summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/68857-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/68857-0.txt')
-rw-r--r--old/68857-0.txt2976
1 files changed, 0 insertions, 2976 deletions
diff --git a/old/68857-0.txt b/old/68857-0.txt
deleted file mode 100644
index 5671453..0000000
--- a/old/68857-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2976 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0015: De zilveren
-apostel, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 0015: De zilveren apostel
-
-Authors: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: August 28, 2022 [eBook #68857]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: the Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0015: DE
-ZILVEREN APOSTEL ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 15 DE ZILVEREN APOSTEL.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE ZILVEREN APOSTEL.
-
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
-EEN GOEDE VANGST.
-
-
-In een kleine kamer van het havenhotel te Boulogne sur Mer zaten op een
-kouden, regenachtigen Novemberavond lord Lister, alias Raffles, en zijn
-assistent, Charly Brand.
-
-Zij waren bezig, hun handkoffers in orde te brengen, daar Raffles van
-plan was met de nachtboot van de Holland-Amerika-lijn, de „Amsterdam”,
-naar New-York te stoomen.
-
-„Die Amerikanen hebben genoeg bij elkaar gestolen,” zeide hij, tot
-Charly Brand, „het wordt tijd, dat ik hun geweten, namelijk hun
-geldzakken, eens wat verlicht.”
-
-Om elf uur des avonds kwam de kellner de kamer binnen en meldde, dat de
-stoomboot in zicht was.
-
-„Hoe lang duurt het nog, voordat de boot aankomt?” vroeg de Groote
-Onbekende.
-
-„Nog ongeveer een uur; dan is ze de haven goed en wel binnengeloopen.
-Hebt ge nog iets te bestellen, mr. Green?”
-
-„Neen, dank je!”
-
-De bediende verliet de kamer.
-
-Lord Lister, alias Raffles, had zich in het vreemdelingenboek, onder
-den naam van een zekeren mr. James Green uit Schotland ingeschreven en
-wilde ook onder dezen naam naar Amerika reizen.
-
-„Wat denk je in New-York uit te voeren?” vroeg Charly Brand in
-gespannen aandacht.
-
-„Dat zal de toekomst wel leeren,” antwoordde lord Lister, „het is zoo
-mijn gewoonte om nooit vooruit plannen te maken, maar de dingen er
-opaan te laten komen.”
-
-„Heb je daarginds misschien kennissen?”
-
-„O, ja,” lachte Raffles, „een uitstekenden kennis. Bij mijn laatste
-bezoek in Windsor-club te Londen wisselde ik toevallig mijn pelsjas met
-die van den hertog van Rochester. De ruil was aan den eenen kant
-slecht, want mijn pels was veel kostbaarder dan de zijne, maar aan den
-anderen kant werd ik weer schadeloos gesteld. Ik vond in den binnenzak
-een brief van den Amerikaanschen milliardair Whitney, waarin deze den
-hertog meedeelt, dat hij gaarne bereid is den ander toe te staan om te
-gaan jagen op de velden van mr. Whitney. Uit den brief was te
-begrijpen, dat de heeren elkander niet persoonlijk kenden. Voorts vond
-ik in de zakken van de pels de kaart van lidmaatschap van den Hertog
-van de Windsor-club en verscheiden andere visitekaartjes! Ik ga dus mr.
-Whitney opzoeken om, als hertog van Rochester door hem in de voorname
-kringen van Amerika te worden geïntroduceerd. Maar, ik zal mr. Whitney
-vragen, of hij mijn incognito wil bewaren en mij door hem laten
-voorstellen als mr. Green.”
-
-„Een uitstekend idee,” meende Charly Brand, „daar kan wat van worden!”
-
-„Voordat wij afreizen,” vervolgde lord Lister, „wil ik nog een grapje
-hebben met de Amerikaansche kranten. Ik zal een stuk of wat
-briefkaarten naar de redacties van verscheiden bladen sturen en daarop
-meedeelen, dat ik in Amerika zal komen om daar mijn sport te beoefenen,
-namelijk millioenen veroveren.”
-
-„Dat lijkt mij gevaarlijk,” meende Charly Brand, „de Amerikanen zijn
-slim en je brengt je maar onnoodig in moeilijkheden.”
-
-„Hoe gevaarlijker, hoe beter,” lachte John Raffles,
-
-„’t begon me al te vervelen, zoo zonder een greintje humor.”
-
-Toen ging hij aan een tafel zitten, stak een sigaret op en schreef
-verscheiden briefkaarten van den volgenden inhoud aan de redacties van
-New-Yorker bladen:
-
-
- „Zeer geachte Heer Redacteur!
-
- Door dezen heb ik de eer u mee te deelen, dat het mij een groot
- genoegen zal doen, eerstdaags een aanslag te ondernemen op de
- gevulde geldzakken van de millionnairs in uw stad. Maak dit bericht
- alstublieft door middel van uw krant aan uw lezers bekend. Ook zal
- ik niet in gebreke blijven, u voortdurend nadere berichten te
- zenden omtrent mijn doen en laten.
-
- Hoogachtend,
- JOHN C. RAFFLES.”
-
-
-Daarna stond hij op, maakte zich reisvaardig en verliet het hotel.
-Voordat Raffles echter naar de haven ging, liep hij naar het station en
-gaf de briefkaarten af in den postwagen van den voor Parijs gereed
-staanden sneltrein.
-
-„Waarom geef je die kaarten voor Parijs af?” vroeg Charly Brand
-verbaasd, „ik dacht, dat ze voor New-York bestemd waren.”
-
-„Zeker, maar nu komen ze eerst in Parijs en worden daar gestempeld,
-voordat ze uit een Fransche haven, waarschijnlijk Le Havre, naar
-New-York verzonden worden. Dan is men het rechte spoor al kwijt. Op
-dergelijke kleinigheden dient juist bijzonder gelet, want juist
-daarover struikelen meestal de grootste mannen.”
-
-Even later ging het tweetal met de overige passagiers aan boord.
-
-Op den tweeden dag der zeereis, toen Raffles na het diner met Charly
-Brand in een stil hoekje van den rooksalon zat, zei eerstgenoemde:
-
-„Heb je gelet op dien heer, die ons voortdurend begluurt?”
-
-„Meen je mr. Robinson?”
-
-„Juist. Ik bedoel mr. Robinson die op de passagierslijst als
-portretschilder staat ingeschreven en in hut no. 3 logeert. De man is
-net zoo min portretschilder als de kapitein van dit schip een
-gestudeerde professor is.
-
-„Hij ziet er meer uit als een koopman of als—” Raffles zweeg eenige
-seconden en keek nadenkend naar den rook van zijn sigaret.
-
-Toen vervolgde hij op fluistertoon: „als iemand van Scotland Yard.”
-
-Verschrikt keek Charly Brand zijn vriend aan.
-
-„Van Scotland Yard? Een Londensch detective dus?”
-
-„Ja zeker. En ik wil dadelijk de proef op de som nemen. Ga eens mee aan
-dek!”
-
-Het tweetal verliet de rookkamer en ging naar boven, waar lord Lister
-op mr. Robinson toetrad.
-
-„Wel, gentleman,” sprak hij hem aan, „mijn naam is James Green uit
-Schotland. Ik las in de passagierslijst, dat ge een kunstenaar zijt,
-een portretschilder. Ik zou het een alleraangenaamste tijdpasseering
-vinden, als gij tijdens den overtocht een portretstudie van mij zoudt
-willen maken. Ik wilde dat dan als geschenk geven aan een vriend, die
-gauw jarig is en ik ben niet ongenegen om een goede som te betalen.”
-
-Mr. Robinson, een klein persoon met vollen, zwarten baard, scheen nogal
-zenuwachtig van aard. Hij trommelde met zijn vingers op de borstwering
-en antwoordde:
-
-„’t Spijt me, mr. Green, dat ik uw wensch niet kan vervullen, want mijn
-schildersgereedschap is ingepakt en ligt beneden in het ruim.”
-
-„Dat hindert niet,” antwoordde Raffles, „als ge den kapitein vertelt,
-dat ge uw gereedschap graag zoudt willen hebben, laat hij het
-natuurlijk dadelijk naar boven halen.”
-
-„Neen, neen,” wierp mr. Robinson tegen en hij trommelde nog steeds met
-z’n vingers.
-
-„Ik heb ergen last van zeeziekte en wil tijdens den overtocht liever
-niet werken.”
-
-„Dan spijt het mij, dat ik u ben lastig gevallen!”
-
-Raffles boog en ging met Charly Brand terug naar den rooksalon.
-
-„Hij is geen schilder,” fluisterde lord Lister tot zijn vriend, „dat
-zijn allemaal uitvluchten. Maar ik wil vandaag nog weten, wie die
-persoon is. Hij beloert ons vanaf het oogenblik, dat wij aan boord
-zijn. Als het een detective is, dan is hij al heel ongeschikt voor zijn
-baantje, want zijn systeem om iemand gade te slaan is veel te
-doorzichtig. Nu zal ik de rollen eens omkeeren en hem eens nauwkeurig
-nagaan.”
-
-Hij ging weer aan dek en nam plaats in de buurt van mr. Robinson, die
-nog altijd over de borstwering geleund stond. Van tijd tot tijd keek
-hij eens naar hem met scherpen blik.
-
-Raffles zag, dat de zoogenaamde schilder dit merkte en dat hij er
-zenuwachtig en onrustig door werd.
-
-Eenige minuten later verliet mr. Robinson zijn plaats en ging naar de
-andere zijde van het schip.
-
-Raffles stond eveneens op en volgde hem.
-
-Oogenschijnlijk geheel toevallig ging hij weer in de buurt van den
-ander zitten en nu bemerkte hij, dat mr. Robinson nog zenuwachtiger was
-dan te voren.
-
-Waarheen de ander echter ook zijn schreden richtte, Lord Lister volgde
-hem als een schaduw en verloor hem geen seconde uit het oog.
-
-De avond viel.
-
-Raffles onderhield zich met Charly Brand in zijn hut, daar het
-onstuimige weder thans geen verblijf aan dek toeliet.
-
-Tegen 11 uur gingen beiden oogenschijnlijk slapen....
-
-Het was een seconde na middernacht, toen Raffles de deur van zijn
-kajuit zachtjes opende, en door de gang sloop.
-
-Voorzichtig speurde hij rond, of hij geen der stewards bemerkte. Zonder
-dat men hem had opgemerkt kwam hij aan dek, en kroop toen als een slang
-voorwaarts, totdat hij bij hut no. 3 kwam, waarin mr. Robinson sliep,
-voor wien dit nachtelijk bezoek bestemd was.
-
-Lord Lister wilde namelijk probeeren, of hij niet eenige papieren kon
-te pakken krijgen, waaruit zou blijken, wie die mr. Robinson feitelijk
-was.
-
-Hij opende met een eenvoudigen looper de deur van de hut, en trad de
-donkere ruimte binnen.
-
-Toen sloot hij voorzichtig de deur achter zich, en luisterde eenige
-seconden naar de rustige ademhaling van den slapende.
-
-In hetzelfde oogenblik werd het schip hoog opgeheven door een geweldige
-golf, zoodat het op zijde werd geslingerd.
-
-Mr. Robinson richtte zich op met een onderdrukten kreet, en toen zag
-hij, dat een vreemde zijn hut was binnengeslopen.
-
-Lord Lister zag dat slechts tegenwoordigheid van geest hem kon redden
-en nog voordat de verraste man iets had kunnen zeggen, begon hij met
-luider stem:
-
-„Wel mr. Robinson, ge schijnt heel vast te slapen?”
-
-Deze draaide dadelijk het electrische licht op en herkende toen John C.
-Raffles.
-
-De laatste zag, dat het gelaat van Robinson van angst en schrik geheel
-verwrongen was.
-
-„Kleed u aan,” sprak lord Lister, „ik ben van plan u met mij mee te
-nemen.”
-
-Raffles meende hier mede, dat hij hem mede wilde nemen naar den
-speelsalon, om daar nog een spelletje te kaarten.
-
-Maar mr. Robinson legde het heel anders uit.
-
-Bleek van schrik leunde hij in de kussens en fluisterde:
-
-„Dus toch!”
-
-Toen zag lord Lister, die te vergeefs op een antwoord wachtte, hoe mr.
-Robinson met bevende hand onder zijn hoofdkussen greep, en een revolver
-te voorschijn haalde.
-
-Reeds wilde Raffles als een tijger op hem springen, om hem het wapen te
-ontrukken, toen hij tot zijn groote verbazing zag, dat mr. Robinson den
-loop van de revolver tegen zichzelf richtte en wilde afdrukken.
-
-Bliksemsnel sloeg Raffles hem het wapen uit de hand.
-
-En nu begreep hij ook, dat zich achter den naam Robinson geen
-detective, doch een nog onopgelost geheim verborg.
-
-„Zijt gij gek geworden,” riep Raffles. „Het leven van een mensch is
-veel te kostbaar om er zoo roekeloos mee om te springen.”
-
-Met starenden blik keek Robinson hem aan, en met heesche stem sprak
-hij:
-
-„Wat geef ik nog om mijn leven, nu gij mij hebt gevangen genomen?”
-
-Een zegevierend lachje flitste een oogenblik in de oogen van lord
-Lister, toen hij begreep, dat Robinson hem voor een detective had
-gehouden en hem ook als zoodanig vreesde.
-
-„Kom aan,” sprak hij, nieuwsgierig naar den afloop der zaak, „ik ben
-geen onbarmhartige kerel, en wel bereid met u te onderhandelen.”
-
-Hij ging op de sofa zitten, en stak op z’n doode gemak een sigaret op.
-
-„Steek ook een op”, sprak hij tot mr. Robinson. „Dat zal uw zenuwen wat
-doen bedaren. Ge ziet er uit, alsof gij katterig zijt.”
-
-Hij bood mr. Robinson zijn koker, en deze bediende zich met bevende
-handen.
-
-Nadat hij een paar trekjes gedaan had, sprak hij:
-
-„Ik vermoedde al van het eerste oogenblik af, toen ik dit rampzalige
-schip betrad, dat men mij hier zou arresteeren.”
-
-Raffles lachte, en antwoordde:
-
-„Je moet er verstand van hebben om er vandoor te gaan, beste kerel. Je
-moet geen oogenblik denken, dat men je zou kunnen arresteeren. Dat
-ontneemt iemand alle kalmte.”
-
-„Ik kon onmogelijk kalm zijn,” antwoordde mr. Robinson, „ik heb geen
-stalen zenuwen.”
-
-„Dan hebt ge een verkeerd beroep gekozen.”
-
-„De duivel lokte mij, toen ik de kas stal, en er mee vluchtte,” zuchtte
-de andere.
-
-„Hoeveel hebt ge reeds van het geld gebruikt?”
-
-„Op zijn hoogst 500 gulden.”
-
-„Begin nu eens met mij dat geld te geven, dan spaart ge me de moeite
-van het zoeken. Waar is het verborgen?”
-
-„Daar ginds in het kleine handkoffertje.”
-
-Raffles nam het koffertje, liet zich een sleutel geven, en opende het.
-
-Het zat vol bankpapier.
-
-„Laat ons eens gaan tellen,” zei Lister, en hij begon de pakjes uit te
-spreiden op het bed van mr. Robinson.
-
-Tegelijkertijd las hij op de strookjes, die om de stapeltjes banknoten
-zaten, dat het geld afkomstig was van een spaarkas; en dat het kapitaal
-dus was bijeengebracht door kleine luyden.
-
-„Door het verlies van dit geld, zijn vele arme menschen ongelukkig
-geworden,” sprak Raffles, „en ik geloof, dat het in het belang van de
-benadeelden is, dat zij het geld terugkrijgen, en dat gij achter slot
-en grendel gaat.”
-
-„Ach waarde heer,” sprak de ander, „ik ben volkomen bereid, om al de
-gestolen gelden terug te geven, als men mij maar mijn vrijheid laat
-behouden. Ik zou dan trachten in Amerika een nieuw leven te beginnen.”
-
-Raffles deed de banknoten, die een waarde van ongeveer honderdduizend
-gulden vertegenwoordigden, weer in den koffer, en zei:
-
-„Ik zal u eens wat zeggen. Hier hebt ge nog duizend gulden, het overige
-geld zal ik in uw tegenwoordigheid door den kapitein van het schip naar
-de bestolen Bank laten terugzenden.”
-
-Een blos van genoegen kleurde het gelaat van mr. Robinson, en hij
-stamelde:
-
-„Gij—gij wilt dat doen?—en mij niet in hechtenis nemen?”
-
-„Neen,” sprak Raffles, „daar zie ik vanaf, ik laat u loopen. Ga nu
-slapen en beter uw leven.”
-
-Hij nam het handkoffertje met het geld, en verliet de hut.
-
-Toen hij de zijne weer binnen trad, wachtte Charly Brand hem daar op
-met bezorgd gelaat.
-
-„Nu?” vroeg hij hem.
-
-Lord Lister lachte, opende den handkoffer en liet Charly Brand de
-banknoten zien. Toen sprak hij tot den verbaasden jongen man:
-
-„Dat is de inhoud van een koffer van den door mij zoo zeer gevreesden
-detective: een voortvluchtig kassier! Merkwaardig met welke menschen
-mijn beroep mij niet alzoo samenbrengt.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-EEN WEDDENSCHAP OM TWEE MILLIOEN.
-
-
-In het weelderig ingerichte clubgebouw van de Player Club in het
-Gramercy-Park te New-York zat een groot aantal leden na afloop van het
-diner in de bibliotheek bijeen, om daar bij een kopje koffie een sigaar
-of sigaret te rooken.
-
-De leden van deze Amerikaansche club waren allen personen uit den
-eersten stand.
-
-Vorsten konden zich niet beter laten bedienen dan deze mannen, die
-hooggeplaatst waren in de maatschappij door de kolossale vermogens
-waarover zij hadden te beschikken, of door den rang, dien zij innamen
-op kunst- of wetenschappelijk gebied.
-
-Op dezen avond waren de gesprekken bijzonder levendig, daar de
-couranten gemeld hadden, dat de in Engeland zoo geroemd geworden lord
-Lister, die onder den naam John C. Raffles het inbrekersvak als sport
-beoefende, naar Amerika was overgestoken, en dit zelf den couranten had
-meegedeeld!
-
-Mr. George Bennet, de beroemde journalist, had thans het woord genomen,
-en zei tot de om hem zittende clubgenooten:
-
-„Deze man bezit een ongekende brutaliteit. Maar ik twijfel er toch aan,
-mijne heeren, of deze vogelvrij verklaarde Engelsche lord het verder
-brengen zal, in aanmerking genomen de voortreffelijke inrichting van
-onzen Amerikaanschen speurdienst, dan dat hij zijn studies over de
-kunst om in te breken zal kunnen voortzetten, gedurende meerdere jaren
-in onze groote strafgevangenis voor inbrekers, de welbekende
-Sing-Sing.”
-
-De toehoorders schenen deze meening niet geheel te deelen. Men
-redeneerde over en weer, en juist op het oogenblik toen op
-echt-Amerikaansche wijze weddenschappen werden aangegaan over het al of
-niet slagen van John C. Raffles, trad mr. Whitney, de beroemde
-Amerikaansche renner en milliardair, de bibliotheek binnen, vergezeld
-van een vreemdeling.
-
-De heeren werden met groot gejuich begroet.
-
-Mr. Whitney stelde zijn metgezel, die een zeer voornamen en
-gedistingeerden indruk maakte, voor als zijn vriend, mr. Green uit
-Schotland, die, daar hij een hartstochtelijk jager was, van plan was om
-met Teddy Roosevelt samen op zwarte beren te gaan jagen.
-
-De clubleden gaven den heer Green op vriendschappelijke wijze de hand
-en niemand van hen was zoo onopgevoed om te vragen, wie deze mr. Green
-was, waar hij woonde en of hij vermogen had.
-
-De introductie door den bekenden milliardair maakte immers alle verdere
-vragen overbodig.
-
-Al heel spoedig wendde mr. Bennet zich tot mr. Whitney en vroeg hem:
-
-„Hebt ge in de middagedities het opzienbarende bericht gelezen over het
-te verwachten bezoek van den Engelschen gentlemandief, John C.
-Raffles?”
-
-„O yes,” antwoordde de gevraagde, „ik las het bericht en ik moet
-eerlijk bekennen, dat het mij een groot genoegen zal zijn, kennis te
-maken met dien genialen inbreker. Ik hou van zulke dingen.”
-
-Mr. Villard, de uitgever van de „Evening Post” antwoordde hierop:
-
-„Wij waren juist bezig, eenige weddenschappen aan te gaan over het al
-of niet slagen van dezen Raffles. Ik beweerde, dat onze Amerikaansche
-detectives wel geen haartje slimmer zullen zijn dan hun collega’s in
-Londen. Ik geloof dat iemand, die zich met hart en ziel op de
-inbrekerskunst toelegt, daarin kan bereiken wat hij maar verlangt.”
-
-„Maar niet bij de alom bekende handigheid van onze detectives,”
-antwoordde mr. Bennet.
-
-Mr. Whitney lachte.
-
-„Ge vergist u”, zei hij, „ge beoordeelt onze detectives veel te gunstig
-en als ge eens goed de verschillende gevallen nagaat, dan zult ge tot
-de conclusie komen, dat over het algemeen de inbrekers met veel meer
-succes werken dan de detectives.”
-
-Nadat allen eenige oogenblikken gezwegen hadden, vervolgde mr. Bennet:
-
-„Ik zal mijn heelen staf verslaggevers er op uitsturen en het zou mij
-al heel erg verbazen, als wij hem niet snapten, als de detectives
-daartoe onbekwaam zouden blijken.”
-
-„Voordat er aan het werk wordt getogen, moeten wij toch wel weten, hoe
-hij er uitziet.”
-
-„En voorts”, vervolgde Villard, „dat men weet, waar Raffles zich
-ophoudt. Ik voor mij ben er ook nog niet van overtuigd, dat men hem zal
-pakken.”
-
-Mr. Bennet werd boos.
-
-Hij was gewoon om alles door te zetten, waar hij zijn zinnen op had
-gezet. En men kon het dezen kop op den breeden stierennek wel aanzien,
-dat hij niets ongedaan zou laten om zijn doel te bereiken.
-
-„Bovendien,” lachte mr. Whitney, „zou het inderdaad jammer zijn, als
-een eind werd gemaakt aan het werk van Raffles, doordat op de een of
-andere manier zijn daden uitlekten. Ik moet eerlijk bekennen, dat ik
-mij nog zelden zoo opgewonden en tegelijkertijd zoo vermaakt heb als
-bij het lezen van zijn daden.”
-
-„Mooie levensbeschouwingen”, mompelde Bennet en zenuwachtig kauwde hij
-op de punt van zijn havanna.
-
-„En hoe denkt men bij u over Raffles?” vroeg mr. Whitney nu aan mr.
-Green, „ge komt immers, uit de Engelsche metropool en zijt lid van de
-Windsor-club.”
-
-Bij den naam Windsor-club keken allen met levendig gebaar naar mr.
-Green, die zich totnogtoe wat op den achtergrond had gehouden.
-
-De Windsor-club was naar Engelsche opvattingen de voornaamste der
-wereld, waartoe leden van het Koninklijk huis en personen uit de
-hoogste aristocratie behoorden. De club telde slechts zestig leden en
-toen men hier hoorde, dat mr. Green daarvan lid was, begrepen alle
-aanwezigen, dat zich achter dezen naam een voornaam personage verborg.
-
-Eerbiedig zwijgen heerschte, toen mr. Green wat nader trad, zijn
-monocle uit het oog liet vallen en tot mr. Whitney zei:
-
-„Wij denken er in Windsor-club net zoo over als gij, mr. Whitney. Wij
-interesseeren ons bijzonder voor de eigenaardige sport van dezen man en
-wij hebben zelfs eens het genoegen gehad, hem op een avond plotseling
-in ons midden te zien.”
-
-Groote verbazing volgde.
-
-„En hebt ge hem niet vastgehouden?” vroeg Bennet.
-
-Mr. Green lachte.
-
-„Dat was niet mogelijk, mr. Bennet, want wij hoorden pas, wie onze gast
-was, toen hij ons verlaten had.”
-
-„Een mooie gast,” riep Bennet uit, „hoeveel horloges en portefeuilles
-had hij meegenomen?”
-
-„Pardon. Er werd dien avond gecollecteerd voor de weduwen en weezen van
-verdronken zeelieden en slechts daarvoor verscheen mr. Raffles in onze
-club.”
-
-„Kolossaal”, lachte mr. Bennet, „hij is er dus met de ingezamelde
-gelden vandoor gegaan? Hoeveel duizend pond was er?”
-
-De slanke, gespierde gestalte van den Engelschman rekte zich elastisch.
-Hij klemde het monocle weer in het oog en keek mr. Bennet eenige
-oogenblikken scherp aan. Toen antwoordde hij:
-
-„Ge vergist u, mr. Bennet. De verschillende clubleden teekenden voor
-duizend pond en John C. Raffles overhandigde ons toen nog daarbij
-hetzelfde bedrag. Hij maakte ons gewoonweg beschaamd...”
-
-„Allemachtig!” stiet Bennet uit.
-
-„En hoe werdt ge gewaar, dat het John C. Raffles was?” vroeg mr.
-Villard.
-
-„Heel eenvoudig”, antwoordde mr. Green, „iedere gast schrijft zijn naam
-in een boek als hij onze club verlaat en als het u belang inboezemt,
-kunt ge dus de handteekening van dezen gentleman in Windsor-club
-vinden.”
-
-„Wel,” beweerde mr. Bennet, „de Engelsche bodem moet hem dan toch wel
-onder de voeten zijn gaan branden. Laat ons hopen, dat zijn bezoek ons
-niet al te veel kost. En laat ons nu eens een ander onderwerp
-aanroeren. Stel u eens voor, mr. Whitney, dat ik voor de door mij in
-Spanje ontdekte Murillo 40,000 dollar invoerrechten moest betalen. De
-waarde van de schilderij is op meer dan anderhalf millioen dollar
-getaxeerd.
-
-„Behalve ik bezit alleen nog de paus zoo’n schilderij van dezen
-beroemden schilder.”
-
-„Als die Murillo maar inderdaad echt is,” zei mr. Whitney, „bij de vele
-vervalschingen, die in den laatsten tijd zijn voorgekomen — —”
-
-„Neen, neen”, viel mr. Bennet in, „ik heb de schilderij door de beste
-kunstkenners der wereld laten beoordeelen en zij zijn het er alle over
-eens, dat de door mij gekochte schilderij een echte Murillo is. Behalve
-de paus ben ik de eenige, die in het bezit is van zoo’n kostbare
-Murillo.”
-
-„Pardon”, viel thans mr. Green in, terwijl een spotlach langs zijn
-gelaat vloog, „het spijt me, mr. Bennet, u te moeten meedeelen, dat ik
-ook in het bezit van een Murillo ben en wel van een schilderij die
-zeker waardevoller is dan de uwe.”
-
-Mr. Bennet keek den gast eenige oogenblikken geheel verbluft aan. Toen
-lachte hij vroolijk en zei:
-
-„Neem me niet kwalijk, mr. Green, als ik lach om hetgeen ge zegt, maar
-dat klinkt zoo ongeloofelijk, zoo absoluut ongeloofelijk, dat ik, hoe
-zeer het mij ook spijt, minstens aan de echtheid van uw schilderij
-twijfel.”
-
-Mr. Green stak een sigaret op, deed een paar trekjes en zei:
-
-„Ge vergist u, mr. Bennet, de echtheid van mijn Murillo is zelfs door
-den paus niet in twijfel getrokken.”
-
-Zwijgend luisterden de aanwezigen en daar het hier een Murillo gold,
-was aller belangstelling groot.
-
-„Dat is onmogelijk!” riep mr. Bennet opnieuw uit, „gewoonweg onmogelijk
-en ik wed om een millioen dollars, dat gij niet in het bezit zijt van
-een echte Murillo, die meer waarde heeft dan de mijne; de uwe kan
-slechts vervalscht zijn.”
-
-Allen keken mr. Green vol spanning aan.
-
-Wat zou hij doen?
-
-Doodkalm knipte deze nu de asch van zijn sigaret en zei:
-
-„Allright! Ik neem de weddenschap aan! Al de aanwezige heeren roep ik
-tot getuige. Wij hebben nu 24 November. Tot den 24sten November van het
-volgende jaar ben ik bereid in dit clublokaal mijn Murillo ten toon te
-stellen. Ge houdt uw weddenschap, mr. Bennet?”
-
-„Yes”, antwoordde deze, „ik houd de weddenschap. Natuurlijk moet de
-verliezer dadelijk de som betalen.”
-
-„Met genoegen!” antwoordde mr. Green en toen tot mr. Whitney:
-
-„Laat ons nu op de jacht gaan, beste Whitney, dat is de aangenaamste
-tijdkorting totdat ik weer naar Europa moet teruggaan om mijn Murillo
-te halen.”
-
-„Ik ken,” zei mr. Bennet, „alle Engelsche en Schotsche kasteelen en ik
-weet, dat daar nergens een Murillo is te vinden, die ook maar het
-vierde gedeelte van de waarde heeft van mijn schilderij. Er zijn
-slechts een paar mindere werken van Murillo in omloop. Ik ben er
-inderdaad nieuwsgierig naar, hoe mr. Green zich hieruit zal redden.
-Alleen de paus bezit een waardevoller schilderij dan ik.”
-
-„Laat ons den uitslag aan de toekomst overlaten, mr. Bennet”,
-antwoordde mr. Green, „ik meen u stellig te kunnen verzekeren, en nog
-wel vandaag, dat ge de gewedde som aan mij moet uitbetalen.”
-
-„Dat is onmogelijk”, riep mr. Bennet uit, die nu alle kalmte had
-verloren, „dat is zoozeer onmogelijk dat ik zelfs twee millioen in
-plaats van één wil verwedden!”
-
-En mr. Green nam de verhoogde weddenschap aan.
-
-Om twee millioen!
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-BIJ DE DETECTIVES.
-
-
-Mr. Green was, vergezeld van mr. Whitney in diens automobiel naar het
-Waldorf Astoria hotel gereden, waar hij verscheidene kamers gehuurd
-had.
-
-De heeren namen op de meest vriendschappelijke wijze afscheid van
-elkander en mr. Green ging in de lift naar zijn kamers op de tweede
-verdieping.
-
-Daar wachtte hem een jongeman, die voor den schoorsteen zat te lezen en
-te rooken.
-
-Toen mr. Green binnentrad, sprong hij op. Nadat de binnengekomene zijn
-pels had uitgetrokken, ging hij naar de kamerdeur, onderzocht deze en
-grendelde haar daarna. Toen ging hij naar de aangrenzende slaapkamer,
-draaide het electrische licht op en doorzocht de kamer met de
-handigheid van een detective of van een inbreker.
-
-Nadat hij zich ervan overtuigd had, dat niemand was binnengeslopen,
-luisterde hij aan de muren en zei toen tegen den ander, die voor den
-schoorsteen zat:
-
-„Ga daar weg, Charly. Die schoorsteenen hebben de fatale eigenschap,
-dat ze ieder woord als een telefoondraad verder brengen. Laat ons in de
-slaapkamer gaan!”
-
-Charly Brand stond op en volgde den ander naar de aangrenzende kamer.
-
-Nauwelijks waren zij binnengekomen of hij vroeg:
-
-„Ben je geslaagd?”
-
-„Meer dan dat,” antwoordde mr. Green op gedempten toon. „Het bewijs van
-lidmaatschap van de Windsor-club, dat ik in de pels van den hertog
-vond, heeft al schitterende resultaten afgeworpen.—Mr. Whitney, wien
-ik, zooals je weet, geschreven heb, haalde mij zelf per auto af en
-bracht mij naar de Player-club.—Hij en zijn vrienden houden mij, John
-C. Raffles, alias mr. Green, voor een echten Engelschen hertog.—Mijn
-verhaal over de berenjacht met Teddy Roosevelt versterkte hen nog
-daarin.—O, Charly, ik verzeker je, dat deze Amerikaansche geldkoningen
-een slaafschen eerbied koesteren voor alles, wat aristocratisch is of
-wat zij aristocratisch vinden.—Om kort te gaan, ik maakte in
-Player-club kennis met de zwaarste geldbuidels van Amerika en ik hoop
-dat het mij zal gelukken die buidels een beetje lichter te
-maken.—Voorloopig heb ik vanavond al twee millioen dollar verdiend.—Een
-heel fatsoenlijk begin, vind je ook niet, Charly?”
-
-„Twee millioen dollar?” herhaalde Charly Brand, „hoe is dat mogelijk?”
-
-„Ik maakte van de gelegenheid gebruik.—Mr. Bennet, de beroemde Bennet,
-heeft een weddenschap aan mij verloren.—Hij beweerde namelijk de eenige
-bezitter te zijn van een Murillo ter waarde van anderhalf millioen
-dollar en ik beweerde, dat ik een Murillo bezit, die dezelfde waarde
-vertegenwoordigt.”
-
-Raffles lachte en blies rookkringetjes, terwijl Charly Brand hem ten
-hoogste verbaasd aankeek.
-
-„Ik begrijp er niets van,” sprak hij eindelijk. „Sinds wanneer bezit
-jij een Murillo?—Ik heb in je villa in Regentpark te Londen nooit zoo’n
-schilderij gezien.”
-
-„Dat wil ik wel gelooven”, antwoordde Raffles doodkalm, „en als ik nu
-geen Murillo bezit, dan zal ik over korten tijd wel een hebben. Ik ben
-van plan naar Rome te gaan en de Murillo, die in het bezit van den paus
-is, voor eenigen tijd te leenen, om zoodoende mijn weddenschap tegen
-mr. Bennet te winnen.”
-
-„Maar wat een plan! De uitvoering daarvan is immers totaal onmogelijk!”
-
-Raffles lachte.
-
-„’t Is gewoonweg kinderspel. ’t Is feitelijk beneden mijn waardigheid
-en om het zaakje nu een beetje aantrekkelijker voor mij te maken, zal
-ik inspecteur Baxter in Londen van mijn plan in kennis stellen. Dan
-heeft die tenminste ook nog wat te doen.”
-
-„’t Is volmaakt onmogelijk,” herhaalde Charly Brand. „De Zwitsersche
-garde van den paus bewaakt het Vaticaan met Argusblik. Hoe zou je zoo’n
-groot schilderij dan wegbrengen?”
-
-„Laat dat maar aan mij over! En luister nu eens heel nauwkeurig naar
-mijn plan van arbeiden:
-
-„Ik zal morgen bij Tiffany, den beroemden goudsmid van New-York, een
-cadeau voor den paus laten maken, waarvan ik nog dezen nacht de
-teekening zal ontwerpen.”
-
-„Met welk doel laat je dat geschenk maken?”
-
-„Ook dat is mijn zaak. En laat mij nu een half uur met rust, opdat ik
-dadelijk mijn ontwerp-teekening zal kunnen maken”.
-
-Hij nam een blad papier uit de schrijfmap en begon lijnen te trekken.
-
-Charly Brand zag al heel gauw, dat de teekening een apostel moest
-voorstellen, op een voetstuk geplaatst, waarop zich in relief vorm
-verschillende Christelijke symbolen vertoonden.
-
-„Wonderlijk”, zei hij hoofdschuddend.
-
-„Schitterend”, beweerde Raffles en klapte de map dicht, „en nu gaan we
-slapen.”—
-
-Den volgenden morgen gingen zij naar Tiffany en bestelden daar den
-apostel naar het ontwerp, dat dien nacht gemaakt was. Het beeld zou van
-zilver worden vervaardigd, van binnen hol zijn en zonder voetstuk twee
-meter hoog zijn.
-
-Volgens de teekening had het beeld een wonderlijk model. De mantel van
-den apostel was ruim geplooid en op den rug van een sluiting voorzien.
-
-Raffles deelde Tiffany mede, dat deze sluiting moest worden
-aangebracht, opdat men het beeld van binnen met aarde van den olijfberg
-zou kunnen vullen.
-
-Tiffany was wel gewend, allerlei zonderlinge bestellingen te krijgen en
-hij beloofde, den apostel voor 8000 dollar binnen acht weken te
-vervaardigen.
-
-Nog denzelfden morgen verliet mr. Green alias Raffles het Waldorf
-Astoria Hotel en vertrok naar het landgoed van mr. Whitney.
-
-Hem volgde op den voet een individu wiens aanhankelijkheid Raffles
-eerst verontrustte, maar later toch ook weer vervroolijkte, daar hij in
-dezen een detective meende te herkennen.
-
-Tenslotte kwam hij tot de ontdekking, dat hij van dezen persoon niets
-te vreezen had.
-
-Dat zat namelijk zóó:
-
-Toen het alarmeerende bericht van de komst van Raffles bekend geworden
-was, had de hoofdcommissaris van politie te New-York eens nagedacht
-over wat hem wel in dezen te doen stond.
-
-Daarna had hij de detectives Fred Gordon en Oskar Wagner bij zich
-ontboden en met hen beraadslaagd hoe men wel het allerspoedigst Raffles
-op het spoor kon komen als deze in Amerika voet aan wal had gezet.
-
-Fred Gordon, een vijftiger, had rustig geluisterd naar alles, wat zijn
-chef hem mededeelde en doodbedaard had hij daarbij zijn neuswarmertje
-uitgerookt.
-
-Toen James Pinkerton dan eindelijk klaar was met zijn verhaal, nam
-Gordon het pijpje uit den mond, schraapte zich eens de keel en zei
-toen:
-
-„Toen ik het bericht las, maakte ik zoo voor mezelf een plannetje.
-Voordat ik hierheen kwam, ben ik eens naar de bureaux gegaan van de
-Bremer Lloyd en van andere stoomvaartmaatschappijen en daar heb ik de
-passagierslijsten nagezien en gelet op het signalement van een of ander
-persoon, dat overeenkwam met dat, wat wij van John C. Raffles hebben.
-Toen viel mij op, dat met de boot van de Holland-Amerika lijn voor vier
-dagen een passagier is gekomen, zekere mr. Green.”
-
-„En welke verdenking koestert ge tegen hem?”
-
-„Geen enkele. Mijn instinct van detective zei me alleen, dat wij dien
-heer in het oog moesten houden. Ik heb geïnformeerd en ben te weten
-gekomen, dat hij zijn intrek heeft genomen in het Waldorf Astoria Hotel
-en daar eenige van de voornaamste kamers heeft gehuurd.
-
-„Ik ging naar het hotel, liet mij aandienen als bediende van een
-juweliersfirma en vroeg mr. Green te spreken.
-
-„Maar juist toen ik bij hem zou worden toegelaten, werd mijn plan
-verhinderd door mr. Whitney.”
-
-„Mr. Whitney?”
-
-Pinkerton vroeg het in de grootste verbazing.
-
-„ja, mr. Whitney. De milliardair schijnt met mr. Green op heel intiemen
-voet te staan, want ik zag het tweetal al heel spoedig samen het hotel
-verlaten en in een auto stappen.”
-
-„En dacht je nou misschien, dat mr. Whitney op familiaren voet zou
-staan met Raffles? Ben je dol?”
-
-„Ik heb mr. Green voorloopig onder de strengste bewaking gesteld en
-hoop morgen al te weten of ik mij al dan niet vergist heb.”
-
-„Je hebt je natuurlijk vergist”, lachte Pinkerton.
-
-„’t Is mogelijk,” zei Fred Gordon op min of meer gekrenkten toon. „Geen
-mensch is onfeilbaar.”
-
-De telefoon ging over en Pinkerton nam den hoorn op.
-
-Zijn gelaat toonde de grootste verrassing bij de woorden die hij hoorde
-en toen het gesprek was afgeloopen, wendde hij zich tot Fred Gordon:
-
-„Ik krijg daar juist bericht, mr. Gordon, dat ge u inderdaad vergist
-hebt. Onze agent in Player-club deelt mij mede dat naar alle
-waarschijnlijkheid een der leden van het koninklijk huis onder het
-pseudoniem van mr. Green in New-York vertoeft en vergezeld van mr.
-Whitney de Player-club heeft bezocht. De vreemdeling is in Londen lid
-van de Windsor-club en zal met mr. Whitney en den ex-president op jacht
-gaan. De agent deelde verder nog mede, dat het geraden is, dezen mr.
-Green te beschermen tegen mogelijke, aan-slagen van anarchisten of
-misdadigers.”
-
-Fred Gordon draaide zijn duimen eens over elkander en bromde:
-
-„Well, dan heb ik mij vergist. In ieder geval had ik het toch niet zoo
-ver mis, toen ik achter dien mr. Green iets bijzonders vermoeden. De
-man kon één van beiden maar zijn: een hooggeplaatst aristocraat of een
-inbreker.”
-
-Op dit oogenblik werd gescheld.
-
-Pinkerton wendde zich tot detective Wagner.
-
-„Ga eens kijken, wie mij wenscht te spreken.”
-
-De detective stond op en opende de deur.
-
-Een politie-agent trad binnen en deelde mede, dat in de wachtkamer een
-detective van de Parijsche politie, Alfred Tancred, wachtte, die den
-chef dringend wenschte te spreken.
-
-„Laat binnen komen”, zei Pinkerton en eenige seconden later trad de
-Parijsche detective binnen.
-
-Van weerskanten keken de heeren elkander aan met onderzoekenden blik.
-
-De Franzoos haalde uit zijn zak een document te voorschijn en reikte
-dit aan Pinkerton.
-
-Deze opende de enveloppe, haalde een papier te voorschijn, afkomstig
-van het hoofdbureau der Parijsche recherche, waarin vermeld stond, dat
-detective Tancred speciaal belast was met de opsporing van John C.
-Raffles in New-York.
-
-Pinkerton las.
-
-Daarna gaf hij het stuk terug en bood den bezoeker een stoel.
-
-„Wij zijn juist bijeen in conferentie over hetzelfde geval”, begon de
-chef, „en vóór alles moeten wij weten, of Raffles al hier of nog op weg
-hierheen is. Wij moeten tot elken prijs verhoeden, dat hij met ons
-hetzelfde spelletje speelt als met onze collega’s van Scotland Yard.”
-
-„Wij hebben met een gewiekst persoon te doen”, antwoordde de Parijsche
-detective, „en ik hoop voor u, dat ge inderdaad meer succes zult hebben
-dan Scotland Yard.”
-
-„Ik voor mij”, beweerde Fred Gordon, „heb het gevoel, dat wij ons net
-zoo onsterfelijk zullen blameeren als zij. Want mijn eerste poging om
-Raffles hier uit te vinden, is op niets uitgeloopen. En als een zaak in
-den beginne al verkeerd gaat, dan weet ik uit ondervinding, dat er
-hoegenaamd niets van terecht komt.”
-
-„Bemoei je dan maar niet verder met deze zaak, Gordon, en besteed jij
-je krachten aan die bankroof in Chicago, dan zal ik mij met detective
-Wagner wijden aan de zaak-Raffles.”
-
-Fred Gordon lachte eens even spottend. Die Wagner, die onbeduidende
-persoon, was de beschermeling van zijn chef. Hij had tot nog toe niet
-het minste bewijs gegeven van eenige handigheid en iedere misdadiger
-was hem ontsnapt.
-
-Gordon hield hem voor een grooten stommeling, maar Pinkerton scheen van
-meening, dat Wagner voor groote dingen in de wieg was gelegd.
-
-Nooit beweerde Wagner iets, nooit hield hij er een eigen meening op na
-en alles, wat hij praatte, was het naklappen als een ekster van
-Pinkerton’s woorden.
-
-Gordon stond op, nam zijn hoed en zei:
-
-„Goeden nacht! Het beste met de jacht op Raffles. Ik vertrek vandaag
-nog naar Chicago.”
-
-„Goede reis!” riep Pinkerton hem na.
-
-Zoodra Fred Gordon de kamer had verlaten, was het, alsof een zwaar
-gewicht van Wagner’s hart was gewenteld.
-
-Zijn gelaat begon te stralen, hij wreef zich de handen en zei:
-
-„Wel, wij zullen dien Raffles wel pakken!”
-
-„Dat zou ik ook meenen!” antwoordde Pinkerton, „ik zelf zal mij
-speciaal met zijn opsporing belasten. Gij, Wagner, kunt intusschen naar
-het Waldorf Astoria Hotel gaan en daar in den particulieren dienst van
-mr. Green treden.
-
-„Let er vooral op, dat het incognito van dien heer streng gehandhaafd
-wordt.”
-
-Wagner stond op en antwoordde:
-
-„Ik zal tot uw volkomen tevredenheid werken.”
-
-Hij gaf zijn chef een hand, boog voor den vreemden detective, en
-verliet het bureau.
-
-Pinkerton vroeg nu den Franschman:
-
-„Volgt ge misschien al eenig spoor?”
-
-„Zeker! Gisteren zijn met de Cunard-lijn twee verdachte personen
-aangekomen, die valsche baarden droegen. Het zijn mr. Oxford en een
-bediende. Deze mr. Oxford reisde eerste klasse en schijnt over heel wat
-geld te beschikken te hebben. Hij speelde aan boord heel hoog en
-verloor, voor zoover ik kan nagaan, aanzienlijke bedragen. Ik sloeg hem
-nauwkeurig gade en het gelukte mij op zekeren dag zijn hut binnen te
-dringen en daar een boekje voor visitekaartjes te vinden, waarop een
-gouden kroontje boven een „L.” was aangebracht Deze „L.” bewees mij,
-dat het boekje behoorde aan lord Lister, alias John C. Raffles.”
-
-„Lister!” riep Pinkerton uit, „wij hebben hem, Lord Lister, alias John
-C. Raffles—en—en—hebt ge dat spoor gevolgd?”
-
-„Daarvoor kom ik nu bij u”, antwoordde de Franschman. „Na de landing
-ben ik, helaas, zijn spoor kwijt geraakt. Maar zijn signalement heb ik
-nog.”
-
-„En dat luidt?”
-
-Pinkerton nam een blad papier en een vulpenhouder, terwijl de detective
-dicteerde:
-
-
- „Grootte 1.70–1.74 meter,
- grijze snor,
- korte, grijze bakkebaarden,
- staalblauwe oogen.”
-
-
-„Dat klopt niet met het signalement uit Londen!” beweerde Pinkerton.
-
-„Dat kan wel zijn. Geen van onze collega’s heeft Raffles ooit van zoo
-nabij gezien, dat de kleur van zijn oogen duidelijk kon worden
-vastgesteld. Dat signalement uit Londen is dus niets waard.”
-
-„Ge kunt wel gelijk hebben, mr. Tancred. En laat ons nu eens
-beraadslagen, hoe wij dien mr. Oxford kunnen uitvinden.”
-
-De heeren bleven tot laat in den nacht in conferentie bijeen en het
-resultaat was, dat Pinkerton twintig van zijn beste detectives des
-morgens vroeg reeds uitstuurde om op de Raffles-jacht te gaan. En elk
-van die detectives droeg in den zak het signalement, zooals het de
-Parijsche detective had gegeven.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-DE DIEFSTAL VAN DE INDISCHE SMARAGDEN.
-
-
-Den volgenden morgen bracht de New-York Herald een belangrijk
-sensatiebericht onder het opschrift:
-
-„Een weddenschap om twee millioen dollar.”
-
-In een kleine hotelkamer van een boardinghouse, een pension, las dit
-bericht mr. Oxford, de man, die op de boot zoo bijzonder was
-gadegeslagen door mr. Tancred.
-
-Een jongeman was nog in de kamer, die oogenschijnlijk de werkzaamheden
-van een bediende verrichtte.
-
-Toen mr. Oxford het bericht over de weddenschap had gelezen, riep hij
-den jongeman bij zich:
-
-„Kijk eens, mr. Marholm, wat denkt ge van die weddenschap? Zou dat
-misschien een truc van Raffles zijn?”
-
-Marholm of wel „de vloo”, zooals hij onder de Londensche detectives
-genoemd werd, nam de krant en las het bericht
-
-Toen zei hij:
-
-„Yes, inspecteur Baxter, ge hebt gelijk. De heele zaak riekt naar
-Raffles.”
-
-„Noem dien naam niet zoo luid,” fluisterde Baxter, want deze was het,
-die onder den naam van Oxford zijn intrek in het hotel had genomen.
-
-„Laat ons er dadelijk werk van maken, Marholm, om de identiteit van
-dien mr. Green vast te stellen.”
-
-„Laat ons dan eerst eens per telegraaf informeeren of er op Scotland
-Yard ook iets nieuws omtrent Raffles bekend is.”
-
-Hij ging onderwijl naar den spiegel en probeerde of zijn valsche baard
-nog goed bevestigd zat.
-
-„Ge zijt absoluut niet te herkennen, mr. Baxter,” zei „de vloo”, „en ik
-geloof dat men mij als roodharige Ier ook niet aanziet voor wien ik
-ben.”
-
-„Ik zelf heb je in het eerste oogenblik niet herkend”, zei Baxter,
-„toen ge op de boot naar mij toekwaamt. Hoe kwam het, dat je mij zoo
-spoedig herkende?”
-
-„Heel eenvoudig. Als men geen al te groote stommerik is, herkent men
-zijn chef overal!”
-
-Lachend namen beiden hun hoeden en jassen en verlieten het pension.
-
-Toen zij op straat kwamen en een cab namen om naar het telegraafkantoor
-te rijden, bemerkten zij niet, dat uit een portiek aan de overzijde
-twee mannen kwamen, die ook een cab namen en hen volgden.
-
-Het waren twee beambten van de New-Yorker politie.
-
-Het was hun gelukt, aan de hand van het signalement, dat mr. Tancred
-van mr. Oxford had gegeven, diens verblijfplaats uit te vinden.
-
-Zij volgden de beide Londenaars als een jachthond een stuk wild en
-kwamen een paar minuten na deze voor het telegraafbureau.
-
-Geheel onopgemerkt naderde een hunner den lessenaar, waar Baxter stond
-met „de vloo” en het telegram naar Londen schreef.
-
-Dit telegram was van den volgenden inhoud:
-
-
- Mr. ROBINSON, LONDEN, Strand 16.
-
-
-(deze was de plaatsvervanger van politie-inspecteur Baxter tijdens
-diens afwezigheid uit Londen en zijn particulier adres)
-
-
- Telegrapheer mij per ommegaande naar New-York, boardinghouse Lemke,
- Grand Street 4, of er iets nieuws bekend is omtrent Raffles.
- Gegroet. Oxford.
-
-
-Het gelukte den politieman met eenige inspanning den inhoud van dit
-telegram te lezen.
-
-De groote, krachtige letters van Baxter maakten hem dit gemakkelijk en
-duidelijk las hij den naam Raffles.
-
-Haastig ging hij naar zijn collega, die voor de deur wachtte en deelde
-dezen in fluistertoon mede, wat hij zooeven had ontdekt.
-
-„Wij vergissen ons niet,” zei hij, „wij hebben den man; het is Raffles,
-en ik zal dadelijk naar den directeur van het telegraafkantoor gaan en
-een afschrift van het telegram vragen.
-
-„Blijf jij intusschen hier wachten om te zien naar welken kant de beide
-mannen gaan, als zij intusschen het gebouw mochten verlaten en
-telefoneer het naar het hoofdbureau.”
-
-De man verdween en haastte zich naar den directeur van het
-telegraafkantoor.
-
-Baxter had onderwijl zijn telegram afgegeven. Toen hij uit het gebouw
-kwam, om verder het spoor van mr. Green te volgen, had de
-Pinkerton-detective al een afschrift van het telegram in handen en
-verliet eenige minuten later eveneens het gebouw.
-
-Hij ging naar het hoofdbureau om daar van zijn collega nadere
-bijzonderheden te hooren.
-
-In gedachten deelde hij met den ander reeds de groote som, die op de
-inhechtenisneming van Raffles gezet was door de Engelsche politie en
-eenige particulieren.
-
-Hij dacht er over na, wat hij met het geld zou beginnen en dat het
-bezit van een hoenderpark zijn ideaal was. — — —
-
-Intusschen was zijn collega achter mr. Oxford en diens geleider
-aangesneld en had tegelijk met hen het Waldorf Astoria Hotel bereikt.
-
-Dit was, naar de kranten meldden, de verblijfplaats van mr. Green, die
-de weddenschap met Bennet had aangegaan.
-
-Toen mr. Oxford door een flinke fooi den portier van het hotel aan het
-spreken had gebracht, deelde deze hem mede, dat mr. Green twee uur
-geleden het hotel verlaten had.
-
-Hij wist niet, waar mr. Green was heengegaan.
-
-„Wij zijn bij onze voorname gasten niet zoo nieuwsgierig om hen naar
-hun reisplannen te vragen.”
-
-Ontevreden met het resultaat van zijn navorschingen ging Baxter met
-Marholm naar het boardinghouse terug om daar op eenig bericht uit
-Londen te wachten.
-
-Nabij het huis stonden wederom in een deurportiek de beide detectives,
-en zij kortten den tijd, doordat de een den ander de groote voordeelen
-van een hoenderpark voorspiegelde.
-
-Zij verdeelden de huid van den beer, die nog niet gevangen was.
-
-Om samen het geld te krijgen, hadden zij geen hunner collega’s
-meegedeeld, waar mr. Oxford alias lord Lister verblijf hield. Zij
-wilden heel alleen het terrein bewerken.
-
-Des avonds ontving mr. Oxford een telegram uit Londen, waarin hem werd
-meegedeeld, dat men daar geen bericht omtrent Raffles had gekregen,
-maar dat deze zich ongetwijfeld in New-York moest ophouden.
-
-Raffles, die van alle kanten dus gezocht werd, zat intusschen als mr.
-Green veilig en wel in de fraaie villa van mr. Whitney. Na eenige uren
-reeds was hij de verklaarde lieveling der dames.
-
-Vooral viel hij bijzonder in den smaak van mrs. Hopson, de oude
-schatrijke weduwe van een groothandelaar in Chicago.
-
-Deze vrouw, bekend om haar verregaande ijdelheid, droeg een kostbaar
-sieraad van smaragden, dat eens in het bezit was geweest van een
-Indisch vorst.
-
-Het waren steenen van fabelachtige grootte en schoonheid en Charly
-Brand, die zag, dat Raffles in druk gesprek was met de dame, doorzag
-terstond de bedoelingen van zijn meester en begreep, dat diens grootste
-oplettendheid niet het valsche haar of het gepoeierde gelaat, maar het
-kostbare sieraad van mrs. Hopson gold.
-
-Raffles had vernomen, dat de gestorven echtgenoot der dame in Chicago
-een groote conservenfabriek had gehad.
-
-Terstond herinnerde Raffles zich, dat in het Engelsche leger
-verscheiden soldaten destijds op vreemde wijze waren gestorven.
-
-Later bleek, dat zij vergiftigd waren, door het gebruik van bedorven
-Amerikaansch geconserveerd vleesch.
-
-Raffles vroeg nu miss Hopson of haar overleden man niet aan het
-Engelsche leger had geleverd.
-
-Met opgeblazen trots verklaarde mrs. Hopson:
-
-„Zeker, mr. Green, mijn man heeft destijds veel onderscheidingen
-gekregen als leverancier van het leger en ook ontving hij een
-medaille.”
-
-„Hm,” antwoordde Raffles en hij taxeerde de smaragden, die de dame
-droeg.
-
-Toen vroeg hij plotseling:
-
-„Zijn die smaragden, die ge daar draagt, wel eens getaxeerd?”
-
-Mrs. Hopson blaasde zich nog meer op en antwoordde:
-
-„Die zijn onbetaalbaar. Mr. Elkins, de juwelier van de koningin van
-Engeland, heeft ze op vier millioen dollar getaxeerd.”
-
-„Een prachtig sieraad,” bewonderde Raffles en bij zichzelven berekende
-hij, hoeveel bussen bedorven vleesch er niet aan den man moesten zijn
-gebracht om zoo’n kostbaar stuk te kunnen koopen.
-
-Met het goud, dat die steenen vertegenwoordigden, kon men de zorgen van
-veel weduwen en weezen verlichten.
-
-O, zoo veel!
-
-Met een charmanten glimlach boog Raffles zich naar mrs. Hopson:
-
-„Hoe komt het mevrouw,” vroeg hij, „dat ge nog steeds den weduwensluier
-draagt? Zijt ge heelemaal ontroostbaar?”
-
-„Och, wat zal ik u zeggen! Mijn man verdiende 800,000 dollar per jaar.
-De mannen, die tot nog toe naar mijn hand dongen, konden mij dat niet
-aanbieden.”
-
-„Zóó!” zei Raffles en hij lachte in stilte om de kokette vijftigjarige.
-
-„Hoeveel bedraagt uw jaarlijksch inkomen, mr. Green?” vroeg mrs. Hopson
-met vleienden oogopslag.
-
-Raffles klemde zijn monocle in het oog en zei:
-
-„In het laatste jaar bedroeg mijn inkomen veertien millioen dollar.”
-
-Mrs. Hopson keek hem verstomd aan. Zij moest, als een visch op het
-droge, naar lucht happen.
-
-Eerst na eenige seconden was zij in staat te antwoorden:
-
-„Ge—ge maakt toch geen grapje?”
-
-„Volstrekt niet!”
-
-„O, maar ge zijt een verrukkelijk iemand,” lispelde mrs. Hopson.
-
-„Hoe dat zoo, mrs. Hopson!”
-
-„O, een verrukkelijk iemand! Ik heb er altijd naar verlangd, zóó iemand
-te leeren kennen. Mijn vermogen bedraagt ongeveer tachtig millioen
-dollar en ik heb bovendien nog uitgestrekte bezittingen.
-
-„Ik kan weliswaar niet concurreeren met Whitney en Vanderbilt, maar als
-ik een man van kapitaal trouw, zouden wij Rockefeller nog voorbij
-kunnen streven!”
-
-„Als ik u daarbij soms kan helpen, mrs. Hopson, het zou mijn ideaal
-zijn om uw eerzuchtige plannen te helpen verwezenlijken.”
-
-Wederom lonkte zij koket en fluisterde:
-
-„Ge kunt mij gelukkig maken, mr. Green.”
-
-
-
-Op zekeren avond ging Raffles met Charly Brand wandelen op een
-afgelegen zijpad van het groote park en vertelde hem, dat hij van plan
-was, de kostbare smaragden van mrs. Hopson te stelen en het geld, dat
-zij zouden opbrengen, te besteden voor de nagelaten betrekkingen van
-hen, die destijds na het gebruik van het bedorven vleesch waren
-gestorven.
-
-Een allerdolst plan rijpte in zijn brein.
-
-Hij ijlde naar de groote veranda der villa, waar de gasten aan de
-theetafel zaten.
-
-Met een buiging naderde hij mrs. Hopson:
-
-„Het is zoo’n wondermooie avond, mrs. Hopson, gevoelt ge geen lust om
-wat mee te gaan wandelen in het park?”
-
-„O ja,” antwoordde de weduwe en zij stond al op.
-
-Raffles had een plan.
-
-Toen hij met mrs. Hopson in het park ging, legde hij het zoo aan, dat
-de dame langs het struikgewas moest gaan, waarin de detective verborgen
-zat, die hem overal bewaakte.
-
-Mrs. Hopson begon te spreken over verscheidene dames kennissen, waarvan
-zij allerlei schandaalgeschiedenissen wist te vertellen.
-
-Speciaal weidde zij uit over de dochter van den koperkoning Blatt, die
-er een paar weken geleden met haar pikeur vandoor was gegaan.
-
-Geen dame bleef gespaard; mrs. Hopson wist van ieder wat te vertellen.
-
-Intusschen was het tweetal het struikgewas genaderd en terwijl mr.
-Raffles de dame bij den arm greep, riep hij, schijnbaar geheel
-verschrikt:
-
-„Is daar iemand?”
-
-Het kraken van takken en twijgen volgde en in het volgende oogenblik
-kwam een man te voorschijn, die wegholde.
-
-„Blijf staan of ik schiet!” riep Raffles en met goed gespeelden schrik
-haalde hij een revolver voor den dag.
-
-Doodelijk verschrikt leunde mrs. Hopson tegen Raffles aan.
-
-Met starre oogen keek zij naar het struikgewas.
-
-Plotseling week dit opnieuw, een donkere schaduw trad te voorschijn,
-die als een tijger mrs. Hopson naar de keel vloog.
-
-Zij viel bewusteloos neer.
-
-Raffles intusschen boog zich voorover en fluisterde:
-
-„Uitstekend gedaan, Charly. Ga nu onopgemerkt naar huis terug.”
-
-Hij boog zich nu over mrs. Hopson, maakte den collier met smaragden
-voorzichtig los en liet hem in zijn zak glijden.
-
-Het duurde eenige oogenblikken voordat mrs. Hopson, die aan zijn hals
-hing, weer bij kwam.
-
-„Wees kalm,” fluisterde hij, „de dief is gevlucht.”
-
-Hij bracht haar terug naar het terras van de villa.
-
-Uitgeput zonk zij daar in een stoel neer onder het voortdurend
-uitroepen van:
-
-„Een dief, een dief!”
-
-Raffles vertelde, wat er gebeurd was en hoe de dief was ontvlucht.
-
-„Waar is uw ketting?” vroeg mrs. Whitney.
-
-„Mijn ketting?”
-
-Met bevende handen greep mrs. Hopson naar haar hals.
-
-„De ketting is verdwenen—gestolen ongetwijfeld,” riep Raffles
-verschrikt uit, „het is den dief gelukt, mrs. Hopson het kostbare stuk
-te ontrukken.”
-
-Met wijdopengesperde oogen beaamde mrs. Hopson alles wat Raffles
-vertelde.
-
-Mr. Whitney liet zijn gansche dienstpersoneel terstond het geheele park
-doorzoeken.
-
-Maar van den raadselachtigen onbekende was niets meer te ontdekken dan
-een achtergelaten hoed. Dezen vonden de bedienden bij den uitgang van
-het park en in den hoed was een naam geschreven:
-
-Oskar Wagner.
-
-Mr. Whitney nam den hoed en zei:
-
-„Ik zal dadelijk morgen het hoofdbureau van politie in kennis stellen.
-Die Oskar Wagner moet stellig worden gevonden.”
-
-Raffles echter zat een uur later in zijn stoel voor den schoorsteen en
-toonde Charly Brand den door hem veroverden ketting van mrs. Hopson.
-
-Hij was volstrekt niet de meening toegedaan, dat iemand den ketting
-weer aan de dame moest terugbrengen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
-DE MAN ZONDER HOED.
-
-
-Den volgenden morgen brachten de kranten als laatste sensatienieuws het
-bericht over den roof der kostbare smaragden van mrs. Hopson.
-
-De „New-York Herald” sprak zelfs als haar meening uit, dat de diefstal
-van het kostbare sieraad op de rekening van Raffles kon worden
-geschoven, die zich, naar alle waarschijnlijkheid, in Amerika bevond.
-
-Dit krantenartikel bracht de politie te New-York in groote opschudding,
-evenals inspecteur Baxter, alias Oxford.
-
-Baxter was dadelijk van meening, dat het Raffles was, die de sieraden
-had gestolen.
-
-„Raffles gaat hier ook aan ’t werk,” zei hij tot „de vloo”. „Hij heeft
-alweer een van zijn stukjes uitgehaald.”
-
-„De vloo” dacht eens na en las nog eens het artikel.
-
-Ook hij kwam tot de overtuiging dat het inderdaad Raffles moest zijn,
-die bij mrs. Hopson de kostbare smaragden had gestolen.
-
-Zij gingen nu dadelijk op weg naar de villa naar mr. Whitney en merkten
-niet op, dat zij door de beide detectives werden gevolgd.
-
-In denzelfden tijd was ook Pinkerton met mr. Tancred op weg getogen
-naar de villa en kwam daar twee uur vroeger aan dan Baxter alias
-Oxford.
-
-Dienzelfden morgen waren mr. Whitney en mr. Green op jacht gegaan.
-
-Lord Lister had zijn assistent Charly Brand de opdracht gegeven om met
-het kleine handkoffertje naar New-York terug te keeren en daar in het
-Cliftonhotel, onder den naam van Schulz intrek te nemen en te wachten
-op zijn terugkeer.
-
-In dezen koffer nam Charly Brand de smaragden van mrs. Hopson mee.
-
-Toen Pinkerton en detective Tancred tegen elf uur in de villa kwamen,
-waren mr. Whitney en mr. Green afwezig.
-
-Mrs. Hopson ontving de beide heeren en vertelde hen, hoe een man uit
-het struikgewas op haar en mr. Green was toegesprongen. Den laatste had
-hij met een vuistslag neergeveld. Haar had hij bijna geworgd en toen de
-smaragden ontroofd.
-
-Pinkerton verzocht haar, hem het struikgewas te wijzen om nog sporen
-van de vechtpartij te kunnen ontdekken. Zij was dadelijk bereid en
-vertelde ook nog, dat de aanrander tijdens de worsteling zijn hoed
-verloren had.
-
-„Dat is van groot belang,” beweerde Pinkerton, „waar is de hoed?”
-
-„Dien heeft mr. Whitney meegenomen.”
-
-„Dan zullen we hem opzoeken.”
-
-„Ik zal hem dadelijk laten roepen,” antwoordde mrs. Hopson.
-
-Op haar schellen verscheen een bediende, die vertelde, dat mr. Whitney
-des morgens vroeg al met verscheiden heeren op jacht was gegaan.
-
-„Kunt gij ons misschien ook helpen?” vroeg Pinkerton, „weet ge ook,
-waar de hoed is, dien de dief heeft verloren?”
-
-„Dien heeft mr. Whitney in zijn brandkast gesloten!”
-
-„Allemachtig! Dan is hij voor ons dus onbereikbaar! Kunt ge ons ook
-zeggen, hoe we mr. Whitney kunnen bereiken?”
-
-„Onmogelijk! Mr. Whitney gaat steeds in afgelegen streken ter jacht en
-niemand van ons weet, waar hij heengaat.”
-
-„Heeft mr. Whitney gezegd, wanneer hij terugkomt?”
-
-„Ook daarvan kan ik u niets zeggen!”
-
-„Goed!” zeide Pinkerton.
-
-Toen wendde hij zich tot mrs. Hopson.
-
-„Wilt ge zoo goed zijn, ons naar het park te vergezellen?”
-
-De dame ging met de beide heeren naar buiten.
-
-Bij het struikgewas lieten de heeren zich toen nog eens de toedracht
-van het gebeurde vertellen en wederom fantaseerde mrs. Hopson hevig.
-
-Het tweetal ging toen de sporen na van den vluchteling, die duidelijk
-zichtbaar waren in den weeken bodem.
-
-„Dat is niet de afdruk van den laars van een gentleman,” zei detective
-Tancred en wees op een spoor op den grond. „Dat is een heel gewone
-Amerikaansche schoenafdruk.”
-
-Mr. Pinkerton bekeek ook het spoor en volgde het eenige meters ver; ook
-hij kwam tot de overtuiging, dat hier een heel gewoon man aan het werk
-was geweest.
-
-„De vluchteling moet volgens mijn idée een vreemdeling zijn,” beweerde
-Tancred.
-
-„Hoezoo?”
-
-„Omdat de zolen van den vluchteling met spijkers beslagen zijn, juist
-als de militaire schoen van een Duitsch of Engelsch soldaat.”
-
-„Maar de Engelsche soldatenschoen heeft een heel anderen vorm! Deze
-hier moet een Duitscher zijn en wel een Duitscher, die nog niet lang in
-het land is, want hij draagt nog de meegebrachte schoenen. Willen we
-het spoor verder volgen?”
-
-„Zeker!” antwoordde Pinkerton, „en wij willen van mrs. Hopson afscheid
-nemen.”
-
-De heeren deden aldus en verdwenen toen in het park.
-
-In een grooten kring leidden de sporen om een landhuis naar een
-rotsachtige plek en slechts met groote moeite konden zij op den harden
-bodem verdere sporen herkennen. Eindelijk voerden de sporen weer naar
-het landgoed van mr. Whitney terug.
-
-Toen de detectives dit zagen, besloten zij nog eens de villa te
-doorzoeken.
-
-Bijna vijf uur waren zij aan het werk geweest. In dien tijd waren ook
-Baxter en „de vloo” op de villa aangekomen en hadden zich bij mrs.
-Hopson laten aandienen.
-
-Deze dame was door het gebeurde zeer ontdaan en vermoeid en liet mr.
-Oxford weten, dat zij geen bezoek meer kon ontvangen.
-
-De inspecteur had zich bij den bediende als reporter voorgedaan, maar
-het gelukte hem niet den bediende uit te hooren, die bevel had gekregen
-om niemand eenige inlichtingen omtrent mr. Green te geven.
-
-Onverrichterzake moesten zij naar New-York terugkeeren en wederom
-volgden hen de detectives zonder te vermoeden, dat hun chef zelf op de
-villa aanwezig was.
-
-Op hetzelfde oogenblik dat zij in den trein naar New-York wilden
-stappen kwam een man zonder hoed uit het station en stapte in
-denzelfden coupé als waarin de beide detectives hadden plaats genomen.
-De man was klaarblijkelijk zeer opgewonden en den beiden detectives
-viel het op, dat hij een valschen baard droeg.
-
-De linkerhelft van zijn aangekleefden baard was losgeraakt en hing naar
-beneden.
-
-Dadelijk vermoedden de detectives, een misdadiger voor zich te hebben
-en begonnen zij een gesprek met hem.
-
-Een der detective zei:
-
-„Zeg eens, neem je valschen baard af en plak hem wat beter vast!”
-
-Verschrikt keek de aangesprokene den detective aan.
-
-Toen lachte hij met breeden grijns en hij antwoordde:
-
-„Kent ge mij niet? Is mijn vermomming met die grauwe bakkebaardjes zoo
-goed?”
-
-De beide politie-agenten. lachten nu ook hartelijk. Zij herkenden hun
-collega Wagner en gaven hem de hand.
-
-Wagner was er trotsch op, niet door hen herkend te zijn.
-
-„Waar kom jij vandaan?” vroegen ze hem beide tegelijk.
-
-„Ik was hier met een speciale opdracht en ga nu naar New-York terug.”
-
-„Zonder hoed?”
-
-„Ja. Ik heb hem verloren. Maar wat doen jullie hier?”
-
-De detectives wissel den een blik van verstandhouding. Hun collega
-mocht niet weten dat zij jacht maakten op Raffles. Zij waren niet van
-plan, de belooning met Wagner te deelen en bovendien kon deze onhandige
-man hun de heele zaak bederven.
-
-„Ik heb hier in de buurt een hoenderpark bezocht, wat ik koopen. wil,”
-zei een der detectives en toen begon hij uit te weiden over de
-voordeelen van een hoenderpark.
-
-Aan het station te New-York verlieten zij Wagner en volgden opnieuw mr.
-Oxford en diens geleider, die naar hun boardinghouse terugkeerden.
-
-Intusschen hadden Pinkerton en Tancred de villa van boven tot beneden
-tevergeefs doorzocht.
-
-Eindelijk hoorden ze van een arbeider, dat eenige uren geleden een man
-zonder hoed in volle vaart naar het station was geloopen.
-
-„Dat is hij!” riep Pinkerton, „alle duivels, nu is hij ons toch
-ontsnapt. Maar we zijn hem op het spoor.”
-
-Vlug ging hij naar het station en vernam daar aan het loket, dat een
-man zonder hoed een kaartje naar New-York had genomen en met den trein
-was vertrokken.
-
-„Kunt ge ons dien man beschrijven?” vroeg Pinkerton, nadat de heeren
-zich hadden voorgesteld.
-
-„Zeker,” zei de beambte, „hij had een vol gelaat en had, voor zoover ik
-mij herinneren kan, eenigszins grijzende bakkebaardjes.
-
-„Dan hebben we hem,” zei Tancred, „dat is toch signalement, dat ik van
-hem gaf?”
-
-„Zeker!”
-
-Noch hij noch Tancred konden vermoeden, dat Wagner zich aldus had
-vermomd.
-
-Zij moesten nog een half uur wachten, voordat de trein vertrok.
-Intusschen telefoneerde de chef naar zijn bureau en liet vragen bij de
-detectives, die het station bewaakten, of deze een man zonder hoed met
-grijze bakkebaarden en snor hadden gezien.
-
-Men telefoneerde hem een bevestigend antwoord en voegden erbij, dat
-twee agenten hem achtervolgden.
-
-Pinkerton lachte tevreden.
-
-„Het toeval is ons gunstig, mr. Tancred”, zei hij tot dezen, „twee van
-mijn beste agenten volgen den gezochte reeds. Dank zij uw signalement
-hebben wij den dief herkend. Ontkomen is dus voor hem onmogelijk.”
-
-Geheel gerust gesteld ging hij nu naar New-York terug en vond daar
-Wagner op zijn bureau.
-
-Deze had zijn valschen baard reeds afgedaan en vertelde nu zijn chef,
-dat mr. Whitney en mr. Green op jacht waren en hij daarom naar New-York
-was teruggekeerd.
-
-Dat hij zich onhandig had gedragen tijdens de opdracht om mr. Green te
-beschermen, vertelde hij niet, evenmin, dat hij daarom naar New-York
-was gevlucht. Van den smaragdendiefstal had hij nog niets gehoord.
-
-Toen Pinkerton hem over deze zaak sprak, trok Wagner eerst een heel
-verbluft gelaat. Om echter zijn onwetendheid niet te laten blijken,
-deed hij, alsof hij volkomen op de hoogte was en bevestigde hij alles,
-wat mrs. Hopson van den aanval had meegedeeld.
-
-Toen hij alleen was, brak hem het angstzweet uit.
-
-Nu eerst zag hij in, dat hij op zich zelf den schijn had geladen als
-aanrander.
-
-In hetzelfde oogenblik dat mr. Whitney den verloren hoed aan mr.
-Pinkerton zou overhandigen, zou ieder hem voor den dief houden.
-
-Zijn knieën knikten als hij er aan dacht in welk een netelige positie
-hij zich had gebracht. En hij kwam tot de overtuiging, dat het voor hem
-maar geraden was, Amerika zoo gauw mogelijk te verlaten.
-
-Als die hoed, waarin zijn naam bovendien nog stond er niet was, zou hij
-er niet zoo slecht aan toe zijn. Nu echter zou hij door iederen rechter
-veroordeeld worden. Hij verwenschte zijn besluit detective te zijn
-geworden en zijn land te hebben verlaten.
-
-Pinkerton kwam nogmaals bij hem en vroeg:
-
-„Hebt ge op de villa bij mr. Whitney geen man met grijze bakkebaarden
-gezien?”
-
-„Neen,” loog Wagner, „ik heb zoo’n persoon niet gezien.”
-
-„Dat doet er ook niet toe. Wij zijn hem toch al op het spoor.”
-
-Wagner dacht er bij zichzelve over, wie wel die ander met bakkebaarden
-kon zijn en hij kwam tot de overtuiging, dat hij een dubbelganger moest
-hebben.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK.
-
-DE VLUCHT.
-
-
-Drie maanden waren verstreken, toen Raffles met mr. Whitney van de
-jacht naar New-York terugkeerde.
-
-Hij zocht dadelijk zijn vriend Charly Brand op en verbaasde zich ten
-zeerste over diens ziekelijk uiterlijk.
-
-„De New-Yorker lucht schijnt je niet al te goed te bekomen, m’n
-jongen!”
-
-„Dat stem ik toe,” antwoordde Charly Brand, „en ik ben blij, dat je
-weer bij me bent. Ik ben erg zenuwachtig geweest en durfde feitelijk
-dit huis niet te verlaten.”
-
-„Ben je dan al dien tijd niet uit geweest?”
-
-„Neen.”
-
-„Je bent een groote dwaas. Begrijp je dan niet, dat je de aandacht
-trekt, door voortdurend thuis te blijven? Ik kom juist van Tiffany en
-kan je meedeelen dat we morgen vroeg per stoomboot New-York verlaten en
-naar Napels gaan. De zilveren apostel, dien ik voor den paus heb laten
-maken, wordt vandaag naar onze stoomboot gebracht. Dat wordt een
-interessant werkje, beste kerel.”
-
-„Ik begrijp niet, wat je voor hebt”, antwoordde Charly Brand. „Hoe kom
-je er toch bij om den paus een zilveren apostel cadeau te geven?”
-
-Raffles lachte en stak een sigaret op.
-
-Toen zei hij:
-
-„Is er ook iets bijzonders gebeurd? Ik heb namelijk in een heele week
-geen krant gelezen. Schrijven de bladen nog altijd over mij?”
-
-„Ik heb alle artikels uitgeknipt. Elken morgen, middag en avond spreken
-ze over jou.”
-
-Raffles lachte weer en sprak:
-
-„De krantenartikels over mij zullen op den duur een omvangrijke
-bibliotheek uitmaken en als ik dan als oud man in het hoekje van den
-haard zit en dat alles lees, zal ik mij op mijn ouden dag nog daarmee
-vermaken. De kranten moesten mij feitelijk een groot honorarium geven,
-daar ik de beste copy voor hen lever. Is de prijsvraag, waar ik mij
-ophoud al opgelost?”
-
-„Tot vanmiddag niet,” antwoordde Charly Brand, „en de bladen schrijven,
-dat de beste detectives van Amerika naar je zoeken; dat ook Baxter en
-zijn mannetjes uit Londen zijn gekomen en dat een rechercheur uit
-Parijs hier aan wal is gestapt!”
-
-„Dan mankeert nog maar alleen iemand uit Berlijn. Misschien ga ik daar
-zelf nog voor spelen. Maar maak je nu klaar, dan kan ik je een en ander
-van New-York wijzen.”
-
-De heeren verlieten het boardinghouse, nadat Raffles de rekening
-betaald had.
-
-„Wij zullen vannacht in een hotel in Hoboken slapen, zoodat we dicht
-bij onze boot zijn.”
-
-Charly Brand zorgde voor een cab, waarmee zij naar een groot restaurant
-reden.
-
-De vrienden gaven hun bagage aan den portier en gingen dineeren. Toen
-zij daarna door de straten van New-York wandelden om een paar entrée’s
-voor den schouwburg te koopen, waar zij des avonds heen wilden gaan,
-trok Raffles eensklaps Charly Brand bij den arm en nam hem mee in een
-naastbijgelegen winkel. Het was een winkel voor dameshoeden. Charly
-Brand begreep niet, wat Raffles hier te koopen had. Deze liet zich door
-een winkeljuffrouw de nieuwste modellen toonen en nadat hij een half
-uur lang gezocht had, zei hij, dat er geen keus voor hem was.
-
-Op straat riep hij weer een cab aan.
-
-„Wat wou je eigenlijk in dien winkel?”
-
-„Ons beiden beschermen tegen politie-inspecteur Baxter. Hij stond vlak
-bij ons en naast hem stond de eenige detective van Scotland Yard, die
-iets beteekent, namelijk Marholm of „de vloo”. Ze keken gelukkig
-allebei den anderen kant op.”
-
-„Zie je wel, dat het van mij maar goed was, dat ik al die weken thuis
-ben gebleven?”
-
-„Onzin. Dat was daarstraks louter toeval, jongen!”
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Zoodra Pinkerton hoorde, dat mr. Whitney van de jacht was teruggekomen,
-stelde hij Tancred en Wagner daarvan in kennis.
-
-Deze beiden zouden met hem meegaan naar de villa, opdat men dan, met
-den hoed van den dief als aanwijzing, verder op onderzoek zou kunnen
-uitgaan naar den man, die de smaragden van mrs. Hopson had gestolen.
-
-De Parijsche detective verklaarde zich daartoe terstond bereid, terwijl
-Wagner plotseling hoofdpijn voorwendde en zich zóó ziek meldde, dat hij
-naar den dokter moest gaan en zijn chef niet kon vergezellen.
-
-Hij haalde verruimd adem, toen de chef alleen met Tancred naar de villa
-afreisde.
-
-Zoodra Pinkerton vertrokken was, pakte hij zijn boeltje en keek de
-lijst van de vertrekkende booten na. Hij besloot onverwijld New-York te
-verlaten en daar den volgenden morgen een boot naar Napels vertrok,
-ging hij naar het passagebureau en nam een billet tweede klasse naar
-Napels. Toen ging hij naar een klein hotel in Hoboken en huurde er voor
-den nacht een kamer.
-
-Hij had niet het geringste vermoeden, dat in de aangrenzende kamer John
-C. Raffles en Charly Brand logeerden.
-
-Pinkerton had in de villa van mr. Whitney den hoed gekregen en met
-verbazing gemerkt, dat daarin de naam van zijn beschermeling Oskar
-Wagner was geschreven.
-
-De zaak kwam hem zonderling en raadselachtig voor. Verscheiden minuten
-dacht hij na. Toen zei hij tot den Parijschen detective:
-
-„Kom mee, wij hebben geen minuut tijd te verliezen. Wij hebben een
-valsch spoor gevolgd—het spoor van mijn eigen detective. Hij zal ons
-wel opheldering kunnen geven. In elk geval is hij niet de dief geweest
-van mrs. Hopsons smaragden. Dat kan slechts de geleider van deze dame
-geweest zijn. En wie was die geleider?”
-
-Hij keek den Parijschen detective aan en greep hem in de grootste
-opgewondenheid bij den arm. — — —— — — — — — — — — — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-„Mr. Green, uit Schotland,” beantwoordde Pinkerton zich zelf de vraag,
-„die raadselachtige mr. Green. En wie is mr. Green, deze man met de
-voorname manieren—deze persoon, die zich als hertog van Rochester bij
-mr. Whitney heeft ingedrongen? — — —
-
-„Raffles is het. Ik laat mij hangen als het Raffles niet is. O! Ik kan
-razend worden, als ik bedenk, hoe ik mij bij den neus heb laten nemen.
-Maar gij zijt daaraan voor een groot deel schuld.”
-
-De Parijsche detective haalde de schouders op:
-
-„Ge doet mij daar een zeer onrechtvaardig verwijt en wat gij daar
-veronderstelt, is heel gewaagd. Ik beweer, dat ge u vergist en dat
-Raffles wel degelijk de man is met de grijze bakkebaardjes, dien ge
-door uw detectives laat nagaan.”
-
-„Ik zal u het tegendeel bewijzen op mijn bureau. Ga maar dadelijk mee
-naar New-York.”
-
-Pinkerton was zenuwachtig en onrustig. Hij haastte zich zoodra mogelijk
-naar New-York terug en stuurde een dringend telegram naar den
-hofmaarschalk te Londen om dezen te vragen, waar zich op dit oogenblik
-de hertog van Rochester bevond. Tegelijkertijd telegrapheerde hij om
-het signalement van den hertog, daar de politie te New-York naar alle
-waarschijnlijkheid op een verschrikkelijke manier bij den neus werd
-genomen door een oplichter, die zich uitgaf voor den hertog van
-Rochester. Toen gaf hij order, dat de beide agenten Harrison en Smith
-moesten worden opgespoord, opdat mr. Oxford dadelijk kon worden
-gearresteerd. Daarna liet hij naar Wagner informeeren en toen hoorde
-hij, dat deze detective zijn boeltje gepakt en zijn kamer verlaten had.
-
-De chef was verbluft.
-
-Hij begreep maar niet, waarom Wagner zoo plotseling er vandoor was
-gegaan. Harrison en Smith intusschen waren niet te vinden, maar den
-volgenden morgen om tien uur kwam het zoozeer verlangde antwoord per
-kabeltelegram. Het luidde:
-
-
- „Hoofdbureau van politie, New-York. Hertog van Rochester vertoeft
- te Londen. Heb hem zoo juist telephonisch gesproken. Signalement
- van den hertog: grootte 1.74 meter, figuur: ietwat zwaarlijvig,
- gelaat: blozend, haar: blond, ouderdom: 45 jaar.
-
- Bijzonder kenteeken: hinkt op het linker been.”
-
-
-Met een zegevierend lachje overhandigde Pinkerton dit telegram aan mr.
-Tancred. En hij vroeg op langgerekten toon:
-
-„Nu — — —?”
-
-„Ge hebt gelijk,” antwoordde de Parijsche rechercheur, „het signalement
-van mr. Green en van den hertog van Rochester komt al heel weinig met
-elkander overeen!”
-
-„Het is Raffles!—Raffles is het! De beruchte lord Lister!”
-
-„Verdoemd! De kerel glipt als een aal tusschen de vingers door! Dat
-wordt een zwarte bladzijde in mijn loopbaan!”
-
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Om elf uur des avonds verlieten Raffles en Charly Brand het
-Lyceumtheater.
-
-Voordat zij in een cab plaats namen, hoorden zij de jongens schreeuwen:
-
-„Raffles gepakt!”
-
-„Raffles, de dief van de Indische smaragden!”
-
-Een oogenblik bleef lord Lister staan, toen kleefde hij zijn monocle in
-het oog en kocht doodkalm een krant.
-
-Charly Brand stond te trillen op zijn beenen. Het tweetal nam nu plaats
-in het rijtuig en Raffles beval naar de booten te rijden in de 23ste
-straat te Hoboken.
-
-„Jij moet altijd een fleschje cognac bij je hebben, Charly”, zei
-Raffles, „je trilt als een juffershondje en bent zoo bang als een
-bakvisch.”
-
-„Ik wou, dat wij Amerika nooit gezien hadden”, antwoordde Charly.
-
-Raffles lachte:
-
-„Mij daarentegen bevalt dit land uitstekend. De pers houdt je zoo goed
-van alles op de hoogte, ’t Is hier veel makkelijker werken dan in
-Europa. Maar luister nu: De kist naar den paus is op de stoomboot
-geladen. Als afzender staat er op: mr. Harry Smith uit Chicago. Jij
-bent die mr. Smith. Je moet dien naam ook in de passagierslijst zetten.
-Mij ken je absoluut niet. Zeg den kellner, dat hij je morgen om acht
-uur wekt. Om negen uur vertrekt de trein. En hou je taai, Charly. Tot
-weerziens.”
-
-Hij gaf Charly een hand, en verdween in de duisternis van de 23ste
-straat.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZEVENDE HOOFDSTUK.
-
-EEN WEDREN OM RAFFLES.
-
-
-Den volgenden morgen schelde Baxter het hoofdbureau op en vroeg den
-chef te spreken.
-
-„Als ge den chef wilt spreken”, luidde het antwoord, „moet ge dadelijk
-naar Hoboken gaan naar de stoomvaartlijn op Italië. Daar wordt Raffles
-gearresteerd.”
-
-„Wat?” riep Baxter terug, „vergist ge u niet?”
-
-„Neen. Wij kregen vanmorgen bericht, dat Raffles door een van de
-beambten der stoomvaartmaatschappij herkend is, toen hij een
-passagebillet kocht.”
-
-Baxter hing den hoorn weer aan den haak.
-
-„Kom mee,” zei hij tegen Marholm, „we hebben geen seconde tijd te
-verliezen. Wij moeten naar Hoboken om Raffles te arresteeren!”
-
-Marholm glimlachtte heel even, maar heel ironisch. Hij geloofde niet
-veel van die arrestatie.
-
-Maar hij volgde toch zijn chef, nam met dezen in de auto plaats en reed
-naar Hoboken.
-
-In hetzelfde oogenblik gingen ook twee politieagenten naar een auto om
-eveneens haar Hoboken te rijden.
-
-Maar daar kwam ook reeds een collega hun tegemoet, die uitriep:
-
-„Mr. Harrison! Mr. Smith! Ik zoek u al sinds gistermiddag in opdracht
-van den chef!
-
-„Ge moet terstond mr. Oxford, den man met de grijze bakkebaardjes en
-zijn geleider arresteeren!”
-
-„Uitstekend!” zei mr. Harrison, „Houd ons niet op!”
-
-Haastig sprong hij met zijn collega in de auto en moedigde den
-chauffeur aan de andere auto in te halen.
-
-De chauffeur reed in het vlugste tempo, maar hij kwam toch nog één
-oogenblik te laat aan de boot, die zich juist in beweging zette.
-
-Verscheiden kostbare minuten verstreken.
-
-Zij moesten tien minuten wachten, tot zij met de volgende boot de
-vermeende vluchtelingen Baxter en Marholm naar Hoboken konden volgen.
-
-Toevallig kwam een havenstoomboot de pier voorbij.
-
-Mr. Harrison riep den kapitein en legitimeerde zich, waarop deze zich
-bereid verklaarde, het tweetal aan boord te nemen en de Ferryboot na te
-stoomen.
-
-Door den kijker van den kapitein zag mr. Harrison duidelijk den
-vervolgde op de boegspriet staan.
-
-Een half uur later kwamen de beide agenten op de pier aan.
-
-Vlug sprongen zij aan land en zagen, dat de vervolgden zich haastten
-naar de boot, die om negen uur zou vertrekken.
-
-Het laatste signaal weerklonk en Baxter maakte beenen.
-
-Maar ook de beide agenten haastten zich en voor Baxter liepen twee
-mannen, Pinkerton en Tancred, die eveneens met de boot mee moesten.
-
-Voor dit tweetal snelde Wagner zoo gauw als zijn beenen hem konden
-dragen.
-
-Pinkerton herkende zijn detective en riep:
-
-„Blijf staan, mr. Wagner!”
-
-Maar deze woorden verdubbelden Wagner’s haast om de gereed liggende
-boot te bereiken. Hij was de stellige meening toegedaan, dat zijn chef
-hem kwam arresteeren.
-
-Pinkerton en Tancred waren geen van beiden hardloopers en zoo kwam het,
-dat eerst Baxter en Marholm en daarna Harrison en Smith hen voorkwamen.
-
-„Daar is de man met de grijze bakkebaarden!” riep Tancred uit en vloog
-weg.
-
-Wagner stond juist op de laadplaat, toen hij achter zich hoorde:
-
-„Halt of ik schiet!”
-
-Met knikkende knieën keerde hij zich om.
-
-Achter hem stonden twee mannen, waarin hij in het volgende oogenblik
-twee van zijn collega’s herkende, die zich met geweldige vaart op den
-vreemde wierpen, hen beetpakten en weer aan land trokken. Wagner
-daarentegen werd door een matroos aan dek getrokken, die tegelijkertijd
-de loopplank wegnam.
-
-Nu begonnen ook reeds de machtige schroeven te arbeiden en bracht de
-boot van het land af.
-
-De scheepskapel begon te spelen:
-
-
- „Liefje, adé,
- Scheiden doet wee!”
-
-
-De achterblijvenden wuifden met zakdoeken en hoeden, wierpen kushanden
-op en droogden tranen.
-
-En niemand lette op de worstelpartij tusschen Baxter, de
-politieagenten, Pinkerton en Tancred.
-
-„Hier is Raffles!” riep Harrison tot zijn chef.
-
-„Idioot!” brulde Baxter en hij gaf den man een vuistslag.
-
-„Jullie bent gek!” riep Pinkerton tot zijn mannen, „daar aan boord
-staat Raffles! Laat dien man los!”
-
-„Wie zijt ge?” vroeg Tancred nu aan Baxter.
-
-„Politieinspecteur Baxter van Scotland Yard uit Londen. En wat voor een
-kameel ben jij?”
-
-„Commissaris Tancred uit Parijs!”
-
-De detectives keken elkander eenige oogenblikken totaal verbluft aan,
-tot ieder losbarstte in een vloed van scheldwoorden. En daartusschen
-door klonk plotseling een hartelijk lachen. Dat was detective Marholm.
-
-Die was op een ton gaan zitten en lachte, tot hij niet meer kon en met
-de voeten tegen het leege vat trappelde.
-
-Aan de borstwering van deze boot echter stonden drie personen.
-
-Nummer een was Charly Brand of, zooals hij zich had laten inschrijven,
-mr. Harry Smith uit Chicago.
-
-Hij was bleek van zenuwachtigheid en een zee-officier naast hem zei:
-
-„Wel, bij u doet de zeeziekte zich al gauw gevoelen! Ga mee en laat ons
-een flink glas whisky drinken!”
-
-En nog een tweede stond daar, die het dringend noodig had, om een
-stevig glas whisky te drinken en dat was de ontvluchte detective
-Wagner.
-
-Nummer drie echter was John Raffles. Hij stond tegen de borstwering
-geleund en keek door den kijker naar de worsteling tusschen de
-detectives.
-
-Hij begreep terstond den samenhang van de heele geschiedenis en om zijn
-mond speelde een glimlach.
-
-Hij ging het dek wat op en neer wandelen en stak z’n zooveelste sigaret
-op. Op de passagierslijst stond hij ingeschreven als sennor Lobec uit
-Cuba.
-
-Raffles had zich uitstekend vermomd met een bruinen baard, zoodat zelfs
-Charly Brand hem niet herkende.
-
-Eerst op den vierden dag van de reis knoopte hij, met dezen, in het
-bijzijn van een zeeofficier, een gesprek aan over het weer.
-
-Niemand mocht ook maar vermoeden, dat dit tweetal bij elkaar behoorde.
-
-Raffles was al heel gauw op zeer goeden voet met dezen officier, die
-hem het heele schip liet zien, zoodat Raffles er al gauw den weg wist
-en ook de bergplaats zag, waar de kist stond met den zilveren apostel,
-die voor den paus bestemd was.
-
-Toen de officier de ruimte afsloot, zei Raffles tot zich zelven:
-
-„Een heel eenvoudig slot, dat doodmakkelijk te openen is.”
-
-Na een tocht van twaalf, dagen doemden eindelijk de lichten van den
-vuurtoren van Genua op: de passagiers hadden hun bagage bij elkaar
-gezocht en wachtten vol ongeduld, dat de stoomboot zou aanleggen.
-Langzaam stoomde deze de haven binnen.
-
-Bij de laatste pier naderde een politieboot.
-
-In het volgende oogenblik klauterde een half dozijn Italiaansche
-detectives en even zooveel karabiniers aan boord en de hoofdman deelde
-den kapitein mede, dat de veelgezochte Raffles op het schip was.
-
-De kapitein dacht eenige seconden na.
-
-Toen zei hij:
-
-„Ik heb hier aan boord een passagier 2de klasse, die mij wel een beetje
-verdacht voorkomt. Hij heeft hut nummer 48.”
-
-De stoomboot had nog een half uur te stoomen en de detectives hadden
-intusschen tijd genoeg om hun onderzoek in te stellen.
-
-Toen mr. Wagner de detectives zijn hut zag binnenkomen, brak hem het
-angstzweet uit.
-
-„Kunt ge u legitimeeren?” vroeg de Italiaan.
-
-„Neen,” antwoordde Wagner met bevende stem, „maar ik weet, waarvoor ge
-komt. Ik zweer u echter, dat ik het sieraad niet gestolen heb.”
-
-„Welk sieraad?” vroeg de ander.
-
-Wagner deed een omslachtig verhaal.
-
-De Italiaansche politieman verklaarde hem in voorloopige hechtenis te
-zullen nemen totdat uit Amerika de noodige opheldering kwam.
-
-De Italiaan zag echter ook terstond dat Wagner niet de veelgezochte
-Raffles was.
-
-Daar trad de eerste officier naar hem toe met een visitekaartje in de
-hand.
-
-„Zie eens hier, heer commissaris” zei hij, „ge hebt gelijk! Een steward
-bracht mij zoo juist dit pakje. Wij hebben John Raffles aan boord. Hij
-zond ons dit tot aandenken. Zijn baard en zijn kaartje. Lees maar
-eens!”
-
-De politieman las:
-
-
- Den slimmen Amerikaanschen, Engelschen, Franschen en Italiaanschen
- politie-beambten, bijzonder inspecteur Baxter, zijn trouwen
- collega’s uit New-York en, den Parijschen commissaris Tancred zend
- ik mijn besten dank voor de grappige scene voorgevallen bij mijn
- vertrek uit New-York. Voorts groet ik de Italiaansche detectives en
- ik betreur het, dat ik hun gelaatsuitdrukking niet kan zien, als
- zij deze kaart lezen.
-
- JOHN C. RAFFLES
- alias LORD LISTER.
-
-
-De Italiaan stiet een geduchten vloek uit en toen rende hij naar de
-landingsplaats, waar alle passagiers langs moesten gaan. Hier kon
-Raffles niet ontkomen.
-
-Langzaam liepen de passagiers nu de loopplank af, scherp gadegeslagen
-door de detectives. Nu was ook de laatste reeds voorbijgegaan, maar
-Raffles was er niet langs gekomen.
-
-„Haal de landingsbrug op!” beval de kapitein, „het schip zal net zoo
-lang doorzocht worden, tot we hem hebben!”
-
-De matrozen en stewards maakten zich ten jacht gereed. Geen plekje
-bleef ondoorzocht. Maar niets was er van Raffles te ontdekken. Alles,
-wat er van hem was overgebleven, was de zwarte baard. En dat was
-bedroevend weinig.
-
-„De kerel is over boord gesprongen”, meende de kapitein en met deze
-boodschap konden de Italiaansche detectives van boord gaan. En dit
-bericht werd ook naar Pinkerton en naar Baxter getelegrafeerd.
-
-De passagiers hadden intusschen vol ongeduld in het douanegebouw op hun
-bagage gewacht.
-
-Eindelijk kwam het van boord.
-
-„Aan Zijne Heiligheid Paus Pius X”, las een der tolbeambten op het
-metalen schild, dat op een groote kist was bevestigd, waarin de firma
-Tiffany het geschenk voor den paus had verpakt.
-
-De beambte keek het begeleidende papier in en las op:
-
-„Mr. Harry Smith!”
-
-Deze kwam uit het gewoel te voorschijn.
-
-„De kist is vrij van invoerrechten,” zei de beambte, „ge kunt die
-bagage meenemen.”
-
-Mr. Harry Smith riep eenige dienstmannen, liet de kist opladen en reed
-er mee naar het station.
-
-Voordat hij in den trein voor Rome stapte, gaf hij een telegram af voor
-het Vaticaan waarin hij de komst van het geschenk aankondigde.
-
-Toen hij tegen den morgen aan het Centraal Station te Rome aankwam,
-werd hij door een ouderen geestelijke ontvangen.
-
-Nadat de heeren over en weer de noodige beleefdheidszinnen hadden
-gewisseld, werd de kist met den zilveren apostel in het Lateraan
-gebracht, daar voorloopig uitgepakt en voor het hoogaltaar opgesteld.
-Hier moest het geschenk eerst gewijd worden, voordat de paus het
-aanvaardde en uitmaakte, wat hij er mede zou doen.
-
-Mr. Harry Smith intusschen was afgestapt in „Hotel Continental”, zooals
-Raffles met hem had afgesproken.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ACHTSTE HOOFDSTUK.
-
-DE DROOM VAN DEN PRIESTER.
-
-
-Niet ver van het hoogaltaar verwijderd, zat in een kerkstoel een jong
-priester, die de nachtwaak in de kapel had.
-
-Het was zijn taak om bij het geringste verdachte geluid de Zwitsersche
-soldaten, die achter de breede gordijnen stonden opgesteld, te
-waarschuwen en met hen na te zoeken of misschien een inbreker de kapel
-was binnengeslopen.
-
-Reeds meerdere malen hadden internationale dieven getracht, de in de
-kapel aanwezige kostbaarheden, die met prachtige edelsteenen versierd
-waren, te rooven.
-
-De jonge priester las in een Latijnsch gebedenboek en prevelde halfluid
-voor zich heen.
-
-Plotseling hoorde hij een geluid, alsof een metaal op elkander werd
-geslagen. Bij het heldere maanlicht, dat door de hooge boogvensters
-viel, kon hij duidelijk alles zien, wat gebeurde.
-
-Het geluid herhaalde zich en de jonge priester merkte op, dat het van
-den zilveren apostel kwam. Hij zag nu zelfs, al was het maar voor een
-oogenblik, dat een hoofd van uit den zilveren apostel wegkeek.
-
-De jonge priester stond op en daar hij niet bang was, ging hij naar het
-beeld toe en keek, of zich daarachter misschien een vreemdeling had
-verborgen.
-
-Maar hij ontdekte niets en in de meening, dat zijn fantasie hem parten
-had gespeeld, ging hij naar zijn plaats terug en begon opnieuw bij het
-matte schijnsel van een lampje te lezen.
-
-Langzaam verstreken de nachtelijke uren.
-
-De zoete wierookgeur drukte zwaar op de slapen van den jeugdigen waker,
-die de grootste moeite had, om wakker te blijven.
-
-Hij legde het brevier terzijde, rekte de armen eens uit en keek met
-slaapdronken gelaat door de kapel.
-
-En plotseling droomde hij, naar hij meende, een vreeselijken droom:
-
-Hij zag, hoe het kleed van den zilveren apostel zich opende en een
-zwarte gedaante daaruit te voorschijn trad. Als verlamd keek de
-priester naar deze verschijning.
-
-En de vreemde gestalte wendde zich tot hem en kwam met langzame
-schreden al nader en nader.
-
-De jonge priester wilde om hulp roepen, maar zijn stem stokte hem in de
-keel. Hij liet de gedaante op zich afkomen en verzette zich niet, toen
-deze hem een doek voor het gelaat bond, die gedrenkt was in een
-vloeistof, welke naar amandelen riekte.
-
-Slechts enkele seconden verliepen, toen viel de jonge priester
-bewusteloos in zijn bidstoel neer.
-
-De vreemde priester bekeek hem eenige oogenblikken en sprak toen tot
-zichzelven:
-
-„De vier-en-twintig uren in den zilveren apostel waren vreeselijk, maar
-ik heb nu mijn weddenschap zoo goed als gewonnen, want nu zal ik mij
-voor eenigen tijd de Murillo van den paus toeëigenen.”
-
-Het was Raffles, die in den zilveren apostel had verborgen gezeten.
-
-Tien uren voordat de stoomboot landde, was hij naar het ruim geslopen,
-had het slot geopend en was, met behulp van Charly Brand, in het
-zilveren beeld gekropen.
-
-Op deze manier was Raffles aan boord van de stoomboot plotseling
-verdwenen en noch de detectives, noch de zeeofficiers hadden hem kunnen
-vinden.
-
-Nu stond hij in de kapel en keek om zich heen.
-
-Aan den linkermuur ontdekte hij al heel spoedig de gezochte Murillo.
-
-Hij haalde uit een zijnis een ladder te voorschijn, klom daar doodstil
-op, nam een scherp mes uit zijn zak en sneed de schilderij langs de
-uiterste randen voorzichtig uit de lijst.
-
-Bijna een uur had het werk geduurd, toen hij eindelijk de schilderij
-opgerold in de hand droeg en de ladder weer op haar plaats zette.
-
-De kerktorens van Rome sloegen vier uur, toen Raffles de sloten der
-kerkdeuren hoorde knarsen, ten teeken, dat deze van buiten geopend
-werden.
-
-Hij hurkte neer in een nis en achter een pijler verborgen wachtte hij,
-tot de dubbele deur geopend werd en de jonge priester zijn kameraad zou
-komen aflossen.
-
-Toen deze eindelijk kwam en den slapende ontdekte, stiet hij hem aan en
-maakte hem wakker.
-
-Slaapdronken opende de ander de oogen, mompelde eenige onverstaanbare
-woorden en stond op.
-
-Hij hoorde niet eens, dat de ander zei:
-
-„Ik zal den kardinaal rapporteeren, wat gebeurd is!”
-
-Met wankele schreden, nog altijd onder de inwerking der verdooving,
-ging de jonge priester naar den uitgang van de kapel.
-
-Toen hij voor de poort kwam, riepen de Zwitsersche soldaten een luid
-„Halt!”
-
-Verbaasd bleef de priester staan en vroeg:
-
-„Wat? Wat wilt ge van mij?”
-
-De wachthebbende officier kwam naar hem toe en sprak:
-
-„Wie zijt ge?”
-
-„Ik heb de wacht gehad,” antwoordde de jonge priester.
-
-„Dat kan niet in orde zijn; de priester, die de wacht had, heeft even
-voor u de kapel verlaten.”
-
-„— —dat— —dat— —dat is onmogelijk! Ik was alleen in de kapel!”
-
-„Neen,” zei de officier, „wij hebben onze oogen om te zien en niet om
-te slapen; even vóór u verliet een priester de kapel, die zich naar het
-Vaticaan begaf.”
-
-In hetzelfde oogenblik werd uit de kapel luid om de wacht geroepen.
-
-IJlings stormden de soldaten binnen.
-
-Midden in de kapel stond de priester, die den ochtenddienst had en met
-uitgestrekten arm wees hij naar de leege lijst van de schilderij aan
-den muur.
-
-„Wat is er?” vroeg de officier.
-
-„Daar—de Murillo is gestolen.”
-
-Een oogenblik heerschte het diepste stilzwijgen. Het was den mannen te
-moede, alsof zij een spook zagen.
-
-Zij gingen naar de leege lijst om zich nog eens te overtuigen en konden
-niets ontdekken dan den leegen muur.
-
-De Murillo was verdwenen.
-
-De priester wendde zich tot den officier:
-
-„Ga vlug naar kardinaal Mansini en meld hem het gebeurde. Alarmeer de
-heele wacht en voorts de pauselijke politie. Alles moet in het werk
-gesteld worden om de Murillo terug te krijgen.”
-
-De officier vloog weg om het bevel uit te voeren.
-
-De priester wendde zich thans tot zijn ambtsbroeder, die als verdoofd
-tegen een pilaar stond:
-
-„Ongelukkige, je plichtverzaking heeft ons groote schade berokkend!”
-
-„Ik—ik weet niet, hoe het gebeurd is,” stamelde de priester, „ik moet
-wel verdoofd zijn geweest!”
-
-Hij herinnerde zich thans den droom en vertelde dien, zoo goed en zoo
-kwaad als het ging.
-
-Ook kardinaal Mansini, die intusschen was gekomen, herhaalde hij den
-droom.
-
-De kardinaal ging naar den zilveren apostel en onderzocht dezen en toen
-ontdekte hij den geheimen ingang, waardoor een mensch gemakkelijk de
-figuur kon binnentreden.
-
-Terzelfdertijd vond hij een brief, die aan het secretariaat van den
-paus gericht was.
-
-De kardinaal opende dezen en las:
-
-
- „Ik deel uw Hoogwelgeboren door dezen mede, dat ik helaas
- genoodzaakt ben om voor den tijd van eenige weken uw Murillo te
- leenen.
-
- „Gij kunt onbezorgd zijn, daar de Murillo, als ze haar dienst heeft
- gedaan, weer onbeschadigd op de oude plaats zal worden
- teruggebracht.
-
- „Mijn naam zal daarvoor wel waarborg zijn.”
-
- „JOHN C. RAFFLES.”
-
-
-De kardinaal las den brief twee keer, toen stak hij hem bij zich.
-
-Zonder den omstanders eenige opheldering te geven, zei hij:
-
-„De zaak is opgehelderd. Ik vertrouw volkomen op den inhoud van dezen
-brief. Gij allen moet over wat hier is voorgevallen, het diepste
-stilzwijgen bewaren en op de vragen van nieuwsgierigen naar het
-verblijf van de Murillo antwoorden, dat deze gerestaureerd wordt. Bedek
-de leege plek zoolang tot de schilderij weer in ons bezit is. Hang er
-een fluweelen gordijn voor.”
-
-Met een groetende handbeweging verliet de kardinaal de kapel en niemand
-van hen, die waren achtergebleven waagde het, het bevel van den
-geestelijke te overtreden.
-
-
-
-Het was ongeveer acht uur in den morgen, toen mr. Harry Smith met een
-priester samen het hotel Continental in een auto verliet om, zooals zij
-beweerden, een tochtje te gaan maken in de omstreken van Rome.
-
-Maar tevergeefs wachtte des avonds de portier op de terugkomst van den
-gast en toen deze ook den volgenden dag nog niet was teruggekomen, werd
-de kamer van mr. Harry Smith weer verhuurd.
-
-Mr. Harry Smith was weer Charly Brand geworden, en de priester was
-veranderd in John C. Raffles. Zij waren met de auto naar het station
-gereden en hadden kaartjes genomen naar Brindisi. In Brindisi maakten
-zij van hun tijd gebruik om het uiterlijk te veranderen, door valsche
-baarden aan te doen. Zoo gingen zij den volgenden dag aan boord van een
-stoomboot met bestemming naar New-York.
-
-Raffles noemde zich gezantschapssecretaris en Charly Brand stond op de
-passagierslijst ingeschreven als zijn bediende.
-
-In een gewone rol papier lag in de hut van Raffles de gestolen Murillo.
-
-Op den 22sten Januari liep de stoomboot New-York binnen.
-
-Zij namen hun intrek in een klein boardinghouse van de 54ste straat. —
-— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-In Player-club zaten dien avond als gewoonlijk de leden bij elkaar en
-het onderwerp van gesprek was als gewoonlijk de streken van Raffles.
-Mr. Bennet moest heel wat steken slikken en hij was maar blij, dat hij
-persoonlijk van Raffles nog niet de nadeelen had ondervonden.
-
-Mr. Bennet had zoo juist voor den twaalfden keer verklaard, dat hij in
-mr. Whitney’s plaats dadelijk John Raffles herkend zou hebben, toen de
-lakei van de club, vergezeld van een vreemdeling, die een rol droeg, op
-mr. Bennet toetrad.
-
-„Deze heer wenscht u te spreken”, zei de lakei.
-
-Mr. Bennet kon zich niet herinneren, den vreemdeling ooit te hebben
-gezien en vroeg op hoogen toon, wat er van hem verlangd werd. De
-vreemdeling nam met een ruk zijn valschen baard af, kleefde glimlachend
-zijn monocle in het oog en mr. Bennet keek in het gladgeschoren,
-geestige gelaat van John C. Raffles.
-
-Diepe stilte heerschte onder de aanwezigen. Raffles had slechts
-behoeven te roepen „handen hoog” en zonder eenigen tegenstand zouden
-hem alle portefeuilles, chèqueboeken, briljanten en horloges worden
-gegeven.
-
-„Gentlemen”, zei Raffles en hij maakte een hoffelijke buiging, „ik kom
-naar aanleiding van mijn weddenschap met mr. Bennet en wil hem het
-bewijs leveren, dat ik de weddenschap gewonnen heb.”
-
-Glimlachend maakte hij de rol los, die hij in de linkerhand droeg en
-spreidde toen op het tapijt voor den haard de Murillo uit.
-
-Een luide kreet van bewondering ging op.
-
-„Kunt ge de echtheid bewijzen?” vroeg mr. Bennet.
-
-Zonder een woord te spreken keerde Raffles de schilderij om en nu kon
-ieder op de achterzijde het pauselijke wapen herkennen.
-
-De clubleden bleven zwijgend staren,
-
-„Hoe komt ge aan deze schilderij?” vroeg mr. Bennet.
-
-Raffles maakte een komische beweging, toen hij zich voorstelde:
-
-„John C. Raffles”.
-
-Toen sprak hij:
-
-„Ge ziet, mr. Bennet, dat ik dus wel degelijk in het bezit ben van een
-echte, een kostbare Murillo en dat ik dus mijn weddenschap, die hier in
-de club zoo groot opzien baarde, glansrijk heb gewonnen. Ge verbaast u
-er over? Maar dat moet ge niet doen, mr. Bennet, dat moet ge absoluut
-niet doen. Ge kunt uit het gebeurde wel eenig voordeel trekken en als
-ik u, voor zoo korte kennismaking, een goeden raad mag geven, dan zou
-ik u willen zeggen: Wees in ’t vervolg een beetje voorzichtiger met uw
-weddenschappen, mr. Bennet! En thans verzoek ik u zeer beleefd om de
-chèque, waarop ik recht heb.”
-
-De clubleden barstten uit in vroolijk lachen.
-
-En mr. Bennet?
-
-Hij was zoo verstandig om mee te lachen, al klonk die lach dan ook wel
-een heel klein beetje gedwongen.
-
-Toen zei hij:
-
-„Ge hebt gelijk. Ik heb mijn weddenschap verloren.”
-
-Hij haalde zijn chèque-boek uit den zak, ging aan een der
-schrijftafeltjes zitten en vulde een der blaadjes in, dat hij daarna
-uit het boekje scheurde en den winner overhandigde.
-
-„Hier is de chèque!”
-
-Raffles nam het blaadje, bekeek het eens met alle aandacht en zei:
-
-„Ik zal u morgen, zoodra de chèque door mij geïnd is, deze schilderij
-zenden. Gij, op uw beurt, kunt haar dan hoogst zorgvuldig laten
-inpakken en, liefst onder uitstekend en vertrouwd geleide, naar Rome
-terugzenden. Als ge dit doet, mr. Bennet, zult ge het Vaticaan voor
-eeuwig aan u verplichten, dat kan ik u ten stelligste verzekeren. Dan
-wilde ik nog dit zeggen. Ik hoop vooral, dat ge mij bij het innen van
-deze chèque op geenerlei wijze zult bemoeilijken en dat ge, indien ge
-daartoe wellicht het plan mocht hebben opgevat, de recherche niet vóór
-twaalf uur morgenmiddag van mijn afwezigheid zult in kennis stellen. Ge
-zult u zeker wel aan dit billijke verzoek mijnerzijds willen houden,
-want anders zoudt ge inderdaad handelen tegen de gewoonten van een
-gentleman en, mr. Bennet, ik verzeker u, dat ik mij op schitterende
-wijze zou weten te wreken.”
-
-Na deze woorden, die met aangename, diepe en klankrijke stem werden
-geuit, rolde hij met kalm gebaar de schilderij weer op, stak de zoo pas
-ontvangen chèque in zijn borstzak en wilde heengaan, nadat hij voor de
-aanwezige heeren een onberispelijke buiging had gemaakt.
-
-Maar toen trad een der clubleden hem in den weg, die hem een lijvig
-boek voorhield, gebonden in marrokijnleder, waarin alle gasten der club
-hun naam plachten te zetten. En met een hoffelijke beweging vroeg hij
-den bezoeker:
-
-„Zoudt ge zoo vriendelijk willen zijn, ons register te verrijken met uw
-handteekening, zooals ge dat ook eens in Windsor-club te Londen hebt
-gedaan?”
-
-Verrast keek Raffles op.
-
-„Ge doet ons daarmede inderdaad een groot genoegen,” voegde het
-club-lid er nog aan toe, „ik spreek uit naam van alle aanwezigen!”
-
-Nu haalde Raffles uit zijn binnenzak een vulpenhouder voor den dag en
-met groote, forsche, vaste letters schreef hij zijn naam in het boek.
-
-Raffles boog—de clubleden bogen—toen verdween de vreemdeling.
-
-Den achterblijvenden heeren kwam de heele geschiedenis als een dolle
-droom, een verschijning uit bovenaardsche streken voor. En als niet in
-het lijvig register de sprekende handteekening van John C. Raffles had
-gestaan; als niet mr. Bennet, juist niet tot zijn allergrootst genoegen
-twee millioen armer was geworden, dan hadden de heeren zeker alles, wat
-zich in het laatste half uur had afgespeeld, voor een spookverschijning
-gehouden.
-
-En Raffles?
-
-Die inde den volgenden dag de chèque, bij de uitbetaling waarvan hij
-niet de geringste moeite ondervond.
-
-Toen zond hij de kostbare Murillo uit het Vaticaan, naar mr. Bennet,
-die, zooals den vorigen avond was afgesproken, voor de verdere
-verzending naar Rome zorgde. En om twee uur in den middag vermeldden de
-middagbladen, die in extra-oplaag waren verschenen, het laatste
-sensatiebericht over Raffles.
-
-Gretig kocht het publiek de kranten; de krantenjongens hadden geen
-handen genoeg om hun klanten te bedienen en de geschiedenis van de
-weddenschap en van den ongehoord brutalen schilderijendiefstal werd
-door het op sensatie beluste publiek verslonden.
-
-Omstreeks denzelfden tijd waren in Londen aangekomen politie-inspecteur
-Baxter van Scotland Yard, vergezeld van den New-Yorker chef Pinkerton.
-
-Een bom die aan hun voeten was ontploft, had geen schrikkelijker
-uitwerking kunnen hebben op de beide politie-mannen dan het
-ontstellende bericht dat Raffles, de Groote Onbekende, die naar hun
-meening over boord was gesprongen en verdronken, zich goed en wel in
-New-York bevond en daar zijn weddenschap van twee millioen van mr.
-Bennet had gewonnen.
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0015: DE
-ZILVEREN APOSTEL ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.