diff options
Diffstat (limited to 'old/69661-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/69661-0.txt | 3433 |
1 files changed, 0 insertions, 3433 deletions
diff --git a/old/69661-0.txt b/old/69661-0.txt deleted file mode 100644 index 776922c..0000000 --- a/old/69661-0.txt +++ /dev/null @@ -1,3433 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0017: De gestrafte Don -Juan, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 0017: De gestrafte Don Juan - -Authors: Kurt Matull - Theo Blakensee - -Release Date: December 30, 2022 [eBook #69661] - -Language: Dutch - -Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading - Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0017: DE -GESTRAFTE DON JUAN *** - - - - - Lord Lister - genaamd Raffles - De groote Onbekende. - - No. 17 De gestrafte Don Juan. - - - - - - - - -DE GESTRAFTE DON JUAN. - -EERSTE HOOFDSTUK. - -BESCHERMER DER DEUGD. - - -Evenals dat elken avond het geval is in de Londensche City, waren ook -heden de straten overvol met ambtenaren van de groote bankinstellingen, -die van hun kantoren huiswaarts keerden. - -Deze drukte van menschen maakte het een ouden, mageren man moeilijk, om -een paartje in het oog te houden, dat in een stille zijstraat sinds -eenigen tijd voor hem uitliep. - -Het waren een dichtgesluierd slank jong meisje, van wie men alleen de -prachtige gestalte en het overvloedige goudblonde haar zag, en een -kleine, gezette heer met cylinder en elegante pelsjas. - -De dame was minstens een hoofd grooter dan hij. - -Hij had zich bij den hoek der straat opgedrongen aan het jonge -meisje—dat volgens haar eenvoudig uiterlijk en het pakje, dat zij onder -den arm droeg, winkeljuffrouw of iets dergelijks was en sprak nu druk -en met gedempte stem tot haar. - -Het jonge meisje luisterde blijkbaar slechts met tegenzin naar hem. - -Herhaaldelijk reeds had zij den man op korten, afwijzenden toon -geantwoord of haar schreden verhaast, zonder dat het haar was gelukt, -den onbescheiden heer kwijt te raken. - -Toen hij nu echter zelfs zijn arm door den hare schoof en een poging -waagde om haar met geweld te omhelzen, bleef zij staan om zich tegen -hem te verdedigen. - -„Laat mij los!” riep zij, bevend van verontwaardiging. „Wat wilt gij -van mij? Mijn hemel, is er dan niemand in de nabijheid om mij te -beschermen? Gij ziet immers, dat ik niets van u wil weten!” - -Nauwelijks had zij dit gezegd, of de oude man was reeds aan haar zijde. -Het was, alsof hij slechts op dezen hulpkreet had gewacht. En zoo -onverwacht dook hij uit de schaduw der huizenrij op, dat niet alleen de -aanvaller, maar ook het jonge meisje in het eerst verschrikt omkeek. - -„Drommels! Laat die dame met rust, mijnheer. Of anders sla ik u, -ondanks uw mooie kleeren, uw beenen stuk!” - -De zoo vriendelijk toegesprokene keerde zich woedend om. En toen hij -zag, dat hij een ouden, in lompen gekleeden man tegenover zich had, -wies zijn moed. - -„Wat gaat het u aan, wat ik met die dame te verhandelen heb? Neem dit! -En ga nu uw eigen weg!” - -De oude man nam het geldstuk, dat de ander hem voorhield, aan, maar -omklemde tegelijkertijd diens pols met zooveel kracht, dat de kleine -heer zijn tanden op elkaar drukte om het niet uit te schreeuwen van -pijn. - -„Wat het mij aangaat, wat gij met die dame te verhandelen hebt, -mijnheer? Misschien heel veel. Lord Edward Rochester is wel voorzitter -van de „Vereeniging tot hulp van gevallen meisjes” en lid van -verschillende instellingen van weldadigheid, kortom, een beschermer der -deugd, maar niettemin geloof ik niet, dat zijn verhandelingen met deze -jonge dame iets te maken hebben met de bedoeling van die liefdadige -instellingen!” - -Nu hij zag, dat men hem kende, werd het ronde, vette gelaat van den -Lord, wiens kleine, waterige varkensoogen den oude verbaasd -aanstaarden, doodsbleek. Hij stamelde een paar woorden en was een -oogenblik later in de duisternis verdwenen. - -Het jonge meisje putte zich uit in dankbetuigingen, maar de oude, die -den Lord met een eigenaardig glimlachje had nageoogd, weerde haar af. - -„Goed, goed, Miss, het heeft niets te beteekenen. Maar vertel mij eens, -wat wilde die man van u?” - -Het meisje keek haar beschermer verbaasd aan. - -Zijn stem klonk nu heel anders, niet meer zoo heesch en ruw als -zooeven. En zijn gestalte was niet meer gebogen, maar krachtig -opgericht. - -Terwijl zij nog steeds met haar verbazing kampte, vertelde zij, dat de -heer haar eerst een eindweegs achtervolgd had, om haar daarna aan te -spreken. Hij had haar aangeboden, om zich haar lot aan te trekken, daar -zij toch maar een arme winkeljuffrouw was, die nauwelijks genoeg -verdiende om van te leven. - -Als zij zich aan hem wilde toevertrouwen, zou hij er voor zorgen, dat -zij niet meer zoo hard zou behoeven te werken, want daarvoor vond hij -haar veel te jong en te mooi. - -„Maar”, eindigde zij snikkend, „al ben ik ook maar een arme -winkeljuffrouw, die een arme zieke moeder moet steunen en al gaat het -ons op het oogenblik ook zoo slecht, dat onze huisheer ons heeft -gedreigd, ons op straat te zullen zetten, als wij niet vóór den derden -van de volgende maand de huur betalen, liever zou ik een eind aan mijn -leven maken, dan mij voor geld te verkoopen! - -„Ach, beste man”, zuchtte zij, „het is voor een arm meisje dikwijls -heel moeilijk om weerstand te bieden aan de verleiding.” - -Zij had, om haar tranen te drogen, haar sluier teruggeslagen en de oude -zag een buitengewoon mooi gezichtje, waarop echter kommer en ontbering -sporen hadden achtergelaten. - -De oude man drukte haar vol medelijden de hand. - -„Wanhoop niet, beste kind”, sprak hij. „De hemel zal u niet verlaten. -Wanneer, zeidet gij, dat die huur betaald moet worden?” - -„Vóór den derden. Het is vijf pond. En nu is het al den 30en November!” - -De oude knikte. - -„En waar woont gij? Het zou mogelijk kunnen zijn, dat wij elkaar nog -eens noodig hadden.” - -Het meisje noemde haar naam en adres. - -„Goed. En ga nu rustig naar huis!” - -Nogmaals drukte hij hartelijk haar hand en, voordat zij nog iets had -kunnen zeggen, was hij om den hoek der straat verdwenen. - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - -TWEE BRIEVEN. - - -Toen Lord Rochester den volgenden morgen in zijn weelderig ingerichte -studeerkamer aan de schrijftafel plaats nam om de morgenpost na te -zien, viel hem het eerst een klein, langwerpig couvert op, waarvan het -adres met een sierlijke vrouwenhand was geschreven en dat daarom het -meest zijn aandacht trok. - -Nauwelijks had hij den brief geopend en de eerste regels gelezen, of -het bloed steeg hem naar het hoofd en zijn kleine oogen schitterden van -blijde verrassing. De brief luidde: - - - „Hooggeachte Heer! - - Toen ik mij gisteren op weg naar huis bevond, had ik de eer en het - buitengewone genoegen, kennis met U te maken. - - Ik zie mij helaas gedwongen, U excuus te vragen voor mijn onbeleefd - optreden. Ik wist niet met wien ik de eer had en het ongewenschte - optreden van den ouden lomperd belette mij, nader kennis met U te - maken en U zoo vriendelijk te behandelen als gij dat met Uwe - vriendelijke bedoelingen hadt verdiend. - - Want een arme winkeljuffrouw mag het een groot geluk noemen, de - bescherming van zulk een voornaam en invloedrijk heer te bezitten. - - Ik ben door mijn betrekking helaas op werkdagen gebonden. Als gij - mij echter mijn onbeleefdheid kunt vergeven en mij nogmaals wenscht - te ontmoeten, dan zou het mij gelukkig maken, als gij mij morgen, - Zondag, namiddag tusschen vijf en acht uur zoudt willen komen - bezoeken in mijn woning, Balticstraat 285 A, twee hoog. - - Met de meeste hoogachting en eerbied, - - MARY GREEN, - ten huize van Mrs. Dumby.” - - -De Lord kon zijn vreugde nauwelijks bedwingen. - -Natuurlijk zou hij gaan! - -Weliswaar had hij het gelaat van de winkeljuffrouw nog niet kunnen -zien, maar haar gestalte, haar houding en het prachtige, goudblonde -haar deden wel vermoeden, dat zij zeer mooi was. - -O zeker, de regent van het „Tehuis voor Dienstboden”, de voorzitter van -de „Vereeniging ter bescherming van gevallen meisjes” was een -vrouwenkenner! - -Hij keek zijn correspondentie verder door en opende eindelijk ook een -groot, wit, vierkant couvert, welks adres en inhoud met de machine -waren geschreven. - -Nauwelijks had hij echter het papier opengevouwen en de eerste woorden -gelezen, of de trek van vreugde, die nog steeds over zijn gelaat -verspreid lag, maakte plaats voor een uitdrukking van grooten schrik. - -Hij las: - - - „Lord Rochester! - - Gij zijt de grootste huichelaar en schurk, die op aarde leeft! Gij - doet voor het oog van de wereld aan allerlei liefdadig werk en zijt - mild met het geld van anderen, wat U echter niet belet om Uw arme - pachters uit te zuigen en ze onbarmhartig met vrouw en kinderen op - straat te zetten, als zij de U verschuldigde rente niet op tijd - kunnen opbrengen. - - Ook voor de rest deugt gij niet veel. Uw hardheid, hebzucht en - bedriegerijen zijn hemeltergend! - - En daarom heb ik het plan opgevat om U een klein lesje te geven. - Luister: - - In uw studeerkamer staat uw brandkast, waarin zich op het oogenblik - vierduizend pond in contanten bevinden, die gij door woeker en - bedrog hebt verkregen en waarvan ik U morgen (Zondag) tusschen vijf - en zeven uur zal ontlasten! - - Doe geen moeite om voorzorgen te nemen! Het zou toch vergeefsche - moeite zijn! - - JOHN C. RAFFLES.” - - -Raffles! Toen de Lord dien naam las, week de laatste droppel bloed uit -zijn wangen. - -Wee dengene, die de attentie trok van dezen grooten gauwdief! - -Hij wist maar al te goed, wat deze naam beteekende. - -Alle deuren openden zich voor hem als door een tooverhand, de sterkste -stalen platen smolten onder zijn vingers als was en daarenboven was hij -alom tegenwoordig. - -Ja, er waren menschen, die beweerden, hem op verschillende plaatsen -tegelijk gezien te hebben. - -Alleen de politie zag hem nooit, ten minste het gelukte haar niet, den -met bovenmenschelijke eigenschappen begaafden Lord Lister in handen te -krijgen. - -Meer dan een dozijn keeren had men hem bijna te pakken gehad, maar -steeds was hij weer ontsnapt! - -En was deze brief op zichzelf ook niet iets bijzonders? - -Hoe wist Raffles van de aanwezigheid van het geld in zijn brandkast? -Ja, hoe was het mogelijk, dat hij nauwkeurig het bedrag kende? - -De Lord veegde zich het koude zweet van het voorhoofd. - -Zelfs zijn eigen vrouw wist niets van dit geld, dat hij eerst gisteren, -voor zijn ontmoeting met de mooie Mary, had ontvangen. - -De mooie Mary! Eerst nu dacht hij weer aan haar. - -Drommels, wat trof dat ongelukkig! Tusschen vijf en zeven—welk een -ongelooflijke, verregaande brutaliteit!— had Raffles zijn inbraak -aangekondigd,—en juist in diezelfde uren had de schoone jonge vrouw hem -op haar kamer genoodigd! - -De Lord was woedend, en bevreesd tegelijkertijd. - -Maar eindelijk werd hij kalmer. Neen, deze geschiedenis was toch al te -dom in elkaar gezet, om van Raffles te kunnen uitgaan. - -De afzender van den brief moest immers begrijpen, dat hij, de Lord, -niet zoo dom zou zijn om het geld in de brandkast te laten liggen, -totdat het den briefschrijver zou behagen om het te komen halen! - -Ach neen, zoo dom was Raffles niet! Ongetwijfeld gold het hier een -misplaatste grap. - -Hij had zooveel vijanden, vooral onder zijn pachters, tegenover wie hij -inderdaad onverbiddelijk was. En deze wisten, dat hij gisteren de pacht -had ontvangen en met den rentmeester had afgerekend. - -Er was niet veel scherpzinnigheid voor noodig om het bedrag te beramen -en te begrijpen, dat hij dit den Zondag over in zijn brandkast zou -bewaren, om het daarna bij de Bank te deponeeren. - -Het eenige doel van den brief was dus om hem schrik aan te jagen. - -Maar toch besloot de Lord om in elk geval zijn maatregelen te nemen! - -Hij telephoneerde Scotland Yard op het hoofdbureau van de Londensche -geheime politie. Vijf minuten later wist kapitein Baxter alles van de -zaak af. - -Zooals telkens, als hij den naam van John C. Raffles hoorde, geraakte -ook nu de beroemde commissaris van politie geheel van streek. - -John C. Raffles! Aan hoeveel nuttelooze moeite en teleurstellingen -herinnerde hem die naam! - -„Alweer die vervloekte Raffles!” zuchtte Baxter, terwijl hij zijn -collega’s wanhopig aankeek. „Het is, alsof die naam de vloek van mijn -leven moet worden! Hoe vaak reeds dachten wij den Grooten Onbekende, -die met den levenden duivel in contact staat, als hij ten minste niet -zelf de duivel is, in onze macht te hebben. - -„En altijd weer ontkwam hij ons in het laatste oogenblik! - -„Deze brutaliteit van hem overtreft weer alle grenzen. Nu, in elk geval -zullen we ons in hinderlaag stellen. - -„Wees niet al te overmoedig, John Raffles! Wij kennen je streken zoo -langzamerhand. Zoo gemakkelijk als indertijd bij Lord Lister, toen gij -ons ook te voren van uw plannen op de hoogte hadt gebracht, zult ge ons -nu niet ontkomen.” - -Detective Marholm had moeite om zijn lachen te verbergen. - -„Zeker kapitein, ik ben het geheel met u eens,” sprak hij met moeilijk -bedwongen ernst „Dezen keer is de zaak uiterst eenvoudig. Zooals gij -zeer terecht opmerkt, kennen wij nu al zijn streken. Indertijd bleek -het, dat de Lord Lister, dien Raffles wilde bestelen, Raffles in eigen -persoon was. Wat ligt dus meer voor de hand, dan dat nu John C. Raffles -zich zal vermommen als Lord Rochester? - -„Lord Lister, of Raffles, zooals hij zich noemt, is weliswaar groot en -slank als een den, en Lord Rochester klein en dik, maar wat hindert -dat? - -„Wat is onmogelijk voor dezen duivel in menschengedaante? - -„Toen kwam Raffles uit een groote antieke klok te voorschijn, nu zit -hij misschien in een schrijftafel of boekenkast. - -„Het komt er hoofdzakelijk op aan, dat wij onze oogen goed open hebben. -Dan kan hij ons onmogelijk ontsnappen!” - -Kapitein Baxter wist niet goed of Marholm als naar gewoonte met hem -spotte, of dat het hem dezen keer ernst was. Met onverschillig gelaat -haalde hij daarom zijn schouders op. - -Hij had nu ook geen tijd of lust om veel te redeneeren. - -Reeds een kwartier later bevond hij zich met een staf van zijn beste -beambten op weg naar de prachtige villa van Lord Rochester in -Enismorgarden, dicht bij Hyde-Park, waar men hem reeds verwachtte. - -Kapitein Baxter liet zich eerst, nadat hij Lord Rochester eerbiedig had -gegroet, het schrijven van Raffles voorleggen, waarvan de Lord hem -reeds den inhoud had medegedeeld. - -Aandachtig bekeek hij den brief aan alle kanten. - -„Het is ongehoord!” mompelde hij herhaaldelijk, den brief telkens weer -overlezende. „En komt het uit, dat gij vierduizend pond in uw brandkast -hebt?” - -De Lord ging naar de brandkast, die tusschen de ramen stond en opende -de deur. - -„Kijk maar. Overtuig uzelf! Er is zes pond acht shilling meer dan dat -bedrag. Daar het gisteren Zaterdag was en de Engelsche Bank op die -dagen reeds om drie uur sluit, was ik niet meer in de gelegenheid het -geld bij haar te deponeeren. Ook vandaag, Zondag, is mij dat natuurlijk -niet mogelijk.” - -Kapitein Baxter richtte nog een massa vragen tot den Lord, totdat deze -eindelijk in lachen uitbarstte. - -„Gij gelooft toch niet werkelijk, Mr. Baxter, dat deze brief inderdaad -afkomstig is van Raffles? Dat zou toch al te mal zijn. Kijk eens! Ik -steek het geld eenvoudig bij mij! Zoo—nu zal het een toer zijn voor -mijnheer Raffles om het vanmiddag, als hij mij het beloofde bezoek komt -brengen, te pakken te krijgen!” - -Hij was al sprekende naar de brandkast gegaan, had zijn geld in de -portefeuille en deze in den zak gestoken. - -Kapitein Baxter had peinzend naar hem gekeken; - -„Dat is in elk geval het eenvoudigste, mylord. Als die Raffles maar -niet zoo’n door en door geslepen kerel was! - -„Ik zou er mij niet over verbazen, als gijzelf plotseling van gedaante -zoudt veranderen en Lord Lister of Raffles, zooals hij zichzelf noemt, -in uw plaats voor mij stond.” - -De Lord lachte. - -„Nu, die vrees is totaal ongegrond, kapitein Baxter. Ik herinner mij -tenminste niet, ooit een gauwdief te zijn geweest, al staat dit ook in -dien ellendigen brief zwart op wit. - -„Maar ik wil u niet beletten de maatregelen te nemen, die gij noodig -oordeelt. Alleen zou het mij aangenaam zijn, als ik er zelf zoo weinig -mogelijk last van had.” - -Kapitein Baxter boog. - -„Ik verzoek u, Mylord, de verzekering te willen aannemen, dat wij alles -in het werk zullen stellen. - -„Het zou mij zelfs een genoegen doen, als Mylord ons het terrein wilde -vrijlaten. Hoe verder Mylord zich verwijdert met het geld, waarvan in -den brief sprake is, des te beter. Ook zijn wij, als wij weten dat -Mylord afwezig is, veilig voor de verkleedkunst van Raffles, die zich -misschien, vermomd als Lord Rochester, aan ons zal komen vertoonen.” - -Lord Rochester kon een glimlach niet bedwingen. - -„Dus gij meent nog altijd, dat die brief werkelijk van Raffles komt?” - -Kapitein Baxter haalde de schouders op. - -„Ik geloof het niet. Maar in elk geval moet ik mijn maatregelen nemen. -Het wakend oog der politie slaapt nooit! Mylord kan hierop rekenen: -komt Raffles, dan zal Londen vanavond van een der gevaarlijkste -misdadigers bevrijd zijn!”— — - -Lord Rochester was in een uitstekend humeur. Het geld was gered. -Bijzonder aangenaam was het hem, dat de chef der politie zelf zijn -afwezigheid gewenscht achtte. Dit stemde volkomen overeen met zijn -eigen wenschen, want nu stond niets meer zijn bezoek aan de mooie -winkeljuffrouw in den weg. - -Lang voor den bepaalden tijd waren kapitein Baxter en zijn manschappen -dien middag op hun post. - -Een deel van hen verborg hij in het park, andere kregen een plaatsje in -huis, vooral in de buurt van de studeerkamer, om daar zijn bevelen af -te wachten. - -Hij onderzocht persoonlijk de studeerkamer en vooral alle meubelen, die -daarin stonden, of zij geschikt waren, om iemand tot schuilplaats te -dienen. Daarna nam hij zijn plaats in, gehurkt achter een der meubels, -gewapend met zijn Browning-pistool. - -Nu kon hij gerust komen, de overmoedige John C. Raffles! Hij, kapitein -van politie Baxter, was op alles voorbereid! - -Als dat wachten maar niet zoo vermoeiend en vervelend was geweest! - -Den tamelijk corpulenten Baxter, die zich in zijn schuilplaats -nauwelijks kon bewegen, deden alle leden pijn. Nu eens sliep zijn arm -dan weer zijn been. Zijn manschappen had hij een plaatsje in huis -gegeven, zoodat de bedienden hen niet konden opmerken. - -Het sloeg vijf, het sloeg zes uur. Geen geluid werd vernomen. Slechts -een zwakke lichtstraal viel in de kamer. Men hoorde niets dan af en toe -het zachte kraken van een der meubels, dat Baxter telkens deed -opschrikken, het tikken van de pendule op den schoorsteenmantel en het -lachen van de dienstboden in de keuken. - -Kapitein Baxter onderdrukte een verwensching. - -Als er werkelijk eens alleen sprake was van een grap van een of anderen -spotvogel? Dan was de politie alweer—zij het dan ook indirect—door den -meesterdief voor den gek gehouden. - -Langzamerhand begon Baxter zeer vermoeid te worden en hij was op het -punt, in slaap te vallen, toen hij plotseling opschrikte. - -Had hij zich vergist? Neen, hij had duidelijk een zacht gekraak aan de -deur vernomen. En toen hij voorzichtig opkeek, zag hij, dat deze -langzaam geopend werd. - -Een donker hoofd verscheen door de opening, daarop volgde de gestalte -van een langen, slanken man, - -Raffles! Hij was het! - -Kapitein Baxter durfde niet ademhalen. Hij beefde, als een jager, die -vreest, door een ontijdige beweging het wild, dat reeds in de val -loopt, op het laatste oogenblik te verjagen. - -De donkere gestalte kwam intusschen de kamer in, keek onderzoekend rond -en naderde de plek, waar de brandkast stond. - -Nu wachtte Baxter niet langer. Hij sprong uit zijn schuilhoek te -voorschijn. Een schel gefluit, het afgesproken teeken, weerklonk, en -hij wierp zich op zijn vijand, voordat deze gelegenheid had om te -vluchten. - -„Halt, Raffles! Geef je over! Dezen keer ontsnap je niet!” bulderde hij -terwijl de deur werd geopend en meer dan een half dozijn -politie-agenten hun chef te hulp snelden...... - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - -EEN NOODLOTTIGE LIEFDESHISTORIE. - - -Toen Lord Rochester even over vijf uur op den knop der electrische -schel drukte aan het huis met het naambordje: „F. Dumby”, kwam hem een -vriendelijke oude vrouw opendoen. Op zijn vraag naar Miss Green, -antwoordde zij: - -„Miss Green verwacht u!” waarna zij den Lord in een eenvoudige, maar -keurig ingerichte kamer bracht. - -Zij klopte aan de deur. - -„Miss Green!” - -De deur werd geopend en de geroepene verscheen op den drempel. - -Lord Rochester moest dadelijk constateeren, dat zij werkelijk heel mooi -was, ondanks haar iets te forsche trekken, die echter verzacht werden -door het weelderige, goudblonde haar, hetzelfde haar, dat reeds -gisteren zijn aandacht had getrokken en zijn bewondering opgewekt. - -Hij volgde Miss Green in de kamer. Het jonge meisje voelde zich -blijkbaar min of meer beschroomd. - -Eerst nadat de Lord haar herhaaldelijk had verzekerd, dat hij in ’t -geheel niet meer boos op haar was, overwon zij haar verlegenheid en -vertelde hem van haar moeilijk leven. - -De Lord luisterde met verveling naar haar en keek verstrooid om zich -heen. - -Werkelijk schitterend zag het er in deze armoedige kamer niet uit. - -Maar dat was juist goed. Des te gemakkelijker zou hij gewonnen spel bij -het jonge meisje hebben. - -„Ach ja, Mylord”, besloot Miss Green, „het is geen prettig leven, dat -ik hier heb en gij zult nu wel begrijpen, hoe gelukkig het mij maakt, u -bij mij te zien. Het is heel lief van u, dat gij mij wilt helpen. En -juist in u stel ik vertrouwen. Ik heb vernomen, dat gij aan het hoofd -van allerlei vereenigingen voor liefdadigheid staat. Dat is mij -voldoende waarborg voor uw edele bedoelingen.” - -Deze wending van het gesprek scheen den Lord niet te bevallen. - -„Zeker, kindje, maar dat is van later zorg!” antwoordde hij. „Men moet -er zeer zeker voor waken, dat de onzedelijkheid in de lagere klassen -van het volk niet een steeds grooteren omvang aanneemt. Als men echter -met een mooi jong meisje alleen is...” - -Hij probeerde haar te omhelzen. - -Maar zij ontsnapte hem. - -„Gij zijt een vleier, mylord”, lachte zij. „Maar ik ben in elk geval -blij, dat gij niet een streng, ernstig gezicht zet, zooals ik dat van -zoo’n zederechter had gevreesd. Natuurlijk, u strijdt tegen de -onzedelijkheid van andere menschen. Hahaha! Het is prachtig mooi!” - -Zij lachte hartelijk en de Lord lachte mee. - -Het werd heel gezellig, vooral toen Mrs. Dumby koffie binnenbracht. -Want Miss Green stelde er prijs op, haar voornamen gast een kopje -koffie aan te bieden. Ook presenteerde zij hem sigaretten. Zij rookte -zelf niet. - -Zij had ze speciaal voor den Lord gekocht en het was alleen daarom dat -hij niet mocht weigeren, er een op te steken. - -Hij had de sigaretten nauwelijks half opgerookt, toen hij een -eigenaardige gewaarwording bemerkte. Een zware loomheid maakte zich zoo -plotseling en met zulk een kracht van hem meester, dat hij zich -tevergeefs inspande, om zich er tegen te verzetten. - -Reeds na weinige minuten vielen zijn oogen dicht, zijn hoofd op de -borst en hij was op de sofa, waarop hij zat ingeslapen.— — — — - -Dadelijk veranderde het tooneel. - -Eenige seconden keek Mary Green naar den slaper. Daarop haalde zij met -een snelle, behendige beweging de portefeuille uit zijn borstzak. - -Nadat zij zich ervan overtuigd had, dat het papiergeld erin was, legde -zij de portefeuille voorloopig op tafel, om eerst iets anders te gaan -doen. - -Bliksemsnel wierp zij haar kleeren af en ontdeed zich van haar -vrouwelijke vormen. Deze hadden hun bestaan te danken aan gutta-percha -kussentjes, waaruit, toen zij erop drukte, de lucht ontweek. - -Maar ook met haar verdere bekoorlijkheden zag het er niet veel beter -uit. - -Ook het prachtige, goudblonde haar verdween en een zwarte mannenkop -kwam te voorschijn. - -En mannelijk waren ook de gelaatstrekken, toen Miss Green voor den -spiegel haar gelaat van schmink en verf had gereinigd. - -Kortom, wat er overbleef, was de slanke, gespierde gestalte van een -jongen, knappen man. - -Hij wierp een spottenden blik op den slapenden Lord. - -„Droom zacht, Lord Edward Rochester, edele beschermer van vrouwelijke -deugd!” mompelde hij, terwijl hij uit een klein koffertje, dat hij van -achter een gordijn te voorschijn haalde, een gesteven overhemd met -toebehooren en een elegant wandelpak nam. - -„Ik hoop, dat u bij het ontwaken geen al te groote teleurstelling -wacht!” - -Binnen eenige minuten had hij zich verkleed. - -De vrouwenkleeren liet hij, zonder er zich verder om te bekommeren, -liggen. De gutta-percha bekoorlijkheden vouwde hij op en stak ze, -evenals de pruik, in zijn jaszakken. - -Eerst nu keek hij weer naar de portefeuille. Hij nam er den inhoud uit, -telde het geld na en stak alles bij zich. - -In plaats van het bankpapier stak hij een briefje in de portefeuille, -dat hij met zijn vulpen geschreven had. - -Nadat hij den Lord de portefeuille weer in den zak had gestoken, ging -hij aan de deur luisteren. - -Het portaal was leeg. Onopgemerkt bereikte de jonge man de deur en -reeds twee minuten later nam hij bij de eerstvolgende zijstraat een -rijtuig. - -Intusschen sliep de edele voorzitter van de „Vereeniging tot opheffing -van gevallen vrouwen” nog steeds den slaap der rechtvaardigen. - -Eerst na een uur werd hij door een schudden aan zijn arm gewekt. - -Mrs. Dumby, die het vreemd voorkwam, dat het in de kamer van de haar -tot dusverre onbekende Miss Green zoo merkwaardig stil en donker bleef, -had eindelijk moed gekregen en aangeklopt. - -En nu kostte het haar geen geringe moeite om den Lord, dien zij tot -haar verbazing alleen en in diepen slaap had gevonden, wakker te -krijgen. - -Hij herinnerde zich eerst niets van het voorgevallene, want door de -opium, die de sigarette had bevat, was hij nog half verdoofd. - -En daarop greep hij verschrikt naar zijn borstzak. - -Goddank, de portefeuille was er nog! - -Toen hij ze echter te voorschijn haalde en opende, werd hij doodsbleek. - -Het geld was weg. - -De portefeuille bevatte alleen een briefje. Diep zuchtend las de Lord -het bij het licht van de door Mrs. Dumby gebrachte lamp. - - - „Edele beschermer! - - Waarom zijt gij niet bij uw brandkast gebleven? Ik had u immers - geschreven, dat ik tusschen 5 en 7 uur de vierduizend pond eruit - zou halen! - - Kan men nog meer doen? - - Maar dat komt ervan, als de beer uitgaat om honing te snoepen! - - De oude man, dien gij gisteren met een schunnige aalmoes hebt - afgescheept, heeft nu meer gehaald. - - Zulke liefelijke, onschuldige schepseltjes als dat, wat gij lastig - zijt gevallen, zijn niet bestemd voor oude huichelaars. - - Probeer niet, het de goede Mrs. Dumby lastig te maken! - - Zij weet van niets, ik heb de kamer eerst twee uur geleden gehuurd. - - En bovendien zou het niet in uw voordeel zijn, als het bekend werd, - op welke wijze Lord Rochester vierduizend pond heeft verloren. - - JOHN C. RAFFLES.” - - -Lord Rochester stiet een kreet van woede uit. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Ongeveer op denzelfden tijd, toen Lord Rochester uit zijn diepen slaap -ontwaakte, hielden kapitein Baxter en zijn mannen de lange, donkere -gestalte vast in de studeerkamer van den Lord. - -Toen er echter licht was gemaakt, bleek de teleurstelling groot te -zijn. - -De bevende, doodelijk verschrikte jonge man was een der bedienden van -het huis, die gekomen was om zijn meester een telegram te brengen, dat -zoo juist bezorgd was. - -Het was geadresseerd aan: „Kapitein Baxter, per adres Lord Rochester, -enz.” - -Daar het donker was geweest in de studeerkamer van zijn meester, had -hij eerst niet durven binnengaan. - -En hij was niet weinig ontsteld geweest, toen hij, terwijl hij den knop -van het electrische licht, vlak bij de brandkast, had willen omdraaien, -plotseling bij de keel was gegrepen. - -Van alles wat men tegen hem had geroepen, had hij niets begrepen. - -Baxter had zijn vergissing ingezien en den bediende het voor hem -bestemde telegram uit de hand getrokken. - -Waarschijnlijk een boodschap van den Lord. - -Nauwelijks echter had hij het voor de oogen van zijn beambten geopend -en gelezen, of zijn gelaat werd vaalbleek en zijn handen beefden zóó -hevig, dat het papier op den grond viel. - -„O, die duivel!” riep hij uit, op een stoel neervallend. - -Marholm bukte zich met een spottend lachje, nam het telegram op en las -zijn kameraden op halfluiden toon voor: - - - „Lieve kapitein, doe verder geen moeite! Het geld is sinds een half - uur in mijn bezit! Tot den volgenden keer dus! - - RAFFLES.” - - -Den volgenden morgen werd een groot aantal postwissels verzonden. De -meeste waren geadresseerd aan de pachters van Lord Rochester en waren -ten bedrage van tweehonderd pond. - -Allen bevatten de mededeeling, dat de Lord, den slechten oogst in -aanmerking genomen en rekening houdende met de moeilijke -tijdsomstandigheden, zijn pachters door het bijgaande bedrag tegemoet -wenschte te komen. - -Eén der postwissels was gericht aan Kate Berkley, zooals de naam luidde -van het jonge meisje, dat op zoo beleedigende wijze door den Lord was -behandeld. Ook dit geld was vergezeld van een paar regels, waarin Lord -Rochester Miss Kate Berkley vergiffenis vroeg voor zijn onhebbelijk -optreden en haar vriendelijk verzocht de vijfhonderd pond, die hij haar -deed toekomen, te willen aannemen als bewijs van zijn berouw! - -Al deze postwissels waren door een elegant gekleeden jongen man van -rijzige gestalte aan een bijpostkantoor in het westelijk deel der stad -aangeboden. - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - -LADY LEA ROCHESTER. - - -De ergernis over het geldelijk verlies en zijn moreele nederlaag -weerhielden den Lord niet, nog denzelfden avond de „Regenten-Club” te -bezoeken. Want hij had den jongen Lord Percy Meneval beloofd, hem heden -revanche te geven voor een spel, dat deze pas aan Lord Rochester had -verloren. - -Toen hij tegen negen uur de rijk gemeubelde vertrekken van deze streng -aristocratische club in Westend binnentrad, was zijn partner reeds -aanwezig. - -Lord Percy Meneval was een zeer interessant, gedistingeerd persoon. - -De jonge aristocraat was eerst eenige weken geleden in Londen -verschenen, maar had door zijn voornaam optreden en zijn schitterende -aanbevelingen dadelijk toegang tot de voornaamste kringen gekregen. - -Het heette, dat hij een bloedverwant was van den Onderkoning van Indië, -van welk land hij ook afkomstig was en dat hij beschikte over -fabelachtige rijkdommen. - -En dienovereenkomstig was ook zijn geheele levenswijze, welke veel had -van die van een Indischen Nabob. - -Hij bezat een prachtige woning, die met den meest verfijnden smaak en -weelde was ingericht en gevuld was met zeldzame Indische kunstschatten. - -Zijn meer dan knap uiterlijk en het geheimzinnig waas, dat hem omgaf, -maakten hem in het bijzonder tot den lieveling der dames, zonder dat -hij het schoone geslacht bijzonder tegemoet kwam. - -In elk geval—men wist niet veel bijzonderheden te vertellen omtrent de -liefdesavonturen van den jeugdigen Adonis. - -Met zijn onafscheidelijke gardenia in het knoopsgat begroette Percy -Lord Rochester met groote hartelijkheid, al kwam het dezen ook voor -alsof een ironische trek om den mond van den jeugdigen aristocraat -speelde. - -Maar dit moest gezichtsbedrog zijn en zeker toe te schrijven aan zijn -eigen prikkelbare stemming. - -„Nu?” vroeg de jonge gentleman, toen beide heeren aan het speeltafeltje -plaats namen. „Zijn de zaken gisteren naar genoegen gegaan?” - -Lord Rochester meende een oogenblik, bij het hooren van deze stem, -datzelfde geluid korten tijd geleden ergens anders gehoord te hebben, -maar hij kon zich niet herinneren, waar dat geweest kon zijn. - -Hij fronste de wenkbrauwen. - -Eenige dagen geleden, bij hun laatste ontmoeting, had hij Lord Percy -verteld van zijn bezittingen, van de last en moeite, welke zij hem -veroorzaakten en van de vele ergernis, die hij had. En eindelijk, dat -hij des Zaterdags naar buiten moest om de pacht in ontvangst te nemen -en met zijn rentmeester af te rekenen. - -„Och, mijn hemel, zonder slag of stoot gaat het nu eenmaal niet!” -antwoordde hij ontwijkend. - -„Gij moet geven, Lord!” - -„Allright!” - -Lord Percy verdeelde de kaarten. - -Het spel begon. - -Vreemd!—kwam het, omdat Lord Rochester in gedachten nog over de -nederlagen tobde, die hij dien dag geleden had of vervolgde hem ook nu -het ongeluk,—hij verloor slag op slag, totdat hij na een verlies van -tweehonderd pond de kaarten verdrietig neergooide. - -„Laten we ophouden, Lord Meneval”, sprak hij. - -„Ik hoop, dat deze revanche u voldoende is!” - -Baronet Percy boog. - -„Volkomen, Lord Rochester. Mij dunkt, dat gij heden buitengewoon -gelukkig in de liefde moet zijn geweest, dat Fortuna u hier aan de -speeltafel zoo hardnekkig den rug toekeert!” - -En daarbij glimlachte hij vriendelijk. - -Lord Rochester bloosde tot over zijn ooren. - -„Gij schertst zeker, Lord Meneval”, antwoordde hij op eenigszins -verlegen toon. „Ik ben getrouwd en heb een goede opvatting van mijn -plicht als echtgenoot.” - -„Zooals over ’t geheel van moraliteit”, vulde Lord Meneval aan, terwijl -hij de kaarten neerlegde en een cigarette aanstak. „Ik begrijp dat -volkomen. En dat spreekt ook vanzelf bij den president van de -vereeniging tot opheffing van gevallen meisjes en vrouwen. - -„Ik ben misschien niet serieus genoeg in uw oogen, maar toch zou ook ik -wel genegen zijn, mij aan werken van naastenliefde te wijden en daarmee -reeds nu, met mijn juist verworven winst, te beginnen. - -„Misschien wilt gij mij met uw rijke ervaring op dat gebied de -behulpzame hand bieden.” - -Lord Rochester deed alsof hij innig verheugd was. - -„Bravo, mijn jongen, dat besluit strekt u tot eer! Gij toont een -christelijken aard te hebben. - -„Wend u maar tot mijn vrouw! - -„Zij klaagde mij gisteren toevallig haar nood, dat de kas van „de -vereeniging tot steun van fatsoenlijke armen”, waarvan zij -beschermvrouw is, geheel is uitgeput. Lady Rochester zal u voor zulk -een aanzienlijk bedrag zeer dankbaar zijn!” - -Lord Meneval stond op. - -„Ik dank u, Mylord! Het zal mij veel genoegen doen, de Lady mijn kleine -gift ter hand te stellen...!” - -Toen Lord Percy tegen den middag van den volgenden dag een der -vertrekken van Lady Lea Rochester betrad, hoorde hij een groot alarm. - -Het kwam uit het boudoir van de dame. - -De jonge Lord hoorde de stem der Lady, die in woede ontstoken was en -een andere vrouwelijke stem, die haar weenend antwoordde: - -„Mylady, ik verzeker u......!” - -„Zwijg, schaamteloos schepsel! Zooiets in mijn huis! Vertrek, ga -dadelijk heen! En laat je niet meer in mijn huis zien! Nu, waarom -aarzel je nog? Wacht, ik zal je een handje helpen! Neem dit als -aandenken mee, zoo, en dit en dit!” - -Lord Percy hoorde het klappen van oorvijgen, waarop telkens een kreet -volgde. Bijna op hetzelfde oogenblik werd de deur van het boudoir -geopend. Een jong meisje in dienstbodenjapon snelde met roodgeweende -oogen angstig als een achtervolgd hert de kamer uit. - -Het meisje was mooi en jong en zag er goedig en lief uit, een reden te -meer voor den jongen Lord, om medelijden met haar te gevoelen. - -Het meisje was verbaasd blijven staan, toen zij den vreemdeling zag en -omdat er niemand anders aanwezig was, sprak Lord Percy haar aan, om -haar te vragen, wat de reden was van haar verdriet. - -Snikkend vertelde het dienstmeisje hem, wat er was voorgevallen. - -Haar meesteres was zeer streng op het gebied van zeden. Zij duldde van -haar dienstpersoneel niet de kleinste liefdesgeschiedenis. - -„Ach, mylord”, vervolgde zij snikkend, „denk niet al te slecht van mij. -Ik ben van nette familie en een fatsoenlijk meisje. Er bestaat een -eerlijke verhouding tusschen Alfred Reynolds en mij. Hij wil met mij -trouwen, zoodra hij een vaste betrekking met behoorlijk salaris heeft -gekregen. - -„Gisteren wachtte hij op mij bij het hek van het park, om mij mede te -deelen, dat hij veel kans heeft, om aan een groote bankinstelling -geplaatst te worden. - -„Wij liepen een poosje heen en weer en toen wij afscheid namen, gaf hij -mij een kus. - -„Dat heeft Jonny, de kok, door het raam gezien, en het aan de Lady -verteld. - -„Hij heeft al lang het land aan mij, omdat ik niets van zijn mooie -praatjes wilde weten. - -„En ik kan het toch niet helpen, dat Alfred arm is en de honderd pond, -die hij noodig heeft voor zijn borgstelling, niet dadelijk bijeen -heeft!” - -Zij brak opnieuw in tranen uit, en verborg het mooie gezichtje in haar -handen. - -Lord Percy keek vol ontroering naar haar. - -„Schrei niet, kindlief!” - -Het jonge meisje snikte echter nog heviger. - -„Ach, wat moet er nu van ons worden?” jammerde zij. „Nu ben ik ook -zonder betrekking en Mevrouw zei, dat zij in mijn getuigschrift zou -zetten, dat zij mij wegens onzedelijken levenswandel had ontslagen.” - -De oogen van den jongen man fonkelden toornig onder de half -neergeslagen oogleden. - -„Laat mevrouw in het getuigschrift zetten wat zij wil! Zeg mij, hoe gij -heet en waar gij woont! Ik heb veel kennissen en het is een kleine -moeite voor mij om u een betere betrekking te bezorgen bij een meer -menschlievende dame. Ik beloof u op mijn woord, dat ik voor u zal -zorgen.” - -Het meisje keek hem verbaasd en dankbaar aan. Zijn geheele -persoonlijkheid boezemde haar vertrouwen in. - -„Ach, Mylord, hoe zal ik u danken! Ik heet Nelly Somerset en als gij -mij wilt schrijven, dan is mijn adres bij mijn tante, de weduwe Mary -Somerset, Wilsonstreet 318.” - -Zij droogde snel haar tranen en ging minder bezwaard heen, nadat Lord -Percy haar nogmaals had beloofd, dat zij binnen drie dagen iets van hem -zou hooren. - -Juist was zij vertrokken, toen een ander dienstmeisje de kamer -binnentrad. Lord Percy overhandigde haar zijn kaartje met verzoek het -aan Mevrouw te willen geven. - -Een oogenblik later kwam het meisje uit het boudoir terug. - -De Lady, die niet had geweten, dat haar bezoeker reeds eenigen tijd -wachtte, liet hem zeggen, dat het haar een genoegen was, Mylord te -ontvangen. - -Toen deze het weelderig ingerichte boudoir van de dame binnenkwam, was -Lady Lea juist gereed met haar toilet. - -Zij was een groote, slanke, zwartgelokte verschijning. Glimlachend stak -zij Lord Percy haar met juweelen versierde, iets te groote hand toe. - -„Gij heb lang op u laten wachten, Lord Meneval,” sprak de ongeveer -dertigjarige dame met eenigszins harde stem. „Maar gelukkig hebt gij -eindelijk den weg naar mij gevonden.” - -Lord Percy was verbaasd over deze woorden. - -„Ik weet niet, of gij op de hoogte zijt van de reden mijner komst...” - -„Zeker, zeker—de Lord, mijn echtgenoot, heeft mij verteld, dat gij van -plan zijt, aan ons vroom werk mede te doen. - -„Maar neem toch plaats, Lord en sta mij toe, dat ook ik het mij -gemakkelijk maak. Ik ben namelijk nog een beetje vermoeid door de -laatste drukte. Mijn man heeft er waarschijnlijk wel van verteld. Wij -hebben eergisteren de politie in huis gehad.” - -Lord Percy vertelde, van niets te weten. - -De Lady had zich op een divan neergevleid en keek haar bezoeker -smachtend aan. - -„Niet? Nu, eigenlijk had het ook niets te beteekenen. Verbeeld u: -Eergisteren veroorloofde een spotvogel zich de gekheid, mijn man te -dreigen, dat hij dien dag zou komen om zijn brandkast leeg te halen en -dien brief te onderteekenen met den beruchten naam John C. Raffles. Gij -heb zeker wel van dien Raffles gehoord?” - -De Lord glimlachte geheimzinnig. - -„Ja, Mylady! Nu, en kwam de groote onbekende?” - -„Neen, maar wij waren toch zenuwachtig. Ik tenminste; mijn man bleef -volmaakt kalm. Hij stak het geld eenvoudig bij zich en liet zich zelfs -niet weerhouden, dienzelfden middag de godsdienstoefening bij te wonen -in het ziekenhuis in Whitechapel. - -„Onze politie is voortreffelijk en bovendien zijn de verhalen, die over -Raffles in omloop zijn, zeer overdreven of geheel uit de lucht -gegrepen. Ik houd hem voor een gewonen dief en zakkenroller en -daarenboven voor een echten pocher en opsnijder!” - -„Werkelijk, Mylady?” vroeg de jonge Lord met een vreemde schittering in -zijn oogen. „En niettegenstaande dat waart gij eergisteren zoo -zenuwachtig en angstig?” - -De Lady lachte geheimzinnig. - -„Ja, maar dat heeft ook een heel bijzondere reden. Ik kan het u wel -vertellen, gij zult mij niet verraden. - -„Luister maar eens: mijn man had wel zijn eigen geld uit de brandkast -genomen, maar hij wist niet, dat zich daarin ook het mijne bevond. Hij -vermoedt namelijk niets van het bestaan daarvan en mag het ook niet -weten. Mijn man is een groote gierigaard, die het vreeselijk vindt als -ik hem om geld voor mijn toiletten vraag. - -„Ik heb daarom—hoe, dat is mijn zaak—een beetje overgespaard en met dat -geld door middel van een mijner vertrouwde vrienden aan de beurs -gespeculeerd. De vorige week heb ik tienduizend pond gewonnen.” - -„En was dat geld in de brandkast?” vroeg Lord Percy vol belangstelling. - -Lady Lea knikte toestemmend. - -„Het is er nog in. In de brandkast bevindt zich namelijk een geheim -vak, waarvan alleen ik den sleutel heb. De Lord heeft mij dat vak -afgestaan om er mijn juweelen in te bewaren. Hij vermoedt niet, wat er -nog meer in verborgen is. - -„Begrijpt gij nu, dat ik beefde? Want ik kon het geld er onmogelijk -uitnemen, daar de brandkast na de ontvangst van den brief voortdurend -onder toezicht was van mijn man en de politie. - -„Ik ben er van overtuigd, dat die Raffles het geld toch niet gevonden -zou hebben. Toch zou ik dien grooten onbekende graag eens willen zien.” - -De jonge Lord, die nadenkend voor zich uit had gestaard, glimlachte bij -de laatste woorden van de Lady. - -„Die wensch van u zou wel eens vervuld kunnen worden, Mylady,” sprak -hij. „Pas op, neem u in acht! Misschien komt Raffles het verzuimde nog -inhalen en uw schat meenemen.” - -De dame sloeg met haar kanten zakdoekje naar hem. - -„Gij zijt afschuwelijk, Lord! Hoe durft gij mij zoo plagen? Maar gij -hebt gelijk, ik ben onvoorzichtig. Morgen reeds ga ik mijn geld -deponeeren bij de Engelsche Bank!” - -De Lord lachte. - -„Sta mij toe, nu over de zaak te spreken, waarvoor ik hier ben gekomen -en waaraan ik het genoegen te danken heb, een oogenblik van uw -gezelschap te mogen profiteeren.” - -„Dat genoegen zoudt gij vaker kunnen hebben,” antwoordde de Lady, -terwijl zij zich oprichtte. „Maar spreek verder, beste Lord! Gij komt -met uw gave op het juiste oogenblik, want onze kas is leeg. Het groote -weldadigheidsconcert in December, heeft veel geld gekost!” - -De gast keek haar verbaasd aan. - -„Wat zegt u? Heeft het weldadigheidsconcert uw kas uitgeput? Maar dat -is schandelijk! Het doel van dit feest kan immers alleen zijn geweest -om die kas te vullen!” - -De dame lachte hartelijk. - -„Onschuldige jongen! Maar wacht een oogenblik, dan zal ik u het raadsel -oplossen!” - -Zij ging naar haar sierlijk schrijftafeltje en keerde met een groot -boek terug. - -„Kijk, hier aan de linkerzij vindt gij, post voor post, de gelden die -zijn ingekomen. Zooals gij kunt zien, bedragen deze totaal 2615 pond en -33 shilling!” - -„Een flink bedrag!” meende de jonge Lord. - -„Zeker. Maar kijk nu eens naar de lange reeks van uitgaven!” - -Percy Meneval deed het en hij durfde zijn oogen nauwelijks gelooven. - -De uitgaven voor zaalversiering, het oprichten van een tooneel, -verlichting en muziek, enz., alles te zamen bijna 800 pond, konden er -nog door, maar daar waren nog andere posten ook! - -„Spijzen en dranken aan de bestuurstafel, 50 pond 3 shilling. - -„Lady X., voorschot voor haar Arabisch costuum, 50 pond. - -„Lady V., extra uitgaven voor de versiering van haar Turkschen harem, -30 pond. - -„Miss Ellinor, lid van het Olympia-Theater, onkosten voor haar toilet, -40 pond. - -„Mister Sweadly van de opera, onkosten voor rijtuig, enz. en -honorarium, 20 pond.” - -„Wat?” vroeg de Lord verbaasd, „ik denk toch, dat artisten zich -belangloos ten dienste der weldadigheid stellen?” - -„Zeker,” lachte de dame, „zij laten alleen hun onkosten terugbetalen en -hun verloren uren vergoeden!” - -„Prachtige liefdadigheid!” riep de jonge Lord uit, terwijl hij den -laatsten post las, waarop vermeld stond: „De beschermvrouw, voor -rijtuigen, fooien, porto’s, tijdverzuim en andere voorschotten, 100 -pond.” - -Lady Lea sloeg snel het boek dicht. Zij zelf was immers de -beschermvrouw! - -De Lord wist nu, uit welke bron de „gespaarde gelden” der Lady kwamen. - -Hij werd donkerrood van verontwaardiging en het kostte hem moeite om -zijn kalmte te bewaren. - -„Begrijpt gij nu, Lord Meneval, dat wij uit onze kas ongeveer 500 pond -moesten bijpassen en dat uw gift dus zeer welkom is?” - -„Dat begrijp ik volkomen”, antwoordde de Lord met een fijn lachje. „Ik -heb u nu echter een voorwaarde te stellen. Mylady, gij moet het bedrag, -dat ik u ter hand zal stellen, voor liefdadige doeleinden gebruiken, -die ik u zal opnoemen!” - -De Lady keek hem verbaasd aan. - -Daarop echter lachte zij vroolijk. - -„Maar, Mylord, dat is immers gekheid! Op een dergelijke conditie zou ik -voor uw gift moeten bedanken!” - -„Ook goed, dan behoud ik mijn geld”, sprak de Lord op kalmen toon en -hij stak de portefeuille, die hij reeds voor den dag had gehaald, weer -bij zich. - -De Lady keek hem even aan. - -Plotseling stond zij naast hem en op vleienden toon sprak zij: - -„Meneval, waarom spelen wij comedie? Waarom zijn wij niet eerlijk tegen -elkaar? Beken het openhartig, dat die geheele weldadigheidsquaestie -slechts een voorwendsel is geweest! O, jij lieve, stoute man! Hoe heb -je het over je hart kunnen krijgen om mij in de vestibule van het -Britsch Museum een vol uur tevergeefs te laten wachten? - -„Ach, ik was er zoo vast van overtuigd, dat gij zoudt komen! - -„Geloof mij, Percy, het viel mij niet gemakkelijk, om die regels aan je -te schrijven! Maar ik kon niet anders, het was sterker dan ikzelf. - -„Percy, ik heb je lief en daarom vergeef ik je, dat je mij toen voor -niets hebt laten wachten en dat je eerst nu de stem van je hart hebt -gevolgd... Ach!” - -Lord Meneval was in het eerste oogenblik stom van verbazing. - -Was de Lady plotseling krankzinnig geworden? - -Maar daarna begon hij alles te begrijpen! - -Sinds zijn entree in de voorname kringen achtervolgden de dames uit die -gezelschappen hem met liefdesverklaringen en werd hij overladen met -welriekende billets-doux. En geen wonder, want hij had niet alleen een -Apollo-kop, maar was tegelijkertijd interessant en beminnelijk. - -Hij had echter nooit notitie genomen van die talrijke liefdesbriefjes, -ze meestal zelfs ongelezen verbrand. - -Hij herinnerde zich nu echter een van die briefjes. Het was -onderteekend geweest met de woorden „Lady Lea R.”, had de -krankzinnigste liefdesverklaringen behelsd en de schrijfster verzocht -hem om een rendez-vous met haar, „de dame met den oranjebloesem in het -haar, met wie hij op de soirée bij Lady Gray een gesprek had gehouden -over de wedrennen”, in de voorhal van het Britsch Museum. - -Hij had er toen niet over nagedacht, wie de schrijfster van den brief -kon zijn. - -Nu wist hij het! - -Verontwaardiging maakte zich van hem meester. - -Deze getrouwde vrouw, die zooeven een onschuldig jong meisje had -mishandeld en vol zedige verontwaardiging de deur had uitgejaagd, deed -liefdesverklaringen aan een haar geheel onbekenden jongen man en -noodigde hem uit voor een teeder tête-à-tête! - -De voorname dame, die aan het hoofd stond van alle godsdienstige -werken, ontpopte zich als een schaamtelooze echtbreekster! - -Maar hij bleef zijn uiterlijke kalmte bewaren. - -Nadat hij van zijn eerste verbazing bekomen was, scheen het, alsof hij -verrukt was over de bekentenis der Lady en alsof haar „bekoorlijkheden” -een diepen indruk op hem maakten. - -Hij keek Lady Lea met geheel andere oogen aan, hij beantwoordde zelfs -haar kussen en luisterde vol aandacht naar haar, toen zij hem bekende, -dat zij hem reeds vanaf het eerste oogenblik had liefgehad, dat de -stap, waartoe zij was overgegaan, haar niet was kwalijk te nemen, omdat -zij een man bezat, die voor haar veel te oud was en op wien haar -bekoorlijkheden geen indruk maakten. - -„Ik wist, dat je wel bij mij zoudt komen, mijn geliefde Percy”, -fluisterde de schaamtelooze. „Maar stil, daar komt iemand!—Eén ding -nog! Morgenavond gaat mijn man op reis. Denk daaraan! Ik zal je een -paar regels zenden en tegelijkertijd den sleutel van het kleine -poortje. Kom dan na middernacht bij mij!” - -Buiten werden inderdaad schreden vernomen. - -De deur werd geopend en de Lord kwam binnen.— - -Toen Percy Meneval een kwartier later de villa verliet, lachte hij in -stilte. - -„Wat zei ze bij het afscheid? Tot morgennacht! Wees gerust, Mylady, wij -zullen elkaar al eerder terugzien!” - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - -EEN NOODLOTTIG TÊTE-À-TÊTE. - - -Toen Lord en Lady Rochester bij Het souper tegenover elkaar aan tafel -zaten, sprak de Lady alleen over den jongen Lord Meneval. Zij prees -zijn beminnelijkheid en zijn verstand en opperde het plan om den jongen -Lord eens uit te noodigen om te komen dineeren. - -Haar man luisterde verstrooid. Hij was met zijn gedachten blijkbaar -elders. - -Nog voordat de bediende het dessert afnam, stond hij op en -verontschuldigde zich bij zijn vrouw. Hij moest naar een algemeene -vergadering van de „Vereeniging tot verbetering van het lot der -gevangenen”. Het zou wel laat kunnen worden, zij moest maar niet op hem -wachten. - -Op straat nam hij een huurrijtuig en gaf den koetsier een adres op. - -Een half uur later belde de Lord aan een deur, die met een bronzen -bordje prijkte, waarop de naam „Arabella Norfolk”. Deze dame was -koriste van het Alhambra-Theater. - -„Hier zal ik ten minste niet op een dergelijke wijze verrast worden als -Zondag bij Mary Green”, dacht de Lord. - -Een mooi kamermeisje opende hem de deur en de Lord trad binnen. - -Hij had niet gemerkt, dat hem op zijn weg hierheen een gesloten rijtuig -was gevolgd. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Lady Lea begaf zich tegen middernacht ter ruste. - -„Hoe jammer, dat je niet bij mij bent, Percy, mijn lieveling! Ach, als -ik maar had kunnen vermoeden, dat de gelegenheid reeds nu zoo gunstig -zou zijn!” dacht zij, voordat zij haar oogen met een zucht van -verlangen sloot. - -Hoe lang zij geslapen had, wist zij niet, maar plotseling werd zij door -een luid gerinkel gewekt. - -Ontsteld keek zij om zich heen. - -Het was pikdonker in de kamer, maar toen zij naar de glazen balkondeur -keek, verstijfde het bloed haar in de aderen. - -Bij het zwakke licht van de maan zag zij de donkere omtrekken van een -man. Hij had de glasruit ingedrukt, zijn hand door de opening gestoken -en de deur geopend. - -De Lady wilde schreeuwen, maar geen geluid kwam er van haar lippen. -Haar keel was als toegeknepen, want bij het licht van een zaklantaarn -ontdekte zij den loop van een revolver, die op haar gericht was. - -„Goeden avond, Mylady”, sprak doodbedaard een stem, die haar verbazend -bekend voorkwam. „Blijf kalm! Dan hebt gij niets te vreezen. In het -andere geval zou ik tot mijn spijt genoodzaakt zijn, uw snoezig hoofdje -te doorboren met een kogel!” - -Hij ging naar den muur en ontstak door het omdraaien van een knop het -electrische licht. - -Lady Lea kon, ondanks de bedreiging van den indringer, een half luiden -uitroep van schrik en verbazing niet bedwingen. - -Wat zij bij het hooren zijner stem een oogenblik had gedacht werd nu -zekerheid. Zij herkende den man, die nu met gekruiste armen en kalm -glimlachend tegenover haar stond. - -Het was Percy Meneval! - -„Mylord, wat zijt gij brutaal!” klonk het onwillekeurig van haar -lippen. Zij wist niet of zij verheugd, dan wel angstig moest zijn. „Als -gij uw verlangen en ongeduld niet meer kondt bedwingen— —” - -De jonge man viel haar in de rede. - -„Gij vergist u, Mylady! Er is hier geen sprake van verlangen of -ongeduld! Ik moest langs de zuilen van het balcon naar boven klauteren -en dat is niet de gemakkelijkste weg. Want als ik had gewacht tot gij -mij den sleutel hadt gestuurd, dan waren de bewuste tienduizend pond -niet meer aanwezig geweest.” - -De Lady keek hem bleek en bevend aan. - -„Lord Percy,—om Godswil, wat beteekent dit alles?” - -Meneval’s gelaat kreeg plotseling een strenge uitdrukking. - -„Dat beteekent, dat ik hier ben gekomen om de tienduizend pond van u te -eischen, die gij van de armen hebt gestolen! - -„Ja, Mylady, dat hebt gij gedaan. Want het geld, waarmee gij aan de -beurs hebt gespeculeerd, behoorde aan de armen, voor wie gij het -bijeengezameld hebt. Uw winst komt hun dus ook toe! - -„Ik ben ervan overtuigd, dat Lady Rochester rechtvaardig genoeg zal -zijn om dat in te zien en aan de armen hun rechtmatig eigendom terug te -geven!” - -Nu de Lady zag, dat zij voor haar leven niets te vreezen had, verdween -haar angst. Met toornigen blik keek zij den indringer aan. - -„En alleen om mij dat te vertellen komt gij als een dief in den nacht -hier? Gij zijt onbeschaamd. Ik zal mijn bedienden roepen en u de deur -uit laten gooien.” - -„Dan zouden de bedienden meteen kunnen hooren, dat het nachtelijk -bezoek van Lord Percy Meneval in andere omstandigheden hun meesteres -zeer aangenaam ware geweest!” sprak de Lord. „Het spijt mij,” vervolgde -hij, toen hij zag dat Lady Lea haar gelaat in de handen verborg, „dat -gij mij voor ongalant moet houden en dat ik u verdriet moet doen, maar -het gaat niet langer, dat men zich bij dag in den mantel van -zedelijkheid hult, dat men gevallen vrouwen de hand boven het hoofd -houdt, dat men een arm, onschuldig meisje, omdat het zich door haar -verloofde laat kussen, als een eerlooze behandelt en de deur wijst.... -en des nachts zelf van verboden vruchten snoept en alle wetten van eer -en deugd en echtelijke trouw met voeten treedt! - -„Ik moet u bekennen, Lady Rochester, dat de gemeenste meid in -Whitechapel in mijn oogen zedelijk hooger staat dan gij. - -„Want zij werpt zich niet op als zedepreekster over anderen, maar -vertoont zich in haar ware gedaante!” - -Afwerend strekte de Lady haar bloote armen uit. - -„Houd op, Lord Percy! Ga heen! Ga heen!” - -„Niet voordat ik de tienduizend pond in mijn bezit heb!” - -Zij kreunde. - -„Kom morgen bij dag terug! Laat mij niet tevergeefs een beroep doen op -uw ridderlijkheid! Bedenk, wat gij niet alleen aan een dame, maar ook -aan uzelf, aan den naam Meneval verschuldigd zijt!” - -De Lord glimlachte somber. - -„Gij vergist u, Mylady! Ik ben niet Lord Meneval! Ik behoor ook tot -hen, die de dupe zijn geworden van menschelijke leugens en huichelarij. -En daarom is het mijn levensdoel, die overal te bestrijden waar ik ze -op mijn weg ontmoet! - -„Mylady, gij hebt vandaag den wensch geuit, den pocher Raffles eens van -aangezicht tot aangezicht te zien. - -„Welnu, die wensch is vervuld. Ik ben John C. Raffles! Kijk,” en met -een snelle beweging verwijderde hij zijn valsch baardje, „die opsnijder -Raffles staat vóór u!” - -Lady Lea werd zoo bleek als een doode. - -Raffles echter vervolgde met groote kalmte: - -„Als gij nu maar inziet, dat verdere tegenstand van uwe zijde -vergeefsche moeite is en u slechts onaangenaamheden kan berokkenen, dan -zult gij niet voor niets een beroep hebben gedaan op mijn -ridderlijkheid. - -„Hoe moeilijk het mij ook valt, den aanblik van al uw bekoorlijkheden -te missen, toch zal ik mij een oogenblik omkeeren, om u gelegenheid te -geven uw bed te verlaten en een ochtendjapon aan te trekken. Dan zult -gij de goedheid hebben, mij den sleutel der brandkast te geven en mij -naar die kast te geleiden. - -„Dat het in uw eigen belang is, mijn vertrouwen niet te misbruiken en -de bedienden te wekken, behoef ik zeker niet te vertellen aan zulk een -verstandige, hoogstaande vrouw. - -„En haast u nu, Mylady! Het zal ook u zeker aangenaam zijn, zoo spoedig -mogelijk een einde te maken aan ons tête-à-tête!” - -De Lady was inwendig woedend, maar het hielp haar niet. - -Raffles keerde zich om, terwijl zij, na eenige vergeefsche pogingen om -zijn hart te vermurwen, eindelijk bevend van toorn haar bed verliet en -een peignoir aandeed. - -„Klaar?” vroeg Raffles, voordat hij zich omkeerde. „En nu de sleutel! -Zoo, dank u wel! Wilt u mij nu voorgaan naar de brandkast?” - -Lady Lea had zoo grooten eerbied voor de revolver, die Raffles weer had -opgenomen, dat zij zonder een woord van protest den nachtelijken -bezoeker voorging naar de brandkast van den Lord. - -Daar opende Raffles onmiddellijk de kluis en met het tweede sleuteltje, -dat zij hem niet had durven weigeren, ontsloot hij hetzelfde vak, -waaruit de Lord de vierduizend pond had genomen. - -„En nu het geheime vak?” vroeg hij, toen de Lady aarzelde. - -„En als ik weiger, het u te toonen?” vroeg zij, al haar moed -verzamelend. - -Raffles glimlachte. - -„Dat zou niet gunstig zijn voor uw nachtrust. Want kijk eens!” Hij liet -haar een groote leeren tasch zien, die hij onder zijn jas verborgen -had. „Hierin bevindt zich een electrisch toestel, waarmee ik de stalen -platen van de brandkast binnen korten tijd kan smelten. Het is zeer -interessant, Mylady. Dit toestel is het beste, wat er op dat gebied -bestaat en het heeft mij een klein kapitaal gekost. - -„Maar dat werk zou natuurlijk eenigen tijd in beslag nemen en de -kostbare brandkast zou erg beschadigd worden. Daarenboven zou de damp, -die zich bij dit werk ontwikkelt, u zeer hinderlijk zijn en gij zoudt -nog dagenlang die eigenaardige lucht bij u houden.” - -De ijzige kalmte van den inbreker deed de Lady begrijpen, dat het voor -haar het allerbeste zou zijn, zoo spoedig mogelijk een eind aan de zaak -te maken. - -Zij gaf hem een naaldvormig instrument, waarmee hij op een door haar -aangewezen ornamentje drukte. De achterwand van het vak schoof nu open. - -Een ander vak werd nu zichtbaar en daarin bevonden zich de juweelen en -het geld. - -Raffles nam eerst het geld, waarna hij met kennersblik de juweelen -bekeek. Er waren prachtige stukken bij. Vooral een ring met een kunstig -gevatte karneool wekte zijn bewondering op. - -De vrees van de lady, dat hij ook de juweelen zou kunnen meenemen, werd -niet bewaarheid. Hij legde ze weer in het vak en schoof dat dicht. - -„Zoo, Mylady, ik dank u uit naam der armen, die ik weer in het bezit -van hun eigendom zal stellen”, sprak hij, terwijl hij haar met een -buiging den sleutel terug gaf. „Ik wensch u verder een rustigen nacht. -Gij zult nu lekker slapen in het bewustzijn u bevrijd, te hebben van -onrechtmatig verkregen goed en een edel werk te hebben gedaan!” - -Hij geleidde de vrouw, die van opgewondenheid beefde, naar haar -slaapkamer terug, om zich van daar weer langs denzelfden weg, te -verwijderen. - -Maar zoover kwam het niet. - -Want toen de Lady, vóór hem de slaapkamer binnentrad, stiet zij een -kreet uit. - -Ook Raffles was verbaasd. - -De kamer was niet leeg. - -Dichtbij de deur, met een gelaat, waarop woede en verbazing om den -voorrang streden, stond—Lord Rochester! - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK. - -EEN GEVAARLIJKE TOESTAND. - - -„Hier ben ik tenminste gevrijwaard voor verrassingen als verleden -Zondag”, dacht Lord Rochester, toen het mooie dienstmeisje van Miss -Arabella Norfolk hem de deur opende. - -Toen hij binnentrad, zag hij, dat het meisje zeer verlegen was. - -„Zoo kleintje, ben je verbaasd, omdat ik onlangs zei, dat ik deze week -op reis was, hè?” vroeg hij, terwijl hij het mooie kind in de wang -kneep. „Nu, het is anders uitgekomen. Waar is Miss Norfolk?” - -„Miss Norfolk is in het Theater, Mylord.” - -De Lord keek haar met groote oogen aan. - -„Wat zeg je? Maar kindje, ik zag immers, dat alle ramen verlicht zijn. -Maar wat is dat?” - -Zijn oog was gevallen op een heerenpels, die met een cylinder aan den -kapstok hing. - -Het dienstmeisje werd nog verlegener. - -Maar zij behoefde geen antwoord te geven, want een deur ging open. - -„Wie is daar, Lisette? Met wien sta je te praten? Is het de -banketbakker met het dessert? Waarom komt hij niet langs de achterdeur? -Ach...!” - -Zij, die deze woorden uitriep, was een mooie blondine, wier prachtige -gestalte in de opening der deur was verschenen. Langs haar heen keek -men in een rozig verlichte kamer, waarin een rijk gedekte tafel. Als -eenige gast zat daar een elegant gekleede, forsch gebouwde heer. - -Men kon dit alles slechts een oogenblik zien. Want Miss Arabella, die -er in de zacht-geparfumeerde losse huisjapon verleidelijk uitzag, was -dadelijk uit de deuropening te voorschijn getreden en had de deur -achter zich gesloten! - -„Geen scènes hier!” sprak zij op halfluiden, bevelenden toon tot den -Lord, die haar woedend een scheldwoord naar het hoofd had geslingerd. -„Ik kon niet weten, dat je juist nu zoudt komen. Trouw ben ik je niet -verschuldigd, want ik ben je vrouw niet! Ga nu heen en blameer je niet! -Luitenant Oliver, dien je wel kent, is een hoofd grooter dan jij en een -uitstekend bokser!” - -Zonder hem verder met een blik te verwaardigen, keerde zij hem den rug -toe en ging terug in de kamer. - -Lord Rochester wist nauwelijks hoe hij buiten was gekomen. Het mooie -dienstmeisje, dat hem uitliet, sprak op spottenden toon: - -„Goeden nacht, Mylord! Tot weerziens!” - -„Gespuis!” riep hij woedend, toen hij weer op straat stond. „Het zal -lang duren, eer wij elkaar weerzien!” - -Een poosje liep hij besluiteloos heen en weer. - -Toen hij eindelijk kalmer was geworden, besloot hij naar de club te -gaan, want hij wilde in dezen opgewonden toestand nog niet naar huis. - -In de club dronk hij haastig eenige glazen whiskey, speelde, verloor, -en praatte met een paar kennissen. Ongeveer een uur na middernacht -begaf hij zich huiswaarts. - -Hij was nu kalmer geworden en toen hij zijn huis naderde, kreeg hij -neiging om een achtenswaardig mensch te worden. - -„Hoe heb ik mij ook met zulk een vrouwmensch kunnen inlaten!” mompelde -hij. „Dat is zeker, een fatsoenlijke vrouw doet zoo niet! Lea zou door -haar trots weerhouden worden, haar oogen op te slaan tot een anderen -man. Ook is zij daarvoor te godsdienstig!” - -Hij was geroerd over zijn eigen gedachten en nam zich voor, niet om -zijn vrouw voortaan trouw te blijven, maar om het verraad, dat hij aan -haar beging, weer goed te maken door kleine attenties en mooie cadeaux. - -Met dergelijke edele voornemens bezield, kwam hij thuis. - -Toen hij boven was en op het punt stond, de deur van zijn slaapkamer te -openen, viel het hem op, dat er licht brandde. - -Hij bleef verbaasd staan. Hoe? Was zijn vrouw nu nog op? Zou zij -misschien onder het lezen van een roman zijn ingeslapen? - -Hij naderde de deur en luisterde. - -Geen geluid werd vernomen. - -Hij klopte. - -Daar binnen bleef alles stil. - -Hij opende de deur en ging de kamer binnen. - -Vreemd, het vertrek was leeg. - -Maar wat beteekende dat? Het koude zweet brak hem uit. Zijn blik viel -op het gebruikte bed, op het ingedrukte raam, op een zwarte jas en -heerenhoed, die op een stoelleuning hingen en op een kleine -dievenlantaarn op tafel. - -Mijn God! Zou Lea vermoord zijn en haar lijk weggesleept? Hij beminde -haar nu juist niet al te teeder, maar bij deze gedachte rilde hij toch. - -Juist wilde hij om hulp roepen, toen hij stemmen hoorde. De deur der -aangrenzende kamer werd geopend en, zeer onvoldoende gekleed, kwam de -doodgewaande, gevolgd door een chic gekleed heer, de kamer binnen. - -Ondanks het ontbrekende baardje herkende hij in den heer Lord Percy -Meneval. - -De Lord, zijn vrouw, het gebroken venster, de dievenlantaarn op tafel, -hoe moest hij dit alles begrijpen? Met wijdgeopenden mond staarde hij -naar het tweetal. - -Toen vloog een gedachte vol wantrouwen door zijn hoofd. Wachtte hem -hier dezelfde scène als zooeven bij Arabella? - -„Mijnheer— —!” - -Maar reeds vloog Lea naar hem toe. - -„Goddank, dat je eindelijk weer hier bent, Edward! Bescherm mij! Die -ellendeling is Raffles!” - -Lord Rochester keek den bezoeker met uitpuilende oogen aan. - -„Raff—Raffles?” - -Deze maakte een beleefde buiging. - -„Om u te dienen, Lord Rochester. Misschien kent gij mij beter onder den -naam Mary Green. Het spijt mij, dat gij zoo vroeg zijt teruggekomen, ik -had u nog niet verwacht!” - -De naam Mary Green herinnerde den Lord aan zijn onaangenaam avontuur. -Hij werd beurtelings rood en bleek. - -Raffles echter vervolgde met een beleefden glimlach: - -„Het doet mij leed, Mylord, u onaangenaam te moeten zijn. Ik vond de -huisdeur gesloten en moest dus dezen ongewonen weg nemen”—hij wees naar -de gebroken vensterruit—„om een onbeduidend zaakje met de Lady op te -knappen!” - -„Hij heeft mij bestolen, Edward!” riep de Lady. „Tienduizend pond, die -ik heimelijk in de brandkast bewaarde, heeft hij geroofd!” - -Lord Rochester spitste de ooren. Zijn oogen fonkelden van hebzucht en -met buitengewoon veel moed riep hij uit: - -„Maar dat is ongehoord! Noemt gij dat een „onbeduidend zaakje”? En -maakt gij bij het afhandelen van dergelijke onbeduidende zaakjes altijd -gebruik van zoo’n wapen?” - -Hij wees op de revolver, welke Raffles nog steeds in de hand hield. - -Raffles lachte. - -„Neen, Mylord, tenminste niet tegenover dames. Wees onbevreesd. -Overtuig er u zelf van: de revolver is niet eens geladen!” - -Dit was dom van hem. In het volgende oogenblik schitterde in de hand -van Lord Rochester een revolver, die hij uit zijn zak te voorschijn had -gehaald. - -De angst, dat Raffles hem in het schieten voor zou zijn, had hem -weerhouden, het wapen eerder te gebruiken. - -Maar bliksemsnel liet hij het wapen met een kreet van pijn weer vallen, -want een geweldige slag trof zijn arm, zoodat de revolver in een -grooten kring op zij vloog. (Zie titelblad.) - -„Het is beter, dat ik het ding onder mijn hoede neem, voordat gij -domheden begaat”, sprak hij doodelijk kalm. - -Op hetzelfde oogenblik weerklonk een langgerekte, bel door het geheele -huis. Raffles had niet kunnen verhinderen, dat de Lord, terwijl Raffles -zich had gebukt, op het knopje van de electrische schel had gedrukt! - -„Sir”, sprak Raffles, zonder ook nu zijn kalmte te verliezen. „Dat is -het domste, wat gij hadt kunnen doen! Maar er is nog niets verloren! -Laat mij den weg vrij!” - -„Neen!” hoonde de Lord, die zoodanig voor het venster ging staan, dat -Raffles niet zonder een vrij langdurigen strijd langs dezen weg kon -ontkomen. „Eerst geeft gij het gestolene terug!” - -Raffles legde op den Lord aan. - -„Ik raad u, laat mij den weg vrij!” - -De Lady gilde van angst en de Lord aarzelde een oogenblik. - -Daar weerklonken de voetstappen van de bedienden, die kwamen toesnellen -en de Lord kreeg opnieuw moed. - -„Schiet, als gij durft! Maar bedenk, dat gij niet meer kunt ontsnappen -en dat de galg u wacht!” - -Raffles liet den arm zinken en wierp zich lachend in een stoel. Het was -hem geen oogenblik ernst geweest om te schieten. - -„Gij hebt gelijk, Lord Rochester”, sprak hij op spottenden toon. „Het -zou zonde zijn, de wereld te bevrijden van zulk een prachtmensch als -gij zijt! Ik beklaag uw onbezonnenheid alleen in uw eigen belang. Want -nu zult gij uw hoofd moeten breken om mij zoo ongemerkt mogelijk van de -baan te krijgen!” - -Hij stak, nadat hij met een ironische buiging vergunning van de Lady -had gevraagd, een sigarette aan, om den verderen loop der dingen af te -wachten. - -De deur werd geopend en de verschrikte gezichten van een heele bende -halfgekleede bedienden verschenen in de opening. - -De Lord nam een heldhaftige houding aan. - -„Gelukkig ben ik vroeger thuis gekomen dan eerst mijn plan was”, sprak -hij. „Zoodoende had ik nog tijd om een vreeselijke misdaad te -voorkomen. Jullie kunt allen een extra belooning verdienen. Want die -man, die door het venster in de slaapkamer van de Lady is -binnengedrongen, is Raffles!” - -Deze naam werkte als een tooverwoord op de bedienden. Bijna eerbiedig -staarden zij naar den beroemden man. - -„Nu?” vroeg de Lord ongeduldig. Hij had niet anders verwacht, dan dat -de bedienden zich op den man hadden geworpen. - -Maar de onverstoorbare kalmte van dien zeldzamen man, die ongestoord en -zonder op hen te letten, zijn sigarette verder rookte, misschien ook -wel de revolver in zijn hand, waarmee hij schijnbaar onoplettend -speelde, hielden hen in bedwang. Het scheen hun meer geraden, om op een -afstand te blijven. Zij kenden immers de ongelooflijke verhalen, die -werden verteld over den zeldzamen moed, de behendigheid en -lichaamskracht van den Grooten Onbekende. - -„Sir”, sprak eindelijk een der ondergeschikten op verlegen toon, „mij -dunkt, dat het een zaak is, die de politie aangaat, om Mr. Raffles -gevangen te nemen.” - -„Vervloekt!” sprak de Lord, knarsetandend van woede. „Roept dan de -politie! Jij, Jonny”, sprak hij tot den oudsten bediende, die -aarzelend dichterbij was gekomen, „telephoneer dadelijk naar Scotland -Yard! Vraag kapitein Baxter om dadelijk met voldoende hulp hier te -komen om Raffles gevangen te nemen!” - -„En vergeet niet, er een hartelijken groet van Raffles aan kapitein -Baxter bij te voegen. Zeg hem, dat hij zich moet haasten!” sprak -Raffles met een spottend lachje. - -De Lord nam geen notitie van deze woorden. - -„Jij, Bob, haal uit mijn rookkamer de beide revolvers, die boven het -wapenrek hangen en de Winchesterbuks uit de geweerkast! Breng mij de -eene revolver, wapen jezelf en Baptiste met de andere en de buks en -blijft met jullie beiden in de voorkamer, om op den eersten roep bij de -hand te zijn! - -„Willem en James, snelt naar het park! Wekt den tuinman, en houdt met -hem de wacht onder het balcon, opdat de misdadiger ons niet kan -ontsnappen langs denzelfden weg, dien hij gekomen is! - -„En jij, Pierre, blijf bij de huisdeur staan en breng de politie -binnen, zoodra deze komt!” - -De bedienden verwijderden zich en toen Bob met de revolver was -teruggekeerd, en zich weer had verwijderd, was het drietal weer alleen. - -„Zoo”, sprak Raffles, terwijl hij opstond en de rest van zijn cigarette -in een zilveren aschbakje gooide, „nu kunnen wij eindelijk eens ernstig -met elkaar praten! - -„Weet gij, Lord Rochester, dat gij bezig zijt, een moreelen en -maatschappelijken zelfmoord te plegen?” - -De Lord lachte zenuwachtig. - -„Wat beteekent dat? Denkt gij door drogredenen indruk op mij te maken! -Ik doe een weldaad, doordat ik den voorgewenden Lord Meneval ontmasker -en een zeer gevaarlijk misdadiger onschadelijk maak!” - -„Zeker”, knikte Raffles. „Maar hebt gij er nog niet aan gedacht, dat ik -mij zou kunnen wreken en mij ook bezighouden met het „ontmaskeren” van -personen? - -„Het zal een rechtzaak worden, Lord Rochester en dan zal ik het -genoegen hebben, eenige pikante bijzonderheden omtrent Lord en Lady -Rochester aan den dag te brengen.” - -Hij wierp een zijdelingschen blik op de Lady. - -Deze was doodsbleek geworden. - -De Lord daarentegen haalde vol minachting zijn schouders op. - -„De justitie zal wel weten wat zij moet gelooven van de verdachtmaking -van een gewetenloozen misdadiger! Wat mijn echtgenoote betreft, ik -begrijp niet, wat gij met uw insinuaties wilt zeggen.” - -Raffles stak een sigarette aan. - -„Nu, ik zou bijvoorbeeld kunnen vertellen, dat Lady Lea de tienduizend -pond, die zij mij heden gaf, den armen ontstolen heeft. - -„Bedenk verder, dat ik binnengedrongen ben in de slaapkamer der Lady. -Misschien zou ik kunnen vertellen, dat ik bij een poging om Mylady nog -meer te ontrooven dan geld en geldswaardige zaken, geen tegenstand van -haar zijde heb ondervonden, maar, integendeel gevolg heb gegeven aan -haar wenschen.” - -De Lord werd geel van nijd. - -„Dat is een brutaliteit, die niemand zal gelooven!” siste hij. „Lady -Rochester en een dief! Dat is zoo dwaas, dat het niet eens een -beleediging is!” - -„Den dief Raffles zou Mylady misschien geen rendez-vous hebben -toegestaan,—maar misschien aan Lord Meneval!” antwoordde Raffles op -koelen toon. „Lord Rochester, ik geef u nogmaals den raad, roep uw -bedienden terug en zorg ervoor, dat ik zonder opzien te baren dit -bekoorlijke verblijf kan verlaten! Drijf mij niet tot het uiterste! - -„Dwing mij niet om voor het gerecht met het bewijs te komen dat Lady -Lea Rochester niet alleen is een dievegge, maar ook een gewetenlooze -echtbreekster, die de tijdelijke afwezigheid van haar man gebruikt om -galante avonturen na te jagen!” - -Een heesch geluid ontsnapte aan de lippen, van den Lord. Hij balde -beide vuisten, alsof hij zich op zijn tegenstander wilde werpen. - -Maar diens ijskoude blik, scherp als staal, hield hem tegen. - -Nu mengde zich voor het eerst de Lady in Het gesprek. - -„De beleedigingen van iemand als gij laten ons koud”, sprak zij. „Maar -het is beneden onze waardigheid om zich in het openbaar door een -inbreker te laten beleedigen. De wereld is zoo slecht en gelooft maar -al te gaarne het gelaster. Ik geef je daarom den raad, lieve Edward, -dien man te laten gaan en daardoor een eind te maken aan deze -vervelende zaak!” - -Lord Rochester haalde met moeite adem. - -„En de tienduizend pond? Ik denk er niet aan. Ik zou wel eens willen -zien, wie wel geloof zou hechten aan de lasterpraatjes van zoo’n -kerel!” - -„En als die „kerel” nu zijn „lasterpraatjes” kan bewijzen? Gij moest -den raad van uw vrouw liever opvolgen, Lord Rochester! - -„Ik ben in het bezit van een teeder briefje, gericht aan Lord Percy -Meneval, waarin Lady Lea Rochester hem overlaadt met liefkoozende -woordjes en hem smeekt om tastbare bewijzen van zijn wederliefde. - -„Dezen keer kwam ik ongevraagd hier,—morgen zou Mylady mij haar -slaapvertrek zelf hebben geopend. - -„Gij hebt het alleen aan mij te danken, Mylord, dat uw gemalin u trouw -is gebleven.” - -De Lord staarde zijn vrouw aan. - -„Lea,—is—dat—waar?” - -Zij behoefde niet te antwoorden. Een blik op de Lady, die met een -luiden kreet was neergevallen op een stoel en het niet waagde, om op te -kijken, vertelde hem de waarheid. - -„Schaamtelooze echtbreekster! Ellendige eerlooze vrouw!” schreeuwde de -Lord. „Nog dezen nacht jaag ik je het huis uit en morgen vraag ik -echtscheiding aan!” - -Hij deed alsof hij haar wilde slaan. - -Maar Raffles trad hem in den weg. - -„Gij zult niets doen, Mylord! Het is mijn bedoeling niet, om een -huwelijk, dat gebaseerd is op zoo groote wederzijdsche harmonie der -karakters, te vernietigen en twee menschen, die zoo goed bij elkaar -passen, te scheiden. - -„Vergeet toch niet, dat gij pas uit de door u betaalde woning van de -mooie Arabella Norfolk komt. Ik zou misschien in staat zijn, de Lady -nog meer gegevens voor een echtscheiding te verstrekken tegen u, ouden -huichelaar en vrouwenverleider!” - -Nauwelijks had hij deze woorden gesproken of de Lady keek op. - -Woedend keken haar groenachtige oogen den misdadiger aan. - -„Maar dat is — — O, jij schurk, jij — —!” - -Raffles trad kalmeerend tusschen de beide echtgenooten en sprak: - -„Doet mij een genoegen, „deze zaak morgen verder uit te vechten! Gij -zijt elkaar volkomen waardig. En het is nu de hoogste tijd, Lord -Rochester, om de uitgezette wachten terug te roepen, opdat onnoodig -schandaal en onnoodige onkosten voor u vermeden worden.” - -„En de brief?” vroeg de Lord. „Geef mij eerst den brief!” - -Raffles schudde het hoofd., - -„Ik denk er niet aan. Ten eerste heb ik dien niet bij mij en -daarenboven heb ik hem nog noodig, ingeval Mylady zich eens niet mocht -storen aan mijn eisch, om haar functies in de vereenigingen van -liefdadigheid neer te leggen. Eindelijk nog wil ik hem bewaren, om te -voorkomen dat gij op onbescheiden wijze tegen mij optreedt. - -„Ik ben namelijk niet van plan, het veld te ruimen, maar wensch de rol -van Percy Meneval nog eenigen tijd te spelen. - -„Mocht gij mij dit willen beletten, dan zoudt gij uw eigen glazen -inslaan. - -„Daarentegen zult gij, zoolang gij u kalm houdt, van mij niets te -vreezen hebben! - -„En haast u nu, Lord! Zorg er voor, dat ik mij kan verwijderen!” - -De Lord beefde van woede, maar hij zag in, dat hij, indien Raffles -gevangen werd genomen, zijn eer en aanzien had verloren en zijn positie -in de maatschappij zou verliezen. Hij verwenschte nu zelf zijn grooten -ijver en had geen vuriger wensch dan Raffles zoo snel mogelijk te zien -heengaan. - -Een vloek mompelend snelde hij naar de deur om de bedienden onder het -een of andere voorwendsel terug te roepen. - -Maar het was reeds te laat. - -Daar de slaapkamer der Lady aan het park grensde, had men het geluid -van een automobiel niet gehoord, die eenige minuten geleden voor het -huis was blijven staan. - -Op hetzelfde oogenblik, toen de Lord de deur wilde openen, werd -geklopt. - -„Mylord,” riep de stem van Pierre, „Kapitein Baxter is met de politie -aangekomen!”— — — - -En zoo was het inderdaad. - -Baxter was met een klein leger van politieagenten gekomen en had, -zooals Lord Rochester met een blik uit het raam opmerkte, het geheele -huis laten omsingelen. - -Met een hulpeloozen blik keek de Lord Raffles aan. - -De Lady wrong wanhopig de handen. - -Raffles haalde onverschillig zijn schouders op. - -„Dat is het gevolg van uw koppigheid,” fluisterde hij. „Gij verdiendet -eigenlijk, dat ik mij liet gevangen nemen. En ik zou het doen als ik -niet nog een beetje medelijden met u had. Zeg tegen den bediende, dat -gij dadelijk zelf zult komen!” - -Terwijl Raffles deze woorden sprak, veranderde reeds zijn uiterlijk. -Uit den borstzak van zijn jas haalde hij een dichte pruik te -voorschijn. Een baard volgde. Toen hij dit alles bliksemsnel had -bevestigd en met behulp van schmink en verf, die op de toilettafel der -Lady aanwezig waren, zijn oogen met dikke schaduwen had omrand, toen -hij rimpels op zijn gelaat had getooverd, herkende Lord Rochester bijna -den ouden man in hem, die de winkeljuffrouw tegen zijn brutaliteit had -beschermd. - -Alleen was de oude heer nu elegant en chic gekleed. - -Deze geheele metamorfose, waarnaar de Lord en Lady vol verbazing hadden -gekeken, had nauwelijks twee minuten in beslag genomen. - -„Laat mij het woord en zeg op alles wat ik beweer slechts ja en amen!” -fluisterde Raffles den Lord toe, voordat hij met dezen de kamer -uitging. - -Toen Raffles met den Lord de voorkamer binnentrad, waarin kapitein -Baxter met zijn detectives vol ongeduld wachtte, greep er weer een -verandering met hem plaats. - -Zijn gestalte boog zich, zijn mondhoeken zakten slap naar beneden, -kortom, hij zag er uit als een aristocratisch heer van minstens 70 of -75 jaar. - -Het eerste oogenblik was Kapitein Baxter een weinig verbaasd, den Lord -niet alleen, maar in gezelschap van een hem geheel onbekenden ouden -heer te zien. Zijn verwondering werd nog grooter, toen deze oude, zeer -voorname heer het woord voerde voor den Lord, die er zeer opgewonden en -zenuwachtig uitzag. - -„O, o, kapitein, wat een pech!” sprak hij met de stem van een -grijsaard. „Gij komt met uw hulp vijf minuten te laat. Zoolang is het -mijn geachten vriend gelukt, den booswicht vast te houden. - -„Gij ziet het, hij is uitgeput van vermoeienis. De kerel scheurde zich -los en was met een sprong uit het raam! ik zou mijn vriend natuurlijk -graag hebben geholpen, maar ik ben een oud man. Ja, als ik maar twintig -jaar jonger was geweest—!” - -Kapitein Baxter keek den ouden heer wezenloos aan. - -Hoe? Was Raffles hem weer ontsnapt? Ondenkbaar! - -„Maar hoe is dat mogelijk?” riep hij jammerend uit. „Gij hadt immers -posten uitgezet, zooals de lakei mij vertelde en de beide bedienden, -die hier de wacht hielden, zijn eenige oogenblikken geleden eerst -heengegaan!” - -De oude heer haalde de schouders op. - -„Alles is zoo snel gegaan! De Lady lag in onmacht, ikzelf had mijn -kalmte verloren en de Lord kon niet om hulp roepen, want zijn -tegenstander hield zijn keel vast.” - -„Maar de lui, die onder het balcon op wacht staan! Raffles moet in hun -handen zijn gevallen.” - -„Ik vermoed, dat hij de vlucht over het dak heeft genomen.” - -De oogen van den kapitein vonkelden weer vol hoop. - -„O, dan kan hij ons niet ontsnappen. Deze villa staat volkomen -geïsoleerd. Naar alle waarschijnlijkheid heeft hij zich op het dak -verborgen. De villa is door mijn lieden omsingeld, dus moet hij ons in -handen vallen. De zal het geheele huis tot in alle schuilhoeken -dadelijk laten doorzoeken.” - -Hij wenkte de detectives en gaf hun zijn bevelen. - -Nadat zij zich hadden verwijderd om deze uit te voeren, wendde de -kapitein zich weer tot den ouden heer. - -„Wil Mylord zoo vriendelijk zijn, mij nadere bijzonderheden mede te -deelen? Met wien heb ik de eer?” - -„O, kent gij mij niet?” vroeg de oude heer blijkbaar verwonderd. „Lord -Beresford. Ik zat met mijn vriend, Lord Rochester, een spelletje te -doen in het salon—” - -Kapitein Baxter, die den naam Beresford nooit had gehoord, schudde -verbaasd het hoofd. - -„De bediende, die mij hier bracht, vertelde mij toch, dat zijn heer -voor den bepaalden tijd thuis was gekomen en bij die gelegenheid— —” - -„De bediende is een ezel!” viel voor het eerst de Lord hem in de rede. -„De bedienden lagen reeds lang in bed.” - -„Hoe verder, als ik verzoeken mag?” - -„Dus wij speelden samen kaart. Ik zou juist geven, toen wij een -hulpkreet hoorden uit de slaapkamer der Lady. Wij snelden er heen en -zagen den misdadiger, die juist door het venster naar binnen was -gekomen en een geladen revolver op de borst der Lady gericht had. - -„Ik zelf sloeg hem het wapen uit de hand. Lord Rochester maakte zich er -meester van en met behulp van deze revolver hielden wij den inbreker, -die ons smeekte om hem te laten gaan in bedwang totdat het vreeselijke -gebeurde. - -„Terwijl die gemeene schurk schijnbaar argeloos met mijn vriend -praatte, stortte hij zich plotseling op den Lord en ontwrong hem het -wapen. Het verdere verloop van deze vreeselijke worsteling kent gij. -Wij mogen God danken, dat er geen bloed gevloeid is en wij er geen van -allen het leven bij hebben ingeschoten. Want die Raffles is een -gevaarlijk sujet!” - -Intusschen waren de detectiven komen vertellen, dat men den vluchteling -nog steeds niet gevonden had. - -„Wilt gij mij toestaan, de slaapkamer van Mylady in oogenschouw te -nemen?” vroeg de chef der detectiven aan den Lord. - -„Sta mij eerst toe, heen te gaan,” sprak Lord Beresford. „Ik ben een -oud man en de schrik is mij in de leden gevaren Ik verlang naar rust. -Ik kan u bij het opsporen van den misdadiger toch niet van dienst -zijn.” - -Kapitein Baxter verklaarde bereidwillig, dat niets zijn vertrek in den -weg stond. - -„Neen? Daar ben ik blij om”, glimlachte de ander. „Alleen—hm, nu ja,—ik -ben een oud man en een beetje angstig. Als die man mij onderweg eens -aanviel? Hij heeft zijn revolver weer bij zich en ik ben ongewapend.” - -Ondanks het ernstige van den toestand moest Baxter om de vrees van den -ouden heer lachen. - -„Ik zal u een politieagent meegeven, Mylord, die u naar een rijtuig zal -brengen.” - -De oude heer glimlachte dankbaar. - -„Ja? Dat is lief van u. Bijvoorbaat mijn dank, kapitein.” - -Baxter riep dadelijk een politieagent. Toen de oude heer met dezen -detective de kamer verliet, keek Lord Rochester hem met verbeten woede -na. - -Daar ging hij, om nooit terug te komen en met hem de tienduizend pond! - -Kapitein Baxter zette zijn onderzoek met grooten, ijver voort. Hij -moest dezen keer Raffles, die het huis nog niet verlaten kon hebben, te -pakken krijgen. - -Intusschen liep Lord Beresford aan de zijde van den politieagent. - -„Langzaam, langzaam, jonge vriend!” herhaalde hij telkens. „Op mijn -leeftijd gaat het niet meer zoo vlug!” - -Bij de eerste zijstraat nam hij een rijtuig. - -„Wacht nog een oogenblik!” sprak hij tot den agent, terwijl hij dezen -een fooi gaf. „Ik moet u nog een paar regels voor kapitein Baxter -meegeven!” - -Hij scheurde een blad uit zijn zakboekje, zocht zijn vulpen en schreef -een paar regels. - -„Ziezoo, koetsier, ga er nu maar van door!” riep hij uit, terwijl hij -als doel van den rit het eerste het beste plein opgaf.— — - -Kapitein Baxter, wien de zweetdroppels op het voorhoofd stonden, gaf -zijn lieden juist bevel de schoorsteenen te onderzoeken, toen de -geleider van den ouden Beresford binnentrad en hem het briefje -overhandigde. - -Haastig scheurde kapitein Baxter het couvert open. - -Wat zou de oude heer hem nog hebben mede te deelen? - -Nauwelijks echter had de kapitein de weinige regels gelezen, of hij -werd zoo bleek als een doode. - -Een vloek ontsnapte aan zijn lippen, want de korte inhoud van het -briefje luidde: - - - „John C. Raffles bedankt kapitein Baxter voor de vriendelijke - bescherming, die het hem mogelijk maakte, met de tienduizend pond, - die hij van Lady Rochester stal, ongehinderd te vertrekken en hij - verzoekt hem, den Lord en de Lady vriendelijk van hem te groeten.” - - -Over het geheele lichaam bevend, toonde Baxter den Lord het briefje. - -Ook deze verbleekte, en hijgde naar adem. - -Maar hij beheerschte zich dadelijk weer. - -Met een gemaakt lachje gaf hij den kapitein het stuk papier terug. - -„Een scherts van Lord Beresford. De oude heer is een grappenmaker, die -dikwijls dergelijke aardigheden uithaalt.” - -„Zoo Mylord. En wat beteekent dat met die tienduizend pond, waarover -hij schrijft? Heeft men u niet bestolen? Kijk eens in uw brandkast!” - -„Geen penny!” sprak de Lord met moeite. „In de brandkast bevond zich -geen geld. Zooals ik zeg—het is een flauwe grap!” - -Kapitein Baxter dacht er het zijne van. Evenals nu de houding van den -Lord, was hem zooeven de houding der Lady opgevallen. De groote -onbekende was in haar slaapkamer binnengedrongen en—Raffles was een -mooie man! - -Hm, hier was een geheim, waar hij, waar het zulke voorname, -invloedrijke personen gold, liever niet naar moest vorschen. Wat zou -het hem ook geven? Raffles was toch weer ontsnapt. - -Hij deed nog een poosje, alsof hij het onderzoek voortzette. Daarna nam -hij met zijn agenten afscheid. - -Zijn vermoeden werd zekerheid toen hij den volgenden dag trachtte, den -geheimzinnigen Lord Beresford op het spoor te komen. - -Tevergeefsch—de oude grappenmaker was en bleef verdwenen.— — — — - -Den volgenden dag brachten de nieuwsbladen het bericht, dat Lady Lea -Rochester had besloten, met het oog op haar geschokte gezondheid, haar -plaats in de verschillende liefdadigheidsvereenigingen niet meer in te -nemen. Tegelijkertijd volgde een lange lijst van verschillende -inrichtingen van barmhartigheid, waaraan zij belangrijke bedragen had -geschonken. Het gezamenlijk bedrag was negenduizend pond. - -Lord en Lady Rochester kregen een aanval van woede toen zij dit lazen. - -En de andere duizend pond? - -De kleine Nelly Somerset, de gewezen dienstbode van Lady Lea, dacht van -vreugde te zullen omvallen, toen aan haar adres een flinke -aangeteekende brief werd bezorgd. Hij kwam van Lady Lea en bevatte -duizend pond en een brief, waarin de Lady het jonge meisje vergiffenis -vroeg voor de mishandeling en de haar aangedane beleediging. - - - „Neem dit kleine bedrag als bruidschat en gebruik het voor de - inrichting van uw huishouding als vriendelijke herinnering aan uw - gewezen meesteres,” - - -stond er in den brief. - -Het was alleen vreemd, dat het niet de hand van de Lady was! - -Maar daarover dacht Nelly niet lang na en in een langen brief bedankte -zij de Lady voor haar rijke gift. - -Toen Lea Rochester dezen brief las, kreeg zij een nieuwen aanval van -woede. - - - - - - - - -ZEVENDE HOOFDSTUK. - -DE WRAAK VAN LADY ROCHESTER. - - -Vier weken later gaf de minister van buitenlandsche zaken een bal. - -Alle zalen waren schitterend verlicht. In de groote danszaal viel het -licht van de electrische kronen op het gewoel der feestelijk gekleede -gasten, die zich op den maat der muziek bewogen. - -Schoone oogen keken verleidelijk, kostbare juweelen schitterden, blanke -schouders en vrouwenhalzen kwamen te voorschijn uit de fijne kanten der -zijden japonnen, uniformen en bonte ridderorden verbraken de -eentonigheid der zwarte fracs. - -De voorname wereld der Theemsstad had zich verzameld in de woning van -den minister, de dragers van de oudste, meest aristocratische namen -waren aanwezig. - -Ook Lord en Lady Rochester ontbraken niet. De Lord droeg al zijn orders -en Lady Lea prijkte in den glans van haar juweelen, dezelfde juweelen, -die in zoo hooge mate de bewondering van Raffles hadden opgewekt en die -zij ter eere van het groote feest uit het geheime vak van de brandkast -had te voorschijn gehaald. - -Zooeven hadden de graaf van Kent en Lord Kensington zich met haar -onderhouden. - -Maar zij luisterde nauwelijks naar de woorden der beide heeren. - -Haar blik dwaalde onophoudelijk naar een groep, waarheen zich ook de -hertog van Devonshire, arm in arm met Lord Percy Meneval had begeven en -waarvan de bekoorlijke Lady Magdalena Heastfield het middelpunt vormde. - -Lady Magdalena Heastfield was een jonge weduwe van buitengewone -schoonheid, die haar echtgenoot—hij was bij een wedren van het paard -gevallen en had zijn nek gebroken—eerst twee jaar geleden verloren -had.— - -En daar zij niet alleen schoon en geestig, maar ook zeer rijk was, -ontbrak het haar niet aan talrijke vereerders. - -Maar Lady Magdalena treurde in haar hart nog altijd over haar jongen -echtgenoot en scheen volstrekt geen plan te hebben, haar vrijheid prijs -te geven. - -Lady Lea hield krampachtig haar sierlijken waaier vast, toen Lord Percy -een buiging maakte voor de schoone weduwe en haar slanke hand aan zijn -lippen bracht. - -Het was ongehoord! Deze onbeschaamde had de brutaliteit, dit bal te -bezoeken, waarop hij wist, dat ook zij zou zijn! Ja, nog erger, hij had -zelfs haar durven begroeten en op doodgewonen toon naar haar welstand -geïnformeerd! - -Dat had hij gewaagd, hij, wien zij wraak Had gezworen! - -En terwijl zij verstrooide antwoorden gaf aan de beide heeren, dacht -zij na over haar wraak en verging zij van woede, haat en jaloezie! - -Ja, Lady Lea was jaloersch. Zij voelde, dat zij dezen man, hoewel hij -haar versmaad en gehoond had, nog steeds beminde. Woede maakte zich van -haar meester, toen zij zag, hoe zijn oogen schitterden, terwijl hij met -de schoone Lady Heastfield sprak. - -De muziek weerklonk opnieuw. - -Lord Percy bood de schoone weduwe zijn arm en een oogenblik later -zweefden de beide slanke, sierlijke gestalten door de zaal. - -Lady Lea had een gevoel alsof zij zou stikken. Het kostte haar -ontzettende moeite om niet midden in de zaal te gaan en te schreeuwen: - -„Die man, die zich hier heeft ingedrongen en die nu met Lady Heastfield -danst, is Raffles, de gevreesde Raffles, de groote onbekende! Grijpt -hem en werpt hem in de gevangenis!” - -Dat zou wraak zijn geweest! - -Zij zag in haar gedachten de verwarring, die Het gevolg van deze -woorden zou zijn. - -Maar dit plan was onuitvoerbaar, want zij zou zichzelf erdoor in het -verderf storten.— — - -En hoe haatte zij Lady Heastfield! Zij was jong en schoon, veel jonger -en mooier dan zij zelf. Raffles beminde haar ongetwijfeld. - -Hij was wel een dief, maar een bijzondere, een die met het gestolen -geld weldadigheidsreclame voor haar had gemaakt Maar toch benijdde Lady -Lea haar mededingster, omdat hij van haar hield! - -Als Raffles had gewild, hoe gaarne zou Lady Lea hem zelfs nu nog weer -met open armen hebben ontvangen! - -Intusschen had het schoone paar, waarop alle blikken vol bewondering -rustten, den dans geëindigd. - -„Ik ben een beetje moe en dorstig, Mylord,” sprak Lady Magdalena tot -haar cavalier, toen hij haar naar haar plaats terug wilde brengen. -„Breng mij naar het buffet en naar een rustig plekje, waar men een paar -minuten rustig kan babbelen. Dat wil zeggen, als het u niet lastig is,” -vervolgde zij met een bekoorlijk lachje, „want ik wil u niet aan het -gezelschap onttrekken.” - -„Ik ken geen aangenamer taak, dan u van dienst te zijn, Mylady,” sprak -Raffles en galant bood hij haar zijn arm. - -Aan het buffet dronken zij een glas sect. Daarop begaven zij zich naar -een magnifiquen wintertuin, waar niemand was en waar zij ongestoord -konden praten. - -Raffles keek met welgevallen naar de sierlijke gestalte der jonge -vrouw, die tegenover hem zat op een causeuse onder de groote bladeren -van een waaierpalm, terwijl hij op een klein stoeltje had plaats -genomen. - -Hij had reeds dikwijls met haar gebabbeld en steeds behagen geschept in -haar natuurlijke geestigheid, die zoo geheel anders was dan de -opgesmukte gemaaktheid der modedametjes. - -„Zal Mylady ook deelnemen aan den grooten liefdadigheidsbazaar in -Guild-Hall?” vroeg hij. - -Lady Magdalena schudde het mooie, bruingelokte kopje. Haar groote, -fluweelzachte oogen namen een ironische uitdrukking aan. - -„Hebt gij misschien lust, die weldadigheids-comedie te bezoeken, -waarop, zooals altijd, onze dames de liefdadigheid uitoefenen om in -werkelijkheid alleen zichzelf wel te doen, dat wil zeggen, zichzelf en -haar bekoorlijkheden ten toon te stellen, als het niet nog erger is. - -„Neen, ik bedank er voor. Ik heb altijd het land, als ik den volgenden -morgen ellenlange berichten over al die liefdadige dames en haar -toiletten in de couranten lees. Als ik goed wil doen, heb ik daarvoor -geen bazar of bal noodig. - -„Er is helaas ellende genoeg in de wereld en het is te treurig, dan dat -men er feesten voor moet gaan vieren, waarvan zelfzucht het eigenlijke -motief is.” - -„Flink gesproken!” riep Raffles-Meneval vol geestdrift uit. „Mag ik ten -teeken mijner sympathie met deze woorden uwe vingers kussen?” - -De Lady liet hem glimlachend begaan en vervolgde toen: - -„Kijk eens, Mylord, men vertelt zooveel van een zekeren Raffles. Ook -gij hebt ongetwijfeld wel van hem gehoord?” - -De ander knikte zonder dat een spier van zijn gelaat veranderde. - -„Wel,” antwoordde hij op onverschilligen toon, „wat heeft die met uw -oordeel over weldadigheid te maken?” - -„O, heel veel! Gij zult toch ook wel weten, dat juist hij een echt -weldoener der menschheid is. Hij neemt van den overvloed der rijken en -geeft het aan de armen! Zijn methode is niet onberispelijk en Raffles -is, naar de gewone opvatting, een misdadiger, maar een zeker waas van -poëzie omgeeft hem en daarom bevalt hij mij. Ik zou het een groot -voorrecht vinden, hem eens te ontmoeten!” - -Raffles-Meneval nam weer de hand der schoone weduwe en bracht die met -een glimlach aan zijn lippen. - -„Als de groote onbekende deze woorden kon hooren, dan zou hij innig -gelukkig zijn en uw schoone hand even dankbaar aan zijn lippen drukken -als ik het nu vol bewondering doe!” - -Lady Magdalena onttrok hem glimlachend haar slanke hand. - -„Gij zijt een vleier, Lord Meneval! Maar zeg zelf eens, moet men niet -reeds het vernuft bewonderen, waarmee Raffles de ware ellende altijd -weet te vinden? O, ik weet dat te waardeeren, want ook ik beweeg mij op -dat gebied. En daarom weet ik, hoe moeilijk het is, de werkelijk -behoeftigen en noodlijdenden te vinden. - -„Het is trouwens ook geen ongeluk, als een weldaad iemand treft, die -het eigenlijk niet verdient. Stumperds zijn het toch eigenlijk -allemaal, die ongelukkigen en de hoofdzaak is om die stumperds in de -maatschappij te helpen.” - -Haar toehoorder was verrukt. - -„Gave God, dat alle rijken zoo dachten en handelden als gij, Mylady!” -sprak hij ontroerd. „Ik ben ervan overtuigd, dat, Raffles dan weinig te -doen zou hebben! - -„Daarom ben ik blij, u met mijn ervaringen te kunnen helpen. Ik werk -namelijk ook een beetje op dat gebied, dat wil zeggen,” viel hij -zichzelf bescheiden glimlachend in de rede, „alleen als amateur. - -„Juist vandaag leerde ik in het Oosten der stad een armen drommel -kennen, een handwerksman, die zijn familie jarenlang op fatsoenlijke -wijze heeft onderhouden, totdat een langdurige ziekte hem het bed deed -houden. - -„De familie gaat nu haar ondergang tegemoet. Het allernoodigste heb ik -dien armen menschen dadelijk gegeven. - -„Maar zij hebben meer noodig, minstens vijftig pond, om weer in -behoorlijke omstandigheden te komen. - -„Voor de eerlijkheid en het fatsoen dier menschen sta ik in, maar mijn -kas is helaas op het oogenblik volkomen leeg!” - -Hij keek Lady Magdalena vol verwachting aan. - -Haar wangen waren met een blos van genoegen zacht rood gekleurd. Haar -oogen straalden, toen zij hem vertelde, dat zij hem dankbaar was voor -zijn mededeeling en hem gaarne met het dubbele bedrag of nog meer wilde -bijstaan. - -„Ik heb het allang geweten, dat gij veel beter zijt dan al die elegante -jonge mannen uit onze kringen, Lord Meneval,” sprak zij met warmte. - -„Hoe zouden onze jonge lieden, die het zoo druk hebben met hun sport en -geflirt, nog tijd hebben om zich te bekommeren om de ellende hunner -medemenschen? Ik vind het verrukkelijk, Lord Percy, in u misschien een -trouwen bondgenoot in mijn streven te hebben gevonden!” - -Raffles boog zich over haar heen. - -Noch hij, noch de Lady merkten, dat op dit oogenblik de portière werd -bewogen en dat van achter het zware gordijn voor een oogenblik het -gelaat van Lady Rochester zichtbaar werd. - -Zij had het paar in den wintertuin zien verdwijnen. Haat en ijverzucht -hadden haar geen rust meer gelaten en haar hierheen gevoerd. - -„En het geld voor mijn beschermeling?” - -Raffles had de vraag zoo zacht gedaan, dat Lady Rochester de woorden -niet verstond, vooral omdat hij met zijn rug haar haar toe zat. - -Des te duidelijker echter vernam zij het antwoord van Lady Magdalena. - -„Mylord, er is niets, wat ik u zou kunnen weigeren, vooral als gij het -zoo smeekend vraagt!” sprak zij met een glimlach vol lieftalligheid. -„Kom morgen, voor den middag, om elf uur bij mij! Ik zat u dan geven -wat gij wenscht en gij zult over mij tevreden zijn.” - -Lady Lea zag alleen nog, dat de Lord de hand der jonge vrouw aan zijn -lippen drukte. - -Daarna snelde zij heen. - -Toen zij eenigen tijd later het paar weer in de balzaal zag, staan -praten, fonkelden haar groene oogen van diepen haat. - -Zij werd beurtelings bleek en rood. - -„Wraak! wraak!” fluisterde zij tot zichzelf en toen zij het bal had -verlaten en reeds lang weer thuis was, bedacht zij nog steeds, hoe zij -haar wraaklust zou kunnen bevredigen aan Raffles en tegelijkertijd aan -haar vermeende mededingster. - -Toen zij eindelijk haar plan had gemaakt, sliep zij in. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Den volgenden morgen ontving kapitein Baxter het volgende telegram: - - - „Kapitein Baxter, Scotland Yard. Raffles is de geliefde van Lady - Magdalena Heastfield, als gij hem wilt gevangen nemen, zult gij hem - hedenmorgen om 11 uur in het boudoir der lady vinden.” - - -Toen de kapitein, die juist de morgenrapporten doorkeek, deze regels -las, werden zijn oogen al grooter en grooter. - -Zijn adem werd zwaar, hij hijgde van opgewondenheid en de detectives, -die in het vertrek aanwezig waren, keken hem vol verbazing aan. - -„Wat is er, kapitein?” vroeg sergeant Tyler. „Een moord gepleegd, of — -—?” - -„Ik geloof, dat ik dit gezicht ken,” mengde detective Marholm zich -erin, terwijl hij dichterbij kwam. „Ik durf wedden, dat het weer -betrekking heeft op de een of andere streek van onzen vriend John C. -Raffles!” - -Kapitein Baxter keek hem met een ontevreden blik aan. - -„Bijna geraden, detective Marholm, want al komt het telegram ook niet -van Raffles, het heeft toch betrekking op hem! - -„De duivel mag mij halen, als daar niet een vrouw achter steekt!” - -„Des te beter!” meende Marholm, nadat de detectives het telegram -gelezen hadden. „Gij weet, kapitein, dat haat en ijverzucht onze beste -bondgenooten zijn!” - -„Gij hecht dus waarde aan dit telegram?” vroeg kapitein Baxter. - -„Ongetwijfeld,” antwoordde Marholm, die dikwijls een verbazende gave -van combineeren bezat. „Dit telegram komt van de een of andere vrouw, -die door Raffles in de liefde is teleurgesteld” - -„Hm,” mompelde de kapitein nadenkend. - -Hij dacht aan zijn waarnemingen in het slaapvertrek van Lady Rochester. - -„Ik geloof werkelijk, dat gij gelijk hebt, Marholm,” antwoordde hij op -levendigen toon. „Dus eindelijk zal de wraak van een vrouw ons Raffles -in handen spelen!” - -„Hij zou de eerste niet zijn, die door een vrouw te gronde ging”, sprak -Marholm. - -„Zeker, zeker, beste Marholm”, antwoordde de kapitein, die zich steeds -meer op zijn gemak begon te voelen. „Maar zeg mij eens hoe laat wij het -hebben!” - -Marholm haalde zijn horloge te voorschijn. - -„Precies kwart over tien, kapitein!” - -„Mooi! Dan hebben wij geen oogenblik meer te verliezen. Voordat we een -uur verder zijn, moeten wij den grooten onbekende in onze handen -hebben.” - -„Ongetwijfeld!” riep Marholm uit. „Hij mag ons dezen keer niet -ontsnappen!” - -Kapitein Baxter gaf geen antwoord, maar nam onmiddellijk zijn -voorbereidende maatregelen. - -Een half uur later trok hij er met een groot aantal detectiven en -gewone politieagenten op uit, — — — — - - - - - - - - -ACHTSTE HOOFDSTUK. - -RAFFLES IN DE KLEM. - - -Toen Lord Lister zich op het afgesproken uur bij Lady Magdalena liet -aandienen, werd hij reeds verwacht. - -De schoone weduwe ontving hem in een eenvoudige huisjapon, waarvan de -zachte plooien haar bekoorlijke gestalte omhulden. Haar verschijning -paste volkomen in het smaakvol ingerichte boudoir. - -Met een vriendelijken glimlach stak zij hem naar hand toe. - -„Wees hartelijk welkom, Mylord. Ik was al ongeduldig, want ik kan nooit -lang wachten om arme menschen te helpen!” - -Haar schoon gelaat droeg ook de uitdrukking van groote vreugde. - -Raffles kon niet genoeg naar haar kijken, toen zij een pakje bankpapier -nam. - -„Hier, Mylord, breng dat aan die arme menschen en verschaf mij spoedig -weer de gelegenheid om u mijn hulp te kunnen verleenen. - -„En laat ons nu nog een oogenblikje praten, want ik hoop, dat gij niet -alleen zijt gekomen om over zaken te spreken, als ik het zoo mag -noemen!” - -Spoedig zaten zij opgewekt te babbelen, zoodat de tijd omvloog. - -Raffles was verrukt over de geestigheid en het gezond verstand der -jonge weduwe, maar niet minder om haar groote goedheid, die door elk -harer woorden heenstraalde. - -Maar ook de Lady gaf zich over aan de groote bekoring, die van Raffles -uitging en die hem zoo onweerstaanbaar maakte. - -Als door een onzichtbaren band voelde zij zich tot dezen man -aangetrokken. - -Dit was een man naar haar hart! Om der wille van dezen Lord Meneval zou -zij er misschien zelfs toe kunnen besluiten, haar onafhankelijkheid als -weduwe op te offeren, om hem gelukkig te maken met haar liefde en haar -schatten! - -Lady Magdalena was een groote liefhebster van de kunst. Haar woning -geleek op een klein museum. Het was haar een groot genoegen om Raffles, -die een kenner van den eersten rang was, haar verzamelingen te laten -zien. - -Daardoor was zij weer in de gelegenheid, zijn algemeene kennis te -bewonderen. Hij redeneerde even oordeelkundig over een stuk oud -porselein uit Sèvre als over een uit hout gesneden beeld. - -„Kijk eens naar deze miniatuur, Lord! Men zegt, dat ze van Gonzales -Coques is!” sprak de Lady, terwijl zij hem een ovaal, op porselein -geschilderd portret van een adellijke dame liet zien, dat zij uit een -glazen kast had genomen. - -Raffles trad, om beter te kunnen zien, met het kunstwerkje naar het -venster, waarvan de gordijnen waren opengeschoven. - -Maar met een snelle beweging trok hij zich weer van het raam terug. - -Hij had toevallig een blik geworpen op het plein voor het huis. - -Die blik was voldoende geweest om hem te overtuigen van het groote -gevaar, waarin hij zich bevond. - -Hij had kapitein Baxter ontdekt, die zijn manschappen het bevel had -gegeven om het huis aan alle kanten te omsingelen, en die nu zelf met -eenige politieagenten de voordeur naderde. - -Raffles wist genoeg, hij wist, dat de aanwezigheid der politie alleen -hem kon gelden en dat Baxter binnen drie of vier minuten zou aanbellen. - -Zijn gedachten werkten koortsachtig. - -Ernstig, maar volkomen kalm wendde hij zich nu tot de Lady. - -„Heel mooi,” sprak hij, terwijl hij haar het miniatuur terug gaf. „Als -de lijnen wat strenger waren, dan zou ik het voor een Chatillon houden. - -„Maar nu iets anders, Mylady. U moet niet schrikken! Binnen eenige -minuten zal de politie hier zijn, om mij gevangen te nemen. Zij heeft -het huis reeds omsingeld. Kunt en wilt gij mij ergens verbergen?” - -Lady Magdalena staarde hem aan, alsof zij vreesde dat hij plotseling -krankzinnig was geworden. - -Lord Lister raadde haar gedachten. - -Hij glimlachte. - -„Ik ben niet gek, Mylady, maar volkomen bij mijn verstand. Maar nu moet -gij snel een besluit nemen! Ik ben niet Lord Percy Meneval, maar John -Raffles, met wien gij zoo gaarne kennis wildet maken!” - -Lady Magdalena stiet een zachten kreet uit en week in het eerste -oogenblik een schrede terug. - -„Wat? Zijt gij Raffles?” - -Lord Lister haalde de schouders op. - -De tijd was kort, er moest snel gehandeld worden en daarom kwam zij -dadelijk naar hem toe en schoof hem met zacht geweld voor zich uit. - -„Neen, neen, al zijt gij ook Raffles, men zal u niet gevangen nemen! -Ik wil en moet u redden!” - -Maar hoe? Zij had daarvan in dit oogenblik van verwarring zelfs geen -flauw vermoeden. Want ongetwijfeld zouden kapitein Baxter en zijn -manschappen elk hoekje doorzoeken. - -„Kunt gij niet langs de achtertrap naar buiten of naar den zolder?” -vroeg zij bevend in de gang. - -„Dat zou mij weinig helpen”, antwoordde Raffles kalm. „Dat zou het -domste zijn wat ik kan doen.” - -Zij kwamen in de keuken. - -Deze was ledig. - -„Waar is de keukenmeid?” vroeg Raffles. - -„Ik weet het niet. Waarschijnlijk naar de markt. Maar wacht eens.” - -Zij wees op een muurkast, die open stond. - -Raffles glimlachte. - -„Denkt gij, dat de politie mij daar niet zal zoeken? Neen, zoo dom is -zelfs Mr. Baxter niet!” - -Op dit oogenblik weerklonk de bel. - -De Lady verbleekte. - -„Daar zijn zij! Groote God!” - -„Ja”, sprak Raffles doodbedaard, „daar zijn ze! Dat was immers te -voorzien. Het verbaast mij zelfs, dat het zoo lang geduurd heeft. -Baxter moet bijzondere voorzorgsmaatregelen hebben genomen. - -„De hoofdzaak is nu, dat gij een beetje uwe kalmte bewaart. Kan dat?” - -De Lady knikte toestemmend. - -„Verberg allereerst mijn hoed, overjas en stok, die zich in de -voorkamer bevinden, dan moet gij snel naar het salon teruggaan en -ontkennen, dat ik hier ben en tracht vooral den kapitein zoolang -mogelijk aan den praat te houden. Laat al het andere gerust aan mij -over!” - -Lady Magdalena zag hem weemoedig aan en verdween. - -Er werd voor de tweede maal gebeld. - -Lord Lister ging, toen hij alleen was, naar de muurkast. - -Toen Lady Magdalena bleek, maar vastberaden, haar salon weer -binnentrad, kwam juist haar dienstmeisje met het bericht, dat iemand -van de politie beneden was en haar wenschte te spreken. - -Met gemaakte verbazing vroeg de Lady: - -„Iemand van de politie? Wat wil hij? Breng hem hier!” - -Kapitein Baxter keek bij het binnentreden met scherpe blikken om zich -heen. Hij was teleurgesteld. - -„Mylady”, sprak hij met een diepe buiging, welke hij steeds voor een -mooie vrouw over had, „het spijt mij zeer, dat ik u moet lastig vallen -en u eenige moeite veroorzaken. Maar plicht eischt het van mij. - -„Ik ben gekomen om een gevaarlijk misdadiger, die zich in uw huis -bevindt, te arresteeren.” - -De Lady lachte hartelijk. - -„Wat zegt gij, kapitein? Een gevaarlijk misdadiger in mijn woning? Dat -is werkelijk grappig; dan hebt ge u waarschijnlijk in de deur vergist!” - -„Volstrekt niet, Mylady, als ik hier tenminste bij Lady Magdalena -Heastfield ben. Wilt u dit telegram even lezen?” - -Hij gaf haar het telegram van Lady Rochester. - -De dame gaf het hem met een lachje terug. - -„En zijt gij daarom hier gekomen? Maar men heeft u voor den gek -gehouden. Raffles in de woning van Lady Heastfield! Hij is immers, als -ik mij niet vergis, een gevaarlijke dief? Neen, heer kapitein, gij zijt -er ingevlogen!” - -Kapitein Baxter lachte zuurzoet. - -„Hm—denkt gij, Mylady? Maar als ik u nu zeg, dat ik Raffles een paar -minuten geleden met eigen oogen vóór één van uw vensters heb gezien?” - -Zij haalde haar schouders op. - -„Dan hebt gij u vergist, kapitein! Dat is niets anders geweest dan -gezichtsbedrog. Hoe zou die dief in mijn woning komen?” - -Kapitein Baxter kreeg argwaan. - -Hij keek de dame met doordringende blikken aan. - -„Zoo, Mylady; maar wie was dan bij u? Het dienstmeisje zei mij bij het -opendoen, dat haar meesteres niet alleen was, maar bezoek had!” - -De Lady verbleekte van schrik, maar als een echte Eva’s-dochter had zij -onmiddellijk haar zelfbeheersching terug. - -„Zeer zeker had ik visite. Lord Percy Meneval is bij mij geweest. - -„Ik had hem uitgenoodigd een som gelds in ontvangst te nemen voor eene -behoeftige familie. En daar hier spoedig geholpen moest worden, is hij -dadelijk weer vertrokken, ik heb hem zelf uitgelaten.” - -„Inderdaad? En zooeven beweerde Mylady, dat ik mij vergist had, toen ik -Raffles aan uw raam zag staan!” - -„Dat hebt gij ook!” antwoordde Lady Magdalena ongeduldig. „Gij hebt -Lord Meneval en niet Raffles aan het raam zien staan!” - -Kapitein Baxter beet zich op de lippen. Hij vermoedde, dat deze dame -een bondgenoote van Raffles was, en haar best deed om hem zijn prooi te -onttrekken. - -„En waar is Lord Meneval?” - -„Hij heeft, voordat gij kwaamt, afscheid van mij genomen, en zich -dadelijk met het geld, waaraan zoozeer behoefte is, verwijderd!” - -„Mylady, dat is onmogelijk!” riep de kapitein uit, zijn gewone -galanterie vergetend. „Het huis is door mijn manschappen dicht -omsingeld, alle ingangen worden bewaakt. Niemand mag er in of uit! Door -de lucht kan Lord Meneval toch niet zijn verdwenen?” - -„Wie weet”, glimlachte de Lady. - -Kapitein Baxter wischte zich met zijn gebloemden zakdoek het zweet van -het voorhoofd. - -„Ja zeker—wie weet! Bij Raffles is alles mogelijk”, zuchtte hij. „Maar -vertel mij nu eens, Mylady, hoe verklaart gij deze zaak?” - -Lady Magdalena keek hem met een spottenden blik aan. - -„Ja, maar Mr. Baxter, dat is toch uw zaak! Hoe kan ik, een onervaren -vrouw, iets verklaren, wat de scherpzinnigste ambtenaar der Londensche -politie niet begrijpt? - -„Maar wacht—waarschijnlijk zullen uwe politie-agenten geslapen hebben!” - -Diep verontwaardigd antwoordde kapitein Baxter: - -„Mylady, de Londensche politie slaapt niet! Als Raffles zich in uwe -woning bevindt, zullen wij hem wel vinden! Gij weet waarschijnlijk -niet, dat Raffles en deze Lord Meneval naar alle waarschijnlijkheid één -en dezelfde persoon zijn, en dat gij dus een misdadiger beschermt!” - -De dame keek hem toornig aan. - -„Mijnheer, ik verbied u mij te beleedigen. Ik zal mij wegens uw -optreden beklagen! Gij zegt, dat gij Raffles wel zult vinden, welnu -zoek hem dan!” - -Met een donkeren blos boog Baxter. - -„Het was niet mijne bedoeling u te beleedigen, en ik verzoek u mijne -heftigheid niet kwalijk te nemen”, sprak hij, „maar ik moet nu mijn -plicht doen en de geheele woning, zoo noodig tot aan het dak, -doorzoeken!” - -De Lady glimlachte spottend. - -„Doe, wat gij niet laten kunt. Ik wensen u veel geluk, kapitein, en -hoop, dat gij Raffles bij mij zult vinden. Ik zou het heel prettig -vinden, den beroemden man, van wiens aanwezigheid in mijn eigen woning -ik geen vermoeden had, eens te zien te krijgen!” - -Zij ging Baxter voor en opende hem en den detectives, die hij geroepen -had, de eerste deuren. - -Men doorzocht de slaapkamer der Lady, kroop onder de bedden, lichtte de -dekens op, zocht zelfs achter de kasten en de waschtafel; haalde de -dienstbodenkamer omver en zocht in het muzieksalon binnen in de -piano—tevergeefs—van Raffles was geen spoor te vinden. - -De Lady was volstrekt niet zoo kalm als zij er uitzag. In volkomen -onzekerheid omtrent het lot van Raffles beefde zij bij de gedachte, dat -het hem niet gelukt mocht zijn te vluchten of zich te verbergen. - -En haar angst werd grooter, al naarmate men de keuken naderde. En toen -eindelijk de keukendeur werkelijk werd geopend, had zij moeite zich -goed te houden. - -Van Raffles was ook hier niets te zien. - -Maar toch was de keuken niet leeg, Bij het fornuis stond de keukenmeid, -druk bezig een paar eieren te klutsen. - -Zij verwaardigde de beambten nauwelijks met een blik. - -Maar toen Lady Magdalena de keukenmeid goed aankeek, had zij, ondanks -het kritieke van het oogenblik, groote moeite, om niet in een -schaterlach uit te barsten. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Toen Lady Magdalena de keuken verlaten had om kapitein Baxter te -ontvangen, had Raffles een kijkje genomen in de muurkast. Niet om zich -daarin te verbergen—o neen—hij wist heel goed, dat hij geen slechtere -schuilplaats had kunnen kiezen. - -Maar de inhoud van de kast interesseerde hem. Deze bestond uit -verschillende vrouwenkleeren, die aan de keukenmeid behoorden. - -De oogen van den Grooten Onbekende schitterden en reeds in het volgend -oogenblik was hij druk bezig. - -Zijn zakken werden leeg gehaald. Dezelfde gutta-percha kussentjes, die -hem eerst kort geleden in zijne rol van Mary Green zulke uitstekende -diensten hadden bewezen, waren in een oogwenk door zijn adem -opgeblazen. - -Daarop zocht hij onder de kleedingstukken van de meid die uit, welke -hem het meest geschikt voorkwamen. Spoedig had hij japon en schort -aangetrokken. De goudblonde pruik, die hij nog steeds bij zich droeg, -tooide zijn hoofd; en een mutsje, dat hij ook in de kast vond, -voleindigde het toilet. - -Nauwelijks was hij bij het fornuis gaan staan, toen hij buiten lawaai -hoorde. - -Hij onderscheidde duidelijk eene kijvende vrouwenstem, in wier -bezitster hij de echte keukenmeid van Lady Heastfield herkende. - -Met haar korfje aan den arm verlangde zij woedend in huis te worden -gelaten, wat de detectives haar weigerden. Zij hadden immers het -strenge bevel niemand in of uit te laten. En als goed geschoolde -beambten bleven zij onverbiddelijk. - -Lord Lister keek er lachend naar. De keukenmeid dreigde en schimpte. -Het eten zou niet meer gereed komen. - -Maar de detectives gaven niet toe. En toen de al te ijverige dienstbode -eindelijk de beambten uitschold, zag Raffles tot zijn onuitsprekelijk -genoegen, hoe de agenten haar gevangen namen en haar naar den -dichtstbij gelegen politiepost lieten brengen. - -Gerustgesteld ging Raffles weer naar den haard terug. Dit gevaar was -alweer uit den weg geruimd. - -Onbezorgd wachtte hij den verderen loop der dingen af en deze kwam nu. - -Kapitein Baxter was met zijn gevolg de keuken binnengekomen. Lady -Magdalena, die bang was, zich niet goed te zullen houden, trok zich in -de gang terug. - -De beambten waren nu alleen. - -Natuurlijk was ook de blik van Baxter dadelijk gevallen op de -keukenmeid bij het fornuis. Het knappe meisje zou ook onder andere -omstandigheden zijn aandacht hebben getrokken. - -„Goeden morgen!” sprak hij, terwijl hij haar naderde. „Zeg eens, -kindlief, heb je hier ook een vreemden man in de keuken gezien?” - -Het meisje scheen al haar aandacht te wijden aan de ommelette in de -koekepan. - -„Neen, mijnheer!” sprak zij kortaf. „In mijn keuken heeft geen enkele -man iets te zoeken!” - -„Kom, kleine, niet dadelijk zoo nijdig!” - -Baxter kwam dicht bij haar staan en streelde haar wang. - -Dit liet het meisje zich nog welgevallen, maar toen de kapitein daarop -zijn arm om haar volle heupen wilde slaan, gaf zij hem een flinken -oorvijg. - -„Vervloekt!” riep zij op niet zeer liefelijken toon uit. „Pak je weg, -meneer—of—ik sla je je hersens in — —!” - -De galante kapitein liet het zoover niet komen, maar bleef op -eerbiedigen afstand van de blonde schoone, onder het onbedaarlijk -gelach van zijn beambten. - -Met grooten ijver begon hij nu de geheele keuken te onderzoeken, zonder -verder nog notitie van de dienstbode te nemen. De muurkast, de -porseleinkast, tot de schoorsteen, alles kreeg een beurt. - -Het resultaat was natuurlijk niet schitterend. - -Nadat de detectives verder nog zolder en kelder en alle andere -vertrekken van het huis hadden doorzocht, zag kapitein Baxter eindelijk -in, dat alle moeite tevergeefsch was. - -Er bleef hem niets anders over dan zijn excuses te maken bij de Lady en -met zijn beambten heen te gaan. - -En dat geschiedde. De verontschuldiging viel hem buitengewoon zwaar, -omdat hij de overtuiging had, dat het toch Raffles was geweest, dien -hij aan het raam had gezien en dat de Groote Onbekende hem opnieuw een -poets had gebakken. - -Deze overtuiging werd zekerheid, toen dienzelfden avond op Scotland -Yard een brief aan zijn adres werd bezorgd van den volgenden inhoud: - - - „Men moet de huid van den beer niet verkoopen, voordat men het - beest gevangen heeft! - - De knappe keukenmeid van Lady Heastfield?” - - -Toen stiet de galante kapitein Baxter een groven vloek uit. Maar tegen -zijn detectives zei hij niets van deze nederlaag. - -Toen de detectives de villa hadden verlaten en de Lady in de keuken -terugkwam, was deze ledig. - -Raffles had, toen het huis niet meer omsingeld was, de gelegenheid -waargenomen om in zijn vermomming te ontvluchten. - -Maar op de tafel lag een aan haar geadresseerde brief. - -Vol spanning brak zij dien open en las: - - - „Mylady! Hartelijk dank! Betreur niet, wat gij gedaan hebt! Gij - hebt uw hulp niet aan een onwaardige verleend. De arme man, aan - wien ik uw gift zal overhandigen, heet William Stanhope en woont - Waterstreet 117c. Zeg aan de keukenmeid, dat haar kleeren gedurende - haar afwezigheid zijn gestolen. Bijgaande 10 pond zullen haar - schadeloos stellen voor het verlies. Ik hoop, dat ik nog eens in de - gelegenheid zal zijn, u te vergelden wat gij aan mij hebt gedaan. - - Ik kus uw mooie, blanke handen en ben vol bewondering voor uw - tegenwoordigheid van geest. - - Uw eeuwig dankbare - - JOHN C. RAFFLES.” - - -Een briefje van 10 pond was bij dit schrijven ingesloten. - - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0017: DE -GESTRAFTE DON JUAN *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
