diff options
Diffstat (limited to 'old/69455-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/69455-0.txt | 3269 |
1 files changed, 0 insertions, 3269 deletions
diff --git a/old/69455-0.txt b/old/69455-0.txt deleted file mode 100644 index 9fd94f7..0000000 --- a/old/69455-0.txt +++ /dev/null @@ -1,3269 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0378: De Aanslag op de -Londensche Beurs, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 0378: De Aanslag op de Londensche Beurs - -Authors: Kurt Matull - Theo Blakensee - Felix Hageman - -Illustrator: Jan Wiegman - -Release Date: December 1, 2022 [eBook #69455] - -Language: Dutch - -Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading - Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0378: DE -AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS *** - - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 378 DE AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS. - - - - - - - - -DE AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS. - -HOOFDSTUK I - -ROSENTHAL EN PENNOCK. - - -In de onmiddellijke nabijheid van de beurs te Londen bevinden zich een -groot aantal kantoren van bankiers, makelaars in effecten, beursagenten -en andere personen, die op de een of andere wijze iets uitstaande -hebben met God Mammon. - -De Londensche beurs is aan een breede straat gelegen, Cornhill -geheeten. - -In lang vervlogen eeuwen werden op dezen „Korenheuvel” de voorraden -graan ter markt gebracht, door de boeren, die rondom de groote stad -woonden, welke destijds nauwelijks het twintigste deel bedroeg van het -huidige, onmetelijke Londen. - -De Londensche beurs is een fraai gebouw, met een prachtige Corinthische -portiek, en nog niet lang geleden gebouwd, want het werd door koningin -Victoria in het jaar 1844 geopend. - -Deze portiek heeft twee ingangen, welke kunnen worden afgesloten door -prachtige bronzen hekken, van niet minder dan zeven meter hoogte. - -Van bewonderingswaardige schoonheid zijn de muurschilderingen, welke -men in de groote vestibule aantreft. - -Tegenover de beurs bevindt zich het reusachtige gebouw van de Bank van -Engeland, waarvan zij gescheiden is door de Threadneedle Street, een -betrekkelijk smalle straat, die almede tot een der oudste van Londen -behoort. - -Het gebouw van de Engelsche Bank is van veel ouderen datum, want het -werd gebouwd tusschen de jaren 1732 en 1829. - -Wel heeft men er in die negentig jaren niet voortdurend aan -voortgebouwd, daar verscheiden onvoorziene gebeurtenissen den bouw -tegenhielden, maar toch kan men wel rekenen, dat er tientallen jaren -met den eigenlijken bouw gemoeid zijn geweest. - -Op deze beide hoofdgebouwen nu, die als het ware het financiëele hart -van Londen, waarschijnlijk van heel Engeland en misschien wel van heel -Europa vormen, groepeeren zich, als kuikens om de hen, de talrijke -kleinere banken. - -In Lombard Street, op ongeveer tien minuten gaans van Cornhill, verheft -zich een groot kantoorgebouw, waarvan de verschillende verdiepingen aan -een zestal maatschappijen zijn verhuurd. - -De twee benedenste worden ingenomen door de bank van de heeren -Rosenthal en Pennock. - -Wellicht kon deze combinatie in de ooren van een oprechten chauvinist -een verdachten klank hebben, maar dat behoefde toch volstrekt niet het -geval te zijn, want wel is waar was de betovergrootvader van den heer -Jacques Rosenthal als volbloed Frankforter in het jaar 1677 naar Londen -gekomen, maar hij had zich spoedig laten naturaliseeren, en van dat -tijdstip af hadden diens afstammelingen zich als echte Britten -beschouwd. - -Hoe dit ook zij, de huidige compagnon van Pennock bleek van zijn -voorvaderen een zeldzaam talent voor allerlei geldelijke transacties te -hebben overgeërfd, en daar Pennock een man was met een verbazende -hoeveelheid menschenkennis en een ongelooflijken werklust, zoo moest -hun samengaan wel succes opleveren. - -Op den dag, volgend op de onderteekening van den wapenstilstand, hadden -de beide heeren hun tenten opgeslagen in het kantoorgebouw in de -Lombard Street, en aanstonds scheen de fortuin hen toe te lachen. - -Hun bank, de „Midland Credit Bank” geheeten, mocht zich aldra in een -uitgebreide clandisie verheugen, en steeds grooter werd het aantal -diergenen, die op deze bank trokken, of er hun geld belegden, meestal -op langen termijn, want het duurde niet lang of de solvabiliteit van de -„Midland Credit” stond onaantastbaar vast. Het personeel, dat bij de -oprichting uit zes koppen bestond, was in den loop van slechts een paar -jaren aangegroeid tot een tal van vier en zestig helpers, kassiers, -wisselklerken, bedienden voor de deposito’s, voor de afdeeling -credietbrieven, boekhouders, en andere onontbeerlijke employé’s. - -Zoodra men de breede deuren binnentrad, die om negen uur in den morgen -geopend werden, bevond men zich van aangezicht tot aangezicht met een -deftigen portier, die, zich zijn waarde wel bewust zijnde, met de -handen op den rug heen en weer liep in de voorvestibule, die door twee -klapdeuren was gescheiden van de eigenlijke bankruimte, waar zich de -loketten bevonden. - -Daar bevonden zich, in een halfcirkelvormigen boog, de dozijnen -loketten, alle genummerd, waarachter de beambten hun werkzaamheden -verrichtten. - -Langs de wanden stonden banken geschaard, waarop de bezoekers konden -plaatsnemen, die gekomen waren om effecten te verzilveren, coupons te -innen, rente te laten bijschrijven, of het geld van wissels en cheques -te ontvangen. - -Op drukke uren trof men daar wel een honderdtal kantoorloopers aan, -allen gewapend met groote tasschen, welke de meeste hunner met een -sterken ketting aan den pols hadden bevestigd. - -Ook hier bevonden zich twee portiers, die iedereen te woord stonden, -die vreemdelingen waren in dit Jeruzalem, en die tevens een oogje in -het zeil moesten houden. - -Want er waren nog altijd langvingers genoeg, keurig gekleed, en uiterst -behendig, die kans zagen, er met de geldtasch van een ander van door te -gaan of met den haak van hun wandelstok een pakje bankbiljetten naar -zich toe te halen, hetwelk een achtelooze klant tijdelijk naast zich -had neergelegd op den marmeren rand, die langs alle loketten heenliep. - -In de ruimte, welke door de rij loketten was omgeven, kon men de tafels -ontwaren, waaraan de klerken gezeten waren, en tevens de zware en zeer -sterke brandkast, waaruit de hoofdkassier telkens de benoodigde -bedragen nam, om die tegen afgifte van een bon aan de hulpkassiers voor -te tellen. - -Het was omstreeks half elf in den morgen, toen een groote, blauwgelakte -limousine stilhield voor de bank van de heeren Rosenthal en Pennock. - -Achter het stuurwiel zat een chauffeur van reusachtigen lichaamsbouw, -in een elegante, maar volstrekt niet opvallende, grijze livrei. - -Het portier van de groote auto werd van binnen af geopend, nog voor de -kleine „button” had kunnen toesnellen, die op post had gestaan bij de -voordeur. - -Twee heeren stapten uit de auto. - -De een was omstreeks veertig jaar oud, tenminste wanneer men oordeelde -naar zijn haar, dat aan de slapen eenigszins begon te grijzen. - -Zijn oogen echter, van een eigenaardige grijze kleur, schitterden als -die van een jongeling. - -De scherp gesneden trekken getuigden van ontembare wilskracht, en de -lijnen langs den mond met de smalle lippen getuigden er van, dat deze -man in zijn leven reeds veel had geleden. - -Hij was gekleed in een jacquetkostuum, dat zeker afkomstig was van een -meester in zijn vak. - -De jonge man, die in zijn gezelschap was, verschilde minstens tien jaar -met hem, misschien wel vijftien. - -Hij was bijna een hoofd kleiner, sierlijk gebouwd, en vertoonde in een -vroolijk rond gelaat twee groote blauwe oogen. - -Als hij lachte, hetgeen nog al eens scheen te gebeuren, vertoonde zijn -mond twee rijen hagelwitte tanden, welke menige schoone vrouw hem zou -hebben benijd. - -Ook hij was met de uiterste zorg, maar zonder de minste fatterigheid, -gekleed. - -De oudste der beide heeren wisselde eenige woorden met den chauffeur, -na het portier te hebben dichtgeklapt, en daarop bestegen zij beiden de -weinige treden van het breede terras, dat zich voor het bankgebouw -uitstrekte. - -De deftige portier scheen hen wel te kennen, want hij tikte beleefd aan -zijn pet. - -In plaats dat de beide heeren echter doorgingen naar de groote -vestibule, wendde de oudste hunner zich tot den portier en vroeg: - -„Wij kunnen zeker een van de beide heeren bankiers wel een oogenblik -spreken?” - -De portier trok eerst een bedenkelijk gezicht, maar toen scheen hem in -te vallen dat Lord William Aberdeen tot een der beste klanten van zijn -patroons behoorde, en dat ook zijn secretaris, Charly Brand, in wiens -gezelschap hij zich thans bevond, een niet onaardig bedrag als deposito -op de „Midland Credit Bank” had staan. - -„Ik geloof, dat mijnheer Rosenthal naar de beurs is, Mylord,” zeide hij -gewichtig. „Maar mijnheer Pennock is in zijn privé-kantoor, dat weet ik -zeker. Wees zoo goed even plaats te nemen, dan zal ik telefoneeren.” - -Lord Aberdeen en zijn secretaris namen plaats op een van de breede -eikenhouten banken, terwijl de portier zijn kleine loge binnentrad, en -den telefoonhoorn van den haak nam. - -Hij sprak even in het toestel, en vroeg toen, zich tot Lord Aberdeen -wendende: - -„Mijnheer Pennock vraagt of gij hem persoonlijk wilt spreken, of dat -gij het met zijn secretaris kunt afdoen.” - -„Het liefst sprak ik met mijnheer Pennock persoonlijk!” antwoordde de -rijke bezoeker. „Wij zullen mijnheer Pennock echter niet langer dan -hoogstens tien minuten ophouden.” - -De portier sprak nog eenige oogenblikken in het toestel, om vervolgens -den hoorn op te hangen en uit zijn loge te treden. - -„Mijnheer Pennock zal u gaarne verwachten, Mylord!” zeide hij met een -buiging. - -Hij wenkte den jongen met zijn uniform vol glanzende knoopen, waaraan -hij zijn bijnaam te danken had, en zeide, toen de knaap was komen -toeloopen: - -„Wijs de beide heeren eens den weg naar het particuliere kantoor van -mijnheer Pennock!” - -„Dat is volstrekt niet noodig!” kwam Lord Aberdeen glimlachend. „Wij -kennen den weg. En gij hebt ons bezoek reeds aangekondigd. Wij zullen -boven wel iemand vinden die ons aandient.” - -„Zooals gij wilt, Mylord!” - -Lord Aberdeen was reeds opgestaan, en hij verliet nu, door zijn -secretaris gevolgd, de vestibule door een breede zijdeur, waarachter -onmiddellijk de trap naar de eerste verdieping begon, welke haar licht -ontving door een zeer hoog raam, dat op de straat uitzag. - -De trap liep uit op een breed portaal, waarop verscheiden deuren -uitkwamen. - -Lord Aberdeen aarzelde echter geen oogenblik, maar trad op een dezer -deuren toe, klopte aan, en ging dadelijk daarop binnen, nog altijd door -zijn secretaris gevolgd. - -De beide heeren bevonden zich in een vrij groot kantoorlokaal, waarin -een twintigtal mannelijke en vrouwelijke klerken druk zaten te werken. - -Dadelijk sprong er een kantoorjongen op, die hen tegemoet ging, en -vroeg wat zij wenschten. - -„Ik wensch mijnheer Pennock te spreken, vriendje!” zeide Lord Aberdeen. -„Hij verwacht mij.” - -„Die deur, mijnheer!” zeide de jongen kortaf, als iemand die het zeer -druk heeft, en dadelijk stevende hij weer naar zijn lessenaar, teneinde -daar zijn gewichtige taak voort te zetten, die bestond in het plakken -van postzegels op een grooten stapel enveloppen, en het vouwen van -circulaires. - -De beide heeren staken de zaal in haar volle lengte over, gingen een -tweede deur door, en bevonden zich nu in een andere kamer, veel -kleiner, en van wat meer gemakken voorzien dan het kantoorlokaal. - -Er stond een fraai schrijfbureau, men zag er een sofa, een paar -clubfauteuils en een sierlijk bewerkt rooktafeltje. - -Dit was het vertrek van den secretaris der bankdirectie, en ook hier -zaten de typisten, waarover hij de beschikking had. - -Dit vertrek grensde onmiddellijk aan de particuliere werkkamer van -mijnheer Pennock. - -Eén van de jonge meisjes was dadelijk bij het binnenkomen van de beide -heeren opgestaan, en weer moest Lord Aberdeen het doel van zijn komst -zeggen. - -Het meisje wees zwijgend op een tweede deur en ging weer aan het werk. - -De secretaris, een man met een volkomen gladden schedel, waarop geen -enkel haartje scheen te willen uitbotten, had zelfs niet omgekeken. - -Lord Aberdeen klopte aan. - -„Binnen!” riep een zware stem aan den anderen kant van de deur, en naar -het scheen een weinig ongeduldig. - -Lord Aberdeen opende de deur, en trad met zijn secretaris een modern -gemeubeld vertrek binnen, dat slechts heel in de verte herinnerde aan -de sombere kamers, waarin zich in vroegere jaren de heeren -bankdirecteuren meenden te moeten opsluiten. - -Het vertrek werd door drie ramen verlicht. - -Het behang was van goudleder en tot manshoogte waren de wanden -beschoten met fraai gepolitoerd mahoniehout. - -Op den parketvloer lag een reusachtig Perzisch tapijt. - -Het meubilair, de reusachtige schrijftafel, de boekenkasten, waren van -notenhout. - -Bij den monumentalen haard stonden een paar clubfauteuils van echt -leder. - -Een kleine brandkast, half in den muur verscholen, voltooide dit -meubilair, en het leek wel, alsof deze kast hier volstrekt niet -behoorde, en daar maar bij toeval was terecht gekomen. - -De heer Pennock was voor zijn schrijftafel gezeten. - -Hij was bezig, het onderwerp van een brief te dicteeren aan een jong -meisje, dat op een paar passen afstand van hem verwijderd stond, en van -wie de beide binnentredende heeren op dit oogenblik nog niets anders -konden waarnemen dan een overvloed van blauwzwart haar, zeer lange, -donkere wimpers en een stukje van een fijn gevormden neus, want zij -stond half van hen afgewend. - - - - - - - - -HOOFDSTUK II. - -DE TYPISTE VAN DEN BANKDIRECTEUR. - - -Steeds dicteerende, maakte Pennock, terwijl hij in zijn stoel in de -richting van zijn bezoekers boog, een uitnoodigend gebaar naar een paar -stoelen. - -Lord Aberdeen en zijn secretaris namen er op plaats en de stoelen -stonden zoo, dat zij nu het gelaat van de steno-typiste, die snel en -accuraat het dicté opnam, goed konden waarnemen. - -En zij zagen een vrouw van zeer groote schoonheid, met een -buitenlandsch voorkomen. - -Het dikke zwarte haar, eenvoudig opgemaakt, omlijstte een gelaat van -het zuiverste ovaal. - -De mond was bijzonder fraai geteekend, de kleine neus was licht -gebogen, de wenkbrauwen zouden een schilder in verrukking hebben -gebracht. - -Zij was geheel in haar werk verdiept, en toen Pennock even zweeg om -zijn gedachten te verzamelen, sloeg de typiste een oogenblik de oogen -op. - -Het waren zeer groote, eenigszins amandelvormige oogen, bijna zwart, en -met een donkeren gloed er in. - -Het volgende oogenblik echter waren die beide tweelingsterren weder -achter de oogleden verborgen. - -Nog eenige oogenblikken klonk de wat scherpe stem van Pennock. Toen -zeide hij: - -„Afgeloopen, juffrouw! Onmiddellijk uitwerken. Dadelijk posten en breng -mij de copie van den brief, zoodra gij hem getikt hebt.” - -Het meisje knikte zwijgend, schroefde haar vulpen in, en verliet het -vertrek, door dezelfde deur waardoor de bezoekers waren binnengetreden -en zonder hen ook maar met een enkelen blik te hebben verwaardigd. - -Pennock was opgestaan, en trad nu zijn bezoekers haastig tegemoet. - -Er lag eerbied in zijn stem, toen hij zeide: - -„Ik hoop, dat gij het mij niet ten kwade zult duiden, Mylord, indien ik -U een oogenblik heb laten wachten. De zaak was van groot belang en -duldde geen uitstel.” - -„Verontschuldig U niet, mijn waarde Pennock!” zeide Lord Aberdeen -glimlachend. „Ik weet uit eigen ondervinding hoe onaangenaam het is bij -dergelijke werkzaamheden te worden gestoord, of ze midden in te moeten -afbreken! Ik heb U reeds laten zeggen, dat wij U niet lang zouden -ophouden!” - -„Neem plaats, wat ik U verzoeken mag en zeg waarmede ik U van dienst -kan zijn,” hernam de bankier. - -De drie heeren gingen zitten en Lord Aberdeen begon: - -„Waarde Pennock, wij kennen elkander reeds eenige jaren, en sedert de -oprichting van Uw bank ben ik Uw klant geweest, en naar ik meen een -vrij goede klant. Ik heb dadelijk vertrouwen gesteld in de soliditeit -van Uwe onderneming en ik heb tot mijn genoegen gezien, dat gij niet -behoort tot die bankiers, die iemand het vel over de ooren halen, of -zich inlaten met gewaagde speculaties, waardoor ook het kapitaal van -hun inleggers gevaar zou loopen.” - -Pennock boog even, als iemand die zulk een compliment volkomen verdiend -acht, en daarop vervolgde zijn bezoeker: - -„Juist omdat Uw voorzichtigheid en Uw beleid boven iederen twijfel -verheven zijn, wend ik mij tot U. Ik weet, dat gij zeer uitgebreide -connecties hebt in Rusland, zoo uitgebreid als men ze op dit oogenblik -maar kan hebben.” - -Pennock haalde mistroostig de schouders op en zeide: - -„Het heeft helaas niet veel om het lijf, Mylord; ik meen onze -geldelijke transacties met de Russische Sovjet Republiek. Wat mij -betreft, kunnen die heeren Bolsjewiki mij gestolen worden. Zij mogen -het dan nog zoo goed met de arme menschheid meenen, van geldzaken -hebben zij niet het flauwste begrip, en als werkelijk gebeurde, -waarnaar zij zoo vurig verlangen, namelijk, dat de geld- en -wisselhandel van den eenen dag op den anderen werd afgeschaft, dan zou -er nog geen etmaal later een chaos heerschen, zóó ontzettend, dat -hiertegen onmogelijk de zegeningen zouden kunnen opwegen, welke die -heeren te Moskou ons beloven. De handel zou volkomen worden lamgelegd, -er zouden geen levensmiddelen meer worden aangevoerd, noch steenkolen, -noch ijzer, noch goud, niets. Want niemand zou zijn kostbare producten -willen afstaan.” - -„Dan zou degeen, die ze noodig heeft, ze misschien nemen,” hernam Lord -Aberdeen glimlachend. - -„Dat is zelfs zeer waarschijnlijk. En daardoor juist zou er een -vreeselijke strijd ontstaan, de een zou den ander bestelen, en wij -zouden getuigen zijn van een wanorde, zooals men zich eenvoudig niet -kan indenken. Gij moogt zeggen, dat ik in mijn eigen zaak pleit, maar -ik houd het er eerlijk en oprecht voor, dat de zaken, zooals ze thans -geregeld zijn, nog het best marcheeren, al wil ik niet ontkennen, dat -er aan den wereldruilhandel nog vele fouten kleven. Ik ontken echter -ten stelligste, dat men dien plotseling, zonder eenigen overgang, zou -kunnen opheffen. Maar wij dwalen af, gij spraakt over Rusland, -nietwaar?” - -„Zoo is het! Voor mij opent zich de gelegenheid, aandeel te nemen in -een tamelijk uitgebreide onderneming daarginds. Het betreft een -spoorwegaanleg. Namen mag ik echter nog niet noemen. Gij zijt zelf -zakenman en gij zult begrijpen, dat geheimhouding verplicht is. Het -eenige doel van mijn komst is, van U, die in Rusland nog zeer vele -handelsvrienden hebt, en van den toestand daarginds uitstekend op de -hoogte kan zijn, te vernemen of zulk een onderneming al of niet gewaagd -is.” - -Pennock antwoordde niet dadelijk, krabde zich toen met scheefgetrokken -mond eenige malen achter het oor, en antwoordde toen: - -„Het is niet zoo makkelijk, Mylord, op zulk een vraag te antwoorden als -men geen bijzonderheden kent, en die kunt ge mij niet verschaffen, -zooals ik zeer goed begrijp. Trouwens vrees ik, dat men U wel wat al te -veel heeft gezegd over de waarde van mijn connecties met het -tegenwoordige Rusland. Het is mij bekend, dat er voor den oorlog in -Rusland een spionnagestelsel bestond, van welks omvang wij Westerlingen -ons nauwelijks eenig voorbeeld kunnen maken. Gij hebt natuurlijk -gehoord van de „Ochrana”. - -„Van de geheime Russische politie? Wie zou daar niet van gehoord -hebben!” riep Lord Aberdeen uit. - -„Zij beheerschte als het ware het geheele openbare leven in Rusland, -tijdens het Tsaristische regime. Men zou wanen, dat deze instelling -tegelijkertijd met dat veel gesmade regime zou zijn verdelgd, niet -waar? Welnu, ik kan U verzekeren, dat de voormalige „Ochrana” met haar -als kelners, koetsiers, hotelportiers en kruiers vermomde geheime -agenten slechts kinderspel was, vergeleken bij den spionage-dienst, -dien Lenin en Trotzky hebben ingesteld. Daar weet Sonja staaltjes van -te verhalen, waarbij U de haren te berge zouden rijzen.” - -„Pardon, welke Sonja bedoeldt gij?” vroeg Lord Aberdeen glimlachend. - -„Dat is mijn Russische steno-typiste! Zij was zooeven hier, toen gij -binnenkwaamt. Een zeer schrander meisje, dat verscheidene talen -vloeiend spreekt, en dat mij juist voor mijn zaken met Rusland van -groot nut is. Sonja Paviac heet zij.” - -„Dan is zij zeker nog niet lang bij U in dienst, want ik kan mij niet -herinneren, dat ik haar gezien heb, toen ik U drie maanden geleden kwam -bezoeken.” - -„Zij kwam omstreeks een halve maand daarna, Mylord. Ik heb nog geen -oogenblik spijt gehad, dat ik haar in dienst heb genomen. Maar om op -het onderwerp van ons gesprek terug te komen. Ik vrees, dat -informaties, welke ik uit Rusland ontvang, slechts zeer onvolledig den -werkelijken toestand weergeven. Men is nooit zeker, dat men ongeopende -brieven ontvangt, en men kan er wel gerust op zweren, dat de meeste -brieven, welke in Rusland binnenkomen, zorgvuldig worden nagezocht, of -zij soms geestelijke contrabande bevatten. Niemand is daarginds zijn -leven zeker, wanneer van hem bewezen kan worden, dat hij vijandig staat -tegenover de Bolsjewistische beginselen. Wat onze financiëele -betrekkingen met die lieden betreft? Ik zou er niet gaarne mijn hand -voor in het vuur durven steken, dat de heeren in Moskou inderdaad, -zooals zij reeds beloofd hebben, al hun geldelijke verplichtingen -jegens het buitenland zullen nakomen. Of het in die omstandigheden -geraden zou zijn, geld te steken in een spoorwegmaatschappij, die haar -eerste meters spoorstaven nog moet leggen? Ik zou die vraag niet gaarne -onvoorwaardelijk bevestigend beantwoorden. Gij moet mij goed verstaan. -Ik zou er natuurlijk veel liever wel bevestigend op antwoorden. Rusland -is het land der onbegrensde mogelijkheden, veel meer nog dan Amerika, -voor welk land men het eerst die zegswijze heeft gebruikt, en wie weet -wat er later nog gebeuren kan. Maar voor het oogenblik meen ik U -bepaald te moeten ontraden, Mylord, geld te steken in zulk een gewaagde -onderneming. Een nieuwe spoorwegmaatschappij daarginds kan zeer stellig -groote winsten afwerpen, maar dan is het ook volstrekt noodzakelijk, -dat men daar een legertje Engelsche controleurs op de been houdt, want -er wordt nergens zoo gestolen als in Rusland, en dit nu is juist onder -de huidige omstandigheden onmogelijk. Het spijt mij, dat ik U geen -ander antwoord heb kunnen geven.” - -„Verontschuldig U vooral niet, mijn waarde Pennock!” hernam Lord -Aberdeen, die was opgestaan en zijn hoed had gegrepen. „Ik ben -overtuigd, dat gij mij ten beste hebt geraden en ik dank U daarvoor. -Kom mijnheer Brand, wij willen mijnheer Pennock niet langer ophouden. -Wat wij hier nog te doen hebben, daarvoor hebben wij alleen den kassier -noodig.” - -De beide heeren namen afscheid, nadat zij door den bankier zelf naar de -verbindingsdeur waren geleid. - -Toen zij daar binnentraden zagen zij Sonja Paviac voor haar -schrijfmachine zitten, druk bezig met het uitwerken van het stenogram, -dat zij zooeven had opgenomen. - -Zij keek slechts even op, toen de beide heeren passeerden, maar was het -volgende oogenblik weder in haar arbeid verdiept. - -Lord Aberdeen en zijn secretaris gingen het kantoorlokaal weder door, -daalden de breede trap af, bereikten de vestibule, vereffenden eenige -zaken met den kassier, en traden vervolgens weder naar buiten. - -De chauffeur kwam aanstonds van zijn zetel en opende met de pet in de -hand het portier van de limousine. - -„Waarheen, Mylord?” vroeg hij eerbiedig. - -„Rijdt ons naar huis, Henderson!” antwoordde Lord Aberdeen. - -De beide heeren stapten in, het portier klapte dicht en de chauffeur -nam achter het stuurwiel plaats, waarop de auto zich in beweging zette. - -Lord Aberdeen leunde glimlachend in de kussens achterover en zeide half -spottend, half ernstig: - -„Het is merkwaardig, die goede Henderson staat daar naast het portier -met een onderdanigheid alsof hij met een waarachtigen Lord Aberdeen te -doen had, en niet maar eenvoudig met John Raffles, den -Gentleman-Inbreker. Hij doet alsof hij volstrekt niet weet, wie ik -eigenlijk ben, en hij behandelt mij voor het oog van de wereld geheel -als een echten Lord, ofschoon hij reeds verscheidene jaren deel neemt -aan vele van mijn gevaarlijkste avonturen, waarbij de leer van het mijn -en dijn nog al eens een enkele maal in het gedrang komt.” - -De Gentleman-Inbreker haalde langzaam een sigaret uit zijn gouden -koker, stak ze op, blies een rookwolk uit, en vervolgde droomerig: - -„Ik heb den braven jongen reeds herhaalde malen in den mond gegeven, -dat hij mij moest verlaten. Hij weigert, hij blijft steeds weigeren. -Soms ook barst die reus, die mij en jou tezamen gemakkelijk met een -hand van den vloer kan tillen, als een kind in tranen uit, wanneer ik -hem voorstel zijn eigen weg te gaan, om dat ik niet wil dat hij zijn -leven nog langer koppelt aan dat van een dief....” - -„Stil, Edward, niet zeggen,” zeide Charly Brand op zachten toon, -terwijl hij zijn rechterhand op den arm van zijn eenigen, trouwen -vriend legde. „Je doet er me pijn mee.” - -„Soms doe ik er me zelf ook pijn mee, maar de waarheid is nu eenmaal -vaak onaangenaam om te hooren,” zeide Raffles met een kort lachje. „Wat -denk je wel, dat hoofdinspecteur Baxter zou doen, wanneer hij morgen -als een volstrekte zekerheid te weten kwam, dat Lord Aberdeen dezelfde -persoon is als Lord Edward Lister, alias John Raffles? Je zwijgt? Laat -ik het je dan maar zeggen. Hij zou een oogenblik stom van verbazing -terneder zitten, en dan zou hij geen seconde langer aarzelen om -desnoods vijftig van zijn politieagenten op mij af te zenden en mij te -laten arresteeren. Het is waar, dat ik de zaken in het groot drijf, -maar dat zou vriend Baxter toch niet beletten, mij als een ordinairen -dief te behandelen.” - -„Ik smeek je, Edward, praat daar niet langer over,” riep Charly Brand -uit. „Ik heb je vroeger al menigmaal geraden, het noodlottig beroep, -dat je gekozen hebt te laten varen, je hebt altijd geweigerd en gezegd, -dat je nooit genoeg geld kon bezitten, om het onrecht goed te maken, -dat er op onzen aardbol wordt gepleegd. Maar praat er dan ook niet -over, rijt geen wonden open, die zoo smartelijk zijn als deze.” - -Raffles had de rechterhand over de oogen gelegd, en scheen in diepe -gedachten verzonken. - -Plotseling richtte hij zich weer op, wierp zijn half opgerookte sigaret -uit het portier, en riep schouderophalend: - -„Wat doet het er ook toe. Als het einde mocht komen, vroeg of laat, dan -zal het mij recht opgericht vinden, trotsch en zonder berouw. Ik heb -eenige jaren geleden mijn keuze gedaan, en ik zal voort blijven gaan op -den ingeslagen weg, wat er ook gebeuren moge! De meesters der wereld -mogen mij beoordeelen zooals zij willen, in ieder geval zal mijn naam -als Lord Aberdeen nog wel eenigen tijd blijven voortleven in de harten -van de menschen, die ik heb kunnen bijstaan in de ellende, en dat maakt -veel goed.” - -Charly had zijn hand op den schouder van zijn vriend gelegd en zeide -nu, met een stem vol aandoening: - -„Je naam zal eeuwig voortleven in de harten van duizenden, Edward.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK III. - -EEN ONTMOETING. - - -Het was omstreeks twaalf uur in den nacht. - -Raffles en Charly hadden voor dien nacht het plan gemaakt, goed -vermomd, een bezoek te brengen aan een van de havenwijken, zooals zij -menigmaal plachten te doen. - -Het huis, hetwelk Raffles onder den naam van Lord Aberdeen bewoonde, en -dat in de Regent-Street gelegen was, niet ver van de Mall, leende zich -uitstekend voor dergelijke nachtelijke uitstapjes, want de tuin, die er -zich achter uitstrekte, was door een muur gescheiden van een stille -zijstraat, waar zich nooit een levende ziel bevond, en in dezen muur -bevond zich een kleine tuindeur, dicht naast de garage, waarboven zich -de woning van James Henderson, den trouwen chauffeur van Zijn Lordschap -bevond. - -Niets was dus gemakkelijker, dan het huis langs dezen kant te verlaten, -zonder dat iemand het zag. - -De beide mannen hadden zich eenvoudig gekleed en konden doorgaan voor -goed betaalde arbeiders. - -Wat hun uiterlijk betreft, niemand zou in hen Lord Aberdeen en zijn -secretaris herkend hebben. - -Raffles had de vermommingskunst weten te vervolmaken op een wijze, die -iederen beroepsacteur met de grootste verbazing zou hebben vervuld. - -Ook het scherpste, meest geoefende oog zou den bedriegelijken aard niet -hebben kunnen onderscheiden van de valsche wenkbrauwen, de valsche -knevels, baarden en pruiken, welke Raffles gebruikte. - -De gewone schmink, zooals de tooneelspelers deze gebruiken, was door -hem in den ban gedaan, en daarvoor in de plaats gebruikte hij -verscheidene mengseltjes van zijn eigen vinding, die de huid -verkleurden, zonder haar in het minst te beschadigen, en die bestand -waren tegen zon en regen. - -Toegerust met een verbazend aanpassingsvermogen mocht Raffles gerust -het scherpste oog van een politiespeurder tarten. - -Ook nu weder had Charly hem vol bewondering aangekeken, toen Raffles -met de handen in zijn zakken, het bolhoedje achter op het hoofd, en een -half afgekloven zwarte sigaar in den mondhoek, aan zijn zijde over de -straat slenterde. - -Men zegt weleens van een acteur, dat hij „in de huid is gekropen” van -den persoon, dien hij op het tooneel heeft voor te stellen, maar bij -Raffles leek dit inderdaad het geval te zijn. - -Hij had thans niet alleen het uiterlijk van den gegoeden arbeider, hij -had er den loop van, de gebaren, de wijze van kijken, en zelfs de -manier, waarop hij met groote zekerheid in een sierlijken boog een -straal tabakssap moest uitspuwen. - -Zoodra Raffles de kleine tuindeur achter zich gesloten had, richtten de -beide vrienden hun schreden naar de Regent-Street. - -Zij liepen deze straat ten einde, tot zij de Pall-Mall bereikten. - -Vijf minuten verder sprongen zij in Cockspur op een voorbij rijdende -electrische tram, waarvan zij wisten, dat zij hen tot ver in de -zuid-oostelijke wijken van de stad zou brengen. - -Na een rit van ongeveer drie kwartier bevonden de beide vrienden zich -niet ver van den New Kent Road, in de wijk van Wington. - -Hier verlieten zij het voertuig weder, en namen nu een ander -vervoermiddel te baat, een motorbus, die hen nog heel wat verder -bracht, langs de zooeven genoemde straat. - -Het was bijna elf uur in den avond, toen de beide vrienden voor de -tweede maal afstapten op den hoek van de Grange Road. - -Zij bevonden zich nu in het hartje van het industriëele Londen. - -Op ongeveer drie kwartier gaans stroomde de Theems in noordelijke -richting. - -Het was hier nog zeer druk, en talrijke bioscopen spuwden juist haar -duizenden bezoekers als het ware weder op straat uit. - -Ongeveer vijftig meter van de plaats waar Raffles en Charly van de bus -waren gesprongen, schitterden de lichten van een niet Tang geleden -gebouwde music hall. - -Eigenlijk was het niet veel anders dan een verkapte danszaal, met een -orkestje van zes man, waar de vertering niet al te duur was, en waar -men een zeer eigenaardig publiek aantrof, dat voor een groot gedeelte -bestond uit winkeljuffrouwen, klerken, telefoonjuffrouwen en hunne -standgenooten. - -Raffles en Charly slenterden de breede Grange Road in, en stonden een -oogenblik besluiteloos stil voor dit paleis met zijn schelle lichten. - -Eensklaps trok Raffles zijn metgezel aan de mouw, en zeide op gedempten -toon: - -„Kijk daar eens heen! Neen, daar bij die lantaarn!” - -„Die vrouw, die daar juist met een heer uit een huurauto stapt?” - -„Juist, herken je haar niet?” - -Charly keek een weinig nauwkeurig toe, en antwoordde toen: - -„Welzeker, dat is Sonja Paviac!” - -„Ja, de steno-typiste van onzen vriend Pennock!” - -„Wat komt zij hier uitvoeren?” - -„Zich amuseeren, denk ik. Zij is jong en mooi,” antwoordde Raffles -kalm. - -„Waarom doet zij dat dan niet een weinig dichter in de buurt?” - -„In welke buurt?” - -„Natuurlijk in de buurt van haar huis!” - -„Hoe weet je, dat zij hier niet ergens woont?” - -„Maar daar ziet zij toch heelemaal niet naar uit!” - -„Waarom niet?” - -„Waarom niet? Wel om alles! Omdat zij mooi is, omdat zij een echte dame -is! Zij hoort hier niet thuis.” - -„Ik merk tot mijn verwondering, dat geestdrift je verleidt nonsens te -zeggen, Charly!” hernam Raffles schouderophalend. „Dat zij mooi is -ontken ik niet, en dat zij zich als een dame gedraagt, evenmin. Dit -alles neemt echter niet weg, dat zij haar brood verdient als typiste, -en daarom zou ik het volstrekt niet verwonderlijk vinden, als zij in -deze volksbuurt woonde.” - -„Nu, ik geloof er niets van,” kwam Charly. „Stel je voor, dat zij -iederen dag een rit van vijf kwartier naar haar kantoor en weer terug -zou maken!” - -„Wat zou dat?” hernam Raffles verwonderd. „Er zijn heel wat klerken, -die in de City van Londen hun brood verdienen en iederen dag van twee -tot drie uur tusschen de wielen moeten zitten om van en naar hun -kantoor te gaan!” - -Charly antwoordde niet aanstonds, maar keek onafgewend naar de schoone -Russin, die op dit oogenblik met haar begeleider het danspaleis binnen -ging. - -Toen hij weer sprak, had zijn stem een eenigszins schorren klank. - -„Zij woont niet hier, zij woont in de Newman-Street!” - -Raffles wendde met een ruk zijn hoofd naar Charly, en liet een zacht -gefluit hooren. - -„Dat weet je bijzonder nauwkeurig!” zeide hij op spottenden toon. „Hoe -komt dat zoo?” - -„Ik heb het toevallig.... vernomen.” - -„Je stelde dus al vroeger eenig belang in die jonge dame?” - -„Ik vond haar zeer schoon.” - -„Goed en wel, je kende haar dus, vóór wij vanmorgen Pennock bezochten?” - -„Ik heb eens een paar woorden met haar gewisseld, toen ik bij Pennock -eenige malen achtereen als je secretaris een paar boodschappen heb -gedaan.” - -„Wel, wel, dat is....” begon Raffles hoofdschuddend. - -Hij nam Charly scherp op, haalde de schouders op, wendde zich af, en -mompelde iets in zich zelf, dat Charly onmogelijk kon verstaan. - -Het volgende oogenblik scheen hij het heele voorval vergeten te zijn. - -Hij wendde zich opgewekt tot den jongen man, en zeide: - -„Ik heb wel lust om dat danspaleis eens van binnen te bezichtigen.” - -„Zooals je wilt,” zeide Charly. - -De beide mannen staken de straat over, en gingen het schitterend -verlichte gebouw binnen. - -Na de breede vestibule te zijn overgestoken, bereikten zij aanstonds de -danszaal, onmetelijk groot, en waar de bezoekers, die niet meer konden -of wilden dansen gelegenheid vonden uit te rusten, en een glas wijn te -drinken, gezeten aan een van de tafeltjes, die in een breede rij rondom -den dansvloer geschaard waren. - -Op een soort podium had een klein orkest plaats genomen, dat om halfeen -in den nacht zou worden afgelost door een andere ploeg, wat ook wel -noodig was, want tegen dat tijdstip zouden de beklagenswaardigen -onafgebroken van zeven uur af hebben gestreken. - -Terwijl zij naar een tafeltje zochten, kregen de beide mannen Sonja -Paviac opnieuw in het oog. - -Zij had met haar begeleider plaats genomen aan een tafeltje, niet ver -van de ingangsdeur, en zoog welbehagelijk aan een sigaret, terwijl zij -half achterover leunde. - -Een oogenblik vestigde zij haar blikken op de beide mannen, die juist -voorbij gingen, maar het was duidelijk te zien, dat zij hen niet -herkende. - -Even verder stond Raffles stil, en vroeg op zachten toon: - -„Ken je dien heer, die in haar gezelschap is?” - -„Ik heb hem nooit gezien!” - -„Dan schiet je geheugen te kort. Ik herinner mij zijn gezicht heel -goed. Ik ken zelfs zijn naam.” - -„Wie is hij dan?” vroeg Charly haastig. - -„Philip Chesterfield, de onderdirecteur van de Engelsche Bank.” - -Charly keek den heer nu eens nauwkeurig aan, en zeide toen, terwijl hij -een weinig van kleur verschoot: - -„Je hebt gelijk, hij is het! Maar hoe komt zij in gezelschap van dien -man?” - -„Wel, hij zal haar eenvoudig hebben uitgenoodigd,” antwoordde Raffles -lakoniek. „De Engelsche Bank is niet ver verwijderd van de „Midland -Credit”, en zij zullen elkander wel eens zijn tegen gekomen.” - -„Maar die Chesterfield is zeer rijk,” hernam Charly. - -„Wel, dat bewijst, dat onze Sonja Paviac een zeer practisch meisje is, -met een goeden financiëelen kijk.” - -„Edward, zeg dat niet! Ik....,” Charly beet zich op de lippen en wendde -zich af. - -Raffles nam hem een oogenblik met gefronste wenkbrauwen op, en toen -verscheen er een ironische, spottende glans in zijn oogen. - -„Het klinkt bijna als een sprookje, maar ik zou bijna zeggen, dat de -zwarte oogen van die Russische schoone het hart van Charly in vuur en -vlam hebben gezet. Nu, als het een simpele amourette kan blijven, dan -heb ik er vrede mee. Die jonge dame schijnt in ieder geval niet in de -eerste plaats gesteld te zijn op uiterlijk schoon, want Chesterfield -mag een rijk, en ook een zeer bekwaam man zijn, een Apollo is hij nu -bepaald niet. Jonger dan vijftig jaar is hij in geen geval, en zijn -geestigheid heb ik nooit in het bijzonder hooren roemen.” - -Na nog eenigen tijd te hebben moeten zoeken, waren de twee vrienden zoo -gelukkig een tafeltje te kunnen bemachtigen, waar juist twee bezoekers -waren opgestaan, op slechts weinige meters afstand van dat, waaraan -Sonja Paviac en Philip Chesterfield gezeten waren. - -Raffles bestelde bij den kelner een halve flesch wijn, en verzonk toen -schijnbaar in de aanschouwing van de dansende paren. - -In werkelijkheid echter was zijn blik onophoudelijk op het ongelijke -paar gericht. - -„Ik zou wel eens willen weten, wat haar beweegt, om met Chesterfield -juist dezen afgelegen tempel van vermaak te bezoeken, terwijl er in de -City zooveel zijn, meer geschikt voor een man als Chesterfield, die op -een paar duizend pond meer of minder niet behoeft te zien. Wat drommel, -zij is hier bijna twee uren per motorbus van haar woning verwijderd.” - -Terwijl hij hier nog over nadacht zag hij, dat de jonge Russin, -gebruikmakend van het oogenblik, waarop haar begeleider met den kelner -sprak, bliksemsnel een teeken gaf aan een man met een donker gelaat, -die aan de overzijde van den dansvloer stond, en onafgebroken naar haar -keek. - -Het volgende oogenblik stond de jonge vrouw op en sprak eenige woorden -met haar metgezel. - -Vervolgens wendde zij zich naar de breede deur, die op de vestibule -uitkwam. - -Maar reeds was Raffles vliegensvlug opgestaan. - -„Blijf hier op mij wachten!” zeide hij fluisterend tot Charly. „Ik kom -aanstonds terug.” - -En voor de jonge man iets had kunnen vragen, had Raffles zich haastig -naar de deur gespoed, welke hij lang voor Sonja bereikte. - -Hij stond nu in de vestibule, keek onderzoekend om zich heen, en -ontdekte op een paar passen afstand een deur, die door een portière kon -worden afgesloten. - -Snel als de gedachte verborg Raffles zich achter het gordijn en trok -het vlug bijna geheel dicht, maar toch niet zoo ver, of hij kon de -geheele vestibule overzien. - -Hij behoefde niet lang te wachten, of Sonja Paviac betrad de vestibule, -en een oogenblik later verscheen de man, dien zij gewenkt had. - -Het toeval was Raffles gunstig. - -Sonja had een paar passen in de richting van de deur gedaan, waar -Raffles zich verscholen had, en hij kon eenige woorden opvangen van het -korte gesprek, dat het tweetal voerde. - -Het volgende oogenblik waren zij weder verdwenen, de vrouw het eerst. - -Raffles verliet op zijn beurt de schuilplaats en ging zich weder bij -Charly voegen, die verbaasd en ook eenigszins ongerust op hem wachtte. - -„Waar ben je geweest?” vroeg de jonge man, zoodra Raffles weder had -plaats genomen. - -„In de vestibule.” - -„Om wat te doen?” - -„Om eens na te gaan wat onze vriendin Sonja daar kwam uitrichten. Heb -je haar niet zien weggaan?” - -„Een oogenblikje maar, zij zit nu weder bij.... dien kerel.” - -„Komaan, het gaat goed,” bromde Raffles voor zich heen. „Hij noemt den -onderdirecteur van de Engelsche bank al „die kerel”.” - -Hij keek Charly strak aan, en vervolgde: - -„Weet je wat zij er kwam doen?” - -„Hoe kan ik dat nu weten?” vroeg Charly, terwijl hij met voorgewende -onverschilligheid de schouders ophaalde. - -„Zij had er een zeer kort gesprek met een landgenoot. Je kunt hem -daarginds zien staan, aan de overzijde van den dansvloer, die man met -zijn lang zwart haar, zijn slecht verzorgden baard en zijn gloeiende -oogen.” - -„Hoe weet je, dat hij een landgenoot van haar is?” - -„Heel eenvoudig, zij spraken Russisch.” - -„En heb je kunnen hooren wat zij spraken?” - -„Voor een deel althans. En ik verzeker je, dat het vrij belangrijk was, -wat zij elkander te vragen en te antwoorden hadden.” - -„Waar liep het gesprek over?” vroeg Charly, die al dien tijd -voortdurend naar de jonge Russin gekeken had, die nu met kleine teugjes -van haar sorbet nipte. - -„O, het duurde maar heel kort. Hij vroeg haar: „Voor wanneer kan het -zijn?” - -„Daarop antwoordde zij: „Nog een week. Is van jullie kant alles in -orde?” - -„Daarop antwoordde de man weer: „Stel je gerust, wij kunnen desnoods -morgen handelen, zorg dat je morgenavond om tien uur op de bekende plek -bent, dan zullen wij nader afspreken. Je moet op de seconde na weten, -wanneer het zijn zal, want voor geen goud zouden wij zoo’n bekwame -helpster willen missen!”” - -„En, was dat alles?” vroeg Charly langzaam. - -„Zij antwoordde alleen nog maar, dat zij er zou zijn, en daarop -scheidden zij weder van elkaar.” - -Eenige oogenblikken zwegen de beide vrienden. - -Charly speelde zenuwachtig met zijn leeggedronken wijnglas, en Raffles -keek hem van onder zijn gefronste wenkbrauwen, met een half spottend, -half medelijdend, lachje aan. - -Toen schoof hij wat dichter bij Charly en hernam op gedempten toon: - -„Ik geloof niet, dat ik mij vergis, als ik zeg, dat je groot belang -stelt in die jonge vrouw, Charly. O, je behoeft je volstrekt niet te -verdedigen, ik maak je er geen verwijt van. Integendeel, ik ben wel -verplicht je smaak te bewonderen. Hoe het ook zij, ik wilde gaarne, dat -je de korte kennismaking met haar voortzette.” - -„Waarom?” vroeg Charly toonloos. - -„Omdat ik gaarne iets naders omtrent die Sonja Paviac zou willen -vernemen,” antwoordde Raffles, terwijl hij Charly met zijn staalgrijze -oogen als het ware doorboorde. - - - - - - - - -HOOFDSTUK IV. - -ALS HET HART SPREEKT.... - - -Het was omstreeks tien uur in den morgen van den volgenden dag. - -Raffles was alleen in zijn werkkamer. - -Reeds van half negen af had hij bijna niets anders gedaan, dan in -verschillende richtingen getelefoneerd. - -Het voorval, waarvan hij den avond te voren in het danspaleis getuige -was geweest, had een dieperen indruk op hem gemaakt, dan hijzelf wilde -toegeven, en reeds had hij verschillende bureaux opgebeld, teneinde -eenige nadere berichten in te winnen betreffende Sonja Paviac. - -Pennock zelf had hem medegedeeld, dat zijn Russische typiste zich aan -hem had voorgesteld, voorzien van voortreffelijke getuigschriften. - -Het behoeft geen nader betoog, dat Raffles er zich wel voor gewacht had -om mede te deelen op welke gronden bij zijn argwaan vestigde. - -Hij had voor zichzelf trouwens nog niet kunnen uitmaken van welken aard -het misdrijf was, hetwelk de beide Russen blijkbaar beraamden, en dat -niet alleen maar in vereeniging met medeplichtigen. - -Raffles had juist weder den hoorn van zijn telefoon opgehangen, toen de -deur geopend werd en Charly binnentrad. - -De jonge man was bleeker dan gewoonlijk, en zijn blauwe oogen hadden -een onrustige uitdrukking; het was hem duidelijk aan te zien, dat hij -een gedeelte van den nacht wakend had doorgebracht. - -Raffles wendde zich half op zijn stoel om, teneinde te zien, wie hem -kwam storen, liet zich toen achterover tegen de hooge rugleuning van -zijn schrijfstoel vallen, vouwde de armen over de borst en keek Charly -aan als zag hij een natuurwonder. - -Toen begon hij, zonder van houding te veranderen: - -„Je weigert het dus te doen?” - -Charly deed een paar stappen achteruit, keek Raffles verschrikt aan en -stamelde: - -„Het is dus wel waar, dat je in de harten van de menschen kunt lezen? -Edward, ik smeek je....” - -Maar Raffles viel hem ruw in de rede met een bevelend: - -„Ga daar zitten, en laten wij eens praten.” - -Charly Brand liet zich op een stoel neervallen en hield de oogen strak -op het tapijt gevestigd. - -Raffles keek hem een oogenblik hoofdschuddend aan, met denzelfden -spottenden, kouden blik in zijn oogen en begon toen: - -„Het is dus meer geweest dan een oppervlakkige kennismaking?” - -„Neen, Edward, dat was het niet! Ik zweer het je! Ik heb haar in het -geheel maar drie maal gesproken.” - -„Wist zij al dien tijd, wie je was?” - -„Ik had volstrekt geen reden om dat te verzwijgen. Ik kwam immers als -jouw secretaris zaken doen!” - -„Kort en goed, je hebt die vrouw lief?” - -In plaats van te antwoorden, bedekte Charly zijn oogen met de hand en -zuchtte diep. - -Raffles draaide zich met een ruk in zijn stoel om, nam een sigaret uit -de zilveren doos, die op zijn schrijfbureau stond, tikte er bedaard de -losse stukjes tabak af, ontstak haar, blies een dikke rookwolk uit en -hernam toen op denzelfden toon: - -„Ik kan mij in deze zaak moeilijk partij stellen, om je de waarheid te -zeggen ben ik niet voldoende op de hoogte van dergelijke gevoelens. Ik -kan echter niet nalaten, je er opmerkzaam op te maken, dat het voor mij -een lastig geval wordt, wanneer mijn helpers behept zijn met -verliefdheid.” - -„Spot er niet mee, wat ik je bidden mag, Edward,” zeide Charly -steunend. - -„Je vergist je, mijn waarde, als je denkt, dat ik spot,” hernam Raffles -koeltjes. „Ik beschouw verliefdheden van dien aard als een ernstige -ongesteldheid, die ongeveer het midden houdt tusschen Spaansche griep -en galsteenen. Het is mij een raadsel, hoe een man met gezonde hersens -zoo plotseling en schijnbaar zoo ongeneeselijk onder den invloed kan -komen van twee groote, zwarte oogen.” - -„Ik heb er tegen gevochten, het is sterker dan ik, Edward. Zij was geen -seconde uit mijn gedachten. Het verbaast mij zelfs, dat je dat niet aan -mij gemerkt hebt.” - -„Mijn gedachten waren bij mijn zaken,” antwoordde Raffles kortaf. - -„Maar denk je dan aan niets anders?” riep Charly op hartstochtelijken -toon. „Ben je dan van steen? Ben ik je vriend niet? Deert het je niet, -of ik lijd of vroolijk ben? Is je niets gelegen aan mijn geluk?” - -„O, stil toch!” riep Raffles met harde stem. „Je geluk? Je praat -nonsens, man! Ik geloof niet aan liefde op het eerste gezicht, ik -geloof echter wel aan passie. Wat jij voor die vrouw voelt, dat kan -onmogelijk echte, trouwe liefde zijn, die tegen alles bestand is.” - -„Edward, je beleedigt mij en haar,” zeide Charly op doffen toon. - -„Om kort te gaan, je weigert om te doen wat ik je vraag? Om die vrouw -na te gaan?” - -„Ik kan het niet doen, Edward! Ik kan niet!” riep Charly wanhopig. „Ik -heb je tot dusver trouw gediend, ik heb de grootste gevaren met je -gedeeld, nooit heb ik geaarzeld om alles te doen wat je mij opdroeg, -maar dit gaat boven mijn krachten. Ik zou haar moeten bespioneeren, -haar, die alles in mij heeft wakker gemaakt, wat ik gestorven waande?” - -„Een stroovuur, mijn waarde. Niets dan een stroovuur,” riep Raffles -minachtend uit. „Besef je dan niet, dat die vrouw niet is waarvoor zij -zich uitgeeft? Heeft je hartstocht je dan heelemaal verblindt? Is het -je dan niet duidelijk, dat die vrouw een gevaarlijke misdadigster moet -zijn?” - -„Dat geloof ik niet!” riep Charly terwijl hij opstond. „Je hebt -volstrekt geen bewijzen voor wat je zegt, Edward! Je beticht haar -zonder een schijn van recht.” - -„Welzoo? En het gesprek in de vestibule van het danspaleis?” - -„Wat had dat te beteekenen? De verklaring kan wel heel onschuldig -zijn.” - -„Dat zullen wij hedenavond zien,” antwoordde Raffles kortaf. „Ik zal -dus tot mijn spijt genoodzaakt zijn, deze zaak alleen te onderzoeken.” - -„Edward....!” stamelde Charly, terwijl hij smeekend de handen naar -Raffles ophief. - -„Zeg niets meer,” hernam deze koud. „Over dergelijke zaken kunnen wij -niet redetwisten. Ik acht die vrouw zeer gevaarlijk, en de toekomst zal -wel uitwijzen, dat ik daarin goed gezien heb. Er zal je een smartelijke -ontgoocheling wachten, Charly. Maar vergeet niet, dat ik bijtijds -getracht heb, je te genezen. In ieder geval zul je me zeker wel den -dienst willen doen, mijn plannen niet te dwarsboomen, en die vrouw niet -te waarschuwen.” - -Charly was doodsbleek geworden, en keek Raffles met groote, verschrikte -oogen aan. Toen stamelde hij op heeschen toon: - -„Heb ik dat aan je verdiend, Edward?” - -„Menschen met zulk een krankzinnige passie, die hun hersens vergiftigt, -en hen het nadenken belet, zijn gevaarlijk, ook voor hun beste -vrienden,” riep Raffles op denzelfden, kouden, harden toon. „Natuurlijk -kan ik je onmogelijk verbieden, die vrouw verder nog te zien of te -spreken, je bent geen schooljongen meer. Maar als je aan mijn -vriendschap iets gelegen is, Charly, dan toon je je een man, en tracht -uit alle macht deze hartstocht uit je ziel te rukken. Ik zeg nu, dat -hij in je ziel zetelt, maar ik ben overtuigd, dat ik hem daarmee te -veel eer bewijs. Ik kan mij zeer goed voorstellen, welke gevoelens -jegens mij je nu bezielen, Charly, maar er zal nog geen week verloopen -zijn, of je zult moeten toestemmen, dat je mij onrecht aangedaan hebt. -Zeker, er zal wel een moeilijke tijd voor je aanbreken, want het doet -pijn, een afgodsbeeld van zijn voetstuk te zien vallen, maar ook dat -zal voorbij gaan, en je zult hierop terug zien als op een zonderlinge -afdwaling.” - -De Gentleman-Inbreker was op Charly toegetreden en legde hem de hand op -den schouder. - -Zijn stem klonk veel zachter, toen hij vervolgde: - -„Mannen als wij moeten eigenlijk nimmer een vrouw met teedere gevoelens -in de oogen zien. Ik althans heb mij een weg gekozen, die mij dat -onmogelijk maakt. Maar dit zeg ik je eerlijk: Ontmoet je ooit een -meisje, dat niet alleen uiterlijke bekoorlijkheden bezit, maar in de -waarachtige beteekenis van het woord een edele ziel heeft, dan laat ik -je aanstonds vrij, en dan zal ik mij zelf innig gelukkig achten, als je -op deze wijze je leven besluit. Maar dit, neen, dit is geen liefde, dit -kan geen liefde zijn. En ga nu, ik moet nadenken.” - -Met deze woorden nam Raffles weder voor zijn schrijftafel plaats en -verzonk in diepe gedachten. - -Van de aanwezigheid van Charly scheen hij volstrekt niets meer te -bemerken. - -De jonge man zelf was opgestaan, deed nu besluiteloos een paar stappen, -naar Raffles toe, bedacht zich, en snelde eensklaps het vertrek uit. - -Ten prooi aan de meest tegenstrijdige gevoelens ijlde hij naar zijn -eigen kamer, en liet zich op de rustbank neervallen, terwijl hij zijn -gelaat in de zachte kussens begroef.... - -Maar Raffles werkte door, met onverdroten ijver, als een uurwerk, koud -en door niets te ontroeren. - -Hij had zich in het hoofd gezet, dat die schoone Russin een zeer -gevaarlijke vrouw was, en nu hij dit nader wilde onderzoeken, zou hij -zich zeker niet laten weerhouden door „sentimenteele” overwegingen. - -Hij zou het mes diep in de wonde zetten, zoo nam hij zich voor, en -Charly van zijn noodlottigen hartstocht bevrijden. - -Omstreeks een uur nadat het gesprek had plaats gevonden, hetwelk Charly -zoo zeer had aangegrepen, begaf Raffles zich naar de bank van de heeren -Rosenthal en Pennock, en werd aanstonds bij den laatsten toegelaten, -nadat hij zijn kaartje had afgegeven, en verklaard had, dat hij wegens -een belangrijke zaak kwam. - -Hij werd dadelijk bij Pennock toegelaten, die hem met uitgestoken hand -tegemoet trad, en eenigszins verbaasd opmerkte: - -„Gij herhaalt uw bezoek vroeger, Mylord, dan ik had durven hopen. Kan -ik U met een en ander van dienst zijn? Gaat het over de -spoorwegexploitatie in Rusland?” - -„Dat niet, mijn waarde Pennock, al kom ik wel in een zaak, die in de -verte iets met Rusland uitstaande heeft. Maar voor ik verder ga, kan -men ons hier naast onmogelijk hooren spreken?” - -„Is de zaak van zulk een gewicht, Mylord?” vroeg Pennock verwonderd, -terwijl zijn wenkbrauwen de hoogte ingingen. - -„Van groot gewicht!” - -„Nu, dan zullen wij ons liever in mijn particulier kabinet -terugtrekken, daar zijn wij volkomen beschut tegen luisteraars.” - -Onder het spreken had hij een deur geopend en liet Raffles nu -binnentreden in een klein vertrek, waar slechts een rooktafel en eenige -gemakkelijke fauteuils stonden. - -Hij liet de tusschendeur openstaan en hernam nu: - -„Nu kunt gij gerust vrijuit spreken, Mylord, men zal ons in de kamer -van mijn secretaris onmogelijk kunnen hooren. Ik moet U zeggen, dat U -mijn nieuwsgierigheid wel wat geprikkeld Hebt.” - -„Dan spijt het mij U te moeten zeggen, dat ik betwijfel, of ik haar wel -in alle opzichten zal kunnen bevredigen.” - -Raffles trok zijn stoel zoo dicht mogelijk bij dien van Pennock en -vroeg toen op gedempten toon: - -„Hoe lang hebt gij Uw steno-typiste reeds?” - -„Wie meent gij? Sonja Paviac?” - -„Ja.” - -„Zij is bijna drie maanden in mijn dienst.” - -„Zijt gij over haar werk tevreden?” - -„Volkomen.” - -„Heeft zij nooit verzuimd?” - -„Slechts enkele malen, wegens ziekte. Zij haalde echter den achterstand -gemakkelijk weder in. Het is een doortastend, ijverig en bekwaam -meisje.” - -„Waar was zij het laatst geweest?” - -„Bij een firma in Leeds.” - -„Hoe lang was zij daar?” - -„Ruim zeven jaar.” - -Een trek van teleurstelling en ook van verbazing vloog over het gelaat -van John Raffles. - -Hij beet zich op de lippen, dacht een oogenblik na en begon toen weder: - -„Had zij goede getuigschriften?” - -„Voortreffelijke.” - -„Gij hebt natuurlijk naar haar andere papieren gevraagd?” - -„Ik heb haar paspoort gezien en haar toestemming om in ons land te -vertoeven.” - -„Hebt gij die getuigschriften soms bij de hand?” - -„Ik heb ze haar natuurlijk weder terug gegeven.” - -„Herinnert gij U den naam van de firma dan niet?” - -„Ja zeker. Preston & Co., machinebouwers. Maar waarom vraagt gij mij -dat allemaal? Gij hebt toch niets op het meisje aan te merken?” - -„Ik vrees integendeel dat ik heel wat op haar zal moeten aanmerken, -waarde Pennock. Zouden wij die firma dan niet. telefonisch kunnen -bereiken?” - -„Welzeker, niets is gemakkelijker.” - -„Maar zonder dat men het hier in de bank bemerkt?” hernam Raffles. - -„Ook dat kan zeer goed geschieden. Zie maar daarginds, het -telefoontoestel. Ik kan zelf intercommunaal opschellen, zonder dat -iemand zich ermede hoeft te bemoeien.” - -„Wees dan zoo goed, de firma te Leeds even op te bellen, en haar te -vragen hoe Sonja Paviac er uitzag. Ik zou het gaarne in bijzonderheden -weten,” - -„Als gij er op staat, Mylord, dan zal ik het doen, maar ik kan mij -volstrekt niet voorstellen, waarop dit alles moet uitloopen,” kwam -Pennock verwonderd, - -Hij trad op het telefoontoestel toe, zocht even in den reusachtigen -gids, verzette een paar contactknoppen, en werd een oogenblik later in -verbinding gesteld met het gevraagde nummer te Leeds. - -Terwijl hij sprak, zag Raffles, dat zijn gelaat een zeer verbaasde en -eenigszins verschrikte uitdrukking aannam. - -Eindelijk legde hij den hoorn weder neer, kwam langzaam op Raffles toe, -en zeide op zachten toon: - -„Daar begrijp ik niets van, Mylord. Preston deelt mij zelf mede, dat -hij inderdaad een steno-typiste zeven jaar in dienst heeft gehad, die -Sonja Paviac heette. Maar die was klein van stuk, rossig en zoo leelijk -als de nacht.” - -„Ik begrijp het daarentegen zeer goed, mijn waarde Pennock,” kwam -Raffles met een flauwen glimlach. „Uw particuliere typiste heeft met de -echte Sonja eenvoudig van papieren geruild, getuigschriften incluis.... -of die papieren zijn haar ontroofd!” - - - - - - - - -HOOFDSTUK V. - -OP ONDERZOEK UIT. - - -Pennock keek Raffles geruimen tijd zwijgend aan, terwijl hij -zenuwachtig met zijn zilveren sigaretten-pijpje speelde en zeide toen -met een verschrikten klank in zijn stem: - -„Dat is mij volkomen onbegrijpelijk, Mylord. Waarom deed zij dat?” - -„Natuurlijk om aanstonds bij U te kunnen worden geplaatst!” - -„Maar ik zeg U dat zij zeer bekwaam is. Zij verricht haar werk op -uitstekende wijze!” - -„Dat neem ik aanstonds aan, mijn waarde Pennock. Maar zeg mij eens op -den man af, zoudt gij haar hebben genomen als zij zonder papieren en -zonder getuigschriften bij U was gekomen?” - -De bankier krabde zich achter het oor met het gebaar dat hem eigen was -en antwoordde toen na eenige aarzeling: - -„Als gij de waarheid wilt weten, Mylord, ik geloof niet dat ik dat -gedaan zou hebben. Van een particuliere typiste wordt heel wat gevergd -en men neemt daarvoor niet de eerste de beste.” - -„Dat wist ik wel,” hernam Raffles glimlachend. „Die vrouw heeft het -zekere voor het onzekere willen nemen, en zich bijtijds voorzien van -papieren, die haar de poorten van deze bank zouden openen.” - -„Maar wat kan zij dan in den zin hebben?” riep Pennock verschrikt uit. -„Een bankberooving?” - -„Misschien is het nog wel iets ernstigers, vriend Pennock!” antwoordde -Raffles op ernstigen toon. „Ik weet nog niet zeker, maar ik koester -zware verdenkingen. Zeg mij eens, is het U bekend, op welke wijze Sonja -Paviac, zooals wij haar voor het gemak maar zullen blijven noemen, -omdat wij haar waren naam niet kennen, haar avonden doorbrengt?” - -„Ik meen dat zij mij eens gezegd heeft, dat zij hier en daar boeken -bijhoudt en les geeft in de Russische taal.” - -„Zoo? Dan bevindt waarschijnlijk de onderdirecteur van de Engelsche -Bank Philip Chesterfield, zich onder haar leerlingen, en dan geeft zij -hem les in een danslokaal twee uren hier vandaan, onder het genot van -een glas champagne.” - -„Wat zegt gij daar! Heeft zij dat werkelijk gedaan? Hebt gij haar in -het gezelschap van Chesterfield gezien, in zoo’n gelegenheid?” - -„Niet ik, één van mijn intiemste vrienden,” antwoordde Raffles kalm. -„Ik frequenteer dergelijke inrichtingen niet.” - -„Neem mij niet kwalijk, Mylord, dat had ik aanstonds moeten begrijpen,” -hernam Pennock haastig. - -„Mijn vriend zag haar bij diezelfde gelegenheid tevens in gezelschap -van een Rus met een tamelijk gemeen uiterlijk, met wien zij haastig -eenige woorden wisselde, welke hij tot zijn spijt niet kon verstaan, -tenminste niet geheel en al, maar waarbij de woorden „bank” en „op tijd -gereed zijn” herhaaldelijk gebruikt werden.” - -Pennock was doodsbleek opgesprongen. - -Een vreeselijke gedachte was hem door het hoofd gegaan. - -Hij herinnerde zich eensklaps de moorddadige aanslagen op de -New-Yorksche beurs en op de beurs te Genua. - -Zou het mogelijk zijn, dat anarchisten een soortgelijken aanslag -beraamd hadden tegen zijn eigen bank, misschien wel tegen de beurs of -de Bank van Engeland? - -Hij deed driftig een paar stappen heen en weer door het kleine vertrek, -stond toen voor Raffles stil en zeide op heeschen toon: - -„Wij moeten onmiddellijk de politie waarschuwen, Mylord. Sonja Paviac, -of hoe zij dan ook heeten mag, moet dadelijk achter slot en grendel -worden gezet.” - -„Als gij een raad van mij wilt aannemen, waarde Pennock, dan zou ik U -in overweging willen geven, niet overijld te handelen,” hernam Raffles -bedaard. - -„Maar moet ik dan werkeloos toezien, Mylord, dat men een aanslag -voorbereid op mijn bank?” - -„Natuurlijk niet. Trouwens, ik geloof niet dat het in de eerste plaats -op Uw bank voorzien is. Die vrouw heeft U slechts uitgekozen, omdat Uw -kantoor in de onmiddellijke nabijheid van Cornhill gelegen is, van de -beurs en van de Engelsche bank. Laten wie echter de vrouw arresteeren, -op de weinige bewijzen, welke wij thans nog bezitten, dan komen wij -niet veel verder. Wees er maar verzekerd van, dat zij zal zwijgen als -een pot, en zich liever in stukken zal laten hakken, dan haar -medeplichtigen te verraden. Vrouwen vooral zijn in dat opzicht -menigmaal bewonderingswaardig van standvastigheid. Ik denk er echter -niet aan, U aan te raden, werkeloos te blijven toezien, met de armen -over elkaar geslagen. Integendeel, ik zou U willen voorstellen, die -Russin van zeer nabij te laten nagaan, niet echter door de officiëele -politie, die in dergelijke zaken meestal niet met voldoende tact en -voorzichtigheid weet op te treden, maar door een particulieren, of -liever gezegd door een amateur-detective.” - -„Maar hoe vind ik er een, Mylord, die in staat is dit moeilijke werk te -verrichten?” riep Pennock eenigszins ongeduldig uit. - -„Gij hoeft slechts weinig moeite te doen, de man is al gevonden: Hij -zit voor U.” - -„Gij, Mylord?” riep Pennock verwonderd uit. - -Toen gaf hij zichzelf een harden klap voor het voorhoofd en vervolgde: - -„Dat is waar ook. Hoe kon ik zoo dom zijn het te vergeten, -Scotland-Yard heeft meermalen met het grootste succes van Uw hulp -gebruik gemaakt, en men noemt U daarginds in Downing-Street nooit -anders dan „Sherlock Holmes de tweede”, maar dan een verbeterde -uitgave.” - -„De heeren doen mij wel een beetje te veel eer aan,” zeide Raffles -glimlachend. - -„Neen; Mylord, integendeel, ik ben zeker dat zij U nog onderschatten. -Gij wilt dus persoonlijk deze zaak verder onderzoeken?” - -„Dat wilde ik U juist voorstellen. Ik meen, dat Sonja hedenavond een -samenkomst heeft met haar medeplichtigen, en daaromtrent wil ik -zekerheid hebben. Wordt er inderdaad beraamd, waarvoor wij beiden -vreezen, dan moeten wij niet alleen haar, maar ook haar bondgenooten -kunnen grijpen, anders zal het zijn alsof wij slechts één kop afsloegen -van een draak, die er honderd heeft. Gij hebt natuurlijk het adres van -de Russin?” - -„Ik zal het U aanstonds geven.” - -„Dan heb ik U verder niets meer te vragen en kan ik aan het werk gaan.” - -„Gij wilt haar zeker nagaan?” - -„Dat wil ik.” - -„Maar weet gij wel, Mylord, dat gij U aan groot gevaar gaat -blootstellen?” - -„Zonder valsche bescheidenheid, dat weet ik, waarde Pennock. Lieden, -die de Engelsche bank in de lucht willen laten vliegen, waarbij -honderden, misschien duizenden om het leven kunnen komen, bekommeren -zich natuurlijk niet om het leven van een enkel man, die hun plannen -wil dwarsboomen.” - -„Maar gelooft gij nu werkelijk, Mylord, dat dit het plan is van die -schurken?” - -„Ik hoop van harte, dat ik mij schromelijk vergis, maar het is beter, -op het ergste te rekenen. Er kan geen oogenblik aan getwijfeld worden, -of de aanslagen te New-York en Genua waren eveneens het werk van -Russische nihilisten. Maar zelfs al was de aanslag alleen beraamd op Uw -eigen bank, dan nog vindt gij het zeker wel de moeite waard, hier een -stokje voor te steken.” - -„Dat spreekt vanzelf, Mylord, en ik ben U hartelijk dankbaar voor Uw -tusschenkomst. Ik kan er zeker op rekenen, dat gij mij zoo spoedig -mogelijk op de hoogte stelt van den uitslag Uwer nasporingen?” - -„Ik zal morgen aanstonds iemand met bericht zenden.” - -„Ik dank U, Mylord. Maar ik zeg het hartgrondig: God geve dat gij U -vergist hebt, dat Uw zegsman U verkeerd heeft ingelicht, of zich door -vrees heeft laten verblinden.” - -De beide heeren waren opgestaan, en verlieten nu het kleine kabinet. - -In zijn eigen werkkamer aangekomen, nam Pennock een klein register uit -een lade van zijn schrijftafel, zocht er even in en schreef toen het -adres van Sonja Paviac op een stukje papier over, hetwelk hij Raffles -toereikte. - -Deze wierp er even een blik op, vouwde het op en stak het bij zich. - -Hij reikte den bankier de hand en zeide op zacht-gefluisterden toon: - -„Tot morgen dus.” - -Raffles bracht zijn mond, aan het oor van den bankier en vervolgde: - -„Ik behoef U zeker niet op het hart te drukken, dat gij door geen -woord, geen stembuiging, geen blik moogt verraden, dat gij Sonja Paviac -verdenkt. Een enkel woord, een weinig scherp uitgesproken, zou -misschien voldoende zijn, om die schoone duivelin achterdochtig te -maken en daardoor zouden wij wel eens niet achter hun plannen kunnen -komen, hetgeen toch volstrekt noodzakelijk is om ze te kunnen -verijdelen en de heele bende te vangen.” - -„Ik beloof U, dat ik mijzelf zal weten te beheerschen, Mylord. Zij zal -niets aan mij zien,” antwoordde Pennock fluisterend. - -Nog een handdruk en de beide heeren namen afscheid van elkander. - -Raffles ging door het voorvertrek en het kantoorlokaal, daalde de trap -af, en bereikte zoo de voorste vestibule. - -Toen hij toevallig een blik wierp door de groote glazen deuren, die -toegang gaven tot de loketzaal, was het alsof hij een schok kreeg—op -ongeveer tien meters afstand stond de man met het duistere gelaat, dien -hij den vorigen avond in het danspaleis had gezien, voor een der -loketten te wachten, waarboven het woord „Cheques” in koperen letters -geschreven stond. - -De man keek langzaam om zich heen als iemand die zich de plek waar hij -zich bevindt goed in het geheugen wil prenten. - -Hij had juist zijn cheque afgegeven, kreeg een reçu met een volgnummer -en nam, zonder zich te overhaasten, op een van de rustbanken plaats, -teneinde zijn beurt aftewachten. - -En onophoudelijk gingen zijn donkere oogen onder de ruige wenkbrauwen -door de groote zaal. - -„Men zou mij kunnen verwijten,” bromde Raffles in zich zelf, „dat ik -een weinig al te zwartgallig ben en mijn gevolgtrekkingen wel wat al te -voorbarig maak, afgaande op een kort gesprek tusschen twee Russen. Nu, -als ik al te fantastisch mocht zijn geweest, dan mag men mij vrijelijk -bespotten. Voor het oogenblik echter blijf ik het er voor houden, dat -de geheimzinnige Russen, waarvan er zich althans een valschelijk voor -een ander uitgeeft, weinig goeds in den zin hebben.” - -Hij wilde zich reeds weder verwijderen, toen hem iets scheen in te -vallen. - -Hij opende de breede glazen deur, trad de loketzaal binnen, hield zich -zoo veel mogelijk op den achtergrond en wist het zoo te schikken, dat -hij juist naast den man met het donkere uiterlijk kwam te staan, toen -deze het geld op zijn cheque, slechts weinige ponden sterling, in -ontvangst nam. - -De Rus droeg een lange bouffante, waarvan een slip terzijde afhing. - -Raffles had een nagelschaartje uit zijn zak gehaald en knipte met een -vlugge beweging een stukje van dezen omslagdoek af, dat hij snel in -zijn zak liet glijden. - -„Dat kan wel eens te pas komen,” zeide hij binnensmonds, terwijl hij -zich rustig weder verwijderde. - -Voor het groote bankgebouw wachtte de blauwe limousine. - -Raffles wilde reeds instappen, toen hij weder een nieuwen inval kreeg: - -„Wat belet mij, om dien Rus eens nategaan en te zien waar hij blijft?” -mompelde hij voor zich heen. „Het is alweer zooveel gewonnen, als wij -weten, waar de kerel ergens verblijf houdt. Als die dwaas van een -Charly zijn hoofd niet op hol had laten brengen, door die mooie Russin, -dan had hij mij nu van groot nut kunnen zijn. Thans zal ik wel -genoodzaakt zijn, de zaak geheel alleen tot een goed einde te brengen, -tenminste, wanneer hij nog blijft weigeren, wanneer ik hem zal hebben -verteld, dat Sonja Paviac op zijn best genomen een bedriegster is.” - -Raffles zond Henderson met de auto naar huis en bleef nu geduldig -wachten, tot de Rus uit het bankgebouw zou terug keeren. - -In gepeins verzonken, zat hij op een der rustbanken in de vestibule. - -„Wat zou de reden zijn, dat die vrouw de vriendschap heeft gezocht van -Chesterfield?” vroeg hij zich zelf af. „Dat zij zijn minnares is zonder -meer, kan ik niet aannemen. Een vrouw zoo sluw als zij, beoogt met -alles een doel. Ik vermoed, dat zij den onderdirecteur van de Engelsche -bank wil uithooren, betreffende de inrichting van het reusachtige -bankgebouw en allerlei bijzonderheden aangaande den dienst, die haar en -haar medeplichtigen van nut kunnen zijn. Ook is het denkbaar, dat zij -zich op het juiste oogenblik van Chesterfield willen meester maken, om -hem de sleutels te ontnemen. Nog altijd hoop ik, dat het hier een -gewone bankdiefstal betreft, maar ik vrees iets ergers.” - -Op dit oogenblik gingen de breede glazen deuren open, en de Rus trad -naar buiten zonder op Raffles te letten. - -Deze stond onmiddellijk op en volgde den man met het duistere gezicht -op eenigen afstand. - -Het duurde niet lang, of de Rus nam een autobus, die hij een half uur -later weer verliet, om vervolgens van lijn te veranderen en nogmaals -een half uur later dit tweede voertuig te verlaten op een plek, -nauwelijks een kwartier gaans verwijderd van het danspaleis, waar hij -den avond te voren het korte gesprek had gevoerd met Sonja Paviac. - -Het werd nu wel wat lastig voor Raffles om onopgemerkt te blijven, want -zijn goed gesneden kleeren, door een der eerste kleermakers gemaakt, -moesten opvallen in deze volksbuurt. - -Toch slaagde hij er in, den Rus onopgemerkt te volgen, tot aan een der -groote huurkazernes in de Willow-Walk. - -Aanstonds maakte Raffles rechtsomkeert, want hij zag zeer goed in, dat -het geen doel had in deze kleederen het huis te betreden en onderzoek -te doen naar den Rus die zooeven was binnen gegaan. - -Natuurlijk zou dit in een ommezien bekend zijn en het moest tot iederen -prijs vermeden worden, dat de Rus achterdocht kreeg. - -Het was reeds tamelijk laat en ver over het lunchuur, toen Raffles -eindelijk weder het fraaie huis in de Regent-Street betrad. - -Hij vond Charly in de bibliotheekzaal. - -De jonge man zat met het hoofd tusschen de handen over een groot boek -gebogen. - -Toen hij het gelaat ophief, zag Raffles dat het bleek was en dat zijn -oogen een doffen glans hadden. - -Een groot medelijden greep hem aan bij het zien van de verwoestingen, -welke een felle hartstocht had aangericht in het gemoed van den -eertijds zoo vroolijken, opgewekten Charly. - -Raffles trad langzaam op den jongen man toe die hem toonloos -goedenmiddag had gewenscht, legde hem de hand op den schouder, keek hem -een oogenblik doordringend aan, en ging toen tegenover hem zitten. - -„Luister eens, Charly,” begon hij op een toon van warme vriendschap, -„dit kan niet lang zoo voort duren. Al zou ik je pijn moeten doen, ik -moet die passie uit je hart rukken, voordat zij al te groote -verwoestingen heeft aangericht. Die vrouw is een bedriegster!” - -Charly streek eenige malen met zijn hand over zijn blonde haren, keek -Raffles met afwezigen blik aan en zeide: - -„Dat geloof ik niet.” - -Raffles stond langzaam op en zijn wenkbrauwen waren gefronst, zijn -oogen hadden weder denzelfden staalglans gekregen, toen hij op harden -toon zeide: - -„Dat geloof je niet? Je ziet mij voor een leugenaar aan? Ik zeg je, dat -die vrouw zich voor een ander heeft uitgegeven, dat zij niet Sonja -Paviac heet, dat zij zich heeft meester gemaakt van de papieren van een -andere Russin, om zich bij Pennock intedringen!” - -Met een ruk was Charly overeind. - -Zijn gelaat had een smartelijke uitdrukking gekregen. - -„Edward, wat pijnig je mij!” - -„Dat moet ik,” hernam Raffles met vaste stem. „Je zoudt toch geen vrouw -kunnen liefhebben, die een verworpene blijkt te zijn?” - -„Wat ben ik zelf dan anders?” riep Charly op woesten toon. „Heb ik soms -het recht te eischen dat de vrouw die ik liefheb het hoofd vrij kan -opheffen?” - -Raffles deinsde achteruit alsof hij een slag in het gelaat had -gekregen. - -Hij was vaalbleek geworden en zijn neusvleugels trilden, terwijl zijn -adem stootend uit zijn mond kwam. - -Hij scheen iets te willen zeggen, maar bracht alleen een rochelend -geluid voort. - -Toen zakte zijn hoofd op zijn borst, hij wendde zich af en schreed -langzaam naar de deur. - -Maar nog had hij deze niet bereikt, of Charly vloog naar hem toe, greep -met bevende handen zijn arm en schreeuwde met een stem, die trilde van -ontroering: - -„Edward, vergeef het mij. Ik weet niet wat ik zeg. Ik ben een -ellendeling. Mijn hersens gloeien....” - -„Verontschuldig je niet, Charly,” zeide Raffles op doffen toon. „Je had -gelijk. Ik heb je gemaakt wat je bent, ik zal niets meer over deze zaak -zeggen. Alleen nog dit, wij stelen voor een doel, dat je bekend is, wij -stelen niet voor ons zelven.... maar wat die vrouw en haar -medeplichtigen willen, dat is nuttelooze vernieling, dat is moord op -groote schaal. Zegt je dat dan niets? Keur je dat goed? Is het mogelijk -dat een man van jouw inborst een vrouw liefhebt, die het met -tijgerachtigen wellust kan aanzien, dat honderden ongelukkige, -onschuldige slachtoffers uiteen worden gereten, om een waandenkbeeld, -om een krankzinnige utopie?” - -Charly had Raffles losgelaten en stond nu een oogenblik met gebogen -hoofd en krampachtig gevouwen handen voor zich uit te staren. - -Toen hief hij met een ruk het hoofd op en begon: - -„Luister, Edward! Van het eerste oogenblik dat ik Sonja zag, geraakte -ik onder haar betoovering. Ik kan jou dat moeilijk uitleggen, die zelf -een schoone vrouw niet hooger schat dan een fraaien rashond en -nauwelijks zoo hoog als een renpaard. Ik had haar nauwelijks gezien of -ik kreeg haar lief. Jij noemt het hartstocht en dat is het misschien -wel. Maar dit zeg ik je: kun je mij bewijzen, dat je goed gezien hebt, -is die vrouw werkelijk de duivel in een menschengedaante, waarvoor jij -haar aanziet, dan ruk ik dit gevoel uit mijn hart, en ik zweer je dat -ik zelfs nooit haar naam meer noemen zal.” - -Terwijl hij dit zeide, liepen Charly de tranen langs de wangen en hij -deed zelfs geen poging ze te weerhouden. - -Raffles, die zijn trouwen vriend nog nimmer in zulk een toestand had -gezien, legde zijn arm om zijn hals en zeide met een stem, die beefde -van ontroering: - -„Later zal je aan dit korte tijdperk in je leven terugdenken met een -bittere vreugde, Charly. De bitterheid zal zijn om het ineenstorten van -je ideaal, de vreugde echter zal zijn, omdat ik je bijtijds heb -losgescheurd van deze schoone Russin, die wel spoedig zal blijken niets -anders te zijn dan een sluwe tooneelspeelster zonder hart en -bloeddorstiger dan Nero was, dan Agrippina, dan Messalina zelfs!” - -Geruimen tijd bleven de beide vrienden zwijgen. - -Toen vatte Charly de hand van Raffles, drukte ze, alsof hij haar wilde -verbrijzelen en wendde zich toen weder af om weer aan de tafel plaats -te nemen. Hij ging weer zitten, trok zijn boek naar zich toe en zeide -met zachte stem: - -„Laat mij nu aan mijn lot over en spreek niet meer over haar. Zeg het -mij pas, als.... je vermoedens bewaarheid worden. Ik kan het nu nog -niet dragen.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK VI. - -DE SAMENZWERING. - - -Reeds om zeven uur in den avond, na vroeg te hebben gedineerd, bevond -Raffles zich, door Henderson, den reusachtigen chauffeur vergezeld, -voor het huis waar Sonja Paviac kamers bewoonde. - -Hij had zich goed vermomd, en ook Henderson was zoo goed mogelijk -onkenbaar gemaakt, ofschoon het een zeer moeilijke taak was, zijn -geweldige schouders en zijn breede borst te verbergen. - -Raffles had hem een jockeypet met een breede klep laten opzetten, hem -een halsdoek laten omdoen en een afgedragen colbertcostuum laten -aantrekken. - -Zijn gelaat, dat van natuur een blozende kleur vertoonde, was bedekt -met een soort kleurmiddel, dat hem een vaal, ziekelijk voorkomen gaf. - -Om de waarheid te zeggen zag de reus er, met zijn pet diep in de oogen -getrokken, zijn kraag opgezet, zijn rooden halsdoek en zijn stompje -sigaret tusschen de tanden, alles behalve vertrouwen inboezemend uit. - -Wie hem in een weinig bezochte buurt des avonds tegen kwam, zou -denkelijk maar het liefst een grooten omweg hebben gemaakt, teneinde -hem te ontloopen. - -Het costuum van Raffles verschilde weinig van dat van Henderson, maar -zijn gelaat was volkomen onherkenbaar, het was het gezicht van een -dronkaard, een zakkenroller, alles wat men wil, maar zeker niet dat van -den vice-president van de Windsor-Club, waarvan alleen zeer rijke en -adellijke heeren deel uitmaakten. - -De beide mannen waren elkaar schijnbaar op straat tegengekomen en -stonden nu met elkander te praten, op eenigen afstand van het huis, -hetwelk zij goed in het oog hielden. - -Vijftig passen verder bevond zich een groote auto-verhuurinrichting en -daar hadden de beide mannen den wagen gestald, die hen hier had -gebracht. - -Het was een zeer snelle auto, waarvan zij konden verwachten, dat zij -elken anderen wagen gemakkelijk zou kunnen bijhouden en als het moest -inhalen. - -Daar het wachten wat lang begon te vallen, besloot Raffles, een klein -wijnhuis op te zoeken, dat zich schuin tegenover de huurkazerne bevond, -waar Sonja woonde, maar nauwelijks waren de beide mannen daar binnen -getreden, of Raffles trok Henderson haastig weder met zich mede naar -buiten en fluisterde hem toe: - -„Daar komt zij juist aan! Vlug wat.” - -Inderdaad Sonja Paviac stond voor de deur van het huis en rookte -bedaard een sigaret, terwijl zij blijkbaar uitzag naar een huurauto. - -„Zij zoekt een auto!” hernam Raffles fluisterend. „Wij hebben juist een -wagen bij ons, die veel op een taxi lijkt ofschoon de motor tienmaal -sterker is. Ga dien wagen spoedig halen en rijdt langzaam langs haar -heen, misschien neemt zij je wel. Dat bespaart ons dan de moeite -misschien door heel Londen een anderen wagen te moeten volgen.” - -„En gij, Mylord?” - -„Ik rijd natuurlijk mede op de achterveeren.” - -De beide mannen staken snel de straat over en Henderson ging de auto -uit de garage halen, terwijl Raffles de Russin in het oog hield uit -vrees, dat zij wellicht in dien tijd een andere huurauto zou vinden. - -Maar Henderson was er vlug bij geweest. Hij had den kraag van zijn jas -behoorlijk neergeslagen, zijn halsdoek in zijn zak gestoken, zijn pet -wat terug geschoven, en kon na wel doorgaan voor een van de snorders, -die er een eigen auto op nahouden, waarmede zij hun kostje ophalen. - -Niet zoodra had Sonja de langzaam rijdende auto in het oog gekregen, of -zij wenkte den gewaanden chauffeur van den huurwagen. - -Henderson remde, en de wagen stond vlak voor de Russin stil. - -Sonja nam den chauffeur even op en vroeg toen: - -„Kun je mij naar Wellington Row brengen, chauffeur?” - -Henderson deed of hij even aarzelde, daar hij maar al te goed wist, dat -de tegenwoordige huurchauffeurs zich liever niet al te zeer vermoeien -en lange afstanden slechts voor zeer hooge fooien afleggen, waarop -Sonja haastig vervolgde: - -„Ik zal je wel een goede fooi geven.” - -„Nu, dan zullen wij eens zien, hoe ver wij komen, dame,” zei Henderson -met een grijnslach. „Stapt U dan maar in. Welk nummer?” - -De Russin scheen iets te willen antwoorden, misschien het nummer te -willen noemen, maar zij bedacht zich, en zeide: - -„Rijdt maar naar het begin van Wellington Row, daar stap ik wel uit.” - -„Zooals U wilt, dame.” - -Sonja opende het portier en stapte in. - -Op hetzelfde oogenblik, dat de auto zich in beweging stelde, wierp -Raffles zich met een snellen sprong achter op de veeren. - -Het was een tamelijk vermoeiende lichaamsbeweging, die rit van bijna -een uur. - -Maar eindelijk stond de auto toch stil aan het begin van Wellington -Row, een tamelijk breede straat in de wijk van Betnal Green gelegen, -eveneens een echte volksbuurt, maar waar men toch ook verscheidene -fraaie straten vindt, door den middenstand bewoond. - -Raffles was aanstonds van de auto gesprongen en stond nu schijnbaar het -menu te lezen, hetwelk was opgehangen achter de spiegelruit van een -volksrestaurant. Inderdaad echter hield hij in het spiegelend oppervlak -de Russin in het oog. - -Hij zag hoe zij Henderson betaalde, die nogal tevreden scheen te zijn -over zijn fooi, en daarop met snelle schreden de straat inging. - -Een oogenblik stond Raffles besluiteloos. - -Van een garage viel niets te bespeuren en hij kon toch de auto -onmogelijk onbeheerd laten staan. - -Maar spoedig was zijn besluit genomen. - -Hij was met een paar stappen bij Henderson en voegde hem fluisterend -toe: - -„Ik moet die vrouw nagaan, Henderson! Je weet wat het doel is. Ik -vermoed, of liever ik weet bijna zeker, dat die vrouw deel uitmaakt van -een zeer gevaarlijke bende nihilisten.” - -„Maar laat mij toch met U meegaan, Mylord,” zei Henderson. „Gij zult -groot gevaar loopen, want ik heb mij wel eens laten zeggen, dat die -menschen voor niets terugdeinzen. De buurt is hier ook allesbehalve -veilig!” - -Maar Raffles schudde het hoofd en hernam: - -„Ik zal wel oppassen, Henderson. Men zal mij alleen minder gemakkelijk -opmerken, dan wanneer wij met ons beiden zijn. Wij kunnen de auto niet -onbewaakt laten. Wacht dus op mij, totdat ik terug zal zijn gekeerd!” - -„Neem mij niet kwalijk, dat ik aandring, Mylord, maar die schurken -zullen U toch niet binnen laten komen.” - -„Dat acht ik ook ondenkbaar, Henderson,” antwoordde Raffles -glimlachend. „Natuurlijk zal ik hen daartoe ook geen verlof vragen. Het -moet met list geschieden, anders konden wij de onderneming wel dadelijk -laten varen.” - -Hij knikte Henderson nog eens toe, maar deze trad haastig op hem toe en -vroeg: - -„Hoe lang kunt gij hoogstens wegblijven, Mylord?” - -„Dat zal van de omstandigheden afhangen, Henderson, maar ik denk toch -zeker niet langer dan een uur. En laat mij nu gaan, anders verlies ik -haar nog uit het oog.” - -Raffles knikte den trouwen metgezel nog eens vriendelijk toe en het -volgende oogenblik was hij op zijn beurt Wellington Row ingegaan. - -De Russin liep ongeveer vijftig passen voor hem uit. - -Zij liep tamelijk snel, maar Raffles had toch geen moeite om haar bij -te houden. - -Op den hoek van Barnet Grove stond zij even stil, wierp een snellen -blik om zich heen en sloeg toen de laatstgenoemde straat in. - -De huizen waren hier zeer oud en vervallen, en sommige dateerden uit -het begin van de zestiende eeuw. - -De verlichting liet hier vrij veel te wenschen over en Raffles moest -tamelijk dicht bijkomen om het wild niet uit het oog te verliezen. - -Eindelijk stond Sonja Paviac stil voor een hoog smal huis, hetwelk -zoover voorover helde, dat men ieder oogenblik moest vreezen, het te -zien instorten. - -Weer keek zij even om zich heen en daarop verdween zij snel in een -duistere koetspoort. - -Nog juist bijtijds had Raffles zich in een portiek verborgen op het -oogenblik dat de vrouw omkeek. - -Hij begaf zich nu op zijn beurt onder de koetspoort en ging af op het -geluid van de wegstervende schreden. - -Achter in den gewelfden doorgang, die toegang gaf tot een binnenplein, -waarop ondanks het late uur nog een aantal kinderen schreeuwden en -speelden, bevond zich een deur, die aanstond. - -Raffles duwde haar wat verder open en luisterde. - -Duidelijk hoorde hij de schreden van de vrouw op de krakende treden. - -Raffles overtuigde zich, dat zijn revolver op de goede plaats zat, en -daarop begon hij zonder aarzelen de smalle trap te beklimmen. - -En het was merkwaardig, hoe de treden, die gekraakt hadden onder de -lichte voetstappen der schoone vrouw, thans hoegenaamd geen geluid -gaven. - -Een muis zou zeker meer leven hebben gemaakt, dan de -Gentleman-Inbreker. - -In het oude, donkere huis schenen alle bewoners wel ter ruste te zijn, -want het was er zeer stil en slechts nu en dan hoorde Raffles eenig -teeken van leven, het dichtslaan van een deur, kindergeschreeuw, een -kijvende vrouwenstem. - -Maar wat hij ook steeds bleef hooren, dat was het kraken van de oude -traptreden onder de voeten van Sonja Paviac.... - -Steeds hooger steeg zij, en Raffles had reeds vier portalen geteld. - -Maar eensklaps hield het geluid op. - -Juist toen hij niets meer hoorde stond Raffles aan het begin van een -smalle trap, een wenteltrap, die klaarblijkelijk naar de -zolderverdieping voerde. - -Hij luisterde aandachtig. - -Boven werd op een deur geklopt, daarna was het even stil, toen sprak -een vrouwenstem eenige woorden in het Russisch op gedempten toon. - -Er piepte een deur, een diepe mannenstem zeide iets op heeschen toon, -eveneens in een vreemde taal, toen klonk het piepen van de deur -opnieuw, gemengd met het geluid van schreden en ten slotte werd een -roestige sleutel in een slot omgedraaid. - -Maar in dien tijd was Raffles onhoorbaar naar boven gesloopen, en juist -toen de deur achter Sonja Paviac gestoten werd, hief Raffles het hoofd -boven den vloer van het portaal op. - -Aanvankelijk zag hij niets dan een rossige lichtstreep, ongeveer twee -meter van hem verwijderd; dat was hoogstwaarschijnlijk het licht in de -kamer, waar de Russin zooeven was binnengetreden, dat onder de deurreet -doorscheen. - -Voorzichtig hief Raffles zich op, beklom de laatste treden en stond op -het duistere portaal. - -Toen zijn oogen wat beter aan de duisternis gewend waren, ontwaarde -hij, dat hij zich op een soort zolder bevond, welke een modern en -practisch huisheer betimmerd had met eenige kleine vertrekjes. - -Raffles zag vier deuren naast elkaar, maar slechts onder een daarvan -scheen licht naar buiten. - -Raffles stak het portaal over bukte zich, en bracht zijn oog voor het -sleutelgat van de deur, waardoor Sonja Paviac was binnengegaan. - -Hij kon echter volstrekt niets zien, blijkbaar had men een doek of een -ander voorwerp voor het sleutelgat gehangen. - -Teleurgesteld richtte Raffles zich weer op. - -Maar plotseling scheen hem iets in te vallen. - -Hij ging naar de volgende deur, op de teenen loopend, en draaide aan de -kruk. - -Tot zijn blijdschap gaf de deur aanstonds mede. - -Hij trad een schaarsch gemeubeld vertrek binnen, dat zijn licht ontving -door een klein zijraam, waardoor op dit oogenblik de maan naar binnen -scheen. - -Dadelijk sloot Raffles de deur weder, hetgeen hij echter niet met een -sleutel kon doen, daar deze ontbrak, en ontstak zijn electrische -zaklantaarn. - -Hij trad op den wand toe, die de kamer van het aangrenzende vertrek -scheidde en betastte deze. - -„Hout, zooals ik wel dacht,” mompelde Raffles voor zich heen. „Zoo veel -te beter, dat bespaart heel wat werk.” - -Hij ging op zijn knieën liggen, haalde een klein, eigenaardig gevormd -instrument uit zijn zak, een boor van zijn eigen vinding, zette die -tegen den zijwand, dicht bij een der hoeken van het vertrek en -omstreeks een voet van den vloer en begon aan den kleinen zwengel van -het toestel te draaien, dat wel eenigszins geleek op een eierklutser. - -Zonder het minste geruisch te maken, terwijl de kleine houtsplinters in -een fijnen regen op den vloer vielen, drong het gereedschap door den -dunnen wand en in een paar tellen had Raffles een zuiver rond gat -geboord van ongeveer een duim in doorsnede. - -Hij trok de boor terug, ging languit op den vloer liggen en bracht zijn -oog voor de opening. - -Hij kon een groot gedeelte van het aangrenzende vertrek overzien. - -In het midden stond een wrakke tafel, waaraan een zestal mannen gezeten -waren. - -Zelfs een leek op het gebied van volkenkunde zou in deze mannen -aanstonds Russen herkend hebben. - -Zij hadden allen glanzend zwart haar, in den nek uitgeknipt, een paar -hunner hadden lange, verwarde baarden en de snorren van de anderen -hingen op Russische wijze omlaag. - -Slechts een hunner was baardeloos, maar zijn scheefstaande oogen, -uitspringende jukbeenderen, wreede kaken en platte, breede neus, wezen -hem aanstonds aan als een Moskoviet, met veel Mongoolsch bloed in de -aderen, waarschijnlijk een bewoner van den Oeral of van de streken van -het onmetelijke Russische rijk, die het dichtst aan China grenzen. - -Aan het smalle einde van de tafel zat Sonja Paviac. - -Zij had haar hoed afgelegd en ook haar mantel uitgedaan. - -Haar gelaat was bleek en haar oogen hadden een somberen gloed, terwijl -zij keek naar een voorwerp, dat in het midden van de tafel stond. - -Het was een kleine, langwerpige withouten kist, ongeveer twee decimeter -lang, een decimeter hoog en acht centimeter breed. - -De deksel was opengeklapt, maar wegens het lage standpunt, hetwelk -Raffles zich Voorzichtigheidshalve gekozen had, kon hij onmogelijk -zien, wat zich in de kist bevond. - -Wel herkende hij dadelijk een van de mannen, die aan de tafel aanzat, -het was dezelfde, dien hij des avonds in het danspaleis in Grange Road -gezien had en vervolgens nog eens in de loketzaal van de bank der -heeren Rosenthal en Pennock. - -Op dit oogenblik begon Sonja te spreken. - -Haar stem had een eenigszins schellen klank, toen zij begon: - -„Dat is dus het stukje speelgoed met behulp waarvan wij de Engelsche -bank in de lucht kunnen laten vliegen, Paul Miljakoff, mijn hulde! Maar -kun je mij nu ook verzekeren, dat de uitwerking inderdaad zoo -vreeselijk zal zijn, als je er van verwacht?” - -De aangesprokene, het was juist de man dien Raffles reeds kende, knikte -eenige malen veel beteekenend en antwoordde toen: - -„Het is een vinding van onzen wederzijdschen vriend Pavloff, Sonja! Ik -ben er bij geweest, terwijl hij proeven nam met een zeer kleine -hoeveelheid van dit mengsel, niet het honderdste gedeelte van wat zich -in deze kleine kist bevind, nauwelijks zooveel als er op de punt van -een zakmes kan liggen. Het zag er uit als gemalen koffie. Pavloff -verbond deze kleine korrels met een soort stopverf tot een vast deeg, -hetzelfde deeg, dat gij in deze kist ziet en bracht het door middel van -een slaghoedje op verren afstand tot ontploffing. Welnu, met dat -snuifje gemalen koffie slaagde hij erin een zwaar blok graniet, dat -zeker een ton woog, letterlijk tot stof uiteen te doen slaan. Geloof -mij, zooiets vreeselijks bestaat er niet meer op aarde en wanneer -Pavloff zijn titaniet, zooals hij liet noemt, aan een vreemde -mogendheid zou willen verkoopen, dan zou hij er millioenen voor -krijgen. Maar Pavloff is een goede broeder, hij weet, dat wij -allereerst tegen de vervloekte kapitalisten moeten strijden en daarom -heeft hij zijn ontploffingsmiddel in onzen dienst gesteld.” - -„En kan dit vreeselijke goed niet anders ontploffen dan door middel van -een slaghoedje?” vroeg Sonja, die even gehuiverd had. - -„Toch wel!” antwoordde Miljakoff met een wrangen glimlach. „Als gij -bijvoorbeeld deze kist eenvoudig uit het raam laat vallen, dan is er -een paar seconden later geen spoor meer van ons zevenen terug te -vinden, maar waarschijnlijk evenmin van heel Betnal Green!” - -„En voor wanneer zal het zijn?” - -„Alles is gereed aan onzen kant, het kan morgen geschieden!” - - - - - - - - -HOOFDSTUK VII. - -IN DOODSGEVAAR. - - -Een oogenblik bleef het stil in het vertrek. - -Toen hernam Miljakoff, terwijl hij den kring van zwijgende mannen in -het rond zag: - -„Wij hebben een maand lang allen hard gewerkt! Onze Sonja heeft van -haar positie bij de bank van Rosenthal en Pennock handig gebruik weten -te maken om zich op de hoogte te stellen van de reglementen en de -voorschriften die daar gelden en ook aan de Engelsche bank en op de -beurs. Zij heeft kennis aangeknoopt met Chesterfield, den -onderdirecteur van de bank en langzamerhand heeft hij haar alles -meegedeeld, wat voor ons van nut kan zijn. Wij weten nu wat de minst -drukke uren zijn, waarop de aanslag het meeste kans van slagen heeft, -wij weten hoe de safe is ingericht, wij kennen de geheele inrichting -van de bank. Chesterfield is een galant man, hij heeft haar aan onze -vriendin getoond. Morgen dus gaan twee van de anderen, die in hun -uiterlijk nog het meest gelijken op twee van die vervloekte rijke -bourgeois, naar de bank en geven daar voor dat zij geld in deposito -komen brengen. Zij zullen natuurlijk zelf de safe willen zien, waarin -hun geld bewaard wordt. - -„Een hunner neemt deze kist, die niet al te zwaar is, in een sterke, -lederen citybag met zich mede, na het uurwerk geregeld te hebben in de -auto, onze twee vrienden hebben mijn instructies reeds. Hij die de -tasch draagt met haar verrassenden inhoud zal haar achterlaten, -zoogenaamd bij vergissing. Het doet er niet toe of men haar al of niet -dadelijk ontdekt, want zij zal toch goed op slot zijn. Het beste is -natuurlijk, als zij goed verborgen wordt achtergelaten, bijvoorbeeld in -het loket van de safe, dat zij zullen huren.” - -„En wanneer heeft dan de ontploffing plaats?” vroeg Sonja, met een -wilden gloed in haar oogen. - -„Een half uur nadat zij het gebouw weder zullen hebben verlaten,” -antwoordde Miljakoff. - -Sonja verbleekte opnieuw en riep uit: - -„Een half uur slechts! Mijn God, als zij dan maar niet te lang -blijven.” - -„Maak je niet ongerust, mijn duifje,” hernam Miljakoff schouder -ophalend, „je minnaar zal wel bijtijds het hazenpad weten te kiezen.” - -„Wat is dat?” riep Sonja ontzet uit. „Moet Alex dat werk doen?” - -„Wat is er tegen?” hernam Miljakoff koeltjes. „Is hij beter dan een -onzer? Moet hij worden vrijgesteld, omdat jij toevallig zijn minnares -bent?” - -De schoone Russin antwoordde niet maar keek strak naar de kist met haar -vreeselijken inhoud. - -Zij huiverde. - -En toch wist zij van zich zelf, dat zij ieder oogenblik bereid zou zijn -om, wanneer het moest, zelf die gevaarlijke taak op zich te nemen. - -Ja, zij zou geen oogenblik aarzelen. - -Haar stem had een schorren klank, toen zij eindelijk hernam: - -„Ik zal er mij niet tegen verzetten, Paul Miljakoff. Je weet dat ik -onze zaak met hart en ziel ben toegedaan en dus.... Wat was dat?” - -De nihilisten keken elkander vragend aan. - -In het aangrenzend vertrek had het geluid geklonken van een vallend -voorwerp. - -In een oogwenk was Miljakoff opgevlogen en had hij de deur van het -portaal open gerukt, met de revolver in de vuist. - -Juist op hetzelfde oogenblik verscheen Raffles op den drempel van de -deur van het aangrenzende vertrek. - -Hij had een zijner beenen gestrekt, stijf geworden door zijn lastige -houding en had tegen de tafel gestooten, waarop hij zijn electrische -lamp had neergezet, die met een doffen slag op den houten vloer was -gevallen. - -Dadelijk had hij begrepen, dat hij zijn aanwezigheid wel verraden zou -hebben en was dus slechts op een snelle vlucht bedacht. - -Maar reeds was de terugtocht hem afgesneden. - -„Verraad mannen!” brulde Miljakoff. „Luistervinken!” - -In een oogwenk waren de andere Russen op het duistere portaal. - -Reeds kon Raffles de trap niet meer bereiken, want Miljakoff had hem -vastgegrepen. - -Wel rukte hij zich los en tastte zijn hand reeds naar de revolver, maar -het was te laat. - -Vier krachtige mannen wierpen zich op hem en sleurden hem haastig het -vertrek binnen. - -Raffles was een gespierd man en buitengewoon geoefend in alle takken -van sport, maar die overmacht van zes gespierde mannen, waarvan er drie -reeds met revolvers gewapend waren, was al te groot. - -En Raffles begreep spoedig, dat hij zich slechts vruchteloos zou -afmatten, wanneer hij zich trachtte te verzetten. - -Hij gaf het dan ook op, toen hij twee der Russen had kunnen neervellen -en hem door twee anderen beide armen op den rug werden gewrongen. - -Sonja had zwijgend bij den korten strijd toegezien, met den rug tegen -de deur leunend en een glans in haar oogen als van een wild dier. - -Zoodra Raffles geboeid was met een paar sterke touwen en op een stoel -was neergezet, begon Sonja met de handen in de zijde en een uitdrukking -van koude wreedheid op het gelaat: - -„Welzoo, dat is dus de indringer. Maar, ik herken de man! Dat is die -man, dien ik zooeven bij mijn auto zag staan en dien ik nog eens terug -zag, toen ik mij op den hoek van deze straat nog eens omdraaide! -Doorzoek zijn zakken eens!” - -Miljakoff trad op Raffles toe, opende zijn jas, stak zijn hand in den -binnenzak en haalde er eenige papieren uit. - -Het waren zorgvuldig nagemaakte legitimatiebewijzen van een detective -van Scotland-Yard. - -Miljakoff liep ze zwijgend en snel door en overhandigde ze toen aan de -Russin. - -Toen deze ze op haar beurt gelezen had, wierp zij Raffles een -doorborenden blik toe, trad vlak voor hem en vroeg: - -„Waart gij allang hier naast? Maar wat vraag ik. Gij zijt mij -natuurlijk onmiddellijk gevolgd. Gij hebt dus gehoord wat wij hier -bespraken?” - -„Van A tot Z, schoone dame,” antwoordde Raffles bedaard. - -„Toch waar?” kwam de schoone Russin, tergend langzaam, terwijl zij -Raffles nogmaals onderzoekend en met een blik vol haat aankeek. „Gij -weet zeker wel, dat gij met die weinige woorden Uw eigen doodvonnis -teekent?” - -„Ik heb er geen oogenblik aan getwijfeld, of gij zoudt niet aarzelen, -mij ter dood te brengen, omdat ik U lastig ben,” antwoordde Raffles -rustig. „Denk niet dat ik den dood vrees. Ik heb hem te menigwerf onder -tal van gedaanten onder het oog moeten zien, dan dat ik hem thans zou -vreezen. Bedenk echter wel wat gij doet, men weet op Scotland-Yard dat -ik hier ben!” - -„Weet men dat werkelijk?” hernam Sonja Paviac op spottenden toon. „Neem -mij niet kwalijk als ik het betwijfel. Maar hoe het ook zij, gij zult -reeds lang niet meer tot de levende behooren, in geval de politie hier -een inval mocht komen doen.” - -Miljakoff, die Raffles met een duisteren blik had aangestaard, sprak nu -op gedempten toon: - -„De politiebeambten zijn onze doodsvijanden. Waar wij hen in handen -krijgen, daar maken wij hen onverbiddelijk dood. Wij weten waaraan wij -ons zelven blootstellen, wanneer wij gevat worden en daarom kennen wij -ook geen medelijden in het tegenovergestelde geval.” - -„Verbeuzel niet zooveel tijd, Paul!” riep Sonja uit. „Er is natuurlijk -geen sprake van, dat deze man hier levend vandaan mag gaan. Hij zou -aanstonds ons plan verraden, het plan waaraan wij maanden lang gewerkt -hebben en waarvan de tenuitvoerlegging dit vervloekte land in het hart -moet treffen. Ter dood met hem! Weet gij geen goed en afdoend middel, -Paul?” - -„O ja!” antwoordde deze met een duivelsch lachje. „Hij kan ons als -proefkonijn dienen. Ik heb hier een klein instrument in mijn zak, iets -dergelijks als deze kist hier op de tafel, maar een kleiner formaat. -Het bevat hoogstens een theelepeltje van dit donkerbruine goedje, gij -weet wel wat.” - -Hij had zijn hand in zijn zak gestoken en haalde er voorzichtig een -voorwerp uit, dat er uitzag als een van die ronde blikken doozen, -waarin schoensmeer of iets dergelijks verkocht wordt. - -Hij deed het voorzichtig open en wendde zich toen weder tot Sonja, -terwijl hij vervolgde: - -„Zooals gij ziet bevat het een klein, goedkoop horloge-uurwerk. Ik heb -het zoo geregeld, dat het een minuut later kan ontploffen, maar ook pas -na twee uur. Wat dunkt je van tien minuten?” - -„Dat is ruimschoots voldoende om ons in veiligheid te brengen, -nietwaar?” - -„Ruimschoots! Ik zal het uurwerk opwinden, wanneer wij gereed zijn de -kamer te verlaten. Maar wij zullen niet te gelijkertijd vertrekken. Het -is beter, dat wij twee aan twee heengaan.” - -„Bindt hem dan stevig vast en knevel hem!” beval de Russin. - -Reeds trad er een der Russen met een halsdoek op Raffles toe, toen deze -zeide: - -„Een oogenblik! Ik wilde nog wel even mijn meening te kennen geven over -madame Sonja Paviac.” - -Hij keek de Russin recht in de zwarte oogen en vervolgde: - -„Ik heb in mijn avontuurlijk leven al heel wat tegenstellingen onder de -oogen gehad, madame. Maar nooit had ik kunnen gelooven, dat een zoo -duivelsche ziel kon wonen in zulk een schoon omhulsel. En daaraan heb -ik nog slechts dit eene toe te voegen: - -„De beul, die U den strik om den hals legt, doet een goed en -menschlievend werk. En nu ben ik tot Uw dienst.” - -Sonja had met een giftigen blik in haar donkere oogen toegeluisterd, -het hoofd een weinig gebogen en met gebalde vuisten. - -Toen tastte zij driftig in haar boezem en haar hand omvatte een -kleinen, vlijmscherpen dolk. - -Een oogenblik leek het alsof zij zich als een furie op Raffles wilde -werpen, die machteloos op zijn stoel was vastgebonden. - -Zij wist zich echter te beheerschen, haalde de schouders op en zeide op -kouden toon: - -„Gij kunt over mij oordeelen zooals gij verkiest, het raakt mij niet.” - -Vervolgens wendde zij zich tot Miljakoff en vroeg: - -„Heeft de ontploffing ernstige gevolgen, behalve natuurlijk voor dezen -spion?” - -„De heele bovenverdieping gaat er aan. En ik denk dat wel de -aangrenzende huizen ook heel wat te lijden gullen hebben, maar het zijn -maar bourgeois,” voegde hij er op minachtenden toon aan toe. - -„Aan hen is niets verbeurd!” riep Sonja met fonkelende oogen. „Hoe -eerder dat ras is uitgeroeid hoe beter het voor ons en voor de geheele -wereld is. En laten wij nu maar spoedig vertrekken en dezen spion aan -zijn noodlot overlaten.” - -Raffles werd gekneveld, zoodat men zijn schreeuwen niet zou kunnen -hooren, en de touwen, waarmede hij op den zwaren stoel, was -vastgebonden, werden nog eens duchtig geïnspecteerd. - -Twee van de nihilisten hadden de kist met haar vreeselijken inhoud -reeds zorgvuldig gesloten en verlieten, na op zachten toon eenige -woorden met Miljakoff te hebben gewisseld, de dakkamer. - -Nadat zij een paar minuten weg waren, plaatste Sonja zich voor Raffles -en kruiste de armen over de borst. - -Haar oogen, die zij zoo kwijnend kon laten glanzen, hadden thans een -boosaardige uitdrukking en er gloeide een wilde haat in, toen zij -tusschen de tanden siste: - -„Over een kwartier zult gij in kleine stukjes uiteen spatten, mijnheer -de spion. Gij hebt Uw lot verdiend. Zoo moge het alle agenten vergaan, -dienaren van de kapitalistische maatschappij.” - -Zij spuwde Raffles voor de voeten, die zelfs niet met de oogen geknipt -had en ging met een van de andere bandieten heen. - -Miljakoff had de helsche machine in de hand genomen en begon -voorzichtig het uurwerk op te winden. - -Toen verzette hij met de grootste zorgvuldigheid de wijzers en plaatste -de blikken bus, nadat hij er een lang, sterk bindtouw aan bevestigd -had, zoodanig op het blad van de tafel, dat zij er voor bijna de helft -overheen stak en het minste rukje aan het touw haar op den grond moest -doen vallen. Hij maakte vervolgens het andere uiteinde van het touwtje -zoodanig aan den pols van Raffles vast, dat het strak was getrokken en -richtte zich nu met een glans van voldoening in zijn zwarte oogen weer -op. - -Hij keek Raffles een oogenblik spottend aan met een blik van helsch -leedvermaak en zeide toen: - -„Gij zult het doel van deze kleine inrichting wel begrijpen, nietwaar? -Gij zijt een man, die in levensgevaar verkeert en gij zult dus al het -mogelijke doen om U te bevrijden. De minste beweging kan U echter den -dood kosten, want deze bom zal eveneens ontploffen, wanneer zij van de -tafel op den vloer valt. Wij zullen het licht hier laten branden, vlak -tegenover U staat een kleine wekker en gij zult dus het voorrecht -hebben op de minuut af te weten, wanneer gij met het geheele bovenste -gedeelte van dit huis de lucht zult ingaan.” - -Miljakoff boog zich over het uurwerk in de open doos heen en vervolgde: - -„Van dit oogenblik af is het nog juist zeven minuten, wij zullen ons -dus wat moeten haasten om heen te gaan en onze makkers in te halen. -Vaarwel, wij moeten U thans tot onze spijt verlaten.” - -Miljakoff en zijn trawanten maakten een ironische buiging voor den -weerlooze en het volgende oogenblik hadden zij het vertrek verlaten. - -Raffles hoorde hoe zij den sleutel in het slot omdraaiden en hun -schreden zich snel verwijderden. - -Toen werd het stil, op het eentonig tikken na van den goedkoopen -bazarwekker op den smallen schoorsteen. - -Het was juist half elf, nog zeven minuten, dan zou alles gedaan zijn. - -Raffles boog voorzichtig het hoofd en bekeek de touwen, die hem -gebonden hielden, zij waren vingerdik en van het beste vlas -vervaardigd. - -Ja, als de helsche machine er niet was geweest, misschien had hij dan -een poging kunnen doen, om zich met stoel en al te laten vallen en zoo -de aandacht van de benedenburen te trekken, thans echter zou die -beweging zijn onmiddellijke dood beteekenen. - -Toen poogde Raffles zeer voorzichtig, of hij den stoel wellicht kon -laten wiebelen. - -Waren de pooten niet geheel gelijk, dan zou het misschien mogelijk -zijn, de tafel te naderen, de helsche machine te grijpen en het uurwerk -te laten stilstaan. - -Maar ook deze hoop moest hij laten varen, want men had zijn voeten op -een sport vastgebonden en de stoel was zeer zwaar, ten overvloede zou -de minste onvoorzichtige beweging de helsche machine doen vallen.... - -Toen Raffles weder opkeek waren er drie minuten verstreken.... - -Hij trachtte nu in den doek te bijten, die men hem voor den mond had -gebonden, hij slaagde er slechts in, een paar vezels stuk te trekken, -de doek was te breed en te stijf dichtgebonden. - -Hij trachtte zijn pols een weinig te bewegen en hij voelde het klamme -zweet zijn gelaat bedekken, toen hij bemerkte dat hij hierdoor de -helsche machine een weinig had doen verschuiven, zoodat de minste of -geringste beweging, ja misschien zelfs de zwaarte van het touwtje of -het dreunen van het huis, als er een zware auto voorbij reed, het -vreeselijke ding op de tafel moest doen vallen.... - -Raffles zat doodstil en durfde nauwelijks ademhalen. - -Met starenden blik keken, zijn oogen nu eens naar den wekker, dan weder -naar de helsche machine. - -Nog twee minuten.... - -Maar plotseling ving zijn geoefend oor, toen hij zich reeds verloren -waande en zich moedig in het onvermijdelijke schikte, een luid geraas -op, dat beneden in het huis klonk, het was het gerucht van een -woedenden strijd. - -Slechts weinige seconden later naderden er zware voetstappen, toen -werden haastig de deuren van de kamers op de vliering opengeworpen. - -Een luide, welbekende stem vloekte dat het een aard had.... - -Het was de stem van Henderson! - -Het volgende oogenblik beukte zijn zware vuist op de deur. - -Met een gevoel van vreeselijke ontzetting zag Raffles dat de helsche -machine wankelde. - -En steeds luider en steeds harder daverden de zware vuisten van den -reus op de deur. - -Nog een minuut....! - -Henderson had blijkbaar een aanloop genomen, want met een luid gekraak -vloog het bovenste paneel van de deur aan splinters. - -Op hetzelfde oogenblik viel de helsche machine! - -Raffles sloot de oogen.... - -Maar hij voelde zich niet opnemen in een wervelstorm en zijn ooren -werden niet verscheurd door de helsche losbarsting van de ontploffing, -die hem den dood moest brengen. - -Hij opende de oogen weder en een gevoel van innige vreugde doorstroomde -hem, het touwtje was een weinig te kort geweest.... De helsche machine -had den vloer niet kunnen bereiken, maar schommelde nu ter zijde van -den stoel aan het strak gespannen touwtje heen en weer. - -Het scheelde slechts weinige millimeters, maar die paar strepen -beteekenden het verschil tusschen dood en leven. - -Henderson had intusschen vliegensvlug het paneel geheel vernield en -stapte door het gemaakte gat het vertrek binnen. - -Dadelijk bevrijde hij Raffles van den doek. - -Het eerste wat Raffles hem met heesche stem toeriep was: - -„Zet voorzichtig die doos op tafel, die daar aan een touwtje naast mijn -stoel hangt en zet het uurwerk een uur terug—in Godsnaam vlug, het is -een helsche machine.” - -Bleek van schrik gehoorzaamde de reus. - -Het was juist bijtijds—nog twintig seconden en de beide mannen zouden -een vreeselijken dood hebben gevonden. - -Zoodra de helsche machine voorloopig onschadelijk was gemaakt sneed -Henderson de touwen door, die Raffles op den stoel gebonden hielden. - -De Gentleman-Inbreker stond op, rekte zich uit, en greep toen Henderson -bij de hand om die te drukken alsof hij ze wilde verbrijzelen. - -„Ik dank je, Henderson!” zeide hij met trillende stem. „Je hebt mij al -weder het leven gered.” - -„Laten wij daar niet over praten, Mylord. Ga spoedig mede—ik dank nu -den hemel, dat ik u toch maar gevolgd ben, om te zien waar u bleef. Het -is hier onveilig! Laten wij maken dat wij wegkomen.” - -„Ik heb daareven het gerucht van een strijd gehoord, wat was dat?” - -„O, dat had niets te beteekenen, Mylord,” antwoordde Henderson op -luchtigen toon. „Ik heb drie Russen, waaronder die schavuit met zijn -smerigen zwarten baard een weinig overhaast zien heen gaan, en ik heb -hen even onder handen genomen—ik geloof dat zij ergens op de -binnenplaats liggen—ik weet niet of er veel van over is gebleven. Maar -laten wij nu gaan, wat ik u bidden mag.” - -„Eerst die helsche machine onschadelijk maken,” riep Raffles uit. - -Hij bekeek met kennersoog even het toestel, ontdekte spoedig de werking -van het mechaniek, verbrak voorzichtig de verbinding tusschen uurwerk -en ontploffingsstof—en nu was de helsche machine onschadelijk gemaakt. - -Hij liet de blikken doos in zijn zak glijden—benevens het uurwerk, -greep Henderson bij den arm, en riep uit: - -„Nu spoedig weg, de politie moet aanstonds gewaarschuwd worden.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK VIII. - -DE AANSLAG OP DE BANK. - - -Het geluk was met Raffles, want nauwelijks had hij den voet op straat -gezet, of in de verte naderde een met twaalf koppen bemande -politie-auto, die op patrouille was. - -Raffles wenkte den chauffeur om stil te houden, en in een oogwenk had -hij den brigadier, die het bevel voerde over den kleinen troep, op de -hoogte gebracht. - -Aanstonds snelde een half dozijn agenten de binnenplaats op, waar zij -inderdaad Miljakoff en zijn medeplichtigen vonden, omringd door een -aantal nieuwsgierige buren, en in een verre van benijdenswaardigen -toestand. - -De drie schurken waren zoo onvoorzichtig geweest Henderson den toegang -te willen versperren, en een hunner had dit met twee gebroken ribben, -de tweede met een ontwrichten arm en de derde met een aantal kneuzingen -over het geheele lichaam moeten bekoopen. - -Het drietal werd aanstonds opgenomen en in de politie-auto gedragen. - -Daar Raffles zich nu eenmaal als Lord Aberdeen met de zaak bemoeid had, -kon hij moeilijk anders doen, dan dien naam opgeven,—maar hij dankte -zijn gesternte, dat hem had ingegeven, de nagemaakte detectivekaart bij -zich te steken, voor hij het noodlottige vertrek verliet, waar hij -bijna den dood had gevonden. - -Want men zou het op Scotland-Yard wel eens vreemd hebben kunnen vinden, -dat zijn Lordschap zich in het bezit bevond van dit voortreffelijk -nagemaakte legitimatiebewijs. - -Raffles en Henderson stapten op hun beurt in en een uur later reed de -auto de groote binnenplaats op van het sombere hoofdbureau van politie -in Downingstreet. - -De gevangenen werden aanstonds naar hun cellen geleid en nu was het de -beurt van Raffles om een omstandig verhaal te doen van wat hem -wedervaren was. - -De dienstdoende inspecteur schreef alles zorgvuldig op, en werd wel een -weinig bleek om den neus, toen Raffles de beide stukken van -overtuiging—de doos met titaniet en het horlogeuurwerk voor hem op -tafel neerlegde. - -„Gelooft u, Mylord, dat dit duivelsche goedje niet vanzelf ontploffen -kan?” vroeg hij een weinig heesch. - -„Onmogelijk, mijnheer!” antwoordde Raffles. „Het ontploft alleen, -wanneer gij het uit uw handen laat vallen! Misschien kan de -politiescheikundige u wel iets naders vertellen omtrent de -samenstelling! Staat gij mij toe, dat ik mij thans terugtrek?” - -„Natuurlijk, Mylord. Natuurlijk,” antwoordde de inspecteur haastig, -terwijl hij opstond en Raffles de hand toestak. „Maar ik laat u niet -gaan, voordat ik als de eerste u mijn groote bewondering te kennen geef -voor wat gij gedaan hebt, en den dank uitspreek van geheel Londen, dat -gij haar voor een zoo vreeselijke ramp hebt weten te bewaren.” - -„Laten wij niet voorbarig zijn. mijnheer de inspecteur!” hernam Raffles -op ernstigen toon. „Ik zou er geen eed op durven doen, dat alle gevaar -reeds geweken is.” - -„Wat? Denkt gij werkelijk dat die schurken het nu nog zullen wagen, hun -plan ten uitvoer te brengen?” riep de inspecteur verschrikt uit. - -„Natuurlijk niet hun oorspronkelijk plan,” antwoordde Raffles. „Zij -zullen wel begrijpen, dat dat geen kans van slagen meer heeft. Wat er -in het huis gebeurd is zullen zij morgenochtend reeds kunnen weten door -middel van hun spionnen—en daarom raad ik u aan, een oogje in het zeil -te houden—vooral in den eersten tijd.” - -„Ik dank u voor uw goeden raad, Mylord, en ik verzeker u, dat wij dien -zullen opvolgen. Wij zullen nog hedennacht onze maatregelen nemen. Ik -mag er zeker wel op rekenen, dat gij u tot onze beschikking stelt, -zoodra het proces een aanvang neemt?” - -„Ik zou er liefst buiten worden gehouden, mijnheer—ik ben volstrekt -niet gesteld op zooveel publiciteit!” antwoordde Raffles. „Mocht mijn -getuigenis echter volstrekt onmisbaar zijn, dan kunt gij op mij -rekenen.” - -Een korte buiging en Raffles had het vertrek verlaten, door Henderson -gevolgd. - -Daar Henderson zijn eigen wagen in Betnalstreet had laten staan, waren -de beide mannen verplicht een huurauto te nemen, die hen in een half -uur naar de Regentstreet bracht. - -Het was bijna half twee toen zij daar aankwamen, maar zooals Raffles -wel voorzien had vond hij Charly nog op en in staat van groote -ongerustheid, bleek en met wallen onder de oogen. - -Hij vond den jongen man in de bibliotheekzaal met een boek voor zich, -maar waarin hij blijkbaar geen oogenblik had zitten lezen. - -Charly stond haastig op, snelde Raffles tegemoet, greep zijn hand, en -zeide met ontroerde stem: - -„De hemel zij geloofd, dat je er bent. Ik heb mij zoo ongerust over je -gemaakt en over Henderson! Wat is er toch gebeurd?” - -„Ga daar zitten—dan zal ik het je vertellen—maar wees sterk, Charly, -want ik zal je pijn moeten doen,” zeide Raffles op ernstigen toon. - -En nu deelde hij Charly in bijzonderheden mede, wat hem wedervaren was -van het oogenblik af, dat hij het huis had verlaten. - -Charly had geluisterd, zonder hem een oogenblik in de rede te vallen, -met zijn hoofd tusschen de handen geklemd. - -Toen Raffles zweeg, hief Charly langzaam het gelaat op, stond op, kwam -naar Raffles toe, en zei met geheel veranderde stem: - -„De les is duur geweest, Edward, heel duur! Maar ik geloof, dat ik -genezen ben! Je moet er in den beginne maar niet meer met mij over -praten—het zal wel overgaan!” voegde hij er met een mat glimlachje aan -toe. - -„Daarvan ben ik overtuigd, mijn jongen,” hernam Raffles op hartelijken -toon. „Ik kende je niet meer. Nooit zou ik hebben kunnen vermoeden, dat -mijn vriend Charly zich zoo zou laten meesleepen door zijn hartstocht. -En nu beloof ik je, dat je uit mijn mond nooit meer iets over dit -intermezzo zult hooren, dat voor jou zulke tragische gevolgen zou -hebben gehad.” - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Den volgenden morgen omstreeks half elf begaf Raffles, thans weer als -Lord Aberdeen gekleed, zich naar de Engelsche bank, in de auto, die -door Henderson bestuurd werd. - -De fraaie wagen stond stil voor het groote gebouw en Raffles werd -aanstonds toegelaten bij Philip Chesterfield, die reeds geheel op de -hoogte was van het voorgevallene en hem met een bleek gelaat ontving. - -Hij verzocht Raffles plaats te nemen in een fauteuil, dicht bij een van -de groote ramen, die op Cornhill uitzien, en begon, terwijl hij met -zenuwachtige passen door zijn prachtig ingerichte werkkamer heen en -weer liep: - -„Wie had dat kunnen denken, Mylord. Ik kan mijzelf onmogelijk vrij -pleiten van schuld, en toch—als gij haar gekend had, zoo zacht, zoo -aanhankelijk, zoo verliefd....” - -„Ik geloof, dat zij een voortreffelijke comediante was, mijnheer -Chesterfield,” zeide Raffles bedaard. „Ik denk er ook niet aan, er u -een verwijt van te maken, dat zij u betooverd heeft. Het is natuurlijk -zeer pijnlijk voor u, om dit te moeten toegeven, maar het is nu wel -duidelijk, dat het er haar slechts om te doen was, uit uw mond alle -bijzonderheden te vernemen, die haar en haar medeplichtigen van nut -konden zijn. Ik hoop, dat men nu alle voorzorgsmaatregelen genomen -heeft om de bank te beschermen?” - -„Wees gerust, Mylord. Er komt niemand meer in, die wij niet goed -kennen, of die zich niet eerst kan legitimeeren. Tot de safe zal -niemand worden toegelaten, tenzij van deugdelijke papieren voorzien, en -minstens een maand zal het gebouw niet meer bezichtigd mogen worden -door het publiek, zooals tot dusverre het geval was.” - -„Dat is goed—maar ik geloof toch dat het beter zou zijn, wanneer wij -alle leden van die bende in handen hadden,” zeide Raffles nadenkend. - -Zijn blikken zwierven een oogenblik naar buiten, en vestigden zich op -het drukke gewoel in Cornhill. - -Toen werd zijn aandacht getrokken door een zware sleeperskar, door vier -krachtige paarden getrokken en beladen met zware granietblokken, -blijkbaar bestemd voor huizenbouw. - -Op dat oogenblik hield de kar ongeveer ter hoogte van den ingang van de -Engelsche bank stil. - -De koetsier kwam van zijn bok, na de teugels over de paarden te hebben -geworpen en slenterde weg, in de richting van het wijnhuis naar het -scheen. - -Een jonge man met een zacht gelaat, die er naast had gezeten, klom -eveneens haastig naar beneden en leunde tegen den vrachtwagen. - -Hij haalde een sigaret uit zijn zak en stak die aan. - -Plotseling sprong Raffles haastig op en slaakte een kreet van woede en -schrik. - -„Wat is er, Mylord?” vroeg Chesterfield verschrikt, die zich had -omgewend om een kistje sigaren te krijgen. - -„Wat er is? Kijk eens naar buiten. Herkent gij dien jongen niet, die -daar nu zijn sigaret aansteekt?” - -Chesterfield was naar het raam getreden en keek naar buiten. - -„Die knaap daar bij die met granietblokken beladen kar? Neen, dien heb -ik nooit gezien.” - -„Dan hebt gij geen goed geheugen voor gezichten. Het is Sonja Paviac in -manskleeren en met kort geknipt haar,” riep Raffles uit. - -Chesterfield gaf een luiden schreeuw van ontzetting. - -„Mijn God, gij hebt gelijk. Wat beteekent dat?” - -Raffles scheen de vraag niet te hebben gehoord. - -Hij was een weinig van het raam terug getreden maar keek onafgebroken -naar buiten en eensklaps riep hij: - -„Zie eens, wat zij doet! Met haar brandende sigaret heeft zij iets -aangestoken—een draad katoen—een lont, die van den wagen afhangt. Snel, -er heen!” - -Zoo vlug hun voeten hen dragen konden, vlogen de beide mannen het -vertrek uit, de trappen af, de peristyle uit en op de kar toe, die nog -altijd voor het trottoir stil stond. Eenige meters verder wachtte -Henderson achter het stuurwiel van de fraaie limousine. - -Van Sonja Paviac was geen spoor meer te zien. - -Met doodsbleek gelaat trad Raffles haastig naar de plek toe, waar hij -de nihilistin tersluiks de lont had zien aansteken. - -Hij zag, niets, hij rook ze alleen. - -Waarschijnlijk was de lont reeds zoover opgebrand, dat zij nu voor -smeulde in een reet tusschen de zware granietblokken, die door geen zes -mannen te vertillen waren. - -En het was zeker, dat zich daarbinnen, omgeven door die zware blokken, -de kist met verschrikkelijken inhoud bevond, welke Raffles den avond -tevoren gezien had. - -Als er niet onmiddellijk werd ingegrepen zou er een ontzettende -ontploffing plaats vinden—een ontploffing als een aardbeving. - -„Henderson!” schreeuwde Raffles heesch van opwinding. - -Onmiddellijk stond de reus aan zijn zijde. - -„Zie je die blokken graniet?” vroeg Raffles. „Die moeten tot iederen -prijs—versta je me? tot iederen prijs van die kar verschoven worden! -Daar binnen is een helsche machine, die met een lont tot ontploffing -wordt gebracht—en die lont smeult nu tusschen deze vierkante blokken.” - -Henderson had Raffles niet eens laten uitspreken, maar was op de kar -gesprongen. - -Met reuzekracht duwde hij tegen een der bovenste blokken, terwijl zijn -spieren zich spanden als kabeltouwen. - -En langzaam schoof het blok weg—kantelde—en viel op het trottoir met -een doffen slag, die kilometers ver te hooien was. - -Nog een blok volgde, toen nog een—nog een—en nu bukte Henderson zich, -trillend van inspanning, nam de katoenen lont op, die nog slechts een -decimeter lang was, en door een gat in het deksel van een houten kistje -verdween, en kneep het smeulende uiteinde tusschen vinger en duim uit. - -Uit de kelen van honderden menschen, die op verren afstand hadden -toegezien, blijkbaar maar al te goed beseffend, wat er gaande was, ging -een donderend gejuich op. - -De aanslag op de Bank van Engeland was verijdeld. - - - -Nog dienzelfden dag werden Sonja Paviac en haar medeplichtigen -gearresteerd, toen zij zich wilden inschepen aan boord van een groote -motorboot, en nog geen week later werden zij allen tot twintig jaren -tuchthuisstraf veroordeeld. - - - - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0378: DE -AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
