhof: zij is wel niet groot, maar
+echter zeer net gebouwd; is een kruiskerk met leiën gedekt, en heeft een klein vierkant
+torentjen, met uur- en slag-werk voorzien: van binnen heeft zij voords niets aanzienlijks,
+naamlijk niets bijzonders der aantekeninge waardig; dit alleenlijk kunnen wij ’er
+nog van zeggen, dat zij thans te klein is voor de Gemeente die sedert haaren aanleg
+aanmerkelijk grooter is geworden.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>De grond van de Kerk, van het Kerkhof en de Pastorij, is bij den aanleg der kerk afgegeven
+van de hofstede <i>Hilverbeek</i>, die achter het gebouw ligt.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Den 7 julij 1658, werd in de toen volbouwde kerk ’t eerst het woord Gods gepredikt,
+en daar door dit Godshuis ingewijd, door twee gedeputeerden van de Classis van <i>Amsteldam</i>, naamlijk <span class="sc">Menso Johannis</span>, Predikant aldaar, en <span class="sc">Johannes van Sanen</span><span class="corr" id="xd32e12831" title="Niet in bron">,</span> Predikant te <i>Huizen</i>: vervolgends werd de predikdienst waargenomen door den Predikant en gerecommandeerden
+<span class="pageNum" id="pb17.7">[<a href="#pb17.7">7</a>]</span>Proponent van gemelde Classis van <i>Amsteldam</i>, tot dat, op <span class="corr" id="xd32e12840" title="Bron: eenstemming">eenstemmig</span> advis der Heeren, zo <i>Hoofd-</i> als <i>Gemeene-Ingelanden</i>, en goedvinden van alle de Ledemaaten, door meergemelde Classis, op den 22 Sept.
+1659, beroepen, en door Heeren <i>Hoofd-Ingelanden</i> goedgekeurd werd, <span class="sc">Cornelius van Midlum</span>, die op den 2 Novemb. daar aan volgende, zijn Leeraarswerk begon.
+</p>
+<p>Er is voords te <i>’s Graveland</i> geen Weeshuis, de Weezen worden bij de burgers besteed: zie wegens de armen, bladz.
+9.
+</p>
+<p>De Pastorij is voor ruim 20 jaaren geheel vernieuwd, en is thans één der schoonsten
+uit de Provincie <i>Holland</i>.
+</p>
+<p>Van het Schoolhuis zoude men iet dergelijks niet kunnen zeggen—In het school bevinden
+zig dagelijks, door elkander gerekend, ruim 100 kinderen, en veelen van die gaan aldaar
+voor rekening van eenige weldaadige bewooneren der lustplaatsen, welken op die wijze,
+min vermogende ouders, die niet van de diaconie bedeeld worden, de huishoudelijke
+lasten helpen draagen.
+</p>
+<p>De <i>Lutherschen</i> en <i>Roomschen</i> welken te <i>’s Graveland</i> zijn, hebben op het dorp geene vergaderplaatsen; de <i>Roomschen</i> gaan te <i>Ankeveen</i>, een klein uur van daar, te kerk; zij behooren onder die parochie; en de <i>Lutherschen</i> behooren onder de kerk van <i>Weesp</i>; alwaar zij echter alleenlijk het avondmaal gaan houden, neemende voords den openbaaren
+Godsdienst bij de <i>Gereformeerden</i> op hun dorp waar.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Hier van valt weinig aantetekenen; het rechthuis wordt, volgends eene gewoonte op
+veele dorpen plaats hebbende, gehouden in een herberg.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>De Gereformeerden te <i>’s Graveland</i> (thans ruim 230 ledemaaten <span class="pageNum" id="pb17.8">[<a href="#pb17.8">8</a>]</span>uitmaakende, zonder daaronder te betrekken dezulken die des zomers, op hunne lustplaatsen
+woonende, met hunne dienstboden daar den openbaaren Godsdienst bijwoonen, en veelen
+van welken er ook ’t avondmaal houden; deeze ledematen) worden bediend door één’ Predikant,
+zijnde thans de Wel-Eerwaarde en zeer geleerde Heer <span class="sc">Nicolaas Govert van Blijenburg</span>, <i>Jerph. Benj. Fil.</i>, behoorende onder de Classe van <i>Amsteldam</i>.
+</p>
+<p>Den 27 julij 1660, werd door den toenmaaligen Predikant, met behulp van twee nabuurige
+Predikanten, eenen Kerkraad aangesteld, bestaande uit twee Ouderlingen en twee Diaconen;
+uit welk getal de Kerkenraad nog bestaat: elk jaar wordt door de Predikant en verdere
+Leden des Kerkenraads, een Ouderling en een Diacon gekoren, in plaats van twee anderen
+die afgaan: noch Gerecht, noch Hoofd-Ingelanden, hebben met deeze verkiezing iet te
+doen: ook heeft de Kerkenraad de vrije beroeping van eenen Predikant, doch de approbatie
+geschiedt door Heeren Hoofd-Ingelanden, aan wien de Kerkenraad den beroepenen, met
+verzoek van goedkeuring, voorstelt; terwijl ook bij die zelfde Heeren, vooraf handopening
+tot het maaken van eene nominatie en ’t beroepen eens Predikants daar uit, verzocht
+moet worden: op deeze wyze werdt in ’t jaar 1705, in plaatse van den (op te vooren
+gezegde manier door de Classis van <i>Amsteldam</i>, beroepen) overledenen Predikant <span class="sc">Cornelis van Midlum</span>, beroepen deszelfs zoon, <span class="sc">Gerard van Midlum</span>, Predikant te <i>Muiderberg</i>; en vervolgends in ’t jaar 1726, <span class="sc">H.&nbsp;J. Elzevier</span>; in ’t jaar 1746, <span class="sc">Antonius van der Os</span>, die in ’t jaar 1748, door de Gereformeerde gemeente van <i>Zwol</i> beroepen werd; doch vervolgends tot de <i>Doopsgezinden</i> is overgegaan en thans nog by dezelve te <i>Saandam</i> Leeraar is: in ’t jaar 1748, werdt beroepen <span class="sc">Willem Lobé</span>, sedert het jaar 1779 rustend Leeraar: in zijne plaats werdt beroepen <span class="sc">Willem Leendert Krieger</span>, thans Predikant in <i>’s Graavenhaagen</i>; in ’t jaar 1787, is beroepen <span class="sc">Henricus Johannes van Wijck</span>, <span class="pageNum" id="pb17.9">[<a href="#pb17.9">9</a>]</span>thans te <i>Nijmegen</i> Predikant, en in deszelfs plaats in ’t jaar 1786, de tegenwoordige Leeraar, reeds
+gemeld.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Boven hebben wij reeds gezien dat het crimineele rechtsgebied over <i>’s Graveland</i>, staat aan de vierschaar der stad <i>Naarden</i>.
+</p>
+<p>Vervolgends bestaat de civile rechtbank uit den Schout, (die zijne aanstelling ontvangt
+van den Bailluw van <i>Gooiland</i>) en vijf Schepenen: ter jaarlijksche verkiezinge van de laatstgemelden, wordt door
+den Schout en aanwezende Schepenen eene nominatie gemaakt van een dubbeldtal, en deeze
+nominatie wordt ter verkiezinge gezonden aan den Bailluw van <i>Gooiland</i>, voornoemd; het eene jaar worden ’er 2 en het andere 3 gekozen, die voords 2 jaaren
+aanblijven.
+</p>
+<p>Er zijn verder Brand- en Wees-meesters, benevens een Bode civil.
+</p>
+<p>Armmeesters zijn hier niet, alle de Gereformeerde armen worden door de Diaconen bedeeld,
+en de Roomsche armen door hunne eigene <i>Arm-</i> of <i>Kerk-meesters</i>, die te <i>Ankeveen</i> hunne aanstelling ontvangen—Wij dienen hier ook melding te maaken, van de heeren
+Hoofd-Ingelanden, reeds meermaals genoemd, die zes in getal zijn, en den tijtel voeren
+van <i><span class="corr" id="xd32e12971" title="Bron: Wel Edele">Wel-Edele</span></i> en <i>Achtbare Heeren Hoofd-Ingelanden</i>: alle de Heeren Ingelanden, die 20 morgen lands by één hier hebben liggen, zijn daar
+toe verkiestbaar: de Hoofd-Ingelanden blijven levenslang in die waardigheid, ten ware
+zij vertrokken, of geene bezitters meer bleeven van 20 morgen hier liggend land: in
+gevalle van vacatuure worden door de overige Heeren Hoofd-Ingelanden nieuwe Hoofd-Ingelanden
+gekoren; elk derzelve heeft zijne bijzondere Commissie; bij voorbeeld: de oudste is
+Dijkgraaf en heeft, nevens den daar op volgenden, ’t opzicht en bestuur over <i>Kerk, Pastorij, Schoolhuis</i> enz: twee anderen is ’t opzicht aanbevolen over ’t vreemd volk, ten einde dit te
+weeren, en op <span class="pageNum" id="pb17.10">[<a href="#pb17.10">10</a>]</span>de inkomenden acht te geeven: terwijl dezelve alle belangrijke en voorkomende zaaken
+met elkander behandelen: zij hebben onder zig een’ Penningmeester, die als hun Secretaris
+en Rentmeester handelt—behalven de approbatie van den Predikant, hebben zij de aanstelling
+van Schoolmeester en Koster, Vroedvrouw enz. ’t opzicht over Vaarten, Wegen, Sluizen,
+enz.
+</p>
+<p>Onder dit artijkel zouden men nog kunnen betrekken de wachthuizen, waarvan wij boven
+(<i>bladz.</i> 6.) gesproken hebben.
+</p>
+<p><span class="sc">Voorrechten</span> heeft <i>’s Graveland</i>, voor zo veel ons bekend is, niet.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>Der inwooneren bestaan, gelijk boven reeds aangetekend is, voornaamlijk in het linnenbleeken<span class="corr" id="xd32e12998" title="Niet in bron">,</span> den landbouw en tuinderij; voords brengen de menigvuldige buitenplaatsen, alhier
+liggende, niet weinig toe tot den bloei van het dorp: ’t getal der linnenbleeken beloopt
+thans vijf-en-twintig—voor ruim een jaar geleden werd er ook een fabriek van vloertapijten
+te weeven aangelegen.
+</p>
+<p>Veele ingezetenen leggen zig toe om voor eenige maanden in den zomer een gedeelte
+hunner huizen te verhuuren, onder den naam van <i>optrekken</i>, aan lieden van <i>Amsteldam</i> enz. welken geene buitens hebben, vooral aan zulken die ongesteld, of door eene geëindigde
+ziekte zwak zijn, of zwakke kinderen hebben: de lucht wordt er voor sommige ziekten
+en tot herstelling van zwakken zeer goed bevonden; veele ondervinden daarvan de beste
+uitwerking, doch voor <i>teering</i> en <i><span class="corr" id="xd32e13009" title="Bron: bortsziekten">borstziekten</span></i> wordt de lucht, om haare fijnheid, niet zo goed gehouden.
+</p>
+<p>Wat aangaat de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>,
+</p>
+<p>Van het vermaaklijk <i>’s Graveland</i>, wij vinden daarvan, behalven het geen wegens den aanleg des dorps (zie hier voor,
+<i>bl.</i> 5.) gezegd is, het volgende aangetekend:
+</p>
+<p>„Het dorp gevoelde in den jaare 1672, zo wel als <i>Hilversum</i> <span class="pageNum" id="pb17.11">[<a href="#pb17.11">11</a>]</span>en de <i>Loosdrechten</i>, de inlegering der <i>Franschen</i>, die er tot den jaare 1673 verbleeven, en er veele baldaadigheden pleegden; zij verwoestten
+voornaamlijk de Hofsteden van den Lieutenant Admiraal <span class="sc">Cornelis Tromp</span>, en die van zijn Gemalinne, Vrouwe <span class="sc">Margaretha</span>, Baronnesse van <i>Raaphorst</i>, welke lustplaatsen naast elkander gelegen waren; het heerelijk geboomte werd er
+uitgeroeid, en het landhuis van den Admiraal, werd genoegzaam ten gronde toe gesloopt;
+alles wat kostelijk en ten cieraad der gebouwen diende, werd verbroken, weggevoerd,
+verkocht of vernield, en eindelijk werd ook het Landhuis van des Admiraals Gemaalinne
+in brand gestoken, waardoor het in een puinhoop ter neder stortte; maar deeze ramp,
+hoewel schadelijk, was tevens oorzaak dat de lusthoven, voornaamlijk die der Gemalinne
+van den Admiraal, in een heerelijker luister hersteld geworden zijn; gelijk het deftig
+<i>Trompenburg</i> nog heden getuigt, in welks herstelling en nieuwe opbouw de grootdaadigheid van den
+Admiraal allezins doorstraalt: het huis, rondsom in eenen vijver gebouwd, is vorstlijk,
+en rijst uit het water als een kasteel, pronkende met eenen schoonen koepeltoren,
+onder welks bevang zig een fraaje agtkante zaal, van ongemeene ruimte en pracht van
+bouwkunde en cieraadjen vertoont: in vier uitstekken van deeze zaal, waarvan het eene
+tot den ingang dient, zijn de schepen afgebeeld, waarmede de Heer <span class="sc">Tromp</span> de overwinning tegen verscheidene natien behaald heeft: rondsom in de koepel is alles
+zeer heerelijk beschilderd, en de andere vertrekken ontdekken niet minder den grootmoedigen
+geest van den zeeheld: de plantaadjen beantwoordt aan de deftigheid van het huis,
+en is in laatere dagen nog vergroot, door één’ van haare volgende bezitteren, den
+Heere <span class="sc">Jacob Roeters</span>, op wiens zoon en naamgenoot, deeze lustplaats bij ervenisse is afgedaald”: de overige
+lusthoven op dit Dorp zijn ieder in zijne soort niet minder aanzienlijk, en zijn een
+tourtjen derwaards dubbeld waardig.
+<span class="pageNum" id="pb17.12">[<a href="#pb17.12">12</a>]</span></p>
+<p>Wat heeft de eenigzins ervaren <i>Nederlander</i>, op het zien van de gezegde bevallige lustplaats van den waardigen Vaderlandschen
+Zeeheld, <span class="sc">Cornelis Tromp</span>, niet een ruim veld voor zig, om zijne gedachten te laaten weiden over den staat
+des Lands ten dien tijde, gezien bij dien van heden!—hadde <i>Nederland</i> thans dergelijke Zeehelden op zijne <i>weinige</i> kielen, het zoude welhaast ondervinden, dat zulke mannen zig zelven voor te waardig
+houden, om zeediensten als de tegenwoordige te doen: ’t was een <span class="sc">Tromp</span>, die met een vloot van <span class="sc">een-en-zeventig</span> oorlogschepen tegen de <i>Engelschen</i> optoog; ’t was de vijand toen onmogelijk, zo als men, laas! thans ziet gebeuren,
+eene geheele vloot <i>Hollandsche Koopvaarders</i>, met haare convooi-schepen, (twee in ’t getal) wegteneemen—in ’t jaar 1652, begeleidde
+men omtrent <span class="sc">driehonderd</span> koopvaarders, met bijna <span class="sc">zeventig</span> oorlogschepen van den Staat; <span class="sc">drie</span> van de <i>Oostindische Compagnie</i>, behalven de branders, en ander klein vaartuig; toen, derhalven, mogt <i>Nederland</i> eene <span class="sc">geduchte zeemogendheid</span> genoemd worden, en wat is het nu?—in 1653 sloeg men tegen de <i>Engelschen</i>, niettegenstaande men <span class="sc">derdehalf honderd</span> Koopvaarders onder zijn geleide hadde, en men <span class="sc">overwon</span>; in de beschrijving van dien vreezelijken strijd, voorgevallen omtrent <i>Poortland</i>, kan men zien wat men toen van de <i>Nederlandsche helden</i> te wachten hadt: een gedeelte dier beschrijving zegt: „Hier vielen de masten buiten
+boord, gints ging het wand aan flenters; daar kraakten de ribben, en suisden de kogels
+door de zeilen heen; aan een anderen kant hechtte een boegspriet in de hoofdtouwen;
+daar enterde een zijn’ vijand, en vloog met het verdek in de lucht; hier wemelde een
+zieltoogende in ’t water, en gaf zijne laatste snikken zonder gehoord te worden; gints
+dobberde een op gescheurde dennen, of haalde het hoofd onder bebloede golven: ’t gekerm
+der gekwetsten, verdoofd door het gieren der kneppels, koevoeten, gloejende schuiftangen,
+getakte morgensterren, en draadkogels, ontzettede de aanvallers <span class="pageNum" id="pb17.13">[<a href="#pb17.13">13</a>]</span>te minder: onder een dikke rook flikkerde telkens de bliksem van ’t aangestoken buskruid;
+’t licht scheen verbaasd gevlugt te weezen, terwijl de dood in een damp rondom snorde;
+<i>Boulongues</i> bergen sidderden voor den donder der kartouwen, en <i>Poortland</i> beefde; kortom de strijd was zo ijsselijk, dat er nooit schrikkelijker schouwspel
+geweest is”——toen wist men over ’t algemeen van geen wijken; toen kende men geene
+andere belangens dan die van ’t vaderland; en die zig niet dapperlijk weerde werd
+gewis, zonder aanzien van persoon, met den dood gestraft.
+</p>
+<p>’T was een <span class="sc">Tromp</span>, die daarna den Staaten wel dorst zeggen dat hij met tegenzin weder in zee ging,
+om dat men verzuimd had hem andermaal van genoegzaame schepen te voorzien; en ’t was
+<i>Holland</i>, die voor zig alleen besloot niet minder dan <span class="sc">dertig</span> kloeke oorlogschepen te laaten bouwen, en toen men zag dat de Staaten den oorlog
+tegen <i>Engeland</i> niet naar behooren behartigden, schroomde men niet zig op de ernstigste wijze daarover
+uittelaaten: ’t is tog zo: gehoorzaam zwijgen geldt alleenlijk als ’t schuitjen van
+den staat goed gestuurd wordt; maar wordt het op ’t riet aangejaagd, dan is zwijgen
+zig schuldig maaken aan den ondergang van zig zelven en anderen.
+</p>
+<p>In 1656 lagen er op de rede voor <i>Dantsich</i>, onder veele andere <i>Nederlandsche Oorlogschepen</i>, <span class="sc">vier-en-twintig</span> voor <i>Amsteldam</i> alleen—in 1664, bragt <span class="sc">Tromp</span>, met <span class="sc">twee-en-twintig</span> oorlogschepen de <i>Oostindische retourvloot</i> in de Vaderlandsche havens—in ’t volgende jaar liep hij met zijne vloot, tegen de
+order van Heeren <span class="corr" id="xd32e13142" title="Bron: Gecommittererden">Gecommitteerden</span>, binnen, om dat de Capiteinen niet getrouw gediend hadden, en niet behoorelijk gestraft
+waren—zulke mannen hadden verdiensten genoeg om geen ontzach te hebben voor slechte
+bestuurders.
+</p>
+<p>In 1666, liepen, de even beroemde de <span class="sc">Ruiter</span> en <span class="sc">Tromp</span>, in zee met een vloot van <span class="sc">een-en-negentig</span> Schepen, gewapend met <span class="sc">vier duizend, zeven honderd</span> en <span class="sc">zestien stukken</span>, en bemand met <span class="sc">twintig duizend vier honderd</span> en <span class="sc">twee-en-zestig koppen</span>, waarmede <span class="pageNum" id="pb17.14">[<a href="#pb17.14">14</a>]</span>men niet minder dan <span class="sc">vier dagen</span> lang tegen de <i>Engelschen</i> sloeg.
+</p>
+<p>De zeeheld, waarde leezer! wiens nagedachtenis bij u op het zien van zijn lusthuis
+zekerlijk bij uitneemendheid verlevendigt, was (niet tegenstaande men hem ten lasten
+legde, dat hij den Prins van <i>Oranje</i> te zeer toegedaan was,) zulk een Vaderlander, als er thans maar weinigen gevonden
+worden; een Vaderlander, die (in 1673,) toen het weder op een vechten zoude gaan,
+en nu tegen de <i>Engelsche</i> en <i>Fransche</i> vlooten tegelijk, voor het aangezichte van God, en des met een gerust hart, vrij
+van alle veinzerij, tegen zijne schepelingen dorst zeggen, dat zij om zig in den strijd
+vroomlijk te kwijten, een voorbeeld moesten neemen aan zijn persoon; dat hij het niet
+behoefde te doen om eenig genot; maar alles wat hij deed voordkwam uit enkele liefde
+voor zijn bedrukt Vaderland; het geen tot zodanig een nood was vervallen, dat er,
+om het voor het uiterste gevaar te behoeden, eene spoedige herstelling vereischt werd;
+dat die liefde hem weder te scheep had doen treeden, om zijn Vaderland te helpen beschermen
+en handhaaven; willende zijn leven er liever voor opofferen, <i>dan de oude vrijheid in slaavernij te zien verkeeren en de</i> Nederlanders <i>den hals onder het jok van een vreemde Mogenheid te zien buigen</i>: „Wij hebben” zeide hij, „een rechtvaardigen God, en een rechtvaardige zaak; laaten
+wij ons daarop vertrouwen; ik twijfel niet indien gij u altezamen gedraagt als eerlijke
+lieden, of ’t zal wèl gaan”—De rechtvaardigheid van eene zaak waarom gestreden wordt
+geeft zekerlijk een held moed; want dan durft hij op den bijstand van God hoopen——beklaagenswaardig
+volk dat in eenen onrechtvaardigen oorlog op den slagtbank gebragt wordt!.… ja wat
+zou men, bij ’t herdenken aan Nederlands voorgaande tijden, en Nederlands voorgaande
+helden, niet al door zijn hoofd kunnen haalen!
+</p>
+<p>De verdere gedeelten der geschiedenissen van <span class="sc">’s Graaveland</span> bevatten niets bijzonders; in onze jongstledene troubelen is het wel niet geheel
+vrij gebleven, echter heeft de geest der beroeringe <span class="pageNum" id="pb17.15">[<a href="#pb17.15">15</a>]</span>er geene sterke tooneelen aangerecht; waarvan de oorzaak moet gezocht worden, daarin,
+dat er geen Genootschap van Wapenhandel geweest is, want daar zulk een Genootschap
+plaats gehad heeft, is bij de <i>gezegende omwenteling</i> de woede ook doorslaandst geweest—hoe zacht het lot van <i>’s Graveland</i> intusschen geweest zij, is er echter nog geplunderd: <i>Pruissische soldaaten</i> zijn er eigenlijk wel niet geinquartierd geweest; maar zij hebben zig eenigen tijd,
+digt bij het dorp, op de <i>Hilversumsche heide</i> gelegerd, en aldaar moest hen dagelijks, ook door <i>’s Graveland</i>, proviand bezorgd worden.
+</p>
+<p>Onder de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Kunnen betrokken worden, de gebouwen hier voor beschreven; voords, en met voorkeur,
+de veele Hofsteden welken men er aantreft, en waarvan wij boven reeds gesproken hebben.
+</p>
+<p>De tegenwoordige bezitters of huurders dier hofsteden zijn thans de volgende Heeren
+en Vrouwen: als
+</p>
+<table class="splitListTable">
+<tr>
+<td>
+<ul>
+<li>De Heer <span class="sc">Blom</span>,
+</li>
+<li>——— <span class="sc">’t Hoen</span>,
+</li>
+<li>Mevrouw <span class="sc">Hop</span>, geb. <span class="sc">Bicker</span>,
+</li>
+<li>De Heer <span class="sc">M. Alewijn</span>,
+</li>
+<li>Mejuffrouw <span class="sc">Dedel</span>,
+</li>
+<li>De Heer <span class="sc">H. Hovij</span>,
+</li>
+<li>——— <span class="sc">C. Zorn</span>,
+</li>
+<li>——— <span class="sc">Fabricius</span>,
+</li>
+<li>Mevrouw <span class="sc">De Leeuw</span>,
+</li>
+<li>De Wed. <span class="sc">Mogge van Haamstede</span>,
+</li>
+</ul>
+</td>
+<td>
+<ul>
+<li>de Heer <span class="sc">Meijnet</span>.
+</li>
+<li>——— <span class="sc">G.&nbsp;W. Dedel</span>,
+</li>
+<li>——— <span class="sc">Hilkes</span>.
+</li>
+<li>——— <span class="sc">Hodshon</span>.
+</li>
+<li>——— <span class="sc">Statius van Rhee</span>.
+</li>
+<li>——— <span class="sc">M. Straalman</span>.
+</li>
+<li>——— <span class="sc">G. Corver Hooft</span>.
+</li>
+<li>——— <span class="sc">M. Backer</span>.
+</li>
+<li>——— <span class="sc">Van der Wall</span>.
+</li>
+<li>——— <span class="sc">Schol</span>.</li>
+</ul>
+</td>
+</tr>
+</table><p>
+</p>
+<p>De meeste deezer plaatsen komen achter aan de <i>Gooische Heide</i> uit, en hebben aldaar de schoonste uitzichten, zijnde aan verscheidene Heeren van
+<i>’s Graveland</i> achter hunne lustplaatsen een gedeelte der gezegde <i>Gooische Heide</i> uitgegeven, waarvan door hen goed bouwland is gemaakt, waarop men vooral rogge en
+boekwijt, doch ook andere graane teelt: dat een en ander <span class="pageNum" id="pb17.16">[<a href="#pb17.16">16</a>]</span>vermeerdert de wandelingen en veraangenaamt het dorp, vooral na dat door de Heeren
+<span class="sc">M. Straalman</span> en <span class="sc">G. Corver Hooft</span><span id="xd32e13337"></span> voor twee jaaren op de bebouwde heide<span id="xd32e13339"></span> een schoone breede laan van <i>eikenboomen</i> is aangelegd, die zig uitstrekt van de <i>Hilversumsche vaart</i> tot aan den gemeenen weg van <i>’s Graveland</i> op <i>Hilversum</i>, en des bijna zo lang is als de helft des dorps, zo dat nu de eene helft des dorps
+van alle zijden beplant is, en door schoone laanen eene zeer aangenaame wandeling
+en rijweg verschaft<span class="corr" id="xd32e13350" title="Bron: ,">.</span>
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Van <i>’s Graaveland</i> vaaren geene andere schuiten als alle dagen één, behalven saturdags, op <i>Amsteldam</i>: zondags vaaren er des zomers drie, en ’s winters twee derwaards: dagelijks, behalven
+zondags, komt een schuit van <i>Amsteldam</i> terug.
+</p>
+<p>Alle vrijdagen vaart van <i>’s Graveland</i> een schuit op <i>Utrecht</i>, die des saturdags terug komt.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>.
+</p>
+<p>Deezen zijn,
+</p>
+<ul>
+<li>Het Rechthuis, reeds gemeld.
+</li>
+<li>— <i>Wapen van ’s Graveland.</i>
+</li>
+<li>Ook nog bij <span class="sc">Cornelis ten Dam</span>, alwaar de <i>Amsteldamsche schuit</i> afvaart.</li>
+</ul><p>
+</p>
+<p>Voords zijn aan de <i>Stichtsche zijde</i>, even op ’t Sticht, doch vlak aan <i>’s Graveland</i>
+</p>
+<ul>
+<li>De <i>Zwaan</i>.
+</li>
+<li>— <i>Eendragt.</i>
+</li>
+<li>— <i>Prins van Friesland.</i></li>
+</ul><p>
+<span class="pageNum" id="pb18.1">[<a href="#pb18.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="bussem" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1307">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figbussemwidth"><img src="images/bussem.jpg" alt="’t Dorp Bussem" width="473" height="720"><p class="figureHead">’t Dorp Bussem</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Pronkt <span class="sc">Nederland</span> met trotsche steden,
+</p>
+<p class="line xd32e3595">Slechts uit een kleen begin ontstaan,
+</p>
+<p class="line">Het zag Verval, (thans weêr aan ’t woeden,)
+</p>
+<p class="line xd32e3595">Ook andre plaatsen nederslaan:
+</p>
+<p class="line xd32e6271">Hij, bij wien zeggen juist niet geldt,
+</p>
+<p class="line xd32e6271">Zie BUSSEM, hem hier voorgesteld.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
+<span class="ex">DORP</span><br>
+<span class="ex">BUSSEM</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>’T is zekerlijk waar dat de <i>Nederlandsche dorpen</i>, in verscheidene opzichten, met elkander overeenkomen; niet wat de tekening van dezelve
+betreft, want het eene is in gedaante of ligging dikwijls zeer verschillend van het
+andere; daar het eene een aardsch paradijs gelijkt, waarin niet dan landlijk schoon
+heerscht, en in welks bevang, of ook in welks environs, de Natuur onze oogen op de
+alleraangenaamste wijze verrukt, en door die verrukking onze ziel streelt; daar dit
+dikwijls omtrent het eene plaats heeft, is het andere doods of als een kerkhof; daar
+het eene op de woeligste wijze bloeit, de vrolijkheid er alomme heerscht, en het genoegen
+op de aanzichten der inwooneren dartelt, is het andere een beklaagenswaardig treffend
+voorbeeld van verval, op ’t gelaat van welks inwooneren de kwijning geschilderd staat,
+en die geene andere vertooning maaken, dan van lieden, welken onder de wreedste verdrukking
+een jammervol <span class="pageNum" id="pb18.2">[<a href="#pb18.2">2</a>]</span>leven naar het graf sleepen: is deeze opzichten, zeker, is er onder de <i>Nederlandsche dorpen</i> niet zelden een zeer aanmerkelijk verschil, maar groote overeenkomst heerscht er
+in de opgave en beschrijvingen van hunne openbaare gebouwen; van hunne kerklijke en
+wereldlijke regeeringswijze; van hunne historie, (dit laatste vooral wanneer de beschrevene
+dorpen in een zelfd oord liggen;) van de middelen huns bestaans, als anderzins; doch
+<i>Bussem</i>, het dorpjen, waarmede wij onze leezers thans nader bekend zullen maaken, is, zo
+niet in alle de gemelde opzichten, echter daarin geheel van alle de andere <i>Nederlandsche dorpen</i> onderscheiden, dat het wel eene kerk heeft, doch waarin sedert bijna derde half honderd
+jaaren geenen dienst gedaan is; ook blijkt uit het gebouwetjen zelf, (’t welk wij
+straks nader zullen leeren kennen,) dat de gemeente, toen dezelve op het dorp nog
+bestond, maar zeer klein moet geweest zijn.
+</p>
+<p>Wat vooreerst betreft de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
+</p>
+<p>Van <i>Bussem</i>, deeze is in het landlijk <i>Gooiland</i>, op de alleraangenaamste, en op de verrukkelijkste wijze, gelijk het dan ook de eer
+wegdraagt van het schoonst gelegen dorp van geheel <i>Gooiland</i> te weezen.
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Waar ook de landsvriend hier beschouwende oogen sla.
+</p>
+<p class="line xd32e3595">Hij vind alomme stof,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Tot prijzen van Gods milde gunst,
+</p>
+<p class="line xd32e3595">Tot onbepaalden lof.</p>
+</div>
+<p class="first"><i>Bussem</i> ligt voords een half uur gaans van de <i>Gooische Hoofdstad Naarden</i>.
+</p>
+<p>In den Schaarbrief wegens de <i>Meente</i>, van welken brief wij onder <i>Laaren</i> gesproken hebben, leezen wij wegens <i>Bussem</i> het volgende: „<i>De stad Naarden, waar onder Bussem, ten opsichte van het Schapenweyden sorteert,</i> (<i>des blyvende derselver <span class="pageNum" id="pb18.3">[<a href="#pb18.3">3</a>]</span>verdeeling der Neng, huur of genot, en soo ook nu de Heyden als van ouds, en thans
+nog genoten werd,</i>)<i> sal genieten</i>:”
+</p>
+<p>„Van den nieuwen <i>Amersfoortschen weg</i> af, tot aan den ouden <i>Utrechtschen weg</i>, die uyt <i>Bussem</i> loopt, al het veld ten noordwesten van <i>Langehul</i> gelegen, en van den voorn. <i>Utrechtschen weg</i> en <i>Langehul</i> aldaar, royende suydelijk tot op den Oosthoek van het Heyveld, dat wylen den Heer
+Burgemeester <span class="sc">Henrik Ricker</span> van de stad <i>Naarden</i> heeft bekomen, ter plaatse alwaar <i>Oetgenslaan</i> uyt <i>’s Graveland</i> loopt, al het veld ten noordwesten en westen van deselve roying gelegen, strekkende
+al het selve van de gemeene royingen tot aan de <i>Bussemer bouwlanden</i>, tot aan de <i>Hilversumsche weyde</i>, en ook doorgaands tot aan het van ouds bekende <i>Naarderveld</i>, waarvan de Wed. den Heer Drossaart <span class="sc">Bicker</span>, den Heer <span class="sc">Dedel</span>, de Erve van de Vrouwe van <i>Ankeveen</i>, de Heer <span class="sc">Van der Nolk</span>, de Wed. de Heer <span class="sc">Boomhouwer</span>, de Heer <span class="sc">Sautyn</span>, en de Heer <span class="sc">De Leeuw</span>, thans eygenaars zijn; behoudens aan <i>Hilversum</i>, niet alleen eene vrye drift voor hunne Koppels Schaapen, soo na weyde als na het
+veld genaamd het <i>Luyegat</i>, over de heyde gelegen tusschen den <i>Clisbaanschen weg</i>, (die uyt het midden van <i>Bussem</i> naar <i>Hilversum</i> loopt,) en <i>’s Graveland</i>, maar ook de vryheid om ’t selve heyveld met hunne Schaapen mede te mogen beweyden.”
+</p>
+<p>Van de ƒ&nbsp;60, welken de dorpen jaarlijks aan de stad <i>Naarden</i> voor deze meente moeten betaalen, geeft <i>Huysen</i> en <i>Bussem</i> zamengenomen,
+</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellTop"> </td>
+<td class="cellRight cellTop">ƒ&nbsp;20:-</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"><i>Laaren</i> </td>
+<td class="cellRight">- 10:-</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"><i>Hilversum</i> </td>
+<td class="cellRight">- 20:-</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft"><i>Blaricum</i> </td>
+<td class="cellRight">- 10:-
+</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellBottom"> Zamen </td>
+<td class="cellRight cellBottom">ƒ&nbsp;60:-</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+<span class="pageNum" id="pb18.4">[<a href="#pb18.4">4</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
+</p>
+<p>Van deeze is in geene voorhanden zijnde schriften, voor zo verre ons bekend is, iet
+optespooren, ook zijn onze navorschingen, ter plaatse zelve, deezen aangaande geheel
+vruchtloos geweest; de lieden die het bewoonen, zijn niet, gelijk sommigen zeggen
+dat zij zijn, zulke afgetrokkenen, welke men naauwlijks tot spreeken kan krijgen;
+zeker, zij brengen hun leven niet in eene zonderlinge eenzaamheid door, maar oefenen
+sterke conversatie, en zijn bij uitzondering vriendlijk; er zijn goede denkers onder
+hen, en ook groote liefhebbers van leezen, gelijk er dan ook, naar evenredigheid van
+het plaatsjen, veele boeken voorhanden zijn, intusschen weinige bescheiden van het
+dorp zelf; de tegenwoordige staat des dorps is voords veel te oud, dan dat er overleveringen
+wegens eenen vroegeren staat plaats zouden kunnen hebben.
+</p>
+<p>Niets dan, gelijk gezegd is, kunnen wij onzen leezer mededeelen van den naamsoorsprong
+deezes kleinen maar aangenaamen dorpjens: zeker is het ondertusschen, dat er in vroegere
+tijden nog een ander <i>Bussem</i> geweest is, gelijk de naam van <i>Oud-Bussem</i> heden nog bewaard blijft, in eenen aanzienlijken landhoeve, een half uur beoosten
+de Stad <i>Naarden</i> gelegen; dit gewezene <i>Oud-Bussem</i> droeg in zijnen tijde ook den naam van <i>Hoog-Bussem</i>; gelijk het dorpjen waarover wij thans spreeken, eigenlijk <i>Laag-Bussem</i> heet; waaruit dan misschien niet zonder waarschijnelijkheid het gevolg zoude kunnen
+getrokken worden, dat de beide <i>Bussems</i> weleer van veel grooter aanzien zullen geweest zijn; dit echter, hoe waarschijnelijk
+het ook gemaakt zoude kunnen worden, doet niets uit tot den naamsoorsprong, deeze
+is en blijft even duister.
+<span class="pageNum" id="pb18.5">[<a href="#pb18.5">5</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>Zo geheel in de vergetelheid bedolven als de naamsoorsprong van <i>Bussem</i> is, zo geheel niets kan ook wegens het eerste gedeelte van dit artijkel onzes plans,
+de stichting des dorps, gezegd worden: nergens vindt men daarvan eenige bescheiden.
+</p>
+<p>Wat de grootte betreft, ook deeze vindt men niet aangetekend, noch de morgentalen,
+noch het getal der huizen waaruit het bestaat; en hierop gronden de Schrijvers van
+den <i>Tegenwoordigen staat van Holland</i> de gissing, dat dit dorp in vroegeren tijds, als een voorstad van <i>Naarden</i> aangemerkt zal geworden weezen.
+</p>
+<p>Om evenwel onzen Leezer iet van de gezegde grootte te kunnen opgeeven, hebben wij
+op de plaats zelve, desaangaande onderzoek gedaan, en is ons aldaar bericht, dat het
+dorp bestaat uit 47 huizen, die men kan zeggen bewoond te worden door 73 huishoudens,
+zamen, (kinderen mede gerekend,) geene 200 menschen uitbrengende.
+</p>
+<p>Niemand onzer Leezers, het reeds aangetekende wegens <i>Bussem</i> overwogen hebbende, zal zig verwonderen, als wij hem zeggen, dat dit dorp geen eigen
+wapen heeft.
+</p>
+<p>Van de
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>Van <i>Bussem</i> zouden wij mede niets aantetekenen hebben, ware het niet dat het ledig staande kerkjen,
+hiervoor reeds genoemd, aldaar aanwezig ware.
+</p>
+<p>Dit Kerkjen dan, dat geen ander aanzien heeft dan dat van een klein Kapelletjen, is
+een allereenvoudigst gebouwetjen, het geen door deszelfs kleinte en door zijne bouworde,
+den beschouwer verwonderd doet staan; te meer wanneer men er ingaat, en zig dan voorstelt
+hoe <i>Bussem</i> eens de tijd <span class="pageNum" id="pb18.6">[<a href="#pb18.6">6</a>]</span>beleefd heeft, dat in den zeer engen omtrek van zulk een kerkjen, openbaaren dienst
+gedaan werd: het is van binnen niet meer dan 26 voeten lang, en 18 voeten breed; het
+dient thans ter bergplaatse van eenig oud hout als anderzins.
+</p>
+<p>Evenwel is dat zelfde zeer eenvoudig kerkjen, weleer van binnen nog veel eenvoudiger
+geweest, want thans is in het ruim geplaatst het wèl onderhouden werk van een uurwijzer,
+waarmede het houten torentjen, dat op het kapelletjen staat, pronkt; dit, zo wel als
+de overige armlijkheid van het gebouwetjen, maakt hetzelve thans in de daad der bezichtiginge
+waardig.
+</p>
+<p>Voords hangt in het gezegde houten torentjen een klok, die op den middag, als het
+eetenstijd is, geluid wordt, ten dienste der dorpelingen, welken, in het veld werkende,
+en zonder deeze waarschouwing, op de aanspooring van hunne maagen t’huiswaards keerenden,
+ligtlijk te vroeg of te laat zouden komen.
+</p>
+<p>Men wil, dat in den jaare 1655 of 1656 voor het laatst de Godsdienstoefening in het
+gezegde kerkjes gehouden zoude weezen.
+</p>
+<p>De <i>Gereformeerden</i> welken te <i>Bussem</i> woonachtig zijn, en niet meer dan vijf huishoudens uitmaaken, (voor nog geen vijftig
+jaaren geleden waren er maar twee of drie,) moeten te <i>Naarden</i> of elders ter kerke gaan.
+</p>
+<p>De overige inwooners zijn allen den <i>Roomschen Godsdienst</i> toegedaan, en deezen hebben op het dorp ook een Kerk, die mede wel klein, maar echter
+zeer net is: deeze Gemeente wordt aldaar bediend door den Priester van <i>Naarden</i>, zijnde thans de Wel-Eerwaarde Heer <span class="sc">Johannes Nyhoff</span>.
+</p>
+<p>Onder dit artijkel moeten wij voords nog betrekken het Schoolhuis, dat naar evenredigheid
+van het dorp is, en waarin gemeenlijk niet meer dan dagelijks 20 kinderen verschijnen;
+er is op het dorp slechts één kind van Gereformeerde Ouderen; en dit neemt met de
+Roomsche kinderen, zonder eenige stoorenis, het dorpschool bovengemeld, waar.
+</p>
+<p>Andere Godsdienstige Gebouwen zijn te <i>Bussem</i> niet aanwezig.
+</p>
+<p><span class="sc">Wereldlijke gebouwen</span> zijn er geheel geenen, even weinig bestaat er, en het geen uit het aangetekende wegens
+den <span class="pageNum" id="pb18.7">[<a href="#pb18.7">7</a>]</span>staat der Godsdiensten van zelf volgt, geene <span class="sc">kerkelijke regeering</span>.
+</p>
+<p>Een <span class="sc">wereldlijke regeering</span> kan mede niet gezegd worden te <i>Bussem</i> te zijn; de hooge Vierschaar wordt er, even als op alle andere <i>Gooische dorpen</i>, gespannen door den Bailluw, en de Schepenen van <i>Naarden</i>; voords moeten de ingezetenen in het civile, ook voor de civile Regeering van <i>Naarden</i> voornoemd, te recht staan.
+</p>
+<p>Wegens ons artijkel voorrechten, kunnen wij, <i>Bussem</i> betreffende, mede niets meer aanteekenen, dan het geen hiervoor uit den Schaarbrief
+reeds gedaan is.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>Der dorpelingen alhier, bestaan voornaamlijk in de zanderijen; eene moejelijke arbeid,
+die door hen met 10 Schepen aan den gang gehouden wordt: veelen der afgezande landen
+zijn tot de bouwerij toebereid, welke nuttige taak nu ook verscheidenen der ingezetenen
+het sobere en slechts het hoognodige levensonderhoud verschaft, en de omliggende landstreek
+niet weinig verfraait: want hoogst aangenaam is tog het gezicht van wèl bebouwde en
+weelig groejende landen.
+</p>
+<p>De <span class="sc">geschiedenis</span> van <i>Bussem</i> bevat, voor zo verre zij bekend is, of liever verteld wordt, niets van eenig aanbelang:
+wat onze jongstledene onlusten betreft, kan men zeggen, dat dit dorp daarin een gering
+deel gehad heeft: althans geen ander dan <i>Gooiland</i> in ’t algemeen.
+</p>
+<p>Onder de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>,
+</p>
+<p>Welken te <i>Bussem</i> te bezichtigen zijn, behoort zekerlijk in de eerste plaats genoemd te worden het
+Kapelletjen, of Kerkjen, waarvan wij boven verslag gedaan hebben: voords zullen zij,
+die dit dorpjen gaan bezoeken, ’t zig niet beklaagen, zo zij de moeite neemen, om
+ook het nabij gelegen <i>Oud-Bussem</i> voorgemeld, te gaan bezichtigen; hetzelve is thans in de familie van den Heere <span class="sc">Scherenberg</span>: nog verdienen in oogenschouw genomen te worden, de tegen <i>Oud-Bussem</i> over liggende Landhoeve
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BERGHUIZEN</span>.
+</p>
+<p>Als mede eene andere Landhoeve, genaamd
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KOMMERRUST</span>.
+<span class="pageNum" id="pb18.8">[<a href="#pb18.8">8</a>]</span></p>
+<p>Van de beide laatstgemelde ongemeen schoone Landhoeven, die met gemaklijke huizingen
+voorzien zijn, vindt men de volgende lofspraak aangetekend:
+</p>
+<p>„Deeze Hofsteden, die met een lange laan vanéén gescheiden zijn, zouden wij met recht
+de eerste verblijfplaats der schelle nachtegaalen mogen noemen; hier vindt men dreeven
+van Linden- Eiken- Iepen- en Berken-boomen, die het oog naauwlijks kan ten einde zien:
+de afgegravene heigronden, die thans in vruchtbaare akkers hervormd, en met wateren,
+hier en daar doorsneden zijn, bezoomen de voorzijden deezer hoeven, en leveren een
+onbelemmerd uitzicht, op de net beplante wallen van <i>Naarden</i>, ’t welk er even zo verre afgelegen is, dat het oog, zonder zig te vermoejen, hier
+op in het verschiet een aangenaam gezicht kan hebben.”
+</p>
+<p>Niet verre van deeze lustplaatsen, is ook nog te bezichtigen, en der bezichtiginge
+overwaardig, de aangenaame hoeve,
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KRAAILOO</span>,
+</p>
+<p>Dat met zijne heuvelen, dalen, akkers, en waranden, allerbevalligst gelegen is, en
+weleer eene buitenplaats uitmaakte, die ongemeen groot in haar beslag, en verrukkelijk
+in haare ligging was; dan, thans is dezelve in tweeën verdeeld, in eene zuidzijde,
+en noordzijde.
+</p>
+<p>Niets zonderlings is het dat op dit dorp geene vreemdelingen komen logeeren; niets
+zonderlings is het derhalven ook, dat men er geene <span class="sc">logementen</span> vindt, zelfs zijn er geene herbergen, welken dien naam verdienen te draagen; bij
+een en ander dorpeling, kan men echter het noodige ter ververschinge bekomen.
+</p>
+<p>Wat de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
+</p>
+<p>Te <i>Bussem</i> betreft, afzonderlijke voor het dorp zijn er niet, met weinig moeite echter wandelt
+men van daar naar <i>Naarden</i>, en naar het een of ander nabijgelegen dorp, alwaar men ligtlijk gelegenheid ter
+verdere afreize vindt: ’t gebeurt ook wel, dat men eene gelegenheid aantreft om per
+rijtuig naar <i>Naarden</i> voornoemd, of naar <i>Utrecht</i> gebragt te worden, alzo de Heereweg tusschen die twee steden door <i>Bussem</i> loopt, en die weg nog al bereden wordt, ’t welk het dorpjen ook eenige levendigheid
+bijzet.
+<span class="pageNum" id="pb19.1">[<a href="#pb19.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="muiderberg" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1312">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figmuiderbergwidth"><img src="images/muiderberg.jpg" alt="’t Dorp Muiderberg" width="520" height="720"><p class="figureHead">’t Dorp Muiderberg</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Wie Zee en lomrig hout bemint,
+</p>
+<p class="line">Op ’t bouwland zijn genoegen vindt,
+</p>
+<p class="line">Met duinzand gaarne blinken ziet,
+</p>
+<p class="line">Vergeete MUIDERBERG dan niet.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main">MUIDERBERG.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>In het aangenaame <i>Gooiland</i>, beslaat zekerlijk geene onaanmerkelijke, noch onbevallige plaats, het dorpjen waarover
+wij thans onze leezers moeten onderhouden; te recht wordt van hetzelve gezegd dat
+men aldaar in een klein bestek beschouwt: „alle de veranderingen van <i>Gooiland</i>, van heuvelen zaai- en wei-landen, en bosschaadjen, benevens het gezicht op de <i>Zuiderzee</i>; ook ontbreekt het er geenzins aan bekoorelijke lusthoven?”
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Al wat het oog verrukken kan;
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Vindt men hier bij elkander,
+</p>
+<p class="line">Wat deel des gronds men ook betreed’,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Het een is niet als ’t ander;
+</p>
+<p class="line">Nu is ’t de ruime <i>Zuiderzee</i>,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Dan duin, hier breede velden,
+</p>
+<p class="line">Wier bloejend boekwijt, en wier graan,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Den gunst des Scheppers melden;
+</p>
+<p class="line">Gintsch is het welig kreupelbosch;
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Daar aangenaame dreeven;
+</p>
+<p class="line">Al wat hier is kan ’s wandlaars oog
+</p>
+<p class="line xd32e1402">En hart voldoening geeven.</p>
+</div>
+<p class="first">Geen wonder derhalven dat het omliggende landvolk, niet <span class="pageNum" id="pb19.2">[<a href="#pb19.2">2</a>]</span>alleen, maar ook de naaste stedelingen, als die van <i>Naarden</i>, <i>Muiden</i>, maar voornaamlijk de <i>Amsteldammers</i>, er zig eene buitengewoone genoegelijke uitspanning van maaken, een dagreisjen naar
+dit bevallig pleksken gronds te doen.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
+</p>
+<p>Van <i>Muiderberg</i>, kan gezegd worden te zijn aan de <i>Zuiderzee</i>, een klein uur gaans ten Zuidoosten van <i>Naarden</i>, en een groot half uur ten noordwesten van <i>Muiden</i>—Schoon <i>Muiderberg</i> thans onder <i>Gooiland</i> gerekend worde, moet het evenwel omtrent vijf eeuwen vroeger onder <i>Amstelland</i> behoord hebben; want Graaf <span class="sc">Willem</span> van <i>Henegouwen</i>, de derde van dien naam onder de Graaven van <i>Holland</i>, beschrijft in eenen brief, gegeven in den jaare 1324, dit plaatsjen als gelegen
+in den Lande van <span class="sc">Amstel</span>, begiftigende de Capelle aldaar, (nu de kerk, waarvan straks nader,) met inkomsten
+uit de visscherij van de gezegde Lande van <span class="sc">Amstel</span>; hoe het echter in vervolg van tijd onder het Bailluwschap van <i>Gooiland</i> gekomen is, wordt, zo veel ons bewust is, nergens aangetekend. Uit het bovengezegde
+blijkt dat de grond van <i>Muiderberg</i>, hoewel over het algemeen zeer zandig, niet onbekwaam is ter beplantinge en bebouwinge
+met boomgewas, land- en veld-vruchten; de ligging is, over het algemeen, zonderling
+behaaglijk; ieder kan er zig naar zijnen smaak verlustigen, waarom het ook zeer bloejend
+mag genoemd worden, voornaamlijk ter oorzaake van de veelvuldige bezoeken die het,
+gelijk wij reeds zeiden, ontvangt; zeker, die des zomers de eenzaamheid zocht, zoude
+zig niet naar <i>Muiderberg</i> moeten begeeven; de strand der zee krielt er gemeenlijk van vrolijke gasten, die
+zig, wandelende, onder het aanheffen van een luchtig deuntjen vermaaken; of, bedaarder,
+maar meer verrukt, met hunne minnaressen over de gevoelens van hun hart kouten, en
+nu en dan, ter beantwoordinge van een zijdelings lonkjen, een kuschjen plukken, dat
+onder den ruimen hemel meer aangenaamheids ontvangt, en welks klank door het geruis
+<span class="pageNum" id="pb19.3">[<a href="#pb19.3">3</a>]</span>der zee verdoofd wordt; hier zitten talrijke gezelschappen, of kleinere gezinnen in
+het warme zand, of op het frissche gras neder, en doen een genoeglijke en landlijke
+maaltijd, of stoejen, onderling dat de schateringen in de lucht wedergalmen; of drinken
+elkander een frisschen teug toe: is de zee niet ongestuimig, dan ziet men niet zelden
+en menigte mans en knaapen met ontblotene beenen, een goed eind wegs in dezelve ingaan,
+het geen eene aangename vertooning maakt; of ook gaan digt aan het woelend water de
+kinderen zig vermaaken met het verzamelen van de opwerpselen der zee, schattende somtijds
+een door het water glad geschuurd keitjen hooger dan zij eene wèl geslepene diamant
+zouden schatten; of een schelpjen hooger dan de onderlinge vriendschap, want zulk
+een schelpjen is in hunne oogen waardig genoeg om tot schreiens toe te kibbelen wie
+zig het gevondene zal benaderen, daar verscheidene handen er te gelijk naar uitgestrekt
+zijn geworden; met één woord, de vermaaken die te <i>Muiderberg</i> genoten worden zijn te talrijk om ze allen te beschrijven, en te vol gewoel om er
+een wèl geordend tafreel van te ontwerpen; allen helpen zij intusschen, zo als wij
+reeds zeiden, den bloei van het plaatsjen niet weinig bevorderen.
+</p>
+<p>’T is omtrent deeze plaats, omtrent dit dorpjen, dat, naar ’t gevoelen van eenigen,
+Graaf <span class="sc">Floris de Vijfde</span>, door de zamengezworenen is omgebragt; (zie onze beschrijving van <i>Naarden</i>, Art. <span class="sc">Geschiedenissen</span>,) ’t geen anderen, doch verkeerdlijk, willen, dat op het <i>Muiderslot</i> zoude geschied weezen, ’t geen echter van de beste Historieschrijvers wordt tegengesproken,
+in navolging van welken de Puik-dichter <span class="sc">Antonides van der Goes</span>, in zijnen <i>Y-stroom</i>, bladz. 108, ook zegt:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Toen Velzen, zoet op wraak, met zijne vloekgenooten,
+</p>
+<p class="line">Den Graaf, zijn’ wettig Vorst, den dolk in ’t hut dorst stooten,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">En <i>Gooiland verwen met het bloed van zijnen Heer</i>.</p>
+</div>
+<p class="first">Woorden die allerduidelijkst te kennen geeven dat, volgends <span class="pageNum" id="pb19.4">[<a href="#pb19.4">4</a>]</span>den Dichter, ’s Graaven bloed den <i>Gooischen bodem</i>, (niet den grond van deeze of geene kamer in het <i><span class="corr" id="xd32e13933" title="Bron: Muider slot">Muiderslot</span></i>,) geverwd heeft.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
+</p>
+<p>De naamsoorsprong van <i>Muiderberg</i>, wordt voegelijk afgeleid, (ook is er geene andere bedenking over te maaken,) van
+de daar nabij gelegene stad <i>Muiden</i>, en de naastaanliggende hoogte; welke, voor zo verre die waarop het dorp ligt betreft,
+en met betrekking tot de doorgaande vlakke eigenschap van ons Land, den naam van berg
+verkregen heeft, als vrij hoog zijnde, en boven allen die rondsom liggen uitsteekende;
+deeze hoogte, of berg, nu (bij <i>Muiden</i> liggende,) zal dan den naam van <i>berg van Muiden</i> of <i>Muiderberg</i> verkregen hebben, en voords het Dorp ook met dien naam benoemd weezen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>Wie <i>Muiderberg</i> eigenlijk gesticht of aangelegd zoude hebben, daarvan zijn geene bescheiden voorhanden:
+oud moet het zekerlijk zijn, uit aanmerkinge van den reeds gemelden Giftbrief van
+Graave <span class="sc">Willem</span> van <i>Henegouwen</i>, geschreven in den jaare 1324; want daarin wordt het, gelijk wij gezien hebben, reeds
+gespeld.
+</p>
+<p>Wat de grootte betreft, volgends de lijsten der verpondingen van den jaare 1632, stonden
+er toen 34 huizen, doch honderd jaaren laater, in 1732, bedroeg dat getal niet meer
+dan 28 huizen; weshalven het in de gezegde honderd jaaren, 6 huizen verminderd is;
+thans zijn er weder 6 minder, naamlijk slechts 22, het welk zeer ligtlijk het geval
+van dergelijke, schoon bloejende, dorpjens kan worden, want die bloei bestaat gemeenlijk
+in niet meer dan in eene genoegzaame broodwinning der bewooneren, ofschoon het daarom
+anderen, elders woonende, niet geraaden zij, zig aldaar met er woon te komen nederslaan,
+alzo zij welligt alles wat zij nog hadden verteerd zouden hebben, <span class="pageNum" id="pb19.5">[<a href="#pb19.5">5</a>]</span>aleer zij gelegenheid kreegen om door hun toedoen den bloei des dorpjens te vermeerderen,
+en derhalven zig zelven in eenen bloejenden staat te bevinden.
+</p>
+<p>Men schat het getal der inwooneren op omtrent 200, die, uitgenomen eenige weinige
+Roomschgezinden, allen van den Gereformeerden Godsdienst zijn.
+</p>
+<p>Het schatbaar land onder het district van <i>Muiderberg</i> behoorende, wordt begroot op niet meer dan honderd en vijftig morgen.
+</p>
+<p>Een <span class="sc">wapen</span> heeft dit dorpjen niet.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>Dit Artijkel van ons plan betreffende kunnen wij, het tegenwoordige dorpjen aangaande,
+niet anders noemen dan de kerk, want Wees- of andere Gods-dienstige Gestichten zijn
+er niet voorhanden: de Weezen worden er bij de inwooners besteed.
+</p>
+<p>Van binnen is de kerk zeer zindelijk, doch ook zeer eenvoudig, hebbende volstrekt
+niets dat men kan zeggen een cieraad te weezen; ook is er geen orgel in.
+</p>
+<p>Derzelver vertooning van buiten, maakt zeer geloofwaardig het geen men er van aangetekend
+vindt, naamlijk dat het nog de capel zoude zijn welke de <i>Roomschen</i> in vroegere eeuwen aldaar gehad hebben; zij heeft in alles de gedaante van een capel,
+vooral van vooren; men gaat tot den ingang, (er is ook maar één ingang aan) door een
+laantjen van boomen, waar achter het bovenste gedeelte van de kerk zig verbergt: men
+wil dat dit gebouw gesticht zoude weezen, door den reeds meergemelden Graaf <span class="sc">Willem</span> van <i>Henegouwen</i>, de derde van dien naam; doch, en het geen van zelf spreekt, als eene capel, welke
+bij de Reformatie van binnen tot het oefenen van den Gereformeerden Godsdienst is
+toebereid.
+</p>
+<p>Thans staat op het gebouw een vierkante toren, zijnde van boven geheel plat; evenwel
+is dezelve zodanig niet altoos geweest; er heeft, zelfs nog in de tegenwoordige eeuw,
+<span class="pageNum" id="pb19.6">[<a href="#pb19.6">6</a>]</span>een spits op gestaan, doch hetzelve is er door een’ stormwind afgewaaid, en sedert
+is er geen ander spits op gezet.
+</p>
+<p>Niettegenstaande de gemeente te <i>Muiderberg</i> altijd slechts bestaan hebbe uit omtrent 50 ledemaaten, heeft zij echter sinds het
+jaar 1687, haar eigen Predikant, zijnde sedert 17 Augustus, van den jaare 1783, de
+Wel-Eerw. en bij zijne gemeente zeer geliefde Heer, <span class="sc">Kristiaan Johan Fruitier</span>, behoorende onder de Classis van <i>Amsteldam</i>.
+</p>
+<p>De eerste Predikant alhier was <span class="sc">Nicolaas Bassecour</span>, bevestigd den 17 Augustus 1687, en hem werdt den 13 October van het zelfde jaar,
+één Kerkraad, één Ouderling, en één Diacon toegevoegd, door een commissie uit de Classis
+van <i>Amsteldam</i>: in het jaar 1698, is zijn Wel-Eerw. beroepen te <i>Schiedam</i>—Voords hebben de volgende Predikanten alhier gestaan:
+</p>
+<p><span class="sc">Geerard Midlum</span>, is bevestigd den 27 April 1698, en beroepen te <i>’s Graaveland</i> 1706.
+</p>
+<p><span class="sc">Petrus de Bye</span>, is bevestigd den 30 Mei 1706, en hier overleden, den 14 Julij 1726.
+</p>
+<p><span class="sc">Roeland van Thiel</span>, is bevestigd den 2 Febr. 1727, en heeft van zijnen dienst vrijwillig afgestaan 1747.
+</p>
+<p><span class="sc">Jan Rijser</span>, is bevestigd den 28 Jan. 1748, en emeritus geworden in Sept. 1780.
+</p>
+<p><span class="sc">Carolus Pantekoek</span>, is bevestigd den 29 April 1781, en op collatie vertrokken naar <i>Niërvaart</i>, gezegd <i>de Klundert</i>.
+</p>
+<p>De Pastorie is een vrij goed, en aangenaam gelegen gebouw.
+</p>
+<p>Het Schoolhuis voldoet mede allezins aan deszelfs oogmerk.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Onder dit artijkel kunnen wij niet anders brengen, dan het Rechthuis, dat voor 3 jaaren
+een ruime Herberg was; doch sedert in een schoone lusthof is veranderd.
+<span class="pageNum" id="pb19.7">[<a href="#pb19.7">7</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Deeze bestaat sedert den 14 November, 1687<span class="corr" id="xd32e14064" title="Bron: .">,</span> uit den Predikant, 2 Ouderlingen en 2 Diaconen.
+</p>
+<p>Er zijn ook 2 Kerkmeesteren, die, in gevalle van afsterven, door Schout en Schepenen
+verkozen worden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Deeze is als op de andere dorpen van <i>Gooiland</i>: de Hooge Vierschaar wordt er gespannen door den Bailluw en de Schepenen van <i>Gooilands Hoofdstad, Naarden</i>, de Civile rechtbank wordt gespannen door Schout en Schepenen, zijnde deeze laatsten
+vijf in getal.
+</p>
+<p>Voords zijn alhier mede twee Buurtmeesters en twee Kerkmeesters: van den eerstgemelden
+gaat jaarlijks één af.
+</p>
+<p>De Schepens worden verkozen door den Bailluw, uit een nominatie van een dubbeld getal,
+gemaakt door den Schout en Buurtmeesters: aan de nieuw verkozene Schepenen staat de
+verkiezing van den Buurtmeester, die voor dat jaar aankomt; zie boven.
+</p>
+<p><span class="sc">Voorrechten</span> heeft <i>Muiderberg</i>, voor zo verre ons bewust is, niet.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>Der bewooneren, zijn meestal de landbouw, waartoe zij, gelijk wij hiervoor reeds zeiden,
+goede gelegenheid hebben: het zaajen van boekwijt en rogge, en het pooten van aardappelen,
+gaat er zeer sterk: voords vindt men er eenigen van die werklieden welken in de burgerlijke
+zamenleving volstrekt onontbeerelijk zijn.
+</p>
+<p>Wat aangaat de
+<span class="pageNum" id="pb19.8">[<a href="#pb19.8">8</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>,
+</p>
+<p>Van <i>Muiderberg</i>, de beschrijving van deezen vereischt geene breede plaats: in de oorlogsrampen van
+<i>Muiden</i> en <i>Naarden</i>, heeft het zeer waarschijnelijk zijn deel gehad, ofschoon wij desaangaande niets
+bijzonderlijks vinden aangetekend; alleenlijk is het optemaaken uit den aart dier
+rampen, zodanig zijnde, dat zij zig maar zeldzaam, of liever nooit, aan een klein
+plekjen gronds bepaalen, maar altoos eenen ruimen omtrek inneemen; de bewerkers dier
+rampen zijn Vorsten, deezen zegt men, niet ten onrechte, schoon tot hunne schande,
+hebben lange armen, en zulks wordt in tijden van oorlog met nadruk gevoeld; als hunne
+armen gewapend zijn, rijken hunne zwaarden mijlen ver; en slaat men het oog op hunne
+laaghartige huurelingen, die vijanden van alle menschlijkheid, zeker, dan is het nog
+minder te bewonderen dat de rampen des oorlogs, zig nimmer bij een klein pleksken
+gronds bepaalen; de gezegde vorsten-slaaven, zijn over het algemeen losbandige booswichten,
+uitgehongerde raaven, die onder den dekmantel van rechten des oorlogs, hunne harten
+met gruwelen, en hunne maagen met geroofde beeten vullen, gelijk zij ook niet zelden
+hunne beestachtige lusten voldoen ten koste van de eer veeler braave vrouwen en maagden—is
+er immer een tijd geweest waarin zulks dagelijks ondervonden wordt, ’t is de tijd
+dien wij beleeven; door geheel Europa woedt en plundert de schenzieke en hoogst verachtelijke
+soldaat.… doch welhaast wordt veelligt de dag geboren, (sommigen meenen zelfs de eerste
+morgenschemering daarvan reeds te bespeuren,) waarop alle vorst, alle soldaat.… dan
+op dien toon voordgaande, zouden wij de eigenlijke paalen van ons plan overschreiden.
+<span class="pageNum" id="pb19.9">[<a href="#pb19.9">9</a>]</span></p>
+<p>Door het vuur heeft <i>Muiderberg</i>, voor zo verre wij hebben kunnen naspooren, nooit veel geleden; ook niet door het
+water; want ofschoon het nabij de zee gelegen zij, heeft de goeddoende en altijd zorgende
+Natuur het dorpjen, door middel van vrij hoog duin tegen de woede van dat element
+beveiligd.
+</p>
+<p>„In den jaare 1673 hadden de <i>Franschen</i>,” dus luidt een gedeelte der historie van dit dorp, „zig op <i>Muiderberg</i> verschanst en batterijen opgeworpen tegen die van <i>Muiden</i>, welke stad zij toen onder hunne magt hoopten te krijgen; zij werden echter van daar
+verdreven, door verscheidene uitleggers op de <i>Zuiderzee</i>, die van <i>Amsteldam</i> gezonden werden, en door vlotschuiten met kanon waarvan men drijvende batterijen
+maakte, die hen van de vaart tusschen <i>Muiden</i> en <i>Naarden</i> zo benaauwden, dat zij op den 6 Junij van ’t gemelde jaar opbraken, en hunne onderneemingen
+lieten vaaren.”
+</p>
+<p>Bij de omwending in onzen burgerlijken staat, heeft <i>Muiderberg</i> zeer veel geleden: door de <i>Pruissen</i> zijn alle buitenplaatsen grootlijks, en <i>Rustrijk</i>, die van den Heere <span class="sc">Abbema</span>, ook de Pastorij, geheel en al geplunderd: verscheide weken hebben veele oude lieden
+en kinderen zig in de open lucht moeten ophouden, om derzelver schreeuwende mishandelingen
+te ontvlieden: wij mogen intusschen niet vergeten aantetekenen dat de ingezetenen
+aldaar meest de Patriotsche partij toegedaan waren, en zij zig, op last der Heeren
+Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westvriesland</i>, ook in den wapenhandel geoefend hebben.
+</p>
+<p>Onder de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>,
+</p>
+<p>Van dit dorpjen, behooren twee kerkhoven, het eene reeds in de voorgaande eeuw aangelegd
+voor de <i>Hoogduitsche Jooden</i>, van welken hier doorgaands honderd in het jaar begraven worden; het andere is, sedert
+een jaar aangelegd, voor de <i>Lutherschen</i> <span class="pageNum" id="pb19.10">[<a href="#pb19.10">10</a>]</span>van ’t <i>Oude licht</i>; doch tot heden toe heeft niemand hier eene rustplaats voor zijn overschot verkozen.
+</p>
+<p>Het voornaame logement waartoe de voorgemelde buitenplaats van den Heere <span class="sc">Abbema</span> gemaakt is, verdient mede eene bijzonderheid genoemd te worden, uit aanmerking van
+de zonderling grootsche aanleg, (waarvan mogelijk in geheel het Vaderland, geen voorbeeld
+voorhanden is,) zo wel als van de kleinte van het dorpjen, alwaar dezelve gevonden
+wordt; doch wanneer men aanmerkt dat de Grooten reeds vóór dien aanleg gewoon waren
+zig op <i>Muiderberg</i> te komen verlustigen, en ook dat er verscheidene buitenplaatsen rondsom liggen, allen
+welken geduurende het zomersaisoen bewoond worden, dan komt de verkiezing van dien
+aanleg niet zo geheel bijzonder voor; men konde tog vooraf op voldoend vertier staat
+maaken, om reeden van hetgeen wij zo even zeiden; want dat vertier moet ook alleen
+slechts van de Grooten komen, de burger schrikt op het zien van den prachtigen aanleg,
+zodra hij het woord <i>Logement</i> er voor leest: vooral is deeze plaats eene bijzonderheid, wegens de aanmerkenswaardige
+echo die men aldaar heeft, en welke veele vreemdelingen derwaards lokt; de Edele Heer
+<span class="sc">Willem Hooft</span>, te <i>Amsteldam</i>, heeft er den zeer geleerden Heere <span class="sc">Martinet</span>, nagenoeg de volgende beschrijving van medegedeeld—men vindt er een ouden muur in
+een halve cirkelronde gedaante, zeven voeten hoog gebouwd, met een schuinse rollaag,
+die men op één voet mag rekenen; de middenlijn deszelven beloopt op honderd en negen
+voeten binnenswerks: vijftien voeten ten noorden achter deezen muur staat eene hegge,
+die twee of drie voeten hoog boven denzelven uitsteekt, en eenige roeden verder vindt
+men hooge boomen; wanneer men nu vóór deezen muur gaat staan, dan ziet men tusschen
+beiden eenen platten beplanten grond, en achter zig heeft men eenen anderen halven
+cirkel van latwerk, waartegen eenig geboomte is opgeleid, zijnde de afstand van het
+middenpunt des muurs tot dat van het <span class="pageNum" id="pb19.11">[<a href="#pb19.11">11</a>]</span>latwerk, van honderd twee- en twintig en een halven voet <i>Amsteldamsche</i> maat.
+</p>
+<p>Indien men zig nu plaatst op den afstand van drie- en- vijftig voeten van het middenpunt
+des muurs, en een ander zeventien voeten ten westen bezijden den eerstgemelden gaat
+staan, en dan zacht of hard, geheele versen spreekt, beantwoordt de echo dezelven,
+niet achter elkander, maar elk afzonderlijk, één voor één: dan, het verwonderlijkste
+van alles is, dat de stem of de echo niet schijnt terug te komen van den muur, maar
+uit den grond, zeer juist alle woorden nabaauwende.
+</p>
+<p>Deeze echo is aldaar ontdekt voor bijna zeventig jaaren, toen de Heer <span class="sc">Homoet</span> eigenaar dier plaatse was, en bij gelegenheid dat men eene ligusterhegge uitroeide:
+intusschen is het zeker, dat in het Vaderlandsch Treurspel, <i>Gerard van Velzen</i>, in het jaar 1613 in ’t licht gegeven, reeds gesproken wordt van het <i>verstoord gebeente van dit cirkelrond, en van de echo</i>, bij gevolg is deeze muur, (waartoe gemaakt weet men niet, mogelijk tevens tot eene
+begraafplaats,) en dus ook deeze overschoone echo, al vóór honderd een- en- dertig
+jaaren, bekend geweest, die daarna in het vergeetboek geraakt kan zijn, toen deeze
+hofstede, uit de eene hand in de andere overging, tot dat men, de ligusterhegge uitwerpende,
+dezelve toevallig ontdekte.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Deezen zijn als die van <i>Muiden</i>, want van <i>Amsteldam</i> met de schuit tot daar gekomen zijnde, vaart men met de <i>Naarder</i> schuit tot de <i>Hakkelaarsbrug</i>, alwaar men uitstapt om verder naar <i>Muiderberg</i> te wandelen—Terug gaat men weder, of naar <i>Muiden</i>, of naar de <i>Hakkelaarsbrug</i> voornoemd, en zo verder op <i>Amsteldam</i>.
+</p>
+<p>’T is voor een vaderlander nog al niet onaangenaam, aan <span class="pageNum" id="pb19.12">[<a href="#pb19.12">12</a>]</span>gezegde brug te moeten uitstappen, alzo hij aldaar vergast wordt op het zien van de
+<i>Stolp</i>, de landlijke <i>retraite</i>, van den nu zaligen onwaardeerbaaren Burgervader <span class="sc">Hendrik Hooft</span> <i>Danielsz.</i>, nog het voorwerp van aller braaven achting, en die op dat buitenverblijf zijnen
+hoogen ouderdom sleet, onder de aangename streelingen van een voldaan geweeten, niet
+alleen, maar ook van de hoop, van vóór zijn’ dood zijn vaderland, en met nadruk zijne
+geliefde <i>Amstelstad</i> nog eenmaal gelukkig te zullen zien.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>,
+</p>
+<p>Deeze zijn geene anderen dan de reeds gemelde plaats van den Heere <span class="sc"><span class="corr" id="xd32e14240" title="Bron: Abbama">Abbema</span></span>; voords zijn er nog twee herbergen van mindere rang.
+<span class="pageNum" id="pb20.1">[<a href="#pb20.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="weesp" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1317">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figweespwidth"><img src="images/weesp.jpg" alt="De stad Weesp." width="486" height="720"><p class="figureHead">De stad Weesp.</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">Zo lang de Zilvren VECHT uw boorden blyft besproeien,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">O WESOP! en Natuur u met haar schoon vereert.
+</p>
+<p class="line">Zo lang de Koopmanschap in Nederland zal bloeien;
+</p>
+<p class="line xd32e6271">GENEVER, en door Oost en Westen word begeerd.—
+</p>
+<p class="line">Zo lang de Naneef TROUW op hogen prys zal stellen,
+</p>
+<p class="line">Hoort Gy, MYN VADERSTAD! uw naam met blydschap spellen.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p>
+</p>
+<p class="xd32e14274">B. P.—</p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
+<span class="ex">STAD</span><br>
+<span class="ex">WEESP</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Onder de geene stem in Staat hebbende Steden van Holland, is <span class="sc">Weesp</span> geenzins eene der geringste, zo wegens derzelver oudheid, vermaardheid als vermakelijke
+ligging aan de Rivier de <i>Vecht</i>; een half uur ten Zuidwesten <i>Muiden</i>; omtrent twee uuren ten Westen <i>Naarden</i>; ruim twee uuren ten Zuidoosten <i>Amsteldam</i>, en ruim vijf uuren ten Noorden <i>Utrecht</i>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
+</p>
+<p>Bij de Geschiedschrijvers vind men wegens den Naams-oorsprong niets zekers geboekt.
+Dat deeze Stad haren naam van de <i>Usipeten</i> ontleenen zoude, luid al te fabelachtig, om daar aan geloof te slaan. Dat zij dezelve
+aan eenen <i>Here de Wesopa</i>, die aldaar een Kasteel, van dien naam, zou gesticht hebben, verschuldigd is, is
+even onzeker, en dat zij om haren geduurigen kloekmoedigen tegenstand door haare vijanden,
+leenspreukig, <i>Wespe</i> of <i>Wispe</i> zoude genoemd zijn, hier voor is geen’ den minsten grond te vinden: ’t zij ons genoeg
+dat er in Holland een Steedje is, dat <i>Wezop</i> of <i>Weesp</i> genoemd word, bij welke laatste benaming het thans allermeest bekend is.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>Hoewel men den tijd der Stichting dezer Stad met geene zekerheid bepalen kan; veel
+min of dezelve altijd met vestingen omringd of bevest is geweest; kan men echter bewijzen
+dat zij in den Jaare 1131 reeds bekend was, als blijkt uit zekeren brief van <i>Andreas</i> den vijfentwintigsten Bisschop <span class="pageNum" id="pb20.2">[<a href="#pb20.2">2</a>]</span>van <i>Utrecht</i>, waarin van bovengemelden <i>Hero</i> gewaagd word. In de handvest van Hertog <i>Willem van Beieren</i> in ’t Jaar 1355, word van <i>Weesp</i> het allereerst melding gemaakt, als van eene Stad, voorzien met poorten en wallen,
+en hare Burgers <i>Poorters</i> genoemd.
+</p>
+<p>De Stad is zeer ruim en luchtig gebouwd en heeft verscheidene straaten, die zeer wél
+betimmerd zijn; van het Zuiden tot het Noorden doorsneden van de stroomende Rivier
+de <i>Vecht</i>, waar aan een Schutsluis ligt, die in een Graft uitlopende, het grootste gedeelte
+der Stad wederom in tweeën deelt; terwijl het zuiderdeel met drie Graften voorzien
+is, die allen in de laatstgenoemde hunne inwatering hebben.—Volgends de jongste beschrijving
+beloopt het getal der Inwooners op bijkans 2800 menschen, woonende in omtrent 500
+huizen, die wederom in ruim 730 woningen verdeeld zijn. Uit oude tekeningen en beschrijvingen
+blijkt het, dat <i>Weesp</i> voorheen met steenen wallen is omgeven geweest, welker grondslagen men, bij gelegenheden,
+noch ontdekken kan, en waar van men noch de overblijfsels ziet aan de <i>Muiderpoort</i>, de <i>Waag</i> en den zogenaamden <i>Olijmolen</i>, welke gebouwen zekerlijk voor een gedeelte als rondeelen der oude vestingwerken
+moeten beschouwd worden: verval en de uitleggingen der Stad hebben derzelver afbraak
+noodzakelijk gemaakt.—Tegenwoordig is de Stad alleen aan haar Oost en Zuidelijk gedeelte
+met aarde bolwerken voorzien, die naar de regelen der hedendaagsche Vestingbouwkunde
+opgeworpen zijn. Behalve de andere uitgangen, heeft deeze Stad drie poorten, namelijk,
+<i>de Muider, Naarder of ’s Gravelandsche, en Utrechtsche</i> poort; de eerste is een oud gebouw, in wiens voorgevel het Keizerlijke wapen staat
+uitgehouwen, waar onder het Jaargetal 1552: de twee laatste zijn in den Jaare 1676
+gebouwd, en van eenen ordentlijken aanleg.
+</p>
+<p><span class="sc">’T</span> <span class="ex">WAPEN</span>.
+</p>
+<p><i>Weesp</i> heeft twee Wapens: te weeten het <i>Oude</i> en <i>Nieuwe</i>. Het oude verbeeld een Kerk, met een’ grooten toren aan den Voorgevel en een’ kleiner’
+in de midden: de figuur heeft veel <span class="pageNum" id="pb20.3">[<a href="#pb20.3">3</a>]</span>overeenkomst met het tegenwoordig Kerkgebouw. Het nieuwe is een zilveren paal op een
+blaauw veld. Het eerstgenoemde word noch ter bezegeling van brieven of decreeten gebruikt.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>De groote Kerk, waarin de Gereformeerden hunnen Godsdienst oefenen, is, volgends <i>Jacobus de la Torre</i>, gesticht, of ten minsten voltooid, in den Jaare 1462, wanneer zij, naar het Roomsch
+Kerkgebruik, aan <i>St. Laurentius</i> wierd toegewijd. Het is een schoon, lang en luchtig Gebouw, pronkende met eenen spitsen
+toren, in wiens Koepel een welluidend Klokkenspel hangt, in 1672 door den vermaarden
+<i>Petrus Hemoni</i> vervaardigd. Op het Choor is noch een klein torentje. Dit Gesticht rust binnenwerks
+op 18 pijlaaren, zijnde rondom de meeste, de Predikstoel, de Gestoeltens der Regeering
+en anderen geplaatst.—Het Orgel, in 1592 gemaakt, heeft, naar den tijd waarin het
+zelve vervaardigd is, geen onaangenaam geluid, en word met deuren gesloten.—In het
+Choor, dat met een fraai koperen hek van de Kerk is afgescheiden, vind men een’ kleineren
+Preêkstoel, voormaals gebruikt, wanneer de promotie der Latijnsche Schooljeugd geschiedde.
+De Gereformeerde Gemeente word bediend door twee Leeraars, Leden der Classis van Amsteldam:
+het tractement van den Oudsten bedraagt 1000 Guldens en vrije woning in de Pastorij,
+dat van den jongsten is 1100 Guldens.
+</p>
+<p>De Lutersche Gemeente word bediend door een’ Predikant behorende onder het Consistorie
+van Amsteldam, zij is eene der aanzienlijkste dier Geloofsbelijderen in deeze Republiek.
+De plaats, ter oefening van hunnen Godsdienst geschikt, is een klein doch net Gebouw,
+van binnen versierd met een fraai Orgel. De oorsprong deezer Gemeente word, volgends
+de waarschijnlijkste berichten, gesteld op den 28sten September 1642. <i>Tobias Brustenbach</i> was de eerste Leeraar maar ook te gelijk derzelver Stichter. In den Jaare 1647 wierd
+deeze Gemeente, die tot dien tijd haare Godsdienstige bijeenkomsten in een klein Huisje
+op de Achtergracht <span class="pageNum" id="pb20.4">[<a href="#pb20.4">4</a>]</span>gehouden had, in staat gesteld tot den aankoop van een Huis en erve, ’t welk, in 1654
+met noch een ander Huis en erve vergroot, het tegenwoordig Kerkgebouw uitmaakt; tot
+den Jaare 1782, was zij in zodanige omstandigheden geplaatst, dat somtijds het nabuurig
+Amsteldam tot het onderhoud harer Leeraar moest medewerken; wanneer zij door een aanzienlijk
+Legaat, haar bij uiterste wille besproken door wijle Vrouwe <i>Voigt</i>, wonende te Muiderberg, in staat gesteld wierd zich zelve te kunnen onderhouden.
+Den 30 September 1792, wierd eene Jubelpreêk, bij gelegenheid van de 150 jarige instandblijving
+der Gemeente, door haaren toenmaligen Leeraar gedaan.
+</p>
+<p>De Roomsch Catholijken hebben hier ook eene Statie, die tegenwoordig door eenen waereldlijken
+Pastoor en Capellaan word waargenomen. Hun Kerkhuis is van binnen met een naar de
+bouwkunst geordend altaar versierd, en het gewelf met Bijbelsche en Kerkelijke Geschiedenissen
+fraai beschilderd. Waar aan de vochtigheid en ouderdom echter veel nadeel hebben toegebragt.
+Daar en boven is het Gesticht zelve zeer bouwvallig en veel te bekrompen: ter ondersteuning
+van het Gregoriaansche Kerkgezang is er een klein doch zeer welluidend Orgel in geplaatst.
+Thans is op requeste, door Kerkmeesteren dier Gemeente gepresenteerd, ten einde een
+geschikter Kerkhuis te erlangen, gunstig appui verleend, waar door aan het verlangen
+van het grootste getal der Gemeentenaaren spoedig zal voldaan worden, hebbende de
+Kerkbestuurders bereids daar toe een geschikte plaats aangekocht.
+</p>
+<p>De Joden, wier getal alhier sints weinige Jaaren merkelijk is toegenomen, hebben hier
+een Sijnagoge of bedehuis, dat een zeer klein doch net gebouw is.
+</p>
+<p>Onder de Gestichten die eenige aandacht verdienen bekleed het <i>St. Bartholomei Gasthuis</i> geene geringe plaats. De tijd van derzelver stichting is onzeker; dat het echter
+van geenen jongen tijd is, blijkt uit den naam van hem aan wien het is toegewijd,
+en wiens beeldtenis of naam boven alle de buiteningangen dezes Gestichts is uitgehouwen.
+Het is een groot en geen onaanzienlijk Gebouw. Ofschoon voor zo verre men <span class="pageNum" id="pb20.5">[<a href="#pb20.5">5</a>]</span>kan nagaan, alleen geschikt voor een Gasthuis of herberging voor Vreemdelingen, worden
+thans ook de gebrekkigen en behoeftigen, die door de Diaconie ondersteund worden,
+daarin besteed. De bestuuring van dit huis is thans opgedragen aan 4 Regenten en 3
+Regentessen, die ’s Jaarlijks of op nieuw verkoren of anderen in hunne plaatsen gesteld
+worden.
+</p>
+<p>Het <i>Burger-Weeshuis</i>, in vroegere Eeuwen een Klooster voor <i>de Zusteren van St. Jan Euangelist</i>, is een schoon en ruim Gebouw, geschikt ter herberginge en opvoeding van <i>Weezen</i>, wier Ouderen Burgeren dezer Stad waren. Deszelfs bestuur staat thans aan 5 Regenten
+en 4 Regentessen, die mede Jaarlijks aangesteld worden.
+</p>
+<p>Het <i>Armen-Weeshuis</i>, een Gebouw, waarin sints 1667 de Armen Weezen, die te vooren in het St. Bartholomei
+Gasthuis gehuisvest waren, wierden opgevoed, en werwaards zij op besluit van Burgemeesteren
+en Vroedschappen in 1790 wederom wierden overgebragt, dient voor het tegenwoordige
+ter inkwartieringe der alhier in Guarnisoen liggende <i>Militie</i>.
+</p>
+<p>De orde vereischt dat hier ter plaatse ook melding gemaakt worde van de Stichting
+van wijlen den Heere <i>Cornelis van Drosthagen</i>, bij beslotene laatste wille, 1714 gemaakt, en 1718 door zijn dood bevestigd: volgends
+welke hij zijne Nalatenschap, bestaande in Huizen, Landerijen enz onder het bestuur
+van drie Executeuren van de Roomsche Religie gesteld heeft; zo nochthans dat bij het
+afsterven van eenen derzelven een’ Gereformeerde door de aanblijvenden, in deszelfs
+plaatse, mogt verkozen worden; welk laatste reeds sints een aantal Jaaren heeft stand
+gegrepen.—De voordeelen, uit deeze Goederen voordspruitende, moeten in drieën verdeeld
+worden, als aan zijne behoeftige Vrienden van moeders zijde; aan het Arme Weeshuis,
+en aan Armen der Roomsche Gezindheid. Ter gedachtenisse van deezen Heer is in een
+gevel van een der vernieuwde Gebouwen een steen geplaatst, waarop men het volgende
+versjen leest:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line">De voorzorg van Drosthagen
+</p>
+<p class="line">Voor Armen, Weez’ en Magen,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Zij steeds bij ’t Nageslacht
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Met dankbaarheid herdacht!——</p>
+</div>
+<p><span class="pageNum" id="pb20.6">[<a href="#pb20.6">6</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Onder dezelve bekleed het <i>Stadhuis</i> de eerste plaats. Het is een buitengemeen schoon en kostbaar Gebouw, in den jaare
+1772 geheel nieuw uit den grond opgehaald, pronkende met eenen arduin en hardsteenen
+Voorgevel, naar de <i>Jonische</i> en <i>Dorische</i> orden. Zo schoon dit Gebouw zich uitwendig opdoet, zo fraai is ook deszelfs binnenste.
+Bij het ingaan valt terstond de prachtige Vierschaar in ’t oog, welker beschouwing
+den Vreemdeling moet uitlokken om het zelve van binnen te bezichtigen. De Burgerzaal,
+Burgemeesters, Schepens en Vroedschapskamer zijn keurig geordend, naar den smaak gestoffeerd
+en versierd met prachtige en fraaje schilderstukken, door den Weesper Burgemeester
+<i>Gijsbert Jansz. Sibille</i>. Hoewel men den naam van deezen Kunstliefhebber in de Schilderboeken te vergeefs
+zoeken zou, en buiten deeze Stad weinig bekend schijnt te zijn, zo zijn echter de
+werken van zijne hand de opmerking der kenneren dubbel waardig.—Het Gebouw staat op
+de Grobbe bij de St. Joris brug, die in bovengemeld jaar met het daar voor liggend
+plein gelijk gemaakt is. Ter plaatse waar het tegenwoordig Stadhuis staat, was in
+het begin der voorige Eeuw de Schuttershof of de St. Joris Doelen; waar van in het
+oude Stadhuis noch eenige overblijfsels te vinden waren.
+</p>
+<p>De <i>Waag</i>, een oud gebouw, voorheen een rondeel der Vestingen, reeds in den Jaare 1407 geschikt
+tot het Stadhuis, waar toe het tot 1634 gebruikt is, staat aan de Vecht. Behalve dat
+dezelve tot het wegen der Koopmanschappen enz. gebezigd word, strekt zij ook ter Vergaderplaats
+van sommige Gilden: terwijl op een harer vertrekken thans ook de Hoofdwacht der Militairen
+gehouden word. Derzelver Voorgevel is niet onaanzienlijk, en pronkt met het Wapen
+der Stad.
+</p>
+<p>De <i>Stads School</i>, mede geen onaanzienlijk Gebouw, heeft <span class="pageNum" id="pb20.7">[<a href="#pb20.7">7</a>]</span>men, niet zonder grond, te houden voor een gedeelte van het Klooster, het Jonge Convent
+genaamd: in deeze kunnen ook de Kinderen van minvermogende voor niet onderwezen worden,
+waar toe aan den Stads Schoolmeester, een Jaarlijks tractement gegeven word.
+</p>
+<p>De <i>Stads Fransche Kostschool</i> voor Jonge Heeren, is een ruim en luchtig Gebouw, staande op de nieuwe Gracht aan
+het Zuideinde der Stad; deeze School is in eenen zeer <span class="corr" id="xd32e14452" title="Bron: bloienden">bloeienden</span> staat.
+</p>
+<p>Voords is alhier noch eene Fransche Kostschool voor Jonge Juffrouwen, wier aantal
+geduurig toeneemt.
+</p>
+<p>De <i>Vleeschhal</i> en <i>Bank van Leening</i> zijn geene Stadsgebouwen, wordende de eerste gehuurd; en de laastgenoemde behoort
+aan eenen Jood, die daar voor eene jaarlijksche recognitie aan de Kerk betaalt.
+</p>
+<p>De Godsdienstige en Waereldlijke Gestichten deezer Stad beschouwd hebbende, gaan wij
+over tot derzelver
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Alhoewel de kundige Schrijver der <i>Grondwettige Herstelling van Nederlands Staatswezen</i> verzekert, dat de vastgestelde Regeeringsform van <i>Wezop</i> of <i>Weesp</i> tot 1445 in handen van het Volk berustte, schijnen de handvesten der Stad ons het
+tegendeel aanteduiden, vermits in een geschreven handvest, die in de gedrukte niet
+gevonden wordt, en <i>in 1387, aan die ghemeenen Steden en Dorpen van Amsterlandt ende van Goijlandt</i> door <span class="sc">Herthog Albrecht van Beieren</span> is gegeven, het 1e. Art. van den volgenden inhoud is. <i>Dat wij off dien wij dat bevelen, off onse Baliuw, die nu is off naemaels wesen zal,
+altoes Schepenen kiesen zal binnen Steden ende opten Dorpen, alsoe veel als costumelijk
+is, op onser Vrouwendach te Lichtmisse van den redelijcxsten en vroetsten knaepen,
+enz.</i>—1407 gaf <span class="sc">Jan van Beieren</span>, <i>Elect van Luijdik, als Heer van Muijden, van Wesop, van Naerden ende van Goijlandt</i>, ook eenen openen brieve, in welken hij <i>om oerbaer ende nutschap wille zijns lands voorss.</i> zijne bovengenoemde <i>ondersaten overdragen</i> heeft eenige <span class="pageNum" id="pb20.8">[<a href="#pb20.8">8</a>]</span>puncten, onder welke het 10. Art. van ons handschrift dus luidt. „<i>Item, soe willen wij dat binnen onsen Stede van</i> <span class="sc">Weesop</span> <i>van deser tijt voort wesen sullen seven Scepenen die onse Dienaars daer sullen setten</i>: welke handvest door <span class="sc">Filips van Bourgondien</span>, <i>als Ruwaert ende oir der Landen van Hollandt</i> in 1425 <i>gheconfirmeert ende ghevesticht is</i><span class="corr" id="xd32e14509" title="Niet in bron">.</span> Hoe het met de Regeering, voor <span class="sc">Albrecht van Beieren</span>, gesteld is geweest, daar van zijn, zo ver mij bewust is, geene bewijzen voorhanden.
+Het zij ons genoeg betoogd te hebben dat de Graven, ten minsten, de Schepenen hebben
+aangesteld, en dat zulks geenzins door het Volk of deszelfs vertegenwoordigers geschied
+is.—<span class="sc">Filips van Bourgondien</span>, gaf in den Jaare 1445 aan <i>de Stad</i> <span class="sc">Weesop</span> de handvest, waar bij hij haar <i>ghegont ende gheconsenteert</i> heeft, <i>dat voortaen één ende dertich die rijcste poorteren, die meeste leggende erven en
+staende ghetimmert hebben, en de hoegste daer in ’t schodt staen, alle jaer op onser
+Vrouwendach Purificatio bij de meeste stemmen kiesen sullen vierthien goede notabile
+mannen, uijt den voorss. XXXI of uijt andere die poorteren van</i> <span class="sc">Weesop</span>, <i>uijt welke XIIII persoenen alsoe bij den één en de dertich ghecoeren wesende bij der
+meeste stemmen onsen raede van Hollandt, onse Baliuw van Goijlandt in der tijt wesende
+off die wij des machtigen sullen, op onser Vrouwen-dach purificatio kiesen ende eden
+sullen seven Scepenen, die dat toecomende Jaer Scepenen wesen sullen; welke Scepenen
+voort kiesen sullen ’t eerste jaer drie Burghemeesteren van onse Stede voorss. Als
+dat van outs ghewoonlijk is, ende voert alle jaer twee nieuwen Burghemeesters ende
+eenen ouden daar in te laeten blijven.</i>” De verkiezinge der Regenten geschied ten huidigen dage noch naar den inhoud van
+dit Privilegie, alleen met dit onderscheid, dat de Nominatie van Veertienen thans
+door de 21 Vroedschappen op Vrouwendag (2 Februarij) gemaakt word; zijnde het getal
+van 31, volgends besluit der Staten van Holland, genomen op 13 Januarij 1622, aldus
+verminderd. Ofschoon in dit Privilegie die verkiezing staat aan den Raade van Holland,
+den Bailiuw van Gooiland, of wien door den Grave daar toe zoude gemagtigd worden:
+zo is volgends een Staats resolutie van den 20sten Maart 1603 de Bailiuw van Gooiland
+daar toe gemagtigd. De Regeering word dus saamgesteld, uit den Hoofdofficier, <span class="pageNum" id="pb20.9">[<a href="#pb20.9">9</a>]</span>die tevens Drossaard van Muiden en Bailiuw van Gooiland is, en alhier eenen Stedehouder
+of Subsistut Schout heeft, drie Burgemeesteren, zeven Schepenen en een-en-twintig
+Raaden. Burgemeesteren en Vroedschappen hebben eenen Secretaris, die door hun Collegie
+word aangesteld; terwijl de aanstelling van den Secretaris van Schepenen door Heeren
+Gecommitteerde Raden van Holland geschied.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">DE GILDEN</span>
+</p>
+<p>deezer Stad zijn de volgende:
+</p>
+<ul>
+<li>Het Timmermans, Metselaars en Glazenmakers Gild.
+</li>
+<li>Het Chirurgijns Gild.
+</li>
+<li>Het Kuipers Gild.
+</li>
+<li>Het Lakenkopers en Kledermakers Gild.
+</li>
+<li>Het Schoenmakers Gild.
+</li>
+<li>Het Bakkers en Kramers Gild.
+</li>
+<li>Het Turf- en Koorndragers Gild.</li>
+</ul><p>
+</p>
+<p>Wordende Jaarlijks door Burgemeesteren en Schepenen, uit de ingeleverde nominatien,
+Gildemeesteren verkozen.
+</p>
+<p class="headlike">HANDVESTEN <span class="asc">EN</span> PRIVILEGIEN (Voorrechten).
+</p>
+<p>Van deeze, haar door onderscheidene Graaven geschonken, zullen wij slechts de voornaamste
+en belangrijkste opgeeven; zijnde dezelve in aantal zeer veelen.
+</p>
+<p>Het eerste en aanmerkelijkste is, (voor zo verre ons bekend is, nimmer door den druk
+gemeen gemaakt,) dat, van <i>Willem van Beieren</i>, in 1355 aan die van <span class="sc">Wesop</span> gegeven; waar bij het hen vergund is, <i>dat zij met allen heuren goeden tot ewighen daghen tollen vrij vaeren sullen te lande
+ende te water, overal in onse landen van Hollandt, van Zeelandt ende van Vrieslandt,
+voerbij alle onse tollen</i>. Van welk Voorrecht de Kooplieden van <span class="sc">Weesp</span> noch hedendaags gebruik maken. In 1386. verleende Hertoch <i>Albrecht van Beieren aan zijne goede Luiden van Wesop het recht eener vrije Jaarmarkt,
+duerende vier daghen voor ende vier daghen na sinte Victorisdagh</i> enz. ook vergunde hij 1401. den Weespenaren, <i>ten ewighen daghen tollen vrij te moghen vaeren door de tollen tot Sparendamme</i>, hoewel hij hen <span class="pageNum" id="pb20.10">[<a href="#pb20.10">10</a>]</span>twee Jaaren te vooren, volgende een op Pergament geschreven handschrift der Privilegiën
+<i>van Muiden</i>, het zelve Voorrecht, benevens de vrijheid der tollen door de Stede <i>Beverwijck</i>, tot wederopzeggens toe, vergund had.—In 1407, gaf <i>Jan van Beieren</i>, aan de Burgerij van <i>Wesop</i> het recht van <i>Vonnissen te moghen halen</i>, (niet, gelijk zij tot hier toe verpligt waren geweest, te Amsteldam te doen), maar
+bij hunne eigene Rechters, <i>op die Kerksteghe tot Wesop, aan dat Gerecht van der Parochie</i>. Van dien tijd af schijnt Weesp dus hare eigen Criminele Rechtbank gehad te hebben,
+welke handvest door <i>Filips van Bourgondien</i>, in 1425 nader bevestigd is. Bij deeze opgenoemde verdient ook geteld te worden,
+het verdrag of accord tusschen de Steden <i>Utrecht, Weesp en Muiden</i> in 1463 gesloten, waar bij, onder anderen ook, is vastgesteld, <i>dat zij Stad ende Steden, die eens des anders Burgheren, poerteren ende ondersaten
+niet besetten noch belasten van ghenen saeken; behoudelijcken dat hunne Burgheren,
+poerteren en ondersaten elck in sijnre Stad en Steden den anderen wel besetten en
+beclaeghen, ende met recht wel bespreecken sal mogen van sijns selfs persoons schult
+ofte misdaden alleen enz.</i> 1545. bevestigde <i>Karel de Vijfde</i>, op verzoek van Schout, Borghemeesteren, Schepenen ende Regeerders der Stad <i>Weesp</i>, het recht van <i>Exue, ’t welk die thoonders van soe langhe Jaeren, dat geen memorie van menschen ter
+contrarie en is, mede gheuseert hadden</i>.
+</p>
+<p>’t Zoude niet ongevoeglijk zijn hier nu noch aantehalen de bijzondere satisfactie
+in den Jaare 1577 tusschen <i>Willem den Eersten</i> en gevolmagtigden van <i>Weesp en Weesperkarspel</i> gesloten, dan om bijzondere redenen zullen wij hier van gewagen, als wij de lotgevallen
+der Stad beschrijven zullen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">SCHUTTERIJ</span>.
+</p>
+<p>Op deeze mag <i>Weesp</i> reeds van oude tijden roem dragen. In 1410 ten tijde van <i>Jan van Beieren</i> (schoon zij waarschijnlijker noch eerder plaats had,) arresteerden <i>Schout, Scepenen en Raeden</i> op den 4 April bereids een Reglement, waarnaar zich de Schutters gedragen moesten;
+aan dezelven wierden eenige voordeelige Voorrechten, als den Wijntap, de vrije Visscherij
+in het St. Anthonis Viswater enz. toegestaan; zijnde omtrent den eerstgenoemden met
+Burgemeesteren een accord gesloten, <span class="pageNum" id="pb20.11">[<a href="#pb20.11">11</a>]</span>terwijl de laatste om de 3 Jaaren ten voordeele der Schutterij verpacht word, gelijk
+zulks in den voorledene Jaare noch heeft plaats gehad.—Behalve deeze heeft zij noch
+eenige andere Voorrechten, doch die wij om de kortheid des besteks, hier zullen overslaan.—De
+Burgerkrijgsraad bestaat, uit den <i><span class="corr" id="xd32e14623" title="Bron: Collonel">Colonel</span></i> (zijnde de aangeblevene der Heeren Regerende Burgemeesteren,) <i>Capiteinen, Capiteinen Lieutenants</i>, <i>Lieutenants, Vaandrigs en Scribas</i>, welke hunnen eigenen Secretaris hebben: men zoude dit articul met veele bijzonderheden
+kunnen vermeerderen, dan bijzondere redenen noodzaken ons deeze snaar onaangeroerd
+te laten.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEROEMDE MANNEN</span>
+</p>
+<p>Die alhier geboren zijn; onder deezen telt men,
+</p>
+<p><span class="sc">Arend Louff</span>, of <span class="sc">Loufius</span>, S.&nbsp;S. Theol. Lic. en Pastoor bij de Roomsche Gemeente alhier; geboren 17 Febr. 1597.
+overleden 19 Junij 1656.—
+</p>
+<p><span class="sc">Gijsbert Jansz. Sibille</span>, Burgemeester dezer Stad, (zie bladz. 6.)
+</p>
+<p><span class="sc">Salomon van Til</span>, beroemd Hoogleeraar in de H. Godgeleerdheid te Leiden, zag het eerste levenslicht
+in den aanvang des Jaars 1643. en is op den 1 November 1713. overleden.
+</p>
+<p>Mr. <span class="sc">Jan Ploos van Amstel</span>, Advocaat te Amsteldam.
+</p>
+<p class="center">en
+</p>
+<p><span class="sc">Pieter van Berendrecht</span>, Contrarolleur, Eikmeester der schepen van de Ed. Mog. Heeren Raden van Staaten der
+vereenigde Nederlanden, Scheepmeter en Eikmeester der Stad Amsteldam.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN <span class="asc">EN</span> VERMAAKEN</span>.
+</p>
+<p>Oudtijds was deeze Stad zeer vermaard wegens dezelver Bier-Brouwerijen, wier aantal
+zeer aanzienlijk moet geweest zijn. Het bier wierd buiten en binnen ’s Lands verzonden,
+en was algemeen bekend onder den naam van <i>Vlaamschen Doctor</i>. Zeker oude Schrijver zegt: <i>de inwoonders van Weesp zijn rijck, en hebben nu die neeringh van ’t beste bier dat
+over Hollandt gedroncken wort</i>. Dan tegenwoordig is er maar eene bierbrouwerij, die, ofschoon in vroeger dagen in
+merkelijk verval, thans wederom in bloei is en eene uitgebreide verzending heeft.
+<span class="pageNum" id="pb20.12">[<a href="#pb20.12">12</a>]</span>De Genever-stokerijen maken voor het tegenwoordige den grootsten handel en het bestaan
+der inwooneren uit. Vijftien dusdanige branderijen geven aan een groot aantal huisgezinnen
+het brood. Wij zullen ons met geene snorkende berekening van het verstoken van eene
+hoeveelheid Lasten Graan enz. ophouden; dan kunnen echter niet voorbijgaan aantestippen,
+dat, niet tegenstaande de laage Kunstgreepen, die men sints eenige Jaaren in ’t werk
+gesteld heeft, om de Weesper Genever in verachting te brengen, derzelver waarde geenzins
+gedaald, en derzelver verzending, vooral naar buiten ’s Lands merkelijk is toegenomen,
+terwijl men proevondervindelijk overtuigd is, dat zij ter buitenlandsche verzending
+beter voldoet dan eenige andere Nederlandsche Genever.
+</p>
+<p>Twee Katoendrukkerijen, met derzelver drogerijen enz. waar van een, niet verre buiten
+de Stad, onder de Jurisdictie van Weesper-Karspel gelegen is, geeven aan verscheiden
+burgers en inwooners, vooral des Zomers, een ruim bestaan; terwijl voor het overige
+de handwerksman in de beoefening van zijnen onderscheiden arbeid een kostwinning vindt.
+</p>
+<p>Wat de vermaken der Weespenaaren betreft, deeze kiest ieder naar zijn’ smaak. Onder
+den meergegoeden Burger heerscht thans, over ’t algemeen genomen, een eenstemmige
+samenverkeering, midlerwijl het beoefenen der Wetenschappen onder hen ook hand over
+hand toeneemt; zijnde ter dier bevordering in den Jaare 1791, een Genootschap, onder
+de Zinspreuk, <i>voor het Menschdom</i>, opgericht, ’t welk bereids uit meer dan zeventig Leden bestaat.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>.
+</p>
+<p><span class="sc">Weesp</span>, oudtijds leenroerig aan het Bisdom van Utrecht, was langen tijd als zodanig onder
+het bestuur van den huize van <i>Amstel</i>, waarom het, ten beteren verstande van deszelfs lotgevallen, niet ondienstig zal
+zijn daar van vooraf en kort verslag te doen. Uit eenen brief van den Bisschop <i>Godefrid</i> van 1172 of 1174, blijkt, dat <i>Egbert van Amstel</i> hem de helft der Tienden in <i>Wispe</i> wedergegeven had. 1225 begiftigde de Utrechtsche Bisschop <span class="sc">Otto</span>, <i>Gijsbrecht van Amstel</i>, den eersten van dien naam, met de hoge Gerechtigheid van <i>Muiden, Weesp</i> en <i>Diemen</i>: 1233 gaf <i>Gijsbrecht</i> volmagt aan <i>Menso van Wesepe</i> om uit <span class="pageNum" id="pb20.13">[<a href="#pb20.13">13</a>]</span>zijnen naam afstand te mogen doen van zekere goederen in <i>Benscop</i> aan de Abdisse van <i>Rhijnsburg</i>. <i>Gijsbrecht van Amstel</i>, de derde van dien naam, is ook bezitter van <i>Weesp</i> geweest. Ofschoon <i>Godelinde</i> Abdisse van <i>Elten</i>, bij haren afstand van Gooiland (Nardinclandt) aan Graaf <i>Floris den vijfden</i> 1280 deeze Stad mede onder hare eigendommen telde: is het echter zeer waarschijnlijk,
+dat hij, zelfs na zijnen zoen met den Grave, in het bezit daar van verbleven is, tot
+dat hij, als een medepligtige aan den moord van <i>Floris</i>, het Land moest ruimen, en zijne goederen voor den Grave verbeurd verklaard wierden.
+Graaf <i>Jan de tweede</i>, begiftigde daar mede zijnen Broeder <i>Guido van Henegouwen</i>, na wiens overlijden het weder aan <i>Willem den derden</i> verviel, en sints welken tijd deeze Stad onder het Graaflijk bestuur gebleven is.
+</p>
+<p>Hier uit ziet men dus dat <i>Weesp</i>, door de gedurige twisten van de <i>Utrechtsche Kerkhoofden</i> met de Heeren van <i>Amstel</i>, noodzakelijk aan de invallen van het Krijgsvolk der Stichtenaaren, of deszelfs saamverbondenen
+moest bloot staan.
+</p>
+<p>De lotgevallen deezer Stad zijn, naar de echte bescheiden in ’s Lands Historien geboekt,
+de volgende. In den Jare 1204. wierd <i>Weesp</i>, om dat <i>Amstel</i> de zijde van <i>Lodewijk Grave van Loon</i> tegen <i>Willem den Eersten</i> hield, door de Kennemers, onder aanvoering van <i>Wouter van Egmond</i> en <i>Albert Banjaard</i>, in de assche gelegd, welk onheil haar 1356 door Bisschop <i>Jan van Arkel</i> na eene vierdaagsche belegering, voor de twedemaal berokkend wierd. 1374 nam de Utrechtsche
+Bisschop <i>Arnold van Hoorne</i> ter wraake van eenen geleden hoon door <i>Albrecht van Beieren</i>, en ter ontheffinge van een Jaarlijksche schuld van 3700 ponden, sints 1356, voor
+het Slot van <i>Vreeland</i>, de Stad in, en stelde haar onder een zwaare brandschatting. 1507 viel <i>Weesp</i> in handen van <i>Karel van Egmond, Hertog van Gelder</i>; zeer veel had zij toen te lijden, ’t welk voornamelijk veroorzaakt wierd, door dien
+zij geweigerd had bezetting in te neemen. De Geldersche, aan den eenen kant brand
+hebbende doen stichten, overrompelden ze aan de andere zijde, intusschen zich de Burgerij
+beijverde om den brand te blusschen.
+</p>
+<p>In de Nederlandsche beroerten hield deeze Stad de zijde des Konings van Spanje tot
+in het Jaar 1577, wanneer op den 16 Januarij, door <i>Schout, Burghemeesteren ende ghemeene Rade ende <span class="pageNum" id="pb20.14">[<a href="#pb20.14">14</a>]</span>Vroedtschap tot Weesp</i>, van wegens <i>Weesp</i> en <i>Weesper-Karspel</i> ghecommitteert wierden, die eersame <i>Jan Gerritz Cuijp</i> ende <i>Hillebrant Govertz</i>, om met den <i>Prince van Oranje</i>, als <i>Stadthouder over Hollandt, Zeelandt ende Vrieslandt</i> een verding aantegaan, het welk ook op den 29sten derzelver Maand wederzijds gesloten
+wierd: onder de articulen van dit verdrag zijn de voornaamste, <i>de vrijheid der Religie</i>, en <i>de Stad en ’t Carspel met gheenen soldaten te bezwaaren, ten waare door hoochnodigsten
+nood, daer het welvaren der lande, alsulcks ware vereischende, ende dan ’t zelve geschieden
+tot gemeijne costen der Landen van Hollandt ende Zeelandt</i>.
+</p>
+<p>Niettegenstaande het evengemelde verdrag ontstonden er in 1579 reeds eenige verschillen
+tusschen de Roomschen en Onroomschen, welker eerstgenoemden op aandrijving der Regeering
+den Hervormden Godsdienst ondernamen te stooren; ’t welk ten gevolge had, dat de Staten
+van Holland, <i>Willem Bardes</i>, Burgemeester van Amsteldam derwaards zonden, die zeven Persoonen uit de Vroedschap,
+en drie daar van nevens den Secretaris en ouden Pastoor, behoudens Goed en Eer, ter
+Stad uitzettede. De straf der oproerigen beval hij aan den Schout en de Wethouderen.
+Dan de ballingen kreegen spoedig vrijheid om weder tot de hunnen te rug te mogen keeren.—Na
+dit voorval schijnt alhier de Godsdienstige vrijheid en verdraagzaamheid in hogen
+top geweest te zijn, ’t welk bij de Hervormden in andere Steden zeer veel opziens
+baarde, en waar over de beruchte Leidsche Hoogleeraar <i>Saravia</i> in 1587 zich voor Gemagtigden der Staten in vrij bitse bewoordingen uitliet.
+</p>
+<p>Voor zo verre ons bekend is heeft deeze Stad in de Godsdienstige geschillen der vorige
+Eeuw geen deel gehad. Melding te maaken van oneenigheden met de Regeering en de Bailiuwen
+van Gooiland zou deeze beschrijving te langwijlig doen worden.
+</p>
+<p>In den Jaare 1672 wierd deeze Stad met eenen vijandlijken inval der Franschen bedreigd,
+en onder brandschatting gesteld; dan de penningen, daar toe ingezameld, zijn nimmer
+afgehaald; en men zegt, dat daar voor, met goedkeuring der Burgerij, toen het keurig
+Klokkenspel, waar mede de Kerktoren noch heden pronkt, vervaardigd is.
+</p>
+<p>In 1748 wierd het huis van den Pachter <i>Hogeveen</i>, door eenige <span class="pageNum" id="pb20.15">[<a href="#pb20.15">15</a>]</span>onverlaten, meestal vreemdelingen, geplunderd en afgebroken.
+</p>
+<p>Toen in de jongste onlusten de zucht tot Wapenoefening door gantsch Nederland veld
+won, was deeze Stad ook daaromtrent niet gevoelloos. Een Genootschap van Wapenhandel
+door eenige bijzondere persoonen reeds in November 1783 opgericht, doch nimmer door
+de Wethouderschap gewettigd, waar van de geachte Schrijver van het Vervolg op de Vaderlandsche
+Historie van <i>Wagenaar</i>, 8ste Deel, verkeerd onderricht is, was van eenen korten duur, vermits Heeren Burgemeesteren
+zulks, om bijzondere redenen, afkeurden: wordende de Schutterij in betere orde gebragt,
+welke langzamerhand tot dien luister steeg, waarin zij in 1786 en 1787. de bewondering
+der kenneren wegdroeg.
+</p>
+<p>Bij het formeeren van het Cordon van de Maaze tot aan de Zuiderzee, kwam alhier op
+den 2den October 1786 in Guarnisoen het 2de Bataillon van <i>Onderwater</i>, sterk 350 Mannen, ’t welk ter versterking van de Forten Uitermeer en Hinderdam,
+bij beurtverwisseling, Detachementen afzond.—Op den 16 September 1787, bij gelegenheid
+van het verlaten der Stad <i>Utrecht</i>, kwam hier ter versterking in Guarnisoen, een Bataillon van het Regiment <i>Amsteldam</i> (waardgelders).—Den volgenden dag verscheen een Detachement Pruisische Cavallerij
+voor de Poort, doch vlugtte weldra op het alarm dat binnen de Stad gemaakt wierd.
+De volgende dagen rukten ter verdediging der Stad noch verscheide Bataillons Infanterij,
+benevens een aantal Cavallerij binnen. Alles wierd ter Defensie in het werk gesteld.
+Dan op den 23sten September des morgens ten half vijf uuren wierden door een gewapend
+Kofschip, dat op de Vecht lag, seinschoten gedaan; het gantsche Guarnisoen vloog in
+de Wapenen, en welhaast vielen de Pruisische troupen de Stad aan de Oost, Zuid en
+Westzijde gelijktijdig aan, doch wierden genoodzaakt met verlies aftewijken.—Op den
+26sten wierd op hooge order de Stad aan de Pruisische troupen ingeruimd, hebbende
+de brave en achtingwaardige <i>Commandant</i> <span class="sc">G. van de Poll</span>, met den Generaal Majoor <span class="sc">Von Kalkreuth</span>, eene capitulatie gesloten, waar bij onder anderen, <i>de uittocht van het Regiment Dragonders van Bijland, het Bataillon van Bijland Infanterij,
+het Bataillon van het Regiment Walons van van de Poll, en het Detachement <span class="pageNum" id="pb20.16">[<a href="#pb20.16">16</a>]</span>Artilleristen met alle Krijgseer toegestaan, en aan de Stad Weesp, aan derzelver Burgerije
+en aan een ieder hoofd voor hoofd in ’t bijzonder de onbepaaldste bescherming beloofd
+wierd</i>: de getrouwe naarkoming daar van, heeft dien Pruisische Veldoversten toen de achting
+der Weespenaaren doen wegdragen.——Ingevolge de geslotene Capitulatie kwam des avonds
+van dien dag een Detachement Pruisschen post vatten, trekkende den volgenden dag het
+Hollandsch Guarnisoen met slaande trom en vliegende Vaandels uit. Zedert dien tijd
+tot den 8sten October zijn wij met een talrijk Guarnisoen, dat somtijds uit 13 à 1400
+man bestond, bezwaard geweest; dan waar van de overgave van <i>Muiden</i> en <i>Diemerbrug</i> ons merkelijk verlichtte. Den 21sten December wierd hier geïnquartierd één Compagnie
+van het Pruisisch Regiment van <i>Woldeck</i>, onder Commando van den Hopman <i>von Siegroth</i>, welke den 2 Mai 1788 door een Detachement Zwitsers van <i>Maij</i> wierd afgelost. Sints dien tijd is <i>Weesp</i> tot heden met krijgsvolk bezet gebleven: zijnde in alle deeze omstandigheden niemant
+der Burgeren met eenige Militairen belast geweest, daar de <i>nooitvolprezen Stads-regeering</i> dezelve in ledigstaande huizen en pakhuizen eene geschikte verblijfplaats bezorgde.
+</p>
+<p>Nu gaan wij over tot de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Dagelijks gaan en komen er vijf Schuiten naar en van Amsteldam.
+</p>
+<p>De Veerschuiten van Hilversum, ’s Graveland, de beide Loosdrechten, Nederhorst (den
+Berg), Nichtevecht, Vreêland en anderen varen hier door naar en van Amsteldam.
+</p>
+<p>’s Weeklijks des Vrijdags vaart, in den Zomer, een Schuit op Utrecht, ’t welk des
+Winters alle veertien-dagen geschiedt.
+</p>
+<p>De Veerschepen van Arnhem, Wageningen, Rheenen, Wezel en anderen passeeren langs de
+Vecht voorbij deeze Stad.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>.
+</p>
+<ul>
+<li>De Roskam.
+</li>
+<li>De Eendragt.
+</li>
+<li>De Oude Prins, benevens eenige anderen voor den minvermogenden Reiziger.</li>
+</ul><p>
+<span class="pageNum" id="pb21.1">[<a href="#pb21.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="weesper-kerspel" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1322">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main">ALGEMEENE BESCHRIJVING<br>
+<span class="ex">VAN</span><br>
+<span class="ex">WEESPER-KERSPEL</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Eenige landen of polders, rondsom <i>Weesp</i> gelegen, is men gewoon zamentetrekken, onder de benaaming van <i>Weesper-Kerspel</i>, en dit Kerspel verdeelt men weder in vier deelen, die men den naam geeft van <i>Stokken</i>, zijnde naamlijk,
+</p>
+<ul>
+<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">1.)</span> <i>Bijlemer</i>,
+</li>
+<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">2.)</span> <i>De Gaasp</i>,
+</li>
+<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">3.)</span> <i>Het Gein</i>, en
+</li>
+<li class="numberedItem"><span class="itemNumber">4.)</span> <i>Overvecht</i>, waaronder <i>Uitermeer</i>.</li>
+</ul><p>
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
+</p>
+<p>Deeze is, gelijk gezegd is, rondsom <i>Weesp</i>; zijnde over het algemeen eene zeer aangenaame landsdouw, voorzien van goed wei-
+en moes-land, aangenaame wandelingen, en alle landlijke schoonheid; gelijk dan ook
+des zomers, een tourtjen, naar een of ander gedeelte van dit Kerspel, eene geliefde
+uitspanning is voor de naastbijgelegene stedelingen, met naame voor de <i>Amsteldammers</i>.
+<span class="pageNum" id="pb21.2">[<a href="#pb21.2">2</a>]</span></p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>
+</p>
+<p>Van dit Kerspel wordt op de quohieren der verpondingen bepaald op, 2207 morgen, 550
+roeden lands; in den jaare 1632, telde men in het geheele Kerspel 124 huizen, en na
+honderd jaaren, naamlijk in 1732, werden in de lijsten der verpondingen voor dat Kerspel
+153 huizen gebragt.
+</p>
+<p>Het
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
+</p>
+<p>Van Weesper-Kerspel, is hetzelfde als dat van de Stad <i>Weesp</i>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Het Kerspel heeft een afzonderlijk rechtsgebied met de gezegde Stad; welk rechtsgebied
+echter nu en dan oorzaak van eenige verschillen geweest is, tusschen Burgemeesteren
+der Stad <i>Weesp</i> voornoemd, en de ingelanden van het Kerspel, welke verschillen echter van geen gevolg
+van aanbelang geweest zijn.
+</p>
+<p>Thans zijn de vier bovengemelde stokken, waarin <i>Weesper-Kerspel</i> verdeeld wordt, geschikt onder twee rechtbanken; waarvan de <i>Bijlemer</i> alleen één, en de andere drie stokken, naamlijk de <i>Gaasp</i>, het <i>Gein</i>, en <i>Overvecht</i> met <i>Uitermeir</i> de andere rechtbank uitmaakt: in beide spant de Hoofdofficier, (zijnde thans de Wel-Ed.
+Gestr. Heer, Mr. <span class="sc">Gerrit Corver Hooft</span>, Bailluw van <i>’s Graaveland</i>, Drossaart en Castelein van <i>Muiden</i>, Bailluw en Dijkgraaf van <i>Naarden</i> en <i>Gooiland</i>, Hoofdofficier van <i>Weesp</i>, enz enz.) met den Stedehouder en Schout, en zeven Schepenen, de Hooge Vierschaar,
+welke Schepenen ook met den Schout, of Stedehouder der stokken, of van het Kerspel
+in ’t algemeen, (zijnde eigenlijk een substituut van den Hoofdofficier voornoemd,
+en dezelfde persoon die het Schoutsamt over de stad <i>Weesp</i> waarneemt,) aan hun hoofd, in ’t civile <span class="pageNum" id="pb21.3">[<a href="#pb21.3">3</a>]</span>vonnissen—de tweede gemelde rechtbank, die naamlijk uit drie Stokken zamengesteld
+is, heeft mede zeven Schepenen, van welken de Hoofdofficier voornoemd, volgends resolutie
+der Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i>, van den 20 Maart des jaars 1663, gehouden is in het eene jaar vier Schepenen te
+kiezen, die in de Stokken woonachtig zijn, bij welken hij als dan drie anderen, (want
+alle de zeven Schepenen gaan jaarlijks af,) uit de ingelanden voegen mag, die geen
+vaste woonplaatsen in de Stokken hebben; in het andere jaar moet hij drie Schepenen
+van de zeven kiezen in de Stokken woonachtig zijnde, wordende de overige vier uit
+de ingelanden er bij gevoegd.
+</p>
+<p>De andere rechtbank, naamlijk die van de <i>Bijlemer</i>, heeft vijf Schepenen, die mede jaarlijks afgaan, en waarvoor door den Hoofdofficier,
+meergemeld, vijf anderen verkozen worden; op dezelfde wijze als van de voorgaande
+Stokken, (zamen de tweede rechtbank uitmaakende,) gezegd is: ’t eene jaar drie inwooners,
+en twee ingelanden, en het andere jaar twee inwooners en drie ingelanden.
+</p>
+<p>Beide rechtbanken, dat is geheel het Kerspel, heeft één Secretaris, die tevens Secretaris
+van <i>Weesp</i> is.
+</p>
+<p>Voords worden de beide rechtbanken van het Kerspel, bediend door éénen Bode, die door
+den Bailluw wordt verkozen.
+</p>
+<p>„Ten aanzien van het Schoutsamt,” leezen wij, en welke aantekening gemaakt is uit
+berichten, den aantekenaar medegedeeld, „is gebeurd, dat de Bailluw van <i>Gooiland</i>, als Hoofdofficier van <i>Weesper-Kerspel</i>, in den jaare 1541, eenen anderen Schout dan die van <i>Weesp</i> over het Kerspel aanstelde; doch Burgemeesteren dier stad, vielen hierover klagtig,
+aan den Hove van <i>Holland</i>, en bij uitspraak werd vastgesteld, dat dit amt door denzelfden persoon zou worden
+bekleed.”
+</p>
+<p>„De Ridder <span class="sc">Hooft</span>, als Hoofdofficier van <i>Weesp</i> en <i>Weesper-Kerspel</i>, had, in den Jaare 1632, eenige moejelijkheid, met die van het Kerspel, over het
+aanstellen van eenen Secretaris; <span class="pageNum" id="pb21.4">[<a href="#pb21.4">4</a>]</span>alzo de huislieden eenen anderen Secretaris over hunne gerechten wilden aangesteld
+hebben; maar hierin is geene verandering voorgevallen.”
+</p>
+<p>Alles wat wegens de verdere artijkelen van ons plan, nopens <i>Weesper-Kerspel</i> in het algemeen, gezegd moet worden, hebben wij onder onze beschrijvingen van iederen
+Stok in ’t bijzonder aangetekend.
+</p>
+<p>Wees- of Arm-meesters, worden in dit Kerspel in iederen Stok afzonderlijk aangesteld;
+de weezen worden in de Stad <i>Weesp</i> in de Weeshuizen bezorgd, en armen, die er komen, worden door de Arm-meesters bij
+de opgezetenen, ieder in zijnen eigenen Stok, besteed.
+<span class="pageNum" id="pb21.5">[<a href="#pb21.5">5</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="bijlemer" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1328">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
+<span class="ex">BIJLEMER</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Wat aanbetreft de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>,
+</p>
+<p>Van deezen Stok, van <i><span class="corr" id="xd32e15052" title="Bron: Weesper-kerspel">Weesper-Kerspel</span></i> (welke stok verdeeld wordt in <i>Oost-</i> en <i>West-Bijlemerpolder</i>) kan gezegd worden te paalen ten oosten aan het <i>Gein</i>, ten noordoosten aan de <i>Gaasp</i>, en ten noordwesten aan de <i>Bijlemermeir</i>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
+</p>
+<p>Hiervan kan niets met zekerheid gezegd worden, ten minsten voor zo verre ons bekend
+is: het draagt ook den naam van <i>Bijlemer-broek</i>, of, naar eene oudere spelding <i>Bijlemer-brouk</i>; ook <i>Bijlemermeir-brouk</i>, en eenvoudiglijk <i>Bijlemer</i>: in zekere oude brieven wordt het ook <i>Windelmerebroke</i> genoemd, hetwelk, volgends het geen <span class="sc">Commelijn</span> ons verzekert, op <i>Bijlemer-broek</i> of de <i>Bijlemer</i> toegepast moet worden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>Daar de grootte der vier Stokken van <i><span class="corr" id="xd32e15097" title="Bron: Weesper-kerspel">Weesper-Kerspel</span></i> zamengenomen opgegeven worden, (gelijk wij hiervoor ook gezien hebben,) is de grootte
+van iederen Stok niet afzonderlijk te bepaalen: de <i>Bijlemer</i> intusschen, ofschoon van ouds niet zeer groot geweest <span class="pageNum" id="pb21.6">[<a href="#pb21.6">6</a>]</span>zijnde, was echter uitgestrekter vóór de bedijking der <i>Bijlemermeir</i>, dan thans na die bedijking; alzo met dezelfde bedijking, eene menigte van de <i>Bijlemer-landen</i> in de bedijking getrokken zijn.
+</p>
+<p>Het
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
+</p>
+<p>Van de <i>Bijlemer</i>, als een bijzonderen Stok van <i>Weesper-kerspel</i>, is hetzelfde als van geheel het Kerspel, hetwelk, gelijk wij gezien hebben, ook
+hetzelfde is als van de stad <i>Weesp</i>.
+</p>
+<p>Wegens ons artijkel <span class="sc">Kerklijke</span> en <span class="sc">Godsdienstige Gebouwen</span>, kan, betreffende de <i>Bijlemer</i>, niets aangetekend worden; de <i>Bijlemers</i>, zijn wel van drieërleien kerkgemeenten, naamlijk, <i>Gereformeerden, Lutherschen</i>, en <i>Roomschen</i>, doch geen van allen heeft in den Stok, kerk of school; de <i>Gereformeerden</i> moeten te <i>Diemen</i> of elders te kerk gaan; de <i>Roomschen</i> hebben eene nadere gelegenheid, naamlijk aan de <i>Diemerbrug</i>, alwaar eene <i>Roomsche kerk</i> gevonden wordt, gelijk wij ten zijner plaatse aangetekend hebben; en de weinige <i>Lutherschen</i> welken er zijn, gaan naar <i>Amsteldam</i> om het nachtmaal te houden, terwijl zij hunnen gewoonen Godsdienst bij de <i>Gereformeerden</i> te <i>Diemen</i> waarneemen.
+</p>
+<p>Dewijl in de <i>Bijlemer</i> ook geen school gevonden wordt, zijn de opgezetenen aldaar verpligt hunne kinderen,
+in welken Godsdienst zij opgetrokken worden, naar het dorpschool te <i>Diemen</i> te zenden; aan de <i>Diemerbrug</i> is wel een schooltjen, doch zulks is slechts geschikt voor zeer kleine kinderen:
+deeze ongelegenheid, met betrekking tot het hoogst nuttig onderwijzen van de jeugd,
+heeft ten gevolge dat er eene diepe onweetendheid onder de <i>Bijlemers</i> gevonden wordt, waarom het wel te wenschen ware, dat daarin door het aanleggen van
+een algemeen school voor den Stok zelven, voorzien wierde: ligtlijk verstaat men dat
+het de kinderen niet toebetrouwd kan worden, zo ver van huis, als <i>Diemen</i> gelegen is, ter schoole te gaan: alwaarom zij gemeenlijk ten minsten reeds den ouderdom
+van agt of negen jaaren bereikt hebben, <span class="pageNum" id="pb21.7">[<a href="#pb21.7">7</a>]</span>eer zij het onderwijs van eenen meester kunnen gaan bijwoonen, en op deeze jaaren
+zijn zij al bekwaam om hunne ouders in de beroepsbezigheden, bestaande voornaamlijk
+in melkerijen en tuinderijen, eene behulpzaame hand te bieden, waarvan dan ook niet
+zelden het gevolg is, dat zij des zomers daartoe gebruikt worden, dewijl het zomerwerk
+van den landman in ’t algemeen, veele arbeidzaame handen, en die onophoudelijk bezig
+zijn, vereischt: een groot gedeelte van den zomer blijven de kinderen derhalven uit
+de school, voornaamlijk dezulken, wier ouderen niet vermogend genoeg zijn om de benodigde
+handen in huur aantestellen, ’t welk intusschen het geval van de meesten is, want
+weinige <i>Bijlemers</i> kan men gegoede landlieden noemen—de zomer dus sukkelende, wat het schoolgaan betreft,
+doorgebragt hebbende, gaat het des winters nog erger, ter oorzaake van de guurheid
+des saisoens, en de onbruikbaarheid der verre wegen; voeg hier bij, een leven zonder
+eenige gezelligheid, ieder gezin geheel afgezonderd in zijne hut opgesloten, dewijl
+de wooningen bijna een quartier uurs van elkander gelegen zijn; en ouders die meestal
+dezelfde of dergelijke opvoeding gehad hebben; wat anders kan dan het gevolg weezen
+dan eene beklaagelijke onweetendheid?—dat de domme berisper van zijne naasten, die
+stelt dat alle onweetendheid eigenschuldig is, (zulke zotte berispers zijn er; die
+genoeg zamenleeving heeft, is er zo wel als wij van overtuigd,) dat deeze zeg ik,
+zulke en dergelijke streeken onzes Lands, als waarover wij thans spreeken, bezoeke;
+dat hij de bewooners derzelven onbevooroordeeld raadpleege, en hij zal wel rasch zien,
+is hij anders niet willens blind, hoe geheel onschuldig het is dat er menschen gevonden
+worden, bij welken de hoogste onkunde, en bijgeloovigheid, (want deeze is tog een
+gevolg van een onverlicht oordeel,) heerscht—noch geoefende menschen, noch boeken,
+worden in de zeer bepaalde zamenleeving der <i>Bijlemers</i> gevonden; hoe zou er dan eenige verlichting kunnen plaats hebben?
+<span class="pageNum" id="pb21.8">[<a href="#pb21.8">8</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Het eenige dat wij onder dit artijkel kunnen aantekenen, is het Rechthuis van de <i>Bijlemer</i>, staande aan het begin van het grondgebied, van den kant van het <i>Weesper-tolhek</i> gerekend; het is een net vierkant maar klein gebouw, hetwelk echter niets bijzonders
+aan zig heeft, zo min van binnen als van buiten: er staat een aartig klein torentjen
+op, waarin een klok, die van binnen getrokken wordt: dezelve wordt geluid bij gelegenheid
+van eene of andere gerechtlijke afleezing.
+</p>
+<p>Voor het huis staat een geesselpaal, die echter, volgends verzekering der oudste ingelanden,
+bij geen menschen geheugen gebruikt is geworden; ook maakt men in dit rechthuis geen
+gebruik van gevangenhouding; zo er al eens een gevangene is, wordt dezelve te <i>Weesp</i> in bewaaringe gezonden; zelfs wordt het Rechthuis niet gebruikt tot het vergaderen
+der Regeering over de <i>Bijlemer</i>; voorheen geschiedde zulks wel; doch sedert zitten de Regenten over deezen Stok,
+op het Stadhuis te <i>Weesp</i>, als leden van <i>Weesper-kerspel</i>.
+</p>
+<p>Ons artijkel <span class="sc">regeering</span> kunnen wij hier met stilzwijgen voorbijgaan, alzo wij hetzelve in ’t artijkel van
+dien naam onder <i>Weesper-kerspel</i> verhandeld hebben.
+</p>
+<p>Van <span class="sc">voorrechten</span> der <i>Bijlemers</i>, vinden wij nergens iet bijzonders aangetekend.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>Bestaan, gelijk gezegd is, in het kweeken van moes, en in melkerijen: het moes wast
+er bijzonder goed, voornaamlijk kool en peulvruchten.
+<span class="pageNum" id="pb21.9">[<a href="#pb21.9">9</a>]</span></p>
+<p>Wat de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>
+</p>
+<p>Van deezen Stok van <i>Weesper-kerspel</i> in ’t bijzonder betreft; deeze bepaalen zig hoofdzaaklijk bij die van de <i>Bijlemermeir</i>, waarvan straks nader.
+</p>
+<p>En wat aangaat onze jongstledene gebeurtenissen, uit de gelegenheid van den grond,
+in <i>Weesper-kerspel</i> naamlijk, dat is nabij <i>Weesp</i>, is te besluiten dat de <i>Bijlemer</i> daarvan niet bevrijd is gebleven; voor zig zelve echter zoude het daarmede niet te
+doen gehad hebben; niet verder als wat betreft het overlastig doortrekken van de <i>Pruissen</i>, van den kant van <i>Weesp</i> naar <i>Amsteldam</i>; doch daar dat doortrekken tegenstand geboden werd, viel er ook vrij wat meer te
+doen.
+</p>
+<p>De gewapende burgers, naamlijk, waakzaam op de zaak die zij aangenomen hadden te verdedigen,
+en voor overval van buiten beducht, hadden eene sterke batterij gelegd even door het
+<i>Weesper-tolhek</i>, aan het begin van de <i>Bijlemer</i>; ’t sprak derhalven van zelf dat de <i>Pruissen</i>, bij hunne aannadering van <i>Amsteldam</i>, hier geen vrijen doortogt hadden, en den tegenstand gewaarwordende bragt hun oogmerk
+het wegnemen van denzelven noodzaakelijk mede; er volgde derhalven eenen aanval, die
+echter ook met mannenmoed beantwoord werd; de <i>Pruissische kogels</i> vloogen in menigte door de wooning van den tollenaar, en een ander belenden het Raadhuis
+staande boerehuis; (waarvan de blijken, in de nieuwe ingezetten stukken muurs nog
+duidelijk gezien worden;) terwijl de Patriotten niet nalieten den vijand in gelijke
+taal te beantwoorden; doch men weet hoe deezen hebben moeten goedvinden, den <i>Pruissen</i> den doortogt toetelaaten, het geen ten gevolge had dat de bewooners aldaar, die echter
+meest, op eenige knechts of meiden na, de wijk naar <i>Amsteldam</i> genomen hadden, niet weinig overlast leeden, vooral van die manschappen <span class="corr" id="xd32e15264" title="Bron: welden">welken</span> hun als bezetting gelaten werden: de bewooners der huizingen, die, gelijk wij gezegd
+<span class="pageNum" id="pb21.10">[<a href="#pb21.10">10</a>]</span>hebben, gevlugt waren, werden in hunne wooningen terug geroepen, onder de bedreiging
+dat anders hunne geheele nagelatene bezitting, (men kan in dergelijke gelegenheden
+niet alles, dikwijls verre het minste, medeneemen,) aan de genade en ongenade van
+den soldaat overgegeven zoude worden: aan dit bevel werd gehoorzaamd; en de manschap
+werd bij de bewooners geïnquartierd: één van allen, eene weduwe, moest er niet minder
+dan zeven-en-twintig bergen, en de kost geeven; een gezelschap waarover zij, (volgends
+haar eigen zeggen,) op verre na niet voldaan is, en weshalven zij ook geen verlangen
+heeft om andermaal zulk een huishouden onder haar dak bijtewoonen—vermids voords den
+aanmarsch op <i>Amsteldam</i> vervolgd werd, en voor de <i>Bijlemer</i>, of den bodem van dat gebied, niet meer te vreezen was, kwamen de opgezetenen, met
+het gezegde vrij.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Naamlijk directen, zijn hier niet voorhanden; men kan zig te voet naar de <i>Diemerbrug</i>, of naar <i>Weesp</i> enz. begeven, alwaar men de gewoone reisgelegenheden dier plaatsen kan waarneemen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>.
+</p>
+<p><i>Gaaspzicht</i>, bij de <i>Bijlemerbrug</i> aan ’t begin van de <i>Gaasp</i>, zijnde tevens eene uitspanning; andere Herbergen zijn er niet van eenig aanbelang,
+of welken dien naam verdienen te draagen, niettegenstaande men hier en daar gelegenheid
+vinde om zig te kunnen ververschen.
+<span class="pageNum" id="pb21.11">[<a href="#pb21.11">11</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="bijlemermeir" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1333">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
+BIJLEMERMEIR.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De nabijgelegenheid van deeze Meir bij de <i>Bijlemer</i>, veroorlooft ons hier de beschrijving derzelve te laaten volgen.
+</p>
+<p>Men kan haare
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
+</p>
+<p>Bepaalen te zijn, ten noordwesten en ten westen van de <i>Bijlemerlanden</i>, en ten noorden van <i>Weesper-kerspel</i>, zijnde voords omtrent een quartier uur gaans ver van de <i>Watergrafts-</i> of <i>Diemermeir</i>: het is een waterplas van goede drie uuren in den omtrek.
+</p>
+<p>Dewijl deeze Meir, na droog geweest te hebben, weder tot eene waterplas geworden is,
+gelijk wij nader zullen verhaalen, is de gelegenheid derzelve op verre na niet zo
+vermaaklijk als die van de <i>Diemer-</i> of <i>Watergrafts-meir</i>; zo aangenaam als eene wandeling om den ring van deeze is, zo onaangenaam is zulk
+eene wandeling rondsom de <i>Bijlemermeir</i>: op verre afstanden van elkander liggen eenige bouwerijen en melkerijen, waardoor
+de gezegde wandeling allerlastigst eenzaam wordt: de ring ligt geheel woest, en heeft,
+met één woord, niets aangenaams.
+</p>
+<p>Vermaaklijkst nog is de wandeling naar den Meirkant, door het groenland, zo als men
+aldaar spreekt, dat is door de bebouwde landen binnensdijks gelegen: vóór de overstrooming
+bovengemeld, moet, volgens overleveringen, deeze droogmaak geene onaangenaame wandelplaats
+geweest zijn; men verhaalt, onder anderen dat er een laan gelegen heeft, van het <i>Weesper-tolhek</i>, dwars over de meir, tot aan <i>Abcoude</i>.
+<span class="pageNum" id="pb21.12">[<a href="#pb21.12">12</a>]</span></p>
+<p>Men wil dat deeze Meir, benevens de geheele <i>Bijlemer</i>, weleer die landen geweest zijn, die de Heeren uit den Huize van <span class="sc">Amstel</span>, aan den Bisschop van <i>Utrecht</i> hebben afgestaan, in den zoen van den Jaare 1285; „Doch hoe deeze landen”, zeggen
+de schrijvers van den <i>Tegenwoordigen staat van Holland</i>, „naderhand weder aan de Graaflijkheid van <i>Holland</i> zijn gekomen, weeten wij niet te zeggen.”
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>,
+</p>
+<p>Kan niets anders gezocht worden, dan in de nabijheid van de <i>Bijlemer</i>, zeggende den naam van <i>Bijlemermeir</i>, de Meir die bij de <i>Bijlemerlanden</i>, gelegen is.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">AANLEG <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>De aanleg moet, en het geen van zelf spreekt, niet anders verstaan worden, dan van
+het bedijken der Meir, hetwelk, (benevens het uitmaalen der plasse,) zijn vollen beslag
+had in den jaare 1627, gelijk nader verhaald zal worden.
+</p>
+<p>De grootte hebben wij niet te weeten kunnen komen, niet anders dan dat de ringdijk
+die er om gelegen is, en derhalven de Meir in zijnen omtrek, beslaat eenen weg van
+drie uuren gaans, gelijk wij boven reeds zeiden.
+</p>
+<p>Dewijl het droogmaken deezer Meir, met geen wenschlijken uitslag bekroond is geworden,
+en de bewooning derzelven, of liever van den ring, gelijk wij ook reeds zeiden, zeer
+gering is, zijn hier ook noch <span class="sc">kerklijke</span>, noch <span class="sc">wereldlijke gebouwen</span> voorhanden, en daar de weinige bewooners van den ringdijk, rondsom de meir, crimineel
+en civil voor de rechtbanken van <i>Amsteldam</i> of <i>Weesp</i> betrokken worden, (echter heeft de meir haar eigen Bailluw en Dykgraaf, Schout en
+Secretaris,) en wij derhalven in ons artijkel <span class="sc">regeering</span> ook niets te zeggen hebben, blijft ons weinig meer aantetekenen, dan wegens de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>
+</p>
+<p>Van de bewooners van den ringdijk, die door het instorten van modder reeds goede gronden
+binnensdijks aangewonnen hebben; <span class="pageNum" id="pb21.13">[<a href="#pb21.13">13</a>]</span>daarin bestaande naamlijk dat zij gerechtigd zijn tot dezelfde gronden, als de bebouwers
+van de <i>Watergraafsmeir</i>; zie onze beschrijving van die Meir, Art. <span class="sc">Voorrechten</span>.
+</p>
+<p>De Ingelanden van de Meir, hebben, volgens gemaakte overeenkomst, ook vrijheid van
+in de meir te mogen visschen, niettegenstaande de verpachting derzelve, waarvan nader.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Ingevolge het gezegd aanwinnen van land, door het plempen van modder, bestaan de bezigheden
+van de bewooners der Meir, of liever van die van den ringdijk in moestuinderijen en
+melkerijen; geen van beiden zijn echter talrijk, om dat de ring niet dan op ruime
+afstanden bewoond wordt—de Meir zelve wordt voords door de steden <i>Amsteldam</i> en <i>Weesp</i>, ten gemeenen voordeele verpacht, thans voor eene somme van <span class="sc">duizend guldens</span>, waarbij nog ruim <span class="sc">vierhonderd guldens</span> aan onkosten van knechts, schuiten, en netten moet gerekend worden; indien wij voords
+verzekeren dat die verpachting nog aanzienlijken winst opbrengt, zal men kunnen besluiten
+tot de overvloed van visch welke in dat water gevangen moet worden: de voornaamste
+visch die er gevangen wordt is paling, baars en karper; de laatste wordt er meest
+door de <i>Jooden</i> opgekocht; de baars door de visschers aan de Schulpbrug, en de paaling wordt grootendeels
+door den pachter zelven alomme gesleten.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS</span>.
+</p>
+<p>Wij hebben reeds gehoord dat niet geweeten wordt hoe deeze Meir, zo wel als de <i>Bijlemer</i> zelve, na de Heeren van <i>Amstel</i> dezelve aan den Bisschop van <i>Utrecht</i> hebben moeten afstaan, weder aan de Graaflijkheid van <i>Holland</i> is gekomen, dit is zeker dat zij er aangekomen zijn, reeds sedert den jaare 1622,
+want toen werd er van de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> octrooi verzocht en ook verkregen om deeze Meir te mogen bedijken, droog te maaken,
+en in eigendom te mogen houden, op eene erkentenis van duizend guldens jaarlijks;
+een verlof dat in de daad in ons Land wel zonder erkentenis mogt gegeven worden; aangezien
+het gevaar waarmede deeze en dergelijke streeken het Land over ’t algemeen <span class="pageNum" id="pb21.14">[<a href="#pb21.14">14</a>]</span>dreigen—de gezegde duizend guldens jaarlijks zouden verdeeld worden over de morgentalen
+van de bedijkte Meir, mits de Ingelanden wier landen in de bedijking zouden betrokken
+zijn, (zie hier voor de Beschrijving van de <i>Bijlemer</i>, art. <span class="sc">Grootte</span>,) te vergenoegen en op zodanige voorwaarden van bestuuring over de drooggemaakte
+landen, als meesttentijds bij het bedijken van meiren of waterplassen verzocht wordt,
+midsgaders vrijdommen van lasten voor eenige jaaren—dit groote en nuttige werk, had
+ook waarlijk zijnen voordgang, en dat niet alleen, maar ook zijn goed gevolg, zodanig
+naamlijk, dat de Meir in den jaare 1627 droog geweest is; als wanneer door de onderneemers
+of Ingelanden aan de Heeren Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> verzocht werd om het Hooge, Middenbaare en Laage rechtsgebied over de drooggemaakte
+landen te mogen oefenen, dat hun ook geredelijk toegestaan werd; in gevolge van welke
+vergunning de drooggemaakte landen, zo lange zij bestaan hebben, ook hunnen eigenen
+Baljuw hebben gehad; en wel tot den jaare 1702, toen (tusschen den 5 en 6 April,)
+eenen hevigen storm, den ringdijk der Meir zodanig van het buitenwater deed lijden,
+dat dezelve doorbrak, en de geheele droogmaak weder in een Meir deed veranderen; dat
+is bijna in die gedaante waarin wij dezelve nog heden ten dage zien.
+</p>
+<p><span class="sc">L. Smids</span>, in zijn <i>Oorlogend Europa</i>, bladz. 126, stelt de voorgemelde tijd van volbragt werk, wegens deeze droogmaaking,
+vier jaaren laater, naamlijk in 1631; hij zegt naamlijk: „Tusschen den 5 en 6, (April
+1702,) hadt men bij nacht eenen droevigen watersnood, rondsom <i>Amsteldam</i>, tot aan <i>Haarlem</i> en <i>Edam, Utrecht</i> en <i>Amersfoord</i>, zijnde de dijken bij <i>Muiden</i> weggespoeld, en de <i>Bijlemermeir</i>, tusschen <i>Diemen</i> en <i>Gaasp</i>, <span class="sc">anno 1631 bedijkt</span>, nu weder gantsch overspoeld:” ongetwijfeld moet dit verschil der jaartallen gebragt
+worden, tot den tijd der voltooide droogmaaking, en den tijd dat de in die droogmaak
+aangehoogde gronden bebouwbaar waren.
+</p>
+<p>„Dit ongeval,” leezen wij, „is aan de landen deezer bedijkinge te vooren nogmaals
+overgekomen, in den jaare 1672, (gelijk wij in onze beschrijving van de <i>Diemer-</i> of <i>Watergrafts-meir</i> mede aangetekend hebben; zie aldaar) „toen de nabijheid der <i>Franschen</i> de Regeering der Stad <i>Amsteldam</i> deed oordeelen dat het tot haare veiligheid noodzaaklijk was, alle <span class="pageNum" id="pb21.15">[<a href="#pb21.15">15</a>]</span>de landen die digt omtrent haar gelegen waren, onder water te zetten: dit ongemak
+scheen men tot weering van den vijand geduldig te lijden, en zig op nieuw de droogmaaking
+te getroosten; maar na de laatste doorbraak, in 1702, hebben de Ingelanden nimmer
+eene volstrekte uitmaalinge van het water in deeze Meir ondernomen: dit was ongetwijfeld
+de oorzaak”, vervolgt onze schrijver, „dat de steden <i>Amsteldam</i> en <i>Weesp</i>, zekerlijk tot behouding der onderlinge gemeenschap, te raaden geworden zijn de <i>Bijlemermeir</i> te aanvaarden, op zodanige voorwaarden, als zij met de eigenaars zouden verdragen;
+waartoe deeze twee steden met elkander eene overeenkomst aangingen, den 20 November
+des jaars 1702; waarbij vastgesteld werd dat van wederzijde voor de helfte in de onkosten
+zoude gedragen worden, tot het herstellen van den dijk, en het droog- of dras-maalen
+van de Meir, als mede tot het jaarlijks onderhouden van den dijk, met het geen er
+toe behoorde van molens als anderzins; waartoe wederom de voordeelen wederzijds ter
+helft zouden genoten worden van de tollen, vogelkooi, visscherij, ’t riet- en gras-gewas
+van den dijk, en wat verder ten nutte zoude kunnen komen.”
+</p>
+<p>Den 24 Augustus des jaars 1703 volgde hierop eene overeenkomst tusschen de gemelde
+steden <i>Amsteldam</i> en <i>Weesp</i>, ter eener, en de Ingelanden van de Meir ter andere zijde, waarbij de steden gemagtigd
+werden, tot alles wat ter behoudenisse van den dijk, en tot bewaaring van den boezem
+der Meir zoude mogen dienen, als mede om van binnen om den dijk modder of andere stoffen
+te brengen, drijfbalken te leggen, enz. alles zonder tegenspraak van de Ingelanden,
+die echter in tegendeel de molen aan zig zouden houden, en ieder van hun zijne huizen
+en getimmerten, om daar naar welgevallen mede te mogen handelen: ook zouden de Ingelanden
+bovendien de visscherij over de geheele Meir behouden; maar wat betreft den dijk zelven,
+het genot daarvan, mits er geene beesten over moesten loopen, voords ook het riet-
+en gras-gewas, rondsom de geheele Meir, zou verdeeld worden tusschen de meergemelde
+twee steden ter eener, en de Ingelanden ter andere zijde, iedere partij voor de zuivere
+helft: de gezegde steden zouden voords niet gehouden zijn te draagen in de schulden
+en eisschen, loopende ten lasten van de Ingelanden.
+<span class="pageNum" id="pb21.16">[<a href="#pb21.16">16</a>]</span></p>
+<p>Ten aanzien van het droogmaalen der <i>Bijlemermeir</i>, is sedert niets meer voorgevallen, dan dat men door het instorten of plempen van
+modder (waarvan wij reeds iet zeiden,) langzaamerhand land aanwint; ’t is te hoopen
+dat deeze moejelijke taak van tijd tot tijd voordgezet zal worden; en ’t is te berekenen
+dat het mogelijk is, door dat middel, ofschoon niet binnen weinige jaaren, de breede
+waterplas onder bedwang te krijgen, niet alleen, maar zelfs haar gevreesd vermogen
+zodanig te verzwakken dat zij, om zo te spreeken, het hoofd voor den ijver des arbeids
+zal moeten onderhaalen, en het water in vruchtbaar land veranderd zal worden, zonder
+de zwaare onkosten van uitmaalinge.
+</p>
+<p>Geene andere
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>,
+</p>
+<p>Zijn hier voorhanden, dan op den ringdijk, niet verre van het <i>Bijlemer rechthuis</i>, een boerewooning, die in den groote doorbraak van den jaare 1702, waardoor alles
+overstroomd, en weggespoeld is, alleen is blijven staan; en in die woning nog een
+teken aan één der wanden van dezelve, aanwijzende hoe hoog het water, bij gelegenheid
+van die doorbraak, gestaan heeft.
+</p>
+<hr class="tb"><p>
+</p>
+<p>Onze artijkels <span class="sc">reisgelegenheden</span> of <span class="sc">logementen</span> hier niet te passe komende, kunnen wij onze beschrijving van de <i>Bijlemermeir</i> sluiten.
+<span class="pageNum" id="pb22.1">[<a href="#pb22.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="gaasp" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1338">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">DE</span><br>
+<span class="ex">GAASP</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In onze voorgaande beschrijving van <i>Weesper-kerspel</i> in ’t algemeen, tekenden wij reeds aan, dat hetzelve verdeeld wordt in vier <i>Stokken</i>, (zie aldaar bladz. 1:) de eerste dier <i>Stokken</i>, de <i>Bijlemer</i>, (alléén eene rechtbank hebbende,) is door ons reeds beschreven, thans moeten wij
+onze navorschingen en medegedeelde berichten, nopens de overige drie stokken, (zamen
+tot een rechtbank behoorende,) en die zo veele polders zijn, nog aantekenen, en wel
+eerst die van de polder de <i>Gaasp</i>, boven gemeld.
+</p>
+<p>Wat betreft deszelfs
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>.
+</p>
+<p>Deeze kan eenvoudiglijk bepaald worden te zijn ten westen van de stad <i>Weesp</i>, langs een’ stroom, denzelfden naam voerende: de ligging der polder over het algemeen
+is zeer aangenaam, en volstrekt geheel landlijk, als zijnde maar weinig bebouwd.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
+</p>
+<p>Deeze polder waarvan wij thans spreeken ontleend haren naam van den gezegden stroom,
+(<i>de Gaasp</i>;) doch bij wat gelegenheid de stroom zelf dien naam gekregen heeft, hebben wij <span class="pageNum" id="pb22.2">[<a href="#pb22.2">2</a>]</span>nergens kunnen ontdekken—men vindt hem ook den <i>Gaasop</i> genoemd.
+</p>
+<p>De afzonderlijke
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>
+</p>
+<p>Van den grond, in den eigenlijken omvang van <i>de Gaasp</i>, staat op de quohieren der verpondingen over <i>Weesper-kerspel</i> in ’t algemeen niet aangetekend; gelijk ons dan ook niet bericht is hoe veel huizen
+in deeze polder gevonden worden: behalven die woningen, liggen er in <i>Gaasp</i> nog eenige buitenplaatsen, die echter van weinige betekenis zijn: de eenige voornaame
+is die welke met den naam van <i>Reigersbroek</i> pronkt; zijnde deeze de naam van een lusthuis met zijn ongemeen ver uitgestrekt bosch
+daarbij, ’t welk de Heeren <span class="sc">van Amstel</span>, in hunnen tijd, in deezen oord hadden, waarop zij hunne Officieren onder de benaaming
+van <i>Meesters</i>, of <i>Bewaarders van den Reigerbossche</i> stelden; men wil dat dit huis en bosch in den grooten watervloed van 1421 verzwolgen
+zouden weezen, ter staavinge van het welk zij, onder anderen, de boomen die jaarlijks
+in den ruimen omtrek van dit oord nog opgegraven worden, bijbrengen.
+</p>
+<p>Het gezegde getal van huizen in <i>de Gaasp</i>, zoude men echter nog drie hooger kunnen stellen, indien men daaronder betrokke de
+drie watermolens, in de polder voorhanden zijnde om het overtollige water uittemaalen:
+thans echter zijn dezelven van geenen dienst, alzo de landlieden aldaar zig onderwerpelijk
+moeten getroosten dat het polderwater tot eene gevaarlijke en werkelijk nadeelige
+hoogte rijze, vermids de molenaars van gezegde watermolens, bevel ontvangen hebben,
+volstrekt niet te maalen, tot nader order; men kan naamlijk goedvinden de binnenwateren
+door ze bovenmaatig te doen zwellen, gereed te houden tot het aanstellen van bejammerenswaardige
+<span class="corr" id="xd32e15596" title="Bron: innundatiën">inundatiën</span>, daartoe aangemoedigd door de aannaadering van het magtige <i>Fransche volk</i>—’t is echter zeer te vreezen.… maar wij mogen niet vreezen, naamlijk niet in ’t openbaar;
+’s Lands vaderen, hartlijk begaan met den toestand hunner onderhoorigen, begeeren,
+hoogst edelmoedig, het pijnlijke der vreeze voor zig alleen te houden, en vorderen
+niets anders <span class="pageNum" id="pb22.3">[<a href="#pb22.3">3</a>]</span>dan eene stille, eene, in zekere opzichten, zorgelooze onderwerping.
+</p>
+<p>Het <span class="sc">wapen</span> van de <i>Gaasp</i>, kan gezegd worden dat van <i><span class="corr" id="xd32e15612" title="Bron: Weespers-karspel">Weesper-Kerspel</span></i> te weezen, gelijk zulks ook omtrent de overige stokken van dat Kerspel plaats heeft.
+</p>
+<p><span class="sc">Kerklijke</span> of <span class="sc">wereldlijke gebouwen</span> zijn hier geheel niet voorhanden, derhalven kunnen wij vervolgends ook onder ons
+artijkel, <span class="sc">kerklijke regeering</span> niets brengen: zie wegens de weezen en armen het artijkel <span class="sc">regeering</span> in onze beschrijving van <i><span class="corr" id="xd32e15629" title="Bron: Weesper kerspel">Weesper-Kerspel</span></i> in ’t algemeen, de bewooners moeten voords te <i>Abcoude</i> of te <i>Weesp</i> ter kerke gaan: zie omtrent het schoolgaan onder onze beschrijving van ’t <i>Gein</i>—wat voords de <span class="sc">wereldlijke regeering</span> betreft, van deeze is reeds onder onze gemelde algemeene beschrijving van <i>Weesper-kerspel</i> gesproken.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>Van de weinige lieden die bepaaldlijk kunnen gezegd worden <i>de Gaasp</i> te bewoonen, bestaan alleen in de melkerij, geene der aldaar voorhanden zijnde landen
+worden bebouwd.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>.
+</p>
+<p>Onder dit artijkel van ons algemeen plan, zouden wij, wat <i>de Gaasp</i> betreft, even als van eenige andere voorgaande iet aantetekenen hebben, ware het
+niet dat het deeze polder ook geheugde hoe in onze nog plaats hebbende, en zelfs hand
+over hand toeneemende, onlusten, meest al geboren uit eene zucht voor de Vrijheid,
+die bij de waare en braave Nederlanders, welken van den loflijken aart hunner voorvaderen
+niet ontaart zijn, (en waaronder gerustlijk alle de bewooners van <i>de Gaasp</i> betrokken mogen worden,) volstrekt onverwinnelijk is; ware het niet, zeggen wij,
+dat deeze polder ook de baldaadigheid, of liever wreede woestheid van den <i>Pruissischen Soldaat</i> hadde moeten bezuuren: bij de overstrooming van een aanzienlijk gedeelte van onzen
+vrijen grond door de bedoelde Vorstlijke benden, waarvoor de Vaderlandsche burgerhelden
+hebben moeten goedvinden te wijken, ontvingen die van <i>de Gaasp</i> ook hun aandeel van dezelve ter inquartieringe, en hebben er niet weinig overlast
+van <span class="pageNum" id="pb22.4">[<a href="#pb22.4">4</a>]</span>geleden, zonder naderhand eenige schadevergoeding ja zelfs zonder het geaccordeerde
+teergeld in zijn geheel ontvangen te hebben, zo dat zij vrij mogen zeggen:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Soldaat zij vijand of zij vrind,
+</p>
+<p class="line">Hij neemt wat hij kan krijgen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Doet door geweld den klaager zwijgen,
+</p>
+<p class="line">Hij is zijn welvaart moê, die zulk een gast bemint.</p>
+</div>
+<p class="first">Hoe zeer de <i>Pruissen</i> zig verstouten op lauren, in deeze zonderlinge expeditie bevochten, te roemen, is
+het echter onwederspreekelijk waar, dat zij dapperen tegenstand gevonden hebben; zij
+ontmoetten mannen van moed, zodanig als zij nog nimmer ontmoet hadden: zo geheugt
+ons gehoord te hebben, hoe elders een detachement cavallerij van de <i>Hollanders</i>, ter recognosseering uitgezonden, een detachement <i>Pruissen</i>, ook paardevolk, ten gemoete kwam: één van deezen, de <i>Hollanders</i>, op vertellingjens, verachtende, reedt uit het gelid, hun al tartende tegen; hier
+op verzocht één der <i>Hollanderen</i> verlof om deezen snorker het hoofd te mogen gaan bieden; hij kreeg verlof en gaf
+zijn paard de spooren; welhaast geraakten partijen aan den dans, met dat gevolg, dat
+het paard van den <i>Hollander</i> doodgeschoten werd; de ruiter sprong, in den val van ’t paard, in een nabuurige sloot,
+en daarin staande, vattede hij den karabijn, en schoot den <i>Pruis</i> van het paard, waarna hij uit den sloot kwam, op het vijandlijk paard steeg, en in
+triumph in zijn gelid wederkeerde——zeker, zulke dappere daaden, verdienen bij gelegenheden
+vereeuwigd te worden.
+</p>
+<p><span class="sc">Bijzonderheden</span> zijn in deeze polder niet aanwezig, gelijk er ook geene <span class="sc">reisgelegenheden</span>, of <span class="sc">herbergen</span>, veel min <span class="sc">logementen</span>, voorhanden zijn: aan het eind van de <i>Bijlemer</i>, of begin van de <i>Gaasp</i>, ligt de aangenaame herberg, <i>Gaasperzicht</i>, waarvan wij onder de <i>Bijlemer</i> reeds gesproken hebben.
+<span class="pageNum" id="pb22.5">[<a href="#pb22.5">5</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="gein" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1343">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
+<span class="ex">GEIN</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
+</p>
+<p>Van deezen anderen stok van <i>Weesper-kerspel</i> kan zekerlijk niet genoeg geroemd worden, en een onzer voorhanden zijnde schrijvers
+zegt des veel te weinig wanneer hij het <i>Gein</i>, (of, gelijk men ook wel schrijft, <i>Gein</i>, of <i>Gijn</i>,) <i>bekoorlijk</i> noemt, en daar bijvoegt, „Dit is zekerlijk één van de aangenaamste wegen, die men
+vinden kan; buitenplaats aan buitenplaats; de eene schooner dan de andere; en ’t geen
+er mij zeer voldoet, de weg is zo geheel somber, zo stil, des de ligging der plaatsen
+zo geschikt voor gevoelige zielen.”—Het <i>Gein</i> is een verrukkelijk paradijs, dat men in oogenschouw moet neemen om van deszelfs
+bekoorelijke ligging een denkbeeld te kunnen vormen, gelijk het dan ook voor een goed
+gedeelte van het jaar duizenden lieden uit den omtrek, voornaamlijk <i>Amsteldammers</i>, <i>Weespers</i>, en <i>Abcoudenaars</i> tot zig lokt, om onder deszelfs lommerig geboomte een uurtjen van uitspanning doortebrengen.
+</p>
+<p>De eigenlijke ligging kan gezegd worden te zijn ten zuidwesten van de rivier welke
+dien naam draagt, en de stad <i><span class="corr" id="xd32e15754" title="Bron: Weessp">Weesp</span></i>, op den afstand van een half uur gaans; strekkende het <i>Gein</i> voords tot aan het rechtsgebied van <i>Abcoude</i>.
+</p>
+<p>Wat de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>
+</p>
+<p>Betreft, deezen moet gezocht worden in den naam van gezegde rivier, (het <i>Gein</i>,) die het district zo ongemeen veraangenaamt; voords vindt men weder nergens eenig
+verslag van de gelegenheid bij welke die rivier den naam van <i>Gein</i> bekomen heeft.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GROOTTE</span>
+</p>
+<p>Of uitgebreidheid van den grond betreffende kan ook niet afzonderlijk opgegeven worden;
+het getal der huizen, (de fraaje hofsteden daaronder betrokken,) die eigenlijk kunnen
+gezegd worden in de polder het <i>Gein</i> gelegen te wezen, is niet groot.
+</p>
+<p>Het <span class="sc">wapen</span> is dat van het geheele Kerspel.
+<span class="pageNum" id="pb22.6">[<a href="#pb22.6">6</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE GEBOUWEN</span>
+</p>
+<p>Zijn hier weder niet voorhanden; de ingezetenen (waaronder Gereformeerden, Lutherschen,
+en Roomschen gevonden worden,) moeten te <i>Weesp</i> of <i>Abcoude</i> ter kerk gaan: evenwel kan men onder dit artijkel brengen het School: ’t welk in
+deeze polder, nabij de <i>Geinbrug</i> gevonden wordt, en vrij aanzienlijk is: het is een <i>Buurt-school</i>; (om ’t deezen naam <span class="corr" id="xd32e15802" title="Bron: een">eens</span> toetekennen,) dat op een tractement van ƒ&nbsp;150 ’s jaars begeven wordt, voor welk tractement
+de Meester de Weezen en kinderen van arme ingezetenen voor niet in zijne school moet
+ontvangen, (doch men verzekert dat er sedert jaaren herwaards zulke kinderen niet
+geweest zijn,) terwijl de ouders der overige kinderen hem een zeker leergeld moeten
+betaalen: dit inkomen (dikwijls van meer dan 70 kinderen,) gevoegd bij het geen deeze
+man verdient met het lesgeeven aan de kinderen dier Grooten, welken den zomer in het
+<i>Gein</i> op hunne buitenplaatsen doorbrengen, verschaft hem een zeer goed bestaan—de kinderen
+uit de <i>Gaasp</i> gaan ook hier ter school.
+</p>
+<p><span class="sc">Wereldlijke gebouwen</span> zijn hier weder niet voorhanden, en wegens de <span class="sc">wereldlijke regeering</span> zie men onder dat artijkel onzer voorgaande algemeene beschrijving van <i>Weesper-kerspel</i>.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>Der bewooneren van het <i>Gein</i> bestaan voornaamlijk in de melkerij, geene der aldaar voorhanden zijnde landerijen
+wordt bebouwd, voords woonen er, bij gelegenheid van de meergemelde Hofsteden, eenige
+tuinlieden; ook vindt men er verscheidene van die ambachtslieden, wier verrichtingen
+in de burgerlijke zamenleeving onontbeerelijk zijn, als Timmerlieden, Schoenmaakers,
+Kleeremaakers, en dergelijken: er is ook een Chirurgijn.
+</p>
+<p>Van de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>
+</p>
+<p>Van het <i>Gein</i>, zij hetzelfde gezegd als van die van de <i>Gaasp</i> voorbeschreven: onder de inwooneren zijn veele Staats- of Vaderlands-gezinden, welke
+van de <i>Pruissen</i> in 1787 grouwzaam veel hebben moeten lijden; zelfs de vrouwen, die deezen volgden,
+<span class="pageNum" id="pb22.7">[<a href="#pb22.7">7</a>]</span>hebben zig in dien omtrek zonderling onderscheiden, in het wegneemen van de kleederen
+haarer sexe, die zij voor de hand vonden; vooral hebben deze rustherstellers aan de
+fraaje buitenplaatsen groote schade toegebragt—men verhaalt, dat die van de Stadhouderlijke
+partij, welken in het <i>Gein</i> gevonden worden, bij het aannaderen der <i>Pruissen</i>, hunne beste goederen zamengebragt hadden, op eene der aldaar gelegene buitenplaatsen,
+wier eigenaar voor een ijverig Stadhoudersgezinden bekend was; zig om die reden verzekerende
+dat gezegde hunne goederen aldaar wel veilig zouden weezen; doch toen de <i>Pruissen</i> er zig bevonden, en hunne gewoone bezigheden ter hand namen, ondervond men tot ongemeen
+groot harteleed, dat zij niet vooraf onderzochten tegen wie, of vóór wie der bewooneren
+zij eigenlijk opgezonden waren, <span class="sic">nemaar</span> dat zij, zonder eenzijdigheid, aanvielen op alles wat hun voor de hand kwam; want
+onder anderen werd de bedoelde buitenplaats door hen geheel uitgeplonderd, waarbij
+zij derhalven verscheidene vliegen in één klap medenamen.
+</p>
+<p>Men verhaalt, dat de <i>Pruissen</i> eenen bijzonderen haat tegen de <i>Geinbewooners</i> betoonden te hebben, ter oorzaake dat, op donderdag den 20 September, drie dagen
+voor hunnen aanval op <i>Weesp</i>, zekeren Huisman, met naame <span class="sc">Hendrik de Ruiter</span>, door twee van <i>Abcoude</i> komende <i>Pruissische Officieren</i>, op eene listige wijze, naar de sterkte dier stad aan de voor hun liggende zijde
+gevraagd zijnde, verzekerd had, dat er, voor zo verre hij wist, aan dien kant geen
+geschut lag (zijnde hetzelve er eerst op vrijdag den 21 gebragt,): toen zij nu des
+zondags den 23 op <i>Weesp</i> aantrokken, deeden zij daadlijk onderzoek naar zijn wooning, en noodzaakten hem in
+den nacht hen den weg te wijzen; ’t welk hij tot aan de <i>Geinbrug</i> toe deed: dan, in hunne verwachting bedrogen zijnde, dreigden zij, bij hunne retraite,
+diens huismans wooning in de brand te steeken, en sleepten hem den daaraan volgenden
+avond, onder een aanhoudend slaan en stooten, naar het Hoofdquartier aan de <i>Nichtervechter Kade</i>, alwaar weldra zijn vonnis wierd opgemaakt, daarin bestaande, dat men hem, zonder
+forme van proces, aan een’ boom zoude ophangen, ten spiegel van anderen, die mogelijk
+in hunnen overmoed zouden durven besluiten, zijn voetspoor in het misleiden van krijgslieden,
+die als vrienden in hun Land kwamen, te volgen: evenwel heeft men deezen <span class="pageNum" id="pb22.8">[<a href="#pb22.8">8</a>]</span>Huisman, op zijn eigen verdediging, en de getuigenis van zijne buuren, dat hij zig
+nimmer met eenige Staatkundige geschillen bemoeid had, en voor een eerlijk man bij
+hen bekend stond, ontslagen, onder die voorwaarde, dat hij, het tegendeel bevonden
+wordende, weder naar den commandeerenden Officier zou gevoerd worden, en het bedreigde
+vonnis zou moeten ondergaan.
+</p>
+<p>Onder ons artijkel
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>,
+</p>
+<p>Kunnen wij, voor het <i>Gein</i>, brengen de meergemelde aanzienlijke Hofsteden, allen, bij gelegenheid, der bezichtiginge
+overwaardig: de voornaamsten zijn die van
+</p>
+<div class="table">
+<table>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellTop">den Heere </td>
+<td class="cellRight cellTop"><span class="sc">Lepeltak</span>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft">———— </td>
+<td class="cellRight"><span class="sc">Elias</span>, <i>Burgemeester te Amsterdam</i>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft">———— </td>
+<td class="cellRight"><span class="sc">Boers</span>,</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft">———— </td>
+<td class="cellRight"><span class="sc">Asschenberg</span>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft">———— </td>
+<td class="cellRight"><span class="sc">Abcouw</span>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft">Mevrouw </td>
+<td class="cellRight"><span class="sc">Walland</span>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft">den Heere </td>
+<td class="cellRight"><span class="sc">Mendes da Costa</span>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft">———— </td>
+<td class="cellRight"><span class="sc">Meints</span>.</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft">———— </td>
+<td class="cellRight"><span class="sc">Verryn</span>, en die van</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="cellLeft cellBottom">———— </td>
+<td class="cellRight cellBottom"><span class="sc">De Clercq</span>.</td>
+</tr>
+</table>
+</div><p>
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
+</p>
+<p>Zijn deezen: men kan met de <i>Weesper schuit</i> naar <i>Weesp</i>, of naar <i>Amsteldam</i>; aan de <i>Geinbrug</i> kan men er uitstappen; er vaart ook een schuit van <i>Weesper-kerspel</i>, op <i>Amsteldam</i>; behalven de gewoone beurt, in de week, vaart zij ook des zomers, op zondag avond,
+omtrent ten half zeven uuren van de <i>Geinbrug</i> af: de Schippersplaats daarvan, wordt bij vacature door den Gerechte begeeven.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">HERBERGEN</span>,
+</p>
+<p>Die in ’t <i>Gein</i> gevonden worden, zijn
+</p>
+<ul>
+<li><i>De Vijfhoek</i>, en
+</li>
+<li><i>’s Lands Welvaaren</i></li>
+</ul><p>
+</p>
+<p>Van veelen wordt de eerstgemelde herberg, het rechthuis genoemd, schoon zij zulks
+in geenen deele zij; alleenlijk heeft zij dien naam verkregen, om dat voor de puie
+van dezelve gemeenlijk alle waarschouwingen en ordonnantien van Poldermeesteren, en
+dergelijke openbaare aankondigingen aangeplakt worden.
+<span class="pageNum" id="pb22.9">[<a href="#pb22.9">9</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="overvecht" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1348">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">OVERVECHT</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
+</p>
+<p>Van deeze polder, is ten oosten van de Stad <i>Weesp</i>, en ten noord-oosten van de aangenaame rivier de <i>Vecht</i>, niet onaartig door de zoetzingende <span class="sc">Willink</span>, de eigenschap van <i>blank</i> toegekend; daar hij zegt:
+</p>
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">Nu vloeit de blanke vecht in vreê,
+</p>
+<p class="line">En schuurt met haare zoete dreeven,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">De Muiderschutsluis door in zee,
+</p>
+<p class="line">Om met het pekelnat te paaren;
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Nu bruischt zij langs dat luchtig oord,
+</p>
+<p class="line">Daar zij op net beschaafde zangen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">En zuiver heldendicht bekoord,
+</p>
+<p class="line">Blijft aan des Drossaarts maatklank hangen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">In twijfel of zij stil zal staan,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Of op die toonen verder gaan.</p>
+</div>
+<p class="first">Deeze aangenaame rivier stroomt, beoosten <i>Utrecht</i>, uit den <i>Rhijn</i> noordwaards aan voorbij <i>Zuilen, Maarssen, Breukelen</i>, <i>Loenen, Vreeland, Nichtevecht, Weesp</i>, en een aanzienlijk aantal vorstlijke landhoven, en lustpaleizen, tot daar zij, door
+<i>Muiden</i> in zee stort.
+</p>
+<p>Niet weinig wordt het gezicht van deeze schoone rivier veraangenaamd, als het oog
+er de prachtige zwaanen, met haare schitterend witte vederen<a class="noteRef" id="xd32e16053src" href="#xd32e16053">1</a>, in ontmoet.
+<span class="pageNum" id="pb22.10a">[<a href="#pb22.10a">10</a>]</span></p>
+<p>Wegens deszelfs
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>
+</p>
+<p>Behoeft verder niets gezegd te worden, alzo de betekenis van den naam deszelfs oorsprong
+aanwijst: de polder <i>Overvecht</i>, ligt naamlijk over de rivier <i>Vecht</i>, voornoemd.
+</p>
+<p>De <span class="sc">grootte</span> van den grond der polder is weder onder de grootte van geheel <i>Weesper-kerspel</i> betrokken.
+</p>
+<p>Voords behoeft van dezelve niets meer gezegd te worden, alzo zij geheel niet bewoond
+wordt.
+</p>
+<p>Onder de polder <i>Overvecht</i>, behoort ook die welke den naam draagt van
+</p>
+<p id="uitermeer" class="headlike"><span class="ex">UITERMEER</span>.
+</p>
+<p>Waarvan mede niets, de verschillende artijkelen van ons plan betreffende, kan gezegd
+worden, voornaamlijk om dat dezelve ook onbewoond ligt, bestaande geheel de polder
+alleenlijk uit landerijen, die voor den hooibouw en de melkerij gebruikt worden; alleenlijk
+is aan het nabygelegen tolhek, geplaatst tusschen <i>Weesp</i> en de schans, (van welke straks nader,) een aangenaame en aanzienlijke herberg, die
+tevens eene uitspanning is.
+</p>
+<p>De weg van <i>Weesp</i>, naar <i>Uitermeer</i>, of wel naar de straks <span class="pageNum" id="pb22.11">[<a href="#pb22.11">11</a>]</span>te beschrijvene <i>Uitermeersche schans</i>, loopt langs den bevalligen <i>Vechtstroom</i>, en is ongemeen aangenaam, gelijk hij ook zeer wèl onderhouden wordt; ter wederzijde
+is dezelve begroeid, en ter linkerzijde meest al beplant met een dubbelde rij willige
+boomen; hier en daar, wordt aan die zelfde zijde het oog vergast op het gezicht van
+verrukkelijk schoone buitenplaatsen met hunne bevallige wooningen, en coupels meestal
+aan den weg gelegen; dit gezicht wordt afgewisseld door aangenaame weilanden, en op
+andere plaatsen door wèl onderhoudene en vlak geschorene, meer en minder hoog opgaande
+groene heggen: ter andere zijde wordt het gehoor der wandelaars gestreeld door het
+kabbelen der zilveren <i>Vecht</i>, waarin niet zelden veele zeilende vrachtschuiten het aangenaamste gezicht opleveren,
+of is dat gezicht, bij gebrek aan genoegzaamen wind, minder aangenaam, dan wordt dat
+verlies den wandelaar weder vergoed door het vrolijk gezang van de jaagers, die de
+gezegde kielen over den rug van den onbewogenen stroom heen sleepen: aan de boord
+der <i>Vecht</i> vindt men ook hier en daar voor de buitenplaatsen aangenaame met groen begroeide
+stijgertjens, die, vooral als er gezelschap in is, mede eene behaagelijke vertooning
+maaken.
+</p>
+<p>Wij moeten voords hier nog aantekenen, dat onder de polder <i>Uitermeer</i> gelegen is de bovengenoemde bekende
+</p>
+<p id="uitermeersche-schans" class="headlike"><span class="ex">UITERMEERSCHE SCHANS</span>.
+</p>
+<p>Waarvan wij, in navolging, deeze beknopte beschrijving kunnen geeven: „de <i>Uitermeersche Schans</i> dekt een sluis aan de <i>Vecht</i>, door welke het omliggende land beoosten de <i>Vecht</i>, voornoemd, onder water gezet kan worden—volgends het jaartal, ’t welk aan deeze
+sluis gezien wordt, schijnt zij in den jaare 1637 gebouwd; maar is, om het merkelijk
+verval, in den jaare 1747 vernieuwd: de schans is op den zelfden tijd veel verbeterd:
+aan de landzijde of den oostkant heeft zij een contrescharp, en breede graft; langs
+deeze graft loopt de rijweg naar <i>Ankeveen</i> en <i>’s Graveland</i>: over de graft ligt een brug, over welke men in de schans gaat: alle vaartuigen,
+die uit de <i>Vecht</i> naar <i>Gooiland</i> vaaren, moeten door deeze sluis en schans heenen een zeker schutgeld betaalen.”
+<span class="pageNum" id="pb22.12">[<a href="#pb22.12">12</a>]</span></p>
+<p>De des kundigen houden de <i>Uitermeersche schans</i> (die thans door eenige invaliden bewaakt wordt,) voor ongemeen sterk, en waarvan
+derhalven in tijden van oorlog veel verwacht zoude kunnen worden, zo dezelve naar
+behooren verdedigd wierd: op dien voet stelde men er in onze jongstledene beroerten,
+waarin wij door de <i>Pruissen</i> aangevallen werden, ook groot vertrouwen op, wel weetende, dat het den vijand vrij
+wat zoude kosten, wilde hij die sterkte vermeesteren; dan ach! ook in dat vertrouwen
+heeft men zig te lijdig bedrogen; wel was de schans door militairen bezet, en met
+geschut voorzien; dan, op hoog bevel moesten zij dezelve verlaaten; ten minsten zijn
+de <i>Pruisische Ruiters</i> zonder slag of stoot de brug opgereden, en hebben dus het fort ingenomen.
+</p>
+<p>Voegelijk kunnen wij hier nog een woord zeggen van
+</p>
+<p id="overmeersche-schans" class="headlike"><span class="ex">DE OVERMEERSCHE SCHANS</span>,
+</p>
+<p>Gelegen aan den <i>Hinderdam</i>, aan de westzijde van de <i>Vecht</i>, ruim een uur gaans van de stad <i>Weesp</i>: deeze ligt op een eilandjen, in het midden van de aangenaame <i>Vecht</i> meergemeld, zo dat men er rondsom kan heenvaaren: zij is in of omtrent den jaare
+1747, ongemeen veel verbeterd—„In een kaart van 1619,” leezen wij, „wordt hier een
+dam getekend, die dwars door de <i>Vecht</i> lag, en met sluizen voorzien was: in deeze kaart vindt men geene sluizen te <i>Muiden</i>, zo dat men hier het water van de <i>Vecht</i> schijnt te hebben afgeschut; waaromtrent het maaken van de <i>Uitermeersche sluis</i> verandering schijnt ten wege gebragt te hebben.”
+</p>
+<p>Tusschen de <i>Uitermeersche Schans</i>, en den <i>Hinderdam</i>, stond weleer het <i>Huis ten Bosch</i>, zijnde eene oude Ridder-Hofstede, aan den Huize van <i>Ysselstein</i> toebehoorende; doch wij kunnen zulks echter als geene bijzonderheid van deezen omtrek
+opgeeven, om dat er thans volstrekt niets meer van dat Huis voorhanden is: in den
+oorlog tusschen Hertog <span class="sc">Filips</span> van <i>Bourgondiën</i>, en den Bisschop van <i>Utrecht</i>, werd dit aanzienlijke Huis door het krijgsvolk van den Hertog geheel verwoest: evenwel
+schijnt men het daarna weder opgebouwd te hebben, aangezien men aangetekend vindt,
+dat de <i>Franschen</i>, in den oorlog van den jaare 1672 en 1673, hetzelve andermaal geheel hebben vernield.
+<span class="pageNum" id="pb23.1">[<a href="#pb23.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e16053">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e16053src">1</a></span> <i>Aanmerkelijk is het, dat deeze beesten, nu eerst uit het ei gekomen, weldra de grootte
+van de oude verkrijgen; doch tot hunne verwisseling van vederen zijn zij graauw van
+kleur; eerst bij dat verwisselen krijgen zij veeren zo ongemeen wit als waarmede de
+ouden pronken; even aanmerkelijk is het, dat zij zingen als zij</i> <span class="pageNum" id="pb22.10">[<a href="#pb22.10">10</a>]</span><i>den dood voelen naderen, waarom men ook gewoon is, het laatste vers eens dichters,
+zijn</i> Zwanenzang <i>te noemen: de zededichter</i> <span class="sc">Claas Bruyn</span>, <i>deeze eigenschap der zwaanen op de vroomen toepassende, heft daarvan dus aan</i>:
+</p>
+<p class="footnote cont"></p>
+<div class="q">
+<div class="nestedtext">
+<div class="nestedbody">
+<div class="lgouter footnote">
+<p class="line">Laat de zwaan zijn lijkzang hooren,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Met een lieffelijk geluid,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Daar hij ’t leven meê besluit,
+</p>
+<p class="line">Vroome zielen, uitverkoren,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Om te heerschen op Gods throon,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Slaan dus ook hun’ laatste toon.
+</p>
+<p class="line">Ja zij zingen met de klanken
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Van het welbewust gemoed,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">Schoon het sterflot op hun woed’;
+</p>
+<p class="line">Dit ’s het lijkdicht van die kranken:
+</p>
+<p class="line xd32e3626">„Kom, o Jesus! al ons lust,
+</p>
+<p class="line xd32e3626">„Haal ons in uw zachte rust, enz.</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="oud-loosdrecht" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1368">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure figoudloosdrechtwidth"><img src="images/oud-loosdrecht.jpg" alt="’t Dorp Oud-Loosdrecht" width="497" height="720"><p class="figureHead">’t Dorp Oud-Loosdrecht</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line xd32e1402">OUD-LOOSDRECHT is ’t, dat de oogen streelt,
+</p>
+<p class="line">Door schoon geboomt en vette weiden,
+</p>
+<p class="line">Door uitzicht op bebouwde heiden,
+</p>
+<p class="line">Maar meest door dat het steeds in diepe vrede deelt.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
+<span class="ex">DORP</span><br>
+OUD-LOOSDRECHT.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p><i>Oud-</i> en <i>Nieuw-Loosdrecht</i>, en <i>Mijnden</i>, behooren onder eene zelfde Bailluagie, niettegenstaande zij, wat de Ambachtsheerelijkheid
+betreft, in onderscheidene Gerechten verdeeld zijn.
+</p>
+<p><i>Oud-</i> en <i>Nieuw-Loosdrecht</i>, zijn beiden eigenlijk slechts ééne Heerelijkheid, maar twee Parochiën, met twee
+kerken, eene oude, en eene nieuwe: echter zullen wij, in onze beschrijving, ingevolge
+de doorgaands plaatshebbende gewoonte, van de twee deelen dier Heerelijkheid als van
+twee dorpen spreeken, en ze <i>Oud-</i> en <i>Nieuw-Loosdrecht</i> noemen.
+</p>
+<p>Niettegenstaande de beide <i>Loosdrechten</i>, (maar vooral <i>Nieuw-Loosdrecht</i>,) niet kunnen gezegd worden te bloejen, behoeven zij echter in wezenlijke middelen
+van bestaan nog niet <span class="pageNum" id="pb23.2">[<a href="#pb23.2">2</a>]</span>voor andere dorpen van <i>Gooiland</i>, alhoewel die bloejende zijn, onder te doen; maar vooral dingen zij naar den prijs
+in de aangenaamheid van
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>,
+</p>
+<p>Kunnende met recht gezegd worden dat zij zig voor den wandelaar als een aardsch paradijs
+opdoen; waar hij de oogen ook heen sla, overal lacht het aangenaamste groen hem toe:
+de dorpen zijn indedaad eene ter wederzijde met huizen, of boerenwooningen bebouwde
+allée van wilgenboomen, van de belendene landen, door smalle en heldere wegslooten
+afgescheiden, zijnde meestal den zoom der gezegde landen ter rechterhand, mede met
+een rij zulke boomen beplant, waardoor men derhalven van die zijde bestendig eene
+dubbele rij boomen heeft; de bewoonde erven aan wederzijden liggen mede meest allen
+in ’t groen geboomte, en hebben hunne moes- en bloem-tuinen: nabij de kerken, zijn
+de getimmertens wel het meeste in behoorelijke orde; daar geen wooningen staan, wordt
+het oog verrukt door de heerelijkste weilanden, of de aangenaamste bebouwde akkers;
+ziet men ter linker zijde, (van <i>Loenen</i> af gerekend,) verder heen, dan wordt men gestreeld, door het gezicht van de bebouwde
+<i>Gooische heide</i>, (aangenaamst als de boekweit bloeit, of het goudgeel graan op de bevalligste wijze
+golft;) vooral aan dien kant alwaar men op <i>Hilversum</i> en deszelfs bebouwde omtrek ziet: het jagthuis van den Heere <span class="sc">Van Loon</span>, waarvan wij in onze beschrijving van ’t gezegde dorp, (zie bladz. 15) gesproken
+hebben, maakt, van hier gezien, ook eene aangenaame vertooning: in de <i>Oude Loosdrecht</i>, doch eigenlijk niet algemeen in het dorp, maar meest op den zogenaamden <i>Veendijk</i>, zijnde eene waterkeering, ziet men ter eene zijde niet dan uitgeveende plassen,
+en overal stapels gedekte turf, terwijl aan den anderen kant, eene lange rij meer
+en min gevulde turfschuuren staat; om welke <span class="pageNum" id="pb23.3">[<a href="#pb23.3">3</a>]</span>reden men ook aldaar met geen brandende tabakspijp voorbij mag gaan, op de boete van
+drie guldens: deeze schuuren bevatten dikwijls een capitaal van veele duizenden: in
+dit gedeelte van <i>Oud-Loosdrecht</i> wordt de aandacht van den wandelaar, zo hij zijne wandeling niet op een’ zondag doet,
+bezig gehouden met het baggeren, of verder bereiden van de turf, aan den eenen kant;
+en aan den anderen met het inbrengen of uithaalen van dezelve in of uit de schuuren;
+met één woord niemand zal ’t zig beklaagen de beide <i>Loosdrechten</i> een bezoek gegeven te hebben.
+</p>
+<p>Men verzekert dat zij van den dom te <i>Utrecht</i> af gezien, zig als een digte, langwerpige bosschaadje vertoon.
+</p>
+<p><i>Oud-Loosdrecht</i> ligt voords ten noorden aan <i>Kortenhoef</i> (in de Provincie <i>Utrecht</i>) en meer oostwaards aan <i>’s Graaveland</i>, (in de Provincie <i>Holland</i>;) ten oosten heeft het, langs een kromme bogt, het gerecht van <i>Hilversum</i>, tot aan <i>Tienhoven</i>, en <i>Breukelenveen</i>; ten oosten paalt de <i>Oude Loosdrecht</i>, met <i>Loenderveen, Oudover</i> en <i>Muieveld</i><a class="noteRef" id="xd32e16327src" href="#xd32e16327">1</a>, aan <i>Loenen</i>, vanwaar ze door de <i>Vecht</i> wordt gescheiden: „In deeze strekking”, leest men te recht in den <i>Tegenwoordigen Staat van Holland</i>, „maaken de <i>Loosdrechten</i> een zeer langwerpigen bogt, die van binnen aan de westzijde voor het grootste gedeelte
+is uitgeveend, zo dat er niet anders dan smalle akkers of strooken <span class="pageNum" id="pb23.4">[<a href="#pb23.4">4</a>]</span>lands zijn overgelaten, die nog jaarlijks uitgeveend worden.”
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>.
+</p>
+<p>Deeze heeft de Heerelijkheid ontleend aan een watertjen aldaar stroomende, en dat
+den naam van <i>Drecht</i> draagt, (waarschijnelijk dat er weleer een overvaart, of veer op geweest is, zie
+onze beschrijving van <i>Dord</i>, enz. art. <span class="sc">naamsoorsprong</span>;) dat watertjen <i>loost</i> alhier in de hoofdrivier, des is ter deezer plaats de <i>Loozing der drecht</i>, (<i>Loosdrecht</i>:) de naamen van <i>Oud</i> en <i>Nieuw</i>, waarmede men gewoon is de beide deelen der Heerelijkheid te onderscheiden, zijn
+ontstaan door het aanleggen van een tweede of <i>Nieuwe kerk</i>, gelijk nader zal blijken.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>
+</p>
+<p>De stichting van <i>Loosdrecht</i>, ligt thans geheel in het duister: wat aangaat de grootte, in de quohieren der verpondingen
+van den jaare 1632, vindt men de beide <i>Loosdrechten</i> begroot op 1807 morgen 300 roeden lands, en het getal der huizen op 221; in de quohieren
+van 1732, vondt men er slechts 1507 morgen en 200 roeden voor; doch de huizen worden
+integendeel bepaald op 372; derhalven 151 huizen meer, (zonder den korenmolen die
+er gevonden wordt,) waaruit men zoude mogen opmaaken, dat de beide dorpen in den gezegden
+honderdjaarigen tusschentijd, zeer wèl gebloeid moeten hebben: sedert echter is dien
+bloei merkelijk verminderd, en hun aanzien vrij wat vervallen, hoewel in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> meer dan in de <i>Oude</i>; (van de eerstgemelde desaangaande nader onder onze beschrijving van dezelve:) anderen
+bepaalen het grondgebied op wel 2950 morgen<a class="noteRef" id="xd32e16408src" href="#xd32e16408">2</a>, zo land als water, welk water mede in de verpondingen moet betaalen, om dat het
+uitgeveende <span class="pageNum" id="pb23.5">[<a href="#pb23.5">5</a>]</span>plassen zijn. In de <i>Oude Loosdrecht</i> liggen verscheidene aangenaame buitenplaatsen, waarin die het mede van de <i>Nieuwe</i> wint: zie onze beschrijving van dezelve.
+</p>
+<p>Het getal der bewooneren van geheel de Heerelijkheid wordt begroot op omtrent 800,
+die allen van den Gereformeerden Godsdienst zijn, dat zekerlijk iet zonderlings is.
+</p>
+<p>Het
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WAPEN</span>
+</p>
+<p>Der beide <i>Loosdrechten</i> is <i>vier zwarte</i> en <i>vier zilveren dwarsbalken</i> over kruis doorsneden met twee <i>rood-</i> en <i>wit-geruite balken</i>.
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN.
+</p>
+<p>Dewijl, gelijk wij gezegd hebben, alle de inwooners der Heerelijkheid van den Gereformeerden
+Godsdienst zijn, worden er ook geene andere kerken gevonden, dan die van de gezegde
+gemeente: de Oude kerk, dat is de kerk van de <i>Oude Loosdrecht</i>, is een klein gebouw, ofschoon er honderden menschen in opkomen; van binnen heeft
+het, ingevolge deszelfs aanleg, even weinig pracht als van buiten; alles intusschen
+is van binnen zeer net; boven ééne der portaalen is eene gallerij voor de Weezen,
+enz.: thans hangt boven die gallerij, een vlag, van talrijke voeten vierkant, met
+een lijst, en in het midden een groote oranjeboom, in een groene bak, zodanig als
+men dezelven gemeenlijk in de <i>Orangeriën</i> geplaatst vindt; ter eene en andere zijden van die bak, leest men de woorden <span class="sc">vivat Oranje</span>! (er zijn ook in <i>Oud-Loosdrecht</i> maar weinige lieden, van dezulken die men Patriotten noemt:) ter wederzijde dier
+vlagge hangen nog twee kroonen, gevlogten van kunstbloemen en orangeappelen: aan het
+andere einde der kerke, tegen over de gezegde vlag en kroonen, hangt thans nog eene
+vlag, maar van minder aanzien; er is geen orangeboom op gepenseeld; alleenlijk leest
+men in derzelver <span class="pageNum" id="pb23.6">[<a href="#pb23.6">6</a>]</span>midden mede, <span class="sc">vivat Oranje</span>! Deeze sieraadjen hebben, ten tijde der omwending van zaaken in ons Land, in het
+openbaar gediend.
+</p>
+<p>Wat verder het ruim van deeze kerk betreft, alles is daarin aan het oogmerk voldoende;
+de predikstoel is zeer net zamengesteld, zo ook de Regeeringsbanken en verdere mannengestoelten:
+de bank voor den Heere, of de Vrouwe der Heerelijkheid, staat vlak tegen over den
+predikstoel: het ruim is voords naar gewoonte, met vrouwegestoelten bezet: er hangt
+ook, (op de gallerij waarvan boven gesproken is,) een op paneel geschilderde lijst
+van de Predikanten die sedert de reformatie, de <i>Oud-Loosdrechtsche Gereformeerde Gemeente</i> bediend hebben: aanmerkelijk is het dat de laatste <i>Roomsche Priester</i> ter deezer plaatse ook de eerste Gereformeerde Predikant aldaar geweest is: zie nog
+iet wegens de kerken van <i>Loosdrecht</i> met betrekking tot den tijd vóór de Reformatie, onder <i>Nieuw-Loosdrecht</i>, ditzelfde <span class="sc">art</span>.
+</p>
+<p>Het doophek, en verder al het inwendige der kerke is zeer zindelijk, en wordt wèl
+onderhouden: het ruim wordt door vijf kaars-kroonen verlicht: er is geen orgel in.
+</p>
+<p>De vloer van het ruim der kerke gebruikt men nog, ingevolge de oude, dat is onverlichte
+tijden, om er in te begraaven: de gezegde grond is zamengesteld uit grafzerken, waaronder
+wij er echter geene gevonden hebben der aandacht waardig.
+</p>
+<p>Buiten om de kerk ligt, naar gewoonte, een kerkhof, dat genoegzaam groot is, en vrij
+net genoemd mag worden; aan een van de hoeken deszelven is eene soort van grafkelder,
+bijna twee voeten boven de oppervlakte van den grond verheven, en met een’ zwaaren
+blaauwen zerk gedekt; op dezelve staat geene inscriptie; ook is ’t alleenlijk eene
+grafplaatse, gekozen door iemand die begeerde na zijnen dood in een zeer stil oord
+te liggen: op het zelfde kerkhof is ook één der dorpsbrandspuiten geplaatst: vier
+zijn er in geheel de Heerelijkheid.
+</p>
+<p>De kerktoren die aan het eene einde der kerke eenige <span class="pageNum" id="pb23.7">[<a href="#pb23.7">7</a>]</span>voeten hoog, vierkant uit het dak rijst, is in den jaare 1783 veel vernieuwd, en bij
+die vernieuwing, in zijn vierkant verkleind; op dat vierkant staat een spits, dat
+met leien gedekt is—in één der zijden van het vierkante ondergedeelte van den toren
+is een wijzerplaat, waarop men het jaartal 1791 leest, welk getal alleenlijk het jaar
+aanwijst waarin dezelve is opgeschilderd.
+</p>
+<p>Te <i>Oud-Loosdrecht</i> is ook een goed Weeshuis, voor 3 jaaren eerst gesticht, en ’t welk tevens voor een
+Armenhuis verstrekt; dat niet alleen, maar er worden ook in opgenomen, geleerd, gekleed
+en gevoed, zulke kinderen, wier ouders onvermogend bevonden worden om hen te voeden;
+indedaad een zeer loflijk gebruik, en voornaame oorzaak dat er, hoe min vermogend
+de bewooners over het algemeen ook zijn, geene bedelaars gevonden worden—de arme lieden
+en kinderen leiden in dit huis ondertusschen niet, gelijk op veele aanzienlijke plaatsjens
+het geval is, een lui, geheel werkeloos leven; integendeel, zij worden allen te werk
+gesteld, aan het spinnen van wol; er worden ook netten gebreid, en andere bezigheden
+verricht, zo dat er over het algemeen eene geduurige loflijke arbeidzaamheid plaats
+heeft: alle de voordeelen daarvan komen aan het huis.
+</p>
+<p>Het Schoolhuis is een gebouw dat slechts redelijk aan het oogmerk beantwoordt.
+</p>
+<p>De Pastorij staat tegen over de kerk, is zeer spatieus, en van goeden aanzien; er
+is geen ruimen hof achter, maar de Predikant heeft achter de kerk een groote moestuin,
+ten zijnen dienste.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Deezen zijn geene anderen dan het Rechthuis, dat voor beiden de dorpen dient, en gebouwd
+is op derzelver kerklijke scheiding: ’t is mede in alle deelen aan het oogmerk beantwoordende,
+doch heeft niets bijzonders der beschrijvinge of <span class="pageNum" id="pb23.8">[<a href="#pb23.8">8</a>]</span>bezichtiginge waardig: daarin echter is het van de rechthuizen op veele Nederlandsche
+dorpen onderscheiden, dat het niet tevens een herberg is; er mag ook, volgends ordonnantie
+van de Staaten, niet in getapt worden, zelfs niet aan de Regeering der dorpen.
+</p>
+<p>Op eenige voeten afstands van het huis, aan de overzijde van den weg, staat een kaak,
+geplaatst in het midden van een cirkel-rond en van gebakken steen gemetzelde voet,
+ten minsten vier voeten hoog boven den grond, en wel zes voeten diameters; maakende
+des rondsom den paal eene soort van rond steenen schavot: in gevalle van rechtsoefening,
+wordt voor het Rechthuis een schavot opgericht.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KERKLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Deeze bestaat uit den Predikant, (de verkiezing van welken staat aan den Heere of
+de Vrouwe in der tijd, zonder eenige voorafgaande nomminatie,) zijnde thans de Wel-Eerwaarde
+Heer <span class="sc">Huibert van den Bijlaardt</span>, behoorende onder de Classis van <i>Amsteldam</i>; voords uit twee Ouderlingen en twee Diaconen, waarvan jaarlijks één Ouderling en
+één Diacon afgaat, die door anderen vervangen worden, staande de verkiezing derzelven
+aan den kerkenraad.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p><i>Loosdrecht</i> heeft in alles eigen recht, crimineel en civiel, zo wel van pleidoojen als halsrecht.
+</p>
+<p>Het hooge rechtsgebied over dit, als het andere deel van het Bailluwschap, zo als
+wij die deelen, bladz. 1 opgegeven hebben, wordt geoefend door den Bailluw, zijnde
+thans de Wel-Ed. Gestrenge Heer, Mr. <span class="sc">Johannes Petrus Thierens</span>, die aangesteld wordt door zijne Doorl. Hoogh. den Stadhouder, uit de nominatie van
+een drietal, door de Staaten van <i>Holland</i> en <i>Westfriesland</i> gemaakt: hij zit te recht met de dorpschepenen: voorheen <span class="pageNum" id="pb23.9">[<a href="#pb23.9">9</a>]</span>had de Bailluw de vrijheid om voor zig afzonderlijke schepenen crimineel te benoemen
+en in den eed te neemen; doch daarover een proces ontstaan zijnde, is hij, in gevolge
+de uitspraak op dat proces, voor omtrent zes jaaren gedaan, verpligt, de dorpschepenen
+in der tijd, ook voor het crimineele in den eed te neemen: hij wordt in zijnen aanstellings-brief
+ook genoemd Bailluw van <i>Loenen Holland</i>, met welken naam men gewoon is <i>Loenen Kroonenburgs-gerecht</i> te benoemen—uit aanmerking van dien tijtel, „is voormaals,” leezen wij, „aan de zijde
+van den Bailluw van de <i>Loosdrechten</i>, begreepen dat hem het oefenen van jurisdictie, op het grondgebied van <i>Loenen Kroonenburgs-gerecht</i> toekwam, waarover weleer, tegen den Heere van <i>Kroonenburg</i> of deszelfs Bailluw, proces is aangevangen, doch sedert geruimen tijd niet vervolgd
+geworden, zo dat de Bailluw van <i>Loenen Kroonenburgs-gerecht</i>, in de bezitting van dat recht is gebleven:” in gevolge het werkelijk hangen van
+’t gemelde proces gaat de Bailluw, voor de <i>Loosdrechten</i> verkozen zijnde, ook nog naar <i>Loenen Kroonenburgs-gerecht</i> om zig aldaar in zijne waardigheid van Bailluw te doen erkennen; doch wordt als dan
+geweigerd.
+</p>
+<p>De beide <i>Loosdrechten</i> en <i>Mijnden</i>, schijnen gemeenlijk als eene enkelde Ambachtsheerelijkheid aangemerkt te worden<span class="corr" id="xd32e16548" title="Niet in bron">,</span> doch zij zijn het niet, ieder is in de daad eene afzonderlijke Ambachtsheerelijkheid,
+niettegenstaande zij sedert lang, als onverdeeld, een zelfden Schout en Secretaris
+hebben; dit echter staat ter keuze van den Ambachtsheere of Vrouwe, (thans Vrouwe
+<span class="sc">S.&nbsp;M. van de Poll</span>, Douariere, wijlen den Wel-Ed. Gestrengen Heere Mr. <span class="sc">Z.&nbsp;H. Alewijn</span> van <i>Mijnden</i>, in leven President Schepen en Raad in de Vroedschap der stad <i>Amsteldam</i>,) die ook <i>Mijnden</i> een anderen Schout en Secretaris kan geeven; vermits de aanstelling aan dezelve staat,
+zo wel als van Schout en Secretaris van <i>Loosdrecht</i>.
+</p>
+<p>In het civile, wordt <i>Loosdrecht</i> in ’t gemeen beheerscht door den Ambachtsheere of Vrouwe in der tijd, met zeven Schepenen,
+<span class="pageNum" id="pb23.10">[<a href="#pb23.10">10</a>]</span>naamlijk drie uit <i>Oud-</i>, drie uit <i>Nieuw-Loosdrecht</i>, en één uit <i>Muieveld</i>, of uit <i>Oudover</i>: deezen worden aangesteld, zonder eenige voorafgegane nominatie, door den Heer of
+Vrouwe; aan wien het ook staat om dezelven naar goedvinden wegens getal of tijd te
+doen afgaan of aanblijven; derhalven is er, Schepenen betreffende, geen bepaalde tijd
+van verandering.
+</p>
+<p>Voords zijn er twee Weesmeesters, die tevens <span class="corr" id="xd32e16582" title="Bron: Armeesters">Armmeesters</span> zijn, en niet jaarlijks afgaan: zij hebben almede hunne aanstelling van den Ambachtsheer
+of Vrouwe; die ook de aanstelling heeft van de Schoolmeesters, in de beide <i>Loosdrechten</i>: deezen zijn tevens Kosters, Voorzangers en Doodgraavers.
+</p>
+<p>De Schepensbank wordt bediend door één’ boden: ook hebben Bailluw en Schout zamen
+één’ diender, die mede door den Ambachtsheer of Vrouwe aangesteld wordt.
+</p>
+<p>Onder de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">VOORRECHTEN</span>
+</p>
+<p>Van <i>Loosdrecht</i> kan men tellen, dat het, behalven de algemeene voorrechten van <i>Gooiland</i>, halsrecht heeft, gelijk er dan ook een buitengalg gevonden wordt.
+</p>
+<p>Een voorrecht van den Ambachtsheer is dat hij preferent is in het in huur neemen van
+het Rechthuis, (thans bewoond door den diender;) hetzelve is een dorpgebouw, waarvan
+de huurpenningen derhalven in ’s Dorps casse komen.
+</p>
+<p>Nog heeft de Ambachtsheer korentiendens, en tienden van de aardappelen die aldaar
+gewonnen worden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Voor eenige jaaren was in de <i>Oude Loosdrecht</i> eene vrij aanzienlijke porcelein-bakkerij, doch dezelve is van daar naar den <i>Amstel</i> verplaatst geworden; waardoor het dorp niet weinig heeft verloren.
+<span class="pageNum" id="pb23.11">[<a href="#pb23.11">11</a>]</span></p>
+<p>Er worden eene en andere handwerken, in de zamenleeving onontbeerelijk, geoefend;
+doch de hoofdbezigheid der bewooneren van dit gedeelte der Heerelijkheid, is het baggeren
+van turf, en vermits, zo wel het baggeren zelf, als het af- en aan-voeren van de turf,
+veele schepen en schuiten benoodigd maakt, houdt zulks op het dorp ook het scheepmaakers-handwerk
+aan den gang.
+</p>
+<p>Voor iedere morgen gronds die in de <i>Loosdrechten</i> uitgebaggerd zal worden, moet de aanneemer ƒ&nbsp;300 guldens geeven, (<i>inleggen</i>, zegt men aldaar;) voor dat geld wordt een Obligatie gekocht, en uit de interessen
+van deeze, betaalt de Heer of Vrouwe in der tijd zig de bepaalde verponding: het geen
+er overschiet wordt den aanneemer ter hand gesteld—Onder <i>Loenerveen</i> is dat inleggeld ƒ&nbsp;400, om dat aldaar uit de interessen ook nog het molengeld betaald
+moet worden.
+</p>
+<p>Er zijn in <i><span class="corr" id="xd32e16625" title="Bron: Oud Loosdrecht">Oud-Loosdrecht</span></i> ook veele visschers die hun sober bestaan in de uitgeveende plassen vinden—anderen,
+echter niet zeer veelen, leeven van den landbouw, van het rietgewas, of de melkerij;
+dit heeft nog meest plaats aan het <i>Leeg-eind</i> des dorps, zo als de <i>Loosdrechters</i> het noemen, en dat dien naam draagt, om dat het aan geen van beide zijden huizen,
+maar alleenlijk weilanden heeft.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS</span>
+</p>
+<p>Van <i>Oud-Loosdrecht</i>, vereischt geene breede plaats: in het jaar 1672, (dat verschrikkelijke jaar voor
+geheel <i>Nederland</i>,) had het door den inval der <i>Franschen</i> zeer veel te lijden: sedert is er, voor zo verre ons bewust is, weinig van aanbelang
+voorgevallen: de bovengemelde gezindheid der bewooneren, in het staatkundige, heeft
+de dorpelingen in onze jongstledene beroerten weinig deel gegeven: wel hebben zij
+zig in den wapenhandel geoefend, toen die oefening Staatswijze geboden werd, in de
+ontstaane verschillen met den Keizer <span class="sc">Joseph</span>: toen de verdere woelingen der Patriotten <span class="pageNum" id="pb23.12">[<a href="#pb23.12">12</a>]</span>voordgang namen, heeft men er ook nog, hoewel maar korten tijd, blijven exerceeren—bij
+den inmarsch der <i>Pruissen</i>, op hunnen doortogt naar <i>Loenen</i>, hebben de <i>Loosdrechters</i> hun een maand lang moeten inquartieren; en daar deeze lieden naar geene staatkundige
+gevoelens vroegen, hebben zij er ook verscheidene plunderingen aangericht; vooral
+heeft de plaats van de Wel-Edele Ambachtsvrouwe, in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i>, hunnen moedwil ten sterksten moeten bezuuren.
+</p>
+<p>Men vindt bij andere Schrijvers gewag gemaakt van een <i>Huis te Loosdrecht</i>, als eene bijzonderheid van deeze plaats; doch dit is, volgends onze ingewonnene
+berichten niet anders geweest dan een huis van den Ambachtsheer, ’t welk door den
+Heer Mr. <span class="sc">Alewijn</span> van <i><span class="corr" id="xd32e16666" title="Bron: Mijnde">Mijnden</span></i>, reeds genoemd, om zijne bouwvalligheid is weggebroken, om op den grond daarvan het
+tegenwoordig aanzienlijk gebouw te plaatsen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>,
+</p>
+<p>Deezen zijn hier niet—De <i>Hollandsche tuin</i> bij het Rechthuis, en de <i>Lindeboom</i>, zijn de voornaamste herbergen; ook zoude men in dezelven kunnen overnachten, en
+er geen gebrek aan eene goede bediening hebben.
+</p>
+<p>Verder vindt men er nog de herberg het <i>Turfschip</i>, en twee of drie herbergjens, alwaar men zig naar genoegen kan ververschen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>,
+</p>
+<p>Van Pinxter tot 3 maanden daarna, vaart zondags een schuit van <i>Loosdrecht</i> op <i>Amsteldam</i>; voords ’t geheele jaar door, maandags, dingsdags, woensdags en vrijdags, ook dergelijk
+een schuit.
+</p>
+<p>Vrijdags vaart van daar mede eene schuit op <i>Utrecht</i>—In gevalle van besloten water, rijdt er op de gemelde dagen een wagen op gezegde
+steden.
+<span class="pageNum" id="pb24.1">[<a href="#pb24.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e16327">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e16327src">1</a></span> Oudover <i>en</i> Muieveld <i>zijn gehuchten, gerechtlijk onder</i> Loosdrecht, <i>doch kerklijk onder</i> Loenen <i>behoorende</i>, (<i>de</i> Oude- <i>en</i> Nieuwe-dijk, <i>welke laatste aan</i> Breukeleveen <i>grenst, behoort onder de Parochie van</i> Oud-Loosdrecht:) <i>zij bevatten niets der aantekeninge waardig, en worden schaars bewoond, niettegenstaande
+er verscheidene buitenplaatsen in gevonden worden</i>: Loenderveen <i>is eene polder, mede onder</i> Loosdrecht <i>behoorende; doch dezelve is bijna geheel uitgebaggerd</i>.&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e16327src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+<div class="fndiv" id="xd32e16408">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e16408src">2</a></span> <i>Eenige onzer ingewonnene berichten spreeken zelfs van over de 3000 morgen.</i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e16408src" title="Ga terug naar noot 2 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div id="nieuw-loosdrecht" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1373">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure fignieuwloosdrechtwidth"><img src="images/nieuw-loosdrecht.jpg" alt="’t Dorp Nieuw-Loosdrecht." width="526" height="720"><p class="figureHead">’t Dorp Nieuw-Loosdrecht.</p>
+<p class="first"></p>
+<div class="q">
+<div class="body">
+<div class="lgouter">
+<p class="line">NIEUW-LOOSDRECHT, dat geheel in groen geboomt gelegen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Het oog des wandlaars, door natuurlijk schoon verrukt,
+</p>
+<p class="line">Biedt zijn bewooneren nogthans geen ruimen zegen,
+</p>
+<p class="line xd32e1402">Daar ’t algemeen verval het zeer gevoelig drukt.</p>
+</div>
+</div>
+</div><p></p>
+</div>
+<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
+<span class="ex">DORP</span><br>
+NIEUW-LOOSDRECHT.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p>Zeer verdeeld zijn de keuzen der vreemdelingen en ook der bewooneren wegens de aangenaamheid
+der beide <i>Loosdrechten</i>; deezen houden de <i>Nieuwe</i> anderen de <i>Oude</i> voor aangenaamer; voor ons, wij zouden voor de <i>Nieuwe</i> zijn, wat de vertooning over het geheel betreft; doch in de <i>Oude</i> zijn meer goede huizen, ook liggen er verscheidene buitenplaatsen in die in de <i>Nieuwe</i> niet voorhanden zijn, gelijk wij onder onze beschrijving van de <i>Oude Loosdrecht</i> reeds gezegd hebben.
+</p>
+<p>Wat de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
+</p>
+<p>Betreft, deeze is over ’t algemeen in onze beschrijving van <i>Oud-Loosdrecht</i> opgegeven; alleenlijk kunnen wij hier nog bijvoegen, dat ter zijde af meer bebouwde
+akkers liggen, waarop de aardappelen, boekwijt, en graanen zeer wèl willen tieren—bepaaldlijk
+maakt de <i>Nieuwe Loosdrecht</i>, in het zuiden, een scheiding tusschen de Provinciën <i>Holland</i> en ’t <i>Sticht</i>; ten westen paalt zij aan <i>Mijnden</i>.
+</p>
+<p>Wegens de <span class="sc">naamsoorsprong</span>, zie men onze beschrijving van <i>Oud-Loosdrecht</i>: <i>Nieuw-Loosdrecht</i> draagt ook nog den naam van <i>de Zijpe</i>.
+<span class="pageNum" id="pb24.2">[<a href="#pb24.2">2</a>]</span></p>
+<p>Van de <span class="sc">stichting</span> en <span class="sc">grootte</span>, zie men mede onder <i>Oud-Loosdrecht</i>—In den <i>tegenwoordigen staat van Holland</i>, leezen wij: „in de <i>Oude Loosdrecht</i>, staan de huizen, ter wederzijde gedeeltelijk op boere werven, of afgebrokene akkers,
+naar de wijze der veendorpen; in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> staan zij veelal aan elkander gebouwd”, doch het tegendeel is waar; in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> liggen de huizen veel verder van elkander dan in de <i>Oude</i>: voords liggen zij meer in ’t groen, maar daarentegen zijn de wooningen ook kluiziger,
+en veelen zelfs zodanig vervallen, zo ingezakt, dat zij geheel wanstaltige figuuren
+maaken: onder de wooningen in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> zijn ook geene andere Buitens, dan dat van de Ambachtsvrouwe reeds gemeld.
+</p>
+<p>Zie wegens het Wapen, <i>Oud-Loosdrecht</i>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KERKELIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Vermits ook hier, even als te <i>Oud-Loosdrecht</i> alle de bewooners den Gereformeerden Godsdienst belijden, zijn er geene andere dan
+de Gereformeerde kerk voorhanden. In het reedsgemelde werk: <i>Tegenwoordige staat van Holland</i>, leest men, betreffende dit artijkel: „De kerk van de <i>Oude Loosdrecht</i>, is vrij ruim; doch oud, met een laag torentjen, zij wordt echter zeer wèl en net
+onderhouden; die van de <i>Nieuwe Loosdrecht</i>, is netter en nieuwer, en heeft een schoonen toren, met een goede spits, die van
+vrij verre kan gezien worden”: de toren is vierkant, hoog en zwaar, en het spits met
+leiën gedekt: in allen deelen beantwoordt het gebouw voords aan de berichten bij ons
+ingewonnen, naamlijk dat het nog de plaats der Godsdienst-oefeninge onzer Landgenooten
+van vóór de reformatie was, zo wel als de kerk van <i>Oud-Loosdrecht</i>, zodanig dat deeze de Parochiekerk was, en die van de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> derzelver capel; gelijk zij dan ook weleer door de <i>Roomschen</i> genoemd werd, <i>onze capelle van de Zijpe</i>; men wil dat deeze capel omtrent den jaare 1400 gesticht zij: de toren heeft twee
+wijzerplaaten, waarop men het jaartal 1762 leest, zijnde het jaar waarin gemelde plaaten
+vernieuwd zijn.
+<span class="pageNum" id="pb24.3">[<a href="#pb24.3">3</a>]</span></p>
+<p>Naast den ingang der kerk is mede één der reeds gemelde vier dorps-brandspuiten geplaatst,
+en tegen een der zijmuuren van het gebouw ziet men eene soort van open houten huisjen,
+ten dienste van den koster en schoolmeester wanneer hij, amtshalven, voor dorpelingen
+iet moet afleezen.
+</p>
+<p>Rondsom de kerk is een kerkhof dat niets ongemeens heeft, niets anders dan, tegen
+een der muuren van die kerk aan, een vierkanten marmeren graftombe; hebbende echter
+geen ander cieraad, dan dat op het voorstuk deszelve is uitgehouwen, een gehelmd man,
+in boerschen of Oud-Hollandschen burger kleeding, hebbende een ijzeren stormhoed op:
+aan zijn linker arm heeft hij een schild, en in dezelfde hand een zwaard; in de rechterhand
+heeft hij een soort van hamer aan een langen stok die op zijn schouder ligt.
+</p>
+<p>Inwendig heeft het gebouw niets bijzonders: alles is er zeer wèl en geregeld: de bank
+voor den Heere of Vrouwe der Heerelijkheid staat, even als in de kerk van <i>Oud-Loosdrecht</i>, recht tegen over den Predikstoel.
+</p>
+<p>Het Schoolhuis is nabij de kerk, en is een gebouw aan het oogmerk beantwoordende.
+</p>
+<p>De Pastorij is achter de kerk, en heeft een zeer grooten hof.
+</p>
+<p>Een Wees- of Armen-huis is te <i>Nieuw-Loosdrecht</i> niet; de weezen en armen worden er bij de ingezetenen besteed, en zo de regeering
+al eenig gebruik van het weeshuis in de <i>Oude Loosdrecht</i> begeert te maaken, moet hetzelve, bij wijze van besteeding, betaald worden.
+</p>
+<p>Wegens de <span class="sc">wereldlijke gebouwen</span>, staat ons hier niets aantetekenen: zie dit zelfde artijkel onder onze beschrijving
+van <i>Oud-Loosdrecht</i>.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">KERKELIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Deeze is even als te <i>Oud-Loosdrecht</i> voornoemd: de Predikant is thans de Wel-Eerwaarde Heer <span class="sc">Reinier Swierink</span>.
+</p>
+<p>Daar voords de <span class="sc">wereldlijke regeering</span> mede dezelfde is als die van <i>Oud-Loosdrecht</i>, kunnen wij ons ook, wat deeze betreft, aan de meergemelde beschrijving van dat dorp
+gedraagen; hetzelfde zij gezegd van de <span class="sc">voorrechten</span>. Het zogenaamde <i>Loosdrechter bosch</i>, waarvan wij onder <i>Hilversum</i> gesproken hebben, kan als eene <span class="sc">bijzonderheid</span> aangemerkt worden.
+<span class="pageNum" id="pb24.4">[<a href="#pb24.4">4</a>]</span></p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>Der bewooneren zijn hier eenigzins onderscheiden van die waarmede de bewooners van
+<i>Oud-Loosdrecht</i> zig geneeren.
+</p>
+<p>De veenderij heeft hier weinig plaats, maar te meer, (wegens de voorraad van wei-
+en bouw-landen,) de melkerij, hooiteelt, en bouwerij—Weleer, en zelfs nog voor ruim
+20 jaaren, waren in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> veele lakenweeverijen, doch sedert zijn dezelven allen te niet geraakt, het geen
+niet weinig tot het verval van dit gedeelte der Heerelijkheid heeft toegebragt: de
+weinige weeverijen van <i>Hilversumsch streept</i>, die er nog gevonden worden, zijn van niet veel betekenis en mogen den naam van fabrieken
+niet draagen, alzo zij slechts voor eigen vertier, en dat niet veel zegt, aan den
+gang gehouden worden: het spinnen van wol en vlas, wordt hier nog wel bij veelen ter
+hand gehouden, doch verschaft voor eenen aanhoudenden arbeid slechts een sober bestaan,
+te meer treffende voor de inwooners om dat hun vooruitzicht niet op beteren stand
+uitloopt: tot gezegde spinning worden de meisjens van zeven of agt jaaren gebruikt;
+deezen verdienen daarmede 8 of 8½ stuivers in de week; de armoede der ouderen noodzaakt
+hen hunne kinderen voor dien geringen prijs te leenen, en dezelven daardoor te berooven
+van den tijd waarin zij behoorelijk leezen, schrijven enz. zouden kunnen leeren.
+</p>
+<p>De
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENIS</span>
+</p>
+<p>Deezes dorps heeft niets afzonderlijks met die van de <i>Oude Loosdrecht</i>: er zijn, dat ligt te begrijpen is, even lang al te <i>Oud-Loosdrecht, Pruissen</i> geinquartierd geweest, en dezelven hebben er grouwzaame plonderingen aangericht;
+vooral op het Buiten van de Ambachtsvrouwe, gelijk wij onder <i>Oud-Loosdrecht</i> reeds aangetekend hebben.
+</p>
+<p><span class="sc">Logementen</span> zijn in de <i>Nieuwe Loosdrecht</i> niet, en slechts eene herberg van eenig aanzien dat tevens eene uitspanning is; hier
+en daar vindt men een pleisterplaatsjen van geringen stand.
+</p>
+<p>Eindelijk zijn de <span class="sc">reisgelegenheden</span> dezelfden als in onze beschrijving van de <i>Oude Loosdrecht</i> zijn opgegeven.
+<span class="pageNum" id="pb25.1">[<a href="#pb25.1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="mijnden" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a href="#xd32e1378">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="main"><span class="ex">HET</span><br>
+AMBACHT <span class="asc">EN</span> DORP<br>
+<span class="ex">MIJNDEN</span>.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Voegelyk kunnen wij hier de beschrijving van dit kleine Ambacht laaten volgen, alzo
+het met <i>Loosdrecht</i>, onder een zelfde Bailluage behoort, gelijk wij hier voor reeds gezegd hebben: <i>Tekkop</i>, dat gewoonlijk bij <i>Mijnden</i> beschreven wordt, brengen wij onder <i>Woerden</i>.
+</p>
+<p>Wat betreft de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LIGGING</span>
+</p>
+<p>Van <i>Mijnden</i>, hetzelve paalt met zijn rechtsgebied ten noorden aan de <i>Drecht</i>, onder onze beschrijving van <i>Oud-Loosdrecht</i> reeds genoemd, en welk water uit <i>Loosdrecht</i> naar de <i>Vecht</i> stroomt, en <i>Mijnden</i>, van die plaats afscheidt: ten oosten heeft <i>Mijnden</i> de <i>Nieuwe-Loosdrecht</i>, ten zuiden het Gerecht <i>Breukelen-veen</i>, dat onder de Provincie van <i>Utrecht</i> behoort, en ten westen wordt het door de rivier de <i>Vecht</i> voornoemd afgescheiden van dat gedeelte van <i>Loenen</i> het welk onder de gemelde Provincie behoort<span class="corr" id="xd32e16976" title="Bron: ,">.</span>
+</p>
+<p>De grond bestaat meestal uit laag wei- en hooi-land; de kleinte van grond, de afgezonderdheid
+van ligging, het getal van ingezetenen, zo wel als de afgelegenheid der wooningen,
+doet er zulk eene buitengewoone stilte heerschen, dat een stedeling, aan het drokke
+gewoel gewoon, er zig weldra verveelt.
+</p>
+<p>Van den
+<span class="pageNum" id="pb25.2">[<a href="#pb25.2">2</a>]</span></p>
+<p class="headlike"><span class="ex">NAAMSOORSPRONG</span>,
+</p>
+<p>Deezes Ambachts zijn ons geene berichten ter hand gekomen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">STICHTING <span class="asc">EN</span> GROOTTE</span>.
+</p>
+<p>Van den aanleg of de stichting des dorps of van het Ambacht zijn even weinige berichten
+voorhanden; men zou intusschen mogen gissen, dat het van een zeer ouden datum kan
+weezen, want het <i>Huis te Mijnden</i>, (waarvan nader onder ons artijkel <span class="sc">bijzonderheden</span>,) wil men dat reeds in den jaare 1227 gesticht zoude weezen. Wat het tweede gedeelte
+van dat artijkel in onze gewoone orde van beschrijven betreft; <i>Mijnden</i> is niet groot; het bevat, volgends de voorhanden zijnde quohieren der verpondingen,
+slechts 296 morgen en 100 roeden lands; het spreekt derhalven van zelf, dat ’er ook
+niet veele huizen onder kunnen behooren: op de vroegere verpondingslijsten vindt men
+er niet meer dan 3 voor aangetekend; doch op de lijsten van den jaare 1732, staan
+er 20 huizen voor, waaronder eenige buitenplaatsen, en sedert zijn dezelven weinig
+vermeerderd.
+</p>
+<p>Het <span class="sc">wapen</span> van dit Ambacht zijn <i>vijf goudene</i>, en <i>vier zwarte dwarsbalken</i>, over het kruis doorsneden met <i>twee roode balken</i>.
+</p>
+<p>Onder ons artijkel
+</p>
+<p class="headlike">KERKLIJKE <span class="asc">EN</span> GODSDIENSTIGE GEBOUWEN,
+</p>
+<p>Kunnen wij, <i>Mijnden</i> betreffende, niets betrekken; een kerk is er niet; de ingezetenen behooren kerklijk
+onder <i>Loenen</i>; gelijk ook aldaar hunne Weezen verzorgd worden, zo dat er ook te <i>Mijnden</i> geen Weeshuis is; er is mede geen Armenhuis of Dorpschool.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE GEBOUWEN</span>.
+</p>
+<p>Deeze zijn alhier geene anderen dan het Rechthuis, waarin tevens herberg gehouden
+wordt, en niets bijzonders heeft der beschrijvinge waardig: het staat aan de <i>Mijnder-sluis</i>.
+</p>
+<p>Uit het voorgemelde blijkt dat te <i>Mijnden</i> geene afzonderlijke <span class="sc">kerklijke regeering</span> plaats heeft.
+</p>
+<p>En wat betreft de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">WERELDLIJKE REGEERING</span>.
+</p>
+<p>Daaromtrent hebben wij in onze beschrijving van <i>Oud-Loosdrecht</i>, onder het artijkel <span class="sc">wereldlijke regeering</span><a class="noteRef" id="xd32e17056src" href="#xd32e17056">1</a> reeds <span class="pageNum" id="pb25.3">[<a href="#pb25.3">3</a>]</span>gezegd dat <i>Mijnden</i> en de beide <i>Loosdrechten</i>, sedert lang als onverdeeld door een zelfden Ambachtsheer bezeten worden, niettegenstaande
+zij in de daad afzonderlijke Ambachtsheerlijkheden zijn; ook zeiden wij reeds dat
+zij uit dien hoofde dezelfde Schout en Secretaris hebben, het welk echter naar goedvinden
+van den Ambachtsheere of Vrouwe in den tijd geschiedt, gelijk wij in onze beschrijving
+van <i>Oud-Loosdrecht</i> mede reeds hebben aangetekend: <i>Mijnden</i> heeft voords drie Schepenen en een’ Buurtmeester, alle ter aanstellinge zo als die
+Schepenen van <i>Loosdrecht</i>: (Zie <i>Oud-Loosdrecht</i> art. <span class="sc">wereldlijke regeering</span>.)
+</p>
+<p>Verder vinden wij wegens de Wereldlijke Regeering van <i>Mijnden</i> nog uit medegedeelde berichten, het volgende aangetekend.
+</p>
+<p>„Het klein getal van ingezetenen, gaf in den jaare 1567, aanleiding tot eene schikking,
+waarbij vastgesteld werd, dat in de Ambachtsheerlijkheid van <i>Mijnden</i>, recht en gerechtigheid zoude geoefend worden, bij den Schout en drie gezworene Heemraaden,
+die aldaar jaarlijks gemagtigd werden, tot schouwing van de dijkaadjen en wateringen:
+deeze Heemraaden zouden als Schepenen den eed doen, in handen van den Ambachtsheere:
+volgends het verzoekschrift tot deeze schikking, welke door den Hove van <i>Holland</i> werd goedgekeurd, geschiedde dezelve, om dat de Gebuuren, die met den Schout te recht
+moesten zitten, maar elf in getal waren, en onder deezen vier broeders; ook waren
+zij alle schamele lieden, die dagelijks hun brood moesten gaan winnen, en derhalven
+op de rechtdagen niet passen.”
+</p>
+<p>Zie wegens de <span class="sc">voorrechten</span>, ons volgend art. <span class="sc">bijzonderheden</span>.
+</p>
+<p>De <span class="ex">BEZIGHEDEN</span>
+</p>
+<p>Der bewoneren van <i>Mijnden</i>, zijn geene anderen dan de hooiteelt en de melkerij; en welke beide takken van bestaan,
+hun nog maar maatiglijk het benoodigde kunnen verschaffen.
+</p>
+<p>Van de
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">GESCHIEDENISSEN</span>
+</p>
+<p>Deezes Ambachts is almede niets der aandacht waardig aantetekenen: de weinige bewooners
+die er gevonden worden hebben <span class="pageNum" id="pb25.4">[<a href="#pb25.4">4</a>]</span>geen deel genomen in de verdeeldheden; waardoor ons lieve Vaderland sedert eenige
+jaaren is geschokt geworden.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">BIJZONDERHEDEN</span>.
+</p>
+<p>Onder deezen kunnen wij brengen eenig bericht van het <i>Huis te Mijnden</i>, waarvan wij hiervoor reeds melding maakten; het bedoelde bericht, vinden wij geboekt
+in de volgende bewoordingen:
+</p>
+<p>„Ten noorden van de <i>Drecht</i>, niet verre van de <i>Mijndersluis</i>, door welken alle vaartuigen van de <i>Loosdrechten</i> naar de <i>Vecht</i> moeten, is, ten oosten deezer rivier, een ruig begraasde puinheuvel, die, gelijk
+men nog eenigzins kan ontdekken, met graften omvangen is geweest: deeze is het eenig
+overblijfzel van het huis te <i>Mijnden</i>, dat vrij groot schijnt geweest te zijn, en, volgends de gedaante der steenen, die
+men hier weleer vondt, doch merkelijk verminderen en verdwijnen, eene hooge rondheid
+moet gehad hebben; men wil dat het in den jaare 1227 gebouwd zij, door <span class="sc">Ægidius</span>, één der Heeren uit den Huize <span class="sc">Van Amstel</span>: ook is het vrij klaar dat de Heeren <span class="sc">Van Mijnden</span>, uit het geslacht der Heeren <span class="sc">Van Amstel</span> afstamden: de tijd der verdelging van dat huis, en bij welke gelegenheid dit gebeurde,
+is onbekend.”
+</p>
+<p>Dit huis geeft het recht tot beschreven te kunnen worden in de Ridderschap; het heeft
+ook verscheidene achterleenen die verheft moeten worden, alwaarom over dezelve ook
+een Stadhouder aangesteld wordt.
+</p>
+<p>Onder dit artijkel kunnen ook betrokken worden de aanzienlijke lustplaatsen, welken
+aldaar gelegen zijn, voornaamlijk tusschen de Weere of Landscheiding der Provincie
+van <i>Holland</i> en <i>Utrecht</i>—ééne der gezegde lustplaatsen, schijnt den naam van <i>Weerestein</i>, naar de gemelde <i>Weere</i> of landscheiding te draagen.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">LOGEMENTEN</span>
+</p>
+<p>Zyn hier eigenlijk niet.
+</p>
+<p>Het <i>Rechthuis</i> is eene goede herberg.
+</p>
+<p class="headlike"><span class="ex">REISGELEGENHEDEN</span>
+</p>
+<p>Zijn te <i>Mijnden</i> mede niet, men moet zig te voet of met rijtuig van daar naar één der nabijgelegene
+plaatsjens begeeven, om de vereischte reisgelegenheid te vinden<span class="corr" id="xd32e17176" title="Bron: ,">.</span>
+</p>
+</div>
+<div class="footnotes">
+<hr class="fnsep">
+<div class="footnote-body">
+<div class="fndiv" id="xd32e17056">
+<p class="footnote"><span class="fnlabel"><a class="noteRef" href="#xd32e17056src">1</a></span> <i>Zie aldaar ook wegens het Hooge Rechtsgebied.</i>&nbsp;<a class="fnarrow" href="#xd32e17056src" title="Ga terug naar noot 1 in tekst.">↑</a></p>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="transcriberNote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
+<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
+van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
+van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd32e39" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd32e39" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+</p>
+<h3 class="main">Metadata</h3>
+<table class="colophonMetadata">
+<tr>
+<td><b>Titel:</b></td>
+<td>De Nederlandsche stads- en dorp-beschrijver; III. deel</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Auteur:</b></td>
+<td>Lieve van Ollefen (1749–1816)</td>
+<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/54397564/</span></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Aanmaakdatum bestand:</b></td>
+<td>2023-11-18 12:32:18 UTC</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Taal:</b></td>
+<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
+<td>1795</td>
+<td></td>
+</tr>
+</table>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
+zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
+dit boek.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2023-08-25 Begonnen.
+</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctionTable">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+<th>Bewerkingsafstand</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e442">IV</a>, <a class="pageref" href="#xd32e3833">4</a>, <a class="pageref" href="#xd32e4428">16</a>, <a class="pageref" href="#xd32e5112">3</a>, <a class="pageref" href="#xd32e5708">16</a>, <a class="pageref" href="#xd32e5795">2</a>, <a class="pageref" href="#xd32e5850">2</a>, <a class="pageref" href="#xd32e7088">8</a>, <a class="pageref" href="#xd32e7194">10</a>, <a class="pageref" href="#xd32e9546">3</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11624">3</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11905">8</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12581">16</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12617">16</a>, <a class="pageref" href="#xd32e14509">8</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e503">V</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">eders</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">elders</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e739">VII</a>, <a class="pageref" href="#xd32e2386">18</a>, <a class="pageref" href="#xd32e3743">3</a>, <a class="pageref" href="#xd32e6294">2</a>, <a class="pageref" href="#xd32e6616">2</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11287">1</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12114">4</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12831">6</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12998">10</a>, <a class="pageref" href="#xd32e16548">9</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e855">IX</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">vier-en negentig</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">vier-en-negentig</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e868">IX</a>, <a class="pageref" href="#xd32e8384">4</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">-</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e890">X</a>, <a class="pageref" href="#xd32e4224">13</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12417">12</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">„</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e1029">XII</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">:</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e1203">XV</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Sicht</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Sticht</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e1691">6</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zjin</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zijn</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e1789">8</a>, <a class="pageref" href="#xd32e1862">9</a>, <a class="pageref" href="#xd32e7649">2</a>, <a class="pageref" href="#xd32e10035">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2014">11</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Huitzitten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Huiszitten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2225">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Keizersgaft</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Keizersgraft</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2440">19</a>, <a class="pageref" href="#xd32e5687">15</a>, <a class="pageref" href="#xd32e7888">8</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11546">2</a>, <a class="pageref" href="#xd32e12146">5</a>, <a class="pageref" href="#xd32e13350">16</a>, <a class="pageref" href="#xd32e16976">1</a>, <a class="pageref" href="#xd32e17176">4</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2450">19</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">’s </td>
+<td class="bottom">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2831">26</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">d e</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">die</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e2906">28</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">te</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">ze</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3159">35</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">tegenwêer</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">tegenweêr</td>
+<td class="bottom">2 / 0</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3236">36</a>, <a class="pageref" href="#xd32e3248">36</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl"> </td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3478">1</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11010">1</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">’d</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">d’</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3492">1</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">reedsbijna</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">reeds bijna</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3847">5</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">geemenlijk</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gemeenlijk</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3876">5</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">vee</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">veel</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e3916">6</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Histerie</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Historie</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4093">10</a>, <a class="pageref" href="#xd32e4105">10</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">baterijen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">batterijen</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4108">10</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">twaafponder</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">twaalfponder</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4138">11</a>, <a class="pageref" href="#xd32e14623">11</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Collonel</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Colonel</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4201">13</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">leewen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">leeuwen</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4340">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Patriooten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Patriotten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4351">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zie (</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">(zie</td>
+<td class="bottom">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4358">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gegenomd</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">genoemd</td>
+<td class="bottom">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4391">16</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Elisabethts</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Elisabeths</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4417">16</a>, <a class="pageref" href="#xd32e10437">4</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11731">4</a>, <a class="pageref" href="#xd32e11853">7</a>, <a class="pageref" href="#xd32e14064">7</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4554">3</a>, <a class="pageref" href="#xd32e7447">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl"> </td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">-</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4666">6</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">geteiteisterd</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">geteisterd</td>
+<td class="bottom">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4675">6</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">merktenen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">merktekenen</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e4999">1</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Ambachtsheerlijk</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Ambachtsheerlijkheid</td>
+<td class="bottom">4</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e5020">2</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">aangenam</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">aangenaam</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e5285">7</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Seretarij</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Secretarij</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e5410">10</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">geappropieerd</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">geapproprieerd</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e5673">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Collonels</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Colonels</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e5848">2</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Lutersch</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Luthersch</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e6033">8</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">erhalven</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">derhalven</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e6430">1</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">?</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">,</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7131">9</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Amsterveen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Amstelveen</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7158">9</a>, <a class="pageref" href="#xd32e13337">16</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7387">13</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">warmoesstraat</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Warmoesstraat</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7468">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Cavharin</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Catharina</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7503">16</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">baterij</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">batterij</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7572">16</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bezorgen de</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bezorgende</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7641">2</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">naaamlijk</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">naamlijk</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7755">5</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">ligggen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">liggen</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7779">6</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">geplaast</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">geplaatst</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7797">6</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">voor</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Voor</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7913">9</a>, <a class="pageref" href="#xd32e8002">12</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Ontewaaler</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Outewaaler</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e7994">12</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">;</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">:</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e8103">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">innudatie</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">inundatie</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e8112">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Mathys</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Matthys</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e8219">1</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Anstelland</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Amstelland</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e8381">4</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">toortjen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">torentjen</td>
+<td class="bottom">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e8497">7</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Postorij</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Pastorij</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e8724">11</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">van </td>
+<td class="bottom">4</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9018">16</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">was</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">waren</td>
+<td class="bottom">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9269">20</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">niette enstaande</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">niettegenstaande</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9314">20</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Ouder Amstel</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Ouder-Amstel</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9446">2</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Narden</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Naarden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9891">11</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">oerde</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">voerde</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9895">11</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">waar uit</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">waaruit</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9950">12</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">duurden</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">duurde</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e9975">13</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">detachemet</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">detachement</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10030">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">maaktte</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">maakte</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10037">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">eenvouwig</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">eenvoudig</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10040">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">wierde</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">wierden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10043">14</a>, <a class="pageref" href="#xd32e10060">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gekwest</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gekwetst</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10046">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gekwesten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gekwetsten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10071">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Pruissich</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Pruissisch</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10084">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">barsten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">barstten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10090">15</a>, <a class="pageref" href="#xd32e10098">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">barste</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">barstte</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10109">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zettede</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zetteden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10112">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gekwesten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gewetsten</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10130">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">eischten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">eischte</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10146">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Battailion</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Battaillon</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10345">3</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">)</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10531">7</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">.</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">:</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10680">10</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">rijd</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">rijdt</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e10918">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">zuiderzee</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Zuiderzee</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11170">3</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Eersteliijk</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Eerstelijk</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11314">1</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">naa</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">naar</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11321">1</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">als</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">sal</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11582">2</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">derzelve</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">derzelver</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11641">3</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">to</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">tot</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11681">4</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">suijdellijksten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">suijdelijksten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11859">8</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">gtoote</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">groote</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11862">8</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">”</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e11934">8</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">t’</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">’t</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12053">3</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">onvertsaagheid</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">onversaagdheid</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12074">3</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">erfpracht</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">erfpacht</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12111">4</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">anmerking</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">aanmerking</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12131">4</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">en</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">den</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12139">5</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">nag</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">nog</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12159">5</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">vau</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">van</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12164">5</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">overredig</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">overreding</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12241">8</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">rste</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">eerste</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12325">9</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">pla ten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">plagten</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12462">13</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">–</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12466">13</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">100739 5–:0</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">100739–5–0</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12486">14</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">ordinarire</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">ordinaire</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12511">15</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">genootschp</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">genootschap</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12729">3</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">vriendljke</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">vriendlijke</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12807">6</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">-</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12840">7</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">eenstemming</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">eenstemmig</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e12971">9</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Wel Edele</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Wel-Edele</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e13009">10</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bortsziekten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">borstziekten</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e13142">13</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Gecommittererden</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Gecommitteerden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e13339">16</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">;</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e13933">4</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Muider slot</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Muiderslot</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e14240">12</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Abbama</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Abbema</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e14452">7</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bloienden</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">bloeienden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15052">5</a>, <a class="pageref" href="#xd32e15097">5</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Weesper-kerspel</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Weesper-Kerspel</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15264">9</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">welden</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">welken</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15596">2</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">innundatiën</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">inundatiën</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15612">3</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Weespers-karspel</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Weesper-Kerspel</td>
+<td class="bottom">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15629">3</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Weesper kerspel</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Weesper-Kerspel</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15754">5</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Weessp</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Weesp</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e15802">6</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">een</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">eens</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e16582">10</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Armeesters</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Armmeesters</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e16625">11</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Oud Loosdrecht</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Oud-Loosdrecht</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd32e16666">12</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Mijnde</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl">Mijnden</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+<div style='text-align:center'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK DE NEDERLANDSCHE STAD- EN DORPBESCHRIJVER, DEEL 3 (VAN 8) ***</div>
+</body>
+</html>