diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-25 04:29:00 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-25 04:29:00 -0800 |
| commit | 63cdfddab4914b0d062fcfde91ac9a1b730e87ea (patch) | |
| tree | a9264c3b04c4062855a6aa55decd398234095782 | |
Initial commit
| -rw-r--r-- | 69455-0.txt | 3269 | ||||
| -rw-r--r-- | 69455-0.zip | bin | 0 -> 52343 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 69455-h.zip | bin | 0 -> 216713 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 69455-h/69455-h.htm | 4028 | ||||
| -rw-r--r-- | 69455-h/images/dubec-no-3.png | bin | 0 -> 24505 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 69455-h/images/lordlister0378-front.jpg | bin | 0 -> 120739 bytes | |||
| -rw-r--r-- | 69455-h/images/p0378-01.png | bin | 0 -> 11073 bytes |
7 files changed, 7297 insertions, 0 deletions
diff --git a/69455-0.txt b/69455-0.txt new file mode 100644 index 0000000..205b328 --- /dev/null +++ b/69455-0.txt @@ -0,0 +1,3269 @@ +The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0378: De Aanslag op de
+Londensche Beurs, by Kurt Matull
+
+This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
+of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
+www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
+will have to check the laws of the country where you are located before
+using this eBook.
+
+Title: Lord Lister No. 0378: De Aanslag op de Londensche Beurs
+
+Authors: Kurt Matull
+ Theo Blakensee
+ Felix Hageman
+
+Illustrator: Jan Wiegman
+
+Release Date: December 1, 2022 [eBook #69455]
+
+Language: Dutch
+
+Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading
+ Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
+
+*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0378: DE
+AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS ***
+
+
+
+
+ LORD LISTER
+ GENAAMD RAFFLES
+ DE GROOTE ONBEKENDE.
+
+ NO. 378 DE AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS.
+
+
+
+
+
+
+
+
+DE AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS.
+
+HOOFDSTUK I
+
+ROSENTHAL EN PENNOCK.
+
+
+In de onmiddellijke nabijheid van de beurs te Londen bevinden zich een
+groot aantal kantoren van bankiers, makelaars in effecten, beursagenten
+en andere personen, die op de een of andere wijze iets uitstaande
+hebben met God Mammon.
+
+De Londensche beurs is aan een breede straat gelegen, Cornhill
+geheeten.
+
+In lang vervlogen eeuwen werden op dezen „Korenheuvel” de voorraden
+graan ter markt gebracht, door de boeren, die rondom de groote stad
+woonden, welke destijds nauwelijks het twintigste deel bedroeg van het
+huidige, onmetelijke Londen.
+
+De Londensche beurs is een fraai gebouw, met een prachtige Corinthische
+portiek, en nog niet lang geleden gebouwd, want het werd door koningin
+Victoria in het jaar 1844 geopend.
+
+Deze portiek heeft twee ingangen, welke kunnen worden afgesloten door
+prachtige bronzen hekken, van niet minder dan zeven meter hoogte.
+
+Van bewonderingswaardige schoonheid zijn de muurschilderingen, welke
+men in de groote vestibule aantreft.
+
+Tegenover de beurs bevindt zich het reusachtige gebouw van de Bank van
+Engeland, waarvan zij gescheiden is door de Threadneedle Street, een
+betrekkelijk smalle straat, die almede tot een der oudste van Londen
+behoort.
+
+Het gebouw van de Engelsche Bank is van veel ouderen datum, want het
+werd gebouwd tusschen de jaren 1732 en 1829.
+
+Wel heeft men er in die negentig jaren niet voortdurend aan
+voortgebouwd, daar verscheiden onvoorziene gebeurtenissen den bouw
+tegenhielden, maar toch kan men wel rekenen, dat er tientallen jaren
+met den eigenlijken bouw gemoeid zijn geweest.
+
+Op deze beide hoofdgebouwen nu, die als het ware het financiëele hart
+van Londen, waarschijnlijk van heel Engeland en misschien wel van heel
+Europa vormen, groepeeren zich, als kuikens om de hen, de talrijke
+kleinere banken.
+
+In Lombard Street, op ongeveer tien minuten gaans van Cornhill, verheft
+zich een groot kantoorgebouw, waarvan de verschillende verdiepingen aan
+een zestal maatschappijen zijn verhuurd.
+
+De twee benedenste worden ingenomen door de bank van de heeren
+Rosenthal en Pennock.
+
+Wellicht kon deze combinatie in de ooren van een oprechten chauvinist
+een verdachten klank hebben, maar dat behoefde toch volstrekt niet het
+geval te zijn, want wel is waar was de betovergrootvader van den heer
+Jacques Rosenthal als volbloed Frankforter in het jaar 1677 naar Londen
+gekomen, maar hij had zich spoedig laten naturaliseeren, en van dat
+tijdstip af hadden diens afstammelingen zich als echte Britten
+beschouwd.
+
+Hoe dit ook zij, de huidige compagnon van Pennock bleek van zijn
+voorvaderen een zeldzaam talent voor allerlei geldelijke transacties te
+hebben overgeërfd, en daar Pennock een man was met een verbazende
+hoeveelheid menschenkennis en een ongelooflijken werklust, zoo moest
+hun samengaan wel succes opleveren.
+
+Op den dag, volgend op de onderteekening van den wapenstilstand, hadden
+de beide heeren hun tenten opgeslagen in het kantoorgebouw in de
+Lombard Street, en aanstonds scheen de fortuin hen toe te lachen.
+
+Hun bank, de „Midland Credit Bank” geheeten, mocht zich aldra in een
+uitgebreide clandisie verheugen, en steeds grooter werd het aantal
+diergenen, die op deze bank trokken, of er hun geld belegden, meestal
+op langen termijn, want het duurde niet lang of de solvabiliteit van de
+„Midland Credit” stond onaantastbaar vast. Het personeel, dat bij de
+oprichting uit zes koppen bestond, was in den loop van slechts een paar
+jaren aangegroeid tot een tal van vier en zestig helpers, kassiers,
+wisselklerken, bedienden voor de deposito’s, voor de afdeeling
+credietbrieven, boekhouders, en andere onontbeerlijke employé’s.
+
+Zoodra men de breede deuren binnentrad, die om negen uur in den morgen
+geopend werden, bevond men zich van aangezicht tot aangezicht met een
+deftigen portier, die, zich zijn waarde wel bewust zijnde, met de
+handen op den rug heen en weer liep in de voorvestibule, die door twee
+klapdeuren was gescheiden van de eigenlijke bankruimte, waar zich de
+loketten bevonden.
+
+Daar bevonden zich, in een halfcirkelvormigen boog, de dozijnen
+loketten, alle genummerd, waarachter de beambten hun werkzaamheden
+verrichtten.
+
+Langs de wanden stonden banken geschaard, waarop de bezoekers konden
+plaatsnemen, die gekomen waren om effecten te verzilveren, coupons te
+innen, rente te laten bijschrijven, of het geld van wissels en cheques
+te ontvangen.
+
+Op drukke uren trof men daar wel een honderdtal kantoorloopers aan,
+allen gewapend met groote tasschen, welke de meeste hunner met een
+sterken ketting aan den pols hadden bevestigd.
+
+Ook hier bevonden zich twee portiers, die iedereen te woord stonden,
+die vreemdelingen waren in dit Jeruzalem, en die tevens een oogje in
+het zeil moesten houden.
+
+Want er waren nog altijd langvingers genoeg, keurig gekleed, en uiterst
+behendig, die kans zagen, er met de geldtasch van een ander van door te
+gaan of met den haak van hun wandelstok een pakje bankbiljetten naar
+zich toe te halen, hetwelk een achtelooze klant tijdelijk naast zich
+had neergelegd op den marmeren rand, die langs alle loketten heenliep.
+
+In de ruimte, welke door de rij loketten was omgeven, kon men de tafels
+ontwaren, waaraan de klerken gezeten waren, en tevens de zware en zeer
+sterke brandkast, waaruit de hoofdkassier telkens de benoodigde
+bedragen nam, om die tegen afgifte van een bon aan de hulpkassiers voor
+te tellen.
+
+Het was omstreeks half elf in den morgen, toen een groote, blauwgelakte
+limousine stilhield voor de bank van de heeren Rosenthal en Pennock.
+
+Achter het stuurwiel zat een chauffeur van reusachtigen lichaamsbouw,
+in een elegante, maar volstrekt niet opvallende, grijze livrei.
+
+Het portier van de groote auto werd van binnen af geopend, nog voor de
+kleine „button” had kunnen toesnellen, die op post had gestaan bij de
+voordeur.
+
+Twee heeren stapten uit de auto.
+
+De een was omstreeks veertig jaar oud, tenminste wanneer men oordeelde
+naar zijn haar, dat aan de slapen eenigszins begon te grijzen.
+
+Zijn oogen echter, van een eigenaardige grijze kleur, schitterden als
+die van een jongeling.
+
+De scherp gesneden trekken getuigden van ontembare wilskracht, en de
+lijnen langs den mond met de smalle lippen getuigden er van, dat deze
+man in zijn leven reeds veel had geleden.
+
+Hij was gekleed in een jacquetkostuum, dat zeker afkomstig was van een
+meester in zijn vak.
+
+De jonge man, die in zijn gezelschap was, verschilde minstens tien jaar
+met hem, misschien wel vijftien.
+
+Hij was bijna een hoofd kleiner, sierlijk gebouwd, en vertoonde in een
+vroolijk rond gelaat twee groote blauwe oogen.
+
+Als hij lachte, hetgeen nog al eens scheen te gebeuren, vertoonde zijn
+mond twee rijen hagelwitte tanden, welke menige schoone vrouw hem zou
+hebben benijd.
+
+Ook hij was met de uiterste zorg, maar zonder de minste fatterigheid,
+gekleed.
+
+De oudste der beide heeren wisselde eenige woorden met den chauffeur,
+na het portier te hebben dichtgeklapt, en daarop bestegen zij beiden de
+weinige treden van het breede terras, dat zich voor het bankgebouw
+uitstrekte.
+
+De deftige portier scheen hen wel te kennen, want hij tikte beleefd aan
+zijn pet.
+
+In plaats dat de beide heeren echter doorgingen naar de groote
+vestibule, wendde de oudste hunner zich tot den portier en vroeg:
+
+„Wij kunnen zeker een van de beide heeren bankiers wel een oogenblik
+spreken?”
+
+De portier trok eerst een bedenkelijk gezicht, maar toen scheen hem in
+te vallen dat Lord William Aberdeen tot een der beste klanten van zijn
+patroons behoorde, en dat ook zijn secretaris, Charly Brand, in wiens
+gezelschap hij zich thans bevond, een niet onaardig bedrag als deposito
+op de „Midland Credit Bank” had staan.
+
+„Ik geloof, dat mijnheer Rosenthal naar de beurs is, Mylord,” zeide hij
+gewichtig. „Maar mijnheer Pennock is in zijn privé-kantoor, dat weet ik
+zeker. Wees zoo goed even plaats te nemen, dan zal ik telefoneeren.”
+
+Lord Aberdeen en zijn secretaris namen plaats op een van de breede
+eikenhouten banken, terwijl de portier zijn kleine loge binnentrad, en
+den telefoonhoorn van den haak nam.
+
+Hij sprak even in het toestel, en vroeg toen, zich tot Lord Aberdeen
+wendende:
+
+„Mijnheer Pennock vraagt of gij hem persoonlijk wilt spreken, of dat
+gij het met zijn secretaris kunt afdoen.”
+
+„Het liefst sprak ik met mijnheer Pennock persoonlijk!” antwoordde de
+rijke bezoeker. „Wij zullen mijnheer Pennock echter niet langer dan
+hoogstens tien minuten ophouden.”
+
+De portier sprak nog eenige oogenblikken in het toestel, om vervolgens
+den hoorn op te hangen en uit zijn loge te treden.
+
+„Mijnheer Pennock zal u gaarne verwachten, Mylord!” zeide hij met een
+buiging.
+
+Hij wenkte den jongen met zijn uniform vol glanzende knoopen, waaraan
+hij zijn bijnaam te danken had, en zeide, toen de knaap was komen
+toeloopen:
+
+„Wijs de beide heeren eens den weg naar het particuliere kantoor van
+mijnheer Pennock!”
+
+„Dat is volstrekt niet noodig!” kwam Lord Aberdeen glimlachend. „Wij
+kennen den weg. En gij hebt ons bezoek reeds aangekondigd. Wij zullen
+boven wel iemand vinden die ons aandient.”
+
+„Zooals gij wilt, Mylord!”
+
+Lord Aberdeen was reeds opgestaan, en hij verliet nu, door zijn
+secretaris gevolgd, de vestibule door een breede zijdeur, waarachter
+onmiddellijk de trap naar de eerste verdieping begon, welke haar licht
+ontving door een zeer hoog raam, dat op de straat uitzag.
+
+De trap liep uit op een breed portaal, waarop verscheiden deuren
+uitkwamen.
+
+Lord Aberdeen aarzelde echter geen oogenblik, maar trad op een dezer
+deuren toe, klopte aan, en ging dadelijk daarop binnen, nog altijd door
+zijn secretaris gevolgd.
+
+De beide heeren bevonden zich in een vrij groot kantoorlokaal, waarin
+een twintigtal mannelijke en vrouwelijke klerken druk zaten te werken.
+
+Dadelijk sprong er een kantoorjongen op, die hen tegemoet ging, en
+vroeg wat zij wenschten.
+
+„Ik wensch mijnheer Pennock te spreken, vriendje!” zeide Lord Aberdeen.
+„Hij verwacht mij.”
+
+„Die deur, mijnheer!” zeide de jongen kortaf, als iemand die het zeer
+druk heeft, en dadelijk stevende hij weer naar zijn lessenaar, teneinde
+daar zijn gewichtige taak voort te zetten, die bestond in het plakken
+van postzegels op een grooten stapel enveloppen, en het vouwen van
+circulaires.
+
+De beide heeren staken de zaal in haar volle lengte over, gingen een
+tweede deur door, en bevonden zich nu in een andere kamer, veel
+kleiner, en van wat meer gemakken voorzien dan het kantoorlokaal.
+
+Er stond een fraai schrijfbureau, men zag er een sofa, een paar
+clubfauteuils en een sierlijk bewerkt rooktafeltje.
+
+Dit was het vertrek van den secretaris der bankdirectie, en ook hier
+zaten de typisten, waarover hij de beschikking had.
+
+Dit vertrek grensde onmiddellijk aan de particuliere werkkamer van
+mijnheer Pennock.
+
+Eén van de jonge meisjes was dadelijk bij het binnenkomen van de beide
+heeren opgestaan, en weer moest Lord Aberdeen het doel van zijn komst
+zeggen.
+
+Het meisje wees zwijgend op een tweede deur en ging weer aan het werk.
+
+De secretaris, een man met een volkomen gladden schedel, waarop geen
+enkel haartje scheen te willen uitbotten, had zelfs niet omgekeken.
+
+Lord Aberdeen klopte aan.
+
+„Binnen!” riep een zware stem aan den anderen kant van de deur, en naar
+het scheen een weinig ongeduldig.
+
+Lord Aberdeen opende de deur, en trad met zijn secretaris een modern
+gemeubeld vertrek binnen, dat slechts heel in de verte herinnerde aan
+de sombere kamers, waarin zich in vroegere jaren de heeren
+bankdirecteuren meenden te moeten opsluiten.
+
+Het vertrek werd door drie ramen verlicht.
+
+Het behang was van goudleder en tot manshoogte waren de wanden
+beschoten met fraai gepolitoerd mahoniehout.
+
+Op den parketvloer lag een reusachtig Perzisch tapijt.
+
+Het meubilair, de reusachtige schrijftafel, de boekenkasten, waren van
+notenhout.
+
+Bij den monumentalen haard stonden een paar clubfauteuils van echt
+leder.
+
+Een kleine brandkast, half in den muur verscholen, voltooide dit
+meubilair, en het leek wel, alsof deze kast hier volstrekt niet
+behoorde, en daar maar bij toeval was terecht gekomen.
+
+De heer Pennock was voor zijn schrijftafel gezeten.
+
+Hij was bezig, het onderwerp van een brief te dicteeren aan een jong
+meisje, dat op een paar passen afstand van hem verwijderd stond, en van
+wie de beide binnentredende heeren op dit oogenblik nog niets anders
+konden waarnemen dan een overvloed van blauwzwart haar, zeer lange,
+donkere wimpers en een stukje van een fijn gevormden neus, want zij
+stond half van hen afgewend.
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK II.
+
+DE TYPISTE VAN DEN BANKDIRECTEUR.
+
+
+Steeds dicteerende, maakte Pennock, terwijl hij in zijn stoel in de
+richting van zijn bezoekers boog, een uitnoodigend gebaar naar een paar
+stoelen.
+
+Lord Aberdeen en zijn secretaris namen er op plaats en de stoelen
+stonden zoo, dat zij nu het gelaat van de steno-typiste, die snel en
+accuraat het dicté opnam, goed konden waarnemen.
+
+En zij zagen een vrouw van zeer groote schoonheid, met een
+buitenlandsch voorkomen.
+
+Het dikke zwarte haar, eenvoudig opgemaakt, omlijstte een gelaat van
+het zuiverste ovaal.
+
+De mond was bijzonder fraai geteekend, de kleine neus was licht
+gebogen, de wenkbrauwen zouden een schilder in verrukking hebben
+gebracht.
+
+Zij was geheel in haar werk verdiept, en toen Pennock even zweeg om
+zijn gedachten te verzamelen, sloeg de typiste een oogenblik de oogen
+op.
+
+Het waren zeer groote, eenigszins amandelvormige oogen, bijna zwart, en
+met een donkeren gloed er in.
+
+Het volgende oogenblik echter waren die beide tweelingsterren weder
+achter de oogleden verborgen.
+
+Nog eenige oogenblikken klonk de wat scherpe stem van Pennock. Toen
+zeide hij:
+
+„Afgeloopen, juffrouw! Onmiddellijk uitwerken. Dadelijk posten en breng
+mij de copie van den brief, zoodra gij hem getikt hebt.”
+
+Het meisje knikte zwijgend, schroefde haar vulpen in, en verliet het
+vertrek, door dezelfde deur waardoor de bezoekers waren binnengetreden
+en zonder hen ook maar met een enkelen blik te hebben verwaardigd.
+
+Pennock was opgestaan, en trad nu zijn bezoekers haastig tegemoet.
+
+Er lag eerbied in zijn stem, toen hij zeide:
+
+„Ik hoop, dat gij het mij niet ten kwade zult duiden, Mylord, indien ik
+U een oogenblik heb laten wachten. De zaak was van groot belang en
+duldde geen uitstel.”
+
+„Verontschuldig U niet, mijn waarde Pennock!” zeide Lord Aberdeen
+glimlachend. „Ik weet uit eigen ondervinding hoe onaangenaam het is bij
+dergelijke werkzaamheden te worden gestoord, of ze midden in te moeten
+afbreken! Ik heb U reeds laten zeggen, dat wij U niet lang zouden
+ophouden!”
+
+„Neem plaats, wat ik U verzoeken mag en zeg waarmede ik U van dienst
+kan zijn,” hernam de bankier.
+
+De drie heeren gingen zitten en Lord Aberdeen begon:
+
+„Waarde Pennock, wij kennen elkander reeds eenige jaren, en sedert de
+oprichting van Uw bank ben ik Uw klant geweest, en naar ik meen een
+vrij goede klant. Ik heb dadelijk vertrouwen gesteld in de soliditeit
+van Uwe onderneming en ik heb tot mijn genoegen gezien, dat gij niet
+behoort tot die bankiers, die iemand het vel over de ooren halen, of
+zich inlaten met gewaagde speculaties, waardoor ook het kapitaal van
+hun inleggers gevaar zou loopen.”
+
+Pennock boog even, als iemand die zulk een compliment volkomen verdiend
+acht, en daarop vervolgde zijn bezoeker:
+
+„Juist omdat Uw voorzichtigheid en Uw beleid boven iederen twijfel
+verheven zijn, wend ik mij tot U. Ik weet, dat gij zeer uitgebreide
+connecties hebt in Rusland, zoo uitgebreid als men ze op dit oogenblik
+maar kan hebben.”
+
+Pennock haalde mistroostig de schouders op en zeide:
+
+„Het heeft helaas niet veel om het lijf, Mylord; ik meen onze
+geldelijke transacties met de Russische Sovjet Republiek. Wat mij
+betreft, kunnen die heeren Bolsjewiki mij gestolen worden. Zij mogen
+het dan nog zoo goed met de arme menschheid meenen, van geldzaken
+hebben zij niet het flauwste begrip, en als werkelijk gebeurde,
+waarnaar zij zoo vurig verlangen, namelijk, dat de geld- en
+wisselhandel van den eenen dag op den anderen werd afgeschaft, dan zou
+er nog geen etmaal later een chaos heerschen, zóó ontzettend, dat
+hiertegen onmogelijk de zegeningen zouden kunnen opwegen, welke die
+heeren te Moskou ons beloven. De handel zou volkomen worden lamgelegd,
+er zouden geen levensmiddelen meer worden aangevoerd, noch steenkolen,
+noch ijzer, noch goud, niets. Want niemand zou zijn kostbare producten
+willen afstaan.”
+
+„Dan zou degeen, die ze noodig heeft, ze misschien nemen,” hernam Lord
+Aberdeen glimlachend.
+
+„Dat is zelfs zeer waarschijnlijk. En daardoor juist zou er een
+vreeselijke strijd ontstaan, de een zou den ander bestelen, en wij
+zouden getuigen zijn van een wanorde, zooals men zich eenvoudig niet
+kan indenken. Gij moogt zeggen, dat ik in mijn eigen zaak pleit, maar
+ik houd het er eerlijk en oprecht voor, dat de zaken, zooals ze thans
+geregeld zijn, nog het best marcheeren, al wil ik niet ontkennen, dat
+er aan den wereldruilhandel nog vele fouten kleven. Ik ontken echter
+ten stelligste, dat men dien plotseling, zonder eenigen overgang, zou
+kunnen opheffen. Maar wij dwalen af, gij spraakt over Rusland,
+nietwaar?”
+
+„Zoo is het! Voor mij opent zich de gelegenheid, aandeel te nemen in
+een tamelijk uitgebreide onderneming daarginds. Het betreft een
+spoorwegaanleg. Namen mag ik echter nog niet noemen. Gij zijt zelf
+zakenman en gij zult begrijpen, dat geheimhouding verplicht is. Het
+eenige doel van mijn komst is, van U, die in Rusland nog zeer vele
+handelsvrienden hebt, en van den toestand daarginds uitstekend op de
+hoogte kan zijn, te vernemen of zulk een onderneming al of niet gewaagd
+is.”
+
+Pennock antwoordde niet dadelijk, krabde zich toen met scheefgetrokken
+mond eenige malen achter het oor, en antwoordde toen:
+
+„Het is niet zoo makkelijk, Mylord, op zulk een vraag te antwoorden als
+men geen bijzonderheden kent, en die kunt ge mij niet verschaffen,
+zooals ik zeer goed begrijp. Trouwens vrees ik, dat men U wel wat al te
+veel heeft gezegd over de waarde van mijn connecties met het
+tegenwoordige Rusland. Het is mij bekend, dat er voor den oorlog in
+Rusland een spionnagestelsel bestond, van welks omvang wij Westerlingen
+ons nauwelijks eenig voorbeeld kunnen maken. Gij hebt natuurlijk
+gehoord van de „Ochrana”.
+
+„Van de geheime Russische politie? Wie zou daar niet van gehoord
+hebben!” riep Lord Aberdeen uit.
+
+„Zij beheerschte als het ware het geheele openbare leven in Rusland,
+tijdens het Tsaristische regime. Men zou wanen, dat deze instelling
+tegelijkertijd met dat veel gesmade regime zou zijn verdelgd, niet
+waar? Welnu, ik kan U verzekeren, dat de voormalige „Ochrana” met haar
+als kelners, koetsiers, hotelportiers en kruiers vermomde geheime
+agenten slechts kinderspel was, vergeleken bij den spionage-dienst,
+dien Lenin en Trotzky hebben ingesteld. Daar weet Sonja staaltjes van
+te verhalen, waarbij U de haren te berge zouden rijzen.”
+
+„Pardon, welke Sonja bedoeldt gij?” vroeg Lord Aberdeen glimlachend.
+
+„Dat is mijn Russische steno-typiste! Zij was zooeven hier, toen gij
+binnenkwaamt. Een zeer schrander meisje, dat verscheidene talen
+vloeiend spreekt, en dat mij juist voor mijn zaken met Rusland van
+groot nut is. Sonja Paviac heet zij.”
+
+„Dan is zij zeker nog niet lang bij U in dienst, want ik kan mij niet
+herinneren, dat ik haar gezien heb, toen ik U drie maanden geleden kwam
+bezoeken.”
+
+„Zij kwam omstreeks een halve maand daarna, Mylord. Ik heb nog geen
+oogenblik spijt gehad, dat ik haar in dienst heb genomen. Maar om op
+het onderwerp van ons gesprek terug te komen. Ik vrees, dat
+informaties, welke ik uit Rusland ontvang, slechts zeer onvolledig den
+werkelijken toestand weergeven. Men is nooit zeker, dat men ongeopende
+brieven ontvangt, en men kan er wel gerust op zweren, dat de meeste
+brieven, welke in Rusland binnenkomen, zorgvuldig worden nagezocht, of
+zij soms geestelijke contrabande bevatten. Niemand is daarginds zijn
+leven zeker, wanneer van hem bewezen kan worden, dat hij vijandig staat
+tegenover de Bolsjewistische beginselen. Wat onze financiëele
+betrekkingen met die lieden betreft? Ik zou er niet gaarne mijn hand
+voor in het vuur durven steken, dat de heeren in Moskou inderdaad,
+zooals zij reeds beloofd hebben, al hun geldelijke verplichtingen
+jegens het buitenland zullen nakomen. Of het in die omstandigheden
+geraden zou zijn, geld te steken in een spoorwegmaatschappij, die haar
+eerste meters spoorstaven nog moet leggen? Ik zou die vraag niet gaarne
+onvoorwaardelijk bevestigend beantwoorden. Gij moet mij goed verstaan.
+Ik zou er natuurlijk veel liever wel bevestigend op antwoorden. Rusland
+is het land der onbegrensde mogelijkheden, veel meer nog dan Amerika,
+voor welk land men het eerst die zegswijze heeft gebruikt, en wie weet
+wat er later nog gebeuren kan. Maar voor het oogenblik meen ik U
+bepaald te moeten ontraden, Mylord, geld te steken in zulk een gewaagde
+onderneming. Een nieuwe spoorwegmaatschappij daarginds kan zeer stellig
+groote winsten afwerpen, maar dan is het ook volstrekt noodzakelijk,
+dat men daar een legertje Engelsche controleurs op de been houdt, want
+er wordt nergens zoo gestolen als in Rusland, en dit nu is juist onder
+de huidige omstandigheden onmogelijk. Het spijt mij, dat ik U geen
+ander antwoord heb kunnen geven.”
+
+„Verontschuldig U vooral niet, mijn waarde Pennock!” hernam Lord
+Aberdeen, die was opgestaan en zijn hoed had gegrepen. „Ik ben
+overtuigd, dat gij mij ten beste hebt geraden en ik dank U daarvoor.
+Kom mijnheer Brand, wij willen mijnheer Pennock niet langer ophouden.
+Wat wij hier nog te doen hebben, daarvoor hebben wij alleen den kassier
+noodig.”
+
+De beide heeren namen afscheid, nadat zij door den bankier zelf naar de
+verbindingsdeur waren geleid.
+
+Toen zij daar binnentraden zagen zij Sonja Paviac voor haar
+schrijfmachine zitten, druk bezig met het uitwerken van het stenogram,
+dat zij zooeven had opgenomen.
+
+Zij keek slechts even op, toen de beide heeren passeerden, maar was het
+volgende oogenblik weder in haar arbeid verdiept.
+
+Lord Aberdeen en zijn secretaris gingen het kantoorlokaal weder door,
+daalden de breede trap af, bereikten de vestibule, vereffenden eenige
+zaken met den kassier, en traden vervolgens weder naar buiten.
+
+De chauffeur kwam aanstonds van zijn zetel en opende met de pet in de
+hand het portier van de limousine.
+
+„Waarheen, Mylord?” vroeg hij eerbiedig.
+
+„Rijdt ons naar huis, Henderson!” antwoordde Lord Aberdeen.
+
+De beide heeren stapten in, het portier klapte dicht en de chauffeur
+nam achter het stuurwiel plaats, waarop de auto zich in beweging zette.
+
+Lord Aberdeen leunde glimlachend in de kussens achterover en zeide half
+spottend, half ernstig:
+
+„Het is merkwaardig, die goede Henderson staat daar naast het portier
+met een onderdanigheid alsof hij met een waarachtigen Lord Aberdeen te
+doen had, en niet maar eenvoudig met John Raffles, den
+Gentleman-Inbreker. Hij doet alsof hij volstrekt niet weet, wie ik
+eigenlijk ben, en hij behandelt mij voor het oog van de wereld geheel
+als een echten Lord, ofschoon hij reeds verscheidene jaren deel neemt
+aan vele van mijn gevaarlijkste avonturen, waarbij de leer van het mijn
+en dijn nog al eens een enkele maal in het gedrang komt.”
+
+De Gentleman-Inbreker haalde langzaam een sigaret uit zijn gouden
+koker, stak ze op, blies een rookwolk uit, en vervolgde droomerig:
+
+„Ik heb den braven jongen reeds herhaalde malen in den mond gegeven,
+dat hij mij moest verlaten. Hij weigert, hij blijft steeds weigeren.
+Soms ook barst die reus, die mij en jou tezamen gemakkelijk met een
+hand van den vloer kan tillen, als een kind in tranen uit, wanneer ik
+hem voorstel zijn eigen weg te gaan, om dat ik niet wil dat hij zijn
+leven nog langer koppelt aan dat van een dief....”
+
+„Stil, Edward, niet zeggen,” zeide Charly Brand op zachten toon,
+terwijl hij zijn rechterhand op den arm van zijn eenigen, trouwen
+vriend legde. „Je doet er me pijn mee.”
+
+„Soms doe ik er me zelf ook pijn mee, maar de waarheid is nu eenmaal
+vaak onaangenaam om te hooren,” zeide Raffles met een kort lachje. „Wat
+denk je wel, dat hoofdinspecteur Baxter zou doen, wanneer hij morgen
+als een volstrekte zekerheid te weten kwam, dat Lord Aberdeen dezelfde
+persoon is als Lord Edward Lister, alias John Raffles? Je zwijgt? Laat
+ik het je dan maar zeggen. Hij zou een oogenblik stom van verbazing
+terneder zitten, en dan zou hij geen seconde langer aarzelen om
+desnoods vijftig van zijn politieagenten op mij af te zenden en mij te
+laten arresteeren. Het is waar, dat ik de zaken in het groot drijf,
+maar dat zou vriend Baxter toch niet beletten, mij als een ordinairen
+dief te behandelen.”
+
+„Ik smeek je, Edward, praat daar niet langer over,” riep Charly Brand
+uit. „Ik heb je vroeger al menigmaal geraden, het noodlottig beroep,
+dat je gekozen hebt te laten varen, je hebt altijd geweigerd en gezegd,
+dat je nooit genoeg geld kon bezitten, om het onrecht goed te maken,
+dat er op onzen aardbol wordt gepleegd. Maar praat er dan ook niet
+over, rijt geen wonden open, die zoo smartelijk zijn als deze.”
+
+Raffles had de rechterhand over de oogen gelegd, en scheen in diepe
+gedachten verzonken.
+
+Plotseling richtte hij zich weer op, wierp zijn half opgerookte sigaret
+uit het portier, en riep schouderophalend:
+
+„Wat doet het er ook toe. Als het einde mocht komen, vroeg of laat, dan
+zal het mij recht opgericht vinden, trotsch en zonder berouw. Ik heb
+eenige jaren geleden mijn keuze gedaan, en ik zal voort blijven gaan op
+den ingeslagen weg, wat er ook gebeuren moge! De meesters der wereld
+mogen mij beoordeelen zooals zij willen, in ieder geval zal mijn naam
+als Lord Aberdeen nog wel eenigen tijd blijven voortleven in de harten
+van de menschen, die ik heb kunnen bijstaan in de ellende, en dat maakt
+veel goed.”
+
+Charly had zijn hand op den schouder van zijn vriend gelegd en zeide
+nu, met een stem vol aandoening:
+
+„Je naam zal eeuwig voortleven in de harten van duizenden, Edward.”
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK III.
+
+EEN ONTMOETING.
+
+
+Het was omstreeks twaalf uur in den nacht.
+
+Raffles en Charly hadden voor dien nacht het plan gemaakt, goed
+vermomd, een bezoek te brengen aan een van de havenwijken, zooals zij
+menigmaal plachten te doen.
+
+Het huis, hetwelk Raffles onder den naam van Lord Aberdeen bewoonde, en
+dat in de Regent-Street gelegen was, niet ver van de Mall, leende zich
+uitstekend voor dergelijke nachtelijke uitstapjes, want de tuin, die er
+zich achter uitstrekte, was door een muur gescheiden van een stille
+zijstraat, waar zich nooit een levende ziel bevond, en in dezen muur
+bevond zich een kleine tuindeur, dicht naast de garage, waarboven zich
+de woning van James Henderson, den trouwen chauffeur van Zijn Lordschap
+bevond.
+
+Niets was dus gemakkelijker, dan het huis langs dezen kant te verlaten,
+zonder dat iemand het zag.
+
+De beide mannen hadden zich eenvoudig gekleed en konden doorgaan voor
+goed betaalde arbeiders.
+
+Wat hun uiterlijk betreft, niemand zou in hen Lord Aberdeen en zijn
+secretaris herkend hebben.
+
+Raffles had de vermommingskunst weten te vervolmaken op een wijze, die
+iederen beroepsacteur met de grootste verbazing zou hebben vervuld.
+
+Ook het scherpste, meest geoefende oog zou den bedriegelijken aard niet
+hebben kunnen onderscheiden van de valsche wenkbrauwen, de valsche
+knevels, baarden en pruiken, welke Raffles gebruikte.
+
+De gewone schmink, zooals de tooneelspelers deze gebruiken, was door
+hem in den ban gedaan, en daarvoor in de plaats gebruikte hij
+verscheidene mengseltjes van zijn eigen vinding, die de huid
+verkleurden, zonder haar in het minst te beschadigen, en die bestand
+waren tegen zon en regen.
+
+Toegerust met een verbazend aanpassingsvermogen mocht Raffles gerust
+het scherpste oog van een politiespeurder tarten.
+
+Ook nu weder had Charly hem vol bewondering aangekeken, toen Raffles
+met de handen in zijn zakken, het bolhoedje achter op het hoofd, en een
+half afgekloven zwarte sigaar in den mondhoek, aan zijn zijde over de
+straat slenterde.
+
+Men zegt weleens van een acteur, dat hij „in de huid is gekropen” van
+den persoon, dien hij op het tooneel heeft voor te stellen, maar bij
+Raffles leek dit inderdaad het geval te zijn.
+
+Hij had thans niet alleen het uiterlijk van den gegoeden arbeider, hij
+had er den loop van, de gebaren, de wijze van kijken, en zelfs de
+manier, waarop hij met groote zekerheid in een sierlijken boog een
+straal tabakssap moest uitspuwen.
+
+Zoodra Raffles de kleine tuindeur achter zich gesloten had, richtten de
+beide vrienden hun schreden naar de Regent-Street.
+
+Zij liepen deze straat ten einde, tot zij de Pall-Mall bereikten.
+
+Vijf minuten verder sprongen zij in Cockspur op een voorbij rijdende
+electrische tram, waarvan zij wisten, dat zij hen tot ver in de
+zuid-oostelijke wijken van de stad zou brengen.
+
+Na een rit van ongeveer drie kwartier bevonden de beide vrienden zich
+niet ver van den New Kent Road, in de wijk van Wington.
+
+Hier verlieten zij het voertuig weder, en namen nu een ander
+vervoermiddel te baat, een motorbus, die hen nog heel wat verder
+bracht, langs de zooeven genoemde straat.
+
+Het was bijna elf uur in den avond, toen de beide vrienden voor de
+tweede maal afstapten op den hoek van de Grange Road.
+
+Zij bevonden zich nu in het hartje van het industriëele Londen.
+
+Op ongeveer drie kwartier gaans stroomde de Theems in noordelijke
+richting.
+
+Het was hier nog zeer druk, en talrijke bioscopen spuwden juist haar
+duizenden bezoekers als het ware weder op straat uit.
+
+Ongeveer vijftig meter van de plaats waar Raffles en Charly van de bus
+waren gesprongen, schitterden de lichten van een niet Tang geleden
+gebouwde music hall.
+
+Eigenlijk was het niet veel anders dan een verkapte danszaal, met een
+orkestje van zes man, waar de vertering niet al te duur was, en waar
+men een zeer eigenaardig publiek aantrof, dat voor een groot gedeelte
+bestond uit winkeljuffrouwen, klerken, telefoonjuffrouwen en hunne
+standgenooten.
+
+Raffles en Charly slenterden de breede Grange Road in, en stonden een
+oogenblik besluiteloos stil voor dit paleis met zijn schelle lichten.
+
+Eensklaps trok Raffles zijn metgezel aan de mouw, en zeide op gedempten
+toon:
+
+„Kijk daar eens heen! Neen, daar bij die lantaarn!”
+
+„Die vrouw, die daar juist met een heer uit een huurauto stapt?”
+
+„Juist, herken je haar niet?”
+
+Charly keek een weinig nauwkeurig toe, en antwoordde toen:
+
+„Welzeker, dat is Sonja Paviac!”
+
+„Ja, de steno-typiste van onzen vriend Pennock!”
+
+„Wat komt zij hier uitvoeren?”
+
+„Zich amuseeren, denk ik. Zij is jong en mooi,” antwoordde Raffles
+kalm.
+
+„Waarom doet zij dat dan niet een weinig dichter in de buurt?”
+
+„In welke buurt?”
+
+„Natuurlijk in de buurt van haar huis!”
+
+„Hoe weet je, dat zij hier niet ergens woont?”
+
+„Maar daar ziet zij toch heelemaal niet naar uit!”
+
+„Waarom niet?”
+
+„Waarom niet? Wel om alles! Omdat zij mooi is, omdat zij een echte dame
+is! Zij hoort hier niet thuis.”
+
+„Ik merk tot mijn verwondering, dat geestdrift je verleidt nonsens te
+zeggen, Charly!” hernam Raffles schouderophalend. „Dat zij mooi is
+ontken ik niet, en dat zij zich als een dame gedraagt, evenmin. Dit
+alles neemt echter niet weg, dat zij haar brood verdient als typiste,
+en daarom zou ik het volstrekt niet verwonderlijk vinden, als zij in
+deze volksbuurt woonde.”
+
+„Nu, ik geloof er niets van,” kwam Charly. „Stel je voor, dat zij
+iederen dag een rit van vijf kwartier naar haar kantoor en weer terug
+zou maken!”
+
+„Wat zou dat?” hernam Raffles verwonderd. „Er zijn heel wat klerken,
+die in de City van Londen hun brood verdienen en iederen dag van twee
+tot drie uur tusschen de wielen moeten zitten om van en naar hun
+kantoor te gaan!”
+
+Charly antwoordde niet aanstonds, maar keek onafgewend naar de schoone
+Russin, die op dit oogenblik met haar begeleider het danspaleis binnen
+ging.
+
+Toen hij weer sprak, had zijn stem een eenigszins schorren klank.
+
+„Zij woont niet hier, zij woont in de Newman-Street!”
+
+Raffles wendde met een ruk zijn hoofd naar Charly, en liet een zacht
+gefluit hooren.
+
+„Dat weet je bijzonder nauwkeurig!” zeide hij op spottenden toon. „Hoe
+komt dat zoo?”
+
+„Ik heb het toevallig.... vernomen.”
+
+„Je stelde dus al vroeger eenig belang in die jonge dame?”
+
+„Ik vond haar zeer schoon.”
+
+„Goed en wel, je kende haar dus, vóór wij vanmorgen Pennock bezochten?”
+
+„Ik heb eens een paar woorden met haar gewisseld, toen ik bij Pennock
+eenige malen achtereen als je secretaris een paar boodschappen heb
+gedaan.”
+
+„Wel, wel, dat is....” begon Raffles hoofdschuddend.
+
+Hij nam Charly scherp op, haalde de schouders op, wendde zich af, en
+mompelde iets in zich zelf, dat Charly onmogelijk kon verstaan.
+
+Het volgende oogenblik scheen hij het heele voorval vergeten te zijn.
+
+Hij wendde zich opgewekt tot den jongen man, en zeide:
+
+„Ik heb wel lust om dat danspaleis eens van binnen te bezichtigen.”
+
+„Zooals je wilt,” zeide Charly.
+
+De beide mannen staken de straat over, en gingen het schitterend
+verlichte gebouw binnen.
+
+Na de breede vestibule te zijn overgestoken, bereikten zij aanstonds de
+danszaal, onmetelijk groot, en waar de bezoekers, die niet meer konden
+of wilden dansen gelegenheid vonden uit te rusten, en een glas wijn te
+drinken, gezeten aan een van de tafeltjes, die in een breede rij rondom
+den dansvloer geschaard waren.
+
+Op een soort podium had een klein orkest plaats genomen, dat om halfeen
+in den nacht zou worden afgelost door een andere ploeg, wat ook wel
+noodig was, want tegen dat tijdstip zouden de beklagenswaardigen
+onafgebroken van zeven uur af hebben gestreken.
+
+Terwijl zij naar een tafeltje zochten, kregen de beide mannen Sonja
+Paviac opnieuw in het oog.
+
+Zij had met haar begeleider plaats genomen aan een tafeltje, niet ver
+van de ingangsdeur, en zoog welbehagelijk aan een sigaret, terwijl zij
+half achterover leunde.
+
+Een oogenblik vestigde zij haar blikken op de beide mannen, die juist
+voorbij gingen, maar het was duidelijk te zien, dat zij hen niet
+herkende.
+
+Even verder stond Raffles stil, en vroeg op zachten toon:
+
+„Ken je dien heer, die in haar gezelschap is?”
+
+„Ik heb hem nooit gezien!”
+
+„Dan schiet je geheugen te kort. Ik herinner mij zijn gezicht heel
+goed. Ik ken zelfs zijn naam.”
+
+„Wie is hij dan?” vroeg Charly haastig.
+
+„Philip Chesterfield, de onderdirecteur van de Engelsche Bank.”
+
+Charly keek den heer nu eens nauwkeurig aan, en zeide toen, terwijl hij
+een weinig van kleur verschoot:
+
+„Je hebt gelijk, hij is het! Maar hoe komt zij in gezelschap van dien
+man?”
+
+„Wel, hij zal haar eenvoudig hebben uitgenoodigd,” antwoordde Raffles
+lakoniek. „De Engelsche Bank is niet ver verwijderd van de „Midland
+Credit”, en zij zullen elkander wel eens zijn tegen gekomen.”
+
+„Maar die Chesterfield is zeer rijk,” hernam Charly.
+
+„Wel, dat bewijst, dat onze Sonja Paviac een zeer practisch meisje is,
+met een goeden financiëelen kijk.”
+
+„Edward, zeg dat niet! Ik....,” Charly beet zich op de lippen en wendde
+zich af.
+
+Raffles nam hem een oogenblik met gefronste wenkbrauwen op, en toen
+verscheen er een ironische, spottende glans in zijn oogen.
+
+„Het klinkt bijna als een sprookje, maar ik zou bijna zeggen, dat de
+zwarte oogen van die Russische schoone het hart van Charly in vuur en
+vlam hebben gezet. Nu, als het een simpele amourette kan blijven, dan
+heb ik er vrede mee. Die jonge dame schijnt in ieder geval niet in de
+eerste plaats gesteld te zijn op uiterlijk schoon, want Chesterfield
+mag een rijk, en ook een zeer bekwaam man zijn, een Apollo is hij nu
+bepaald niet. Jonger dan vijftig jaar is hij in geen geval, en zijn
+geestigheid heb ik nooit in het bijzonder hooren roemen.”
+
+Na nog eenigen tijd te hebben moeten zoeken, waren de twee vrienden zoo
+gelukkig een tafeltje te kunnen bemachtigen, waar juist twee bezoekers
+waren opgestaan, op slechts weinige meters afstand van dat, waaraan
+Sonja Paviac en Philip Chesterfield gezeten waren.
+
+Raffles bestelde bij den kelner een halve flesch wijn, en verzonk toen
+schijnbaar in de aanschouwing van de dansende paren.
+
+In werkelijkheid echter was zijn blik onophoudelijk op het ongelijke
+paar gericht.
+
+„Ik zou wel eens willen weten, wat haar beweegt, om met Chesterfield
+juist dezen afgelegen tempel van vermaak te bezoeken, terwijl er in de
+City zooveel zijn, meer geschikt voor een man als Chesterfield, die op
+een paar duizend pond meer of minder niet behoeft te zien. Wat drommel,
+zij is hier bijna twee uren per motorbus van haar woning verwijderd.”
+
+Terwijl hij hier nog over nadacht zag hij, dat de jonge Russin,
+gebruikmakend van het oogenblik, waarop haar begeleider met den kelner
+sprak, bliksemsnel een teeken gaf aan een man met een donker gelaat,
+die aan de overzijde van den dansvloer stond, en onafgebroken naar haar
+keek.
+
+Het volgende oogenblik stond de jonge vrouw op en sprak eenige woorden
+met haar metgezel.
+
+Vervolgens wendde zij zich naar de breede deur, die op de vestibule
+uitkwam.
+
+Maar reeds was Raffles vliegensvlug opgestaan.
+
+„Blijf hier op mij wachten!” zeide hij fluisterend tot Charly. „Ik kom
+aanstonds terug.”
+
+En voor de jonge man iets had kunnen vragen, had Raffles zich haastig
+naar de deur gespoed, welke hij lang voor Sonja bereikte.
+
+Hij stond nu in de vestibule, keek onderzoekend om zich heen, en
+ontdekte op een paar passen afstand een deur, die door een portière kon
+worden afgesloten.
+
+Snel als de gedachte verborg Raffles zich achter het gordijn en trok
+het vlug bijna geheel dicht, maar toch niet zoo ver, of hij kon de
+geheele vestibule overzien.
+
+Hij behoefde niet lang te wachten, of Sonja Paviac betrad de vestibule,
+en een oogenblik later verscheen de man, dien zij gewenkt had.
+
+Het toeval was Raffles gunstig.
+
+Sonja had een paar passen in de richting van de deur gedaan, waar
+Raffles zich verscholen had, en hij kon eenige woorden opvangen van het
+korte gesprek, dat het tweetal voerde.
+
+Het volgende oogenblik waren zij weder verdwenen, de vrouw het eerst.
+
+Raffles verliet op zijn beurt de schuilplaats en ging zich weder bij
+Charly voegen, die verbaasd en ook eenigszins ongerust op hem wachtte.
+
+„Waar ben je geweest?” vroeg de jonge man, zoodra Raffles weder had
+plaats genomen.
+
+„In de vestibule.”
+
+„Om wat te doen?”
+
+„Om eens na te gaan wat onze vriendin Sonja daar kwam uitrichten. Heb
+je haar niet zien weggaan?”
+
+„Een oogenblikje maar, zij zit nu weder bij.... dien kerel.”
+
+„Komaan, het gaat goed,” bromde Raffles voor zich heen. „Hij noemt den
+onderdirecteur van de Engelsche bank al „die kerel”.”
+
+Hij keek Charly strak aan, en vervolgde:
+
+„Weet je wat zij er kwam doen?”
+
+„Hoe kan ik dat nu weten?” vroeg Charly, terwijl hij met voorgewende
+onverschilligheid de schouders ophaalde.
+
+„Zij had er een zeer kort gesprek met een landgenoot. Je kunt hem
+daarginds zien staan, aan de overzijde van den dansvloer, die man met
+zijn lang zwart haar, zijn slecht verzorgden baard en zijn gloeiende
+oogen.”
+
+„Hoe weet je, dat hij een landgenoot van haar is?”
+
+„Heel eenvoudig, zij spraken Russisch.”
+
+„En heb je kunnen hooren wat zij spraken?”
+
+„Voor een deel althans. En ik verzeker je, dat het vrij belangrijk was,
+wat zij elkander te vragen en te antwoorden hadden.”
+
+„Waar liep het gesprek over?” vroeg Charly, die al dien tijd
+voortdurend naar de jonge Russin gekeken had, die nu met kleine teugjes
+van haar sorbet nipte.
+
+„O, het duurde maar heel kort. Hij vroeg haar: „Voor wanneer kan het
+zijn?”
+
+„Daarop antwoordde zij: „Nog een week. Is van jullie kant alles in
+orde?”
+
+„Daarop antwoordde de man weer: „Stel je gerust, wij kunnen desnoods
+morgen handelen, zorg dat je morgenavond om tien uur op de bekende plek
+bent, dan zullen wij nader afspreken. Je moet op de seconde na weten,
+wanneer het zijn zal, want voor geen goud zouden wij zoo’n bekwame
+helpster willen missen!””
+
+„En, was dat alles?” vroeg Charly langzaam.
+
+„Zij antwoordde alleen nog maar, dat zij er zou zijn, en daarop
+scheidden zij weder van elkaar.”
+
+Eenige oogenblikken zwegen de beide vrienden.
+
+Charly speelde zenuwachtig met zijn leeggedronken wijnglas, en Raffles
+keek hem van onder zijn gefronste wenkbrauwen, met een half spottend,
+half medelijdend, lachje aan.
+
+Toen schoof hij wat dichter bij Charly en hernam op gedempten toon:
+
+„Ik geloof niet, dat ik mij vergis, als ik zeg, dat je groot belang
+stelt in die jonge vrouw, Charly. O, je behoeft je volstrekt niet te
+verdedigen, ik maak je er geen verwijt van. Integendeel, ik ben wel
+verplicht je smaak te bewonderen. Hoe het ook zij, ik wilde gaarne, dat
+je de korte kennismaking met haar voortzette.”
+
+„Waarom?” vroeg Charly toonloos.
+
+„Omdat ik gaarne iets naders omtrent die Sonja Paviac zou willen
+vernemen,” antwoordde Raffles, terwijl hij Charly met zijn staalgrijze
+oogen als het ware doorboorde.
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK IV.
+
+ALS HET HART SPREEKT....
+
+
+Het was omstreeks tien uur in den morgen van den volgenden dag.
+
+Raffles was alleen in zijn werkkamer.
+
+Reeds van half negen af had hij bijna niets anders gedaan, dan in
+verschillende richtingen getelefoneerd.
+
+Het voorval, waarvan hij den avond te voren in het danspaleis getuige
+was geweest, had een dieperen indruk op hem gemaakt, dan hijzelf wilde
+toegeven, en reeds had hij verschillende bureaux opgebeld, teneinde
+eenige nadere berichten in te winnen betreffende Sonja Paviac.
+
+Pennock zelf had hem medegedeeld, dat zijn Russische typiste zich aan
+hem had voorgesteld, voorzien van voortreffelijke getuigschriften.
+
+Het behoeft geen nader betoog, dat Raffles er zich wel voor gewacht had
+om mede te deelen op welke gronden bij zijn argwaan vestigde.
+
+Hij had voor zichzelf trouwens nog niet kunnen uitmaken van welken aard
+het misdrijf was, hetwelk de beide Russen blijkbaar beraamden, en dat
+niet alleen maar in vereeniging met medeplichtigen.
+
+Raffles had juist weder den hoorn van zijn telefoon opgehangen, toen de
+deur geopend werd en Charly binnentrad.
+
+De jonge man was bleeker dan gewoonlijk, en zijn blauwe oogen hadden
+een onrustige uitdrukking; het was hem duidelijk aan te zien, dat hij
+een gedeelte van den nacht wakend had doorgebracht.
+
+Raffles wendde zich half op zijn stoel om, teneinde te zien, wie hem
+kwam storen, liet zich toen achterover tegen de hooge rugleuning van
+zijn schrijfstoel vallen, vouwde de armen over de borst en keek Charly
+aan als zag hij een natuurwonder.
+
+Toen begon hij, zonder van houding te veranderen:
+
+„Je weigert het dus te doen?”
+
+Charly deed een paar stappen achteruit, keek Raffles verschrikt aan en
+stamelde:
+
+„Het is dus wel waar, dat je in de harten van de menschen kunt lezen?
+Edward, ik smeek je....”
+
+Maar Raffles viel hem ruw in de rede met een bevelend:
+
+„Ga daar zitten, en laten wij eens praten.”
+
+Charly Brand liet zich op een stoel neervallen en hield de oogen strak
+op het tapijt gevestigd.
+
+Raffles keek hem een oogenblik hoofdschuddend aan, met denzelfden
+spottenden, kouden blik in zijn oogen en begon toen:
+
+„Het is dus meer geweest dan een oppervlakkige kennismaking?”
+
+„Neen, Edward, dat was het niet! Ik zweer het je! Ik heb haar in het
+geheel maar drie maal gesproken.”
+
+„Wist zij al dien tijd, wie je was?”
+
+„Ik had volstrekt geen reden om dat te verzwijgen. Ik kwam immers als
+jouw secretaris zaken doen!”
+
+„Kort en goed, je hebt die vrouw lief?”
+
+In plaats van te antwoorden, bedekte Charly zijn oogen met de hand en
+zuchtte diep.
+
+Raffles draaide zich met een ruk in zijn stoel om, nam een sigaret uit
+de zilveren doos, die op zijn schrijfbureau stond, tikte er bedaard de
+losse stukjes tabak af, ontstak haar, blies een dikke rookwolk uit en
+hernam toen op denzelfden toon:
+
+„Ik kan mij in deze zaak moeilijk partij stellen, om je de waarheid te
+zeggen ben ik niet voldoende op de hoogte van dergelijke gevoelens. Ik
+kan echter niet nalaten, je er opmerkzaam op te maken, dat het voor mij
+een lastig geval wordt, wanneer mijn helpers behept zijn met
+verliefdheid.”
+
+„Spot er niet mee, wat ik je bidden mag, Edward,” zeide Charly
+steunend.
+
+„Je vergist je, mijn waarde, als je denkt, dat ik spot,” hernam Raffles
+koeltjes. „Ik beschouw verliefdheden van dien aard als een ernstige
+ongesteldheid, die ongeveer het midden houdt tusschen Spaansche griep
+en galsteenen. Het is mij een raadsel, hoe een man met gezonde hersens
+zoo plotseling en schijnbaar zoo ongeneeselijk onder den invloed kan
+komen van twee groote, zwarte oogen.”
+
+„Ik heb er tegen gevochten, het is sterker dan ik, Edward. Zij was geen
+seconde uit mijn gedachten. Het verbaast mij zelfs, dat je dat niet aan
+mij gemerkt hebt.”
+
+„Mijn gedachten waren bij mijn zaken,” antwoordde Raffles kortaf.
+
+„Maar denk je dan aan niets anders?” riep Charly op hartstochtelijken
+toon. „Ben je dan van steen? Ben ik je vriend niet? Deert het je niet,
+of ik lijd of vroolijk ben? Is je niets gelegen aan mijn geluk?”
+
+„O, stil toch!” riep Raffles met harde stem. „Je geluk? Je praat
+nonsens, man! Ik geloof niet aan liefde op het eerste gezicht, ik
+geloof echter wel aan passie. Wat jij voor die vrouw voelt, dat kan
+onmogelijk echte, trouwe liefde zijn, die tegen alles bestand is.”
+
+„Edward, je beleedigt mij en haar,” zeide Charly op doffen toon.
+
+„Om kort te gaan, je weigert om te doen wat ik je vraag? Om die vrouw
+na te gaan?”
+
+„Ik kan het niet doen, Edward! Ik kan niet!” riep Charly wanhopig. „Ik
+heb je tot dusver trouw gediend, ik heb de grootste gevaren met je
+gedeeld, nooit heb ik geaarzeld om alles te doen wat je mij opdroeg,
+maar dit gaat boven mijn krachten. Ik zou haar moeten bespioneeren,
+haar, die alles in mij heeft wakker gemaakt, wat ik gestorven waande?”
+
+„Een stroovuur, mijn waarde. Niets dan een stroovuur,” riep Raffles
+minachtend uit. „Besef je dan niet, dat die vrouw niet is waarvoor zij
+zich uitgeeft? Heeft je hartstocht je dan heelemaal verblindt? Is het
+je dan niet duidelijk, dat die vrouw een gevaarlijke misdadigster moet
+zijn?”
+
+„Dat geloof ik niet!” riep Charly terwijl hij opstond. „Je hebt
+volstrekt geen bewijzen voor wat je zegt, Edward! Je beticht haar
+zonder een schijn van recht.”
+
+„Welzoo? En het gesprek in de vestibule van het danspaleis?”
+
+„Wat had dat te beteekenen? De verklaring kan wel heel onschuldig
+zijn.”
+
+„Dat zullen wij hedenavond zien,” antwoordde Raffles kortaf. „Ik zal
+dus tot mijn spijt genoodzaakt zijn, deze zaak alleen te onderzoeken.”
+
+„Edward....!” stamelde Charly, terwijl hij smeekend de handen naar
+Raffles ophief.
+
+„Zeg niets meer,” hernam deze koud. „Over dergelijke zaken kunnen wij
+niet redetwisten. Ik acht die vrouw zeer gevaarlijk, en de toekomst zal
+wel uitwijzen, dat ik daarin goed gezien heb. Er zal je een smartelijke
+ontgoocheling wachten, Charly. Maar vergeet niet, dat ik bijtijds
+getracht heb, je te genezen. In ieder geval zul je me zeker wel den
+dienst willen doen, mijn plannen niet te dwarsboomen, en die vrouw niet
+te waarschuwen.”
+
+Charly was doodsbleek geworden, en keek Raffles met groote, verschrikte
+oogen aan. Toen stamelde hij op heeschen toon:
+
+„Heb ik dat aan je verdiend, Edward?”
+
+„Menschen met zulk een krankzinnige passie, die hun hersens vergiftigt,
+en hen het nadenken belet, zijn gevaarlijk, ook voor hun beste
+vrienden,” riep Raffles op denzelfden, kouden, harden toon. „Natuurlijk
+kan ik je onmogelijk verbieden, die vrouw verder nog te zien of te
+spreken, je bent geen schooljongen meer. Maar als je aan mijn
+vriendschap iets gelegen is, Charly, dan toon je je een man, en tracht
+uit alle macht deze hartstocht uit je ziel te rukken. Ik zeg nu, dat
+hij in je ziel zetelt, maar ik ben overtuigd, dat ik hem daarmee te
+veel eer bewijs. Ik kan mij zeer goed voorstellen, welke gevoelens
+jegens mij je nu bezielen, Charly, maar er zal nog geen week verloopen
+zijn, of je zult moeten toestemmen, dat je mij onrecht aangedaan hebt.
+Zeker, er zal wel een moeilijke tijd voor je aanbreken, want het doet
+pijn, een afgodsbeeld van zijn voetstuk te zien vallen, maar ook dat
+zal voorbij gaan, en je zult hierop terug zien als op een zonderlinge
+afdwaling.”
+
+De Gentleman-Inbreker was op Charly toegetreden en legde hem de hand op
+den schouder.
+
+Zijn stem klonk veel zachter, toen hij vervolgde:
+
+„Mannen als wij moeten eigenlijk nimmer een vrouw met teedere gevoelens
+in de oogen zien. Ik althans heb mij een weg gekozen, die mij dat
+onmogelijk maakt. Maar dit zeg ik je eerlijk: Ontmoet je ooit een
+meisje, dat niet alleen uiterlijke bekoorlijkheden bezit, maar in de
+waarachtige beteekenis van het woord een edele ziel heeft, dan laat ik
+je aanstonds vrij, en dan zal ik mij zelf innig gelukkig achten, als je
+op deze wijze je leven besluit. Maar dit, neen, dit is geen liefde, dit
+kan geen liefde zijn. En ga nu, ik moet nadenken.”
+
+Met deze woorden nam Raffles weder voor zijn schrijftafel plaats en
+verzonk in diepe gedachten.
+
+Van de aanwezigheid van Charly scheen hij volstrekt niets meer te
+bemerken.
+
+De jonge man zelf was opgestaan, deed nu besluiteloos een paar stappen,
+naar Raffles toe, bedacht zich, en snelde eensklaps het vertrek uit.
+
+Ten prooi aan de meest tegenstrijdige gevoelens ijlde hij naar zijn
+eigen kamer, en liet zich op de rustbank neervallen, terwijl hij zijn
+gelaat in de zachte kussens begroef....
+
+Maar Raffles werkte door, met onverdroten ijver, als een uurwerk, koud
+en door niets te ontroeren.
+
+Hij had zich in het hoofd gezet, dat die schoone Russin een zeer
+gevaarlijke vrouw was, en nu hij dit nader wilde onderzoeken, zou hij
+zich zeker niet laten weerhouden door „sentimenteele” overwegingen.
+
+Hij zou het mes diep in de wonde zetten, zoo nam hij zich voor, en
+Charly van zijn noodlottigen hartstocht bevrijden.
+
+Omstreeks een uur nadat het gesprek had plaats gevonden, hetwelk Charly
+zoo zeer had aangegrepen, begaf Raffles zich naar de bank van de heeren
+Rosenthal en Pennock, en werd aanstonds bij den laatsten toegelaten,
+nadat hij zijn kaartje had afgegeven, en verklaard had, dat hij wegens
+een belangrijke zaak kwam.
+
+Hij werd dadelijk bij Pennock toegelaten, die hem met uitgestoken hand
+tegemoet trad, en eenigszins verbaasd opmerkte:
+
+„Gij herhaalt uw bezoek vroeger, Mylord, dan ik had durven hopen. Kan
+ik U met een en ander van dienst zijn? Gaat het over de
+spoorwegexploitatie in Rusland?”
+
+„Dat niet, mijn waarde Pennock, al kom ik wel in een zaak, die in de
+verte iets met Rusland uitstaande heeft. Maar voor ik verder ga, kan
+men ons hier naast onmogelijk hooren spreken?”
+
+„Is de zaak van zulk een gewicht, Mylord?” vroeg Pennock verwonderd,
+terwijl zijn wenkbrauwen de hoogte ingingen.
+
+„Van groot gewicht!”
+
+„Nu, dan zullen wij ons liever in mijn particulier kabinet
+terugtrekken, daar zijn wij volkomen beschut tegen luisteraars.”
+
+Onder het spreken had hij een deur geopend en liet Raffles nu
+binnentreden in een klein vertrek, waar slechts een rooktafel en eenige
+gemakkelijke fauteuils stonden.
+
+Hij liet de tusschendeur openstaan en hernam nu:
+
+„Nu kunt gij gerust vrijuit spreken, Mylord, men zal ons in de kamer
+van mijn secretaris onmogelijk kunnen hooren. Ik moet U zeggen, dat U
+mijn nieuwsgierigheid wel wat geprikkeld Hebt.”
+
+„Dan spijt het mij U te moeten zeggen, dat ik betwijfel, of ik haar wel
+in alle opzichten zal kunnen bevredigen.”
+
+Raffles trok zijn stoel zoo dicht mogelijk bij dien van Pennock en
+vroeg toen op gedempten toon:
+
+„Hoe lang hebt gij Uw steno-typiste reeds?”
+
+„Wie meent gij? Sonja Paviac?”
+
+„Ja.”
+
+„Zij is bijna drie maanden in mijn dienst.”
+
+„Zijt gij over haar werk tevreden?”
+
+„Volkomen.”
+
+„Heeft zij nooit verzuimd?”
+
+„Slechts enkele malen, wegens ziekte. Zij haalde echter den achterstand
+gemakkelijk weder in. Het is een doortastend, ijverig en bekwaam
+meisje.”
+
+„Waar was zij het laatst geweest?”
+
+„Bij een firma in Leeds.”
+
+„Hoe lang was zij daar?”
+
+„Ruim zeven jaar.”
+
+Een trek van teleurstelling en ook van verbazing vloog over het gelaat
+van John Raffles.
+
+Hij beet zich op de lippen, dacht een oogenblik na en begon toen weder:
+
+„Had zij goede getuigschriften?”
+
+„Voortreffelijke.”
+
+„Gij hebt natuurlijk naar haar andere papieren gevraagd?”
+
+„Ik heb haar paspoort gezien en haar toestemming om in ons land te
+vertoeven.”
+
+„Hebt gij die getuigschriften soms bij de hand?”
+
+„Ik heb ze haar natuurlijk weder terug gegeven.”
+
+„Herinnert gij U den naam van de firma dan niet?”
+
+„Ja zeker. Preston & Co., machinebouwers. Maar waarom vraagt gij mij
+dat allemaal? Gij hebt toch niets op het meisje aan te merken?”
+
+„Ik vrees integendeel dat ik heel wat op haar zal moeten aanmerken,
+waarde Pennock. Zouden wij die firma dan niet. telefonisch kunnen
+bereiken?”
+
+„Welzeker, niets is gemakkelijker.”
+
+„Maar zonder dat men het hier in de bank bemerkt?” hernam Raffles.
+
+„Ook dat kan zeer goed geschieden. Zie maar daarginds, het
+telefoontoestel. Ik kan zelf intercommunaal opschellen, zonder dat
+iemand zich ermede hoeft te bemoeien.”
+
+„Wees dan zoo goed, de firma te Leeds even op te bellen, en haar te
+vragen hoe Sonja Paviac er uitzag. Ik zou het gaarne in bijzonderheden
+weten,”
+
+„Als gij er op staat, Mylord, dan zal ik het doen, maar ik kan mij
+volstrekt niet voorstellen, waarop dit alles moet uitloopen,” kwam
+Pennock verwonderd,
+
+Hij trad op het telefoontoestel toe, zocht even in den reusachtigen
+gids, verzette een paar contactknoppen, en werd een oogenblik later in
+verbinding gesteld met het gevraagde nummer te Leeds.
+
+Terwijl hij sprak, zag Raffles, dat zijn gelaat een zeer verbaasde en
+eenigszins verschrikte uitdrukking aannam.
+
+Eindelijk legde hij den hoorn weder neer, kwam langzaam op Raffles toe,
+en zeide op zachten toon:
+
+„Daar begrijp ik niets van, Mylord. Preston deelt mij zelf mede, dat
+hij inderdaad een steno-typiste zeven jaar in dienst heeft gehad, die
+Sonja Paviac heette. Maar die was klein van stuk, rossig en zoo leelijk
+als de nacht.”
+
+„Ik begrijp het daarentegen zeer goed, mijn waarde Pennock,” kwam
+Raffles met een flauwen glimlach. „Uw particuliere typiste heeft met de
+echte Sonja eenvoudig van papieren geruild, getuigschriften incluis....
+of die papieren zijn haar ontroofd!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK V.
+
+OP ONDERZOEK UIT.
+
+
+Pennock keek Raffles geruimen tijd zwijgend aan, terwijl hij
+zenuwachtig met zijn zilveren sigaretten-pijpje speelde en zeide toen
+met een verschrikten klank in zijn stem:
+
+„Dat is mij volkomen onbegrijpelijk, Mylord. Waarom deed zij dat?”
+
+„Natuurlijk om aanstonds bij U te kunnen worden geplaatst!”
+
+„Maar ik zeg U dat zij zeer bekwaam is. Zij verricht haar werk op
+uitstekende wijze!”
+
+„Dat neem ik aanstonds aan, mijn waarde Pennock. Maar zeg mij eens op
+den man af, zoudt gij haar hebben genomen als zij zonder papieren en
+zonder getuigschriften bij U was gekomen?”
+
+De bankier krabde zich achter het oor met het gebaar dat hem eigen was
+en antwoordde toen na eenige aarzeling:
+
+„Als gij de waarheid wilt weten, Mylord, ik geloof niet dat ik dat
+gedaan zou hebben. Van een particuliere typiste wordt heel wat gevergd
+en men neemt daarvoor niet de eerste de beste.”
+
+„Dat wist ik wel,” hernam Raffles glimlachend. „Die vrouw heeft het
+zekere voor het onzekere willen nemen, en zich bijtijds voorzien van
+papieren, die haar de poorten van deze bank zouden openen.”
+
+„Maar wat kan zij dan in den zin hebben?” riep Pennock verschrikt uit.
+„Een bankberooving?”
+
+„Misschien is het nog wel iets ernstigers, vriend Pennock!” antwoordde
+Raffles op ernstigen toon. „Ik weet nog niet zeker, maar ik koester
+zware verdenkingen. Zeg mij eens, is het U bekend, op welke wijze Sonja
+Paviac, zooals wij haar voor het gemak maar zullen blijven noemen,
+omdat wij haar waren naam niet kennen, haar avonden doorbrengt?”
+
+„Ik meen dat zij mij eens gezegd heeft, dat zij hier en daar boeken
+bijhoudt en les geeft in de Russische taal.”
+
+„Zoo? Dan bevindt waarschijnlijk de onderdirecteur van de Engelsche
+Bank Philip Chesterfield, zich onder haar leerlingen, en dan geeft zij
+hem les in een danslokaal twee uren hier vandaan, onder het genot van
+een glas champagne.”
+
+„Wat zegt gij daar! Heeft zij dat werkelijk gedaan? Hebt gij haar in
+het gezelschap van Chesterfield gezien, in zoo’n gelegenheid?”
+
+„Niet ik, één van mijn intiemste vrienden,” antwoordde Raffles kalm.
+„Ik frequenteer dergelijke inrichtingen niet.”
+
+„Neem mij niet kwalijk, Mylord, dat had ik aanstonds moeten begrijpen,”
+hernam Pennock haastig.
+
+„Mijn vriend zag haar bij diezelfde gelegenheid tevens in gezelschap
+van een Rus met een tamelijk gemeen uiterlijk, met wien zij haastig
+eenige woorden wisselde, welke hij tot zijn spijt niet kon verstaan,
+tenminste niet geheel en al, maar waarbij de woorden „bank” en „op tijd
+gereed zijn” herhaaldelijk gebruikt werden.”
+
+Pennock was doodsbleek opgesprongen.
+
+Een vreeselijke gedachte was hem door het hoofd gegaan.
+
+Hij herinnerde zich eensklaps de moorddadige aanslagen op de
+New-Yorksche beurs en op de beurs te Genua.
+
+Zou het mogelijk zijn, dat anarchisten een soortgelijken aanslag
+beraamd hadden tegen zijn eigen bank, misschien wel tegen de beurs of
+de Bank van Engeland?
+
+Hij deed driftig een paar stappen heen en weer door het kleine vertrek,
+stond toen voor Raffles stil en zeide op heeschen toon:
+
+„Wij moeten onmiddellijk de politie waarschuwen, Mylord. Sonja Paviac,
+of hoe zij dan ook heeten mag, moet dadelijk achter slot en grendel
+worden gezet.”
+
+„Als gij een raad van mij wilt aannemen, waarde Pennock, dan zou ik U
+in overweging willen geven, niet overijld te handelen,” hernam Raffles
+bedaard.
+
+„Maar moet ik dan werkeloos toezien, Mylord, dat men een aanslag
+voorbereid op mijn bank?”
+
+„Natuurlijk niet. Trouwens, ik geloof niet dat het in de eerste plaats
+op Uw bank voorzien is. Die vrouw heeft U slechts uitgekozen, omdat Uw
+kantoor in de onmiddellijke nabijheid van Cornhill gelegen is, van de
+beurs en van de Engelsche bank. Laten wie echter de vrouw arresteeren,
+op de weinige bewijzen, welke wij thans nog bezitten, dan komen wij
+niet veel verder. Wees er maar verzekerd van, dat zij zal zwijgen als
+een pot, en zich liever in stukken zal laten hakken, dan haar
+medeplichtigen te verraden. Vrouwen vooral zijn in dat opzicht
+menigmaal bewonderingswaardig van standvastigheid. Ik denk er echter
+niet aan, U aan te raden, werkeloos te blijven toezien, met de armen
+over elkaar geslagen. Integendeel, ik zou U willen voorstellen, die
+Russin van zeer nabij te laten nagaan, niet echter door de officiëele
+politie, die in dergelijke zaken meestal niet met voldoende tact en
+voorzichtigheid weet op te treden, maar door een particulieren, of
+liever gezegd door een amateur-detective.”
+
+„Maar hoe vind ik er een, Mylord, die in staat is dit moeilijke werk te
+verrichten?” riep Pennock eenigszins ongeduldig uit.
+
+„Gij hoeft slechts weinig moeite te doen, de man is al gevonden: Hij
+zit voor U.”
+
+„Gij, Mylord?” riep Pennock verwonderd uit.
+
+Toen gaf hij zichzelf een harden klap voor het voorhoofd en vervolgde:
+
+„Dat is waar ook. Hoe kon ik zoo dom zijn het te vergeten,
+Scotland-Yard heeft meermalen met het grootste succes van Uw hulp
+gebruik gemaakt, en men noemt U daarginds in Downing-Street nooit
+anders dan „Sherlock Holmes de tweede”, maar dan een verbeterde
+uitgave.”
+
+„De heeren doen mij wel een beetje te veel eer aan,” zeide Raffles
+glimlachend.
+
+„Neen; Mylord, integendeel, ik ben zeker dat zij U nog onderschatten.
+Gij wilt dus persoonlijk deze zaak verder onderzoeken?”
+
+„Dat wilde ik U juist voorstellen. Ik meen, dat Sonja hedenavond een
+samenkomst heeft met haar medeplichtigen, en daaromtrent wil ik
+zekerheid hebben. Wordt er inderdaad beraamd, waarvoor wij beiden
+vreezen, dan moeten wij niet alleen haar, maar ook haar bondgenooten
+kunnen grijpen, anders zal het zijn alsof wij slechts één kop afsloegen
+van een draak, die er honderd heeft. Gij hebt natuurlijk het adres van
+de Russin?”
+
+„Ik zal het U aanstonds geven.”
+
+„Dan heb ik U verder niets meer te vragen en kan ik aan het werk gaan.”
+
+„Gij wilt haar zeker nagaan?”
+
+„Dat wil ik.”
+
+„Maar weet gij wel, Mylord, dat gij U aan groot gevaar gaat
+blootstellen?”
+
+„Zonder valsche bescheidenheid, dat weet ik, waarde Pennock. Lieden,
+die de Engelsche bank in de lucht willen laten vliegen, waarbij
+honderden, misschien duizenden om het leven kunnen komen, bekommeren
+zich natuurlijk niet om het leven van een enkel man, die hun plannen
+wil dwarsboomen.”
+
+„Maar gelooft gij nu werkelijk, Mylord, dat dit het plan is van die
+schurken?”
+
+„Ik hoop van harte, dat ik mij schromelijk vergis, maar het is beter,
+op het ergste te rekenen. Er kan geen oogenblik aan getwijfeld worden,
+of de aanslagen te New-York en Genua waren eveneens het werk van
+Russische nihilisten. Maar zelfs al was de aanslag alleen beraamd op Uw
+eigen bank, dan nog vindt gij het zeker wel de moeite waard, hier een
+stokje voor te steken.”
+
+„Dat spreekt vanzelf, Mylord, en ik ben U hartelijk dankbaar voor Uw
+tusschenkomst. Ik kan er zeker op rekenen, dat gij mij zoo spoedig
+mogelijk op de hoogte stelt van den uitslag Uwer nasporingen?”
+
+„Ik zal morgen aanstonds iemand met bericht zenden.”
+
+„Ik dank U, Mylord. Maar ik zeg het hartgrondig: God geve dat gij U
+vergist hebt, dat Uw zegsman U verkeerd heeft ingelicht, of zich door
+vrees heeft laten verblinden.”
+
+De beide heeren waren opgestaan, en verlieten nu het kleine kabinet.
+
+In zijn eigen werkkamer aangekomen, nam Pennock een klein register uit
+een lade van zijn schrijftafel, zocht er even in en schreef toen het
+adres van Sonja Paviac op een stukje papier over, hetwelk hij Raffles
+toereikte.
+
+Deze wierp er even een blik op, vouwde het op en stak het bij zich.
+
+Hij reikte den bankier de hand en zeide op zacht-gefluisterden toon:
+
+„Tot morgen dus.”
+
+Raffles bracht zijn mond, aan het oor van den bankier en vervolgde:
+
+„Ik behoef U zeker niet op het hart te drukken, dat gij door geen
+woord, geen stembuiging, geen blik moogt verraden, dat gij Sonja Paviac
+verdenkt. Een enkel woord, een weinig scherp uitgesproken, zou
+misschien voldoende zijn, om die schoone duivelin achterdochtig te
+maken en daardoor zouden wij wel eens niet achter hun plannen kunnen
+komen, hetgeen toch volstrekt noodzakelijk is om ze te kunnen
+verijdelen en de heele bende te vangen.”
+
+„Ik beloof U, dat ik mijzelf zal weten te beheerschen, Mylord. Zij zal
+niets aan mij zien,” antwoordde Pennock fluisterend.
+
+Nog een handdruk en de beide heeren namen afscheid van elkander.
+
+Raffles ging door het voorvertrek en het kantoorlokaal, daalde de trap
+af, en bereikte zoo de voorste vestibule.
+
+Toen hij toevallig een blik wierp door de groote glazen deuren, die
+toegang gaven tot de loketzaal, was het alsof hij een schok kreeg—op
+ongeveer tien meters afstand stond de man met het duistere gelaat, dien
+hij den vorigen avond in het danspaleis had gezien, voor een der
+loketten te wachten, waarboven het woord „Cheques” in koperen letters
+geschreven stond.
+
+De man keek langzaam om zich heen als iemand die zich de plek waar hij
+zich bevindt goed in het geheugen wil prenten.
+
+Hij had juist zijn cheque afgegeven, kreeg een reçu met een volgnummer
+en nam, zonder zich te overhaasten, op een van de rustbanken plaats,
+teneinde zijn beurt aftewachten.
+
+En onophoudelijk gingen zijn donkere oogen onder de ruige wenkbrauwen
+door de groote zaal.
+
+„Men zou mij kunnen verwijten,” bromde Raffles in zich zelf, „dat ik
+een weinig al te zwartgallig ben en mijn gevolgtrekkingen wel wat al te
+voorbarig maak, afgaande op een kort gesprek tusschen twee Russen. Nu,
+als ik al te fantastisch mocht zijn geweest, dan mag men mij vrijelijk
+bespotten. Voor het oogenblik echter blijf ik het er voor houden, dat
+de geheimzinnige Russen, waarvan er zich althans een valschelijk voor
+een ander uitgeeft, weinig goeds in den zin hebben.”
+
+Hij wilde zich reeds weder verwijderen, toen hem iets scheen in te
+vallen.
+
+Hij opende de breede glazen deur, trad de loketzaal binnen, hield zich
+zoo veel mogelijk op den achtergrond en wist het zoo te schikken, dat
+hij juist naast den man met het donkere uiterlijk kwam te staan, toen
+deze het geld op zijn cheque, slechts weinige ponden sterling, in
+ontvangst nam.
+
+De Rus droeg een lange bouffante, waarvan een slip terzijde afhing.
+
+Raffles had een nagelschaartje uit zijn zak gehaald en knipte met een
+vlugge beweging een stukje van dezen omslagdoek af, dat hij snel in
+zijn zak liet glijden.
+
+„Dat kan wel eens te pas komen,” zeide hij binnensmonds, terwijl hij
+zich rustig weder verwijderde.
+
+Voor het groote bankgebouw wachtte de blauwe limousine.
+
+Raffles wilde reeds instappen, toen hij weder een nieuwen inval kreeg:
+
+„Wat belet mij, om dien Rus eens nategaan en te zien waar hij blijft?”
+mompelde hij voor zich heen. „Het is alweer zooveel gewonnen, als wij
+weten, waar de kerel ergens verblijf houdt. Als die dwaas van een
+Charly zijn hoofd niet op hol had laten brengen, door die mooie Russin,
+dan had hij mij nu van groot nut kunnen zijn. Thans zal ik wel
+genoodzaakt zijn, de zaak geheel alleen tot een goed einde te brengen,
+tenminste, wanneer hij nog blijft weigeren, wanneer ik hem zal hebben
+verteld, dat Sonja Paviac op zijn best genomen een bedriegster is.”
+
+Raffles zond Henderson met de auto naar huis en bleef nu geduldig
+wachten, tot de Rus uit het bankgebouw zou terug keeren.
+
+In gepeins verzonken, zat hij op een der rustbanken in de vestibule.
+
+„Wat zou de reden zijn, dat die vrouw de vriendschap heeft gezocht van
+Chesterfield?” vroeg hij zich zelf af. „Dat zij zijn minnares is zonder
+meer, kan ik niet aannemen. Een vrouw zoo sluw als zij, beoogt met
+alles een doel. Ik vermoed, dat zij den onderdirecteur van de Engelsche
+bank wil uithooren, betreffende de inrichting van het reusachtige
+bankgebouw en allerlei bijzonderheden aangaande den dienst, die haar en
+haar medeplichtigen van nut kunnen zijn. Ook is het denkbaar, dat zij
+zich op het juiste oogenblik van Chesterfield willen meester maken, om
+hem de sleutels te ontnemen. Nog altijd hoop ik, dat het hier een
+gewone bankdiefstal betreft, maar ik vrees iets ergers.”
+
+Op dit oogenblik gingen de breede glazen deuren open, en de Rus trad
+naar buiten zonder op Raffles te letten.
+
+Deze stond onmiddellijk op en volgde den man met het duistere gezicht
+op eenigen afstand.
+
+Het duurde niet lang, of de Rus nam een autobus, die hij een half uur
+later weer verliet, om vervolgens van lijn te veranderen en nogmaals
+een half uur later dit tweede voertuig te verlaten op een plek,
+nauwelijks een kwartier gaans verwijderd van het danspaleis, waar hij
+den avond te voren het korte gesprek had gevoerd met Sonja Paviac.
+
+Het werd nu wel wat lastig voor Raffles om onopgemerkt te blijven, want
+zijn goed gesneden kleeren, door een der eerste kleermakers gemaakt,
+moesten opvallen in deze volksbuurt.
+
+Toch slaagde hij er in, den Rus onopgemerkt te volgen, tot aan een der
+groote huurkazernes in de Willow-Walk.
+
+Aanstonds maakte Raffles rechtsomkeert, want hij zag zeer goed in, dat
+het geen doel had in deze kleederen het huis te betreden en onderzoek
+te doen naar den Rus die zooeven was binnen gegaan.
+
+Natuurlijk zou dit in een ommezien bekend zijn en het moest tot iederen
+prijs vermeden worden, dat de Rus achterdocht kreeg.
+
+Het was reeds tamelijk laat en ver over het lunchuur, toen Raffles
+eindelijk weder het fraaie huis in de Regent-Street betrad.
+
+Hij vond Charly in de bibliotheekzaal.
+
+De jonge man zat met het hoofd tusschen de handen over een groot boek
+gebogen.
+
+Toen hij het gelaat ophief, zag Raffles dat het bleek was en dat zijn
+oogen een doffen glans hadden.
+
+Een groot medelijden greep hem aan bij het zien van de verwoestingen,
+welke een felle hartstocht had aangericht in het gemoed van den
+eertijds zoo vroolijken, opgewekten Charly.
+
+Raffles trad langzaam op den jongen man toe die hem toonloos
+goedenmiddag had gewenscht, legde hem de hand op den schouder, keek hem
+een oogenblik doordringend aan, en ging toen tegenover hem zitten.
+
+„Luister eens, Charly,” begon hij op een toon van warme vriendschap,
+„dit kan niet lang zoo voort duren. Al zou ik je pijn moeten doen, ik
+moet die passie uit je hart rukken, voordat zij al te groote
+verwoestingen heeft aangericht. Die vrouw is een bedriegster!”
+
+Charly streek eenige malen met zijn hand over zijn blonde haren, keek
+Raffles met afwezigen blik aan en zeide:
+
+„Dat geloof ik niet.”
+
+Raffles stond langzaam op en zijn wenkbrauwen waren gefronst, zijn
+oogen hadden weder denzelfden staalglans gekregen, toen hij op harden
+toon zeide:
+
+„Dat geloof je niet? Je ziet mij voor een leugenaar aan? Ik zeg je, dat
+die vrouw zich voor een ander heeft uitgegeven, dat zij niet Sonja
+Paviac heet, dat zij zich heeft meester gemaakt van de papieren van een
+andere Russin, om zich bij Pennock intedringen!”
+
+Met een ruk was Charly overeind.
+
+Zijn gelaat had een smartelijke uitdrukking gekregen.
+
+„Edward, wat pijnig je mij!”
+
+„Dat moet ik,” hernam Raffles met vaste stem. „Je zoudt toch geen vrouw
+kunnen liefhebben, die een verworpene blijkt te zijn?”
+
+„Wat ben ik zelf dan anders?” riep Charly op woesten toon. „Heb ik soms
+het recht te eischen dat de vrouw die ik liefheb het hoofd vrij kan
+opheffen?”
+
+Raffles deinsde achteruit alsof hij een slag in het gelaat had
+gekregen.
+
+Hij was vaalbleek geworden en zijn neusvleugels trilden, terwijl zijn
+adem stootend uit zijn mond kwam.
+
+Hij scheen iets te willen zeggen, maar bracht alleen een rochelend
+geluid voort.
+
+Toen zakte zijn hoofd op zijn borst, hij wendde zich af en schreed
+langzaam naar de deur.
+
+Maar nog had hij deze niet bereikt, of Charly vloog naar hem toe, greep
+met bevende handen zijn arm en schreeuwde met een stem, die trilde van
+ontroering:
+
+„Edward, vergeef het mij. Ik weet niet wat ik zeg. Ik ben een
+ellendeling. Mijn hersens gloeien....”
+
+„Verontschuldig je niet, Charly,” zeide Raffles op doffen toon. „Je had
+gelijk. Ik heb je gemaakt wat je bent, ik zal niets meer over deze zaak
+zeggen. Alleen nog dit, wij stelen voor een doel, dat je bekend is, wij
+stelen niet voor ons zelven.... maar wat die vrouw en haar
+medeplichtigen willen, dat is nuttelooze vernieling, dat is moord op
+groote schaal. Zegt je dat dan niets? Keur je dat goed? Is het mogelijk
+dat een man van jouw inborst een vrouw liefhebt, die het met
+tijgerachtigen wellust kan aanzien, dat honderden ongelukkige,
+onschuldige slachtoffers uiteen worden gereten, om een waandenkbeeld,
+om een krankzinnige utopie?”
+
+Charly had Raffles losgelaten en stond nu een oogenblik met gebogen
+hoofd en krampachtig gevouwen handen voor zich uit te staren.
+
+Toen hief hij met een ruk het hoofd op en begon:
+
+„Luister, Edward! Van het eerste oogenblik dat ik Sonja zag, geraakte
+ik onder haar betoovering. Ik kan jou dat moeilijk uitleggen, die zelf
+een schoone vrouw niet hooger schat dan een fraaien rashond en
+nauwelijks zoo hoog als een renpaard. Ik had haar nauwelijks gezien of
+ik kreeg haar lief. Jij noemt het hartstocht en dat is het misschien
+wel. Maar dit zeg ik je: kun je mij bewijzen, dat je goed gezien hebt,
+is die vrouw werkelijk de duivel in een menschengedaante, waarvoor jij
+haar aanziet, dan ruk ik dit gevoel uit mijn hart, en ik zweer je dat
+ik zelfs nooit haar naam meer noemen zal.”
+
+Terwijl hij dit zeide, liepen Charly de tranen langs de wangen en hij
+deed zelfs geen poging ze te weerhouden.
+
+Raffles, die zijn trouwen vriend nog nimmer in zulk een toestand had
+gezien, legde zijn arm om zijn hals en zeide met een stem, die beefde
+van ontroering:
+
+„Later zal je aan dit korte tijdperk in je leven terugdenken met een
+bittere vreugde, Charly. De bitterheid zal zijn om het ineenstorten van
+je ideaal, de vreugde echter zal zijn, omdat ik je bijtijds heb
+losgescheurd van deze schoone Russin, die wel spoedig zal blijken niets
+anders te zijn dan een sluwe tooneelspeelster zonder hart en
+bloeddorstiger dan Nero was, dan Agrippina, dan Messalina zelfs!”
+
+Geruimen tijd bleven de beide vrienden zwijgen.
+
+Toen vatte Charly de hand van Raffles, drukte ze, alsof hij haar wilde
+verbrijzelen en wendde zich toen weder af om weer aan de tafel plaats
+te nemen. Hij ging weer zitten, trok zijn boek naar zich toe en zeide
+met zachte stem:
+
+„Laat mij nu aan mijn lot over en spreek niet meer over haar. Zeg het
+mij pas, als.... je vermoedens bewaarheid worden. Ik kan het nu nog
+niet dragen.”
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VI.
+
+DE SAMENZWERING.
+
+
+Reeds om zeven uur in den avond, na vroeg te hebben gedineerd, bevond
+Raffles zich, door Henderson, den reusachtigen chauffeur vergezeld,
+voor het huis waar Sonja Paviac kamers bewoonde.
+
+Hij had zich goed vermomd, en ook Henderson was zoo goed mogelijk
+onkenbaar gemaakt, ofschoon het een zeer moeilijke taak was, zijn
+geweldige schouders en zijn breede borst te verbergen.
+
+Raffles had hem een jockeypet met een breede klep laten opzetten, hem
+een halsdoek laten omdoen en een afgedragen colbertcostuum laten
+aantrekken.
+
+Zijn gelaat, dat van natuur een blozende kleur vertoonde, was bedekt
+met een soort kleurmiddel, dat hem een vaal, ziekelijk voorkomen gaf.
+
+Om de waarheid te zeggen zag de reus er, met zijn pet diep in de oogen
+getrokken, zijn kraag opgezet, zijn rooden halsdoek en zijn stompje
+sigaret tusschen de tanden, alles behalve vertrouwen inboezemend uit.
+
+Wie hem in een weinig bezochte buurt des avonds tegen kwam, zou
+denkelijk maar het liefst een grooten omweg hebben gemaakt, teneinde
+hem te ontloopen.
+
+Het costuum van Raffles verschilde weinig van dat van Henderson, maar
+zijn gelaat was volkomen onherkenbaar, het was het gezicht van een
+dronkaard, een zakkenroller, alles wat men wil, maar zeker niet dat van
+den vice-president van de Windsor-Club, waarvan alleen zeer rijke en
+adellijke heeren deel uitmaakten.
+
+De beide mannen waren elkaar schijnbaar op straat tegengekomen en
+stonden nu met elkander te praten, op eenigen afstand van het huis,
+hetwelk zij goed in het oog hielden.
+
+Vijftig passen verder bevond zich een groote auto-verhuurinrichting en
+daar hadden de beide mannen den wagen gestald, die hen hier had
+gebracht.
+
+Het was een zeer snelle auto, waarvan zij konden verwachten, dat zij
+elken anderen wagen gemakkelijk zou kunnen bijhouden en als het moest
+inhalen.
+
+Daar het wachten wat lang begon te vallen, besloot Raffles, een klein
+wijnhuis op te zoeken, dat zich schuin tegenover de huurkazerne bevond,
+waar Sonja woonde, maar nauwelijks waren de beide mannen daar binnen
+getreden, of Raffles trok Henderson haastig weder met zich mede naar
+buiten en fluisterde hem toe:
+
+„Daar komt zij juist aan! Vlug wat.”
+
+Inderdaad Sonja Paviac stond voor de deur van het huis en rookte
+bedaard een sigaret, terwijl zij blijkbaar uitzag naar een huurauto.
+
+„Zij zoekt een auto!” hernam Raffles fluisterend. „Wij hebben juist een
+wagen bij ons, die veel op een taxi lijkt ofschoon de motor tienmaal
+sterker is. Ga dien wagen spoedig halen en rijdt langzaam langs haar
+heen, misschien neemt zij je wel. Dat bespaart ons dan de moeite
+misschien door heel Londen een anderen wagen te moeten volgen.”
+
+„En gij, Mylord?”
+
+„Ik rijd natuurlijk mede op de achterveeren.”
+
+De beide mannen staken snel de straat over en Henderson ging de auto
+uit de garage halen, terwijl Raffles de Russin in het oog hield uit
+vrees, dat zij wellicht in dien tijd een andere huurauto zou vinden.
+
+Maar Henderson was er vlug bij geweest. Hij had den kraag van zijn jas
+behoorlijk neergeslagen, zijn halsdoek in zijn zak gestoken, zijn pet
+wat terug geschoven, en kon na wel doorgaan voor een van de snorders,
+die er een eigen auto op nahouden, waarmede zij hun kostje ophalen.
+
+Niet zoodra had Sonja de langzaam rijdende auto in het oog gekregen, of
+zij wenkte den gewaanden chauffeur van den huurwagen.
+
+Henderson remde, en de wagen stond vlak voor de Russin stil.
+
+Sonja nam den chauffeur even op en vroeg toen:
+
+„Kun je mij naar Wellington Row brengen, chauffeur?”
+
+Henderson deed of hij even aarzelde, daar hij maar al te goed wist, dat
+de tegenwoordige huurchauffeurs zich liever niet al te zeer vermoeien
+en lange afstanden slechts voor zeer hooge fooien afleggen, waarop
+Sonja haastig vervolgde:
+
+„Ik zal je wel een goede fooi geven.”
+
+„Nu, dan zullen wij eens zien, hoe ver wij komen, dame,” zei Henderson
+met een grijnslach. „Stapt U dan maar in. Welk nummer?”
+
+De Russin scheen iets te willen antwoorden, misschien het nummer te
+willen noemen, maar zij bedacht zich, en zeide:
+
+„Rijdt maar naar het begin van Wellington Row, daar stap ik wel uit.”
+
+„Zooals U wilt, dame.”
+
+Sonja opende het portier en stapte in.
+
+Op hetzelfde oogenblik, dat de auto zich in beweging stelde, wierp
+Raffles zich met een snellen sprong achter op de veeren.
+
+Het was een tamelijk vermoeiende lichaamsbeweging, die rit van bijna
+een uur.
+
+Maar eindelijk stond de auto toch stil aan het begin van Wellington
+Row, een tamelijk breede straat in de wijk van Betnal Green gelegen,
+eveneens een echte volksbuurt, maar waar men toch ook verscheidene
+fraaie straten vindt, door den middenstand bewoond.
+
+Raffles was aanstonds van de auto gesprongen en stond nu schijnbaar het
+menu te lezen, hetwelk was opgehangen achter de spiegelruit van een
+volksrestaurant. Inderdaad echter hield hij in het spiegelend oppervlak
+de Russin in het oog.
+
+Hij zag hoe zij Henderson betaalde, die nogal tevreden scheen te zijn
+over zijn fooi, en daarop met snelle schreden de straat inging.
+
+Een oogenblik stond Raffles besluiteloos.
+
+Van een garage viel niets te bespeuren en hij kon toch de auto
+onmogelijk onbeheerd laten staan.
+
+Maar spoedig was zijn besluit genomen.
+
+Hij was met een paar stappen bij Henderson en voegde hem fluisterend
+toe:
+
+„Ik moet die vrouw nagaan, Henderson! Je weet wat het doel is. Ik
+vermoed, of liever ik weet bijna zeker, dat die vrouw deel uitmaakt van
+een zeer gevaarlijke bende nihilisten.”
+
+„Maar laat mij toch met U meegaan, Mylord,” zei Henderson. „Gij zult
+groot gevaar loopen, want ik heb mij wel eens laten zeggen, dat die
+menschen voor niets terugdeinzen. De buurt is hier ook allesbehalve
+veilig!”
+
+Maar Raffles schudde het hoofd en hernam:
+
+„Ik zal wel oppassen, Henderson. Men zal mij alleen minder gemakkelijk
+opmerken, dan wanneer wij met ons beiden zijn. Wij kunnen de auto niet
+onbewaakt laten. Wacht dus op mij, totdat ik terug zal zijn gekeerd!”
+
+„Neem mij niet kwalijk, dat ik aandring, Mylord, maar die schurken
+zullen U toch niet binnen laten komen.”
+
+„Dat acht ik ook ondenkbaar, Henderson,” antwoordde Raffles
+glimlachend. „Natuurlijk zal ik hen daartoe ook geen verlof vragen. Het
+moet met list geschieden, anders konden wij de onderneming wel dadelijk
+laten varen.”
+
+Hij knikte Henderson nog eens toe, maar deze trad haastig op hem toe en
+vroeg:
+
+„Hoe lang kunt gij hoogstens wegblijven, Mylord?”
+
+„Dat zal van de omstandigheden afhangen, Henderson, maar ik denk toch
+zeker niet langer dan een uur. En laat mij nu gaan, anders verlies ik
+haar nog uit het oog.”
+
+Raffles knikte den trouwen metgezel nog eens vriendelijk toe en het
+volgende oogenblik was hij op zijn beurt Wellington Row ingegaan.
+
+De Russin liep ongeveer vijftig passen voor hem uit.
+
+Zij liep tamelijk snel, maar Raffles had toch geen moeite om haar bij
+te houden.
+
+Op den hoek van Barnet Grove stond zij even stil, wierp een snellen
+blik om zich heen en sloeg toen de laatstgenoemde straat in.
+
+De huizen waren hier zeer oud en vervallen, en sommige dateerden uit
+het begin van de zestiende eeuw.
+
+De verlichting liet hier vrij veel te wenschen over en Raffles moest
+tamelijk dicht bijkomen om het wild niet uit het oog te verliezen.
+
+Eindelijk stond Sonja Paviac stil voor een hoog smal huis, hetwelk
+zoover voorover helde, dat men ieder oogenblik moest vreezen, het te
+zien instorten.
+
+Weer keek zij even om zich heen en daarop verdween zij snel in een
+duistere koetspoort.
+
+Nog juist bijtijds had Raffles zich in een portiek verborgen op het
+oogenblik dat de vrouw omkeek.
+
+Hij begaf zich nu op zijn beurt onder de koetspoort en ging af op het
+geluid van de wegstervende schreden.
+
+Achter in den gewelfden doorgang, die toegang gaf tot een binnenplein,
+waarop ondanks het late uur nog een aantal kinderen schreeuwden en
+speelden, bevond zich een deur, die aanstond.
+
+Raffles duwde haar wat verder open en luisterde.
+
+Duidelijk hoorde hij de schreden van de vrouw op de krakende treden.
+
+Raffles overtuigde zich, dat zijn revolver op de goede plaats zat, en
+daarop begon hij zonder aarzelen de smalle trap te beklimmen.
+
+En het was merkwaardig, hoe de treden, die gekraakt hadden onder de
+lichte voetstappen der schoone vrouw, thans hoegenaamd geen geluid
+gaven.
+
+Een muis zou zeker meer leven hebben gemaakt, dan de
+Gentleman-Inbreker.
+
+In het oude, donkere huis schenen alle bewoners wel ter ruste te zijn,
+want het was er zeer stil en slechts nu en dan hoorde Raffles eenig
+teeken van leven, het dichtslaan van een deur, kindergeschreeuw, een
+kijvende vrouwenstem.
+
+Maar wat hij ook steeds bleef hooren, dat was het kraken van de oude
+traptreden onder de voeten van Sonja Paviac....
+
+Steeds hooger steeg zij, en Raffles had reeds vier portalen geteld.
+
+Maar eensklaps hield het geluid op.
+
+Juist toen hij niets meer hoorde stond Raffles aan het begin van een
+smalle trap, een wenteltrap, die klaarblijkelijk naar de
+zolderverdieping voerde.
+
+Hij luisterde aandachtig.
+
+Boven werd op een deur geklopt, daarna was het even stil, toen sprak
+een vrouwenstem eenige woorden in het Russisch op gedempten toon.
+
+Er piepte een deur, een diepe mannenstem zeide iets op heeschen toon,
+eveneens in een vreemde taal, toen klonk het piepen van de deur
+opnieuw, gemengd met het geluid van schreden en ten slotte werd een
+roestige sleutel in een slot omgedraaid.
+
+Maar in dien tijd was Raffles onhoorbaar naar boven gesloopen, en juist
+toen de deur achter Sonja Paviac gestoten werd, hief Raffles het hoofd
+boven den vloer van het portaal op.
+
+Aanvankelijk zag hij niets dan een rossige lichtstreep, ongeveer twee
+meter van hem verwijderd; dat was hoogstwaarschijnlijk het licht in de
+kamer, waar de Russin zooeven was binnengetreden, dat onder de deurreet
+doorscheen.
+
+Voorzichtig hief Raffles zich op, beklom de laatste treden en stond op
+het duistere portaal.
+
+Toen zijn oogen wat beter aan de duisternis gewend waren, ontwaarde
+hij, dat hij zich op een soort zolder bevond, welke een modern en
+practisch huisheer betimmerd had met eenige kleine vertrekjes.
+
+Raffles zag vier deuren naast elkaar, maar slechts onder een daarvan
+scheen licht naar buiten.
+
+Raffles stak het portaal over bukte zich, en bracht zijn oog voor het
+sleutelgat van de deur, waardoor Sonja Paviac was binnengegaan.
+
+Hij kon echter volstrekt niets zien, blijkbaar had men een doek of een
+ander voorwerp voor het sleutelgat gehangen.
+
+Teleurgesteld richtte Raffles zich weer op.
+
+Maar plotseling scheen hem iets in te vallen.
+
+Hij ging naar de volgende deur, op de teenen loopend, en draaide aan de
+kruk.
+
+Tot zijn blijdschap gaf de deur aanstonds mede.
+
+Hij trad een schaarsch gemeubeld vertrek binnen, dat zijn licht ontving
+door een klein zijraam, waardoor op dit oogenblik de maan naar binnen
+scheen.
+
+Dadelijk sloot Raffles de deur weder, hetgeen hij echter niet met een
+sleutel kon doen, daar deze ontbrak, en ontstak zijn electrische
+zaklantaarn.
+
+Hij trad op den wand toe, die de kamer van het aangrenzende vertrek
+scheidde en betastte deze.
+
+„Hout, zooals ik wel dacht,” mompelde Raffles voor zich heen. „Zoo veel
+te beter, dat bespaart heel wat werk.”
+
+Hij ging op zijn knieën liggen, haalde een klein, eigenaardig gevormd
+instrument uit zijn zak, een boor van zijn eigen vinding, zette die
+tegen den zijwand, dicht bij een der hoeken van het vertrek en
+omstreeks een voet van den vloer en begon aan den kleinen zwengel van
+het toestel te draaien, dat wel eenigszins geleek op een eierklutser.
+
+Zonder het minste geruisch te maken, terwijl de kleine houtsplinters in
+een fijnen regen op den vloer vielen, drong het gereedschap door den
+dunnen wand en in een paar tellen had Raffles een zuiver rond gat
+geboord van ongeveer een duim in doorsnede.
+
+Hij trok de boor terug, ging languit op den vloer liggen en bracht zijn
+oog voor de opening.
+
+Hij kon een groot gedeelte van het aangrenzende vertrek overzien.
+
+In het midden stond een wrakke tafel, waaraan een zestal mannen gezeten
+waren.
+
+Zelfs een leek op het gebied van volkenkunde zou in deze mannen
+aanstonds Russen herkend hebben.
+
+Zij hadden allen glanzend zwart haar, in den nek uitgeknipt, een paar
+hunner hadden lange, verwarde baarden en de snorren van de anderen
+hingen op Russische wijze omlaag.
+
+Slechts een hunner was baardeloos, maar zijn scheefstaande oogen,
+uitspringende jukbeenderen, wreede kaken en platte, breede neus, wezen
+hem aanstonds aan als een Moskoviet, met veel Mongoolsch bloed in de
+aderen, waarschijnlijk een bewoner van den Oeral of van de streken van
+het onmetelijke Russische rijk, die het dichtst aan China grenzen.
+
+Aan het smalle einde van de tafel zat Sonja Paviac.
+
+Zij had haar hoed afgelegd en ook haar mantel uitgedaan.
+
+Haar gelaat was bleek en haar oogen hadden een somberen gloed, terwijl
+zij keek naar een voorwerp, dat in het midden van de tafel stond.
+
+Het was een kleine, langwerpige withouten kist, ongeveer twee decimeter
+lang, een decimeter hoog en acht centimeter breed.
+
+De deksel was opengeklapt, maar wegens het lage standpunt, hetwelk
+Raffles zich Voorzichtigheidshalve gekozen had, kon hij onmogelijk
+zien, wat zich in de kist bevond.
+
+Wel herkende hij dadelijk een van de mannen, die aan de tafel aanzat,
+het was dezelfde, dien hij des avonds in het danspaleis in Grange Road
+gezien had en vervolgens nog eens in de loketzaal van de bank der
+heeren Rosenthal en Pennock.
+
+Op dit oogenblik begon Sonja te spreken.
+
+Haar stem had een eenigszins schellen klank, toen zij begon:
+
+„Dat is dus het stukje speelgoed met behulp waarvan wij de Engelsche
+bank in de lucht kunnen laten vliegen, Paul Miljakoff, mijn hulde! Maar
+kun je mij nu ook verzekeren, dat de uitwerking inderdaad zoo
+vreeselijk zal zijn, als je er van verwacht?”
+
+De aangesprokene, het was juist de man dien Raffles reeds kende, knikte
+eenige malen veel beteekenend en antwoordde toen:
+
+„Het is een vinding van onzen wederzijdschen vriend Pavloff, Sonja! Ik
+ben er bij geweest, terwijl hij proeven nam met een zeer kleine
+hoeveelheid van dit mengsel, niet het honderdste gedeelte van wat zich
+in deze kleine kist bevind, nauwelijks zooveel als er op de punt van
+een zakmes kan liggen. Het zag er uit als gemalen koffie. Pavloff
+verbond deze kleine korrels met een soort stopverf tot een vast deeg,
+hetzelfde deeg, dat gij in deze kist ziet en bracht het door middel van
+een slaghoedje op verren afstand tot ontploffing. Welnu, met dat
+snuifje gemalen koffie slaagde hij erin een zwaar blok graniet, dat
+zeker een ton woog, letterlijk tot stof uiteen te doen slaan. Geloof
+mij, zooiets vreeselijks bestaat er niet meer op aarde en wanneer
+Pavloff zijn titaniet, zooals hij liet noemt, aan een vreemde
+mogendheid zou willen verkoopen, dan zou hij er millioenen voor
+krijgen. Maar Pavloff is een goede broeder, hij weet, dat wij
+allereerst tegen de vervloekte kapitalisten moeten strijden en daarom
+heeft hij zijn ontploffingsmiddel in onzen dienst gesteld.”
+
+„En kan dit vreeselijke goed niet anders ontploffen dan door middel van
+een slaghoedje?” vroeg Sonja, die even gehuiverd had.
+
+„Toch wel!” antwoordde Miljakoff met een wrangen glimlach. „Als gij
+bijvoorbeeld deze kist eenvoudig uit het raam laat vallen, dan is er
+een paar seconden later geen spoor meer van ons zevenen terug te
+vinden, maar waarschijnlijk evenmin van heel Betnal Green!”
+
+„En voor wanneer zal het zijn?”
+
+„Alles is gereed aan onzen kant, het kan morgen geschieden!”
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VII.
+
+IN DOODSGEVAAR.
+
+
+Een oogenblik bleef het stil in het vertrek.
+
+Toen hernam Miljakoff, terwijl hij den kring van zwijgende mannen in
+het rond zag:
+
+„Wij hebben een maand lang allen hard gewerkt! Onze Sonja heeft van
+haar positie bij de bank van Rosenthal en Pennock handig gebruik weten
+te maken om zich op de hoogte te stellen van de reglementen en de
+voorschriften die daar gelden en ook aan de Engelsche bank en op de
+beurs. Zij heeft kennis aangeknoopt met Chesterfield, den
+onderdirecteur van de bank en langzamerhand heeft hij haar alles
+meegedeeld, wat voor ons van nut kan zijn. Wij weten nu wat de minst
+drukke uren zijn, waarop de aanslag het meeste kans van slagen heeft,
+wij weten hoe de safe is ingericht, wij kennen de geheele inrichting
+van de bank. Chesterfield is een galant man, hij heeft haar aan onze
+vriendin getoond. Morgen dus gaan twee van de anderen, die in hun
+uiterlijk nog het meest gelijken op twee van die vervloekte rijke
+bourgeois, naar de bank en geven daar voor dat zij geld in deposito
+komen brengen. Zij zullen natuurlijk zelf de safe willen zien, waarin
+hun geld bewaard wordt.
+
+„Een hunner neemt deze kist, die niet al te zwaar is, in een sterke,
+lederen citybag met zich mede, na het uurwerk geregeld te hebben in de
+auto, onze twee vrienden hebben mijn instructies reeds. Hij die de
+tasch draagt met haar verrassenden inhoud zal haar achterlaten,
+zoogenaamd bij vergissing. Het doet er niet toe of men haar al of niet
+dadelijk ontdekt, want zij zal toch goed op slot zijn. Het beste is
+natuurlijk, als zij goed verborgen wordt achtergelaten, bijvoorbeeld in
+het loket van de safe, dat zij zullen huren.”
+
+„En wanneer heeft dan de ontploffing plaats?” vroeg Sonja, met een
+wilden gloed in haar oogen.
+
+„Een half uur nadat zij het gebouw weder zullen hebben verlaten,”
+antwoordde Miljakoff.
+
+Sonja verbleekte opnieuw en riep uit:
+
+„Een half uur slechts! Mijn God, als zij dan maar niet te lang
+blijven.”
+
+„Maak je niet ongerust, mijn duifje,” hernam Miljakoff schouder
+ophalend, „je minnaar zal wel bijtijds het hazenpad weten te kiezen.”
+
+„Wat is dat?” riep Sonja ontzet uit. „Moet Alex dat werk doen?”
+
+„Wat is er tegen?” hernam Miljakoff koeltjes. „Is hij beter dan een
+onzer? Moet hij worden vrijgesteld, omdat jij toevallig zijn minnares
+bent?”
+
+De schoone Russin antwoordde niet maar keek strak naar de kist met haar
+vreeselijken inhoud.
+
+Zij huiverde.
+
+En toch wist zij van zich zelf, dat zij ieder oogenblik bereid zou zijn
+om, wanneer het moest, zelf die gevaarlijke taak op zich te nemen.
+
+Ja, zij zou geen oogenblik aarzelen.
+
+Haar stem had een schorren klank, toen zij eindelijk hernam:
+
+„Ik zal er mij niet tegen verzetten, Paul Miljakoff. Je weet dat ik
+onze zaak met hart en ziel ben toegedaan en dus.... Wat was dat?”
+
+De nihilisten keken elkander vragend aan.
+
+In het aangrenzend vertrek had het geluid geklonken van een vallend
+voorwerp.
+
+In een oogwenk was Miljakoff opgevlogen en had hij de deur van het
+portaal open gerukt, met de revolver in de vuist.
+
+Juist op hetzelfde oogenblik verscheen Raffles op den drempel van de
+deur van het aangrenzende vertrek.
+
+Hij had een zijner beenen gestrekt, stijf geworden door zijn lastige
+houding en had tegen de tafel gestooten, waarop hij zijn electrische
+lamp had neergezet, die met een doffen slag op den houten vloer was
+gevallen.
+
+Dadelijk had hij begrepen, dat hij zijn aanwezigheid wel verraden zou
+hebben en was dus slechts op een snelle vlucht bedacht.
+
+Maar reeds was de terugtocht hem afgesneden.
+
+„Verraad mannen!” brulde Miljakoff. „Luistervinken!”
+
+In een oogwenk waren de andere Russen op het duistere portaal.
+
+Reeds kon Raffles de trap niet meer bereiken, want Miljakoff had hem
+vastgegrepen.
+
+Wel rukte hij zich los en tastte zijn hand reeds naar de revolver, maar
+het was te laat.
+
+Vier krachtige mannen wierpen zich op hem en sleurden hem haastig het
+vertrek binnen.
+
+Raffles was een gespierd man en buitengewoon geoefend in alle takken
+van sport, maar die overmacht van zes gespierde mannen, waarvan er drie
+reeds met revolvers gewapend waren, was al te groot.
+
+En Raffles begreep spoedig, dat hij zich slechts vruchteloos zou
+afmatten, wanneer hij zich trachtte te verzetten.
+
+Hij gaf het dan ook op, toen hij twee der Russen had kunnen neervellen
+en hem door twee anderen beide armen op den rug werden gewrongen.
+
+Sonja had zwijgend bij den korten strijd toegezien, met den rug tegen
+de deur leunend en een glans in haar oogen als van een wild dier.
+
+Zoodra Raffles geboeid was met een paar sterke touwen en op een stoel
+was neergezet, begon Sonja met de handen in de zijde en een uitdrukking
+van koude wreedheid op het gelaat:
+
+„Welzoo, dat is dus de indringer. Maar, ik herken de man! Dat is die
+man, dien ik zooeven bij mijn auto zag staan en dien ik nog eens terug
+zag, toen ik mij op den hoek van deze straat nog eens omdraaide!
+Doorzoek zijn zakken eens!”
+
+Miljakoff trad op Raffles toe, opende zijn jas, stak zijn hand in den
+binnenzak en haalde er eenige papieren uit.
+
+Het waren zorgvuldig nagemaakte legitimatiebewijzen van een detective
+van Scotland-Yard.
+
+Miljakoff liep ze zwijgend en snel door en overhandigde ze toen aan de
+Russin.
+
+Toen deze ze op haar beurt gelezen had, wierp zij Raffles een
+doorborenden blik toe, trad vlak voor hem en vroeg:
+
+„Waart gij allang hier naast? Maar wat vraag ik. Gij zijt mij
+natuurlijk onmiddellijk gevolgd. Gij hebt dus gehoord wat wij hier
+bespraken?”
+
+„Van A tot Z, schoone dame,” antwoordde Raffles bedaard.
+
+„Toch waar?” kwam de schoone Russin, tergend langzaam, terwijl zij
+Raffles nogmaals onderzoekend en met een blik vol haat aankeek. „Gij
+weet zeker wel, dat gij met die weinige woorden Uw eigen doodvonnis
+teekent?”
+
+„Ik heb er geen oogenblik aan getwijfeld, of gij zoudt niet aarzelen,
+mij ter dood te brengen, omdat ik U lastig ben,” antwoordde Raffles
+rustig. „Denk niet dat ik den dood vrees. Ik heb hem te menigwerf onder
+tal van gedaanten onder het oog moeten zien, dan dat ik hem thans zou
+vreezen. Bedenk echter wel wat gij doet, men weet op Scotland-Yard dat
+ik hier ben!”
+
+„Weet men dat werkelijk?” hernam Sonja Paviac op spottenden toon. „Neem
+mij niet kwalijk als ik het betwijfel. Maar hoe het ook zij, gij zult
+reeds lang niet meer tot de levende behooren, in geval de politie hier
+een inval mocht komen doen.”
+
+Miljakoff, die Raffles met een duisteren blik had aangestaard, sprak nu
+op gedempten toon:
+
+„De politiebeambten zijn onze doodsvijanden. Waar wij hen in handen
+krijgen, daar maken wij hen onverbiddelijk dood. Wij weten waaraan wij
+ons zelven blootstellen, wanneer wij gevat worden en daarom kennen wij
+ook geen medelijden in het tegenovergestelde geval.”
+
+„Verbeuzel niet zooveel tijd, Paul!” riep Sonja uit. „Er is natuurlijk
+geen sprake van, dat deze man hier levend vandaan mag gaan. Hij zou
+aanstonds ons plan verraden, het plan waaraan wij maanden lang gewerkt
+hebben en waarvan de tenuitvoerlegging dit vervloekte land in het hart
+moet treffen. Ter dood met hem! Weet gij geen goed en afdoend middel,
+Paul?”
+
+„O ja!” antwoordde deze met een duivelsch lachje. „Hij kan ons als
+proefkonijn dienen. Ik heb hier een klein instrument in mijn zak, iets
+dergelijks als deze kist hier op de tafel, maar een kleiner formaat.
+Het bevat hoogstens een theelepeltje van dit donkerbruine goedje, gij
+weet wel wat.”
+
+Hij had zijn hand in zijn zak gestoken en haalde er voorzichtig een
+voorwerp uit, dat er uitzag als een van die ronde blikken doozen,
+waarin schoensmeer of iets dergelijks verkocht wordt.
+
+Hij deed het voorzichtig open en wendde zich toen weder tot Sonja,
+terwijl hij vervolgde:
+
+„Zooals gij ziet bevat het een klein, goedkoop horloge-uurwerk. Ik heb
+het zoo geregeld, dat het een minuut later kan ontploffen, maar ook pas
+na twee uur. Wat dunkt je van tien minuten?”
+
+„Dat is ruimschoots voldoende om ons in veiligheid te brengen,
+nietwaar?”
+
+„Ruimschoots! Ik zal het uurwerk opwinden, wanneer wij gereed zijn de
+kamer te verlaten. Maar wij zullen niet te gelijkertijd vertrekken. Het
+is beter, dat wij twee aan twee heengaan.”
+
+„Bindt hem dan stevig vast en knevel hem!” beval de Russin.
+
+Reeds trad er een der Russen met een halsdoek op Raffles toe, toen deze
+zeide:
+
+„Een oogenblik! Ik wilde nog wel even mijn meening te kennen geven over
+madame Sonja Paviac.”
+
+Hij keek de Russin recht in de zwarte oogen en vervolgde:
+
+„Ik heb in mijn avontuurlijk leven al heel wat tegenstellingen onder de
+oogen gehad, madame. Maar nooit had ik kunnen gelooven, dat een zoo
+duivelsche ziel kon wonen in zulk een schoon omhulsel. En daaraan heb
+ik nog slechts dit eene toe te voegen:
+
+„De beul, die U den strik om den hals legt, doet een goed en
+menschlievend werk. En nu ben ik tot Uw dienst.”
+
+Sonja had met een giftigen blik in haar donkere oogen toegeluisterd,
+het hoofd een weinig gebogen en met gebalde vuisten.
+
+Toen tastte zij driftig in haar boezem en haar hand omvatte een
+kleinen, vlijmscherpen dolk.
+
+Een oogenblik leek het alsof zij zich als een furie op Raffles wilde
+werpen, die machteloos op zijn stoel was vastgebonden.
+
+Zij wist zich echter te beheerschen, haalde de schouders op en zeide op
+kouden toon:
+
+„Gij kunt over mij oordeelen zooals gij verkiest, het raakt mij niet.”
+
+Vervolgens wendde zij zich tot Miljakoff en vroeg:
+
+„Heeft de ontploffing ernstige gevolgen, behalve natuurlijk voor dezen
+spion?”
+
+„De heele bovenverdieping gaat er aan. En ik denk dat wel de
+aangrenzende huizen ook heel wat te lijden gullen hebben, maar het zijn
+maar bourgeois,” voegde hij er op minachtenden toon aan toe.
+
+„Aan hen is niets verbeurd!” riep Sonja met fonkelende oogen. „Hoe
+eerder dat ras is uitgeroeid hoe beter het voor ons en voor de geheele
+wereld is. En laten wij nu maar spoedig vertrekken en dezen spion aan
+zijn noodlot overlaten.”
+
+Raffles werd gekneveld, zoodat men zijn schreeuwen niet zou kunnen
+hooren, en de touwen, waarmede hij op den zwaren stoel, was
+vastgebonden, werden nog eens duchtig geïnspecteerd.
+
+Twee van de nihilisten hadden de kist met haar vreeselijken inhoud
+reeds zorgvuldig gesloten en verlieten, na op zachten toon eenige
+woorden met Miljakoff te hebben gewisseld, de dakkamer.
+
+Nadat zij een paar minuten weg waren, plaatste Sonja zich voor Raffles
+en kruiste de armen over de borst.
+
+Haar oogen, die zij zoo kwijnend kon laten glanzen, hadden thans een
+boosaardige uitdrukking en er gloeide een wilde haat in, toen zij
+tusschen de tanden siste:
+
+„Over een kwartier zult gij in kleine stukjes uiteen spatten, mijnheer
+de spion. Gij hebt Uw lot verdiend. Zoo moge het alle agenten vergaan,
+dienaren van de kapitalistische maatschappij.”
+
+Zij spuwde Raffles voor de voeten, die zelfs niet met de oogen geknipt
+had en ging met een van de andere bandieten heen.
+
+Miljakoff had de helsche machine in de hand genomen en begon
+voorzichtig het uurwerk op te winden.
+
+Toen verzette hij met de grootste zorgvuldigheid de wijzers en plaatste
+de blikken bus, nadat hij er een lang, sterk bindtouw aan bevestigd
+had, zoodanig op het blad van de tafel, dat zij er voor bijna de helft
+overheen stak en het minste rukje aan het touw haar op den grond moest
+doen vallen. Hij maakte vervolgens het andere uiteinde van het touwtje
+zoodanig aan den pols van Raffles vast, dat het strak was getrokken en
+richtte zich nu met een glans van voldoening in zijn zwarte oogen weer
+op.
+
+Hij keek Raffles een oogenblik spottend aan met een blik van helsch
+leedvermaak en zeide toen:
+
+„Gij zult het doel van deze kleine inrichting wel begrijpen, nietwaar?
+Gij zijt een man, die in levensgevaar verkeert en gij zult dus al het
+mogelijke doen om U te bevrijden. De minste beweging kan U echter den
+dood kosten, want deze bom zal eveneens ontploffen, wanneer zij van de
+tafel op den vloer valt. Wij zullen het licht hier laten branden, vlak
+tegenover U staat een kleine wekker en gij zult dus het voorrecht
+hebben op de minuut af te weten, wanneer gij met het geheele bovenste
+gedeelte van dit huis de lucht zult ingaan.”
+
+Miljakoff boog zich over het uurwerk in de open doos heen en vervolgde:
+
+„Van dit oogenblik af is het nog juist zeven minuten, wij zullen ons
+dus wat moeten haasten om heen te gaan en onze makkers in te halen.
+Vaarwel, wij moeten U thans tot onze spijt verlaten.”
+
+Miljakoff en zijn trawanten maakten een ironische buiging voor den
+weerlooze en het volgende oogenblik hadden zij het vertrek verlaten.
+
+Raffles hoorde hoe zij den sleutel in het slot omdraaiden en hun
+schreden zich snel verwijderden.
+
+Toen werd het stil, op het eentonig tikken na van den goedkoopen
+bazarwekker op den smallen schoorsteen.
+
+Het was juist half elf, nog zeven minuten, dan zou alles gedaan zijn.
+
+Raffles boog voorzichtig het hoofd en bekeek de touwen, die hem
+gebonden hielden, zij waren vingerdik en van het beste vlas
+vervaardigd.
+
+Ja, als de helsche machine er niet was geweest, misschien had hij dan
+een poging kunnen doen, om zich met stoel en al te laten vallen en zoo
+de aandacht van de benedenburen te trekken, thans echter zou die
+beweging zijn onmiddellijke dood beteekenen.
+
+Toen poogde Raffles zeer voorzichtig, of hij den stoel wellicht kon
+laten wiebelen.
+
+Waren de pooten niet geheel gelijk, dan zou het misschien mogelijk
+zijn, de tafel te naderen, de helsche machine te grijpen en het uurwerk
+te laten stilstaan.
+
+Maar ook deze hoop moest hij laten varen, want men had zijn voeten op
+een sport vastgebonden en de stoel was zeer zwaar, ten overvloede zou
+de minste onvoorzichtige beweging de helsche machine doen vallen....
+
+Toen Raffles weder opkeek waren er drie minuten verstreken....
+
+Hij trachtte nu in den doek te bijten, die men hem voor den mond had
+gebonden, hij slaagde er slechts in, een paar vezels stuk te trekken,
+de doek was te breed en te stijf dichtgebonden.
+
+Hij trachtte zijn pols een weinig te bewegen en hij voelde het klamme
+zweet zijn gelaat bedekken, toen hij bemerkte dat hij hierdoor de
+helsche machine een weinig had doen verschuiven, zoodat de minste of
+geringste beweging, ja misschien zelfs de zwaarte van het touwtje of
+het dreunen van het huis, als er een zware auto voorbij reed, het
+vreeselijke ding op de tafel moest doen vallen....
+
+Raffles zat doodstil en durfde nauwelijks ademhalen.
+
+Met starenden blik keken, zijn oogen nu eens naar den wekker, dan weder
+naar de helsche machine.
+
+Nog twee minuten....
+
+Maar plotseling ving zijn geoefend oor, toen hij zich reeds verloren
+waande en zich moedig in het onvermijdelijke schikte, een luid geraas
+op, dat beneden in het huis klonk, het was het gerucht van een
+woedenden strijd.
+
+Slechts weinige seconden later naderden er zware voetstappen, toen
+werden haastig de deuren van de kamers op de vliering opengeworpen.
+
+Een luide, welbekende stem vloekte dat het een aard had....
+
+Het was de stem van Henderson!
+
+Het volgende oogenblik beukte zijn zware vuist op de deur.
+
+Met een gevoel van vreeselijke ontzetting zag Raffles dat de helsche
+machine wankelde.
+
+En steeds luider en steeds harder daverden de zware vuisten van den
+reus op de deur.
+
+Nog een minuut....!
+
+Henderson had blijkbaar een aanloop genomen, want met een luid gekraak
+vloog het bovenste paneel van de deur aan splinters.
+
+Op hetzelfde oogenblik viel de helsche machine!
+
+Raffles sloot de oogen....
+
+Maar hij voelde zich niet opnemen in een wervelstorm en zijn ooren
+werden niet verscheurd door de helsche losbarsting van de ontploffing,
+die hem den dood moest brengen.
+
+Hij opende de oogen weder en een gevoel van innige vreugde doorstroomde
+hem, het touwtje was een weinig te kort geweest.... De helsche machine
+had den vloer niet kunnen bereiken, maar schommelde nu ter zijde van
+den stoel aan het strak gespannen touwtje heen en weer.
+
+Het scheelde slechts weinige millimeters, maar die paar strepen
+beteekenden het verschil tusschen dood en leven.
+
+Henderson had intusschen vliegensvlug het paneel geheel vernield en
+stapte door het gemaakte gat het vertrek binnen.
+
+Dadelijk bevrijde hij Raffles van den doek.
+
+Het eerste wat Raffles hem met heesche stem toeriep was:
+
+„Zet voorzichtig die doos op tafel, die daar aan een touwtje naast mijn
+stoel hangt en zet het uurwerk een uur terug—in Godsnaam vlug, het is
+een helsche machine.”
+
+Bleek van schrik gehoorzaamde de reus.
+
+Het was juist bijtijds—nog twintig seconden en de beide mannen zouden
+een vreeselijken dood hebben gevonden.
+
+Zoodra de helsche machine voorloopig onschadelijk was gemaakt sneed
+Henderson de touwen door, die Raffles op den stoel gebonden hielden.
+
+De Gentleman-Inbreker stond op, rekte zich uit, en greep toen Henderson
+bij de hand om die te drukken alsof hij ze wilde verbrijzelen.
+
+„Ik dank je, Henderson!” zeide hij met trillende stem. „Je hebt mij al
+weder het leven gered.”
+
+„Laten wij daar niet over praten, Mylord. Ga spoedig mede—ik dank nu
+den hemel, dat ik u toch maar gevolgd ben, om te zien waar u bleef. Het
+is hier onveilig! Laten wij maken dat wij wegkomen.”
+
+„Ik heb daareven het gerucht van een strijd gehoord, wat was dat?”
+
+„O, dat had niets te beteekenen, Mylord,” antwoordde Henderson op
+luchtigen toon. „Ik heb drie Russen, waaronder die schavuit met zijn
+smerigen zwarten baard een weinig overhaast zien heen gaan, en ik heb
+hen even onder handen genomen—ik geloof dat zij ergens op de
+binnenplaats liggen—ik weet niet of er veel van over is gebleven. Maar
+laten wij nu gaan, wat ik u bidden mag.”
+
+„Eerst die helsche machine onschadelijk maken,” riep Raffles uit.
+
+Hij bekeek met kennersoog even het toestel, ontdekte spoedig de werking
+van het mechaniek, verbrak voorzichtig de verbinding tusschen uurwerk
+en ontploffingsstof—en nu was de helsche machine onschadelijk gemaakt.
+
+Hij liet de blikken doos in zijn zak glijden—benevens het uurwerk,
+greep Henderson bij den arm, en riep uit:
+
+„Nu spoedig weg, de politie moet aanstonds gewaarschuwd worden.”
+
+
+
+
+
+
+
+
+HOOFDSTUK VIII.
+
+DE AANSLAG OP DE BANK.
+
+
+Het geluk was met Raffles, want nauwelijks had hij den voet op straat
+gezet, of in de verte naderde een met twaalf koppen bemande
+politie-auto, die op patrouille was.
+
+Raffles wenkte den chauffeur om stil te houden, en in een oogwenk had
+hij den brigadier, die het bevel voerde over den kleinen troep, op de
+hoogte gebracht.
+
+Aanstonds snelde een half dozijn agenten de binnenplaats op, waar zij
+inderdaad Miljakoff en zijn medeplichtigen vonden, omringd door een
+aantal nieuwsgierige buren, en in een verre van benijdenswaardigen
+toestand.
+
+De drie schurken waren zoo onvoorzichtig geweest Henderson den toegang
+te willen versperren, en een hunner had dit met twee gebroken ribben,
+de tweede met een ontwrichten arm en de derde met een aantal kneuzingen
+over het geheele lichaam moeten bekoopen.
+
+Het drietal werd aanstonds opgenomen en in de politie-auto gedragen.
+
+Daar Raffles zich nu eenmaal als Lord Aberdeen met de zaak bemoeid had,
+kon hij moeilijk anders doen, dan dien naam opgeven,—maar hij dankte
+zijn gesternte, dat hem had ingegeven, de nagemaakte detectivekaart bij
+zich te steken, voor hij het noodlottige vertrek verliet, waar hij
+bijna den dood had gevonden.
+
+Want men zou het op Scotland-Yard wel eens vreemd hebben kunnen vinden,
+dat zijn Lordschap zich in het bezit bevond van dit voortreffelijk
+nagemaakte legitimatiebewijs.
+
+Raffles en Henderson stapten op hun beurt in en een uur later reed de
+auto de groote binnenplaats op van het sombere hoofdbureau van politie
+in Downingstreet.
+
+De gevangenen werden aanstonds naar hun cellen geleid en nu was het de
+beurt van Raffles om een omstandig verhaal te doen van wat hem
+wedervaren was.
+
+De dienstdoende inspecteur schreef alles zorgvuldig op, en werd wel een
+weinig bleek om den neus, toen Raffles de beide stukken van
+overtuiging—de doos met titaniet en het horlogeuurwerk voor hem op
+tafel neerlegde.
+
+„Gelooft u, Mylord, dat dit duivelsche goedje niet vanzelf ontploffen
+kan?” vroeg hij een weinig heesch.
+
+„Onmogelijk, mijnheer!” antwoordde Raffles. „Het ontploft alleen,
+wanneer gij het uit uw handen laat vallen! Misschien kan de
+politiescheikundige u wel iets naders vertellen omtrent de
+samenstelling! Staat gij mij toe, dat ik mij thans terugtrek?”
+
+„Natuurlijk, Mylord. Natuurlijk,” antwoordde de inspecteur haastig,
+terwijl hij opstond en Raffles de hand toestak. „Maar ik laat u niet
+gaan, voordat ik als de eerste u mijn groote bewondering te kennen geef
+voor wat gij gedaan hebt, en den dank uitspreek van geheel Londen, dat
+gij haar voor een zoo vreeselijke ramp hebt weten te bewaren.”
+
+„Laten wij niet voorbarig zijn. mijnheer de inspecteur!” hernam Raffles
+op ernstigen toon. „Ik zou er geen eed op durven doen, dat alle gevaar
+reeds geweken is.”
+
+„Wat? Denkt gij werkelijk dat die schurken het nu nog zullen wagen, hun
+plan ten uitvoer te brengen?” riep de inspecteur verschrikt uit.
+
+„Natuurlijk niet hun oorspronkelijk plan,” antwoordde Raffles. „Zij
+zullen wel begrijpen, dat dat geen kans van slagen meer heeft. Wat er
+in het huis gebeurd is zullen zij morgenochtend reeds kunnen weten door
+middel van hun spionnen—en daarom raad ik u aan, een oogje in het zeil
+te houden—vooral in den eersten tijd.”
+
+„Ik dank u voor uw goeden raad, Mylord, en ik verzeker u, dat wij dien
+zullen opvolgen. Wij zullen nog hedennacht onze maatregelen nemen. Ik
+mag er zeker wel op rekenen, dat gij u tot onze beschikking stelt,
+zoodra het proces een aanvang neemt?”
+
+„Ik zou er liefst buiten worden gehouden, mijnheer—ik ben volstrekt
+niet gesteld op zooveel publiciteit!” antwoordde Raffles. „Mocht mijn
+getuigenis echter volstrekt onmisbaar zijn, dan kunt gij op mij
+rekenen.”
+
+Een korte buiging en Raffles had het vertrek verlaten, door Henderson
+gevolgd.
+
+Daar Henderson zijn eigen wagen in Betnalstreet had laten staan, waren
+de beide mannen verplicht een huurauto te nemen, die hen in een half
+uur naar de Regentstreet bracht.
+
+Het was bijna half twee toen zij daar aankwamen, maar zooals Raffles
+wel voorzien had vond hij Charly nog op en in staat van groote
+ongerustheid, bleek en met wallen onder de oogen.
+
+Hij vond den jongen man in de bibliotheekzaal met een boek voor zich,
+maar waarin hij blijkbaar geen oogenblik had zitten lezen.
+
+Charly stond haastig op, snelde Raffles tegemoet, greep zijn hand, en
+zeide met ontroerde stem:
+
+„De hemel zij geloofd, dat je er bent. Ik heb mij zoo ongerust over je
+gemaakt en over Henderson! Wat is er toch gebeurd?”
+
+„Ga daar zitten—dan zal ik het je vertellen—maar wees sterk, Charly,
+want ik zal je pijn moeten doen,” zeide Raffles op ernstigen toon.
+
+En nu deelde hij Charly in bijzonderheden mede, wat hem wedervaren was
+van het oogenblik af, dat hij het huis had verlaten.
+
+Charly had geluisterd, zonder hem een oogenblik in de rede te vallen,
+met zijn hoofd tusschen de handen geklemd.
+
+Toen Raffles zweeg, hief Charly langzaam het gelaat op, stond op, kwam
+naar Raffles toe, en zei met geheel veranderde stem:
+
+„De les is duur geweest, Edward, heel duur! Maar ik geloof, dat ik
+genezen ben! Je moet er in den beginne maar niet meer met mij over
+praten—het zal wel overgaan!” voegde hij er met een mat glimlachje aan
+toe.
+
+„Daarvan ben ik overtuigd, mijn jongen,” hernam Raffles op hartelijken
+toon. „Ik kende je niet meer. Nooit zou ik hebben kunnen vermoeden, dat
+mijn vriend Charly zich zoo zou laten meesleepen door zijn hartstocht.
+En nu beloof ik je, dat je uit mijn mond nooit meer iets over dit
+intermezzo zult hooren, dat voor jou zulke tragische gevolgen zou
+hebben gehad.”
+
+— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
+
+Den volgenden morgen omstreeks half elf begaf Raffles, thans weer als
+Lord Aberdeen gekleed, zich naar de Engelsche bank, in de auto, die
+door Henderson bestuurd werd.
+
+De fraaie wagen stond stil voor het groote gebouw en Raffles werd
+aanstonds toegelaten bij Philip Chesterfield, die reeds geheel op de
+hoogte was van het voorgevallene en hem met een bleek gelaat ontving.
+
+Hij verzocht Raffles plaats te nemen in een fauteuil, dicht bij een van
+de groote ramen, die op Cornhill uitzien, en begon, terwijl hij met
+zenuwachtige passen door zijn prachtig ingerichte werkkamer heen en
+weer liep:
+
+„Wie had dat kunnen denken, Mylord. Ik kan mijzelf onmogelijk vrij
+pleiten van schuld, en toch—als gij haar gekend had, zoo zacht, zoo
+aanhankelijk, zoo verliefd....”
+
+„Ik geloof, dat zij een voortreffelijke comediante was, mijnheer
+Chesterfield,” zeide Raffles bedaard. „Ik denk er ook niet aan, er u
+een verwijt van te maken, dat zij u betooverd heeft. Het is natuurlijk
+zeer pijnlijk voor u, om dit te moeten toegeven, maar het is nu wel
+duidelijk, dat het er haar slechts om te doen was, uit uw mond alle
+bijzonderheden te vernemen, die haar en haar medeplichtigen van nut
+konden zijn. Ik hoop, dat men nu alle voorzorgsmaatregelen genomen
+heeft om de bank te beschermen?”
+
+„Wees gerust, Mylord. Er komt niemand meer in, die wij niet goed
+kennen, of die zich niet eerst kan legitimeeren. Tot de safe zal
+niemand worden toegelaten, tenzij van deugdelijke papieren voorzien, en
+minstens een maand zal het gebouw niet meer bezichtigd mogen worden
+door het publiek, zooals tot dusverre het geval was.”
+
+„Dat is goed—maar ik geloof toch dat het beter zou zijn, wanneer wij
+alle leden van die bende in handen hadden,” zeide Raffles nadenkend.
+
+Zijn blikken zwierven een oogenblik naar buiten, en vestigden zich op
+het drukke gewoel in Cornhill.
+
+Toen werd zijn aandacht getrokken door een zware sleeperskar, door vier
+krachtige paarden getrokken en beladen met zware granietblokken,
+blijkbaar bestemd voor huizenbouw.
+
+Op dat oogenblik hield de kar ongeveer ter hoogte van den ingang van de
+Engelsche bank stil.
+
+De koetsier kwam van zijn bok, na de teugels over de paarden te hebben
+geworpen en slenterde weg, in de richting van het wijnhuis naar het
+scheen.
+
+Een jonge man met een zacht gelaat, die er naast had gezeten, klom
+eveneens haastig naar beneden en leunde tegen den vrachtwagen.
+
+Hij haalde een sigaret uit zijn zak en stak die aan.
+
+Plotseling sprong Raffles haastig op en slaakte een kreet van woede en
+schrik.
+
+„Wat is er, Mylord?” vroeg Chesterfield verschrikt, die zich had
+omgewend om een kistje sigaren te krijgen.
+
+„Wat er is? Kijk eens naar buiten. Herkent gij dien jongen niet, die
+daar nu zijn sigaret aansteekt?”
+
+Chesterfield was naar het raam getreden en keek naar buiten.
+
+„Die knaap daar bij die met granietblokken beladen kar? Neen, dien heb
+ik nooit gezien.”
+
+„Dan hebt gij geen goed geheugen voor gezichten. Het is Sonja Paviac in
+manskleeren en met kort geknipt haar,” riep Raffles uit.
+
+Chesterfield gaf een luiden schreeuw van ontzetting.
+
+„Mijn God, gij hebt gelijk. Wat beteekent dat?”
+
+Raffles scheen de vraag niet te hebben gehoord.
+
+Hij was een weinig van het raam terug getreden maar keek onafgebroken
+naar buiten en eensklaps riep hij:
+
+„Zie eens, wat zij doet! Met haar brandende sigaret heeft zij iets
+aangestoken—een draad katoen—een lont, die van den wagen afhangt. Snel,
+er heen!”
+
+Zoo vlug hun voeten hen dragen konden, vlogen de beide mannen het
+vertrek uit, de trappen af, de peristyle uit en op de kar toe, die nog
+altijd voor het trottoir stil stond. Eenige meters verder wachtte
+Henderson achter het stuurwiel van de fraaie limousine.
+
+Van Sonja Paviac was geen spoor meer te zien.
+
+Met doodsbleek gelaat trad Raffles haastig naar de plek toe, waar hij
+de nihilistin tersluiks de lont had zien aansteken.
+
+Hij zag, niets, hij rook ze alleen.
+
+Waarschijnlijk was de lont reeds zoover opgebrand, dat zij nu voor
+smeulde in een reet tusschen de zware granietblokken, die door geen zes
+mannen te vertillen waren.
+
+En het was zeker, dat zich daarbinnen, omgeven door die zware blokken,
+de kist met verschrikkelijken inhoud bevond, welke Raffles den avond
+tevoren gezien had.
+
+Als er niet onmiddellijk werd ingegrepen zou er een ontzettende
+ontploffing plaats vinden—een ontploffing als een aardbeving.
+
+„Henderson!” schreeuwde Raffles heesch van opwinding.
+
+Onmiddellijk stond de reus aan zijn zijde.
+
+„Zie je die blokken graniet?” vroeg Raffles. „Die moeten tot iederen
+prijs—versta je me? tot iederen prijs van die kar verschoven worden!
+Daar binnen is een helsche machine, die met een lont tot ontploffing
+wordt gebracht—en die lont smeult nu tusschen deze vierkante blokken.”
+
+Henderson had Raffles niet eens laten uitspreken, maar was op de kar
+gesprongen.
+
+Met reuzekracht duwde hij tegen een der bovenste blokken, terwijl zijn
+spieren zich spanden als kabeltouwen.
+
+En langzaam schoof het blok weg—kantelde—en viel op het trottoir met
+een doffen slag, die kilometers ver te hooien was.
+
+Nog een blok volgde, toen nog een—nog een—en nu bukte Henderson zich,
+trillend van inspanning, nam de katoenen lont op, die nog slechts een
+decimeter lang was, en door een gat in het deksel van een houten kistje
+verdween, en kneep het smeulende uiteinde tusschen vinger en duim uit.
+
+Uit de kelen van honderden menschen, die op verren afstand hadden
+toegezien, blijkbaar maar al te goed beseffend, wat er gaande was, ging
+een donderend gejuich op.
+
+De aanslag op de Bank van Engeland was verijdeld.
+
+
+
+Nog dienzelfden dag werden Sonja Paviac en haar medeplichtigen
+gearresteerd, toen zij zich wilden inschepen aan boord van een groote
+motorboot, en nog geen week later werden zij allen tot twintig jaren
+tuchthuisstraf veroordeeld.
+
+
+
+
+
+
+
+
+
+*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0378: DE
+AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS ***
+
+Updated editions will replace the previous one--the old editions will
+be renamed.
+
+Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
+law means that no one owns a United States copyright in these works,
+so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
+United States without permission and without paying copyright
+royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
+of this license, apply to copying and distributing Project
+Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
+concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
+and may not be used if you charge for an eBook, except by following
+the terms of the trademark license, including paying royalties for use
+of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
+copies of this eBook, complying with the trademark license is very
+easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
+of derivative works, reports, performances and research. Project
+Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
+do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
+by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
+license, especially commercial redistribution.
+
+START: FULL LICENSE
+
+THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
+PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
+
+To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase "Project
+Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
+Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
+www.gutenberg.org/license.
+
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
+Gutenberg-tm electronic works
+
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or
+destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
+possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
+Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
+by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
+person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
+1.E.8.
+
+1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
+agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
+electronic works. See paragraph 1.E below.
+
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
+Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
+of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
+works in the collection are in the public domain in the United
+States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
+United States and you are located in the United States, we do not
+claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
+displaying or creating derivative works based on the work as long as
+all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
+that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
+free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
+works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
+Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
+comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
+same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
+you share it without charge with others.
+
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
+in a constant state of change. If you are outside the United States,
+check the laws of your country in addition to the terms of this
+agreement before downloading, copying, displaying, performing,
+distributing or creating derivative works based on this work or any
+other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
+representations concerning the copyright status of any work in any
+country other than the United States.
+
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
+immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
+prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
+on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
+phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
+performed, viewed, copied or distributed:
+
+ This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+ most other parts of the world at no cost and with almost no
+ restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
+ under the terms of the Project Gutenberg License included with this
+ eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
+ United States, you will have to check the laws of the country where
+ you are located before using this eBook.
+
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
+derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
+contain a notice indicating that it is posted with permission of the
+copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
+the United States without paying any fees or charges. If you are
+redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
+Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
+either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
+obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
+trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
+additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
+will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
+posted with the permission of the copyright holder found at the
+beginning of this work.
+
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
+
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg-tm License.
+
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
+any word processing or hypertext form. However, if you provide access
+to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
+other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
+version posted on the official Project Gutenberg-tm website
+(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
+to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
+of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
+Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
+full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
+
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
+provided that:
+
+* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
+ to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
+ agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
+ within 60 days following each date on which you prepare (or are
+ legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
+ payments should be clearly marked as such and sent to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
+ Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
+ Literary Archive Foundation."
+
+* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
+ License. You must require such a user to return or destroy all
+ copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
+ all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
+ works.
+
+* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
+ any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
+ receipt of the work.
+
+* You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg-tm works.
+
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
+Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
+are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
+from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
+the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
+forth in Section 3 below.
+
+1.F.
+
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
+Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
+electronic works, and the medium on which they may be stored, may
+contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
+or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
+intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
+other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
+cannot be read by your equipment.
+
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
+of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium
+with your written explanation. The person or entity that provided you
+with the defective work may elect to provide a replacement copy in
+lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
+or entity providing it to you may choose to give you a second
+opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
+the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
+without further opportunities to fix the problem.
+
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
+OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
+LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of
+damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
+violates the law of the state applicable to this agreement, the
+agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
+limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
+unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
+remaining provisions.
+
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
+accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
+production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
+electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
+including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
+the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
+or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
+additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
+Defect you cause.
+
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
+
+Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of
+computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
+exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
+from people in all walks of life.
+
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
+goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
+generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
+Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
+www.gutenberg.org
+
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation
+
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
+U.S. federal laws and your state's laws.
+
+The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
+Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
+to date contact information can be found at the Foundation's website
+and official page at www.gutenberg.org/contact
+
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
+Literary Archive Foundation
+
+Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
+widespread public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
+DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
+state visit www.gutenberg.org/donate
+
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+
+Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations. To
+donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+
+Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
+
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
+Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
+freely shared with anyone. For forty years, he produced and
+distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
+volunteer support.
+
+Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
+the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
+necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
+edition.
+
+Most people start at our website which has the main PG search
+facility: www.gutenberg.org
+
+This website includes information about Project Gutenberg-tm,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/69455-0.zip b/69455-0.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..8577b4c --- /dev/null +++ b/69455-0.zip diff --git a/69455-h.zip b/69455-h.zip Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..77b5226 --- /dev/null +++ b/69455-h.zip diff --git a/69455-h/69455-h.htm b/69455-h/69455-h.htm new file mode 100644 index 0000000..72fbd23 --- /dev/null +++ b/69455-h/69455-h.htm @@ -0,0 +1,4028 @@ +<!DOCTYPE html
+PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
+<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2022-12-01T21:40:31Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
+<html lang="nl">
+<head>
+<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
+<title>Lord Lister No. 378: De Aanslag op de Londensche Beurs</title>
+<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
+<meta name="author" content="Felix Hageman (1877–1966)">
+<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1930?)">
+<meta name="author" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
+<link rel="coverpage" href="images/lordlister0378-front.jpg">
+<link rel="schema.DC" href="http://purl.org/dc/elements/1.1/">
+<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 378: De Aanslag op de Londensche Beurs">
+<meta name="DC.Creator" content="Felix Hageman (1877–1966)">
+<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1930?)">
+<meta name="DC.Creator" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
+<meta name="DC.Contributor" content="Jan Wiegman (1884–1963)">
+<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
+<meta name="DC.Format" content="text/html">
+<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
+<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals">
+<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals">
+<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */
+html {
+line-height: 1.3;
+}
+body {
+margin: 0;
+}
+main {
+display: block;
+}
+h1 {
+font-size: 2em;
+margin: 0.67em 0;
+}
+hr {
+height: 0;
+overflow: visible;
+}
+pre {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+a {
+background-color: transparent;
+}
+abbr[title] {
+border-bottom: none;
+text-decoration: underline dotted;
+}
+b, strong {
+font-weight: bolder;
+}
+code, kbd, samp {
+font-family: monospace;
+font-size: 1em;
+}
+small {
+font-size: 80%;
+}
+sub, sup {
+font-size: 67%;
+line-height: 0;
+position: relative;
+vertical-align: baseline;
+}
+sub {
+bottom: -0.25em;
+}
+sup {
+top: -0.5em;
+}
+img {
+border-style: none;
+}
+body {
+font-family: serif;
+font-size: 100%;
+text-align: left;
+margin-top: 2.4em;
+}
+div.front, div.body {
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+div.back {
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div0 {
+margin-top: 7.2em;
+margin-bottom: 7.2em;
+}
+.div1 {
+margin-top: 5.6em;
+margin-bottom: 5.6em;
+}
+.div2 {
+margin-top: 4.8em;
+margin-bottom: 4.8em;
+}
+.div3 {
+margin-top: 3.6em;
+margin-bottom: 3.6em;
+}
+.div4 {
+margin-top: 2.4em;
+margin-bottom: 2.4em;
+}
+.div5, .div6, .div7 {
+margin-top: 1.44em;
+margin-bottom: 1.44em;
+}
+.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
+.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
+margin-bottom: 0;
+}
+blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
+.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
+margin-top: 0;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
+clear: both;
+font-style: normal;
+text-transform: none;
+}
+h3, .h3 {
+font-size: 1.2em;
+}
+h3.label {
+font-size: 1em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h4, .h4 {
+font-size: 1em;
+}
+.alignleft {
+text-align: left;
+}
+.alignright {
+text-align: right;
+}
+.alignblock {
+text-align: justify;
+}
+p.tb, hr.tb, .par.tb {
+margin: 1.6em auto;
+text-align: center;
+}
+p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
+font-size: 0.9em;
+text-indent: 0;
+}
+p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
+margin: 1.58em 10%;
+}
+.opener, .address {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+}
+.addrline {
+margin-top: 0;
+margin-bottom: 0;
+}
+.dateline {
+margin-top: 1.6em;
+margin-bottom: 1.6em;
+text-align: right;
+}
+.salute {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.signed {
+margin-top: 1.6em;
+margin-left: 3.58em;
+text-indent: -2em;
+}
+.epigraph {
+font-size: 0.9em;
+width: 60%;
+margin-left: auto;
+}
+.epigraph span.bibl {
+display: block;
+text-align: right;
+}
+.trailer {
+clear: both;
+margin-top: 3.6em;
+}
+span.abbr, abbr {
+white-space: nowrap;
+}
+span.parnum {
+font-weight: bold;
+}
+span.corr, span.gap {
+border-bottom: 1px dotted red;
+}
+span.num, span.trans {
+border-bottom: 1px dotted gray;
+}
+span.measure {
+border-bottom: 1px dotted green;
+}
+.ex {
+letter-spacing: 0.2em;
+}
+.sc {
+font-variant: small-caps;
+}
+.asc {
+font-variant: small-caps;
+text-transform: lowercase;
+}
+.uc {
+text-transform: uppercase;
+}
+.tt {
+font-family: monospace;
+}
+.underline {
+text-decoration: underline;
+}
+.overline, .overtilde {
+text-decoration: overline;
+}
+.rm {
+font-style: normal;
+}
+.red {
+color: red;
+}
+hr {
+clear: both;
+border: none;
+border-bottom: 1px solid black;
+width: 45%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+margin-top: 1em;
+text-align: center;
+}
+hr.dotted {
+border-bottom: 2px dotted black;
+}
+hr.dashed {
+border-bottom: 2px dashed black;
+}
+.aligncenter {
+text-align: center;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+font-size: 1.44em;
+line-height: 1.5;
+}
+h1.label, h2.label {
+font-size: 1.2em;
+margin-bottom: 0;
+}
+h5, h6 {
+font-size: 1em;
+font-style: italic;
+}
+p, .par {
+text-indent: 0;
+}
+p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
+text-transform: uppercase;
+}
+.hangq {
+text-indent: -0.32em;
+}
+.hangqq {
+text-indent: -0.42em;
+}
+.hangqqq {
+text-indent: -0.84em;
+}
+p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
+float: left;
+clear: left;
+margin: 0 0.05em 0 0;
+padding: 0;
+line-height: 0.8;
+font-size: 420%;
+vertical-align: super;
+}
+blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
+font-size: 0.9em;
+margin: 1.58em 5%;
+}
+.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
+text-decoration: none;
+}
+.advertisement, .advertisements {
+background-color: #FFFEE0;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+span.accent {
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
+line-height: 0.40em;
+}
+span.accent span.top {
+font-weight: bold;
+font-size: 5pt;
+}
+span.accent span.base {
+display: block;
+}
+.footnotes .body, .footnotes .div1 {
+padding: 0;
+}
+.fnarrow {
+color: #AAAAAA;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+}
+.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
+color: #660000;
+}
+.fnreturn {
+color: #AAAAAA;
+font-size: 80%;
+font-weight: bold;
+text-decoration: none;
+vertical-align: 0.25em;
+}
+a {
+text-decoration: none;
+}
+a:hover {
+text-decoration: underline;
+background-color: #e9f5ff;
+}
+a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
+font-size: 67%;
+vertical-align: super;
+text-decoration: none;
+margin-left: 0.1em;
+}
+.externalUrl {
+font-size: small;
+font-family: monospace;
+color: gray;
+}
+.displayfootnote {
+display: none;
+}
+div.footnotes {
+font-size: 80%;
+margin-top: 1em;
+padding: 0;
+}
+hr.fnsep {
+margin-left: 0;
+margin-right: 0;
+text-align: left;
+width: 25%;
+}
+p.footnote, .par.footnote {
+margin-bottom: 0.5em;
+margin-top: 0.5em;
+}
+p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
+float: left;
+margin-left: -0.1em;
+min-width: 1.0em;
+padding-right: 0.4em;
+}
+.apparatusnote {
+text-decoration: none;
+}
+.apparatusnote:target, .fndiv:target {
+background-color: #eaf3ff;
+}
+table.tocList {
+width: 100%;
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+border-width: 0;
+border-collapse: collapse;
+}
+td.tocPageNum, td.tocDivNum {
+text-align: right;
+min-width: 10%;
+border-width: 0;
+white-space: nowrap;
+}
+td.tocDivNum {
+padding-left: 0;
+padding-right: 0.5em;
+vertical-align: top;
+}
+td.tocPageNum {
+padding-left: 0.5em;
+padding-right: 0;
+vertical-align: bottom;
+}
+td.tocDivTitle {
+width: auto;
+}
+p.tocPart, .par.tocPart {
+margin: 1.58em 0;
+font-variant: small-caps;
+}
+p.tocChapter, .par.tocChapter {
+margin: 1.58em 0;
+}
+p.tocSection, .par.tocSection {
+margin: 0.7em 5%;
+}
+table.tocList td {
+vertical-align: top;
+}
+table.tocList td.tocPageNum {
+vertical-align: bottom;
+}
+table.inner {
+display: inline-table;
+border-collapse: collapse;
+width: 100%;
+}
+td.itemNum {
+text-align: right;
+min-width: 5%;
+padding-right: 0.8em;
+}
+td.innerContainer {
+padding: 0;
+margin: 0;
+}
+.index {
+font-size: 80%;
+}
+.index p {
+text-indent: -1em;
+margin-left: 1em;
+}
+.indexToc {
+text-align: center;
+}
+.transcriberNote {
+background-color: #DDE;
+border: black 1px dotted;
+color: #000;
+font-family: sans-serif;
+font-size: 80%;
+margin: 2em 5%;
+padding: 1em;
+}
+.missingTarget {
+text-decoration: line-through;
+color: red;
+}
+.correctionTable {
+width: 75%;
+}
+.width20 {
+width: 20%;
+}
+.width40 {
+width: 40%;
+}
+p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
+color: #666666;
+font-size: 80%;
+}
+span.musictime {
+vertical-align: middle;
+display: inline-block;
+text-align: center;
+}
+span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
+padding: 1px 0.5px;
+font-size: xx-small;
+font-weight: bold;
+line-height: 0.7em;
+}
+span.musictime span.bottom {
+display: block;
+}
+ul {
+list-style-type: none;
+}
+.splitListTable {
+margin-left: 0;
+}
+.splitListTable td {
+vertical-align: top;
+}
+.numberedItem {
+text-indent: -3em;
+margin-left: 3em;
+}
+.numberedItem .itemNumber {
+float: left;
+position: relative;
+left: -3.5em;
+width: 3em;
+display: inline-block;
+text-align: right;
+}
+.itemGroupTable {
+border-collapse: collapse;
+margin-left: 0;
+}
+.itemGroupTable td {
+padding: 0;
+margin: 0;
+vertical-align: middle;
+}
+.itemGroupBrace {
+padding: 0 0.5em !important;
+}
+div.figure {
+text-align: center;
+}
+.figure {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.floatLeft {
+float: left;
+margin: 10px 10px 10px 0;
+}
+.floatRight {
+float: right;
+margin: 10px 0 10px 10px;
+}
+p.figureHead, .par.figureHead {
+font-size: 100%;
+text-align: center;
+}
+.figAnnotation {
+font-size: 80%;
+position: relative;
+margin: 0 auto;
+}
+.figTopLeft, .figBottomLeft {
+float: left;
+}
+.figTopRight, .figBottomRight {
+float: right;
+}
+.figure p, .figure .par {
+font-size: 80%;
+margin-top: 0;
+text-align: center;
+}
+img {
+border-width: 0;
+}
+td.galleryFigure {
+text-align: center;
+vertical-align: middle;
+}
+td.galleryCaption {
+text-align: center;
+vertical-align: top;
+}
+body {
+padding: 1.58em 16%;
+}
+.pageNum {
+display: inline;
+font-size: 8.4pt;
+font-style: normal;
+margin: 0;
+padding: 0;
+position: absolute;
+right: 1%;
+text-align: right;
+letter-spacing: normal;
+}
+.marginnote {
+font-size: 0.8em;
+height: 0;
+left: 1%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+}
+.right-marginnote {
+font-size: 0.8em;
+height: 0;
+right: 3%;
+position: absolute;
+text-indent: 0;
+text-align: right;
+width: 11%
+}
+.cut-in-left-note {
+font-size: 0.8em;
+left: 1%;
+float: left;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: left;
+padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
+}
+.cut-in-right-note {
+font-size: 0.8em;
+left: 1%;
+float: right;
+text-indent: 0;
+width: 14%;
+text-align: right;
+padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
+}
+span.tocPageNum, span.flushright {
+position: absolute;
+right: 16%;
+top: auto;
+text-indent: 0;
+}
+.pglink::after {
+content: "\0000A0\01F4D8";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.catlink::after {
+content: "\0000A0\01F4C7";
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
+content: "\0000A0\002197\00FE0F";
+color: blue;
+font-size: 80%;
+font-style: normal;
+font-weight: normal;
+}
+.pglink:hover {
+background-color: #DCFFDC;
+}
+.catlink:hover {
+background-color: #FFFFDC;
+}
+.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
+background-color: #FFDCDC;
+}
+body {
+background: #FFFFFF;
+font-family: serif;
+}
+body, a.hidden {
+color: black;
+}
+h1, h2, .h1, .h2 {
+text-align: center;
+font-variant: small-caps;
+font-weight: normal;
+}
+p.byline {
+text-align: center;
+font-style: italic;
+margin-bottom: 2em;
+}
+.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
+text-align: left;
+}
+.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
+color: #660000;
+}
+.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
+color: #AAAAAA;
+}
+a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
+color: red;
+}
+h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
+font-weight: normal;
+}
+table {
+margin-left: auto;
+margin-right: auto;
+}
+.tableCaption {
+text-align: center;
+}
+.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
+.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
+.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
+.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
+.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
+/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
+.imprint {
+color: gray; text-align: center;
+}
+div.advertisement img {
+mix-blend-mode: darken;
+}
+.center {
+text-align: center;
+}
+.xxl {
+font-size: xx-large;
+}
+/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
+.cover-imagewidth {
+width:564px;
+}
+.xd31e111 {
+font-size:x-large;
+}
+.xd31e113 {
+font-size:small;
+}
+.xd31e119 {
+font-size:xx-large;
+}
+.ad-dubec3-imgwidth {
+width:562px;
+}
+.xd31e1205 {
+text-align:center; font-size:xx-large;
+}
+.xd31e1207 {
+text-align:center; font-size:x-large;
+}
+.xd31e1209 {
+text-align:center; font-size:x-large; color:#f30f20;
+}
+.xd31e1211 {
+text-align:center; font-size:large;
+}
+.xd31e1215 {
+text-align:center; font-size:large; color:#f30f20;
+}
+.xd31e1220 {
+text-align:center;
+}
+/* ]]> */ </style>
+</head>
+<body>
+<div lang='en' xml:lang='en'>
+<p style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 0378: De Aanslag op de Londensche Beurs</span>, by Kurt Matull</p>
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
+most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
+of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
+at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
+are not located in the United States, you will have to check the laws of the
+country where you are located before using this eBook.
+</div>
+</div>
+
+<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 0378: De Aanslag op de Londensche Beurs</span></p>
+<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Authors: Kurt Matull</p>
+<p style='display:block; margin-top:0; margin-bottom:0; margin-left:2em;'>Theo Blakensee</p>
+<p style='display:block; margin-top:0; margin-bottom:0; margin-left:2em;'>Felix Hageman</p>
+<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Illustrator: Jan Wiegman</p>
+<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Release Date: December 1, 2022 [eBook #69455]</p>
+<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Language: Dutch</p>
+ <p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em; text-align:left'>Produced by: Jeroen Hellingman and the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg</p>
+<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 0378: DE AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS</span> ***</div>
+<div class="front">
+<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0378-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="564" height="720"></div><p>
+<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first xd31e111">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜
+</p>
+<p class="xd31e113">UITGAVE VAN DEN ROMAN-<span class="corr" id="xd31e115" title="Niet in bron">,</span> BOEK- EN KUNSTHANDEL—SINGEL 236,—AMSTERDAM.
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="body">
+<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<div class="figure"><img src="images/p0378-01.png" alt="DE AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS." width="720" height="191"></div>
+<h2 class="super xd31e119">DE AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS.</h2>
+<h2 class="label">HOOFDSTUK I</h2>
+<h2 class="main">Rosenthal en Pennock.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">In de onmiddellijke nabijheid van de beurs te Londen bevinden zich een groot aantal
+kantoren van bankiers, makelaars in effecten, beursagenten en andere personen, die
+op de een of andere wijze iets uitstaande hebben met God Mammon.
+</p>
+<p>De Londensche beurs is aan een breede straat gelegen, Cornhill geheeten.
+</p>
+<p>In lang vervlogen eeuwen werden op dezen „Korenheuvel” de voorraden graan ter markt
+gebracht, door de boeren, die rondom de groote stad woonden, welke destijds nauwelijks
+het twintigste deel bedroeg van het huidige, onmetelijke Londen.
+</p>
+<p>De Londensche beurs is een fraai gebouw, met een prachtige <span class="corr" id="xd31e129" title="Bron: Corintische">Corinthische</span> portiek, en nog niet lang geleden gebouwd, want het werd door koningin Victoria in
+het jaar 1844 geopend.
+</p>
+<p>Deze portiek heeft twee ingangen, welke kunnen worden afgesloten door prachtige bronzen
+hekken, van niet minder dan zeven meter hoogte.
+</p>
+<p>Van bewonderingswaardige schoonheid zijn de muurschilderingen, welke men in de groote
+vestibule aantreft.
+</p>
+<p>Tegenover de beurs bevindt zich het reusachtige gebouw van de Bank van Engeland, waarvan
+zij gescheiden is door de Threadneedle Street, een betrekkelijk smalle straat, die
+almede tot een der oudste van Londen behoort.
+</p>
+<p>Het gebouw van de Engelsche Bank is van veel ouderen datum, want het werd gebouwd
+tusschen de jaren 1732 en 1829.
+</p>
+<p>Wel heeft men er in die negentig jaren niet voortdurend aan voortgebouwd, daar verscheiden
+onvoorziene gebeurtenissen den bouw tegenhielden, maar toch kan men wel rekenen, dat
+er tientallen jaren met den eigenlijken bouw gemoeid zijn geweest.
+</p>
+<p>Op deze beide hoofdgebouwen nu, die als het ware het financiëele hart van Londen,
+waarschijnlijk van heel Engeland en misschien wel van heel Europa vormen, groepeeren
+zich, als kuikens om de hen, de talrijke kleinere banken.
+</p>
+<p>In Lombard Street, op ongeveer tien minuten gaans van Cornhill, verheft zich een groot
+kantoorgebouw, waarvan de verschillende verdiepingen aan een zestal maatschappijen
+zijn verhuurd.
+<span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span></p>
+<p>De twee benedenste worden ingenomen door de bank van de heeren Rosenthal en Pennock.
+</p>
+<p>Wellicht kon deze combinatie in de ooren van een oprechten chauvinist een verdachten
+klank hebben, maar dat behoefde toch volstrekt niet het geval te zijn, want wel is
+waar was de betovergrootvader van den heer Jacques Rosenthal als volbloed Frankforter
+in het jaar 1677 naar Londen gekomen, maar hij had zich spoedig laten naturaliseeren,
+en van dat tijdstip af hadden diens afstammelingen zich als echte Britten beschouwd.
+</p>
+<p>Hoe dit ook zij, de huidige compagnon van Pennock bleek van zijn voorvaderen een zeldzaam
+talent voor allerlei geldelijke transacties te hebben overgeërfd, en daar Pennock
+een man was met een verbazende hoeveelheid menschenkennis en een ongelooflijken werklust,
+zoo moest hun samengaan wel succes opleveren.
+</p>
+<p>Op den dag, volgend op de onderteekening van den wapenstilstand, hadden de beide heeren
+hun tenten opgeslagen in het kantoorgebouw in de Lombard Street, en aanstonds scheen
+de fortuin hen toe te lachen.
+</p>
+<p>Hun bank, de „<span lang="en">Midland Credit Bank</span>” geheeten, mocht zich aldra in een uitgebreide clandisie verheugen, en steeds grooter
+werd het aantal diergenen, die op deze bank trokken, of er hun geld belegden, meestal
+op langen termijn, want het duurde niet lang of de solvabiliteit van de „<span lang="en">Midland Credit</span>” stond onaantastbaar vast. Het personeel, dat bij de oprichting uit zes koppen bestond,
+was in den loop van slechts een paar jaren aangegroeid tot een tal van vier en zestig
+helpers, kassiers, wisselklerken, bedienden voor de deposito’s, voor de afdeeling
+credietbrieven, boekhouders, en andere onontbeerlijke employé’s.
+</p>
+<p>Zoodra men de breede deuren binnentrad, die om negen uur in den morgen geopend werden,
+bevond men zich van aangezicht tot aangezicht met een deftigen portier, die, zich
+zijn waarde wel bewust zijnde, met de handen op den rug heen en weer liep in de voorvestibule,
+die door twee klapdeuren was gescheiden van de eigenlijke bankruimte, waar zich de
+loketten bevonden.
+</p>
+<p>Daar bevonden zich, in een halfcirkelvormigen boog, de dozijnen loketten, alle genummerd,
+waarachter de beambten hun werkzaamheden verrichtten.
+</p>
+<p>Langs de wanden stonden banken geschaard, waarop de bezoekers konden plaatsnemen,
+die gekomen waren om effecten te verzilveren, coupons te innen, rente te laten bijschrijven,
+of het geld van wissels en cheques te ontvangen.
+</p>
+<p>Op drukke uren trof men daar wel een honderdtal kantoorloopers aan, allen gewapend
+met groote tasschen, welke de meeste hunner met een sterken ketting aan den pols hadden
+bevestigd.
+</p>
+<p>Ook hier bevonden zich twee portiers, die iedereen te woord stonden, die vreemdelingen
+waren in dit Jeruzalem, en die tevens een oogje in het zeil moesten houden.
+</p>
+<p>Want er waren nog altijd langvingers genoeg, keurig gekleed, en uiterst behendig,
+die kans zagen, er met de geldtasch van een ander van door te gaan of met den haak
+van hun wandelstok een pakje <span class="corr" id="xd31e162" title="Bron: bankbilleten">bankbiljetten</span> naar zich toe te halen, hetwelk een achtelooze klant tijdelijk naast zich had neergelegd
+op den marmeren rand, die langs alle loketten heenliep.
+</p>
+<p>In de ruimte, welke door de rij loketten was omgeven, kon men de tafels ontwaren,
+waaraan de klerken gezeten waren, en tevens de zware en zeer sterke brandkast, waaruit
+de hoofdkassier telkens de benoodigde bedragen nam, om die tegen afgifte van een bon
+aan de hulpkassiers voor te tellen.
+</p>
+<p>Het was omstreeks half elf in den morgen, toen een groote, blauwgelakte limousine
+stilhield voor de bank van de heeren Rosenthal en Pennock.
+</p>
+<p>Achter het stuurwiel zat een chauffeur van reusachtigen lichaamsbouw, in een elegante,
+maar volstrekt niet opvallende, grijze livrei.
+</p>
+<p>Het portier van de groote auto werd van binnen af geopend, nog voor de kleine „button”
+had kunnen toesnellen, die op post had gestaan bij de voordeur.
+</p>
+<p>Twee heeren stapten uit de auto.
+</p>
+<p>De een was omstreeks veertig jaar oud, tenminste wanneer men oordeelde naar zijn haar,
+dat aan de slapen eenigszins begon te grijzen.
+</p>
+<p>Zijn oogen echter, van een eigenaardige grijze kleur, schitterden als die van een
+jongeling.
+</p>
+<p>De scherp gesneden trekken getuigden van ontembare wilskracht, en de lijnen langs
+den mond met de smalle lippen getuigden er van, dat deze man in zijn leven reeds veel
+had geleden.
+</p>
+<p>Hij was gekleed in een jacquetkostuum, dat <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>zeker afkomstig was van een meester in zijn vak.
+</p>
+<p>De jonge man, die in zijn gezelschap was, verschilde minstens tien jaar met hem, misschien
+wel vijftien.
+</p>
+<p>Hij was bijna een hoofd kleiner, sierlijk gebouwd, en vertoonde in een vroolijk rond
+gelaat twee groote blauwe oogen.
+</p>
+<p>Als hij lachte, hetgeen nog al eens scheen te gebeuren, vertoonde zijn mond twee rijen
+hagelwitte tanden, welke menige schoone vrouw hem zou hebben benijd.
+</p>
+<p>Ook hij was met de uiterste zorg, maar zonder de minste fatterigheid<span class="corr" id="xd31e183" title="Niet in bron">,</span> gekleed.
+</p>
+<p>De oudste der beide heeren wisselde eenige woorden met den chauffeur, na het portier
+te hebben dichtgeklapt, en daarop bestegen zij beiden de weinige treden van het breede
+terras, dat zich voor het bankgebouw uitstrekte.
+</p>
+<p>De deftige portier scheen hen wel te kennen, want hij tikte beleefd aan zijn pet.
+</p>
+<p>In plaats dat de beide heeren echter doorgingen naar de groote vestibule, wendde de
+oudste hunner zich tot den portier en vroeg:
+</p>
+<p>„Wij kunnen zeker een van de beide heeren bankiers wel een oogenblik spreken?”
+</p>
+<p>De portier trok eerst een bedenkelijk gezicht, maar toen scheen hem in te vallen dat
+Lord William Aberdeen tot een der beste klanten van zijn patroons behoorde, en dat
+ook zijn secretaris, Charly Brand, in wiens gezelschap hij zich thans bevond, een
+niet onaardig bedrag als deposito op de „<span lang="en">Midland Credit Bank</span>” had staan.
+</p>
+<p>„Ik geloof, dat mijnheer Rosenthal naar de beurs is, Mylord,” zeide hij gewichtig.
+„Maar mijnheer Pennock is in zijn privé-kantoor, dat weet ik zeker. Wees zoo goed
+even plaats te nemen, dan zal ik telefoneeren.”
+</p>
+<p>Lord Aberdeen en zijn secretaris namen plaats op een van de breede eikenhouten banken,
+terwijl de portier zijn kleine loge binnentrad, en den telefoonhoorn van den haak
+nam.
+</p>
+<p>Hij sprak even in het toestel, en vroeg toen, zich tot Lord Aberdeen wendende:
+</p>
+<p>„Mijnheer Pennock vraagt of gij hem persoonlijk wilt spreken, of dat gij het met zijn
+secretaris kunt afdoen.”
+</p>
+<p>„Het liefst sprak ik met mijnheer Pennock persoonlijk!” antwoordde de rijke bezoeker.
+„Wij zullen mijnheer Pennock echter niet langer dan hoogstens tien minuten ophouden.”
+</p>
+<p>De portier sprak nog eenige oogenblikken in het toestel, om vervolgens den hoorn op
+te hangen en uit zijn loge te treden.
+</p>
+<p>„Mijnheer Pennock zal u gaarne verwachten, Mylord!” zeide hij met een buiging.
+</p>
+<p>Hij wenkte den jongen met zijn uniform vol glanzende knoopen, waaraan hij zijn bijnaam
+te danken had, en zeide, toen de knaap was komen toeloopen:
+</p>
+<p>„Wijs de beide heeren eens den weg naar het particuliere kantoor van mijnheer Pennock!”
+</p>
+<p>„Dat is volstrekt niet noodig!” kwam Lord Aberdeen glimlachend. „Wij kennen den weg.
+En gij hebt ons bezoek reeds aangekondigd. Wij zullen boven wel iemand vinden die
+ons aandient.”
+</p>
+<p>„Zooals gij wilt, Mylord!”
+</p>
+<p>Lord Aberdeen was reeds <span class="corr" id="xd31e208" title="Bron: opgstaan">opgestaan</span>, en hij verliet nu, door zijn secretaris gevolgd, de vestibule door een breede zijdeur,
+waarachter onmiddellijk de trap naar de eerste verdieping begon, welke haar licht
+ontving door een zeer hoog raam, dat op de straat uitzag.
+</p>
+<p>De trap liep uit op een breed portaal, waarop verscheiden deuren uitkwamen.
+</p>
+<p>Lord Aberdeen aarzelde echter geen oogenblik, maar trad op een dezer deuren toe, klopte
+aan, en ging dadelijk daarop binnen, nog altijd door zijn secretaris gevolgd.
+</p>
+<p>De beide heeren bevonden zich in een vrij groot kantoorlokaal, waarin een twintigtal
+mannelijke en vrouwelijke klerken druk zaten te werken.
+</p>
+<p>Dadelijk sprong er een kantoorjongen op, die hen tegemoet ging, en vroeg wat zij wenschten.
+</p>
+<p>„Ik wensch mijnheer Pennock te spreken, vriendje!” zeide Lord Aberdeen. „Hij verwacht
+mij.”
+</p>
+<p>„Die deur, mijnheer!” zeide de jongen kortaf, als iemand die het zeer druk heeft,
+en dadelijk stevende hij weer naar zijn lessenaar, teneinde daar zijn gewichtige taak
+voort te zetten, die bestond in het plakken van postzegels op een grooten stapel enveloppen,
+en het vouwen van circulaires.
+</p>
+<p>De beide heeren staken de zaal in haar volle lengte over, gingen een tweede deur door,
+en bevonden zich nu in een andere kamer, veel kleiner, en van wat meer gemakken voorzien
+dan het kantoorlokaal.
+<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p>
+<p>Er stond een fraai schrijfbureau, men zag er een sofa, een paar clubfauteuils en een
+sierlijk bewerkt rooktafeltje.
+</p>
+<p>Dit was het vertrek van den secretaris der bankdirectie, en ook hier zaten de typisten,
+waarover hij de beschikking had.
+</p>
+<p>Dit vertrek grensde onmiddellijk aan de particuliere werkkamer van mijnheer Pennock.
+</p>
+<p>Eén van de jonge meisjes was dadelijk bij het binnenkomen van de beide heeren opgestaan,
+en weer moest Lord Aberdeen het doel van zijn komst zeggen.
+</p>
+<p>Het meisje wees zwijgend op een tweede deur en ging weer aan het werk.
+</p>
+<p>De secretaris, een man met een volkomen gladden schedel, waarop geen enkel haartje
+scheen te willen uitbotten, had zelfs niet omgekeken.
+</p>
+<p>Lord Aberdeen klopte aan.
+</p>
+<p>„Binnen!” riep een zware stem aan den anderen kant van de deur, en naar het scheen
+een weinig ongeduldig.
+</p>
+<p>Lord Aberdeen opende de deur, en trad met zijn secretaris een modern gemeubeld vertrek
+binnen, dat slechts heel in de verte herinnerde aan de sombere kamers, waarin zich
+in vroegere jaren de heeren bankdirecteuren meenden te moeten opsluiten.
+</p>
+<p>Het vertrek werd door drie ramen verlicht.
+</p>
+<p>Het behang was van goudleder en tot manshoogte waren de wanden beschoten met fraai
+gepolitoerd mahoniehout.
+</p>
+<p>Op den parketvloer lag een reusachtig Perzisch tapijt.
+</p>
+<p>Het meubilair, de reusachtige schrijftafel, de boekenkasten, waren van notenhout.
+</p>
+<p>Bij den monumentalen haard stonden een paar clubfauteuils van echt leder.
+</p>
+<p>Een kleine brandkast, half in den muur verscholen, voltooide dit meubilair, en het
+leek wel, alsof deze kast hier volstrekt niet behoorde, en daar maar bij toeval was
+terecht gekomen.
+</p>
+<p>De heer Pennock was voor zijn schrijftafel gezeten.
+</p>
+<p>Hij was bezig, het onderwerp van een brief te dicteeren aan een jong meisje, dat op
+een paar passen afstand van hem verwijderd stond, en van wie de beide binnentredende
+heeren op dit oogenblik nog niets anders konden waarnemen dan een overvloed van blauwzwart
+haar, zeer lange, donkere wimpers en een stukje van een fijn gevormden neus, want
+zij stond half van hen afgewend.
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK II.</h2>
+<h2 class="main">De typiste van den bankdirecteur.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Steeds dicteerende, maakte Pennock, terwijl hij in zijn stoel in de richting van zijn
+bezoekers boog, een uitnoodigend gebaar naar een paar stoelen.
+</p>
+<p>Lord Aberdeen en zijn secretaris namen er op plaats en de stoelen stonden zoo, dat
+zij nu het gelaat van de steno-typiste, die snel en accuraat het <span class="sic">dicté</span> opnam, goed konden waarnemen.
+</p>
+<p>En zij zagen een vrouw van zeer groote schoonheid, met een buitenlandsch voorkomen.
+</p>
+<p>Het dikke zwarte haar, eenvoudig opgemaakt, omlijstte een gelaat van het zuiverste
+ovaal.
+</p>
+<p>De mond was bijzonder fraai geteekend, de kleine neus was licht gebogen, de wenkbrauwen
+zouden een schilder in verrukking hebben gebracht.
+</p>
+<p>Zij was geheel in haar werk verdiept, en toen Pennock even zweeg om zijn gedachten
+te verzamelen, sloeg de typiste een oogenblik de oogen op.
+</p>
+<p>Het waren zeer groote, eenigszins amandelvormige oogen, bijna zwart, en met een donkeren
+gloed er in.
+</p>
+<p>Het volgende oogenblik echter waren die beide tweelingsterren weder achter de oogleden
+verborgen.
+</p>
+<p>Nog eenige oogenblikken klonk de wat scherpe stem van Pennock. Toen zeide hij:
+</p>
+<p>„Afgeloopen, juffrouw! Onmiddellijk uitwerken. <span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span>Dadelijk posten en breng mij de copie van den brief, zoodra gij hem getikt hebt.”
+</p>
+<p>Het meisje knikte zwijgend, schroefde haar vulpen in, en verliet het vertrek, door
+dezelfde deur waardoor de bezoekers waren binnengetreden en zonder hen ook maar met
+een enkelen blik te hebben verwaardigd.
+</p>
+<p>Pennock was opgestaan, en trad nu zijn bezoekers haastig tegemoet.
+</p>
+<p>Er lag eerbied in zijn stem, toen hij zeide:
+</p>
+<p>„Ik hoop, dat gij het mij niet ten kwade zult duiden, Mylord, indien ik U een oogenblik
+heb laten wachten. De zaak was van groot belang en duldde geen uitstel.”
+</p>
+<p>„Verontschuldig U niet, mijn waarde Pennock!” zeide Lord Aberdeen glimlachend. „Ik
+weet uit eigen ondervinding hoe onaangenaam het is bij dergelijke werkzaamheden te
+worden gestoord, of ze midden in te moeten afbreken! Ik heb U reeds laten zeggen,
+dat wij U niet lang zouden ophouden!”
+</p>
+<p>„Neem plaats, wat ik U verzoeken mag en zeg waarmede ik U van dienst kan zijn,” hernam
+de bankier.
+</p>
+<p>De drie heeren gingen zitten en <span class="corr" id="xd31e269" title="Bron: begon Lord Aberdeen">Lord Aberdeen begon</span>:
+</p>
+<p>„Waarde Pennock, wij kennen elkander reeds eenige jaren, en sedert de oprichting van
+Uw bank ben ik Uw klant geweest, en naar ik meen een vrij goede klant. Ik heb dadelijk
+vertrouwen gesteld in de soliditeit van Uwe onderneming en ik heb tot mijn genoegen
+gezien, dat gij niet behoort tot die bankiers, die iemand het vel over de ooren halen,
+of zich inlaten met gewaagde speculaties, waardoor ook het kapitaal van hun inleggers
+gevaar zou loopen.”
+</p>
+<p>Pennock boog even, als iemand die zulk een compliment volkomen verdiend acht, en daarop
+vervolgde zijn bezoeker:
+</p>
+<p>„Juist omdat Uw voorzichtigheid en Uw beleid boven iederen twijfel verheven zijn,
+wend ik mij tot U. Ik weet, dat gij zeer uitgebreide connecties hebt in Rusland, zoo
+uitgebreid als men ze op dit oogenblik maar kan hebben.”
+</p>
+<p>Pennock haalde mistroostig de schouders op en zeide:
+</p>
+<p>„Het heeft helaas niet veel om het lijf, Mylord; ik meen onze geldelijke transacties
+met de Russische Sovjet Republiek. Wat mij betreft, kunnen die heeren Bolsjewiki mij
+gestolen worden. Zij mogen het dan nog zoo goed met de arme menschheid meenen, van
+geldzaken hebben zij niet het flauwste begrip, en als werkelijk gebeurde, waarnaar
+zij zoo vurig verlangen, namelijk, dat de geld- en wisselhandel van den eenen dag
+op den anderen werd afgeschaft, dan zou er nog geen etmaal later een chaos heerschen,
+zóó ontzettend, dat hiertegen onmogelijk de zegeningen zouden kunnen opwegen, welke
+die heeren te Moskou ons beloven. De handel zou volkomen worden lamgelegd, er zouden
+geen levensmiddelen meer worden aangevoerd, noch steenkolen, noch ijzer, noch goud,
+niets. Want niemand zou zijn kostbare producten willen afstaan.”
+</p>
+<p>„Dan zou degeen, die ze noodig heeft, ze misschien nemen,” hernam Lord Aberdeen glimlachend.
+</p>
+<p>„Dat is zelfs zeer waarschijnlijk. En daardoor juist zou er een vreeselijke strijd
+ontstaan, de een zou den ander bestelen, en wij zouden getuigen zijn van een wanorde,
+zooals men zich eenvoudig niet kan indenken. Gij moogt zeggen, dat ik in mijn eigen
+zaak pleit, maar ik houd het er eerlijk en oprecht voor, dat de zaken, zooals ze thans
+geregeld zijn, nog het best marcheeren, al wil ik niet ontkennen, dat er aan den wereldruilhandel
+nog vele fouten kleven. Ik ontken echter ten stelligste, dat men dien plotseling,
+zonder eenigen overgang, zou kunnen opheffen. Maar wij dwalen af, gij spraakt over
+Rusland, nietwaar?”
+</p>
+<p>„Zoo is het! Voor mij opent zich de gelegenheid, aandeel te nemen in een tamelijk
+uitgebreide onderneming daarginds. Het betreft een spoorwegaanleg. Namen mag ik echter
+nog niet noemen. Gij zijt zelf zakenman en gij zult begrijpen, dat geheimhouding verplicht
+is. Het eenige doel van mijn komst is, van U, die in Rusland nog zeer vele handelsvrienden
+hebt, en van den toestand daarginds uitstekend op de hoogte kan zijn, te vernemen
+of zulk een onderneming al of niet gewaagd is.”
+</p>
+<p>Pennock antwoordde niet dadelijk, krabde zich toen met scheefgetrokken mond eenige
+malen achter het oor, en antwoordde toen:
+</p>
+<p>„Het is niet zoo makkelijk, Mylord, op zulk een vraag te antwoorden als men geen bijzonderheden
+kent, en die kunt ge mij niet verschaffen, zooals ik zeer goed begrijp. Trouwens vrees
+ik, dat men U wel wat al te veel heeft gezegd over de waarde <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>van mijn connecties met het tegenwoordige Rusland. Het is mij bekend, dat er voor
+den oorlog in Rusland een spionnagestelsel bestond, van welks omvang wij Westerlingen
+ons nauwelijks eenig voorbeeld kunnen maken. Gij hebt natuurlijk gehoord van de „Ochrana”.
+</p>
+<p>„Van de geheime Russische politie? Wie zou daar niet van gehoord hebben!” riep Lord
+Aberdeen uit.
+</p>
+<p>„Zij beheerschte als het ware het geheele openbare leven in Rusland, tijdens het Tsaristische
+regime. Men zou wanen, dat deze instelling tegelijkertijd met dat veel gesmade regime
+zou zijn verdelgd, niet waar? Welnu, ik kan U verzekeren, dat de voormalige „Ochrana”
+met haar als kelners, koetsiers, hotelportiers en kruiers vermomde geheime agenten
+slechts kinderspel was, vergeleken bij den spionage-dienst, dien Lenin en Trotzky
+hebben ingesteld. Daar weet Sonja staaltjes van te verhalen, waarbij U de haren te
+berge zouden rijzen.”
+</p>
+<p>„Pardon, welke Sonja bedoeldt gij?” vroeg Lord Aberdeen glimlachend.
+</p>
+<p>„Dat is mijn Russische steno-typiste! Zij was zooeven hier, toen gij binnenkwaamt.
+Een zeer schrander meisje, dat verscheidene talen vloeiend spreekt, en dat mij juist
+voor mijn zaken met Rusland van groot nut is. Sonja Paviac heet zij.”
+</p>
+<p>„Dan is zij zeker nog niet lang bij U in dienst, want ik kan mij niet herinneren,
+dat ik haar gezien heb, toen ik U drie maanden geleden kwam bezoeken.”
+</p>
+<p>„Zij kwam omstreeks een halve maand daarna, Mylord. Ik heb nog geen oogenblik spijt
+gehad, dat ik haar in dienst heb genomen. Maar om op het onderwerp van ons gesprek
+terug te komen. Ik vrees, dat informaties, welke ik uit Rusland ontvang, slechts zeer
+onvolledig den werkelijken toestand weergeven. Men is nooit zeker, dat men ongeopende
+brieven ontvangt, en men kan er wel gerust op zweren, dat de meeste brieven, welke
+in Rusland binnenkomen, zorgvuldig worden nagezocht, of zij soms geestelijke contrabande
+bevatten. Niemand is daarginds zijn leven zeker, wanneer van hem bewezen kan worden,
+dat hij vijandig staat tegenover de Bolsjewistische beginselen. Wat onze financiëele
+betrekkingen met die lieden betreft? Ik zou er niet gaarne mijn hand voor in het vuur
+durven steken, dat de heeren in Moskou inderdaad, zooals zij reeds beloofd hebben,
+al hun geldelijke verplichtingen jegens het buitenland zullen nakomen. Of het in die
+omstandigheden geraden zou zijn, geld te steken in een spoorwegmaatschappij, die haar
+eerste meters spoorstaven nog moet leggen? Ik zou die vraag niet gaarne onvoorwaardelijk
+bevestigend beantwoorden. Gij moet mij goed verstaan. Ik zou er natuurlijk veel liever
+wel bevestigend op antwoorden. Rusland is het land der onbegrensde mogelijkheden,
+veel meer nog dan Amerika, voor welk land men het eerst die zegswijze heeft gebruikt,
+en wie weet wat er later nog gebeuren kan. Maar voor het oogenblik meen ik U bepaald
+te moeten ontraden, Mylord, geld te steken in zulk een gewaagde onderneming. Een nieuwe
+spoorwegmaatschappij daarginds kan zeer stellig groote winsten afwerpen, maar dan
+is het ook volstrekt noodzakelijk, dat men daar een legertje Engelsche controleurs
+op de been houdt, want er wordt nergens zoo gestolen als in Rusland, en dit nu is
+juist onder de huidige omstandigheden onmogelijk. Het spijt mij, dat ik U geen ander
+antwoord heb kunnen geven.”
+</p>
+<p>„Verontschuldig U vooral niet, mijn waarde Pennock!” hernam Lord Aberdeen, die was
+opgestaan en zijn hoed had gegrepen. „Ik ben overtuigd, dat gij mij ten beste hebt
+geraden en ik dank U daarvoor. Kom mijnheer Brand, wij willen mijnheer Pennock niet
+langer ophouden. Wat wij hier nog te doen hebben, daarvoor hebben wij alleen den kassier
+noodig.”
+</p>
+<p>De beide heeren namen afscheid, nadat zij door den bankier zelf naar de verbindingsdeur
+waren geleid.
+</p>
+<p>Toen zij daar binnentraden zagen zij Sonja Paviac voor haar schrijfmachine zitten,
+druk bezig met het uitwerken van het stenogram, dat zij zooeven had opgenomen.
+</p>
+<p>Zij keek slechts even op, toen de <span class="corr" id="xd31e298" title="Bron: beiden">beide</span> heeren passeerden, maar was het volgende oogenblik weder in haar arbeid verdiept.
+</p>
+<p>Lord Aberdeen en zijn secretaris gingen het kantoorlokaal weder door, daalden de breede
+trap af, bereikten de vestibule, vereffenden eenige zaken met den kassier, en traden
+vervolgens weder naar buiten.
+</p>
+<p>De chauffeur kwam aanstonds van zijn zetel en opende met de pet in de hand het portier
+van de limousine.
+<span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span></p>
+<p>„Waarheen, Mylord?” vroeg hij eerbiedig.
+</p>
+<p>„Rijdt ons naar huis, Henderson!” antwoordde Lord Aberdeen.
+</p>
+<p>De beide heeren stapten in, het portier klapte dicht en de chauffeur nam achter het
+stuurwiel plaats, waarop de auto zich in beweging zette.
+</p>
+<p>Lord Aberdeen leunde glimlachend in de kussens achterover en zeide half spottend,
+half ernstig:
+</p>
+<p>„Het is merkwaardig, die goede Henderson staat daar naast het portier met een onderdanigheid
+alsof hij met een waarachtigen Lord Aberdeen te doen had, en niet maar eenvoudig met
+John Raffles, den Gentleman-Inbreker. Hij doet alsof hij volstrekt niet weet, wie
+ik eigenlijk ben, en hij behandelt mij voor het oog van de wereld geheel als een echten
+Lord, ofschoon hij reeds verscheidene jaren deel neemt aan vele van mijn gevaarlijkste
+avonturen, waarbij de leer van het mijn en dijn nog al eens een enkele maal in het
+gedrang komt.”
+</p>
+<p>De Gentleman-Inbreker haalde langzaam een sigaret uit zijn gouden koker, stak ze op,
+blies een rookwolk uit, en vervolgde droomerig:
+</p>
+<p>„Ik heb den braven jongen reeds herhaalde malen in den mond gegeven, dat hij mij moest
+verlaten. Hij weigert, hij blijft steeds weigeren. Soms ook barst die reus, die mij
+en jou tezamen gemakkelijk met een hand van den vloer kan tillen, als een kind in
+tranen uit, wanneer ik hem voorstel zijn eigen weg te gaan, om dat ik niet wil dat
+hij zijn leven nog langer koppelt aan dat van een dief.…”
+</p>
+<p>„Stil, Edward, niet zeggen,” zeide Charly Brand op zachten toon, terwijl hij zijn
+rechterhand op den arm van zijn eenigen, trouwen vriend legde. „Je doet er me pijn
+mee.”
+</p>
+<p>„Soms doe ik er me zelf ook pijn mee, maar de waarheid is nu eenmaal vaak onaangenaam
+om te hooren,” zeide Raffles met een kort lachje. „Wat denk je wel, dat hoofdinspecteur
+Baxter zou doen, wanneer hij morgen als een volstrekte zekerheid te weten kwam, dat
+Lord Aberdeen dezelfde persoon is als Lord Edward Lister, alias John Raffles? Je zwijgt?
+Laat ik het je dan maar zeggen. Hij zou een oogenblik stom van verbazing terneder
+zitten, en dan zou hij geen seconde langer aarzelen om desnoods vijftig van zijn politieagenten
+op mij af te zenden en mij te laten arresteeren. Het is waar, dat ik de zaken in het
+groot drijf, maar dat zou vriend Baxter toch niet beletten, mij als een ordinairen
+dief te behandelen.”
+</p>
+<p>„Ik smeek je, Edward, praat daar niet langer over,” riep Charly Brand uit. „Ik heb
+je vroeger al menigmaal geraden, het noodlottig beroep, dat je gekozen hebt te laten
+varen, je hebt altijd geweigerd en gezegd, dat je nooit genoeg geld kon bezitten,
+om het onrecht goed te maken, dat er op onzen aardbol wordt gepleegd. Maar praat er
+dan ook niet over, rijt geen wonden open, die zoo smartelijk zijn als deze.”
+</p>
+<p>Raffles had de rechterhand over de oogen gelegd, en scheen in diepe gedachten verzonken.
+</p>
+<p>Plotseling richtte hij zich weer op, wierp zijn half opgerookte sigaret uit het portier,
+en riep schouderophalend:
+</p>
+<p>„Wat doet het er ook toe. Als het einde mocht komen, vroeg of laat, dan zal het mij
+recht opgericht vinden, trotsch en zonder berouw. Ik heb eenige jaren geleden mijn
+keuze gedaan, en ik zal voort blijven gaan op den ingeslagen weg, wat er ook gebeuren
+moge! De meesters der wereld mogen mij beoordeelen zooals zij willen, in ieder geval
+zal mijn naam als Lord Aberdeen nog wel eenigen tijd blijven voortleven in de harten
+van de menschen, die ik heb kunnen bijstaan in de ellende, en dat maakt veel goed.”
+</p>
+<p>Charly had zijn hand op den schouder van zijn vriend gelegd en zeide nu, met een stem
+vol aandoening:
+</p>
+<p>„Je naam zal eeuwig voortleven in de harten van duizenden, Edward.”
+<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK III.</h2>
+<h2 class="main">Een ontmoeting.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was omstreeks twaalf uur in den nacht.
+</p>
+<p>Raffles en Charly hadden voor dien nacht het plan gemaakt, goed vermomd, een bezoek
+te brengen aan een van de havenwijken, zooals zij menigmaal plachten te doen.
+</p>
+<p>Het huis, hetwelk Raffles onder den naam van Lord Aberdeen bewoonde, en dat in de
+Regent-Street gelegen was, niet ver van de Mall, leende zich uitstekend voor dergelijke
+nachtelijke uitstapjes, want de tuin, die er zich achter uitstrekte, was door een
+muur gescheiden van een stille zijstraat, waar zich nooit een levende ziel bevond,
+en in dezen muur bevond zich een kleine tuindeur, dicht naast de garage, waarboven
+zich de woning van James Henderson, den trouwen chauffeur van Zijn Lordschap bevond.
+</p>
+<p>Niets was dus gemakkelijker, dan het huis langs dezen kant te verlaten, zonder dat
+iemand het zag.
+</p>
+<p>De beide mannen hadden zich eenvoudig gekleed en konden doorgaan voor goed betaalde
+arbeiders.
+</p>
+<p>Wat hun uiterlijk betreft, niemand zou in hen Lord Aberdeen en zijn secretaris herkend
+hebben.
+</p>
+<p>Raffles had de vermommingskunst weten te vervolmaken op een wijze, die iederen beroepsacteur
+met de grootste verbazing zou hebben vervuld.
+</p>
+<p>Ook het scherpste, meest geoefende oog zou den bedriegelijken aard niet hebben kunnen
+onderscheiden van de valsche wenkbrauwen, de valsche knevels, baarden en pruiken,
+welke Raffles gebruikte.
+</p>
+<p>De gewone schmink, zooals de tooneelspelers deze gebruiken, was door hem in den ban
+gedaan, en daarvoor in de plaats gebruikte hij verscheidene mengseltjes van zijn eigen
+vinding, die de huid verkleurden, zonder haar in het minst te beschadigen, en die
+bestand waren tegen zon en regen.
+</p>
+<p>Toegerust met een verbazend aanpassingsvermogen mocht Raffles gerust het scherpste
+oog van een politiespeurder tarten.
+</p>
+<p>Ook nu weder had Charly hem vol bewondering aangekeken, toen Raffles met de handen
+in zijn zakken, het bolhoedje achter op het hoofd, en een half afgekloven zwarte sigaar
+in den mondhoek, aan zijn zijde over de straat slenterde.
+</p>
+<p>Men zegt weleens van een acteur, dat hij „in de huid is gekropen” van den persoon,
+dien hij op het tooneel heeft voor te stellen, maar bij Raffles leek dit inderdaad
+het geval te zijn.
+</p>
+<p>Hij had thans niet alleen het uiterlijk van den gegoeden arbeider, hij had er den
+loop van, de gebaren, de wijze van kijken, en zelfs de manier, waarop hij met groote
+zekerheid in een sierlijken boog een straal tabakssap moest uitspuwen.
+</p>
+<p>Zoodra Raffles de kleine tuindeur achter zich gesloten had, richtten de beide vrienden
+hun schreden naar de Regent-Street.
+</p>
+<p>Zij liepen deze straat ten einde, tot zij de Pall-Mall bereikten.
+</p>
+<p>Vijf minuten verder sprongen zij in Cockspur op een voorbij rijdende electrische tram,
+waarvan zij wisten, dat zij hen tot ver in de zuid-oostelijke wijken van de stad zou
+brengen.
+</p>
+<p>Na een rit van ongeveer drie kwartier bevonden de beide vrienden zich niet ver van
+den New Kent Road, in de wijk van Wington.
+</p>
+<p>Hier verlieten zij het voertuig weder, en namen nu een ander vervoermiddel te baat,
+een motorbus, die hen nog heel wat verder bracht, langs de zooeven genoemde straat.
+</p>
+<p>Het was bijna elf uur in den avond, toen de beide vrienden voor de tweede maal afstapten
+op den hoek van de Grange Road.
+</p>
+<p>Zij bevonden zich nu in het hartje van het industriëele Londen.
+</p>
+<p>Op ongeveer drie kwartier gaans stroomde de Theems in noordelijke richting.
+</p>
+<p>Het was hier nog zeer druk, en talrijke bioscopen <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>spuwden juist haar duizenden bezoekers als het ware weder op straat uit.
+</p>
+<p>Ongeveer vijftig meter van de plaats waar Raffles en Charly van de bus waren gesprongen,
+schitterden de lichten van een niet Tang geleden gebouwde <span class="corr" id="xd31e357" title="Bron: musichall">music hall</span>.
+</p>
+<p>Eigenlijk was het niet veel anders dan een verkapte danszaal, met een orkestje van
+zes man, waar de vertering niet al te duur was, en waar men een zeer eigenaardig publiek
+aantrof, dat voor een groot gedeelte bestond uit winkeljuffrouwen, klerken, telefoonjuffrouwen
+en hunne standgenooten.
+</p>
+<p>Raffles en Charly slenterden de breede Grange Road in, en stonden een oogenblik besluiteloos
+stil voor dit paleis met zijn schelle lichten.
+</p>
+<p>Eensklaps trok Raffles zijn metgezel aan de mouw, en zeide op gedempten toon:
+</p>
+<p>„Kijk daar eens heen! Neen, daar bij die lantaarn!”
+</p>
+<p>„Die vrouw, die daar juist met een heer uit een huurauto stapt?”
+</p>
+<p>„Juist, herken je haar niet?”
+</p>
+<p>Charly keek een weinig nauwkeurig toe, en antwoordde toen:
+</p>
+<p>„Welzeker, dat is Sonja Paviac!”
+</p>
+<p>„Ja, de steno-typiste van onzen vriend Pennock!”
+</p>
+<p>„Wat komt zij hier uitvoeren?”
+</p>
+<p>„Zich amuseeren, denk ik. Zij is jong en mooi,” <span class="corr" id="xd31e373" title="Bron: antwoorde">antwoordde</span> Raffles kalm.
+</p>
+<p>„Waarom doet zij dat dan niet een weinig dichter in de buurt?”
+</p>
+<p>„In welke buurt?”
+</p>
+<p>„Natuurlijk in de buurt van haar huis!”
+</p>
+<p>„Hoe weet je, dat zij hier niet ergens woont?”
+</p>
+<p>„Maar daar ziet zij toch heelemaal niet naar uit!”
+</p>
+<p>„Waarom niet?”
+</p>
+<p>„Waarom niet? Wel om alles! Omdat zij mooi is, omdat zij een echte dame is! Zij hoort
+hier niet thuis.”
+</p>
+<p>„Ik merk tot mijn verwondering, dat geestdrift je verleidt nonsens te zeggen, Charly!”
+hernam Raffles schouderophalend. „Dat zij mooi is ontken ik niet, en dat zij zich
+als een dame gedraagt, evenmin. Dit alles neemt echter niet weg, dat zij haar brood
+verdient als typiste, en daarom zou ik het volstrekt niet verwonderlijk vinden, als
+zij in deze volksbuurt woonde.”
+</p>
+<p>„Nu, ik geloof er niets van,” kwam Charly. „Stel je voor, dat zij iederen dag een
+rit van vijf kwartier naar haar kantoor en weer terug zou maken!”
+</p>
+<p>„Wat zou dat?” hernam Raffles verwonderd. „Er zijn heel wat klerken, die in de City
+van Londen hun brood verdienen en iederen dag van twee tot drie uur tusschen de wielen
+moeten zitten om van en naar hun kantoor te gaan!”
+</p>
+<p>Charly antwoordde niet aanstonds, maar keek onafgewend naar de schoone Russin, die
+op dit oogenblik met haar begeleider het danspaleis binnen ging.
+</p>
+<p>Toen hij weer sprak, had zijn stem een eenigszins schorren klank.
+</p>
+<p>„Zij woont niet hier, zij woont in de Newman-Street!”
+</p>
+<p>Raffles wendde met een ruk zijn hoofd naar Charly, en liet een zacht gefluit hooren.
+</p>
+<p>„Dat weet je bijzonder nauwkeurig!” zeide hij op spottenden toon. „Hoe komt dat zoo?”
+</p>
+<p>„Ik heb het toevallig.… vernomen.”
+</p>
+<p>„Je stelde dus al vroeger eenig belang in die jonge dame?”
+</p>
+<p>„Ik vond haar zeer schoon.”
+</p>
+<p>„Goed en wel, je kende haar dus, vóór wij vanmorgen Pennock bezochten?”
+</p>
+<p>„Ik heb eens een paar woorden met haar gewisseld, toen ik bij Pennock eenige malen
+achtereen als je secretaris een paar boodschappen heb gedaan.”
+</p>
+<p>„Wel, wel, dat is.…” begon Raffles hoofdschuddend.
+</p>
+<p>Hij nam Charly scherp op, haalde de schouders op, wendde zich af, en mompelde iets
+in zich zelf, dat Charly onmogelijk kon verstaan.
+</p>
+<p>Het volgende oogenblik scheen hij het heele voorval vergeten te zijn.
+</p>
+<p>Hij wendde zich opgewekt tot den jongen man, en zeide:
+</p>
+<p>„Ik heb wel lust om dat danspaleis eens van binnen te bezichtigen.”
+</p>
+<p>„Zooals je wilt,” zeide Charly.
+</p>
+<p>De beide mannen staken de straat over, en gingen het schitterend verlichte gebouw
+binnen.
+</p>
+<p>Na de breede vestibule te zijn overgestoken, bereikten zij aanstonds de danszaal,
+onmetelijk groot, en waar de bezoekers, die niet meer konden of wilden dansen gelegenheid
+vonden uit te rusten, <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>en een glas wijn te drinken, gezeten aan een van de tafeltjes, die in een breede rij
+rondom den dansvloer geschaard waren.
+</p>
+<p>Op een soort podium had een klein orkest plaats genomen, dat om halfeen in den nacht
+zou worden afgelost door een andere ploeg, wat ook wel noodig was, want tegen dat
+tijdstip zouden de beklagenswaardigen onafgebroken van zeven uur af hebben gestreken.
+</p>
+<p>Terwijl zij naar een tafeltje zochten, kregen de beide mannen Sonja Paviac opnieuw
+in het oog.
+</p>
+<p>Zij had met haar begeleider plaats genomen aan een tafeltje, niet ver van de ingangsdeur,
+en zoog welbehagelijk aan een sigaret, terwijl zij half achterover leunde.
+</p>
+<p>Een oogenblik vestigde zij haar blikken op de beide mannen, die juist voorbij gingen,
+maar het was duidelijk te zien, dat zij hen niet herkende.
+</p>
+<p>Even verder stond Raffles stil, en vroeg op zachten toon:
+</p>
+<p>„Ken je dien heer, die in haar gezelschap is?”
+</p>
+<p>„Ik heb hem nooit gezien!”
+</p>
+<p>„Dan schiet je geheugen te kort. Ik herinner mij zijn gezicht heel goed. Ik ken zelfs
+zijn naam.”
+</p>
+<p>„Wie is hij dan?” vroeg Charly haastig.
+</p>
+<p>„Philip Chesterfield, de onderdirecteur van de Engelsche Bank.”
+</p>
+<p>Charly keek den heer nu eens nauwkeurig aan, en zeide toen, terwijl hij een weinig
+van kleur verschoot:
+</p>
+<p>„Je hebt gelijk, hij is het! Maar hoe komt zij in gezelschap van dien man?”
+</p>
+<p>„Wel, hij zal haar eenvoudig hebben uitgenoodigd,” antwoordde Raffles lakoniek. „De
+Engelsche Bank is niet ver verwijderd van de „Midland Credit”, en zij zullen elkander
+wel eens zijn tegen gekomen.”
+</p>
+<p>„Maar die Chesterfield is zeer rijk,” hernam Charly.
+</p>
+<p>„Wel, dat bewijst, dat onze Sonja Paviac een zeer practisch meisje is, met een goeden
+financiëelen kijk.”
+</p>
+<p>„Edward, zeg dat niet! Ik.…,” Charly beet zich op de lippen en wendde zich af.
+</p>
+<p>Raffles nam hem een oogenblik met gefronste wenkbrauwen op, en toen verscheen er een
+<span class="corr" id="xd31e429" title="Bron: ironiscte">ironische</span>, spottende glans in zijn oogen.
+</p>
+<p>„Het klinkt bijna als een sprookje, maar ik zou bijna zeggen, dat de zwarte oogen
+van die Russische schoone het hart van Charly in vuur en vlam hebben gezet. Nu, als
+het een simpele amourette kan blijven, dan heb ik er vrede mee. Die jonge dame schijnt
+in ieder geval niet in de eerste plaats gesteld te zijn op uiterlijk schoon, want
+Chesterfield mag een rijk, en ook een zeer <span class="corr" id="xd31e434" title="Bron: bekwam">bekwaam</span> man zijn, een Apollo is hij nu bepaald niet. Jonger dan vijftig jaar is hij in geen
+geval, en zijn geestigheid heb ik nooit in het bijzonder hooren roemen.”
+</p>
+<p>Na nog eenigen tijd te hebben moeten zoeken, waren de twee vrienden zoo gelukkig een
+tafeltje te kunnen bemachtigen, waar juist twee bezoekers waren opgestaan, op slechts
+weinige meters afstand van dat, waaraan Sonja Paviac en Philip Chesterfield gezeten
+waren.
+</p>
+<p>Raffles bestelde <span class="corr" id="xd31e440" title="Bron: aan">bij</span> den kelner een halve flesch wijn, en verzonk toen schijnbaar in de aanschouwing van
+de dansende paren.
+</p>
+<p>In werkelijkheid echter was zijn blik onophoudelijk op het ongelijke paar gericht.
+</p>
+<p>„Ik zou wel eens willen weten, wat haar beweegt, om met Chesterfield juist dezen afgelegen
+tempel van vermaak te bezoeken, terwijl er in de City zooveel zijn, meer geschikt
+voor een man als Chesterfield, die op een paar duizend pond meer of minder niet behoeft
+te zien. Wat drommel, zij is hier bijna twee uren per motorbus van haar woning verwijderd.”
+</p>
+<p>Terwijl hij hier nog over nadacht zag hij, dat de jonge Russin, gebruikmakend van
+het oogenblik, waarop haar begeleider met den kelner sprak, bliksemsnel een teeken
+gaf aan een man met een donker gelaat, die aan de overzijde van den dansvloer stond,
+en onafgebroken naar haar keek.
+</p>
+<p>Het volgende oogenblik stond de jonge vrouw op en sprak eenige woorden met haar metgezel.
+</p>
+<p>Vervolgens wendde zij zich naar de breede deur, die op de vestibule uitkwam.
+</p>
+<p>Maar reeds was Raffles vliegensvlug opgestaan.
+</p>
+<p>„Blijf hier op mij wachten!” zeide hij fluisterend tot Charly. „Ik kom aanstonds terug.”
+</p>
+<p>En voor de jonge man iets had kunnen vragen, had Raffles zich haastig naar de deur
+gespoed, <span class="corr" id="xd31e453" title="Bron: we ke">welke</span> hij lang voor Sonja bereikte.
+</p>
+<p>Hij stond nu in de vestibule, keek onderzoekend om zich heen, en ontdekte op een paar
+passen afstand <span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span>een deur, die door een portière kon worden afgesloten.
+</p>
+<p>Snel als de gedachte verborg Raffles zich achter het gordijn en trok het vlug<span id="xd31e462"></span> bijna geheel dicht, maar toch niet zoo ver, of hij kon de geheele vestibule overzien.
+</p>
+<p>Hij behoefde niet lang te wachten, of Sonja Paviac betrad de vestibule, en een oogenblik
+later verscheen de man, dien zij gewenkt had.
+</p>
+<p>Het toeval was Raffles gunstig.
+</p>
+<p>Sonja had een paar passen in de richting van de deur gedaan, waar Raffles zich verscholen
+had, en hij kon eenige woorden opvangen van het korte gesprek, dat het tweetal voerde.
+</p>
+<p>Het volgende oogenblik waren zij weder verdwenen, de vrouw het eerst.
+</p>
+<p>Raffles verliet op zijn beurt de schuilplaats en ging zich weder bij Charly voegen,
+die verbaasd en ook eenigszins ongerust op hem wachtte.
+</p>
+<p>„Waar ben je geweest?” vroeg de jonge man, zoodra Raffles weder had plaats genomen.
+</p>
+<p>„In de vestibule.”
+</p>
+<p>„Om wat te doen?”
+</p>
+<p>„Om eens na te gaan wat onze vriendin Sonja daar kwam uitrichten. Heb je haar niet
+zien weggaan?”
+</p>
+<p>„Een oogenblikje maar, zij zit nu weder bij.… dien kerel.”
+</p>
+<p>„Komaan, het gaat goed,” bromde Raffles voor zich heen. „Hij noemt den onderdirecteur
+van de Engelsche bank al „die kerel”.”
+</p>
+<p>Hij keek Charly strak aan, en vervolgde:
+</p>
+<p>„Weet je wat zij er kwam doen?”
+</p>
+<p>„Hoe kan ik dat nu weten?” vroeg Charly, terwijl hij met voorgewende onverschilligheid
+de schouders ophaalde.
+</p>
+<p>„Zij had er een zeer kort gesprek met een landgenoot. Je kunt hem daarginds zien staan,
+aan de overzijde van den dansvloer, die man met zijn lang zwart haar, zijn slecht
+verzorgden baard en zijn gloeiende oogen.”
+</p>
+<p>„Hoe weet je, dat hij een landgenoot van haar is?”
+</p>
+<p>„Heel eenvoudig, zij spraken Russisch.”
+</p>
+<p>„En heb je kunnen hooren wat zij spraken?”
+</p>
+<p>„Voor een deel althans. En ik verzeker je, dat het vrij belangrijk was, wat zij elkander
+te vragen en te antwoorden hadden.”
+</p>
+<p>„Waar liep het gesprek over?” vroeg Charly, die al dien tijd voortdurend naar de jonge
+Russin gekeken had, die nu met kleine teugjes van haar sorbet nipte.
+</p>
+<p>„O, het duurde maar heel kort. Hij vroeg haar: „Voor wanneer kan het zijn?”
+</p>
+<p><span class="corr" id="xd31e488" title="Niet in bron">„</span>Daarop antwoordde zij: „Nog een week. Is van jullie kant alles in orde?”
+</p>
+<p><span class="corr" id="xd31e491" title="Niet in bron">„</span>Daarop antwoordde de man weer: „Stel je gerust, wij kunnen desnoods morgen handelen,
+zorg dat je morgenavond om tien uur op de bekende plek bent, dan zullen wij nader
+afspreken. Je moet op de seconde na weten, wanneer het zijn zal, want voor geen goud
+zouden wij zoo’n bekwame helpster willen missen!”<span class="corr" id="xd31e493" title="Niet in bron">”</span>
+</p>
+<p>„En, was dat alles?” vroeg Charly langzaam.
+</p>
+<p>„Zij antwoordde alleen nog maar, dat zij er zou zijn, en daarop scheidden zij weder
+van elkaar.”
+</p>
+<p>Eenige oogenblikken zwegen de beide vrienden.
+</p>
+<p>Charly speelde zenuwachtig met zijn leeggedronken wijnglas, en Raffles keek hem van
+onder zijn gefronste wenkbrauwen, met een half spottend, half medelijdend<span class="corr" id="xd31e500" title="Niet in bron">,</span> lachje aan.
+</p>
+<p>Toen schoof hij wat dichter bij Charly en hernam op gedempten toon:
+</p>
+<p>„Ik geloof niet, dat ik mij vergis, als ik zeg, dat je groot belang stelt in die jonge
+vrouw, Charly. O, je behoeft je volstrekt niet te verdedigen, ik maak je er geen verwijt
+van. Integendeel, ik ben wel verplicht je smaak te bewonderen. Hoe het ook zij, ik
+wilde gaarne, dat je de korte kennismaking met haar voortzette.”
+</p>
+<p>„Waarom?” vroeg Charly toonloos.
+</p>
+<p>„Omdat ik gaarne iets naders omtrent die Sonja Paviac zou willen vernemen,” antwoordde
+Raffles, terwijl hij Charly met zijn staalgrijze oogen als het ware doorboorde.
+<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK IV.</h2>
+<h2 class="main">Als het hart spreekt.…</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het was omstreeks tien uur in den morgen van den volgenden dag.
+</p>
+<p>Raffles was alleen in zijn werkkamer.
+</p>
+<p>Reeds van half negen af had hij bijna niets anders gedaan, dan in verschillende richtingen
+getelefoneerd.
+</p>
+<p>Het voorval, waarvan hij den avond te voren in het danspaleis getuige was geweest,
+had een dieperen indruk op hem gemaakt, dan hijzelf wilde toegeven, en reeds had hij
+verschillende bureaux opgebeld, teneinde eenige nadere berichten in te winnen betreffende
+Sonja Paviac.
+</p>
+<p>Pennock zelf had hem medegedeeld, dat zijn Russische typiste zich aan hem had voorgesteld,
+voorzien van voortreffelijke getuigschriften.
+</p>
+<p>Het behoeft geen nader betoog, dat Raffles er zich wel voor gewacht had om mede te
+deelen op welke gronden bij zijn argwaan vestigde.
+</p>
+<p>Hij had voor zichzelf trouwens nog niet kunnen uitmaken van welken aard het misdrijf
+was, hetwelk de beide Russen blijkbaar beraamden, en dat niet alleen maar in vereeniging
+met medeplichtigen.
+</p>
+<p>Raffles had juist weder den hoorn van zijn telefoon opgehangen, toen de deur geopend
+werd en Charly binnentrad.
+</p>
+<p>De jonge man was bleeker dan gewoonlijk, en zijn blauwe oogen hadden een onrustige
+uitdrukking; het was hem duidelijk aan te zien, dat hij een gedeelte van den nacht
+wakend had doorgebracht.
+</p>
+<p>Raffles wendde zich half op zijn stoel om, teneinde te zien, wie hem kwam storen,
+liet zich toen achterover tegen de hooge rugleuning van zijn schrijfstoel vallen,
+vouwde de armen over de borst en keek Charly aan als zag hij een natuurwonder.
+</p>
+<p>Toen begon hij, zonder van houding te veranderen:
+</p>
+<p>„Je weigert het dus te doen?”
+</p>
+<p>Charly deed een paar stappen achteruit, keek Raffles verschrikt aan en stamelde:
+</p>
+<p>„Het is dus wel waar, dat je in de harten van de menschen kunt lezen? Edward, ik smeek
+je.…”
+</p>
+<p>Maar Raffles viel hem ruw in de rede met een bevelend:
+</p>
+<p>„Ga daar zitten, en laten wij eens praten.”
+</p>
+<p>Charly Brand liet zich op een stoel neervallen en hield de oogen strak op het tapijt
+gevestigd.
+</p>
+<p>Raffles keek hem een oogenblik hoofdschuddend aan, met denzelfden spottenden, kouden
+blik in zijn oogen en begon toen:
+</p>
+<p>„Het is dus meer geweest dan een oppervlakkige kennismaking?”
+</p>
+<p>„Neen, Edward, dat was het niet! Ik zweer het je! Ik heb haar in het geheel maar drie
+maal gesproken.”
+</p>
+<p>„Wist zij al dien tijd, wie je was?<span class="corr" id="xd31e537" title="Niet in bron">”</span>
+</p>
+<p>„Ik had volstrekt geen reden om dat te verzwijgen. Ik kwam immers als jouw secretaris
+zaken doen!”
+</p>
+<p>„Kort en goed, je hebt die vrouw lief?”
+</p>
+<p>In plaats van te antwoorden, bedekte Charly zijn oogen met de hand en zuchtte diep.
+</p>
+<p>Raffles draaide zich met een ruk in zijn stoel om, nam een sigaret uit de zilveren
+doos, die op zijn schrijfbureau stond, tikte er bedaard de losse stukjes tabak af,
+ontstak haar, blies een dikke rookwolk uit en hernam toen op denzelfden toon:
+</p>
+<p>„Ik kan mij in deze zaak moeilijk partij stellen, om je de waarheid te zeggen ben
+ik niet voldoende op de hoogte van dergelijke gevoelens. Ik kan echter niet nalaten,
+je er opmerkzaam op te maken, dat het voor mij een lastig geval wordt, wanneer mijn
+helpers behept zijn met verliefdheid.”
+<span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span></p>
+<p>„Spot er niet mee, wat ik je bidden mag, Edward,” zeide Charly steunend.
+</p>
+<p>„Je vergist je, mijn waarde, als je denkt, dat ik spot,” hernam Raffles koeltjes.
+„Ik beschouw verliefdheden van dien aard als een ernstige ongesteldheid, die ongeveer
+het midden houdt tusschen Spaansche griep en galsteenen. Het is mij een raadsel, hoe
+een man met gezonde hersens zoo plotseling en schijnbaar zoo ongeneeselijk onder den
+invloed kan komen van twee groote, zwarte oogen.”
+</p>
+<p>„Ik heb er tegen gevochten, het is sterker dan ik, Edward. Zij was geen seconde uit
+mijn gedachten. Het verbaast mij zelfs, dat je dat niet aan mij gemerkt hebt.”
+</p>
+<p>„Mijn gedachten waren bij mijn zaken,” <span class="corr" id="xd31e551" title="Bron: antwordde">antwoordde</span> Raffles kortaf.
+</p>
+<p>„Maar denk je dan aan niets anders?” riep Charly op hartstochtelijken toon<span class="corr" id="xd31e556" title="Bron: ,">.</span> „Ben je dan van steen? Ben ik je vriend niet? Deert het je niet, of ik lijd of vroolijk
+ben? Is je niets gelegen aan mijn geluk?”
+</p>
+<p>„O, stil toch!” riep Raffles met harde stem. „Je geluk? Je praat nonsens, man! Ik
+geloof niet aan liefde op het eerste gezicht, ik geloof echter wel aan passie. Wat
+jij voor die vrouw voelt, dat kan onmogelijk echte, trouwe liefde zijn, die tegen
+alles bestand is.”
+</p>
+<p>„Edward, je beleedigt mij en haar,” zeide Charly op doffen toon.
+</p>
+<p>„Om kort te gaan, je weigert om te doen wat ik je vraag? Om die vrouw na te gaan?”
+</p>
+<p>„Ik kan het niet doen, Edward! Ik kan niet!” riep Charly wanhopig. „Ik heb je tot
+dusver trouw gediend, ik heb de grootste gevaren met je gedeeld, nooit heb ik geaarzeld
+om alles te doen wat je mij opdroeg, maar dit gaat boven mijn krachten. Ik zou haar
+moeten bespioneeren, haar, die alles in mij heeft wakker gemaakt, wat ik gestorven
+waande?”
+</p>
+<p>„Een stroovuur, mijn waarde. Niets dan een stroovuur,” riep Raffles minachtend uit.
+„Besef je dan niet, dat die vrouw niet is waarvoor zij zich uitgeeft? Heeft je hartstocht
+je dan heelemaal verblindt? Is het je dan niet duidelijk, dat die vrouw een gevaarlijke
+misdadigster moet zijn?”
+</p>
+<p>„Dat geloof ik niet!” riep Charly terwijl hij opstond. „Je hebt volstrekt geen bewijzen
+voor wat je zegt, Edward! Je beticht haar zonder een schijn van recht.”
+</p>
+<p>„Welzoo? En het gesprek in de vestibule van het danspaleis?”
+</p>
+<p>„Wat had dat te beteekenen? De verklaring kan wel heel onschuldig zijn.”
+</p>
+<p>„Dat zullen wij hedenavond zien,” antwoordde Raffles kortaf. „Ik zal dus tot mijn
+spijt genoodzaakt zijn, deze zaak alleen te onderzoeken.”
+</p>
+<p>„Edward.…!” stamelde Charly, terwijl hij smeekend de handen naar Raffles ophief.
+</p>
+<p>„Zeg niets meer,” hernam deze koud. „Over dergelijke zaken kunnen wij niet redetwisten.
+Ik acht die vrouw zeer gevaarlijk, en de toekomst zal wel uitwijzen, dat ik daarin
+goed gezien heb. Er zal je een smartelijke ontgoocheling wachten, Charly. Maar vergeet
+niet, dat ik bijtijds getracht heb, je te genezen. In ieder geval zul je me zeker
+wel den dienst willen doen, mijn plannen niet te dwarsboomen, en die vrouw niet te
+waarschuwen.”
+</p>
+<p>Charly was doodsbleek geworden, en keek Raffles met groote, verschrikte oogen aan.
+Toen stamelde hij op heeschen toon:
+</p>
+<p>„Heb ik dat aan je verdiend, Edward?”
+</p>
+<p>„Menschen met zulk een krankzinnige passie, die hun hersens vergiftigt, en hen het
+nadenken belet, zijn gevaarlijk, ook voor hun beste vrienden,” riep Raffles op denzelfden,
+kouden, harden toon. „Natuurlijk kan ik je onmogelijk verbieden, die vrouw verder
+nog te zien of te spreken, je bent geen schooljongen meer. Maar als je aan mijn vriendschap
+iets gelegen is, Charly, dan toon je je een man, en tracht uit alle macht deze hartstocht
+uit je ziel te rukken. Ik zeg nu, dat hij in je ziel zetelt, maar ik ben overtuigd,
+dat ik hem daarmee te veel eer bewijs. Ik kan mij zeer goed voorstellen, welke gevoelens
+jegens mij je nu bezielen, Charly, maar er zal nog geen week verloopen zijn, of je
+zult moeten toestemmen, dat je mij onrecht aangedaan hebt. Zeker, er zal wel een <span class="corr" id="xd31e576" title="Bron: moeielijke">moeilijke</span> tijd voor je aanbreken, want het doet pijn, een afgodsbeeld van zijn voetstuk te
+zien vallen, maar ook dat zal voorbij gaan, en je zult hierop terug zien als op een
+zonderlinge afdwaling.”
+</p>
+<p>De Gentleman-Inbreker was op Charly toegetreden en legde hem de hand op den schouder.
+</p>
+<p>Zijn stem klonk veel zachter, toen hij vervolgde:
+</p>
+<p>„Mannen als wij moeten eigenlijk nimmer een vrouw met teedere gevoelens in de oogen
+zien. Ik althans heb mij een weg gekozen, die mij dat onmogelijk <span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span>maakt. Maar dit zeg ik je eerlijk: Ontmoet je ooit een meisje, dat niet alleen uiterlijke
+bekoorlijkheden bezit, maar in de waarachtige beteekenis van het woord een edele ziel
+heeft, dan laat ik je aanstonds vrij, en dan zal ik mij zelf innig gelukkig achten,
+als je op deze wijze je leven besluit. Maar dit, neen, dit is geen liefde, dit kan
+geen liefde zijn. En ga nu, ik moet nadenken.”
+</p>
+<p>Met deze woorden nam Raffles weder voor zijn schrijftafel plaats en verzonk in diepe
+gedachten.
+</p>
+<p>Van de aanwezigheid van Charly scheen hij volstrekt niets meer te bemerken.
+</p>
+<p>De jonge man zelf was opgestaan, deed nu besluiteloos een paar stappen, naar Raffles
+toe, bedacht zich, en snelde eensklaps het vertrek uit.
+</p>
+<p>Ten prooi aan de meest tegenstrijdige gevoelens ijlde hij naar zijn eigen kamer, en
+liet zich op de rustbank neervallen, terwijl hij zijn gelaat in de zachte kussens
+begroef.…
+</p>
+<p>Maar Raffles werkte door, met onverdroten ijver, als een uurwerk, koud en door niets
+te ontroeren.
+</p>
+<p>Hij had zich in het hoofd gezet, dat die schoone Russin een zeer gevaarlijke vrouw
+was, en nu hij dit nader wilde onderzoeken, zou hij zich zeker niet laten weerhouden
+door „sentimenteele” overwegingen.
+</p>
+<p>Hij zou het mes diep in de wonde zetten, zoo nam hij zich voor, en Charly van zijn
+noodlottigen hartstocht bevrijden.
+</p>
+<p>Omstreeks een uur nadat het gesprek had plaats gevonden, hetwelk Charly zoo zeer had
+aangegrepen, begaf Raffles zich naar de bank van de heeren Rosenthal en Pennock, en
+werd aanstonds bij den laatsten toegelaten, nadat hij zijn kaartje had afgegeven,
+en verklaard had, dat hij wegens een belangrijke zaak kwam.
+</p>
+<p>Hij werd dadelijk bij Pennock toegelaten, die hem met uitgestoken hand tegemoet trad,
+en eenigszins verbaasd opmerkte:
+</p>
+<p>„Gij herhaalt uw bezoek vroeger, Mylord, dan ik had durven hopen. Kan ik U met een
+en ander van dienst zijn? Gaat het over de spoorwegexploitatie in Rusland?”
+</p>
+<p>„Dat niet, mijn waarde Pennock, al kom ik wel in een zaak, die in de verte iets met
+Rusland uitstaande heeft. Maar voor ik verder ga, kan men ons hier naast onmogelijk
+hooren spreken?”
+</p>
+<p>„Is de zaak van zulk een gewicht, Mylord?” vroeg Pennock verwonderd, terwijl zijn
+wenkbrauwen de hoogte ingingen.
+</p>
+<p>„Van groot gewicht!”
+</p>
+<p>„Nu, dan zullen wij ons liever in mijn particulier kabinet terugtrekken, daar zijn
+wij volkomen beschut tegen luisteraars.”
+</p>
+<p>Onder het spreken had hij een deur geopend en liet Raffles nu binnentreden in een
+klein vertrek, waar slechts een rooktafel en eenige gemakkelijke fauteuils stonden.
+</p>
+<p>Hij liet de tusschendeur openstaan en hernam nu:
+</p>
+<p>„Nu kunt gij gerust vrijuit spreken, Mylord, men zal ons in de kamer van mijn secretaris
+onmogelijk kunnen hooren. Ik moet U zeggen, dat U mijn nieuwsgierigheid wel wat geprikkeld
+Hebt.”
+</p>
+<p>„Dan spijt het mij U te moeten zeggen, dat ik betwijfel, of ik haar wel in alle opzichten
+zal kunnen bevredigen.”
+</p>
+<p>Raffles trok zijn stoel zoo dicht mogelijk bij dien van Pennock en vroeg toen op gedempten
+toon:
+</p>
+<p>„Hoe lang hebt gij Uw steno-typiste reeds?”
+</p>
+<p>„Wie meent gij? Sonja Paviac?”
+</p>
+<p>„Ja.”
+</p>
+<p>„Zij is bijna drie maanden in mijn dienst.”
+</p>
+<p>„Zijt gij over haar werk tevreden?”
+</p>
+<p>„Volkomen.”
+</p>
+<p>„Heeft zij nooit verzuimd?”
+</p>
+<p>„Slechts enkele malen, wegens ziekte. Zij haalde echter den achterstand gemakkelijk
+weder in. Het is een doortastend, ijverig en bekwaam meisje.”
+</p>
+<p>„Waar was zij het laatst geweest?”
+</p>
+<p>„Bij een firma in Leeds.”
+</p>
+<p>„Hoe lang was zij daar?”
+</p>
+<p>„Ruim zeven jaar.”
+</p>
+<p>Een trek van teleurstelling en ook van verbazing vloog over het gelaat van John Raffles.
+</p>
+<p>Hij beet zich op de lippen, dacht een oogenblik na en begon toen weder:
+</p>
+<p>„Had zij goede getuigschriften?”
+</p>
+<p>„Voortreffelijke.”
+</p>
+<p>„Gij hebt natuurlijk naar haar andere papieren gevraagd?”
+</p>
+<p>„Ik heb haar paspoort gezien en haar toestemming om in ons land te vertoeven.”
+</p>
+<p>„Hebt gij die getuigschriften soms bij de hand?”
+</p>
+<p>„Ik heb ze haar natuurlijk weder terug gegeven.”
+</p>
+<p>„Herinnert gij U den naam van de firma dan niet?”
+</p>
+<p>„Ja zeker. Preston & Co., machinebouwers. Maar <span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>waarom vraagt gij mij dat allemaal? Gij hebt toch niets op het meisje aan te merken?”
+</p>
+<p>„Ik vrees integendeel dat ik heel wat op haar zal moeten aanmerken, waarde Pennock.
+Zouden wij die firma dan niet. telefonisch kunnen bereiken?”
+</p>
+<p>„Welzeker, niets is gemakkelijker.”
+</p>
+<p>„Maar zonder dat men het hier in de bank bemerkt?” hernam Raffles.
+</p>
+<p>„Ook dat kan zeer goed geschieden. Zie maar daarginds, het telefoontoestel. Ik kan
+zelf intercommunaal opschellen, zonder dat iemand zich ermede hoeft te bemoeien.”
+</p>
+<p>„Wees dan zoo goed, de firma te Leeds even op te bellen, en haar te vragen hoe Sonja
+Paviac er uitzag. Ik zou het gaarne in bijzonderheden weten,”
+</p>
+<p>„Als gij er op staat, Mylord, dan zal ik het doen, maar ik kan mij volstrekt niet
+voorstellen, waarop dit alles moet uitloopen,” kwam Pennock verwonderd,
+</p>
+<p>Hij trad op het telefoontoestel toe, zocht even in den reusachtigen gids, verzette
+een paar contactknoppen, en werd een oogenblik later in verbinding gesteld met het
+gevraagde nummer te Leeds.
+</p>
+<p>Terwijl hij sprak, zag Raffles, dat zijn gelaat een zeer verbaasde en eenigszins verschrikte
+uitdrukking aannam.
+</p>
+<p>Eindelijk legde hij den hoorn weder neer, kwam langzaam op Raffles toe, en zeide op
+zachten toon:
+</p>
+<p>„Daar begrijp ik niets van, Mylord. Preston deelt mij zelf mede, dat hij inderdaad
+een steno-typiste zeven jaar in dienst heeft gehad, die Sonja Paviac heette. Maar
+die was klein van stuk, rossig en zoo leelijk als de nacht.”
+</p>
+<p>„Ik begrijp het daarentegen zeer goed, mijn waarde Pennock,” kwam Raffles met een
+flauwen glimlach. „Uw particuliere typiste heeft met de echte Sonja eenvoudig van
+papieren geruild, getuigschriften incluis.… of die papieren zijn haar ontroofd!”
+<span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK V.</h2>
+<h2 class="main">Op onderzoek uit.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Pennock keek Raffles geruimen tijd zwijgend aan, terwijl hij zenuwachtig met zijn
+zilveren sigaretten-pijpje speelde en zeide toen met een verschrikten klank in zijn
+stem:
+</p>
+<p>„Dat is mij volkomen onbegrijpelijk, Mylord. Waarom deed zij dat?”
+</p>
+<p>„Natuurlijk om aanstonds bij U te kunnen worden geplaatst!”
+</p>
+<p>„Maar ik zeg U dat zij zeer bekwaam is. Zij verricht haar werk op uitstekende wijze!”
+</p>
+<p>„Dat neem ik aanstonds aan, mijn waarde Pennock. Maar zeg mij eens op den man af,
+zoudt gij haar hebben genomen als zij zonder papieren en zonder getuigschriften bij
+U was gekomen?”
+</p>
+<p>De bankier krabde zich achter het oor met het gebaar dat hem eigen was en antwoordde
+toen na eenige aarzeling:
+</p>
+<p>„Als gij de waarheid wilt weten, Mylord, ik geloof niet dat ik dat gedaan zou hebben.
+Van een particuliere typiste wordt heel wat gevergd en men neemt daarvoor niet de
+eerste de beste.”
+</p>
+<p>„Dat wist ik wel,” hernam Raffles glimlachend. „Die vrouw heeft het zekere voor het
+onzekere willen nemen, en zich bijtijds voorzien van papieren, die haar de poorten
+van deze bank zouden openen.”
+</p>
+<p>„Maar wat kan zij dan in den zin hebben?” riep Pennock verschrikt uit. „Een bankberooving?”
+</p>
+<p>„Misschien is het nog wel iets ernstigers, vriend Pennock!” antwoordde Raffles op
+ernstigen toon. „Ik weet nog niet zeker, maar ik koester zware verdenkingen. Zeg mij
+eens, is het U bekend, op welke wijze Sonja Paviac, zooals wij haar voor het gemak
+maar zullen blijven noemen, omdat wij haar waren naam niet kennen, haar avonden doorbrengt?”
+</p>
+<p>„Ik meen dat zij mij eens gezegd heeft, dat zij hier en daar boeken bijhoudt en les
+geeft in de Russische taal.”
+</p>
+<p>„Zoo? Dan bevindt waarschijnlijk de onderdirecteur van de Engelsche Bank Philip Chesterfield,
+zich onder haar leerlingen, en dan geeft zij hem les in een danslokaal twee uren hier
+vandaan, onder het genot van een glas champagne.”
+</p>
+<p>„Wat zegt gij daar! Heeft zij dat werkelijk gedaan? Hebt gij haar in het gezelschap
+van Chesterfield gezien, in zoo’n gelegenheid?”
+</p>
+<p>„Niet ik, één van mijn intiemste vrienden,” antwoordde Raffles kalm. „Ik frequenteer
+dergelijke inrichtingen niet.”
+</p>
+<p>„Neem mij niet kwalijk, Mylord, dat had ik aanstonds moeten begrijpen,” hernam Pennock
+haastig.
+</p>
+<p>„Mijn vriend zag haar bij diezelfde gelegenheid tevens in gezelschap van een Rus met
+een tamelijk gemeen uiterlijk, met wien zij haastig eenige woorden wisselde, welke
+hij tot zijn spijt niet kon verstaan, tenminste niet geheel en al, maar waarbij de
+woorden „bank” en „op tijd gereed zijn” herhaaldelijk gebruikt werden.”
+</p>
+<p>Pennock was doodsbleek opgesprongen.
+</p>
+<p>Een vreeselijke gedachte was hem door het hoofd gegaan.
+</p>
+<p>Hij herinnerde zich eensklaps de moorddadige aanslagen op de New-Yorksche beurs en
+op de beurs te Genua.
+</p>
+<p>Zou het mogelijk zijn, dat anarchisten een soortgelijken aanslag beraamd hadden tegen
+zijn eigen bank, misschien wel tegen de beurs of de Bank van Engeland?
+</p>
+<p>Hij deed driftig een paar stappen heen en weer door het kleine vertrek, stond toen
+voor Raffles stil en zeide op heeschen toon:
+</p>
+<p>„Wij moeten onmiddellijk de politie waarschuwen, <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>Mylord. Sonja Paviac, of hoe zij dan ook heeten mag, moet dadelijk achter slot en
+grendel worden gezet.”
+</p>
+<p>„Als gij een raad van mij wilt aannemen, waarde Pennock, dan zou ik U in overweging
+willen geven, niet overijld te handelen,” hernam Raffles bedaard.
+</p>
+<p>„Maar moet ik dan werkeloos toezien, Mylord, dat men een aanslag voorbereid op mijn
+bank?”
+</p>
+<p>„Natuurlijk niet. Trouwens, ik geloof niet dat het in de eerste plaats op Uw bank
+voorzien is. Die vrouw heeft U slechts uitgekozen, omdat Uw kantoor in de onmiddellijke
+nabijheid van Cornhill gelegen is, van de beurs en van de Engelsche bank. Laten wie
+echter de vrouw arresteeren, op de weinige bewijzen, welke wij thans nog bezitten,
+dan komen wij niet veel verder. Wees er maar verzekerd van, dat zij zal zwijgen als
+een pot, en zich liever in stukken zal laten hakken, dan haar medeplichtigen te verraden.
+Vrouwen vooral zijn in dat opzicht menigmaal bewonderingswaardig van standvastigheid.
+Ik denk er echter niet aan, U aan te raden, werkeloos te blijven toezien, met de armen
+over elkaar geslagen. Integendeel, ik zou U willen voorstellen, die Russin van zeer
+nabij te laten nagaan, niet echter door de officiëele politie, die in dergelijke zaken
+meestal niet met voldoende tact en voorzichtigheid weet op te treden, maar door een
+particulieren, of liever gezegd door een amateur-detective.”
+</p>
+<p>„Maar hoe vind ik er een, Mylord, die in staat is dit moeilijke werk te verrichten?”
+riep Pennock eenigszins ongeduldig uit.
+</p>
+<p>„Gij hoeft slechts weinig moeite te doen, de man is al gevonden: Hij zit voor U.”
+</p>
+<p>„Gij, Mylord?” riep Pennock verwonderd uit.
+</p>
+<p>Toen gaf hij zichzelf een harden klap voor het voorhoofd en vervolgde:
+</p>
+<p>„Dat is waar ook. Hoe kon ik zoo dom zijn het te vergeten, Scotland-Yard heeft meermalen
+met het grootste succes van Uw hulp gebruik gemaakt, en men noemt U daarginds in Downing-Street
+nooit anders dan „Sherlock Holmes de tweede”, maar dan een verbeterde uitgave.”
+</p>
+<p>„De heeren doen mij wel een beetje te veel eer aan,” zeide Raffles glimlachend.
+</p>
+<p>„Neen; Mylord, integendeel, ik ben zeker dat zij U nog onderschatten. Gij wilt dus
+persoonlijk deze zaak verder onderzoeken?”
+</p>
+<p>„Dat wilde ik U juist voorstellen. Ik meen, dat Sonja hedenavond een samenkomst heeft
+met haar medeplichtigen, en daaromtrent wil ik zekerheid hebben. Wordt er inderdaad
+beraamd, waarvoor wij beiden vreezen, dan moeten wij niet alleen haar, maar ook haar
+<span class="corr" id="xd31e691" title="Bron: bentgenooten">bondgenooten</span> kunnen grijpen, anders zal het zijn alsof wij slechts één kop afsloegen van een draak,
+die er honderd heeft. Gij hebt natuurlijk het adres van de Russin?”
+</p>
+<p>„Ik zal het U aanstonds geven.”
+</p>
+<p>„Dan heb ik U verder niets meer te vragen en kan ik aan het werk gaan.”
+</p>
+<p>„Gij wilt haar zeker nagaan?”
+</p>
+<p>„Dat wil ik.”
+</p>
+<p>„Maar weet gij wel, Mylord, dat gij U aan groot gevaar gaat blootstellen?”
+</p>
+<p>„Zonder valsche bescheidenheid, dat weet ik, waarde Pennock. Lieden, die de Engelsche
+bank in de lucht willen laten vliegen, waarbij honderden, misschien duizenden om het
+leven kunnen komen, bekommeren zich natuurlijk niet om het leven van een enkel man,
+die hun plannen wil dwarsboomen.”
+</p>
+<p>„Maar gelooft gij nu werkelijk, Mylord, dat dit het plan is van die schurken?”
+</p>
+<p>„Ik hoop van harte, dat ik mij schromelijk vergis, maar het is beter, op het ergste
+te rekenen. Er kan geen oogenblik aan getwijfeld worden, of de aanslagen te New-York
+en Genua waren eveneens het werk van Russische nihilisten. Maar zelfs al was de aanslag
+alleen beraamd op Uw eigen bank, dan nog vindt gij het zeker wel de moeite waard,
+hier een stokje voor te steken.”
+</p>
+<p>„Dat spreekt vanzelf, Mylord, en ik ben U hartelijk dankbaar voor Uw tusschenkomst.
+Ik kan er zeker op rekenen, dat gij mij zoo spoedig mogelijk op de hoogte stelt van
+den uitslag Uwer nasporingen?”
+</p>
+<p>„Ik zal morgen aanstonds iemand met bericht zenden.”
+</p>
+<p>„Ik dank U, Mylord. Maar ik zeg het hartgrondig: God geve dat gij U vergist hebt,
+dat Uw zegsman U verkeerd heeft ingelicht, of zich door vrees heeft laten verblinden.”
+</p>
+<p>De beide heeren waren opgestaan, en verlieten nu het kleine kabinet.
+</p>
+<p>In zijn eigen werkkamer aangekomen, nam Pennock een klein register uit een lade van
+zijn schrijftafel, zocht er even in en schreef toen het adres <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>van Sonja Paviac op een stukje papier over, hetwelk hij Raffles toereikte.
+</p>
+<p>Deze wierp er even een blik op, vouwde het op en stak het bij zich.
+</p>
+<p>Hij reikte den bankier de hand en zeide op zacht-gefluisterden toon:
+</p>
+<p>„Tot morgen dus.”
+</p>
+<p>Raffles bracht zijn mond, aan het oor van den bankier en vervolgde:
+</p>
+<p>„Ik behoef U zeker niet op het hart te drukken, dat gij door geen woord, geen stembuiging,
+geen blik moogt verraden, dat gij Sonja Paviac verdenkt. Een enkel woord, een weinig
+scherp uitgesproken, zou misschien voldoende zijn, om die schoone duivelin achterdochtig
+te maken en daardoor zouden wij wel eens niet achter hun plannen kunnen komen, hetgeen
+toch volstrekt noodzakelijk is om ze te kunnen verijdelen en de heele bende te vangen.”
+</p>
+<p>„Ik beloof U, dat ik mijzelf zal weten te beheerschen, Mylord. Zij zal niets aan mij
+zien,” antwoordde Pennock fluisterend.
+</p>
+<p>Nog een handdruk en de beide heeren namen afscheid van elkander.
+</p>
+<p>Raffles ging door het voorvertrek en het kantoorlokaal, daalde de trap af, en bereikte
+zoo de voorste vestibule.
+</p>
+<p>Toen hij toevallig een blik wierp door de groote glazen deuren, die toegang gaven
+tot de loketzaal, was het alsof hij een schok kreeg—op ongeveer tien meters afstand
+stond de man met het duistere gelaat, dien hij den vorigen avond in het danspaleis
+had gezien, voor een der loketten te wachten, waarboven het woord „Cheques” in koperen
+letters geschreven stond.
+</p>
+<p>De man keek langzaam om zich heen als iemand die zich de plek waar hij zich bevindt
+goed in het geheugen wil prenten.
+</p>
+<p>Hij had juist zijn cheque afgegeven, kreeg een reçu met een volgnummer en nam, zonder
+zich te overhaasten, op een van de rustbanken plaats, teneinde zijn beurt aftewachten.
+</p>
+<p>En onophoudelijk gingen zijn donkere oogen onder de ruige wenkbrauwen door de groote
+zaal.
+</p>
+<p>„Men zou mij kunnen verwijten,” bromde Raffles in zich zelf, „dat ik een weinig al
+te zwartgallig ben en mijn gevolgtrekkingen wel wat al te voorbarig maak, afgaande
+op een kort gesprek tusschen twee Russen. Nu, als ik al te fantastisch mocht zijn
+geweest, dan mag men mij vrijelijk bespotten. Voor het oogenblik echter blijf ik het
+er voor houden, dat de geheimzinnige Russen, waarvan er zich althans een valschelijk
+voor een ander uitgeeft, weinig goeds in den zin hebben.”
+</p>
+<p>Hij wilde zich reeds weder verwijderen, toen hem iets scheen in te vallen.
+</p>
+<p>Hij opende de breede glazen deur, trad de loketzaal binnen, hield zich zoo veel mogelijk
+op den achtergrond en wist het zoo te schikken, dat hij juist naast den man met het
+donkere uiterlijk kwam te staan, toen deze het geld op zijn cheque, slechts weinige
+ponden sterling, in ontvangst nam.
+</p>
+<p>De Rus droeg een lange bouffante, waarvan een slip terzijde afhing.
+</p>
+<p>Raffles had een nagelschaartje uit zijn zak gehaald en knipte met een vlugge beweging
+een stukje van dezen omslagdoek af, dat hij snel in zijn zak liet glijden.
+</p>
+<p>„Dat kan wel eens te pas komen,” zeide hij binnensmonds, terwijl hij zich rustig weder
+verwijderde.
+</p>
+<p>Voor het groote bankgebouw wachtte de blauwe limousine.
+</p>
+<p>Raffles wilde reeds instappen, toen hij weder een nieuwen inval kreeg:
+</p>
+<p>„Wat belet mij, om dien Rus eens nategaan en te zien waar hij blijft?” mompelde hij
+voor zich heen. „Het is alweer zooveel gewonnen, als wij weten, waar de kerel ergens
+verblijf houdt. Als die dwaas van een Charly zijn hoofd niet op hol had laten brengen,
+door die mooie Russin, dan had hij mij nu van groot nut kunnen zijn. Thans zal ik
+wel genoodzaakt zijn, de zaak geheel alleen tot een goed einde te brengen, tenminste,
+wanneer hij nog blijft weigeren, wanneer ik hem zal hebben verteld, dat Sonja Paviac
+op zijn best genomen een bedriegster is.”
+</p>
+<p>Raffles zond Henderson met de auto naar huis en bleef nu geduldig wachten, tot de
+Rus uit het bankgebouw zou terug keeren.
+</p>
+<p>In gepeins verzonken, zat hij op een der rustbanken in de vestibule.
+</p>
+<p>„Wat zou de reden zijn, dat die vrouw de vriendschap heeft gezocht van Chesterfield?”
+vroeg hij zich zelf af. „Dat zij zijn minnares is zonder meer, kan ik niet aannemen.
+Een vrouw zoo sluw als zij, beoogt met alles een doel. Ik vermoed, dat zij den <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>onderdirecteur van de Engelsche bank wil uithooren, betreffende de inrichting van
+het reusachtige bankgebouw en allerlei bijzonderheden aangaande den dienst, die haar
+en haar medeplichtigen van nut kunnen zijn. Ook is het denkbaar, dat zij zich op het
+juiste oogenblik van Chesterfield willen meester maken, om hem de sleutels te ontnemen.
+Nog altijd hoop ik, dat het hier een gewone bankdiefstal betreft, maar ik vrees iets
+ergers.”
+</p>
+<p>Op dit oogenblik gingen de breede glazen deuren open, en de Rus trad naar buiten zonder
+op Raffles te letten.
+</p>
+<p>Deze stond onmiddellijk op en volgde den man met het duistere gezicht op eenigen afstand.
+</p>
+<p>Het duurde niet lang, of de Rus nam een autobus, die hij een half uur later weer verliet,
+om vervolgens van lijn te veranderen en nogmaals een half uur later dit tweede voertuig
+te verlaten op een plek, nauwelijks een kwartier gaans verwijderd van het danspaleis,
+waar hij den avond te voren het korte gesprek had gevoerd met Sonja Paviac.
+</p>
+<p>Het werd nu wel wat lastig voor Raffles om onopgemerkt te blijven, want zijn goed
+gesneden kleeren, door een der eerste kleermakers gemaakt, moesten opvallen in deze
+volksbuurt.
+</p>
+<p>Toch slaagde hij er in, den Rus onopgemerkt te volgen, tot aan een der groote huurkazernes
+in de Willow-Walk.
+</p>
+<p>Aanstonds maakte Raffles rechtsomkeert, want hij zag zeer goed in, dat het geen doel
+had in deze kleederen het huis te betreden en onderzoek te doen naar den Rus die zooeven
+was binnen gegaan.
+</p>
+<p>Natuurlijk zou dit in een ommezien bekend zijn en het moest tot iederen prijs vermeden
+worden, dat de Rus achterdocht kreeg.
+</p>
+<p>Het was reeds tamelijk laat en ver over het lunchuur, toen Raffles eindelijk weder
+het fraaie huis in de Regent-Street betrad.
+</p>
+<p>Hij vond Charly in de bibliotheekzaal.
+</p>
+<p>De jonge man zat met het hoofd tusschen de handen over een groot boek gebogen.
+</p>
+<p>Toen hij het gelaat ophief, zag Raffles dat het bleek was en dat zijn oogen een doffen
+glans hadden.
+</p>
+<p>Een groot medelijden greep hem aan bij het zien van de verwoestingen, welke een felle
+hartstocht had aangericht in het gemoed van den eertijds zoo vroolijken, opgewekten
+Charly.
+</p>
+<p>Raffles trad langzaam op den jongen man toe die hem toonloos goedenmiddag had gewenscht,
+legde hem de hand op den schouder, keek hem een oogenblik doordringend aan, en ging
+toen tegenover hem zitten.
+</p>
+<p>„Luister eens, Charly,” begon hij op een toon van warme vriendschap, „dit kan niet
+lang zoo voort duren. Al zou ik je pijn moeten doen, ik moet die passie uit je hart
+rukken, voordat zij al te groote verwoestingen heeft aangericht. Die vrouw is een
+bedriegster!”
+</p>
+<p>Charly streek eenige malen met zijn hand over zijn blonde haren, keek Raffles met
+afwezigen blik aan en zeide:
+</p>
+<p>„Dat geloof ik niet.”
+</p>
+<p>Raffles stond langzaam op en zijn wenkbrauwen waren gefronst, zijn oogen hadden weder
+denzelfden staalglans gekregen, toen hij op harden toon zeide:
+</p>
+<p>„Dat geloof je niet? Je ziet mij voor een leugenaar aan? Ik zeg je, dat die vrouw
+zich voor een ander heeft uitgegeven, dat zij niet Sonja Paviac heet, dat zij zich
+heeft meester gemaakt van de papieren van een andere Russin, om zich bij Pennock intedringen!”
+</p>
+<p>Met een ruk was Charly overeind.
+</p>
+<p>Zijn gelaat had een smartelijke uitdrukking gekregen.
+</p>
+<p>„Edward, wat pijnig je mij!”
+</p>
+<p>„Dat moet ik,” hernam Raffles met vaste stem. „Je zoudt toch geen vrouw kunnen liefhebben,
+die een verworpene blijkt te zijn?”
+</p>
+<p>„Wat ben ik zelf dan anders?” riep Charly op woesten toon. „Heb ik soms het recht
+te eischen dat de vrouw die ik liefheb het hoofd vrij kan opheffen?”
+</p>
+<p>Raffles deinsde achteruit alsof hij een slag in het gelaat had gekregen.
+</p>
+<p>Hij was vaalbleek geworden en zijn neusvleugels trilden, terwijl zijn adem stootend
+uit zijn mond kwam.
+</p>
+<p>Hij scheen iets te willen zeggen, maar bracht alleen een rochelend geluid voort.
+</p>
+<p>Toen zakte zijn hoofd op zijn borst, hij wendde zich af en schreed langzaam naar de
+deur.
+</p>
+<p>Maar nog had hij deze niet bereikt, of Charly vloog naar hem toe, greep met bevende
+handen zijn arm en schreeuwde met een stem, die trilde van ontroering:
+<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p>
+<p>„Edward, vergeef het mij. Ik weet niet wat ik zeg. Ik ben een ellendeling. Mijn hersens
+gloeien.…”
+</p>
+<p>„Verontschuldig je niet, Charly,” zeide Raffles op doffen toon. „Je had gelijk. Ik
+heb je gemaakt wat je bent, ik zal niets meer over deze zaak zeggen. Alleen nog dit,
+wij stelen voor een doel, dat je bekend is, wij stelen niet voor ons zelven.… maar
+wat die vrouw en haar medeplichtigen willen, dat is nuttelooze vernieling, dat is
+moord op groote schaal. Zegt je dat dan niets? Keur je dat goed? Is het mogelijk dat
+een man van jouw inborst een vrouw liefhebt, die het met tijgerachtigen wellust kan
+aanzien, dat honderden ongelukkige, onschuldige slachtoffers uiteen worden gereten,
+om een waandenkbeeld, om een krankzinnige utopie?”
+</p>
+<p>Charly had Raffles losgelaten en stond nu een oogenblik met gebogen hoofd en krampachtig
+gevouwen handen voor zich uit te staren.
+</p>
+<p>Toen hief hij met een ruk het hoofd op en begon:
+</p>
+<p>„Luister, Edward! Van het eerste oogenblik dat ik Sonja zag, geraakte ik onder haar
+betoovering. Ik kan jou dat moeilijk uitleggen, die zelf een schoone vrouw niet hooger
+schat dan een fraaien rashond en nauwelijks zoo hoog als een renpaard. Ik had haar
+nauwelijks gezien of ik kreeg haar lief. Jij noemt het hartstocht en dat is het misschien
+wel. Maar dit zeg ik je: kun je mij bewijzen, dat je goed gezien hebt, is die vrouw
+werkelijk de duivel in een menschengedaante, waarvoor jij haar aanziet, dan ruk ik
+dit gevoel uit mijn hart, en ik zweer je dat ik zelfs nooit haar naam meer noemen
+zal.”
+</p>
+<p>Terwijl hij dit zeide, liepen Charly de tranen langs de wangen en hij deed zelfs geen
+poging ze te weerhouden.
+</p>
+<p>Raffles, die zijn trouwen vriend nog nimmer in zulk een toestand had gezien, legde
+zijn arm om zijn hals en zeide met een stem, die beefde van ontroering:
+</p>
+<p>„Later zal je aan dit korte tijdperk in je leven terugdenken met een bittere vreugde,
+Charly. De bitterheid zal zijn om het ineenstorten van je ideaal, de vreugde echter
+zal zijn, omdat ik je bijtijds heb losgescheurd van deze schoone Russin, die wel spoedig
+zal blijken niets anders te zijn dan een sluwe tooneelspeelster zonder hart en bloeddorstiger
+dan Nero was, dan <span class="corr" id="xd31e782" title="Bron: Aggrippina">Agrippina</span>, dan Messalina zelfs!”
+</p>
+<p>Geruimen tijd bleven de beide vrienden zwijgen.
+</p>
+<p>Toen vatte Charly de hand van Raffles, drukte ze, alsof hij haar wilde verbrijzelen
+en wendde zich toen weder af om weer aan de tafel plaats te nemen. Hij ging weer zitten,
+trok zijn boek naar zich toe en zeide met zachte stem:
+</p>
+<p>„Laat mij nu aan mijn lot over en spreek niet meer over haar. Zeg het mij pas, als.…
+je vermoedens bewaarheid worden. Ik kan het nu nog niet dragen.”
+<span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK VI.</h2>
+<h2 class="main">De samenzwering.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Reeds om zeven uur in den avond, na vroeg te hebben gedineerd, bevond Raffles zich,
+door Henderson, den reusachtigen chauffeur vergezeld, voor het huis waar Sonja Paviac
+kamers bewoonde.
+</p>
+<p>Hij had zich goed vermomd, en ook Henderson was zoo goed mogelijk onkenbaar gemaakt,
+ofschoon het een zeer moeilijke taak was, zijn geweldige schouders en zijn breede
+borst te verbergen.
+</p>
+<p>Raffles had hem een jockeypet met een breede klep laten opzetten, hem een halsdoek
+laten omdoen en een afgedragen colbertcostuum laten aantrekken.
+</p>
+<p>Zijn gelaat, dat van natuur een blozende kleur vertoonde, was bedekt met een soort
+kleurmiddel, dat hem een vaal, ziekelijk voorkomen gaf.
+</p>
+<p>Om de waarheid te zeggen zag de reus er, met zijn pet diep in de oogen getrokken,
+zijn kraag opgezet, zijn rooden halsdoek en zijn stompje sigaret tusschen de tanden,
+alles behalve vertrouwen inboezemend uit.
+</p>
+<p>Wie hem in een weinig bezochte buurt des avonds tegen kwam, zou denkelijk maar het
+liefst een grooten omweg hebben gemaakt, teneinde hem te ontloopen.
+</p>
+<p>Het costuum van Raffles verschilde weinig van dat van Henderson, maar zijn gelaat
+was volkomen onherkenbaar, het was het gezicht van een dronkaard, een zakkenroller,
+alles wat men wil, maar zeker niet dat van den vice-president van de Windsor-Club,
+waarvan alleen zeer rijke en adellijke heeren deel uitmaakten.
+</p>
+<p>De beide mannen waren elkaar schijnbaar op straat tegengekomen en stonden nu met elkander
+te praten, op eenigen afstand van het huis, hetwelk zij goed in het oog hielden.
+</p>
+<p>Vijftig passen verder bevond zich een groote auto-verhuurinrichting en daar hadden
+de beide mannen den wagen gestald, die hen hier had gebracht.
+</p>
+<p>Het was een zeer snelle auto, waarvan zij konden verwachten, dat zij elken anderen
+wagen gemakkelijk zou kunnen bijhouden en als het moest inhalen.
+</p>
+<p>Daar het wachten wat lang begon te vallen, besloot Raffles, een klein wijnhuis op
+te zoeken, dat zich schuin tegenover de huurkazerne bevond, waar Sonja woonde, maar
+nauwelijks waren de beide mannen daar binnen getreden, of Raffles trok Henderson haastig
+weder met zich mede naar buiten en fluisterde hem toe:
+</p>
+<p>„Daar komt zij juist aan! Vlug wat.”
+</p>
+<p>Inderdaad Sonja Paviac stond voor de deur van het huis en rookte bedaard een sigaret,
+terwijl zij blijkbaar uitzag naar een huurauto.
+</p>
+<p>„Zij zoekt een auto!” hernam Raffles fluisterend. „Wij hebben juist een wagen bij
+ons, die veel op een taxi lijkt ofschoon de motor tienmaal sterker is. Ga dien wagen
+spoedig halen en rijdt langzaam langs haar heen, misschien neemt zij je wel. Dat bespaart
+ons dan de moeite misschien door heel Londen een anderen wagen te moeten volgen.”
+</p>
+<p>„En gij, Mylord?”
+</p>
+<p>„Ik rijd natuurlijk mede op de achterveeren.”
+</p>
+<p>De beide mannen staken snel de straat over en Henderson ging de auto uit de garage
+halen, terwijl Raffles de Russin in het oog hield uit vrees, dat zij wellicht in dien
+tijd een andere huurauto zou vinden.
+</p>
+<p>Maar Henderson was er vlug bij geweest. Hij had den kraag van zijn jas behoorlijk
+neergeslagen, zijn halsdoek in zijn zak gestoken, zijn pet wat terug geschoven, en
+kon na wel doorgaan voor een van de snorders, die er een eigen auto op nahouden, waarmede
+zij hun kostje ophalen.
+<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p>
+<p>Niet zoodra had Sonja de langzaam rijdende auto in het oog gekregen, of zij wenkte
+den gewaanden chauffeur van den huurwagen.
+</p>
+<p>Henderson remde, en de wagen stond vlak voor de Russin stil.
+</p>
+<p>Sonja nam den chauffeur even op en vroeg toen:
+</p>
+<p>„Kun je mij naar Wellington Row brengen, chauffeur?”
+</p>
+<p>Henderson deed of hij even aarzelde, daar hij maar al te goed wist, dat de tegenwoordige
+huurchauffeurs zich liever niet al te zeer vermoeien en lange afstanden slechts voor
+zeer hooge fooien afleggen, waarop Sonja haastig vervolgde:
+</p>
+<p>„Ik zal je wel een goede fooi geven.”
+</p>
+<p>„Nu, dan zullen wij eens zien, hoe ver wij komen, dame,” zei Henderson met een grijnslach.
+„Stapt U dan maar in. Welk nummer?”
+</p>
+<p>De Russin scheen iets te willen antwoorden, misschien het nummer te willen noemen,
+maar zij bedacht zich, en zeide:
+</p>
+<p>„Rijdt maar naar het begin van Wellington Row, daar stap ik wel uit.”
+</p>
+<p>„Zooals U wilt, dame.”
+</p>
+<p>Sonja opende het portier en stapte in.
+</p>
+<p>Op hetzelfde oogenblik, dat de auto zich in beweging stelde, wierp Raffles zich met
+een snellen sprong achter op de veeren.
+</p>
+<p>Het was een tamelijk vermoeiende lichaamsbeweging, die rit van bijna een uur.
+</p>
+<p>Maar eindelijk stond de auto toch stil aan het begin van Wellington Row, een tamelijk
+breede straat in de wijk van Betnal Green gelegen, eveneens een echte volksbuurt,
+maar waar men toch ook verscheidene fraaie straten vindt, door den middenstand bewoond.
+</p>
+<p>Raffles was aanstonds van de auto gesprongen en stond nu schijnbaar het menu te lezen,
+hetwelk was opgehangen achter de spiegelruit van een volksrestaurant. Inderdaad echter
+hield hij in het spiegelend oppervlak de Russin in het oog.
+</p>
+<p>Hij zag hoe zij Henderson betaalde, die nogal tevreden scheen te zijn over zijn fooi,
+en daarop met snelle schreden de straat inging.
+</p>
+<p>Een oogenblik stond Raffles besluiteloos.
+</p>
+<p>Van een garage viel niets te bespeuren en hij kon toch de auto onmogelijk onbeheerd
+laten staan.
+</p>
+<p>Maar spoedig was zijn besluit genomen.
+</p>
+<p>Hij was met een paar stappen bij Henderson en voegde hem fluisterend toe:
+</p>
+<p>„Ik moet die vrouw nagaan, Henderson! Je weet wat het doel is. Ik vermoed, of liever
+ik weet bijna zeker, dat die vrouw deel uitmaakt van een zeer gevaarlijke bende nihilisten.”
+</p>
+<p>„Maar laat mij toch met U meegaan, Mylord,” zei Henderson. „Gij zult groot gevaar
+loopen, want ik heb mij wel eens laten zeggen, dat die menschen voor niets terugdeinzen.
+De buurt is hier ook allesbehalve veilig!”
+</p>
+<p>Maar Raffles schudde het hoofd en hernam:
+</p>
+<p>„Ik zal wel oppassen, Henderson. Men zal mij alleen minder gemakkelijk opmerken, dan
+wanneer wij met ons beiden zijn. Wij kunnen de auto niet onbewaakt laten. Wacht dus
+op mij, totdat ik terug zal zijn gekeerd!”
+</p>
+<p>„Neem mij niet kwalijk, dat ik aandring, Mylord, maar die schurken zullen U toch niet
+binnen laten komen.”
+</p>
+<p>„Dat acht ik ook ondenkbaar, Henderson,” antwoordde Raffles glimlachend. „Natuurlijk
+zal ik hen daartoe ook geen verlof vragen. Het moet met list geschieden, anders konden
+wij de onderneming wel dadelijk laten varen.”
+</p>
+<p>Hij knikte Henderson nog eens toe, maar deze trad haastig op hem toe en vroeg:
+</p>
+<p>„Hoe lang kunt gij hoogstens wegblijven, Mylord?”
+</p>
+<p>„Dat zal van de omstandigheden afhangen, Henderson, maar ik denk toch zeker niet langer
+dan een uur. En laat mij nu gaan, anders verlies ik haar nog uit het oog.”
+</p>
+<p>Raffles knikte den trouwen metgezel nog eens vriendelijk toe en het volgende oogenblik
+was hij op zijn beurt Wellington Row ingegaan.
+</p>
+<p>De Russin liep ongeveer vijftig passen voor hem uit.
+</p>
+<p>Zij liep tamelijk snel, maar Raffles had toch geen moeite om haar bij te houden.
+</p>
+<p>Op den hoek van Barnet Grove stond zij even stil, wierp een snellen blik om zich heen
+en sloeg toen de laatstgenoemde straat in.
+</p>
+<p>De huizen waren hier zeer oud en vervallen, en sommige dateerden uit het begin van
+de zestiende eeuw.
+</p>
+<p>De verlichting liet hier vrij veel te wenschen over en Raffles moest tamelijk dicht
+bijkomen om het wild niet uit het oog te verliezen.
+</p>
+<p>Eindelijk stond Sonja Paviac stil voor een hoog <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>smal huis, hetwelk zoover voorover helde, dat men ieder oogenblik moest vreezen, het
+te zien instorten.
+</p>
+<p>Weer keek zij even om zich heen en daarop verdween zij snel in een duistere koetspoort.
+</p>
+<p>Nog juist bijtijds had Raffles zich in een portiek verborgen op het oogenblik dat
+de vrouw omkeek.
+</p>
+<p>Hij begaf zich nu op zijn beurt onder de koetspoort en ging af op het geluid van de
+wegstervende schreden.
+</p>
+<p>Achter in den gewelfden doorgang, die toegang gaf tot een binnenplein, waarop ondanks
+het late uur nog een aantal kinderen schreeuwden en speelden, bevond zich een deur,
+die aanstond.
+</p>
+<p>Raffles duwde haar wat verder open en luisterde.
+</p>
+<p>Duidelijk hoorde hij de schreden van de vrouw op de krakende treden.
+</p>
+<p>Raffles overtuigde zich, dat zijn revolver op de goede plaats zat, en daarop begon
+hij zonder aarzelen de smalle trap te beklimmen.
+</p>
+<p>En het was merkwaardig, hoe de treden, die gekraakt hadden onder de lichte voetstappen
+der schoone vrouw, thans hoegenaamd geen geluid gaven.
+</p>
+<p>Een muis zou zeker meer leven hebben gemaakt, dan de Gentleman-Inbreker.
+</p>
+<p>In het oude, donkere huis schenen alle bewoners wel ter ruste te zijn, want het was
+er zeer stil en slechts nu en dan hoorde Raffles eenig teeken van leven, het dichtslaan
+van een deur, kindergeschreeuw, een kijvende vrouwenstem.
+</p>
+<p>Maar wat hij ook steeds bleef hooren, dat was het kraken van de oude traptreden onder
+de voeten van Sonja Paviac.…
+</p>
+<p>Steeds hooger steeg zij, en Raffles had reeds vier portalen geteld.
+</p>
+<p>Maar eensklaps hield het geluid op.
+</p>
+<p>Juist toen hij niets meer hoorde stond Raffles aan het begin van een smalle trap,
+een wenteltrap, die klaarblijkelijk naar de zolderverdieping voerde.
+</p>
+<p>Hij luisterde aandachtig.
+</p>
+<p>Boven werd op een deur geklopt, daarna was het even stil, toen sprak een vrouwenstem
+eenige woorden in het Russisch op gedempten toon.
+</p>
+<p>Er piepte een deur, een diepe mannenstem zeide iets op heeschen toon, eveneens in
+een vreemde taal, toen klonk het piepen van de deur opnieuw, gemengd met het geluid
+van schreden en ten slotte werd een roestige sleutel in een slot omgedraaid.
+</p>
+<p>Maar in dien tijd was Raffles onhoorbaar naar boven gesloopen, en juist toen de deur
+achter Sonja Paviac gestoten werd, hief Raffles het hoofd boven den vloer van het
+portaal op.
+</p>
+<p>Aanvankelijk zag hij niets dan een rossige lichtstreep, ongeveer twee meter van hem
+verwijderd; dat was hoogstwaarschijnlijk het licht in de kamer, waar de Russin zooeven
+was binnengetreden, dat onder de deurreet doorscheen.
+</p>
+<p>Voorzichtig hief Raffles zich op, beklom de laatste treden en stond op het duistere
+portaal.
+</p>
+<p>Toen zijn oogen wat beter aan de duisternis gewend waren, ontwaarde hij, dat hij zich
+op een soort zolder bevond, welke een modern en practisch huisheer betimmerd had met
+eenige kleine vertrekjes.
+</p>
+<p>Raffles zag vier deuren naast elkaar, maar slechts onder een daarvan scheen licht
+naar buiten.
+</p>
+<p>Raffles stak het portaal over bukte zich, en bracht zijn oog voor het sleutelgat van
+de deur, waardoor Sonja Paviac was binnengegaan.
+</p>
+<p>Hij kon echter volstrekt niets zien, blijkbaar had men een doek of een ander voorwerp
+voor het sleutelgat gehangen.
+</p>
+<p>Teleurgesteld richtte Raffles zich weer op.
+</p>
+<p>Maar plotseling scheen hem iets in te vallen.
+</p>
+<p>Hij ging naar de volgende deur, op de teenen loopend, en draaide aan de kruk.
+</p>
+<p>Tot zijn blijdschap gaf de deur aanstonds mede.
+</p>
+<p>Hij trad een schaarsch gemeubeld vertrek binnen, dat zijn licht ontving door een klein
+zijraam, waardoor op dit oogenblik de maan naar binnen scheen.
+</p>
+<p>Dadelijk sloot Raffles de deur weder, hetgeen hij echter niet met een sleutel kon
+doen, daar deze ontbrak, en ontstak zijn electrische zaklantaarn.
+</p>
+<p>Hij trad op den wand toe, die de kamer van het aangrenzende vertrek scheidde en betastte
+deze.
+</p>
+<p>„Hout, zooals ik wel dacht,” mompelde Raffles voor zich heen. „Zoo veel te beter,
+dat bespaart heel wat werk.”
+</p>
+<p>Hij ging op zijn knieën liggen, haalde een klein, eigenaardig gevormd instrument uit
+zijn zak, een boor van zijn eigen vinding, zette die tegen den zijwand, dicht bij
+een der hoeken van het vertrek en omstreeks een voet van den vloer en begon aan den
+kleinen zwengel van het toestel te draaien, dat wel eenigszins geleek op een eierklutser.
+</p>
+<p>Zonder het minste geruisch te maken, terwijl de kleine houtsplinters in een fijnen
+regen op den vloer vielen, drong het gereedschap door den dunnen <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>wand en in een paar tellen had Raffles een zuiver rond gat geboord van ongeveer een
+duim in doorsnede.
+</p>
+<p>Hij trok de boor terug, ging languit op den vloer liggen en bracht zijn oog voor de
+opening.
+</p>
+<p>Hij kon een groot gedeelte van het aangrenzende vertrek overzien.
+</p>
+<p>In het midden stond een wrakke tafel, waaraan een zestal mannen gezeten waren.
+</p>
+<p>Zelfs een leek op het gebied van volkenkunde zou in deze mannen aanstonds Russen herkend
+hebben.
+</p>
+<p>Zij hadden allen glanzend zwart haar, in den nek uitgeknipt, een paar hunner hadden
+lange, verwarde baarden en de snorren van de anderen hingen op Russische wijze omlaag.
+</p>
+<p>Slechts een hunner was baardeloos, maar zijn scheefstaande oogen, uitspringende jukbeenderen,
+wreede kaken en platte, breede neus, wezen hem aanstonds aan als een Moskoviet, met
+veel Mongoolsch bloed in de aderen, waarschijnlijk een bewoner van den Oeral of van
+de streken van het onmetelijke Russische rijk, die het dichtst aan China grenzen.
+</p>
+<p>Aan het smalle einde van de tafel zat Sonja Paviac.
+</p>
+<p>Zij had haar hoed afgelegd en ook haar mantel uitgedaan.
+</p>
+<p>Haar gelaat was bleek en haar oogen hadden een somberen gloed, terwijl zij keek naar
+een voorwerp, dat in het midden van de tafel stond.
+</p>
+<p>Het was een kleine, <span class="corr" id="xd31e911" title="Bron: landwerpige">langwerpige</span> withouten kist, ongeveer twee decimeter lang, een decimeter hoog en acht centimeter
+breed.
+</p>
+<p>De deksel was opengeklapt, maar wegens het lage standpunt, hetwelk Raffles zich Voorzichtigheidshalve
+gekozen had, kon hij onmogelijk zien, wat zich in de kist bevond.
+</p>
+<p>Wel herkende hij dadelijk een van de mannen, die aan de tafel aanzat, het was dezelfde,
+dien hij des avonds in het danspaleis in Grange Road gezien had en vervolgens nog
+eens in de loketzaal van de bank der heeren Rosenthal en Pennock.
+</p>
+<p>Op dit oogenblik begon Sonja te spreken.
+</p>
+<p>Haar stem had een eenigszins schellen klank, toen zij begon:
+</p>
+<p>„Dat is dus het stukje speelgoed met behulp waarvan wij de Engelsche bank in de lucht
+kunnen laten vliegen, Paul Miljakoff, mijn hulde! Maar kun je mij nu ook verzekeren,
+dat de uitwerking inderdaad zoo vreeselijk zal zijn, als je er van verwacht?”
+</p>
+<p>De aangesprokene, het was juist de man dien Raffles reeds kende, knikte eenige malen
+veel beteekenend en antwoordde toen:
+</p>
+<p>„Het is een vinding van onzen wederzijdschen vriend Pavloff, Sonja! Ik ben er bij
+geweest, terwijl hij proeven nam met een zeer kleine hoeveelheid van dit mengsel,
+niet het honderdste gedeelte van wat zich in deze kleine kist bevind, nauwelijks zooveel
+als er op de punt van een zakmes kan liggen. Het zag er uit als gemalen koffie. Pavloff
+verbond deze kleine korrels met een soort stopverf tot een vast deeg, hetzelfde deeg,
+dat gij in deze kist ziet en bracht het door middel van een slaghoedje op verren afstand
+tot ontploffing. Welnu, met dat snuifje gemalen koffie slaagde hij erin een zwaar
+blok graniet, dat zeker een ton woog, letterlijk tot stof uiteen te doen slaan. Geloof
+mij, zooiets vreeselijks bestaat er niet meer op aarde en wanneer Pavloff zijn titaniet,
+zooals hij liet noemt, aan een vreemde mogendheid zou willen verkoopen, dan zou hij
+er millioenen voor krijgen. Maar Pavloff is een goede broeder, hij weet, dat wij allereerst
+tegen de vervloekte kapitalisten moeten strijden en daarom heeft hij zijn ontploffingsmiddel
+in onzen dienst gesteld.”
+</p>
+<p>„En kan dit vreeselijke goed niet anders ontploffen dan door middel van een slaghoedje?”
+vroeg Sonja, die even gehuiverd had.
+</p>
+<p>„Toch wel!” antwoordde Miljakoff met een wrangen glimlach. „Als gij bijvoorbeeld deze
+kist eenvoudig uit het raam laat vallen, dan is er een paar seconden later geen spoor
+meer van ons zevenen terug te vinden, maar waarschijnlijk evenmin van heel Betnal
+Green!”
+</p>
+<p>„En voor wanneer zal het zijn?”
+</p>
+<p>„Alles is gereed aan onzen kant, het kan morgen geschieden!”
+<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK VII.</h2>
+<h2 class="main">In doodsgevaar.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Een oogenblik bleef het stil in het vertrek.
+</p>
+<p>Toen hernam Miljakoff, terwijl hij den kring van zwijgende mannen in het rond zag:
+</p>
+<p>„Wij hebben een maand lang allen hard gewerkt! Onze Sonja heeft van haar positie bij
+de bank van Rosenthal en Pennock handig gebruik weten te maken om zich op de hoogte
+te stellen van de reglementen en de voorschriften die daar gelden en ook aan de Engelsche
+bank en op de beurs. Zij heeft kennis aangeknoopt met Chesterfield, den onderdirecteur
+van de bank en langzamerhand heeft hij haar alles meegedeeld, wat voor ons van nut
+kan zijn. Wij weten nu wat de minst drukke uren zijn, waarop de aanslag het meeste
+kans van slagen heeft, wij weten hoe de safe is ingericht, wij kennen de geheele inrichting
+van de bank. Chesterfield is een galant man, hij heeft haar aan onze vriendin getoond.
+Morgen dus gaan twee van de anderen, die in hun uiterlijk nog het meest gelijken op
+twee van die vervloekte rijke bourgeois, naar de bank en geven daar voor dat zij geld
+in deposito komen brengen. Zij zullen natuurlijk zelf de safe willen zien, waarin
+hun geld bewaard wordt.
+</p>
+<p>„Een hunner neemt deze kist, die niet al te zwaar is, in een sterke, lederen citybag
+met zich mede, na het uurwerk geregeld te hebben in de auto, onze twee vrienden hebben
+mijn instructies reeds. Hij die de tasch draagt met haar verrassenden inhoud zal haar
+achterlaten, zoogenaamd bij vergissing. Het doet er niet toe of men haar al of niet
+dadelijk ontdekt, want zij zal toch goed op slot zijn. Het beste is natuurlijk, als
+zij goed verborgen wordt achtergelaten, bijvoorbeeld in het loket van de safe, dat
+zij zullen huren.”
+</p>
+<p>„En wanneer heeft dan de ontploffing plaats?” vroeg Sonja, met een wilden gloed in
+haar oogen.
+</p>
+<p>„Een half uur nadat zij het gebouw weder zullen hebben verlaten,” antwoordde Miljakoff.
+</p>
+<p>Sonja verbleekte opnieuw en riep uit:
+</p>
+<p>„Een half uur slechts! Mijn God, als zij dan maar niet te lang blijven.”
+</p>
+<p>„Maak je niet ongerust, mijn duifje,” hernam Miljakoff schouder ophalend, „je minnaar
+zal wel bijtijds het hazenpad weten te kiezen.”
+</p>
+<p>„Wat is dat?” riep Sonja ontzet uit. „Moet Alex dat werk doen?”
+</p>
+<p>„Wat is er tegen?” hernam Miljakoff koeltjes. „Is hij beter dan een onzer? Moet hij
+worden vrijgesteld, omdat jij toevallig zijn minnares bent?”
+</p>
+<p>De schoone Russin antwoordde niet maar keek strak naar de kist met haar vreeselijken
+inhoud.
+</p>
+<p>Zij huiverde.
+</p>
+<p>En toch wist zij van zich zelf, dat zij ieder oogenblik bereid zou zijn om, wanneer
+het moest, zelf die gevaarlijke taak op zich te nemen.
+</p>
+<p>Ja, zij zou geen oogenblik aarzelen.
+</p>
+<p>Haar stem had een schorren klank, toen zij eindelijk hernam:
+</p>
+<p>„Ik zal er mij niet tegen verzetten, Paul Miljakoff. Je weet dat ik onze zaak met
+hart en ziel ben toegedaan en dus.… Wat was dat?”
+</p>
+<p>De nihilisten keken elkander vragend aan.
+</p>
+<p>In het aangrenzend vertrek had het geluid geklonken van een vallend voorwerp.
+</p>
+<p>In een oogwenk was Miljakoff opgevlogen en had hij de deur van het portaal open gerukt,
+met de revolver in de vuist.
+</p>
+<p>Juist op hetzelfde oogenblik verscheen Raffles op den drempel van de deur van het
+aangrenzende vertrek.
+</p>
+<p>Hij had een zijner beenen gestrekt, stijf geworden door zijn lastige houding en had
+tegen de tafel gestooten, waarop hij zijn electrische lamp had neergezet, die met
+een doffen slag op den houten vloer was gevallen.
+</p>
+<p>Dadelijk had hij begrepen, dat hij zijn aanwezigheid <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>wel verraden zou hebben en was dus slechts op een snelle vlucht bedacht.
+</p>
+<p>Maar reeds was de terugtocht hem afgesneden.
+</p>
+<p>„Verraad mannen!” brulde Miljakoff. „Luistervinken!”
+</p>
+<p>In een oogwenk waren de andere Russen op het duistere portaal.
+</p>
+<p>Reeds kon Raffles de trap niet meer bereiken, want Miljakoff had hem vastgegrepen.
+</p>
+<p>Wel rukte hij zich los en tastte zijn hand reeds naar de revolver, maar het was te
+laat.
+</p>
+<p>Vier krachtige mannen wierpen zich op hem en sleurden hem haastig het vertrek binnen.
+</p>
+<p>Raffles was een gespierd man en buitengewoon geoefend in alle takken van sport, maar
+die overmacht van zes gespierde mannen, waarvan er drie reeds met revolvers gewapend
+waren, was al te groot.
+</p>
+<p>En Raffles begreep spoedig, dat hij zich slechts vruchteloos zou afmatten, wanneer
+hij zich trachtte te verzetten.
+</p>
+<p>Hij gaf het dan ook op, toen hij twee der Russen had kunnen neervellen en hem door
+twee anderen beide armen op den rug werden gewrongen.
+</p>
+<p>Sonja had zwijgend bij den korten strijd toegezien, met den rug tegen de deur leunend
+en een glans in haar oogen als van een wild dier.
+</p>
+<p>Zoodra Raffles geboeid was met een paar sterke touwen en op een stoel was neergezet,
+begon Sonja met de handen in de zijde en een uitdrukking van koude wreedheid op het
+gelaat:
+</p>
+<p>„Welzoo, dat is dus de indringer. Maar, ik herken de man! Dat is die man, dien ik
+zooeven bij mijn auto zag staan en dien ik nog eens terug zag, toen ik mij op den
+hoek van deze straat nog eens omdraaide! Doorzoek zijn zakken eens!”
+</p>
+<p>Miljakoff trad op Raffles toe, opende zijn jas, stak zijn hand in den binnenzak en
+haalde er eenige papieren uit.
+</p>
+<p>Het waren zorgvuldig nagemaakte legitimatiebewijzen van een detective van Scotland-Yard.
+</p>
+<p>Miljakoff liep ze zwijgend en snel door en overhandigde ze toen aan de Russin.
+</p>
+<p>Toen deze ze op haar beurt gelezen had, wierp zij Raffles een doorborenden blik toe,
+trad vlak voor hem en vroeg:
+</p>
+<p>„Waart gij allang hier naast? Maar wat vraag ik. Gij zijt mij natuurlijk onmiddellijk
+gevolgd. Gij hebt dus gehoord wat wij hier bespraken?”
+</p>
+<p>„Van A tot Z, schoone dame,” antwoordde Raffles bedaard.
+</p>
+<p>„Toch waar?” kwam de schoone Russin, tergend langzaam, terwijl zij Raffles nogmaals
+onderzoekend en met een blik vol haat aankeek. „Gij weet zeker wel, dat gij met die
+weinige woorden Uw eigen doodvonnis teekent?”
+</p>
+<p>„Ik heb er geen oogenblik aan getwijfeld, of gij zoudt niet aarzelen, mij ter dood
+te brengen, omdat ik U lastig ben,” antwoordde Raffles rustig. „Denk niet dat ik den
+dood vrees. Ik heb hem te menigwerf onder tal van gedaanten onder het oog moeten zien,
+dan dat ik hem thans zou vreezen. Bedenk echter wel wat gij doet, men weet op Scotland-Yard
+dat ik hier ben!”
+</p>
+<p>„Weet men dat werkelijk?” hernam Sonja Paviac op spottenden toon. „Neem mij niet kwalijk
+als ik het betwijfel. Maar hoe het ook zij, gij zult reeds lang niet meer tot de levende
+behooren, in geval de politie hier een inval mocht komen doen.”
+</p>
+<p>Miljakoff, die Raffles met een duisteren blik had aangestaard, sprak nu op gedempten
+toon:
+</p>
+<p>„De politiebeambten zijn onze doodsvijanden. Waar wij hen in handen krijgen, daar
+maken wij hen onverbiddelijk dood. Wij weten waaraan wij ons zelven blootstellen,
+wanneer wij gevat worden en daarom kennen wij ook geen medelijden in het tegenovergestelde
+geval.”
+</p>
+<p>„Verbeuzel niet zooveel tijd, Paul!” riep Sonja uit. „Er is natuurlijk geen sprake
+van, dat deze man hier levend vandaan mag gaan. Hij zou aanstonds ons plan verraden,
+het plan waaraan wij maanden lang gewerkt hebben en waarvan de tenuitvoerlegging dit
+vervloekte land in het hart moet treffen. Ter dood met hem! Weet gij geen goed en
+afdoend middel, Paul?”
+</p>
+<p>„O ja!” antwoordde deze met een duivelsch lachje. „Hij kan ons als proefkonijn dienen.
+Ik heb hier een klein instrument in mijn zak, iets dergelijks als deze kist hier op
+de tafel, maar een kleiner formaat. Het bevat hoogstens een theelepeltje van dit donkerbruine
+goedje, gij weet wel wat.”
+</p>
+<p>Hij had zijn hand in zijn zak gestoken en haalde er voorzichtig een voorwerp uit,
+dat er uitzag als een van die ronde blikken doozen, waarin schoensmeer of iets dergelijks
+verkocht wordt.
+</p>
+<p>Hij deed het voorzichtig open en wendde zich toen weder tot Sonja, terwijl hij vervolgde:
+<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p>
+<p>„Zooals gij ziet bevat het een klein, goedkoop horloge-uurwerk. Ik heb het zoo geregeld,
+dat het een minuut later kan ontploffen, maar ook pas na twee uur. Wat dunkt je van
+tien minuten?”
+</p>
+<p>„Dat is ruimschoots voldoende om ons in veiligheid te brengen, nietwaar?”
+</p>
+<p>„Ruimschoots! Ik zal het uurwerk opwinden, wanneer wij gereed zijn de kamer te verlaten.
+Maar wij zullen niet te gelijkertijd vertrekken. Het is beter, dat wij twee aan twee
+heengaan.”
+</p>
+<p>„Bindt hem dan stevig vast en knevel hem!” beval de Russin.
+</p>
+<p>Reeds trad er een der Russen met een halsdoek op Raffles toe, toen deze zeide:
+</p>
+<p>„Een oogenblik! Ik wilde nog wel even mijn meening te kennen geven over madame Sonja
+Paviac.”
+</p>
+<p>Hij keek de Russin recht in de zwarte oogen en vervolgde:
+</p>
+<p>„Ik heb in mijn avontuurlijk leven al heel wat tegenstellingen onder de oogen gehad,
+madame. Maar nooit had ik kunnen gelooven, dat een zoo duivelsche ziel kon wonen in
+zulk een schoon omhulsel. En daaraan heb ik nog slechts dit eene toe te voegen:
+</p>
+<p><span class="corr" id="xd31e1001" title="Niet in bron">„</span>De beul, die U den strik om den hals legt, doet een goed en menschlievend werk. En
+nu ben ik tot Uw dienst.”
+</p>
+<p>Sonja had met een giftigen blik in haar donkere oogen toegeluisterd, het hoofd een
+weinig gebogen en met gebalde vuisten.
+</p>
+<p>Toen tastte zij driftig in haar boezem en haar hand omvatte een kleinen, vlijmscherpen
+dolk.
+</p>
+<p>Een oogenblik leek het alsof zij zich als een furie op Raffles wilde werpen, die machteloos
+op zijn stoel was vastgebonden.
+</p>
+<p>Zij wist zich echter te beheerschen, haalde de schouders op en zeide op kouden toon:
+</p>
+<p>„Gij kunt over mij oordeelen zooals gij verkiest, het raakt mij niet.”
+</p>
+<p>Vervolgens wendde zij zich tot Miljakoff en vroeg:
+</p>
+<p>„Heeft de ontploffing ernstige gevolgen, behalve natuurlijk voor dezen spion?”
+</p>
+<p>„De heele bovenverdieping gaat er aan. En ik denk dat wel de aangrenzende huizen ook
+heel wat te lijden gullen hebben, maar het zijn maar bourgeois,” voegde hij er op
+minachtenden toon aan toe.
+</p>
+<p>„Aan hen is niets verbeurd!” riep Sonja met fonkelende oogen. „Hoe eerder dat ras
+is uitgeroeid hoe beter het voor ons en voor de geheele wereld is. En laten wij nu
+maar spoedig vertrekken en dezen spion aan zijn noodlot overlaten.”
+</p>
+<p>Raffles werd gekneveld, zoodat men zijn schreeuwen niet zou kunnen hooren, en de touwen,
+waarmede hij op den zwaren stoel, was vastgebonden, werden nog eens duchtig geïnspecteerd.
+</p>
+<p>Twee van de nihilisten hadden de kist met haar vreeselijken inhoud reeds zorgvuldig
+gesloten en verlieten, na op zachten toon eenige woorden met Miljakoff te hebben gewisseld,
+de dakkamer.
+</p>
+<p>Nadat zij een paar minuten weg waren, plaatste Sonja zich voor Raffles en kruiste
+de armen over de borst.
+</p>
+<p>Haar oogen, die zij zoo kwijnend kon laten glanzen, hadden thans een boosaardige uitdrukking
+en er gloeide een wilde haat in, toen zij tusschen de tanden siste:
+</p>
+<p>„Over een kwartier zult gij in kleine stukjes uiteen spatten, mijnheer de spion. Gij
+hebt Uw lot verdiend. Zoo moge het alle agenten vergaan, dienaren van de kapitalistische
+maatschappij.”
+</p>
+<p>Zij spuwde Raffles voor de voeten, die zelfs niet met de oogen geknipt had en ging
+met een van de andere bandieten heen.
+</p>
+<p>Miljakoff had de helsche machine in de hand genomen en begon voorzichtig het uurwerk
+op te winden.
+</p>
+<p>Toen verzette hij met de grootste zorgvuldigheid de wijzers en plaatste de blikken
+bus, nadat hij er een lang, sterk bindtouw aan bevestigd had, zoodanig op het blad
+van de tafel, dat zij er voor bijna de helft overheen stak en het minste rukje aan
+het touw haar op den grond moest doen vallen. Hij maakte vervolgens het andere uiteinde
+van het touwtje zoodanig aan den pols van Raffles vast, dat het strak was getrokken
+en richtte zich nu met een glans van voldoening in zijn zwarte oogen weer op.
+</p>
+<p>Hij keek Raffles een oogenblik spottend aan met een blik van helsch leedvermaak en
+zeide toen:
+</p>
+<p>„Gij zult het doel van deze kleine inrichting wel begrijpen, nietwaar? Gij zijt een
+man, die in levensgevaar verkeert en gij zult dus al het mogelijke doen om U te bevrijden.
+De minste beweging kan U echter den dood kosten, want deze bom zal eveneens ontploffen,
+wanneer zij van de tafel op den <span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span>vloer valt. Wij zullen het licht hier laten branden, vlak tegenover U staat een kleine
+wekker en gij zult dus het voorrecht hebben op de minuut af te weten, wanneer gij
+met het geheele bovenste gedeelte van dit huis de lucht zult ingaan.”
+</p>
+<p>Miljakoff boog zich over het uurwerk in de open doos heen en vervolgde:
+</p>
+<p>„Van dit oogenblik af is het nog juist zeven minuten, wij zullen ons dus wat moeten
+haasten om heen te gaan en onze makkers in te halen. Vaarwel, wij moeten U thans tot
+onze spijt verlaten.”
+</p>
+<p>Miljakoff en zijn trawanten maakten een ironische buiging voor den weerlooze en het
+volgende oogenblik hadden zij het vertrek verlaten.
+</p>
+<p>Raffles hoorde hoe zij den sleutel in het slot omdraaiden en hun schreden zich snel
+verwijderden.
+</p>
+<p>Toen werd het stil, op het eentonig tikken na van den goedkoopen bazarwekker op den
+smallen schoorsteen.
+</p>
+<p>Het was juist half elf, nog zeven minuten, dan zou alles gedaan zijn.
+</p>
+<p>Raffles boog voorzichtig het hoofd en bekeek de touwen, die hem gebonden hielden,
+zij waren vingerdik en van het beste vlas vervaardigd.
+</p>
+<p>Ja, als de helsche machine er niet was geweest, misschien had hij dan een poging kunnen
+doen, om zich met stoel en al te laten vallen en zoo de aandacht van de benedenburen
+te trekken, thans echter zou die beweging zijn onmiddellijke dood beteekenen.
+</p>
+<p>Toen poogde Raffles zeer voorzichtig, of hij den stoel wellicht kon laten wiebelen.
+</p>
+<p>Waren de pooten niet geheel gelijk, dan zou het misschien mogelijk zijn, de tafel
+te naderen, de helsche machine te grijpen en het uurwerk te laten stilstaan.
+</p>
+<p>Maar ook deze hoop moest hij laten varen, want men had zijn voeten op een sport vastgebonden
+en de stoel was zeer zwaar, ten overvloede zou de minste onvoorzichtige beweging de
+helsche machine doen vallen.…
+</p>
+<p>Toen Raffles weder opkeek waren er drie minuten verstreken.…
+</p>
+<p>Hij trachtte nu in den doek te bijten, die men hem voor den mond had gebonden, hij
+slaagde er slechts in, een paar vezels stuk te trekken, de doek was te breed en te
+stijf dichtgebonden.
+</p>
+<p>Hij trachtte zijn pols een weinig te bewegen en hij voelde het klamme zweet zijn gelaat
+bedekken, toen hij bemerkte dat hij hierdoor de helsche machine een weinig had doen
+verschuiven, zoodat de minste of geringste beweging, ja misschien zelfs de zwaarte
+van het touwtje of het dreunen van het huis, als er een zware auto voorbij reed, het
+vreeselijke ding op de tafel moest doen vallen.…
+</p>
+<p>Raffles zat doodstil en durfde nauwelijks ademhalen.
+</p>
+<p>Met starenden blik keken, zijn oogen nu eens naar den wekker, dan weder naar de helsche
+machine.
+</p>
+<p>Nog twee minuten.…
+</p>
+<p>Maar plotseling ving zijn geoefend oor, toen hij zich reeds verloren waande en zich
+moedig in het onvermijdelijke schikte, een luid geraas op, dat beneden in het huis
+klonk, het was het gerucht van een woedenden strijd.
+</p>
+<p>Slechts weinige seconden later naderden er zware voetstappen, toen werden haastig
+de deuren van de kamers op de vliering opengeworpen.
+</p>
+<p>Een luide, welbekende stem vloekte dat het een aard had.…
+</p>
+<p>Het was de stem van Henderson!
+</p>
+<p>Het volgende oogenblik beukte zijn zware vuist op de deur.
+</p>
+<p>Met een gevoel van vreeselijke ontzetting zag Raffles dat de helsche machine wankelde.
+</p>
+<p>En steeds luider en steeds harder daverden de zware vuisten van den reus op de deur.
+</p>
+<p>Nog een minuut.…!
+</p>
+<p>Henderson had blijkbaar een aanloop genomen, want met een luid gekraak vloog het bovenste
+paneel van de deur aan splinters.
+</p>
+<p>Op hetzelfde oogenblik viel de helsche machine!
+</p>
+<p>Raffles sloot de oogen.…
+</p>
+<p>Maar hij voelde zich niet opnemen in een wervelstorm en zijn ooren werden niet verscheurd
+door de helsche losbarsting van de ontploffing, die hem den dood moest brengen.
+</p>
+<p>Hij opende de oogen weder en een gevoel van innige vreugde doorstroomde hem, het touwtje
+was een weinig te kort geweest.… De helsche machine had den vloer niet kunnen bereiken,
+maar schommelde nu ter zijde van den stoel aan het strak gespannen touwtje heen en
+weer.
+</p>
+<p>Het scheelde slechts weinige <span class="corr" id="xd31e1062" title="Bron: milimeters">millimeters</span>, maar die paar strepen beteekenden het verschil tusschen dood en leven.
+</p>
+<p>Henderson had intusschen vliegensvlug het paneel <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>geheel vernield en stapte door het gemaakte gat het vertrek binnen.
+</p>
+<p>Dadelijk bevrijde hij Raffles van den doek.
+</p>
+<p>Het eerste wat Raffles hem met heesche stem toeriep was:
+</p>
+<p>„Zet voorzichtig die doos op tafel, die daar aan een touwtje naast mijn stoel hangt
+en zet het uurwerk een uur terug—in Godsnaam vlug, het is een helsche machine.”
+</p>
+<p>Bleek van schrik gehoorzaamde de reus.
+</p>
+<p>Het was juist bijtijds—nog twintig seconden en de beide mannen zouden een vreeselijken
+dood hebben gevonden.
+</p>
+<p>Zoodra de helsche machine voorloopig onschadelijk was gemaakt sneed Henderson de touwen
+door, die Raffles op den stoel gebonden hielden.
+</p>
+<p>De Gentleman-Inbreker stond op, rekte zich uit, en greep toen Henderson bij de hand
+om die te drukken alsof hij ze wilde verbrijzelen.
+</p>
+<p>„Ik dank je, Henderson!” zeide hij met trillende stem. „Je hebt mij al weder het leven
+gered.”
+</p>
+<p>„Laten wij daar niet over praten, Mylord. Ga spoedig mede—ik dank nu den hemel, dat
+ik u toch maar gevolgd ben, om te zien waar u bleef. Het is hier onveilig! Laten wij
+maken dat wij wegkomen.”
+</p>
+<p>„Ik heb daareven het gerucht van een strijd gehoord, wat was dat?”
+</p>
+<p>„O, dat had niets te beteekenen, Mylord,” antwoordde Henderson op luchtigen toon.
+„Ik heb drie Russen, waaronder die schavuit met zijn smerigen zwarten baard een weinig
+overhaast zien heen gaan, en ik heb hen even onder handen genomen—ik geloof dat zij
+ergens op de binnenplaats liggen—ik weet niet of er veel van over is gebleven. Maar
+laten wij nu gaan, wat ik u bidden mag.”
+</p>
+<p>„Eerst die helsche machine onschadelijk maken,” riep Raffles uit.
+</p>
+<p>Hij bekeek met kennersoog even het toestel, ontdekte spoedig de werking van het mechaniek,
+verbrak voorzichtig de verbinding tusschen uurwerk en ontploffingsstof—en nu was de
+helsche machine onschadelijk gemaakt.
+</p>
+<p>Hij liet de blikken doos in zijn zak glijden—benevens het uurwerk, greep Henderson
+bij den arm, en riep uit:
+</p>
+<p>„Nu spoedig weg, de politie moet aanstonds gewaarschuwd worden.”
+</p>
+</div>
+</div>
+<div id="ch8" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch8.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
+<h2 class="label">HOOFDSTUK VIII.</h2>
+<h2 class="main">De aanslag op de bank.</h2>
+</div>
+<div class="divBody">
+<p class="first">Het geluk was met Raffles, want nauwelijks had hij den voet op straat gezet, of in
+de verte naderde een met twaalf koppen bemande politie-auto, die op patrouille was.
+</p>
+<p>Raffles wenkte den chauffeur om stil te houden, en in een oogwenk had hij den brigadier,
+die het bevel voerde over den kleinen troep, op de hoogte gebracht.
+</p>
+<p>Aanstonds snelde een half dozijn agenten de binnenplaats op, waar zij inderdaad Miljakoff
+en zijn medeplichtigen vonden, omringd door een aantal nieuwsgierige buren, en in
+een verre van benijdenswaardigen toestand.
+</p>
+<p>De drie schurken waren zoo onvoorzichtig geweest Henderson den toegang te willen versperren,
+en een hunner had dit met twee gebroken ribben, de tweede <span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>met een ontwrichten arm en de derde met een aantal kneuzingen over het geheele lichaam
+moeten bekoopen.
+</p>
+<p>Het drietal werd aanstonds opgenomen en in de politie-auto gedragen.
+</p>
+<p>Daar Raffles zich nu eenmaal als Lord Aberdeen met de zaak bemoeid had, kon hij moeilijk
+anders doen, dan dien naam opgeven,—maar hij dankte zijn gesternte, dat hem had ingegeven,
+de nagemaakte detectivekaart bij zich te steken, voor hij het noodlottige vertrek
+verliet, waar hij bijna den dood had gevonden.
+</p>
+<p>Want men zou het op <span class="corr" id="xd31e1100" title="Bron: Scotland Yard">Scotland-Yard</span> wel eens vreemd hebben kunnen vinden, dat zijn Lordschap zich in het bezit bevond
+van dit voortreffelijk nagemaakte legitimatiebewijs.
+</p>
+<p>Raffles en Henderson stapten op hun beurt in en een uur later reed de auto de groote
+binnenplaats op van het sombere hoofdbureau van politie in Downingstreet.
+</p>
+<p>De gevangenen werden aanstonds naar hun cellen geleid en nu was het de beurt van Raffles
+om een omstandig verhaal te doen van wat hem wedervaren was.
+</p>
+<p>De dienstdoende inspecteur schreef alles zorgvuldig op, en werd wel een weinig bleek
+om den neus, toen Raffles de beide stukken van overtuiging—de doos met titaniet en
+het horlogeuurwerk voor hem op tafel neerlegde.
+</p>
+<p>„Gelooft u, Mylord, dat dit duivelsche goedje niet vanzelf ontploffen kan?” vroeg
+hij een weinig heesch.
+</p>
+<p>„Onmogelijk, mijnheer!” antwoordde Raffles. „Het ontploft alleen, wanneer gij het
+uit uw handen laat vallen! Misschien kan de politiescheikundige u wel iets naders
+vertellen omtrent de samenstelling! Staat gij mij toe, dat ik mij thans terugtrek?”
+</p>
+<p>„Natuurlijk, Mylord. Natuurlijk,” antwoordde de inspecteur haastig, terwijl hij opstond
+en Raffles de hand toestak. „Maar ik laat u niet gaan, voordat ik als de eerste u
+mijn groote bewondering te kennen geef voor wat gij gedaan hebt, en den dank uitspreek
+van geheel Londen, dat gij haar voor een zoo vreeselijke ramp hebt weten te bewaren.”
+</p>
+<p>„Laten wij niet voorbarig zijn. mijnheer de inspecteur!” hernam Raffles op ernstigen
+toon. „Ik zou er geen eed op durven doen, dat alle gevaar reeds geweken is.”
+</p>
+<p>„Wat? Denkt gij werkelijk dat die schurken het nu nog zullen wagen, hun plan ten uitvoer
+te brengen?” riep de inspecteur verschrikt uit.
+</p>
+<p>„Natuurlijk niet hun oorspronkelijk plan,” antwoordde Raffles. „Zij zullen wel begrijpen,
+dat dat geen kans van slagen meer heeft. Wat er in het huis gebeurd is zullen zij
+morgenochtend reeds kunnen weten door middel van hun spionnen—en daarom raad ik u
+aan, een oogje in het zeil te houden—vooral in den eersten tijd.”
+</p>
+<p>„Ik dank u voor uw goeden raad, Mylord, en ik verzeker u, dat wij dien zullen opvolgen.
+Wij zullen nog hedennacht onze maatregelen nemen. Ik mag er zeker wel op rekenen,
+dat gij u tot onze beschikking stelt, zoodra het proces een aanvang neemt?”
+</p>
+<p>„Ik zou er liefst buiten worden gehouden, mijnheer—ik ben volstrekt niet gesteld op
+zooveel publiciteit!” antwoordde Raffles. „Mocht mijn getuigenis echter volstrekt
+onmisbaar zijn, dan kunt gij op mij rekenen.”
+</p>
+<p>Een korte buiging en Raffles had het vertrek verlaten, door Henderson gevolgd.
+</p>
+<p>Daar Henderson zijn eigen wagen in Betnalstreet had laten staan, waren de beide mannen
+verplicht een huurauto te nemen, die hen in een half uur naar de Regentstreet bracht.
+</p>
+<p>Het was bijna half twee toen zij daar aankwamen, maar zooals Raffles wel voorzien
+had vond hij Charly nog op en in staat van groote ongerustheid, bleek en met wallen
+onder de oogen.
+</p>
+<p>Hij vond den jongen man in de bibliotheekzaal met een boek voor zich, maar waarin
+hij blijkbaar geen oogenblik had zitten lezen.
+</p>
+<p>Charly stond haastig op, snelde Raffles tegemoet, greep zijn hand, en zeide met ontroerde
+stem:
+</p>
+<p>„De hemel zij geloofd, dat je er bent. Ik heb mij zoo ongerust over je gemaakt en
+over Henderson! Wat is er toch gebeurd?”
+</p>
+<p>„Ga daar zitten—dan zal ik het je vertellen—maar wees sterk, Charly, want ik zal je
+pijn moeten doen,” zeide Raffles op ernstigen toon.
+</p>
+<p>En nu deelde hij Charly in bijzonderheden mede, wat hem wedervaren was van het oogenblik
+af, dat hij het huis had verlaten.
+</p>
+<p>Charly had geluisterd, zonder hem een oogenblik in de rede te vallen, met zijn hoofd
+tusschen de handen geklemd.
+</p>
+<p>Toen Raffles zweeg, hief Charly langzaam het <span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span>gelaat op, stond op, kwam naar Raffles toe, en zei met geheel veranderde stem:
+</p>
+<p>„De les is duur geweest, Edward, heel duur! Maar ik geloof, dat ik genezen ben! Je
+moet er in den beginne maar niet meer met mij over praten—het zal wel overgaan!” voegde
+hij er met een mat glimlachje aan toe.
+</p>
+<p>„Daarvan ben ik overtuigd, mijn jongen,” hernam Raffles op hartelijken toon. „Ik kende
+je niet meer. Nooit zou ik hebben kunnen vermoeden, dat mijn vriend Charly zich zoo
+zou laten meesleepen door zijn hartstocht. En nu beloof ik je, dat je uit mijn mond
+nooit meer iets over dit intermezzo zult hooren, dat voor jou zulke tragische gevolgen
+zou hebben gehad.”
+</p>
+<p class="center">— — — — — — — — — — — — — — — —
+</p>
+<p>Den volgenden morgen omstreeks half elf begaf Raffles, thans weer als Lord Aberdeen
+gekleed, zich naar de Engelsche bank, in de auto, die door Henderson bestuurd werd.
+</p>
+<p>De fraaie wagen stond stil voor het groote gebouw en Raffles werd aanstonds toegelaten
+bij Philip Chesterfield, die reeds geheel op de hoogte was van het voorgevallene en
+hem met een bleek gelaat ontving.
+</p>
+<p>Hij verzocht Raffles plaats te nemen in een fauteuil, dicht bij een van de groote
+ramen, die op Cornhill uitzien, en begon, terwijl hij met zenuwachtige passen door
+zijn prachtig ingerichte werkkamer heen en weer liep:
+</p>
+<p>„Wie had dat kunnen denken, Mylord. Ik kan mijzelf onmogelijk vrij pleiten van schuld,
+en toch—als gij haar gekend had, zoo zacht, zoo aanhankelijk, zoo verliefd.…”
+</p>
+<p>„Ik geloof, dat zij een voortreffelijke comediante was, mijnheer Chesterfield,” zeide
+Raffles bedaard. „Ik denk er ook niet aan, er u een verwijt van te maken, dat zij
+u betooverd heeft. Het is natuurlijk zeer pijnlijk voor u, om dit te moeten toegeven,
+maar het is nu wel duidelijk, dat het er haar slechts om te doen was, uit uw mond
+alle bijzonderheden te vernemen, die haar en haar medeplichtigen van nut konden zijn.
+Ik hoop, dat men nu alle voorzorgsmaatregelen genomen heeft om de bank te beschermen?”
+</p>
+<p>„Wees gerust, Mylord. Er komt niemand meer in, die wij niet goed kennen, of die zich
+niet eerst kan legitimeeren. Tot de safe zal niemand worden toegelaten, tenzij van
+deugdelijke papieren voorzien, en minstens een maand zal het gebouw niet meer bezichtigd
+mogen worden door het publiek, zooals tot dusverre het geval was.”
+</p>
+<p>„Dat is goed—maar ik geloof toch dat het beter zou zijn, wanneer wij alle leden van
+die bende in handen hadden,” zeide Raffles nadenkend.
+</p>
+<p>Zijn blikken zwierven een oogenblik naar buiten, en vestigden zich op het drukke gewoel
+in Cornhill.
+</p>
+<p>Toen werd zijn aandacht getrokken door een zware sleeperskar, door vier krachtige
+paarden getrokken en beladen met zware granietblokken, blijkbaar bestemd voor huizenbouw.
+</p>
+<p>Op dat oogenblik hield de kar ongeveer ter hoogte van den ingang van de Engelsche
+bank stil.
+</p>
+<p>De koetsier kwam van zijn bok, na de teugels over de paarden te hebben geworpen en
+slenterde weg, in de richting van het wijnhuis naar het scheen.
+</p>
+<p>Een jonge man met een zacht gelaat, die er naast had gezeten, klom eveneens haastig
+naar beneden en leunde tegen den vrachtwagen.
+</p>
+<p>Hij haalde een sigaret uit zijn zak en stak die aan.
+</p>
+<p>Plotseling sprong Raffles haastig op en slaakte een kreet van woede en schrik.
+</p>
+<p>„Wat is er, Mylord?” vroeg Chesterfield verschrikt, die zich had omgewend om een kistje
+sigaren te krijgen.
+</p>
+<p>„Wat er is? Kijk eens naar buiten. Herkent gij dien jongen niet, die daar nu zijn
+sigaret aansteekt?”
+</p>
+<p>Chesterfield was naar het raam getreden en keek naar buiten.
+</p>
+<p>„Die knaap daar bij die met granietblokken beladen kar? Neen, dien heb ik nooit gezien.”
+</p>
+<p>„Dan hebt gij geen goed geheugen voor gezichten. Het is Sonja Paviac in manskleeren
+en met kort geknipt haar,” riep Raffles uit.
+</p>
+<p>Chesterfield gaf een luiden schreeuw van ontzetting.
+</p>
+<p>„Mijn God, gij hebt gelijk. Wat beteekent dat?”
+</p>
+<p>Raffles scheen de vraag niet te hebben gehoord.
+</p>
+<p>Hij was een weinig van het raam terug getreden maar keek onafgebroken naar buiten
+en eensklaps riep hij:
+</p>
+<p>„Zie eens, wat zij doet! Met haar brandende sigaret heeft zij iets aangestoken—een
+draad katoen—een lont, die van den wagen afhangt. Snel, er heen!”
+</p>
+<p>Zoo vlug hun voeten hen dragen konden, vlogen <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>de beide mannen het vertrek uit, de trappen af, de peristyle uit en op de kar toe,
+die nog altijd voor het trottoir stil stond. Eenige meters verder wachtte Henderson
+achter het stuurwiel van de fraaie limousine.
+</p>
+<p>Van Sonja Paviac was geen spoor meer te zien.
+</p>
+<p>Met doodsbleek gelaat trad Raffles haastig naar de plek toe, waar hij de nihilistin
+tersluiks de lont had zien aansteken.
+</p>
+<p>Hij zag, niets, hij rook ze alleen.
+</p>
+<p>Waarschijnlijk was de lont reeds zoover opgebrand, dat zij nu voor smeulde in een
+reet tusschen de zware granietblokken, die door geen zes mannen te vertillen waren.
+</p>
+<p>En het was zeker, dat zich daarbinnen, omgeven door die zware blokken, de kist met
+verschrikkelijken inhoud bevond, welke Raffles den avond tevoren gezien had.
+</p>
+<p>Als er niet onmiddellijk werd ingegrepen zou er een ontzettende ontploffing plaats
+vinden—een ontploffing als een aardbeving.
+</p>
+<p>„Henderson!” schreeuwde Raffles heesch van opwinding.
+</p>
+<p>Onmiddellijk stond de reus aan zijn zijde.
+</p>
+<p>„Zie je die blokken graniet?” vroeg Raffles. „Die moeten tot iederen prijs—versta
+je me? tot iederen prijs van die kar verschoven worden! Daar binnen is een helsche
+machine, die met een lont tot ontploffing wordt gebracht—en die lont smeult nu tusschen
+deze vierkante blokken.”
+</p>
+<p>Henderson had Raffles niet eens laten uitspreken, maar was op de kar gesprongen.
+</p>
+<p>Met reuzekracht duwde hij tegen een der bovenste blokken, terwijl zijn spieren zich
+spanden als kabeltouwen.
+</p>
+<p>En langzaam schoof het blok weg—kantelde—en viel op het trottoir met een doffen slag,
+die kilometers ver te hooien was.
+</p>
+<p>Nog een blok volgde, toen nog een—nog een—en nu bukte Henderson zich, trillend van
+inspanning, nam de katoenen lont op, die nog slechts een decimeter lang was, en door
+een gat in het deksel van een houten kistje verdween, en kneep het smeulende uiteinde
+tusschen vinger en duim uit.
+</p>
+<p>Uit de kelen van honderden menschen, die op verren afstand hadden toegezien, blijkbaar
+maar al te goed beseffend, wat er gaande was, ging een donderend gejuich op.
+</p>
+<p>De aanslag op de Bank van Engeland was verijdeld.
+</p>
+<p class="tb"></p><p>
+</p>
+<p>Nog dienzelfden dag werden Sonja Paviac en haar medeplichtigen gearresteerd, toen
+zij zich wilden inschepen aan boord van een groote motorboot, en nog geen week later
+werden zij allen tot twintig jaren tuchthuisstraf veroordeeld.
+</p>
+</div>
+</div>
+</div>
+<div class="back">
+<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first center">De volgende aflevering (No. 379) bevat:
+</p>
+<p class="center xxl">Slokum, in Spek en aanverwante Artikelen.
+<span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span></p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1 advertisement"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
+<p class="first"></p>
+<div class="figure ad-dubec3-imgwidth"><img src="images/dubec-no-3.png" alt="Cigarettes
Dubec No. 3
Bouts d’Or
Distinction Royale 1895" width="562" height="720"></div><p>
+</p>
+<p class="xd31e1205">DUBEC No. 3
+</p>
+<p class="xd31e1207">GOUD EN KURK
+</p>
+<p class="xd31e1209">BESTE 3 CTS. CIGARET
+</p>
+<p class="xd31e1211">GEMAAKT VAN HEERLIJKE<br>
+ECHT TURKSCHE TABAK
+</p>
+<p class="xd31e1215">CIGARETTENFABRIEK <b>J. van KERCKHOF</b>
+</p>
+<p class="xd31e1220">GEVESTIGD 1885
+</p>
+</div>
+</div>
+<div class="div1" id="toc">
+<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
+<table summary="Inhoudsopgave">
+<tr id="ch1.toc">
+<td class="tocDivNum">I. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">Rosenthal en Pennock.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch2.toc">
+<td class="tocDivNum">II. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">De typiste van den bankdirecteur.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">4</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch3.toc">
+<td class="tocDivNum">III. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">Een ontmoeting.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">8</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch4.toc">
+<td class="tocDivNum">IV. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">Als het hart spreekt....</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">12</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch5.toc">
+<td class="tocDivNum">V. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">Op onderzoek uit.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">16</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch6.toc">
+<td class="tocDivNum">VI. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">De samenzwering.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">21</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch7.toc">
+<td class="tocDivNum">VII. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch7">In doodsgevaar.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">25</a></td>
+</tr>
+<tr id="ch8.toc">
+<td class="tocDivNum">VIII. </td>
+<td class="tocDivTitle"><a href="#ch8">De aanslag op de bank.</a></td>
+<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">29</a></td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+<div class="transcriberNote">
+<h2 class="main">Colofon</h2>
+<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
+<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
+van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
+van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd31e47" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
+</p>
+<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd31e47" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
+</p>
+<h3 class="main">Metadata</h3>
+<table class="colophonMetadata" summary="Metadata">
+<tr>
+<td><b>Titel:</b></td>
+<td>Lord Lister No. 378: De Aanslag op de Londensche Beurs</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Auteur:</b></td>
+<td>Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]</td>
+<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/8133268/</span></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Auteur:</b></td>
+<td>Felix Hageman (1877–1966)</td>
+<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/5168161211441040070000/</span></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Auteur:</b></td>
+<td>Kurt Matull (1872–1930?)</td>
+<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/56770919/</span></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Illustrator:</b></td>
+<td>Jan Wiegman (1884–1963)</td>
+<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/65074834/</span></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Aanmaakdatum bestand:</b></td>
+<td>2022-12-01 21:40:31 UTC</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Taal:</b></td>
+<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
+<td>[1921]</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b>Trefwoorden:</b></td>
+<td>Detective and mystery stories -- Periodicals</td>
+<td></td>
+</tr>
+<tr>
+<td><b></b></td>
+<td>Dime novels -- Periodicals</td>
+<td></td>
+</tr>
+</table>
+<h3 class="main">Codering</h3>
+<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
+einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
+zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
+dit boek.</p>
+<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
+<ul>
+<li>2022-11-30 Begonnen.
+</li>
+</ul>
+<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
+<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
+<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
+<tr>
+<th>Bladzijde</th>
+<th>Bron</th>
+<th>Verbetering</th>
+<th>Bewerkingsafstand</th>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e115">1</a>, <a class="pageref" href="#xd31e183">3</a>, <a class="pageref" href="#xd31e500">11</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">,</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e129">1</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Corintische</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Corinthische</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e162">2</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bankbilleten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bankbiljetten</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e208">3</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">opgstaan</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">opgestaan</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e269">5</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">begon Lord Aberdeen</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Lord Aberdeen begon</td>
+<td class="bottom">12</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e298">6</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">beiden</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">beide</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e357">9</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">musichall</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">music hall</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e373">9</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">antwoorde</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">antwoordde</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e429">10</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">ironiscte</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">ironische</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e434">10</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bekwam</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bekwaam</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e440">10</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">aan</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bij</td>
+<td class="bottom">3</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e453">10</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">we ke</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">welke</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e462">11</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">,</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">
+[<i>Verwijderd</i>]
+</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e488">11</a>, <a class="pageref" href="#xd31e491">11</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1001">27</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">„</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e493">11</a>, <a class="pageref" href="#xd31e537">12</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">
+[<i>Niet in bron</i>]
+</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">”</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e551">13</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">antwordde</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">antwoordde</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e556">13</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">,</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">.</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e576">13</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">moeielijke</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">moeilijke</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e691">17</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bentgenooten</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">bondgenooten</td>
+<td class="bottom">2</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e782">20</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Aggrippina</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Agrippina</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e911">24</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">landwerpige</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">langwerpige</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1062">28</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">milimeters</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">millimeters</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+<tr>
+<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1100">30</a></td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Scotland Yard</td>
+<td class="width40 bottom" lang="nl-1900">Scotland-Yard</td>
+<td class="bottom">1</td>
+</tr>
+</table>
+</div>
+</div>
+<div lang='en' xml:lang='en'>
+<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 0378: DE AANSLAG OP DE LONDENSCHE BEURS</span> ***</div>
+<div style='text-align:left'>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Updated editions will replace the previous one—the old editions will
+be renamed.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
+law means that no one owns a United States copyright in these works,
+so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
+States without permission and without paying copyright
+royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
+of this license, apply to copying and distributing Project
+Gutenberg™ electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG™
+concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
+and may not be used if you charge for an eBook, except by following
+the terms of the trademark license, including paying royalties for use
+of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
+copies of this eBook, complying with the trademark license is very
+easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
+of derivative works, reports, performances and research. Project
+Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away—you may
+do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
+by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
+license, especially commercial redistribution.
+</div>
+
+<div style='margin-top:1em; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE</div>
+<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE</div>
+<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free
+distribution of electronic works, by using or distributing this work
+(or any other work associated in any way with the phrase “Project
+Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full
+Project Gutenberg™ License available with this file or online at
+www.gutenberg.org/license.
+</div>
+
+<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
+Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg™ electronic works
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg™
+electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
+and accept all the terms of this license and intellectual property
+(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
+the terms of this agreement, you must cease using and return or
+destroy all copies of Project Gutenberg™ electronic works in your
+possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
+Project Gutenberg™ electronic work and you do not agree to be bound
+by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person
+or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be
+used on or associated in any way with an electronic work by people who
+agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
+things that you can do with most Project Gutenberg™ electronic works
+even without complying with the full terms of this agreement. See
+paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
+Gutenberg™ electronic works if you follow the terms of this
+agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg™
+electronic works. See paragraph 1.E below.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the
+Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
+of Project Gutenberg™ electronic works. Nearly all the individual
+works in the collection are in the public domain in the United
+States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
+United States and you are located in the United States, we do not
+claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
+displaying or creating derivative works based on the work as long as
+all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
+that you will support the Project Gutenberg™ mission of promoting
+free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg™
+works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
+Project Gutenberg™ name associated with the work. You can easily
+comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
+same format with its attached full Project Gutenberg™ License when
+you share it without charge with others.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
+what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
+in a constant state of change. If you are outside the United States,
+check the laws of your country in addition to the terms of this
+agreement before downloading, copying, displaying, performing,
+distributing or creating derivative works based on this work or any
+other Project Gutenberg™ work. The Foundation makes no
+representations concerning the copyright status of any work in any
+country other than the United States.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
+immediate access to, the full Project Gutenberg™ License must appear
+prominently whenever any copy of a Project Gutenberg™ work (any work
+on which the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the
+phrase “Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed,
+performed, viewed, copied or distributed:
+</div>
+
+<blockquote>
+ <div style='display:block; margin:1em 0'>
+ This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
+ other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
+ whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
+ of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
+ at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
+ are not located in the United States, you will have to check the laws
+ of the country where you are located before using this eBook.
+ </div>
+</blockquote>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.2. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is
+derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
+contain a notice indicating that it is posted with permission of the
+copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
+the United States without paying any fees or charges. If you are
+redistributing or providing access to a work with the phrase “Project
+Gutenberg” associated with or appearing on the work, you must comply
+either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
+obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg™
+trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.3. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is posted
+with the permission of the copyright holder, your use and distribution
+must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
+additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
+will be linked to the Project Gutenberg™ License for all works
+posted with the permission of the copyright holder found at the
+beginning of this work.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg™
+License terms from this work, or any files containing a part of this
+work or any other work associated with Project Gutenberg™.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
+electronic work, or any part of this electronic work, without
+prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
+active links or immediate access to the full terms of the Project
+Gutenberg™ License.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
+compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
+any word processing or hypertext form. However, if you provide access
+to or distribute copies of a Project Gutenberg™ work in a format
+other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official
+version posted on the official Project Gutenberg™ website
+(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
+to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
+of obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain
+Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the
+full Project Gutenberg™ License as specified in paragraph 1.E.1.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
+performing, copying or distributing any Project Gutenberg™ works
+unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
+access to or distributing Project Gutenberg™ electronic works
+provided that:
+</div>
+
+<div style='margin-left:0.7em;'>
+ <div style='text-indent:-0.7em'>
+ • You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
+ the use of Project Gutenberg™ works calculated using the method
+ you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
+ to the owner of the Project Gutenberg™ trademark, but he has
+ agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
+ within 60 days following each date on which you prepare (or are
+ legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
+ payments should be clearly marked as such and sent to the Project
+ Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
+ Section 4, “Information about donations to the Project Gutenberg
+ Literary Archive Foundation.”
+ </div>
+
+ <div style='text-indent:-0.7em'>
+ • You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
+ you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
+ does not agree to the terms of the full Project Gutenberg™
+ License. You must require such a user to return or destroy all
+ copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
+ all use of and all access to other copies of Project Gutenberg™
+ works.
+ </div>
+
+ <div style='text-indent:-0.7em'>
+ • You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
+ any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
+ electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
+ receipt of the work.
+ </div>
+
+ <div style='text-indent:-0.7em'>
+ • You comply with all other terms of this agreement for free
+ distribution of Project Gutenberg™ works.
+ </div>
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
+Gutenberg™ electronic work or group of works on different terms than
+are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
+from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
+the Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set
+forth in Section 3 below.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
+effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
+works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
+Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project Gutenberg™
+electronic works, and the medium on which they may be stored, may
+contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
+or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
+intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
+other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
+cannot be read by your equipment.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the “Right
+of Replacement or Refund” described in paragraph 1.F.3, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
+Gutenberg™ trademark, and any other party distributing a Project
+Gutenberg™ electronic work under this agreement, disclaim all
+liability to you for damages, costs and expenses, including legal
+fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
+LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
+PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
+TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
+LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
+INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
+DAMAGE.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
+defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
+receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
+written explanation to the person you received the work from. If you
+received the work on a physical medium, you must return the medium
+with your written explanation. The person or entity that provided you
+with the defective work may elect to provide a replacement copy in
+lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
+or entity providing it to you may choose to give you a second
+opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
+the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
+without further opportunities to fix the problem.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
+in paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO
+OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
+LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
+warranties or the exclusion or limitation of certain types of
+damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
+violates the law of the state applicable to this agreement, the
+agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
+limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
+unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
+remaining provisions.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
+trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
+providing copies of Project Gutenberg™ electronic works in
+accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
+production, promotion and distribution of Project Gutenberg™
+electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
+including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
+the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
+or any Project Gutenberg™ work, (b) alteration, modification, or
+additions or deletions to any Project Gutenberg™ work, and (c) any
+Defect you cause.
+</div>
+
+<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
+Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg™
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Project Gutenberg™ is synonymous with the free distribution of
+electronic works in formats readable by the widest variety of
+computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
+exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
+from people in all walks of life.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Volunteers and financial support to provide volunteers with the
+assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg™’s
+goals and ensuring that the Project Gutenberg™ collection will
+remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
+Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
+and permanent future for Project Gutenberg™ and future
+generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
+Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org.
+</div>
+
+<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
+Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
+501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
+state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
+Revenue Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification
+number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
+U.S. federal laws and your state’s laws.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+The Foundation’s business office is located at 809 North 1500 West,
+Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
+to date contact information can be found at the Foundation’s website
+and official page at www.gutenberg.org/contact
+</div>
+
+<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
+Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without widespread
+public support and donations to carry out its mission of
+increasing the number of public domain and licensed works that can be
+freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
+array of equipment including outdated equipment. Many small donations
+($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
+status with the IRS.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+The Foundation is committed to complying with the laws regulating
+charities and charitable donations in all 50 states of the United
+States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
+considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
+with these requirements. We do not solicit donations in locations
+where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
+DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state
+visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+While we cannot and do not solicit contributions from states where we
+have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
+against accepting unsolicited donations from donors in such states who
+approach us with offers to donate.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+International donations are gratefully accepted, but we cannot make
+any statements concerning tax treatment of donations received from
+outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
+methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
+ways including checks, online payments and credit card donations. To
+donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
+</div>
+
+<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
+Section 5. General Information About Project Gutenberg™ electronic works
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
+Gutenberg™ concept of a library of electronic works that could be
+freely shared with anyone. For forty years, he produced and
+distributed Project Gutenberg™ eBooks with only a loose network of
+volunteer support.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Project Gutenberg™ eBooks are often created from several printed
+editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
+the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
+necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
+edition.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+Most people start at our website which has the main PG search
+facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>.
+</div>
+
+<div style='display:block; margin:1em 0'>
+This website includes information about Project Gutenberg™,
+including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
+Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
+subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
+</div>
+
+</div>
+</div>
+</body>
+</html>
diff --git a/69455-h/images/dubec-no-3.png b/69455-h/images/dubec-no-3.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..2b53511 --- /dev/null +++ b/69455-h/images/dubec-no-3.png diff --git a/69455-h/images/lordlister0378-front.jpg b/69455-h/images/lordlister0378-front.jpg Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..ce8b0c2 --- /dev/null +++ b/69455-h/images/lordlister0378-front.jpg diff --git a/69455-h/images/p0378-01.png b/69455-h/images/p0378-01.png Binary files differnew file mode 100644 index 0000000..a209301 --- /dev/null +++ b/69455-h/images/p0378-01.png |
