summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/69661-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/69661-0.txt')
-rw-r--r--old/69661-0.txt3433
1 files changed, 0 insertions, 3433 deletions
diff --git a/old/69661-0.txt b/old/69661-0.txt
deleted file mode 100644
index 776922c..0000000
--- a/old/69661-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3433 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0017: De gestrafte Don
-Juan, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 0017: De gestrafte Don Juan
-
-Authors: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: December 30, 2022 [eBook #69661]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
- Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0017: DE
-GESTRAFTE DON JUAN ***
-
-
-
-
- Lord Lister
- genaamd Raffles
- De groote Onbekende.
-
- No. 17 De gestrafte Don Juan.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE GESTRAFTE DON JUAN.
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
-BESCHERMER DER DEUGD.
-
-
-Evenals dat elken avond het geval is in de Londensche City, waren ook
-heden de straten overvol met ambtenaren van de groote bankinstellingen,
-die van hun kantoren huiswaarts keerden.
-
-Deze drukte van menschen maakte het een ouden, mageren man moeilijk, om
-een paartje in het oog te houden, dat in een stille zijstraat sinds
-eenigen tijd voor hem uitliep.
-
-Het waren een dichtgesluierd slank jong meisje, van wie men alleen de
-prachtige gestalte en het overvloedige goudblonde haar zag, en een
-kleine, gezette heer met cylinder en elegante pelsjas.
-
-De dame was minstens een hoofd grooter dan hij.
-
-Hij had zich bij den hoek der straat opgedrongen aan het jonge
-meisje—dat volgens haar eenvoudig uiterlijk en het pakje, dat zij onder
-den arm droeg, winkeljuffrouw of iets dergelijks was en sprak nu druk
-en met gedempte stem tot haar.
-
-Het jonge meisje luisterde blijkbaar slechts met tegenzin naar hem.
-
-Herhaaldelijk reeds had zij den man op korten, afwijzenden toon
-geantwoord of haar schreden verhaast, zonder dat het haar was gelukt,
-den onbescheiden heer kwijt te raken.
-
-Toen hij nu echter zelfs zijn arm door den hare schoof en een poging
-waagde om haar met geweld te omhelzen, bleef zij staan om zich tegen
-hem te verdedigen.
-
-„Laat mij los!” riep zij, bevend van verontwaardiging. „Wat wilt gij
-van mij? Mijn hemel, is er dan niemand in de nabijheid om mij te
-beschermen? Gij ziet immers, dat ik niets van u wil weten!”
-
-Nauwelijks had zij dit gezegd, of de oude man was reeds aan haar zijde.
-Het was, alsof hij slechts op dezen hulpkreet had gewacht. En zoo
-onverwacht dook hij uit de schaduw der huizenrij op, dat niet alleen de
-aanvaller, maar ook het jonge meisje in het eerst verschrikt omkeek.
-
-„Drommels! Laat die dame met rust, mijnheer. Of anders sla ik u,
-ondanks uw mooie kleeren, uw beenen stuk!”
-
-De zoo vriendelijk toegesprokene keerde zich woedend om. En toen hij
-zag, dat hij een ouden, in lompen gekleeden man tegenover zich had,
-wies zijn moed.
-
-„Wat gaat het u aan, wat ik met die dame te verhandelen heb? Neem dit!
-En ga nu uw eigen weg!”
-
-De oude man nam het geldstuk, dat de ander hem voorhield, aan, maar
-omklemde tegelijkertijd diens pols met zooveel kracht, dat de kleine
-heer zijn tanden op elkaar drukte om het niet uit te schreeuwen van
-pijn.
-
-„Wat het mij aangaat, wat gij met die dame te verhandelen hebt,
-mijnheer? Misschien heel veel. Lord Edward Rochester is wel voorzitter
-van de „Vereeniging tot hulp van gevallen meisjes” en lid van
-verschillende instellingen van weldadigheid, kortom, een beschermer der
-deugd, maar niettemin geloof ik niet, dat zijn verhandelingen met deze
-jonge dame iets te maken hebben met de bedoeling van die liefdadige
-instellingen!”
-
-Nu hij zag, dat men hem kende, werd het ronde, vette gelaat van den
-Lord, wiens kleine, waterige varkensoogen den oude verbaasd
-aanstaarden, doodsbleek. Hij stamelde een paar woorden en was een
-oogenblik later in de duisternis verdwenen.
-
-Het jonge meisje putte zich uit in dankbetuigingen, maar de oude, die
-den Lord met een eigenaardig glimlachje had nageoogd, weerde haar af.
-
-„Goed, goed, Miss, het heeft niets te beteekenen. Maar vertel mij eens,
-wat wilde die man van u?”
-
-Het meisje keek haar beschermer verbaasd aan.
-
-Zijn stem klonk nu heel anders, niet meer zoo heesch en ruw als
-zooeven. En zijn gestalte was niet meer gebogen, maar krachtig
-opgericht.
-
-Terwijl zij nog steeds met haar verbazing kampte, vertelde zij, dat de
-heer haar eerst een eindweegs achtervolgd had, om haar daarna aan te
-spreken. Hij had haar aangeboden, om zich haar lot aan te trekken, daar
-zij toch maar een arme winkeljuffrouw was, die nauwelijks genoeg
-verdiende om van te leven.
-
-Als zij zich aan hem wilde toevertrouwen, zou hij er voor zorgen, dat
-zij niet meer zoo hard zou behoeven te werken, want daarvoor vond hij
-haar veel te jong en te mooi.
-
-„Maar”, eindigde zij snikkend, „al ben ik ook maar een arme
-winkeljuffrouw, die een arme zieke moeder moet steunen en al gaat het
-ons op het oogenblik ook zoo slecht, dat onze huisheer ons heeft
-gedreigd, ons op straat te zullen zetten, als wij niet vóór den derden
-van de volgende maand de huur betalen, liever zou ik een eind aan mijn
-leven maken, dan mij voor geld te verkoopen!
-
-„Ach, beste man”, zuchtte zij, „het is voor een arm meisje dikwijls
-heel moeilijk om weerstand te bieden aan de verleiding.”
-
-Zij had, om haar tranen te drogen, haar sluier teruggeslagen en de oude
-zag een buitengewoon mooi gezichtje, waarop echter kommer en ontbering
-sporen hadden achtergelaten.
-
-De oude man drukte haar vol medelijden de hand.
-
-„Wanhoop niet, beste kind”, sprak hij. „De hemel zal u niet verlaten.
-Wanneer, zeidet gij, dat die huur betaald moet worden?”
-
-„Vóór den derden. Het is vijf pond. En nu is het al den 30en November!”
-
-De oude knikte.
-
-„En waar woont gij? Het zou mogelijk kunnen zijn, dat wij elkaar nog
-eens noodig hadden.”
-
-Het meisje noemde haar naam en adres.
-
-„Goed. En ga nu rustig naar huis!”
-
-Nogmaals drukte hij hartelijk haar hand en, voordat zij nog iets had
-kunnen zeggen, was hij om den hoek der straat verdwenen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-TWEE BRIEVEN.
-
-
-Toen Lord Rochester den volgenden morgen in zijn weelderig ingerichte
-studeerkamer aan de schrijftafel plaats nam om de morgenpost na te
-zien, viel hem het eerst een klein, langwerpig couvert op, waarvan het
-adres met een sierlijke vrouwenhand was geschreven en dat daarom het
-meest zijn aandacht trok.
-
-Nauwelijks had hij den brief geopend en de eerste regels gelezen, of
-het bloed steeg hem naar het hoofd en zijn kleine oogen schitterden van
-blijde verrassing. De brief luidde:
-
-
- „Hooggeachte Heer!
-
- Toen ik mij gisteren op weg naar huis bevond, had ik de eer en het
- buitengewone genoegen, kennis met U te maken.
-
- Ik zie mij helaas gedwongen, U excuus te vragen voor mijn onbeleefd
- optreden. Ik wist niet met wien ik de eer had en het ongewenschte
- optreden van den ouden lomperd belette mij, nader kennis met U te
- maken en U zoo vriendelijk te behandelen als gij dat met Uwe
- vriendelijke bedoelingen hadt verdiend.
-
- Want een arme winkeljuffrouw mag het een groot geluk noemen, de
- bescherming van zulk een voornaam en invloedrijk heer te bezitten.
-
- Ik ben door mijn betrekking helaas op werkdagen gebonden. Als gij
- mij echter mijn onbeleefdheid kunt vergeven en mij nogmaals wenscht
- te ontmoeten, dan zou het mij gelukkig maken, als gij mij morgen,
- Zondag, namiddag tusschen vijf en acht uur zoudt willen komen
- bezoeken in mijn woning, Balticstraat 285 A, twee hoog.
-
- Met de meeste hoogachting en eerbied,
-
- MARY GREEN,
- ten huize van Mrs. Dumby.”
-
-
-De Lord kon zijn vreugde nauwelijks bedwingen.
-
-Natuurlijk zou hij gaan!
-
-Weliswaar had hij het gelaat van de winkeljuffrouw nog niet kunnen
-zien, maar haar gestalte, haar houding en het prachtige, goudblonde
-haar deden wel vermoeden, dat zij zeer mooi was.
-
-O zeker, de regent van het „Tehuis voor Dienstboden”, de voorzitter van
-de „Vereeniging ter bescherming van gevallen meisjes” was een
-vrouwenkenner!
-
-Hij keek zijn correspondentie verder door en opende eindelijk ook een
-groot, wit, vierkant couvert, welks adres en inhoud met de machine
-waren geschreven.
-
-Nauwelijks had hij echter het papier opengevouwen en de eerste woorden
-gelezen, of de trek van vreugde, die nog steeds over zijn gelaat
-verspreid lag, maakte plaats voor een uitdrukking van grooten schrik.
-
-Hij las:
-
-
- „Lord Rochester!
-
- Gij zijt de grootste huichelaar en schurk, die op aarde leeft! Gij
- doet voor het oog van de wereld aan allerlei liefdadig werk en zijt
- mild met het geld van anderen, wat U echter niet belet om Uw arme
- pachters uit te zuigen en ze onbarmhartig met vrouw en kinderen op
- straat te zetten, als zij de U verschuldigde rente niet op tijd
- kunnen opbrengen.
-
- Ook voor de rest deugt gij niet veel. Uw hardheid, hebzucht en
- bedriegerijen zijn hemeltergend!
-
- En daarom heb ik het plan opgevat om U een klein lesje te geven.
- Luister:
-
- In uw studeerkamer staat uw brandkast, waarin zich op het oogenblik
- vierduizend pond in contanten bevinden, die gij door woeker en
- bedrog hebt verkregen en waarvan ik U morgen (Zondag) tusschen vijf
- en zeven uur zal ontlasten!
-
- Doe geen moeite om voorzorgen te nemen! Het zou toch vergeefsche
- moeite zijn!
-
- JOHN C. RAFFLES.”
-
-
-Raffles! Toen de Lord dien naam las, week de laatste droppel bloed uit
-zijn wangen.
-
-Wee dengene, die de attentie trok van dezen grooten gauwdief!
-
-Hij wist maar al te goed, wat deze naam beteekende.
-
-Alle deuren openden zich voor hem als door een tooverhand, de sterkste
-stalen platen smolten onder zijn vingers als was en daarenboven was hij
-alom tegenwoordig.
-
-Ja, er waren menschen, die beweerden, hem op verschillende plaatsen
-tegelijk gezien te hebben.
-
-Alleen de politie zag hem nooit, ten minste het gelukte haar niet, den
-met bovenmenschelijke eigenschappen begaafden Lord Lister in handen te
-krijgen.
-
-Meer dan een dozijn keeren had men hem bijna te pakken gehad, maar
-steeds was hij weer ontsnapt!
-
-En was deze brief op zichzelf ook niet iets bijzonders?
-
-Hoe wist Raffles van de aanwezigheid van het geld in zijn brandkast?
-Ja, hoe was het mogelijk, dat hij nauwkeurig het bedrag kende?
-
-De Lord veegde zich het koude zweet van het voorhoofd.
-
-Zelfs zijn eigen vrouw wist niets van dit geld, dat hij eerst gisteren,
-voor zijn ontmoeting met de mooie Mary, had ontvangen.
-
-De mooie Mary! Eerst nu dacht hij weer aan haar.
-
-Drommels, wat trof dat ongelukkig! Tusschen vijf en zeven—welk een
-ongelooflijke, verregaande brutaliteit!— had Raffles zijn inbraak
-aangekondigd,—en juist in diezelfde uren had de schoone jonge vrouw hem
-op haar kamer genoodigd!
-
-De Lord was woedend, en bevreesd tegelijkertijd.
-
-Maar eindelijk werd hij kalmer. Neen, deze geschiedenis was toch al te
-dom in elkaar gezet, om van Raffles te kunnen uitgaan.
-
-De afzender van den brief moest immers begrijpen, dat hij, de Lord,
-niet zoo dom zou zijn om het geld in de brandkast te laten liggen,
-totdat het den briefschrijver zou behagen om het te komen halen!
-
-Ach neen, zoo dom was Raffles niet! Ongetwijfeld gold het hier een
-misplaatste grap.
-
-Hij had zooveel vijanden, vooral onder zijn pachters, tegenover wie hij
-inderdaad onverbiddelijk was. En deze wisten, dat hij gisteren de pacht
-had ontvangen en met den rentmeester had afgerekend.
-
-Er was niet veel scherpzinnigheid voor noodig om het bedrag te beramen
-en te begrijpen, dat hij dit den Zondag over in zijn brandkast zou
-bewaren, om het daarna bij de Bank te deponeeren.
-
-Het eenige doel van den brief was dus om hem schrik aan te jagen.
-
-Maar toch besloot de Lord om in elk geval zijn maatregelen te nemen!
-
-Hij telephoneerde Scotland Yard op het hoofdbureau van de Londensche
-geheime politie. Vijf minuten later wist kapitein Baxter alles van de
-zaak af.
-
-Zooals telkens, als hij den naam van John C. Raffles hoorde, geraakte
-ook nu de beroemde commissaris van politie geheel van streek.
-
-John C. Raffles! Aan hoeveel nuttelooze moeite en teleurstellingen
-herinnerde hem die naam!
-
-„Alweer die vervloekte Raffles!” zuchtte Baxter, terwijl hij zijn
-collega’s wanhopig aankeek. „Het is, alsof die naam de vloek van mijn
-leven moet worden! Hoe vaak reeds dachten wij den Grooten Onbekende,
-die met den levenden duivel in contact staat, als hij ten minste niet
-zelf de duivel is, in onze macht te hebben.
-
-„En altijd weer ontkwam hij ons in het laatste oogenblik!
-
-„Deze brutaliteit van hem overtreft weer alle grenzen. Nu, in elk geval
-zullen we ons in hinderlaag stellen.
-
-„Wees niet al te overmoedig, John Raffles! Wij kennen je streken zoo
-langzamerhand. Zoo gemakkelijk als indertijd bij Lord Lister, toen gij
-ons ook te voren van uw plannen op de hoogte hadt gebracht, zult ge ons
-nu niet ontkomen.”
-
-Detective Marholm had moeite om zijn lachen te verbergen.
-
-„Zeker kapitein, ik ben het geheel met u eens,” sprak hij met moeilijk
-bedwongen ernst „Dezen keer is de zaak uiterst eenvoudig. Zooals gij
-zeer terecht opmerkt, kennen wij nu al zijn streken. Indertijd bleek
-het, dat de Lord Lister, dien Raffles wilde bestelen, Raffles in eigen
-persoon was. Wat ligt dus meer voor de hand, dan dat nu John C. Raffles
-zich zal vermommen als Lord Rochester?
-
-„Lord Lister, of Raffles, zooals hij zich noemt, is weliswaar groot en
-slank als een den, en Lord Rochester klein en dik, maar wat hindert
-dat?
-
-„Wat is onmogelijk voor dezen duivel in menschengedaante?
-
-„Toen kwam Raffles uit een groote antieke klok te voorschijn, nu zit
-hij misschien in een schrijftafel of boekenkast.
-
-„Het komt er hoofdzakelijk op aan, dat wij onze oogen goed open hebben.
-Dan kan hij ons onmogelijk ontsnappen!”
-
-Kapitein Baxter wist niet goed of Marholm als naar gewoonte met hem
-spotte, of dat het hem dezen keer ernst was. Met onverschillig gelaat
-haalde hij daarom zijn schouders op.
-
-Hij had nu ook geen tijd of lust om veel te redeneeren.
-
-Reeds een kwartier later bevond hij zich met een staf van zijn beste
-beambten op weg naar de prachtige villa van Lord Rochester in
-Enismorgarden, dicht bij Hyde-Park, waar men hem reeds verwachtte.
-
-Kapitein Baxter liet zich eerst, nadat hij Lord Rochester eerbiedig had
-gegroet, het schrijven van Raffles voorleggen, waarvan de Lord hem
-reeds den inhoud had medegedeeld.
-
-Aandachtig bekeek hij den brief aan alle kanten.
-
-„Het is ongehoord!” mompelde hij herhaaldelijk, den brief telkens weer
-overlezende. „En komt het uit, dat gij vierduizend pond in uw brandkast
-hebt?”
-
-De Lord ging naar de brandkast, die tusschen de ramen stond en opende
-de deur.
-
-„Kijk maar. Overtuig uzelf! Er is zes pond acht shilling meer dan dat
-bedrag. Daar het gisteren Zaterdag was en de Engelsche Bank op die
-dagen reeds om drie uur sluit, was ik niet meer in de gelegenheid het
-geld bij haar te deponeeren. Ook vandaag, Zondag, is mij dat natuurlijk
-niet mogelijk.”
-
-Kapitein Baxter richtte nog een massa vragen tot den Lord, totdat deze
-eindelijk in lachen uitbarstte.
-
-„Gij gelooft toch niet werkelijk, Mr. Baxter, dat deze brief inderdaad
-afkomstig is van Raffles? Dat zou toch al te mal zijn. Kijk eens! Ik
-steek het geld eenvoudig bij mij! Zoo—nu zal het een toer zijn voor
-mijnheer Raffles om het vanmiddag, als hij mij het beloofde bezoek komt
-brengen, te pakken te krijgen!”
-
-Hij was al sprekende naar de brandkast gegaan, had zijn geld in de
-portefeuille en deze in den zak gestoken.
-
-Kapitein Baxter had peinzend naar hem gekeken;
-
-„Dat is in elk geval het eenvoudigste, mylord. Als die Raffles maar
-niet zoo’n door en door geslepen kerel was!
-
-„Ik zou er mij niet over verbazen, als gijzelf plotseling van gedaante
-zoudt veranderen en Lord Lister of Raffles, zooals hij zichzelf noemt,
-in uw plaats voor mij stond.”
-
-De Lord lachte.
-
-„Nu, die vrees is totaal ongegrond, kapitein Baxter. Ik herinner mij
-tenminste niet, ooit een gauwdief te zijn geweest, al staat dit ook in
-dien ellendigen brief zwart op wit.
-
-„Maar ik wil u niet beletten de maatregelen te nemen, die gij noodig
-oordeelt. Alleen zou het mij aangenaam zijn, als ik er zelf zoo weinig
-mogelijk last van had.”
-
-Kapitein Baxter boog.
-
-„Ik verzoek u, Mylord, de verzekering te willen aannemen, dat wij alles
-in het werk zullen stellen.
-
-„Het zou mij zelfs een genoegen doen, als Mylord ons het terrein wilde
-vrijlaten. Hoe verder Mylord zich verwijdert met het geld, waarvan in
-den brief sprake is, des te beter. Ook zijn wij, als wij weten dat
-Mylord afwezig is, veilig voor de verkleedkunst van Raffles, die zich
-misschien, vermomd als Lord Rochester, aan ons zal komen vertoonen.”
-
-Lord Rochester kon een glimlach niet bedwingen.
-
-„Dus gij meent nog altijd, dat die brief werkelijk van Raffles komt?”
-
-Kapitein Baxter haalde de schouders op.
-
-„Ik geloof het niet. Maar in elk geval moet ik mijn maatregelen nemen.
-Het wakend oog der politie slaapt nooit! Mylord kan hierop rekenen:
-komt Raffles, dan zal Londen vanavond van een der gevaarlijkste
-misdadigers bevrijd zijn!”— —
-
-Lord Rochester was in een uitstekend humeur. Het geld was gered.
-Bijzonder aangenaam was het hem, dat de chef der politie zelf zijn
-afwezigheid gewenscht achtte. Dit stemde volkomen overeen met zijn
-eigen wenschen, want nu stond niets meer zijn bezoek aan de mooie
-winkeljuffrouw in den weg.
-
-Lang voor den bepaalden tijd waren kapitein Baxter en zijn manschappen
-dien middag op hun post.
-
-Een deel van hen verborg hij in het park, andere kregen een plaatsje in
-huis, vooral in de buurt van de studeerkamer, om daar zijn bevelen af
-te wachten.
-
-Hij onderzocht persoonlijk de studeerkamer en vooral alle meubelen, die
-daarin stonden, of zij geschikt waren, om iemand tot schuilplaats te
-dienen. Daarna nam hij zijn plaats in, gehurkt achter een der meubels,
-gewapend met zijn Browning-pistool.
-
-Nu kon hij gerust komen, de overmoedige John C. Raffles! Hij, kapitein
-van politie Baxter, was op alles voorbereid!
-
-Als dat wachten maar niet zoo vermoeiend en vervelend was geweest!
-
-Den tamelijk corpulenten Baxter, die zich in zijn schuilplaats
-nauwelijks kon bewegen, deden alle leden pijn. Nu eens sliep zijn arm
-dan weer zijn been. Zijn manschappen had hij een plaatsje in huis
-gegeven, zoodat de bedienden hen niet konden opmerken.
-
-Het sloeg vijf, het sloeg zes uur. Geen geluid werd vernomen. Slechts
-een zwakke lichtstraal viel in de kamer. Men hoorde niets dan af en toe
-het zachte kraken van een der meubels, dat Baxter telkens deed
-opschrikken, het tikken van de pendule op den schoorsteenmantel en het
-lachen van de dienstboden in de keuken.
-
-Kapitein Baxter onderdrukte een verwensching.
-
-Als er werkelijk eens alleen sprake was van een grap van een of anderen
-spotvogel? Dan was de politie alweer—zij het dan ook indirect—door den
-meesterdief voor den gek gehouden.
-
-Langzamerhand begon Baxter zeer vermoeid te worden en hij was op het
-punt, in slaap te vallen, toen hij plotseling opschrikte.
-
-Had hij zich vergist? Neen, hij had duidelijk een zacht gekraak aan de
-deur vernomen. En toen hij voorzichtig opkeek, zag hij, dat deze
-langzaam geopend werd.
-
-Een donker hoofd verscheen door de opening, daarop volgde de gestalte
-van een langen, slanken man,
-
-Raffles! Hij was het!
-
-Kapitein Baxter durfde niet ademhalen. Hij beefde, als een jager, die
-vreest, door een ontijdige beweging het wild, dat reeds in de val
-loopt, op het laatste oogenblik te verjagen.
-
-De donkere gestalte kwam intusschen de kamer in, keek onderzoekend rond
-en naderde de plek, waar de brandkast stond.
-
-Nu wachtte Baxter niet langer. Hij sprong uit zijn schuilhoek te
-voorschijn. Een schel gefluit, het afgesproken teeken, weerklonk, en
-hij wierp zich op zijn vijand, voordat deze gelegenheid had om te
-vluchten.
-
-„Halt, Raffles! Geef je over! Dezen keer ontsnap je niet!” bulderde hij
-terwijl de deur werd geopend en meer dan een half dozijn
-politie-agenten hun chef te hulp snelden......
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-EEN NOODLOTTIGE LIEFDESHISTORIE.
-
-
-Toen Lord Rochester even over vijf uur op den knop der electrische
-schel drukte aan het huis met het naambordje: „F. Dumby”, kwam hem een
-vriendelijke oude vrouw opendoen. Op zijn vraag naar Miss Green,
-antwoordde zij:
-
-„Miss Green verwacht u!” waarna zij den Lord in een eenvoudige, maar
-keurig ingerichte kamer bracht.
-
-Zij klopte aan de deur.
-
-„Miss Green!”
-
-De deur werd geopend en de geroepene verscheen op den drempel.
-
-Lord Rochester moest dadelijk constateeren, dat zij werkelijk heel mooi
-was, ondanks haar iets te forsche trekken, die echter verzacht werden
-door het weelderige, goudblonde haar, hetzelfde haar, dat reeds
-gisteren zijn aandacht had getrokken en zijn bewondering opgewekt.
-
-Hij volgde Miss Green in de kamer. Het jonge meisje voelde zich
-blijkbaar min of meer beschroomd.
-
-Eerst nadat de Lord haar herhaaldelijk had verzekerd, dat hij in ’t
-geheel niet meer boos op haar was, overwon zij haar verlegenheid en
-vertelde hem van haar moeilijk leven.
-
-De Lord luisterde met verveling naar haar en keek verstrooid om zich
-heen.
-
-Werkelijk schitterend zag het er in deze armoedige kamer niet uit.
-
-Maar dat was juist goed. Des te gemakkelijker zou hij gewonnen spel bij
-het jonge meisje hebben.
-
-„Ach ja, Mylord”, besloot Miss Green, „het is geen prettig leven, dat
-ik hier heb en gij zult nu wel begrijpen, hoe gelukkig het mij maakt, u
-bij mij te zien. Het is heel lief van u, dat gij mij wilt helpen. En
-juist in u stel ik vertrouwen. Ik heb vernomen, dat gij aan het hoofd
-van allerlei vereenigingen voor liefdadigheid staat. Dat is mij
-voldoende waarborg voor uw edele bedoelingen.”
-
-Deze wending van het gesprek scheen den Lord niet te bevallen.
-
-„Zeker, kindje, maar dat is van later zorg!” antwoordde hij. „Men moet
-er zeer zeker voor waken, dat de onzedelijkheid in de lagere klassen
-van het volk niet een steeds grooteren omvang aanneemt. Als men echter
-met een mooi jong meisje alleen is...”
-
-Hij probeerde haar te omhelzen.
-
-Maar zij ontsnapte hem.
-
-„Gij zijt een vleier, mylord”, lachte zij. „Maar ik ben in elk geval
-blij, dat gij niet een streng, ernstig gezicht zet, zooals ik dat van
-zoo’n zederechter had gevreesd. Natuurlijk, u strijdt tegen de
-onzedelijkheid van andere menschen. Hahaha! Het is prachtig mooi!”
-
-Zij lachte hartelijk en de Lord lachte mee.
-
-Het werd heel gezellig, vooral toen Mrs. Dumby koffie binnenbracht.
-Want Miss Green stelde er prijs op, haar voornamen gast een kopje
-koffie aan te bieden. Ook presenteerde zij hem sigaretten. Zij rookte
-zelf niet.
-
-Zij had ze speciaal voor den Lord gekocht en het was alleen daarom dat
-hij niet mocht weigeren, er een op te steken.
-
-Hij had de sigaretten nauwelijks half opgerookt, toen hij een
-eigenaardige gewaarwording bemerkte. Een zware loomheid maakte zich zoo
-plotseling en met zulk een kracht van hem meester, dat hij zich
-tevergeefs inspande, om zich er tegen te verzetten.
-
-Reeds na weinige minuten vielen zijn oogen dicht, zijn hoofd op de
-borst en hij was op de sofa, waarop hij zat ingeslapen.— — — —
-
-Dadelijk veranderde het tooneel.
-
-Eenige seconden keek Mary Green naar den slaper. Daarop haalde zij met
-een snelle, behendige beweging de portefeuille uit zijn borstzak.
-
-Nadat zij zich ervan overtuigd had, dat het papiergeld erin was, legde
-zij de portefeuille voorloopig op tafel, om eerst iets anders te gaan
-doen.
-
-Bliksemsnel wierp zij haar kleeren af en ontdeed zich van haar
-vrouwelijke vormen. Deze hadden hun bestaan te danken aan gutta-percha
-kussentjes, waaruit, toen zij erop drukte, de lucht ontweek.
-
-Maar ook met haar verdere bekoorlijkheden zag het er niet veel beter
-uit.
-
-Ook het prachtige, goudblonde haar verdween en een zwarte mannenkop
-kwam te voorschijn.
-
-En mannelijk waren ook de gelaatstrekken, toen Miss Green voor den
-spiegel haar gelaat van schmink en verf had gereinigd.
-
-Kortom, wat er overbleef, was de slanke, gespierde gestalte van een
-jongen, knappen man.
-
-Hij wierp een spottenden blik op den slapenden Lord.
-
-„Droom zacht, Lord Edward Rochester, edele beschermer van vrouwelijke
-deugd!” mompelde hij, terwijl hij uit een klein koffertje, dat hij van
-achter een gordijn te voorschijn haalde, een gesteven overhemd met
-toebehooren en een elegant wandelpak nam.
-
-„Ik hoop, dat u bij het ontwaken geen al te groote teleurstelling
-wacht!”
-
-Binnen eenige minuten had hij zich verkleed.
-
-De vrouwenkleeren liet hij, zonder er zich verder om te bekommeren,
-liggen. De gutta-percha bekoorlijkheden vouwde hij op en stak ze,
-evenals de pruik, in zijn jaszakken.
-
-Eerst nu keek hij weer naar de portefeuille. Hij nam er den inhoud uit,
-telde het geld na en stak alles bij zich.
-
-In plaats van het bankpapier stak hij een briefje in de portefeuille,
-dat hij met zijn vulpen geschreven had.
-
-Nadat hij den Lord de portefeuille weer in den zak had gestoken, ging
-hij aan de deur luisteren.
-
-Het portaal was leeg. Onopgemerkt bereikte de jonge man de deur en
-reeds twee minuten later nam hij bij de eerstvolgende zijstraat een
-rijtuig.
-
-Intusschen sliep de edele voorzitter van de „Vereeniging tot opheffing
-van gevallen vrouwen” nog steeds den slaap der rechtvaardigen.
-
-Eerst na een uur werd hij door een schudden aan zijn arm gewekt.
-
-Mrs. Dumby, die het vreemd voorkwam, dat het in de kamer van de haar
-tot dusverre onbekende Miss Green zoo merkwaardig stil en donker bleef,
-had eindelijk moed gekregen en aangeklopt.
-
-En nu kostte het haar geen geringe moeite om den Lord, dien zij tot
-haar verbazing alleen en in diepen slaap had gevonden, wakker te
-krijgen.
-
-Hij herinnerde zich eerst niets van het voorgevallene, want door de
-opium, die de sigarette had bevat, was hij nog half verdoofd.
-
-En daarop greep hij verschrikt naar zijn borstzak.
-
-Goddank, de portefeuille was er nog!
-
-Toen hij ze echter te voorschijn haalde en opende, werd hij doodsbleek.
-
-Het geld was weg.
-
-De portefeuille bevatte alleen een briefje. Diep zuchtend las de Lord
-het bij het licht van de door Mrs. Dumby gebrachte lamp.
-
-
- „Edele beschermer!
-
- Waarom zijt gij niet bij uw brandkast gebleven? Ik had u immers
- geschreven, dat ik tusschen 5 en 7 uur de vierduizend pond eruit
- zou halen!
-
- Kan men nog meer doen?
-
- Maar dat komt ervan, als de beer uitgaat om honing te snoepen!
-
- De oude man, dien gij gisteren met een schunnige aalmoes hebt
- afgescheept, heeft nu meer gehaald.
-
- Zulke liefelijke, onschuldige schepseltjes als dat, wat gij lastig
- zijt gevallen, zijn niet bestemd voor oude huichelaars.
-
- Probeer niet, het de goede Mrs. Dumby lastig te maken!
-
- Zij weet van niets, ik heb de kamer eerst twee uur geleden gehuurd.
-
- En bovendien zou het niet in uw voordeel zijn, als het bekend werd,
- op welke wijze Lord Rochester vierduizend pond heeft verloren.
-
- JOHN C. RAFFLES.”
-
-
-Lord Rochester stiet een kreet van woede uit.
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Ongeveer op denzelfden tijd, toen Lord Rochester uit zijn diepen slaap
-ontwaakte, hielden kapitein Baxter en zijn mannen de lange, donkere
-gestalte vast in de studeerkamer van den Lord.
-
-Toen er echter licht was gemaakt, bleek de teleurstelling groot te
-zijn.
-
-De bevende, doodelijk verschrikte jonge man was een der bedienden van
-het huis, die gekomen was om zijn meester een telegram te brengen, dat
-zoo juist bezorgd was.
-
-Het was geadresseerd aan: „Kapitein Baxter, per adres Lord Rochester,
-enz.”
-
-Daar het donker was geweest in de studeerkamer van zijn meester, had
-hij eerst niet durven binnengaan.
-
-En hij was niet weinig ontsteld geweest, toen hij, terwijl hij den knop
-van het electrische licht, vlak bij de brandkast, had willen omdraaien,
-plotseling bij de keel was gegrepen.
-
-Van alles wat men tegen hem had geroepen, had hij niets begrepen.
-
-Baxter had zijn vergissing ingezien en den bediende het voor hem
-bestemde telegram uit de hand getrokken.
-
-Waarschijnlijk een boodschap van den Lord.
-
-Nauwelijks echter had hij het voor de oogen van zijn beambten geopend
-en gelezen, of zijn gelaat werd vaalbleek en zijn handen beefden zóó
-hevig, dat het papier op den grond viel.
-
-„O, die duivel!” riep hij uit, op een stoel neervallend.
-
-Marholm bukte zich met een spottend lachje, nam het telegram op en las
-zijn kameraden op halfluiden toon voor:
-
-
- „Lieve kapitein, doe verder geen moeite! Het geld is sinds een half
- uur in mijn bezit! Tot den volgenden keer dus!
-
- RAFFLES.”
-
-
-Den volgenden morgen werd een groot aantal postwissels verzonden. De
-meeste waren geadresseerd aan de pachters van Lord Rochester en waren
-ten bedrage van tweehonderd pond.
-
-Allen bevatten de mededeeling, dat de Lord, den slechten oogst in
-aanmerking genomen en rekening houdende met de moeilijke
-tijdsomstandigheden, zijn pachters door het bijgaande bedrag tegemoet
-wenschte te komen.
-
-Eén der postwissels was gericht aan Kate Berkley, zooals de naam luidde
-van het jonge meisje, dat op zoo beleedigende wijze door den Lord was
-behandeld. Ook dit geld was vergezeld van een paar regels, waarin Lord
-Rochester Miss Kate Berkley vergiffenis vroeg voor zijn onhebbelijk
-optreden en haar vriendelijk verzocht de vijfhonderd pond, die hij haar
-deed toekomen, te willen aannemen als bewijs van zijn berouw!
-
-Al deze postwissels waren door een elegant gekleeden jongen man van
-rijzige gestalte aan een bijpostkantoor in het westelijk deel der stad
-aangeboden.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-LADY LEA ROCHESTER.
-
-
-De ergernis over het geldelijk verlies en zijn moreele nederlaag
-weerhielden den Lord niet, nog denzelfden avond de „Regenten-Club” te
-bezoeken. Want hij had den jongen Lord Percy Meneval beloofd, hem heden
-revanche te geven voor een spel, dat deze pas aan Lord Rochester had
-verloren.
-
-Toen hij tegen negen uur de rijk gemeubelde vertrekken van deze streng
-aristocratische club in Westend binnentrad, was zijn partner reeds
-aanwezig.
-
-Lord Percy Meneval was een zeer interessant, gedistingeerd persoon.
-
-De jonge aristocraat was eerst eenige weken geleden in Londen
-verschenen, maar had door zijn voornaam optreden en zijn schitterende
-aanbevelingen dadelijk toegang tot de voornaamste kringen gekregen.
-
-Het heette, dat hij een bloedverwant was van den Onderkoning van Indië,
-van welk land hij ook afkomstig was en dat hij beschikte over
-fabelachtige rijkdommen.
-
-En dienovereenkomstig was ook zijn geheele levenswijze, welke veel had
-van die van een Indischen Nabob.
-
-Hij bezat een prachtige woning, die met den meest verfijnden smaak en
-weelde was ingericht en gevuld was met zeldzame Indische kunstschatten.
-
-Zijn meer dan knap uiterlijk en het geheimzinnig waas, dat hem omgaf,
-maakten hem in het bijzonder tot den lieveling der dames, zonder dat
-hij het schoone geslacht bijzonder tegemoet kwam.
-
-In elk geval—men wist niet veel bijzonderheden te vertellen omtrent de
-liefdesavonturen van den jeugdigen Adonis.
-
-Met zijn onafscheidelijke gardenia in het knoopsgat begroette Percy
-Lord Rochester met groote hartelijkheid, al kwam het dezen ook voor
-alsof een ironische trek om den mond van den jeugdigen aristocraat
-speelde.
-
-Maar dit moest gezichtsbedrog zijn en zeker toe te schrijven aan zijn
-eigen prikkelbare stemming.
-
-„Nu?” vroeg de jonge gentleman, toen beide heeren aan het speeltafeltje
-plaats namen. „Zijn de zaken gisteren naar genoegen gegaan?”
-
-Lord Rochester meende een oogenblik, bij het hooren van deze stem,
-datzelfde geluid korten tijd geleden ergens anders gehoord te hebben,
-maar hij kon zich niet herinneren, waar dat geweest kon zijn.
-
-Hij fronste de wenkbrauwen.
-
-Eenige dagen geleden, bij hun laatste ontmoeting, had hij Lord Percy
-verteld van zijn bezittingen, van de last en moeite, welke zij hem
-veroorzaakten en van de vele ergernis, die hij had. En eindelijk, dat
-hij des Zaterdags naar buiten moest om de pacht in ontvangst te nemen
-en met zijn rentmeester af te rekenen.
-
-„Och, mijn hemel, zonder slag of stoot gaat het nu eenmaal niet!”
-antwoordde hij ontwijkend.
-
-„Gij moet geven, Lord!”
-
-„Allright!”
-
-Lord Percy verdeelde de kaarten.
-
-Het spel begon.
-
-Vreemd!—kwam het, omdat Lord Rochester in gedachten nog over de
-nederlagen tobde, die hij dien dag geleden had of vervolgde hem ook nu
-het ongeluk,—hij verloor slag op slag, totdat hij na een verlies van
-tweehonderd pond de kaarten verdrietig neergooide.
-
-„Laten we ophouden, Lord Meneval”, sprak hij.
-
-„Ik hoop, dat deze revanche u voldoende is!”
-
-Baronet Percy boog.
-
-„Volkomen, Lord Rochester. Mij dunkt, dat gij heden buitengewoon
-gelukkig in de liefde moet zijn geweest, dat Fortuna u hier aan de
-speeltafel zoo hardnekkig den rug toekeert!”
-
-En daarbij glimlachte hij vriendelijk.
-
-Lord Rochester bloosde tot over zijn ooren.
-
-„Gij schertst zeker, Lord Meneval”, antwoordde hij op eenigszins
-verlegen toon. „Ik ben getrouwd en heb een goede opvatting van mijn
-plicht als echtgenoot.”
-
-„Zooals over ’t geheel van moraliteit”, vulde Lord Meneval aan, terwijl
-hij de kaarten neerlegde en een cigarette aanstak. „Ik begrijp dat
-volkomen. En dat spreekt ook vanzelf bij den president van de
-vereeniging tot opheffing van gevallen meisjes en vrouwen.
-
-„Ik ben misschien niet serieus genoeg in uw oogen, maar toch zou ook ik
-wel genegen zijn, mij aan werken van naastenliefde te wijden en daarmee
-reeds nu, met mijn juist verworven winst, te beginnen.
-
-„Misschien wilt gij mij met uw rijke ervaring op dat gebied de
-behulpzame hand bieden.”
-
-Lord Rochester deed alsof hij innig verheugd was.
-
-„Bravo, mijn jongen, dat besluit strekt u tot eer! Gij toont een
-christelijken aard te hebben.
-
-„Wend u maar tot mijn vrouw!
-
-„Zij klaagde mij gisteren toevallig haar nood, dat de kas van „de
-vereeniging tot steun van fatsoenlijke armen”, waarvan zij
-beschermvrouw is, geheel is uitgeput. Lady Rochester zal u voor zulk
-een aanzienlijk bedrag zeer dankbaar zijn!”
-
-Lord Meneval stond op.
-
-„Ik dank u, Mylord! Het zal mij veel genoegen doen, de Lady mijn kleine
-gift ter hand te stellen...!”
-
-Toen Lord Percy tegen den middag van den volgenden dag een der
-vertrekken van Lady Lea Rochester betrad, hoorde hij een groot alarm.
-
-Het kwam uit het boudoir van de dame.
-
-De jonge Lord hoorde de stem der Lady, die in woede ontstoken was en
-een andere vrouwelijke stem, die haar weenend antwoordde:
-
-„Mylady, ik verzeker u......!”
-
-„Zwijg, schaamteloos schepsel! Zooiets in mijn huis! Vertrek, ga
-dadelijk heen! En laat je niet meer in mijn huis zien! Nu, waarom
-aarzel je nog? Wacht, ik zal je een handje helpen! Neem dit als
-aandenken mee, zoo, en dit en dit!”
-
-Lord Percy hoorde het klappen van oorvijgen, waarop telkens een kreet
-volgde. Bijna op hetzelfde oogenblik werd de deur van het boudoir
-geopend. Een jong meisje in dienstbodenjapon snelde met roodgeweende
-oogen angstig als een achtervolgd hert de kamer uit.
-
-Het meisje was mooi en jong en zag er goedig en lief uit, een reden te
-meer voor den jongen Lord, om medelijden met haar te gevoelen.
-
-Het meisje was verbaasd blijven staan, toen zij den vreemdeling zag en
-omdat er niemand anders aanwezig was, sprak Lord Percy haar aan, om
-haar te vragen, wat de reden was van haar verdriet.
-
-Snikkend vertelde het dienstmeisje hem, wat er was voorgevallen.
-
-Haar meesteres was zeer streng op het gebied van zeden. Zij duldde van
-haar dienstpersoneel niet de kleinste liefdesgeschiedenis.
-
-„Ach, mylord”, vervolgde zij snikkend, „denk niet al te slecht van mij.
-Ik ben van nette familie en een fatsoenlijk meisje. Er bestaat een
-eerlijke verhouding tusschen Alfred Reynolds en mij. Hij wil met mij
-trouwen, zoodra hij een vaste betrekking met behoorlijk salaris heeft
-gekregen.
-
-„Gisteren wachtte hij op mij bij het hek van het park, om mij mede te
-deelen, dat hij veel kans heeft, om aan een groote bankinstelling
-geplaatst te worden.
-
-„Wij liepen een poosje heen en weer en toen wij afscheid namen, gaf hij
-mij een kus.
-
-„Dat heeft Jonny, de kok, door het raam gezien, en het aan de Lady
-verteld.
-
-„Hij heeft al lang het land aan mij, omdat ik niets van zijn mooie
-praatjes wilde weten.
-
-„En ik kan het toch niet helpen, dat Alfred arm is en de honderd pond,
-die hij noodig heeft voor zijn borgstelling, niet dadelijk bijeen
-heeft!”
-
-Zij brak opnieuw in tranen uit, en verborg het mooie gezichtje in haar
-handen.
-
-Lord Percy keek vol ontroering naar haar.
-
-„Schrei niet, kindlief!”
-
-Het jonge meisje snikte echter nog heviger.
-
-„Ach, wat moet er nu van ons worden?” jammerde zij. „Nu ben ik ook
-zonder betrekking en Mevrouw zei, dat zij in mijn getuigschrift zou
-zetten, dat zij mij wegens onzedelijken levenswandel had ontslagen.”
-
-De oogen van den jongen man fonkelden toornig onder de half
-neergeslagen oogleden.
-
-„Laat mevrouw in het getuigschrift zetten wat zij wil! Zeg mij, hoe gij
-heet en waar gij woont! Ik heb veel kennissen en het is een kleine
-moeite voor mij om u een betere betrekking te bezorgen bij een meer
-menschlievende dame. Ik beloof u op mijn woord, dat ik voor u zal
-zorgen.”
-
-Het meisje keek hem verbaasd en dankbaar aan. Zijn geheele
-persoonlijkheid boezemde haar vertrouwen in.
-
-„Ach, Mylord, hoe zal ik u danken! Ik heet Nelly Somerset en als gij
-mij wilt schrijven, dan is mijn adres bij mijn tante, de weduwe Mary
-Somerset, Wilsonstreet 318.”
-
-Zij droogde snel haar tranen en ging minder bezwaard heen, nadat Lord
-Percy haar nogmaals had beloofd, dat zij binnen drie dagen iets van hem
-zou hooren.
-
-Juist was zij vertrokken, toen een ander dienstmeisje de kamer
-binnentrad. Lord Percy overhandigde haar zijn kaartje met verzoek het
-aan Mevrouw te willen geven.
-
-Een oogenblik later kwam het meisje uit het boudoir terug.
-
-De Lady, die niet had geweten, dat haar bezoeker reeds eenigen tijd
-wachtte, liet hem zeggen, dat het haar een genoegen was, Mylord te
-ontvangen.
-
-Toen deze het weelderig ingerichte boudoir van de dame binnenkwam, was
-Lady Lea juist gereed met haar toilet.
-
-Zij was een groote, slanke, zwartgelokte verschijning. Glimlachend stak
-zij Lord Percy haar met juweelen versierde, iets te groote hand toe.
-
-„Gij heb lang op u laten wachten, Lord Meneval,” sprak de ongeveer
-dertigjarige dame met eenigszins harde stem. „Maar gelukkig hebt gij
-eindelijk den weg naar mij gevonden.”
-
-Lord Percy was verbaasd over deze woorden.
-
-„Ik weet niet, of gij op de hoogte zijt van de reden mijner komst...”
-
-„Zeker, zeker—de Lord, mijn echtgenoot, heeft mij verteld, dat gij van
-plan zijt, aan ons vroom werk mede te doen.
-
-„Maar neem toch plaats, Lord en sta mij toe, dat ook ik het mij
-gemakkelijk maak. Ik ben namelijk nog een beetje vermoeid door de
-laatste drukte. Mijn man heeft er waarschijnlijk wel van verteld. Wij
-hebben eergisteren de politie in huis gehad.”
-
-Lord Percy vertelde, van niets te weten.
-
-De Lady had zich op een divan neergevleid en keek haar bezoeker
-smachtend aan.
-
-„Niet? Nu, eigenlijk had het ook niets te beteekenen. Verbeeld u:
-Eergisteren veroorloofde een spotvogel zich de gekheid, mijn man te
-dreigen, dat hij dien dag zou komen om zijn brandkast leeg te halen en
-dien brief te onderteekenen met den beruchten naam John C. Raffles. Gij
-heb zeker wel van dien Raffles gehoord?”
-
-De Lord glimlachte geheimzinnig.
-
-„Ja, Mylady! Nu, en kwam de groote onbekende?”
-
-„Neen, maar wij waren toch zenuwachtig. Ik tenminste; mijn man bleef
-volmaakt kalm. Hij stak het geld eenvoudig bij zich en liet zich zelfs
-niet weerhouden, dienzelfden middag de godsdienstoefening bij te wonen
-in het ziekenhuis in Whitechapel.
-
-„Onze politie is voortreffelijk en bovendien zijn de verhalen, die over
-Raffles in omloop zijn, zeer overdreven of geheel uit de lucht
-gegrepen. Ik houd hem voor een gewonen dief en zakkenroller en
-daarenboven voor een echten pocher en opsnijder!”
-
-„Werkelijk, Mylady?” vroeg de jonge Lord met een vreemde schittering in
-zijn oogen. „En niettegenstaande dat waart gij eergisteren zoo
-zenuwachtig en angstig?”
-
-De Lady lachte geheimzinnig.
-
-„Ja, maar dat heeft ook een heel bijzondere reden. Ik kan het u wel
-vertellen, gij zult mij niet verraden.
-
-„Luister maar eens: mijn man had wel zijn eigen geld uit de brandkast
-genomen, maar hij wist niet, dat zich daarin ook het mijne bevond. Hij
-vermoedt namelijk niets van het bestaan daarvan en mag het ook niet
-weten. Mijn man is een groote gierigaard, die het vreeselijk vindt als
-ik hem om geld voor mijn toiletten vraag.
-
-„Ik heb daarom—hoe, dat is mijn zaak—een beetje overgespaard en met dat
-geld door middel van een mijner vertrouwde vrienden aan de beurs
-gespeculeerd. De vorige week heb ik tienduizend pond gewonnen.”
-
-„En was dat geld in de brandkast?” vroeg Lord Percy vol belangstelling.
-
-Lady Lea knikte toestemmend.
-
-„Het is er nog in. In de brandkast bevindt zich namelijk een geheim
-vak, waarvan alleen ik den sleutel heb. De Lord heeft mij dat vak
-afgestaan om er mijn juweelen in te bewaren. Hij vermoedt niet, wat er
-nog meer in verborgen is.
-
-„Begrijpt gij nu, dat ik beefde? Want ik kon het geld er onmogelijk
-uitnemen, daar de brandkast na de ontvangst van den brief voortdurend
-onder toezicht was van mijn man en de politie.
-
-„Ik ben er van overtuigd, dat die Raffles het geld toch niet gevonden
-zou hebben. Toch zou ik dien grooten onbekende graag eens willen zien.”
-
-De jonge Lord, die nadenkend voor zich uit had gestaard, glimlachte bij
-de laatste woorden van de Lady.
-
-„Die wensch van u zou wel eens vervuld kunnen worden, Mylady,” sprak
-hij. „Pas op, neem u in acht! Misschien komt Raffles het verzuimde nog
-inhalen en uw schat meenemen.”
-
-De dame sloeg met haar kanten zakdoekje naar hem.
-
-„Gij zijt afschuwelijk, Lord! Hoe durft gij mij zoo plagen? Maar gij
-hebt gelijk, ik ben onvoorzichtig. Morgen reeds ga ik mijn geld
-deponeeren bij de Engelsche Bank!”
-
-De Lord lachte.
-
-„Sta mij toe, nu over de zaak te spreken, waarvoor ik hier ben gekomen
-en waaraan ik het genoegen te danken heb, een oogenblik van uw
-gezelschap te mogen profiteeren.”
-
-„Dat genoegen zoudt gij vaker kunnen hebben,” antwoordde de Lady,
-terwijl zij zich oprichtte. „Maar spreek verder, beste Lord! Gij komt
-met uw gave op het juiste oogenblik, want onze kas is leeg. Het groote
-weldadigheidsconcert in December, heeft veel geld gekost!”
-
-De gast keek haar verbaasd aan.
-
-„Wat zegt u? Heeft het weldadigheidsconcert uw kas uitgeput? Maar dat
-is schandelijk! Het doel van dit feest kan immers alleen zijn geweest
-om die kas te vullen!”
-
-De dame lachte hartelijk.
-
-„Onschuldige jongen! Maar wacht een oogenblik, dan zal ik u het raadsel
-oplossen!”
-
-Zij ging naar haar sierlijk schrijftafeltje en keerde met een groot
-boek terug.
-
-„Kijk, hier aan de linkerzij vindt gij, post voor post, de gelden die
-zijn ingekomen. Zooals gij kunt zien, bedragen deze totaal 2615 pond en
-33 shilling!”
-
-„Een flink bedrag!” meende de jonge Lord.
-
-„Zeker. Maar kijk nu eens naar de lange reeks van uitgaven!”
-
-Percy Meneval deed het en hij durfde zijn oogen nauwelijks gelooven.
-
-De uitgaven voor zaalversiering, het oprichten van een tooneel,
-verlichting en muziek, enz., alles te zamen bijna 800 pond, konden er
-nog door, maar daar waren nog andere posten ook!
-
-„Spijzen en dranken aan de bestuurstafel, 50 pond 3 shilling.
-
-„Lady X., voorschot voor haar Arabisch costuum, 50 pond.
-
-„Lady V., extra uitgaven voor de versiering van haar Turkschen harem,
-30 pond.
-
-„Miss Ellinor, lid van het Olympia-Theater, onkosten voor haar toilet,
-40 pond.
-
-„Mister Sweadly van de opera, onkosten voor rijtuig, enz. en
-honorarium, 20 pond.”
-
-„Wat?” vroeg de Lord verbaasd, „ik denk toch, dat artisten zich
-belangloos ten dienste der weldadigheid stellen?”
-
-„Zeker,” lachte de dame, „zij laten alleen hun onkosten terugbetalen en
-hun verloren uren vergoeden!”
-
-„Prachtige liefdadigheid!” riep de jonge Lord uit, terwijl hij den
-laatsten post las, waarop vermeld stond: „De beschermvrouw, voor
-rijtuigen, fooien, porto’s, tijdverzuim en andere voorschotten, 100
-pond.”
-
-Lady Lea sloeg snel het boek dicht. Zij zelf was immers de
-beschermvrouw!
-
-De Lord wist nu, uit welke bron de „gespaarde gelden” der Lady kwamen.
-
-Hij werd donkerrood van verontwaardiging en het kostte hem moeite om
-zijn kalmte te bewaren.
-
-„Begrijpt gij nu, Lord Meneval, dat wij uit onze kas ongeveer 500 pond
-moesten bijpassen en dat uw gift dus zeer welkom is?”
-
-„Dat begrijp ik volkomen”, antwoordde de Lord met een fijn lachje. „Ik
-heb u nu echter een voorwaarde te stellen. Mylady, gij moet het bedrag,
-dat ik u ter hand zal stellen, voor liefdadige doeleinden gebruiken,
-die ik u zal opnoemen!”
-
-De Lady keek hem verbaasd aan.
-
-Daarop echter lachte zij vroolijk.
-
-„Maar, Mylord, dat is immers gekheid! Op een dergelijke conditie zou ik
-voor uw gift moeten bedanken!”
-
-„Ook goed, dan behoud ik mijn geld”, sprak de Lord op kalmen toon en
-hij stak de portefeuille, die hij reeds voor den dag had gehaald, weer
-bij zich.
-
-De Lady keek hem even aan.
-
-Plotseling stond zij naast hem en op vleienden toon sprak zij:
-
-„Meneval, waarom spelen wij comedie? Waarom zijn wij niet eerlijk tegen
-elkaar? Beken het openhartig, dat die geheele weldadigheidsquaestie
-slechts een voorwendsel is geweest! O, jij lieve, stoute man! Hoe heb
-je het over je hart kunnen krijgen om mij in de vestibule van het
-Britsch Museum een vol uur tevergeefs te laten wachten?
-
-„Ach, ik was er zoo vast van overtuigd, dat gij zoudt komen!
-
-„Geloof mij, Percy, het viel mij niet gemakkelijk, om die regels aan je
-te schrijven! Maar ik kon niet anders, het was sterker dan ikzelf.
-
-„Percy, ik heb je lief en daarom vergeef ik je, dat je mij toen voor
-niets hebt laten wachten en dat je eerst nu de stem van je hart hebt
-gevolgd... Ach!”
-
-Lord Meneval was in het eerste oogenblik stom van verbazing.
-
-Was de Lady plotseling krankzinnig geworden?
-
-Maar daarna begon hij alles te begrijpen!
-
-Sinds zijn entree in de voorname kringen achtervolgden de dames uit die
-gezelschappen hem met liefdesverklaringen en werd hij overladen met
-welriekende billets-doux. En geen wonder, want hij had niet alleen een
-Apollo-kop, maar was tegelijkertijd interessant en beminnelijk.
-
-Hij had echter nooit notitie genomen van die talrijke liefdesbriefjes,
-ze meestal zelfs ongelezen verbrand.
-
-Hij herinnerde zich nu echter een van die briefjes. Het was
-onderteekend geweest met de woorden „Lady Lea R.”, had de
-krankzinnigste liefdesverklaringen behelsd en de schrijfster verzocht
-hem om een rendez-vous met haar, „de dame met den oranjebloesem in het
-haar, met wie hij op de soirée bij Lady Gray een gesprek had gehouden
-over de wedrennen”, in de voorhal van het Britsch Museum.
-
-Hij had er toen niet over nagedacht, wie de schrijfster van den brief
-kon zijn.
-
-Nu wist hij het!
-
-Verontwaardiging maakte zich van hem meester.
-
-Deze getrouwde vrouw, die zooeven een onschuldig jong meisje had
-mishandeld en vol zedige verontwaardiging de deur had uitgejaagd, deed
-liefdesverklaringen aan een haar geheel onbekenden jongen man en
-noodigde hem uit voor een teeder tête-à-tête!
-
-De voorname dame, die aan het hoofd stond van alle godsdienstige
-werken, ontpopte zich als een schaamtelooze echtbreekster!
-
-Maar hij bleef zijn uiterlijke kalmte bewaren.
-
-Nadat hij van zijn eerste verbazing bekomen was, scheen het, alsof hij
-verrukt was over de bekentenis der Lady en alsof haar „bekoorlijkheden”
-een diepen indruk op hem maakten.
-
-Hij keek Lady Lea met geheel andere oogen aan, hij beantwoordde zelfs
-haar kussen en luisterde vol aandacht naar haar, toen zij hem bekende,
-dat zij hem reeds vanaf het eerste oogenblik had liefgehad, dat de
-stap, waartoe zij was overgegaan, haar niet was kwalijk te nemen, omdat
-zij een man bezat, die voor haar veel te oud was en op wien haar
-bekoorlijkheden geen indruk maakten.
-
-„Ik wist, dat je wel bij mij zoudt komen, mijn geliefde Percy”,
-fluisterde de schaamtelooze. „Maar stil, daar komt iemand!—Eén ding
-nog! Morgenavond gaat mijn man op reis. Denk daaraan! Ik zal je een
-paar regels zenden en tegelijkertijd den sleutel van het kleine
-poortje. Kom dan na middernacht bij mij!”
-
-Buiten werden inderdaad schreden vernomen.
-
-De deur werd geopend en de Lord kwam binnen.—
-
-Toen Percy Meneval een kwartier later de villa verliet, lachte hij in
-stilte.
-
-„Wat zei ze bij het afscheid? Tot morgennacht! Wees gerust, Mylady, wij
-zullen elkaar al eerder terugzien!”
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
-EEN NOODLOTTIG TÊTE-À-TÊTE.
-
-
-Toen Lord en Lady Rochester bij Het souper tegenover elkaar aan tafel
-zaten, sprak de Lady alleen over den jongen Lord Meneval. Zij prees
-zijn beminnelijkheid en zijn verstand en opperde het plan om den jongen
-Lord eens uit te noodigen om te komen dineeren.
-
-Haar man luisterde verstrooid. Hij was met zijn gedachten blijkbaar
-elders.
-
-Nog voordat de bediende het dessert afnam, stond hij op en
-verontschuldigde zich bij zijn vrouw. Hij moest naar een algemeene
-vergadering van de „Vereeniging tot verbetering van het lot der
-gevangenen”. Het zou wel laat kunnen worden, zij moest maar niet op hem
-wachten.
-
-Op straat nam hij een huurrijtuig en gaf den koetsier een adres op.
-
-Een half uur later belde de Lord aan een deur, die met een bronzen
-bordje prijkte, waarop de naam „Arabella Norfolk”. Deze dame was
-koriste van het Alhambra-Theater.
-
-„Hier zal ik ten minste niet op een dergelijke wijze verrast worden als
-Zondag bij Mary Green”, dacht de Lord.
-
-Een mooi kamermeisje opende hem de deur en de Lord trad binnen.
-
-Hij had niet gemerkt, dat hem op zijn weg hierheen een gesloten rijtuig
-was gevolgd.
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Lady Lea begaf zich tegen middernacht ter ruste.
-
-„Hoe jammer, dat je niet bij mij bent, Percy, mijn lieveling! Ach, als
-ik maar had kunnen vermoeden, dat de gelegenheid reeds nu zoo gunstig
-zou zijn!” dacht zij, voordat zij haar oogen met een zucht van
-verlangen sloot.
-
-Hoe lang zij geslapen had, wist zij niet, maar plotseling werd zij door
-een luid gerinkel gewekt.
-
-Ontsteld keek zij om zich heen.
-
-Het was pikdonker in de kamer, maar toen zij naar de glazen balkondeur
-keek, verstijfde het bloed haar in de aderen.
-
-Bij het zwakke licht van de maan zag zij de donkere omtrekken van een
-man. Hij had de glasruit ingedrukt, zijn hand door de opening gestoken
-en de deur geopend.
-
-De Lady wilde schreeuwen, maar geen geluid kwam er van haar lippen.
-Haar keel was als toegeknepen, want bij het licht van een zaklantaarn
-ontdekte zij den loop van een revolver, die op haar gericht was.
-
-„Goeden avond, Mylady”, sprak doodbedaard een stem, die haar verbazend
-bekend voorkwam. „Blijf kalm! Dan hebt gij niets te vreezen. In het
-andere geval zou ik tot mijn spijt genoodzaakt zijn, uw snoezig hoofdje
-te doorboren met een kogel!”
-
-Hij ging naar den muur en ontstak door het omdraaien van een knop het
-electrische licht.
-
-Lady Lea kon, ondanks de bedreiging van den indringer, een half luiden
-uitroep van schrik en verbazing niet bedwingen.
-
-Wat zij bij het hooren zijner stem een oogenblik had gedacht werd nu
-zekerheid. Zij herkende den man, die nu met gekruiste armen en kalm
-glimlachend tegenover haar stond.
-
-Het was Percy Meneval!
-
-„Mylord, wat zijt gij brutaal!” klonk het onwillekeurig van haar
-lippen. Zij wist niet of zij verheugd, dan wel angstig moest zijn. „Als
-gij uw verlangen en ongeduld niet meer kondt bedwingen— —”
-
-De jonge man viel haar in de rede.
-
-„Gij vergist u, Mylady! Er is hier geen sprake van verlangen of
-ongeduld! Ik moest langs de zuilen van het balcon naar boven klauteren
-en dat is niet de gemakkelijkste weg. Want als ik had gewacht tot gij
-mij den sleutel hadt gestuurd, dan waren de bewuste tienduizend pond
-niet meer aanwezig geweest.”
-
-De Lady keek hem bleek en bevend aan.
-
-„Lord Percy,—om Godswil, wat beteekent dit alles?”
-
-Meneval’s gelaat kreeg plotseling een strenge uitdrukking.
-
-„Dat beteekent, dat ik hier ben gekomen om de tienduizend pond van u te
-eischen, die gij van de armen hebt gestolen!
-
-„Ja, Mylady, dat hebt gij gedaan. Want het geld, waarmee gij aan de
-beurs hebt gespeculeerd, behoorde aan de armen, voor wie gij het
-bijeengezameld hebt. Uw winst komt hun dus ook toe!
-
-„Ik ben ervan overtuigd, dat Lady Rochester rechtvaardig genoeg zal
-zijn om dat in te zien en aan de armen hun rechtmatig eigendom terug te
-geven!”
-
-Nu de Lady zag, dat zij voor haar leven niets te vreezen had, verdween
-haar angst. Met toornigen blik keek zij den indringer aan.
-
-„En alleen om mij dat te vertellen komt gij als een dief in den nacht
-hier? Gij zijt onbeschaamd. Ik zal mijn bedienden roepen en u de deur
-uit laten gooien.”
-
-„Dan zouden de bedienden meteen kunnen hooren, dat het nachtelijk
-bezoek van Lord Percy Meneval in andere omstandigheden hun meesteres
-zeer aangenaam ware geweest!” sprak de Lord. „Het spijt mij,” vervolgde
-hij, toen hij zag dat Lady Lea haar gelaat in de handen verborg, „dat
-gij mij voor ongalant moet houden en dat ik u verdriet moet doen, maar
-het gaat niet langer, dat men zich bij dag in den mantel van
-zedelijkheid hult, dat men gevallen vrouwen de hand boven het hoofd
-houdt, dat men een arm, onschuldig meisje, omdat het zich door haar
-verloofde laat kussen, als een eerlooze behandelt en de deur wijst....
-en des nachts zelf van verboden vruchten snoept en alle wetten van eer
-en deugd en echtelijke trouw met voeten treedt!
-
-„Ik moet u bekennen, Lady Rochester, dat de gemeenste meid in
-Whitechapel in mijn oogen zedelijk hooger staat dan gij.
-
-„Want zij werpt zich niet op als zedepreekster over anderen, maar
-vertoont zich in haar ware gedaante!”
-
-Afwerend strekte de Lady haar bloote armen uit.
-
-„Houd op, Lord Percy! Ga heen! Ga heen!”
-
-„Niet voordat ik de tienduizend pond in mijn bezit heb!”
-
-Zij kreunde.
-
-„Kom morgen bij dag terug! Laat mij niet tevergeefs een beroep doen op
-uw ridderlijkheid! Bedenk, wat gij niet alleen aan een dame, maar ook
-aan uzelf, aan den naam Meneval verschuldigd zijt!”
-
-De Lord glimlachte somber.
-
-„Gij vergist u, Mylady! Ik ben niet Lord Meneval! Ik behoor ook tot
-hen, die de dupe zijn geworden van menschelijke leugens en huichelarij.
-En daarom is het mijn levensdoel, die overal te bestrijden waar ik ze
-op mijn weg ontmoet!
-
-„Mylady, gij hebt vandaag den wensch geuit, den pocher Raffles eens van
-aangezicht tot aangezicht te zien.
-
-„Welnu, die wensch is vervuld. Ik ben John C. Raffles! Kijk,” en met
-een snelle beweging verwijderde hij zijn valsch baardje, „die opsnijder
-Raffles staat vóór u!”
-
-Lady Lea werd zoo bleek als een doode.
-
-Raffles echter vervolgde met groote kalmte:
-
-„Als gij nu maar inziet, dat verdere tegenstand van uwe zijde
-vergeefsche moeite is en u slechts onaangenaamheden kan berokkenen, dan
-zult gij niet voor niets een beroep hebben gedaan op mijn
-ridderlijkheid.
-
-„Hoe moeilijk het mij ook valt, den aanblik van al uw bekoorlijkheden
-te missen, toch zal ik mij een oogenblik omkeeren, om u gelegenheid te
-geven uw bed te verlaten en een ochtendjapon aan te trekken. Dan zult
-gij de goedheid hebben, mij den sleutel der brandkast te geven en mij
-naar die kast te geleiden.
-
-„Dat het in uw eigen belang is, mijn vertrouwen niet te misbruiken en
-de bedienden te wekken, behoef ik zeker niet te vertellen aan zulk een
-verstandige, hoogstaande vrouw.
-
-„En haast u nu, Mylady! Het zal ook u zeker aangenaam zijn, zoo spoedig
-mogelijk een einde te maken aan ons tête-à-tête!”
-
-De Lady was inwendig woedend, maar het hielp haar niet.
-
-Raffles keerde zich om, terwijl zij, na eenige vergeefsche pogingen om
-zijn hart te vermurwen, eindelijk bevend van toorn haar bed verliet en
-een peignoir aandeed.
-
-„Klaar?” vroeg Raffles, voordat hij zich omkeerde. „En nu de sleutel!
-Zoo, dank u wel! Wilt u mij nu voorgaan naar de brandkast?”
-
-Lady Lea had zoo grooten eerbied voor de revolver, die Raffles weer had
-opgenomen, dat zij zonder een woord van protest den nachtelijken
-bezoeker voorging naar de brandkast van den Lord.
-
-Daar opende Raffles onmiddellijk de kluis en met het tweede sleuteltje,
-dat zij hem niet had durven weigeren, ontsloot hij hetzelfde vak,
-waaruit de Lord de vierduizend pond had genomen.
-
-„En nu het geheime vak?” vroeg hij, toen de Lady aarzelde.
-
-„En als ik weiger, het u te toonen?” vroeg zij, al haar moed
-verzamelend.
-
-Raffles glimlachte.
-
-„Dat zou niet gunstig zijn voor uw nachtrust. Want kijk eens!” Hij liet
-haar een groote leeren tasch zien, die hij onder zijn jas verborgen
-had. „Hierin bevindt zich een electrisch toestel, waarmee ik de stalen
-platen van de brandkast binnen korten tijd kan smelten. Het is zeer
-interessant, Mylady. Dit toestel is het beste, wat er op dat gebied
-bestaat en het heeft mij een klein kapitaal gekost.
-
-„Maar dat werk zou natuurlijk eenigen tijd in beslag nemen en de
-kostbare brandkast zou erg beschadigd worden. Daarenboven zou de damp,
-die zich bij dit werk ontwikkelt, u zeer hinderlijk zijn en gij zoudt
-nog dagenlang die eigenaardige lucht bij u houden.”
-
-De ijzige kalmte van den inbreker deed de Lady begrijpen, dat het voor
-haar het allerbeste zou zijn, zoo spoedig mogelijk een eind aan de zaak
-te maken.
-
-Zij gaf hem een naaldvormig instrument, waarmee hij op een door haar
-aangewezen ornamentje drukte. De achterwand van het vak schoof nu open.
-
-Een ander vak werd nu zichtbaar en daarin bevonden zich de juweelen en
-het geld.
-
-Raffles nam eerst het geld, waarna hij met kennersblik de juweelen
-bekeek. Er waren prachtige stukken bij. Vooral een ring met een kunstig
-gevatte karneool wekte zijn bewondering op.
-
-De vrees van de lady, dat hij ook de juweelen zou kunnen meenemen, werd
-niet bewaarheid. Hij legde ze weer in het vak en schoof dat dicht.
-
-„Zoo, Mylady, ik dank u uit naam der armen, die ik weer in het bezit
-van hun eigendom zal stellen”, sprak hij, terwijl hij haar met een
-buiging den sleutel terug gaf. „Ik wensch u verder een rustigen nacht.
-Gij zult nu lekker slapen in het bewustzijn u bevrijd, te hebben van
-onrechtmatig verkregen goed en een edel werk te hebben gedaan!”
-
-Hij geleidde de vrouw, die van opgewondenheid beefde, naar haar
-slaapkamer terug, om zich van daar weer langs denzelfden weg, te
-verwijderen.
-
-Maar zoover kwam het niet.
-
-Want toen de Lady, vóór hem de slaapkamer binnentrad, stiet zij een
-kreet uit.
-
-Ook Raffles was verbaasd.
-
-De kamer was niet leeg.
-
-Dichtbij de deur, met een gelaat, waarop woede en verbazing om den
-voorrang streden, stond—Lord Rochester!
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK.
-
-EEN GEVAARLIJKE TOESTAND.
-
-
-„Hier ben ik tenminste gevrijwaard voor verrassingen als verleden
-Zondag”, dacht Lord Rochester, toen het mooie dienstmeisje van Miss
-Arabella Norfolk hem de deur opende.
-
-Toen hij binnentrad, zag hij, dat het meisje zeer verlegen was.
-
-„Zoo kleintje, ben je verbaasd, omdat ik onlangs zei, dat ik deze week
-op reis was, hè?” vroeg hij, terwijl hij het mooie kind in de wang
-kneep. „Nu, het is anders uitgekomen. Waar is Miss Norfolk?”
-
-„Miss Norfolk is in het Theater, Mylord.”
-
-De Lord keek haar met groote oogen aan.
-
-„Wat zeg je? Maar kindje, ik zag immers, dat alle ramen verlicht zijn.
-Maar wat is dat?”
-
-Zijn oog was gevallen op een heerenpels, die met een cylinder aan den
-kapstok hing.
-
-Het dienstmeisje werd nog verlegener.
-
-Maar zij behoefde geen antwoord te geven, want een deur ging open.
-
-„Wie is daar, Lisette? Met wien sta je te praten? Is het de
-banketbakker met het dessert? Waarom komt hij niet langs de achterdeur?
-Ach...!”
-
-Zij, die deze woorden uitriep, was een mooie blondine, wier prachtige
-gestalte in de opening der deur was verschenen. Langs haar heen keek
-men in een rozig verlichte kamer, waarin een rijk gedekte tafel. Als
-eenige gast zat daar een elegant gekleede, forsch gebouwde heer.
-
-Men kon dit alles slechts een oogenblik zien. Want Miss Arabella, die
-er in de zacht-geparfumeerde losse huisjapon verleidelijk uitzag, was
-dadelijk uit de deuropening te voorschijn getreden en had de deur
-achter zich gesloten!
-
-„Geen scènes hier!” sprak zij op halfluiden, bevelenden toon tot den
-Lord, die haar woedend een scheldwoord naar het hoofd had geslingerd.
-„Ik kon niet weten, dat je juist nu zoudt komen. Trouw ben ik je niet
-verschuldigd, want ik ben je vrouw niet! Ga nu heen en blameer je niet!
-Luitenant Oliver, dien je wel kent, is een hoofd grooter dan jij en een
-uitstekend bokser!”
-
-Zonder hem verder met een blik te verwaardigen, keerde zij hem den rug
-toe en ging terug in de kamer.
-
-Lord Rochester wist nauwelijks hoe hij buiten was gekomen. Het mooie
-dienstmeisje, dat hem uitliet, sprak op spottenden toon:
-
-„Goeden nacht, Mylord! Tot weerziens!”
-
-„Gespuis!” riep hij woedend, toen hij weer op straat stond. „Het zal
-lang duren, eer wij elkaar weerzien!”
-
-Een poosje liep hij besluiteloos heen en weer.
-
-Toen hij eindelijk kalmer was geworden, besloot hij naar de club te
-gaan, want hij wilde in dezen opgewonden toestand nog niet naar huis.
-
-In de club dronk hij haastig eenige glazen whiskey, speelde, verloor,
-en praatte met een paar kennissen. Ongeveer een uur na middernacht
-begaf hij zich huiswaarts.
-
-Hij was nu kalmer geworden en toen hij zijn huis naderde, kreeg hij
-neiging om een achtenswaardig mensch te worden.
-
-„Hoe heb ik mij ook met zulk een vrouwmensch kunnen inlaten!” mompelde
-hij. „Dat is zeker, een fatsoenlijke vrouw doet zoo niet! Lea zou door
-haar trots weerhouden worden, haar oogen op te slaan tot een anderen
-man. Ook is zij daarvoor te godsdienstig!”
-
-Hij was geroerd over zijn eigen gedachten en nam zich voor, niet om
-zijn vrouw voortaan trouw te blijven, maar om het verraad, dat hij aan
-haar beging, weer goed te maken door kleine attenties en mooie cadeaux.
-
-Met dergelijke edele voornemens bezield, kwam hij thuis.
-
-Toen hij boven was en op het punt stond, de deur van zijn slaapkamer te
-openen, viel het hem op, dat er licht brandde.
-
-Hij bleef verbaasd staan. Hoe? Was zijn vrouw nu nog op? Zou zij
-misschien onder het lezen van een roman zijn ingeslapen?
-
-Hij naderde de deur en luisterde.
-
-Geen geluid werd vernomen.
-
-Hij klopte.
-
-Daar binnen bleef alles stil.
-
-Hij opende de deur en ging de kamer binnen.
-
-Vreemd, het vertrek was leeg.
-
-Maar wat beteekende dat? Het koude zweet brak hem uit. Zijn blik viel
-op het gebruikte bed, op het ingedrukte raam, op een zwarte jas en
-heerenhoed, die op een stoelleuning hingen en op een kleine
-dievenlantaarn op tafel.
-
-Mijn God! Zou Lea vermoord zijn en haar lijk weggesleept? Hij beminde
-haar nu juist niet al te teeder, maar bij deze gedachte rilde hij toch.
-
-Juist wilde hij om hulp roepen, toen hij stemmen hoorde. De deur der
-aangrenzende kamer werd geopend en, zeer onvoldoende gekleed, kwam de
-doodgewaande, gevolgd door een chic gekleed heer, de kamer binnen.
-
-Ondanks het ontbrekende baardje herkende hij in den heer Lord Percy
-Meneval.
-
-De Lord, zijn vrouw, het gebroken venster, de dievenlantaarn op tafel,
-hoe moest hij dit alles begrijpen? Met wijdgeopenden mond staarde hij
-naar het tweetal.
-
-Toen vloog een gedachte vol wantrouwen door zijn hoofd. Wachtte hem
-hier dezelfde scène als zooeven bij Arabella?
-
-„Mijnheer— —!”
-
-Maar reeds vloog Lea naar hem toe.
-
-„Goddank, dat je eindelijk weer hier bent, Edward! Bescherm mij! Die
-ellendeling is Raffles!”
-
-Lord Rochester keek den bezoeker met uitpuilende oogen aan.
-
-„Raff—Raffles?”
-
-Deze maakte een beleefde buiging.
-
-„Om u te dienen, Lord Rochester. Misschien kent gij mij beter onder den
-naam Mary Green. Het spijt mij, dat gij zoo vroeg zijt teruggekomen, ik
-had u nog niet verwacht!”
-
-De naam Mary Green herinnerde den Lord aan zijn onaangenaam avontuur.
-Hij werd beurtelings rood en bleek.
-
-Raffles echter vervolgde met een beleefden glimlach:
-
-„Het doet mij leed, Mylord, u onaangenaam te moeten zijn. Ik vond de
-huisdeur gesloten en moest dus dezen ongewonen weg nemen”—hij wees naar
-de gebroken vensterruit—„om een onbeduidend zaakje met de Lady op te
-knappen!”
-
-„Hij heeft mij bestolen, Edward!” riep de Lady. „Tienduizend pond, die
-ik heimelijk in de brandkast bewaarde, heeft hij geroofd!”
-
-Lord Rochester spitste de ooren. Zijn oogen fonkelden van hebzucht en
-met buitengewoon veel moed riep hij uit:
-
-„Maar dat is ongehoord! Noemt gij dat een „onbeduidend zaakje”? En
-maakt gij bij het afhandelen van dergelijke onbeduidende zaakjes altijd
-gebruik van zoo’n wapen?”
-
-Hij wees op de revolver, welke Raffles nog steeds in de hand hield.
-
-Raffles lachte.
-
-„Neen, Mylord, tenminste niet tegenover dames. Wees onbevreesd.
-Overtuig er u zelf van: de revolver is niet eens geladen!”
-
-Dit was dom van hem. In het volgende oogenblik schitterde in de hand
-van Lord Rochester een revolver, die hij uit zijn zak te voorschijn had
-gehaald.
-
-De angst, dat Raffles hem in het schieten voor zou zijn, had hem
-weerhouden, het wapen eerder te gebruiken.
-
-Maar bliksemsnel liet hij het wapen met een kreet van pijn weer vallen,
-want een geweldige slag trof zijn arm, zoodat de revolver in een
-grooten kring op zij vloog. (Zie titelblad.)
-
-„Het is beter, dat ik het ding onder mijn hoede neem, voordat gij
-domheden begaat”, sprak hij doodelijk kalm.
-
-Op hetzelfde oogenblik weerklonk een langgerekte, bel door het geheele
-huis. Raffles had niet kunnen verhinderen, dat de Lord, terwijl Raffles
-zich had gebukt, op het knopje van de electrische schel had gedrukt!
-
-„Sir”, sprak Raffles, zonder ook nu zijn kalmte te verliezen. „Dat is
-het domste, wat gij hadt kunnen doen! Maar er is nog niets verloren!
-Laat mij den weg vrij!”
-
-„Neen!” hoonde de Lord, die zoodanig voor het venster ging staan, dat
-Raffles niet zonder een vrij langdurigen strijd langs dezen weg kon
-ontkomen. „Eerst geeft gij het gestolene terug!”
-
-Raffles legde op den Lord aan.
-
-„Ik raad u, laat mij den weg vrij!”
-
-De Lady gilde van angst en de Lord aarzelde een oogenblik.
-
-Daar weerklonken de voetstappen van de bedienden, die kwamen toesnellen
-en de Lord kreeg opnieuw moed.
-
-„Schiet, als gij durft! Maar bedenk, dat gij niet meer kunt ontsnappen
-en dat de galg u wacht!”
-
-Raffles liet den arm zinken en wierp zich lachend in een stoel. Het was
-hem geen oogenblik ernst geweest om te schieten.
-
-„Gij hebt gelijk, Lord Rochester”, sprak hij op spottenden toon. „Het
-zou zonde zijn, de wereld te bevrijden van zulk een prachtmensch als
-gij zijt! Ik beklaag uw onbezonnenheid alleen in uw eigen belang. Want
-nu zult gij uw hoofd moeten breken om mij zoo ongemerkt mogelijk van de
-baan te krijgen!”
-
-Hij stak, nadat hij met een ironische buiging vergunning van de Lady
-had gevraagd, een sigarette aan, om den verderen loop der dingen af te
-wachten.
-
-De deur werd geopend en de verschrikte gezichten van een heele bende
-halfgekleede bedienden verschenen in de opening.
-
-De Lord nam een heldhaftige houding aan.
-
-„Gelukkig ben ik vroeger thuis gekomen dan eerst mijn plan was”, sprak
-hij. „Zoodoende had ik nog tijd om een vreeselijke misdaad te
-voorkomen. Jullie kunt allen een extra belooning verdienen. Want die
-man, die door het venster in de slaapkamer van de Lady is
-binnengedrongen, is Raffles!”
-
-Deze naam werkte als een tooverwoord op de bedienden. Bijna eerbiedig
-staarden zij naar den beroemden man.
-
-„Nu?” vroeg de Lord ongeduldig. Hij had niet anders verwacht, dan dat
-de bedienden zich op den man hadden geworpen.
-
-Maar de onverstoorbare kalmte van dien zeldzamen man, die ongestoord en
-zonder op hen te letten, zijn sigarette verder rookte, misschien ook
-wel de revolver in zijn hand, waarmee hij schijnbaar onoplettend
-speelde, hielden hen in bedwang. Het scheen hun meer geraden, om op een
-afstand te blijven. Zij kenden immers de ongelooflijke verhalen, die
-werden verteld over den zeldzamen moed, de behendigheid en
-lichaamskracht van den Grooten Onbekende.
-
-„Sir”, sprak eindelijk een der ondergeschikten op verlegen toon, „mij
-dunkt, dat het een zaak is, die de politie aangaat, om Mr. Raffles
-gevangen te nemen.”
-
-„Vervloekt!” sprak de Lord, knarsetandend van woede. „Roept dan de
-politie! Jij, Jonny”, sprak hij tot den oudsten bediende, die
-aarzelend dichterbij was gekomen, „telephoneer dadelijk naar Scotland
-Yard! Vraag kapitein Baxter om dadelijk met voldoende hulp hier te
-komen om Raffles gevangen te nemen!”
-
-„En vergeet niet, er een hartelijken groet van Raffles aan kapitein
-Baxter bij te voegen. Zeg hem, dat hij zich moet haasten!” sprak
-Raffles met een spottend lachje.
-
-De Lord nam geen notitie van deze woorden.
-
-„Jij, Bob, haal uit mijn rookkamer de beide revolvers, die boven het
-wapenrek hangen en de Winchesterbuks uit de geweerkast! Breng mij de
-eene revolver, wapen jezelf en Baptiste met de andere en de buks en
-blijft met jullie beiden in de voorkamer, om op den eersten roep bij de
-hand te zijn!
-
-„Willem en James, snelt naar het park! Wekt den tuinman, en houdt met
-hem de wacht onder het balcon, opdat de misdadiger ons niet kan
-ontsnappen langs denzelfden weg, dien hij gekomen is!
-
-„En jij, Pierre, blijf bij de huisdeur staan en breng de politie
-binnen, zoodra deze komt!”
-
-De bedienden verwijderden zich en toen Bob met de revolver was
-teruggekeerd, en zich weer had verwijderd, was het drietal weer alleen.
-
-„Zoo”, sprak Raffles, terwijl hij opstond en de rest van zijn cigarette
-in een zilveren aschbakje gooide, „nu kunnen wij eindelijk eens ernstig
-met elkaar praten!
-
-„Weet gij, Lord Rochester, dat gij bezig zijt, een moreelen en
-maatschappelijken zelfmoord te plegen?”
-
-De Lord lachte zenuwachtig.
-
-„Wat beteekent dat? Denkt gij door drogredenen indruk op mij te maken!
-Ik doe een weldaad, doordat ik den voorgewenden Lord Meneval ontmasker
-en een zeer gevaarlijk misdadiger onschadelijk maak!”
-
-„Zeker”, knikte Raffles. „Maar hebt gij er nog niet aan gedacht, dat ik
-mij zou kunnen wreken en mij ook bezighouden met het „ontmaskeren” van
-personen?
-
-„Het zal een rechtzaak worden, Lord Rochester en dan zal ik het
-genoegen hebben, eenige pikante bijzonderheden omtrent Lord en Lady
-Rochester aan den dag te brengen.”
-
-Hij wierp een zijdelingschen blik op de Lady.
-
-Deze was doodsbleek geworden.
-
-De Lord daarentegen haalde vol minachting zijn schouders op.
-
-„De justitie zal wel weten wat zij moet gelooven van de verdachtmaking
-van een gewetenloozen misdadiger! Wat mijn echtgenoote betreft, ik
-begrijp niet, wat gij met uw insinuaties wilt zeggen.”
-
-Raffles stak een sigarette aan.
-
-„Nu, ik zou bijvoorbeeld kunnen vertellen, dat Lady Lea de tienduizend
-pond, die zij mij heden gaf, den armen ontstolen heeft.
-
-„Bedenk verder, dat ik binnengedrongen ben in de slaapkamer der Lady.
-Misschien zou ik kunnen vertellen, dat ik bij een poging om Mylady nog
-meer te ontrooven dan geld en geldswaardige zaken, geen tegenstand van
-haar zijde heb ondervonden, maar, integendeel gevolg heb gegeven aan
-haar wenschen.”
-
-De Lord werd geel van nijd.
-
-„Dat is een brutaliteit, die niemand zal gelooven!” siste hij. „Lady
-Rochester en een dief! Dat is zoo dwaas, dat het niet eens een
-beleediging is!”
-
-„Den dief Raffles zou Mylady misschien geen rendez-vous hebben
-toegestaan,—maar misschien aan Lord Meneval!” antwoordde Raffles op
-koelen toon. „Lord Rochester, ik geef u nogmaals den raad, roep uw
-bedienden terug en zorg ervoor, dat ik zonder opzien te baren dit
-bekoorlijke verblijf kan verlaten! Drijf mij niet tot het uiterste!
-
-„Dwing mij niet om voor het gerecht met het bewijs te komen dat Lady
-Lea Rochester niet alleen is een dievegge, maar ook een gewetenlooze
-echtbreekster, die de tijdelijke afwezigheid van haar man gebruikt om
-galante avonturen na te jagen!”
-
-Een heesch geluid ontsnapte aan de lippen, van den Lord. Hij balde
-beide vuisten, alsof hij zich op zijn tegenstander wilde werpen.
-
-Maar diens ijskoude blik, scherp als staal, hield hem tegen.
-
-Nu mengde zich voor het eerst de Lady in Het gesprek.
-
-„De beleedigingen van iemand als gij laten ons koud”, sprak zij. „Maar
-het is beneden onze waardigheid om zich in het openbaar door een
-inbreker te laten beleedigen. De wereld is zoo slecht en gelooft maar
-al te gaarne het gelaster. Ik geef je daarom den raad, lieve Edward,
-dien man te laten gaan en daardoor een eind te maken aan deze
-vervelende zaak!”
-
-Lord Rochester haalde met moeite adem.
-
-„En de tienduizend pond? Ik denk er niet aan. Ik zou wel eens willen
-zien, wie wel geloof zou hechten aan de lasterpraatjes van zoo’n
-kerel!”
-
-„En als die „kerel” nu zijn „lasterpraatjes” kan bewijzen? Gij moest
-den raad van uw vrouw liever opvolgen, Lord Rochester!
-
-„Ik ben in het bezit van een teeder briefje, gericht aan Lord Percy
-Meneval, waarin Lady Lea Rochester hem overlaadt met liefkoozende
-woordjes en hem smeekt om tastbare bewijzen van zijn wederliefde.
-
-„Dezen keer kwam ik ongevraagd hier,—morgen zou Mylady mij haar
-slaapvertrek zelf hebben geopend.
-
-„Gij hebt het alleen aan mij te danken, Mylord, dat uw gemalin u trouw
-is gebleven.”
-
-De Lord staarde zijn vrouw aan.
-
-„Lea,—is—dat—waar?”
-
-Zij behoefde niet te antwoorden. Een blik op de Lady, die met een
-luiden kreet was neergevallen op een stoel en het niet waagde, om op te
-kijken, vertelde hem de waarheid.
-
-„Schaamtelooze echtbreekster! Ellendige eerlooze vrouw!” schreeuwde de
-Lord. „Nog dezen nacht jaag ik je het huis uit en morgen vraag ik
-echtscheiding aan!”
-
-Hij deed alsof hij haar wilde slaan.
-
-Maar Raffles trad hem in den weg.
-
-„Gij zult niets doen, Mylord! Het is mijn bedoeling niet, om een
-huwelijk, dat gebaseerd is op zoo groote wederzijdsche harmonie der
-karakters, te vernietigen en twee menschen, die zoo goed bij elkaar
-passen, te scheiden.
-
-„Vergeet toch niet, dat gij pas uit de door u betaalde woning van de
-mooie Arabella Norfolk komt. Ik zou misschien in staat zijn, de Lady
-nog meer gegevens voor een echtscheiding te verstrekken tegen u, ouden
-huichelaar en vrouwenverleider!”
-
-Nauwelijks had hij deze woorden gesproken of de Lady keek op.
-
-Woedend keken haar groenachtige oogen den misdadiger aan.
-
-„Maar dat is — — O, jij schurk, jij — —!”
-
-Raffles trad kalmeerend tusschen de beide echtgenooten en sprak:
-
-„Doet mij een genoegen, „deze zaak morgen verder uit te vechten! Gij
-zijt elkaar volkomen waardig. En het is nu de hoogste tijd, Lord
-Rochester, om de uitgezette wachten terug te roepen, opdat onnoodig
-schandaal en onnoodige onkosten voor u vermeden worden.”
-
-„En de brief?” vroeg de Lord. „Geef mij eerst den brief!”
-
-Raffles schudde het hoofd.,
-
-„Ik denk er niet aan. Ten eerste heb ik dien niet bij mij en
-daarenboven heb ik hem nog noodig, ingeval Mylady zich eens niet mocht
-storen aan mijn eisch, om haar functies in de vereenigingen van
-liefdadigheid neer te leggen. Eindelijk nog wil ik hem bewaren, om te
-voorkomen dat gij op onbescheiden wijze tegen mij optreedt.
-
-„Ik ben namelijk niet van plan, het veld te ruimen, maar wensch de rol
-van Percy Meneval nog eenigen tijd te spelen.
-
-„Mocht gij mij dit willen beletten, dan zoudt gij uw eigen glazen
-inslaan.
-
-„Daarentegen zult gij, zoolang gij u kalm houdt, van mij niets te
-vreezen hebben!
-
-„En haast u nu, Lord! Zorg er voor, dat ik mij kan verwijderen!”
-
-De Lord beefde van woede, maar hij zag in, dat hij, indien Raffles
-gevangen werd genomen, zijn eer en aanzien had verloren en zijn positie
-in de maatschappij zou verliezen. Hij verwenschte nu zelf zijn grooten
-ijver en had geen vuriger wensch dan Raffles zoo snel mogelijk te zien
-heengaan.
-
-Een vloek mompelend snelde hij naar de deur om de bedienden onder het
-een of andere voorwendsel terug te roepen.
-
-Maar het was reeds te laat.
-
-Daar de slaapkamer der Lady aan het park grensde, had men het geluid
-van een automobiel niet gehoord, die eenige minuten geleden voor het
-huis was blijven staan.
-
-Op hetzelfde oogenblik, toen de Lord de deur wilde openen, werd
-geklopt.
-
-„Mylord,” riep de stem van Pierre, „Kapitein Baxter is met de politie
-aangekomen!”— — —
-
-En zoo was het inderdaad.
-
-Baxter was met een klein leger van politieagenten gekomen en had,
-zooals Lord Rochester met een blik uit het raam opmerkte, het geheele
-huis laten omsingelen.
-
-Met een hulpeloozen blik keek de Lord Raffles aan.
-
-De Lady wrong wanhopig de handen.
-
-Raffles haalde onverschillig zijn schouders op.
-
-„Dat is het gevolg van uw koppigheid,” fluisterde hij. „Gij verdiendet
-eigenlijk, dat ik mij liet gevangen nemen. En ik zou het doen als ik
-niet nog een beetje medelijden met u had. Zeg tegen den bediende, dat
-gij dadelijk zelf zult komen!”
-
-Terwijl Raffles deze woorden sprak, veranderde reeds zijn uiterlijk.
-Uit den borstzak van zijn jas haalde hij een dichte pruik te
-voorschijn. Een baard volgde. Toen hij dit alles bliksemsnel had
-bevestigd en met behulp van schmink en verf, die op de toilettafel der
-Lady aanwezig waren, zijn oogen met dikke schaduwen had omrand, toen
-hij rimpels op zijn gelaat had getooverd, herkende Lord Rochester bijna
-den ouden man in hem, die de winkeljuffrouw tegen zijn brutaliteit had
-beschermd.
-
-Alleen was de oude heer nu elegant en chic gekleed.
-
-Deze geheele metamorfose, waarnaar de Lord en Lady vol verbazing hadden
-gekeken, had nauwelijks twee minuten in beslag genomen.
-
-„Laat mij het woord en zeg op alles wat ik beweer slechts ja en amen!”
-fluisterde Raffles den Lord toe, voordat hij met dezen de kamer
-uitging.
-
-Toen Raffles met den Lord de voorkamer binnentrad, waarin kapitein
-Baxter met zijn detectives vol ongeduld wachtte, greep er weer een
-verandering met hem plaats.
-
-Zijn gestalte boog zich, zijn mondhoeken zakten slap naar beneden,
-kortom, hij zag er uit als een aristocratisch heer van minstens 70 of
-75 jaar.
-
-Het eerste oogenblik was Kapitein Baxter een weinig verbaasd, den Lord
-niet alleen, maar in gezelschap van een hem geheel onbekenden ouden
-heer te zien. Zijn verwondering werd nog grooter, toen deze oude, zeer
-voorname heer het woord voerde voor den Lord, die er zeer opgewonden en
-zenuwachtig uitzag.
-
-„O, o, kapitein, wat een pech!” sprak hij met de stem van een
-grijsaard. „Gij komt met uw hulp vijf minuten te laat. Zoolang is het
-mijn geachten vriend gelukt, den booswicht vast te houden.
-
-„Gij ziet het, hij is uitgeput van vermoeienis. De kerel scheurde zich
-los en was met een sprong uit het raam! ik zou mijn vriend natuurlijk
-graag hebben geholpen, maar ik ben een oud man. Ja, als ik maar twintig
-jaar jonger was geweest—!”
-
-Kapitein Baxter keek den ouden heer wezenloos aan.
-
-Hoe? Was Raffles hem weer ontsnapt? Ondenkbaar!
-
-„Maar hoe is dat mogelijk?” riep hij jammerend uit. „Gij hadt immers
-posten uitgezet, zooals de lakei mij vertelde en de beide bedienden,
-die hier de wacht hielden, zijn eenige oogenblikken geleden eerst
-heengegaan!”
-
-De oude heer haalde de schouders op.
-
-„Alles is zoo snel gegaan! De Lady lag in onmacht, ikzelf had mijn
-kalmte verloren en de Lord kon niet om hulp roepen, want zijn
-tegenstander hield zijn keel vast.”
-
-„Maar de lui, die onder het balcon op wacht staan! Raffles moet in hun
-handen zijn gevallen.”
-
-„Ik vermoed, dat hij de vlucht over het dak heeft genomen.”
-
-De oogen van den kapitein vonkelden weer vol hoop.
-
-„O, dan kan hij ons niet ontsnappen. Deze villa staat volkomen
-geïsoleerd. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hij zich op het dak
-verborgen. De villa is door mijn lieden omsingeld, dus moet hij ons in
-handen vallen. De zal het geheele huis tot in alle schuilhoeken
-dadelijk laten doorzoeken.”
-
-Hij wenkte de detectives en gaf hun zijn bevelen.
-
-Nadat zij zich hadden verwijderd om deze uit te voeren, wendde de
-kapitein zich weer tot den ouden heer.
-
-„Wil Mylord zoo vriendelijk zijn, mij nadere bijzonderheden mede te
-deelen? Met wien heb ik de eer?”
-
-„O, kent gij mij niet?” vroeg de oude heer blijkbaar verwonderd. „Lord
-Beresford. Ik zat met mijn vriend, Lord Rochester, een spelletje te
-doen in het salon—”
-
-Kapitein Baxter, die den naam Beresford nooit had gehoord, schudde
-verbaasd het hoofd.
-
-„De bediende, die mij hier bracht, vertelde mij toch, dat zijn heer
-voor den bepaalden tijd thuis was gekomen en bij die gelegenheid— —”
-
-„De bediende is een ezel!” viel voor het eerst de Lord hem in de rede.
-„De bedienden lagen reeds lang in bed.”
-
-„Hoe verder, als ik verzoeken mag?”
-
-„Dus wij speelden samen kaart. Ik zou juist geven, toen wij een
-hulpkreet hoorden uit de slaapkamer der Lady. Wij snelden er heen en
-zagen den misdadiger, die juist door het venster naar binnen was
-gekomen en een geladen revolver op de borst der Lady gericht had.
-
-„Ik zelf sloeg hem het wapen uit de hand. Lord Rochester maakte zich er
-meester van en met behulp van deze revolver hielden wij den inbreker,
-die ons smeekte om hem te laten gaan in bedwang totdat het vreeselijke
-gebeurde.
-
-„Terwijl die gemeene schurk schijnbaar argeloos met mijn vriend
-praatte, stortte hij zich plotseling op den Lord en ontwrong hem het
-wapen. Het verdere verloop van deze vreeselijke worsteling kent gij.
-Wij mogen God danken, dat er geen bloed gevloeid is en wij er geen van
-allen het leven bij hebben ingeschoten. Want die Raffles is een
-gevaarlijk sujet!”
-
-Intusschen waren de detectiven komen vertellen, dat men den vluchteling
-nog steeds niet gevonden had.
-
-„Wilt gij mij toestaan, de slaapkamer van Mylady in oogenschouw te
-nemen?” vroeg de chef der detectiven aan den Lord.
-
-„Sta mij eerst toe, heen te gaan,” sprak Lord Beresford. „Ik ben een
-oud man en de schrik is mij in de leden gevaren Ik verlang naar rust.
-Ik kan u bij het opsporen van den misdadiger toch niet van dienst
-zijn.”
-
-Kapitein Baxter verklaarde bereidwillig, dat niets zijn vertrek in den
-weg stond.
-
-„Neen? Daar ben ik blij om”, glimlachte de ander. „Alleen—hm, nu ja,—ik
-ben een oud man en een beetje angstig. Als die man mij onderweg eens
-aanviel? Hij heeft zijn revolver weer bij zich en ik ben ongewapend.”
-
-Ondanks het ernstige van den toestand moest Baxter om de vrees van den
-ouden heer lachen.
-
-„Ik zal u een politieagent meegeven, Mylord, die u naar een rijtuig zal
-brengen.”
-
-De oude heer glimlachte dankbaar.
-
-„Ja? Dat is lief van u. Bijvoorbaat mijn dank, kapitein.”
-
-Baxter riep dadelijk een politieagent. Toen de oude heer met dezen
-detective de kamer verliet, keek Lord Rochester hem met verbeten woede
-na.
-
-Daar ging hij, om nooit terug te komen en met hem de tienduizend pond!
-
-Kapitein Baxter zette zijn onderzoek met grooten, ijver voort. Hij
-moest dezen keer Raffles, die het huis nog niet verlaten kon hebben, te
-pakken krijgen.
-
-Intusschen liep Lord Beresford aan de zijde van den politieagent.
-
-„Langzaam, langzaam, jonge vriend!” herhaalde hij telkens. „Op mijn
-leeftijd gaat het niet meer zoo vlug!”
-
-Bij de eerste zijstraat nam hij een rijtuig.
-
-„Wacht nog een oogenblik!” sprak hij tot den agent, terwijl hij dezen
-een fooi gaf. „Ik moet u nog een paar regels voor kapitein Baxter
-meegeven!”
-
-Hij scheurde een blad uit zijn zakboekje, zocht zijn vulpen en schreef
-een paar regels.
-
-„Ziezoo, koetsier, ga er nu maar van door!” riep hij uit, terwijl hij
-als doel van den rit het eerste het beste plein opgaf.— —
-
-Kapitein Baxter, wien de zweetdroppels op het voorhoofd stonden, gaf
-zijn lieden juist bevel de schoorsteenen te onderzoeken, toen de
-geleider van den ouden Beresford binnentrad en hem het briefje
-overhandigde.
-
-Haastig scheurde kapitein Baxter het couvert open.
-
-Wat zou de oude heer hem nog hebben mede te deelen?
-
-Nauwelijks echter had de kapitein de weinige regels gelezen, of hij
-werd zoo bleek als een doode.
-
-Een vloek ontsnapte aan zijn lippen, want de korte inhoud van het
-briefje luidde:
-
-
- „John C. Raffles bedankt kapitein Baxter voor de vriendelijke
- bescherming, die het hem mogelijk maakte, met de tienduizend pond,
- die hij van Lady Rochester stal, ongehinderd te vertrekken en hij
- verzoekt hem, den Lord en de Lady vriendelijk van hem te groeten.”
-
-
-Over het geheele lichaam bevend, toonde Baxter den Lord het briefje.
-
-Ook deze verbleekte, en hijgde naar adem.
-
-Maar hij beheerschte zich dadelijk weer.
-
-Met een gemaakt lachje gaf hij den kapitein het stuk papier terug.
-
-„Een scherts van Lord Beresford. De oude heer is een grappenmaker, die
-dikwijls dergelijke aardigheden uithaalt.”
-
-„Zoo Mylord. En wat beteekent dat met die tienduizend pond, waarover
-hij schrijft? Heeft men u niet bestolen? Kijk eens in uw brandkast!”
-
-„Geen penny!” sprak de Lord met moeite. „In de brandkast bevond zich
-geen geld. Zooals ik zeg—het is een flauwe grap!”
-
-Kapitein Baxter dacht er het zijne van. Evenals nu de houding van den
-Lord, was hem zooeven de houding der Lady opgevallen. De groote
-onbekende was in haar slaapkamer binnengedrongen en—Raffles was een
-mooie man!
-
-Hm, hier was een geheim, waar hij, waar het zulke voorname,
-invloedrijke personen gold, liever niet naar moest vorschen. Wat zou
-het hem ook geven? Raffles was toch weer ontsnapt.
-
-Hij deed nog een poosje, alsof hij het onderzoek voortzette. Daarna nam
-hij met zijn agenten afscheid.
-
-Zijn vermoeden werd zekerheid toen hij den volgenden dag trachtte, den
-geheimzinnigen Lord Beresford op het spoor te komen.
-
-Tevergeefsch—de oude grappenmaker was en bleef verdwenen.— — — —
-
-Den volgenden dag brachten de nieuwsbladen het bericht, dat Lady Lea
-Rochester had besloten, met het oog op haar geschokte gezondheid, haar
-plaats in de verschillende liefdadigheidsvereenigingen niet meer in te
-nemen. Tegelijkertijd volgde een lange lijst van verschillende
-inrichtingen van barmhartigheid, waaraan zij belangrijke bedragen had
-geschonken. Het gezamenlijk bedrag was negenduizend pond.
-
-Lord en Lady Rochester kregen een aanval van woede toen zij dit lazen.
-
-En de andere duizend pond?
-
-De kleine Nelly Somerset, de gewezen dienstbode van Lady Lea, dacht van
-vreugde te zullen omvallen, toen aan haar adres een flinke
-aangeteekende brief werd bezorgd. Hij kwam van Lady Lea en bevatte
-duizend pond en een brief, waarin de Lady het jonge meisje vergiffenis
-vroeg voor de mishandeling en de haar aangedane beleediging.
-
-
- „Neem dit kleine bedrag als bruidschat en gebruik het voor de
- inrichting van uw huishouding als vriendelijke herinnering aan uw
- gewezen meesteres,”
-
-
-stond er in den brief.
-
-Het was alleen vreemd, dat het niet de hand van de Lady was!
-
-Maar daarover dacht Nelly niet lang na en in een langen brief bedankte
-zij de Lady voor haar rijke gift.
-
-Toen Lea Rochester dezen brief las, kreeg zij een nieuwen aanval van
-woede.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZEVENDE HOOFDSTUK.
-
-DE WRAAK VAN LADY ROCHESTER.
-
-
-Vier weken later gaf de minister van buitenlandsche zaken een bal.
-
-Alle zalen waren schitterend verlicht. In de groote danszaal viel het
-licht van de electrische kronen op het gewoel der feestelijk gekleede
-gasten, die zich op den maat der muziek bewogen.
-
-Schoone oogen keken verleidelijk, kostbare juweelen schitterden, blanke
-schouders en vrouwenhalzen kwamen te voorschijn uit de fijne kanten der
-zijden japonnen, uniformen en bonte ridderorden verbraken de
-eentonigheid der zwarte fracs.
-
-De voorname wereld der Theemsstad had zich verzameld in de woning van
-den minister, de dragers van de oudste, meest aristocratische namen
-waren aanwezig.
-
-Ook Lord en Lady Rochester ontbraken niet. De Lord droeg al zijn orders
-en Lady Lea prijkte in den glans van haar juweelen, dezelfde juweelen,
-die in zoo hooge mate de bewondering van Raffles hadden opgewekt en die
-zij ter eere van het groote feest uit het geheime vak van de brandkast
-had te voorschijn gehaald.
-
-Zooeven hadden de graaf van Kent en Lord Kensington zich met haar
-onderhouden.
-
-Maar zij luisterde nauwelijks naar de woorden der beide heeren.
-
-Haar blik dwaalde onophoudelijk naar een groep, waarheen zich ook de
-hertog van Devonshire, arm in arm met Lord Percy Meneval had begeven en
-waarvan de bekoorlijke Lady Magdalena Heastfield het middelpunt vormde.
-
-Lady Magdalena Heastfield was een jonge weduwe van buitengewone
-schoonheid, die haar echtgenoot—hij was bij een wedren van het paard
-gevallen en had zijn nek gebroken—eerst twee jaar geleden verloren
-had.—
-
-En daar zij niet alleen schoon en geestig, maar ook zeer rijk was,
-ontbrak het haar niet aan talrijke vereerders.
-
-Maar Lady Magdalena treurde in haar hart nog altijd over haar jongen
-echtgenoot en scheen volstrekt geen plan te hebben, haar vrijheid prijs
-te geven.
-
-Lady Lea hield krampachtig haar sierlijken waaier vast, toen Lord Percy
-een buiging maakte voor de schoone weduwe en haar slanke hand aan zijn
-lippen bracht.
-
-Het was ongehoord! Deze onbeschaamde had de brutaliteit, dit bal te
-bezoeken, waarop hij wist, dat ook zij zou zijn! Ja, nog erger, hij had
-zelfs haar durven begroeten en op doodgewonen toon naar haar welstand
-geïnformeerd!
-
-Dat had hij gewaagd, hij, wien zij wraak Had gezworen!
-
-En terwijl zij verstrooide antwoorden gaf aan de beide heeren, dacht
-zij na over haar wraak en verging zij van woede, haat en jaloezie!
-
-Ja, Lady Lea was jaloersch. Zij voelde, dat zij dezen man, hoewel hij
-haar versmaad en gehoond had, nog steeds beminde. Woede maakte zich van
-haar meester, toen zij zag, hoe zijn oogen schitterden, terwijl hij met
-de schoone Lady Heastfield sprak.
-
-De muziek weerklonk opnieuw.
-
-Lord Percy bood de schoone weduwe zijn arm en een oogenblik later
-zweefden de beide slanke, sierlijke gestalten door de zaal.
-
-Lady Lea had een gevoel alsof zij zou stikken. Het kostte haar
-ontzettende moeite om niet midden in de zaal te gaan en te schreeuwen:
-
-„Die man, die zich hier heeft ingedrongen en die nu met Lady Heastfield
-danst, is Raffles, de gevreesde Raffles, de groote onbekende! Grijpt
-hem en werpt hem in de gevangenis!”
-
-Dat zou wraak zijn geweest!
-
-Zij zag in haar gedachten de verwarring, die Het gevolg van deze
-woorden zou zijn.
-
-Maar dit plan was onuitvoerbaar, want zij zou zichzelf erdoor in het
-verderf storten.— —
-
-En hoe haatte zij Lady Heastfield! Zij was jong en schoon, veel jonger
-en mooier dan zij zelf. Raffles beminde haar ongetwijfeld.
-
-Hij was wel een dief, maar een bijzondere, een die met het gestolen
-geld weldadigheidsreclame voor haar had gemaakt Maar toch benijdde Lady
-Lea haar mededingster, omdat hij van haar hield!
-
-Als Raffles had gewild, hoe gaarne zou Lady Lea hem zelfs nu nog weer
-met open armen hebben ontvangen!
-
-Intusschen had het schoone paar, waarop alle blikken vol bewondering
-rustten, den dans geëindigd.
-
-„Ik ben een beetje moe en dorstig, Mylord,” sprak Lady Magdalena tot
-haar cavalier, toen hij haar naar haar plaats terug wilde brengen.
-„Breng mij naar het buffet en naar een rustig plekje, waar men een paar
-minuten rustig kan babbelen. Dat wil zeggen, als het u niet lastig is,”
-vervolgde zij met een bekoorlijk lachje, „want ik wil u niet aan het
-gezelschap onttrekken.”
-
-„Ik ken geen aangenamer taak, dan u van dienst te zijn, Mylady,” sprak
-Raffles en galant bood hij haar zijn arm.
-
-Aan het buffet dronken zij een glas sect. Daarop begaven zij zich naar
-een magnifiquen wintertuin, waar niemand was en waar zij ongestoord
-konden praten.
-
-Raffles keek met welgevallen naar de sierlijke gestalte der jonge
-vrouw, die tegenover hem zat op een causeuse onder de groote bladeren
-van een waaierpalm, terwijl hij op een klein stoeltje had plaats
-genomen.
-
-Hij had reeds dikwijls met haar gebabbeld en steeds behagen geschept in
-haar natuurlijke geestigheid, die zoo geheel anders was dan de
-opgesmukte gemaaktheid der modedametjes.
-
-„Zal Mylady ook deelnemen aan den grooten liefdadigheidsbazaar in
-Guild-Hall?” vroeg hij.
-
-Lady Magdalena schudde het mooie, bruingelokte kopje. Haar groote,
-fluweelzachte oogen namen een ironische uitdrukking aan.
-
-„Hebt gij misschien lust, die weldadigheids-comedie te bezoeken,
-waarop, zooals altijd, onze dames de liefdadigheid uitoefenen om in
-werkelijkheid alleen zichzelf wel te doen, dat wil zeggen, zichzelf en
-haar bekoorlijkheden ten toon te stellen, als het niet nog erger is.
-
-„Neen, ik bedank er voor. Ik heb altijd het land, als ik den volgenden
-morgen ellenlange berichten over al die liefdadige dames en haar
-toiletten in de couranten lees. Als ik goed wil doen, heb ik daarvoor
-geen bazar of bal noodig.
-
-„Er is helaas ellende genoeg in de wereld en het is te treurig, dan dat
-men er feesten voor moet gaan vieren, waarvan zelfzucht het eigenlijke
-motief is.”
-
-„Flink gesproken!” riep Raffles-Meneval vol geestdrift uit. „Mag ik ten
-teeken mijner sympathie met deze woorden uwe vingers kussen?”
-
-De Lady liet hem glimlachend begaan en vervolgde toen:
-
-„Kijk eens, Mylord, men vertelt zooveel van een zekeren Raffles. Ook
-gij hebt ongetwijfeld wel van hem gehoord?”
-
-De ander knikte zonder dat een spier van zijn gelaat veranderde.
-
-„Wel,” antwoordde hij op onverschilligen toon, „wat heeft die met uw
-oordeel over weldadigheid te maken?”
-
-„O, heel veel! Gij zult toch ook wel weten, dat juist hij een echt
-weldoener der menschheid is. Hij neemt van den overvloed der rijken en
-geeft het aan de armen! Zijn methode is niet onberispelijk en Raffles
-is, naar de gewone opvatting, een misdadiger, maar een zeker waas van
-poëzie omgeeft hem en daarom bevalt hij mij. Ik zou het een groot
-voorrecht vinden, hem eens te ontmoeten!”
-
-Raffles-Meneval nam weer de hand der schoone weduwe en bracht die met
-een glimlach aan zijn lippen.
-
-„Als de groote onbekende deze woorden kon hooren, dan zou hij innig
-gelukkig zijn en uw schoone hand even dankbaar aan zijn lippen drukken
-als ik het nu vol bewondering doe!”
-
-Lady Magdalena onttrok hem glimlachend haar slanke hand.
-
-„Gij zijt een vleier, Lord Meneval! Maar zeg zelf eens, moet men niet
-reeds het vernuft bewonderen, waarmee Raffles de ware ellende altijd
-weet te vinden? O, ik weet dat te waardeeren, want ook ik beweeg mij op
-dat gebied. En daarom weet ik, hoe moeilijk het is, de werkelijk
-behoeftigen en noodlijdenden te vinden.
-
-„Het is trouwens ook geen ongeluk, als een weldaad iemand treft, die
-het eigenlijk niet verdient. Stumperds zijn het toch eigenlijk
-allemaal, die ongelukkigen en de hoofdzaak is om die stumperds in de
-maatschappij te helpen.”
-
-Haar toehoorder was verrukt.
-
-„Gave God, dat alle rijken zoo dachten en handelden als gij, Mylady!”
-sprak hij ontroerd. „Ik ben ervan overtuigd, dat, Raffles dan weinig te
-doen zou hebben!
-
-„Daarom ben ik blij, u met mijn ervaringen te kunnen helpen. Ik werk
-namelijk ook een beetje op dat gebied, dat wil zeggen,” viel hij
-zichzelf bescheiden glimlachend in de rede, „alleen als amateur.
-
-„Juist vandaag leerde ik in het Oosten der stad een armen drommel
-kennen, een handwerksman, die zijn familie jarenlang op fatsoenlijke
-wijze heeft onderhouden, totdat een langdurige ziekte hem het bed deed
-houden.
-
-„De familie gaat nu haar ondergang tegemoet. Het allernoodigste heb ik
-dien armen menschen dadelijk gegeven.
-
-„Maar zij hebben meer noodig, minstens vijftig pond, om weer in
-behoorlijke omstandigheden te komen.
-
-„Voor de eerlijkheid en het fatsoen dier menschen sta ik in, maar mijn
-kas is helaas op het oogenblik volkomen leeg!”
-
-Hij keek Lady Magdalena vol verwachting aan.
-
-Haar wangen waren met een blos van genoegen zacht rood gekleurd. Haar
-oogen straalden, toen zij hem vertelde, dat zij hem dankbaar was voor
-zijn mededeeling en hem gaarne met het dubbele bedrag of nog meer wilde
-bijstaan.
-
-„Ik heb het allang geweten, dat gij veel beter zijt dan al die elegante
-jonge mannen uit onze kringen, Lord Meneval,” sprak zij met warmte.
-
-„Hoe zouden onze jonge lieden, die het zoo druk hebben met hun sport en
-geflirt, nog tijd hebben om zich te bekommeren om de ellende hunner
-medemenschen? Ik vind het verrukkelijk, Lord Percy, in u misschien een
-trouwen bondgenoot in mijn streven te hebben gevonden!”
-
-Raffles boog zich over haar heen.
-
-Noch hij, noch de Lady merkten, dat op dit oogenblik de portière werd
-bewogen en dat van achter het zware gordijn voor een oogenblik het
-gelaat van Lady Rochester zichtbaar werd.
-
-Zij had het paar in den wintertuin zien verdwijnen. Haat en ijverzucht
-hadden haar geen rust meer gelaten en haar hierheen gevoerd.
-
-„En het geld voor mijn beschermeling?”
-
-Raffles had de vraag zoo zacht gedaan, dat Lady Rochester de woorden
-niet verstond, vooral omdat hij met zijn rug haar haar toe zat.
-
-Des te duidelijker echter vernam zij het antwoord van Lady Magdalena.
-
-„Mylord, er is niets, wat ik u zou kunnen weigeren, vooral als gij het
-zoo smeekend vraagt!” sprak zij met een glimlach vol lieftalligheid.
-„Kom morgen, voor den middag, om elf uur bij mij! Ik zat u dan geven
-wat gij wenscht en gij zult over mij tevreden zijn.”
-
-Lady Lea zag alleen nog, dat de Lord de hand der jonge vrouw aan zijn
-lippen drukte.
-
-Daarna snelde zij heen.
-
-Toen zij eenigen tijd later het paar weer in de balzaal zag, staan
-praten, fonkelden haar groene oogen van diepen haat.
-
-Zij werd beurtelings bleek en rood.
-
-„Wraak! wraak!” fluisterde zij tot zichzelf en toen zij het bal had
-verlaten en reeds lang weer thuis was, bedacht zij nog steeds, hoe zij
-haar wraaklust zou kunnen bevredigen aan Raffles en tegelijkertijd aan
-haar vermeende mededingster.
-
-Toen zij eindelijk haar plan had gemaakt, sliep zij in.
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Den volgenden morgen ontving kapitein Baxter het volgende telegram:
-
-
- „Kapitein Baxter, Scotland Yard. Raffles is de geliefde van Lady
- Magdalena Heastfield, als gij hem wilt gevangen nemen, zult gij hem
- hedenmorgen om 11 uur in het boudoir der lady vinden.”
-
-
-Toen de kapitein, die juist de morgenrapporten doorkeek, deze regels
-las, werden zijn oogen al grooter en grooter.
-
-Zijn adem werd zwaar, hij hijgde van opgewondenheid en de detectives,
-die in het vertrek aanwezig waren, keken hem vol verbazing aan.
-
-„Wat is er, kapitein?” vroeg sergeant Tyler. „Een moord gepleegd, of —
-—?”
-
-„Ik geloof, dat ik dit gezicht ken,” mengde detective Marholm zich
-erin, terwijl hij dichterbij kwam. „Ik durf wedden, dat het weer
-betrekking heeft op de een of andere streek van onzen vriend John C.
-Raffles!”
-
-Kapitein Baxter keek hem met een ontevreden blik aan.
-
-„Bijna geraden, detective Marholm, want al komt het telegram ook niet
-van Raffles, het heeft toch betrekking op hem!
-
-„De duivel mag mij halen, als daar niet een vrouw achter steekt!”
-
-„Des te beter!” meende Marholm, nadat de detectives het telegram
-gelezen hadden. „Gij weet, kapitein, dat haat en ijverzucht onze beste
-bondgenooten zijn!”
-
-„Gij hecht dus waarde aan dit telegram?” vroeg kapitein Baxter.
-
-„Ongetwijfeld,” antwoordde Marholm, die dikwijls een verbazende gave
-van combineeren bezat. „Dit telegram komt van de een of andere vrouw,
-die door Raffles in de liefde is teleurgesteld”
-
-„Hm,” mompelde de kapitein nadenkend.
-
-Hij dacht aan zijn waarnemingen in het slaapvertrek van Lady Rochester.
-
-„Ik geloof werkelijk, dat gij gelijk hebt, Marholm,” antwoordde hij op
-levendigen toon. „Dus eindelijk zal de wraak van een vrouw ons Raffles
-in handen spelen!”
-
-„Hij zou de eerste niet zijn, die door een vrouw te gronde ging”, sprak
-Marholm.
-
-„Zeker, zeker, beste Marholm”, antwoordde de kapitein, die zich steeds
-meer op zijn gemak begon te voelen. „Maar zeg mij eens hoe laat wij het
-hebben!”
-
-Marholm haalde zijn horloge te voorschijn.
-
-„Precies kwart over tien, kapitein!”
-
-„Mooi! Dan hebben wij geen oogenblik meer te verliezen. Voordat we een
-uur verder zijn, moeten wij den grooten onbekende in onze handen
-hebben.”
-
-„Ongetwijfeld!” riep Marholm uit. „Hij mag ons dezen keer niet
-ontsnappen!”
-
-Kapitein Baxter gaf geen antwoord, maar nam onmiddellijk zijn
-voorbereidende maatregelen.
-
-Een half uur later trok hij er met een groot aantal detectiven en
-gewone politieagenten op uit, — — — —
-
-
-
-
-
-
-
-
-ACHTSTE HOOFDSTUK.
-
-RAFFLES IN DE KLEM.
-
-
-Toen Lord Lister zich op het afgesproken uur bij Lady Magdalena liet
-aandienen, werd hij reeds verwacht.
-
-De schoone weduwe ontving hem in een eenvoudige huisjapon, waarvan de
-zachte plooien haar bekoorlijke gestalte omhulden. Haar verschijning
-paste volkomen in het smaakvol ingerichte boudoir.
-
-Met een vriendelijken glimlach stak zij hem naar hand toe.
-
-„Wees hartelijk welkom, Mylord. Ik was al ongeduldig, want ik kan nooit
-lang wachten om arme menschen te helpen!”
-
-Haar schoon gelaat droeg ook de uitdrukking van groote vreugde.
-
-Raffles kon niet genoeg naar haar kijken, toen zij een pakje bankpapier
-nam.
-
-„Hier, Mylord, breng dat aan die arme menschen en verschaf mij spoedig
-weer de gelegenheid om u mijn hulp te kunnen verleenen.
-
-„En laat ons nu nog een oogenblikje praten, want ik hoop, dat gij niet
-alleen zijt gekomen om over zaken te spreken, als ik het zoo mag
-noemen!”
-
-Spoedig zaten zij opgewekt te babbelen, zoodat de tijd omvloog.
-
-Raffles was verrukt over de geestigheid en het gezond verstand der
-jonge weduwe, maar niet minder om haar groote goedheid, die door elk
-harer woorden heenstraalde.
-
-Maar ook de Lady gaf zich over aan de groote bekoring, die van Raffles
-uitging en die hem zoo onweerstaanbaar maakte.
-
-Als door een onzichtbaren band voelde zij zich tot dezen man
-aangetrokken.
-
-Dit was een man naar haar hart! Om der wille van dezen Lord Meneval zou
-zij er misschien zelfs toe kunnen besluiten, haar onafhankelijkheid als
-weduwe op te offeren, om hem gelukkig te maken met haar liefde en haar
-schatten!
-
-Lady Magdalena was een groote liefhebster van de kunst. Haar woning
-geleek op een klein museum. Het was haar een groot genoegen om Raffles,
-die een kenner van den eersten rang was, haar verzamelingen te laten
-zien.
-
-Daardoor was zij weer in de gelegenheid, zijn algemeene kennis te
-bewonderen. Hij redeneerde even oordeelkundig over een stuk oud
-porselein uit Sèvre als over een uit hout gesneden beeld.
-
-„Kijk eens naar deze miniatuur, Lord! Men zegt, dat ze van Gonzales
-Coques is!” sprak de Lady, terwijl zij hem een ovaal, op porselein
-geschilderd portret van een adellijke dame liet zien, dat zij uit een
-glazen kast had genomen.
-
-Raffles trad, om beter te kunnen zien, met het kunstwerkje naar het
-venster, waarvan de gordijnen waren opengeschoven.
-
-Maar met een snelle beweging trok hij zich weer van het raam terug.
-
-Hij had toevallig een blik geworpen op het plein voor het huis.
-
-Die blik was voldoende geweest om hem te overtuigen van het groote
-gevaar, waarin hij zich bevond.
-
-Hij had kapitein Baxter ontdekt, die zijn manschappen het bevel had
-gegeven om het huis aan alle kanten te omsingelen, en die nu zelf met
-eenige politieagenten de voordeur naderde.
-
-Raffles wist genoeg, hij wist, dat de aanwezigheid der politie alleen
-hem kon gelden en dat Baxter binnen drie of vier minuten zou aanbellen.
-
-Zijn gedachten werkten koortsachtig.
-
-Ernstig, maar volkomen kalm wendde hij zich nu tot de Lady.
-
-„Heel mooi,” sprak hij, terwijl hij haar het miniatuur terug gaf. „Als
-de lijnen wat strenger waren, dan zou ik het voor een Chatillon houden.
-
-„Maar nu iets anders, Mylady. U moet niet schrikken! Binnen eenige
-minuten zal de politie hier zijn, om mij gevangen te nemen. Zij heeft
-het huis reeds omsingeld. Kunt en wilt gij mij ergens verbergen?”
-
-Lady Magdalena staarde hem aan, alsof zij vreesde dat hij plotseling
-krankzinnig was geworden.
-
-Lord Lister raadde haar gedachten.
-
-Hij glimlachte.
-
-„Ik ben niet gek, Mylady, maar volkomen bij mijn verstand. Maar nu moet
-gij snel een besluit nemen! Ik ben niet Lord Percy Meneval, maar John
-Raffles, met wien gij zoo gaarne kennis wildet maken!”
-
-Lady Magdalena stiet een zachten kreet uit en week in het eerste
-oogenblik een schrede terug.
-
-„Wat? Zijt gij Raffles?”
-
-Lord Lister haalde de schouders op.
-
-De tijd was kort, er moest snel gehandeld worden en daarom kwam zij
-dadelijk naar hem toe en schoof hem met zacht geweld voor zich uit.
-
-„Neen, neen, al zijt gij ook Raffles, men zal u niet gevangen nemen!
-Ik wil en moet u redden!”
-
-Maar hoe? Zij had daarvan in dit oogenblik van verwarring zelfs geen
-flauw vermoeden. Want ongetwijfeld zouden kapitein Baxter en zijn
-manschappen elk hoekje doorzoeken.
-
-„Kunt gij niet langs de achtertrap naar buiten of naar den zolder?”
-vroeg zij bevend in de gang.
-
-„Dat zou mij weinig helpen”, antwoordde Raffles kalm. „Dat zou het
-domste zijn wat ik kan doen.”
-
-Zij kwamen in de keuken.
-
-Deze was ledig.
-
-„Waar is de keukenmeid?” vroeg Raffles.
-
-„Ik weet het niet. Waarschijnlijk naar de markt. Maar wacht eens.”
-
-Zij wees op een muurkast, die open stond.
-
-Raffles glimlachte.
-
-„Denkt gij, dat de politie mij daar niet zal zoeken? Neen, zoo dom is
-zelfs Mr. Baxter niet!”
-
-Op dit oogenblik weerklonk de bel.
-
-De Lady verbleekte.
-
-„Daar zijn zij! Groote God!”
-
-„Ja”, sprak Raffles doodbedaard, „daar zijn ze! Dat was immers te
-voorzien. Het verbaast mij zelfs, dat het zoo lang geduurd heeft.
-Baxter moet bijzondere voorzorgsmaatregelen hebben genomen.
-
-„De hoofdzaak is nu, dat gij een beetje uwe kalmte bewaart. Kan dat?”
-
-De Lady knikte toestemmend.
-
-„Verberg allereerst mijn hoed, overjas en stok, die zich in de
-voorkamer bevinden, dan moet gij snel naar het salon teruggaan en
-ontkennen, dat ik hier ben en tracht vooral den kapitein zoolang
-mogelijk aan den praat te houden. Laat al het andere gerust aan mij
-over!”
-
-Lady Magdalena zag hem weemoedig aan en verdween.
-
-Er werd voor de tweede maal gebeld.
-
-Lord Lister ging, toen hij alleen was, naar de muurkast.
-
-Toen Lady Magdalena bleek, maar vastberaden, haar salon weer
-binnentrad, kwam juist haar dienstmeisje met het bericht, dat iemand
-van de politie beneden was en haar wenschte te spreken.
-
-Met gemaakte verbazing vroeg de Lady:
-
-„Iemand van de politie? Wat wil hij? Breng hem hier!”
-
-Kapitein Baxter keek bij het binnentreden met scherpe blikken om zich
-heen. Hij was teleurgesteld.
-
-„Mylady”, sprak hij met een diepe buiging, welke hij steeds voor een
-mooie vrouw over had, „het spijt mij zeer, dat ik u moet lastig vallen
-en u eenige moeite veroorzaken. Maar plicht eischt het van mij.
-
-„Ik ben gekomen om een gevaarlijk misdadiger, die zich in uw huis
-bevindt, te arresteeren.”
-
-De Lady lachte hartelijk.
-
-„Wat zegt gij, kapitein? Een gevaarlijk misdadiger in mijn woning? Dat
-is werkelijk grappig; dan hebt ge u waarschijnlijk in de deur vergist!”
-
-„Volstrekt niet, Mylady, als ik hier tenminste bij Lady Magdalena
-Heastfield ben. Wilt u dit telegram even lezen?”
-
-Hij gaf haar het telegram van Lady Rochester.
-
-De dame gaf het hem met een lachje terug.
-
-„En zijt gij daarom hier gekomen? Maar men heeft u voor den gek
-gehouden. Raffles in de woning van Lady Heastfield! Hij is immers, als
-ik mij niet vergis, een gevaarlijke dief? Neen, heer kapitein, gij zijt
-er ingevlogen!”
-
-Kapitein Baxter lachte zuurzoet.
-
-„Hm—denkt gij, Mylady? Maar als ik u nu zeg, dat ik Raffles een paar
-minuten geleden met eigen oogen vóór één van uw vensters heb gezien?”
-
-Zij haalde haar schouders op.
-
-„Dan hebt gij u vergist, kapitein! Dat is niets anders geweest dan
-gezichtsbedrog. Hoe zou die dief in mijn woning komen?”
-
-Kapitein Baxter kreeg argwaan.
-
-Hij keek de dame met doordringende blikken aan.
-
-„Zoo, Mylady; maar wie was dan bij u? Het dienstmeisje zei mij bij het
-opendoen, dat haar meesteres niet alleen was, maar bezoek had!”
-
-De Lady verbleekte van schrik, maar als een echte Eva’s-dochter had zij
-onmiddellijk haar zelfbeheersching terug.
-
-„Zeer zeker had ik visite. Lord Percy Meneval is bij mij geweest.
-
-„Ik had hem uitgenoodigd een som gelds in ontvangst te nemen voor eene
-behoeftige familie. En daar hier spoedig geholpen moest worden, is hij
-dadelijk weer vertrokken, ik heb hem zelf uitgelaten.”
-
-„Inderdaad? En zooeven beweerde Mylady, dat ik mij vergist had, toen ik
-Raffles aan uw raam zag staan!”
-
-„Dat hebt gij ook!” antwoordde Lady Magdalena ongeduldig. „Gij hebt
-Lord Meneval en niet Raffles aan het raam zien staan!”
-
-Kapitein Baxter beet zich op de lippen. Hij vermoedde, dat deze dame
-een bondgenoote van Raffles was, en haar best deed om hem zijn prooi te
-onttrekken.
-
-„En waar is Lord Meneval?”
-
-„Hij heeft, voordat gij kwaamt, afscheid van mij genomen, en zich
-dadelijk met het geld, waaraan zoozeer behoefte is, verwijderd!”
-
-„Mylady, dat is onmogelijk!” riep de kapitein uit, zijn gewone
-galanterie vergetend. „Het huis is door mijn manschappen dicht
-omsingeld, alle ingangen worden bewaakt. Niemand mag er in of uit! Door
-de lucht kan Lord Meneval toch niet zijn verdwenen?”
-
-„Wie weet”, glimlachte de Lady.
-
-Kapitein Baxter wischte zich met zijn gebloemden zakdoek het zweet van
-het voorhoofd.
-
-„Ja zeker—wie weet! Bij Raffles is alles mogelijk”, zuchtte hij. „Maar
-vertel mij nu eens, Mylady, hoe verklaart gij deze zaak?”
-
-Lady Magdalena keek hem met een spottenden blik aan.
-
-„Ja, maar Mr. Baxter, dat is toch uw zaak! Hoe kan ik, een onervaren
-vrouw, iets verklaren, wat de scherpzinnigste ambtenaar der Londensche
-politie niet begrijpt?
-
-„Maar wacht—waarschijnlijk zullen uwe politie-agenten geslapen hebben!”
-
-Diep verontwaardigd antwoordde kapitein Baxter:
-
-„Mylady, de Londensche politie slaapt niet! Als Raffles zich in uwe
-woning bevindt, zullen wij hem wel vinden! Gij weet waarschijnlijk
-niet, dat Raffles en deze Lord Meneval naar alle waarschijnlijkheid één
-en dezelfde persoon zijn, en dat gij dus een misdadiger beschermt!”
-
-De dame keek hem toornig aan.
-
-„Mijnheer, ik verbied u mij te beleedigen. Ik zal mij wegens uw
-optreden beklagen! Gij zegt, dat gij Raffles wel zult vinden, welnu
-zoek hem dan!”
-
-Met een donkeren blos boog Baxter.
-
-„Het was niet mijne bedoeling u te beleedigen, en ik verzoek u mijne
-heftigheid niet kwalijk te nemen”, sprak hij, „maar ik moet nu mijn
-plicht doen en de geheele woning, zoo noodig tot aan het dak,
-doorzoeken!”
-
-De Lady glimlachte spottend.
-
-„Doe, wat gij niet laten kunt. Ik wensen u veel geluk, kapitein, en
-hoop, dat gij Raffles bij mij zult vinden. Ik zou het heel prettig
-vinden, den beroemden man, van wiens aanwezigheid in mijn eigen woning
-ik geen vermoeden had, eens te zien te krijgen!”
-
-Zij ging Baxter voor en opende hem en den detectives, die hij geroepen
-had, de eerste deuren.
-
-Men doorzocht de slaapkamer der Lady, kroop onder de bedden, lichtte de
-dekens op, zocht zelfs achter de kasten en de waschtafel; haalde de
-dienstbodenkamer omver en zocht in het muzieksalon binnen in de
-piano—tevergeefs—van Raffles was geen spoor te vinden.
-
-De Lady was volstrekt niet zoo kalm als zij er uitzag. In volkomen
-onzekerheid omtrent het lot van Raffles beefde zij bij de gedachte, dat
-het hem niet gelukt mocht zijn te vluchten of zich te verbergen.
-
-En haar angst werd grooter, al naarmate men de keuken naderde. En toen
-eindelijk de keukendeur werkelijk werd geopend, had zij moeite zich
-goed te houden.
-
-Van Raffles was ook hier niets te zien.
-
-Maar toch was de keuken niet leeg, Bij het fornuis stond de keukenmeid,
-druk bezig een paar eieren te klutsen.
-
-Zij verwaardigde de beambten nauwelijks met een blik.
-
-Maar toen Lady Magdalena de keukenmeid goed aankeek, had zij, ondanks
-het kritieke van het oogenblik, groote moeite, om niet in een
-schaterlach uit te barsten.
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Toen Lady Magdalena de keuken verlaten had om kapitein Baxter te
-ontvangen, had Raffles een kijkje genomen in de muurkast. Niet om zich
-daarin te verbergen—o neen—hij wist heel goed, dat hij geen slechtere
-schuilplaats had kunnen kiezen.
-
-Maar de inhoud van de kast interesseerde hem. Deze bestond uit
-verschillende vrouwenkleeren, die aan de keukenmeid behoorden.
-
-De oogen van den Grooten Onbekende schitterden en reeds in het volgend
-oogenblik was hij druk bezig.
-
-Zijn zakken werden leeg gehaald. Dezelfde gutta-percha kussentjes, die
-hem eerst kort geleden in zijne rol van Mary Green zulke uitstekende
-diensten hadden bewezen, waren in een oogwenk door zijn adem
-opgeblazen.
-
-Daarop zocht hij onder de kleedingstukken van de meid die uit, welke
-hem het meest geschikt voorkwamen. Spoedig had hij japon en schort
-aangetrokken. De goudblonde pruik, die hij nog steeds bij zich droeg,
-tooide zijn hoofd; en een mutsje, dat hij ook in de kast vond,
-voleindigde het toilet.
-
-Nauwelijks was hij bij het fornuis gaan staan, toen hij buiten lawaai
-hoorde.
-
-Hij onderscheidde duidelijk eene kijvende vrouwenstem, in wier
-bezitster hij de echte keukenmeid van Lady Heastfield herkende.
-
-Met haar korfje aan den arm verlangde zij woedend in huis te worden
-gelaten, wat de detectives haar weigerden. Zij hadden immers het
-strenge bevel niemand in of uit te laten. En als goed geschoolde
-beambten bleven zij onverbiddelijk.
-
-Lord Lister keek er lachend naar. De keukenmeid dreigde en schimpte.
-Het eten zou niet meer gereed komen.
-
-Maar de detectives gaven niet toe. En toen de al te ijverige dienstbode
-eindelijk de beambten uitschold, zag Raffles tot zijn onuitsprekelijk
-genoegen, hoe de agenten haar gevangen namen en haar naar den
-dichtstbij gelegen politiepost lieten brengen.
-
-Gerustgesteld ging Raffles weer naar den haard terug. Dit gevaar was
-alweer uit den weg geruimd.
-
-Onbezorgd wachtte hij den verderen loop der dingen af en deze kwam nu.
-
-Kapitein Baxter was met zijn gevolg de keuken binnengekomen. Lady
-Magdalena, die bang was, zich niet goed te zullen houden, trok zich in
-de gang terug.
-
-De beambten waren nu alleen.
-
-Natuurlijk was ook de blik van Baxter dadelijk gevallen op de
-keukenmeid bij het fornuis. Het knappe meisje zou ook onder andere
-omstandigheden zijn aandacht hebben getrokken.
-
-„Goeden morgen!” sprak hij, terwijl hij haar naderde. „Zeg eens,
-kindlief, heb je hier ook een vreemden man in de keuken gezien?”
-
-Het meisje scheen al haar aandacht te wijden aan de ommelette in de
-koekepan.
-
-„Neen, mijnheer!” sprak zij kortaf. „In mijn keuken heeft geen enkele
-man iets te zoeken!”
-
-„Kom, kleine, niet dadelijk zoo nijdig!”
-
-Baxter kwam dicht bij haar staan en streelde haar wang.
-
-Dit liet het meisje zich nog welgevallen, maar toen de kapitein daarop
-zijn arm om haar volle heupen wilde slaan, gaf zij hem een flinken
-oorvijg.
-
-„Vervloekt!” riep zij op niet zeer liefelijken toon uit. „Pak je weg,
-meneer—of—ik sla je je hersens in — —!”
-
-De galante kapitein liet het zoover niet komen, maar bleef op
-eerbiedigen afstand van de blonde schoone, onder het onbedaarlijk
-gelach van zijn beambten.
-
-Met grooten ijver begon hij nu de geheele keuken te onderzoeken, zonder
-verder nog notitie van de dienstbode te nemen. De muurkast, de
-porseleinkast, tot de schoorsteen, alles kreeg een beurt.
-
-Het resultaat was natuurlijk niet schitterend.
-
-Nadat de detectives verder nog zolder en kelder en alle andere
-vertrekken van het huis hadden doorzocht, zag kapitein Baxter eindelijk
-in, dat alle moeite tevergeefsch was.
-
-Er bleef hem niets anders over dan zijn excuses te maken bij de Lady en
-met zijn beambten heen te gaan.
-
-En dat geschiedde. De verontschuldiging viel hem buitengewoon zwaar,
-omdat hij de overtuiging had, dat het toch Raffles was geweest, dien
-hij aan het raam had gezien en dat de Groote Onbekende hem opnieuw een
-poets had gebakken.
-
-Deze overtuiging werd zekerheid, toen dienzelfden avond op Scotland
-Yard een brief aan zijn adres werd bezorgd van den volgenden inhoud:
-
-
- „Men moet de huid van den beer niet verkoopen, voordat men het
- beest gevangen heeft!
-
- De knappe keukenmeid van Lady Heastfield?”
-
-
-Toen stiet de galante kapitein Baxter een groven vloek uit. Maar tegen
-zijn detectives zei hij niets van deze nederlaag.
-
-Toen de detectives de villa hadden verlaten en de Lady in de keuken
-terugkwam, was deze ledig.
-
-Raffles had, toen het huis niet meer omsingeld was, de gelegenheid
-waargenomen om in zijn vermomming te ontvluchten.
-
-Maar op de tafel lag een aan haar geadresseerde brief.
-
-Vol spanning brak zij dien open en las:
-
-
- „Mylady! Hartelijk dank! Betreur niet, wat gij gedaan hebt! Gij
- hebt uw hulp niet aan een onwaardige verleend. De arme man, aan
- wien ik uw gift zal overhandigen, heet William Stanhope en woont
- Waterstreet 117c. Zeg aan de keukenmeid, dat haar kleeren gedurende
- haar afwezigheid zijn gestolen. Bijgaande 10 pond zullen haar
- schadeloos stellen voor het verlies. Ik hoop, dat ik nog eens in de
- gelegenheid zal zijn, u te vergelden wat gij aan mij hebt gedaan.
-
- Ik kus uw mooie, blanke handen en ben vol bewondering voor uw
- tegenwoordigheid van geest.
-
- Uw eeuwig dankbare
-
- JOHN C. RAFFLES.”
-
-
-Een briefje van 10 pond was bij dit schrijven ingesloten.
-
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0017: DE
-GESTRAFTE DON JUAN ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.