diff options
Diffstat (limited to 'old/68190-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/68190-0.txt | 2637 |
1 files changed, 0 insertions, 2637 deletions
diff --git a/old/68190-0.txt b/old/68190-0.txt deleted file mode 100644 index bbc0325..0000000 --- a/old/68190-0.txt +++ /dev/null @@ -1,2637 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0013: De inbraak in -den slaapwagen, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 0013: De inbraak in den slaapwagen - -Authors: Kurt Matull - Theo Blakensee - -Release Date: May 28, 2022 [eBook #68190] - -Language: Dutch - -Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0013: DE -INBRAAK IN DEN SLAAPWAGEN *** - - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 13 DE INBRAAK IN DEN SLAAPWAGEN. - - - - - - - - -DE INBRAAK IN DEN SLAAP-COUPE. - - -EERSTE HOOFDSTUK. [1] - -OP LEVEN EN DOOD. - - -Door de kruinen der aloude boomen van het Bois de Boulogne te Parijs -schudde de herfstwind met boozen ruk de bladeren, die naar beneden -dwarrelden en zich vormden tot een reuzentapijt, dat door de -ondergaande zon met haar valen schemer werd belicht. - -Op een afgelegen plek van het bosch stonden drie mannen, in lange -reisjassen gekleed, die vol verwachting het smalle pad langs keken, dat -naar den straatweg leidde. - -Een van het drietal wendde zich af met zwijgend gebaar en nam een mes -uit een leeren taschje, dat hij op een boomstronk had neergelegd. -Daarop nam hij nog eenige medische instrumenten en een paar fleschjes -met geneesmiddelen uit het taschje en begon toen langzaam en zorgvuldig -een rol dermatolgaas op te rollen. - -„De dokter maakt zich al klaar voor zijn werk,” sprak een der andere -heeren, „wie weet, voor wien hij de verbandmiddelen heeft uitgepakt, -graaf Epernay?” - -De toegesprokene, een jongeman van onberispelijke gestalte, knikte -toestemmend met het hoofd. - -„Waarde markies,” zei hij toen tot zijn vriend, die minstens tien jaar -ouder was dan hij en nog de fiere houding en de gebruinde -gelaatstrekken van een officier bezat, „ik ben er nog zoozeer niet van -overtuigd, dat het duel niet zal doorgaan! De gevolgen ervan zijn niet -te overzien, vooral niet voor u, waarde markies, daar ge eerst sinds -drie maanden met de mooiste vrouw van Parijs getrouwd zijt, die, als u -vandaag een ongeluk mocht overkomen, zeker ontroostbaar zou zijn!” - -Markies Raoul de Frontignac, aldus heette de Fransche officier, die -slechts voor dezen tocht zijn uniform had afgelegd, schrikte zichtbaar -en fluisterde toen met lichtelijk bewogen stem: - -„Mijn lieve Adrienne, mijn mooie, jonge vrouw! Ja, ge hebt gelijk, -graaf, voor haar zou het een zware slag zijn, als de kogel van mijn -tegenstander mij van het leven beroofde! - -„Maar juist om haar wil moet deze zaak tot de uiterste consequentie -worden doorgevoerd. Haar eer staat op het spel en daarmee is ook de -mijne gemoeid. - -„Wat tusschen mij en lord Lister is voorgevallen, is slechts op de -pistool uit te vechten. De hoon, door hem mij aangedaan, kan slechts -door bloed worden uitgewischt!” - -De jonge graaf schudde verwonderd het hoofd. - -„Sta mij toe, markies,” sprak hij, „over een aangelegenheid te spreken, -die zelfs voor mij, uw secondant, nog een raadsel is! - -„Dat het bij dit duel om een dame gaat, is mij heel duidelijk, maar het -is mij onverklaarbaar, hoe gij beide, markies de Frontignac en lord -Edward Lister tot zulk een oneenigheid zijt gekomen. - -„Want, nietwaar, lord Lister was immers uw vriend?” - -„Mijn beste vriend,” bevestigde de markies met bitterheid in zijn stem; -„ik heb lord Lister geëerd als een volmaakt gentleman, als een ideaal -vriend en nooit, nóóit zou ik hebben geloofd, dat hij zoo zou kunnen -treffen als dat geschied is! Maar wat wilt ge, beste vriend, het is een -oude geschiedenis. Als twee vrienden dezelfde vrouw liefhebben, worden -zij maar al te dikwijls verbitterde vijanden! Maar, inderdaad, lord -Lister had reeds hier moeten zijn. Hoe laat is het al? Vijf minuten -voor zes!” - -Met een ongeduldige beweging had markies Raoul de Frontignac zijn -kostbaar horloge voor den dag gehaald. - -„Mijn horloge gaat toch goed?” vroeg hij toen. - -„Zeker!” antwoordde de secondant, „lord Lister heeft nog vijf minuten -tijd, voordat hij hier moet zijn! - -„Maar wij zullen hem toch niets kunnen verwijten, als hij een kwartier -of een half uur later komt. Hij is vanmorgen eerst van Newhaven -vertrokken, het schip heeft acht uren noodig om, bij goed weer, het -Kanaal over te steken. - -„Om één uur ongeveer kan hij in Havre zijn; de sneltrein naar Parijs -vertrekt om twee uur! Dan kan hij eerst om half vijf aan het station -zijn en als hij dan....” - -„Een automobiel,” viel de markies in, „er stappen twee heeren uit. Het -is lord Lister met zijn secondant. Stil, daar is hij!” - -Van achter de boomen trad een jongeman van omstreeks dertigjarigen -leeftijd te voorschijn. Hij droeg een gekleede jas met wit vest, -sierlijke lakschoenen aan de smalle, aristocratische voeten, een -cylinderhoed en een witte chrysanth in het knoopsgat en het geheel gaf -hem het voorkomen, alsof hij zoo juist van de een of andere -feestelijkheid was teruggekomen. - -Terwijl markies de Frontignac eenige schreden achteruit trad, naderde -graaf Epernay den jongen Engelschman en reikte hem de hand. - -„Ge zijt op uw tijd, lord Lister!” sprak hij, „het is één minuut vóór -zessen!” - -„Dan ben ik nog een minuut te vroeg gekomen,” antwoordde de lord, „ik -zal den volgenden keer nog stipter zijn! - -„Mag ik u intusschen mijn secondant voorstellen, baron Sidny Bruce!” - -De Fransche graaf en de Engelsche baron gaven elkaar de hand en -begonnen toen samen over de voorschriften van het duel te -onderhandelen. - -„Wij hebben niet meer veel af te spreken,” fluisterde de graaf. - -„Driemaal worden de kogels gewisseld, den eersten keer op een afstand -van twintig pas; dan tien pas voorwaarts en lossen en ten slotte op -vijf pas afstands. In het laatste geval is de dood van een der -duellisten onvermijdelijk!” - -„Dat denk ik ook,” antwoordde de baron met de koelbloedigheid van een -Engelschman. - -„Gij hebt ook pistolen meegebracht,” vervolgde graaf Epernay, „hier -zijn onze wapens. Wij zullen er om loten, wiens wapens gebruikt zullen -worden.” - -„Dat is overbodig,” sprak baron Sidny Bruce, „lord Lister heeft mij -uitdrukkelijk verklaard, dat hij alleen de wapens van den markies -wenscht te gebruiken!” - -„Uitstekend! Maar laat ons toch allereerst trachten dit afschuwelijke -duel te verhinderen!” - -„Lord Lister heeft mij reeds verklaard dat hij bereid is, de zaak in -der minne te schikken, maar hij twijfelt eraan, of de markies daarvoor -te vinden is!” - -„Ge kunt het echter in ieder geval probeeren!” - -„Heeren!” begon graaf Epernay met luider stemme tot de beide -tegenpartijen, „het is onze plicht, u er opmerkzaam op te maken, dat -dit duel bloedige en vreeselijke gevolgen kan hebben! - -„Daar het bekend is, dat gij vroeger goede vrienden waart, denken wij, -dat een wederzijdsche verklaring— —” - -„Geen sprake van”, viel markies de Frontignac met scherpe stem in, „er -zijn beleedigingen, waarvoor geen excuus is!” - -Lord Lister hoorde deze woorden aan met een groote onverschilligheid op -zijn knap gelaat. - -Toen vroeg hij baron Bruce een lucifer en stak een sigaret aan. - -„Kijk eens, Bruce”, sprak de gentleman toen tot den Engelschman, „ik -heb dit keer zeven ringen geblazen. Totnogtoe kon ik het nooit verder -dan tot zes brengen. Hoe vind je dat kunststukje?” - -„Very fine”, antwoordde baron Bruce glimlachend. - -In hetzelfde oogenblik naderde graaf Epernay en hield lord Edward -Lister het geopende kistje voor, waarin de met zilver beslagen pistolen -op het zachte fluweel lagen. - -De lord nam een der wapens en weldra had ook markies De Frontignac zich -van een wapen voorzien. - -Twintig schreden werden afgemeten, de duellisten gingen staan. - -Markies De Frontignac had zijn overjas uitgetrokken op voorbeeld van -lord Lister, die zijn jas had uitgedaan en nu in zijn sneeuwwitte -hemdsmouwen stond. - -„Mylord”, sprak graaf Epernay, „gij hebt als gedaagde het eerste schot. -Ik tel één, twee, drie!” - -„Spinnen in den morgen baren veel zorgen!” mompelde lord Lister, „en -wijl die spin daar boven in den ouden lindeboom mij al lang verveelde, -zal ik ze maar naar de andere wereld helpen!” - -Een schot kraakte en hoog in de linde was het spinneweb verscheurd. - -„Wees zoo vriendelijk om eens even te bukken, baron”, sprak de schutter -op spottenden toon, „de spin ligt morsdood aan uw voeten!” - -„Ik geloof niet, dat wij hier zijn gekomen om grapjes te maken”, stoof -markies De Frontignac toornig op, „ik wensch u erop te wijzen, dat ik -mijn kogel zóó zal afschieten, dat hij het web van uw leven totaal -verscheurt!” - -De markies vuurde. - -Zijn kogel floot langs lord Listers hoofd en nam een paar van zijn -donkere haren mee. - -„Niet slecht!” meende de Engelschman, „maar ik zie, dat het u ernst is, -Voilà! Ge zult hem hebben! Vlak onder den derden knoop van uw vest!” - -„De heeren kunnen tien pas naderen!” zei graaf Epernay. - -Maar lord Lister antwoordde: - -„Niet noodig!” - -En in hetzelfde oogenblik, dat de graaf tot drie telde, draaide lord -Lister zich bliksemsnel om en schoot onder zijn linker schouderoksel -door. - -Een kreet—een doffe slag—markies De Frontignac lag bloedend op den -grond. - -Allen snelden op den getroffene toe. - -„Is het doodelijk, dokter?” vroeg lord Lister zacht. - -„Verloren!” sprak de dokter toonloos, „wij kunnen hem niet eens naar -zijn rijtuig brengen, over een kwartier is alles voorbij!” - -„Laat mij dan met hem alleen. Hij mag niet sterven, zonder mij nog eens -de hand te hebben gedrukt - -„Frontignac, beste vriend, herken je me? Waarom heb je mij gedwongen, -een einde te maken aan je leven, dat mij zoo dierbaar was?” - -De zwaargewonde opende wijd de oogen en de blik, waarmee hij lord -Lister aankeek, gloeide van onverzoenlijken haat - -„Ik wilde je bewaren voor een groot ongeluk”, vervolgde lord Lister, -terwijl hij zich diep over den stervende heenboog, „ik zweer je, dat ik -niets deed dan een vriendschapsdienst, toen ik......” - -Daar verstomden plotseling de woorden op de lippen van den spreker, hij -kromp ineen en zijn oogen keken vol doodelijke ontsteltenis naar den -stervende. - -Deze had hem zachtjes, héél zachtjes een woord, een enkel woord in het -oor gefluisterd en daardoor was zijn vijand al het bloed uit de wangen -geweken. - -Dit eene woord, dat de overwonnene den overwinnaar had toegefluisterd -en dat dezen zoo vreeselijk had getroffen luidde: - -„Raffles!” - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - -DE BEKENTENIS VAN DEN STERVENDE. - - -„Ik smeek u, Heeren, laat mij eenige oogenblikken met den markies -alleen, wij willen afscheid van elkander nemen. Ik heb hem onder vier -oogen nog een laatste mededeeling te doen!” - -Op heeschen toon kwamen deze woorden den Engelschman over de lippen, -maar in het volgende oogenblik had hij ook volkomen alle -tegenwoordigheid van geest terug gekregen. - -Graaf Epernay, de Engelsche baron en de dokter verwijderden zich nu. - -De Engelschman stond onbewegelijk, totdat hij er zich van overtuigd -had, dat de drie mannen buiten het gehoor waren. - -Toen boog hij zich opnieuw over den gewonde en fluisterde: - -„Ongelukkige, kent ge mijn geheim?” - -„Ik ken het, lord Lister!” antwoordde de markies met matte stem, „ik, -je beste vriend, wist al sinds langen tijd, dat jij John C. Raffles -bent, die door Scotland Yard al sinds zoo langen tijd wordt gezocht en -op wiens hoofd een prijs van duizend pond sterling is gesteld.” - -„Maar waarom heb je mij dan niet verraden?” - -„Ik zweeg, omdat ik van je hield, maar nu ik je haat, zal ik ook -spreken!” - -„Je zult daar geen tijd meer voor hebben”, sprak Raffles op somberen -toon, „niet jij zult het de wereld meedeelen, dat lord Lister de groote -onbekende is, die alle detectives in spanning houdt, omdat hij -duizendmaal sluwer en moediger is dan zij allen. Niet gij zult -vertellen, dat lord Lister onder den naam van John C. Raffles bij de -inbrekerswereld bekend is. - -„Neen, jij bent ten doode gedoemd, ongelukkige en voordat er een -kwartier verloopen is, zul je voor den rechterstoel van God -verschijnen!” - -Een gorgelend geluid ontsnapte de zwaar gewonde borst van den markies. - -„Ik weet, dat je mij maar àl te goed hebt geraakt, lord Lister,” -antwoordde hij, „maar ik heb ervoor gezorgd, dat mijn geheim niet met -mij in het graf gaat! - -„Je hebt het heiligste, dat ik bezat, het liefste ter wereld met je -minachting bezoedeld, daarvoor wil ik— —” - -„Houd op”, viel lord Lister in, en zijn groote grijze oogen schoten -vonken, „houd op, markies, dit punt verdient opheldering. - -„Je hebt mij tot dit duel gedwongen. - -„Ik kon het niet weigeren. Dat was ik aan mijn eed als edelman -verplicht. - -„Maar ik zweer je thans nog eens, nu je de dood zoo nabij is, dat ik de -waarheid sprak, toen ik je op dien avond van het bal toevoegde: - -„Als je Adrienne de Malmaison tot je vrouw maakt, dan geef je je edelen -naam aan een eerlooze avonturierster, aan een deerne; en je voorvaderen -zullen uit hun graven opstaan om je te straffen voor die snoode daad!” - -Het gelaat van den markies was reeds vaalgrauw geworden. - -Maar nog eens spande hij alle krachten in. - -„Ja, die woorden heb je mij toegevoegd, lord Lister. - -„En, zooals ik zei: deze minachting kost jou of mij het leven, wij -strijden op leven en dood!” - -„Je ziet, beste vriend, dat het jou het leven moet kosten. - -„Maar voordat je heengaat, zal ik je toch van mijn onschuld overtuigen! - -„Zie je dezen brief? - -„’t Is Adrienne’s handschrift, zooals je ziet en als je nog lezen kunt, -arme, bedrogen kerel, dan zul je bemerken, hoe je geleefd hebt aan de -zijde van een beestachtig wijf.” - -Vlug had lord Lister een geel geworden brief uit zijn portefeuille te -voorschijn gehaald. - -Hij hield het blad papier voor de oogen van den stervende en deze las -de volgende woorden: - - - „Dierbaarste lord Lister! - - „Ik smeek je, mijn geheim te bewaren. Zoo juist heeft markies Raoul - de Frontignac mij gesmeekt, zijn vrouw te worden. Die arme, goede - gek is tot over de ooren op mij verliefd. Hij is rijk, van - voornamen stand, en iemand, die zich om den vinger laat wikkelen, - als een mooie vrouw het er op aanlegt. - - „Ik smeek je, lord, verstoor mijn geluk niet. Denk eens aan de - dierbare woorden van vroeger, die ons vereenigden. Als de markies - hoort, dat ik de dochter van een kaartlegster ben, en dat je mij in - een bordeel in Kaïro hebt gevonden, waar mijn moeder mij - heenbracht, toen ik zestien jaar was, dan is voor mij alles - verloren. - - „Maar ik weet, dat je een gentleman bent en zoo iemand verraadt - geen vrouw, die hem eens zoo vurig heeft liefgehad. - - „Adrienne de Malmaison.” - - -„Deerne, mooie slang, je hebt mijn leven vergiftigd”, siste de markies -en hij stiet den brief op zij, „om die door en door slechte vrouw ben -ik dus in den dood gegaan! Daarvoor heb ik mijn besten vriend -opgeofferd! Edward, Edward! Kun je mij vergeven?” - -De Engelschman greep de beide handen van zijn vriend, die reeds koud -begonnen te worden. - -„Of ik je vergeven kan? Maar beste kerel, ik ben het immers, die -vergiffenis moet vragen en niet jij!” - -„Jij bent onschuldig, Edward, ik heb je tot dit duel gedwongen. Maar -waarom heb je mij niet eerder gewaarschuwd, dan had ik die feeks liever -geworgd dan dat ik haar mijn naam had gegeven!” - -„Ik kòn, ik mocht niet spreken. Ik zou geen edelman geweest zijn, als -ik haar verraden had, want helaas heeft haar schoonheid ook mij vele -jaren geleden betooverd en ik haar zoete gunsten van haar aangenomen, -die verplichten tot zwijgen, zelfs tegenover de beste vrienden!” - -„Ik begrijp je! Ik zou ook niet anders hebben gehandeld!” De stervende -zuchtte zwaar. - -„Maar luister nu naar mijn vreeselijke bekentenis, Edward, ook jij bent -verloren—ik heb je in het verderf gestort!” - -„Ik vermoed verschrikkelijke dingen”, stiet lord Lister uit, -„ongelukkige, je hebt een vrouw het geheim van mijn leven meegedeeld, -verraden! Een vrouw weet, dat lord Edward Lister en John C. Raffles een -en dezelfde persoon zijn!” - -„Zij weet het nog niet, maar zij heeft het geheim onder haar berusting. -Luister, want ik ga spoedig sterven, maar ik wil, ik moet je redden!” - -„Spreek, ongelukkige, elke seconde is kostbaar, vertel mij alles!” - -„Ik heb je geheim altijd bewaard als mijn oogappel, maar op dien avond, -toen ik mij door jou doodelijk beleedigd gevoelde, toen jij Adrienne -een deerne hebt genoemd, toen verliet ik het bal van den Portugeeschen -gezant en begaf mij spoorslags naar huis. Ik schreef toen alles op, wat -ik wist van je dubbel leven, alle bewijzen, die ik daarvoor bezat! Ik -verzegelde den brief en ging naar de Engelsche Bank!” - -„Naar de Engelsche Bank? En wat deed je daar met dien brief?” - -„Ik heb in die Bank een safe, waarin mijn geheele vermogen aan baar -geld en de papieren van waarde zijn geborgen. Daar heb ik den brief -bewaard!” - -„En ligt hij daar nog?” schreeuwde lord Lister in de grootste -opwinding. - -„Nog—nog—daar!” reutelde de stervende, „maar voordat ik vandaag—naar -het duel ging—gaf ik—Adrienne—den sleutel—en zei—tegen haar: - -„Als ik—voor zonsondergang niet—levend ben teruggekeerd—ga dan naar -Londen—maak mijn safe—in de Engelsche Bank—open—daar ligt een brief—o, -Lister—ik heb je overgeleverd aan een slecht wijf—aan een deerne— —zij -zal je met duivelsche vreugde vernietigen—want ik weet—dat ze jou haat— -—omdat jij haar minacht!” - -In dit oogenblik veranderde de groote onbekende geheel en al. - -Ieder spoor van opwinding was uit zijn gelaatstrekken verdwenen. Een -ijzeren kalmte straalde uit zijn blik en deed zijn mannelijk, jeugdig, -schoon gelaat als uit marmer gehouden voorkomen. - -„Antwoord mij vlug, beste vriend”, sprak hij toen, „nu kun je nog -denken, nog spreken! - -„Heb je in de Bank van Engeland het bevel achtergelaten, dat ieder, die -den sleutel brengt, toegang heeft tot de kluis, of kan dat slechts een -bepaald persoon zijn?” - -„Wie den sleutel brengt, kan de deur van de safe openen. - -„Hoop er echter niet op, dat je de deur op de een of andere manier kunt -laten springen, of dat eenige sleutel zou passen. Je weet, dat de -Engelsche Bank iederen sleutel op andere manier laat maken en dat elk -voorwerp een kunststukje op zichzelf is!” - -„Dat weet ik. Maar waar verbergt je vrouw den sleutel? Heb je dat -gezien, toen je haar dien hebt gegeven?” - -„Ja!” - -„Waar dan?” - -„Zij draagt den sleutel aan een gouden ketting om den hals!” - -„Denk je, dat zij dadelijk naar Londen zal gaan?” - -„Ik vermoed, dat zij nog vandaag zal gaan,” antwoordde de markies met -een stem, die steeds zwakker werd, „zij zal zoodra mogelijk in het -bezit van mijn vermogen willen komen!” - -„Dan is alles in orde!” mompelde lord Lister. „Adrienne de Malmaison is -nog niet in Londen aangekomen! - -„Je kunt met een veilige gedachte aan mij sterven, markies! Ik zou niet -John C. Raffles, de groote onbekende zijn, als ik den sleutel niet -afhandig maakte aan deze vrouw!” - -Met de diepste droefenis zag lord Lister, dat zijn brave vriend geen -klank meer kon uiten. - -Nog slechts een zwak handdrukje, toen zakte het lichaam van den markies -ineen. - -„Dood!” stiet Lister uit, „dood!” - -Hij drukte zijn gestorven vriend zachtjes de oogen toe en beroerde met -zijn lippen toen even het witte voorhoofd van den ontslapen vriend. - -Toen hij zich daarna oprichtte, sprak groote vastberadenheid uit zijn -blik. - -„Acht uur, vijf minuten,” fluisterde hij, terwijl hij zijn horloge te -voorschijn haalde, „als zij inderdaad vanavond nog naar Havre reist, -moet zij den sneltrein nemen, die om negen uur vertrekt! - -„Ik hoop nog op tijd te komen om met haar mee te kunnen reizen. - -„Maar—ik mag geen minuut verliezen, want de weg naar het station is -lang!” - -Thans kwamen de getuigen van het vreeselijke duel met den dokter terug. - -„Markies Raoul de Frontignac is dood,” sprak lord Lister op ernstigen -toon, „wij hebben ons verzoend en thans, heeren, moet ge mij -verontschuldigen. Gij, waarde baron Bruce, zult wel zoo goed willen -zijn, met de heeren per rijtuig naar Parijs terug te willen gaan. Ik -moet de auto gebruiken!” - -En zonder verder eenige verklaring te geven van zijn raadselachtig -gedrag, stormde lord Lister weg en sprong hij in de auto. - -De jonge chauffeur keek hem vragend aan. - -„Naar het Lyonerstation, wij moeten er om negen uur zijn,” sprak lord -Lister. - -„Onmogelijk, mijnheer! Van hier naar dat station is vijf kwartier -rijden! Ik kan er niet voor instaan, dat ge op tijd komt!” - -„Werkelijk niet? Stap dan uit! Ja, stap dan uit!” - -Het werd gezegd op een toon, die geen tegenspraak duldde. - -De chauffeur deed, wat hem bevolen was. - -In het volgende oogenblik was de handel overgehaald en als door den -wind voortgedragen, stoof de auto langs de vlakte en door den -herfstavondnevel, die intusschen over Parijs was neergedaald. - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - -EEN VROUWELIJKE DETECTIVE. - - -„Kom dadelijk—gauw—ik heb den sleutel!” - -Op dienzelfden tijd, toen de arme markies De Frontignac den kogel -kreeg, die een einde maakte aan zijn leven, riep een mooie, jonge vrouw -deze woorden door de telephoon, die in een weelderig ingericht vertrek -was aangebracht. - -„Ik ben over een kwartier bij u,” luidde het antwoord en glimlachend -ging de mooie vrouw weg van de schrijftafel, waar het toestel stond. - -Deze dame was de markiezin Adrienne de Frontignac. - -Alles wat lord Lister gezegd had over de schoonheid van deze duivelin, -bleef nog ver onder de werkelijkheid. - -De markiezin had een slanke figuur; haar weelderig haar was -kastanjebruin, haar oogen blauw als vergeet-mij-nieten en van onder -haar kostbaren peignoir kwam het allersierlijkste voetje te voorschijn. - -Niet steeds had Adrienne de Frontignac in een paleis gewoond, dat was -ingericht met alle denkbare schatten en stond in een der voornaamste -stadsgedeelten van Parijs, op den Faubourg St. Germain. - -Zeven jaren geleden had zij in een arbeiderskwartier van Parijs met -haar moeder in een klein huisje geleefd. - -Moeder Faté, aldus werd Adrienne’s opvoedster genoemd, had, toen zij -nog jong en mooi was, met een kunstenaartroep door Frankrijk gereisd; -later was zij getrouwd met een koopman en toen naar Parijs gekomen. - -De heer Faté had destijds een kleinen winkel, waarin hij goede zaakjes -maakte. Door spaarzaamheid en vlijt had hij een klein vermogen -bijeengegaard, maar vier jaren na zijn huwelijk was hij totaal -geruineerd en toen was hij aan den drank verslaafd geraakt. - -Alleen zijn ongelukkig huwelijk was daaraan schuld. Madame Faté, die -een liederlijk leven leidde, had volop genoten van het Parijsche leven -en daar haar man veel te zwak en veel te verliefd was om haar -verkwisting paal en perk te stellen, waren al heel gauw alle -spaarduitjes opgemaakt. - -Toen werden schulden gemaakt en op zekeren dag werd de heer Faté uit -zijn woning gezet en kwamen zijn mooie meubels onder den hamer. - -De rampzalige man leidde nu een leven vol ellende aan de zijde van zijn -jonge vrouw, die hem nooit had lief gehad. - -Hij begon uit vertwijfeling hoe langer hoe zwaarder te drinken, totdat -hij op zekeren dag dood in de goot werd gevonden. Juffrouw Faté ging -toen met haar dochtertje, de kleine Adrienne, in een ander -stadsgedeelte wonen en daar trachtte zij het lekke schip van haar -bestaan weer vlot te maken. - -Zij was nog een knappe vrouw en kreeg onder de arbeiders al heel -spoedig een hoop vrienden en vereerders, die zich wel graag door haar -lieten plukken. Maar toen zij ouder en leelijker werd, begon zij een -ander beroep uit te oefenen. - -Zij werd kaartlegster! - -Op gezette tijden ontving zij in haar woning de lichtgeloovigen, die -zich door haar uit de kaarten, uit de lijnen der hand en uit het -koffiedik de toekomst lieten voorspellen en ook trok zij er zelf op uit -om het dienend personeel haar diensten aan te bieden. - -Zoo gelukte het moeder Faté om zich met haar dochtertje door den tijd -te slaan. - -De kleine Adrienne groeide op tot groot genoegen van haar moeder. Zij -werd van jaar tot jaar mooier en de oude rekende reeds uit, dat haar -dochter haar spoedig groote inkomsten zou verschaffen, want als kokotte -kan men in Parijs dikwijls grof geld verdienen als men jong en mooi is. - -En Adrienne verzette zich geen oogenblik tegen de wenschen van haar -moeder. - -Alle drommels, zij had meer dan genoeg van dat ellendige leven. - -Elken dag had zij het groote glanzende Parijs voor zich met al zijn -verleidingen, zijn verlokkende schatten, waarnaar de vrouwenharten -zoozeer begeeren. - -Een rijk rentenier van diep in de vijftig was Adrienne’s eerste -minnaar; toen volgden anderen en ten slotte bood een handelaar in -blanke slavinnen moeder Faté een groote som gelds, als zij haar -dochter, wilde afstaan. - -De oude ging terstond op dit aanbod in en Adrienne werd meegenomen naar -Kaïro en daar in een publiek huis gebracht. - -Hier leerde lord Lister haar op zekeren dag kennen. - -Adrienne’s schoonheid trof hem en door allerlei leugenachtige verhalen -wist zij zijn medelijden op te wekken. - -Hij kocht Adrienne vrij voor een groote som gelds, bracht haar naar -Engeland en huurde daar een huisje voor haar, waarin het meisje geheel -zorgeloos kon leven. - -Maar lord Lister was er de man niet naar, die zich op den duur bij den -neus liet nemen. - -Al heel spoedig kwam hij tot de conclusie, dat Adrienne een door en -door verdorven schepsel was, wie de ondeugd in het bloed zat. - -Hij betrapte haar op allerlei leugens, op afspraken, die zij hield met -andere mannen en toornig stiet hij haar van zich. - -Eenige jaren gingen voorbij. - -Daar ontmoette lord Edward Lister op zekeren dag zijn besten vriend -markies Raoul de Frontignac, die destijds in Londen woonde, in -gezelschap van een jonge dame van buitengewone schoonheid, die zich -Adrienne de Malmaison noemde. - -Algemeen werd van haar verteld, dat zij de dochter was van een Fransch -aristocraat, die haar veel millioenen had nagelaten. En ook de dames -der Londensche high life waren met Adrienne de Malmaison ten zeerste -ingenomen. - -Zij betooverde iedereen en al haar vrienden en bekenden waren het er -over eens, dat Adrienne de Malmaison het bekoorlijkste schepsel op -aarde was. - -Toen lord Lister deze mooie vrouw voor het eerst in de hooge kringen -van Londen ontmoette, wist hij ook terstond, dat zij een avonturierster -was van de ergste soort, en dat hij zelve deze Adrienne Faté uit een -bordeel in Kaïro had gehaald. - -Maar hij gevoelde zich niet geroepen om de aristocraten de afkomst van -hun lieveling mee te deelen. - -Hij vond er zelfs eenig vermaak in om het spel gade te slaan, dat deze -moedige avonturierster speelde met de zoo koele, ongenaakbare Engelsche -aristocratie, en hij lachte in zijn vuistje om deze ironie van het -noodlot. - -En bovendien—lord Lister was edelman; hij zou Adrienne niet -ontmaskeren. - -Deze schoone, jonge vrouw had ook hem eens toebehoord en een man, die -eens de gunsten van een vrouw heeft aanvaard, is tot zwijgen verplicht. - -Jammer genoeg, bewaarde lord Lister ook het stilzwijgen tegenover zijn -besten vriend, markies De Frontignac. - -Hij vond trouwens niet eens tijd genoeg om den markies het verleden van -Adrienne de Malmaison op te helderen, want destijds verliet lord Lister -voor zes weken Londen om een reis te maken naar Zuid-Europa. - -Toen hij terugkeerde, ontstelde hij van de tijding, dat markies De -Frontignac zich intusschen met Adrienne de Malmaison had verloofd. - -Mocht hij zijn besten vriend een slachtoffer laten worden van deze -slechte vrouw? Mocht hij het mede aanzien, dat de dochter van een -kaartlegster en van een dronkaard, die in de goot gestorven was, -markiezin De Frontignac werd? - -Neen, duizendmaal neen! Lord Lister besloot zelf zijn vriend de oogen -te openen. - -Het bal bij den Portugeeschen gezant zou daartoe de beste gelegenheid -bieden. - -Wij weten ondertusschen, hoe ongelukkig de poging van lord Lister, om -zijn vriend een en ander op te helderen, is afgeloopen. - -Reeds na Listers eerste woorden, die hij tot zijn vriend, den markies -had gesproken; reeds na zijn woorden: „Ik waarschuw je voor Adrienne de -Malmaison, zij is een bedriegster, een deerne!” viel de markies op een -toon van de heftigste razernij in: - -„Deze beleediging, mijn bruid aangedaan, zul je met je bloed betalen!” - -Markies de Frontignac wachtte niet af, tot lord Lister hem nog meer kon -zeggen. Hij stormde weg en den volgenden dag nam hij maatregelen om den -man, die zijn bruid beleedigd had, tot een duel uit te dagen. - -Besloten werd, dat dit duel drie maanden later in het Bois de Boulogne -te Parijs zou worden gehouden. - -Lord Lister had om dit uitstel gevraagd. - -Dit had hij niet gedaan uit eigenbelang, maar hij hoopte, dat in den -loop van die drie maanden Adrienne zich zelve zou verraden. - -Maar het tegendeel geschiedde. - -Adrienne verstond het op een uitnemende manier om den markies smoorlijk -verliefd op haar te maken en op zekeren dag hoorde lord Lister, dat het -huwelijk van dit ongelijke tweetal in de Notre Dame-kerk te Parijs -gesloten was. - -Zoo was dus de dochter van de kaartlegster de gade geworden Van een der -meest geachte aristocraten van Frankrijk en hoe verachtelijk deze vrouw -ook mocht zijn—één ding verstond zij uitnemend: zij speelde haar rol op -schitterende wijze. - -Ook in de Parijsche kringen wist zij zich heel spoedig bemind te maken -en geen sterveling vermoedde iets van haar zondig leven. - -— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — - -Toen zij den hoorn weer op het telephoontoestel had gelegd, trad -Adrienne voor een prachtigen spiegel en bekeek zich daarin van top tot -teen. - -Toen maakte zij haar blouse aan den hals los en haalde een klein, -kunstig gevormd sleuteltje te voorschijn, dat aan een dun, maar stevig -gouden kettinkje op haar boezem verborgen was. - -„Eindelijk heb ik mijn doel bereikt”, fluisterde zij, „mister Baxter, -van Scotland Yard kan tevreden zijn. Hij zal zijn woord zeker houden, -als ik hem het groote geheim openbaar, dat thans het mijne is. - -„En dan—dan heb ik niet meer te vreezen, dat het spook uit vroeger -tijden mij komt storen! Dan weet niemand, wie ik was, voordat ik -markiezin de Frontignac werd!” - -Een livrei-bediende trad binnen en diende een dame aan. - -„Zij zegt, dat zij de directrice is van het modemagazijn, waar mevrouw -groote inkoopen heeft gedaan!” - -„Laat dadelijk binnenkomen en stoort mij niet, zoolang deze dame bij -mij is!” - -Die dienaar boog en vertrok. - -Even daarna trad een slanke dame binnen met scherpe, verstandige -gelaatstrekken en donker haar, dat reeds grijsde aan de slapen. - -„Ge zijt gauw gekomen, miss Wilson”, zei Adrienne. „Ge waart toch -alleen, toen ik door de telephoon met u sprak?” - -„Natuurlijk! Ik ben overigens zeer belangstellend, mevrouw, waarom ge -mij hier hebt laten komen. Ge hebt gezegd, dat uw doel bereikt was. Wat -is dat doel en wat wenscht ge overigens?” - -„Ik zal u alles meedeelen, maar neem eerst eens plaats! Zoo! Heeft mr. -Baxter ü inderdaad naar Parijs gestuurd, zonder u op de hoogte te -brengen van de zaak?” - -„Mr. Baxter van Scotland Yard, mijn chef”, antwoordde de vrouwelijke -detective, heeft mij ongeveer veertien dagen gelegen gezegd naar Parijs -te gaan en daar mijn intrek te nemen in een hotel, dat in de nabijheid -van uw paleis zich bevindt, mevrouw. Overigens moest ik mij geheel en -al te uwer beschikking stellen. - -„Tot nog toe hebt ge van mijn diensten geen gebruik gemaakt en ik ben -nog in volmaakte onwetendheid omtrent den band, die bestaat tusschen u -en mr. Baxter!” - -„Luister dan! Het gaat om niets minder dan om de inhechtenisneming van -den Grooten Onbekende!” - -Miss Wilson vloog overeind. - -„Om John C. Raffles? En kunt u aan de politie eenige aanwijzing geven, -mevrouw?” - -„Ja, dat kan ik! Raffles, de meesterdief, is verloren en over eenige -dagen is hij overgeleverd aan de Londensche politie!” - -„Dat zal een triomf zijn voor mr. Baxter! Die John C. Raffles is zijn -doodsvijand en hoeveel moeite de politie zich reeds heeft gegeven om -dien man in handen te krijgen, is niet te zeggen, maar telkens als men -denkt vat op hem te hebben, is hij spoorloos verdwenen!” - -„Mr. Baxter zal voortaan rustig kunnen slapen”, zei Adrienne de -Frontignac glimlachend. „Maar voordat ik u verder iets meedeel, moet ge -mij eerst eens heel openhartig de vraag beantwoorden, of mr. Baxter u -iets heeft onthuld omtrent mijn verleden.” - -Miss Wilson zweeg een wijl. - -Toen keek ze de schoone markiezin eenige oogenblikken doorborend aan en -sprak: - -„Ik weet alles! Mr. Baxter heeft mij alles verteld! - -„Het is mij bekend; mevrouw, wie en wat ge geweest zijt; ik weet ook, -dat ge door mr. Baxter hier in de hooge kringen zijt geïntroduceerd en -dat ge de kostbare toiletten en al het geld, waarover ge hebt kannen -beschikken, van de Londensche politie hebt gekregen. - -„Gijt zijt Baxter’s spion geweest!” - -„Dat was ik, waarom zou ik het loochenen, wij zijn dus nog gedeeltelijk -collega’s, miss Wilson!” - -„Niet heelemaal!” haastte deze zich te zeggen. „Ik ben detective van de -Londensche politie en gij zijt—nu, wij noemen zoo iemand gewoonlijk een -speurhond—het onderscheid ligt voor de hand!” - -Adrienne haalde met verachtelijk gebaar de ronde schouders op. - -„En uit die speurster der Londensche politie is later markiezin de -Frontignac geworden”, antwoordde zij, „maar laat ons hierover niet -redetwisten en luister nu liever, hoe markies de Frontignac mij op -zekeren dag openbaarde wat hij, als eenig persoon ter wereld, wist, -namelijk wie John C. Raffles is! - -„Hij kende den man, die zich achter dezen naam schuil houdt en spoedig -zal die inbreker ontmaskerd worden. - -„En wanneer zal dat oogenblik komen?” vroeg ik hem. - -„Dat is er, als ik het wensch”, antwoordde de markies op mijn vraag, -„ik heb voorloopig echter niet de minste reden om de Londensche politie -eenig genoegen te doen. - -„Maar met mijn dood kan het geheim niet te gronde gaan, want ik heb in -een document vastgelegd, wie Raffles, de Groote Onbekende is! - -„Dat verzegelde document ligt in mijn safe in de Engelsche Bank en als -ik soms eens plotseling mocht komen te sterven, dan kun jij, liefste, -het gewelf openen om den brief aan de Londensche politie te geven!” - -„En hebt ge dien sleutel, mevrouw?” - -Met een zegevierend lachje haalde Adrienne het gouden kettinkje met het -kunstig vervaardigde sleuteltje te voorschijn. - -„Hier is het. Mijn man, markies de Frontignac, heeft het mij vóór twee -uur gegeven, met de aanwijzing, dat ik onmiddellijk naar Engeland moest -reizen, als hij niet terug mocht komen van zijn wandeling. Ge snapt, -miss Wilson, wat dat beteekent. Ik heb het dadelijk begrepen! - -„De markies heeft geduelleerd. Als hij inderdaad gedood is in dit -tweegevecht, zal ik morgen vroeg dadelijk op reis naar Londen gaan om -Baxter zoo gauw, mogelijk te kunnen meededen, wie feitelijk de inbreker -Raffles is!” - -Het lichtte een oogenblik zeldzaam op in de oogen van de vrouwelijke -detective. - -„Dan hebt ge het moeilijke raadsel opgelost,” stiet zij uit, „waarmee -de Londensche politie zich al zoo lang bezighoudt, en ge zult grooten -dank oogsten! - -„De duizend pond sterling, die op het hoofd van den behendigen inbreker -gezet zijn, zullen dan ook uw deel worden!” - -De schoone Adrienne lachte smalend. - -„Dacht ge, miss Wilson, dat ik iets geef om die duizend pond sterling? - -„Ik ben rijk! Mijn man, de markies De Frontignac, behoort tot de -Fransche aristocratie. In de safe in de Engelsche Bank liggen -millioenen, die mijn eigendom zijn: - -„Om duizend pond sterling speel ik niet voor spion!” - -„Ha, ik begrijp u! Het is u om heel iets anders te doen!” - -„Ik zal u alles verklaren, miss Wilson, luister! - -„Baxter heeft mij zijn woord erop gegeven, dat hij, in hetzelfde -oogenblik waarin ik hem vertel wie John C. Raffles is, al de papieren, -die mijn herkomst aanwijzen, zal vernietigen!” - -„Mr. Baxter zal zeker zijn woord houden, maar ik betwijfel het, -mevrouw, of ge wel ooit in de gelegenheid zult zijn dezen prijs te -verdienen.” - -„Wie zou mij daarin hinderen? Ik draag den sleutel hier op de borst en -ik weet uit den mond van mijn lieven man, dat het document in de safe -ligt!” - -„Juist! Nu hebt ge den sleutel nog in uw bezit, maar over een half uur -zult ge hem misschien niet meer op uw borst dragen!” - -„En waarom niet?” - -„Omdat de markies gezond en wel kan terugkomen en van u den -noodlottigen sleutel kan terug vragen!” - -Adrienne verbleekte. - -Aan deze mogelijkheid had zij allerminst meer gedacht. - -„Luister eens naar mijn voorstel, mevrouw,” sprak nu de vrouwelijke -detective, „maak het uw echtgenoot onmogelijk, u den sleutel weer af te -nemen! - -„Ge zegt, dat het twee uur geleden is, dat de markies naar de plaats -van samenkomst is gegaan? - -„Welnu, wat verhindert u dan, aan te nemen dat hij reeds als -slachtoffer is gevallen? - -„Aarzel geen oogenblik! - -„Reis dadelijk af naar Londen! - -„Hoe laat is het? Nog tien minuten vóór achten, markiezin! De sneltrein -naar Havre vertrekt om negen uur precies van het station; wij kunnen -dus, zonder al te groote overhaasting, nog dien trein halen. - -„Wij nemen een slaapcoupé, zodat ge niet alleen zijt en geen gevaar -loopt, dat het kostbare sleuteltje u ontroofd wordt. - -„Overigens kunt ge volmaakt gerust zijn, mevrouw, ik zal bij u waken. -Met zonsopgang is de trein trouwens al in Havre. Daar gaan we dadelijk -op een schip en zijn dan om drie uur ’s middags op de Theems. - -„De Bank van Engeland blijft tot vijf uur des avonds geopend, we hebben -dan dus nog volle twee uren den tijd!” - -Adrienne had opmerkzaam geluisterd. - -Eerst had zij afwerende bewegingen gemaakt, maar langzamerhand was een -en ander haar toch niet meer zoo heel dwaas voorgekomen. - -Nu sprong ze op en op stelligen toon riep ze uit: - -„Ge hebt gelijk, miss Wilson! - -„Ik moet van deze gunstige gelegenheid gebruik maken! - -„Wacht mij dan hier! Ik ben over vijf minuten terug. Intusschen zal ik -een rijtuig voor ons bestellen dat ons naar het station kan brengen.” - -„Uitstekend, mevrouw! Nu is John C. Raffles verloren!” - -De markiezin ging heen. - -Toen de deur achter haar was dichtgevallen, verscheen een spotlach om -den mond van de vrouwelijke detective. - -„Baxter is een slimmerd,” fluisterde zij, „hij heeft altijd wel -vermoed, dat Raffles, de groote onbekende, geen gewone dief is, maar -dat hij behoort tot de hoogste kringen. - -„Daarom heeft hij ook die mooie avonturierster afgericht en haar in de -voorname kringen geïntroduceerd!” - -Eenige oogenblikken later kwam Adrienne haastig het vertrek weer -binnen, waarin de vrouwelijke detective wachtte. - -Het costuum, dat zij droeg, kleedde haar prachtig en deed haar -eigenaardige schoonheid nog des te beter uitkomen. - -„Ik heb een koffertje in het rijtuig laten brengen”, sprak zij, „waar -alles in is, wat wij voor ons kort verblijf in Londen noodig hebben! Ge -behoeft dus niet eerst naar uw hotel te gaan!” - -„Ik reis, zooals ik ben!” antwoordde miss Wilson, „ik ben dat gewend.” - -„Kom dan gauw! Het rijtuig wacht!” - -Het tweetal snelde de trappen af. - -De koetsier legde er de zweep over. - -„De sleutel, markiezin?” - -„Dien draag ik op mijn borst,” antwoordde Adrienne de Frontignac en zij -glimlachte daarbij veelbeteekenend. - -— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — - -Een uur later later keerde de markies De Frontignac inderdaad weer in -zijn paleis terug—maar hij was een stille, stomme, bleeke man geworden! - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - -DE BLINDE PASSAGIER. - - -In suizelende vaart, met een snelheid waarvan de lezer zich nauwelijks -eenige voorstelling kan maken, vloog de auto van lord Lister door de -straten van Parijs. - -Ontzettend, zooals de tuf voortsnelde! - -Als een wervelwind! - -En alle opmerkzaamheid was noodig, opdat, bij de heerschende duisternis -in de straten van Parijs, geen ongeluk mocht geschieden. - -Maar, geen nood! - -Er bestond geen chauffeur, die het in handigheid won van Lister. - -Onophoudelijk liet hij het signaal hooren. - -Alles stoof op zijde en menige vloek werd uitgestooten door koetsiers -en palfreniers en kooplieden; door wandelaars en boodschappers en -handelslieden. - -Het werd een wilde jacht. - -Want eenige bereden politie-agenten gaven onmiddellijk hun paard de -sporen en zetten den verwoeden automobilist achterna. - -Naar het station! - -Naar het Lyonsche station! - -Dat was de eenige gedachte, die lord Lister in deze oogenblikken bezig -hield. - -Hij wist immers, dat zijn vrijheid er van af hing. - -Zooals hij daar zat, de jonge Engelsche Edelman, met het bleeke -gezicht, waarin alle trekken gespannen waren, maakte hij volkomen den -indruk van een man van ijzer en staal, wiens besluit door niets is te -veranderen, en die tot elken prijs zijn doel wil bereiken. - -Gelukkig kende lord Lister Parijs op z’n duimpje. - -Trouwens, hij was in alle wereldsteden volkomen thuis; niet alleen in -Londen, waar hij geboren was, maar ook in Parijs, Weenen, Berlijn, -Madrid, Rome en Napels, zelfs in Konstantinopel, in alle groote steden -van de Vereenigde Staten en zelfs in Teheran, de hoofdstad van Perzië, -zou hij midden in den nacht den weg hebben kunnen vinden. - -„Nog een kwartier, dan ben ik aan het station”, fluisterde hij. - -Een blik op de auto-klok overtuigde hem ervan, dat het nog kwartier -voor negen was. - -Als het hem niet gelukte, den nog af te leggen weg in dertien minuten -door te vliegen, kwam hij te laat voor den sneltrein. - -Sissend, puffend vloog de machine vooruit. - -Daar was het station! - -In het maanlicht doemden torens en daken reeds op. - -Toen, eensklaps, krak—krak— - -Een schreeuw ontsnapte lord Listers borst. - -Donderend vloog de auto op zij. Een gaslantaarn werd in de vaart -meegesleurd en tegelijkertijd weerklonken angstkreten. - -Lord Lister had zich in zijn val zóó gedraaid, dat hij als een kat op -zijn voeten terecht kwam. - -Hij stond oogenblikkelijk weer op en voelde, dat hem niets was -overkomen. - -Maar uit de nauwe zijstraat kwamen reeds een half dozijn menschen -aansnellen om te kijken naar de verwoesting, door de auto aangericht. - -Het voertuig was namelijk met volle kracht tegen een boerenwagen -aangebotst, die als versplinterd ter aarde lag. - -Met één sprong stond lord Lister tusschen de ruïnes en lichtte een man -op, die hevig bloedde uit een wonde aan het hoofd en ook een beenbreuk -scheen te hebben opgeloopen. - -„Hoe heet je?” vroeg, lord Lister, „gauw, je zult er geen schade bij -lijden!” - -„Bastien Cavour, melkhandelaar uit Belleville bij Parijs”, stamelde de -ander—: „o, al mijn mooie spulletjes—pas vier weken getrouwd—en nu al—” - -„Wees stil, je zult er wel bij varen, heb geduld!” - -Toen was hij ook al verdwenen. - -De stationsklok wees twee minuten voor negen. - -Nog twee minuten! - -Honderdtwintig seconden! - -Lord Lister verdubbelde zijn schreden. - -Geen mededinger naar den Marathon-prijs had die snelheid kunnen -verbeteren. - -En voort stoof hij. - -Achter zich hoorde lord Lister de joelende, menigte, die hem na wilde -hollen. - -Maar met reuzenschreden duwde hij ieder op zij, slingerde een -spoorwegbeambte, die hem niet door wilde laten, omdat hij geen -plaatsbewijs had, terzijde en kwam op het perron, toen juist de -conducteurs de zwarte portieren dichtgooiden van den sneltrein, die om -negen uur naar Havre ging vertrekken en die zich juist in beweging -zette. - -Gelukkig! - -In een seconde was lord Lister op de treeplank en had hij met vasten -greep een coupé-deur omklemd. - -Sneller, en sneller begon de locomotief te stoomen en voorzichtig, -uiterst voorzichtig tastte Lister langs de coupé-deuren, totdat hij een -langen waggon had bereikt, waarin zich de slaapcoupé’s bevonden. - -Hij boog zich voorover en keek door een raampje naar binnen. - -Inderdaad, hij had zich niet vergist, toen hij vermoedde, dat Adrienne -dienzelfden avond nog naar Londen zou reizen. - -Daar zat zij! - -Neen, ze had er geen gras over laten groeien! - -Zoodra mogelijk was zij afgereisd naar Londen om het noodlottige -document te halen. - -Maar zij had buiten den waard gerekend! - -Voorzichtig tastte lord Lister verder naar den ingang van den coupé. - -Dat was geen gemakkelijke taak, want de trein ging thans voort met -duizelingwekkende vaart, zoodat de groote onbekende ieder oogenblik -dacht, dat hij door den heftigen tegenwind van de treeplank zou worden -geslagen. - -Maar, hoe grooter het gevaar, hoe grooter ook de zelfbeheersching van -lord Lister. - -Nu had hij de deur bereikt, die voerde naar den slaapcoupé. Hij opende -haar en trad geruischloos binnen. - -Hij was gered! - -Maar nu was het zaak om in de ruimte, naast die, waarin Adrienne -vertoefde, den nacht te kunnen doorbrengen. - -De conducteur van de slaapwagens naderde hem. - -„Wat verlangt mijnheer?” vroeg hij, „alle plaatsen in den wagon zijn -bezet.” - -„Luister eens”, antwoordde de groote onbekende, „hier zijn duizend -francs. Ik geef je die cadeau, maar ruim mij dan hier een plaatsje in”. - -„Maar meneer...” - -„Begrijp je dan niet, waarom het mij te doen is? Die mooie, jonge -vrouw!” - -„Ha, juist!” De conducteur glimlachte, „die met die oudere dame reist!” - -„Zóó, is er een oudere dame bij. Nu, dat hindert niet! Als ik vannacht -maar de afdeeling naast die mooie, jonge vrouw krijg!” - -„Neen, dat gaat niet, meneer!” - -„Wat zeg je?” - -„Daar slaapt een Turk!” - -„Breng dien man dan ergens anders onder dak!” - -„Onmogelijk!” - -„Niets is onmogelijk! Ruim dien Turk uw eigen slaapverblijf in, als het -niet anders gaat!” - -„Goed! Ik wil het doen! Maar onder welk voorwendsel?” - -„Laat dat maar aan mij over!” - -„Hoe dat zoo, meneer?” - -„Breng mij bij dien Turk!” - -„Maar...” - -„Kom, doe het!” En de Groote Onbekende drukte den conducteur het -beloofde bankbiljet in de hand. - -Deze opende nu de deur van den coupé. - -Een groote, breedgeschouderde Turk, die het zich juist een beetje -gemakkelijk had gemaakt, lag reeds te bed en snurkte. - -„Maak hem wakker”, fluisterde Lister. - -„Meneer! Wordt eens wakker! Hallo!” De conducteur schudde den slapende -heen en weer. - -„Allah is Allah, wat is er?” bromde de snorker met slaperige stem. - -„Pardon”, begon Lord Lister in het Turksch, „het spijt mij geweldig, -dat ik u moet lastig vallen. - -„Maar daar er in uw coupé nog een tweede bed is—” - -„Oho! Ik heb den heelen coupé gehuurd en betaald”, protesteerde de -Turk. - -„Volkomen waar, en het is ook volstrekt mijn bedoeling niet geweest om -u lastig te vallen, maar ik ben in Parijs plotseling ziek geworden. De -doktoren constateerden, dat aanvallen van waanzin te wachten zijn en -daarom heeft men mij, feitelijk tegen mijn zin, naar dezen trein -gebracht, opdat ik zoodra mogelijk weer in Engeland, mijn geboorteland, -terug zal zijn!” - -Nauwelijks had lord Lister deze woorden gesproken, of de Turk pakte -zijn boeltje bij elkaar en verliet zoo snel mogelijk den slaapcoupé. - -Glimlachend volgde hem de conducteur en buiten hoorde lord Lister den -in zijn rust gestoorden man nog vele Turksche vloeken uitstooten. - -Hij beweerde toen, dat hij er niet aan dacht, weer naar zijn coupé -terug te gaan en de conducteur beduidde hem, dat hij wel voor een -geschikt plaatsje zou zorgen. - -Een minuut later werd het stil. - -Lord Lister schoof nu den grendel voor de deur. - -Nu was hij alleen. Nu kon hij ongehinderd de taak, die hij zichzelf had -opgelegd, volbrengen. - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - -AAN HET WERK. - - -Voorzichtig ging hij naar den muur, die zijn coupé van Adrienne’s -scheidde. - -Hij luisterde en daar de wanden vrij dun waren, kon hij letterlijk -ieder woord verstaan. - -„Ga nu wat slapen, mevrouw”, sprak een volmaakt vreemde stem.... „ik -zal wakker blijven!” - -„Zijt ge dan niet vermoeid, miss Wilson?” - -Dat was Adrienne’s stem, die hij zoo dikwijls had gehoord. - -„Moe? Een detective mag nooit moe zijn, en mr. Baxter heeft mij -opgedragen, u te bewaken en te beschermen ten allen tijde.” - -„Ha zoo, een vrouwelijke detective”, lachte lord Lister. En Baxter -heeft haar Adrienne toegevoegd, opdat deze steeds een waakzaam persoon -in haar buurt zal hebben. - -„Dan zal mr. Baxter ook weer eens leelijk bij den neus worden genomen.” - -„Ik zal in het onderste bed gaan liggen”, hoorde Lister nu Adrienne -weer zeggen. „Gij kunt dan bovenin gaan liggen, want ook als ge niet -slapen gaat, zal toch de rust u goed doen!” - -Toen hoorde hij het ritselen van zijden rokken en—was het -verbeelding—het kwam hem voor, alsof een zoet parfum zijn reukorganen -streelde. - -„Hebt ge den sleutel nog, mevrouw?” hoorde hij toen zeggen. - -Lister spitste de ooren. - -„Natuurlijk. Hij hangt aan een kettinkje op mijn borst.” - -Toen werd het een paar minuten stil. en een oogenblik later hoorde -Lister Adrienne nog eens met slaperige stem zeggen: - -„’t Is hier toch wel verrukkelijk tusschen de koele lakens. Zijt ge nog -wakker, miss Wilson?” - -„Natuurlijk! Mijn revolver ligt naast mij en ik denk niet aan slapen!” - -Toen hoorde Lister niets meer dan het ratelen der spoorwegwielen. - - - -„En nu zal ik het mij toch maar eens wat gemakkelijk gaan maken”, sprak -lord Lister, „dat is me een dagje geweest. Eerst van iemand hooren, dat -hij het geheim van mijn leven kent, dan als een dolleman door de -straten van Parijs rennen, iemand bijna dood rijden en ten slotte een -eind op de treeplank van den sneltrein naar Havre meerijden.” - -„Oef!” - -Hij trok zij gekleede jas uit, haalde een gouden sigarettenkoker voor -den dag en begon op z’n dooie gemak te rooken. - -Hij wist, dat de sterke, prikkelende geur van deze Egyptische -sigaretten zijn zenuwen staalde en met welbehagen blies hij de blauwe -wolkjes voor zich uit. - -Met halfgesloten oogen leunde hij achterover in de fluweelen kussens, -en door zijn lange, krullende wimpers tuurde hij nadenkend voor zich -uit. - -Zoo verstreek een vol uur. - -Toen stond hij op. - -„Nu aan ’t werk, Edward”, fluisterde hij tot zichzelf, „gelukkig heb ik -steeds alles bij mij, wat ik noodig kan hebben.” - -Hij haalde uit zijn vest een juchtleeren étui te voorschijn. - -Daaruit nam hij een klein fleschje, gevuld met een lichtkleurige -vloeistof, een penseel, een stalen boor, een zaag, een breekijzer en -een kleine tang. - -Om niet het minste geluid te veroorzaken, trok de Groote Onbekende zijn -lakshoenen uit en liep op de teenen naar den muur, die zijn coupé van -Adrienne’s verblijf scheidde en luisterde, of alles volkomen stil was -geworden. - -Ja, hij kon, nadat hij zijn oor tegen den wand had gedrukt, zelfs het -regelmatig ademen hooren, dat uit het onderste bed kwam. - -Nu kon hij aan het werk gaan! - -Van zijn horlogeketting nam hij een gouden potlood en teekende een -vierkantje tegen den muur op de plaats, waar de wand het dunst was. - -Daarna bestreek hij de plek met de vloeistof uit het fleschje, waarvoor -hij het penseel gebruikte. - -Dit experiment herhaalde hij tot vier keeren toe. Toen drukte hij met -de duimen op de plek en al heel spoedig week het hout onder dien druk, -een bewijs dat de tinctuur, waarmee de muur bestreken was, het hout -totaal had opgelost. - -Nu zette lord Lister er de boor op. - -Een regen van fijne houtsnippers daalde neer en voorzichtig blies -Lister het zaagsel van den muur en van zijn kleeren. - -Daarna nam hij de zaag op en begon geheel geruischloos te werken. - -Nu moest hij probeeren, of zijn werk gelukt was. - -De meesterdief haalde een lange speld uit zijn das. Het was een gouden -sieraad, met een prachtigen diamant bezet. - -Den naald stak hij in den drilboor en toen kon hij, zonder eenige -moeite, het sieraad tot een diepte van vijf centimeter in de opening -steken. - -Nu stak hij zijn vingers in de opening en met eenige moeite gelukte het -hem, een groot stuk hout los te maken en naar zich toe te halen. - -Dit heele werkje had de grootste inspanning gekost en den meesterdief -uiterst opgewonden gemaakt. - -Zweetdroppels parelden op zijn voorhoofd en zijn handen beefden zoo -geweldig, dat hij een oogenblik rust moest nemen. - -Het gat in den muur was zoo groot, dat Lister in de andere coupé kon -kijken. - -Daar hij echter niet naar boven kon kijken, wist hij nog niet, of miss -Wilson ook was ingeslapen, of dat ze misschien nog wakker lag. - -Hij veronderstelde het laatste en besloot uiterst voorzichtig te werk -te gaan. - -Hij kon miss Wilson niet zien, maar hij kon ongehinderd in Adrienne’s -legerstede kijken. - -Zij had zich ten deele ontkleed en onder de kanten van haar hemd kon -Lister het sleuteltje zien schitteren. - -Dat sleuteltje moest hij veroveren, als hij niet verloren wilde gaan. - -Een diepe ademtocht ontsnapte zijn borst. Toen greep hij het tangetje, -opende het eenige keeren op onderzoekende wijze en deed toen een zwart -masker voor de oogen. - -Nu perste hij zijn lichaam tegen den muur en stak beide handen, waarin -hij het pincet hield, door de opening. - -Nu kwam het er op aan, voorzichtig te zijn. - -Een enkele misgreep en Adrienne zou ontwaken. - -Misschien ook waakte de vrouwelijke detective nog. - -Langzaam hief Lister zijn hand op, waarin hij de tang hield. - -Zachtjes, nauwelijks merkbaar, raakte het tangetje den sleutel. - -De trekken van lord Lister spanden zich als die van een roofdier, zijn -oogen fonkelden, maar zijn hand beefde niet. - -Een kleine beweging, een enkel drukje—de tang had het gouden kettinkje -doorgeknepen. - -In het volgende oogenblik had lord Lister het sleuteltje beetgepakt en -terwijl de vrouwelijke detective zich luisterend over den rand van haar -bed boog, roofde lord Lister den sleutel. Als een slang gleed zijn arm -terug, terwijl hij zelf, diep ademhalend, met wijd geopende oogen zich -van den wand verwijderde. - -Zijn handen hielden den kostbaren sleutel vast, een kleinood, dat voor -hem meer waard was dan alle schatten der aarde, want het -vertegenwoordigde zijn eer, zijn vrijheid, misschien zijn leven. - -Maar lord Lister was het niet gewend, zich lang over te geven aan -vreugdevolle overpeinzingen, als hem iets gelukt was. - -Met een snelle beweging borg hij het sleuteltje, zette het stuk hout -weer in de opening, stak een nieuwe sigaret op, trok lakschoenen en -gekleede jas weer aan en overtuigde zich door een blik in den spiegel, -dat hij er weer tip-top uitzag. - -Maar hij begreep nu ook, dat hij niet in den slaapcoupé kon blijven en -dat hij zich op het station te Londen niet aan Adrienne mocht -vertoonen. - -Hij moest zich dus vermommen. - -Maar bij zijn plotselinge afreis uit Parijs, had hij zijn koffers in -het hotel gelaten. - -Hoe zou hij nu aan andere kleeren komen? - -Nog geen vijf minuten had hij over dit laatste vraagstuk nagedacht, -toen hij glimlachend opstond en den coupé verliet. - -Nu wist hij, waar en hoe hij zich zou kunnen verkleeden. - -Want toen hij langs de treeplank liep, had hij, terwijl hij naar binnen -keek, in een der waggons een persoon zien zitten, die hem in dezen uit -de verlegenheid kon helpen. - -Deze man was een Russisch koopman, die een lange kaftan droeg, en een -breedgeranden cylinder op het hoofd had. - -Aan een station, waar de sneltrein slechts een minuut stopte, werd de -deur van dezen coupé geopend en een jonge man trad binnen. - -Hij groette hoffelijk en het duurde niet lang of het tweetal was in een -geanimeerd gesprek gewikkeld. - -De jongeman sprak vloeiend Russisch en de oude reiziger was bijzonder -in zijn nopjes, dat hij iemand ontmoette, die met hem zoo prettig kon -converseeren. Hij vertelde, dat hij naar Londen reisde, omdat een -koopman, wien hij voor vele duizenden roebels waren had gestuurd, op -het punt stond failliet te gaan. - -„Ik zal zien, wat ik nog kan redden,” zei de koopman uit Moskou, „ik -ben gelukkig nog op tijd gewaarschuwd, maar, als ik morgen niet tijdig -in Londen ben, verlies ik mijn geld en dan ben ik er ellendig aan toe!” - -De man sprak op klagenden toon. - -„Op mijn eerewoord, beste meneer,” vervolgde de Rus, „ik heb een vrouw -en vier kinderen, het zou toch vreeselijk zijn, als die schurk mij -straatarm maakte.” - -De jongeman antwoordde niet. - -Hij haalde zijn sigarettenkoker te voorschijn en begon te rooken. - -„Rookt ge niet? Kom, neem ook een sigaret,” voegde hij zijn reisgenoot -toe. - -Hij had zijn gouden koker al weer gesloten en toen hij den Rus nu het -doosje voorhield, had hij dit bliksemsnel omgedraaid; heel andere -sigaretten kwamen nu te zien. - -„Heel graag,” zei de Rus, „uw sigaret ruikt uitstekend.” - -Met welbehagen begon de koopman te dampen, terwijl hij lord Lister van -zijn kinderen begon te vertellen. - -Maar, plotseling begon de man allerlei wartaal te praten, zijn oogen -knipperden, totdat hij ze heelemaal sloot en insliep. - -„Wel te rusten, Moskowitsch,” zei lord Lister. „Als je morgen niet op -tijd in Londen aankomt, zul je er toch geen schade van hebben. Lord -Lister vraagt nooit diensten voor niemendal!”— - -Toen de eerste zonnestralen de zee verlichtten, in wier onmiddellijke -nabijheid het stationsgebouw lag, stopte de trein en een der eerste -passagiers, die uitstapte, was een Russisch koopman, die huiverend zijn -kaftan om zich heentrok en wiens hoofd bijna verdronk in den veel te -grooten cylinderhoed. - -Hij was ook een der eersten, die op de wachtende boot stapten en den -matroos in gebroken Engelsch vroeg: - -„Ik ben doodziek, beste vriend! Breng mij gauw naar een kajuit!” - -„Ben je al zeeziek geworden, voordat de tocht begint?” lachte de -zeerob. - -„Wel, voor geld kun je alles krijgen. Ga maar mee, ik zal je bij den -steward brengen, die zal je wel een hut aanwijzen!” - -De Rus liep achter den matroos aan, maar bij de trap bleef hij verbaasd -staan. - -Een mooie brunette was aan dek gekomen en achter haar liep een andere -dame—Adrienne en miss Wilson. Zij liepen echter niet samen, maar ieder -op zichzelf kwam aan boord. - -Toen zij elkander ontmoetten, maten de beide dames elkander met -woedenden blik. - -Lord Lister lachte. - -„Ik begrijp die boosheid volkomen”, dacht hij. „Adrienne beschuldigt -miss Wilson van den diefstal en zegt, dat deze den sleutel heeft -gestolen om hem Baxter te kunnen uitleveren! - -„Hahaha!” - -Toen verdween de Rus van het dek en al heel gauw had hij zich -teruggetrokken in zijn behagelijk ingerichte hut. - -Precies op tijd, om drie uur in den namiddag, liep de boot de -Theemsmonding binnen en bij de eerste halte verliet de Rus het schip. - -Hij liep vlak langs Adrienne heen. - -Zij keek glimlachend voor zich heen en geen zweempje van diepe -teleurstelling over den diefstal was op haar gelaat te lezen. - -„Wonderlijk”, dacht lord Lister, „ik had gedacht, dat het verlies van -het sleuteltje haar in de grootste opwinding zou brengen. Enfin, het -sleuteltje is van mij!” - -Nauwelijks was lord Lister aan land gestapt, toen hij een rijtuig nam -en naar zijn prachtige woning in Regentstreet reed. - -Hij had den koetsier een goede fooi beloofd en deze bracht hem nu in -onmogelijk korten tijd aan het doel en lette er niet op, dat een -elegant gekleed heer in plaats van een Russisch koopman, in kaftan -gehuld, uit het rijtuig stapte. - -Lord Lister keek op zijn horloge. - -Het was tien minuten vóór vieren. Hij kon dus nog wat eten, zich -verfrisschen en kleeden. Vóór vijf uur moest hij aan de Engelsche Bank -zijn. - -Het was vijf minuten over half vijf, toen Lister de Bank van Engeland -betrad. - -Hij ging dadelijk naar het betreffende bureau en zeide: - -„Ik zou wel even in mijn safe willen gaan!” - -„Hebt ge den sleutel?” - -„Hier is hij”, antwoordde lord Lister en hij toonde het sleuteltje, dat -hij in den afgeloopen nacht door list had veroverd. - -De beambte bekeek het sleuteltje een minuut lang en zei toen: - -„Ge vergist u, mijnheer—dat is geen sleuteltje van een der safes van de -Engelsche Bank!” - -Lord Lister kromp ineen. - -Het kostte hem alle moeite om een schreeuw van woede te onderdrukken. - -Met wijd opengesperde oogen staarde hij naar het sleuteltje, dat hij in -de hand hield en dat alles kon ontsluiten, behalve de safe van markies -de Frontignac! - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK. - -EEN LEVENDE DOODE. - - -„Slang, Adrienne!” kreunde lord Lister, toen hij het reuzengebouw der -Engelsche Bank verliet en de straat op wankelde. Ze heeft mij een -leelijke poets gebakken, die slechte vrouw, hoewel ik geloof, dat het -minder mij dan wel miss Wilson geldt! - -„O, ik doorzie alles! Adrienne was bang, dat miss Wilson haar met -geweld den sleutel misschien zou afnemen, daarom heeft zij een -gelijkend sleuteltje op haar borst gedragen! - -„Maar ze kan nog niet in de Bank zijn en misschien komt ze niet eens -meer op tijd, want het is al tien minuten vóór vijven! Dan blijft mij -dus tot morgen vroeg negen uur den tijd om in mijn belang te werken. - -„En ik moest niet lord Lister heeten, als ik van die gelegenheid geen -gebruik zou maken!” - -In diep gepeins verzonken, liep de meesterdief voor het Bankgebouw heen -en weer. - -Het sloeg vijf uur. - -Gelukkig! Adrienne had zich niet vertoond. - -Een minuut later kwam een beambte naar buiten om de deur te sluiten. - -Maar in hetzelfde oogenblik ook kwam een cab aanrijden, waarvan de -koetsier als een razende op de paarden ranselde. - -Lord Lister vond nog juist den tijd om zich in een nis terug te -trekken, toen Adrienne uit het rijtuig sprong en naar den hoofdingang -snelde. - -„’t Spijt me, mevrouw”, hoorde Lister den beambte zeggen, „ik kan u -niet meer toelaten, het is juist vijf uur!” - -„Maar ik moet nog naar mijn safe—niet langer dan drie minuten!” - -„Dat kan vandaag niet meer! Morgen vroeg om negen uur kunt ge hier -terecht!” - -„Ik geef u 25 pond als ge mij binnenlaat!” - -„Zelfs voor geen duizend pond, mevrouw, ik mag niet tegen de strenge -voorschriften handelen.” - -De beambte ging het gebouw binnen en wierp de deur in het slot. - -In dit oogenblik overlegde lord Lister, of hij de schoone vrouw niet -met geweld thans het sleuteltje zou kunnen afnemen. - -Maar het was druk op straat en het geval zou groot opzien baren. - -Met boos gelaat ging Adrienne weer in haar rijtuig zitten. - -„Breng mij maar naar hotel Bristol terug”, zei zij tegen den koetsier. - -„Hotel Bristol dus!” mompelde de lord op tevreden toon, „’t is ten -minste een voordeel, dat ik weet, waar ik haar in Londen kan vinden!” - -„Dat is een ellendige geschiedenis, miss Wilson”, sprak inspecteur -Baxter van Scotland Yard, op geërgerden toon, terwijl hij in zijn -bureau op en neer liep. - -„Gij hebt u door die vrouw leelijk bij den neus laten nemen!” - -„Ik ben volkomen onschuldig, inspecteur” verdedigde miss Wilson zich. -„Zij heeft mij verzekerd, dat ze den sleutel op de borst droeg en ik -heb gedurende den ganschen nacht geen oog dichtgedaan om dien sleutel -voortdurend te bewaken!” - -„En den volgenden morgen was hij toch verdwenen!” stiet Baxter woedend -uit. - -„Hij was verdwenen en de markiezin beweerde halsstarrig, dat hij des -nachts moest zijn gestolen! - -„Zij heeft mij er zelfs van beschuldigd, dat ik den diefstal had -gepleegd”. - -„Fataal!” bromde Baxter, „want als het inderdaad waar is, dat de -markies De Frontignac dit geweldige geheim heeft gekend, als hij -inderdaad heeft geweten, wie zich verschuilt achter dien verdoemden -John C. Raffles, dan is het vreeselijk, dat ons dit geheim nog niet -geopenbaard is! Ik vermoed, dat die Adrienne geen open kaart met ons -wil spelen!” - -„En waarom zou ze dat niet?” - -„Dat weet ik niet! Maar ik zal ernstige maatregelen nemen en morgen -zelf naar Parijs gaan om met den markies De Frontignac te spreken!” - -„Dan komt ge te laat, inspecteur”, glimlachte miss Wilson, „de markies -is gisteren in een duel gedood!” - -„Gedood—allemachtig, dat was mijn laatste hoop—wat is er, mr. Brown?” - -Een der detectives van Scotland Yard was binnengekomen en overhandigde -den inspecteur een visitekaartje met de woorden: - -„Deze heer zou u graag even heel dringend willen spreken!” - -„Laat hem de duivel halen! Ik ben voor niemand te spreken!” - -„Uitstekend! Ik zal het den markies zeggen!” - -„Markies? Welken markies?” - -„Wel, dat is markies De Frontignac uit Parijs!” - -Baxter trok een gezicht als een idioot - -Hij wierp een blik op het visitekaartje en— - -„De dooden staan weer uit hun graven op, miss Wilson!” lachte hij toen, -„ge hebt mij daar juist verteld, dat de markies gisteren in een duel -gevallen is en dadelijk zult ge hem in levende lijve voor u zien! -Brown, zeg den markies, dat ik hem met groot genoegen zal ontvangen”. - -De deur ging open en in de uniform van een Fransch majoor, het kruis -van het Legioen van Eer op de borst, trad markies de Frontignac de -kamer binnen. - -Baxter twijfelde er geen oogenblik aan, dat hij den markies voor zich -zag. - -Twee jaar geleden had hij hem eens gesproken op een buitenpost, en zich -toen langen tijd met hem onderhouden, en het gebruinde gelaat, met de -even grijzende snorren was den gebieder van Scotland Yard niet uit het -geheugen gegaan. - -„Wel, markies, zijt gij het inderdaad!” riep Baxter uit, „ge zijt dus -niet dood?” - -„Dood? Ik? Zooals ge ziet, waarde inspecteur, leef ik nog!” - -„Ge zijt dus gister niet in een duel gevallen?” - -„Een duel? De laatste tweestrijd dien ik gevoerd heb, ligt reeds vijf -jaren achter mij. Maar ik begrijp alles. Deze leugen is waarschijnlijk -uitgestrooid door het slechte wezen, dat ik tot gisteren nog mijn vrouw -noemde, en dat, ik moet het tot mijn schande bekennen, heden nog mijn -naam draagt!” - -Baxter en miss Wilson keken elkander verstomd aan. - -„Ge hebt dus heel droevige ervaringen met uw vrouw opgedaan?” vroeg -Baxter. „Ja, mijn waarde markies, de vrouwen zijn een wonderlijk en -meestal zeer treurig hoofdstuk in het leven der mannen.” - -Het gelaat van den markies werd somber, en zijn stem klonk hard, toen -hij uitriep: - -„Zoo schandelijk als ik werd nog nooit een man bedrogen! - -„Ik heb deze vrouw lief gehad, en elken wensch van haar ijdel hart -vervuld! - -„Ik was in de verbeelding, dat ik een eerlijk meisje, van ouden doch -verarmden adel naar het altaar had geleid! - -„En thans... - -„Thans ben ik er achter gekomen, dat ik een deerne tot mijn vrouw heb -gemaakt, eene verworpelinge, die op zeventien-jarigen leeftijd naar een -bordeel in Kaïro werd gebracht, en daar eenige jaren een -allerellendigst bestaan heeft geleid. - -„Ik stik van woede, als ik aan de schande denk, die over mijn hoofd is -gegaan!” - -„Ik moet u tot mijn spijt mededeelen, markies”, zei Baxter, „dat alles -uit het verleden van uw vrouw reeds lang bekend is, maar er zijn -gevallen, waarin zelfs de politie moet zwijgen!” - -„Maar thans vraag ik de hulp der politie”, riep de markies uit, „die -mij thans niet mag en kan geweigerd worden, want deze vrouw staat op -het punt om mij mijn geheele vermogen te ontstelen, en daarbij een -bewijs te vernietigen, dat haar zelve in het tuchthuis zou kunnen -brengen”. - -„Dat zijn allemaal dingen, die aanleiding geven tot onmiddellijke -inhechtenisneming van de voormalige Adrienne Faté”, zei Baxter. - -„Vertel eens, markies, wat is er eigenlijk gebeurd?” - -„Zij heeft mij den sleutel van mijn safe in de Engelsche Bank -gestolen”, donderde de markies. „Zij is daarmee naar Londen gevlucht en -wil nu zich al mijn schatten toeëigenen...” - -„Als wij het tenminste zoover laten komen”, viel Baxter in. - -„Bovendien beschuldig ik deze Adrienne Faté ervan”, vervolgde de -markies, „dat zij vroeger de minnares is geweest van den misdadiger, -die zich Raffles noemt. - -„Ik vond een brief van haar, en toen ik dien wilde lezen, wierp zij -zich voor mij op de knieën, en bekende, dat zij een liefdesbetrekking -met den Grooten Onbekende had onderhouden en sindsdien wist, wie -Raffles is. - -„Dat alles had zij in dien brief geschreven. Zij smeekte mij, onder een -vloed van tranen, om den brief niet te openen, en daar ik destijds nog -waanzinnig veel van haar hield, vergaf ik haar alles, maar deponeerde -den brief bij mijn vermogen in de safe op de Bank van Engeland.” - -Baxter wreef zich de handen. „Dat is prachtig!” lachte hij op -triomfantelijken toon. „Nu slaan we twee vliegen in één klap. Die -Adrienne Faté moet onmiddellijk gearresteerd worden. - -„Zij woont in Hotel Bristol. Gelukkig, miss Wilson, dat gij dit weet, -en dat we nu eindelijk eens zullen ontdekken, wie die schurk, die -Raffles is! - -„Nu zal ik de wereld eens toonen, wat inspecteur Baxter van Scotland -Yard vermag! - -„Detective Brown!” - -De detective kwam binnen, en Baxter vulde een formulier in, terwijl hij -voor zijn schrijftafel plaats nam. - -„Ga dadelijk naar Hotel Bristol. Hier is een bevel tot -inhechtenisneming, ten name van Adrienne de Frontignac, alias Adrienne -Faté. - -„Arresteer die vrouw, en breng haar naar Scotland Yard. - -„Morgen vroeg, om zeven uur, zal ik haar een kort verhoor doen -ondergaan, en haar voor den rechter van instructie brengen.” - -„Zoudt ge mij willen toestaan,” vroeg nu de markies, „om die -inhechtenisneming bij te wonen?” - -„Met genoegen—Brown, de markies gaat met je mee!” - -„En zoudt ge den detective willen opdragen, om die vrouw onmiddellijk -den sleutel van mijn safe af te nemen, en dien mij te overhandigen?” - -„Dat is niet meer dan recht en billijk. Brown zal u den sleutel geven, -en morgen vroeg, om zeven uur, verzoek ik u hier op Scotland Yard -aanwezig te zijn. - -„A propos, Brown, neem nog drie detectives mee. De vrouw zal zich -misschien verweren.” - -De detective verliet het bureau, en de markies nam afscheid. - -„Ge hebt mijn vermogen gered, mr. Baxter,” sprak hij. - -„Ik deed niets meer dan mijn plicht, markies. De Londensche politie -handelt altijd vlug en goed!” - -Nog een handdruk, nog een buiging voor de vrouwelijke detective, en in -militaire houding verliet markies De Frontignac het bureau. - -Eenige minuten later rolden twee rijtuigen naar Bristol-Hotel. - -In het een zaten de markies met detective Brown, in het tweede zaten de -drie andere detectives. - -Toen het rijtuig het voorname hotel naderde, sprak de markies op -bewogen toon: „Ik heb die onwaardige te lief gehad—ik kan haar -vernedering niet aanzien. - -„Doe mij het genoegen, waarde Brown, en breng mij den sleutel in het -café aan de overzijde. Ik zal u daar wachten.” - -Detective Brown vond dit uitstekend, en de majoor verdween in het café. - -Tien minuten later zag hij hoe een vrouw, wier handen geboeid waren, -onder hevig tegenstribbelen, door de detectives in het rijtuig werd -gezet. - -De majoor glimlachte. - -Even later ging de deur open, en Brown trad binnen. Hij hield het -sleuteltje je in de opgeheven rechterhand. - -„Hier majoor,” sprak hij, „hier is het sleuteltje van uw safe. No. 77 -staat er in gegraveerd.” - -„Juist, dat is mijn sleuteltje. Ik dank u, mr. Brown, en sta mij nu -toe, dat ik deze banknoot van honderd pond u aanbied voor uw moeite.” - -De detective stak met verheugd gelaat het geschenk in zijn -portefeuille. - -„De markiezin heeft het ons niet gemakkelijk gemaakt,” sprak hij. „Zij -ging als een krankzinnige te keer. Maar het baatte haar niet veel. Wij -hebben haar eenvoudig geboeid en aan den lijve gefouilleerd.” - -„En waar hebt ge het sleuteltje gevonden?” - -„Wij twijfelden reeds er aan, het te zullen vinden, toen mij plotseling -het hooge kapsel van de dame opviel. Ik dwong haar, dit kapsel los te -maken, en kletterend viel het sleuteltje op den vloer.” - -„Ge zijt een uitstekende rechercheur, mr. Brown, maar dat is geen -wonder. In de leerschool van mr. Baxter moet ge het wel tot zulk een -hoogte brengen.” - -Even nadat Brown was heengegaan, verliet ook de majoor het café. - -In een cab liet hij zich naar Regent Street brengen en verdween in het -huis van lord Lister. - -Wat zou inspecteur Baxter wel voor een gezicht hebben gezet, als hij -had kunnen zien, hoe de Fransche majoor zich de pruik en den valschen -baard voor een spiegel afrukte, en het fijne, geestige gelaat van lord -Lister te voorschijn kwam. - -En lord Lister lachte—lachte van ganscher harte, toen hij het kostbare -sleuteltje bekeek. Want thans geloofde hij gewonnen spel te hebben. - - - - - - - - -ZEVENDE HOOFDSTUK. - -IN DE STALEN KLUIS ONDER DE AARDE. - - -De stalen kluizen van de Engelsche Bank zijn misschien de volmaaktste -afdeelingen van deze instelling. Voor dat zij bestonden, was er -eigenlijk geen volmaakt veilige bewaarplaats voor kostbaarheden en -effecten. In Dacota was een safe, die men voor inbraak-vrij had -gehouden, door slimme dieven ondermijnd en uitgeplunderd. En in -Engeland was zoo’n safe door een valschen sleutel eenvoudig -opengesloten. - -Tegen dergelijke verrassingen zijn de in het jaar 1887 vervaardigde -vuur- en watervrije kluizen in de „Bank of England” volkomen beveiligd. - -Om deze kluizen te bereiken, gaat men eerst door een zware ijzeren -deur, en nadat men zijn naam in een boek heeft geschreven, gaat men per -lift 40 voet diep onder de aarde. De temperatuur is hier nooit onder 70 -graden Fahrenheit. - -Als men de lift heeft verlaten, loopt men een gang door. - -Wederom moet men zijn naam in een boek schrijven, en dan eerst worden -de zware sloten van een massieve, stalen kluis geopend. - -De klant treedt binnen, en het is dan aan hemzelf overgelaten om het -nummer van zijn safe te zoeken, en deze met zijn sleutel te openen. - -De bezoekers worden alleen tusschen negen uur des morgens en vijf uur -des middags toegelaten. - -Op ieder ander uur van den dag, en ook des Zaterdagsmiddags is het -onmogelijk een sleutel in een der sloten van de stalen kluizen om te -draaien. - -Lord Lister bevond zich den volgenden morgen, even over negen, veertig -voeten onder de aarde, en stond voor de hooge stalen deur, waarop het -No. 77 prijkte. - -„Eindelijk”, fluisterde Lister, en hij stak den sleutel in het slot. In -hetzelfde oogenblik bevond hij zich in een electrisch verlichte ruimte, -met een zoldering van blank staal. De vloer was van cement, want de -architect had aangenomen, dat uit de onderwereld geen geest naar boven -kon stijgen om in een der safes een visite af te steken. - -Lord Lister keek eens om zich heen in de vierkante ruimte. - -Het was hem, alsof hij zich in een gevangeniscel van de Inquisitie -bevond. Hij had den kostbaren sleutel uit het slot genomen, en liet de -stalen deur aan staan. - -Bij het schijnsel der electrische lamp opende hij de verschillende -vakken, en goud en banknoten, briljanten en oude kostbare steenen, -waardevolle papieren en akten lagen voor hem, en hij berekende, dat -hier zeker 10 millioen francs aan waarden opgestapeld lagen. - -Maar geld en goud was het ditmaal niet, dat hem in de eerste plaats -belang inboezemde. Hij zocht den brief, die zoo noodlottig voor hem had -kunnen worden, en die de bekentenis van, markies de Frontignac -behelsde. - -Eindelijk, nadat hij een half uur gezocht had, zag hij een geel -geworden brief in een kastje liggen. - -Met bevende hand opende hij het document. - -Hoezee!!! - -Hij had gevonden, wat hij zocht. - -En nu weg van hier—wie weet, hoe spoedig de dwaling van Baxter was -opgehelderd. Iedere minuut was kostbaar. - -Bliksemsnel borg hij den brief in zijn borstzak, vulde zijn zakken met -banknoten van hooge waarde. - -Toen snelde hij naar de deur, opende deze, en— — - -Met een schreeuw van ontzetting sprong hij achteruit, want op nog geen -tien passen afstands van de deur der kluis zag hij Baxter staan, -vergezeld door een twintigtal detectives, en naast den inspecteur van -Scotland Yard stond—Adrienne. - -Slechts een enkel oogenblik had Lister naar buiten gekeken, te kort, -dan dat Baxter hem zou kunnen herkennen. - -Maar de inspecteur had natuurlijk gezien, dat iemand op het punt stond, -de kluis te verlaten. - -„Blijf staan, schurk, en geef je over”, brulde Baxter, terwijl hij zijn -revolver omhoog hief. „Als je niet de duivel in eigen persoon bent, dan -ben je Raffles, de meester-dief!” - -Een schot klonk, maar de kogel sloeg tegen de stalen deur, die Lister -met geweld in het slot had geworpen, en viel op den grond neer. - -„Doe de deur open”, hoorde Lister den tiran van Scotland Yard -uitroepen. „Wij hebben hem, ditmaal kan hij ons niet ontsnappen.” - -„Wij hebben geen sleutel van de deur”, antwoorden een stem. „Niemand -heeft een sleutel van de deur, zelfs niet de directeur van de kluizen.” - -„Dan moet de deur worden ingeslagen.” - -„Dat is onmogelijk—deze stalen deuren zijn niet met geweld te -verbrijzelen. Dat is juist de betrouwbaarheid van onze safes.” - -„Maar wij moeten hier toch binnen!” - -„Ik zal u het systeem verklaren”, antwoordde de directeur op kalmen -toon. - -„Deze deur gaat vanzelf open, maar eerst morgen vroeg om negen uur. - -„Zoolang kan ik niet wachten”, sprak Baxter. „Maar weet je wat, -Brouwer, haal Hopkins, dien wij gisteren wegens zware inbraak -gearresteerd hebben. Het heet voor hem kinderwerk te zijn, deze -geldkast open te breken!” - -„Hopkins!” - -Lord Lister spitste de ooren. - -De inbreker Hopkins was hem goed bekend. Hij had als Raffles vaak -genoeg met hem te doen gehad. - -Een half uur verliep—de lucht in de stalen kluis werd bijna -onverdraaglijk. En Lister begreep, dat hij door gebrek aan zuurstof ten -doode was opgeschreven, als hij hier tot den volgenden morgen negen uur -moest blijven. - -De stem van Hopkins, die hij buiten vernam, ontrukte hem aan zijn -somber gepeins. - -„Hopkins, je moet deze deur openmaken”, zei Baxter tot den -tuchthuisboef, „en als het je lukt, zal ik je je vrijheid teruggeven”. - -„Dat laat zich hooren”, zei de inbreker, „ik zal het boeltje eens gaan -onderzoeken”. - -Hopkins klopte en hamerde tegen de deur en verklaarde ten slotte, dat -hij niets kon uitrichten. - -Baxter werd razend. - -„Ik geef je nog 200 pond bovendien”, beloofde hij, „als het je gelukt -binnen het uur de kluis te openen”. - -„En heb ik niets anders te doen, dan die deur open te breken?” vroeg de -schelm met een eigenaardig, glimlachje. - -„Niet anders”. - -„Dan zal ik het doen. Ik ben namelijk van plan”—hij nam Baxter mee voor -de groote staande klok, „om met een soort tandmeesterstang den slinger -af te knijpen, zonder de klok te laten staan, zoodat deze dan met -fabelachtige snelheid af kan loopen, en binnen drie kwartier het zoover -gebracht heeft, dat ze het negende uur van den volgenden morgen -aanwijst. - -„Dus gaat de deur open, en krijg ik mijn geld en mijn vrijheid. - -„Geef me nu een smeltkroesje en den zak die ik heb meegebracht, daar -zitten mijn instrumenten in”. - -„Uitstekend!” riep Baxter uit op vergenoegden toon, „dan zal Raffles -ons tòch niet ontsnappen!” - -Hopkins aarzelde. - -Hij onderdrukte een glimlachje. - -„Ik stel nog een voorwaarde, inspecteur; alle personen moeten hier uit -de gang gaan; nu ja, ik wil me niet graag in de kaart laten kijken!” - -Ook op deze voorwaarde ging Baxter in. - -Een paar minuten later was Hopkins alleen in de gang en bliksemsnel -ging hij naar de deur der kluis. - -„Raffles!” riep hij, „kunt ge me hooren?” - -„Ja, Hopkins, ik hoor je!” - -„Je kunt vluchten! Ik zal je den weg wijzen! - -„Al een jaar ben ik bezig, om in deze kluis in te breken. - -„Als een mol heb ik een gat gegraven tot aan den cementen vloer. - -„Nog een weekje arbeid en alles was in orde geweest. - -„Toen ben ik gisteren gearresteerd. - -„Verbrijzel het cement, Raffles, je hebt er niet meer dan drie kwartier -werk aan, laat je dan in den kuil vallen, dien je zult zien. - -„Je komt dan bij een oude kanaalgang, en als je steeds verder loopt, -belandt je in Greenwich Road, in een oud vat, dat op de binnenplaats -staat van Bob, den boevenwaard. Dan ben je gered—heb je mij begrepen, -Raffles?” - -„Volkomen, Hopkins! Dank je wel, ik zal je rijkelijk beloonen!” - -„Goeden dag, Raffles, wat zal die Baxter straks een gezicht trekken. Ik -lach me een ongeluk!” - -Lord Lister werkte een half uur als een postpaard. - -Maar toen ook was hij klaar. - -Het was ook hoog tijd, want daar buiten hoorde hij Hopkins zeggen: - -„Zie daar, heeren, de slinger is al afgeknipt. - -„Nog tien minuten en de klok zal het uur aanwijzen, waarop de deur zich -opent”. - -„Nog tien minuten”, juichte Baxter, dan zal „de wereld weten, wie de -Groote Onbekende is.” - -„En dan zal ik gewroken zijn”, jubelde Adrienne. - -In gespannen aandacht wachtte men op het voorbijgaan der minuten. - -„Hoe lang nog, Hopkins?” vroeg Baxter ongeduldig - -„Nog twee minuten!” - -„Gelukkig!” - -„Nog één minuut, nog dertig seconden—nog tien—nog vijf—en nu—” - -Met een doffe kraak vloog de deur van de kluis open. - -„Handen op, Raffles, of je bent een lijk,” donderde Baxter, „wij — —” - -De woorden bestierven hem op de lippen. - -En Hopkins beet zich de tong tot bloedens toe om niet in lachen uit te -barsten. - -„Gevlucht!” krijschte hij met roodblauw gelaat. „Raffles is -gevlucht—door den vloer is hij ter helle gevaren—kijkt—kijkt met eigen -oogen!” - -„Maar ik”, viel Hopkins in, „ik heb mijn plicht gedaan, inspecteur, ik -krijg toch eerlijk tweehonderd pond en mijn vrijheid!” - -„De duivel zal je halen! - -„Je krijgt wat je beloofd is, maar nog drieduizend pond bovendien, als -je mij nu Raffles ook nog brengt!” - -„Neen, inspecteur”, antwoordde Hopkins schouderophalend, „dàt gaat -boven mijn macht—die doet wat hij wil en is niet te pakken, maar -daarvoor is hij ook Raffles, de meesterdief!” - -„En wat nog veel erger is”, voegde Baxter er aan toe met bijna -schreiende stem, „hij is en blijft—de Groote Onbekende!” - -— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — - -Acht dagen later waren er twee gelukkige menschen op de wereld. - -De een was de melkslijter Bastien Cavour in het dorpje Belleville onder -den rook van Parijs, want hem werden anoniem honderdduizend francs -gezonden. - -De ander was de Russische koopman Moskowitsch in Moskou, die -vijftigduizend roebel schadevergoeding kreeg, omdat hij een dag te laat -in Londen was aangekomen. - -In beide gevallen was de afzender der enorme bedragen—de Groote -Onbekende. - - - - - - - - -AANTEEKENING - - -[1] Wij maken onze lezers er opmerkzaam op, dat deze bijzonder -belangwekkende geschiedenis dateert uit den tijd, toen de -Engelsche politie nog niet wist, dat lord Lister, de zeer geziene -aristocraat, dezelfde was als Raffles—de meesterdief. Destijds -was hij inderdaad nog „De groote Onbekende”. - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0013: DE -INBRAAK IN DEN SLAAPWAGEN *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
