summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/69576-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/69576-0.txt')
-rw-r--r--old/69576-0.txt10934
1 files changed, 0 insertions, 10934 deletions
diff --git a/old/69576-0.txt b/old/69576-0.txt
deleted file mode 100644
index 9fa75e3..0000000
--- a/old/69576-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,10934 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Mathias Sandorf, by Jules Verne
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Mathias Sandorf
- De Middellandsche Zee
-
-Author: Jules Verne
-
-Release Date: December 21, 2022 [eBook #69576]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
- Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK MATHIAS SANDORF ***
-
-
-
-
-
- WONDERREIZEN.
-
-
- JULES VERNE
-
-
- MATHIAS SANDORF
-
- DE MIDDELLANDSCHE ZEE
-
-
- AMSTERDAM
- UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ „ELSEVIER”
- 1917.
-
-
-
-
-
-
-
-
-I.
-
-VERSCHILLENDE VOORVALLEN.
-
-
-Al had het afscheid, door dokter Antekirrt genomen, al den schijn van
-ernstig gemeend te zijn, zoo zou hij zich toch niet overhaasten om
-Gravosa te verlaten, zooals mevrouw Bathory zou hebben kunnen
-vermeenen. Na te vergeefs gepoogd te hebben de moeder te hulp te komen,
-wilde de dokter beproeven den zoon te helpen. Had Piet Bathory tot
-dusverre de betrekking niet gevonden, waarop hij ten gevolge van zijne
-schitterende studiën aanspraak kon maken, zoo zou hij ongetwijfeld de
-aanbiedingen niet afslaan, die hem thans door dokter Antekirrt zouden
-gedaan worden. Hem eene positie te scheppen, die met zijne talenten
-overeenkwam, die den naam, dien hij droeg, waardig was, dat zou geen
-aalmoes zijn. Dat zou slechts eene rechtvaardige belooning zijn, die
-hij dien jongen man verschuldigd was. Maar zooals Borik medegedeeld
-had, was Piet Bathory naar Zara voor zaken vertrokken.
-
-De dokter wilde evenwel niet langer wachten met hem te schrijven. Hij
-deed dat dienzelfden dag. Zijn brief gaf alleen te kennen, dat hij zich
-gelukkig gevoelen zou, Piet Bathory aan boord van de Savarena te
-ontvangen, daar hij hem een voorstel te doen had dat hem belangstelling
-zou inboezemen.
-
-De brief werd op de post te Gravosa bezorgd en daarna bleef de dokter
-niet anders over, dan de terugkomst van den jongen ingenieur af te
-wachten.
-
-Middelerwijl ging de eigenaar van de goelet voort, met nog meer
-teruggetrokken aan boord te leven. De Savarena lag in het midden der
-haven voor anker en hare bemanning ging nooit naar den wal. Het
-vaartuig lag dus daar zoo eenzaam als het dat had kunnen wezen midden
-in de Middellandsche zee of in den Atlantischen Oceaan.
-
-Dat was eene zonderlingheid, welke wel geschikt was om de
-nieuwsgierigheid van nieuwtjesjagers, van reporters en van anderen die
-het nog niet opgegeven hadden, dien legendarischen persoon te willen
-interviewen, hoewel zij aan boord van dat wonderbaar schip niet
-toegelaten werden, te prikkelen. En daar Pescadospunt en Kaap Matifou
-vrijheid hadden te gaan en te komen, zooals zij verkozen, wendden zich
-de nieuwsgierigen tot hen en poogden de reporters van hen eenige
-inlichtingen te bekomen, die in hunne dagbladen zulk een goed figuur
-zouden gemaakt hebben.
-
-Men weet het, Pescadospunt was een element van vroolijkheid, die,
-zooals wel begrepen zal worden, met toestemming van den dokter aan
-boord werd toegelaten. Bleef Kaap Matifou ook al ernstig als een
-kaapstander, wiens kracht hij bezat, Pescadospunt lachte en zong
-steeds, was levendig en fladderend als de wimpel van een oorlogsschip,
-waarvan hij ook de lichtheid bezat. Als hij niet, tot groote vreugde
-van de bemanning, aan wie hij les op het slappe koord gaf, in het want
-behendig als een matroos en vlug als een scheepsjongen, rondzwierf, dan
-vermaakte hij toch iedereen met zijne snakerijen. Ja wel, dokter
-Antekirrt had hem aanbevolen steeds goed gehumeurd te blijven! Welnu,
-dat deed hij; maar zijne opgeruimdheid was aanstekelijk, hij deelde
-haar aan zijne geheele omgeving mede!
-
-Hiervoren werd gezegd, dat Kaap Matifou en hij alle vrijheid hadden om
-te gaan en te komen. Dat was waar. Bleef ook al de bemanning aan boord,
-zij gingen passagieren, wanneer zij trek daarin hadden. Vandaar steeds
-die neiging van wege de nieuwsgierigen om hen te volgen, om hen te
-omringen, hen te ondervragen. Maar het lukte niet om Pescadospunt aan
-het praten te krijgen, als hij zwijgen wilde, of als hij den mond
-opende, dan was het om niets te zeggen.
-
-„Wie is dokter Antekirrt?”
-
-„Een verbazend knap dokter, die alle ziekten geneest, zelfs die, welke
-iemand naar de andere wereld doen verhuizen!”
-
-„Is hij rijk?”
-
-„Hij bezit geen duit.... Ik, Pescadospunt, schiet hem iedere week zijn
-zondags-oortje voor!”
-
-„Vanwaar komt hij?”
-
-„Van een land, waarvan niemand den naam weet!”
-
-„En waar is dat land gelegen?”
-
-„Ja, alles wat ik er van weet, is: dat het ten noorden door niet veel
-en ten zuiden door niets begrensd wordt.”
-
-Het was onmogelijk iets anders uit den spotzieken klant te halen. Wat
-Kaap Matifou betreft, die was stom als een granietblok.
-
-Maar al antwoordden die twee niet op de onbescheiden vragen van de
-reporters, zoo babbelden de beide vrienden toch zeer dikwijls onder
-elkander en wel voornamelijk over hunnen nieuwen meester. Zij waren hem
-oprecht genegen en zij haakten slechts naar de gelegenheid, om hem
-hunne toegenegenheid te bewijzen. Tusschen hen en den dokter bestond
-als het ware eene soort van scheikundige affiniteit, die hen van dag
-tot dag vaster omstrengelde. Iederen dag verwachtten zij dan ook, dat
-zij in de kajuit geroepen zouden worden, om zich te hooren toevoegen:
-
-„Vrienden, ik heb uwe hulp noodig!”
-
-Maar tot hun groot verdriet gebeurde dat niet.
-
-„Zou dat lang zoo duren moeten?” vroeg Pescadospunt op een dag. „Ik
-vind het hard zoo niets te doen te hebben, vooral als men daarvoor niet
-opgevoed is. Is ’t zoo niet, Kaap?”
-
-„Ja, de armen roesten en worden stijf,” antwoordde de Hercules, terwijl
-hij zijne machtige knoken beschouwde, die er uitzagen als zuigerstangen
-van een rustend stoomwerktuig.
-
-„Zeg eens, Kaap Matifou?”
-
-„Wat wil je hebben dat ik zeggen zal, Pescadospunt?”
-
-„Weet je wat ik van dokter Antekirrt denk?”
-
-„Neen; maar zeg mij wat gij denkt, Pescadospunt! Dat zal mij helpen om
-je te antwoorden.”
-
-„Welnu, in zijn verleden zijn er dingen.... dingen! Dat ziet men aan
-zijne oogen, die soms bliksemstralen schieten, in staat om iemand blind
-te maken. En de dag, waarop de bliksem zal vallen...”
-
-„Zal dat spectakel maken!”
-
-„Ja, Kaap Matifou, dat zal spectakel maken.... werk verschaffen. Ik
-verbeeld mij, dat wij bij dat werk niet nutteloos zullen toekijken!”
-
-Het was niet geheel zonder reden, dat Pescadospunt zoo sprak. Hoewel de
-volmaaktste kalmte aan boord heerschte, had de schrandere lummel toch
-zaken gezien, die hem te denken gaven. Dat de dokter geen eenvoudig
-toerist was, die slechts de Middellandsche zee met zijn pleizierjacht
-doorstevende, dat was duidelijk voor hem. De Savarena moest een
-middelpunt zijn, waarin vele draden te zamen kwamen in de hand van
-haren geheimzinnigen eigenaar.
-
-Inderdaad, er kwamen brieven en telegrammen zoowat uit alle hoeken en
-gaten van die bewonderenswaardige zee, welker golven de oevers van
-zooveel verschillende landen bespoelen, zoowel de Fransche en Spaansche
-kusten, als die van Marokko, Algiers of van Tunis of Tripoli. Wie zond
-die? Klaarblijkelijk correspondenten, die zich onledig hielden met eene
-zekere taak, welker gewicht niet kon ontkend worden—tenzij het lijders
-waren, die schriftelijk consult aan den beroemden dokter
-vroegen—hetgeen weinig waarschijnlijk was.
-
-Bovendien, het zou zelfs in de kantoren van de telegraaf te Ragusa
-moeilijk gevallen zijn, den zin van de ontvangen telegrammen te
-begrijpen, want zij waren in een onbekende taal gesteld, die de dokter
-alleen verstond. En wanneer die taal begrijpelijk geweest ware, wat was
-er dan nog te maken van volzinnen als de volgende:
-
-„Abneira: Men meende Z. R. op de hielen te zitten. Valsch spoor, thans
-verlaten.”
-
-„De correspondent van H. U. 5 teruggevonden.—Verbonden aan een troep K.
-3 tusschen Catania en Syracusa. Wordt gevolgd.”
-
-„In het Manderaggiosche, te La Valletta, Malta doortocht bespeurd van
-T. K. 7.
-
-„Cyrena.... Wachten nieuwe bevelen.... Vloot van Antek.... gereed.
-Electriek 3 blijft dag en nacht onder voldoende stoomspanning.”
-
-„R. O. 3 Sedert overleden in het bagno.—Beiden verdwenen.”
-
-En dat ander telegram, dat zijne mededeeling door middel van een vooraf
-overeengekomen getal overbracht:
-
-„2117. Sarc. Vroeger makelaar.... Dienst Toronth.—Betrekkingen met
-Tripoli in Afrika gestaakt.”
-
-Dan de onveranderlijke antwoorden op het meerendeel dier telegrammen,
-die van de Savarena verzonden werden:
-
-„De nasporingen voortzetten. Geen geld en geen moeite sparen. Zendt
-nieuwe documenten.”
-
-Dat was een onverstaanbare gedachtenwisseling, die den geheelen omtrek
-van de Middellandsche zee scheen tot waakzaamheid op te roepen. De
-dokter was dus niet zoo geheel zonder bezigheden als het
-oogenschijnlijk voorkwam. Evenwel in weerwil van het geheim, dat den
-telegrafisten opgelegd is, was het toch moeilijk aanneembaar, dat de
-ontvangst en afzending van dergelijke telegrammen niet bij het publiek
-bekend raakten. Vandaar dat de nieuwsgierigheid ten aanzien van dien
-raadselachtigen persoon ten top gestegen was.
-
-Een van de meest nieuwsgierigen uit de groote wereld te Ragusa, was de
-gewezen Triëster bankier Silas Toronthal, die, zooals men zich nog
-herinneren zal, dokter Antekirrt op de kade van Gravosa weinige
-oogenblikken na de aankomst van de Savarena ontmoet had. Had er bij die
-ontmoeting van den eenen kant een levendig gevoel van afkeer bestaan,
-bij de andere partij had zich toen een levendig gevoel van
-nieuwsgierigheid geopenbaard. Maar tot heden hadden de omstandigheden
-den bankier niet veroorloofd, aan die nieuwsgierigheid bot te vieren.
-
-Om de waarheid te zeggen, de aanwezigheid van den dokter had op Silas
-Toronthal een zonderlingen indruk gemaakt, dien hijzelf niet kon
-omschrijven. Al wat men te Ragusa verhaalde en herhaalde van het
-incognito, waarin de reiziger blijven wilde, van de moeielijkheid om
-tot hem toegelaten te worden, enz. was wel geschikt om bij den bankier
-de wensch te doen opkomen, om hem weer te zien. Te dien einde was hij
-reeds verscheidene malen naar Gravosa geweest. Daar stond hij dan op de
-kade en bekeek die goelet, terwijl hij van begeerte brandde om naar
-boord te gaan. Eens zelfs liet hij er zich heenroeien, doch had hij
-slechts het onveranderlijk antwoord van den stuurman der wacht
-ontvangen:
-
-„Dokter Antekirrt is niet te spreken.”
-
-Daaruit ontstond bij Silas Toronthal eene soort van chronische
-overprikkeling, teweeggebracht door een hinderpaal, dien hij niet kon
-opruimen.
-
-De bankier beproefde toen voor zijne eigene rekening den dokter te doen
-bespionneeren. Bevelen werden aan een agent, waarvan hij zeker was,
-verstrekt om het gaan en komen van den geheimzinnigen vreemdeling na te
-gaan, zelfs wanneer hij slechts Gravosa of de omstreken bezocht.
-
-Men kan lichtelijk begrijpen, welke ongerustheid Silas Toronthal
-ondervinden moest, toen hij vernam dat de oude Borik een onderhoud met
-den dokter had gehad en dat deze daags daarna een laatste bezoek aan
-mevrouw Bathory gebracht had.
-
-„Wie is die man toch?” vroeg hij zich af.
-
-Maar wat toch kon de bankier in zijn tegenwoordigen toestand te vreezen
-hebben? Sedert vijftien jaren was niets van zijne vroegere kuiperijen
-uitgelekt. Maar alles wat de verwantschap van hen betrof, die hij
-verraden en verkocht had, verontrustte hem. Had ook al de wroeging geen
-vat op zijn geweten, zoo sloop toch somwijlen de vrees daarbinnen, en
-de stappen van dien onbekenden dokter, dien de faam zoo machtig maakte,
-en door zijne fortuin zoo machtig was, waren niet geschikt om hem
-gerust te stellen.
-
-„Maar wie is die man dan toch?” herhaalde hij.... „Wat komt hij te
-Ragusa in de woning van mevrouw Bathory uitvoeren?.... Is hij daar als
-geneesheer geroepen?.... Wat kan er gemeens tusschen die twee bestaan?”
-
-Daarop was geen antwoord mogelijk. Wat evenwel Silas Toronthal
-geruststelde, dat was dat hem na nauwkeurig onderzoek overtuigend
-gebleken was, dat dat bezoek niet herhaald was.
-
-Het besluit, dat de bankier tengevolge daarvan genomen had, was er te
-onwrikbaarder door geworden. Hij wilde en zou met den dokter in
-aanraking komen! Die gedachte verliet hem dag noch nacht. Daar moest
-een einde aan komen. Door eene soort van begoocheling, welke aan
-overprikkelde hersenen steeds eigen is, verbeeldde hij zich dat hij
-zijne kalmte weder zou vinden, wanneer hij dokter Antekirrt zien en
-spreken kon, wanneer hij de motieven van zijn reis naar Gravosa vernam.
-Hij poogde dan ook onophoudelijk eene gelegenheid te vinden, om hem te
-ontmoeten.
-
-Eindelijk meende hij haar gevonden te hebben. Ziehier door welke
-omstandigheid.
-
-Sedert eenige jaren leed mevrouw Toronthal aan eene kwijnende ziekte,
-die de geneesheeren van Ragusa te vergeefs poogden te bedwingen. In
-weerwil van hunne zorgvuldige behandeling, in weerwil van de zorgen
-harer dochter, kwijnde mevrouw Toronthal gaandeweg, hoewel zij nog niet
-bedlegerig was. Lag aan dien toestand eene moreele oorzaak ten
-grondslag? Misschien wel, maar dat had niemand nog kunnen doordringen.
-De bankier alleen had kunnen zeggen, of zijn echtgenoote, die zijn
-geheele levensloop kende, niet door eene onoverwinlijke verachting
-bevangen was voor een bestaan, dat haar slechts afschuw kon inboezemen.
-
-Hoe het ook zij, de gezondheidstoestand van mevrouw Toronthal, die door
-al de geneesheeren in de stad nagenoeg opgegeven was, kwam den bankier
-een geschikte gelegenheid voor, om met dokter Antekirrt in aanraking te
-komen. Wanneer hij tot een consult, tot een bezoek uitgenoodigd zou
-worden, zou hij ongetwijfeld niet weigeren, al was het maar uit
-menschlievendheid.
-
-Silas Toronthal schreef dus een brief en deed dien door een zijner
-bedienden aan boord van de Savarena brengen. „Hij zou zich gelukkig
-achten,” zeide hij daarin, „het advies van een uiterst verdienstelijk
-geneesheer te kunnen inwinnen.” Daarna zich verontschuldigende over de
-stoornis, die hij in een zoo teruggetrokken bestaan bracht, verzocht
-hij dokter Antekirrt „hem den dag te willen melden, waarop hij hem aan
-zijne woning in de Stradona-laan verwachten kon.”
-
-Toen de dokter den volgenden morgen dien brief ontving, welks
-onderteekening hij het eerst bekeek, bewoog geen spier van zijn gelaat.
-Hij las dat epistel ten einde toe, zonder dat iets de gewaarwordingen
-verried, die toch door de lezing daarvan opgewekt moesten worden.
-
-Welk antwoord zou hij geven? Zou hij van de gelegenheid gebruik maken,
-die hem geboden was om de woning van Toronthal binnen te dringen, om
-zich in betrekking met het gezin van den bankier te stellen? Maar dat
-huis, zelfs als geneesheer binnen te treden, was dat niet eene
-omstandigheid aanvaarden, die weinig met zijne plannen overeenstemde?
-
-De dokter aarzelde niet. Hij schreef een kort briefje, dat aan den
-bediende overhandigd werd en slechts dit inhield:
-
-„Dokter Antekirrt betreurt het, dat hij zijne zorgen niet aan mevrouw
-Toronthal wijden kan; hij mag de geneeskunst niet in Europa
-uitoefenen.”
-
-Geen woord meer.
-
-Toen de bankier dat laconieke antwoord las, verfrommelde hij het
-briefje met een gebaar van spijt. Het was maar al te duidelijk, dat de
-dokter niet in aanraking met hem wilde komen. Dat was eene nauwelijks
-bemantelde weigering, welke op een genomen besluit door dien
-zonderlingen man duidde.
-
-„En als hij dan geen geneesheer in Europa mag zijn,” zei hij in zich
-zelven, „waarom heeft hij dan aangenomen mevrouw Bathory te
-behandelen?.... Of zouden andere redenen hem bij haar gevoerd
-hebben?.... Welke?.... Wat kwam hij er uitvoeren?.... Wat bestaat er
-tusschen die twee?”
-
-Die onzekerheid knaagde aan Toronthal’s ziel. Waarlijk, zijn leven was
-door de aanwezigheid van dien dokter te Gravosa verbitterd, en dat zou
-het blijven net zoolang totdat de Savarena weer zee gekozen zou hebben.
-Hij zei overigens niets aan zijne vrouw of dochter over zijn nutteloos
-verzoek. Hij wilde het geheim van zijne voortdurende onrust voor zich
-houden. Maar hij hield niet op, den dokter te doen gadeslaan bij al de
-stappen, die hij te Gravosa, zoowel als te Ragusa deed.
-
-Den volgenden ochtend zou een ander voorval hem niet minder onrust
-verschaffen en doen ontstellen.
-
-Piet Bathory was geheel ontmoedigd van Zara teruggekeerd. Hij had het
-omtrent de betrekking welke het gold, bij eene metaalfabriek in
-Herzegowina, met de eigenaren of aandeelhebbers niet eens kunnen
-worden.
-
-„De voorwaarden waren niet aannemelijk,” zei hij kortaf tot zijne
-moeder.
-
-Mevrouw Bathory keek haren zoon aan, maar vroeg hem niet waarom die
-voorwaarden niet aannemelijk waren. Daarna reikte zij hem een brief
-over, die gedurende zijne afwezigheid gebracht was.
-
-Dat was de brief, waarbij dokter Antekirrt Piet Bathory verzocht bij
-hem aan boord van de Savarena te komen, om over eene belangrijke zaak
-te spreken.
-
-Piet Bathory gaf den brief aan zijne moeder over. Dat aanbod van den
-dokter kon haar niet verrassen.
-
-„Dat verwachtte ik,” zei zij.
-
-„Verwachttet gij dat, moeder?” vroeg de jonge man zeer verwonderd over
-dat antwoord.
-
-„Ja.... Piet.... Dokter Antekirrt heeft mij gedurende uwe afwezigheid
-een bezoek gebracht.”
-
-„Kent gij dien man dan, waarover te Ragusa en te Gravosa zooveel
-gesproken wordt?”
-
-„Neen, mijn zoon; maar dokter Antekirrt kende uwen vader. Hij was de
-vriend van graaf Mathias Sandorf en graaf Zathmar, en het is als
-zoodanig dat hij zich bij mij vervoegd heeft.”
-
-„Moeder,” vroeg Piet Bathory, „welke bewijzen heeft die dokter u
-geleverd, dat hij de vriend mijns vaders was?”
-
-„Geen enkel,” antwoordde mevrouw Bathory, die over de toezending van de
-honderdduizend gulden niet spreken wilde en waaromtrent de dokter ook
-het geheim jegens den jongen man wel betrachten zou.
-
-„Maar wanneer dat nu eens een intrigant, een spion, een agent van de
-Oostenrijksche politie was?”
-
-„Gij zult er over kunnen oordeelen, mijn zoon.”
-
-„Gij raadt mij dus aan, hem te gaan bezoeken?”
-
-„Ja, dat raad ik u aan. Gij moet dien man waardeeren, die de geheele
-vriendschap, die hij voor uwen vader koesterde, op u wil overbrengen.”
-
-„Maar wat komt hij te Ragusa doen?” hernam Piet. „Heeft hij dan zaken
-in dit land?”
-
-„Misschien zoekt hij iets tot stand te brengen,” antwoordde mevrouw
-Bathory. „Hij gaat door voor onmetelijk rijk en het is mogelijk, dat
-hij u eene betrekking wil aanbieden, die uwer waardig is.”
-
-„Ik zal naar hem toe gaan, moeder, en ik zal vernemen wat hij van mij
-verlangt.”
-
-„Ga dan nog heden, mijn zoon, en voldoe aan de beleefdheid door hem,
-als antwoord op zijn bezoek, een tegenbezoek te brengen.”
-
-Piet Bathory gaf zijne moeder een kus. Hij hield haar zelfs lang tegen
-zijne borst geklemd. Men zou gezegd hebben, dat een geheim hem deed
-stikken, een geheim dat hij niet durfde openbaren. Wat ging er dan toch
-in dat arme hart om?
-
-Dat moest voorzeker bedroevend, ernstig zijn, daar hij het niet aan
-zijne moeder durfde mededeelen.
-
-„Mijn arm kind!” mompelde mevrouw Bathory.
-
-Toen hij het huis van Toronthal voorbijkwam, bleef hij een oogenblik
-staan. Zijn blik richtte zich naar een der paviljoenen, die ter zijde
-van het hoofdgebouw opgetrokken waren en waarmede vensters uitzicht op
-de straat gaven. De jaloezieën waren dicht. Wanneer het huis onbewoond
-geweest ware, zou het niet strenger gesloten kunnen geweest zijn.
-
-Piet Bathory stapte door. Maar dat was aan het oog niet ontsnapt van
-eene vrouw, die in de Stradona-laan op de tegenovergestelde stoep heen
-en weder drentelde.
-
-Het was een schepsel van groote gestalte. Hoe oud was zij?.... Zoo
-tusschen de veertig en vijftig. Hare bewegingen waren afgemeten, bijna
-werktuigelijk, alsof zij geheel uit één stuk vervaardigd was. Die
-vreemdelinge—hare nationaliteit als Marokkaansche werd genoegzaam
-gekenmerkt door haren haardos, die donker en gekroesd was door haar
-bruinachtige huidskleur—was gestoken in een donkergekleurd kleed met
-kap, welke laatste haar hoofd overdekte, dat met tressen van zecchinen
-versierd was. Was zij eene boheemsche, eene gitana, eene gypsie, eene
-„romanichelle,” zooals de Parijzer volkstaal zich uitdrukt? Of wel was
-zij van Egyptischen of Hindoeschen oorsprong? Dat zou men niet hebben
-kunnen zeggen, daar die grondvormen zoo zeer op elkander gelijken. In
-ieder geval, zij vroeg geen aalmoezen en zou die ongetwijfeld ook niet
-aangenomen hebben. Zij was daar voor hare eigene rekening of in dienst
-van iemand anders aanwezig, om gade te slaan en te spionneeren, zoowel
-wat in de woning van Toronthal als in het huis van de Marinellastraat
-omging.
-
-Zoodra zij inderdaad den jongen man ontwaardde, die de Stradona-laan
-volgde om zich naar Gravosa te begeven, volgde zij hem zoodanig, dat
-zij hem geen oogenblik uit het oog verloor, evenwel zoo behendig dat
-hare bespionneering niet gezien werd. Piet Bathory was daarenboven te
-zeer in zijne gedachten verzonken, om waar te nemen, hetgeen achter hem
-gebeurde. Toen hij den pas voor de woning van Toronthal inhield,
-vertraagde de vrouw haren gang ook. Toen hij weer doorstapte, hernam
-zij ook de beweging en regelde haren marsch naar den zijne.
-
-Bij de eerste omwalling van Ragusa aangekomen, overschreed Piet Bathory
-die vlug, maar daarom geraakte de vreemdelinge niet achter. Buiten de
-poort gekomen, zag zij hem weer op den weg naar Gravosa en volgde op
-twintig passen achter hem langs een nevenlaan, die met boomen beplant
-was.
-
-Ter zelf der tijd kwam Silas Toronthal, in open rijtuig gezeten en naar
-Ragusa terugkeerende, hen tegen. Misschien dacht zij dat de een den
-anderen zou kunnen aanspreken. Bij die gedachte schitterde haar blik en
-trachtte zij zich achter een dikken boom te verschuilen. Maar hoe zou
-zij hooren wat die twee mannen zouden spreken?
-
-Hare vrees bleek ijdel. Silas Toronthal had Piet bemerkt twintig passen
-vóórdat hij ter zijner hoogte gekomen was. Ditmaal antwoordde hij zelfs
-niet met dien trotschen groet, dien hij niet had kunnen achterwege
-laten, toen zijne dochter hem op de kade van Gravosa vergezelde. Hij
-wendde thans het hoofd af, toen de jonge man zijn hoed afnam, terwijl
-zijn rijtuig met spoed naar Ragusa reed.
-
-Voor de vreemdelinge was niets van dat tooneel verloren gegaan. Een
-soort glimlach verhelderde dan ook haar overigens kalm gelaat.
-
-Piet Bathory, klaarblijkelijk meer bedroefd dan vertoornd over die
-handeling van Silas Toronthal, vervolgde zijn weg zonder zich om te
-keeren, evenwel met meer vluggen pas.
-
-De Marokkaansche volgde hem van verre en men zou haar deze woorden in
-het Arabisch hebben kunnen hooren mompelen:
-
-„Het werd tijd, dat hij kwam!”
-
-Een kwartier later bereikte Piet Bathory de kaden van de haven van
-Gravosa. Hij bleef een oogenblik staan kijken naar de bevallige goelet,
-welks wimpel zachtkens door de bries aan den top van den grooten mast
-ontrold was.
-
-„Vanwaar kan die dokter Antekirrt toch komen?” vroeg hij zich af. „Dat
-is een vlag die ik niet ken.” Zich daarna tot een zeeman wendende, die
-op de kade wandelde:
-
-„Vriend,” vroeg hij, „kunt gij mij zeggen welke vlag dat is?”
-
-De zeeman wist haar ook niet tehuis te brengen. Alles wat hij van de
-goelet kon mededeelen, was dat hare scheepspapieren meldden, dat zij
-van Brindisi kwam, en dat die papieren door den havenmeester behoorlijk
-in orde bevonden waren. Daar het nu een pleiziervaartuig gold, hadden
-de autoriteiten het incognito van den eigenaar geëerbiedigd.
-
-Piet Bathory riep toen eene sloep tot zich en liet zich naar boord van
-de Savarena voeren, terwijl de Marokkaansche hem uiterst verwonderd
-stond na te staren. Een oogenblik later stond de jongman op het dek der
-goelet en informeerde of dokter Antekirrt aan boord was.
-
-Bevel was klaarblijkelijk gegeven om iederen vreemdeling af te wijzen,
-maar dat bevel gold hem niet. De equipagemeester antwoordde dan ook,
-dat de dokter zich in zijn kamer bevond. Piet Barthory bood zijn
-kaartje aan met het verzoek bij den dokter te worden toegelaten. Een
-stuurmansleerling nam het kaartje aan en daalde langs de trap af, die
-naar het salon voerde. En een minuut later kwam het bericht, dat de
-dokter den heer Piet Bathory wachtte.
-
-Dadelijk werd de jonge man het salon binnengeleid, waarin slechts een
-schemerlicht heerschte, dat als het ware gezeefd werd door de lichte
-gordijnen van het patrijspoortje. Maar toen hij bij de deur kwam, die
-geheel geopend was, trad hij in het volle licht dat door de
-spiegelpaneelen weerkaatst werd. In het halfdonker was dokter Antekirrt
-op een divan gezeten. Toen de zoon van Stephanus Bathory verscheen,
-ondervond hij eene soort van aandoening, die Piet niet kon waarnemen,
-en deze woorden ontsnapten als het ware aan zijn lippen:
-
-„Hij is het!.... Hij is het geheel en al!”
-
-En inderdaad, Piet Bathory was het levend evenbeeld van zijn vader, zoo
-als die edelaardige Hongaar er uitzag, toen hij twee en twintig jaren
-oud was. Dezelfde geestkracht in de oogen, dezelfde edele fiere
-houding, dezelfde blik waaruit de zucht voor het goede, het edele, het
-schoone straalde!
-
-„Mijnheer Bathory,” zei de dokter, terwijl hij opstond, „ik ben
-verheugd dat gij mijne uitnoodiging, om tot mij te komen, aangenomen
-hebt.”
-
-En met een gebaar noodigde hij Piet Bathory uit, om te gaan zitten. Hij
-had de Hongaarsche taal bij het spreken van die woorden gebezigd. Hij
-wist dat de jonge man die taal verstond.
-
-„Mijnheer,” antwoordde Piet Bathory, „ik zou het bezoek dat gij mijne
-moeder gebracht hebt, ook zonder uwe uitnoodiging met een tegenbezoek
-beantwoord hebben. Ik weet dat gij een van die onbekende vrienden zijt,
-wien de nagedachtenis van mijn vader en van de twee vaderlandlievende
-mannen, die met hem gestorven zijn, dierbaar en heilig is!.... Ik dank
-u, dat gij hen eene plaats in uw geheugen bewaard hebt en houdt.”
-
-Terwijl hij het reeds zoover verwijderde verleden opriep en van zijn
-vader en diens vrienden, graaf Sandorf en graaf Zathmar, sprak, kon
-Piet zijne aandoening niet bedwingen.
-
-„Ik vraag vergeving, mijnheer,” zei hij. „Maar bij hunne herinnering
-kan ik niet....”
-
-Voelde hij dan niet dat dokter Antekirrt meer bewogen was dan hij?
-Voelde hij dan niet, dat de reden, waarom hij niet antwoordde daarin
-gelegen was, dat hij niet wilde laten bespeuren, wat in zijne ziel
-omging?
-
-„Mijnheer Bathory,” sprak hij eindelijk. „Ik heb u eene zoo natuurlijke
-droefheid niet te vergeven. Gij hebt daarenboven Hongaarsch bloed in de
-aderen en welk Hongaar zou ontaard genoeg zijn om zijn hart niet te
-voelen toesnoeren bij zulke herinneringen? Op dat tijdstip—ja, het is
-reeds vijtien jaren geleden—waart gij nog zeer jong. Gij kunt
-ternauwernood, bevestigen, dat gij uwen vader gekend hebt, dat gij de
-gebeurtenissen, waaraan hij deel nam, vernomen hebt.”
-
-„Mijne moeder is gelijk hij!” antwoordde Piet Bathory. „Zij heeft mij
-in de vereering van hem, dien zij nog dagelijks beweent, opgevoed.
-Alles wat hij verricht, gepoogd heeft, dat geheele leven van toewijding
-aan de zijnen, van liefde voor zijn geboortegrond, dat alles weet ik
-van haar. Ik was slechts acht jaren oud, toen mijn vader ter dood
-gebracht werd, maar voor mij is hij niet dood, daar hij in mijne moeder
-herleeft.”
-
-„Gij hebt uwe moeder lief, Piet Bathory, zooals zij inderdaad
-verdient,” antwoordde dokter Antekirrt, „en wij, wij vereeren haar als
-de weduwe van een martelaar.”
-
-Piet Bathory bedankte den dokter voor de gevoelens, die hij zoo
-uitdrukte. Het hart bonste hem in het lichaam, terwijl hij den dokter
-aanhoorde, en hij bemerkte niet, dat deze steeds met eene natuurlijke
-of gemaakte koelheid sprak, die evenwel den grondtoon van zijn karakter
-scheen uit te maken.
-
-„Mag ik u vragen,” hernam hij, „of gij mijn vader persoonlijk gekend
-hebt?”
-
-„Ja, mijnheer Bathory,” antwoordde de dokter niet zonder aarzeling,
-„maar ik heb hem slechts gekend, zooals een student een professor kent.
-Ik heb mijne studiën in de genees- en natuurkunde in uw vaderland
-volbracht. Ik ben een leerling van uwen vader, die slechts een tiental
-jaren ouder was dan ik. Ik leerde hem hoogachten, hem liefhebben, want
-in zijne lessen voelde ik alles trillen wat in de ziel van dien
-vaderlandlievenden man omging. Ik verliet hem niet dan om in den
-vreemde mijne studiën te gaan beëindigen, die in Hongarije begonnen
-waren. Weinig tijds later had professor Stephanus Bathory zijne
-betrekking opgeofferd aan de denkbeelden die hij meende dat edel en
-rechtvaardig waren, zonder dat eenig particulier belang hem op die baan
-van den plicht kon weerhouden. Tegen dat tijdstip verliet hij Presburg
-om zich te Triëst te vestigen. Uwe moeder schraagde hem met hare
-raadgevingen, omgaf hem met hare zorgen gedurende dien tijd van
-beproevingen. Zij bezat alle vrouwelijke deugden, zooals uwen vader
-alle mannelijke deugden eigen waren. Vergeef mij, mijnheer Piet, dat ik
-die droevige herinneringen ophaal; ik ben er zeker van, dat gij een
-diergenen zijt, die ze niet vergeten zullen!”
-
-„Neen, mijnheer, neen!” antwoordde de jongman met de geestdrift aan
-zijn leeftijd eigen, „zoo min als Hongarije ooit de drie mannen,
-Ladislas Zathmar, Stephanus Bathory en de stoutmoedigste der drie
-wellicht, graaf Sandorf zal vergeten, die zich voor hun vaderland
-opofferden!”
-
-„Als Mathias Sandorf de stoutmoedigste was,” antwoordde de dokter, „dan
-stonden zijne twee vrienden wat toewijding en opoffering betreft, ook
-niet in moedbetoon bij hem achter! Alle drie hebben dezelfde aanspraken
-op denzelfden eerbied! Alle drie hebben hetzelfde recht om gewroken te
-worden!....”
-
-De dokter zweeg hier.
-
-Hij vroeg zich af, of mevrouw Bathory haren zoon met de omstandigheden
-bekend had gemaakt, waaronder de hoofden der samenzwering overgeleverd
-waren geworden? Of zij reeds het woord verraad in zijne
-tegenwoordigheid uitgesproken had.... Maar de jonge man antwoordde op
-de gesproken woorden niet.
-
-Inderdaad, mevrouw Bathory had over dit onderwerp gezwegen. Zij had
-ongetwijfeld vermeden die gedachte aan wraak, die gedachte aan haat in
-het leven van haren zoon in te weven, om hem niet op een valsch spoor
-te brengen, waardoor onschuldigen verdacht en getroffen konden worden.
-Niemand toch kende de namen der verraders.
-
-Dokter Antekirrt meende dus, voor het tegenwoordige althans, tot
-dezelfde terughouding verplicht te zijn. Hij drong dus niet verder op
-antwoord aan.
-
-Waaromtrent hij evenwel niet aarzelde, dat was de mededeeling dat
-zonder het schandelijk bedrijf van dien Spanjaard, die de
-vluchtelingen, welke eene schuilplaats in het woonhuis van den visscher
-Andreas Ferrato gevonden hadden, verklikte, graaf Mathias Sandorf en
-professor Stephanus Bathory waarschijnlijk aan de vervolging der
-politie-agenten van Rovigno ontsnapt zijn. En.... eenmaal buiten de
-Oostenrijksche grenzen, zouden die twee, overal, onverschillig in welke
-landstreek, alle hulp, de meest gewenschte toevlucht gevonden hebben.
-Alle deuren zouden voor hen geopend geweest zijn.
-
-„Bij mij zouden zij steeds eene schuilplaats gehad hebben. Daar was
-geen teleurstelling mogelijk!” voegde hij er weemoedig bij.
-
-„In welk land woondet gij toen?” vroeg Piet.
-
-„In Cephalonië,” antwoordde dokter Antekirrt.
-
-„Ja, daar, daar onder bescherming van de Helleensche vlag zouden zij
-gered geweest zijn!”
-
-„Voorzeker!”
-
-„En mijn vader zou nog leven!”
-
-Het gesprek was door dien terugkeer naar het verledene afgebroken. De
-dokter hervatte het echter, zeggende:
-
-„Mijnheer Piet, onze herinneringen aan vervlogen tijden hebben ons ver
-weggevoerd van het tegenwoordige, niet waar?”
-
-Piet Bathory knikte zwaarmoedig.
-
-„Willen wij daartoe terugkeeren en vooral over de toekomst spreken, die
-ik voor u meen te ontwaren?”
-
-„Ik luister, mijnheer,” antwoordde de jeugdige ingenieur. „In uw brief
-hebt gij doen uitkomen, dat ons gesprek wellicht mijne belangen zou
-raken....”
-
-„Inderdaad, mijnheer Bathory. En al ben ik ook nog zoo goed op de
-hoogte van de heerlijke toewijding uwer moeder gedurende de jeugd van
-haren zoon, zoo weet ik ook, dat gij die toewijding geheel waardig zijt
-geweest en dat gij na zoo wreede beproevingen een man geworden
-zijt....”
-
-„Een man!” viel Piet Bathory den dokter niet zonder bitterheid in de
-rede. „Een man, die er nog niet in geslaagd is voor zich zelven te
-kunnen zorgen, ook niet om zijne moeder te kunnen vergoeden, wat deze
-voor hem deed!”
-
-„Ongetwijfeld,” antwoordde de dokter, „ligt daarvan de schuld niet bij
-u. Het is mij volstrekt niet onbekend, hoe moeilijk het is eene
-betrekking te midden van den levensstrijd, die zoovele mededingers naar
-zoo weinig plaatsen doet hunkeren, te verwerven. Gij zijt ingenieur,
-niet waar?”
-
-„Ja, mijnheer.”
-
-„En....”
-
-„Met dat diploma heb ik de hoogeschool verlaten. Ik ben evenwel vrij
-ingenieur en heb als zoodanig geene verbintenis met—noch verplichting
-aan den Staat. Ik heb dus eene plaatsing moeten zoeken bij de eene of
-andere industrieele onderneming of maatschappij, doch tot heden ben ik
-er nog niet in geslaagd te vinden, wat ik noodig acht—ten minste te
-Ragusa.”
-
-„Niet?”
-
-„Neen.”
-
-„En buitenaf?”
-
-„Buitenaf!....” antwoordde Piet Bathory aarzelend op die vraag op den
-man af.
-
-„Ja, buitenaf?” herhaalde dokter Antekirrt zijne vraag.
-
-„Heer dokter....”
-
-„Zijt gij niet voor zaken van dien aard dezer dagen naar Zara geweest?”
-
-„Men had mij inderdaad....”
-
-„Nu, spreek op,” moedigde hem de dokter bij die aarzeling aan.
-
-„.... Over eene betrekking gesproken, die eene industrieele
-maatschappij mij kon aanbieden.”
-
-„Welnu, en die plaats?....”
-
-„Die plaats, heer dokter....”
-
-„Ja, die plaats! Spreek dan toch!”
-
-„Men heeft haar mij aangeboden.”
-
-„En gij hebt haar niet aangenomen?”
-
-„Neen.”
-
-„Waarom niet?”
-
-„Ik heb haar moeten weigeren, omdat ik mij in Herzegowina zou moeten
-vestigen.”
-
-„In Herzegowina?”
-
-„Ja.”
-
-„Waar mevrouw Bathory u wellicht niet kan vergezellen??....”
-
-„Dat is het niet, mijnheer....”
-
-„Wat dan?”
-
-„Mijne moeder zou mij overal vergezellen, waar mijne belangen mij
-zouden roepen.”
-
-„Welnu, waarom dan die betrekking niet aangenomen?” vroeg de dokter met
-aandrang.
-
-„In de omstandigheden, waarin ik mij bevind, heer dokter, heb ik
-ernstige redenen, om Ragusa niet te verlaten,” was het antwoord daarop.
-
-Dokter Antekirrt had, terwijl hem dat antwoord gegeven werd, eene
-zekere verlegenheid in de houding van Piet Bathory opgemerkt. De stem
-van den jongen man beefde, terwijl hij zijn wensch—meer dan een
-wensch,—het vaste besluit om Ragusa niet te willen verlaten, te berde
-bracht.
-
-„Welk is dan toch dat ernstige motief,” vroeg de dokter zich af,
-„waarom hij de voorstellen, die hem gedaan zijn, afgewezen heeft?”
-
-En zich tot den jongen man wendende, vervolgde hij:
-
-„Dat zal de zaak onmogelijk maken, die....”
-
-„Welke zaak, heer dokter?”
-
-„Die ik u voor te stellen had.”
-
-„Zal ik moeten vertrekken?”
-
-„Ja, naar eene streek, waar ik belangrijke werken wil laten uitvoeren.”
-
-„Belangrijke werken?”
-
-„Ja, die ik volgaarne onder uwe directie gesteld had.”
-
-„Het spijt mij, mijnheer....”
-
-„Mij ook.”
-
-„Maar wees overtuigd, dat toen ik dat besluit genomen heb....”
-
-„Ik geloof u, dat het niet onbezonnen genomen is. Maar het spijt mij
-meer dan u misschien. Ik zou mij zoo gelukkig geacht hebben, wanneer ik
-de toegenegenheid, die ik voor den vader gevoelde, op den zoon had
-kunnen overdragen.”
-
-Piet Bathory antwoordde niet. Hij voelde zich ten prooi aan een
-inwendigen strijd; het was zichtbaar dat hij leed, zeer veel leed.
-
-De dokter gevoelde dat hij spreken wilde, maar dat hij niet durfde.
-
-Eindelijk noopte een onweerstaanbare aandrang Piet Bathory tot dien
-man, die zooveel toegenegenheid voor hem en zijne moeder aan den dag
-legde, openhartig te spreken.
-
-„Mijnheer!....mijnheer!....” begon hij met eene aandoening die hij niet
-trachtte te verbergen. „Neen!.... Geloof toch niet dat een gril of
-stijfhoofdigheid mij er toe zou brengen uwe dierbare woorden met eene
-weigering te beantwoorden!.... Gij hebt u als een vriend van Stephanus
-Bathory aan mij doen kennen en mij als zoodanig aangesproken!.... Gij
-wilt die geheele vriendschap op mij overdragen!.... Ik ook, hoewel ik u
-nog slechts sedert weinige oogenblikken ken.... Ja! ik gevoel voor u
-dezelfde toegenegenheid, die ik mijn vader zou toedragen!....”
-
-„Piet!.... Mijn jongen!.... Mijn kind!” riep de dokter uit, terwijl hij
-de hand van den jongeling greep.
-
-„Ja, mijnheer!....” hernam Piet Bathory.... „En ik zal u alles
-bekennen!....”
-
-Dokter Antekirrt keek hem aanmoedigend aan.
-
-„Ja, alles!” ging Piet voort.... „Ik bemin een jong meisje hier in de
-stad. Maar tusschen ons bestaat de afgrond, die de armoede van den
-rijkdom scheidt....”
-
-„Waarlijk?”
-
-„Ik heb dien afgrond evenwel niet willen zien, en misschien heeft zij
-die kloof ook niet bemerkt. Zoo zeldzaam ik haar zien kon, hetzij op
-straat, hetzij aan haar venster, was dat toch een geluk hetwelk ik de
-kracht niet had om vaarwel te zeggen!.... Alleen de gedachte dat ik zou
-moeten vertrekken, vertrekken misschien voor langen tijd, zou mij
-krankzinnig maken. O, mijnheer.... begrijp mij toch.... en vergeef mij
-mijne weifeling.”
-
-„Ja, Piet,” antwoordde dokter Antekirrt, „ik begrijp u en ik heb u
-niets te vergeven!”
-
-„O, mijnheer!....”
-
-„Gij hebt goed gedaan met mij alles te zeggen en openhartig jegens mij
-geweest te zijn!.... Dit is eene omstandigheid, die de zaken van
-gedaante verandert.... Weet uwe moeder, wat gij mij daar medegedeeld
-hebt?”
-
-„Ik heb haar daarvan nog niets gezegd, mijnheer! Ik heb niet gedurfd,
-omdat zij wellicht bij onzen bescheiden toestand verstandig genoeg
-zoude geweest zijn, om mij de ijdelheid der gekoesterde hoop aan te
-toonen!.... Maar wellicht heeft zij geraden wat ik leed en lijd.”
-
-„Piet,” zei de dokter, „gij hebt uw vertrouwen in mij gesteld en gij
-hebt gelijk gehad. Is dat meisje rijk?”
-
-„Zeer rijk!.... Te rijk!....” antwoordde de jonge man.
-
-„Te rijk?” vroeg de dokter met een glimlach.
-
-„Ja, te rijk.... ten minste voor mij.”
-
-„Is zij uwer waardig?”
-
-„Mijner waardig?”
-
-„Ja!”
-
-„O, mijnheer, zou ik er anders aan gedacht hebben, om mijne moeder een
-dochter te schenken die harer niet waardig zou zijn!”
-
-„Welnu, Piet,” hernam de dokter, „misschien bestaat geen afgrond nog
-zoo groot, nog zoo diep, nog zoo breed, die niet overschreden kan
-worden.”
-
-„Mijnheer!” riep de jonge man uit. „Laat mij toch geen hoop koesteren,
-die niet te verwezenlijken is!”
-
-„Niet te verwezenlijken?”
-
-De uitdrukking, waarmede dokter Antekirrt die woorden uitsprak,
-verraadde zooveel zelfvertrouwen, dat Piet Bathory zoodanig als het
-ware vervormd werd, dat hij reeds baas over de toekomst meende te zijn.
-
-„Ja, Piet,” hernam de dokter, „heb vertrouwen in mij! Als gij het
-gevoegelijk zult achten, en als gij zult meenen, dat ik u zal kunnen
-helpen, dan zult gij mij den naam van dat jonge meisje mededeelen....”
-
-„Mijnheer,” antwoordde Piet Bathory, „waarom zou ik u dien naam
-verzwijgen?.... Het is juffrouw Toronthal.”
-
-„Juffrouw Toronthal!”
-
-„Ja, heer dokter.”
-
-De inspanning, die dokter Antekirrt had moeten aanwenden om kalm te
-blijven, toen hij dien gehaten naam hoorde, om niet te beven of te
-trillen, toen hij hem herhaalde, stond vrijwel gelijk aan iemand, die
-den bliksem aan zijne voeten ziet vallen, maar niet schrikt of beeft.
-Een oogenblik—een enkel slechts—bleef hij na het laatste antwoord stil
-en onbewegelijk.
-
-Daarna, zonder dat zijne stem de geringste aandoening verried:
-
-„Goed, Piet, goed!” zei hij. „Laat mij dat alles overdenken....”
-
-„Goed, mijnheer.”
-
-„Laat mij zien....”
-
-„Ik ga heen, mijnheer,” antwoordde de jonge man, terwijl hij de hand
-drukte, die de dokter hem reikte. „En laat mij u bedanken, zooals ik
-dat mijn vader zou doen.”
-
-Piet Bathory verliet de zaal, waarin dokter Antekirrt alleen bleef. Hij
-steeg op het dek, daalde in zijne sloep neer, die hem bij de
-valreepstrap wachtte, liet zich op den havendam aan wal zetten en
-keerde naar Ragusa terug.
-
-De vreemdelinge, die hem al den tijd van zijn bezoek aan boord van de
-Savarena gewacht had, begon andermaal hem te volgen.
-
-Piet Bathory gevoelde een groote tevredenheid, een groote
-geruststelling. Eindelijk had hij zijn hart geopend. Hij had zich aan
-een vriend kunnen toevertrouwen.... ja, wellicht meer dan aan een
-vriend! Hij bevond zich in een van de gelukkige dagen, waarmede de
-fortuin zoo spaarzaam omgaat.
-
-En alsof hij er niet aan twijfelen mocht, toen hij de woning in de
-Stradona-laan voorbijging, zag hij aan een venster van het paviljoen
-een tipje van het gordijn opgelicht worden en dadelijk daarna weer
-neervallen.
-
-Maar ook de vreemdelinge had dat gezien en bleef totdat Piet Bathory
-bij den hoek der Marinellastraat verdwenen was, onbewegelijk voor die
-woning staan. Daarna begaf zij zich naar het telegraafbureau en verzond
-een telegram, dat slechts dat ééne woord bevatte:
-
-„Kom!”
-
-Het adres van dit telegram was zoo gesteld:
-
-„Sarcany, kantoor restant, Syracuse Sicilië.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-II.
-
-DE MONDINGEN VAN DE CATTARO.
-
-
-Alzoo, het noodlot, hetwelk een zoo overheerschende rol bij de
-wereldgebeurtenissen speelt, had in diezelfde stad Ragusa de familie
-Bathory en de familie Toronthal vereenigd. Niet alleen vereenigd, maar
-nader tot elkander gebracht, want zij bewoonden beiden hetzelfde
-Stradonakwartier. Dan nog, Sava Toronthal en Piet Bathory hadden
-elkander gezien.... ontmoet.... en lief gekregen. Piet, de zoon van den
-man, die door verraad ter dood gedoemd was, verliefd op Sava, de
-dochter van den man, die de rol van verklikker vervuld had!
-
-Ziedaar, wat dokter Antekirrt in zich zelven mompelde, nadat de
-jeugdige ingenieur hem verlaten had.
-
-„Het is waarachtig om aan het bestaan eener Alwetendheid te twijfelen,”
-prevelde hij.
-
-„En die hoop, die hij nog niet koesterde, die heb ik hem geschonken!
-Kan het erger?”
-
-Was de dokter er dan de man toe, om een onverbiddelijken kamp tegen de
-noodlottigheid aan te gaan?
-
-Voelde hij in zich de macht om naar willekeur over menschelijke zaken
-te beschikken?
-
-Zou de kracht, de moreele geestkracht, zoo noodig om het noodlot te
-dwingen, hem niet begeven?
-
-„Neen, ik zal pal staan!” riep hij uit. „Ik zal strijden! Dat
-liefde-verbond is hatelijk, is misdadig! O, als Piet Bathory, na de
-echtgenoot van de dochter van Silas Toronthal geworden te zijn, eens de
-waarheid van het gebeurde in hare afschuwelijke naaktheid vernam! Hij
-zou zijn vader niet meer kunnen, niet meer mogen wreken! Er zou hem
-niets anders overblijven dan zich uit wanhoop van kant te maken!.... Ik
-zal hem dan ook alles mededeelen, als het zijn moet en als het zoover
-komt!.... Ik zal hem vertellen wat die familie Toronthal de zijne
-aangedaan, welke rampen zij veroorzaakt heeft.... Die liefde zal ik
-verbrijzelen; het komt er niet op aan hoe!”
-
-Inderdaad, eene zoodanige vereeniging zou monsterachtig geweest zijn,
-dat zal men wel beseffen.
-
-De lezer heeft het voorzeker niet vergeten: dokter Antekirrt had bij
-gelegenheid van zijn gesprek met mevrouw Bathory verhaald, dat de drie
-opperhoofden der Triëster samenzwering de slachtoffers waren geworden
-van eene schandelijke kuiperij, die bij het voeren der debatten
-gebleken was en die hem door de onbescheidenheid van een der
-gevangenbewaarders van den vestingtoren van Pisino was ter kennis
-gekomen.
-
-De lezer weet ook nog, dat mevrouw Bathory uit de een of andere
-beweegreden omtrent dit verraad niets aan haar zoon had medegedeeld.
-Daarin lag niets bevreemdends; zij kende de aanleggers immers niet. Zij
-wist niet dat een hunner, rijk, voornaam en gezien, te Ragusa zelve op
-weinige passen afstand in het Stradonakwartier, in de Stradona-laan
-woonde.
-
-De dokter had geen namen genoemd. Waarom niet? Dat zal de lezer
-voorzeker wel bevroeden.
-
-Ongetwijfeld omdat het uur nog niet gekomen was om de misdadigers te
-ontmaskeren.
-
-Maar hij kende hen. Hij wist dat Silas Toronthal de eene verrader en
-Sarcany de andere was. En dat hij niet verder bij zijne vertrouwelijke
-mededeelingen gegaan was, lag daarin, dat hij op de medewerking van
-Piet Bathory rekende, dat hij den zoon deelgenoot wilde maken van het
-eindvonnis, waarbij de misdadigers hunne gerechte straf zouden
-ontvangen; waardoor de dood zijns vaders en die van zijne twee makkers,
-graaf Ladislas Zathmar en graaf Mathias Sandorf, zouden gewroken
-worden.
-
-En dat.... dat kon hij thans niet meer aan den zoon van Stephanus
-Bathory zeggen zonder hem het hart te verbrijzelen.
-
-„Het kan me weinig schelen!” herhaalde hij. „Dat hart zal ik
-verbrijzelen! Het moet!”
-
-Hoe zou dokter Antekirrt te werk gaan, toen eenmaal dat besluit genomen
-was? Zou hij hetzij aan mevrouw Bathory, hetzij aan haren zoon het
-verleden van den Triëster bankier gaan openbaren? Maar bezat hij de
-feitelijke bewijzen van diens verraad? Neen, daar Mathias Sandorf,
-Stephanus Bathory en Ladislas Zathmar, de eenigen, die ooit die
-bewijzen hadden kunnen verschaffen, dood waren. De stad vervullen met
-het gerucht van die schandelijke daad zonder de familie Bathory daarvan
-kennis te geven? Ja, dat zou voldoende zijn om ongetwijfeld een nieuwe
-kloof tusschen Piet en het jonge meisje—eene onoverkomelijke kloof
-ditmaal—te delven. Maar wanneer dat geheim verspreid en bekend was, zou
-het dan niet te vreezen zijn dat Silas Toronthal Ragusa zou zoeken te
-verlaten?
-
-Dokter Antekirrt wilde evenwel niet, dat de bankier verdween, De
-verrader moest ter beschikking van den rechter, van den wreker blijven,
-totdat het uur van gerechtigheid zou slaan.
-
-En dienaangaande zouden de gebeurtenissen een geheel anderen loop nemen
-dan hij zich verbeeldde.
-
-Na het voor en het tegen van die quaestie overwogen te hebben, besloot
-dokter Antekirrt, wien de middelen voor het oogenblik ontbraken, om
-openlijk tegen Silas Toronthal op te kunnen treden, datgene te doen wat
-het eerst voor de hand lag, wat ook tot den meesten spoed dwong. Voor
-alles moest Piet Bathory aan die stad onttrokken, ontvoerd worden, of
-de eer van zijn naam kwam in gevaar. Ja, hij zou hem zoover medevoeren,
-dat niemand zijn spoor zou terugvinden. Wanneer hij hem maar eerst in
-zijne macht had, dan zou hij hem alles mededeelen, wat hij van Silas
-Toronthal en van zijn medeplichtige, Sarcany, wist. Hij zou hem
-deelgenoot maken van zijn werk van wraak. Maar daartoe had hij geen
-enkele dag meer te verliezen.
-
-Tot dat doel deed de dokter intusschen per telegram een zijner snelste
-vervoermiddelen uit de gewone verblijfplaats in de mondingen van de
-Cattaro-rivier ten zuiden van Ragusa, aan de Adriatische zee gelegen,
-overkomen. Dat was een van die bewonderenswaardige Thornycrofts, die
-aan de moderne scheepsbouwmeesters van de torpedo’s tot model gediend
-hadden.
-
-Die lange stalen spoel, die een en veertig meters lang was, en een
-inhoud van zeventig tonnen meette, voerde geen mast en ook geen
-schoorsteen. Zij had eenvoudig aan de buitenzijde een platform en een
-metalen kooi met lensglazen tot kijkgaten, die voor den stuurman
-bestemd was en wanneer de toestand der zee zulks noodzakelijk maakte,
-hermetisch gesloten konden worden. Dat vaartuig kon zonder tijd te
-verliezen of van den koers af te wijken, onder water doorstevenen en
-zoo de golvingen der deining ontkomen. Het bezat een veel snelleren
-gang dan de beste torpedo-boot van het oude en van het nieuwe halfrond,
-en volvoerde gemakkelijk eene vaart van vijftig kilometers in het uur,
-wat nog al beduidend is.
-
-Dankzij die snelheid, had de dokter bij menige gelegenheid buitengewone
-reizen kunnen volvoeren. Vandaar ook die faam van alomtegenwoordigheid,
-die hem werd toegeschreven, wanneer hij binnen zeer korte tijdsruimten
-van het eene uiteinde van den Archipel bijvoorbeeld van Middullu, het
-oude Lesbos, of van Sakys, het oude Chios, tot aan de uiterste grenzen
-van de Syrtsche zee verscheen.
-
-Er bestond evenwel een zeer groot onderscheid tusschen de
-Thornycroftsche vaartuigen en de vervoermiddelen, welke dokter
-Antekirrt bezigde, en dat bestond daarin, dat hij, in stede van
-oververwarmden stoom, de electriciteit, die hij van door hem
-uitgevonden accumulatoren verkreeg, als beweegkracht bezigde. Door deze
-accumulatoren kon hij de electrische kracht in een om zoo te zeggen
-oneindigen voorraad opwekken.
-
-Die snelle vervoermiddelen droegen dan ook den naam van Electrieks en
-hadden, om ze van elkaar te onderscheiden, slechts een volgnummer. Zoo
-heette het vaartuig, dat naar de mondingen van de Cattaro-rivier
-opgeroepen was, Electriek 2.
-
-Toen die bevelen verstrekt waren, wachtte de dokter het geschikte
-oogenblik om te handelen.
-
-Terzelfder tijd waarschuwde hij Pescadospunt en Kaap Matifou, dat
-weldra hunne diensten zouden vereischt worden.
-
-Dat de beide vrienden zich gelukkig gevoelden, dat zij eindelijk
-bewijzen zouden kunnen leveren van hunne toewijding, zal wel niet
-behoeven verzekerd te worden.
-
-Een wolkje, een enkel slechts wierp evenwel ietwat schaduw op de
-vreugde, die zij bij het vernemen van dat nieuws ondervonden.
-
-Pescadospunt moest namelijk te Ragusa blijven, om de woning in de
-Stradona-laan en het huis in de Marinellastraat gade te slaan terwijl
-Kaap Matifou dokter Antekirrt naar Cattaro zou volgen. Dat zou dus eene
-scheiding zijn—de eerste sedert zoovele jaren, die de deelgenooten in
-de ellende te zamen doorleefd hadden. Daaruit ontsproot bij Kaap
-Matifou eene hartroerende ongerustheid, wanneer hij er aan dacht, dat
-hij zijn kleinen Pescadospunt niet meer bij zich kon hebben. Hij maakte
-zijn vriend deelgenoot van die onrust.
-
-„Geduld, Kaap van mijn hart, geduld!” zei Pescadospunt. „Dat zal niet
-lang duren!”
-
-„Niet?”
-
-„Neen. Slechts den tijd, die noodig is om het stukje te spelen, en dan
-is het uit!”
-
-„Meent ge?”
-
-„Ja. Als ik mij niet bedrieg, dan is het een prachtig stuk, dat
-voorbereid wordt, en onze waardige directeur heeft ons daarin eene
-fraaie en belangrijke rol toebedeeld.... Geloof mij, ge zult over de
-uwe niet ontevreden zijn.”
-
-„Denkt ge?” vroeg de reus Kaap Matifou nadenkend en met eenige
-aarzeling in zijn stem.
-
-„O, ik ben er zeker van!” betuigde de geestdriftvolle Pescadospunt met
-vuur. „Ik ben er zeker van!”
-
-„Ik mag het lijden,” antwoordde Kaap Matifou, niet geheel en al
-overtuigd.
-
-„Kijk, Kaap, ge zult geen verliefde rol krijgen, bijvoorbeeld!” ging
-Pescadospunt voort. „Dat ligt volstrekt niet in je aard, hoewel je
-duivelsch sentimenteel kunt zijn, zooals nu blijkt! Ge krijgt ook geen
-verradersrol. Daartoe heb je een te dik, goedhartig gezicht! Neen, je
-zult de goede genius voorstellen, die bij de ontknooping...”
-
-„Bij welke ontknooping?”
-
-„Bij de ontknooping van het stuk, die onvermijdelijk de misdaad zal
-straffen en de deugd beloonen!”
-
-„Zooals bij onze voorstellingen?” vroeg Kaap Matifou met een glimlach
-op het goedhartige gelaat.
-
-„Zooals bij onze voorstellingen! Juist!”
-
-„Dan is het goed!”
-
-„Juist. Ik zie je reeds in die rol, Kaaplief. Op het oogenblik dat de
-booze, de verrader er het minst op verdacht is, kom jij met de breede
-geopende handen te voorschijn en heb je ze maar te sluiten om de
-ontknooping te voltooien.... Zie.... zoo!”
-
-„Zoo?” vroeg Kaap Matifou, terwijl hij zijn kolossale hand als een
-nijptang dichtkneep.
-
-„Prachtig! Als die rol niet lang te noemen is, zoo is zij toch uiterst
-sympathiek bij het publiek. En denk eens hoeveel bravo’s je in de ooren
-zullen klinken en hoeveel geld bovendien in je zak zal glijden! Het is
-om te watertanden!”
-
-„Jawel, ongetwijfeld”, antwoordde de Hercules, „maar intusschen....”
-
-„Wat intusschen?”
-
-„.... Zullen wij moeten scheiden! En dat is onaangenaam, Pescadospunt,
-vindt ge niet?”
-
-„Dat is waar! Maar wat valt er aan te doen, Kaap Matifou? Ik weet er
-niets op.”
-
-„Zie je!....”
-
-„Och, het is maar voor weinige dagen.”
-
-„Toch nog te veel!”
-
-„Je moet mij beloven, Kaaplief, dat je gedurende mijne afwezigheid je
-niet zult laten vermageren!”
-
-„Dat beloof ik!”
-
-„Verbeeld je dat je de tering kreegt. Brr!.... het is om van te rillen.
-Je moet me dan ook verder beloven, dat je nauwkeurig je zes maaltijden
-per dag zult nemen.”
-
-„Dat beloof ik, Pescadospunt!”
-
-„En dat je vet zult worden, Kaaplief.”
-
-„Dat beloof ik!”
-
-„Welnu, sluit mij thans in je armen.... of beter: doe het schijnbaar
-maar, want je zoudt gevaar loopen mij te smooren!....”
-
-„O, Pescadospunt!....” zei de reus met een snik in de keel en een traan
-in het oog.
-
-„Drommels, wij moeten de gewoonte aannemen om comedie te spelen in dit
-ondermaansche!.... Omhels mij nogmaals, Kaap Matifou, en vergeet je
-kleine Pescadospunt niet....”
-
-„O, neen, Pescadospunt!”
-
-„Die zijn dikken Kaap Matifou ook nooit vergeten zal!”
-
-Zoodanig was het hartroerend vaarwel van die twee vrienden, toen zij
-van elkander scheiden moesten.
-
-Waarlijk, Kaap Matifou had het hart vol in zijne overgroote borst, toen
-hij zich alleen aan boord van de Savarena bevond. Dienzelfden dag nog
-was zijn makker, op bevel van den dokter, naar Ragusa gegaan, had daar
-ergens op een bovenkamertje in de gewenschte buurt zijn intrek genomen
-en had tot taak Piet Bathory niet uit het oog te verliezen, de woning
-van Toronthal gade te slaan en zich op de hoogte van alles te houden.
-
-Gedurende de lange uren, die Pescadospunt in het Stradonakwartier ging
-doorbrengen, had hij dikwijls de vreemdelinge moeten ontmoeten, die
-waarschijnlijk met een zelfde zending belast was als hij. En
-ongetwijfeld zou die ontmoeting ook plaats gehad hebben, wanneer de
-Marokkaansche niet Ragusa verlaten had, nadat zij haar telegram
-verzonden had, om zich naar eene vooraf overeengekomen bijeenkomst
-plaats te begeven, waar Sarcany zich bij haar voegen zou.
-
-Pescadospunt werd dus niet zijne handelingen belemmerd en kon zijn
-baantje van vertrouwen met zijne gewone schranderheid volvoeren.
-
-En waarlijk, Piet Bathory zou zich nimmer kunnen verbeelden, dat hij
-zoo van nabij gadegeslagen werd. Ook zou hij nimmer hebben kunnen
-raden, dat de loerende oogen van die vrouwelijke spion vervangen waren
-door de meer loyale oogen van Pescadospunt.
-
-Na zijn gesprek met den dokter, na de bekentenis zijner liefde voor
-Sava, die hem ontsnapt was, had de jonge man zich meer vertrouwvol
-gevoeld. Waarom zou hij nu voor zijne moeder iets van dat onderhoud,
-hetwelk aan boord van de Savarena had plaats gehad, verborgen houden?
-Zou zij in zijn blik niet gelezen hebben, wat in zijne ziel omging? Zou
-zij niet begrepen hebben, dat eene wichtige verandering bij hem plaats
-gevonden had, dat leed en wanhoop plaats ingeruimd hadden voor geluk en
-hoop?
-
-Piet Bathory bekende dus alles aan zijne moeder. Hij verhaalde haar,
-welk meisje het was, hetwelk hij beminde, en het voor haar was, dat hij
-geweigerd had Ragusa te verlaten. Och, zijne tegenwoordige toestand kon
-hem niets schelen. Had dokter Antekirrt hem niet gezegd, dat hij hoop
-kon koesteren?
-
-„Daarom leedt ge zoo, mijn jongen,” zei mevrouw Bathory.
-
-„Ja, moeder.”
-
-„Dat God je helpe en dat Hij je al het geluk geve, dat ons tot heden
-ontbroken heeft!”
-
-Mevrouw Bathory leefde zeer teruggetrokken in haar huis in de
-Marinellastraat. Zij ging slechts de deur uit om met haren ouden
-bediende Borik naar de kerk te gaan, om de mis te hooren, om hare
-godsdienstige plichten te betrachten met die ware en diepe vroomheid,
-die de grondslag van het godsdienstig leven der Katholieke Hongaarsche
-vrouwen is.
-
-Zij had nimmer over de familie Toronthal hooren spreken. Nimmer had zij
-zelfs den blik op die woning in de Stradona-laan geworpen, waarlangs
-zij dagelijks ging, wanneer zij zich naar de kerk van den H. Verlosser
-begaf, die eene onderhoorigheid van het Franciscaner klooster was,
-hetwelk bij den aanvang der genoemde laan gelegen was. Zij kende dus de
-dochter van den Triëster bankier niet.
-
-Piet moest van het lieve meisje verhalen en haar zoowel uit een physiek
-als moreel oogpunt beschrijven. Hij moest zijne moeder vertellen, waar
-hij haar het eerste gezien had en hoe hij er toe kwam om niet aan hare
-wederliefde te twijfelen. En alle die bijzonderheden werden met een
-vuur medegedeeld, hetwelk, met het oog op de teedere en
-hartstochtelijke geaardheid van haren zoon, bij mevrouw Bathory geene
-verbazing kon opwekken.
-
-Maar toen Piet haar mededeelde in welke maatschappelijke verhouding de
-familie Toronthal zich bevond; toen zij vernam dat dat jonge meisje een
-der rijkste erfdochters van geheel Ragusa was, toen kon zij hare
-bezorgdheid niet verbergen, en hare onrust niet ontveinzen.
-
-Zou die rijke bankier ooit toestaan, dat zijn eenig kind de gade werd
-van een jongen man zonder vermogen, wellicht zonder toekomst?
-
-Bij het ontdekken van die onrust, meende Piet Bathory, dat het niet
-noodig was om mededeeling te doen van de koelheid, van de minachting
-zelfs, waarmede Silas Toronthal hem tot heden bejegend had. Hij
-vergenoegde zich met de woorden van den dokter mede te deelen. Deze had
-hem verzekerd, dat hij vertrouwen kon en moest stellen in den vriend
-zijns vaders, dat hij voor hem eene bijna vaderlijke genegenheid
-koesterde. Hieromtrent kon mevrouw Bathory geen twijfel koesteren, daar
-zij wist wat hij reeds voor haar en de haren had willen doen. Toen zij
-zag dat haar zoon, dat ook Borik, die meende zijn advies niet te mogen
-weerhouden, de toekomst rooskleurig tegemoet zag, sloop ook de hoop in
-haar hart en ontstond er een weinig geluk in de nederige woning van de
-Marinella-straat.
-
-Piet Bathory ondervond daarenboven nog het geluk en de vreugde, Sava
-Toronthal in de Franciscaner kerk te zien. Het gelaat van het jonge
-meisje, dat gewoonlijk met een eenigszins droefgeestig waas overtogen
-was, verhelderde natuurlijk, toen zij Piet bespeurde, die als
-verheerlijkt scheen.
-
-Beiden onderhielden zich zoo door middel der oogentaal en beiden
-begrepen elkander volkomen. En toen Sava, hevig bewogen, in hare woning
-teruggekeerd was, bracht zij daarin een deel van het geluk mede,
-hetwelk zij zoo duidelijk op het gelaat van den jongen man gelezen had.
-
-Piet Bathory had evenwel dokter Antekirrt niet weergezien. Hij wachtte
-op eene uitnoodiging, om andermaal aan boord van de goelet te komen.
-Eenige dagen verliepen in die verwachting, maar geen uitnoodigingsbrief
-kwam opdagen.
-
-„Dat is vreemd,” dacht hij.
-
-Maar een oogenblik later:
-
-„Ongetwijfeld zal de dokter inlichtingen hebben willen inwinnen. Hij
-zal naar Ragusa gegaan zijn of iemand gezonden hebben, om eenige nadere
-bijzonderheden omtrent de familie Toronthal te erlangen!.... Misschien
-staat hij er op, Sava te leeren kennen!.... Ja, het is niet onmogelijk,
-dat hij haar vader reeds gezien heeft, dat hij dezen omtrent de
-onderwerpelijke zaak heeft gepolst.... Toch zou een regel schrift van
-hem, wat, een regel?—een enkel woord mij veel genoegen doen,—vooral
-wanneer dat woord zoude luiden: „kom”.
-
-Maar dat woord kwam niet.
-
-Mevrouw Bathory had moeite genoeg om het ongeduld van haren zoon te
-temperen. Hij begon te wanhopen en nu was zij het, die hem eenigermate
-hoop inboezemde, hoewel zij zelve niet zonder bezorgdheid was. Het huis
-in de Marinellastraat stond steeds voor den dokter open, hij kon dat
-toch weten. En zou zelfs zonder die liefdesgeschiedenis van Piet, de
-belangstelling, die hij koesterde voor die familie, waarvoor hij reeds
-zooveel sympathie getoond had, niet voldoende geweest zijn om hem
-herwaarts te lokken?
-
-Het gebeurde dus dat Piet, na de dagen en uren achtereenvolgens geteld
-te hebben, de geestkracht miste om het nog langer uit te houden. Hij
-zou en hij moest dokter Antekirrt weerzien. Eene onweerstaanbare kracht
-voerde hem naar Gravosa. Als hij maar eenmaal aan boord van de goelet
-zou zijn, dan zou men zijn ongeduld wel begrijpen, den stap, dien hij
-deed, wel verontschuldigen, wanneer hij voorbarig was.
-
-Op den 7den Juni verliet Piet Bathory reeds te acht uren zijne moeder,
-zonder haar evenwel iets van zijn voornemen verteld te hebben. Hij
-stapte Ragusa uit en begaf zich naar Gravosa met zoo’n vluggen pas, dat
-Pescadospunt, die hem natuurlijk als het ware op den voet volgde,
-moeite zoude gehad hebben om hem niet uit het oog te verliezen, wanneer
-deze niet de vlugheid in eigen persoon was. Op de kade vlak tegenover
-de ankerplaats, waar de Savarena bij zijn laatste bezoek lag, stond hij
-stil.
-
-De Savarena was niet meer in de haven.
-
-Piet liet den blik rondwaren om te zien of het vaartuig niet vertuid
-had.
-
-Hij bespeurde het niet. Drommels, dat was noodlottig. Dat ontveinsde
-hij zich niet.
-
-Hij vroeg aan een zeeman, die op de kade wandelde, wat er van de goelet
-van dokter Antekirrt geworden was.
-
-„De Savarena was den avond te voren onder stoom gegaan,” kreeg hij ten
-antwoord.
-
-„Waarheen?” vroeg hij.
-
-„Ja,” was het antwoord. „Niemand wist vanwaar dat vaartuig gekomen was;
-evenzoo wist niemand waarheen het gestevend was.”
-
-De goelet weg!
-
-Dokter Antekirrt even geheimzinnig verdwenen als hij gekomen was!
-
-Het was om te vertwijfelen!
-
-Piet Bathory keerde nog meer wanhopend dan ooit naar Ragusa terug.
-
-Voorzeker, wanneer eene onbescheidenheid den jongen man in kennis had
-gesteld met de omstandigheid, dat de goelet naar Cattaro onder zeil
-was, zou hij geen oogenblik geaarzeld hebben derwaarts te gaan. Toch
-zou de reis waarlijk te vergeefs zijn geweest. De Savarena was wel bij
-de mondingen van de Cattaro-rivier aangekomen, maar was er niet
-binnengeloopen.
-
-De dokter had zich, vergezeld van Kaap Matifou, met een zijner sloepen
-aan wal laten brengen, waarna het jacht onmiddellijk weer zee gekozen
-had, niemand wist waarheen.
-
-Er bestaat geen zonderlinger plek in Europa en wellicht in de de
-geheele Oude wereld, door hare tegelijkertijd bergachtige en waterrijke
-gesteldheid, dan de streek, welke bekend staat onder den naam van de
-Mondingen der Cattaro-rivier.
-
-Cattaro is eigenlijk geene rivier, zooals men geneigd zou zijn te
-gelooven; het is eene stad en de zetel van een bisdom, waarvan men de
-hoofdplaats van een Kring gemaakt heeft. Wat de zoogenaamde mondingen
-betreft, zij bestaan uit zes baaien, die de eene achter de andere
-gelegen zijn, met elkander door middel van smalle kanalen gemeenschap
-hebben en die in den tijd van zes uren door te stevenen zijn. Van dien
-rozenkrans, uit kleine meeren bestaande, welke zich te midden van het
-kustgebergte ontrollen, is het laatste bolletje of meertje aan den voet
-van den Norriberg gelegen bij de grens van het keizerrijk Oostenrijk.
-Daar achter begint het Ottomanische gebied.
-
-Bij den ingang van die Cattaro-monding was de dokter na een vluggen
-overtocht ontscheept. Daar wachtte hem een snelstevenend sloepje met
-electrische beweegkracht, om hem in de laatstbedoelde baai te brengen.
-Na de Ostropunt gerond te hebben, stevende hij Castel Nuovo, daarna een
-panorama tusschen steden en kapellen als Stolivo, Perasto, de beroemde
-pelgrimsplek, Risana, waar de Dalmatische zeden en gebruiken reeds een
-mengelmoes met de Turksche en Albaneesche vormen, voorbij, om eindelijk
-van meer tot meer in het laatste bekken te komen, aan welks achtergrond
-Cattaro gebouwd is.
-
-De Electriek 2 lag op weinige vademen van de stad verwijderd, op die
-rustige en sombere watervlakte, welke in dien fraaien Juni-avond door
-geen zuchtje, door geen rimpeltje bewogen werd, ten anker.
-
-De dokter nam zijn intrek evenwel niet aan boord. Waarschijnlijk wilde
-hij niet, in verband met zijne verdere plannen en voornemens, dat men
-wist, dat dit vlugge vervoermiddel hem toebehoorde.
-
-Hij ontscheepte dan ook te Cattaro zelve met het voornemen, om in een
-der hôtels van de stad een onderdak te zoeken, waar Kaap Matifou hem
-zou vergezellen.
-
-Wat de sloep betreft, welke die twee aangebracht had, zij verloor zich,
-begunstigd door de duisternis, te midden van eene kleine kreek, die op
-den rechteroever van het meertje in de rotsachtigen oever ingesneden
-was, en moest daar onbemerkt en onzichtbaar blijven wachten.
-
-Daar te Cattaro zou dokter Antekirrt zoo onbekend zijn, alsof hij eene
-schuilpaats in den meest afgelegen hoek van de wereld gezocht had. De
-Boechezen, de bewoners van dit rijke Dalmatische district, die van
-Slavonischen oorsprong zijn, zouden ter nauwernood de aanwezigheid van
-een vreemdeling in hun midden opmerken.
-
-Van den kant der baai gezien, zou men zeggen, dat de plek, waarop
-Cattaro gebouwd is, in de dikke wanden van den Norriberg uitgehold is.
-Hare eerste huizen vormen het boord van eene kade, die voorzeker aan de
-zee ontwoekerd is, en den spitsen hoek, door het kleine meer
-beschreven, vormt. Bij de punt van dien trechter, die een zeer vroolijk
-uitzicht met zijne fraaie boomen en zijn achtergrond oplevert, leggen
-de pakketbooten, vooral die van den Oostenrijkschen Lloyd, als ook de
-groote kustvaarders van de Adriatische zee aan.
-
-Reeds dienzelfden avond was de dokter er op uit, om een hôtel te
-vinden. Kaap Matifou was hem gevolgd, zonder zelfs te vragen waar hij
-aan wal gestapt was. Of dat in Dalmatië of in China of in Zuid Amerika
-was, kon hem niets, volstrekt niets schelen. Als een trouwe hond ging
-hij, waar zijn meester ging. Hij was slechts een werktuig, eene
-gehoorzame machine, eene machine om te draaien, eene machine om te
-groeven, eene machine om te doorboren, eene machine, welke de dokter
-zich voorbehield in beweging en aan het werk te brengen, wanneer hij
-dat noodig zou oordeelen.
-
-Beiden passeerden, na de bloembeplantingen der kade voorbijgegaan te
-zijn, den versterkten wal van Cattaro en begaven zich nu dwars door
-eene reeks van smalle en stijgende straten, waarin eene bevolking van
-vier of vijf duizend inwoners krioelt.
-
-Het was juist op het tijdstip dat men de Zeepoort wilde sluiten, die
-slechts tot acht uren des avonds geopend blijft, behalve op de dagen
-van aankomst der pakketbooten.
-
-De dokter was spoedig tot de ervaring gekomen, dat geen enkel hotel
-zich in de stad bevond. Hij moest dus iemand opsporen, die hem onder
-dak zou opnemen, die hem een kamer zou verhuren. Dat was zoo moeielijk
-niet, want de eigenaren van woningen doen dat, met uitzicht op gewin,
-volgaarne.
-
-Zoo iemand werd gevonden en het vertrek ook. Weldra had de dokter zijn
-intrek genomen in eene kamer gelijkvloers van een huis in eene vrij
-zindelijke straat gelegen, terwijl Kaap Matifou eene andere in de vrij
-ruime woning zou betrekken.
-
-Het allereerst werd overeengekomen, dat kaap Matifou door den
-huiseigenaar gevoed zoude worden; maar hoewel deze buitensporige
-prijzen bedong, welke evenwel door het kolossale uiterlijk van zijn
-nieuwen gast gerechtvaardigd waren, werd die zaak tot wederzijdsch
-genoegen van de betrokken partijen beklonken.
-
-Wat dokter Antekirrt betrof, die behield zich het recht voor, zijne
-maaltijden te gebruiken, waar hij dit verkoos.
-
-Den volgenden dag, na Kaap Matifou vrijheid gegeven te hebben om zijn
-tijd te gebruiken zooals hij verkoos, begon de dokter zijne wandeling
-met naar het postkantoor te gaan, waar èn brieven èn telegrammen aan
-hem gericht moesten worden onder vooraf overeengekomen beginletters.
-
-Niets was er evenwel nog aangekomen.
-
-Toen verliet hij de stad, welker omtrekken hij bezoeken wilde. Hij trof
-weldra eene tamelijk goede gaarkeuken aan, waar zich gewoonlijk de
-Cattarosche bevolking, alsook de Oostenrijksche officieren en
-ambtenaren, die zich in die streken als in een ballingsoord gevoelen,
-om het woord gevangenis niet te gebruiken, vereenigden.
-
-Antekirrt wachtte thans slechts op het gunstige oogenblik, om handelend
-op te treden.
-
-Ziehier welk plan hij gevormd had:
-
-Hij had het besluit genomen om Piet Bathory te doen oplichten. Die
-oplichting aan boord van de goelet, gedurende haar verblijf te Ragusa,
-zou zeer moeielijk uitvoerbaar geweest zijn, om niet van onmogelijkheid
-te gewagen. De jeugdige werktuigkundige was te Gravosa bekend, en daar
-de algemeene aandacht zoowel op de Savarena als op haren eigenaar
-gevestigd was, zou die zaak, altijd in de vooronderstelling dat zij
-gelukte, weldra wereldkundig zijn. Het jacht was—en dat mocht niet over
-het hoofd gezien worden—slechts een zeilvaartuig, zoodat, wanneer de
-een of andere stoomer het achtervolgd zou hebben, het bij windstilte,
-of bij tegenwind of zwakken wind weer zou ingehaald hebben.
-
-Te Cattaro daarentegen zou die oplichting onder oneindig gunstiger
-omstandigheden kunnen geschieden.
-
-Niets was toch gemakkelijker dan Piet Bathory daarheen te lokken. Een
-enkele regel schrift van den dokter, aan het adres van den jongman
-afgezonden, zou ongetwijfeld tot gevolg hebben, dat deze zich in
-allerijl derwaarts zou spoeden. Daar was hij even onbekend als dokter
-Antekirrt, en als hij maar eens aan boord zou zijn, dan zou de
-Electriek dadelijk zee kiezen, en dan ware de ontvoering volbracht.
-
-Dan zou Piet Bathory alles vernemen, waaromtrent hij tot nu toe
-onkundig was, namelijk het verleden van Silas Toronthal. Het beeld van
-diens dochter Sava zou dan, tegenover de herinnering aan zijn vader,
-wel verbleeken en uitgewischt worden.
-
-Zooals men ziet, dat plan was zeer eenvoudig en gemakkelijk in zijne
-uitvoering. Twee of drie dagen nog—dat was het laatste uitstel, dat de
-dokter gesteld had—dan zou de zaak beklonken zijn: dan zou Piet voor
-eeuwig van Sava Toronthal gescheiden zijn.
-
-Den volgenden dag—den 9den Juni—kwam een brief van Pescadospunt aan,
-die mededeelde, dat er hoegenaamd niets belangrijks omtrent de woning
-in de Stradona-laan te vermelden viel. Wat Piet Bathory evenwel
-aanging, Pescadospunt had hem sedert den dag, dat de jongeling zich
-naar Gravosa begaf, twaalf uren nadat de goelet het anker gelicht en
-die havenplaats verlaten had, niet weergezien.
-
-Piet kou evenwel Ragusa niet verlaten hebben. Ongetwijfeld hield hij
-zich in de woning zijner moeder opgesloten. Pescadospunt
-vooronderstelde—en hij vergiste zich daarin niet—dat het vertrek van de
-Savarena die wijziging in de gewoonten van den jeugdigen ingenieur
-teweeggebracht moest hebben, en dat te eerder, daar hij inderdaad
-wanhopig naar huis was teruggekeerd.
-
-De dokter besloot reeds den volgenden dag te handelen.
-
-Hij zou een brief aan Piet Bathory schrijven, om hem uit te noodigen
-zich dadelijk bij hem te Cattaro te vervoegen.
-
-Een zeer onverwacht voorval zou evenwel dat voornemen verijdelen. Het
-toeval zou er zich in mengen om tot hetzelfde doel te voeren.
-
-Tegen acht uur in den avond bevond de dokter zich op de kade van
-Cattaro, toen men de aankomst van de pakketboot Saxonia seinde.
-
-De Saxonia kwam van Brindisi, welke plaats zij had aangedaan om
-passagiers op te nemen, Vandaar begaf zij zich naar Triëst en deed
-onderweg Cattaro, Ragusa, Zara en andere havensteden, op de
-Oostenrijksche kust van de Adriatische zee gelegen, en Ancona,
-Sinagaglia, Rimini en Venetië op de Italiaansche kust, aan.
-
-De dokter stond dicht bij den pier of het landhoofd, dat tot in- of
-ontscheping der reizigers dient, toen zijn blik plotseling als
-versteend werd door het gezicht van een reiziger, wiens bagage men op
-de kade bracht.
-
-Dat was een man van ongeveer vijf en veertig jaren, met een trotsch ja
-onbeschaamd uiterlijk, die zijne bevelen met ruwe en luide stem gaf.
-Men voelde dat het een dier lieden was, die zelfs wanneer zij zich
-beleefd willen voordoen, het kenmerk van onbeschaafdheid vertoonen.
-
-„Hij!.... Hier.... te Cattaro!”
-
-Die woorden zouden zeker aan de lippen van dokter Antekirrt ontsnapt
-zijn, indien hij ze niet bijtijds, evenwel met moeite en met een gebaar
-van toorn weerhouden had, Die toorn schonk als het ware eene vuurstraal
-aan zijn blik.
-
-Die passagier was Sarcany.
-
-Vijftien jaren waren verloopen sedert hij als schrijver in het huis van
-graaf Zathmar opgetreden was.
-
-Het was, althans afgaande op zijne kleeding, de gelukzoeker niet meer,
-die vroeger door de straten van Triëst zwierf, zooals wij hem bij het
-begin van dit verhaal ontmoetten. Hij droeg thans een elegant
-reistoilet volgen den laatsten smaak, dat door een lichten stofmantel
-beschermd werd. Zijne koffers waren rijkelijk van koper beslag voorzien
-en duidden aan, dat de vroegere Tripolitaansche makelaar gewoonten van
-comfort aangenomen had.
-
-Sedert vijftien jaren daarenboven had Sarcany, dank zij het groote
-aandeel van de helft van de verbeurd verklaarde goederen van graaf
-Mathias Sandorf, hetwelk hem ten deel gevallen was, een leven van
-weelde en genoegens geleid. Hoeveel bleef hem van dat zoo schandelijk
-verkregen vermogen over? Zijn beste vrienden, als hij er ten minste
-bezat, zouden dat niet hebben kunnen zeggen. In ieder geval vertoonden
-echter zijne gelaatstrekken sporen van afgetrokkenheid, waarvan de aard
-zeer moeilijk bij zulk een gesloten karakter te bepalen was.
-
-„Vanwaar komt hij?.... En waarheen gaat hij?” vroeg zich dokter
-Antekirrt af, terwijl hij hem niet uit het oog verloor. „Dat moet en
-zal ik weten!”
-
-Vanwaar Sarcany kwam?
-
-Dat was gemakkelijk genoeg te weten te komen, door den administrateur
-van de Saxonia te ondervragen. Hij kwam van Brindisi, alwaar hij aan
-boord van de pakketboot gekomen was. Niets eenvoudiger dat dat.
-
-Maar vanwaar hij kwam, toen hij te Brindisi aan boord stapte?
-
-Dat was zoo gemakkelijk niet. Kwam hij van boven Italië of van beneden
-Italië? Dat wist niemand.
-
-Inderdaad, hij kwam van Syracuse. Bij ontvangst van het telegram van de
-Marokkaansche, had hij onmiddellijk Sicilië verlaten om zich naar
-Cattaro te begeven.
-
-De vreemdelinge bevond zich daar op de kade en wachtte de aankomst der
-pakketboot af. De dokter bespeurde haar en zag Sarcany op haar
-toetreden. Hij kon zelfs deze woorden verstaan, die zij in het Arabisch
-sprak en die hij verstond:
-
-„Het was tijd!”
-
-Sarcany antwoordde daarop slechts met een hoofdknik.
-
-Nadat hij voor de inbewaargeving van zijne koffers bij de ambtenaren
-van de in- en uitgaande rechten gezorgd had, deed hij zich door de
-Marokkaansche vergezellen, terwijl hij den weg rechtsaf insloeg, om
-zoodoende den buitenkant der stad te volgen, zonder daarin door de
-Zeepoort binnen te dringen.
-
-Dokter Antekirrt aarzelde een oogenblik.
-
-Zou Sarcany hem ontsnappen? Dat was niet aan te nemen, daar hij geen
-achterdocht hoegenaamd koesterde.
-
-Moest hij hem volgen?
-
-Hij was nog besluiteloos, maar toen hij zich omkeerde, bespeurde hij
-Kaap Matifou, die als een vreedzame wandelaar de lossing en lading van
-de Saxonia gadesloeg. Hij maakte slechts een enkel gebaar om den reus
-tot zich te roepen.
-
-„Kaap Matifou,” zei hij.
-
-„Wat blieft u?”
-
-„Ziet ge dien man?” ging dokter Antekirrt voort, terwijl hij Sarcany
-aanwees.
-
-„Ja.”
-
-„Ziet gij hem goed?”
-
-„Ja.”
-
-„Als ik u zeg om dien man te vatten....”
-
-Kaap Matifou grinnikte en vertoonde met de meeste zelfvoldaanheid de
-geopende hand.
-
-„Zult gij het doen?” vroeg de dokter.
-
-„Ja.”
-
-„En zult ge hem beletten om te ontvluchten, wanneer hij tracht
-weerstand te bieden?”
-
-„Ja.”
-
-„Herinner u....”
-
-„Ja, ja,” zei Kaap Matifou.
-
-„Herinner u dan,” ging de dokter voort, „dat ik hem levend in handen
-wil hebben.”
-
-„Ja.”
-
-Kaap Matifou sprak niet veel, zooals men weet. Hij was geen
-phrasenfabrikant; maar wat hij zeide, was er te duidelijker door. De
-dokter kon op hem rekenen. Hij zou uitvoeren, stipt en nauwgezet
-uitvoeren, wat hem bevolen werd. En dat was waarop het aankwam. Dat was
-beter dan alle mogelijke praatjes en betuigingen.
-
-Wat de Marokkaansche betrof, het zou voldoende zijn om haar te binden,
-haar een prop in den mond te steken en haar ergens in een hoek te
-gooien. Vóórdat zij opschudding zou veroorzaakt hebben, zou Sarcany aan
-boord van de Electriek gebracht zijn.
-
-De duisternis, hoewel die niet buitengewoon was, zou de uitvoering van
-het plan voorzeker in de hand werken.
-
-Sarcany en de vreemdelinge vervolgden intusschen hunnen weg langs den
-buitenkant der stad, zonder te bespeuren, dat zij bespied en vervolgd
-werden. Zij spraken nog niet met elkander. Dit wilden zij voorzeker
-eerst doen, wanneer zij ergens aangekomen zouden zijn, waar zij eene
-veilige schuilplaats zouden vinden. Zoo kwamen zij tot in de nabijheid,
-waar de weg voert, die van Cattaro naar het gebergte leidt, hetwelk de
-Oostenrijksche grens uitmaakt.
-
-Daar bestaat een belangrijke marktplaats, een groote bazar, die door
-geheel Montenegro goed bekend is. Hier komen de Montenegrijnen handel
-drijven; men laat ze de stad niet dan bij een zeer beperkt aantal
-binnen en dan nog na hen genoodzaakt te hebben hunne wapens af te
-leggen. Die bergbewoners komen des Dinsdags, Donderdags en Zaterdags
-van iedere week van Niegous en van Cettinje, om na een marsch van vijf
-of zes uren, hunne landbouwproducten, als runderen, schapen, hoenders,
-duiven, aardappelen, knollen, wild, gevogelte, zelfs bossen brandhout
-aan te voeren, in welk laatste artikel een belangrijk vertier plaats
-heeft, omdat in die streken volslagen gebrek aan steenkolen bestaat en
-die van elders aangevoerd moeten worden.
-
-Nu was het dien dag juist een Dinsdag. Eenige groepen koopers en
-verkoopers, wier handels-operatiën eerst zeer laat beëindigd werden;
-waren in dien bazar om er den nacht door te brengen. Er waren daar
-voorzeker ruim dertig bergbewoners aanwezig, die gingen, kwamen,
-praatten en twistten. Eenigen hunner lagen reeds op den grond
-uitgestrekt om te slapen, anderen zaten rondom een houtskoolvuur,
-waarboven zij een klein schaap, aan een houten spit geregen, op
-Albaneesche wijze lieten braden.
-
-Daar te midden van dat gejoel kwamen Sarcany en zijn metgezellin een
-toevlucht zoeken, alsof zij die plek reeds kenden. Daar zouden zij
-inderdaad vrij en ongehinderd met elkander kunnen praten. Zij zouden er
-zelfs den nacht kunnen doorbrengen zonder genoodzaakt te zijn een
-logement op te zoeken, dat men niet altijd zeker was te zullen vinden.
-De vreemdelinge had daarenboven nergens anders haren intrek genomen en
-had zich ook over geen ander nachtverblijf bekommerd.
-
-Dokter Antekirrt en Kaap Matifou traden de een na den anderen dien vrij
-donkeren bazar binnen. Hier en daar knetterden eenige vuurtjes zonder
-vlam, die bijgevolg geen licht verspreidden. Intusschen zou de
-oplichting van Sarcany onder de gegeven omstandigheden uiterst
-moeielijk uit te voeren zijn, wanneer hij ten minste den bazar niet
-vóór het aanbreken van den dag verliet. De dokter kon dus met eenigen
-grond betreuren, dat hij niet gedurende de afgelegden afstand van de
-Zeepoort tot de Zuiderpoort gehandeld had. Maar het was thans te laat.
-Er bleef nu niets anders over dan te wachten om de eerste de beste
-geschikte gelegenheid te benuttigen, die zich wel zou voordoen, zooals
-hij meende.
-
-In ieder geval lag de sloep achter de rotsen vastgemeerd, op een
-afstand van minder dan tweehonderd passen van den bazar verwijderd, en
-vandaar kon men op een afstand van twee kabellengten onduidelijk de
-zwarte massa van de Electriek onderscheiden, die eene lantaarn aan haar
-voorsteven geheschen had en daardoor hare aanwezigheid op de
-ankerplaats aanduidde.
-
-Sarcany en de Marokkaansche hadden in een zeer donkeren hoek plaats
-genomen, dicht bij een troep bergbewoners, die reeds in slaap gevallen
-waren. Zij zouden dus over hunne zaken hebben kunnen spreken, zonder
-gevaar te loopen om gehoord te worden, wanneer het den dokter, die zich
-in zijn reisdeken gewikkeld had, niet gelukt was om te midden van die
-groep te sluipen, waarin zijne tegenwoordigheid niet opgemerkt werd.
-
-Kaap Matifou verschool zich zoo goed hij kon. Hij bleef echter zoodanig
-in de nabijheid, dat hij gereed was om op het eerste teeken van den
-dokter handelend te kunnen optreden.
-
-Sarcany en de vreemdelinge konden reeds eenigermate op veiligheid
-rekenen, daar zij de Arabische taal spraken en zij vermoeden moesten
-dat hen niemand op die plek verstaan zou. Daarin vergisten zij zich
-toch, want de dokter was er. Deze was met het taaleigen van alle
-Levantsche en Afrikaansche streken vertrouwd, derhalve ook met de
-Arabische taal, zoodat hij geen enkel woord van dat onderhoud verloren
-zou laten gaan.
-
-„Gij hebt mijn telegram te Syracuse ontvangen?” vroeg de Marokkaansche,
-toen zij plaats genomen had.
-
-„Ja, Namir.”
-
-„Wat hebt gij toen gedaan?”
-
-„Ik ben reeds den volgenden dag met Zirone op reis gegaan.”
-
-„Met Zirone?”
-
-„Ja.”
-
-„Waarom met Zirone?”
-
-„Wel....”
-
-„Maar waar is Zirone?”
-
-„Hij bevindt zich thans in de omstreken van Catania, waar hij eene
-nieuwe bende organiseert.”
-
-„Catania, waar ligt dat?”
-
-„Op het eiland Sicilië.”
-
-„Gij moet morgen te Ragusa zijn.....”
-
-„Morgen reeds?”
-
-„Ja, en dienzelfden dag moet ge met Silas Toronthal spreken. Verstaat
-gij mij goed, Sarcany?”
-
-„Denzelfden dag?”
-
-„Dat is noodzakelijk.”
-
-„Welnu, ik zal morgen te Ragusa zijn en ik zal Silas Toronthal
-gesproken hebben. Zijt gij tevreden?”
-
-„Vergeet het niet,” antwoordde de Marokkaansche ernstig en met een
-nadrukkelijk gebaar.
-
-„Neen, maar hebt ge u niet vergist, Namir?”
-
-„Neen, ik heb mij niet vergist, Sarcany.”
-
-„Ik kom dus bij tijds aan?....”
-
-„Ja. De dochter van den bankier....”
-
-„De dochter van den bankier,” herhaalde Sarcany op zoo zonderlingen
-toon, dat het den dokter opvallen moest.
-
-„Ja, zijne dochter!” antwoordde Namir. „Zij is verliefd.”
-
-„Wat? Veroorlooft zij zich aan de inspraken van haar hart gehoor te
-geven?”
-
-„Nu, wat zou dat?”
-
-„En zonder mijne toestemming?” vervolgde Sarcany spottend, en herhaalde
-gekscheerend: „En dat zonder mijne toestemming?”
-
-„Verwondert u dat, Sarcany?”
-
-„Wel een weinig, dat beken ik.”
-
-„Nu, het is zoo, wees daarvan verzekerd,” bevestigde het Marokkaansche
-wijf hoogst ernstig.
-
-„En?....” vroeg Sarcany.
-
-„Ge zult nog meer verwonderd zijn, wanneer ge vernemen zult wien Sava
-Toronthal denkt te huwen.”
-
-„Wien dan?”
-
-„Raad eens.”
-
-„Den een of anderen geruïneerden edelman, die zijn wapenschild met de
-millioenen van haren vader wenscht op te poetsen.”
-
-„Mis, Sarcany!”
-
-„Mis?”
-
-„Ja, zeker. Het is inderdaad iemand van voorname afkomst....”
-
-„En?....”
-
-„Maar zonder vermogen....”
-
-„Dus had ik gelijk, Namir!”
-
-„Kunt ge niet raden wie het is, Sarcany?”
-
-„Neen, Namir. Noem mij den naam van dien stoutmoedige.”
-
-„Piet Bathory!”
-
-„Piet Bathory!” riep Sarcany uit.
-
-„Dezelfde.”
-
-„Piet Bathory de dochter van Silas Toronthal huwen!”
-
-„Bedaar, Sarcany,” hernam Namir op nederzettenden toon. „Dat de dochter
-van Silas Toronthal en de zoon van Stephanus Bathory elkander beminnen,
-dat is al sedert eenigen tijd geen geheim meer voor mij. Maar Silas
-Toronthal is misschien nog onbekend met die liefde.”
-
-„Hij!.... Daarmede onbekend zijn?” kreet Sarcany. „Hoe kunt ge zoo iets
-vermoeden?....”
-
-„Bedaar toch.”
-
-„Het is wat moois!”
-
-„Daarenboven,” zei de Marokkaansche koel en afgemeten, „nimmer zou hij
-zijne toestemming verleenen....”
-
-„Dat is zoo zeker niet!” antwoordde Sarcany, die begon na te denken.
-„Silas Toronthal kan gerekend worden tot alles in staat te zijn....
-Zelfs om dit huwelijk in te willigen.... ja zelfs in de hand te
-werken.... al was het slechts om zijn geweten te bevredigen, in de
-vooronderstelling altijd, dat hij in die vijftien jaren er in geslaagd
-is een nieuw geweten op te doen!.... Gelukkig, ik ben er nog om voor
-hem de kaarten te schudden....”
-
-„Ja wel, maar haast u! Ik kan u niet genoeg daartoe aansporen. Sarcany,
-haast u! haast u!”
-
-„Morgen ben ik te Ragusa! Daar kunt ge verzekerd van zijn Namir,”
-antwoordde Sarcany op dien aandrang.
-
-„Dat is goed,” antwoordde de Marokkaansche, die een zekeren invloed op
-Sarcany scheen uit te oefenen.
-
-„Luister,” zeide Sarcany.
-
-„Ja, ik luister,” hernam zijne gezellin, terwijl ze met alle aandacht
-het oor spitste.
-
-„De dochter van Silas Toronthal zal aan niemand anders toebehooren dan
-aan mij! Verstaat ge?”
-
-„Voorzeker.”
-
-„En door middel van haar zal ik mijn vermogen herstellen. Hoe, dat is
-mijn zaak, verstaat ge?”
-
-„Het is te hopen voor u, dat ge slaagt,” hernam Namir.
-
-Dokter Antekirrt had alles gehoord, wat hij weten wilde. Wat kon ’t hem
-nu ook schelen, wat er verder tusschen de vreemdelinge en Sarcany nog
-gesproken werd.
-
-Een ellendeling zou de dochter van een anderen ellendeling opeischen.
-Gene had het recht en de macht om zich aan deze op te dringen. Het was
-inderdaad alsof God in eene zaak van menschelijke gerechtigheid
-tusschen beiden trad. Er behoefde geen vrees meer voor Piet Bathory
-gekoesterd te worden, want een mededinger stond gereed om hem van de
-baan te knikkeren. Het was dus overbodig geworden om hem naar Cattaro
-op te roepen. Het was ook overbodig om zich meester te maken van den
-man, die naar de eer haakte, de schoonzoon van Silas Toronthal te
-worden.
-
-„Dat die schurken maar onder elkander trouwen en eene zelfde
-verwantschap uitmaken, wat kan mij het schelen?” mompelde de dokter in
-zich zelven. „Later kunnen wij altijd zien. Loontje zal altijd om zijn
-boontje komen.”
-
-Daarop sloop hij weg, na aan Kaap Matifou een teeken gegeven te hebben
-om hem te volgen.
-
-Kaap Matifou, die er volstrekt niet naar gevraagd had, waarom dokter
-Antekirrt den passagier van de Saxonia gevankelijk wilde wegvoeren,
-vroeg natuurlijk ook niet naar de redenen, waarom van dat voornemen
-afgezien werd.
-
-Den volgenden dag—dus op den 10den Juni—gingen de deuren van het groote
-salon in de prachtige woning in de Stradona-laan, tegen ongeveer acht
-uren des avonds open en kondigde een lakei met luider stemme aan:
-
-„Mijnheer Sarcany!”
-
-
-
-
-
-
-
-
-III.
-
-VERWIKKELINGEN.
-
-
-Het was reeds veertien jaren geleden sedert Silas Toronthal Triëst
-verlaten had om zich te Ragusa, in de hoofdplaats van Dalmatië, in die
-prachtige woning in de Stradona-laan te komen vestigen. Hij was
-Dalmatiër van oorsprong en bij gevolg was er niets natuurlijker dan dat
-hij er aan gedacht had om naar zijn geboorteland weder te keeren,
-zoodra hij zijne zaken verlaten had om van zijne renten te gaan leven.
-
-Het geheim der verraders was uitmuntend bewaard gebleven.—Men had hun
-den prijs van het verraad stiptelijk uitbetaald. Daarom was een geheel
-vermogen aan den bankier en aan Sarcany, zijn vroegeren agent in het
-Tripolitaansche, toegewezen geworden.
-
-Na de ter doodbrenging van de twee veroordeelden in de vesting van
-Pisino, na de ontvluchting van graaf Mathias Sandorf, die volgens
-iedereen den dood gevonden had in de golven van de Adriatische zee, was
-het vonnis voltooid geworden door de verbeurdverklaring der goederen
-van de veroordeelden en gevonnisden.
-
-Van de woning en een kleine strook gronds, die aan graaf Ladislas
-Zathmar toebehoord hadden, was niets overgebleven, zelfs zooveel niet
-om het materieele leven van zijn ouden bediende te verzekeren. Ook van
-hetgeen professor Stephanus Bathory nagelaten had, was evenmin iets
-overgebleven, daar hij slechts leefde van de opbrengst zijner lessen.
-Maar het kasteel Artenak met zijne rijke onderhoorigheden, de naburige
-mijnen, de uitgestrekte bosschen op de noordelijke hellingen van het
-Karpathische gebergte, dat geheele domein vertegenwoordigde een
-onmetelijk vermogen, dat aan graaf Mathias Sandorf toebehoorde. Deze
-goederen werden in twee deelen gesplitst waarvan het eene in openbare
-veiling gebracht werd en bestemd was om de aanbrengers van het complot
-te betalen; terwijl het andere onder sequester geplaatst werd om aan de
-erfgename van den graaf weergegeven te worden, wanneer zij
-meerderjarig, dat wil zeggen achttien jaren oud zou zijn geworden.
-Wanneer dat kind stierf alvorens dien leeftijd bereikt te hebben, zou
-zijn deel aan den Staat vervallen.
-
-Nu hadden de twee vierden van die rijke bezittingen, welke voor de
-aanbrengers bestemd waren, hen een som van anderhalf millioen gulden
-opgebracht, waarover zij de vrije beschikking verkregen hadden.
-
-Al dadelijk hadden de medeplichtigen er aan gedacht, om van elkander te
-scheiden. Sarcany had er volstrekt geen zin in om in de nabijheid van
-Silas Toronthal te verblijven. Deze van zijn kant stond er ook in het
-geheel niet op, om verdere betrekkingen met zijn vroegeren
-ondergeschikte te onderhouden. Zoo iets lag voor de hand.
-
-Sarcany verliet dus Triëst en werd vergezeld door Zirone, die hem in
-rampspoedige dagen niet verlaten had, maar ook niet wilde heengaan nu
-de voorspoedige dagen aangebroken waren.
-
-Beiden verdwenen en de bankier hoorde niet meer omtrent hen gewagen.
-
-Waarheen waren zij gegaan?
-
-Ongetwijfeld naar de eene of andere groote stad van Europa, daar waar
-niemand er aan denkt iemand omtrent zijne herkomst lastig te vallen,
-mits de lieden rijk zijn, ook niet omtrent de bron van hun verworven
-vermogen, mits het geld maar zonder tellen verteerd en uitgegeven
-wordt. Om kort te gaan, er was geen sprake meer van die gelukzoekers in
-Triëst, waar zij trouwens niemand anders gekend hadden dan den bankier
-Silas Toronthal.
-
-Toen zij vertrokken waren, was deze laatste gerustgesteld. Inderdaad
-toen eerst haalde hij weer vrij adem.
-
-Hij dacht niets meer te vreezen te hebben van wege den man, die hem
-toch ongetwijfeld in zijne macht had en steeds uit dien toestand munt
-kon slaan. Want hoewel Sarcany thans rijk was, kon toch op zulk een
-verspilziek persoon niet gerekend worden, en het was te voorzien, dat
-wanneer hij dat vermogen verslonden zou hebben, hij er geen
-gewetenszaak van zou maken, om naar zijn ouden medeplichtige terug te
-keeren.
-
-Tien maanden later had Silas Toronthal zijn bankierskantoor, dat zeer
-wrak gestaan had, geheel en al hersteld, liquideerde toen zijne zaken
-en verliet Triëst toen voor goed, om zich te Ragusa te gaan vestigen.
-Hoewel hij volstrekt niets van de onbescheidenheid van den gouverneur
-van die stad, die alleen wist, welke rol hij vervuld had bij de
-ontdekking van de samenzwering, te vreezen had, zoo was dat toch nog te
-veel voor een man, die niets van zijn voornaamheid wilde verliezen en
-wien zijn groot vermogen, overal waar hij verlangde te gaan, een
-weelderig bestaan verzekerde.
-
-Misschien werd dat besluit, om Triëst te verlaten, hem ook wel door
-eene bijzondere omstandigheid geboden,—die later wel onthuld zal
-worden, maar intusschen alleen mevrouw Toronthal en hem bekend was. Het
-was zelf daardoor, dat hij slechts een maal in aanraking kwam met die
-Namir, welker bekendheid met Sarcany de lezer reeds vernam.
-
-De bankier verkoos dus Ragusa als nieuwe verblijfplaats. Hij had die
-stad verlaten, toen, hij nog zeer jong was dewijl hij zijne ouders
-verloren en overigens geen verwanten had. Men was hem daar geheel en al
-vergeten, zoodat hij als vreemdeling in die stad terug kwam, waarin hij
-sedert jaren niet meer geweest was.
-
-Onder die omstandigheden ontving de Ragusasche bevolking den rijken
-man, die binnen de muren zijner geboortestad wederkeerde, goed. Zij
-wist omtrent hem slechts éene zaak, dat was dat hij in Triëst een
-voornaam man was geweest. De bankier zocht en vond eene woning in het
-voorname en aristocratische kwartier van de stad. Zijn huis werd rijk
-en op grootschen voet ingericht, met een talrijk personeel van
-bedienden, waarvan de bestanddeelen te Ragusa geheel en al vernieuwd
-werden. Hij ontving gasten en werd overal gaarne en met onderscheiding
-ontvangen. Niemand wist toch iets van zijn verleden, zoodat hij een
-dier bevoorrechten was, die de gelukkigen op dit ondermaansche geheeten
-worden. Zeker, maar....
-
-Silas Toronthal was, wel is waar, volstrekt niet onderhevig aan
-wroeging. Werd hij niet door de vrees bekropen, dat het geheim van
-zijne afschuwelijke verklikking den een of anderen dag aan het licht
-kon komen, dan zou niets ter wereld eenige stoornis in zijn bestaan
-kunnen aanbrengen.
-
-Evenwel tegenover hem bevond zich steeds als stomme, maar toch levende
-getuige, mevrouw Toronthal, zijn echtgenoote.
-
-Die ongelukkige vrouw, die een eerlijk en braaf karakter had, kende het
-schandelijke en afschuwelijke complot, hetwelk drie vaderlandslievende
-mannen in de armen des doods had gevoerd. Een enkel woord, dat haar
-echtgenoot op een avond, in het tijdperk dat zijne zaken in de war
-raakten, zich liet ontglippen, eene onvoorzichtig geuite hoop dat een
-gedeelte van het vermogen van graaf Mathias Sandorf zou kunnen dienen
-om zijn wrak bankiershuis te stutten, eenige handteekeningen, die hij
-van mevrouw Toronthal geëischt had, hadden haar brein wakker geschud en
-hem eindelijk de bekentenis ontlokt van zijne tusschenkomst in de
-ontdekking van de Triëster samenzwering.
-
-Een onoverwinnelijke afkeer voor den man, aan wien zij voor het leven
-geketend was, was het gevoel dat mevrouw Toronthal van nu af aan
-bezielde. Dat gevoel was te meer verklaarbaar, daar zij van geboorte
-een Hongaarsche was, Maar het werd reeds gezegd: zij was verpletterd
-door dien slag en kon zich niet opbeuren. Sedert dat tijdstip leefde
-zij zooveel haar zulks mogelijk was, zoowel te Triëst als te Ragusa,
-geheel afzonderlijk, voor zoover hare maatschappelijke positie dit
-gedoogde. Zij verscheen voorzeker bij de receptiën, die in de woning
-van de Stradona-laan gegeven werden. Zij was dat verplicht te doen en
-haar echtgenoot zou haar daartoe ongetwijfeld genoopt hebben. Maar was
-hare rol van vrouw des huizes in het openbaar afgeloopen, dan keerde
-zij naar hare vertrekken terug en kwam niet weder te voorschijn, wat er
-ook gebeuren mocht. Dan was zij onverzettelijk.
-
-Daar wijdde zij zich geheel en al aan de opvoeding van hare dochter,
-waarop zij al de schatten harer toegenegenheid had overgedragen.
-
-Daar trachtte zij dan te vergeten.
-
-Vergeten!.... Was dat mogelijk, wanneer de man, die zoo schuldig was
-als haar echtgenoot, onder hetzelfde dak als zij leefde?
-
-Nu geschiedde het, dat die staat van zaken, twee jaren na hunne
-vestiging te Ragusa, nog meer verwikkeld werd. Die verwikkelingen
-veroorzaakten wel is waar nieuwe zorgen bij Silas Toronthal, maar ook
-nieuwe droefheid bij mevrouw.
-
-Mevrouw Bathory had ook met haren zoon en hunne bediende Borik Triëst
-verlaten, om zich te Ragusa te gaan vestigen, waar zij nog eenige
-bloedverwanten bezaten. De weduwe van Stephanus Bathory kende Silas
-Toronthal niet; zij wist zelfs niet dat er eenige betrekking tusschen
-den graaf Mathias Sandorf en den bankier bestaan had. Zij kon dan ook
-niet gissen, dat die man medeplichtig was aan de laaghartige en
-schandelijke daad, die het leven der drie Hongaarsche
-vaderlandslievende mannen gekost had. Hoe zou zij het dan ook vernomen
-hebben, daar haar echtgenoot haar, alvorens te sterven, den naam niet
-had kunnen mededeelen van de ellendelingen, die hen aan de
-Oostenrijksche politie verkocht en verraden hadden.
-
-Intusschen al kende mevrouw Bathory den Triëster bankier niet, zoo
-kende hij haar toch.
-
-Het was uiterst onaangenaam, zich in dezelfde stad als zij te bevinden,
-haar zoon te ontmoeten en te ontwaren, dat zij arm was en met
-handenarbeid den kost voor haar en haar kind moest verdienen. Had
-mevrouw Bathory reeds te Ragusa gewoond, toen hij Triëst verliet, dan
-zou hij voorzeker, alvorens zich te vestigen, dat plan hebben laten
-varen.
-
-Maar toen de weduwe dat armoedige huis in de Marinellastraat kwam
-betrekken, was zijne prachtige woning reeds gekocht, en zoo weelderig
-mogelijk en volkomen ingericht. Zonder opzien te baren kon hij daarin
-geen verandering brengen. Daarenboven kon hij er niet toe besluiten, om
-ten derden male van verblijfplaats te veranderen. Zoo iets kwam met
-zijn weifelachtigen aard volstrekt niet overeen.
-
-„Men gewent langzamerhand aan alles!” prevelde hij evenwel
-hoofdschuddend bij zich zelven.
-
-Hij koesterde het voornemen om de oogen voor die steeds aanwezige
-getuige te sluiten.
-
-Het scheen, dat wanneer Silas Toronthal de oogen sloot, zulks voldoende
-was, om niets meer te bemerken van hetgeen in zijn binnenste omging.
-Zulke menschen bestaan er velen, niet alleen te Ragusa maar in alle
-landen der wereld.
-
-Wat evenwel voor den bankier slechts onaangenaam was, werd weldra voor
-mevrouw Toronthal eene oorzaak van voortdurend en ontzaglijk lijden,
-van nimmer eindigende wroeging. Zij poogde dan ook, zeer in het geheim,
-verscheidene malen hulp te doen toekomen aan die weduwe, die geen ander
-inkomen had dan dat, hetwelk uit haren handenarbeid voortsproot. Die
-hulp werd evenwel steeds kalm maar waardig geweigerd. En zoo geschiedde
-het ook met de bijdragen, die bekende en onbekende vrienden de edele
-vrouw poogden te doen aannemen. De geestkrachtvolle gade van Stephanus
-Bathory vroeg niets en wilde van niemand iets aannemen.
-
-Eene onvoorziene omstandigheid, die daarenboven nog onwaarschijnlijk
-toescheen, zou dien toestand van wroeging nog meer ondragelijk maken;
-niet alleen ondragelijk, maar verschrikkelijk door de verkwikkelingen,
-die er uit geboren zouden worden.
-
-Mevrouw Toronthal had haar geheel liefdegevoel, hare geheele
-toegenegenheid overgebracht op hare dochter, die ter nauwernood drie
-jaren oud was, toen haar echtgenoot en zij tegen het einde van het jaar
-1867 te Ragusa kwamen wonen.
-
-Thans, op het oogenblik dat dit verhaal hervat wordt, had Sava den
-zeventienjarigen leeftijd bereikt.
-
-De lieve maagd was eene heerlijke verschijning, die meer de Hongaarsche
-type dan de Dalmatische naderde. Zij bezat een zwarten en dichten
-haardos, daarbij vurige oogen, die onder een hoog voorhoofd breed
-geteekend waren. De ziel straalde uit die oogen en zij konden even goed
-door de chirognomonisten (waarzeggers) geraadpleegd worden als de hand.
-Zij had een fijn mondje, dat veel overeenkomst met een half ontloken
-roosje vertoonde, daarbij eene warme huidtint, eene bevallige en
-veerkrachtige gestalte, terwijl hare lengte iets meer dan de gemiddelde
-bedroeg. Dat geheel van bekoorlijke hoedanigheden was voorzeker
-geschikt om ieders blik te boeien.
-
-Maar wat vooral in haar persoon bekoorde en wat bovendien de gevoelige
-zielen uitermate trof, dat was het ernstige uiterlijk van dat jonge
-meisje; dat was haar peinzend gelaat, alsof zij steeds over vervlogen
-schier uitgewischte herinneringen nadacht en die met den geest
-vervolgde. Er bestond iets onverklaarbaars, hetgeen tot haar aantrok en
-toch bedroefde. Vandaar ook, dat zij eene buitengewone terughoudendheid
-bij al de personen teweeg bracht, die de salons van haren vader
-bezochten, of die haar soms in de Stradona-laan ontmoetten.
-
-Men zal gemakkelijk kunnen aannemen, dat Sava, die de eenige erfgename
-zou zijn van een vermogen, hetwelk kolossaal groot heette en wat haar
-eenmaal geheel zou toebehooren, meermalen tot een huwelijk aangezocht
-was geworden. Maar hoewel zich verscheidene jongelieden, die alle
-maatschappelijke eigenschappen en hoedanigheden in zich vereenigden,
-als huwelijks-candidaten voorgedaan hadden, had het jonge meisje
-steeds, wanneer zij geraadpleegd werd, zonder opgave van redenen
-geweigerd. Silas Toronthal had haar dienaangaande nimmer gepolst of
-gedwongen. Ongetwijfeld was de schoonzoon, dien hij gewenscht had—meer
-voor zich zelven dan voor Sava—nog niet voorgekomen.
-
-Om het portret van Sava Toronthal te voltooien, moeten wij nog
-mededeelen, dat zij eene zeer sterke neiging had om de daden van deugd
-of moed, die de vaderlandsliefde tot grondslag hadden, te bewonderen.
-Niet dat zij zich met staatkunde inliet; maar de verhalen, die het
-vaderland betroffen, de opofferingen, die voor den geboortegrond
-geschied waren, de jongere voorbeelden, die zoo eervol en roemvol in de
-geschiedenis prijkten, maakten steeds diepen indruk op haar.
-
-Indien zij die gevoelens niet aan het toeval harer geboorte
-ontleende—en inderdaad van Silas Toronthal had zij ze niet—dan had zij
-ze natuurlijk in haar edelmoedig hart moeten vinden.
-
-Verklaart dat niet—zooals de lezer waarschijnlijk reeds gegist zal
-hebben—de innige toenadering, welke tusschen Piet Bathory en Sava
-Toronthal daaruit ontstaan was? Ja, het kon als een zeker toeval van
-het ongeluk beschouwd worden, hetwelk in de plannen van den bankier
-verwarring en die beide jongelieden tot elkaar bracht. Sava was nog
-slechts twaalf jaren oud, toen iemand eens tegen haar zeide en daarbij
-naar Piet wees, die vooruitging:
-
-„Dat is de zoon van een man, die het leven voor Hongarije heeft ten
-offer gebracht!”
-
-Die woorden zouden nimmer uit het geheugen van het edele meisje
-gewischt worden.
-
-Beiden waren grooter geworden. Sava’s brein was reeds met het beeld van
-Piet vervuld, vóórdat deze het meisje nog opgemerkt had. Zij zag hem
-steeds zoo ernstig, zoo peinzend. Hij was arm, dat was waar; maar hij
-arbeidde ten minste om den naam zijns vaders eer aan te doen, wiens
-levensloop en wedervaren zij geheel en al kende.
-
-De lezer weet het overige.
-
-Hij weet, hoe Piet Bathory op zijne beurt bekoord en onweerstaanbaar
-aangetrokken werd door den aanblik van Sava, wier heerlijke geaardheid
-zoozeer met de zijne moest overeenkomen.
-
-Hij weet, hoe de jongman het lieve jonge meisje, dat wellicht nog
-onkundig was met den aard van het gevoel, hetwelk haar hartje
-binnengeslopen was, reeds met eene innige liefde beminde, eene liefde,
-die zij weldra deelen en gevoelen zou.
-
-Men zal alles, wat Sava Toronthal betreft, dadelijk begrijpen, wanneer
-men den toestand zal kennen, waarin zij zich bij hare ouders bevond.
-
-Tegenover haren vader was Sava steeds uitermate teruggetrokken geweest.
-Nimmer had er eenig gevoel van overeenkomst tusschen die twee bestaan.
-Nimmer had hij het vaderlijk hart jegens zijne dochter laten spreken;
-nimmer had de dochter zich tot een streelend gebaar jegens haren vader
-laten verleiden. Bij den eenen was het droogheid des harten; maar bij
-de andere ontstond die verwijdering uit de oneenigheid, welke tusschen
-die beide karakters in alles waar te nemen was. Sava betoonde voor
-Silas Toronthal al den eerbied, dien een kind aan zijn vader
-verschuldigd is—maar ook niets meer.
-
-Bovendien, hij liet haar volkomen vrijheid om te handelen, zooals zij
-verkoos. Hij dwarsboomde haar niet in hare neigingen; hij stelde geene
-grenzen voor hare liefdadigheidswerken, die zijn behoefte aan uiterlijk
-verkeer zeer prikkelden en hem derhalve zeer bevielen.
-
-Om kort te gaan, bij hem was het volmaakte onverschilligheid, die hem
-bezielde. Bij haar, het moet erkend worden, was het eerder antipathie,
-bijna afkeer, dien zij onverklaarbaar genoeg ondervond voor den man,
-waarmede zij dagelijks omging.
-
-Voor hare moeder, voor mevrouw Toronthal, koesterde Sava geheel andere
-gevoelens. Ondervond die goede vrouw het onaangename van de
-heerschzucht van haren echtgenoot, die weinig beleefdheidsvormen jegens
-haar in acht nam, en toonde zij zich zwak tegenover die bejegening, dan
-sproot dat uit hare goedheid van karakter voort; want zij was
-duizendmaal beter dan hij, zoowel door het onbesprokene van haren
-levensloop, als door de zorg, die zij koesterde voor hare persoonlijke
-waardigheid.
-
-Mevrouw Toronthal had Sava oprecht lief. In weerwil van de
-terughoudendheid van het jonge meisje, had zij de meest degelijke
-hoedanigheden in haar meenen te ontdekken. Maar de genegenheid, die zij
-voor haar gevoelde, was inderdaad van buitengewonen aard. Zij was
-vermengd met een soort van bewondering, met een soort van eerbied en
-zelfs met een weinig vrees. Het edel, verheven karakter van Sava, hare
-rechtschapenheid en ook hare onverzettelijkheid in sommige oogenblikken
-en bij sommige voorvallen, konden dien vreemden vorm van moederlijke
-liefde eenigermate wettigen. Toch vergold het jeugdige meisje hare
-toegenegenheid met gelijke wederliefde. Zelfs zonder de banden des
-bloeds, zouden beiden toch uitermate aan elkander gehecht geweest zijn.
-
-Het zal dus bij den lezer geene verwondering baren, wanneer hij zal
-vernemen, dat mevrouw Toronthal de eerste was, die raadde, wat er in de
-ziel en in het hart van Sava omging. Het jonge meisje had haar dikwijls
-van Piet Bathory en van zijne familie gesproken, zonder evenwel daarbij
-den weemoedigen indruk, welken die naam bij hare moeder telkens teweeg
-bracht, te ontwaren. Toen dan ook mevrouw Toronthal tot erkenning
-gekomen was, dat Sava dien jongen man beminde, prevelde zij in haar
-binnenste:
-
-„Zou God dat dan toch willen? Zou Hij dat kunnen willen? O! het is
-schier onmogelijk!”
-
-Wat die woorden in den mond van mevrouw Toronthal beteekenden, zal de
-lezer wel kunnen raden. Wat hij evenwel niet weten kan, en wat die
-rampzalige vrouw wel wist, dat is tot welk punt Sava’s liefde voor Piet
-Bathory een rechtvaardig herstel zou zijn voor het leed en de rampen,
-zijne familie aangedaan.
-
-Wanneer mevrouw Toronthal, die vroom en geloovig was, evenwel vermeenen
-kon, dat zulk een huwelijksband met de inzichten der Voorzienigheid zou
-kunnen strooken, zou het zaak zijn, dat ook haar echtgenoot tot die
-toenadering der beide familiën gewonnen werd. Zij besloot dan ook om
-hem, zonder er evenwel iets van aan Sava te zeggen, over dat onderwerp
-te polsen.
-
-Evenwel bij de eerste woorden reeds, die zijne gade zich liet
-ontvallen, werd Silas zoo woedend, dat hij iedere grens van
-betamelijkheid overschreed. Hij poogde dat gevoel van toorn zelfs niet
-te bemantelen of te bedwingen. Mevrouw Toronthal, door dien uitval
-onthutst en afgeschrikt, keerde ijlings naar hare vertrekken weer en
-kreeg de bedreiging mede:
-
-„Neem u in acht, mevrouw!.... Als gij u ooit mocht verstouten met dat
-voorstel andermaal te berde te komen, of er zelfs nog maar op te
-zinspelen, dan zult gij het u berouwen! Laat u dat genoeg zijn!”
-
-Dus het noodlot, zooals Silas Toronthal dat noemde, had niet alleen de
-familie Bathory in deze stad gevoerd, maar ook Sava en Piet, die
-elkander hadden leeren kennen en beminnen, tot elkander gebracht. Ja,
-dat mocht waarlijk een noodlot heeten! Een vreeselijk noodlot!
-
-Misschien vraagt de lezer zich af, waarom die toorn, waarom die
-verbittering van den kant des bankiers?
-
-Had hij geheime plannen gevormd omtrent Sava, omtrent hare toekomst? En
-werden die plannen thans gedwarsboomd?
-
-Zou, hij voor het geval dat zijn schandelijk verraad ooit aan het licht
-kwam, integendeel geen groot belang hebben, dat de gevolgen van die
-snoode daad vooraf binnen de grenzen der mogelijkheid hersteld en
-vergoed waren? Wat zou Piet Bathory, eenmaal de echtgenoot van Sava
-Toronthal geworden, kunnen zeggen, wanneer hij vernam, dat haar vader
-den dood van den zijnen veroorzaakt had? Wat zou mevrouw Bathory alsdan
-kunnen doen? Zeker zou dat een afgrijselijken toestand vormen: de zoon
-van het slachtoffer gehuwd met de dochter van den sluipmoordenaar!
-Afgrijselijk vooral voor dien zoon, niet voor hem Silas Toronthal!
-
-Voor hem zou dat huwelijk een schutmiddel wezen.
-
-Maar men was, wel is waar, zonder tijding omtrent Sarcany. Zijne
-terugkomst was evenwel toch mogelijk. Waarschijnlijk bestonden vroegere
-afspraken tusschen den bankier en zijn medeplichtige. En deze was er de
-man niet naar, om die te vergeten, wanneer het hem in de wereld
-tegenliep.
-
-Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat Silas Toronthal wel
-eenige bekommernis gevoelde omtrent dien Sarcany, zijnen
-Tripolitaanschen makelaar van weleer, vooral omtrent zijn wedervaren
-tot heden. Hij had sedert die zaak te Triëst geen tijding hoegenaamd
-van hem gehad en het was dus reeds meer dan vijftien jaren geleden, dat
-zij van elkander gegaan waren. Nu en dan had hij getracht berichten in
-te winnen, maar steeds te vergeefs.
-
-Zelfs in Sicilië, waar hij wist, dat Sarcany door tusschenkomst van
-zijn ouden makker Zirone betrekkingen onderhield, waren de nasporingen
-vruchteloos gebleven. Toch kon Sarcany den eenen of anderen dag te
-voorschijn treden. Dat was inderdaad een voortdurend schrikbeeld voor
-den bankier.
-
-Maar kon die gelukzoeker ook dood zijn? Wie weet? Misschien wel!
-
-Dat zou eene tijding wezen, die Silas Toronthal met onuitsprekelijk
-genoegen ontvangen zou.
-
-Dan zou hij wellicht de mogelijkheid van eene vereeniging, van een band
-tusschen de familie Bathory en de zijne leeren inzien en zijne
-bewilliging verleenen.
-
-Maar zoo als de zaken thans stonden, was er in ieder geval niet aan te
-denken. Dat begreep mevrouw Toronthal al ras.
-
-Silas Toronthal kwam dus niet terug op de ruwe bejegeningen, die hij
-zijne echtgenoote had doen ondergaan, toen zij met die zaak te berde
-kwam. Hij sprak er niet meer over en vermeed ten stipste eenige
-verklaring te geven. Hij stelde zich tot taak, haar en Sava beter te
-bewaken, haar zelfs te doen bespionneeren. Wat den jeugdigen
-werktuigkundige betrof, dien zou hij nog trotscher bejegenen; hij zou
-het hoofd afwenden, wanneer hij hem ontmoeten zou; in éen woord: hij
-zou zoo handelen, dat hem duidelijk moest zijn, dat er geen ziertje
-hoop te koesteren was. Ja, dat was de gedragslijn, waartoe hij besloot,
-en hij slaagde er maar al te goed in, om den radeloozen verliefde te
-toonen, dat iedere stap van zijn kant totaal overbodig zou zijn.
-
-Het was onder die omstandigheden, dat in den avond van den 10den Juni,
-Sarcany’s naam in de salons van de woning in de Stradona-laan
-weerklonk, nadat de deuren zich voor dezen schaamteloozen kerel hadden
-geopend.
-
-Dienzelfden morgen had Sarcany, door Namir vergezeld, in den spoortrein
-van Cattaro naar Ragusa plaats genomen. Hij was in een der voornaamste
-hôtels van de stad afgestapt, had daar zijn reispak tegen een elegant
-toilet verwisseld en had zich, zonder een oogenblik te laten verloren
-gaan en zonder aarzeling te laten blijken, aan de woning van zijn ouden
-medeplichtige aangemeld. Hij rekende voorzeker op de machtspreuk: aan
-de stoutmoedigen behoort het heelal!
-
-Silas Toronthal ontving hem en gaf bevelen, dat hun onderhoud niet
-zoude gestoord worden.
-
-Hoe nam de bankier dat bezoek van Sarcany op?
-
-Had hij geestkracht genoeg, om hetgeen hij moest gevoelen bij dat
-wederzien te bemantelen en ging hij tot onderhandelingen met hem over?
-
-Was Sarcany van zijn kant heerschzuchtig, onbeschaamd, ja onbeschoft,
-zooals hij vroeger was? Herinnerde hij den bankier hunne afspraken en
-de beloften, die deze misschien gedaan had, overeenkomsten, die lang
-geleden aangegaan waren?
-
-Spraken zij eindelijk over het verleden, over het heden, over de
-toekomst, ja over de toekomst?
-
-Dat kon niemand zeggen; want behalve door hen beiden werd dat onderhoud
-door geen sterveling bijgewoond en kon het door niemand beluisterd of
-gestoord worden.
-
-Maar ziehier, wat er uit voortvloeide.
-
-Vier en twintig uren later verbreidde zich een nieuwtje door de stad,
-dat wel geschikt was, om verwondering te baren. Men sprak van een
-huwelijk van Sarcany met Sava Toronthal en voegde er bij, dat die
-Sarcany een onmetelijk rijk en adellijk inboorling van Tripoli was. De
-lezer weet, wat er van dien adeldom aan is.
-
-Blijkbaar had de bankier tegenover de bedreigingen van dien man, die
-hem in het verderf kon storten, moeten toegeven. Noch de smeekbeden
-zijner echtgenoote, noch de afschuw, die Sava, toen haar vader haar
-zijn wil meende op te dringen, aan den dag legde, vermocht iets.
-
-Wij zullen slechts een enkel woord reppen over het belang, dat Sarcany
-bij het sluiten van dat huwelijk had,—een belang, dat hij volstrekt
-niet voor Silas Toronthal verborgen gehouden had. Sarcany was namelijk
-geruïneerd. Het gedeelte van dat zoo schandelijk verworven vermogen,
-hetwelk den bankier in staat gesteld had, om het crediet van zijn
-wankelend huis te herstellen, was nauwelijks voldoende geweest voor den
-gelukzoeker, om gedurende vijftien jaren zijne hartstochten bot te
-vieren. Sedert hij Triëst verliet, had Sarcany geheel Europa doorreisd
-en daarbij als verkwister geleefd, voor wien de vertrekken, die hij in
-de hôtels te Parijs, Londen, Amsterdam, Weenen, Berlijn en Rome betrok,
-nimmer ramen genoeg gehad hadden, waardoor hij het geld volgens de
-invallen zijner grillige luimen had kunnen wegwerpen. Na de vermaken en
-genoegens van allerlei aard daar genoten te hebben, ging hij aan de
-kansen van het lot vragen, om in te slokken wat hem van zijn vermogen
-nog over gebleven was. Hij bezocht dan ook de steden in Zwitserland en
-Spanje, waar nog speelbanken aangetroffen worden. Hij bezocht het
-Vorstendom Monaco, dat door een cirkel van Franschen grenzen omgeven
-is.
-
-Het zal wel niet noodig zijn er bij te vertellen, dat Zirone gedurende
-dat geheele tijdvak zijn onafscheidelijke makker geweest was. Toen hen
-evenwel nog slechts ettelijke duizenden guldens overbleven, waren zij
-naar het eiland, hetwelk voor ieder Siciliaan zoo dierbaar is, naar het
-oostelijk deel van het oude Trinacria (het driepuntige) teruggekeerd.
-Daar bleven zij evenwel, in afwachting van de gebeurlijkheden, niet
-werkeloos, dat wil zeggen totdat Sarcany den tijd gekomen zou achten om
-zijne relatiën met den bankier Silas Toronthal te hervatten.
-
-En inderdaad was een huwelijk met Sava, de eenige erfgename van den
-rijken Silas Toronthal, niet de eenvoudigste oplossing van het
-vraagstuk betreffende het herstel van zijn vermogen?
-
-De bankier kon en mocht hem toch niets weigeren.
-
-Misschien bestond er tusschen die twee mannen, behalve die band, dien
-de lezers reeds kennen, nog een andere, die de toekomst alleen kan
-ontsluieren.
-
-Intusschen vroeg Sava eene juiste verklaring aan haren vader, waarom
-hij op dusdanige wijze over haar beschikte.
-
-„Mijne eer hangt van dat huwelijk af,” had Silas Toronthal na tal van
-uitvluchten geantwoord, „en dat huwelijk zal voltrokken worden.”
-
-Toen Sava dat antwoord van den bankier aan hare moeder overbracht, viel
-deze schier bewusteloos in de armen harer dochter en kon slechts tranen
-van wanhoop storten.
-
-Silas Toronthal had dus in zijn voornemen volhard.
-
-Het huwelijk werd op den 6den Juli vastgesteld en zou op dien dag
-voltrokken worden.
-
-Men kan begrijpen, hoe Piet Bathory gedurende die drie weken leed!
-Zijne ontsteltenis en opgewondenheid waren schrikkelijk om aan te zien.
-Hij had aanvallen van machtelooze woede en bleef nu eens opgesloten in
-zijn vertrek in de Marinella-straat, dan weer ontsnapte hij uit de
-gevloekte stad in eene zoodanige gemoedstemming, dat mevrouw Bathory
-inderdaad vreezen kon, dat hij tot een wanhopigen stap in staat was en
-dat zij hem niet meer terug zou zien. Het was verschrikkelijk!
-
-Welke troostwoorden zou zij hem ook hebben kunnen doen hooren?
-
-Zoolang er geen quaestie van dat huwelijk geweest was, kon Piet
-Bathory, hoewel hij door den vader van Sava afgewezen werd, eenige
-hoop, wel is waar zeer weinig, maar toch nog hoop koesteren. Maar was
-Sava eenmaal gehuwd, dan was er een afgrond—een onoverkomelijke afgrond
-ditmaal tusschen de beide jongelieden gegraven.
-
-Wat dokter Antekirrt ook mocht gezegd of beloofd hebben, och, altemaal
-praatjes! Ook deze scheen Piet in den steek te laten.
-
-Maar.... hij vroeg zich af, hoe het mogelijk was, dat het jonge meisje,
-dat hem toch zoozeer beminde en wier geest krachtvolle geaardheid hij
-kende, tot die vereeniging hare toestemming had kunnen geven?
-
-Welk geheim beheerschte dan toch die woning in de Stradona-laan, waar
-zoo iets kon gebeuren?
-
-Och, Piet had zeer zeker beter gedaan met Ragusa te verlaten, met de
-voorstellen aan te nemen, die hem daar buiten gedaan waren, met ver,
-zeer ver weg van Sava heen te gaan, van Sava, die men aan dien
-vreemdeling, aan dien Sarcany overleverde.
-
-„Neen!” riep hij uit en herhaalde hij telkens: „Neen! dat is
-onmogelijk!.... Ik bemin haar!”
-
-De wanhoop was dus die woning binnengedrongen, waar weinige dagen te
-voren een straal van hoop gegloord had.
-
-Helaas, ja!
-
-Pescadospunt vervulde intusschen steeds zijne rol van verspieder en was
-dus geheel en al op de hoogte omtrent de geruchten, die in de stad
-liepen, ook omtrent hetgeen in de Stradona-laan voorbereid werd.
-
-Zoodra hij het bericht van het huwelijk tusschen Sava Toronthal en
-Sarcany vernam, schreef hij naar Cattaro.
-
-Zoodra hij zich had kunnen overtuigen omtrent den ellendigen toestand,
-waartoe die tijding den jeugdigen ingenieur, die hem levendig belang
-inboezemde, gebracht had, deed hij daarvan mededeeling aan dokter
-Antekirrt.
-
-Tot eenig antwoord ontving hij het bevel, om voort te gaan met alles
-gade te slaan wat te Ragusa voorviel en hem te Cattaro daaromtrent op
-de hoogte te houden.
-
-Midderwijl naarmate die ongelukkige datum van 6 Juli naderde,
-verergerde de toestand van Piet Bathory al meer en meer. Zijne moeder
-kon hem niet meer tot kalmte brengen. Hoe zou Silas Toronthal dan ook
-te bewegen zijn om zijne plannen te wijzigen? Was het niet
-klaarblijkelijk uit de haast, waarmede dit huwelijk kenbaar gemaakt en
-vastgesteld was, dat het reeds sedert lang besloten was? Bleek daar
-niet duidelijk uit, dat Sarcany en de bankier Silas Toronthal elkander
-sedert lang kenden, dat die „rijke Tripolitaan” op den vader van Sava
-een bijzonderen invloed moest hebben.
-
-Door die niet te verdrijven denkbeelden gemarteld, kwam Piet Bathory op
-de gedachte, om acht dagen vóór de voltrekking van het huwelijk aan
-Silas Toronthal te schrijven.
-
-Hij deed zulks; maar.... zooals wel te voorzien was, hij kreeg geen
-antwoord.
-
-Piet poogde toen den bankier op straat te ontmoeten....
-
-Dat lukte ook al niet. De bankier scheen hem opzettelijk te ontwijken.
-
-Piet wilde hem in zijne woning gaan opzoeken....
-
-Hij slaagde er zelfs niet in, den drempel van de deur te overschrijden.
-Dat was trouwens te voorzien geweest.
-
-Wat Sava en hare moeder betrof, die waren thans geheel en al
-onzichtbaar. Geene mogelijkheid bestond er om tot haar te genaken.
-
-Maar kon Piet Bathory noch Sava, noch hare moeder, noch haren vader
-ontmoeten, daarentegen kwam hij herhaalde malen in de Stradona-laan
-Sarcany tegen, ja liep hij hem bijkans tegen het lijf. Den blik van
-haat, dien de jongman op hem wierp, beantwoordde Sarcany slechts met
-een onbeschoft, minachtend gebaar. Piet Bathory dacht er toen aan om
-hem uit te dagen, om hem tot vechten te noodzaken....
-
-Onder welk voorwendsel evenwel zou hij dat kunnen doen, en waarom zou
-Sarcany, om zoo te zeggen daags vóór zijn huwelijk met Sava Toronthal,
-eene zoodanige ontmoeting inwilligen? Had hij er niet integendeel alle
-belang bij, om die te vermijden? Neen, van een tweegevecht was ook geen
-uitkomst te verwachten.
-
-Zoo gingen zes dagen voorbij, zes lange, zes eindelooze dagen! Het was
-alsof er geen einde aan kwam!
-
-In weerwil van de smeekingen zijner moeder, in weerwil van het bidden
-van den ouden Borik, verliet Piet in den avond van den 4den Juli de
-woning in de Marinella-straat. De oude dienaar poogde hem te volgen;
-maar deze met zijne oude beenen was het spoor van den jongen man weldra
-bijster. Piet dwaalde als een waanzinnige op goed geluk af, door de
-eenzaamste straten der stad langs de buitenmuren van Ragusa.
-
-Een uur later bracht men hem, helaas! stervende, in de woning van
-mevrouw Bathory terug.
-
-Een dolksteek had het bovenste gedeelte zijner linkerlong doorboord.
-Eene zeer gevaarlijke wond!
-
-Er was geen twijfel mogelijk. Piet had in een aanval van krankzinnige
-wanhoop, de hand aan zich zelven geslagen!
-
-Zoodra Pescadospunt dat ongeluk vernam, liep hij in alle haast naar het
-telegraafkantoor.
-
-Ene uur later ontving dokter Antekirrt de tijding van den zelfmoord van
-den jongen man te Cattaro.
-
-Het zou moeilijk zijn de smart van mevrouw Bathory te beschrijven, toen
-zij zich tegenover haren bewusteloozen zoon bevond, die wellicht nog
-slechts weinige uren te leven had. Maar de geestkracht der moeder
-bestreed de zwakheden der vrouw. Vóór alles moest er hulp verleend,
-moest de gekwetste verpleegd en verzorgd worden. Tranen konden later
-vergoten worden. Daartoe was thans geen tijd.
-
-Een dokter werd geroepen en kwam ook dadelijk. Hij onderzocht den
-gewonde; hij luisterde naar zijne zwakke en tusschenpoozende
-ademhaling; hij sloeg het onregelmatige op en neergaan der borstkas
-gade; hij peilde de wonde, legde het eerste verband, in één woord, hij
-verleende die zorg der kunst, in dergelijke gevallen noodig en
-gebruikelijk, maar hij deelde geene hoop mede, die hij zelf niet bezat.
-
-Vijftien uren later was de toestand van den jongen man nog verergerd
-door eene zeer belangrijke verbloeding. Zijne ademhaling was toen nog
-nauwelijks waarneembaar, en dreigde in een laatsten zucht heen te
-vlieden.
-
-Mevrouw Bathory was op de knieën naast het ledikant gevallen en bad God
-innig haren zoon toch te willen sparen.
-
-In dit oogenblik ging de deur der kamer open....
-
-Dokter Antekirrt stapte regelrecht op de sponde van den stervende toe.
-
-Mevrouw Bathory wilde tot hem ijlen.... Hij weerhield haar met een
-enkel gebaar.
-
-Toen bukte de dokter over Piet en onderzocht hem met de grootste
-aandacht, zonder evenwel een enkel woord te spreken. Daarna bekeek hij
-hem met een onweerstaanbaren blik. En alsof een electrische stroom uit
-zijne oogen schoot, scheen hij in die hersens, waarin de gedachte op
-het punt was om uitgebluscht te worden, zijn eigen leven met zijn eigen
-wil te doen doordringen.
-
-Plotseling richtte zich Piet half overeind op. Zijn oogleden openden
-zich. Hij keek den dokter aan. Daarna viel hij levenloos neder.
-
-Mevrouw Bathory stiet een kreet uit, viel op haren zoon en lag weldra
-bewusteloos in de armen van den ouden Borik.
-
-Toen sloot de dokter de oogen van den jeugdigen doode. Daarna richtte
-hij zich overeind, verliet de kamer en men zou hem die spreuk, aan de
-Indische legenden ontleend, hebben kunnen hooren prevelen:
-
-„De dood vernietigt niet, hij maakt slechts onzichtbaar.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-IV.
-
-EENE ONTMOETING IN DE STRADONA-LAAN.
-
-
-Dat sterfgeval had groot opzien in de stad veroorzaakt; maar niemand
-kon de ware oorzaak van den zelfmoord van Piet Bathory gissen, noch
-vermoeden dat Sarcany en Silas Toronthal er eenig part of deel aan
-hadden.
-
-Den volgenden morgen, den 6den Juli, zou het huwelijk van Sava
-Toronthal met Sarcany voltrokken worden.
-
-Het bericht van dien zelfmoord, onder zoo roerende omstandigheden
-gepleegd, drong niet tot mevrouw Toronthal en hare dochter door. Silas
-Toronthal en Sarcany hadden dienaangaande hunne maatregelen goed
-getroffen. Het geheim zou niet verraden worden.
-
-Die twee booswichten waren ook samen overeengekomen, dat het huwelijk
-op zeer eenvoudige wijze zoude gevierd worden. Als voorwendsel zoude
-opgegeven worden, dat Sarcany’s familie in den rouw was. Dat strookte
-zeer weinig met de prachtlievende neigingen en gewoonten van Silas
-Toronthal; maar in de gegeven omstandigheden meende hij toch, dat het
-beter was het huwelijk zonder ophef zoude voltrokken worden. De
-jonggehuwden zouden slechts weinige dagen te Ragusa verwijlen, daarna
-zouden zij naar Tripoli vertrekken, waar Sarcany, zooals men zeide,
-doorgaans woonde.
-
-Er zouden dus geene feestelijkheden in de woning van de Stradona-laan
-plaats hebben, noch bij de voorlezing van het contract, waarbij eene
-belangrijke som aan het jonge meisje toegedacht werd, noch bij de
-godsdienstige plechtigheid in de Franciscaner kerk, welke onmiddellijk
-op het burgerlijk huwelijk zoude volgen.
-
-Terwijl dien dag de laatste toebereidselen tot het huwelijk in de
-woning van Silas Toronthal getroffen werden, wandelden twee mannen aan
-het andere einde van de Stradona-laan.
-
-Die twee mannen waren onze beide bekenden: Kaap Matifou en
-Pescadospunt.
-
-Toen dokter Antekirrt naar Ragusa teruggekeerd was, had hij Kaap
-Matifou medegenomen. Zijne tegenwoordigheid was te Cattaro niet meer
-noodig en niemand zal er wel aan twijfelen, dat de beide vrienden, de
-„beide tweelingen,” zooals Pescadospunt zich met zijn makker noemde,
-uiterst verheugd waren, elkander weer te zien.
-
-Wat den dokter betrof, deze had na zijne aankomst te Ragusa het
-hierboven verhaalde bezoek in het huis van de Marinella-straat
-afgelegd. Daarna had hij zijn intrek genomen in een hôtel van de
-voorstad de Plocca, waar hij wilde wachten totdat het huwelijk van
-Sarcany met Sava Toronthal zou voltrokken zijn, om zijne plannen verder
-ten uitvoer te brengen.
-
-Den volgenden morgen had hij, gedurende een tweede bezoek, hetwelk hij
-mevrouw Bathory bracht, zelf geholpen om Piet in de doodkist te leggen,
-waarna hij naar zijn hôtel teruggekeerd was, na Pescadospunt en Kaap
-Matifou naar de Stradona-laan gezonden te hebben, om als gewoonlijk
-daar gade te slaan.
-
-Nu belette die dienst Pescadospunt, terwijl hij oog en oor ter dege
-gebruikte, niet om te praten.
-
-„Zeg eens, Kaap Matifou,” begon hij.
-
-„Wat wilt ge?” vroeg de reus.
-
-„Ik wilde wel eens op die kast kloppen,” antwoordde Pescadospunt,
-terwijl hij op de borst van zijn vriend wees.
-
-„Als je dat genoegen kan doen, ga dan je gang,” zei Kaap Matifou,
-terwijl een goedhartige glimlach zijn reeds goedaardig gelaat nog meer
-verhelderde.
-
-Pescadospunt klopte op het reuzenlichaam, waarbij hij zich op zijne
-teenen opgaf, om zijn doel te bereiken, wat maar moeielijk gelukte.
-
-„Ik vind dat ge dik wordt, waarde Kaap,” zei hij na de proef.
-
-„Meent ge?” vroeg deze.
-
-„Nog al.”
-
-„Maar ik ben sterk gebleven! Dat verzeker ik je!” sprak Kaap Matifou
-met eene soort van zelfvoldaanheid.
-
-„Ja, dat heb ik bij je omhelzing ondervonden. Te duivel....”
-
-„Maar het stuk, Pescadospunt?....” vroeg Kaap Matifou met een zweem van
-ongeduld in zijne stem.
-
-„Welk stuk?”
-
-„Dat tooneelstuk, waarvan je laatst spraakt.”
-
-Kaap Matifou scheen blijkbaar op de hem toegedachte rol gesteld te
-zijn.
-
-„O, dat stuk vordert, dat stuk vordert!.... Zie, Kaap Matifou, de
-handeling er van is zeer ingewikkeld.”
-
-„Ingewikkeld....? vroeg de reus, terwijl hij zich achter het rechteroor
-krabde.
-
-Hij hield niet van ingewikkelde zaken.
-
-„Ja, zeker.”
-
-„Hoe zoo? Leg mij dat uit.”
-
-„Zie je, het is geen blijspel, het is een treurspel en het begin is
-zelfs zeer hartroerend.”
-
-„Hoe weet je dat?”
-
-Pescadospunt antwoordde niet. Een rijtuig, dat bijzonder vlug reed,
-hield voor het huis in de Stradona-laan stil.
-
-De koetspoort ging dadelijk open en sloot zich weer achter het rijtuig.
-
-In dat rijtuig zat Sarcany. Pescadospunt had hem herkend.
-
-„Ja.... zeer hartroerend,” ging deze laatste voort, „men voorspelt
-reeds dat het stuk volkomen succes zal hebben.”
-
-„Zoo?.... En de verrader?....” vroeg Kaap Matifou, welke in die rol een
-bijzonder belang scheen te stellen.
-
-„De verrader?”
-
-„Ja, de verrader? Wat gebeurt met hem? Zeg mij toch, ik ben
-doodnieuwsgierig....”
-
-„Dat is moeielijk te zeggen, beste Kaap. Ziet ge, de omstandigheden....
-de gebeurlijkheden.... in éen woord....”
-
-„Er dient toch wat met hem te gebeuren, dat vat ge, niet waar,” sprak
-de reus gemelijk.
-
-„Welnu, de verrader zegepraalt thans, zooals dat in ieder goed
-geschreven stuk geschiedt.... Maar geduld.... ja, geduld.... bij de
-ontknooping....”
-
-„Te Cattaro,” zei Kaap Matifou, „meende ik....”
-
-„Op het tooneel te verschijnen?”
-
-„Ja, Pescadospunt, ja. Maar dat niet alleen, maar ik meende ook dat de
-ontknooping nabij was.”
-
-En Kaap Matifou verhaalde wat er op den bazar van Cattaro voorgevallen
-was, namelijk: dat het gebruik zijner armen reeds was aangevraagd, om
-eene ontvoering te bewerkstelligen, die evenwel niet geschied was.
-
-„Goed! Het was nog te vroeg!” antwoordde Pescadospunt, die eigenlijk
-maar praatte om te praten, zooals men zegt, maar intusschen de oogen
-vlijtig rechts en links liet gaan. „Beste Kaap, je komt eerst in het
-vierde of vijfde bedrijf op.... Misschien zal je slechts bij het
-slottooneel verschijnen!.... Maar wees niet ongerust!.... Je zult een
-prachtig effect maken!.... Daar kan je op rekenen!.... Daar geef ik je
-mijn woord op!”
-
-Juist in dit oogenblik werd een verwijderd gedruisch in de
-Stradona-laan vernomen bij den hoek van de Marinella-straat, dus, vrij
-wel in de nabijheid der beide vrienden.
-
-Pescadospunt brak het gesprek af, stapte eenige passen rechts van het
-woonhuis van Toronthal voort.
-
-Een lijkstatie kwam in dat oogenblik de Marinella-straat uit en sloeg
-de Stradona-laan in, om zich naar de Franciscaner kerk te richten,
-alwaar de lijkdienst gehouden zoude worden.
-
-Weinig personen volgden overigens dien lijkstoet, waarvan de
-bescheidenheid de publieke aandacht niet vermocht tot zich te trekken.
-Het was een eenvoudige kist, die onder een zwart laken door mannen
-gedragen werd.
-
-De lijkstoet naderde langzaam, toen plotseling Pescadospunt, een kreet
-smorende, Kaap Matifou bij den arm greep.
-
-„Wat is er toch?” vroeg Kaap Matifou.
-
-„Niets!”
-
-„Niets?”
-
-„Het zou te lang zijn om je dat uit te leggen, beste Kaap,” antwoordde
-Pescadospunt met gedempte stem.
-
-Hij had mevrouw Bathory herkend, die de teraardebestelling van haren
-zoon had willen bijwonen.
-
-De kerk had hare gebeden niet geweigerd voor dien overledene, die de
-wanhoop tot zelfmoord gebracht had, en de priester wachtte het lijk in
-de kapel der Franciscanen op, om de absolutie er over uit te spreken en
-om het daarna naar het kerkhof te begeleiden.
-
-Mevrouw Bathory trad met droge oogen achter de kist voort. Zij had de
-kracht niet meer om te schreien. Hare oogen stonden bijna woest,
-wierpen nu eens blikken ter zijde en boorden dan weer door het zwarte
-laken, dat het lijk haars zoons bedekte.
-
-De oude Borik sleepte zich meelijwekkend naast haar voort. De oude
-dienaar kon ternauwernood overeind blijven.
-
-Pescadospunt voelde tranen in zijne oogen opwellen. Hij had waarlijk
-werk ze te bedwingen.
-
-Ja, ware het zijn taak niet geweest, om op zijn post te blijven, dan
-zou de brave kerel geen oogenblik geaarzeld hebben om zich bij die
-weinige vrienden, bij die enkele buren, die den lijkstoet volgden, aan
-te sluiten. Maar nu kon, nu mocht hij niet. Hij bleef dus uitkijken.
-
-Plotseling toen de lijkstoet voor de woning van Silas Toronthal was
-aangekomen en die zou voorbijtrekken, ging de groote poort open. Op het
-binnenplein stonden voor het perron van het fraaie huis twee rijtuigen,
-die op het punt waren naar buiten te rijden.
-
-Het eerste reed de poort door en wendde, om in vollen draf de
-Stradona-laan af te rijden.
-
-Pescadospunt bespeurde in dat rijtuig Silas Toronthal, zijne
-echtgenoote en zijne dochter.
-
-Mevrouw Toronthal, door de smart gebroken, zat naast Sava, die nog
-bleeker dan haar bruidsluier was.
-
-Sarcany zat met eenige bloedverwanten of vrienden in het tweede
-rijtuig.
-
-Er was niet meer omslag voor dat huwelijk dan voor die begrafenis
-gemaakt. Bij beiden heerschte dezelfde vrij wel met elkander
-overeenkomende droefheid.
-
-Plotseling, op het oogenblik dat het rijtuig de poort uitreed, hoorde
-men een hartverscheurenden kreet.
-
-Mevrouw Bathory was blijven stilstaan en met de hand uitgestrekt naar
-Sava, vervloekte zij het jonge meisje.
-
-Het was Sava, die dien kreet geslaakt had. Zij had de moeder in diep
-rouwgewaad gezien, en had, toen zij die kist en dien treurigen optocht
-zag, alles begrepen, wat men voor haar verborgen gehouden had!.... O,
-zij was radeloos!
-
-Piet was dood! Dood door haar en voor haar, en het was zijn lijkstoet,
-die daar voorbijtrok op het oogenblik dat zij uitreed om zich in den
-echt te verbinden! Was dat geen wreed spel van het noodlot?
-
-Sava viel bewusteloos neer. Mevrouw Toronthal, geheel van haar stuk
-gebracht, wilde haar bijbrengen. Die poging was evenwel te vergeefs!
-Het jonge meisje ademde ternauwernood nog!
-
-Silas Toronthal had een gebaar van toorn niet kunnen onderdrukken. Maar
-Sarcany, die ook uit zijn rijtuig gesprongen en naderbij getreden was,
-wist zich te beheerschen. Bleek maar kalm keek hij toe.
-
-Het was onmogelijk om onder de gegeven omstandigheden zoo met die
-bewustelooze bruid voor den ambtenaar van den burgerlijken stand te
-verschijnen. Er moest dus aan de koetsiers bevel gegeven worden, om
-naar de woning terug te rijden. Dat geschiedde en weldra sloeg dan ook
-de koetspoort met een harden smak achter de beide rijtuigen toe.
-
-Sava werd naar hare kamer gedragen en daar op haar bed neer gelegd.
-Geen enkele beweging, geen enkele trilling verried, dat zij nog leefde.
-Hare moeder viel op de knieën naast het ledikant, riep haar, wreef en
-koesterde haar, terwijl in allerijl een dokter gehaald werd.
-
-Midderwijl vervolgde de begrafenisstoet van Piet Bathory den treurigen
-tocht naar de Franciscaner kapel, om daarna na den lijkdienst naar het
-kerkhof van Ragusa door te gaan.
-
-Pescadospunt had intusschen begrepen, dat dokter Antekirrt onverwijld
-in kennis gesteld moest worden met dit voorval, dat hij niet had kunnen
-voorzien. Hij zei dus tot Kaap Matifou:
-
-„Blijf hier en wees waakzaam.”
-
-„Goed,” zei de reus. „Als gij mij maar duidelijk zegt, wat ik te doen
-zal hebben.”
-
-„Gij moet dat huis daar stipt en onafgebroken in het oog houden. Anders
-niet. Vaarwel!”
-
-Daarna liep het tengere kereltje naar de voorstad Plocca en verhaalde
-daar wat er gebeurd was.
-
-De dokter bleef na dit verhaal, hetwelk Pescadospunt zoo vlug en zoo
-duidelijk mogelijk geleverd had, een oogenblik stilzwijgend zitten.
-
-„Ben ik mijn recht te buiten gegaan?” vroeg hij zich af. „Neen!.. Heb
-ik eene onschuldige getroffen?.... Ja, dat zeker!.... Maar... die
-onschuldige is de dochter van een ellendeling, de dochter van Silas
-Toronthal!”
-
-En zich vervolgens tot Pescadospunt wendende, vroeg hij:
-
-„Waar is Kaap Matifou?”
-
-„Voor de woning in de Stradona-laan.”
-
-„Dus dadelijk weer te vinden en te ontbieden?”
-
-„Ja.”
-
-„Ik zal u beider diensten dezen avond noodig hebben!” ging dokter
-Antekirrt voort.
-
-„Om hoe laat?”
-
-„Tegen negen uren.”
-
-„Waar moeten wij u wachten?”
-
-„Bij de poort van het kerkhof!”
-
-„Wij zullen er zijn!”
-
-Pescadospunt vertrok dadelijk, om Kaap Matifou, die zijn
-waarnemingspost niet verlaten had, te gaan opzoeken.
-
-Toen de avond gevallen was, richtte dokter Antekirrt, in een grooten en
-wijden mantel gehuld, zijne schreden naar de haven van Ragusa. Bij den
-hoek van den linker kademuur, bereikte hij eene kleine kreek, die als
-het ware in de rotsen verloren lag en die een bocht iets ten noorden in
-de kustlijn van de haven vormde.
-
-Die plek was geheel eenzaam. Noch huis, noch vaartuig was er te zien.
-De visschersvaartuigen kwamen daar nooit ten anker, uit vrees voor de
-talrijke klippen, die in de monding dier kreek als gezaaid lagen.
-
-De dokter bleef stilstaan, keek rond en stiet een kreet uit, die
-waarschijnlijk een afgesproken teeken was. Bijna onmiddellijk verscheen
-een zeeman. Eerbiedig nam deze den hoed af, boog en:
-
-„Tot uwe orders, baas,” zei hij.
-
-„Is de sloep er, Pazzer?”
-
-„Ja, achter die rots.”
-
-„Bemand met hare roeiers?”
-
-„Ja, met allen.”
-
-„En de Electriek?.... Waar is zij? Ik hoop toch nabij, zooals ik
-bevolen heb?”
-
-„Die ligt daar verder ten noorden op drie vademen lengte ongeveer
-buiten de kleine kreek.”
-
-En de zeeman wees op eene soort langwerpige spoel, die bij het
-heerschende halfduister onduidelijk op de watervlakte bemerkt werd en
-welker tegenwoordigheid door geen enkel licht, noch door eenigen rook
-aangeduid werd.
-
-„Wanneer is het vaartuig van Cattaro aangekomen, Pazzer?” vroeg de
-dokter aan den zeeman.
-
-„Nauwelijks een uur geleden.”
-
-„Is dat ongemerkt geschied?”
-
-„Geheel en al, heer dokter. Het is onderlangs de klippen als het ware
-voortgegleden. Niemand heeft er iets van gemerkt.”
-
-„Pazzer, luister. Niemand mag zijn post verlaten.”
-
-„Goed, dokter.”
-
-„En hier moet de sloep mij wachten....”
-
-„Goed, goed.”
-
-„Al ware het ook den geheelen nacht! Hebt ge dat goed begrepen,
-Pazzer?”
-
-„Opperbest.”
-
-De zeeman ging naar de sloep terug, die tegen den donkeren rotswand in
-het geheel niet ontdekt werd, maar daarmede als het ware een geheel
-vormde.
-
-Dokter Antekirrt bleef nog een poos op het strand. Ongetwijfeld wilde
-hij wachten totdat de nacht nog meer gevorderd en dus donkerder wezen
-zou. Van tijd tot tijd stapte hij met groote schreden op en neer. Dan
-weer stond hij stil. En dan waarde zijn blik, terwijl hij daar met over
-elkander geslagen armen, stilzwijgend en roerloos stond, over de
-oppervlakte van de Adriatische zee, welke zich aan zijne voeten
-uitstrekte, alsof hij haar zijne geheimen wilde toevertrouwen.
-
-Noch maan, noch sterren schitterden aan den hemel. Ter nauwernood deed
-zich de landbries, die gewoonlijk bij het vallen van den avond intreedt
-en slechts weinige uren aanhoudt, gevoelen. Eene hoog zwevende maar
-dikke wolkenbank bedekte den hemel tot dicht bij den westelijken
-gezichteinder, alwaar zij in een lichtere nevelbank overging, om
-eindelijk geheel uitgewischt te worden.
-
-„Kom,” sprak eindelijk de dokter in zich zelven, „laat mij naar de stad
-teruggaan. Mijne tegenwoordigheid wordt elders vereischt.”
-
-En naar de kust van Ragusa stappende, volgde hij den ringmuur der stad,
-om zoo het kerkhof te bereiken.
-
-Daar wachtten hem Pescadospunt en Kaap Matifou in de nabijheid der
-deur. Zij hadden zich zoodanig achter een boom verscholen, dat zij niet
-bemerkt konden worden.
-
-Op dit uur werd het kerkhof gesloten. Juist had de bewaker van die
-laatste rustplaats zijn licht in zijne woning uitgedoofd, hetgeen hij
-gerust kon doen, daar niemand meer voor den volgenden ochtend komen
-zou, om zijne diensten in te roepen.
-
-De dokter droeg ongetwijfeld nauwkeurig kennis van den aanleg van dat
-kerkhof. Ook was het zeer zeker zijn plan niet om door de deur binnen
-te treden;—want wat hij er in te verrichten had, moest zeer geheim
-blijven.
-
-„Volg mij,” zei hij tot Pescadospunt en zijnen makker, die op hem
-toegetreden waren.
-
-„Wij volgen,” antwoordden beiden zacht, terwijl zij achter hem
-voorttraden.
-
-En die drie mannen schreden toen langs den buitenmuur van het kerkhof
-voort, die door de helling van het terrein niet overal even hoog had
-kunnen opgetrokken worden.
-
-Na aldus gedurende tien minuten voortgeschreden te zijn, bleef de
-dokter stilstaan en op eene bres wijzende, die door eene instorting van
-den muur ontstaan was, zei hij:
-
-„Daar door heen! Begrepen?”
-
-„Ja,” knikten beiden.
-
-En hij sloop door die bres en werd daarbij door Pescadospunt en Kaap
-Matifou gevolgd.
-
-Daar onder die groote boomen met hunne dichte loofkruinen, die de
-graven overschaduwden, was de duisternis nog zwarter dan buiten. Zonder
-te aarzelen volgde evenwel de dokter eene laan, daarna eene nevenlaan,
-die naar het hooger gelegen gedeelte van het kerkhof voerde. Eenige
-nachtvogels, door dat geschuifel gestoord, vlogen heen en weer. Maar
-behalve die uilen, was er geen enkel levend wezen in die sombere ruimte
-te ontwaren.
-
-Weldra stonden de drie mannen stil bij een bescheiden monument, eene
-soort kapel, welks traliehek niet op slot gesloten was.
-
-De dokter opende het hek en daarna op den knop van eene kleine
-electrische lantaarn drukkende, liet hij licht schitteren, evenwel zoo,
-dat het van buiten af niet kon bespeurd worden.
-
-„Ga naar binnen,” zei hij tot Kaap Matifou.
-
-Deze stapte de kleine kapel in en bevond zich toen tegenover een muur,
-waarin drie marmeren platen gemetseld schenen.
-
-Op een van die platen—op de middelste—las men:
-
-
- Stephanus Bathory.
- 1867.
-
-
-De beide andere platen hadden nog geene opschriften. De rechtsche zou
-er evenwel spoedig een krijgen.
-
-„Neem die plaat weg,” zei de dokter, op de rechtsche wijzende.
-
-Kaap Matifou volvoerde dien last gemakkelijk; want die plaat was nog
-niet in den muur vastgezet. Hij plaatste haar op den grond en toen kon
-bij het schitterend schijnsel van de lantaarn, eene doodkist ontwaard
-worden in de uitgespaarde uitholling in den muur.
-
-„Haal die kist er uit,” beval de dokter.
-
-Kaap Matifou greep een handvat en trok de kist, hoe zwaar die ook was,
-uit hare nis, zonder dat de hulp van Pescadospunt daarbij noodig was,
-en na haar uit de kapel gedragen te hebben, legde hij haar op het gras
-neder.
-
-„Neem dit gereedschap,” zei de dokter.
-
-„Welk?” vroeg Kaap Matifou.
-
-„Hier, dezen schroevendraaier,” antwoordde dokter Antekirrt, terwijl
-hij hem dat werktuig aanreikte. „En draai nu de schroeven van dat
-deksel los. Kom, vlug wat!”
-
-In weinige minuten was dat verricht. Het deksel werd opgetild en ter
-zijde gezet.
-
-Dokter Antekirrt verwijderde het laken, hetwelk het lichaam bedekte,
-met de hand, boog zich voorover en legde het oor op de borst van den
-doode, alsof hij de hartslagen wilde waarnemen....
-
-Daarna richtte hij zich weder op.
-
-„Haal dat lijk uit de kist,” zei hij tot Kaap Matifou.
-
-De Hercules gehoorzaamde zonder dat hij, evenmin als Pescadospunt, eene
-enkele tegenwerping maakte, hoewel zij eene door de wet verboden
-ontgraving volvoerden.
-
-Toen het lijk van Piet Bathory op het gras neergelegd was, rolde Kaap
-Matifou het andermaal in het lijklaken, waarover de dokter verder zijn
-mantel heen wierp. Het deksel werd toen weer op de kist geschroefd en
-deze in de muurnis geplaatst. Daarna werd de marmeren plaat weer voor
-de opening gehecht, die zij als vroeger bedekte.
-
-De dokter sloot toen den electrischen stroom zijner lantaarn af, waarna
-de duisternis weer even zwart heerschte als te voren. Door de
-voorafgaande verlichting verblind, konden de aanwezigen elkander in het
-donker niet ontwaren.
-
-„Neem dat lijk op,” zei hij tot Kaap Matifou.
-
-De reus tilde met zijne stevige armen het lichaam van den jongen man
-op, zooals hij met dat van een kind zou gehandeld hebben, en
-voorafgegaan door den dokter en gevolgd door Pescadospunt, stapte hij
-door eene nevenlaan, die onmiddellijk naar de bres in den muur van het
-kerkhof voerde.
-
-Vijf minuten later was de bres doorgestapt, en richtten zich de dokter,
-Pescadospunt en Kaap Matifou, na den ringmuur van het kerkhof langs
-getrokken te zijn, naar de zeekust.
-
-Geen enkel woord was tusschen de drie mannen gewisseld geworden. Maar
-al dacht de gehoorzame Kaap Matifou niet veel meer dan een blind
-werktuig, welke opeenvolging van meeningen had zich in het veel
-vluggere brein van Pescadospunt baan gebroken?
-
-Gedurende den afstand van het kerkhof tot het strand, had dokter
-Antekirrt met zijne beide makkers niemand op den weg ontmoet, maar toen
-zij de kleine kreek naderden, waar de sloep van de Electriek hen
-wachtte, ontwaarden zij een douane, die op de eerste rotslagen van het
-strand heen en weer wandelde.
-
-Zij vervolgden evenwel hunnen weg, zonder zich over zijne
-tegenwoordigheid te verontrusten. Een tweede kreet, door den dokter
-uitgestooten, deed den bootsman van de sloep, die tot nu toe
-onzichtbaar was gebleven, tot hem komen.
-
-Op een teeken daalde Kaap Matifou langs de rotshelling af, en was op
-het punt om in de sloep te stappen.
-
-Op dit oogenblik naderde de douaan en, terwijl de inscheping van het
-pak, hetwelk Kaap Matifou droeg, op het punt stond volbracht te worden,
-vroeg hij:
-
-„Wie zijt gij?”
-
-„Lieden, die u te kiezen geven tusschen een fooi van twintig gulden
-comptant, of een vuistslag van mijnheer.... ook comptant!” antwoordde
-Pescadospunt, op Kaap Matifou wijzende.
-
-Aarzeling was niet goed mogelijk. De douaan nam de twintig gulden aan.
-
-„En nu in de sloep!” zei dokter Antekirrt.
-
-Eene minuut later was het kleine vaartuig in den donkeren nacht
-verdwenen. Vijf minuten later had het de lange spoel bereikt, die
-onmogelijk van den vasten wal te bespeuren was.
-
-De sloep werd aan boord geheschen en de Electriek, door hare
-geruchtlooze schroef voortgestuwd, had weldra het ruime sop bereikt.
-
-Wat Kaap Matifou betreft, die had het lichaam van Piet Bathory in eene
-smalle hut, die geen patrijspoortje had, om het licht door te laten, op
-een divan neergelegd, en was daarna heengegaan.
-
-Toen de dokter alleen bij het lijk gebleven was, bukte hij er zich over
-heen, tot zijne lippen dat bleeke voorhoofd aanraakten.
-
-„En nu, Piet.” zeide hij, „ontwaak! ik wil het.”
-
-En dadelijk, alsof hij uit een magnetischen slaap ontwaakte, die den
-dood gelijk was geweest, opende Piet Bathory de oogen.
-
-Een soort afkeer teekende zich op zijn gelaat, toen hij dokter
-Antekirrt herkende.
-
-„Gij!....” prevelde hij, „gij, die mij ook in den steek gelaten hebt!”
-
-„Ja, ik, Piet!”
-
-„Maar wie zijt gij dan toch?” vroeg de jongman bibberend.
-
-„Een overledene.... evenals gij!”
-
-„Een overledene?....”
-
-„Ik ben graaf Mathias Sandorf!”
-
-
-
-
-
-
-
-
-V.
-
-DE MIDDELLANDSCHE ZEE.
-
-
-De Middellandsche zee is schoon, vooral door hare beide voornaamste
-eigenschappen: vooreerst door hare zoo harmonische omlijsting, dan door
-de levendigheid, de doorzichtigheid van hare lucht en van haar
-licht....
-
-Zoo als zij is, sterkt zij den mensch bewonderenswaardig.
-
-Zij verleent hem die droge kracht, die het meeste weerstand kan bieden.
-
-Hare boorden zijn de bakermat van de krachtigste rassen geweest.
-
-Hebben wij te wijzen op de Grieken, op de Romeinen, de Carthagers, de
-Franschen, of op de Spanjaarden?
-
-En de bewering, dat hare boorden de bakermat van de krachtigste rassen
-zijn, is geene machtspreuk van ons. Michelet, de beroemde Michelet
-heeft dat gezegd.
-
-Maar het is toch gelukkig voor de menschheid, dat de natuur bij gebreke
-van Hercules, de Calpe-rots van de Abyla-rots gescheiden heeft, om
-zoodoende de Straat van Gibraltar te vormen.
-
-Men moet zelfs, in weerwil van de beweringen van zoovele aardkundigen,
-aannemen, dat die zeeëngte steeds bestaan heeft. Zonder haar zou geen
-Middellandsche zee bestaan kunnen. Dat klinkt vreemd, maar het is toch
-zoo; want de verdamping ontvoert aan die zee driemalen meer water, dan
-de rivieren aan dat bekken toevoeren, al heeten die rivieren ook: de
-Ebro, de Rhône, de Tiber de Po, de Donau, de Dnester, de Don en de
-Nijl. Zoodat, zoo die stroom, die uit den Atlantischen Oceaan door de
-Straat van Gibraltar naar binnen zet, en haar als het ware van een meer
-tot eene zee verheft, ooit gestuit ware geweest, dan zou de
-Middellandsche zee reeds sedert eeuwen niets anders geweest zijn dan
-eene Doode Zee in tegenstelling van wat zij nu is, namelijk: eene
-Levende Zee.
-
-In een van de diepste en meest onbekende schuilhoeken van dat
-uitgestrekte binnenlandsche zoutwater-meer, had graaf Mathias
-Sandorf—of beter dokter Antekirrt, welks naam hij voeren moest totdat
-ter gewilder uur, zijne zaak afgeloopen zou zijn—eene schuilplaats
-gezocht, om er de voordeelen van zijn gewaanden dood te genieten.
-
-Op den aardbol bestaan eigenlijk twee Middellandsche zeeën. De eene in
-de Oude, de andere in de Nieuwe Wereld.
-
-De Amerikaansche Middellandsche zee, dat is de golf van Mexico, beslaat
-eene oppervlakte van niet minder dan vier en een half millioen
-vierkante kilometers.
-
-Heeft de Latijnsche of beter de Europeesche Middellandsche zee slechts
-eene oppervlakte van twee millioen acht honderd vijf en negentig
-duizend vierkante kilometers, dat wil zeggen iets meer dan de helft van
-de andere, zoo biedt zij toch meer verscheidenheid aan in haren
-algemeenen omtrek. Zij is rijker in bekkens, in scherp begrensde
-baaien, in goed gekenmerkte hydrographische onderverdeelingen, die op
-hunne beurt den naam van zeeën, golven en baaien verdienden en
-verkregen. Men denke slechts aan de Tyrrheensche zee, ten westen van
-Italië, en door dit land en de eilanden Sicilië, Corsica en Sardinië
-als een kom omgeven; aan de Aegaeïsche zee of den Griekschen Archipel,
-tusschen Klein-Azië en Griekenland gelegen; aan de Cretenzer zee, aan
-de Libysche zee, de eerste ten noorden en de tweede ten zuiden van het
-eiland Candia te vinden; aan de zee van Marmara tusschen Turkije en
-Klein-Azië, aan de Zwarte zee, tusschen Turkije, Oost Rumelië,
-Bulgarije, Rumanië, Rusland, Armenië en Anatolië; aan de zee van Azof,
-in het land der Donsche kozakken; aan de Jonische zee, die de eilanden
-Corfu, Zante, Cephalonië, Itaka, en zooveel anderen omspoelt; aan de
-Eolische zee, die de Liparische eilanden-groep omgeeft; aan de
-Adriatische zee, die tusschen Italië, Griekenland, Turkije en
-Oostenrijk diep het land indringt; aan de Leeuwengolf of golf du Lion,
-die in Frankrijk, in de Provence haar bevalligen bocht vormt; aan de
-golf van Genua, die de beide Liguriën binnendringt; aan de golf van
-Gabes, eene Tunische baai, die weldra, wij hopen het althans, de
-voorbaai van eene uitgestrekte Afrikaansche binnenzee zal worden, aan
-de beide Syrten, die in Tripoli en het Cyrenaïcaland indringen.
-
-Dit geheim onderdeel van die zee, waarvan sommige oevers nog zoo weinig
-bekend zijn, had dokter Antekirrt uitgekozen om er ongestoord te leven.
-Er bevonden zich in dat groote bekken eilanden bij honderden, eilandjes
-bij duizenden. Te vergeefsch zou men de kapen, de voorgebergten, de
-uitstekende punten, de kreeken en de inhammen er van willen tellen. Hoe
-vele volkeren, zoo verschillend van ras, van zeden, van staatkundigen
-toestand, verdringen zich niet op hare uitgestrekte kuststrook, waarop
-de geschiedenis der menschheid reeds sedert meer dan twintig eeuwen
-haren stempel zette? Gaan wij na, dan treffen wij er Franschen,
-Italianen, Oostenrijkers, Spanjaarden, Ottomanen, Grieken, Slavoniërs,
-Russen, Kozakken, Kaukasiërs, Kergiezen, Armeniërs, Anatoliërs,
-Arabieren, Egyptenaren, Tripolitanen, Tunisiërs, Algerijnen, Marokkanen
-en zelfs Engelschen te Gibraltar en op het eiland Cyprus aan.
-
-Drie uitgestrekte vastelanden omvatten die Middellandsche zee met hare
-oevers, te weten: Europa, Azië en Afrika.
-
-Waar dan toch had graaf Sandorf—o, neen, dokter Antekirrt, de naam die
-bij de Oosterlingen dierbaar was,—eene plek tot vestiging gezocht, waar
-hij het programma van zijn nieuw leven tot ontwikkeling zou brengen?
-
-Dat zou Piet Bathory weldra vernemen.
-
-Nadat de jeugdige werktuigkundige een poos de oogen geopend had, was
-hij in eene volslagen verdooving vervallen en was even gevoelloos, als
-toen dokter Antekirrt hem voor dood in de woning in de Marinella-straat
-te Ragusa achterliet.
-
-In dat oogenblik had de dokter een van die physiologische werkingen
-teweeg gebracht, waarin de wil eene zoo groote rol speelt en welks
-uitingen door niemand meer in twijfel getrokken worden. Hij was met
-eene groote mate van wilskracht-uiting bedeeld, die hem een
-onmetelijken invloed op zijn evenmensch verleende. Hij had zonder
-behulp van het magnesiumlicht, zelfs zonder behulp van eenig ander
-metallisch schitterend punt, niet anders dan door zijn doordringenden
-blik bij den jeugdigen stervende een hypnothischen, of in goed
-Nederlandsch gezegd, een magnetischen toestand doen ontstaan, waardoor
-zijn eigen wil in de plaats van dien van den gewonde trad.
-
-Piet was door bloedverlies zeer verzwakt, en vertoonde, terwijl hij
-ingeslapen was, geen schijn van leven meer. Toch was hij door de
-wilskracht van den dokter wakker geworden. Maar het gold thans het
-leven, hetwelk op het punt was te ontvlieden, te weerhouden.
-
-Dat was eene moeielijke taak, want zij vereischte nauwlettende zorgen,
-en daarbij al de hulpmiddelen, welke de geneeskunst aanbiedt. De dokter
-mocht zijn doel niet missen.
-
-„Hij zal leven!.... Ik wil dat hij leve!” herhaalde hij telkens bij
-zich zelven. „O, waarom heb ik te Cattaro mijn eerstgevormd plan niet
-uitgevoerd? Waarom heeft mij de aankomst van Sarcany te Ragusa belet,
-hem aan die vervloekte stad te ontrukken?.... Maar ik zal hem
-redden!.... In de toekomst moet Piet Bathory de rechterhand van Mathias
-Sandorf zijn!”
-
-Inderdaad, sedert vijftien jaren had dokter Antekirrt slechts ééne
-gedachte gekoesterd: straffen en beloonen.
-
-Wat hij zich zelven, maar nog meer zijnen makkers, Stephanus Bathory en
-graaf Ladislas Zathmar verschuldigd was, had hij niet vergeten. Thans
-was het uur gekomen om handelend op te treden, en daarom had hem de
-Savarena naar Ragusa overgebracht.
-
-De dokter was in dat lange tijdsverloop lichamelijk zoodanig veranderd,
-dat het onmogelijk was hem te herkennen. Zijne haren, die hij vroeger
-kortborstelig geknipt gedragen had, waren thans sneeuwwit geworden en
-zijne huidskleur vertoonde eene matte bleekheid. Hij was een dier
-mannen van vijftig jaren, die de kracht der jeugd bewaard hebben,
-hoewel bij hen de koelheid en kalmte van den meer rijper leeftijd niet
-uitgebleven zijn. De dichte haarlokken, de levendige kleur van den
-Venetiaansch rooden baard, die graaf Mathias Sandorf vroeger kenmerkte,
-konden onmogelijk teruggevonden worden door hen, die in de
-tegenwoordigheid van den strengen en koelbloedigen dokter Antekirrt
-toegelaten werden.
-
-Maar door het noodlot beter gescherpt, beter gehard, was hij een van
-die ijzeren gestellen gebleven, waarvan men zeggen kon, dat zij door
-hunne nadering alleen de magneetnaald van streek brengen.
-
-Welnu! Hij zou van den zoon van professor Stephanus Bathory weten te
-maken, wat hij van zichzelven gemaakt had.
-
-Daarenboven, reeds sedert langen tijd was dokter Antekirrt als eenige
-spruit van die groote familie der Sandorfs overgebleven. De lezer zal
-wel niet vergeten hebben, dat hij een kind, een kleine dochter had, die
-na zijne inhechtenisneming aan de zorgen van de gade van Landeck, den
-intendant van het kasteel Artenak, toevertrouwd was geworden. Dit
-meisje, toen twee jaren oud, was de eenige erfgename van den graaf.
-Haar zou, wanneer zij achttien jaren zoude bereikt hebben, de helft der
-goederen van haren vader toevallen, welke daarvoor door de rechters,
-die de verbeurdverklaring ter zelfder tijd als het doodvonnis
-uitgesproken hadden, bij rechterlijk gewijsde afgezonderd waren.
-
-Men had den intendant als bestuurder van dat gedeelte van het domein in
-Transylvanië, hetwelk onder sequester geplaatst was, gelaten. Zijne
-vrouw en hij waren met het kind, waaraan zij hun leven wilden wijden,
-op het kasteel Artenak gebleven.
-
-Maar er scheen een noodlot op de familie Sandorf, die nu nog maar door
-dat zwakke wezentje vertegenwoordigd werd, te rusten. Eenige maanden na
-de veroordeeling der Triëster samenzweerders en na de gebeurtenissen,
-die er het gevolg van waren, verdween dat kind, zonder dat het mogelijk
-was haar terug te vinden. Eens wandelde het meisje in den tuin, en....
-men raapte slechts haren hoed op langs den oever van een van de
-veelvuldige waterstroompjes, welke, van de naburige voorgebergten af
-gevloten, zich door het park baan braken. Het scheen dus ongelukkig
-maar al te zeker, dat het kleine meisje medegesleept en in een van die
-kolken verdwenen was, waarin de bergstroomen der Karpathen zich
-storten. Zoo veel was zeker, dat geen enkel spoor van haar
-teruggevonden werd.
-
-Rosena Landeck, de echtgenoote van den intendant, doodelijk getroffen
-door die verdwijning, stierf weinige weken later. In weerwil daarvan
-wilde het Oostenrijksche Gouvernement niets veranderen aan de
-beschikkingen, door het vonnis vooropgesteld. Het sequester op dat
-gedeelte van het domein, hetwelk voor de erfgename was bewaard, werd
-gehandhaafd en de goederen van graaf Mathias Sandorf zouden eerst dan
-door den Staat genaast worden, wanneer de erfgename, wier dood niet
-wettelijk geconstateerd had kunnen worden, niet binnen den tijd, door
-de wet gesteld, verscheen, om haar erfdeel op te eischen.
-
-Dat was de laatste slag, die de familie Sandorf trof. Zij was
-uitgestorven door de verdwijning van de laatste afstammelinge van dat
-edele en machtige ras. Daarna volbracht de tijd langzamerhand zijn werk
-en die geheele gebeurtenis geraakte in het vergeetboek, zooals met alle
-zaken geschiedde, die op de samenzwering betrekking hadden.
-
-Te Otrante, waar hij stipt onbekend leefde, vernam graaf Mathias
-Sandorf den dood van zijn kind. Met dat kleine meisje verdween alles,
-wat hem van de gravin Rena, die slechts zeer korten tijd zijne gade
-geweest was, overgebleven was. Daarna verliet hij op zekeren dag
-Otrante, onbekend zoo als hij er aangekomen was, en niemand zou hebben
-kunnen zeggen, waarheen hij getogen was, om een nieuw leven te
-beginnen.
-
-Vijftien jaren later, op het oogenblik dat graaf Mathias Sandorf weder
-op het wereldtooneel verscheen, zou niemand kunnen vermoeden, dat hij
-zich onder den naam van dokter Antekirrt verborg en dat hij die rol
-speelde.
-
-Toen was het, dat graaf Mathias Sandorf zich geheel en al aan zijn werk
-wijdde. Hij was thans alleen op de wereld en had eene taak te
-volbrengen,—eene taak, die hij als heilig beschouwde. Verscheidene
-jaren, na Otrante verlaten te hebben, was hij machtig geworden en had
-hij die macht te danken aan een onmetelijk vermogen, hetwelk hij onder
-omstandigheden verworven had, die weldra bekend zullen raken. Hij was
-vergeten en gedekt door zijn aangenomen naam. Nu hervatte hij het spoor
-van hen, die hij gezworen had te beloonen of te straffen.
-
-In zijne gedachte had hij Piet Bathory reeds deelgenoot gemaakt van die
-rechts-, van die wraakoefening. Agenten werden door zijne zorgen in
-verscheidene steden langs de oevers der Middellandsche zee aangesteld.
-Deze werden uit eene ruime beurs betaald en waren verplicht het diepste
-geheim omtrent hunne verrichtingen te bewaren. Zij hielden slechts
-briefwisseling met den dokter, hetzij door middel van de snelle
-werktuigen, die de lezer reeds kent, hetzij langs den overzeeschen
-draad, die het eiland Antekirrta met de electrische kabels van Malta en
-verder met geheel Europa verbond.
-
-Door de verschillende bemoeiingen en onderzoekingen van zijne agenten
-nauwgezet na te gaan, slaagde de dokter er in het spoor weer te vinden
-van allen, die middellijk of onmiddellijk in de samenzwering van graaf
-Mathias Sandorf betrokken waren geweest. Hij kon hen dus van verre
-gadeslaan, hunne daden bespieden en om zoo te zeggen, al hunne
-schreden, vooral sedert de laatste vier of vijf jaren, volgen.
-
-Van Silas Toronthal wist hij, dat deze Triëst verlaten had om zich met
-zijne echtgenoote en dochter te Ragusa in die woning in de
-Stradona-laan te vestigen.
-
-Wat Sarcany betreft, diens spoor volgde hij door de voornaamste steden
-van Europa, waar deze zijn vermogen verslond; later in Sicilië te
-midden van de ooster provinciën, waar zijn makker Zirone en hij een
-aanslag overpeinsden, waarmede zij hunne geldelijke middelen weer vlot
-meenden te maken.
-
-Dokter Antekirrt vernam, dat Carpena Rovigno en zelfs Istrië verlaten
-had, om het leven met nietsdoen in Italië of in Oostenrijk te gaan
-slijten, zoolang als de eenige duizenden guldens duren zouden, die hij
-tot betaling van zijn verraad ontvangen had. Dat kon evenwel niet lang
-zijn.
-
-Verder zou hij Andreas Ferrato uit het bagno van Stein in Tyrol, waar
-hij zijn edelmoedig gedrag jegens vluchtelingen van Pisino boette,
-ontvoerd hebben, ware de dood niet tusschen beide getreden, om den
-eerlijken visscher uit de galeien te verlossen.
-
-Wat de kinderen van Andreas Ferrato betrof, Maria en Luigi, die hadden
-ook Rovigno verlaten, en kampten waarschijnlijk met de ellende van zulk
-een verbroken leven; maar zij hadden zich zoo goed verborgen, dat het
-dokter Antekirrt niet gelukt was, hen op het spoor te komen.
-
-Eindelijk had mevrouw Bathory zich met haren zoon Piet en met Borik,
-den ouden bediende van graaf Ladislas Zathmar, in de Marinella-straat
-te Ragusa gevestigd. Dokter Antekirrt had haar nimmer uit het oog
-verloren, en de lezer weet, hoe hij haar eene aanzienlijke som gelds
-had doen toekomen, die evenwel door de fiere en waardige vrouw niet
-aangenomen was.
-
-Maar, zooals gezegd, het uur was gekomen, dat de dokter zijn
-moeielijken veldtocht zou beginnen.
-
-Toen was het, dat hij, na zich verzekerd te hebben, dat hij na die
-vijftien jaren afwezigheid niet herkend zoude worden, te Ragusa aan wal
-stapte. En hij kwam er juist aan om Piet Bathory weer te vinden, die
-hartstochtelijk verliefd was op de dochter van Silas Toronthal.
-
-En die liefde moest, het kostte wat het wilde, vernietigd worden.
-
-Zoo had dokter Antekirrt besloten.
-
-De lezer heeft niet vergeten, hopen wij, wat toen gebeurde: de
-tusschenkomst van Sarcany in deze zaak, de gevolgen, die van
-weerskanten daardoor teweeggebracht werden, hoe Piet Bathory in de
-woning zijner moeder teruggebracht werd, en wat dokter Antekirrt
-verrichtte op het oogenblik, toen de jonge man sterven zoude, hoe en
-onder welke omstandigheden hij hem tot het leven terugriep en hoe hij
-zich onder zijn waren naam van graaf Mathias Sandorf aan hem
-openbaarde.
-
-Nu gold het om hem te genezen! Ook kwam het er op aan, hem alles mede
-te deelen wat hij nog niet wist, dat wil zeggen: hoe een schandelijk
-verraad èn Stephanus Bathory èn diens beide makkers in handen van de
-Oostenrijksche Regeering geleverd had. Hem moesten de namen der
-verraders onthuld worden; het gold eindelijk om hem aan die rol van
-onverzoenbaren wreker te verbinden, welke de dokter meende op zich te
-kunnen nemen buiten de menschelijke gerechtigheid om. Hij toch was een
-slachtoffer geweest van diezelfde gerechtigheid.
-
-Maar vóór alles moest de genezing van Piet Bathory bereikt worden. Het
-was aan deze genezing, dat dokter Antekirrt zijne geheele krachten zou
-wijden.
-
-Gedurende de eerste acht dagen na zijne overbrenging naar het eiland,
-verkeerde Piet werkelijk tusschen leven en dood. Niet alleen was zijne
-wonde zeer bedenkelijk en gevaarlijk, maar wat erger was, de ziel van
-den jeugdigen ingenieur was ziek, en zelfs zeer ziek.
-
-De herinnering aan Sava, die, zooals hij dacht, thans onherroepelijk
-met Sarcany gehuwd was; de gedachte aan zijne moeder, die hem thans als
-dood beweende; daarna die opstanding uit het doodenrijk van graaf
-Mathias Sandorf, die onder den naam van dokter Antekirrt
-herleefde,—Mathias Sandorf de innigste vriend zijns vaders,—dat alles
-was wel geschikt om een brein, dat toch reeds zoo geteisterd was, in de
-war te brengen.
-
-De dokter verliet Piet niet, noch gedurende den nacht, noch over dag.
-
-Hij hoorde hem in zijn ijlende koortsen den naam van Sava Toronthal
-uitspreken en herhalen. Hij begreep hoe diep die liefde geworteld was
-en welke pijniging het huwelijk daarstelde van de vrouw, welke hij zoo
-innig beminde. Hij kwam er toe om zich af te vragen, of die liefde niet
-aan alles het hoofd zoude bieden, zelfs daaraan dat Sava de dochter was
-van den man, die zijn vader verkocht, overgeleverd en gedood had.
-
-Toch had dokter Antekirrt onwrikbaar besloten om hem ook dat mede te
-deelen.
-
-Dat beschouwde hij als zijne plicht.
-
-Meer dan twintig malen meende men, dat Piet Bathory bezwijken zou. Hij
-was dubbel getroffen: in zijn ziel en in zijn lichaam. Hij was reeds
-zoo nabij den dood genaderd, dat hij graaf Mathias Sandorf, die aan het
-hoofdeneind van zijn bed zat, niet meer herkende.
-
-Hij had zelfs helaas! de kracht niet meer, om den naam van Sava uit te
-spreken!
-
-Toch behielden de goede zorgen van den dokter de overhand, en trad
-eindelijk de reactie in. De jeugd behaalde de overwinning. Het lichaam
-van den zieke zou spoediger dan de ziel genezen.
-
-De wond begon tot lidteekenvorming over te gaan en zich derhalve te
-sluiten. Zijne longen hervatten hunne normale werkzaamheid, en op den
-17den Juli had de dokter eindelijk de zekerheid verkregen, dat Piet
-gered was.
-
-Dien dag herkende hem de jonge man.
-
-Met eene uiterst zwakke stem noemde hij hem bij zijn waren naam.
-
-„Graaf Mathias Sandorf!” zuchtte hij meer dan hij sprak.
-
-„Ja, voor u, mijn zoon, ben ik Mathias Sandorf!” antwoordde deze. „Maar
-voor u alleen!”
-
-En daar hem Piet met den blik eene verklaring scheen te vragen, die hij
-zoo ongeduldig moest verwachten:
-
-„Later,” zei de dokter, „later!”
-
-Piet’s herstel zou snel plaats hebben. Alle maatregelen waren daartoe
-getroffen. Hij betrok op het eiland Antekirrta eene fraaie kamer,
-welker ramen aan den noord- en westkant gelegen waren en derhalve vrije
-toetreding aan de zoo gezonde zeebries gaven. In den tuin, die zich
-voor zijn vertrek uitspreidde, schonken eenige snelvlietende beekjes
-een eeuwig jong groen, terwijl de schaduw der loofkruinen van het hoog
-opgaand geboomte er eene aangename frischheid aan verleende.
-
-De dokter had geen oogenblik verzuimd om den dierbaren zieke zijne
-zorgen te wijden; hij was steeds om en bij hem gebleven. Maar sedert
-zijn herstel verzekerd bleef, kon het geen verwondering baren, dat hij
-zich een helper toegevoegd had, van wiens schranderheid, goedhartigheid
-en volkomen toewijding hij de verzekering bij zich droeg.
-
-Die helper was Pescadospunt, die aan Piet Bathory evenals aan dokter
-Antekirrt innig gehecht was.
-
-Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat hij en Kaap Matifou het
-diepste geheim bewaard hadden, omtrent hetgeen op het kerkhof van
-Ragusa voorgevallen was; ook niet, dat hen aanbevolen was, aan niemand
-hoegenaamd te openbaren, dat de jonge ingenieur levend uit zijn graf
-gehaald was.
-
-Pescadospunt was vrij innig ingewijd en werkzaam geweest in en bij al
-die feiten, welke gedurende de laatste maanden voorgevallen waren.
-Dientengevolge had hij een levendige belangstelling voor den zieke
-opgevat.
-
-Die liefde van Piet Bathory voor Sava Toronthal—eene liefde, die zoo
-wreed gedwarsboomd was geworden door Sarcany, een onbeschoften kerel,
-die den kleinen acrobaat geheel te recht een geweldigen afkeer
-inboezemde,—die ontmoeting van den begrafenisstoet met de
-bruiloftsrijtuigen voor de woning in de Stradona-laan, die
-lijkopgraving op het kerkhof van Ragusa ten uitvoer gebracht, dat alles
-had dat zoo goedige wezen diep geroerd en dat te meer, daar hij zich
-als mededeelgenoot gevoelde van de plannen van dokter Antekirrt, hoewel
-hij ze nog niet ten volle begreep.
-
-Daarom aanvaardde Pescadospunt volijverig de taak van ziekenvader bij
-Piet Bathory. Hij ontving terzelfder tijd de opdracht, om hem zooveel
-mogelijk door zijn opgewekt en vroolijk humeur te verstrooien. Daarin
-bleef hij niet in gebreke. Want hij beschouwde daarenboven Piet
-Bathory, sedert de kermis te Gravosa, als een schuldeischer, dien hij
-te avond of morgen op de een of andere wijze voldoen moest.
-
-Ziet, daarom was Pescadospunt bij den herstellende gezeten, steeds
-bezig met diens gedachten te trachten af te leiden, door te kouten,
-door te babbelen zelfs, en hem zoodoende geen tijd te geven te kunnen
-nadenken.
-
-Het was onder die gegeven omstandigheden, dat hij op zekeren dag,
-tengevolge van eene vraag op den man af, door Piet Bathory, er toe
-gebracht werd, om hem te vertellen, hoe hij de kennis met dokter
-Antekirrt aangeknoopt had.
-
-„Dat hadden wij aan de Trabocolo te danken, mijnheer Piet,” antwoordde
-hij met een glimlach.
-
-„Aan de Trabocolo?” vroeg de jonge man natuurlijk zeer verwonderd. „Hoe
-kan dat?”
-
-„Ja, zeker aan de Trabocolo! Die moet gij u toch nog herinneren,”
-antwoordde Pescadospunt.
-
-„De Trabocolo?....” herhaalde Piet Bathory nadenkende.
-
-„Die van Kaap Matifou eenvoudig een held gemaakt heeft!.... Dat kan u
-toch niet ontschoten zijn!”
-
-„O, ja, nu herinner ik mij”, antwoordde de jonge man.
-
-En inderdaad, onze Piet had die gebeurtenis, die de kermis van Gravosa
-gekenmerkt had, nu ze zoo duidelijk herinnerd werd, niet vergeten. Ja,
-het gevaar, dat het jacht van dokter Antekirrt geloopen had, stond hem
-nu weer duidelijk voor oogen. Maar, wat hij niet wist, dat was dat die
-gebeurtenis den dokter aanleiding had gegeven, om de beide kermishelden
-voor te stellen, hun potsenmakersbaantje vaarwel te zeggen en in zijn
-dienst aan boord van de Savarena over te gaan.
-
-„Ja, mijnheer Bathory,” vervolgde Pescadospunt, „zoo is het! En de
-zelfopofferende daad van Kaap Matifou is voor ons een ware uitkomst en
-eene zeer gelukkige uitkomst geweest.”
-
-„Zoo?”
-
-„Maar.... juist omdat wij jegens den dokter verplichtingen hebben mogen
-wij die, welke wij jegens u hebben, niet vergeten!”
-
-„Jegens mij?”
-
-„Ja, jegens u, mijnheer Piet!”
-
-„Ik ben benieuwd....”
-
-„Herinnert gij u nog denzelfden dag, dat gij op het punt waart ons
-eenig publiek te zijn....”
-
-„Uw eenig publiek?” vroeg Piet Bathory, die moeite deed zich te
-herinneren, maar er niet in slaagde.
-
-„Gij gaaft ons twee gulden, die wij niet verdiend hadden....” vervolgde
-Pescadospunt.
-
-„Niet verdiend?” was de verbaasde vraag van den jeugdigen
-werktuigkundige.
-
-„Neen, daar het publiek verdween, hoewel het zijne plaats betaald had,”
-was het antwoord daarop.
-
-En Pescadospunt herinnerde Piet Bathory thans, hoe hij, na zijne twee
-gulden uitgegeven te hebben en op het punt zijnde om de Provençaalsche
-kraam binnen te treden, eensklaps verdween.
-
-De jeugdige ingenieur was die omstandigheid glad vergeten. Hij
-beantwoordde echter dat verhaal met een glimlach. Dat was een droevige
-glimlach evenwel; want de jongman herinnerde zich toen, dat hij
-destijds die kermisvreugde voor niets anders nagejaagd had, dan in de
-hoop om Sava Toronthal weer te vinden.
-
-Hij sloot de oogen. Hij dacht na over al hetgeen hem sedert dien dag
-wedervaren was.
-
-En terwijl het beeld van Sava voor hem verrees, van Sava, die, naar hij
-meende, getrouwd was, schroefde een naamloos lijden zijn hart samen en
-hij voelde een zucht in zijn hart opwellen, om hen te vervloeken, die
-hem aan het graf ontrukt hadden.
-
-Pescadospunt zag wel in, dat die kermis van Gravosa bij Piet Bathory
-droevige herinneringen opwekte. Hij drong daar dus niet verder op aan,
-ja, hij bewaarde zelfs het stilzwijgen, terwijl hij in zich zelven
-prevelde:
-
-„Een halve lepel vroolijke stemming, iedere vijf minuten door mijn
-zieke in te nemen! Jawel! jawel, dat is het voorschrift van den
-dokter.... Maar drommels, dat is niet gemakkelijk op te volgen!”
-
-Zoo zat hij na te denken, totdat Piet eenigen tijd later de oogen
-opende en hem vroeg:
-
-„Dus, Pescadospunt, vóór dat gebeurde met de Trabocolo op de
-sleephelling te Gravosa, kendet gij dokter Antekirrt niet?”
-
-„Neen, mijnheer Piet.”
-
-„Volstrekt niet?” vroeg Piet met den meesten nadruk.
-
-„Wij hadden hem toen nooit gezien,” antwoordde Pescadospunt, „en wij
-hadden zelfs zijn naam nimmer hooren noemen.”
-
-„En....”
-
-„En wat?” vroeg Pescadospunt.
-
-„Hebt gij hem sedert nimmer verlaten?” vroeg de jeugdige
-werktuigkundige met aandrang.
-
-„Neen, nooit!”
-
-„Nooit? Bedenk u wel,” vroeg Piet Bathory.
-
-„Dat is te zeggen, ja, eenige keeren, dat hij mij met zendingen
-belastte,” antwoordde Pescadospunt.
-
-„En in welk land zijn wij hier? Dat zou ik zeer gaarne weten.”
-
-„In welk land?”
-
-„Ja, in welk land? Zoudt gij mij dat kunnen zeggen, vriend
-Pescadospunt?”
-
-„Ik heb eenige reden te gelooven....”
-
-„Wat?”
-
-„Dat wij op een eiland zijn, mijnheer Piet,” antwoordde Pescadospunt
-glimlachende.
-
-„Waaruit leidt gij dat af?”
-
-„Wij zijn geheel en al door de zee omringd.”
-
-„De zee.... Maar welke zee? Bedenk toch, er bestaan zoovele zeeën op
-Gods lieve aarde.”
-
-„Ik denk de Middellandsche zee.”
-
-„De Middellandsche zee! Maar.... in welk gedeelte van de Middellandsche
-zee?”
-
-„Ja.... ziet u.... Dat is ’t hem juist.... Zijn wij in het zuiden, zijn
-wij in het noorden, zijn wij in het westen, of zijn wij in het oosten?”
-antwoordde Pescadospunt. „Ik moet bekennen, ik weet het niet.”
-
-„Niet,” vroeg Piet Bathory mismoedig, terwijl hij zijn hoofd achter
-tegen zijn leuningstoel liet rusten.
-
-„Neen, ik weet het niet, mijnheer Piet; maar alles wel beschouwd, wat
-kan het ons schelen?”
-
-De zieke glimlachte droefgeestig.
-
-„Wat zeker is,” ging Pescadospunt voort, „dat is, dat wij de gasten van
-dokter Antekirrt zijn, die ons goed voedt, ons goed kleedt, ons goede
-bedden verstrekt, ongerekend nog....”
-
-„Wat?”
-
-„De zoo kiesche behandeling, die wij ondervinden,” vulde Pescadospunt
-aan.
-
-„Maar weet gij ten minste, hoe dit eiland heet?” vroeg Piet.
-
-„Hoe dit eiland heet?”
-
-„Ja, dit eiland, waarvan gij de ligging niet kent.”
-
-„Ja, dat weet ik zeer goed.”
-
-„Welnu?”
-
-„Het heet Antekirrta!” riep Pescadospunt zegevierend.
-
-„Antekirrta?.... Antekirrta?”
-
-Piet Bathory keek hem aan met een verwijtingsvollen blik. Te vergeefs
-zocht hij zijn geheugen, of hij zich een eiland kon herinneren, dat
-dien naam droeg.
-
-Pescadospunt gevoelde zich niets op zijn gemak onder dien blik.
-
-„Ja, mijnheer Piet,” stamelde hij koddig. „Ja, het eiland Antekirrta!
-Onder nul lengte en onder nog minder breedte, in de volle
-Middellandsche zee! Aan dit adres zou mijn oom mij schrijven, als ik
-een oom bezeten had. Maar de hemel heeft mij, helaas! dat genoegen
-onthouden! Maar alles wel beschouwd, is er toch niets verwonderlijks
-in, dat dit eiland Antekirrta heet, daar het dokter Antekirrt
-toebehoort. Of nu de dokter zijn naam aan het eiland ontleend heeft, of
-wel dat het eiland naar hem genoemd is, ziet, dat zou ik, al ware ik
-secretaris-generaal of penningmeester van het Aardrijkskundig
-Genootschap van Parijs of van Amsterdam, niet kunnen uitmaken!”
-
-Men ziet het, onze Pescadospunt had zich nog niet ontdaan van zijne
-kwinkslagen en van zijne aanbevelende kermistaal. Zijne woordenrijkheid
-en vindingrijkheid hielpen hem evenwel, om den zieke, zooveel hem maar
-mogelijk was, verstrooiing aan te brengen.
-
-Piet’s herstel van gezondheid nam intusschen geregeld toe. Geene
-verschijnselen, die gevreesd konden worden, deden zich voor. Met een
-meer krachtige voeding, die evenwel voorzichtig en doelmatig verstrekt
-werd, kwamen ook de krachten van den zieke met den dag zichtbaar terug.
-De dokter bezocht hem dikwijls en koutte dan met hem over alles,
-behalve over datgene, wat hem toch het meeste belang moest inboezemen.
-En toch wilde Piet geene vertrouwelijke mededeelingen uitlokken, en
-wachtte geduldig totdat het den dokter geraden zou voorkomen, ze
-ongevraagd te doen.
-
-Pescadospunt had steeds de brokstukken van gesprekken, die hij met zijn
-zieke gehouden had, getrouw aan den dokter medegedeeld. Blijkbaar hield
-de geheimzinnigheid, waaronder graaf Mathias Sandorf niet alleen zijne
-identiteit verborg, maar zelfs het eiland waar hij zijn woonoord
-opgeslagen had, het brein van Piet Bathory bezig. Niet minder blijkbaar
-dacht hij steeds aan Sava Toronthal, die thans zoover verwijderd van
-hem was, veel verder dan eenig punt van den aardbol, daar iedere
-gemeenschap tusschen het eiland Antekirrta en het Europeesche vasteland
-verbroken scheen. Maar het oogenblik naderde, waarop hij krachtig
-genoeg zou wezen om alles te vernemen.
-
-Ja! Alles te kunnen vernemen! Die gedachte spookte hem voortdurend door
-het brein.
-
-En dien dag zou de dokter, als de heelmeester met het snijmes in de
-hand, ongevoelig zijn voor de kreten van smart van den patiënt.
-
-Verscheidene dagen vloden zoo voorbij.
-
-De wond van den jongen man was geheel genezen. Reeds kon hij opstaan en
-bij het venster zijner kamer plaats nemen. Eene weldadige zonneschijn,
-zoo eigen aan de streken der Middellandsche zee, kwam hem toen
-streelen, terwijl eene leven wekkende zeebries zijne longen vulde, die
-te zamen hem gezondheid en kracht aanbrachten. Als zijns ondanks
-gevoelde hij zich herboren worden. Hij klemde zich als het ware het
-leven, dat hij toch zoo geminacht had. En inderdaad, het waren de
-verschijnselen van terugkeerende geestkracht, die zich onmiskenbaar
-voordeden.
-
-Toen vestigden zich zijn oogen als onafwendbaar op dien onmetelijken
-onbegrensden gezichteinder, waarachter hij met den blik had willen
-wroeten; maar tevens ook in zijn binnenste dat waarlijk wel degelijk
-krank was. Die uitgestrekte oppervlakte van water rondom het onbekende
-eiland scheen hem steeds verlaten en eenzaam toe. Ter nauwernood werden
-eenige kustvaartuigen, chebekken of tartanen, polacers of speronaren
-daar ginds in volle zee ontwaard; evenwel zonder dat zij ooit een zweem
-vertoonden van het eiland te willen aandoen. Nooit verscheen er een
-handelsvaartuig van groot charter; nooit eene van die pakketbooten, die
-het Europeesche Middellandsche meer in alle richtingen doorkruisen.
-
-Men had waarlijk kunnen gelooven, dat het eiland Antekirrta aan de
-uiterste grenzen van de bekende wereld gelegen was.
-
-Op den 24sten Juli deelde dokter Antekirrt aan Piet Bathory mede, dat
-hij den volgenden dag in de namiddaguren kon uitgaan en bood zich aan,
-hem bij die eerste wandeling te begeleiden.
-
-„Dokter....” antwoordde Piet met eenige aarzeling in zijne stem.
-
-„Wat is er, mijn vriend?”
-
-„Dokter, als gij mij de kracht toekent, om naar buiten te gaan, dan
-moet ik ook de kracht bezitten, om u te kunnen aanhooren!”
-
-„Mij aanhooren, Piet?”
-
-„Ja, dokter.”
-
-„Wat wilt ge zeggen?”
-
-„Wat ik zeggen wil! O, dat is eenvoudig. Gij zijt met mijn geheel
-verleden bekend en van het uwe weet ik niets.”
-
-„Neen, niets!” antwoordde de dokter als een echo.
-
-Maar terwijl hij die woorden, die hem als onwillekeurig ontvielen,
-uitsprak, bekeek dokter Antekirrt den jongeling aandachtig. Nu evenwel
-niet meer als vriend, maar wel als geneesheer, als arts, om te
-beslissen, of hij het scherpsnijdend mes, dan wel het snerkend brandend
-vuur in het levend vleesch van den zieke zou zetten. Na een poos in
-gedachten verzonken te zijn geweest, zette hij zich bij hem neer:
-
-„Gij wilt mijn verleden kennen, Piet?” vroeg hij.
-
-„Ja,” knikte de jongman.
-
-„Luister dan! Luister aandachtig; gij zult het heden vernemen,” sprak
-dokter Antekirrt.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VI.
-
-HET VERLEDEN EN HET TEGENWOORDIGE.
-
-
-Dokter Antekirrt verhaalde alsnu de geschiedenis van graaf Mathias
-Sandorf en vervolgde, toen hij medegedeeld had, hoe deze zich in de
-wateren der Adriatische zee gestort had, als volgt:
-
-„Te midden of beter in weerwil van den kogelregen, die mij bij de
-laatste losbranding der politie-agenten om de ooren vloog, gelukte het
-mij toch heelhuids te ontkomen. De nacht was uitermate donker, zoodat
-door mij niets te zien was. De stroom zette van de kust naar buiten, en
-al had ik het ook gewild, dan zou ik niet meer naar den vasten wal
-hebben kunnen terugkeeren. Maar, zooals te begrijpen valt, dat wilde ik
-niet. Neen, ik wilde liever in de onmetelijke zee verzinken, dan weer
-gevangen genomen te worden, dan weer teruggebracht te worden naar dien
-engen vestingtoren van Pisino, om daar doodgeschoten te worden. Wanneer
-ik bezweek, welnu.... dan was alles gedaan, dan was alles uit!
-
-„Daarenboven, als ik er in slaagde, om mij te redden, dan kon ik voor
-dood doorgaan. Niets zou mij dan in den weg staan, om de vergeldende
-rechtspleging uit te oefenen, die ik aan graaf Ladislas Zathmar en aan
-Stephanus Bathory, uwen vader, gezworen had ten uitvoer te leggen, en
-die ik ook volbrengen zal!”
-
-Die laatste woorden werden met eene niet weer te geven zeggingskracht
-geuit.
-
-„Een rechtspleging?” vroeg Piet Bathory, wien oog schitterde bij het
-ontwaren van dat nieuwe en onverwachte gezichtspunt, hetwelk door dit
-woord voor hem geopend werd.
-
-„Ja, Piet, eene rechtspleging!” bevestigde dokter Antekirrt met hoogst
-ernstige stem.
-
-„En welke, heer dokter, als ik u vragen mag?” hernam de jongman met
-niet minder ernst in stem en gebaar.
-
-„O, gij zult haar kennen; want om er u aan te verbinden, heb ik u aan
-den dood ontrukt, heb ik u op het kerkhof te Ragusa opgegraven. Voor de
-wereld zijt ge dood, evenals ik; maar evenals ik zijt gij levend! En
-dat zullen de verraders ondervinden!”
-
-Bij die woorden voelde zich Piet Bathory als het ware vijftien jaren
-teruggevoerd, tot op het oogenblik dat zijn vader op het binnenplein
-van de vesting te Pisino, door de moorddadige kogels doorboord, dood
-ter nederviel.
-
-„Vóór mij”, ging dokter Antekirrt voort, „strekte zich de onmetelijke
-zee tot bij het Italiaansche kustland uit. Hoe uitstekend zwemmer ik
-ook was, zoo kon ik toch de hoop niet koesteren, dien plas te kunnen
-oversteken, wanneer ik aan eigen kracht overgelaten bleef. Zoodat kwam
-mij de Voorzienigheid niet te hulp, hetzij door mij het een of ander
-wrakhout te laten ontmoeten, hetzij dat ik door een vreemd schip
-opgenomen werd, dan zou het mijn lot zijn, om ellendig te verdrinken.
-Dat kwam mij ontwijfelbaar voor. Maar wanneer men het offer van zijn
-leven gebracht heeft, wanneer men van alles afstand gedaan heeft en
-iedere nevenoverweging verdwijnt, dan is men wel sterk om dat leven te
-verdedigen, wanneer die verdediging althans mogelijk is.
-
-„Eerst had ik herhaaldelijk onder de watervlakte gedoken, om aan de
-laatste geweerschoten, die nog knalden, te ontkomen. Later, toen ik
-zeker was, dat ik niet meer bemerkt kon worden, en ik berekenen kon,
-buiten het bereik van het geweervuur te zijn, kwam ik weer boven en
-zwom regelrecht naar volle zee toe. Mijne kleederen hinderden mij
-weinig, daar zij van zeer lichte stof vervaardigd waren en zeer nauw om
-het lichaam sloten.
-
-„Het moest toen zoo omstreeks half tien in den avond zijn. Volgens
-mijne gissing zwom ik gedurende meer dan een uur in de
-tegenovergestelde richting van de kust en verwijderde mij zoodoende van
-de havenplaats Rovigno, welker laatste lichten ik langzamerhand zag
-verdwijnen.
-
-„Waar zwom ik zoo heen? Ik wist het niet.
-
-„En welke hoop bezielde mij? Helaas! Piet, ik had er geene; maar ik
-voelde in mijn binnenste eene kracht tot het bieden van weerstand, een
-taaie vasthoudendheid, eene bovenmenschelijke wilskracht, die mij
-steunde, en mij in staat stelde vol te houden. Het was mijn leven niet
-meer alleen, wat ik wilde redden; neen, ik wilde behouden blijven, om
-mijn werk, mijn levensdoel na te jagen, te voltooien. En waarlijk,
-wanneer ik in dit benarde oogenblik plotseling een visschersvaartuig
-ontmoet had, zou ik ondergedoken hebben, om het te mijden, want hoeveel
-verraders kon ik nog op dat Oostenrijksche kustland aantreffen, die
-gereed zouden zijn mij over te leveren voor een sommetje gelds? Hoeveel
-Carpena’s zou ik er ontmoeten, tegenover slechts één eerlijken Andreas
-Ferrato.
-
-„Dat gebeurde zelfs nog vóór dat het eerste uur voorbij was. Een
-scheepje verscheen in het schemerdonker bijna eensklaps voor mijne
-oogen. Het kwam uit volle zee en zeilde scherp bij den wind om de kust
-te bereiken. Daar ik reeds vermoeid begon te geraken, had ik mij op den
-rug gewenteld, om eenigermate te rusten. Maar als instinctmatig keerde
-ik mij om, gereed tot duiken. Een vischschuit, die naar een der
-hoofdplaatsen van Istrië zeilde, kon niet anders dan mij verdacht
-voorkomen! Ik mocht niets meer in de waagschaal stellen! Ik mocht dat
-gevaar niet loopen!
-
-„Ik werd bijna oogenblikkelijk dienaangaande ingelicht.
-
-„Een der matrozen riep in het Dalmatische taal-eigen zijnen makker toe,
-om over den anderen boeg te wenden. Ik dook dadelijk en het vaartuig
-ging boven mijn hoofd over stag, voordat de opvarenden tijd hadden
-gehad mij te ontwaren.
-
-„Toen ik het stikken nabij was, kwam ik weer boven in de vrije lucht om
-adem te scheppen, en vervolgde ik mijn zwemtocht in westelijke
-richting, nadat ik mij overtuigd had, dat het scheepje in het
-nachtelijk duister verdwenen was.
-
-„De bries verzwakte bij het intreden van den nacht, en de deininggolven
-vielen met den wind. Ik voelde mij nog slechts opgeheven door die lange
-grondzeeën, die mij al verder en verder van het land meesleepten.
-
-„Onder die omstandigheden, dat wil zeggen, terwijl ik beurtelings zwom
-en rustte, verwijderde ik mij nog gedurende een uur van de kust. Ik zag
-niets anders dan het te bereiken doel en had geene gedachte voor den af
-te leggen weg. Het gold vijftig mijlen om de Adriatische zee over te
-steken! Ja, die wilde ik overzwemmen! Ja, ik zou ze oversteken! Mijn
-besluit stond onwrikbaar vast!
-
-„O, Piet men moet zulke beproevingen doorstaan hebben, om tot de
-ervaring te geraken, wat een mensch kan, waartoe hij bekwaam is, welke
-uitkomsten van de zedelijke krachten verkregen kunnen worden, wanneer
-zij met de lichamelijke krachten hand aan hand gaan en tot één doel
-samenwerken! O, dan is het menschelijke werktuig onovertroffen!
-
-„Zoo ondersteunde ik mij ook gedurende het tweede uur.
-
-„Dat gedeelte van de Adriatische zee was geheel eenzaam, men kon zeggen
-onbevolkt. De laatste watervogels hadden haar verlaten om hunne holen
-aan de oevers te gaan opzoeken. Geen enkele zweefde meer over mijn
-hoofd heen, behalve eenige meeuwtjes, die scherpe kreten uitstieten,
-terwijl zij paarsgewijze over de oppervlakte van de blauwe zee
-scheerden en soms daarop neerstreken, om zich op de loome golfjes te
-laten wiegelen.
-
-„Hoewel ik niets van de vermoeidheid wilde gevoelen, begonnen mijne
-armen en beenen zwaar te worden. Reeds strekten zich mijne vingeren
-krampachtig van elkander uit, en het kostte mij moeite om de handen
-gesloten te houden, hetgeen bij het zwemmen zoo noodzakelijk is. Mijn
-hoofd woog loodzwaar, alsof een kogel aan mijne schouders bevestigd
-ware geweest. Ik begon moeielijkheid te ondervinden om het boven water
-te houden.
-
-„Eene soort van hallucinatie, van zinsbegoocheling overviel mij toen.
-De geregelde gang der denkbeelden begon mij te begeven, en tot eene
-gezette opeenvolging van gedachten kon ik mijn brein niet meer dwingen.
-Vreemde samenkoppelingen van meeningen vormden zich in mijne geschokte
-hersenen. Ik voelde dat ik niet anders dan zeer onvolmaakt een geluid
-zou kunnen hooren, het welk in mijne nabijheid zou waargenomen kunnen
-worden, of een licht zou kunnen zien, dat in mijne nabijheid ontstoken
-zoude worden.
-
-„En het was juist zoo iets, dat mij wedervoer.
-
-„Het kon ongeveer middernacht geweest zijn, toen een dof en verwijderd
-gerommel zich in oostelijke richting liet vernemen. Het was voor mij
-onmogelijk den aard van dat gerommel te onderscheiden.
-
-„Een lichtstraal drong door mijne oogleden heen, die zich mijns ondanks
-gesloten hadden. Ik poogde mijn hoofd op te beuren en slaagde daarin
-slechts door mij half te laten onderdompelen. Toen keek ik....
-
-„Ik vertel u al die bijzonderheden, Piet, opdat gij ze weten zoudt en
-opdat gij door haar mij in mijn karakter zoudt leeren kennen.”
-
-„Van uw karakter is mij niets onbekend, dokter. Niets!” antwoordde de
-jongman.
-
-„Niets?” vroeg dokter Antekirrt.
-
-„Denkt gij dan, dat mijne moeder mij niet op de hoogte gebracht heeft,
-wie en wat graaf Mathias Sandorf was?”
-
-„Dat zij Mathias Sandorf gekend heeft, dat kan, Piet....”
-
-„Zeker, heeft zij dien gekend!” fluisterde de jongman schier ademloos
-van spanning.
-
-„Maar dat zij dokter Antekirrt zoude kennen? Neen, dat niet. Dat kan
-niet, niet waar?”
-
-Piet Bathory luisterde ten hoogste ingespannen.
-
-„En het is juist die man, dien ge moet leeren kennen,” ging de dokter
-voort. „Luister dus goed.”
-
-De jeugdige ingenieur knikte. Hij was geheel gehoor. Zijn geheel
-uiterlijk kenmerkte dat.
-
-„Het gerommel, dat ik gehoord had, werd veroorzaakt door een groot
-schip, dat van den oostkant kwam en naar de Italiaansche kust stevende.
-De lichtstraal, die tot mij doorgedrongen was, kwam van zijn wit licht,
-hetwelk in den fokkemast bengelde. Dat was het onbedriegbare teeken,
-dat het een stoomvaartuig was. Wat zijne positie-lichten betrof, die
-onderscheidde ik weldra daarna, het roode aan bakboord en het groene
-aan stuurboord. En daar ik die twee seinlichten tegelijkertijd
-ontwaarde, wist ik dat het vaartuig recht op mij afkwam.
-
-„Het daaropvolgende oogenblik zou voor mij beslissend zijn. Inderdaad,
-alle kansen bestonden, dat dit stoomschip een Oostenrijks vaartuig was,
-daar het van den kant van Triëst kwam. Een toevlucht daar aan boord te
-verzoeken, zou gelijkstaan met mij zelven weer in de handen der
-maréchaussées van Rovigno te stellen! Ik was vast besloten zoo iets
-niet te doen, hoewel ik gereed was, alles te beproeven om het eerste
-het beste redmiddel aan te grijpen.
-
-„Dat stoomschip was een snelvarend vaartuig. Het vergrootte al meer en
-meer voor mijn oog, terwijl het naderde. Het vergrootte buitengewoon.
-
-„Eindelijk kon ik de zee voor den boeg in eene witte schuimkuif zien
-omkrullen. Binnen twee minuten zou die boeg de plaats snijden, waar ik
-mij bevond, waar ik bewegingloos lag te drijven.
-
-„Ik twijfelde er geen oogenblik aan, dat het een Oostenrijksche stoomer
-was. Maar het was toch niet onmogelijk, dat zijne bestemming Brindisi
-of Otranto was. En waren die havenplaatsen zijn einddoel niet, dan kon
-hij haar toch aandoen. Dat was zelfs zeer waarschijnlijk.
-
-„Als dat zoo was, dan moest hij er binnen de vier en twintig uren
-aankomen.
-
-„Mijn besluit was dan ook ras genomen: Ik zou blijven drijven en
-wachten. Dat was het best, wat mij te doen overbleef.
-
-„Ik was er zeker van, dat ik te midden van de dikke duisternis niet
-opgemerkt zou worden. Ik zorgde, dat ik in de richting bleef, welke die
-groote massa volgde, welker vaart toen vrij gematigd was en die
-ternauwernood door de lichte deining der kalme zee geschommeld werd.
-
-„Eindelijk was de stoomer in mijne onmiddellijke nabijheid. Zijn boeg
-beheerschte de zee twintig voet boven mij. Ik werd in de waterkrul, die
-hij voor zich uitstiet, met geweld opgenomen; maar ik ontving geen
-schok. De lange romp gleed langs mij heen en ik stiet mij krachtig met
-beide handen af. Dat duurde hoogstens een paar seconden. Toen ik daarna
-de vormen van het achterschip zag verschijnen, klemde ik mij, op gevaar
-af, door de schroefbladen te pletter geslagen te worden, aan het roer
-vast.
-
-„Gelukkig was het stoomschip zeer zwaar geladen, zoodat de schroef zeer
-diep wentelde en de oppervlakte van het water niet bereikte. Want ware
-dat het geval geweest, dan zou ik aan de draaikolken, die daar gevormd
-werden, niet hebben kunnen ontkomen; ook zou ik het steunpunt, waaraan
-ik mij vasthield, niet omklemd hebben kunnen houden, en had ik moeten
-loslaten.
-
-„Maar, evenals bij alle stoomvaartuigen, hingen twee ijzeren kettingen
-aan het achterschip en sloten aan de roerwanden aan. Ik greep een van
-die kettingen en tilde mij tot de ijzeren kram omhoog waarin zij
-vastgeklonken waren. Ik kon nu boven water zitten en richtte mij zoo
-goed en zoo kwaad bij den achtersteven in, als maar mogelijk was.
-
-„Betrekkelijk was ik hier in veiligheid!
-
-„Drie uren later brak de dag eindelijk aan. Ik berekende toen, dat ik
-nog gedurende meer dan vier en twintig uren in dien toestand zou moeten
-doorbrengen, namelijk wanneer de stoomboot Brindisi of Otranto zou
-aandoen. Waar ik het meeste door zou lijden, dat was door dorst en
-honger.
-
-„Maar het voornaamste was, dat ik niet van het dek van de boot ontwaard
-werd; ook niet van uit de sloepen, die rechts en links van het
-achterschip in de davits hingen. Het is waar, dat ik door eenige
-tegenliggende schepen kon gezien worden en dat die seinen konden
-wisselen; maar gelukkig ontmoetten wij gedurende dien dag zeer weinig
-schepen, en die wij ontmoetten, voeren ons op zoo’n grooten afstand
-voorbij, dat niemand bespeuren kon, dat een man zich aan de
-roerkettingen van het stoomschip vastgeklemd hield.
-
-„Eene brandend heete zon veroorloofde mij weldra mijne kleederen, die
-ik daartoe uittrok, te drogen.
-
-„De drie honderd gulden van Andreas Ferrato bevonden zich steeds in
-mijn gordel. Zij moesten mij onderhoud en veiligheid verschaffen,
-zoodra ik aan wal zoude zijn. Daar, daar zou ik niets meer te vreezen
-hebben.
-
-„Op vreemden bodem waren voor graaf Mathias Sandorf, de Oostenrijksche
-agenten en spionnen geen schrikbeelden meer. Daar zou ik het hoofd
-rechtop kunnen voeren. Daar zou ik niet meer als een rampzalige
-ellendeling moeten rondsluipen om het veege leven te redden.
-
-„Maar het was mij niet genoeg voor het oogenblik, dat ik dat leven
-gered had; ik wilde ook dat men aan mijnen dood geloofde....
-
-„Niemand mocht vernemen, dat de laatste vluchteling uit den
-vestingtoren van Pisino, dat graaf Mathias Sandorf op Italiaanschen
-bodem voet aan wal gezet had. Ik had daar gegronde redenen voor, zooals
-gij weldra vernemen zult.
-
-„Wat ik zoo innig verlangde, wat ik zoo innig hoopte, gebeurde gelukkig
-ook.
-
-„De dag ging zonder buitengewone voorvallen voorbij. De nacht viel
-eindelijk in. Ongeveer tegen tien uren in den avond flikkerde een licht
-met regelmatige tusschenpoozen in het zuidwesten. Ik herkende dat
-licht, want ik was meer in deze streken geweest. Dat was de vuurtoren
-van Brindisi.
-
-„Twee uren later was de stoomboot in het door boeien afgebakende
-vaarwater, hetwelk naar de haven geleidt.
-
-„Maar toen, vóórdat de loods aan boord gekomen was, en wij den wal op
-ongeveer twee mijlen genaderd waren, bond ik mijn kleederen in een
-pakje, dat ik op mijn hoofd en aan mijn hals bevestigde, liet de
-kettingen van het roer los en gleed zonder gerucht te maken in het
-water, hoewel het stoomschip nog in volle beweging was.
-
-„Het hevige geplons van de schroef bedwelmde mij een oogenblik, ik werd
-ook in de kolken, welke zij met woest geweld vormde, voor een poos
-meêgesleurd; maar eene minuut later reeds—want ik repte mij en zwom
-krachtig voort—had ik de stoomboot uit het gezicht verloren en hoorde
-ik nog maar het oorverscheurend gegil harer stoomfluit, waarmede zij
-hare aankomst in de havenplaats aankondigde.
-
-„Een half uur later zette ik bij zeer kalme zee op een vlak en dor
-strand, waarop geen branding stond, voet aan wal, gelukkig zonder dat
-iemand mij gezien had. Ik zocht eene schuilplaats tusschen de rotsen,
-die het strand bedekten, kleedde mij daar aan en zocht, terwijl de
-uitputting door de uitgestane vermoeienissen de bovenhand boven den
-honger behield, eene rustplaats te midden van droog zeewier, waarmede
-de tusschenruimten der rotsen gevuld waren, en sliep weldra op dat bed
-in.
-
-„Bij het aanbreken van den dag wandelde ik Brindisi binnen en zocht
-daar een der meest bescheidene hôtels van de stad op, alwaar ik besloot
-de verdere gebeurtenissen af te wachten, alvorens het plan van geheel
-mijn toekomstig leven vast te stellen. Ik was nu in veilige haven en
-had derhalve volstrekt geen haast.
-
-„Twee dagen later, Piet, vernam ik door middel van de dagbladen, welke
-rampzalige ontknooping de Triëster samenzwering gehad had. Ik las dat
-nasporingen in het werk gesteld waren, om het lijk van graaf Mathias
-Sandorf te vinden; maar dat die te vergeefs geweest waren. In echten
-reporterstijl werden daar vele bijzonderheden medegedeeld, die mij
-deden glimlachen.
-
-„Maar ik werd voor dood gehouden, dat was het voornaamste, even zoo
-goed dood, alsof ik met mijn makker, graaf Ladislas Zathmar en uwen
-vader, Stephanus Bathory, onder de doodelijke schoten op het
-binnenplein van den vestingtoren te Pisino gevallen was!
-
-„Ik, dood!.... Dood!”
-
-„Waarachtig niet, Piet.... en velen zullen wel ondervinden, dat ik nog
-levend ben!”
-
-Piet Bathory had met alle gretigheid, met de meeste opmerkzaamheid naar
-dat verhaal van den dokter geluisterd. Hij was onder den indruk
-daarvan, alsof hem dat alles, wat gebeurd was, in de diepte van een
-graf medegedeeld was geworden.
-
-Ja, het was graaf Mathias Sandorf die zoo tot hem sprak. Daaraan viel
-niet te twijfelen.
-
-Tegenover Piet, tegenover den zoon van Stephanus Bathory, tegenover dat
-levende evenbeeld van zijn vader, had graaf Mathias Sandorf zijne
-gewone koelheid langzamerhand verloren.
-
-Hij had thans den jongen man geheel en al toegang tot zijne ziel
-verleend en vertoonde haar in zijne tegenwoordigheid, zooals zij
-werkelijk was, na ze zoo lange jaren voor anderen gesluierd gehouden te
-hebben!
-
-Maar hij had nog niets gerept omtrent datgene, wat Piet toch zoo
-verlangend was te vernemen, niets omtrent hetgeen de arme jongeling van
-zijne medewerking verwachtte!
-
-Wat de dokter zoo even verhaald had van zijn stoutmoedigen overtocht
-over de Adriatische zee, was tot in de geringste bijzonderheden waar.
-Zoo was hij heelhuids te Brindisi aangekomen, terwijl graaf Mathias
-Sandorf volgens ieders opvatting dood was en dood bleef.
-
-Maar het kwam er nu op aan, om Brindisi zonder dralen te verlaten. Die
-haven daar, aan het uiteinde van Italië als het ware, kon slechts eene
-pleisterplaats genoemd worden. De reizigers komen daar, hetzij om zich
-in te schepen naar de Levant, of naar Indië; hetzij om, vandaar
-komende, te ontschepen en verder te reizen naar Europa. Het plaatsje
-kan in gewone omstandigheden verlaten genoemd worden, behalve gedurende
-een of twee dagen, wanneer de pakketbooten, voornamelijk die van de
-„Peninsular and Oriental Company” er aankomen. En die verlatenheid zou
-voldoende zijn, om den vluchteling te doen herkennen, en hoewel het
-waar was, zooals hierboven reeds verhaald werd, dat hij niet meer voor
-zijn leven te vreezen had, zoo was het hem toch boven alles waard, dat
-hij dood gewaand werd.
-
-Dit alles bedacht graaf Mathias Sandorf daags na zijne aankomst te
-Brindisi, terwijl hij aan den voet van het terras wandelde, die door de
-Cleopatra-zuil beheerscht werd, juist ter plaatse waar de Apische weg
-begint.
-
-Het plan van zijn volgend leven was reeds vastgesteld. Hij zou naar het
-Oosten gaan, om daar een vermogen te garen en met dat vermogen eene
-groote macht te verwerven. Maar het kwam niet raadzaam voor, zich op
-een der pakketbooten in te schepen, die de geregelde vaart langs
-Klein-Azië verrichten en die gewoonlijk opgepropt waren met passagiers
-van de meest uiteenloopende nationaliteiten. Hij moest een ander en
-meer geheim vervoermiddel opsporen, en dat kon hij te Brindisi niet
-vinden. Hij vertrok dan ook denzelfden avond per spoortrein naar
-Otranto.
-
-Binnen anderhalf uur tijds had hij die stad, welke bijna aan het
-uiteinde van den hiel van de Italiaansche laars bij het kanaal, hetwelk
-den smallen toegang tot de Adriatische zee vormt, gelegen is, bereikt.
-Daar in die verlaten havenplaats kon graaf Mathias Sandorf prijs
-bepalen voor den overtocht met den schipper van een klein vaartuig, dat
-zeilree naar Smyrna lag, en eene lading Albaneesche paarden moest
-vervoeren, die te Otranto geen koopers gevonden hadden.
-
-Den volgenden morgen stak het vaartuig in zee en zag de dokter den
-vuurtoren van Punta di Luca, aan het uiterste puntje van Italië
-gelegen, aan den gezichteinder verdwijnen, terwijl aan den
-tegenovergestelden kant de Acroceraunische bergen in de nevelen weg
-vloden. Weinige dagen later werd, na een overtocht zonder
-wederwaardigheden, kaap Matapan, de zuidelijkste punt van Griekenland,
-voorbij gestevend en waren de reizigers spoedig daarna te Smyrna op
-hunne bestemmingsplaats aangekomen.
-
-Dokter Antekirrt had Piet dit gedeelte van zijn verhaal zoo beknopt en
-zoo vluchtig mogelijk medegedeeld, alsook hoe hij door middel der
-dagbladen den plotselingen dood van zijn dochtertje vernam, waardoor
-hij nu eenzaam en verlaten in de wereld achterbleef!
-
-„Ik was dan eindelijk,” zoo ging hij met zijn verhaal voort, „op dien
-bodem van Klein-Azië aangekomen, waar ik zoovele jaren geheel onbekend
-zoude leven. Ik zou aan de studiën in de geneeskunde, in de scheikunde,
-in de natuurlijke wetenschappen, aan welker bron ik mij in de scholen
-en in de universiteiten in Hongarije gelaafd had, aan die studiën, die
-door uwen vader met zooveel toewijding en zoo roemrijk onderwezen
-werden, thans vragen om mijn bestaan te waarborgen.
-
-„Ik was gelukkig genoeg om te slagen en dat wel veel spoediger dan ik
-aanvankelijk had durven hopen. Ik vestigde mij eerst te Smyrna, waar ik
-mij in den tijd van zeven of acht jaren een groote beroemdheid als
-geneesheer verwierf. Eenige onverwachte genezingen brachten mij in
-aanraking met de rijkste personen uit die streken, waar de geneeskunde
-eigenlijk nog in het tijdperk der kindsheid verkeert. Ik besloot toen
-die stad te verlaten. Ik wilde, evenals de professoren van weleer, de
-menschen genezen, terwijl ik tevens de kunst van genezen zou
-onderwijzen. Ik wilde terzelfder tijd de onbekende geneeswijze der
-taleb’s van Klein-Azië en der pandit’s van Indië bestudeeren. Ik
-doorreisde al die provinciën, en vertoefde op de eene plaats eenige
-weken, elders eenige maanden, terwijl mijne hulp ingeroepen werd te
-Karahissar, te Bender, Adana, Haleb, Tripoli en Damas, waarbij ik
-steeds voorafgegaan werd door eene vermaardheid, die onophoudelijk
-aangroeide en waardoor mijn vermogen met die vermaardheid vermeerderde.
-
-„Maar, dat was voor mij niet genoeg, Piet. Neen, waarachtig niet! Dat
-gevoelde ik wel!
-
-„Ik moest een onbegrensde macht erlangen, eene macht zooals slechts een
-der rijkste rajah’s van Indië zou ten deel gevallen zijn, wanneer de
-wetenschap zich aan zijne onmetelijke rijkdommen gepaard zou hebben.
-
-„De gelegenheid daartoe bood zich eindelijk aan! Ik zou verkrijgen, wat
-ik wenschte.
-
-„Te Homs, in Noordelijk Syrië, bevond zich een man, die aan eene
-langzame ziekte wegkwijnende was. Geen enkel geneesheer had de
-geaardheid van zijn lijden kunnen onderscheiden. Daaruit werd
-natuurlijk de onmogelijkheid geboren, om eene doelmatige behandeling te
-kunnen voorschrijven en volgen. Die man, Taz-Rhât geheeten, had
-indertijd hooge betrekkingen in het Ottomanische rijk bekleed. Hij was
-toen nog slechts vijf-en-veertig jaar oud en betreurde te meer het
-leven, dewijl een onmetelijk fortuin hem de middelen aan de hand deed,
-zich alle denkbare genietingen te verschaffen en alle genoegens na te
-jagen.
-
-„Taz-Rhât had over mij hooren spreken; want mijne beroemdheid was op
-dat tijdstip reeds groot. Hij liet mij verzoeken hem te Homs te komen
-zien en ik voldeed volgaarne aan die uitnoodiging, die mij geen
-windeieren zou leggen.
-
-„Dokter,” zei hij, „mijn halve vermogen hoort u toe, wanneer gij mij
-het leven zult redden!”
-
-„Behoud dat halve vermogen,” antwoordde ik. „Ik zal u behandelen en
-verplegen en, zoo God het wil, zal ik u genezen.”
-
-„Ik bestudeerde nauwkeurig dien zieke, die door alle geneesheeren
-opgegeven was. Allen hadden uitspraak gedaan, dat hij nog maar weinige
-maanden te leven had. Maar ik was gelukkig genoeg eene stellige
-diagnose te kunnen maken. Ik bleef gedurende drie weken bij Taz-Rhât,
-om de uitwerking gade te slaan van de behandeling, die ik op hem
-toepaste.
-
-„Om kort te gaan, zijne genezing was geslaagd. Hij herstelde geheel en
-al, en kon weer in de maatschappij verkeeren.
-
-„Toen hij mij verlangde te betalen, wilde ik niet meer ontvangen, dan
-hetgeen mij voorkwam, mij redelijkerwijze toe te komen. Daarna verliet
-ik Homs en Syrië.
-
-„Drie jaren later verloor Taz-Rhât door een ongeluk bij eene
-jachtpartij het leven. Hij liet geene bloedverwanten, geene
-onmiddellijke nakomelingen na, en bij laatste wilsbeschikking had hij
-mij tot universeel erfgenaam gemaakt van al zijne goederen, welker
-waarde op niet minder dan vijftig millioen gulden geschat kon worden.
-Dat was een aardige som, niet waar, Piet?
-
-„Het was toen ongeveer dertien jaren geleden, dat de vluchteling uit
-den kerkertoren van Pisino eene schuilplaats had komen zoeken in die
-verwijderde provinciën van Klein-Azië. De naam van dokter Antekirrt was
-toen al eenigermate legendarisch geworden en was ook in geheel Europa
-beroemd. Ik had dus het resultaat bereikt, wat ik voorshands beoogd
-had. Maar mij bleef nog over het groote doel na te jagen, hetwelk de
-eenige beweegreden van mijn geheele bestaan was.
-
-„Ik besloot toen naar de Europeesche gewesten terug te keeren, of mij
-ten minste op het uiterste uiteinde van dat werelddeel op het eene of
-andere punt van de Middellandsche zee te vestigen. Ik bezocht de
-Afrikaansche kuststreken en kocht—tusschen twee haakjes gezegd: zeer
-duur—een belangrijk vruchtbaar en rijk eiland, dat feitelijk in de
-behoeften van eene kleine volksplanting kan voorzien. Dat eiland noemde
-ik Antekirrta. En het is hier, Piet, dat ik souverein, volstrekt baas,
-koning zonder onderdanen ben, maar een personeel bezit, dat vol
-toewijding voor mij is, dat mij met lichaam en ziel toegedaan is. Hier
-heb ik verdedigingsmiddelen, die volmaakt en voor mijne tegenstanders
-verschrikkelijk zullen wezen, wanneer zij voltooid zullen zijn. Hier
-heb ik gemeenschapsmiddelen, die mij met de verschillende punten van
-den omtrek der Middellandsche zee in verbinding brengen. Hier heb ik
-eene vloot van eene zoodanige beweegkracht en snelheid, dat ik zonder
-overdrijving kan zeggen, dat ik die zee tot mijn domein, tot mijn
-onderdaan, tot mijn nederige slaaf gemaakt heb.
-
-„Waar is het eiland Antekirrta gelegen?” vroeg Piet Bathory uiterst
-nieuwsgierig.
-
-„In de nabijheid van de groote Syrtische zee, welker beruchtheid sedert
-de vroegste tijdrekening afschuwelijk is geweest; aan het uiteinde van
-die zee, die door de heerschende noordenwinden zoo gevaarlijk wordt
-gemaakt, zelfs voor vaartuigen van nieuweren scheepsbouw. Het is
-gelegen achter in den zeeboezem van Sidra, die de Afrikaansche kust
-insnijdt tusschen het Tripolitaansche rijk en de Cyrenaïsche
-regentschappen.”
-
-Daar inderdaad is het eiland Antekirrta ten noorden van de Syrtische
-eilandengroep te vinden.
-
-Vele jaren vroeger had de dokter de kusten van Cyrenaïca doorreisd, had
-Souza, de oude havenplaats van dat land bezocht, alsook het rijk
-Barcah, zoowel als de kuststeden, die later het oude Ptolomaïs
-Bereniec, Adrianopolis, in één woord dat oude Pentapolis, hetgeen vijf
-steden beteekent, uitmaakten, en vroeger nu eens Grieksch dan
-Macedonisch, later Romeinsch, Perzisch, Saraceensch enz. waren, evenwel
-nu Arabisch zijn en onder het Pachalik van Tripoli ressorteeren. De
-wisselvalligheden van zijne reis, want hij ging zoowat overal en waar
-men zijne hulp noodig had en inriep, voerden hem tot te midden van die
-talrijke eilandengroepen, waarmede de Lybische kust bezaaid is, te
-weten Paros en Anthirodos, de Plinthinische tweelingen, Enesipta, de
-Tyndarenische rotsen, Pyrgos, Platea, de Hyphlische en de Pontische
-eilanden, de Witte en de Syrtische eilanden.
-
-Daar in die baai van Sidara, op dertig mijlen ten zuidwesten van het
-vilayet van Ben Chazi, het meest nabijgelegen punt der Afrikaansche
-kust, trok dat eiland Antekirrta meer in het bijzonder zijne aandacht.
-
-Men noemde het zoo, omdat het voor de andere Syrtische of Kryrtische
-eilanden gelegen is.
-
-Van dien dag af koesterde de dokter het voornemen, dat eiland den een
-of anderen dag te koopen, en als eene voorloopige in bezitneming, nam
-hij den naam van Antekirrt aan, die weldra wereldberoemd en overal in
-alle streken van het oude halfrond vernomen werd.
-
-Twee wichtige redenen hadden hem na eenig bedenken tot die keuze
-geleid. Ziehier:
-
-Vooreerst was Antekirrta uitgestrekt genoeg—het had een omtrek van
-achttien mijlen—om het personeel, dat hij noodig zou heb ben en dat hij
-bij elkander hoopte te brengen, te onderhouden. Het was verheven genoeg
-om tegen watervloeden beveiligd te zijn, daar een kegelberg, die
-achthonderd voeten hoog was, het geheele eiland beheerschte en
-veroorloofde een wakend oog op de baai tot aan de Cyrenaïsche kust te
-houden. Dan was het voldoende vruchtbaar, daar het door vele riviertjes
-besproeid en een voldoende dikke laag teelaarde bezat. Het leverde
-verschillende producten op, genoegzaam om in het onderhoud van
-ettelijke duizenden inwoners te voorzien. Vervolgens was het eiland in
-die zee gelegen, die schrikwekkend was door hare stormen, welke reeds
-in voorhistorische tijden noodlottig voor de Argonauten waren, en
-waarvan Horatius, Virgilius, Propertius, Seneca, Valerius, Flaccus,
-Lucanus en nog andere schrijvers uit de oudheid, die meer
-aardrijkskundigen dan dichters waren, als: Polybius, Salustius,
-Strabon, Mela, Plinius en Procopus, de schrikkelijke gevaren schetsen
-in hunne gezangen, gedichten of beschrijvingen van die Syrtische
-eilanden, welker naam de „wegslepende” beteekende.
-
-Zoo was inderdaad het domein, hetwelk dokter Antekirrt in allen deele
-beviel. Hij kocht het dan ook in vollen eigendom voor eene
-aanmerkelijke som, zonder eenige feodale of andere verplichting van
-welken aard ook te aanvaarden. De acte van afstand werd zonder eenig
-bezwaar door den Sultan geratificeerd, waardoor de nieuwe bezitter van
-Antekirrta souverein werd, meer souverein dan menig constitutioneel
-vorstje in Europa.
-
-De dokter had op het tijdstip van dit verhaal reeds sedert drie jaren
-dat eiland betrokken. Ongeveer drie honderd Arabische of Europeesche
-familiën waren door zijne aanbiedingen en door de verzekering van een
-gelukkig leven te zullen leiden, gelokt geworden. Deze vormden eene
-kleine kolonie, die ongeveer twee duizend zielen telde. Dat waren geen
-slaven, zelfs geen onderdanen, maar lotgenooten, die voor hun
-opperhoofd vol toewijding waren, en zoowel aan hem als aan het plekje
-gronds, hetwelk voor hen als een nieuw vaderland geworden was,
-uitermate gehecht waren.
-
-Langzamerhand werd er eene geregelde administratie ingevoerd, en eene
-militie gevormd, om de verdediging van het eiland op zich te nemen. Er
-werden verder onder de notabelen magistraten gekozen, die maar zelden
-geroepen werden om hunne autoriteit te doen gelden.
-
-Daarna werden door den dokter kundige mannen naar de voornaamste en
-beste scheepstimmerwerven van Engeland, Frankrijk, Amerika of Nederland
-gezonden, alwaar volgens zijne eigene inzichten eene
-bewonderenswaardige vloot gebouwd werd, bestaande uit stoombooten,
-stoomjachten, schooners, goeletten of „Electrieks”, die bestemd waren
-om snelle tochten in het bekken der Middellandsche zee uit te voeren.
-
-Terzelfder tijd werden versterkingen op het eiland Antekirrta
-opgeworpen; maar die waren nog niet voltooid, hoewel de dokter de
-uitvoering er van, zooveel hem maar mogelijk was, verhaastte. Hij
-meende daartoe ernstige redenen te hebben.
-
-Had dokter Antekirrt dan eenigen vijand in die streken van de baai
-Sidra te vreezen? Ja zeker. Eene angstverwekkende sekte, eigenlijk eene
-vereeniging van zeeschuimers, had niet zonder een gevoel van haat en
-nijd, een vreemdeling die volksplanting in de nabijheid der Lybische
-kustlanden zien stichten.
-
-Die sekte was de Muselmansche Broederschap van Sidi Mohamed Benn
-Ali-Es-Senoûsi. In dat jaar (1300 der Hegyra) was zij dreigender dan
-ooit en reeds telde hare aardrijkskundige uitbreiding meer dan drie
-millioen volgelingen. Hare zaouiyas, hare villayets, die als
-middelpunten van arbeidzaamheid verspreid, in Egypte, in het
-Ottomanische rijk, zoowel in Europa als in Azië, in Algerië, in het
-land van Baele en Touboe, in oostelijk Nigritië, in Tunis, in Marokko,
-in de onafhankelijke landen van de Sahara, tot aan de grenzen van
-westelijk Nigritië toe beschouwd konden worden, bestonden in veel
-grooter aantal in Tripolis en in de Cyrenaïsche streken. Van daar
-ontstond een voortdurend gevaar voor de Europeesche etablissementen in
-Noord Afrika, voor dat bewonderenswaardige Algerië, hetwelk bestemd is
-om het rijkste land der aarde te worden, ook voor het eiland
-Antekirrta, zooals wel te denken valt.
-
-Alle middelen bijeen te brengen tot beveiliging en verdediging, was dus
-niet alleen als voorzichtigheidsmaatregel aan te bevelen, maar ook den
-dokter door de onverbiddelijke noodzakelijkheid geboden.
-
-Ziedaar, wat Piet Bathory gedurende dat onderhoud, hetwelk hem nog
-omtrent zoo onnoemelijk veel anders zou inlichten, wat hij zelfs niet
-gissen kon, vernam.
-
-Het was dus naar het eiland Antekirrta, waar hij heen gevoerd was. Dat
-eiland was in het binnenste der Syrtische zee gelegen, als het ware in
-een der meest verborgen van de oude wereld op eenige honderd mijlen van
-Ragusa verwijderd, waar hij twee wezens achtergelaten had, die hij
-nimmer vergat en welker herinnering hem overal vervolgde, waar hij ook
-ging, namelijk: zijne moeder en Sava Toronthal.
-
-De dokter voltooide vervolgens zijne mededeelingen, door de
-bijzonderheden betreffende het tweede gedeelte van zijn bestaan te
-verhalen, Piet Bathory luisterde natuurlijk aandachtig toe.
-
-Terwijl dokter Antekirrt aldus zijne maatregelen trof, om de veiligheid
-van zijn eiland te verzekeren; terwijl hij zich onledig hield met de
-rijkdommen van zijn bodem te voorschijn te doen treden, om hem
-langzamerhand voor de stoffelijke en zedelijke behoefte van zijne
-kleine volksplanting dienstbaar te doen zijn, werd hij voortdurend op
-de hoogte gehouden omtrent hetgeen zijne vroegere vrienden, welker
-spoor hij nimmer uit het oog verloren had, wedervoer. Daaronder
-behoorden in de eerste plaats mevrouw Bathory, haar zoon en Borik, die
-Triëst verlaten hadden, om zich te Ragusa te vestigen.
-
-Zoo vernam Piet Bathory, waarom de goelet Savarena te Gravosa
-aangekomen was, onder omstandigheden die zoo zeer de algemeene
-nieuwsgierigheid gaande gemaakt hadden; waarom de dokter toen een
-bezoek aan mevrouw Bathory gebracht had, zonder dat haar zoon ooit het
-hoe en waarom had kunnen te weten komen dat het geld, hetwelk ter harer
-beschikking gesteld was, door de wakkere vrouw geweigerd werd; ook
-vernam hij hoe de dokter gelukkig bijtijds gekomen was om Piet aan het
-graf op het kerkhof te Ragusa te ontrukken, waarin hij trouwens slechts
-in een magnetischen slaap gedompeld lag.
-
-„Gij mijn zoon,” zoo vervolgde dokter Antekirrt, „ja, gij, die het
-hoofd verloren hebbende, voor een zelfmoord niet teruggedeinsd
-zijt!....”
-
-Op dat woord: zelfmoord richtte Piet Bathory zich met een gevoel van
-verontwaardiging overeind. Hij was waarlijk buiten zich zelven van
-toorn. Zijne oogen schoten vuurstralen.
-
-„Een zelfmoord!” riep hij uit, terwijl zijn gelaat zich smartelijk
-verwrong. „Een zelfmoord!”
-
-„Ja, Piet, een zelfmoord!” hernam dokter Antekirrt met volle
-overtuiging. „Waarom ziet gij zoo ontsteld?”
-
-„Hebt gij dan kunnen gelooven, dat....”
-
-De jongeling kon niet voortgaan.
-
-„Wat?.... Waarom aarzelt gij?” vroeg dokter Antekirrt met aandrang.
-„Spreek dan toch!”
-
-„Dat ik mij zelven zoude verwond hebben? Zeg? Hebt gij dat waarlijk
-geloofd?”
-
-„Piet.... in een oogenblik van wanhoop!....”
-
-„Wat zegt ge?”
-
-„In een oogenblik van wanhoop, Piet, dan is alles mogelijk!”
-
-„Van wanhoop?.... Ja, wanhopig was ik.... Ik meende dat ik door
-iedereen verlaten was....”
-
-„Door iedereen, Piet?”
-
-„Ja, door iedereen, zelfs door u!”
-
-„Door mij!” kreet dokter Antekirrt ontzet. „Door mij?....”
-
-„Ja, door u, door den vriend mijns vaders; verlaten, nadat gij mij
-beloften gedaan hadt, die ik niet gevraagd had, die ik niet had durven
-hopen! Verlaten door een ieder!”
-
-„Piet! Piet!”
-
-„Ja, wanhopig was ik, en waarlijk ik ben het nog!”
-
-„Nog?.... O noodlot!”
-
-„Ja nog!.... Maar God heeft den wanhopige niet geboden om te
-sterven!.... Hij heeft hem integendeel geboden om te leven.... ten
-einde zich te wreken!”
-
-„Wreken?”
-
-„Ja, wreken!” zei Piet Bathory woest en hartstochtelijk, terwijl hij
-den dokter somber aankeek.
-
-„Neen, Piet! Wreken niet.... straffen wel,” hernam de dokter op
-zachtaardigen toon.
-
-De jongeling glimlachte met zonderlingen blik. Hij scheen het
-onderscheid daarvan niet te vatten.
-
-„Maar Piet, als gij het dan niet gedaan hebt, wie heeft u dan toch
-gewond?” vroeg de dokter.
-
-„Een man, dien ik haat!” antwoordde de jeugdige ingenieur, in de
-grootste opgewondenheid.
-
-„Dien gij haat?”
-
-„Een man, dien ik dien avond bij toeval, op een eenzamen weg ontmoette
-in de nabijheid van den walmuur van Ragusa!”
-
-„Maar wie dan toch? Wie dan toch?”
-
-„Misschien heeft die man gedacht,” ging Piet Bathory opgewonden voort,
-„dat ik mij op hem wilde werpen, dat ik hem wilde uitdagen!.... Toen is
-hij mij voorgekomen en heeft toegestooten!...”
-
-„Maar spreek, wie dan toch? Wie is die man?” herhaalde dokter Antekirrt
-met aandrang.
-
-„Wie die man is? Wel, dat is Sarcany! Dat is....”
-
-Piet kon niet eindigen. Bij de gedachte aan den ellendeling, dien hij
-thans moest gelooven de gelukkige echtgenoot van Sava te zijn, verwarde
-zich zijn brein en was hij verplicht de oogen te sluiten. Hij had een
-gevoel alsof het leven hem ontvlood, alsof zijne wond zich weer opende.
-Bleek en ademloos lag hij daar, het sterven nabij!
-
-In weinige oogenblikken had hem de dokter evenwel zijne zorgen gewijd
-en weer bij kennis gebracht. Hij bekeek hem medelijdend:
-
-„Sarcany!.... Sarcany!” prevelde hij.
-
-Het zou niet overbodig geweest zijn, dat Piet eenige rust genoot, na
-den schok, dien hij doorstaan had. Dat wilde hij evenwel niet; daartoe
-was hij te ongedurig, te overspannen.
-
-„Neen,” zei hij, toen de dokter aandrong. „Neen, ik kan, ik wil niet
-rusten! Althans nu niet!”
-
-„Toch zou rust weldadig voor u zijn.”
-
-„Neen, neen, neen! Gij zeidet bij het begin van ons onderhoud: Eerst de
-geschiedenis van dokter Antekirrt. Die hebt gij mij medegedeeld van het
-oogenblik af dat graaf Mathias Sandorf in de wateren der Middellandsche
-zee sprong en hij te midden der kogels, die rondom hem aansloegen en
-plasten, onder de oppervlakte verdween.”
-
-„Ja, Piet.”
-
-„Er blijft u nog over te vertellen, wat mij nog omtrent graaf Mathias
-Sandorf onbekend is.”
-
-„Omtrent graaf Mathias Sandorf?”
-
-„Ja.”
-
-„Zult gij de kracht hebben mij ten einde toe aan te hooren?” vroeg
-dokter Antekirrt met bezorgdheid.
-
-„Spreek! En wees geheel onbezorgd. De kracht zal mij niet in den steek
-laten,” sprak Piet.
-
-„Het zij zoo!” antwoordde de dokter.
-
-„Ik luister.”
-
-„Het is ook beter, dat er een einde komt aan die geheimen, die gij toch
-het recht hebt te vernemen. Luister, ik zal u alles, wat het verleden
-schrikkelijks heeft, ontvouwen. Piet, gij hebt geloofd dat ik u aan uw
-lot overgelaten had?....”
-
-De jongeling glimlachte bitter, maar antwoordde op die vraag niet.
-Onderzoekend keek hij den spreker aan.
-
-„U verlaten had” ging de dokter voort, „omdat ik van Gravosa vertrokken
-was?”....
-
-De jongman knikte.
-
-„Hoor mij aan Piet! Dan zult ge met kennis van zaken kunnen oordeelen!
-Maar hoor aandachtig.
-
-„Gij weet, Piet, dat daags vóor de voltrekking van het vonnis, mijne
-makkers en ik eene poging aangewend hebben om uit de vesting van Pisino
-te ontvluchten. Graaf Ladislas Zathmar werd evenwel helaas! door de
-gevangenbewaarders gegrepen, juist toen hij op het punt stond zich bij
-ons aan den voet van den vestingtoren te voegen. Helaas! dat mocht niet
-gebeuren.
-
-„Uw vader en ik, medegesleept door den Buco-bergstroom, waren reeds
-buiten het bereik onzer beulen.
-
-„Na op wonderdadige wijze aan de kolken en maalstroomen van de Foïba
-ontsnapt te zijn, en nadat wij voet aan wal op een der oevers van het
-Léma-kanaal gezet hadden, werden wij door een ellendeling bespeurd, die
-geen oogenblik geaarzeld heeft om onze hoofden, waarop het
-Oostenrijksche gouvernement een hoogen prijs gesteld had, te verkoopen.
-Wij werden bij een visscher van Rovigno ontdekt, juist op het oogenblik
-toen hij ons naar de overzijde van de Adriatische zee wilde voeren. Uw
-vader werd gevangen genomen en naar de vesting van Pisino teruggevoerd.
-Ik was gelukkiger en slaagde er in te ontsnappen.
-
-„Ziedaar wat ge weet, Piet Bathory. Luister nu goed naar hetgeen gij
-niet weet.
-
-„Vóór de verklikking van dien Spanjaard, Carpena genaamd, eene
-verklikking die den armen visscher Andreas Ferrato de vrijheid en
-weinige maanden later het leven kostte—hadden twee mannen het geheim
-der samenzweerders van Triëst verraden, ja schandelijk verraden!”
-
-„Hunne namen?....” riep Piet Bathory uit.
-
-„Hunne namen?”
-
-„Ja, hoe heeten zij?” vroeg de jonge man ongeduldig en onstuimig.
-
-„Vraag mij eerst hoe hun verraad aan het licht kwam,” antwoordde dokter
-Antekirrt.
-
-„Juist, laat hooren, dokter.”
-
-Deze verhaalde toen vluchtig wat er in de cel van den gevangentoren van
-Pisino voorgevallen was, en deelde mede hoe een verschijnsel op het
-gebied der gehoorleer hem de namen der twee verraders had leeren
-kennen.
-
-„Hunne namen, dokter!” riep Piet Bathory nogmaals uit.
-
-„Hunne namen?” vroeg Antekirrt andermaal, maar ditmaal met iets
-weemoedigs in zijne stem. Waarlijk hij aarzelde.
-
-„O, gij zult thans niet weigeren die te noemen! Niet waar, graaf
-Sandorf?”
-
-„Ja, ik zal ze noemen!”
-
-„Welnu, wie zijn ze?”
-
-„De een is die schrijver, die als spion in het huis van graaf Ladislas
-Zathmar binnengedrongen is!”
-
-„Die spion? Maar hoe heet hij?” vroeg Piet Bathory.
-
-„Hoe die man heet? Maar gij kent hem; hij is het, die u heeft willen
-vermoorden! Het is Sarcany!”
-
-„Sarcany!” riep Piet uit, die eensklaps krachten genoeg vond, om op den
-dokter toe te treden. „Sarcany! Die ellendeling?”
-
-„Ja, Piet, Sarcany!”
-
-„En gij wist dat? Hoe is dat mogelijk? Zeg mij toch, graaf Sandorf!”
-
-„Ik wist het!”
-
-„Gij wist het? Gij, de makker van Stephanus Bathory! Gij, die aan zijn
-zoon bescherming beloofdet! Gij, wien ik het geheim mijner liefde
-bekend heb! Gij, die deze liefde aangemoedigd hebt! Gij hebt dien
-laaghartige, dien eerlooze toegang laten verkrijgen in het huis van
-Silas Toronthal! Gij hebt die misdaad toegelaten!.... Ja, die misdaad,
-waardoor dat ongelukkige jonge meisje aan dien Sarcany overgeleverd
-is!”
-
-„Ja, Piet, dat alles heb ik gedaan!” sprak dokter Antekirrt met eene
-vreeselijke woestheid in zijne stem.
-
-„En waarom?”
-
-„Omdat dat jonge meisje uwe echtgenoote niet kon worden! Ziedaar de
-reden!”
-
-„Zij! Zij niet?”
-
-„Neen, vooral zij niet!”
-
-„O, waarom? Zeg, waarom?”
-
-„Omdat wanneer Piet Bathory juffrouw Sava Toronthal gehuwd had, dat
-eene nog afzichtelijker misdaad zou geweest zijn dan het gepleegde
-verraad. Hoort ge?”
-
-„Maar waarom?.... Waarom toch?” kreet Piet, die ten toppunt van
-zenuwachtige overspanning verkeerde.
-
-„Omdat Sarcany een medeplichtige had!....” sprak graaf Sandorf somber
-en schier sissend.
-
-„Een medeplichtige?....”
-
-„Ja een medeplichtige bij dat schandelijke verraad, dat uwen vader aan
-den dood overleverde!”
-
-„En die medeplichtige? Wie is hij? O, ik smeek u, heb medelijden met
-mij! Noem mij zijn naam.”
-
-„Die medeplichtige?.... Ja, het is noodzakelijk, dat gij hem eindelijk
-leert kennen!....”
-
-„Dat is de Triëster bankier, Silas Toronthal!”
-
-Piet had het gehoord, en had het begrepen!.... Hij slaakte geen kreet;
-hij sprak geen woord. Het was alsof eene ijzeren vuist hem de keel
-dichtkneep. Een zenuwachtige lach trok zijne lippen te zamen en
-misvormde zijn gelaat. Hij zou tegen den grond geslagen zijn,—want
-zoodanig had de afschuw zijne spieren verlamd en verstijfd,—wanneer
-dokter Antekirrt hem niet in zijne armen opgevangen had. Hij staroogde
-en het was alsof zijn blik in ondoordringbare duisternissen boorde.
-
-Die toestand duurde slechts kort, slechts weinige seconden, toch lang
-genoeg om dokter Antekirrt tijd te gunnen, zich met schrik af te vragen
-of de patiënt niet bezwijken zou na de schrikkelijke operatie, welke
-hij hem had laten ondergaan.
-
-Maar Piet Bathory bezat een krachtig gestel. Hij slaagde er in om al de
-oproerige bewegingen zijner ziel te beheerschen. Eenige tranen
-ontsnapten eindelijk aan zijne branderige oogleden.... Daarna liet hij
-zich in zijn leuningstoel neervallen en liet zijne hand in die van den
-dokter rusten.
-
-„Piet,” zei deze met eene teedere, maar hoogst angstige stem, „Piet,
-voor de geheele wereld zijn wij beiden dood. Ik ben thans geheel alleen
-op aarde; ik heb geen vriend, ik heb geen kind meer!... Zeg, wilt ge
-mijn zoon zijn?”
-
-„Ja!.... vader....” antwoordde Piet Bathory snikkend. „Ja, zeker wil ik
-uw zoon zijn!”
-
-En inderdaad het was wel een soort vaderlijk gevoel van den eenen,
-gepaard aan een zeker kinderlijk gevoel van den anderen, hetwelk die
-twee mannen in elkanders armen deed vallen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VII.
-
-WAT ER INMIDDELS TE RAGUSA GEBEURDE.
-
-
-Terwijl die gebeurtenissen op het eiland Antekirrta voorvielen, was
-Ragusa het tooneel van andere voorvallen.
-
-Ziehier wat er gebeurde.
-
-Mevrouw Bathory was toen reeds niet meer in de stad. Zij had haar
-verlaten.
-
-Na den dood van haren zoon was Borik, geholpen door een paar vrienden,
-er in geslaagd, haar dat huis in de Marinella-straat te doen ontruimen.
-Gedurende den eersten tijd had men gemeend, dat het brein van de
-ongelukkige moeder dien laatsten schok niet zou kunnen weerstaan. En
-werkelijk, hoe geestkrachtvol die bewonderenswaardige vrouw zich ook
-betoonde en betoond had, zoo deden zich toch eenige teekenen van
-geestesstoornis voor, die den geneesheer en nog al bezorgdheid
-inboezemden. Onder die omstandigheden en op aanraden en aandringen van
-de mannen der wetenschap, werd mevrouw Bathory ten huize van een vriend
-van hare familie in het kleine dorp Vinticello genaamd, opgenomen. Dat
-dorpje was op eenigen afstand van Ragusa gelegen.
-
-Daar zouden haar de goede zorgen en eene doelmatige verpleging waarlijk
-niet ontbreken.
-
-Maar welken troost zou men die arme moeder, die rampzalige echtgenoote,
-die zoo herhaaldelijk in hare liefde voor haren echtgenoot, in hare
-toegenegenheid voor haren zoon aangetast was geworden, hebben kunnen
-bieden?
-
-Haar innig genegen dienaar, haar oude Borik, had haar niet willen
-verlaten. Toen dan ook het huis in de Marinella-straat gesloten was,
-volgde hij haar, om de nederige, bescheiden en toewijdingsvolle
-vertrouweling van zooveel smarten te zijn.
-
-Wat Sava Toronthal betrof, de rampzalige moeder van Piet Bathory had
-haar gevloekt en nimmer was er sedert meer sprake van haar in het
-huisje te Vinticello geweest. De beide bewoners wisten zelfs niet, dat
-haar huwelijk tot een later tijdstip uitgesteld was.
-
-Daarenboven de toestand, waarin het jonge meisje zich bevond, maakte
-haar weldra bedlegerig. Haar was een even onverwachte als wreedaardige
-slag toegebracht.
-
-Hij, dien zij lief had, was dood.... ongetwijfeld gestorven uit
-wanhoop!.... En het was zijn lijk, dat men naar het kerkhof droeg,
-juist op het oogenblik, toen zij hare woning verliet, om de bruid te
-zijn en die hatelijke vereeniging te gaan voltrekken.
-
-Sava verkeerde gedurende tien dagen, dat wil zeggen tot den 16en Juli,
-in zeer ontrustbarenden toestand. Hare moeder verliet haar in dit
-tijdperk niet. Het waren daarenboven de laatste zorgen, die mevrouw
-Toronthal aan hare dochter zoude wijden; want zij zelve zou weldra op
-hare beurt doodelijk aangetast worden.
-
-Welke gedachten hielden gedurende die lange uren van het nachtwaken
-naast het ziekbed, moeder en dochter bezig? Och, die zal de lezer wel
-raden, zonder dat daarop gewezen zal behoeven te worden. Twee namen
-werden herhaaldelijk te midden van snikken en tranen herhaald: de naam
-van Sarcany, om met verwenschingen overstelpt te worden, en de naam van
-Piet Bathory, die nog slechts op een steenen gedenkteeken op het
-kerkhof voorkwam, om beweend te worden!
-
-Uit deze gesprekken, waaraan de bankier Silas Toronthal nimmer deel
-nam,—hij vermeed zelfs om zijne dochter in hare vertrekken op te zoeken
-of te zien,—vloeide een laatste poging voort van mevrouw Toronthal bij
-haren echtgenoot, om hem over te halen van dat huwelijk af te zien,
-waarvan het denkbeeld alleen voldoende was, om Sava een schrik, eene
-oprechte walging op het lijf te jagen.
-
-Maar de bankier bleef onverzettelijk in zijn voornemen. Daartoe meende
-hij redenen te hebben.
-
-Misschien zou hij, wanneer hij aan zich zelf overgeleverd gebleven was,
-wanneer hij onttrokken had kunnen blijven aan vreemden invloed, aan
-vreemden dwang, dan zou hij wellicht gehoor hebben gegeven aan de
-opmerkingen, die hem gemaakt werden, aan de wroegingen, die zijn
-geweten hem deed ondervinden. Maar hij werd beheerscht door zijnen
-medeplichtige meer dan hij zelf meende. Hij weigerde dan ook gehoor te
-leenen aan mevrouw Toronthal en was op dat punt inderdaad
-onverbiddelijk.
-
-Tot Sava’s huwelijk met Sarvany was besloten en het zou voltrokken
-worden, zoodra de gezondheid van het jonge meisje die belangrijke
-gebeurtenis veroorloven zoude.
-
-De woede van Sarcany, toen dat toeval plaats had en alle plannen
-verijdelde, laat zich wel beseffen. Met weinig vermomden toorn, zag hij
-die verwarring aan, die in zijne plannen aangebracht werd. Hij
-overlaadde Silas Toronthal met drangredenen om toch, in weerwil van
-alles, voort te maken.
-
-Het was waar, het gold ongetwijfeld slechts een uitstel; maar wanneer
-dat uitstel aanhield of verlengd werd, dan kon het den grondslag in
-gevaar brengen, waarop zijne geheele toekomst gesteund was. En dat
-moest vermeden worden.
-
-Hij besefte aan den anderen kant, dat Sava slechts een onoverkomelijken
-afschuw voor hem kon gevoelen.
-
-En waartoe zou die afschuw overgaan, zich vervormen, wanneer het jonge
-meisje ooit zou vernemen, dat Piet Bathory bezweken was onder het
-dolkmes van den man, dien men haar tot echtgenoot opdrong!
-
-Van zijn kant evenwel wenschte hij zich innig geluk bij die gelegenheid
-zijn medeminnaar uit den weg geruimd te hebben. Geene wroeging drong
-daarenboven die ziel binnen, die voor ieder menschelijk gevoel
-hermetisch gesloten was. Hij kon in den volsten zin des woords een
-gewetenlooze aterling genoemd worden.
-
-„Het is inderdaad gelukkig,” zei hij eens tot Silas Toronthal, toen die
-dood ter sprake kwam, „dat die lummel op de gedachte gekomen is,
-zelfmoord te plegen. Hoe minder er van dat ras van de Bathory’s
-overblijven, hoe beter dat voor ons zal uitkomen.
-
-„Waarlijk, het schijnt dat de hemel ons beschermt!”
-
-En inderdaad, wie bleef er thans van de drie familiën Sandorf, Zathmar
-en Bathory over?
-
-Niemand anders dan eene stokoude vrouw, die afgeleefd en welker dagen
-bijgevolg geteld waren.
-
-Ja, zeker, God scheen die ellendelingen te beschermen! En Hij zou zijne
-bescherming tot de uiterste grens opgevoerd hebben, wanneer Sarcany
-tegelijkertijd én de echtgenoot van Sava Toronthal én de baas van haar
-kolossaal vermogen ware geworden!
-
-Toch scheen diezelfde God hem door het oefenen van geduld te willen
-beproeven; want het uitstel van dat huwelijk scheen niet te eindigen.
-Het was voor dien woesteling ondragelijk.
-
-Toen het jonge meisje hersteld en ter been was,—lichamelijk hersteld
-althans—en zij eenigszins van dien schrik bekomen was; toen Sarcany de
-meening begon te koesteren, dat het tijd werd, om de oude plannen weer
-op te rakelen, werd mevrouw Toronthal op hare beurt ziek. De
-levensdraden waren bij die goede vrouw versleten. Dat zal wel niemand
-der lezers verwonderen, die nagegaan hebben, welk leven zij geleid had
-na de gebeurtenissen van Triëst, nadat zij vernoemen had aan welk
-onwaardig man haar bestaan vastgeketend was. Daarop waren hare
-pogingen, die wel een voortdurenden strijd mochten genoemd worden, in
-het belang van Piet Bathory gevolgd, om ten minste zoo eenigermate het
-onrecht te vergoeden, hetwelk die familie aangedaan was. Hare
-vergeefsche smeekingen tegenover den onverbreekbaren invloed van
-Sarcany, die zoo onverwachts te Ragusa teruggekeerd was, hadden haar
-geheel en al geknakt. Hare geestkracht was thans uitgeput. Zij moest
-het opgeven.
-
-Van den eersten dag van dien strijd af was het duidelijk, dat haar
-levensader onvermijdelijk geknakt was. Thans konden de geneesheeren nog
-slechts weinige dagen beloven, dat was alles. Volgens hen was mevrouw
-Toronthal onherstelbaar. Zij stierf tengevolge van uitputting, en niets
-had haar meer kunnen redden, al ware Piet Bathory ook uit het graf
-opgestaan om de echtgenoot van hare dochter te worden! En van zulk eene
-uitkomst was het ver af, al was de jonkman ook al uit den dood
-verrezen, hetgeen zij natuurlijk niet weten kon.
-
-Toen kon Sava de zorgen vergelden, die zij van haar ondervonden had.
-Het jonge meisje verliet noch des daags noch des nachts de sponde van
-de arme vrouw. Als de meest ijverige pleegzuster zat zij naast dat
-ziekbed.
-
-Het is te begrijpen, wat Sarcany bij dat nieuwe uitstel moest
-ondervinden. Hij bestormde den bankier letterlijk met drog- en
-drangredenen. Maar dat alles was te vergeefs. Door die ziekte was ook
-deze tot onmacht gedoemd. Wat zou de wereld zeggen, wanneer onder zulke
-omstandigheden een huwelijk gesloten werd?
-
-De afloop van dien toestand kon zich evenwel niet lang meer laten
-wachten. Dat was voor een ieder duidelijk.
-
-Tegen den 29sten Juli, dat wil zeggen weinige dagen na het hier boven
-verhaalde, scheen mevrouw Toronthal weer eenige krachten te zullen
-terugkrijgen. Er scheen nieuw leven in te komen.
-
-Het was evenwel eene heete koorts die ze haar verschafte. De hevigheid
-van dat ziekteverschijnsel zou haar evenwel binnen de tweemaal vier en
-twintig uren aan den rand van het graf brengen.
-
-Gedurende die koorts ijlde de arme vrouw in hooge mate; zij sprak
-voortdurend volkomen wartaal, volzinnen die geheel en al onbegrijpelijk
-waren. Sava sloeg er weinig acht op.
-
-En toch één woord—één naam, die steeds op de lippen der zieke
-zweefde,—was wel geschikt, om Sava te verbazen. Het was de naam van
-Bathory, niet de naam van den jongeling, maar de naam zijner moeder,
-welke de zieke met bange stem in hare ijlende koorts riep, terwijl zij
-haar voortdurend smeekte, alsof zij door de bitterste wroeging
-overstelpt was:
-
-„Vergeving, mevrouw!.... O, vergeving!.... Als ge wist, wat ik geleden
-heb!.... O, wend het gelaat niet af!”
-
-En wanneer het jonge meisje bij het intreden van heldere oogenblikken
-hare moeder ondervroeg, dan antwoordde deze met den grootsten schrik en
-de grootste ontsteltenis:
-
-„Zwijg stil!.... Sava!.... O, zwijg stil!.... Spreek er geen mensch
-over! Ik heb niets gezegd!”
-
-Eindelijk trad de nacht van den 30sten op den 31sten Juli in. Een
-oogenblik hadden de geneesheeren de meening kunnen koesteren, dat de
-ziekte van mevrouw Toronthal, na haar toppunt van hevigheid bereikt te
-hebben, tot staan gebracht was niet alleen, maar ook dat zij zou
-beginnen af te nemen.
-
-Dien dag toch was de toestand veel beter geweest. Geen der gewone
-aandoeningen had zich voorgedaan en er was inderdaad reden om verbaasd
-te zijn over zulk een onverwachte wijziging in den ziektevorm van de
-waardige vrouw. De nacht beloofde zoo rustig mogelijk, althans niet
-minder te zijn dan de toestand gedurende den dag. Alles voorspelde
-zulks.
-
-Het was zoo, dat viel niet te ontkennen. Maar het was de laatste
-flikkering van de wegstervende levensvlam. Op het punt van te
-overlijden, voelde mevrouw Toronthal eene geestkracht in zich herleven,
-die men onmogelijk van zoo’n uitgeput lichaam verwachten kon. De reden
-daarvan was, dat, na hare rekening met God afgesloten te hebben, zij
-een besluit genomen had en slechts de gelegenheid afwachtte, om
-daaraan, als het haar mogelijk was, uitvoering te geven.
-
-Nu zij zich zoo wel bevond, verlangde zij dat het jonge meisje dien
-nacht gedurende eenige uren rust zou nemen. Wat Sava er ook tegen
-inbracht, zij moest hare moeder gehoorzamen, nu deze daar zoo
-uitdrukkelijk op stond.
-
-Sava begaf zich tegen elf uren des avonds naar hare kamer en mevrouw
-Toronthal bleef alleen in haar vertrek. Allen sliepen in de groote
-ruime woning, waarin die stilte toen heerschte, welke men terecht de
-„stilte des doods” genoemd heeft.
-
-Toen stond mevrouw Toronthal op, en diezelfde zieke, die iedereen
-meende, dat zij door zwakte en uitputting onbekwaam zoude zijn om ook
-maar de geringste beweging uit te voeren, ontwikkelde thans genoegzame
-kracht, om zich te kleeden en plaats te nemen aan eene kleine
-dames-schrijflessenaar, die in een hoek van het vertrek stond.
-
-Daar nam zij een vel postpapier en schreef daarop met bevende hand
-slechts weinige regels, die zij daarna onderteekende. Vervolgens stak
-zij dien brief in eene enveloppe, welke zij verzegelde en waarop zij
-het navolgende adres schreef:
-
-
- „Mevrouw Bathory
- Marinella-straat, in de voorstad Stradona,
- Ragusa.”
-
-
-In weerwil van de vermoeidheid, die zij voelde dat haar aangreep, en
-door dien arbeid veroorzaakt was, stond mevrouw Toronthal op, opende de
-deur van hare kamer, daalde langs de groote trap af, stak de
-binnenplaats der woning over, deed niet zonder moeite de kleine deur
-open, welke toegang naar buiten verleende en bevond zich eindelijk in
-de Stradona-laan.
-
-Maar dat geheele kwartier der Stradona was somber en eenzaam in dit
-uur, want het was voorzeker meer dan middernacht. Niets werd er
-vernomen, alleen heel in de verte het wegstervend geluid van een
-rijtuig.
-
-Mevrouw Toronthal sleepte zich met wankelende schreden de stoep op en
-volgde die ongeveer veertig passen, terwijl zij tegen de huisgevels
-leunde, bleef voor een brievenbus stilstaan, liet haren brief daarin
-glijden en keerde toen naar hare woning terug.
-
-Maar al de kracht, die zij bijeenverzameld had, om die laatste
-handeling van haren wil ten uitvoer te leggen, was thans uitgeput. Zij
-viel bewegingloos neer op den drempel van de koetspoort harer woning.
-
-Daar werd zij een uur later door eenige voorbijgangers gevonden.
-Haastig kwamen Silas Toronthal en Sava op het geklop naar buiten, om
-haar te herkennen. Vandaar werd zij, zonder dat zij bij kennis gekomen
-was, naar haar vertrek gedragen. De arme Sava was wanhopend.
-
-Daags daarna verhaalde Silas Toronthal alles wat er gebeurd was, aan
-Sarcany. Geen van beiden konden evenwel gissen, dat mevrouw Toronthal
-dien nacht een schrijven in de brievenbus van de Stradona-laan was gaan
-werpen.
-
-Maar waarom had zij hare woning verlaten? Wat zou zij buiten te
-verrichten hebben gehad?
-
-Dat konden zij natuurlijk niet verklaren en dat was voor hen eene
-wezenlijke bron van onrust.
-
-De zieke kwijnde nog gedurende vier en twintig uren. Zij gaf geen ander
-teeken van leven meer dan enkele zenuwachtige trekkingen, als laatste
-inspanning van de ziel, die op het punt stond het gesloopte lichaam te
-verlaten. Sava had hare hand gegrepen, alsof zij haar in het leven had
-willen terughouden. Och! zij zou zich na dat sterfgeval zoo verlaten in
-dit tranendal gevoelen! De mond harer moeder bleef evenwel stom, hare
-lippen bleven gesloten. De naam van Bathory werd niet meer door de
-stervende uitgesproken. Ongetwijfeld was haar geweten, na hare
-volbrachte daad, gerustgesteld en had mevrouw Toronthal niets meer te
-vragen en geene vergiffenis meer te verwerven.
-
-Den volgenden nacht maakte de stervende vrouw tegen drie uur des
-morgens eene beweging, terwijl Sava alleen bij haar in het vertrek was.
-Hare hand raakte daarbij die van het jonge meisje aan.
-
-Bij die aanraking opende zij ten halve hare oogen, die zij gesloten
-had. Daarna richtte zich haar blik naar Sava. Die blik was zoo vragend,
-dat Sava zich daarin niet kon vergissen. De stervende wilde haar iets
-zeggen.
-
-„Moeder?”
-
-Het oog der stervende schitterde.
-
-„Moeder.... moeder, zeg, wat verlangt ge?”
-
-Mevrouw Toronthal wenkte als het ware met de oogen. Zij knipte althans
-herhaaldelijk met de oogleden.
-
-„Wilt ge spreken?”
-
-„Ja,” antwoordde mevrouw Toronthal duidelijk verstaanbaar met de oogen.
-
-„Ik luister, moeder.”
-
-Sava bukte zich over het boveneinde van het bed.
-
-„Is het zoo goed, moeder? Zeg, is het zoo goed?”
-
-De stervende gaf een teeken om nog nader te treden. Nog en nog nader,
-wenkte haar oog.
-
-„Zoo dan, moeder?”
-
-En Sava lei haar hoofd naast dat harer moeder op het kussen.
-
-„Ja,” knikte de stervende.
-
-„Ik luister, moeder,” herhaalde het jonge meisje.
-
-„Kindlief, ik ga sterven!....”
-
-„Moeder!.... moeder!....”
-
-„Stil, kind;.... ik ga sterven! Dat moet u niet ontstellen. Wij allen
-moeten vroeg of laat sterven!....”
-
-„Moeder!” kreet Sava met een verscheurenden snik. „Gij.... gij vergist
-u voorzeker....”
-
-„Zachter!....” mompelde mevrouw Toronthal, „veel zachter!.. Dat niemand
-ons hoore!”
-
-„O, niemand hoort ons, moeder! Niemand kan ons hooren. Allen slapen
-thans in dit huis.”
-
-De zieke spande zich zichtbaar in. Zij snakte naar adem.
-
-„Sava,” zei zij, „ik moet u vergiffenis vragen....”
-
-„Moeder!”
-
-„Vergiffenis vragen voor het leed, dat ik u berokkend heb.... voor het
-kwaad, dat ik den moed niet gehad heb te verhinderen!”
-
-„Gij moeder! Gij!”
-
-„O, vergeving, Sava!”
-
-„Gij moeder!.... Gij mij leed berokkend?.... Hoe zou dat mogelijk zijn?
-O.... het is de koorts....”
-
-De zieke schudde het hoofd.
-
-„Vergeving!....” prevelde zij.
-
-„Gij mij vergeving vragen?”
-
-„Geef mij een laatsten kus, Sava!....”
-
-Het meisje omhelsde hare moeder. Deze ging snikkend voort:
-
-„Ja,.... de laatste!.... Die kus is voor mij het bewijs, dat gij mij
-vergeeft!”
-
-Het meisje drukte andermaal zacht hare lippen op het voorhoofd der
-stervende.
-
-„Wees gerust!” stamelde zij.
-
-Deze had nog de kracht om den arm om den hals van Sava te slaan. Daarop
-richtte zij zich overeind, keek haar met een schrikkelijke strakheid
-aan. De oogen waren reeds verglaasd.
-
-„Sava!....” zeide zij, „Sava, hoort gij mij?”
-
-„Ja, dierbare moeder!”
-
-„Sava.... ge zijt de dochter niet van Silas Toronthal, gij zijt mijne
-dochter niet!.... Uw vader is....”
-
-Zij kon niet eindigen. Een zenuwtrilling wierp haar uit Sava’s armen,
-terwijl hare ziel met de laatst uitgesproken woorden aan hare lippen
-ontvlood.
-
-Het jonge meisje bukte zich over de doode!.... Zij poogde hulp aan te
-brengen!.... Zij poogde met alle middelen, die haar ten dienste
-stonden, het leven terug te roepen.... Alles was vruchteloos.
-
-Toen schelde zij, toen riep zij. Men kwam nu van alle kanten aanloopen.
-Silas Toronthal was een der eersten in het vertrek zijner echtgenoote
-verschenen.
-
-Toen Sava hem ontwaarde, werd zij door zoo’n gevoel van afkeer
-bevangen, dat zij voor dien man terugdeinsde als voor een vergiftig
-dier. O, zij had thans het recht om hem te verachten, hem te haten;
-want hij was haar vader niet! De doode had het gezegd en men sterft
-niet met eene onwaarheid op de lippen. Daarvan was zij overtuigd, dat
-gevoelde zij.
-
-Sava ontvluchtte daarna dat vertrek, verschrikt en ontsteld over
-hetgeen de ongelukkige vrouw haar medegedeeld had, die haar als hare
-eigene dochter gekoesterd en liefgehad had.
-
-Maar eigenlijk was zij nog meer verschrikt over hetgeen de stervende
-haar niet had kunnen zeggen!
-
-Den derden dag na het overlijden had de lijkdienst en de
-begrafenisplechtigheid plaats, die met de meeste uiterlijke pracht
-geleid werden. De menigte van vrienden en bekenden, die ieder rijk man
-bezit, omringden den vermogenden bankier bij die gelegenheid.
-
-Naast hem stapte Sarcany, die zoo door zijne tegenwoordigheid eene
-soort bevestiging verleende aan de meening, dat niets omtrent de
-huwelijksplannen gewijzigd was, die hem in de familie Toronthal moesten
-brengen. Dat was en bleef inderdaad zijne hoop; maar zou die ooit
-verwezenlijkt worden, dan moesten toch nog zeer vele moeielijkheden te
-boven gekomen worden.
-
-Sarcany dacht evenwel, dat de omstandigheden niet anders dan gunstig
-konden zijn tot volvoering zijner plannen, daar zij Sava veel meer aan
-zijne genade of beter aan zijne willekeur overleverden.
-
-Intusschen zou de vertraging, door de ziekte van mevrouw Toronthal
-veroorzaakt, door haar overlijden verlengd worden. Gedurende den
-rouwtijd der familie kon er van een huwelijk geen sprake zijn. De
-welvoegelijkheid eischte, dat minstens verscheidene maanden na de
-begrafenis moesten voorbijsnellen.
-
-Natuurlijk kon dat niet anders dan Sarcany, die gehaast was om zijn
-doel te bereiken, teleurstellen en verbitteren. Maar wat er aan te
-doen? Hij was gedwongen de gebruiken te eerbiedigen, hoewel dat niet
-geschiedde, zonder dat er levendige woordenwisselingen tusschen hem en
-Silas Toronthal plaats hadden. En die woordenwisselingen eindigden
-steeds met dien volzin, die door den bankier tot vervelens toe herhaald
-werd:
-
-„Ik wil en vermag in deze omstandigheden niets te doen; daarenboven,
-wanneer dat huwelijk maar binnen vijf maanden voltrokken wordt, dan
-bestaat er hoegenaamd geen reden om u ongerust te maken!”
-
-Klaarblijkelijk begrepen die twee personen elkander volkomen. Een
-misverstand tusschen hen scheen niet mogelijk.
-
-Maar hoewel Sarcany die aangevoerde reden moest toegeven, zoo kon hij
-niet nalaten eenige verbittering te laten blijken, die soms de
-heftigste tooneelen veroorzaakte.
-
-Beiden waren daarenboven niet geheel en al zonder ongerustheid, sedert
-de onverklaarbare handeling van mevrouw Toronthal, daags voor haren
-dood. En zelfs rees de gedachte bij Sarcany op, dat de stervende
-wellicht een brief in de bus had willen werpen, een brief, waarvan zij
-de bestemming had willen geheim houden.
-
-Ja, dat was mogelijk!
-
-Ook de bankier, wien Sarcany dat denkbeeld mededeelde, kon dat
-vermoeden niet afdoende tegenspreken en begon er zelfs aan te gelooven.
-
-„Wanneer dat zoo is,” herhaalde Sarcany voortdurend, „dan is die brief
-eene onophoudelijke en ernstige bedreiging voor ons. Uwe vrouw heeft
-steeds de partij van Sava gekozen, met haar geheuld en tegen mij
-gestookt. Is dat zoo niet? Zij beschermde zelfs mijn medeminnaar, en
-wie weet of zij niet, op het punt van te sterven, eene geestkracht
-ontwikkeld heeft, waartoe wij haar niet meer in staat achtten, om ons
-aan onze vijanden te verraden.”
-
-„Zoudt ge denken?” vroeg Silas Toronthal ontzet. „Dat komt mij schier
-onmogelijk voor.”
-
-„Zoo is mijne meening,” ging Sarcany voort. „En in dat geval, zou het
-dan niet zaak zijn, om onze vijanden voor te zijn?”
-
-„Hen voor te zijn?”
-
-„Om de stad te verlaten, waar gij en ik meer te verliezen dan te winnen
-hebben?”
-
-„Als er eene bedreiging voor ons in dien brief opgesloten lag,”
-antwoordde Silas Toronthal, „dan zouden wij van die bedreiging reeds
-eenige dagen later iets bemerkt hebben, en tot nu toe, dat moet gij
-erkennen, is aan onzen toestand niets veranderd!”
-
-Sarcany kon op die bewijsvoering niets antwoorden. Wanneer de brief van
-mevrouw Toronthal inderdaad betrekking had op hunne plannen voor de
-toekomst, dan had hij nog geen gevolg gehad; zoodat aan een op handen
-zijnd vertrek nog niet gedacht behoefde te worden. Als het gevaar zoude
-opdoemen, zou de tijd tot handelen daar zijn.
-
-Zoo gebeurde het, evenwel geheel anders, dan die twee het hadden kunnen
-gissen, en wel ongeveer veertien dagen na het overlijden van mevrouw
-Toronthal.
-
-Na den dood harer moeder, had Sava zich steeds afgezonderd gehouden.
-Zij had hare kamers zelfs niet verlaten. Men zag haar ook niet op de
-uren der maaltijden. De bankier gevoelde zich onthutst, bekommerd in
-hare nabijheid en zocht volstrekt niet alleen met haar te zijn; want
-dan zou hij zich verlegen gevoeld hebben. Hij liet haar dus vrij om te
-handelen, zooals zij verkoos, en bewoonde voor zijn persoon een ander
-gedeelte van de groote woning.
-
-Meer dan eens had Sarcany die handelwijze van Silas Toronthal grof en
-onbehouwen afgekeurd. Hij meende dat de bankier zich zoo niet door de
-omstandigheden moest laten beheerschen. Ten gevolge van dien staat van
-zaken had hij volstrekt geene gelegenheid meer om het jonge meisje te
-ontmoeten. Dat strookte evenwel niet met zijne verdere plannen. Hij had
-dan ook eene levendige woordewisseling daarover met den bankier. Hoewel
-er geen sprake kon zijn van eene huwelijksplechtigheid gedurende de
-eerste maanden van den rouwtijd, wilde hij niet, dat Sava zich met het
-denkbeeld kon vereenzelvigen, dat haar vader en hij van die vereeniging
-zouden afgezien hebben.
-
-Eindelijk sprak Sarcany op zoo’n gebiedenden toon, en met zulk een
-nadruk, dat Silas Toronthal Sava op den 16den Augustus liet
-verwittigen, dat hij haar dienzelfden avond wenschte te spreken. Daar
-hij haar liet weten, dat Sarcany verlangde bij dat gesprek tegenwoordig
-te zijn, verwachtte hij een weigerend antwoord. Dat gebeurde evenwel
-niet. Sava liet den bankier weten, dat zij zich ter zijner beschikking
-stelde.
-
-Toen de avond gevallen was, wachtten Silas Toronthal en Sarcany met
-ongeduld het jonge meisje in het groote salon. Eerstbedoelde was vast
-besloten zich niet bij den neus te laten rondleiden, daar hij alle
-rechten voor zich had, die hij aan de vaderlijke macht ontleende. De
-tweede nam zich voor, bedaard en kalm, ja ingetogen te zijn. Hij wilde
-veel meer luisteren dan spreken, en zou vooral trachten, de geheime
-gedachten van het jonge meisje te weten te komen. Hij vreesde steeds,
-dat zij beter op de hoogte van zekere zaken was dan wel vermoed werd.
-
-Sava trad op het vastgestelde uur de zaal binnen. Sarcany stond
-eerbiedig van zijn stoel op, toen zij verscheen; maar het jonge meisje
-beantwoordde den groet, dien hij zoo bevallig mogelijk bracht, zelfs
-met geen eenvoudigen hoofdknik.
-
-Zij scheen hem niet gezien te hebben, of beter, zij scheen hem niet te
-willen zien.
-
-Met een gebaar wees Silas Toronthal Sava een stoel aan, waarop zij
-plaats nam. Daar nu, koud en ijzig, met het gelaat nog witter dan het
-kraagje, dat op haar rouwgewaad scherp afstak, wachtte zij, totdat eene
-vraag tot haar gericht zoude worden. Dat wachten duurde een poos.
-
-„Sava,” begon eindelijk de bankier, „ik heb uwe smart over het
-overlijden uwer moeder geëerbiedigd, en ik heb u in uwe eenzaamheid
-niet willen storen. Maar in weerwil en zelfs ten gevolge van die
-droevige gebeurtenissen, bevinden wij ons in de noodzakelijkheid eenige
-zaken, die geen uitstel gedoogen, te moeten behandelen.... Hoewel gij
-uwe meerderjarigheid nog niet bereikt hebt, zal het toch goed zijn....”
-
-De bankier aarzelde hier. Sava keek hem met strakken blik aan, maar
-sprak geen woord. Sarcany gaf hem een teeken.
-
-„Zal het toch goed zijn,” ging Silas Toronthal voort, „dat gij weet,
-hoe groot uw deel is in de erfenis van....”
-
-„Als hier slechts kwestie is van een vermogen,” antwoordde Sava, „dan
-valt er niet veel te praten, dan kan het onderhoud zeer bekort worden.
-Ik meen, dat ik daar niets mede te maken heb.”
-
-Beide mannen keken haar met verbaasden blik aan. Zoo’n geestkracht
-waren zij van het jonge meisje niet gewoon.
-
-„Hoe zoo?” vroeg Silas Toronthal beteuterd en geheel en al uit het veld
-geslagen.
-
-„Ik wensch volstrekt geen aanspraak te maken op de erfenis, waarvan gij
-spreekt,” antwoordde Sava.
-
-Sarcany maakte eene beweging, die van zijn kant als eene heftige
-teleurstelling kon gelden; maar ook wellicht op eene verbazing kon
-duiden, die niet van ongerustheid ontbloot was.
-
-„Ik denk Sava,” hernam Silas Toronthal, „dat gij de beteekenis mijner
-woorden niet goed gevat hebt.”
-
-„Ik heb haar zeer goed begrepen,” zei het jonge meisje.
-
-„Of gij het wilt of niet,” ging de bankier voort, „gij zijt de
-erfgename van mevrouw Toronthal, uwe moeder.”
-
-„Dat is de vraag nog.”
-
-„En de wet zal mij verplichten....”
-
-„Tot wat?” vroeg Sava.
-
-„Om u rekening en verantwoording af te leggen, wanneer gij meerderjarig
-zult zijn geworden....”
-
-„Tenzij ik van de erfenis afstand doe,” antwoordde het jonge meisje
-bedaard en kalm.
-
-„Waarom zoudt gij dat doen?” vroeg Silas Toronthal.
-
-„Ja, waarom?” vroeg Sarcany.
-
-„Omdat ik er ongetwijfeld geen recht op heb,” was het trotsche antwoord
-op die vraag.
-
-De bankier sprong uit zijn leuningstoel omhoog.
-
-Nimmer had hij dat antwoord verwacht! Neen, nimmer! Eene huivering voer
-hem door de leden.
-
-Sarcany sprak geen woord. Volgens hem speelde Sava eene rol en hij
-trachtte eenvoudig een helderen blik in hare bedoelingen te verkrijgen.
-
-„Ik begrijp niet,” hernam Silas Toronthal, die door de koele antwoorden
-van het jonge meisje ongeduldig werd, „ik begrijp niet wat die woorden
-beteekenen moeten, en kan ook niet gissen, wie ze u ingeblazen heeft.
-Ik ben bovendien niet hier gekomen, om rechtskwestiën en
-jurisprudentie-zaken te behandelen.”
-
-„Wat is dan de reden van uwe komst?” vroeg Sava. „Waarom hebt gij mij
-dan hier ontboden?”
-
-„Dat zult gij wel hooren, als ge maar geduld hebt. Gij staat onder
-mijne voogdijschap en gij hebt geen recht, om te weigeren die erfenis
-te aanvaarden!”
-
-„Niet, dat zullen we zien!” sprak Sava kortaf.
-
-„Neen, gij hebt niets anders te doen, dan u naar den wil van uw vader
-te schikken, u te buigen voor het gezag dat gij wel erkennen zult.”
-
-„Wie weet?.... Misschien!” antwoordde Sava met ernstige en vast
-besloten stem. „Wie weet?.... Misschien!”
-
-„Waarlijk,” riep Silas Toronthal uit, die zijne koelbloedigheid geheel
-en al verloor.
-
-„Waarlijk, wat?” vroeg het jonge meisje.
-
-„Gij praat drie jaren te vroeg, Sava, dat schijnt gij geheel en al uit
-het oog te verliezen.”
-
-„Dat zal te bezien staan.”
-
-„Wanneer gij uwe meerderjarigheid zult bereikt hebben, dan zult ge
-kunnen doen met uw vermogen, wat gij verkiest. Tot dat tijdstip zijn
-uwe belangen mij toevertrouwd. En ik zal die belangen behartigen,
-zooals ik dat goed zal vinden.”
-
-„Het zij zoo!” antwoordde Sava kalm, hoewel niet veel gelatenheid in
-hare stem en houding doorstraalde.
-
-„Wat beteekent dat: het zij zoo?” vroeg Silas Toronthal.
-
-„Dat ik zal wachten?”
-
-„En waarop wilt ge wachten?” hernam de bankier ongeduldig, nieuwsgierig
-en vrij vertoornd.
-
-„Wel, zooals ge zegt, totdat ik mijne meerderjarigheid bereikt zal
-hebben. De raad is goed. Ik zal hem volgen.”
-
-„Jawel, maar intusschen vergeet ge ongetwijfeld, dat de toestanden gaan
-veranderen, zoodra de welvoegelijkheid zulks zal gedoogen! Gij hebt te
-minder recht om zoo luchtig over uw vermogen te denken, daar gij niet
-meer alleen betrokken zijt in de zaak....”
-
-„Ja!.... de zaak!.... goed uitgedrukt: de handelszaak!” antwoordde Sava
-met diepe minachting.
-
-„Zijt overtuigd, mejuffrouw....” meende Sarcany te moeten zeggen, wien
-dat woord, hetwelk met de meest kwetsende bedoeling uitgesproken was,
-vooral trof, „weest overtuigd dat eervolle gevoelens....”
-
-Sava’s houding duidde aan, dat zij zelfs niet naar hem hoorde en keek
-alleen den bankier onophoudelijk aan, die haar met vergramde stem
-toevoegde:
-
-„Neen, niet meer alleen; omdat de dood uwer moeder aan onze plannen
-niets veranderd heeft.”
-
-„Welke plannen?” vroeg het jonge meisje, alsof zij waarlijk van niets
-af wist.
-
-„De huwelijksplannen!”
-
-„Welke huwelijksplannen?”
-
-„De huwelijksplannen, die gij veinst vergeten te hebben en die mijnheer
-Sarcany tot mijn schoonzoon zullen maken.”
-
-„Zijt gij wel zeker dat mijnheer Sarcany door dat huwelijk uw
-schoonzoon worden zou?”
-
-De bedoeling was thans zoo bepaald, zoo op den man af, dat Silas
-Toronthal ditmaal opsprong, ten einde naar buiten te snellen, zoo zeer
-gevoelde hij behoefte om zijne ontsteltenis te verbergen. Maar Sarcany
-weerhield hem met een gebaar. Deze wilde ten einde toe voortgaan; hij
-wilde volstrekt weten waaraan zich te houden.
-
-„Luister, vader; want het is voor de laatste maal, dat ik u dien naam
-geef,” zei toen het jonge meisje en ging met nadruk voort,
-
-„Het is niet voor mijn persoon, dat mijnheer Sarcany mij wil huwen; hij
-beoogt slechts dat vermogen, hetwelk ik niet meer hebben wil. Hoe groot
-zijne schaamteloosheid ook zij, dat zal hij wel niet ontkennen!
-Evenwel, daar men mij herinnerd heeft, dat ik vroeger mijne toestemming
-tot dat huwelijk gegeven heb, zal mijn antwoord thans gemakkelijk
-zijn.....”
-
-Sava zweeg een oogenblik als om hare gedachte te verzamelen. Daarna
-vervolgde zij:
-
-„Ja, ik meende mij te moeten opofferen, toen ik nog gelooven kon, dat
-de eer mijns vaders in die zaak gemengd was.... Maar, gij weet het zeer
-goed, dat mijn vader met dien geheelen hatelijken zwendel niets gemeens
-heeft. Wilt gij dus mijnheer Sarcany verrijken, geef hem dan uw
-vermogen!.... Dat is alles wat hij vraagt... Hij verlangt niets meer.”
-
-Het jonge meisje was bij die laatste woorden opgestaan en richtte hare
-schreden naar de deur.
-
-„Sava,” riep toen Silas Toronthal verwoed uit, terwijl hij zich voor
-haar plaatste.
-
-„Wat wilt ge nog meer van mij?” vroeg zij trotsch en afgemeten. „Zeg,
-wat wilt ge nog meer?”
-
-„Sava,” vervolgde de opgewonden bankier, „er heerscht in uwe woorden
-zoo weinig verband, dat ik ze volstrekt niet begrijp, dat.... gij ze
-ongetwijfeld zelf niet begrijpt....”
-
-„O, wees gerust....”
-
-„Ik stel mij waarachtig de vraag, of de dood uwer moeder....”
-
-„Mijner moeder!.... Ja, het was inderdaad eene moeder voor mij!....
-Mijne moeder volgens het hart!” mompelde het jonge meisje.
-
-„.... Of de droefheid over dat overlijden uw verstand niet geschokt
-heeft,” vervolgde Silas Toronthal, die in zoo’n staat van
-opgewondenheid verkeerde, dat hij niets of niemand anders meer hoorde.
-„Ja, zeker, als gij niet krankzinnig zijt....”
-
-„Krankzinnig!”
-
-„Ja, krankzinnig!”
-
-„Dat zoudt ge wellicht wenschen!” hernam Sava opgewonden, terwijl zij
-op den bankier toetrad.
-
-„Om het even, wat ik besloten heb, moet geschieden!” antwoordde deze
-niet minder verbolgen.
-
-„Zoo bout!”
-
-„Ja, zoo bout, en eer wij zes maanden verder zijn, zult gij de
-echtgenoote van Sarcany wezen!”
-
-„Dat nooit!”
-
-„Nooit? Herhaal dat woord nog eens! Dan zullen wij zien!”
-
-„Nooit!”
-
-„Ik zal u wel weten te noodzaken!”
-
-„Dat’s gauw genoeg gezegd, echter minder spoedig volvoerd, hoort ge?”
-
-„Dat zult ge wel ondervinden. Gehoorzamen zult gij mij, als ik beveel!”
-
-„Maar aan welk recht ontleent gij dan toch de macht, om mij te
-bevelen?” vroeg Sava, die daarbij een gebaar van verontwaardiging niet
-kon onderdrukken. „Zeg, aan welk recht?”
-
-„Aan mijn recht als vader!” bulderde Silas Toronthal, buiten zich
-zelven van woede.
-
-„Gij.... gij, mijnheer?”
-
-„Ja, ik! Ik, uw vader! Verstaat ge, Sava?”
-
-„Gij zijt mijn vader niet!”
-
-„Sava!”
-
-„En ik heet niet Sava Toronthal!”
-
-Bij deze laatste woorden deinsde de bankier, die geen antwoord wist te
-vinden, ontsteld achteruit.
-
-„Neen, gij zijt mijn vader niet!” herhaalde het jonge meisje op nog
-meer nadrukkelijken toon.
-
-„Sava!”
-
-„En ik ben uwe dochter niet!” sprak het jonge meisje, die nu zonder het
-hoofd naar den rampzalige om te wenden, de zaal verliet om naar hare
-kamer terug te keeren.
-
-Sarcany had gedurende dat geheele gesprek bijna niet gesproken. Niet
-anders dan om met een enkel woord te trachten tegen de beschuldiging
-van hebzucht te protesteeren. Maar hij had Sava nauwkeurig gadegeslagen
-en was niets verwonderd over hetgeen hij vernomen had, ook niet over de
-wijze, waarop dat onderhoud geëindigd was. Dat had hij wel geraden en
-dat had hij kunnen voorspellen. Wat hij vreesde, was gebeurd. Sava
-wist, dat zij door geen band van bloedverwantschap aan de familie
-Toronthal verbonden was. En dit was, zoo als hij bekennen moest,
-hachelijk genoeg.
-
-Wat den bankier aangaat, die was te meer door dien onverwachten
-knotsslag vernietigd, daar hij hem niet had zien aankomen en dus geen
-zelfbeheersching in die omstandigheid had kunnen uitoefenen.
-
-Sarcany wachtte een oogenblik, alsof hij zijne gedachten bijeen
-verzamelen wilde. Toen nam hij het woord en met zijne gewone
-scherpzinnigheid en nauwkeurigheid, begrensde hij den toestand.
-
-Silas Toronthal kon niet anders doen dan te luisteren. Hij vermocht
-zijne gevoelens niet anders te uiten dan door slechts toestemmend te
-knikken, zoo zeer schenen de beweringen van zijn vroegeren
-medeplichtige door eene onverbiddelijke logica gekenmerkt te zijn.
-
-„Gij moet er niet meer op rekenen,” sprak deze, „dat Sava ooit,
-goedschiks ten minste, hare toestemming tot dat huwelijk geven zal.
-Maar.... ter wille van de redenen, die wij beiden genoegzaam kennen, is
-het meer dan ooit noodig, dat dit huwelijk tot stand komt. Wat weet zij
-van ons misdadig verleden? Ik geloof niets; want in het
-tegenovergestelde geval zou zij het thans wel in hare
-hartstochtelijkheid uitgekraamd hebben. Wat zij weet, is dat zij uwe
-dochter niet is.... en dat is alles!.... Kent zij haren vader? Ook dat
-niet!.... Want, let op, dat zou de eerste naam geweest zijn, dien zij
-ons naar het hoofd zou geslingerd hebben! Dat is voor mij
-ontwijfelbaar. Draagt zij reeds lang kennis van haren toestand
-tegenover u? Wie weet? Maar ik geloof het niet. Voor mij is het zeer
-waarschijnlijk, dat mevrouw Toronthal haar dat op haar doodbed
-medegedeeld heeft,.... maar wat mij niet minder zeker voorkomt, dat is,
-dat de stervende vrouw Sava niet meer heeft willen onderrichten dan
-noodig was, om haar het recht te verleenen gehoorzaamheid te weigeren
-aan den man, die haar vader niet is, maar dien zij tot heden als
-zoodanig beschouwd heeft. Zie, dat is mijne meening. Maar wat zegt gij
-er van?”
-
-Silas Toronthal zat daar stil en wezenloos en had de redeneering van
-Sarcany slechts van tijd tot tijd met een lichten hoofdknik beaamd. Nu
-weet de lezer, dat Sarcany zich niet vergiste, noch omtrent de wijze,
-waarop het jonge meisje nopens die aangelegenheid onderricht was
-geworden, noch omtrent het tijdperk, sedert zij die zaken wist, noch
-eindelijk omtrent het gedeelte van het geheim nopens hare geboorte,
-hetwelk haar slechts onvolledig medegedeeld was.
-
-„Kunnen wij daaruit nu gevolgtrekkingen opmaken?” vervolgde Sarcany.
-„Hoe weinig Sava ook af weet omtrent de aangelegenheden, die haar
-raken, en hoewel zij geheel en al onkundig is omtrent ons verleden, zoo
-worden wij toch beiden ten ernstigste bedreigd, gij in den eervollen
-toestand, waarin gij u te Ragusa als eerste bankier bevindt; ik in de
-onmetelijke belangen, die dat huwelijk voor mij vertegenwoordigt, en
-waarvan ik volstrekt niet wil afzien. Dat zult ge begrijpen, hoop ik.
-Dus wij moeten nu uitmaken, wat er gedaan moet worden en dat wel zoo
-spoedig mogelijk. Ziehier mijne meening: Wij, gij en ik, moeten Ragusa
-verlaten en dat binnen den kortst mogelijken tijd. Wij moeten Sava
-medevoeren, voor dat zij tijd heeft om iemand te zien of te spreken.
-Dat verhuizen moet liever heden dan morgen geschieden; en dan, luister
-goed, moeten wij niet in deze stad terugkeeren dan nadat het huwelijk
-gesloten zal zijn, dat wil zeggen wanneer Sava, doordat zij mijne
-echtgenoote zal zijn, er alle belang bij zal hebben, om te zwijgen.
-Wanneer wij maar eenmaal buiten ’s lands zullen zijn, dan zal zij zoo
-volkomen aan iederen vreemden invloed onttrokken kunnen worden, dat wij
-niets van haar te vreezen zullen hebben. Wat de kwestie betreft, om
-haar te noodzaken hare toestemming tot dat huwelijk te geven en dat nog
-wel onmiddellijk na den rouwtijd, door de welvoegelijkheid geboden,
-evenwel binnen den tijd, die mij de verwachte voordeelen kan
-verzekeren, dat is uitsluitend mijne zaak. En dat God mij eeuwig
-straffe, wanneer ik niet slaag!”
-
-Silas Toronthal moest toegeven, dat de toestand werkelijk bestond,
-zooals hij door Sarcany zoo even geschetst was. Hij dacht er dan ook
-niet aan, om tegenstribbelingen te maken. Hij werd al meer en meer door
-zijn medeplichtige beheerscht en kon niet anders meer handelen dan die
-wel wilde gedoogen.
-
-Waarom zou hij ook anders handelen?
-
-Ter wille van dat jonge meisje, aan wie hij steeds een
-onoverwinnelijken afkeer ingeboezemd had, en voor wien zijn hart nimmer
-eenig gevoel gekoesterd had? Zoo iets kon toch in ernst bij hem niet
-opkomen!
-
-Dien avond werd dan ook stellig overeengekomen, dat het door Sarcany
-ontworpen plan ten uitvoer gelegd zoude worden, vóórdat Sava de woning
-in de Stradona-laan zou kunnen verlaten.
-
-Daarna scheidden Silas Toronthal en Sarcany. Het was voor alle partijen
-een belangrijke avond geweest.
-
-Dat zij geen ongelijk hadden om zich zoo te haasten, zal de lezer
-weldra bemerken.
-
-Inderdaad den tweeden dag na het voorgevallene, verliet mevrouw
-Bathory, vergezeld van den ouden Borik, het dorp Vinticello en keerde
-voor den eersten keer sedert het overlijden van haren zoon Piet, in het
-huis van de Marinella-straat weer. Zij had besloten om die woning,
-alsook de stad, die voor haar zoo vol hartverscheurende herinneringen
-was, te verlaten, en was gekomen om hare toebereidselen tot haar
-vertrek te treffen.
-
-Toen Borik de deur geopend had, vond hij een brief, die gedurende hunne
-afwezigheid in de bus, in de deur aangebracht, geworpen was.
-
-Dat was de brief, dien mevrouw Toronthal, daags vóór haar overlijden,
-in de rijkspostbus gedaan had. De lezer zal zich de omstandigheden nog
-wel herinneren, waaronder dat plaats had.
-
-Mevrouw Bathory nam den brief, opende hem en keek eerst naar de
-handteekening. Daarna las ze ademloos, als met een oogopslag, de
-weinige regels, die door eene stervende hand geschreven waren en het
-geheim van Sava’s geboorte bevatten.
-
-Welk eene vreemde samenkoppeling van Sava’s naam met dien van Piet
-vormde zich toen in het brein van mevrouw Bathory!
-
-„Zij!.... Hij!....” riep zij uit.
-
-En zonder een enkel woord te spreken,—hoe had zij dat ook kunnen
-doen?—zonder antwoord aan haren ouden dienaar te geven, dien zij
-terugstiet, toen hij haar met de meeste behoedzaamheid wilde
-weerhouden, vloog zij naar buiten, stormde de Marinella-straat door,
-stak het geheele Stradonakwartier over en staakte eerst haren driftigen
-loop voor de woning van den bankier Toronthal.
-
-Begreep zij volkomen de strekking van hetgeen zij thans wilde
-verrichten?
-
-Begreep zij, dat het wellicht beter zoude zijn met minder overhaasting,
-dus met meer voorzichtigheid te werk te gaan, en dat in het belang van
-Sava zelve?
-
-Neen, zij werd onweerstaanbaar naar het jonge meisje toegetrokken,
-alsof haar echtgenoot, Stephanus Bathory, alsof haar zoon Piet, beiden
-uit hun graf verrezen, haar toegeroepen hadden:
-
-„Red haar!.... Red haar!”
-
-Mevrouw Bathory schelde aan.
-
-De deur ging open. Een bediende verscheen, die haar vroeg, wat zij
-verlangde.
-
-Mevrouw Bathory wenschte Sava te zien.
-
-Zij kreeg ten antwoord, dat mejuffrouw niet meer in de woning aanwezig
-was.
-
-Mevrouw Bathory wenschte den bankier Silas Toronthal te spreken.
-
-De bankier was daags te voren vertrokken. Hij had de stad verlaten
-zonder te zeggen, waarheen hij trok en had het jonge meisje
-medegenomen. Voor de buitenwereld kon daarin niets vreemds gelegen
-zijn. Eene dochter met haren vader!
-
-Mevrouw Bathory werd dermate door die tijdingen geschokt, dat zij
-wankelde en voorzeker zou ter aarde gestort zijn, wanneer zij niet door
-Borik opgevangen was geworden, die haar gevolgd was en eindelijk
-ingehaald had.
-
-Maar toen de oude dienaar haar in hare woning in de Marinella-straat
-teruggevoerd had, zeide zij hem met fluisterende stem:
-
-„Morgen, Borik, gaan wij te zamen eene luisterrijke
-huwelijksplechtigheid bijwonen.”
-
-„Eene huwelijksplechtigheid?” vroeg de oude man bekommerd over het
-uiterlijke der arme vrouw.
-
-„Ja, wij samen!”
-
-„Van Sava met Piet!”
-
-Helaas! mevrouw Bathory was krankzinnig geworden.
-
-Was dat te verwonderen?
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIII.
-
-IN DE OMSTREKEN VAN MALTA.
-
-
-Piet Bathory zag, terwijl die gebeurtenissen, die hem van zoo nabij
-aangingen, te Ragusa voorvielen, te Antekirrta zijn gezondheidstoestand
-van dag tot dag, van uur tot uur verbeteren.
-
-Zijne wond boezemde weldra geene ongerustheid meer in en de genezing
-zou binnen korten tijd volkomen zijn. Maar hoe ongelukkig moest de
-jonge man zich gevoelen, als hij aan zijne moeder dacht!
-
-Hoezeer moest hij lijden, wanneer zijne gedachten bij Sava verwijlden,
-die hij dacht, dat voor hem verloren was.
-
-Zijne moeder!....
-
-Maar het was onmogelijk om haar onder den indruk van dat onware
-overlijden van haren zoon te laten!
-
-Er was dan ook overeengekomen, dat men haar uiterst voorzichtig omtrent
-de ware toedracht zoude inlichten, opdat zij zich bij haren zoon te
-Antekirrta zoude kunnen voegen. Een van de agenten van den dokter had
-in opdracht, haar gedurende het herstellingstijdperk van Piet niet uit
-het oog te verliezen, en dat herstel kon niet lang meer uitblijven.
-
-Maar, Sava!....
-
-Piet had zich voorgenomen, nimmer over haar tot dokter Antekirrt te
-spreken. Maar hoewel hij thans meenen moest, dat zij de echtgenoote van
-Sarcany was, was het hem niet mogelijk haar te vergeten! Hoe zou dat
-ook kunnen? Had hij opgehouden haar lief te hebben, hoewel zij voor hem
-thans de dochter van Silas Toronthal was? Neen, duizendmaal neen! Was
-Sava schuldig? Was zij verantwoordelijk voor de misdaad van haren
-vader? En toch, die laaghartige misdaad had Stephanus Bathory, zijn
-vader, het leven gekost! O, een tweestrijd ontwikkelde zich in de borst
-van den jongeling, en hij alleen, hij Piet Bathory, zou het
-verschrikkelijke en onophoudelijke lijden daarvan hebben kunnen
-mededeelen.
-
-Dokter Antekirrt gevoelde dat. Om dan ook een anderen loop aan de
-gedachten van den jongen man te verleenen, herinnerde hij hem
-onophoudelijk de noodzakelijkheid tot uitoefening der rechtspleging die
-zij op zich genomen hadden en waartoe zij beiden naar gelang hunner
-krachten moesten medewerken.
-
-De verraders moesten gestraft worden, en dat zouden zij! Niets zou hen
-daarvoor kunnen vrijwaren!
-
-Maar hoe zou men hen bereiken? Hoe zou men die ellendelingen in handen
-krijgen?
-
-Daaromtrent was nog niets beslist. Maar men zou hen bereiken!
-Daaromtrent bestond geen twijfel.
-
-„Er bestaan duizend en meer wegen, daarentegen maar één doel!”
-herhaalde steeds de dokter.
-
-En als het moest zijn, zou hij duizend wegen volgen, om dat doel te
-bereiken!
-
-Gedurende de laatste tijden van zijn herstel mocht Piet over en door
-het eiland Antekirrta wandelen en mocht het bezichtigen, hetzij
-wandelende te voet, hetzij gemakkelijk gezeten in een rijtuig.
-
-Wie zou inderdaad geene bewondering gevoeld hebben, bij het zien van
-hetgeen die kleine volksplanting onder het bestuur van dokter Antekirrt
-geworden was?
-
-Vooreerst was men steeds bezig met aan de vestingwerken te arbeiden,
-die de stad, welke aan den voet van den kegelberg gebouwd was, alsook
-de haven en het geheele eiland zelf tegen eene gewelddadige aanranding
-moesten beschermen. Wanneer die werken voltooid zouden zijn, wanneer
-die batterijen bewapend zouden zijn met zware kanonstukken van groote
-dracht, die overal, maar vooral op de meest blootgestelde punten
-kruisvuren zouden daarstellen, dan zou de nadering van ieder
-vijandelijk vaartuig onmogelijk gemaakt zijn.
-
-De electriciteit zou eene belangrijke rol bij dat verdedigingsstelsel
-vervullen, zoowel om de torpedo’s te doen ontploffen, waarmede het
-vaarwater, dat toegang tot het eiland verleende, bezaaid was, als tot
-ontbranding der kanonstukken zelven. De dokter had de meest verrassende
-uitkomsten bekomen van dit middel, hetwelk de toekomst zoowel ten goede
-als ten verderve zal beheerschen.
-
-Een centrale inrichting, waar door middel van stoom de noodige
-beweegkracht voortgebracht werd, en waartoe dan ook een zeker getal
-stoomketels aanwezig waren, bediende twintig dynamo-werktuigen van een
-geheel nieuw stelsel, dat de volkomenheid zeer nabij kwam. Daar werden
-stroomingen opgewekt, die door bijzondere accumulatoren van eene
-buitengewone spankracht opgegaard en zoo ten behoeve van de
-verschillende diensten op Antekirrta verstrekt werden, zooals van de
-waterleiding over het geheele eiland, van de verlichting der stad, van
-het telegraaf- en telephoon-wezen van de beweegkracht over stalen
-sporen rondom de stad en door het innerlijke van het eiland. In één
-woord, de dokter, voorgelicht door de ernstige studiën in zijne jeugd
-verricht, had een der droombeelden van de moderne wetenschap
-verwezenlijk, namelijk om de electriciteit als beweegkracht op verre
-afstanden te bezigen.
-
-Daar nu had hij, dank deze zoo practische toegepaste beweegkracht,
-zijne vaartuigen, waaromtrent hierboven reeds met een enkel woord
-gesproken is, zijne buitengewoon snelvarende Electrieks kunnen laten
-vervaardigen, die hem gedoogden met grootere snelheid dan die van een
-sneltrein, van het eene uiteinde der Middellandsche zee naar het andere
-te ijlen. Vooral deze vinding mocht onschatbaar heeten.
-
-Daar evenwel de steenkolen onontbeerlijk waren voor de stoomwerktuigen,
-die dienen moesten om de stroomingen op te wekken, zoo was er steeds
-een belangrijke voorraad van dîe brandstof in de kolenloodsen van het
-eiland Antekirrta aanwezig, en die voorraad werd voortdurend aangevuld
-door een kolenschip, dat te Newcastle in Schotland of te Swansea, of
-Cardiff in Engeland laden ging. Zoo was doelmatig in dezen dienst
-voorzien.
-
-De havenkom, langs welker binnenbaai de kleine stad zich
-amphitheatersgewijs op den heuvelachtigen oever verhief, was een
-natuurlijk bekken in den bergwand ingesneden, maar door belangrijke
-werkzaamheden zeer verbeterd geworden. Twee kaden, een pierdam en een
-golfbreker, verleende er alle veiligheid aan, van welken kant de wind
-ook woei. Overal was de diepte in de haven voldoende, zelfs tot vlak
-bij de kademuren. Dus bij alle heerschende winden bestond er volkomen
-veiligheid voor de flotilje van Antekirrta. Die flotilje bestond
-vooreerst uit de goelet Savarena, welke wij reeds kennen, uit het
-stoomschip, dat bestemd was om de steenkolen te Swansea, Cardiff of
-Newcastle te gaan innemen, uit een stoomjacht, de Ferrato genaamd,
-hetwelk zeven of acht honderd tonnen meette, en uit drie Electrieks,
-waarvan twee als torpedobooten ingericht waren, die dus uiterst
-krachtdadig en zeer nuttig het hunne tot de verdediging van het eiland
-konden bijbrengen. Het zeewezen van het eiland was dus zoo volmaakt
-mogelijk.
-
-Antekirrta zag dan ook onder den invloed van den dokter zijne
-weerstandsmiddelen met den dag vermeerderen. De zeeschuimers van de
-Tripolitaansche en van de Cyrenaïsche streken wisten dat zeer goed en
-hielden zich ook voorzichtigheidshalve op eerbiedigen afstand.
-
-Toch was het hun grootste wensch,—en dat was wel te begrijpen,—dat
-eiland te kunnen bemachtigen; want het bezit daarvan zou de plannen van
-den grootmeester der broederschap van het Senousismus, Sidi Mohammed El
-Madi, uitermate begunstigd hebben.
-
-Maar die dweeper was bekend met de moeielijkheden, aan zulk eene
-onderneming verbonden, en daarom wachtte hij een gunstig oogenblik, om
-handelend op te kunnen treden, met dat geduld, hetwelk een der
-voornaamste kenmerkende eigenschappen van het Arabische karakter
-uitmaakt. Dat geduld zou evenwel nog hard op de proef gesteld worden.
-
-Het was den dokter niet onbekend, dat die dweeper het oog op zijn
-schoon Antekirrta geslagen had, en daarom bevorderde hij zijne
-verdedigingswerken zoo veel hem maar mogelijk was. Om die vestingwerken
-aan te kunnen tasten, wanneer zij voltooid zouden zijn, zou men die
-moderne vernielingswerktuigen moeten bezigen, die de ballistische
-vindingrijkheid der XIXde eeuw kenmerkt. En die werktuigen bezaten de
-Senousisten nog niet. De mannelijke bewoners van Antekirrta, van
-achttien jaren tot veertig jaren, waren reeds in compagniën ingedeeld,
-bezaten voortreffelijke en snelvurende zekerheidswapenen en werden
-ijverig geoefend in de behandeling van het geschut, waarbij zij
-aangevoerd werden door chefs, uit hun midden gekozen. Die militie telde
-eene sterkte van vijf- of zeshonderd mannen, en dat was eene macht,
-waarop in tijd van nood gerekend kon worden en waarmede alsdan niet te
-spotten viel, of die zelfs niet te minachten was.
-
-Eenige volksplanters bewoonden wel is waar ettelijke hoeven, die in de
-vlakte verspreid lagen; maar het meerendeel der ingezetenen bewoonde de
-kleine stad, die den Transylvanischen naam van Artenak ontvangen had,
-als vaderlandsche herinnering aan het feodale domein, hetwelk graaf
-Mathias Sandorf op de hellingen van het Karpathisch gebergte bezeten
-had.
-
-Artenak had een zeer schilderachtig voorkomen. Dat stadje evenwel,
-hetwelk hoogstens een paar honderd huizen bevatte, in plaats van op
-Amerikaansche wijze schaakvormig met rechtlijnige lanen en straten,
-alsof zij langs een touwtje gebouwd zijn, aangelegen te zijn, had eene
-geheel andere bouworde. De woningen verhieven zich vrij ordeloos uit
-hunne frissche tuinen op de oneffenheden van den bodem en verborgen
-hunne daken onder de dichte schaduwen van hoog geboomte. Eenige waren
-van Europeeschen bouwtrant, anderen bootsten de Arabische vormen na.
-Het was een mengelmoes, dat zich verhief langs de murmelende beek, die
-door de hoogdrukwerktuigen van heerlijk helder water voorzien werden en
-steeds overvloedig voorzien bleven.
-
-Dat alles was frisch, bevallig, aantrekkelijk en bekoorlijk. Het was
-eene stad in de bescheiden beteekenis van het woord—waarin de bewoners,
-leden eener zelfde familie, aan het gemeenschappelijk leven deelnamen,
-zonder de vrede verstoord te zien en zonder de huiselijke
-onafhankelijkheid prijs te geven.
-
-Ja, zij waren gelukkig, die ingezetenen van het eiland Antekirrta! Zoo
-gelukkig als ooit een volksstam geweest is en zijn zal.
-
-
- Ubi bene, ibi patria!
- Waar men het goed heeft, daar is het vaderland!
-
-
-is ongetwijfeld eene weinig vaderlandslievende uiting; maar men zal
-haar die brave lieden wel willen vergeven, die op de roepstem van
-dokter Antekirrt daar samengevloeid waren, maar die voorheen ellendig
-en rampzalig in hunne geboorteplaatsen een kommervol leven
-voortsleepten, en nu het geluk en een onbekrompen bestaan op dat
-gastvrij eiland vonden.
-
-Wat de woning van het hoofd der kolonie, van dokter Antekirrt betrof,
-de volksplanters noemden haar het Stadhuis, dat eigenlijk meer het
-gemeentehuis was. Daar woonde niet de meester, maar de primus inter
-pares, de eerste onder zijns gelijken. Dat was een van die
-overheerlijke Moorsche woningen met hare miradora’s, met hare
-moucharaby’s, met haar innerlijke patio’s, met hare galerijen, met hare
-zuilen, met hare portieken, met hare fonteinen, met hare zalen en
-vertrekken, die door kunstvaardige werklieden, welke daartoe
-opzettelijk uit de Arabische provinciën overgekomen waren, versierd
-werden. Tot bouwstoffen waren de meest kostbare materialen gebezigd,
-als marmer, onyxsteenen, die uit den zoo rijken berg Filfilla, langs de
-baai van Numidië op weinige kilometers van Philippeville gelegen, door
-een wetenschappelijk mijnbouwkundige, met een ware kunstenaarsziel
-begaafd, ontgind waren. Die koolzure kalkverbindingen hadden zich
-uitstekend geleend om de dichterlijke opvattingen van den
-kunstvaardigen bouwmeester te verwezenlijken, en onder het weelderig
-Afrikaansch klimaat hadden zij reeds die rijke tinten, die vergulde
-schakeering aangenomen, die de zon als met een penseel er over
-gestreken, met den punt harer stralen aan die kunstschatten in het
-Oosten verleend had.
-
-Op den achtergrond werd Artenak beheerscht door den bevalligen
-klokketoren van een klein bedehuis, waarvoor dezelfde steengroeve haar
-wit en zwart marmer geleverd had, en die zich tot alle doeleinden,
-zoowel van de beeldhouwkunst als van de bouwkunst, voortreffelijk
-leende. De blauwachtige turquinos, de gele aderen en vertakkingen van
-die marmersoort, kwamen overheerlijk uit en maakten haar tot eene
-geduchte mededingster van de voortbrengselen der mijngangen van Carare
-en van Paros, de beroemdste der geheele aarde.
-
-Buiten de stad verhieven zich op de naburige heuvelvormingen andere
-woningen, die een meer onafhankelijken vorm vertoonden, eenige villa’s,
-een klein hospitaal, dit laatste in een hoogeren luchtstreek, waarheen
-de dokter, de eenige geneesheer van de kleine volksplanting, zijne
-zieken wilde zenden, wanneer hij er namelijk zou hebben. Vervolgens
-verrezen langs de hellingen, die naar den zeekant afdaalden, andere
-fraaie woningen en vormden daar eene werkelijke badplaats. Een der best
-ingerichte onder die woningen, maar stevig en beknopt als een klein
-blokhuis gebouwd, en dicht bij den pier gelegen, verrukte den blik en
-zou men de villa Pescados of villa Matifou hebben kunnen heeten.
-
-Het was daar inderdaad dat de twee onafscheidelijke vrienden gehuisvest
-waren, in gezelschap van een saïs, een Arabische bediende, die hun
-toegevoegd was en waarover zij zich zeer tevreden betoonden.
-
-Neen, nooit zouden zij vroeger zulk eene gelukkige toekomst hebben
-durven droomen!
-
-„Wij leven lekkertjes hier,” herhaalde Kaap Matifou voortdurend,
-terwijl hij zich de handen wreef.
-
-„Hoe meent gij?”
-
-„Lekkertjes! Zie je, wat men noemt lekkertjes, mijn waarde
-Pescadospunt!”
-
-„Al te lekker!” meende Pescadospunt, „en het is waarlijk boven onzen
-stand, vrees ik.”
-
-„Hoe bedoelt gij dat?”
-
-„Ziet ge, Kaap Matifou, iets hindert mij. En dat nog wel zeer sterk.”
-
-„Wat dan, in Gods naam?” vroeg de reus, die in de lucht staarde, alsof
-hij zocht, waar dat hinderlijke zijn mocht.
-
-„Wij moeten onderwijs genieten....”
-
-„Onderwijs?”
-
-„Ja, wij moeten naar school gaan, prijzen behalen in de spelkunst en de
-spraakkunst....”
-
-„He!.... in de spraakkunst?.... Alsof gij niet praten kunt...”
-
-„Wij moeten diploma’s van knapheid erlangen! Getuigschriften, dat
-wij....”
-
-„Maar gij zijt onderwezen, Pescadospunt,” antwoordde de trouwhartige
-Hercules. „Gij kunt lezen, schrijven, rekenen....”
-
-„Dat is waar, maar....”
-
-Inderdaad, met zijn reusachtige kameraad vergeleken, kon de kleine
-Pescadospunt voor een wetenschappelijk man doorgaan. Maar in
-werkelijkheid gevoelde de arme drommel maar al te zeer, wat aan zijne
-vorming ontbrak. Waar en wanneer zou hij iets geleerd hebben, hij die
-nimmer eene andere school bezocht had dan het Lyceum van de karpers in
-de vijvers te Fontainebleau, of zooals wij Nederlanders zouden zeggen,
-dan de Hoogere Burgerschool van de herten in de Koekamp te ’s
-Gravenhage.
-
-Maar hij was thans een trouwe bezoeker van de openbare boekerij te
-Artenak, hij trachtte te leeren, hij las, hij blokte, terwijl Kaap
-Matifou zich den tijd ten nutte maakte om met verlof van dokter
-Antekirrt veel zand te verzetten, veel rotsen op het strand op te
-stapelen, ten einde eene kleine visschershaven aan te leggen, die
-hoogst noodzakelijk was.
-
-Overigens moedigde Piet Bathory Pescadospunt zeer aan, wiens ongemeen
-schrander brein hij had leeren waardeeren. Hij begreep dat zulke
-geestvermogens slechts oefening vereischten. Hij had zich tot professor
-van den gewezen potsenmaker opgeworpen, en leidde zijn onderwijs
-zoodanig, dat zijn leerling een volledig en grondig elementair
-onderricht deelachtig werd. Deze maakte snelle vorderingen, dat moet
-gezegd worden; maar er waren nog andere redenen waarom Piet zich aan
-Pescadospunt hechtte.
-
-Was hij niet belast geweest met de opdracht, om de woning van de
-familie Toronthal gade te slaan?
-
-Was hij niet in de Stradona-laan aanwezig, toen Sava, bij het
-voorbijrijden van zijn begrafenisstoet, bewusteloos naar binnen
-gedragen was geworden?
-
-O, Pescadospunt had natuurlijk meer dan eens het verhaal moeten leveren
-van die droevige gebeurtenissen, waaraan hij een onmiddellijk aandeel
-gehad had!
-
-Hem, hem alleen, kon Piet Bathory dus daarover onderhouden. En dat hij
-er over sprak, wanneer zijn gemoed vol was en hij niet alles binnen de
-grenzen van zijn hart besluiten kon, wie zal dat kunnen wraken?
-
-Maar daardoor werd een innige band geboren, welke die beide mannen aan
-elkander verbond.
-
-Het oogenblik naderde evenwel, dat dokter Antekirrt zijn dubbel plan
-ten uitvoer zou leggen.
-
-Dubbel plan, ja!
-
-Eerst beloonen; daarna straffen!
-
-Wat hij helaas niet had kunnen volbrengen voor Andreas Ferrato, die
-weinige maanden na zijne veroordeeling in het bagno van Stein overleden
-was, dat wilde hij ten uitvoer leggen jegens zijne kinderen. Dat was
-eene treurige verplichting, hem door de dankbaarheid opgelegd.
-
-Ongelukkig, welke nasporingen zijne agenten ook in het werk gesteld
-hadden, welke moeite zij zich ook gegeven hadden, zoo waren zij er nog
-niet in geslaagd om te weten te komen wat er van Luigi en van zijne
-zuster geworden was. Beiden hadden, na den dood van hunne vader,
-Rovigno en zelfs de provincie Istrië verlaten en waren dus voor den
-tweeden keer de ballingschap te gemoet getreden.
-
-Waarheen waren zij getrokken?
-
-Dat wist niemand, en dat kon ook niemand zeggen.
-
-Dat was wel eene reden van kommer voor den dokter. Hij gaf evenwel den
-moed niet op om de kinderen terug te vinden van den man, die zich voor
-hem opgeofferd had. Op zijn bevel werden dan ook de nasporingen
-onophoudelijk voortgezet, terwijl geene kosten voor dat doeleinde
-gespaard werden.
-
-Wat mevrouw Bathory betrof, koesterde hij slechts één wensch en die
-was, dat zij naar Antekirrta mocht komen. Maar de dokter wilde de
-voordeelen benuttigen van den vermeenden dood van Piet, zoo als hij
-inderdaad partij trok van zijn eigen vermeend overlijden. Hij bracht
-den jongen man aan het verstand, dat het noodzakelijk was, om met de
-uiterste omzichtigheid te werk te gaan. Dat begreep Piet Bathory
-volkomen.
-
-Van den eenen kant daarenboven wilde de dokter ook wachten, totdat de
-herstellende jongeling genoegzaam krachten zou herkregen hebben, om den
-veldtocht mede te kunnen maken, dien hij ontworpen had; en van den
-anderen kant,—hij wist dat door het overlijden van mevrouw Toronthal
-het huwelijk van Sava met Sarcany uitgesteld was,—had hij besloten
-niets te ondernemen voor dat dit voltrokken was. Anders zouden zijne
-berekeningen wel eens kunnen falen. Een zijner agenten, die te Ragusa
-was, hield hem trouw op de hoogte van alles, wat daar ter stede omging.
-Deze moest het huis van mevrouw Bathory in de Marinella-straat met
-dezelfde nauwkeurigheid gadeslaan als de woning in de Stradona-laan.
-
-Zoo was toen de toestand.
-
-De dokter wachtte met ongeduld, dat iedere oorzaak van vertraging uit
-den weg geruimd zoude zijn. Hij wist nog niet, wat er van Carpena
-geworden was; diens spoor had men na zijn vertrek van Rovigno verloren.
-Maar Silas Toronthal en Sarcany waren steeds te Ragusa gevestigd, die
-konden hem dus niet ontsnappen.
-
-Wanneer dat alles goed begrepen is, dan zal de lezer oordeelen kunnen,
-wat dokter Antekirrt ondervinden moest, toen hij op den 20sten
-Augustus, een telegram langs den electrischen draad over Malta naar
-Antekirrta op het Stadhuis ontving, die eerst het vertrek van Silas
-Toronthal, van Sava en van Sarcany, alsook de verdwijning van mevrouw
-Bathory en van Borik meldde, die allen Ragusa verlaten hadden, zonder
-dat men hen op het spoor kon komen, zonder dat men wist, waarheen zij
-zich begeven hadden.
-
-Toen wilde de dokter niet langer dralen. Hij moest, hij zou handelend
-optreden.
-
-Hij liet Piet bij zich komen en verheelde hem niets van de tijding, die
-hij zoo even vernomen had. Welke slag dat voor den jongen man was, laat
-zich begrijpen. Zijne moeder verdwenen, Sava, God weet waarheen
-gesleurd! En door wien? Door dien Silas Toronthal, die haar, daaraan
-viel niet te twijfelen, dien laaghartigen Sarcany in handen wilde
-spelen!
-
-„Wij vertrekken morgen,” zei dokter Antekirrt, terwijl hij den jongen
-man aankeek.
-
-„Waarom morgen? Neen, heden nog!” riep Piet uit.
-
-„Dat kan niet, mijn zoon.”
-
-„O, vergeef mij.... Maar waar zullen wij mijne moeder zoeken?.... Waar
-zullen wij....”
-
-Hij haperde en voleindigde zijn gedachtengang niet.... De naam van Sava
-lag op zijne lippen.
-
-Dokter Antekirrt, die raadde wat er in hem omging, haastte zich hem in
-de rede te vallen, door te zeggen:
-
-„Ik weet niet, of er een eenvoudig toeval het samenvallen van die twee
-gebeurtenissen aan te nemen is. Hebben Silas Toronthal en Sarcany de
-hand in de verdwijning van mevrouw Bathory? Dat zullen wij wel te weten
-komen; maar wij moeten ons in de eerste plaats tot die twee
-ellendelingen wenden.”
-
-„Maar waar hen op te sporen?”
-
-„Waar?.... Wel in Sicilië,” antwoordde dokter Antekirrt.
-
-De lezer zal zich het gesprek nog wel herinneren, dat tusschen Sarcany
-en Zirone gevoerd werd in den vestingtoren van Pisino en dat door
-Mathias Sandorf afgeluisterd werd.
-
-Zirone had toen van Sicilië gesproken als van het tooneel zijner gewone
-heldenbedrijven, terwijl hij zijn makker uitgenoodigd had daarheen te
-stevenen, wanneer de omstandigheden dat vroeg of laat noodzakelijk
-zouden maken.
-
-Dokter Antekirrt had die bijzonderheid zorgvuldig onthouden zoowel als
-Zirone’s naam. Dat was, men moet ’t beamen, slechts eene zwakke
-aanwijzing, maar bij gebrek aan eenige andere, kon zij er toe leiden om
-de wrekers op het spoor van Silas Toronthal en Sarcany te voeren.
-
-Er werd dus tot onverwijld vertrek besloten. Dat was voor Piet Bathory
-althans iets.
-
-Pescadospunt en Kaap Matifou werden gewaarschuwd, dat zij den dokter
-zouden vergezellen en moesten zich gereed houden om op het eerste
-teeken te vertrekken. Pescadospunt vernam toen, wie Silas Toronthal,
-Sarcany en Carpena waren.
-
-„Die schurken!” zei hij. „Ik dacht het wel!.... En in mijne meening heb
-ik mij zelden vergist.”
-
-En tot Kaap Matifou fluisterde hij:
-
-„Gij zult, denk ik, ten tooneele moeten verschijnen. Ik meen dat de
-tijd gaat komen.”
-
-„Weldra?”
-
-De kleine man knikte bevestigend; bedacht zich een oogenblik en
-antwoordde toen:
-
-„Maar wacht op het slotwoord.”
-
-Dienzelfden avond had het vertrek reeds plaats.
-
-De Ferrato lag met stoom op en steeds gereed om zee te kiezen.
-Levensmiddelen waren er steeds aan boord, hare kolenhokken waren steeds
-stampvol, hare kompassen steeds nauwkeurig geregeld, de waterruimen
-gevuld, de kruitkamer goed voorzien.... Het sloeg acht uren toen
-eindelijk het anker gelicht werden en het vaartuig wegstoomde.
-
-Van uit het binnenste gedeelte van de Groote Syrte tot aan de
-zuidelijkste punt van het Sicilië, dat wil zeggen: tot vlak tegenover
-Kaap Portio di Palo, kan gerekend worden op negen honderd mijlen. Om
-dien afstand af te leggen, had het vlugge stoomjacht, wiens snelheid
-achttien mijlen in het uur bedroeg, slechts anderhalf etmaal noodig.
-Dat was waarlijk een kort tijdsbestek.
-
-De Ferrato, die kruiser van de Antekirrtsche zeemacht, was een
-bewonderenswaardig vaartuig. Het was in Frankrijk, op de
-scheepstimmerwerven van de Loire gebouwd, en kon eene daadwerkelijke
-kracht van ongeveer vijftienhonderd paarden ontwikkelen. Zijne ketels
-waren volgens het stelsel Belleville vervaardigd, een stelsel waarbij
-de buizen het water en niet de vlammen van den oven bevatten,—en hadden
-het voordeel van weinig steenkolen te verbruiken, van een schelle
-stoomontwikkeling toe te laten, van gemakkelijk eene verhoogde
-stoomspanning in het leven te roepen, zelfs tot van vijftien en twintig
-kilogrammen, zonder dat gevaar van springen van den ketel te vreezen
-was. De afgewerkte stoom, door zoogenaamde herverwarmers opgevangen,
-werd zoo de krachtdadige agent van eene mechanische werking van eene
-buitengewone spanning en verleende aan het stoomjacht, hoewel het
-minder smal en rank was dan de adviesbooten van de Europeesche
-oorlogssmaldeelen, eene zoodanige snelheid, dat het voor geen dier
-vaartuigen behoefde onder te doen. Het kon zich in waarheid meten met
-de beste van de geheele aarde.
-
-Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat de Ferrato met het
-meest mogelijke comfort ingericht was, en dat zij haren passagiers alle
-gemakken, die maar te bedenken waren, aanbood. Het vaartuig voerde
-bovendien vier stalen kanons van het achterlaadstelsel, die overbanks
-konden vuren, bovendien nog twee revolverkanons van het stelsel
-Hotchkiss en twee Gatling mitrailleuses. Behalve dat, was het voorschip
-nog bewapend met een lang jaagstuk, dat op een afstand van zes
-kilometers een conisch projectiel van dertien centimeter kon
-voortdrijven. Eene zeer eerbiedwaardige bewapening dus.
-
-Het état-major bestond uit een kapitein, een Dalmatiër van geboorte,
-die Köstrik heette, uit een eersten officier, onderbevelhebber, en uit
-twee luitenants ter zee.
-
-De machine werd gedreven door een eersten en een tweeden
-werktuigkundige, door vier stokers, die daarenboven nog bijgestaan
-werden door twee kolenruimwerkers.
-
-Voor den dienst der kombuis en tot bediening der salons en hutten waren
-vooreerst aanwezig: een uitmuntend hofmeester, dan twee koks, ware
-specialiteiten in hun vak, en drie saïs of bijloopers, terwijl de
-bemanning bestond uit een constabel, twee kwartiermeesters en dertig
-matrozen.
-
-In het geheel dus vier officieren en zeven en veertig manschappen, alle
-flinke borsten.
-
-Gedurende de eerste uren werd het verlaten van de baai van Sidra onder
-vrij gunstige omstandigheden volvoerd.
-
-Hoewel de wind tegen was en vrij hard uit het noordwesten blies, zoo
-kon de gezagvoerder van de Ferrato toch eene merkwaardige snelheid
-verleenen en die ook volhouden. Hij kon echter van zijn zeiltuig,
-zooals van fok, fokkemars, fokkebram, grootzeil, grootmars- en
-grootbramzeil en barkzeil geen gebruik maken.
-
-Gedurende den nacht konden dokter Antekirrt en Piet Bathory in hunne
-elkander grenzende hutten, die zij in het achterschip betrokken hadden,
-en Pescadospunt en Kaap Matifou in hunne hutten in het voorschip, de
-meest gewenschte rust genieten, zonder zich te verontrusten over de
-bewegingen van het stoomjacht, dat evenals elk snelvarend vaartuig
-tamelijk slingerde. De slaapplaatsen waren evenwel van veerkrachtige
-toestellen voorzien, die de slingeringen zooveel mogelijk
-neutraliseerden.
-
-Om evenwel der waarheid getrouw te blijven, moet verteld worden dat al
-ontbrak de slaap niet aan de beide gewezen acrobaten, evenwel dokter
-Antekirrt en Piet Bathory ten gevolge van ongerustheid, die zij
-ondervonden, geen oog sloten.
-
-Toen den volgenden ochtend de passagiers op het dek verschenen, waren
-gedurende de twaalf uren, die sedert het vertrek van het eiland
-Antekirrta verstreken waren, meer dan honderdtwintig mijlen afgelegd.
-De bries woei steeds uit denzelfden hoek, namelijk uit het noordwesten,
-en toonde waarlijk neiging, om nog aan te wakkeren. Bij het opkomen der
-zon zag de gezichteinder er somber, dreigend en stormachtig uit,
-terwijl de drukkende dampkring, door den barometer duidelijk
-aangegeven, eene worsteling der elementen deed voorzien.
-
-Pescadospunt en Kaap Matifou wenschten dokter Antekirrt en Piet Bathory
-goeden morgen.
-
-„Dank je, vrienden,” hernam de dokter. „Hebt gij een goeden nacht in
-uwe kooien doorgebracht?”
-
-„Als mollen met een gerust geweten,” antwoordde Pescadospunt vroolijk
-en opgeruimd.
-
-„En heeft Kaap Matifou zijn eerste ontbijt genuttigd? En heeft dat
-gesmaakt?”
-
-„Ja, heer dokter!” antwoordde de reus, „en ik moet bekennen, dat het
-heerlijk was.”
-
-„En wat hebt gij verorberd?” vroeg de dokter belangstellend. „Kom, laat
-hooren.”
-
-„Een soepkom met lekkere koffie gevuld en twee kilogrammen
-scheepsbeschuit.”
-
-„Drommels! Een weinig hard, die beschuit, niet waar,” merkte Piet
-Bathory lachende op.
-
-„Bah! Dat’s kinderwerk voor iemand, die vroeger keisteenen onder het
-eten als versnapering fijnmaalde en verzwolg,” zei Pescadospunt op
-zijne beurt uitschaterende.
-
-Kaap Matifou knikte zachtkens met zijn dik hoofd,—zijn gewone manier om
-met de antwoorden van zijn makker in te stemmen,—en grinnikte heel
-behagelijk.
-
-Intusschen stoomde de Ferrato, op bepaald bevel van dokter Antekirrt,
-volle kracht en deed twee machtige waterkrullen, gekuifd met
-verblindend wit schuim, voor zijn scherpen boeg opsteigeren.
-
-Haast en spoed mochten in het tegenwoordige geval niet anders dan
-voorzichtigheid heeten.
-
-Reeds had kapitein Köstrik zich afgevraagd, en had hij dan ook den
-dokter er over geraadpleegd, of het niet noodig zou wezen om een
-oppertje achter het eiland Malta te zoeken, welks kustlichten, tegen
-acht uur des avonds ongeveer, binnen den gezichtskring moesten
-verschijnen. Een oppertje wordt door de zeelieden genoemd: eene gedekte
-stelling tegen den wind bij noodweer. En inderdaad, de toestand van den
-dampkring werd al meer en meer dreigend.
-
-De barometer daalde onrustbarend, in weerwil van de heerschende
-noordwester bries, die bij het dalen der zon steeds aanwakkerde; dikke
-wolkengevaarten doemden uit het oosten op en verbreidden zich toen
-reeds over drie vierden gedeelten van het uitspansel. Bij den
-gezichteinder, langs de oppervlakte der zee, trok een grauwe band
-voorwaarts, die een loodkleurig aanzien had, en een uitermate matte
-kleur vertoonde, maar zwart als inkt werd, wanneer eene zonnestraal er
-in slaagde, tusschen de scheuren van de wolkenlaag door te glijden.
-Reeds schoten, hoewel nog zonder dondergerommel, scherpe
-bliksemschichten door het luchtruim, als trachtte zij die electrische
-wolkenmassa’s te verscheuren, waarna de bovenrand zich in dikke ronde
-krulvormige koppen met scherp afgebakende grenzen vertoonde.
-
-Terzelfder tijd was het alsof de strijd losbarstte tusschen de westen-
-en oostenwinden, welke laatste in de beneden luchtlagen door de
-menschen nog niet gevoeld werden, maar waarvan reeds de zee, bij hare
-pogingen om haar evenwicht te herstellen, den invloed ondervond.
-
-De golven werden grooter en steigerden tegen de heerschende deining in,
-klotsten en begonnen over het dek van het jacht te krullen. Het werd
-zaak, om aan boord alles vast te zetten, wat gevaar kon loopen over
-boord gespoeld te worden.
-
-Tegen zes uren evenwel viel de nacht in, een zwarte donkere nacht,
-veroorzaakt door het gewelf van donkere wolken, dat het uitspansel van
-het eene einde tot het andere bedekte. De donder begon te grommen en
-schel schitterende bliksemstralen doorkliefden die dikke duisternis,
-maar maakten, doordat zij de oogen verblindden, die duisternis als het
-ware nog donkerder. Onder zoodanige omstandigheden werd de nacht
-ingetreden. De barometer bleef dalen.
-
-„Gij hebt volkomen vrijheid van handelen!” zei dokter Antekirrt tot den
-gezagvoerder.
-
-„Ja. En dat is noodig ook, heer dokter,” antwoordde kapitein Köstrik.
-„Op de Middellandsche zee heeft men steeds met uitersten te doen.
-Uitnemend fraai weder of woeste gevaarlijke storm! Oosten- en
-westenwinden voeren thans krijg om den voorrang, wie de overhand
-behouden zal. En ik vrees, dat met behulp van het onweder de
-eerstbedoelde de overwinning zal behalen. De zee zal zeer woest worden,
-wanneer wij de eilanden Gozzo of Malta zullen zijn te boven gekomen, en
-het is wel mogelijk, dat wij met moeielijkheden te kampen zullen
-hebben. Ik stel u niet voor, om de havenplaats La Valletta aan te doen;
-maar wel om een oppertje, een toevluchtsoord tot hedenavond onder de
-westkust van een der beide genoemde eilanden te zoeken. Wat denkt gij
-er van? Het is inderdaad een goede raad, dien ik u geef.”
-
-„Doet, kapitein, wat gij denkt dat gedaan moet worden,” antwoordde
-dokter Antekirrt, kalm en bedaard.
-
-Het stoomjacht bevond zich toen op ongeveer dertig mijlen ten westen
-van het eiland Malta. Op het eiland Gozzo, dat een weinig ten
-nood-westen van Malta gelegen is, en waarvan het gescheiden wordt door
-twee kanalen, smalle vaarwaters, die door een klein centraal eiland
-gevormd worden, verheft zich een vuurtoren van den eersten rang, die
-een boog verlicht met een straal van zeven en twintig mijlen. Dat
-verlichtingstoestel was dus op een grooten afstand zichtbaar.
-
-In weerwil van de onstuimigheid der zee, moest de Ferrato evenwel
-binnen het tijdsverloop van een uur, binnen den cirkel van dien
-lichtstraal aangekomen zijn. Na den stand van het schip zorgvuldig
-bepaald te hebben, kon de kapitein, zonder evenwel roekeloos te zijn,
-den wal genoegzaam naderen, om daaronder gedurende eenige uren een
-toevluchtsoord te vinden.
-
-Zoo deed kapitein Köstrik, evenwel niet zonder de voorzorg genomen te
-hebben, de snelle vaart van zijn schip te matigen, ten einde iedere
-averij, zoowel aan den romp als aan de machine van de Ferrato, te
-voorkomen. Dat was niets anders dan plicht van een degelijk maar
-voorzichtig zeeman.
-
-Evenwel het gestelde uur verstreek en nog werd de vuurtoren van Gozzo
-niet waargenomen. Het was onmogelijk den wal te ontwaren, hoewel de nok
-van de steile oevers zich hoog boven de oppervlakte der zee verhief.
-Was men uit de goede richting gedwaald? Was men uit den koers geraakt?
-Hoe kon dat mogelijk zijn?
-
-Het onweder woedde toen met volle kracht. Oorverdoovend kraakte de
-donder over de wateroppervlakte, gillend floot de wind door het want.
-
-Een warme regen vloot met stralen neer. De dikke dampen, die den
-gezichteinder benevelden, werden thans door den wind voortgesleurd en
-vlogen door de lucht met eene ongeëvenaarde snelheid. Tusschen de
-scheuren, welke zij lieten ontwaren, schitterden van tijd tot tijd
-plotseling eenige sterren, die evenwel dadelijk uitgedoofd werden;
-terwijl de nevelbanken langs de oppervlakte der zee scheerden en haar
-als met ommetelijke bezems schenen te willen aanvegen. Het waren als
-overgroote spookgestalten, die over de watervlakte voortijlden.
-
-Drie dubbele bliksemstralen troffen soms de deininggolven op drie
-verschillende plaatsen te gelijk en omgaven dan het stoomjacht met een
-bleeke naargeestigen lichtkring, die evenwel spoedig weer uitdoofde,
-terwijl de lucht onder de electrische ontladingen als het ware trilde.
-
-Tot nu toe was de toestand wel zeer moeielijk geweest; maar hij zou nu
-hand over hand onrustbarend worden.
-
-Kapitein Köstrik, die gissen moest, dat hij zich op minstens twintig
-mijlen van en dus binnen het bereik van den vuurtoren van Gozzo moest
-bevinden, durfde het eiland niet verder naderen. Hij begon zelfs te
-vreezen, dat de hoogte der kustlijn hem belette het licht te zien. In
-dat geval zou hij reeds te veel genaderd zijn. En stooten op de
-loodrecht uit zee oprijzende rotsen, die aan den voet van die steile
-oevers aangetroffen worden, dat was het verderf! Dan bleef er geen stuk
-van het vaartuig over. Neen, hoe stevig ook van ijzer en staal
-vervaardigd, daartegen was het niet bestand.
-
-Tegen half tien ongeveer, nam de gezagvoerder het besluit om bij te
-leggen en de machine slechts halve kracht te laten werken. Hij stopte
-niet geheel en al, maar liet de schroefbladen slechts zooveel
-omwentelingen maken, om voldoende stuur in het schip, en den voorsteven
-op de aanrollende golf te kunnen houden. Het vaartuig stampte onder die
-omstandigheden vreeselijk, maar het liep zoo geen gevaar om op het
-strand te worden gezet, en dat was in den bestaanden toestand het
-voornaamste!
-
-Zoo gingen drie uren voorbij en werd ongeveer het middernachtsuur
-bereikt.
-
-Op dat tijdstip verergerde de toestand, toch al zeer hachelijk, nog,
-als het kon.
-
-Zooals dat dikwijls bij zulke onweders geschiedt, hield de strijd
-tusschen de tegenovergestelde winden uit het westen plotseling op. De
-wind kromp snel en keerde naar de kompasstreek terug, waaruit hij den
-geheelen dag geblazen had, maar volvoerde dien sprong met de hevigheid
-van een uitschieter. Zijn geweld, dat gedurende eenige uren door de
-tegenovergestelde luchtstroomingen bedwongen was geweest, trad weer in,
-terwijl de hemel helder werd, het wolkendak scheurde en de sterren
-allerwege zichtbaar werden.
-
-„Een licht, stuurboord vooruit!” riep een der wachthebbende
-manschappen, die in den fokkemast op uitkijk zat.
-
-„Een licht, stuurboord vooruit!” werd door een der wachthebbende
-officieren op het achterschip herhaald.
-
-„Het roer bakboord te boord!” commandeerde kapitein Köstrik, die zich
-van de kust wilde verwijderen. Ook hij had dat licht gezien. De
-tusschenpoozende schitteringen daarvan gaven duidelijk aan, dat het de
-vuurtoren van Gozzo was. Het was waarachtig tijd, om den
-tegenovergestelden kant uit te stevenen; wat de tegenwind ontketende
-met ongekend geweld. De toestand van het schip was inderdaad gevaarvol.
-
-De Ferrato toch bevond zich toen nog slechts op een afstand van twee
-mijlen van de rotspunt, waarop de vuurtoren plotseling verscheen. Het
-was een ijzingwekkend gezicht, dat licht bij dat weer zoo in de
-nabijheid te ontwaren.
-
-De machinist kreeg bevel om de stoomspanning te vermeerderen: maar
-nauwelijks had hij gehoorzaamd, of de machine vertraagde, liet een
-doordringend ratelend geluid hooren, en stond weldra geheel stil.
-
-Dokter Antekirrt, Piet Bathory, het état-major en de geheele bemanning
-waren op het dek in de hevigste spanning en in de verwachting van de
-dingen, die thans komen zouden.
-
-En werkelijk, een ongeval was geschied. De klep van de luchtpomp was
-onklaar geraakt; de condensor werkte een oogenblik onregelmatig en
-spoedig daarna niet meer. Nog eenige omwentelingen, die onder het
-achterschip als kanonschoten weerklonken, en daarna stond de schroef
-stil. Zij was niet meer in beweging te brengen.
-
-Een zoodanig ongeval kon een ramp worden, omdat dit onklaar worden der
-luchtpomp onherstelbaar was, ten minste in de omstandigheden, waarin
-men zich bevond. Die pomp zou uit elkander genomen moeten worden en die
-arbeid zou verscheidene uren vereischt hebben.... en in twintig minuten
-kon het stoomjacht, voortgezweept door de noordwesten-windvlagen,
-gestrand zijn. En op welk rotsig strand dan nog! Ja, de toestand was
-gevaarvol!
-
-„Kluiver hijschen!.... Fok- en marszeilen bijzetten!.... Klaar bij het
-barkzeil!”....
-
-De gegeven bevelen werden door de equipage met vlijt en met
-bewonderenswaardige eenheid uitgevoerd. Dat Pescadospunt met zijne
-vlugheid en Kaap Matifou met zijne kracht meehielpen, zal wel niet
-behoeven gezegd te worden. De katrollen en blokken zouden eerder uit
-elkander gesprongen zijn, dan dat Kaap Matifou zou toegegeven hebben.
-
-Maar de toestand, waarin de Ferrato zich bevond, was intusschen zeer
-gevaarvol te noemen. Een stoomschip met zijne ranke vormen, zijn gebrek
-aan breedte, zijn weinigen diepgang, met zijn in den regel onvoldoend
-zeiltuig, is niet gebouwd om te laveeren. Als het scherp bij den wind
-moet zeilen, loopt het bij stormachtige zee gevaar af te vallen en de
-volle deining dwars in te krijgen, waardoor het in zeer noodlottigen
-toestand geraakt.
-
-En zoo gebeurde het met de Ferrato. Behalve dat het schip groote
-moeielijkheden ondervond bij het zeil zetten, was het onmogelijk om het
-naar het westen door den wind te doen gaan. Langzamerhand viel het af
-en werd naar den voet der rotsachtige kust gedrongen. Weldra scheen er
-niets anders meer over te blijven dan de plek te kiezen, waar de
-stranding onder de minst nadeelige omstandigheden zou kunnen plaats
-vinden.
-
-Ongelukkig was de nacht zoo zwart, dat kapitein Köstrik niets van de
-kustgesteldheid kon ontwaren. Hij wist wel, dat twee vaarwaters ter
-weerszijden van het centraal eilandje, Gozzo van Malta scheidden, het
-eene North Comino en het andere South Comino geheeten. Maar hoe hunne
-monding te midden van die dikke duisternis te vinden? Hoe te midden van
-die woedende zee daarin te stevenen, om een toevluchtsoord op de
-oostkust van het eiland te vinden, om de havenplaats La Valletta te
-bereiken? Was dat wel mogelijk?
-
-Een loods, een vakkundige zou alleen een zoo gevaarvolle manoeuvre
-hebben kunnen beproeven. Maar welke loods, welke visscher zou het bij
-dien dikken dampkring, in dien regen- en nevelachtigen nacht, bij het
-bulderen van dien storm, durven wagen, om naar het in nood verkeerende
-vaartuig te stevenen? Daarop viel immers in het geheel niet te hopen.
-
-Intusschen liet de stoomfluit haar gegil te midden van het
-oorverdoovend gehuil van den stormwind vernemen; terwijl bovendien nog
-drie kanonschoten achtereenvolgens gelost werden.
-
-Plotseling werd aan de landzijde een zwart punt te midden der
-mistvlagen opgemerkt. Het was een klein vaartuig, dat met dicht
-gereefde zeilen naar de Ferrato toestevende. Ongetwijfeld was het een
-visscher, die door den storm genoodzaakt was geworden, in de kleine
-kreek van Melléah een toevlucht te zoeken. Daar had hij, terwijl zijn
-vaartuig, voor de rotsen beveiligd in de bewonderenswaardige
-Calypso-grot, die met de Fingalgrot op de Hebridische eilanden
-vergeleken kan worden, ten anker gelegen had, de alarmfluit en de
-noodschoten van de Ferrato gehoord. Toen die signalen gegeven werden,
-bevond het in nood verkeerend stoomjacht zich reeds zeer nabij de
-branding en stampte en slingerde hevig.
-
-Onmiddellijk had die visscher zonder aarzeling en met gevaar van zijn
-leven zich gehaast, om het stoomjacht, dat reeds gedeeltelijk ontmast
-en onttakeld was, ter hulp te snellen.
-
-Wanneer de Ferrato nog te redden was, dan kon zij het slechts door hem
-worden.
-
-Het visschersvaartuig naderde langzamerhand. Een tros werd aan boord
-gereed gehouden, om den koenen zeevaarder toe te werpen, wanneer hij
-langs boord zoude komen. Zoo gingen eenige minuten voorbij, die
-oneindig lang schenen te duren. Men was toen nog maar op eene halve
-kabellengte van de klippen verwijderd.
-
-De tros werd in dit oogenblik toegeworpen; maar een vreeselijk hooge
-golf tilde toen het vaartuigje op en kwakte het tegen den romp van de
-Ferrato aan. Het werd aan splinters verbrijzeld en de visscher, die
-zich daar aan boord bevond, zou voorzeker omgekomen zijn, wanneer Kaap
-Matifou hem niet gegrepen en met gestrekten arm vastgehouden had. Hij
-zette hem op het dek neer, zooals hij met een kind zoude gedaan hebben.
-
-Toen zonder een woord te uiten,—daartoe zou hij waarlijk ook geen tijd
-gehad hebben,—sprong de visscher op de brug, greep het stuurwiel, en op
-hetzelfde oogenblik dat de Ferrato met zijn voorsteven naar de rotsen
-gericht, er zich op zou gaan verbrijzelen, hield zij af, schoot het
-smalle vaarwater van North Comino in, stevende er met den wind vlak van
-achteren door en bevond zich twintig minuten later achter de oostkust
-van Malta in veiliger en stiller water. Dat was eene koene wending
-geweest, die kalm en zonder aarzeling ten uitvoer gebracht was.
-
-Vervolgens, bij den wind komende, schoor het schip op minder dan een
-halve mijl langs de kust. Toen tegen vier uren de tinten van den
-dageraad ontwaard werden aan den oostelijken gezichteinder, die zich
-over volle zee uitstrekte, stevende ’t het vaarwater in dat naar La
-Valletta voerde, en liet het anker vlak bij de Senglea-kade, dicht bij
-den ingang der militaire haven, vallen. De Ferrato was gered. Uit aller
-borst steeg een zucht van verlichting ten hemel.
-
-Dokter Antekirrt klom toen op de brug en zich tot den jeugdigen zeeman
-wendende:
-
-„Gij hebt ons gered, vriend,” zeide hij, terwijl hij den zeeman de hand
-toereikte.
-
-„Ik heb slechts mijn plicht gedaan,” antwoordde deze op eenvoudigen
-toon.
-
-„Dat is waar, maar met levensgevaar!”
-
-„Wij zeelieden zijn steeds in gevaar, althans als wij ons op zee
-bevinden.”
-
-„Zijt gij loods?” vroeg dokter Antekirrt vervolgens, terwijl hij den
-jongen man scherp aankeek.
-
-„Neen, ik ben slechts visscher,” antwoordde deze, terwijl hij dien blik
-rustig doorstond.
-
-„Des te verdienstelijker is uwe daad!”
-
-„Gij zijt wel goed!.... Maar mij dunkt, dat wanneer men zooveel
-menschenlevens kan redden....”
-
-„En hoe heet gij?”
-
-„Hoe ik heet?”
-
-„Ja! Hoe is uw naam? Gaarne wenschte ik onzen redder nog nader te
-leeren kennen.”
-
-„Mijn naam?.... Luigi Ferrato!”
-
-„Luigi Ferrato!!!” kreet de dokter.
-
-
-
-
-
-
-
-
-IX.
-
-MALTA.
-
-
-Het was dus de zoon van den visscher van Rovigno in Istrië, die daar
-zijn naam aan dokter Antekirrt medegedeeld had. Door een toeval, door
-eene bestiering der Voorzienigheid, was het Luigi Ferrato, wiens
-behendigheid het stoomjacht met zijne passagiers en zijne geheele
-bemanning gered had, gered van een zekeren ondergang! Gered! Ja, toen
-de Ferrato de verderf aanbrengende rotsen reeds nabij was, en er schier
-reeds op zat!
-
-De dokter was op het punt om Luigi om den hals te vliegen, ten einde
-hem in zijne armen te sluiten, hem te omhelzen.... maar hij hield zich
-in.... Hij bedacht zich.... Het zou graaf Mathias Sandorf geweest zijn,
-die zich zoo aan den aandrang van zijne gevoelens van dankbaarheid zou
-overgegeven hebben, en.... graaf Mathias Sandorf was dood, dood zelfs
-voor den zoon van Andreas Ferrato,.... dat mocht hij niet uit het oog
-verliezen.
-
-Maar al was Piet Bathory ook door dezelfde redenen tot dezelfde
-terughoudendheid genoopt, hij zou ze vergeten hebben, wanneer dokter
-Antekirrt hem niet met een blik, met een enkelen oogopslag weerhouden
-had. Beiden daalden vervolgens de sierlijke trap van het achterschip af
-en gingen naar het salon, waarheen Luigi uitgenoodigd werd hen te
-volgen.
-
-Toen zij daar aangekomen waren, wees hem de eigenaar van het schip een
-stoel en vroeg hem:
-
-„Mijn vriend, zijt gij de zoon van een visscher, die in vroegere jaren
-te Rovigno in Istrië woonde?”
-
-„Ja, mijnheer,” antwoordde de jonge zeeman, terwijl hij dokter
-Antekirrt met open blik aankeek.
-
-„Die Andreas Ferrato heette?” was de tweede vraag van den dokter, die
-dat gelaat welgevallig gadesloeg.
-
-„Ja, mijnheer, mijn goede vader heette Andreas Ferrato. Hij was een
-Corsikaan van geboorte.”
-
-„Hadt gij niet een zuster?”.... ging dokter Antekirrt met zijn
-onderzoek voort.
-
-„Voorzeker, wij wonen te zamen, hier op het eiland te La Valletta, in
-de Manderaggio.”
-
-„Hoe heet uwe zuster?”
-
-„Zij heet Maria.—Maar”, vroeg hij met eene merkbare aarzeling in zijne
-stem, „hebt gij mijn vader gekend?”
-
-„Uwen vader!....” antwoordde dokter Antekirrt en stokte, alsof hij zich
-bedacht.
-
-Luigi Ferrato keek hem verwonderd aan. Hij kon zich die aarzeling niet
-goed verklaren.
-
-„Uw vader,” ging de dokter eindelijk voort, „had eens—het is nu
-vijftien jaren geleden—eene schuilplaats in zijn woning te Rovigno
-verleend aan twee vluchtelingen. Die rampzaligen, die door zijne
-opoffering en toewijding niet konden gered worden, behoorden tot mijne
-vrienden, maar die toewijding heeft Andreas Ferrato de vrijheid en het
-leven gekost, daar hij ter zake van zijne menschlievende handeling naar
-het bagno van Stein gezonden werd, waar hij gestorven is....”
-
-„Ja, hij is gestorven,” antwoordde Luigi, „maar zonder een oogenblik
-berouw gevoeld te hebben over hetgeen hij gedaan heeft.”
-
-Antekirrt keek hem met doordringenden blik in de oogen en was op het
-punt iets te vragen.
-
-„Dat kan ik betuigen, heer dokter,” voegde de jonge visscher er bij,
-zonder den blik neer te slaan.
-
-De dokter greep den jongen man bij de hand, klemde die met de grootste
-aandoening in de zijne.
-
-„Luigi,” sprak hij, „mij hebben mijne vrienden de taak achtergelaten,
-om die schuld der dankbaarheid, die zij jegens uwen vader aangegaan
-hebben, te delgen, wel te verstaan, wanneer zulks mogelijk ware. Sedert
-vele jaren heb ik getracht te vernemen, wat van u en uwe zuster Maria
-geworden was. Ik heb daartoe inderdaad hemel en aarde bewogen. Helaas,
-alles te vergeefs! Sedert uw vertrek van Rovigno had men uw spoor
-verloren en was dat maar niet terug te vinden. Dat God dus gedankt en
-geprezen zij, dat Hij u ter onzer redding hierheen zond! Het vaartuig,
-dat gij onder zoo gevaarvolle omstandigheden binnengeloodst hebt,
-draagt den naam van Ferrato ter herinnering aan de moedige daad van
-Andreas Ferrato, uwen vader!.... Mijn kind, mijn jongen, laat ik u
-omhelzen! Laat ik den zoon van zulk een edel vader aan mijn hart
-klemmen!”
-
-En terwijl dokter Antekirrt hem aan zijne borst drukte, voelde Luigi de
-tranen in zijne oogen schieten.
-
-Bij dat roerende tooneel kon Piet Bathory zich ook niet meer bedwingen.
-Het was eene ontspanning van zijn geheel zielsbestaan, eene uitstorting
-van zijn geheele wezen, van heilige gevoelens, die hem naar dien jongen
-man, die nagenoeg van zijn leeftijd was, naar dien braven zoon van den
-visscher van Rovigno heensleurden. Op zijne beurt trad hij dan ook op
-den jongen visscher toe.
-
-„En ik!.... en ik dan!....” riep hij met uitgestrekte armen uit. „En
-ik!.... en ik dan!....”
-
-„Gij.... mijnheer?” vroeg Luigi bedremmeld, terwijl hij dien derden
-persoon in het gesprek verwonderd aankeek.
-
-„Ja, ik.... ik de zoon van Stephanus Bathory! Ik, de zoon van een der
-martelaren!”
-
-„Piet! Piet!” riep de dokter uit. Hij stak de hand uit, alsof hij
-Bathory’s mond wilde sluiten.
-
-Maar het was reeds te laat; de beide jongelieden lagen in elkaars
-armen. Snikkend omhelsden zij elkander.
-
-Zou dokter Antekirrt de bekentenis betreurd hebben, die aan Piet
-Bathory ontsnapt was?
-
-Neen, volstrekt niet! Luigi Ferrato zou niet minder goed een geheim
-weten te bewaren, dan dat Pescadospunt en Kaap Matifou deden. Aan zijn
-uiterlijk was onmiskenbaar te zien, dat men met een eerlijk man te doen
-had.
-
-Aan Luigi werd toen alles medegedeeld, en vooral vernam hij welk doel
-dokter Antekirrt najoeg.
-
-Een enkele bijzonderheid werd voor den jeugdigen visscher verzwegen,
-namelijk dat hij zich in tegenwoordigheid van graaf Mathias Sandorf
-bevond. Dat behoefde hij vooreerst niet te weten.
-
-De dokter verlangde dadelijk bij Maria Ferrato gebracht te worden. Hij
-was ongeduldig om haar weer te zien; maar vooral om haar in haar
-karakter, in haar handel en wandel gade te slaan en te leeren kennen.
-Haar leven was ongetwijfeld een ellendig bestaan, daar zij door den
-dood van Andreas op zeer jeugdigen leeftijd zonder vermogen, zonder
-bijstand met een jongeren broeder ten hare laste achtergebleven was.
-Voor dien knaap, die te jong was om het verlies te beseffen, dat de
-beide kinderen geleden hadden, had zij vlijtig en onafgebroken moeten
-werken.
-
-„Dat is goed, heer dokter” antwoordde Luigi, „laten wij dadelijk
-ontschepen, daar gij zulks verlangt. Maria moet thans zeer ongerust
-over mij zijn. Het is meer dan acht en veertig uren geleden, ja,
-waarlijk, meer dan twee etmalen, dat ik haar verlaten heb, om in de
-kreek van Melléah te gaan visschen, en zij kan meenen, dat mij
-gedurende den storm van heden nacht een ongeluk overkomen is! Het is
-inderdaad meer dan tijd, dat ik mij naar huis moet spoeden!”
-
-„Houdt gij veel van uwe zuster?” vroeg dokter Antekirrt, aangedaan door
-den innig bewogen toon, waarop die woorden door den jongen Luigi
-uitgesproken waren.
-
-„Zou ik niet, heer dokter?” antwoordde de jonge visscher, met iets
-vochtigs in de oogen.
-
-„Zij is dan goed voor u?”
-
-„Zij is mijne moeder en mijne zuster tegelijkertijd! En dat is zij mijn
-geheele leven lang geweest.”
-
-Het eiland Malta, dat op ongeveer honderd kilometer van Sicilië gelegen
-is, behoort, geographisch gesproken, eerder tot Afrika dan tot Europa,
-hoewel het daarvan op twee honderd vijftig kilometers verwijderd ligt.
-Dat is een vraagstuk, hetwelk tot hartstochtelijke betoogen van den
-kant der aardrijkskundigen geleid heeft, en daartoe nog zeer lang
-aanleiding geven zal.
-
-Maar wat er ook van aan zij, nadat het door Karel den Vijfde aan de
-Hospitaal-ridders geschonken was, die door Sultan Soleiman van het
-eiland Rhodos verjaagd waren, en zich toen onder den naam van
-Malta-ridders vereenigden, behoort het nu aan de Engelschen, wien men
-het waarachtig moeielijk ontnemen zal, zoo sterk hebben die het
-gemaakt.
-
-Malta is een eiland, dat ruim acht en twintig kilometer lang en
-ongeveer zestien breed is. Het heeft La Valletta, met zijne ap- en
-dependentiën, tot hoofdstad en bezit vele andere steden, dorpen,
-gehuchten en vlekken, zooals de stad der voornamen of Citta
-Vecchia—eene soort van heilig woonoord, dat tijdens de ridders de zetel
-van den bisschop was;—verder Bosquetto, Dinghi, Zebug, Itardo,
-Berkercara, Luca, Farrugi, enz. enz. Het eiland is in zijn oostelijk
-gedeelte vrij vruchtbaar; daarentegen zeer onvruchtbaar in het
-westelijk gedeelte, zoodat dit een opmerkelijk contrast daarstelt,
-hetwelk zich merkbaar maar uiterst natuurlijk vertolkt, door de
-meerdere dichtheid zijner bevolking in het oosten.
-
-Die bevolking evenwel bedraagt hoogstens slechts honderd duizend
-inwoners.
-
-Wat de natuur voor dat eiland gedaan heeft, door in zijne kuststrooken
-vier of vijf havenkommen, die onder de fraaiste der geheele wereld
-kunnen gerekend worden, in te snijden, overtreft alles wat het sterkste
-brein zou kunnen uitdenken. Overal water, overal vooruitspringende
-punten, overal kapen en voorgebergten, overal hoogten geheel gereed om
-met vestingwerken, met redouten, met lunetten, met halvemanen en met
-batterijen overdekt te worden. De tempelridders hadden er dan ook reeds
-een oord van gemaakt, dat zeer moeielijk te veroveren zou zijn geweest;
-maar de Engelschen die het op listige wijze verkregen en het, in
-weerwil van het verdrag van Amiens, behouden hebben, hebben het geheel
-met militaire werken overdekt en derhalve volkomen onneembaar gemaakt.
-
-Geen pantserschip kan, naar het schijnt, de toegangen van de vaarwaters
-van de Groote Mars of van de groote haven, evenmin als die van de
-Quarantaine of Mars-Muscatto forceeren. Daarenboven zoo’n schip zoude
-daartoe moeten kunnen naderen; maar thans staan aan de zeezijde twee
-kanonnen van honderd tonnen in batterij, die met hunne hydraulische
-werktuigen, om de lading te vergemakkelijken, en het richten te
-verzekeren, een projectiel van negen honderd kilogrammen op een afstand
-van vijftien kilometers schieten. Een kleine waarschuwing voor de
-Staten, die het betreuren, dat dit bewonderenswaardige station, hetwelk
-het middengedeelte der Middellandsche Zee beheerscht en dat al de
-vloten en smaldeelen van het Vereenigde Koninkrijk kan bevatten, in
-handen der Engelschen is gebleven.
-
-Zeker zijn er bij zulk een staat van zaken Engelschen te Malta. Evenwel
-niet veel.
-
-Er is een gouverneur-generaal, die in het oude paleis van den
-Grootmeester der Orde van de Maltezer ridders gevestigd is; er is een
-admiraal, bevelvoerder der marine en der havenplaatsen; men treft er
-ook een garnizoen van vijf of zes duizend manschappen aan. Men vindt er
-ook Italianen, die er zich zoo gaarne te huis zouden willen gevoelen;
-vervolgens ook nog eene vlottende bevolking, die cosmopoliet is als die
-van Gibraltar; en eindelijk zijn er ook nog de Maltezers.
-
-De Maltezers zijn Afrikanen. Dat is buiten kijf. In de havenkommen
-varen zij met hunne vaartuigen, die veelkleurig beschilderd, bevlagd en
-bewimpeld zijn; in de straten rijden zij met hunne rijtuigen langs
-wegen met duizelingwekkende hellingen; op de markten verkoopen zij
-vruchten, groenten, vleeschsoorten, visch, enz., en dat alles onder de
-bescherming van een lampje ter eere van een bont geschilderd
-heiligenbeeld en te midden van een oorverdoovend spectakel.
-
-Men zou zeggen, dat daar alle mannen op elkander gelijken. Zij bezitten
-dezelfde gebruinde huidskleur, dezelfde zwarte eenigszins gekroesde
-haren, dezelfde vurige oogen, dezelfde middelmatige maar stevige en
-krachtige gestalte, dezelfde gebogen neus, die onwillekeurig aan het
-Semitische ras doet denken; dezelfde fijne dunne lippen, die zich onder
-een vrij langen knevel verschuilen.
-
-Men zou zweren, dat alle vrouwen tot een en dezelfde verwantschap
-behooren, met hare groote oogen met lange wimpers, met haren donkeren
-haardos, met hare bekoorlijke handen, met hare fijn gevormde beenen,
-met haar lenig keurs, met hare zekere soort van „morbidessa”, gepaard
-aan eene blanke huidskleur, welke door de zon onder hare „falzetta,”
-een soort van manteltje van zwarte zijde, geheel naar de Tunische mode
-opgemaakt, en door alle klassen gedragen en tegelijkertijd tot kapsel,
-mantilje en zelfs tot waaier dienende, niet gebruind wordt.
-
-De Maltezers bezitten in de volste mate het meest uitgebreide
-koopmansinstinct. Men ontmoet ze overal, waar wat te koopen of te
-verkoopen valt. Zij zijn arbeidzaam, spaarzaam, zuinig, nijver, matig;
-maar daartegenover zijn zij ook heftig, wraakzuchtig en jaloersch.
-Vooral het mindere volk geeft den opmerker gelegenheid hunnen volksaard
-gade te kunnen slaan. Zij spreken een soort plat taaleigen, waarvan het
-grondbestanddeel uit de Arabische taal bestaat, als een overblijfsel
-van de overheersching, die den val van het Romeinsche Keizerrijk ten
-gevolge had. Dat taaleigen is levendig, bezielend, schilderachtig en
-leent zich uitstekend tot overdrachtelijke uitdrukkingen, tot
-beeldspraak en vooral tot dichterlijke omschrijvingen. Het zijn
-onovertroffen zeelieden, wanneer men er in slaagt, hen in dienst te
-houden, en stoutmoedige visschers, die door de veelvuldige stormen in
-die zeeën gehard en met het gevaar volkomen vertrouwd gemaakt zijn.
-
-Op dat eiland oefende Luigi thans zijn ambacht met dezelfde
-stoutmoedigheid uit, alsof hij Maltezer van geboorte ware, en het was
-daar dat hij nu sedert bijna vijftien jaren met zijne zuster Maria
-Ferrato woonde.
-
-La Valletta en hare onderhoorigheden, werd hierboven gezegd. En
-terecht, want er bestaan inderdaad zes steden op zijn minst, die zich
-achtereenvolgens langs de beide havenkommen van de Groote Mars en van
-de Quarantaine uitstrekken. Floriana, La Senglea, La Cospiqua, La
-Vittoriosa, La Sliema, La Misida zijn niet als voorsteden te
-beschouwen; men kan ze zelfs geen huizengroepen noemen die slechts door
-de behoeftige of arbeidende klasse bewoond zouden zijn. Neen, het zijn
-ware steden, met prachtige woningen, met hôtels en met kerken en
-kapellen, die iedere hoofdstad in het geheel geen oneer zouden aandoen.
-De geheele hoofdstad La Valletta telt vijf en twintig duizend zielen en
-biedt den verwonderden reizigers paleizen ter bewoning aan, die de
-„herbergen” van Provence, van Castilië, van Auvergne, van Italië en van
-Frankrijk genoemd worden. Grootscher en weelderiger kan het waarlijk
-niet! Het is evenwel slechts vervlogen grootheid.
-
-Daar te La Valletta woonden dus broeder en zuster. Het ware evenwel
-juister uitgedrukt: onder La Valletta; want zij bewoonden een soort
-onderaardsch kwartier, de Manderaggio geheeten, wiens ingang in de
-Strada San Marco aangetroffen wordt, en onder den beganen grond voert.
-
-Daar was het hun gelukt, een verblijf te vinden, dat met hun schamel
-inkomen overeenkwam, en daar in dat krot bracht Luigi dokter Antekirrt
-en Piet Bathory, zoodra het stoomjacht ten anker was gekomen.
-
-Alle drie ontscheepten, nadat zij honderden vaartuigen afgewezen
-hadden, die hen met dienstaanbiedingen overlaadden en lastig vielen, op
-de kade van de groote Mars-haven.
-
-Zij traden toen de Marine-poort binnen en werden als het ware verdoofd
-door het geklingel en getjangel van verscheidene carillons, alsook door
-het geklep van verscheidene klokken, die als het ware de hoofdstad van
-het eiland Malta in een geluidrijken dampkring hullen. Nadat zij onder
-het dubbel gecasemateerde fort waren doorgegaan, hetwelk den
-hoofdingang verdedigt, klommen zij weer langs eene scherpe helling naar
-boven en sloegen een smalle straat in, die in den vorm van een trap
-langzaam naar boven steeg. Tusschen hooge huizen met groene
-vensterluiken, miradore’s en met nissen, waarin voor heiligenbeelden
-lampen ontstoken waren, kwamen zij tot voor de cathedraalkerk van Sint
-Jan, die te midden van het meest geraasmakende kwartier van het
-luidruchtigste volk der wereld gelegen is.
-
-Toen zij den nok van dien heuvel, zoowat ter hoogte van de cathedraal
-bereikt hadden, daalden zij weder en sloegen den weg in, die naar de
-Quarantaine-haven voerde. Daarna sloegen zij de Strada San Marco in, en
-hielden ter halverwege de helling voor een trap halt, die rechtsaf naar
-de onderaardsche diepten der stad voerde.
-
-De Manderaggio is een stadskwartier, dat zich tot onder de wallen
-uitstrekt. Het heeft uiterst smalle straten, waarin de zon nimmer kan
-doordringen, hooge bruin-geelachtige muren, die met duizenden gaten
-doorboord zijn, welke den dienst van vensters moeten verrichten en
-waarvan een gedeelte aan de lucht vrijen toegang verleent, terwijl de
-anderen zwaar getralied zijn. Overal wenteltrappen, die naar wezenlijke
-mestvaalten afdalen, lage deuren, vochtig en smerig, als die der huizen
-eener Kasbah, ravijn-achtige mijngangen, sombere tunnels, die den naam
-van slop niet zouden verdienen. En bij al die openingen, bij al die
-luiken, bij al die vensters, op al die uit ’t lood hangende portalen,
-op al die wankelende traptreden krioelde eene afschrikwekkende
-bevolking: oude vrouwen met troniën als tooverkollen, moeders met bleek
-bloedarmig gelaat, verzwakt en uitgeteerd door den kwaden, stinkenden
-dampkring; meisjes van iederen leeftijd, schier half naakt en slechts
-in vodden en lompen gehuld, jonge ziekelijke kerels, die zich ook half
-naakt in de afzichtelijke modder wentelden; bedelaars, die de meest
-mogelijke, verscheidenheid van walgelijke wonden, of de meest
-afschuwwekkende wanstaltigheden te zien gaven, om maar tot medelijden
-en tot milddadigheid op te wekken; mannen, lastdragers of visschers,
-allen met woeste gelaatstrekken en dan ook in staat om iedere misdaad
-te begaan of iederen arbeid, hoe vies ook, te ondernemen. Te midden van
-dat wanstaltig gekrioel, stapten deftig eenige flegmatieke
-politiedienaren, die aan die onverkwikkelijke omgeving niet alleen
-gewoon, maar daarmede vertrouwd geraakt waren en daarmede omgingen als
-ware het geen modder. Een ware Cour des Miracles, zooals Parijs in de
-middeleeuwen te zien gaf, maar thans overgebracht te midden der meest
-verbazingwekkende omgeving, welks vertakkingen uitkwamen op de
-getraliede openingen, die in de dikte der muren gebroken waren en
-uitzicht verleenden op de Quarantaine-kade, die in het verblindend
-zonlicht lag te schitteren en frissche lucht, door de heerlijke
-zeebries aangebracht, genoot.
-
-In een der afzichtelijke woningen van dit kwartier, op de bovenste
-verdieping daarvan, woonden Maria en Luigi Ferrato. Daar hadden zij
-slechts twee vertrekken. Meer konden zij niet bekostigen.
-
-Dokter Antekirrt werd wel is waar getroffen door de armoede, die dat
-ellendige verblijf verried, maar ook door de netheid en reinheid, die
-er in weerwil van die ellende heerschten. Men vond er overal de hand in
-terug van de zorgzame huismoeder, die vroeger aan het hoofd van het
-huis van den visscher van Rovigno stond. Waarlijk, Maria Ferrato deed
-hare moeder geen oneer aan.
-
-Toen de dokter en Piet Bathory binnentraden, stond Maria op, en op
-haren broeder toetredende:
-
-„Mijn jongen!.... Mijn Luigi!” riep zij vroolijk uit. „Waar zijt gij
-toch zoo lang gebleven?”
-
-Men begrijpt, hoe groot hare angsten moesten zijn geweest gedurende
-dien stormachtigen nacht.
-
-Luigi omhelsde zijne zuster en stelde haar de personen voor, die hem
-vergezelden.
-
-Dokter Antekirrt vertelde met weinige woorden en zoo beknopt mogelijk,
-onder welke omstandigheden Luigi zijn leven gewaagd had om een schip in
-nood te hulp te komen. Toen dat verhaal geëindigd was, noemde hij den
-naam van Piet, den zoon van Stephanus Bathory en sloeg daarbij het
-meisje aandachtig gade.
-
-Terwijl de dokter sprak, bekeek Maria hem met zooveel oplettendheid,
-met zooveel geroerdheid zelfs, dat de dokter de vrees voelde ontkiemen,
-dat zij geraden had, dat hij graaf Mathias Sandorf was.
-
-Maar dat was slechts als een bliksemschicht, die even snel, even
-spoedig in de schoone oogen van het jonge meisje uitdoofde, als hij
-verschenen was. Hoe zou zij na een tijdsverloop van vijftien jaren den
-persoon herkend hebben, die slechts gedurende weinige uren de gast van
-haren vader geweest was? Daarenboven was zij toen nog maar een kind te
-noemen.
-
-De dochter van Andreas Ferrato was nu drie en dertig jaren oud. Zij was
-nog steeds zeer schoon, zoowel door de zuiverheid van de lijnen harer
-gelaatstrekken als door de vurigheid van hare groote oogen. Eenige
-zilverdraden te midden van haren gitzwarten haardos verkondigden
-genoegzaam, dat zij meer van de hardheid van het noodlot geleden had,
-dan dat zij gebukt ging onder den last der jaren. De ouderdom kon
-natuurlijk niet in rekening gebracht worden bij het beschouwen van die
-vroegtijdige verkleuring van haren. Die was te wijten aan de moeite,
-aan de rampen, aan het lijden, aan de ontberingen, die sedert den dood
-van den visscher van Rovigno, het hoofd moesten geboden worden. En
-waarlijk, het meisje had sedert dien ongelukkigen stond treurige dagen
-doorgebracht.
-
-„Uwe toekomst en die van Luigi zijn thans onze zaak,” zei dokter
-Antekirrt bij het eindigen van zijn verhaal. „Thans zult gij onbezorgd
-het leven kunnen genieten.”
-
-Beide kinderen van Andreas Ferrato glimlachten en keken de twee mannen
-hoopvol aan.
-
-„Waren mijne vrienden niet de schuldenaars van uwen vader?” sprak
-dokter Antekirrt met aandoening.
-
-„Dat waren zij!” antwoordde Piet Bathory met ernstige stem. „Dat valt
-niet te ontkennen.”
-
-„Gij zult dus toestaan, Maria,” vroeg dokter Antekirrt, „dat Luigi ons
-niet meer verlaat?”
-
-„Heeren,” antwoordde Maria, „mijn broeder heeft slechts volvoerd, wat
-hij doen moest.”
-
-Luigi knikte met het hoofd. Zijne zuster gaf zijne gedachten in woorden
-vorm.
-
-„Hij heeft slechts zijn plicht gedaan,” ging zij voort, „toen hij u ter
-hulp snelde, en ik dank den hemel, dat hem die goede gedachte werd
-ingegeven. Hij is de zoon van een man, die slechts ééne zaak ter wereld
-kende, namelijk: zijn plicht; en die bij het volvoeren van dien plicht
-het leven verloren heeft.”
-
-„En wij kennen ook slechts één plicht, niet waar, Piet Bathory,” sprak
-dokter Antekirrt bewogen, „namelijk dat het onze plicht en ons recht is
-daarenboven, om onze dankbaarheidsschuld te kwijten aan de kinderen van
-hem, die....”
-
-Hij bleef steken. Zijne aandoening overmeesterde hem. Hij kon niet
-verder. Het was of zijn keel dichtgeschroefd was.
-
-Maria keek hem op nieuw oplettend aan en die blik doorboorde hem als
-het ware. Hij meende te veel gezegd te hebben, waarlijk dat jonge
-meisje scheen hem te herkennen. Althans zij bracht hem geheel van
-streek.
-
-„Maria,” hernam toen Piet Bathory, „gij zult Luigi toch niet willen
-beletten, mijn broeder te zijn?”
-
-„En gij, gij zult niet weigeren mijne dochter te zijn?” vulde dokter
-Antekirrt aan, terwijl hij haar de hand toestak.
-
-Maria moest toen haren levensloop van af hun vertrek van Rovigno
-verhalen, hoe haar bestaan door de bespieding der Oostenrijksche
-agenten en spionnen ondragelijk gemaakt werd; waarom zij op de gedachte
-gekomen was, om naar Malta te trekken, waar Luigi gelegenheid zoude
-vinden, om zich, terwijl hij visscher bleef, in het zeemansvak al meer
-en meer te bekwamen. Dat alles verhaalde de wakkere zuster; zoo ook hoe
-zij die lange, lange jaren doorgebracht hadden, die voor hen beiden een
-eindeloozen en hopeloozen strijd vertegenwoordigden tegen de ellende;
-want het weinige, dat zij bezeten hadden, was al zeer spoedig verteerd.
-
-Maar Luigi wedijverde weldra niet alleen in stoutmoedigheid, maar ook
-in behendigheid met de Maltezers, wier roem als koene zeelieden overal
-langs de boorden der Middellandsche zee verspreid is.
-
-Evenals die mannen was Luigi een bewonderenswaardig zwemmer, zoodat hij
-zich inderdaad zou hebben kunnen meten met dien befaamden Nicolo
-Pescci, geboren te La Valletta, die, zoo als verhaald wordt, depêches
-bracht van Napels naar Palermo, terwijl hij de Eolische zee moest
-overzwemmen en daarbij geen andere bakens had, om zich op te richten,
-dan het eiland Stromboli, dat hij links moest laten liggen, en de Monte
-Peregrino, waarop hij rechtstreeks af moest gaan. Hij vond het dan ook
-niets moeilijk, om jacht te maken op die watervogels en wilde duiven,
-wier nesten gezocht moesten worden binnen de onbereikbare grotten,
-welker nadering door de branding der zee steeds zoo gevaarlijk, soms
-geheel onmogelijk gemaakt wordt.
-
-Luigi was een stoutmoedig visscher. Nimmer was hij met zijn vaartuig
-teruggedeinsd voor eene windvlaag of voor een uitschieter, wanneer het
-gold zijne netten te gaan werpen of zijne vischlijnen uit te zetten. En
-het was onder die omstandigheden, dat hij zich den vorigen nacht in
-eene kreek van het eiland Melléah voor den storm had moeten bergen,
-toen hij de signalen vernam van het stoomjacht, dat inderdaad in
-vreeselijken nood verkeerde.
-
-Maar te Malta zijn de zeevogels, de visschen, de schelpdieren, de
-weekdieren zoo overvloedig, dat dit zijn invloed op de prijzen doet
-gevoelen, zoodat het visschersbedrijf daar geen voordeelig baantje kan
-genoemd worden. In weerwil van al zijn vlijt en al zijne inspanning had
-Luigi dan ook veel moeite, om in de behoeften van het kleine huisgezin
-te voorzien, hoewel Maria van haren kant hem wakker ter zijde stond,
-door zich vlijtig met naaiwerk onledig te houden. Om het zeer
-bescheiden budget te kunnen bestrijden, hadden die beiden dan ook hunne
-toevlucht in het kwartier Manderaggio moeten zoeken, waar de onkosten
-voor huishuur uiterst bescheiden waren. En dat kwam hen wel te pas.
-
-Terwijl Maria dien levensloop verhaalde, kwam Luigi uit zijne kamer,
-waarbinnen hij voor een oogenblik getreden was, en hield een brief in
-de hand. Het waren de weinige regelen, die Andreas Ferrato vóór zijn
-verscheiden geschreven had.
-
-„Maria,” werd daarin gezegd, „op mijn doodbed beveel ik u uwen broeder
-aan! Weldra zal hij niemand anders meer bezitten in de wereld, om voor
-hem te zorgen, dan u. Over hetgeen ik gedaan heb, lieve kinderen,
-gevoel ik geen berouw hoegenaamd; tenzij de teleurstelling als zoodanig
-opgenomen kan worden, dat ik in mijne poging niet geslaagd ben, zelfs
-met opoffering van mijne vrijheid en van mijn leven, om hen te redden,
-die zich aan mij toevertrouwd hebben! Wat ik gedaan heb, zou ik thans
-nog doen.
-
-„Vergeet nimmer uwen vader, die alvorens naar hoogere gewesten over te
-gaan, niet nalaten kan, u nogmaals een bewijs van zijn liefde te doen
-toekomen! Maria, verlies uwen broeder nimmer uit het oog! Vergeet uwen
-vader niet!
-
- „Andreas Ferrato”.
-
-Bij het lezen van dat briefje kon Piet Bathory zijne aandoening niet
-weerhouden en deed daartoe dan ook geene pogingen. Dokter Antekirrt
-wendde het gelaat af, om aan den doordringenden blik van Maria, die hem
-als het ware zocht, te ontkomen.
-
-„Luigi!” sprak hij plotseling met eene gemaakte ruwheid in den toon
-zijner stem, die de anderen deed opzien.
-
-„Wat verlangt gij van mij?” vroeg de jeugdige visscher.
-
-„Uw vaartuig is bij het aan boord loopen van het jacht dezen nacht
-verbrijzeld geworden, niet waar?”
-
-„Het was reeds oud en versleten, heer dokter,” antwoordde de jonge
-zeeman verontschuldigend.
-
-„Maar, toch.... Het was uwe eenige bezitting, niet waar? Uwe
-broodwinning?”
-
-„Voor ieder ander dan voor mij zou het geen noemenswaardig verlies
-zijn,” antwoordde Luigi.
-
-„Dat kan zijn, Luigi. Maar juist, juist voor u is het zeker een groot
-verlies.”
-
-„Het is zoo, heer. Maar wat is daaraan te doen? Het is hier de plaats
-om te zeggen: de Heer heeft gegeven....”
-
-„Maar gij zult mij veroorlooven, om dat gezonken vaartuig door een
-ander te vervangen.”
-
-„Door een ander? Maar, heer dokter, het was oud en versleten. En daarom
-mag ik....”
-
-„Zwijg,.... ja,.... door een ander, en wel door dat, hetgeen gij gered
-hebt. Dat zal wel de beste oplossing zijn.”
-
-„Wat.... gij wilt?.... Maar zoo iets is niet mogelijk!.... Zoo iets is
-ongehoord!....”
-
-„Wilt gij eerste officier zijn aan boord van de Ferrato?.... Wilt ge?”
-
-„Maar. Hoe kan dat?”
-
-„Ik heb een man noodig,” ging dokter Antekirrt voort, „die jong,
-ijverig en goed zeeman is.”
-
-„Maar, heer dokter!....” herhaalde de jonge zeeman met verrukten blik,
-maar met twijfel in zijne stem.
-
-„Neem aan, Luigi, neem aan! neem aan!” riep Piet Bathory uit. „Neem
-aan, Luigi!.... Wat de dokter u biedt, is welgemeend.”
-
-„Maar.... mijne zuster?....” prevelde de zeeman nog tegenspartelende.
-„Mijne zuster?....”
-
-„Ja juist, zijne zuster?....” vroeg Piet Bathory op zijn beurt.
-
-„Waar moet die blijven?”
-
-„Uwe zuster,” antwoordde de dokter, „zal deel uitmaken van die groote
-familie, die te Antekirrta gevestigd is. Uw beider bestaan, uw lot
-behoort mij voortaan, en ik zal het zoo gelukkig maken, dat gij,
-behalve het verlies van uwen vader, niets ten opzichte van het verleden
-te betreuren zult hebben. Hebt gij beiden goed verstaan?”
-
-„Heer dokter!” riep Maria uit. „Is het mogelijk?.... Zoo’n
-toekomst!.... En dat voor ons?....”
-
-„Heer dokter!” sprak Luigi, zonder zijne aandoening te kunnen
-bedwingen, waartoe hij trouwens geen moeite aanwendde.
-
-Hij greep hartstochtelijk de handen van dokter Antekirrt, drukte ze,
-kuste ze, terwijl zijne zuster Maria hare dankbaarheid slechts door
-hare tranen kon toonen, die dan ook overvloedig vloeiden.
-
-„Heer dokter!” herhaalden beiden, terwijl zij hem bewogen de hand
-drukten.
-
-„Ik wacht u morgen aan boord!” zei dokter Antekirrt, terwijl hij zich
-aan die dankbaarheidsbewijzen ontwrong.
-
-„Morgen?”
-
-„Ja,” knikte dokter Antekirrt, zonder een enkel woord te kunnen
-spreken.
-
-En onvermogend om zijne aandoening langer te bedwingen, stormde hij het
-vertrek uit, na eerst Piet Bathory een teeken gegeven te hebben, om hem
-dadelijk te volgen.
-
-„Oh!” zei hij toen hij buiten was tot dezen, „zulke oogenblikken zijn
-heerlijk, mijn zoon!....”
-
-„Ja, heerlijk!” bevestigde Piet. „Vooral, niet waar, nu het zulke edele
-harten geldt.”
-
-„En wat doet het goed, te kunnen beloonen!” vulde dokter Antekirrt aan.
-
-„Ja, beter dan te moeten straffen! Och, dat het in de wereld niet
-anders ware!”
-
-„Dat is waar!.... Dat zou wenschelijk zijn. Maar.... waar noodig, moet
-gestraft worden!” antwoordde dokter Antekirrt ernstig.
-
-Den volgenden ochtend zat de dokter aan boord Maria en Luigi Ferrato af
-te wachten.
-
-Kapitein Köstrik had reeds alle noodige beschikkingen getroffen, opdat
-de herstellingen aan de machine van het stoomjacht binnen den kortst
-mogelijken tijd en zonder uitstel of vertraging te ondervinden,
-uitgevoerd werden. Dank zij de hulp van de heeren Samuel Grech en Cie.,
-scheepsagenten, wonende op de Strada Levante te La Valletta, aan welke
-firma het schip geconsigneerd was geweest, spoedde de arbeid
-onvertraagd voort. Toch werden vijf of zes dagen voor die herstelling
-vereischt; want men moest de luchtpomp geheel en al, en de condensor,
-wiens pijpen onvoldoende werkten, gedeeltelijk uit elkander nemen, om
-de herstelling afdoend uit te voeren.
-
-Die vertraging kon niet anders dan dokter Antekirrt zeer teleurstellen;
-want hij was toch zeer ongeduldig om op de Siciliaansche kust aan te
-komen. De lezer weet waarom.
-
-Een oogenblik dacht hij er aan, om zijne goelet Savarena naar Malta te
-doen komen; maar daarvan zag hij toch af. Het was inderdaad veel beter
-eenige dagen langer te wachten, om Sicilië niet anders aan te doen dan
-met een snelstoomend en goed gewapend vaartuig, waarop in tijd van nood
-te rekenen viel. Eevenwel werd als voorzorgsmaatregel en om niet
-overvallen te worden door gebeurlijkheden die voorkomen konden worden,
-een telegram afgezonden langs den overzeeschen telegraafkabel, die
-Malta met Antekirrta in verbinding stelde. Door middel van dat telegram
-werd bevel gegeven aan de Electriek 2, om onmiddellijk op de kust van
-Sicilië tusschen kaap Portio di Palo en Kaap Murro di Porio te gaan
-kruisen.
-
-Een sloep bracht tegen negen uur in den voormiddag Maria Ferrato en
-haren broeder aan boord van het stoomjacht. Beiden werden door dokter
-Antekirrt met blijken van de grootste hartelijkheid ontvangen.
-
-Luigi werd vervolgens aan den gezagvoerder, aan de stuurlieden en aan
-de bemanning van het stoomjacht in zijne nieuwe functie van eersten
-officier aan boord voorgesteld. De titularis, die tot dusverre die
-betrekking vervuld had, zou aan boord van de Electriek 2 overgaan,
-zoodra dat vaartuig op de zuidkust van Sicilië aangekomen zou zijn.
-
-Als men Luigi aankeek, dan kon men zich in den jongen man niet
-vergissen: het was een zeeman van top tot teen. Wat zijn moed en zijne
-stoutmoedigheid betreft, iedereen kon zich daarvan een goed denkbeeld
-vormen; want iedereen wist en had gezien, hoe bedaard en onverschrokken
-hij zes en dertig uren vroeger in de baai van Melléah gehandeld, hoe
-hij het stoomjacht van den ondergang gered had. Hij werd dan ook door
-alle opvarenden van ganscher harte toegejuicht. Daarna werd hij door
-zijn vriend Piet en door kapitein Köstrik door het geheele schip, dat
-hij in alle zijn bijzonderheden wenschte te bezichtigen, rondgeleid.
-Laatstgenoemde stond er op, om bij die gelegenheid de eer van zijn
-schip op te houden. Die bezichtiging beviel den jeugdigen zeeman
-bovenmate, hetgeen niet te verwonderen was, want de Ferrato was een
-prachtig schip.
-
-Midderwijl onderhield dokter Antekirrt zich met Maria en sprak haar
-over haren broeder in bewoordingen en uitdrukkingen, die haar hart diep
-moesten treffen.
-
-„Ja!....” zei ze, „het is geheel zijn vader! Zoowel wat zijn uiterlijk
-als zijne inborst betreft.”
-
-Op het voorstel, dat haar door den dokter gedaan werd, hetzij om aan
-boord te blijven tot aan het einde van den voorgenomen tocht, hetzij om
-direct naar Antekirrta, werwaarts hij haar aanbood haar te doen
-overbrengen, vroeg Maria om haren broeder bij voorkeur tot Sicilië te
-mogen vergezellen. Toen werd overeengekomen, dat zij van het oponthoud
-van de Ferrato in de haven van La Valletta gebruik zouden maken, om
-hare zaken in orde te brengen, om de weinige meubels en voorwerpen te
-verkoopen, die als aandenken geen waarde voor haar en haren broeder
-hadden, om eindelijk het weinige, wat zij bezaten, te gelde te maken,
-ten einde haren intrek in hare hut aan boord daags vóór het
-ankerlichten te kunnen betrekken.
-
-Dokter Antekirrt had voor Maria niet verheeld, welke plannen hij
-vervolgen wilde, totdat zij geheel en al volvoerd zouden zijn. Een
-gedeelte daarvan was reeds volbracht, daar de kinderen van Andreas
-Ferrato zich om de toekomst niet meer te bekommeren hadden. Maar de
-moeielijkste taak bleef nog over.
-
-Er bleef toch nog over aan den eenen kant om op te sporen, waar Silas
-Toronthal en Sarcany zich ophielden, en aan den anderen kant moest
-getracht worden zich van Carpena meester te maken.
-
-Dat moest geschieden en dat zou geschieden! Dokter Antekirrt had het
-bezworen!
-
-Wat de beide eerstgenoemden betrof, rekende de dokter er op, dat hun
-spoor wel in Sicilië weer te vinden zoude zijn. Want daarheen, meende
-hij, zouden zij wel getrokken zijn.
-
-En, wat den andere betrof, ja.... men zou zien, men zou zoeken en
-zoeken tot men hem gevonden had!
-
-Toen het onderhoud zoo ver gevorderd was, vroeg Maria, of zij den
-dokter afzonderlijk konde spreken.
-
-„Wat ik u mede te deelen heb,” zei ze, toen de dokter zich aan de deur
-van het salon overtuigd had, dat niemand hen kon hooren, „heb ik zelfs
-voor mijn broeder verborgen gehouden. Hij zou zich niet hebben kunnen
-bedwingen en voorzeker zouden nieuwe rampen ons overvallen en getroffen
-hebben. Ziehier, wat ik u mede te deelen heb.”
-
-„Laat hooren, mijne dochter,” sprak de dokter. „En schenk mij uw
-geheele vertrouwen.”
-
-„Maar, kan Luigi....?” vroeg Maria Ferrato angstvallig. „Kan Luigi niet
-komen?”
-
-„Luigi bezichtigt op dit oogenblik het volkslogies vooruit,” antwoordde
-de dokter. „Kom, ik zal de deur van het salon sluiten, dan kunt gij
-spreken, Maria, zonder gevaar dat iemand u hooren kan.”
-
-Toen de deur behoorlijk gegrendeld was, namen beiden plaats op een
-divan en hernam Maria:
-
-„Carpena is hier, heer dokter! Gij behoeft hem dus inderdaad niet ver
-te zoeken.”
-
-„Hier?”.... vroeg dokter Antekirrt, ten uiterste verbaasd over dien
-samenloop van omstandigheden.
-
-„Ja!”
-
-„Hier, te Malta? Hoe is dat mogelijk? Vergist gij u niet, Maria? Bedenk
-u goed.”
-
-„Neen, ik vergis mij niet. Hij is hier en dat reeds sedert eenige
-dagen, heer dokter.”
-
-„Hier, te La Valletta?”
-
-„Ja!”
-
-„Hoe is het toch mogelijk? Voor mij is het schier ongeloofelijk! Spreek
-dan toch, Maria!”
-
-„Hij is hier te La Valletta en in het kwartier Manderaggio, waar wij
-wonen en waar gij u thans bevindt!”
-
-„Weet gij het wel zeker?” vroeg de dokter steeds ongeloovig, terwijl de
-twijfel op zijn gelaat te lezen was.
-
-„Ja, zeer zeker!”
-
-Dokter Antekirrt was zeer verwonderd, maar zeer vergenoegd tevens over
-hetgeen hij vernam. Hij dacht een oogenblik diep na en vervolgde toen
-met ernstige stem:
-
-„Gij vergist u niet, Maria!” vroeg hij met aandrang en bracht de handen
-als smeekend te zamen.
-
-„Neen, ik vergis mij niet!” zei het jonge meisje op beslisten toon.
-„Neen, ik vergis mij niet.”
-
-„Inderdaad, het is vreemd; vreemder dan ik betuigen kan en als ik u zou
-kunnen doen vatten.”
-
-„Het gelaat van dien man is onuitwischbaar in mijn geheugen gebleven.
-Honderd jaren en meer zouden hebben kunnen voorbijsnellen, dat ik geen
-oogenblik zoude geaarzeld hebben, om hem te herkennen.... Geloof mij,
-hij is hier.”
-
-„En, Luigi weet er niets van?” vroeg dokter Antekirrt, terwijl hij het
-meisje aandachtig aankeek.
-
-„Neen, heer dokter.... Dat kan ik u stellig verzekeren. Neen, Luigi
-weet er niets van.”
-
-Het was evenwel, alsof zij aarzelde met haar verhaal voort te gaan.
-Dokter Antekirrt moest haar daartoe aanmoedigen.
-
-„Ga voort, Maria,” zei hij, „en verberg mij in Godsnaam niets! Niets,
-hoort ge, niets.”
-
-„Gij begrijpt, heer dokter, dat ik dat verschijnen van Carpena voor hem
-geheim moest houden.”
-
-„Waarom?”
-
-„Hij zou dien Carpena opgezocht hebben.... Daaromtrent bestaat bij mij
-geen twijfel. En....”
-
-„En?” moedigde dokter Antekirrt het jonge meisje aan. „En?... Ga dan
-toch voort!”
-
-„Hij zou hem uitgedaagd hebben, en wellicht.... zouden zij gevochten
-hebben.”
-
-„Gij hebt goed gehandeld, Maria! Neen, gij moet niets zeggen. Die man
-behoort mij alleen toe! Maar....”
-
-„Maar, wat, heer dokter?”
-
-„Meent ge, dat die Carpena u herkend heeft? Er zijn sedert die zaak van
-Rovigno zoovele jaren heengegaan.”
-
-„Of hij mij herkend heeft, weet ik niet,” antwoordde Maria. „Ik heb hem
-twee of drie malen in de straten en stegen van het Manderaggio-kwartier
-ontmoet. Telken male keek hij mij scherp aan en keerde zich zelfs om,
-om mij met zekere achterdochtige oplettendheid na te kijken. Als hij
-mij gevolgd is, als hij mijn naam gevraagd heeft, dan moet hij weten,
-wie ik ben. Is dat niet zoo, heer dokter? En zoudt gij er aan twijfelen
-dat hij naar mij geïnformeerd zoude hebben?”
-
-„Heeft hij getracht u te naderen? Heeft hij u ooit aangesproken of
-trachten aan te spreken?”
-
-„Nooit.”
-
-„En kunt ge gissen, om welke redenen hij te La Valletta gekomen is?
-Malta is toch zijn vaderland niet?”
-
-„Neen, heer dokter, en ook weet ik niet, wat hem hierheen heeft
-gevoerd. Het kan niet veel goeds zijn.”
-
-„Of weet ge wat hij sedert zijne komst hier uitvoert?” drong dokter
-Antekirrt verder aan.
-
-„Alles wat ik weet te zeggen,” antwoordde Maria Ferrato, „is dat hij
-zich te midden van het verfoeielijkste gedeelte van de bevolking van de
-Manderaggio steeds ophoudt. Hij verlaat de meest verdachte kroegen
-schier niet, noch bij nacht, noch over dag. Hij kiest daar zijn
-gezelschap te midden van de grootste en de meest bekende schurken. Daar
-het geld hem niet schijnt te ontbreken, komt het mij voor, dat hij
-bezig is met bandieten van zijne soort te ronselen, om met hunne hulp
-de een of andere slechte daad te kunnen uitvoeren.”
-
-„Hier, meent ge, Maria? Een slechte daad op het eiland Malta?” vroeg
-dokter Antekirrt.
-
-„Dat heb ik niet kunnen vernemen, heer dokter, en ook niet beweerd.”
-
-„Niet?”
-
-Het gelaat van den dokter was peinzend. Zijne oogen tuurden in het
-ijle, alsof zij iets zochten.
-
-„Neen,” antwoordde het meisje.
-
-„Dat is jammer; maar ik zal het wel vernemen. Laat dat maar aan mij
-over. Mijne middelen falen zelden of nooit.”
-
-Piet Bathory en de jeugdige visscher klopten op dat oogenblik aan de
-deur, waardoor het onderhoud een einde nam.
-
-„Welnu, Luigi,” vroeg dokter Antekirrt, toen de beide jongelieden
-binnengetreden waren, „heeft Piet u overal rondgeleid en zijt gij
-voldaan over hetgeen gij gezien hebt?”
-
-„O ja, heer dokter!” antwoordde Luigi Ferrato opgetogen en vol
-bewondering. „Zeker ben ik voldaan.”
-
-„En, wat verder? Komaan, biecht op! Een zeeman zooals gij, moet zijne
-oogen bij zoo’n bezoek gebruikt hebben.”
-
-„De Ferrato is een bewonderenswaardig vaartuig!” antwoordde Luigi.
-
-„Het doet mij genoegen, dat het stoomjacht u bevalt,” antwoordde de
-dokter, „daar gij er tweede bevelhebber op zult wezen, in afwachting
-dat de gelegenheid zich zal voordoen, om van u een kapitein te maken.”
-
-„O, mijnheer....”
-
-„Mijn waarde Luigi,” hernam Piet Bathory, „vergeet niet, dat wanneer
-dokter Antekirrt iets voorspelt, het altijd uitkomt! Zijne
-menschenkennis is zoo groot, dat hij zich nimmer vergist.”
-
-„Ja, altijd uitkomt, Piet; maar zeg daarbij, dat Gods bijstand mij
-steeds nabij is,” sprak de dokter hoogst ernstig.
-
-Maria en Luigi namen afscheid van dokter Antekirrt en van Piet Bathory,
-om naar hunne kleine woonvertrekken terug te keeren. Er werd
-overeengekomen, dat Luigi zijn dienst van eersten officier niet eerder
-zou aanvaarden, dan nadat zijne zuster Maria haren intrek aan boord
-zoude genomen hebben. Maria mocht niet alleen in het kwartier
-Manderaggio verwijlen, daar het, alles wel beschouwd, toch mogelijk
-was, dat Carpena haar als de dochter van Andreas Ferrato herkend had.
-In dat geval zouden wraakzuchtige oogmerken voorzeker niet uitblijven.
-
-Toen broeder en zuster vertrokken waren, liet dokter Antekirrt
-Pescadospunt roepen, dien hij in tegenwoordigheid van Piet Bathory
-wenschte te spreken.
-
-Pescadospunt verscheen onverwijld en stond daar in de houding van
-iemand, die steeds gereed bevonden wordt, om een bevel te ontvangen,
-maar even gereed is om het uit te voeren.
-
-„Pescadospunt,” zei de dokter, „ik zal uwe hulp noodig hebben, en reken
-er derhalve op.”
-
-„Dat kunt gij voorzeker en in volle vertrouwen, heer dokter; maar hebt
-gij mij alleen noodig?”
-
-„U alleen.”
-
-„En Kaap Matifou? Mijn arme reus verveelt zich ontzettend.... Ik hoop
-toch, dat....”
-
-„Neen, eerst gij.”
-
-„Wat moet ik doen? Ik ben geheel tot uw dienst, heer dokter. Spreek,
-wat moet ik doen?”
-
-„Dadelijk ontschepen. Gij zijt daartoe toch gereed, hoop ik?”
-
-„Mooi. Bekommer u daaromtrent niet. Ik ben al aan den wal.”
-
-„Gij moet u naar Manderaggio, een der onderaardsche kwartieren van La
-Valletta begeven.”
-
-„Goed. Ik ben er reeds in gedachten, heer dokter. Wat verder. Wat moet
-ik er uitvoeren?”
-
-„Gij moet er in een of ander logement eene kamer, een krot zoeken.
-Liefst in de gemeenste herberg van de plaats.”
-
-„In orde. Ik heb goed verstaan, heer dokter. Ik zal daaraan stipt
-voldoen, dat verzeker ik u.”
-
-„Daar zult gij de handelingen moeten gadeslaan van een man, dien ge
-geen minuut, geen seconde uit het oog moogt verliezen. Het is zeer
-belangrijk. Hebt ge goed verstaan?”
-
-„Voorzeker, heer dokter, ik ben gelukkig niet doof en ook niet dom.
-Maar wat verder?”
-
-„Niemand mag zelfs gissen, dat wij elkander kennen. Ik moet voor u
-geheel en al een vreemdeling zijn.”
-
-„Zoo, zoo! Als dat uw wil is?.... Ik moet evenwel erkennen, dat dit de
-zaak moeilijk maakt.”
-
-„Gij moet desnoods u verkleeden, u geheel en al onkenbaar maken. Dat
-zult ge toch wel kunnen?” vroeg de dokter met een glimlach.
-
-„Mooi zoo, laat dat maar aan mij over! Ik zal mij verkleeden als voor
-een vastenavondbal!”
-
-„Men heeft mij medegedeeld, dat de man, die het hier betreft, de
-slechtste en gemeenste knapen van de geheele Manderaggio tracht aan te
-werven door middel van veel geld.”
-
-„Misschien is het wel een ronselaar voor de een of andere koloniale
-mogendheid, misschien wel voor Nederland?”
-
-„Luister nu, en staak je geestigheden. Men weet niet voor wiens
-rekening en voor welk werk die aanwerving geschiedt. Alles gaat daarbij
-zeer geheimzinnig toe.”
-
-„Zoo zoo!”
-
-„En het is dat geheim, hetwelk ge moet uitvisschen. Hebt gij mij
-begrepen, Pescadospunt?”
-
-„Ik heb u begrepen, heer dokter, en ik zal het te weten komen. Dat zal
-zoo moeielijk niet zijn,” antwoordde de kleine schrandere man.
-
-„En als ge vernomen zult hebben, wat ge weten wilt, dan moet ge niet
-naar boord terugkeeren.”
-
-„Niet?”
-
-„Neen, de voorzichtigheid gebiedt dat; want ge zoudt kunnen gevolgd
-worden, niet waar?”
-
-„Dat is zoo, heer dokter.”
-
-„Gij zult slechts een klein briefje op de post te La Valletta bezorgen,
-om mij te waarschuwen. Ik zal dan des avonds met u aan het andere
-uiteinde van de voorstad La Sanglea te zamen komen.”
-
-„Mooi bedacht,” zei Pescadospunt, terwijl hij zich vergenoegd de handen
-wreef.
-
-„Daar zal ik u dan aantreffen.”
-
-„Dat is afgesproken, maar....”
-
-„Maar wat?” vroeg dokter Antekirrt.
-
-„Hoe zal ik dien man herkennen? Ik zal toch eenige gegevens dienen te
-hebben omtrent hem!”
-
-„Dat herkennen zal niet moeielijk zijn. Gij zijt zeer schrander, mijn
-vriend....”
-
-„O, heer dokter!” zei Pescadospunt op bescheiden toon. „Gij zoudt
-waarlijk iemand verlegen maken.”
-
-„En ik reken op die schranderheid,” ging de dokter onverstoorbaar
-voort.
-
-„Maar kan ik ten minste den naam van dien gentleman vernemen? Kent gij
-dien heer, dokter?”.
-
-„Zijn naam? Wel zeker ken ik dien!”
-
-„Hoe heet hij dan?”
-
-„Carpena.”
-
-„Wat.... Carpena?” riep Piet Bathory, toen hij dien naam hoorde, uit.
-„Is die Spanjaard hier?”
-
-„Ja,” antwoordde dokter Antekirrt, „en hij woont in hetzelfde kwartier,
-waar wij de kinderen weergevonden hebben van Andreas Ferrato, van den
-man, die door zijn toedoen naar het bagno gezonden werd en waar hij den
-dood gevonden heeft!”
-
-De dokter verhaalde hem toen alles, wat Maria medegedeeld had, terwijl
-Piet Bathory met Luigi het stoom jacht bezichtigde. Pescadospunt
-begreep toen, hoe belangrijk het was, dat de dokter een helder inzicht
-in den toeleg van den Spanjaard verkreeg. Ongetwijfeld voerde die een
-duister en misdadig plan in het schild en was hij bezig de middelen ter
-uitvoering in de gemeenste holen van La Valletta op te sporen. Dat was
-duidelijk en helder als de dag.
-
-Een uur later verliet Pescadospunt het stoomjacht. Om des te beter
-ieder bespiedingsstelsel te kunnen ontgaan, wanneer hij namelijk
-gevolgd zou worden, begon hij met door die lange Strada Reale te
-drentelen, die van het fort Sint Elmo tot aan de voorstad La Floriana
-zich uitstrekt. Eerst toen de avond gevallen en het vrij donker
-geworden was, richtte hij eindelijk zijne schreden naar het
-stadkwartier Manderaggio.
-
-Inderdaad, om eene bende schurken aan te kunnen werven, geheel gereed
-om alles te ondernemen, zoowel doodslag als plundering, was geen
-geschikter oord aan te wijzen, en het zou nergens beter gevonden kunnen
-worden, dan in dat Capharnaüm van die onderaardsche stad. Er werden
-daar mannen van alle streken, van iederen landaard, zoowel van het
-westen als van het oosten aangetroffen. Er waren daar gedrosten van de
-koopvaardijschepen en deserteurs van de oorlogsschepen van alle
-mogelijke zeevarende natiën; maar vooral bevonden zich daar Maltezers
-van het ellendigste gehalte, echte sluipmoordenaars, wien nog het bloed
-van die zeeschuimers door de aderen stroomde, die hunne voorouders zoo
-gevreesd maakten ten tijde der barbaarsche strooptochten in de
-Middellandsche zee en zelfs buiten Straat Gibraltar tot op de kusten
-van Portugal, Spanje en Frankrijk.
-
-Carpena had de opdracht, om een dozijn vastberaden kerels op te sporen,
-die tot alles in staat waren en voor niets terugdeinsden. Daar in dat
-dievenhol had hij kies en keur en kostte de keuze slechts weinig
-moeite. Sedert zijne aankomst te La Valletta verliet hij dan ook de
-kroegen in de gemeenste straten en stegen van het kwartier Manderaggio
-niet. Daar kwamen de klanten, die hij opspoorde, hem opzoeken. Dat viel
-hem gemakkelijk genoeg en ging hem dan ook vlug van de hand.
-Pescadospunt had dus volstrekt geen moeite om hem uit te vinden. Maar
-het was niet gemakkelijk uit te vorschen, voor wiens rekening de
-Spanjaard handelde en vanwaar het geld kwam, dat hij niet spaarde.
-
-Klaarblijkelijk behoorde hem dat geld niet. Het was reeds jaren
-geleden, dat de premie van vijfduizend gulden, verdiend door en
-ontvangen na de zaak te Rovigno, verbrast, verspild en opgemaakt was.
-Carpena, die na zijne verklikking door de algemeene verachting uit
-Istrië verjaagd en van al de zoutpannen van de geheele kuststrook der
-Adriatische zee geweerd was geworden, was de wijde wereld ingetrokken.
-Zijn geld was zoo spoedig mogelijk verdwenen, en van arm, zooals hij
-voorheen was, verviel hij nu in nog veel ellendiger toestand. Hij was
-nu leeglooper, bedelaar, landlooper, in één woord: een volslagen
-schavuit geworden.
-
-Wat geen der lezers verwonderen kan, is dat hij thans in dienst stond
-van eene vreesverwekkende vennootschap van boosdoeners, voor wie hij
-een zeker aantal helpers en medeplichtigen moest aanwerven, om eenige
-ontbrekende schavuiten aan te vullen, die met den strop des
-scherprechters reeds kennis hadden gemaakt en zoo voor hunne misdaden
-beloond waren geworden. Dat was het doel, waarom hij zich te Malta en
-in het bijzonder in het kwartier Manderaggio bevond. Hij was daar
-waarlijk op de geschiktste plaats, dat moest erkend worden!
-
-Naar welk oord zou hij, na geslaagd te zijn, zijn aangeworven bende
-moeten voeren? Carpena, die uiterst wantrouwend was jegens de makkers,
-die hij ronselde, wachtte zich wel dat mede te deelen. Dezen kon dat
-dan ook weinig schelen; als men hen maar contant betaalde; als men hen
-maar eene toekomst van diefstallen, van plunderingen in het verschiet
-liet ontwaren, dan zouden zij een ieder vol vertrouwen tot aan de
-uiterste grenzen der aarde gevolgd hebben.
-
-Hier verdient verteld te worden, dat Carpena niet weinig verwonderd
-geweest was, toen hij Maria Ferrato in de straten van het kwartier
-Manderaggio ontmoette. In weerwil van eene afwezigheid van ruim
-vijftien jaren, had hij haar dadelijk herkend, zoowel als hij terstond
-herkend was geworden. Hij gevoelde zich wel gedwarsboomd door het
-denkbeeld, dat zij te weten was gekomen, wat hij te La Valletta kwam
-uitvoeren; want dat zou haar voorzeker niet ontgaan zijn.
-
-Pescadospunt moest dus listig te werk gaan, wanneer hij wilde te weten
-komen datgeen waarbij dokter Antekirrt zoo veel belang had te vernemen,
-en wat de Spanjaard zoo geheimzinnig voor zich hield. Hij begon met
-zich eenigermate in het oog loopend in de onmiddellijke nabijheid van
-Carpena te vertoonen. Deze kon dien jeugdigen bandiet niet onopgemerkt
-laten, die hem als het ware niet verliet, die zich aan hem vasthechtte,
-die zich in zijne vertrouwelijkheid indrong, die op hoogen toon tot dat
-geboefte van Manderaggio sprak, die er zich op beroemde zoo’n
-debetlijst in zijn schuldboek te bezitten, dat hem daarvan de minste
-post den strop te Malta, de guillotine in Italië en de garrotto in
-Spanje zou bezorgd hebben; die de diepste verachting aan den dag legde
-voor al die bangooren van het kwartier, welke zich onwel gevoelden en
-niets op hun gemak waren, wanneer zij een politie-agent slechts
-ontwaarden! Het was een fraaie type, inderdaad, en Carpena, die een
-echte kenner in het vak was, kon niet anders dan hem naar waarde
-schatten!
-
-Dat spel, wat uiterst behendig gespeeld werd, had ongetwijfeld tot
-gevolg, dat Pescadospunt zijn doel eindelijk bereikte. Want in den
-ochtend van den 25sten Augustus ontving dokter Antekirrt een briefje,
-waarbij de afgesproken samenkomst in weinige regelen bepaald werd op
-dienzelfde avond aan het uiterste van de voorstad La Senglea. Dat
-briefje had Pescadospunt zelf, wantrouwend als hij was, in de bus doen
-glijden.
-
-Gedurende die laatste dagen was de arbeid aan boord van de Ferrato met
-alle kracht voortgezet. Binnen drie dagen zou het vaartuig, na
-behoorlijke herstelling zijner machine, en na zijn voorraad steenkolen
-aangevuld te hebben, zee kunnen kiezen. Het zou dan geheel gereed zijn.
-
-Dokter Antekirrt begaf zich dienzelfden dag naar de plek, door
-Pescadospunt aangewezen. Dat was een klein plein, hetwelk door
-booggangen omgeven en dicht bij den ringweg aan het uiteinde van de
-voorstad La Sanglea en dicht bij de Quarantainehaven gelegen was.
-
-Het was toen acht uren in den avond. Hoogstens waren er een vijftig
-lieden op dat pleintje, dat tot markt diende, die evenwel nog niet
-geëindigd was.
-
-Dokter Antekirrt wandelde te midden van die lieden, zoowel mannen als
-vrouwen, die allen van Maltezer oorsprong waren en die zijne
-opmerkzaamheid wel gaande hielden. Plotseling voelde hij evenwel eene
-hand op zijn arm rusten.
-
-Een afschuwelijke kerel, die walgelijk smerig en slordig gekleed was en
-wiens hoofd door een ouden gedeukten hoed gedekt was, keek hem in de
-oogen en bood hem een zakdoek aan.
-
-„Wat wilt ge?” vroeg de dokter half verschrikt.
-
-„Ziehier wat ik zooeven van Uwe Excellentie gerold heb! Het zal zaak
-zijn, voortaan beter op uwe zaken te passen,” sprak de afschuwelijke
-kerel.
-
-Dokter Antekirrt slaakte bijna een kreet van verbazing. Hij wreef zich
-de oogen.
-
-En inderdaad, het was Pescadospunt, maar geheel onherkenbaar onder
-zijne geleende plunje.
-
-„Gemeene grappenmaker!” zei de dokter, nog niet geheel bekomen van
-zijne verbazing.
-
-„Grappenmaker, ja!.... Gemeen, dat neen! heer dokter, dat hebt ge
-inderdaad mis!”
-
-Toen eerst herkende Antekirrt zijn verspieder Pescadospunt. Hij moest
-hartelijk lachen over zijn vergissing, maar toen ook zonder eenigen
-overgang:
-
-„En Carpena?” vroeg hij, „zijt gij dien op het spoor?”
-
-„Ja, die is inderdaad bezig met....”
-
-„Met wat?”
-
-„Met het aanwerven van een twaalftal der meest doortrapte schurken van
-geheel Manderaggio.”
-
-„Voor wien?”
-
-„Voor rekening van een zekeren Zirone!” antwoordde Pescadospunt met een
-sluwen glimlach op het gelaat.
-
-„Van Zirone van Sicilië?” vroeg dokter Antekirrt overhaast en
-eenigermate ontstuimig.
-
-„Inderdaad.”
-
-De dokter zweeg een poos, om na te denken.
-
-De Siciliaan Zirone, de medeplichtige van Sarcany. Dat was waarlijk
-eene goede tijding! Maar welke betrekking kon er bestaan tusschen die
-twee ellendelingen en Carpena?
-
-Na eenig nadenken kwam de dokter tot de navolgende slotsom, waarin hij
-zich niet bedroog.
-
-Het verraad van den Spanjaard, hetwelk de gevangenneming van de
-vluchtelingen uit den vestingtoren te Pisino ten gevolge had gehad, had
-onmogelijk voor Sarcany onbekend kunnen gebleven zijn. Deze had Carpena
-waarschijnlijk doen opsporen en had hem toen natuurlijk in de diepste
-ellende aangetroffen. Hij had waarschijnlijk geen oogenblik geaarzeld,
-om van hem een dier agenten te maken, die Zirone in den dienst van de
-roovers-gemeenschap, waartoe hij behoorde, bezigde.
-
-Carpena zoude dus thans een eerste baken zijn op het spoor waarop
-dokter Antekirrt nu niet meer blindelings zoude voortschrijden. Zijn
-gelaat ademde dan ook een glans van tevredenheid, die den kleinen
-acrobaat niet ontging.
-
-„Zijt gij er achter gekomen, tot welk doel die ronselarij plaats
-heeft?” vroeg hij aan Pescadospunt.
-
-„Ja, voor eene rooversbende,” antwoordde deze, zonder eenige aarzeling.
-
-„Voor welke rooversbende?”
-
-„Wel, voor eene rooversbende op Sicilië.”
-
-„Op Sicilië?.... Juist!.... dat komt uit,” sprak dokter Antekirrt als
-in zichzelven. En later, overluid: „En waar is die bende werkzaam? Weet
-gij dat ook?”
-
-„In de oostelijke provinciën, tusschen Syracuse en Catania,” antwoordde
-Pescadospunt.
-
-„Tusschen Syracuse en Catania?” vroeg de dokter nadenkend en als in
-gedachten verzonken.
-
-Pescadospunt knikte bevestigend. De kleine man was in zijn nopjes. Het
-scheen, dat hij goede tijding gebracht had.
-
-Zonder twijfel, het spoor was weergevonden. En dat was voorzeker eene
-goede tijding voor dokter Antekirrt.
-
-„Hoe hebt ge u die inlichtingen verschaft?” vroeg deze met de meeste
-belangstelling.
-
-„Van Carpena zelven,” antwoordde Pescadospunt, niet zonder een zweem
-van zelfvoldoening in zijn stem.
-
-„Och kom! Heeft hij zooveel vertrouwen in u gesteld? Het is haast
-ongeloofelijk!”
-
-„En toch is het zoo. Carpena heeft genegenheid voor mij opgevat, en
-inderdaad, ik beveel dien man in Uwe Excellentie’s hooge bescherming
-aan....”
-
-De dokter antwoordde met een glimlach. Hij begreep den guitigen
-Pescadospunt.
-
-„Gij kunt thans aan boord van het stoomjacht terugkeeren,” hernam hij
-na een poos.
-
-„Nog niet,” mompelde Pescados zoo zacht, dat dokter Antekirrt hem niet
-hoorde.
-
-„En uwe kleeding tegen eene meer voegzame verruilen,” ging deze voort.
-„Gij zult er wel naar haken, niet waar?”
-
-„Waarachtig niet, die kleeding past mij,” antwoordde de acrobaat met
-een gullen glimlach.
-
-„Past u? Wat bedoelt ge?”
-
-„Ik heb de eer bandiet te zijn van den troep van Zirone! Ik behoor mij
-zelven niet meer toe!”
-
-„Vriend,” sprak de dokter. „Zou het mogelijk zijn? Dat kan niet,
-Pescadospunt.”
-
-„Kom, gekheid!.... Het is maar eene rol, die ik speel, heer dokter. En
-ik wil haar goed vervullen.”
-
-„Bij dat spel, waagt gij uw leven, vriend!.... Bedenk dat wel! Daar
-valt niet mede te schertsen.”
-
-„Dat leven is ten uwen dienst, heer dokter; dat leven is u geheel
-gewijd,” antwoordde Pescadospunt. „Laat mij de vrijheid u dat te
-zeggen; maar nog meer: de vrijheid om dienovereenkomstig te handelen.”
-
-„Brave jongen!” mompelde dokter Antekirrt, terwijl hij zich omkeerde,
-ten einde zijne aandoening te verbergen.
-
-„Daarenboven,” ging Pescadospunt voort, „ik kan zonder bluffen, of
-zonder verwaandheid zeggen, dat ik een beetje snugger ben en kijk; het
-zou mij razend veel genoegen doen, en mij zelf trotsch maken, wanneer
-ik die lieden een gloeienden kool kon stoven.”
-
-Dokter Antekirrt begreep, dat onder de gegeven omstandigheden de
-medewerking van Pescadospunt voor zijne plannen zeer nuttig kon zijn.
-Door die rol op zich te nemen, was de schrandere jongen er in geslaagd,
-het vertrouwen van Carpena te winnen, en zelfs zoodanig; dat hij hem
-zijne geheimen ontlokt had. Waarlijk, men moest hem laten begaan. Het
-zou jammer zijn, inderdaad, hem daarin hinderlijk te zijn.
-
-Toen zij na een tiental minuten de zaken genoeg bepraat en overwogen
-hadden, besloten de dokter en Pescadospunt, die niet bij elkander
-gezien wilden worden, te scheiden.
-
-Pescadospunt volgde de kaden van de voorstad La Sanglea, huurde daar in
-de groote haven eene sloep en keerde zoo naar het kwartier Manderaggio
-terug.
-
-Voordat hij evenwel daarheen goed en wel op weg was, was de dokter
-reeds aan boord van het stoomjacht weergekeerd. Daar aangekomen, bracht
-hij Piet Bathory nauwkeurig op de hoogte van alles, wat hij vernomen
-had. Terzelfdertijd meende hij voor Kaap Matifou niet te moeten
-verbergen, dat Pescadospunt voor het algemeen welzijn in eene vrij
-gevaarlijke onderneming gewikkeld was. Dat meende hij aan die twee
-getrouwe vrienden verplicht te zijn.
-
-De Hercules schudde het hoofd, opende en kneep driemalen achter
-elkander zijne handen dicht. Daarna zou men hem hebben kunnen hooren in
-zich zelven prevelen en herhalen:
-
-„Dat hem geen haar bij zijn terugkeer op zijn hoofd ontbreke! Neen,
-geen haar, of de duivel....”
-
-De laatste woorden beduiden meer dan Kaap Matifou zou hebben kunnen
-doen verstaan, wanneer hij het talent had bezeten, om lange volzinnen
-te kunnen fabriceeren. Maar zoo gaat het meer in de wereld. De
-generaals van de daad zijn zelden generaals van de praat en omgekeerd.
-
-
-
-
-
-
-
-
-X.
-
-IN DE OMSTREKEN VAN CATANIA.
-
-
-Wanneer de mensch belast ware geweest met de vervaardiging van den
-aardbol, dan had hij hem zeer waarschijnlijk op eene draaibank zonder
-ruwe oppervlakte, zonder verhevenheid, zonder naad, plooi of rimpel,
-glad als een biljardbal afgewerkt. Hij zou dan in zijne
-zelfoverschatting meenen, een waar kunststuk volvoerd te hebben, en hij
-zou moeilijk van dat denkbeeld terug te brengen zijn geweest.
-
-Maar zooals de aardbol thans bestaat, is hij het werk van den Schepper,
-en die had voorwaar andere inzichten.
-
-Op de Siciliaansche oostkust, tusschen Aci Reale en Catania, welke ons
-voornamelijk gaat bezighouden, ontbreken dan ook de kapen, de klippen,
-de voorgebergten, de steile kustwanden, de grotten, de rotsen niet, en
-maken die deze streek tot de heerlijkste kuststrook van de geheele
-wereld, de Noorweegsche kust en die van West-Schotland zelfs niet
-uitgezonderd.
-
-In dat gedeelte van de Middellandsche zee begint de zeeëngte van
-Messina, welker tegenovergestelde oever omgeven is door den
-Calabrischen bergketen. Zooals die Straat, die kusten, dat gebergte,
-hetwelk door den vulkaan de Etna beheerscht wordt, ten tijde van
-Homerus was, zoo bestaat het tegenwoordig nog; dat wil zeggen: prachtig
-en verrukkelijk! Als het woud, waarin Eneas Achemenidas opnam, ook al
-verdwenen is, zoo zijn toch de grot van Galathea, de grot van
-Polyphemus, de eilanden der Cyclopen en verder noordwaarts de klippen
-van Charybdis en van Scylla op hunne historische plaats gebleven, en de
-reiziger kan den voet zetten, de plek aanraken, waar de Trojaansche
-held aan wal kwam, toen hij Sicilië aandeed met hèt doel, om een nieuw
-koninkrijk te stichten.
-
-Dat den reus Polyphemus andere en meerdere kunststukken kunnen en
-moeten worden toegeschreven dan aan onzen Herculischen Kaap Matifou, is
-waar en ook aannemelijk, maar daartegenover staat dat onze Kaap Matifou
-het voordeel heeft levend te zijn, terwijl Polyphemus reeds sedert drie
-duizend jaren overleden is; wel te verstaan, wanneer hij ooit bestaan
-heeft, wat betwijfeld kan worden, in weerwil van hetgeen Ulysses
-volgens Homerus ook omtrent hem verhaald heeft. Eliseus Reclus, een
-Fransch geschiedvorscher, merkt inderdaad op, dat met dien beruchten
-cycloop zeer waarschijnlijk eenvoudig de Etna bedoeld werd, wiens
-kratertop gedurende de uitbarstingen als een onmetelijk oog op den top
-van den berg schitterde en die van boven zijn rotsachtigen steilen
-bergwand geheele rotsblokken nederstortte, die tot eilanden en klippen
-werden, zooals met de Faraglioni gebeurd is. Of dat schrander door
-Reclus gezien is, zullen wij niet onderzoeken.
-
-Die Faraglioni zijn op eenige honderd meters van de kust en van den weg
-naar Catania, gelegen, waarlangs thans de spoorbaan van Syracuse naar
-Messina voert. Die rotsblokken daar in zee worden de eilandjes der
-Cyclopen genoemd. De grot van Polyphemus is daar niet ver van
-verwijderd, en langs de geheele kust wordt het oorverdoovend geraas
-vernomen, dat de zee daar onder die basalt-gewelven maakt. Het is om er
-inderdaad doof te worden!
-
-Te midden van die rotsen zaten twee mannen, die weinig gevoel voor de
-bekoorlijkheden der geschiedkundige herinneringen hadden in den avond
-van den 20sten Augustus over sommige teedere zaken te praten, die de
-Siciliaansche maréchaussées dolgaarne zouden opgevangen hebben. Dat had
-hun eer en bevordering aangebracht.
-
-Een van die beide mannen, die de aankomst van den anderen sedert
-eenigen tijd, afgewacht had, was Zirone.
-
-De andere, die van den kant van Catania kwam, was Carpena.
-
-„Zoo, zijt ge eindelijk daar?” riep Zirone wrevelig uit. „Gij hebt u
-wel laten wachten.”
-
-„Om het even; zooals gij ziet, ben ik er thans,” antwoordde de
-Spanjaard.
-
-„Maar gij komt vrij laat,” knorde de Siciliaan gemelijk.
-
-„Dunkt u dat?” was de luchtige vraag.
-
-„Ik dacht waarachtig dat ge verdwenen waart, zooals het eiland Julia,
-de vroegere buurvrouw van Malta deed....”
-
-„Och kom.”
-
-„En dat ge tot voedsel der thonijnen, der makreelen en der bonicous in
-de diepte van de Middellandsche zee gediend had! Of hun die kost
-gesmaakt zou hebben? Pouah!” sprak Zirone.
-
-Zooals de lezer ziet, al waren vijftien jaren, volgens de uitdrukking
-van den dichter, over het hoofd van den makker van Sarcany gevaren, zoo
-had hij toch, in weerwil van het stijgen der jaren, zijne gewone
-spraakzaamheid volstrekt niet verloren, evenmin als zijne gewone
-onbeschaamdheid. Met zijn hoed op een oor, met een bruinachtigen
-kapmantel over de schouders geslagen, met slobkousen tot aan de knie
-gebonden, had hij werkelijk het uiterlijk van hetgeen hij was en wat
-hij nooit opgehouden had te zijn, namelijk: een bandiet.
-
-„Ik heb niet vroeger kunnen terugkomen,” antwoordde Carpena, „en eerst
-dezen ochtend heeft mij de pakketboot te Catania aan wal gezet. De
-overtocht was waarlijk niet voorspoedig.”
-
-„Gij en uwe mannen, niet waar?” vroeg de Siciliaan niet zonder nadruk
-op die woorden: „uwe mannen”.
-
-„Ja.”
-
-„Hoeveel kerels hebt ge?”
-
-„Juist een dozijn!” antwoordde Carpena droogweg, maar toch met eenige
-snoeverij in zijne stem.
-
-„Niet meer dan dat getal?” vroeg Zirone zichtbaar teleurgesteld. „Dat’s
-weinig.”
-
-„Me dunkt.”
-
-„Het is weinig, herhaal ik. Wij zouden veel meer kunnen gebruiken. Dat
-wist ge!”
-
-„Maar het zijn opperbesten, Zirone geloof mij. Kerels, die wat durven,
-als het er op aankomt.”
-
-„Kerels uit het kwartier Manderaggio?.... Ziet, dan zou ik tevreden
-zijn. Die zijn tot alles in staat.”
-
-„Heu, heu,” meesmuilde Carpena, terwijl hij dubbelzinnig de schouders
-optrok.
-
-„Nu, spreek! Ik ben ongeduldig te vernemen, wat gij aangeworven hebt.
-Wie zijn het?”
-
-„Och, het zijn zoo wat mannen van overal, maar onder hen bevinden zich
-vele Maltezers.”
-
-„Als zij maar goed zijn, hoe onvoldoende hun aantal ook zij, dan zijn
-die nieuw aangeworvenen toch welkom,” antwoordde Zirone; „want sedert
-eenige maanden is het werk moeitevol en kostbaar. Het is of de
-maréchaussées in den tegenwoordigen tijd in Sicilië overal uit den
-grond opdoemen en zij zullen weldra even talrijk zijn als de
-pantoffelzoolen van den Paus in de overdekte gaanderijen van het
-Vaticaan.... Maar, ik herhaal, als je koopwaar maar in goede
-hoedanigheid uitmunt.... Als zij maar puik is.... dan zal dat veel
-vergoeden.”
-
-„Dat geloof ik ook, Zirone,” antwoordde Carpena, „en ge zult ze bij de
-proef kunnen beoordeelen.”
-
-„Het zij zoo! En ik hoop, dat gij u goed van uwe taak zult gekweten
-hebben.”
-
-„Amen,” sprak Carpena, die een eind aan dat gezeur wenschte. „Maar ik
-breng ook een mooien jongen mede, een gewezen potsenmaker op de
-kermissen, die schrander en vlug is, en die een uiterlijk heeft, dat
-men er desnoods een meisje van zou kunnen maken. Ik geloof, dat hij ons
-groote diensten zal kunnen bewijzen.”
-
-„Is hij te vertrouwen?” vroeg Zirone nieuwsgierig. „En wat voerde hij
-te Malta uit?”
-
-„Hij rolde horloges, wanneer de gelegenheid er zich toe leende, of
-zakdoeken, wanneer hij geene uurwerken kon kapen.”
-
-„En hoe heet dat puikje van alle kerels?” vroeg Zirone, nog al
-nieuwsgierig.
-
-„Pescados.”
-
-„Pescados! Wat een vreemde naam is dat!.... Vindt ge ook niet? Wat
-beteekent die?”
-
-Carpena trok de schouders op, om te kennen te geven, dat hij het niet
-wist. Toch antwoordde hij:
-
-„Ik meen visscher, als ik goed gehoord heb. Maar ik kan er onmogelijk
-voor instaan.”
-
-„En hij is stoutmoedig en vlug, zegt ge? Daarop komt het in de eerste
-plaats aan, dat weet ge.”
-
-„Als een aal en als een leeuw,” antwoordde Carpena op beslisten toon en
-zonder eenige aarzeling.
-
-„En slim?”
-
-„Als een aap. Daarmede is—meen ik—alles gezegd. Ik beweer zelfs, dat
-hij zoo’n dier de loef afwint.”
-
-„Welnu, wij zullen zijne talenten en zijne schranderheid zien te
-gebruiken. Maar waar hebt gij die bende onder dak gebracht?”
-
-„In de herberg Santa Grotta, boven Nicolosi,” antwoordde Carpena. „Daar
-heb ik hen onder de hand.”
-
-„En ge gaat uw herbergiersbaantje hervatten?” vroeg Zirone nog al
-nieuwsgierig.
-
-„Morgen, bij het aanbreken van den dag.... Ten minste als er zich niets
-tegen verzet.”
-
-„Dat kan niet.”
-
-„Wat kan niet?” was de verbaasde vraag van Carpena. „Ik zou wel eens
-willen weten, wie of wat dat zou kunnen verhinderen.”
-
-„Ge kunt morgen geen herbergier worden, want dat moet heden nog
-geschieden,” zei Zirone op afdoenden toon. „Hedenavond nog, hoort ge,
-zoodra ik mijne instructies, die ik ieder oogenblik wachtende ben,
-ontvangen zal hebben.”
-
-„Nu, mij wel!” antwoordde Carpena vrij gedwee en onderdanig. „Maar wat
-is er aan de hand?”
-
-„Ik wacht hier den sneltrein van Messina op. In het voorbijsnorren moet
-mij een briefje door het portier van het laatste rijtuig toegeworpen
-worden.”
-
-„Een briefje van wien?” vroeg Carpena.
-
-„Gij schijnt wel afgestompt door uw verblijf te Malta. Begrijpt ge mij
-niet?”
-
-„Van hem?....”
-
-„Ja.... van hem!.... Doordat zijne huwelijksplannen steeds niet slagen,
-noodzaakt hij mij, om te werken, ten einde te kunnen leven! Maar....
-bah! wat zou men al niet voor zoo’n wakkeren makker uitvoeren? Ik ben
-in staat om voor dien kerel alles, ja alles te doen.”
-
-In dit oogenblik werd een verwijderd gerommel, vernomen, dat evenwel
-onmogelijk door het geluid der branding op het strand duidelijk kon
-onderscheiden worden. Na eenigen tijd aandachtig geluisterd te hebben,
-waren de beide mannen het weldra eens, dat het geluid van den kant van
-Catania kwam. Dat was de trein, die door Zirone verwacht werd. Carpena
-en hij beklommen toen de rotsen en weinige minuten later stonden zij
-langs de spoorbaan, die door geen hekwerk of door geen palissaden
-afgesloten werd.
-
-Twee malen floot de locomotief, alvorens een naburige kleine tunnel
-binnen te stoomen, en kondigde zoo de nadering van den trein aan, die
-evenwel met gematigde snelheid voortstoomde. Weldra werd het gegil van
-het stoompaard duidelijker, de seinlantaarns schitterden in de
-duisternis met twee helderwitte stralen, en verlichtten de spoorstaven
-voor zich uit met een streep van vuur.
-
-Zirone volgde uiterst oplettend met den blik den trein, die zich op
-slechts weinige passen van hem verwijderd, ontwikkelde en met hevig
-geratel en gegil voorbijsnorde.
-
-Nog was het laatste rijtuig ter zijner hoogte niet gekomen, toen het
-raam daarvan naar beneden gleed en een vrouwenhoofd in de omlijsting
-daarvan verscheen. Zoodra zij den Siciliaan op zijn post ontdekte,
-smeet zij vlug en behendig een oranjeappel naar buiten, die over de
-baan rolde, opsprong, nogmaals rolde en eindelijk op ongeveer twintig
-passen van Zirone in het lang opgeschoten gras bleef liggen.
-
-Die vrouw was Namir, de verspiedster van Sarcany. Zirone had haar
-duidelijk herkend.
-
-Weinige minuten later was zij met den trein in de richting van Aci
-Reale verdwenen.
-
-Zirone raapte den oranjeappel op, die eigenlijk bestond uit de twee
-helften eener bast van die vrucht, die door middel van een draad te
-zamen gehouden werden. De Spanjaard en hij zochten toen eenige
-beschutting achter eene hooge rots, die hen—hoewel daarvoor weinig in
-dit nachtelijk uur te vreezen was—voor onbescheiden blikken moest
-dekken. Daar ontstak Zirone een kleine lantaarn, die hij steeds bij
-zich droeg, spleet den oranjeappel open en haalde er een briefje uit,
-hetwelk het navolgende bericht bevatte:
-
-„Hij hoopt u binnen vijf of zes dagen te Nicolosi te ontmoeten.
-Wantrouwt vooral dokter Antekirrt!”
-
-Klaarblijkelijk had Sarcany te Ragusa vernomen, dat die geheimzinnige
-persoon, waarmede de algemeene nieuwsgierigheid zich zoozeer bezig
-gehouden had, twee malen ontvangen was geworden ten huize van mevrouw
-de weduwe Bathory. Daardoor was eene zekere ongerustheid opgewekt
-geworden bij dien man, die gewoon was, alles en allen te wantrouwen. En
-daarom ook had hij die wijze verkozen, zonder zich van de post te
-bedienen, door tusschenkomst van Namir dat bericht aan zijnen makker
-Zirone te doen toekomen. Dat was uitermate voorzichtig, dit moest
-erkend worden.
-
-De Siciliaan stak het briefje in zijn zak, blies de lantaarn uit en
-zich tot Carpena wendende:
-
-„Hebt ge ooit van eenen dokter Antekirrt hooren spreken?” vroeg hij
-hem.
-
-„Neen,” antwoordde de Spanjaard.
-
-„Ge weet ook niets,” gromde Zirone zoo knorrig mogelijk. „Ik had
-gehoopt dat....”
-
-„Maar misschien kent de kleine Pescados hem,” viel Carpena hem in de
-rede.
-
-„Waaruit maakt ge dat op? Hoe zou hij dien dokter Antekirrt kennen?”
-
-„Die lieve jongen weet alles! Het is een wonderbaarlijk kereltje, dat u
-verbazing afpersen zal!”
-
-„Dat zullen we zien.”
-
-Een oogenblik zwegen beiden; daarna hervatte Zirone, na eerst nog
-voorzichtig rondgekeken te hebben.
-
-„Zeg eens, Carpena, ge zijt toch niet bang, wanneer ge des nachts
-reist, niet waar?”
-
-„Ik ben des nachts minder bang dan over dag, Zirone!” antwoordde de
-Spanjaard.
-
-„Dat is nog al leuk,” lachte de Siciliaan schamper.
-
-„Dunkt u?”
-
-„Ja over dag loopt ge gevaar maréchaussées te ontmoeten, die al te
-onbescheiden kunnen zijn, niet waar?”
-
-Carpena grinnikte, maar antwoordde niet. Dat grinniken kon trouwens
-voor toestemming gelden.
-
-„Welnu, laten wij dan voortmaken! Wij moeten binnen drie uren in de
-herberg Santa Grotta zijn.”
-
-„Dat is drommels ver,” zei Carpena op een toon, alsof hij eenigermate
-uit het veld geslagen was.
-
-„Ja, het is een aardig eindje weg. Kom, voort!.... Gij zijt toch niet
-moede, hoop ik?....”
-
-„Dat nu wel niet,” pruttelde Carpena. „Toch houd ik niet van ver
-loopen.”
-
-En beiden sloegen, na de spoorbaan overgestoken te hebben, een voetpad
-in, dat Zirone goed kende en dat hen langs het voorgebergte van den
-Etna, naar de terreinen van secondaire vorming, die den vulkaan
-omgeven, voerde.
-
-Ongeveer tien jaren geleden bestond in Sicilië en voornamelijk te
-Palermo, de hoofdstad van het eiland, eene vereeniging, eene
-vennootschap als het ware, van boosdoeners. De leden daarvan waren als
-die van een geheim genootschap, door een soort vrijmetselaarsrituaal
-aan elkander verbonden, en telden verscheidene duizende toegetreden
-leden.
-
-Diefstal en smokkelarij door alle mogelijke middelen, dat was het doel
-van die vennootschap der Maffia, waaraan vele handelaren en vele
-nijveren eene soort van jaarlijksche schatting betaalden voor de
-vergunning, om zonder lastig gevallen te worden, hun nijverheidstak te
-kunnen beoefenen of hunnen handel te kunnen drijven.
-
-Op dat tijdstip—dat wil zeggen vóór de zaak van de Triëster
-samenzwering—waren Sarcany en Zirone als de voornaamste geaffilieerden
-der Maffia en als hare meest ijverige suppoosten te beschouwen.
-
-Eevenwel begon de vennootschap, ten gevolge van den vooruitgang in alle
-zaken en ten gevolge van een beter administratief bestuur der steden,
-al liet dat der dorpen en gehuchten nog veel te wenschen over, zich in
-hare handelingen en bewegingen belemmerd te gevoelen. De schattingen en
-andere inkomsten daalden merkbaar. Het meerendeel der geassocieerden
-verspreidden zich dan ook en zochten in het rooversbaantje een meer
-voordeelig middel van bestaan.
-
-In dit tijdstip juist veranderde de politieke toestand van Italië zeer,
-door het tot standkomen zijner eenheid en zelfstandigheid. Sicilië
-moest evenals de andere provinciën het algemeen lot ondergaan en zich
-aan de nieuwe wetten en vooral aan het juk van de conscriptie of,
-zooals wij Nederlanders zeggen: aan het juk der nationale militie
-onderwerpen. Dat lokte tot oproer uit, dat vormde ontevredenheid bij
-hen die zich niet naar de wetten wilden gedragen, dat deed
-weerspannigen aan de wet geboren worden, die weigerden in dienst te
-treden. Dat waren allen lieden zonder gewetensbezwaren, „milfissie”
-zooals zij genoemd werden, die begonnen benden te vormen en het land af
-te loopen. Het was een eigenaardig tijdperk, dat Sicilië toen
-doorworstelde.
-
-Zirone stond juist aan het hoofd van een dier benden, en toen het
-gedeelte van de goederen van graaf Mathias Sandorf, hetwelk Sarcany als
-prijs voor zijne verklikking toegewezen was, verbrast en verzwendeld
-was, waren beiden naar Sicilië teruggekeerd, om in afwachting, dat de
-gelegenheid zich zou aanbieden, om weer in beter doen te geraken, hun
-edel bedrijf van struikroover, van bandiet weer ter hand te nemen.
-
-Die gelegenheid zou zich aanbieden, zooals zij namelijk hoopten,
-wanneer het huwelijk van Sarcany met Sava, de dochter van den bankier
-Silas Toronthal, tot stand kwam. De lezer weet evenwel hoe en onder
-welke omstandigheden steeds een kink in den kabel kwam, hoe die
-verbintenis tot heden steeds schipbreuk geleden had. Het was voor de
-arme vennooten waarlijk om te vertwijfelen!
-
-Dat Sicilië is een land, hetwelk bijzonder gunstig geschikt geoordeeld
-mag worden voor de heldendaden van het rooversambt, zelfs in het
-tegenwoordige tijdperk. Het oude Trinacria, met zijn omtrek van zeven
-honderd en twintig kilometers, gemeten tusschen de hoekpunten van dien
-kolossalen driehoek, die in het noordoosten: kaap Faro, in het westen:
-kaap Marsala, in het zuidoosten: kaap Pessaro vormen, bevat
-bergketenen, zooals het Pelorische en het Nebrodische gebergte,
-daarenboven nog een onafhankelijk vulkanisch stelsel, waarvan de Etna
-nagenoeg het centrum uitmaakt. Het bezit waterstroomen als: de
-Giarella, de Cantaria, de Platani; bevat bergstroomen, valleien en
-dalen, vlakten, steden, die uiterst moeielijke verbindingswegen met
-elkander bezitten; burchten, die bijna ongenaakbaar zijn, dorpen, die
-tusschen steile rotswanden verscholen, ja verloren liggen;
-alleenstaande kloosters in de kloven of op de bergnokken, in één woord:
-een aantal schuilplaatsen, waarheen de terugtocht voor den boosdoener
-als aangewezen is; en eene menigte inhammen en kreeken, alwaar de zee
-duizenden gelegenheden aanbiedt, om langs den waterkant te ontvluchten
-en te ontkomen.
-
-Dat stuk Siciliaansche grond stelt in het klein, als beknopt, de
-aardbol voor, waar alles aangetroffen wordt, wat op het aardrijk te
-vinden is, als: bergen, vulkanen, kraters, fumarolen, solfatara’s,
-weiden, akkers, stroomen, rivieren, meeren, stortvloeden, beeken,
-steden, dorpen, gehuchten, havens, baaien, kreeken, haften, inhammen,
-voorgebergten, kapen, klippen, zandbanken, eilanden enz., en dat alles
-ter beschikking van eene bevolking van ongeveer twee millioen inwoners,
-verdeeld over eene oppervlakte van zes en twintig duizend vierkante
-kilometers, hetgeen eene bevolkingsdichtheid geeft van 76,9 per
-vierkanten kilometer.
-
-Welk tooneel zou beter geschikt kunnen bevonden worden voor de
-bedrijvigheid van het bandieten-handwerk? Hoewel dat handwerk dan ook
-neiging tot vermindering toont; hoewel de Siciliaansche roover evenals
-de Calabrische zijn tijd schijnt gehad te hebben, en hij vogelvrij
-verklaard is; hoewel de bewoners beginnen te begrijpen, dat gezette
-arbeid op den duur meer loonend dan diefstal is, zoo is het toch steeds
-aanbevelingswaardig voor reizigers, dat zij niet zonder
-voorzorgsmaatregelen het binnenland intrekken. Zij moeten gedenken, dat
-daar nog altijd vereerders van Mercurius, den god der dieven
-aangetroffen worden; ook dat de gelegenheid in den regel den dief
-maakt.
-
-Het mag niet verheeld worden, dat in de laatste jaren de Siciliaansche
-maréchaussées, die zeer waakzaam en steeds gereed om uit te rukken
-zijn, eenige zeer gelukkige tochten in de oostelijke provinciën
-ondernomen hadden. Verscheidene benden, die in hinderlaag gevallen
-waren, werden gedeeltelijk verdelgd, in ieder geval voor langen tijd
-onschadelijk gemaakt. Onder die laatste behoorde ook de bende van
-Zirone, die nog maar dertig koppen telde. Dat was de reden, waarom hij
-besloten had zijn troep met vreemde bestanddeelen en voornamelijk met
-Maltezer bloed te versterken. Hij wist, dat in de verpeste holen van
-het kwartier Manderaggio, hetwelk hij vroeger dikwerf gelegenheid had
-te bezoeken, zich honderde werkelooze bandieten ophielden. Daarom was
-Carpena naar La Valletta vertrokken, en indien deze slechts twaalf
-mannen medebracht—hetgeen weinig was,—dan moest toch gezegd worden, dat
-het een uitgezocht zoodje was; zoodat Zirone’s teleurstelling niet
-groot was, hoewel hij beter verwacht had.
-
-De lezer moet zich niet verwonderen, dat de Spanjaard Carpena zooveel
-toewijding aan den dag legde, zoowel bij het verkennen van het terrein,
-als bij het bespionneeren der bedreigden en bij het uitoefenen van de
-functie van kastelein van de herberg Santa Grotta, een afschuwelijk
-moordhol, hetwelk op de eerste hellingen van den vulkaan, maar toch op
-eene vrij aanzienlijke hoogte gelegen was.
-
-Er zal wel niet behoeven verhaald te worden, dat tegenover Sarcany en
-Zirone, die den geheelen levensloop van Carpena kende, en in het
-bijzonder omtrent zijn verraad ten opzichte van Andreas Ferrato
-ingelicht waren, hij integendeel niets van het gebeurde te Triëst
-vernomen had. Hij meende, dat hij slechts in betrekking stond met
-eerlijke roovers, die sedert lange jaren hunne „zaken” in het gebergte
-van Sicilië dreven, maar zich overigens met geen kuiperijen ophielden.
-
-Zirone en Carpena hadden gedurende dat traject van acht Italiaansche
-mijlen, hetwelk de rotsen van Polyphemus van Nicolosi scheidt, geene
-onaangename ontmoetingen, hetgeen in hun taal wil zeggen, dat geen
-enkele maréchaussée zich op hun weg vertoonde. Zij volgden overigens
-zeer moeielijke paden, welke tusschen de wijngaarden en velden van
-olijfboomen, van oranjeboomen, van cederboomen, en te midden van
-esschenboschjes, van elzenboschjes, van struiken van kurkeiken en van
-Indische vijgeboomen omhoog slingerden. Somtijds schreden zij door een
-van die beddingen van opgedroogde bergstroomen voorwaarts, die, van uit
-zee gezien, zich als zoovele gemacadamiseerde wegen voordoen, die langs
-de berghellingen opwaarts klimmen en waarop de ballest-welrol de
-scherpkantige keisteenen nog niet zou verbrijzeld hebben.
-
-De Siciliaan en de Spanjaard trokken eindelijk door de dorpen San
-Giovanni en Tramestieri, reeds op eene aanmerkelijke hoogte boven de
-oppervlakte der Middellandsche zee gelegen.
-
-Zoo omstreeks tegen half elf bereikten zij ten laatste Nicolosi. Dat is
-een stedeke, hetwelk in het middengedeelte gelegen is van een zeer
-uitgestrekten cirkel, een soort van kratervormigen bergwand, ten
-noorden en ten westen omgeven door de uitbarstings-kegels van
-Monpilieri, van Monte Rossi en van Serra Pizuta; en ten oosten en ten
-zuiden in de eigenlijke hellingen van den Etna vervloot.
-
-Dat stedeke bezit zes kerken, vijf kapellen, een klooster, dat San
-Nicolo van Arena tot beschermheilige heeft, en twee herbergen, die
-vooral op zijne belangrijkheid duiden. Zirone en Carpena hadden daar
-niets te verrichten.
-
-De herberg Santa Grotta wachtte hen, en om die te bereiken, hadden zij
-nog ruim een uur gaans in het gebergte af te leggen.
-
-Dat moordhol was in een van de meest sombere ravijnen van het geheele
-Etna-bergstelsel gelegen. Zij kwamen daar dan ook niet aan, voordat het
-middernachtsuur op de zes klokketorens van Nicolosi geslagen had en
-gevoelden zich toen doodmoe.
-
-Niemand sliep te Santa Grotta. Daar werd toen, te midden van de
-afschuwelijkste kreeten en godslasteringen, het middagmaal gebruikt. De
-nieuwe door Carpena aangeworven manschappen waren daar vereenigd en
-omringden een ouden bandiet, Benito geheeten, die zijn naam van
-„gezegende” gestand deed en de eer van het huis ophield op eene wijze,
-die al de duivelen in de hel moest doen jubelen en juichen.
-
-Wat de overige leden der bende betrof, bestaande uit een dertigtal
-bergbewoners en weerspannigen aan de militiewet, die waren toen op roof
-uit, een twintig mijlen verder in westelijke richting, waarbij zij de
-tegenovergestelde helling van den Etna doorsnuffelden, die zij op
-brandschatting stelden, waarna zij zich bij het hoofdkwartier moesten
-vervoegen, om rekening en verantwoording af te leggen.
-
-Er was dus te Santa Grotta slechts het dozijn Maltezers aanwezig, die
-door den Spanjaard aangeworven waren, plus de oude Benito. Onder die
-allen brulde Pescados—onze kleine Pescadospunt—zijne partij in dat
-concert van verwenschingen en van vloeken, van blufferijen en
-godslasteringen. Maar tevens opende hij scherp de ooren; hij luisterde,
-hij sloeg gade, hij merkte op, om toch maar niets te laten ontglippen,
-wat hem vroeg of laat dienstig zou kunnen zijn. Zoo vernam hij en
-onthield goed een gezegde, hetwelk Benito ontviel, om het spectakel
-zijner gasten een poos voor de aankomst van Zirone en Carpena
-eenigszins te temperen:
-
-„Houdt je mond toch, duivelsche Maltezers!” riep hij met een gramstorig
-gelaat uit.
-
-Een hoerrah begroette toen die aanbeveling. De kerels waren in dien
-stond half dol.
-
-„Houdt je mond toch; men kan jullie te Cassana hooren brullen, waarheen
-de commissaris, die beminnelijke magistraat van de provincie, een
-detachement karabiniers gezonden heeft!”
-
-Dat was eene grappige bedreiging. Cassana toch was ver genoeg van Santa
-Grotta verwijderd. Maar de nieuw aangekomenen moesten vooronderstellen,
-dat hun gejoel en gebrul de gehoorwerktuigen der karabiniers konden
-bereiken. Die karabiniers deden dienst als maréchaussées op het eiland.
-De kerels matigden hun geschreeuw dan ook, hoewel zij midderwijl te
-meer van dien Etnawijn dronken, die Benito hun overvloedig schonk, om
-hun welkom bij de bende te vieren. Zij waren allen min of meer onder
-den invloed, toen de deur van de herberg eensklaps openvloog.
-
-„Een mooi zoodje!” riep Zirone binnensmonds uit. „Bij mijne ziel! een
-mooi zoodje.”
-
-Allen keken met woeste blikken op. Het scheelde weinig, of zij gingen
-de binnentredenden te lijf. Gelukkig, dat de Spanjaard verscheen.
-
-„Carpena is gelukkig in zijne keus geweest; en ik zie dat Benito de eer
-van het huis ophoudt.”
-
-„Die brave kerels stierven van dorst!” antwoordde de oude bandiet op
-zoetsappigen toon.
-
-„En daar dat geen prettige dood is, wildet gij hen dien besparen? Dat
-is Christelijk gedacht.”
-
-„Voorzeker.”
-
-„Mooi! Maar laat ze nu gaan slapen! Ze hebben rust noodig. Morgen
-zullen we kennis maken!”
-
-„Waarom tot morgen wachten?” vroeg een der nieuwelingen, Zirone vrij
-brutaal aankijkende.
-
-„He?” zei Zirone, ietwat verwonderd.
-
-Het gebeurde zelden dat een zijner bende hem tegensprak.
-
-„Ja, waartoe tot morgen gewacht, met iets wat heden nog kan
-geschieden?” ging de nieuw aangekomene voort.
-
-„Omdat jullie te dronken zijt, om dat te begrijpen,” antwoordde Zirone
-zoetsappig.
-
-„Dronken!.... Dronken!.... Per Bacco!.... Wie durft dat zeggen?” was de
-algemeene kreet.
-
-„Voorzeker dronken! Zoudt gijlieden denken, dat ik dat niet zou durven
-herhalen?”
-
-„Omdat wij een paar flesschen slappen landwijn gedronken hebben?....
-Drommels, als men gewend is aan de jenever en de whiskey van de kroegen
-in de Maderaggio, dan is van dronken zijn geen sprake!”
-
-„He! En wie is dat daar?” vroeg Zirone, die met kennersblik het troep
-je monsterde.
-
-„Wien bedoelt ge?” vroeg Carpena.
-
-„Dien mooien jongen.”
-
-„Dat is de kleine Pescados,” antwoordde de Spanjaard. „Dat is de kerel,
-van wien ik u sprak.”
-
-„En wie is die dan?” vroeg Pescados op zijne beurt aan Carpena, terwijl
-hij de stem van den Siciliaan bedriegelijk nabootste, en met den vinger
-naar hem wees.
-
-„Dat is Zirone,” antwoordde de Spanjaard, met een glimlach op de
-lippen. „Dat is uw chef.”
-
-„Zoo, zoo,” sprak de kleine man op den meest onverschilligen toon, „is
-dat onze chef?”
-
-En hij bekeek den Siciliaan met een paar zeer brutale oogen, die van
-geen neerslaan wisten.
-
-Zirone sloeg met alle aandacht den jeugdigen bandiet, die door Carpena
-zoozeer geprezen was, en die zich met zoo’n gemakkelijkheid voordeed,
-gade. Ongetwijfeld vond hij, dat Pescados een schrander gelaat had,
-waarop veel vastberadenheid te lezen stond. Hij gaf althans een
-goedkeurenden knik met het hoofd. Daarna het woord tot Pescados
-richtende, vroeg hij hem:
-
-„Hebt ge evenals de anderen gedronken?”
-
-„Of ik gedronken heb? Wat ’n vraag!” zei Pescados, met verachtelijk
-gebaar en komiek neusoptrekken.
-
-„En toch herhaal ik die vraag. Hebt ge evenals de anderen gedronken?”
-vroeg Zirone andermaal.
-
-„Meer dan die lummels!” antwoordde de candidaat-bandiet meesmuilend.
-„Veel meer!”
-
-„En je verstand daarbij behouden?”
-
-„Het mocht wat! Dat gaat zoo gauw niet op den loop!”
-
-„Niet?”
-
-„Neen! Er moet wat anders gebeuren! Dat kan ik je verzekeren.... Heel
-wat anders!”
-
-„Zeg eens, kleine man,” hernam Zirone, „Carpena heeft mij straks
-gezegd, dat ge mij wellicht eene inlichting zoudt kunnen geven, die ik
-noodig heb. Luister dus!”
-
-„Eene inlichting? Te drommel!.... Gij begint, dunkt me, veeleischend te
-worden!”
-
-„Ja, eene inlichting.”
-
-„En,.... voor niemendal?.... Te drommel!.... Niemand arbeidt voor
-niets. Dat weet ge, hoop ik?”
-
-„Daar, grijp!”
-
-Zirone wierp hem een halven piaster toe, dien Pescados in de vlucht
-opving en onmiddellijk in den zak van zijn vest wegmoffelde, zooals een
-goochelaar met een muskaatnoot zoude gedaan hebben.
-
-„Hij is aardig!” zei Zirone, met een glimlach van tevredenheid op het
-gelaat.
-
-„Ja, zeer aardig!” antwoordde Pescados onbeschaamd. „Maar, wat wilt ge
-weten? Kom, vooruit!”
-
-„Kent ge Malta goed?”
-
-„Als het innerlijke van mijn zak! Maar niet alleen Malta, maar ook
-Italië, en Istrië, en Dalmatië, en de Adriatische zee,” antwoordde
-Pescados. „Is dat genoeg? Wilt ge nog meer?”
-
-„Ge hebt dus gereisd?”
-
-„Veel, maar steeds voor eigen rekening!”
-
-„Dat is nog al leuk,” viel Zirone lachende in, en herhaalde: „Dat is
-nog al leuk.”
-
-„Waarom is dat leuk, en waarom lacht gij zoo?” vroeg Pescadospunt,
-schijnbaar vertoornd.
-
-„Ik raad je, nooit anders te reizen; want wanneer je voor rekening van
-het gouvernement reist, dan....”
-
-„Is het te duur!” viel Pescados in. „Ja, dat begrijpt een kind en
-behoeft gij mij niet te vertellen.”
-
-„Juist, zooals ge zegt: te duur,” antwoordde Zirone, die zich de handen
-wreef en vergenoegd was, dat hij in dien nieuwen makker iemand aantrof,
-met wien ten minste te praten was.
-
-„Maar, nu verder?” hernam de schrandere jongen. „Gij hebt toch geen
-inlichtingen omtrent mijne reisgelegenheden noodig?”
-
-„Verder?....”
-
-„Ja.... verder.... de inlichting, die ge noodig hebt?”
-
-„Dat ’s waar ook. Ziehier! Pescados,” ging Zirone voort, alsof hij zich
-plotseling iets herinnerde, wat hem voor een oogenblik ontschoten was,
-„hebt ge ooit bij uwe menigvuldige omzwervingen van een zekeren dokter
-Antekirrt hooren spreken?”
-
-Met alle zijne schranderheid kon Pescadospunt onmogelijk die vraag
-verwachten. Hij wist evenwel zooveel zelfbeheersching uit te oefenen,
-dat hij van zijne verbazing niets liet merken.
-
-Maar hoe kon Zirone, die niet te Ragusa was, terwijl de Savarena daar
-geankerd had gelegen, en die niet te Malta vertoefde, toen de Ferrato
-daar repareerde, hebben hooren spreken van dokter Antekirrt? En hoe
-kwam hij zelfs aan dien naam? Ziet, dat waren vragen die in dit
-oogenblik het brein van den kleinen man bestormden.
-
-Maar hij begreep met zijn practisch verstand terstond, dat zijn
-antwoord hem van zeer veel nut kon zijn; daarom aarzelde hij dan ook
-geen oogenblik.
-
-„Dokter Antekirrt?....” vroeg hij om tijd te winnen. „Dokter
-Antekirrt?”
-
-„Ja, dokter Antekirrt,” herhaalde Zirone.
-
-„Zeker heb ik van hem gehoord!”
-
-„Welnu?”
-
-„Langs de geheele Middellandsche zee—en die is nog al uitgebreid—is
-slechts sprake over hem!”
-
-„Hebt gij hem gezien? Of hebt gij hem soms ook gesproken?” vroeg Zirone
-eenigszins wantrouwend.
-
-„Nooit; noch het een noch het ander.”
-
-„Maar weet gij wie hij is, die dokter? Daaromtrent zult gij toch wel
-iets vernomen hebben?”
-
-„Wie hij is?.... Een arme drommel.”
-
-„Wat, een arme drommel? Houdt ge mij voor den gek?” vroeg Zirone
-vertoornd.
-
-„Zeker, een arme drommel, die zoo wat honderd maal millionnair is,
-zooals men ten minste beweert. Gij begrijpt, dat ik al die millioenen
-niet heb kunnen tellen.”
-
-„Een aangename mededeeling intusschen,” grinnikte Zirone met een soort
-van welbehagen.
-
-„Die nooit gaat wandelen, zonder in iederen zak van zijn overjas een
-millioen te hebben.”
-
-„En heeft die overjas veel zakken?” vroeg de bandiet met van hebzucht
-fonkelende oogen.
-
-„Slechts zes!.... Het is weinig, dat beken ik,” zei Pescadospunt
-glimlachende.
-
-„En verder?....”
-
-„Dokter Antekirrt is een arme drommel, die er door zijne droomerijen
-toe gebracht werd, om de geneeskunde voor liefhebberij uit te oefenen,
-en daarvoor nu eens met zijn goelet Savarena, dan weer met zijn
-stoomjacht Ferrato rondreist en geneesmiddelen bezit voor de twee en
-twintig duizend ziekten, waarmede de natuur het menschenras zoo
-liefderijk begiftigd heeft.”
-
-Het potsenmakerskarakter van vroeger was bij Pescadospunt weer zeer ter
-snede boven gekomen en zijne snakerijen namen niet minder Zirone dan
-Carpena in, die scheen te zeggen:
-
-„Welnu, hoe denkt gij er over?.... Welk eene aanwinst!.... Niet
-waar?.... Zoo’n kerel!”
-
-Pescados zweeg en stak eene sigarette aan, waarvan hij den grilligen
-rook tegelijkertijd uit den neus, uit de oogen en zelfs uit de ooren
-liet ontsnappen. De beide anderen keken hem verwonderd aan.
-
-„Ge denkt dus, dat die dokter rijk is?” vroeg Zirone begeerig en met de
-lippen smakkend.
-
-„Rijk, vraagt gij? Hij is zoo rijk, dat hij het geheele eiland Sicilië
-kan koopen, om er zich een Engelsch park van te vervaardigen,”
-antwoordde Pescadospunt.
-
-Toen, bedenkende dat het oogenblik wellicht gekomen was, om Zirone het
-denkbeeld in te fluisteren van het plan, welks uitvoering hij
-persoonlijk najaagde:
-
-„Ziet, vervolgde hij dan ook, „al heb ik dien dokter Antekirrt in eigen
-persoon niet gezien, dan heb ik toch een zijner pleizierjachten kunnen
-bewonderen.”
-
-„Een zijner pleizierjachten? Houdt hij er pleizierjachten op na?” vroeg
-Zirone geheel en al verlokt.
-
-„Men zegt, dat hij eene geheele flottilje er op nahoudt, om zijne
-tochtjes op de Middellandsche zee te kunnen volvoeren en de
-verschillende kusten van dat meerbekken te bezoeken.”
-
-„Een zijner pleizierjachten?” herhaalde Zirone voortdurend met de
-grootste verwondering.
-
-„Ja, de Ferrato! Een prachtig vaartuig, dat mij zeer ter stade zoude
-komen, om tochten in de baai van Napels te ondernemen, met een of twee
-vorstinnen mijner keuze!”
-
-„En waar hebt ge dat jacht gezien, vriend Pescados?” was de
-nieuwsgierige vraag.
-
-„Te Malta,” antwoordde Pescados, zonder de minste aarzeling. „In de
-Militaire haven.”
-
-„Wanneer?”
-
-„Wanneer?.... Laat zien.... Wel, niet later dan gisteren,” antwoordde
-de kleine man zonder bedenken.
-
-„Gisteren?”
-
-„Wel zeker, te La Valletta. Toen wij ons met onzen aanvoerder Carpena
-inscheepten, lag het nog in de Militaire haven ten anker. Maar men
-vertelde, dat het vier en twintig uren later vertrekken zou.”
-
-„Waarheen? Zijt gij dat soms ook te weten gekomen, vriend Pescados?”
-vroeg Zirone.
-
-„Eh, eh! Juist naar Sicilië, naar Catania! Ja, dat vernam ik nog even
-vóór onze inscheping.”
-
-„Naar Catania?” herhaalde Zirone nadenkend. „Weet gij dat zeker? Naar
-Catania?”
-
-Die overeenkomst van het vertrek van dokter Antekirrt met de
-waarschuwing, die hij ontvangen had, om dien man te wantrouwen kon niet
-anders dan de achterdocht van den makker van Sarcany opwekken.
-
-Pescadospunt begreep, dat zekere geheime gedachte in het brein van
-Zirone broeide. Maar welke?
-
-Toen hij haar niet kon raden, besloot hij meer bepaald er op los te
-gaan. Toen Zirone dan ook vroeg:
-
-„Wat kon die duivelsche dokter in Sicilië uit te voeren hebben? En
-juist te Catania?”
-
-„Wel nu nog mooier! Wat hij hier wil uitvoeren? Wel niets! Volstrekt
-niets! Dat begrijpt gij.”
-
-„Niets?”
-
-„De stad bezoeken, den Etna beklimmen; in één woord: rondboemelen als
-een rijk heer, die hij is.”
-
-„Pescados,” zei Zirone, die van tijd tot tijd eene zekere achterdocht
-in zich voelde opwellen, „het komt mij voor, dat gij meer van dien man
-weet, dat gij thans wel vertelt.”
-
-„Niet meer dan ik u mededeel. Maar ik zou meer uitvoeren, wanneer de
-gelegenheid zich zou voordoen.”
-
-„Wat wilt ge zeggen? Wat zoudt gij willen uitvoeren?” vroeg Zirone
-nieuwsgierig.
-
-„Dat’s duidelijk genoeg, dunkt me,” mompelde Pescadospunt schier
-onhoorbaar.
-
-„Voor mij evenwel niet. Gij dient duidelijker te spreken, vriend
-Pescados,” hernam de Siciliaan.
-
-„Welnu, ik wil zeggen, dat wanneer die dokter Antekirrt, zooals
-vermoedelijk is, op ons grondgebied zal komen wandelen, Zijne
-Excellentie ons een aardig losgeld te betalen zal hebben.”
-
-„Zoo, meen je dat?”
-
-„En als hem dat slechts een of twee millioen zal kosten, dan komt hij
-er goedkoop af.”
-
-„Vind je?.... Ja, het is waar: die overjas met die zes zakken, niet
-waar? Maar zijn die zakken altijd gevuld?”
-
-„En dan zou kunnen gezegd worden, dat Zirone en zijne vrienden echte
-schaapskoppen zullen geweest zijn,” ging Pescadospunt voort, zonder op
-de laatste vraag te antwoorden.
-
-„Goed gezegd,” antwoordde Zirone lachende. „Na dat compliment aan ons
-adres kun je gaan slapen.”
-
-„Dat lijkt mij, kapitein,” antwoordde Pescados, „maar ik weet wel,
-waarvan ik droomen ga.”
-
-„Waarvan, zeg?”
-
-„Van de millioenen van dokter Antekirrt.... Dat zullen gulden droomen
-zijn, niet waar?”
-
-En daarop ging Pescados, na nog eene laatste rookwolk van zijn
-sigarette uitgeblazen te hebben, zijn makker in de schuur der herberg
-opzoeken, terwijl Carpena naar zijn vertrek ging.
-
-En toen, in plaats van te slapen, hield de brave kerel zich onledig met
-hetgeen hij gedaan en gezegd had behoorlijk in zijn brein te ordenen.
-Dat was niet gemakkelijk. Dit moest hij erkennen.
-
-Had hij inderdaad van het oogenblik, dat Zirone tot zijne groote
-verwondering hem over dokter Antekirrt gesproken had, de belangen
-behoorlijk behartigd die hem toevertrouwd waren? Dat de lezer oordeele!
-
-De dokter hoopte bij zijn verblijf op Sicilië Sarcany, en, voor het
-geval dat zij er te zamen waren, ook Silas Toronthal te ontmoeten. Dat
-was toch mogelijk, daar beide Ragusa verlaten hadden. Mocht dat
-tegenvallen, dan zou hij, bij afwezigheid van Sarcany, zich van Zirone
-meester kunnen maken. Daarna zou hij dezen, hetzij door hem te
-beloonen, hetzij door hem te dreigen, er wel toe brengen, om te
-vertellen, waar Sarcany en Silas Toronthal zich ophielden. Twijfel aan
-den uitslag van dat beraamde plan kwam volstrekt niet bij hem op.
-
-Dat was zijn voornemen, en ziehier hoe hij dat dacht uit te voeren. Het
-was eenvoudig genoeg.
-
-De dokter had in zijne jeugd Sicilië verscheidene malen bezocht en dan
-voornamelijk in de omstreken van den Etna vertoefd. Hij kende de
-verschillende wegen, welke de bergbestijgers gewoonlijk insloegen. De
-meest gekozene slingert aan den voet een zonderling huis voorbij,
-hetwelk aan den benedenrand van den uitbarstingskrater gebouwd is en de
-„Casa Inglese”, het Engelsche huis genoemd wordt.
-
-Nu hield de bende van Zirone, waarvoor Carpena versterking te Malta
-aangeworven had, strooptochten op de hellingen van den Etna. Het was
-dus zeker, dat de aankomst van een zoo beroemd persoon, als dokter
-Antekirrt was, hare gewone uitwerking te Catania zoude uitoefenen. Daar
-nu de dokter openlijk had laten verkondigen, dat hij den Etna wilde
-beklimmen, kon het boven allen twijfel verheven gerekend worden, dat
-Zirone zulks vernemen zoude, vooral als Pescadospunt er zich in mengde.
-De lezer heeft kunnen bespeuren, dat de aanleg der zaak niet moeilijk
-was geweest, daar Zirone zelve Pescados over dokter Antekirrt
-ondervraagd had.
-
-Ziehier nu de valstrik, die Zirone gespannen werd, en waarin hij alle
-kans had zich te verstrikken.
-
-Daags voor den bepaalden dag, dat de dokter de vulkaanbeklimming zou
-ondernemen, moesten twaalf goed gewapende mannen van de Ferrato zich
-heimelijk naar de Casa Inglese begeven. Den volgenden dag zouden de
-dokter, vergezeld van Luigi Ferrato, van Piet Bathory en van een gids,
-Catania verlaten en den gewonen weg volgen, zoodanig dat zij de Casa
-Inglese tegen acht uur des avonds konden bereiken.
-
-Zoo doen de toeristen, die boven op den Etna de zon willen zien opgaan,
-hetgeen door het oostwaarts gelegen gebergte een bewonderenswaardig
-gezicht oplevert.
-
-De Casa Inglese is door eenige reizigers, die uitermate veel van
-comfort hielden, daargesteld. Zij is prachtig gelegen op ongeveer drie
-duizend meters boven de oppervlakte der zee.
-
-Ongetwijfeld was het de wensch van Zirone, daartoe door Pescadospunt
-opgehitst, te trachten dokter Antekirrt in handen te krijgen, vooral
-daar hij meende, dat hij slechts met hem en zijne twee metgezellen te
-doen zoude hebben. Wanneer hij echter bij de Casa Inglese zoude
-aankomen, zou hij door de zeelieden der Ferrato warm ontvangen worden
-en zou alle weerstand vruchteloos, ja onmogelijk zijn.
-
-Pescadospunt, die dat plan kende, had dus zeer behendig van de
-omstandigheden partij getrokken, om het denkbeeld in het brein van
-Zirone op te wekken, zich van dokter Antekirrt meester te maken. Dat
-zou een zeer rijke prooi zijn, die hij naar hartelust zou kunnen
-uitplunderen, zonder daarbij de waarschuwing uit het oog te verliezen,
-die hij ontvangen had. Was het bovendien niet het zekerste, nu hij zich
-voor dien dokter moest wachten, hem in zijne macht te krijgen, al moest
-hij dan ook daarvoor den losprijs, dien hij bedingen kon, verliezen?
-Hoe meer de bandiet er over nadacht, hoe meer de zaak hem toelachte.
-
-Zirone ging tot dat besluit over, in afwachting van nieuwe instructies
-van Sarcany.
-
-Maar om des te zekerder omtrent het welslagen te zijn, rekende hij,
-dewijl zijne geheele bende niet bij de hand was, die oplichting uit te
-voeren met behulp der Maltezers van Carpena. Dat kon Pescadospunt geene
-onrust inboezemen, daar die twaalf booswichten wel in bedwang zouden
-gehouden worden door de zeelieden van de Ferrato. Die Maltezers waren
-inderdaad nog slechts nieuwelingen in het werk.
-
-Maar Zirone liet zelden of nooit iets aan het toeval over, wanneer hij
-anders handelen kon.
-
-Daar volgens beweren van Pescados het stoomjacht den volgenden dag
-moest aankomen, zoo verliet hij in den vroegen ochtend de herberg Santa
-Grotta, daalde de hoogte af en begaf zich naar Catania. Dewijl hij in
-die plaats niet bekend was, kon hij dien tocht zonder gevaar hoegenaamd
-ondernemen. Niemand zou hem verdenken.
-
-Het stoomjacht was toen reeds sedert eenige uren op de ankerplaats
-aangekomen. Het had niet aangelegd bij de haven, waarbij zich de
-vaartuigen steeds verdrongen, maar het was ten anker gekomen in eene
-soort van voorhaven, gelegen tusschen den noorderpier en een kolossaal
-rotsgevaarte van zwartachtige lava, die door de uitbarsting van 1669
-tot bij den zeeoever voortgestuwd was. Daar lag het vaartuig veilig.
-
-Reeds bij het aanbreken van den dag werden Kaap Matifou en elf man der
-equipage onder aanvoering van Luigi Ferrato te Catania ontscheept,
-waarna zij zich ieder afzonderlijk op weg begeven hadden naar de Casa
-Inglese.
-
-Zirone wist dus niets van die ontscheping, en daar de Ferrato op eene
-kabellengte van den wal verwijderd ten anker lag, kon hij zelfs niet
-gadeslaan, wat er aan boord voorviel. Dat was, de lezer moet het
-erkennen, eene gelukkige omstandigheid.
-
-Tegen zes uur des avonds zette de barkas twee passagiers van het
-stoomjacht aan wal. Dat waren dokter Antekirrt en Piet Bathory. Zij
-richtten hunne schreden, terwijl zij de Via Stesicoro en de Strada Etna
-insloegen, naar de Villa Ballini, een bewonderenswaardige publieke
-tuin, een der fraaiste, zoo niet de fraaiste wellicht van geheel
-Europa, met zijne bloemperken, zijne boschjes van sierplanten, zijne
-paden langs grillige hellingen, zijne terrassen, beschaduwd door zwaar
-en hoog geboomte, zijne levendige en murmelende beken, en dan die
-prachtige vulkaan, welke aan den gezichteinder verrijst en steeds met
-eene rookpluim getooid is, Inderdaad, die vallei is verrukkelijk.
-
-Zirone had de twee passagiers achtervolgd en twijfelde er niet aan, of
-een hunner was dokter Antekirrt. Hij sloop zoodanig voorwaarts, dat hij
-hen vrij nabij naderde te midden van de menigte, die in de villa
-Bellini naar de muziek was komen luisteren en zich daar vrij laat
-ophield. Hoe geheimzinnig hij dit had pogen te doen, hadden de dokter
-en Piet Bathory toch de geniepige omdolingen bemerkt van dien kerel met
-dat argwaanwekkende gelaat. Als dat de door hen bedoelde Zirone was,
-dan—dat moesten zij erkennen—was de gelegenheid schoon om hem verder in
-den valstrik te lokken, waarin zij hem vangen wilden. Onmerkbaar
-knikten zij elkander toe.
-
-Tegen elf uren in den avond dan ook, juist toen beiden den openbaren
-tuin wilden verlaten, om naar boord terug te keeren, zei de dokter met
-gedempte stem tot Piet:
-
-„Dat is dan afgesproken, morgen zullen wij op weg gaan en zullen den
-nacht in de Casa Inglese doorbrengen.”
-
-„Hoe laat het vertrek?” vroeg Piet Bathory, even onverschillig, of hij
-gehoord werd of niet.
-
-„Dat zullen wij aan boord van de Ferrato bepalen,” antwoordde dokter
-Antekirrt.
-
-De verspieder had waarschijnlijk vernomen, wat hij wenschte te weten;
-want in het daarop volgend oogenblik was hij in het struikgewas
-spoorloos verdwenen.
-
-Dokter Antekirrt en Piet Bathory tuurden rondom zich en toen zij
-niemand meer bespeurden, krulde een glimlach hunne lippen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-XI.
-
-DE CASA INGLESE.
-
-
-Den volgenden dag, zoo omstreeks één uur in den namiddag, maakten
-dokter Antekirrt en Piet Bathory hunne toebereidselen, om van boord te
-gaan en aan hunne voornemens gevolg te geven.
-
-De barkas nam de passagiers op, maar alvorens daarin af te dalen, beval
-de dokter kapitein Köstrik aan, goed te doen uitkijken naar de aankomst
-van de Electriek, die ieder oogenblik te wachten was, en droeg hem op,
-dat vaartuig onmiddellijk naar de wateren der Faraglioni, ook de rotsen
-van Polyphemus genaamd, te zenden. De scheepsgezagvoerder knikte ten
-teeken dat hij zijn patroon goed begrepen had.
-
-Wanneer het plan gelukte, wanneer Sarcany, of ten minste Zirone en
-Carpena gevangen genomen waren, dan moest dat snelle bootje hen
-dadelijk naar Antekirrta overbrengen, waar de dokter de verraders van
-Triëst en van Rovigno in zijne macht wilde hebben. Zoo waren de
-plannen, zoo zou moeten gehandeld worden.
-
-De barkas stak af. In weinige minuten had zij de trap van de kade van
-Catania bereikt.
-
-Dokter Antekirrt en Piet Bathory waren in het gewone reispak van
-bergbeklimmers gestoken, die genoopt zullen worden om eene temperatuur
-te trotseeren, die tot zeven graden onder het vriespunt kan dalen,
-terwijl zij op het strand nabij de oppervlakte der zee dertig daarboven
-teekent. Zij hadden een gids bij de afdeeling der Alpenclub op de Via
-Lincoln No. 17 besproken. Deze wachtte hen met paarden, die te Nicolosi
-door muildieren zouden vervangen worden, welke laatste dieren steviger
-op de beenen waren, daarbij als onvermoeibaar geroemd worden en
-bijgevolg de voorkeur, in zoo’n bergterrein als Sicilië is, verdienden.
-
-De stad Catania, welker breedte gering te noemen is in vergelijking met
-hare lengte, was spoedig doorsneden.
-
-Niets duidde den dokter aan, dat hij bespied of gevolgd werd. Hij en
-Piet Bathory begonnen, na den Belvedère-weg ingeslagen te hebben, te
-stijgen en dus den invloed te ondervinden van de eerste verheffingen
-van het Etnasche bergstelsel, waaraan de Sicilianen den naam van
-Mongobello-berg gegeven hebben en welker doorsnede niet minder dan vijf
-en twintig mijlen meet, hetgeen voor een voorgebergte nog al
-aanmerkelijk mag heeten.
-
-De weg was natuurlijk zeer geaccidenteerd en uiterst bochtig. Hij week
-somwijlen van de algemeene richtig af, om lavabeddingen, om
-basaltrotsen, welker versteening van voor millioenen jaren dagteekent,
-om droge ravijnen, die in het voorjaar in woeste bergstroomen
-herschapen worden, te mijden. Dat waren allen terreinhindernissen, die
-aangetroffen werden in een boschrijke streek, waarin de olijfboomen, de
-oranjeboomen en de esschen ruimschoots vertegenwoordigd waren, wier
-takken als met festoenen getooid werden, met slingerlooten van
-krachtige wingerds en andere klimplanten, die er zich om heen
-slingerden.
-
-Dat was de eerste der drie gordels, die de verschillende hoogten van
-den vulkaan omvatten, van dien smidsoven, zooals de vertaling van het
-Phénisische woord Etna luidt, van dien „aardspijker en steunpilaar des
-hemels”, volgens de aardkundigen van een ander tijdvak, toen de
-wetenschap der aardkunde nog niet bestond.
-
-Na gedurende twee uren gestegen te zijn, konden dokter Antekirrt en
-zijn jeugdige metgezel Piet Bathory gedurende eene halte van weinige
-minuten, die meer voor de rijdieren dan voor de ruiters noodzakelijk
-was, de geheele stad Catania, die trotsche mededingster van Palermo,
-welke niet minder dan vijf en tachtig duizend inwoners telt, aan hunne
-voeten ontwaren. Eerst bespeurden zij de lijnen van hare voornaamste
-straten, die evenwijdig aan de kade liepen; dan de klokketorens en de
-overwelfde koepelverhevenheden harer honderd bedehuizen; verder de
-talrijke en schilderachtige kloosters, en eindelijk de huizen, die
-meerendeels in den trotschen bouwstijl der zeventiende eeuw opgetrokken
-waren. En dat alles was omgeven, ja omlijst door een band van groene
-boomen, zoo bevallig, dat weinig steden in Europa er op bogen kunnen
-zulk een gordel om het middel geslagen te hebben.
-
-Vervolgens, verder vooruit, ontwaarden zij de havenkom, welker
-natuurlijke dijken door den Etna zelven opgetrokken waren, nadat hij
-hem eerst gedeeltelijk gevuld had bij de schrikkelijke uitbarsting van
-1669, die veertien steden en dorpen verwoestte en achttien duizend
-menschen deed omkomen, door over den omtrek meer dan een millioen
-kubieke meters lava, zand en vulkanische asch uit te storten en
-daardoor alles op de schrikkelijkste wijze te verwoesten.
-
-Overigens, als de Etna minder woelig in onze negentiende eeuw is, dan
-heeft hij waarachtig wel eenige aanspraak om tot rust te mogen komen.
-Men telt inderdaad meer dan dertig uitbarstingen sedert de invoering
-van het Christendom. Dat Sicilië bij die machtige natuurverschijnselen
-niet vernietigd is, moet als bewijs gelden dat hare grondvesten stevig
-zijn. Daarenboven dient opgemerkt te worden, dat de vulkaan zich geen
-permanenten krater gevormd heeft. Grillig als een jonge dame, verandert
-hij dienaangaande. De berg barst open, daar waar hij voor het oogenblik
-den minsten wederstand ondervindt en waar zich dus bij hem een dier
-vuurspuwende gezwellen vormt, waardoor dan al de lavabestanddeelen, die
-in zijne ingewanden koken en borrelen, een uitweg vinden. Vandaar het
-ontstaan van die groote hoeveelheid kleine vulkanen, de Monte Rossi
-genaamd, dubbelbergen, gevormd in drie maanden tijds door de
-uitgeworpen asch, zand, steenen en sintels, in 1669 op eene hoogte van
-honderd zeven en dertig meter, en wier krater aan bijtorentjes gelijk,
-die rondom den hoofdtoren van eene kathedraal gerangschikt staan, en
-Frumento, Sinoni, Stornello Crisinio genoemd worden, ongerekend die
-kraters die in 1809, 1811, 1819, 1838, 1852, 1865 en 1878 gevormd en
-welker trechtervormige bekken de flanken van den hoofdkegel uithollen
-als de cellen van een honigraat.
-
-Toen de toeristen het gehucht Belvedère doorgetrokken waren, sloeg de
-gids een pad in, om den weg van Travestiéri, dicht bij dien van
-Nicolosi te bereiken. Men was nog steeds in den eersten gordel van het
-bergstelsel, die bebouwd kan gerekend worden. Deze strekt zich tot het
-stedeke uit, dat wil zeggen tot eene hoogte van twee duizend honderd en
-twintig voeten, of ruim zeshonderd drie en zestig meters.
-
-Het was ongeveer vier uren in den namiddag, toen Nicolosi in het
-gezicht kwam, zonder dat de toeristen op den afstand van vijftien
-mijlen, welke zij, sedert zij Catania verlieten, afgelegd hadden,
-eenige kwade ontmoetingen, hetzij in den vorm van wilde zwijnen, hetzij
-in den vorm van wolven, hetzij in den vorm van bandieten of
-struikroovers ondervonden hadden.
-
-Maar zij hadden nog twintig kilometers te doorloopen, alvorens zij de
-Casa Inglese zouden bereiken.
-
-„Hoelang willen Uwe Excellentiën hier toeven?” vroeg de gids aan de
-reizigers.
-
-„Zoo kort mogelijk,” was het antwoord van dokter Antekirrt, kort
-afgemeten.
-
-„Maar hoe lang zal het duren?” was de wedervraag. „De heeren moeten mij
-verontschuldigen. Ik dien dat te weten.”
-
-„Ik wenschte dezen avond tegen negen uur op onze bestemming aangekomen
-te zijn.”
-
-„Dan blijft ons zeer weinig tijd over, heeren! Dan moeten wij
-voortmaken, en geen oogenblik verloren laten gaan.”
-
-„Gij moet beslissen. Wij zullen niet langer toeven, dan gij ons zult
-toestaan.”
-
-„Maar hoe lang verlangt Uwe Excellentie hier te blijven?” vroeg de
-gids.
-
-„Is veertig minuten te lang?” vroeg dokter Antekirrt, terwijl hij den
-Siciliaan aankeek.
-
-Deze dacht een oogenblik na. Hij scheen zich in een moeielijke
-berekening te verdiepen.
-
-„Veertig minuten? Dat kan,” zei hij eindelijk. „Maar, heeren, gelooft
-me, geen oogenblik langer.”
-
-Het was weinig, maar toch genoeg om een sober maal te gebruiken in een
-der beide herbergen van het stedeke. Toch moesten de reizigers
-erkennen, dat de spijzen zoo lekker toebereid waren, dat daardoor de
-hofmeesters-faam van den Siciliaansche gaarkeukens niet weinig verhoogd
-werd. Dat kan gerust ter eere gezegd worden van de drieduizend inwoners
-van Nicolosi, waaronder de bedelaars, die er in menigte krioelen,
-gerekend moeten worden. Een reebout en vruchten als; druiven, oranje-
-en granaatappelen; en wijn van San Placido, een uiterst goed merk, dat
-in de omstreken van Catania gewonnen wordt. Waarlijk er zijn vele
-steden in Italië, die voor veel aanzienlijker dan Nicolosi doorgaan, en
-zich gekrenkt zouden gevoelen, daarmede vergeleken te worden, maar waar
-menige kastelein verlegen zoude staan, om zijne reizigers en overige
-gasten zoo goed te onthalen, als dat hier geschiedde op de hellingen
-van den Etna.
-
-Voor dat vijf uren geslagen waren, beklauterden dokter Antekirrt, Piet
-Bathory en de Cataniaansche gids, alle drie op muildieren gezeten, de
-tweede verdieping van het bergstelsel en bereikten den woudgordel. Die
-zone wordt zoo niet genoemd, omdat er werkelijk wouden zouden bestaan,
-of omdat er meer boomen dan elders aangetroffen zouden worden. O, neen,
-want de houthakkers hebben zich sedert eeuwen bevlijtigd en bevlijtigen
-zich hier even als elders, nog steeds, om de eeuwenoude en prachtige
-bosschen te vernielen, die weldra niet anders meer dan in de
-mythologische herinneringen zullen bestaan. Evenwel werden hier en daar
-bij wijze van boschjes of groepen, langs de lavabeddingen, of op de
-hellingen der ravijnen en afgronden, beuken, eiken en een soort
-vijgeboomen, met bijna zwart loof aangetroffen; terwijl in hooger
-gelegen streeken, dennen, pijnboomen en berken ontwaard werden. Dat die
-waren blijven staan, was alleen daaraan te danken, dat zij in schier
-ontoegankelijke terreinen opgeschoten waren, waardoor het vervoer van
-het hout te moeilijk werd.
-
-De vulkanische asch, vermengd met eenige teelaarde, stelde een
-vruchtbaren bodem daar en strekte tot voedsel van machtige
-varenstoelen, van esschenkruid, van maluwstruiken, en werd overigens
-overdekt met een weelderig mostapijt.
-
-Tegen acht uren hadden dokter Antekirrt en Piet Bathory reeds eene
-hoogte van drie duizend voeten bereikt, waar ongeveer de grens op deze
-breedte van de eeuwigdurende sneeuw aangetroffen wordt. Die sneeuw is
-op de hellingen van de Etna in zulk eene ontzettende hoeveelheid
-voorradig, dat geheel Italië en Sicilië daarvan voorzien zouden kunnen
-worden. Dat was de gordel der zwarte lavabeddingen, der vulkanische
-asch, der slakken, der sintels, die zich langs eene breede spleet
-uitstrekt, die een elliptischen vorm aanneemt en de Valle de Bore
-geheeten wordt.
-
-De steile rotswanden van die spleet, welke van duizend tot drie duizend
-voeten hoog waren, moesten omgetrokken worden, terwijl men in de
-breuken en hellingen van die steengevaarten, gangen van graniet- en
-bazaltgesteente bespeuren kon, die door het vulkanisch vuur niet
-aangetast schenen.
-
-Vlak voor onze toeristen verhief zich de eigenlijke kegel van den
-vulkaan, op welker hellingen zich eenige phanegoramische planten, hier
-en daar enkele plekken van groen vormden. Die centrale verheffing
-vormde op zich zelven een geheelen berg—Pelion op Gasa—en vertoonde op
-een hoogte van drie duizend drie honderd zestien meters boven de
-oppervlakte der zee een afgeronden top.
-
-De bodem trilde reeds merkbaar onder de voeten onzer reizigers. Onder
-de sneeuwlagen deden zich dreuningen gevoelen, die opgewekt werden door
-den plutonischen arbeid, welke dat geheele Etnasche bergstelsel
-voortdurend teistert. Eenige zwaveldampen, die door den wind van de
-rookpluim des kraters afgesleurd werden, sloegen tot bij den voet van
-den kegel neer, hetgeen het ademhalen soms bemoeielijkte; terwijl
-slakken, in vorm niet ongelijk aan gloeiende cokes, op het witte
-sneeuwveld neervielen, daarin sissend uitbluschten, een klein wit
-stoomwolkje vormend, maar daarbij een zwart spoor achterlieten.
-
-De luchtgesteldheid was toen zeer koud en daalde voorzeker eenige
-graden beneden het vriespunt, waardoor de ademhaling, ten gevolge van
-de meerdere ijlheid der lucht, zeer bemoeielijkt werd.
-
-Onze bergbeklimmers waren reeds genoodzaakt geweest zich dicht in hunne
-reismantels te wikkelen. Een scherpe bries streek over de berghelling,
-zweepte fijne sneeuwkristalletjes van den bodem op en deed ze met haren
-ijzigen adem in de ruimte dwarrelen en overal doordringen.
-
-Van deze hoogte kon men even beneden den grooten vuurmond, waaruit
-hooge vlammen opstegen, ja als uitgestooten werden, andere mindere
-kraters ontwaren, die niets anders waren dan smalle solfatara’s,
-eigenlijke brandende zwavelbronnen of diepe sombere putten, op welker
-bodem het vulkanische vuur, rood als bloed glinsterde, en waaruit een
-vuilgele rook, voorzeker niets anders dan zwavelig gas, uitgestooten
-werd.
-
-Steeds werd een dof onafgebroken gerommel vernomen, alsof een
-onderaardsche orkaan met afnemende en aanwakkerende krachten loeide,
-zooals een onmetelijke stoomketel zoude razen, wanneer zijn
-oververhitte damp de zekerheidskleppen deed wijken. Dat gerommel
-strekte volstrekt niet tot geruststelling.
-
-Toch was geene uitbarsting te voorzien en die inwendige woede vertolkte
-zich slechts door het geluid van den hoofdkrater en van de vulkanische
-gaten, die den hoofdkegel allerwege doorboorden.
-
-Dokter Antekirrt keek op zijn horloge. Het was toen negen uren des
-avonds.
-
-De hemel tintelde van het schitterende licht van duizenden sterren, die
-met te meer pracht fonkelden, naarmate de dichtheid van den dampkring
-op die hoogte minder was. De maansikkel was op het punt om in het
-westen in de Eolische zee onder te gaan. Een zoodanige nacht,
-doorgebracht op een berg, die geen vulkaan was, zou een
-onvergelijkelijk verheven schouwspel opgeleverd hebben. Maar, behalve
-het angstverwekkende gesteun en geloei, door den vuurspuwenden berg
-veroorzaakt, hadden onze toeristen wel andere zaken in het brein, die
-hen ongetwijfeld ongevoelig voor die prachtige natuurtafereelen
-maakten.
-
-„Wij moeten dicht bij het doel onzer reis zijn,” zei dokter Antekirrt
-eindelijk.
-
-„Dat dunkt mij ook,” antwoordde Piet, na ook zijn horloge geraadpleegd
-te hebben.
-
-„Wel, gids?” vroeg de dokter, zich tot hunnen begeleider wendende, „wat
-dunkt u er van?”
-
-„Wat is er Excellentie?” vroeg de Siciliaan, als uit een droom
-ontwakende.
-
-Hij had de woordenwisseling van de beide reizigers niet gehoord. Wie
-weet, waarmede zijne gedachten zich bezig hielden.
-
-„Is het nog ver?”
-
-„Daar ginds is de Casa Inglese, heeren,” sprak hij, rondom zich ziende,
-om zich te oriënteeren.
-
-Hij wees op een muurvlak, hetwelk op een afstand ontwaard werd en
-waarin twee vensters en eene deur te bespeuren waren, die door de
-eigenaardige ligging ten opzichte der hemelstreken voor eene ophooping
-van sneeuw beveiligd waren gebleven. Dat gebouw lag op een vijftig
-passen afstand ter linkerzijde en op vier honderd acht en twintig
-meters beneden den top van den hoofdkegel. Het werd in 1811 door
-Engelsche officieren op een bergplat met lavabodem, Piano del Lago
-genaamd, gebouwd.
-
-Kort na het tijdstip, waarin dit verhaal speelt, werden de
-werkzaamheden ondernomen, om de Casa Inglese door de zorgen van het
-Italiaansche gouvernement en van den gemeenteraad van Catania, in een
-observatorium te herscheppen, hetgeen ter wille van de wetenschap reeds
-sedert lang had moeten geschied zijn.
-
-Dit huis, hetwelk ook de Casa Etnea genoemd werd, is langen tijd door
-den heer Gamelloso, broeder van den beroemden aardkundige van dien
-naam, onderhouden, maar was nu juist door de zorgen van de Alpen Club
-gerestaureerd geworden. Niet ver er van daan werden in de duisternis
-eenige bouwvallen bespeurd van Romeinschen oorsprong, waaraan men den
-naam van den „Toren der Wijsgeeren” gegeven heeft. Van dat punt, zoo
-verzekert de legende, zou Empedocles zich in den brandenden krater
-gestort hebben, hetgeen eene zonderlinge wijze is, om van zijne
-voorliefde voor de wijsbegeerte, dat moet men erkennen, te getuigen;
-tenzij men er toe overhelt de oorzaak van die daad te willen zoeken in
-de acht dagen eenzaamheid, die de Grieksche wijsgeer in die
-schrikkelijke streken doorbracht, in welk geval zij begrijpelijk wordt,
-maar haar dan als de daad eens krankzinnigen moet doen aanmerken.
-
-Middelerwijl hadden dokter Antekirrt, Piet Bathory en de gids zich naar
-de Casa Inglese begeven. Daar aangekomen, klopten zij aan de deur, die
-onmiddellijk opengedaan werd.
-
-In het daaropvolgend oogenblik bevonden zij zich te midden hunner
-manschappen.
-
-Die Casa Inglese bestond alleen uit drie vertrekken, welke slechts een
-spaarzaam ameublement, namelijk: eene tafel, ettelijke stoelen en eenig
-keukengereedschap, bevatten. Maar dat was voldoende, om den
-bergbeklimmers van den Etna, na eene hoogte van twee duizend acht
-honderd en vijf en tachtig meters, of ruim negen duizend twee honderd
-voeten bereikt te hebben, eenige rust te laten genieten.
-
-Tot dat oogenblik had Luigi Ferrato, uit vrees dat de tegenwoordigheid
-van zijn klein detachement verraden, of zelfs maar gegist zou kunnen
-worden, geen vuur laten aanleggen, hoewel de koude zich geducht deed
-gevoelen. Maar thans was het niet meer noodig dien voorzorgsmaatregel
-te betrachten, daar Zirone wist dat dokter Antekirrt en Piet Bathory
-den nacht in de Casa Inglese zouden doorbrengen. Men stookte den haard
-dan ook met hout, dat in voorraad in de nabijheid van het gebouw
-gevonden werd, flink op. Weldra knetterden de vlammen, welke de
-ontbrekende warmte en lucht spoedig herstelden.
-
-Intusschen riep dokter Antekirrt Luigi Ferrato ter zijde en vroeg hem:
-
-„Heeft zich niets meldenswaardigs sedert uwe aankomst alhier
-voorgedaan?”
-
-„Neen,” antwoordde Luigi, „maar....”
-
-„Ga voort. Maar wat?”
-
-„Ik geloof niet, dat onze tegenwoordigheid zoo geheim is gebleven, als
-wel gewenscht is.”
-
-„Niet geheim? Dat zou zeer jammer zijn,” antwoordde dokter Antekirrt
-niet zonder bezorgdheid.
-
-„Neen, zij is niet geheim gebleven,” herhaalde Luigi Ferrato.
-
-„Waaruit maakt gij dat op?.... Spreek!.... Misschien vergist gij u
-wel.”
-
-„Ik maak het daaruit op, dat wij sedert ons vertrek van Catania, als ik
-mij niet bedrieg, door een man gevolgd zijn geworden, die verdwenen is,
-een poos voordat wij den voet van den vulkaankegel bereikt hebben.”
-
-„Dat is inderdaad betreurenswaardig, Luigi,” antwoordde dokter
-Antekirrt nog meer ernstig.
-
-„Dat meen ik ook, heer dokter.... Maar, zeg mij, wat was er aan te
-doen? Volgens mij niets.”
-
-„Daarin hebt gij gelijk; maar dat zou Zirone den lust benemen kunnen,
-om mij te komen overvallen, vindt gij niet?”
-
-„Voorzeker. Dat is de gedachte, die ook bij mij opgekomen is. De kerel
-is er laf genoeg toe.”
-
-„En hebt gij sedert de avond gevallen is, niemand in den omtrek der
-Casa Inglese zien ronddoolen?”
-
-„Niemand, heer dokter.”
-
-„Hebt gij u daarvan overtuigd, bijvoorbeeld door de omstreken
-voorzichtig te doorzoeken?”
-
-„Ja, heer dokter. Ik heb de voorzorg zelfs genomen, om in persoon de
-bouwvallen van den „Toren der Wijsgeeren” te verkennen en te
-onderzoeken.”
-
-„En?”
-
-„Zij waren ledig. Ik heb er niemand aangetroffen. De geheele omtrek is
-eenzaam en verlaten.”
-
-„Wij zullen moeten afwachten, Luigi. Er valt niets anders te doen.
-Dunkt u ook niet?”
-
-„Ja, heer dokter,” antwoordde de jonge zeeman. „Wij kunnen niets anders
-doen, dan bedaard wachten.”
-
-„Maar laat een man op uitkijk voor de deur staan. Een schrandere kerel,
-hoor.”
-
-„Goed, heer dokter. Ik zal een mijner beste manschappen op post
-uitzetten.”
-
-„De nacht is helder, niet waar? En het uitzicht onbelemmerd?” vroeg
-dokter Antekirrt.
-
-„Ja, men kan op eenigen afstand zien. De maan is reeds boven den
-gezichteinder.”
-
-„Het is zaak, Luigi, dat wij niet overvallen worden. Dat zou de
-grootste rampen na zich sleepen.”
-
-„Zeer juist gezien, heer dokter. Een overval zou ons allen het leven
-kosten, inderdaad.”
-
-De jeugdige zeeman ging naar buiten, om de bevelen des dokters ten
-uitvoer te leggen. Daarna ging hij op een houten bankje voor den haard
-zitten; terwijl zijne manschappen zich rondom hem op ettelijke bosschen
-stroo uitstrekten. Waarlijk, het was alsof eene bende bandieten thans
-de Casa Inglese in bezit genomen hadden.
-
-Kaap Matifou was intusschen den dokter genaderd en keek hem aan zonder
-te durven spreken. Maar het was niet moeielijk te begrijpen, wat hem
-verontrustte.
-
-„Gij wilt weten, wat er van Pescadospunt geworden is?” vroeg dokter
-Antekirrt.
-
-De reus knikte bevestigend. Woordenrijk was hij nimmer geweest. Maar in
-dat oogenblik vooral niet.
-
-„Geduld!.... Kaap Matifou. Geduld!....” maande dokter Antekirrt.
-„Geduld, mijn vriend!”
-
-De Hercules grinnikte; maar op zijn gelaat was te lezen, dat hij wel
-wat meer gehoopt had.
-
-„Hij zal wel spoedig terugkomen.... hoewel hij op dit oogenblik een
-partij speelt, die hem kan doen hangen....”
-
-„Aan onzen hals?” vulde Piet aan, die het groote kind niet verontrusten
-wilde over het lot van zijn makker.
-
-„Zoooo!” sprak Kaap Matifou met een zucht en een glimlach. Hij scheen
-het niet begrepen te hebben.
-
-Inmiddels verstreek een uur, zonder dat iets de eenzaamheid stoorde,
-die rondom den centralen bergkegel van den Etna heerschte. Geen enkele
-schaduw had zich op de sneeuw der helling, die de Plano del Lago omgaf,
-vertoond. Dat verwekte eene soort van ongeduld en zelfs van onrust, die
-de dokter en Piet niet bedwingen konden.
-
-Wanneer Zirone bij toeval gewaarschuwd was, omtrent de aanwezigheid van
-het kleine detachement, dan zou hij het nooit wagen durven, om de Casa
-Inglese aan te vallen. Dan ware alle moeite te vergeefs geweest en kon
-de geheele onderneming als mislukt beschouwd worden. En toch moest men
-dien Sarcany zien in handen te krijgen, of bij gebreke van hem zijnen
-medeplichtige, dien Zirone, om hem zijne geheimen te ontweldigen!
-
-Weinige minuten voor tien uren, werd de knal van een geweerschot,
-dat—zooals men meende—op een halve mijl beneden de Casa Inglese gelost
-was, vernomen.
-
-Allen sprongen op, vlogen naar buiten, keken scherp uit, maar
-ontwaarden niets, wat hen verdacht voorkwam.
-
-„Het was toch een geweerschot?” vroeg Piet Bathory. „Ik heb toch goed
-gehoord?”
-
-„Ja, zeker,” antwoordden verscheidene stemmen. „Ongetwijfeld, het was
-een geweerschot.”
-
-„Wellicht een jager, die hier of daar in het gebergte verdekt op den
-loer ligt, om een arend of een wild zwijn te schieten,” zei Luigi
-Ferrato. „Dat zal het zijn.”
-
-„Laten wij weer naar binnen gaan,” zei Piet Bathory, blijkbaar zeer
-teleurgesteld.
-
-„Ja, laten wij weer naar binnen gaan,” beaamde de dokter. „Wij moeten
-vooral vermijden, dat wij gezien worden.”
-
-Allen traden binnen. De deur werd zorgvuldig gesloten. Het was toch
-zeer koud.
-
-Maar tien minuten later volgde hen de zeeman, die buiten uitkeek, met
-versnelden pas.
-
-„Gauw, gauw!” riep hij. „Ik heb....”
-
-„Wat?” vroeg Luigi.
-
-„Ik heb iemand....”
-
-„Verscheidene mannen?....” vroeg Piet Bathory. „Kom spreek!”
-
-„Neen, neen, niet verscheidene.... Slechts een enkele.”
-
-De dokter, Piet, Luigi en Kaap Matifou vlogen naar de deur; maar
-zorgden daarbij in de schaduw te blijven.
-
-En, inderdaad, een man beklom vlug als een gems, de lavabedding, die de
-helling van het bergvlak uitmaakte waarop de Casa Inglese stond. Hij
-was geheel alleen en na weinige sprongen lag hij in de armen, die zich
-voor hem openden, in die van Kaap Matifou.
-
-„Ik heb hem!” riep deze. „Ja, ik heb mijn Pescadospunt!.... Ik heb mijn
-dierbaren vriend!”
-
-Ja, het was Pescadospunt.
-
-„Gauw, gauw, achter de muren gedekt, heer dokter!” riep hij, terwijl
-hij de anderen met zich naar binnentrok.
-
-In een ondeelbaar oogenblik waren allen de Casa Inglese weer
-binnengestormd, waarvan de deur dadelijk zorgvuldig gesloten en de
-grootste stilte in acht genomen werd.
-
-„Wat is er?” vroeg Piet fluisterend, terwijl hij hem bij een arm greep.
-
-„En Zirone?” vroeg de dokter, die den anderen arm vatte. „Wat is van
-hem geworden?”
-
-„Hij komt! heer dokter.... shut!.... Hij komt!....”
-
-„Hebt gij hem kunnen verlaten? Drommels, dat was een gevaarlijk stuk.”
-
-„Ja!.... om u te waarschuwen!.... Weinige oogenblikken geleden was ik
-nog bij hem.”
-
-„Hij komt dus?.... Dat is boven allen twijfel, niet waar,
-Pescadospunt?”
-
-„Voorzeker!....”
-
-„Wanneer?”
-
-„Binnen twintig minuten zal hij hier zijn! Zoolang zal het wellicht
-niet eens duren, denk ik.”
-
-„Des te beter!” sprak dokter Antekirrt, terwijl hij zich vergenoegd de
-handen wreef.
-
-„Neen! des te slechter!” sprak Pescadospunt op hoogst ernstigen toon.
-
-„Wat bedoelt ge?”
-
-„Ik weet niet hoe en door wien hij gewaarschuwd is,” antwoordde
-Pescadospunt, „hij weet, dat gij hier voorafgegaan zijt door een
-twaalftal manschappen!....”
-
-„Ongetwijfeld door dien bergbewoner, die ons bespied heeft,” zei Luigi
-Ferrato ontsteld.
-
-„Hoe het ook zij.... en onverschillig door wien ook ingelicht,”
-antwoordde Pescadospunt, „maar hij weet het!”
-
-„En verder? Ga toch voort!.... er is haast; want de te nemen
-maatregelen hangen er van af.”
-
-„Hij heeft begrepen, dat gij hem een strik spant,” ging Pescadospunt
-verder.
-
-„Dat is minder!” meende dokter Antekirrt.
-
-„Ja, maar....”
-
-„Laat hem maar komen!” riep Piet Bathory uitdagend uit en hief daarbij
-de vuist op.
-
-„Hij zal komen! mijnheer Piet,” zei Pescadospunt, „wees daarvan
-verzekerd!”
-
-„Goed zoo!”
-
-„Maar bij de twaalf nieuw aangeworven manschappen, die hij van Malta
-meebracht, heeft hij nog de rest van zijne bende gevoegd, die heden
-ochtend te Sante Grotta weergekeerd is.”
-
-„Duivels!” zei Luigi. „Dat verandert de zaak aanmerkelijk. Twaalf
-en....”
-
-„Doet niets!” riep Piet Bathory uit. „Doet altemaal niets! Laat ze maar
-komen!”
-
-„En hoeveel zijn die bandieten te zamen gerekend?” vroeg dokter
-Antekirrt.
-
-„Ongeveer vijftig!” antwoordde Pescadospunt. „Eerder meer, dan minder,
-heer dokter.”
-
-„Duivels!” herhaalde Luigi, en monsterde met de oogen zijne
-manschappen.
-
-„Wat geeft dat?” vroeg Piet minachtend.
-
-Dat laatste was zeer luchtig uitgesproken; maar men kon het zich niet
-ontveinzen, de toestand van den dokter met zijn kleinen hoop, die
-slechts uit elf zeelieden bestond, waarbij hij gerekend moest worden en
-Luigi Ferrato, en Piet Bathory, en Kaap Matifou, en Pescadospunt.
-Zestien man in het geheel tegen vijftig! Voorwaar, dat was netelig. In
-ieder geval moest er een besluit genomen worden en spoedig ook; want de
-aanval, die verwacht werd, kon ieder oogenblik geschieden. Talmen was
-hier niet geoorloofd. Een ieder moest stipt weten, wat hem te doen
-stond. Evenwel alvorens te beslissen, wenschte dokter Antekirrt van
-Pescadospunt alles te vernemen, wat voorgevallen was, en ziehier, wat
-hij te weten kreeg:
-
-Zirone was dienzelfden ochtend van Catania weergekeerd. Hij had daar
-den nacht doorgebracht en hij was het, dien de dokter in de tuinen van
-de villa Bellini had zien rondslenteren en bespieden. Toen hij in het
-moordhol van Santa Grotta weergekeerd was, vond hij daar een
-bergbewoner, die hem het bericht bracht, dat een twaalftal manschappen,
-die uit verschillende richtingen aangekomen waren, de Casa Inglese
-bezet hadden.
-
-Voor Zirone was waarlijk niet meer noodig om den toestand te begrijpen.
-Hij was het niet, die dokter Antekirrt in een valstrik lokte; maar het
-was die man, waarvoor men hem gewaarschuwd had, voor wien hij zich te
-wachten had, welke er hem een spande. Dat was volgens hem duidelijk
-genoeg en aan geen twijfel meer onderhevig. Pescadospunt drong er
-evenwel op aan, dat Zirone de Casa Inglese zou aantasten. Hij
-verzekerde hem dat, al was het bericht, hetwelk hij ontvangen had, ook
-al juist, zijne Maltezers spoedig met het troepje van den dokter klaar
-zouden komen. Maar Zirone bleef besluiteloos, omtrent hetgeen hem te
-doen stond. Zelfs begon hem de aandrang, die Pescadospunt thans
-trachtte uit te oefenen, zonderling voor te komen, en zelfs zoo, dat
-hij bevelen gaf om dezen laatste in het geheim, maar toch nauwlettend
-gade te slaan. Onze grappenmaker bespeurde dat evenwel al heel spoedig.
-Hij was waarlijk te schrander, om niet te bemerken, dat hij te ver
-gegaan was, dat de toestand zich gewijzigd had.
-
-Om kort te gaan, Zirone zou waarschijnlijk bij zulke onzekere kansen er
-van af gezien hebben, om te trachten dokter Antekirrt in handen te
-krijgen, wanneer zijne bende zich niet zoo omstreeks drie uren in den
-namiddag bij hem vervoegd had. Toen met eene macht van ruim vijftig
-manschappen onder zijne bevelen, aarzelde hij niet meer. Hij verliet de
-herberg La Santa Grotta met zijn geheele troep en richtte zijne
-schreden naar de Casa Inglese; maar hield zich daarbij ver van de
-gebaande wegen en trok de wildernis door.
-
-Hij wachtte dus totdat de bende van Zirone in het gezicht van de Casa
-Inglese, welker juiste ligging hij niet kende, gekomen was. Het licht
-dat door de vensterluiken scheen, veroorloofde hem eindelijk om haar te
-ontwaren, zoo omstreeks half tien in den avond, op minder dan twee
-mijlen afstands op de helling van den kegelberg. Pescadospunt sprong
-toen in de richting vooruit. Zirone zond hem een geweerschot achterna,
-hetzelfde dat in de Casa Inglese waargenomen werd, maar wat hem niet
-trof. Met zijne clownsvlugheid was hij weldra buiten bereik, en
-ziedaar, hoe hij in de Casa Inglese aangekomen was, terwijl hij den
-aanvallenden troep van Zirone slechts twintig minuten vooruit was.
-
-Toen hij zijn verhaal geëindigd had, bedankte de dokter met een innigen
-handdruk den koenen en schranderen kerel, over hetgeen hij ten uitvoer
-gelegd had. En dat hij dien dank ten volle verdiend had, begrepen alle
-aanwezigen.
-
-Daarna besprak men hetgeen gedaan moest worden. De toestand was thans
-ernstig genoeg.
-
-De Casa Inglese verlaten en te midden van den nacht den terugtocht
-ondernemen langs de hellingen van dat woeste bergstelsel, waarvan
-Zirone en zijne lieden al de paden, al de schuilhoeken, al de
-moeielijke doorgangen kenden, daaraan viel niet te denken. Dat zou zich
-aan eene totale vernietiging blootstellen zijn. Het zou honderd malen
-beter zijn, in dat huis den dag af te wachten, zich daarin te
-verschansen, en er zich als in een blokhuis te verdedigen, wanneer men
-mocht aangevallen worden.
-
-Als de dag aangebroken zoude zijn en de gelegenheid zich zoude voordoen
-om af te kunnen trekken, dan zou men het ten minste in het volle licht
-doen en men zou zich niet blindelings te midden der afgronden, der
-solfatara’s en der fumarola’s op die scherpe hellingen begeven, die bij
-het nachtelijke duister slechts de gevaren vermeerderden en de kansen
-tot verdwalen verdriedubbelden.
-
-Men zou dus blijven en weerstand bieden, dat was het genomen besluit.
-En daaraan hield men zich.
-
-De verdedigingsvoorbereidingen werden dadelijk getroffen en
-onmiddellijk ten uitvoer gelegd.
-
-Eerst werden de beide vensterluiken van de Casa Inglese gesloten en de
-blinden daarvan binnen behoorlijk bevestigd. Als schietgaten werden de
-openingen benuttigd, welke tusschen de dakregels, bij hunne steunpunten
-op den voorgevel van het gebouw, gevormd werden. Daartoe eigenden zich
-die voortreffelijk en hadden het voordeel niet in het oog te vallen.
-
-Ieder man was voorzien van een achterlaadgeweer en had een twintigtal
-patronen in een daarvoor bestemden zak in voorraad. Dokter Antekirrt,
-Piet Bathory en Luigi Ferrato waren daarenboven in het bezit van
-revolverpistolen en konden hulp verleenen, waar die noodig zoude zijn.
-Daartoe zouden zij zich echter evenwel in de onmiddellijke nabijheid
-der strijdenden ophouden.
-
-Kaap Matifou had slechts zijne armen ter zijner beschikking en
-Pescadospunt slechts zijne handen. Wellicht waren zij niet het
-slechtste gewapend! Want met die armen en handen wisten die kerels
-voorbeeldeloos om te gaan.
-
-Ongeveer veertig minuten gingen in spanning voorbij, zonder dat er eene
-poging van aanval vernomen was.
-
-Zou Zirone, die begreep, dat dokter Antekirrt, door Pescadospunt
-verwittigd, zich niet zou laten overvallen, van zijne aanvalsplannen
-afgezien hebben?
-
-Evenwel met vijftig manschappen onder zijne bevelen, met zijne kennis
-van het omliggend terrein, kon van aarzelen geen sprake zijn. Te veel
-voordeelen waren aan zijn kant, om de onderneming op te geven. Daarbij
-de gedachte aan de millioenen van den dokter belette hem een geregeld
-nadenken.
-
-Tegen elf uren ongeveer stoof de zeeman, die buiten op schildwacht
-stond, plotseling naar binnen.
-
-Een troep mannen naderde, terwijl zij zich in drie gedeelten
-verspreidden, met het doel om de Casa Inglese langs de drie genaakbare
-zijden te omsingelen. De vierde was geheel ongenaakbaar, daar zij tegen
-de zeer steile hellingen van den krater steunde en derhalve langs dien
-kant eene ontsnapping onmogelijk was.
-
-Toen de beweging van den vijandelijken troep verkend was door de
-verdedigers, ging men weer naar binnen, en barricadeerde men behoorlijk
-de deur. Daarna begaf een ieder zich op zijn post achter de
-schietgaten, en bekwam de noodzakelijke aanbeveling: niet te vuren, dan
-bij voldoende zekerheid te zullen treffen. Er mocht geene munitie
-verspild worden!
-
-Zirone en zijne bende naderden inmiddels voortdurend, maar langzaam en
-niet zonder eene zekere mate van voorzichtigheid te betrachten; want
-zij dekten zich achter de vele rotsblokken, die over het terrein
-verspreid lagen. Zoo trachtten zij den nok van de Plano del Lago te
-bereiken. Bij den rand van dien nok lagen verbazend groote trachiet- en
-bazaltblokken opgestapeld, waarschijnlijk met het doel om de Casa
-Inglese tegen eene afschuiving van sneeuw gedurende de winterstormen te
-beveiligen. Die blokken boden den naderenden een uitmuntende dekking
-aan.
-
-Wanneer de aanvallers dien nok zouden bereikt hebben, dan zouden zij
-nagenoeg onder de vuurlijn van de verdedigers aangekomen zijn, en eene
-bestorming van het huis kunnen wagen. Zij zouden dan de deur openloopen
-of een der vensterramen kunnen openbreken en door hun groot getal in
-staat zijn, de hand op den dokter en op allen, die bij hem waren, te
-leggen.
-
-Plotseling knalde een geweerschot. Een licht wolkje van kruitdamp
-krulde langs een der schietgaten naar het dak omhoog. Een der
-aanvallers viel doodelijk getroffen neer. De aanrukkende bende vlood
-eenige passen achteruit en dook achter de beschermende rotsblokken
-neer. Dat was het eerste slachtoffer, hetwelk gevallen was.
-
-Maar langzamerhand slaagde Zirone er in, door van de terreinplooien
-behendig gebruik te maken, zijne manschappen meer vooruit te brengen,
-en hen zelfs tot aan den voet der helling van de Plano del Lago te
-geleiden.
-
-Dat geschiedde evenwel niet zonder dat alweer een twaalftal
-geweerschoten losgebrand waren, die den gevel van de Casa Inglese
-verlicht hadden en waardoor weer twee der aanvallers op het sneeuw veld
-uitgestrekt waren geworden.
-
-Toen stiet Zirone een gil uit, die tot sein moest dienen voor eene
-algemeene bestorming. Hoewel de voorwaartsche beweging alweer ten koste
-van verscheidene gewonden geschiedde, vloog toch de geheele bende op de
-Casa Inglese aan. De deur werd door verscheiden kogels doorboord,
-waardoor binnen het huis twee matrozen ernstig genoeg gekwetst werden,
-om buiten gevecht gesteld te zijn. Dat was bij het kleine getal der
-verdedigers ernstig genoeg. De strijdkrachten stonden toch al zoo
-ongelijk!
-
-Toen ontspon zich eene levendige schermutseling. Met hunne pieken en
-met hunne bijlen slaagden de aanvallers er aanvankelijk in, om de deur
-en een der vensterblinden ter verbrijzelen. De verdedigers waren toen
-genoodzaakt een uitval te ondernemen, om de aanvallers te verdrijven.
-Dat geschiedde te midden van een vrij hevig geweervuur, hetwelk van
-weerszijden ijverig onderhouden werd. Luigi’s hoed werd door een kogel
-doorboord en Piet Bathory zou zonder de tusschenkomst van Kaap Matifou,
-door een lansstoot gewond of gedood zijn, welke een der bandieten hem
-toebracht. Maar onze Hercules was er ook, en.... met denzelfden piek,
-dien hij den aanvaller met krachtige vuist ontwrong, velde hij hem met
-een slag op het hoofd ter neder. Dat was een meesterslag geweest!
-
-Kaap Matifou was gedurende den uitval vreeselijk. Hoewel meer dan
-twintig malen op hem gemikt werd, trof hem toch geen enkele kogel.
-Wanneer Zirone de overwinning zou behalen, dan was zijn vriend, dan was
-Pescadospunt bij voorbaat veroordeeld, en die gedachte verdubbelde de
-woede van den reus. Hij verrichtte dan ook wonderen.
-
-Bij zoo’n hardnekkigen weerstand waren de aanvallers verplicht zich
-andermaal terug te trekken.
-
-De dokter en zijne lotgenooten konden dus binnen de Casa Inglese
-weerkeeren en zich rekenschap van den toestand geven. Die was, dat
-moest erkend worden, in het geheel niet opbeurend. Men verloor evenwel
-den moed niet.
-
-„Hoeveel gekwetsten hebben wij?” vroeg dokter Antekirrt aan Piet
-Bathory en Luigi Ferrato.
-
-„Drie,” was het antwoord. „Maar zij zijn vrij ernstig gewond. Ik vrees
-voor hen.”
-
-„Hoe is het met den toestand der munitie? Dat is een voorname quaestie.
-Er is nog al geschoten!”
-
-Luigi onderzocht dat dadelijk. Hij liet zich de patroonzakken door
-zijne manschappen vertoonen.
-
-„De meeste hebben nog slechts tien, enkele twaalf patronen,” antwoordde
-hij.
-
-„En hoe laat is het?”
-
-„Ternauwernood middernacht.”
-
-Dus nog vier lange uren, alvorens de dag zoude aanbreken. Het werd
-noodzakelijk, om nog spaarzamer met de munitie om te gaan, ten einde
-niet ontbloot te zijn, om den aftocht te kunnen dekken, die bij het
-aanbreken van den dag ondernomen moest worden. Waarlijk, de toestand
-was verre van rooskleurig. Dat zag ieder der verdedigers volkomen in.
-
-Maar als er niet geschoten mocht worden, hoe dan de nadering der
-aanvallers te beletten? Hoe dan de overrompeling van de Casa Inglese
-tegen te gaan, wanneer Zirone en zijne bende den stormaanval hervatten?
-En die zou niet uitblijven!
-
-Neen! die zou niet uitblijven; want nadat de bandieten een kwartieruur
-rust genoten en hunne gekwetsten, achterwaarts gebracht achter een
-lavabedding, als achter eene verschansing, in veiligheid gesteld
-hadden, stoven zij weer voorwaarts.
-
-Toen, verwoed, en eigenlijk tot razernij vervoerd door den hardnekkigen
-tegenstand, en vooral door het gezicht van de gesneuvelde en gewonde
-makkers, beklommen zij de lavabedding, daarna ook de tusschenruimte,
-die deze van den basaltwal scheidde en verschenen toen aan den nokrand
-van het bergplat, waarop de Casa Inglese gelegen was. De toestand werd
-al hachelijker en hachelijker.
-
-Geen enkel geweerschot werd op hen gelost, terwijl zij dien afstand
-aflegden. Zirone besloot daaruit en, zooals wij weten niet zonder
-reden, dat het den belegerden aan munitie begon te ontbreken. Dat
-verlevendigde de hoop.
-
-Toen wekte hij zijne bende op en bracht haar in vervoering. Het
-denkbeeld om zich van iemand meester te maken die meer dan honderdmaal
-millionnair was, was wel geschikt, dat zal de lezer moeten toestemmen,
-om die schurken van de slechtste soort op te winden. Dat gebeurde dan
-ook.
-
-Hunne geestdrift was zelfs zoodanig, dat zij ditmaal de deur en het
-venster bemachtigden en zeer zeker het huis stormenderhand genomen
-zouden hebben, wanneer niet een nieuwe losbranding, thans van zeer
-nabij afgegeven, er vijf of zes van hen gedood en de overigen
-teruggedreven had. Zij moesten nogmaals tot aan den voet van de helling
-van het bergplat terugdeinzen, evenwel niet zonder dat andermaal twee
-zeelieden gekwetst en buiten gevecht gesteld waren. Het kleine
-heldentroepje der verdedigers slonk al meer en meer, maar ook de
-munitie was al weer verminderd.
-
-Vier of vijf schoten, dat was alles, wat den verdedigers van de Casa
-Inglese thans nog overbleef. Onder die omstandigheden werd de aftocht
-zelfs bij klaarlichten dag bijna onmogelijk. De verdedigers gevoelden
-dan ook, dat zij onherroepelijk verloren waren, wanneer er geen hulp
-opdaagde. Dat was voor allen duidelijk.
-
-Maar vanwaar zou die hulp komen? Ziet, dat was de vraag, die thans
-aller brein bezig hield.
-
-Men kon er ongelukkig niet op rekenen, dat Zirone en zijne makkers den
-aanslag zouden opgeven. Zij waren zeker nog wel veertig in getal, die
-gezond en goed gewapend waren. Zij wisten, dat men hunne geweerschoten
-weldra niet meer zou kunnen beantwoorden en daarom herhaalden zij den
-aanval.
-
-Maar.... ziet....
-
-Plotseling rolden kolossale rotsblokken langs de helling van het
-bergplat naar beneden en verpletterden twee of drie der aanvallende
-bandieten, alvorens zij zich uit de voeten hadden kunnen maken.
-
-Dat was Paap Matifou, die naar buiten geloopen was, en basaltrotsen
-voortrolde, om die van den nok van de Plano del Lago naar beneden te
-laten tuimelen. Hij had alle succes van zijn waarlijk practisch middel.
-
-Maar dat verdedigingsmiddel was op verre na niet voldoende.
-Daarenboven, het was te voorzien, dat het weldra uitgeput zou raken;
-men zou dus moeten bezwijken, of alles in het werk stellen, om van
-buiten af hulp te erlangen. Van buiten af?.... Ja.... maar hoe?....
-
-Toen kreeg Pescadospunt een inval, dien hij aan niemand wilde
-mededeelen, vooral niet aan dokter Antekirrt, omdat die wellicht zich
-tegen de uitvoering verzet zoude hebben. Maar hij deelde zijn plan toen
-aan Kaap Matifou mede. Ziehier, wat daarvan de slotsom was. De reus
-luisterde aandachtig.
-
-Hij had uit de gesprekken, die in de kroeg van Santa Grotta gehouden
-waren, vernomen dat een detachement Maréchaussées zich te Casona
-bevond. Om zich naar Casona te begeven, was slechts een uur tijd noodig
-en evenveel om terug te komen. Zou het nu geheel onmogelijk zijn, om
-dat detachement te gaan waarschuwen? Onmogelijk?.... Dat was een raar
-woord in den mond van Pescadospunt, aan welks bestaan hij zelfs niet
-geloofde. Maar.... hier was eene voorwaarde te vervullen. Hier moest
-door de gelederen der belegerende bende gebroken worden, om daarna de
-westelijke hellingen van het bergstelsel te kunnen bereiken. Anders kon
-het niet.
-
-„Het is noodig, dat ik tusschen hen door kom....” zei Pescadospunt tot
-zijn vriend.
-
-Deze knikte toestemmend met zijn overgroot hoofd. Ja, dat begreep hij
-duidelijk.
-
-„Dus ik zal doorkomen!” zei Pescadospunt op stellig bevestigenden toon.
-
-Dat „dus” was subliem van eenvoud. Kaap Matifou grinnikte van de pret
-en wreef zich de handen.
-
-„Wat duivel!” ging Pescadospunt voort, „men is clown of men is het
-niet! Is dat zoo niet?”
-
-„Daartegen valt niets in te brengen,” zei de reus, die zelden zoo veel
-sprak.
-
-„Luister” sprak Pescadospunt, terwijl hij zijn vriend naar zich toe
-trok. „Luister!”
-
-En nu deelde hij aan Kaap Matifou fluisterend het middel mede, hetwelk
-hij dacht te bezigen, om hulp te gaan halen.
-
-„Maar,....” meende Kaap Matifou, „gij waagt.... uw leven... Gij waagt
-alles!”
-
-„Dat weet ik wel,” antwoordde Pescadospunt, „maar die waagt, die wint.”
-
-„Jawel.... maar....”
-
-„Zwijg maar, ik wil het zoo.”
-
-Dat was een waar stopwoord.
-
-Pescadospunt weerstreven, dat zou Kaap Matifou nimmer gedurfd hebben!
-
-Beiden begaven zich toen naar de westelijke zijde van de Casa Inglese,
-naar eene plaats, waar een groote voorraad sneeuw door den wind
-opgehoopt lag.
-
-Tien minuten later kwam, terwijl de strijd van weerszijden hardnekkig
-voortgezet werd, Kaap Matifou weer te voorschijn en rolde een
-overgrooten sneeuwbal voor zich uit. Toen dreef hij tusschen de
-rotsblokken, welke de zeelieden steeds op de aanvallers stortten, dien
-bal, die langs de helling afrolde en tusschen de bende van Zirone
-doorgleed en op vijftig passen daarachter in de diepte van een kleine
-terreinplooi bleef liggen.
-
-Daar opende zich den sneeuwbal, die door den schok half verbrijzeld was
-en verleende doortocht aan een klein vlug wezen, dat een weinig slim
-was, zooals het van zich zelven getuigde.
-
-Dat was Pescadospunt! Ja, dat was onze wakkere clown; en dat was het
-middel, hetwelk hij uitgedacht en ten uitvoer gebracht had.
-
-Opgesloten onder eene laag verharde sneeuw als in eene eierschaal, had
-hij den moed bezeten, zich langs de helling van het talud te laten
-afrollen, op gevaar van in een afgrond terecht te komen. En nadat hij
-van die sneeuwlaag bevrijd was, vloog hij langs de zijpaden, die door
-het bergstelsel kruisten en richtte zich naar den kant van Casona.
-
-Het was toen ongeveer één uur na middernacht. Er was dus inderdaad geen
-tijd te verliezen.
-
-Dokter Antekirrt, die op een gegeven oogenblik Pescadospunt miste, riep
-hem, daar hij meende, dat hij gekwetst was. „Waar die kleine man toch
-mocht zijn?” vroeg hij zich af.
-
-„Pescadospunt!.... Pescadospunt....” riep hij.
-
-„Weg!” zei Kaap Matifou, zoo laconiek mogelijk. „Weg!.... en voor goed
-ook!”
-
-„Weg?” vroeg dokter Antekirrt.
-
-„Ja,” knikte de reus.
-
-„Waarheen?”
-
-„Hulp halen!”
-
-„Hulp halen, Kaap Matifou?.... Maar hoe?”
-
-„Als een bal.”
-
-„Als een bal? Zijt gij krankzinnig geworden?” vroeg dokter Antekirrt
-verstoord.
-
-„Ja! als een bal!” zei Kaap Matifou trotsch, terwijl hij de armen over
-elkander bewoog om eene wentelende beweging na te bootsen.
-
-En hij verhaalde toen zoo duidelijk hem slechts mogelijk was, wat
-Pescadospunt uitgevoerd had.
-
-„Brave kerel!” riep de dokter inderdaad in vervoering uit. „Brave
-kerel!”
-
-En zich tot zijne manschappen wendende:
-
-„Moed gehouden, vrienden!” zei hij. „Moed!.... Die bandieten zullen ons
-niet gevangen nemen!”
-
-En men ging voort met rotsblokken op de aanvallers te storten. Maar ook
-aan dat verdedigingsmiddel kwam weldra gebrek. De geheele voorraad was
-bijna opgeruimd.
-
-Tegen drie uren des morgens waren dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi
-Ferrato, Kaap Matifou en de overige manschappen genoodzaakt, terwijl
-zij hunne gewonden medevoerden, het huis te ontruimen, dat Zirone toen
-in handen viel. Twintig zijner bandieten waren gedurende den strijd
-gedood en toch had hij de getalsterkte nog aan zijne zijde. De kleine
-troep kon dan ook niet anders den aftocht bewerkstelligen dan door
-langs de hellingen van den centraalkegel op te klauteren, langs die
-opeenhooping van lavabrokstukken, van sintelslakken en asch, welker top
-den krater vormde, dat wil zeggen van dien vuurkolk.
-
-Allen zochten evenwel eene toevlucht op die hellingen; terwijl zij
-hunne gewonden medevoerden. Van de driehonderd meters, die de helling
-van dien sintelkegel meet, doorliepen zij te midden van zwaveldampen,
-die de wind naar hen toedreef, twee honderd en vijftig meters.
-
-De dag begon toen aan te breken en reeds werden in de verte de nokken
-van het Calabrische gebergte ten oosten van de Straat van Messina
-gelegen, als met goud getooid.
-
-Maar in den toestand, waarin dokter Antekirrt en de zijnen zich
-bevonden, bood het daglicht zelfs geen kans tot redding aan. Zij
-moesten steeds terugwijken, de hellingen opklauteren en de laatste
-patronen verschieten; terwijl Kaap Matifou met menschelijke kracht de
-laatste rotsblokken voortslingerde.
-
-Zij moesten zich dus verloren achten, toen eensklaps een aantal
-geweerschoten aan den voet van den kegel vernomen werden, gepaard aan
-woest geschreeuw.
-
-Een oogenblik van aarzeling, van weifelmoedigheid openbaarde zich in
-den bandietentroep. Maar weldra stoof hij uiteen en liet ieder hunner
-zich langs de hellingen van den berg, zoo snel hij maar kon, afglijden.
-Zij hadden de maréchaussées herkend, die van Casona, met Pescadospunt
-aan hun hoofd, opgerukt waren.
-
-De stoutmoedige kerel had zelfs niet noodig gehad tot dat dorp door te
-loopen. De maréchaussées hadden eindelijk de geweerschoten gehoord en
-bevonden zich reeds op weg. Pescadospunt kwam inderdaad goed van pas,
-om hen naar de Casa Inglese te geleiden. Geen oogenblik mocht verloren
-gaan.
-
-Toen hernamen de dokter en zijne makkers het offensieve. Kaap Matifou
-stormde, alsof hij zelf een rotsmassa was, op de meest nabij zijnde
-boeven, velde er twee van neder, die den tijd niet gehad hadden, om te
-ontvluchten en stortte zich op Zirone.
-
-„Bravo Kaap van mijn hart! Bravo!” riep Pescadospunt, terwijl hij naar
-hem toeijlde. „Leg hem neer! Laat hem de schouders aan de hielen
-raken!.... De wedstrijd, heeren! De wedstrijd tusschen Zirone en Kaap
-Matifou! Nu zult gij iets kostelijks zien! Gij zult voor uw geld niet
-bedrogen zijn. Treedt binnen heeren! Treedt binnen!”
-
-Zirone hoorde dat kermisgeschreeuw. Met de eene hand, die hem
-vrijgebleven was, schoot hij, ziedend van toorn, zijn revolver op
-Pescadospunt af.
-
-De arme kerel rolde op den grond. Blijkbaar was de kleine man ernstig
-gekwetst.
-
-Toen gebeurde er iets verschrikkelijks.
-
-Kaap Matifou had Zirone bij den hals gegrepen en sleurde hem voort,
-zonder dat de ellendeling, die half verworgd was, er iets tegen
-vermocht.
-
-Te vergeefs schreeuwde dokter Antekirrt, die den boosdoener levend in
-zijne macht wenschte, den reus toe, om hem te sparen!
-
-Te vergeefs trachtte Piet Bathory en Luigi Ferrato hem in te halen,
-welke haast zij daarbij ook betrachtten.
-
-Kaap Matifou had slechts ééne gedachte, namelijk: dat Zirone met zijn
-schot Pescadospunt wellicht doodelijk getroffen had! Toen was hij zich
-zelven niet meer meester, toen hoorde hij niets meer! Hij bekeek zelfs
-dat menschelijke overblijfsel niet, hetwelk hij aan het uiteinde van
-zijn uitgestrekte arm droeg.
-
-Hij klom steeds met verhaaste schreden langs de helling van den
-centraalkegel des vulkaans naar boven. Eindelijk bereikte hij met een
-laatsten sprong den gapenden mond van eene brandende solfatara. In dien
-vuurput smeet hij Zirone ter neder.
-
-Inmiddels lag Pescadospunt, vrij ernstig gekwetst, op de knie van
-dokter Antekirrt gesteund, die de wond onderzocht en verbond. Toen Kaap
-Matifou bij hem teruggekeerd was, stroomden hem de tranen langs de
-wangen. De arme kerel was letterlijk buiten zich zelven van droefheid
-en smart.
-
-„Wees niet bedroefd, dierbare Kaap! Wees niet bedroefd! Het heeft niets
-te beteekenen!” stamelde Pescadospunt.
-
-Kaap Matifou nam hem in zijne armen, zoo als hij met een kind zoude
-gedaan hebben, en droeg hem langs de kegelhelling naar beneden; terwijl
-al de anderen hem volgden en de maréchaussées de laatste vluchtelingen
-van de bende van Zirone ijverig en onverpoosd nazetten.
-
-Zes uren later was de dokter met al de zijnen te Catania terug en
-scheepten zich dadelijk aan boord van het stoomjacht Ferrato in. Luigi
-leidde daarbij het vervoer en de inscheping der gekwetsten.
-
-Pescadospunt werd in de kajuit neergelegd. Met dokter Antekirrt tot
-geneesheer en Kaap Matifou tot ziekenoppasser, werd hij waarlijk goed
-verpleegd! Daarenboven, zijne wond—een eenvoudig pistoolschot bij den
-schouder, vertoonde geen enkel ernstig verschijnsel. De genezing was
-dus slechts eene quaestie van tijd. Als de lijder behoefte aan slaap
-had, verhaalde hem Kaap Matifou eene vertelling—steeds dezelfde, de
-arme reus wist niet meer—en dan sluimerde Pescadospunt zachtkens in, en
-vond verlichting in eene gezonde rust, bewaakt en gekoesterd, als hij
-was, door ware vriendschap.
-
-Echter kon, in weerwil van alles, niet ontveinsd worden, dat dokter
-Antekirrts plannen totaal schipbreuk hadden geleden en dat nog wel bij
-het begin van den ondernomen veldtocht. Na op het punt geweest te zijn,
-van zelf in handen van Zirone te vallen, was hij er zelf niet in
-geslaagd om zich van dien makker van Sarcany meester te maken. Dat was
-noodlottig genoeg! Welke plannen had hij niet reeds daarop gesmeed! O,
-hij zou dien schoft wel genoopt hebben zijne geheimen mede te deelen!
-
-En nu? Nu was dat alles in rook verdwenen! En eigenlijk was dat de
-schuld van Kaap Matifou.... Maar kon men dien dat wel zoo kwalijk
-nemen? Hij volgde toch slechts de inspraak van zijn hart!
-
-Dan kwam er nog bij, dat, hoewel de dokter er niet tegen op gezien had,
-om na dien nutteloozen tocht, nog een achttal dagen te Catania te
-vertoeven, hij geen enkel bericht kon inwinnen omtrent Sarcany. Wanneer
-die plannen gemaakt had, om Zirone in Sicilië op te zoeken, dan waren
-zij ongetwijfeld gewijzigd, toen hij met het bericht van den valstrik,
-die dokter Antekirrt gespannen was, tevens den dood van zijn ouden
-makker vernam.
-
-Er viel dan in weerwil van alles inderdaad niet anders te doen dan
-Sicilië te verlaten.
-
-De Ferrato koos dan ook op den 8sten September weer zee en koerste in
-allerijl naar het eiland Antekirrta, waar het vaartuig na een zeer
-voorspoedige reis aankwam.
-
-Daar zouden de dokter, Piet en Luigi hunne plannen hervatten, maar die
-alvorens ten zorgvuldigste herzien en uitwerken. Hun geheele leven
-bewoog zich toch daar omheen. Het gold thans Carpena terug te vinden.
-Die toch moest weten, wat er van Sarcany en Silas Toronthal geworden
-was, en waar die schurken zich ophielden.
-
-Ongelukkiglijk voor den Spanjaard, die, wel is waar, door in de kroeg
-van Santa Grotta achter te blijven, aan de vernietiging der bende van
-Zirone ontkomen was, bleef zijn goed gesternte hem niet getrouw, en was
-zijn geluk weldra uit.
-
-Inderdaad tien dagen later ontving dokter Antekirrt van een zijner
-agenten het bericht, dat Carpena te Syracusa in hechtenis genomen
-was,—niet als medeplichtige van Zirone,—maar voor eene vroegere
-misdaad, die reeds van voor vijftien jaren geleden dagteekende, voor
-een moord, dien hij te Almayata, in de provincie Malaga, bedreven had,
-en waarna hij Spanje, zijn vaderland, verlaten had, om zich te Rovigno
-in Istrië te vestigen. De lezer ziet, dat de kerel voor schurk in de
-wieg gelegd was. Hij was zijn karakter getrouw gebleven.
-
-Drie weken later werd Carpena, wiens uitlevering door het Spaansche
-gouvernement verkregen was, naar zijn vaderland overgevoerd en daar tot
-levenslange galeistraf veroordeeld en naar de Marokkaansche kust, naar
-het presido van Ceuta, een der voornaamste strafkoloniën van Spanje,
-gezonden.
-
-„Eindelijk,” zei Piet Bathory, „is dan toch gerechtigheid geschied en
-is een dier ellendelingen in het bagno te recht gekomen en dat nog wel
-voor levenslang!”
-
-„Levenslang!.... Neen! waarachtig niet!” antwoordde dokter Antekirrt
-somber en ernstig.
-
-De jongman keek hem onthutst aan. Hij scheen hem niet te begrijpen en
-was op het punt inlichting te vragen.
-
-„Andreas Ferrato is in het bagno overleden!” ging de dokter met hoogst
-ernstige stem voort, „en daar moet een schurk als Carpena niet sterven!
-Zoo’n dood zou te eervol voor zulk een booswicht zijn! Vindt gij dat
-ook niet?”
-
-Piet Bathory knikte bevestigend. Hij keek den dokter met een
-ondervragenden blik aan.
-
-„Ja, zoo beschouwd, hebt gij gelijk,” antwoordde hij eindelijk. „Maar
-wat hebt gij dan anders voor?”
-
-Dokter Antekirrt antwoordde niet dadelijk. Het was of hij nadacht.
-Eindelijk sprak hij toch:
-
-„Geduld, Piet! Geduld!”
-
-
- EINDE VAN HET TWEEDE DEEL.
-
-
-
-
-
-
-
-
-INHOUD.
-
-
- BLADZ.
- I. Verschillende voorvallen 1
- II. De mondingen van de Cattaro 22
- III. Verwikkelingen 43
- IV. Eene ontmoeting in de Stradona-laan 60
- V. De Middellandsche Zee 73
- VI. Het Verleden en het Tegenwoordige 89
- VII. Wat er inmiddels te Ragusa gebeurde 110
- VIII. In de omstreken van Malta 131
- IX. Malta 150
- X. In de omstreken van Catania 180
- XI. De Casa Inglese 201
-
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK MATHIAS SANDORF ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.