diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/69020-0.txt | 3237 | ||||
| -rw-r--r-- | old/69020-0.zip | bin | 50482 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/69020-h.zip | bin | 202124 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/69020-h/69020-h.htm | 4066 | ||||
| -rw-r--r-- | old/69020-h/images/dubec-no-3.png | bin | 24505 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/69020-h/images/lordlister0373-front.jpg | bin | 110187 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/69020-h/images/p0373-01.png | bin | 9202 -> 0 bytes |
10 files changed, 17 insertions, 7303 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..f062644 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #69020 (https://www.gutenberg.org/ebooks/69020) diff --git a/old/69020-0.txt b/old/69020-0.txt deleted file mode 100644 index 391acae..0000000 --- a/old/69020-0.txt +++ /dev/null @@ -1,3237 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0373: De krankzinnige, -by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 0373: De krankzinnige - -Authors: Kurt Matull - Theo Blakensee - Felix Hageman - -Release Date: September 20, 2022 [eBook #69020] - -Language: Dutch - -Produced by: the Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg. - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0373: DE -KRANKZINNIGE *** - - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 373 DE KRANKZINNIGE. - - - - - - - - -DE KRANKZINNIGE. - -HOOFDSTUK I. - -DE MAN BIJ DE PERISTYLE. - - -Het was omstreeks kwart voor achten in den avond. - -De vroege herfst had zich op ruwe wijze ingezet, en een gure wind deed -de Londenaren, die niet voor hun vermaak of om een andere reden de -straat moesten opzoeken, snel huiswaarts gaan. - -Sedert een half uur was het tot overmaat gaan regenen en een dier -verraderlijke Londensche misten scheen op komst te zijn. - -Het asphalt glom in het schijnsel der tallooze lantaarns en dof klonken -de hoeven van de paarden der huurrijtuigen, die schouwburgbezoekers -naar hun plaats van bestemming moesten brengen. Voor het Garrick -Theater was het een onophoudelijk komen en gaan van voertuigen van -allerlei aard, ouderwetsche cabs, welke men bijna niet meer zag in de -Engelsche hoofdstad, vierwielige rijtuigen of broughams, huurauto’s, -glanzende equipages en prachtige eigen auto’s. - -En het was geen wonder, want de aanplakbiljetten vermeldden voor dien -avond het optreden van een bekwame buitenlandsche actrice, die zelfs in -het kieskeurige land van den dollar grooten roem had geoogst. - -Geen enkele Londenaar, die zichzelf respecteerde en die over voldoende -middelen beschikte om den zeer hoogen entrée-prijs te betalen, zou het -in den zin hebben gekregen, dien avond niet in het Garrick Theater -aanwezig te zijn. - -Men wist, dat men daar de bekende premiere-gangers zou aantreffen, die -geen enkele eerste voorstelling overslaan, evenmin als het optreden van -een buitenlandsche ster, wier naam door de bladen reeds lang te voren -was verkondigd. - -De voorgevel van den schouwburg glansde van licht. - -Alle electrische lantaarns waren aangestoken en straalden hun licht uit -over den breeden verkeersweg. - -Men zag telkens een auto stil houden en dan verdwenen de inzittenden al -spoedig onder het gewelf van de ruime peristyle, gedragen door een -tiental zuilen. - -Een paar baliekluivers, oogluikend toegelaten omdat er oorlogsinvaliden -onder bleken te zijn, schoten dan haastig toe om het portier van het -voorrijdend rijtuig te openen in de hoop van een fooi. - -Onder die gelegenheidsportiers was ook een oud man met reeds sterk -grijzend haar en die blijkbaar niet al te best ter been bleek te zijn. - -Want de arme stakkerd kwam meestal eenige oogenblikken te laat -aansukkelen, als een ander hem reeds voor was geweest. - -Dan bleef hij op eenige passen afstand staan en keek droevig toe, hoe -een meer bijdehande en jonger concurrent met de fooi ging strijken. - -Hij scheen den moed niet op te geven, hoewel het duidelijk te zien was, -dat de steeds toenemende vermoeidheid het hem voortdurend moeilijker -maakte, vlug genoeg toe te schieten teneinde een portier te openen. - -Nu en dan nam hij zijn hoed af, een tot den draad versleten -hoofddeksel, om zijn voorhoofd met een zakdoek af te wisschen. - -Dan pas kon men goed zien, hoe vermagerd zijn gelaat, hoe ingevallen -zijn wangen waren, hoe koortsig zijn oogen gloeiden. - -Kleine zweetdruppels parelden op het gerimpelde voorhoofd, ondanks de -gure koude. - -De man droeg geen overjas en had den kraag van zijn armelijk buis zoo -hoog mogelijk opgeslagen. - -Om zijn dunnen hals was een roode zakdoek geknoopt. - -De man droeg de kleederen van een haveloozen schooier en toch was er -iets in zijn geheele voorkomen, dat er op wees, dat deze man niet -steeds in deze armzalige omstandigheden had verkeerd. - -Hij scheen er dan ook nog een restje van ijdelheid, van zorg voor zijn -uiterlijk op na te houden, want zijn gelaat was zorgvuldig geschoren. - -Het was reeds bij achten en nog altijd had de oude geen kans gezien een -paar penningen te verdienen. - -Zijn gelaat verkreeg langzamerhand een zorgelijke, smartelijke -uitdrukking, en het was ook of er schrik op te lezen viel.... - -Hij steunde zich met de hand tegen een der pilaren en hoestte. - -Daarbij drukte hij de andere hand op de borst, alsof het hem pijn deed. - -Zoo stond hij daar gebukt, het jammerlijk toonbeeld van ouderdom en -ziekte. - -Weer kwam er een groote auto aanrijden. - -Het was een prachtige, blauw gelakte Limousine, en behoorde blijkbaar -aan een zeer rijk man. - -Aan het stuurwiel zat een chauffeur van reusachtigen lichaamsbouw, een -ware Hercules, met breede schouders, een nek als een stier en de -vuisten, die het stuurwiel omklemd hielden, leken wel geschikt om er -steenen mee te kloppen. - -Ditmaal scheen het geluk den ouden man gunstig te zullen zijn. De -vluggere collega’s hielden zich juist bezig met andere auto’s en het -veld scheen dan toch eindelijk vrij te zijn. - -Met haastige stappen kwam de oude man naderbij. - -Maar juist werd van binnenuit het portier reeds geopend door een hand -die in fijn glacé-leder gestoken was. - -De grijsaard slaakte een smartelijken zucht, dit was blijkbaar meer dan -hij verdragen kon. - -Hij wankelde, tastte tevergeefs naar een steun en zakte toen alsof hij -een rustig plaatsje zocht om te sterven langzaam langs het glanzende -hout van de auto ineen. - -Onmiddellijk snelden er eenige suppoosten toe, die dien bewustelooze -wilden weg dragen. Men moest tot iederen prijs den rijkaard den aanblik -van dezen flauw gevallen schooier besparen. - -Maar dadelijk liet zich uit de auto een bevelende stem hooren, die -riep: - -„Laat dien man liggen, ik zal naar hem omzien,” en op hetzelfde -oogenblik stapte een heer van rijzigen lichaamsbouw, zeer elegant -gekleed, uit de auto. - -Hij kon omstreeks veertig jaar zijn, maar dat was alleen te zien aan -zijn haar, dat aan de slapen lichtelijk begon te grijzen, want zijn -gang was zoo licht en veerkrachtig als die van een jongeling. Zijn -grijze oogen hadden een glans als van metaal en al zijn bewegingen -verrieden den geoefenden sportman. - -Onmiddellijk weken de suppoosten terug. - -Zij hadden den bezoeker herkend. - -Dadelijk werd zijn naam in het rond gefluisterd, terwijl het aantal -nieuwsgierigen zich om den ouden man verdrong. - -„Lord Aberdeen. Dat is Lord Aberdeen,” ging het zacht van mond tot -mond. - -Inderdaad, het was de zonderlinge weldoener, de schatrijke filantroop, -bij duizenden Londenaren van aangezicht bekend en die letterlijk werd -aangebeden door even zooveel ongelukkigen, die hij niet alleen met -goeden raad, maar ook met daad had bijgestaan. - -En niemand van al die rampzaligen die hij van den afgrond had gered -vermoedde ook maar een seconde, dat zich achter Lord Aberdeen niemand -anders verborg dan de Groote Onbekende, Lord Edward Lister, alias John -Raffles, de langgezochte Gentleman-Inbreker, de schrik van Scotland -Yard. - -Wie zou dit ook hebben durven denken. - -Wie zou het onzinnig denkbeeld hebben durven uiten, dat de man in zijn -deftige kleederen met zijn scherp besneden aristocratisch gelaat en die -over fabelachtige rijkdommen scheen te beschikken, dezelfde man was, op -wiens aanhouding reeds sedert eenige jaren een premie van 1000 pond -sterling was gesteld. - -Men zou dengeen, die zooiets waagde te opperen, eenvoudig voor gek -hebben verklaard. Achter zijn lordschap was een jonge man verschenen, -met helder blauwe oogen en een blozend gelaat. Dat was Charly Brand, de -secretaris van Lord Aberdeen, maar veel meer de trouwe vriend van den -Gentleman-Inbreker, die de meeste van diens gevaarlijke en opwindende -avonturen had gedeeld. - -Raffles had zich reeds over den ouden man heen gebukt en richtte nu op -zachten toon eenige woorden tot Charly Brand, die met innig medelijden -op den armen ouden man neerkeek. Toen hief hij het hoofd op, en vroeg -den portier die naderbij was gekomen en wat ruimte poogde te maken: - -„Weet gij, wie die ongelukkige is?” - -„Zijn naam weet ik niet, Mylord,” antwoordde de man. „Wel weet ik, dat -hij hier sedert een paar weken geregeld komt, om de portieren van de -auto’s open te maken. Het lukt hem maar zelden, maar wij laten hem maar -wat begaan. Het is zoo’n oude stumperd. Als Mylord het veroorlooft, -zullen wij hem wel gauw ergens heen dragen.” - -Er scheen een scherpe opmerking op de lippen van John Raffles te -liggen, maar hij bedwong zich en zeide: - -„Wij zullen hem slechts wat terzijde leggen, dan kan ik zien, wat hem -scheelt.” - -De portier haalde de schouders op. Maar hij deed het zoo, dat niemand -het zag. Want met een Lord, zelfs al haalde hij zulke dwaze kuren met -een ouden bedelaar uit, moest men altijd een weinig voorzichtig zijn. - -En zoo werd de nog altijd bewustelooze grijsaard terzijde van de -peristyle gedragen en daar opnieuw neergelegd, maar ditmaal op een dik -kleed, hetwelk Charly snel uit de auto had gehaald. - -Tevens had hij Henderson, zoo was de naam van den reusachtigen -chauffeur, gelast om met de auto in de zijstraat die langs den -schouwburg loopt, te wachten. - -Raffles had zich opnieuw over den grijsaard heen gebogen. - -Het was nu reeds over achten en daar de deuren aanstonds gesloten -zouden worden hadden zich eenige van de lieden, die zooeven de auto’s -bestormd hadden, rondom de kleine groep opgesteld. - -En Charly bukte zich op zijn beurt voorover en vroeg op zachten toon -aan Raffles: - -„Wat zou den ouden stakkerd schelen?” - -„Ik denk dat het hem aan voedsel scheelt,” antwoordde Raffles op -scherpen toon. „Die arme man is eenvoudig neergezakt, omdat hij honger -heeft.” - -„Dat kan wel waar zijn, mijnheer,” liet nu een stem zich hooren, die -bleek toe te behooren aan een der gelegenheidsportiers. - -Raffles richtte zich een weinig uit zijn gebukte houding op en keek den -man in het gelaat. - -Het was geen fraai gelaat, maar hij vertoonde de goedheid des harten, -die ook het leelijkste gelaat iets aantrekkelijks geeft. - -„Hoe weet je dat, man?” vroeg Raffles. - -„Ik woon in zijn straat, mijnheer. Ik ken hem wel van aanzien.” - -„Dan weet gij misschien ook wel zijn naam?” vroeg Raffles op levendigen -toon. - -De man scheen even te moeten bezinnen en antwoordde toen: - -„Hij moet Lark heeten, Edwin Lark.” - -„Zijn adres?” - -„Hij woont in de Crescent street.” - -„Het nummer?” - -„Dat weet ik niet, mijnheer.” - -„Maar zoudt ge het mij kunnen aanwijzen?” - -„O, wat dat betreft,....” - -„Zoudt ge mij dan willen vergezellen en mij er aanstonds heen brengen? -Ik wil u gaarne voor hetgeen gij hier mocht verzuimen, schadeloos -stellen.” - -De man krabde zich even achter het oor en zeide toen met ver -opgetrokken wenkbrauwen: - -„De zaak is, mijnheer, om elf uur moet ik hier weer terug zijn, want -dan gaat de schouwburg uit en dan moet ik de portieren weer open doen.” - -„Dan laat gij de portieren voor dezen keer maar eens aan een ander -over,” hernam Raffles glimlachend. „Ik herhaal u, dat het u geen -windeieren zal leggen.” - -„In dat geval kunt u op mij rekenen, mijnheer,” hernam de man. „Ik zou -het graag voor niets doen, want ik mag dien ouden snuiter wel lijden, -maar als ik zonder geld bij moeder de vrouw thuis kom, dan zwaait er -wat.” - -„Dat kan ik mij begrijpen,” zeide Raffles met een zacht lachje. „Uw -naam?” - -„Bill Tower en met uw welnemen, oud gediende, Victoria kruis, twee -eervolle vermeldingen, vijf maal gewond, waarvan de laatste maal zoo -leelijk, dat ze me niet meer wilden terug hebben. Dat was bij Pervys in -België.” - -Bill Tower had dit alles op den natuurlijksten toon van de wereld -gezegd. - -Hij scheen het volgens den loop der dingen te vinden, dat hij zijn -bloed voor zijn land had geplengd en nu in den guren regen moest staan -omdat er geen werk en geen plaats meer voor hem was. Raffles keek -eenige seconden strak voor zich uit. - -En Charly kon duidelijk zien, dat zijn lippen zich krampachtig -vertrokken. - -Edwin Lark lag intusschen nog altijd onbewegelijk op de dikke deken -uitgestrekt, zonder besef van hetgeen er rondom hem gebeurde. - -Toen hief Raffles het hoofd weder naar Tower op en vroeg: - -„Had de ongelukkige man geen ander werk, dan hetgeen hij hier deed?” - -„Neen, mijnheer, tenminste niet voor zoover ik weet. Hij moet vroeger -modellenmaker zijn geweest, maar hij is drie vingers kwijt geraakt.” - -„Een ongeluk?” vroeg Charly meewarig. - -„Het is maar wat je een ongeluk belieft te noemen, mijnheer,” riep Bill -Tower op schamperen toon uit. „Ze zijn hem in den oorlog afgeschoten.” - -„Wat, heeft deze man in den wereldoorlog meegestreden?” riep Raffles -uit. - -„Zeker, als vrijwilliger. Hij was korporaal, toen hij gewond en -afgekeurd werd. Nu krijgt hij een half pond in de week pensioen.” - -„Maar hoe oud is deze man dan wel?” riep Charly Brand verwonderd uit. - -„Niet ouder dan vijf en veertig jaar, mijnheer,” antwoordde Tower. - -„Kom, laten wij hier niet onzen tijd verpraten,” riep Raffles op bijna -ruwen toon. „Die man moet voor alles eten. Vriend Tower, wij gaan nu -eerst naar mijn huis om daar den ongelukkige bij te brengen, en dan -zullen wij hem gezamenlijk naar zijn woning brengen. Zijn familie zal -wel in de grootste ongerustheid over hem verkeeren.” - -„Dat denk ik haast niet, mijnheer,” zeide Tower hoofdschuddend. - -„Wat? Je wilt toch niet zeggen, dat de familie van dezen ouden man zich -niets aan hem laat gelegen liggen?” riep Raffles op verontwaardigden -toon. „Het zou een schande zijn.” - -„Dat is de zaak niet, mijnheer. Lark heeft een dochter, een heel mooi -meisje tusschen twee haakjes, maar het arme kind is krankzinnig. Zij -zou er niet eens besef van hebben als haar vader niet meer thuis kwam.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK II. - -DE KRANKZINNIGE. - - -Gedurende eenige oogenblikken werd er niet gesproken. - -Toen zei Raffles op zachten toon: - -„Dat is verschrikkelijk. Kom snel vriend Tower. Ik wil weten, wat -hieraan te doen is. Help mij eens dien ongelukkige naar mijn auto te -dragen.” - -Raffles en Tower namen Lark op en tot stomme verbazing van de -omstanders, bijna even arme en hongerige stakkerds als de bezwijmde -grijsaard, droeg de deftige schatrijke Lord met den armen invalide het -lichaam van den schooier naar de wachtende auto, die getuigde van den -rijkdom haars bezitters. - -Charly volgde met de plaid, die dadelijk over Lark werd uitgespreid. - -Wat Henderson betreft, hij toonde niet het minste spoor van verbazing. -Blijkbaar was hij aan dergelijke tooneeltjes wel gewend.... - -Tower stapte, op uitnoodiging van Raffles, in en keek dadelijk zijn -oogen uit aan de fraaie inrichting van den wagen. - -Raffles gaf den chauffeur een kort bevel. Het portier klapte dicht en -in snelle vaart ging het door de straten van Londen, die nu veel minder -druk waren, daar alle schouwburgen thans waren aangegaan. - -Een kwartier later stond de auto stil voor een fraai heerenhuis in de -Regentstreet, dicht bij Pall Mall. - -Charly ijlde vooruit teneinde de voordeur te ontsluiten en behoedzaam -droeg de reusachtige chauffeur het geheel beweginglooze lichaam naar -binnen, terwijl Raffles en Tower op hun beurt het huis betraden, nadat -Henderson den bewustelooze naar een der slaapkamers had gebracht en -daar op het bed had neer gelegd. - -Bill Tower was een eenvoudige ziel, en hij slaakte telkens kleine -uitroepen van verbazing, toen hij door de marmeren vestibule schreed en -over de dikke wijnroode looper de prachtige trap besteeg, en overal -fraaie beelden en schilderijen, wandtapijten en kostbare vazen -ontwaarde. - -Een bejaarde bediende was Raffles tegemoet getreden. - -Het was Gaston, de grijze kamerbediende van Lord Aberdeen. - -Ook hij verbaasde zich niet uitermate over hetgeen hij te zien kreeg, -hetgeen weer de verwondering opwekte van Bill Tower, die van de eene -ontroering in de andere verviel. - -En toen Charly hem eindelijk in de groote ontvangsalon liet, die -slechts zeer weinig gebruikt werd, daar Raffles een afkeer had van -groote gezelschappen, toen kende zijn bewondering geen grenzen. - -Hij keek met groote oogen naar de schoone wandversiering, gobelins van -groote kunstwaarde, naar de kostbare beelden, naar de dikke fluweelen -gordijnen voor de ramen en naar den gladden parketvloer, hier en daar -met Smyrna-tapijten bedekt. - -Met open mond stond hij stil voor den kolossalen haard, half in den -schoorsteen ingebouwd. - -En hij slaakte bijna een schreeuw van schrik, toen hij zich liet -neervallen op een gemakkelijken stoel en half wegzakte in de mollige -zitting. - -Intusschen had Raffles zich nog altijd aan den bewusteloozen grijsaard -gewijd. - -En hier, waar hij alle geneesmiddelen dicht bij de hand had, slaagde -hij er tamelijk spoedig in, de levensgeesten van den ongelukkige weder -op te wekken. - -Het was half tien, toen Edward Lark de oogen opsloeg en met -verwilderden blik de hem vreemde kamer rond zag. - -Ten slotte vestigde hij ze op het gelaat van den man, die zich over hem -had heengebogen, met een kleine flacon in de hand. - -„Waar ben ik hier toch,” stamelde de oude man met zwakke stem. „Ik -droom toch niet?” - -„Je bent hier bij goede vrienden, en je droomt niet, Edwin Lark,” -antwoordde Raffles op vriendelijken toon. „Je bent heel zwak en je -moogt nu niet te veel praten.” - -En hierop deelde Raffles Lark met enkele woorden mede, wat er met hem -geschied was onder de peristyle van den Garrick-schouwburg. - -Lark had zwijgend toegeluisterd en keek Raffles nu met omfloerste oogen -aan. - -„Ik dank u, dat gij u over mij ontfermd hebt, mijnheer,” stamelde hij. -„Ik—ik—geloof dat ik mij dwaas gedragen heb, maar de zaak is—ik -gevoelde mij—mij zeer flauw en dan die koude....” - -Raffles keek hem zwijgend aan. - -Blijkbaar belette hem zijn trots, ronduit te bekennen, dat hij van -honger in zwijm was gevallen. - -Juist op dat oogenblik trad Charly Brand binnen. - -Raffles richtte op fluisterenden toon eenige woorden tot hem en -dadelijk verliet de jonge man het vertrek weder, om een oogenblik later -terug te keeren met een blad, waarop eenige schalen, een glas en een -flesch wijn. - -Met groote oogen keek Lark toe. - -Een blos begon zijn vermagerde wangen te kleuren. - -Hij zag hoe Raffles de flesch ontkurkte en een glas met donkerrooden -wijn vol schonk. - -Hij zag ook hoe de jonge man, dien hij niet kende, bezig was met het -snijden van koud vleesch. - -En ondanks zichzelf kwam het water hem in den mond. - -Nu trad Raffles glimlachend met het glas in de hand op het bed toe en -zeide op bemoedigenden toon: - -„Drink eens wat van den wijn, mijn waarde Lark. Hij zal u goed doen en -dan moet ge wat eten. Niet te veel echter, want dan zou het u kunnen -schaden.” - -„Maar mijnheer—ik weet niet, of....” begon Lark stotterend, terwijl de -blos op zijn wangen nog dieper werd. - -„Ik weet wat u thans bezielt, mijn vriend,” hernam Raffles met zachten -aandrang. „Maar ge moogt u niet door uw gevoel van eigenwaarde laten -weerhouden om dit van mij aan te nemen, en als gij u versterkt hebt, -deel mij dan eens mede, wat ik verder voor u doen kan. Het is toch -dwaas, dat iemand van uw kennis en stand op deze bitter harde wijze -zijn brood moet verdienen.” - -Lark keek Raffles met schuwen blik aan en zeide toen: - -„Hoe weet gij....” - -„Men heeft mij op de hoogte gebracht, mijn vriend. Gij zijt vroeger -modellenmaker geweest en door uw ernstige wonde, in den oorlog -opgedaan, kunt gij thans dat fraaie beroep niet meer uitoefenen. Ik -weet nog meer van u en gij moet mij toestaan u te helpen.” - -Een oogenblik bleef Lark onbewegelijk liggen. - -Toen begonnen zijn lippen te trillen en eensklaps barstte hij in een -hartstochtelijk snikken uit, dat zijn geheele vermagerde lichaam deed -schokken. - -Met de gezonde hand greep hij die van Raffles en riep snikkend: - -„Hoe lang is het niet geleden, mijnheer, dat men op deze wijze tot mij -armen ouden man sprak. O ik ben inderdaad nog niet zoo oud, maar ik ben -een grijsaard door lijden en nu ik u aanzie, ja, nu herken ik u. Gij -zijt Lord Aberdeen, dien ik reeds eerder op de trappen van den -schouwburg heb gezien, en dien men mij dadelijk heeft aangewezen. Nu -begrijp ik ook, waaraan ik het te danken heb, dat ik zoo liefderijk ben -opgenomen. Ik dank u. Ik dank u....” - -De oude man stamelde zijn dankbaarheid uit in onsamenhangende woorden, -overstelpt door dezen onverwachten keer in zijn leven, want hij had -reeds al te veel over Lord Aberdeen hooren spreken, om niet te weten, -dat deze zonderling zijn beschermeling niet halverwege in den steek -liet. - -Maar eindelijk kwam hij toch in zooverre weder tot bedaren, dat hij een -weinig van den wijn en van het versterkend voedsel kon nuttigen. - -Toen werd de brave Tower er bij geroepen en zoodra Lark hem zag, -begreep hij wel van wien de man, die hem in zijn woning had opgenomen, -die bijzonderheden uit zijn leven kende. - -Hij keek zijn collega eens glimlachend aan en zeide met een -aandoenlijke poging om te schertsen: - -„Daar lig ik nu Tower, als een prins.” - -„Ja, daar lig je nu, Lark, en als ik me niet bedrieg, dan is de ergste -tijd nu voor je voorbij, man.” - -Tower meende het zeker goed. Hij was niet bijzonder fijngevoelig, de -brave kerel. - -En er lag ook een ietsje van naijver in zijn stem, toen hij die woorden -uitsprak. - -Raffles had een scherp gehoor en die klank was hem niet ontgaan. - -Hij keek Tower eens onderzoekend aan en vroeg: - -„Wel vriend, hoe staan de zaken. Wat doe je voor den kost?” - -„Wat er zooal te doen valt, mijnheer,” antwoordde de man. „Sjouwen aan -de haven, nu eens in de steenkolen, dan weer in het graan, of soms in -het ijzer.” - -„Dus je bent los werkman?” - -„Erg los, mijnheer, erg los,” antwoordde Tower met een grimmig lachje. -„Het kon bijna niet losser. Ik heb niet veel adem overgehouden moet u -weten, al zie ik er ook sterk uit. Er zit een gat in mijn borst. Daarom -krijg ik niet voldoende lucht meer en word ik gauw moe.” - -„Een gat?” vroeg Raffles verbaasd. „Wat voor een gat dan?” - -„Wel, natuurlijk een kogelschot, mijnheer,” antwoordde Tower. - -„Dus jij bent ook al in den oorlog gewond,” riep Charly uit. - -„Bij het laatste offensief, mijnheer. Ik had volle vijf jaar gediend. -En bij de laatste bestorming van de Hindenburglinie kreeg ik drie -kogels bijna tegelijk, een in mijn dij, een in mijn wang—daarom ben ik -nu zoo’n mooie jongen, en een in mijn borst. Ze hebben me opgelapt, -zooals u ziet, maar de man van vroeger ben ik toch nooit meer -geworden.” - -„Wat was je vroeger?” vroeg Raffles. - -„Sjouwer, mijnheer, maar niet los, hoor, niet los. Ik kon toen tien uur -per dag de zwaarste vrachten sjouwen, zonder moe te worden, maar nu -gaat het niet meer, neen, het gaat niet meer.” - -Hij scheen ergens even diep over na te denken en vervolgde toen met een -zucht: „En daarom neem ik er van alles bij waar, mijnheer, waarbij ik -mijn gemak kan nemen. Zooals dat baantje van vanavond.” - -Raffles wierp snel Charly een veelbeteekenenden blik toe en zeide toen -op zachten toon: - -„Ik weet mij op dit oogenblik niet juist te herinneren, wie het gezegd -heeft, dat ook een gewonnen oorlog niets dan ellende en armoede brengt. -Maar de man had duizendmaal gelijk. Waar we ook het oog heen wenden, -zien we de vreeselijke gevolgen van dien gevloekten oorlog.” - -Hij staarde even met gefronste wenkbrauwen voor zich uit en richtte -toen de vraag tot Tower: - -„Ben je getrouwd?” - -„Ik heb een vrouw en zes kinderen.” - -„Nu, ik zal je in ieder geval niet vergeten, vriend Tower. Je hebt mij -en onzen vriend Lark hedenavond een grooten dienst bewezen en nu geloof -ik, dat onze zieke reeds ver genoeg is, om naar zijn woning te worden -vervoerd. Heeft het u goed gesmaakt, waarde Lark?” - -„Uitstekend, mijnheer. Ik wil er geen geheim meer van maken. In langen -tijd had ik geen vleesch geproefd. Ik was den smaak ervan geheel -vergeten.” - -„Dan zullen wij wel eens zien, of wij je dien smaak niet weder spoedig -kunnen bijbrengen,” zeide Raffles vriendelijk. - -Hij wendde zich weder tot Charly en zeide iets op zachten toon, waarop -de jonge man weder het vertrek verliet. - -Eenige minuten later werd Lark door Henderson weder naar beneden en in -de wachtende auto gedragen, waarin nu Raffles en Tower plaats namen. - -Charly, die bij den wagen de wacht had gehouden begaf zich weder in -huis, en de auto zette zich in beweging, nadat Henderson zich de -Crescentstraat als adres had laten opgeven. - -Bijna drie kwartier later reed de wagen een nauwe stille straat in een -der volksbuurten in. - -De huizen waren oud en vervallen. - -Henderson bracht de auto tot staan en wachtte tot Tower naast hem zou -komen plaats nemen, teneinde het huis aan te wijzen, waar Lark woonde. - -Eenige minuten nadat de wagen zich weder in beweging had gesteld, stond -hij stil voor een huis, dat nog ouder en vuiler scheen te zijn, dan -alle anderen in deze armoedige straat. - -Raffles sprong uit de auto, en hielp Lark, die nog zeer zwak was, op -zijn beurt om uit te stappen, waarbij hij hem den arm bood. - -Men behoefde zich niet de moeite te geven om aan te schellen, want de -huisdeur stond open. - -Raffles wendde zich nu tot Tower en zeide op gedempten toon, terwijl -hij hem een goudstuk in de hand drukte: - -„Het spreekt, vriend Tower, dat wij verplicht zijn, u uw winstderving -van hedenavond te vergoeden. Gij kunt nauwelijks op tijd bij den -schouwburg terug zijn, om daar de portiers der auto’s weder te openen. -Neem dit dus als vergoeding en noem mij het nummer van uw huis. Het -mocht eens te pas komen.” - -„No. 67, mijnheer,” zeide Tower met een grijns van blijdschap op zijn -breed goedig gezicht. „Als er iets voor mijnheer te sjouwen valt, dat -niet al te zwaar is, dan houd ik mij gerecommandeerd.” - -Tower tikte aan zijn pet en was het volgend oogenblik in de duisternis -verdwenen. - -Terwijl Henderson de auto op een hoek van een breedere straat deed -postvatten, besteeg Raffles met zijn beschermeling de steile trappen -van het oude huis, niet veel beter dan een krot. - -Het kostte heel wat moeite, maar ten slotte bereikten de twee dan toch -de vierde verdieping. - -Op het gerucht van hun schreden ging op het donkere portaal een deur -open. - -En in het lichtschijnsel vertoonde zich een mannelijke gestalte. - -Een welluidende stem vroeg: „Is u daar, mijnheer Lark?” - -„Ja, ik ben het, Jack,” antwoordde de oude man. „Is alles goed met -Nelly?” - -„Alles in orde mijnheer Lark, maar u is niet alleen?” - -„Neen, ik breng iemand mee, een goed vriend, Jack. Een heel goed -vriend.” - -De beide mannen hadden nu het portaal bereikt en stonden voor de deur, -die werd open gehouden door een jongen man met een sympathiek doch -zwaarmoedig gelaat, ongeveer vijf en twintig jaar oud en zeer eenvoudig -gekleed, hoewel men zien kon dat hij aan zijn schamele kleedij alle -mogelijke zorg besteedde. - -De drie mannen traden nu een zeer eenvoudig maar armelijk gemeubeld -vertrek binnen. - -De verlichting bestond uit een kleine petroleumlamp. - -Maar het was toch licht genoeg om een withouten tafel, een paar rieten -stoelen en een ijzeren veldbed te kunnen onderscheiden. - -Voor de ramen hingen een paar oude tot op den draad versleten lappen, -bij wijze van gordijnen. - -De vloer was kaal en liet de vermolmde planken zien. - -Aan de tafel zat een jong meisje. - -Zij kon ongeveer twintig jaar zijn. - -Heur haar was buitengewoon weelderig en blauwzwart. - -In het bleeke smalle gelaat, dat vroeger zeer schoon geweest moest -zijn, schitterden met ongewonen gloed twee donkere oogen, onder -onberispelijk geteekende wenkbrauwen. - -Het meisje scheen te spelen met een spel kaarten, waarvan zij huisjes -en allerlei voorwerpen bouwde, welke zij dan met een schril lachje -telkens omver wierp. - -Raffles was een uitnemend geneesheer. Op den eersten blik zag hij aan -de geheele uitdrukking van het bleeke gelaat, dat dit de dochter van -Lark moest zijn. - -Het was de uitdrukking van den waanzin.... - - - - - - - - -HOOFDSTUK III. - -HET VERHAAL VAN EDWIN LARK. - - -Het rampzalige jonge meisje had ternauwernood het hoofd opgeheven, toen -zij de deur hoorde open gaan. - -Maar toch liet zij een kinderachtig geluid van vreugde hooren, toen zij -haar vader herkende. Er sluimerde dus nog een vonk der edele rede -achter dat hooge voorhoofd, nog ongerimpeld en blank. - -Lark was haastig op zijn dochter toegetreden en streelde haar met -innige liefde over haar prachtig haar. - -Toen wendde hij zich tot Raffles, die bescheiden bij de deur was -blijven staan en zeide bewogen: - -„Dit is mijn eenig kind, mijnheer, mijn dochter Nelly. Dit jonge mensch -heet Jack Fieldman. - -„Hij is onze trouwe vriend, al jaren. Ik behoef volstrekt geen geheim -te maken van onze omstandigheden, mijnheer, en hier waar ge bij zijt, -wil ik het zeggen, dat Jack met onwankelbare trouw ons terzijde is -blijven staan, toen alles om ons heen in puin stortte.” - -„Zeg dat toch niet, mijnheer Lark. Ik deed dit alles zoo innig graag -voor U en voor Nelly. Zij was immers mijn collega.” - -„Uw collega?” vroeg Raffles verwonderd, terwijl hij naderbij trad en -Jack de hand toestak. „Wat is dan uw beroep als ik vragen mag.” - -„Hij is onderwijzer, mijnheer,” antwoordde Lark inplaats van Jack. „En -hij zou professor zijn, als hij maar zijn studiën had kunnen voltooien, -zooals het behoort.” - -„Wat heeft hem dan belet om dat te doen?” vroeg Raffles vol -belangstelling. - -Maar het volgende oogenblik had hij reeds berouw van zijn vraag. - -Jack werd bloedrood en wendde zich af. - -„Ik heb u gekwetst. Ik zie het,” zeide Raffles op zachten toon. „Neem -het mij niet kwalijk. Ik begrijp het nu. Maar laat mij dan zeggen, dat -armoede volstrekt geen schande is, en dat iemand, als gij schijnt te -zijn, voor niemand het hoofd behoeft te buigen. Wat was uw studie -onderwerp?” - -„De schoone letteren, mijnheer,” antwoordde Jack met schitterende -oogen, maar met trillende lippen. „O, ik kan u niet zeggen, hoe -heerlijk ik het had gevonden, als ik had kunnen uit studeeren—het mocht -niet.” - -Raffles keek even in het open schrander gelaat en vroeg toen weder: - -„Gij zijt zeker aan een openbare school?” - -„Ja, mijnheer.” - -„Ja, dan kan ik mij voorstellen, dat u de middelen ontbreken, u aan uw -lievelingsstudie te wijden,” hernam Raffles. „Boeken zijn nog al duur -en het bezoeken van een universiteit kost handen vol geld.” - -Hij wendde nu den blik naar het meisje, aan de tafel, dat reeds weder -in haar spel verdiept was en luid in de handen klapte wanneer het haar -gelukt was, een fraai huisje van de kaarten te bouwen, en zeide: - -„Miss Nelly is dus onderwijzeres geweest, voor dit vreeselijk ongeluk -haar trof?” - -„Ja, mijnheer. Aan een kostschool.” - -Raffles stond even in gedachten verdiept en zeide toen op meewarigen -toon: - -„Dat alles is wel verschrikkelijk—zulk een schoon, lieftallig jong -meisje.” - -Lark glimlachte flauwtjes, toen hij op eenigszins matten toon zeide: - -„Nelly is geen jong meisje, mijnheer. Ze is getrouwd.” - -„Wat zegt ge daar?” riep Raffles in de grootste verbazing uit. -„Getrouwd? Hoe komt het dan dat haar man niet voor haar zorgt?” - -„Dat zou hij misschien, neen zeker wel doen, mijnheer, als hij maar -wist dat ze in dien toestand is geraakt.” - -„Weet hij dat dan niet,” riep Raffles uit, wiens verbazing ieder -oogenblik toenam. „Hebt gij het hem dan niet dadelijk mede gedeeld? Was -hij er dan niet bij, toen uw dochter door dit vreeselijke werd -overvallen?” - -„Neen, mijnheer, daar was hij niet bij, die arme Donald.” - -„Maar hebt gij het hem dan niet geschreven? Al was hij aan het andere -einde van de wereld—als hij haar lief heeft, zou hij toch dadelijk -gekomen zijn, en hij zou haar nimmer meer hebben verlaten.” - -„Wij hebben hem eenmaal geschreven. Er kwam geen antwoord. De tweede -brief kwam terug met het opschrift op de enveloppe: „Vertrokken, met -onbekende bestemming.” Nu weten wij niet waar hij is.” - -Langen tijd bleef het stil na deze woorden. - -Raffles begreep niets van hetgeen hij zooeven vernomen had, maar hij -zag wel in, dat hier een geheim bestond, een droevig geheim, dat -misschien voor een gedeelte de oorzaak zou kunnen verklaren van den -noodlottigen waanzin, waardoor de jonge vrouw was aangegrepen. - -„Ik denk er niet aan, mij in uw familiezaken te mengen,” begon hij -weder op zachten toon, „maar gij wilt mij zeker wel zeggen, of uw -ongelukkige dochter kinderen heeft?” - -„Eén mijnheer.” - -„En woont dat kind ook bij u aan huis? Of hebt gij het misschien onder -de hoede gesteld van familieleden, die beter dan gij in staat zullen -zijn, er voor te waken en het op te voeden?” - -De mond van den ouden man begon zenuwachtig te trekken en hij scheen de -grootste moeite te hebben, zijn tranen te bedwingen, toen hij op doffen -toon antwoordde: - -„Wij weten niet waar het kind, waar de kleine Richard is, mijnheer.” - -Nu kon Raffles onmogelijk een luiden kreet van verbazing weerhouden. - -Hij staarde Lark ongeloofelijk aan als vreesde hij, dat ook de oude man -aan een tijdelijke zinsverbijstering leed en herhaalde toen: - -„Gij weet het niet? Gij weet dus niet waar de vader, en evenmin waar -zijn kind is. Weet hij dat dan?” - -„Hij weet het ook niet, mijnheer—of er zou een toevallige omstandigheid -moeten plaats vinden, die ondenkbaar is. Maar neem plaats en dan zal ik -het u alles verhalen. Gij hebt daarop het volle recht. En we hebben -volstrekt niets te verzwijgen.” - -„Ik wil het niet weten, mijn waarde Lark, indien het u ook maar de -minste opoffering zou kosten het mij mede te deelen,” hernam Raffles op -vasten toon. „Ik vermoed haast, dat hier een vreeselijk geheim schuilt, -nietwaar?” - -„Dat moogt gij wel zeggen, mijnheer,” hernam de oude man zuchtend. „Het -is een raadsel voor ons allen. Maar laat ik u naar vervolg verhalen. -Het zal mij misschien pijn doen, een oude wonde open te rijten, maar ik -acht mij gelukkig een man in vertrouwen te nemen, die getoond heeft, -zijn medemenschen te willen helpen, wanneer zij in nood en ellende -verkeeren. Wat Jack betreft, hij is op de hoogte van de geheele zaak en -hij heeft zelfs zijn beetje spaargeld uitgegeven, om te trachten eenig -spoor van den knaap terug te vinden.” - -De jonge man had den spreker snel het zwijgen willen opleggen, maar hij -kwam te laat. - -Nu vergenoegde hij er zich mede, afkeurend zijn hoofd te schudden. - -Raffles had hem op den schouder geklopt en zeide op ernstigen toon: - -„Het is heel mooi van u, wat gij gedaan hebt, mijnheer Fieldman. Zoo -iets vindt men ten huidige dage niet vaak meer en nu uw verhaal, Lark. -Wie weet kan ik u nog wel van dienst zijn.” - -„Gelooft gij dat werkelijk, Mylord?” vroeg de oude man, terwijl hij -schielijk het hoofd ophief en Raffles met zijn schier uitgedoofde -zwakke oogen aanzag. „Ik vrees.... ik vrees....” - -Hij had zich aan de tafel neergezet, en nam liefkoozend een der kleine -blanke handen van de jonge vrouw in de zijne. - -Toen begon hij: - -„Ik zeide u reeds, dat mijn dochter onderwijzeres was aan een -kostschool. Haar huwelijk, dat zes jaren geleden gesloten werd, hielden -wij voorloopig geheim, want ik moet u zeggen, dat mijn schoonzoon en -mijn kind het in den aanvang alles behalve breed hadden. Zij hadden -weinig anders dan hun liefde, en al was die oneindig groot, men kan er -niet alleen van leven. Natuurlijk zou mijn Nelly op de kostschool -dadelijk worden ontslagen, zoodra het bekend werd, dat zij gehuwd was -en omdat de twee jonge lieden haar salaris in den eersten tijd niet -konden missen, zoo verzwegen zij hun huwelijk.” - -„Niemand wist dus daar iets van?” vroeg Raffles die aandachtig -toeluisterde. - -„Niemand, behalve Jack, ik en nog een paar naaste bloedverwanten.” - -„En de ouders van uw schoonzoon natuurlijk,” gaf Raffles te kennen. - -„Neen, die wisten het niet,” zeide de oude man op zachten, onzekeren -toon. - -„Wisten die het niet?” kwam Raffles verwonderd. „Hij behoefde zich toch -voor zijn keuze niet te schamen.” - -Lark richtte zich fier op en zijn oogen schitterden, toen hij uitriep: - -„Neen zeker, dat behoefde hij niet en hij deed het ook niet. De zaak -is, dat hij in onmin leefde met zijn ouders. Hij had zijn vader na een -hevigen twist verlaten, naar het schijnt. Ik moet u zeggen, dat ik er -nooit het ware van geweten heb, en mijn kind trouwens ook niet. Donald -was daaromtrent zeer gesloten. Ik weet zeker, dat hij op zijn beurt een -geheim te verbergen had, dat hem zwaar op het hart drukte.” - -Lark wachtte even, scheen zijn gedachten te verzamelen en vervolgde -toen: - -„Ik hield bijzonder veel van hem en Nelly aanbad hem als het ware. - -„Hun huwelijk was zoo gelukkig als men het maar verlangen kon. Zij -waren voor elkander geschapen. Ik....” - -Maar hij kon niet voortgaan, want Jack was plotseling opgestaan en -zeide op eenigszins schorren toon: - -„Neem mij niet kwalijk, mijnheer Lark, en ook gij Mylord, ik moet nog -een bepaald aantal schriften van mijn leerlingen nazien. Ik hoop, dat -gij mij verontschuldigt.” - -„Slechts dan, wanneer gij mij belooft, dat gij mij dezer dagen eens -komt opzoeken,” zeide Raffles, terwijl hij den jongen man, wiens gelaat -verbazend bleek was geworden, de hand toestak. „Ik stel me voor, dat er -wellicht aan de studiezaak wel een mouw te passen is.” - -De hand die hij vasthield, beefde en de oogen van Jack Fieldman -glansden vochtig, toen hij ten antwoord gaf: - -„Ik—ik zal gaarne komen, Mylord. Adieu mijnheer Lark.” - -De jonge man wierp een snellen blik op de jonge vrouw, die het hoofd -had opgeheven en hem kinderlijk toelachte, en Raffles meende te zien, -dat zijn gelaat zich smartelijk vertrok. - -Nog eenigen tijd nadat de deur achter Jack Fieldman was dicht gevallen, -bleef het stil in het vertrek. - -Men hoorde niets dan het lichte gerucht van de kaarten, waarmede de -krankzinnige speelde. - -Toen hernam Lark, na een blik op de dichte deur geworpen te hebben, op -fluisterenden toon: - -„Gij zult het wellicht zelf reeds gemerkt hebben, Mylord. De arme -jongen is nog steeds doodelijk verliefd op mijn dochter....” - -„Zoo iets meende ik in zijn blik te hebben gezien,” zeide Raffles op -zachten toon. „Was dat al zoo, toen Nelly nog.... nog normaal was?” - -„Ja. Zij is altijd een goede vriendin voor hem geweest. Eenigen tijd -waren zij aan dezelfde school verbonden. Zij heeft hem menigmaal -ernstig onderhouden en hem bezworen, toch geen voet te geven aan het -gevoel, dat zij nimmer zou kunnen beantwoorden. Maar hij wilde niet -luisteren. Hij bleef haar aanbidden. Ook nog, toen zij reeds gehuwd -was. Maar zijn liefde was rein en zuiver. Hij viel haar nimmer lastig. -Pas toen het verschrikkelijke geschiedde en zij het verstand verloor, -kwam hij mij zijn diensten aanbieden. Hij was voor dien tijd slechts -zelden aangekomen. Blijkbaar wilde hij liever geen getuige zijn van -haar geluk, al gunde hij het haar ook van harte. Een zeldzame jongen, -Mylord. Een zeldzame jongen.” - -„Ja, wel zeldzaam,” bevestigde Raffles met een hoofdknikje. „Maar ga nu -voort met uw verhaal, waarnaar ik met de grootste belangstelling -luister.” - -„Wel, in den aanvang ging het goed, al had het beter gekund. Donald -vond tamelijk spoedig een betrekking, die voor hem geschikt was, al -leverde die niet al te veel op. Met wat zij als onderwijzeres -verdiende, kon zij rond komen. Ik was toen nog modellenmaker en -verdiende een goed loon. Ik was niet onbekwaam in mijn vak, ziet gij. -En toen kwam die vreeselijke oorlog....” - -Lark streelde eenigen tijd over de zwarte lokken van zijn kind en ging -met bevende stem voort: - -„Dat veranderde alles. Donald werd vrij spoedig opgeroepen, de kleine -Richard was toen twee jaar oud, maar een wonder scheen hem te -beschermen. Hij werd slechts licht gewond bij verschillende aanvallen -en kon dan telkens overkomen, om hier te worden verpleegd in bijzijn -van zijn vrouw en zijn kind, die hem iederen dag mochten bezoeken. Ik -zelf werd tenslotte ook nog opgeroepen, toen men letterlijk iedereen te -hulp riep, om den laatsten stormaanval op de sterke Duitsche linies te -ondernemen. Gij weet nu, wat ik daaruit heb overgehouden. Wat Donald -betreft, hij werd op het allerlaatste oogenblik zwaar gewond. Een paar -dagen maar voor de wapenstilstand onderteekend werd. Gij kunt u de -wanhoop van Nelly voorstellen. Zij hield zoo innig veel van hem. Maar -gelukkig kwamen spoedig berichten, die meldden dat zijn leven in ieder -geval geen gevaar zou loopen, en al zou de genezing heel langzaam in -haar werk gaan, er was echter geen sprake van, dat hij vervoerd zou -mogen worden. Hij werd naar een hospitaal, dicht achter de linie -vervoerd. Chantilly heette de plaats. O, ik zou dien naam niet kunnen -vergeten, al zou ik het willen. Hij is als met een stalen stift in mijn -hersens gegrift.” - -Weer wachtte de oude man even. - -Zijn oogen hadden een strakke uitdrukking gekregen en de pupillen -hadden zich verwijd. - -Nadat hij eenigen tijd in gedachten verzonken had gezeten, steeds met -de eene hand over de zwarte lokken van het waanzinnige meisje -streelend, ging hij voort: - -„Omstreeks een half jaar geleden kon Nelly eindelijk gehoor geven aan -haar hartewensch, naar Frankrijk gaan, om daar haar zieken echtgenoot -te bezoeken. Ze hadden een gelukje gehad, ziet gij. Op een loterijlot -was een prijs gevallen, iets van tachtig pond. Toen stond ons besluit -vast. Wij zouden met ons drieën naar Frankrijk gaan. O, geloof maar, -dat Nelly het eerder, reeds veel eerder zou hebben gedaan, indien het -slechts mogelijk ware geweest. Maar wij moesten in dien tijd zeer -zuinig zijn, want ik was onbekwaam om te werken en alles wat ik -beproefd had, liep op niets uit. Ik was en bleef een invalide, die voor -de gemeenschap niets meer waard is. Wij maakten dus alles voor de reis -in gereedheid en scheepten ons in naar Calais....” - -„Een oogenblik. Ge hadt zeker uw schoonzoon van te voren gewaarschuwd?” - -„Neen, dat deden wij niet. Wij wilden hem verrassen. Het ging hem reeds -veel beter en over twee weken zou hij uit het ziekenhuis worden -ontslagen. Ons plan was dan ook die weken met hem door te brengen en -een kleine reis langs de slagvelden te maken.” - -„Toen gij op reis ging, hoe lang was het toen geleden, dat gij het -laatst van Donald gehoord had?” - -„Twee weken. Toen schreef hij ons nog een langen brief, waarin al zijn -vurige liefde voor vrouw en kind aan den dag kwam. Ik bewaar dien brief -als een heilig aandenken.” - -„Was het een militair hospitaal, waarin uw schoonzoon verpleegd werd?” - -„Het was een ziekenhuis van de stad.” - -„Ik dank u, zoudt ge nu verder willen gaan?” - -„Wij kwamen zonder ongevallen in Calais aan. Mijn dochter sprak -voortreffelijk Fransch en in mijn dienstjaren daar ginds heb ik ook een -mondje Fransch leeren spreken. Wij reisden eerst naar Parijs, -overnachtten daar en gingen den volgenden dag verder en toen wij uit -den trein stapten aan het station van Chantilly, toen gebeurde het -ongeloofelijke.” - -Lark hijgde van opwinding, toen hij deze woorden uitsprak. Zijn mond -was krampachtig vertrokken en zijn oogen hadden een uitdrukking van -vrees en tevens van woeste wraakzucht. - -„Gij zoudt gelooven, dat zooiets in een beschaafden staat onmogelijk -was, Mylord. Want het gebeurde bijna op klaarlichten dag. Dicht bij het -station stond een auto gereed. Daarin zaten drie mannen, de pet diep in -de oogen gedrongen. Ik weet het nog heel nauwkeurig. Het is in mijn -ziel gegrift. Een van de mannen sprong er uit en draaide den motor op -gang. Natuurlijk zou dat in gewone omstandigheden niets beteekend -hebben, en ik zag het dan ook, zonder het bepaald te zien. De tweede -man, die uit de auto sprong, snelde regelrecht op ons toe en greep den -kleinen Richard. Het geschiedde zoo snel, dat wij nog niet eens -beseften, wat er eigenlijk aan de hand was, toen reeds de auto in -pijlsnelle vaart weg reed. Ik zal u niet beschrijven, hoe mijn dochter -deze plotselinge, onverklaarbare ontvoering opnam. Het was -verschrikkelijk. Zij gilde, zij gedroeg zich als een waanzinnige, zij -rukte zich de haren uit, en dadelijk kwamen van alle kanten menschen op -haar gegil aanloopen. Wij moesten haar naar een apotheek brengen en -haar bijbrengen. Natuurlijk was aanstonds de politie gewaarschuwd en -naar alle richtingen werden telegrammen gezonden. Pas veel later -vernamen wij dat de auto onderweg van gedaante veranderd moest zijn en -dat ook de roovers zich vermomd hadden. Maar de ergste slag zou nog -voor ons te wachten staan. Veel later dan wij gedacht hadden begaven -wij ons naar het ziekenhuis. Gij kunt wel begrijpen in welken toestand. -Maar wij moesten den vader toch op de hoogte gaan brengen, eer alle -hoop vervlogen scheen, om de roovers nog snel in te halen.” - -Lark snakte naar adem en had moeite zijn stem te beheerschen, toen hij -uitriep: - -„Toen wij aan het ziekenhuis kwamen, vernamen wij daar, dat Donald -reeds een week geleden was vertrokken. Men wist ook niet wanneer en of -hij wel zou terug keeren, want hij had volstrekt niets gezegd.” - -Raffles keek den ouden man met groote verbazing aan. Wat hij ook -verwacht mocht hebben, die mededeeling zeker niet. - - - - - - - - -HOOFDSTUK IV. - -NADERE INLICHTINGEN. - - -Lark had het hoofd op de borst laten zinken en tranen druppelden over -zijn ingevallen wangen. - -Zijn stem had allen klank verloren, toen hij stamelde: - -„Dat was meer, dan Nelly kon verdragen, die reeds geheel overstuur was -door de ontvoering van den kleinen Richard. De plotselinge mededeeling -beroofde haar van het verstand. Gij kunt u mijn toestand zeker wel -voorstellen, Mylord. Daar ginds in een vreemd land met slechts een -geringe reispenning, die spoedig zou zijn geslonken tot niets als wij -er al te lang bleven. Mijn besluit was dan ook spoedig genomen. Ik -deelde aan de politie van Chantilly dadelijk mede, wat er geschied was, -met gebruikmaking van een tolk, want de hevige ontsteltenis scheen mij -beroofd te hebben van mijn geheele kennis van de Fransche taal. Ik gaf -mijn adres op aan de directie van het hospitaal en daarop ging ik met -mijn ongelukkig kind naar Londen terug. O, die reis zal ik nimmer -vergeten. Denk eens, slechts weinige dagen tevoren waren wij innig -gelukkig over datzelfde kanaal gekomen, in het vooruitzicht, nu spoedig -allen weder vereenigd te kunnen worden en nu keerde ik terug met een -krankzinnige en zonder kleinkind.” - -„Ja, dat moet vreeselijk voor u geweest zijn,” zei Raffles op zachten -toon. „En daarna hebt gij niets meer van uw schoonzoon gehoord?” - -„Niets. Ik zeide u reeds zooeven dat ik een paar malen geschreven had, -meenende dat hij nu wel terug gekeerd zou zijn van zijn zonderlinge -afwezigheid waarvan ik niets begreep. Ik kreeg geen antwoord. Jack is -mij bij dit alles trouw behulpzaam geweest, want ik kende geen Fransch -en stelde de brieven, die ik naderhand eveneens aan de directie van het -ziekenhuis richtte, op. Wat Nelly betreft—ik wendde mij, teruggekomen, -dadelijk tot een der beste psychiaters, maar hij kon mij slechts zeer -weinig troost geven—van genezing langs den natuurlijken weg kon geen -sprake zijn—er bestond echter een zeer geringe kans, dat mijn kind even -plotseling haar verstand weder zou terug krijgen als zij het verloren -had, wanneer een of andere zeer hevige aandoening haar plotseling -aangreep.” - -„Ja, zooiets komt meer voor, wanneer de waanzin veroorzaakt is door -plotselinge schrik of ontzetting,” zeide Raffles met een hoofdknik. „De -gevallen zijn echter zeldzaam, dat moet ik er bij voegen. En wilt gij -mij nu toestemmen, u eenige vragen te stellen?” - -„Vraag wat gij wilt, Mylord—ik zal er zoo goed mogelijk op antwoorden.” - -„Hebt gij u niet aanstonds in verbinding gesteld van de ouders van -Donald Webster?” - -„Hoe kon ik dat, Mylord?” riep de oude man wanhopig. „Ik wist niet eens -waar zij woonden.” - -„Dat had Donald u dus nimmer gezegd?” - -„Nooit.” - -„Wist u dochter het niet?” - -„Dat weet ik niet—maar ik geloof het niet. Donald bewaarde steeds een -streng stilzwijgen aangaande zijn vroeger leven en zijn ouders. En -Nelly aanbad hem. Zij dacht er niet over, hem te vragen naar dingen, -die hem blijkbaar zeer pijnlijk waren.” - -„Toen de roof van den kleinen Richard te Chantilly plaats had—werd toen -in het geheel niet door de roovers gesproken—ik meen—hebt gij niet -kunnen waarnemen van welke nationaliteit zij waren?” - -„Zij spraken Engelsch, Mylord!” riep Lark uit. „Dat weet ik met de -meeste beslistheid. Het waren Engelschen! Twee hunner waren dat zeker.” - -„Nu, het is niet veel, maar het is tenminste een aanknoopingspunt.” - -Raffles zat eenigen tijd in diepe gedachten verzonken en hernam toen: - -„Uw schoonzoon heeft dus in het leger gediend—welken rang had hij -bereikt?” - -„Hij was kapitein, toen hij gewond werd, Mylord.” - -„Bij welk regiment stond hij?” - -„Bij het 127-ste, van de Argyll en Sutherland Highlanders.” - -„En was hij daar kapitein bij?” vroeg Raffles met eenige verbazing. -„Indien ik mij niet vergis, dienen bij het regiment van dien naam zoo -goed als uitsluitend officieren van adel.” - -„Dat meende ik ook Mylord—maar ik verzeker u, dat Donald volstrekt niet -van adel was. O! dat wijst immers zijn naam reeds uit.” - -„Ja—natuurlijk,” hernam Raffles nadenkend. „Zeg eens hebt gij hier -misschien de oproeping bij de hand—ik meen van Webster, om zich bij -zijn regiment te voegen?” - -„Zulk een oproeping is hier bij mijn weten nooit ontvangen, Mylord! -Donald is het voor geweest en heeft zich dadelijk ter beschikking -gesteld van de legerautoriteiten.” - -„Goed en wel—maar dan moet er toch later een bericht zijn afgezonden. -Dat geschiedt steeds. Men plaatst u maar niet aanstonds ergens, nadat -gij u zijt komen aanmelden!” - -„Ik wil u gaarne gelooven, Mylord—maar ik heb zulk een oproeping nooit -gezien—Nelly zeker ook niet.” - -„Nu dan heeft Webster ze zeker in de bus gevonden, of op andere wijze -in handen gekregen, zonder dat gij het gemerkt hebt,” hernam Raffles -peinzend. „Webster was zeker nog heel jong, toen hij met uw dochter -trouwde?” - -„Twee-en-twintig jaar, Mylord!” - -„Dat is wel zeer jong! Hij heeft natuurlijk eerst als soldaat gediend -en is door zijn buitengewone bekwaamheid tot kapitein opgeklommen?” - -„Neen, hij kwam dadelijk als luitenant bij zijn regiment.” - -„Als luitenant,” herhaalde Raffles, wiens verbazing toenam. „Hoe is dat -mogelijk. Dan moet hij op de militaire academie geweest zijn.” - -„Dat kan ik u niet zeggen, Mylord. Ik weet het niet.” - -„Hij sprak daar dus nooit over?” - -„Nooit.” - -„Merkwaardig,” mompelde Raffles voor zich heen. „Wat kan hier achter -schuilen.” - -Hij keek den ouden man een oogenblik aandachtig aan en vroeg toen -weder: - -„Hebt gij hier misschien nog eenige uitrustingstukken, die aan uw -schoonzoon hebben toebehoord?” - -„Ja, er moet in die kast daar ginds nog een pet en een korte jas -hangen.” - -Lark was reeds opgestaan en ging de kast openen. - -Hij zocht even tusschen de kleedingstukken en haalde toen een korte -militaire jas en een pet te voorschijn, welke hij voor Raffles op de -tafel neder legde. - -Deze bekeek de pet en de schouderkleeding van de jas even en zeide toen -op een toon, die geen tegenspraak duldde: - -„Het is, zooals ik dacht, mijn waarde Lark. Uw schoonzoon heeft de -militaire academie bezocht en de leerlingen van die school behooren -voor het overgroote deel tot den adel.” - -„Maar dat is bijna onmogelijk, Mylord,” riep Lark uit. „De naam Webster -is toch zeker geen adellijke naam.” - -„Neen, dat is het zeker niet,” zeide Raffles glimlachend. „Maar wie -zegt U dat het zijn werkelijke naam was?” - -Lark antwoordde niet dadelijk, maar keek Raffles met groote oogen vol -verbazing aan. - -Toen barstte hij uit: - -„Niet zijn eigen naam, Mylord? Maar wat zou hem dan toch wel kunnen -bewegen mijn kind onder een valschen naam te trouwen?” - -„Ik zeg niet, dat hij het gedaan heeft, waarde Lark. Ik denk het zelfs -niet. Maar hoe dan ook. Wij kunnen hieromtrent zekerheid verkrijgen.” - -„Op welke wijze dan?” - -„Eenvoudig door de registers van den Burgerlijken Stand in te zien.” - -„Maar als hij zijn waren naam genoemd had, dan zou Nelly dien toch -hebben moeten hooren,” riep Lark uit, die er nu hoe langer hoe minder -van begreep. - -„Dat is volstrekt niet noodzakelijk. Hij kan zijn papieren op het -stadhuis heel goed in orde hebben gemaakt, zonder dat zij er bij was.” - -Raffles zweeg nu geruimen tijd, terwijl de oude man in diepe gedachten -verzonken was en stond toen eensklaps op, terwijl hij zeide: - -„Luister eens, mijn waarde Lark. Er schuilt achter dit alles een -geheim, dat gij gaarne zoudt oplossen, nietwaar?” - -„Maar dat spreekt vanzelf, Mylord,” antwoordde Lark. „Ik weet volstrekt -niet wat ik van dit alles denken moet.” - -„Op dit oogenblik weet ik weinig meer dan gij, al vermoed ik wel het -een en ander.” - -„Donald heeft nooit iets laten blijken, dat hij een ander was, dan -waarvoor hij zich uitgaf.” - -„Dan had hij zeer bijzondere redenen, het verborgen te houden,” hernam -Raffles op ernstigen toon. „En nu moet ik u nog enkele dingen vragen, -alvorens u te verlaten. Onder welke omstandigheden leerde Donald uw -dochter kennen?” - -„Heel eenvoudig. Hij jaagde met eenige vrienden in de buurt van de -kostschool waar zij les gaf. Zij maakte juist een wandeling met een -klasse en bij die gelegenheid verstuikte zij erg haar voet, toen zij -over een groote kei uitgleed. Hij hielp haar en later....” - -„Ja, ja, ik begrijp het wel,” zeide Raffles glimlachend. „Zoo, zoo, dat -was dus nog in den tijd dat Donald zich aan het edele jachtvermaak kon -wijden. En zeg mij nu eens, van welken aard de betrekking was, welke -hij hier in het begin van zijn huwelijk kreeg.” - -„Machineteekenaar op een fabriek, Mylord. Ik meen dat hij voor officier -bij de genie gestudeerd had, maar wegens de hoogloopende twist met zijn -vader, die hem iedere ondersteuning onthield, kon hij zijn studie niet -voortzetten. Nu, ik geloof niet dat de goede Donald voor iets anders -geschikt zou zijn, dan voor kantoorwerk,” voegde de oude man er -glimlachend aan toe. „Hij had zulke fijne dameshanden. Het was -heelemaal een heer, op en top.” - -„Ei zoo. Luister eens, mijn waarde Lark. Na alles wat ge mij van hem -verteld hebt, gevoel ik veel sympathie voor uw schoonzoon, en daarom -wil ik alles in het werk stellen om zijn spoor en dat van den kleinen -Richard terug te vinden. Ik zal geen moeite sparen. Het geldt hier het -levensgeluk van een geheel gezin en ik ruik hier een misdadig opzet, -waarvan ik de beteekenis slechts half vermoed....” - -Lark had met tranen in de oogen de hand van zijn weldoener gegrepen en -riep nu uit: - -„Dat is meer dan waarop ik ooit had durven hopen, Mylord. O, ge weet -niet wat het zeggen wil wegens nijpend geldgebrek niet in staat te zijn -zelf een onderzoek in te stellen naar lieden, die u het dierbaarst hier -op aarde zijn. Zeker, de Fransche recherche zal moeite doen, het spoor -te vinden, maar tot dusverre zijn haar pogingen toch vruchteloos -geweest.” - -„De Fransche recherche beschikt wellicht niet over de middelen, -waarover ik beschik, Lark,” hernam Raffles glimlachend. „Wij spreken -dus af, dat ik met mijn trouwen secretaris, mijnheer Brand, reeds -morgen naar Frankrijk vertrek en ik beloof u dat ik u aanstonds bericht -zal zenden per telegraaf, zoodra ik iets ontdekt heb.” - -„Dan moge de hemel u beloonen, Mylord,” zeide de oude man met trillende -lippen. - -„Het is echter noodzakelijk, dat gij uw krachten spaart, waarde Lark. -Gij zult mij nu veroorloven, daarvoor te zorgen. Nog heden zal ik met -een mijner vrienden spreken, die een groote fabriek heeft en waar juist -een betrekking vacant is, welke gij zeer goed zoudt kunnen vervullen en -die u een behoorlijk loon zal opleveren. Neen, bedank me niet, het -heeft niets te beteekenen. Morgen ontvangt ge nader bericht van mij.” - -Raffles drukte den man, die weende van vreugde om dezen plotselingen -ommekeer in zijn droef bestaan, krachtig de hand en had het volgende -oogenblik het vertrek verlaten. - -Terwijl hij naar de wachtende auto liep, mompelde hij voor zich heen: - -„Nu zal het zaak zijn, die vriend met die groote fabriek inderdaad te -vinden. Nu, dit is mijn minste zorg. Op de Windsor-club zullen wel -eenige leden zijn, die hun vice-president Lord William Aberdeen gaarne -van dienst zullen zijn.” - -Henderson stond met de groote auto nog juist op dezelfde plaats te -wachten. - -„Snel naar huis, Henderson,” beval Raffles. „Heb je goed op het huis -gelet, waar ik zooeven ben binnen gegaan?” - -„Ik zou het met gebonden oogen weten te vinden, Mylord.” - -„Goed zoo, je zult er dadelijk weer heen moeten om een flinken voorraad -levensmiddelen te brengen aan dien ongelukkigen man en ook wat geld.” - -Raffles stapte in en de auto zette zich in beweging.— — — - -Een half uur later ongeveer stond de wagen weder voor het heerenhuis in -de Regentstreet stil. - -Raffles vond Charly in de bibliotheekkamer, een zeer groot vertrek, -waarvan de vier wanden schuil gingen achter zeer hooge boekenkasten, -welker bovenste planken men slechts kon bereiken, door middel van een -rollende ladder. - -Er bevonden zich hier meer dan veertien duizend boeken en een groot -aantal daarvan was van wetenschappelijken aard. - -Want de Gentleman-Inbreker was niet alleen een man van verfijnden -smaak, die zijn heerlijke Stradivarius-viool op meesterlijke wijze -bespeelde, zeer goed schilderde, en een uitgebreide kennis van -wereld-literatuur had, maar hij zou, indien het hem lustte, als -geneesheer mogen practiseeren, wijl hij zijn studies reeds jaren -geleden voltooid had. - -Tenslotte was hij een volleerd chemicus en bezat ook de ingenieurkunst -slechts weinig geheimen voor hem. - -Charly Brand was dadelijk opgestaan van de sofa, waar hij lag te lezen -en begroette Raffles met een krachtigen handdruk. - -„Is alles in orde met je nieuwen beschermeling?” vroeg hij. - -„Lichamelijk is alles met hem in orde,” antwoordde Raffles. „Maar voor -die man zich gelukkig kan rekenen, zal er nog heel wat moeten -geschieden. Er is in zijn leven of liever in dat van zijn rampzalige -dochter een geheim, dat om opheldering vraagt.” - -En nu deelde Raffles Charly alles mede, wat hij in de woning van den -armen man vernomen had. - -„Een vreemde geschiedenis. Welk doel zou Webster er mede gehad hebben, -zijn naam te verzwijgen, zelfs voor zijn eigen vrouw.” - -„Ja, wie kan dat zeggen? Hij zal er wel een grondige reden voor hebben -gehad.” - -„Waarop steun je eigenlijk je vermoeden, dat de naam Webster niet zijn -eigen naam is?” - -„Wel, er zijn verscheidene dingen, die voor mijn opvatting pleiten,” -antwoordde Raffles. „Het begon reeds bij zijn trouwen. Zijn vrouw heeft -blijkbaar nooit een blik kunnen slaan in zijn papieren, die zeker zijn -ware identiteit zouden aantoonen. Hij kende geen bepaald vak, had voor -officier gestudeerd maar had de studie moeten opgeven wegens een twist -met zijn vader, die voor het geld zorgde. - -„Zijn handen waren fijn en welverzorgd, een bewijs, dat hij nog nimmer -handenarbeid had verricht. Hij bezocht de militaire academie, waar -bijna alleen adellijke jongelui komen en het regiment, waar hij -dadelijk als luitenant bij geplaatst werd, is er een, dat geen -burgerlijke officieren duldt. En als men hem zal oproepen, dan is het -oproepingsbevel nergens te vinden, want natuurlijk zou daar zijn ware -naam op vermeld staan, en dien wilde hij tot iederen prijs voor zijn -vrouw verborgen houden naar het schijnt.” - -„Je kunt wel gelijk hebben, Edward,” hernam Charly peinzend, „maar ik -zou toch wel meer tastbare bewijzen willen hebben.” - -„Wel, die kunnen wij morgen zoeken op het stadhuis.” - -„Op het stadhuis?” - -„Natuurlijk. Als hij niet wil, dat zijn huwelijk volkomen onwettig zou -zijn dan moest hij in ieder geval onder zijn eigen naam trouwen. Men -heeft hem trouwens natuurlijk om zijn familie-papieren gevraagd. Welnu, -dan hebben wij niets anders te doen dan in de registers van den -burgerlijken stand naar den naam Lark te zoeken.” - -„Welzeker!” riep Charly uit. „Daar had ik niet aan gedacht! Op die -wijze moet je zijn eigen naam vinden. Maar dat zal ons toch niet kunnen -verklaren, waarom die man verdwenen is. Wat kan hem bewogen hebben, zoo -eensklaps van vrouw en kind te vluchten.” - -„Wie zegt, dat hij gevlucht is?” kwam Raffles bedaard. „Er kan wel iets -anders met hem geschied zijn.” - -„Iets anders?” herhaalde Charly verbaasd. - -„Zeker! Hij kan bijvoorbeeld een ongeluk gehad hebben, of men heeft hem -overvallen, misschien wel gedood—in ieder geval kunnen wij aannemen, -dat zijn terugkeer naar het ziekenhuis verhinderd is door -omstandigheden, niet van zijn wil afhankelijk.” - -„Natuurlijk kunnen wij dat!” riep Charly uit. „Maar ik begrijp niet -goed, waarom men hem uit het ziekenhuis liet gaan, terwijl hij nog niet -geheel genezen kon zijn, anders zou hij er niet terug behoeven te -komen!” - -„Dat is niet zoo heel verwonderlijk. Wanneer een militair uit een -ziekenhuis wordt ontslagen dan moet hij zich in menig geval nog eens -komen aanmelden. Bovendien stond hier de zaak anders. Naar het schijnt -heeft Webster, zooals wij hem tot nader order zullen blijven noemen, -verlof gevraagd om het ziekenhuis te verlaten, blijkbaar voor een -gewichtige zaak, waarover hij zich echter niet nader schijnt te hebben -uitgelaten, met de belofte, dat hij zou terug keeren, teneinde zijn -rustkuur geheel uit te maken. Daar hij zoo goed als genezen was, heeft -men daar ginds in Chantilly niet het minste bezwaar gemaakt, aan zijn -verzoek gehoor te geven. Nu, wij zullen dit alles spoedig genoeg tot in -bijzonderheden weten.” - -„Hoe zoo?” vroeg Charly. - -„Wel, wij gaan morgen, zoodra hier in Londen ons onderzoek is -afgeloopen, naar Chantilly. Ik heb het Lark beloofd.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK V. - -BELANGRIJKE ONTDEKKINGEN. - - -Wanneer de avontuurlijke geest van den Gentleman-Inbreker hem tot een -of andere onderneming noopte, dan rustte hij niet, of hij had er een -begin van uitvoering aan gegeven, zooals het met een rechtsterm heet. - -Zijn scherp vernuft had aanstonds verraad en misdaad vermoed achter de -vreemde omstandigheden, welke gepaard gingen met het raadselachtige -vertrek van kapitein Webster uit het ziekenhuis van Chantilly en -ontvoering van diens zoontje in dezelfde Fransche plaats. - -En zijn rechtvaardigheidsgevoel—zijn edel hart—ook al zou hij het zelf -nimmer hebben willen toegeven—brachten hem er toe zich dadelijk in -dienst te stellen van den ongelukkigen man, die zoo vreeselijk en -plotseling door het noodlot was getroffen, juist toen eindelijk het -geluk weder zijn intrede in zijn huis zou doen, na bange jaren van -onzekerheid en vrees. - -Zoo geschiedde het dan ook, dat hij reeds den volgenden morgen, door -Charly Brand vergezeld, zeer vroeg naar het stadhuis reed, teneinde -daar zijn onderzoek te beginnen. - -Alleen het noemen van zijn naam was voldoende, hem aanstonds toegang te -geven tot het reusachtige archief, waar hem een der klerken ter -beschikking werd gesteld. - -En nu begon het doorbladeren van eenige lijvige folianten, waarbij ook -Raffles en Charly zich niet onbetuigd lieten, maar dapper meezochten, -nadat de klerk op de hoogte was gebracht. - -Het duurde lang, daar men alleen den naam van de vrouw wist, maar juist -toen de Fransche ouderwetsche hangklok in het deftige vertrek de eerste -van zijn tien slagen liet hooren, liet Charly een luiden kreet hooren -en riep uit: - -„Ik heb het gevonden, Mylord.” - -„Laat eens hooren,” verzocht Raffles, wiens blijdschap zich alleen -verried door een weinig verhoogde gelaatskleur. - -Charly hief het zware register een weinig naar het licht van het hooge -raam, waarbij hij stond en las met zijn heldere stem voor: - - - „„Op 23 Mei 1914 gehuwd Donald Reginald Armstrong Sealyham, zoon - van Armstrong Geoffrey John Graaf Sealyham, zeventiende Hertog van - Sutherford, met Petronella Mary Stefany Lark, dochter van Edwin - William Lark” en dan komen de jaren der geboorte en zoo meer.” - - -Raffles was naderbij getreden en luisterde aandachtig. - -Zijn gelaat verried echter volstrekt geen verbazing. - -Klaarblijkelijk had hij iets dergelijks verwacht. - -Toen Charly het zware boek weder neder legde, trad Raffles er op toe, -en schreef snel alle namen over, benevens den datum van het huwelijk. - -Met een tevreden gelaat klapte hij zijn notitieboekje weder dicht en -zeide, zich tot den klerk wendend: - -„Dat was een vervelend werk voor je, vriend. Ziehier een kleinigheid, -om je daarvoor te troosten.” - -En hij drukte den man een goudstuk in de hand, welke rijke gift den -klerk nog jaren later met groote geestdrift van zijne Lordschap William -Aberdeen deed gewagen. - -Maar reeds hadden Raffles en Charly het machtige gebouw weder verlaten, -waar zij zulke kostbare inlichtingen hadden verkregen. - -Toen zij weder op straat stonden, zeide Raffles: - -„Het schijnt dus dat mijn vermoeden juist is geweest. Onze jeugdige -vriend Donald Sealyham schijnt het ouderlijk huis vol verbittering den -rug te hebben toegekeerd en zelfs zijn naam te hebben willen vergeten. -En nu zullen wij eens spoedig in onze eigen boekerij opzoeken, of wij -niets anders omtrent de Sealyhams kunnen vinden.” - -Zij stonden nu voor de wachtende auto met den onverstoorbaren Henderson -achter het stuurwiel, en de reus kreeg bevel hen weder naar de -Regentstreet te rijden. - -Daar gekomen begaven zij zich aanstonds naar de bibliotheek, waar -Charly uit een der kleinere kasten een uit fraai juchtleder gebonden -boek nam, dat uitsluitend gewijd was aan den Engelschen adel. - -Hij zocht even in het register en bladerde haastig in het boek. - -Na even te hebben gezocht, riep hij uit: - -„Hier heb ik al, wat wij noodig hebben. Graven van Sealyham, sedert -1476 Hertogen van Sutherford. Een der oudste geslachten van Schotland, -veel grondbezit. De mannelijke afstammelingen dienden veeltijds bij het -leger of de magistratuur. En wacht eens. Hier heb ik Graaf Armstrong -Geoffrey John, den vader van onzen kapitein. Zoo, Donald schijnt zijn -eenige zoon te zijn.” - -„Dat wist ik,” zeide Raffles, die in een gemakkelijken stoel had plaats -genomen en met de beenen over elkander geslagen, kalm zijn sigaret -rookte. - -„Wist je dat?” vroeg Charly verbaasd. „Hoe kon je dat weten?” - -„Eenvoudig door te redeneeren. Als hij niet de eenige zoon was, -behoefde men zijn kind niet te ontvoeren, want dat zou dan geen doel -hebben.” - -„Daar begrijp ik niets van,” riep Charly verbluft uit. - -„Je zult het later wel begrijpen. Misschien reeds vandaag al,” -antwoordde Raffles glimlachend. „Lees maar eens verder. Ik wilde weten, -waar de oude graaf op dit oogenblik verblijf houdt.” - -Charly vestigde zijn oog weder op de bladzijde, welke hij had -opgeslagen en vervolgde: - -„Dit is een uitgave van het jaar 1918. In dat jaar woonde hij op zijn -landgoed bij Hastings, op de zuidkust van Engeland. Hij schijnt een -groot jager te zijn en houdt niet bijzonder veel van de stad en haar -vermaken.” - -„Leeft zijn vrouw nog?” - -„Ja,” zeide Charly, na een blik in het boek te hebben geworpen, -„tenminste nog in het jaar 1918.” - -„Dan gaan wij er nu dadelijk heen. Het treft, dat Hastings als het ware -op onzen weg naar Frankrijk ligt.” - -„Denk je daar misschien Donald te vinden?” - -Raffles keek Charly hoofdschuddend aan en antwoordde: - -„Als ik dat dacht, zou ik rijp zijn voor een gekkenhuis, mijn waarde. -Geloof je, dat Donald Sealyham zijn vrouw dan al dien tijd zonder -bericht zou laten, terwijl uit alles blijkt, dat hij haar innig lief -had? Geloof je dat hij daar een, twee, drie weer vrede maakt met zijn -vader? Neen, ik weet wel bijna zeker, dat wij hem daar niet zullen -vinden. Maar de vader kon ons misschien een aanwijzing geven—wie weet -of hij zelf wel iets weet van de zonderlinge verdwijning van zijn -eenigen zoon. Kun je soms in dat boek nazien of de oude graaf ook nog -in den oorlog heeft gediend?” - -„Hij is tenminste kolonel van een regiment Horseguards.” - -„Hoe oud is hij?” - -„Een en zestig jaar.” - -„Dan is het heel goed mogelijk, dat hij ook aan den wereldoorlog heeft -deelgenomen, want toen die uitbrak was hij pas vijf en vijftig. En nu -wij weten, wat we willen weten, laten wij ons reisvaardig maken, -Charly. Wij gaan met de reisauto naar Hastings. Henderson zal ons -rijden. Wie weet of wij hem in Frankrijk nog niet noodig hebben.” - -„Dat zou ik wel denken, want de ontvoerders van den kleinen Richard -zijn natuurlijk schurken geweest.” - -„Dat spreekt vanzelf, maar ik ben er van overtuigd, dat zij niet voor -eigen rekening optraden, maar in opdracht van derden. Nu, dat zullen -wij nog wel uitvinden. Zorg er voor, dat er vermommingen worden mede -genomen en ik zou ook Busto, den braven speurhond, wel willen -medenemen. Misschien kan hij ons nog van dienst zijn.” - -„Wanneer wil je vertrekken?” - -Raffles raadpleegde even zijn horloge en antwoordde toen: - -„Dadelijk na de lunch. Dan hebben wij nog tijd alles voor onze kleine -onderneming in orde te maken.” - -Hij was uit den stoel opgesprongen. Een en al veerkracht en -ondernemingsgeest. - -Zijn grijze oogen schitterden opgewekt in het scherp geteekende gelaat. - -Charly, aangestoken door dien ijver, haastte zich, Henderson op de -hoogte te gaan brengen van de aanstaande reis. - -Zooals hij wel had kunnen voorzien, bleef de reus over die mededeeling -volkomen kalm. - -Een reisje met de auto naar Frankrijk beteekende in het geheel niets. -Maar hij zou evenmin eenige verwondering aan den dag hebben gelegd, -indien Charly hem was komen zeggen, dat hij zich gereed moest houden, -om over een kwartier naar Peking of Nova Zembla scheep te gaan. - -Hij begaf zich dus naar zijn heiligdom, de groote garage, die achter in -den tuin stond, en begon de reisauto, een grooten grijsgelakten wagen, -die plaats bood voor acht personen, gereed te maken. - -Charly haastte zich naar de slaapkamer en pakte daar zijn valies en een -koffer met dubbelen bodem, waarin de noodige zaken voor een vermomming -verborgen konden worden. - -Om half een werd geluncht en een half uur later droeg Henderson de -bagage in de auto. - -Raffles en Charly vergewischten zich nog eens dat zij hun revolvers -niet vergeten hadden en daarop stapten zij in. - -Henderson had zijn bevelen reeds gekregen en stuurde den wagen met -vaste hand door de drukke straten van Londen. - -Een half uur later reed de auto door de zuidelijke voorsteden en -bereikte toen den breeden lommerrijken straatweg, die naar de zuidkust -voert. - -Hoewel de herfst reeds had ingezet, was het weder nog bestendig en -zeldzaam warm. - -Het was dan ook een verrukkelijke tocht en de beide vrienden genoten -volop en spraken weinig, verzonken als zij waren in den aanblik van het -schoone landschap van deze streken van Old England. - -Henderson „hield niet van treuzelen,” zooals hij het plat uitgedrukt -noemde en zoo bereikte de groote reiswagen reeds drie uur later de oude -fraaie havenstad Hastings. - -Na eenige informaties wisten de reizigers daar tamelijk spoedig te -ontdekken waar het landgoed van Graaf Sealyham gelegen was. - -Het heette „Primros Castle” en was gelegen aan een grooten zijweg van -den straatweg, van Londen naar Hastings. - -De auto moest dus weder op haar weg terug keeren. Na een half uur -rijden werd een zijweg ingeslagen en geen kwartier later zagen de drie -mannen de torens van het grafelijke kasteel boven het geboomte -uitrijzen. - -Primros Castle bleek een uitstekend bewaard gebleven specimen van -middeleeuwsche bouwkunst te zijn en er was slechts weinig aan -gerestaureerd. - -Alleen was er in den lateren tijd een vleugel bijgebouwd, die in stijl -eenigszins afweek van het oorspronkelijke gebouw. Een machtig kasteel -met torens, kanteelen en overblijfselen van de oude vestinggracht, die -er in vroegere eeuwen omheen had geloopen. - -Rondom het kasteel strekte zich een groot park uit, dat door een hoog -hek van den weg was gescheiden. - -De auto stond stil. - -Henderson verliet zijn zetel en belde aan. - -Het duurde eenigen tijd voor er een oude bediende verscheen, met licht -haar en gebogen rug. - -De man naderde langzaam en liep blijkbaar niet al te goed. - -Hij moest minstens zeventig jaar zijn en was blijkbaar reeds een -menschenleeftijd in dienst van het grafelijk geslacht der Sealyhams. - -Eindelijk stond hij voor het hek. - -Het scheen of hij met wantrouwenden blik de groote auto en hare -inzittenden monsterde. - -„Is je meester thuis en te spreken, mijn vriend?” vroeg Raffles vanuit -de auto. - -„Mijn meester is thuis, maar ik weet niet of hij ontvangt,” antwoordde -de oude bediende met slepende stem. - -„Ga dan eens spoedig vragen. Zeg dat het een zaak van het grootste -gewicht geldt. Hier is mijn kaartje.” - -Henderson nam het visitekaartje aan, dat Raffles uit een kleine -marokijne portefeuille had genomen en gaf het den bediende. - -Deze wierp er tersluiks een blik op en zeide: „Ik zal uw verzoek gaan -overbrengen, Mylord.” - -En met die woorden strompelde hij weg. - -Raffles wierp Charly een veelbeteekenenden blik toe, en zeide op -zachten toon: - -„Naar het schijnt ontvangt de graaf niet veel bezoeken. Die oude -bediende scheen onze komst maar half aangenaam te vinden.” - -„En wat is het hier stil en bijna droevig,” zeide Charly, die een blik -in het geheel verlaten park had geworpen, waar de hooge boomen roerloos -te droomen schenen. - -„Ja, het lijkt het verblijf van de smart,” hernam Raffles op gedempten -toon. „Het is of hier alle vreugde voor goed verdwenen is, door een of -andere booze macht.” - -Het duurde vrij lang voor de bediende weder verscheen. - -Zonder een woord te spreken, opende hij niet zonder moeite het groote -hek, zoodat de auto kon binnen rijden en langs het oprijpad het breede -terras kon bereiken. - -Hier werden de bezoekers opgewacht door een buttler, die al weinig -jonger scheen te zijn dan de bediende die het hek had geopend. - -Raffles en Charly stegen uit en beklommen het terras. - -De buttler boog zwijgend voor hen, begeleidde hen door de groote hall, -waar een gedempt licht heerschte, door een aantal breede gangen en -langs eenige trappen naar de tweede verdieping van het kasteel. - -Op dien ganschen weg waren zij niemand tegen gekomen. - -Geen enkel gerucht deed zich hooren in het groote huis. - -En Charly maakte bij zich zelf de opmerking, dat het niets anders moest -zijn geweest in het betooverde kasteel van de schoone slaapster.... - -Eindelijk stond de buttler stil voor een hooge eikenhouten deur. - -Hij klopte aan en opende tegelijk de deur. - -„Lord William Aberdeen,” kondigde hij met een matte stem aan. - -De twee vrienden traden binnen en de buttler sloot de deur weder achter -hen. - - - - - - - - -HOOFDSTUK VI. - -DE OUDE VADER. - - -Zij bevonden zich in een vertrek met een hooge uit eikenhouten balken -bestaande zoldering. - -Ook de wanden waren tot manshoogte met eikenhout beschoten, dat door -den tijd bijna zwart was geworden. - -In een der wanden bevond zich een reusachtige schoorsteen, waar ondanks -de warmte daarbuiten een groot haardvuur brandde. - -Dicht bij een der drie groote ramen stond een man, wiens haar zoo wit -was als sneeuw. - -Hij moest vroeger een rijzig man zijn geweest, maar de jaren, of de -smart hadden hem voor zijn tijd gebogen. - -Zijn gelaat had een strenge, maar tevens zwaarmoedige uitdrukking. - -Het was zeer bleek en met diepe rimpels doorploegd. - -Die man was graaf Armstrong Sealyham. - -Hij kwam zijn bezoekers een paar passen tegemoet en daarbij kon Raffles -waarnemen, dat hij moeilijk liep en zich daarbij van een stok moest -bedienen. Blijkbaar was hij in den oorlog gewond. - -Met een heesche stem zeide de graaf: - -„Neem plaats, heeren en zeg mij, aan welke reden ik wel de eer van uw -bezoek moet toeschrijven. Ik wil er geen geheim van maken, dat dit huis -niet gewend is, gasten, of zelfs gewone bezoekers te zien. Het is geen -opgewekt huis, ziet gij?” - -De oude graaf had deze woorden op bitteren toon gezegd, terwijl hij een -zenuwachtige beweging met de linkerhand maakte. - -Raffles en Charly hadden plaats genomen. - -En nu begon de Groote Onbekende op ernstigen en zachten toon: - -„Ik hoop, graaf, dat gij ons niet zult beschouwen als onbescheiden -indringers, mijn secretaris, mijnheer Brand en mij. Wat ons hierheen -brengt, dat is oprechte belangstelling in.... in een uwer naaste -bloedverwanten.” - -„Een mijner naaste bloedverwanten,” herhaalde graaf Sealyham langzaam -en op doffen toon. „Gij moet u vergissen. Ik heb in het geheel geen -bloedverwanten, Mylord.” - -„Zoo? Dan zou ik mij dus hebben vergist? Ik meende zeker te weten, dat -gij een volwassen zoon hadt.” - -Deze weinigen woorden schenen den ouden man hevig te treffen. - -Hij wankelde, drukte de hand op het hart en liet een kreunenden zucht -hooren. - -Maar daarop herstelde hij zich aanstonds weder en keek Raffles met -doordringenden blik aan, zoo mogelijk nog bleeker dan tevoren. - -„Ik weet niet, wat gij bedoelt, Mylord, ik heb geen zoon,” zeide hij. - -„Kom graaf, zou uw geheugen u parten spelen,” hernam Raffles -hoofdschuddend. „Gij hebt een zoon, die Donald heet, die als kapitein -bij een regiment Argyll en Sutherland Highlanders aan den oorlog heeft -deel genomen, die juist even voor het sluiten van den wapenstilstand -gewond werd en sindsdien verpleegd werd in het militaire ziekenhuis te -Chantilly in Frankrijk, vanwaar hij een paar maanden geleden met -onbekende bestemming weder vertrokken is.” - -Met gebogen hoofd en een diep smartelijke uitdrukking op het witte -gelaat had de oude graaf toegeluisterd, maar bij de laatste woorden -hief hij eensklaps het hoofd op en keek Raffles met een starenden blik -aan. - -Hij deed een paar stappen op den bezoeker toe, en zeide toen met -bevende stem: - -„Ik zeg u dat ik geen zoon meer heb, Mylord. Hij is dood.” - -„Misschien is hij dood voor u, graaf, en dat is bitter te betreuren,” -zeide Raffles op ernstigen toon, „maar ik verzeker u, dat Donald zich -nog slechts weinige maanden bevond in het ziekenhuis te Chantilly.” - -„In het ziekenhuis te Chantilly?” herhaalde de graaf als het ware -automatisch terwijl een verschrikte schuwe uitdrukking in zijn oogen -kwam. „Maar dat is onmogelijk,” barstte hij uit. „Hij is dood, zeg ik -u, gesneuveld bij Permes, bij de laatste bestorming. Geen zes maanden -geleden is het geschied.” - -„Waarom denkt gij dat?” vroeg Raffles, den ouden man strak aanziende, -daar hij vreesde, dat de onzekerheid omtrent het lot van den verstooten -zoon hem misschien van zijn verstand had beroofd. - -„Waarom ik het denk?” schreeuwde de oude graaf nu, bevende over al zijn -leden. „Waarom ik het denk? Wilt gij mij gek maken? Ik heb er toch de -bewijzen van.” - -„Welke bewijzen?” - -„De officieele aankondiging van zijn dood, onderteekend door zijn -regimentschef Sir Easton.” - -„Als dat zoo is, graaf, als dat inderdaad zoo is, dan heeft hier een -laaghartig bedrog plaats gehad,” riep Raffles op luiden toon. „Dan -heeft men u met een doel, dat ik begin te doorzien, op de ellendigste -wijze om den tuin geleid. Want dan zeg ik u, dat dat bewijs niets waard -is, dat de aankondiging vervalscht is.” - -Raffles had nog niet geheel uitgesproken, of de graaf stiet een doffen -kreet uit, waarin alles weerklonk, wat zijn vaderhart in de laatste -maanden had gemarteld, berouw, vrees, toorn, smart.... en zou -neergestort zijn, wanneer Charly niet haastig was opgevlogen en hem in -zijn armen had opgevangen. - -Dadelijk droegen de beide mannen den ongelukkigen man naar een breede -lage sofa, terwijl Raffles aan het schelkoord trok, dat naast de deur -hing. - -Even later trad de bejaarde buttler binnen, die een uitroep van schrik -liet hooren en op zijn meester wilde toeijlen. - -Maar Raffles weerhield hem met een gebaar en beval: - -„Breng water, alsmede vlugzout, snel. Uw meester is flauw gevallen.” - -De man snelde heen en keerde spoedig terug met het gevraagde. - -Raffles en Charly hadden intusschen de kleederen van den bewustelooze -los gemaakt om hem zooveel mogelijk lucht te verschaffen. - -Zij maakten nu zijn pols nat en wreven zijn slapen met azijn en water, -terwijl Charly hem een kleine flacon met vlugzout onder den neus hield. - -Na enkele minuten kwam graaf Armstrong weder bij. - -Hij sloeg langzaam de oogen op en scheen Raffles tot diens blijdschap -dadelijk te herkennen. - -Hij richtte zich overeind, door de beide bezoekers gesteund, en -mompelde op zwakken toon: - -„Ik geloof, dat ik zooeven mijn bewustzijn heb verloren, Mylord. Neem -het mij niet kwalijk. Het voegt een oud soldaat niet, maar het was -sterker dan ik. Wat gij daar zeidet greep mij vreeselijk aan.” - -Hij had den buttler in het oog gekregen, die nog altijd ongerust aan -het voeteneinde van de sofa stond en vervolgde met sidderende stem: - -„Denk eens aan, Mice—Mylord Aberdeen zeide mij daareven, dat mijnheer -Donald niet gevallen is.” - -„Niet gevallen?” stamelde de buttler, bevend van ontroering. „Zou dat -mogelijk zijn, graaf?” - -„Het is niet alleen mogelijk, vriend, het is zoo,” zeide Raffles. - -„Dat—dat is bijna te mooi om waar te kunnen zijn, graaf,” kwam het -bevend over de lippen van den getrouwen dienaar. „Mag ik het dadelijk -over vertellen graaf en mevrouw de gravin, moet het haar niet aanstonds -worden mede gedeeld?” - -„Dat in geen geval,” riep Raffles haastig uit. „En spreek er vooral met -niemand over. Het is van het grootste belang, dat er voorloopig niets -bekend wordt, dat mijnheer Donald niet door den vijand gevallen is. -Later zal u wel blijken, waarom. En laat mij nu nog even met den graaf -alleen. Ik heb zeer gewichtige en naar ik hoop goede dingen met hem te -bespreken.” - -De oude buttler verwijderde zich haastig, misschien wel om de tranen te -verbergen, die hem naar de oogen waren gedrongen, nadat hij nog een -schuwen, haast smeekenden blik op zijn meester had geworpen, die niet -aan het scherpe oog van John Raffles was ontgaan. - -Zoodra de deur achter den getrouwen bediende was dichtgevallen, richtte -de oude graaf zich geheel op en vroeg op hartstochtelijken toon: - -„Wat weet gij nu, Mylord. Wat vermoedt gij. Waarom denkt gij, dat men -mij bedrogen heeft en wat zou daar de reden van kunnen zijn.” - -„Ik zal het u zeggen, graaf. Maar laat mij beginnen met u mede te -deelen, dat ik hier optreed, niet namens mijzelf, maar voor iemand, die -u zeer na aan het hart moet liggen, uw kleinzoon.” - -„Mijn....” begon de graaf, maar hij beëindigde den zin niet, maar -verborg het gelaat in de handen en liet een kermenden zucht hooren. - -„Ja, graaf, uw zoon is gehuwd en heeft een kind, maar denkt niet dat -gij nu reeds aan de grens staat uwer smarten. Neen, er wacht u nog meer -droefheid, maar laat ik u alles in volgorde verhalen, het zal dan aan u -staan of u mij vertrouwen wilt en mij zeggen hoe het mogelijk was, dat -gij niet eens geweten hebt, waar uw zoon zich ophield.” - -En nu deelde Raffles den graaf mede, op welke wijze hij in kennis was -gekomen met Edwin Lark en diens rampzalige dochter. - -Hij verheelde niet, niets van de armoede, welke hij in de kleine woning -in de Crescent-street had aangetroffen, niets van den toestand waarin -de vrouw van Donald zich bevond. - -Graaf Armstrong had met strakke oogen en onbewegelijk gelaat -toegeluisterd. - -Toen Raffles alles had medegedeeld bleef de ongelukkige man geruimen -tijd als een steenen beeld zitten, ten prooi aan diepe smart. - -Gekrenkte trots, ouderliefde, wrok en mededoogen voerden fellen strijd -op zijn gelaat. - -Eindelijk hief hij het hoofd op en begon: - -„Het is edel van u, dat gij u in dienst van dien armen man hebt willen -stellen, Mylord, en nu zult gij ook alles hooren. Wie weet kunt gij mij -enkele raadselachtige zaken ophelderen, die mij volkomen duister zijn.” - -Hij wreef zich met de vermagerde hand over de oogen en vervolgde: - -„Gij zult natuurlijk reeds geraden hebben, dat een hevige twist mij van -mijn eenigen zoon heeft vervreemd. Wij beiden hebben een trotsch, -onafhankelijk karakter en buigen doen wij niet spoedig, ook niet voor -elkander. Het is spoedig verteld. Een zestal jaren geleden ontmoette -mijn zoon een onderwijzeresje van een kostschool, louter door toeval. -Laat ik dadelijk zeggen, dat dit de vrouw moest zijn, die thans zoo -vreeselijk getroffen is in haar verstand. Hij deelde mij mede, dat hij -haar wilde huwen. Gij zijt zelf van adel, Mylord, gij kunt misschien -beseffen, met welke kracht ik mij tegen die verbintenis verzette. Daar -kwam bij, dat ik juist een andere keuze voor mijn zoon had gedaan, maar -hij wilde niet toegeven. Er vielen harde woorden over, van die woorden, -die een kloof ondempbaar schijnen te maken....” - -Weer wachtte de oude graaf even om met een pijnlijken zucht te -vervolgen: - -„Ik ontstak in hevige drift en joeg hem weg. Ik onthield hem zelfs zijn -toelage, zoodat hij dadelijk de militaire academie moest verlaten, toen -hij juist den rang van luitenant had behaald. Hij ging, zelf bleek van -woede en drift en wij hebben elkander sedert dien vreeselijken dag -nimmer terug gezien. Ik wist zelfs niet dat hij gehuwd was, ofschoon ik -het wel kon vermoeden. Om haar immers had hij zijn vader en moeder -verlaten.” - -„Zij zijn gelukkig geweest, graaf,” zeide Raffles op zachten toon. - -„Dat—dat is— — —” stamelde de oude man, „het verheugt mij, dat het zoo -gegaan is. Maar laat ik verder gaan. De oorlog brak uit. Natuurlijk nam -ik dadelijk dienst. Ik ontving hier ook den oproep aan mijn zoon, maar -kon het stuk niet opzenden, daar ik immers niet wist waar hij -vertoefde.” - -„Daarom dus is die oproep nooit te Londen ontvangen,” mompelde Raffles -zacht voor zich heen. - -„Ik vernam echter reeds weinige dagen later dat mijn zoon zich dadelijk -bij zijn regiment had aangemeld, en toen Mylord, toen greep er -langzamerhand een groote verandering in mijn binnenste plaats. Het -besef dat mijn eenig kind zou kunnen sneuvelen, voor ik hem had terug -gezien, de smart van mijn arme vrouw, die met den dag vermagerde, het -inzicht dat ik toch misschien niet geheel en al in mijn recht was -geweest, toen ik mijn zoon verbood te doen, wat hij als zijn -levensgeluk beschouwde, dat alles deed mij het hoofd buigen. Ik stond -mijn vrouw toe, dat zij Donald schreef....” - -„Gij hadt hem dus tenslotte meenen te vinden?” - -„Na verloop van tijd wist ik tenminste waar zijn regiment was, een -streek in Vlaanderen, na den ongelukkigen veldtocht op Gallipoli te -hebben gemaakt.” - -„Wanneer schreef de gravin voor de eerste maal op uw verzoek?” - -„Ongeveer twee jaar na het uitbreken van den oorlog.” - -„Wist gij dan toen zeker dat uw zoon nog in leven was?” - -„Ja, wij lazen in de bladen, dat hij eervol vermeld was.” - -„Dat geschiedde natuurlijk onder zijn waren naam?” - -„Ja, het stond in de Times en andere groote bladen. Op dien brief -hebben wij echter nimmer antwoord ontvangen.” - -De oude graaf zuchtte diep en wischte de oogen af. - -Daarop vervolgde hij. - -„Mijn vrouw schreef nog tweemaal. Daarop schreef ik zelf. Ik wachtte -bijna een maand en schreef nogmaals en steeds geen antwoord. Zijn trots -scheen hem nog altijd te beheerschen en toch zweer ik u, dat ik hem -gaarne aan het hart had gedrukt, in dien tijd. Maar toen geschiedde er -iets nog veel ergers. Ik zelf werd zwaar gewond en moest den dienst -verlaten. Mijn vrouw deelde het Donald onmiddelijk mede en meende -stellig, dat hij nu wel komen moest. Het kon immers slecht met zijn -vader zijn afgeloopen. Maar hij kwam niet. Mijn vrouw schreef hem een -smeekenden brief. Hij bleef weg.” - -„Hoe—wist gij zeker, dat hij toen nog in leven moest zijn?” - -„Mijn neef, die bij de administratie was, kwam ons vaak bezoeken en -deelde het mij mede. Hij was bij dezelfde brigade, jaren achtereen.” - -„Uw neef behoorde dus tot dat regiment.” - -„Ja.” - -„Wat was zijn functie, meer in het bijzonder?” - -„Hij was bij den veldpost-dienst.” - -„Hoe heet uw neef?” - -„Edward Little.” - -„Waar is hij nu. Ik zou hem zelf gaarne eenige vragen stellen.” - -„Dat kan ik u niet zeggen. Wij hebben hem nu in geruimen tijd niet -gezien. Wellicht blijft hij uit een gevoel van tact weg in den eersten -tijd.” - -„Een gevoel van tact,” herhaalde Raffles. „Hoe zoo?” - -„Wel, hij is mijn eenige erfgenaam. Hij moet mijn fortuin en titel -erven.” - -„Ei zoo. - -„Dat wil natuurlijk zeggen, wanneer Donald inderdaad niet meer tot de -levenden zou behooren.” - -„O Mylord, ik wenschte zoo vurig, dat gij in het gelijk zoudt worden -gesteld. Maar hoe kan ik nog twijfelen met het doodsbericht in de lade -van mijn schrijfbureau.” - -„Zou ik die aankondiging eens mogen zien?” vroeg Raffles. „Geloof mij, -het is geen nieuwsgierigheid. Ik wil mij slechts overtuigen of het stuk -wel echt is.” - -Graaf Armstrong stond op en strompelde naar zijn groote schrijftafel, -dat tusschen twee der ramen stond. - -Hij haalde een sleutelbos te voorschijn, opende een lade, zocht daar -even in en trok toen een papier naar zich toe, dat hij ontvouwde en -Raffles toestak. - -Deze onderzocht het papier nauwkeurig en zeide na eenigen tijd: - -„Het formulier is zonder eenigen twijfel echt. De mededeeling draagt -het gebruikelijke hoofd en het is ontwijfelbaar officieel briefpapier -van het regiment, waarbij uw zoon stond. Nu blijft slechts de vraag te -beantwoorden, wie dit stuk heeft geschreven, of onderteekend.” - -„Het is de onderteekening van den regimentschef Sir Easton, Mylord.” - -„Het is te betreuren, dat hij niet zelf meer in staat is om te zeggen, -of hij zelf inderdaad dit stuk heeft geteekend, in ieder geval staat -het als een paal boven water, dat uw zoon leefde, toen dit stuk -verzonden werd, graaf.” - -„Maar wie kan dat gedaan hebben?” riep graaf Armstrong op wanhopigen -toon. „Welke laaghartige schurk kan ons zoo ellendig bedrogen hebben en -met welk doel.” - -„Wel graaf, dat moet natuurlijk iemand geweest zijn, die er groot -belang bij had, dat gij uw zoon inderdaad dood waande. Uw neef, om maar -eens iemand te noemen.” - -Het was goed, dat een stoel in de nabijheid van den ouden man stond, -want hij had niet de kracht zich overeind te houden bij het hooren van -deze woorden. - -„Mijn neef,” fluisterde hij op heeschen toon, de handen tot vuisten -gebald. „Dat zou ongelooflijk zijn. Hij was altijd goed en voorkomend -voor ons. Hij wist ons steeds te troosten als wij ons over het -stilzwijgen van onzen zoon beklaagden. Hij wist zelf niet wat hij er -van moest denken.” - -„Was uw neef rijk?” vroeg Raffles, zonder acht te slaan op den uitroep -van den ouden man. - -„Hij was in ieder geval welgesteld, maar ik wil wel erkennen dat hij -zeer veel geld noodig had.” - -„Hij was zeker reeds een tamelijk bejaard man?” - -„Waarom denkt gij dat. Hij is nog geen dertig.” - -„O, ik dacht het, omdat hij in het leger een post bekleedde, die hem -ver van ieder gevaar hield,” zeide Raffles losjes. - -„Ach, Edward Little behoorde niet tot de sterksten,” zeide graaf -Armstrong vergoelijkend. „Hij meende, dat hij zijn land ook op die -wijze van nut kon zijn.” - -„Ja, ja, ieder zijn meug. Dus die jonge man wordt nu van welgesteld -zeer rijk, nietwaar, natuurlijk tenzij blijkt, dat uw zoon nog leeft en -terug gevonden wordt. Er is echter iets, dat mij bij deze gansche zaak -niet geheel en al duidelijk is. Als uw zoon aan zijn vrouw en -schoonvader alleen bekend was onder den naam Webster, hoe konden zij -dan weten, dat hij ziek lag in een hospitaal te Chantilly, waar hij -immers opgenomen moest zijn onder den naam van zijn vader?” - -„De eenige oplossing is, dat hij zijn regimentschef in het geheim heeft -genomen en hem verzocht heeft zijn aangenomen naam ook onder dienst te -mogen blijven dragen, natuurlijk behalve in officieele stukken.” - -Raffles bleef even in gedachten zitten en vervolgde toen: - -„Kende uw neef en uw zoon elkander goed?” - -„Zij kenden elkander, maar zij hebben nooit al te goed met elkander -overweg gekund,” antwoordde de oude graaf. „Hun karakters liepen nog al -uiteen.” - -„Het is dus mogelijk, dat zij onder dienst in aanraking met elkander -zijn geweest?” - -„Dat is zelfs zeker. Edward schreef ons vaak, dat hij mijn zoon had -gezien of gesproken.” - -„En hij zorgde voor de brieven, nietwaar?” - -„Ja, dat was zijn taak.” - -„Hij zou dus bijvoorbeeld brieven kunnen beletten hun bestemming te -bereiken, eenvoudig door vernietiging.” - -Graaf Armstrong gaf geen antwoord en staarde Raffles geruimen tijd met -een uitdrukking van hevige afschuw in zijn oogen aan. Toen barste hij -uit: - -„Ik durf—ik kan niet gelooven, wat gij mij daar te verstaan wilt geven, -Mylord. Het is te afschuwelijk om er aan te denken.” - -„O, het menschelijk gemoed heeft zeer diepe en duistere afgronden, -graaf,” zeide Raffles schouderophalend. „De boosheid van het -menschelijk hart is menigmaal niet te peilen. Het moet voor uw neef -inderdaad vrij gemakkelijk zijn geweest, bij het uitzoeken der brieven, -de uwe, zoowel als de zijne te verduisteren. Hij had natuurlijk ook -briefpapier, met het hoofd van het regiment er op gedrukt, onder zijn -berusting.” - -Aan zooveel laagheid scheen hij nimmer te hebben gedacht. - -„Luister graaf,” hernam Raffles met vaste stem. „Het staat voor mij -vast, dat wij hier te doen hebben met een sluw bedacht complot. Het was -natuurlijk niet voldoende, dat uw zoon van het tooneel verdween—ook -zijn zoon moest verdwijnen en geve God dat het niet voor goed is -geweest.” - -Graaf Armstrong werd lijkbleek en wilde iets zeggen, toen de deur weder -geopend werd en de buttler met zijn vlakke stem aandiende: - -„Mijnheer Edward Little vraagt, of u hem ontvangen kunt.” - -Charly stond reeds op, teneinde zich bescheiden terug te trekken, maar -Raffles wendde zich fluisterend tot den ouden graaf en zeide, zoodat de -buttler het niet kon hooren: - -„Ik verzoek u dringend, uw neef hier te ontvangen—in onze -tegenwoordigheid. Praat echter vooral niet over hetgeen wij zooeven -hebben behandeld. Hij mag niet het geringste vermoeden. Laat het -voorkomen, alsof wij hier juist in de buurt zijn gekomen en u een -beleefdheidsbezoek komen brengen.” - -De graaf knikte en zeide tot den buttler, die op den drempel van de -deur was blijven wachten: - -„Verzoek mijn neef hier te komen.” - -De buttler ging heen en liet een oogenblik later Edward Little binnen -treden. - -Hij was een man van dertig jaar ongeveer, maar die er ouder uitzag, met -slappe trekken, dun gezaaid haar, en een weinig gebogen rug. - -Hij bleef een oogenblik in de deuropening stil staan toen hij de hem -onbekende bezoekers ontwaarde en fronste even de wenkbrauwen. - -Toen trad hij met uitgestrekte hand op den graaf toe en zeide -opgeruimd: - -„Goeden dag, oom. Lang geleden sinds ik u gezien heb. Ik maak gebruik -van de gelegenheid dat ik hier in de buurt ben, om u even de hand te -komen drukken.” - -„Daar doe je goed aan, Edward,” zeide de graaf, zonder zijn neef aan te -zien. „Laat ik je even voorstellen aan Lord William Aberdeen en zijn -secretaris, mijnheer Charles Brand, die hier een huis hebben gehuurd en -mij de eer bewijzen van hun eerste bezoek.” - -De heeren bogen zwijgend voor elkander en Raffles keek in een paar -eigenaardig schitterende groenzwarte oogen, die in het geheel niet bij -het bleeke fletse gelaat schenen te passen. - -Hij wilde een nietszeggende beleefdheidsfrase uiten, toen een zwak -gekreun hem haastig het hoofd deed omwenden. - -De oude graaf had zijn hand op het hart gedrukt en scheen een -bezwijming nabij. - -Raffles schoot toe, om hem te ondersteunen, maar de graaf weerde hem -glimlachend af en zeide op zachten toon: - -„Het gaat al weer over—laat maar—ik ken die aanvallen—de dokter weet -niet wat het is—ik denk dat het de naderende ouderdom zal zijn.” - -Raffles keek den graaf onderzoekend aan, schudde even het hoofd en -daarop zetten de heeren zich, om een gesprek over de jacht te beginnen. - -Little scheen echter veel haast te hebben, want hij stond na een -kwartier reeds weder op, en zeide, terwijl hij een klein pakje uit den -zak haalde en het zijn oom overhandigde: - -„Hier is uw tabak, oom. Ik heb ze ditmaal zelf maar meegebracht, -inplaats van ze u te sturen, zooals gewoonlijk. Ik moet nu afscheid van -u nemen, want ik heb een afspraak met eenige vrienden. Over eenige -dagen hoop ik een paar dagen te komen logeeren.” - -Hij drukte zijn oom de hand, boog stijf voor Raffles en Charly en -verliet het vertrek. - -Onmiddellijk trad Raffles op den graaf toe en fluisterde: - -„Geef mij die tabak mede. En beloof mij, dat gij nimmer meer iets zult -aanraken, wat door de handen van dien man is gegaan.” - -„Groote God, wat wilt gij zeggen, Mylord?” vroeg graaf Armstrong, -bleeker dan een lijk. - -„Voorloopig vermoed ik nog slechts, graaf. En nu verlaten wij u. Kom -snel mede, mijnheer Brand. Wij moeten weten, waar die Edward Little -blijft.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK VII. - -HET WONDER DER LIEFDE. - - -Dadelijk verlieten de beide vrienden het kasteel en zij kwamen juist -bijtijds buiten, om te zien, hoe Edward Little in een kleinen -jachtwagen wegreed, die met twee fraaie paarden bespannen was. - -„Rijdt dat wagentje na, Henderson,” beval Raffles zich tot den reus -wendend, „maar zorg zooveel doenlijk, dat die man ons niet ziet.” - -De twee vrienden stapten in en de auto zette zich in beweging. - -Het jachtwagentje was het groote hek reeds uitgereden, dat door den -bediende met het witte haar voor hem werd open gehouden. - -De man wilde het juist weer sluiten, toen hij de groote auto zag -aankomen. - -Henderson stuurde den wagen behendig door het hek en reed den straatweg -op, het jachtwagentje achterna, waar, behalve Edward Little, nog een -groom zat, die echter gelukkig naast zijn meester en niet op het -achterbankje gezeten was, daar hij in dat geval de auto voortdurend zou -hebben gezien. - -Binnen tien minuten wist Raffles, dat Little naar Hastings reed. - -Een uur later hield het jachtwagentje voor het station stil, waarop -Little van den bok sprong, na den groom te teugels te hebben -overgegeven. - -Zonder om te zien trad hij het stationsgebouw binnen, terwijl de groom -dadelijk met het wagentje weg reed. - -„Ga hem na, Charly, en tracht er achter te komen, naar welke stad hij -reist,” zeide Raffles op zachten toon. „Vertoon je echter zoo min -mogelijk, want wij mogen tot geen prijs zijn achterdocht gaande maken.” - -Charly wipte uit de auto en verdween op zijn beurt in het groote -gebouw. - -Hij bleef nog geen volle vijf minuten weg. - -Toen hij weder naar de auto terug keerde vertoonde zijn jong knap -gezicht een tevreden uitdrukking. - -„Ik weet het en hij heeft mij niet gezien,” zeide hij. „Hij gaat naar -Dover.” - -„Regelrecht naar Frankrijk dus?” riep Raffles uit. „Nu, hij geeft ons -in ieder geval een goede kans.” - -Hij boog zich voorover en zeide op gedempten toon tot Henderson: - -„James—over een kwartier gaat er een trein naar Dover—ik wilde gaarne -dat wij er nog voor den trein waren.” - -„Dan zullen wij er voor den trein zijn, Mylord,” antwoordde de reus -eenvoudig. - -„Je wilt dus naar Frankrijk gaan?” vroeg Charly, toen de auto zich in -beweging gezet had met een snelheid, die veel beloofde voor den rit -langs den verlaten straatweg. - -„Ja, ik wil zien, wat die man daar gaat uitvoeren, terwijl hij zijn oom -zeide, dat hij hier in de buurt zou blijven.” - -„Maar onze passen?” - -„Maak je niet ongerust—ik heb nog steeds een drietal passen, die een -volle maand geldig blijven.” - -„Maar hij zal ons daar ginds herkennen en ook onze auto aan boord van -het Kanaalschip.” - -„De auto gaat niet mee. Wij zullen daarginds wel een zeer snellen wagen -huren. Wat ons uiterlijk betreft—dat kunnen wij in Frankrijk veranderen -en wij zullen ons zoo weinig mogelijk aan dek vertoonen gedurende den -overtocht.” - -Reeds suisde de auto in bliksemsnelle vaart langs den breeden -straatweg, die van Hastings naar Dover voert, en nog geen half uur -later snorde zij reeds langs de havenstad Rye. - -Henderson hield zijn woord—de groote auto reed Dover binnen, volle vijf -en twintig minuten voor de trein uit Hastings daar moest aankomen. - -Dadelijk werd de auto in een garage gestald. - -De koffers werden naar de aanlegplaats van de boot gebracht, die over -vijf kwartier zou vertrekken, en de drie mannen scheepten zich in, -nadat hun passen waren geviseerd. - -Door een der patrijspoorten van de rookkamer hield Raffles de loopbrug -in het oog. - -Zijn geduld werd spoedig beloond, want een kwartier voor het vertrek -van de boot kwam Edward Little aan boord, slechts voorzien van een -klein handvalies, dat zich reeds in het jachtwagentje had bevonden. - -Raffles en zijn beide reisgenooten hielden zich gedurende den ganschen -overtocht benedendeks op, en bleven zoodoende uit het gezicht van -Little, die aan dek was gebleven. - -Het was bijna elf uur in den avond, toen de boot in de haven van Calais -meerde. - -Langzaam verlieten de reizigers de boot, want ook nu moesten de passen -worden nagezien, hetgeen tamelijk veel tijd in beslag nam. - -Maar de drie reizigers hadden hun maatregelen genomen, opdat Little hen -niet zou ontgaan, en zij zagen hem dan ook, na de visitatie, een auto -aanroepen en eenige woorden met den chauffeur wisselen. - -„Hij zal zich wel naar het station laten rijden,” zeide Raffles op -zachten toon tot Charly. „Snel hem achterna. Hij mag ons in geen geval -ontsnappen.” - -„Gaat er dan nog een trein naar Parijs?” - -„Er gaan nog treinen in verschillende richtingen. Stop chauffeur.” - -Dit laatste bevel gold den chauffeur van een huurauto, die juist met -zijn wagen stil stond. - -„Het spijt mij mijnheer, maar ik ben besteld,” zeide de man. - -„Voor wien?” vroeg Raffles ongeduldig. - -„Voor den nieuwen Peruaanschen gezant, die met de boot moet zijn -aangekomen.” - -„Het is spijtig voor den Peruaanschen gezant—maar dan zal hij op een -andere auto moeten wachten,” zeide Raffles kalm. „Ik heb geen tijd te -verliezen. Vijftig francs voor jou als je gindsche auto achterna rijdt -en bijhoudt.” - -Of het nu kwam, dat de chauffeur de finantieele positie van den -Peruaanschen gezant niet zeer hoog schatte of om een andere reden—hij -opende kalmpjes het portier door even achter zich te reiken en zeide -langs zijn neus: - -„Stap maar in, heeren.” - -Raffles en zijn beide metgezellen lieten het zich geen tweemaal zeggen, -maar stapten vlug in de auto, die weg reed, juist toen een kruier -schreeuwend en wenkend kwam aanloopen, blijkbaar in opdracht van den -woedenden gezant, die zich aldus een der zeer weinige voertuigen zag -ontnemen. - -De beide auto’s reden door Calais, maar tot verbazing van Raffles ging -de rit niet naar het station. - -Integendeel, de auto, waarin Little had plaats genomen, scheen de stad -aan de zuidzijde te willen verlaten. - -„Waar gaat hij toch heen?” riep Charly verbaasd uit. - -„Ik vermoed haast, dat hij naar een plek gaat, die niet ver van Calais -verwijderd en moeilijk per spoor te bereiken is,” antwoordde Raffles. - -Hij had onder het spreken de hand in den zak gestoken en haalde er nu -het pakje tabak uit, dat Little voor zijn oom had meegebracht. - -Hij opende het voor een klein gedeelte, nam er voorzichtig tusschen de -vingertoppen een weinig uit, en bracht het aan zijn neus. - -„Wat doe je daar?” vroeg Charly nieuwsgierig. - -„Ik ruik aan de tabak, in de verwachting, dat ik er wel iets vreemds -aan zal ruiken,” antwoordde Raffles. - -„Waarom?” - -„Omdat ik denk, dat die tabak vergiftigd is.” - -„Maar dat zou verschrikkelijk zijn,” riep Charly vol afschuw uit. „Hoe -kwam je op die gedachte?” - -„Omdat ik den ouden graaf aandachtig heb gadegeslagen toen hij die -zonderlinge flauwte kreeg, terwijl zijn neef in het vertrek was. Ik ken -die aanvallen en die verandering van het gelaat—zij worden veroorzaakt -door een langzaam voortsluipende kwaal, die weder haar oorzaak vindt in -een gestadige slooping van de longen. En daaraan is deze tabak zeer -waarschijnlijk schuldig, mijn waarde.” - -„Maar dan zou die Little een schurk van de ergste soort zijn, Mylord?” -barstte Henderson vol verontwaardiging uit. - -„Daar heb ik dan ook geen oogenblik aan getwijfeld, vriend James,” -zeide Raffles droogjes. - -Intusschen had de auto de stad reeds bijna verlaten. - -Zij stond stil en de chauffeur boog zich naar achteren en riep door het -openstaande portier: - -„Waar nu heen patroon. De andere wagen is de stad uitgereden.” - -„Volg hem, al ging hij regelrecht naar de hel,” beval Raffles kortaf. -„Doe je lichten uit—de boete betaal ik graag. En honderd francs voor -jou, als we de andere auto kunnen volgen zonder dat het gemerkt wordt. -Wij zijn een bijzonder grooten ellendeling op het spoor, vriend. Laat -je dat een aansporing zijn om op je tellen en je beurs te passen.” - -Zonder nog iets te zeggen, keerde de chauffeur zich weer om en voort -stoof de auto langs den donkeren weg, die naar het zuiden voerde. - -Een uur verstreek. - -Er werd weinig of niet gesproken. - -De drie mannen begrepen allen als bij ingeving, dat zij de ontknooping -van het drama naderden. - -Eindelijk hield de auto opnieuw stil. - -Raffles stak zijn hoofd uit het portier. - -„Waarom stop je chauffeur?” vroeg hij op zachten toon. - -„Omdat zij daar ginds het ook gedaan hebben, patroon.” - -In de verte schenen enkele lichten te glinsteren. - -„Waar zijn we hier ergens?” vroeg Raffles. - -„Die lichtjes, dat is Wissant, aan de kust, een paar kilometer van Kaap -Gris Nez. U kunt hier het klotsen van de branding duidelijk hooren.” - -Inderdaad—uit de verte klonk het dof, eentonig gegrom van de golven, -die de rotsige kust beukten. - -Raffles bedacht zich niet lang. - -Hij wendde zich tot Henderson en zeide: - -„Neem den hond mee en volg hem Henderson, maar in ieder geval onderneem -je niets op eigen gezag, tenzij je leven gevaar mocht loopen. Vlug—voor -hij uit het gezicht is. Hij heeft jou nog niet gezien en je moet je -bovendien zoo goed mogelijk verborgen houden. Geef het bekende sein als -het noodig is.” - -De reus stapte uit, nam Busto aan de lijn mede, nadat Raffles op -zachten toon een paar woorden tot het schrandere dier gesproken had, en -verdween in de duisternis. - -Raffles wendde zich tot den chauffeur, die van dit alles niets scheen -te begrijpen en zeide: - -„Honderd vijftig francs voor jou, als je hier op onze terugkomst blijft -wachten. Het zal niet langer duren dan een uur denk ik. Hier zijn er -vast honderd op afrekening, want je behoeft ons niet op ons eerlijk -gezicht te gelooven.” - -De man knikte tevreden, nestelde zich op zijn bak in zijn dikke deken -en maakte zich gereed een tukje te doen. - -Raffles en Charly spoedden zich weg. - -Het was bijna één uur in den nacht, toen zij door het als slapende -stadje Wissant, weinig meer dan een dorp, liepen. - -Steeds duidelijker werd de machtige stem van den Oceaan, die zich hier -te pletter liep op de klippen van Bretagne. - -Raffles en Charly wisselden geen woord met elkander. - -Met hun blikken trachtten zij de dikke duisternis te doorboren, die in -de geheel verlaten straten heerschte. - -In de verte meenden zij nu en dan voetstappen te hooren die zich -haastig verwijderden. - -Binnen een half uur waren zij het dorp in zijn geheele lengte -doorgegaan en bevonden zich weder in het vrije veld. - -De weg steeg langzaam. - -Links ontwaarden de beide mannen vaag akkers, waar de winterrogge in -dichte halmen bijeen stond, maar ter rechterzijde was het uitzicht -geheel afgesloten door de hooge klippen. - -En steeds bleef de weg stijgen. - -Nu en dan stonden de beide mannen even stil, om te luisteren naar de -geluiden die door het nachtelijk duister tot hen doordrongen. - -Van de voetstappen vernamen zij reeds sedert eenige minuten niets meer. - -En toch moest Little dezen weg zijn langs gegaan, omdat er geen andere -was. - -En plotseling klonk door den stillen nacht de klagende roep van den -wielewaal.... - -Beide mannen hadden elkander aangestooten. - -„Het sein,” zeide Raffles zachtjes. „Het kwam van den kant van de zee. -Wij zullen nog verder moeten stijgen.” - -Snel vervolgden beide mannen hun weg. - -Nog een kwartier klommen zij verder—en twee malen wees de roep van den -wielewaal hun den goeden weg—Henderson waakte. - -Eindelijk bereikten zij den bovenkant van de rotsen, en nu breidde zich -diep onder hun voeten de zee uit, omrand door een gordel van wit -schuim—dat was de branding, die daar beneden, honderd meter lager, -tegen de klippen sloeg, met een hel, dreunend geluid, machtig als de -donder. - -Plotseling maakte Charly een bliksemsnelle beweging naar zijn -revolverzak—zijn scherp oog had een gedaante ontdekt, die zich -behoedzaam van de rots los maakte en naderbij scheen te komen. - -Maar een zachte stem zeide op waarschuwenden toon: - -„Ik ben het Mylord. Alles is in orde.” - -Het volgend oogenblik trad Henderson uit de schaduw van de rots te -voorschijn en Busto sprong kwispelstaartend, maar zonder geluid te -geven tegen zijn meester op. - -„Je hebt hem dus kunnen volgen, James?” vroeg Raffles fluisterend. - -„Ja, Mylord.” - -„Waar is hij dan nu?” - -„In een vervallen hut, daar boven op de rots om een kromming van den -weg. Gij kunt haar van hier niet zien. Ik durfde niet verder gaan, want -ik geloof, dat er zich daar nog meer personen bevinden, die de wacht -houden, dicht bij de deur. Busto gromde tenminste, zooals hij altijd -doet, wanneer er vijanden in de buurt zijn.” - -„Zouden wij niet die hut langs een omweg kunnen bereiken, zonder dat de -bandieten het bemerken?” vroeg Charly. - -„Misschien wel, mijnheer Brand,” antwoordde de reus. „Het is wel een -weinig gevaarlijk—maar wij zouden kunnen probeeren, aan de zijde van de -zee tegen de rots op te klauteren en zoo de hut aan de achterzijde -bereiken. Zij is zoo wrak, dat ik kans zou zien, haar omver te duwen.” - -„Laten wij dat dan probeeren—maar snel om Godswil. Wie weet wat die -schurk van plan is.” - -„Maar wat denk je dan toch eigenlijk, Edward?” vroeg Charly. - -„Wat ik denk? Natuurlijk dat de ellendeling op deze afgelegen plek, -door geen sterveling bezocht, zijn twee slachtoffers opgesloten houdt. -En nu geen tijd verloren met praten. Er moet gehandeld worden. Jij -nadert de hut zoo voorzichtig mogelijk aan de voorzijde, Charly. -Henderson en ik zullen de rots aan de zijde van de zee beklimmen. Op -die wijze omsingelen wij hen.” - -Dadelijk daalden Raffles en Henderson den weg af, tot zij een geschikte -plek gevonden hadden, om langs de rots omhoog te klauteren, die hier -weinig steil was. - -Niettemin was het een zeer bezwaarlijke arbeid, die aan minder -krachtige en geoefende mannen zeker niet gelukt zou zijn. - -Stap voor stap naderden de twee mannen de hut aan de achterzijde. - -Zij vertoonden zich als een vormelooze zwarte massa boven de rots. - -Henderson was de voorste en bijna had hij den rand bereikt.... toen -zijn voet op een grooten steen trapte die van rotspunt tot rotspunt -rollend met luid geraas in zee viel. - -Onmiddellijk verschenen er twee mannen om den hoek van de hut, om te -zien, wat er gaande was. - -Een hunner zag het hoofd van Henderson boven den rand van de rots -uitsteken. - -Met een gebrul van woede vloog hij op dat hoofd toe en begon er uit -alle macht op te trappen, terwijl hij schreeuwde: - -„Verraad, verraad, schiet je revolver af, Jim. Daar beneden is er nog -een.” - -Henderson spande zich tot het uiterste in. - -Hij gevoelde, dat hij verloren zou zijn, als hij nog eenige van de -vreeselijke trappen op het ongedekte hoofd kreeg. - -Hij stak met een vlug gebaar de rechterhand uit en wist het been van -zijn belager te grijpen. - -Hij trok er aan—de ander verloor zijn evenwicht—struikelde, trachtte -zich staande te houden en stortte toen met een rauwen gil, die door de -rotsen weerkaatst werd, voorover in zee, daarbij strijkelings langs het -lichaam van Raffles schietend. - -Henderson had zich met een laatste krachtinspanning op de rots weten te -werken, juist toen de tweede bandiet zijn revolver had getrokken en op -Raffles aanlegde. - -Het schot ging af, maar de kogel verloor zich in de ruimte. - -Henderson had den ellendeling om het middel gevat en smeet hem met -zooveel geweld tegen den wand der hut, dat hij bewusteloos bleef -liggen. - -Intusschen was de deur open gevlogen en in de opening verscheen Edward -Little, gewaarschuwd door het schieten. - -Met een kreet van dierlijke woede keerde hij dadelijk in de hut terug -en wierp de deur achter zich in het slot. - -„Naar binnen, Charly, naar binnen,” schreeuwde Raffles, die op zijn -beurt de bovenzijde van de rots had bereikt en begreep wat er daar -binnen zou geschieden. - -Charly kwam aansnellen maar hij wierp zich tevergeefs uit alle macht -tegen de gesloten deur. - -Toen kwam Henderson hem te hulp. - -Hij smeet zijn zwaar lichaam uit alle macht tegen de deur, die -splinterend open vloog. - -Hij stormde naar binnen. - -Uit den kelder klonk smartelijk hulpgeroep. - -Nog een trap en een tweede deur barstte open. - -Juist op tijd vloog Henderson naar binnen, om te beletten, dat Little -zich met een spits mes in de vuist op een kleinen knaap wierp, die -weerloos was tegen den schurk. - -Hij vatte den bandiet bij de schouders en had hem in een ommezien -ontwapend— - -En wanneer Raffles niet bijtijds was binnen getreden, dan zou Edward -Little waarschijnlijk zijn lage daden hier ter plaatse met zijn leven -hebben betaald. - -Na eenig zoeken vond men in een ander onderaardsch gewelf den -ongelukkigen Donald Sealyham half versuft, die met tranen in de oogen -zijn redders omhelsde. - -„Het was zijn doel, mij hier krankzinnig te doen worden,” riep hij uit. -„En als het nog eenige weken had moeten duren, dan was ik het hier in -die eeuwige duisternis ook geworden.” - -En nu volgde een reeks van vragen en antwoorden, op zenuwachtigen toon -geuit—en daarop het wederzien van vader en zoon, die niet wisten, dat -zij zich zoo dicht in elkanders nabijheid hadden bevonden.... - -Een half uur later waren de beide gewonde schelmen veilig langs den weg -naar omlaag gebracht, en de auto vervoerde het geheele gezelschap naar -Calais, waar de politie van het gebeurde in kennis werd gesteld. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Een week later las Raffles met aandoening een brief, waarin Donald -Sealyham vol innige dankbaarheid schreef, dat hij zich met zijn vader -had verzoend en dat zijn geliefde vrouw op den weg der beterschap was. -Het plotseling wederzien, dat Raffles hem had aangeraden, had haar -verstand als bij tooverslag doen terug keeren. - -Wat Edward Little betreft—de rechtbank veroordeelde hem drie weken -later tot levenslange tuchthuisstraf wegens poging tot vergiftiging en -moord.... - - - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0373: DE -KRANKZINNIGE *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/69020-0.zip b/old/69020-0.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 5659ed5..0000000 --- a/old/69020-0.zip +++ /dev/null diff --git a/old/69020-h.zip b/old/69020-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 5670fa9..0000000 --- a/old/69020-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/69020-h/69020-h.htm b/old/69020-h/69020-h.htm deleted file mode 100644 index a7a65b0..0000000 --- a/old/69020-h/69020-h.htm +++ /dev/null @@ -1,4066 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html -PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2022-09-20T21:26:30Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> -<html lang="nl"> -<head> -<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8"> -<title>Lord Lister No. 373: De Krankzinnige</title> -<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> -<meta name="author" content="Felix Hageman (1877–1966)"> -<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1930?)"> -<meta name="author" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> -<link rel="coverpage" href="images/lordlister0373-front.jpg"> -<link rel="schema.DC" href="http://purl.org/dc/elements/1.1/"> -<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 373: De Krankzinnige"> -<meta name="DC.Creator" content="Felix Hageman (1877–1966)"> -<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1930?)"> -<meta name="DC.Creator" content="Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> -<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> -<meta name="DC.Format" content="text/html"> -<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> -<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals"> -<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals"> -<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */ -html { -line-height: 1.3; -} -body { -margin: 0; -} -main { -display: block; -} -h1 { -font-size: 2em; -margin: 0.67em 0; -} -hr { -height: 0; -overflow: visible; -} -pre { -font-family: monospace; -font-size: 1em; -} -a { -background-color: transparent; -} -abbr[title] { -border-bottom: none; -text-decoration: underline dotted; -} -b, strong { -font-weight: bolder; -} -code, kbd, samp { -font-family: monospace; -font-size: 1em; -} -small { -font-size: 80%; -} -sub, sup { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -} -sub { -bottom: -0.25em; -} -sup { -top: -0.5em; -} -img { -border-style: none; -} -body { -font-family: serif; -font-size: 100%; -text-align: left; -margin-top: 2.4em; -} -div.front, div.body { -margin-bottom: 7.2em; -} -div.back { -margin-bottom: 2.4em; -} -.div0 { -margin-top: 7.2em; -margin-bottom: 7.2em; -} -.div1 { -margin-top: 5.6em; -margin-bottom: 5.6em; -} -.div2 { -margin-top: 4.8em; -margin-bottom: 4.8em; -} -.div3 { -margin-top: 3.6em; -margin-bottom: 3.6em; -} -.div4 { -margin-top: 2.4em; -margin-bottom: 2.4em; -} -.div5, .div6, .div7 { -margin-top: 1.44em; -margin-bottom: 1.44em; -} -.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, -.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { -margin-bottom: 0; -} -blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, -.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { -margin-top: 0; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin: 1.6em auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { -font-size: 0.9em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -margin-top: 3.6em; -} -span.abbr, abbr { -white-space: nowrap; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.num, span.trans { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.asc { -font-variant: small-caps; -text-transform: lowercase; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -border: none; -border-bottom: 1px solid black; -width: 45%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -} -hr.dotted { -border-bottom: 2px dotted black; -} -hr.dashed { -border-bottom: 2px dashed black; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.42em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.84em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0 0.05em 0 0; -padding: 0; -line-height: 0.8; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -.advertisement, .advertisements { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -span.accent { -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base { -line-height: 0.40em; -} -span.accent span.top { -font-weight: bold; -font-size: 5pt; -} -span.accent span.base { -display: block; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { -color: #660000; -} -.fnreturn { -color: #AAAAAA; -font-size: 80%; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -a { -text-decoration: none; -} -a:hover { -text-decoration: underline; -background-color: #e9f5ff; -} -a.noteRef, a.pseudoNoteRef { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -top: -0.5em; -text-decoration: none; -margin-left: 0.1em; -} -.externalUrl { -font-size: small; -font-family: monospace; -color: gray; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { -float: left; -margin-left: -0.1em; -margin-top: 0.9em; -min-width: 1.0em; -padding-right: 0.4em; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -.apparatusnote:target, .fndiv:target { -background-color: #eaf3ff; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -white-space: nowrap; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -vertical-align: top; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -vertical-align: bottom; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.index p { -text-indent: -1em; -margin-left: 1em; -} -.indexToc { -text-align: center; -} -.transcriberNote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.missingTarget { -text-decoration: line-through; -color: red; -} -.correctionTable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -span.musictime { -vertical-align: middle; -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { -padding: 1px 0.5px; -font-size: xx-small; -font-weight: bold; -line-height: 0.7em; -} -span.musictime span.bottom { -display: block; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.splitListTable { -margin-left: 0; -} -.splitListTable td { -vertical-align: top; -} -.numberedItem { -text-indent: -3em; -margin-left: 3em; -} -.numberedItem .itemNumber { -float: left; -position: relative; -left: -3.5em; -width: 3em; -display: inline-block; -text-align: right; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pageNum { -display: inline; -font-size: 8.4pt; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -letter-spacing: normal; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -} -.right-marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -right: 3%; -position: absolute; -text-indent: 0; -text-align: right; -width: 11% -} -.cut-in-left-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: left; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; -} -.cut-in-right-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: right; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: right; -padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -text-indent: 0; -} -.pglink::after { -content: "\0000A0\01F4D8"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.catlink::after { -content: "\0000A0\01F4C7"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { -content: "\0000A0\002197\00FE0F"; -color: blue; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.pglink:hover { -background-color: #DCFFDC; -} -.catlink:hover { -background-color: #FFFFDC; -} -.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover { -background-color: #FFDCDC; -} -body { -background: #FFFFFF; -font-family: serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { -text-align: left; -} -.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { -color: #660000; -} -.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.tableCaption { -text-align: center; -} -.arab { font-family: Scheherazade, serif; } -.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } -.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } -.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } -.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } -/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */ -.imprint { -color: gray; text-align: center; -} -div.advertisement img { -mix-blend-mode: darken; -} -.center { -text-align: center; -} -.xxl { -font-size: xx-large; -} -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.cover-imagewidth { -width:560px; -} -.xd31e103 { -font-size:x-large; -} -.xd31e105 { -font-size:small; -} -.xd31e111 { -font-size:xx-large; -} -.ad-dubec3-imgwidth { -width:562px; -} -.xd31e1234 { -text-align:center; font-size:xx-large; -} -.xd31e1236 { -text-align:center; font-size:x-large; -} -.xd31e1238 { -text-align:center; font-size:x-large; color:#f30f20; -} -.xd31e1240 { -text-align:center; font-size:large; -} -.xd31e1244 { -text-align:center; font-size:large; color:#f30f20; -} -.xd31e1249 { -text-align:center; -} -/* ]]> */ </style> -</head> -<body> -<div lang='en' xml:lang='en'> -<p style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 0373: De krankzinnige</span>, by Kurt Matull</p> -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online -at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you -are not located in the United States, you will have to check the laws of the -country where you are located before using this eBook. -</div> -</div> - -<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 0373: De krankzinnige</span></p> -<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Authors: Kurt Matull</p> -<p style='display:block; margin-top:0; margin-bottom:0; margin-left:2em;'>Theo Blakensee</p> -<p style='display:block; margin-top:0; margin-bottom:0; margin-left:2em;'>Felix Hageman</p> -<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Release Date: September 20, 2022 [eBook #69020]</p> -<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Language: Dutch</p> - <p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em; text-align:left'>Produced by: the Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.</p> -<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 0373: DE KRANKZINNIGE</span> ***</div> -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0373-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="560" height="720"></div><p> -<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div class="div1 last-child imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first xd31e103">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜ -</p> -<p class="xd31e105">UITGAVE VAN DEN ROMAN-<span class="corr" id="xd31e107" title="Niet in bron">,</span> BOEK- EN KUNSTHANDEL—SINGEL 236,—AMSTERDAM. -</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<div class="figure"><img src="images/p0373-01.png" alt="DE KRANKZINNIGE." width="720" height="190"></div> -<h2 class="super xd31e111">DE KRANKZINNIGE.</h2> -<h2 class="label">HOOFDSTUK I.</h2> -<h2 class="main">De man bij de peristyle.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was omstreeks kwart voor achten in den avond. -</p> -<p>De vroege herfst had zich op ruwe wijze ingezet, en een gure wind deed de Londenaren, -die niet voor hun vermaak of om een andere reden de straat moesten opzoeken, snel -huiswaarts gaan. -</p> -<p>Sedert een half uur was het tot overmaat gaan regenen en een dier verraderlijke Londensche -misten scheen op komst te zijn. -</p> -<p>Het asphalt glom in het schijnsel der tallooze lantaarns en dof klonken de hoeven -van de paarden der huurrijtuigen, die schouwburgbezoekers naar hun plaats van bestemming -<span class="corr" id="xd31e121" title="Bron: moest">moesten</span> brengen. Voor het Garrick Theater was het een onophoudelijk komen en gaan van voertuigen -van allerlei aard, ouderwetsche cabs, welke men bijna niet meer zag in de Engelsche -hoofdstad, vierwielige rijtuigen of broughams, huurauto’s, glanzende equipages en -prachtige eigen auto’s. -</p> -<p>En het was geen wonder, want de <span class="corr" id="xd31e126" title="Bron: aanplakbilletten">aanplakbiljetten</span> vermeldden voor dien avond het optreden van een bekwame buitenlandsche actrice, die -zelfs in het kieskeurige land van den dollar grooten roem had geoogst. -</p> -<p>Geen enkele Londenaar, die zichzelf respecteerde en die over voldoende middelen beschikte -om den zeer hoogen entrée-prijs te betalen, zou het in den zin hebben gekregen, dien -avond niet in het <span class="corr" id="xd31e131" title="Bron: Carrick">Garrick</span> Theater aanwezig te zijn. -</p> -<p>Men wist, dat men daar de bekende premiere-gangers zou aantreffen, die geen enkele -eerste voorstelling overslaan, evenmin als het optreden van een buitenlandsche ster, -wier naam door de bladen reeds lang te voren was verkondigd. -</p> -<p>De voorgevel van den schouwburg glansde van licht. -</p> -<p>Alle electrische lantaarns waren aangestoken en straalden hun licht uit over den breeden -verkeersweg. -</p> -<p>Men zag telkens een auto stil houden en dan verdwenen de inzittenden al spoedig onder -het gewelf van de ruime peristyle, gedragen door een tiental zuilen. -<span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span></p> -<p>Een paar baliekluivers, oogluikend toegelaten omdat er oorlogsinvaliden onder bleken -te zijn, schoten dan haastig toe om het portier van het voorrijdend rijtuig te openen -in de hoop van een fooi. -</p> -<p>Onder die gelegenheidsportiers was ook een oud man met reeds sterk grijzend haar en -die blijkbaar niet al te best ter been bleek te zijn. -</p> -<p>Want de arme stakkerd kwam meestal eenige oogenblikken te laat aansukkelen, als een -ander hem reeds voor was geweest. -</p> -<p>Dan bleef hij op eenige passen afstand staan en keek droevig toe, hoe een meer bijdehande -en jonger concurrent met de fooi ging strijken. -</p> -<p>Hij scheen den moed niet op te geven, hoewel het duidelijk te zien was, dat de steeds -toenemende vermoeidheid het hem voortdurend moeilijker maakte, vlug genoeg toe te -schieten teneinde een portier te openen. -</p> -<p>Nu en dan nam hij zijn hoed af, een tot den draad versleten hoofddeksel, om zijn voorhoofd -met een zakdoek af te wisschen. -</p> -<p>Dan pas kon men goed zien, hoe vermagerd zijn gelaat, hoe ingevallen zijn wangen waren, -hoe koortsig zijn oogen gloeiden. -</p> -<p>Kleine zweetdruppels parelden op het gerimpelde voorhoofd, ondanks de gure koude. -</p> -<p>De man droeg geen overjas en had den kraag van zijn armelijk buis zoo hoog mogelijk -opgeslagen. -</p> -<p>Om zijn dunnen hals was een roode zakdoek geknoopt. -</p> -<p>De man droeg de kleederen van een haveloozen schooier en toch was er iets in zijn -geheele voorkomen, dat er op wees, dat deze man niet steeds in deze armzalige omstandigheden -had verkeerd. -</p> -<p>Hij scheen er dan ook nog een restje van ijdelheid, van zorg voor zijn uiterlijk op -na te houden, want zijn gelaat was zorgvuldig geschoren. -</p> -<p>Het was reeds bij achten en nog altijd had de oude geen kans gezien een paar penningen -te verdienen. -</p> -<p>Zijn gelaat verkreeg langzamerhand een zorgelijke, smartelijke uitdrukking, en het -was ook of er schrik op te lezen viel.… -</p> -<p>Hij steunde zich met de hand tegen een der pilaren en hoestte. -</p> -<p>Daarbij drukte hij de andere hand op de borst, alsof het hem pijn deed. -</p> -<p>Zoo stond hij daar gebukt, het jammerlijk toonbeeld van ouderdom en ziekte. -</p> -<p>Weer kwam er een groote auto aanrijden. -</p> -<p>Het was een prachtige, blauw gelakte Limousine, en behoorde blijkbaar aan een zeer -rijk man. -</p> -<p>Aan het stuurwiel zat een chauffeur van reusachtigen lichaamsbouw, een ware Hercules, -met breede schouders, een nek als een stier en de vuisten, die het stuurwiel omklemd -hielden, leken wel geschikt om er steenen mee te kloppen. -</p> -<p>Ditmaal scheen het geluk den ouden man gunstig te zullen zijn. De vluggere collega’s -hielden zich juist bezig met andere auto’s en het veld scheen dan toch eindelijk vrij -te zijn. -</p> -<p>Met haastige stappen kwam de oude man naderbij. -</p> -<p>Maar juist werd van binnenuit het portier reeds geopend door een hand die in fijn -glacé-leder gestoken was. -</p> -<p>De grijsaard slaakte een smartelijken zucht, dit was blijkbaar meer dan hij verdragen -kon. -</p> -<p>Hij wankelde, tastte tevergeefs naar een steun en zakte toen alsof hij een rustig -plaatsje zocht om te sterven langzaam langs het glanzende hout van de auto ineen. -</p> -<p>Onmiddellijk snelden er eenige suppoosten toe, die dien bewustelooze wilden weg dragen. -Men moest tot iederen prijs den rijkaard den aanblik van dezen flauw gevallen schooier -besparen. -</p> -<p>Maar dadelijk liet zich uit de auto een bevelende stem hooren, die riep: -</p> -<p>„Laat dien man liggen, ik zal naar hem omzien,” en op hetzelfde oogenblik stapte een -heer van rijzigen lichaamsbouw, zeer elegant gekleed, uit de auto. -</p> -<p>Hij kon omstreeks veertig jaar zijn, maar dat was alleen te zien aan zijn haar, dat -aan de slapen lichtelijk begon te grijzen, want zijn gang was zoo licht en veerkrachtig -als die van een <span class="corr" id="xd31e173" title="Bron: jongling">jongeling</span>. Zijn grijze oogen hadden een glans als van metaal en al zijn bewegingen verrieden -den geoefenden sportman. -</p> -<p>Onmiddellijk weken de suppoosten terug. -</p> -<p>Zij hadden den bezoeker herkend. -</p> -<p>Dadelijk werd zijn naam in het rond gefluisterd, terwijl het aantal nieuwsgierigen -zich om den ouden man verdrong. -</p> -<p>„Lord Aberdeen. Dat is Lord Aberdeen,” ging het zacht van mond tot mond. -</p> -<p>Inderdaad, het was de zonderlinge weldoener, de schatrijke filantroop, bij duizenden -Londenaren van aangezicht bekend en die letterlijk werd aangebeden door even zooveel -ongelukkigen, die hij niet <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>alleen met goeden raad, maar ook met daad had bijgestaan. -</p> -<p>En niemand van al die rampzaligen die hij van den afgrond had gered vermoedde ook -maar een seconde, dat zich achter Lord Aberdeen niemand anders verborg dan de Groote -Onbekende, Lord Edward Lister, alias John Raffles, de langgezochte <span class="corr" id="xd31e187" title="Bron: gentleman-inbreker">Gentleman-Inbreker</span>, de schrik van Scotland Yard. -</p> -<p>Wie zou dit ook hebben durven denken. -</p> -<p>Wie zou het onzinnig denkbeeld hebben durven uiten, dat de man in zijn deftige kleederen -met zijn scherp besneden <span class="corr" id="xd31e193" title="Bron: aristokratisch">aristocratisch</span> gelaat en die over fabelachtige rijkdommen scheen te beschikken, dezelfde man was, -op wiens aanhouding reeds sedert eenige jaren een premie van 1000 pond sterling was -gesteld. -</p> -<p>Men zou dengeen, die zooiets waagde te opperen, eenvoudig voor gek hebben verklaard. -Achter zijn lordschap was een jonge man verschenen, met helder blauwe oogen en een -blozend gelaat. Dat was Charly Brand, de secretaris van Lord Aberdeen, maar <span class="corr" id="xd31e198" title="Bron: veelmeer">veel meer</span> de trouwe vriend van den Gentleman-Inbreker, die de meeste van diens gevaarlijke -en opwindende avonturen had gedeeld. -</p> -<p>Raffles had zich reeds over den ouden man heen gebukt en richtte nu op zachten toon -eenige woorden tot Charly Brand, die met innig medelijden op den armen ouden man neerkeek. -Toen hief hij het hoofd op, en vroeg den portier die naderbij was gekomen en wat ruimte -poogde te maken: -</p> -<p>„Weet gij, wie die ongelukkige is?” -</p> -<p>„Zijn naam weet ik niet, Mylord,” antwoordde de man. „Wel weet ik, dat hij hier sedert -een paar weken geregeld komt, om de portieren van de auto’s open te maken. Het lukt -hem maar zelden, maar wij laten hem maar wat begaan. Het is zoo’n oude stumperd. Als -Mylord het veroorlooft, zullen wij hem wel gauw ergens heen dragen.” -</p> -<p>Er scheen een scherpe opmerking op de lippen van John Raffles te liggen, maar hij -bedwong zich en zeide: -</p> -<p>„Wij zullen hem slechts wat terzijde leggen, dan kan ik zien, wat hem scheelt.” -</p> -<p>De portier haalde de schouders op. Maar hij deed het zoo, dat niemand het zag. Want -met een Lord, zelfs al haalde hij zulke dwaze kuren met een ouden bedelaar uit, moest -men altijd een weinig voorzichtig zijn. -</p> -<p>En zoo werd de nog altijd bewustelooze grijsaard terzijde van de peristyle gedragen -en daar opnieuw neergelegd, maar ditmaal op een dik kleed, hetwelk Charly snel uit -de auto had gehaald. -</p> -<p>Tevens had hij Henderson, zoo was de naam van den reusachtigen chauffeur, gelast om -met de auto in de zijstraat die langs den schouwburg loopt, te wachten. -</p> -<p>Raffles had zich opnieuw over den grijsaard heen gebogen. -</p> -<p>Het was nu reeds over achten en daar de deuren aanstonds gesloten zouden worden hadden -zich eenige van de lieden, die zooeven de auto’s bestormd hadden, rondom de kleine -groep opgesteld. -</p> -<p>En Charly bukte zich op zijn beurt voorover en vroeg op zachten toon aan Raffles: -</p> -<p>„Wat zou den ouden stakkerd schelen?” -</p> -<p>„Ik denk dat het hem aan voedsel scheelt,” antwoordde Raffles op scherpen toon. „Die -arme man is eenvoudig neergezakt, omdat hij honger heeft.” -</p> -<p>„Dat kan wel waar zijn, mijnheer,” liet nu een stem zich hooren, die bleek toe te -behooren aan een der gelegenheidsportiers. -</p> -<p>Raffles richtte zich een weinig uit zijn gebukte houding op en keek den man in het -gelaat. -</p> -<p>Het was geen fraai gelaat, maar hij vertoonde de goedheid des harten, die ook het -leelijkste gelaat iets aantrekkelijks geeft. -</p> -<p>„Hoe weet je dat, man?” vroeg Raffles. -</p> -<p>„Ik woon in zijn straat, mijnheer. Ik ken hem wel van aanzien.” -</p> -<p>„Dan weet gij misschien ook wel zijn naam?” vroeg Raffles op levendigen toon. -</p> -<p>De man scheen even te moeten bezinnen en antwoordde toen: -</p> -<p>„Hij moet Lark heeten, Edwin Lark.” -</p> -<p>„Zijn adres?” -</p> -<p>„Hij woont in de Crescent street.” -</p> -<p>„Het nummer?” -</p> -<p>„Dat weet ik niet, mijnheer.” -</p> -<p>„Maar zoudt ge het mij kunnen aanwijzen?” -</p> -<p>„O, wat dat betreft,.…” -</p> -<p>„Zoudt ge mij dan willen vergezellen en mij er aanstonds heen brengen? Ik wil u gaarne -voor hetgeen gij hier mocht verzuimen, schadeloos stellen.” -</p> -<p>De man krabde zich even achter het oor en zeide toen met ver opgetrokken wenkbrauwen: -</p> -<p>„De zaak is, mijnheer, om elf uur moet ik hier <span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span>weer terug zijn, want dan gaat de schouwburg uit en dan moet ik de portieren weer -open doen.” -</p> -<p>„Dan laat gij de portieren voor dezen keer maar eens aan een ander over,” hernam Raffles -glimlachend. „Ik herhaal u, dat het u geen windeieren zal leggen.” -</p> -<p>„In dat geval kunt u op mij rekenen, mijnheer,” hernam de man. „Ik zou het graag voor -niets doen, want ik mag dien ouden snuiter wel <span class="corr" id="xd31e240" title="Bron: leiden">lijden</span>, maar als ik zonder geld bij moeder de vrouw thuis kom, dan zwaait er wat.” -</p> -<p>„Dat kan ik mij begrijpen,” zeide Raffles met een zacht lachje. „Uw naam?” -</p> -<p>„Bill Tower en met uw welnemen, oud gediende, Victoria kruis, twee eervolle vermeldingen, -vijf maal gewond, waarvan de laatste maal zoo leelijk, dat ze me niet meer wilden -terug hebben. Dat was bij Pervys in <span class="corr" id="xd31e246" title="Bron: Belgie">België</span>.” -</p> -<p>Bill Tower had dit alles op den natuurlijksten toon van de wereld gezegd. -</p> -<p>Hij scheen het volgens den loop der dingen te vinden, dat hij zijn bloed voor zijn -land had geplengd en nu in den guren regen moest staan omdat er geen werk en geen -plaats meer voor hem was. Raffles keek eenige seconden strak voor zich uit. -</p> -<p>En Charly kon duidelijk zien, dat zijn lippen zich krampachtig vertrokken. -</p> -<p>Edwin Lark lag intusschen nog altijd onbewegelijk op de dikke deken uitgestrekt, zonder -besef van hetgeen er rondom hem gebeurde. -</p> -<p>Toen hief Raffles het hoofd weder naar Tower op en vroeg: -</p> -<p>„Had de ongelukkige man geen ander werk, dan hetgeen hij hier deed?” -</p> -<p>„Neen, mijnheer, tenminste niet voor zoover ik weet. Hij moet vroeger modellenmaker -zijn geweest, maar hij is drie vingers kwijt geraakt.” -</p> -<p>„Een ongeluk?” vroeg Charly meewarig. -</p> -<p>„Het is maar wat je een ongeluk belieft te noemen, mijnheer,” riep Bill Tower op schamperen -toon uit. „Ze zijn hem in den <span class="corr" id="xd31e260" title="Bron: oorloog">oorlog</span> afgeschoten.” -</p> -<p>„Wat, heeft deze man in den wereldoorlog meegestreden?” riep Raffles uit. -</p> -<p>„Zeker, als vrijwilliger. Hij was korporaal, toen hij gewond en afgekeurd werd. Nu -krijgt hij een half pond in de week pensioen.” -</p> -<p>„Maar hoe oud is deze man dan wel?” riep Charly Brand verwonderd uit. -</p> -<p>„Niet ouder dan vijf en veertig jaar, mijnheer,” antwoordde Tower. -</p> -<p>„Kom, laten wij hier niet onzen tijd verpraten,” riep Raffles op bijna ruwen toon. -„Die man moet voor alles eten. Vriend Tower, wij gaan nu eerst naar mijn huis om daar -den ongelukkige bij te brengen, en dan zullen wij hem gezamenlijk naar zijn woning -brengen. Zijn familie zal wel in de grootste ongerustheid over hem verkeeren.” -</p> -<p>„Dat denk ik haast niet, mijnheer,” zeide Tower hoofdschuddend. -</p> -<p>„Wat? Je wilt toch niet zeggen, dat de familie van dezen ouden man zich niets aan -hem laat gelegen liggen?” riep Raffles op verontwaardigden toon. „Het zou een schande -zijn.” -</p> -<p>„Dat is de zaak niet, mijnheer. Lark heeft een dochter, een heel mooi meisje tusschen -twee haakjes, maar het arme kind is krankzinnig. Zij zou er niet eens besef van hebben -als haar vader niet meer thuis kwam.” -<span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK II.</h2> -<h2 class="main">De krankzinnige.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Gedurende eenige oogenblikken werd er niet gesproken. -</p> -<p>Toen zei Raffles op zachten toon: -</p> -<p>„Dat is verschrikkelijk. Kom snel vriend Tower. Ik wil weten, wat hieraan te doen -is. Help mij eens dien ongelukkige naar mijn auto te dragen.” -</p> -<p>Raffles en Tower namen Lark op en tot stomme verbazing van de omstanders, bijna even -arme en hongerige stakkerds als de bezwijmde grijsaard, droeg de deftige schatrijke -Lord met den armen invalide het lichaam van den schooier naar de wachtende auto, die -getuigde van den rijkdom haars bezitters. -</p> -<p>Charly volgde met de plaid, die dadelijk over Lark werd uitgespreid. -</p> -<p>Wat Henderson betreft, hij toonde niet het minste spoor van verbazing. Blijkbaar was -hij aan dergelijke tooneeltjes wel gewend.… -</p> -<p>Tower stapte, op uitnoodiging van Raffles, in en keek dadelijk zijn oogen uit aan -de fraaie inrichting van den wagen. -</p> -<p>Raffles gaf den chauffeur een kort bevel. Het portier klapte dicht en in snelle vaart -ging het door de straten van Londen, die nu veel minder druk waren, daar alle schouwburgen -thans waren aangegaan. -</p> -<p>Een kwartier later stond de auto stil voor een fraai heerenhuis in de Regentstreet, -dicht bij Pall Mall. -</p> -<p>Charly ijlde vooruit teneinde de voordeur te ontsluiten en behoedzaam droeg de reusachtige -chauffeur het geheel beweginglooze lichaam naar binnen, terwijl Raffles en Tower op -hun beurt het huis betraden, nadat Henderson den bewustelooze naar een der slaapkamers -had gebracht en daar op het bed had neer gelegd. -</p> -<p>Bill Tower was een eenvoudige ziel, en hij slaakte telkens kleine uitroepen van verbazing, -toen hij door de marmeren vestibule schreed en over de dikke wijnroode looper de prachtige -trap besteeg, en overal fraaie beelden en schilderijen, wandtapijten en kostbare vazen -ontwaarde. -</p> -<p>Een bejaarde bediende was Raffles tegemoet getreden. -</p> -<p>Het was Gaston, de grijze kamerbediende van Lord Aberdeen. -</p> -<p>Ook hij verbaasde zich niet uitermate over hetgeen hij te zien kreeg, hetgeen weer -de verwondering opwekte van Bill Tower, die van de eene ontroering in de andere verviel. -</p> -<p>En toen Charly hem eindelijk in de groote ontvangsalon liet, die slechts zeer weinig -gebruikt werd, daar Raffles een afkeer had van groote gezelschappen, toen kende zijn -bewondering geen grenzen. -</p> -<p>Hij keek met groote oogen naar de schoone wandversiering, gobelins van groote kunstwaarde, -naar de kostbare beelden, naar de dikke fluweelen gordijnen voor de ramen en naar -den gladden parketvloer, hier en daar met Smyrna-tapijten bedekt. -</p> -<p>Met open mond stond hij stil voor den kolossalen haard, half in den schoorsteen ingebouwd. -</p> -<p>En hij slaakte bijna een schreeuw van schrik, toen hij zich liet neervallen op een -gemakkelijken stoel en half wegzakte in de mollige zitting. -</p> -<p>Intusschen had Raffles zich nog altijd aan den bewusteloozen grijsaard gewijd. -</p> -<p>En hier, waar hij alle geneesmiddelen dicht bij de hand had, slaagde hij er tamelijk -spoedig in, de levensgeesten van den ongelukkige weder op te wekken. -</p> -<p>Het was half tien, toen Edward Lark de oogen opsloeg <span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span>en met verwilderden blik de hem vreemde kamer rond zag. -</p> -<p>Ten slotte vestigde hij ze op het gelaat van den man, die zich over hem had heengebogen, -met een kleine flacon in de hand. -</p> -<p>„Waar ben ik hier toch,” stamelde de oude man met zwakke stem. „Ik droom toch niet?” -</p> -<p>„Je bent hier bij goede vrienden, en je droomt niet, Edwin Lark,” antwoordde Raffles -op vriendelijken toon. „Je bent heel zwak en je moogt nu niet te veel praten.” -</p> -<p>En hierop deelde Raffles Lark met enkele woorden mede, wat er met hem geschied was -onder de peristyle van den Garrick-schouwburg. -</p> -<p>Lark had zwijgend toegeluisterd en keek Raffles nu met omfloerste oogen aan. -</p> -<p>„Ik dank u, dat gij u over mij ontfermd hebt, mijnheer,” stamelde hij. „Ik—ik—geloof -dat ik mij dwaas gedragen heb, maar de zaak is—ik gevoelde mij—mij zeer flauw en dan -die koude.…” -</p> -<p>Raffles keek hem zwijgend aan. -</p> -<p>Blijkbaar belette hem zijn trots, ronduit te bekennen, dat hij van honger in zwijm -was gevallen. -</p> -<p>Juist op dat oogenblik trad Charly Brand binnen. -</p> -<p>Raffles richtte op fluisterenden toon eenige woorden tot hem en dadelijk verliet de -jonge man het vertrek weder, om een oogenblik later terug te keeren met een blad, -waarop eenige schalen, een glas en een flesch wijn. -</p> -<p>Met groote oogen keek Lark toe. -</p> -<p>Een blos begon zijn vermagerde wangen te kleuren. -</p> -<p>Hij zag hoe Raffles de flesch ontkurkte en een glas met donkerrooden wijn vol schonk. -</p> -<p>Hij zag ook hoe de jonge man, dien hij niet kende, bezig was met het snijden van koud -vleesch. -</p> -<p>En ondanks zichzelf kwam het water hem in den mond. -</p> -<p>Nu trad Raffles glimlachend met het glas in de hand op het bed toe en zeide op bemoedigenden -toon: -</p> -<p>„Drink eens wat van den wijn, mijn waarde Lark. Hij zal u goed doen en dan moet ge -wat eten. Niet te veel echter, want dan zou het u kunnen schaden.” -</p> -<p>„Maar mijnheer—ik weet niet, of.…” begon Lark stotterend, terwijl de blos op zijn -wangen nog dieper werd. -</p> -<p>„Ik weet wat u thans bezielt, mijn vriend,” hernam Raffles met zachten aandrang. „Maar -ge moogt u niet door uw gevoel van eigenwaarde laten weerhouden om dit van mij aan -te nemen, en als gij u versterkt hebt, deel mij dan eens mede, wat ik verder voor -u doen kan. Het is toch dwaas, dat iemand van uw kennis en stand op deze bitter harde -wijze zijn brood moet verdienen.” -</p> -<p>Lark keek Raffles met schuwen blik aan en zeide toen: -</p> -<p>„Hoe weet gij.…” -</p> -<p>„Men heeft mij op de hoogte gebracht, mijn vriend. Gij zijt vroeger modellenmaker -geweest en door uw ernstige wonde, in den oorlog opgedaan, kunt gij thans dat fraaie -beroep niet meer uitoefenen. Ik weet nog meer van u en gij moet mij toestaan u te -helpen.” -</p> -<p>Een oogenblik bleef Lark onbewegelijk liggen. -</p> -<p>Toen begonnen zijn lippen te trillen en eensklaps barstte hij in een hartstochtelijk -snikken uit, dat zijn geheele vermagerde lichaam deed schokken. -</p> -<p>Met de gezonde hand greep hij die van Raffles en riep snikkend: -</p> -<p>„Hoe lang is het niet geleden, mijnheer, dat men op deze wijze tot mij armen ouden -man sprak. O ik ben inderdaad nog niet zoo oud, maar ik ben een grijsaard door lijden -en nu ik u aanzie, ja, nu herken ik u. Gij zijt Lord Aberdeen, dien ik reeds eerder -op de trappen van den schouwburg heb gezien, en dien men mij dadelijk heeft aangewezen. -Nu begrijp ik ook, waaraan ik het te danken heb, dat ik zoo liefderijk ben opgenomen. -Ik dank u. Ik dank u.…” -</p> -<p>De oude man stamelde zijn dankbaarheid uit in onsamenhangende woorden, overstelpt -door dezen onverwachten keer in zijn leven, want hij had reeds al te veel over Lord -Aberdeen hooren spreken, om niet te weten, dat deze zonderling zijn beschermeling -niet halverwege in den steek liet. -</p> -<p>Maar eindelijk kwam hij toch in zooverre weder tot bedaren, dat hij een weinig van -den wijn en van het versterkend voedsel kon nuttigen. -</p> -<p>Toen werd de brave Tower er bij geroepen en zoodra Lark hem zag, begreep hij wel van -wien de man, die hem in zijn woning had opgenomen, die bijzonderheden uit zijn leven -kende. -</p> -<p>Hij keek zijn collega eens glimlachend aan en zeide met een aandoenlijke poging om -te schertsen: -</p> -<p>„Daar lig ik nu Tower, als een prins.” -</p> -<p>„Ja, daar lig je nu, Lark, en als ik me niet bedrieg, dan is de ergste tijd nu voor -je voorbij, man.” -<span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span></p> -<p>Tower meende het zeker goed. Hij was niet bijzonder fijngevoelig, de brave kerel. -</p> -<p>En er lag ook een ietsje van naijver in zijn stem, toen hij die woorden uitsprak. -</p> -<p>Raffles had een scherp gehoor en die klank was hem niet ontgaan. -</p> -<p>Hij keek Tower eens onderzoekend aan en vroeg: -</p> -<p>„Wel vriend, hoe staan de zaken. Wat doe je voor den kost?” -</p> -<p>„Wat er zooal te doen valt, mijnheer,” antwoordde de man. „Sjouwen aan de haven, nu -eens in de steenkolen, dan weer in het graan, of soms in het ijzer.” -</p> -<p>„Dus je bent los werkman?” -</p> -<p>„Erg los, mijnheer, erg los,” antwoordde Tower met een grimmig lachje. „Het kon bijna -niet losser. Ik heb niet veel adem overgehouden moet u weten, al zie ik er ook sterk -uit. Er zit een gat in mijn borst. Daarom krijg ik niet voldoende lucht meer en word -ik gauw moe.” -</p> -<p>„Een gat?” vroeg Raffles verbaasd. „Wat voor een gat dan?” -</p> -<p>„Wel, natuurlijk een kogelschot, mijnheer,” antwoordde Tower. -</p> -<p>„Dus jij bent ook al in den oorlog gewond,” riep Charly uit. -</p> -<p>„Bij het laatste offensief, mijnheer. Ik had volle vijf jaar gediend. En bij de laatste -bestorming van de Hindenburglinie kreeg ik drie kogels bijna tegelijk, een in mijn -dij, een in mijn wang—daarom ben ik nu zoo’n mooie jongen, en een in mijn borst. Ze -hebben me opgelapt, zooals u ziet, maar de man van vroeger ben ik toch nooit meer -geworden.” -</p> -<p>„Wat was je vroeger?” vroeg Raffles. -</p> -<p>„Sjouwer, mijnheer, maar niet los, hoor, niet los. Ik kon toen tien uur per dag de -zwaarste vrachten sjouwen, zonder moe te worden, maar nu gaat het niet meer, neen, -het gaat niet meer.” -</p> -<p>Hij scheen ergens even diep over na te denken en vervolgde toen met een zucht: „En -daarom neem ik er van alles bij waar, mijnheer, waarbij ik mijn gemak kan nemen. Zooals -dat baantje van vanavond.” -</p> -<p>Raffles wierp snel Charly een veelbeteekenenden blik toe en zeide toen op zachten -toon: -</p> -<p>„Ik weet mij op dit oogenblik niet juist te herinneren, wie het gezegd heeft, dat -ook een gewonnen oorlog niets dan ellende en armoede brengt. Maar de man had duizendmaal -gelijk. Waar we ook het oog heen wenden, zien we de vreeselijke gevolgen van dien -gevloekten oorlog.” -</p> -<p>Hij staarde even met gefronste wenkbrauwen voor zich uit en richtte toen de vraag -tot Tower: -</p> -<p>„Ben je getrouwd?” -</p> -<p>„Ik heb een vrouw en zes kinderen.” -</p> -<p>„Nu, ik zal je in ieder geval niet vergeten, vriend Tower. Je hebt mij en onzen vriend -Lark hedenavond een grooten dienst bewezen en nu geloof ik, dat onze zieke reeds ver -genoeg is, om naar zijn woning te worden vervoerd. Heeft het u goed gesmaakt, waarde -Lark?” -</p> -<p>„Uitstekend, mijnheer. Ik wil er geen geheim meer van maken. In langen tijd had ik -geen vleesch geproefd. Ik was den smaak ervan geheel vergeten.” -</p> -<p>„Dan zullen wij wel eens zien, of wij je dien smaak niet weder spoedig kunnen bijbrengen,” -zeide Raffles vriendelijk. -</p> -<p>Hij wendde zich weder tot Charly en zeide iets op zachten toon, waarop de jonge man -weder het vertrek verliet. -</p> -<p>Eenige minuten later werd Lark door Henderson weder naar beneden en in de wachtende -auto gedragen, waarin nu Raffles en Tower plaats namen. -</p> -<p>Charly, die bij den wagen de wacht had gehouden begaf zich weder in huis, en de auto -zette zich in beweging, nadat Henderson zich de Crescentstraat als adres had laten -opgeven. -</p> -<p>Bijna drie kwartier later reed de wagen een nauwe stille straat in een der volksbuurten -in. -</p> -<p>De huizen waren oud en vervallen. -</p> -<p>Henderson bracht de auto tot staan en wachtte tot Tower naast hem zou komen plaats -nemen, teneinde het huis aan te wijzen, waar Lark woonde. -</p> -<p>Eenige minuten nadat de wagen zich weder in beweging had gesteld, stond hij stil voor -een huis, dat nog ouder en vuiler scheen te zijn, dan alle anderen in deze armoedige -straat. -</p> -<p>Raffles sprong uit de auto, en hielp Lark, die nog zeer zwak was, op zijn beurt om -uit te stappen, waarbij hij hem den arm bood. -</p> -<p>Men behoefde zich niet de moeite te geven om aan te schellen, want de huisdeur stond -open. -</p> -<p>Raffles wendde zich nu tot Tower en zeide op gedempten toon, terwijl hij hem een goudstuk -in de hand drukte: -</p> -<p>„Het spreekt, vriend Tower, dat wij verplicht zijn, <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>u uw winstderving van hedenavond te vergoeden. Gij kunt nauwelijks op tijd bij den -schouwburg terug zijn, om daar de portiers der auto’s weder te openen. Neem dit dus -als vergoeding en noem mij het nummer van uw huis. Het mocht eens te pas komen.” -</p> -<p>„No. 67, mijnheer,” zeide Tower met een grijns van blijdschap op zijn breed goedig -gezicht. „Als er iets voor mijnheer te sjouwen valt, dat niet al te zwaar is, dan -houd ik mij gerecommandeerd.” -</p> -<p>Tower tikte aan zijn pet en was het volgend oogenblik in de duisternis verdwenen. -</p> -<p>Terwijl Henderson de auto op een hoek van een breedere straat deed postvatten, besteeg -Raffles met zijn beschermeling de steile trappen van het oude huis, niet veel beter -dan een krot. -</p> -<p>Het kostte heel wat moeite, maar ten slotte bereikten de twee dan toch de vierde verdieping. -</p> -<p>Op het gerucht van hun schreden ging op het donkere portaal een deur open. -</p> -<p>En in het lichtschijnsel vertoonde zich een mannelijke gestalte. -</p> -<p>Een welluidende stem vroeg: „Is u daar, mijnheer Lark?” -</p> -<p>„Ja, ik ben het, Jack,” antwoordde de oude man. „Is alles goed met Nelly?” -</p> -<p>„Alles in orde mijnheer Lark, maar u is niet alleen?” -</p> -<p>„Neen, ik breng iemand mee, een goed vriend, Jack. Een heel goed vriend.” -</p> -<p>De beide mannen hadden nu het portaal bereikt en stonden voor de deur, die werd open -gehouden door een jongen man met een sympathiek doch zwaarmoedig gelaat, ongeveer -vijf en twintig jaar oud en zeer eenvoudig gekleed, hoewel men zien kon dat hij aan -zijn schamele kleedij alle mogelijke zorg besteedde. -</p> -<p>De drie mannen traden nu een zeer eenvoudig maar armelijk gemeubeld vertrek binnen. -</p> -<p>De verlichting bestond uit een kleine petroleumlamp. -</p> -<p>Maar het was toch licht genoeg om een withouten tafel, een paar rieten stoelen en -een ijzeren veldbed te kunnen onderscheiden. -</p> -<p>Voor de ramen hingen een paar oude tot op den draad versleten lappen, bij wijze van -gordijnen. -</p> -<p>De vloer was kaal en liet de vermolmde planken zien. -</p> -<p>Aan de tafel zat een jong meisje. -</p> -<p>Zij kon ongeveer twintig jaar zijn. -</p> -<p>Heur haar was buitengewoon weelderig en blauwzwart. -</p> -<p>In het bleeke smalle gelaat, dat vroeger zeer schoon geweest moest zijn, schitterden -met ongewonen gloed twee donkere oogen, onder onberispelijk geteekende wenkbrauwen. -</p> -<p>Het meisje scheen te spelen met een spel kaarten, waarvan zij huisjes en allerlei -voorwerpen bouwde, welke zij dan met een schril lachje telkens omver wierp. -</p> -<p>Raffles was een uitnemend geneesheer. Op den eersten blik zag hij aan de geheele uitdrukking -van het bleeke gelaat, dat dit de dochter van Lark moest zijn. -</p> -<p>Het was de uitdrukking van den waanzin.… -<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK III.</h2> -<h2 class="main">Het verhaal van Edwin Lark.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het rampzalige jonge meisje had ternauwernood het hoofd opgeheven, toen zij de deur -hoorde open gaan. -</p> -<p>Maar toch liet zij een kinderachtig geluid van vreugde hooren, toen zij haar vader -herkende. Er sluimerde dus nog een vonk der edele rede achter dat hooge voorhoofd, -nog ongerimpeld en blank. -</p> -<p>Lark was haastig op zijn dochter toegetreden en streelde haar met innige liefde over -haar prachtig haar. -</p> -<p>Toen wendde hij zich tot Raffles, die bescheiden bij de deur was blijven staan en -zeide bewogen: -</p> -<p>„Dit is mijn eenig kind, mijnheer, mijn dochter Nelly. Dit jonge mensch heet Jack -Fieldman. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e418" title="Niet in bron">„</span>Hij is onze trouwe vriend, al jaren. Ik behoef volstrekt geen geheim te maken van -onze omstandigheden, mijnheer, en hier waar ge bij zijt, wil ik het zeggen, dat Jack -met onwankelbare trouw ons terzijde is blijven staan, toen alles om ons heen in puin -stortte.” -</p> -<p>„Zeg dat toch niet, mijnheer Lark. Ik deed dit alles zoo innig graag voor U en voor -Nelly. Zij was immers mijn collega.<span class="corr" id="xd31e422" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>„Uw collega?” vroeg Raffles verwonderd, terwijl hij naderbij trad en Jack de hand -toestak. „Wat is dan uw beroep als ik vragen mag.” -</p> -<p>„Hij is onderwijzer, mijnheer,” antwoordde Lark inplaats van Jack. „En hij zou professor -zijn, als hij maar zijn studiën had kunnen voltooien, zooals het behoort.” -</p> -<p>„Wat heeft hem dan belet om dat te doen?” vroeg Raffles vol belangstelling. -</p> -<p>Maar het volgende oogenblik had hij reeds berouw van zijn vraag. -</p> -<p>Jack werd bloedrood en wendde zich af. -</p> -<p>„Ik heb u gekwetst. Ik zie het,” zeide Raffles op zachten toon. „Neem het mij niet -kwalijk. Ik begrijp het nu. Maar laat mij dan zeggen, dat armoede volstrekt geen schande -is, en dat iemand, als gij schijnt te zijn, voor niemand het hoofd behoeft te buigen. -Wat was uw studie onderwerp?” -</p> -<p>„De schoone letteren, mijnheer,” antwoordde Jack met schitterende oogen, maar met -trillende lippen. „O, ik kan u niet zeggen, hoe heerlijk ik het had gevonden, als -ik had kunnen uit studeeren—het mocht niet.” -</p> -<p>Raffles keek even in het open schrander gelaat en vroeg toen weder: -</p> -<p>„Gij zijt zeker aan een openbare school?” -</p> -<p>„Ja, mijnheer.” -</p> -<p>„Ja, dan kan ik mij voorstellen, dat u de middelen ontbreken, u aan uw lievelingsstudie -te wijden,” hernam Raffles. „Boeken zijn nog al duur en het bezoeken van een universiteit -kost handen vol geld.” -</p> -<p>Hij wendde nu den blik naar het meisje, aan de tafel, dat reeds weder in haar spel -verdiept was en luid in de handen klapte wanneer het haar gelukt was, een fraai huisje -van de kaarten te bouwen, en zeide: -</p> -<p>„Miss Nelly is dus onderwijzeres geweest, voor dit vreeselijk ongeluk haar trof?” -</p> -<p>„Ja, mijnheer. Aan een kostschool.” -</p> -<p>Raffles stond even in gedachten verdiept en zeide toen op meewarigen toon: -</p> -<p>„Dat alles is wel verschrikkelijk—zulk een schoon, lieftallig jong meisje.” -</p> -<p>Lark glimlachte flauwtjes, toen hij op eenigszins matten toon zeide: -</p> -<p>„Nelly is geen jong meisje, mijnheer. Ze is getrouwd.” -<span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span></p> -<p>„Wat zegt ge daar?” riep Raffles in de grootste verbazing uit. „Getrouwd? Hoe komt -het dan dat haar man niet voor haar zorgt?” -</p> -<p>„Dat zou hij misschien, neen zeker wel doen, mijnheer, als hij maar wist dat ze in -dien toestand is geraakt.” -</p> -<p>„Weet hij dat dan niet,” riep Raffles uit, wiens verbazing ieder oogenblik toenam. -„Hebt gij het hem dan niet dadelijk mede gedeeld? Was hij er dan niet bij, toen uw -dochter door dit vreeselijke werd overvallen?” -</p> -<p>„Neen, mijnheer, daar was hij niet bij, die arme Donald.” -</p> -<p>„Maar hebt gij het hem dan niet geschreven? Al was hij aan het andere einde van de -wereld—als hij haar lief heeft, zou hij toch dadelijk gekomen zijn, en hij zou haar -nimmer meer hebben verlaten.” -</p> -<p>„Wij hebben hem eenmaal geschreven. Er kwam geen antwoord. De tweede brief kwam terug -met het opschrift op de enveloppe: „Vertrokken, met onbekende bestemming.” Nu weten -wij niet waar hij is.” -</p> -<p>Langen tijd bleef het stil na deze woorden. -</p> -<p>Raffles begreep niets van hetgeen hij zooeven vernomen had, maar hij zag wel in, dat -hier een geheim bestond, een droevig geheim, dat misschien voor een gedeelte de oorzaak -zou kunnen verklaren van den noodlottigen waanzin, waardoor de jonge vrouw was aangegrepen. -</p> -<p>„Ik denk er niet aan, mij in uw familiezaken te mengen,” begon hij weder op zachten -toon, „maar gij wilt mij zeker wel zeggen, of uw ongelukkige dochter kinderen heeft?” -</p> -<p>„Eén mijnheer.” -</p> -<p>„En woont dat kind ook bij u aan huis? Of hebt gij het misschien onder de hoede gesteld -van familieleden, die beter dan gij in staat zullen zijn, er voor te waken en het -op te voeden?” -</p> -<p>De mond van den ouden man begon zenuwachtig te trekken en hij scheen de grootste moeite -te hebben, zijn tranen te bedwingen, toen hij op doffen toon antwoordde: -</p> -<p>„Wij weten niet waar het kind, waar de kleine Richard is, mijnheer.” -</p> -<p>Nu kon Raffles onmogelijk een luiden kreet van verbazing weerhouden. -</p> -<p>Hij staarde Lark ongeloofelijk aan als vreesde hij, dat ook de oude man aan een tijdelijke -zinsverbijstering leed en herhaalde toen: -</p> -<p>„Gij weet het niet? Gij weet dus niet waar de vader, en evenmin waar zijn kind is. -Weet hij dat dan?” -</p> -<p>„Hij weet het ook niet, mijnheer—of er zou een toevallige omstandigheid moeten plaats -vinden, die ondenkbaar is. Maar neem plaats en dan zal ik het u alles verhalen. Gij -hebt daarop het volle recht. En we hebben volstrekt niets te verzwijgen.” -</p> -<p>„Ik wil het niet weten, mijn waarde Lark, indien het u ook maar de minste opoffering -zou kosten het mij mede te deelen,” hernam Raffles op vasten toon. „Ik vermoed haast, -dat hier een vreeselijk geheim schuilt, nietwaar?” -</p> -<p>„Dat moogt gij wel zeggen, mijnheer,” hernam de oude man zuchtend. „Het is een raadsel -voor ons allen. Maar laat ik u naar vervolg verhalen. Het zal mij misschien pijn doen, -een oude wonde open te rijten, maar ik acht mij gelukkig een man in vertrouwen te -nemen, die getoond heeft, zijn medemenschen te willen helpen, wanneer zij in nood -en ellende verkeeren. Wat Jack betreft, hij is op de hoogte van de geheele zaak en -hij heeft zelfs zijn beetje spaargeld uitgegeven, om te trachten eenig spoor van den -knaap terug te vinden.” -</p> -<p>De jonge man had den spreker snel het zwijgen willen opleggen, maar hij kwam te laat. -</p> -<p>Nu vergenoegde hij er zich mede, afkeurend zijn hoofd te schudden. -</p> -<p>Raffles had hem op den schouder geklopt en zeide op ernstigen toon: -</p> -<p>„Het is heel mooi van u, wat gij gedaan hebt, mijnheer Fieldman. Zoo iets vindt men -ten huidige dage niet vaak meer en nu uw verhaal, Lark. Wie weet kan ik u nog wel -van dienst zijn.” -</p> -<p>„Gelooft gij dat werkelijk, Mylord?” vroeg de oude man, terwijl hij schielijk het -hoofd ophief en Raffles met zijn schier uitgedoofde zwakke oogen aanzag. „Ik vrees.… -ik vrees.…” -</p> -<p>Hij had zich aan de tafel neergezet, en nam liefkoozend een der kleine blanke handen -van de jonge vrouw in de zijne. -</p> -<p>Toen begon hij: -</p> -<p>„Ik zeide u reeds, dat mijn dochter onderwijzeres was aan een kostschool. Haar huwelijk, -dat zes jaren geleden gesloten werd, hielden wij voorloopig geheim, want ik moet u -zeggen, dat mijn schoonzoon en mijn kind het in den aanvang alles behalve breed <span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span>hadden. Zij hadden weinig anders dan hun liefde, en al was die oneindig groot, men -kan er niet alleen van leven. Natuurlijk zou mijn Nelly op de kostschool dadelijk -worden ontslagen, zoodra het bekend werd, dat zij gehuwd was en omdat de twee jonge -lieden haar salaris in den eersten tijd niet konden missen, zoo verzwegen zij hun -huwelijk.” -</p> -<p>„Niemand wist dus daar iets van?” vroeg Raffles die aandachtig toeluisterde. -</p> -<p>„Niemand, behalve Jack, ik en nog een paar naaste bloedverwanten.” -</p> -<p>„En de ouders van uw schoonzoon natuurlijk,” gaf Raffles te kennen. -</p> -<p>„Neen, die wisten het niet,” zeide de oude man op zachten, onzekeren toon. -</p> -<p>„Wisten die het niet?” kwam Raffles verwonderd. „Hij behoefde zich toch voor zijn -keuze niet te schamen.” -</p> -<p>Lark richtte zich fier op en zijn oogen schitterden, toen hij uitriep: -</p> -<p>„Neen zeker, dat behoefde hij niet en hij deed het ook niet. De zaak is, dat hij in -onmin leefde met zijn ouders. Hij had zijn vader na een hevigen twist verlaten, naar -het schijnt. Ik moet u zeggen, dat ik er nooit het ware van geweten heb, en mijn kind -trouwens ook niet. Donald was daaromtrent zeer gesloten. Ik weet zeker, dat hij op -zijn beurt een geheim te verbergen had, dat hem zwaar op het hart drukte.” -</p> -<p>Lark wachtte even, scheen zijn gedachten te verzamelen en vervolgde toen: -</p> -<p>„Ik hield bijzonder veel van hem en Nelly aanbad hem als het ware. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e489" title="Niet in bron">„</span>Hun huwelijk was zoo gelukkig als men het maar verlangen kon. Zij waren voor elkander -geschapen. Ik.…” -</p> -<p>Maar hij kon niet voortgaan, want Jack was plotseling opgestaan en zeide op eenigszins -schorren toon: -</p> -<p>„Neem mij niet kwalijk, mijnheer Lark, en ook gij Mylord, ik moet nog een bepaald -aantal schriften van mijn leerlingen nazien. Ik hoop, dat gij mij verontschuldigt.” -</p> -<p>„Slechts dan, wanneer gij mij belooft, dat gij mij dezer dagen eens komt opzoeken,” -zeide Raffles, terwijl hij den jongen man, wiens gelaat verbazend bleek was geworden, -de hand toestak. „Ik stel me voor, dat er wellicht aan de studiezaak wel een mouw -te passen is.” -</p> -<p>De hand die hij vasthield, beefde en de oogen van Jack Fieldman glansden vochtig, -toen hij ten antwoord gaf: -</p> -<p>„Ik—ik zal gaarne komen, Mylord. Adieu mijnheer Lark.” -</p> -<p>De jonge man wierp een snellen blik op de jonge vrouw, die het hoofd had opgeheven -en hem kinderlijk toelachte, en Raffles meende te zien, dat zijn gelaat zich smartelijk -vertrok. -</p> -<p>Nog eenigen tijd nadat de deur achter Jack Fieldman was dicht gevallen, bleef het -stil in het vertrek. -</p> -<p>Men hoorde niets dan het lichte gerucht van de kaarten, waarmede de krankzinnige speelde. -</p> -<p>Toen hernam Lark, na een blik op de dichte deur geworpen te hebben, op fluisterenden -toon: -</p> -<p>„Gij zult het wellicht zelf reeds gemerkt hebben, Mylord. De arme jongen is nog steeds -doodelijk verliefd op mijn dochter.…” -</p> -<p>„Zoo iets meende ik in zijn blik te hebben gezien,” zeide Raffles op zachten toon. -„Was dat al zoo, toen Nelly nog.… nog normaal was?” -</p> -<p>„Ja. Zij is altijd een goede vriendin voor hem geweest. Eenigen tijd waren zij aan -dezelfde school verbonden. Zij heeft hem menigmaal ernstig onderhouden en hem bezworen, -toch geen voet te geven aan het gevoel, dat zij nimmer zou kunnen beantwoorden. Maar -hij wilde niet luisteren. Hij bleef haar aanbidden. Ook nog, toen zij reeds gehuwd -was. Maar zijn liefde was rein en zuiver. Hij viel haar nimmer lastig. Pas toen het -verschrikkelijke geschiedde en zij het verstand verloor, kwam hij mij zijn diensten -aanbieden. Hij was voor dien tijd slechts zelden aangekomen. Blijkbaar wilde hij liever -geen getuige zijn van haar geluk, al gunde hij het haar ook van harte. Een zeldzame -jongen, Mylord. Een zeldzame jongen.” -</p> -<p>„Ja, wel zeldzaam,” bevestigde Raffles met een hoofdknikje. „Maar ga nu voort met -uw verhaal, waarnaar ik met de grootste belangstelling luister.” -</p> -<p>„Wel, in den aanvang ging het goed, al had het beter gekund. Donald vond tamelijk -spoedig een betrekking, die voor hem geschikt was, al leverde die niet al te veel -op. Met wat zij als onderwijzeres verdiende, kon zij rond komen. Ik was toen nog modellenmaker -en verdiende een goed loon. Ik was niet onbekwaam in mijn vak, ziet gij. En toen kwam -die vreeselijke oorlog.…” -<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p> -<p>Lark streelde eenigen tijd over de zwarte lokken van zijn kind en ging met bevende -stem voort: -</p> -<p>„Dat veranderde alles. Donald werd vrij spoedig opgeroepen, de kleine Richard was -toen twee jaar oud, maar een wonder scheen hem te beschermen. Hij werd slechts licht -gewond bij verschillende aanvallen en kon dan telkens overkomen, om hier te worden -verpleegd in bijzijn van zijn vrouw en zijn kind, die hem iederen dag mochten bezoeken. -Ik zelf werd tenslotte ook nog opgeroepen, toen men letterlijk iedereen te hulp riep, -om den laatsten stormaanval op de sterke Duitsche linies te ondernemen. Gij weet nu, -wat ik daaruit heb overgehouden. Wat Donald betreft, hij werd op het allerlaatste -oogenblik zwaar gewond. Een paar dagen maar voor de wapenstilstand onderteekend werd. -Gij kunt u de wanhoop van Nelly voorstellen. Zij hield zoo innig veel van hem. Maar -gelukkig kwamen spoedig berichten, die meldden dat zijn leven in ieder geval geen -gevaar zou loopen, en al zou de genezing heel langzaam in haar werk gaan, er was echter -geen sprake van, dat hij vervoerd zou mogen worden. Hij werd naar een hospitaal, dicht -achter de linie vervoerd. Chantilly heette de plaats. O, ik zou dien naam niet kunnen -vergeten, al zou ik het willen. Hij is als met een stalen stift in mijn hersens gegrift.” -</p> -<p>Weer wachtte de oude man even. -</p> -<p>Zijn oogen hadden een strakke uitdrukking gekregen en de pupillen hadden zich verwijd. -</p> -<p>Nadat hij eenigen tijd in gedachten verzonken had gezeten, steeds met de eene hand -over de zwarte lokken van het waanzinnige meisje streelend, ging hij voort: -</p> -<p>„Omstreeks een half jaar geleden kon Nelly eindelijk gehoor geven aan haar hartewensch, -naar Frankrijk gaan, om daar haar zieken echtgenoot te bezoeken. Ze hadden een gelukje -gehad, ziet gij. Op een loterijlot was een prijs gevallen, iets van tachtig pond. -Toen stond ons besluit vast. Wij zouden met ons drieën naar Frankrijk gaan. O, geloof -maar, dat Nelly het eerder, reeds veel eerder zou hebben gedaan, indien het slechts -mogelijk ware geweest. Maar wij moesten in dien tijd zeer zuinig zijn, want ik was -onbekwaam om te werken en alles wat ik beproefd had, liep op niets uit. Ik was en -bleef een invalide, die voor de gemeenschap niets meer waard is. Wij maakten dus alles -voor de reis in gereedheid en scheepten ons in naar Calais.…” -</p> -<p>„Een oogenblik. Ge hadt zeker uw schoonzoon van te voren gewaarschuwd?” -</p> -<p>„Neen, dat deden wij niet. Wij wilden hem verrassen. Het ging hem reeds veel beter -en over twee weken zou hij uit het ziekenhuis worden ontslagen. Ons plan was dan ook -die weken met hem door te brengen en een kleine reis langs de slagvelden te maken.” -</p> -<p>„Toen gij op reis ging, hoe lang was het toen geleden, dat gij het laatst van Donald -gehoord had?” -</p> -<p>„Twee weken. Toen schreef hij ons nog een langen brief, waarin al zijn vurige liefde -voor vrouw en kind aan den dag kwam. Ik bewaar dien brief als een heilig aandenken.” -</p> -<p>„Was het een militair <span class="corr" id="xd31e522" title="Bron: hospital">hospitaal</span>, waarin uw schoonzoon verpleegd werd?” -</p> -<p>„Het was een ziekenhuis van de stad.” -</p> -<p>„Ik dank u, zoudt ge nu verder willen gaan?” -</p> -<p>„Wij kwamen zonder ongevallen in Calais aan. Mijn dochter sprak voortreffelijk Fransch -en in mijn dienstjaren daar ginds heb ik ook een mondje Fransch leeren spreken. Wij -reisden eerst naar Parijs, overnachtten daar en gingen den volgenden dag verder en -toen wij uit den trein stapten aan het station van Chantilly, toen gebeurde het ongeloofelijke.” -</p> -<p>Lark hijgde van opwinding, toen hij deze woorden uitsprak. Zijn mond was krampachtig -vertrokken en zijn oogen hadden een uitdrukking van vrees en tevens van woeste wraakzucht. -</p> -<p>„Gij zoudt gelooven, dat zooiets in een beschaafden staat onmogelijk was, Mylord. -Want het gebeurde bijna op klaarlichten dag. Dicht bij het station stond een auto -gereed. Daarin zaten drie mannen, de pet diep in de oogen gedrongen. Ik weet het nog -heel nauwkeurig. Het is in mijn ziel gegrift. Een van de mannen sprong er uit en draaide -den motor op gang. Natuurlijk zou dat in gewone omstandigheden niets beteekend hebben, -en ik zag het dan ook, zonder het bepaald te zien. De tweede man, die uit de auto -sprong, snelde regelrecht op ons toe en greep den kleinen Richard. Het geschiedde -zoo snel, dat wij nog niet eens beseften, wat er eigenlijk aan de hand was, toen reeds -de auto in pijlsnelle vaart weg reed. Ik zal u niet beschrijven, hoe mijn dochter -deze plotselinge, <span class="corr" id="xd31e531" title="Bron: onverklaarbaare">onverklaarbare</span> ontvoering opnam. Het was verschrikkelijk. Zij gilde, zij gedroeg zich als een waanzinnige, -zij rukte zich de haren uit, en <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>dadelijk kwamen van alle kanten menschen op haar gegil aanloopen. Wij moesten haar -naar een apotheek brengen en haar bijbrengen. Natuurlijk was aanstonds de politie -gewaarschuwd en naar alle richtingen werden telegrammen gezonden. Pas veel later vernamen -wij dat de auto onderweg van gedaante veranderd moest zijn en dat ook de roovers zich -vermomd hadden. Maar de ergste slag zou nog voor ons te wachten staan. Veel later -dan wij gedacht hadden begaven wij ons naar het ziekenhuis. Gij kunt wel begrijpen -in welken toestand. Maar wij moesten den vader toch op de hoogte gaan brengen, eer -alle hoop vervlogen scheen, om de roovers nog snel in te halen.” -</p> -<p>Lark snakte naar adem en had moeite zijn stem te beheerschen, toen hij uitriep: -</p> -<p>„Toen wij aan het ziekenhuis kwamen, vernamen wij daar, dat Donald reeds een week -geleden was vertrokken. Men wist ook niet wanneer en of hij wel zou terug keeren, -want hij had volstrekt niets gezegd.” -</p> -<p>Raffles keek den ouden man met groote verbazing aan. Wat hij ook verwacht mocht hebben, -die mededeeling zeker niet. -</p> -</div> -</div> -<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK IV.</h2> -<h2 class="main">Nadere inlichtingen.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Lark had het hoofd op de borst laten zinken en tranen druppelden over zijn ingevallen -wangen. -</p> -<p>Zijn stem had allen klank verloren, toen hij stamelde: -</p> -<p>„Dat was meer, dan Nelly kon verdragen, die reeds geheel overstuur was door de ontvoering -van den kleinen Richard. De plotselinge mededeeling beroofde haar van het verstand. -Gij kunt u mijn toestand zeker wel voorstellen, Mylord. Daar ginds in een vreemd land -met slechts een geringe reispenning, die spoedig zou zijn geslonken tot niets als -wij er al te lang bleven. Mijn besluit was dan ook spoedig genomen. Ik deelde aan -de politie van Chantilly dadelijk mede, wat er geschied was, met gebruikmaking van -een tolk, want de hevige ontsteltenis scheen mij beroofd te hebben van mijn geheele -kennis van de Fransche taal. Ik gaf mijn adres op aan de directie van het hospitaal -en daarop ging ik met mijn ongelukkig kind naar Londen terug. O, die reis zal ik nimmer -vergeten. Denk eens, slechts weinige dagen tevoren waren wij innig gelukkig over datzelfde -kanaal gekomen, in het vooruitzicht, nu spoedig allen weder vereenigd te kunnen worden -en nu keerde ik terug met een krankzinnige en zonder kleinkind.” -</p> -<p>„Ja, dat moet vreeselijk voor u geweest zijn,” zei Raffles op zachten toon. „En daarna -hebt gij niets meer van uw schoonzoon gehoord?” -</p> -<p>„Niets. Ik zeide u reeds zooeven dat ik een paar malen geschreven had, meenende dat -hij nu wel terug gekeerd zou zijn van zijn zonderlinge afwezigheid waarvan ik niets -begreep. Ik kreeg geen antwoord. Jack is mij bij dit alles trouw behulpzaam geweest, -want ik kende geen Fransch en stelde de brieven, die ik naderhand eveneens aan de -directie van het ziekenhuis richtte, op. Wat Nelly betreft—ik wendde mij, teruggekomen, -dadelijk tot een der beste psychiaters, maar hij kon mij slechts zeer weinig troost -geven—van genezing langs den natuurlijken weg kon geen sprake zijn—er bestond echter -een zeer geringe kans, dat mijn kind even plotseling haar verstand weder zou terug -krijgen als zij het verloren had, wanneer een of <span class="corr" id="xd31e549" title="Bron: ander">andere</span> zeer hevige aandoening haar plotseling aangreep.” -</p> -<p>„Ja, zooiets komt meer voor, wanneer de waanzin <span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span>veroorzaakt is door plotselinge schrik of ontzetting,” zeide Raffles met een hoofdknik. -„De gevallen zijn echter zeldzaam, dat moet ik er bij voegen. En wilt gij mij nu toestemmen, -u eenige vragen te stellen?” -</p> -<p>„Vraag wat gij wilt, Mylord—ik zal er zoo goed mogelijk op antwoorden.” -</p> -<p>„Hebt gij u niet aanstonds in verbinding gesteld van de ouders van Donald Webster?” -</p> -<p>„Hoe kon ik dat, Mylord?” riep de oude man wanhopig. „Ik wist niet eens waar zij woonden.” -</p> -<p>„Dat had Donald u dus nimmer gezegd?” -</p> -<p>„Nooit.” -</p> -<p>„Wist u dochter het niet?” -</p> -<p>„Dat weet ik niet—maar ik geloof het niet. Donald bewaarde steeds een streng stilzwijgen -aangaande zijn vroeger leven en zijn ouders. En Nelly aanbad hem. Zij dacht er niet -over, hem te vragen naar dingen, die hem blijkbaar zeer pijnlijk waren.” -</p> -<p>„Toen de roof van den kleinen Richard te Chantilly plaats had—werd toen in het geheel -niet door de roovers gesproken—ik meen—hebt gij niet kunnen waarnemen van welke nationaliteit -zij waren?” -</p> -<p>„Zij spraken Engelsch, Mylord!” riep Lark uit. „Dat weet ik met de meeste beslistheid. -Het waren Engelschen! Twee hunner waren dat zeker.” -</p> -<p>„Nu, het is niet veel, maar het is tenminste een aanknoopingspunt.” -</p> -<p>Raffles zat eenigen tijd in diepe gedachten verzonken en hernam toen: -</p> -<p>„Uw schoonzoon heeft dus in het leger gediend—welken rang had hij bereikt?” -</p> -<p>„Hij was kapitein, toen hij gewond werd, Mylord.” -</p> -<p>„Bij welk regiment stond hij?” -</p> -<p>„Bij het 127-ste, van de Argyll en Sutherland Highlanders.” -</p> -<p>„En was hij daar kapitein bij?” vroeg Raffles met eenige verbazing. „Indien ik mij -niet vergis, dienen bij het regiment van dien naam zoo goed als uitsluitend officieren -van adel.” -</p> -<p>„Dat meende ik ook Mylord—maar ik verzeker u, dat Donald volstrekt niet van adel was. -O! dat wijst <span class="corr" id="xd31e576" title="Bron: immer">immers</span> zijn naam reeds uit.” -</p> -<p>„Ja—natuurlijk,” hernam Raffles nadenkend. „Zeg eens hebt gij hier misschien de oproeping -bij de hand—ik meen van Webster, om zich bij zijn regiment te voegen?” -</p> -<p>„Zulk een oproeping is hier bij mijn weten nooit ontvangen, Mylord! Donald is het -voor geweest en heeft zich dadelijk ter beschikking gesteld van de legerautoriteiten.” -</p> -<p>„Goed en wel—maar dan moet er toch later een bericht zijn afgezonden. Dat geschiedt -steeds. Men plaatst u maar niet aanstonds ergens, nadat gij u zijt komen aanmelden!” -</p> -<p>„Ik wil u gaarne gelooven, Mylord—maar ik heb zulk een oproeping nooit gezien—Nelly -zeker ook niet.” -</p> -<p>„Nu dan heeft Webster ze zeker in de bus gevonden, of op andere wijze in handen gekregen, -zonder dat gij het gemerkt hebt,” hernam Raffles peinzend. „Webster was zeker nog -heel jong, toen hij met uw dochter trouwde?” -</p> -<p>„Twee-en-twintig jaar, Mylord!” -</p> -<p>„Dat is wel zeer jong! Hij heeft natuurlijk eerst als soldaat gediend en is door zijn -buitengewone bekwaamheid tot kapitein opgeklommen?” -</p> -<p>„Neen, hij kwam dadelijk als luitenant bij zijn regiment.” -</p> -<p>„Als luitenant,” herhaalde Raffles, wiens verbazing toenam. „Hoe is dat mogelijk. -Dan moet hij op de militaire academie geweest zijn.” -</p> -<p>„Dat kan ik u niet zeggen, Mylord. Ik weet het niet.” -</p> -<p>„Hij sprak daar dus nooit over?” -</p> -<p>„Nooit.” -</p> -<p>„Merkwaardig,” mompelde Raffles voor zich heen. „Wat kan hier achter schuilen.” -</p> -<p>Hij keek den ouden man een oogenblik aandachtig aan en vroeg toen weder: -</p> -<p>„Hebt gij hier misschien nog eenige uitrustingstukken, die aan uw schoonzoon hebben -toebehoord?” -</p> -<p>„Ja, er moet in die kast daar ginds nog een pet en een korte jas hangen.” -</p> -<p>Lark was reeds opgestaan en ging de kast openen. -</p> -<p>Hij zocht even tusschen de kleedingstukken en haalde toen een korte militaire jas -en een pet te voorschijn, welke hij voor Raffles op de tafel neder legde. -</p> -<p>Deze bekeek de pet en de schouderkleeding van de jas even en zeide toen op een toon, -die geen tegenspraak duldde: -</p> -<p>„Het is, zooals ik dacht, mijn waarde Lark. Uw schoonzoon heeft de militaire academie -bezocht <span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>en de leerlingen van die school behooren voor het overgroote deel tot den adel.” -</p> -<p>„Maar dat is bijna onmogelijk, Mylord,” riep Lark uit. „De naam Webster is toch zeker -geen adellijke naam.” -</p> -<p>„Neen, dat is het zeker niet,” zeide Raffles glimlachend. „Maar wie zegt U dat het -zijn werkelijke naam was?” -</p> -<p>Lark antwoordde niet dadelijk, maar keek Raffles met groote oogen vol verbazing aan. -</p> -<p>Toen barstte hij uit: -</p> -<p>„Niet zijn eigen naam, Mylord? Maar wat zou hem dan toch wel kunnen bewegen mijn kind -onder een valschen naam te trouwen?” -</p> -<p>„Ik zeg niet, dat hij het gedaan heeft, waarde Lark. Ik denk het zelfs niet. Maar -hoe dan ook. Wij kunnen hieromtrent zekerheid verkrijgen.” -</p> -<p>„Op welke wijze dan?” -</p> -<p>„Eenvoudig door de registers van den Burgerlijken Stand in te zien.” -</p> -<p>„Maar als hij zijn waren naam genoemd had, dan zou Nelly dien toch hebben moeten hooren,” -riep Lark uit, die er nu hoe langer hoe minder van begreep. -</p> -<p>„Dat is volstrekt niet noodzakelijk. Hij kan zijn papieren op het stadhuis heel goed -in orde hebben gemaakt, zonder dat zij er bij was.” -</p> -<p>Raffles zweeg nu geruimen tijd, terwijl de oude man in diepe gedachten verzonken was -en stond toen eensklaps op, terwijl hij zeide: -</p> -<p>„Luister eens, mijn waarde Lark. Er schuilt achter dit alles een geheim, dat gij gaarne -zoudt oplossen, nietwaar?” -</p> -<p>„Maar dat spreekt vanzelf, Mylord,” antwoordde Lark. „Ik weet volstrekt niet wat ik -van dit alles denken moet.” -</p> -<p>„Op dit oogenblik weet ik weinig meer dan gij, al vermoed ik wel het een en ander.” -</p> -<p>„Donald heeft nooit iets laten blijken, dat hij een ander was, dan waarvoor hij zich -uitgaf.” -</p> -<p>„Dan had hij zeer bijzondere redenen, het verborgen te houden,” hernam Raffles op -ernstigen toon. „En nu moet ik u nog enkele dingen vragen, alvorens u te verlaten. -Onder welke omstandigheden leerde Donald uw dochter kennen?” -</p> -<p>„Heel eenvoudig. Hij jaagde met eenige vrienden in de buurt van de kostschool waar -zij les gaf. Zij maakte juist een wandeling met een klasse en bij die gelegenheid -verstuikte zij erg haar voet, toen zij over een groote kei uitgleed. Hij hielp haar -en later.…” -</p> -<p>„Ja, ja, ik begrijp het wel,” zeide Raffles glimlachend. „Zoo, zoo, dat was dus nog -in den tijd dat Donald zich aan het edele jachtvermaak kon wijden. En zeg mij nu eens, -van welken aard de betrekking was, welke hij hier in het begin van zijn huwelijk kreeg.” -</p> -<p>„Machineteekenaar op een fabriek, Mylord. Ik meen dat hij voor officier bij de genie -gestudeerd had, maar wegens de hoogloopende twist met zijn vader, die hem iedere ondersteuning -onthield, kon hij zijn studie niet voortzetten. Nu, ik geloof niet dat de goede Donald -voor iets anders geschikt zou zijn, dan voor kantoorwerk,” voegde de oude man er glimlachend -aan toe. „Hij had zulke fijne dameshanden. Het was heelemaal een heer, op en top.” -</p> -<p>„Ei zoo. Luister eens, mijn waarde Lark. Na alles wat ge mij van hem verteld hebt, -gevoel ik veel sympathie voor uw schoonzoon, en daarom wil ik alles in het werk stellen -om zijn spoor en dat van den kleinen Richard terug te vinden. Ik zal geen moeite sparen. -Het geldt hier het levensgeluk van een geheel gezin en ik ruik hier een misdadig opzet, -waarvan ik de beteekenis slechts half vermoed.…” -</p> -<p>Lark had met tranen in de oogen de hand van zijn weldoener gegrepen en riep nu uit: -</p> -<p>„Dat is meer dan waarop ik ooit had durven hopen, Mylord. O, ge weet niet wat het -zeggen wil wegens nijpend geldgebrek niet in staat te zijn zelf een onderzoek in te -stellen naar lieden, die u het dierbaarst hier op aarde zijn. Zeker, de Fransche recherche -zal moeite doen, het spoor te vinden, maar tot dusverre zijn haar pogingen toch vruchteloos -geweest.” -</p> -<p>„De Fransche recherche beschikt wellicht niet over de middelen, waarover ik beschik, -Lark,” hernam Raffles glimlachend. „Wij spreken dus af, dat ik met mijn trouwen secretaris, -mijnheer Brand, reeds morgen naar Frankrijk vertrek en ik beloof u dat ik u aanstonds -bericht zal zenden per telegraaf, zoodra ik iets ontdekt heb.” -</p> -<p>„Dan moge de hemel u beloonen, Mylord,” zeide de oude man met trillende lippen. -</p> -<p>„Het is echter noodzakelijk, dat gij uw krachten spaart, waarde Lark. Gij zult mij -nu veroorloven, <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>daarvoor te zorgen. Nog heden zal ik met een mijner vrienden spreken, die een groote -fabriek heeft en waar juist een betrekking vacant is, welke gij zeer goed zoudt kunnen -vervullen en die u een behoorlijk loon zal opleveren. Neen, bedank me niet, het heeft -niets te beteekenen. Morgen ontvangt ge nader bericht van mij.” -</p> -<p>Raffles drukte den man, die weende van vreugde om dezen plotselingen ommekeer in zijn -droef bestaan, krachtig de hand en had het volgende oogenblik het vertrek verlaten. -</p> -<p>Terwijl hij naar de wachtende auto liep, mompelde hij voor zich heen: -</p> -<p>„Nu zal het zaak zijn, die vriend met die groote fabriek inderdaad te vinden. Nu, -dit is mijn minste zorg. Op de Windsor-club zullen wel eenige leden zijn, die hun -vice-president Lord William Aberdeen gaarne van dienst zullen zijn.” -</p> -<p>Henderson stond met de groote auto nog juist op dezelfde plaats te wachten. -</p> -<p>„Snel naar huis, Henderson,” beval Raffles. „Heb je goed op het huis gelet, waar ik -zooeven ben binnen gegaan?” -</p> -<p>„Ik zou het met gebonden oogen weten te vinden, Mylord.” -</p> -<p>„Goed zoo, je zult er dadelijk weer heen moeten om een flinken voorraad levensmiddelen -te brengen aan dien ongelukkigen man en ook wat geld.” -</p> -<p>Raffles stapte in en de auto zette zich in beweging.— — — -</p> -<p>Een half uur later ongeveer stond de wagen weder voor het heerenhuis in de Regentstreet -stil. -</p> -<p>Raffles vond Charly in de bibliotheekkamer, een zeer groot vertrek, waarvan de vier -wanden schuil gingen achter zeer hooge boekenkasten, welker bovenste planken men slechts -kon bereiken, door middel van een rollende ladder. -</p> -<p>Er bevonden zich hier meer dan veertien duizend boeken en een groot aantal daarvan -was van wetenschappelijken aard. -</p> -<p>Want de Gentleman-Inbreker was niet alleen een man van verfijnden smaak, die zijn -heerlijke Stradivarius-viool op meesterlijke wijze bespeelde, zeer goed schilderde, -en een uitgebreide kennis van wereld-literatuur had, maar hij zou, indien het hem -lustte, als geneesheer mogen practiseeren, wijl hij zijn studies reeds jaren geleden -voltooid had. -</p> -<p>Tenslotte was hij een volleerd chemicus en bezat ook de ingenieurkunst slechts weinig -geheimen voor hem. -</p> -<p>Charly Brand was dadelijk opgestaan van de sofa, waar hij lag te lezen en begroette -Raffles met een krachtigen handdruk. -</p> -<p>„Is alles in orde met je nieuwen beschermeling?” vroeg hij. -</p> -<p>„Lichamelijk is alles met hem in orde,” antwoordde Raffles. „Maar voor die man zich -gelukkig kan rekenen, zal er nog heel wat moeten geschieden. Er is in zijn leven of -liever in dat van zijn rampzalige dochter een geheim, dat om opheldering vraagt.” -</p> -<p>En nu deelde Raffles Charly alles mede, wat hij in de woning van den armen man vernomen -had. -</p> -<p>„Een vreemde geschiedenis. Welk doel zou Webster er mede gehad hebben, zijn naam te -verzwijgen, zelfs voor zijn eigen vrouw.” -</p> -<p>„Ja, wie kan dat zeggen? Hij zal er wel een grondige reden voor hebben gehad.” -</p> -<p>„Waarop steun je eigenlijk je vermoeden, dat de naam Webster niet zijn eigen naam -is?” -</p> -<p>„Wel, er zijn verscheidene dingen, die voor mijn opvatting pleiten,” antwoordde Raffles. -„Het begon reeds bij zijn trouwen. Zijn vrouw heeft blijkbaar nooit een blik kunnen -slaan in zijn papieren, die zeker zijn ware identiteit zouden aantoonen. Hij kende -geen bepaald vak, had voor officier gestudeerd maar had de studie moeten opgeven wegens -een twist met zijn vader, die voor het geld zorgde. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e658" title="Niet in bron">„</span>Zijn handen waren fijn en welverzorgd, een bewijs, dat hij nog nimmer handenarbeid -had verricht. Hij bezocht de militaire academie, waar bijna alleen adellijke jongelui -komen en het regiment, waar hij dadelijk als luitenant bij geplaatst werd, is er een, -dat geen burgerlijke officieren duldt. En als men hem zal oproepen, dan is het oproepingsbevel -nergens te vinden, want natuurlijk zou daar zijn ware naam op vermeld staan, en dien -wilde hij tot iederen prijs voor zijn vrouw verborgen houden naar het schijnt.” -</p> -<p>„Je kunt wel gelijk hebben, Edward,” hernam Charly peinzend, „maar ik zou toch wel -meer tastbare bewijzen willen hebben.” -</p> -<p>„Wel, die kunnen wij morgen zoeken op het stadhuis.” -</p> -<p>„Op het stadhuis?” -</p> -<p>„Natuurlijk. Als hij niet wil, dat zijn huwelijk <span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span>volkomen onwettig zou zijn dan moest hij in ieder geval onder zijn eigen naam trouwen. -Men heeft hem trouwens natuurlijk om zijn familie-papieren gevraagd. Welnu, dan hebben -wij niets anders te doen dan in de registers van den burgerlijken stand naar den naam -Lark te zoeken.” -</p> -<p>„Welzeker!” riep Charly uit. „Daar had ik niet aan gedacht! Op die wijze moet je zijn -eigen naam vinden. Maar dat zal ons toch niet kunnen verklaren, waarom die man verdwenen -is. Wat kan hem bewogen hebben, zoo eensklaps van vrouw en kind te vluchten.” -</p> -<p>„Wie zegt, dat hij gevlucht is?” kwam Raffles bedaard. „Er kan wel iets anders met -hem geschied zijn.” -</p> -<p>„Iets anders?” herhaalde Charly verbaasd. -</p> -<p>„Zeker! Hij kan bijvoorbeeld een ongeluk gehad hebben, of men heeft hem overvallen, -misschien wel gedood—in ieder geval kunnen wij aannemen, dat zijn terugkeer naar het -ziekenhuis verhinderd is door omstandigheden, niet van zijn wil afhankelijk.” -</p> -<p>„Natuurlijk kunnen wij dat!” riep Charly uit. „Maar ik begrijp niet goed, waarom men -hem uit het ziekenhuis liet gaan, terwijl hij nog niet geheel genezen kon zijn, anders -zou hij er niet terug behoeven te komen!” -</p> -<p>„Dat is niet zoo heel verwonderlijk. Wanneer een militair uit een ziekenhuis wordt -ontslagen dan moet hij zich in menig geval nog eens komen aanmelden. Bovendien stond -hier de zaak anders. Naar het schijnt heeft Webster, zooals wij hem tot nader order -zullen blijven noemen, verlof gevraagd om het ziekenhuis te verlaten, blijkbaar voor -een gewichtige zaak, waarover hij zich echter niet nader schijnt te hebben uitgelaten, -met de belofte, dat hij zou terug keeren, teneinde zijn rustkuur geheel uit te maken. -Daar hij zoo goed als genezen was, heeft men daar ginds in Chantilly niet het minste -bezwaar gemaakt, aan zijn verzoek gehoor te geven. Nu, wij zullen dit alles spoedig -genoeg tot in bijzonderheden weten.” -</p> -<p>„Hoe zoo?” vroeg Charly. -</p> -<p>„Wel, wij gaan morgen, zoodra hier in Londen ons onderzoek is afgeloopen, naar Chantilly. -Ik heb het Lark beloofd.” -<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK V.</h2> -<h2 class="main">Belangrijke ontdekkingen.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Wanneer de avontuurlijke geest van den Gentleman-Inbreker hem tot een of andere onderneming -noopte, dan rustte hij niet, of hij had er een begin van uitvoering aan gegeven, zooals -het met een rechtsterm heet. -</p> -<p>Zijn scherp vernuft had aanstonds verraad en misdaad vermoed achter de vreemde omstandigheden, -welke gepaard gingen met het raadselachtige vertrek van kapitein Webster uit het ziekenhuis -van Chantilly en ontvoering van diens zoontje in dezelfde Fransche plaats. -</p> -<p>En zijn rechtvaardigheidsgevoel—zijn edel hart—ook al zou hij het zelf nimmer hebben -willen toegeven—brachten hem er toe zich dadelijk in dienst te stellen van den ongelukkigen -man, die zoo vreeselijk en plotseling door het noodlot was getroffen, juist toen eindelijk -het geluk weder zijn intrede in zijn huis zou doen, na bange jaren van onzekerheid -en vrees. -</p> -<p>Zoo geschiedde het dan ook, dat hij reeds den volgenden morgen, door Charly Brand -vergezeld, zeer vroeg naar het stadhuis reed, teneinde daar zijn onderzoek te beginnen. -</p> -<p>Alleen het noemen van zijn naam was voldoende, hem aanstonds toegang te geven tot -het reusachtige archief, waar hem een der klerken ter beschikking werd gesteld. -</p> -<p>En nu begon het doorbladeren van eenige lijvige folianten, waarbij ook Raffles en -Charly zich niet onbetuigd lieten, maar dapper meezochten, nadat de klerk op de hoogte -was gebracht. -</p> -<p>Het duurde lang, daar men alleen den naam van de vrouw wist, maar juist toen de Fransche -ouderwetsche hangklok in het deftige vertrek de eerste van zijn tien slagen liet hooren, -liet Charly een luiden kreet hooren en riep uit: -</p> -<p>„Ik heb het gevonden, Mylord.” -</p> -<p>„Laat eens hooren,” verzocht Raffles, wiens blijdschap zich alleen verried door een -weinig verhoogde gelaatskleur. -</p> -<p>Charly hief het zware register een weinig naar het licht van het hooge raam, waarbij -hij stond en las met zijn heldere stem voor: -</p> -<blockquote> -<p class="first">„<span class="corr" id="xd31e697" title="Niet in bron">„</span>Op 23 Mei 1914 gehuwd Donald Reginald Armstrong Sealyham, zoon van Armstrong Geoffrey -John Graaf Sealyham, zeventiende Hertog van Sutherford, met Petronella Mary Stefany -Lark, dochter van Edwin William Lark” en dan komen de jaren der geboorte en zoo meer.”</p> -</blockquote><p> -</p> -<p>Raffles was naderbij getreden en luisterde aandachtig. -</p> -<p>Zijn gelaat verried echter volstrekt geen verbazing. -</p> -<p>Klaarblijkelijk had hij iets dergelijks verwacht. -</p> -<p>Toen Charly het zware boek weder neder legde, trad Raffles er op toe, en schreef snel -alle namen over, benevens den datum van het huwelijk. -</p> -<p>Met een tevreden gelaat klapte hij zijn notitieboekje weder dicht en zeide, zich tot -den klerk wendend: -</p> -<p>„Dat was een vervelend werk voor je, vriend. Ziehier een kleinigheid, om je daarvoor -te troosten.” -</p> -<p>En hij drukte den man een goudstuk in de hand, welke rijke gift den klerk nog jaren -later met groote geestdrift van zijne Lordschap William Aberdeen deed gewagen. -</p> -<p>Maar reeds hadden Raffles en Charly het machtige gebouw weder verlaten, waar zij zulke -kostbare inlichtingen hadden verkregen. -</p> -<p>Toen zij weder op straat stonden, zeide Raffles: -<span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span></p> -<p>„Het schijnt dus dat mijn vermoeden juist is geweest. Onze jeugdige vriend Donald -Sealyham schijnt het ouderlijk huis vol verbittering den rug te hebben toegekeerd -en zelfs zijn naam te hebben willen vergeten. En nu zullen wij eens spoedig in onze -eigen boekerij opzoeken, of wij niets anders omtrent de Sealyhams kunnen vinden.” -</p> -<p>Zij stonden nu voor de wachtende auto met den onverstoorbaren Henderson achter het -stuurwiel, en de reus kreeg bevel hen weder naar de Regentstreet te rijden. -</p> -<p>Daar gekomen begaven zij zich aanstonds naar de bibliotheek, waar Charly uit een der -kleinere kasten een uit fraai juchtleder gebonden boek nam, dat uitsluitend gewijd -was aan den Engelschen adel. -</p> -<p>Hij zocht even in het register en bladerde haastig in het boek. -</p> -<p>Na even te hebben gezocht, riep hij uit: -</p> -<p>„Hier heb ik al, wat wij noodig hebben. Graven van Sealyham, sedert 1476 Hertogen -van Sutherford. Een der oudste geslachten van Schotland, veel grondbezit. De mannelijke -afstammelingen dienden veeltijds bij het leger of de magistratuur. En wacht eens. -Hier heb ik Graaf Armstrong Geoffrey John, den vader van onzen kapitein. Zoo, Donald -schijnt zijn eenige zoon te zijn.” -</p> -<p>„Dat wist ik,” zeide Raffles, die in een gemakkelijken stoel had plaats genomen en -met de beenen over elkander geslagen, kalm zijn sigaret rookte. -</p> -<p>„Wist je dat?” vroeg Charly verbaasd. „Hoe kon je dat weten?” -</p> -<p>„Eenvoudig door te redeneeren. Als hij niet de eenige zoon was, behoefde men zijn -kind niet te ontvoeren, want dat zou dan geen doel hebben.” -</p> -<p>„Daar begrijp ik niets van,” riep Charly verbluft uit. -</p> -<p>„Je zult het later wel begrijpen. Misschien reeds vandaag al,” antwoordde Raffles -glimlachend. „Lees maar eens verder. Ik wilde weten, waar de oude graaf op dit oogenblik -verblijf houdt.” -</p> -<p>Charly vestigde zijn oog weder op de bladzijde, welke hij had opgeslagen en vervolgde: -</p> -<p>„Dit is een uitgave van het jaar 1918. In dat jaar woonde hij op zijn landgoed bij -Hastings, op de zuidkust van Engeland. Hij schijnt een groot jager te zijn en houdt -niet bijzonder veel van de stad en haar vermaken.” -</p> -<p>„Leeft zijn vrouw nog?” -</p> -<p>„Ja,” zeide Charly, na een blik in het boek te hebben geworpen, „tenminste nog in -het jaar 1918.” -</p> -<p>„Dan gaan wij er nu dadelijk heen. Het treft, dat Hastings als het ware op onzen weg -naar Frankrijk ligt.” -</p> -<p>„Denk je daar misschien Donald te vinden?” -</p> -<p>Raffles keek Charly hoofdschuddend aan en antwoordde: -</p> -<p>„Als ik dat dacht, zou ik rijp zijn voor een gekkenhuis, mijn waarde. Geloof je, dat -Donald Sealyham zijn vrouw dan al dien tijd zonder bericht zou laten, terwijl uit -alles blijkt, dat hij haar innig lief had? Geloof je dat hij daar een, twee, drie -weer vrede maakt met zijn vader? Neen, ik weet wel bijna zeker, dat wij hem daar niet -zullen vinden. Maar de vader kon ons misschien een aanwijzing geven—wie weet of hij -zelf wel iets weet van de zonderlinge verdwijning van zijn eenigen zoon. Kun je soms -in dat boek nazien of de oude graaf ook nog in den oorlog heeft gediend?” -</p> -<p>„Hij is tenminste kolonel van een regiment Horseguards.” -</p> -<p>„Hoe oud is hij?” -</p> -<p>„Een en zestig jaar.” -</p> -<p>„Dan is het heel goed mogelijk, dat hij ook aan den wereldoorlog heeft deelgenomen, -want toen die uitbrak was hij pas vijf en vijftig. En nu <span class="corr" id="xd31e737" title="Bron: weten wij">wij weten</span>, wat we willen weten, laten wij ons reisvaardig maken, Charly. Wij gaan met de reisauto -naar Hastings. Henderson zal ons rijden. Wie weet of wij hem in Frankrijk nog niet -noodig hebben.” -</p> -<p>„Dat zou ik wel denken, want de ontvoerders van den kleinen Richard zijn natuurlijk -schurken geweest.” -</p> -<p>„Dat spreekt vanzelf, maar ik ben er van overtuigd, dat zij niet voor eigen rekening -optraden, maar in opdracht van derden. Nu, dat zullen wij nog wel uitvinden. Zorg -er voor, dat er vermommingen worden mede genomen en ik zou ook Busto, den braven speurhond, -wel willen medenemen. Misschien kan hij ons nog van dienst zijn.” -</p> -<p>„Wanneer wil je vertrekken?” -</p> -<p>Raffles raadpleegde even zijn horloge en antwoordde toen: -</p> -<p>„Dadelijk na de lunch. Dan hebben wij nog tijd alles voor onze kleine onderneming -in orde te maken.” -</p> -<p>Hij was uit den stoel opgesprongen. Een en al veerkracht en ondernemingsgeest. -<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p> -<p>Zijn grijze oogen schitterden opgewekt in het scherp geteekende gelaat. -</p> -<p>Charly, aangestoken door dien ijver, haastte zich, Henderson op de hoogte te gaan -brengen van de aanstaande reis. -</p> -<p>Zooals hij wel had kunnen voorzien, bleef de reus over die mededeeling volkomen kalm. -</p> -<p>Een reisje met de auto naar Frankrijk beteekende in het geheel niets. Maar hij zou -evenmin eenige verwondering aan den dag hebben gelegd, indien Charly hem was komen -zeggen, dat hij zich gereed moest houden, om over een kwartier naar Peking of Nova -Zembla scheep te gaan. -</p> -<p>Hij begaf zich dus naar zijn heiligdom, de groote garage, die achter in den tuin stond, -en begon de reisauto, een grooten grijsgelakten wagen, die plaats bood voor acht personen, -gereed te maken. -</p> -<p>Charly haastte zich naar de slaapkamer en pakte daar zijn valies en een koffer met -dubbelen bodem, waarin de noodige zaken voor een vermomming verborgen konden worden. -</p> -<p>Om half een werd geluncht en een half uur later droeg Henderson de bagage in de auto. -</p> -<p>Raffles en Charly vergewischten zich nog eens dat zij hun revolvers niet vergeten -hadden en daarop stapten zij in. -</p> -<p>Henderson had zijn bevelen reeds gekregen en stuurde den wagen met vaste hand door -de drukke straten van Londen. -</p> -<p>Een half uur later reed de auto door de zuidelijke voorsteden en bereikte toen den -breeden <span class="corr" id="xd31e761" title="Bron: lommerijken">lommerrijken</span> straatweg, die naar de zuidkust voert. -</p> -<p>Hoewel de herfst reeds had ingezet, was het weder nog bestendig en zeldzaam warm. -</p> -<p>Het was dan ook een verrukkelijke tocht en de beide vrienden genoten volop en spraken -weinig, verzonken als zij waren in den aanblik van het schoone landschap van deze -streken van <span lang="en">Old England</span>. -</p> -<p>Henderson „hield niet van treuzelen,” zooals hij het plat uitgedrukt noemde en zoo -bereikte de groote reiswagen reeds drie uur later de oude fraaie havenstad Hastings. -</p> -<p>Na eenige informaties wisten de reizigers daar tamelijk spoedig te ontdekken waar -het landgoed van Graaf Sealyham gelegen was. -</p> -<p>Het heette „Primros Castle” en was gelegen aan een grooten zijweg van den straatweg, -van Londen naar Hastings. -</p> -<p>De auto moest dus weder op haar weg terug keeren. Na een half uur rijden werd een -zijweg ingeslagen en geen kwartier later zagen de drie mannen de torens van het grafelijke -kasteel boven het geboomte uitrijzen. -</p> -<p>Primros Castle bleek een uitstekend bewaard gebleven specimen van middeleeuwsche bouwkunst -te zijn en er was slechts weinig aan gerestaureerd. -</p> -<p>Alleen was er in den lateren tijd een vleugel bijgebouwd, die in stijl eenigszins -afweek van het oorspronkelijke gebouw. Een machtig kasteel met torens, kanteelen en -overblijfselen van de oude vestinggracht, die er in vroegere eeuwen omheen had geloopen. -</p> -<p>Rondom het kasteel strekte zich een groot park uit, dat door een hoog hek van den -weg was gescheiden. -</p> -<p>De auto stond stil. -</p> -<p>Henderson verliet zijn zetel en belde aan. -</p> -<p>Het duurde eenigen tijd voor er een oude bediende verscheen, met licht haar en gebogen -rug. -</p> -<p>De man naderde langzaam en liep blijkbaar niet al te goed. -</p> -<p>Hij moest minstens zeventig jaar zijn en was blijkbaar reeds een menschenleeftijd -in dienst van het grafelijk geslacht der Sealyhams. -</p> -<p>Eindelijk stond hij voor het hek. -</p> -<p>Het scheen of hij met wantrouwenden blik de groote auto en hare inzittenden monsterde. -</p> -<p>„Is je meester thuis en te spreken, mijn vriend?” vroeg Raffles vanuit de auto. -</p> -<p>„Mijn meester is thuis, maar ik weet niet of hij ontvangt,” antwoordde de oude bediende -met slepende stem. -</p> -<p>„Ga dan eens spoedig vragen. Zeg dat het een zaak van het grootste gewicht geldt. -Hier is mijn kaartje.” -</p> -<p>Henderson nam het visitekaartje aan, dat Raffles uit een kleine <span class="corr" id="xd31e791" title="Bron: Marokkijne">marokijne</span> portefeuille had genomen en gaf het den bediende. -</p> -<p>Deze wierp er tersluiks een blik op en zeide: „Ik zal uw verzoek gaan overbrengen, -Mylord.” -</p> -<p>En met die woorden strompelde hij weg. -</p> -<p>Raffles wierp Charly een veelbeteekenenden blik toe, en zeide op zachten toon: -</p> -<p>„Naar het schijnt ontvangt de graaf niet veel bezoeken. Die oude bediende scheen onze -komst maar half aangenaam te vinden.” -</p> -<p>„En wat is het hier stil en bijna droevig,” zeide <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>Charly, die een blik in het geheel verlaten park had geworpen, waar de hooge boomen -roerloos te droomen schenen. -</p> -<p>„Ja, het lijkt het verblijf van de smart,” hernam Raffles op gedempten toon. „Het -is of hier alle vreugde voor goed verdwenen is, door een of andere booze macht.” -</p> -<p>Het duurde vrij lang voor de bediende weder verscheen. -</p> -<p>Zonder een woord te spreken, opende hij niet zonder moeite het groote hek, zoodat -de auto kon binnen rijden en langs het oprijpad het breede terras kon bereiken. -</p> -<p>Hier werden de bezoekers opgewacht door een buttler, die al weinig jonger scheen te -zijn dan de bediende die het hek had geopend. -</p> -<p>Raffles en Charly stegen uit en beklommen het terras. -</p> -<p>De buttler boog zwijgend voor hen, begeleidde hen door de groote hall, waar een gedempt -licht heerschte, door een aantal breede gangen en langs eenige trappen naar de tweede -verdieping van het kasteel. -</p> -<p>Op dien ganschen weg waren zij niemand tegen gekomen. -</p> -<p>Geen enkel gerucht deed zich hooren in het groote huis. -</p> -<p>En Charly maakte bij zich zelf de opmerking, dat het niets anders moest zijn geweest -in het betooverde kasteel van de schoone slaapster.… -</p> -<p>Eindelijk stond de buttler stil voor een hooge eikenhouten deur. -</p> -<p>Hij klopte aan en opende tegelijk de deur. -</p> -<p>„Lord William Aberdeen,” kondigde hij met een matte stem aan. -</p> -<p>De twee vrienden traden binnen en de buttler sloot de deur weder achter hen. -<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK VI.</h2> -<h2 class="main">De oude vader.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Zij bevonden zich in een vertrek met een hooge uit eikenhouten balken bestaande zoldering. -</p> -<p>Ook de wanden waren tot manshoogte met eikenhout beschoten, dat door den tijd bijna -zwart was geworden. -</p> -<p>In een der wanden bevond zich een reusachtige schoorsteen, waar ondanks de warmte -daarbuiten een groot haardvuur brandde. -</p> -<p>Dicht bij een der drie groote ramen stond een man, wiens haar zoo wit was als sneeuw. -</p> -<p>Hij moest vroeger een rijzig man zijn geweest, maar de jaren, of de smart hadden hem -voor zijn tijd gebogen. -</p> -<p>Zijn gelaat had een strenge, maar tevens zwaarmoedige uitdrukking. -</p> -<p>Het was zeer bleek en met diepe rimpels doorploegd. -</p> -<p>Die man was graaf Armstrong Sealyham. -</p> -<p>Hij kwam zijn bezoekers een paar passen tegemoet en daarbij kon Raffles waarnemen, -dat hij moeilijk liep en zich daarbij van een stok moest bedienen. Blijkbaar was hij -in den oorlog gewond. -</p> -<p>Met een heesche stem zeide de graaf: -</p> -<p>„Neem plaats, heeren en zeg mij, aan welke reden ik wel de eer van uw bezoek moet -toeschrijven. Ik wil er geen geheim van maken, dat dit huis niet gewend is, gasten, -of zelfs gewone bezoekers te zien. Het is geen opgewekt huis, ziet gij?” -</p> -<p>De oude graaf had deze woorden op bitteren toon gezegd, terwijl hij een zenuwachtige -beweging met de linkerhand maakte. -</p> -<p>Raffles en Charly hadden plaats genomen. -</p> -<p>En nu begon de Groote Onbekende op ernstigen en zachten toon: -</p> -<p>„Ik hoop, graaf, dat gij ons niet zult beschouwen als onbescheiden indringers, mijn -secretaris, mijnheer Brand en mij. Wat ons hierheen brengt, dat is oprechte belangstelling -in.… in een uwer naaste bloedverwanten.” -</p> -<p>„Een mijner naaste bloedverwanten,” herhaalde graaf Sealyham langzaam en op doffen -toon. „Gij moet u vergissen. Ik heb in het geheel geen bloedverwanten, Mylord.” -</p> -<p>„Zoo? Dan zou ik mij dus hebben vergist? Ik meende zeker te weten, dat gij een volwassen -zoon hadt.” -</p> -<p>Deze weinigen woorden schenen den ouden man hevig te treffen. -</p> -<p>Hij wankelde, drukte de hand op het hart en liet een kreunenden zucht hooren. -</p> -<p>Maar daarop herstelde hij zich aanstonds weder en keek Raffles met doordringenden -blik aan, zoo mogelijk nog bleeker dan tevoren. -</p> -<p>„Ik weet niet, wat gij bedoelt, Mylord, ik heb geen zoon,” zeide hij. -</p> -<p>„Kom graaf, zou uw geheugen u parten spelen,” hernam Raffles hoofdschuddend. „Gij -hebt een zoon, die Donald heet, die als kapitein bij een regiment Argyll en Sutherland -Highlanders aan den oorlog heeft deel genomen, die juist even voor het sluiten van -den wapenstilstand gewond werd en sindsdien verpleegd werd in het militaire ziekenhuis -te Chantilly in Frankrijk, vanwaar hij een paar maanden geleden met onbekende bestemming -weder vertrokken is.” -</p> -<p>Met gebogen hoofd en een diep smartelijke uitdrukking op het witte gelaat had de oude -graaf toegeluisterd, maar bij de laatste woorden hief hij eensklaps het hoofd op en -keek Raffles met een starenden blik aan. -<span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span></p> -<p>Hij deed een paar stappen op den bezoeker toe, en zeide toen met bevende stem: -</p> -<p>„Ik zeg u dat ik geen zoon meer heb, Mylord. Hij is dood.” -</p> -<p>„Misschien is hij dood voor u, graaf, en dat is bitter te betreuren,” zeide Raffles -op ernstigen toon, „maar ik verzeker u, dat Donald zich nog slechts weinige maanden -bevond in het ziekenhuis te Chantilly.” -</p> -<p>„In het ziekenhuis te Chantilly?” herhaalde de graaf als het ware automatisch terwijl -een verschrikte schuwe uitdrukking in zijn oogen kwam. „Maar dat is onmogelijk,” barstte -hij uit. „Hij is dood, zeg ik u, gesneuveld bij Permes, bij de laatste bestorming. -Geen zes maanden geleden is het geschied.” -</p> -<p>„Waarom denkt gij dat?” vroeg Raffles, den ouden man strak aanziende, daar hij vreesde, -dat de onzekerheid omtrent het lot van den verstooten zoon hem misschien van zijn -verstand had beroofd. -</p> -<p>„Waarom ik het denk?” schreeuwde de oude graaf nu, bevende over al zijn leden. „Waarom -ik het denk? Wilt gij mij gek maken? Ik heb er toch de bewijzen van.” -</p> -<p>„Welke bewijzen?” -</p> -<p>„De officieele aankondiging van zijn dood, onderteekend door zijn regimentschef Sir -Easton.” -</p> -<p>„Als dat zoo is, graaf, als dat inderdaad zoo is, dan heeft hier een laaghartig bedrog -plaats gehad,” riep Raffles op luiden toon. „Dan heeft men u met een doel, dat ik -begin te doorzien, op de ellendigste wijze om den tuin geleid. Want dan zeg ik u, -dat dat bewijs niets waard is, dat de aankondiging vervalscht is.” -</p> -<p>Raffles had nog niet geheel uitgesproken, of de graaf stiet een doffen kreet uit, -waarin alles weerklonk, wat zijn vaderhart in de laatste maanden had gemarteld, berouw, -vrees, toorn, smart.… en zou neergestort zijn, wanneer Charly niet haastig was opgevlogen -en hem in zijn armen had opgevangen. -</p> -<p>Dadelijk droegen de beide mannen den ongelukkigen man naar een breede lage sofa, terwijl -Raffles aan het schelkoord trok, dat naast de deur hing. -</p> -<p>Even later trad de bejaarde buttler binnen, die een uitroep van schrik liet hooren -en op zijn meester wilde toeijlen. -</p> -<p>Maar Raffles weerhield hem met een gebaar en beval: -</p> -<p>„Breng water, alsmede vlugzout, snel. Uw meester is flauw gevallen.” -</p> -<p>De man snelde heen en keerde spoedig terug met het gevraagde. -</p> -<p>Raffles en Charly hadden intusschen de kleederen van den bewustelooze los gemaakt -om hem zooveel mogelijk lucht te verschaffen. -</p> -<p>Zij maakten nu zijn pols nat en wreven zijn slapen met azijn en water, terwijl Charly -hem een kleine flacon met vlugzout onder den neus hield. -</p> -<p>Na enkele minuten kwam graaf Armstrong weder bij. -</p> -<p>Hij sloeg langzaam de oogen op en scheen Raffles tot diens blijdschap dadelijk te -herkennen. -</p> -<p>Hij richtte zich overeind, door de beide bezoekers gesteund, en mompelde op zwakken -toon: -</p> -<p>„Ik geloof, dat ik zooeven mijn bewustzijn heb verloren, Mylord. Neem het mij niet -kwalijk. Het voegt een oud soldaat niet, maar het was sterker dan ik. Wat gij daar -zeidet greep mij vreeselijk aan.” -</p> -<p>Hij had den buttler in het oog gekregen, die nog altijd ongerust aan het voeteneinde -van de sofa stond en vervolgde met sidderende stem: -</p> -<p>„Denk eens aan, Mice—Mylord Aberdeen zeide mij daareven, dat mijnheer Donald niet -gevallen is.” -</p> -<p>„Niet gevallen?” stamelde de buttler, bevend van ontroering. „Zou dat mogelijk zijn, -graaf?” -</p> -<p>„Het is niet alleen mogelijk, vriend, het is zoo,” zeide Raffles. -</p> -<p>„Dat—dat is bijna te mooi om waar te kunnen zijn, graaf,” kwam het bevend over de -lippen van den getrouwen dienaar. „Mag ik het dadelijk over vertellen graaf en mevrouw -de gravin, moet het haar niet aanstonds worden mede gedeeld?” -</p> -<p>„Dat in geen geval,” riep Raffles haastig uit. „En spreek er vooral met niemand over. -Het is van het grootste belang, dat er voorloopig niets bekend wordt, dat mijnheer -Donald niet door den vijand gevallen is. Later zal u wel blijken, waarom. En laat -mij nu nog even met den graaf alleen. Ik heb zeer gewichtige en naar ik hoop goede -dingen met hem te bespreken.” -</p> -<p>De oude buttler verwijderde zich haastig, misschien wel om de tranen te verbergen, -die hem naar de oogen waren gedrongen, nadat hij nog een schuwen, haast smeekenden -blik op zijn meester had geworpen, die niet aan het scherpe oog van John Raffles was -ontgaan. -<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p> -<p>Zoodra de deur achter den getrouwen bediende was dichtgevallen, richtte de oude graaf -zich geheel op en vroeg op hartstochtelijken toon: -</p> -<p>„Wat weet gij nu, Mylord. Wat vermoedt gij. Waarom denkt gij, dat men mij bedrogen -heeft en wat zou daar de reden van kunnen zijn.” -</p> -<p>„Ik zal het u zeggen, graaf. Maar laat mij beginnen met u mede te deelen, dat ik hier -optreed, niet namens mijzelf, maar voor iemand, die u zeer na aan het hart moet liggen, -uw kleinzoon.” -</p> -<p>„Mijn.…” begon de graaf, maar hij beëindigde den zin niet, maar verborg het gelaat -in de handen en liet een kermenden zucht hooren. -</p> -<p>„Ja, graaf, uw zoon is gehuwd en heeft een kind, maar denkt niet dat gij nu reeds -aan de grens staat uwer smarten. Neen, er wacht u nog meer droefheid, maar laat ik -u alles in volgorde verhalen, het zal dan aan u staan of u mij vertrouwen wilt en -mij zeggen hoe het mogelijk was, dat gij niet eens geweten hebt, waar uw zoon zich -ophield.” -</p> -<p>En nu deelde Raffles den graaf mede, op welke wijze hij in kennis was gekomen met -Edwin Lark en diens rampzalige dochter. -</p> -<p>Hij verheelde niet, niets van de armoede, welke hij in de kleine woning in de Crescent-street -had aangetroffen, niets van den toestand waarin de vrouw van Donald zich bevond. -</p> -<p>Graaf Armstrong had met strakke oogen en onbewegelijk gelaat toegeluisterd. -</p> -<p>Toen Raffles alles had medegedeeld bleef de ongelukkige man geruimen tijd als een -steenen beeld zitten, ten prooi aan diepe smart. -</p> -<p>Gekrenkte trots, ouderliefde, wrok en mededoogen voerden fellen strijd op zijn gelaat. -</p> -<p>Eindelijk hief hij het hoofd op en begon: -</p> -<p>„Het is edel van u, dat gij u in dienst van dien armen man hebt willen stellen, Mylord, -en nu zult gij ook alles hooren. Wie weet kunt gij mij enkele raadselachtige zaken -ophelderen, die mij volkomen duister zijn.” -</p> -<p>Hij wreef zich met de vermagerde hand over de oogen en vervolgde: -</p> -<p>„Gij zult natuurlijk reeds geraden hebben, dat een hevige twist mij van mijn eenigen -zoon heeft vervreemd. Wij beiden hebben een trotsch, onafhankelijk karakter en buigen -doen wij niet spoedig, ook niet voor elkander. Het is spoedig verteld. Een zestal -jaren geleden ontmoette mijn zoon een onderwijzeresje van een kostschool, louter door -toeval. Laat ik dadelijk zeggen, dat dit de vrouw moest zijn, die thans zoo vreeselijk -getroffen is in haar verstand. Hij deelde mij mede, dat hij haar wilde huwen. Gij -zijt zelf van adel, Mylord, gij kunt misschien beseffen, met welke kracht ik mij tegen -die verbintenis verzette. Daar kwam bij, dat ik juist een andere keuze voor mijn zoon -had gedaan, maar hij wilde niet toegeven. Er vielen harde woorden over, van die woorden, -die een kloof ondempbaar schijnen te maken.…” -</p> -<p>Weer wachtte de oude graaf even om met een pijnlijken zucht te vervolgen: -</p> -<p>„Ik ontstak in hevige drift en joeg hem weg. Ik onthield hem zelfs zijn toelage, zoodat -hij dadelijk de militaire academie moest verlaten, toen hij juist den rang van luitenant -had behaald. Hij ging, zelf bleek van woede en drift en wij hebben elkander sedert -dien vreeselijken dag nimmer terug gezien. Ik wist <span class="corr" id="xd31e900" title="Bron: zelf">zelfs</span> niet dat hij gehuwd was, ofschoon ik het wel kon vermoeden. Om haar immers had hij -zijn vader en moeder verlaten.” -</p> -<p>„Zij zijn gelukkig geweest, graaf,” zeide Raffles op zachten toon. -</p> -<p>„Dat—dat is— — —” stamelde de oude man, „het verheugt mij, dat het zoo gegaan is. -Maar laat ik verder gaan. De oorlog brak uit. Natuurlijk nam ik dadelijk dienst. Ik -ontving hier ook den oproep aan mijn zoon, maar kon het stuk niet opzenden, daar ik -immers niet wist waar hij vertoefde.” -</p> -<p>„Daarom dus is die oproep nooit te Londen ontvangen,” mompelde Raffles zacht voor -zich heen. -</p> -<p>„Ik vernam echter reeds weinige dagen later dat mijn zoon zich dadelijk bij zijn regiment -had aangemeld, en toen Mylord, toen greep er langzamerhand een groote verandering -in mijn binnenste plaats. Het besef dat mijn eenig kind zou kunnen sneuvelen, voor -ik hem had terug gezien, de smart van mijn arme vrouw, die met den dag vermagerde, -het inzicht dat ik toch misschien niet geheel en al in mijn recht was geweest, toen -ik mijn zoon verbood te doen, wat hij als zijn levensgeluk beschouwde, dat alles deed -mij het hoofd buigen. Ik stond mijn vrouw toe, dat zij Donald schreef.…” -</p> -<p>„Gij hadt hem dus tenslotte meenen te vinden?” -</p> -<p>„Na verloop van tijd wist ik tenminste waar zijn regiment was, een streek in Vlaanderen, -na den ongelukkigen veldtocht op Gallipoli te hebben gemaakt.” -<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p> -<p>„Wanneer schreef de gravin voor de eerste maal op uw verzoek?” -</p> -<p>„Ongeveer twee jaar na het uitbreken van den oorlog.” -</p> -<p>„Wist gij dan toen zeker dat uw zoon nog in leven was?” -</p> -<p>„Ja, wij lazen in de bladen, dat hij eervol vermeld was.” -</p> -<p>„Dat geschiedde natuurlijk onder zijn waren naam?” -</p> -<p>„Ja, het stond in de Times en andere groote bladen. Op dien brief hebben wij echter -nimmer antwoord ontvangen.” -</p> -<p>De oude graaf zuchtte diep en wischte de oogen af. -</p> -<p>Daarop vervolgde hij. -</p> -<p>„Mijn vrouw schreef nog tweemaal. Daarop schreef ik zelf. Ik wachtte bijna een maand -en schreef nogmaals en steeds geen antwoord. Zijn trots scheen hem nog altijd te beheerschen -en toch zweer ik u, dat ik hem gaarne aan het hart had gedrukt, in dien tijd. Maar -toen geschiedde er iets nog veel ergers. Ik zelf werd zwaar gewond en moest den dienst -verlaten. Mijn vrouw deelde het Donald <span class="corr" id="xd31e922" title="Bron: onmiddellijk">onmiddelijk</span> mede en meende stellig, dat hij nu wel komen moest. Het kon immers slecht met zijn -vader zijn afgeloopen. Maar hij kwam niet. Mijn vrouw schreef hem een smeekenden brief. -Hij bleef weg.” -</p> -<p>„Hoe—wist gij zeker, dat hij toen nog in leven moest zijn?” -</p> -<p>„Mijn neef, die bij de administratie was, kwam ons vaak bezoeken en deelde het mij -mede. Hij was bij dezelfde brigade, jaren achtereen.” -</p> -<p>„Uw neef behoorde dus tot dat regiment.” -</p> -<p>„Ja.” -</p> -<p>„Wat was zijn functie, meer in het bijzonder?” -</p> -<p>„Hij was bij den veldpost-dienst.” -</p> -<p>„Hoe heet uw neef?” -</p> -<p>„Edward Little.” -</p> -<p>„Waar is hij nu. Ik zou hem zelf gaarne eenige vragen stellen.” -</p> -<p>„Dat kan ik u niet zeggen. Wij hebben hem nu in geruimen tijd niet gezien. Wellicht -blijft hij uit een gevoel van tact weg in den eersten tijd.” -</p> -<p>„Een gevoel van tact,” herhaalde Raffles. „Hoe zoo?” -</p> -<p>„Wel, hij is mijn eenige erfgenaam. Hij moet mijn fortuin en titel erven.” -</p> -<p>„Ei zoo. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e940" title="Niet in bron">„</span>Dat wil natuurlijk zeggen, wanneer Donald inderdaad niet meer tot de levenden zou -behooren.” -</p> -<p>„O Mylord, ik wenschte zoo vurig, dat gij in het gelijk zoudt worden gesteld. Maar -hoe kan ik nog twijfelen met het doodsbericht in de lade van mijn schrijfbureau.” -</p> -<p>„Zou ik die aankondiging eens mogen zien?” vroeg Raffles. „Geloof mij, het is geen -nieuwsgierigheid. Ik wil mij slechts overtuigen of het stuk wel echt is.” -</p> -<p>Graaf Armstrong stond op en strompelde naar zijn groote schrijftafel, dat tusschen -twee der ramen stond. -</p> -<p>Hij haalde een sleutelbos te voorschijn, opende een lade, zocht daar even in en trok -toen een papier naar zich toe, dat hij ontvouwde en Raffles toestak. -</p> -<p>Deze onderzocht het papier nauwkeurig en zeide na eenigen tijd: -</p> -<p>„Het formulier is zonder eenigen twijfel echt. De mededeeling draagt het gebruikelijke -hoofd en het is ontwijfelbaar officieel briefpapier van het regiment, waarbij uw zoon -stond. Nu blijft slechts de vraag te beantwoorden, wie dit stuk heeft geschreven, -of onderteekend.” -</p> -<p>„Het is de onderteekening van den regimentschef Sir Easton, Mylord.” -</p> -<p>„Het is te betreuren, dat hij niet zelf meer in staat is om te zeggen, of hij zelf -inderdaad dit stuk heeft geteekend, in ieder geval staat het als een paal boven water, -dat uw zoon leefde, toen dit stuk verzonden werd, graaf.” -</p> -<p>„Maar wie kan dat gedaan hebben?” riep graaf Armstrong op wanhopigen toon. „Welke -laaghartige schurk kan ons zoo ellendig bedrogen hebben en met welk doel.” -</p> -<p>„Wel graaf, dat moet natuurlijk iemand geweest zijn, die er groot belang bij had, -dat gij uw zoon inderdaad dood waande. Uw neef, om maar eens iemand te noemen.” -</p> -<p>Het was goed, dat een stoel in de nabijheid van den ouden man stond, want hij had -niet de kracht zich overeind te houden bij het hooren van deze woorden. -</p> -<p>„Mijn neef,” fluisterde hij op heeschen toon, de handen tot vuisten gebald. „Dat zou -ongelooflijk zijn. Hij was altijd goed en voorkomend voor ons. Hij wist ons steeds -te troosten als wij ons over het <span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span>stilzwijgen van onzen zoon <span class="corr" id="xd31e958" title="Bron: beklaagde">beklaagden</span>. Hij wist zelf niet wat hij er van moest denken.” -</p> -<p>„Was uw neef rijk?” vroeg Raffles, zonder acht te slaan op den uitroep van den ouden -man. -</p> -<p>„Hij was in ieder geval welgesteld, maar ik wil wel erkennen dat hij zeer veel geld -noodig had.” -</p> -<p>„Hij was zeker reeds een tamelijk bejaard man?” -</p> -<p>„Waarom denkt gij dat. Hij is nog geen dertig<span class="corr" id="xd31e967" title="Niet in bron">.</span>” -</p> -<p>„O, ik dacht het, omdat hij in het leger een post bekleedde, die hem ver van ieder -gevaar hield,” zeide Raffles losjes. -</p> -<p>„Ach, Edward Little behoorde niet tot de sterksten,” zeide graaf Armstrong vergoelijkend. -„Hij meende, dat hij zijn land ook op die wijze van nut kon zijn.” -</p> -<p>„Ja, ja, ieder zijn meug. Dus die jonge man wordt nu van welgesteld zeer rijk, nietwaar, -natuurlijk tenzij blijkt, dat uw zoon nog leeft en terug gevonden wordt. Er is echter -iets, dat mij bij deze gansche zaak niet geheel en al duidelijk is. Als uw zoon aan -zijn vrouw en schoonvader alleen bekend was onder den naam Webster, hoe konden zij -dan weten, dat hij ziek lag in een hospitaal te Chantilly, waar hij immers opgenomen -moest zijn onder den naam van zijn vader?” -</p> -<p>„De eenige oplossing is, dat hij zijn regimentschef in het geheim heeft genomen en -hem verzocht heeft zijn aangenomen naam ook onder dienst te mogen blijven dragen, -natuurlijk behalve in officieele stukken.” -</p> -<p>Raffles bleef even in gedachten zitten en vervolgde toen: -</p> -<p>„Kende uw neef en uw zoon elkander goed?” -</p> -<p>„Zij kenden elkander, maar zij hebben nooit al te goed met elkander overweg gekund,” -antwoordde de oude graaf. „Hun karakters liepen nog al uiteen.” -</p> -<p>„Het is dus mogelijk, dat zij onder dienst in aanraking met elkander zijn geweest?” -</p> -<p>„Dat is zelfs zeker. Edward schreef ons vaak, dat hij mijn zoon had gezien of gesproken.” -</p> -<p>„En hij zorgde voor de brieven, nietwaar?” -</p> -<p>„Ja, dat was zijn taak.” -</p> -<p>„Hij zou dus bijvoorbeeld brieven kunnen beletten hun bestemming te bereiken, eenvoudig -door vernietiging.” -</p> -<p>Graaf Armstrong gaf geen antwoord en staarde Raffles geruimen tijd met een uitdrukking -van hevige afschuw in zijn oogen aan. Toen barste hij uit: -</p> -<p>„Ik durf—ik kan niet gelooven, wat gij mij daar te verstaan wilt geven, Mylord. Het -is te afschuwelijk om er aan te denken.” -</p> -<p>„O, het menschelijk gemoed heeft zeer diepe en duistere afgronden, graaf,” zeide Raffles -schouderophalend. „De boosheid van het menschelijk hart is menigmaal niet te peilen. -Het moet voor uw neef inderdaad vrij gemakkelijk zijn geweest, bij het uitzoeken der -brieven, de uwe, zoowel als de zijne te verduisteren. Hij had natuurlijk ook briefpapier, -met het hoofd van het regiment er op gedrukt, onder zijn berusting.” -</p> -<p>Aan zooveel laagheid scheen hij nimmer te hebben gedacht. -</p> -<p>„Luister graaf,” hernam Raffles met vaste stem. „Het staat voor mij vast, dat wij -hier te doen hebben met een sluw bedacht complot. Het was natuurlijk niet voldoende, -dat uw zoon van het tooneel verdween—ook zijn zoon moest verdwijnen en geve God dat -het niet voor goed is geweest.” -</p> -<p>Graaf Armstrong werd lijkbleek en wilde iets zeggen, toen de deur weder geopend werd -en de buttler met zijn vlakke stem aandiende: -</p> -<p>„Mijnheer Edward Little vraagt, of u hem ontvangen kunt.” -</p> -<p>Charly stond reeds op, teneinde zich bescheiden terug te trekken, maar Raffles wendde -zich fluisterend tot den ouden graaf en zeide, zoodat de buttler het niet kon hooren: -</p> -<p>„Ik verzoek u dringend, uw neef hier te ontvangen—in onze tegenwoordigheid. Praat -echter vooral niet over hetgeen wij zooeven hebben behandeld. Hij mag niet het geringste -vermoeden. Laat het voorkomen, alsof wij hier juist in de buurt zijn gekomen en u -een beleefdheidsbezoek komen brengen.” -</p> -<p>De graaf knikte en zeide tot den buttler, die op den drempel van de deur was blijven -wachten: -</p> -<p>„Verzoek mijn neef hier te komen.” -</p> -<p>De buttler ging heen en liet een oogenblik later Edward Little binnen treden. -</p> -<p>Hij was een man van dertig jaar ongeveer, maar die er ouder uitzag, met slappe trekken, -dun gezaaid haar, en een weinig gebogen rug. -</p> -<p>Hij bleef een oogenblik in de deuropening stil staan toen hij de hem onbekende bezoekers -ontwaarde en fronste even de wenkbrauwen. -</p> -<p>Toen trad hij met uitgestrekte hand op den graaf toe en zeide opgeruimd: -</p> -<p>„Goeden dag, oom. Lang geleden sinds ik u gezien <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>heb. Ik maak gebruik van de gelegenheid dat ik hier in de buurt ben, om u even de -hand te komen drukken.” -</p> -<p>„Daar doe je goed aan, Edward,” zeide de graaf, zonder zijn neef aan te zien. „Laat -ik je even voorstellen aan Lord William Aberdeen en zijn secretaris, mijnheer Charles -Brand, die hier een huis hebben gehuurd en mij de eer bewijzen van hun eerste bezoek.” -</p> -<p>De heeren bogen zwijgend voor elkander en Raffles keek in een paar eigenaardig schitterende -groenzwarte oogen, die in het geheel niet bij het bleeke fletse gelaat schenen te -passen. -</p> -<p>Hij wilde een nietszeggende beleefdheidsfrase uiten, toen een zwak gekreun hem haastig -het hoofd deed omwenden. -</p> -<p>De oude graaf had zijn hand op het hart gedrukt en scheen een bezwijming nabij. -</p> -<p>Raffles schoot toe, om hem te ondersteunen, maar de graaf weerde hem glimlachend af -en zeide op zachten toon: -</p> -<p>„Het gaat al weer over—laat maar—ik ken die aanvallen—de dokter weet niet wat het -is—ik denk dat het de naderende ouderdom zal zijn.” -</p> -<p>Raffles keek den graaf onderzoekend aan, schudde even het hoofd en daarop zetten de -heeren zich, om een gesprek over de jacht te beginnen. -</p> -<p>Little scheen echter veel haast te hebben, want hij stond na een kwartier reeds weder -op, en zeide, terwijl hij een klein pakje uit den zak haalde en het zijn oom overhandigde: -</p> -<p>„Hier is uw tabak, oom. Ik heb ze ditmaal zelf maar meegebracht, inplaats van ze u -te sturen, zooals gewoonlijk. Ik moet nu afscheid van u nemen, want ik heb een afspraak -met eenige vrienden. Over eenige dagen hoop ik een paar dagen te komen logeeren.” -</p> -<p>Hij drukte zijn oom de hand, boog stijf voor Raffles en Charly en verliet het vertrek. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e1014" title="Bron: Onmiddelijk">Onmiddellijk</span> trad Raffles op den graaf toe en fluisterde: -</p> -<p>„Geef mij die tabak mede. En beloof mij, dat gij nimmer meer iets zult aanraken, wat -door de handen van dien man is gegaan.” -</p> -<p>„Groote God, wat wilt gij zeggen, Mylord?” vroeg graaf Armstrong, bleeker dan een -lijk. -</p> -<p>„Voorloopig vermoed ik nog slechts, graaf. En nu verlaten wij u. Kom snel mede, mijnheer -Brand. Wij moeten weten, waar die Edward Little blijft.” -<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch7" class="div1 last-child chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK VII.</h2> -<h2 class="main">Het wonder der liefde.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Dadelijk verlieten de beide vrienden het kasteel en zij kwamen juist bijtijds buiten, -om te zien, hoe Edward Little in een kleinen jachtwagen wegreed, die met twee fraaie -paarden bespannen was. -</p> -<p>„Rijdt dat wagentje na, Henderson,” beval Raffles zich tot den reus wendend, „maar -zorg zooveel doenlijk, dat die man ons niet ziet.” -</p> -<p>De twee vrienden stapten in en de auto zette zich in beweging. -</p> -<p>Het jachtwagentje was het groote hek reeds uitgereden, dat door den bediende met het -witte haar voor hem werd open gehouden. -</p> -<p>De man wilde het juist weer sluiten, toen hij de groote auto zag aankomen. -</p> -<p>Henderson stuurde den wagen behendig door het hek en reed den straatweg op, het jachtwagentje -achterna, waar, behalve Edward Little, nog een groom zat, die echter gelukkig naast -zijn meester en niet op het achterbankje gezeten was, daar hij in dat geval de auto -voortdurend zou hebben gezien. -</p> -<p>Binnen tien minuten wist Raffles, dat Little naar Hastings reed. -</p> -<p>Een uur later hield het jachtwagentje voor het station stil, waarop Little van den -bok sprong, na den groom te teugels te hebben overgegeven. -</p> -<p>Zonder om te zien trad hij het stationsgebouw binnen, terwijl de groom dadelijk met -het wagentje weg reed. -</p> -<p>„Ga hem na, Charly, en tracht er achter te komen, naar welke stad hij reist,” zeide -Raffles op zachten toon. „Vertoon je echter zoo min mogelijk, want wij mogen tot geen -prijs zijn achterdocht gaande maken.” -</p> -<p>Charly wipte uit de auto en verdween op zijn beurt in het groote gebouw. -</p> -<p>Hij bleef nog geen volle vijf minuten weg. -</p> -<p>Toen hij weder naar de auto terug keerde vertoonde zijn jong knap gezicht een tevreden -uitdrukking. -</p> -<p>„Ik weet het en hij heeft mij niet gezien,” zeide hij. „Hij gaat naar Dover.” -</p> -<p>„Regelrecht naar Frankrijk dus?” riep Raffles uit. „Nu, hij geeft ons in ieder geval -een goede kans.” -</p> -<p><span id="xd31e1044"></span>Hij boog zich voorover en zeide op gedempten toon tot Henderson: -</p> -<p>„James—over een kwartier gaat er een trein naar Dover—ik wilde gaarne dat wij er nog -voor den trein waren.” -</p> -<p>„Dan zullen wij er voor den trein zijn, Mylord,” antwoordde de reus eenvoudig. -</p> -<p>„Je wilt dus naar Frankrijk gaan?” vroeg Charly, toen de auto zich in beweging gezet -had met een snelheid, die veel beloofde voor den rit langs den verlaten straatweg. -</p> -<p>„Ja, ik wil zien, wat die man daar gaat uitvoeren, terwijl hij zijn oom zeide, dat -hij hier in de buurt zou blijven.” -</p> -<p>„Maar onze passen?” -</p> -<p>„Maak je niet ongerust—ik heb nog steeds een drietal passen, die een volle maand geldig -blijven.” -</p> -<p>„Maar hij zal ons daar ginds herkennen en ook onze auto aan boord van het Kanaalschip.” -</p> -<p>„De auto gaat niet mee. Wij zullen daarginds wel een zeer snellen wagen huren. Wat -ons uiterlijk betreft—dat kunnen wij in Frankrijk veranderen en wij zullen ons zoo -weinig mogelijk aan dek vertoonen gedurende den overtocht.” -</p> -<p>Reeds suisde de auto in bliksemsnelle vaart langs den breeden straatweg, die van Hastings -naar Dover voert, en nog geen half uur later snorde zij reeds langs de havenstad Rye. -</p> -<p>Henderson hield zijn woord—de groote auto reed <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>Dover binnen, volle vijf en twintig minuten voor de trein uit Hastings daar moest -aankomen. -</p> -<p>Dadelijk werd de auto in een garage gestald. -</p> -<p>De koffers werden naar de aanlegplaats van de boot gebracht, die over vijf kwartier -zou vertrekken, en de drie mannen scheepten zich in, nadat hun passen waren geviseerd. -</p> -<p>Door een der patrijspoorten van de rookkamer hield Raffles de loopbrug in het oog. -</p> -<p>Zijn geduld werd spoedig beloond, want een kwartier voor het vertrek van de boot kwam -Edward Little aan boord, slechts voorzien van een klein handvalies, dat zich reeds -in het jachtwagentje had bevonden. -</p> -<p>Raffles en zijn beide reisgenooten hielden zich gedurende den ganschen overtocht benedendeks -op, en bleven zoodoende uit het gezicht van Little, die aan dek was gebleven. -</p> -<p>Het was bijna elf uur in den avond, toen de boot in de haven van Calais meerde. -</p> -<p>Langzaam <span class="corr" id="xd31e1069" title="Bron: verliezen">verlieten</span> de reizigers de boot, want ook nu moesten de passen worden nagezien, hetgeen tamelijk -veel tijd in beslag nam. -</p> -<p>Maar de drie reizigers hadden hun maatregelen genomen, opdat Little hen niet zou ontgaan, -en zij zagen hem dan ook, na de visitatie, een auto aanroepen en eenige woorden met -den chauffeur wisselen. -</p> -<p>„Hij zal zich wel naar het station laten rijden,” zeide Raffles op zachten toon tot -Charly. „Snel hem achterna. Hij mag ons in geen geval ontsnappen.” -</p> -<p>„Gaat er dan nog een trein naar Parijs?” -</p> -<p>„Er gaan nog treinen in verschillende richtingen. Stop chauffeur.” -</p> -<p>Dit laatste bevel gold den chauffeur van een huurauto, die juist met zijn wagen stil -stond. -</p> -<p>„Het spijt mij mijnheer, maar ik ben besteld,” zeide de man. -</p> -<p>„Voor wien?” vroeg Raffles ongeduldig. -</p> -<p>„Voor den nieuwen Peruaanschen gezant, die met de boot moet zijn aangekomen.” -</p> -<p>„Het is spijtig voor den Peruaanschen gezant—maar dan zal hij op een andere auto moeten -wachten,” zeide Raffles kalm. „Ik heb geen tijd te verliezen. Vijftig francs voor -jou als je gindsche auto achterna rijdt en bijhoudt.” -</p> -<p>Of het nu kwam, dat de chauffeur de finantieele positie van den Peruaanschen gezant -niet zeer hoog schatte of om een andere reden—hij opende kalmpjes het portier door -even achter zich te reiken en zeide langs zijn neus: -</p> -<p>„Stap maar in, heeren.” -</p> -<p>Raffles en zijn beide metgezellen lieten het zich geen tweemaal zeggen, maar stapten -vlug in de auto, die weg reed, juist toen een kruier schreeuwend en wenkend kwam aanloopen, -blijkbaar in opdracht van den woedenden gezant, die zich aldus een der zeer weinige -voertuigen zag ontnemen. -</p> -<p>De beide auto’s reden door Calais, maar tot verbazing van Raffles ging de rit niet -naar het station. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e1087" title="Bron: Indegendeel">Integendeel</span>, de auto, waarin Little had plaats genomen, scheen de stad aan de zuidzijde te willen -verlaten. -</p> -<p>„Waar gaat hij toch heen?” riep Charly verbaasd uit. -</p> -<p>„Ik vermoed haast, dat hij naar een plek gaat, die niet ver van Calais verwijderd -en moeilijk per spoor te bereiken is,” antwoordde Raffles. -</p> -<p>Hij had onder het spreken de hand in den zak gestoken en haalde er nu het pakje tabak -uit, dat Little voor zijn oom had meegebracht. -</p> -<p>Hij opende het voor een klein gedeelte, nam er voorzichtig tusschen de vingertoppen -een weinig uit, en bracht het aan zijn neus. -</p> -<p>„Wat doe je daar?” vroeg Charly nieuwsgierig. -</p> -<p>„Ik ruik aan de tabak, in de verwachting, dat ik er wel iets vreemds aan zal ruiken,” -antwoordde Raffles. -</p> -<p>„Waarom?” -</p> -<p>„Omdat ik denk, dat die tabak vergiftigd is.” -</p> -<p>„Maar dat zou verschrikkelijk zijn,” riep Charly vol afschuw uit. „Hoe kwam je op -die gedachte?” -</p> -<p>„Omdat ik den ouden graaf aandachtig heb gadegeslagen toen hij die zonderlinge flauwte -kreeg, terwijl zijn neef in het vertrek was. Ik ken die aanvallen en die verandering -van het gelaat—zij worden veroorzaakt door een langzaam voortsluipende kwaal, die -weder haar oorzaak vindt in een gestadige slooping van de longen. En daaraan is deze -tabak zeer waarschijnlijk schuldig, mijn waarde.” -</p> -<p>„Maar dan zou die Little een schurk van de ergste soort zijn, Mylord?” barstte Henderson -vol verontwaardiging uit. -</p> -<p>„Daar heb ik dan ook geen oogenblik aan getwijfeld, vriend James,” zeide Raffles droogjes. -<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span></p> -<p>Intusschen had de auto de stad reeds bijna verlaten. -</p> -<p>Zij stond stil en de chauffeur boog zich naar achteren en riep door het openstaande -portier: -</p> -<p>„Waar nu heen patroon. De andere wagen is de stad uitgereden.” -</p> -<p>„Volg hem, al ging hij regelrecht naar de hel,” beval Raffles kortaf. „Doe je lichten -uit—de boete betaal ik graag. En honderd francs voor jou, als we de andere auto kunnen -volgen zonder dat het gemerkt wordt. Wij zijn een bijzonder grooten ellendeling op -het spoor, vriend. Laat je dat een aansporing zijn om op je tellen en je beurs te -passen.” -</p> -<p>Zonder nog iets te zeggen, keerde de chauffeur zich weer om en voort stoof de auto -langs den donkeren weg, die naar het zuiden voerde. -</p> -<p>Een uur verstreek. -</p> -<p>Er werd weinig of niet gesproken. -</p> -<p>De drie mannen begrepen allen als bij ingeving, dat zij de ontknooping van het drama -naderden. -</p> -<p>Eindelijk hield de auto opnieuw stil. -</p> -<p>Raffles stak zijn hoofd uit het portier. -</p> -<p>„Waarom stop je chauffeur?” vroeg hij op zachten toon. -</p> -<p>„Omdat zij daar ginds het ook gedaan hebben, patroon.” -</p> -<p>In de verte schenen enkele lichten te glinsteren. -</p> -<p>„Waar zijn we hier ergens?” vroeg Raffles. -</p> -<p>„Die lichtjes, dat is Wissant, aan de kust, een paar kilometer van Kaap Gris Nez. -U kunt hier het klotsen van de branding duidelijk hooren.” -</p> -<p>Inderdaad—uit de verte klonk het dof, eentonig gegrom van de golven, die de rotsige -kust beukten. -</p> -<p>Raffles bedacht zich niet lang. -</p> -<p>Hij wendde zich tot Henderson en zeide: -</p> -<p>„Neem den hond mee en volg hem Henderson, maar in ieder geval onderneem je niets op -eigen gezag, tenzij je leven gevaar mocht loopen. Vlug—voor hij uit het gezicht is. -Hij heeft jou nog niet gezien en je moet je bovendien zoo goed mogelijk verborgen -houden. Geef het bekende sein als het noodig is.” -</p> -<p>De reus stapte uit, nam Busto aan de lijn mede, nadat Raffles op zachten toon een -paar woorden tot het schrandere dier gesproken had, en verdween in de duisternis. -</p> -<p>Raffles wendde zich tot den chauffeur, die van dit alles niets scheen te begrijpen -en zeide: -</p> -<p>„Honderd vijftig francs voor jou, als je hier op onze terugkomst blijft wachten. Het -zal niet langer duren dan een uur denk ik. Hier zijn er vast honderd op afrekening, -want je behoeft ons niet op ons eerlijk gezicht te gelooven.” -</p> -<p>De man knikte tevreden, nestelde zich op zijn bak in zijn dikke deken en maakte zich -gereed een tukje te doen. -</p> -<p>Raffles en Charly spoedden zich weg. -</p> -<p>Het was bijna één uur in den nacht, toen zij door het als slapende stadje Wissant, -weinig meer dan een dorp, liepen. -</p> -<p>Steeds duidelijker werd de machtige stem van den Oceaan, die zich hier te pletter -liep op de klippen van Bretagne. -</p> -<p>Raffles en Charly wisselden geen woord met elkander. -</p> -<p>Met hun blikken trachtten zij de dikke duisternis te doorboren, die in de geheel verlaten -straten heerschte. -</p> -<p>In de verte meenden zij nu en dan voetstappen te hooren die zich haastig verwijderden. -</p> -<p>Binnen een half uur waren zij het dorp in zijn geheele lengte doorgegaan en bevonden -zich weder in het vrije veld. -</p> -<p>De weg steeg langzaam. -</p> -<p>Links ontwaarden de beide mannen vaag akkers, waar de winterrogge in dichte halmen -bijeen stond, maar ter rechterzijde was het uitzicht geheel afgesloten door de hooge -klippen. -</p> -<p>En steeds bleef de weg stijgen. -</p> -<p>Nu en dan stonden de beide mannen even stil, om te luisteren naar de geluiden die -door het nachtelijk duister tot hen doordrongen. -</p> -<p>Van de voetstappen vernamen zij reeds sedert eenige minuten niets meer. -</p> -<p>En toch moest Little dezen weg zijn langs gegaan, omdat er geen andere was. -</p> -<p>En plotseling klonk door den stillen nacht de klagende roep van den wielewaal.… -</p> -<p>Beide mannen hadden elkander aangestooten. -</p> -<p>„Het sein,” zeide Raffles zachtjes. „Het kwam van den kant van de zee. Wij zullen -nog verder moeten stijgen.” -</p> -<p>Snel vervolgden beide mannen hun weg. -</p> -<p>Nog een kwartier klommen zij verder—en twee malen wees de roep van den wielewaal hun -den goeden weg—Henderson waakte. -<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span></p> -<p>Eindelijk bereikten zij den bovenkant van de rotsen, en nu breidde zich diep onder -hun voeten de zee uit, omrand door een gordel van wit schuim—dat was de branding, -die daar beneden, honderd meter lager, tegen de klippen sloeg, met een hel, dreunend -geluid, machtig als de donder. -</p> -<p>Plotseling maakte Charly een bliksemsnelle beweging naar zijn revolverzak—zijn scherp -oog had een gedaante ontdekt, die zich behoedzaam van de rots los maakte en naderbij -scheen te komen. -</p> -<p>Maar een zachte stem zeide op waarschuwenden toon: -</p> -<p>„Ik ben het Mylord. Alles is in orde.” -</p> -<p>Het volgend oogenblik trad Henderson uit de schaduw van de rots te voorschijn en Busto -sprong kwispelstaartend, maar zonder geluid te geven tegen zijn meester op. -</p> -<p>„Je hebt hem dus kunnen volgen, James?” vroeg Raffles fluisterend. -</p> -<p>„Ja, Mylord.” -</p> -<p>„Waar is hij dan nu?” -</p> -<p>„In een vervallen hut, daar boven op de rots om een kromming van den weg. Gij kunt -haar van hier niet zien. Ik durfde niet verder gaan, want ik geloof, dat er zich daar -nog meer personen bevinden, die de wacht houden, dicht bij de deur. Busto gromde tenminste, -zooals hij altijd doet, wanneer er vijanden in de buurt zijn.” -</p> -<p>„Zouden wij niet die hut langs een omweg kunnen bereiken, zonder dat de bandieten -het bemerken?” vroeg Charly. -</p> -<p>„Misschien wel, mijnheer Brand,” antwoordde de reus. „Het is wel een weinig gevaarlijk—maar -wij zouden kunnen probeeren, aan de zijde van de zee tegen de rots op te klauteren -en zoo de hut aan de achterzijde bereiken. Zij is zoo wrak, dat ik kans zou zien, -haar omver te duwen.” -</p> -<p>„Laten wij dat dan probeeren—maar snel om Godswil. Wie weet wat die schurk van plan -is.” -</p> -<p>„Maar wat denk je dan toch eigenlijk, Edward?” vroeg Charly. -</p> -<p>„Wat ik denk? Natuurlijk dat de ellendeling op deze afgelegen plek, door geen sterveling -bezocht<span class="corr" id="xd31e1168" title="Bron: ;">,</span> zijn twee slachtoffers opgesloten houdt. En nu geen tijd verloren met praten. Er -moet gehandeld worden. Jij nadert de hut zoo voorzichtig mogelijk aan de voorzijde, -Charly. Henderson en ik zullen de rots aan de zijde van de zee beklimmen. Op die wijze -omsingelen wij hen.” -</p> -<p>Dadelijk daalden Raffles en Henderson den weg af, tot zij een geschikte plek gevonden -hadden, om langs de rots omhoog te klauteren, die hier weinig steil was. -</p> -<p>Niettemin was het een zeer bezwaarlijke arbeid, die aan minder krachtige en geoefende -mannen zeker niet gelukt zou zijn. -</p> -<p>Stap voor stap naderden de twee mannen de hut aan de achterzijde. -</p> -<p>Zij vertoonden zich als een vormelooze zwarte massa boven de rots. -</p> -<p>Henderson was de voorste en bijna had hij den rand bereikt.… toen zijn voet op een -grooten steen trapte die van rotspunt tot rotspunt rollend met luid geraas in zee -viel. -</p> -<p>Onmiddellijk verschenen er twee mannen om den hoek van de hut, om te zien, wat er -gaande was. -</p> -<p>Een hunner zag het hoofd van Henderson boven den rand van de rots uitsteken. -</p> -<p>Met een gebrul van woede vloog hij op dat hoofd toe en begon er uit alle macht op -te trappen, terwijl hij schreeuwde: -</p> -<p>„Verraad, verraad, schiet je revolver af, Jim. Daar beneden is er nog een.” -</p> -<p>Henderson spande zich tot het uiterste in. -</p> -<p>Hij gevoelde, dat hij verloren zou zijn, als hij nog eenige van de vreeselijke trappen -op het ongedekte hoofd kreeg. -</p> -<p>Hij stak met een vlug gebaar de rechterhand uit en wist het been van zijn belager -te grijpen. -</p> -<p>Hij trok er aan—de ander verloor zijn evenwicht—struikelde, trachtte zich staande -te houden en stortte toen met een rauwen gil, die door de rotsen weerkaatst werd, -voorover in zee, daarbij strijkelings langs het lichaam van Raffles schietend. -</p> -<p>Henderson had zich met een laatste krachtinspanning op de rots weten te werken, juist -toen de tweede bandiet zijn revolver had getrokken en op Raffles aanlegde. -</p> -<p>Het schot ging af, maar de kogel verloor zich in de ruimte. -</p> -<p>Henderson had den ellendeling om het middel gevat en smeet hem met zooveel geweld -tegen den wand der hut, dat hij bewusteloos bleef liggen. -</p> -<p>Intusschen was de deur open gevlogen en in de <span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span>opening verscheen Edward Little, gewaarschuwd door het schieten. -</p> -<p>Met een kreet van dierlijke woede keerde hij dadelijk in de hut terug en wierp de -deur achter zich in het slot. -</p> -<p>„Naar binnen, Charly, naar binnen,” schreeuwde Raffles, die op zijn beurt de bovenzijde -van de rots had bereikt en begreep wat er daar binnen zou geschieden. -</p> -<p>Charly kwam aansnellen maar hij wierp zich tevergeefs uit alle macht tegen de gesloten -deur. -</p> -<p>Toen kwam Henderson hem te hulp. -</p> -<p>Hij smeet zijn zwaar lichaam uit alle macht tegen de deur, die splinterend open vloog. -</p> -<p>Hij stormde naar binnen. -</p> -<p>Uit den kelder klonk smartelijk hulpgeroep. -</p> -<p>Nog een trap en een tweede deur barstte open. -</p> -<p>Juist op tijd vloog Henderson naar binnen, om te beletten, dat Little zich met een -spits mes in de vuist op een kleinen knaap wierp, die weerloos was tegen den schurk. -</p> -<p>Hij vatte den bandiet bij de schouders en had hem in een ommezien ontwapend— -</p> -<p>En wanneer Raffles niet bijtijds was binnen getreden, dan zou Edward Little waarschijnlijk -zijn lage daden hier ter plaatse met zijn leven hebben betaald. -</p> -<p>Na eenig zoeken vond men in een ander onderaardsch gewelf den ongelukkigen Donald -Sealyham half versuft, die met tranen in de oogen zijn redders omhelsde. -</p> -<p>„Het was zijn doel, mij hier krankzinnig te doen worden,” riep hij uit. „En als het -nog eenige weken had moeten duren, dan was ik het hier in die eeuwige duisternis ook -geworden.” -</p> -<p>En nu volgde een reeks van vragen en antwoorden, op zenuwachtigen toon geuit—en daarop -het wederzien van vader en zoon, die niet wisten, dat zij zich zoo dicht in elkanders -nabijheid hadden bevonden.… -</p> -<p>Een half uur later waren de beide gewonde schelmen veilig langs den weg naar omlaag -gebracht, en de auto vervoerde het geheele gezelschap naar Calais, waar de politie -van het gebeurde in kennis werd gesteld. -</p> -<p class="center">— — — — — — — — — — — — -</p> -<p>Een week later las Raffles met aandoening een brief, waarin Donald Sealyham vol innige -dankbaarheid schreef, dat hij zich met zijn vader had verzoend en dat zijn geliefde -vrouw op den weg der beterschap was. Het plotseling wederzien, dat Raffles hem had -aangeraden, had haar verstand als bij tooverslag doen terug keeren. -</p> -<p>Wat Edward Little betreft—de rechtbank veroordeelde hem drie weken later tot levenslange -tuchthuisstraf wegens poging tot vergiftiging en moord.… -</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first center">De volgende aflevering (No. 374) bevat: -</p> -<p class="center xxl">De Diamanten der Bolsjewiki. -<span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div class="div1 advertisement"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure ad-dubec3-imgwidth"><img src="images/dubec-no-3.png" alt="Cigarettes
Dubec No. 3
Bouts d’Or
Distinction Royale 1895" width="562" height="720"></div><p> -</p> -<p class="xd31e1234">DUBEC No. 3 -</p> -<p class="xd31e1236">GOUD EN KURK -</p> -<p class="xd31e1238">BESTE 3 CTS. CIGARET -</p> -<p class="xd31e1240">GEMAAKT VAN HEERLIJKE<br> -ECHT TURKSCHE TABAK -</p> -<p class="xd31e1244">CIGARETTENFABRIEK <b>J. van KERCKHOF</b> -</p> -<p class="xd31e1249">GEVESTIGD 1885 -</p> -</div> -</div> -<div class="div1" id="toc"> -<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> -<table summary="Inhoudsopgave"> -<tr id="ch1.toc"> -<td class="tocDivNum">I. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch1">De man bij de peristyle.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td> -</tr> -<tr id="ch2.toc"> -<td class="tocDivNum">II. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch2">De krankzinnige.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">5</a></td> -</tr> -<tr id="ch3.toc"> -<td class="tocDivNum">III. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch3">Het verhaal van Edwin Lark.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">9</a></td> -</tr> -<tr id="ch4.toc"> -<td class="tocDivNum">IV. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch4">Nadere inlichtingen.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">13</a></td> -</tr> -<tr id="ch5.toc"> -<td class="tocDivNum">V. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch5">Belangrijke ontdekkingen.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">18</a></td> -</tr> -<tr id="ch6.toc"> -<td class="tocDivNum">VI. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch6">De oude vader.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">22</a></td> -</tr> -<tr id="ch7.toc"> -<td class="tocDivNum">VII. </td> -<td class="tocDivTitle"><a href="#ch7">Het wonder der liefde.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">28</a></td> -</tr> -</table> -</div> -<div class="transcriberNote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> -<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen -van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden -van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd31e43" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. -</p> -<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd31e43" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. -</p> -<h3 class="main">Metadata</h3> -<table class="colophonMetadata" summary="Metadata"> -<tr> -<td><b>Titel:</b></td> -<td>Lord Lister No. 373: De Krankzinnige</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]</td> -<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/8133268/</span></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Felix Hageman (1877–1966)</td> -<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/5168161211441040070000/</span></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Kurt Matull (1872–1930?)</td> -<td>Info <span class="externalUrl">https://viaf.org/viaf/56770919/</span></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Aanmaakdatum bestand:</b></td> -<td>2022-09-20 21:26:30 UTC</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Taal:</b></td> -<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td> -<td>[1921]</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Trefwoorden:</b></td> -<td>Detective and mystery stories -- Periodicals</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b></b></td> -<td>Dime novels -- Periodicals</td> -<td></td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Codering</h3> -<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het -einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel -zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van -dit boek.</p> -<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> -<ul> -<li>2022-09-20 Begonnen. -</li> -</ul> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -<th>Bewerkingsafstand</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e107">1</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e121">1</a></td> -<td class="width40 bottom">moest</td> -<td class="width40 bottom">moesten</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e126">1</a></td> -<td class="width40 bottom">aanplakbilletten</td> -<td class="width40 bottom">aanplakbiljetten</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e131">1</a></td> -<td class="width40 bottom">Carrick</td> -<td class="width40 bottom">Garrick</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e173">2</a></td> -<td class="width40 bottom">jongling</td> -<td class="width40 bottom">jongeling</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e187">3</a></td> -<td class="width40 bottom">gentleman-inbreker</td> -<td class="width40 bottom">Gentleman-Inbreker</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e193">3</a></td> -<td class="width40 bottom">aristokratisch</td> -<td class="width40 bottom">aristocratisch</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e198">3</a></td> -<td class="width40 bottom">veelmeer</td> -<td class="width40 bottom">veel meer</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e240">4</a></td> -<td class="width40 bottom">leiden</td> -<td class="width40 bottom">lijden</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e246">4</a></td> -<td class="width40 bottom">Belgie</td> -<td class="width40 bottom">België</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e260">4</a></td> -<td class="width40 bottom">oorloog</td> -<td class="width40 bottom">oorlog</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e418">9</a>, <a class="pageref" href="#xd31e489">11</a>, <a class="pageref" href="#xd31e658">16</a>, <a class="pageref" href="#xd31e697">18</a>, <a class="pageref" href="#xd31e940">25</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">„</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e422">9</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e522">12</a></td> -<td class="width40 bottom">hospital</td> -<td class="width40 bottom">hospitaal</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e531">12</a></td> -<td class="width40 bottom">onverklaarbaare</td> -<td class="width40 bottom">onverklaarbare</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e549">13</a></td> -<td class="width40 bottom">ander</td> -<td class="width40 bottom">andere</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e576">14</a></td> -<td class="width40 bottom">immer</td> -<td class="width40 bottom">immers</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e737">19</a></td> -<td class="width40 bottom">weten wij</td> -<td class="width40 bottom">wij weten</td> -<td class="bottom">8</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e761">20</a></td> -<td class="width40 bottom">lommerijken</td> -<td class="width40 bottom">lommerrijken</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e791">20</a></td> -<td class="width40 bottom">Marokkijne</td> -<td class="width40 bottom">marokijne</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e900">24</a></td> -<td class="width40 bottom">zelf</td> -<td class="width40 bottom">zelfs</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e922">25</a></td> -<td class="width40 bottom">onmiddellijk</td> -<td class="width40 bottom">onmiddelijk</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e958">26</a></td> -<td class="width40 bottom">beklaagde</td> -<td class="width40 bottom">beklaagden</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e967">26</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1014">27</a></td> -<td class="width40 bottom">Onmiddelijk</td> -<td class="width40 bottom">Onmiddellijk</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1044">28</a></td> -<td class="width40 bottom">„</td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Verwijderd</i>] -</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1069">29</a></td> -<td class="width40 bottom">verliezen</td> -<td class="width40 bottom">verlieten</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1087">29</a></td> -<td class="width40 bottom">Indegendeel</td> -<td class="width40 bottom">Integendeel</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1168">31</a></td> -<td class="width40 bottom">;</td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -<div lang='en' xml:lang='en'> -<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 0373: DE KRANKZINNIGE</span> ***</div> -<div style='text-align:left'> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Updated editions will replace the previous one—the old editions will -be renamed. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg™ electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG™ -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away—you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. -</div> - -<div style='margin-top:1em; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE</div> -<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE</div> -<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase “Project -Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg™ License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg™ -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg™ electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg™ electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person -or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg™ electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg™ electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg™ -electronic works. See paragraph 1.E below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the -Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg™ electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg™ mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg™ -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg™ name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg™ License when -you share it without charge with others. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg™ work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg™ License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg™ work (any work -on which the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the -phrase “Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: -</div> - -<blockquote> - <div style='display:block; margin:1em 0'> - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most - other parts of the world at no cost and with almost no restrictions - whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms - of the Project Gutenberg License included with this eBook or online - at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you - are not located in the United States, you will have to check the laws - of the country where you are located before using this eBook. - </div> -</blockquote> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.2. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase “Project -Gutenberg” associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg™ -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.3. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg™ License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg™ -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg™. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg™ License. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg™ work in a format -other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg™ website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain -Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg™ License as specified in paragraph 1.E.1. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg™ works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg™ electronic works -provided that: -</div> - -<div style='margin-left:0.7em;'> - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg™ works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg™ trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, “Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation.” - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg™ - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg™ - works. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg™ works. - </div> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg™ electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project Gutenberg™ -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the “Right -of Replacement or Refund” described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg™ trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg™ electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg™ electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg™ -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg™ work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg™ work, and (c) any -Defect you cause. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg™ -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg™’s -goals and ensuring that the Project Gutenberg™ collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg™ and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state’s laws. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation’s business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation’s website -and official page at www.gutenberg.org/contact -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without widespread -public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state -visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 5. General Information About Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg™ concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg™ eBooks with only a loose network of -volunteer support. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Most people start at our website which has the main PG search -facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This website includes information about Project Gutenberg™, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. -</div> - -</div> -</div> -</body> -</html> diff --git a/old/69020-h/images/dubec-no-3.png b/old/69020-h/images/dubec-no-3.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 2b53511..0000000 --- a/old/69020-h/images/dubec-no-3.png +++ /dev/null diff --git a/old/69020-h/images/lordlister0373-front.jpg b/old/69020-h/images/lordlister0373-front.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index e0bde4c..0000000 --- a/old/69020-h/images/lordlister0373-front.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/69020-h/images/p0373-01.png b/old/69020-h/images/p0373-01.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 136bba1..0000000 --- a/old/69020-h/images/p0373-01.png +++ /dev/null |
