summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/68190-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/68190-0.txt')
-rw-r--r--old/68190-0.txt2637
1 files changed, 0 insertions, 2637 deletions
diff --git a/old/68190-0.txt b/old/68190-0.txt
deleted file mode 100644
index bbc0325..0000000
--- a/old/68190-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2637 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0013: De inbraak in
-den slaapwagen, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 0013: De inbraak in den slaapwagen
-
-Authors: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: May 28, 2022 [eBook #68190]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0013: DE
-INBRAAK IN DEN SLAAPWAGEN ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 13 DE INBRAAK IN DEN SLAAPWAGEN.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE INBRAAK IN DEN SLAAP-COUPE.
-
-
-EERSTE HOOFDSTUK. [1]
-
-OP LEVEN EN DOOD.
-
-
-Door de kruinen der aloude boomen van het Bois de Boulogne te Parijs
-schudde de herfstwind met boozen ruk de bladeren, die naar beneden
-dwarrelden en zich vormden tot een reuzentapijt, dat door de
-ondergaande zon met haar valen schemer werd belicht.
-
-Op een afgelegen plek van het bosch stonden drie mannen, in lange
-reisjassen gekleed, die vol verwachting het smalle pad langs keken, dat
-naar den straatweg leidde.
-
-Een van het drietal wendde zich af met zwijgend gebaar en nam een mes
-uit een leeren taschje, dat hij op een boomstronk had neergelegd.
-Daarop nam hij nog eenige medische instrumenten en een paar fleschjes
-met geneesmiddelen uit het taschje en begon toen langzaam en zorgvuldig
-een rol dermatolgaas op te rollen.
-
-„De dokter maakt zich al klaar voor zijn werk,” sprak een der andere
-heeren, „wie weet, voor wien hij de verbandmiddelen heeft uitgepakt,
-graaf Epernay?”
-
-De toegesprokene, een jongeman van onberispelijke gestalte, knikte
-toestemmend met het hoofd.
-
-„Waarde markies,” zei hij toen tot zijn vriend, die minstens tien jaar
-ouder was dan hij en nog de fiere houding en de gebruinde
-gelaatstrekken van een officier bezat, „ik ben er nog zoozeer niet van
-overtuigd, dat het duel niet zal doorgaan! De gevolgen ervan zijn niet
-te overzien, vooral niet voor u, waarde markies, daar ge eerst sinds
-drie maanden met de mooiste vrouw van Parijs getrouwd zijt, die, als u
-vandaag een ongeluk mocht overkomen, zeker ontroostbaar zou zijn!”
-
-Markies Raoul de Frontignac, aldus heette de Fransche officier, die
-slechts voor dezen tocht zijn uniform had afgelegd, schrikte zichtbaar
-en fluisterde toen met lichtelijk bewogen stem:
-
-„Mijn lieve Adrienne, mijn mooie, jonge vrouw! Ja, ge hebt gelijk,
-graaf, voor haar zou het een zware slag zijn, als de kogel van mijn
-tegenstander mij van het leven beroofde!
-
-„Maar juist om haar wil moet deze zaak tot de uiterste consequentie
-worden doorgevoerd. Haar eer staat op het spel en daarmee is ook de
-mijne gemoeid.
-
-„Wat tusschen mij en lord Lister is voorgevallen, is slechts op de
-pistool uit te vechten. De hoon, door hem mij aangedaan, kan slechts
-door bloed worden uitgewischt!”
-
-De jonge graaf schudde verwonderd het hoofd.
-
-„Sta mij toe, markies,” sprak hij, „over een aangelegenheid te spreken,
-die zelfs voor mij, uw secondant, nog een raadsel is!
-
-„Dat het bij dit duel om een dame gaat, is mij heel duidelijk, maar het
-is mij onverklaarbaar, hoe gij beide, markies de Frontignac en lord
-Edward Lister tot zulk een oneenigheid zijt gekomen.
-
-„Want, nietwaar, lord Lister was immers uw vriend?”
-
-„Mijn beste vriend,” bevestigde de markies met bitterheid in zijn stem;
-„ik heb lord Lister geëerd als een volmaakt gentleman, als een ideaal
-vriend en nooit, nóóit zou ik hebben geloofd, dat hij zoo zou kunnen
-treffen als dat geschied is! Maar wat wilt ge, beste vriend, het is een
-oude geschiedenis. Als twee vrienden dezelfde vrouw liefhebben, worden
-zij maar al te dikwijls verbitterde vijanden! Maar, inderdaad, lord
-Lister had reeds hier moeten zijn. Hoe laat is het al? Vijf minuten
-voor zes!”
-
-Met een ongeduldige beweging had markies Raoul de Frontignac zijn
-kostbaar horloge voor den dag gehaald.
-
-„Mijn horloge gaat toch goed?” vroeg hij toen.
-
-„Zeker!” antwoordde de secondant, „lord Lister heeft nog vijf minuten
-tijd, voordat hij hier moet zijn!
-
-„Maar wij zullen hem toch niets kunnen verwijten, als hij een kwartier
-of een half uur later komt. Hij is vanmorgen eerst van Newhaven
-vertrokken, het schip heeft acht uren noodig om, bij goed weer, het
-Kanaal over te steken.
-
-„Om één uur ongeveer kan hij in Havre zijn; de sneltrein naar Parijs
-vertrekt om twee uur! Dan kan hij eerst om half vijf aan het station
-zijn en als hij dan....”
-
-„Een automobiel,” viel de markies in, „er stappen twee heeren uit. Het
-is lord Lister met zijn secondant. Stil, daar is hij!”
-
-Van achter de boomen trad een jongeman van omstreeks dertigjarigen
-leeftijd te voorschijn. Hij droeg een gekleede jas met wit vest,
-sierlijke lakschoenen aan de smalle, aristocratische voeten, een
-cylinderhoed en een witte chrysanth in het knoopsgat en het geheel gaf
-hem het voorkomen, alsof hij zoo juist van de een of andere
-feestelijkheid was teruggekomen.
-
-Terwijl markies de Frontignac eenige schreden achteruit trad, naderde
-graaf Epernay den jongen Engelschman en reikte hem de hand.
-
-„Ge zijt op uw tijd, lord Lister!” sprak hij, „het is één minuut vóór
-zessen!”
-
-„Dan ben ik nog een minuut te vroeg gekomen,” antwoordde de lord, „ik
-zal den volgenden keer nog stipter zijn!
-
-„Mag ik u intusschen mijn secondant voorstellen, baron Sidny Bruce!”
-
-De Fransche graaf en de Engelsche baron gaven elkaar de hand en
-begonnen toen samen over de voorschriften van het duel te
-onderhandelen.
-
-„Wij hebben niet meer veel af te spreken,” fluisterde de graaf.
-
-„Driemaal worden de kogels gewisseld, den eersten keer op een afstand
-van twintig pas; dan tien pas voorwaarts en lossen en ten slotte op
-vijf pas afstands. In het laatste geval is de dood van een der
-duellisten onvermijdelijk!”
-
-„Dat denk ik ook,” antwoordde de baron met de koelbloedigheid van een
-Engelschman.
-
-„Gij hebt ook pistolen meegebracht,” vervolgde graaf Epernay, „hier
-zijn onze wapens. Wij zullen er om loten, wiens wapens gebruikt zullen
-worden.”
-
-„Dat is overbodig,” sprak baron Sidny Bruce, „lord Lister heeft mij
-uitdrukkelijk verklaard, dat hij alleen de wapens van den markies
-wenscht te gebruiken!”
-
-„Uitstekend! Maar laat ons toch allereerst trachten dit afschuwelijke
-duel te verhinderen!”
-
-„Lord Lister heeft mij reeds verklaard dat hij bereid is, de zaak in
-der minne te schikken, maar hij twijfelt eraan, of de markies daarvoor
-te vinden is!”
-
-„Ge kunt het echter in ieder geval probeeren!”
-
-„Heeren!” begon graaf Epernay met luider stemme tot de beide
-tegenpartijen, „het is onze plicht, u er opmerkzaam op te maken, dat
-dit duel bloedige en vreeselijke gevolgen kan hebben!
-
-„Daar het bekend is, dat gij vroeger goede vrienden waart, denken wij,
-dat een wederzijdsche verklaring— —”
-
-„Geen sprake van”, viel markies de Frontignac met scherpe stem in, „er
-zijn beleedigingen, waarvoor geen excuus is!”
-
-Lord Lister hoorde deze woorden aan met een groote onverschilligheid op
-zijn knap gelaat.
-
-Toen vroeg hij baron Bruce een lucifer en stak een sigaret aan.
-
-„Kijk eens, Bruce”, sprak de gentleman toen tot den Engelschman, „ik
-heb dit keer zeven ringen geblazen. Totnogtoe kon ik het nooit verder
-dan tot zes brengen. Hoe vind je dat kunststukje?”
-
-„Very fine”, antwoordde baron Bruce glimlachend.
-
-In hetzelfde oogenblik naderde graaf Epernay en hield lord Edward
-Lister het geopende kistje voor, waarin de met zilver beslagen pistolen
-op het zachte fluweel lagen.
-
-De lord nam een der wapens en weldra had ook markies De Frontignac zich
-van een wapen voorzien.
-
-Twintig schreden werden afgemeten, de duellisten gingen staan.
-
-Markies De Frontignac had zijn overjas uitgetrokken op voorbeeld van
-lord Lister, die zijn jas had uitgedaan en nu in zijn sneeuwwitte
-hemdsmouwen stond.
-
-„Mylord”, sprak graaf Epernay, „gij hebt als gedaagde het eerste schot.
-Ik tel één, twee, drie!”
-
-„Spinnen in den morgen baren veel zorgen!” mompelde lord Lister, „en
-wijl die spin daar boven in den ouden lindeboom mij al lang verveelde,
-zal ik ze maar naar de andere wereld helpen!”
-
-Een schot kraakte en hoog in de linde was het spinneweb verscheurd.
-
-„Wees zoo vriendelijk om eens even te bukken, baron”, sprak de schutter
-op spottenden toon, „de spin ligt morsdood aan uw voeten!”
-
-„Ik geloof niet, dat wij hier zijn gekomen om grapjes te maken”, stoof
-markies De Frontignac toornig op, „ik wensch u erop te wijzen, dat ik
-mijn kogel zóó zal afschieten, dat hij het web van uw leven totaal
-verscheurt!”
-
-De markies vuurde.
-
-Zijn kogel floot langs lord Listers hoofd en nam een paar van zijn
-donkere haren mee.
-
-„Niet slecht!” meende de Engelschman, „maar ik zie, dat het u ernst is,
-Voilà! Ge zult hem hebben! Vlak onder den derden knoop van uw vest!”
-
-„De heeren kunnen tien pas naderen!” zei graaf Epernay.
-
-Maar lord Lister antwoordde:
-
-„Niet noodig!”
-
-En in hetzelfde oogenblik, dat de graaf tot drie telde, draaide lord
-Lister zich bliksemsnel om en schoot onder zijn linker schouderoksel
-door.
-
-Een kreet—een doffe slag—markies De Frontignac lag bloedend op den
-grond.
-
-Allen snelden op den getroffene toe.
-
-„Is het doodelijk, dokter?” vroeg lord Lister zacht.
-
-„Verloren!” sprak de dokter toonloos, „wij kunnen hem niet eens naar
-zijn rijtuig brengen, over een kwartier is alles voorbij!”
-
-„Laat mij dan met hem alleen. Hij mag niet sterven, zonder mij nog eens
-de hand te hebben gedrukt
-
-„Frontignac, beste vriend, herken je me? Waarom heb je mij gedwongen,
-een einde te maken aan je leven, dat mij zoo dierbaar was?”
-
-De zwaargewonde opende wijd de oogen en de blik, waarmee hij lord
-Lister aankeek, gloeide van onverzoenlijken haat
-
-„Ik wilde je bewaren voor een groot ongeluk”, vervolgde lord Lister,
-terwijl hij zich diep over den stervende heenboog, „ik zweer je, dat ik
-niets deed dan een vriendschapsdienst, toen ik......”
-
-Daar verstomden plotseling de woorden op de lippen van den spreker, hij
-kromp ineen en zijn oogen keken vol doodelijke ontsteltenis naar den
-stervende.
-
-Deze had hem zachtjes, héél zachtjes een woord, een enkel woord in het
-oor gefluisterd en daardoor was zijn vijand al het bloed uit de wangen
-geweken.
-
-Dit eene woord, dat de overwonnene den overwinnaar had toegefluisterd
-en dat dezen zoo vreeselijk had getroffen luidde:
-
-„Raffles!”
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-DE BEKENTENIS VAN DEN STERVENDE.
-
-
-„Ik smeek u, Heeren, laat mij eenige oogenblikken met den markies
-alleen, wij willen afscheid van elkander nemen. Ik heb hem onder vier
-oogen nog een laatste mededeeling te doen!”
-
-Op heeschen toon kwamen deze woorden den Engelschman over de lippen,
-maar in het volgende oogenblik had hij ook volkomen alle
-tegenwoordigheid van geest terug gekregen.
-
-Graaf Epernay, de Engelsche baron en de dokter verwijderden zich nu.
-
-De Engelschman stond onbewegelijk, totdat hij er zich van overtuigd
-had, dat de drie mannen buiten het gehoor waren.
-
-Toen boog hij zich opnieuw over den gewonde en fluisterde:
-
-„Ongelukkige, kent ge mijn geheim?”
-
-„Ik ken het, lord Lister!” antwoordde de markies met matte stem, „ik,
-je beste vriend, wist al sinds langen tijd, dat jij John C. Raffles
-bent, die door Scotland Yard al sinds zoo langen tijd wordt gezocht en
-op wiens hoofd een prijs van duizend pond sterling is gesteld.”
-
-„Maar waarom heb je mij dan niet verraden?”
-
-„Ik zweeg, omdat ik van je hield, maar nu ik je haat, zal ik ook
-spreken!”
-
-„Je zult daar geen tijd meer voor hebben”, sprak Raffles op somberen
-toon, „niet jij zult het de wereld meedeelen, dat lord Lister de groote
-onbekende is, die alle detectives in spanning houdt, omdat hij
-duizendmaal sluwer en moediger is dan zij allen. Niet gij zult
-vertellen, dat lord Lister onder den naam van John C. Raffles bij de
-inbrekerswereld bekend is.
-
-„Neen, jij bent ten doode gedoemd, ongelukkige en voordat er een
-kwartier verloopen is, zul je voor den rechterstoel van God
-verschijnen!”
-
-Een gorgelend geluid ontsnapte de zwaar gewonde borst van den markies.
-
-„Ik weet, dat je mij maar àl te goed hebt geraakt, lord Lister,”
-antwoordde hij, „maar ik heb ervoor gezorgd, dat mijn geheim niet met
-mij in het graf gaat!
-
-„Je hebt het heiligste, dat ik bezat, het liefste ter wereld met je
-minachting bezoedeld, daarvoor wil ik— —”
-
-„Houd op”, viel lord Lister in, en zijn groote grijze oogen schoten
-vonken, „houd op, markies, dit punt verdient opheldering.
-
-„Je hebt mij tot dit duel gedwongen.
-
-„Ik kon het niet weigeren. Dat was ik aan mijn eed als edelman
-verplicht.
-
-„Maar ik zweer je thans nog eens, nu je de dood zoo nabij is, dat ik de
-waarheid sprak, toen ik je op dien avond van het bal toevoegde:
-
-„Als je Adrienne de Malmaison tot je vrouw maakt, dan geef je je edelen
-naam aan een eerlooze avonturierster, aan een deerne; en je voorvaderen
-zullen uit hun graven opstaan om je te straffen voor die snoode daad!”
-
-Het gelaat van den markies was reeds vaalgrauw geworden.
-
-Maar nog eens spande hij alle krachten in.
-
-„Ja, die woorden heb je mij toegevoegd, lord Lister.
-
-„En, zooals ik zei: deze minachting kost jou of mij het leven, wij
-strijden op leven en dood!”
-
-„Je ziet, beste vriend, dat het jou het leven moet kosten.
-
-„Maar voordat je heengaat, zal ik je toch van mijn onschuld overtuigen!
-
-„Zie je dezen brief?
-
-„’t Is Adrienne’s handschrift, zooals je ziet en als je nog lezen kunt,
-arme, bedrogen kerel, dan zul je bemerken, hoe je geleefd hebt aan de
-zijde van een beestachtig wijf.”
-
-Vlug had lord Lister een geel geworden brief uit zijn portefeuille te
-voorschijn gehaald.
-
-Hij hield het blad papier voor de oogen van den stervende en deze las
-de volgende woorden:
-
-
- „Dierbaarste lord Lister!
-
- „Ik smeek je, mijn geheim te bewaren. Zoo juist heeft markies Raoul
- de Frontignac mij gesmeekt, zijn vrouw te worden. Die arme, goede
- gek is tot over de ooren op mij verliefd. Hij is rijk, van
- voornamen stand, en iemand, die zich om den vinger laat wikkelen,
- als een mooie vrouw het er op aanlegt.
-
- „Ik smeek je, lord, verstoor mijn geluk niet. Denk eens aan de
- dierbare woorden van vroeger, die ons vereenigden. Als de markies
- hoort, dat ik de dochter van een kaartlegster ben, en dat je mij in
- een bordeel in Kaïro hebt gevonden, waar mijn moeder mij
- heenbracht, toen ik zestien jaar was, dan is voor mij alles
- verloren.
-
- „Maar ik weet, dat je een gentleman bent en zoo iemand verraadt
- geen vrouw, die hem eens zoo vurig heeft liefgehad.
-
- „Adrienne de Malmaison.”
-
-
-„Deerne, mooie slang, je hebt mijn leven vergiftigd”, siste de markies
-en hij stiet den brief op zij, „om die door en door slechte vrouw ben
-ik dus in den dood gegaan! Daarvoor heb ik mijn besten vriend
-opgeofferd! Edward, Edward! Kun je mij vergeven?”
-
-De Engelschman greep de beide handen van zijn vriend, die reeds koud
-begonnen te worden.
-
-„Of ik je vergeven kan? Maar beste kerel, ik ben het immers, die
-vergiffenis moet vragen en niet jij!”
-
-„Jij bent onschuldig, Edward, ik heb je tot dit duel gedwongen. Maar
-waarom heb je mij niet eerder gewaarschuwd, dan had ik die feeks liever
-geworgd dan dat ik haar mijn naam had gegeven!”
-
-„Ik kòn, ik mocht niet spreken. Ik zou geen edelman geweest zijn, als
-ik haar verraden had, want helaas heeft haar schoonheid ook mij vele
-jaren geleden betooverd en ik haar zoete gunsten van haar aangenomen,
-die verplichten tot zwijgen, zelfs tegenover de beste vrienden!”
-
-„Ik begrijp je! Ik zou ook niet anders hebben gehandeld!” De stervende
-zuchtte zwaar.
-
-„Maar luister nu naar mijn vreeselijke bekentenis, Edward, ook jij bent
-verloren—ik heb je in het verderf gestort!”
-
-„Ik vermoed verschrikkelijke dingen”, stiet lord Lister uit,
-„ongelukkige, je hebt een vrouw het geheim van mijn leven meegedeeld,
-verraden! Een vrouw weet, dat lord Edward Lister en John C. Raffles een
-en dezelfde persoon zijn!”
-
-„Zij weet het nog niet, maar zij heeft het geheim onder haar berusting.
-Luister, want ik ga spoedig sterven, maar ik wil, ik moet je redden!”
-
-„Spreek, ongelukkige, elke seconde is kostbaar, vertel mij alles!”
-
-„Ik heb je geheim altijd bewaard als mijn oogappel, maar op dien avond,
-toen ik mij door jou doodelijk beleedigd gevoelde, toen jij Adrienne
-een deerne hebt genoemd, toen verliet ik het bal van den Portugeeschen
-gezant en begaf mij spoorslags naar huis. Ik schreef toen alles op, wat
-ik wist van je dubbel leven, alle bewijzen, die ik daarvoor bezat! Ik
-verzegelde den brief en ging naar de Engelsche Bank!”
-
-„Naar de Engelsche Bank? En wat deed je daar met dien brief?”
-
-„Ik heb in die Bank een safe, waarin mijn geheele vermogen aan baar
-geld en de papieren van waarde zijn geborgen. Daar heb ik den brief
-bewaard!”
-
-„En ligt hij daar nog?” schreeuwde lord Lister in de grootste
-opwinding.
-
-„Nog—nog—daar!” reutelde de stervende, „maar voordat ik vandaag—naar
-het duel ging—gaf ik—Adrienne—den sleutel—en zei—tegen haar:
-
-„Als ik—voor zonsondergang niet—levend ben teruggekeerd—ga dan naar
-Londen—maak mijn safe—in de Engelsche Bank—open—daar ligt een brief—o,
-Lister—ik heb je overgeleverd aan een slecht wijf—aan een deerne— —zij
-zal je met duivelsche vreugde vernietigen—want ik weet—dat ze jou haat—
-—omdat jij haar minacht!”
-
-In dit oogenblik veranderde de groote onbekende geheel en al.
-
-Ieder spoor van opwinding was uit zijn gelaatstrekken verdwenen. Een
-ijzeren kalmte straalde uit zijn blik en deed zijn mannelijk, jeugdig,
-schoon gelaat als uit marmer gehouden voorkomen.
-
-„Antwoord mij vlug, beste vriend”, sprak hij toen, „nu kun je nog
-denken, nog spreken!
-
-„Heb je in de Bank van Engeland het bevel achtergelaten, dat ieder, die
-den sleutel brengt, toegang heeft tot de kluis, of kan dat slechts een
-bepaald persoon zijn?”
-
-„Wie den sleutel brengt, kan de deur van de safe openen.
-
-„Hoop er echter niet op, dat je de deur op de een of andere manier kunt
-laten springen, of dat eenige sleutel zou passen. Je weet, dat de
-Engelsche Bank iederen sleutel op andere manier laat maken en dat elk
-voorwerp een kunststukje op zichzelf is!”
-
-„Dat weet ik. Maar waar verbergt je vrouw den sleutel? Heb je dat
-gezien, toen je haar dien hebt gegeven?”
-
-„Ja!”
-
-„Waar dan?”
-
-„Zij draagt den sleutel aan een gouden ketting om den hals!”
-
-„Denk je, dat zij dadelijk naar Londen zal gaan?”
-
-„Ik vermoed, dat zij nog vandaag zal gaan,” antwoordde de markies met
-een stem, die steeds zwakker werd, „zij zal zoodra mogelijk in het
-bezit van mijn vermogen willen komen!”
-
-„Dan is alles in orde!” mompelde lord Lister. „Adrienne de Malmaison is
-nog niet in Londen aangekomen!
-
-„Je kunt met een veilige gedachte aan mij sterven, markies! Ik zou niet
-John C. Raffles, de groote onbekende zijn, als ik den sleutel niet
-afhandig maakte aan deze vrouw!”
-
-Met de diepste droefenis zag lord Lister, dat zijn brave vriend geen
-klank meer kon uiten.
-
-Nog slechts een zwak handdrukje, toen zakte het lichaam van den markies
-ineen.
-
-„Dood!” stiet Lister uit, „dood!”
-
-Hij drukte zijn gestorven vriend zachtjes de oogen toe en beroerde met
-zijn lippen toen even het witte voorhoofd van den ontslapen vriend.
-
-Toen hij zich daarna oprichtte, sprak groote vastberadenheid uit zijn
-blik.
-
-„Acht uur, vijf minuten,” fluisterde hij, terwijl hij zijn horloge te
-voorschijn haalde, „als zij inderdaad vanavond nog naar Havre reist,
-moet zij den sneltrein nemen, die om negen uur vertrekt!
-
-„Ik hoop nog op tijd te komen om met haar mee te kunnen reizen.
-
-„Maar—ik mag geen minuut verliezen, want de weg naar het station is
-lang!”
-
-Thans kwamen de getuigen van het vreeselijke duel met den dokter terug.
-
-„Markies Raoul de Frontignac is dood,” sprak lord Lister op ernstigen
-toon, „wij hebben ons verzoend en thans, heeren, moet ge mij
-verontschuldigen. Gij, waarde baron Bruce, zult wel zoo goed willen
-zijn, met de heeren per rijtuig naar Parijs terug te willen gaan. Ik
-moet de auto gebruiken!”
-
-En zonder verder eenige verklaring te geven van zijn raadselachtig
-gedrag, stormde lord Lister weg en sprong hij in de auto.
-
-De jonge chauffeur keek hem vragend aan.
-
-„Naar het Lyonerstation, wij moeten er om negen uur zijn,” sprak lord
-Lister.
-
-„Onmogelijk, mijnheer! Van hier naar dat station is vijf kwartier
-rijden! Ik kan er niet voor instaan, dat ge op tijd komt!”
-
-„Werkelijk niet? Stap dan uit! Ja, stap dan uit!”
-
-Het werd gezegd op een toon, die geen tegenspraak duldde.
-
-De chauffeur deed, wat hem bevolen was.
-
-In het volgende oogenblik was de handel overgehaald en als door den
-wind voortgedragen, stoof de auto langs de vlakte en door den
-herfstavondnevel, die intusschen over Parijs was neergedaald.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-EEN VROUWELIJKE DETECTIVE.
-
-
-„Kom dadelijk—gauw—ik heb den sleutel!”
-
-Op dienzelfden tijd, toen de arme markies De Frontignac den kogel
-kreeg, die een einde maakte aan zijn leven, riep een mooie, jonge vrouw
-deze woorden door de telephoon, die in een weelderig ingericht vertrek
-was aangebracht.
-
-„Ik ben over een kwartier bij u,” luidde het antwoord en glimlachend
-ging de mooie vrouw weg van de schrijftafel, waar het toestel stond.
-
-Deze dame was de markiezin Adrienne de Frontignac.
-
-Alles wat lord Lister gezegd had over de schoonheid van deze duivelin,
-bleef nog ver onder de werkelijkheid.
-
-De markiezin had een slanke figuur; haar weelderig haar was
-kastanjebruin, haar oogen blauw als vergeet-mij-nieten en van onder
-haar kostbaren peignoir kwam het allersierlijkste voetje te voorschijn.
-
-Niet steeds had Adrienne de Frontignac in een paleis gewoond, dat was
-ingericht met alle denkbare schatten en stond in een der voornaamste
-stadsgedeelten van Parijs, op den Faubourg St. Germain.
-
-Zeven jaren geleden had zij in een arbeiderskwartier van Parijs met
-haar moeder in een klein huisje geleefd.
-
-Moeder Faté, aldus werd Adrienne’s opvoedster genoemd, had, toen zij
-nog jong en mooi was, met een kunstenaartroep door Frankrijk gereisd;
-later was zij getrouwd met een koopman en toen naar Parijs gekomen.
-
-De heer Faté had destijds een kleinen winkel, waarin hij goede zaakjes
-maakte. Door spaarzaamheid en vlijt had hij een klein vermogen
-bijeengegaard, maar vier jaren na zijn huwelijk was hij totaal
-geruineerd en toen was hij aan den drank verslaafd geraakt.
-
-Alleen zijn ongelukkig huwelijk was daaraan schuld. Madame Faté, die
-een liederlijk leven leidde, had volop genoten van het Parijsche leven
-en daar haar man veel te zwak en veel te verliefd was om haar
-verkwisting paal en perk te stellen, waren al heel gauw alle
-spaarduitjes opgemaakt.
-
-Toen werden schulden gemaakt en op zekeren dag werd de heer Faté uit
-zijn woning gezet en kwamen zijn mooie meubels onder den hamer.
-
-De rampzalige man leidde nu een leven vol ellende aan de zijde van zijn
-jonge vrouw, die hem nooit had lief gehad.
-
-Hij begon uit vertwijfeling hoe langer hoe zwaarder te drinken, totdat
-hij op zekeren dag dood in de goot werd gevonden. Juffrouw Faté ging
-toen met haar dochtertje, de kleine Adrienne, in een ander
-stadsgedeelte wonen en daar trachtte zij het lekke schip van haar
-bestaan weer vlot te maken.
-
-Zij was nog een knappe vrouw en kreeg onder de arbeiders al heel
-spoedig een hoop vrienden en vereerders, die zich wel graag door haar
-lieten plukken. Maar toen zij ouder en leelijker werd, begon zij een
-ander beroep uit te oefenen.
-
-Zij werd kaartlegster!
-
-Op gezette tijden ontving zij in haar woning de lichtgeloovigen, die
-zich door haar uit de kaarten, uit de lijnen der hand en uit het
-koffiedik de toekomst lieten voorspellen en ook trok zij er zelf op uit
-om het dienend personeel haar diensten aan te bieden.
-
-Zoo gelukte het moeder Faté om zich met haar dochtertje door den tijd
-te slaan.
-
-De kleine Adrienne groeide op tot groot genoegen van haar moeder. Zij
-werd van jaar tot jaar mooier en de oude rekende reeds uit, dat haar
-dochter haar spoedig groote inkomsten zou verschaffen, want als kokotte
-kan men in Parijs dikwijls grof geld verdienen als men jong en mooi is.
-
-En Adrienne verzette zich geen oogenblik tegen de wenschen van haar
-moeder.
-
-Alle drommels, zij had meer dan genoeg van dat ellendige leven.
-
-Elken dag had zij het groote glanzende Parijs voor zich met al zijn
-verleidingen, zijn verlokkende schatten, waarnaar de vrouwenharten
-zoozeer begeeren.
-
-Een rijk rentenier van diep in de vijftig was Adrienne’s eerste
-minnaar; toen volgden anderen en ten slotte bood een handelaar in
-blanke slavinnen moeder Faté een groote som gelds, als zij haar
-dochter, wilde afstaan.
-
-De oude ging terstond op dit aanbod in en Adrienne werd meegenomen naar
-Kaïro en daar in een publiek huis gebracht.
-
-Hier leerde lord Lister haar op zekeren dag kennen.
-
-Adrienne’s schoonheid trof hem en door allerlei leugenachtige verhalen
-wist zij zijn medelijden op te wekken.
-
-Hij kocht Adrienne vrij voor een groote som gelds, bracht haar naar
-Engeland en huurde daar een huisje voor haar, waarin het meisje geheel
-zorgeloos kon leven.
-
-Maar lord Lister was er de man niet naar, die zich op den duur bij den
-neus liet nemen.
-
-Al heel spoedig kwam hij tot de conclusie, dat Adrienne een door en
-door verdorven schepsel was, wie de ondeugd in het bloed zat.
-
-Hij betrapte haar op allerlei leugens, op afspraken, die zij hield met
-andere mannen en toornig stiet hij haar van zich.
-
-Eenige jaren gingen voorbij.
-
-Daar ontmoette lord Edward Lister op zekeren dag zijn besten vriend
-markies Raoul de Frontignac, die destijds in Londen woonde, in
-gezelschap van een jonge dame van buitengewone schoonheid, die zich
-Adrienne de Malmaison noemde.
-
-Algemeen werd van haar verteld, dat zij de dochter was van een Fransch
-aristocraat, die haar veel millioenen had nagelaten. En ook de dames
-der Londensche high life waren met Adrienne de Malmaison ten zeerste
-ingenomen.
-
-Zij betooverde iedereen en al haar vrienden en bekenden waren het er
-over eens, dat Adrienne de Malmaison het bekoorlijkste schepsel op
-aarde was.
-
-Toen lord Lister deze mooie vrouw voor het eerst in de hooge kringen
-van Londen ontmoette, wist hij ook terstond, dat zij een avonturierster
-was van de ergste soort, en dat hij zelve deze Adrienne Faté uit een
-bordeel in Kaïro had gehaald.
-
-Maar hij gevoelde zich niet geroepen om de aristocraten de afkomst van
-hun lieveling mee te deelen.
-
-Hij vond er zelfs eenig vermaak in om het spel gade te slaan, dat deze
-moedige avonturierster speelde met de zoo koele, ongenaakbare Engelsche
-aristocratie, en hij lachte in zijn vuistje om deze ironie van het
-noodlot.
-
-En bovendien—lord Lister was edelman; hij zou Adrienne niet
-ontmaskeren.
-
-Deze schoone, jonge vrouw had ook hem eens toebehoord en een man, die
-eens de gunsten van een vrouw heeft aanvaard, is tot zwijgen verplicht.
-
-Jammer genoeg, bewaarde lord Lister ook het stilzwijgen tegenover zijn
-besten vriend, markies De Frontignac.
-
-Hij vond trouwens niet eens tijd genoeg om den markies het verleden van
-Adrienne de Malmaison op te helderen, want destijds verliet lord Lister
-voor zes weken Londen om een reis te maken naar Zuid-Europa.
-
-Toen hij terugkeerde, ontstelde hij van de tijding, dat markies De
-Frontignac zich intusschen met Adrienne de Malmaison had verloofd.
-
-Mocht hij zijn besten vriend een slachtoffer laten worden van deze
-slechte vrouw? Mocht hij het mede aanzien, dat de dochter van een
-kaartlegster en van een dronkaard, die in de goot gestorven was,
-markiezin De Frontignac werd?
-
-Neen, duizendmaal neen! Lord Lister besloot zelf zijn vriend de oogen
-te openen.
-
-Het bal bij den Portugeeschen gezant zou daartoe de beste gelegenheid
-bieden.
-
-Wij weten ondertusschen, hoe ongelukkig de poging van lord Lister, om
-zijn vriend een en ander op te helderen, is afgeloopen.
-
-Reeds na Listers eerste woorden, die hij tot zijn vriend, den markies
-had gesproken; reeds na zijn woorden: „Ik waarschuw je voor Adrienne de
-Malmaison, zij is een bedriegster, een deerne!” viel de markies op een
-toon van de heftigste razernij in:
-
-„Deze beleediging, mijn bruid aangedaan, zul je met je bloed betalen!”
-
-Markies de Frontignac wachtte niet af, tot lord Lister hem nog meer kon
-zeggen. Hij stormde weg en den volgenden dag nam hij maatregelen om den
-man, die zijn bruid beleedigd had, tot een duel uit te dagen.
-
-Besloten werd, dat dit duel drie maanden later in het Bois de Boulogne
-te Parijs zou worden gehouden.
-
-Lord Lister had om dit uitstel gevraagd.
-
-Dit had hij niet gedaan uit eigenbelang, maar hij hoopte, dat in den
-loop van die drie maanden Adrienne zich zelve zou verraden.
-
-Maar het tegendeel geschiedde.
-
-Adrienne verstond het op een uitnemende manier om den markies smoorlijk
-verliefd op haar te maken en op zekeren dag hoorde lord Lister, dat het
-huwelijk van dit ongelijke tweetal in de Notre Dame-kerk te Parijs
-gesloten was.
-
-Zoo was dus de dochter van de kaartlegster de gade geworden Van een der
-meest geachte aristocraten van Frankrijk en hoe verachtelijk deze vrouw
-ook mocht zijn—één ding verstond zij uitnemend: zij speelde haar rol op
-schitterende wijze.
-
-Ook in de Parijsche kringen wist zij zich heel spoedig bemind te maken
-en geen sterveling vermoedde iets van haar zondig leven.
-
-— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — —
-
-Toen zij den hoorn weer op het telephoontoestel had gelegd, trad
-Adrienne voor een prachtigen spiegel en bekeek zich daarin van top tot
-teen.
-
-Toen maakte zij haar blouse aan den hals los en haalde een klein,
-kunstig gevormd sleuteltje te voorschijn, dat aan een dun, maar stevig
-gouden kettinkje op haar boezem verborgen was.
-
-„Eindelijk heb ik mijn doel bereikt”, fluisterde zij, „mister Baxter,
-van Scotland Yard kan tevreden zijn. Hij zal zijn woord zeker houden,
-als ik hem het groote geheim openbaar, dat thans het mijne is.
-
-„En dan—dan heb ik niet meer te vreezen, dat het spook uit vroeger
-tijden mij komt storen! Dan weet niemand, wie ik was, voordat ik
-markiezin de Frontignac werd!”
-
-Een livrei-bediende trad binnen en diende een dame aan.
-
-„Zij zegt, dat zij de directrice is van het modemagazijn, waar mevrouw
-groote inkoopen heeft gedaan!”
-
-„Laat dadelijk binnenkomen en stoort mij niet, zoolang deze dame bij
-mij is!”
-
-Die dienaar boog en vertrok.
-
-Even daarna trad een slanke dame binnen met scherpe, verstandige
-gelaatstrekken en donker haar, dat reeds grijsde aan de slapen.
-
-„Ge zijt gauw gekomen, miss Wilson”, zei Adrienne. „Ge waart toch
-alleen, toen ik door de telephoon met u sprak?”
-
-„Natuurlijk! Ik ben overigens zeer belangstellend, mevrouw, waarom ge
-mij hier hebt laten komen. Ge hebt gezegd, dat uw doel bereikt was. Wat
-is dat doel en wat wenscht ge overigens?”
-
-„Ik zal u alles meedeelen, maar neem eerst eens plaats! Zoo! Heeft mr.
-Baxter ü inderdaad naar Parijs gestuurd, zonder u op de hoogte te
-brengen van de zaak?”
-
-„Mr. Baxter van Scotland Yard, mijn chef”, antwoordde de vrouwelijke
-detective, heeft mij ongeveer veertien dagen gelegen gezegd naar Parijs
-te gaan en daar mijn intrek te nemen in een hotel, dat in de nabijheid
-van uw paleis zich bevindt, mevrouw. Overigens moest ik mij geheel en
-al te uwer beschikking stellen.
-
-„Tot nog toe hebt ge van mijn diensten geen gebruik gemaakt en ik ben
-nog in volmaakte onwetendheid omtrent den band, die bestaat tusschen u
-en mr. Baxter!”
-
-„Luister dan! Het gaat om niets minder dan om de inhechtenisneming van
-den Grooten Onbekende!”
-
-Miss Wilson vloog overeind.
-
-„Om John C. Raffles? En kunt u aan de politie eenige aanwijzing geven,
-mevrouw?”
-
-„Ja, dat kan ik! Raffles, de meesterdief, is verloren en over eenige
-dagen is hij overgeleverd aan de Londensche politie!”
-
-„Dat zal een triomf zijn voor mr. Baxter! Die John C. Raffles is zijn
-doodsvijand en hoeveel moeite de politie zich reeds heeft gegeven om
-dien man in handen te krijgen, is niet te zeggen, maar telkens als men
-denkt vat op hem te hebben, is hij spoorloos verdwenen!”
-
-„Mr. Baxter zal voortaan rustig kunnen slapen”, zei Adrienne de
-Frontignac glimlachend. „Maar voordat ik u verder iets meedeel, moet ge
-mij eerst eens heel openhartig de vraag beantwoorden, of mr. Baxter u
-iets heeft onthuld omtrent mijn verleden.”
-
-Miss Wilson zweeg een wijl.
-
-Toen keek ze de schoone markiezin eenige oogenblikken doorborend aan en
-sprak:
-
-„Ik weet alles! Mr. Baxter heeft mij alles verteld!
-
-„Het is mij bekend; mevrouw, wie en wat ge geweest zijt; ik weet ook,
-dat ge door mr. Baxter hier in de hooge kringen zijt geïntroduceerd en
-dat ge de kostbare toiletten en al het geld, waarover ge hebt kannen
-beschikken, van de Londensche politie hebt gekregen.
-
-„Gijt zijt Baxter’s spion geweest!”
-
-„Dat was ik, waarom zou ik het loochenen, wij zijn dus nog gedeeltelijk
-collega’s, miss Wilson!”
-
-„Niet heelemaal!” haastte deze zich te zeggen. „Ik ben detective van de
-Londensche politie en gij zijt—nu, wij noemen zoo iemand gewoonlijk een
-speurhond—het onderscheid ligt voor de hand!”
-
-Adrienne haalde met verachtelijk gebaar de ronde schouders op.
-
-„En uit die speurster der Londensche politie is later markiezin de
-Frontignac geworden”, antwoordde zij, „maar laat ons hierover niet
-redetwisten en luister nu liever, hoe markies de Frontignac mij op
-zekeren dag openbaarde wat hij, als eenig persoon ter wereld, wist,
-namelijk wie John C. Raffles is!
-
-„Hij kende den man, die zich achter dezen naam schuil houdt en spoedig
-zal die inbreker ontmaskerd worden.
-
-„En wanneer zal dat oogenblik komen?” vroeg ik hem.
-
-„Dat is er, als ik het wensch”, antwoordde de markies op mijn vraag,
-„ik heb voorloopig echter niet de minste reden om de Londensche politie
-eenig genoegen te doen.
-
-„Maar met mijn dood kan het geheim niet te gronde gaan, want ik heb in
-een document vastgelegd, wie Raffles, de Groote Onbekende is!
-
-„Dat verzegelde document ligt in mijn safe in de Engelsche Bank en als
-ik soms eens plotseling mocht komen te sterven, dan kun jij, liefste,
-het gewelf openen om den brief aan de Londensche politie te geven!”
-
-„En hebt ge dien sleutel, mevrouw?”
-
-Met een zegevierend lachje haalde Adrienne het gouden kettinkje met het
-kunstig vervaardigde sleuteltje te voorschijn.
-
-„Hier is het. Mijn man, markies de Frontignac, heeft het mij vóór twee
-uur gegeven, met de aanwijzing, dat ik onmiddellijk naar Engeland moest
-reizen, als hij niet terug mocht komen van zijn wandeling. Ge snapt,
-miss Wilson, wat dat beteekent. Ik heb het dadelijk begrepen!
-
-„De markies heeft geduelleerd. Als hij inderdaad gedood is in dit
-tweegevecht, zal ik morgen vroeg dadelijk op reis naar Londen gaan om
-Baxter zoo gauw, mogelijk te kunnen meededen, wie feitelijk de inbreker
-Raffles is!”
-
-Het lichtte een oogenblik zeldzaam op in de oogen van de vrouwelijke
-detective.
-
-„Dan hebt ge het moeilijke raadsel opgelost,” stiet zij uit, „waarmee
-de Londensche politie zich al zoo lang bezighoudt, en ge zult grooten
-dank oogsten!
-
-„De duizend pond sterling, die op het hoofd van den behendigen inbreker
-gezet zijn, zullen dan ook uw deel worden!”
-
-De schoone Adrienne lachte smalend.
-
-„Dacht ge, miss Wilson, dat ik iets geef om die duizend pond sterling?
-
-„Ik ben rijk! Mijn man, de markies De Frontignac, behoort tot de
-Fransche aristocratie. In de safe in de Engelsche Bank liggen
-millioenen, die mijn eigendom zijn:
-
-„Om duizend pond sterling speel ik niet voor spion!”
-
-„Ha, ik begrijp u! Het is u om heel iets anders te doen!”
-
-„Ik zal u alles verklaren, miss Wilson, luister!
-
-„Baxter heeft mij zijn woord erop gegeven, dat hij, in hetzelfde
-oogenblik waarin ik hem vertel wie John C. Raffles is, al de papieren,
-die mijn herkomst aanwijzen, zal vernietigen!”
-
-„Mr. Baxter zal zeker zijn woord houden, maar ik betwijfel het,
-mevrouw, of ge wel ooit in de gelegenheid zult zijn dezen prijs te
-verdienen.”
-
-„Wie zou mij daarin hinderen? Ik draag den sleutel hier op de borst en
-ik weet uit den mond van mijn lieven man, dat het document in de safe
-ligt!”
-
-„Juist! Nu hebt ge den sleutel nog in uw bezit, maar over een half uur
-zult ge hem misschien niet meer op uw borst dragen!”
-
-„En waarom niet?”
-
-„Omdat de markies gezond en wel kan terugkomen en van u den
-noodlottigen sleutel kan terug vragen!”
-
-Adrienne verbleekte.
-
-Aan deze mogelijkheid had zij allerminst meer gedacht.
-
-„Luister eens naar mijn voorstel, mevrouw,” sprak nu de vrouwelijke
-detective, „maak het uw echtgenoot onmogelijk, u den sleutel weer af te
-nemen!
-
-„Ge zegt, dat het twee uur geleden is, dat de markies naar de plaats
-van samenkomst is gegaan?
-
-„Welnu, wat verhindert u dan, aan te nemen dat hij reeds als
-slachtoffer is gevallen?
-
-„Aarzel geen oogenblik!
-
-„Reis dadelijk af naar Londen!
-
-„Hoe laat is het? Nog tien minuten vóór achten, markiezin! De sneltrein
-naar Havre vertrekt om negen uur precies van het station; wij kunnen
-dus, zonder al te groote overhaasting, nog dien trein halen.
-
-„Wij nemen een slaapcoupé, zodat ge niet alleen zijt en geen gevaar
-loopt, dat het kostbare sleuteltje u ontroofd wordt.
-
-„Overigens kunt ge volmaakt gerust zijn, mevrouw, ik zal bij u waken.
-Met zonsopgang is de trein trouwens al in Havre. Daar gaan we dadelijk
-op een schip en zijn dan om drie uur ’s middags op de Theems.
-
-„De Bank van Engeland blijft tot vijf uur des avonds geopend, we hebben
-dan dus nog volle twee uren den tijd!”
-
-Adrienne had opmerkzaam geluisterd.
-
-Eerst had zij afwerende bewegingen gemaakt, maar langzamerhand was een
-en ander haar toch niet meer zoo heel dwaas voorgekomen.
-
-Nu sprong ze op en op stelligen toon riep ze uit:
-
-„Ge hebt gelijk, miss Wilson!
-
-„Ik moet van deze gunstige gelegenheid gebruik maken!
-
-„Wacht mij dan hier! Ik ben over vijf minuten terug. Intusschen zal ik
-een rijtuig voor ons bestellen dat ons naar het station kan brengen.”
-
-„Uitstekend, mevrouw! Nu is John C. Raffles verloren!”
-
-De markiezin ging heen.
-
-Toen de deur achter haar was dichtgevallen, verscheen een spotlach om
-den mond van de vrouwelijke detective.
-
-„Baxter is een slimmerd,” fluisterde zij, „hij heeft altijd wel
-vermoed, dat Raffles, de groote onbekende, geen gewone dief is, maar
-dat hij behoort tot de hoogste kringen.
-
-„Daarom heeft hij ook die mooie avonturierster afgericht en haar in de
-voorname kringen geïntroduceerd!”
-
-Eenige oogenblikken later kwam Adrienne haastig het vertrek weer
-binnen, waarin de vrouwelijke detective wachtte.
-
-Het costuum, dat zij droeg, kleedde haar prachtig en deed haar
-eigenaardige schoonheid nog des te beter uitkomen.
-
-„Ik heb een koffertje in het rijtuig laten brengen”, sprak zij, „waar
-alles in is, wat wij voor ons kort verblijf in Londen noodig hebben! Ge
-behoeft dus niet eerst naar uw hotel te gaan!”
-
-„Ik reis, zooals ik ben!” antwoordde miss Wilson, „ik ben dat gewend.”
-
-„Kom dan gauw! Het rijtuig wacht!”
-
-Het tweetal snelde de trappen af.
-
-De koetsier legde er de zweep over.
-
-„De sleutel, markiezin?”
-
-„Dien draag ik op mijn borst,” antwoordde Adrienne de Frontignac en zij
-glimlachte daarbij veelbeteekenend.
-
-— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — —
-
-Een uur later later keerde de markies De Frontignac inderdaad weer in
-zijn paleis terug—maar hij was een stille, stomme, bleeke man geworden!
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-DE BLINDE PASSAGIER.
-
-
-In suizelende vaart, met een snelheid waarvan de lezer zich nauwelijks
-eenige voorstelling kan maken, vloog de auto van lord Lister door de
-straten van Parijs.
-
-Ontzettend, zooals de tuf voortsnelde!
-
-Als een wervelwind!
-
-En alle opmerkzaamheid was noodig, opdat, bij de heerschende duisternis
-in de straten van Parijs, geen ongeluk mocht geschieden.
-
-Maar, geen nood!
-
-Er bestond geen chauffeur, die het in handigheid won van Lister.
-
-Onophoudelijk liet hij het signaal hooren.
-
-Alles stoof op zijde en menige vloek werd uitgestooten door koetsiers
-en palfreniers en kooplieden; door wandelaars en boodschappers en
-handelslieden.
-
-Het werd een wilde jacht.
-
-Want eenige bereden politie-agenten gaven onmiddellijk hun paard de
-sporen en zetten den verwoeden automobilist achterna.
-
-Naar het station!
-
-Naar het Lyonsche station!
-
-Dat was de eenige gedachte, die lord Lister in deze oogenblikken bezig
-hield.
-
-Hij wist immers, dat zijn vrijheid er van af hing.
-
-Zooals hij daar zat, de jonge Engelsche Edelman, met het bleeke
-gezicht, waarin alle trekken gespannen waren, maakte hij volkomen den
-indruk van een man van ijzer en staal, wiens besluit door niets is te
-veranderen, en die tot elken prijs zijn doel wil bereiken.
-
-Gelukkig kende lord Lister Parijs op z’n duimpje.
-
-Trouwens, hij was in alle wereldsteden volkomen thuis; niet alleen in
-Londen, waar hij geboren was, maar ook in Parijs, Weenen, Berlijn,
-Madrid, Rome en Napels, zelfs in Konstantinopel, in alle groote steden
-van de Vereenigde Staten en zelfs in Teheran, de hoofdstad van Perzië,
-zou hij midden in den nacht den weg hebben kunnen vinden.
-
-„Nog een kwartier, dan ben ik aan het station”, fluisterde hij.
-
-Een blik op de auto-klok overtuigde hem ervan, dat het nog kwartier
-voor negen was.
-
-Als het hem niet gelukte, den nog af te leggen weg in dertien minuten
-door te vliegen, kwam hij te laat voor den sneltrein.
-
-Sissend, puffend vloog de machine vooruit.
-
-Daar was het station!
-
-In het maanlicht doemden torens en daken reeds op.
-
-Toen, eensklaps, krak—krak—
-
-Een schreeuw ontsnapte lord Listers borst.
-
-Donderend vloog de auto op zij. Een gaslantaarn werd in de vaart
-meegesleurd en tegelijkertijd weerklonken angstkreten.
-
-Lord Lister had zich in zijn val zóó gedraaid, dat hij als een kat op
-zijn voeten terecht kwam.
-
-Hij stond oogenblikkelijk weer op en voelde, dat hem niets was
-overkomen.
-
-Maar uit de nauwe zijstraat kwamen reeds een half dozijn menschen
-aansnellen om te kijken naar de verwoesting, door de auto aangericht.
-
-Het voertuig was namelijk met volle kracht tegen een boerenwagen
-aangebotst, die als versplinterd ter aarde lag.
-
-Met één sprong stond lord Lister tusschen de ruïnes en lichtte een man
-op, die hevig bloedde uit een wonde aan het hoofd en ook een beenbreuk
-scheen te hebben opgeloopen.
-
-„Hoe heet je?” vroeg, lord Lister, „gauw, je zult er geen schade bij
-lijden!”
-
-„Bastien Cavour, melkhandelaar uit Belleville bij Parijs”, stamelde de
-ander—: „o, al mijn mooie spulletjes—pas vier weken getrouwd—en nu al—”
-
-„Wees stil, je zult er wel bij varen, heb geduld!”
-
-Toen was hij ook al verdwenen.
-
-De stationsklok wees twee minuten voor negen.
-
-Nog twee minuten!
-
-Honderdtwintig seconden!
-
-Lord Lister verdubbelde zijn schreden.
-
-Geen mededinger naar den Marathon-prijs had die snelheid kunnen
-verbeteren.
-
-En voort stoof hij.
-
-Achter zich hoorde lord Lister de joelende, menigte, die hem na wilde
-hollen.
-
-Maar met reuzenschreden duwde hij ieder op zij, slingerde een
-spoorwegbeambte, die hem niet door wilde laten, omdat hij geen
-plaatsbewijs had, terzijde en kwam op het perron, toen juist de
-conducteurs de zwarte portieren dichtgooiden van den sneltrein, die om
-negen uur naar Havre ging vertrekken en die zich juist in beweging
-zette.
-
-Gelukkig!
-
-In een seconde was lord Lister op de treeplank en had hij met vasten
-greep een coupé-deur omklemd.
-
-Sneller, en sneller begon de locomotief te stoomen en voorzichtig,
-uiterst voorzichtig tastte Lister langs de coupé-deuren, totdat hij een
-langen waggon had bereikt, waarin zich de slaapcoupé’s bevonden.
-
-Hij boog zich voorover en keek door een raampje naar binnen.
-
-Inderdaad, hij had zich niet vergist, toen hij vermoedde, dat Adrienne
-dienzelfden avond nog naar Londen zou reizen.
-
-Daar zat zij!
-
-Neen, ze had er geen gras over laten groeien!
-
-Zoodra mogelijk was zij afgereisd naar Londen om het noodlottige
-document te halen.
-
-Maar zij had buiten den waard gerekend!
-
-Voorzichtig tastte lord Lister verder naar den ingang van den coupé.
-
-Dat was geen gemakkelijke taak, want de trein ging thans voort met
-duizelingwekkende vaart, zoodat de groote onbekende ieder oogenblik
-dacht, dat hij door den heftigen tegenwind van de treeplank zou worden
-geslagen.
-
-Maar, hoe grooter het gevaar, hoe grooter ook de zelfbeheersching van
-lord Lister.
-
-Nu had hij de deur bereikt, die voerde naar den slaapcoupé. Hij opende
-haar en trad geruischloos binnen.
-
-Hij was gered!
-
-Maar nu was het zaak om in de ruimte, naast die, waarin Adrienne
-vertoefde, den nacht te kunnen doorbrengen.
-
-De conducteur van de slaapwagens naderde hem.
-
-„Wat verlangt mijnheer?” vroeg hij, „alle plaatsen in den wagon zijn
-bezet.”
-
-„Luister eens”, antwoordde de groote onbekende, „hier zijn duizend
-francs. Ik geef je die cadeau, maar ruim mij dan hier een plaatsje in”.
-
-„Maar meneer...”
-
-„Begrijp je dan niet, waarom het mij te doen is? Die mooie, jonge
-vrouw!”
-
-„Ha, juist!” De conducteur glimlachte, „die met die oudere dame reist!”
-
-„Zóó, is er een oudere dame bij. Nu, dat hindert niet! Als ik vannacht
-maar de afdeeling naast die mooie, jonge vrouw krijg!”
-
-„Neen, dat gaat niet, meneer!”
-
-„Wat zeg je?”
-
-„Daar slaapt een Turk!”
-
-„Breng dien man dan ergens anders onder dak!”
-
-„Onmogelijk!”
-
-„Niets is onmogelijk! Ruim dien Turk uw eigen slaapverblijf in, als het
-niet anders gaat!”
-
-„Goed! Ik wil het doen! Maar onder welk voorwendsel?”
-
-„Laat dat maar aan mij over!”
-
-„Hoe dat zoo, meneer?”
-
-„Breng mij bij dien Turk!”
-
-„Maar...”
-
-„Kom, doe het!” En de Groote Onbekende drukte den conducteur het
-beloofde bankbiljet in de hand.
-
-Deze opende nu de deur van den coupé.
-
-Een groote, breedgeschouderde Turk, die het zich juist een beetje
-gemakkelijk had gemaakt, lag reeds te bed en snurkte.
-
-„Maak hem wakker”, fluisterde Lister.
-
-„Meneer! Wordt eens wakker! Hallo!” De conducteur schudde den slapende
-heen en weer.
-
-„Allah is Allah, wat is er?” bromde de snorker met slaperige stem.
-
-„Pardon”, begon Lord Lister in het Turksch, „het spijt mij geweldig,
-dat ik u moet lastig vallen.
-
-„Maar daar er in uw coupé nog een tweede bed is—”
-
-„Oho! Ik heb den heelen coupé gehuurd en betaald”, protesteerde de
-Turk.
-
-„Volkomen waar, en het is ook volstrekt mijn bedoeling niet geweest om
-u lastig te vallen, maar ik ben in Parijs plotseling ziek geworden. De
-doktoren constateerden, dat aanvallen van waanzin te wachten zijn en
-daarom heeft men mij, feitelijk tegen mijn zin, naar dezen trein
-gebracht, opdat ik zoodra mogelijk weer in Engeland, mijn geboorteland,
-terug zal zijn!”
-
-Nauwelijks had lord Lister deze woorden gesproken, of de Turk pakte
-zijn boeltje bij elkaar en verliet zoo snel mogelijk den slaapcoupé.
-
-Glimlachend volgde hem de conducteur en buiten hoorde lord Lister den
-in zijn rust gestoorden man nog vele Turksche vloeken uitstooten.
-
-Hij beweerde toen, dat hij er niet aan dacht, weer naar zijn coupé
-terug te gaan en de conducteur beduidde hem, dat hij wel voor een
-geschikt plaatsje zou zorgen.
-
-Een minuut later werd het stil.
-
-Lord Lister schoof nu den grendel voor de deur.
-
-Nu was hij alleen. Nu kon hij ongehinderd de taak, die hij zichzelf had
-opgelegd, volbrengen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
-AAN HET WERK.
-
-
-Voorzichtig ging hij naar den muur, die zijn coupé van Adrienne’s
-scheidde.
-
-Hij luisterde en daar de wanden vrij dun waren, kon hij letterlijk
-ieder woord verstaan.
-
-„Ga nu wat slapen, mevrouw”, sprak een volmaakt vreemde stem.... „ik
-zal wakker blijven!”
-
-„Zijt ge dan niet vermoeid, miss Wilson?”
-
-Dat was Adrienne’s stem, die hij zoo dikwijls had gehoord.
-
-„Moe? Een detective mag nooit moe zijn, en mr. Baxter heeft mij
-opgedragen, u te bewaken en te beschermen ten allen tijde.”
-
-„Ha zoo, een vrouwelijke detective”, lachte lord Lister. En Baxter
-heeft haar Adrienne toegevoegd, opdat deze steeds een waakzaam persoon
-in haar buurt zal hebben.
-
-„Dan zal mr. Baxter ook weer eens leelijk bij den neus worden genomen.”
-
-„Ik zal in het onderste bed gaan liggen”, hoorde Lister nu Adrienne
-weer zeggen. „Gij kunt dan bovenin gaan liggen, want ook als ge niet
-slapen gaat, zal toch de rust u goed doen!”
-
-Toen hoorde hij het ritselen van zijden rokken en—was het
-verbeelding—het kwam hem voor, alsof een zoet parfum zijn reukorganen
-streelde.
-
-„Hebt ge den sleutel nog, mevrouw?” hoorde hij toen zeggen.
-
-Lister spitste de ooren.
-
-„Natuurlijk. Hij hangt aan een kettinkje op mijn borst.”
-
-Toen werd het een paar minuten stil. en een oogenblik later hoorde
-Lister Adrienne nog eens met slaperige stem zeggen:
-
-„’t Is hier toch wel verrukkelijk tusschen de koele lakens. Zijt ge nog
-wakker, miss Wilson?”
-
-„Natuurlijk! Mijn revolver ligt naast mij en ik denk niet aan slapen!”
-
-Toen hoorde Lister niets meer dan het ratelen der spoorwegwielen.
-
-
-
-„En nu zal ik het mij toch maar eens wat gemakkelijk gaan maken”, sprak
-lord Lister, „dat is me een dagje geweest. Eerst van iemand hooren, dat
-hij het geheim van mijn leven kent, dan als een dolleman door de
-straten van Parijs rennen, iemand bijna dood rijden en ten slotte een
-eind op de treeplank van den sneltrein naar Havre meerijden.”
-
-„Oef!”
-
-Hij trok zij gekleede jas uit, haalde een gouden sigarettenkoker voor
-den dag en begon op z’n dooie gemak te rooken.
-
-Hij wist, dat de sterke, prikkelende geur van deze Egyptische
-sigaretten zijn zenuwen staalde en met welbehagen blies hij de blauwe
-wolkjes voor zich uit.
-
-Met halfgesloten oogen leunde hij achterover in de fluweelen kussens,
-en door zijn lange, krullende wimpers tuurde hij nadenkend voor zich
-uit.
-
-Zoo verstreek een vol uur.
-
-Toen stond hij op.
-
-„Nu aan ’t werk, Edward”, fluisterde hij tot zichzelf, „gelukkig heb ik
-steeds alles bij mij, wat ik noodig kan hebben.”
-
-Hij haalde uit zijn vest een juchtleeren étui te voorschijn.
-
-Daaruit nam hij een klein fleschje, gevuld met een lichtkleurige
-vloeistof, een penseel, een stalen boor, een zaag, een breekijzer en
-een kleine tang.
-
-Om niet het minste geluid te veroorzaken, trok de Groote Onbekende zijn
-lakshoenen uit en liep op de teenen naar den muur, die zijn coupé van
-Adrienne’s verblijf scheidde en luisterde, of alles volkomen stil was
-geworden.
-
-Ja, hij kon, nadat hij zijn oor tegen den wand had gedrukt, zelfs het
-regelmatig ademen hooren, dat uit het onderste bed kwam.
-
-Nu kon hij aan het werk gaan!
-
-Van zijn horlogeketting nam hij een gouden potlood en teekende een
-vierkantje tegen den muur op de plaats, waar de wand het dunst was.
-
-Daarna bestreek hij de plek met de vloeistof uit het fleschje, waarvoor
-hij het penseel gebruikte.
-
-Dit experiment herhaalde hij tot vier keeren toe. Toen drukte hij met
-de duimen op de plek en al heel spoedig week het hout onder dien druk,
-een bewijs dat de tinctuur, waarmee de muur bestreken was, het hout
-totaal had opgelost.
-
-Nu zette lord Lister er de boor op.
-
-Een regen van fijne houtsnippers daalde neer en voorzichtig blies
-Lister het zaagsel van den muur en van zijn kleeren.
-
-Daarna nam hij de zaag op en begon geheel geruischloos te werken.
-
-Nu moest hij probeeren, of zijn werk gelukt was.
-
-De meesterdief haalde een lange speld uit zijn das. Het was een gouden
-sieraad, met een prachtigen diamant bezet.
-
-Den naald stak hij in den drilboor en toen kon hij, zonder eenige
-moeite, het sieraad tot een diepte van vijf centimeter in de opening
-steken.
-
-Nu stak hij zijn vingers in de opening en met eenige moeite gelukte het
-hem, een groot stuk hout los te maken en naar zich toe te halen.
-
-Dit heele werkje had de grootste inspanning gekost en den meesterdief
-uiterst opgewonden gemaakt.
-
-Zweetdroppels parelden op zijn voorhoofd en zijn handen beefden zoo
-geweldig, dat hij een oogenblik rust moest nemen.
-
-Het gat in den muur was zoo groot, dat Lister in de andere coupé kon
-kijken.
-
-Daar hij echter niet naar boven kon kijken, wist hij nog niet, of miss
-Wilson ook was ingeslapen, of dat ze misschien nog wakker lag.
-
-Hij veronderstelde het laatste en besloot uiterst voorzichtig te werk
-te gaan.
-
-Hij kon miss Wilson niet zien, maar hij kon ongehinderd in Adrienne’s
-legerstede kijken.
-
-Zij had zich ten deele ontkleed en onder de kanten van haar hemd kon
-Lister het sleuteltje zien schitteren.
-
-Dat sleuteltje moest hij veroveren, als hij niet verloren wilde gaan.
-
-Een diepe ademtocht ontsnapte zijn borst. Toen greep hij het tangetje,
-opende het eenige keeren op onderzoekende wijze en deed toen een zwart
-masker voor de oogen.
-
-Nu perste hij zijn lichaam tegen den muur en stak beide handen, waarin
-hij het pincet hield, door de opening.
-
-Nu kwam het er op aan, voorzichtig te zijn.
-
-Een enkele misgreep en Adrienne zou ontwaken.
-
-Misschien ook waakte de vrouwelijke detective nog.
-
-Langzaam hief Lister zijn hand op, waarin hij de tang hield.
-
-Zachtjes, nauwelijks merkbaar, raakte het tangetje den sleutel.
-
-De trekken van lord Lister spanden zich als die van een roofdier, zijn
-oogen fonkelden, maar zijn hand beefde niet.
-
-Een kleine beweging, een enkel drukje—de tang had het gouden kettinkje
-doorgeknepen.
-
-In het volgende oogenblik had lord Lister het sleuteltje beetgepakt en
-terwijl de vrouwelijke detective zich luisterend over den rand van haar
-bed boog, roofde lord Lister den sleutel. Als een slang gleed zijn arm
-terug, terwijl hij zelf, diep ademhalend, met wijd geopende oogen zich
-van den wand verwijderde.
-
-Zijn handen hielden den kostbaren sleutel vast, een kleinood, dat voor
-hem meer waard was dan alle schatten der aarde, want het
-vertegenwoordigde zijn eer, zijn vrijheid, misschien zijn leven.
-
-Maar lord Lister was het niet gewend, zich lang over te geven aan
-vreugdevolle overpeinzingen, als hem iets gelukt was.
-
-Met een snelle beweging borg hij het sleuteltje, zette het stuk hout
-weer in de opening, stak een nieuwe sigaret op, trok lakschoenen en
-gekleede jas weer aan en overtuigde zich door een blik in den spiegel,
-dat hij er weer tip-top uitzag.
-
-Maar hij begreep nu ook, dat hij niet in den slaapcoupé kon blijven en
-dat hij zich op het station te Londen niet aan Adrienne mocht
-vertoonen.
-
-Hij moest zich dus vermommen.
-
-Maar bij zijn plotselinge afreis uit Parijs, had hij zijn koffers in
-het hotel gelaten.
-
-Hoe zou hij nu aan andere kleeren komen?
-
-Nog geen vijf minuten had hij over dit laatste vraagstuk nagedacht,
-toen hij glimlachend opstond en den coupé verliet.
-
-Nu wist hij, waar en hoe hij zich zou kunnen verkleeden.
-
-Want toen hij langs de treeplank liep, had hij, terwijl hij naar binnen
-keek, in een der waggons een persoon zien zitten, die hem in dezen uit
-de verlegenheid kon helpen.
-
-Deze man was een Russisch koopman, die een lange kaftan droeg, en een
-breedgeranden cylinder op het hoofd had.
-
-Aan een station, waar de sneltrein slechts een minuut stopte, werd de
-deur van dezen coupé geopend en een jonge man trad binnen.
-
-Hij groette hoffelijk en het duurde niet lang of het tweetal was in een
-geanimeerd gesprek gewikkeld.
-
-De jongeman sprak vloeiend Russisch en de oude reiziger was bijzonder
-in zijn nopjes, dat hij iemand ontmoette, die met hem zoo prettig kon
-converseeren. Hij vertelde, dat hij naar Londen reisde, omdat een
-koopman, wien hij voor vele duizenden roebels waren had gestuurd, op
-het punt stond failliet te gaan.
-
-„Ik zal zien, wat ik nog kan redden,” zei de koopman uit Moskou, „ik
-ben gelukkig nog op tijd gewaarschuwd, maar, als ik morgen niet tijdig
-in Londen ben, verlies ik mijn geld en dan ben ik er ellendig aan toe!”
-
-De man sprak op klagenden toon.
-
-„Op mijn eerewoord, beste meneer,” vervolgde de Rus, „ik heb een vrouw
-en vier kinderen, het zou toch vreeselijk zijn, als die schurk mij
-straatarm maakte.”
-
-De jongeman antwoordde niet.
-
-Hij haalde zijn sigarettenkoker te voorschijn en begon te rooken.
-
-„Rookt ge niet? Kom, neem ook een sigaret,” voegde hij zijn reisgenoot
-toe.
-
-Hij had zijn gouden koker al weer gesloten en toen hij den Rus nu het
-doosje voorhield, had hij dit bliksemsnel omgedraaid; heel andere
-sigaretten kwamen nu te zien.
-
-„Heel graag,” zei de Rus, „uw sigaret ruikt uitstekend.”
-
-Met welbehagen begon de koopman te dampen, terwijl hij lord Lister van
-zijn kinderen begon te vertellen.
-
-Maar, plotseling begon de man allerlei wartaal te praten, zijn oogen
-knipperden, totdat hij ze heelemaal sloot en insliep.
-
-„Wel te rusten, Moskowitsch,” zei lord Lister. „Als je morgen niet op
-tijd in Londen aankomt, zul je er toch geen schade van hebben. Lord
-Lister vraagt nooit diensten voor niemendal!”—
-
-Toen de eerste zonnestralen de zee verlichtten, in wier onmiddellijke
-nabijheid het stationsgebouw lag, stopte de trein en een der eerste
-passagiers, die uitstapte, was een Russisch koopman, die huiverend zijn
-kaftan om zich heentrok en wiens hoofd bijna verdronk in den veel te
-grooten cylinderhoed.
-
-Hij was ook een der eersten, die op de wachtende boot stapten en den
-matroos in gebroken Engelsch vroeg:
-
-„Ik ben doodziek, beste vriend! Breng mij gauw naar een kajuit!”
-
-„Ben je al zeeziek geworden, voordat de tocht begint?” lachte de
-zeerob.
-
-„Wel, voor geld kun je alles krijgen. Ga maar mee, ik zal je bij den
-steward brengen, die zal je wel een hut aanwijzen!”
-
-De Rus liep achter den matroos aan, maar bij de trap bleef hij verbaasd
-staan.
-
-Een mooie brunette was aan dek gekomen en achter haar liep een andere
-dame—Adrienne en miss Wilson. Zij liepen echter niet samen, maar ieder
-op zichzelf kwam aan boord.
-
-Toen zij elkander ontmoetten, maten de beide dames elkander met
-woedenden blik.
-
-Lord Lister lachte.
-
-„Ik begrijp die boosheid volkomen”, dacht hij. „Adrienne beschuldigt
-miss Wilson van den diefstal en zegt, dat deze den sleutel heeft
-gestolen om hem Baxter te kunnen uitleveren!
-
-„Hahaha!”
-
-Toen verdween de Rus van het dek en al heel gauw had hij zich
-teruggetrokken in zijn behagelijk ingerichte hut.
-
-Precies op tijd, om drie uur in den namiddag, liep de boot de
-Theemsmonding binnen en bij de eerste halte verliet de Rus het schip.
-
-Hij liep vlak langs Adrienne heen.
-
-Zij keek glimlachend voor zich heen en geen zweempje van diepe
-teleurstelling over den diefstal was op haar gelaat te lezen.
-
-„Wonderlijk”, dacht lord Lister, „ik had gedacht, dat het verlies van
-het sleuteltje haar in de grootste opwinding zou brengen. Enfin, het
-sleuteltje is van mij!”
-
-Nauwelijks was lord Lister aan land gestapt, toen hij een rijtuig nam
-en naar zijn prachtige woning in Regentstreet reed.
-
-Hij had den koetsier een goede fooi beloofd en deze bracht hem nu in
-onmogelijk korten tijd aan het doel en lette er niet op, dat een
-elegant gekleed heer in plaats van een Russisch koopman, in kaftan
-gehuld, uit het rijtuig stapte.
-
-Lord Lister keek op zijn horloge.
-
-Het was tien minuten vóór vieren. Hij kon dus nog wat eten, zich
-verfrisschen en kleeden. Vóór vijf uur moest hij aan de Engelsche Bank
-zijn.
-
-Het was vijf minuten over half vijf, toen Lister de Bank van Engeland
-betrad.
-
-Hij ging dadelijk naar het betreffende bureau en zeide:
-
-„Ik zou wel even in mijn safe willen gaan!”
-
-„Hebt ge den sleutel?”
-
-„Hier is hij”, antwoordde lord Lister en hij toonde het sleuteltje, dat
-hij in den afgeloopen nacht door list had veroverd.
-
-De beambte bekeek het sleuteltje een minuut lang en zei toen:
-
-„Ge vergist u, mijnheer—dat is geen sleuteltje van een der safes van de
-Engelsche Bank!”
-
-Lord Lister kromp ineen.
-
-Het kostte hem alle moeite om een schreeuw van woede te onderdrukken.
-
-Met wijd opengesperde oogen staarde hij naar het sleuteltje, dat hij in
-de hand hield en dat alles kon ontsluiten, behalve de safe van markies
-de Frontignac!
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK.
-
-EEN LEVENDE DOODE.
-
-
-„Slang, Adrienne!” kreunde lord Lister, toen hij het reuzengebouw der
-Engelsche Bank verliet en de straat op wankelde. Ze heeft mij een
-leelijke poets gebakken, die slechte vrouw, hoewel ik geloof, dat het
-minder mij dan wel miss Wilson geldt!
-
-„O, ik doorzie alles! Adrienne was bang, dat miss Wilson haar met
-geweld den sleutel misschien zou afnemen, daarom heeft zij een
-gelijkend sleuteltje op haar borst gedragen!
-
-„Maar ze kan nog niet in de Bank zijn en misschien komt ze niet eens
-meer op tijd, want het is al tien minuten vóór vijven! Dan blijft mij
-dus tot morgen vroeg negen uur den tijd om in mijn belang te werken.
-
-„En ik moest niet lord Lister heeten, als ik van die gelegenheid geen
-gebruik zou maken!”
-
-In diep gepeins verzonken, liep de meesterdief voor het Bankgebouw heen
-en weer.
-
-Het sloeg vijf uur.
-
-Gelukkig! Adrienne had zich niet vertoond.
-
-Een minuut later kwam een beambte naar buiten om de deur te sluiten.
-
-Maar in hetzelfde oogenblik ook kwam een cab aanrijden, waarvan de
-koetsier als een razende op de paarden ranselde.
-
-Lord Lister vond nog juist den tijd om zich in een nis terug te
-trekken, toen Adrienne uit het rijtuig sprong en naar den hoofdingang
-snelde.
-
-„’t Spijt me, mevrouw”, hoorde Lister den beambte zeggen, „ik kan u
-niet meer toelaten, het is juist vijf uur!”
-
-„Maar ik moet nog naar mijn safe—niet langer dan drie minuten!”
-
-„Dat kan vandaag niet meer! Morgen vroeg om negen uur kunt ge hier
-terecht!”
-
-„Ik geef u 25 pond als ge mij binnenlaat!”
-
-„Zelfs voor geen duizend pond, mevrouw, ik mag niet tegen de strenge
-voorschriften handelen.”
-
-De beambte ging het gebouw binnen en wierp de deur in het slot.
-
-In dit oogenblik overlegde lord Lister, of hij de schoone vrouw niet
-met geweld thans het sleuteltje zou kunnen afnemen.
-
-Maar het was druk op straat en het geval zou groot opzien baren.
-
-Met boos gelaat ging Adrienne weer in haar rijtuig zitten.
-
-„Breng mij maar naar hotel Bristol terug”, zei zij tegen den koetsier.
-
-„Hotel Bristol dus!” mompelde de lord op tevreden toon, „’t is ten
-minste een voordeel, dat ik weet, waar ik haar in Londen kan vinden!”
-
-„Dat is een ellendige geschiedenis, miss Wilson”, sprak inspecteur
-Baxter van Scotland Yard, op geërgerden toon, terwijl hij in zijn
-bureau op en neer liep.
-
-„Gij hebt u door die vrouw leelijk bij den neus laten nemen!”
-
-„Ik ben volkomen onschuldig, inspecteur” verdedigde miss Wilson zich.
-„Zij heeft mij verzekerd, dat ze den sleutel op de borst droeg en ik
-heb gedurende den ganschen nacht geen oog dichtgedaan om dien sleutel
-voortdurend te bewaken!”
-
-„En den volgenden morgen was hij toch verdwenen!” stiet Baxter woedend
-uit.
-
-„Hij was verdwenen en de markiezin beweerde halsstarrig, dat hij des
-nachts moest zijn gestolen!
-
-„Zij heeft mij er zelfs van beschuldigd, dat ik den diefstal had
-gepleegd”.
-
-„Fataal!” bromde Baxter, „want als het inderdaad waar is, dat de
-markies De Frontignac dit geweldige geheim heeft gekend, als hij
-inderdaad heeft geweten, wie zich verschuilt achter dien verdoemden
-John C. Raffles, dan is het vreeselijk, dat ons dit geheim nog niet
-geopenbaard is! Ik vermoed, dat die Adrienne geen open kaart met ons
-wil spelen!”
-
-„En waarom zou ze dat niet?”
-
-„Dat weet ik niet! Maar ik zal ernstige maatregelen nemen en morgen
-zelf naar Parijs gaan om met den markies De Frontignac te spreken!”
-
-„Dan komt ge te laat, inspecteur”, glimlachte miss Wilson, „de markies
-is gisteren in een duel gedood!”
-
-„Gedood—allemachtig, dat was mijn laatste hoop—wat is er, mr. Brown?”
-
-Een der detectives van Scotland Yard was binnengekomen en overhandigde
-den inspecteur een visitekaartje met de woorden:
-
-„Deze heer zou u graag even heel dringend willen spreken!”
-
-„Laat hem de duivel halen! Ik ben voor niemand te spreken!”
-
-„Uitstekend! Ik zal het den markies zeggen!”
-
-„Markies? Welken markies?”
-
-„Wel, dat is markies De Frontignac uit Parijs!”
-
-Baxter trok een gezicht als een idioot
-
-Hij wierp een blik op het visitekaartje en—
-
-„De dooden staan weer uit hun graven op, miss Wilson!” lachte hij toen,
-„ge hebt mij daar juist verteld, dat de markies gisteren in een duel
-gevallen is en dadelijk zult ge hem in levende lijve voor u zien!
-Brown, zeg den markies, dat ik hem met groot genoegen zal ontvangen”.
-
-De deur ging open en in de uniform van een Fransch majoor, het kruis
-van het Legioen van Eer op de borst, trad markies de Frontignac de
-kamer binnen.
-
-Baxter twijfelde er geen oogenblik aan, dat hij den markies voor zich
-zag.
-
-Twee jaar geleden had hij hem eens gesproken op een buitenpost, en zich
-toen langen tijd met hem onderhouden, en het gebruinde gelaat, met de
-even grijzende snorren was den gebieder van Scotland Yard niet uit het
-geheugen gegaan.
-
-„Wel, markies, zijt gij het inderdaad!” riep Baxter uit, „ge zijt dus
-niet dood?”
-
-„Dood? Ik? Zooals ge ziet, waarde inspecteur, leef ik nog!”
-
-„Ge zijt dus gister niet in een duel gevallen?”
-
-„Een duel? De laatste tweestrijd dien ik gevoerd heb, ligt reeds vijf
-jaren achter mij. Maar ik begrijp alles. Deze leugen is waarschijnlijk
-uitgestrooid door het slechte wezen, dat ik tot gisteren nog mijn vrouw
-noemde, en dat, ik moet het tot mijn schande bekennen, heden nog mijn
-naam draagt!”
-
-Baxter en miss Wilson keken elkander verstomd aan.
-
-„Ge hebt dus heel droevige ervaringen met uw vrouw opgedaan?” vroeg
-Baxter. „Ja, mijn waarde markies, de vrouwen zijn een wonderlijk en
-meestal zeer treurig hoofdstuk in het leven der mannen.”
-
-Het gelaat van den markies werd somber, en zijn stem klonk hard, toen
-hij uitriep:
-
-„Zoo schandelijk als ik werd nog nooit een man bedrogen!
-
-„Ik heb deze vrouw lief gehad, en elken wensch van haar ijdel hart
-vervuld!
-
-„Ik was in de verbeelding, dat ik een eerlijk meisje, van ouden doch
-verarmden adel naar het altaar had geleid!
-
-„En thans...
-
-„Thans ben ik er achter gekomen, dat ik een deerne tot mijn vrouw heb
-gemaakt, eene verworpelinge, die op zeventien-jarigen leeftijd naar een
-bordeel in Kaïro werd gebracht, en daar eenige jaren een
-allerellendigst bestaan heeft geleid.
-
-„Ik stik van woede, als ik aan de schande denk, die over mijn hoofd is
-gegaan!”
-
-„Ik moet u tot mijn spijt mededeelen, markies”, zei Baxter, „dat alles
-uit het verleden van uw vrouw reeds lang bekend is, maar er zijn
-gevallen, waarin zelfs de politie moet zwijgen!”
-
-„Maar thans vraag ik de hulp der politie”, riep de markies uit, „die
-mij thans niet mag en kan geweigerd worden, want deze vrouw staat op
-het punt om mij mijn geheele vermogen te ontstelen, en daarbij een
-bewijs te vernietigen, dat haar zelve in het tuchthuis zou kunnen
-brengen”.
-
-„Dat zijn allemaal dingen, die aanleiding geven tot onmiddellijke
-inhechtenisneming van de voormalige Adrienne Faté”, zei Baxter.
-
-„Vertel eens, markies, wat is er eigenlijk gebeurd?”
-
-„Zij heeft mij den sleutel van mijn safe in de Engelsche Bank
-gestolen”, donderde de markies. „Zij is daarmee naar Londen gevlucht en
-wil nu zich al mijn schatten toeëigenen...”
-
-„Als wij het tenminste zoover laten komen”, viel Baxter in.
-
-„Bovendien beschuldig ik deze Adrienne Faté ervan”, vervolgde de
-markies, „dat zij vroeger de minnares is geweest van den misdadiger,
-die zich Raffles noemt.
-
-„Ik vond een brief van haar, en toen ik dien wilde lezen, wierp zij
-zich voor mij op de knieën, en bekende, dat zij een liefdesbetrekking
-met den Grooten Onbekende had onderhouden en sindsdien wist, wie
-Raffles is.
-
-„Dat alles had zij in dien brief geschreven. Zij smeekte mij, onder een
-vloed van tranen, om den brief niet te openen, en daar ik destijds nog
-waanzinnig veel van haar hield, vergaf ik haar alles, maar deponeerde
-den brief bij mijn vermogen in de safe op de Bank van Engeland.”
-
-Baxter wreef zich de handen. „Dat is prachtig!” lachte hij op
-triomfantelijken toon. „Nu slaan we twee vliegen in één klap. Die
-Adrienne Faté moet onmiddellijk gearresteerd worden.
-
-„Zij woont in Hotel Bristol. Gelukkig, miss Wilson, dat gij dit weet,
-en dat we nu eindelijk eens zullen ontdekken, wie die schurk, die
-Raffles is!
-
-„Nu zal ik de wereld eens toonen, wat inspecteur Baxter van Scotland
-Yard vermag!
-
-„Detective Brown!”
-
-De detective kwam binnen, en Baxter vulde een formulier in, terwijl hij
-voor zijn schrijftafel plaats nam.
-
-„Ga dadelijk naar Hotel Bristol. Hier is een bevel tot
-inhechtenisneming, ten name van Adrienne de Frontignac, alias Adrienne
-Faté.
-
-„Arresteer die vrouw, en breng haar naar Scotland Yard.
-
-„Morgen vroeg, om zeven uur, zal ik haar een kort verhoor doen
-ondergaan, en haar voor den rechter van instructie brengen.”
-
-„Zoudt ge mij willen toestaan,” vroeg nu de markies, „om die
-inhechtenisneming bij te wonen?”
-
-„Met genoegen—Brown, de markies gaat met je mee!”
-
-„En zoudt ge den detective willen opdragen, om die vrouw onmiddellijk
-den sleutel van mijn safe af te nemen, en dien mij te overhandigen?”
-
-„Dat is niet meer dan recht en billijk. Brown zal u den sleutel geven,
-en morgen vroeg, om zeven uur, verzoek ik u hier op Scotland Yard
-aanwezig te zijn.
-
-„A propos, Brown, neem nog drie detectives mee. De vrouw zal zich
-misschien verweren.”
-
-De detective verliet het bureau, en de markies nam afscheid.
-
-„Ge hebt mijn vermogen gered, mr. Baxter,” sprak hij.
-
-„Ik deed niets meer dan mijn plicht, markies. De Londensche politie
-handelt altijd vlug en goed!”
-
-Nog een handdruk, nog een buiging voor de vrouwelijke detective, en in
-militaire houding verliet markies De Frontignac het bureau.
-
-Eenige minuten later rolden twee rijtuigen naar Bristol-Hotel.
-
-In het een zaten de markies met detective Brown, in het tweede zaten de
-drie andere detectives.
-
-Toen het rijtuig het voorname hotel naderde, sprak de markies op
-bewogen toon: „Ik heb die onwaardige te lief gehad—ik kan haar
-vernedering niet aanzien.
-
-„Doe mij het genoegen, waarde Brown, en breng mij den sleutel in het
-café aan de overzijde. Ik zal u daar wachten.”
-
-Detective Brown vond dit uitstekend, en de majoor verdween in het café.
-
-Tien minuten later zag hij hoe een vrouw, wier handen geboeid waren,
-onder hevig tegenstribbelen, door de detectives in het rijtuig werd
-gezet.
-
-De majoor glimlachte.
-
-Even later ging de deur open, en Brown trad binnen. Hij hield het
-sleuteltje je in de opgeheven rechterhand.
-
-„Hier majoor,” sprak hij, „hier is het sleuteltje van uw safe. No. 77
-staat er in gegraveerd.”
-
-„Juist, dat is mijn sleuteltje. Ik dank u, mr. Brown, en sta mij nu
-toe, dat ik deze banknoot van honderd pond u aanbied voor uw moeite.”
-
-De detective stak met verheugd gelaat het geschenk in zijn
-portefeuille.
-
-„De markiezin heeft het ons niet gemakkelijk gemaakt,” sprak hij. „Zij
-ging als een krankzinnige te keer. Maar het baatte haar niet veel. Wij
-hebben haar eenvoudig geboeid en aan den lijve gefouilleerd.”
-
-„En waar hebt ge het sleuteltje gevonden?”
-
-„Wij twijfelden reeds er aan, het te zullen vinden, toen mij plotseling
-het hooge kapsel van de dame opviel. Ik dwong haar, dit kapsel los te
-maken, en kletterend viel het sleuteltje op den vloer.”
-
-„Ge zijt een uitstekende rechercheur, mr. Brown, maar dat is geen
-wonder. In de leerschool van mr. Baxter moet ge het wel tot zulk een
-hoogte brengen.”
-
-Even nadat Brown was heengegaan, verliet ook de majoor het café.
-
-In een cab liet hij zich naar Regent Street brengen en verdween in het
-huis van lord Lister.
-
-Wat zou inspecteur Baxter wel voor een gezicht hebben gezet, als hij
-had kunnen zien, hoe de Fransche majoor zich de pruik en den valschen
-baard voor een spiegel afrukte, en het fijne, geestige gelaat van lord
-Lister te voorschijn kwam.
-
-En lord Lister lachte—lachte van ganscher harte, toen hij het kostbare
-sleuteltje bekeek. Want thans geloofde hij gewonnen spel te hebben.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZEVENDE HOOFDSTUK.
-
-IN DE STALEN KLUIS ONDER DE AARDE.
-
-
-De stalen kluizen van de Engelsche Bank zijn misschien de volmaaktste
-afdeelingen van deze instelling. Voor dat zij bestonden, was er
-eigenlijk geen volmaakt veilige bewaarplaats voor kostbaarheden en
-effecten. In Dacota was een safe, die men voor inbraak-vrij had
-gehouden, door slimme dieven ondermijnd en uitgeplunderd. En in
-Engeland was zoo’n safe door een valschen sleutel eenvoudig
-opengesloten.
-
-Tegen dergelijke verrassingen zijn de in het jaar 1887 vervaardigde
-vuur- en watervrije kluizen in de „Bank of England” volkomen beveiligd.
-
-Om deze kluizen te bereiken, gaat men eerst door een zware ijzeren
-deur, en nadat men zijn naam in een boek heeft geschreven, gaat men per
-lift 40 voet diep onder de aarde. De temperatuur is hier nooit onder 70
-graden Fahrenheit.
-
-Als men de lift heeft verlaten, loopt men een gang door.
-
-Wederom moet men zijn naam in een boek schrijven, en dan eerst worden
-de zware sloten van een massieve, stalen kluis geopend.
-
-De klant treedt binnen, en het is dan aan hemzelf overgelaten om het
-nummer van zijn safe te zoeken, en deze met zijn sleutel te openen.
-
-De bezoekers worden alleen tusschen negen uur des morgens en vijf uur
-des middags toegelaten.
-
-Op ieder ander uur van den dag, en ook des Zaterdagsmiddags is het
-onmogelijk een sleutel in een der sloten van de stalen kluizen om te
-draaien.
-
-Lord Lister bevond zich den volgenden morgen, even over negen, veertig
-voeten onder de aarde, en stond voor de hooge stalen deur, waarop het
-No. 77 prijkte.
-
-„Eindelijk”, fluisterde Lister, en hij stak den sleutel in het slot. In
-hetzelfde oogenblik bevond hij zich in een electrisch verlichte ruimte,
-met een zoldering van blank staal. De vloer was van cement, want de
-architect had aangenomen, dat uit de onderwereld geen geest naar boven
-kon stijgen om in een der safes een visite af te steken.
-
-Lord Lister keek eens om zich heen in de vierkante ruimte.
-
-Het was hem, alsof hij zich in een gevangeniscel van de Inquisitie
-bevond. Hij had den kostbaren sleutel uit het slot genomen, en liet de
-stalen deur aan staan.
-
-Bij het schijnsel der electrische lamp opende hij de verschillende
-vakken, en goud en banknoten, briljanten en oude kostbare steenen,
-waardevolle papieren en akten lagen voor hem, en hij berekende, dat
-hier zeker 10 millioen francs aan waarden opgestapeld lagen.
-
-Maar geld en goud was het ditmaal niet, dat hem in de eerste plaats
-belang inboezemde. Hij zocht den brief, die zoo noodlottig voor hem had
-kunnen worden, en die de bekentenis van, markies de Frontignac
-behelsde.
-
-Eindelijk, nadat hij een half uur gezocht had, zag hij een geel
-geworden brief in een kastje liggen.
-
-Met bevende hand opende hij het document.
-
-Hoezee!!!
-
-Hij had gevonden, wat hij zocht.
-
-En nu weg van hier—wie weet, hoe spoedig de dwaling van Baxter was
-opgehelderd. Iedere minuut was kostbaar.
-
-Bliksemsnel borg hij den brief in zijn borstzak, vulde zijn zakken met
-banknoten van hooge waarde.
-
-Toen snelde hij naar de deur, opende deze, en— —
-
-Met een schreeuw van ontzetting sprong hij achteruit, want op nog geen
-tien passen afstands van de deur der kluis zag hij Baxter staan,
-vergezeld door een twintigtal detectives, en naast den inspecteur van
-Scotland Yard stond—Adrienne.
-
-Slechts een enkel oogenblik had Lister naar buiten gekeken, te kort,
-dan dat Baxter hem zou kunnen herkennen.
-
-Maar de inspecteur had natuurlijk gezien, dat iemand op het punt stond,
-de kluis te verlaten.
-
-„Blijf staan, schurk, en geef je over”, brulde Baxter, terwijl hij zijn
-revolver omhoog hief. „Als je niet de duivel in eigen persoon bent, dan
-ben je Raffles, de meester-dief!”
-
-Een schot klonk, maar de kogel sloeg tegen de stalen deur, die Lister
-met geweld in het slot had geworpen, en viel op den grond neer.
-
-„Doe de deur open”, hoorde Lister den tiran van Scotland Yard
-uitroepen. „Wij hebben hem, ditmaal kan hij ons niet ontsnappen.”
-
-„Wij hebben geen sleutel van de deur”, antwoorden een stem. „Niemand
-heeft een sleutel van de deur, zelfs niet de directeur van de kluizen.”
-
-„Dan moet de deur worden ingeslagen.”
-
-„Dat is onmogelijk—deze stalen deuren zijn niet met geweld te
-verbrijzelen. Dat is juist de betrouwbaarheid van onze safes.”
-
-„Maar wij moeten hier toch binnen!”
-
-„Ik zal u het systeem verklaren”, antwoordde de directeur op kalmen
-toon.
-
-„Deze deur gaat vanzelf open, maar eerst morgen vroeg om negen uur.
-
-„Zoolang kan ik niet wachten”, sprak Baxter. „Maar weet je wat,
-Brouwer, haal Hopkins, dien wij gisteren wegens zware inbraak
-gearresteerd hebben. Het heet voor hem kinderwerk te zijn, deze
-geldkast open te breken!”
-
-„Hopkins!”
-
-Lord Lister spitste de ooren.
-
-De inbreker Hopkins was hem goed bekend. Hij had als Raffles vaak
-genoeg met hem te doen gehad.
-
-Een half uur verliep—de lucht in de stalen kluis werd bijna
-onverdraaglijk. En Lister begreep, dat hij door gebrek aan zuurstof ten
-doode was opgeschreven, als hij hier tot den volgenden morgen negen uur
-moest blijven.
-
-De stem van Hopkins, die hij buiten vernam, ontrukte hem aan zijn
-somber gepeins.
-
-„Hopkins, je moet deze deur openmaken”, zei Baxter tot den
-tuchthuisboef, „en als het je lukt, zal ik je je vrijheid teruggeven”.
-
-„Dat laat zich hooren”, zei de inbreker, „ik zal het boeltje eens gaan
-onderzoeken”.
-
-Hopkins klopte en hamerde tegen de deur en verklaarde ten slotte, dat
-hij niets kon uitrichten.
-
-Baxter werd razend.
-
-„Ik geef je nog 200 pond bovendien”, beloofde hij, „als het je gelukt
-binnen het uur de kluis te openen”.
-
-„En heb ik niets anders te doen, dan die deur open te breken?” vroeg de
-schelm met een eigenaardig, glimlachje.
-
-„Niet anders”.
-
-„Dan zal ik het doen. Ik ben namelijk van plan”—hij nam Baxter mee voor
-de groote staande klok, „om met een soort tandmeesterstang den slinger
-af te knijpen, zonder de klok te laten staan, zoodat deze dan met
-fabelachtige snelheid af kan loopen, en binnen drie kwartier het zoover
-gebracht heeft, dat ze het negende uur van den volgenden morgen
-aanwijst.
-
-„Dus gaat de deur open, en krijg ik mijn geld en mijn vrijheid.
-
-„Geef me nu een smeltkroesje en den zak die ik heb meegebracht, daar
-zitten mijn instrumenten in”.
-
-„Uitstekend!” riep Baxter uit op vergenoegden toon, „dan zal Raffles
-ons tòch niet ontsnappen!”
-
-Hopkins aarzelde.
-
-Hij onderdrukte een glimlachje.
-
-„Ik stel nog een voorwaarde, inspecteur; alle personen moeten hier uit
-de gang gaan; nu ja, ik wil me niet graag in de kaart laten kijken!”
-
-Ook op deze voorwaarde ging Baxter in.
-
-Een paar minuten later was Hopkins alleen in de gang en bliksemsnel
-ging hij naar de deur der kluis.
-
-„Raffles!” riep hij, „kunt ge me hooren?”
-
-„Ja, Hopkins, ik hoor je!”
-
-„Je kunt vluchten! Ik zal je den weg wijzen!
-
-„Al een jaar ben ik bezig, om in deze kluis in te breken.
-
-„Als een mol heb ik een gat gegraven tot aan den cementen vloer.
-
-„Nog een weekje arbeid en alles was in orde geweest.
-
-„Toen ben ik gisteren gearresteerd.
-
-„Verbrijzel het cement, Raffles, je hebt er niet meer dan drie kwartier
-werk aan, laat je dan in den kuil vallen, dien je zult zien.
-
-„Je komt dan bij een oude kanaalgang, en als je steeds verder loopt,
-belandt je in Greenwich Road, in een oud vat, dat op de binnenplaats
-staat van Bob, den boevenwaard. Dan ben je gered—heb je mij begrepen,
-Raffles?”
-
-„Volkomen, Hopkins! Dank je wel, ik zal je rijkelijk beloonen!”
-
-„Goeden dag, Raffles, wat zal die Baxter straks een gezicht trekken. Ik
-lach me een ongeluk!”
-
-Lord Lister werkte een half uur als een postpaard.
-
-Maar toen ook was hij klaar.
-
-Het was ook hoog tijd, want daar buiten hoorde hij Hopkins zeggen:
-
-„Zie daar, heeren, de slinger is al afgeknipt.
-
-„Nog tien minuten en de klok zal het uur aanwijzen, waarop de deur zich
-opent”.
-
-„Nog tien minuten”, juichte Baxter, dan zal „de wereld weten, wie de
-Groote Onbekende is.”
-
-„En dan zal ik gewroken zijn”, jubelde Adrienne.
-
-In gespannen aandacht wachtte men op het voorbijgaan der minuten.
-
-„Hoe lang nog, Hopkins?” vroeg Baxter ongeduldig
-
-„Nog twee minuten!”
-
-„Gelukkig!”
-
-„Nog één minuut, nog dertig seconden—nog tien—nog vijf—en nu—”
-
-Met een doffe kraak vloog de deur van de kluis open.
-
-„Handen op, Raffles, of je bent een lijk,” donderde Baxter, „wij — —”
-
-De woorden bestierven hem op de lippen.
-
-En Hopkins beet zich de tong tot bloedens toe om niet in lachen uit te
-barsten.
-
-„Gevlucht!” krijschte hij met roodblauw gelaat. „Raffles is
-gevlucht—door den vloer is hij ter helle gevaren—kijkt—kijkt met eigen
-oogen!”
-
-„Maar ik”, viel Hopkins in, „ik heb mijn plicht gedaan, inspecteur, ik
-krijg toch eerlijk tweehonderd pond en mijn vrijheid!”
-
-„De duivel zal je halen!
-
-„Je krijgt wat je beloofd is, maar nog drieduizend pond bovendien, als
-je mij nu Raffles ook nog brengt!”
-
-„Neen, inspecteur”, antwoordde Hopkins schouderophalend, „dàt gaat
-boven mijn macht—die doet wat hij wil en is niet te pakken, maar
-daarvoor is hij ook Raffles, de meesterdief!”
-
-„En wat nog veel erger is”, voegde Baxter er aan toe met bijna
-schreiende stem, „hij is en blijft—de Groote Onbekende!”
-
-— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — —
-— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — — — — — — —— — — — — — — — —
-
-Acht dagen later waren er twee gelukkige menschen op de wereld.
-
-De een was de melkslijter Bastien Cavour in het dorpje Belleville onder
-den rook van Parijs, want hem werden anoniem honderdduizend francs
-gezonden.
-
-De ander was de Russische koopman Moskowitsch in Moskou, die
-vijftigduizend roebel schadevergoeding kreeg, omdat hij een dag te laat
-in Londen was aangekomen.
-
-In beide gevallen was de afzender der enorme bedragen—de Groote
-Onbekende.
-
-
-
-
-
-
-
-
-AANTEEKENING
-
-
-[1] Wij maken onze lezers er opmerkzaam op, dat deze bijzonder
-belangwekkende geschiedenis dateert uit den tijd, toen de
-Engelsche politie nog niet wist, dat lord Lister, de zeer geziene
-aristocraat, dezelfde was als Raffles—de meesterdief. Destijds
-was hij inderdaad nog „De groote Onbekende”.
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0013: DE
-INBRAAK IN DEN SLAAPWAGEN ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.