diff options
Diffstat (limited to 'old/69576-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/69576-0.txt | 10934 |
1 files changed, 0 insertions, 10934 deletions
diff --git a/old/69576-0.txt b/old/69576-0.txt deleted file mode 100644 index 9fa75e3..0000000 --- a/old/69576-0.txt +++ /dev/null @@ -1,10934 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Mathias Sandorf, by Jules Verne - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Mathias Sandorf - De Middellandsche Zee - -Author: Jules Verne - -Release Date: December 21, 2022 [eBook #69576] - -Language: Dutch - -Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading - Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK MATHIAS SANDORF *** - - - - - - WONDERREIZEN. - - - JULES VERNE - - - MATHIAS SANDORF - - DE MIDDELLANDSCHE ZEE - - - AMSTERDAM - UITGEVERS-MAATSCHAPPIJ „ELSEVIER” - 1917. - - - - - - - - -I. - -VERSCHILLENDE VOORVALLEN. - - -Al had het afscheid, door dokter Antekirrt genomen, al den schijn van -ernstig gemeend te zijn, zoo zou hij zich toch niet overhaasten om -Gravosa te verlaten, zooals mevrouw Bathory zou hebben kunnen -vermeenen. Na te vergeefs gepoogd te hebben de moeder te hulp te komen, -wilde de dokter beproeven den zoon te helpen. Had Piet Bathory tot -dusverre de betrekking niet gevonden, waarop hij ten gevolge van zijne -schitterende studiën aanspraak kon maken, zoo zou hij ongetwijfeld de -aanbiedingen niet afslaan, die hem thans door dokter Antekirrt zouden -gedaan worden. Hem eene positie te scheppen, die met zijne talenten -overeenkwam, die den naam, dien hij droeg, waardig was, dat zou geen -aalmoes zijn. Dat zou slechts eene rechtvaardige belooning zijn, die -hij dien jongen man verschuldigd was. Maar zooals Borik medegedeeld -had, was Piet Bathory naar Zara voor zaken vertrokken. - -De dokter wilde evenwel niet langer wachten met hem te schrijven. Hij -deed dat dienzelfden dag. Zijn brief gaf alleen te kennen, dat hij zich -gelukkig gevoelen zou, Piet Bathory aan boord van de Savarena te -ontvangen, daar hij hem een voorstel te doen had dat hem belangstelling -zou inboezemen. - -De brief werd op de post te Gravosa bezorgd en daarna bleef de dokter -niet anders over, dan de terugkomst van den jongen ingenieur af te -wachten. - -Middelerwijl ging de eigenaar van de goelet voort, met nog meer -teruggetrokken aan boord te leven. De Savarena lag in het midden der -haven voor anker en hare bemanning ging nooit naar den wal. Het -vaartuig lag dus daar zoo eenzaam als het dat had kunnen wezen midden -in de Middellandsche zee of in den Atlantischen Oceaan. - -Dat was eene zonderlingheid, welke wel geschikt was om de -nieuwsgierigheid van nieuwtjesjagers, van reporters en van anderen die -het nog niet opgegeven hadden, dien legendarischen persoon te willen -interviewen, hoewel zij aan boord van dat wonderbaar schip niet -toegelaten werden, te prikkelen. En daar Pescadospunt en Kaap Matifou -vrijheid hadden te gaan en te komen, zooals zij verkozen, wendden zich -de nieuwsgierigen tot hen en poogden de reporters van hen eenige -inlichtingen te bekomen, die in hunne dagbladen zulk een goed figuur -zouden gemaakt hebben. - -Men weet het, Pescadospunt was een element van vroolijkheid, die, -zooals wel begrepen zal worden, met toestemming van den dokter aan -boord werd toegelaten. Bleef Kaap Matifou ook al ernstig als een -kaapstander, wiens kracht hij bezat, Pescadospunt lachte en zong -steeds, was levendig en fladderend als de wimpel van een oorlogsschip, -waarvan hij ook de lichtheid bezat. Als hij niet, tot groote vreugde -van de bemanning, aan wie hij les op het slappe koord gaf, in het want -behendig als een matroos en vlug als een scheepsjongen, rondzwierf, dan -vermaakte hij toch iedereen met zijne snakerijen. Ja wel, dokter -Antekirrt had hem aanbevolen steeds goed gehumeurd te blijven! Welnu, -dat deed hij; maar zijne opgeruimdheid was aanstekelijk, hij deelde -haar aan zijne geheele omgeving mede! - -Hiervoren werd gezegd, dat Kaap Matifou en hij alle vrijheid hadden om -te gaan en te komen. Dat was waar. Bleef ook al de bemanning aan boord, -zij gingen passagieren, wanneer zij trek daarin hadden. Vandaar steeds -die neiging van wege de nieuwsgierigen om hen te volgen, om hen te -omringen, hen te ondervragen. Maar het lukte niet om Pescadospunt aan -het praten te krijgen, als hij zwijgen wilde, of als hij den mond -opende, dan was het om niets te zeggen. - -„Wie is dokter Antekirrt?” - -„Een verbazend knap dokter, die alle ziekten geneest, zelfs die, welke -iemand naar de andere wereld doen verhuizen!” - -„Is hij rijk?” - -„Hij bezit geen duit.... Ik, Pescadospunt, schiet hem iedere week zijn -zondags-oortje voor!” - -„Vanwaar komt hij?” - -„Van een land, waarvan niemand den naam weet!” - -„En waar is dat land gelegen?” - -„Ja, alles wat ik er van weet, is: dat het ten noorden door niet veel -en ten zuiden door niets begrensd wordt.” - -Het was onmogelijk iets anders uit den spotzieken klant te halen. Wat -Kaap Matifou betreft, die was stom als een granietblok. - -Maar al antwoordden die twee niet op de onbescheiden vragen van de -reporters, zoo babbelden de beide vrienden toch zeer dikwijls onder -elkander en wel voornamelijk over hunnen nieuwen meester. Zij waren hem -oprecht genegen en zij haakten slechts naar de gelegenheid, om hem -hunne toegenegenheid te bewijzen. Tusschen hen en den dokter bestond -als het ware eene soort van scheikundige affiniteit, die hen van dag -tot dag vaster omstrengelde. Iederen dag verwachtten zij dan ook, dat -zij in de kajuit geroepen zouden worden, om zich te hooren toevoegen: - -„Vrienden, ik heb uwe hulp noodig!” - -Maar tot hun groot verdriet gebeurde dat niet. - -„Zou dat lang zoo duren moeten?” vroeg Pescadospunt op een dag. „Ik -vind het hard zoo niets te doen te hebben, vooral als men daarvoor niet -opgevoed is. Is ’t zoo niet, Kaap?” - -„Ja, de armen roesten en worden stijf,” antwoordde de Hercules, terwijl -hij zijne machtige knoken beschouwde, die er uitzagen als zuigerstangen -van een rustend stoomwerktuig. - -„Zeg eens, Kaap Matifou?” - -„Wat wil je hebben dat ik zeggen zal, Pescadospunt?” - -„Weet je wat ik van dokter Antekirrt denk?” - -„Neen; maar zeg mij wat gij denkt, Pescadospunt! Dat zal mij helpen om -je te antwoorden.” - -„Welnu, in zijn verleden zijn er dingen.... dingen! Dat ziet men aan -zijne oogen, die soms bliksemstralen schieten, in staat om iemand blind -te maken. En de dag, waarop de bliksem zal vallen...” - -„Zal dat spectakel maken!” - -„Ja, Kaap Matifou, dat zal spectakel maken.... werk verschaffen. Ik -verbeeld mij, dat wij bij dat werk niet nutteloos zullen toekijken!” - -Het was niet geheel zonder reden, dat Pescadospunt zoo sprak. Hoewel de -volmaaktste kalmte aan boord heerschte, had de schrandere lummel toch -zaken gezien, die hem te denken gaven. Dat de dokter geen eenvoudig -toerist was, die slechts de Middellandsche zee met zijn pleizierjacht -doorstevende, dat was duidelijk voor hem. De Savarena moest een -middelpunt zijn, waarin vele draden te zamen kwamen in de hand van -haren geheimzinnigen eigenaar. - -Inderdaad, er kwamen brieven en telegrammen zoowat uit alle hoeken en -gaten van die bewonderenswaardige zee, welker golven de oevers van -zooveel verschillende landen bespoelen, zoowel de Fransche en Spaansche -kusten, als die van Marokko, Algiers of van Tunis of Tripoli. Wie zond -die? Klaarblijkelijk correspondenten, die zich onledig hielden met eene -zekere taak, welker gewicht niet kon ontkend worden—tenzij het lijders -waren, die schriftelijk consult aan den beroemden dokter -vroegen—hetgeen weinig waarschijnlijk was. - -Bovendien, het zou zelfs in de kantoren van de telegraaf te Ragusa -moeilijk gevallen zijn, den zin van de ontvangen telegrammen te -begrijpen, want zij waren in een onbekende taal gesteld, die de dokter -alleen verstond. En wanneer die taal begrijpelijk geweest ware, wat was -er dan nog te maken van volzinnen als de volgende: - -„Abneira: Men meende Z. R. op de hielen te zitten. Valsch spoor, thans -verlaten.” - -„De correspondent van H. U. 5 teruggevonden.—Verbonden aan een troep K. -3 tusschen Catania en Syracusa. Wordt gevolgd.” - -„In het Manderaggiosche, te La Valletta, Malta doortocht bespeurd van -T. K. 7. - -„Cyrena.... Wachten nieuwe bevelen.... Vloot van Antek.... gereed. -Electriek 3 blijft dag en nacht onder voldoende stoomspanning.” - -„R. O. 3 Sedert overleden in het bagno.—Beiden verdwenen.” - -En dat ander telegram, dat zijne mededeeling door middel van een vooraf -overeengekomen getal overbracht: - -„2117. Sarc. Vroeger makelaar.... Dienst Toronth.—Betrekkingen met -Tripoli in Afrika gestaakt.” - -Dan de onveranderlijke antwoorden op het meerendeel dier telegrammen, -die van de Savarena verzonden werden: - -„De nasporingen voortzetten. Geen geld en geen moeite sparen. Zendt -nieuwe documenten.” - -Dat was een onverstaanbare gedachtenwisseling, die den geheelen omtrek -van de Middellandsche zee scheen tot waakzaamheid op te roepen. De -dokter was dus niet zoo geheel zonder bezigheden als het -oogenschijnlijk voorkwam. Evenwel in weerwil van het geheim, dat den -telegrafisten opgelegd is, was het toch moeilijk aanneembaar, dat de -ontvangst en afzending van dergelijke telegrammen niet bij het publiek -bekend raakten. Vandaar dat de nieuwsgierigheid ten aanzien van dien -raadselachtigen persoon ten top gestegen was. - -Een van de meest nieuwsgierigen uit de groote wereld te Ragusa, was de -gewezen Triëster bankier Silas Toronthal, die, zooals men zich nog -herinneren zal, dokter Antekirrt op de kade van Gravosa weinige -oogenblikken na de aankomst van de Savarena ontmoet had. Had er bij die -ontmoeting van den eenen kant een levendig gevoel van afkeer bestaan, -bij de andere partij had zich toen een levendig gevoel van -nieuwsgierigheid geopenbaard. Maar tot heden hadden de omstandigheden -den bankier niet veroorloofd, aan die nieuwsgierigheid bot te vieren. - -Om de waarheid te zeggen, de aanwezigheid van den dokter had op Silas -Toronthal een zonderlingen indruk gemaakt, dien hijzelf niet kon -omschrijven. Al wat men te Ragusa verhaalde en herhaalde van het -incognito, waarin de reiziger blijven wilde, van de moeielijkheid om -tot hem toegelaten te worden, enz. was wel geschikt om bij den bankier -de wensch te doen opkomen, om hem weer te zien. Te dien einde was hij -reeds verscheidene malen naar Gravosa geweest. Daar stond hij dan op de -kade en bekeek die goelet, terwijl hij van begeerte brandde om naar -boord te gaan. Eens zelfs liet hij er zich heenroeien, doch had hij -slechts het onveranderlijk antwoord van den stuurman der wacht -ontvangen: - -„Dokter Antekirrt is niet te spreken.” - -Daaruit ontstond bij Silas Toronthal eene soort van chronische -overprikkeling, teweeggebracht door een hinderpaal, dien hij niet kon -opruimen. - -De bankier beproefde toen voor zijne eigene rekening den dokter te doen -bespionneeren. Bevelen werden aan een agent, waarvan hij zeker was, -verstrekt om het gaan en komen van den geheimzinnigen vreemdeling na te -gaan, zelfs wanneer hij slechts Gravosa of de omstreken bezocht. - -Men kan lichtelijk begrijpen, welke ongerustheid Silas Toronthal -ondervinden moest, toen hij vernam dat de oude Borik een onderhoud met -den dokter had gehad en dat deze daags daarna een laatste bezoek aan -mevrouw Bathory gebracht had. - -„Wie is die man toch?” vroeg hij zich af. - -Maar wat toch kon de bankier in zijn tegenwoordigen toestand te vreezen -hebben? Sedert vijftien jaren was niets van zijne vroegere kuiperijen -uitgelekt. Maar alles wat de verwantschap van hen betrof, die hij -verraden en verkocht had, verontrustte hem. Had ook al de wroeging geen -vat op zijn geweten, zoo sloop toch somwijlen de vrees daarbinnen, en -de stappen van dien onbekenden dokter, dien de faam zoo machtig maakte, -en door zijne fortuin zoo machtig was, waren niet geschikt om hem -gerust te stellen. - -„Maar wie is die man dan toch?” herhaalde hij.... „Wat komt hij te -Ragusa in de woning van mevrouw Bathory uitvoeren?.... Is hij daar als -geneesheer geroepen?.... Wat kan er gemeens tusschen die twee bestaan?” - -Daarop was geen antwoord mogelijk. Wat evenwel Silas Toronthal -geruststelde, dat was dat hem na nauwkeurig onderzoek overtuigend -gebleken was, dat dat bezoek niet herhaald was. - -Het besluit, dat de bankier tengevolge daarvan genomen had, was er te -onwrikbaarder door geworden. Hij wilde en zou met den dokter in -aanraking komen! Die gedachte verliet hem dag noch nacht. Daar moest -een einde aan komen. Door eene soort van begoocheling, welke aan -overprikkelde hersenen steeds eigen is, verbeeldde hij zich dat hij -zijne kalmte weder zou vinden, wanneer hij dokter Antekirrt zien en -spreken kon, wanneer hij de motieven van zijn reis naar Gravosa vernam. -Hij poogde dan ook onophoudelijk eene gelegenheid te vinden, om hem te -ontmoeten. - -Eindelijk meende hij haar gevonden te hebben. Ziehier door welke -omstandigheid. - -Sedert eenige jaren leed mevrouw Toronthal aan eene kwijnende ziekte, -die de geneesheeren van Ragusa te vergeefs poogden te bedwingen. In -weerwil van hunne zorgvuldige behandeling, in weerwil van de zorgen -harer dochter, kwijnde mevrouw Toronthal gaandeweg, hoewel zij nog niet -bedlegerig was. Lag aan dien toestand eene moreele oorzaak ten -grondslag? Misschien wel, maar dat had niemand nog kunnen doordringen. -De bankier alleen had kunnen zeggen, of zijn echtgenoote, die zijn -geheele levensloop kende, niet door eene onoverwinlijke verachting -bevangen was voor een bestaan, dat haar slechts afschuw kon inboezemen. - -Hoe het ook zij, de gezondheidstoestand van mevrouw Toronthal, die door -al de geneesheeren in de stad nagenoeg opgegeven was, kwam den bankier -een geschikte gelegenheid voor, om met dokter Antekirrt in aanraking te -komen. Wanneer hij tot een consult, tot een bezoek uitgenoodigd zou -worden, zou hij ongetwijfeld niet weigeren, al was het maar uit -menschlievendheid. - -Silas Toronthal schreef dus een brief en deed dien door een zijner -bedienden aan boord van de Savarena brengen. „Hij zou zich gelukkig -achten,” zeide hij daarin, „het advies van een uiterst verdienstelijk -geneesheer te kunnen inwinnen.” Daarna zich verontschuldigende over de -stoornis, die hij in een zoo teruggetrokken bestaan bracht, verzocht -hij dokter Antekirrt „hem den dag te willen melden, waarop hij hem aan -zijne woning in de Stradona-laan verwachten kon.” - -Toen de dokter den volgenden morgen dien brief ontving, welks -onderteekening hij het eerst bekeek, bewoog geen spier van zijn gelaat. -Hij las dat epistel ten einde toe, zonder dat iets de gewaarwordingen -verried, die toch door de lezing daarvan opgewekt moesten worden. - -Welk antwoord zou hij geven? Zou hij van de gelegenheid gebruik maken, -die hem geboden was om de woning van Toronthal binnen te dringen, om -zich in betrekking met het gezin van den bankier te stellen? Maar dat -huis, zelfs als geneesheer binnen te treden, was dat niet eene -omstandigheid aanvaarden, die weinig met zijne plannen overeenstemde? - -De dokter aarzelde niet. Hij schreef een kort briefje, dat aan den -bediende overhandigd werd en slechts dit inhield: - -„Dokter Antekirrt betreurt het, dat hij zijne zorgen niet aan mevrouw -Toronthal wijden kan; hij mag de geneeskunst niet in Europa -uitoefenen.” - -Geen woord meer. - -Toen de bankier dat laconieke antwoord las, verfrommelde hij het -briefje met een gebaar van spijt. Het was maar al te duidelijk, dat de -dokter niet in aanraking met hem wilde komen. Dat was eene nauwelijks -bemantelde weigering, welke op een genomen besluit door dien -zonderlingen man duidde. - -„En als hij dan geen geneesheer in Europa mag zijn,” zei hij in zich -zelven, „waarom heeft hij dan aangenomen mevrouw Bathory te -behandelen?.... Of zouden andere redenen hem bij haar gevoerd -hebben?.... Welke?.... Wat kwam hij er uitvoeren?.... Wat bestaat er -tusschen die twee?” - -Die onzekerheid knaagde aan Toronthal’s ziel. Waarlijk, zijn leven was -door de aanwezigheid van dien dokter te Gravosa verbitterd, en dat zou -het blijven net zoolang totdat de Savarena weer zee gekozen zou hebben. -Hij zei overigens niets aan zijne vrouw of dochter over zijn nutteloos -verzoek. Hij wilde het geheim van zijne voortdurende onrust voor zich -houden. Maar hij hield niet op, den dokter te doen gadeslaan bij al de -stappen, die hij te Gravosa, zoowel als te Ragusa deed. - -Den volgenden ochtend zou een ander voorval hem niet minder onrust -verschaffen en doen ontstellen. - -Piet Bathory was geheel ontmoedigd van Zara teruggekeerd. Hij had het -omtrent de betrekking welke het gold, bij eene metaalfabriek in -Herzegowina, met de eigenaren of aandeelhebbers niet eens kunnen -worden. - -„De voorwaarden waren niet aannemelijk,” zei hij kortaf tot zijne -moeder. - -Mevrouw Bathory keek haren zoon aan, maar vroeg hem niet waarom die -voorwaarden niet aannemelijk waren. Daarna reikte zij hem een brief -over, die gedurende zijne afwezigheid gebracht was. - -Dat was de brief, waarbij dokter Antekirrt Piet Bathory verzocht bij -hem aan boord van de Savarena te komen, om over eene belangrijke zaak -te spreken. - -Piet Bathory gaf den brief aan zijne moeder over. Dat aanbod van den -dokter kon haar niet verrassen. - -„Dat verwachtte ik,” zei zij. - -„Verwachttet gij dat, moeder?” vroeg de jonge man zeer verwonderd over -dat antwoord. - -„Ja.... Piet.... Dokter Antekirrt heeft mij gedurende uwe afwezigheid -een bezoek gebracht.” - -„Kent gij dien man dan, waarover te Ragusa en te Gravosa zooveel -gesproken wordt?” - -„Neen, mijn zoon; maar dokter Antekirrt kende uwen vader. Hij was de -vriend van graaf Mathias Sandorf en graaf Zathmar, en het is als -zoodanig dat hij zich bij mij vervoegd heeft.” - -„Moeder,” vroeg Piet Bathory, „welke bewijzen heeft die dokter u -geleverd, dat hij de vriend mijns vaders was?” - -„Geen enkel,” antwoordde mevrouw Bathory, die over de toezending van de -honderdduizend gulden niet spreken wilde en waaromtrent de dokter ook -het geheim jegens den jongen man wel betrachten zou. - -„Maar wanneer dat nu eens een intrigant, een spion, een agent van de -Oostenrijksche politie was?” - -„Gij zult er over kunnen oordeelen, mijn zoon.” - -„Gij raadt mij dus aan, hem te gaan bezoeken?” - -„Ja, dat raad ik u aan. Gij moet dien man waardeeren, die de geheele -vriendschap, die hij voor uwen vader koesterde, op u wil overbrengen.” - -„Maar wat komt hij te Ragusa doen?” hernam Piet. „Heeft hij dan zaken -in dit land?” - -„Misschien zoekt hij iets tot stand te brengen,” antwoordde mevrouw -Bathory. „Hij gaat door voor onmetelijk rijk en het is mogelijk, dat -hij u eene betrekking wil aanbieden, die uwer waardig is.” - -„Ik zal naar hem toe gaan, moeder, en ik zal vernemen wat hij van mij -verlangt.” - -„Ga dan nog heden, mijn zoon, en voldoe aan de beleefdheid door hem, -als antwoord op zijn bezoek, een tegenbezoek te brengen.” - -Piet Bathory gaf zijne moeder een kus. Hij hield haar zelfs lang tegen -zijne borst geklemd. Men zou gezegd hebben, dat een geheim hem deed -stikken, een geheim dat hij niet durfde openbaren. Wat ging er dan toch -in dat arme hart om? - -Dat moest voorzeker bedroevend, ernstig zijn, daar hij het niet aan -zijne moeder durfde mededeelen. - -„Mijn arm kind!” mompelde mevrouw Bathory. - -Toen hij het huis van Toronthal voorbijkwam, bleef hij een oogenblik -staan. Zijn blik richtte zich naar een der paviljoenen, die ter zijde -van het hoofdgebouw opgetrokken waren en waarmede vensters uitzicht op -de straat gaven. De jaloezieën waren dicht. Wanneer het huis onbewoond -geweest ware, zou het niet strenger gesloten kunnen geweest zijn. - -Piet Bathory stapte door. Maar dat was aan het oog niet ontsnapt van -eene vrouw, die in de Stradona-laan op de tegenovergestelde stoep heen -en weder drentelde. - -Het was een schepsel van groote gestalte. Hoe oud was zij?.... Zoo -tusschen de veertig en vijftig. Hare bewegingen waren afgemeten, bijna -werktuigelijk, alsof zij geheel uit één stuk vervaardigd was. Die -vreemdelinge—hare nationaliteit als Marokkaansche werd genoegzaam -gekenmerkt door haren haardos, die donker en gekroesd was door haar -bruinachtige huidskleur—was gestoken in een donkergekleurd kleed met -kap, welke laatste haar hoofd overdekte, dat met tressen van zecchinen -versierd was. Was zij eene boheemsche, eene gitana, eene gypsie, eene -„romanichelle,” zooals de Parijzer volkstaal zich uitdrukt? Of wel was -zij van Egyptischen of Hindoeschen oorsprong? Dat zou men niet hebben -kunnen zeggen, daar die grondvormen zoo zeer op elkander gelijken. In -ieder geval, zij vroeg geen aalmoezen en zou die ongetwijfeld ook niet -aangenomen hebben. Zij was daar voor hare eigene rekening of in dienst -van iemand anders aanwezig, om gade te slaan en te spionneeren, zoowel -wat in de woning van Toronthal als in het huis van de Marinellastraat -omging. - -Zoodra zij inderdaad den jongen man ontwaardde, die de Stradona-laan -volgde om zich naar Gravosa te begeven, volgde zij hem zoodanig, dat -zij hem geen oogenblik uit het oog verloor, evenwel zoo behendig dat -hare bespionneering niet gezien werd. Piet Bathory was daarenboven te -zeer in zijne gedachten verzonken, om waar te nemen, hetgeen achter hem -gebeurde. Toen hij den pas voor de woning van Toronthal inhield, -vertraagde de vrouw haren gang ook. Toen hij weer doorstapte, hernam -zij ook de beweging en regelde haren marsch naar den zijne. - -Bij de eerste omwalling van Ragusa aangekomen, overschreed Piet Bathory -die vlug, maar daarom geraakte de vreemdelinge niet achter. Buiten de -poort gekomen, zag zij hem weer op den weg naar Gravosa en volgde op -twintig passen achter hem langs een nevenlaan, die met boomen beplant -was. - -Ter zelf der tijd kwam Silas Toronthal, in open rijtuig gezeten en naar -Ragusa terugkeerende, hen tegen. Misschien dacht zij dat de een den -anderen zou kunnen aanspreken. Bij die gedachte schitterde haar blik en -trachtte zij zich achter een dikken boom te verschuilen. Maar hoe zou -zij hooren wat die twee mannen zouden spreken? - -Hare vrees bleek ijdel. Silas Toronthal had Piet bemerkt twintig passen -vóórdat hij ter zijner hoogte gekomen was. Ditmaal antwoordde hij zelfs -niet met dien trotschen groet, dien hij niet had kunnen achterwege -laten, toen zijne dochter hem op de kade van Gravosa vergezelde. Hij -wendde thans het hoofd af, toen de jonge man zijn hoed afnam, terwijl -zijn rijtuig met spoed naar Ragusa reed. - -Voor de vreemdelinge was niets van dat tooneel verloren gegaan. Een -soort glimlach verhelderde dan ook haar overigens kalm gelaat. - -Piet Bathory, klaarblijkelijk meer bedroefd dan vertoornd over die -handeling van Silas Toronthal, vervolgde zijn weg zonder zich om te -keeren, evenwel met meer vluggen pas. - -De Marokkaansche volgde hem van verre en men zou haar deze woorden in -het Arabisch hebben kunnen hooren mompelen: - -„Het werd tijd, dat hij kwam!” - -Een kwartier later bereikte Piet Bathory de kaden van de haven van -Gravosa. Hij bleef een oogenblik staan kijken naar de bevallige goelet, -welks wimpel zachtkens door de bries aan den top van den grooten mast -ontrold was. - -„Vanwaar kan die dokter Antekirrt toch komen?” vroeg hij zich af. „Dat -is een vlag die ik niet ken.” Zich daarna tot een zeeman wendende, die -op de kade wandelde: - -„Vriend,” vroeg hij, „kunt gij mij zeggen welke vlag dat is?” - -De zeeman wist haar ook niet tehuis te brengen. Alles wat hij van de -goelet kon mededeelen, was dat hare scheepspapieren meldden, dat zij -van Brindisi kwam, en dat die papieren door den havenmeester behoorlijk -in orde bevonden waren. Daar het nu een pleiziervaartuig gold, hadden -de autoriteiten het incognito van den eigenaar geëerbiedigd. - -Piet Bathory riep toen eene sloep tot zich en liet zich naar boord van -de Savarena voeren, terwijl de Marokkaansche hem uiterst verwonderd -stond na te staren. Een oogenblik later stond de jongman op het dek der -goelet en informeerde of dokter Antekirrt aan boord was. - -Bevel was klaarblijkelijk gegeven om iederen vreemdeling af te wijzen, -maar dat bevel gold hem niet. De equipagemeester antwoordde dan ook, -dat de dokter zich in zijn kamer bevond. Piet Barthory bood zijn -kaartje aan met het verzoek bij den dokter te worden toegelaten. Een -stuurmansleerling nam het kaartje aan en daalde langs de trap af, die -naar het salon voerde. En een minuut later kwam het bericht, dat de -dokter den heer Piet Bathory wachtte. - -Dadelijk werd de jonge man het salon binnengeleid, waarin slechts een -schemerlicht heerschte, dat als het ware gezeefd werd door de lichte -gordijnen van het patrijspoortje. Maar toen hij bij de deur kwam, die -geheel geopend was, trad hij in het volle licht dat door de -spiegelpaneelen weerkaatst werd. In het halfdonker was dokter Antekirrt -op een divan gezeten. Toen de zoon van Stephanus Bathory verscheen, -ondervond hij eene soort van aandoening, die Piet niet kon waarnemen, -en deze woorden ontsnapten als het ware aan zijn lippen: - -„Hij is het!.... Hij is het geheel en al!” - -En inderdaad, Piet Bathory was het levend evenbeeld van zijn vader, zoo -als die edelaardige Hongaar er uitzag, toen hij twee en twintig jaren -oud was. Dezelfde geestkracht in de oogen, dezelfde edele fiere -houding, dezelfde blik waaruit de zucht voor het goede, het edele, het -schoone straalde! - -„Mijnheer Bathory,” zei de dokter, terwijl hij opstond, „ik ben -verheugd dat gij mijne uitnoodiging, om tot mij te komen, aangenomen -hebt.” - -En met een gebaar noodigde hij Piet Bathory uit, om te gaan zitten. Hij -had de Hongaarsche taal bij het spreken van die woorden gebezigd. Hij -wist dat de jonge man die taal verstond. - -„Mijnheer,” antwoordde Piet Bathory, „ik zou het bezoek dat gij mijne -moeder gebracht hebt, ook zonder uwe uitnoodiging met een tegenbezoek -beantwoord hebben. Ik weet dat gij een van die onbekende vrienden zijt, -wien de nagedachtenis van mijn vader en van de twee vaderlandlievende -mannen, die met hem gestorven zijn, dierbaar en heilig is!.... Ik dank -u, dat gij hen eene plaats in uw geheugen bewaard hebt en houdt.” - -Terwijl hij het reeds zoover verwijderde verleden opriep en van zijn -vader en diens vrienden, graaf Sandorf en graaf Zathmar, sprak, kon -Piet zijne aandoening niet bedwingen. - -„Ik vraag vergeving, mijnheer,” zei hij. „Maar bij hunne herinnering -kan ik niet....” - -Voelde hij dan niet dat dokter Antekirrt meer bewogen was dan hij? -Voelde hij dan niet, dat de reden, waarom hij niet antwoordde daarin -gelegen was, dat hij niet wilde laten bespeuren, wat in zijne ziel -omging? - -„Mijnheer Bathory,” sprak hij eindelijk. „Ik heb u eene zoo natuurlijke -droefheid niet te vergeven. Gij hebt daarenboven Hongaarsch bloed in de -aderen en welk Hongaar zou ontaard genoeg zijn om zijn hart niet te -voelen toesnoeren bij zulke herinneringen? Op dat tijdstip—ja, het is -reeds vijtien jaren geleden—waart gij nog zeer jong. Gij kunt -ternauwernood, bevestigen, dat gij uwen vader gekend hebt, dat gij de -gebeurtenissen, waaraan hij deel nam, vernomen hebt.” - -„Mijne moeder is gelijk hij!” antwoordde Piet Bathory. „Zij heeft mij -in de vereering van hem, dien zij nog dagelijks beweent, opgevoed. -Alles wat hij verricht, gepoogd heeft, dat geheele leven van toewijding -aan de zijnen, van liefde voor zijn geboortegrond, dat alles weet ik -van haar. Ik was slechts acht jaren oud, toen mijn vader ter dood -gebracht werd, maar voor mij is hij niet dood, daar hij in mijne moeder -herleeft.” - -„Gij hebt uwe moeder lief, Piet Bathory, zooals zij inderdaad -verdient,” antwoordde dokter Antekirrt, „en wij, wij vereeren haar als -de weduwe van een martelaar.” - -Piet Bathory bedankte den dokter voor de gevoelens, die hij zoo -uitdrukte. Het hart bonste hem in het lichaam, terwijl hij den dokter -aanhoorde, en hij bemerkte niet, dat deze steeds met eene natuurlijke -of gemaakte koelheid sprak, die evenwel den grondtoon van zijn karakter -scheen uit te maken. - -„Mag ik u vragen,” hernam hij, „of gij mijn vader persoonlijk gekend -hebt?” - -„Ja, mijnheer Bathory,” antwoordde de dokter niet zonder aarzeling, -„maar ik heb hem slechts gekend, zooals een student een professor kent. -Ik heb mijne studiën in de genees- en natuurkunde in uw vaderland -volbracht. Ik ben een leerling van uwen vader, die slechts een tiental -jaren ouder was dan ik. Ik leerde hem hoogachten, hem liefhebben, want -in zijne lessen voelde ik alles trillen wat in de ziel van dien -vaderlandlievenden man omging. Ik verliet hem niet dan om in den -vreemde mijne studiën te gaan beëindigen, die in Hongarije begonnen -waren. Weinig tijds later had professor Stephanus Bathory zijne -betrekking opgeofferd aan de denkbeelden die hij meende dat edel en -rechtvaardig waren, zonder dat eenig particulier belang hem op die baan -van den plicht kon weerhouden. Tegen dat tijdstip verliet hij Presburg -om zich te Triëst te vestigen. Uwe moeder schraagde hem met hare -raadgevingen, omgaf hem met hare zorgen gedurende dien tijd van -beproevingen. Zij bezat alle vrouwelijke deugden, zooals uwen vader -alle mannelijke deugden eigen waren. Vergeef mij, mijnheer Piet, dat ik -die droevige herinneringen ophaal; ik ben er zeker van, dat gij een -diergenen zijt, die ze niet vergeten zullen!” - -„Neen, mijnheer, neen!” antwoordde de jongman met de geestdrift aan -zijn leeftijd eigen, „zoo min als Hongarije ooit de drie mannen, -Ladislas Zathmar, Stephanus Bathory en de stoutmoedigste der drie -wellicht, graaf Sandorf zal vergeten, die zich voor hun vaderland -opofferden!” - -„Als Mathias Sandorf de stoutmoedigste was,” antwoordde de dokter, „dan -stonden zijne twee vrienden wat toewijding en opoffering betreft, ook -niet in moedbetoon bij hem achter! Alle drie hebben dezelfde aanspraken -op denzelfden eerbied! Alle drie hebben hetzelfde recht om gewroken te -worden!....” - -De dokter zweeg hier. - -Hij vroeg zich af, of mevrouw Bathory haren zoon met de omstandigheden -bekend had gemaakt, waaronder de hoofden der samenzwering overgeleverd -waren geworden? Of zij reeds het woord verraad in zijne -tegenwoordigheid uitgesproken had.... Maar de jonge man antwoordde op -de gesproken woorden niet. - -Inderdaad, mevrouw Bathory had over dit onderwerp gezwegen. Zij had -ongetwijfeld vermeden die gedachte aan wraak, die gedachte aan haat in -het leven van haren zoon in te weven, om hem niet op een valsch spoor -te brengen, waardoor onschuldigen verdacht en getroffen konden worden. -Niemand toch kende de namen der verraders. - -Dokter Antekirrt meende dus, voor het tegenwoordige althans, tot -dezelfde terughouding verplicht te zijn. Hij drong dus niet verder op -antwoord aan. - -Waaromtrent hij evenwel niet aarzelde, dat was de mededeeling dat -zonder het schandelijk bedrijf van dien Spanjaard, die de -vluchtelingen, welke eene schuilplaats in het woonhuis van den visscher -Andreas Ferrato gevonden hadden, verklikte, graaf Mathias Sandorf en -professor Stephanus Bathory waarschijnlijk aan de vervolging der -politie-agenten van Rovigno ontsnapt zijn. En.... eenmaal buiten de -Oostenrijksche grenzen, zouden die twee, overal, onverschillig in welke -landstreek, alle hulp, de meest gewenschte toevlucht gevonden hebben. -Alle deuren zouden voor hen geopend geweest zijn. - -„Bij mij zouden zij steeds eene schuilplaats gehad hebben. Daar was -geen teleurstelling mogelijk!” voegde hij er weemoedig bij. - -„In welk land woondet gij toen?” vroeg Piet. - -„In Cephalonië,” antwoordde dokter Antekirrt. - -„Ja, daar, daar onder bescherming van de Helleensche vlag zouden zij -gered geweest zijn!” - -„Voorzeker!” - -„En mijn vader zou nog leven!” - -Het gesprek was door dien terugkeer naar het verledene afgebroken. De -dokter hervatte het echter, zeggende: - -„Mijnheer Piet, onze herinneringen aan vervlogen tijden hebben ons ver -weggevoerd van het tegenwoordige, niet waar?” - -Piet Bathory knikte zwaarmoedig. - -„Willen wij daartoe terugkeeren en vooral over de toekomst spreken, die -ik voor u meen te ontwaren?” - -„Ik luister, mijnheer,” antwoordde de jeugdige ingenieur. „In uw brief -hebt gij doen uitkomen, dat ons gesprek wellicht mijne belangen zou -raken....” - -„Inderdaad, mijnheer Bathory. En al ben ik ook nog zoo goed op de -hoogte van de heerlijke toewijding uwer moeder gedurende de jeugd van -haren zoon, zoo weet ik ook, dat gij die toewijding geheel waardig zijt -geweest en dat gij na zoo wreede beproevingen een man geworden -zijt....” - -„Een man!” viel Piet Bathory den dokter niet zonder bitterheid in de -rede. „Een man, die er nog niet in geslaagd is voor zich zelven te -kunnen zorgen, ook niet om zijne moeder te kunnen vergoeden, wat deze -voor hem deed!” - -„Ongetwijfeld,” antwoordde de dokter, „ligt daarvan de schuld niet bij -u. Het is mij volstrekt niet onbekend, hoe moeilijk het is eene -betrekking te midden van den levensstrijd, die zoovele mededingers naar -zoo weinig plaatsen doet hunkeren, te verwerven. Gij zijt ingenieur, -niet waar?” - -„Ja, mijnheer.” - -„En....” - -„Met dat diploma heb ik de hoogeschool verlaten. Ik ben evenwel vrij -ingenieur en heb als zoodanig geene verbintenis met—noch verplichting -aan den Staat. Ik heb dus eene plaatsing moeten zoeken bij de eene of -andere industrieele onderneming of maatschappij, doch tot heden ben ik -er nog niet in geslaagd te vinden, wat ik noodig acht—ten minste te -Ragusa.” - -„Niet?” - -„Neen.” - -„En buitenaf?” - -„Buitenaf!....” antwoordde Piet Bathory aarzelend op die vraag op den -man af. - -„Ja, buitenaf?” herhaalde dokter Antekirrt zijne vraag. - -„Heer dokter....” - -„Zijt gij niet voor zaken van dien aard dezer dagen naar Zara geweest?” - -„Men had mij inderdaad....” - -„Nu, spreek op,” moedigde hem de dokter bij die aarzeling aan. - -„.... Over eene betrekking gesproken, die eene industrieele -maatschappij mij kon aanbieden.” - -„Welnu, en die plaats?....” - -„Die plaats, heer dokter....” - -„Ja, die plaats! Spreek dan toch!” - -„Men heeft haar mij aangeboden.” - -„En gij hebt haar niet aangenomen?” - -„Neen.” - -„Waarom niet?” - -„Ik heb haar moeten weigeren, omdat ik mij in Herzegowina zou moeten -vestigen.” - -„In Herzegowina?” - -„Ja.” - -„Waar mevrouw Bathory u wellicht niet kan vergezellen??....” - -„Dat is het niet, mijnheer....” - -„Wat dan?” - -„Mijne moeder zou mij overal vergezellen, waar mijne belangen mij -zouden roepen.” - -„Welnu, waarom dan die betrekking niet aangenomen?” vroeg de dokter met -aandrang. - -„In de omstandigheden, waarin ik mij bevind, heer dokter, heb ik -ernstige redenen, om Ragusa niet te verlaten,” was het antwoord daarop. - -Dokter Antekirrt had, terwijl hem dat antwoord gegeven werd, eene -zekere verlegenheid in de houding van Piet Bathory opgemerkt. De stem -van den jongen man beefde, terwijl hij zijn wensch—meer dan een -wensch,—het vaste besluit om Ragusa niet te willen verlaten, te berde -bracht. - -„Welk is dan toch dat ernstige motief,” vroeg de dokter zich af, -„waarom hij de voorstellen, die hem gedaan zijn, afgewezen heeft?” - -En zich tot den jongen man wendende, vervolgde hij: - -„Dat zal de zaak onmogelijk maken, die....” - -„Welke zaak, heer dokter?” - -„Die ik u voor te stellen had.” - -„Zal ik moeten vertrekken?” - -„Ja, naar eene streek, waar ik belangrijke werken wil laten uitvoeren.” - -„Belangrijke werken?” - -„Ja, die ik volgaarne onder uwe directie gesteld had.” - -„Het spijt mij, mijnheer....” - -„Mij ook.” - -„Maar wees overtuigd, dat toen ik dat besluit genomen heb....” - -„Ik geloof u, dat het niet onbezonnen genomen is. Maar het spijt mij -meer dan u misschien. Ik zou mij zoo gelukkig geacht hebben, wanneer ik -de toegenegenheid, die ik voor den vader gevoelde, op den zoon had -kunnen overdragen.” - -Piet Bathory antwoordde niet. Hij voelde zich ten prooi aan een -inwendigen strijd; het was zichtbaar dat hij leed, zeer veel leed. - -De dokter gevoelde dat hij spreken wilde, maar dat hij niet durfde. - -Eindelijk noopte een onweerstaanbare aandrang Piet Bathory tot dien -man, die zooveel toegenegenheid voor hem en zijne moeder aan den dag -legde, openhartig te spreken. - -„Mijnheer!....mijnheer!....” begon hij met eene aandoening die hij niet -trachtte te verbergen. „Neen!.... Geloof toch niet dat een gril of -stijfhoofdigheid mij er toe zou brengen uwe dierbare woorden met eene -weigering te beantwoorden!.... Gij hebt u als een vriend van Stephanus -Bathory aan mij doen kennen en mij als zoodanig aangesproken!.... Gij -wilt die geheele vriendschap op mij overdragen!.... Ik ook, hoewel ik u -nog slechts sedert weinige oogenblikken ken.... Ja! ik gevoel voor u -dezelfde toegenegenheid, die ik mijn vader zou toedragen!....” - -„Piet!.... Mijn jongen!.... Mijn kind!” riep de dokter uit, terwijl hij -de hand van den jongeling greep. - -„Ja, mijnheer!....” hernam Piet Bathory.... „En ik zal u alles -bekennen!....” - -Dokter Antekirrt keek hem aanmoedigend aan. - -„Ja, alles!” ging Piet voort.... „Ik bemin een jong meisje hier in de -stad. Maar tusschen ons bestaat de afgrond, die de armoede van den -rijkdom scheidt....” - -„Waarlijk?” - -„Ik heb dien afgrond evenwel niet willen zien, en misschien heeft zij -die kloof ook niet bemerkt. Zoo zeldzaam ik haar zien kon, hetzij op -straat, hetzij aan haar venster, was dat toch een geluk hetwelk ik de -kracht niet had om vaarwel te zeggen!.... Alleen de gedachte dat ik zou -moeten vertrekken, vertrekken misschien voor langen tijd, zou mij -krankzinnig maken. O, mijnheer.... begrijp mij toch.... en vergeef mij -mijne weifeling.” - -„Ja, Piet,” antwoordde dokter Antekirrt, „ik begrijp u en ik heb u -niets te vergeven!” - -„O, mijnheer!....” - -„Gij hebt goed gedaan met mij alles te zeggen en openhartig jegens mij -geweest te zijn!.... Dit is eene omstandigheid, die de zaken van -gedaante verandert.... Weet uwe moeder, wat gij mij daar medegedeeld -hebt?” - -„Ik heb haar daarvan nog niets gezegd, mijnheer! Ik heb niet gedurfd, -omdat zij wellicht bij onzen bescheiden toestand verstandig genoeg -zoude geweest zijn, om mij de ijdelheid der gekoesterde hoop aan te -toonen!.... Maar wellicht heeft zij geraden wat ik leed en lijd.” - -„Piet,” zei de dokter, „gij hebt uw vertrouwen in mij gesteld en gij -hebt gelijk gehad. Is dat meisje rijk?” - -„Zeer rijk!.... Te rijk!....” antwoordde de jonge man. - -„Te rijk?” vroeg de dokter met een glimlach. - -„Ja, te rijk.... ten minste voor mij.” - -„Is zij uwer waardig?” - -„Mijner waardig?” - -„Ja!” - -„O, mijnheer, zou ik er anders aan gedacht hebben, om mijne moeder een -dochter te schenken die harer niet waardig zou zijn!” - -„Welnu, Piet,” hernam de dokter, „misschien bestaat geen afgrond nog -zoo groot, nog zoo diep, nog zoo breed, die niet overschreden kan -worden.” - -„Mijnheer!” riep de jonge man uit. „Laat mij toch geen hoop koesteren, -die niet te verwezenlijken is!” - -„Niet te verwezenlijken?” - -De uitdrukking, waarmede dokter Antekirrt die woorden uitsprak, -verraadde zooveel zelfvertrouwen, dat Piet Bathory zoodanig als het -ware vervormd werd, dat hij reeds baas over de toekomst meende te zijn. - -„Ja, Piet,” hernam de dokter, „heb vertrouwen in mij! Als gij het -gevoegelijk zult achten, en als gij zult meenen, dat ik u zal kunnen -helpen, dan zult gij mij den naam van dat jonge meisje mededeelen....” - -„Mijnheer,” antwoordde Piet Bathory, „waarom zou ik u dien naam -verzwijgen?.... Het is juffrouw Toronthal.” - -„Juffrouw Toronthal!” - -„Ja, heer dokter.” - -De inspanning, die dokter Antekirrt had moeten aanwenden om kalm te -blijven, toen hij dien gehaten naam hoorde, om niet te beven of te -trillen, toen hij hem herhaalde, stond vrijwel gelijk aan iemand, die -den bliksem aan zijne voeten ziet vallen, maar niet schrikt of beeft. -Een oogenblik—een enkel slechts—bleef hij na het laatste antwoord stil -en onbewegelijk. - -Daarna, zonder dat zijne stem de geringste aandoening verried: - -„Goed, Piet, goed!” zei hij. „Laat mij dat alles overdenken....” - -„Goed, mijnheer.” - -„Laat mij zien....” - -„Ik ga heen, mijnheer,” antwoordde de jonge man, terwijl hij de hand -drukte, die de dokter hem reikte. „En laat mij u bedanken, zooals ik -dat mijn vader zou doen.” - -Piet Bathory verliet de zaal, waarin dokter Antekirrt alleen bleef. Hij -steeg op het dek, daalde in zijne sloep neer, die hem bij de -valreepstrap wachtte, liet zich op den havendam aan wal zetten en -keerde naar Ragusa terug. - -De vreemdelinge, die hem al den tijd van zijn bezoek aan boord van de -Savarena gewacht had, begon andermaal hem te volgen. - -Piet Bathory gevoelde een groote tevredenheid, een groote -geruststelling. Eindelijk had hij zijn hart geopend. Hij had zich aan -een vriend kunnen toevertrouwen.... ja, wellicht meer dan aan een -vriend! Hij bevond zich in een van de gelukkige dagen, waarmede de -fortuin zoo spaarzaam omgaat. - -En alsof hij er niet aan twijfelen mocht, toen hij de woning in de -Stradona-laan voorbijging, zag hij aan een venster van het paviljoen -een tipje van het gordijn opgelicht worden en dadelijk daarna weer -neervallen. - -Maar ook de vreemdelinge had dat gezien en bleef totdat Piet Bathory -bij den hoek der Marinellastraat verdwenen was, onbewegelijk voor die -woning staan. Daarna begaf zij zich naar het telegraafbureau en verzond -een telegram, dat slechts dat ééne woord bevatte: - -„Kom!” - -Het adres van dit telegram was zoo gesteld: - -„Sarcany, kantoor restant, Syracuse Sicilië.” - - - - - - - - -II. - -DE MONDINGEN VAN DE CATTARO. - - -Alzoo, het noodlot, hetwelk een zoo overheerschende rol bij de -wereldgebeurtenissen speelt, had in diezelfde stad Ragusa de familie -Bathory en de familie Toronthal vereenigd. Niet alleen vereenigd, maar -nader tot elkander gebracht, want zij bewoonden beiden hetzelfde -Stradonakwartier. Dan nog, Sava Toronthal en Piet Bathory hadden -elkander gezien.... ontmoet.... en lief gekregen. Piet, de zoon van den -man, die door verraad ter dood gedoemd was, verliefd op Sava, de -dochter van den man, die de rol van verklikker vervuld had! - -Ziedaar, wat dokter Antekirrt in zich zelven mompelde, nadat de -jeugdige ingenieur hem verlaten had. - -„Het is waarachtig om aan het bestaan eener Alwetendheid te twijfelen,” -prevelde hij. - -„En die hoop, die hij nog niet koesterde, die heb ik hem geschonken! -Kan het erger?” - -Was de dokter er dan de man toe, om een onverbiddelijken kamp tegen de -noodlottigheid aan te gaan? - -Voelde hij in zich de macht om naar willekeur over menschelijke zaken -te beschikken? - -Zou de kracht, de moreele geestkracht, zoo noodig om het noodlot te -dwingen, hem niet begeven? - -„Neen, ik zal pal staan!” riep hij uit. „Ik zal strijden! Dat -liefde-verbond is hatelijk, is misdadig! O, als Piet Bathory, na de -echtgenoot van de dochter van Silas Toronthal geworden te zijn, eens de -waarheid van het gebeurde in hare afschuwelijke naaktheid vernam! Hij -zou zijn vader niet meer kunnen, niet meer mogen wreken! Er zou hem -niets anders overblijven dan zich uit wanhoop van kant te maken!.... Ik -zal hem dan ook alles mededeelen, als het zijn moet en als het zoover -komt!.... Ik zal hem vertellen wat die familie Toronthal de zijne -aangedaan, welke rampen zij veroorzaakt heeft.... Die liefde zal ik -verbrijzelen; het komt er niet op aan hoe!” - -Inderdaad, eene zoodanige vereeniging zou monsterachtig geweest zijn, -dat zal men wel beseffen. - -De lezer heeft het voorzeker niet vergeten: dokter Antekirrt had bij -gelegenheid van zijn gesprek met mevrouw Bathory verhaald, dat de drie -opperhoofden der Triëster samenzwering de slachtoffers waren geworden -van eene schandelijke kuiperij, die bij het voeren der debatten -gebleken was en die hem door de onbescheidenheid van een der -gevangenbewaarders van den vestingtoren van Pisino was ter kennis -gekomen. - -De lezer weet ook nog, dat mevrouw Bathory uit de een of andere -beweegreden omtrent dit verraad niets aan haar zoon had medegedeeld. -Daarin lag niets bevreemdends; zij kende de aanleggers immers niet. Zij -wist niet dat een hunner, rijk, voornaam en gezien, te Ragusa zelve op -weinige passen afstand in het Stradonakwartier, in de Stradona-laan -woonde. - -De dokter had geen namen genoemd. Waarom niet? Dat zal de lezer -voorzeker wel bevroeden. - -Ongetwijfeld omdat het uur nog niet gekomen was om de misdadigers te -ontmaskeren. - -Maar hij kende hen. Hij wist dat Silas Toronthal de eene verrader en -Sarcany de andere was. En dat hij niet verder bij zijne vertrouwelijke -mededeelingen gegaan was, lag daarin, dat hij op de medewerking van -Piet Bathory rekende, dat hij den zoon deelgenoot wilde maken van het -eindvonnis, waarbij de misdadigers hunne gerechte straf zouden -ontvangen; waardoor de dood zijns vaders en die van zijne twee makkers, -graaf Ladislas Zathmar en graaf Mathias Sandorf, zouden gewroken -worden. - -En dat.... dat kon hij thans niet meer aan den zoon van Stephanus -Bathory zeggen zonder hem het hart te verbrijzelen. - -„Het kan me weinig schelen!” herhaalde hij. „Dat hart zal ik -verbrijzelen! Het moet!” - -Hoe zou dokter Antekirrt te werk gaan, toen eenmaal dat besluit genomen -was? Zou hij hetzij aan mevrouw Bathory, hetzij aan haren zoon het -verleden van den Triëster bankier gaan openbaren? Maar bezat hij de -feitelijke bewijzen van diens verraad? Neen, daar Mathias Sandorf, -Stephanus Bathory en Ladislas Zathmar, de eenigen, die ooit die -bewijzen hadden kunnen verschaffen, dood waren. De stad vervullen met -het gerucht van die schandelijke daad zonder de familie Bathory daarvan -kennis te geven? Ja, dat zou voldoende zijn om ongetwijfeld een nieuwe -kloof tusschen Piet en het jonge meisje—eene onoverkomelijke kloof -ditmaal—te delven. Maar wanneer dat geheim verspreid en bekend was, zou -het dan niet te vreezen zijn dat Silas Toronthal Ragusa zou zoeken te -verlaten? - -Dokter Antekirrt wilde evenwel niet, dat de bankier verdween, De -verrader moest ter beschikking van den rechter, van den wreker blijven, -totdat het uur van gerechtigheid zou slaan. - -En dienaangaande zouden de gebeurtenissen een geheel anderen loop nemen -dan hij zich verbeeldde. - -Na het voor en het tegen van die quaestie overwogen te hebben, besloot -dokter Antekirrt, wien de middelen voor het oogenblik ontbraken, om -openlijk tegen Silas Toronthal op te kunnen treden, datgene te doen wat -het eerst voor de hand lag, wat ook tot den meesten spoed dwong. Voor -alles moest Piet Bathory aan die stad onttrokken, ontvoerd worden, of -de eer van zijn naam kwam in gevaar. Ja, hij zou hem zoover medevoeren, -dat niemand zijn spoor zou terugvinden. Wanneer hij hem maar eerst in -zijne macht had, dan zou hij hem alles mededeelen, wat hij van Silas -Toronthal en van zijn medeplichtige, Sarcany, wist. Hij zou hem -deelgenoot maken van zijn werk van wraak. Maar daartoe had hij geen -enkele dag meer te verliezen. - -Tot dat doel deed de dokter intusschen per telegram een zijner snelste -vervoermiddelen uit de gewone verblijfplaats in de mondingen van de -Cattaro-rivier ten zuiden van Ragusa, aan de Adriatische zee gelegen, -overkomen. Dat was een van die bewonderenswaardige Thornycrofts, die -aan de moderne scheepsbouwmeesters van de torpedo’s tot model gediend -hadden. - -Die lange stalen spoel, die een en veertig meters lang was, en een -inhoud van zeventig tonnen meette, voerde geen mast en ook geen -schoorsteen. Zij had eenvoudig aan de buitenzijde een platform en een -metalen kooi met lensglazen tot kijkgaten, die voor den stuurman -bestemd was en wanneer de toestand der zee zulks noodzakelijk maakte, -hermetisch gesloten konden worden. Dat vaartuig kon zonder tijd te -verliezen of van den koers af te wijken, onder water doorstevenen en -zoo de golvingen der deining ontkomen. Het bezat een veel snelleren -gang dan de beste torpedo-boot van het oude en van het nieuwe halfrond, -en volvoerde gemakkelijk eene vaart van vijftig kilometers in het uur, -wat nog al beduidend is. - -Dankzij die snelheid, had de dokter bij menige gelegenheid buitengewone -reizen kunnen volvoeren. Vandaar ook die faam van alomtegenwoordigheid, -die hem werd toegeschreven, wanneer hij binnen zeer korte tijdsruimten -van het eene uiteinde van den Archipel bijvoorbeeld van Middullu, het -oude Lesbos, of van Sakys, het oude Chios, tot aan de uiterste grenzen -van de Syrtsche zee verscheen. - -Er bestond evenwel een zeer groot onderscheid tusschen de -Thornycroftsche vaartuigen en de vervoermiddelen, welke dokter -Antekirrt bezigde, en dat bestond daarin, dat hij, in stede van -oververwarmden stoom, de electriciteit, die hij van door hem -uitgevonden accumulatoren verkreeg, als beweegkracht bezigde. Door deze -accumulatoren kon hij de electrische kracht in een om zoo te zeggen -oneindigen voorraad opwekken. - -Die snelle vervoermiddelen droegen dan ook den naam van Electrieks en -hadden, om ze van elkaar te onderscheiden, slechts een volgnummer. Zoo -heette het vaartuig, dat naar de mondingen van de Cattaro-rivier -opgeroepen was, Electriek 2. - -Toen die bevelen verstrekt waren, wachtte de dokter het geschikte -oogenblik om te handelen. - -Terzelfder tijd waarschuwde hij Pescadospunt en Kaap Matifou, dat -weldra hunne diensten zouden vereischt worden. - -Dat de beide vrienden zich gelukkig gevoelden, dat zij eindelijk -bewijzen zouden kunnen leveren van hunne toewijding, zal wel niet -behoeven verzekerd te worden. - -Een wolkje, een enkel slechts wierp evenwel ietwat schaduw op de -vreugde, die zij bij het vernemen van dat nieuws ondervonden. - -Pescadospunt moest namelijk te Ragusa blijven, om de woning in de -Stradona-laan en het huis in de Marinellastraat gade te slaan terwijl -Kaap Matifou dokter Antekirrt naar Cattaro zou volgen. Dat zou dus eene -scheiding zijn—de eerste sedert zoovele jaren, die de deelgenooten in -de ellende te zamen doorleefd hadden. Daaruit ontsproot bij Kaap -Matifou eene hartroerende ongerustheid, wanneer hij er aan dacht, dat -hij zijn kleinen Pescadospunt niet meer bij zich kon hebben. Hij maakte -zijn vriend deelgenoot van die onrust. - -„Geduld, Kaap van mijn hart, geduld!” zei Pescadospunt. „Dat zal niet -lang duren!” - -„Niet?” - -„Neen. Slechts den tijd, die noodig is om het stukje te spelen, en dan -is het uit!” - -„Meent ge?” - -„Ja. Als ik mij niet bedrieg, dan is het een prachtig stuk, dat -voorbereid wordt, en onze waardige directeur heeft ons daarin eene -fraaie en belangrijke rol toebedeeld.... Geloof mij, ge zult over de -uwe niet ontevreden zijn.” - -„Denkt ge?” vroeg de reus Kaap Matifou nadenkend en met eenige -aarzeling in zijn stem. - -„O, ik ben er zeker van!” betuigde de geestdriftvolle Pescadospunt met -vuur. „Ik ben er zeker van!” - -„Ik mag het lijden,” antwoordde Kaap Matifou, niet geheel en al -overtuigd. - -„Kijk, Kaap, ge zult geen verliefde rol krijgen, bijvoorbeeld!” ging -Pescadospunt voort. „Dat ligt volstrekt niet in je aard, hoewel je -duivelsch sentimenteel kunt zijn, zooals nu blijkt! Ge krijgt ook geen -verradersrol. Daartoe heb je een te dik, goedhartig gezicht! Neen, je -zult de goede genius voorstellen, die bij de ontknooping...” - -„Bij welke ontknooping?” - -„Bij de ontknooping van het stuk, die onvermijdelijk de misdaad zal -straffen en de deugd beloonen!” - -„Zooals bij onze voorstellingen?” vroeg Kaap Matifou met een glimlach -op het goedhartige gelaat. - -„Zooals bij onze voorstellingen! Juist!” - -„Dan is het goed!” - -„Juist. Ik zie je reeds in die rol, Kaaplief. Op het oogenblik dat de -booze, de verrader er het minst op verdacht is, kom jij met de breede -geopende handen te voorschijn en heb je ze maar te sluiten om de -ontknooping te voltooien.... Zie.... zoo!” - -„Zoo?” vroeg Kaap Matifou, terwijl hij zijn kolossale hand als een -nijptang dichtkneep. - -„Prachtig! Als die rol niet lang te noemen is, zoo is zij toch uiterst -sympathiek bij het publiek. En denk eens hoeveel bravo’s je in de ooren -zullen klinken en hoeveel geld bovendien in je zak zal glijden! Het is -om te watertanden!” - -„Jawel, ongetwijfeld”, antwoordde de Hercules, „maar intusschen....” - -„Wat intusschen?” - -„.... Zullen wij moeten scheiden! En dat is onaangenaam, Pescadospunt, -vindt ge niet?” - -„Dat is waar! Maar wat valt er aan te doen, Kaap Matifou? Ik weet er -niets op.” - -„Zie je!....” - -„Och, het is maar voor weinige dagen.” - -„Toch nog te veel!” - -„Je moet mij beloven, Kaaplief, dat je gedurende mijne afwezigheid je -niet zult laten vermageren!” - -„Dat beloof ik!” - -„Verbeeld je dat je de tering kreegt. Brr!.... het is om van te rillen. -Je moet me dan ook verder beloven, dat je nauwkeurig je zes maaltijden -per dag zult nemen.” - -„Dat beloof ik, Pescadospunt!” - -„En dat je vet zult worden, Kaaplief.” - -„Dat beloof ik!” - -„Welnu, sluit mij thans in je armen.... of beter: doe het schijnbaar -maar, want je zoudt gevaar loopen mij te smooren!....” - -„O, Pescadospunt!....” zei de reus met een snik in de keel en een traan -in het oog. - -„Drommels, wij moeten de gewoonte aannemen om comedie te spelen in dit -ondermaansche!.... Omhels mij nogmaals, Kaap Matifou, en vergeet je -kleine Pescadospunt niet....” - -„O, neen, Pescadospunt!” - -„Die zijn dikken Kaap Matifou ook nooit vergeten zal!” - -Zoodanig was het hartroerend vaarwel van die twee vrienden, toen zij -van elkander scheiden moesten. - -Waarlijk, Kaap Matifou had het hart vol in zijne overgroote borst, toen -hij zich alleen aan boord van de Savarena bevond. Dienzelfden dag nog -was zijn makker, op bevel van den dokter, naar Ragusa gegaan, had daar -ergens op een bovenkamertje in de gewenschte buurt zijn intrek genomen -en had tot taak Piet Bathory niet uit het oog te verliezen, de woning -van Toronthal gade te slaan en zich op de hoogte van alles te houden. - -Gedurende de lange uren, die Pescadospunt in het Stradonakwartier ging -doorbrengen, had hij dikwijls de vreemdelinge moeten ontmoeten, die -waarschijnlijk met een zelfde zending belast was als hij. En -ongetwijfeld zou die ontmoeting ook plaats gehad hebben, wanneer de -Marokkaansche niet Ragusa verlaten had, nadat zij haar telegram -verzonden had, om zich naar eene vooraf overeengekomen bijeenkomst -plaats te begeven, waar Sarcany zich bij haar voegen zou. - -Pescadospunt werd dus niet zijne handelingen belemmerd en kon zijn -baantje van vertrouwen met zijne gewone schranderheid volvoeren. - -En waarlijk, Piet Bathory zou zich nimmer kunnen verbeelden, dat hij -zoo van nabij gadegeslagen werd. Ook zou hij nimmer hebben kunnen -raden, dat de loerende oogen van die vrouwelijke spion vervangen waren -door de meer loyale oogen van Pescadospunt. - -Na zijn gesprek met den dokter, na de bekentenis zijner liefde voor -Sava, die hem ontsnapt was, had de jonge man zich meer vertrouwvol -gevoeld. Waarom zou hij nu voor zijne moeder iets van dat onderhoud, -hetwelk aan boord van de Savarena had plaats gehad, verborgen houden? -Zou zij in zijn blik niet gelezen hebben, wat in zijne ziel omging? Zou -zij niet begrepen hebben, dat eene wichtige verandering bij hem plaats -gevonden had, dat leed en wanhoop plaats ingeruimd hadden voor geluk en -hoop? - -Piet Bathory bekende dus alles aan zijne moeder. Hij verhaalde haar, -welk meisje het was, hetwelk hij beminde, en het voor haar was, dat hij -geweigerd had Ragusa te verlaten. Och, zijne tegenwoordige toestand kon -hem niets schelen. Had dokter Antekirrt hem niet gezegd, dat hij hoop -kon koesteren? - -„Daarom leedt ge zoo, mijn jongen,” zei mevrouw Bathory. - -„Ja, moeder.” - -„Dat God je helpe en dat Hij je al het geluk geve, dat ons tot heden -ontbroken heeft!” - -Mevrouw Bathory leefde zeer teruggetrokken in haar huis in de -Marinellastraat. Zij ging slechts de deur uit om met haren ouden -bediende Borik naar de kerk te gaan, om de mis te hooren, om hare -godsdienstige plichten te betrachten met die ware en diepe vroomheid, -die de grondslag van het godsdienstig leven der Katholieke Hongaarsche -vrouwen is. - -Zij had nimmer over de familie Toronthal hooren spreken. Nimmer had zij -zelfs den blik op die woning in de Stradona-laan geworpen, waarlangs -zij dagelijks ging, wanneer zij zich naar de kerk van den H. Verlosser -begaf, die eene onderhoorigheid van het Franciscaner klooster was, -hetwelk bij den aanvang der genoemde laan gelegen was. Zij kende dus de -dochter van den Triëster bankier niet. - -Piet moest van het lieve meisje verhalen en haar zoowel uit een physiek -als moreel oogpunt beschrijven. Hij moest zijne moeder vertellen, waar -hij haar het eerste gezien had en hoe hij er toe kwam om niet aan hare -wederliefde te twijfelen. En alle die bijzonderheden werden met een -vuur medegedeeld, hetwelk, met het oog op de teedere en -hartstochtelijke geaardheid van haren zoon, bij mevrouw Bathory geene -verbazing kon opwekken. - -Maar toen Piet haar mededeelde in welke maatschappelijke verhouding de -familie Toronthal zich bevond; toen zij vernam dat dat jonge meisje een -der rijkste erfdochters van geheel Ragusa was, toen kon zij hare -bezorgdheid niet verbergen, en hare onrust niet ontveinzen. - -Zou die rijke bankier ooit toestaan, dat zijn eenig kind de gade werd -van een jongen man zonder vermogen, wellicht zonder toekomst? - -Bij het ontdekken van die onrust, meende Piet Bathory, dat het niet -noodig was om mededeeling te doen van de koelheid, van de minachting -zelfs, waarmede Silas Toronthal hem tot heden bejegend had. Hij -vergenoegde zich met de woorden van den dokter mede te deelen. Deze had -hem verzekerd, dat hij vertrouwen kon en moest stellen in den vriend -zijns vaders, dat hij voor hem eene bijna vaderlijke genegenheid -koesterde. Hieromtrent kon mevrouw Bathory geen twijfel koesteren, daar -zij wist wat hij reeds voor haar en de haren had willen doen. Toen zij -zag dat haar zoon, dat ook Borik, die meende zijn advies niet te mogen -weerhouden, de toekomst rooskleurig tegemoet zag, sloop ook de hoop in -haar hart en ontstond er een weinig geluk in de nederige woning van de -Marinella-straat. - -Piet Bathory ondervond daarenboven nog het geluk en de vreugde, Sava -Toronthal in de Franciscaner kerk te zien. Het gelaat van het jonge -meisje, dat gewoonlijk met een eenigszins droefgeestig waas overtogen -was, verhelderde natuurlijk, toen zij Piet bespeurde, die als -verheerlijkt scheen. - -Beiden onderhielden zich zoo door middel der oogentaal en beiden -begrepen elkander volkomen. En toen Sava, hevig bewogen, in hare woning -teruggekeerd was, bracht zij daarin een deel van het geluk mede, -hetwelk zij zoo duidelijk op het gelaat van den jongen man gelezen had. - -Piet Bathory had evenwel dokter Antekirrt niet weergezien. Hij wachtte -op eene uitnoodiging, om andermaal aan boord van de goelet te komen. -Eenige dagen verliepen in die verwachting, maar geen uitnoodigingsbrief -kwam opdagen. - -„Dat is vreemd,” dacht hij. - -Maar een oogenblik later: - -„Ongetwijfeld zal de dokter inlichtingen hebben willen inwinnen. Hij -zal naar Ragusa gegaan zijn of iemand gezonden hebben, om eenige nadere -bijzonderheden omtrent de familie Toronthal te erlangen!.... Misschien -staat hij er op, Sava te leeren kennen!.... Ja, het is niet onmogelijk, -dat hij haar vader reeds gezien heeft, dat hij dezen omtrent de -onderwerpelijke zaak heeft gepolst.... Toch zou een regel schrift van -hem, wat, een regel?—een enkel woord mij veel genoegen doen,—vooral -wanneer dat woord zoude luiden: „kom”. - -Maar dat woord kwam niet. - -Mevrouw Bathory had moeite genoeg om het ongeduld van haren zoon te -temperen. Hij begon te wanhopen en nu was zij het, die hem eenigermate -hoop inboezemde, hoewel zij zelve niet zonder bezorgdheid was. Het huis -in de Marinellastraat stond steeds voor den dokter open, hij kon dat -toch weten. En zou zelfs zonder die liefdesgeschiedenis van Piet, de -belangstelling, die hij koesterde voor die familie, waarvoor hij reeds -zooveel sympathie getoond had, niet voldoende geweest zijn om hem -herwaarts te lokken? - -Het gebeurde dus dat Piet, na de dagen en uren achtereenvolgens geteld -te hebben, de geestkracht miste om het nog langer uit te houden. Hij -zou en hij moest dokter Antekirrt weerzien. Eene onweerstaanbare kracht -voerde hem naar Gravosa. Als hij maar eenmaal aan boord van de goelet -zou zijn, dan zou men zijn ongeduld wel begrijpen, den stap, dien hij -deed, wel verontschuldigen, wanneer hij voorbarig was. - -Op den 7den Juni verliet Piet Bathory reeds te acht uren zijne moeder, -zonder haar evenwel iets van zijn voornemen verteld te hebben. Hij -stapte Ragusa uit en begaf zich naar Gravosa met zoo’n vluggen pas, dat -Pescadospunt, die hem natuurlijk als het ware op den voet volgde, -moeite zoude gehad hebben om hem niet uit het oog te verliezen, wanneer -deze niet de vlugheid in eigen persoon was. Op de kade vlak tegenover -de ankerplaats, waar de Savarena bij zijn laatste bezoek lag, stond hij -stil. - -De Savarena was niet meer in de haven. - -Piet liet den blik rondwaren om te zien of het vaartuig niet vertuid -had. - -Hij bespeurde het niet. Drommels, dat was noodlottig. Dat ontveinsde -hij zich niet. - -Hij vroeg aan een zeeman, die op de kade wandelde, wat er van de goelet -van dokter Antekirrt geworden was. - -„De Savarena was den avond te voren onder stoom gegaan,” kreeg hij ten -antwoord. - -„Waarheen?” vroeg hij. - -„Ja,” was het antwoord. „Niemand wist vanwaar dat vaartuig gekomen was; -evenzoo wist niemand waarheen het gestevend was.” - -De goelet weg! - -Dokter Antekirrt even geheimzinnig verdwenen als hij gekomen was! - -Het was om te vertwijfelen! - -Piet Bathory keerde nog meer wanhopend dan ooit naar Ragusa terug. - -Voorzeker, wanneer eene onbescheidenheid den jongen man in kennis had -gesteld met de omstandigheid, dat de goelet naar Cattaro onder zeil -was, zou hij geen oogenblik geaarzeld hebben derwaarts te gaan. Toch -zou de reis waarlijk te vergeefs zijn geweest. De Savarena was wel bij -de mondingen van de Cattaro-rivier aangekomen, maar was er niet -binnengeloopen. - -De dokter had zich, vergezeld van Kaap Matifou, met een zijner sloepen -aan wal laten brengen, waarna het jacht onmiddellijk weer zee gekozen -had, niemand wist waarheen. - -Er bestaat geen zonderlinger plek in Europa en wellicht in de de -geheele Oude wereld, door hare tegelijkertijd bergachtige en waterrijke -gesteldheid, dan de streek, welke bekend staat onder den naam van de -Mondingen der Cattaro-rivier. - -Cattaro is eigenlijk geene rivier, zooals men geneigd zou zijn te -gelooven; het is eene stad en de zetel van een bisdom, waarvan men de -hoofdplaats van een Kring gemaakt heeft. Wat de zoogenaamde mondingen -betreft, zij bestaan uit zes baaien, die de eene achter de andere -gelegen zijn, met elkander door middel van smalle kanalen gemeenschap -hebben en die in den tijd van zes uren door te stevenen zijn. Van dien -rozenkrans, uit kleine meeren bestaande, welke zich te midden van het -kustgebergte ontrollen, is het laatste bolletje of meertje aan den voet -van den Norriberg gelegen bij de grens van het keizerrijk Oostenrijk. -Daar achter begint het Ottomanische gebied. - -Bij den ingang van die Cattaro-monding was de dokter na een vluggen -overtocht ontscheept. Daar wachtte hem een snelstevenend sloepje met -electrische beweegkracht, om hem in de laatstbedoelde baai te brengen. -Na de Ostropunt gerond te hebben, stevende hij Castel Nuovo, daarna een -panorama tusschen steden en kapellen als Stolivo, Perasto, de beroemde -pelgrimsplek, Risana, waar de Dalmatische zeden en gebruiken reeds een -mengelmoes met de Turksche en Albaneesche vormen, voorbij, om eindelijk -van meer tot meer in het laatste bekken te komen, aan welks achtergrond -Cattaro gebouwd is. - -De Electriek 2 lag op weinige vademen van de stad verwijderd, op die -rustige en sombere watervlakte, welke in dien fraaien Juni-avond door -geen zuchtje, door geen rimpeltje bewogen werd, ten anker. - -De dokter nam zijn intrek evenwel niet aan boord. Waarschijnlijk wilde -hij niet, in verband met zijne verdere plannen en voornemens, dat men -wist, dat dit vlugge vervoermiddel hem toebehoorde. - -Hij ontscheepte dan ook te Cattaro zelve met het voornemen, om in een -der hôtels van de stad een onderdak te zoeken, waar Kaap Matifou hem -zou vergezellen. - -Wat de sloep betreft, welke die twee aangebracht had, zij verloor zich, -begunstigd door de duisternis, te midden van eene kleine kreek, die op -den rechteroever van het meertje in de rotsachtigen oever ingesneden -was, en moest daar onbemerkt en onzichtbaar blijven wachten. - -Daar te Cattaro zou dokter Antekirrt zoo onbekend zijn, alsof hij eene -schuilpaats in den meest afgelegen hoek van de wereld gezocht had. De -Boechezen, de bewoners van dit rijke Dalmatische district, die van -Slavonischen oorsprong zijn, zouden ter nauwernood de aanwezigheid van -een vreemdeling in hun midden opmerken. - -Van den kant der baai gezien, zou men zeggen, dat de plek, waarop -Cattaro gebouwd is, in de dikke wanden van den Norriberg uitgehold is. -Hare eerste huizen vormen het boord van eene kade, die voorzeker aan de -zee ontwoekerd is, en den spitsen hoek, door het kleine meer -beschreven, vormt. Bij de punt van dien trechter, die een zeer vroolijk -uitzicht met zijne fraaie boomen en zijn achtergrond oplevert, leggen -de pakketbooten, vooral die van den Oostenrijkschen Lloyd, als ook de -groote kustvaarders van de Adriatische zee aan. - -Reeds dienzelfden avond was de dokter er op uit, om een hôtel te -vinden. Kaap Matifou was hem gevolgd, zonder zelfs te vragen waar hij -aan wal gestapt was. Of dat in Dalmatië of in China of in Zuid Amerika -was, kon hem niets, volstrekt niets schelen. Als een trouwe hond ging -hij, waar zijn meester ging. Hij was slechts een werktuig, eene -gehoorzame machine, eene machine om te draaien, eene machine om te -groeven, eene machine om te doorboren, eene machine, welke de dokter -zich voorbehield in beweging en aan het werk te brengen, wanneer hij -dat noodig zou oordeelen. - -Beiden passeerden, na de bloembeplantingen der kade voorbijgegaan te -zijn, den versterkten wal van Cattaro en begaven zich nu dwars door -eene reeks van smalle en stijgende straten, waarin eene bevolking van -vier of vijf duizend inwoners krioelt. - -Het was juist op het tijdstip dat men de Zeepoort wilde sluiten, die -slechts tot acht uren des avonds geopend blijft, behalve op de dagen -van aankomst der pakketbooten. - -De dokter was spoedig tot de ervaring gekomen, dat geen enkel hotel -zich in de stad bevond. Hij moest dus iemand opsporen, die hem onder -dak zou opnemen, die hem een kamer zou verhuren. Dat was zoo moeielijk -niet, want de eigenaren van woningen doen dat, met uitzicht op gewin, -volgaarne. - -Zoo iemand werd gevonden en het vertrek ook. Weldra had de dokter zijn -intrek genomen in eene kamer gelijkvloers van een huis in eene vrij -zindelijke straat gelegen, terwijl Kaap Matifou eene andere in de vrij -ruime woning zou betrekken. - -Het allereerst werd overeengekomen, dat kaap Matifou door den -huiseigenaar gevoed zoude worden; maar hoewel deze buitensporige -prijzen bedong, welke evenwel door het kolossale uiterlijk van zijn -nieuwen gast gerechtvaardigd waren, werd die zaak tot wederzijdsch -genoegen van de betrokken partijen beklonken. - -Wat dokter Antekirrt betrof, die behield zich het recht voor, zijne -maaltijden te gebruiken, waar hij dit verkoos. - -Den volgenden dag, na Kaap Matifou vrijheid gegeven te hebben om zijn -tijd te gebruiken zooals hij verkoos, begon de dokter zijne wandeling -met naar het postkantoor te gaan, waar èn brieven èn telegrammen aan -hem gericht moesten worden onder vooraf overeengekomen beginletters. - -Niets was er evenwel nog aangekomen. - -Toen verliet hij de stad, welker omtrekken hij bezoeken wilde. Hij trof -weldra eene tamelijk goede gaarkeuken aan, waar zich gewoonlijk de -Cattarosche bevolking, alsook de Oostenrijksche officieren en -ambtenaren, die zich in die streken als in een ballingsoord gevoelen, -om het woord gevangenis niet te gebruiken, vereenigden. - -Antekirrt wachtte thans slechts op het gunstige oogenblik, om handelend -op te treden. - -Ziehier welk plan hij gevormd had: - -Hij had het besluit genomen om Piet Bathory te doen oplichten. Die -oplichting aan boord van de goelet, gedurende haar verblijf te Ragusa, -zou zeer moeielijk uitvoerbaar geweest zijn, om niet van onmogelijkheid -te gewagen. De jeugdige werktuigkundige was te Gravosa bekend, en daar -de algemeene aandacht zoowel op de Savarena als op haren eigenaar -gevestigd was, zou die zaak, altijd in de vooronderstelling dat zij -gelukte, weldra wereldkundig zijn. Het jacht was—en dat mocht niet over -het hoofd gezien worden—slechts een zeilvaartuig, zoodat, wanneer de -een of andere stoomer het achtervolgd zou hebben, het bij windstilte, -of bij tegenwind of zwakken wind weer zou ingehaald hebben. - -Te Cattaro daarentegen zou die oplichting onder oneindig gunstiger -omstandigheden kunnen geschieden. - -Niets was toch gemakkelijker dan Piet Bathory daarheen te lokken. Een -enkele regel schrift van den dokter, aan het adres van den jongman -afgezonden, zou ongetwijfeld tot gevolg hebben, dat deze zich in -allerijl derwaarts zou spoeden. Daar was hij even onbekend als dokter -Antekirrt, en als hij maar eens aan boord zou zijn, dan zou de -Electriek dadelijk zee kiezen, en dan ware de ontvoering volbracht. - -Dan zou Piet Bathory alles vernemen, waaromtrent hij tot nu toe -onkundig was, namelijk het verleden van Silas Toronthal. Het beeld van -diens dochter Sava zou dan, tegenover de herinnering aan zijn vader, -wel verbleeken en uitgewischt worden. - -Zooals men ziet, dat plan was zeer eenvoudig en gemakkelijk in zijne -uitvoering. Twee of drie dagen nog—dat was het laatste uitstel, dat de -dokter gesteld had—dan zou de zaak beklonken zijn: dan zou Piet voor -eeuwig van Sava Toronthal gescheiden zijn. - -Den volgenden dag—den 9den Juni—kwam een brief van Pescadospunt aan, -die mededeelde, dat er hoegenaamd niets belangrijks omtrent de woning -in de Stradona-laan te vermelden viel. Wat Piet Bathory evenwel -aanging, Pescadospunt had hem sedert den dag, dat de jongeling zich -naar Gravosa begaf, twaalf uren nadat de goelet het anker gelicht en -die havenplaats verlaten had, niet weergezien. - -Piet kou evenwel Ragusa niet verlaten hebben. Ongetwijfeld hield hij -zich in de woning zijner moeder opgesloten. Pescadospunt -vooronderstelde—en hij vergiste zich daarin niet—dat het vertrek van de -Savarena die wijziging in de gewoonten van den jeugdigen ingenieur -teweeggebracht moest hebben, en dat te eerder, daar hij inderdaad -wanhopig naar huis was teruggekeerd. - -De dokter besloot reeds den volgenden dag te handelen. - -Hij zou een brief aan Piet Bathory schrijven, om hem uit te noodigen -zich dadelijk bij hem te Cattaro te vervoegen. - -Een zeer onverwacht voorval zou evenwel dat voornemen verijdelen. Het -toeval zou er zich in mengen om tot hetzelfde doel te voeren. - -Tegen acht uur in den avond bevond de dokter zich op de kade van -Cattaro, toen men de aankomst van de pakketboot Saxonia seinde. - -De Saxonia kwam van Brindisi, welke plaats zij had aangedaan om -passagiers op te nemen, Vandaar begaf zij zich naar Triëst en deed -onderweg Cattaro, Ragusa, Zara en andere havensteden, op de -Oostenrijksche kust van de Adriatische zee gelegen, en Ancona, -Sinagaglia, Rimini en Venetië op de Italiaansche kust, aan. - -De dokter stond dicht bij den pier of het landhoofd, dat tot in- of -ontscheping der reizigers dient, toen zijn blik plotseling als -versteend werd door het gezicht van een reiziger, wiens bagage men op -de kade bracht. - -Dat was een man van ongeveer vijf en veertig jaren, met een trotsch ja -onbeschaamd uiterlijk, die zijne bevelen met ruwe en luide stem gaf. -Men voelde dat het een dier lieden was, die zelfs wanneer zij zich -beleefd willen voordoen, het kenmerk van onbeschaafdheid vertoonen. - -„Hij!.... Hier.... te Cattaro!” - -Die woorden zouden zeker aan de lippen van dokter Antekirrt ontsnapt -zijn, indien hij ze niet bijtijds, evenwel met moeite en met een gebaar -van toorn weerhouden had, Die toorn schonk als het ware eene vuurstraal -aan zijn blik. - -Die passagier was Sarcany. - -Vijftien jaren waren verloopen sedert hij als schrijver in het huis van -graaf Zathmar opgetreden was. - -Het was, althans afgaande op zijne kleeding, de gelukzoeker niet meer, -die vroeger door de straten van Triëst zwierf, zooals wij hem bij het -begin van dit verhaal ontmoetten. Hij droeg thans een elegant -reistoilet volgen den laatsten smaak, dat door een lichten stofmantel -beschermd werd. Zijne koffers waren rijkelijk van koper beslag voorzien -en duidden aan, dat de vroegere Tripolitaansche makelaar gewoonten van -comfort aangenomen had. - -Sedert vijftien jaren daarenboven had Sarcany, dank zij het groote -aandeel van de helft van de verbeurd verklaarde goederen van graaf -Mathias Sandorf, hetwelk hem ten deel gevallen was, een leven van -weelde en genoegens geleid. Hoeveel bleef hem van dat zoo schandelijk -verkregen vermogen over? Zijn beste vrienden, als hij er ten minste -bezat, zouden dat niet hebben kunnen zeggen. In ieder geval vertoonden -echter zijne gelaatstrekken sporen van afgetrokkenheid, waarvan de aard -zeer moeilijk bij zulk een gesloten karakter te bepalen was. - -„Vanwaar komt hij?.... En waarheen gaat hij?” vroeg zich dokter -Antekirrt af, terwijl hij hem niet uit het oog verloor. „Dat moet en -zal ik weten!” - -Vanwaar Sarcany kwam? - -Dat was gemakkelijk genoeg te weten te komen, door den administrateur -van de Saxonia te ondervragen. Hij kwam van Brindisi, alwaar hij aan -boord van de pakketboot gekomen was. Niets eenvoudiger dat dat. - -Maar vanwaar hij kwam, toen hij te Brindisi aan boord stapte? - -Dat was zoo gemakkelijk niet. Kwam hij van boven Italië of van beneden -Italië? Dat wist niemand. - -Inderdaad, hij kwam van Syracuse. Bij ontvangst van het telegram van de -Marokkaansche, had hij onmiddellijk Sicilië verlaten om zich naar -Cattaro te begeven. - -De vreemdelinge bevond zich daar op de kade en wachtte de aankomst der -pakketboot af. De dokter bespeurde haar en zag Sarcany op haar -toetreden. Hij kon zelfs deze woorden verstaan, die zij in het Arabisch -sprak en die hij verstond: - -„Het was tijd!” - -Sarcany antwoordde daarop slechts met een hoofdknik. - -Nadat hij voor de inbewaargeving van zijne koffers bij de ambtenaren -van de in- en uitgaande rechten gezorgd had, deed hij zich door de -Marokkaansche vergezellen, terwijl hij den weg rechtsaf insloeg, om -zoodoende den buitenkant der stad te volgen, zonder daarin door de -Zeepoort binnen te dringen. - -Dokter Antekirrt aarzelde een oogenblik. - -Zou Sarcany hem ontsnappen? Dat was niet aan te nemen, daar hij geen -achterdocht hoegenaamd koesterde. - -Moest hij hem volgen? - -Hij was nog besluiteloos, maar toen hij zich omkeerde, bespeurde hij -Kaap Matifou, die als een vreedzame wandelaar de lossing en lading van -de Saxonia gadesloeg. Hij maakte slechts een enkel gebaar om den reus -tot zich te roepen. - -„Kaap Matifou,” zei hij. - -„Wat blieft u?” - -„Ziet ge dien man?” ging dokter Antekirrt voort, terwijl hij Sarcany -aanwees. - -„Ja.” - -„Ziet gij hem goed?” - -„Ja.” - -„Als ik u zeg om dien man te vatten....” - -Kaap Matifou grinnikte en vertoonde met de meeste zelfvoldaanheid de -geopende hand. - -„Zult gij het doen?” vroeg de dokter. - -„Ja.” - -„En zult ge hem beletten om te ontvluchten, wanneer hij tracht -weerstand te bieden?” - -„Ja.” - -„Herinner u....” - -„Ja, ja,” zei Kaap Matifou. - -„Herinner u dan,” ging de dokter voort, „dat ik hem levend in handen -wil hebben.” - -„Ja.” - -Kaap Matifou sprak niet veel, zooals men weet. Hij was geen -phrasenfabrikant; maar wat hij zeide, was er te duidelijker door. De -dokter kon op hem rekenen. Hij zou uitvoeren, stipt en nauwgezet -uitvoeren, wat hem bevolen werd. En dat was waarop het aankwam. Dat was -beter dan alle mogelijke praatjes en betuigingen. - -Wat de Marokkaansche betrof, het zou voldoende zijn om haar te binden, -haar een prop in den mond te steken en haar ergens in een hoek te -gooien. Vóórdat zij opschudding zou veroorzaakt hebben, zou Sarcany aan -boord van de Electriek gebracht zijn. - -De duisternis, hoewel die niet buitengewoon was, zou de uitvoering van -het plan voorzeker in de hand werken. - -Sarcany en de vreemdelinge vervolgden intusschen hunnen weg langs den -buitenkant der stad, zonder te bespeuren, dat zij bespied en vervolgd -werden. Zij spraken nog niet met elkander. Dit wilden zij voorzeker -eerst doen, wanneer zij ergens aangekomen zouden zijn, waar zij eene -veilige schuilplaats zouden vinden. Zoo kwamen zij tot in de nabijheid, -waar de weg voert, die van Cattaro naar het gebergte leidt, hetwelk de -Oostenrijksche grens uitmaakt. - -Daar bestaat een belangrijke marktplaats, een groote bazar, die door -geheel Montenegro goed bekend is. Hier komen de Montenegrijnen handel -drijven; men laat ze de stad niet dan bij een zeer beperkt aantal -binnen en dan nog na hen genoodzaakt te hebben hunne wapens af te -leggen. Die bergbewoners komen des Dinsdags, Donderdags en Zaterdags -van iedere week van Niegous en van Cettinje, om na een marsch van vijf -of zes uren, hunne landbouwproducten, als runderen, schapen, hoenders, -duiven, aardappelen, knollen, wild, gevogelte, zelfs bossen brandhout -aan te voeren, in welk laatste artikel een belangrijk vertier plaats -heeft, omdat in die streken volslagen gebrek aan steenkolen bestaat en -die van elders aangevoerd moeten worden. - -Nu was het dien dag juist een Dinsdag. Eenige groepen koopers en -verkoopers, wier handels-operatiën eerst zeer laat beëindigd werden; -waren in dien bazar om er den nacht door te brengen. Er waren daar -voorzeker ruim dertig bergbewoners aanwezig, die gingen, kwamen, -praatten en twistten. Eenigen hunner lagen reeds op den grond -uitgestrekt om te slapen, anderen zaten rondom een houtskoolvuur, -waarboven zij een klein schaap, aan een houten spit geregen, op -Albaneesche wijze lieten braden. - -Daar te midden van dat gejoel kwamen Sarcany en zijn metgezellin een -toevlucht zoeken, alsof zij die plek reeds kenden. Daar zouden zij -inderdaad vrij en ongehinderd met elkander kunnen praten. Zij zouden er -zelfs den nacht kunnen doorbrengen zonder genoodzaakt te zijn een -logement op te zoeken, dat men niet altijd zeker was te zullen vinden. -De vreemdelinge had daarenboven nergens anders haren intrek genomen en -had zich ook over geen ander nachtverblijf bekommerd. - -Dokter Antekirrt en Kaap Matifou traden de een na den anderen dien vrij -donkeren bazar binnen. Hier en daar knetterden eenige vuurtjes zonder -vlam, die bijgevolg geen licht verspreidden. Intusschen zou de -oplichting van Sarcany onder de gegeven omstandigheden uiterst -moeielijk uit te voeren zijn, wanneer hij ten minste den bazar niet -vóór het aanbreken van den dag verliet. De dokter kon dus met eenigen -grond betreuren, dat hij niet gedurende de afgelegden afstand van de -Zeepoort tot de Zuiderpoort gehandeld had. Maar het was thans te laat. -Er bleef nu niets anders over dan te wachten om de eerste de beste -geschikte gelegenheid te benuttigen, die zich wel zou voordoen, zooals -hij meende. - -In ieder geval lag de sloep achter de rotsen vastgemeerd, op een -afstand van minder dan tweehonderd passen van den bazar verwijderd, en -vandaar kon men op een afstand van twee kabellengten onduidelijk de -zwarte massa van de Electriek onderscheiden, die eene lantaarn aan haar -voorsteven geheschen had en daardoor hare aanwezigheid op de -ankerplaats aanduidde. - -Sarcany en de Marokkaansche hadden in een zeer donkeren hoek plaats -genomen, dicht bij een troep bergbewoners, die reeds in slaap gevallen -waren. Zij zouden dus over hunne zaken hebben kunnen spreken, zonder -gevaar te loopen om gehoord te worden, wanneer het den dokter, die zich -in zijn reisdeken gewikkeld had, niet gelukt was om te midden van die -groep te sluipen, waarin zijne tegenwoordigheid niet opgemerkt werd. - -Kaap Matifou verschool zich zoo goed hij kon. Hij bleef echter zoodanig -in de nabijheid, dat hij gereed was om op het eerste teeken van den -dokter handelend te kunnen optreden. - -Sarcany en de vreemdelinge konden reeds eenigermate op veiligheid -rekenen, daar zij de Arabische taal spraken en zij vermoeden moesten -dat hen niemand op die plek verstaan zou. Daarin vergisten zij zich -toch, want de dokter was er. Deze was met het taaleigen van alle -Levantsche en Afrikaansche streken vertrouwd, derhalve ook met de -Arabische taal, zoodat hij geen enkel woord van dat onderhoud verloren -zou laten gaan. - -„Gij hebt mijn telegram te Syracuse ontvangen?” vroeg de Marokkaansche, -toen zij plaats genomen had. - -„Ja, Namir.” - -„Wat hebt gij toen gedaan?” - -„Ik ben reeds den volgenden dag met Zirone op reis gegaan.” - -„Met Zirone?” - -„Ja.” - -„Waarom met Zirone?” - -„Wel....” - -„Maar waar is Zirone?” - -„Hij bevindt zich thans in de omstreken van Catania, waar hij eene -nieuwe bende organiseert.” - -„Catania, waar ligt dat?” - -„Op het eiland Sicilië.” - -„Gij moet morgen te Ragusa zijn.....” - -„Morgen reeds?” - -„Ja, en dienzelfden dag moet ge met Silas Toronthal spreken. Verstaat -gij mij goed, Sarcany?” - -„Denzelfden dag?” - -„Dat is noodzakelijk.” - -„Welnu, ik zal morgen te Ragusa zijn en ik zal Silas Toronthal -gesproken hebben. Zijt gij tevreden?” - -„Vergeet het niet,” antwoordde de Marokkaansche ernstig en met een -nadrukkelijk gebaar. - -„Neen, maar hebt ge u niet vergist, Namir?” - -„Neen, ik heb mij niet vergist, Sarcany.” - -„Ik kom dus bij tijds aan?....” - -„Ja. De dochter van den bankier....” - -„De dochter van den bankier,” herhaalde Sarcany op zoo zonderlingen -toon, dat het den dokter opvallen moest. - -„Ja, zijne dochter!” antwoordde Namir. „Zij is verliefd.” - -„Wat? Veroorlooft zij zich aan de inspraken van haar hart gehoor te -geven?” - -„Nu, wat zou dat?” - -„En zonder mijne toestemming?” vervolgde Sarcany spottend, en herhaalde -gekscheerend: „En dat zonder mijne toestemming?” - -„Verwondert u dat, Sarcany?” - -„Wel een weinig, dat beken ik.” - -„Nu, het is zoo, wees daarvan verzekerd,” bevestigde het Marokkaansche -wijf hoogst ernstig. - -„En?....” vroeg Sarcany. - -„Ge zult nog meer verwonderd zijn, wanneer ge vernemen zult wien Sava -Toronthal denkt te huwen.” - -„Wien dan?” - -„Raad eens.” - -„Den een of anderen geruïneerden edelman, die zijn wapenschild met de -millioenen van haren vader wenscht op te poetsen.” - -„Mis, Sarcany!” - -„Mis?” - -„Ja, zeker. Het is inderdaad iemand van voorname afkomst....” - -„En?....” - -„Maar zonder vermogen....” - -„Dus had ik gelijk, Namir!” - -„Kunt ge niet raden wie het is, Sarcany?” - -„Neen, Namir. Noem mij den naam van dien stoutmoedige.” - -„Piet Bathory!” - -„Piet Bathory!” riep Sarcany uit. - -„Dezelfde.” - -„Piet Bathory de dochter van Silas Toronthal huwen!” - -„Bedaar, Sarcany,” hernam Namir op nederzettenden toon. „Dat de dochter -van Silas Toronthal en de zoon van Stephanus Bathory elkander beminnen, -dat is al sedert eenigen tijd geen geheim meer voor mij. Maar Silas -Toronthal is misschien nog onbekend met die liefde.” - -„Hij!.... Daarmede onbekend zijn?” kreet Sarcany. „Hoe kunt ge zoo iets -vermoeden?....” - -„Bedaar toch.” - -„Het is wat moois!” - -„Daarenboven,” zei de Marokkaansche koel en afgemeten, „nimmer zou hij -zijne toestemming verleenen....” - -„Dat is zoo zeker niet!” antwoordde Sarcany, die begon na te denken. -„Silas Toronthal kan gerekend worden tot alles in staat te zijn.... -Zelfs om dit huwelijk in te willigen.... ja zelfs in de hand te -werken.... al was het slechts om zijn geweten te bevredigen, in de -vooronderstelling altijd, dat hij in die vijftien jaren er in geslaagd -is een nieuw geweten op te doen!.... Gelukkig, ik ben er nog om voor -hem de kaarten te schudden....” - -„Ja wel, maar haast u! Ik kan u niet genoeg daartoe aansporen. Sarcany, -haast u! haast u!” - -„Morgen ben ik te Ragusa! Daar kunt ge verzekerd van zijn Namir,” -antwoordde Sarcany op dien aandrang. - -„Dat is goed,” antwoordde de Marokkaansche, die een zekeren invloed op -Sarcany scheen uit te oefenen. - -„Luister,” zeide Sarcany. - -„Ja, ik luister,” hernam zijne gezellin, terwijl ze met alle aandacht -het oor spitste. - -„De dochter van Silas Toronthal zal aan niemand anders toebehooren dan -aan mij! Verstaat ge?” - -„Voorzeker.” - -„En door middel van haar zal ik mijn vermogen herstellen. Hoe, dat is -mijn zaak, verstaat ge?” - -„Het is te hopen voor u, dat ge slaagt,” hernam Namir. - -Dokter Antekirrt had alles gehoord, wat hij weten wilde. Wat kon ’t hem -nu ook schelen, wat er verder tusschen de vreemdelinge en Sarcany nog -gesproken werd. - -Een ellendeling zou de dochter van een anderen ellendeling opeischen. -Gene had het recht en de macht om zich aan deze op te dringen. Het was -inderdaad alsof God in eene zaak van menschelijke gerechtigheid -tusschen beiden trad. Er behoefde geen vrees meer voor Piet Bathory -gekoesterd te worden, want een mededinger stond gereed om hem van de -baan te knikkeren. Het was dus overbodig geworden om hem naar Cattaro -op te roepen. Het was ook overbodig om zich meester te maken van den -man, die naar de eer haakte, de schoonzoon van Silas Toronthal te -worden. - -„Dat die schurken maar onder elkander trouwen en eene zelfde -verwantschap uitmaken, wat kan mij het schelen?” mompelde de dokter in -zich zelven. „Later kunnen wij altijd zien. Loontje zal altijd om zijn -boontje komen.” - -Daarop sloop hij weg, na aan Kaap Matifou een teeken gegeven te hebben -om hem te volgen. - -Kaap Matifou, die er volstrekt niet naar gevraagd had, waarom dokter -Antekirrt den passagier van de Saxonia gevankelijk wilde wegvoeren, -vroeg natuurlijk ook niet naar de redenen, waarom van dat voornemen -afgezien werd. - -Den volgenden dag—dus op den 10den Juni—gingen de deuren van het groote -salon in de prachtige woning in de Stradona-laan, tegen ongeveer acht -uren des avonds open en kondigde een lakei met luider stemme aan: - -„Mijnheer Sarcany!” - - - - - - - - -III. - -VERWIKKELINGEN. - - -Het was reeds veertien jaren geleden sedert Silas Toronthal Triëst -verlaten had om zich te Ragusa, in de hoofdplaats van Dalmatië, in die -prachtige woning in de Stradona-laan te komen vestigen. Hij was -Dalmatiër van oorsprong en bij gevolg was er niets natuurlijker dan dat -hij er aan gedacht had om naar zijn geboorteland weder te keeren, -zoodra hij zijne zaken verlaten had om van zijne renten te gaan leven. - -Het geheim der verraders was uitmuntend bewaard gebleven.—Men had hun -den prijs van het verraad stiptelijk uitbetaald. Daarom was een geheel -vermogen aan den bankier en aan Sarcany, zijn vroegeren agent in het -Tripolitaansche, toegewezen geworden. - -Na de ter doodbrenging van de twee veroordeelden in de vesting van -Pisino, na de ontvluchting van graaf Mathias Sandorf, die volgens -iedereen den dood gevonden had in de golven van de Adriatische zee, was -het vonnis voltooid geworden door de verbeurdverklaring der goederen -van de veroordeelden en gevonnisden. - -Van de woning en een kleine strook gronds, die aan graaf Ladislas -Zathmar toebehoord hadden, was niets overgebleven, zelfs zooveel niet -om het materieele leven van zijn ouden bediende te verzekeren. Ook van -hetgeen professor Stephanus Bathory nagelaten had, was evenmin iets -overgebleven, daar hij slechts leefde van de opbrengst zijner lessen. -Maar het kasteel Artenak met zijne rijke onderhoorigheden, de naburige -mijnen, de uitgestrekte bosschen op de noordelijke hellingen van het -Karpathische gebergte, dat geheele domein vertegenwoordigde een -onmetelijk vermogen, dat aan graaf Mathias Sandorf toebehoorde. Deze -goederen werden in twee deelen gesplitst waarvan het eene in openbare -veiling gebracht werd en bestemd was om de aanbrengers van het complot -te betalen; terwijl het andere onder sequester geplaatst werd om aan de -erfgename van den graaf weergegeven te worden, wanneer zij -meerderjarig, dat wil zeggen achttien jaren oud zou zijn geworden. -Wanneer dat kind stierf alvorens dien leeftijd bereikt te hebben, zou -zijn deel aan den Staat vervallen. - -Nu hadden de twee vierden van die rijke bezittingen, welke voor de -aanbrengers bestemd waren, hen een som van anderhalf millioen gulden -opgebracht, waarover zij de vrije beschikking verkregen hadden. - -Al dadelijk hadden de medeplichtigen er aan gedacht, om van elkander te -scheiden. Sarcany had er volstrekt geen zin in om in de nabijheid van -Silas Toronthal te verblijven. Deze van zijn kant stond er ook in het -geheel niet op, om verdere betrekkingen met zijn vroegeren -ondergeschikte te onderhouden. Zoo iets lag voor de hand. - -Sarcany verliet dus Triëst en werd vergezeld door Zirone, die hem in -rampspoedige dagen niet verlaten had, maar ook niet wilde heengaan nu -de voorspoedige dagen aangebroken waren. - -Beiden verdwenen en de bankier hoorde niet meer omtrent hen gewagen. - -Waarheen waren zij gegaan? - -Ongetwijfeld naar de eene of andere groote stad van Europa, daar waar -niemand er aan denkt iemand omtrent zijne herkomst lastig te vallen, -mits de lieden rijk zijn, ook niet omtrent de bron van hun verworven -vermogen, mits het geld maar zonder tellen verteerd en uitgegeven -wordt. Om kort te gaan, er was geen sprake meer van die gelukzoekers in -Triëst, waar zij trouwens niemand anders gekend hadden dan den bankier -Silas Toronthal. - -Toen zij vertrokken waren, was deze laatste gerustgesteld. Inderdaad -toen eerst haalde hij weer vrij adem. - -Hij dacht niets meer te vreezen te hebben van wege den man, die hem -toch ongetwijfeld in zijne macht had en steeds uit dien toestand munt -kon slaan. Want hoewel Sarcany thans rijk was, kon toch op zulk een -verspilziek persoon niet gerekend worden, en het was te voorzien, dat -wanneer hij dat vermogen verslonden zou hebben, hij er geen -gewetenszaak van zou maken, om naar zijn ouden medeplichtige terug te -keeren. - -Tien maanden later had Silas Toronthal zijn bankierskantoor, dat zeer -wrak gestaan had, geheel en al hersteld, liquideerde toen zijne zaken -en verliet Triëst toen voor goed, om zich te Ragusa te gaan vestigen. -Hoewel hij volstrekt niets van de onbescheidenheid van den gouverneur -van die stad, die alleen wist, welke rol hij vervuld had bij de -ontdekking van de samenzwering, te vreezen had, zoo was dat toch nog te -veel voor een man, die niets van zijn voornaamheid wilde verliezen en -wien zijn groot vermogen, overal waar hij verlangde te gaan, een -weelderig bestaan verzekerde. - -Misschien werd dat besluit, om Triëst te verlaten, hem ook wel door -eene bijzondere omstandigheid geboden,—die later wel onthuld zal -worden, maar intusschen alleen mevrouw Toronthal en hem bekend was. Het -was zelf daardoor, dat hij slechts een maal in aanraking kwam met die -Namir, welker bekendheid met Sarcany de lezer reeds vernam. - -De bankier verkoos dus Ragusa als nieuwe verblijfplaats. Hij had die -stad verlaten, toen, hij nog zeer jong was dewijl hij zijne ouders -verloren en overigens geen verwanten had. Men was hem daar geheel en al -vergeten, zoodat hij als vreemdeling in die stad terug kwam, waarin hij -sedert jaren niet meer geweest was. - -Onder die omstandigheden ontving de Ragusasche bevolking den rijken -man, die binnen de muren zijner geboortestad wederkeerde, goed. Zij -wist omtrent hem slechts éene zaak, dat was dat hij in Triëst een -voornaam man was geweest. De bankier zocht en vond eene woning in het -voorname en aristocratische kwartier van de stad. Zijn huis werd rijk -en op grootschen voet ingericht, met een talrijk personeel van -bedienden, waarvan de bestanddeelen te Ragusa geheel en al vernieuwd -werden. Hij ontving gasten en werd overal gaarne en met onderscheiding -ontvangen. Niemand wist toch iets van zijn verleden, zoodat hij een -dier bevoorrechten was, die de gelukkigen op dit ondermaansche geheeten -worden. Zeker, maar.... - -Silas Toronthal was, wel is waar, volstrekt niet onderhevig aan -wroeging. Werd hij niet door de vrees bekropen, dat het geheim van -zijne afschuwelijke verklikking den een of anderen dag aan het licht -kon komen, dan zou niets ter wereld eenige stoornis in zijn bestaan -kunnen aanbrengen. - -Evenwel tegenover hem bevond zich steeds als stomme, maar toch levende -getuige, mevrouw Toronthal, zijn echtgenoote. - -Die ongelukkige vrouw, die een eerlijk en braaf karakter had, kende het -schandelijke en afschuwelijke complot, hetwelk drie vaderlandslievende -mannen in de armen des doods had gevoerd. Een enkel woord, dat haar -echtgenoot op een avond, in het tijdperk dat zijne zaken in de war -raakten, zich liet ontglippen, eene onvoorzichtig geuite hoop dat een -gedeelte van het vermogen van graaf Mathias Sandorf zou kunnen dienen -om zijn wrak bankiershuis te stutten, eenige handteekeningen, die hij -van mevrouw Toronthal geëischt had, hadden haar brein wakker geschud en -hem eindelijk de bekentenis ontlokt van zijne tusschenkomst in de -ontdekking van de Triëster samenzwering. - -Een onoverwinnelijke afkeer voor den man, aan wien zij voor het leven -geketend was, was het gevoel dat mevrouw Toronthal van nu af aan -bezielde. Dat gevoel was te meer verklaarbaar, daar zij van geboorte -een Hongaarsche was, Maar het werd reeds gezegd: zij was verpletterd -door dien slag en kon zich niet opbeuren. Sedert dat tijdstip leefde -zij zooveel haar zulks mogelijk was, zoowel te Triëst als te Ragusa, -geheel afzonderlijk, voor zoover hare maatschappelijke positie dit -gedoogde. Zij verscheen voorzeker bij de receptiën, die in de woning -van de Stradona-laan gegeven werden. Zij was dat verplicht te doen en -haar echtgenoot zou haar daartoe ongetwijfeld genoopt hebben. Maar was -hare rol van vrouw des huizes in het openbaar afgeloopen, dan keerde -zij naar hare vertrekken terug en kwam niet weder te voorschijn, wat er -ook gebeuren mocht. Dan was zij onverzettelijk. - -Daar wijdde zij zich geheel en al aan de opvoeding van hare dochter, -waarop zij al de schatten harer toegenegenheid had overgedragen. - -Daar trachtte zij dan te vergeten. - -Vergeten!.... Was dat mogelijk, wanneer de man, die zoo schuldig was -als haar echtgenoot, onder hetzelfde dak als zij leefde? - -Nu geschiedde het, dat die staat van zaken, twee jaren na hunne -vestiging te Ragusa, nog meer verwikkeld werd. Die verwikkelingen -veroorzaakten wel is waar nieuwe zorgen bij Silas Toronthal, maar ook -nieuwe droefheid bij mevrouw. - -Mevrouw Bathory had ook met haren zoon en hunne bediende Borik Triëst -verlaten, om zich te Ragusa te gaan vestigen, waar zij nog eenige -bloedverwanten bezaten. De weduwe van Stephanus Bathory kende Silas -Toronthal niet; zij wist zelfs niet dat er eenige betrekking tusschen -den graaf Mathias Sandorf en den bankier bestaan had. Zij kon dan ook -niet gissen, dat die man medeplichtig was aan de laaghartige en -schandelijke daad, die het leven der drie Hongaarsche -vaderlandslievende mannen gekost had. Hoe zou zij het dan ook vernomen -hebben, daar haar echtgenoot haar, alvorens te sterven, den naam niet -had kunnen mededeelen van de ellendelingen, die hen aan de -Oostenrijksche politie verkocht en verraden hadden. - -Intusschen al kende mevrouw Bathory den Triëster bankier niet, zoo -kende hij haar toch. - -Het was uiterst onaangenaam, zich in dezelfde stad als zij te bevinden, -haar zoon te ontmoeten en te ontwaren, dat zij arm was en met -handenarbeid den kost voor haar en haar kind moest verdienen. Had -mevrouw Bathory reeds te Ragusa gewoond, toen hij Triëst verliet, dan -zou hij voorzeker, alvorens zich te vestigen, dat plan hebben laten -varen. - -Maar toen de weduwe dat armoedige huis in de Marinellastraat kwam -betrekken, was zijne prachtige woning reeds gekocht, en zoo weelderig -mogelijk en volkomen ingericht. Zonder opzien te baren kon hij daarin -geen verandering brengen. Daarenboven kon hij er niet toe besluiten, om -ten derden male van verblijfplaats te veranderen. Zoo iets kwam met -zijn weifelachtigen aard volstrekt niet overeen. - -„Men gewent langzamerhand aan alles!” prevelde hij evenwel -hoofdschuddend bij zich zelven. - -Hij koesterde het voornemen om de oogen voor die steeds aanwezige -getuige te sluiten. - -Het scheen, dat wanneer Silas Toronthal de oogen sloot, zulks voldoende -was, om niets meer te bemerken van hetgeen in zijn binnenste omging. -Zulke menschen bestaan er velen, niet alleen te Ragusa maar in alle -landen der wereld. - -Wat evenwel voor den bankier slechts onaangenaam was, werd weldra voor -mevrouw Toronthal eene oorzaak van voortdurend en ontzaglijk lijden, -van nimmer eindigende wroeging. Zij poogde dan ook, zeer in het geheim, -verscheidene malen hulp te doen toekomen aan die weduwe, die geen ander -inkomen had dan dat, hetwelk uit haren handenarbeid voortsproot. Die -hulp werd evenwel steeds kalm maar waardig geweigerd. En zoo geschiedde -het ook met de bijdragen, die bekende en onbekende vrienden de edele -vrouw poogden te doen aannemen. De geestkrachtvolle gade van Stephanus -Bathory vroeg niets en wilde van niemand iets aannemen. - -Eene onvoorziene omstandigheid, die daarenboven nog onwaarschijnlijk -toescheen, zou dien toestand van wroeging nog meer ondragelijk maken; -niet alleen ondragelijk, maar verschrikkelijk door de verkwikkelingen, -die er uit geboren zouden worden. - -Mevrouw Toronthal had haar geheel liefdegevoel, hare geheele -toegenegenheid overgebracht op hare dochter, die ter nauwernood drie -jaren oud was, toen haar echtgenoot en zij tegen het einde van het jaar -1867 te Ragusa kwamen wonen. - -Thans, op het oogenblik dat dit verhaal hervat wordt, had Sava den -zeventienjarigen leeftijd bereikt. - -De lieve maagd was eene heerlijke verschijning, die meer de Hongaarsche -type dan de Dalmatische naderde. Zij bezat een zwarten en dichten -haardos, daarbij vurige oogen, die onder een hoog voorhoofd breed -geteekend waren. De ziel straalde uit die oogen en zij konden even goed -door de chirognomonisten (waarzeggers) geraadpleegd worden als de hand. -Zij had een fijn mondje, dat veel overeenkomst met een half ontloken -roosje vertoonde, daarbij eene warme huidtint, eene bevallige en -veerkrachtige gestalte, terwijl hare lengte iets meer dan de gemiddelde -bedroeg. Dat geheel van bekoorlijke hoedanigheden was voorzeker -geschikt om ieders blik te boeien. - -Maar wat vooral in haar persoon bekoorde en wat bovendien de gevoelige -zielen uitermate trof, dat was het ernstige uiterlijk van dat jonge -meisje; dat was haar peinzend gelaat, alsof zij steeds over vervlogen -schier uitgewischte herinneringen nadacht en die met den geest -vervolgde. Er bestond iets onverklaarbaars, hetgeen tot haar aantrok en -toch bedroefde. Vandaar ook, dat zij eene buitengewone terughoudendheid -bij al de personen teweeg bracht, die de salons van haren vader -bezochten, of die haar soms in de Stradona-laan ontmoetten. - -Men zal gemakkelijk kunnen aannemen, dat Sava, die de eenige erfgename -zou zijn van een vermogen, hetwelk kolossaal groot heette en wat haar -eenmaal geheel zou toebehooren, meermalen tot een huwelijk aangezocht -was geworden. Maar hoewel zich verscheidene jongelieden, die alle -maatschappelijke eigenschappen en hoedanigheden in zich vereenigden, -als huwelijks-candidaten voorgedaan hadden, had het jonge meisje -steeds, wanneer zij geraadpleegd werd, zonder opgave van redenen -geweigerd. Silas Toronthal had haar dienaangaande nimmer gepolst of -gedwongen. Ongetwijfeld was de schoonzoon, dien hij gewenscht had—meer -voor zich zelven dan voor Sava—nog niet voorgekomen. - -Om het portret van Sava Toronthal te voltooien, moeten wij nog -mededeelen, dat zij eene zeer sterke neiging had om de daden van deugd -of moed, die de vaderlandsliefde tot grondslag hadden, te bewonderen. -Niet dat zij zich met staatkunde inliet; maar de verhalen, die het -vaderland betroffen, de opofferingen, die voor den geboortegrond -geschied waren, de jongere voorbeelden, die zoo eervol en roemvol in de -geschiedenis prijkten, maakten steeds diepen indruk op haar. - -Indien zij die gevoelens niet aan het toeval harer geboorte -ontleende—en inderdaad van Silas Toronthal had zij ze niet—dan had zij -ze natuurlijk in haar edelmoedig hart moeten vinden. - -Verklaart dat niet—zooals de lezer waarschijnlijk reeds gegist zal -hebben—de innige toenadering, welke tusschen Piet Bathory en Sava -Toronthal daaruit ontstaan was? Ja, het kon als een zeker toeval van -het ongeluk beschouwd worden, hetwelk in de plannen van den bankier -verwarring en die beide jongelieden tot elkaar bracht. Sava was nog -slechts twaalf jaren oud, toen iemand eens tegen haar zeide en daarbij -naar Piet wees, die vooruitging: - -„Dat is de zoon van een man, die het leven voor Hongarije heeft ten -offer gebracht!” - -Die woorden zouden nimmer uit het geheugen van het edele meisje -gewischt worden. - -Beiden waren grooter geworden. Sava’s brein was reeds met het beeld van -Piet vervuld, vóórdat deze het meisje nog opgemerkt had. Zij zag hem -steeds zoo ernstig, zoo peinzend. Hij was arm, dat was waar; maar hij -arbeidde ten minste om den naam zijns vaders eer aan te doen, wiens -levensloop en wedervaren zij geheel en al kende. - -De lezer weet het overige. - -Hij weet, hoe Piet Bathory op zijne beurt bekoord en onweerstaanbaar -aangetrokken werd door den aanblik van Sava, wier heerlijke geaardheid -zoozeer met de zijne moest overeenkomen. - -Hij weet, hoe de jongman het lieve jonge meisje, dat wellicht nog -onkundig was met den aard van het gevoel, hetwelk haar hartje -binnengeslopen was, reeds met eene innige liefde beminde, eene liefde, -die zij weldra deelen en gevoelen zou. - -Men zal alles, wat Sava Toronthal betreft, dadelijk begrijpen, wanneer -men den toestand zal kennen, waarin zij zich bij hare ouders bevond. - -Tegenover haren vader was Sava steeds uitermate teruggetrokken geweest. -Nimmer had er eenig gevoel van overeenkomst tusschen die twee bestaan. -Nimmer had hij het vaderlijk hart jegens zijne dochter laten spreken; -nimmer had de dochter zich tot een streelend gebaar jegens haren vader -laten verleiden. Bij den eenen was het droogheid des harten; maar bij -de andere ontstond die verwijdering uit de oneenigheid, welke tusschen -die beide karakters in alles waar te nemen was. Sava betoonde voor -Silas Toronthal al den eerbied, dien een kind aan zijn vader -verschuldigd is—maar ook niets meer. - -Bovendien, hij liet haar volkomen vrijheid om te handelen, zooals zij -verkoos. Hij dwarsboomde haar niet in hare neigingen; hij stelde geene -grenzen voor hare liefdadigheidswerken, die zijn behoefte aan uiterlijk -verkeer zeer prikkelden en hem derhalve zeer bevielen. - -Om kort te gaan, bij hem was het volmaakte onverschilligheid, die hem -bezielde. Bij haar, het moet erkend worden, was het eerder antipathie, -bijna afkeer, dien zij onverklaarbaar genoeg ondervond voor den man, -waarmede zij dagelijks omging. - -Voor hare moeder, voor mevrouw Toronthal, koesterde Sava geheel andere -gevoelens. Ondervond die goede vrouw het onaangename van de -heerschzucht van haren echtgenoot, die weinig beleefdheidsvormen jegens -haar in acht nam, en toonde zij zich zwak tegenover die bejegening, dan -sproot dat uit hare goedheid van karakter voort; want zij was -duizendmaal beter dan hij, zoowel door het onbesprokene van haren -levensloop, als door de zorg, die zij koesterde voor hare persoonlijke -waardigheid. - -Mevrouw Toronthal had Sava oprecht lief. In weerwil van de -terughoudendheid van het jonge meisje, had zij de meest degelijke -hoedanigheden in haar meenen te ontdekken. Maar de genegenheid, die zij -voor haar gevoelde, was inderdaad van buitengewonen aard. Zij was -vermengd met een soort van bewondering, met een soort van eerbied en -zelfs met een weinig vrees. Het edel, verheven karakter van Sava, hare -rechtschapenheid en ook hare onverzettelijkheid in sommige oogenblikken -en bij sommige voorvallen, konden dien vreemden vorm van moederlijke -liefde eenigermate wettigen. Toch vergold het jeugdige meisje hare -toegenegenheid met gelijke wederliefde. Zelfs zonder de banden des -bloeds, zouden beiden toch uitermate aan elkander gehecht geweest zijn. - -Het zal dus bij den lezer geene verwondering baren, wanneer hij zal -vernemen, dat mevrouw Toronthal de eerste was, die raadde, wat er in de -ziel en in het hart van Sava omging. Het jonge meisje had haar dikwijls -van Piet Bathory en van zijne familie gesproken, zonder evenwel daarbij -den weemoedigen indruk, welken die naam bij hare moeder telkens teweeg -bracht, te ontwaren. Toen dan ook mevrouw Toronthal tot erkenning -gekomen was, dat Sava dien jongen man beminde, prevelde zij in haar -binnenste: - -„Zou God dat dan toch willen? Zou Hij dat kunnen willen? O! het is -schier onmogelijk!” - -Wat die woorden in den mond van mevrouw Toronthal beteekenden, zal de -lezer wel kunnen raden. Wat hij evenwel niet weten kan, en wat die -rampzalige vrouw wel wist, dat is tot welk punt Sava’s liefde voor Piet -Bathory een rechtvaardig herstel zou zijn voor het leed en de rampen, -zijne familie aangedaan. - -Wanneer mevrouw Toronthal, die vroom en geloovig was, evenwel vermeenen -kon, dat zulk een huwelijksband met de inzichten der Voorzienigheid zou -kunnen strooken, zou het zaak zijn, dat ook haar echtgenoot tot die -toenadering der beide familiën gewonnen werd. Zij besloot dan ook om -hem, zonder er evenwel iets van aan Sava te zeggen, over dat onderwerp -te polsen. - -Evenwel bij de eerste woorden reeds, die zijne gade zich liet -ontvallen, werd Silas zoo woedend, dat hij iedere grens van -betamelijkheid overschreed. Hij poogde dat gevoel van toorn zelfs niet -te bemantelen of te bedwingen. Mevrouw Toronthal, door dien uitval -onthutst en afgeschrikt, keerde ijlings naar hare vertrekken weer en -kreeg de bedreiging mede: - -„Neem u in acht, mevrouw!.... Als gij u ooit mocht verstouten met dat -voorstel andermaal te berde te komen, of er zelfs nog maar op te -zinspelen, dan zult gij het u berouwen! Laat u dat genoeg zijn!” - -Dus het noodlot, zooals Silas Toronthal dat noemde, had niet alleen de -familie Bathory in deze stad gevoerd, maar ook Sava en Piet, die -elkander hadden leeren kennen en beminnen, tot elkander gebracht. Ja, -dat mocht waarlijk een noodlot heeten! Een vreeselijk noodlot! - -Misschien vraagt de lezer zich af, waarom die toorn, waarom die -verbittering van den kant des bankiers? - -Had hij geheime plannen gevormd omtrent Sava, omtrent hare toekomst? En -werden die plannen thans gedwarsboomd? - -Zou, hij voor het geval dat zijn schandelijk verraad ooit aan het licht -kwam, integendeel geen groot belang hebben, dat de gevolgen van die -snoode daad vooraf binnen de grenzen der mogelijkheid hersteld en -vergoed waren? Wat zou Piet Bathory, eenmaal de echtgenoot van Sava -Toronthal geworden, kunnen zeggen, wanneer hij vernam, dat haar vader -den dood van den zijnen veroorzaakt had? Wat zou mevrouw Bathory alsdan -kunnen doen? Zeker zou dat een afgrijselijken toestand vormen: de zoon -van het slachtoffer gehuwd met de dochter van den sluipmoordenaar! -Afgrijselijk vooral voor dien zoon, niet voor hem Silas Toronthal! - -Voor hem zou dat huwelijk een schutmiddel wezen. - -Maar men was, wel is waar, zonder tijding omtrent Sarcany. Zijne -terugkomst was evenwel toch mogelijk. Waarschijnlijk bestonden vroegere -afspraken tusschen den bankier en zijn medeplichtige. En deze was er de -man niet naar, om die te vergeten, wanneer het hem in de wereld -tegenliep. - -Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat Silas Toronthal wel -eenige bekommernis gevoelde omtrent dien Sarcany, zijnen -Tripolitaanschen makelaar van weleer, vooral omtrent zijn wedervaren -tot heden. Hij had sedert die zaak te Triëst geen tijding hoegenaamd -van hem gehad en het was dus reeds meer dan vijftien jaren geleden, dat -zij van elkander gegaan waren. Nu en dan had hij getracht berichten in -te winnen, maar steeds te vergeefs. - -Zelfs in Sicilië, waar hij wist, dat Sarcany door tusschenkomst van -zijn ouden makker Zirone betrekkingen onderhield, waren de nasporingen -vruchteloos gebleven. Toch kon Sarcany den eenen of anderen dag te -voorschijn treden. Dat was inderdaad een voortdurend schrikbeeld voor -den bankier. - -Maar kon die gelukzoeker ook dood zijn? Wie weet? Misschien wel! - -Dat zou eene tijding wezen, die Silas Toronthal met onuitsprekelijk -genoegen ontvangen zou. - -Dan zou hij wellicht de mogelijkheid van eene vereeniging, van een band -tusschen de familie Bathory en de zijne leeren inzien en zijne -bewilliging verleenen. - -Maar zoo als de zaken thans stonden, was er in ieder geval niet aan te -denken. Dat begreep mevrouw Toronthal al ras. - -Silas Toronthal kwam dus niet terug op de ruwe bejegeningen, die hij -zijne echtgenoote had doen ondergaan, toen zij met die zaak te berde -kwam. Hij sprak er niet meer over en vermeed ten stipste eenige -verklaring te geven. Hij stelde zich tot taak, haar en Sava beter te -bewaken, haar zelfs te doen bespionneeren. Wat den jeugdigen -werktuigkundige betrof, dien zou hij nog trotscher bejegenen; hij zou -het hoofd afwenden, wanneer hij hem ontmoeten zou; in éen woord: hij -zou zoo handelen, dat hem duidelijk moest zijn, dat er geen ziertje -hoop te koesteren was. Ja, dat was de gedragslijn, waartoe hij besloot, -en hij slaagde er maar al te goed in, om den radeloozen verliefde te -toonen, dat iedere stap van zijn kant totaal overbodig zou zijn. - -Het was onder die omstandigheden, dat in den avond van den 10den Juni, -Sarcany’s naam in de salons van de woning in de Stradona-laan -weerklonk, nadat de deuren zich voor dezen schaamteloozen kerel hadden -geopend. - -Dienzelfden morgen had Sarcany, door Namir vergezeld, in den spoortrein -van Cattaro naar Ragusa plaats genomen. Hij was in een der voornaamste -hôtels van de stad afgestapt, had daar zijn reispak tegen een elegant -toilet verwisseld en had zich, zonder een oogenblik te laten verloren -gaan en zonder aarzeling te laten blijken, aan de woning van zijn ouden -medeplichtige aangemeld. Hij rekende voorzeker op de machtspreuk: aan -de stoutmoedigen behoort het heelal! - -Silas Toronthal ontving hem en gaf bevelen, dat hun onderhoud niet -zoude gestoord worden. - -Hoe nam de bankier dat bezoek van Sarcany op? - -Had hij geestkracht genoeg, om hetgeen hij moest gevoelen bij dat -wederzien te bemantelen en ging hij tot onderhandelingen met hem over? - -Was Sarcany van zijn kant heerschzuchtig, onbeschaamd, ja onbeschoft, -zooals hij vroeger was? Herinnerde hij den bankier hunne afspraken en -de beloften, die deze misschien gedaan had, overeenkomsten, die lang -geleden aangegaan waren? - -Spraken zij eindelijk over het verleden, over het heden, over de -toekomst, ja over de toekomst? - -Dat kon niemand zeggen; want behalve door hen beiden werd dat onderhoud -door geen sterveling bijgewoond en kon het door niemand beluisterd of -gestoord worden. - -Maar ziehier, wat er uit voortvloeide. - -Vier en twintig uren later verbreidde zich een nieuwtje door de stad, -dat wel geschikt was, om verwondering te baren. Men sprak van een -huwelijk van Sarcany met Sava Toronthal en voegde er bij, dat die -Sarcany een onmetelijk rijk en adellijk inboorling van Tripoli was. De -lezer weet, wat er van dien adeldom aan is. - -Blijkbaar had de bankier tegenover de bedreigingen van dien man, die -hem in het verderf kon storten, moeten toegeven. Noch de smeekbeden -zijner echtgenoote, noch de afschuw, die Sava, toen haar vader haar -zijn wil meende op te dringen, aan den dag legde, vermocht iets. - -Wij zullen slechts een enkel woord reppen over het belang, dat Sarcany -bij het sluiten van dat huwelijk had,—een belang, dat hij volstrekt -niet voor Silas Toronthal verborgen gehouden had. Sarcany was namelijk -geruïneerd. Het gedeelte van dat zoo schandelijk verworven vermogen, -hetwelk den bankier in staat gesteld had, om het crediet van zijn -wankelend huis te herstellen, was nauwelijks voldoende geweest voor den -gelukzoeker, om gedurende vijftien jaren zijne hartstochten bot te -vieren. Sedert hij Triëst verliet, had Sarcany geheel Europa doorreisd -en daarbij als verkwister geleefd, voor wien de vertrekken, die hij in -de hôtels te Parijs, Londen, Amsterdam, Weenen, Berlijn en Rome betrok, -nimmer ramen genoeg gehad hadden, waardoor hij het geld volgens de -invallen zijner grillige luimen had kunnen wegwerpen. Na de vermaken en -genoegens van allerlei aard daar genoten te hebben, ging hij aan de -kansen van het lot vragen, om in te slokken wat hem van zijn vermogen -nog over gebleven was. Hij bezocht dan ook de steden in Zwitserland en -Spanje, waar nog speelbanken aangetroffen worden. Hij bezocht het -Vorstendom Monaco, dat door een cirkel van Franschen grenzen omgeven -is. - -Het zal wel niet noodig zijn er bij te vertellen, dat Zirone gedurende -dat geheele tijdvak zijn onafscheidelijke makker geweest was. Toen hen -evenwel nog slechts ettelijke duizenden guldens overbleven, waren zij -naar het eiland, hetwelk voor ieder Siciliaan zoo dierbaar is, naar het -oostelijk deel van het oude Trinacria (het driepuntige) teruggekeerd. -Daar bleven zij evenwel, in afwachting van de gebeurlijkheden, niet -werkeloos, dat wil zeggen totdat Sarcany den tijd gekomen zou achten om -zijne relatiën met den bankier Silas Toronthal te hervatten. - -En inderdaad was een huwelijk met Sava, de eenige erfgename van den -rijken Silas Toronthal, niet de eenvoudigste oplossing van het -vraagstuk betreffende het herstel van zijn vermogen? - -De bankier kon en mocht hem toch niets weigeren. - -Misschien bestond er tusschen die twee mannen, behalve die band, dien -de lezers reeds kennen, nog een andere, die de toekomst alleen kan -ontsluieren. - -Intusschen vroeg Sava eene juiste verklaring aan haren vader, waarom -hij op dusdanige wijze over haar beschikte. - -„Mijne eer hangt van dat huwelijk af,” had Silas Toronthal na tal van -uitvluchten geantwoord, „en dat huwelijk zal voltrokken worden.” - -Toen Sava dat antwoord van den bankier aan hare moeder overbracht, viel -deze schier bewusteloos in de armen harer dochter en kon slechts tranen -van wanhoop storten. - -Silas Toronthal had dus in zijn voornemen volhard. - -Het huwelijk werd op den 6den Juli vastgesteld en zou op dien dag -voltrokken worden. - -Men kan begrijpen, hoe Piet Bathory gedurende die drie weken leed! -Zijne ontsteltenis en opgewondenheid waren schrikkelijk om aan te zien. -Hij had aanvallen van machtelooze woede en bleef nu eens opgesloten in -zijn vertrek in de Marinella-straat, dan weer ontsnapte hij uit de -gevloekte stad in eene zoodanige gemoedstemming, dat mevrouw Bathory -inderdaad vreezen kon, dat hij tot een wanhopigen stap in staat was en -dat zij hem niet meer terug zou zien. Het was verschrikkelijk! - -Welke troostwoorden zou zij hem ook hebben kunnen doen hooren? - -Zoolang er geen quaestie van dat huwelijk geweest was, kon Piet -Bathory, hoewel hij door den vader van Sava afgewezen werd, eenige -hoop, wel is waar zeer weinig, maar toch nog hoop koesteren. Maar was -Sava eenmaal gehuwd, dan was er een afgrond—een onoverkomelijke afgrond -ditmaal tusschen de beide jongelieden gegraven. - -Wat dokter Antekirrt ook mocht gezegd of beloofd hebben, och, altemaal -praatjes! Ook deze scheen Piet in den steek te laten. - -Maar.... hij vroeg zich af, hoe het mogelijk was, dat het jonge meisje, -dat hem toch zoozeer beminde en wier geest krachtvolle geaardheid hij -kende, tot die vereeniging hare toestemming had kunnen geven? - -Welk geheim beheerschte dan toch die woning in de Stradona-laan, waar -zoo iets kon gebeuren? - -Och, Piet had zeer zeker beter gedaan met Ragusa te verlaten, met de -voorstellen aan te nemen, die hem daar buiten gedaan waren, met ver, -zeer ver weg van Sava heen te gaan, van Sava, die men aan dien -vreemdeling, aan dien Sarcany overleverde. - -„Neen!” riep hij uit en herhaalde hij telkens: „Neen! dat is -onmogelijk!.... Ik bemin haar!” - -De wanhoop was dus die woning binnengedrongen, waar weinige dagen te -voren een straal van hoop gegloord had. - -Helaas, ja! - -Pescadospunt vervulde intusschen steeds zijne rol van verspieder en was -dus geheel en al op de hoogte omtrent de geruchten, die in de stad -liepen, ook omtrent hetgeen in de Stradona-laan voorbereid werd. - -Zoodra hij het bericht van het huwelijk tusschen Sava Toronthal en -Sarcany vernam, schreef hij naar Cattaro. - -Zoodra hij zich had kunnen overtuigen omtrent den ellendigen toestand, -waartoe die tijding den jeugdigen ingenieur, die hem levendig belang -inboezemde, gebracht had, deed hij daarvan mededeeling aan dokter -Antekirrt. - -Tot eenig antwoord ontving hij het bevel, om voort te gaan met alles -gade te slaan wat te Ragusa voorviel en hem te Cattaro daaromtrent op -de hoogte te houden. - -Midderwijl naarmate die ongelukkige datum van 6 Juli naderde, -verergerde de toestand van Piet Bathory al meer en meer. Zijne moeder -kon hem niet meer tot kalmte brengen. Hoe zou Silas Toronthal dan ook -te bewegen zijn om zijne plannen te wijzigen? Was het niet -klaarblijkelijk uit de haast, waarmede dit huwelijk kenbaar gemaakt en -vastgesteld was, dat het reeds sedert lang besloten was? Bleek daar -niet duidelijk uit, dat Sarcany en de bankier Silas Toronthal elkander -sedert lang kenden, dat die „rijke Tripolitaan” op den vader van Sava -een bijzonderen invloed moest hebben. - -Door die niet te verdrijven denkbeelden gemarteld, kwam Piet Bathory op -de gedachte, om acht dagen vóór de voltrekking van het huwelijk aan -Silas Toronthal te schrijven. - -Hij deed zulks; maar.... zooals wel te voorzien was, hij kreeg geen -antwoord. - -Piet poogde toen den bankier op straat te ontmoeten.... - -Dat lukte ook al niet. De bankier scheen hem opzettelijk te ontwijken. - -Piet wilde hem in zijne woning gaan opzoeken.... - -Hij slaagde er zelfs niet in, den drempel van de deur te overschrijden. -Dat was trouwens te voorzien geweest. - -Wat Sava en hare moeder betrof, die waren thans geheel en al -onzichtbaar. Geene mogelijkheid bestond er om tot haar te genaken. - -Maar kon Piet Bathory noch Sava, noch hare moeder, noch haren vader -ontmoeten, daarentegen kwam hij herhaalde malen in de Stradona-laan -Sarcany tegen, ja liep hij hem bijkans tegen het lijf. Den blik van -haat, dien de jongman op hem wierp, beantwoordde Sarcany slechts met -een onbeschoft, minachtend gebaar. Piet Bathory dacht er toen aan om -hem uit te dagen, om hem tot vechten te noodzaken.... - -Onder welk voorwendsel evenwel zou hij dat kunnen doen, en waarom zou -Sarcany, om zoo te zeggen daags vóór zijn huwelijk met Sava Toronthal, -eene zoodanige ontmoeting inwilligen? Had hij er niet integendeel alle -belang bij, om die te vermijden? Neen, van een tweegevecht was ook geen -uitkomst te verwachten. - -Zoo gingen zes dagen voorbij, zes lange, zes eindelooze dagen! Het was -alsof er geen einde aan kwam! - -In weerwil van de smeekingen zijner moeder, in weerwil van het bidden -van den ouden Borik, verliet Piet in den avond van den 4den Juli de -woning in de Marinella-straat. De oude dienaar poogde hem te volgen; -maar deze met zijne oude beenen was het spoor van den jongen man weldra -bijster. Piet dwaalde als een waanzinnige op goed geluk af, door de -eenzaamste straten der stad langs de buitenmuren van Ragusa. - -Een uur later bracht men hem, helaas! stervende, in de woning van -mevrouw Bathory terug. - -Een dolksteek had het bovenste gedeelte zijner linkerlong doorboord. -Eene zeer gevaarlijke wond! - -Er was geen twijfel mogelijk. Piet had in een aanval van krankzinnige -wanhoop, de hand aan zich zelven geslagen! - -Zoodra Pescadospunt dat ongeluk vernam, liep hij in alle haast naar het -telegraafkantoor. - -Ene uur later ontving dokter Antekirrt de tijding van den zelfmoord van -den jongen man te Cattaro. - -Het zou moeilijk zijn de smart van mevrouw Bathory te beschrijven, toen -zij zich tegenover haren bewusteloozen zoon bevond, die wellicht nog -slechts weinige uren te leven had. Maar de geestkracht der moeder -bestreed de zwakheden der vrouw. Vóór alles moest er hulp verleend, -moest de gekwetste verpleegd en verzorgd worden. Tranen konden later -vergoten worden. Daartoe was thans geen tijd. - -Een dokter werd geroepen en kwam ook dadelijk. Hij onderzocht den -gewonde; hij luisterde naar zijne zwakke en tusschenpoozende -ademhaling; hij sloeg het onregelmatige op en neergaan der borstkas -gade; hij peilde de wonde, legde het eerste verband, in één woord, hij -verleende die zorg der kunst, in dergelijke gevallen noodig en -gebruikelijk, maar hij deelde geene hoop mede, die hij zelf niet bezat. - -Vijftien uren later was de toestand van den jongen man nog verergerd -door eene zeer belangrijke verbloeding. Zijne ademhaling was toen nog -nauwelijks waarneembaar, en dreigde in een laatsten zucht heen te -vlieden. - -Mevrouw Bathory was op de knieën naast het ledikant gevallen en bad God -innig haren zoon toch te willen sparen. - -In dit oogenblik ging de deur der kamer open.... - -Dokter Antekirrt stapte regelrecht op de sponde van den stervende toe. - -Mevrouw Bathory wilde tot hem ijlen.... Hij weerhield haar met een -enkel gebaar. - -Toen bukte de dokter over Piet en onderzocht hem met de grootste -aandacht, zonder evenwel een enkel woord te spreken. Daarna bekeek hij -hem met een onweerstaanbaren blik. En alsof een electrische stroom uit -zijne oogen schoot, scheen hij in die hersens, waarin de gedachte op -het punt was om uitgebluscht te worden, zijn eigen leven met zijn eigen -wil te doen doordringen. - -Plotseling richtte zich Piet half overeind op. Zijn oogleden openden -zich. Hij keek den dokter aan. Daarna viel hij levenloos neder. - -Mevrouw Bathory stiet een kreet uit, viel op haren zoon en lag weldra -bewusteloos in de armen van den ouden Borik. - -Toen sloot de dokter de oogen van den jeugdigen doode. Daarna richtte -hij zich overeind, verliet de kamer en men zou hem die spreuk, aan de -Indische legenden ontleend, hebben kunnen hooren prevelen: - -„De dood vernietigt niet, hij maakt slechts onzichtbaar.” - - - - - - - - -IV. - -EENE ONTMOETING IN DE STRADONA-LAAN. - - -Dat sterfgeval had groot opzien in de stad veroorzaakt; maar niemand -kon de ware oorzaak van den zelfmoord van Piet Bathory gissen, noch -vermoeden dat Sarcany en Silas Toronthal er eenig part of deel aan -hadden. - -Den volgenden morgen, den 6den Juli, zou het huwelijk van Sava -Toronthal met Sarcany voltrokken worden. - -Het bericht van dien zelfmoord, onder zoo roerende omstandigheden -gepleegd, drong niet tot mevrouw Toronthal en hare dochter door. Silas -Toronthal en Sarcany hadden dienaangaande hunne maatregelen goed -getroffen. Het geheim zou niet verraden worden. - -Die twee booswichten waren ook samen overeengekomen, dat het huwelijk -op zeer eenvoudige wijze zoude gevierd worden. Als voorwendsel zoude -opgegeven worden, dat Sarcany’s familie in den rouw was. Dat strookte -zeer weinig met de prachtlievende neigingen en gewoonten van Silas -Toronthal; maar in de gegeven omstandigheden meende hij toch, dat het -beter was het huwelijk zonder ophef zoude voltrokken worden. De -jonggehuwden zouden slechts weinige dagen te Ragusa verwijlen, daarna -zouden zij naar Tripoli vertrekken, waar Sarcany, zooals men zeide, -doorgaans woonde. - -Er zouden dus geene feestelijkheden in de woning van de Stradona-laan -plaats hebben, noch bij de voorlezing van het contract, waarbij eene -belangrijke som aan het jonge meisje toegedacht werd, noch bij de -godsdienstige plechtigheid in de Franciscaner kerk, welke onmiddellijk -op het burgerlijk huwelijk zoude volgen. - -Terwijl dien dag de laatste toebereidselen tot het huwelijk in de -woning van Silas Toronthal getroffen werden, wandelden twee mannen aan -het andere einde van de Stradona-laan. - -Die twee mannen waren onze beide bekenden: Kaap Matifou en -Pescadospunt. - -Toen dokter Antekirrt naar Ragusa teruggekeerd was, had hij Kaap -Matifou medegenomen. Zijne tegenwoordigheid was te Cattaro niet meer -noodig en niemand zal er wel aan twijfelen, dat de beide vrienden, de -„beide tweelingen,” zooals Pescadospunt zich met zijn makker noemde, -uiterst verheugd waren, elkander weer te zien. - -Wat den dokter betrof, deze had na zijne aankomst te Ragusa het -hierboven verhaalde bezoek in het huis van de Marinella-straat -afgelegd. Daarna had hij zijn intrek genomen in een hôtel van de -voorstad de Plocca, waar hij wilde wachten totdat het huwelijk van -Sarcany met Sava Toronthal zou voltrokken zijn, om zijne plannen verder -ten uitvoer te brengen. - -Den volgenden morgen had hij, gedurende een tweede bezoek, hetwelk hij -mevrouw Bathory bracht, zelf geholpen om Piet in de doodkist te leggen, -waarna hij naar zijn hôtel teruggekeerd was, na Pescadospunt en Kaap -Matifou naar de Stradona-laan gezonden te hebben, om als gewoonlijk -daar gade te slaan. - -Nu belette die dienst Pescadospunt, terwijl hij oog en oor ter dege -gebruikte, niet om te praten. - -„Zeg eens, Kaap Matifou,” begon hij. - -„Wat wilt ge?” vroeg de reus. - -„Ik wilde wel eens op die kast kloppen,” antwoordde Pescadospunt, -terwijl hij op de borst van zijn vriend wees. - -„Als je dat genoegen kan doen, ga dan je gang,” zei Kaap Matifou, -terwijl een goedhartige glimlach zijn reeds goedaardig gelaat nog meer -verhelderde. - -Pescadospunt klopte op het reuzenlichaam, waarbij hij zich op zijne -teenen opgaf, om zijn doel te bereiken, wat maar moeielijk gelukte. - -„Ik vind dat ge dik wordt, waarde Kaap,” zei hij na de proef. - -„Meent ge?” vroeg deze. - -„Nog al.” - -„Maar ik ben sterk gebleven! Dat verzeker ik je!” sprak Kaap Matifou -met eene soort van zelfvoldaanheid. - -„Ja, dat heb ik bij je omhelzing ondervonden. Te duivel....” - -„Maar het stuk, Pescadospunt?....” vroeg Kaap Matifou met een zweem van -ongeduld in zijne stem. - -„Welk stuk?” - -„Dat tooneelstuk, waarvan je laatst spraakt.” - -Kaap Matifou scheen blijkbaar op de hem toegedachte rol gesteld te -zijn. - -„O, dat stuk vordert, dat stuk vordert!.... Zie, Kaap Matifou, de -handeling er van is zeer ingewikkeld.” - -„Ingewikkeld....? vroeg de reus, terwijl hij zich achter het rechteroor -krabde. - -Hij hield niet van ingewikkelde zaken. - -„Ja, zeker.” - -„Hoe zoo? Leg mij dat uit.” - -„Zie je, het is geen blijspel, het is een treurspel en het begin is -zelfs zeer hartroerend.” - -„Hoe weet je dat?” - -Pescadospunt antwoordde niet. Een rijtuig, dat bijzonder vlug reed, -hield voor het huis in de Stradona-laan stil. - -De koetspoort ging dadelijk open en sloot zich weer achter het rijtuig. - -In dat rijtuig zat Sarcany. Pescadospunt had hem herkend. - -„Ja.... zeer hartroerend,” ging deze laatste voort, „men voorspelt -reeds dat het stuk volkomen succes zal hebben.” - -„Zoo?.... En de verrader?....” vroeg Kaap Matifou, welke in die rol een -bijzonder belang scheen te stellen. - -„De verrader?” - -„Ja, de verrader? Wat gebeurt met hem? Zeg mij toch, ik ben -doodnieuwsgierig....” - -„Dat is moeielijk te zeggen, beste Kaap. Ziet ge, de omstandigheden.... -de gebeurlijkheden.... in éen woord....” - -„Er dient toch wat met hem te gebeuren, dat vat ge, niet waar,” sprak -de reus gemelijk. - -„Welnu, de verrader zegepraalt thans, zooals dat in ieder goed -geschreven stuk geschiedt.... Maar geduld.... ja, geduld.... bij de -ontknooping....” - -„Te Cattaro,” zei Kaap Matifou, „meende ik....” - -„Op het tooneel te verschijnen?” - -„Ja, Pescadospunt, ja. Maar dat niet alleen, maar ik meende ook dat de -ontknooping nabij was.” - -En Kaap Matifou verhaalde wat er op den bazar van Cattaro voorgevallen -was, namelijk: dat het gebruik zijner armen reeds was aangevraagd, om -eene ontvoering te bewerkstelligen, die evenwel niet geschied was. - -„Goed! Het was nog te vroeg!” antwoordde Pescadospunt, die eigenlijk -maar praatte om te praten, zooals men zegt, maar intusschen de oogen -vlijtig rechts en links liet gaan. „Beste Kaap, je komt eerst in het -vierde of vijfde bedrijf op.... Misschien zal je slechts bij het -slottooneel verschijnen!.... Maar wees niet ongerust!.... Je zult een -prachtig effect maken!.... Daar kan je op rekenen!.... Daar geef ik je -mijn woord op!” - -Juist in dit oogenblik werd een verwijderd gedruisch in de -Stradona-laan vernomen bij den hoek van de Marinella-straat, dus, vrij -wel in de nabijheid der beide vrienden. - -Pescadospunt brak het gesprek af, stapte eenige passen rechts van het -woonhuis van Toronthal voort. - -Een lijkstatie kwam in dat oogenblik de Marinella-straat uit en sloeg -de Stradona-laan in, om zich naar de Franciscaner kerk te richten, -alwaar de lijkdienst gehouden zoude worden. - -Weinig personen volgden overigens dien lijkstoet, waarvan de -bescheidenheid de publieke aandacht niet vermocht tot zich te trekken. -Het was een eenvoudige kist, die onder een zwart laken door mannen -gedragen werd. - -De lijkstoet naderde langzaam, toen plotseling Pescadospunt, een kreet -smorende, Kaap Matifou bij den arm greep. - -„Wat is er toch?” vroeg Kaap Matifou. - -„Niets!” - -„Niets?” - -„Het zou te lang zijn om je dat uit te leggen, beste Kaap,” antwoordde -Pescadospunt met gedempte stem. - -Hij had mevrouw Bathory herkend, die de teraardebestelling van haren -zoon had willen bijwonen. - -De kerk had hare gebeden niet geweigerd voor dien overledene, die de -wanhoop tot zelfmoord gebracht had, en de priester wachtte het lijk in -de kapel der Franciscanen op, om de absolutie er over uit te spreken en -om het daarna naar het kerkhof te begeleiden. - -Mevrouw Bathory trad met droge oogen achter de kist voort. Zij had de -kracht niet meer om te schreien. Hare oogen stonden bijna woest, -wierpen nu eens blikken ter zijde en boorden dan weer door het zwarte -laken, dat het lijk haars zoons bedekte. - -De oude Borik sleepte zich meelijwekkend naast haar voort. De oude -dienaar kon ternauwernood overeind blijven. - -Pescadospunt voelde tranen in zijne oogen opwellen. Hij had waarlijk -werk ze te bedwingen. - -Ja, ware het zijn taak niet geweest, om op zijn post te blijven, dan -zou de brave kerel geen oogenblik geaarzeld hebben om zich bij die -weinige vrienden, bij die enkele buren, die den lijkstoet volgden, aan -te sluiten. Maar nu kon, nu mocht hij niet. Hij bleef dus uitkijken. - -Plotseling toen de lijkstoet voor de woning van Silas Toronthal was -aangekomen en die zou voorbijtrekken, ging de groote poort open. Op het -binnenplein stonden voor het perron van het fraaie huis twee rijtuigen, -die op het punt waren naar buiten te rijden. - -Het eerste reed de poort door en wendde, om in vollen draf de -Stradona-laan af te rijden. - -Pescadospunt bespeurde in dat rijtuig Silas Toronthal, zijne -echtgenoote en zijne dochter. - -Mevrouw Toronthal, door de smart gebroken, zat naast Sava, die nog -bleeker dan haar bruidsluier was. - -Sarcany zat met eenige bloedverwanten of vrienden in het tweede -rijtuig. - -Er was niet meer omslag voor dat huwelijk dan voor die begrafenis -gemaakt. Bij beiden heerschte dezelfde vrij wel met elkander -overeenkomende droefheid. - -Plotseling, op het oogenblik dat het rijtuig de poort uitreed, hoorde -men een hartverscheurenden kreet. - -Mevrouw Bathory was blijven stilstaan en met de hand uitgestrekt naar -Sava, vervloekte zij het jonge meisje. - -Het was Sava, die dien kreet geslaakt had. Zij had de moeder in diep -rouwgewaad gezien, en had, toen zij die kist en dien treurigen optocht -zag, alles begrepen, wat men voor haar verborgen gehouden had!.... O, -zij was radeloos! - -Piet was dood! Dood door haar en voor haar, en het was zijn lijkstoet, -die daar voorbijtrok op het oogenblik dat zij uitreed om zich in den -echt te verbinden! Was dat geen wreed spel van het noodlot? - -Sava viel bewusteloos neer. Mevrouw Toronthal, geheel van haar stuk -gebracht, wilde haar bijbrengen. Die poging was evenwel te vergeefs! -Het jonge meisje ademde ternauwernood nog! - -Silas Toronthal had een gebaar van toorn niet kunnen onderdrukken. Maar -Sarcany, die ook uit zijn rijtuig gesprongen en naderbij getreden was, -wist zich te beheerschen. Bleek maar kalm keek hij toe. - -Het was onmogelijk om onder de gegeven omstandigheden zoo met die -bewustelooze bruid voor den ambtenaar van den burgerlijken stand te -verschijnen. Er moest dus aan de koetsiers bevel gegeven worden, om -naar de woning terug te rijden. Dat geschiedde en weldra sloeg dan ook -de koetspoort met een harden smak achter de beide rijtuigen toe. - -Sava werd naar hare kamer gedragen en daar op haar bed neer gelegd. -Geen enkele beweging, geen enkele trilling verried, dat zij nog leefde. -Hare moeder viel op de knieën naast het ledikant, riep haar, wreef en -koesterde haar, terwijl in allerijl een dokter gehaald werd. - -Midderwijl vervolgde de begrafenisstoet van Piet Bathory den treurigen -tocht naar de Franciscaner kapel, om daarna na den lijkdienst naar het -kerkhof van Ragusa door te gaan. - -Pescadospunt had intusschen begrepen, dat dokter Antekirrt onverwijld -in kennis gesteld moest worden met dit voorval, dat hij niet had kunnen -voorzien. Hij zei dus tot Kaap Matifou: - -„Blijf hier en wees waakzaam.” - -„Goed,” zei de reus. „Als gij mij maar duidelijk zegt, wat ik te doen -zal hebben.” - -„Gij moet dat huis daar stipt en onafgebroken in het oog houden. Anders -niet. Vaarwel!” - -Daarna liep het tengere kereltje naar de voorstad Plocca en verhaalde -daar wat er gebeurd was. - -De dokter bleef na dit verhaal, hetwelk Pescadospunt zoo vlug en zoo -duidelijk mogelijk geleverd had, een oogenblik stilzwijgend zitten. - -„Ben ik mijn recht te buiten gegaan?” vroeg hij zich af. „Neen!.. Heb -ik eene onschuldige getroffen?.... Ja, dat zeker!.... Maar... die -onschuldige is de dochter van een ellendeling, de dochter van Silas -Toronthal!” - -En zich vervolgens tot Pescadospunt wendende, vroeg hij: - -„Waar is Kaap Matifou?” - -„Voor de woning in de Stradona-laan.” - -„Dus dadelijk weer te vinden en te ontbieden?” - -„Ja.” - -„Ik zal u beider diensten dezen avond noodig hebben!” ging dokter -Antekirrt voort. - -„Om hoe laat?” - -„Tegen negen uren.” - -„Waar moeten wij u wachten?” - -„Bij de poort van het kerkhof!” - -„Wij zullen er zijn!” - -Pescadospunt vertrok dadelijk, om Kaap Matifou, die zijn -waarnemingspost niet verlaten had, te gaan opzoeken. - -Toen de avond gevallen was, richtte dokter Antekirrt, in een grooten en -wijden mantel gehuld, zijne schreden naar de haven van Ragusa. Bij den -hoek van den linker kademuur, bereikte hij eene kleine kreek, die als -het ware in de rotsen verloren lag en die een bocht iets ten noorden in -de kustlijn van de haven vormde. - -Die plek was geheel eenzaam. Noch huis, noch vaartuig was er te zien. -De visschersvaartuigen kwamen daar nooit ten anker, uit vrees voor de -talrijke klippen, die in de monding dier kreek als gezaaid lagen. - -De dokter bleef stilstaan, keek rond en stiet een kreet uit, die -waarschijnlijk een afgesproken teeken was. Bijna onmiddellijk verscheen -een zeeman. Eerbiedig nam deze den hoed af, boog en: - -„Tot uwe orders, baas,” zei hij. - -„Is de sloep er, Pazzer?” - -„Ja, achter die rots.” - -„Bemand met hare roeiers?” - -„Ja, met allen.” - -„En de Electriek?.... Waar is zij? Ik hoop toch nabij, zooals ik -bevolen heb?” - -„Die ligt daar verder ten noorden op drie vademen lengte ongeveer -buiten de kleine kreek.” - -En de zeeman wees op eene soort langwerpige spoel, die bij het -heerschende halfduister onduidelijk op de watervlakte bemerkt werd en -welker tegenwoordigheid door geen enkel licht, noch door eenigen rook -aangeduid werd. - -„Wanneer is het vaartuig van Cattaro aangekomen, Pazzer?” vroeg de -dokter aan den zeeman. - -„Nauwelijks een uur geleden.” - -„Is dat ongemerkt geschied?” - -„Geheel en al, heer dokter. Het is onderlangs de klippen als het ware -voortgegleden. Niemand heeft er iets van gemerkt.” - -„Pazzer, luister. Niemand mag zijn post verlaten.” - -„Goed, dokter.” - -„En hier moet de sloep mij wachten....” - -„Goed, goed.” - -„Al ware het ook den geheelen nacht! Hebt ge dat goed begrepen, -Pazzer?” - -„Opperbest.” - -De zeeman ging naar de sloep terug, die tegen den donkeren rotswand in -het geheel niet ontdekt werd, maar daarmede als het ware een geheel -vormde. - -Dokter Antekirrt bleef nog een poos op het strand. Ongetwijfeld wilde -hij wachten totdat de nacht nog meer gevorderd en dus donkerder wezen -zou. Van tijd tot tijd stapte hij met groote schreden op en neer. Dan -weer stond hij stil. En dan waarde zijn blik, terwijl hij daar met over -elkander geslagen armen, stilzwijgend en roerloos stond, over de -oppervlakte van de Adriatische zee, welke zich aan zijne voeten -uitstrekte, alsof hij haar zijne geheimen wilde toevertrouwen. - -Noch maan, noch sterren schitterden aan den hemel. Ter nauwernood deed -zich de landbries, die gewoonlijk bij het vallen van den avond intreedt -en slechts weinige uren aanhoudt, gevoelen. Eene hoog zwevende maar -dikke wolkenbank bedekte den hemel tot dicht bij den westelijken -gezichteinder, alwaar zij in een lichtere nevelbank overging, om -eindelijk geheel uitgewischt te worden. - -„Kom,” sprak eindelijk de dokter in zich zelven, „laat mij naar de stad -teruggaan. Mijne tegenwoordigheid wordt elders vereischt.” - -En naar de kust van Ragusa stappende, volgde hij den ringmuur der stad, -om zoo het kerkhof te bereiken. - -Daar wachtten hem Pescadospunt en Kaap Matifou in de nabijheid der -deur. Zij hadden zich zoodanig achter een boom verscholen, dat zij niet -bemerkt konden worden. - -Op dit uur werd het kerkhof gesloten. Juist had de bewaker van die -laatste rustplaats zijn licht in zijne woning uitgedoofd, hetgeen hij -gerust kon doen, daar niemand meer voor den volgenden ochtend komen -zou, om zijne diensten in te roepen. - -De dokter droeg ongetwijfeld nauwkeurig kennis van den aanleg van dat -kerkhof. Ook was het zeer zeker zijn plan niet om door de deur binnen -te treden;—want wat hij er in te verrichten had, moest zeer geheim -blijven. - -„Volg mij,” zei hij tot Pescadospunt en zijnen makker, die op hem -toegetreden waren. - -„Wij volgen,” antwoordden beiden zacht, terwijl zij achter hem -voorttraden. - -En die drie mannen schreden toen langs den buitenmuur van het kerkhof -voort, die door de helling van het terrein niet overal even hoog had -kunnen opgetrokken worden. - -Na aldus gedurende tien minuten voortgeschreden te zijn, bleef de -dokter stilstaan en op eene bres wijzende, die door eene instorting van -den muur ontstaan was, zei hij: - -„Daar door heen! Begrepen?” - -„Ja,” knikten beiden. - -En hij sloop door die bres en werd daarbij door Pescadospunt en Kaap -Matifou gevolgd. - -Daar onder die groote boomen met hunne dichte loofkruinen, die de -graven overschaduwden, was de duisternis nog zwarter dan buiten. Zonder -te aarzelen volgde evenwel de dokter eene laan, daarna eene nevenlaan, -die naar het hooger gelegen gedeelte van het kerkhof voerde. Eenige -nachtvogels, door dat geschuifel gestoord, vlogen heen en weer. Maar -behalve die uilen, was er geen enkel levend wezen in die sombere ruimte -te ontwaren. - -Weldra stonden de drie mannen stil bij een bescheiden monument, eene -soort kapel, welks traliehek niet op slot gesloten was. - -De dokter opende het hek en daarna op den knop van eene kleine -electrische lantaarn drukkende, liet hij licht schitteren, evenwel zoo, -dat het van buiten af niet kon bespeurd worden. - -„Ga naar binnen,” zei hij tot Kaap Matifou. - -Deze stapte de kleine kapel in en bevond zich toen tegenover een muur, -waarin drie marmeren platen gemetseld schenen. - -Op een van die platen—op de middelste—las men: - - - Stephanus Bathory. - 1867. - - -De beide andere platen hadden nog geene opschriften. De rechtsche zou -er evenwel spoedig een krijgen. - -„Neem die plaat weg,” zei de dokter, op de rechtsche wijzende. - -Kaap Matifou volvoerde dien last gemakkelijk; want die plaat was nog -niet in den muur vastgezet. Hij plaatste haar op den grond en toen kon -bij het schitterend schijnsel van de lantaarn, eene doodkist ontwaard -worden in de uitgespaarde uitholling in den muur. - -„Haal die kist er uit,” beval de dokter. - -Kaap Matifou greep een handvat en trok de kist, hoe zwaar die ook was, -uit hare nis, zonder dat de hulp van Pescadospunt daarbij noodig was, -en na haar uit de kapel gedragen te hebben, legde hij haar op het gras -neder. - -„Neem dit gereedschap,” zei de dokter. - -„Welk?” vroeg Kaap Matifou. - -„Hier, dezen schroevendraaier,” antwoordde dokter Antekirrt, terwijl -hij hem dat werktuig aanreikte. „En draai nu de schroeven van dat -deksel los. Kom, vlug wat!” - -In weinige minuten was dat verricht. Het deksel werd opgetild en ter -zijde gezet. - -Dokter Antekirrt verwijderde het laken, hetwelk het lichaam bedekte, -met de hand, boog zich voorover en legde het oor op de borst van den -doode, alsof hij de hartslagen wilde waarnemen.... - -Daarna richtte hij zich weder op. - -„Haal dat lijk uit de kist,” zei hij tot Kaap Matifou. - -De Hercules gehoorzaamde zonder dat hij, evenmin als Pescadospunt, eene -enkele tegenwerping maakte, hoewel zij eene door de wet verboden -ontgraving volvoerden. - -Toen het lijk van Piet Bathory op het gras neergelegd was, rolde Kaap -Matifou het andermaal in het lijklaken, waarover de dokter verder zijn -mantel heen wierp. Het deksel werd toen weer op de kist geschroefd en -deze in de muurnis geplaatst. Daarna werd de marmeren plaat weer voor -de opening gehecht, die zij als vroeger bedekte. - -De dokter sloot toen den electrischen stroom zijner lantaarn af, waarna -de duisternis weer even zwart heerschte als te voren. Door de -voorafgaande verlichting verblind, konden de aanwezigen elkander in het -donker niet ontwaren. - -„Neem dat lijk op,” zei hij tot Kaap Matifou. - -De reus tilde met zijne stevige armen het lichaam van den jongen man -op, zooals hij met dat van een kind zou gehandeld hebben, en -voorafgegaan door den dokter en gevolgd door Pescadospunt, stapte hij -door eene nevenlaan, die onmiddellijk naar de bres in den muur van het -kerkhof voerde. - -Vijf minuten later was de bres doorgestapt, en richtten zich de dokter, -Pescadospunt en Kaap Matifou, na den ringmuur van het kerkhof langs -getrokken te zijn, naar de zeekust. - -Geen enkel woord was tusschen de drie mannen gewisseld geworden. Maar -al dacht de gehoorzame Kaap Matifou niet veel meer dan een blind -werktuig, welke opeenvolging van meeningen had zich in het veel -vluggere brein van Pescadospunt baan gebroken? - -Gedurende den afstand van het kerkhof tot het strand, had dokter -Antekirrt met zijne beide makkers niemand op den weg ontmoet, maar toen -zij de kleine kreek naderden, waar de sloep van de Electriek hen -wachtte, ontwaarden zij een douane, die op de eerste rotslagen van het -strand heen en weer wandelde. - -Zij vervolgden evenwel hunnen weg, zonder zich over zijne -tegenwoordigheid te verontrusten. Een tweede kreet, door den dokter -uitgestooten, deed den bootsman van de sloep, die tot nu toe -onzichtbaar was gebleven, tot hem komen. - -Op een teeken daalde Kaap Matifou langs de rotshelling af, en was op -het punt om in de sloep te stappen. - -Op dit oogenblik naderde de douaan en, terwijl de inscheping van het -pak, hetwelk Kaap Matifou droeg, op het punt stond volbracht te worden, -vroeg hij: - -„Wie zijt gij?” - -„Lieden, die u te kiezen geven tusschen een fooi van twintig gulden -comptant, of een vuistslag van mijnheer.... ook comptant!” antwoordde -Pescadospunt, op Kaap Matifou wijzende. - -Aarzeling was niet goed mogelijk. De douaan nam de twintig gulden aan. - -„En nu in de sloep!” zei dokter Antekirrt. - -Eene minuut later was het kleine vaartuig in den donkeren nacht -verdwenen. Vijf minuten later had het de lange spoel bereikt, die -onmogelijk van den vasten wal te bespeuren was. - -De sloep werd aan boord geheschen en de Electriek, door hare -geruchtlooze schroef voortgestuwd, had weldra het ruime sop bereikt. - -Wat Kaap Matifou betreft, die had het lichaam van Piet Bathory in eene -smalle hut, die geen patrijspoortje had, om het licht door te laten, op -een divan neergelegd, en was daarna heengegaan. - -Toen de dokter alleen bij het lijk gebleven was, bukte hij er zich over -heen, tot zijne lippen dat bleeke voorhoofd aanraakten. - -„En nu, Piet.” zeide hij, „ontwaak! ik wil het.” - -En dadelijk, alsof hij uit een magnetischen slaap ontwaakte, die den -dood gelijk was geweest, opende Piet Bathory de oogen. - -Een soort afkeer teekende zich op zijn gelaat, toen hij dokter -Antekirrt herkende. - -„Gij!....” prevelde hij, „gij, die mij ook in den steek gelaten hebt!” - -„Ja, ik, Piet!” - -„Maar wie zijt gij dan toch?” vroeg de jongman bibberend. - -„Een overledene.... evenals gij!” - -„Een overledene?....” - -„Ik ben graaf Mathias Sandorf!” - - - - - - - - -V. - -DE MIDDELLANDSCHE ZEE. - - -De Middellandsche zee is schoon, vooral door hare beide voornaamste -eigenschappen: vooreerst door hare zoo harmonische omlijsting, dan door -de levendigheid, de doorzichtigheid van hare lucht en van haar -licht.... - -Zoo als zij is, sterkt zij den mensch bewonderenswaardig. - -Zij verleent hem die droge kracht, die het meeste weerstand kan bieden. - -Hare boorden zijn de bakermat van de krachtigste rassen geweest. - -Hebben wij te wijzen op de Grieken, op de Romeinen, de Carthagers, de -Franschen, of op de Spanjaarden? - -En de bewering, dat hare boorden de bakermat van de krachtigste rassen -zijn, is geene machtspreuk van ons. Michelet, de beroemde Michelet -heeft dat gezegd. - -Maar het is toch gelukkig voor de menschheid, dat de natuur bij gebreke -van Hercules, de Calpe-rots van de Abyla-rots gescheiden heeft, om -zoodoende de Straat van Gibraltar te vormen. - -Men moet zelfs, in weerwil van de beweringen van zoovele aardkundigen, -aannemen, dat die zeeëngte steeds bestaan heeft. Zonder haar zou geen -Middellandsche zee bestaan kunnen. Dat klinkt vreemd, maar het is toch -zoo; want de verdamping ontvoert aan die zee driemalen meer water, dan -de rivieren aan dat bekken toevoeren, al heeten die rivieren ook: de -Ebro, de Rhône, de Tiber de Po, de Donau, de Dnester, de Don en de -Nijl. Zoodat, zoo die stroom, die uit den Atlantischen Oceaan door de -Straat van Gibraltar naar binnen zet, en haar als het ware van een meer -tot eene zee verheft, ooit gestuit ware geweest, dan zou de -Middellandsche zee reeds sedert eeuwen niets anders geweest zijn dan -eene Doode Zee in tegenstelling van wat zij nu is, namelijk: eene -Levende Zee. - -In een van de diepste en meest onbekende schuilhoeken van dat -uitgestrekte binnenlandsche zoutwater-meer, had graaf Mathias -Sandorf—of beter dokter Antekirrt, welks naam hij voeren moest totdat -ter gewilder uur, zijne zaak afgeloopen zou zijn—eene schuilplaats -gezocht, om er de voordeelen van zijn gewaanden dood te genieten. - -Op den aardbol bestaan eigenlijk twee Middellandsche zeeën. De eene in -de Oude, de andere in de Nieuwe Wereld. - -De Amerikaansche Middellandsche zee, dat is de golf van Mexico, beslaat -eene oppervlakte van niet minder dan vier en een half millioen -vierkante kilometers. - -Heeft de Latijnsche of beter de Europeesche Middellandsche zee slechts -eene oppervlakte van twee millioen acht honderd vijf en negentig -duizend vierkante kilometers, dat wil zeggen iets meer dan de helft van -de andere, zoo biedt zij toch meer verscheidenheid aan in haren -algemeenen omtrek. Zij is rijker in bekkens, in scherp begrensde -baaien, in goed gekenmerkte hydrographische onderverdeelingen, die op -hunne beurt den naam van zeeën, golven en baaien verdienden en -verkregen. Men denke slechts aan de Tyrrheensche zee, ten westen van -Italië, en door dit land en de eilanden Sicilië, Corsica en Sardinië -als een kom omgeven; aan de Aegaeïsche zee of den Griekschen Archipel, -tusschen Klein-Azië en Griekenland gelegen; aan de Cretenzer zee, aan -de Libysche zee, de eerste ten noorden en de tweede ten zuiden van het -eiland Candia te vinden; aan de zee van Marmara tusschen Turkije en -Klein-Azië, aan de Zwarte zee, tusschen Turkije, Oost Rumelië, -Bulgarije, Rumanië, Rusland, Armenië en Anatolië; aan de zee van Azof, -in het land der Donsche kozakken; aan de Jonische zee, die de eilanden -Corfu, Zante, Cephalonië, Itaka, en zooveel anderen omspoelt; aan de -Eolische zee, die de Liparische eilanden-groep omgeeft; aan de -Adriatische zee, die tusschen Italië, Griekenland, Turkije en -Oostenrijk diep het land indringt; aan de Leeuwengolf of golf du Lion, -die in Frankrijk, in de Provence haar bevalligen bocht vormt; aan de -golf van Genua, die de beide Liguriën binnendringt; aan de golf van -Gabes, eene Tunische baai, die weldra, wij hopen het althans, de -voorbaai van eene uitgestrekte Afrikaansche binnenzee zal worden, aan -de beide Syrten, die in Tripoli en het Cyrenaïcaland indringen. - -Dit geheim onderdeel van die zee, waarvan sommige oevers nog zoo weinig -bekend zijn, had dokter Antekirrt uitgekozen om er ongestoord te leven. -Er bevonden zich in dat groote bekken eilanden bij honderden, eilandjes -bij duizenden. Te vergeefsch zou men de kapen, de voorgebergten, de -uitstekende punten, de kreeken en de inhammen er van willen tellen. Hoe -vele volkeren, zoo verschillend van ras, van zeden, van staatkundigen -toestand, verdringen zich niet op hare uitgestrekte kuststrook, waarop -de geschiedenis der menschheid reeds sedert meer dan twintig eeuwen -haren stempel zette? Gaan wij na, dan treffen wij er Franschen, -Italianen, Oostenrijkers, Spanjaarden, Ottomanen, Grieken, Slavoniërs, -Russen, Kozakken, Kaukasiërs, Kergiezen, Armeniërs, Anatoliërs, -Arabieren, Egyptenaren, Tripolitanen, Tunisiërs, Algerijnen, Marokkanen -en zelfs Engelschen te Gibraltar en op het eiland Cyprus aan. - -Drie uitgestrekte vastelanden omvatten die Middellandsche zee met hare -oevers, te weten: Europa, Azië en Afrika. - -Waar dan toch had graaf Sandorf—o, neen, dokter Antekirrt, de naam die -bij de Oosterlingen dierbaar was,—eene plek tot vestiging gezocht, waar -hij het programma van zijn nieuw leven tot ontwikkeling zou brengen? - -Dat zou Piet Bathory weldra vernemen. - -Nadat de jeugdige werktuigkundige een poos de oogen geopend had, was -hij in eene volslagen verdooving vervallen en was even gevoelloos, als -toen dokter Antekirrt hem voor dood in de woning in de Marinella-straat -te Ragusa achterliet. - -In dat oogenblik had de dokter een van die physiologische werkingen -teweeg gebracht, waarin de wil eene zoo groote rol speelt en welks -uitingen door niemand meer in twijfel getrokken worden. Hij was met -eene groote mate van wilskracht-uiting bedeeld, die hem een -onmetelijken invloed op zijn evenmensch verleende. Hij had zonder -behulp van het magnesiumlicht, zelfs zonder behulp van eenig ander -metallisch schitterend punt, niet anders dan door zijn doordringenden -blik bij den jeugdigen stervende een hypnothischen, of in goed -Nederlandsch gezegd, een magnetischen toestand doen ontstaan, waardoor -zijn eigen wil in de plaats van dien van den gewonde trad. - -Piet was door bloedverlies zeer verzwakt, en vertoonde, terwijl hij -ingeslapen was, geen schijn van leven meer. Toch was hij door de -wilskracht van den dokter wakker geworden. Maar het gold thans het -leven, hetwelk op het punt was te ontvlieden, te weerhouden. - -Dat was eene moeielijke taak, want zij vereischte nauwlettende zorgen, -en daarbij al de hulpmiddelen, welke de geneeskunst aanbiedt. De dokter -mocht zijn doel niet missen. - -„Hij zal leven!.... Ik wil dat hij leve!” herhaalde hij telkens bij -zich zelven. „O, waarom heb ik te Cattaro mijn eerstgevormd plan niet -uitgevoerd? Waarom heeft mij de aankomst van Sarcany te Ragusa belet, -hem aan die vervloekte stad te ontrukken?.... Maar ik zal hem -redden!.... In de toekomst moet Piet Bathory de rechterhand van Mathias -Sandorf zijn!” - -Inderdaad, sedert vijftien jaren had dokter Antekirrt slechts ééne -gedachte gekoesterd: straffen en beloonen. - -Wat hij zich zelven, maar nog meer zijnen makkers, Stephanus Bathory en -graaf Ladislas Zathmar verschuldigd was, had hij niet vergeten. Thans -was het uur gekomen om handelend op te treden, en daarom had hem de -Savarena naar Ragusa overgebracht. - -De dokter was in dat lange tijdsverloop lichamelijk zoodanig veranderd, -dat het onmogelijk was hem te herkennen. Zijne haren, die hij vroeger -kortborstelig geknipt gedragen had, waren thans sneeuwwit geworden en -zijne huidskleur vertoonde eene matte bleekheid. Hij was een dier -mannen van vijftig jaren, die de kracht der jeugd bewaard hebben, -hoewel bij hen de koelheid en kalmte van den meer rijper leeftijd niet -uitgebleven zijn. De dichte haarlokken, de levendige kleur van den -Venetiaansch rooden baard, die graaf Mathias Sandorf vroeger kenmerkte, -konden onmogelijk teruggevonden worden door hen, die in de -tegenwoordigheid van den strengen en koelbloedigen dokter Antekirrt -toegelaten werden. - -Maar door het noodlot beter gescherpt, beter gehard, was hij een van -die ijzeren gestellen gebleven, waarvan men zeggen kon, dat zij door -hunne nadering alleen de magneetnaald van streek brengen. - -Welnu! Hij zou van den zoon van professor Stephanus Bathory weten te -maken, wat hij van zichzelven gemaakt had. - -Daarenboven, reeds sedert langen tijd was dokter Antekirrt als eenige -spruit van die groote familie der Sandorfs overgebleven. De lezer zal -wel niet vergeten hebben, dat hij een kind, een kleine dochter had, die -na zijne inhechtenisneming aan de zorgen van de gade van Landeck, den -intendant van het kasteel Artenak, toevertrouwd was geworden. Dit -meisje, toen twee jaren oud, was de eenige erfgename van den graaf. -Haar zou, wanneer zij achttien jaren zoude bereikt hebben, de helft der -goederen van haren vader toevallen, welke daarvoor door de rechters, -die de verbeurdverklaring ter zelfder tijd als het doodvonnis -uitgesproken hadden, bij rechterlijk gewijsde afgezonderd waren. - -Men had den intendant als bestuurder van dat gedeelte van het domein in -Transylvanië, hetwelk onder sequester geplaatst was, gelaten. Zijne -vrouw en hij waren met het kind, waaraan zij hun leven wilden wijden, -op het kasteel Artenak gebleven. - -Maar er scheen een noodlot op de familie Sandorf, die nu nog maar door -dat zwakke wezentje vertegenwoordigd werd, te rusten. Eenige maanden na -de veroordeeling der Triëster samenzweerders en na de gebeurtenissen, -die er het gevolg van waren, verdween dat kind, zonder dat het mogelijk -was haar terug te vinden. Eens wandelde het meisje in den tuin, en.... -men raapte slechts haren hoed op langs den oever van een van de -veelvuldige waterstroompjes, welke, van de naburige voorgebergten af -gevloten, zich door het park baan braken. Het scheen dus ongelukkig -maar al te zeker, dat het kleine meisje medegesleept en in een van die -kolken verdwenen was, waarin de bergstroomen der Karpathen zich -storten. Zoo veel was zeker, dat geen enkel spoor van haar -teruggevonden werd. - -Rosena Landeck, de echtgenoote van den intendant, doodelijk getroffen -door die verdwijning, stierf weinige weken later. In weerwil daarvan -wilde het Oostenrijksche Gouvernement niets veranderen aan de -beschikkingen, door het vonnis vooropgesteld. Het sequester op dat -gedeelte van het domein, hetwelk voor de erfgename was bewaard, werd -gehandhaafd en de goederen van graaf Mathias Sandorf zouden eerst dan -door den Staat genaast worden, wanneer de erfgename, wier dood niet -wettelijk geconstateerd had kunnen worden, niet binnen den tijd, door -de wet gesteld, verscheen, om haar erfdeel op te eischen. - -Dat was de laatste slag, die de familie Sandorf trof. Zij was -uitgestorven door de verdwijning van de laatste afstammelinge van dat -edele en machtige ras. Daarna volbracht de tijd langzamerhand zijn werk -en die geheele gebeurtenis geraakte in het vergeetboek, zooals met alle -zaken geschiedde, die op de samenzwering betrekking hadden. - -Te Otrante, waar hij stipt onbekend leefde, vernam graaf Mathias -Sandorf den dood van zijn kind. Met dat kleine meisje verdween alles, -wat hem van de gravin Rena, die slechts zeer korten tijd zijne gade -geweest was, overgebleven was. Daarna verliet hij op zekeren dag -Otrante, onbekend zoo als hij er aangekomen was, en niemand zou hebben -kunnen zeggen, waarheen hij getogen was, om een nieuw leven te -beginnen. - -Vijftien jaren later, op het oogenblik dat graaf Mathias Sandorf weder -op het wereldtooneel verscheen, zou niemand kunnen vermoeden, dat hij -zich onder den naam van dokter Antekirrt verborg en dat hij die rol -speelde. - -Toen was het, dat graaf Mathias Sandorf zich geheel en al aan zijn werk -wijdde. Hij was thans alleen op de wereld en had eene taak te -volbrengen,—eene taak, die hij als heilig beschouwde. Verscheidene -jaren, na Otrante verlaten te hebben, was hij machtig geworden en had -hij die macht te danken aan een onmetelijk vermogen, hetwelk hij onder -omstandigheden verworven had, die weldra bekend zullen raken. Hij was -vergeten en gedekt door zijn aangenomen naam. Nu hervatte hij het spoor -van hen, die hij gezworen had te beloonen of te straffen. - -In zijne gedachte had hij Piet Bathory reeds deelgenoot gemaakt van die -rechts-, van die wraakoefening. Agenten werden door zijne zorgen in -verscheidene steden langs de oevers der Middellandsche zee aangesteld. -Deze werden uit eene ruime beurs betaald en waren verplicht het diepste -geheim omtrent hunne verrichtingen te bewaren. Zij hielden slechts -briefwisseling met den dokter, hetzij door middel van de snelle -werktuigen, die de lezer reeds kent, hetzij langs den overzeeschen -draad, die het eiland Antekirrta met de electrische kabels van Malta en -verder met geheel Europa verbond. - -Door de verschillende bemoeiingen en onderzoekingen van zijne agenten -nauwgezet na te gaan, slaagde de dokter er in het spoor weer te vinden -van allen, die middellijk of onmiddellijk in de samenzwering van graaf -Mathias Sandorf betrokken waren geweest. Hij kon hen dus van verre -gadeslaan, hunne daden bespieden en om zoo te zeggen, al hunne -schreden, vooral sedert de laatste vier of vijf jaren, volgen. - -Van Silas Toronthal wist hij, dat deze Triëst verlaten had om zich met -zijne echtgenoote en dochter te Ragusa in die woning in de -Stradona-laan te vestigen. - -Wat Sarcany betreft, diens spoor volgde hij door de voornaamste steden -van Europa, waar deze zijn vermogen verslond; later in Sicilië te -midden van de ooster provinciën, waar zijn makker Zirone en hij een -aanslag overpeinsden, waarmede zij hunne geldelijke middelen weer vlot -meenden te maken. - -Dokter Antekirrt vernam, dat Carpena Rovigno en zelfs Istrië verlaten -had, om het leven met nietsdoen in Italië of in Oostenrijk te gaan -slijten, zoolang als de eenige duizenden guldens duren zouden, die hij -tot betaling van zijn verraad ontvangen had. Dat kon evenwel niet lang -zijn. - -Verder zou hij Andreas Ferrato uit het bagno van Stein in Tyrol, waar -hij zijn edelmoedig gedrag jegens vluchtelingen van Pisino boette, -ontvoerd hebben, ware de dood niet tusschen beide getreden, om den -eerlijken visscher uit de galeien te verlossen. - -Wat de kinderen van Andreas Ferrato betrof, Maria en Luigi, die hadden -ook Rovigno verlaten, en kampten waarschijnlijk met de ellende van zulk -een verbroken leven; maar zij hadden zich zoo goed verborgen, dat het -dokter Antekirrt niet gelukt was, hen op het spoor te komen. - -Eindelijk had mevrouw Bathory zich met haren zoon Piet en met Borik, -den ouden bediende van graaf Ladislas Zathmar, in de Marinella-straat -te Ragusa gevestigd. Dokter Antekirrt had haar nimmer uit het oog -verloren, en de lezer weet, hoe hij haar eene aanzienlijke som gelds -had doen toekomen, die evenwel door de fiere en waardige vrouw niet -aangenomen was. - -Maar, zooals gezegd, het uur was gekomen, dat de dokter zijn -moeielijken veldtocht zou beginnen. - -Toen was het, dat hij, na zich verzekerd te hebben, dat hij na die -vijftien jaren afwezigheid niet herkend zoude worden, te Ragusa aan wal -stapte. En hij kwam er juist aan om Piet Bathory weer te vinden, die -hartstochtelijk verliefd was op de dochter van Silas Toronthal. - -En die liefde moest, het kostte wat het wilde, vernietigd worden. - -Zoo had dokter Antekirrt besloten. - -De lezer heeft niet vergeten, hopen wij, wat toen gebeurde: de -tusschenkomst van Sarcany in deze zaak, de gevolgen, die van -weerskanten daardoor teweeggebracht werden, hoe Piet Bathory in de -woning zijner moeder teruggebracht werd, en wat dokter Antekirrt -verrichtte op het oogenblik, toen de jonge man sterven zoude, hoe en -onder welke omstandigheden hij hem tot het leven terugriep en hoe hij -zich onder zijn waren naam van graaf Mathias Sandorf aan hem -openbaarde. - -Nu gold het om hem te genezen! Ook kwam het er op aan, hem alles mede -te deelen wat hij nog niet wist, dat wil zeggen: hoe een schandelijk -verraad èn Stephanus Bathory èn diens beide makkers in handen van de -Oostenrijksche Regeering geleverd had. Hem moesten de namen der -verraders onthuld worden; het gold eindelijk om hem aan die rol van -onverzoenbaren wreker te verbinden, welke de dokter meende op zich te -kunnen nemen buiten de menschelijke gerechtigheid om. Hij toch was een -slachtoffer geweest van diezelfde gerechtigheid. - -Maar vóór alles moest de genezing van Piet Bathory bereikt worden. Het -was aan deze genezing, dat dokter Antekirrt zijne geheele krachten zou -wijden. - -Gedurende de eerste acht dagen na zijne overbrenging naar het eiland, -verkeerde Piet werkelijk tusschen leven en dood. Niet alleen was zijne -wonde zeer bedenkelijk en gevaarlijk, maar wat erger was, de ziel van -den jeugdigen ingenieur was ziek, en zelfs zeer ziek. - -De herinnering aan Sava, die, zooals hij dacht, thans onherroepelijk -met Sarcany gehuwd was; de gedachte aan zijne moeder, die hem thans als -dood beweende; daarna die opstanding uit het doodenrijk van graaf -Mathias Sandorf, die onder den naam van dokter Antekirrt -herleefde,—Mathias Sandorf de innigste vriend zijns vaders,—dat alles -was wel geschikt om een brein, dat toch reeds zoo geteisterd was, in de -war te brengen. - -De dokter verliet Piet niet, noch gedurende den nacht, noch over dag. - -Hij hoorde hem in zijn ijlende koortsen den naam van Sava Toronthal -uitspreken en herhalen. Hij begreep hoe diep die liefde geworteld was -en welke pijniging het huwelijk daarstelde van de vrouw, welke hij zoo -innig beminde. Hij kwam er toe om zich af te vragen, of die liefde niet -aan alles het hoofd zoude bieden, zelfs daaraan dat Sava de dochter was -van den man, die zijn vader verkocht, overgeleverd en gedood had. - -Toch had dokter Antekirrt onwrikbaar besloten om hem ook dat mede te -deelen. - -Dat beschouwde hij als zijne plicht. - -Meer dan twintig malen meende men, dat Piet Bathory bezwijken zou. Hij -was dubbel getroffen: in zijn ziel en in zijn lichaam. Hij was reeds -zoo nabij den dood genaderd, dat hij graaf Mathias Sandorf, die aan het -hoofdeneind van zijn bed zat, niet meer herkende. - -Hij had zelfs helaas! de kracht niet meer, om den naam van Sava uit te -spreken! - -Toch behielden de goede zorgen van den dokter de overhand, en trad -eindelijk de reactie in. De jeugd behaalde de overwinning. Het lichaam -van den zieke zou spoediger dan de ziel genezen. - -De wond begon tot lidteekenvorming over te gaan en zich derhalve te -sluiten. Zijne longen hervatten hunne normale werkzaamheid, en op den -17den Juli had de dokter eindelijk de zekerheid verkregen, dat Piet -gered was. - -Dien dag herkende hem de jonge man. - -Met eene uiterst zwakke stem noemde hij hem bij zijn waren naam. - -„Graaf Mathias Sandorf!” zuchtte hij meer dan hij sprak. - -„Ja, voor u, mijn zoon, ben ik Mathias Sandorf!” antwoordde deze. „Maar -voor u alleen!” - -En daar hem Piet met den blik eene verklaring scheen te vragen, die hij -zoo ongeduldig moest verwachten: - -„Later,” zei de dokter, „later!” - -Piet’s herstel zou snel plaats hebben. Alle maatregelen waren daartoe -getroffen. Hij betrok op het eiland Antekirrta eene fraaie kamer, -welker ramen aan den noord- en westkant gelegen waren en derhalve vrije -toetreding aan de zoo gezonde zeebries gaven. In den tuin, die zich -voor zijn vertrek uitspreidde, schonken eenige snelvlietende beekjes -een eeuwig jong groen, terwijl de schaduw der loofkruinen van het hoog -opgaand geboomte er eene aangename frischheid aan verleende. - -De dokter had geen oogenblik verzuimd om den dierbaren zieke zijne -zorgen te wijden; hij was steeds om en bij hem gebleven. Maar sedert -zijn herstel verzekerd bleef, kon het geen verwondering baren, dat hij -zich een helper toegevoegd had, van wiens schranderheid, goedhartigheid -en volkomen toewijding hij de verzekering bij zich droeg. - -Die helper was Pescadospunt, die aan Piet Bathory evenals aan dokter -Antekirrt innig gehecht was. - -Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat hij en Kaap Matifou het -diepste geheim bewaard hadden, omtrent hetgeen op het kerkhof van -Ragusa voorgevallen was; ook niet, dat hen aanbevolen was, aan niemand -hoegenaamd te openbaren, dat de jonge ingenieur levend uit zijn graf -gehaald was. - -Pescadospunt was vrij innig ingewijd en werkzaam geweest in en bij al -die feiten, welke gedurende de laatste maanden voorgevallen waren. -Dientengevolge had hij een levendige belangstelling voor den zieke -opgevat. - -Die liefde van Piet Bathory voor Sava Toronthal—eene liefde, die zoo -wreed gedwarsboomd was geworden door Sarcany, een onbeschoften kerel, -die den kleinen acrobaat geheel te recht een geweldigen afkeer -inboezemde,—die ontmoeting van den begrafenisstoet met de -bruiloftsrijtuigen voor de woning in de Stradona-laan, die -lijkopgraving op het kerkhof van Ragusa ten uitvoer gebracht, dat alles -had dat zoo goedige wezen diep geroerd en dat te meer, daar hij zich -als mededeelgenoot gevoelde van de plannen van dokter Antekirrt, hoewel -hij ze nog niet ten volle begreep. - -Daarom aanvaardde Pescadospunt volijverig de taak van ziekenvader bij -Piet Bathory. Hij ontving terzelfder tijd de opdracht, om hem zooveel -mogelijk door zijn opgewekt en vroolijk humeur te verstrooien. Daarin -bleef hij niet in gebreke. Want hij beschouwde daarenboven Piet -Bathory, sedert de kermis te Gravosa, als een schuldeischer, dien hij -te avond of morgen op de een of andere wijze voldoen moest. - -Ziet, daarom was Pescadospunt bij den herstellende gezeten, steeds -bezig met diens gedachten te trachten af te leiden, door te kouten, -door te babbelen zelfs, en hem zoodoende geen tijd te geven te kunnen -nadenken. - -Het was onder die gegeven omstandigheden, dat hij op zekeren dag, -tengevolge van eene vraag op den man af, door Piet Bathory, er toe -gebracht werd, om hem te vertellen, hoe hij de kennis met dokter -Antekirrt aangeknoopt had. - -„Dat hadden wij aan de Trabocolo te danken, mijnheer Piet,” antwoordde -hij met een glimlach. - -„Aan de Trabocolo?” vroeg de jonge man natuurlijk zeer verwonderd. „Hoe -kan dat?” - -„Ja, zeker aan de Trabocolo! Die moet gij u toch nog herinneren,” -antwoordde Pescadospunt. - -„De Trabocolo?....” herhaalde Piet Bathory nadenkende. - -„Die van Kaap Matifou eenvoudig een held gemaakt heeft!.... Dat kan u -toch niet ontschoten zijn!” - -„O, ja, nu herinner ik mij”, antwoordde de jonge man. - -En inderdaad, onze Piet had die gebeurtenis, die de kermis van Gravosa -gekenmerkt had, nu ze zoo duidelijk herinnerd werd, niet vergeten. Ja, -het gevaar, dat het jacht van dokter Antekirrt geloopen had, stond hem -nu weer duidelijk voor oogen. Maar, wat hij niet wist, dat was dat die -gebeurtenis den dokter aanleiding had gegeven, om de beide kermishelden -voor te stellen, hun potsenmakersbaantje vaarwel te zeggen en in zijn -dienst aan boord van de Savarena over te gaan. - -„Ja, mijnheer Bathory,” vervolgde Pescadospunt, „zoo is het! En de -zelfopofferende daad van Kaap Matifou is voor ons een ware uitkomst en -eene zeer gelukkige uitkomst geweest.” - -„Zoo?” - -„Maar.... juist omdat wij jegens den dokter verplichtingen hebben mogen -wij die, welke wij jegens u hebben, niet vergeten!” - -„Jegens mij?” - -„Ja, jegens u, mijnheer Piet!” - -„Ik ben benieuwd....” - -„Herinnert gij u nog denzelfden dag, dat gij op het punt waart ons -eenig publiek te zijn....” - -„Uw eenig publiek?” vroeg Piet Bathory, die moeite deed zich te -herinneren, maar er niet in slaagde. - -„Gij gaaft ons twee gulden, die wij niet verdiend hadden....” vervolgde -Pescadospunt. - -„Niet verdiend?” was de verbaasde vraag van den jeugdigen -werktuigkundige. - -„Neen, daar het publiek verdween, hoewel het zijne plaats betaald had,” -was het antwoord daarop. - -En Pescadospunt herinnerde Piet Bathory thans, hoe hij, na zijne twee -gulden uitgegeven te hebben en op het punt zijnde om de Provençaalsche -kraam binnen te treden, eensklaps verdween. - -De jeugdige ingenieur was die omstandigheid glad vergeten. Hij -beantwoordde echter dat verhaal met een glimlach. Dat was een droevige -glimlach evenwel; want de jongman herinnerde zich toen, dat hij -destijds die kermisvreugde voor niets anders nagejaagd had, dan in de -hoop om Sava Toronthal weer te vinden. - -Hij sloot de oogen. Hij dacht na over al hetgeen hem sedert dien dag -wedervaren was. - -En terwijl het beeld van Sava voor hem verrees, van Sava, die, naar hij -meende, getrouwd was, schroefde een naamloos lijden zijn hart samen en -hij voelde een zucht in zijn hart opwellen, om hen te vervloeken, die -hem aan het graf ontrukt hadden. - -Pescadospunt zag wel in, dat die kermis van Gravosa bij Piet Bathory -droevige herinneringen opwekte. Hij drong daar dus niet verder op aan, -ja, hij bewaarde zelfs het stilzwijgen, terwijl hij in zich zelven -prevelde: - -„Een halve lepel vroolijke stemming, iedere vijf minuten door mijn -zieke in te nemen! Jawel! jawel, dat is het voorschrift van den -dokter.... Maar drommels, dat is niet gemakkelijk op te volgen!” - -Zoo zat hij na te denken, totdat Piet eenigen tijd later de oogen -opende en hem vroeg: - -„Dus, Pescadospunt, vóór dat gebeurde met de Trabocolo op de -sleephelling te Gravosa, kendet gij dokter Antekirrt niet?” - -„Neen, mijnheer Piet.” - -„Volstrekt niet?” vroeg Piet met den meesten nadruk. - -„Wij hadden hem toen nooit gezien,” antwoordde Pescadospunt, „en wij -hadden zelfs zijn naam nimmer hooren noemen.” - -„En....” - -„En wat?” vroeg Pescadospunt. - -„Hebt gij hem sedert nimmer verlaten?” vroeg de jeugdige -werktuigkundige met aandrang. - -„Neen, nooit!” - -„Nooit? Bedenk u wel,” vroeg Piet Bathory. - -„Dat is te zeggen, ja, eenige keeren, dat hij mij met zendingen -belastte,” antwoordde Pescadospunt. - -„En in welk land zijn wij hier? Dat zou ik zeer gaarne weten.” - -„In welk land?” - -„Ja, in welk land? Zoudt gij mij dat kunnen zeggen, vriend -Pescadospunt?” - -„Ik heb eenige reden te gelooven....” - -„Wat?” - -„Dat wij op een eiland zijn, mijnheer Piet,” antwoordde Pescadospunt -glimlachende. - -„Waaruit leidt gij dat af?” - -„Wij zijn geheel en al door de zee omringd.” - -„De zee.... Maar welke zee? Bedenk toch, er bestaan zoovele zeeën op -Gods lieve aarde.” - -„Ik denk de Middellandsche zee.” - -„De Middellandsche zee! Maar.... in welk gedeelte van de Middellandsche -zee?” - -„Ja.... ziet u.... Dat is ’t hem juist.... Zijn wij in het zuiden, zijn -wij in het noorden, zijn wij in het westen, of zijn wij in het oosten?” -antwoordde Pescadospunt. „Ik moet bekennen, ik weet het niet.” - -„Niet,” vroeg Piet Bathory mismoedig, terwijl hij zijn hoofd achter -tegen zijn leuningstoel liet rusten. - -„Neen, ik weet het niet, mijnheer Piet; maar alles wel beschouwd, wat -kan het ons schelen?” - -De zieke glimlachte droefgeestig. - -„Wat zeker is,” ging Pescadospunt voort, „dat is, dat wij de gasten van -dokter Antekirrt zijn, die ons goed voedt, ons goed kleedt, ons goede -bedden verstrekt, ongerekend nog....” - -„Wat?” - -„De zoo kiesche behandeling, die wij ondervinden,” vulde Pescadospunt -aan. - -„Maar weet gij ten minste, hoe dit eiland heet?” vroeg Piet. - -„Hoe dit eiland heet?” - -„Ja, dit eiland, waarvan gij de ligging niet kent.” - -„Ja, dat weet ik zeer goed.” - -„Welnu?” - -„Het heet Antekirrta!” riep Pescadospunt zegevierend. - -„Antekirrta?.... Antekirrta?” - -Piet Bathory keek hem aan met een verwijtingsvollen blik. Te vergeefs -zocht hij zijn geheugen, of hij zich een eiland kon herinneren, dat -dien naam droeg. - -Pescadospunt gevoelde zich niets op zijn gemak onder dien blik. - -„Ja, mijnheer Piet,” stamelde hij koddig. „Ja, het eiland Antekirrta! -Onder nul lengte en onder nog minder breedte, in de volle -Middellandsche zee! Aan dit adres zou mijn oom mij schrijven, als ik -een oom bezeten had. Maar de hemel heeft mij, helaas! dat genoegen -onthouden! Maar alles wel beschouwd, is er toch niets verwonderlijks -in, dat dit eiland Antekirrta heet, daar het dokter Antekirrt -toebehoort. Of nu de dokter zijn naam aan het eiland ontleend heeft, of -wel dat het eiland naar hem genoemd is, ziet, dat zou ik, al ware ik -secretaris-generaal of penningmeester van het Aardrijkskundig -Genootschap van Parijs of van Amsterdam, niet kunnen uitmaken!” - -Men ziet het, onze Pescadospunt had zich nog niet ontdaan van zijne -kwinkslagen en van zijne aanbevelende kermistaal. Zijne woordenrijkheid -en vindingrijkheid hielpen hem evenwel, om den zieke, zooveel hem maar -mogelijk was, verstrooiing aan te brengen. - -Piet’s herstel van gezondheid nam intusschen geregeld toe. Geene -verschijnselen, die gevreesd konden worden, deden zich voor. Met een -meer krachtige voeding, die evenwel voorzichtig en doelmatig verstrekt -werd, kwamen ook de krachten van den zieke met den dag zichtbaar terug. -De dokter bezocht hem dikwijls en koutte dan met hem over alles, -behalve over datgene, wat hem toch het meeste belang moest inboezemen. -En toch wilde Piet geene vertrouwelijke mededeelingen uitlokken, en -wachtte geduldig totdat het den dokter geraden zou voorkomen, ze -ongevraagd te doen. - -Pescadospunt had steeds de brokstukken van gesprekken, die hij met zijn -zieke gehouden had, getrouw aan den dokter medegedeeld. Blijkbaar hield -de geheimzinnigheid, waaronder graaf Mathias Sandorf niet alleen zijne -identiteit verborg, maar zelfs het eiland waar hij zijn woonoord -opgeslagen had, het brein van Piet Bathory bezig. Niet minder blijkbaar -dacht hij steeds aan Sava Toronthal, die thans zoover verwijderd van -hem was, veel verder dan eenig punt van den aardbol, daar iedere -gemeenschap tusschen het eiland Antekirrta en het Europeesche vasteland -verbroken scheen. Maar het oogenblik naderde, waarop hij krachtig -genoeg zou wezen om alles te vernemen. - -Ja! Alles te kunnen vernemen! Die gedachte spookte hem voortdurend door -het brein. - -En dien dag zou de dokter, als de heelmeester met het snijmes in de -hand, ongevoelig zijn voor de kreten van smart van den patiënt. - -Verscheidene dagen vloden zoo voorbij. - -De wond van den jongen man was geheel genezen. Reeds kon hij opstaan en -bij het venster zijner kamer plaats nemen. Eene weldadige zonneschijn, -zoo eigen aan de streken der Middellandsche zee, kwam hem toen -streelen, terwijl eene leven wekkende zeebries zijne longen vulde, die -te zamen hem gezondheid en kracht aanbrachten. Als zijns ondanks -gevoelde hij zich herboren worden. Hij klemde zich als het ware het -leven, dat hij toch zoo geminacht had. En inderdaad, het waren de -verschijnselen van terugkeerende geestkracht, die zich onmiskenbaar -voordeden. - -Toen vestigden zich zijn oogen als onafwendbaar op dien onmetelijken -onbegrensden gezichteinder, waarachter hij met den blik had willen -wroeten; maar tevens ook in zijn binnenste dat waarlijk wel degelijk -krank was. Die uitgestrekte oppervlakte van water rondom het onbekende -eiland scheen hem steeds verlaten en eenzaam toe. Ter nauwernood werden -eenige kustvaartuigen, chebekken of tartanen, polacers of speronaren -daar ginds in volle zee ontwaard; evenwel zonder dat zij ooit een zweem -vertoonden van het eiland te willen aandoen. Nooit verscheen er een -handelsvaartuig van groot charter; nooit eene van die pakketbooten, die -het Europeesche Middellandsche meer in alle richtingen doorkruisen. - -Men had waarlijk kunnen gelooven, dat het eiland Antekirrta aan de -uiterste grenzen van de bekende wereld gelegen was. - -Op den 24sten Juli deelde dokter Antekirrt aan Piet Bathory mede, dat -hij den volgenden dag in de namiddaguren kon uitgaan en bood zich aan, -hem bij die eerste wandeling te begeleiden. - -„Dokter....” antwoordde Piet met eenige aarzeling in zijne stem. - -„Wat is er, mijn vriend?” - -„Dokter, als gij mij de kracht toekent, om naar buiten te gaan, dan -moet ik ook de kracht bezitten, om u te kunnen aanhooren!” - -„Mij aanhooren, Piet?” - -„Ja, dokter.” - -„Wat wilt ge zeggen?” - -„Wat ik zeggen wil! O, dat is eenvoudig. Gij zijt met mijn geheel -verleden bekend en van het uwe weet ik niets.” - -„Neen, niets!” antwoordde de dokter als een echo. - -Maar terwijl hij die woorden, die hem als onwillekeurig ontvielen, -uitsprak, bekeek dokter Antekirrt den jongeling aandachtig. Nu evenwel -niet meer als vriend, maar wel als geneesheer, als arts, om te -beslissen, of hij het scherpsnijdend mes, dan wel het snerkend brandend -vuur in het levend vleesch van den zieke zou zetten. Na een poos in -gedachten verzonken te zijn geweest, zette hij zich bij hem neer: - -„Gij wilt mijn verleden kennen, Piet?” vroeg hij. - -„Ja,” knikte de jongman. - -„Luister dan! Luister aandachtig; gij zult het heden vernemen,” sprak -dokter Antekirrt. - - - - - - - - -VI. - -HET VERLEDEN EN HET TEGENWOORDIGE. - - -Dokter Antekirrt verhaalde alsnu de geschiedenis van graaf Mathias -Sandorf en vervolgde, toen hij medegedeeld had, hoe deze zich in de -wateren der Adriatische zee gestort had, als volgt: - -„Te midden of beter in weerwil van den kogelregen, die mij bij de -laatste losbranding der politie-agenten om de ooren vloog, gelukte het -mij toch heelhuids te ontkomen. De nacht was uitermate donker, zoodat -door mij niets te zien was. De stroom zette van de kust naar buiten, en -al had ik het ook gewild, dan zou ik niet meer naar den vasten wal -hebben kunnen terugkeeren. Maar, zooals te begrijpen valt, dat wilde ik -niet. Neen, ik wilde liever in de onmetelijke zee verzinken, dan weer -gevangen genomen te worden, dan weer teruggebracht te worden naar dien -engen vestingtoren van Pisino, om daar doodgeschoten te worden. Wanneer -ik bezweek, welnu.... dan was alles gedaan, dan was alles uit! - -„Daarenboven, als ik er in slaagde, om mij te redden, dan kon ik voor -dood doorgaan. Niets zou mij dan in den weg staan, om de vergeldende -rechtspleging uit te oefenen, die ik aan graaf Ladislas Zathmar en aan -Stephanus Bathory, uwen vader, gezworen had ten uitvoer te leggen, en -die ik ook volbrengen zal!” - -Die laatste woorden werden met eene niet weer te geven zeggingskracht -geuit. - -„Een rechtspleging?” vroeg Piet Bathory, wien oog schitterde bij het -ontwaren van dat nieuwe en onverwachte gezichtspunt, hetwelk door dit -woord voor hem geopend werd. - -„Ja, Piet, eene rechtspleging!” bevestigde dokter Antekirrt met hoogst -ernstige stem. - -„En welke, heer dokter, als ik u vragen mag?” hernam de jongman met -niet minder ernst in stem en gebaar. - -„O, gij zult haar kennen; want om er u aan te verbinden, heb ik u aan -den dood ontrukt, heb ik u op het kerkhof te Ragusa opgegraven. Voor de -wereld zijt ge dood, evenals ik; maar evenals ik zijt gij levend! En -dat zullen de verraders ondervinden!” - -Bij die woorden voelde zich Piet Bathory als het ware vijftien jaren -teruggevoerd, tot op het oogenblik dat zijn vader op het binnenplein -van de vesting te Pisino, door de moorddadige kogels doorboord, dood -ter nederviel. - -„Vóór mij”, ging dokter Antekirrt voort, „strekte zich de onmetelijke -zee tot bij het Italiaansche kustland uit. Hoe uitstekend zwemmer ik -ook was, zoo kon ik toch de hoop niet koesteren, dien plas te kunnen -oversteken, wanneer ik aan eigen kracht overgelaten bleef. Zoodat kwam -mij de Voorzienigheid niet te hulp, hetzij door mij het een of ander -wrakhout te laten ontmoeten, hetzij dat ik door een vreemd schip -opgenomen werd, dan zou het mijn lot zijn, om ellendig te verdrinken. -Dat kwam mij ontwijfelbaar voor. Maar wanneer men het offer van zijn -leven gebracht heeft, wanneer men van alles afstand gedaan heeft en -iedere nevenoverweging verdwijnt, dan is men wel sterk om dat leven te -verdedigen, wanneer die verdediging althans mogelijk is. - -„Eerst had ik herhaaldelijk onder de watervlakte gedoken, om aan de -laatste geweerschoten, die nog knalden, te ontkomen. Later, toen ik -zeker was, dat ik niet meer bemerkt kon worden, en ik berekenen kon, -buiten het bereik van het geweervuur te zijn, kwam ik weer boven en -zwom regelrecht naar volle zee toe. Mijne kleederen hinderden mij -weinig, daar zij van zeer lichte stof vervaardigd waren en zeer nauw om -het lichaam sloten. - -„Het moest toen zoo omstreeks half tien in den avond zijn. Volgens -mijne gissing zwom ik gedurende meer dan een uur in de -tegenovergestelde richting van de kust en verwijderde mij zoodoende van -de havenplaats Rovigno, welker laatste lichten ik langzamerhand zag -verdwijnen. - -„Waar zwom ik zoo heen? Ik wist het niet. - -„En welke hoop bezielde mij? Helaas! Piet, ik had er geene; maar ik -voelde in mijn binnenste eene kracht tot het bieden van weerstand, een -taaie vasthoudendheid, eene bovenmenschelijke wilskracht, die mij -steunde, en mij in staat stelde vol te houden. Het was mijn leven niet -meer alleen, wat ik wilde redden; neen, ik wilde behouden blijven, om -mijn werk, mijn levensdoel na te jagen, te voltooien. En waarlijk, -wanneer ik in dit benarde oogenblik plotseling een visschersvaartuig -ontmoet had, zou ik ondergedoken hebben, om het te mijden, want hoeveel -verraders kon ik nog op dat Oostenrijksche kustland aantreffen, die -gereed zouden zijn mij over te leveren voor een sommetje gelds? Hoeveel -Carpena’s zou ik er ontmoeten, tegenover slechts één eerlijken Andreas -Ferrato. - -„Dat gebeurde zelfs nog vóór dat het eerste uur voorbij was. Een -scheepje verscheen in het schemerdonker bijna eensklaps voor mijne -oogen. Het kwam uit volle zee en zeilde scherp bij den wind om de kust -te bereiken. Daar ik reeds vermoeid begon te geraken, had ik mij op den -rug gewenteld, om eenigermate te rusten. Maar als instinctmatig keerde -ik mij om, gereed tot duiken. Een vischschuit, die naar een der -hoofdplaatsen van Istrië zeilde, kon niet anders dan mij verdacht -voorkomen! Ik mocht niets meer in de waagschaal stellen! Ik mocht dat -gevaar niet loopen! - -„Ik werd bijna oogenblikkelijk dienaangaande ingelicht. - -„Een der matrozen riep in het Dalmatische taal-eigen zijnen makker toe, -om over den anderen boeg te wenden. Ik dook dadelijk en het vaartuig -ging boven mijn hoofd over stag, voordat de opvarenden tijd hadden -gehad mij te ontwaren. - -„Toen ik het stikken nabij was, kwam ik weer boven in de vrije lucht om -adem te scheppen, en vervolgde ik mijn zwemtocht in westelijke -richting, nadat ik mij overtuigd had, dat het scheepje in het -nachtelijk duister verdwenen was. - -„De bries verzwakte bij het intreden van den nacht, en de deininggolven -vielen met den wind. Ik voelde mij nog slechts opgeheven door die lange -grondzeeën, die mij al verder en verder van het land meesleepten. - -„Onder die omstandigheden, dat wil zeggen, terwijl ik beurtelings zwom -en rustte, verwijderde ik mij nog gedurende een uur van de kust. Ik zag -niets anders dan het te bereiken doel en had geene gedachte voor den af -te leggen weg. Het gold vijftig mijlen om de Adriatische zee over te -steken! Ja, die wilde ik overzwemmen! Ja, ik zou ze oversteken! Mijn -besluit stond onwrikbaar vast! - -„O, Piet men moet zulke beproevingen doorstaan hebben, om tot de -ervaring te geraken, wat een mensch kan, waartoe hij bekwaam is, welke -uitkomsten van de zedelijke krachten verkregen kunnen worden, wanneer -zij met de lichamelijke krachten hand aan hand gaan en tot één doel -samenwerken! O, dan is het menschelijke werktuig onovertroffen! - -„Zoo ondersteunde ik mij ook gedurende het tweede uur. - -„Dat gedeelte van de Adriatische zee was geheel eenzaam, men kon zeggen -onbevolkt. De laatste watervogels hadden haar verlaten om hunne holen -aan de oevers te gaan opzoeken. Geen enkele zweefde meer over mijn -hoofd heen, behalve eenige meeuwtjes, die scherpe kreten uitstieten, -terwijl zij paarsgewijze over de oppervlakte van de blauwe zee -scheerden en soms daarop neerstreken, om zich op de loome golfjes te -laten wiegelen. - -„Hoewel ik niets van de vermoeidheid wilde gevoelen, begonnen mijne -armen en beenen zwaar te worden. Reeds strekten zich mijne vingeren -krampachtig van elkander uit, en het kostte mij moeite om de handen -gesloten te houden, hetgeen bij het zwemmen zoo noodzakelijk is. Mijn -hoofd woog loodzwaar, alsof een kogel aan mijne schouders bevestigd -ware geweest. Ik begon moeielijkheid te ondervinden om het boven water -te houden. - -„Eene soort van hallucinatie, van zinsbegoocheling overviel mij toen. -De geregelde gang der denkbeelden begon mij te begeven, en tot eene -gezette opeenvolging van gedachten kon ik mijn brein niet meer dwingen. -Vreemde samenkoppelingen van meeningen vormden zich in mijne geschokte -hersenen. Ik voelde dat ik niet anders dan zeer onvolmaakt een geluid -zou kunnen hooren, het welk in mijne nabijheid zou waargenomen kunnen -worden, of een licht zou kunnen zien, dat in mijne nabijheid ontstoken -zoude worden. - -„En het was juist zoo iets, dat mij wedervoer. - -„Het kon ongeveer middernacht geweest zijn, toen een dof en verwijderd -gerommel zich in oostelijke richting liet vernemen. Het was voor mij -onmogelijk den aard van dat gerommel te onderscheiden. - -„Een lichtstraal drong door mijne oogleden heen, die zich mijns ondanks -gesloten hadden. Ik poogde mijn hoofd op te beuren en slaagde daarin -slechts door mij half te laten onderdompelen. Toen keek ik.... - -„Ik vertel u al die bijzonderheden, Piet, opdat gij ze weten zoudt en -opdat gij door haar mij in mijn karakter zoudt leeren kennen.” - -„Van uw karakter is mij niets onbekend, dokter. Niets!” antwoordde de -jongman. - -„Niets?” vroeg dokter Antekirrt. - -„Denkt gij dan, dat mijne moeder mij niet op de hoogte gebracht heeft, -wie en wat graaf Mathias Sandorf was?” - -„Dat zij Mathias Sandorf gekend heeft, dat kan, Piet....” - -„Zeker, heeft zij dien gekend!” fluisterde de jongman schier ademloos -van spanning. - -„Maar dat zij dokter Antekirrt zoude kennen? Neen, dat niet. Dat kan -niet, niet waar?” - -Piet Bathory luisterde ten hoogste ingespannen. - -„En het is juist die man, dien ge moet leeren kennen,” ging de dokter -voort. „Luister dus goed.” - -De jeugdige ingenieur knikte. Hij was geheel gehoor. Zijn geheel -uiterlijk kenmerkte dat. - -„Het gerommel, dat ik gehoord had, werd veroorzaakt door een groot -schip, dat van den oostkant kwam en naar de Italiaansche kust stevende. -De lichtstraal, die tot mij doorgedrongen was, kwam van zijn wit licht, -hetwelk in den fokkemast bengelde. Dat was het onbedriegbare teeken, -dat het een stoomvaartuig was. Wat zijne positie-lichten betrof, die -onderscheidde ik weldra daarna, het roode aan bakboord en het groene -aan stuurboord. En daar ik die twee seinlichten tegelijkertijd -ontwaarde, wist ik dat het vaartuig recht op mij afkwam. - -„Het daaropvolgende oogenblik zou voor mij beslissend zijn. Inderdaad, -alle kansen bestonden, dat dit stoomschip een Oostenrijks vaartuig was, -daar het van den kant van Triëst kwam. Een toevlucht daar aan boord te -verzoeken, zou gelijkstaan met mij zelven weer in de handen der -maréchaussées van Rovigno te stellen! Ik was vast besloten zoo iets -niet te doen, hoewel ik gereed was, alles te beproeven om het eerste -het beste redmiddel aan te grijpen. - -„Dat stoomschip was een snelvarend vaartuig. Het vergrootte al meer en -meer voor mijn oog, terwijl het naderde. Het vergrootte buitengewoon. - -„Eindelijk kon ik de zee voor den boeg in eene witte schuimkuif zien -omkrullen. Binnen twee minuten zou die boeg de plaats snijden, waar ik -mij bevond, waar ik bewegingloos lag te drijven. - -„Ik twijfelde er geen oogenblik aan, dat het een Oostenrijksche stoomer -was. Maar het was toch niet onmogelijk, dat zijne bestemming Brindisi -of Otranto was. En waren die havenplaatsen zijn einddoel niet, dan kon -hij haar toch aandoen. Dat was zelfs zeer waarschijnlijk. - -„Als dat zoo was, dan moest hij er binnen de vier en twintig uren -aankomen. - -„Mijn besluit was dan ook ras genomen: Ik zou blijven drijven en -wachten. Dat was het best, wat mij te doen overbleef. - -„Ik was er zeker van, dat ik te midden van de dikke duisternis niet -opgemerkt zou worden. Ik zorgde, dat ik in de richting bleef, welke die -groote massa volgde, welker vaart toen vrij gematigd was en die -ternauwernood door de lichte deining der kalme zee geschommeld werd. - -„Eindelijk was de stoomer in mijne onmiddellijke nabijheid. Zijn boeg -beheerschte de zee twintig voet boven mij. Ik werd in de waterkrul, die -hij voor zich uitstiet, met geweld opgenomen; maar ik ontving geen -schok. De lange romp gleed langs mij heen en ik stiet mij krachtig met -beide handen af. Dat duurde hoogstens een paar seconden. Toen ik daarna -de vormen van het achterschip zag verschijnen, klemde ik mij, op gevaar -af, door de schroefbladen te pletter geslagen te worden, aan het roer -vast. - -„Gelukkig was het stoomschip zeer zwaar geladen, zoodat de schroef zeer -diep wentelde en de oppervlakte van het water niet bereikte. Want ware -dat het geval geweest, dan zou ik aan de draaikolken, die daar gevormd -werden, niet hebben kunnen ontkomen; ook zou ik het steunpunt, waaraan -ik mij vasthield, niet omklemd hebben kunnen houden, en had ik moeten -loslaten. - -„Maar, evenals bij alle stoomvaartuigen, hingen twee ijzeren kettingen -aan het achterschip en sloten aan de roerwanden aan. Ik greep een van -die kettingen en tilde mij tot de ijzeren kram omhoog waarin zij -vastgeklonken waren. Ik kon nu boven water zitten en richtte mij zoo -goed en zoo kwaad bij den achtersteven in, als maar mogelijk was. - -„Betrekkelijk was ik hier in veiligheid! - -„Drie uren later brak de dag eindelijk aan. Ik berekende toen, dat ik -nog gedurende meer dan vier en twintig uren in dien toestand zou moeten -doorbrengen, namelijk wanneer de stoomboot Brindisi of Otranto zou -aandoen. Waar ik het meeste door zou lijden, dat was door dorst en -honger. - -„Maar het voornaamste was, dat ik niet van het dek van de boot ontwaard -werd; ook niet van uit de sloepen, die rechts en links van het -achterschip in de davits hingen. Het is waar, dat ik door eenige -tegenliggende schepen kon gezien worden en dat die seinen konden -wisselen; maar gelukkig ontmoetten wij gedurende dien dag zeer weinig -schepen, en die wij ontmoetten, voeren ons op zoo’n grooten afstand -voorbij, dat niemand bespeuren kon, dat een man zich aan de -roerkettingen van het stoomschip vastgeklemd hield. - -„Eene brandend heete zon veroorloofde mij weldra mijne kleederen, die -ik daartoe uittrok, te drogen. - -„De drie honderd gulden van Andreas Ferrato bevonden zich steeds in -mijn gordel. Zij moesten mij onderhoud en veiligheid verschaffen, -zoodra ik aan wal zoude zijn. Daar, daar zou ik niets meer te vreezen -hebben. - -„Op vreemden bodem waren voor graaf Mathias Sandorf, de Oostenrijksche -agenten en spionnen geen schrikbeelden meer. Daar zou ik het hoofd -rechtop kunnen voeren. Daar zou ik niet meer als een rampzalige -ellendeling moeten rondsluipen om het veege leven te redden. - -„Maar het was mij niet genoeg voor het oogenblik, dat ik dat leven -gered had; ik wilde ook dat men aan mijnen dood geloofde.... - -„Niemand mocht vernemen, dat de laatste vluchteling uit den -vestingtoren van Pisino, dat graaf Mathias Sandorf op Italiaanschen -bodem voet aan wal gezet had. Ik had daar gegronde redenen voor, zooals -gij weldra vernemen zult. - -„Wat ik zoo innig verlangde, wat ik zoo innig hoopte, gebeurde gelukkig -ook. - -„De dag ging zonder buitengewone voorvallen voorbij. De nacht viel -eindelijk in. Ongeveer tegen tien uren in den avond flikkerde een licht -met regelmatige tusschenpoozen in het zuidwesten. Ik herkende dat -licht, want ik was meer in deze streken geweest. Dat was de vuurtoren -van Brindisi. - -„Twee uren later was de stoomboot in het door boeien afgebakende -vaarwater, hetwelk naar de haven geleidt. - -„Maar toen, vóórdat de loods aan boord gekomen was, en wij den wal op -ongeveer twee mijlen genaderd waren, bond ik mijn kleederen in een -pakje, dat ik op mijn hoofd en aan mijn hals bevestigde, liet de -kettingen van het roer los en gleed zonder gerucht te maken in het -water, hoewel het stoomschip nog in volle beweging was. - -„Het hevige geplons van de schroef bedwelmde mij een oogenblik, ik werd -ook in de kolken, welke zij met woest geweld vormde, voor een poos -meêgesleurd; maar eene minuut later reeds—want ik repte mij en zwom -krachtig voort—had ik de stoomboot uit het gezicht verloren en hoorde -ik nog maar het oorverscheurend gegil harer stoomfluit, waarmede zij -hare aankomst in de havenplaats aankondigde. - -„Een half uur later zette ik bij zeer kalme zee op een vlak en dor -strand, waarop geen branding stond, voet aan wal, gelukkig zonder dat -iemand mij gezien had. Ik zocht eene schuilplaats tusschen de rotsen, -die het strand bedekten, kleedde mij daar aan en zocht, terwijl de -uitputting door de uitgestane vermoeienissen de bovenhand boven den -honger behield, eene rustplaats te midden van droog zeewier, waarmede -de tusschenruimten der rotsen gevuld waren, en sliep weldra op dat bed -in. - -„Bij het aanbreken van den dag wandelde ik Brindisi binnen en zocht -daar een der meest bescheidene hôtels van de stad op, alwaar ik besloot -de verdere gebeurtenissen af te wachten, alvorens het plan van geheel -mijn toekomstig leven vast te stellen. Ik was nu in veilige haven en -had derhalve volstrekt geen haast. - -„Twee dagen later, Piet, vernam ik door middel van de dagbladen, welke -rampzalige ontknooping de Triëster samenzwering gehad had. Ik las dat -nasporingen in het werk gesteld waren, om het lijk van graaf Mathias -Sandorf te vinden; maar dat die te vergeefs geweest waren. In echten -reporterstijl werden daar vele bijzonderheden medegedeeld, die mij -deden glimlachen. - -„Maar ik werd voor dood gehouden, dat was het voornaamste, even zoo -goed dood, alsof ik met mijn makker, graaf Ladislas Zathmar en uwen -vader, Stephanus Bathory, onder de doodelijke schoten op het -binnenplein van den vestingtoren te Pisino gevallen was! - -„Ik, dood!.... Dood!” - -„Waarachtig niet, Piet.... en velen zullen wel ondervinden, dat ik nog -levend ben!” - -Piet Bathory had met alle gretigheid, met de meeste opmerkzaamheid naar -dat verhaal van den dokter geluisterd. Hij was onder den indruk -daarvan, alsof hem dat alles, wat gebeurd was, in de diepte van een -graf medegedeeld was geworden. - -Ja, het was graaf Mathias Sandorf die zoo tot hem sprak. Daaraan viel -niet te twijfelen. - -Tegenover Piet, tegenover den zoon van Stephanus Bathory, tegenover dat -levende evenbeeld van zijn vader, had graaf Mathias Sandorf zijne -gewone koelheid langzamerhand verloren. - -Hij had thans den jongen man geheel en al toegang tot zijne ziel -verleend en vertoonde haar in zijne tegenwoordigheid, zooals zij -werkelijk was, na ze zoo lange jaren voor anderen gesluierd gehouden te -hebben! - -Maar hij had nog niets gerept omtrent datgene, wat Piet toch zoo -verlangend was te vernemen, niets omtrent hetgeen de arme jongeling van -zijne medewerking verwachtte! - -Wat de dokter zoo even verhaald had van zijn stoutmoedigen overtocht -over de Adriatische zee, was tot in de geringste bijzonderheden waar. -Zoo was hij heelhuids te Brindisi aangekomen, terwijl graaf Mathias -Sandorf volgens ieders opvatting dood was en dood bleef. - -Maar het kwam er nu op aan, om Brindisi zonder dralen te verlaten. Die -haven daar, aan het uiteinde van Italië als het ware, kon slechts eene -pleisterplaats genoemd worden. De reizigers komen daar, hetzij om zich -in te schepen naar de Levant, of naar Indië; hetzij om, vandaar -komende, te ontschepen en verder te reizen naar Europa. Het plaatsje -kan in gewone omstandigheden verlaten genoemd worden, behalve gedurende -een of twee dagen, wanneer de pakketbooten, voornamelijk die van de -„Peninsular and Oriental Company” er aankomen. En die verlatenheid zou -voldoende zijn, om den vluchteling te doen herkennen, en hoewel het -waar was, zooals hierboven reeds verhaald werd, dat hij niet meer voor -zijn leven te vreezen had, zoo was het hem toch boven alles waard, dat -hij dood gewaand werd. - -Dit alles bedacht graaf Mathias Sandorf daags na zijne aankomst te -Brindisi, terwijl hij aan den voet van het terras wandelde, die door de -Cleopatra-zuil beheerscht werd, juist ter plaatse waar de Apische weg -begint. - -Het plan van zijn volgend leven was reeds vastgesteld. Hij zou naar het -Oosten gaan, om daar een vermogen te garen en met dat vermogen eene -groote macht te verwerven. Maar het kwam niet raadzaam voor, zich op -een der pakketbooten in te schepen, die de geregelde vaart langs -Klein-Azië verrichten en die gewoonlijk opgepropt waren met passagiers -van de meest uiteenloopende nationaliteiten. Hij moest een ander en -meer geheim vervoermiddel opsporen, en dat kon hij te Brindisi niet -vinden. Hij vertrok dan ook denzelfden avond per spoortrein naar -Otranto. - -Binnen anderhalf uur tijds had hij die stad, welke bijna aan het -uiteinde van den hiel van de Italiaansche laars bij het kanaal, hetwelk -den smallen toegang tot de Adriatische zee vormt, gelegen is, bereikt. -Daar in die verlaten havenplaats kon graaf Mathias Sandorf prijs -bepalen voor den overtocht met den schipper van een klein vaartuig, dat -zeilree naar Smyrna lag, en eene lading Albaneesche paarden moest -vervoeren, die te Otranto geen koopers gevonden hadden. - -Den volgenden morgen stak het vaartuig in zee en zag de dokter den -vuurtoren van Punta di Luca, aan het uiterste puntje van Italië -gelegen, aan den gezichteinder verdwijnen, terwijl aan den -tegenovergestelden kant de Acroceraunische bergen in de nevelen weg -vloden. Weinige dagen later werd, na een overtocht zonder -wederwaardigheden, kaap Matapan, de zuidelijkste punt van Griekenland, -voorbij gestevend en waren de reizigers spoedig daarna te Smyrna op -hunne bestemmingsplaats aangekomen. - -Dokter Antekirrt had Piet dit gedeelte van zijn verhaal zoo beknopt en -zoo vluchtig mogelijk medegedeeld, alsook hoe hij door middel der -dagbladen den plotselingen dood van zijn dochtertje vernam, waardoor -hij nu eenzaam en verlaten in de wereld achterbleef! - -„Ik was dan eindelijk,” zoo ging hij met zijn verhaal voort, „op dien -bodem van Klein-Azië aangekomen, waar ik zoovele jaren geheel onbekend -zoude leven. Ik zou aan de studiën in de geneeskunde, in de scheikunde, -in de natuurlijke wetenschappen, aan welker bron ik mij in de scholen -en in de universiteiten in Hongarije gelaafd had, aan die studiën, die -door uwen vader met zooveel toewijding en zoo roemrijk onderwezen -werden, thans vragen om mijn bestaan te waarborgen. - -„Ik was gelukkig genoeg om te slagen en dat wel veel spoediger dan ik -aanvankelijk had durven hopen. Ik vestigde mij eerst te Smyrna, waar ik -mij in den tijd van zeven of acht jaren een groote beroemdheid als -geneesheer verwierf. Eenige onverwachte genezingen brachten mij in -aanraking met de rijkste personen uit die streken, waar de geneeskunde -eigenlijk nog in het tijdperk der kindsheid verkeert. Ik besloot toen -die stad te verlaten. Ik wilde, evenals de professoren van weleer, de -menschen genezen, terwijl ik tevens de kunst van genezen zou -onderwijzen. Ik wilde terzelfder tijd de onbekende geneeswijze der -taleb’s van Klein-Azië en der pandit’s van Indië bestudeeren. Ik -doorreisde al die provinciën, en vertoefde op de eene plaats eenige -weken, elders eenige maanden, terwijl mijne hulp ingeroepen werd te -Karahissar, te Bender, Adana, Haleb, Tripoli en Damas, waarbij ik -steeds voorafgegaan werd door eene vermaardheid, die onophoudelijk -aangroeide en waardoor mijn vermogen met die vermaardheid vermeerderde. - -„Maar, dat was voor mij niet genoeg, Piet. Neen, waarachtig niet! Dat -gevoelde ik wel! - -„Ik moest een onbegrensde macht erlangen, eene macht zooals slechts een -der rijkste rajah’s van Indië zou ten deel gevallen zijn, wanneer de -wetenschap zich aan zijne onmetelijke rijkdommen gepaard zou hebben. - -„De gelegenheid daartoe bood zich eindelijk aan! Ik zou verkrijgen, wat -ik wenschte. - -„Te Homs, in Noordelijk Syrië, bevond zich een man, die aan eene -langzame ziekte wegkwijnende was. Geen enkel geneesheer had de -geaardheid van zijn lijden kunnen onderscheiden. Daaruit werd -natuurlijk de onmogelijkheid geboren, om eene doelmatige behandeling te -kunnen voorschrijven en volgen. Die man, Taz-Rhât geheeten, had -indertijd hooge betrekkingen in het Ottomanische rijk bekleed. Hij was -toen nog slechts vijf-en-veertig jaar oud en betreurde te meer het -leven, dewijl een onmetelijk fortuin hem de middelen aan de hand deed, -zich alle denkbare genietingen te verschaffen en alle genoegens na te -jagen. - -„Taz-Rhât had over mij hooren spreken; want mijne beroemdheid was op -dat tijdstip reeds groot. Hij liet mij verzoeken hem te Homs te komen -zien en ik voldeed volgaarne aan die uitnoodiging, die mij geen -windeieren zou leggen. - -„Dokter,” zei hij, „mijn halve vermogen hoort u toe, wanneer gij mij -het leven zult redden!” - -„Behoud dat halve vermogen,” antwoordde ik. „Ik zal u behandelen en -verplegen en, zoo God het wil, zal ik u genezen.” - -„Ik bestudeerde nauwkeurig dien zieke, die door alle geneesheeren -opgegeven was. Allen hadden uitspraak gedaan, dat hij nog maar weinige -maanden te leven had. Maar ik was gelukkig genoeg eene stellige -diagnose te kunnen maken. Ik bleef gedurende drie weken bij Taz-Rhât, -om de uitwerking gade te slaan van de behandeling, die ik op hem -toepaste. - -„Om kort te gaan, zijne genezing was geslaagd. Hij herstelde geheel en -al, en kon weer in de maatschappij verkeeren. - -„Toen hij mij verlangde te betalen, wilde ik niet meer ontvangen, dan -hetgeen mij voorkwam, mij redelijkerwijze toe te komen. Daarna verliet -ik Homs en Syrië. - -„Drie jaren later verloor Taz-Rhât door een ongeluk bij eene -jachtpartij het leven. Hij liet geene bloedverwanten, geene -onmiddellijke nakomelingen na, en bij laatste wilsbeschikking had hij -mij tot universeel erfgenaam gemaakt van al zijne goederen, welker -waarde op niet minder dan vijftig millioen gulden geschat kon worden. -Dat was een aardige som, niet waar, Piet? - -„Het was toen ongeveer dertien jaren geleden, dat de vluchteling uit -den kerkertoren van Pisino eene schuilplaats had komen zoeken in die -verwijderde provinciën van Klein-Azië. De naam van dokter Antekirrt was -toen al eenigermate legendarisch geworden en was ook in geheel Europa -beroemd. Ik had dus het resultaat bereikt, wat ik voorshands beoogd -had. Maar mij bleef nog over het groote doel na te jagen, hetwelk de -eenige beweegreden van mijn geheele bestaan was. - -„Ik besloot toen naar de Europeesche gewesten terug te keeren, of mij -ten minste op het uiterste uiteinde van dat werelddeel op het eene of -andere punt van de Middellandsche zee te vestigen. Ik bezocht de -Afrikaansche kuststreken en kocht—tusschen twee haakjes gezegd: zeer -duur—een belangrijk vruchtbaar en rijk eiland, dat feitelijk in de -behoeften van eene kleine volksplanting kan voorzien. Dat eiland noemde -ik Antekirrta. En het is hier, Piet, dat ik souverein, volstrekt baas, -koning zonder onderdanen ben, maar een personeel bezit, dat vol -toewijding voor mij is, dat mij met lichaam en ziel toegedaan is. Hier -heb ik verdedigingsmiddelen, die volmaakt en voor mijne tegenstanders -verschrikkelijk zullen wezen, wanneer zij voltooid zullen zijn. Hier -heb ik gemeenschapsmiddelen, die mij met de verschillende punten van -den omtrek der Middellandsche zee in verbinding brengen. Hier heb ik -eene vloot van eene zoodanige beweegkracht en snelheid, dat ik zonder -overdrijving kan zeggen, dat ik die zee tot mijn domein, tot mijn -onderdaan, tot mijn nederige slaaf gemaakt heb. - -„Waar is het eiland Antekirrta gelegen?” vroeg Piet Bathory uiterst -nieuwsgierig. - -„In de nabijheid van de groote Syrtische zee, welker beruchtheid sedert -de vroegste tijdrekening afschuwelijk is geweest; aan het uiteinde van -die zee, die door de heerschende noordenwinden zoo gevaarlijk wordt -gemaakt, zelfs voor vaartuigen van nieuweren scheepsbouw. Het is -gelegen achter in den zeeboezem van Sidra, die de Afrikaansche kust -insnijdt tusschen het Tripolitaansche rijk en de Cyrenaïsche -regentschappen.” - -Daar inderdaad is het eiland Antekirrta ten noorden van de Syrtische -eilandengroep te vinden. - -Vele jaren vroeger had de dokter de kusten van Cyrenaïca doorreisd, had -Souza, de oude havenplaats van dat land bezocht, alsook het rijk -Barcah, zoowel als de kuststeden, die later het oude Ptolomaïs -Bereniec, Adrianopolis, in één woord dat oude Pentapolis, hetgeen vijf -steden beteekent, uitmaakten, en vroeger nu eens Grieksch dan -Macedonisch, later Romeinsch, Perzisch, Saraceensch enz. waren, evenwel -nu Arabisch zijn en onder het Pachalik van Tripoli ressorteeren. De -wisselvalligheden van zijne reis, want hij ging zoowat overal en waar -men zijne hulp noodig had en inriep, voerden hem tot te midden van die -talrijke eilandengroepen, waarmede de Lybische kust bezaaid is, te -weten Paros en Anthirodos, de Plinthinische tweelingen, Enesipta, de -Tyndarenische rotsen, Pyrgos, Platea, de Hyphlische en de Pontische -eilanden, de Witte en de Syrtische eilanden. - -Daar in die baai van Sidara, op dertig mijlen ten zuidwesten van het -vilayet van Ben Chazi, het meest nabijgelegen punt der Afrikaansche -kust, trok dat eiland Antekirrta meer in het bijzonder zijne aandacht. - -Men noemde het zoo, omdat het voor de andere Syrtische of Kryrtische -eilanden gelegen is. - -Van dien dag af koesterde de dokter het voornemen, dat eiland den een -of anderen dag te koopen, en als eene voorloopige in bezitneming, nam -hij den naam van Antekirrt aan, die weldra wereldberoemd en overal in -alle streken van het oude halfrond vernomen werd. - -Twee wichtige redenen hadden hem na eenig bedenken tot die keuze -geleid. Ziehier: - -Vooreerst was Antekirrta uitgestrekt genoeg—het had een omtrek van -achttien mijlen—om het personeel, dat hij noodig zou heb ben en dat hij -bij elkander hoopte te brengen, te onderhouden. Het was verheven genoeg -om tegen watervloeden beveiligd te zijn, daar een kegelberg, die -achthonderd voeten hoog was, het geheele eiland beheerschte en -veroorloofde een wakend oog op de baai tot aan de Cyrenaïsche kust te -houden. Dan was het voldoende vruchtbaar, daar het door vele riviertjes -besproeid en een voldoende dikke laag teelaarde bezat. Het leverde -verschillende producten op, genoegzaam om in het onderhoud van -ettelijke duizenden inwoners te voorzien. Vervolgens was het eiland in -die zee gelegen, die schrikwekkend was door hare stormen, welke reeds -in voorhistorische tijden noodlottig voor de Argonauten waren, en -waarvan Horatius, Virgilius, Propertius, Seneca, Valerius, Flaccus, -Lucanus en nog andere schrijvers uit de oudheid, die meer -aardrijkskundigen dan dichters waren, als: Polybius, Salustius, -Strabon, Mela, Plinius en Procopus, de schrikkelijke gevaren schetsen -in hunne gezangen, gedichten of beschrijvingen van die Syrtische -eilanden, welker naam de „wegslepende” beteekende. - -Zoo was inderdaad het domein, hetwelk dokter Antekirrt in allen deele -beviel. Hij kocht het dan ook in vollen eigendom voor eene -aanmerkelijke som, zonder eenige feodale of andere verplichting van -welken aard ook te aanvaarden. De acte van afstand werd zonder eenig -bezwaar door den Sultan geratificeerd, waardoor de nieuwe bezitter van -Antekirrta souverein werd, meer souverein dan menig constitutioneel -vorstje in Europa. - -De dokter had op het tijdstip van dit verhaal reeds sedert drie jaren -dat eiland betrokken. Ongeveer drie honderd Arabische of Europeesche -familiën waren door zijne aanbiedingen en door de verzekering van een -gelukkig leven te zullen leiden, gelokt geworden. Deze vormden eene -kleine kolonie, die ongeveer twee duizend zielen telde. Dat waren geen -slaven, zelfs geen onderdanen, maar lotgenooten, die voor hun -opperhoofd vol toewijding waren, en zoowel aan hem als aan het plekje -gronds, hetwelk voor hen als een nieuw vaderland geworden was, -uitermate gehecht waren. - -Langzamerhand werd er eene geregelde administratie ingevoerd, en eene -militie gevormd, om de verdediging van het eiland op zich te nemen. Er -werden verder onder de notabelen magistraten gekozen, die maar zelden -geroepen werden om hunne autoriteit te doen gelden. - -Daarna werden door den dokter kundige mannen naar de voornaamste en -beste scheepstimmerwerven van Engeland, Frankrijk, Amerika of Nederland -gezonden, alwaar volgens zijne eigene inzichten eene -bewonderenswaardige vloot gebouwd werd, bestaande uit stoombooten, -stoomjachten, schooners, goeletten of „Electrieks”, die bestemd waren -om snelle tochten in het bekken der Middellandsche zee uit te voeren. - -Terzelfder tijd werden versterkingen op het eiland Antekirrta -opgeworpen; maar die waren nog niet voltooid, hoewel de dokter de -uitvoering er van, zooveel hem maar mogelijk was, verhaastte. Hij -meende daartoe ernstige redenen te hebben. - -Had dokter Antekirrt dan eenigen vijand in die streken van de baai -Sidra te vreezen? Ja zeker. Eene angstverwekkende sekte, eigenlijk eene -vereeniging van zeeschuimers, had niet zonder een gevoel van haat en -nijd, een vreemdeling die volksplanting in de nabijheid der Lybische -kustlanden zien stichten. - -Die sekte was de Muselmansche Broederschap van Sidi Mohamed Benn -Ali-Es-Senoûsi. In dat jaar (1300 der Hegyra) was zij dreigender dan -ooit en reeds telde hare aardrijkskundige uitbreiding meer dan drie -millioen volgelingen. Hare zaouiyas, hare villayets, die als -middelpunten van arbeidzaamheid verspreid, in Egypte, in het -Ottomanische rijk, zoowel in Europa als in Azië, in Algerië, in het -land van Baele en Touboe, in oostelijk Nigritië, in Tunis, in Marokko, -in de onafhankelijke landen van de Sahara, tot aan de grenzen van -westelijk Nigritië toe beschouwd konden worden, bestonden in veel -grooter aantal in Tripolis en in de Cyrenaïsche streken. Van daar -ontstond een voortdurend gevaar voor de Europeesche etablissementen in -Noord Afrika, voor dat bewonderenswaardige Algerië, hetwelk bestemd is -om het rijkste land der aarde te worden, ook voor het eiland -Antekirrta, zooals wel te denken valt. - -Alle middelen bijeen te brengen tot beveiliging en verdediging, was dus -niet alleen als voorzichtigheidsmaatregel aan te bevelen, maar ook den -dokter door de onverbiddelijke noodzakelijkheid geboden. - -Ziedaar, wat Piet Bathory gedurende dat onderhoud, hetwelk hem nog -omtrent zoo onnoemelijk veel anders zou inlichten, wat hij zelfs niet -gissen kon, vernam. - -Het was dus naar het eiland Antekirrta, waar hij heen gevoerd was. Dat -eiland was in het binnenste der Syrtische zee gelegen, als het ware in -een der meest verborgen van de oude wereld op eenige honderd mijlen van -Ragusa verwijderd, waar hij twee wezens achtergelaten had, die hij -nimmer vergat en welker herinnering hem overal vervolgde, waar hij ook -ging, namelijk: zijne moeder en Sava Toronthal. - -De dokter voltooide vervolgens zijne mededeelingen, door de -bijzonderheden betreffende het tweede gedeelte van zijn bestaan te -verhalen, Piet Bathory luisterde natuurlijk aandachtig toe. - -Terwijl dokter Antekirrt aldus zijne maatregelen trof, om de veiligheid -van zijn eiland te verzekeren; terwijl hij zich onledig hield met de -rijkdommen van zijn bodem te voorschijn te doen treden, om hem -langzamerhand voor de stoffelijke en zedelijke behoefte van zijne -kleine volksplanting dienstbaar te doen zijn, werd hij voortdurend op -de hoogte gehouden omtrent hetgeen zijne vroegere vrienden, welker -spoor hij nimmer uit het oog verloren had, wedervoer. Daaronder -behoorden in de eerste plaats mevrouw Bathory, haar zoon en Borik, die -Triëst verlaten hadden, om zich te Ragusa te vestigen. - -Zoo vernam Piet Bathory, waarom de goelet Savarena te Gravosa -aangekomen was, onder omstandigheden die zoo zeer de algemeene -nieuwsgierigheid gaande gemaakt hadden; waarom de dokter toen een -bezoek aan mevrouw Bathory gebracht had, zonder dat haar zoon ooit het -hoe en waarom had kunnen te weten komen dat het geld, hetwelk ter harer -beschikking gesteld was, door de wakkere vrouw geweigerd werd; ook -vernam hij hoe de dokter gelukkig bijtijds gekomen was om Piet aan het -graf op het kerkhof te Ragusa te ontrukken, waarin hij trouwens slechts -in een magnetischen slaap gedompeld lag. - -„Gij mijn zoon,” zoo vervolgde dokter Antekirrt, „ja, gij, die het -hoofd verloren hebbende, voor een zelfmoord niet teruggedeinsd -zijt!....” - -Op dat woord: zelfmoord richtte Piet Bathory zich met een gevoel van -verontwaardiging overeind. Hij was waarlijk buiten zich zelven van -toorn. Zijne oogen schoten vuurstralen. - -„Een zelfmoord!” riep hij uit, terwijl zijn gelaat zich smartelijk -verwrong. „Een zelfmoord!” - -„Ja, Piet, een zelfmoord!” hernam dokter Antekirrt met volle -overtuiging. „Waarom ziet gij zoo ontsteld?” - -„Hebt gij dan kunnen gelooven, dat....” - -De jongeling kon niet voortgaan. - -„Wat?.... Waarom aarzelt gij?” vroeg dokter Antekirrt met aandrang. -„Spreek dan toch!” - -„Dat ik mij zelven zoude verwond hebben? Zeg? Hebt gij dat waarlijk -geloofd?” - -„Piet.... in een oogenblik van wanhoop!....” - -„Wat zegt ge?” - -„In een oogenblik van wanhoop, Piet, dan is alles mogelijk!” - -„Van wanhoop?.... Ja, wanhopig was ik.... Ik meende dat ik door -iedereen verlaten was....” - -„Door iedereen, Piet?” - -„Ja, door iedereen, zelfs door u!” - -„Door mij!” kreet dokter Antekirrt ontzet. „Door mij?....” - -„Ja, door u, door den vriend mijns vaders; verlaten, nadat gij mij -beloften gedaan hadt, die ik niet gevraagd had, die ik niet had durven -hopen! Verlaten door een ieder!” - -„Piet! Piet!” - -„Ja, wanhopig was ik, en waarlijk ik ben het nog!” - -„Nog?.... O noodlot!” - -„Ja nog!.... Maar God heeft den wanhopige niet geboden om te -sterven!.... Hij heeft hem integendeel geboden om te leven.... ten -einde zich te wreken!” - -„Wreken?” - -„Ja, wreken!” zei Piet Bathory woest en hartstochtelijk, terwijl hij -den dokter somber aankeek. - -„Neen, Piet! Wreken niet.... straffen wel,” hernam de dokter op -zachtaardigen toon. - -De jongeling glimlachte met zonderlingen blik. Hij scheen het -onderscheid daarvan niet te vatten. - -„Maar Piet, als gij het dan niet gedaan hebt, wie heeft u dan toch -gewond?” vroeg de dokter. - -„Een man, dien ik haat!” antwoordde de jeugdige ingenieur, in de -grootste opgewondenheid. - -„Dien gij haat?” - -„Een man, dien ik dien avond bij toeval, op een eenzamen weg ontmoette -in de nabijheid van den walmuur van Ragusa!” - -„Maar wie dan toch? Wie dan toch?” - -„Misschien heeft die man gedacht,” ging Piet Bathory opgewonden voort, -„dat ik mij op hem wilde werpen, dat ik hem wilde uitdagen!.... Toen is -hij mij voorgekomen en heeft toegestooten!...” - -„Maar spreek, wie dan toch? Wie is die man?” herhaalde dokter Antekirrt -met aandrang. - -„Wie die man is? Wel, dat is Sarcany! Dat is....” - -Piet kon niet eindigen. Bij de gedachte aan den ellendeling, dien hij -thans moest gelooven de gelukkige echtgenoot van Sava te zijn, verwarde -zich zijn brein en was hij verplicht de oogen te sluiten. Hij had een -gevoel alsof het leven hem ontvlood, alsof zijne wond zich weer opende. -Bleek en ademloos lag hij daar, het sterven nabij! - -In weinige oogenblikken had hem de dokter evenwel zijne zorgen gewijd -en weer bij kennis gebracht. Hij bekeek hem medelijdend: - -„Sarcany!.... Sarcany!” prevelde hij. - -Het zou niet overbodig geweest zijn, dat Piet eenige rust genoot, na -den schok, dien hij doorstaan had. Dat wilde hij evenwel niet; daartoe -was hij te ongedurig, te overspannen. - -„Neen,” zei hij, toen de dokter aandrong. „Neen, ik kan, ik wil niet -rusten! Althans nu niet!” - -„Toch zou rust weldadig voor u zijn.” - -„Neen, neen, neen! Gij zeidet bij het begin van ons onderhoud: Eerst de -geschiedenis van dokter Antekirrt. Die hebt gij mij medegedeeld van het -oogenblik af dat graaf Mathias Sandorf in de wateren der Middellandsche -zee sprong en hij te midden der kogels, die rondom hem aansloegen en -plasten, onder de oppervlakte verdween.” - -„Ja, Piet.” - -„Er blijft u nog over te vertellen, wat mij nog omtrent graaf Mathias -Sandorf onbekend is.” - -„Omtrent graaf Mathias Sandorf?” - -„Ja.” - -„Zult gij de kracht hebben mij ten einde toe aan te hooren?” vroeg -dokter Antekirrt met bezorgdheid. - -„Spreek! En wees geheel onbezorgd. De kracht zal mij niet in den steek -laten,” sprak Piet. - -„Het zij zoo!” antwoordde de dokter. - -„Ik luister.” - -„Het is ook beter, dat er een einde komt aan die geheimen, die gij toch -het recht hebt te vernemen. Luister, ik zal u alles, wat het verleden -schrikkelijks heeft, ontvouwen. Piet, gij hebt geloofd dat ik u aan uw -lot overgelaten had?....” - -De jongeling glimlachte bitter, maar antwoordde op die vraag niet. -Onderzoekend keek hij den spreker aan. - -„U verlaten had” ging de dokter voort, „omdat ik van Gravosa vertrokken -was?”.... - -De jongman knikte. - -„Hoor mij aan Piet! Dan zult ge met kennis van zaken kunnen oordeelen! -Maar hoor aandachtig. - -„Gij weet, Piet, dat daags vóor de voltrekking van het vonnis, mijne -makkers en ik eene poging aangewend hebben om uit de vesting van Pisino -te ontvluchten. Graaf Ladislas Zathmar werd evenwel helaas! door de -gevangenbewaarders gegrepen, juist toen hij op het punt stond zich bij -ons aan den voet van den vestingtoren te voegen. Helaas! dat mocht niet -gebeuren. - -„Uw vader en ik, medegesleept door den Buco-bergstroom, waren reeds -buiten het bereik onzer beulen. - -„Na op wonderdadige wijze aan de kolken en maalstroomen van de Foïba -ontsnapt te zijn, en nadat wij voet aan wal op een der oevers van het -Léma-kanaal gezet hadden, werden wij door een ellendeling bespeurd, die -geen oogenblik geaarzeld heeft om onze hoofden, waarop het -Oostenrijksche gouvernement een hoogen prijs gesteld had, te verkoopen. -Wij werden bij een visscher van Rovigno ontdekt, juist op het oogenblik -toen hij ons naar de overzijde van de Adriatische zee wilde voeren. Uw -vader werd gevangen genomen en naar de vesting van Pisino teruggevoerd. -Ik was gelukkiger en slaagde er in te ontsnappen. - -„Ziedaar wat ge weet, Piet Bathory. Luister nu goed naar hetgeen gij -niet weet. - -„Vóór de verklikking van dien Spanjaard, Carpena genaamd, eene -verklikking die den armen visscher Andreas Ferrato de vrijheid en -weinige maanden later het leven kostte—hadden twee mannen het geheim -der samenzweerders van Triëst verraden, ja schandelijk verraden!” - -„Hunne namen?....” riep Piet Bathory uit. - -„Hunne namen?” - -„Ja, hoe heeten zij?” vroeg de jonge man ongeduldig en onstuimig. - -„Vraag mij eerst hoe hun verraad aan het licht kwam,” antwoordde dokter -Antekirrt. - -„Juist, laat hooren, dokter.” - -Deze verhaalde toen vluchtig wat er in de cel van den gevangentoren van -Pisino voorgevallen was, en deelde mede hoe een verschijnsel op het -gebied der gehoorleer hem de namen der twee verraders had leeren -kennen. - -„Hunne namen, dokter!” riep Piet Bathory nogmaals uit. - -„Hunne namen?” vroeg Antekirrt andermaal, maar ditmaal met iets -weemoedigs in zijne stem. Waarlijk hij aarzelde. - -„O, gij zult thans niet weigeren die te noemen! Niet waar, graaf -Sandorf?” - -„Ja, ik zal ze noemen!” - -„Welnu, wie zijn ze?” - -„De een is die schrijver, die als spion in het huis van graaf Ladislas -Zathmar binnengedrongen is!” - -„Die spion? Maar hoe heet hij?” vroeg Piet Bathory. - -„Hoe die man heet? Maar gij kent hem; hij is het, die u heeft willen -vermoorden! Het is Sarcany!” - -„Sarcany!” riep Piet uit, die eensklaps krachten genoeg vond, om op den -dokter toe te treden. „Sarcany! Die ellendeling?” - -„Ja, Piet, Sarcany!” - -„En gij wist dat? Hoe is dat mogelijk? Zeg mij toch, graaf Sandorf!” - -„Ik wist het!” - -„Gij wist het? Gij, de makker van Stephanus Bathory! Gij, die aan zijn -zoon bescherming beloofdet! Gij, wien ik het geheim mijner liefde -bekend heb! Gij, die deze liefde aangemoedigd hebt! Gij hebt dien -laaghartige, dien eerlooze toegang laten verkrijgen in het huis van -Silas Toronthal! Gij hebt die misdaad toegelaten!.... Ja, die misdaad, -waardoor dat ongelukkige jonge meisje aan dien Sarcany overgeleverd -is!” - -„Ja, Piet, dat alles heb ik gedaan!” sprak dokter Antekirrt met eene -vreeselijke woestheid in zijne stem. - -„En waarom?” - -„Omdat dat jonge meisje uwe echtgenoote niet kon worden! Ziedaar de -reden!” - -„Zij! Zij niet?” - -„Neen, vooral zij niet!” - -„O, waarom? Zeg, waarom?” - -„Omdat wanneer Piet Bathory juffrouw Sava Toronthal gehuwd had, dat -eene nog afzichtelijker misdaad zou geweest zijn dan het gepleegde -verraad. Hoort ge?” - -„Maar waarom?.... Waarom toch?” kreet Piet, die ten toppunt van -zenuwachtige overspanning verkeerde. - -„Omdat Sarcany een medeplichtige had!....” sprak graaf Sandorf somber -en schier sissend. - -„Een medeplichtige?....” - -„Ja een medeplichtige bij dat schandelijke verraad, dat uwen vader aan -den dood overleverde!” - -„En die medeplichtige? Wie is hij? O, ik smeek u, heb medelijden met -mij! Noem mij zijn naam.” - -„Die medeplichtige?.... Ja, het is noodzakelijk, dat gij hem eindelijk -leert kennen!....” - -„Dat is de Triëster bankier, Silas Toronthal!” - -Piet had het gehoord, en had het begrepen!.... Hij slaakte geen kreet; -hij sprak geen woord. Het was alsof eene ijzeren vuist hem de keel -dichtkneep. Een zenuwachtige lach trok zijne lippen te zamen en -misvormde zijn gelaat. Hij zou tegen den grond geslagen zijn,—want -zoodanig had de afschuw zijne spieren verlamd en verstijfd,—wanneer -dokter Antekirrt hem niet in zijne armen opgevangen had. Hij staroogde -en het was alsof zijn blik in ondoordringbare duisternissen boorde. - -Die toestand duurde slechts kort, slechts weinige seconden, toch lang -genoeg om dokter Antekirrt tijd te gunnen, zich met schrik af te vragen -of de patiënt niet bezwijken zou na de schrikkelijke operatie, welke -hij hem had laten ondergaan. - -Maar Piet Bathory bezat een krachtig gestel. Hij slaagde er in om al de -oproerige bewegingen zijner ziel te beheerschen. Eenige tranen -ontsnapten eindelijk aan zijne branderige oogleden.... Daarna liet hij -zich in zijn leuningstoel neervallen en liet zijne hand in die van den -dokter rusten. - -„Piet,” zei deze met eene teedere, maar hoogst angstige stem, „Piet, -voor de geheele wereld zijn wij beiden dood. Ik ben thans geheel alleen -op aarde; ik heb geen vriend, ik heb geen kind meer!... Zeg, wilt ge -mijn zoon zijn?” - -„Ja!.... vader....” antwoordde Piet Bathory snikkend. „Ja, zeker wil ik -uw zoon zijn!” - -En inderdaad het was wel een soort vaderlijk gevoel van den eenen, -gepaard aan een zeker kinderlijk gevoel van den anderen, hetwelk die -twee mannen in elkanders armen deed vallen. - - - - - - - - -VII. - -WAT ER INMIDDELS TE RAGUSA GEBEURDE. - - -Terwijl die gebeurtenissen op het eiland Antekirrta voorvielen, was -Ragusa het tooneel van andere voorvallen. - -Ziehier wat er gebeurde. - -Mevrouw Bathory was toen reeds niet meer in de stad. Zij had haar -verlaten. - -Na den dood van haren zoon was Borik, geholpen door een paar vrienden, -er in geslaagd, haar dat huis in de Marinella-straat te doen ontruimen. -Gedurende den eersten tijd had men gemeend, dat het brein van de -ongelukkige moeder dien laatsten schok niet zou kunnen weerstaan. En -werkelijk, hoe geestkrachtvol die bewonderenswaardige vrouw zich ook -betoonde en betoond had, zoo deden zich toch eenige teekenen van -geestesstoornis voor, die den geneesheer en nog al bezorgdheid -inboezemden. Onder die omstandigheden en op aanraden en aandringen van -de mannen der wetenschap, werd mevrouw Bathory ten huize van een vriend -van hare familie in het kleine dorp Vinticello genaamd, opgenomen. Dat -dorpje was op eenigen afstand van Ragusa gelegen. - -Daar zouden haar de goede zorgen en eene doelmatige verpleging waarlijk -niet ontbreken. - -Maar welken troost zou men die arme moeder, die rampzalige echtgenoote, -die zoo herhaaldelijk in hare liefde voor haren echtgenoot, in hare -toegenegenheid voor haren zoon aangetast was geworden, hebben kunnen -bieden? - -Haar innig genegen dienaar, haar oude Borik, had haar niet willen -verlaten. Toen dan ook het huis in de Marinella-straat gesloten was, -volgde hij haar, om de nederige, bescheiden en toewijdingsvolle -vertrouweling van zooveel smarten te zijn. - -Wat Sava Toronthal betrof, de rampzalige moeder van Piet Bathory had -haar gevloekt en nimmer was er sedert meer sprake van haar in het -huisje te Vinticello geweest. De beide bewoners wisten zelfs niet, dat -haar huwelijk tot een later tijdstip uitgesteld was. - -Daarenboven de toestand, waarin het jonge meisje zich bevond, maakte -haar weldra bedlegerig. Haar was een even onverwachte als wreedaardige -slag toegebracht. - -Hij, dien zij lief had, was dood.... ongetwijfeld gestorven uit -wanhoop!.... En het was zijn lijk, dat men naar het kerkhof droeg, -juist op het oogenblik, toen zij hare woning verliet, om de bruid te -zijn en die hatelijke vereeniging te gaan voltrekken. - -Sava verkeerde gedurende tien dagen, dat wil zeggen tot den 16en Juli, -in zeer ontrustbarenden toestand. Hare moeder verliet haar in dit -tijdperk niet. Het waren daarenboven de laatste zorgen, die mevrouw -Toronthal aan hare dochter zoude wijden; want zij zelve zou weldra op -hare beurt doodelijk aangetast worden. - -Welke gedachten hielden gedurende die lange uren van het nachtwaken -naast het ziekbed, moeder en dochter bezig? Och, die zal de lezer wel -raden, zonder dat daarop gewezen zal behoeven te worden. Twee namen -werden herhaaldelijk te midden van snikken en tranen herhaald: de naam -van Sarcany, om met verwenschingen overstelpt te worden, en de naam van -Piet Bathory, die nog slechts op een steenen gedenkteeken op het -kerkhof voorkwam, om beweend te worden! - -Uit deze gesprekken, waaraan de bankier Silas Toronthal nimmer deel -nam,—hij vermeed zelfs om zijne dochter in hare vertrekken op te zoeken -of te zien,—vloeide een laatste poging voort van mevrouw Toronthal bij -haren echtgenoot, om hem over te halen van dat huwelijk af te zien, -waarvan het denkbeeld alleen voldoende was, om Sava een schrik, eene -oprechte walging op het lijf te jagen. - -Maar de bankier bleef onverzettelijk in zijn voornemen. Daartoe meende -hij redenen te hebben. - -Misschien zou hij, wanneer hij aan zich zelf overgeleverd gebleven was, -wanneer hij onttrokken had kunnen blijven aan vreemden invloed, aan -vreemden dwang, dan zou hij wellicht gehoor hebben gegeven aan de -opmerkingen, die hem gemaakt werden, aan de wroegingen, die zijn -geweten hem deed ondervinden. Maar hij werd beheerscht door zijnen -medeplichtige meer dan hij zelf meende. Hij weigerde dan ook gehoor te -leenen aan mevrouw Toronthal en was op dat punt inderdaad -onverbiddelijk. - -Tot Sava’s huwelijk met Sarvany was besloten en het zou voltrokken -worden, zoodra de gezondheid van het jonge meisje die belangrijke -gebeurtenis veroorloven zoude. - -De woede van Sarcany, toen dat toeval plaats had en alle plannen -verijdelde, laat zich wel beseffen. Met weinig vermomden toorn, zag hij -die verwarring aan, die in zijne plannen aangebracht werd. Hij -overlaadde Silas Toronthal met drangredenen om toch, in weerwil van -alles, voort te maken. - -Het was waar, het gold ongetwijfeld slechts een uitstel; maar wanneer -dat uitstel aanhield of verlengd werd, dan kon het den grondslag in -gevaar brengen, waarop zijne geheele toekomst gesteund was. En dat -moest vermeden worden. - -Hij besefte aan den anderen kant, dat Sava slechts een onoverkomelijken -afschuw voor hem kon gevoelen. - -En waartoe zou die afschuw overgaan, zich vervormen, wanneer het jonge -meisje ooit zou vernemen, dat Piet Bathory bezweken was onder het -dolkmes van den man, dien men haar tot echtgenoot opdrong! - -Van zijn kant evenwel wenschte hij zich innig geluk bij die gelegenheid -zijn medeminnaar uit den weg geruimd te hebben. Geene wroeging drong -daarenboven die ziel binnen, die voor ieder menschelijk gevoel -hermetisch gesloten was. Hij kon in den volsten zin des woords een -gewetenlooze aterling genoemd worden. - -„Het is inderdaad gelukkig,” zei hij eens tot Silas Toronthal, toen die -dood ter sprake kwam, „dat die lummel op de gedachte gekomen is, -zelfmoord te plegen. Hoe minder er van dat ras van de Bathory’s -overblijven, hoe beter dat voor ons zal uitkomen. - -„Waarlijk, het schijnt dat de hemel ons beschermt!” - -En inderdaad, wie bleef er thans van de drie familiën Sandorf, Zathmar -en Bathory over? - -Niemand anders dan eene stokoude vrouw, die afgeleefd en welker dagen -bijgevolg geteld waren. - -Ja, zeker, God scheen die ellendelingen te beschermen! En Hij zou zijne -bescherming tot de uiterste grens opgevoerd hebben, wanneer Sarcany -tegelijkertijd én de echtgenoot van Sava Toronthal én de baas van haar -kolossaal vermogen ware geworden! - -Toch scheen diezelfde God hem door het oefenen van geduld te willen -beproeven; want het uitstel van dat huwelijk scheen niet te eindigen. -Het was voor dien woesteling ondragelijk. - -Toen het jonge meisje hersteld en ter been was,—lichamelijk hersteld -althans—en zij eenigszins van dien schrik bekomen was; toen Sarcany de -meening begon te koesteren, dat het tijd werd, om de oude plannen weer -op te rakelen, werd mevrouw Toronthal op hare beurt ziek. De -levensdraden waren bij die goede vrouw versleten. Dat zal wel niemand -der lezers verwonderen, die nagegaan hebben, welk leven zij geleid had -na de gebeurtenissen van Triëst, nadat zij vernoemen had aan welk -onwaardig man haar bestaan vastgeketend was. Daarop waren hare -pogingen, die wel een voortdurenden strijd mochten genoemd worden, in -het belang van Piet Bathory gevolgd, om ten minste zoo eenigermate het -onrecht te vergoeden, hetwelk die familie aangedaan was. Hare -vergeefsche smeekingen tegenover den onverbreekbaren invloed van -Sarcany, die zoo onverwachts te Ragusa teruggekeerd was, hadden haar -geheel en al geknakt. Hare geestkracht was thans uitgeput. Zij moest -het opgeven. - -Van den eersten dag van dien strijd af was het duidelijk, dat haar -levensader onvermijdelijk geknakt was. Thans konden de geneesheeren nog -slechts weinige dagen beloven, dat was alles. Volgens hen was mevrouw -Toronthal onherstelbaar. Zij stierf tengevolge van uitputting, en niets -had haar meer kunnen redden, al ware Piet Bathory ook uit het graf -opgestaan om de echtgenoot van hare dochter te worden! En van zulk eene -uitkomst was het ver af, al was de jonkman ook al uit den dood -verrezen, hetgeen zij natuurlijk niet weten kon. - -Toen kon Sava de zorgen vergelden, die zij van haar ondervonden had. -Het jonge meisje verliet noch des daags noch des nachts de sponde van -de arme vrouw. Als de meest ijverige pleegzuster zat zij naast dat -ziekbed. - -Het is te begrijpen, wat Sarcany bij dat nieuwe uitstel moest -ondervinden. Hij bestormde den bankier letterlijk met drog- en -drangredenen. Maar dat alles was te vergeefs. Door die ziekte was ook -deze tot onmacht gedoemd. Wat zou de wereld zeggen, wanneer onder zulke -omstandigheden een huwelijk gesloten werd? - -De afloop van dien toestand kon zich evenwel niet lang meer laten -wachten. Dat was voor een ieder duidelijk. - -Tegen den 29sten Juli, dat wil zeggen weinige dagen na het hier boven -verhaalde, scheen mevrouw Toronthal weer eenige krachten te zullen -terugkrijgen. Er scheen nieuw leven in te komen. - -Het was evenwel eene heete koorts die ze haar verschafte. De hevigheid -van dat ziekteverschijnsel zou haar evenwel binnen de tweemaal vier en -twintig uren aan den rand van het graf brengen. - -Gedurende die koorts ijlde de arme vrouw in hooge mate; zij sprak -voortdurend volkomen wartaal, volzinnen die geheel en al onbegrijpelijk -waren. Sava sloeg er weinig acht op. - -En toch één woord—één naam, die steeds op de lippen der zieke -zweefde,—was wel geschikt, om Sava te verbazen. Het was de naam van -Bathory, niet de naam van den jongeling, maar de naam zijner moeder, -welke de zieke met bange stem in hare ijlende koorts riep, terwijl zij -haar voortdurend smeekte, alsof zij door de bitterste wroeging -overstelpt was: - -„Vergeving, mevrouw!.... O, vergeving!.... Als ge wist, wat ik geleden -heb!.... O, wend het gelaat niet af!” - -En wanneer het jonge meisje bij het intreden van heldere oogenblikken -hare moeder ondervroeg, dan antwoordde deze met den grootsten schrik en -de grootste ontsteltenis: - -„Zwijg stil!.... Sava!.... O, zwijg stil!.... Spreek er geen mensch -over! Ik heb niets gezegd!” - -Eindelijk trad de nacht van den 30sten op den 31sten Juli in. Een -oogenblik hadden de geneesheeren de meening kunnen koesteren, dat de -ziekte van mevrouw Toronthal, na haar toppunt van hevigheid bereikt te -hebben, tot staan gebracht was niet alleen, maar ook dat zij zou -beginnen af te nemen. - -Dien dag toch was de toestand veel beter geweest. Geen der gewone -aandoeningen had zich voorgedaan en er was inderdaad reden om verbaasd -te zijn over zulk een onverwachte wijziging in den ziektevorm van de -waardige vrouw. De nacht beloofde zoo rustig mogelijk, althans niet -minder te zijn dan de toestand gedurende den dag. Alles voorspelde -zulks. - -Het was zoo, dat viel niet te ontkennen. Maar het was de laatste -flikkering van de wegstervende levensvlam. Op het punt van te -overlijden, voelde mevrouw Toronthal eene geestkracht in zich herleven, -die men onmogelijk van zoo’n uitgeput lichaam verwachten kon. De reden -daarvan was, dat, na hare rekening met God afgesloten te hebben, zij -een besluit genomen had en slechts de gelegenheid afwachtte, om -daaraan, als het haar mogelijk was, uitvoering te geven. - -Nu zij zich zoo wel bevond, verlangde zij dat het jonge meisje dien -nacht gedurende eenige uren rust zou nemen. Wat Sava er ook tegen -inbracht, zij moest hare moeder gehoorzamen, nu deze daar zoo -uitdrukkelijk op stond. - -Sava begaf zich tegen elf uren des avonds naar hare kamer en mevrouw -Toronthal bleef alleen in haar vertrek. Allen sliepen in de groote -ruime woning, waarin die stilte toen heerschte, welke men terecht de -„stilte des doods” genoemd heeft. - -Toen stond mevrouw Toronthal op, en diezelfde zieke, die iedereen -meende, dat zij door zwakte en uitputting onbekwaam zoude zijn om ook -maar de geringste beweging uit te voeren, ontwikkelde thans genoegzame -kracht, om zich te kleeden en plaats te nemen aan eene kleine -dames-schrijflessenaar, die in een hoek van het vertrek stond. - -Daar nam zij een vel postpapier en schreef daarop met bevende hand -slechts weinige regels, die zij daarna onderteekende. Vervolgens stak -zij dien brief in eene enveloppe, welke zij verzegelde en waarop zij -het navolgende adres schreef: - - - „Mevrouw Bathory - Marinella-straat, in de voorstad Stradona, - Ragusa.” - - -In weerwil van de vermoeidheid, die zij voelde dat haar aangreep, en -door dien arbeid veroorzaakt was, stond mevrouw Toronthal op, opende de -deur van hare kamer, daalde langs de groote trap af, stak de -binnenplaats der woning over, deed niet zonder moeite de kleine deur -open, welke toegang naar buiten verleende en bevond zich eindelijk in -de Stradona-laan. - -Maar dat geheele kwartier der Stradona was somber en eenzaam in dit -uur, want het was voorzeker meer dan middernacht. Niets werd er -vernomen, alleen heel in de verte het wegstervend geluid van een -rijtuig. - -Mevrouw Toronthal sleepte zich met wankelende schreden de stoep op en -volgde die ongeveer veertig passen, terwijl zij tegen de huisgevels -leunde, bleef voor een brievenbus stilstaan, liet haren brief daarin -glijden en keerde toen naar hare woning terug. - -Maar al de kracht, die zij bijeenverzameld had, om die laatste -handeling van haren wil ten uitvoer te leggen, was thans uitgeput. Zij -viel bewegingloos neer op den drempel van de koetspoort harer woning. - -Daar werd zij een uur later door eenige voorbijgangers gevonden. -Haastig kwamen Silas Toronthal en Sava op het geklop naar buiten, om -haar te herkennen. Vandaar werd zij, zonder dat zij bij kennis gekomen -was, naar haar vertrek gedragen. De arme Sava was wanhopend. - -Daags daarna verhaalde Silas Toronthal alles wat er gebeurd was, aan -Sarcany. Geen van beiden konden evenwel gissen, dat mevrouw Toronthal -dien nacht een schrijven in de brievenbus van de Stradona-laan was gaan -werpen. - -Maar waarom had zij hare woning verlaten? Wat zou zij buiten te -verrichten hebben gehad? - -Dat konden zij natuurlijk niet verklaren en dat was voor hen eene -wezenlijke bron van onrust. - -De zieke kwijnde nog gedurende vier en twintig uren. Zij gaf geen ander -teeken van leven meer dan enkele zenuwachtige trekkingen, als laatste -inspanning van de ziel, die op het punt stond het gesloopte lichaam te -verlaten. Sava had hare hand gegrepen, alsof zij haar in het leven had -willen terughouden. Och! zij zou zich na dat sterfgeval zoo verlaten in -dit tranendal gevoelen! De mond harer moeder bleef evenwel stom, hare -lippen bleven gesloten. De naam van Bathory werd niet meer door de -stervende uitgesproken. Ongetwijfeld was haar geweten, na hare -volbrachte daad, gerustgesteld en had mevrouw Toronthal niets meer te -vragen en geene vergiffenis meer te verwerven. - -Den volgenden nacht maakte de stervende vrouw tegen drie uur des -morgens eene beweging, terwijl Sava alleen bij haar in het vertrek was. -Hare hand raakte daarbij die van het jonge meisje aan. - -Bij die aanraking opende zij ten halve hare oogen, die zij gesloten -had. Daarna richtte zich haar blik naar Sava. Die blik was zoo vragend, -dat Sava zich daarin niet kon vergissen. De stervende wilde haar iets -zeggen. - -„Moeder?” - -Het oog der stervende schitterde. - -„Moeder.... moeder, zeg, wat verlangt ge?” - -Mevrouw Toronthal wenkte als het ware met de oogen. Zij knipte althans -herhaaldelijk met de oogleden. - -„Wilt ge spreken?” - -„Ja,” antwoordde mevrouw Toronthal duidelijk verstaanbaar met de oogen. - -„Ik luister, moeder.” - -Sava bukte zich over het boveneinde van het bed. - -„Is het zoo goed, moeder? Zeg, is het zoo goed?” - -De stervende gaf een teeken om nog nader te treden. Nog en nog nader, -wenkte haar oog. - -„Zoo dan, moeder?” - -En Sava lei haar hoofd naast dat harer moeder op het kussen. - -„Ja,” knikte de stervende. - -„Ik luister, moeder,” herhaalde het jonge meisje. - -„Kindlief, ik ga sterven!....” - -„Moeder!.... moeder!....” - -„Stil, kind;.... ik ga sterven! Dat moet u niet ontstellen. Wij allen -moeten vroeg of laat sterven!....” - -„Moeder!” kreet Sava met een verscheurenden snik. „Gij.... gij vergist -u voorzeker....” - -„Zachter!....” mompelde mevrouw Toronthal, „veel zachter!.. Dat niemand -ons hoore!” - -„O, niemand hoort ons, moeder! Niemand kan ons hooren. Allen slapen -thans in dit huis.” - -De zieke spande zich zichtbaar in. Zij snakte naar adem. - -„Sava,” zei zij, „ik moet u vergiffenis vragen....” - -„Moeder!” - -„Vergiffenis vragen voor het leed, dat ik u berokkend heb.... voor het -kwaad, dat ik den moed niet gehad heb te verhinderen!” - -„Gij moeder! Gij!” - -„O, vergeving, Sava!” - -„Gij moeder!.... Gij mij leed berokkend?.... Hoe zou dat mogelijk zijn? -O.... het is de koorts....” - -De zieke schudde het hoofd. - -„Vergeving!....” prevelde zij. - -„Gij mij vergeving vragen?” - -„Geef mij een laatsten kus, Sava!....” - -Het meisje omhelsde hare moeder. Deze ging snikkend voort: - -„Ja,.... de laatste!.... Die kus is voor mij het bewijs, dat gij mij -vergeeft!” - -Het meisje drukte andermaal zacht hare lippen op het voorhoofd der -stervende. - -„Wees gerust!” stamelde zij. - -Deze had nog de kracht om den arm om den hals van Sava te slaan. Daarop -richtte zij zich overeind, keek haar met een schrikkelijke strakheid -aan. De oogen waren reeds verglaasd. - -„Sava!....” zeide zij, „Sava, hoort gij mij?” - -„Ja, dierbare moeder!” - -„Sava.... ge zijt de dochter niet van Silas Toronthal, gij zijt mijne -dochter niet!.... Uw vader is....” - -Zij kon niet eindigen. Een zenuwtrilling wierp haar uit Sava’s armen, -terwijl hare ziel met de laatst uitgesproken woorden aan hare lippen -ontvlood. - -Het jonge meisje bukte zich over de doode!.... Zij poogde hulp aan te -brengen!.... Zij poogde met alle middelen, die haar ten dienste -stonden, het leven terug te roepen.... Alles was vruchteloos. - -Toen schelde zij, toen riep zij. Men kwam nu van alle kanten aanloopen. -Silas Toronthal was een der eersten in het vertrek zijner echtgenoote -verschenen. - -Toen Sava hem ontwaarde, werd zij door zoo’n gevoel van afkeer -bevangen, dat zij voor dien man terugdeinsde als voor een vergiftig -dier. O, zij had thans het recht om hem te verachten, hem te haten; -want hij was haar vader niet! De doode had het gezegd en men sterft -niet met eene onwaarheid op de lippen. Daarvan was zij overtuigd, dat -gevoelde zij. - -Sava ontvluchtte daarna dat vertrek, verschrikt en ontsteld over -hetgeen de ongelukkige vrouw haar medegedeeld had, die haar als hare -eigene dochter gekoesterd en liefgehad had. - -Maar eigenlijk was zij nog meer verschrikt over hetgeen de stervende -haar niet had kunnen zeggen! - -Den derden dag na het overlijden had de lijkdienst en de -begrafenisplechtigheid plaats, die met de meeste uiterlijke pracht -geleid werden. De menigte van vrienden en bekenden, die ieder rijk man -bezit, omringden den vermogenden bankier bij die gelegenheid. - -Naast hem stapte Sarcany, die zoo door zijne tegenwoordigheid eene -soort bevestiging verleende aan de meening, dat niets omtrent de -huwelijksplannen gewijzigd was, die hem in de familie Toronthal moesten -brengen. Dat was en bleef inderdaad zijne hoop; maar zou die ooit -verwezenlijkt worden, dan moesten toch nog zeer vele moeielijkheden te -boven gekomen worden. - -Sarcany dacht evenwel, dat de omstandigheden niet anders dan gunstig -konden zijn tot volvoering zijner plannen, daar zij Sava veel meer aan -zijne genade of beter aan zijne willekeur overleverden. - -Intusschen zou de vertraging, door de ziekte van mevrouw Toronthal -veroorzaakt, door haar overlijden verlengd worden. Gedurende den -rouwtijd der familie kon er van een huwelijk geen sprake zijn. De -welvoegelijkheid eischte, dat minstens verscheidene maanden na de -begrafenis moesten voorbijsnellen. - -Natuurlijk kon dat niet anders dan Sarcany, die gehaast was om zijn -doel te bereiken, teleurstellen en verbitteren. Maar wat er aan te -doen? Hij was gedwongen de gebruiken te eerbiedigen, hoewel dat niet -geschiedde, zonder dat er levendige woordenwisselingen tusschen hem en -Silas Toronthal plaats hadden. En die woordenwisselingen eindigden -steeds met dien volzin, die door den bankier tot vervelens toe herhaald -werd: - -„Ik wil en vermag in deze omstandigheden niets te doen; daarenboven, -wanneer dat huwelijk maar binnen vijf maanden voltrokken wordt, dan -bestaat er hoegenaamd geen reden om u ongerust te maken!” - -Klaarblijkelijk begrepen die twee personen elkander volkomen. Een -misverstand tusschen hen scheen niet mogelijk. - -Maar hoewel Sarcany die aangevoerde reden moest toegeven, zoo kon hij -niet nalaten eenige verbittering te laten blijken, die soms de -heftigste tooneelen veroorzaakte. - -Beiden waren daarenboven niet geheel en al zonder ongerustheid, sedert -de onverklaarbare handeling van mevrouw Toronthal, daags voor haren -dood. En zelfs rees de gedachte bij Sarcany op, dat de stervende -wellicht een brief in de bus had willen werpen, een brief, waarvan zij -de bestemming had willen geheim houden. - -Ja, dat was mogelijk! - -Ook de bankier, wien Sarcany dat denkbeeld mededeelde, kon dat -vermoeden niet afdoende tegenspreken en begon er zelfs aan te gelooven. - -„Wanneer dat zoo is,” herhaalde Sarcany voortdurend, „dan is die brief -eene onophoudelijke en ernstige bedreiging voor ons. Uwe vrouw heeft -steeds de partij van Sava gekozen, met haar geheuld en tegen mij -gestookt. Is dat zoo niet? Zij beschermde zelfs mijn medeminnaar, en -wie weet of zij niet, op het punt van te sterven, eene geestkracht -ontwikkeld heeft, waartoe wij haar niet meer in staat achtten, om ons -aan onze vijanden te verraden.” - -„Zoudt ge denken?” vroeg Silas Toronthal ontzet. „Dat komt mij schier -onmogelijk voor.” - -„Zoo is mijne meening,” ging Sarcany voort. „En in dat geval, zou het -dan niet zaak zijn, om onze vijanden voor te zijn?” - -„Hen voor te zijn?” - -„Om de stad te verlaten, waar gij en ik meer te verliezen dan te winnen -hebben?” - -„Als er eene bedreiging voor ons in dien brief opgesloten lag,” -antwoordde Silas Toronthal, „dan zouden wij van die bedreiging reeds -eenige dagen later iets bemerkt hebben, en tot nu toe, dat moet gij -erkennen, is aan onzen toestand niets veranderd!” - -Sarcany kon op die bewijsvoering niets antwoorden. Wanneer de brief van -mevrouw Toronthal inderdaad betrekking had op hunne plannen voor de -toekomst, dan had hij nog geen gevolg gehad; zoodat aan een op handen -zijnd vertrek nog niet gedacht behoefde te worden. Als het gevaar zoude -opdoemen, zou de tijd tot handelen daar zijn. - -Zoo gebeurde het, evenwel geheel anders, dan die twee het hadden kunnen -gissen, en wel ongeveer veertien dagen na het overlijden van mevrouw -Toronthal. - -Na den dood harer moeder, had Sava zich steeds afgezonderd gehouden. -Zij had hare kamers zelfs niet verlaten. Men zag haar ook niet op de -uren der maaltijden. De bankier gevoelde zich onthutst, bekommerd in -hare nabijheid en zocht volstrekt niet alleen met haar te zijn; want -dan zou hij zich verlegen gevoeld hebben. Hij liet haar dus vrij om te -handelen, zooals zij verkoos, en bewoonde voor zijn persoon een ander -gedeelte van de groote woning. - -Meer dan eens had Sarcany die handelwijze van Silas Toronthal grof en -onbehouwen afgekeurd. Hij meende dat de bankier zich zoo niet door de -omstandigheden moest laten beheerschen. Ten gevolge van dien staat van -zaken had hij volstrekt geene gelegenheid meer om het jonge meisje te -ontmoeten. Dat strookte evenwel niet met zijne verdere plannen. Hij had -dan ook eene levendige woordewisseling daarover met den bankier. Hoewel -er geen sprake kon zijn van eene huwelijksplechtigheid gedurende de -eerste maanden van den rouwtijd, wilde hij niet, dat Sava zich met het -denkbeeld kon vereenzelvigen, dat haar vader en hij van die vereeniging -zouden afgezien hebben. - -Eindelijk sprak Sarcany op zoo’n gebiedenden toon, en met zulk een -nadruk, dat Silas Toronthal Sava op den 16den Augustus liet -verwittigen, dat hij haar dienzelfden avond wenschte te spreken. Daar -hij haar liet weten, dat Sarcany verlangde bij dat gesprek tegenwoordig -te zijn, verwachtte hij een weigerend antwoord. Dat gebeurde evenwel -niet. Sava liet den bankier weten, dat zij zich ter zijner beschikking -stelde. - -Toen de avond gevallen was, wachtten Silas Toronthal en Sarcany met -ongeduld het jonge meisje in het groote salon. Eerstbedoelde was vast -besloten zich niet bij den neus te laten rondleiden, daar hij alle -rechten voor zich had, die hij aan de vaderlijke macht ontleende. De -tweede nam zich voor, bedaard en kalm, ja ingetogen te zijn. Hij wilde -veel meer luisteren dan spreken, en zou vooral trachten, de geheime -gedachten van het jonge meisje te weten te komen. Hij vreesde steeds, -dat zij beter op de hoogte van zekere zaken was dan wel vermoed werd. - -Sava trad op het vastgestelde uur de zaal binnen. Sarcany stond -eerbiedig van zijn stoel op, toen zij verscheen; maar het jonge meisje -beantwoordde den groet, dien hij zoo bevallig mogelijk bracht, zelfs -met geen eenvoudigen hoofdknik. - -Zij scheen hem niet gezien te hebben, of beter, zij scheen hem niet te -willen zien. - -Met een gebaar wees Silas Toronthal Sava een stoel aan, waarop zij -plaats nam. Daar nu, koud en ijzig, met het gelaat nog witter dan het -kraagje, dat op haar rouwgewaad scherp afstak, wachtte zij, totdat eene -vraag tot haar gericht zoude worden. Dat wachten duurde een poos. - -„Sava,” begon eindelijk de bankier, „ik heb uwe smart over het -overlijden uwer moeder geëerbiedigd, en ik heb u in uwe eenzaamheid -niet willen storen. Maar in weerwil en zelfs ten gevolge van die -droevige gebeurtenissen, bevinden wij ons in de noodzakelijkheid eenige -zaken, die geen uitstel gedoogen, te moeten behandelen.... Hoewel gij -uwe meerderjarigheid nog niet bereikt hebt, zal het toch goed zijn....” - -De bankier aarzelde hier. Sava keek hem met strakken blik aan, maar -sprak geen woord. Sarcany gaf hem een teeken. - -„Zal het toch goed zijn,” ging Silas Toronthal voort, „dat gij weet, -hoe groot uw deel is in de erfenis van....” - -„Als hier slechts kwestie is van een vermogen,” antwoordde Sava, „dan -valt er niet veel te praten, dan kan het onderhoud zeer bekort worden. -Ik meen, dat ik daar niets mede te maken heb.” - -Beide mannen keken haar met verbaasden blik aan. Zoo’n geestkracht -waren zij van het jonge meisje niet gewoon. - -„Hoe zoo?” vroeg Silas Toronthal beteuterd en geheel en al uit het veld -geslagen. - -„Ik wensch volstrekt geen aanspraak te maken op de erfenis, waarvan gij -spreekt,” antwoordde Sava. - -Sarcany maakte eene beweging, die van zijn kant als eene heftige -teleurstelling kon gelden; maar ook wellicht op eene verbazing kon -duiden, die niet van ongerustheid ontbloot was. - -„Ik denk Sava,” hernam Silas Toronthal, „dat gij de beteekenis mijner -woorden niet goed gevat hebt.” - -„Ik heb haar zeer goed begrepen,” zei het jonge meisje. - -„Of gij het wilt of niet,” ging de bankier voort, „gij zijt de -erfgename van mevrouw Toronthal, uwe moeder.” - -„Dat is de vraag nog.” - -„En de wet zal mij verplichten....” - -„Tot wat?” vroeg Sava. - -„Om u rekening en verantwoording af te leggen, wanneer gij meerderjarig -zult zijn geworden....” - -„Tenzij ik van de erfenis afstand doe,” antwoordde het jonge meisje -bedaard en kalm. - -„Waarom zoudt gij dat doen?” vroeg Silas Toronthal. - -„Ja, waarom?” vroeg Sarcany. - -„Omdat ik er ongetwijfeld geen recht op heb,” was het trotsche antwoord -op die vraag. - -De bankier sprong uit zijn leuningstoel omhoog. - -Nimmer had hij dat antwoord verwacht! Neen, nimmer! Eene huivering voer -hem door de leden. - -Sarcany sprak geen woord. Volgens hem speelde Sava eene rol en hij -trachtte eenvoudig een helderen blik in hare bedoelingen te verkrijgen. - -„Ik begrijp niet,” hernam Silas Toronthal, die door de koele antwoorden -van het jonge meisje ongeduldig werd, „ik begrijp niet wat die woorden -beteekenen moeten, en kan ook niet gissen, wie ze u ingeblazen heeft. -Ik ben bovendien niet hier gekomen, om rechtskwestiën en -jurisprudentie-zaken te behandelen.” - -„Wat is dan de reden van uwe komst?” vroeg Sava. „Waarom hebt gij mij -dan hier ontboden?” - -„Dat zult gij wel hooren, als ge maar geduld hebt. Gij staat onder -mijne voogdijschap en gij hebt geen recht, om te weigeren die erfenis -te aanvaarden!” - -„Niet, dat zullen we zien!” sprak Sava kortaf. - -„Neen, gij hebt niets anders te doen, dan u naar den wil van uw vader -te schikken, u te buigen voor het gezag dat gij wel erkennen zult.” - -„Wie weet?.... Misschien!” antwoordde Sava met ernstige en vast -besloten stem. „Wie weet?.... Misschien!” - -„Waarlijk,” riep Silas Toronthal uit, die zijne koelbloedigheid geheel -en al verloor. - -„Waarlijk, wat?” vroeg het jonge meisje. - -„Gij praat drie jaren te vroeg, Sava, dat schijnt gij geheel en al uit -het oog te verliezen.” - -„Dat zal te bezien staan.” - -„Wanneer gij uwe meerderjarigheid zult bereikt hebben, dan zult ge -kunnen doen met uw vermogen, wat gij verkiest. Tot dat tijdstip zijn -uwe belangen mij toevertrouwd. En ik zal die belangen behartigen, -zooals ik dat goed zal vinden.” - -„Het zij zoo!” antwoordde Sava kalm, hoewel niet veel gelatenheid in -hare stem en houding doorstraalde. - -„Wat beteekent dat: het zij zoo?” vroeg Silas Toronthal. - -„Dat ik zal wachten?” - -„En waarop wilt ge wachten?” hernam de bankier ongeduldig, nieuwsgierig -en vrij vertoornd. - -„Wel, zooals ge zegt, totdat ik mijne meerderjarigheid bereikt zal -hebben. De raad is goed. Ik zal hem volgen.” - -„Jawel, maar intusschen vergeet ge ongetwijfeld, dat de toestanden gaan -veranderen, zoodra de welvoegelijkheid zulks zal gedoogen! Gij hebt te -minder recht om zoo luchtig over uw vermogen te denken, daar gij niet -meer alleen betrokken zijt in de zaak....” - -„Ja!.... de zaak!.... goed uitgedrukt: de handelszaak!” antwoordde Sava -met diepe minachting. - -„Zijt overtuigd, mejuffrouw....” meende Sarcany te moeten zeggen, wien -dat woord, hetwelk met de meest kwetsende bedoeling uitgesproken was, -vooral trof, „weest overtuigd dat eervolle gevoelens....” - -Sava’s houding duidde aan, dat zij zelfs niet naar hem hoorde en keek -alleen den bankier onophoudelijk aan, die haar met vergramde stem -toevoegde: - -„Neen, niet meer alleen; omdat de dood uwer moeder aan onze plannen -niets veranderd heeft.” - -„Welke plannen?” vroeg het jonge meisje, alsof zij waarlijk van niets -af wist. - -„De huwelijksplannen!” - -„Welke huwelijksplannen?” - -„De huwelijksplannen, die gij veinst vergeten te hebben en die mijnheer -Sarcany tot mijn schoonzoon zullen maken.” - -„Zijt gij wel zeker dat mijnheer Sarcany door dat huwelijk uw -schoonzoon worden zou?” - -De bedoeling was thans zoo bepaald, zoo op den man af, dat Silas -Toronthal ditmaal opsprong, ten einde naar buiten te snellen, zoo zeer -gevoelde hij behoefte om zijne ontsteltenis te verbergen. Maar Sarcany -weerhield hem met een gebaar. Deze wilde ten einde toe voortgaan; hij -wilde volstrekt weten waaraan zich te houden. - -„Luister, vader; want het is voor de laatste maal, dat ik u dien naam -geef,” zei toen het jonge meisje en ging met nadruk voort, - -„Het is niet voor mijn persoon, dat mijnheer Sarcany mij wil huwen; hij -beoogt slechts dat vermogen, hetwelk ik niet meer hebben wil. Hoe groot -zijne schaamteloosheid ook zij, dat zal hij wel niet ontkennen! -Evenwel, daar men mij herinnerd heeft, dat ik vroeger mijne toestemming -tot dat huwelijk gegeven heb, zal mijn antwoord thans gemakkelijk -zijn.....” - -Sava zweeg een oogenblik als om hare gedachte te verzamelen. Daarna -vervolgde zij: - -„Ja, ik meende mij te moeten opofferen, toen ik nog gelooven kon, dat -de eer mijns vaders in die zaak gemengd was.... Maar, gij weet het zeer -goed, dat mijn vader met dien geheelen hatelijken zwendel niets gemeens -heeft. Wilt gij dus mijnheer Sarcany verrijken, geef hem dan uw -vermogen!.... Dat is alles wat hij vraagt... Hij verlangt niets meer.” - -Het jonge meisje was bij die laatste woorden opgestaan en richtte hare -schreden naar de deur. - -„Sava,” riep toen Silas Toronthal verwoed uit, terwijl hij zich voor -haar plaatste. - -„Wat wilt ge nog meer van mij?” vroeg zij trotsch en afgemeten. „Zeg, -wat wilt ge nog meer?” - -„Sava,” vervolgde de opgewonden bankier, „er heerscht in uwe woorden -zoo weinig verband, dat ik ze volstrekt niet begrijp, dat.... gij ze -ongetwijfeld zelf niet begrijpt....” - -„O, wees gerust....” - -„Ik stel mij waarachtig de vraag, of de dood uwer moeder....” - -„Mijner moeder!.... Ja, het was inderdaad eene moeder voor mij!.... -Mijne moeder volgens het hart!” mompelde het jonge meisje. - -„.... Of de droefheid over dat overlijden uw verstand niet geschokt -heeft,” vervolgde Silas Toronthal, die in zoo’n staat van -opgewondenheid verkeerde, dat hij niets of niemand anders meer hoorde. -„Ja, zeker, als gij niet krankzinnig zijt....” - -„Krankzinnig!” - -„Ja, krankzinnig!” - -„Dat zoudt ge wellicht wenschen!” hernam Sava opgewonden, terwijl zij -op den bankier toetrad. - -„Om het even, wat ik besloten heb, moet geschieden!” antwoordde deze -niet minder verbolgen. - -„Zoo bout!” - -„Ja, zoo bout, en eer wij zes maanden verder zijn, zult gij de -echtgenoote van Sarcany wezen!” - -„Dat nooit!” - -„Nooit? Herhaal dat woord nog eens! Dan zullen wij zien!” - -„Nooit!” - -„Ik zal u wel weten te noodzaken!” - -„Dat’s gauw genoeg gezegd, echter minder spoedig volvoerd, hoort ge?” - -„Dat zult ge wel ondervinden. Gehoorzamen zult gij mij, als ik beveel!” - -„Maar aan welk recht ontleent gij dan toch de macht, om mij te -bevelen?” vroeg Sava, die daarbij een gebaar van verontwaardiging niet -kon onderdrukken. „Zeg, aan welk recht?” - -„Aan mijn recht als vader!” bulderde Silas Toronthal, buiten zich -zelven van woede. - -„Gij.... gij, mijnheer?” - -„Ja, ik! Ik, uw vader! Verstaat ge, Sava?” - -„Gij zijt mijn vader niet!” - -„Sava!” - -„En ik heet niet Sava Toronthal!” - -Bij deze laatste woorden deinsde de bankier, die geen antwoord wist te -vinden, ontsteld achteruit. - -„Neen, gij zijt mijn vader niet!” herhaalde het jonge meisje op nog -meer nadrukkelijken toon. - -„Sava!” - -„En ik ben uwe dochter niet!” sprak het jonge meisje, die nu zonder het -hoofd naar den rampzalige om te wenden, de zaal verliet om naar hare -kamer terug te keeren. - -Sarcany had gedurende dat geheele gesprek bijna niet gesproken. Niet -anders dan om met een enkel woord te trachten tegen de beschuldiging -van hebzucht te protesteeren. Maar hij had Sava nauwkeurig gadegeslagen -en was niets verwonderd over hetgeen hij vernomen had, ook niet over de -wijze, waarop dat onderhoud geëindigd was. Dat had hij wel geraden en -dat had hij kunnen voorspellen. Wat hij vreesde, was gebeurd. Sava -wist, dat zij door geen band van bloedverwantschap aan de familie -Toronthal verbonden was. En dit was, zoo als hij bekennen moest, -hachelijk genoeg. - -Wat den bankier aangaat, die was te meer door dien onverwachten -knotsslag vernietigd, daar hij hem niet had zien aankomen en dus geen -zelfbeheersching in die omstandigheid had kunnen uitoefenen. - -Sarcany wachtte een oogenblik, alsof hij zijne gedachten bijeen -verzamelen wilde. Toen nam hij het woord en met zijne gewone -scherpzinnigheid en nauwkeurigheid, begrensde hij den toestand. - -Silas Toronthal kon niet anders doen dan te luisteren. Hij vermocht -zijne gevoelens niet anders te uiten dan door slechts toestemmend te -knikken, zoo zeer schenen de beweringen van zijn vroegeren -medeplichtige door eene onverbiddelijke logica gekenmerkt te zijn. - -„Gij moet er niet meer op rekenen,” sprak deze, „dat Sava ooit, -goedschiks ten minste, hare toestemming tot dat huwelijk geven zal. -Maar.... ter wille van de redenen, die wij beiden genoegzaam kennen, is -het meer dan ooit noodig, dat dit huwelijk tot stand komt. Wat weet zij -van ons misdadig verleden? Ik geloof niets; want in het -tegenovergestelde geval zou zij het thans wel in hare -hartstochtelijkheid uitgekraamd hebben. Wat zij weet, is dat zij uwe -dochter niet is.... en dat is alles!.... Kent zij haren vader? Ook dat -niet!.... Want, let op, dat zou de eerste naam geweest zijn, dien zij -ons naar het hoofd zou geslingerd hebben! Dat is voor mij -ontwijfelbaar. Draagt zij reeds lang kennis van haren toestand -tegenover u? Wie weet? Maar ik geloof het niet. Voor mij is het zeer -waarschijnlijk, dat mevrouw Toronthal haar dat op haar doodbed -medegedeeld heeft,.... maar wat mij niet minder zeker voorkomt, dat is, -dat de stervende vrouw Sava niet meer heeft willen onderrichten dan -noodig was, om haar het recht te verleenen gehoorzaamheid te weigeren -aan den man, die haar vader niet is, maar dien zij tot heden als -zoodanig beschouwd heeft. Zie, dat is mijne meening. Maar wat zegt gij -er van?” - -Silas Toronthal zat daar stil en wezenloos en had de redeneering van -Sarcany slechts van tijd tot tijd met een lichten hoofdknik beaamd. Nu -weet de lezer, dat Sarcany zich niet vergiste, noch omtrent de wijze, -waarop het jonge meisje nopens die aangelegenheid onderricht was -geworden, noch omtrent het tijdperk, sedert zij die zaken wist, noch -eindelijk omtrent het gedeelte van het geheim nopens hare geboorte, -hetwelk haar slechts onvolledig medegedeeld was. - -„Kunnen wij daaruit nu gevolgtrekkingen opmaken?” vervolgde Sarcany. -„Hoe weinig Sava ook af weet omtrent de aangelegenheden, die haar -raken, en hoewel zij geheel en al onkundig is omtrent ons verleden, zoo -worden wij toch beiden ten ernstigste bedreigd, gij in den eervollen -toestand, waarin gij u te Ragusa als eerste bankier bevindt; ik in de -onmetelijke belangen, die dat huwelijk voor mij vertegenwoordigt, en -waarvan ik volstrekt niet wil afzien. Dat zult ge begrijpen, hoop ik. -Dus wij moeten nu uitmaken, wat er gedaan moet worden en dat wel zoo -spoedig mogelijk. Ziehier mijne meening: Wij, gij en ik, moeten Ragusa -verlaten en dat binnen den kortst mogelijken tijd. Wij moeten Sava -medevoeren, voor dat zij tijd heeft om iemand te zien of te spreken. -Dat verhuizen moet liever heden dan morgen geschieden; en dan, luister -goed, moeten wij niet in deze stad terugkeeren dan nadat het huwelijk -gesloten zal zijn, dat wil zeggen wanneer Sava, doordat zij mijne -echtgenoote zal zijn, er alle belang bij zal hebben, om te zwijgen. -Wanneer wij maar eenmaal buiten ’s lands zullen zijn, dan zal zij zoo -volkomen aan iederen vreemden invloed onttrokken kunnen worden, dat wij -niets van haar te vreezen zullen hebben. Wat de kwestie betreft, om -haar te noodzaken hare toestemming tot dat huwelijk te geven en dat nog -wel onmiddellijk na den rouwtijd, door de welvoegelijkheid geboden, -evenwel binnen den tijd, die mij de verwachte voordeelen kan -verzekeren, dat is uitsluitend mijne zaak. En dat God mij eeuwig -straffe, wanneer ik niet slaag!” - -Silas Toronthal moest toegeven, dat de toestand werkelijk bestond, -zooals hij door Sarcany zoo even geschetst was. Hij dacht er dan ook -niet aan, om tegenstribbelingen te maken. Hij werd al meer en meer door -zijn medeplichtige beheerscht en kon niet anders meer handelen dan die -wel wilde gedoogen. - -Waarom zou hij ook anders handelen? - -Ter wille van dat jonge meisje, aan wie hij steeds een -onoverwinnelijken afkeer ingeboezemd had, en voor wien zijn hart nimmer -eenig gevoel gekoesterd had? Zoo iets kon toch in ernst bij hem niet -opkomen! - -Dien avond werd dan ook stellig overeengekomen, dat het door Sarcany -ontworpen plan ten uitvoer gelegd zoude worden, vóórdat Sava de woning -in de Stradona-laan zou kunnen verlaten. - -Daarna scheidden Silas Toronthal en Sarcany. Het was voor alle partijen -een belangrijke avond geweest. - -Dat zij geen ongelijk hadden om zich zoo te haasten, zal de lezer -weldra bemerken. - -Inderdaad den tweeden dag na het voorgevallene, verliet mevrouw -Bathory, vergezeld van den ouden Borik, het dorp Vinticello en keerde -voor den eersten keer sedert het overlijden van haren zoon Piet, in het -huis van de Marinella-straat weer. Zij had besloten om die woning, -alsook de stad, die voor haar zoo vol hartverscheurende herinneringen -was, te verlaten, en was gekomen om hare toebereidselen tot haar -vertrek te treffen. - -Toen Borik de deur geopend had, vond hij een brief, die gedurende hunne -afwezigheid in de bus, in de deur aangebracht, geworpen was. - -Dat was de brief, dien mevrouw Toronthal, daags vóór haar overlijden, -in de rijkspostbus gedaan had. De lezer zal zich de omstandigheden nog -wel herinneren, waaronder dat plaats had. - -Mevrouw Bathory nam den brief, opende hem en keek eerst naar de -handteekening. Daarna las ze ademloos, als met een oogopslag, de -weinige regels, die door eene stervende hand geschreven waren en het -geheim van Sava’s geboorte bevatten. - -Welk eene vreemde samenkoppeling van Sava’s naam met dien van Piet -vormde zich toen in het brein van mevrouw Bathory! - -„Zij!.... Hij!....” riep zij uit. - -En zonder een enkel woord te spreken,—hoe had zij dat ook kunnen -doen?—zonder antwoord aan haren ouden dienaar te geven, dien zij -terugstiet, toen hij haar met de meeste behoedzaamheid wilde -weerhouden, vloog zij naar buiten, stormde de Marinella-straat door, -stak het geheele Stradonakwartier over en staakte eerst haren driftigen -loop voor de woning van den bankier Toronthal. - -Begreep zij volkomen de strekking van hetgeen zij thans wilde -verrichten? - -Begreep zij, dat het wellicht beter zoude zijn met minder overhaasting, -dus met meer voorzichtigheid te werk te gaan, en dat in het belang van -Sava zelve? - -Neen, zij werd onweerstaanbaar naar het jonge meisje toegetrokken, -alsof haar echtgenoot, Stephanus Bathory, alsof haar zoon Piet, beiden -uit hun graf verrezen, haar toegeroepen hadden: - -„Red haar!.... Red haar!” - -Mevrouw Bathory schelde aan. - -De deur ging open. Een bediende verscheen, die haar vroeg, wat zij -verlangde. - -Mevrouw Bathory wenschte Sava te zien. - -Zij kreeg ten antwoord, dat mejuffrouw niet meer in de woning aanwezig -was. - -Mevrouw Bathory wenschte den bankier Silas Toronthal te spreken. - -De bankier was daags te voren vertrokken. Hij had de stad verlaten -zonder te zeggen, waarheen hij trok en had het jonge meisje -medegenomen. Voor de buitenwereld kon daarin niets vreemds gelegen -zijn. Eene dochter met haren vader! - -Mevrouw Bathory werd dermate door die tijdingen geschokt, dat zij -wankelde en voorzeker zou ter aarde gestort zijn, wanneer zij niet door -Borik opgevangen was geworden, die haar gevolgd was en eindelijk -ingehaald had. - -Maar toen de oude dienaar haar in hare woning in de Marinella-straat -teruggevoerd had, zeide zij hem met fluisterende stem: - -„Morgen, Borik, gaan wij te zamen eene luisterrijke -huwelijksplechtigheid bijwonen.” - -„Eene huwelijksplechtigheid?” vroeg de oude man bekommerd over het -uiterlijke der arme vrouw. - -„Ja, wij samen!” - -„Van Sava met Piet!” - -Helaas! mevrouw Bathory was krankzinnig geworden. - -Was dat te verwonderen? - - - - - - - - -VIII. - -IN DE OMSTREKEN VAN MALTA. - - -Piet Bathory zag, terwijl die gebeurtenissen, die hem van zoo nabij -aangingen, te Ragusa voorvielen, te Antekirrta zijn gezondheidstoestand -van dag tot dag, van uur tot uur verbeteren. - -Zijne wond boezemde weldra geene ongerustheid meer in en de genezing -zou binnen korten tijd volkomen zijn. Maar hoe ongelukkig moest de -jonge man zich gevoelen, als hij aan zijne moeder dacht! - -Hoezeer moest hij lijden, wanneer zijne gedachten bij Sava verwijlden, -die hij dacht, dat voor hem verloren was. - -Zijne moeder!.... - -Maar het was onmogelijk om haar onder den indruk van dat onware -overlijden van haren zoon te laten! - -Er was dan ook overeengekomen, dat men haar uiterst voorzichtig omtrent -de ware toedracht zoude inlichten, opdat zij zich bij haren zoon te -Antekirrta zoude kunnen voegen. Een van de agenten van den dokter had -in opdracht, haar gedurende het herstellingstijdperk van Piet niet uit -het oog te verliezen, en dat herstel kon niet lang meer uitblijven. - -Maar, Sava!.... - -Piet had zich voorgenomen, nimmer over haar tot dokter Antekirrt te -spreken. Maar hoewel hij thans meenen moest, dat zij de echtgenoote van -Sarcany was, was het hem niet mogelijk haar te vergeten! Hoe zou dat -ook kunnen? Had hij opgehouden haar lief te hebben, hoewel zij voor hem -thans de dochter van Silas Toronthal was? Neen, duizendmaal neen! Was -Sava schuldig? Was zij verantwoordelijk voor de misdaad van haren -vader? En toch, die laaghartige misdaad had Stephanus Bathory, zijn -vader, het leven gekost! O, een tweestrijd ontwikkelde zich in de borst -van den jongeling, en hij alleen, hij Piet Bathory, zou het -verschrikkelijke en onophoudelijke lijden daarvan hebben kunnen -mededeelen. - -Dokter Antekirrt gevoelde dat. Om dan ook een anderen loop aan de -gedachten van den jongen man te verleenen, herinnerde hij hem -onophoudelijk de noodzakelijkheid tot uitoefening der rechtspleging die -zij op zich genomen hadden en waartoe zij beiden naar gelang hunner -krachten moesten medewerken. - -De verraders moesten gestraft worden, en dat zouden zij! Niets zou hen -daarvoor kunnen vrijwaren! - -Maar hoe zou men hen bereiken? Hoe zou men die ellendelingen in handen -krijgen? - -Daaromtrent was nog niets beslist. Maar men zou hen bereiken! -Daaromtrent bestond geen twijfel. - -„Er bestaan duizend en meer wegen, daarentegen maar één doel!” -herhaalde steeds de dokter. - -En als het moest zijn, zou hij duizend wegen volgen, om dat doel te -bereiken! - -Gedurende de laatste tijden van zijn herstel mocht Piet over en door -het eiland Antekirrta wandelen en mocht het bezichtigen, hetzij -wandelende te voet, hetzij gemakkelijk gezeten in een rijtuig. - -Wie zou inderdaad geene bewondering gevoeld hebben, bij het zien van -hetgeen die kleine volksplanting onder het bestuur van dokter Antekirrt -geworden was? - -Vooreerst was men steeds bezig met aan de vestingwerken te arbeiden, -die de stad, welke aan den voet van den kegelberg gebouwd was, alsook -de haven en het geheele eiland zelf tegen eene gewelddadige aanranding -moesten beschermen. Wanneer die werken voltooid zouden zijn, wanneer -die batterijen bewapend zouden zijn met zware kanonstukken van groote -dracht, die overal, maar vooral op de meest blootgestelde punten -kruisvuren zouden daarstellen, dan zou de nadering van ieder -vijandelijk vaartuig onmogelijk gemaakt zijn. - -De electriciteit zou eene belangrijke rol bij dat verdedigingsstelsel -vervullen, zoowel om de torpedo’s te doen ontploffen, waarmede het -vaarwater, dat toegang tot het eiland verleende, bezaaid was, als tot -ontbranding der kanonstukken zelven. De dokter had de meest verrassende -uitkomsten bekomen van dit middel, hetwelk de toekomst zoowel ten goede -als ten verderve zal beheerschen. - -Een centrale inrichting, waar door middel van stoom de noodige -beweegkracht voortgebracht werd, en waartoe dan ook een zeker getal -stoomketels aanwezig waren, bediende twintig dynamo-werktuigen van een -geheel nieuw stelsel, dat de volkomenheid zeer nabij kwam. Daar werden -stroomingen opgewekt, die door bijzondere accumulatoren van eene -buitengewone spankracht opgegaard en zoo ten behoeve van de -verschillende diensten op Antekirrta verstrekt werden, zooals van de -waterleiding over het geheele eiland, van de verlichting der stad, van -het telegraaf- en telephoon-wezen van de beweegkracht over stalen -sporen rondom de stad en door het innerlijke van het eiland. In één -woord, de dokter, voorgelicht door de ernstige studiën in zijne jeugd -verricht, had een der droombeelden van de moderne wetenschap -verwezenlijk, namelijk om de electriciteit als beweegkracht op verre -afstanden te bezigen. - -Daar nu had hij, dank deze zoo practische toegepaste beweegkracht, -zijne vaartuigen, waaromtrent hierboven reeds met een enkel woord -gesproken is, zijne buitengewoon snelvarende Electrieks kunnen laten -vervaardigen, die hem gedoogden met grootere snelheid dan die van een -sneltrein, van het eene uiteinde der Middellandsche zee naar het andere -te ijlen. Vooral deze vinding mocht onschatbaar heeten. - -Daar evenwel de steenkolen onontbeerlijk waren voor de stoomwerktuigen, -die dienen moesten om de stroomingen op te wekken, zoo was er steeds -een belangrijke voorraad van dîe brandstof in de kolenloodsen van het -eiland Antekirrta aanwezig, en die voorraad werd voortdurend aangevuld -door een kolenschip, dat te Newcastle in Schotland of te Swansea, of -Cardiff in Engeland laden ging. Zoo was doelmatig in dezen dienst -voorzien. - -De havenkom, langs welker binnenbaai de kleine stad zich -amphitheatersgewijs op den heuvelachtigen oever verhief, was een -natuurlijk bekken in den bergwand ingesneden, maar door belangrijke -werkzaamheden zeer verbeterd geworden. Twee kaden, een pierdam en een -golfbreker, verleende er alle veiligheid aan, van welken kant de wind -ook woei. Overal was de diepte in de haven voldoende, zelfs tot vlak -bij de kademuren. Dus bij alle heerschende winden bestond er volkomen -veiligheid voor de flotilje van Antekirrta. Die flotilje bestond -vooreerst uit de goelet Savarena, welke wij reeds kennen, uit het -stoomschip, dat bestemd was om de steenkolen te Swansea, Cardiff of -Newcastle te gaan innemen, uit een stoomjacht, de Ferrato genaamd, -hetwelk zeven of acht honderd tonnen meette, en uit drie Electrieks, -waarvan twee als torpedobooten ingericht waren, die dus uiterst -krachtdadig en zeer nuttig het hunne tot de verdediging van het eiland -konden bijbrengen. Het zeewezen van het eiland was dus zoo volmaakt -mogelijk. - -Antekirrta zag dan ook onder den invloed van den dokter zijne -weerstandsmiddelen met den dag vermeerderen. De zeeschuimers van de -Tripolitaansche en van de Cyrenaïsche streken wisten dat zeer goed en -hielden zich ook voorzichtigheidshalve op eerbiedigen afstand. - -Toch was het hun grootste wensch,—en dat was wel te begrijpen,—dat -eiland te kunnen bemachtigen; want het bezit daarvan zou de plannen van -den grootmeester der broederschap van het Senousismus, Sidi Mohammed El -Madi, uitermate begunstigd hebben. - -Maar die dweeper was bekend met de moeielijkheden, aan zulk eene -onderneming verbonden, en daarom wachtte hij een gunstig oogenblik, om -handelend op te kunnen treden, met dat geduld, hetwelk een der -voornaamste kenmerkende eigenschappen van het Arabische karakter -uitmaakt. Dat geduld zou evenwel nog hard op de proef gesteld worden. - -Het was den dokter niet onbekend, dat die dweeper het oog op zijn -schoon Antekirrta geslagen had, en daarom bevorderde hij zijne -verdedigingswerken zoo veel hem maar mogelijk was. Om die vestingwerken -aan te kunnen tasten, wanneer zij voltooid zouden zijn, zou men die -moderne vernielingswerktuigen moeten bezigen, die de ballistische -vindingrijkheid der XIXde eeuw kenmerkt. En die werktuigen bezaten de -Senousisten nog niet. De mannelijke bewoners van Antekirrta, van -achttien jaren tot veertig jaren, waren reeds in compagniën ingedeeld, -bezaten voortreffelijke en snelvurende zekerheidswapenen en werden -ijverig geoefend in de behandeling van het geschut, waarbij zij -aangevoerd werden door chefs, uit hun midden gekozen. Die militie telde -eene sterkte van vijf- of zeshonderd mannen, en dat was eene macht, -waarop in tijd van nood gerekend kon worden en waarmede alsdan niet te -spotten viel, of die zelfs niet te minachten was. - -Eenige volksplanters bewoonden wel is waar ettelijke hoeven, die in de -vlakte verspreid lagen; maar het meerendeel der ingezetenen bewoonde de -kleine stad, die den Transylvanischen naam van Artenak ontvangen had, -als vaderlandsche herinnering aan het feodale domein, hetwelk graaf -Mathias Sandorf op de hellingen van het Karpathisch gebergte bezeten -had. - -Artenak had een zeer schilderachtig voorkomen. Dat stadje evenwel, -hetwelk hoogstens een paar honderd huizen bevatte, in plaats van op -Amerikaansche wijze schaakvormig met rechtlijnige lanen en straten, -alsof zij langs een touwtje gebouwd zijn, aangelegen te zijn, had eene -geheel andere bouworde. De woningen verhieven zich vrij ordeloos uit -hunne frissche tuinen op de oneffenheden van den bodem en verborgen -hunne daken onder de dichte schaduwen van hoog geboomte. Eenige waren -van Europeeschen bouwtrant, anderen bootsten de Arabische vormen na. -Het was een mengelmoes, dat zich verhief langs de murmelende beek, die -door de hoogdrukwerktuigen van heerlijk helder water voorzien werden en -steeds overvloedig voorzien bleven. - -Dat alles was frisch, bevallig, aantrekkelijk en bekoorlijk. Het was -eene stad in de bescheiden beteekenis van het woord—waarin de bewoners, -leden eener zelfde familie, aan het gemeenschappelijk leven deelnamen, -zonder de vrede verstoord te zien en zonder de huiselijke -onafhankelijkheid prijs te geven. - -Ja, zij waren gelukkig, die ingezetenen van het eiland Antekirrta! Zoo -gelukkig als ooit een volksstam geweest is en zijn zal. - - - Ubi bene, ibi patria! - Waar men het goed heeft, daar is het vaderland! - - -is ongetwijfeld eene weinig vaderlandslievende uiting; maar men zal -haar die brave lieden wel willen vergeven, die op de roepstem van -dokter Antekirrt daar samengevloeid waren, maar die voorheen ellendig -en rampzalig in hunne geboorteplaatsen een kommervol leven -voortsleepten, en nu het geluk en een onbekrompen bestaan op dat -gastvrij eiland vonden. - -Wat de woning van het hoofd der kolonie, van dokter Antekirrt betrof, -de volksplanters noemden haar het Stadhuis, dat eigenlijk meer het -gemeentehuis was. Daar woonde niet de meester, maar de primus inter -pares, de eerste onder zijns gelijken. Dat was een van die -overheerlijke Moorsche woningen met hare miradora’s, met hare -moucharaby’s, met haar innerlijke patio’s, met hare galerijen, met hare -zuilen, met hare portieken, met hare fonteinen, met hare zalen en -vertrekken, die door kunstvaardige werklieden, welke daartoe -opzettelijk uit de Arabische provinciën overgekomen waren, versierd -werden. Tot bouwstoffen waren de meest kostbare materialen gebezigd, -als marmer, onyxsteenen, die uit den zoo rijken berg Filfilla, langs de -baai van Numidië op weinige kilometers van Philippeville gelegen, door -een wetenschappelijk mijnbouwkundige, met een ware kunstenaarsziel -begaafd, ontgind waren. Die koolzure kalkverbindingen hadden zich -uitstekend geleend om de dichterlijke opvattingen van den -kunstvaardigen bouwmeester te verwezenlijken, en onder het weelderig -Afrikaansch klimaat hadden zij reeds die rijke tinten, die vergulde -schakeering aangenomen, die de zon als met een penseel er over -gestreken, met den punt harer stralen aan die kunstschatten in het -Oosten verleend had. - -Op den achtergrond werd Artenak beheerscht door den bevalligen -klokketoren van een klein bedehuis, waarvoor dezelfde steengroeve haar -wit en zwart marmer geleverd had, en die zich tot alle doeleinden, -zoowel van de beeldhouwkunst als van de bouwkunst, voortreffelijk -leende. De blauwachtige turquinos, de gele aderen en vertakkingen van -die marmersoort, kwamen overheerlijk uit en maakten haar tot eene -geduchte mededingster van de voortbrengselen der mijngangen van Carare -en van Paros, de beroemdste der geheele aarde. - -Buiten de stad verhieven zich op de naburige heuvelvormingen andere -woningen, die een meer onafhankelijken vorm vertoonden, eenige villa’s, -een klein hospitaal, dit laatste in een hoogeren luchtstreek, waarheen -de dokter, de eenige geneesheer van de kleine volksplanting, zijne -zieken wilde zenden, wanneer hij er namelijk zou hebben. Vervolgens -verrezen langs de hellingen, die naar den zeekant afdaalden, andere -fraaie woningen en vormden daar eene werkelijke badplaats. Een der best -ingerichte onder die woningen, maar stevig en beknopt als een klein -blokhuis gebouwd, en dicht bij den pier gelegen, verrukte den blik en -zou men de villa Pescados of villa Matifou hebben kunnen heeten. - -Het was daar inderdaad dat de twee onafscheidelijke vrienden gehuisvest -waren, in gezelschap van een saïs, een Arabische bediende, die hun -toegevoegd was en waarover zij zich zeer tevreden betoonden. - -Neen, nooit zouden zij vroeger zulk eene gelukkige toekomst hebben -durven droomen! - -„Wij leven lekkertjes hier,” herhaalde Kaap Matifou voortdurend, -terwijl hij zich de handen wreef. - -„Hoe meent gij?” - -„Lekkertjes! Zie je, wat men noemt lekkertjes, mijn waarde -Pescadospunt!” - -„Al te lekker!” meende Pescadospunt, „en het is waarlijk boven onzen -stand, vrees ik.” - -„Hoe bedoelt gij dat?” - -„Ziet ge, Kaap Matifou, iets hindert mij. En dat nog wel zeer sterk.” - -„Wat dan, in Gods naam?” vroeg de reus, die in de lucht staarde, alsof -hij zocht, waar dat hinderlijke zijn mocht. - -„Wij moeten onderwijs genieten....” - -„Onderwijs?” - -„Ja, wij moeten naar school gaan, prijzen behalen in de spelkunst en de -spraakkunst....” - -„He!.... in de spraakkunst?.... Alsof gij niet praten kunt...” - -„Wij moeten diploma’s van knapheid erlangen! Getuigschriften, dat -wij....” - -„Maar gij zijt onderwezen, Pescadospunt,” antwoordde de trouwhartige -Hercules. „Gij kunt lezen, schrijven, rekenen....” - -„Dat is waar, maar....” - -Inderdaad, met zijn reusachtige kameraad vergeleken, kon de kleine -Pescadospunt voor een wetenschappelijk man doorgaan. Maar in -werkelijkheid gevoelde de arme drommel maar al te zeer, wat aan zijne -vorming ontbrak. Waar en wanneer zou hij iets geleerd hebben, hij die -nimmer eene andere school bezocht had dan het Lyceum van de karpers in -de vijvers te Fontainebleau, of zooals wij Nederlanders zouden zeggen, -dan de Hoogere Burgerschool van de herten in de Koekamp te ’s -Gravenhage. - -Maar hij was thans een trouwe bezoeker van de openbare boekerij te -Artenak, hij trachtte te leeren, hij las, hij blokte, terwijl Kaap -Matifou zich den tijd ten nutte maakte om met verlof van dokter -Antekirrt veel zand te verzetten, veel rotsen op het strand op te -stapelen, ten einde eene kleine visschershaven aan te leggen, die -hoogst noodzakelijk was. - -Overigens moedigde Piet Bathory Pescadospunt zeer aan, wiens ongemeen -schrander brein hij had leeren waardeeren. Hij begreep dat zulke -geestvermogens slechts oefening vereischten. Hij had zich tot professor -van den gewezen potsenmaker opgeworpen, en leidde zijn onderwijs -zoodanig, dat zijn leerling een volledig en grondig elementair -onderricht deelachtig werd. Deze maakte snelle vorderingen, dat moet -gezegd worden; maar er waren nog andere redenen waarom Piet zich aan -Pescadospunt hechtte. - -Was hij niet belast geweest met de opdracht, om de woning van de -familie Toronthal gade te slaan? - -Was hij niet in de Stradona-laan aanwezig, toen Sava, bij het -voorbijrijden van zijn begrafenisstoet, bewusteloos naar binnen -gedragen was geworden? - -O, Pescadospunt had natuurlijk meer dan eens het verhaal moeten leveren -van die droevige gebeurtenissen, waaraan hij een onmiddellijk aandeel -gehad had! - -Hem, hem alleen, kon Piet Bathory dus daarover onderhouden. En dat hij -er over sprak, wanneer zijn gemoed vol was en hij niet alles binnen de -grenzen van zijn hart besluiten kon, wie zal dat kunnen wraken? - -Maar daardoor werd een innige band geboren, welke die beide mannen aan -elkander verbond. - -Het oogenblik naderde evenwel, dat dokter Antekirrt zijn dubbel plan -ten uitvoer zou leggen. - -Dubbel plan, ja! - -Eerst beloonen; daarna straffen! - -Wat hij helaas niet had kunnen volbrengen voor Andreas Ferrato, die -weinige maanden na zijne veroordeeling in het bagno van Stein overleden -was, dat wilde hij ten uitvoer leggen jegens zijne kinderen. Dat was -eene treurige verplichting, hem door de dankbaarheid opgelegd. - -Ongelukkig, welke nasporingen zijne agenten ook in het werk gesteld -hadden, welke moeite zij zich ook gegeven hadden, zoo waren zij er nog -niet in geslaagd om te weten te komen wat er van Luigi en van zijne -zuster geworden was. Beiden hadden, na den dood van hunne vader, -Rovigno en zelfs de provincie Istrië verlaten en waren dus voor den -tweeden keer de ballingschap te gemoet getreden. - -Waarheen waren zij getrokken? - -Dat wist niemand, en dat kon ook niemand zeggen. - -Dat was wel eene reden van kommer voor den dokter. Hij gaf evenwel den -moed niet op om de kinderen terug te vinden van den man, die zich voor -hem opgeofferd had. Op zijn bevel werden dan ook de nasporingen -onophoudelijk voortgezet, terwijl geene kosten voor dat doeleinde -gespaard werden. - -Wat mevrouw Bathory betrof, koesterde hij slechts één wensch en die -was, dat zij naar Antekirrta mocht komen. Maar de dokter wilde de -voordeelen benuttigen van den vermeenden dood van Piet, zoo als hij -inderdaad partij trok van zijn eigen vermeend overlijden. Hij bracht -den jongen man aan het verstand, dat het noodzakelijk was, om met de -uiterste omzichtigheid te werk te gaan. Dat begreep Piet Bathory -volkomen. - -Van den eenen kant daarenboven wilde de dokter ook wachten, totdat de -herstellende jongeling genoegzaam krachten zou herkregen hebben, om den -veldtocht mede te kunnen maken, dien hij ontworpen had; en van den -anderen kant,—hij wist dat door het overlijden van mevrouw Toronthal -het huwelijk van Sava met Sarcany uitgesteld was,—had hij besloten -niets te ondernemen voor dat dit voltrokken was. Anders zouden zijne -berekeningen wel eens kunnen falen. Een zijner agenten, die te Ragusa -was, hield hem trouw op de hoogte van alles, wat daar ter stede omging. -Deze moest het huis van mevrouw Bathory in de Marinella-straat met -dezelfde nauwkeurigheid gadeslaan als de woning in de Stradona-laan. - -Zoo was toen de toestand. - -De dokter wachtte met ongeduld, dat iedere oorzaak van vertraging uit -den weg geruimd zoude zijn. Hij wist nog niet, wat er van Carpena -geworden was; diens spoor had men na zijn vertrek van Rovigno verloren. -Maar Silas Toronthal en Sarcany waren steeds te Ragusa gevestigd, die -konden hem dus niet ontsnappen. - -Wanneer dat alles goed begrepen is, dan zal de lezer oordeelen kunnen, -wat dokter Antekirrt ondervinden moest, toen hij op den 20sten -Augustus, een telegram langs den electrischen draad over Malta naar -Antekirrta op het Stadhuis ontving, die eerst het vertrek van Silas -Toronthal, van Sava en van Sarcany, alsook de verdwijning van mevrouw -Bathory en van Borik meldde, die allen Ragusa verlaten hadden, zonder -dat men hen op het spoor kon komen, zonder dat men wist, waarheen zij -zich begeven hadden. - -Toen wilde de dokter niet langer dralen. Hij moest, hij zou handelend -optreden. - -Hij liet Piet bij zich komen en verheelde hem niets van de tijding, die -hij zoo even vernomen had. Welke slag dat voor den jongen man was, laat -zich begrijpen. Zijne moeder verdwenen, Sava, God weet waarheen -gesleurd! En door wien? Door dien Silas Toronthal, die haar, daaraan -viel niet te twijfelen, dien laaghartigen Sarcany in handen wilde -spelen! - -„Wij vertrekken morgen,” zei dokter Antekirrt, terwijl hij den jongen -man aankeek. - -„Waarom morgen? Neen, heden nog!” riep Piet uit. - -„Dat kan niet, mijn zoon.” - -„O, vergeef mij.... Maar waar zullen wij mijne moeder zoeken?.... Waar -zullen wij....” - -Hij haperde en voleindigde zijn gedachtengang niet.... De naam van Sava -lag op zijne lippen. - -Dokter Antekirrt, die raadde wat er in hem omging, haastte zich hem in -de rede te vallen, door te zeggen: - -„Ik weet niet, of er een eenvoudig toeval het samenvallen van die twee -gebeurtenissen aan te nemen is. Hebben Silas Toronthal en Sarcany de -hand in de verdwijning van mevrouw Bathory? Dat zullen wij wel te weten -komen; maar wij moeten ons in de eerste plaats tot die twee -ellendelingen wenden.” - -„Maar waar hen op te sporen?” - -„Waar?.... Wel in Sicilië,” antwoordde dokter Antekirrt. - -De lezer zal zich het gesprek nog wel herinneren, dat tusschen Sarcany -en Zirone gevoerd werd in den vestingtoren van Pisino en dat door -Mathias Sandorf afgeluisterd werd. - -Zirone had toen van Sicilië gesproken als van het tooneel zijner gewone -heldenbedrijven, terwijl hij zijn makker uitgenoodigd had daarheen te -stevenen, wanneer de omstandigheden dat vroeg of laat noodzakelijk -zouden maken. - -Dokter Antekirrt had die bijzonderheid zorgvuldig onthouden zoowel als -Zirone’s naam. Dat was, men moet ’t beamen, slechts eene zwakke -aanwijzing, maar bij gebrek aan eenige andere, kon zij er toe leiden om -de wrekers op het spoor van Silas Toronthal en Sarcany te voeren. - -Er werd dus tot onverwijld vertrek besloten. Dat was voor Piet Bathory -althans iets. - -Pescadospunt en Kaap Matifou werden gewaarschuwd, dat zij den dokter -zouden vergezellen en moesten zich gereed houden om op het eerste -teeken te vertrekken. Pescadospunt vernam toen, wie Silas Toronthal, -Sarcany en Carpena waren. - -„Die schurken!” zei hij. „Ik dacht het wel!.... En in mijne meening heb -ik mij zelden vergist.” - -En tot Kaap Matifou fluisterde hij: - -„Gij zult, denk ik, ten tooneele moeten verschijnen. Ik meen dat de -tijd gaat komen.” - -„Weldra?” - -De kleine man knikte bevestigend; bedacht zich een oogenblik en -antwoordde toen: - -„Maar wacht op het slotwoord.” - -Dienzelfden avond had het vertrek reeds plaats. - -De Ferrato lag met stoom op en steeds gereed om zee te kiezen. -Levensmiddelen waren er steeds aan boord, hare kolenhokken waren steeds -stampvol, hare kompassen steeds nauwkeurig geregeld, de waterruimen -gevuld, de kruitkamer goed voorzien.... Het sloeg acht uren toen -eindelijk het anker gelicht werden en het vaartuig wegstoomde. - -Van uit het binnenste gedeelte van de Groote Syrte tot aan de -zuidelijkste punt van het Sicilië, dat wil zeggen: tot vlak tegenover -Kaap Portio di Palo, kan gerekend worden op negen honderd mijlen. Om -dien afstand af te leggen, had het vlugge stoomjacht, wiens snelheid -achttien mijlen in het uur bedroeg, slechts anderhalf etmaal noodig. -Dat was waarlijk een kort tijdsbestek. - -De Ferrato, die kruiser van de Antekirrtsche zeemacht, was een -bewonderenswaardig vaartuig. Het was in Frankrijk, op de -scheepstimmerwerven van de Loire gebouwd, en kon eene daadwerkelijke -kracht van ongeveer vijftienhonderd paarden ontwikkelen. Zijne ketels -waren volgens het stelsel Belleville vervaardigd, een stelsel waarbij -de buizen het water en niet de vlammen van den oven bevatten,—en hadden -het voordeel van weinig steenkolen te verbruiken, van een schelle -stoomontwikkeling toe te laten, van gemakkelijk eene verhoogde -stoomspanning in het leven te roepen, zelfs tot van vijftien en twintig -kilogrammen, zonder dat gevaar van springen van den ketel te vreezen -was. De afgewerkte stoom, door zoogenaamde herverwarmers opgevangen, -werd zoo de krachtdadige agent van eene mechanische werking van eene -buitengewone spanning en verleende aan het stoomjacht, hoewel het -minder smal en rank was dan de adviesbooten van de Europeesche -oorlogssmaldeelen, eene zoodanige snelheid, dat het voor geen dier -vaartuigen behoefde onder te doen. Het kon zich in waarheid meten met -de beste van de geheele aarde. - -Het zal wel niet behoeven gezegd te worden, dat de Ferrato met het -meest mogelijke comfort ingericht was, en dat zij haren passagiers alle -gemakken, die maar te bedenken waren, aanbood. Het vaartuig voerde -bovendien vier stalen kanons van het achterlaadstelsel, die overbanks -konden vuren, bovendien nog twee revolverkanons van het stelsel -Hotchkiss en twee Gatling mitrailleuses. Behalve dat, was het voorschip -nog bewapend met een lang jaagstuk, dat op een afstand van zes -kilometers een conisch projectiel van dertien centimeter kon -voortdrijven. Eene zeer eerbiedwaardige bewapening dus. - -Het état-major bestond uit een kapitein, een Dalmatiër van geboorte, -die Köstrik heette, uit een eersten officier, onderbevelhebber, en uit -twee luitenants ter zee. - -De machine werd gedreven door een eersten en een tweeden -werktuigkundige, door vier stokers, die daarenboven nog bijgestaan -werden door twee kolenruimwerkers. - -Voor den dienst der kombuis en tot bediening der salons en hutten waren -vooreerst aanwezig: een uitmuntend hofmeester, dan twee koks, ware -specialiteiten in hun vak, en drie saïs of bijloopers, terwijl de -bemanning bestond uit een constabel, twee kwartiermeesters en dertig -matrozen. - -In het geheel dus vier officieren en zeven en veertig manschappen, alle -flinke borsten. - -Gedurende de eerste uren werd het verlaten van de baai van Sidra onder -vrij gunstige omstandigheden volvoerd. - -Hoewel de wind tegen was en vrij hard uit het noordwesten blies, zoo -kon de gezagvoerder van de Ferrato toch eene merkwaardige snelheid -verleenen en die ook volhouden. Hij kon echter van zijn zeiltuig, -zooals van fok, fokkemars, fokkebram, grootzeil, grootmars- en -grootbramzeil en barkzeil geen gebruik maken. - -Gedurende den nacht konden dokter Antekirrt en Piet Bathory in hunne -elkander grenzende hutten, die zij in het achterschip betrokken hadden, -en Pescadospunt en Kaap Matifou in hunne hutten in het voorschip, de -meest gewenschte rust genieten, zonder zich te verontrusten over de -bewegingen van het stoomjacht, dat evenals elk snelvarend vaartuig -tamelijk slingerde. De slaapplaatsen waren evenwel van veerkrachtige -toestellen voorzien, die de slingeringen zooveel mogelijk -neutraliseerden. - -Om evenwel der waarheid getrouw te blijven, moet verteld worden dat al -ontbrak de slaap niet aan de beide gewezen acrobaten, evenwel dokter -Antekirrt en Piet Bathory ten gevolge van ongerustheid, die zij -ondervonden, geen oog sloten. - -Toen den volgenden ochtend de passagiers op het dek verschenen, waren -gedurende de twaalf uren, die sedert het vertrek van het eiland -Antekirrta verstreken waren, meer dan honderdtwintig mijlen afgelegd. -De bries woei steeds uit denzelfden hoek, namelijk uit het noordwesten, -en toonde waarlijk neiging, om nog aan te wakkeren. Bij het opkomen der -zon zag de gezichteinder er somber, dreigend en stormachtig uit, -terwijl de drukkende dampkring, door den barometer duidelijk -aangegeven, eene worsteling der elementen deed voorzien. - -Pescadospunt en Kaap Matifou wenschten dokter Antekirrt en Piet Bathory -goeden morgen. - -„Dank je, vrienden,” hernam de dokter. „Hebt gij een goeden nacht in -uwe kooien doorgebracht?” - -„Als mollen met een gerust geweten,” antwoordde Pescadospunt vroolijk -en opgeruimd. - -„En heeft Kaap Matifou zijn eerste ontbijt genuttigd? En heeft dat -gesmaakt?” - -„Ja, heer dokter!” antwoordde de reus, „en ik moet bekennen, dat het -heerlijk was.” - -„En wat hebt gij verorberd?” vroeg de dokter belangstellend. „Kom, laat -hooren.” - -„Een soepkom met lekkere koffie gevuld en twee kilogrammen -scheepsbeschuit.” - -„Drommels! Een weinig hard, die beschuit, niet waar,” merkte Piet -Bathory lachende op. - -„Bah! Dat’s kinderwerk voor iemand, die vroeger keisteenen onder het -eten als versnapering fijnmaalde en verzwolg,” zei Pescadospunt op -zijne beurt uitschaterende. - -Kaap Matifou knikte zachtkens met zijn dik hoofd,—zijn gewone manier om -met de antwoorden van zijn makker in te stemmen,—en grinnikte heel -behagelijk. - -Intusschen stoomde de Ferrato, op bepaald bevel van dokter Antekirrt, -volle kracht en deed twee machtige waterkrullen, gekuifd met -verblindend wit schuim, voor zijn scherpen boeg opsteigeren. - -Haast en spoed mochten in het tegenwoordige geval niet anders dan -voorzichtigheid heeten. - -Reeds had kapitein Köstrik zich afgevraagd, en had hij dan ook den -dokter er over geraadpleegd, of het niet noodig zou wezen om een -oppertje achter het eiland Malta te zoeken, welks kustlichten, tegen -acht uur des avonds ongeveer, binnen den gezichtskring moesten -verschijnen. Een oppertje wordt door de zeelieden genoemd: eene gedekte -stelling tegen den wind bij noodweer. En inderdaad, de toestand van den -dampkring werd al meer en meer dreigend. - -De barometer daalde onrustbarend, in weerwil van de heerschende -noordwester bries, die bij het dalen der zon steeds aanwakkerde; dikke -wolkengevaarten doemden uit het oosten op en verbreidden zich toen -reeds over drie vierden gedeelten van het uitspansel. Bij den -gezichteinder, langs de oppervlakte der zee, trok een grauwe band -voorwaarts, die een loodkleurig aanzien had, en een uitermate matte -kleur vertoonde, maar zwart als inkt werd, wanneer eene zonnestraal er -in slaagde, tusschen de scheuren van de wolkenlaag door te glijden. -Reeds schoten, hoewel nog zonder dondergerommel, scherpe -bliksemschichten door het luchtruim, als trachtte zij die electrische -wolkenmassa’s te verscheuren, waarna de bovenrand zich in dikke ronde -krulvormige koppen met scherp afgebakende grenzen vertoonde. - -Terzelfder tijd was het alsof de strijd losbarstte tusschen de westen- -en oostenwinden, welke laatste in de beneden luchtlagen door de -menschen nog niet gevoeld werden, maar waarvan reeds de zee, bij hare -pogingen om haar evenwicht te herstellen, den invloed ondervond. - -De golven werden grooter en steigerden tegen de heerschende deining in, -klotsten en begonnen over het dek van het jacht te krullen. Het werd -zaak, om aan boord alles vast te zetten, wat gevaar kon loopen over -boord gespoeld te worden. - -Tegen zes uren evenwel viel de nacht in, een zwarte donkere nacht, -veroorzaakt door het gewelf van donkere wolken, dat het uitspansel van -het eene einde tot het andere bedekte. De donder begon te grommen en -schel schitterende bliksemstralen doorkliefden die dikke duisternis, -maar maakten, doordat zij de oogen verblindden, die duisternis als het -ware nog donkerder. Onder zoodanige omstandigheden werd de nacht -ingetreden. De barometer bleef dalen. - -„Gij hebt volkomen vrijheid van handelen!” zei dokter Antekirrt tot den -gezagvoerder. - -„Ja. En dat is noodig ook, heer dokter,” antwoordde kapitein Köstrik. -„Op de Middellandsche zee heeft men steeds met uitersten te doen. -Uitnemend fraai weder of woeste gevaarlijke storm! Oosten- en -westenwinden voeren thans krijg om den voorrang, wie de overhand -behouden zal. En ik vrees, dat met behulp van het onweder de -eerstbedoelde de overwinning zal behalen. De zee zal zeer woest worden, -wanneer wij de eilanden Gozzo of Malta zullen zijn te boven gekomen, en -het is wel mogelijk, dat wij met moeielijkheden te kampen zullen -hebben. Ik stel u niet voor, om de havenplaats La Valletta aan te doen; -maar wel om een oppertje, een toevluchtsoord tot hedenavond onder de -westkust van een der beide genoemde eilanden te zoeken. Wat denkt gij -er van? Het is inderdaad een goede raad, dien ik u geef.” - -„Doet, kapitein, wat gij denkt dat gedaan moet worden,” antwoordde -dokter Antekirrt, kalm en bedaard. - -Het stoomjacht bevond zich toen op ongeveer dertig mijlen ten westen -van het eiland Malta. Op het eiland Gozzo, dat een weinig ten -nood-westen van Malta gelegen is, en waarvan het gescheiden wordt door -twee kanalen, smalle vaarwaters, die door een klein centraal eiland -gevormd worden, verheft zich een vuurtoren van den eersten rang, die -een boog verlicht met een straal van zeven en twintig mijlen. Dat -verlichtingstoestel was dus op een grooten afstand zichtbaar. - -In weerwil van de onstuimigheid der zee, moest de Ferrato evenwel -binnen het tijdsverloop van een uur, binnen den cirkel van dien -lichtstraal aangekomen zijn. Na den stand van het schip zorgvuldig -bepaald te hebben, kon de kapitein, zonder evenwel roekeloos te zijn, -den wal genoegzaam naderen, om daaronder gedurende eenige uren een -toevluchtsoord te vinden. - -Zoo deed kapitein Köstrik, evenwel niet zonder de voorzorg genomen te -hebben, de snelle vaart van zijn schip te matigen, ten einde iedere -averij, zoowel aan den romp als aan de machine van de Ferrato, te -voorkomen. Dat was niets anders dan plicht van een degelijk maar -voorzichtig zeeman. - -Evenwel het gestelde uur verstreek en nog werd de vuurtoren van Gozzo -niet waargenomen. Het was onmogelijk den wal te ontwaren, hoewel de nok -van de steile oevers zich hoog boven de oppervlakte der zee verhief. -Was men uit de goede richting gedwaald? Was men uit den koers geraakt? -Hoe kon dat mogelijk zijn? - -Het onweder woedde toen met volle kracht. Oorverdoovend kraakte de -donder over de wateroppervlakte, gillend floot de wind door het want. - -Een warme regen vloot met stralen neer. De dikke dampen, die den -gezichteinder benevelden, werden thans door den wind voortgesleurd en -vlogen door de lucht met eene ongeëvenaarde snelheid. Tusschen de -scheuren, welke zij lieten ontwaren, schitterden van tijd tot tijd -plotseling eenige sterren, die evenwel dadelijk uitgedoofd werden; -terwijl de nevelbanken langs de oppervlakte der zee scheerden en haar -als met ommetelijke bezems schenen te willen aanvegen. Het waren als -overgroote spookgestalten, die over de watervlakte voortijlden. - -Drie dubbele bliksemstralen troffen soms de deininggolven op drie -verschillende plaatsen te gelijk en omgaven dan het stoomjacht met een -bleeke naargeestigen lichtkring, die evenwel spoedig weer uitdoofde, -terwijl de lucht onder de electrische ontladingen als het ware trilde. - -Tot nu toe was de toestand wel zeer moeielijk geweest; maar hij zou nu -hand over hand onrustbarend worden. - -Kapitein Köstrik, die gissen moest, dat hij zich op minstens twintig -mijlen van en dus binnen het bereik van den vuurtoren van Gozzo moest -bevinden, durfde het eiland niet verder naderen. Hij begon zelfs te -vreezen, dat de hoogte der kustlijn hem belette het licht te zien. In -dat geval zou hij reeds te veel genaderd zijn. En stooten op de -loodrecht uit zee oprijzende rotsen, die aan den voet van die steile -oevers aangetroffen worden, dat was het verderf! Dan bleef er geen stuk -van het vaartuig over. Neen, hoe stevig ook van ijzer en staal -vervaardigd, daartegen was het niet bestand. - -Tegen half tien ongeveer, nam de gezagvoerder het besluit om bij te -leggen en de machine slechts halve kracht te laten werken. Hij stopte -niet geheel en al, maar liet de schroefbladen slechts zooveel -omwentelingen maken, om voldoende stuur in het schip, en den voorsteven -op de aanrollende golf te kunnen houden. Het vaartuig stampte onder die -omstandigheden vreeselijk, maar het liep zoo geen gevaar om op het -strand te worden gezet, en dat was in den bestaanden toestand het -voornaamste! - -Zoo gingen drie uren voorbij en werd ongeveer het middernachtsuur -bereikt. - -Op dat tijdstip verergerde de toestand, toch al zeer hachelijk, nog, -als het kon. - -Zooals dat dikwijls bij zulke onweders geschiedt, hield de strijd -tusschen de tegenovergestelde winden uit het westen plotseling op. De -wind kromp snel en keerde naar de kompasstreek terug, waaruit hij den -geheelen dag geblazen had, maar volvoerde dien sprong met de hevigheid -van een uitschieter. Zijn geweld, dat gedurende eenige uren door de -tegenovergestelde luchtstroomingen bedwongen was geweest, trad weer in, -terwijl de hemel helder werd, het wolkendak scheurde en de sterren -allerwege zichtbaar werden. - -„Een licht, stuurboord vooruit!” riep een der wachthebbende -manschappen, die in den fokkemast op uitkijk zat. - -„Een licht, stuurboord vooruit!” werd door een der wachthebbende -officieren op het achterschip herhaald. - -„Het roer bakboord te boord!” commandeerde kapitein Köstrik, die zich -van de kust wilde verwijderen. Ook hij had dat licht gezien. De -tusschenpoozende schitteringen daarvan gaven duidelijk aan, dat het de -vuurtoren van Gozzo was. Het was waarachtig tijd, om den -tegenovergestelden kant uit te stevenen; wat de tegenwind ontketende -met ongekend geweld. De toestand van het schip was inderdaad gevaarvol. - -De Ferrato toch bevond zich toen nog slechts op een afstand van twee -mijlen van de rotspunt, waarop de vuurtoren plotseling verscheen. Het -was een ijzingwekkend gezicht, dat licht bij dat weer zoo in de -nabijheid te ontwaren. - -De machinist kreeg bevel om de stoomspanning te vermeerderen: maar -nauwelijks had hij gehoorzaamd, of de machine vertraagde, liet een -doordringend ratelend geluid hooren, en stond weldra geheel stil. - -Dokter Antekirrt, Piet Bathory, het état-major en de geheele bemanning -waren op het dek in de hevigste spanning en in de verwachting van de -dingen, die thans komen zouden. - -En werkelijk, een ongeval was geschied. De klep van de luchtpomp was -onklaar geraakt; de condensor werkte een oogenblik onregelmatig en -spoedig daarna niet meer. Nog eenige omwentelingen, die onder het -achterschip als kanonschoten weerklonken, en daarna stond de schroef -stil. Zij was niet meer in beweging te brengen. - -Een zoodanig ongeval kon een ramp worden, omdat dit onklaar worden der -luchtpomp onherstelbaar was, ten minste in de omstandigheden, waarin -men zich bevond. Die pomp zou uit elkander genomen moeten worden en die -arbeid zou verscheidene uren vereischt hebben.... en in twintig minuten -kon het stoomjacht, voortgezweept door de noordwesten-windvlagen, -gestrand zijn. En op welk rotsig strand dan nog! Ja, de toestand was -gevaarvol! - -„Kluiver hijschen!.... Fok- en marszeilen bijzetten!.... Klaar bij het -barkzeil!”.... - -De gegeven bevelen werden door de equipage met vlijt en met -bewonderenswaardige eenheid uitgevoerd. Dat Pescadospunt met zijne -vlugheid en Kaap Matifou met zijne kracht meehielpen, zal wel niet -behoeven gezegd te worden. De katrollen en blokken zouden eerder uit -elkander gesprongen zijn, dan dat Kaap Matifou zou toegegeven hebben. - -Maar de toestand, waarin de Ferrato zich bevond, was intusschen zeer -gevaarvol te noemen. Een stoomschip met zijne ranke vormen, zijn gebrek -aan breedte, zijn weinigen diepgang, met zijn in den regel onvoldoend -zeiltuig, is niet gebouwd om te laveeren. Als het scherp bij den wind -moet zeilen, loopt het bij stormachtige zee gevaar af te vallen en de -volle deining dwars in te krijgen, waardoor het in zeer noodlottigen -toestand geraakt. - -En zoo gebeurde het met de Ferrato. Behalve dat het schip groote -moeielijkheden ondervond bij het zeil zetten, was het onmogelijk om het -naar het westen door den wind te doen gaan. Langzamerhand viel het af -en werd naar den voet der rotsachtige kust gedrongen. Weldra scheen er -niets anders meer over te blijven dan de plek te kiezen, waar de -stranding onder de minst nadeelige omstandigheden zou kunnen plaats -vinden. - -Ongelukkig was de nacht zoo zwart, dat kapitein Köstrik niets van de -kustgesteldheid kon ontwaren. Hij wist wel, dat twee vaarwaters ter -weerszijden van het centraal eilandje, Gozzo van Malta scheidden, het -eene North Comino en het andere South Comino geheeten. Maar hoe hunne -monding te midden van die dikke duisternis te vinden? Hoe te midden van -die woedende zee daarin te stevenen, om een toevluchtsoord op de -oostkust van het eiland te vinden, om de havenplaats La Valletta te -bereiken? Was dat wel mogelijk? - -Een loods, een vakkundige zou alleen een zoo gevaarvolle manoeuvre -hebben kunnen beproeven. Maar welke loods, welke visscher zou het bij -dien dikken dampkring, in dien regen- en nevelachtigen nacht, bij het -bulderen van dien storm, durven wagen, om naar het in nood verkeerende -vaartuig te stevenen? Daarop viel immers in het geheel niet te hopen. - -Intusschen liet de stoomfluit haar gegil te midden van het -oorverdoovend gehuil van den stormwind vernemen; terwijl bovendien nog -drie kanonschoten achtereenvolgens gelost werden. - -Plotseling werd aan de landzijde een zwart punt te midden der -mistvlagen opgemerkt. Het was een klein vaartuig, dat met dicht -gereefde zeilen naar de Ferrato toestevende. Ongetwijfeld was het een -visscher, die door den storm genoodzaakt was geworden, in de kleine -kreek van Melléah een toevlucht te zoeken. Daar had hij, terwijl zijn -vaartuig, voor de rotsen beveiligd in de bewonderenswaardige -Calypso-grot, die met de Fingalgrot op de Hebridische eilanden -vergeleken kan worden, ten anker gelegen had, de alarmfluit en de -noodschoten van de Ferrato gehoord. Toen die signalen gegeven werden, -bevond het in nood verkeerend stoomjacht zich reeds zeer nabij de -branding en stampte en slingerde hevig. - -Onmiddellijk had die visscher zonder aarzeling en met gevaar van zijn -leven zich gehaast, om het stoomjacht, dat reeds gedeeltelijk ontmast -en onttakeld was, ter hulp te snellen. - -Wanneer de Ferrato nog te redden was, dan kon zij het slechts door hem -worden. - -Het visschersvaartuig naderde langzamerhand. Een tros werd aan boord -gereed gehouden, om den koenen zeevaarder toe te werpen, wanneer hij -langs boord zoude komen. Zoo gingen eenige minuten voorbij, die -oneindig lang schenen te duren. Men was toen nog maar op eene halve -kabellengte van de klippen verwijderd. - -De tros werd in dit oogenblik toegeworpen; maar een vreeselijk hooge -golf tilde toen het vaartuigje op en kwakte het tegen den romp van de -Ferrato aan. Het werd aan splinters verbrijzeld en de visscher, die -zich daar aan boord bevond, zou voorzeker omgekomen zijn, wanneer Kaap -Matifou hem niet gegrepen en met gestrekten arm vastgehouden had. Hij -zette hem op het dek neer, zooals hij met een kind zoude gedaan hebben. - -Toen zonder een woord te uiten,—daartoe zou hij waarlijk ook geen tijd -gehad hebben,—sprong de visscher op de brug, greep het stuurwiel, en op -hetzelfde oogenblik dat de Ferrato met zijn voorsteven naar de rotsen -gericht, er zich op zou gaan verbrijzelen, hield zij af, schoot het -smalle vaarwater van North Comino in, stevende er met den wind vlak van -achteren door en bevond zich twintig minuten later achter de oostkust -van Malta in veiliger en stiller water. Dat was eene koene wending -geweest, die kalm en zonder aarzeling ten uitvoer gebracht was. - -Vervolgens, bij den wind komende, schoor het schip op minder dan een -halve mijl langs de kust. Toen tegen vier uren de tinten van den -dageraad ontwaard werden aan den oostelijken gezichteinder, die zich -over volle zee uitstrekte, stevende ’t het vaarwater in dat naar La -Valletta voerde, en liet het anker vlak bij de Senglea-kade, dicht bij -den ingang der militaire haven, vallen. De Ferrato was gered. Uit aller -borst steeg een zucht van verlichting ten hemel. - -Dokter Antekirrt klom toen op de brug en zich tot den jeugdigen zeeman -wendende: - -„Gij hebt ons gered, vriend,” zeide hij, terwijl hij den zeeman de hand -toereikte. - -„Ik heb slechts mijn plicht gedaan,” antwoordde deze op eenvoudigen -toon. - -„Dat is waar, maar met levensgevaar!” - -„Wij zeelieden zijn steeds in gevaar, althans als wij ons op zee -bevinden.” - -„Zijt gij loods?” vroeg dokter Antekirrt vervolgens, terwijl hij den -jongen man scherp aankeek. - -„Neen, ik ben slechts visscher,” antwoordde deze, terwijl hij dien blik -rustig doorstond. - -„Des te verdienstelijker is uwe daad!” - -„Gij zijt wel goed!.... Maar mij dunkt, dat wanneer men zooveel -menschenlevens kan redden....” - -„En hoe heet gij?” - -„Hoe ik heet?” - -„Ja! Hoe is uw naam? Gaarne wenschte ik onzen redder nog nader te -leeren kennen.” - -„Mijn naam?.... Luigi Ferrato!” - -„Luigi Ferrato!!!” kreet de dokter. - - - - - - - - -IX. - -MALTA. - - -Het was dus de zoon van den visscher van Rovigno in Istrië, die daar -zijn naam aan dokter Antekirrt medegedeeld had. Door een toeval, door -eene bestiering der Voorzienigheid, was het Luigi Ferrato, wiens -behendigheid het stoomjacht met zijne passagiers en zijne geheele -bemanning gered had, gered van een zekeren ondergang! Gered! Ja, toen -de Ferrato de verderf aanbrengende rotsen reeds nabij was, en er schier -reeds op zat! - -De dokter was op het punt om Luigi om den hals te vliegen, ten einde -hem in zijne armen te sluiten, hem te omhelzen.... maar hij hield zich -in.... Hij bedacht zich.... Het zou graaf Mathias Sandorf geweest zijn, -die zich zoo aan den aandrang van zijne gevoelens van dankbaarheid zou -overgegeven hebben, en.... graaf Mathias Sandorf was dood, dood zelfs -voor den zoon van Andreas Ferrato,.... dat mocht hij niet uit het oog -verliezen. - -Maar al was Piet Bathory ook door dezelfde redenen tot dezelfde -terughoudendheid genoopt, hij zou ze vergeten hebben, wanneer dokter -Antekirrt hem niet met een blik, met een enkelen oogopslag weerhouden -had. Beiden daalden vervolgens de sierlijke trap van het achterschip af -en gingen naar het salon, waarheen Luigi uitgenoodigd werd hen te -volgen. - -Toen zij daar aangekomen waren, wees hem de eigenaar van het schip een -stoel en vroeg hem: - -„Mijn vriend, zijt gij de zoon van een visscher, die in vroegere jaren -te Rovigno in Istrië woonde?” - -„Ja, mijnheer,” antwoordde de jonge zeeman, terwijl hij dokter -Antekirrt met open blik aankeek. - -„Die Andreas Ferrato heette?” was de tweede vraag van den dokter, die -dat gelaat welgevallig gadesloeg. - -„Ja, mijnheer, mijn goede vader heette Andreas Ferrato. Hij was een -Corsikaan van geboorte.” - -„Hadt gij niet een zuster?”.... ging dokter Antekirrt met zijn -onderzoek voort. - -„Voorzeker, wij wonen te zamen, hier op het eiland te La Valletta, in -de Manderaggio.” - -„Hoe heet uwe zuster?” - -„Zij heet Maria.—Maar”, vroeg hij met eene merkbare aarzeling in zijne -stem, „hebt gij mijn vader gekend?” - -„Uwen vader!....” antwoordde dokter Antekirrt en stokte, alsof hij zich -bedacht. - -Luigi Ferrato keek hem verwonderd aan. Hij kon zich die aarzeling niet -goed verklaren. - -„Uw vader,” ging de dokter eindelijk voort, „had eens—het is nu -vijftien jaren geleden—eene schuilplaats in zijn woning te Rovigno -verleend aan twee vluchtelingen. Die rampzaligen, die door zijne -opoffering en toewijding niet konden gered worden, behoorden tot mijne -vrienden, maar die toewijding heeft Andreas Ferrato de vrijheid en het -leven gekost, daar hij ter zake van zijne menschlievende handeling naar -het bagno van Stein gezonden werd, waar hij gestorven is....” - -„Ja, hij is gestorven,” antwoordde Luigi, „maar zonder een oogenblik -berouw gevoeld te hebben over hetgeen hij gedaan heeft.” - -Antekirrt keek hem met doordringenden blik in de oogen en was op het -punt iets te vragen. - -„Dat kan ik betuigen, heer dokter,” voegde de jonge visscher er bij, -zonder den blik neer te slaan. - -De dokter greep den jongen man bij de hand, klemde die met de grootste -aandoening in de zijne. - -„Luigi,” sprak hij, „mij hebben mijne vrienden de taak achtergelaten, -om die schuld der dankbaarheid, die zij jegens uwen vader aangegaan -hebben, te delgen, wel te verstaan, wanneer zulks mogelijk ware. Sedert -vele jaren heb ik getracht te vernemen, wat van u en uwe zuster Maria -geworden was. Ik heb daartoe inderdaad hemel en aarde bewogen. Helaas, -alles te vergeefs! Sedert uw vertrek van Rovigno had men uw spoor -verloren en was dat maar niet terug te vinden. Dat God dus gedankt en -geprezen zij, dat Hij u ter onzer redding hierheen zond! Het vaartuig, -dat gij onder zoo gevaarvolle omstandigheden binnengeloodst hebt, -draagt den naam van Ferrato ter herinnering aan de moedige daad van -Andreas Ferrato, uwen vader!.... Mijn kind, mijn jongen, laat ik u -omhelzen! Laat ik den zoon van zulk een edel vader aan mijn hart -klemmen!” - -En terwijl dokter Antekirrt hem aan zijne borst drukte, voelde Luigi de -tranen in zijne oogen schieten. - -Bij dat roerende tooneel kon Piet Bathory zich ook niet meer bedwingen. -Het was eene ontspanning van zijn geheel zielsbestaan, eene uitstorting -van zijn geheele wezen, van heilige gevoelens, die hem naar dien jongen -man, die nagenoeg van zijn leeftijd was, naar dien braven zoon van den -visscher van Rovigno heensleurden. Op zijne beurt trad hij dan ook op -den jongen visscher toe. - -„En ik!.... en ik dan!....” riep hij met uitgestrekte armen uit. „En -ik!.... en ik dan!....” - -„Gij.... mijnheer?” vroeg Luigi bedremmeld, terwijl hij dien derden -persoon in het gesprek verwonderd aankeek. - -„Ja, ik.... ik de zoon van Stephanus Bathory! Ik, de zoon van een der -martelaren!” - -„Piet! Piet!” riep de dokter uit. Hij stak de hand uit, alsof hij -Bathory’s mond wilde sluiten. - -Maar het was reeds te laat; de beide jongelieden lagen in elkaars -armen. Snikkend omhelsden zij elkander. - -Zou dokter Antekirrt de bekentenis betreurd hebben, die aan Piet -Bathory ontsnapt was? - -Neen, volstrekt niet! Luigi Ferrato zou niet minder goed een geheim -weten te bewaren, dan dat Pescadospunt en Kaap Matifou deden. Aan zijn -uiterlijk was onmiskenbaar te zien, dat men met een eerlijk man te doen -had. - -Aan Luigi werd toen alles medegedeeld, en vooral vernam hij welk doel -dokter Antekirrt najoeg. - -Een enkele bijzonderheid werd voor den jeugdigen visscher verzwegen, -namelijk dat hij zich in tegenwoordigheid van graaf Mathias Sandorf -bevond. Dat behoefde hij vooreerst niet te weten. - -De dokter verlangde dadelijk bij Maria Ferrato gebracht te worden. Hij -was ongeduldig om haar weer te zien; maar vooral om haar in haar -karakter, in haar handel en wandel gade te slaan en te leeren kennen. -Haar leven was ongetwijfeld een ellendig bestaan, daar zij door den -dood van Andreas op zeer jeugdigen leeftijd zonder vermogen, zonder -bijstand met een jongeren broeder ten hare laste achtergebleven was. -Voor dien knaap, die te jong was om het verlies te beseffen, dat de -beide kinderen geleden hadden, had zij vlijtig en onafgebroken moeten -werken. - -„Dat is goed, heer dokter” antwoordde Luigi, „laten wij dadelijk -ontschepen, daar gij zulks verlangt. Maria moet thans zeer ongerust -over mij zijn. Het is meer dan acht en veertig uren geleden, ja, -waarlijk, meer dan twee etmalen, dat ik haar verlaten heb, om in de -kreek van Melléah te gaan visschen, en zij kan meenen, dat mij -gedurende den storm van heden nacht een ongeluk overkomen is! Het is -inderdaad meer dan tijd, dat ik mij naar huis moet spoeden!” - -„Houdt gij veel van uwe zuster?” vroeg dokter Antekirrt, aangedaan door -den innig bewogen toon, waarop die woorden door den jongen Luigi -uitgesproken waren. - -„Zou ik niet, heer dokter?” antwoordde de jonge visscher, met iets -vochtigs in de oogen. - -„Zij is dan goed voor u?” - -„Zij is mijne moeder en mijne zuster tegelijkertijd! En dat is zij mijn -geheele leven lang geweest.” - -Het eiland Malta, dat op ongeveer honderd kilometer van Sicilië gelegen -is, behoort, geographisch gesproken, eerder tot Afrika dan tot Europa, -hoewel het daarvan op twee honderd vijftig kilometers verwijderd ligt. -Dat is een vraagstuk, hetwelk tot hartstochtelijke betoogen van den -kant der aardrijkskundigen geleid heeft, en daartoe nog zeer lang -aanleiding geven zal. - -Maar wat er ook van aan zij, nadat het door Karel den Vijfde aan de -Hospitaal-ridders geschonken was, die door Sultan Soleiman van het -eiland Rhodos verjaagd waren, en zich toen onder den naam van -Malta-ridders vereenigden, behoort het nu aan de Engelschen, wien men -het waarachtig moeielijk ontnemen zal, zoo sterk hebben die het -gemaakt. - -Malta is een eiland, dat ruim acht en twintig kilometer lang en -ongeveer zestien breed is. Het heeft La Valletta, met zijne ap- en -dependentiën, tot hoofdstad en bezit vele andere steden, dorpen, -gehuchten en vlekken, zooals de stad der voornamen of Citta -Vecchia—eene soort van heilig woonoord, dat tijdens de ridders de zetel -van den bisschop was;—verder Bosquetto, Dinghi, Zebug, Itardo, -Berkercara, Luca, Farrugi, enz. enz. Het eiland is in zijn oostelijk -gedeelte vrij vruchtbaar; daarentegen zeer onvruchtbaar in het -westelijk gedeelte, zoodat dit een opmerkelijk contrast daarstelt, -hetwelk zich merkbaar maar uiterst natuurlijk vertolkt, door de -meerdere dichtheid zijner bevolking in het oosten. - -Die bevolking evenwel bedraagt hoogstens slechts honderd duizend -inwoners. - -Wat de natuur voor dat eiland gedaan heeft, door in zijne kuststrooken -vier of vijf havenkommen, die onder de fraaiste der geheele wereld -kunnen gerekend worden, in te snijden, overtreft alles wat het sterkste -brein zou kunnen uitdenken. Overal water, overal vooruitspringende -punten, overal kapen en voorgebergten, overal hoogten geheel gereed om -met vestingwerken, met redouten, met lunetten, met halvemanen en met -batterijen overdekt te worden. De tempelridders hadden er dan ook reeds -een oord van gemaakt, dat zeer moeielijk te veroveren zou zijn geweest; -maar de Engelschen die het op listige wijze verkregen en het, in -weerwil van het verdrag van Amiens, behouden hebben, hebben het geheel -met militaire werken overdekt en derhalve volkomen onneembaar gemaakt. - -Geen pantserschip kan, naar het schijnt, de toegangen van de vaarwaters -van de Groote Mars of van de groote haven, evenmin als die van de -Quarantaine of Mars-Muscatto forceeren. Daarenboven zoo’n schip zoude -daartoe moeten kunnen naderen; maar thans staan aan de zeezijde twee -kanonnen van honderd tonnen in batterij, die met hunne hydraulische -werktuigen, om de lading te vergemakkelijken, en het richten te -verzekeren, een projectiel van negen honderd kilogrammen op een afstand -van vijftien kilometers schieten. Een kleine waarschuwing voor de -Staten, die het betreuren, dat dit bewonderenswaardige station, hetwelk -het middengedeelte der Middellandsche Zee beheerscht en dat al de -vloten en smaldeelen van het Vereenigde Koninkrijk kan bevatten, in -handen der Engelschen is gebleven. - -Zeker zijn er bij zulk een staat van zaken Engelschen te Malta. Evenwel -niet veel. - -Er is een gouverneur-generaal, die in het oude paleis van den -Grootmeester der Orde van de Maltezer ridders gevestigd is; er is een -admiraal, bevelvoerder der marine en der havenplaatsen; men treft er -ook een garnizoen van vijf of zes duizend manschappen aan. Men vindt er -ook Italianen, die er zich zoo gaarne te huis zouden willen gevoelen; -vervolgens ook nog eene vlottende bevolking, die cosmopoliet is als die -van Gibraltar; en eindelijk zijn er ook nog de Maltezers. - -De Maltezers zijn Afrikanen. Dat is buiten kijf. In de havenkommen -varen zij met hunne vaartuigen, die veelkleurig beschilderd, bevlagd en -bewimpeld zijn; in de straten rijden zij met hunne rijtuigen langs -wegen met duizelingwekkende hellingen; op de markten verkoopen zij -vruchten, groenten, vleeschsoorten, visch, enz., en dat alles onder de -bescherming van een lampje ter eere van een bont geschilderd -heiligenbeeld en te midden van een oorverdoovend spectakel. - -Men zou zeggen, dat daar alle mannen op elkander gelijken. Zij bezitten -dezelfde gebruinde huidskleur, dezelfde zwarte eenigszins gekroesde -haren, dezelfde vurige oogen, dezelfde middelmatige maar stevige en -krachtige gestalte, dezelfde gebogen neus, die onwillekeurig aan het -Semitische ras doet denken; dezelfde fijne dunne lippen, die zich onder -een vrij langen knevel verschuilen. - -Men zou zweren, dat alle vrouwen tot een en dezelfde verwantschap -behooren, met hare groote oogen met lange wimpers, met haren donkeren -haardos, met hare bekoorlijke handen, met hare fijn gevormde beenen, -met haar lenig keurs, met hare zekere soort van „morbidessa”, gepaard -aan eene blanke huidskleur, welke door de zon onder hare „falzetta,” -een soort van manteltje van zwarte zijde, geheel naar de Tunische mode -opgemaakt, en door alle klassen gedragen en tegelijkertijd tot kapsel, -mantilje en zelfs tot waaier dienende, niet gebruind wordt. - -De Maltezers bezitten in de volste mate het meest uitgebreide -koopmansinstinct. Men ontmoet ze overal, waar wat te koopen of te -verkoopen valt. Zij zijn arbeidzaam, spaarzaam, zuinig, nijver, matig; -maar daartegenover zijn zij ook heftig, wraakzuchtig en jaloersch. -Vooral het mindere volk geeft den opmerker gelegenheid hunnen volksaard -gade te kunnen slaan. Zij spreken een soort plat taaleigen, waarvan het -grondbestanddeel uit de Arabische taal bestaat, als een overblijfsel -van de overheersching, die den val van het Romeinsche Keizerrijk ten -gevolge had. Dat taaleigen is levendig, bezielend, schilderachtig en -leent zich uitstekend tot overdrachtelijke uitdrukkingen, tot -beeldspraak en vooral tot dichterlijke omschrijvingen. Het zijn -onovertroffen zeelieden, wanneer men er in slaagt, hen in dienst te -houden, en stoutmoedige visschers, die door de veelvuldige stormen in -die zeeën gehard en met het gevaar volkomen vertrouwd gemaakt zijn. - -Op dat eiland oefende Luigi thans zijn ambacht met dezelfde -stoutmoedigheid uit, alsof hij Maltezer van geboorte ware, en het was -daar dat hij nu sedert bijna vijftien jaren met zijne zuster Maria -Ferrato woonde. - -La Valletta en hare onderhoorigheden, werd hierboven gezegd. En -terecht, want er bestaan inderdaad zes steden op zijn minst, die zich -achtereenvolgens langs de beide havenkommen van de Groote Mars en van -de Quarantaine uitstrekken. Floriana, La Senglea, La Cospiqua, La -Vittoriosa, La Sliema, La Misida zijn niet als voorsteden te -beschouwen; men kan ze zelfs geen huizengroepen noemen die slechts door -de behoeftige of arbeidende klasse bewoond zouden zijn. Neen, het zijn -ware steden, met prachtige woningen, met hôtels en met kerken en -kapellen, die iedere hoofdstad in het geheel geen oneer zouden aandoen. -De geheele hoofdstad La Valletta telt vijf en twintig duizend zielen en -biedt den verwonderden reizigers paleizen ter bewoning aan, die de -„herbergen” van Provence, van Castilië, van Auvergne, van Italië en van -Frankrijk genoemd worden. Grootscher en weelderiger kan het waarlijk -niet! Het is evenwel slechts vervlogen grootheid. - -Daar te La Valletta woonden dus broeder en zuster. Het ware evenwel -juister uitgedrukt: onder La Valletta; want zij bewoonden een soort -onderaardsch kwartier, de Manderaggio geheeten, wiens ingang in de -Strada San Marco aangetroffen wordt, en onder den beganen grond voert. - -Daar was het hun gelukt, een verblijf te vinden, dat met hun schamel -inkomen overeenkwam, en daar in dat krot bracht Luigi dokter Antekirrt -en Piet Bathory, zoodra het stoomjacht ten anker was gekomen. - -Alle drie ontscheepten, nadat zij honderden vaartuigen afgewezen -hadden, die hen met dienstaanbiedingen overlaadden en lastig vielen, op -de kade van de groote Mars-haven. - -Zij traden toen de Marine-poort binnen en werden als het ware verdoofd -door het geklingel en getjangel van verscheidene carillons, alsook door -het geklep van verscheidene klokken, die als het ware de hoofdstad van -het eiland Malta in een geluidrijken dampkring hullen. Nadat zij onder -het dubbel gecasemateerde fort waren doorgegaan, hetwelk den -hoofdingang verdedigt, klommen zij weer langs eene scherpe helling naar -boven en sloegen een smalle straat in, die in den vorm van een trap -langzaam naar boven steeg. Tusschen hooge huizen met groene -vensterluiken, miradore’s en met nissen, waarin voor heiligenbeelden -lampen ontstoken waren, kwamen zij tot voor de cathedraalkerk van Sint -Jan, die te midden van het meest geraasmakende kwartier van het -luidruchtigste volk der wereld gelegen is. - -Toen zij den nok van dien heuvel, zoowat ter hoogte van de cathedraal -bereikt hadden, daalden zij weder en sloegen den weg in, die naar de -Quarantaine-haven voerde. Daarna sloegen zij de Strada San Marco in, en -hielden ter halverwege de helling voor een trap halt, die rechtsaf naar -de onderaardsche diepten der stad voerde. - -De Manderaggio is een stadskwartier, dat zich tot onder de wallen -uitstrekt. Het heeft uiterst smalle straten, waarin de zon nimmer kan -doordringen, hooge bruin-geelachtige muren, die met duizenden gaten -doorboord zijn, welke den dienst van vensters moeten verrichten en -waarvan een gedeelte aan de lucht vrijen toegang verleent, terwijl de -anderen zwaar getralied zijn. Overal wenteltrappen, die naar wezenlijke -mestvaalten afdalen, lage deuren, vochtig en smerig, als die der huizen -eener Kasbah, ravijn-achtige mijngangen, sombere tunnels, die den naam -van slop niet zouden verdienen. En bij al die openingen, bij al die -luiken, bij al die vensters, op al die uit ’t lood hangende portalen, -op al die wankelende traptreden krioelde eene afschrikwekkende -bevolking: oude vrouwen met troniën als tooverkollen, moeders met bleek -bloedarmig gelaat, verzwakt en uitgeteerd door den kwaden, stinkenden -dampkring; meisjes van iederen leeftijd, schier half naakt en slechts -in vodden en lompen gehuld, jonge ziekelijke kerels, die zich ook half -naakt in de afzichtelijke modder wentelden; bedelaars, die de meest -mogelijke, verscheidenheid van walgelijke wonden, of de meest -afschuwwekkende wanstaltigheden te zien gaven, om maar tot medelijden -en tot milddadigheid op te wekken; mannen, lastdragers of visschers, -allen met woeste gelaatstrekken en dan ook in staat om iedere misdaad -te begaan of iederen arbeid, hoe vies ook, te ondernemen. Te midden van -dat wanstaltig gekrioel, stapten deftig eenige flegmatieke -politiedienaren, die aan die onverkwikkelijke omgeving niet alleen -gewoon, maar daarmede vertrouwd geraakt waren en daarmede omgingen als -ware het geen modder. Een ware Cour des Miracles, zooals Parijs in de -middeleeuwen te zien gaf, maar thans overgebracht te midden der meest -verbazingwekkende omgeving, welks vertakkingen uitkwamen op de -getraliede openingen, die in de dikte der muren gebroken waren en -uitzicht verleenden op de Quarantaine-kade, die in het verblindend -zonlicht lag te schitteren en frissche lucht, door de heerlijke -zeebries aangebracht, genoot. - -In een der afzichtelijke woningen van dit kwartier, op de bovenste -verdieping daarvan, woonden Maria en Luigi Ferrato. Daar hadden zij -slechts twee vertrekken. Meer konden zij niet bekostigen. - -Dokter Antekirrt werd wel is waar getroffen door de armoede, die dat -ellendige verblijf verried, maar ook door de netheid en reinheid, die -er in weerwil van die ellende heerschten. Men vond er overal de hand in -terug van de zorgzame huismoeder, die vroeger aan het hoofd van het -huis van den visscher van Rovigno stond. Waarlijk, Maria Ferrato deed -hare moeder geen oneer aan. - -Toen de dokter en Piet Bathory binnentraden, stond Maria op, en op -haren broeder toetredende: - -„Mijn jongen!.... Mijn Luigi!” riep zij vroolijk uit. „Waar zijt gij -toch zoo lang gebleven?” - -Men begrijpt, hoe groot hare angsten moesten zijn geweest gedurende -dien stormachtigen nacht. - -Luigi omhelsde zijne zuster en stelde haar de personen voor, die hem -vergezelden. - -Dokter Antekirrt vertelde met weinige woorden en zoo beknopt mogelijk, -onder welke omstandigheden Luigi zijn leven gewaagd had om een schip in -nood te hulp te komen. Toen dat verhaal geëindigd was, noemde hij den -naam van Piet, den zoon van Stephanus Bathory en sloeg daarbij het -meisje aandachtig gade. - -Terwijl de dokter sprak, bekeek Maria hem met zooveel oplettendheid, -met zooveel geroerdheid zelfs, dat de dokter de vrees voelde ontkiemen, -dat zij geraden had, dat hij graaf Mathias Sandorf was. - -Maar dat was slechts als een bliksemschicht, die even snel, even -spoedig in de schoone oogen van het jonge meisje uitdoofde, als hij -verschenen was. Hoe zou zij na een tijdsverloop van vijftien jaren den -persoon herkend hebben, die slechts gedurende weinige uren de gast van -haren vader geweest was? Daarenboven was zij toen nog maar een kind te -noemen. - -De dochter van Andreas Ferrato was nu drie en dertig jaren oud. Zij was -nog steeds zeer schoon, zoowel door de zuiverheid van de lijnen harer -gelaatstrekken als door de vurigheid van hare groote oogen. Eenige -zilverdraden te midden van haren gitzwarten haardos verkondigden -genoegzaam, dat zij meer van de hardheid van het noodlot geleden had, -dan dat zij gebukt ging onder den last der jaren. De ouderdom kon -natuurlijk niet in rekening gebracht worden bij het beschouwen van die -vroegtijdige verkleuring van haren. Die was te wijten aan de moeite, -aan de rampen, aan het lijden, aan de ontberingen, die sedert den dood -van den visscher van Rovigno, het hoofd moesten geboden worden. En -waarlijk, het meisje had sedert dien ongelukkigen stond treurige dagen -doorgebracht. - -„Uwe toekomst en die van Luigi zijn thans onze zaak,” zei dokter -Antekirrt bij het eindigen van zijn verhaal. „Thans zult gij onbezorgd -het leven kunnen genieten.” - -Beide kinderen van Andreas Ferrato glimlachten en keken de twee mannen -hoopvol aan. - -„Waren mijne vrienden niet de schuldenaars van uwen vader?” sprak -dokter Antekirrt met aandoening. - -„Dat waren zij!” antwoordde Piet Bathory met ernstige stem. „Dat valt -niet te ontkennen.” - -„Gij zult dus toestaan, Maria,” vroeg dokter Antekirrt, „dat Luigi ons -niet meer verlaat?” - -„Heeren,” antwoordde Maria, „mijn broeder heeft slechts volvoerd, wat -hij doen moest.” - -Luigi knikte met het hoofd. Zijne zuster gaf zijne gedachten in woorden -vorm. - -„Hij heeft slechts zijn plicht gedaan,” ging zij voort, „toen hij u ter -hulp snelde, en ik dank den hemel, dat hem die goede gedachte werd -ingegeven. Hij is de zoon van een man, die slechts ééne zaak ter wereld -kende, namelijk: zijn plicht; en die bij het volvoeren van dien plicht -het leven verloren heeft.” - -„En wij kennen ook slechts één plicht, niet waar, Piet Bathory,” sprak -dokter Antekirrt bewogen, „namelijk dat het onze plicht en ons recht is -daarenboven, om onze dankbaarheidsschuld te kwijten aan de kinderen van -hem, die....” - -Hij bleef steken. Zijne aandoening overmeesterde hem. Hij kon niet -verder. Het was of zijn keel dichtgeschroefd was. - -Maria keek hem op nieuw oplettend aan en die blik doorboorde hem als -het ware. Hij meende te veel gezegd te hebben, waarlijk dat jonge -meisje scheen hem te herkennen. Althans zij bracht hem geheel van -streek. - -„Maria,” hernam toen Piet Bathory, „gij zult Luigi toch niet willen -beletten, mijn broeder te zijn?” - -„En gij, gij zult niet weigeren mijne dochter te zijn?” vulde dokter -Antekirrt aan, terwijl hij haar de hand toestak. - -Maria moest toen haren levensloop van af hun vertrek van Rovigno -verhalen, hoe haar bestaan door de bespieding der Oostenrijksche -agenten en spionnen ondragelijk gemaakt werd; waarom zij op de gedachte -gekomen was, om naar Malta te trekken, waar Luigi gelegenheid zoude -vinden, om zich, terwijl hij visscher bleef, in het zeemansvak al meer -en meer te bekwamen. Dat alles verhaalde de wakkere zuster; zoo ook hoe -zij die lange, lange jaren doorgebracht hadden, die voor hen beiden een -eindeloozen en hopeloozen strijd vertegenwoordigden tegen de ellende; -want het weinige, dat zij bezeten hadden, was al zeer spoedig verteerd. - -Maar Luigi wedijverde weldra niet alleen in stoutmoedigheid, maar ook -in behendigheid met de Maltezers, wier roem als koene zeelieden overal -langs de boorden der Middellandsche zee verspreid is. - -Evenals die mannen was Luigi een bewonderenswaardig zwemmer, zoodat hij -zich inderdaad zou hebben kunnen meten met dien befaamden Nicolo -Pescci, geboren te La Valletta, die, zoo als verhaald wordt, depêches -bracht van Napels naar Palermo, terwijl hij de Eolische zee moest -overzwemmen en daarbij geen andere bakens had, om zich op te richten, -dan het eiland Stromboli, dat hij links moest laten liggen, en de Monte -Peregrino, waarop hij rechtstreeks af moest gaan. Hij vond het dan ook -niets moeilijk, om jacht te maken op die watervogels en wilde duiven, -wier nesten gezocht moesten worden binnen de onbereikbare grotten, -welker nadering door de branding der zee steeds zoo gevaarlijk, soms -geheel onmogelijk gemaakt wordt. - -Luigi was een stoutmoedig visscher. Nimmer was hij met zijn vaartuig -teruggedeinsd voor eene windvlaag of voor een uitschieter, wanneer het -gold zijne netten te gaan werpen of zijne vischlijnen uit te zetten. En -het was onder die omstandigheden, dat hij zich den vorigen nacht in -eene kreek van het eiland Melléah voor den storm had moeten bergen, -toen hij de signalen vernam van het stoomjacht, dat inderdaad in -vreeselijken nood verkeerde. - -Maar te Malta zijn de zeevogels, de visschen, de schelpdieren, de -weekdieren zoo overvloedig, dat dit zijn invloed op de prijzen doet -gevoelen, zoodat het visschersbedrijf daar geen voordeelig baantje kan -genoemd worden. In weerwil van al zijn vlijt en al zijne inspanning had -Luigi dan ook veel moeite, om in de behoeften van het kleine huisgezin -te voorzien, hoewel Maria van haren kant hem wakker ter zijde stond, -door zich vlijtig met naaiwerk onledig te houden. Om het zeer -bescheiden budget te kunnen bestrijden, hadden die beiden dan ook hunne -toevlucht in het kwartier Manderaggio moeten zoeken, waar de onkosten -voor huishuur uiterst bescheiden waren. En dat kwam hen wel te pas. - -Terwijl Maria dien levensloop verhaalde, kwam Luigi uit zijne kamer, -waarbinnen hij voor een oogenblik getreden was, en hield een brief in -de hand. Het waren de weinige regelen, die Andreas Ferrato vóór zijn -verscheiden geschreven had. - -„Maria,” werd daarin gezegd, „op mijn doodbed beveel ik u uwen broeder -aan! Weldra zal hij niemand anders meer bezitten in de wereld, om voor -hem te zorgen, dan u. Over hetgeen ik gedaan heb, lieve kinderen, -gevoel ik geen berouw hoegenaamd; tenzij de teleurstelling als zoodanig -opgenomen kan worden, dat ik in mijne poging niet geslaagd ben, zelfs -met opoffering van mijne vrijheid en van mijn leven, om hen te redden, -die zich aan mij toevertrouwd hebben! Wat ik gedaan heb, zou ik thans -nog doen. - -„Vergeet nimmer uwen vader, die alvorens naar hoogere gewesten over te -gaan, niet nalaten kan, u nogmaals een bewijs van zijn liefde te doen -toekomen! Maria, verlies uwen broeder nimmer uit het oog! Vergeet uwen -vader niet! - - „Andreas Ferrato”. - -Bij het lezen van dat briefje kon Piet Bathory zijne aandoening niet -weerhouden en deed daartoe dan ook geene pogingen. Dokter Antekirrt -wendde het gelaat af, om aan den doordringenden blik van Maria, die hem -als het ware zocht, te ontkomen. - -„Luigi!” sprak hij plotseling met eene gemaakte ruwheid in den toon -zijner stem, die de anderen deed opzien. - -„Wat verlangt gij van mij?” vroeg de jeugdige visscher. - -„Uw vaartuig is bij het aan boord loopen van het jacht dezen nacht -verbrijzeld geworden, niet waar?” - -„Het was reeds oud en versleten, heer dokter,” antwoordde de jonge -zeeman verontschuldigend. - -„Maar, toch.... Het was uwe eenige bezitting, niet waar? Uwe -broodwinning?” - -„Voor ieder ander dan voor mij zou het geen noemenswaardig verlies -zijn,” antwoordde Luigi. - -„Dat kan zijn, Luigi. Maar juist, juist voor u is het zeker een groot -verlies.” - -„Het is zoo, heer. Maar wat is daaraan te doen? Het is hier de plaats -om te zeggen: de Heer heeft gegeven....” - -„Maar gij zult mij veroorlooven, om dat gezonken vaartuig door een -ander te vervangen.” - -„Door een ander? Maar, heer dokter, het was oud en versleten. En daarom -mag ik....” - -„Zwijg,.... ja,.... door een ander, en wel door dat, hetgeen gij gered -hebt. Dat zal wel de beste oplossing zijn.” - -„Wat.... gij wilt?.... Maar zoo iets is niet mogelijk!.... Zoo iets is -ongehoord!....” - -„Wilt gij eerste officier zijn aan boord van de Ferrato?.... Wilt ge?” - -„Maar. Hoe kan dat?” - -„Ik heb een man noodig,” ging dokter Antekirrt voort, „die jong, -ijverig en goed zeeman is.” - -„Maar, heer dokter!....” herhaalde de jonge zeeman met verrukten blik, -maar met twijfel in zijne stem. - -„Neem aan, Luigi, neem aan! neem aan!” riep Piet Bathory uit. „Neem -aan, Luigi!.... Wat de dokter u biedt, is welgemeend.” - -„Maar.... mijne zuster?....” prevelde de zeeman nog tegenspartelende. -„Mijne zuster?....” - -„Ja juist, zijne zuster?....” vroeg Piet Bathory op zijn beurt. - -„Waar moet die blijven?” - -„Uwe zuster,” antwoordde de dokter, „zal deel uitmaken van die groote -familie, die te Antekirrta gevestigd is. Uw beider bestaan, uw lot -behoort mij voortaan, en ik zal het zoo gelukkig maken, dat gij, -behalve het verlies van uwen vader, niets ten opzichte van het verleden -te betreuren zult hebben. Hebt gij beiden goed verstaan?” - -„Heer dokter!” riep Maria uit. „Is het mogelijk?.... Zoo’n -toekomst!.... En dat voor ons?....” - -„Heer dokter!” sprak Luigi, zonder zijne aandoening te kunnen -bedwingen, waartoe hij trouwens geen moeite aanwendde. - -Hij greep hartstochtelijk de handen van dokter Antekirrt, drukte ze, -kuste ze, terwijl zijne zuster Maria hare dankbaarheid slechts door -hare tranen kon toonen, die dan ook overvloedig vloeiden. - -„Heer dokter!” herhaalden beiden, terwijl zij hem bewogen de hand -drukten. - -„Ik wacht u morgen aan boord!” zei dokter Antekirrt, terwijl hij zich -aan die dankbaarheidsbewijzen ontwrong. - -„Morgen?” - -„Ja,” knikte dokter Antekirrt, zonder een enkel woord te kunnen -spreken. - -En onvermogend om zijne aandoening langer te bedwingen, stormde hij het -vertrek uit, na eerst Piet Bathory een teeken gegeven te hebben, om hem -dadelijk te volgen. - -„Oh!” zei hij toen hij buiten was tot dezen, „zulke oogenblikken zijn -heerlijk, mijn zoon!....” - -„Ja, heerlijk!” bevestigde Piet. „Vooral, niet waar, nu het zulke edele -harten geldt.” - -„En wat doet het goed, te kunnen beloonen!” vulde dokter Antekirrt aan. - -„Ja, beter dan te moeten straffen! Och, dat het in de wereld niet -anders ware!” - -„Dat is waar!.... Dat zou wenschelijk zijn. Maar.... waar noodig, moet -gestraft worden!” antwoordde dokter Antekirrt ernstig. - -Den volgenden ochtend zat de dokter aan boord Maria en Luigi Ferrato af -te wachten. - -Kapitein Köstrik had reeds alle noodige beschikkingen getroffen, opdat -de herstellingen aan de machine van het stoomjacht binnen den kortst -mogelijken tijd en zonder uitstel of vertraging te ondervinden, -uitgevoerd werden. Dank zij de hulp van de heeren Samuel Grech en Cie., -scheepsagenten, wonende op de Strada Levante te La Valletta, aan welke -firma het schip geconsigneerd was geweest, spoedde de arbeid -onvertraagd voort. Toch werden vijf of zes dagen voor die herstelling -vereischt; want men moest de luchtpomp geheel en al, en de condensor, -wiens pijpen onvoldoende werkten, gedeeltelijk uit elkander nemen, om -de herstelling afdoend uit te voeren. - -Die vertraging kon niet anders dan dokter Antekirrt zeer teleurstellen; -want hij was toch zeer ongeduldig om op de Siciliaansche kust aan te -komen. De lezer weet waarom. - -Een oogenblik dacht hij er aan, om zijne goelet Savarena naar Malta te -doen komen; maar daarvan zag hij toch af. Het was inderdaad veel beter -eenige dagen langer te wachten, om Sicilië niet anders aan te doen dan -met een snelstoomend en goed gewapend vaartuig, waarop in tijd van nood -te rekenen viel. Eevenwel werd als voorzorgsmaatregel en om niet -overvallen te worden door gebeurlijkheden die voorkomen konden worden, -een telegram afgezonden langs den overzeeschen telegraafkabel, die -Malta met Antekirrta in verbinding stelde. Door middel van dat telegram -werd bevel gegeven aan de Electriek 2, om onmiddellijk op de kust van -Sicilië tusschen kaap Portio di Palo en Kaap Murro di Porio te gaan -kruisen. - -Een sloep bracht tegen negen uur in den voormiddag Maria Ferrato en -haren broeder aan boord van het stoomjacht. Beiden werden door dokter -Antekirrt met blijken van de grootste hartelijkheid ontvangen. - -Luigi werd vervolgens aan den gezagvoerder, aan de stuurlieden en aan -de bemanning van het stoomjacht in zijne nieuwe functie van eersten -officier aan boord voorgesteld. De titularis, die tot dusverre die -betrekking vervuld had, zou aan boord van de Electriek 2 overgaan, -zoodra dat vaartuig op de zuidkust van Sicilië aangekomen zou zijn. - -Als men Luigi aankeek, dan kon men zich in den jongen man niet -vergissen: het was een zeeman van top tot teen. Wat zijn moed en zijne -stoutmoedigheid betreft, iedereen kon zich daarvan een goed denkbeeld -vormen; want iedereen wist en had gezien, hoe bedaard en onverschrokken -hij zes en dertig uren vroeger in de baai van Melléah gehandeld, hoe -hij het stoomjacht van den ondergang gered had. Hij werd dan ook door -alle opvarenden van ganscher harte toegejuicht. Daarna werd hij door -zijn vriend Piet en door kapitein Köstrik door het geheele schip, dat -hij in alle zijn bijzonderheden wenschte te bezichtigen, rondgeleid. -Laatstgenoemde stond er op, om bij die gelegenheid de eer van zijn -schip op te houden. Die bezichtiging beviel den jeugdigen zeeman -bovenmate, hetgeen niet te verwonderen was, want de Ferrato was een -prachtig schip. - -Midderwijl onderhield dokter Antekirrt zich met Maria en sprak haar -over haren broeder in bewoordingen en uitdrukkingen, die haar hart diep -moesten treffen. - -„Ja!....” zei ze, „het is geheel zijn vader! Zoowel wat zijn uiterlijk -als zijne inborst betreft.” - -Op het voorstel, dat haar door den dokter gedaan werd, hetzij om aan -boord te blijven tot aan het einde van den voorgenomen tocht, hetzij om -direct naar Antekirrta, werwaarts hij haar aanbood haar te doen -overbrengen, vroeg Maria om haren broeder bij voorkeur tot Sicilië te -mogen vergezellen. Toen werd overeengekomen, dat zij van het oponthoud -van de Ferrato in de haven van La Valletta gebruik zouden maken, om -hare zaken in orde te brengen, om de weinige meubels en voorwerpen te -verkoopen, die als aandenken geen waarde voor haar en haren broeder -hadden, om eindelijk het weinige, wat zij bezaten, te gelde te maken, -ten einde haren intrek in hare hut aan boord daags vóór het -ankerlichten te kunnen betrekken. - -Dokter Antekirrt had voor Maria niet verheeld, welke plannen hij -vervolgen wilde, totdat zij geheel en al volvoerd zouden zijn. Een -gedeelte daarvan was reeds volbracht, daar de kinderen van Andreas -Ferrato zich om de toekomst niet meer te bekommeren hadden. Maar de -moeielijkste taak bleef nog over. - -Er bleef toch nog over aan den eenen kant om op te sporen, waar Silas -Toronthal en Sarcany zich ophielden, en aan den anderen kant moest -getracht worden zich van Carpena meester te maken. - -Dat moest geschieden en dat zou geschieden! Dokter Antekirrt had het -bezworen! - -Wat de beide eerstgenoemden betrof, rekende de dokter er op, dat hun -spoor wel in Sicilië weer te vinden zoude zijn. Want daarheen, meende -hij, zouden zij wel getrokken zijn. - -En, wat den andere betrof, ja.... men zou zien, men zou zoeken en -zoeken tot men hem gevonden had! - -Toen het onderhoud zoo ver gevorderd was, vroeg Maria, of zij den -dokter afzonderlijk konde spreken. - -„Wat ik u mede te deelen heb,” zei ze, toen de dokter zich aan de deur -van het salon overtuigd had, dat niemand hen kon hooren, „heb ik zelfs -voor mijn broeder verborgen gehouden. Hij zou zich niet hebben kunnen -bedwingen en voorzeker zouden nieuwe rampen ons overvallen en getroffen -hebben. Ziehier, wat ik u mede te deelen heb.” - -„Laat hooren, mijne dochter,” sprak de dokter. „En schenk mij uw -geheele vertrouwen.” - -„Maar, kan Luigi....?” vroeg Maria Ferrato angstvallig. „Kan Luigi niet -komen?” - -„Luigi bezichtigt op dit oogenblik het volkslogies vooruit,” antwoordde -de dokter. „Kom, ik zal de deur van het salon sluiten, dan kunt gij -spreken, Maria, zonder gevaar dat iemand u hooren kan.” - -Toen de deur behoorlijk gegrendeld was, namen beiden plaats op een -divan en hernam Maria: - -„Carpena is hier, heer dokter! Gij behoeft hem dus inderdaad niet ver -te zoeken.” - -„Hier?”.... vroeg dokter Antekirrt, ten uiterste verbaasd over dien -samenloop van omstandigheden. - -„Ja!” - -„Hier, te Malta? Hoe is dat mogelijk? Vergist gij u niet, Maria? Bedenk -u goed.” - -„Neen, ik vergis mij niet. Hij is hier en dat reeds sedert eenige -dagen, heer dokter.” - -„Hier, te La Valletta?” - -„Ja!” - -„Hoe is het toch mogelijk? Voor mij is het schier ongeloofelijk! Spreek -dan toch, Maria!” - -„Hij is hier te La Valletta en in het kwartier Manderaggio, waar wij -wonen en waar gij u thans bevindt!” - -„Weet gij het wel zeker?” vroeg de dokter steeds ongeloovig, terwijl de -twijfel op zijn gelaat te lezen was. - -„Ja, zeer zeker!” - -Dokter Antekirrt was zeer verwonderd, maar zeer vergenoegd tevens over -hetgeen hij vernam. Hij dacht een oogenblik diep na en vervolgde toen -met ernstige stem: - -„Gij vergist u niet, Maria!” vroeg hij met aandrang en bracht de handen -als smeekend te zamen. - -„Neen, ik vergis mij niet!” zei het jonge meisje op beslisten toon. -„Neen, ik vergis mij niet.” - -„Inderdaad, het is vreemd; vreemder dan ik betuigen kan en als ik u zou -kunnen doen vatten.” - -„Het gelaat van dien man is onuitwischbaar in mijn geheugen gebleven. -Honderd jaren en meer zouden hebben kunnen voorbijsnellen, dat ik geen -oogenblik zoude geaarzeld hebben, om hem te herkennen.... Geloof mij, -hij is hier.” - -„En, Luigi weet er niets van?” vroeg dokter Antekirrt, terwijl hij het -meisje aandachtig aankeek. - -„Neen, heer dokter.... Dat kan ik u stellig verzekeren. Neen, Luigi -weet er niets van.” - -Het was evenwel, alsof zij aarzelde met haar verhaal voort te gaan. -Dokter Antekirrt moest haar daartoe aanmoedigen. - -„Ga voort, Maria,” zei hij, „en verberg mij in Godsnaam niets! Niets, -hoort ge, niets.” - -„Gij begrijpt, heer dokter, dat ik dat verschijnen van Carpena voor hem -geheim moest houden.” - -„Waarom?” - -„Hij zou dien Carpena opgezocht hebben.... Daaromtrent bestaat bij mij -geen twijfel. En....” - -„En?” moedigde dokter Antekirrt het jonge meisje aan. „En?... Ga dan -toch voort!” - -„Hij zou hem uitgedaagd hebben, en wellicht.... zouden zij gevochten -hebben.” - -„Gij hebt goed gehandeld, Maria! Neen, gij moet niets zeggen. Die man -behoort mij alleen toe! Maar....” - -„Maar, wat, heer dokter?” - -„Meent ge, dat die Carpena u herkend heeft? Er zijn sedert die zaak van -Rovigno zoovele jaren heengegaan.” - -„Of hij mij herkend heeft, weet ik niet,” antwoordde Maria. „Ik heb hem -twee of drie malen in de straten en stegen van het Manderaggio-kwartier -ontmoet. Telken male keek hij mij scherp aan en keerde zich zelfs om, -om mij met zekere achterdochtige oplettendheid na te kijken. Als hij -mij gevolgd is, als hij mijn naam gevraagd heeft, dan moet hij weten, -wie ik ben. Is dat niet zoo, heer dokter? En zoudt gij er aan twijfelen -dat hij naar mij geïnformeerd zoude hebben?” - -„Heeft hij getracht u te naderen? Heeft hij u ooit aangesproken of -trachten aan te spreken?” - -„Nooit.” - -„En kunt ge gissen, om welke redenen hij te La Valletta gekomen is? -Malta is toch zijn vaderland niet?” - -„Neen, heer dokter, en ook weet ik niet, wat hem hierheen heeft -gevoerd. Het kan niet veel goeds zijn.” - -„Of weet ge wat hij sedert zijne komst hier uitvoert?” drong dokter -Antekirrt verder aan. - -„Alles wat ik weet te zeggen,” antwoordde Maria Ferrato, „is dat hij -zich te midden van het verfoeielijkste gedeelte van de bevolking van de -Manderaggio steeds ophoudt. Hij verlaat de meest verdachte kroegen -schier niet, noch bij nacht, noch over dag. Hij kiest daar zijn -gezelschap te midden van de grootste en de meest bekende schurken. Daar -het geld hem niet schijnt te ontbreken, komt het mij voor, dat hij -bezig is met bandieten van zijne soort te ronselen, om met hunne hulp -de een of andere slechte daad te kunnen uitvoeren.” - -„Hier, meent ge, Maria? Een slechte daad op het eiland Malta?” vroeg -dokter Antekirrt. - -„Dat heb ik niet kunnen vernemen, heer dokter, en ook niet beweerd.” - -„Niet?” - -Het gelaat van den dokter was peinzend. Zijne oogen tuurden in het -ijle, alsof zij iets zochten. - -„Neen,” antwoordde het meisje. - -„Dat is jammer; maar ik zal het wel vernemen. Laat dat maar aan mij -over. Mijne middelen falen zelden of nooit.” - -Piet Bathory en de jeugdige visscher klopten op dat oogenblik aan de -deur, waardoor het onderhoud een einde nam. - -„Welnu, Luigi,” vroeg dokter Antekirrt, toen de beide jongelieden -binnengetreden waren, „heeft Piet u overal rondgeleid en zijt gij -voldaan over hetgeen gij gezien hebt?” - -„O ja, heer dokter!” antwoordde Luigi Ferrato opgetogen en vol -bewondering. „Zeker ben ik voldaan.” - -„En, wat verder? Komaan, biecht op! Een zeeman zooals gij, moet zijne -oogen bij zoo’n bezoek gebruikt hebben.” - -„De Ferrato is een bewonderenswaardig vaartuig!” antwoordde Luigi. - -„Het doet mij genoegen, dat het stoomjacht u bevalt,” antwoordde de -dokter, „daar gij er tweede bevelhebber op zult wezen, in afwachting -dat de gelegenheid zich zal voordoen, om van u een kapitein te maken.” - -„O, mijnheer....” - -„Mijn waarde Luigi,” hernam Piet Bathory, „vergeet niet, dat wanneer -dokter Antekirrt iets voorspelt, het altijd uitkomt! Zijne -menschenkennis is zoo groot, dat hij zich nimmer vergist.” - -„Ja, altijd uitkomt, Piet; maar zeg daarbij, dat Gods bijstand mij -steeds nabij is,” sprak de dokter hoogst ernstig. - -Maria en Luigi namen afscheid van dokter Antekirrt en van Piet Bathory, -om naar hunne kleine woonvertrekken terug te keeren. Er werd -overeengekomen, dat Luigi zijn dienst van eersten officier niet eerder -zou aanvaarden, dan nadat zijne zuster Maria haren intrek aan boord -zoude genomen hebben. Maria mocht niet alleen in het kwartier -Manderaggio verwijlen, daar het, alles wel beschouwd, toch mogelijk -was, dat Carpena haar als de dochter van Andreas Ferrato herkend had. -In dat geval zouden wraakzuchtige oogmerken voorzeker niet uitblijven. - -Toen broeder en zuster vertrokken waren, liet dokter Antekirrt -Pescadospunt roepen, dien hij in tegenwoordigheid van Piet Bathory -wenschte te spreken. - -Pescadospunt verscheen onverwijld en stond daar in de houding van -iemand, die steeds gereed bevonden wordt, om een bevel te ontvangen, -maar even gereed is om het uit te voeren. - -„Pescadospunt,” zei de dokter, „ik zal uwe hulp noodig hebben, en reken -er derhalve op.” - -„Dat kunt gij voorzeker en in volle vertrouwen, heer dokter; maar hebt -gij mij alleen noodig?” - -„U alleen.” - -„En Kaap Matifou? Mijn arme reus verveelt zich ontzettend.... Ik hoop -toch, dat....” - -„Neen, eerst gij.” - -„Wat moet ik doen? Ik ben geheel tot uw dienst, heer dokter. Spreek, -wat moet ik doen?” - -„Dadelijk ontschepen. Gij zijt daartoe toch gereed, hoop ik?” - -„Mooi. Bekommer u daaromtrent niet. Ik ben al aan den wal.” - -„Gij moet u naar Manderaggio, een der onderaardsche kwartieren van La -Valletta begeven.” - -„Goed. Ik ben er reeds in gedachten, heer dokter. Wat verder. Wat moet -ik er uitvoeren?” - -„Gij moet er in een of ander logement eene kamer, een krot zoeken. -Liefst in de gemeenste herberg van de plaats.” - -„In orde. Ik heb goed verstaan, heer dokter. Ik zal daaraan stipt -voldoen, dat verzeker ik u.” - -„Daar zult gij de handelingen moeten gadeslaan van een man, dien ge -geen minuut, geen seconde uit het oog moogt verliezen. Het is zeer -belangrijk. Hebt ge goed verstaan?” - -„Voorzeker, heer dokter, ik ben gelukkig niet doof en ook niet dom. -Maar wat verder?” - -„Niemand mag zelfs gissen, dat wij elkander kennen. Ik moet voor u -geheel en al een vreemdeling zijn.” - -„Zoo, zoo! Als dat uw wil is?.... Ik moet evenwel erkennen, dat dit de -zaak moeilijk maakt.” - -„Gij moet desnoods u verkleeden, u geheel en al onkenbaar maken. Dat -zult ge toch wel kunnen?” vroeg de dokter met een glimlach. - -„Mooi zoo, laat dat maar aan mij over! Ik zal mij verkleeden als voor -een vastenavondbal!” - -„Men heeft mij medegedeeld, dat de man, die het hier betreft, de -slechtste en gemeenste knapen van de geheele Manderaggio tracht aan te -werven door middel van veel geld.” - -„Misschien is het wel een ronselaar voor de een of andere koloniale -mogendheid, misschien wel voor Nederland?” - -„Luister nu, en staak je geestigheden. Men weet niet voor wiens -rekening en voor welk werk die aanwerving geschiedt. Alles gaat daarbij -zeer geheimzinnig toe.” - -„Zoo zoo!” - -„En het is dat geheim, hetwelk ge moet uitvisschen. Hebt gij mij -begrepen, Pescadospunt?” - -„Ik heb u begrepen, heer dokter, en ik zal het te weten komen. Dat zal -zoo moeielijk niet zijn,” antwoordde de kleine schrandere man. - -„En als ge vernomen zult hebben, wat ge weten wilt, dan moet ge niet -naar boord terugkeeren.” - -„Niet?” - -„Neen, de voorzichtigheid gebiedt dat; want ge zoudt kunnen gevolgd -worden, niet waar?” - -„Dat is zoo, heer dokter.” - -„Gij zult slechts een klein briefje op de post te La Valletta bezorgen, -om mij te waarschuwen. Ik zal dan des avonds met u aan het andere -uiteinde van de voorstad La Sanglea te zamen komen.” - -„Mooi bedacht,” zei Pescadospunt, terwijl hij zich vergenoegd de handen -wreef. - -„Daar zal ik u dan aantreffen.” - -„Dat is afgesproken, maar....” - -„Maar wat?” vroeg dokter Antekirrt. - -„Hoe zal ik dien man herkennen? Ik zal toch eenige gegevens dienen te -hebben omtrent hem!” - -„Dat herkennen zal niet moeielijk zijn. Gij zijt zeer schrander, mijn -vriend....” - -„O, heer dokter!” zei Pescadospunt op bescheiden toon. „Gij zoudt -waarlijk iemand verlegen maken.” - -„En ik reken op die schranderheid,” ging de dokter onverstoorbaar -voort. - -„Maar kan ik ten minste den naam van dien gentleman vernemen? Kent gij -dien heer, dokter?”. - -„Zijn naam? Wel zeker ken ik dien!” - -„Hoe heet hij dan?” - -„Carpena.” - -„Wat.... Carpena?” riep Piet Bathory, toen hij dien naam hoorde, uit. -„Is die Spanjaard hier?” - -„Ja,” antwoordde dokter Antekirrt, „en hij woont in hetzelfde kwartier, -waar wij de kinderen weergevonden hebben van Andreas Ferrato, van den -man, die door zijn toedoen naar het bagno gezonden werd en waar hij den -dood gevonden heeft!” - -De dokter verhaalde hem toen alles, wat Maria medegedeeld had, terwijl -Piet Bathory met Luigi het stoom jacht bezichtigde. Pescadospunt -begreep toen, hoe belangrijk het was, dat de dokter een helder inzicht -in den toeleg van den Spanjaard verkreeg. Ongetwijfeld voerde die een -duister en misdadig plan in het schild en was hij bezig de middelen ter -uitvoering in de gemeenste holen van La Valletta op te sporen. Dat was -duidelijk en helder als de dag. - -Een uur later verliet Pescadospunt het stoomjacht. Om des te beter -ieder bespiedingsstelsel te kunnen ontgaan, wanneer hij namelijk -gevolgd zou worden, begon hij met door die lange Strada Reale te -drentelen, die van het fort Sint Elmo tot aan de voorstad La Floriana -zich uitstrekt. Eerst toen de avond gevallen en het vrij donker -geworden was, richtte hij eindelijk zijne schreden naar het -stadkwartier Manderaggio. - -Inderdaad, om eene bende schurken aan te kunnen werven, geheel gereed -om alles te ondernemen, zoowel doodslag als plundering, was geen -geschikter oord aan te wijzen, en het zou nergens beter gevonden kunnen -worden, dan in dat Capharnaüm van die onderaardsche stad. Er werden -daar mannen van alle streken, van iederen landaard, zoowel van het -westen als van het oosten aangetroffen. Er waren daar gedrosten van de -koopvaardijschepen en deserteurs van de oorlogsschepen van alle -mogelijke zeevarende natiën; maar vooral bevonden zich daar Maltezers -van het ellendigste gehalte, echte sluipmoordenaars, wien nog het bloed -van die zeeschuimers door de aderen stroomde, die hunne voorouders zoo -gevreesd maakten ten tijde der barbaarsche strooptochten in de -Middellandsche zee en zelfs buiten Straat Gibraltar tot op de kusten -van Portugal, Spanje en Frankrijk. - -Carpena had de opdracht, om een dozijn vastberaden kerels op te sporen, -die tot alles in staat waren en voor niets terugdeinsden. Daar in dat -dievenhol had hij kies en keur en kostte de keuze slechts weinig -moeite. Sedert zijne aankomst te La Valletta verliet hij dan ook de -kroegen in de gemeenste straten en stegen van het kwartier Manderaggio -niet. Daar kwamen de klanten, die hij opspoorde, hem opzoeken. Dat viel -hem gemakkelijk genoeg en ging hem dan ook vlug van de hand. -Pescadospunt had dus volstrekt geen moeite om hem uit te vinden. Maar -het was niet gemakkelijk uit te vorschen, voor wiens rekening de -Spanjaard handelde en vanwaar het geld kwam, dat hij niet spaarde. - -Klaarblijkelijk behoorde hem dat geld niet. Het was reeds jaren -geleden, dat de premie van vijfduizend gulden, verdiend door en -ontvangen na de zaak te Rovigno, verbrast, verspild en opgemaakt was. -Carpena, die na zijne verklikking door de algemeene verachting uit -Istrië verjaagd en van al de zoutpannen van de geheele kuststrook der -Adriatische zee geweerd was geworden, was de wijde wereld ingetrokken. -Zijn geld was zoo spoedig mogelijk verdwenen, en van arm, zooals hij -voorheen was, verviel hij nu in nog veel ellendiger toestand. Hij was -nu leeglooper, bedelaar, landlooper, in één woord: een volslagen -schavuit geworden. - -Wat geen der lezers verwonderen kan, is dat hij thans in dienst stond -van eene vreesverwekkende vennootschap van boosdoeners, voor wie hij -een zeker aantal helpers en medeplichtigen moest aanwerven, om eenige -ontbrekende schavuiten aan te vullen, die met den strop des -scherprechters reeds kennis hadden gemaakt en zoo voor hunne misdaden -beloond waren geworden. Dat was het doel, waarom hij zich te Malta en -in het bijzonder in het kwartier Manderaggio bevond. Hij was daar -waarlijk op de geschiktste plaats, dat moest erkend worden! - -Naar welk oord zou hij, na geslaagd te zijn, zijn aangeworven bende -moeten voeren? Carpena, die uiterst wantrouwend was jegens de makkers, -die hij ronselde, wachtte zich wel dat mede te deelen. Dezen kon dat -dan ook weinig schelen; als men hen maar contant betaalde; als men hen -maar eene toekomst van diefstallen, van plunderingen in het verschiet -liet ontwaren, dan zouden zij een ieder vol vertrouwen tot aan de -uiterste grenzen der aarde gevolgd hebben. - -Hier verdient verteld te worden, dat Carpena niet weinig verwonderd -geweest was, toen hij Maria Ferrato in de straten van het kwartier -Manderaggio ontmoette. In weerwil van eene afwezigheid van ruim -vijftien jaren, had hij haar dadelijk herkend, zoowel als hij terstond -herkend was geworden. Hij gevoelde zich wel gedwarsboomd door het -denkbeeld, dat zij te weten was gekomen, wat hij te La Valletta kwam -uitvoeren; want dat zou haar voorzeker niet ontgaan zijn. - -Pescadospunt moest dus listig te werk gaan, wanneer hij wilde te weten -komen datgeen waarbij dokter Antekirrt zoo veel belang had te vernemen, -en wat de Spanjaard zoo geheimzinnig voor zich hield. Hij begon met -zich eenigermate in het oog loopend in de onmiddellijke nabijheid van -Carpena te vertoonen. Deze kon dien jeugdigen bandiet niet onopgemerkt -laten, die hem als het ware niet verliet, die zich aan hem vasthechtte, -die zich in zijne vertrouwelijkheid indrong, die op hoogen toon tot dat -geboefte van Manderaggio sprak, die er zich op beroemde zoo’n -debetlijst in zijn schuldboek te bezitten, dat hem daarvan de minste -post den strop te Malta, de guillotine in Italië en de garrotto in -Spanje zou bezorgd hebben; die de diepste verachting aan den dag legde -voor al die bangooren van het kwartier, welke zich onwel gevoelden en -niets op hun gemak waren, wanneer zij een politie-agent slechts -ontwaarden! Het was een fraaie type, inderdaad, en Carpena, die een -echte kenner in het vak was, kon niet anders dan hem naar waarde -schatten! - -Dat spel, wat uiterst behendig gespeeld werd, had ongetwijfeld tot -gevolg, dat Pescadospunt zijn doel eindelijk bereikte. Want in den -ochtend van den 25sten Augustus ontving dokter Antekirrt een briefje, -waarbij de afgesproken samenkomst in weinige regelen bepaald werd op -dienzelfde avond aan het uiterste van de voorstad La Senglea. Dat -briefje had Pescadospunt zelf, wantrouwend als hij was, in de bus doen -glijden. - -Gedurende die laatste dagen was de arbeid aan boord van de Ferrato met -alle kracht voortgezet. Binnen drie dagen zou het vaartuig, na -behoorlijke herstelling zijner machine, en na zijn voorraad steenkolen -aangevuld te hebben, zee kunnen kiezen. Het zou dan geheel gereed zijn. - -Dokter Antekirrt begaf zich dienzelfden dag naar de plek, door -Pescadospunt aangewezen. Dat was een klein plein, hetwelk door -booggangen omgeven en dicht bij den ringweg aan het uiteinde van de -voorstad La Sanglea en dicht bij de Quarantainehaven gelegen was. - -Het was toen acht uren in den avond. Hoogstens waren er een vijftig -lieden op dat pleintje, dat tot markt diende, die evenwel nog niet -geëindigd was. - -Dokter Antekirrt wandelde te midden van die lieden, zoowel mannen als -vrouwen, die allen van Maltezer oorsprong waren en die zijne -opmerkzaamheid wel gaande hielden. Plotseling voelde hij evenwel eene -hand op zijn arm rusten. - -Een afschuwelijke kerel, die walgelijk smerig en slordig gekleed was en -wiens hoofd door een ouden gedeukten hoed gedekt was, keek hem in de -oogen en bood hem een zakdoek aan. - -„Wat wilt ge?” vroeg de dokter half verschrikt. - -„Ziehier wat ik zooeven van Uwe Excellentie gerold heb! Het zal zaak -zijn, voortaan beter op uwe zaken te passen,” sprak de afschuwelijke -kerel. - -Dokter Antekirrt slaakte bijna een kreet van verbazing. Hij wreef zich -de oogen. - -En inderdaad, het was Pescadospunt, maar geheel onherkenbaar onder -zijne geleende plunje. - -„Gemeene grappenmaker!” zei de dokter, nog niet geheel bekomen van -zijne verbazing. - -„Grappenmaker, ja!.... Gemeen, dat neen! heer dokter, dat hebt ge -inderdaad mis!” - -Toen eerst herkende Antekirrt zijn verspieder Pescadospunt. Hij moest -hartelijk lachen over zijn vergissing, maar toen ook zonder eenigen -overgang: - -„En Carpena?” vroeg hij, „zijt gij dien op het spoor?” - -„Ja, die is inderdaad bezig met....” - -„Met wat?” - -„Met het aanwerven van een twaalftal der meest doortrapte schurken van -geheel Manderaggio.” - -„Voor wien?” - -„Voor rekening van een zekeren Zirone!” antwoordde Pescadospunt met een -sluwen glimlach op het gelaat. - -„Van Zirone van Sicilië?” vroeg dokter Antekirrt overhaast en -eenigermate ontstuimig. - -„Inderdaad.” - -De dokter zweeg een poos, om na te denken. - -De Siciliaan Zirone, de medeplichtige van Sarcany. Dat was waarlijk -eene goede tijding! Maar welke betrekking kon er bestaan tusschen die -twee ellendelingen en Carpena? - -Na eenig nadenken kwam de dokter tot de navolgende slotsom, waarin hij -zich niet bedroog. - -Het verraad van den Spanjaard, hetwelk de gevangenneming van de -vluchtelingen uit den vestingtoren te Pisino ten gevolge had gehad, had -onmogelijk voor Sarcany onbekend kunnen gebleven zijn. Deze had Carpena -waarschijnlijk doen opsporen en had hem toen natuurlijk in de diepste -ellende aangetroffen. Hij had waarschijnlijk geen oogenblik geaarzeld, -om van hem een dier agenten te maken, die Zirone in den dienst van de -roovers-gemeenschap, waartoe hij behoorde, bezigde. - -Carpena zoude dus thans een eerste baken zijn op het spoor waarop -dokter Antekirrt nu niet meer blindelings zoude voortschrijden. Zijn -gelaat ademde dan ook een glans van tevredenheid, die den kleinen -acrobaat niet ontging. - -„Zijt gij er achter gekomen, tot welk doel die ronselarij plaats -heeft?” vroeg hij aan Pescadospunt. - -„Ja, voor eene rooversbende,” antwoordde deze, zonder eenige aarzeling. - -„Voor welke rooversbende?” - -„Wel, voor eene rooversbende op Sicilië.” - -„Op Sicilië?.... Juist!.... dat komt uit,” sprak dokter Antekirrt als -in zichzelven. En later, overluid: „En waar is die bende werkzaam? Weet -gij dat ook?” - -„In de oostelijke provinciën, tusschen Syracuse en Catania,” antwoordde -Pescadospunt. - -„Tusschen Syracuse en Catania?” vroeg de dokter nadenkend en als in -gedachten verzonken. - -Pescadospunt knikte bevestigend. De kleine man was in zijn nopjes. Het -scheen, dat hij goede tijding gebracht had. - -Zonder twijfel, het spoor was weergevonden. En dat was voorzeker eene -goede tijding voor dokter Antekirrt. - -„Hoe hebt ge u die inlichtingen verschaft?” vroeg deze met de meeste -belangstelling. - -„Van Carpena zelven,” antwoordde Pescadospunt, niet zonder een zweem -van zelfvoldoening in zijn stem. - -„Och kom! Heeft hij zooveel vertrouwen in u gesteld? Het is haast -ongeloofelijk!” - -„En toch is het zoo. Carpena heeft genegenheid voor mij opgevat, en -inderdaad, ik beveel dien man in Uwe Excellentie’s hooge bescherming -aan....” - -De dokter antwoordde met een glimlach. Hij begreep den guitigen -Pescadospunt. - -„Gij kunt thans aan boord van het stoomjacht terugkeeren,” hernam hij -na een poos. - -„Nog niet,” mompelde Pescados zoo zacht, dat dokter Antekirrt hem niet -hoorde. - -„En uwe kleeding tegen eene meer voegzame verruilen,” ging deze voort. -„Gij zult er wel naar haken, niet waar?” - -„Waarachtig niet, die kleeding past mij,” antwoordde de acrobaat met -een gullen glimlach. - -„Past u? Wat bedoelt ge?” - -„Ik heb de eer bandiet te zijn van den troep van Zirone! Ik behoor mij -zelven niet meer toe!” - -„Vriend,” sprak de dokter. „Zou het mogelijk zijn? Dat kan niet, -Pescadospunt.” - -„Kom, gekheid!.... Het is maar eene rol, die ik speel, heer dokter. En -ik wil haar goed vervullen.” - -„Bij dat spel, waagt gij uw leven, vriend!.... Bedenk dat wel! Daar -valt niet mede te schertsen.” - -„Dat leven is ten uwen dienst, heer dokter; dat leven is u geheel -gewijd,” antwoordde Pescadospunt. „Laat mij de vrijheid u dat te -zeggen; maar nog meer: de vrijheid om dienovereenkomstig te handelen.” - -„Brave jongen!” mompelde dokter Antekirrt, terwijl hij zich omkeerde, -ten einde zijne aandoening te verbergen. - -„Daarenboven,” ging Pescadospunt voort, „ik kan zonder bluffen, of -zonder verwaandheid zeggen, dat ik een beetje snugger ben en kijk; het -zou mij razend veel genoegen doen, en mij zelf trotsch maken, wanneer -ik die lieden een gloeienden kool kon stoven.” - -Dokter Antekirrt begreep, dat onder de gegeven omstandigheden de -medewerking van Pescadospunt voor zijne plannen zeer nuttig kon zijn. -Door die rol op zich te nemen, was de schrandere jongen er in geslaagd, -het vertrouwen van Carpena te winnen, en zelfs zoodanig; dat hij hem -zijne geheimen ontlokt had. Waarlijk, men moest hem laten begaan. Het -zou jammer zijn, inderdaad, hem daarin hinderlijk te zijn. - -Toen zij na een tiental minuten de zaken genoeg bepraat en overwogen -hadden, besloten de dokter en Pescadospunt, die niet bij elkander -gezien wilden worden, te scheiden. - -Pescadospunt volgde de kaden van de voorstad La Sanglea, huurde daar in -de groote haven eene sloep en keerde zoo naar het kwartier Manderaggio -terug. - -Voordat hij evenwel daarheen goed en wel op weg was, was de dokter -reeds aan boord van het stoomjacht weergekeerd. Daar aangekomen, bracht -hij Piet Bathory nauwkeurig op de hoogte van alles, wat hij vernomen -had. Terzelfdertijd meende hij voor Kaap Matifou niet te moeten -verbergen, dat Pescadospunt voor het algemeen welzijn in eene vrij -gevaarlijke onderneming gewikkeld was. Dat meende hij aan die twee -getrouwe vrienden verplicht te zijn. - -De Hercules schudde het hoofd, opende en kneep driemalen achter -elkander zijne handen dicht. Daarna zou men hem hebben kunnen hooren in -zich zelven prevelen en herhalen: - -„Dat hem geen haar bij zijn terugkeer op zijn hoofd ontbreke! Neen, -geen haar, of de duivel....” - -De laatste woorden beduiden meer dan Kaap Matifou zou hebben kunnen -doen verstaan, wanneer hij het talent had bezeten, om lange volzinnen -te kunnen fabriceeren. Maar zoo gaat het meer in de wereld. De -generaals van de daad zijn zelden generaals van de praat en omgekeerd. - - - - - - - - -X. - -IN DE OMSTREKEN VAN CATANIA. - - -Wanneer de mensch belast ware geweest met de vervaardiging van den -aardbol, dan had hij hem zeer waarschijnlijk op eene draaibank zonder -ruwe oppervlakte, zonder verhevenheid, zonder naad, plooi of rimpel, -glad als een biljardbal afgewerkt. Hij zou dan in zijne -zelfoverschatting meenen, een waar kunststuk volvoerd te hebben, en hij -zou moeilijk van dat denkbeeld terug te brengen zijn geweest. - -Maar zooals de aardbol thans bestaat, is hij het werk van den Schepper, -en die had voorwaar andere inzichten. - -Op de Siciliaansche oostkust, tusschen Aci Reale en Catania, welke ons -voornamelijk gaat bezighouden, ontbreken dan ook de kapen, de klippen, -de voorgebergten, de steile kustwanden, de grotten, de rotsen niet, en -maken die deze streek tot de heerlijkste kuststrook van de geheele -wereld, de Noorweegsche kust en die van West-Schotland zelfs niet -uitgezonderd. - -In dat gedeelte van de Middellandsche zee begint de zeeëngte van -Messina, welker tegenovergestelde oever omgeven is door den -Calabrischen bergketen. Zooals die Straat, die kusten, dat gebergte, -hetwelk door den vulkaan de Etna beheerscht wordt, ten tijde van -Homerus was, zoo bestaat het tegenwoordig nog; dat wil zeggen: prachtig -en verrukkelijk! Als het woud, waarin Eneas Achemenidas opnam, ook al -verdwenen is, zoo zijn toch de grot van Galathea, de grot van -Polyphemus, de eilanden der Cyclopen en verder noordwaarts de klippen -van Charybdis en van Scylla op hunne historische plaats gebleven, en de -reiziger kan den voet zetten, de plek aanraken, waar de Trojaansche -held aan wal kwam, toen hij Sicilië aandeed met hèt doel, om een nieuw -koninkrijk te stichten. - -Dat den reus Polyphemus andere en meerdere kunststukken kunnen en -moeten worden toegeschreven dan aan onzen Herculischen Kaap Matifou, is -waar en ook aannemelijk, maar daartegenover staat dat onze Kaap Matifou -het voordeel heeft levend te zijn, terwijl Polyphemus reeds sedert drie -duizend jaren overleden is; wel te verstaan, wanneer hij ooit bestaan -heeft, wat betwijfeld kan worden, in weerwil van hetgeen Ulysses -volgens Homerus ook omtrent hem verhaald heeft. Eliseus Reclus, een -Fransch geschiedvorscher, merkt inderdaad op, dat met dien beruchten -cycloop zeer waarschijnlijk eenvoudig de Etna bedoeld werd, wiens -kratertop gedurende de uitbarstingen als een onmetelijk oog op den top -van den berg schitterde en die van boven zijn rotsachtigen steilen -bergwand geheele rotsblokken nederstortte, die tot eilanden en klippen -werden, zooals met de Faraglioni gebeurd is. Of dat schrander door -Reclus gezien is, zullen wij niet onderzoeken. - -Die Faraglioni zijn op eenige honderd meters van de kust en van den weg -naar Catania, gelegen, waarlangs thans de spoorbaan van Syracuse naar -Messina voert. Die rotsblokken daar in zee worden de eilandjes der -Cyclopen genoemd. De grot van Polyphemus is daar niet ver van -verwijderd, en langs de geheele kust wordt het oorverdoovend geraas -vernomen, dat de zee daar onder die basalt-gewelven maakt. Het is om er -inderdaad doof te worden! - -Te midden van die rotsen zaten twee mannen, die weinig gevoel voor de -bekoorlijkheden der geschiedkundige herinneringen hadden in den avond -van den 20sten Augustus over sommige teedere zaken te praten, die de -Siciliaansche maréchaussées dolgaarne zouden opgevangen hebben. Dat had -hun eer en bevordering aangebracht. - -Een van die beide mannen, die de aankomst van den anderen sedert -eenigen tijd, afgewacht had, was Zirone. - -De andere, die van den kant van Catania kwam, was Carpena. - -„Zoo, zijt ge eindelijk daar?” riep Zirone wrevelig uit. „Gij hebt u -wel laten wachten.” - -„Om het even; zooals gij ziet, ben ik er thans,” antwoordde de -Spanjaard. - -„Maar gij komt vrij laat,” knorde de Siciliaan gemelijk. - -„Dunkt u dat?” was de luchtige vraag. - -„Ik dacht waarachtig dat ge verdwenen waart, zooals het eiland Julia, -de vroegere buurvrouw van Malta deed....” - -„Och kom.” - -„En dat ge tot voedsel der thonijnen, der makreelen en der bonicous in -de diepte van de Middellandsche zee gediend had! Of hun die kost -gesmaakt zou hebben? Pouah!” sprak Zirone. - -Zooals de lezer ziet, al waren vijftien jaren, volgens de uitdrukking -van den dichter, over het hoofd van den makker van Sarcany gevaren, zoo -had hij toch, in weerwil van het stijgen der jaren, zijne gewone -spraakzaamheid volstrekt niet verloren, evenmin als zijne gewone -onbeschaamdheid. Met zijn hoed op een oor, met een bruinachtigen -kapmantel over de schouders geslagen, met slobkousen tot aan de knie -gebonden, had hij werkelijk het uiterlijk van hetgeen hij was en wat -hij nooit opgehouden had te zijn, namelijk: een bandiet. - -„Ik heb niet vroeger kunnen terugkomen,” antwoordde Carpena, „en eerst -dezen ochtend heeft mij de pakketboot te Catania aan wal gezet. De -overtocht was waarlijk niet voorspoedig.” - -„Gij en uwe mannen, niet waar?” vroeg de Siciliaan niet zonder nadruk -op die woorden: „uwe mannen”. - -„Ja.” - -„Hoeveel kerels hebt ge?” - -„Juist een dozijn!” antwoordde Carpena droogweg, maar toch met eenige -snoeverij in zijne stem. - -„Niet meer dan dat getal?” vroeg Zirone zichtbaar teleurgesteld. „Dat’s -weinig.” - -„Me dunkt.” - -„Het is weinig, herhaal ik. Wij zouden veel meer kunnen gebruiken. Dat -wist ge!” - -„Maar het zijn opperbesten, Zirone geloof mij. Kerels, die wat durven, -als het er op aankomt.” - -„Kerels uit het kwartier Manderaggio?.... Ziet, dan zou ik tevreden -zijn. Die zijn tot alles in staat.” - -„Heu, heu,” meesmuilde Carpena, terwijl hij dubbelzinnig de schouders -optrok. - -„Nu, spreek! Ik ben ongeduldig te vernemen, wat gij aangeworven hebt. -Wie zijn het?” - -„Och, het zijn zoo wat mannen van overal, maar onder hen bevinden zich -vele Maltezers.” - -„Als zij maar goed zijn, hoe onvoldoende hun aantal ook zij, dan zijn -die nieuw aangeworvenen toch welkom,” antwoordde Zirone; „want sedert -eenige maanden is het werk moeitevol en kostbaar. Het is of de -maréchaussées in den tegenwoordigen tijd in Sicilië overal uit den -grond opdoemen en zij zullen weldra even talrijk zijn als de -pantoffelzoolen van den Paus in de overdekte gaanderijen van het -Vaticaan.... Maar, ik herhaal, als je koopwaar maar in goede -hoedanigheid uitmunt.... Als zij maar puik is.... dan zal dat veel -vergoeden.” - -„Dat geloof ik ook, Zirone,” antwoordde Carpena, „en ge zult ze bij de -proef kunnen beoordeelen.” - -„Het zij zoo! En ik hoop, dat gij u goed van uwe taak zult gekweten -hebben.” - -„Amen,” sprak Carpena, die een eind aan dat gezeur wenschte. „Maar ik -breng ook een mooien jongen mede, een gewezen potsenmaker op de -kermissen, die schrander en vlug is, en die een uiterlijk heeft, dat -men er desnoods een meisje van zou kunnen maken. Ik geloof, dat hij ons -groote diensten zal kunnen bewijzen.” - -„Is hij te vertrouwen?” vroeg Zirone nieuwsgierig. „En wat voerde hij -te Malta uit?” - -„Hij rolde horloges, wanneer de gelegenheid er zich toe leende, of -zakdoeken, wanneer hij geene uurwerken kon kapen.” - -„En hoe heet dat puikje van alle kerels?” vroeg Zirone, nog al -nieuwsgierig. - -„Pescados.” - -„Pescados! Wat een vreemde naam is dat!.... Vindt ge ook niet? Wat -beteekent die?” - -Carpena trok de schouders op, om te kennen te geven, dat hij het niet -wist. Toch antwoordde hij: - -„Ik meen visscher, als ik goed gehoord heb. Maar ik kan er onmogelijk -voor instaan.” - -„En hij is stoutmoedig en vlug, zegt ge? Daarop komt het in de eerste -plaats aan, dat weet ge.” - -„Als een aal en als een leeuw,” antwoordde Carpena op beslisten toon en -zonder eenige aarzeling. - -„En slim?” - -„Als een aap. Daarmede is—meen ik—alles gezegd. Ik beweer zelfs, dat -hij zoo’n dier de loef afwint.” - -„Welnu, wij zullen zijne talenten en zijne schranderheid zien te -gebruiken. Maar waar hebt gij die bende onder dak gebracht?” - -„In de herberg Santa Grotta, boven Nicolosi,” antwoordde Carpena. „Daar -heb ik hen onder de hand.” - -„En ge gaat uw herbergiersbaantje hervatten?” vroeg Zirone nog al -nieuwsgierig. - -„Morgen, bij het aanbreken van den dag.... Ten minste als er zich niets -tegen verzet.” - -„Dat kan niet.” - -„Wat kan niet?” was de verbaasde vraag van Carpena. „Ik zou wel eens -willen weten, wie of wat dat zou kunnen verhinderen.” - -„Ge kunt morgen geen herbergier worden, want dat moet heden nog -geschieden,” zei Zirone op afdoenden toon. „Hedenavond nog, hoort ge, -zoodra ik mijne instructies, die ik ieder oogenblik wachtende ben, -ontvangen zal hebben.” - -„Nu, mij wel!” antwoordde Carpena vrij gedwee en onderdanig. „Maar wat -is er aan de hand?” - -„Ik wacht hier den sneltrein van Messina op. In het voorbijsnorren moet -mij een briefje door het portier van het laatste rijtuig toegeworpen -worden.” - -„Een briefje van wien?” vroeg Carpena. - -„Gij schijnt wel afgestompt door uw verblijf te Malta. Begrijpt ge mij -niet?” - -„Van hem?....” - -„Ja.... van hem!.... Doordat zijne huwelijksplannen steeds niet slagen, -noodzaakt hij mij, om te werken, ten einde te kunnen leven! Maar.... -bah! wat zou men al niet voor zoo’n wakkeren makker uitvoeren? Ik ben -in staat om voor dien kerel alles, ja alles te doen.” - -In dit oogenblik werd een verwijderd gerommel, vernomen, dat evenwel -onmogelijk door het geluid der branding op het strand duidelijk kon -onderscheiden worden. Na eenigen tijd aandachtig geluisterd te hebben, -waren de beide mannen het weldra eens, dat het geluid van den kant van -Catania kwam. Dat was de trein, die door Zirone verwacht werd. Carpena -en hij beklommen toen de rotsen en weinige minuten later stonden zij -langs de spoorbaan, die door geen hekwerk of door geen palissaden -afgesloten werd. - -Twee malen floot de locomotief, alvorens een naburige kleine tunnel -binnen te stoomen, en kondigde zoo de nadering van den trein aan, die -evenwel met gematigde snelheid voortstoomde. Weldra werd het gegil van -het stoompaard duidelijker, de seinlantaarns schitterden in de -duisternis met twee helderwitte stralen, en verlichtten de spoorstaven -voor zich uit met een streep van vuur. - -Zirone volgde uiterst oplettend met den blik den trein, die zich op -slechts weinige passen van hem verwijderd, ontwikkelde en met hevig -geratel en gegil voorbijsnorde. - -Nog was het laatste rijtuig ter zijner hoogte niet gekomen, toen het -raam daarvan naar beneden gleed en een vrouwenhoofd in de omlijsting -daarvan verscheen. Zoodra zij den Siciliaan op zijn post ontdekte, -smeet zij vlug en behendig een oranjeappel naar buiten, die over de -baan rolde, opsprong, nogmaals rolde en eindelijk op ongeveer twintig -passen van Zirone in het lang opgeschoten gras bleef liggen. - -Die vrouw was Namir, de verspiedster van Sarcany. Zirone had haar -duidelijk herkend. - -Weinige minuten later was zij met den trein in de richting van Aci -Reale verdwenen. - -Zirone raapte den oranjeappel op, die eigenlijk bestond uit de twee -helften eener bast van die vrucht, die door middel van een draad te -zamen gehouden werden. De Spanjaard en hij zochten toen eenige -beschutting achter eene hooge rots, die hen—hoewel daarvoor weinig in -dit nachtelijk uur te vreezen was—voor onbescheiden blikken moest -dekken. Daar ontstak Zirone een kleine lantaarn, die hij steeds bij -zich droeg, spleet den oranjeappel open en haalde er een briefje uit, -hetwelk het navolgende bericht bevatte: - -„Hij hoopt u binnen vijf of zes dagen te Nicolosi te ontmoeten. -Wantrouwt vooral dokter Antekirrt!” - -Klaarblijkelijk had Sarcany te Ragusa vernomen, dat die geheimzinnige -persoon, waarmede de algemeene nieuwsgierigheid zich zoozeer bezig -gehouden had, twee malen ontvangen was geworden ten huize van mevrouw -de weduwe Bathory. Daardoor was eene zekere ongerustheid opgewekt -geworden bij dien man, die gewoon was, alles en allen te wantrouwen. En -daarom ook had hij die wijze verkozen, zonder zich van de post te -bedienen, door tusschenkomst van Namir dat bericht aan zijnen makker -Zirone te doen toekomen. Dat was uitermate voorzichtig, dit moest -erkend worden. - -De Siciliaan stak het briefje in zijn zak, blies de lantaarn uit en -zich tot Carpena wendende: - -„Hebt ge ooit van eenen dokter Antekirrt hooren spreken?” vroeg hij -hem. - -„Neen,” antwoordde de Spanjaard. - -„Ge weet ook niets,” gromde Zirone zoo knorrig mogelijk. „Ik had -gehoopt dat....” - -„Maar misschien kent de kleine Pescados hem,” viel Carpena hem in de -rede. - -„Waaruit maakt ge dat op? Hoe zou hij dien dokter Antekirrt kennen?” - -„Die lieve jongen weet alles! Het is een wonderbaarlijk kereltje, dat u -verbazing afpersen zal!” - -„Dat zullen we zien.” - -Een oogenblik zwegen beiden; daarna hervatte Zirone, na eerst nog -voorzichtig rondgekeken te hebben. - -„Zeg eens, Carpena, ge zijt toch niet bang, wanneer ge des nachts -reist, niet waar?” - -„Ik ben des nachts minder bang dan over dag, Zirone!” antwoordde de -Spanjaard. - -„Dat is nog al leuk,” lachte de Siciliaan schamper. - -„Dunkt u?” - -„Ja over dag loopt ge gevaar maréchaussées te ontmoeten, die al te -onbescheiden kunnen zijn, niet waar?” - -Carpena grinnikte, maar antwoordde niet. Dat grinniken kon trouwens -voor toestemming gelden. - -„Welnu, laten wij dan voortmaken! Wij moeten binnen drie uren in de -herberg Santa Grotta zijn.” - -„Dat is drommels ver,” zei Carpena op een toon, alsof hij eenigermate -uit het veld geslagen was. - -„Ja, het is een aardig eindje weg. Kom, voort!.... Gij zijt toch niet -moede, hoop ik?....” - -„Dat nu wel niet,” pruttelde Carpena. „Toch houd ik niet van ver -loopen.” - -En beiden sloegen, na de spoorbaan overgestoken te hebben, een voetpad -in, dat Zirone goed kende en dat hen langs het voorgebergte van den -Etna, naar de terreinen van secondaire vorming, die den vulkaan -omgeven, voerde. - -Ongeveer tien jaren geleden bestond in Sicilië en voornamelijk te -Palermo, de hoofdstad van het eiland, eene vereeniging, eene -vennootschap als het ware, van boosdoeners. De leden daarvan waren als -die van een geheim genootschap, door een soort vrijmetselaarsrituaal -aan elkander verbonden, en telden verscheidene duizende toegetreden -leden. - -Diefstal en smokkelarij door alle mogelijke middelen, dat was het doel -van die vennootschap der Maffia, waaraan vele handelaren en vele -nijveren eene soort van jaarlijksche schatting betaalden voor de -vergunning, om zonder lastig gevallen te worden, hun nijverheidstak te -kunnen beoefenen of hunnen handel te kunnen drijven. - -Op dat tijdstip—dat wil zeggen vóór de zaak van de Triëster -samenzwering—waren Sarcany en Zirone als de voornaamste geaffilieerden -der Maffia en als hare meest ijverige suppoosten te beschouwen. - -Eevenwel begon de vennootschap, ten gevolge van den vooruitgang in alle -zaken en ten gevolge van een beter administratief bestuur der steden, -al liet dat der dorpen en gehuchten nog veel te wenschen over, zich in -hare handelingen en bewegingen belemmerd te gevoelen. De schattingen en -andere inkomsten daalden merkbaar. Het meerendeel der geassocieerden -verspreidden zich dan ook en zochten in het rooversbaantje een meer -voordeelig middel van bestaan. - -In dit tijdstip juist veranderde de politieke toestand van Italië zeer, -door het tot standkomen zijner eenheid en zelfstandigheid. Sicilië -moest evenals de andere provinciën het algemeen lot ondergaan en zich -aan de nieuwe wetten en vooral aan het juk van de conscriptie of, -zooals wij Nederlanders zeggen: aan het juk der nationale militie -onderwerpen. Dat lokte tot oproer uit, dat vormde ontevredenheid bij -hen die zich niet naar de wetten wilden gedragen, dat deed -weerspannigen aan de wet geboren worden, die weigerden in dienst te -treden. Dat waren allen lieden zonder gewetensbezwaren, „milfissie” -zooals zij genoemd werden, die begonnen benden te vormen en het land af -te loopen. Het was een eigenaardig tijdperk, dat Sicilië toen -doorworstelde. - -Zirone stond juist aan het hoofd van een dier benden, en toen het -gedeelte van de goederen van graaf Mathias Sandorf, hetwelk Sarcany als -prijs voor zijne verklikking toegewezen was, verbrast en verzwendeld -was, waren beiden naar Sicilië teruggekeerd, om in afwachting, dat de -gelegenheid zich zou aanbieden, om weer in beter doen te geraken, hun -edel bedrijf van struikroover, van bandiet weer ter hand te nemen. - -Die gelegenheid zou zich aanbieden, zooals zij namelijk hoopten, -wanneer het huwelijk van Sarcany met Sava, de dochter van den bankier -Silas Toronthal, tot stand kwam. De lezer weet evenwel hoe en onder -welke omstandigheden steeds een kink in den kabel kwam, hoe die -verbintenis tot heden steeds schipbreuk geleden had. Het was voor de -arme vennooten waarlijk om te vertwijfelen! - -Dat Sicilië is een land, hetwelk bijzonder gunstig geschikt geoordeeld -mag worden voor de heldendaden van het rooversambt, zelfs in het -tegenwoordige tijdperk. Het oude Trinacria, met zijn omtrek van zeven -honderd en twintig kilometers, gemeten tusschen de hoekpunten van dien -kolossalen driehoek, die in het noordoosten: kaap Faro, in het westen: -kaap Marsala, in het zuidoosten: kaap Pessaro vormen, bevat -bergketenen, zooals het Pelorische en het Nebrodische gebergte, -daarenboven nog een onafhankelijk vulkanisch stelsel, waarvan de Etna -nagenoeg het centrum uitmaakt. Het bezit waterstroomen als: de -Giarella, de Cantaria, de Platani; bevat bergstroomen, valleien en -dalen, vlakten, steden, die uiterst moeielijke verbindingswegen met -elkander bezitten; burchten, die bijna ongenaakbaar zijn, dorpen, die -tusschen steile rotswanden verscholen, ja verloren liggen; -alleenstaande kloosters in de kloven of op de bergnokken, in één woord: -een aantal schuilplaatsen, waarheen de terugtocht voor den boosdoener -als aangewezen is; en eene menigte inhammen en kreeken, alwaar de zee -duizenden gelegenheden aanbiedt, om langs den waterkant te ontvluchten -en te ontkomen. - -Dat stuk Siciliaansche grond stelt in het klein, als beknopt, de -aardbol voor, waar alles aangetroffen wordt, wat op het aardrijk te -vinden is, als: bergen, vulkanen, kraters, fumarolen, solfatara’s, -weiden, akkers, stroomen, rivieren, meeren, stortvloeden, beeken, -steden, dorpen, gehuchten, havens, baaien, kreeken, haften, inhammen, -voorgebergten, kapen, klippen, zandbanken, eilanden enz., en dat alles -ter beschikking van eene bevolking van ongeveer twee millioen inwoners, -verdeeld over eene oppervlakte van zes en twintig duizend vierkante -kilometers, hetgeen eene bevolkingsdichtheid geeft van 76,9 per -vierkanten kilometer. - -Welk tooneel zou beter geschikt kunnen bevonden worden voor de -bedrijvigheid van het bandieten-handwerk? Hoewel dat handwerk dan ook -neiging tot vermindering toont; hoewel de Siciliaansche roover evenals -de Calabrische zijn tijd schijnt gehad te hebben, en hij vogelvrij -verklaard is; hoewel de bewoners beginnen te begrijpen, dat gezette -arbeid op den duur meer loonend dan diefstal is, zoo is het toch steeds -aanbevelingswaardig voor reizigers, dat zij niet zonder -voorzorgsmaatregelen het binnenland intrekken. Zij moeten gedenken, dat -daar nog altijd vereerders van Mercurius, den god der dieven -aangetroffen worden; ook dat de gelegenheid in den regel den dief -maakt. - -Het mag niet verheeld worden, dat in de laatste jaren de Siciliaansche -maréchaussées, die zeer waakzaam en steeds gereed om uit te rukken -zijn, eenige zeer gelukkige tochten in de oostelijke provinciën -ondernomen hadden. Verscheidene benden, die in hinderlaag gevallen -waren, werden gedeeltelijk verdelgd, in ieder geval voor langen tijd -onschadelijk gemaakt. Onder die laatste behoorde ook de bende van -Zirone, die nog maar dertig koppen telde. Dat was de reden, waarom hij -besloten had zijn troep met vreemde bestanddeelen en voornamelijk met -Maltezer bloed te versterken. Hij wist, dat in de verpeste holen van -het kwartier Manderaggio, hetwelk hij vroeger dikwerf gelegenheid had -te bezoeken, zich honderde werkelooze bandieten ophielden. Daarom was -Carpena naar La Valletta vertrokken, en indien deze slechts twaalf -mannen medebracht—hetgeen weinig was,—dan moest toch gezegd worden, dat -het een uitgezocht zoodje was; zoodat Zirone’s teleurstelling niet -groot was, hoewel hij beter verwacht had. - -De lezer moet zich niet verwonderen, dat de Spanjaard Carpena zooveel -toewijding aan den dag legde, zoowel bij het verkennen van het terrein, -als bij het bespionneeren der bedreigden en bij het uitoefenen van de -functie van kastelein van de herberg Santa Grotta, een afschuwelijk -moordhol, hetwelk op de eerste hellingen van den vulkaan, maar toch op -eene vrij aanzienlijke hoogte gelegen was. - -Er zal wel niet behoeven verhaald te worden, dat tegenover Sarcany en -Zirone, die den geheelen levensloop van Carpena kende, en in het -bijzonder omtrent zijn verraad ten opzichte van Andreas Ferrato -ingelicht waren, hij integendeel niets van het gebeurde te Triëst -vernomen had. Hij meende, dat hij slechts in betrekking stond met -eerlijke roovers, die sedert lange jaren hunne „zaken” in het gebergte -van Sicilië dreven, maar zich overigens met geen kuiperijen ophielden. - -Zirone en Carpena hadden gedurende dat traject van acht Italiaansche -mijlen, hetwelk de rotsen van Polyphemus van Nicolosi scheidt, geene -onaangename ontmoetingen, hetgeen in hun taal wil zeggen, dat geen -enkele maréchaussée zich op hun weg vertoonde. Zij volgden overigens -zeer moeielijke paden, welke tusschen de wijngaarden en velden van -olijfboomen, van oranjeboomen, van cederboomen, en te midden van -esschenboschjes, van elzenboschjes, van struiken van kurkeiken en van -Indische vijgeboomen omhoog slingerden. Somtijds schreden zij door een -van die beddingen van opgedroogde bergstroomen voorwaarts, die, van uit -zee gezien, zich als zoovele gemacadamiseerde wegen voordoen, die langs -de berghellingen opwaarts klimmen en waarop de ballest-welrol de -scherpkantige keisteenen nog niet zou verbrijzeld hebben. - -De Siciliaan en de Spanjaard trokken eindelijk door de dorpen San -Giovanni en Tramestieri, reeds op eene aanmerkelijke hoogte boven de -oppervlakte der Middellandsche zee gelegen. - -Zoo omstreeks tegen half elf bereikten zij ten laatste Nicolosi. Dat is -een stedeke, hetwelk in het middengedeelte gelegen is van een zeer -uitgestrekten cirkel, een soort van kratervormigen bergwand, ten -noorden en ten westen omgeven door de uitbarstings-kegels van -Monpilieri, van Monte Rossi en van Serra Pizuta; en ten oosten en ten -zuiden in de eigenlijke hellingen van den Etna vervloot. - -Dat stedeke bezit zes kerken, vijf kapellen, een klooster, dat San -Nicolo van Arena tot beschermheilige heeft, en twee herbergen, die -vooral op zijne belangrijkheid duiden. Zirone en Carpena hadden daar -niets te verrichten. - -De herberg Santa Grotta wachtte hen, en om die te bereiken, hadden zij -nog ruim een uur gaans in het gebergte af te leggen. - -Dat moordhol was in een van de meest sombere ravijnen van het geheele -Etna-bergstelsel gelegen. Zij kwamen daar dan ook niet aan, voordat het -middernachtsuur op de zes klokketorens van Nicolosi geslagen had en -gevoelden zich toen doodmoe. - -Niemand sliep te Santa Grotta. Daar werd toen, te midden van de -afschuwelijkste kreeten en godslasteringen, het middagmaal gebruikt. De -nieuwe door Carpena aangeworven manschappen waren daar vereenigd en -omringden een ouden bandiet, Benito geheeten, die zijn naam van -„gezegende” gestand deed en de eer van het huis ophield op eene wijze, -die al de duivelen in de hel moest doen jubelen en juichen. - -Wat de overige leden der bende betrof, bestaande uit een dertigtal -bergbewoners en weerspannigen aan de militiewet, die waren toen op roof -uit, een twintig mijlen verder in westelijke richting, waarbij zij de -tegenovergestelde helling van den Etna doorsnuffelden, die zij op -brandschatting stelden, waarna zij zich bij het hoofdkwartier moesten -vervoegen, om rekening en verantwoording af te leggen. - -Er was dus te Santa Grotta slechts het dozijn Maltezers aanwezig, die -door den Spanjaard aangeworven waren, plus de oude Benito. Onder die -allen brulde Pescados—onze kleine Pescadospunt—zijne partij in dat -concert van verwenschingen en van vloeken, van blufferijen en -godslasteringen. Maar tevens opende hij scherp de ooren; hij luisterde, -hij sloeg gade, hij merkte op, om toch maar niets te laten ontglippen, -wat hem vroeg of laat dienstig zou kunnen zijn. Zoo vernam hij en -onthield goed een gezegde, hetwelk Benito ontviel, om het spectakel -zijner gasten een poos voor de aankomst van Zirone en Carpena -eenigszins te temperen: - -„Houdt je mond toch, duivelsche Maltezers!” riep hij met een gramstorig -gelaat uit. - -Een hoerrah begroette toen die aanbeveling. De kerels waren in dien -stond half dol. - -„Houdt je mond toch; men kan jullie te Cassana hooren brullen, waarheen -de commissaris, die beminnelijke magistraat van de provincie, een -detachement karabiniers gezonden heeft!” - -Dat was eene grappige bedreiging. Cassana toch was ver genoeg van Santa -Grotta verwijderd. Maar de nieuw aangekomenen moesten vooronderstellen, -dat hun gejoel en gebrul de gehoorwerktuigen der karabiniers konden -bereiken. Die karabiniers deden dienst als maréchaussées op het eiland. -De kerels matigden hun geschreeuw dan ook, hoewel zij midderwijl te -meer van dien Etnawijn dronken, die Benito hun overvloedig schonk, om -hun welkom bij de bende te vieren. Zij waren allen min of meer onder -den invloed, toen de deur van de herberg eensklaps openvloog. - -„Een mooi zoodje!” riep Zirone binnensmonds uit. „Bij mijne ziel! een -mooi zoodje.” - -Allen keken met woeste blikken op. Het scheelde weinig, of zij gingen -de binnentredenden te lijf. Gelukkig, dat de Spanjaard verscheen. - -„Carpena is gelukkig in zijne keus geweest; en ik zie dat Benito de eer -van het huis ophoudt.” - -„Die brave kerels stierven van dorst!” antwoordde de oude bandiet op -zoetsappigen toon. - -„En daar dat geen prettige dood is, wildet gij hen dien besparen? Dat -is Christelijk gedacht.” - -„Voorzeker.” - -„Mooi! Maar laat ze nu gaan slapen! Ze hebben rust noodig. Morgen -zullen we kennis maken!” - -„Waarom tot morgen wachten?” vroeg een der nieuwelingen, Zirone vrij -brutaal aankijkende. - -„He?” zei Zirone, ietwat verwonderd. - -Het gebeurde zelden dat een zijner bende hem tegensprak. - -„Ja, waartoe tot morgen gewacht, met iets wat heden nog kan -geschieden?” ging de nieuw aangekomene voort. - -„Omdat jullie te dronken zijt, om dat te begrijpen,” antwoordde Zirone -zoetsappig. - -„Dronken!.... Dronken!.... Per Bacco!.... Wie durft dat zeggen?” was de -algemeene kreet. - -„Voorzeker dronken! Zoudt gijlieden denken, dat ik dat niet zou durven -herhalen?” - -„Omdat wij een paar flesschen slappen landwijn gedronken hebben?.... -Drommels, als men gewend is aan de jenever en de whiskey van de kroegen -in de Maderaggio, dan is van dronken zijn geen sprake!” - -„He! En wie is dat daar?” vroeg Zirone, die met kennersblik het troep -je monsterde. - -„Wien bedoelt ge?” vroeg Carpena. - -„Dien mooien jongen.” - -„Dat is de kleine Pescados,” antwoordde de Spanjaard. „Dat is de kerel, -van wien ik u sprak.” - -„En wie is die dan?” vroeg Pescados op zijne beurt aan Carpena, terwijl -hij de stem van den Siciliaan bedriegelijk nabootste, en met den vinger -naar hem wees. - -„Dat is Zirone,” antwoordde de Spanjaard, met een glimlach op de -lippen. „Dat is uw chef.” - -„Zoo, zoo,” sprak de kleine man op den meest onverschilligen toon, „is -dat onze chef?” - -En hij bekeek den Siciliaan met een paar zeer brutale oogen, die van -geen neerslaan wisten. - -Zirone sloeg met alle aandacht den jeugdigen bandiet, die door Carpena -zoozeer geprezen was, en die zich met zoo’n gemakkelijkheid voordeed, -gade. Ongetwijfeld vond hij, dat Pescados een schrander gelaat had, -waarop veel vastberadenheid te lezen stond. Hij gaf althans een -goedkeurenden knik met het hoofd. Daarna het woord tot Pescados -richtende, vroeg hij hem: - -„Hebt ge evenals de anderen gedronken?” - -„Of ik gedronken heb? Wat ’n vraag!” zei Pescados, met verachtelijk -gebaar en komiek neusoptrekken. - -„En toch herhaal ik die vraag. Hebt ge evenals de anderen gedronken?” -vroeg Zirone andermaal. - -„Meer dan die lummels!” antwoordde de candidaat-bandiet meesmuilend. -„Veel meer!” - -„En je verstand daarbij behouden?” - -„Het mocht wat! Dat gaat zoo gauw niet op den loop!” - -„Niet?” - -„Neen! Er moet wat anders gebeuren! Dat kan ik je verzekeren.... Heel -wat anders!” - -„Zeg eens, kleine man,” hernam Zirone, „Carpena heeft mij straks -gezegd, dat ge mij wellicht eene inlichting zoudt kunnen geven, die ik -noodig heb. Luister dus!” - -„Eene inlichting? Te drommel!.... Gij begint, dunkt me, veeleischend te -worden!” - -„Ja, eene inlichting.” - -„En,.... voor niemendal?.... Te drommel!.... Niemand arbeidt voor -niets. Dat weet ge, hoop ik?” - -„Daar, grijp!” - -Zirone wierp hem een halven piaster toe, dien Pescados in de vlucht -opving en onmiddellijk in den zak van zijn vest wegmoffelde, zooals een -goochelaar met een muskaatnoot zoude gedaan hebben. - -„Hij is aardig!” zei Zirone, met een glimlach van tevredenheid op het -gelaat. - -„Ja, zeer aardig!” antwoordde Pescados onbeschaamd. „Maar, wat wilt ge -weten? Kom, vooruit!” - -„Kent ge Malta goed?” - -„Als het innerlijke van mijn zak! Maar niet alleen Malta, maar ook -Italië, en Istrië, en Dalmatië, en de Adriatische zee,” antwoordde -Pescados. „Is dat genoeg? Wilt ge nog meer?” - -„Ge hebt dus gereisd?” - -„Veel, maar steeds voor eigen rekening!” - -„Dat is nog al leuk,” viel Zirone lachende in, en herhaalde: „Dat is -nog al leuk.” - -„Waarom is dat leuk, en waarom lacht gij zoo?” vroeg Pescadospunt, -schijnbaar vertoornd. - -„Ik raad je, nooit anders te reizen; want wanneer je voor rekening van -het gouvernement reist, dan....” - -„Is het te duur!” viel Pescados in. „Ja, dat begrijpt een kind en -behoeft gij mij niet te vertellen.” - -„Juist, zooals ge zegt: te duur,” antwoordde Zirone, die zich de handen -wreef en vergenoegd was, dat hij in dien nieuwen makker iemand aantrof, -met wien ten minste te praten was. - -„Maar, nu verder?” hernam de schrandere jongen. „Gij hebt toch geen -inlichtingen omtrent mijne reisgelegenheden noodig?” - -„Verder?....” - -„Ja.... verder.... de inlichting, die ge noodig hebt?” - -„Dat ’s waar ook. Ziehier! Pescados,” ging Zirone voort, alsof hij zich -plotseling iets herinnerde, wat hem voor een oogenblik ontschoten was, -„hebt ge ooit bij uwe menigvuldige omzwervingen van een zekeren dokter -Antekirrt hooren spreken?” - -Met alle zijne schranderheid kon Pescadospunt onmogelijk die vraag -verwachten. Hij wist evenwel zooveel zelfbeheersching uit te oefenen, -dat hij van zijne verbazing niets liet merken. - -Maar hoe kon Zirone, die niet te Ragusa was, terwijl de Savarena daar -geankerd had gelegen, en die niet te Malta vertoefde, toen de Ferrato -daar repareerde, hebben hooren spreken van dokter Antekirrt? En hoe -kwam hij zelfs aan dien naam? Ziet, dat waren vragen die in dit -oogenblik het brein van den kleinen man bestormden. - -Maar hij begreep met zijn practisch verstand terstond, dat zijn -antwoord hem van zeer veel nut kon zijn; daarom aarzelde hij dan ook -geen oogenblik. - -„Dokter Antekirrt?....” vroeg hij om tijd te winnen. „Dokter -Antekirrt?” - -„Ja, dokter Antekirrt,” herhaalde Zirone. - -„Zeker heb ik van hem gehoord!” - -„Welnu?” - -„Langs de geheele Middellandsche zee—en die is nog al uitgebreid—is -slechts sprake over hem!” - -„Hebt gij hem gezien? Of hebt gij hem soms ook gesproken?” vroeg Zirone -eenigszins wantrouwend. - -„Nooit; noch het een noch het ander.” - -„Maar weet gij wie hij is, die dokter? Daaromtrent zult gij toch wel -iets vernomen hebben?” - -„Wie hij is?.... Een arme drommel.” - -„Wat, een arme drommel? Houdt ge mij voor den gek?” vroeg Zirone -vertoornd. - -„Zeker, een arme drommel, die zoo wat honderd maal millionnair is, -zooals men ten minste beweert. Gij begrijpt, dat ik al die millioenen -niet heb kunnen tellen.” - -„Een aangename mededeeling intusschen,” grinnikte Zirone met een soort -van welbehagen. - -„Die nooit gaat wandelen, zonder in iederen zak van zijn overjas een -millioen te hebben.” - -„En heeft die overjas veel zakken?” vroeg de bandiet met van hebzucht -fonkelende oogen. - -„Slechts zes!.... Het is weinig, dat beken ik,” zei Pescadospunt -glimlachende. - -„En verder?....” - -„Dokter Antekirrt is een arme drommel, die er door zijne droomerijen -toe gebracht werd, om de geneeskunde voor liefhebberij uit te oefenen, -en daarvoor nu eens met zijn goelet Savarena, dan weer met zijn -stoomjacht Ferrato rondreist en geneesmiddelen bezit voor de twee en -twintig duizend ziekten, waarmede de natuur het menschenras zoo -liefderijk begiftigd heeft.” - -Het potsenmakerskarakter van vroeger was bij Pescadospunt weer zeer ter -snede boven gekomen en zijne snakerijen namen niet minder Zirone dan -Carpena in, die scheen te zeggen: - -„Welnu, hoe denkt gij er over?.... Welk eene aanwinst!.... Niet -waar?.... Zoo’n kerel!” - -Pescados zweeg en stak eene sigarette aan, waarvan hij den grilligen -rook tegelijkertijd uit den neus, uit de oogen en zelfs uit de ooren -liet ontsnappen. De beide anderen keken hem verwonderd aan. - -„Ge denkt dus, dat die dokter rijk is?” vroeg Zirone begeerig en met de -lippen smakkend. - -„Rijk, vraagt gij? Hij is zoo rijk, dat hij het geheele eiland Sicilië -kan koopen, om er zich een Engelsch park van te vervaardigen,” -antwoordde Pescadospunt. - -Toen, bedenkende dat het oogenblik wellicht gekomen was, om Zirone het -denkbeeld in te fluisteren van het plan, welks uitvoering hij -persoonlijk najaagde: - -„Ziet, vervolgde hij dan ook, „al heb ik dien dokter Antekirrt in eigen -persoon niet gezien, dan heb ik toch een zijner pleizierjachten kunnen -bewonderen.” - -„Een zijner pleizierjachten? Houdt hij er pleizierjachten op na?” vroeg -Zirone geheel en al verlokt. - -„Men zegt, dat hij eene geheele flottilje er op nahoudt, om zijne -tochtjes op de Middellandsche zee te kunnen volvoeren en de -verschillende kusten van dat meerbekken te bezoeken.” - -„Een zijner pleizierjachten?” herhaalde Zirone voortdurend met de -grootste verwondering. - -„Ja, de Ferrato! Een prachtig vaartuig, dat mij zeer ter stade zoude -komen, om tochten in de baai van Napels te ondernemen, met een of twee -vorstinnen mijner keuze!” - -„En waar hebt ge dat jacht gezien, vriend Pescados?” was de -nieuwsgierige vraag. - -„Te Malta,” antwoordde Pescados, zonder de minste aarzeling. „In de -Militaire haven.” - -„Wanneer?” - -„Wanneer?.... Laat zien.... Wel, niet later dan gisteren,” antwoordde -de kleine man zonder bedenken. - -„Gisteren?” - -„Wel zeker, te La Valletta. Toen wij ons met onzen aanvoerder Carpena -inscheepten, lag het nog in de Militaire haven ten anker. Maar men -vertelde, dat het vier en twintig uren later vertrekken zou.” - -„Waarheen? Zijt gij dat soms ook te weten gekomen, vriend Pescados?” -vroeg Zirone. - -„Eh, eh! Juist naar Sicilië, naar Catania! Ja, dat vernam ik nog even -vóór onze inscheping.” - -„Naar Catania?” herhaalde Zirone nadenkend. „Weet gij dat zeker? Naar -Catania?” - -Die overeenkomst van het vertrek van dokter Antekirrt met de -waarschuwing, die hij ontvangen had, om dien man te wantrouwen kon niet -anders dan de achterdocht van den makker van Sarcany opwekken. - -Pescadospunt begreep, dat zekere geheime gedachte in het brein van -Zirone broeide. Maar welke? - -Toen hij haar niet kon raden, besloot hij meer bepaald er op los te -gaan. Toen Zirone dan ook vroeg: - -„Wat kon die duivelsche dokter in Sicilië uit te voeren hebben? En -juist te Catania?” - -„Wel nu nog mooier! Wat hij hier wil uitvoeren? Wel niets! Volstrekt -niets! Dat begrijpt gij.” - -„Niets?” - -„De stad bezoeken, den Etna beklimmen; in één woord: rondboemelen als -een rijk heer, die hij is.” - -„Pescados,” zei Zirone, die van tijd tot tijd eene zekere achterdocht -in zich voelde opwellen, „het komt mij voor, dat gij meer van dien man -weet, dat gij thans wel vertelt.” - -„Niet meer dan ik u mededeel. Maar ik zou meer uitvoeren, wanneer de -gelegenheid zich zou voordoen.” - -„Wat wilt ge zeggen? Wat zoudt gij willen uitvoeren?” vroeg Zirone -nieuwsgierig. - -„Dat’s duidelijk genoeg, dunkt me,” mompelde Pescadospunt schier -onhoorbaar. - -„Voor mij evenwel niet. Gij dient duidelijker te spreken, vriend -Pescados,” hernam de Siciliaan. - -„Welnu, ik wil zeggen, dat wanneer die dokter Antekirrt, zooals -vermoedelijk is, op ons grondgebied zal komen wandelen, Zijne -Excellentie ons een aardig losgeld te betalen zal hebben.” - -„Zoo, meen je dat?” - -„En als hem dat slechts een of twee millioen zal kosten, dan komt hij -er goedkoop af.” - -„Vind je?.... Ja, het is waar: die overjas met die zes zakken, niet -waar? Maar zijn die zakken altijd gevuld?” - -„En dan zou kunnen gezegd worden, dat Zirone en zijne vrienden echte -schaapskoppen zullen geweest zijn,” ging Pescadospunt voort, zonder op -de laatste vraag te antwoorden. - -„Goed gezegd,” antwoordde Zirone lachende. „Na dat compliment aan ons -adres kun je gaan slapen.” - -„Dat lijkt mij, kapitein,” antwoordde Pescados, „maar ik weet wel, -waarvan ik droomen ga.” - -„Waarvan, zeg?” - -„Van de millioenen van dokter Antekirrt.... Dat zullen gulden droomen -zijn, niet waar?” - -En daarop ging Pescados, na nog eene laatste rookwolk van zijn -sigarette uitgeblazen te hebben, zijn makker in de schuur der herberg -opzoeken, terwijl Carpena naar zijn vertrek ging. - -En toen, in plaats van te slapen, hield de brave kerel zich onledig met -hetgeen hij gedaan en gezegd had behoorlijk in zijn brein te ordenen. -Dat was niet gemakkelijk. Dit moest hij erkennen. - -Had hij inderdaad van het oogenblik, dat Zirone tot zijne groote -verwondering hem over dokter Antekirrt gesproken had, de belangen -behoorlijk behartigd die hem toevertrouwd waren? Dat de lezer oordeele! - -De dokter hoopte bij zijn verblijf op Sicilië Sarcany, en, voor het -geval dat zij er te zamen waren, ook Silas Toronthal te ontmoeten. Dat -was toch mogelijk, daar beide Ragusa verlaten hadden. Mocht dat -tegenvallen, dan zou hij, bij afwezigheid van Sarcany, zich van Zirone -meester kunnen maken. Daarna zou hij dezen, hetzij door hem te -beloonen, hetzij door hem te dreigen, er wel toe brengen, om te -vertellen, waar Sarcany en Silas Toronthal zich ophielden. Twijfel aan -den uitslag van dat beraamde plan kwam volstrekt niet bij hem op. - -Dat was zijn voornemen, en ziehier hoe hij dat dacht uit te voeren. Het -was eenvoudig genoeg. - -De dokter had in zijne jeugd Sicilië verscheidene malen bezocht en dan -voornamelijk in de omstreken van den Etna vertoefd. Hij kende de -verschillende wegen, welke de bergbestijgers gewoonlijk insloegen. De -meest gekozene slingert aan den voet een zonderling huis voorbij, -hetwelk aan den benedenrand van den uitbarstingskrater gebouwd is en de -„Casa Inglese”, het Engelsche huis genoemd wordt. - -Nu hield de bende van Zirone, waarvoor Carpena versterking te Malta -aangeworven had, strooptochten op de hellingen van den Etna. Het was -dus zeker, dat de aankomst van een zoo beroemd persoon, als dokter -Antekirrt was, hare gewone uitwerking te Catania zoude uitoefenen. Daar -nu de dokter openlijk had laten verkondigen, dat hij den Etna wilde -beklimmen, kon het boven allen twijfel verheven gerekend worden, dat -Zirone zulks vernemen zoude, vooral als Pescadospunt er zich in mengde. -De lezer heeft kunnen bespeuren, dat de aanleg der zaak niet moeilijk -was geweest, daar Zirone zelve Pescados over dokter Antekirrt -ondervraagd had. - -Ziehier nu de valstrik, die Zirone gespannen werd, en waarin hij alle -kans had zich te verstrikken. - -Daags voor den bepaalden dag, dat de dokter de vulkaanbeklimming zou -ondernemen, moesten twaalf goed gewapende mannen van de Ferrato zich -heimelijk naar de Casa Inglese begeven. Den volgenden dag zouden de -dokter, vergezeld van Luigi Ferrato, van Piet Bathory en van een gids, -Catania verlaten en den gewonen weg volgen, zoodanig dat zij de Casa -Inglese tegen acht uur des avonds konden bereiken. - -Zoo doen de toeristen, die boven op den Etna de zon willen zien opgaan, -hetgeen door het oostwaarts gelegen gebergte een bewonderenswaardig -gezicht oplevert. - -De Casa Inglese is door eenige reizigers, die uitermate veel van -comfort hielden, daargesteld. Zij is prachtig gelegen op ongeveer drie -duizend meters boven de oppervlakte der zee. - -Ongetwijfeld was het de wensch van Zirone, daartoe door Pescadospunt -opgehitst, te trachten dokter Antekirrt in handen te krijgen, vooral -daar hij meende, dat hij slechts met hem en zijne twee metgezellen te -doen zoude hebben. Wanneer hij echter bij de Casa Inglese zoude -aankomen, zou hij door de zeelieden der Ferrato warm ontvangen worden -en zou alle weerstand vruchteloos, ja onmogelijk zijn. - -Pescadospunt, die dat plan kende, had dus zeer behendig van de -omstandigheden partij getrokken, om het denkbeeld in het brein van -Zirone op te wekken, zich van dokter Antekirrt meester te maken. Dat -zou een zeer rijke prooi zijn, die hij naar hartelust zou kunnen -uitplunderen, zonder daarbij de waarschuwing uit het oog te verliezen, -die hij ontvangen had. Was het bovendien niet het zekerste, nu hij zich -voor dien dokter moest wachten, hem in zijne macht te krijgen, al moest -hij dan ook daarvoor den losprijs, dien hij bedingen kon, verliezen? -Hoe meer de bandiet er over nadacht, hoe meer de zaak hem toelachte. - -Zirone ging tot dat besluit over, in afwachting van nieuwe instructies -van Sarcany. - -Maar om des te zekerder omtrent het welslagen te zijn, rekende hij, -dewijl zijne geheele bende niet bij de hand was, die oplichting uit te -voeren met behulp der Maltezers van Carpena. Dat kon Pescadospunt geene -onrust inboezemen, daar die twaalf booswichten wel in bedwang zouden -gehouden worden door de zeelieden van de Ferrato. Die Maltezers waren -inderdaad nog slechts nieuwelingen in het werk. - -Maar Zirone liet zelden of nooit iets aan het toeval over, wanneer hij -anders handelen kon. - -Daar volgens beweren van Pescados het stoomjacht den volgenden dag -moest aankomen, zoo verliet hij in den vroegen ochtend de herberg Santa -Grotta, daalde de hoogte af en begaf zich naar Catania. Dewijl hij in -die plaats niet bekend was, kon hij dien tocht zonder gevaar hoegenaamd -ondernemen. Niemand zou hem verdenken. - -Het stoomjacht was toen reeds sedert eenige uren op de ankerplaats -aangekomen. Het had niet aangelegd bij de haven, waarbij zich de -vaartuigen steeds verdrongen, maar het was ten anker gekomen in eene -soort van voorhaven, gelegen tusschen den noorderpier en een kolossaal -rotsgevaarte van zwartachtige lava, die door de uitbarsting van 1669 -tot bij den zeeoever voortgestuwd was. Daar lag het vaartuig veilig. - -Reeds bij het aanbreken van den dag werden Kaap Matifou en elf man der -equipage onder aanvoering van Luigi Ferrato te Catania ontscheept, -waarna zij zich ieder afzonderlijk op weg begeven hadden naar de Casa -Inglese. - -Zirone wist dus niets van die ontscheping, en daar de Ferrato op eene -kabellengte van den wal verwijderd ten anker lag, kon hij zelfs niet -gadeslaan, wat er aan boord voorviel. Dat was, de lezer moet het -erkennen, eene gelukkige omstandigheid. - -Tegen zes uur des avonds zette de barkas twee passagiers van het -stoomjacht aan wal. Dat waren dokter Antekirrt en Piet Bathory. Zij -richtten hunne schreden, terwijl zij de Via Stesicoro en de Strada Etna -insloegen, naar de Villa Ballini, een bewonderenswaardige publieke -tuin, een der fraaiste, zoo niet de fraaiste wellicht van geheel -Europa, met zijne bloemperken, zijne boschjes van sierplanten, zijne -paden langs grillige hellingen, zijne terrassen, beschaduwd door zwaar -en hoog geboomte, zijne levendige en murmelende beken, en dan die -prachtige vulkaan, welke aan den gezichteinder verrijst en steeds met -eene rookpluim getooid is, Inderdaad, die vallei is verrukkelijk. - -Zirone had de twee passagiers achtervolgd en twijfelde er niet aan, of -een hunner was dokter Antekirrt. Hij sloop zoodanig voorwaarts, dat hij -hen vrij nabij naderde te midden van de menigte, die in de villa -Bellini naar de muziek was komen luisteren en zich daar vrij laat -ophield. Hoe geheimzinnig hij dit had pogen te doen, hadden de dokter -en Piet Bathory toch de geniepige omdolingen bemerkt van dien kerel met -dat argwaanwekkende gelaat. Als dat de door hen bedoelde Zirone was, -dan—dat moesten zij erkennen—was de gelegenheid schoon om hem verder in -den valstrik te lokken, waarin zij hem vangen wilden. Onmerkbaar -knikten zij elkander toe. - -Tegen elf uren in den avond dan ook, juist toen beiden den openbaren -tuin wilden verlaten, om naar boord terug te keeren, zei de dokter met -gedempte stem tot Piet: - -„Dat is dan afgesproken, morgen zullen wij op weg gaan en zullen den -nacht in de Casa Inglese doorbrengen.” - -„Hoe laat het vertrek?” vroeg Piet Bathory, even onverschillig, of hij -gehoord werd of niet. - -„Dat zullen wij aan boord van de Ferrato bepalen,” antwoordde dokter -Antekirrt. - -De verspieder had waarschijnlijk vernomen, wat hij wenschte te weten; -want in het daarop volgend oogenblik was hij in het struikgewas -spoorloos verdwenen. - -Dokter Antekirrt en Piet Bathory tuurden rondom zich en toen zij -niemand meer bespeurden, krulde een glimlach hunne lippen. - - - - - - - - -XI. - -DE CASA INGLESE. - - -Den volgenden dag, zoo omstreeks één uur in den namiddag, maakten -dokter Antekirrt en Piet Bathory hunne toebereidselen, om van boord te -gaan en aan hunne voornemens gevolg te geven. - -De barkas nam de passagiers op, maar alvorens daarin af te dalen, beval -de dokter kapitein Köstrik aan, goed te doen uitkijken naar de aankomst -van de Electriek, die ieder oogenblik te wachten was, en droeg hem op, -dat vaartuig onmiddellijk naar de wateren der Faraglioni, ook de rotsen -van Polyphemus genaamd, te zenden. De scheepsgezagvoerder knikte ten -teeken dat hij zijn patroon goed begrepen had. - -Wanneer het plan gelukte, wanneer Sarcany, of ten minste Zirone en -Carpena gevangen genomen waren, dan moest dat snelle bootje hen -dadelijk naar Antekirrta overbrengen, waar de dokter de verraders van -Triëst en van Rovigno in zijne macht wilde hebben. Zoo waren de -plannen, zoo zou moeten gehandeld worden. - -De barkas stak af. In weinige minuten had zij de trap van de kade van -Catania bereikt. - -Dokter Antekirrt en Piet Bathory waren in het gewone reispak van -bergbeklimmers gestoken, die genoopt zullen worden om eene temperatuur -te trotseeren, die tot zeven graden onder het vriespunt kan dalen, -terwijl zij op het strand nabij de oppervlakte der zee dertig daarboven -teekent. Zij hadden een gids bij de afdeeling der Alpenclub op de Via -Lincoln No. 17 besproken. Deze wachtte hen met paarden, die te Nicolosi -door muildieren zouden vervangen worden, welke laatste dieren steviger -op de beenen waren, daarbij als onvermoeibaar geroemd worden en -bijgevolg de voorkeur, in zoo’n bergterrein als Sicilië is, verdienden. - -De stad Catania, welker breedte gering te noemen is in vergelijking met -hare lengte, was spoedig doorsneden. - -Niets duidde den dokter aan, dat hij bespied of gevolgd werd. Hij en -Piet Bathory begonnen, na den Belvedère-weg ingeslagen te hebben, te -stijgen en dus den invloed te ondervinden van de eerste verheffingen -van het Etnasche bergstelsel, waaraan de Sicilianen den naam van -Mongobello-berg gegeven hebben en welker doorsnede niet minder dan vijf -en twintig mijlen meet, hetgeen voor een voorgebergte nog al -aanmerkelijk mag heeten. - -De weg was natuurlijk zeer geaccidenteerd en uiterst bochtig. Hij week -somwijlen van de algemeene richtig af, om lavabeddingen, om -basaltrotsen, welker versteening van voor millioenen jaren dagteekent, -om droge ravijnen, die in het voorjaar in woeste bergstroomen -herschapen worden, te mijden. Dat waren allen terreinhindernissen, die -aangetroffen werden in een boschrijke streek, waarin de olijfboomen, de -oranjeboomen en de esschen ruimschoots vertegenwoordigd waren, wier -takken als met festoenen getooid werden, met slingerlooten van -krachtige wingerds en andere klimplanten, die er zich om heen -slingerden. - -Dat was de eerste der drie gordels, die de verschillende hoogten van -den vulkaan omvatten, van dien smidsoven, zooals de vertaling van het -Phénisische woord Etna luidt, van dien „aardspijker en steunpilaar des -hemels”, volgens de aardkundigen van een ander tijdvak, toen de -wetenschap der aardkunde nog niet bestond. - -Na gedurende twee uren gestegen te zijn, konden dokter Antekirrt en -zijn jeugdige metgezel Piet Bathory gedurende eene halte van weinige -minuten, die meer voor de rijdieren dan voor de ruiters noodzakelijk -was, de geheele stad Catania, die trotsche mededingster van Palermo, -welke niet minder dan vijf en tachtig duizend inwoners telt, aan hunne -voeten ontwaren. Eerst bespeurden zij de lijnen van hare voornaamste -straten, die evenwijdig aan de kade liepen; dan de klokketorens en de -overwelfde koepelverhevenheden harer honderd bedehuizen; verder de -talrijke en schilderachtige kloosters, en eindelijk de huizen, die -meerendeels in den trotschen bouwstijl der zeventiende eeuw opgetrokken -waren. En dat alles was omgeven, ja omlijst door een band van groene -boomen, zoo bevallig, dat weinig steden in Europa er op bogen kunnen -zulk een gordel om het middel geslagen te hebben. - -Vervolgens, verder vooruit, ontwaarden zij de havenkom, welker -natuurlijke dijken door den Etna zelven opgetrokken waren, nadat hij -hem eerst gedeeltelijk gevuld had bij de schrikkelijke uitbarsting van -1669, die veertien steden en dorpen verwoestte en achttien duizend -menschen deed omkomen, door over den omtrek meer dan een millioen -kubieke meters lava, zand en vulkanische asch uit te storten en -daardoor alles op de schrikkelijkste wijze te verwoesten. - -Overigens, als de Etna minder woelig in onze negentiende eeuw is, dan -heeft hij waarachtig wel eenige aanspraak om tot rust te mogen komen. -Men telt inderdaad meer dan dertig uitbarstingen sedert de invoering -van het Christendom. Dat Sicilië bij die machtige natuurverschijnselen -niet vernietigd is, moet als bewijs gelden dat hare grondvesten stevig -zijn. Daarenboven dient opgemerkt te worden, dat de vulkaan zich geen -permanenten krater gevormd heeft. Grillig als een jonge dame, verandert -hij dienaangaande. De berg barst open, daar waar hij voor het oogenblik -den minsten wederstand ondervindt en waar zich dus bij hem een dier -vuurspuwende gezwellen vormt, waardoor dan al de lavabestanddeelen, die -in zijne ingewanden koken en borrelen, een uitweg vinden. Vandaar het -ontstaan van die groote hoeveelheid kleine vulkanen, de Monte Rossi -genaamd, dubbelbergen, gevormd in drie maanden tijds door de -uitgeworpen asch, zand, steenen en sintels, in 1669 op eene hoogte van -honderd zeven en dertig meter, en wier krater aan bijtorentjes gelijk, -die rondom den hoofdtoren van eene kathedraal gerangschikt staan, en -Frumento, Sinoni, Stornello Crisinio genoemd worden, ongerekend die -kraters die in 1809, 1811, 1819, 1838, 1852, 1865 en 1878 gevormd en -welker trechtervormige bekken de flanken van den hoofdkegel uithollen -als de cellen van een honigraat. - -Toen de toeristen het gehucht Belvedère doorgetrokken waren, sloeg de -gids een pad in, om den weg van Travestiéri, dicht bij dien van -Nicolosi te bereiken. Men was nog steeds in den eersten gordel van het -bergstelsel, die bebouwd kan gerekend worden. Deze strekt zich tot het -stedeke uit, dat wil zeggen tot eene hoogte van twee duizend honderd en -twintig voeten, of ruim zeshonderd drie en zestig meters. - -Het was ongeveer vier uren in den namiddag, toen Nicolosi in het -gezicht kwam, zonder dat de toeristen op den afstand van vijftien -mijlen, welke zij, sedert zij Catania verlieten, afgelegd hadden, -eenige kwade ontmoetingen, hetzij in den vorm van wilde zwijnen, hetzij -in den vorm van wolven, hetzij in den vorm van bandieten of -struikroovers ondervonden hadden. - -Maar zij hadden nog twintig kilometers te doorloopen, alvorens zij de -Casa Inglese zouden bereiken. - -„Hoelang willen Uwe Excellentiën hier toeven?” vroeg de gids aan de -reizigers. - -„Zoo kort mogelijk,” was het antwoord van dokter Antekirrt, kort -afgemeten. - -„Maar hoe lang zal het duren?” was de wedervraag. „De heeren moeten mij -verontschuldigen. Ik dien dat te weten.” - -„Ik wenschte dezen avond tegen negen uur op onze bestemming aangekomen -te zijn.” - -„Dan blijft ons zeer weinig tijd over, heeren! Dan moeten wij -voortmaken, en geen oogenblik verloren laten gaan.” - -„Gij moet beslissen. Wij zullen niet langer toeven, dan gij ons zult -toestaan.” - -„Maar hoe lang verlangt Uwe Excellentie hier te blijven?” vroeg de -gids. - -„Is veertig minuten te lang?” vroeg dokter Antekirrt, terwijl hij den -Siciliaan aankeek. - -Deze dacht een oogenblik na. Hij scheen zich in een moeielijke -berekening te verdiepen. - -„Veertig minuten? Dat kan,” zei hij eindelijk. „Maar, heeren, gelooft -me, geen oogenblik langer.” - -Het was weinig, maar toch genoeg om een sober maal te gebruiken in een -der beide herbergen van het stedeke. Toch moesten de reizigers -erkennen, dat de spijzen zoo lekker toebereid waren, dat daardoor de -hofmeesters-faam van den Siciliaansche gaarkeukens niet weinig verhoogd -werd. Dat kan gerust ter eere gezegd worden van de drieduizend inwoners -van Nicolosi, waaronder de bedelaars, die er in menigte krioelen, -gerekend moeten worden. Een reebout en vruchten als; druiven, oranje- -en granaatappelen; en wijn van San Placido, een uiterst goed merk, dat -in de omstreken van Catania gewonnen wordt. Waarlijk er zijn vele -steden in Italië, die voor veel aanzienlijker dan Nicolosi doorgaan, en -zich gekrenkt zouden gevoelen, daarmede vergeleken te worden, maar waar -menige kastelein verlegen zoude staan, om zijne reizigers en overige -gasten zoo goed te onthalen, als dat hier geschiedde op de hellingen -van den Etna. - -Voor dat vijf uren geslagen waren, beklauterden dokter Antekirrt, Piet -Bathory en de Cataniaansche gids, alle drie op muildieren gezeten, de -tweede verdieping van het bergstelsel en bereikten den woudgordel. Die -zone wordt zoo niet genoemd, omdat er werkelijk wouden zouden bestaan, -of omdat er meer boomen dan elders aangetroffen zouden worden. O, neen, -want de houthakkers hebben zich sedert eeuwen bevlijtigd en bevlijtigen -zich hier even als elders, nog steeds, om de eeuwenoude en prachtige -bosschen te vernielen, die weldra niet anders meer dan in de -mythologische herinneringen zullen bestaan. Evenwel werden hier en daar -bij wijze van boschjes of groepen, langs de lavabeddingen, of op de -hellingen der ravijnen en afgronden, beuken, eiken en een soort -vijgeboomen, met bijna zwart loof aangetroffen; terwijl in hooger -gelegen streeken, dennen, pijnboomen en berken ontwaard werden. Dat die -waren blijven staan, was alleen daaraan te danken, dat zij in schier -ontoegankelijke terreinen opgeschoten waren, waardoor het vervoer van -het hout te moeilijk werd. - -De vulkanische asch, vermengd met eenige teelaarde, stelde een -vruchtbaren bodem daar en strekte tot voedsel van machtige -varenstoelen, van esschenkruid, van maluwstruiken, en werd overigens -overdekt met een weelderig mostapijt. - -Tegen acht uren hadden dokter Antekirrt en Piet Bathory reeds eene -hoogte van drie duizend voeten bereikt, waar ongeveer de grens op deze -breedte van de eeuwigdurende sneeuw aangetroffen wordt. Die sneeuw is -op de hellingen van de Etna in zulk eene ontzettende hoeveelheid -voorradig, dat geheel Italië en Sicilië daarvan voorzien zouden kunnen -worden. Dat was de gordel der zwarte lavabeddingen, der vulkanische -asch, der slakken, der sintels, die zich langs eene breede spleet -uitstrekt, die een elliptischen vorm aanneemt en de Valle de Bore -geheeten wordt. - -De steile rotswanden van die spleet, welke van duizend tot drie duizend -voeten hoog waren, moesten omgetrokken worden, terwijl men in de -breuken en hellingen van die steengevaarten, gangen van graniet- en -bazaltgesteente bespeuren kon, die door het vulkanisch vuur niet -aangetast schenen. - -Vlak voor onze toeristen verhief zich de eigenlijke kegel van den -vulkaan, op welker hellingen zich eenige phanegoramische planten, hier -en daar enkele plekken van groen vormden. Die centrale verheffing -vormde op zich zelven een geheelen berg—Pelion op Gasa—en vertoonde op -een hoogte van drie duizend drie honderd zestien meters boven de -oppervlakte der zee een afgeronden top. - -De bodem trilde reeds merkbaar onder de voeten onzer reizigers. Onder -de sneeuwlagen deden zich dreuningen gevoelen, die opgewekt werden door -den plutonischen arbeid, welke dat geheele Etnasche bergstelsel -voortdurend teistert. Eenige zwaveldampen, die door den wind van de -rookpluim des kraters afgesleurd werden, sloegen tot bij den voet van -den kegel neer, hetgeen het ademhalen soms bemoeielijkte; terwijl -slakken, in vorm niet ongelijk aan gloeiende cokes, op het witte -sneeuwveld neervielen, daarin sissend uitbluschten, een klein wit -stoomwolkje vormend, maar daarbij een zwart spoor achterlieten. - -De luchtgesteldheid was toen zeer koud en daalde voorzeker eenige -graden beneden het vriespunt, waardoor de ademhaling, ten gevolge van -de meerdere ijlheid der lucht, zeer bemoeielijkt werd. - -Onze bergbeklimmers waren reeds genoodzaakt geweest zich dicht in hunne -reismantels te wikkelen. Een scherpe bries streek over de berghelling, -zweepte fijne sneeuwkristalletjes van den bodem op en deed ze met haren -ijzigen adem in de ruimte dwarrelen en overal doordringen. - -Van deze hoogte kon men even beneden den grooten vuurmond, waaruit -hooge vlammen opstegen, ja als uitgestooten werden, andere mindere -kraters ontwaren, die niets anders waren dan smalle solfatara’s, -eigenlijke brandende zwavelbronnen of diepe sombere putten, op welker -bodem het vulkanische vuur, rood als bloed glinsterde, en waaruit een -vuilgele rook, voorzeker niets anders dan zwavelig gas, uitgestooten -werd. - -Steeds werd een dof onafgebroken gerommel vernomen, alsof een -onderaardsche orkaan met afnemende en aanwakkerende krachten loeide, -zooals een onmetelijke stoomketel zoude razen, wanneer zijn -oververhitte damp de zekerheidskleppen deed wijken. Dat gerommel -strekte volstrekt niet tot geruststelling. - -Toch was geene uitbarsting te voorzien en die inwendige woede vertolkte -zich slechts door het geluid van den hoofdkrater en van de vulkanische -gaten, die den hoofdkegel allerwege doorboorden. - -Dokter Antekirrt keek op zijn horloge. Het was toen negen uren des -avonds. - -De hemel tintelde van het schitterende licht van duizenden sterren, die -met te meer pracht fonkelden, naarmate de dichtheid van den dampkring -op die hoogte minder was. De maansikkel was op het punt om in het -westen in de Eolische zee onder te gaan. Een zoodanige nacht, -doorgebracht op een berg, die geen vulkaan was, zou een -onvergelijkelijk verheven schouwspel opgeleverd hebben. Maar, behalve -het angstverwekkende gesteun en geloei, door den vuurspuwenden berg -veroorzaakt, hadden onze toeristen wel andere zaken in het brein, die -hen ongetwijfeld ongevoelig voor die prachtige natuurtafereelen -maakten. - -„Wij moeten dicht bij het doel onzer reis zijn,” zei dokter Antekirrt -eindelijk. - -„Dat dunkt mij ook,” antwoordde Piet, na ook zijn horloge geraadpleegd -te hebben. - -„Wel, gids?” vroeg de dokter, zich tot hunnen begeleider wendende, „wat -dunkt u er van?” - -„Wat is er Excellentie?” vroeg de Siciliaan, als uit een droom -ontwakende. - -Hij had de woordenwisseling van de beide reizigers niet gehoord. Wie -weet, waarmede zijne gedachten zich bezig hielden. - -„Is het nog ver?” - -„Daar ginds is de Casa Inglese, heeren,” sprak hij, rondom zich ziende, -om zich te oriënteeren. - -Hij wees op een muurvlak, hetwelk op een afstand ontwaard werd en -waarin twee vensters en eene deur te bespeuren waren, die door de -eigenaardige ligging ten opzichte der hemelstreken voor eene ophooping -van sneeuw beveiligd waren gebleven. Dat gebouw lag op een vijftig -passen afstand ter linkerzijde en op vier honderd acht en twintig -meters beneden den top van den hoofdkegel. Het werd in 1811 door -Engelsche officieren op een bergplat met lavabodem, Piano del Lago -genaamd, gebouwd. - -Kort na het tijdstip, waarin dit verhaal speelt, werden de -werkzaamheden ondernomen, om de Casa Inglese door de zorgen van het -Italiaansche gouvernement en van den gemeenteraad van Catania, in een -observatorium te herscheppen, hetgeen ter wille van de wetenschap reeds -sedert lang had moeten geschied zijn. - -Dit huis, hetwelk ook de Casa Etnea genoemd werd, is langen tijd door -den heer Gamelloso, broeder van den beroemden aardkundige van dien -naam, onderhouden, maar was nu juist door de zorgen van de Alpen Club -gerestaureerd geworden. Niet ver er van daan werden in de duisternis -eenige bouwvallen bespeurd van Romeinschen oorsprong, waaraan men den -naam van den „Toren der Wijsgeeren” gegeven heeft. Van dat punt, zoo -verzekert de legende, zou Empedocles zich in den brandenden krater -gestort hebben, hetgeen eene zonderlinge wijze is, om van zijne -voorliefde voor de wijsbegeerte, dat moet men erkennen, te getuigen; -tenzij men er toe overhelt de oorzaak van die daad te willen zoeken in -de acht dagen eenzaamheid, die de Grieksche wijsgeer in die -schrikkelijke streken doorbracht, in welk geval zij begrijpelijk wordt, -maar haar dan als de daad eens krankzinnigen moet doen aanmerken. - -Middelerwijl hadden dokter Antekirrt, Piet Bathory en de gids zich naar -de Casa Inglese begeven. Daar aangekomen, klopten zij aan de deur, die -onmiddellijk opengedaan werd. - -In het daaropvolgend oogenblik bevonden zij zich te midden hunner -manschappen. - -Die Casa Inglese bestond alleen uit drie vertrekken, welke slechts een -spaarzaam ameublement, namelijk: eene tafel, ettelijke stoelen en eenig -keukengereedschap, bevatten. Maar dat was voldoende, om den -bergbeklimmers van den Etna, na eene hoogte van twee duizend acht -honderd en vijf en tachtig meters, of ruim negen duizend twee honderd -voeten bereikt te hebben, eenige rust te laten genieten. - -Tot dat oogenblik had Luigi Ferrato, uit vrees dat de tegenwoordigheid -van zijn klein detachement verraden, of zelfs maar gegist zou kunnen -worden, geen vuur laten aanleggen, hoewel de koude zich geducht deed -gevoelen. Maar thans was het niet meer noodig dien voorzorgsmaatregel -te betrachten, daar Zirone wist dat dokter Antekirrt en Piet Bathory -den nacht in de Casa Inglese zouden doorbrengen. Men stookte den haard -dan ook met hout, dat in voorraad in de nabijheid van het gebouw -gevonden werd, flink op. Weldra knetterden de vlammen, welke de -ontbrekende warmte en lucht spoedig herstelden. - -Intusschen riep dokter Antekirrt Luigi Ferrato ter zijde en vroeg hem: - -„Heeft zich niets meldenswaardigs sedert uwe aankomst alhier -voorgedaan?” - -„Neen,” antwoordde Luigi, „maar....” - -„Ga voort. Maar wat?” - -„Ik geloof niet, dat onze tegenwoordigheid zoo geheim is gebleven, als -wel gewenscht is.” - -„Niet geheim? Dat zou zeer jammer zijn,” antwoordde dokter Antekirrt -niet zonder bezorgdheid. - -„Neen, zij is niet geheim gebleven,” herhaalde Luigi Ferrato. - -„Waaruit maakt gij dat op?.... Spreek!.... Misschien vergist gij u -wel.” - -„Ik maak het daaruit op, dat wij sedert ons vertrek van Catania, als ik -mij niet bedrieg, door een man gevolgd zijn geworden, die verdwenen is, -een poos voordat wij den voet van den vulkaankegel bereikt hebben.” - -„Dat is inderdaad betreurenswaardig, Luigi,” antwoordde dokter -Antekirrt nog meer ernstig. - -„Dat meen ik ook, heer dokter.... Maar, zeg mij, wat was er aan te -doen? Volgens mij niets.” - -„Daarin hebt gij gelijk; maar dat zou Zirone den lust benemen kunnen, -om mij te komen overvallen, vindt gij niet?” - -„Voorzeker. Dat is de gedachte, die ook bij mij opgekomen is. De kerel -is er laf genoeg toe.” - -„En hebt gij sedert de avond gevallen is, niemand in den omtrek der -Casa Inglese zien ronddoolen?” - -„Niemand, heer dokter.” - -„Hebt gij u daarvan overtuigd, bijvoorbeeld door de omstreken -voorzichtig te doorzoeken?” - -„Ja, heer dokter. Ik heb de voorzorg zelfs genomen, om in persoon de -bouwvallen van den „Toren der Wijsgeeren” te verkennen en te -onderzoeken.” - -„En?” - -„Zij waren ledig. Ik heb er niemand aangetroffen. De geheele omtrek is -eenzaam en verlaten.” - -„Wij zullen moeten afwachten, Luigi. Er valt niets anders te doen. -Dunkt u ook niet?” - -„Ja, heer dokter,” antwoordde de jonge zeeman. „Wij kunnen niets anders -doen, dan bedaard wachten.” - -„Maar laat een man op uitkijk voor de deur staan. Een schrandere kerel, -hoor.” - -„Goed, heer dokter. Ik zal een mijner beste manschappen op post -uitzetten.” - -„De nacht is helder, niet waar? En het uitzicht onbelemmerd?” vroeg -dokter Antekirrt. - -„Ja, men kan op eenigen afstand zien. De maan is reeds boven den -gezichteinder.” - -„Het is zaak, Luigi, dat wij niet overvallen worden. Dat zou de -grootste rampen na zich sleepen.” - -„Zeer juist gezien, heer dokter. Een overval zou ons allen het leven -kosten, inderdaad.” - -De jeugdige zeeman ging naar buiten, om de bevelen des dokters ten -uitvoer te leggen. Daarna ging hij op een houten bankje voor den haard -zitten; terwijl zijne manschappen zich rondom hem op ettelijke bosschen -stroo uitstrekten. Waarlijk, het was alsof eene bende bandieten thans -de Casa Inglese in bezit genomen hadden. - -Kaap Matifou was intusschen den dokter genaderd en keek hem aan zonder -te durven spreken. Maar het was niet moeielijk te begrijpen, wat hem -verontrustte. - -„Gij wilt weten, wat er van Pescadospunt geworden is?” vroeg dokter -Antekirrt. - -De reus knikte bevestigend. Woordenrijk was hij nimmer geweest. Maar in -dat oogenblik vooral niet. - -„Geduld!.... Kaap Matifou. Geduld!....” maande dokter Antekirrt. -„Geduld, mijn vriend!” - -De Hercules grinnikte; maar op zijn gelaat was te lezen, dat hij wel -wat meer gehoopt had. - -„Hij zal wel spoedig terugkomen.... hoewel hij op dit oogenblik een -partij speelt, die hem kan doen hangen....” - -„Aan onzen hals?” vulde Piet aan, die het groote kind niet verontrusten -wilde over het lot van zijn makker. - -„Zoooo!” sprak Kaap Matifou met een zucht en een glimlach. Hij scheen -het niet begrepen te hebben. - -Inmiddels verstreek een uur, zonder dat iets de eenzaamheid stoorde, -die rondom den centralen bergkegel van den Etna heerschte. Geen enkele -schaduw had zich op de sneeuw der helling, die de Plano del Lago omgaf, -vertoond. Dat verwekte eene soort van ongeduld en zelfs van onrust, die -de dokter en Piet niet bedwingen konden. - -Wanneer Zirone bij toeval gewaarschuwd was, omtrent de aanwezigheid van -het kleine detachement, dan zou hij het nooit wagen durven, om de Casa -Inglese aan te vallen. Dan ware alle moeite te vergeefs geweest en kon -de geheele onderneming als mislukt beschouwd worden. En toch moest men -dien Sarcany zien in handen te krijgen, of bij gebreke van hem zijnen -medeplichtige, dien Zirone, om hem zijne geheimen te ontweldigen! - -Weinige minuten voor tien uren, werd de knal van een geweerschot, -dat—zooals men meende—op een halve mijl beneden de Casa Inglese gelost -was, vernomen. - -Allen sprongen op, vlogen naar buiten, keken scherp uit, maar -ontwaarden niets, wat hen verdacht voorkwam. - -„Het was toch een geweerschot?” vroeg Piet Bathory. „Ik heb toch goed -gehoord?” - -„Ja, zeker,” antwoordden verscheidene stemmen. „Ongetwijfeld, het was -een geweerschot.” - -„Wellicht een jager, die hier of daar in het gebergte verdekt op den -loer ligt, om een arend of een wild zwijn te schieten,” zei Luigi -Ferrato. „Dat zal het zijn.” - -„Laten wij weer naar binnen gaan,” zei Piet Bathory, blijkbaar zeer -teleurgesteld. - -„Ja, laten wij weer naar binnen gaan,” beaamde de dokter. „Wij moeten -vooral vermijden, dat wij gezien worden.” - -Allen traden binnen. De deur werd zorgvuldig gesloten. Het was toch -zeer koud. - -Maar tien minuten later volgde hen de zeeman, die buiten uitkeek, met -versnelden pas. - -„Gauw, gauw!” riep hij. „Ik heb....” - -„Wat?” vroeg Luigi. - -„Ik heb iemand....” - -„Verscheidene mannen?....” vroeg Piet Bathory. „Kom spreek!” - -„Neen, neen, niet verscheidene.... Slechts een enkele.” - -De dokter, Piet, Luigi en Kaap Matifou vlogen naar de deur; maar -zorgden daarbij in de schaduw te blijven. - -En, inderdaad, een man beklom vlug als een gems, de lavabedding, die de -helling van het bergvlak uitmaakte waarop de Casa Inglese stond. Hij -was geheel alleen en na weinige sprongen lag hij in de armen, die zich -voor hem openden, in die van Kaap Matifou. - -„Ik heb hem!” riep deze. „Ja, ik heb mijn Pescadospunt!.... Ik heb mijn -dierbaren vriend!” - -Ja, het was Pescadospunt. - -„Gauw, gauw, achter de muren gedekt, heer dokter!” riep hij, terwijl -hij de anderen met zich naar binnentrok. - -In een ondeelbaar oogenblik waren allen de Casa Inglese weer -binnengestormd, waarvan de deur dadelijk zorgvuldig gesloten en de -grootste stilte in acht genomen werd. - -„Wat is er?” vroeg Piet fluisterend, terwijl hij hem bij een arm greep. - -„En Zirone?” vroeg de dokter, die den anderen arm vatte. „Wat is van -hem geworden?” - -„Hij komt! heer dokter.... shut!.... Hij komt!....” - -„Hebt gij hem kunnen verlaten? Drommels, dat was een gevaarlijk stuk.” - -„Ja!.... om u te waarschuwen!.... Weinige oogenblikken geleden was ik -nog bij hem.” - -„Hij komt dus?.... Dat is boven allen twijfel, niet waar, -Pescadospunt?” - -„Voorzeker!....” - -„Wanneer?” - -„Binnen twintig minuten zal hij hier zijn! Zoolang zal het wellicht -niet eens duren, denk ik.” - -„Des te beter!” sprak dokter Antekirrt, terwijl hij zich vergenoegd de -handen wreef. - -„Neen! des te slechter!” sprak Pescadospunt op hoogst ernstigen toon. - -„Wat bedoelt ge?” - -„Ik weet niet hoe en door wien hij gewaarschuwd is,” antwoordde -Pescadospunt, „hij weet, dat gij hier voorafgegaan zijt door een -twaalftal manschappen!....” - -„Ongetwijfeld door dien bergbewoner, die ons bespied heeft,” zei Luigi -Ferrato ontsteld. - -„Hoe het ook zij.... en onverschillig door wien ook ingelicht,” -antwoordde Pescadospunt, „maar hij weet het!” - -„En verder? Ga toch voort!.... er is haast; want de te nemen -maatregelen hangen er van af.” - -„Hij heeft begrepen, dat gij hem een strik spant,” ging Pescadospunt -verder. - -„Dat is minder!” meende dokter Antekirrt. - -„Ja, maar....” - -„Laat hem maar komen!” riep Piet Bathory uitdagend uit en hief daarbij -de vuist op. - -„Hij zal komen! mijnheer Piet,” zei Pescadospunt, „wees daarvan -verzekerd!” - -„Goed zoo!” - -„Maar bij de twaalf nieuw aangeworven manschappen, die hij van Malta -meebracht, heeft hij nog de rest van zijne bende gevoegd, die heden -ochtend te Sante Grotta weergekeerd is.” - -„Duivels!” zei Luigi. „Dat verandert de zaak aanmerkelijk. Twaalf -en....” - -„Doet niets!” riep Piet Bathory uit. „Doet altemaal niets! Laat ze maar -komen!” - -„En hoeveel zijn die bandieten te zamen gerekend?” vroeg dokter -Antekirrt. - -„Ongeveer vijftig!” antwoordde Pescadospunt. „Eerder meer, dan minder, -heer dokter.” - -„Duivels!” herhaalde Luigi, en monsterde met de oogen zijne -manschappen. - -„Wat geeft dat?” vroeg Piet minachtend. - -Dat laatste was zeer luchtig uitgesproken; maar men kon het zich niet -ontveinzen, de toestand van den dokter met zijn kleinen hoop, die -slechts uit elf zeelieden bestond, waarbij hij gerekend moest worden en -Luigi Ferrato, en Piet Bathory, en Kaap Matifou, en Pescadospunt. -Zestien man in het geheel tegen vijftig! Voorwaar, dat was netelig. In -ieder geval moest er een besluit genomen worden en spoedig ook; want de -aanval, die verwacht werd, kon ieder oogenblik geschieden. Talmen was -hier niet geoorloofd. Een ieder moest stipt weten, wat hem te doen -stond. Evenwel alvorens te beslissen, wenschte dokter Antekirrt van -Pescadospunt alles te vernemen, wat voorgevallen was, en ziehier, wat -hij te weten kreeg: - -Zirone was dienzelfden ochtend van Catania weergekeerd. Hij had daar -den nacht doorgebracht en hij was het, dien de dokter in de tuinen van -de villa Bellini had zien rondslenteren en bespieden. Toen hij in het -moordhol van Santa Grotta weergekeerd was, vond hij daar een -bergbewoner, die hem het bericht bracht, dat een twaalftal manschappen, -die uit verschillende richtingen aangekomen waren, de Casa Inglese -bezet hadden. - -Voor Zirone was waarlijk niet meer noodig om den toestand te begrijpen. -Hij was het niet, die dokter Antekirrt in een valstrik lokte; maar het -was die man, waarvoor men hem gewaarschuwd had, voor wien hij zich te -wachten had, welke er hem een spande. Dat was volgens hem duidelijk -genoeg en aan geen twijfel meer onderhevig. Pescadospunt drong er -evenwel op aan, dat Zirone de Casa Inglese zou aantasten. Hij -verzekerde hem dat, al was het bericht, hetwelk hij ontvangen had, ook -al juist, zijne Maltezers spoedig met het troepje van den dokter klaar -zouden komen. Maar Zirone bleef besluiteloos, omtrent hetgeen hem te -doen stond. Zelfs begon hem de aandrang, die Pescadospunt thans -trachtte uit te oefenen, zonderling voor te komen, en zelfs zoo, dat -hij bevelen gaf om dezen laatste in het geheim, maar toch nauwlettend -gade te slaan. Onze grappenmaker bespeurde dat evenwel al heel spoedig. -Hij was waarlijk te schrander, om niet te bemerken, dat hij te ver -gegaan was, dat de toestand zich gewijzigd had. - -Om kort te gaan, Zirone zou waarschijnlijk bij zulke onzekere kansen er -van af gezien hebben, om te trachten dokter Antekirrt in handen te -krijgen, wanneer zijne bende zich niet zoo omstreeks drie uren in den -namiddag bij hem vervoegd had. Toen met eene macht van ruim vijftig -manschappen onder zijne bevelen, aarzelde hij niet meer. Hij verliet de -herberg La Santa Grotta met zijn geheele troep en richtte zijne -schreden naar de Casa Inglese; maar hield zich daarbij ver van de -gebaande wegen en trok de wildernis door. - -Hij wachtte dus totdat de bende van Zirone in het gezicht van de Casa -Inglese, welker juiste ligging hij niet kende, gekomen was. Het licht -dat door de vensterluiken scheen, veroorloofde hem eindelijk om haar te -ontwaren, zoo omstreeks half tien in den avond, op minder dan twee -mijlen afstands op de helling van den kegelberg. Pescadospunt sprong -toen in de richting vooruit. Zirone zond hem een geweerschot achterna, -hetzelfde dat in de Casa Inglese waargenomen werd, maar wat hem niet -trof. Met zijne clownsvlugheid was hij weldra buiten bereik, en -ziedaar, hoe hij in de Casa Inglese aangekomen was, terwijl hij den -aanvallenden troep van Zirone slechts twintig minuten vooruit was. - -Toen hij zijn verhaal geëindigd had, bedankte de dokter met een innigen -handdruk den koenen en schranderen kerel, over hetgeen hij ten uitvoer -gelegd had. En dat hij dien dank ten volle verdiend had, begrepen alle -aanwezigen. - -Daarna besprak men hetgeen gedaan moest worden. De toestand was thans -ernstig genoeg. - -De Casa Inglese verlaten en te midden van den nacht den terugtocht -ondernemen langs de hellingen van dat woeste bergstelsel, waarvan -Zirone en zijne lieden al de paden, al de schuilhoeken, al de -moeielijke doorgangen kenden, daaraan viel niet te denken. Dat zou zich -aan eene totale vernietiging blootstellen zijn. Het zou honderd malen -beter zijn, in dat huis den dag af te wachten, zich daarin te -verschansen, en er zich als in een blokhuis te verdedigen, wanneer men -mocht aangevallen worden. - -Als de dag aangebroken zoude zijn en de gelegenheid zich zoude voordoen -om af te kunnen trekken, dan zou men het ten minste in het volle licht -doen en men zou zich niet blindelings te midden der afgronden, der -solfatara’s en der fumarola’s op die scherpe hellingen begeven, die bij -het nachtelijke duister slechts de gevaren vermeerderden en de kansen -tot verdwalen verdriedubbelden. - -Men zou dus blijven en weerstand bieden, dat was het genomen besluit. -En daaraan hield men zich. - -De verdedigingsvoorbereidingen werden dadelijk getroffen en -onmiddellijk ten uitvoer gelegd. - -Eerst werden de beide vensterluiken van de Casa Inglese gesloten en de -blinden daarvan binnen behoorlijk bevestigd. Als schietgaten werden de -openingen benuttigd, welke tusschen de dakregels, bij hunne steunpunten -op den voorgevel van het gebouw, gevormd werden. Daartoe eigenden zich -die voortreffelijk en hadden het voordeel niet in het oog te vallen. - -Ieder man was voorzien van een achterlaadgeweer en had een twintigtal -patronen in een daarvoor bestemden zak in voorraad. Dokter Antekirrt, -Piet Bathory en Luigi Ferrato waren daarenboven in het bezit van -revolverpistolen en konden hulp verleenen, waar die noodig zoude zijn. -Daartoe zouden zij zich echter evenwel in de onmiddellijke nabijheid -der strijdenden ophouden. - -Kaap Matifou had slechts zijne armen ter zijner beschikking en -Pescadospunt slechts zijne handen. Wellicht waren zij niet het -slechtste gewapend! Want met die armen en handen wisten die kerels -voorbeeldeloos om te gaan. - -Ongeveer veertig minuten gingen in spanning voorbij, zonder dat er eene -poging van aanval vernomen was. - -Zou Zirone, die begreep, dat dokter Antekirrt, door Pescadospunt -verwittigd, zich niet zou laten overvallen, van zijne aanvalsplannen -afgezien hebben? - -Evenwel met vijftig manschappen onder zijne bevelen, met zijne kennis -van het omliggend terrein, kon van aarzelen geen sprake zijn. Te veel -voordeelen waren aan zijn kant, om de onderneming op te geven. Daarbij -de gedachte aan de millioenen van den dokter belette hem een geregeld -nadenken. - -Tegen elf uren ongeveer stoof de zeeman, die buiten op schildwacht -stond, plotseling naar binnen. - -Een troep mannen naderde, terwijl zij zich in drie gedeelten -verspreidden, met het doel om de Casa Inglese langs de drie genaakbare -zijden te omsingelen. De vierde was geheel ongenaakbaar, daar zij tegen -de zeer steile hellingen van den krater steunde en derhalve langs dien -kant eene ontsnapping onmogelijk was. - -Toen de beweging van den vijandelijken troep verkend was door de -verdedigers, ging men weer naar binnen, en barricadeerde men behoorlijk -de deur. Daarna begaf een ieder zich op zijn post achter de -schietgaten, en bekwam de noodzakelijke aanbeveling: niet te vuren, dan -bij voldoende zekerheid te zullen treffen. Er mocht geene munitie -verspild worden! - -Zirone en zijne bende naderden inmiddels voortdurend, maar langzaam en -niet zonder eene zekere mate van voorzichtigheid te betrachten; want -zij dekten zich achter de vele rotsblokken, die over het terrein -verspreid lagen. Zoo trachtten zij den nok van de Plano del Lago te -bereiken. Bij den rand van dien nok lagen verbazend groote trachiet- en -bazaltblokken opgestapeld, waarschijnlijk met het doel om de Casa -Inglese tegen eene afschuiving van sneeuw gedurende de winterstormen te -beveiligen. Die blokken boden den naderenden een uitmuntende dekking -aan. - -Wanneer de aanvallers dien nok zouden bereikt hebben, dan zouden zij -nagenoeg onder de vuurlijn van de verdedigers aangekomen zijn, en eene -bestorming van het huis kunnen wagen. Zij zouden dan de deur openloopen -of een der vensterramen kunnen openbreken en door hun groot getal in -staat zijn, de hand op den dokter en op allen, die bij hem waren, te -leggen. - -Plotseling knalde een geweerschot. Een licht wolkje van kruitdamp -krulde langs een der schietgaten naar het dak omhoog. Een der -aanvallers viel doodelijk getroffen neer. De aanrukkende bende vlood -eenige passen achteruit en dook achter de beschermende rotsblokken -neer. Dat was het eerste slachtoffer, hetwelk gevallen was. - -Maar langzamerhand slaagde Zirone er in, door van de terreinplooien -behendig gebruik te maken, zijne manschappen meer vooruit te brengen, -en hen zelfs tot aan den voet der helling van de Plano del Lago te -geleiden. - -Dat geschiedde evenwel niet zonder dat alweer een twaalftal -geweerschoten losgebrand waren, die den gevel van de Casa Inglese -verlicht hadden en waardoor weer twee der aanvallers op het sneeuw veld -uitgestrekt waren geworden. - -Toen stiet Zirone een gil uit, die tot sein moest dienen voor eene -algemeene bestorming. Hoewel de voorwaartsche beweging alweer ten koste -van verscheidene gewonden geschiedde, vloog toch de geheele bende op de -Casa Inglese aan. De deur werd door verscheiden kogels doorboord, -waardoor binnen het huis twee matrozen ernstig genoeg gekwetst werden, -om buiten gevecht gesteld te zijn. Dat was bij het kleine getal der -verdedigers ernstig genoeg. De strijdkrachten stonden toch al zoo -ongelijk! - -Toen ontspon zich eene levendige schermutseling. Met hunne pieken en -met hunne bijlen slaagden de aanvallers er aanvankelijk in, om de deur -en een der vensterblinden ter verbrijzelen. De verdedigers waren toen -genoodzaakt een uitval te ondernemen, om de aanvallers te verdrijven. -Dat geschiedde te midden van een vrij hevig geweervuur, hetwelk van -weerszijden ijverig onderhouden werd. Luigi’s hoed werd door een kogel -doorboord en Piet Bathory zou zonder de tusschenkomst van Kaap Matifou, -door een lansstoot gewond of gedood zijn, welke een der bandieten hem -toebracht. Maar onze Hercules was er ook, en.... met denzelfden piek, -dien hij den aanvaller met krachtige vuist ontwrong, velde hij hem met -een slag op het hoofd ter neder. Dat was een meesterslag geweest! - -Kaap Matifou was gedurende den uitval vreeselijk. Hoewel meer dan -twintig malen op hem gemikt werd, trof hem toch geen enkele kogel. -Wanneer Zirone de overwinning zou behalen, dan was zijn vriend, dan was -Pescadospunt bij voorbaat veroordeeld, en die gedachte verdubbelde de -woede van den reus. Hij verrichtte dan ook wonderen. - -Bij zoo’n hardnekkigen weerstand waren de aanvallers verplicht zich -andermaal terug te trekken. - -De dokter en zijne lotgenooten konden dus binnen de Casa Inglese -weerkeeren en zich rekenschap van den toestand geven. Die was, dat -moest erkend worden, in het geheel niet opbeurend. Men verloor evenwel -den moed niet. - -„Hoeveel gekwetsten hebben wij?” vroeg dokter Antekirrt aan Piet -Bathory en Luigi Ferrato. - -„Drie,” was het antwoord. „Maar zij zijn vrij ernstig gewond. Ik vrees -voor hen.” - -„Hoe is het met den toestand der munitie? Dat is een voorname quaestie. -Er is nog al geschoten!” - -Luigi onderzocht dat dadelijk. Hij liet zich de patroonzakken door -zijne manschappen vertoonen. - -„De meeste hebben nog slechts tien, enkele twaalf patronen,” antwoordde -hij. - -„En hoe laat is het?” - -„Ternauwernood middernacht.” - -Dus nog vier lange uren, alvorens de dag zoude aanbreken. Het werd -noodzakelijk, om nog spaarzamer met de munitie om te gaan, ten einde -niet ontbloot te zijn, om den aftocht te kunnen dekken, die bij het -aanbreken van den dag ondernomen moest worden. Waarlijk, de toestand -was verre van rooskleurig. Dat zag ieder der verdedigers volkomen in. - -Maar als er niet geschoten mocht worden, hoe dan de nadering der -aanvallers te beletten? Hoe dan de overrompeling van de Casa Inglese -tegen te gaan, wanneer Zirone en zijne bende den stormaanval hervatten? -En die zou niet uitblijven! - -Neen! die zou niet uitblijven; want nadat de bandieten een kwartieruur -rust genoten en hunne gekwetsten, achterwaarts gebracht achter een -lavabedding, als achter eene verschansing, in veiligheid gesteld -hadden, stoven zij weer voorwaarts. - -Toen, verwoed, en eigenlijk tot razernij vervoerd door den hardnekkigen -tegenstand, en vooral door het gezicht van de gesneuvelde en gewonde -makkers, beklommen zij de lavabedding, daarna ook de tusschenruimte, -die deze van den basaltwal scheidde en verschenen toen aan den nokrand -van het bergplat, waarop de Casa Inglese gelegen was. De toestand werd -al hachelijker en hachelijker. - -Geen enkel geweerschot werd op hen gelost, terwijl zij dien afstand -aflegden. Zirone besloot daaruit en, zooals wij weten niet zonder -reden, dat het den belegerden aan munitie begon te ontbreken. Dat -verlevendigde de hoop. - -Toen wekte hij zijne bende op en bracht haar in vervoering. Het -denkbeeld om zich van iemand meester te maken die meer dan honderdmaal -millionnair was, was wel geschikt, dat zal de lezer moeten toestemmen, -om die schurken van de slechtste soort op te winden. Dat gebeurde dan -ook. - -Hunne geestdrift was zelfs zoodanig, dat zij ditmaal de deur en het -venster bemachtigden en zeer zeker het huis stormenderhand genomen -zouden hebben, wanneer niet een nieuwe losbranding, thans van zeer -nabij afgegeven, er vijf of zes van hen gedood en de overigen -teruggedreven had. Zij moesten nogmaals tot aan den voet van de helling -van het bergplat terugdeinzen, evenwel niet zonder dat andermaal twee -zeelieden gekwetst en buiten gevecht gesteld waren. Het kleine -heldentroepje der verdedigers slonk al meer en meer, maar ook de -munitie was al weer verminderd. - -Vier of vijf schoten, dat was alles, wat den verdedigers van de Casa -Inglese thans nog overbleef. Onder die omstandigheden werd de aftocht -zelfs bij klaarlichten dag bijna onmogelijk. De verdedigers gevoelden -dan ook, dat zij onherroepelijk verloren waren, wanneer er geen hulp -opdaagde. Dat was voor allen duidelijk. - -Maar vanwaar zou die hulp komen? Ziet, dat was de vraag, die thans -aller brein bezig hield. - -Men kon er ongelukkig niet op rekenen, dat Zirone en zijne makkers den -aanslag zouden opgeven. Zij waren zeker nog wel veertig in getal, die -gezond en goed gewapend waren. Zij wisten, dat men hunne geweerschoten -weldra niet meer zou kunnen beantwoorden en daarom herhaalden zij den -aanval. - -Maar.... ziet.... - -Plotseling rolden kolossale rotsblokken langs de helling van het -bergplat naar beneden en verpletterden twee of drie der aanvallende -bandieten, alvorens zij zich uit de voeten hadden kunnen maken. - -Dat was Paap Matifou, die naar buiten geloopen was, en basaltrotsen -voortrolde, om die van den nok van de Plano del Lago naar beneden te -laten tuimelen. Hij had alle succes van zijn waarlijk practisch middel. - -Maar dat verdedigingsmiddel was op verre na niet voldoende. -Daarenboven, het was te voorzien, dat het weldra uitgeput zou raken; -men zou dus moeten bezwijken, of alles in het werk stellen, om van -buiten af hulp te erlangen. Van buiten af?.... Ja.... maar hoe?.... - -Toen kreeg Pescadospunt een inval, dien hij aan niemand wilde -mededeelen, vooral niet aan dokter Antekirrt, omdat die wellicht zich -tegen de uitvoering verzet zoude hebben. Maar hij deelde zijn plan toen -aan Kaap Matifou mede. Ziehier, wat daarvan de slotsom was. De reus -luisterde aandachtig. - -Hij had uit de gesprekken, die in de kroeg van Santa Grotta gehouden -waren, vernomen dat een detachement Maréchaussées zich te Casona -bevond. Om zich naar Casona te begeven, was slechts een uur tijd noodig -en evenveel om terug te komen. Zou het nu geheel onmogelijk zijn, om -dat detachement te gaan waarschuwen? Onmogelijk?.... Dat was een raar -woord in den mond van Pescadospunt, aan welks bestaan hij zelfs niet -geloofde. Maar.... hier was eene voorwaarde te vervullen. Hier moest -door de gelederen der belegerende bende gebroken worden, om daarna de -westelijke hellingen van het bergstelsel te kunnen bereiken. Anders kon -het niet. - -„Het is noodig, dat ik tusschen hen door kom....” zei Pescadospunt tot -zijn vriend. - -Deze knikte toestemmend met zijn overgroot hoofd. Ja, dat begreep hij -duidelijk. - -„Dus ik zal doorkomen!” zei Pescadospunt op stellig bevestigenden toon. - -Dat „dus” was subliem van eenvoud. Kaap Matifou grinnikte van de pret -en wreef zich de handen. - -„Wat duivel!” ging Pescadospunt voort, „men is clown of men is het -niet! Is dat zoo niet?” - -„Daartegen valt niets in te brengen,” zei de reus, die zelden zoo veel -sprak. - -„Luister” sprak Pescadospunt, terwijl hij zijn vriend naar zich toe -trok. „Luister!” - -En nu deelde hij aan Kaap Matifou fluisterend het middel mede, hetwelk -hij dacht te bezigen, om hulp te gaan halen. - -„Maar,....” meende Kaap Matifou, „gij waagt.... uw leven... Gij waagt -alles!” - -„Dat weet ik wel,” antwoordde Pescadospunt, „maar die waagt, die wint.” - -„Jawel.... maar....” - -„Zwijg maar, ik wil het zoo.” - -Dat was een waar stopwoord. - -Pescadospunt weerstreven, dat zou Kaap Matifou nimmer gedurfd hebben! - -Beiden begaven zich toen naar de westelijke zijde van de Casa Inglese, -naar eene plaats, waar een groote voorraad sneeuw door den wind -opgehoopt lag. - -Tien minuten later kwam, terwijl de strijd van weerszijden hardnekkig -voortgezet werd, Kaap Matifou weer te voorschijn en rolde een -overgrooten sneeuwbal voor zich uit. Toen dreef hij tusschen de -rotsblokken, welke de zeelieden steeds op de aanvallers stortten, dien -bal, die langs de helling afrolde en tusschen de bende van Zirone -doorgleed en op vijftig passen daarachter in de diepte van een kleine -terreinplooi bleef liggen. - -Daar opende zich den sneeuwbal, die door den schok half verbrijzeld was -en verleende doortocht aan een klein vlug wezen, dat een weinig slim -was, zooals het van zich zelven getuigde. - -Dat was Pescadospunt! Ja, dat was onze wakkere clown; en dat was het -middel, hetwelk hij uitgedacht en ten uitvoer gebracht had. - -Opgesloten onder eene laag verharde sneeuw als in eene eierschaal, had -hij den moed bezeten, zich langs de helling van het talud te laten -afrollen, op gevaar van in een afgrond terecht te komen. En nadat hij -van die sneeuwlaag bevrijd was, vloog hij langs de zijpaden, die door -het bergstelsel kruisten en richtte zich naar den kant van Casona. - -Het was toen ongeveer één uur na middernacht. Er was dus inderdaad geen -tijd te verliezen. - -Dokter Antekirrt, die op een gegeven oogenblik Pescadospunt miste, riep -hem, daar hij meende, dat hij gekwetst was. „Waar die kleine man toch -mocht zijn?” vroeg hij zich af. - -„Pescadospunt!.... Pescadospunt....” riep hij. - -„Weg!” zei Kaap Matifou, zoo laconiek mogelijk. „Weg!.... en voor goed -ook!” - -„Weg?” vroeg dokter Antekirrt. - -„Ja,” knikte de reus. - -„Waarheen?” - -„Hulp halen!” - -„Hulp halen, Kaap Matifou?.... Maar hoe?” - -„Als een bal.” - -„Als een bal? Zijt gij krankzinnig geworden?” vroeg dokter Antekirrt -verstoord. - -„Ja! als een bal!” zei Kaap Matifou trotsch, terwijl hij de armen over -elkander bewoog om eene wentelende beweging na te bootsen. - -En hij verhaalde toen zoo duidelijk hem slechts mogelijk was, wat -Pescadospunt uitgevoerd had. - -„Brave kerel!” riep de dokter inderdaad in vervoering uit. „Brave -kerel!” - -En zich tot zijne manschappen wendende: - -„Moed gehouden, vrienden!” zei hij. „Moed!.... Die bandieten zullen ons -niet gevangen nemen!” - -En men ging voort met rotsblokken op de aanvallers te storten. Maar ook -aan dat verdedigingsmiddel kwam weldra gebrek. De geheele voorraad was -bijna opgeruimd. - -Tegen drie uren des morgens waren dokter Antekirrt, Piet Bathory, Luigi -Ferrato, Kaap Matifou en de overige manschappen genoodzaakt, terwijl -zij hunne gewonden medevoerden, het huis te ontruimen, dat Zirone toen -in handen viel. Twintig zijner bandieten waren gedurende den strijd -gedood en toch had hij de getalsterkte nog aan zijne zijde. De kleine -troep kon dan ook niet anders den aftocht bewerkstelligen dan door -langs de hellingen van den centraalkegel op te klauteren, langs die -opeenhooping van lavabrokstukken, van sintelslakken en asch, welker top -den krater vormde, dat wil zeggen van dien vuurkolk. - -Allen zochten evenwel eene toevlucht op die hellingen; terwijl zij -hunne gewonden medevoerden. Van de driehonderd meters, die de helling -van dien sintelkegel meet, doorliepen zij te midden van zwaveldampen, -die de wind naar hen toedreef, twee honderd en vijftig meters. - -De dag begon toen aan te breken en reeds werden in de verte de nokken -van het Calabrische gebergte ten oosten van de Straat van Messina -gelegen, als met goud getooid. - -Maar in den toestand, waarin dokter Antekirrt en de zijnen zich -bevonden, bood het daglicht zelfs geen kans tot redding aan. Zij -moesten steeds terugwijken, de hellingen opklauteren en de laatste -patronen verschieten; terwijl Kaap Matifou met menschelijke kracht de -laatste rotsblokken voortslingerde. - -Zij moesten zich dus verloren achten, toen eensklaps een aantal -geweerschoten aan den voet van den kegel vernomen werden, gepaard aan -woest geschreeuw. - -Een oogenblik van aarzeling, van weifelmoedigheid openbaarde zich in -den bandietentroep. Maar weldra stoof hij uiteen en liet ieder hunner -zich langs de hellingen van den berg, zoo snel hij maar kon, afglijden. -Zij hadden de maréchaussées herkend, die van Casona, met Pescadospunt -aan hun hoofd, opgerukt waren. - -De stoutmoedige kerel had zelfs niet noodig gehad tot dat dorp door te -loopen. De maréchaussées hadden eindelijk de geweerschoten gehoord en -bevonden zich reeds op weg. Pescadospunt kwam inderdaad goed van pas, -om hen naar de Casa Inglese te geleiden. Geen oogenblik mocht verloren -gaan. - -Toen hernamen de dokter en zijne makkers het offensieve. Kaap Matifou -stormde, alsof hij zelf een rotsmassa was, op de meest nabij zijnde -boeven, velde er twee van neder, die den tijd niet gehad hadden, om te -ontvluchten en stortte zich op Zirone. - -„Bravo Kaap van mijn hart! Bravo!” riep Pescadospunt, terwijl hij naar -hem toeijlde. „Leg hem neer! Laat hem de schouders aan de hielen -raken!.... De wedstrijd, heeren! De wedstrijd tusschen Zirone en Kaap -Matifou! Nu zult gij iets kostelijks zien! Gij zult voor uw geld niet -bedrogen zijn. Treedt binnen heeren! Treedt binnen!” - -Zirone hoorde dat kermisgeschreeuw. Met de eene hand, die hem -vrijgebleven was, schoot hij, ziedend van toorn, zijn revolver op -Pescadospunt af. - -De arme kerel rolde op den grond. Blijkbaar was de kleine man ernstig -gekwetst. - -Toen gebeurde er iets verschrikkelijks. - -Kaap Matifou had Zirone bij den hals gegrepen en sleurde hem voort, -zonder dat de ellendeling, die half verworgd was, er iets tegen -vermocht. - -Te vergeefs schreeuwde dokter Antekirrt, die den boosdoener levend in -zijne macht wenschte, den reus toe, om hem te sparen! - -Te vergeefs trachtte Piet Bathory en Luigi Ferrato hem in te halen, -welke haast zij daarbij ook betrachtten. - -Kaap Matifou had slechts ééne gedachte, namelijk: dat Zirone met zijn -schot Pescadospunt wellicht doodelijk getroffen had! Toen was hij zich -zelven niet meer meester, toen hoorde hij niets meer! Hij bekeek zelfs -dat menschelijke overblijfsel niet, hetwelk hij aan het uiteinde van -zijn uitgestrekte arm droeg. - -Hij klom steeds met verhaaste schreden langs de helling van den -centraalkegel des vulkaans naar boven. Eindelijk bereikte hij met een -laatsten sprong den gapenden mond van eene brandende solfatara. In dien -vuurput smeet hij Zirone ter neder. - -Inmiddels lag Pescadospunt, vrij ernstig gekwetst, op de knie van -dokter Antekirrt gesteund, die de wond onderzocht en verbond. Toen Kaap -Matifou bij hem teruggekeerd was, stroomden hem de tranen langs de -wangen. De arme kerel was letterlijk buiten zich zelven van droefheid -en smart. - -„Wees niet bedroefd, dierbare Kaap! Wees niet bedroefd! Het heeft niets -te beteekenen!” stamelde Pescadospunt. - -Kaap Matifou nam hem in zijne armen, zoo als hij met een kind zoude -gedaan hebben, en droeg hem langs de kegelhelling naar beneden; terwijl -al de anderen hem volgden en de maréchaussées de laatste vluchtelingen -van de bende van Zirone ijverig en onverpoosd nazetten. - -Zes uren later was de dokter met al de zijnen te Catania terug en -scheepten zich dadelijk aan boord van het stoomjacht Ferrato in. Luigi -leidde daarbij het vervoer en de inscheping der gekwetsten. - -Pescadospunt werd in de kajuit neergelegd. Met dokter Antekirrt tot -geneesheer en Kaap Matifou tot ziekenoppasser, werd hij waarlijk goed -verpleegd! Daarenboven, zijne wond—een eenvoudig pistoolschot bij den -schouder, vertoonde geen enkel ernstig verschijnsel. De genezing was -dus slechts eene quaestie van tijd. Als de lijder behoefte aan slaap -had, verhaalde hem Kaap Matifou eene vertelling—steeds dezelfde, de -arme reus wist niet meer—en dan sluimerde Pescadospunt zachtkens in, en -vond verlichting in eene gezonde rust, bewaakt en gekoesterd, als hij -was, door ware vriendschap. - -Echter kon, in weerwil van alles, niet ontveinsd worden, dat dokter -Antekirrts plannen totaal schipbreuk hadden geleden en dat nog wel bij -het begin van den ondernomen veldtocht. Na op het punt geweest te zijn, -van zelf in handen van Zirone te vallen, was hij er zelf niet in -geslaagd om zich van dien makker van Sarcany meester te maken. Dat was -noodlottig genoeg! Welke plannen had hij niet reeds daarop gesmeed! O, -hij zou dien schoft wel genoopt hebben zijne geheimen mede te deelen! - -En nu? Nu was dat alles in rook verdwenen! En eigenlijk was dat de -schuld van Kaap Matifou.... Maar kon men dien dat wel zoo kwalijk -nemen? Hij volgde toch slechts de inspraak van zijn hart! - -Dan kwam er nog bij, dat, hoewel de dokter er niet tegen op gezien had, -om na dien nutteloozen tocht, nog een achttal dagen te Catania te -vertoeven, hij geen enkel bericht kon inwinnen omtrent Sarcany. Wanneer -die plannen gemaakt had, om Zirone in Sicilië op te zoeken, dan waren -zij ongetwijfeld gewijzigd, toen hij met het bericht van den valstrik, -die dokter Antekirrt gespannen was, tevens den dood van zijn ouden -makker vernam. - -Er viel dan in weerwil van alles inderdaad niet anders te doen dan -Sicilië te verlaten. - -De Ferrato koos dan ook op den 8sten September weer zee en koerste in -allerijl naar het eiland Antekirrta, waar het vaartuig na een zeer -voorspoedige reis aankwam. - -Daar zouden de dokter, Piet en Luigi hunne plannen hervatten, maar die -alvorens ten zorgvuldigste herzien en uitwerken. Hun geheele leven -bewoog zich toch daar omheen. Het gold thans Carpena terug te vinden. -Die toch moest weten, wat er van Sarcany en Silas Toronthal geworden -was, en waar die schurken zich ophielden. - -Ongelukkiglijk voor den Spanjaard, die, wel is waar, door in de kroeg -van Santa Grotta achter te blijven, aan de vernietiging der bende van -Zirone ontkomen was, bleef zijn goed gesternte hem niet getrouw, en was -zijn geluk weldra uit. - -Inderdaad tien dagen later ontving dokter Antekirrt van een zijner -agenten het bericht, dat Carpena te Syracusa in hechtenis genomen -was,—niet als medeplichtige van Zirone,—maar voor eene vroegere -misdaad, die reeds van voor vijftien jaren geleden dagteekende, voor -een moord, dien hij te Almayata, in de provincie Malaga, bedreven had, -en waarna hij Spanje, zijn vaderland, verlaten had, om zich te Rovigno -in Istrië te vestigen. De lezer ziet, dat de kerel voor schurk in de -wieg gelegd was. Hij was zijn karakter getrouw gebleven. - -Drie weken later werd Carpena, wiens uitlevering door het Spaansche -gouvernement verkregen was, naar zijn vaderland overgevoerd en daar tot -levenslange galeistraf veroordeeld en naar de Marokkaansche kust, naar -het presido van Ceuta, een der voornaamste strafkoloniën van Spanje, -gezonden. - -„Eindelijk,” zei Piet Bathory, „is dan toch gerechtigheid geschied en -is een dier ellendelingen in het bagno te recht gekomen en dat nog wel -voor levenslang!” - -„Levenslang!.... Neen! waarachtig niet!” antwoordde dokter Antekirrt -somber en ernstig. - -De jongman keek hem onthutst aan. Hij scheen hem niet te begrijpen en -was op het punt inlichting te vragen. - -„Andreas Ferrato is in het bagno overleden!” ging de dokter met hoogst -ernstige stem voort, „en daar moet een schurk als Carpena niet sterven! -Zoo’n dood zou te eervol voor zulk een booswicht zijn! Vindt gij dat -ook niet?” - -Piet Bathory knikte bevestigend. Hij keek den dokter met een -ondervragenden blik aan. - -„Ja, zoo beschouwd, hebt gij gelijk,” antwoordde hij eindelijk. „Maar -wat hebt gij dan anders voor?” - -Dokter Antekirrt antwoordde niet dadelijk. Het was of hij nadacht. -Eindelijk sprak hij toch: - -„Geduld, Piet! Geduld!” - - - EINDE VAN HET TWEEDE DEEL. - - - - - - - - -INHOUD. - - - BLADZ. - I. Verschillende voorvallen 1 - II. De mondingen van de Cattaro 22 - III. Verwikkelingen 43 - IV. Eene ontmoeting in de Stradona-laan 60 - V. De Middellandsche Zee 73 - VI. Het Verleden en het Tegenwoordige 89 - VII. Wat er inmiddels te Ragusa gebeurde 110 - VIII. In de omstreken van Malta 131 - IX. Malta 150 - X. In de omstreken van Catania 180 - XI. De Casa Inglese 201 - - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK MATHIAS SANDORF *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
