summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/69455-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/69455-0.txt')
-rw-r--r--old/69455-0.txt3269
1 files changed, 0 insertions, 3269 deletions
diff --git a/old/69455-0.txt b/old/69455-0.txt
deleted file mode 100644
index 9fd94f7..0000000
--- a/old/69455-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3269 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0378: De Aanslag op de
-Londensche Beurs, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 0378: De Aanslag op de Londensche Beurs
-
-Authors: Kurt Matull
- Theo Blakensee
- Felix Hageman
-
-Illustrator: Jan Wiegman
-
-Release Date: December 1, 2022 [eBook #69455]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
- Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0378: DE
-AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 378 DE AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS.
-
-HOOFDSTUK I
-
-ROSENTHAL EN PENNOCK.
-
-
-In de onmiddellijke nabijheid van de beurs te Londen bevinden zich een
-groot aantal kantoren van bankiers, makelaars in effecten, beursagenten
-en andere personen, die op de een of andere wijze iets uitstaande
-hebben met God Mammon.
-
-De Londensche beurs is aan een breede straat gelegen, Cornhill
-geheeten.
-
-In lang vervlogen eeuwen werden op dezen „Korenheuvel” de voorraden
-graan ter markt gebracht, door de boeren, die rondom de groote stad
-woonden, welke destijds nauwelijks het twintigste deel bedroeg van het
-huidige, onmetelijke Londen.
-
-De Londensche beurs is een fraai gebouw, met een prachtige Corinthische
-portiek, en nog niet lang geleden gebouwd, want het werd door koningin
-Victoria in het jaar 1844 geopend.
-
-Deze portiek heeft twee ingangen, welke kunnen worden afgesloten door
-prachtige bronzen hekken, van niet minder dan zeven meter hoogte.
-
-Van bewonderingswaardige schoonheid zijn de muurschilderingen, welke
-men in de groote vestibule aantreft.
-
-Tegenover de beurs bevindt zich het reusachtige gebouw van de Bank van
-Engeland, waarvan zij gescheiden is door de Threadneedle Street, een
-betrekkelijk smalle straat, die almede tot een der oudste van Londen
-behoort.
-
-Het gebouw van de Engelsche Bank is van veel ouderen datum, want het
-werd gebouwd tusschen de jaren 1732 en 1829.
-
-Wel heeft men er in die negentig jaren niet voortdurend aan
-voortgebouwd, daar verscheiden onvoorziene gebeurtenissen den bouw
-tegenhielden, maar toch kan men wel rekenen, dat er tientallen jaren
-met den eigenlijken bouw gemoeid zijn geweest.
-
-Op deze beide hoofdgebouwen nu, die als het ware het financiëele hart
-van Londen, waarschijnlijk van heel Engeland en misschien wel van heel
-Europa vormen, groepeeren zich, als kuikens om de hen, de talrijke
-kleinere banken.
-
-In Lombard Street, op ongeveer tien minuten gaans van Cornhill, verheft
-zich een groot kantoorgebouw, waarvan de verschillende verdiepingen aan
-een zestal maatschappijen zijn verhuurd.
-
-De twee benedenste worden ingenomen door de bank van de heeren
-Rosenthal en Pennock.
-
-Wellicht kon deze combinatie in de ooren van een oprechten chauvinist
-een verdachten klank hebben, maar dat behoefde toch volstrekt niet het
-geval te zijn, want wel is waar was de betovergrootvader van den heer
-Jacques Rosenthal als volbloed Frankforter in het jaar 1677 naar Londen
-gekomen, maar hij had zich spoedig laten naturaliseeren, en van dat
-tijdstip af hadden diens afstammelingen zich als echte Britten
-beschouwd.
-
-Hoe dit ook zij, de huidige compagnon van Pennock bleek van zijn
-voorvaderen een zeldzaam talent voor allerlei geldelijke transacties te
-hebben overgeërfd, en daar Pennock een man was met een verbazende
-hoeveelheid menschenkennis en een ongelooflijken werklust, zoo moest
-hun samengaan wel succes opleveren.
-
-Op den dag, volgend op de onderteekening van den wapenstilstand, hadden
-de beide heeren hun tenten opgeslagen in het kantoorgebouw in de
-Lombard Street, en aanstonds scheen de fortuin hen toe te lachen.
-
-Hun bank, de „Midland Credit Bank” geheeten, mocht zich aldra in een
-uitgebreide clandisie verheugen, en steeds grooter werd het aantal
-diergenen, die op deze bank trokken, of er hun geld belegden, meestal
-op langen termijn, want het duurde niet lang of de solvabiliteit van de
-„Midland Credit” stond onaantastbaar vast. Het personeel, dat bij de
-oprichting uit zes koppen bestond, was in den loop van slechts een paar
-jaren aangegroeid tot een tal van vier en zestig helpers, kassiers,
-wisselklerken, bedienden voor de deposito’s, voor de afdeeling
-credietbrieven, boekhouders, en andere onontbeerlijke employé’s.
-
-Zoodra men de breede deuren binnentrad, die om negen uur in den morgen
-geopend werden, bevond men zich van aangezicht tot aangezicht met een
-deftigen portier, die, zich zijn waarde wel bewust zijnde, met de
-handen op den rug heen en weer liep in de voorvestibule, die door twee
-klapdeuren was gescheiden van de eigenlijke bankruimte, waar zich de
-loketten bevonden.
-
-Daar bevonden zich, in een halfcirkelvormigen boog, de dozijnen
-loketten, alle genummerd, waarachter de beambten hun werkzaamheden
-verrichtten.
-
-Langs de wanden stonden banken geschaard, waarop de bezoekers konden
-plaatsnemen, die gekomen waren om effecten te verzilveren, coupons te
-innen, rente te laten bijschrijven, of het geld van wissels en cheques
-te ontvangen.
-
-Op drukke uren trof men daar wel een honderdtal kantoorloopers aan,
-allen gewapend met groote tasschen, welke de meeste hunner met een
-sterken ketting aan den pols hadden bevestigd.
-
-Ook hier bevonden zich twee portiers, die iedereen te woord stonden,
-die vreemdelingen waren in dit Jeruzalem, en die tevens een oogje in
-het zeil moesten houden.
-
-Want er waren nog altijd langvingers genoeg, keurig gekleed, en uiterst
-behendig, die kans zagen, er met de geldtasch van een ander van door te
-gaan of met den haak van hun wandelstok een pakje bankbiljetten naar
-zich toe te halen, hetwelk een achtelooze klant tijdelijk naast zich
-had neergelegd op den marmeren rand, die langs alle loketten heenliep.
-
-In de ruimte, welke door de rij loketten was omgeven, kon men de tafels
-ontwaren, waaraan de klerken gezeten waren, en tevens de zware en zeer
-sterke brandkast, waaruit de hoofdkassier telkens de benoodigde
-bedragen nam, om die tegen afgifte van een bon aan de hulpkassiers voor
-te tellen.
-
-Het was omstreeks half elf in den morgen, toen een groote, blauwgelakte
-limousine stilhield voor de bank van de heeren Rosenthal en Pennock.
-
-Achter het stuurwiel zat een chauffeur van reusachtigen lichaamsbouw,
-in een elegante, maar volstrekt niet opvallende, grijze livrei.
-
-Het portier van de groote auto werd van binnen af geopend, nog voor de
-kleine „button” had kunnen toesnellen, die op post had gestaan bij de
-voordeur.
-
-Twee heeren stapten uit de auto.
-
-De een was omstreeks veertig jaar oud, tenminste wanneer men oordeelde
-naar zijn haar, dat aan de slapen eenigszins begon te grijzen.
-
-Zijn oogen echter, van een eigenaardige grijze kleur, schitterden als
-die van een jongeling.
-
-De scherp gesneden trekken getuigden van ontembare wilskracht, en de
-lijnen langs den mond met de smalle lippen getuigden er van, dat deze
-man in zijn leven reeds veel had geleden.
-
-Hij was gekleed in een jacquetkostuum, dat zeker afkomstig was van een
-meester in zijn vak.
-
-De jonge man, die in zijn gezelschap was, verschilde minstens tien jaar
-met hem, misschien wel vijftien.
-
-Hij was bijna een hoofd kleiner, sierlijk gebouwd, en vertoonde in een
-vroolijk rond gelaat twee groote blauwe oogen.
-
-Als hij lachte, hetgeen nog al eens scheen te gebeuren, vertoonde zijn
-mond twee rijen hagelwitte tanden, welke menige schoone vrouw hem zou
-hebben benijd.
-
-Ook hij was met de uiterste zorg, maar zonder de minste fatterigheid,
-gekleed.
-
-De oudste der beide heeren wisselde eenige woorden met den chauffeur,
-na het portier te hebben dichtgeklapt, en daarop bestegen zij beiden de
-weinige treden van het breede terras, dat zich voor het bankgebouw
-uitstrekte.
-
-De deftige portier scheen hen wel te kennen, want hij tikte beleefd aan
-zijn pet.
-
-In plaats dat de beide heeren echter doorgingen naar de groote
-vestibule, wendde de oudste hunner zich tot den portier en vroeg:
-
-„Wij kunnen zeker een van de beide heeren bankiers wel een oogenblik
-spreken?”
-
-De portier trok eerst een bedenkelijk gezicht, maar toen scheen hem in
-te vallen dat Lord William Aberdeen tot een der beste klanten van zijn
-patroons behoorde, en dat ook zijn secretaris, Charly Brand, in wiens
-gezelschap hij zich thans bevond, een niet onaardig bedrag als deposito
-op de „Midland Credit Bank” had staan.
-
-„Ik geloof, dat mijnheer Rosenthal naar de beurs is, Mylord,” zeide hij
-gewichtig. „Maar mijnheer Pennock is in zijn privé-kantoor, dat weet ik
-zeker. Wees zoo goed even plaats te nemen, dan zal ik telefoneeren.”
-
-Lord Aberdeen en zijn secretaris namen plaats op een van de breede
-eikenhouten banken, terwijl de portier zijn kleine loge binnentrad, en
-den telefoonhoorn van den haak nam.
-
-Hij sprak even in het toestel, en vroeg toen, zich tot Lord Aberdeen
-wendende:
-
-„Mijnheer Pennock vraagt of gij hem persoonlijk wilt spreken, of dat
-gij het met zijn secretaris kunt afdoen.”
-
-„Het liefst sprak ik met mijnheer Pennock persoonlijk!” antwoordde de
-rijke bezoeker. „Wij zullen mijnheer Pennock echter niet langer dan
-hoogstens tien minuten ophouden.”
-
-De portier sprak nog eenige oogenblikken in het toestel, om vervolgens
-den hoorn op te hangen en uit zijn loge te treden.
-
-„Mijnheer Pennock zal u gaarne verwachten, Mylord!” zeide hij met een
-buiging.
-
-Hij wenkte den jongen met zijn uniform vol glanzende knoopen, waaraan
-hij zijn bijnaam te danken had, en zeide, toen de knaap was komen
-toeloopen:
-
-„Wijs de beide heeren eens den weg naar het particuliere kantoor van
-mijnheer Pennock!”
-
-„Dat is volstrekt niet noodig!” kwam Lord Aberdeen glimlachend. „Wij
-kennen den weg. En gij hebt ons bezoek reeds aangekondigd. Wij zullen
-boven wel iemand vinden die ons aandient.”
-
-„Zooals gij wilt, Mylord!”
-
-Lord Aberdeen was reeds opgestaan, en hij verliet nu, door zijn
-secretaris gevolgd, de vestibule door een breede zijdeur, waarachter
-onmiddellijk de trap naar de eerste verdieping begon, welke haar licht
-ontving door een zeer hoog raam, dat op de straat uitzag.
-
-De trap liep uit op een breed portaal, waarop verscheiden deuren
-uitkwamen.
-
-Lord Aberdeen aarzelde echter geen oogenblik, maar trad op een dezer
-deuren toe, klopte aan, en ging dadelijk daarop binnen, nog altijd door
-zijn secretaris gevolgd.
-
-De beide heeren bevonden zich in een vrij groot kantoorlokaal, waarin
-een twintigtal mannelijke en vrouwelijke klerken druk zaten te werken.
-
-Dadelijk sprong er een kantoorjongen op, die hen tegemoet ging, en
-vroeg wat zij wenschten.
-
-„Ik wensch mijnheer Pennock te spreken, vriendje!” zeide Lord Aberdeen.
-„Hij verwacht mij.”
-
-„Die deur, mijnheer!” zeide de jongen kortaf, als iemand die het zeer
-druk heeft, en dadelijk stevende hij weer naar zijn lessenaar, teneinde
-daar zijn gewichtige taak voort te zetten, die bestond in het plakken
-van postzegels op een grooten stapel enveloppen, en het vouwen van
-circulaires.
-
-De beide heeren staken de zaal in haar volle lengte over, gingen een
-tweede deur door, en bevonden zich nu in een andere kamer, veel
-kleiner, en van wat meer gemakken voorzien dan het kantoorlokaal.
-
-Er stond een fraai schrijfbureau, men zag er een sofa, een paar
-clubfauteuils en een sierlijk bewerkt rooktafeltje.
-
-Dit was het vertrek van den secretaris der bankdirectie, en ook hier
-zaten de typisten, waarover hij de beschikking had.
-
-Dit vertrek grensde onmiddellijk aan de particuliere werkkamer van
-mijnheer Pennock.
-
-Eén van de jonge meisjes was dadelijk bij het binnenkomen van de beide
-heeren opgestaan, en weer moest Lord Aberdeen het doel van zijn komst
-zeggen.
-
-Het meisje wees zwijgend op een tweede deur en ging weer aan het werk.
-
-De secretaris, een man met een volkomen gladden schedel, waarop geen
-enkel haartje scheen te willen uitbotten, had zelfs niet omgekeken.
-
-Lord Aberdeen klopte aan.
-
-„Binnen!” riep een zware stem aan den anderen kant van de deur, en naar
-het scheen een weinig ongeduldig.
-
-Lord Aberdeen opende de deur, en trad met zijn secretaris een modern
-gemeubeld vertrek binnen, dat slechts heel in de verte herinnerde aan
-de sombere kamers, waarin zich in vroegere jaren de heeren
-bankdirecteuren meenden te moeten opsluiten.
-
-Het vertrek werd door drie ramen verlicht.
-
-Het behang was van goudleder en tot manshoogte waren de wanden
-beschoten met fraai gepolitoerd mahoniehout.
-
-Op den parketvloer lag een reusachtig Perzisch tapijt.
-
-Het meubilair, de reusachtige schrijftafel, de boekenkasten, waren van
-notenhout.
-
-Bij den monumentalen haard stonden een paar clubfauteuils van echt
-leder.
-
-Een kleine brandkast, half in den muur verscholen, voltooide dit
-meubilair, en het leek wel, alsof deze kast hier volstrekt niet
-behoorde, en daar maar bij toeval was terecht gekomen.
-
-De heer Pennock was voor zijn schrijftafel gezeten.
-
-Hij was bezig, het onderwerp van een brief te dicteeren aan een jong
-meisje, dat op een paar passen afstand van hem verwijderd stond, en van
-wie de beide binnentredende heeren op dit oogenblik nog niets anders
-konden waarnemen dan een overvloed van blauwzwart haar, zeer lange,
-donkere wimpers en een stukje van een fijn gevormden neus, want zij
-stond half van hen afgewend.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK II.
-
-DE TYPISTE VAN DEN BANKDIRECTEUR.
-
-
-Steeds dicteerende, maakte Pennock, terwijl hij in zijn stoel in de
-richting van zijn bezoekers boog, een uitnoodigend gebaar naar een paar
-stoelen.
-
-Lord Aberdeen en zijn secretaris namen er op plaats en de stoelen
-stonden zoo, dat zij nu het gelaat van de steno-typiste, die snel en
-accuraat het dicté opnam, goed konden waarnemen.
-
-En zij zagen een vrouw van zeer groote schoonheid, met een
-buitenlandsch voorkomen.
-
-Het dikke zwarte haar, eenvoudig opgemaakt, omlijstte een gelaat van
-het zuiverste ovaal.
-
-De mond was bijzonder fraai geteekend, de kleine neus was licht
-gebogen, de wenkbrauwen zouden een schilder in verrukking hebben
-gebracht.
-
-Zij was geheel in haar werk verdiept, en toen Pennock even zweeg om
-zijn gedachten te verzamelen, sloeg de typiste een oogenblik de oogen
-op.
-
-Het waren zeer groote, eenigszins amandelvormige oogen, bijna zwart, en
-met een donkeren gloed er in.
-
-Het volgende oogenblik echter waren die beide tweelingsterren weder
-achter de oogleden verborgen.
-
-Nog eenige oogenblikken klonk de wat scherpe stem van Pennock. Toen
-zeide hij:
-
-„Afgeloopen, juffrouw! Onmiddellijk uitwerken. Dadelijk posten en breng
-mij de copie van den brief, zoodra gij hem getikt hebt.”
-
-Het meisje knikte zwijgend, schroefde haar vulpen in, en verliet het
-vertrek, door dezelfde deur waardoor de bezoekers waren binnengetreden
-en zonder hen ook maar met een enkelen blik te hebben verwaardigd.
-
-Pennock was opgestaan, en trad nu zijn bezoekers haastig tegemoet.
-
-Er lag eerbied in zijn stem, toen hij zeide:
-
-„Ik hoop, dat gij het mij niet ten kwade zult duiden, Mylord, indien ik
-U een oogenblik heb laten wachten. De zaak was van groot belang en
-duldde geen uitstel.”
-
-„Verontschuldig U niet, mijn waarde Pennock!” zeide Lord Aberdeen
-glimlachend. „Ik weet uit eigen ondervinding hoe onaangenaam het is bij
-dergelijke werkzaamheden te worden gestoord, of ze midden in te moeten
-afbreken! Ik heb U reeds laten zeggen, dat wij U niet lang zouden
-ophouden!”
-
-„Neem plaats, wat ik U verzoeken mag en zeg waarmede ik U van dienst
-kan zijn,” hernam de bankier.
-
-De drie heeren gingen zitten en Lord Aberdeen begon:
-
-„Waarde Pennock, wij kennen elkander reeds eenige jaren, en sedert de
-oprichting van Uw bank ben ik Uw klant geweest, en naar ik meen een
-vrij goede klant. Ik heb dadelijk vertrouwen gesteld in de soliditeit
-van Uwe onderneming en ik heb tot mijn genoegen gezien, dat gij niet
-behoort tot die bankiers, die iemand het vel over de ooren halen, of
-zich inlaten met gewaagde speculaties, waardoor ook het kapitaal van
-hun inleggers gevaar zou loopen.”
-
-Pennock boog even, als iemand die zulk een compliment volkomen verdiend
-acht, en daarop vervolgde zijn bezoeker:
-
-„Juist omdat Uw voorzichtigheid en Uw beleid boven iederen twijfel
-verheven zijn, wend ik mij tot U. Ik weet, dat gij zeer uitgebreide
-connecties hebt in Rusland, zoo uitgebreid als men ze op dit oogenblik
-maar kan hebben.”
-
-Pennock haalde mistroostig de schouders op en zeide:
-
-„Het heeft helaas niet veel om het lijf, Mylord; ik meen onze
-geldelijke transacties met de Russische Sovjet Republiek. Wat mij
-betreft, kunnen die heeren Bolsjewiki mij gestolen worden. Zij mogen
-het dan nog zoo goed met de arme menschheid meenen, van geldzaken
-hebben zij niet het flauwste begrip, en als werkelijk gebeurde,
-waarnaar zij zoo vurig verlangen, namelijk, dat de geld- en
-wisselhandel van den eenen dag op den anderen werd afgeschaft, dan zou
-er nog geen etmaal later een chaos heerschen, zóó ontzettend, dat
-hiertegen onmogelijk de zegeningen zouden kunnen opwegen, welke die
-heeren te Moskou ons beloven. De handel zou volkomen worden lamgelegd,
-er zouden geen levensmiddelen meer worden aangevoerd, noch steenkolen,
-noch ijzer, noch goud, niets. Want niemand zou zijn kostbare producten
-willen afstaan.”
-
-„Dan zou degeen, die ze noodig heeft, ze misschien nemen,” hernam Lord
-Aberdeen glimlachend.
-
-„Dat is zelfs zeer waarschijnlijk. En daardoor juist zou er een
-vreeselijke strijd ontstaan, de een zou den ander bestelen, en wij
-zouden getuigen zijn van een wanorde, zooals men zich eenvoudig niet
-kan indenken. Gij moogt zeggen, dat ik in mijn eigen zaak pleit, maar
-ik houd het er eerlijk en oprecht voor, dat de zaken, zooals ze thans
-geregeld zijn, nog het best marcheeren, al wil ik niet ontkennen, dat
-er aan den wereldruilhandel nog vele fouten kleven. Ik ontken echter
-ten stelligste, dat men dien plotseling, zonder eenigen overgang, zou
-kunnen opheffen. Maar wij dwalen af, gij spraakt over Rusland,
-nietwaar?”
-
-„Zoo is het! Voor mij opent zich de gelegenheid, aandeel te nemen in
-een tamelijk uitgebreide onderneming daarginds. Het betreft een
-spoorwegaanleg. Namen mag ik echter nog niet noemen. Gij zijt zelf
-zakenman en gij zult begrijpen, dat geheimhouding verplicht is. Het
-eenige doel van mijn komst is, van U, die in Rusland nog zeer vele
-handelsvrienden hebt, en van den toestand daarginds uitstekend op de
-hoogte kan zijn, te vernemen of zulk een onderneming al of niet gewaagd
-is.”
-
-Pennock antwoordde niet dadelijk, krabde zich toen met scheefgetrokken
-mond eenige malen achter het oor, en antwoordde toen:
-
-„Het is niet zoo makkelijk, Mylord, op zulk een vraag te antwoorden als
-men geen bijzonderheden kent, en die kunt ge mij niet verschaffen,
-zooals ik zeer goed begrijp. Trouwens vrees ik, dat men U wel wat al te
-veel heeft gezegd over de waarde van mijn connecties met het
-tegenwoordige Rusland. Het is mij bekend, dat er voor den oorlog in
-Rusland een spionnagestelsel bestond, van welks omvang wij Westerlingen
-ons nauwelijks eenig voorbeeld kunnen maken. Gij hebt natuurlijk
-gehoord van de „Ochrana”.
-
-„Van de geheime Russische politie? Wie zou daar niet van gehoord
-hebben!” riep Lord Aberdeen uit.
-
-„Zij beheerschte als het ware het geheele openbare leven in Rusland,
-tijdens het Tsaristische regime. Men zou wanen, dat deze instelling
-tegelijkertijd met dat veel gesmade regime zou zijn verdelgd, niet
-waar? Welnu, ik kan U verzekeren, dat de voormalige „Ochrana” met haar
-als kelners, koetsiers, hotelportiers en kruiers vermomde geheime
-agenten slechts kinderspel was, vergeleken bij den spionage-dienst,
-dien Lenin en Trotzky hebben ingesteld. Daar weet Sonja staaltjes van
-te verhalen, waarbij U de haren te berge zouden rijzen.”
-
-„Pardon, welke Sonja bedoeldt gij?” vroeg Lord Aberdeen glimlachend.
-
-„Dat is mijn Russische steno-typiste! Zij was zooeven hier, toen gij
-binnenkwaamt. Een zeer schrander meisje, dat verscheidene talen
-vloeiend spreekt, en dat mij juist voor mijn zaken met Rusland van
-groot nut is. Sonja Paviac heet zij.”
-
-„Dan is zij zeker nog niet lang bij U in dienst, want ik kan mij niet
-herinneren, dat ik haar gezien heb, toen ik U drie maanden geleden kwam
-bezoeken.”
-
-„Zij kwam omstreeks een halve maand daarna, Mylord. Ik heb nog geen
-oogenblik spijt gehad, dat ik haar in dienst heb genomen. Maar om op
-het onderwerp van ons gesprek terug te komen. Ik vrees, dat
-informaties, welke ik uit Rusland ontvang, slechts zeer onvolledig den
-werkelijken toestand weergeven. Men is nooit zeker, dat men ongeopende
-brieven ontvangt, en men kan er wel gerust op zweren, dat de meeste
-brieven, welke in Rusland binnenkomen, zorgvuldig worden nagezocht, of
-zij soms geestelijke contrabande bevatten. Niemand is daarginds zijn
-leven zeker, wanneer van hem bewezen kan worden, dat hij vijandig staat
-tegenover de Bolsjewistische beginselen. Wat onze financiëele
-betrekkingen met die lieden betreft? Ik zou er niet gaarne mijn hand
-voor in het vuur durven steken, dat de heeren in Moskou inderdaad,
-zooals zij reeds beloofd hebben, al hun geldelijke verplichtingen
-jegens het buitenland zullen nakomen. Of het in die omstandigheden
-geraden zou zijn, geld te steken in een spoorwegmaatschappij, die haar
-eerste meters spoorstaven nog moet leggen? Ik zou die vraag niet gaarne
-onvoorwaardelijk bevestigend beantwoorden. Gij moet mij goed verstaan.
-Ik zou er natuurlijk veel liever wel bevestigend op antwoorden. Rusland
-is het land der onbegrensde mogelijkheden, veel meer nog dan Amerika,
-voor welk land men het eerst die zegswijze heeft gebruikt, en wie weet
-wat er later nog gebeuren kan. Maar voor het oogenblik meen ik U
-bepaald te moeten ontraden, Mylord, geld te steken in zulk een gewaagde
-onderneming. Een nieuwe spoorwegmaatschappij daarginds kan zeer stellig
-groote winsten afwerpen, maar dan is het ook volstrekt noodzakelijk,
-dat men daar een legertje Engelsche controleurs op de been houdt, want
-er wordt nergens zoo gestolen als in Rusland, en dit nu is juist onder
-de huidige omstandigheden onmogelijk. Het spijt mij, dat ik U geen
-ander antwoord heb kunnen geven.”
-
-„Verontschuldig U vooral niet, mijn waarde Pennock!” hernam Lord
-Aberdeen, die was opgestaan en zijn hoed had gegrepen. „Ik ben
-overtuigd, dat gij mij ten beste hebt geraden en ik dank U daarvoor.
-Kom mijnheer Brand, wij willen mijnheer Pennock niet langer ophouden.
-Wat wij hier nog te doen hebben, daarvoor hebben wij alleen den kassier
-noodig.”
-
-De beide heeren namen afscheid, nadat zij door den bankier zelf naar de
-verbindingsdeur waren geleid.
-
-Toen zij daar binnentraden zagen zij Sonja Paviac voor haar
-schrijfmachine zitten, druk bezig met het uitwerken van het stenogram,
-dat zij zooeven had opgenomen.
-
-Zij keek slechts even op, toen de beide heeren passeerden, maar was het
-volgende oogenblik weder in haar arbeid verdiept.
-
-Lord Aberdeen en zijn secretaris gingen het kantoorlokaal weder door,
-daalden de breede trap af, bereikten de vestibule, vereffenden eenige
-zaken met den kassier, en traden vervolgens weder naar buiten.
-
-De chauffeur kwam aanstonds van zijn zetel en opende met de pet in de
-hand het portier van de limousine.
-
-„Waarheen, Mylord?” vroeg hij eerbiedig.
-
-„Rijdt ons naar huis, Henderson!” antwoordde Lord Aberdeen.
-
-De beide heeren stapten in, het portier klapte dicht en de chauffeur
-nam achter het stuurwiel plaats, waarop de auto zich in beweging zette.
-
-Lord Aberdeen leunde glimlachend in de kussens achterover en zeide half
-spottend, half ernstig:
-
-„Het is merkwaardig, die goede Henderson staat daar naast het portier
-met een onderdanigheid alsof hij met een waarachtigen Lord Aberdeen te
-doen had, en niet maar eenvoudig met John Raffles, den
-Gentleman-Inbreker. Hij doet alsof hij volstrekt niet weet, wie ik
-eigenlijk ben, en hij behandelt mij voor het oog van de wereld geheel
-als een echten Lord, ofschoon hij reeds verscheidene jaren deel neemt
-aan vele van mijn gevaarlijkste avonturen, waarbij de leer van het mijn
-en dijn nog al eens een enkele maal in het gedrang komt.”
-
-De Gentleman-Inbreker haalde langzaam een sigaret uit zijn gouden
-koker, stak ze op, blies een rookwolk uit, en vervolgde droomerig:
-
-„Ik heb den braven jongen reeds herhaalde malen in den mond gegeven,
-dat hij mij moest verlaten. Hij weigert, hij blijft steeds weigeren.
-Soms ook barst die reus, die mij en jou tezamen gemakkelijk met een
-hand van den vloer kan tillen, als een kind in tranen uit, wanneer ik
-hem voorstel zijn eigen weg te gaan, om dat ik niet wil dat hij zijn
-leven nog langer koppelt aan dat van een dief....”
-
-„Stil, Edward, niet zeggen,” zeide Charly Brand op zachten toon,
-terwijl hij zijn rechterhand op den arm van zijn eenigen, trouwen
-vriend legde. „Je doet er me pijn mee.”
-
-„Soms doe ik er me zelf ook pijn mee, maar de waarheid is nu eenmaal
-vaak onaangenaam om te hooren,” zeide Raffles met een kort lachje. „Wat
-denk je wel, dat hoofdinspecteur Baxter zou doen, wanneer hij morgen
-als een volstrekte zekerheid te weten kwam, dat Lord Aberdeen dezelfde
-persoon is als Lord Edward Lister, alias John Raffles? Je zwijgt? Laat
-ik het je dan maar zeggen. Hij zou een oogenblik stom van verbazing
-terneder zitten, en dan zou hij geen seconde langer aarzelen om
-desnoods vijftig van zijn politieagenten op mij af te zenden en mij te
-laten arresteeren. Het is waar, dat ik de zaken in het groot drijf,
-maar dat zou vriend Baxter toch niet beletten, mij als een ordinairen
-dief te behandelen.”
-
-„Ik smeek je, Edward, praat daar niet langer over,” riep Charly Brand
-uit. „Ik heb je vroeger al menigmaal geraden, het noodlottig beroep,
-dat je gekozen hebt te laten varen, je hebt altijd geweigerd en gezegd,
-dat je nooit genoeg geld kon bezitten, om het onrecht goed te maken,
-dat er op onzen aardbol wordt gepleegd. Maar praat er dan ook niet
-over, rijt geen wonden open, die zoo smartelijk zijn als deze.”
-
-Raffles had de rechterhand over de oogen gelegd, en scheen in diepe
-gedachten verzonken.
-
-Plotseling richtte hij zich weer op, wierp zijn half opgerookte sigaret
-uit het portier, en riep schouderophalend:
-
-„Wat doet het er ook toe. Als het einde mocht komen, vroeg of laat, dan
-zal het mij recht opgericht vinden, trotsch en zonder berouw. Ik heb
-eenige jaren geleden mijn keuze gedaan, en ik zal voort blijven gaan op
-den ingeslagen weg, wat er ook gebeuren moge! De meesters der wereld
-mogen mij beoordeelen zooals zij willen, in ieder geval zal mijn naam
-als Lord Aberdeen nog wel eenigen tijd blijven voortleven in de harten
-van de menschen, die ik heb kunnen bijstaan in de ellende, en dat maakt
-veel goed.”
-
-Charly had zijn hand op den schouder van zijn vriend gelegd en zeide
-nu, met een stem vol aandoening:
-
-„Je naam zal eeuwig voortleven in de harten van duizenden, Edward.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK III.
-
-EEN ONTMOETING.
-
-
-Het was omstreeks twaalf uur in den nacht.
-
-Raffles en Charly hadden voor dien nacht het plan gemaakt, goed
-vermomd, een bezoek te brengen aan een van de havenwijken, zooals zij
-menigmaal plachten te doen.
-
-Het huis, hetwelk Raffles onder den naam van Lord Aberdeen bewoonde, en
-dat in de Regent-Street gelegen was, niet ver van de Mall, leende zich
-uitstekend voor dergelijke nachtelijke uitstapjes, want de tuin, die er
-zich achter uitstrekte, was door een muur gescheiden van een stille
-zijstraat, waar zich nooit een levende ziel bevond, en in dezen muur
-bevond zich een kleine tuindeur, dicht naast de garage, waarboven zich
-de woning van James Henderson, den trouwen chauffeur van Zijn Lordschap
-bevond.
-
-Niets was dus gemakkelijker, dan het huis langs dezen kant te verlaten,
-zonder dat iemand het zag.
-
-De beide mannen hadden zich eenvoudig gekleed en konden doorgaan voor
-goed betaalde arbeiders.
-
-Wat hun uiterlijk betreft, niemand zou in hen Lord Aberdeen en zijn
-secretaris herkend hebben.
-
-Raffles had de vermommingskunst weten te vervolmaken op een wijze, die
-iederen beroepsacteur met de grootste verbazing zou hebben vervuld.
-
-Ook het scherpste, meest geoefende oog zou den bedriegelijken aard niet
-hebben kunnen onderscheiden van de valsche wenkbrauwen, de valsche
-knevels, baarden en pruiken, welke Raffles gebruikte.
-
-De gewone schmink, zooals de tooneelspelers deze gebruiken, was door
-hem in den ban gedaan, en daarvoor in de plaats gebruikte hij
-verscheidene mengseltjes van zijn eigen vinding, die de huid
-verkleurden, zonder haar in het minst te beschadigen, en die bestand
-waren tegen zon en regen.
-
-Toegerust met een verbazend aanpassingsvermogen mocht Raffles gerust
-het scherpste oog van een politiespeurder tarten.
-
-Ook nu weder had Charly hem vol bewondering aangekeken, toen Raffles
-met de handen in zijn zakken, het bolhoedje achter op het hoofd, en een
-half afgekloven zwarte sigaar in den mondhoek, aan zijn zijde over de
-straat slenterde.
-
-Men zegt weleens van een acteur, dat hij „in de huid is gekropen” van
-den persoon, dien hij op het tooneel heeft voor te stellen, maar bij
-Raffles leek dit inderdaad het geval te zijn.
-
-Hij had thans niet alleen het uiterlijk van den gegoeden arbeider, hij
-had er den loop van, de gebaren, de wijze van kijken, en zelfs de
-manier, waarop hij met groote zekerheid in een sierlijken boog een
-straal tabakssap moest uitspuwen.
-
-Zoodra Raffles de kleine tuindeur achter zich gesloten had, richtten de
-beide vrienden hun schreden naar de Regent-Street.
-
-Zij liepen deze straat ten einde, tot zij de Pall-Mall bereikten.
-
-Vijf minuten verder sprongen zij in Cockspur op een voorbij rijdende
-electrische tram, waarvan zij wisten, dat zij hen tot ver in de
-zuid-oostelijke wijken van de stad zou brengen.
-
-Na een rit van ongeveer drie kwartier bevonden de beide vrienden zich
-niet ver van den New Kent Road, in de wijk van Wington.
-
-Hier verlieten zij het voertuig weder, en namen nu een ander
-vervoermiddel te baat, een motorbus, die hen nog heel wat verder
-bracht, langs de zooeven genoemde straat.
-
-Het was bijna elf uur in den avond, toen de beide vrienden voor de
-tweede maal afstapten op den hoek van de Grange Road.
-
-Zij bevonden zich nu in het hartje van het industriëele Londen.
-
-Op ongeveer drie kwartier gaans stroomde de Theems in noordelijke
-richting.
-
-Het was hier nog zeer druk, en talrijke bioscopen spuwden juist haar
-duizenden bezoekers als het ware weder op straat uit.
-
-Ongeveer vijftig meter van de plaats waar Raffles en Charly van de bus
-waren gesprongen, schitterden de lichten van een niet Tang geleden
-gebouwde music hall.
-
-Eigenlijk was het niet veel anders dan een verkapte danszaal, met een
-orkestje van zes man, waar de vertering niet al te duur was, en waar
-men een zeer eigenaardig publiek aantrof, dat voor een groot gedeelte
-bestond uit winkeljuffrouwen, klerken, telefoonjuffrouwen en hunne
-standgenooten.
-
-Raffles en Charly slenterden de breede Grange Road in, en stonden een
-oogenblik besluiteloos stil voor dit paleis met zijn schelle lichten.
-
-Eensklaps trok Raffles zijn metgezel aan de mouw, en zeide op gedempten
-toon:
-
-„Kijk daar eens heen! Neen, daar bij die lantaarn!”
-
-„Die vrouw, die daar juist met een heer uit een huurauto stapt?”
-
-„Juist, herken je haar niet?”
-
-Charly keek een weinig nauwkeurig toe, en antwoordde toen:
-
-„Welzeker, dat is Sonja Paviac!”
-
-„Ja, de steno-typiste van onzen vriend Pennock!”
-
-„Wat komt zij hier uitvoeren?”
-
-„Zich amuseeren, denk ik. Zij is jong en mooi,” antwoordde Raffles
-kalm.
-
-„Waarom doet zij dat dan niet een weinig dichter in de buurt?”
-
-„In welke buurt?”
-
-„Natuurlijk in de buurt van haar huis!”
-
-„Hoe weet je, dat zij hier niet ergens woont?”
-
-„Maar daar ziet zij toch heelemaal niet naar uit!”
-
-„Waarom niet?”
-
-„Waarom niet? Wel om alles! Omdat zij mooi is, omdat zij een echte dame
-is! Zij hoort hier niet thuis.”
-
-„Ik merk tot mijn verwondering, dat geestdrift je verleidt nonsens te
-zeggen, Charly!” hernam Raffles schouderophalend. „Dat zij mooi is
-ontken ik niet, en dat zij zich als een dame gedraagt, evenmin. Dit
-alles neemt echter niet weg, dat zij haar brood verdient als typiste,
-en daarom zou ik het volstrekt niet verwonderlijk vinden, als zij in
-deze volksbuurt woonde.”
-
-„Nu, ik geloof er niets van,” kwam Charly. „Stel je voor, dat zij
-iederen dag een rit van vijf kwartier naar haar kantoor en weer terug
-zou maken!”
-
-„Wat zou dat?” hernam Raffles verwonderd. „Er zijn heel wat klerken,
-die in de City van Londen hun brood verdienen en iederen dag van twee
-tot drie uur tusschen de wielen moeten zitten om van en naar hun
-kantoor te gaan!”
-
-Charly antwoordde niet aanstonds, maar keek onafgewend naar de schoone
-Russin, die op dit oogenblik met haar begeleider het danspaleis binnen
-ging.
-
-Toen hij weer sprak, had zijn stem een eenigszins schorren klank.
-
-„Zij woont niet hier, zij woont in de Newman-Street!”
-
-Raffles wendde met een ruk zijn hoofd naar Charly, en liet een zacht
-gefluit hooren.
-
-„Dat weet je bijzonder nauwkeurig!” zeide hij op spottenden toon. „Hoe
-komt dat zoo?”
-
-„Ik heb het toevallig.... vernomen.”
-
-„Je stelde dus al vroeger eenig belang in die jonge dame?”
-
-„Ik vond haar zeer schoon.”
-
-„Goed en wel, je kende haar dus, vóór wij vanmorgen Pennock bezochten?”
-
-„Ik heb eens een paar woorden met haar gewisseld, toen ik bij Pennock
-eenige malen achtereen als je secretaris een paar boodschappen heb
-gedaan.”
-
-„Wel, wel, dat is....” begon Raffles hoofdschuddend.
-
-Hij nam Charly scherp op, haalde de schouders op, wendde zich af, en
-mompelde iets in zich zelf, dat Charly onmogelijk kon verstaan.
-
-Het volgende oogenblik scheen hij het heele voorval vergeten te zijn.
-
-Hij wendde zich opgewekt tot den jongen man, en zeide:
-
-„Ik heb wel lust om dat danspaleis eens van binnen te bezichtigen.”
-
-„Zooals je wilt,” zeide Charly.
-
-De beide mannen staken de straat over, en gingen het schitterend
-verlichte gebouw binnen.
-
-Na de breede vestibule te zijn overgestoken, bereikten zij aanstonds de
-danszaal, onmetelijk groot, en waar de bezoekers, die niet meer konden
-of wilden dansen gelegenheid vonden uit te rusten, en een glas wijn te
-drinken, gezeten aan een van de tafeltjes, die in een breede rij rondom
-den dansvloer geschaard waren.
-
-Op een soort podium had een klein orkest plaats genomen, dat om halfeen
-in den nacht zou worden afgelost door een andere ploeg, wat ook wel
-noodig was, want tegen dat tijdstip zouden de beklagenswaardigen
-onafgebroken van zeven uur af hebben gestreken.
-
-Terwijl zij naar een tafeltje zochten, kregen de beide mannen Sonja
-Paviac opnieuw in het oog.
-
-Zij had met haar begeleider plaats genomen aan een tafeltje, niet ver
-van de ingangsdeur, en zoog welbehagelijk aan een sigaret, terwijl zij
-half achterover leunde.
-
-Een oogenblik vestigde zij haar blikken op de beide mannen, die juist
-voorbij gingen, maar het was duidelijk te zien, dat zij hen niet
-herkende.
-
-Even verder stond Raffles stil, en vroeg op zachten toon:
-
-„Ken je dien heer, die in haar gezelschap is?”
-
-„Ik heb hem nooit gezien!”
-
-„Dan schiet je geheugen te kort. Ik herinner mij zijn gezicht heel
-goed. Ik ken zelfs zijn naam.”
-
-„Wie is hij dan?” vroeg Charly haastig.
-
-„Philip Chesterfield, de onderdirecteur van de Engelsche Bank.”
-
-Charly keek den heer nu eens nauwkeurig aan, en zeide toen, terwijl hij
-een weinig van kleur verschoot:
-
-„Je hebt gelijk, hij is het! Maar hoe komt zij in gezelschap van dien
-man?”
-
-„Wel, hij zal haar eenvoudig hebben uitgenoodigd,” antwoordde Raffles
-lakoniek. „De Engelsche Bank is niet ver verwijderd van de „Midland
-Credit”, en zij zullen elkander wel eens zijn tegen gekomen.”
-
-„Maar die Chesterfield is zeer rijk,” hernam Charly.
-
-„Wel, dat bewijst, dat onze Sonja Paviac een zeer practisch meisje is,
-met een goeden financiëelen kijk.”
-
-„Edward, zeg dat niet! Ik....,” Charly beet zich op de lippen en wendde
-zich af.
-
-Raffles nam hem een oogenblik met gefronste wenkbrauwen op, en toen
-verscheen er een ironische, spottende glans in zijn oogen.
-
-„Het klinkt bijna als een sprookje, maar ik zou bijna zeggen, dat de
-zwarte oogen van die Russische schoone het hart van Charly in vuur en
-vlam hebben gezet. Nu, als het een simpele amourette kan blijven, dan
-heb ik er vrede mee. Die jonge dame schijnt in ieder geval niet in de
-eerste plaats gesteld te zijn op uiterlijk schoon, want Chesterfield
-mag een rijk, en ook een zeer bekwaam man zijn, een Apollo is hij nu
-bepaald niet. Jonger dan vijftig jaar is hij in geen geval, en zijn
-geestigheid heb ik nooit in het bijzonder hooren roemen.”
-
-Na nog eenigen tijd te hebben moeten zoeken, waren de twee vrienden zoo
-gelukkig een tafeltje te kunnen bemachtigen, waar juist twee bezoekers
-waren opgestaan, op slechts weinige meters afstand van dat, waaraan
-Sonja Paviac en Philip Chesterfield gezeten waren.
-
-Raffles bestelde bij den kelner een halve flesch wijn, en verzonk toen
-schijnbaar in de aanschouwing van de dansende paren.
-
-In werkelijkheid echter was zijn blik onophoudelijk op het ongelijke
-paar gericht.
-
-„Ik zou wel eens willen weten, wat haar beweegt, om met Chesterfield
-juist dezen afgelegen tempel van vermaak te bezoeken, terwijl er in de
-City zooveel zijn, meer geschikt voor een man als Chesterfield, die op
-een paar duizend pond meer of minder niet behoeft te zien. Wat drommel,
-zij is hier bijna twee uren per motorbus van haar woning verwijderd.”
-
-Terwijl hij hier nog over nadacht zag hij, dat de jonge Russin,
-gebruikmakend van het oogenblik, waarop haar begeleider met den kelner
-sprak, bliksemsnel een teeken gaf aan een man met een donker gelaat,
-die aan de overzijde van den dansvloer stond, en onafgebroken naar haar
-keek.
-
-Het volgende oogenblik stond de jonge vrouw op en sprak eenige woorden
-met haar metgezel.
-
-Vervolgens wendde zij zich naar de breede deur, die op de vestibule
-uitkwam.
-
-Maar reeds was Raffles vliegensvlug opgestaan.
-
-„Blijf hier op mij wachten!” zeide hij fluisterend tot Charly. „Ik kom
-aanstonds terug.”
-
-En voor de jonge man iets had kunnen vragen, had Raffles zich haastig
-naar de deur gespoed, welke hij lang voor Sonja bereikte.
-
-Hij stond nu in de vestibule, keek onderzoekend om zich heen, en
-ontdekte op een paar passen afstand een deur, die door een portière kon
-worden afgesloten.
-
-Snel als de gedachte verborg Raffles zich achter het gordijn en trok
-het vlug bijna geheel dicht, maar toch niet zoo ver, of hij kon de
-geheele vestibule overzien.
-
-Hij behoefde niet lang te wachten, of Sonja Paviac betrad de vestibule,
-en een oogenblik later verscheen de man, dien zij gewenkt had.
-
-Het toeval was Raffles gunstig.
-
-Sonja had een paar passen in de richting van de deur gedaan, waar
-Raffles zich verscholen had, en hij kon eenige woorden opvangen van het
-korte gesprek, dat het tweetal voerde.
-
-Het volgende oogenblik waren zij weder verdwenen, de vrouw het eerst.
-
-Raffles verliet op zijn beurt de schuilplaats en ging zich weder bij
-Charly voegen, die verbaasd en ook eenigszins ongerust op hem wachtte.
-
-„Waar ben je geweest?” vroeg de jonge man, zoodra Raffles weder had
-plaats genomen.
-
-„In de vestibule.”
-
-„Om wat te doen?”
-
-„Om eens na te gaan wat onze vriendin Sonja daar kwam uitrichten. Heb
-je haar niet zien weggaan?”
-
-„Een oogenblikje maar, zij zit nu weder bij.... dien kerel.”
-
-„Komaan, het gaat goed,” bromde Raffles voor zich heen. „Hij noemt den
-onderdirecteur van de Engelsche bank al „die kerel”.”
-
-Hij keek Charly strak aan, en vervolgde:
-
-„Weet je wat zij er kwam doen?”
-
-„Hoe kan ik dat nu weten?” vroeg Charly, terwijl hij met voorgewende
-onverschilligheid de schouders ophaalde.
-
-„Zij had er een zeer kort gesprek met een landgenoot. Je kunt hem
-daarginds zien staan, aan de overzijde van den dansvloer, die man met
-zijn lang zwart haar, zijn slecht verzorgden baard en zijn gloeiende
-oogen.”
-
-„Hoe weet je, dat hij een landgenoot van haar is?”
-
-„Heel eenvoudig, zij spraken Russisch.”
-
-„En heb je kunnen hooren wat zij spraken?”
-
-„Voor een deel althans. En ik verzeker je, dat het vrij belangrijk was,
-wat zij elkander te vragen en te antwoorden hadden.”
-
-„Waar liep het gesprek over?” vroeg Charly, die al dien tijd
-voortdurend naar de jonge Russin gekeken had, die nu met kleine teugjes
-van haar sorbet nipte.
-
-„O, het duurde maar heel kort. Hij vroeg haar: „Voor wanneer kan het
-zijn?”
-
-„Daarop antwoordde zij: „Nog een week. Is van jullie kant alles in
-orde?”
-
-„Daarop antwoordde de man weer: „Stel je gerust, wij kunnen desnoods
-morgen handelen, zorg dat je morgenavond om tien uur op de bekende plek
-bent, dan zullen wij nader afspreken. Je moet op de seconde na weten,
-wanneer het zijn zal, want voor geen goud zouden wij zoo’n bekwame
-helpster willen missen!””
-
-„En, was dat alles?” vroeg Charly langzaam.
-
-„Zij antwoordde alleen nog maar, dat zij er zou zijn, en daarop
-scheidden zij weder van elkaar.”
-
-Eenige oogenblikken zwegen de beide vrienden.
-
-Charly speelde zenuwachtig met zijn leeggedronken wijnglas, en Raffles
-keek hem van onder zijn gefronste wenkbrauwen, met een half spottend,
-half medelijdend, lachje aan.
-
-Toen schoof hij wat dichter bij Charly en hernam op gedempten toon:
-
-„Ik geloof niet, dat ik mij vergis, als ik zeg, dat je groot belang
-stelt in die jonge vrouw, Charly. O, je behoeft je volstrekt niet te
-verdedigen, ik maak je er geen verwijt van. Integendeel, ik ben wel
-verplicht je smaak te bewonderen. Hoe het ook zij, ik wilde gaarne, dat
-je de korte kennismaking met haar voortzette.”
-
-„Waarom?” vroeg Charly toonloos.
-
-„Omdat ik gaarne iets naders omtrent die Sonja Paviac zou willen
-vernemen,” antwoordde Raffles, terwijl hij Charly met zijn staalgrijze
-oogen als het ware doorboorde.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK IV.
-
-ALS HET HART SPREEKT....
-
-
-Het was omstreeks tien uur in den morgen van den volgenden dag.
-
-Raffles was alleen in zijn werkkamer.
-
-Reeds van half negen af had hij bijna niets anders gedaan, dan in
-verschillende richtingen getelefoneerd.
-
-Het voorval, waarvan hij den avond te voren in het danspaleis getuige
-was geweest, had een dieperen indruk op hem gemaakt, dan hijzelf wilde
-toegeven, en reeds had hij verschillende bureaux opgebeld, teneinde
-eenige nadere berichten in te winnen betreffende Sonja Paviac.
-
-Pennock zelf had hem medegedeeld, dat zijn Russische typiste zich aan
-hem had voorgesteld, voorzien van voortreffelijke getuigschriften.
-
-Het behoeft geen nader betoog, dat Raffles er zich wel voor gewacht had
-om mede te deelen op welke gronden bij zijn argwaan vestigde.
-
-Hij had voor zichzelf trouwens nog niet kunnen uitmaken van welken aard
-het misdrijf was, hetwelk de beide Russen blijkbaar beraamden, en dat
-niet alleen maar in vereeniging met medeplichtigen.
-
-Raffles had juist weder den hoorn van zijn telefoon opgehangen, toen de
-deur geopend werd en Charly binnentrad.
-
-De jonge man was bleeker dan gewoonlijk, en zijn blauwe oogen hadden
-een onrustige uitdrukking; het was hem duidelijk aan te zien, dat hij
-een gedeelte van den nacht wakend had doorgebracht.
-
-Raffles wendde zich half op zijn stoel om, teneinde te zien, wie hem
-kwam storen, liet zich toen achterover tegen de hooge rugleuning van
-zijn schrijfstoel vallen, vouwde de armen over de borst en keek Charly
-aan als zag hij een natuurwonder.
-
-Toen begon hij, zonder van houding te veranderen:
-
-„Je weigert het dus te doen?”
-
-Charly deed een paar stappen achteruit, keek Raffles verschrikt aan en
-stamelde:
-
-„Het is dus wel waar, dat je in de harten van de menschen kunt lezen?
-Edward, ik smeek je....”
-
-Maar Raffles viel hem ruw in de rede met een bevelend:
-
-„Ga daar zitten, en laten wij eens praten.”
-
-Charly Brand liet zich op een stoel neervallen en hield de oogen strak
-op het tapijt gevestigd.
-
-Raffles keek hem een oogenblik hoofdschuddend aan, met denzelfden
-spottenden, kouden blik in zijn oogen en begon toen:
-
-„Het is dus meer geweest dan een oppervlakkige kennismaking?”
-
-„Neen, Edward, dat was het niet! Ik zweer het je! Ik heb haar in het
-geheel maar drie maal gesproken.”
-
-„Wist zij al dien tijd, wie je was?”
-
-„Ik had volstrekt geen reden om dat te verzwijgen. Ik kwam immers als
-jouw secretaris zaken doen!”
-
-„Kort en goed, je hebt die vrouw lief?”
-
-In plaats van te antwoorden, bedekte Charly zijn oogen met de hand en
-zuchtte diep.
-
-Raffles draaide zich met een ruk in zijn stoel om, nam een sigaret uit
-de zilveren doos, die op zijn schrijfbureau stond, tikte er bedaard de
-losse stukjes tabak af, ontstak haar, blies een dikke rookwolk uit en
-hernam toen op denzelfden toon:
-
-„Ik kan mij in deze zaak moeilijk partij stellen, om je de waarheid te
-zeggen ben ik niet voldoende op de hoogte van dergelijke gevoelens. Ik
-kan echter niet nalaten, je er opmerkzaam op te maken, dat het voor mij
-een lastig geval wordt, wanneer mijn helpers behept zijn met
-verliefdheid.”
-
-„Spot er niet mee, wat ik je bidden mag, Edward,” zeide Charly
-steunend.
-
-„Je vergist je, mijn waarde, als je denkt, dat ik spot,” hernam Raffles
-koeltjes. „Ik beschouw verliefdheden van dien aard als een ernstige
-ongesteldheid, die ongeveer het midden houdt tusschen Spaansche griep
-en galsteenen. Het is mij een raadsel, hoe een man met gezonde hersens
-zoo plotseling en schijnbaar zoo ongeneeselijk onder den invloed kan
-komen van twee groote, zwarte oogen.”
-
-„Ik heb er tegen gevochten, het is sterker dan ik, Edward. Zij was geen
-seconde uit mijn gedachten. Het verbaast mij zelfs, dat je dat niet aan
-mij gemerkt hebt.”
-
-„Mijn gedachten waren bij mijn zaken,” antwoordde Raffles kortaf.
-
-„Maar denk je dan aan niets anders?” riep Charly op hartstochtelijken
-toon. „Ben je dan van steen? Ben ik je vriend niet? Deert het je niet,
-of ik lijd of vroolijk ben? Is je niets gelegen aan mijn geluk?”
-
-„O, stil toch!” riep Raffles met harde stem. „Je geluk? Je praat
-nonsens, man! Ik geloof niet aan liefde op het eerste gezicht, ik
-geloof echter wel aan passie. Wat jij voor die vrouw voelt, dat kan
-onmogelijk echte, trouwe liefde zijn, die tegen alles bestand is.”
-
-„Edward, je beleedigt mij en haar,” zeide Charly op doffen toon.
-
-„Om kort te gaan, je weigert om te doen wat ik je vraag? Om die vrouw
-na te gaan?”
-
-„Ik kan het niet doen, Edward! Ik kan niet!” riep Charly wanhopig. „Ik
-heb je tot dusver trouw gediend, ik heb de grootste gevaren met je
-gedeeld, nooit heb ik geaarzeld om alles te doen wat je mij opdroeg,
-maar dit gaat boven mijn krachten. Ik zou haar moeten bespioneeren,
-haar, die alles in mij heeft wakker gemaakt, wat ik gestorven waande?”
-
-„Een stroovuur, mijn waarde. Niets dan een stroovuur,” riep Raffles
-minachtend uit. „Besef je dan niet, dat die vrouw niet is waarvoor zij
-zich uitgeeft? Heeft je hartstocht je dan heelemaal verblindt? Is het
-je dan niet duidelijk, dat die vrouw een gevaarlijke misdadigster moet
-zijn?”
-
-„Dat geloof ik niet!” riep Charly terwijl hij opstond. „Je hebt
-volstrekt geen bewijzen voor wat je zegt, Edward! Je beticht haar
-zonder een schijn van recht.”
-
-„Welzoo? En het gesprek in de vestibule van het danspaleis?”
-
-„Wat had dat te beteekenen? De verklaring kan wel heel onschuldig
-zijn.”
-
-„Dat zullen wij hedenavond zien,” antwoordde Raffles kortaf. „Ik zal
-dus tot mijn spijt genoodzaakt zijn, deze zaak alleen te onderzoeken.”
-
-„Edward....!” stamelde Charly, terwijl hij smeekend de handen naar
-Raffles ophief.
-
-„Zeg niets meer,” hernam deze koud. „Over dergelijke zaken kunnen wij
-niet redetwisten. Ik acht die vrouw zeer gevaarlijk, en de toekomst zal
-wel uitwijzen, dat ik daarin goed gezien heb. Er zal je een smartelijke
-ontgoocheling wachten, Charly. Maar vergeet niet, dat ik bijtijds
-getracht heb, je te genezen. In ieder geval zul je me zeker wel den
-dienst willen doen, mijn plannen niet te dwarsboomen, en die vrouw niet
-te waarschuwen.”
-
-Charly was doodsbleek geworden, en keek Raffles met groote, verschrikte
-oogen aan. Toen stamelde hij op heeschen toon:
-
-„Heb ik dat aan je verdiend, Edward?”
-
-„Menschen met zulk een krankzinnige passie, die hun hersens vergiftigt,
-en hen het nadenken belet, zijn gevaarlijk, ook voor hun beste
-vrienden,” riep Raffles op denzelfden, kouden, harden toon. „Natuurlijk
-kan ik je onmogelijk verbieden, die vrouw verder nog te zien of te
-spreken, je bent geen schooljongen meer. Maar als je aan mijn
-vriendschap iets gelegen is, Charly, dan toon je je een man, en tracht
-uit alle macht deze hartstocht uit je ziel te rukken. Ik zeg nu, dat
-hij in je ziel zetelt, maar ik ben overtuigd, dat ik hem daarmee te
-veel eer bewijs. Ik kan mij zeer goed voorstellen, welke gevoelens
-jegens mij je nu bezielen, Charly, maar er zal nog geen week verloopen
-zijn, of je zult moeten toestemmen, dat je mij onrecht aangedaan hebt.
-Zeker, er zal wel een moeilijke tijd voor je aanbreken, want het doet
-pijn, een afgodsbeeld van zijn voetstuk te zien vallen, maar ook dat
-zal voorbij gaan, en je zult hierop terug zien als op een zonderlinge
-afdwaling.”
-
-De Gentleman-Inbreker was op Charly toegetreden en legde hem de hand op
-den schouder.
-
-Zijn stem klonk veel zachter, toen hij vervolgde:
-
-„Mannen als wij moeten eigenlijk nimmer een vrouw met teedere gevoelens
-in de oogen zien. Ik althans heb mij een weg gekozen, die mij dat
-onmogelijk maakt. Maar dit zeg ik je eerlijk: Ontmoet je ooit een
-meisje, dat niet alleen uiterlijke bekoorlijkheden bezit, maar in de
-waarachtige beteekenis van het woord een edele ziel heeft, dan laat ik
-je aanstonds vrij, en dan zal ik mij zelf innig gelukkig achten, als je
-op deze wijze je leven besluit. Maar dit, neen, dit is geen liefde, dit
-kan geen liefde zijn. En ga nu, ik moet nadenken.”
-
-Met deze woorden nam Raffles weder voor zijn schrijftafel plaats en
-verzonk in diepe gedachten.
-
-Van de aanwezigheid van Charly scheen hij volstrekt niets meer te
-bemerken.
-
-De jonge man zelf was opgestaan, deed nu besluiteloos een paar stappen,
-naar Raffles toe, bedacht zich, en snelde eensklaps het vertrek uit.
-
-Ten prooi aan de meest tegenstrijdige gevoelens ijlde hij naar zijn
-eigen kamer, en liet zich op de rustbank neervallen, terwijl hij zijn
-gelaat in de zachte kussens begroef....
-
-Maar Raffles werkte door, met onverdroten ijver, als een uurwerk, koud
-en door niets te ontroeren.
-
-Hij had zich in het hoofd gezet, dat die schoone Russin een zeer
-gevaarlijke vrouw was, en nu hij dit nader wilde onderzoeken, zou hij
-zich zeker niet laten weerhouden door „sentimenteele” overwegingen.
-
-Hij zou het mes diep in de wonde zetten, zoo nam hij zich voor, en
-Charly van zijn noodlottigen hartstocht bevrijden.
-
-Omstreeks een uur nadat het gesprek had plaats gevonden, hetwelk Charly
-zoo zeer had aangegrepen, begaf Raffles zich naar de bank van de heeren
-Rosenthal en Pennock, en werd aanstonds bij den laatsten toegelaten,
-nadat hij zijn kaartje had afgegeven, en verklaard had, dat hij wegens
-een belangrijke zaak kwam.
-
-Hij werd dadelijk bij Pennock toegelaten, die hem met uitgestoken hand
-tegemoet trad, en eenigszins verbaasd opmerkte:
-
-„Gij herhaalt uw bezoek vroeger, Mylord, dan ik had durven hopen. Kan
-ik U met een en ander van dienst zijn? Gaat het over de
-spoorwegexploitatie in Rusland?”
-
-„Dat niet, mijn waarde Pennock, al kom ik wel in een zaak, die in de
-verte iets met Rusland uitstaande heeft. Maar voor ik verder ga, kan
-men ons hier naast onmogelijk hooren spreken?”
-
-„Is de zaak van zulk een gewicht, Mylord?” vroeg Pennock verwonderd,
-terwijl zijn wenkbrauwen de hoogte ingingen.
-
-„Van groot gewicht!”
-
-„Nu, dan zullen wij ons liever in mijn particulier kabinet
-terugtrekken, daar zijn wij volkomen beschut tegen luisteraars.”
-
-Onder het spreken had hij een deur geopend en liet Raffles nu
-binnentreden in een klein vertrek, waar slechts een rooktafel en eenige
-gemakkelijke fauteuils stonden.
-
-Hij liet de tusschendeur openstaan en hernam nu:
-
-„Nu kunt gij gerust vrijuit spreken, Mylord, men zal ons in de kamer
-van mijn secretaris onmogelijk kunnen hooren. Ik moet U zeggen, dat U
-mijn nieuwsgierigheid wel wat geprikkeld Hebt.”
-
-„Dan spijt het mij U te moeten zeggen, dat ik betwijfel, of ik haar wel
-in alle opzichten zal kunnen bevredigen.”
-
-Raffles trok zijn stoel zoo dicht mogelijk bij dien van Pennock en
-vroeg toen op gedempten toon:
-
-„Hoe lang hebt gij Uw steno-typiste reeds?”
-
-„Wie meent gij? Sonja Paviac?”
-
-„Ja.”
-
-„Zij is bijna drie maanden in mijn dienst.”
-
-„Zijt gij over haar werk tevreden?”
-
-„Volkomen.”
-
-„Heeft zij nooit verzuimd?”
-
-„Slechts enkele malen, wegens ziekte. Zij haalde echter den achterstand
-gemakkelijk weder in. Het is een doortastend, ijverig en bekwaam
-meisje.”
-
-„Waar was zij het laatst geweest?”
-
-„Bij een firma in Leeds.”
-
-„Hoe lang was zij daar?”
-
-„Ruim zeven jaar.”
-
-Een trek van teleurstelling en ook van verbazing vloog over het gelaat
-van John Raffles.
-
-Hij beet zich op de lippen, dacht een oogenblik na en begon toen weder:
-
-„Had zij goede getuigschriften?”
-
-„Voortreffelijke.”
-
-„Gij hebt natuurlijk naar haar andere papieren gevraagd?”
-
-„Ik heb haar paspoort gezien en haar toestemming om in ons land te
-vertoeven.”
-
-„Hebt gij die getuigschriften soms bij de hand?”
-
-„Ik heb ze haar natuurlijk weder terug gegeven.”
-
-„Herinnert gij U den naam van de firma dan niet?”
-
-„Ja zeker. Preston & Co., machinebouwers. Maar waarom vraagt gij mij
-dat allemaal? Gij hebt toch niets op het meisje aan te merken?”
-
-„Ik vrees integendeel dat ik heel wat op haar zal moeten aanmerken,
-waarde Pennock. Zouden wij die firma dan niet. telefonisch kunnen
-bereiken?”
-
-„Welzeker, niets is gemakkelijker.”
-
-„Maar zonder dat men het hier in de bank bemerkt?” hernam Raffles.
-
-„Ook dat kan zeer goed geschieden. Zie maar daarginds, het
-telefoontoestel. Ik kan zelf intercommunaal opschellen, zonder dat
-iemand zich ermede hoeft te bemoeien.”
-
-„Wees dan zoo goed, de firma te Leeds even op te bellen, en haar te
-vragen hoe Sonja Paviac er uitzag. Ik zou het gaarne in bijzonderheden
-weten,”
-
-„Als gij er op staat, Mylord, dan zal ik het doen, maar ik kan mij
-volstrekt niet voorstellen, waarop dit alles moet uitloopen,” kwam
-Pennock verwonderd,
-
-Hij trad op het telefoontoestel toe, zocht even in den reusachtigen
-gids, verzette een paar contactknoppen, en werd een oogenblik later in
-verbinding gesteld met het gevraagde nummer te Leeds.
-
-Terwijl hij sprak, zag Raffles, dat zijn gelaat een zeer verbaasde en
-eenigszins verschrikte uitdrukking aannam.
-
-Eindelijk legde hij den hoorn weder neer, kwam langzaam op Raffles toe,
-en zeide op zachten toon:
-
-„Daar begrijp ik niets van, Mylord. Preston deelt mij zelf mede, dat
-hij inderdaad een steno-typiste zeven jaar in dienst heeft gehad, die
-Sonja Paviac heette. Maar die was klein van stuk, rossig en zoo leelijk
-als de nacht.”
-
-„Ik begrijp het daarentegen zeer goed, mijn waarde Pennock,” kwam
-Raffles met een flauwen glimlach. „Uw particuliere typiste heeft met de
-echte Sonja eenvoudig van papieren geruild, getuigschriften incluis....
-of die papieren zijn haar ontroofd!”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK V.
-
-OP ONDERZOEK UIT.
-
-
-Pennock keek Raffles geruimen tijd zwijgend aan, terwijl hij
-zenuwachtig met zijn zilveren sigaretten-pijpje speelde en zeide toen
-met een verschrikten klank in zijn stem:
-
-„Dat is mij volkomen onbegrijpelijk, Mylord. Waarom deed zij dat?”
-
-„Natuurlijk om aanstonds bij U te kunnen worden geplaatst!”
-
-„Maar ik zeg U dat zij zeer bekwaam is. Zij verricht haar werk op
-uitstekende wijze!”
-
-„Dat neem ik aanstonds aan, mijn waarde Pennock. Maar zeg mij eens op
-den man af, zoudt gij haar hebben genomen als zij zonder papieren en
-zonder getuigschriften bij U was gekomen?”
-
-De bankier krabde zich achter het oor met het gebaar dat hem eigen was
-en antwoordde toen na eenige aarzeling:
-
-„Als gij de waarheid wilt weten, Mylord, ik geloof niet dat ik dat
-gedaan zou hebben. Van een particuliere typiste wordt heel wat gevergd
-en men neemt daarvoor niet de eerste de beste.”
-
-„Dat wist ik wel,” hernam Raffles glimlachend. „Die vrouw heeft het
-zekere voor het onzekere willen nemen, en zich bijtijds voorzien van
-papieren, die haar de poorten van deze bank zouden openen.”
-
-„Maar wat kan zij dan in den zin hebben?” riep Pennock verschrikt uit.
-„Een bankberooving?”
-
-„Misschien is het nog wel iets ernstigers, vriend Pennock!” antwoordde
-Raffles op ernstigen toon. „Ik weet nog niet zeker, maar ik koester
-zware verdenkingen. Zeg mij eens, is het U bekend, op welke wijze Sonja
-Paviac, zooals wij haar voor het gemak maar zullen blijven noemen,
-omdat wij haar waren naam niet kennen, haar avonden doorbrengt?”
-
-„Ik meen dat zij mij eens gezegd heeft, dat zij hier en daar boeken
-bijhoudt en les geeft in de Russische taal.”
-
-„Zoo? Dan bevindt waarschijnlijk de onderdirecteur van de Engelsche
-Bank Philip Chesterfield, zich onder haar leerlingen, en dan geeft zij
-hem les in een danslokaal twee uren hier vandaan, onder het genot van
-een glas champagne.”
-
-„Wat zegt gij daar! Heeft zij dat werkelijk gedaan? Hebt gij haar in
-het gezelschap van Chesterfield gezien, in zoo’n gelegenheid?”
-
-„Niet ik, één van mijn intiemste vrienden,” antwoordde Raffles kalm.
-„Ik frequenteer dergelijke inrichtingen niet.”
-
-„Neem mij niet kwalijk, Mylord, dat had ik aanstonds moeten begrijpen,”
-hernam Pennock haastig.
-
-„Mijn vriend zag haar bij diezelfde gelegenheid tevens in gezelschap
-van een Rus met een tamelijk gemeen uiterlijk, met wien zij haastig
-eenige woorden wisselde, welke hij tot zijn spijt niet kon verstaan,
-tenminste niet geheel en al, maar waarbij de woorden „bank” en „op tijd
-gereed zijn” herhaaldelijk gebruikt werden.”
-
-Pennock was doodsbleek opgesprongen.
-
-Een vreeselijke gedachte was hem door het hoofd gegaan.
-
-Hij herinnerde zich eensklaps de moorddadige aanslagen op de
-New-Yorksche beurs en op de beurs te Genua.
-
-Zou het mogelijk zijn, dat anarchisten een soortgelijken aanslag
-beraamd hadden tegen zijn eigen bank, misschien wel tegen de beurs of
-de Bank van Engeland?
-
-Hij deed driftig een paar stappen heen en weer door het kleine vertrek,
-stond toen voor Raffles stil en zeide op heeschen toon:
-
-„Wij moeten onmiddellijk de politie waarschuwen, Mylord. Sonja Paviac,
-of hoe zij dan ook heeten mag, moet dadelijk achter slot en grendel
-worden gezet.”
-
-„Als gij een raad van mij wilt aannemen, waarde Pennock, dan zou ik U
-in overweging willen geven, niet overijld te handelen,” hernam Raffles
-bedaard.
-
-„Maar moet ik dan werkeloos toezien, Mylord, dat men een aanslag
-voorbereid op mijn bank?”
-
-„Natuurlijk niet. Trouwens, ik geloof niet dat het in de eerste plaats
-op Uw bank voorzien is. Die vrouw heeft U slechts uitgekozen, omdat Uw
-kantoor in de onmiddellijke nabijheid van Cornhill gelegen is, van de
-beurs en van de Engelsche bank. Laten wie echter de vrouw arresteeren,
-op de weinige bewijzen, welke wij thans nog bezitten, dan komen wij
-niet veel verder. Wees er maar verzekerd van, dat zij zal zwijgen als
-een pot, en zich liever in stukken zal laten hakken, dan haar
-medeplichtigen te verraden. Vrouwen vooral zijn in dat opzicht
-menigmaal bewonderingswaardig van standvastigheid. Ik denk er echter
-niet aan, U aan te raden, werkeloos te blijven toezien, met de armen
-over elkaar geslagen. Integendeel, ik zou U willen voorstellen, die
-Russin van zeer nabij te laten nagaan, niet echter door de officiëele
-politie, die in dergelijke zaken meestal niet met voldoende tact en
-voorzichtigheid weet op te treden, maar door een particulieren, of
-liever gezegd door een amateur-detective.”
-
-„Maar hoe vind ik er een, Mylord, die in staat is dit moeilijke werk te
-verrichten?” riep Pennock eenigszins ongeduldig uit.
-
-„Gij hoeft slechts weinig moeite te doen, de man is al gevonden: Hij
-zit voor U.”
-
-„Gij, Mylord?” riep Pennock verwonderd uit.
-
-Toen gaf hij zichzelf een harden klap voor het voorhoofd en vervolgde:
-
-„Dat is waar ook. Hoe kon ik zoo dom zijn het te vergeten,
-Scotland-Yard heeft meermalen met het grootste succes van Uw hulp
-gebruik gemaakt, en men noemt U daarginds in Downing-Street nooit
-anders dan „Sherlock Holmes de tweede”, maar dan een verbeterde
-uitgave.”
-
-„De heeren doen mij wel een beetje te veel eer aan,” zeide Raffles
-glimlachend.
-
-„Neen; Mylord, integendeel, ik ben zeker dat zij U nog onderschatten.
-Gij wilt dus persoonlijk deze zaak verder onderzoeken?”
-
-„Dat wilde ik U juist voorstellen. Ik meen, dat Sonja hedenavond een
-samenkomst heeft met haar medeplichtigen, en daaromtrent wil ik
-zekerheid hebben. Wordt er inderdaad beraamd, waarvoor wij beiden
-vreezen, dan moeten wij niet alleen haar, maar ook haar bondgenooten
-kunnen grijpen, anders zal het zijn alsof wij slechts één kop afsloegen
-van een draak, die er honderd heeft. Gij hebt natuurlijk het adres van
-de Russin?”
-
-„Ik zal het U aanstonds geven.”
-
-„Dan heb ik U verder niets meer te vragen en kan ik aan het werk gaan.”
-
-„Gij wilt haar zeker nagaan?”
-
-„Dat wil ik.”
-
-„Maar weet gij wel, Mylord, dat gij U aan groot gevaar gaat
-blootstellen?”
-
-„Zonder valsche bescheidenheid, dat weet ik, waarde Pennock. Lieden,
-die de Engelsche bank in de lucht willen laten vliegen, waarbij
-honderden, misschien duizenden om het leven kunnen komen, bekommeren
-zich natuurlijk niet om het leven van een enkel man, die hun plannen
-wil dwarsboomen.”
-
-„Maar gelooft gij nu werkelijk, Mylord, dat dit het plan is van die
-schurken?”
-
-„Ik hoop van harte, dat ik mij schromelijk vergis, maar het is beter,
-op het ergste te rekenen. Er kan geen oogenblik aan getwijfeld worden,
-of de aanslagen te New-York en Genua waren eveneens het werk van
-Russische nihilisten. Maar zelfs al was de aanslag alleen beraamd op Uw
-eigen bank, dan nog vindt gij het zeker wel de moeite waard, hier een
-stokje voor te steken.”
-
-„Dat spreekt vanzelf, Mylord, en ik ben U hartelijk dankbaar voor Uw
-tusschenkomst. Ik kan er zeker op rekenen, dat gij mij zoo spoedig
-mogelijk op de hoogte stelt van den uitslag Uwer nasporingen?”
-
-„Ik zal morgen aanstonds iemand met bericht zenden.”
-
-„Ik dank U, Mylord. Maar ik zeg het hartgrondig: God geve dat gij U
-vergist hebt, dat Uw zegsman U verkeerd heeft ingelicht, of zich door
-vrees heeft laten verblinden.”
-
-De beide heeren waren opgestaan, en verlieten nu het kleine kabinet.
-
-In zijn eigen werkkamer aangekomen, nam Pennock een klein register uit
-een lade van zijn schrijftafel, zocht er even in en schreef toen het
-adres van Sonja Paviac op een stukje papier over, hetwelk hij Raffles
-toereikte.
-
-Deze wierp er even een blik op, vouwde het op en stak het bij zich.
-
-Hij reikte den bankier de hand en zeide op zacht-gefluisterden toon:
-
-„Tot morgen dus.”
-
-Raffles bracht zijn mond, aan het oor van den bankier en vervolgde:
-
-„Ik behoef U zeker niet op het hart te drukken, dat gij door geen
-woord, geen stembuiging, geen blik moogt verraden, dat gij Sonja Paviac
-verdenkt. Een enkel woord, een weinig scherp uitgesproken, zou
-misschien voldoende zijn, om die schoone duivelin achterdochtig te
-maken en daardoor zouden wij wel eens niet achter hun plannen kunnen
-komen, hetgeen toch volstrekt noodzakelijk is om ze te kunnen
-verijdelen en de heele bende te vangen.”
-
-„Ik beloof U, dat ik mijzelf zal weten te beheerschen, Mylord. Zij zal
-niets aan mij zien,” antwoordde Pennock fluisterend.
-
-Nog een handdruk en de beide heeren namen afscheid van elkander.
-
-Raffles ging door het voorvertrek en het kantoorlokaal, daalde de trap
-af, en bereikte zoo de voorste vestibule.
-
-Toen hij toevallig een blik wierp door de groote glazen deuren, die
-toegang gaven tot de loketzaal, was het alsof hij een schok kreeg—op
-ongeveer tien meters afstand stond de man met het duistere gelaat, dien
-hij den vorigen avond in het danspaleis had gezien, voor een der
-loketten te wachten, waarboven het woord „Cheques” in koperen letters
-geschreven stond.
-
-De man keek langzaam om zich heen als iemand die zich de plek waar hij
-zich bevindt goed in het geheugen wil prenten.
-
-Hij had juist zijn cheque afgegeven, kreeg een reçu met een volgnummer
-en nam, zonder zich te overhaasten, op een van de rustbanken plaats,
-teneinde zijn beurt aftewachten.
-
-En onophoudelijk gingen zijn donkere oogen onder de ruige wenkbrauwen
-door de groote zaal.
-
-„Men zou mij kunnen verwijten,” bromde Raffles in zich zelf, „dat ik
-een weinig al te zwartgallig ben en mijn gevolgtrekkingen wel wat al te
-voorbarig maak, afgaande op een kort gesprek tusschen twee Russen. Nu,
-als ik al te fantastisch mocht zijn geweest, dan mag men mij vrijelijk
-bespotten. Voor het oogenblik echter blijf ik het er voor houden, dat
-de geheimzinnige Russen, waarvan er zich althans een valschelijk voor
-een ander uitgeeft, weinig goeds in den zin hebben.”
-
-Hij wilde zich reeds weder verwijderen, toen hem iets scheen in te
-vallen.
-
-Hij opende de breede glazen deur, trad de loketzaal binnen, hield zich
-zoo veel mogelijk op den achtergrond en wist het zoo te schikken, dat
-hij juist naast den man met het donkere uiterlijk kwam te staan, toen
-deze het geld op zijn cheque, slechts weinige ponden sterling, in
-ontvangst nam.
-
-De Rus droeg een lange bouffante, waarvan een slip terzijde afhing.
-
-Raffles had een nagelschaartje uit zijn zak gehaald en knipte met een
-vlugge beweging een stukje van dezen omslagdoek af, dat hij snel in
-zijn zak liet glijden.
-
-„Dat kan wel eens te pas komen,” zeide hij binnensmonds, terwijl hij
-zich rustig weder verwijderde.
-
-Voor het groote bankgebouw wachtte de blauwe limousine.
-
-Raffles wilde reeds instappen, toen hij weder een nieuwen inval kreeg:
-
-„Wat belet mij, om dien Rus eens nategaan en te zien waar hij blijft?”
-mompelde hij voor zich heen. „Het is alweer zooveel gewonnen, als wij
-weten, waar de kerel ergens verblijf houdt. Als die dwaas van een
-Charly zijn hoofd niet op hol had laten brengen, door die mooie Russin,
-dan had hij mij nu van groot nut kunnen zijn. Thans zal ik wel
-genoodzaakt zijn, de zaak geheel alleen tot een goed einde te brengen,
-tenminste, wanneer hij nog blijft weigeren, wanneer ik hem zal hebben
-verteld, dat Sonja Paviac op zijn best genomen een bedriegster is.”
-
-Raffles zond Henderson met de auto naar huis en bleef nu geduldig
-wachten, tot de Rus uit het bankgebouw zou terug keeren.
-
-In gepeins verzonken, zat hij op een der rustbanken in de vestibule.
-
-„Wat zou de reden zijn, dat die vrouw de vriendschap heeft gezocht van
-Chesterfield?” vroeg hij zich zelf af. „Dat zij zijn minnares is zonder
-meer, kan ik niet aannemen. Een vrouw zoo sluw als zij, beoogt met
-alles een doel. Ik vermoed, dat zij den onderdirecteur van de Engelsche
-bank wil uithooren, betreffende de inrichting van het reusachtige
-bankgebouw en allerlei bijzonderheden aangaande den dienst, die haar en
-haar medeplichtigen van nut kunnen zijn. Ook is het denkbaar, dat zij
-zich op het juiste oogenblik van Chesterfield willen meester maken, om
-hem de sleutels te ontnemen. Nog altijd hoop ik, dat het hier een
-gewone bankdiefstal betreft, maar ik vrees iets ergers.”
-
-Op dit oogenblik gingen de breede glazen deuren open, en de Rus trad
-naar buiten zonder op Raffles te letten.
-
-Deze stond onmiddellijk op en volgde den man met het duistere gezicht
-op eenigen afstand.
-
-Het duurde niet lang, of de Rus nam een autobus, die hij een half uur
-later weer verliet, om vervolgens van lijn te veranderen en nogmaals
-een half uur later dit tweede voertuig te verlaten op een plek,
-nauwelijks een kwartier gaans verwijderd van het danspaleis, waar hij
-den avond te voren het korte gesprek had gevoerd met Sonja Paviac.
-
-Het werd nu wel wat lastig voor Raffles om onopgemerkt te blijven, want
-zijn goed gesneden kleeren, door een der eerste kleermakers gemaakt,
-moesten opvallen in deze volksbuurt.
-
-Toch slaagde hij er in, den Rus onopgemerkt te volgen, tot aan een der
-groote huurkazernes in de Willow-Walk.
-
-Aanstonds maakte Raffles rechtsomkeert, want hij zag zeer goed in, dat
-het geen doel had in deze kleederen het huis te betreden en onderzoek
-te doen naar den Rus die zooeven was binnen gegaan.
-
-Natuurlijk zou dit in een ommezien bekend zijn en het moest tot iederen
-prijs vermeden worden, dat de Rus achterdocht kreeg.
-
-Het was reeds tamelijk laat en ver over het lunchuur, toen Raffles
-eindelijk weder het fraaie huis in de Regent-Street betrad.
-
-Hij vond Charly in de bibliotheekzaal.
-
-De jonge man zat met het hoofd tusschen de handen over een groot boek
-gebogen.
-
-Toen hij het gelaat ophief, zag Raffles dat het bleek was en dat zijn
-oogen een doffen glans hadden.
-
-Een groot medelijden greep hem aan bij het zien van de verwoestingen,
-welke een felle hartstocht had aangericht in het gemoed van den
-eertijds zoo vroolijken, opgewekten Charly.
-
-Raffles trad langzaam op den jongen man toe die hem toonloos
-goedenmiddag had gewenscht, legde hem de hand op den schouder, keek hem
-een oogenblik doordringend aan, en ging toen tegenover hem zitten.
-
-„Luister eens, Charly,” begon hij op een toon van warme vriendschap,
-„dit kan niet lang zoo voort duren. Al zou ik je pijn moeten doen, ik
-moet die passie uit je hart rukken, voordat zij al te groote
-verwoestingen heeft aangericht. Die vrouw is een bedriegster!”
-
-Charly streek eenige malen met zijn hand over zijn blonde haren, keek
-Raffles met afwezigen blik aan en zeide:
-
-„Dat geloof ik niet.”
-
-Raffles stond langzaam op en zijn wenkbrauwen waren gefronst, zijn
-oogen hadden weder denzelfden staalglans gekregen, toen hij op harden
-toon zeide:
-
-„Dat geloof je niet? Je ziet mij voor een leugenaar aan? Ik zeg je, dat
-die vrouw zich voor een ander heeft uitgegeven, dat zij niet Sonja
-Paviac heet, dat zij zich heeft meester gemaakt van de papieren van een
-andere Russin, om zich bij Pennock intedringen!”
-
-Met een ruk was Charly overeind.
-
-Zijn gelaat had een smartelijke uitdrukking gekregen.
-
-„Edward, wat pijnig je mij!”
-
-„Dat moet ik,” hernam Raffles met vaste stem. „Je zoudt toch geen vrouw
-kunnen liefhebben, die een verworpene blijkt te zijn?”
-
-„Wat ben ik zelf dan anders?” riep Charly op woesten toon. „Heb ik soms
-het recht te eischen dat de vrouw die ik liefheb het hoofd vrij kan
-opheffen?”
-
-Raffles deinsde achteruit alsof hij een slag in het gelaat had
-gekregen.
-
-Hij was vaalbleek geworden en zijn neusvleugels trilden, terwijl zijn
-adem stootend uit zijn mond kwam.
-
-Hij scheen iets te willen zeggen, maar bracht alleen een rochelend
-geluid voort.
-
-Toen zakte zijn hoofd op zijn borst, hij wendde zich af en schreed
-langzaam naar de deur.
-
-Maar nog had hij deze niet bereikt, of Charly vloog naar hem toe, greep
-met bevende handen zijn arm en schreeuwde met een stem, die trilde van
-ontroering:
-
-„Edward, vergeef het mij. Ik weet niet wat ik zeg. Ik ben een
-ellendeling. Mijn hersens gloeien....”
-
-„Verontschuldig je niet, Charly,” zeide Raffles op doffen toon. „Je had
-gelijk. Ik heb je gemaakt wat je bent, ik zal niets meer over deze zaak
-zeggen. Alleen nog dit, wij stelen voor een doel, dat je bekend is, wij
-stelen niet voor ons zelven.... maar wat die vrouw en haar
-medeplichtigen willen, dat is nuttelooze vernieling, dat is moord op
-groote schaal. Zegt je dat dan niets? Keur je dat goed? Is het mogelijk
-dat een man van jouw inborst een vrouw liefhebt, die het met
-tijgerachtigen wellust kan aanzien, dat honderden ongelukkige,
-onschuldige slachtoffers uiteen worden gereten, om een waandenkbeeld,
-om een krankzinnige utopie?”
-
-Charly had Raffles losgelaten en stond nu een oogenblik met gebogen
-hoofd en krampachtig gevouwen handen voor zich uit te staren.
-
-Toen hief hij met een ruk het hoofd op en begon:
-
-„Luister, Edward! Van het eerste oogenblik dat ik Sonja zag, geraakte
-ik onder haar betoovering. Ik kan jou dat moeilijk uitleggen, die zelf
-een schoone vrouw niet hooger schat dan een fraaien rashond en
-nauwelijks zoo hoog als een renpaard. Ik had haar nauwelijks gezien of
-ik kreeg haar lief. Jij noemt het hartstocht en dat is het misschien
-wel. Maar dit zeg ik je: kun je mij bewijzen, dat je goed gezien hebt,
-is die vrouw werkelijk de duivel in een menschengedaante, waarvoor jij
-haar aanziet, dan ruk ik dit gevoel uit mijn hart, en ik zweer je dat
-ik zelfs nooit haar naam meer noemen zal.”
-
-Terwijl hij dit zeide, liepen Charly de tranen langs de wangen en hij
-deed zelfs geen poging ze te weerhouden.
-
-Raffles, die zijn trouwen vriend nog nimmer in zulk een toestand had
-gezien, legde zijn arm om zijn hals en zeide met een stem, die beefde
-van ontroering:
-
-„Later zal je aan dit korte tijdperk in je leven terugdenken met een
-bittere vreugde, Charly. De bitterheid zal zijn om het ineenstorten van
-je ideaal, de vreugde echter zal zijn, omdat ik je bijtijds heb
-losgescheurd van deze schoone Russin, die wel spoedig zal blijken niets
-anders te zijn dan een sluwe tooneelspeelster zonder hart en
-bloeddorstiger dan Nero was, dan Agrippina, dan Messalina zelfs!”
-
-Geruimen tijd bleven de beide vrienden zwijgen.
-
-Toen vatte Charly de hand van Raffles, drukte ze, alsof hij haar wilde
-verbrijzelen en wendde zich toen weder af om weer aan de tafel plaats
-te nemen. Hij ging weer zitten, trok zijn boek naar zich toe en zeide
-met zachte stem:
-
-„Laat mij nu aan mijn lot over en spreek niet meer over haar. Zeg het
-mij pas, als.... je vermoedens bewaarheid worden. Ik kan het nu nog
-niet dragen.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VI.
-
-DE SAMENZWERING.
-
-
-Reeds om zeven uur in den avond, na vroeg te hebben gedineerd, bevond
-Raffles zich, door Henderson, den reusachtigen chauffeur vergezeld,
-voor het huis waar Sonja Paviac kamers bewoonde.
-
-Hij had zich goed vermomd, en ook Henderson was zoo goed mogelijk
-onkenbaar gemaakt, ofschoon het een zeer moeilijke taak was, zijn
-geweldige schouders en zijn breede borst te verbergen.
-
-Raffles had hem een jockeypet met een breede klep laten opzetten, hem
-een halsdoek laten omdoen en een afgedragen colbertcostuum laten
-aantrekken.
-
-Zijn gelaat, dat van natuur een blozende kleur vertoonde, was bedekt
-met een soort kleurmiddel, dat hem een vaal, ziekelijk voorkomen gaf.
-
-Om de waarheid te zeggen zag de reus er, met zijn pet diep in de oogen
-getrokken, zijn kraag opgezet, zijn rooden halsdoek en zijn stompje
-sigaret tusschen de tanden, alles behalve vertrouwen inboezemend uit.
-
-Wie hem in een weinig bezochte buurt des avonds tegen kwam, zou
-denkelijk maar het liefst een grooten omweg hebben gemaakt, teneinde
-hem te ontloopen.
-
-Het costuum van Raffles verschilde weinig van dat van Henderson, maar
-zijn gelaat was volkomen onherkenbaar, het was het gezicht van een
-dronkaard, een zakkenroller, alles wat men wil, maar zeker niet dat van
-den vice-president van de Windsor-Club, waarvan alleen zeer rijke en
-adellijke heeren deel uitmaakten.
-
-De beide mannen waren elkaar schijnbaar op straat tegengekomen en
-stonden nu met elkander te praten, op eenigen afstand van het huis,
-hetwelk zij goed in het oog hielden.
-
-Vijftig passen verder bevond zich een groote auto-verhuurinrichting en
-daar hadden de beide mannen den wagen gestald, die hen hier had
-gebracht.
-
-Het was een zeer snelle auto, waarvan zij konden verwachten, dat zij
-elken anderen wagen gemakkelijk zou kunnen bijhouden en als het moest
-inhalen.
-
-Daar het wachten wat lang begon te vallen, besloot Raffles, een klein
-wijnhuis op te zoeken, dat zich schuin tegenover de huurkazerne bevond,
-waar Sonja woonde, maar nauwelijks waren de beide mannen daar binnen
-getreden, of Raffles trok Henderson haastig weder met zich mede naar
-buiten en fluisterde hem toe:
-
-„Daar komt zij juist aan! Vlug wat.”
-
-Inderdaad Sonja Paviac stond voor de deur van het huis en rookte
-bedaard een sigaret, terwijl zij blijkbaar uitzag naar een huurauto.
-
-„Zij zoekt een auto!” hernam Raffles fluisterend. „Wij hebben juist een
-wagen bij ons, die veel op een taxi lijkt ofschoon de motor tienmaal
-sterker is. Ga dien wagen spoedig halen en rijdt langzaam langs haar
-heen, misschien neemt zij je wel. Dat bespaart ons dan de moeite
-misschien door heel Londen een anderen wagen te moeten volgen.”
-
-„En gij, Mylord?”
-
-„Ik rijd natuurlijk mede op de achterveeren.”
-
-De beide mannen staken snel de straat over en Henderson ging de auto
-uit de garage halen, terwijl Raffles de Russin in het oog hield uit
-vrees, dat zij wellicht in dien tijd een andere huurauto zou vinden.
-
-Maar Henderson was er vlug bij geweest. Hij had den kraag van zijn jas
-behoorlijk neergeslagen, zijn halsdoek in zijn zak gestoken, zijn pet
-wat terug geschoven, en kon na wel doorgaan voor een van de snorders,
-die er een eigen auto op nahouden, waarmede zij hun kostje ophalen.
-
-Niet zoodra had Sonja de langzaam rijdende auto in het oog gekregen, of
-zij wenkte den gewaanden chauffeur van den huurwagen.
-
-Henderson remde, en de wagen stond vlak voor de Russin stil.
-
-Sonja nam den chauffeur even op en vroeg toen:
-
-„Kun je mij naar Wellington Row brengen, chauffeur?”
-
-Henderson deed of hij even aarzelde, daar hij maar al te goed wist, dat
-de tegenwoordige huurchauffeurs zich liever niet al te zeer vermoeien
-en lange afstanden slechts voor zeer hooge fooien afleggen, waarop
-Sonja haastig vervolgde:
-
-„Ik zal je wel een goede fooi geven.”
-
-„Nu, dan zullen wij eens zien, hoe ver wij komen, dame,” zei Henderson
-met een grijnslach. „Stapt U dan maar in. Welk nummer?”
-
-De Russin scheen iets te willen antwoorden, misschien het nummer te
-willen noemen, maar zij bedacht zich, en zeide:
-
-„Rijdt maar naar het begin van Wellington Row, daar stap ik wel uit.”
-
-„Zooals U wilt, dame.”
-
-Sonja opende het portier en stapte in.
-
-Op hetzelfde oogenblik, dat de auto zich in beweging stelde, wierp
-Raffles zich met een snellen sprong achter op de veeren.
-
-Het was een tamelijk vermoeiende lichaamsbeweging, die rit van bijna
-een uur.
-
-Maar eindelijk stond de auto toch stil aan het begin van Wellington
-Row, een tamelijk breede straat in de wijk van Betnal Green gelegen,
-eveneens een echte volksbuurt, maar waar men toch ook verscheidene
-fraaie straten vindt, door den middenstand bewoond.
-
-Raffles was aanstonds van de auto gesprongen en stond nu schijnbaar het
-menu te lezen, hetwelk was opgehangen achter de spiegelruit van een
-volksrestaurant. Inderdaad echter hield hij in het spiegelend oppervlak
-de Russin in het oog.
-
-Hij zag hoe zij Henderson betaalde, die nogal tevreden scheen te zijn
-over zijn fooi, en daarop met snelle schreden de straat inging.
-
-Een oogenblik stond Raffles besluiteloos.
-
-Van een garage viel niets te bespeuren en hij kon toch de auto
-onmogelijk onbeheerd laten staan.
-
-Maar spoedig was zijn besluit genomen.
-
-Hij was met een paar stappen bij Henderson en voegde hem fluisterend
-toe:
-
-„Ik moet die vrouw nagaan, Henderson! Je weet wat het doel is. Ik
-vermoed, of liever ik weet bijna zeker, dat die vrouw deel uitmaakt van
-een zeer gevaarlijke bende nihilisten.”
-
-„Maar laat mij toch met U meegaan, Mylord,” zei Henderson. „Gij zult
-groot gevaar loopen, want ik heb mij wel eens laten zeggen, dat die
-menschen voor niets terugdeinzen. De buurt is hier ook allesbehalve
-veilig!”
-
-Maar Raffles schudde het hoofd en hernam:
-
-„Ik zal wel oppassen, Henderson. Men zal mij alleen minder gemakkelijk
-opmerken, dan wanneer wij met ons beiden zijn. Wij kunnen de auto niet
-onbewaakt laten. Wacht dus op mij, totdat ik terug zal zijn gekeerd!”
-
-„Neem mij niet kwalijk, dat ik aandring, Mylord, maar die schurken
-zullen U toch niet binnen laten komen.”
-
-„Dat acht ik ook ondenkbaar, Henderson,” antwoordde Raffles
-glimlachend. „Natuurlijk zal ik hen daartoe ook geen verlof vragen. Het
-moet met list geschieden, anders konden wij de onderneming wel dadelijk
-laten varen.”
-
-Hij knikte Henderson nog eens toe, maar deze trad haastig op hem toe en
-vroeg:
-
-„Hoe lang kunt gij hoogstens wegblijven, Mylord?”
-
-„Dat zal van de omstandigheden afhangen, Henderson, maar ik denk toch
-zeker niet langer dan een uur. En laat mij nu gaan, anders verlies ik
-haar nog uit het oog.”
-
-Raffles knikte den trouwen metgezel nog eens vriendelijk toe en het
-volgende oogenblik was hij op zijn beurt Wellington Row ingegaan.
-
-De Russin liep ongeveer vijftig passen voor hem uit.
-
-Zij liep tamelijk snel, maar Raffles had toch geen moeite om haar bij
-te houden.
-
-Op den hoek van Barnet Grove stond zij even stil, wierp een snellen
-blik om zich heen en sloeg toen de laatstgenoemde straat in.
-
-De huizen waren hier zeer oud en vervallen, en sommige dateerden uit
-het begin van de zestiende eeuw.
-
-De verlichting liet hier vrij veel te wenschen over en Raffles moest
-tamelijk dicht bijkomen om het wild niet uit het oog te verliezen.
-
-Eindelijk stond Sonja Paviac stil voor een hoog smal huis, hetwelk
-zoover voorover helde, dat men ieder oogenblik moest vreezen, het te
-zien instorten.
-
-Weer keek zij even om zich heen en daarop verdween zij snel in een
-duistere koetspoort.
-
-Nog juist bijtijds had Raffles zich in een portiek verborgen op het
-oogenblik dat de vrouw omkeek.
-
-Hij begaf zich nu op zijn beurt onder de koetspoort en ging af op het
-geluid van de wegstervende schreden.
-
-Achter in den gewelfden doorgang, die toegang gaf tot een binnenplein,
-waarop ondanks het late uur nog een aantal kinderen schreeuwden en
-speelden, bevond zich een deur, die aanstond.
-
-Raffles duwde haar wat verder open en luisterde.
-
-Duidelijk hoorde hij de schreden van de vrouw op de krakende treden.
-
-Raffles overtuigde zich, dat zijn revolver op de goede plaats zat, en
-daarop begon hij zonder aarzelen de smalle trap te beklimmen.
-
-En het was merkwaardig, hoe de treden, die gekraakt hadden onder de
-lichte voetstappen der schoone vrouw, thans hoegenaamd geen geluid
-gaven.
-
-Een muis zou zeker meer leven hebben gemaakt, dan de
-Gentleman-Inbreker.
-
-In het oude, donkere huis schenen alle bewoners wel ter ruste te zijn,
-want het was er zeer stil en slechts nu en dan hoorde Raffles eenig
-teeken van leven, het dichtslaan van een deur, kindergeschreeuw, een
-kijvende vrouwenstem.
-
-Maar wat hij ook steeds bleef hooren, dat was het kraken van de oude
-traptreden onder de voeten van Sonja Paviac....
-
-Steeds hooger steeg zij, en Raffles had reeds vier portalen geteld.
-
-Maar eensklaps hield het geluid op.
-
-Juist toen hij niets meer hoorde stond Raffles aan het begin van een
-smalle trap, een wenteltrap, die klaarblijkelijk naar de
-zolderverdieping voerde.
-
-Hij luisterde aandachtig.
-
-Boven werd op een deur geklopt, daarna was het even stil, toen sprak
-een vrouwenstem eenige woorden in het Russisch op gedempten toon.
-
-Er piepte een deur, een diepe mannenstem zeide iets op heeschen toon,
-eveneens in een vreemde taal, toen klonk het piepen van de deur
-opnieuw, gemengd met het geluid van schreden en ten slotte werd een
-roestige sleutel in een slot omgedraaid.
-
-Maar in dien tijd was Raffles onhoorbaar naar boven gesloopen, en juist
-toen de deur achter Sonja Paviac gestoten werd, hief Raffles het hoofd
-boven den vloer van het portaal op.
-
-Aanvankelijk zag hij niets dan een rossige lichtstreep, ongeveer twee
-meter van hem verwijderd; dat was hoogstwaarschijnlijk het licht in de
-kamer, waar de Russin zooeven was binnengetreden, dat onder de deurreet
-doorscheen.
-
-Voorzichtig hief Raffles zich op, beklom de laatste treden en stond op
-het duistere portaal.
-
-Toen zijn oogen wat beter aan de duisternis gewend waren, ontwaarde
-hij, dat hij zich op een soort zolder bevond, welke een modern en
-practisch huisheer betimmerd had met eenige kleine vertrekjes.
-
-Raffles zag vier deuren naast elkaar, maar slechts onder een daarvan
-scheen licht naar buiten.
-
-Raffles stak het portaal over bukte zich, en bracht zijn oog voor het
-sleutelgat van de deur, waardoor Sonja Paviac was binnengegaan.
-
-Hij kon echter volstrekt niets zien, blijkbaar had men een doek of een
-ander voorwerp voor het sleutelgat gehangen.
-
-Teleurgesteld richtte Raffles zich weer op.
-
-Maar plotseling scheen hem iets in te vallen.
-
-Hij ging naar de volgende deur, op de teenen loopend, en draaide aan de
-kruk.
-
-Tot zijn blijdschap gaf de deur aanstonds mede.
-
-Hij trad een schaarsch gemeubeld vertrek binnen, dat zijn licht ontving
-door een klein zijraam, waardoor op dit oogenblik de maan naar binnen
-scheen.
-
-Dadelijk sloot Raffles de deur weder, hetgeen hij echter niet met een
-sleutel kon doen, daar deze ontbrak, en ontstak zijn electrische
-zaklantaarn.
-
-Hij trad op den wand toe, die de kamer van het aangrenzende vertrek
-scheidde en betastte deze.
-
-„Hout, zooals ik wel dacht,” mompelde Raffles voor zich heen. „Zoo veel
-te beter, dat bespaart heel wat werk.”
-
-Hij ging op zijn knieën liggen, haalde een klein, eigenaardig gevormd
-instrument uit zijn zak, een boor van zijn eigen vinding, zette die
-tegen den zijwand, dicht bij een der hoeken van het vertrek en
-omstreeks een voet van den vloer en begon aan den kleinen zwengel van
-het toestel te draaien, dat wel eenigszins geleek op een eierklutser.
-
-Zonder het minste geruisch te maken, terwijl de kleine houtsplinters in
-een fijnen regen op den vloer vielen, drong het gereedschap door den
-dunnen wand en in een paar tellen had Raffles een zuiver rond gat
-geboord van ongeveer een duim in doorsnede.
-
-Hij trok de boor terug, ging languit op den vloer liggen en bracht zijn
-oog voor de opening.
-
-Hij kon een groot gedeelte van het aangrenzende vertrek overzien.
-
-In het midden stond een wrakke tafel, waaraan een zestal mannen gezeten
-waren.
-
-Zelfs een leek op het gebied van volkenkunde zou in deze mannen
-aanstonds Russen herkend hebben.
-
-Zij hadden allen glanzend zwart haar, in den nek uitgeknipt, een paar
-hunner hadden lange, verwarde baarden en de snorren van de anderen
-hingen op Russische wijze omlaag.
-
-Slechts een hunner was baardeloos, maar zijn scheefstaande oogen,
-uitspringende jukbeenderen, wreede kaken en platte, breede neus, wezen
-hem aanstonds aan als een Moskoviet, met veel Mongoolsch bloed in de
-aderen, waarschijnlijk een bewoner van den Oeral of van de streken van
-het onmetelijke Russische rijk, die het dichtst aan China grenzen.
-
-Aan het smalle einde van de tafel zat Sonja Paviac.
-
-Zij had haar hoed afgelegd en ook haar mantel uitgedaan.
-
-Haar gelaat was bleek en haar oogen hadden een somberen gloed, terwijl
-zij keek naar een voorwerp, dat in het midden van de tafel stond.
-
-Het was een kleine, langwerpige withouten kist, ongeveer twee decimeter
-lang, een decimeter hoog en acht centimeter breed.
-
-De deksel was opengeklapt, maar wegens het lage standpunt, hetwelk
-Raffles zich Voorzichtigheidshalve gekozen had, kon hij onmogelijk
-zien, wat zich in de kist bevond.
-
-Wel herkende hij dadelijk een van de mannen, die aan de tafel aanzat,
-het was dezelfde, dien hij des avonds in het danspaleis in Grange Road
-gezien had en vervolgens nog eens in de loketzaal van de bank der
-heeren Rosenthal en Pennock.
-
-Op dit oogenblik begon Sonja te spreken.
-
-Haar stem had een eenigszins schellen klank, toen zij begon:
-
-„Dat is dus het stukje speelgoed met behulp waarvan wij de Engelsche
-bank in de lucht kunnen laten vliegen, Paul Miljakoff, mijn hulde! Maar
-kun je mij nu ook verzekeren, dat de uitwerking inderdaad zoo
-vreeselijk zal zijn, als je er van verwacht?”
-
-De aangesprokene, het was juist de man dien Raffles reeds kende, knikte
-eenige malen veel beteekenend en antwoordde toen:
-
-„Het is een vinding van onzen wederzijdschen vriend Pavloff, Sonja! Ik
-ben er bij geweest, terwijl hij proeven nam met een zeer kleine
-hoeveelheid van dit mengsel, niet het honderdste gedeelte van wat zich
-in deze kleine kist bevind, nauwelijks zooveel als er op de punt van
-een zakmes kan liggen. Het zag er uit als gemalen koffie. Pavloff
-verbond deze kleine korrels met een soort stopverf tot een vast deeg,
-hetzelfde deeg, dat gij in deze kist ziet en bracht het door middel van
-een slaghoedje op verren afstand tot ontploffing. Welnu, met dat
-snuifje gemalen koffie slaagde hij erin een zwaar blok graniet, dat
-zeker een ton woog, letterlijk tot stof uiteen te doen slaan. Geloof
-mij, zooiets vreeselijks bestaat er niet meer op aarde en wanneer
-Pavloff zijn titaniet, zooals hij liet noemt, aan een vreemde
-mogendheid zou willen verkoopen, dan zou hij er millioenen voor
-krijgen. Maar Pavloff is een goede broeder, hij weet, dat wij
-allereerst tegen de vervloekte kapitalisten moeten strijden en daarom
-heeft hij zijn ontploffingsmiddel in onzen dienst gesteld.”
-
-„En kan dit vreeselijke goed niet anders ontploffen dan door middel van
-een slaghoedje?” vroeg Sonja, die even gehuiverd had.
-
-„Toch wel!” antwoordde Miljakoff met een wrangen glimlach. „Als gij
-bijvoorbeeld deze kist eenvoudig uit het raam laat vallen, dan is er
-een paar seconden later geen spoor meer van ons zevenen terug te
-vinden, maar waarschijnlijk evenmin van heel Betnal Green!”
-
-„En voor wanneer zal het zijn?”
-
-„Alles is gereed aan onzen kant, het kan morgen geschieden!”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VII.
-
-IN DOODSGEVAAR.
-
-
-Een oogenblik bleef het stil in het vertrek.
-
-Toen hernam Miljakoff, terwijl hij den kring van zwijgende mannen in
-het rond zag:
-
-„Wij hebben een maand lang allen hard gewerkt! Onze Sonja heeft van
-haar positie bij de bank van Rosenthal en Pennock handig gebruik weten
-te maken om zich op de hoogte te stellen van de reglementen en de
-voorschriften die daar gelden en ook aan de Engelsche bank en op de
-beurs. Zij heeft kennis aangeknoopt met Chesterfield, den
-onderdirecteur van de bank en langzamerhand heeft hij haar alles
-meegedeeld, wat voor ons van nut kan zijn. Wij weten nu wat de minst
-drukke uren zijn, waarop de aanslag het meeste kans van slagen heeft,
-wij weten hoe de safe is ingericht, wij kennen de geheele inrichting
-van de bank. Chesterfield is een galant man, hij heeft haar aan onze
-vriendin getoond. Morgen dus gaan twee van de anderen, die in hun
-uiterlijk nog het meest gelijken op twee van die vervloekte rijke
-bourgeois, naar de bank en geven daar voor dat zij geld in deposito
-komen brengen. Zij zullen natuurlijk zelf de safe willen zien, waarin
-hun geld bewaard wordt.
-
-„Een hunner neemt deze kist, die niet al te zwaar is, in een sterke,
-lederen citybag met zich mede, na het uurwerk geregeld te hebben in de
-auto, onze twee vrienden hebben mijn instructies reeds. Hij die de
-tasch draagt met haar verrassenden inhoud zal haar achterlaten,
-zoogenaamd bij vergissing. Het doet er niet toe of men haar al of niet
-dadelijk ontdekt, want zij zal toch goed op slot zijn. Het beste is
-natuurlijk, als zij goed verborgen wordt achtergelaten, bijvoorbeeld in
-het loket van de safe, dat zij zullen huren.”
-
-„En wanneer heeft dan de ontploffing plaats?” vroeg Sonja, met een
-wilden gloed in haar oogen.
-
-„Een half uur nadat zij het gebouw weder zullen hebben verlaten,”
-antwoordde Miljakoff.
-
-Sonja verbleekte opnieuw en riep uit:
-
-„Een half uur slechts! Mijn God, als zij dan maar niet te lang
-blijven.”
-
-„Maak je niet ongerust, mijn duifje,” hernam Miljakoff schouder
-ophalend, „je minnaar zal wel bijtijds het hazenpad weten te kiezen.”
-
-„Wat is dat?” riep Sonja ontzet uit. „Moet Alex dat werk doen?”
-
-„Wat is er tegen?” hernam Miljakoff koeltjes. „Is hij beter dan een
-onzer? Moet hij worden vrijgesteld, omdat jij toevallig zijn minnares
-bent?”
-
-De schoone Russin antwoordde niet maar keek strak naar de kist met haar
-vreeselijken inhoud.
-
-Zij huiverde.
-
-En toch wist zij van zich zelf, dat zij ieder oogenblik bereid zou zijn
-om, wanneer het moest, zelf die gevaarlijke taak op zich te nemen.
-
-Ja, zij zou geen oogenblik aarzelen.
-
-Haar stem had een schorren klank, toen zij eindelijk hernam:
-
-„Ik zal er mij niet tegen verzetten, Paul Miljakoff. Je weet dat ik
-onze zaak met hart en ziel ben toegedaan en dus.... Wat was dat?”
-
-De nihilisten keken elkander vragend aan.
-
-In het aangrenzend vertrek had het geluid geklonken van een vallend
-voorwerp.
-
-In een oogwenk was Miljakoff opgevlogen en had hij de deur van het
-portaal open gerukt, met de revolver in de vuist.
-
-Juist op hetzelfde oogenblik verscheen Raffles op den drempel van de
-deur van het aangrenzende vertrek.
-
-Hij had een zijner beenen gestrekt, stijf geworden door zijn lastige
-houding en had tegen de tafel gestooten, waarop hij zijn electrische
-lamp had neergezet, die met een doffen slag op den houten vloer was
-gevallen.
-
-Dadelijk had hij begrepen, dat hij zijn aanwezigheid wel verraden zou
-hebben en was dus slechts op een snelle vlucht bedacht.
-
-Maar reeds was de terugtocht hem afgesneden.
-
-„Verraad mannen!” brulde Miljakoff. „Luistervinken!”
-
-In een oogwenk waren de andere Russen op het duistere portaal.
-
-Reeds kon Raffles de trap niet meer bereiken, want Miljakoff had hem
-vastgegrepen.
-
-Wel rukte hij zich los en tastte zijn hand reeds naar de revolver, maar
-het was te laat.
-
-Vier krachtige mannen wierpen zich op hem en sleurden hem haastig het
-vertrek binnen.
-
-Raffles was een gespierd man en buitengewoon geoefend in alle takken
-van sport, maar die overmacht van zes gespierde mannen, waarvan er drie
-reeds met revolvers gewapend waren, was al te groot.
-
-En Raffles begreep spoedig, dat hij zich slechts vruchteloos zou
-afmatten, wanneer hij zich trachtte te verzetten.
-
-Hij gaf het dan ook op, toen hij twee der Russen had kunnen neervellen
-en hem door twee anderen beide armen op den rug werden gewrongen.
-
-Sonja had zwijgend bij den korten strijd toegezien, met den rug tegen
-de deur leunend en een glans in haar oogen als van een wild dier.
-
-Zoodra Raffles geboeid was met een paar sterke touwen en op een stoel
-was neergezet, begon Sonja met de handen in de zijde en een uitdrukking
-van koude wreedheid op het gelaat:
-
-„Welzoo, dat is dus de indringer. Maar, ik herken de man! Dat is die
-man, dien ik zooeven bij mijn auto zag staan en dien ik nog eens terug
-zag, toen ik mij op den hoek van deze straat nog eens omdraaide!
-Doorzoek zijn zakken eens!”
-
-Miljakoff trad op Raffles toe, opende zijn jas, stak zijn hand in den
-binnenzak en haalde er eenige papieren uit.
-
-Het waren zorgvuldig nagemaakte legitimatiebewijzen van een detective
-van Scotland-Yard.
-
-Miljakoff liep ze zwijgend en snel door en overhandigde ze toen aan de
-Russin.
-
-Toen deze ze op haar beurt gelezen had, wierp zij Raffles een
-doorborenden blik toe, trad vlak voor hem en vroeg:
-
-„Waart gij allang hier naast? Maar wat vraag ik. Gij zijt mij
-natuurlijk onmiddellijk gevolgd. Gij hebt dus gehoord wat wij hier
-bespraken?”
-
-„Van A tot Z, schoone dame,” antwoordde Raffles bedaard.
-
-„Toch waar?” kwam de schoone Russin, tergend langzaam, terwijl zij
-Raffles nogmaals onderzoekend en met een blik vol haat aankeek. „Gij
-weet zeker wel, dat gij met die weinige woorden Uw eigen doodvonnis
-teekent?”
-
-„Ik heb er geen oogenblik aan getwijfeld, of gij zoudt niet aarzelen,
-mij ter dood te brengen, omdat ik U lastig ben,” antwoordde Raffles
-rustig. „Denk niet dat ik den dood vrees. Ik heb hem te menigwerf onder
-tal van gedaanten onder het oog moeten zien, dan dat ik hem thans zou
-vreezen. Bedenk echter wel wat gij doet, men weet op Scotland-Yard dat
-ik hier ben!”
-
-„Weet men dat werkelijk?” hernam Sonja Paviac op spottenden toon. „Neem
-mij niet kwalijk als ik het betwijfel. Maar hoe het ook zij, gij zult
-reeds lang niet meer tot de levende behooren, in geval de politie hier
-een inval mocht komen doen.”
-
-Miljakoff, die Raffles met een duisteren blik had aangestaard, sprak nu
-op gedempten toon:
-
-„De politiebeambten zijn onze doodsvijanden. Waar wij hen in handen
-krijgen, daar maken wij hen onverbiddelijk dood. Wij weten waaraan wij
-ons zelven blootstellen, wanneer wij gevat worden en daarom kennen wij
-ook geen medelijden in het tegenovergestelde geval.”
-
-„Verbeuzel niet zooveel tijd, Paul!” riep Sonja uit. „Er is natuurlijk
-geen sprake van, dat deze man hier levend vandaan mag gaan. Hij zou
-aanstonds ons plan verraden, het plan waaraan wij maanden lang gewerkt
-hebben en waarvan de tenuitvoerlegging dit vervloekte land in het hart
-moet treffen. Ter dood met hem! Weet gij geen goed en afdoend middel,
-Paul?”
-
-„O ja!” antwoordde deze met een duivelsch lachje. „Hij kan ons als
-proefkonijn dienen. Ik heb hier een klein instrument in mijn zak, iets
-dergelijks als deze kist hier op de tafel, maar een kleiner formaat.
-Het bevat hoogstens een theelepeltje van dit donkerbruine goedje, gij
-weet wel wat.”
-
-Hij had zijn hand in zijn zak gestoken en haalde er voorzichtig een
-voorwerp uit, dat er uitzag als een van die ronde blikken doozen,
-waarin schoensmeer of iets dergelijks verkocht wordt.
-
-Hij deed het voorzichtig open en wendde zich toen weder tot Sonja,
-terwijl hij vervolgde:
-
-„Zooals gij ziet bevat het een klein, goedkoop horloge-uurwerk. Ik heb
-het zoo geregeld, dat het een minuut later kan ontploffen, maar ook pas
-na twee uur. Wat dunkt je van tien minuten?”
-
-„Dat is ruimschoots voldoende om ons in veiligheid te brengen,
-nietwaar?”
-
-„Ruimschoots! Ik zal het uurwerk opwinden, wanneer wij gereed zijn de
-kamer te verlaten. Maar wij zullen niet te gelijkertijd vertrekken. Het
-is beter, dat wij twee aan twee heengaan.”
-
-„Bindt hem dan stevig vast en knevel hem!” beval de Russin.
-
-Reeds trad er een der Russen met een halsdoek op Raffles toe, toen deze
-zeide:
-
-„Een oogenblik! Ik wilde nog wel even mijn meening te kennen geven over
-madame Sonja Paviac.”
-
-Hij keek de Russin recht in de zwarte oogen en vervolgde:
-
-„Ik heb in mijn avontuurlijk leven al heel wat tegenstellingen onder de
-oogen gehad, madame. Maar nooit had ik kunnen gelooven, dat een zoo
-duivelsche ziel kon wonen in zulk een schoon omhulsel. En daaraan heb
-ik nog slechts dit eene toe te voegen:
-
-„De beul, die U den strik om den hals legt, doet een goed en
-menschlievend werk. En nu ben ik tot Uw dienst.”
-
-Sonja had met een giftigen blik in haar donkere oogen toegeluisterd,
-het hoofd een weinig gebogen en met gebalde vuisten.
-
-Toen tastte zij driftig in haar boezem en haar hand omvatte een
-kleinen, vlijmscherpen dolk.
-
-Een oogenblik leek het alsof zij zich als een furie op Raffles wilde
-werpen, die machteloos op zijn stoel was vastgebonden.
-
-Zij wist zich echter te beheerschen, haalde de schouders op en zeide op
-kouden toon:
-
-„Gij kunt over mij oordeelen zooals gij verkiest, het raakt mij niet.”
-
-Vervolgens wendde zij zich tot Miljakoff en vroeg:
-
-„Heeft de ontploffing ernstige gevolgen, behalve natuurlijk voor dezen
-spion?”
-
-„De heele bovenverdieping gaat er aan. En ik denk dat wel de
-aangrenzende huizen ook heel wat te lijden gullen hebben, maar het zijn
-maar bourgeois,” voegde hij er op minachtenden toon aan toe.
-
-„Aan hen is niets verbeurd!” riep Sonja met fonkelende oogen. „Hoe
-eerder dat ras is uitgeroeid hoe beter het voor ons en voor de geheele
-wereld is. En laten wij nu maar spoedig vertrekken en dezen spion aan
-zijn noodlot overlaten.”
-
-Raffles werd gekneveld, zoodat men zijn schreeuwen niet zou kunnen
-hooren, en de touwen, waarmede hij op den zwaren stoel, was
-vastgebonden, werden nog eens duchtig geïnspecteerd.
-
-Twee van de nihilisten hadden de kist met haar vreeselijken inhoud
-reeds zorgvuldig gesloten en verlieten, na op zachten toon eenige
-woorden met Miljakoff te hebben gewisseld, de dakkamer.
-
-Nadat zij een paar minuten weg waren, plaatste Sonja zich voor Raffles
-en kruiste de armen over de borst.
-
-Haar oogen, die zij zoo kwijnend kon laten glanzen, hadden thans een
-boosaardige uitdrukking en er gloeide een wilde haat in, toen zij
-tusschen de tanden siste:
-
-„Over een kwartier zult gij in kleine stukjes uiteen spatten, mijnheer
-de spion. Gij hebt Uw lot verdiend. Zoo moge het alle agenten vergaan,
-dienaren van de kapitalistische maatschappij.”
-
-Zij spuwde Raffles voor de voeten, die zelfs niet met de oogen geknipt
-had en ging met een van de andere bandieten heen.
-
-Miljakoff had de helsche machine in de hand genomen en begon
-voorzichtig het uurwerk op te winden.
-
-Toen verzette hij met de grootste zorgvuldigheid de wijzers en plaatste
-de blikken bus, nadat hij er een lang, sterk bindtouw aan bevestigd
-had, zoodanig op het blad van de tafel, dat zij er voor bijna de helft
-overheen stak en het minste rukje aan het touw haar op den grond moest
-doen vallen. Hij maakte vervolgens het andere uiteinde van het touwtje
-zoodanig aan den pols van Raffles vast, dat het strak was getrokken en
-richtte zich nu met een glans van voldoening in zijn zwarte oogen weer
-op.
-
-Hij keek Raffles een oogenblik spottend aan met een blik van helsch
-leedvermaak en zeide toen:
-
-„Gij zult het doel van deze kleine inrichting wel begrijpen, nietwaar?
-Gij zijt een man, die in levensgevaar verkeert en gij zult dus al het
-mogelijke doen om U te bevrijden. De minste beweging kan U echter den
-dood kosten, want deze bom zal eveneens ontploffen, wanneer zij van de
-tafel op den vloer valt. Wij zullen het licht hier laten branden, vlak
-tegenover U staat een kleine wekker en gij zult dus het voorrecht
-hebben op de minuut af te weten, wanneer gij met het geheele bovenste
-gedeelte van dit huis de lucht zult ingaan.”
-
-Miljakoff boog zich over het uurwerk in de open doos heen en vervolgde:
-
-„Van dit oogenblik af is het nog juist zeven minuten, wij zullen ons
-dus wat moeten haasten om heen te gaan en onze makkers in te halen.
-Vaarwel, wij moeten U thans tot onze spijt verlaten.”
-
-Miljakoff en zijn trawanten maakten een ironische buiging voor den
-weerlooze en het volgende oogenblik hadden zij het vertrek verlaten.
-
-Raffles hoorde hoe zij den sleutel in het slot omdraaiden en hun
-schreden zich snel verwijderden.
-
-Toen werd het stil, op het eentonig tikken na van den goedkoopen
-bazarwekker op den smallen schoorsteen.
-
-Het was juist half elf, nog zeven minuten, dan zou alles gedaan zijn.
-
-Raffles boog voorzichtig het hoofd en bekeek de touwen, die hem
-gebonden hielden, zij waren vingerdik en van het beste vlas
-vervaardigd.
-
-Ja, als de helsche machine er niet was geweest, misschien had hij dan
-een poging kunnen doen, om zich met stoel en al te laten vallen en zoo
-de aandacht van de benedenburen te trekken, thans echter zou die
-beweging zijn onmiddellijke dood beteekenen.
-
-Toen poogde Raffles zeer voorzichtig, of hij den stoel wellicht kon
-laten wiebelen.
-
-Waren de pooten niet geheel gelijk, dan zou het misschien mogelijk
-zijn, de tafel te naderen, de helsche machine te grijpen en het uurwerk
-te laten stilstaan.
-
-Maar ook deze hoop moest hij laten varen, want men had zijn voeten op
-een sport vastgebonden en de stoel was zeer zwaar, ten overvloede zou
-de minste onvoorzichtige beweging de helsche machine doen vallen....
-
-Toen Raffles weder opkeek waren er drie minuten verstreken....
-
-Hij trachtte nu in den doek te bijten, die men hem voor den mond had
-gebonden, hij slaagde er slechts in, een paar vezels stuk te trekken,
-de doek was te breed en te stijf dichtgebonden.
-
-Hij trachtte zijn pols een weinig te bewegen en hij voelde het klamme
-zweet zijn gelaat bedekken, toen hij bemerkte dat hij hierdoor de
-helsche machine een weinig had doen verschuiven, zoodat de minste of
-geringste beweging, ja misschien zelfs de zwaarte van het touwtje of
-het dreunen van het huis, als er een zware auto voorbij reed, het
-vreeselijke ding op de tafel moest doen vallen....
-
-Raffles zat doodstil en durfde nauwelijks ademhalen.
-
-Met starenden blik keken, zijn oogen nu eens naar den wekker, dan weder
-naar de helsche machine.
-
-Nog twee minuten....
-
-Maar plotseling ving zijn geoefend oor, toen hij zich reeds verloren
-waande en zich moedig in het onvermijdelijke schikte, een luid geraas
-op, dat beneden in het huis klonk, het was het gerucht van een
-woedenden strijd.
-
-Slechts weinige seconden later naderden er zware voetstappen, toen
-werden haastig de deuren van de kamers op de vliering opengeworpen.
-
-Een luide, welbekende stem vloekte dat het een aard had....
-
-Het was de stem van Henderson!
-
-Het volgende oogenblik beukte zijn zware vuist op de deur.
-
-Met een gevoel van vreeselijke ontzetting zag Raffles dat de helsche
-machine wankelde.
-
-En steeds luider en steeds harder daverden de zware vuisten van den
-reus op de deur.
-
-Nog een minuut....!
-
-Henderson had blijkbaar een aanloop genomen, want met een luid gekraak
-vloog het bovenste paneel van de deur aan splinters.
-
-Op hetzelfde oogenblik viel de helsche machine!
-
-Raffles sloot de oogen....
-
-Maar hij voelde zich niet opnemen in een wervelstorm en zijn ooren
-werden niet verscheurd door de helsche losbarsting van de ontploffing,
-die hem den dood moest brengen.
-
-Hij opende de oogen weder en een gevoel van innige vreugde doorstroomde
-hem, het touwtje was een weinig te kort geweest.... De helsche machine
-had den vloer niet kunnen bereiken, maar schommelde nu ter zijde van
-den stoel aan het strak gespannen touwtje heen en weer.
-
-Het scheelde slechts weinige millimeters, maar die paar strepen
-beteekenden het verschil tusschen dood en leven.
-
-Henderson had intusschen vliegensvlug het paneel geheel vernield en
-stapte door het gemaakte gat het vertrek binnen.
-
-Dadelijk bevrijde hij Raffles van den doek.
-
-Het eerste wat Raffles hem met heesche stem toeriep was:
-
-„Zet voorzichtig die doos op tafel, die daar aan een touwtje naast mijn
-stoel hangt en zet het uurwerk een uur terug—in Godsnaam vlug, het is
-een helsche machine.”
-
-Bleek van schrik gehoorzaamde de reus.
-
-Het was juist bijtijds—nog twintig seconden en de beide mannen zouden
-een vreeselijken dood hebben gevonden.
-
-Zoodra de helsche machine voorloopig onschadelijk was gemaakt sneed
-Henderson de touwen door, die Raffles op den stoel gebonden hielden.
-
-De Gentleman-Inbreker stond op, rekte zich uit, en greep toen Henderson
-bij de hand om die te drukken alsof hij ze wilde verbrijzelen.
-
-„Ik dank je, Henderson!” zeide hij met trillende stem. „Je hebt mij al
-weder het leven gered.”
-
-„Laten wij daar niet over praten, Mylord. Ga spoedig mede—ik dank nu
-den hemel, dat ik u toch maar gevolgd ben, om te zien waar u bleef. Het
-is hier onveilig! Laten wij maken dat wij wegkomen.”
-
-„Ik heb daareven het gerucht van een strijd gehoord, wat was dat?”
-
-„O, dat had niets te beteekenen, Mylord,” antwoordde Henderson op
-luchtigen toon. „Ik heb drie Russen, waaronder die schavuit met zijn
-smerigen zwarten baard een weinig overhaast zien heen gaan, en ik heb
-hen even onder handen genomen—ik geloof dat zij ergens op de
-binnenplaats liggen—ik weet niet of er veel van over is gebleven. Maar
-laten wij nu gaan, wat ik u bidden mag.”
-
-„Eerst die helsche machine onschadelijk maken,” riep Raffles uit.
-
-Hij bekeek met kennersoog even het toestel, ontdekte spoedig de werking
-van het mechaniek, verbrak voorzichtig de verbinding tusschen uurwerk
-en ontploffingsstof—en nu was de helsche machine onschadelijk gemaakt.
-
-Hij liet de blikken doos in zijn zak glijden—benevens het uurwerk,
-greep Henderson bij den arm, en riep uit:
-
-„Nu spoedig weg, de politie moet aanstonds gewaarschuwd worden.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VIII.
-
-DE AANSLAG OP DE BANK.
-
-
-Het geluk was met Raffles, want nauwelijks had hij den voet op straat
-gezet, of in de verte naderde een met twaalf koppen bemande
-politie-auto, die op patrouille was.
-
-Raffles wenkte den chauffeur om stil te houden, en in een oogwenk had
-hij den brigadier, die het bevel voerde over den kleinen troep, op de
-hoogte gebracht.
-
-Aanstonds snelde een half dozijn agenten de binnenplaats op, waar zij
-inderdaad Miljakoff en zijn medeplichtigen vonden, omringd door een
-aantal nieuwsgierige buren, en in een verre van benijdenswaardigen
-toestand.
-
-De drie schurken waren zoo onvoorzichtig geweest Henderson den toegang
-te willen versperren, en een hunner had dit met twee gebroken ribben,
-de tweede met een ontwrichten arm en de derde met een aantal kneuzingen
-over het geheele lichaam moeten bekoopen.
-
-Het drietal werd aanstonds opgenomen en in de politie-auto gedragen.
-
-Daar Raffles zich nu eenmaal als Lord Aberdeen met de zaak bemoeid had,
-kon hij moeilijk anders doen, dan dien naam opgeven,—maar hij dankte
-zijn gesternte, dat hem had ingegeven, de nagemaakte detectivekaart bij
-zich te steken, voor hij het noodlottige vertrek verliet, waar hij
-bijna den dood had gevonden.
-
-Want men zou het op Scotland-Yard wel eens vreemd hebben kunnen vinden,
-dat zijn Lordschap zich in het bezit bevond van dit voortreffelijk
-nagemaakte legitimatiebewijs.
-
-Raffles en Henderson stapten op hun beurt in en een uur later reed de
-auto de groote binnenplaats op van het sombere hoofdbureau van politie
-in Downingstreet.
-
-De gevangenen werden aanstonds naar hun cellen geleid en nu was het de
-beurt van Raffles om een omstandig verhaal te doen van wat hem
-wedervaren was.
-
-De dienstdoende inspecteur schreef alles zorgvuldig op, en werd wel een
-weinig bleek om den neus, toen Raffles de beide stukken van
-overtuiging—de doos met titaniet en het horlogeuurwerk voor hem op
-tafel neerlegde.
-
-„Gelooft u, Mylord, dat dit duivelsche goedje niet vanzelf ontploffen
-kan?” vroeg hij een weinig heesch.
-
-„Onmogelijk, mijnheer!” antwoordde Raffles. „Het ontploft alleen,
-wanneer gij het uit uw handen laat vallen! Misschien kan de
-politiescheikundige u wel iets naders vertellen omtrent de
-samenstelling! Staat gij mij toe, dat ik mij thans terugtrek?”
-
-„Natuurlijk, Mylord. Natuurlijk,” antwoordde de inspecteur haastig,
-terwijl hij opstond en Raffles de hand toestak. „Maar ik laat u niet
-gaan, voordat ik als de eerste u mijn groote bewondering te kennen geef
-voor wat gij gedaan hebt, en den dank uitspreek van geheel Londen, dat
-gij haar voor een zoo vreeselijke ramp hebt weten te bewaren.”
-
-„Laten wij niet voorbarig zijn. mijnheer de inspecteur!” hernam Raffles
-op ernstigen toon. „Ik zou er geen eed op durven doen, dat alle gevaar
-reeds geweken is.”
-
-„Wat? Denkt gij werkelijk dat die schurken het nu nog zullen wagen, hun
-plan ten uitvoer te brengen?” riep de inspecteur verschrikt uit.
-
-„Natuurlijk niet hun oorspronkelijk plan,” antwoordde Raffles. „Zij
-zullen wel begrijpen, dat dat geen kans van slagen meer heeft. Wat er
-in het huis gebeurd is zullen zij morgenochtend reeds kunnen weten door
-middel van hun spionnen—en daarom raad ik u aan, een oogje in het zeil
-te houden—vooral in den eersten tijd.”
-
-„Ik dank u voor uw goeden raad, Mylord, en ik verzeker u, dat wij dien
-zullen opvolgen. Wij zullen nog hedennacht onze maatregelen nemen. Ik
-mag er zeker wel op rekenen, dat gij u tot onze beschikking stelt,
-zoodra het proces een aanvang neemt?”
-
-„Ik zou er liefst buiten worden gehouden, mijnheer—ik ben volstrekt
-niet gesteld op zooveel publiciteit!” antwoordde Raffles. „Mocht mijn
-getuigenis echter volstrekt onmisbaar zijn, dan kunt gij op mij
-rekenen.”
-
-Een korte buiging en Raffles had het vertrek verlaten, door Henderson
-gevolgd.
-
-Daar Henderson zijn eigen wagen in Betnalstreet had laten staan, waren
-de beide mannen verplicht een huurauto te nemen, die hen in een half
-uur naar de Regentstreet bracht.
-
-Het was bijna half twee toen zij daar aankwamen, maar zooals Raffles
-wel voorzien had vond hij Charly nog op en in staat van groote
-ongerustheid, bleek en met wallen onder de oogen.
-
-Hij vond den jongen man in de bibliotheekzaal met een boek voor zich,
-maar waarin hij blijkbaar geen oogenblik had zitten lezen.
-
-Charly stond haastig op, snelde Raffles tegemoet, greep zijn hand, en
-zeide met ontroerde stem:
-
-„De hemel zij geloofd, dat je er bent. Ik heb mij zoo ongerust over je
-gemaakt en over Henderson! Wat is er toch gebeurd?”
-
-„Ga daar zitten—dan zal ik het je vertellen—maar wees sterk, Charly,
-want ik zal je pijn moeten doen,” zeide Raffles op ernstigen toon.
-
-En nu deelde hij Charly in bijzonderheden mede, wat hem wedervaren was
-van het oogenblik af, dat hij het huis had verlaten.
-
-Charly had geluisterd, zonder hem een oogenblik in de rede te vallen,
-met zijn hoofd tusschen de handen geklemd.
-
-Toen Raffles zweeg, hief Charly langzaam het gelaat op, stond op, kwam
-naar Raffles toe, en zei met geheel veranderde stem:
-
-„De les is duur geweest, Edward, heel duur! Maar ik geloof, dat ik
-genezen ben! Je moet er in den beginne maar niet meer met mij over
-praten—het zal wel overgaan!” voegde hij er met een mat glimlachje aan
-toe.
-
-„Daarvan ben ik overtuigd, mijn jongen,” hernam Raffles op hartelijken
-toon. „Ik kende je niet meer. Nooit zou ik hebben kunnen vermoeden, dat
-mijn vriend Charly zich zoo zou laten meesleepen door zijn hartstocht.
-En nu beloof ik je, dat je uit mijn mond nooit meer iets over dit
-intermezzo zult hooren, dat voor jou zulke tragische gevolgen zou
-hebben gehad.”
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Den volgenden morgen omstreeks half elf begaf Raffles, thans weer als
-Lord Aberdeen gekleed, zich naar de Engelsche bank, in de auto, die
-door Henderson bestuurd werd.
-
-De fraaie wagen stond stil voor het groote gebouw en Raffles werd
-aanstonds toegelaten bij Philip Chesterfield, die reeds geheel op de
-hoogte was van het voorgevallene en hem met een bleek gelaat ontving.
-
-Hij verzocht Raffles plaats te nemen in een fauteuil, dicht bij een van
-de groote ramen, die op Cornhill uitzien, en begon, terwijl hij met
-zenuwachtige passen door zijn prachtig ingerichte werkkamer heen en
-weer liep:
-
-„Wie had dat kunnen denken, Mylord. Ik kan mijzelf onmogelijk vrij
-pleiten van schuld, en toch—als gij haar gekend had, zoo zacht, zoo
-aanhankelijk, zoo verliefd....”
-
-„Ik geloof, dat zij een voortreffelijke comediante was, mijnheer
-Chesterfield,” zeide Raffles bedaard. „Ik denk er ook niet aan, er u
-een verwijt van te maken, dat zij u betooverd heeft. Het is natuurlijk
-zeer pijnlijk voor u, om dit te moeten toegeven, maar het is nu wel
-duidelijk, dat het er haar slechts om te doen was, uit uw mond alle
-bijzonderheden te vernemen, die haar en haar medeplichtigen van nut
-konden zijn. Ik hoop, dat men nu alle voorzorgsmaatregelen genomen
-heeft om de bank te beschermen?”
-
-„Wees gerust, Mylord. Er komt niemand meer in, die wij niet goed
-kennen, of die zich niet eerst kan legitimeeren. Tot de safe zal
-niemand worden toegelaten, tenzij van deugdelijke papieren voorzien, en
-minstens een maand zal het gebouw niet meer bezichtigd mogen worden
-door het publiek, zooals tot dusverre het geval was.”
-
-„Dat is goed—maar ik geloof toch dat het beter zou zijn, wanneer wij
-alle leden van die bende in handen hadden,” zeide Raffles nadenkend.
-
-Zijn blikken zwierven een oogenblik naar buiten, en vestigden zich op
-het drukke gewoel in Cornhill.
-
-Toen werd zijn aandacht getrokken door een zware sleeperskar, door vier
-krachtige paarden getrokken en beladen met zware granietblokken,
-blijkbaar bestemd voor huizenbouw.
-
-Op dat oogenblik hield de kar ongeveer ter hoogte van den ingang van de
-Engelsche bank stil.
-
-De koetsier kwam van zijn bok, na de teugels over de paarden te hebben
-geworpen en slenterde weg, in de richting van het wijnhuis naar het
-scheen.
-
-Een jonge man met een zacht gelaat, die er naast had gezeten, klom
-eveneens haastig naar beneden en leunde tegen den vrachtwagen.
-
-Hij haalde een sigaret uit zijn zak en stak die aan.
-
-Plotseling sprong Raffles haastig op en slaakte een kreet van woede en
-schrik.
-
-„Wat is er, Mylord?” vroeg Chesterfield verschrikt, die zich had
-omgewend om een kistje sigaren te krijgen.
-
-„Wat er is? Kijk eens naar buiten. Herkent gij dien jongen niet, die
-daar nu zijn sigaret aansteekt?”
-
-Chesterfield was naar het raam getreden en keek naar buiten.
-
-„Die knaap daar bij die met granietblokken beladen kar? Neen, dien heb
-ik nooit gezien.”
-
-„Dan hebt gij geen goed geheugen voor gezichten. Het is Sonja Paviac in
-manskleeren en met kort geknipt haar,” riep Raffles uit.
-
-Chesterfield gaf een luiden schreeuw van ontzetting.
-
-„Mijn God, gij hebt gelijk. Wat beteekent dat?”
-
-Raffles scheen de vraag niet te hebben gehoord.
-
-Hij was een weinig van het raam terug getreden maar keek onafgebroken
-naar buiten en eensklaps riep hij:
-
-„Zie eens, wat zij doet! Met haar brandende sigaret heeft zij iets
-aangestoken—een draad katoen—een lont, die van den wagen afhangt. Snel,
-er heen!”
-
-Zoo vlug hun voeten hen dragen konden, vlogen de beide mannen het
-vertrek uit, de trappen af, de peristyle uit en op de kar toe, die nog
-altijd voor het trottoir stil stond. Eenige meters verder wachtte
-Henderson achter het stuurwiel van de fraaie limousine.
-
-Van Sonja Paviac was geen spoor meer te zien.
-
-Met doodsbleek gelaat trad Raffles haastig naar de plek toe, waar hij
-de nihilistin tersluiks de lont had zien aansteken.
-
-Hij zag, niets, hij rook ze alleen.
-
-Waarschijnlijk was de lont reeds zoover opgebrand, dat zij nu voor
-smeulde in een reet tusschen de zware granietblokken, die door geen zes
-mannen te vertillen waren.
-
-En het was zeker, dat zich daarbinnen, omgeven door die zware blokken,
-de kist met verschrikkelijken inhoud bevond, welke Raffles den avond
-tevoren gezien had.
-
-Als er niet onmiddellijk werd ingegrepen zou er een ontzettende
-ontploffing plaats vinden—een ontploffing als een aardbeving.
-
-„Henderson!” schreeuwde Raffles heesch van opwinding.
-
-Onmiddellijk stond de reus aan zijn zijde.
-
-„Zie je die blokken graniet?” vroeg Raffles. „Die moeten tot iederen
-prijs—versta je me? tot iederen prijs van die kar verschoven worden!
-Daar binnen is een helsche machine, die met een lont tot ontploffing
-wordt gebracht—en die lont smeult nu tusschen deze vierkante blokken.”
-
-Henderson had Raffles niet eens laten uitspreken, maar was op de kar
-gesprongen.
-
-Met reuzekracht duwde hij tegen een der bovenste blokken, terwijl zijn
-spieren zich spanden als kabeltouwen.
-
-En langzaam schoof het blok weg—kantelde—en viel op het trottoir met
-een doffen slag, die kilometers ver te hooien was.
-
-Nog een blok volgde, toen nog een—nog een—en nu bukte Henderson zich,
-trillend van inspanning, nam de katoenen lont op, die nog slechts een
-decimeter lang was, en door een gat in het deksel van een houten kistje
-verdween, en kneep het smeulende uiteinde tusschen vinger en duim uit.
-
-Uit de kelen van honderden menschen, die op verren afstand hadden
-toegezien, blijkbaar maar al te goed beseffend, wat er gaande was, ging
-een donderend gejuich op.
-
-De aanslag op de Bank van Engeland was verijdeld.
-
-
-
-Nog dienzelfden dag werden Sonja Paviac en haar medeplichtigen
-gearresteerd, toen zij zich wilden inschepen aan boord van een groote
-motorboot, en nog geen week later werden zij allen tot twintig jaren
-tuchthuisstraf veroordeeld.
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0378: DE
-AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.