diff options
Diffstat (limited to 'old/68857-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/68857-0.txt | 2976 |
1 files changed, 0 insertions, 2976 deletions
diff --git a/old/68857-0.txt b/old/68857-0.txt deleted file mode 100644 index 5671453..0000000 --- a/old/68857-0.txt +++ /dev/null @@ -1,2976 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0015: De zilveren -apostel, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 0015: De zilveren apostel - -Authors: Kurt Matull - Theo Blakensee - -Release Date: August 28, 2022 [eBook #68857] - -Language: Dutch - -Produced by: the Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0015: DE -ZILVEREN APOSTEL *** - - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 15 DE ZILVEREN APOSTEL. - - - - - - - - -DE ZILVEREN APOSTEL. - - -EERSTE HOOFDSTUK. - -EEN GOEDE VANGST. - - -In een kleine kamer van het havenhotel te Boulogne sur Mer zaten op een -kouden, regenachtigen Novemberavond lord Lister, alias Raffles, en zijn -assistent, Charly Brand. - -Zij waren bezig, hun handkoffers in orde te brengen, daar Raffles van -plan was met de nachtboot van de Holland-Amerika-lijn, de „Amsterdam”, -naar New-York te stoomen. - -„Die Amerikanen hebben genoeg bij elkaar gestolen,” zeide hij, tot -Charly Brand, „het wordt tijd, dat ik hun geweten, namelijk hun -geldzakken, eens wat verlicht.” - -Om elf uur des avonds kwam de kellner de kamer binnen en meldde, dat de -stoomboot in zicht was. - -„Hoe lang duurt het nog, voordat de boot aankomt?” vroeg de Groote -Onbekende. - -„Nog ongeveer een uur; dan is ze de haven goed en wel binnengeloopen. -Hebt ge nog iets te bestellen, mr. Green?” - -„Neen, dank je!” - -De bediende verliet de kamer. - -Lord Lister, alias Raffles, had zich in het vreemdelingenboek, onder -den naam van een zekeren mr. James Green uit Schotland ingeschreven en -wilde ook onder dezen naam naar Amerika reizen. - -„Wat denk je in New-York uit te voeren?” vroeg Charly Brand in -gespannen aandacht. - -„Dat zal de toekomst wel leeren,” antwoordde lord Lister, „het is zoo -mijn gewoonte om nooit vooruit plannen te maken, maar de dingen er -opaan te laten komen.” - -„Heb je daarginds misschien kennissen?” - -„O, ja,” lachte Raffles, „een uitstekenden kennis. Bij mijn laatste -bezoek in Windsor-club te Londen wisselde ik toevallig mijn pelsjas met -die van den hertog van Rochester. De ruil was aan den eenen kant -slecht, want mijn pels was veel kostbaarder dan de zijne, maar aan den -anderen kant werd ik weer schadeloos gesteld. Ik vond in den binnenzak -een brief van den Amerikaanschen milliardair Whitney, waarin deze den -hertog meedeelt, dat hij gaarne bereid is den ander toe te staan om te -gaan jagen op de velden van mr. Whitney. Uit den brief was te -begrijpen, dat de heeren elkander niet persoonlijk kenden. Voorts vond -ik in de zakken van de pels de kaart van lidmaatschap van den Hertog -van de Windsor-club en verscheiden andere visitekaartjes! Ik ga dus mr. -Whitney opzoeken om, als hertog van Rochester door hem in de voorname -kringen van Amerika te worden geïntroduceerd. Maar, ik zal mr. Whitney -vragen, of hij mijn incognito wil bewaren en mij door hem laten -voorstellen als mr. Green.” - -„Een uitstekend idee,” meende Charly Brand, „daar kan wat van worden!” - -„Voordat wij afreizen,” vervolgde lord Lister, „wil ik nog een grapje -hebben met de Amerikaansche kranten. Ik zal een stuk of wat -briefkaarten naar de redacties van verscheiden bladen sturen en daarop -meedeelen, dat ik in Amerika zal komen om daar mijn sport te beoefenen, -namelijk millioenen veroveren.” - -„Dat lijkt mij gevaarlijk,” meende Charly Brand, „de Amerikanen zijn -slim en je brengt je maar onnoodig in moeilijkheden.” - -„Hoe gevaarlijker, hoe beter,” lachte John Raffles, - -„’t begon me al te vervelen, zoo zonder een greintje humor.” - -Toen ging hij aan een tafel zitten, stak een sigaret op en schreef -verscheiden briefkaarten van den volgenden inhoud aan de redacties van -New-Yorker bladen: - - - „Zeer geachte Heer Redacteur! - - Door dezen heb ik de eer u mee te deelen, dat het mij een groot - genoegen zal doen, eerstdaags een aanslag te ondernemen op de - gevulde geldzakken van de millionnairs in uw stad. Maak dit bericht - alstublieft door middel van uw krant aan uw lezers bekend. Ook zal - ik niet in gebreke blijven, u voortdurend nadere berichten te - zenden omtrent mijn doen en laten. - - Hoogachtend, - JOHN C. RAFFLES.” - - -Daarna stond hij op, maakte zich reisvaardig en verliet het hotel. -Voordat Raffles echter naar de haven ging, liep hij naar het station en -gaf de briefkaarten af in den postwagen van den voor Parijs gereed -staanden sneltrein. - -„Waarom geef je die kaarten voor Parijs af?” vroeg Charly Brand -verbaasd, „ik dacht, dat ze voor New-York bestemd waren.” - -„Zeker, maar nu komen ze eerst in Parijs en worden daar gestempeld, -voordat ze uit een Fransche haven, waarschijnlijk Le Havre, naar -New-York verzonden worden. Dan is men het rechte spoor al kwijt. Op -dergelijke kleinigheden dient juist bijzonder gelet, want juist -daarover struikelen meestal de grootste mannen.” - -Even later ging het tweetal met de overige passagiers aan boord. - -Op den tweeden dag der zeereis, toen Raffles na het diner met Charly -Brand in een stil hoekje van den rooksalon zat, zei eerstgenoemde: - -„Heb je gelet op dien heer, die ons voortdurend begluurt?” - -„Meen je mr. Robinson?” - -„Juist. Ik bedoel mr. Robinson die op de passagierslijst als -portretschilder staat ingeschreven en in hut no. 3 logeert. De man is -net zoo min portretschilder als de kapitein van dit schip een -gestudeerde professor is. - -„Hij ziet er meer uit als een koopman of als—” Raffles zweeg eenige -seconden en keek nadenkend naar den rook van zijn sigaret. - -Toen vervolgde hij op fluistertoon: „als iemand van Scotland Yard.” - -Verschrikt keek Charly Brand zijn vriend aan. - -„Van Scotland Yard? Een Londensch detective dus?” - -„Ja zeker. En ik wil dadelijk de proef op de som nemen. Ga eens mee aan -dek!” - -Het tweetal verliet de rookkamer en ging naar boven, waar lord Lister -op mr. Robinson toetrad. - -„Wel, gentleman,” sprak hij hem aan, „mijn naam is James Green uit -Schotland. Ik las in de passagierslijst, dat ge een kunstenaar zijt, -een portretschilder. Ik zou het een alleraangenaamste tijdpasseering -vinden, als gij tijdens den overtocht een portretstudie van mij zoudt -willen maken. Ik wilde dat dan als geschenk geven aan een vriend, die -gauw jarig is en ik ben niet ongenegen om een goede som te betalen.” - -Mr. Robinson, een klein persoon met vollen, zwarten baard, scheen nogal -zenuwachtig van aard. Hij trommelde met zijn vingers op de borstwering -en antwoordde: - -„’t Spijt me, mr. Green, dat ik uw wensch niet kan vervullen, want mijn -schildersgereedschap is ingepakt en ligt beneden in het ruim.” - -„Dat hindert niet,” antwoordde Raffles, „als ge den kapitein vertelt, -dat ge uw gereedschap graag zoudt willen hebben, laat hij het -natuurlijk dadelijk naar boven halen.” - -„Neen, neen,” wierp mr. Robinson tegen en hij trommelde nog steeds met -z’n vingers. - -„Ik heb ergen last van zeeziekte en wil tijdens den overtocht liever -niet werken.” - -„Dan spijt het mij, dat ik u ben lastig gevallen!” - -Raffles boog en ging met Charly Brand terug naar den rooksalon. - -„Hij is geen schilder,” fluisterde lord Lister tot zijn vriend, „dat -zijn allemaal uitvluchten. Maar ik wil vandaag nog weten, wie die -persoon is. Hij beloert ons vanaf het oogenblik, dat wij aan boord -zijn. Als het een detective is, dan is hij al heel ongeschikt voor zijn -baantje, want zijn systeem om iemand gade te slaan is veel te -doorzichtig. Nu zal ik de rollen eens omkeeren en hem eens nauwkeurig -nagaan.” - -Hij ging weer aan dek en nam plaats in de buurt van mr. Robinson, die -nog altijd over de borstwering geleund stond. Van tijd tot tijd keek -hij eens naar hem met scherpen blik. - -Raffles zag, dat de zoogenaamde schilder dit merkte en dat hij er -zenuwachtig en onrustig door werd. - -Eenige minuten later verliet mr. Robinson zijn plaats en ging naar de -andere zijde van het schip. - -Raffles stond eveneens op en volgde hem. - -Oogenschijnlijk geheel toevallig ging hij weer in de buurt van den -ander zitten en nu bemerkte hij, dat mr. Robinson nog zenuwachtiger was -dan te voren. - -Waarheen de ander echter ook zijn schreden richtte, Lord Lister volgde -hem als een schaduw en verloor hem geen seconde uit het oog. - -De avond viel. - -Raffles onderhield zich met Charly Brand in zijn hut, daar het -onstuimige weder thans geen verblijf aan dek toeliet. - -Tegen 11 uur gingen beiden oogenschijnlijk slapen.... - -Het was een seconde na middernacht, toen Raffles de deur van zijn -kajuit zachtjes opende, en door de gang sloop. - -Voorzichtig speurde hij rond, of hij geen der stewards bemerkte. Zonder -dat men hem had opgemerkt kwam hij aan dek, en kroop toen als een slang -voorwaarts, totdat hij bij hut no. 3 kwam, waarin mr. Robinson sliep, -voor wien dit nachtelijk bezoek bestemd was. - -Lord Lister wilde namelijk probeeren, of hij niet eenige papieren kon -te pakken krijgen, waaruit zou blijken, wie die mr. Robinson feitelijk -was. - -Hij opende met een eenvoudigen looper de deur van de hut, en trad de -donkere ruimte binnen. - -Toen sloot hij voorzichtig de deur achter zich, en luisterde eenige -seconden naar de rustige ademhaling van den slapende. - -In hetzelfde oogenblik werd het schip hoog opgeheven door een geweldige -golf, zoodat het op zijde werd geslingerd. - -Mr. Robinson richtte zich op met een onderdrukten kreet, en toen zag -hij, dat een vreemde zijn hut was binnengeslopen. - -Lord Lister zag dat slechts tegenwoordigheid van geest hem kon redden -en nog voordat de verraste man iets had kunnen zeggen, begon hij met -luider stem: - -„Wel mr. Robinson, ge schijnt heel vast te slapen?” - -Deze draaide dadelijk het electrische licht op en herkende toen John C. -Raffles. - -De laatste zag, dat het gelaat van Robinson van angst en schrik geheel -verwrongen was. - -„Kleed u aan,” sprak lord Lister, „ik ben van plan u met mij mee te -nemen.” - -Raffles meende hier mede, dat hij hem mede wilde nemen naar den -speelsalon, om daar nog een spelletje te kaarten. - -Maar mr. Robinson legde het heel anders uit. - -Bleek van schrik leunde hij in de kussens en fluisterde: - -„Dus toch!” - -Toen zag lord Lister, die te vergeefs op een antwoord wachtte, hoe mr. -Robinson met bevende hand onder zijn hoofdkussen greep, en een revolver -te voorschijn haalde. - -Reeds wilde Raffles als een tijger op hem springen, om hem het wapen te -ontrukken, toen hij tot zijn groote verbazing zag, dat mr. Robinson den -loop van de revolver tegen zichzelf richtte en wilde afdrukken. - -Bliksemsnel sloeg Raffles hem het wapen uit de hand. - -En nu begreep hij ook, dat zich achter den naam Robinson geen -detective, doch een nog onopgelost geheim verborg. - -„Zijt gij gek geworden,” riep Raffles. „Het leven van een mensch is -veel te kostbaar om er zoo roekeloos mee om te springen.” - -Met starenden blik keek Robinson hem aan, en met heesche stem sprak -hij: - -„Wat geef ik nog om mijn leven, nu gij mij hebt gevangen genomen?” - -Een zegevierend lachje flitste een oogenblik in de oogen van lord -Lister, toen hij begreep, dat Robinson hem voor een detective had -gehouden en hem ook als zoodanig vreesde. - -„Kom aan,” sprak hij, nieuwsgierig naar den afloop der zaak, „ik ben -geen onbarmhartige kerel, en wel bereid met u te onderhandelen.” - -Hij ging op de sofa zitten, en stak op z’n doode gemak een sigaret op. - -„Steek ook een op”, sprak hij tot mr. Robinson. „Dat zal uw zenuwen wat -doen bedaren. Ge ziet er uit, alsof gij katterig zijt.” - -Hij bood mr. Robinson zijn koker, en deze bediende zich met bevende -handen. - -Nadat hij een paar trekjes gedaan had, sprak hij: - -„Ik vermoedde al van het eerste oogenblik af, toen ik dit rampzalige -schip betrad, dat men mij hier zou arresteeren.” - -Raffles lachte, en antwoordde: - -„Je moet er verstand van hebben om er vandoor te gaan, beste kerel. Je -moet geen oogenblik denken, dat men je zou kunnen arresteeren. Dat -ontneemt iemand alle kalmte.” - -„Ik kon onmogelijk kalm zijn,” antwoordde mr. Robinson, „ik heb geen -stalen zenuwen.” - -„Dan hebt ge een verkeerd beroep gekozen.” - -„De duivel lokte mij, toen ik de kas stal, en er mee vluchtte,” zuchtte -de andere. - -„Hoeveel hebt ge reeds van het geld gebruikt?” - -„Op zijn hoogst 500 gulden.” - -„Begin nu eens met mij dat geld te geven, dan spaart ge me de moeite -van het zoeken. Waar is het verborgen?” - -„Daar ginds in het kleine handkoffertje.” - -Raffles nam het koffertje, liet zich een sleutel geven, en opende het. - -Het zat vol bankpapier. - -„Laat ons eens gaan tellen,” zei Lister, en hij begon de pakjes uit te -spreiden op het bed van mr. Robinson. - -Tegelijkertijd las hij op de strookjes, die om de stapeltjes banknoten -zaten, dat het geld afkomstig was van een spaarkas; en dat het kapitaal -dus was bijeengebracht door kleine luyden. - -„Door het verlies van dit geld, zijn vele arme menschen ongelukkig -geworden,” sprak Raffles, „en ik geloof, dat het in het belang van de -benadeelden is, dat zij het geld terugkrijgen, en dat gij achter slot -en grendel gaat.” - -„Ach waarde heer,” sprak de ander, „ik ben volkomen bereid, om al de -gestolen gelden terug te geven, als men mij maar mijn vrijheid laat -behouden. Ik zou dan trachten in Amerika een nieuw leven te beginnen.” - -Raffles deed de banknoten, die een waarde van ongeveer honderdduizend -gulden vertegenwoordigden, weer in den koffer, en zei: - -„Ik zal u eens wat zeggen. Hier hebt ge nog duizend gulden, het overige -geld zal ik in uw tegenwoordigheid door den kapitein van het schip naar -de bestolen Bank laten terugzenden.” - -Een blos van genoegen kleurde het gelaat van mr. Robinson, en hij -stamelde: - -„Gij—gij wilt dat doen?—en mij niet in hechtenis nemen?” - -„Neen,” sprak Raffles, „daar zie ik vanaf, ik laat u loopen. Ga nu -slapen en beter uw leven.” - -Hij nam het handkoffertje met het geld, en verliet de hut. - -Toen hij de zijne weer binnen trad, wachtte Charly Brand hem daar op -met bezorgd gelaat. - -„Nu?” vroeg hij hem. - -Lord Lister lachte, opende den handkoffer en liet Charly Brand de -banknoten zien. Toen sprak hij tot den verbaasden jongen man: - -„Dat is de inhoud van een koffer van den door mij zoo zeer gevreesden -detective: een voortvluchtig kassier! Merkwaardig met welke menschen -mijn beroep mij niet alzoo samenbrengt.” - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - -EEN WEDDENSCHAP OM TWEE MILLIOEN. - - -In het weelderig ingerichte clubgebouw van de Player Club in het -Gramercy-Park te New-York zat een groot aantal leden na afloop van het -diner in de bibliotheek bijeen, om daar bij een kopje koffie een sigaar -of sigaret te rooken. - -De leden van deze Amerikaansche club waren allen personen uit den -eersten stand. - -Vorsten konden zich niet beter laten bedienen dan deze mannen, die -hooggeplaatst waren in de maatschappij door de kolossale vermogens -waarover zij hadden te beschikken, of door den rang, dien zij innamen -op kunst- of wetenschappelijk gebied. - -Op dezen avond waren de gesprekken bijzonder levendig, daar de -couranten gemeld hadden, dat de in Engeland zoo geroemd geworden lord -Lister, die onder den naam John C. Raffles het inbrekersvak als sport -beoefende, naar Amerika was overgestoken, en dit zelf den couranten had -meegedeeld! - -Mr. George Bennet, de beroemde journalist, had thans het woord genomen, -en zei tot de om hem zittende clubgenooten: - -„Deze man bezit een ongekende brutaliteit. Maar ik twijfel er toch aan, -mijne heeren, of deze vogelvrij verklaarde Engelsche lord het verder -brengen zal, in aanmerking genomen de voortreffelijke inrichting van -onzen Amerikaanschen speurdienst, dan dat hij zijn studies over de -kunst om in te breken zal kunnen voortzetten, gedurende meerdere jaren -in onze groote strafgevangenis voor inbrekers, de welbekende -Sing-Sing.” - -De toehoorders schenen deze meening niet geheel te deelen. Men -redeneerde over en weer, en juist op het oogenblik toen op -echt-Amerikaansche wijze weddenschappen werden aangegaan over het al of -niet slagen van John C. Raffles, trad mr. Whitney, de beroemde -Amerikaansche renner en milliardair, de bibliotheek binnen, vergezeld -van een vreemdeling. - -De heeren werden met groot gejuich begroet. - -Mr. Whitney stelde zijn metgezel, die een zeer voornamen en -gedistingeerden indruk maakte, voor als zijn vriend, mr. Green uit -Schotland, die, daar hij een hartstochtelijk jager was, van plan was om -met Teddy Roosevelt samen op zwarte beren te gaan jagen. - -De clubleden gaven den heer Green op vriendschappelijke wijze de hand -en niemand van hen was zoo onopgevoed om te vragen, wie deze mr. Green -was, waar hij woonde en of hij vermogen had. - -De introductie door den bekenden milliardair maakte immers alle verdere -vragen overbodig. - -Al heel spoedig wendde mr. Bennet zich tot mr. Whitney en vroeg hem: - -„Hebt ge in de middagedities het opzienbarende bericht gelezen over het -te verwachten bezoek van den Engelschen gentlemandief, John C. -Raffles?” - -„O yes,” antwoordde de gevraagde, „ik las het bericht en ik moet -eerlijk bekennen, dat het mij een groot genoegen zal zijn, kennis te -maken met dien genialen inbreker. Ik hou van zulke dingen.” - -Mr. Villard, de uitgever van de „Evening Post” antwoordde hierop: - -„Wij waren juist bezig, eenige weddenschappen aan te gaan over het al -of niet slagen van dezen Raffles. Ik beweerde, dat onze Amerikaansche -detectives wel geen haartje slimmer zullen zijn dan hun collega’s in -Londen. Ik geloof dat iemand, die zich met hart en ziel op de -inbrekerskunst toelegt, daarin kan bereiken wat hij maar verlangt.” - -„Maar niet bij de alom bekende handigheid van onze detectives,” -antwoordde mr. Bennet. - -Mr. Whitney lachte. - -„Ge vergist u”, zei hij, „ge beoordeelt onze detectives veel te gunstig -en als ge eens goed de verschillende gevallen nagaat, dan zult ge tot -de conclusie komen, dat over het algemeen de inbrekers met veel meer -succes werken dan de detectives.” - -Nadat allen eenige oogenblikken gezwegen hadden, vervolgde mr. Bennet: - -„Ik zal mijn heelen staf verslaggevers er op uitsturen en het zou mij -al heel erg verbazen, als wij hem niet snapten, als de detectives -daartoe onbekwaam zouden blijken.” - -„Voordat er aan het werk wordt getogen, moeten wij toch wel weten, hoe -hij er uitziet.” - -„En voorts”, vervolgde Villard, „dat men weet, waar Raffles zich -ophoudt. Ik voor mij ben er ook nog niet van overtuigd, dat men hem zal -pakken.” - -Mr. Bennet werd boos. - -Hij was gewoon om alles door te zetten, waar hij zijn zinnen op had -gezet. En men kon het dezen kop op den breeden stierennek wel aanzien, -dat hij niets ongedaan zou laten om zijn doel te bereiken. - -„Bovendien,” lachte mr. Whitney, „zou het inderdaad jammer zijn, als -een eind werd gemaakt aan het werk van Raffles, doordat op de een of -andere manier zijn daden uitlekten. Ik moet eerlijk bekennen, dat ik -mij nog zelden zoo opgewonden en tegelijkertijd zoo vermaakt heb als -bij het lezen van zijn daden.” - -„Mooie levensbeschouwingen”, mompelde Bennet en zenuwachtig kauwde hij -op de punt van zijn havanna. - -„En hoe denkt men bij u over Raffles?” vroeg mr. Whitney nu aan mr. -Green, „ge komt immers, uit de Engelsche metropool en zijt lid van de -Windsor-club.” - -Bij den naam Windsor-club keken allen met levendig gebaar naar mr. -Green, die zich totnogtoe wat op den achtergrond had gehouden. - -De Windsor-club was naar Engelsche opvattingen de voornaamste der -wereld, waartoe leden van het Koninklijk huis en personen uit de -hoogste aristocratie behoorden. De club telde slechts zestig leden en -toen men hier hoorde, dat mr. Green daarvan lid was, begrepen alle -aanwezigen, dat zich achter dezen naam een voornaam personage verborg. - -Eerbiedig zwijgen heerschte, toen mr. Green wat nader trad, zijn -monocle uit het oog liet vallen en tot mr. Whitney zei: - -„Wij denken er in Windsor-club net zoo over als gij, mr. Whitney. Wij -interesseeren ons bijzonder voor de eigenaardige sport van dezen man en -wij hebben zelfs eens het genoegen gehad, hem op een avond plotseling -in ons midden te zien.” - -Groote verbazing volgde. - -„En hebt ge hem niet vastgehouden?” vroeg Bennet. - -Mr. Green lachte. - -„Dat was niet mogelijk, mr. Bennet, want wij hoorden pas, wie onze gast -was, toen hij ons verlaten had.” - -„Een mooie gast,” riep Bennet uit, „hoeveel horloges en portefeuilles -had hij meegenomen?” - -„Pardon. Er werd dien avond gecollecteerd voor de weduwen en weezen van -verdronken zeelieden en slechts daarvoor verscheen mr. Raffles in onze -club.” - -„Kolossaal”, lachte mr. Bennet, „hij is er dus met de ingezamelde -gelden vandoor gegaan? Hoeveel duizend pond was er?” - -De slanke, gespierde gestalte van den Engelschman rekte zich elastisch. -Hij klemde het monocle weer in het oog en keek mr. Bennet eenige -oogenblikken scherp aan. Toen antwoordde hij: - -„Ge vergist u, mr. Bennet. De verschillende clubleden teekenden voor -duizend pond en John C. Raffles overhandigde ons toen nog daarbij -hetzelfde bedrag. Hij maakte ons gewoonweg beschaamd...” - -„Allemachtig!” stiet Bennet uit. - -„En hoe werdt ge gewaar, dat het John C. Raffles was?” vroeg mr. -Villard. - -„Heel eenvoudig”, antwoordde mr. Green, „iedere gast schrijft zijn naam -in een boek als hij onze club verlaat en als het u belang inboezemt, -kunt ge dus de handteekening van dezen gentleman in Windsor-club -vinden.” - -„Wel,” beweerde mr. Bennet, „de Engelsche bodem moet hem dan toch wel -onder de voeten zijn gaan branden. Laat ons hopen, dat zijn bezoek ons -niet al te veel kost. En laat ons nu eens een ander onderwerp -aanroeren. Stel u eens voor, mr. Whitney, dat ik voor de door mij in -Spanje ontdekte Murillo 40,000 dollar invoerrechten moest betalen. De -waarde van de schilderij is op meer dan anderhalf millioen dollar -getaxeerd. - -„Behalve ik bezit alleen nog de paus zoo’n schilderij van dezen -beroemden schilder.” - -„Als die Murillo maar inderdaad echt is,” zei mr. Whitney, „bij de vele -vervalschingen, die in den laatsten tijd zijn voorgekomen — —” - -„Neen, neen”, viel mr. Bennet in, „ik heb de schilderij door de beste -kunstkenners der wereld laten beoordeelen en zij zijn het er alle over -eens, dat de door mij gekochte schilderij een echte Murillo is. Behalve -de paus ben ik de eenige, die in het bezit is van zoo’n kostbare -Murillo.” - -„Pardon”, viel thans mr. Green in, terwijl een spotlach langs zijn -gelaat vloog, „het spijt me, mr. Bennet, u te moeten meedeelen, dat ik -ook in het bezit van een Murillo ben en wel van een schilderij die -zeker waardevoller is dan de uwe.” - -Mr. Bennet keek den gast eenige oogenblikken geheel verbluft aan. Toen -lachte hij vroolijk en zei: - -„Neem me niet kwalijk, mr. Green, als ik lach om hetgeen ge zegt, maar -dat klinkt zoo ongeloofelijk, zoo absoluut ongeloofelijk, dat ik, hoe -zeer het mij ook spijt, minstens aan de echtheid van uw schilderij -twijfel.” - -Mr. Green stak een sigaret op, deed een paar trekjes en zei: - -„Ge vergist u, mr. Bennet, de echtheid van mijn Murillo is zelfs door -den paus niet in twijfel getrokken.” - -Zwijgend luisterden de aanwezigen en daar het hier een Murillo gold, -was aller belangstelling groot. - -„Dat is onmogelijk!” riep mr. Bennet opnieuw uit, „gewoonweg onmogelijk -en ik wed om een millioen dollars, dat gij niet in het bezit zijt van -een echte Murillo, die meer waarde heeft dan de mijne; de uwe kan -slechts vervalscht zijn.” - -Allen keken mr. Green vol spanning aan. - -Wat zou hij doen? - -Doodkalm knipte deze nu de asch van zijn sigaret en zei: - -„Allright! Ik neem de weddenschap aan! Al de aanwezige heeren roep ik -tot getuige. Wij hebben nu 24 November. Tot den 24sten November van het -volgende jaar ben ik bereid in dit clublokaal mijn Murillo ten toon te -stellen. Ge houdt uw weddenschap, mr. Bennet?” - -„Yes”, antwoordde deze, „ik houd de weddenschap. Natuurlijk moet de -verliezer dadelijk de som betalen.” - -„Met genoegen!” antwoordde mr. Green en toen tot mr. Whitney: - -„Laat ons nu op de jacht gaan, beste Whitney, dat is de aangenaamste -tijdkorting totdat ik weer naar Europa moet teruggaan om mijn Murillo -te halen.” - -„Ik ken,” zei mr. Bennet, „alle Engelsche en Schotsche kasteelen en ik -weet, dat daar nergens een Murillo is te vinden, die ook maar het -vierde gedeelte van de waarde heeft van mijn schilderij. Er zijn -slechts een paar mindere werken van Murillo in omloop. Ik ben er -inderdaad nieuwsgierig naar, hoe mr. Green zich hieruit zal redden. -Alleen de paus bezit een waardevoller schilderij dan ik.” - -„Laat ons den uitslag aan de toekomst overlaten, mr. Bennet”, -antwoordde mr. Green, „ik meen u stellig te kunnen verzekeren, en nog -wel vandaag, dat ge de gewedde som aan mij moet uitbetalen.” - -„Dat is onmogelijk”, riep mr. Bennet uit, die nu alle kalmte had -verloren, „dat is zoozeer onmogelijk dat ik zelfs twee millioen in -plaats van één wil verwedden!” - -En mr. Green nam de verhoogde weddenschap aan. - -Om twee millioen! - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - -BIJ DE DETECTIVES. - - -Mr. Green was, vergezeld van mr. Whitney in diens automobiel naar het -Waldorf Astoria hotel gereden, waar hij verscheidene kamers gehuurd -had. - -De heeren namen op de meest vriendschappelijke wijze afscheid van -elkander en mr. Green ging in de lift naar zijn kamers op de tweede -verdieping. - -Daar wachtte hem een jongeman, die voor den schoorsteen zat te lezen en -te rooken. - -Toen mr. Green binnentrad, sprong hij op. Nadat de binnengekomene zijn -pels had uitgetrokken, ging hij naar de kamerdeur, onderzocht deze en -grendelde haar daarna. Toen ging hij naar de aangrenzende slaapkamer, -draaide het electrische licht op en doorzocht de kamer met de -handigheid van een detective of van een inbreker. - -Nadat hij zich ervan overtuigd had, dat niemand was binnengeslopen, -luisterde hij aan de muren en zei toen tegen den ander, die voor den -schoorsteen zat: - -„Ga daar weg, Charly. Die schoorsteenen hebben de fatale eigenschap, -dat ze ieder woord als een telefoondraad verder brengen. Laat ons in de -slaapkamer gaan!” - -Charly Brand stond op en volgde den ander naar de aangrenzende kamer. - -Nauwelijks waren zij binnengekomen of hij vroeg: - -„Ben je geslaagd?” - -„Meer dan dat,” antwoordde mr. Green op gedempten toon. „Het bewijs van -lidmaatschap van de Windsor-club, dat ik in de pels van den hertog -vond, heeft al schitterende resultaten afgeworpen.—Mr. Whitney, wien -ik, zooals je weet, geschreven heb, haalde mij zelf per auto af en -bracht mij naar de Player-club.—Hij en zijn vrienden houden mij, John -C. Raffles, alias mr. Green, voor een echten Engelschen hertog.—Mijn -verhaal over de berenjacht met Teddy Roosevelt versterkte hen nog -daarin.—O, Charly, ik verzeker je, dat deze Amerikaansche geldkoningen -een slaafschen eerbied koesteren voor alles, wat aristocratisch is of -wat zij aristocratisch vinden.—Om kort te gaan, ik maakte in -Player-club kennis met de zwaarste geldbuidels van Amerika en ik hoop -dat het mij zal gelukken die buidels een beetje lichter te -maken.—Voorloopig heb ik vanavond al twee millioen dollar verdiend.—Een -heel fatsoenlijk begin, vind je ook niet, Charly?” - -„Twee millioen dollar?” herhaalde Charly Brand, „hoe is dat mogelijk?” - -„Ik maakte van de gelegenheid gebruik.—Mr. Bennet, de beroemde Bennet, -heeft een weddenschap aan mij verloren.—Hij beweerde namelijk de eenige -bezitter te zijn van een Murillo ter waarde van anderhalf millioen -dollar en ik beweerde, dat ik een Murillo bezit, die dezelfde waarde -vertegenwoordigt.” - -Raffles lachte en blies rookkringetjes, terwijl Charly Brand hem ten -hoogste verbaasd aankeek. - -„Ik begrijp er niets van,” sprak hij eindelijk. „Sinds wanneer bezit -jij een Murillo?—Ik heb in je villa in Regentpark te Londen nooit zoo’n -schilderij gezien.” - -„Dat wil ik wel gelooven”, antwoordde Raffles doodkalm, „en als ik nu -geen Murillo bezit, dan zal ik over korten tijd wel een hebben. Ik ben -van plan naar Rome te gaan en de Murillo, die in het bezit van den paus -is, voor eenigen tijd te leenen, om zoodoende mijn weddenschap tegen -mr. Bennet te winnen.” - -„Maar wat een plan! De uitvoering daarvan is immers totaal onmogelijk!” - -Raffles lachte. - -„’t Is gewoonweg kinderspel. ’t Is feitelijk beneden mijn waardigheid -en om het zaakje nu een beetje aantrekkelijker voor mij te maken, zal -ik inspecteur Baxter in Londen van mijn plan in kennis stellen. Dan -heeft die tenminste ook nog wat te doen.” - -„’t Is volmaakt onmogelijk,” herhaalde Charly Brand. „De Zwitsersche -garde van den paus bewaakt het Vaticaan met Argusblik. Hoe zou je zoo’n -groot schilderij dan wegbrengen?” - -„Laat dat maar aan mij over! En luister nu eens heel nauwkeurig naar -mijn plan van arbeiden: - -„Ik zal morgen bij Tiffany, den beroemden goudsmid van New-York, een -cadeau voor den paus laten maken, waarvan ik nog dezen nacht de -teekening zal ontwerpen.” - -„Met welk doel laat je dat geschenk maken?” - -„Ook dat is mijn zaak. En laat mij nu een half uur met rust, opdat ik -dadelijk mijn ontwerp-teekening zal kunnen maken”. - -Hij nam een blad papier uit de schrijfmap en begon lijnen te trekken. - -Charly Brand zag al heel gauw, dat de teekening een apostel moest -voorstellen, op een voetstuk geplaatst, waarop zich in relief vorm -verschillende Christelijke symbolen vertoonden. - -„Wonderlijk”, zei hij hoofdschuddend. - -„Schitterend”, beweerde Raffles en klapte de map dicht, „en nu gaan we -slapen.”— - -Den volgenden morgen gingen zij naar Tiffany en bestelden daar den -apostel naar het ontwerp, dat dien nacht gemaakt was. Het beeld zou van -zilver worden vervaardigd, van binnen hol zijn en zonder voetstuk twee -meter hoog zijn. - -Volgens de teekening had het beeld een wonderlijk model. De mantel van -den apostel was ruim geplooid en op den rug van een sluiting voorzien. - -Raffles deelde Tiffany mede, dat deze sluiting moest worden -aangebracht, opdat men het beeld van binnen met aarde van den olijfberg -zou kunnen vullen. - -Tiffany was wel gewend, allerlei zonderlinge bestellingen te krijgen en -hij beloofde, den apostel voor 8000 dollar binnen acht weken te -vervaardigen. - -Nog denzelfden morgen verliet mr. Green alias Raffles het Waldorf -Astoria Hotel en vertrok naar het landgoed van mr. Whitney. - -Hem volgde op den voet een individu wiens aanhankelijkheid Raffles -eerst verontrustte, maar later toch ook weer vervroolijkte, daar hij in -dezen een detective meende te herkennen. - -Tenslotte kwam hij tot de ontdekking, dat hij van dezen persoon niets -te vreezen had. - -Dat zat namelijk zóó: - -Toen het alarmeerende bericht van de komst van Raffles bekend geworden -was, had de hoofdcommissaris van politie te New-York eens nagedacht -over wat hem wel in dezen te doen stond. - -Daarna had hij de detectives Fred Gordon en Oskar Wagner bij zich -ontboden en met hen beraadslaagd hoe men wel het allerspoedigst Raffles -op het spoor kon komen als deze in Amerika voet aan wal had gezet. - -Fred Gordon, een vijftiger, had rustig geluisterd naar alles, wat zijn -chef hem mededeelde en doodbedaard had hij daarbij zijn neuswarmertje -uitgerookt. - -Toen James Pinkerton dan eindelijk klaar was met zijn verhaal, nam -Gordon het pijpje uit den mond, schraapte zich eens de keel en zei -toen: - -„Toen ik het bericht las, maakte ik zoo voor mezelf een plannetje. -Voordat ik hierheen kwam, ben ik eens naar de bureaux gegaan van de -Bremer Lloyd en van andere stoomvaartmaatschappijen en daar heb ik de -passagierslijsten nagezien en gelet op het signalement van een of ander -persoon, dat overeenkwam met dat, wat wij van John C. Raffles hebben. -Toen viel mij op, dat met de boot van de Holland-Amerika lijn voor vier -dagen een passagier is gekomen, zekere mr. Green.” - -„En welke verdenking koestert ge tegen hem?” - -„Geen enkele. Mijn instinct van detective zei me alleen, dat wij dien -heer in het oog moesten houden. Ik heb geïnformeerd en ben te weten -gekomen, dat hij zijn intrek heeft genomen in het Waldorf Astoria Hotel -en daar eenige van de voornaamste kamers heeft gehuurd. - -„Ik ging naar het hotel, liet mij aandienen als bediende van een -juweliersfirma en vroeg mr. Green te spreken. - -„Maar juist toen ik bij hem zou worden toegelaten, werd mijn plan -verhinderd door mr. Whitney.” - -„Mr. Whitney?” - -Pinkerton vroeg het in de grootste verbazing. - -„ja, mr. Whitney. De milliardair schijnt met mr. Green op heel intiemen -voet te staan, want ik zag het tweetal al heel spoedig samen het hotel -verlaten en in een auto stappen.” - -„En dacht je nou misschien, dat mr. Whitney op familiaren voet zou -staan met Raffles? Ben je dol?” - -„Ik heb mr. Green voorloopig onder de strengste bewaking gesteld en -hoop morgen al te weten of ik mij al dan niet vergist heb.” - -„Je hebt je natuurlijk vergist”, lachte Pinkerton. - -„’t Is mogelijk,” zei Fred Gordon op min of meer gekrenkten toon. „Geen -mensch is onfeilbaar.” - -De telefoon ging over en Pinkerton nam den hoorn op. - -Zijn gelaat toonde de grootste verrassing bij de woorden die hij hoorde -en toen het gesprek was afgeloopen, wendde hij zich tot Fred Gordon: - -„Ik krijg daar juist bericht, mr. Gordon, dat ge u inderdaad vergist -hebt. Onze agent in Player-club deelt mij mede dat naar alle -waarschijnlijkheid een der leden van het koninklijk huis onder het -pseudoniem van mr. Green in New-York vertoeft en vergezeld van mr. -Whitney de Player-club heeft bezocht. De vreemdeling is in Londen lid -van de Windsor-club en zal met mr. Whitney en den ex-president op jacht -gaan. De agent deelde verder nog mede, dat het geraden is, dezen mr. -Green te beschermen tegen mogelijke, aan-slagen van anarchisten of -misdadigers.” - -Fred Gordon draaide zijn duimen eens over elkander en bromde: - -„Well, dan heb ik mij vergist. In ieder geval had ik het toch niet zoo -ver mis, toen ik achter dien mr. Green iets bijzonders vermoeden. De -man kon één van beiden maar zijn: een hooggeplaatst aristocraat of een -inbreker.” - -Op dit oogenblik werd gescheld. - -Pinkerton wendde zich tot detective Wagner. - -„Ga eens kijken, wie mij wenscht te spreken.” - -De detective stond op en opende de deur. - -Een politie-agent trad binnen en deelde mede, dat in de wachtkamer een -detective van de Parijsche politie, Alfred Tancred, wachtte, die den -chef dringend wenschte te spreken. - -„Laat binnen komen”, zei Pinkerton en eenige seconden later trad de -Parijsche detective binnen. - -Van weerskanten keken de heeren elkander aan met onderzoekenden blik. - -De Franzoos haalde uit zijn zak een document te voorschijn en reikte -dit aan Pinkerton. - -Deze opende de enveloppe, haalde een papier te voorschijn, afkomstig -van het hoofdbureau der Parijsche recherche, waarin vermeld stond, dat -detective Tancred speciaal belast was met de opsporing van John C. -Raffles in New-York. - -Pinkerton las. - -Daarna gaf hij het stuk terug en bood den bezoeker een stoel. - -„Wij zijn juist bijeen in conferentie over hetzelfde geval”, begon de -chef, „en vóór alles moeten wij weten, of Raffles al hier of nog op weg -hierheen is. Wij moeten tot elken prijs verhoeden, dat hij met ons -hetzelfde spelletje speelt als met onze collega’s van Scotland Yard.” - -„Wij hebben met een gewiekst persoon te doen”, antwoordde de Parijsche -detective, „en ik hoop voor u, dat ge inderdaad meer succes zult hebben -dan Scotland Yard.” - -„Ik voor mij”, beweerde Fred Gordon, „heb het gevoel, dat wij ons net -zoo onsterfelijk zullen blameeren als zij. Want mijn eerste poging om -Raffles hier uit te vinden, is op niets uitgeloopen. En als een zaak in -den beginne al verkeerd gaat, dan weet ik uit ondervinding, dat er -hoegenaamd niets van terecht komt.” - -„Bemoei je dan maar niet verder met deze zaak, Gordon, en besteed jij -je krachten aan die bankroof in Chicago, dan zal ik mij met detective -Wagner wijden aan de zaak-Raffles.” - -Fred Gordon lachte eens even spottend. Die Wagner, die onbeduidende -persoon, was de beschermeling van zijn chef. Hij had tot nog toe niet -het minste bewijs gegeven van eenige handigheid en iedere misdadiger -was hem ontsnapt. - -Gordon hield hem voor een grooten stommeling, maar Pinkerton scheen van -meening, dat Wagner voor groote dingen in de wieg was gelegd. - -Nooit beweerde Wagner iets, nooit hield hij er een eigen meening op na -en alles, wat hij praatte, was het naklappen als een ekster van -Pinkerton’s woorden. - -Gordon stond op, nam zijn hoed en zei: - -„Goeden nacht! Het beste met de jacht op Raffles. Ik vertrek vandaag -nog naar Chicago.” - -„Goede reis!” riep Pinkerton hem na. - -Zoodra Fred Gordon de kamer had verlaten, was het, alsof een zwaar -gewicht van Wagner’s hart was gewenteld. - -Zijn gelaat begon te stralen, hij wreef zich de handen en zei: - -„Wel, wij zullen dien Raffles wel pakken!” - -„Dat zou ik ook meenen!” antwoordde Pinkerton, „ik zelf zal mij -speciaal met zijn opsporing belasten. Gij, Wagner, kunt intusschen naar -het Waldorf Astoria Hotel gaan en daar in den particulieren dienst van -mr. Green treden. - -„Let er vooral op, dat het incognito van dien heer streng gehandhaafd -wordt.” - -Wagner stond op en antwoordde: - -„Ik zal tot uw volkomen tevredenheid werken.” - -Hij gaf zijn chef een hand, boog voor den vreemden detective, en -verliet het bureau. - -Pinkerton vroeg nu den Franschman: - -„Volgt ge misschien al eenig spoor?” - -„Zeker! Gisteren zijn met de Cunard-lijn twee verdachte personen -aangekomen, die valsche baarden droegen. Het zijn mr. Oxford en een -bediende. Deze mr. Oxford reisde eerste klasse en schijnt over heel wat -geld te beschikken te hebben. Hij speelde aan boord heel hoog en -verloor, voor zoover ik kan nagaan, aanzienlijke bedragen. Ik sloeg hem -nauwkeurig gade en het gelukte mij op zekeren dag zijn hut binnen te -dringen en daar een boekje voor visitekaartjes te vinden, waarop een -gouden kroontje boven een „L.” was aangebracht Deze „L.” bewees mij, -dat het boekje behoorde aan lord Lister, alias John C. Raffles.” - -„Lister!” riep Pinkerton uit, „wij hebben hem, Lord Lister, alias John -C. Raffles—en—en—hebt ge dat spoor gevolgd?” - -„Daarvoor kom ik nu bij u”, antwoordde de Franschman. „Na de landing -ben ik, helaas, zijn spoor kwijt geraakt. Maar zijn signalement heb ik -nog.” - -„En dat luidt?” - -Pinkerton nam een blad papier en een vulpenhouder, terwijl de detective -dicteerde: - - - „Grootte 1.70–1.74 meter, - grijze snor, - korte, grijze bakkebaarden, - staalblauwe oogen.” - - -„Dat klopt niet met het signalement uit Londen!” beweerde Pinkerton. - -„Dat kan wel zijn. Geen van onze collega’s heeft Raffles ooit van zoo -nabij gezien, dat de kleur van zijn oogen duidelijk kon worden -vastgesteld. Dat signalement uit Londen is dus niets waard.” - -„Ge kunt wel gelijk hebben, mr. Tancred. En laat ons nu eens -beraadslagen, hoe wij dien mr. Oxford kunnen uitvinden.” - -De heeren bleven tot laat in den nacht in conferentie bijeen en het -resultaat was, dat Pinkerton twintig van zijn beste detectives des -morgens vroeg reeds uitstuurde om op de Raffles-jacht te gaan. En elk -van die detectives droeg in den zak het signalement, zooals het de -Parijsche detective had gegeven. - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - -DE DIEFSTAL VAN DE INDISCHE SMARAGDEN. - - -Den volgenden morgen bracht de New-York Herald een belangrijk -sensatiebericht onder het opschrift: - -„Een weddenschap om twee millioen dollar.” - -In een kleine hotelkamer van een boardinghouse, een pension, las dit -bericht mr. Oxford, de man, die op de boot zoo bijzonder was -gadegeslagen door mr. Tancred. - -Een jongeman was nog in de kamer, die oogenschijnlijk de werkzaamheden -van een bediende verrichtte. - -Toen mr. Oxford het bericht over de weddenschap had gelezen, riep hij -den jongeman bij zich: - -„Kijk eens, mr. Marholm, wat denkt ge van die weddenschap? Zou dat -misschien een truc van Raffles zijn?” - -Marholm of wel „de vloo”, zooals hij onder de Londensche detectives -genoemd werd, nam de krant en las het bericht - -Toen zei hij: - -„Yes, inspecteur Baxter, ge hebt gelijk. De heele zaak riekt naar -Raffles.” - -„Noem dien naam niet zoo luid,” fluisterde Baxter, want deze was het, -die onder den naam van Oxford zijn intrek in het hotel had genomen. - -„Laat ons er dadelijk werk van maken, Marholm, om de identiteit van -dien mr. Green vast te stellen.” - -„Laat ons dan eerst eens per telegraaf informeeren of er op Scotland -Yard ook iets nieuws omtrent Raffles bekend is.” - -Hij ging onderwijl naar den spiegel en probeerde of zijn valsche baard -nog goed bevestigd zat. - -„Ge zijt absoluut niet te herkennen, mr. Baxter,” zei „de vloo”, „en ik -geloof dat men mij als roodharige Ier ook niet aanziet voor wien ik -ben.” - -„Ik zelf heb je in het eerste oogenblik niet herkend”, zei Baxter, -„toen ge op de boot naar mij toekwaamt. Hoe kwam het, dat je mij zoo -spoedig herkende?” - -„Heel eenvoudig. Als men geen al te groote stommerik is, herkent men -zijn chef overal!” - -Lachend namen beiden hun hoeden en jassen en verlieten het pension. - -Toen zij op straat kwamen en een cab namen om naar het telegraafkantoor -te rijden, bemerkten zij niet, dat uit een portiek aan de overzijde -twee mannen kwamen, die ook een cab namen en hen volgden. - -Het waren twee beambten van de New-Yorker politie. - -Het was hun gelukt, aan de hand van het signalement, dat mr. Tancred -van mr. Oxford had gegeven, diens verblijfplaats uit te vinden. - -Zij volgden de beide Londenaars als een jachthond een stuk wild en -kwamen een paar minuten na deze voor het telegraafbureau. - -Geheel onopgemerkt naderde een hunner den lessenaar, waar Baxter stond -met „de vloo” en het telegram naar Londen schreef. - -Dit telegram was van den volgenden inhoud: - - - Mr. ROBINSON, LONDEN, Strand 16. - - -(deze was de plaatsvervanger van politie-inspecteur Baxter tijdens -diens afwezigheid uit Londen en zijn particulier adres) - - - Telegrapheer mij per ommegaande naar New-York, boardinghouse Lemke, - Grand Street 4, of er iets nieuws bekend is omtrent Raffles. - Gegroet. Oxford. - - -Het gelukte den politieman met eenige inspanning den inhoud van dit -telegram te lezen. - -De groote, krachtige letters van Baxter maakten hem dit gemakkelijk en -duidelijk las hij den naam Raffles. - -Haastig ging hij naar zijn collega, die voor de deur wachtte en deelde -dezen in fluistertoon mede, wat hij zooeven had ontdekt. - -„Wij vergissen ons niet,” zei hij, „wij hebben den man; het is Raffles, -en ik zal dadelijk naar den directeur van het telegraafkantoor gaan en -een afschrift van het telegram vragen. - -„Blijf jij intusschen hier wachten om te zien naar welken kant de beide -mannen gaan, als zij intusschen het gebouw mochten verlaten en -telefoneer het naar het hoofdbureau.” - -De man verdween en haastte zich naar den directeur van het -telegraafkantoor. - -Baxter had onderwijl zijn telegram afgegeven. Toen hij uit het gebouw -kwam, om verder het spoor van mr. Green te volgen, had de -Pinkerton-detective al een afschrift van het telegram in handen en -verliet eenige minuten later eveneens het gebouw. - -Hij ging naar het hoofdbureau om daar van zijn collega nadere -bijzonderheden te hooren. - -In gedachten deelde hij met den ander reeds de groote som, die op de -inhechtenisneming van Raffles gezet was door de Engelsche politie en -eenige particulieren. - -Hij dacht er over na, wat hij met het geld zou beginnen en dat het -bezit van een hoenderpark zijn ideaal was. — — — - -Intusschen was zijn collega achter mr. Oxford en diens geleider -aangesneld en had tegelijk met hen het Waldorf Astoria Hotel bereikt. - -Dit was, naar de kranten meldden, de verblijfplaats van mr. Green, die -de weddenschap met Bennet had aangegaan. - -Toen mr. Oxford door een flinke fooi den portier van het hotel aan het -spreken had gebracht, deelde deze hem mede, dat mr. Green twee uur -geleden het hotel verlaten had. - -Hij wist niet, waar mr. Green was heengegaan. - -„Wij zijn bij onze voorname gasten niet zoo nieuwsgierig om hen naar -hun reisplannen te vragen.” - -Ontevreden met het resultaat van zijn navorschingen ging Baxter met -Marholm naar het boardinghouse terug om daar op eenig bericht uit -Londen te wachten. - -Nabij het huis stonden wederom in een deurportiek de beide detectives, -en zij kortten den tijd, doordat de een den ander de groote voordeelen -van een hoenderpark voorspiegelde. - -Zij verdeelden de huid van den beer, die nog niet gevangen was. - -Om samen het geld te krijgen, hadden zij geen hunner collega’s -meegedeeld, waar mr. Oxford alias lord Lister verblijf hield. Zij -wilden heel alleen het terrein bewerken. - -Des avonds ontving mr. Oxford een telegram uit Londen, waarin hem werd -meegedeeld, dat men daar geen bericht omtrent Raffles had gekregen, -maar dat deze zich ongetwijfeld in New-York moest ophouden. - -Raffles, die van alle kanten dus gezocht werd, zat intusschen als mr. -Green veilig en wel in de fraaie villa van mr. Whitney. Na eenige uren -reeds was hij de verklaarde lieveling der dames. - -Vooral viel hij bijzonder in den smaak van mrs. Hopson, de oude -schatrijke weduwe van een groothandelaar in Chicago. - -Deze vrouw, bekend om haar verregaande ijdelheid, droeg een kostbaar -sieraad van smaragden, dat eens in het bezit was geweest van een -Indisch vorst. - -Het waren steenen van fabelachtige grootte en schoonheid en Charly -Brand, die zag, dat Raffles in druk gesprek was met de dame, doorzag -terstond de bedoelingen van zijn meester en begreep, dat diens grootste -oplettendheid niet het valsche haar of het gepoeierde gelaat, maar het -kostbare sieraad van mrs. Hopson gold. - -Raffles had vernomen, dat de gestorven echtgenoot der dame in Chicago -een groote conservenfabriek had gehad. - -Terstond herinnerde Raffles zich, dat in het Engelsche leger -verscheiden soldaten destijds op vreemde wijze waren gestorven. - -Later bleek, dat zij vergiftigd waren, door het gebruik van bedorven -Amerikaansch geconserveerd vleesch. - -Raffles vroeg nu miss Hopson of haar overleden man niet aan het -Engelsche leger had geleverd. - -Met opgeblazen trots verklaarde mrs. Hopson: - -„Zeker, mr. Green, mijn man heeft destijds veel onderscheidingen -gekregen als leverancier van het leger en ook ontving hij een -medaille.” - -„Hm,” antwoordde Raffles en hij taxeerde de smaragden, die de dame -droeg. - -Toen vroeg hij plotseling: - -„Zijn die smaragden, die ge daar draagt, wel eens getaxeerd?” - -Mrs. Hopson blaasde zich nog meer op en antwoordde: - -„Die zijn onbetaalbaar. Mr. Elkins, de juwelier van de koningin van -Engeland, heeft ze op vier millioen dollar getaxeerd.” - -„Een prachtig sieraad,” bewonderde Raffles en bij zichzelven berekende -hij, hoeveel bussen bedorven vleesch er niet aan den man moesten zijn -gebracht om zoo’n kostbaar stuk te kunnen koopen. - -Met het goud, dat die steenen vertegenwoordigden, kon men de zorgen van -veel weduwen en weezen verlichten. - -O, zoo veel! - -Met een charmanten glimlach boog Raffles zich naar mrs. Hopson: - -„Hoe komt het mevrouw,” vroeg hij, „dat ge nog steeds den weduwensluier -draagt? Zijt ge heelemaal ontroostbaar?” - -„Och, wat zal ik u zeggen! Mijn man verdiende 800,000 dollar per jaar. -De mannen, die tot nog toe naar mijn hand dongen, konden mij dat niet -aanbieden.” - -„Zóó!” zei Raffles en hij lachte in stilte om de kokette vijftigjarige. - -„Hoeveel bedraagt uw jaarlijksch inkomen, mr. Green?” vroeg mrs. Hopson -met vleienden oogopslag. - -Raffles klemde zijn monocle in het oog en zei: - -„In het laatste jaar bedroeg mijn inkomen veertien millioen dollar.” - -Mrs. Hopson keek hem verstomd aan. Zij moest, als een visch op het -droge, naar lucht happen. - -Eerst na eenige seconden was zij in staat te antwoorden: - -„Ge—ge maakt toch geen grapje?” - -„Volstrekt niet!” - -„O, maar ge zijt een verrukkelijk iemand,” lispelde mrs. Hopson. - -„Hoe dat zoo, mrs. Hopson!” - -„O, een verrukkelijk iemand! Ik heb er altijd naar verlangd, zóó iemand -te leeren kennen. Mijn vermogen bedraagt ongeveer tachtig millioen -dollar en ik heb bovendien nog uitgestrekte bezittingen. - -„Ik kan weliswaar niet concurreeren met Whitney en Vanderbilt, maar als -ik een man van kapitaal trouw, zouden wij Rockefeller nog voorbij -kunnen streven!” - -„Als ik u daarbij soms kan helpen, mrs. Hopson, het zou mijn ideaal -zijn om uw eerzuchtige plannen te helpen verwezenlijken.” - -Wederom lonkte zij koket en fluisterde: - -„Ge kunt mij gelukkig maken, mr. Green.” - - - -Op zekeren avond ging Raffles met Charly Brand wandelen op een -afgelegen zijpad van het groote park en vertelde hem, dat hij van plan -was, de kostbare smaragden van mrs. Hopson te stelen en het geld, dat -zij zouden opbrengen, te besteden voor de nagelaten betrekkingen van -hen, die destijds na het gebruik van het bedorven vleesch waren -gestorven. - -Een allerdolst plan rijpte in zijn brein. - -Hij ijlde naar de groote veranda der villa, waar de gasten aan de -theetafel zaten. - -Met een buiging naderde hij mrs. Hopson: - -„Het is zoo’n wondermooie avond, mrs. Hopson, gevoelt ge geen lust om -wat mee te gaan wandelen in het park?” - -„O ja,” antwoordde de weduwe en zij stond al op. - -Raffles had een plan. - -Toen hij met mrs. Hopson in het park ging, legde hij het zoo aan, dat -de dame langs het struikgewas moest gaan, waarin de detective verborgen -zat, die hem overal bewaakte. - -Mrs. Hopson begon te spreken over verscheidene dames kennissen, waarvan -zij allerlei schandaalgeschiedenissen wist te vertellen. - -Speciaal weidde zij uit over de dochter van den koperkoning Blatt, die -er een paar weken geleden met haar pikeur vandoor was gegaan. - -Geen dame bleef gespaard; mrs. Hopson wist van ieder wat te vertellen. - -Intusschen was het tweetal het struikgewas genaderd en terwijl mr. -Raffles de dame bij den arm greep, riep hij, schijnbaar geheel -verschrikt: - -„Is daar iemand?” - -Het kraken van takken en twijgen volgde en in het volgende oogenblik -kwam een man te voorschijn, die wegholde. - -„Blijf staan of ik schiet!” riep Raffles en met goed gespeelden schrik -haalde hij een revolver voor den dag. - -Doodelijk verschrikt leunde mrs. Hopson tegen Raffles aan. - -Met starre oogen keek zij naar het struikgewas. - -Plotseling week dit opnieuw, een donkere schaduw trad te voorschijn, -die als een tijger mrs. Hopson naar de keel vloog. - -Zij viel bewusteloos neer. - -Raffles intusschen boog zich voorover en fluisterde: - -„Uitstekend gedaan, Charly. Ga nu onopgemerkt naar huis terug.” - -Hij boog zich nu over mrs. Hopson, maakte den collier met smaragden -voorzichtig los en liet hem in zijn zak glijden. - -Het duurde eenige oogenblikken voordat mrs. Hopson, die aan zijn hals -hing, weer bij kwam. - -„Wees kalm,” fluisterde hij, „de dief is gevlucht.” - -Hij bracht haar terug naar het terras van de villa. - -Uitgeput zonk zij daar in een stoel neer onder het voortdurend -uitroepen van: - -„Een dief, een dief!” - -Raffles vertelde, wat er gebeurd was en hoe de dief was ontvlucht. - -„Waar is uw ketting?” vroeg mrs. Whitney. - -„Mijn ketting?” - -Met bevende handen greep mrs. Hopson naar haar hals. - -„De ketting is verdwenen—gestolen ongetwijfeld,” riep Raffles -verschrikt uit, „het is den dief gelukt, mrs. Hopson het kostbare stuk -te ontrukken.” - -Met wijdopengesperde oogen beaamde mrs. Hopson alles wat Raffles -vertelde. - -Mr. Whitney liet zijn gansche dienstpersoneel terstond het geheele park -doorzoeken. - -Maar van den raadselachtigen onbekende was niets meer te ontdekken dan -een achtergelaten hoed. Dezen vonden de bedienden bij den uitgang van -het park en in den hoed was een naam geschreven: - -Oskar Wagner. - -Mr. Whitney nam den hoed en zei: - -„Ik zal dadelijk morgen het hoofdbureau van politie in kennis stellen. -Die Oskar Wagner moet stellig worden gevonden.” - -Raffles echter zat een uur later in zijn stoel voor den schoorsteen en -toonde Charly Brand den door hem veroverden ketting van mrs. Hopson. - -Hij was volstrekt niet de meening toegedaan, dat iemand den ketting -weer aan de dame moest terugbrengen. - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - -DE MAN ZONDER HOED. - - -Den volgenden morgen brachten de kranten als laatste sensatienieuws het -bericht over den roof der kostbare smaragden van mrs. Hopson. - -De „New-York Herald” sprak zelfs als haar meening uit, dat de diefstal -van het kostbare sieraad op de rekening van Raffles kon worden -geschoven, die zich, naar alle waarschijnlijkheid, in Amerika bevond. - -Dit krantenartikel bracht de politie te New-York in groote opschudding, -evenals inspecteur Baxter, alias Oxford. - -Baxter was dadelijk van meening, dat het Raffles was, die de sieraden -had gestolen. - -„Raffles gaat hier ook aan ’t werk,” zei hij tot „de vloo”. „Hij heeft -alweer een van zijn stukjes uitgehaald.” - -„De vloo” dacht eens na en las nog eens het artikel. - -Ook hij kwam tot de overtuiging dat het inderdaad Raffles moest zijn, -die bij mrs. Hopson de kostbare smaragden had gestolen. - -Zij gingen nu dadelijk op weg naar de villa naar mr. Whitney en merkten -niet op, dat zij door de beide detectives werden gevolgd. - -In denzelfden tijd was ook Pinkerton met mr. Tancred op weg getogen -naar de villa en kwam daar twee uur vroeger aan dan Baxter alias -Oxford. - -Dienzelfden morgen waren mr. Whitney en mr. Green op jacht gegaan. - -Lord Lister had zijn assistent Charly Brand de opdracht gegeven om met -het kleine handkoffertje naar New-York terug te keeren en daar in het -Cliftonhotel, onder den naam van Schulz intrek te nemen en te wachten -op zijn terugkeer. - -In dezen koffer nam Charly Brand de smaragden van mrs. Hopson mee. - -Toen Pinkerton en detective Tancred tegen elf uur in de villa kwamen, -waren mr. Whitney en mr. Green afwezig. - -Mrs. Hopson ontving de beide heeren en vertelde hen, hoe een man uit -het struikgewas op haar en mr. Green was toegesprongen. Den laatste had -hij met een vuistslag neergeveld. Haar had hij bijna geworgd en toen de -smaragden ontroofd. - -Pinkerton verzocht haar, hem het struikgewas te wijzen om nog sporen -van de vechtpartij te kunnen ontdekken. Zij was dadelijk bereid en -vertelde ook nog, dat de aanrander tijdens de worsteling zijn hoed -verloren had. - -„Dat is van groot belang,” beweerde Pinkerton, „waar is de hoed?” - -„Dien heeft mr. Whitney meegenomen.” - -„Dan zullen we hem opzoeken.” - -„Ik zal hem dadelijk laten roepen,” antwoordde mrs. Hopson. - -Op haar schellen verscheen een bediende, die vertelde, dat mr. Whitney -des morgens vroeg al met verscheiden heeren op jacht was gegaan. - -„Kunt gij ons misschien ook helpen?” vroeg Pinkerton, „weet ge ook, -waar de hoed is, dien de dief heeft verloren?” - -„Dien heeft mr. Whitney in zijn brandkast gesloten!” - -„Allemachtig! Dan is hij voor ons dus onbereikbaar! Kunt ge ons ook -zeggen, hoe we mr. Whitney kunnen bereiken?” - -„Onmogelijk! Mr. Whitney gaat steeds in afgelegen streken ter jacht en -niemand van ons weet, waar hij heengaat.” - -„Heeft mr. Whitney gezegd, wanneer hij terugkomt?” - -„Ook daarvan kan ik u niets zeggen!” - -„Goed!” zeide Pinkerton. - -Toen wendde hij zich tot mrs. Hopson. - -„Wilt ge zoo goed zijn, ons naar het park te vergezellen?” - -De dame ging met de beide heeren naar buiten. - -Bij het struikgewas lieten de heeren zich toen nog eens de toedracht -van het gebeurde vertellen en wederom fantaseerde mrs. Hopson hevig. - -Het tweetal ging toen de sporen na van den vluchteling, die duidelijk -zichtbaar waren in den weeken bodem. - -„Dat is niet de afdruk van den laars van een gentleman,” zei detective -Tancred en wees op een spoor op den grond. „Dat is een heel gewone -Amerikaansche schoenafdruk.” - -Mr. Pinkerton bekeek ook het spoor en volgde het eenige meters ver; ook -hij kwam tot de overtuiging, dat hier een heel gewoon man aan het werk -was geweest. - -„De vluchteling moet volgens mijn idée een vreemdeling zijn,” beweerde -Tancred. - -„Hoezoo?” - -„Omdat de zolen van den vluchteling met spijkers beslagen zijn, juist -als de militaire schoen van een Duitsch of Engelsch soldaat.” - -„Maar de Engelsche soldatenschoen heeft een heel anderen vorm! Deze -hier moet een Duitscher zijn en wel een Duitscher, die nog niet lang in -het land is, want hij draagt nog de meegebrachte schoenen. Willen we -het spoor verder volgen?” - -„Zeker!” antwoordde Pinkerton, „en wij willen van mrs. Hopson afscheid -nemen.” - -De heeren deden aldus en verdwenen toen in het park. - -In een grooten kring leidden de sporen om een landhuis naar een -rotsachtige plek en slechts met groote moeite konden zij op den harden -bodem verdere sporen herkennen. Eindelijk voerden de sporen weer naar -het landgoed van mr. Whitney terug. - -Toen de detectives dit zagen, besloten zij nog eens de villa te -doorzoeken. - -Bijna vijf uur waren zij aan het werk geweest. In dien tijd waren ook -Baxter en „de vloo” op de villa aangekomen en hadden zich bij mrs. -Hopson laten aandienen. - -Deze dame was door het gebeurde zeer ontdaan en vermoeid en liet mr. -Oxford weten, dat zij geen bezoek meer kon ontvangen. - -De inspecteur had zich bij den bediende als reporter voorgedaan, maar -het gelukte hem niet den bediende uit te hooren, die bevel had gekregen -om niemand eenige inlichtingen omtrent mr. Green te geven. - -Onverrichterzake moesten zij naar New-York terugkeeren en wederom -volgden hen de detectives zonder te vermoeden, dat hun chef zelf op de -villa aanwezig was. - -Op hetzelfde oogenblik dat zij in den trein naar New-York wilden -stappen kwam een man zonder hoed uit het station en stapte in -denzelfden coupé als waarin de beide detectives hadden plaats genomen. -De man was klaarblijkelijk zeer opgewonden en den beiden detectives -viel het op, dat hij een valschen baard droeg. - -De linkerhelft van zijn aangekleefden baard was losgeraakt en hing naar -beneden. - -Dadelijk vermoedden de detectives, een misdadiger voor zich te hebben -en begonnen zij een gesprek met hem. - -Een der detective zei: - -„Zeg eens, neem je valschen baard af en plak hem wat beter vast!” - -Verschrikt keek de aangesprokene den detective aan. - -Toen lachte hij met breeden grijns en hij antwoordde: - -„Kent ge mij niet? Is mijn vermomming met die grauwe bakkebaardjes zoo -goed?” - -De beide politie-agenten. lachten nu ook hartelijk. Zij herkenden hun -collega Wagner en gaven hem de hand. - -Wagner was er trotsch op, niet door hen herkend te zijn. - -„Waar kom jij vandaan?” vroegen ze hem beide tegelijk. - -„Ik was hier met een speciale opdracht en ga nu naar New-York terug.” - -„Zonder hoed?” - -„Ja. Ik heb hem verloren. Maar wat doen jullie hier?” - -De detectives wissel den een blik van verstandhouding. Hun collega -mocht niet weten dat zij jacht maakten op Raffles. Zij waren niet van -plan, de belooning met Wagner te deelen en bovendien kon deze onhandige -man hun de heele zaak bederven. - -„Ik heb hier in de buurt een hoenderpark bezocht, wat ik koopen. wil,” -zei een der detectives en toen begon hij uit te weiden over de -voordeelen van een hoenderpark. - -Aan het station te New-York verlieten zij Wagner en volgden opnieuw mr. -Oxford en diens geleider, die naar hun boardinghouse terugkeerden. - -Intusschen hadden Pinkerton en Tancred de villa van boven tot beneden -tevergeefs doorzocht. - -Eindelijk hoorden ze van een arbeider, dat eenige uren geleden een man -zonder hoed in volle vaart naar het station was geloopen. - -„Dat is hij!” riep Pinkerton, „alle duivels, nu is hij ons toch -ontsnapt. Maar we zijn hem op het spoor.” - -Vlug ging hij naar het station en vernam daar aan het loket, dat een -man zonder hoed een kaartje naar New-York had genomen en met den trein -was vertrokken. - -„Kunt ge ons dien man beschrijven?” vroeg Pinkerton, nadat de heeren -zich hadden voorgesteld. - -„Zeker,” zei de beambte, „hij had een vol gelaat en had, voor zoover ik -mij herinneren kan, eenigszins grijzende bakkebaardjes. - -„Dan hebben we hem,” zei Tancred, „dat is toch signalement, dat ik van -hem gaf?” - -„Zeker!” - -Noch hij noch Tancred konden vermoeden, dat Wagner zich aldus had -vermomd. - -Zij moesten nog een half uur wachten, voordat de trein vertrok. -Intusschen telefoneerde de chef naar zijn bureau en liet vragen bij de -detectives, die het station bewaakten, of deze een man zonder hoed met -grijze bakkebaarden en snor hadden gezien. - -Men telefoneerde hem een bevestigend antwoord en voegden erbij, dat -twee agenten hem achtervolgden. - -Pinkerton lachte tevreden. - -„Het toeval is ons gunstig, mr. Tancred”, zei hij tot dezen, „twee van -mijn beste agenten volgen den gezochte reeds. Dank zij uw signalement -hebben wij den dief herkend. Ontkomen is dus voor hem onmogelijk.” - -Geheel gerust gesteld ging hij nu naar New-York terug en vond daar -Wagner op zijn bureau. - -Deze had zijn valschen baard reeds afgedaan en vertelde nu zijn chef, -dat mr. Whitney en mr. Green op jacht waren en hij daarom naar New-York -was teruggekeerd. - -Dat hij zich onhandig had gedragen tijdens de opdracht om mr. Green te -beschermen, vertelde hij niet, evenmin, dat hij daarom naar New-York -was gevlucht. Van den smaragdendiefstal had hij nog niets gehoord. - -Toen Pinkerton hem over deze zaak sprak, trok Wagner eerst een heel -verbluft gelaat. Om echter zijn onwetendheid niet te laten blijken, -deed hij, alsof hij volkomen op de hoogte was en bevestigde hij alles, -wat mrs. Hopson van den aanval had meegedeeld. - -Toen hij alleen was, brak hem het angstzweet uit. - -Nu eerst zag hij in, dat hij op zich zelf den schijn had geladen als -aanrander. - -In hetzelfde oogenblik dat mr. Whitney den verloren hoed aan mr. -Pinkerton zou overhandigen, zou ieder hem voor den dief houden. - -Zijn knieën knikten als hij er aan dacht in welk een netelige positie -hij zich had gebracht. En hij kwam tot de overtuiging, dat het voor hem -maar geraden was, Amerika zoo gauw mogelijk te verlaten. - -Als die hoed, waarin zijn naam bovendien nog stond er niet was, zou hij -er niet zoo slecht aan toe zijn. Nu echter zou hij door iederen rechter -veroordeeld worden. Hij verwenschte zijn besluit detective te zijn -geworden en zijn land te hebben verlaten. - -Pinkerton kwam nogmaals bij hem en vroeg: - -„Hebt ge op de villa bij mr. Whitney geen man met grijze bakkebaarden -gezien?” - -„Neen,” loog Wagner, „ik heb zoo’n persoon niet gezien.” - -„Dat doet er ook niet toe. Wij zijn hem toch al op het spoor.” - -Wagner dacht er bij zichzelve over, wie wel die ander met bakkebaarden -kon zijn en hij kwam tot de overtuiging, dat hij een dubbelganger moest -hebben. - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK. - -DE VLUCHT. - - -Drie maanden waren verstreken, toen Raffles met mr. Whitney van de -jacht naar New-York terugkeerde. - -Hij zocht dadelijk zijn vriend Charly Brand op en verbaasde zich ten -zeerste over diens ziekelijk uiterlijk. - -„De New-Yorker lucht schijnt je niet al te goed te bekomen, m’n -jongen!” - -„Dat stem ik toe,” antwoordde Charly Brand, „en ik ben blij, dat je -weer bij me bent. Ik ben erg zenuwachtig geweest en durfde feitelijk -dit huis niet te verlaten.” - -„Ben je dan al dien tijd niet uit geweest?” - -„Neen.” - -„Je bent een groote dwaas. Begrijp je dan niet, dat je de aandacht -trekt, door voortdurend thuis te blijven? Ik kom juist van Tiffany en -kan je meedeelen dat we morgen vroeg per stoomboot New-York verlaten en -naar Napels gaan. De zilveren apostel, dien ik voor den paus heb laten -maken, wordt vandaag naar onze stoomboot gebracht. Dat wordt een -interessant werkje, beste kerel.” - -„Ik begrijp niet, wat je voor hebt”, antwoordde Charly Brand. „Hoe kom -je er toch bij om den paus een zilveren apostel cadeau te geven?” - -Raffles lachte en stak een sigaret op. - -Toen zei hij: - -„Is er ook iets bijzonders gebeurd? Ik heb namelijk in een heele week -geen krant gelezen. Schrijven de bladen nog altijd over mij?” - -„Ik heb alle artikels uitgeknipt. Elken morgen, middag en avond spreken -ze over jou.” - -Raffles lachte weer en sprak: - -„De krantenartikels over mij zullen op den duur een omvangrijke -bibliotheek uitmaken en als ik dan als oud man in het hoekje van den -haard zit en dat alles lees, zal ik mij op mijn ouden dag nog daarmee -vermaken. De kranten moesten mij feitelijk een groot honorarium geven, -daar ik de beste copy voor hen lever. Is de prijsvraag, waar ik mij -ophoud al opgelost?” - -„Tot vanmiddag niet,” antwoordde Charly Brand, „en de bladen schrijven, -dat de beste detectives van Amerika naar je zoeken; dat ook Baxter en -zijn mannetjes uit Londen zijn gekomen en dat een rechercheur uit -Parijs hier aan wal is gestapt!” - -„Dan mankeert nog maar alleen iemand uit Berlijn. Misschien ga ik daar -zelf nog voor spelen. Maar maak je nu klaar, dan kan ik je een en ander -van New-York wijzen.” - -De heeren verlieten het boardinghouse, nadat Raffles de rekening -betaald had. - -„Wij zullen vannacht in een hotel in Hoboken slapen, zoodat we dicht -bij onze boot zijn.” - -Charly Brand zorgde voor een cab, waarmee zij naar een groot restaurant -reden. - -De vrienden gaven hun bagage aan den portier en gingen dineeren. Toen -zij daarna door de straten van New-York wandelden om een paar entrée’s -voor den schouwburg te koopen, waar zij des avonds heen wilden gaan, -trok Raffles eensklaps Charly Brand bij den arm en nam hem mee in een -naastbijgelegen winkel. Het was een winkel voor dameshoeden. Charly -Brand begreep niet, wat Raffles hier te koopen had. Deze liet zich door -een winkeljuffrouw de nieuwste modellen toonen en nadat hij een half -uur lang gezocht had, zei hij, dat er geen keus voor hem was. - -Op straat riep hij weer een cab aan. - -„Wat wou je eigenlijk in dien winkel?” - -„Ons beiden beschermen tegen politie-inspecteur Baxter. Hij stond vlak -bij ons en naast hem stond de eenige detective van Scotland Yard, die -iets beteekent, namelijk Marholm of „de vloo”. Ze keken gelukkig -allebei den anderen kant op.” - -„Zie je wel, dat het van mij maar goed was, dat ik al die weken thuis -ben gebleven?” - -„Onzin. Dat was daarstraks louter toeval, jongen!” - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Zoodra Pinkerton hoorde, dat mr. Whitney van de jacht was teruggekomen, -stelde hij Tancred en Wagner daarvan in kennis. - -Deze beiden zouden met hem meegaan naar de villa, opdat men dan, met -den hoed van den dief als aanwijzing, verder op onderzoek zou kunnen -uitgaan naar den man, die de smaragden van mrs. Hopson had gestolen. - -De Parijsche detective verklaarde zich daartoe terstond bereid, terwijl -Wagner plotseling hoofdpijn voorwendde en zich zóó ziek meldde, dat hij -naar den dokter moest gaan en zijn chef niet kon vergezellen. - -Hij haalde verruimd adem, toen de chef alleen met Tancred naar de villa -afreisde. - -Zoodra Pinkerton vertrokken was, pakte hij zijn boeltje en keek de -lijst van de vertrekkende booten na. Hij besloot onverwijld New-York te -verlaten en daar den volgenden morgen een boot naar Napels vertrok, -ging hij naar het passagebureau en nam een billet tweede klasse naar -Napels. Toen ging hij naar een klein hotel in Hoboken en huurde er voor -den nacht een kamer. - -Hij had niet het geringste vermoeden, dat in de aangrenzende kamer John -C. Raffles en Charly Brand logeerden. - -Pinkerton had in de villa van mr. Whitney den hoed gekregen en met -verbazing gemerkt, dat daarin de naam van zijn beschermeling Oskar -Wagner was geschreven. - -De zaak kwam hem zonderling en raadselachtig voor. Verscheiden minuten -dacht hij na. Toen zei hij tot den Parijschen detective: - -„Kom mee, wij hebben geen minuut tijd te verliezen. Wij hebben een -valsch spoor gevolgd—het spoor van mijn eigen detective. Hij zal ons -wel opheldering kunnen geven. In elk geval is hij niet de dief geweest -van mrs. Hopsons smaragden. Dat kan slechts de geleider van deze dame -geweest zijn. En wie was die geleider?” - -Hij keek den Parijschen detective aan en greep hem in de grootste -opgewondenheid bij den arm. — — —— — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -„Mr. Green, uit Schotland,” beantwoordde Pinkerton zich zelf de vraag, -„die raadselachtige mr. Green. En wie is mr. Green, deze man met de -voorname manieren—deze persoon, die zich als hertog van Rochester bij -mr. Whitney heeft ingedrongen? — — — - -„Raffles is het. Ik laat mij hangen als het Raffles niet is. O! Ik kan -razend worden, als ik bedenk, hoe ik mij bij den neus heb laten nemen. -Maar gij zijt daaraan voor een groot deel schuld.” - -De Parijsche detective haalde de schouders op: - -„Ge doet mij daar een zeer onrechtvaardig verwijt en wat gij daar -veronderstelt, is heel gewaagd. Ik beweer, dat ge u vergist en dat -Raffles wel degelijk de man is met de grijze bakkebaardjes, dien ge -door uw detectives laat nagaan.” - -„Ik zal u het tegendeel bewijzen op mijn bureau. Ga maar dadelijk mee -naar New-York.” - -Pinkerton was zenuwachtig en onrustig. Hij haastte zich zoodra mogelijk -naar New-York terug en stuurde een dringend telegram naar den -hofmaarschalk te Londen om dezen te vragen, waar zich op dit oogenblik -de hertog van Rochester bevond. Tegelijkertijd telegrapheerde hij om -het signalement van den hertog, daar de politie te New-York naar alle -waarschijnlijkheid op een verschrikkelijke manier bij den neus werd -genomen door een oplichter, die zich uitgaf voor den hertog van -Rochester. Toen gaf hij order, dat de beide agenten Harrison en Smith -moesten worden opgespoord, opdat mr. Oxford dadelijk kon worden -gearresteerd. Daarna liet hij naar Wagner informeeren en toen hoorde -hij, dat deze detective zijn boeltje gepakt en zijn kamer verlaten had. - -De chef was verbluft. - -Hij begreep maar niet, waarom Wagner zoo plotseling er vandoor was -gegaan. Harrison en Smith intusschen waren niet te vinden, maar den -volgenden morgen om tien uur kwam het zoozeer verlangde antwoord per -kabeltelegram. Het luidde: - - - „Hoofdbureau van politie, New-York. Hertog van Rochester vertoeft - te Londen. Heb hem zoo juist telephonisch gesproken. Signalement - van den hertog: grootte 1.74 meter, figuur: ietwat zwaarlijvig, - gelaat: blozend, haar: blond, ouderdom: 45 jaar. - - Bijzonder kenteeken: hinkt op het linker been.” - - -Met een zegevierend lachje overhandigde Pinkerton dit telegram aan mr. -Tancred. En hij vroeg op langgerekten toon: - -„Nu — — —?” - -„Ge hebt gelijk,” antwoordde de Parijsche rechercheur, „het signalement -van mr. Green en van den hertog van Rochester komt al heel weinig met -elkander overeen!” - -„Het is Raffles!—Raffles is het! De beruchte lord Lister!” - -„Verdoemd! De kerel glipt als een aal tusschen de vingers door! Dat -wordt een zwarte bladzijde in mijn loopbaan!” - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Om elf uur des avonds verlieten Raffles en Charly Brand het -Lyceumtheater. - -Voordat zij in een cab plaats namen, hoorden zij de jongens schreeuwen: - -„Raffles gepakt!” - -„Raffles, de dief van de Indische smaragden!” - -Een oogenblik bleef lord Lister staan, toen kleefde hij zijn monocle in -het oog en kocht doodkalm een krant. - -Charly Brand stond te trillen op zijn beenen. Het tweetal nam nu plaats -in het rijtuig en Raffles beval naar de booten te rijden in de 23ste -straat te Hoboken. - -„Jij moet altijd een fleschje cognac bij je hebben, Charly”, zei -Raffles, „je trilt als een juffershondje en bent zoo bang als een -bakvisch.” - -„Ik wou, dat wij Amerika nooit gezien hadden”, antwoordde Charly. - -Raffles lachte: - -„Mij daarentegen bevalt dit land uitstekend. De pers houdt je zoo goed -van alles op de hoogte, ’t Is hier veel makkelijker werken dan in -Europa. Maar luister nu: De kist naar den paus is op de stoomboot -geladen. Als afzender staat er op: mr. Harry Smith uit Chicago. Jij -bent die mr. Smith. Je moet dien naam ook in de passagierslijst zetten. -Mij ken je absoluut niet. Zeg den kellner, dat hij je morgen om acht -uur wekt. Om negen uur vertrekt de trein. En hou je taai, Charly. Tot -weerziens.” - -Hij gaf Charly een hand, en verdween in de duisternis van de 23ste -straat. - - - - - - - - -ZEVENDE HOOFDSTUK. - -EEN WEDREN OM RAFFLES. - - -Den volgenden morgen schelde Baxter het hoofdbureau op en vroeg den -chef te spreken. - -„Als ge den chef wilt spreken”, luidde het antwoord, „moet ge dadelijk -naar Hoboken gaan naar de stoomvaartlijn op Italië. Daar wordt Raffles -gearresteerd.” - -„Wat?” riep Baxter terug, „vergist ge u niet?” - -„Neen. Wij kregen vanmorgen bericht, dat Raffles door een van de -beambten der stoomvaartmaatschappij herkend is, toen hij een -passagebillet kocht.” - -Baxter hing den hoorn weer aan den haak. - -„Kom mee,” zei hij tegen Marholm, „we hebben geen seconde tijd te -verliezen. Wij moeten naar Hoboken om Raffles te arresteeren!” - -Marholm glimlachtte heel even, maar heel ironisch. Hij geloofde niet -veel van die arrestatie. - -Maar hij volgde toch zijn chef, nam met dezen in de auto plaats en reed -naar Hoboken. - -In hetzelfde oogenblik gingen ook twee politieagenten naar een auto om -eveneens haar Hoboken te rijden. - -Maar daar kwam ook reeds een collega hun tegemoet, die uitriep: - -„Mr. Harrison! Mr. Smith! Ik zoek u al sinds gistermiddag in opdracht -van den chef! - -„Ge moet terstond mr. Oxford, den man met de grijze bakkebaardjes en -zijn geleider arresteeren!” - -„Uitstekend!” zei mr. Harrison, „Houd ons niet op!” - -Haastig sprong hij met zijn collega in de auto en moedigde den -chauffeur aan de andere auto in te halen. - -De chauffeur reed in het vlugste tempo, maar hij kwam toch nog één -oogenblik te laat aan de boot, die zich juist in beweging zette. - -Verscheiden kostbare minuten verstreken. - -Zij moesten tien minuten wachten, tot zij met de volgende boot de -vermeende vluchtelingen Baxter en Marholm naar Hoboken konden volgen. - -Toevallig kwam een havenstoomboot de pier voorbij. - -Mr. Harrison riep den kapitein en legitimeerde zich, waarop deze zich -bereid verklaarde, het tweetal aan boord te nemen en de Ferryboot na te -stoomen. - -Door den kijker van den kapitein zag mr. Harrison duidelijk den -vervolgde op de boegspriet staan. - -Een half uur later kwamen de beide agenten op de pier aan. - -Vlug sprongen zij aan land en zagen, dat de vervolgden zich haastten -naar de boot, die om negen uur zou vertrekken. - -Het laatste signaal weerklonk en Baxter maakte beenen. - -Maar ook de beide agenten haastten zich en voor Baxter liepen twee -mannen, Pinkerton en Tancred, die eveneens met de boot mee moesten. - -Voor dit tweetal snelde Wagner zoo gauw als zijn beenen hem konden -dragen. - -Pinkerton herkende zijn detective en riep: - -„Blijf staan, mr. Wagner!” - -Maar deze woorden verdubbelden Wagner’s haast om de gereed liggende -boot te bereiken. Hij was de stellige meening toegedaan, dat zijn chef -hem kwam arresteeren. - -Pinkerton en Tancred waren geen van beiden hardloopers en zoo kwam het, -dat eerst Baxter en Marholm en daarna Harrison en Smith hen voorkwamen. - -„Daar is de man met de grijze bakkebaarden!” riep Tancred uit en vloog -weg. - -Wagner stond juist op de laadplaat, toen hij achter zich hoorde: - -„Halt of ik schiet!” - -Met knikkende knieën keerde hij zich om. - -Achter hem stonden twee mannen, waarin hij in het volgende oogenblik -twee van zijn collega’s herkende, die zich met geweldige vaart op den -vreemde wierpen, hen beetpakten en weer aan land trokken. Wagner -daarentegen werd door een matroos aan dek getrokken, die tegelijkertijd -de loopplank wegnam. - -Nu begonnen ook reeds de machtige schroeven te arbeiden en bracht de -boot van het land af. - -De scheepskapel begon te spelen: - - - „Liefje, adé, - Scheiden doet wee!” - - -De achterblijvenden wuifden met zakdoeken en hoeden, wierpen kushanden -op en droogden tranen. - -En niemand lette op de worstelpartij tusschen Baxter, de -politieagenten, Pinkerton en Tancred. - -„Hier is Raffles!” riep Harrison tot zijn chef. - -„Idioot!” brulde Baxter en hij gaf den man een vuistslag. - -„Jullie bent gek!” riep Pinkerton tot zijn mannen, „daar aan boord -staat Raffles! Laat dien man los!” - -„Wie zijt ge?” vroeg Tancred nu aan Baxter. - -„Politieinspecteur Baxter van Scotland Yard uit Londen. En wat voor een -kameel ben jij?” - -„Commissaris Tancred uit Parijs!” - -De detectives keken elkander eenige oogenblikken totaal verbluft aan, -tot ieder losbarstte in een vloed van scheldwoorden. En daartusschen -door klonk plotseling een hartelijk lachen. Dat was detective Marholm. - -Die was op een ton gaan zitten en lachte, tot hij niet meer kon en met -de voeten tegen het leege vat trappelde. - -Aan de borstwering van deze boot echter stonden drie personen. - -Nummer een was Charly Brand of, zooals hij zich had laten inschrijven, -mr. Harry Smith uit Chicago. - -Hij was bleek van zenuwachtigheid en een zee-officier naast hem zei: - -„Wel, bij u doet de zeeziekte zich al gauw gevoelen! Ga mee en laat ons -een flink glas whisky drinken!” - -En nog een tweede stond daar, die het dringend noodig had, om een -stevig glas whisky te drinken en dat was de ontvluchte detective -Wagner. - -Nummer drie echter was John Raffles. Hij stond tegen de borstwering -geleund en keek door den kijker naar de worsteling tusschen de -detectives. - -Hij begreep terstond den samenhang van de heele geschiedenis en om zijn -mond speelde een glimlach. - -Hij ging het dek wat op en neer wandelen en stak z’n zooveelste sigaret -op. Op de passagierslijst stond hij ingeschreven als sennor Lobec uit -Cuba. - -Raffles had zich uitstekend vermomd met een bruinen baard, zoodat zelfs -Charly Brand hem niet herkende. - -Eerst op den vierden dag van de reis knoopte hij, met dezen, in het -bijzijn van een zeeofficier, een gesprek aan over het weer. - -Niemand mocht ook maar vermoeden, dat dit tweetal bij elkaar behoorde. - -Raffles was al heel gauw op zeer goeden voet met dezen officier, die -hem het heele schip liet zien, zoodat Raffles er al gauw den weg wist -en ook de bergplaats zag, waar de kist stond met den zilveren apostel, -die voor den paus bestemd was. - -Toen de officier de ruimte afsloot, zei Raffles tot zich zelven: - -„Een heel eenvoudig slot, dat doodmakkelijk te openen is.” - -Na een tocht van twaalf, dagen doemden eindelijk de lichten van den -vuurtoren van Genua op: de passagiers hadden hun bagage bij elkaar -gezocht en wachtten vol ongeduld, dat de stoomboot zou aanleggen. -Langzaam stoomde deze de haven binnen. - -Bij de laatste pier naderde een politieboot. - -In het volgende oogenblik klauterde een half dozijn Italiaansche -detectives en even zooveel karabiniers aan boord en de hoofdman deelde -den kapitein mede, dat de veelgezochte Raffles op het schip was. - -De kapitein dacht eenige seconden na. - -Toen zei hij: - -„Ik heb hier aan boord een passagier 2de klasse, die mij wel een beetje -verdacht voorkomt. Hij heeft hut nummer 48.” - -De stoomboot had nog een half uur te stoomen en de detectives hadden -intusschen tijd genoeg om hun onderzoek in te stellen. - -Toen mr. Wagner de detectives zijn hut zag binnenkomen, brak hem het -angstzweet uit. - -„Kunt ge u legitimeeren?” vroeg de Italiaan. - -„Neen,” antwoordde Wagner met bevende stem, „maar ik weet, waarvoor ge -komt. Ik zweer u echter, dat ik het sieraad niet gestolen heb.” - -„Welk sieraad?” vroeg de ander. - -Wagner deed een omslachtig verhaal. - -De Italiaansche politieman verklaarde hem in voorloopige hechtenis te -zullen nemen totdat uit Amerika de noodige opheldering kwam. - -De Italiaan zag echter ook terstond dat Wagner niet de veelgezochte -Raffles was. - -Daar trad de eerste officier naar hem toe met een visitekaartje in de -hand. - -„Zie eens hier, heer commissaris” zei hij, „ge hebt gelijk! Een steward -bracht mij zoo juist dit pakje. Wij hebben John Raffles aan boord. Hij -zond ons dit tot aandenken. Zijn baard en zijn kaartje. Lees maar -eens!” - -De politieman las: - - - Den slimmen Amerikaanschen, Engelschen, Franschen en Italiaanschen - politie-beambten, bijzonder inspecteur Baxter, zijn trouwen - collega’s uit New-York en, den Parijschen commissaris Tancred zend - ik mijn besten dank voor de grappige scene voorgevallen bij mijn - vertrek uit New-York. Voorts groet ik de Italiaansche detectives en - ik betreur het, dat ik hun gelaatsuitdrukking niet kan zien, als - zij deze kaart lezen. - - JOHN C. RAFFLES - alias LORD LISTER. - - -De Italiaan stiet een geduchten vloek uit en toen rende hij naar de -landingsplaats, waar alle passagiers langs moesten gaan. Hier kon -Raffles niet ontkomen. - -Langzaam liepen de passagiers nu de loopplank af, scherp gadegeslagen -door de detectives. Nu was ook de laatste reeds voorbijgegaan, maar -Raffles was er niet langs gekomen. - -„Haal de landingsbrug op!” beval de kapitein, „het schip zal net zoo -lang doorzocht worden, tot we hem hebben!” - -De matrozen en stewards maakten zich ten jacht gereed. Geen plekje -bleef ondoorzocht. Maar niets was er van Raffles te ontdekken. Alles, -wat er van hem was overgebleven, was de zwarte baard. En dat was -bedroevend weinig. - -„De kerel is over boord gesprongen”, meende de kapitein en met deze -boodschap konden de Italiaansche detectives van boord gaan. En dit -bericht werd ook naar Pinkerton en naar Baxter getelegrafeerd. - -De passagiers hadden intusschen vol ongeduld in het douanegebouw op hun -bagage gewacht. - -Eindelijk kwam het van boord. - -„Aan Zijne Heiligheid Paus Pius X”, las een der tolbeambten op het -metalen schild, dat op een groote kist was bevestigd, waarin de firma -Tiffany het geschenk voor den paus had verpakt. - -De beambte keek het begeleidende papier in en las op: - -„Mr. Harry Smith!” - -Deze kwam uit het gewoel te voorschijn. - -„De kist is vrij van invoerrechten,” zei de beambte, „ge kunt die -bagage meenemen.” - -Mr. Harry Smith riep eenige dienstmannen, liet de kist opladen en reed -er mee naar het station. - -Voordat hij in den trein voor Rome stapte, gaf hij een telegram af voor -het Vaticaan waarin hij de komst van het geschenk aankondigde. - -Toen hij tegen den morgen aan het Centraal Station te Rome aankwam, -werd hij door een ouderen geestelijke ontvangen. - -Nadat de heeren over en weer de noodige beleefdheidszinnen hadden -gewisseld, werd de kist met den zilveren apostel in het Lateraan -gebracht, daar voorloopig uitgepakt en voor het hoogaltaar opgesteld. -Hier moest het geschenk eerst gewijd worden, voordat de paus het -aanvaardde en uitmaakte, wat hij er mede zou doen. - -Mr. Harry Smith intusschen was afgestapt in „Hotel Continental”, zooals -Raffles met hem had afgesproken. - - - - - - - - -ACHTSTE HOOFDSTUK. - -DE DROOM VAN DEN PRIESTER. - - -Niet ver van het hoogaltaar verwijderd, zat in een kerkstoel een jong -priester, die de nachtwaak in de kapel had. - -Het was zijn taak om bij het geringste verdachte geluid de Zwitsersche -soldaten, die achter de breede gordijnen stonden opgesteld, te -waarschuwen en met hen na te zoeken of misschien een inbreker de kapel -was binnengeslopen. - -Reeds meerdere malen hadden internationale dieven getracht, de in de -kapel aanwezige kostbaarheden, die met prachtige edelsteenen versierd -waren, te rooven. - -De jonge priester las in een Latijnsch gebedenboek en prevelde halfluid -voor zich heen. - -Plotseling hoorde hij een geluid, alsof een metaal op elkander werd -geslagen. Bij het heldere maanlicht, dat door de hooge boogvensters -viel, kon hij duidelijk alles zien, wat gebeurde. - -Het geluid herhaalde zich en de jonge priester merkte op, dat het van -den zilveren apostel kwam. Hij zag nu zelfs, al was het maar voor een -oogenblik, dat een hoofd van uit den zilveren apostel wegkeek. - -De jonge priester stond op en daar hij niet bang was, ging hij naar het -beeld toe en keek, of zich daarachter misschien een vreemdeling had -verborgen. - -Maar hij ontdekte niets en in de meening, dat zijn fantasie hem parten -had gespeeld, ging hij naar zijn plaats terug en begon opnieuw bij het -matte schijnsel van een lampje te lezen. - -Langzaam verstreken de nachtelijke uren. - -De zoete wierookgeur drukte zwaar op de slapen van den jeugdigen waker, -die de grootste moeite had, om wakker te blijven. - -Hij legde het brevier terzijde, rekte de armen eens uit en keek met -slaapdronken gelaat door de kapel. - -En plotseling droomde hij, naar hij meende, een vreeselijken droom: - -Hij zag, hoe het kleed van den zilveren apostel zich opende en een -zwarte gedaante daaruit te voorschijn trad. Als verlamd keek de -priester naar deze verschijning. - -En de vreemde gestalte wendde zich tot hem en kwam met langzame -schreden al nader en nader. - -De jonge priester wilde om hulp roepen, maar zijn stem stokte hem in de -keel. Hij liet de gedaante op zich afkomen en verzette zich niet, toen -deze hem een doek voor het gelaat bond, die gedrenkt was in een -vloeistof, welke naar amandelen riekte. - -Slechts enkele seconden verliepen, toen viel de jonge priester -bewusteloos in zijn bidstoel neer. - -De vreemde priester bekeek hem eenige oogenblikken en sprak toen tot -zichzelven: - -„De vier-en-twintig uren in den zilveren apostel waren vreeselijk, maar -ik heb nu mijn weddenschap zoo goed als gewonnen, want nu zal ik mij -voor eenigen tijd de Murillo van den paus toeëigenen.” - -Het was Raffles, die in den zilveren apostel had verborgen gezeten. - -Tien uren voordat de stoomboot landde, was hij naar het ruim geslopen, -had het slot geopend en was, met behulp van Charly Brand, in het -zilveren beeld gekropen. - -Op deze manier was Raffles aan boord van de stoomboot plotseling -verdwenen en noch de detectives, noch de zeeofficiers hadden hem kunnen -vinden. - -Nu stond hij in de kapel en keek om zich heen. - -Aan den linkermuur ontdekte hij al heel spoedig de gezochte Murillo. - -Hij haalde uit een zijnis een ladder te voorschijn, klom daar doodstil -op, nam een scherp mes uit zijn zak en sneed de schilderij langs de -uiterste randen voorzichtig uit de lijst. - -Bijna een uur had het werk geduurd, toen hij eindelijk de schilderij -opgerold in de hand droeg en de ladder weer op haar plaats zette. - -De kerktorens van Rome sloegen vier uur, toen Raffles de sloten der -kerkdeuren hoorde knarsen, ten teeken, dat deze van buiten geopend -werden. - -Hij hurkte neer in een nis en achter een pijler verborgen wachtte hij, -tot de dubbele deur geopend werd en de jonge priester zijn kameraad zou -komen aflossen. - -Toen deze eindelijk kwam en den slapende ontdekte, stiet hij hem aan en -maakte hem wakker. - -Slaapdronken opende de ander de oogen, mompelde eenige onverstaanbare -woorden en stond op. - -Hij hoorde niet eens, dat de ander zei: - -„Ik zal den kardinaal rapporteeren, wat gebeurd is!” - -Met wankele schreden, nog altijd onder de inwerking der verdooving, -ging de jonge priester naar den uitgang van de kapel. - -Toen hij voor de poort kwam, riepen de Zwitsersche soldaten een luid -„Halt!” - -Verbaasd bleef de priester staan en vroeg: - -„Wat? Wat wilt ge van mij?” - -De wachthebbende officier kwam naar hem toe en sprak: - -„Wie zijt ge?” - -„Ik heb de wacht gehad,” antwoordde de jonge priester. - -„Dat kan niet in orde zijn; de priester, die de wacht had, heeft even -voor u de kapel verlaten.” - -„— —dat— —dat— —dat is onmogelijk! Ik was alleen in de kapel!” - -„Neen,” zei de officier, „wij hebben onze oogen om te zien en niet om -te slapen; even vóór u verliet een priester de kapel, die zich naar het -Vaticaan begaf.” - -In hetzelfde oogenblik werd uit de kapel luid om de wacht geroepen. - -IJlings stormden de soldaten binnen. - -Midden in de kapel stond de priester, die den ochtenddienst had en met -uitgestrekten arm wees hij naar de leege lijst van de schilderij aan -den muur. - -„Wat is er?” vroeg de officier. - -„Daar—de Murillo is gestolen.” - -Een oogenblik heerschte het diepste stilzwijgen. Het was den mannen te -moede, alsof zij een spook zagen. - -Zij gingen naar de leege lijst om zich nog eens te overtuigen en konden -niets ontdekken dan den leegen muur. - -De Murillo was verdwenen. - -De priester wendde zich tot den officier: - -„Ga vlug naar kardinaal Mansini en meld hem het gebeurde. Alarmeer de -heele wacht en voorts de pauselijke politie. Alles moet in het werk -gesteld worden om de Murillo terug te krijgen.” - -De officier vloog weg om het bevel uit te voeren. - -De priester wendde zich thans tot zijn ambtsbroeder, die als verdoofd -tegen een pilaar stond: - -„Ongelukkige, je plichtverzaking heeft ons groote schade berokkend!” - -„Ik—ik weet niet, hoe het gebeurd is,” stamelde de priester, „ik moet -wel verdoofd zijn geweest!” - -Hij herinnerde zich thans den droom en vertelde dien, zoo goed en zoo -kwaad als het ging. - -Ook kardinaal Mansini, die intusschen was gekomen, herhaalde hij den -droom. - -De kardinaal ging naar den zilveren apostel en onderzocht dezen en toen -ontdekte hij den geheimen ingang, waardoor een mensch gemakkelijk de -figuur kon binnentreden. - -Terzelfdertijd vond hij een brief, die aan het secretariaat van den -paus gericht was. - -De kardinaal opende dezen en las: - - - „Ik deel uw Hoogwelgeboren door dezen mede, dat ik helaas - genoodzaakt ben om voor den tijd van eenige weken uw Murillo te - leenen. - - „Gij kunt onbezorgd zijn, daar de Murillo, als ze haar dienst heeft - gedaan, weer onbeschadigd op de oude plaats zal worden - teruggebracht. - - „Mijn naam zal daarvoor wel waarborg zijn.” - - „JOHN C. RAFFLES.” - - -De kardinaal las den brief twee keer, toen stak hij hem bij zich. - -Zonder den omstanders eenige opheldering te geven, zei hij: - -„De zaak is opgehelderd. Ik vertrouw volkomen op den inhoud van dezen -brief. Gij allen moet over wat hier is voorgevallen, het diepste -stilzwijgen bewaren en op de vragen van nieuwsgierigen naar het -verblijf van de Murillo antwoorden, dat deze gerestaureerd wordt. Bedek -de leege plek zoolang tot de schilderij weer in ons bezit is. Hang er -een fluweelen gordijn voor.” - -Met een groetende handbeweging verliet de kardinaal de kapel en niemand -van hen, die waren achtergebleven waagde het, het bevel van den -geestelijke te overtreden. - - - -Het was ongeveer acht uur in den morgen, toen mr. Harry Smith met een -priester samen het hotel Continental in een auto verliet om, zooals zij -beweerden, een tochtje te gaan maken in de omstreken van Rome. - -Maar tevergeefs wachtte des avonds de portier op de terugkomst van den -gast en toen deze ook den volgenden dag nog niet was teruggekomen, werd -de kamer van mr. Harry Smith weer verhuurd. - -Mr. Harry Smith was weer Charly Brand geworden, en de priester was -veranderd in John C. Raffles. Zij waren met de auto naar het station -gereden en hadden kaartjes genomen naar Brindisi. In Brindisi maakten -zij van hun tijd gebruik om het uiterlijk te veranderen, door valsche -baarden aan te doen. Zoo gingen zij den volgenden dag aan boord van een -stoomboot met bestemming naar New-York. - -Raffles noemde zich gezantschapssecretaris en Charly Brand stond op de -passagierslijst ingeschreven als zijn bediende. - -In een gewone rol papier lag in de hut van Raffles de gestolen Murillo. - -Op den 22sten Januari liep de stoomboot New-York binnen. - -Zij namen hun intrek in een klein boardinghouse van de 54ste straat. — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -In Player-club zaten dien avond als gewoonlijk de leden bij elkaar en -het onderwerp van gesprek was als gewoonlijk de streken van Raffles. -Mr. Bennet moest heel wat steken slikken en hij was maar blij, dat hij -persoonlijk van Raffles nog niet de nadeelen had ondervonden. - -Mr. Bennet had zoo juist voor den twaalfden keer verklaard, dat hij in -mr. Whitney’s plaats dadelijk John Raffles herkend zou hebben, toen de -lakei van de club, vergezeld van een vreemdeling, die een rol droeg, op -mr. Bennet toetrad. - -„Deze heer wenscht u te spreken”, zei de lakei. - -Mr. Bennet kon zich niet herinneren, den vreemdeling ooit te hebben -gezien en vroeg op hoogen toon, wat er van hem verlangd werd. De -vreemdeling nam met een ruk zijn valschen baard af, kleefde glimlachend -zijn monocle in het oog en mr. Bennet keek in het gladgeschoren, -geestige gelaat van John C. Raffles. - -Diepe stilte heerschte onder de aanwezigen. Raffles had slechts -behoeven te roepen „handen hoog” en zonder eenigen tegenstand zouden -hem alle portefeuilles, chèqueboeken, briljanten en horloges worden -gegeven. - -„Gentlemen”, zei Raffles en hij maakte een hoffelijke buiging, „ik kom -naar aanleiding van mijn weddenschap met mr. Bennet en wil hem het -bewijs leveren, dat ik de weddenschap gewonnen heb.” - -Glimlachend maakte hij de rol los, die hij in de linkerhand droeg en -spreidde toen op het tapijt voor den haard de Murillo uit. - -Een luide kreet van bewondering ging op. - -„Kunt ge de echtheid bewijzen?” vroeg mr. Bennet. - -Zonder een woord te spreken keerde Raffles de schilderij om en nu kon -ieder op de achterzijde het pauselijke wapen herkennen. - -De clubleden bleven zwijgend staren, - -„Hoe komt ge aan deze schilderij?” vroeg mr. Bennet. - -Raffles maakte een komische beweging, toen hij zich voorstelde: - -„John C. Raffles”. - -Toen sprak hij: - -„Ge ziet, mr. Bennet, dat ik dus wel degelijk in het bezit ben van een -echte, een kostbare Murillo en dat ik dus mijn weddenschap, die hier in -de club zoo groot opzien baarde, glansrijk heb gewonnen. Ge verbaast u -er over? Maar dat moet ge niet doen, mr. Bennet, dat moet ge absoluut -niet doen. Ge kunt uit het gebeurde wel eenig voordeel trekken en als -ik u, voor zoo korte kennismaking, een goeden raad mag geven, dan zou -ik u willen zeggen: Wees in ’t vervolg een beetje voorzichtiger met uw -weddenschappen, mr. Bennet! En thans verzoek ik u zeer beleefd om de -chèque, waarop ik recht heb.” - -De clubleden barstten uit in vroolijk lachen. - -En mr. Bennet? - -Hij was zoo verstandig om mee te lachen, al klonk die lach dan ook wel -een heel klein beetje gedwongen. - -Toen zei hij: - -„Ge hebt gelijk. Ik heb mijn weddenschap verloren.” - -Hij haalde zijn chèque-boek uit den zak, ging aan een der -schrijftafeltjes zitten en vulde een der blaadjes in, dat hij daarna -uit het boekje scheurde en den winner overhandigde. - -„Hier is de chèque!” - -Raffles nam het blaadje, bekeek het eens met alle aandacht en zei: - -„Ik zal u morgen, zoodra de chèque door mij geïnd is, deze schilderij -zenden. Gij, op uw beurt, kunt haar dan hoogst zorgvuldig laten -inpakken en, liefst onder uitstekend en vertrouwd geleide, naar Rome -terugzenden. Als ge dit doet, mr. Bennet, zult ge het Vaticaan voor -eeuwig aan u verplichten, dat kan ik u ten stelligste verzekeren. Dan -wilde ik nog dit zeggen. Ik hoop vooral, dat ge mij bij het innen van -deze chèque op geenerlei wijze zult bemoeilijken en dat ge, indien ge -daartoe wellicht het plan mocht hebben opgevat, de recherche niet vóór -twaalf uur morgenmiddag van mijn afwezigheid zult in kennis stellen. Ge -zult u zeker wel aan dit billijke verzoek mijnerzijds willen houden, -want anders zoudt ge inderdaad handelen tegen de gewoonten van een -gentleman en, mr. Bennet, ik verzeker u, dat ik mij op schitterende -wijze zou weten te wreken.” - -Na deze woorden, die met aangename, diepe en klankrijke stem werden -geuit, rolde hij met kalm gebaar de schilderij weer op, stak de zoo pas -ontvangen chèque in zijn borstzak en wilde heengaan, nadat hij voor de -aanwezige heeren een onberispelijke buiging had gemaakt. - -Maar toen trad een der clubleden hem in den weg, die hem een lijvig -boek voorhield, gebonden in marrokijnleder, waarin alle gasten der club -hun naam plachten te zetten. En met een hoffelijke beweging vroeg hij -den bezoeker: - -„Zoudt ge zoo vriendelijk willen zijn, ons register te verrijken met uw -handteekening, zooals ge dat ook eens in Windsor-club te Londen hebt -gedaan?” - -Verrast keek Raffles op. - -„Ge doet ons daarmede inderdaad een groot genoegen,” voegde het -club-lid er nog aan toe, „ik spreek uit naam van alle aanwezigen!” - -Nu haalde Raffles uit zijn binnenzak een vulpenhouder voor den dag en -met groote, forsche, vaste letters schreef hij zijn naam in het boek. - -Raffles boog—de clubleden bogen—toen verdween de vreemdeling. - -Den achterblijvenden heeren kwam de heele geschiedenis als een dolle -droom, een verschijning uit bovenaardsche streken voor. En als niet in -het lijvig register de sprekende handteekening van John C. Raffles had -gestaan; als niet mr. Bennet, juist niet tot zijn allergrootst genoegen -twee millioen armer was geworden, dan hadden de heeren zeker alles, wat -zich in het laatste half uur had afgespeeld, voor een spookverschijning -gehouden. - -En Raffles? - -Die inde den volgenden dag de chèque, bij de uitbetaling waarvan hij -niet de geringste moeite ondervond. - -Toen zond hij de kostbare Murillo uit het Vaticaan, naar mr. Bennet, -die, zooals den vorigen avond was afgesproken, voor de verdere -verzending naar Rome zorgde. En om twee uur in den middag vermeldden de -middagbladen, die in extra-oplaag waren verschenen, het laatste -sensatiebericht over Raffles. - -Gretig kocht het publiek de kranten; de krantenjongens hadden geen -handen genoeg om hun klanten te bedienen en de geschiedenis van de -weddenschap en van den ongehoord brutalen schilderijendiefstal werd -door het op sensatie beluste publiek verslonden. - -Omstreeks denzelfden tijd waren in Londen aangekomen politie-inspecteur -Baxter van Scotland Yard, vergezeld van den New-Yorker chef Pinkerton. - -Een bom die aan hun voeten was ontploft, had geen schrikkelijker -uitwerking kunnen hebben op de beide politie-mannen dan het -ontstellende bericht dat Raffles, de Groote Onbekende, die naar hun -meening over boord was gesprongen en verdronken, zich goed en wel in -New-York bevond en daar zijn weddenschap van twee millioen van mr. -Bennet had gewonnen. - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0015: DE -ZILVEREN APOSTEL *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
