diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/67955-0.txt | 3040 | ||||
| -rw-r--r-- | old/67955-0.zip | bin | 50180 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/67955-h.zip | bin | 188694 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/67955-h/67955-h.htm | 3830 | ||||
| -rw-r--r-- | old/67955-h/images/dubec-no-3.png | bin | 24505 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/67955-h/images/lordlister0384-front.jpg | bin | 97189 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/67955-h/images/p0384-01.png | bin | 8298 -> 0 bytes |
10 files changed, 17 insertions, 6870 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..b03cf4c --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #67955 (https://www.gutenberg.org/ebooks/67955) diff --git a/old/67955-0.txt b/old/67955-0.txt deleted file mode 100644 index 82ae559..0000000 --- a/old/67955-0.txt +++ /dev/null @@ -1,3040 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0384: Het Diamanten -Halssnoer, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 0384: Het Diamanten Halssnoer - -Authors: Kurt Matull - Theo Blakensee - Felix Hageman - -Release Date: April 30, 2022 [eBook #67955] - -Language: Dutch - -Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0384: HET -DIAMANTEN HALSSNOER *** - - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 384 HET DIAMANTEN HALSSNOER. - - - - - - - - -HET DIAMANTEN HALSSNOER. - - -HOOFDSTUK I. - -HET COLLIER VAN GRAVIN MAC DOUGALL. - - -Niet ver van de Kensington Gardens, en ten noorden van dit prachtige -park, hetwelk deel uitmaakt van het wereldbefaamde Hyde Park, bevindt -zich de Cleveland Square, waar slechts de rijkste en deftigste -Londenaars wonen, die er allen hun eigen huizen hebben, voor zeer -aanzienlijke kapitalen gekocht, daar de grond hier bijna even duur is -als in het hartje van Londen. - -In het midden van het plein van dien naam strekt zich een vrij groot -plantsoen uit, waar het altijd zeer stil en rustig is. - -Des middags ziet men er de kinderen van de rijke lieden, die aan het -plein wonen, spelen onder de hoede van deftige nurses, Fransche -gouvernantes en zelfs van Duitsche fräuleins. - -Ter rechterzijde van het plein verheft zich ongeveer in het midden een -alleenstaand huis, hetwelk gebouwd werd tijdens het renaissance -tijdperk, en sedert dien tijd het eigendom is van het geslacht der -graven Dougall. - -Het is een trotsch, zeer groot huis, van grijze steen opgetrokken en -aan drie zijden omgeven door een zelfs voor deze buurt zeer grooten -tuin, terwijl een breed grasveld, doorsneden door een oprijlaan, welke -op het marmeren terras uitloopt, het heerenhuis scheidt van den -openbaren weg. - -Op het oogenblik, waarop ons verhaal een aanvang neemt, werd het huis -bewoond door gravin Eleonora Mac Dougall, een trotsche telg voor haar -geslacht en die zich, ondanks haar vijftig jaren, gaarne een air van -jeugdigheid gaf, hetgeen haar moeilijk viel, daar zij zeer lang, zeer -mager en ten overvloede, verre van mooi was. - -Haar echtgenoot was reeds in de eerste dagen van den wereldoorlog -gevallen, een van haar beide zoons zocht het adellijke schoon in -Schotland, en de tweede, een jonge man van zes en twintig jaar deed -weinig anders dan door de geheele wereld reizen en zijn moeder zag hem -slechts zelden, hetgeen zij slechts ten halve betreurde, want de flink -opgeschoten Dougall, met zijn zware knevel was er niet bepaald toe -geschikt, haar jonger te maken en booze tongen beweerden dat de gravin -volstrekt geen tegenzin had in een tweede huwelijk, ingeval er slechts -aannemelijke aspiranten kwamen opdagen, van adel als zij, rijk als zij -en op wiens verleden natuurlijk niets mocht zijn aan te merken. - -De vijandinnen van gravin Eleonora, en zij waren talrijk, verklaarden -onomwonden dat de bewoonster van het prachtige huis aan het Cleveland -Square een zottin was, en haar benijdsters, die waren er nog talrijker, -mompelden, dat er allicht een man te vinden zou zijn, zotter dan zij, -die lust en moed zou gevoelen, de spichtige, trotsche en verre van -aantrekkelijke dame ten huwelijk te vragen. - -Gravin Eleonora liet de booze tongen praten, lachte minachtend met haar -dunne, bloedelooze lippen en gaf ondertusschen partij op partij in haar -prachtig huis. - -Menigeen vroeg zich af, waartoe eigenlijk dit heerenhuis met zijn vijf -en twintig kamers en zijn zes zalen, door de gravin als woonstee was -uitverkoren, want zij verbleef daar slechts in gezelschap van haar -jeugdige nicht, Miss Grace Keating, de spruit van een verarmde zijlinie -van het grafelijk geslacht, die zij tot dame van gezelschap had -verheven, een oude huishoudster, Miss Arabella More geheeten, en voorts -de noodige bedienden, die onder bevel stonden van een deftigen ouden -buttler, die reeds tientallen jaren in dienst van Mac Dougall was. - -De gravin had in Londen nog twee andere huizen, heel wat kleiner dan -dit en die zeker vrij wat geriefelijker waren, maar zij had er nu -eenmaal haar zinnen op gezet, in dit paleisachtige huis te wonen, dat -zich in ieder geval beter leende om partijen te geven. - -Het seizoen was niet lang begonnen en het was in het laatst van -November toen er weder een soiree plaats vond, door gravin Eleonora -gegeven, waarop tal van edellieden, bekende kunstenaars, -parlementsleden, steunpilaren van de beurs en eenige zeer rijke -industrieelen waren uitgenoodigd. - -De soiree werd gegeven in een der vleugels van het groote heerenhuis, -waarvan de eerste verdieping daghelder verlicht was. - -Daar bevond zich een van de groote zalen, die gemakkelijk zes honderd -personen kon bergen en die voor dergelijke doeleinden bij uitstek -geschikt was. - -Drie zware electrische kronen hingen van het rijk versierde plafond af, -dat door niemand minder dan den beroemden Franschen kunstenaar -Fragonard beschilderd was en zij deden de groote zaal in een zee van -licht baden. - -Een drietal kleinere nevenvertrekken waren tevens bestemd om de gasten -van gravin Mac Dougall te ontvangen en in een er van was een koud -buffet aangericht waar men zich door een van de vier bedienden, die -hier hadden post gevat, fijne spijzen kon laten toereiken, welke men -staande moest nuttigen. - -Een paar honderd personen hadden gevolg gegeven aan de uitnoodiging van -de gravin en daaronder waren zeer vele jongelieden, want er zou gedanst -worden. - -Gravin Eleonora had wel begrepen, dat zij deze concessie moest doen, -want zij bezat nog juist genoeg zelfkennis om in te zien, dat haar -conversatie en haar goede keuken alleen niet voldoende zouden zijn, om -gasten tot zich te lokken. - -Een strijkje van vier man, op een verhevenheid achter een fraai bewerkt -kamerschut opgesteld, speelde bijna voortdurend sleepende walsen en -zelfs nu en dan een Two step, hetwelk oogluikend door de gravin werd -toegelaten, die niet voor al het goud van de wereld zou wenschen, dat -men haar voor benepen of achterlijk hield. - -De gravin zelve had haar gasten bij de breede dubbele deur, die van de -groote zaal direct uitkwam op het portaal, waarop de geweldige marmeren -statietrap toegang gaf, begroet. - -Zij was gekleed in een baljapon van zeegroene zijde, tamelijk laag -gedekoletteerd en zoo kort, dat men de fijne enkels goed kon -bewonderen, de eenige uiterlijke schoonheid, waarop de gravin in dit -stadium van haar leven nog kon bogen en welke zij dan ook druk -exploiteerde. - -Het nog altijd blonde haar, waaruit het grijze zorgvuldig was -verwijderd, was zeer hoog opgemaakt en dit deed haar smal gelaat nog -langer en beenderiger schijnen. - -Maar voor alles werd de aandacht van den bezoeker getrokken door het -collier van prachtige diamanten, hetwelk gravin Eleonora om den hals -droeg. - -Het was een drievoudig snoer, de diamanten waren van het zuiverste -water en de grootste, bijzonder vaak geslepen, waren niet veel kleiner -dan een duivenei. - -De gravin droeg dit halssnoer slechts bij feestelijke gelegenheden en -vrij wat gasten kenden het reeds, en wisten er de waarde van. Graaf Mac -Dougall had er in het begin van zijn huwelijk de kapitale som van vijf -en veertig duizend pond sterling voor moeten betalen. - -En sedert dien was het kostbare kleinood zeker nog in waarde -toegenomen. - -Niet ver van de gravin verwijderd stond een bevallig jongmeisje, in een -smaakvol baltoilet. - -Dat was Miss Grace Keating. - -Zij kon hoogstens twintig jaar zijn en ondanks de minder aangename -positie welke zij in het huis bekleedde, straalden de mooie donkere -oogen van levenslust in het ronde, blozende gezichtje, dat omgeven werd -door een overvloed van zwart haar en glanzende krullen. - -Ook zij nam deel aan de begroeting en nu en dan wenkte gravin Eleonora -haar en gaf op zachten toon een of ander bevel, hetwelk het jonge -meisje zich haastte op te volgen. - -Maar ten slotte trok de gravin zich toch uit haar vooruitgeschoven -stelling bij de deur terug en mengde zich onder haar gasten. - -En het duurde niet lang, of dezen zagen haar in druk en opgewekt -gesprek met Lord Binning, een man van omstreeks vijftigjarigen -leeftijd, die nog zeer groote zorg aan zijn uiterlijk besteedde en niet -geschroomd had zijn haar en korte snor gitzwart te verven. - -Men zeide van hem, dat hij de beste kleermaker van Weenen zijn -clandisie gunde en dat deze kunstenaar hem wist te kleeden op een -wijze, zooals geen Londensche tailleur hem kon verbeteren. - -En aanstonds nam het gefluister een aanvang. - -En het fluisteren werd tot mompelen, toen de gravin achtereenvolgens -twee dansen met Lord Binning danste. - -Het was zoo duidelijk als de dag, de gravin had den Lord reeds zoo goed -als in haar netten en het zou niet lang duren of men zou een sierlijke -kaart ontvangen, waarin Lord Binning kennis gaf van zijn voorgenomen -huwelijk met gravin Eleonora Mac Dougall. - -Ook deed zijne Lordschap een paar dansen met Miss Grace, maar dat -beteekende natuurlijk niets. - -Iedereen hier in het vertrek wist, dat Lord Binning weliswaar een -adellijken titel had, maar weinig contanten, en dat hij leefde van de -opbrengst van een paar landgoederen, die intusschen zwaar -verhypothekeerd waren en waarvan hij bijna geen roede zijn eigendom kon -noemen. En Miss Grace was arm, zij had volstrekt niets te wachten, voor -zoover men wist, en zij was al evenmin van adel, want verarmde -zijtakken kon men toch met den besten wil niet tot den hoogen adel -rekenen. - -Lord Binning zou dus een domheid doen als hij het meisje ten huwelijk -vroeg, en tot een domheid achtten degenen die hem goed kenden, Mylord -niet in staat. - -Intusschen scheen de gravin het samenzijn van Lord Binning en haar -nichtje met tamelijk scheele oogen aan te zien, en zij scheen deswege -op tamelijk vinnigen toon een paar woorden tot het meisje te richten, -dat beurtelings vuurrood en bleek werd en zich in een hoekje terug -trok, waaruit zij echter spoedig weer werd te voorschijn gehaald door -een knappen luitenant van de garde, die zich om alles minder bekommerde -dan om het zure kijken van zijn gastvrouw, of door het verbod, door -haar uitgevaardigd. - -Het kon echter niet ontkend worden, dat gravin Eleonora succes had met -haar soiree. De gasten schenen zich goed te amuseeren. Het koude buffet -was overvloedig en voortreffelijk ingericht. De vier muzikanten schenen -onvermoeibaar en men had een uitmuntend onderwerp voor een gesprek -gevonden, in een drietal schandalen in de groote wereld, die op dat -oogenblik alle tongen in beweging brachten. - -Zoo werd het half twaalf, en reeds hadden een aantal gasten zich terug -getrokken, die wisten, dat de gravin aan haar uiterlijk verplicht -meende te zijn, haar gezondheid zooveel mogelijk te ontzien en dus -nooit heel laat op bleef. - -Op dat oogenblik trad er een heer van middelbaren leeftijd, met een -tamelijk ouderwetsche rok aan, maar in wiens overhemd een paar kostbare -zwarte parels glansden, met nog koolzwart glanzend haar en een -uiterlijk, dat duidelijk zijn Slavische afkomst verried, buigend en met -wrangen glimlach op de lippen op de gravin toe. - -Het was Paul Orlow, de juwelier van het Strand. - -Hij was ongeveer een half uur geleden verschenen en had de eer genoten, -eenige walstoeren met zijn grafelijke gastvrouw te mogen doen, die hem -wel kende, daar zij vroeger wel eens iets in zijn welbekende zaak -gekocht had en er ook nu wel eens reparaties liet verrichten. - -Orlow bleef voor haar stil staan, kuchte een paar maal verlegen achter -zijn hand, als iemand die niet weet hoe te beginnen en zeide toen, na -een snellen blik om zich heen te hebben geworpen: - -„Verschoon mij, mevrouw de gravin. Hebt gij wellicht eenige minuten -voor mij?” - -Gravin Eleonora trok haar wenkbrauwen hoog op, als vreesde zij niet -goed te hebben verstaan. - -„Ik zou niet zoo vrijpostig zijn, gravin,” vervolgde de juwelier -haastig, „als ik niet iets zeer belangrijks en voor u zeer onaangenaams -heb mede te deelen. Het spijt mij dat ik dit juist bij deze gelegenheid -moet doen, maar ik durf de waarheid niet langer verborgen te houden.” - -„Mijn hemel Orlow, gij maakt mij aan het schrikken,” riep de gravin -uit, nu werkelijk ontsteld door de woorden van den juwelier. „Wat kunt -gij mij wel hebben mede te deelen. Is de ring zoek geraakt of gestolen, -dien ik een paar dagen geleden bij u liet brengen?” - -„Uw ring ligt in mijn brandkast, gravin,” antwoordde Orlow zacht. „Het -is veel erger, veel veel erger, maar ik kan het u hier niet zeggen in -de balzaal en daarom verzocht ik u, mij in een van uw vertrekken even -te woord te staan. Ik heb met opzet gewacht, tot de soiree bijna -geëindigd is, want ik moest wel vreezen, gravin, dat gij, als gij mij -zult hebben aangehoord, weinig lust zult gevoelen uw taak als gastvrouw -voort te zetten.” - -Nu nam gravin Mac Dougall zonder verder een woord te spreken den -juwelier bij een mouw van zijn rok en trok hem, zonder acht te slaan op -haar gasten die vrij verbaasd toekeken, met zich mede, de groote zaal -uit, dwars het portaal over en tenslotte een klein fraai vertrek -binnen. - -Zij had bij het binnenkomen den schakelaar omgedraaid, sloot nu de -deur, duwde Orlow zonder omslag in een stoel neer en zeide toen -ongeduldig, terwijl haar dunne lippen een weinig trilden: - -„Zeg me nu spoedig wat ge te zeggen hebt, Orlow. Ik kan me volstrekt -niet begrijpen wat het is, wat ge me onder vier oogen moet mededeelen.” - -„Het is zeer moeilijk om het u te zeggen, gravin,” begon de juwelier -stotterend. - -En terwijl hij deze woorden sprak, gleden zijn blikken naar het -diamanten halssnoer, hetwelk gravin Eleonora om haar mageren gelen hals -droeg. - -En onwillekeurig gleed de zwaar beringde hand van de gravin langzaam -naar boven en haar beenige vingers betastten zenuwachtig de kostbare -steenen. - -„Wat kijkt ge naar mijn halssnoer, Orlow,” vroeg ze toen. „Alle steenen -zijn er toch nog? Maar man spreek toch. Zie je niet dat ik op heete -kolen zit.” - -„De steenen zijn er nog allen, gravin,” hernam Orlow op fluisterenden -toon, terwijl hij schuw langs zijn gastvrouw heen keek, „maar zij zijn -valsch.” - -Het was goed, dat de gravin juist voor een sofa stond, want ze knikte -als het ware dubbel, alsof haar beenen plotseling onder haar waren weg -geslagen, en staarde toen Orlow aan, alsof zij vreesde met een gek te -doen te hebben. - -Toen herhaalde zij heesch: - -„Valsch. Zijt gij niet goed bij uw verstand? Durft gij beweren, dat het -collier, dat ik vijf en twintig jaar geleden van mijn echtgenoot kreeg, -niet echt is.” - -„Het collier, dat mijnheer uw echtgenoot u schonk, gravin, is zonder -eenigen twijfel echt geweest. Ik ken het. Ik heb het herhaaldelijk -gezien, maar de snoeren diamanten, welke gij daar om den hals draagt, -zijn niet dezelfde. Ik had zooeven de eer, met u te mogen walsen, ik -had alle gelegenheid het halssnoer te bewonderen en ik kon er niet aan -twijfelen, de prachtige steenen waren vervangen door anderen, die door -een meesterhand moeten zijn nagemaakt. Wilt gij mij veroorloven het -snoer van wat naderbij te bezien?” - -Als onder den invloed van een boozen droom, maakte de gravin langzaam -de sluiting los en overhandigde Orlow het drievoudige snoer, dat -tintelde en schitterde in het electrische licht. - -De juwelier bekeek een tiental van de steenen met de grootste aandacht -door een kleine loupe, die hem slechts zelden verliet, nam er een -tusschen duim en wijsvinger van zijn linkerhand, en maakte met den -diamant die in den dikken gouden ring van zijn rechterpink prijkte, een -streepje op den steen. - -De kras was duidelijk zichtbaar. - -Zwijgend liet hij den bekrasten steen aan de gravin zien, die het snoer -weder aannam en er als wezenloos naar staarde. - -Toen hernam de juwelier op een toon van beklag: - -„Kristal, gravin, bergkristal, uit de Jura. Een zeer harde soort, die -ook niet heel goedkoop is, maar toch moet ik u tot mijn spijt zeggen, -dat ik voor dit snoer, zooals het daar is, niet meer zou over hebben -dan veertig pond sterling, en dan nog, omdat er voor ongeveer dertig -pond goud aan zit. Hoe het mogelijk is, dat men de steenen van uw snoer -heeft kunnen vervangen, zonder dat gij het bemerkt hebt, dat weet ik -natuurlijk niet. Maar ik kan u niet in het onzekere laten betreffende -het feit, dat ze zijn nagemaakt.” - -Nog voor Orlow geheel uitgesproken had, gleed de gravin langzaam van de -sofa op den vloer. Zij was flauw gevallen. - - - - - - - - -HOOFDSTUK II. - -VALSCHE EN ECHTE DIAMANTEN. - - -Het was in den morgen, die volgde op het soiree van de gravin van Mac -Dougall en omstreeks half tien, toen er een eenvoudige huurauto stil -hield voor het hek, dat het grasperk voor het prachtige heerenhuis der -gravin afsloot. Een ongewone verschijning voorzeker in die deftige -buurt, waar men zelden iets anders zag dan eigen auto’s en fraaie -equipages. - -Uit de auto stapte een rijzig man, smaakvol gekleed, recht als een -kaars en met doordringende grijze oogen. - -Hij wisselde eenige woorden met den chauffeur, die knikte, een krant -uit zijn zak haalde, en op zijn gemak begon te lezen, als iemand die -eenigen tijd zou moeten wachten, en volgde daarna met snelle schreden -het oprijpad. - -Hij beklom het terras, en trok aan de ouderwetsche zware koperen bel -aan de huisdeur. - -Het duurde eenigen tijd voor de deur geopend werd door een bediende, -die den bezoeker een tamelijk verbaasden blik toewierp, zijn kleederen -taxeerde en vroeg: - -„Wat wenscht gij, mijnheer?” - -„Ik wensch mevrouw de gravin te spreken.” - -De bediende trok zijn wenkbrauwen hoog op en hernam, alsof hij zijn -ooren niet vertrouwde: - -„Gij wilt mevrouw de gravin spreken? Om half tien in den morgen. Maar -de gravin kan nog nauwelijks haar kamer hebben verlaten.” - -„Dat doet er niets toe, mijn vriend,” zeide de bezoeker bedaard. „Ik -weet zeker dat zij me zal ontvangen, wanneer je zegt, dat ik in de zaak -van de diamanten kom en dat ik haar dienaangaande een zeer belangrijke -mededeeling heb te doen.” - -„De diamanten? Welke diamanten?” vroeg de bediende verwonderd. - -„Weet je er niets van?” kwam de bezoeker nu. „Nu het is ook eigenlijk -geen zaak, die het personeel aangaat,” liet hij er op hoogen toon op -volgen, die niet naliet indruk op den huisknecht te maken. - -Hij deed de deur wat verder open, liet den bezoeker in de reusachtige -hal en zeide toen, terwijl hij een reusachtigen leunstoel vooruit -schoof: - -„Ik zal in ieder geval mevrouw de gravin uw verzoek om haar te spreken -overbrengen. Wees zoo goed om even te wachten.” - -De bezoeker was gaan zitten zonder nog iets te zeggen en wachtte. - -De bediende kwam in heel wat vlugger tempo terug, dan hij gebruikt had -om de marmeren trap te bestijgen en hij had deze nog niet halverwege -afgedaald, toen hij den bezoeker toeriep: - -„Mevrouw de gravin laat verzoeken bij haar te komen.” - -De bezoeker stond op, besteeg op zijn beurt de trap, waar de bediende -hem wachtte en volgde deze totdat de man stil stond voor een hooge, wit -gelakte deur, niet ver van het einde van de trap. - -Hij klopte aan en daar hij geen naam kon noemen, liet hij den bezoeker -zwijgend passeeren. Hij sloot de deur weder achter hem. - -Uit een gemakkelijken stoel, dicht bij een der vensters, was gravin -Eleonora opgestaan, gekleed in een peignoir, welke zij blijkbaar -haastig had omgeslagen en die eigenlijk beter geschikt geweest zou zijn -voor een vrouw in de glans van haar jeugd en schoonheid. - -Daar zij blijkbaar een slechten nacht had doorgebracht en -oogenschijnlijk ook nog geen tijd had gevonden de tallooze -schoonheidsmiddeltjes aan te wenden, waarmede zij zich placht te -verjongen, vertoonde zij op dit oogenblik een uiterlijk, dat Lord -Binning zeker zou hebben afgeschrikt, als hij het had kunnen zien. - -Zij deed een paar schreden in de richting van den bezoeker, keek hem -met haar knipperende, sterk bijziende oogen aandachtig aan en zeide -toen: - -„Gij komt hier in verband met de diamanten. Hoe is het mogelijk, -mijnheer, hoe kunt gij weten wat er hier gisteren is voorgevallen? Ik -had het geheim gehouden en ook Orlow verzocht er volstrekt niet over te -spreken.” - -„Ik wist het niet gravin, ik vermoedde het slechts,” antwoordde de -bezoeker glimlachend. „Ik was natuurlijk op de hoogte van uw soiree, ik -wist dat gij daarbij uw diamanten halssnoer zoudt dragen, en ik wist -evenzeer dat de juwelier Orlow het plan koesterde, naar uw soiree heen -te gaan.” - -„Dat begrijp ik niet,” hernam de gravin met starenden blik. „Al wist -gij dat alles, hoe kon gij dan vermoeden, dat Orlow tot de ontdekking -zou komen, van....” - -„Van de valschheid uwer diamanten, gravin?” vulde de bezoeker op kalmen -toon aan. „Ik kan mij voorstellen, dat gij u hierover verbaast, maar uw -verwondering zal minder groot zijn, als ik u zeg, dat ik wel zeer -nauwkeurig op de hoogte moest zijn, om de afdoende reden, dat ik de man -ben, die uw diamanten gestolen heb.” - -De gravin plofte meer dan zij neerzat in een stoel, die zich onder haar -bereik bevond en keek den bezoeker aan met een mengeling van schrik, -ongeloof en woede. - -Toen herhaalde zij toonloos: - -„Die mijn diamanten gestolen heeft? Die ze veranderd heeft voor -valsche? En dat durft gij mij hier in mijn eigen huis komen -mededeelen?” - -„O, daar is niet zooveel moed toe noodig, gravin”, antwoordde de -bezoeker rustig. „Gij zult wel begrijpen, dat ik mijn maatregelen heb -genomen. Ik zie daar bijvoorbeeld een telefoontoestel staan, waarvan -gij u zoudt kunnen bedienen, maar ik moet u zeggen, dat het weinig zou -baten, want de draden zijn doorgeknipt. Gij hebt niet met een beginner -of met een onhandigen sukkel te doen. Ik ben John Raffles.” - -De gravin schoof met den rug den stoel achteruit en geruimen tijd kon -ze geen woord over haar lippen brengen. Toen fluisterde zij op heeschen -toon: - -„John Raffles, de Gentleman-Inbreker, op wiens hoofd een prijs van twee -duizend pond sterling is gesteld.” - -„Sedert vele jaren, gravin, en zonder dat Scotland Yard ooit die som -heeft behoeven uit te betalen.” bevestigde Raffles glimlachend en met -een kleine buiging. - -„Ik heb menigmaal staaltjes van uw stoutmoedigheid en weergalooze -onbeschaamdheid gehoord, John Raffles, maar ik wist niet dat ge dit -zoudt durven,” riep de gravin uit. - -„Wat valt er eigenlijk te durven, gravin?” kwam Raffles met een -onschuldig gelaat. - -„Vraagt gij dat nog?” riep gravin Eleonora uit. „Al kan ik niet -telefoneeren, denkt gij daarom dat gij ongemoeid mijn huis zult -verlaten?” - -„Daar ben ik volkomen zeker van, gravin,” antwoordde Raffles op -denzelfden bedaarden toon. - -„Maar ik zal schreeuwen. Ik zal het huis bij elkaar roepen. Ik zal -drie, vier bedienden voor de huisdeur op post zetten,” riep de gravin -woedend uit. - -„En dacht gij met zulke onnoozele hulpmiddeltjes een man als John -Raffles te beletten uw huis te verlaten?” vroeg Raffles -schouderophalend. „Ik zie wel, dat ge mij niet kent, gravin. -Veronderstel eens, dat ik u niet verhinderde uw stem uit te zetten, -dacht u soms, dat ik niet verre weg de meerdere zou zijn, met mijn -revolver en.... eenige andere werktuigjes, tegen eenige ongewapende -bedienden. Denkt gij soms, dat ik niet weet dat er wel drie andere -uitgangen zijn, dan de voordeur en dat ik hun plaats niet zeer -nauwkeurig ken? Lieve hemel, bij uw eerste gil zou ik reeds de trap af -zijn en op straat staan. Kom, gravin, laten we liever rustig met -elkander praten.” - -„Wat, ik zou praten met John Raffles?” riep de gravin bleek van woede -uit. - -„Ik verzeker u, gravin, dat ge daardoor u zelf volstrekt niet zoudt -vernederen,” hernam Raffles koeltjes. „Zonder iets te willen afdingen -op uw rijkdom en uw positie in de maatschappij, kan ik u wel zeggen, -dat nog heel andere personen van rang en aanzien met John Raffles -hebben gesproken. Goedschiks of kwaadschiks.” - -Hoewel nog steeds bevend van woede en machtelooze wraakzucht nam gravin -Eleonora op den stoel plaats en zeide op hoogen toon: - -„Zeg dan wat gij mij te zeggen hebt, mijnheer, ofschoon ik mij -volstrekt niet kan voorstellen, wat gij mij wel mede te deelen kunt -hebben. En maak het kort, wat ik u verzoeken mag.” - -„Ik zal het niet langer maken, gravin, dan volstrekt noodzakelijk is. -Gij hebt het mij wel niet verzocht, maar ik zal toch zoo vrij zijn, -plaats te nemen, want ik ben niet gewend dat men mij laat staan, zelfs -niet ten hove.” - -„Ten hove,” herhaalde de gravin met een minachtend schouder ophalen. -„Ik heb wel eens hooren verhalen van uw groote stoutmoedigheid, John -Raffles, maar voor gij mij zoudt kunnen wijs maken, dat gij ooit een -voet aan het hof hebt gezet, zou er heel wat moeten gebeuren.” - -„Gravin, ik heb hofbals bijgewoond, hier te Londen, te Madrid, en te -Berlijn, toen daar nog keizer Wilhelm aan het bewind was. Gij moogt mij -gelooven of niet, maar het is de waarheid. Laat ik er onmiddellijk aan -toevoegen dat mijn bezoeken in al die gevallen vrij onaangename -gevolgen hadden voor dezen of genen grootwaardigheidsbekleeder en -eenmaal had ik zelfs de eer en het groote voorrecht, koning Alfons van -Spanje onder mijn slachtoffers te mogen rekenen, bijna had ik gezegd, -onder mijn clientèle. Wanneer mevrouw de gravin zich wellicht de -desbetreffende verslagen in de dagbladen wil herinneren, zou zij moeten -erkennen, dat ik geen naneef ben van baron van Münchhausen. Van -opsnijden heb ik een ingekankerde afkeer. Nu echter ter zake, want ik -zou bijna vreezen misbruik te maken van uw vriendelijkheid.” - -„Van mijn vriendelijkheid,” barstte de gravin uit. „Waagt gij het, -mijnheer, mij voor den gek te houden? Gij schijnt te meenen, dat gij -volkomen veilig zijt.” - -„Dat meen ik ook, gravin, meer nog, ik ben er zeker van. Ik behoor niet -tot die lieden die over een nacht ijs gaan en voor ik mij kwam -aanmelden, zoo vroeg in den morgen, heb ik mij deugdelijk overtuigd, -dat men mij hier niet al te zeer in den weg zal loopen en ik ken alle -trappen, gangen, vertrekken en ramen in uw huis, de balkons en de -brandladder, de kelder zoowel als de zolder, minstens even goed en -waarschijnlijk beter dan gij zelf. Ik had het genoegen een paar weken -in uw dienst te zijn, jammer genoeg hebt gij mij toen wegens -onverbeterlijke dronkenschap moeten ontslaan.” - -„Wat, die huisknecht, dien man dien ik een paar weken geleden in dienst -nam,” stamelde de gravin. - -„Die man was ik, gravin,” zeide Raffles met een vriendelijken glimlach -op zijn gelaat en een beleefde buiging. „Ik moest wel tot deze kleine -list mijn toevlucht nemen, teneinde op de hoogte te komen van de beste -wijze, de steenen van uw collier te kunnen vervangen door anderen, -hetgeen mij een paar dagen geleden gelukt is, en nu mijn voorstel, -gravin.” - -„Een voorstel,” kwam de gravin verwonderd en verontwaardigd, - -„Of mijn aanbod, als gij dat woord soms liever hoort.” - -De gravin stampvoette van drift en zeide toen tusschen de tanden: - -„Laat hooren.” - -„Gij staat dus voor het feit, gravin,” begon Raffles met de grootste -kalmte, „dat gij uw juweelen kwijt zijt, en dat ik ze vervangen heb -door kunstmatige. Wel ga ik er niet prat op, dat mijn steenen de -vergelijking kunnen doorstaan met die, welke thans vervaardigd worden -door de Nobelmaatschappij, maar ik geloof toch, dat de mijne heel -aardig zijn, dat een man als de juwelier Orlow ze herkent, verwondert -mij niet zeer, want hij is een bekwaam man, maar ik geloof wel te mogen -zeggen dat niet vele leeken op de gedachten zijn gekomen, dat uw -diamanten collier niet het collier was, hetwelk wijlen uw echtgenoot u -schonk.” - -„Dat doet er niet toe, mijnheer,” riep de gravin uit. „Al zou niemand -het kunnen zien, zelfs de bekwaamste deskundige niet, denkt gij soms, -dat een gravin Mac Dougall met valsche diamanten wil loopen?” - -„Ik heb steeds het tegendeel gedacht, gravin, en juist daarom ben ik -hier gekomen, teneinde u het voorstel te doen, uw diamanten van mij -terug te koopen.” - -Raffles liet zich nonchalant achterover in zijn stoel terug vallen en -keek de gravin glimlachend aan, die naar adem snakte en aanstalten -scheen te maken flauw te vallen. - -Zij wist zich echter te beheerschen en zeide: - -„Gij waagt het mij het voorstel te doen, mijn eigen diamanten terug te -koopen? Dat is wel het toppunt van onbeschaamdheid.” - -„Ik ontken het niet, gravin. Het is mogelijk, dat ge daarin gelijk -hebt. Maar bedenk wel, dat mijn eigenaardig beroep meebrengt, dat ik -poog zooveel mogelijk geld te maken van mijn kleine ondernemingen. Gij -hebt te kiezen of te deelen. Ik zal u een redelijken prijs noemen, dien -gij, naar ik heel goed weet, zeer gemakkelijk zoudt kunnen betalen. -Doet gij dat niet, dan zijt gij uw juweelen voor goed kwijt, en ik zou -desnoods jarenlang kunnen wachten, alvorens ze aan den man te brengen, -zonder gevaar voor ontdekking, en langs wegen, welke ik tot mijn spijt -en om begrijpelijke redenen verborgen moet houden. Betaalt gij echter -wel den prijs, dien ik zal noemen dan komt gij weder in bezit van uw -geliefde diamanten, waarmede gij zoo gaarne pronkt.” - -Raffles zweeg en wierp de gravin een scherpen onderzoekenden blik toe -uit zijn staalgrijze doordringende oogen. - -Gravin Eleonora beet zich op de lippen, speelde zenuwachtig met haar -dunnen, gouden horlogeketting en scheen aan een hevigen tweestrijd ten -prooi te zijn tusschen haar trots en haar zuinigheid. - -Maar de begeerte om haar juweelen weder in bezit te hebben won het ten -slotte. - -Zij hield den blik afgewend op een der groote bloemen van het -Smymatapijt terwijl zij kortaf vroeg: - -„Hoeveel?” - -„Wat denkt u van twintig duizend pond, gravin?” - -Weer zette gravin Eleonora haar kleine witte tanden in haar bovenlip en -toen antwoordde zij plotseling en vastberaden: „Het is goed. Ik zal een -cheque voor dat bedrag schrijven.” - -Raffles liet een spottend lachje hooren, legde toen zijn eene been over -het andere, perste de toppen van zijn vingers tegenover elkaar en -zeide: - -„Dat dacht ik wel, ik meende reeds zooiets op uw gelaat te hebben -gelezen. Maar gravin, gij beleedigt mij. Denkt ge soms te doen te -hebben met een ezel, met een beginneling, met een boertje. Een cheque, -maar ik zou immers nauwelijks de stoep af zijn, of gij zoudt reeds naar -uw bank telefoneeren, met een vriendelijk verzoek, desnoods een half -dozijn agenten in een hinderlaag te leggen, die mij aanstonds op het -lijf zou vallen, zoodra ik daar mijn opwachting kwam maken om het -bedrag te innen.” - -De gravin maakte een gebaar van ongeduld en drift, nu haar plan -doorzien was en hernam: - -„Wat wilt gij dan?” - -„Contanten, gravin,” antwoordde Raffles laconiek. - -„Wat, twintig duizend pond in contanten?” riep de gravin opgewonden -uit. „En denkt gij dat ik zulk een groot bedrag zoo maar in huis heb?” - -„Ik denk het niet alleen, gravin. Ik weet het volmaakt zeker,” -antwoordde Raffles rustig. „Tot mijn leedwezen ben ik opnieuw -genoodzaakt er u opmerkzaam op te maken, dat John Raffles niet de -eerste de beste is. Ik weet heel wat af van uw geldelijke -omstandigheden, onder andere, dat u juist gistermiddag, niet lang voor -uw eerste gasten kwamen, uw twee rentmeesters hebt ontvangen, die u de -opbrengst van een pacht kwamen brengen. Een zeer groot bedrag en dat -pleit voor de ijver van uw boeren. Neen, gravin, gij kunt voor mij -niets verborgen houden. Het geld ligt op het oogenblik in uw brandkast -en die staat in het boudoir hiernaast.” - -„Maar als ik u die som betaal, wie waarborgt mij dan dat u mij de -diamanten zult terug bezorgen?” riep gravin Eleonora uit. - -„Hier zijn ze, gravin,” antwoordde Raffles glimlachend. - -Hij had de hand in den binnenzak van zijn dikke ulster gestoken en -haalde er nu een fraai rood marokkijnlederen etui uit, hetwelk hij -geopend op zijn knie plaatste. - -Daar schitterde in oogverblindende pracht het prachtige collier van -drie snoeren. - -En de gravin zelve moest erkennen, dat het valsche sieraad werkelijk -prachtig was nagemaakt tot in de minste bijzonderheden. - -Zij stak haastig de beide handen naar het etui uit, maar Raffles klapte -het bedaard weder dicht, keek de gravin recht in het gezicht en zeide: - -„Eerst de kleine, maar moeilijke tocht naar uw brandkast, gravin.” - -„Gij zult me de diamanten terug geven?” - -„Ik zal het genoegen hebben, gravin, ze eigenhandig in uw brandkast te -plaatsen, naast het zwart lederen etui, dat de nagemaakte bevat.” - -De gravin scheen nog een oogenblik te aarzelen, maar toen begreep ze -blijkbaar dat haar geen andere uitweg overbleef dan te betalen. - -Zuchtend stond zij op en dadelijk volgde Raffles haar voorbeeld. - -Hij volgde haar op den voet, hij liet haar geen oogenblik uit het oog, -toen zij haar schreden naar de tusschendeur richtte, deze opende, het -aangrenzende boudoir binnen ging en naar de brandkast liep, een -sierlijk meubel, dat niet ver van een van de ramen tegen den muur -stond. - -Raffles plaatste zich dadelijk tusschen het raam en de kast en zag -glimlachend toe, hoe de gravin de deur van de brandkast opende en er -een dikke stapel bankbiljetten uitnam, die in een stuk grauw papier -gewikkeld waren. - -Zij deed het papier open en nam twee pakjes bankbiljetten, door een -elastiekje bijeen gehouden. Ieder van de pakjes bevatten honderd -biljetten van honderd pond. - -Raffles had intusschen het etui weder uit zijn zak gehaald, plaatste -het in de kast en nam de beide pakjes met een buiging uit de handen van -de gravin aan. - -Toen zeide hij: - -„Gij hebt er ongeveer vijf en zestig duizend pond sterling aan goud, -bankpapier en effecten in uw kast, gravin, en het zou mij al zeer -gemakkelijk vallen, mij dat alles toe te eigenen, maar ik wil niet al -te inhalig zijn. Ik heb eenmaal mijn prijs genoemd en daarbij blijf ik. -Misschien zijt gij er wel wat verwonderd over, dat ik niet liever het -snoer en de diamanten afzonderlijk verkoop na eenige jaren te wachten, -maar ik kies het zekere voor het onzekere. Niemand kan zeggen, of een -diamant over een vijftal jaren meer waard is dan een keisteen, als de -ontdekking van de ingenieurs der dynamietfabriek, welke ik zooeven -noemde, werkelijk gunstige resultaten opleveren. Bovendien, twintig -duizend pond is een goede prijs en daar mij thans niets meer hier -houdt, gravin, heb ik het genoegen u te groeten.” - -En voor de gravin zelfs den tijd had gehad iets te zeggen, had Raffles -het boudoir en de ontvangkamer reeds verlaten. - -De gravin had hem niet hooren loopen, zelfs geen deur hooren open gaan, -en toch viel er met aan te twijfelen, of de stoutmoedige -Gentleman-Inbreker was vertrokken. - -De gravin ijlde naar de deur van het boudoir, die op de gang uit kwam -met het doel, dadelijk de bedienden bijeen te schreeuwen. De deur was -gesloten. - -Zij begreep aanstonds, dat Raffles dit reeds gedaan moest hebben, voor -hij binnentrad, of misschien, terwijl zij bezig was aan de kast. - -Zij vloog woedend naar de ontvangkamer, ijlde naar de deur. Ook deze -was van buiten op slot gedraaid. - -De gravin wierp de ramen open, die op den achtertuin uitkwamen en -schreeuwde zoo luid, dat tenslotte een bediende, die juist de -binnenplaats overstak, verschrikt opkeek en toen haastig in het huis -verdween. - - - - - - - - -HOOFDSTUK III. - -EEN ONAANGENAME ERVARING. - - -Het duurde niet lang, of de gravin hoorde snelle schreden naderen. - -„Ben jij daar, Hundsley?” - -„Ja, gravin,” antwoordde de buttler. „Wat is er toch gebeurd?” - -„Steekt de sleutel van buiten niet op het slot?” - -„Ik zie niets, gravin.” - -De buttler rammelde aan den deurknop en vervolgde verbaasd: - -„Lieve hemel, de deur is op slot. Kunt u er niet uit?” - -„Natuurlijk kan ik er niet uit, ezel,” riep de gravin buiten zichzelf -van woede. „Geloof je soms dat ik kans zie uit het raam te klimmen en -langs de regenpijp naar beneden te gaan?” - -„Maar hoe kan dat?” hakkelde Hundsley. „Er is toch een bezoeker bij u?” - -„Hundsley, als je nog eens zulke krankzinnige opmerkingen maakt, stuur -ik je morgen weg,” riep gravin Eleonora. „Laat me voorloopig maar hier, -en tracht dien bezoeker te achterhalen, al denk ik wel, dat het niet -zal baten. Er is al veel te veel tijd verloopen. Hij was een dief. Hij -is er met twintig duizend pond sterling van door en stuur dan maar een -smid om de deur open te maken, of zie dat je een anderen sleutel kunt -krijgen.” - -Buiten de deur lieten zich talrijke kreten van schrik hooren en nu was -in een oogenblik het geheele huis in rep en roer. - -De bedienden stoven naar alle richtingen heen, ijlden de straat op, -schreeuwden agenten aan, ondervroegen voorbijgangers en keerden na -slechts korten tijd onverrichterzake weder terug. - -Maar de bediende, die een der beide zijdeuren was uitgegaan, vond, toen -hij door diezelfde deur weder binnentrad, een klein stukje papier, met -een punaise tegen de deurpost bevestigd en daarop stond te lezen: - -„Vermoeit u niet. Ik heb een auto genomen, John Raffles.” - -Intusschen had de gravin haar brandkast gesloten na zich te hebben -overtuigd, dat het valsche zoowel als het echte halssnoer zich daar -bevonden en nu liep zij als een tijgerin in haar kooi heen en weer. - -Toen naderden er opnieuw schreden in de gang. Het was Hundsley die -terug keerde met een smid en deze had na eenig probeeren spoedig het -slot van de deur geopend. - -Zonder op de twee mannen acht te slaan, snelde de gravin hen voorbij, -snelde de trap af en ging haastig op het telefoontoestel toe, hetwelk -in de groote hal was. - -Het volgende oogenblik had zij zich met Scotland Yard in verbinding -gesteld en mededeeling gedaan van hetgeen geschied was. - -Toen pas voelde zij haar zenuwen een weinig tot kalmte komen en kon zij -den toestand beter overzien. - -Dat zij haar twintig duizend pond sterling voor goed kwijt was, daaraan -behoefde zij zeker niet te twijfelen. - -Dat was een feit, waarin zij zich zou moeten schikken. - -Juist toen de gravin zich gereed maakte, de trap weder te bestijgen, -werd gescheld en de huisknecht die de deur opende liet Miss Keating -binnen, het bevallige nichtje van de gravin. - -Deze stond halverwege op de trap stil, wendde zich met een zuurzoeten -glimlach tot haar nichtje en zeide: - -„Je kiest zonderlinge oogenblikken uit om het huis uit te loopen, -Grace.” - -„Hoe zoo, tante?” vroeg het jonge meisje, verbaasd over de uitdrukking -op het gelaat van de gravin. - -„O, het heeft bijna niets te beduiden. Ik ben zooeven maar voor twintig -duizend pond sterling bestolen. Dat is alles.” - -„Twintig duizend pond?” riep Grace ontzet uit. „En zooeven? Op -klaarlichten dag? Maar tante dat is....” - -„Ik weet wat je wilt zeggen, dat is onmogelijk. Dat had je willen -zeggen, nietwaar? En toch is het de zuiverste waarheid.” - -„Maar beste tante ik kon toch niet vooruit zien. Herinnert u zich dan -niet meer dat u mij hebt opgedragen Miss More naar den trein te -brengen?” - -„Dat is waar, dat had ik vergeten,” mompelde de gravin. „Neem het mij -maar niet kwalijk. Mijn hoofd is heelemaal in de war. Ga mede naar mijn -kamer dan zal ik je zeggen, wat er gebeurd is.” - -Maar nog eenmaal zou de gravin verhinderd worden om aanstonds aan haar -plan gevolg te geven. - -Want er werd nogmaals gescheld en toen de deur door den huisknecht -geopend werd zagen de beide dames voor het terras een splinternieuwe, -grasgroene auto staan, een sportwagentje, voor twee personen, van -sierlijk model. En op de bovenste trede van het terras stond Lord -Binning, buigend als een knipmes. - -Plotseling veranderde het gelaat van de gravin en glimlachend daalde -zij de treden weder af om den vroegen bezoeker tegemoet te gaan. - -„O, maar dat is alleraardigst van u, Lord Cecil,” zeide zij met een -gemaakt stemmetje. „Ik begrijp al wat u komt doen. U komt mij afhalen -om met uw nieuwe auto, waarover u gisteren sprak, een tochtje te maken. -Werkelijk charmant van u en het treft uitstekend. Gij moet weten, dat -ik juist een zeer dringende boodschap heb in de buurt van het Strand. -Ik moet mijn juwelier opzoeken. Lord Cecil gij zijt werkelijk een -galant man. Kom binnen en neem plaats, wat ik u bidden mag. Ik ga mij -aanstonds kleeden.” - -Bedremmeld had Binning naar deze woorden geluisterd en zijn blikken -vlogen verlegen en schuw naar Grace, die met een guitig lachje om de -lippen had toegeluisterd, toen hij stotterde: - -„De zaak is, gravin, dat ik.... ik wilde eigenlijk.” - -Hij keek Grace smeekend aan als verwachtte hij haar hulp en uitkomst, -maar het jonge meisje was meedoogenloos, en zeide op spottenden toon: - -„Wel, het zal alleraardigst zijn in dat twee persoonswagentje, Mylord. -Tante is dol op dergelijke ritjes. Kom tante, laat Lord Cecil niet te -lang wachten. Ga spoedig mee en vertel mij dan wat er geschied is, want -ik brand van nieuwsgierigheid.” - -En de ongelukkige Lord Binning was wel verplicht als man van de wereld -het verzoek op te volgen en zuchtend liet hij zich neervallen op een -van de prachtige eikenhouten banken, terwijl een van de bedienden de -wacht hield bij het splinternieuwe autootje, dat heel iemand anders had -moeten ontvangen dan gravin Eleonora. - -Mylord troostte zich echter met de gedachte, dat hij wellicht onderweg -gelegenheid zou vinden de gravin te spreken over de plannen ten aanzien -van haar nichtje, al ontveinsde hij zich niet dat zijn kansen voor het -oogenblik niet bijzonder goed stonden en dat het jonge meisje geheel -ongevoelig scheen voor zijn attenties. - -Met des te meer schrik echter had hij waargenomen, dat gravin Eleonora -hem aanzag met oogen, die een zeer duidelijke taal spraken. - -Intusschen was de gravin met haar nicht naar het boudoir gegaan en daar -deelde zij haar mede, wat er zooeven geschied was. - -Grace had verbaasd toegeluisterd en toen de gravin haar verhaal -beëindigd had sloeg ze de kleine handen ineen en riep uit: - -„U hebt dus met Raffles in eigen persoon gesproken?” - -„Je schijnt het heel belangwekkend te vinden. Van meer belang dan de -diefstal,” riep de gravin verontwaardigd uit. - -„Neem me niet kwalijk, tante,” hernam Grace beschaamd. „Het is -natuurlijk heel erg voor u en toch moet u er niet boos om zijn, als ik -zeg, dat ik er graag bij had willen zijn, toen u met dien brutalen -roover sprak.” - -„Bij een volgende gelegenheid zal ik niet nalaten je te waarschuwen,” -hernam gravin Eleonora schamper. - -„Dat ontbrak er nog aan. Ik ga aanstonds met de snoeren naar Orlow en -dan naar de politie, ik durf het echter niet langer in huis te houden. -Wie weet wat er verder mee geschiedt.” - -„En neemt u Lord Cecil mee, tante?” vroeg Grace, terwijl zij zich -omwendde teneinde het lachje te verbergen dat om haar lippen speelde. - -„Ja, hij heeft mij toch gevraagd?” - -„Zoo, ik heb het niet gehoord, maar dat zal wel aan mij liggen,” hernam -Grace onschuldig. - -Gravin Eleonora begaf zich nu haastig naar haar slaapkamer en maakte -daar toilet. - -Zij trok een fraaien bontmantel aan, drukte zich een bontmuts op het -hoofd en begaf zich toen weder naar het boudoir, teneinde de colliers -uit de brandkast te nemen. - -Vervolgens draafde zij haastig de trap af en nog voor zij de vestibule -bereikt had, riep ze uit: - -„Daar ben ik, Mylord. Ik hoop, dat ik u niet al te lang heb laten -wachten.” - -Mylord bromde iets wat voor een beleefde ontkenning kon doorgaan en -daarop verlieten beiden het heerenhuis, terwijl de bedienden zich -terzijde van de deur schaarden. - -De gravin nam naast den Lord plaats, die zelf zijn nieuwe auto zou -besturen en zeide: - -„Ik leg beslag op u, Mylord. Dat vindt ge zeker wel goed?” - -„Dat spreekt immers vanzelf, gravin,” antwoordde het beklagenswaardige -slachtoffer. - -„Rijd mij dan eens spoedig naar Orlow, den juwelier. Ik moet hem -spreken.” - -Lord Binning bracht den sportwagen in beweging en snel reed het fraaie -voertuigje door de drukke straten van Londen om tenslotte stil te staan -voor den juwelierswinkel van Paul Orlow. - -Het was een zeer fijne zaak en dat bleek reeds uit de wijze, waarop de -etalage was ingericht. - -Achter een fijn geslepen spiegelruit, in dof eikenhout gevat, prijkten -slechts weinige sieraden, maar zij waren op zeer kunstzinnige wijze ten -toon gesteld, zonder zich op te dringen. - -Ook de winkel, dien men eigenlijk een met verfijnden smaak gemeubeld -vertrek moest noemen, herinnerde op het eerste gezicht slechts weinig -aan het beroep van zijn eigenaar. - -Een toonbank was er niet, maar wel een zeer fraaie lange tafel van -Slavonisch eikenhout, ingelegd met kostbare houtsoorten, en dan waren -er eenige zeer fraaie wandkasten met kleine, geslepen ruitjes, die -enkele sieraden van groote waarde bevatten. - -Er stonden een aantal gemakkelijke stoelen en van de eikenhouten -zoldering hing een prachtige kristallen kroon af. - -Een paar winkelbedienden gingen geruischloos af en aan om een paar -klanten te bedienen. - -Maar hieraan stoorde gravin Eleonora zich volstrekt niet, want -nauwelijks was zij binnen getreden of zij beval, met haar schelle, -eenigszins kijfachtig klinkende stem: - -„Ik wil mijnheer Orlow spreken.” - -De bedienden wierpen een snellen en onderzoekenden blik op de -bezoekster en zij schenen haar dadelijk te herkennen, want een hunner -zeide: - -„Ik zal mijnheer waarschuwen, wees zoo goed plaats te nemen.” - -Toen de beide bezoekers een stoel hadden genomen, trad de -winkelbediende op het telefoontoestel toe, sprak er eenige woorden in -en zeide: - -„Mijnheer Orlow laat zich nog een oogenblik excuseeren. Hij is dadelijk -tot uw beschikking.” - -Er verliepen nog tien minuten ongeveer en toen trad Orlow den winkel -binnen. - -Hij richtte zijn schreden aanstonds naar zijn goede klant, aan wie hij -reeds heel wat verdiend had. - -„Waarde Orlow, kan ik u een oogenblik onder vier oogen spreken,” vroeg -gravin Eleonora op fluisterenden toon. „Het gaat om het diamanten -halssnoer.” - -„Het geschenk van uw echtgenoot, gravin?” - -„Ja.” - -„Wees dan zoo goed, mij te volgen.” - -De winkelier ging de beide bezoekers voor naar een ander vertrek achter -den winkel gelegen en daarvan gescheiden door twee schuifdeuren. - -Zoodra allen gezeten waren, begon de gravin, na de beide etui’s voor -zich op tafel te hebben neergezet: - -„Gij gelooft toch wel, dat gij een expert zijt, nietwaar Orlow?” - -„Ik vlei mij met te mogen zeggen, dat er niet veel juweliers zijn, -gravin, die met mij op een lijn kunnen worden gesteld,” antwoordde -Orlow. - -„Nu dan, dan zal ik u eens op de proef stellen. Ik zal nu onder de -tafel beide colliers uit het etui nemen. Gij kent het een zoowel als -het ander, Orlow. Vanmorgen is mij het echte terug gebracht door den -dief. Ik heb er twintig duizend pond voor moeten betalen en ik moet -zeggen, dat ik verstomd stond over de merkwaardige gelijkenis. Ik zelf -kan geen onderscheid hoegenaamd zien. Nu moet gij mij eens, en -zònder[** accent of vlekje?] al te lang te talmen, zeggen wat het echte -is, als ik ze tegelijk voor u neerleg, en voor ik er mede naar de -politie ga.” - -De gravin was reeds naar de tafel toegeschoven en had de beide etuis op -haar schoot gezet om ze te openen, toen Orlow met een beweging van zijn -blanke hand vol verbazing zeide: - -„Een oogenblik, gravin. Gij zegt daar dingen, die mij grootelijk -verbazen en gij schijnt mij op de hoogte te achten van zaken, die mij -volkomen onbekend zijn. Is er iets met uw collier gebeurd?” - -„Wat is dat nu, Orlow,” riep de gravin uit. „Gij zijt toch wel goed -wakker. Zijt gij het dan niet juist geweest die mij voor het eerst er -opmerkzaam op maakte, dat mijn snoer was nagemaakt?” - -„Pardon, gravin, wanneer zou dat geweest moeten zijn?” - -„Wanneer dat geweest zou moeten zijn?” herhaalde de gravin, terwijl zij -zenuwachtig op haar stoel verschoof en den juwelier met groote oogen -aankeek. - -Zij wendde zich tot haar begeleider en riep uit: - -„Hoort gij dat, Lord Cecil? Hij vraagt, wanneer dat geweest zou moeten -zijn. Hij schijnt geheel vergeten te zijn, dat hij gisteravond tot de -gasten behoorde, die mijn soiree bezochten. Hebt gij ooit zoo iets -gehoord? Gij hebt hem toch zelf ook gesproken en gezien, nietwaar?” - -„Inderdaad, gravin,” antwoordde Lord Binning, die zich nu zelf zeer -verwonderd toonde. - -Maar het meest verbaasd van allen was toch wel Paul Orlow, die van den -een naar den ander keek, en toen langzaam zeide: - -„Ik zou gisteren op uw soiree geweest zijn? Hoe laat ongeveer?” - -„Maar minstens een paar uur!” riep gravin Mac Dougall wanhopig uit. -„Van negen tot elf uur ongeveer!” - -„Dat is dan wel zeer merkwaardig, gravin, want gisterenavond om elf uur -stapte ik te Edinburgh in den nachttrein, en het is nog geen uur -geleden, dat ik hier in mijn zaak kwam!” - -De indruk van deze woorden was overweldigend. - -De gravin liet zich achterover in haar stoel vallen, naar adem snakkend -als een visch op het droge, terwijl zij ongearticuleerde klanken -uitstiet, als iemand die in koortstoestand ijlt. - -Wat Mylord betreft die knipperde een tijdlang zeer snel met zijn -oogleden, en trok zijn wenkbrauwen zoo hoog op, dat het niet weinig -scheen te schelen, of zij waren onder zijn haren verdwenen. - -Mylord was de eerste, die weder tot zichzelf kwam, en genoeg kracht had -om te vragen: - -„Gij houdt ons toch waarlijk niet voor het lapje, waarde Orlow? Alles -wel beschouwd is de zaak toch te ernstig....” - -„Ik denk er niet aan, om u te bedotten, Mylord!” antwoordde Orlow -haastig. „Twee mijner zakenvrienden, die de reis met mij maakten, en -waarvan er een in hetzelfde slaapcompartiment met mij was, kunnen mijn -verklaring bevestigen, en als u dat niet voldoende zou zijn, dan is er -nog de stationskruier, die mijn bagage aannam, mijn huishoudster, die -mij heeft zien vertrekken en terugkeeren en tenslotte de commissionair -in diamanten te Edinburgh, die mij gisteravond naar den trein bracht. -Ik heb wel de uitnoodiging van mevrouw de gravin ontvangen, maar op het -laatste oogenblik kon ik er tot mijn leedwezen geen gebruik van maken, -omdat dringende zaken mij buiten de stad riepen.” - -De gravin scheen nu uit haar bezwijming wakker te worden, richtte zich -eensklaps op, alsof zij door een veer bewogen werd en schreeuwde bijna: - -„Als gij dan gisteren niet op mijn soiree zijt geweest wie was dan uw -dubbelganger, dien ik voor u heb aangezien en die door alle andere -gasten voor u werd gehouden.” - -Orlow trok zijn schouders hoog op en antwoordde: - -„Dat is meer dan ik u zeggen kan, gravin, maar het spreekt vanzelf dat -het een bedrieger geweest moet zijn, die met een bepaald doel mijn -uiterlijk heeft aangenomen.” - -Deze opmerking scheen de gravin eensklaps op een gedachte te brengen, -die haar zeer verontrustte. Zij zette de beide etuis met de colliers op -tafel, opende ze met bevende vingers en zeide toen op heeschen toon: - -„Wees zoo goed mij te zeggen, Orlow, welke van deze beide halssnoeren -het echte is. Gij hebt het geschenk van mijn echtgenoot herhaaldelijk -in handen gehad. Gij kent het. Wat ik u zeggen wil, hebt gij vlugzout -bij de hand, azijn, eau de cologne. Ik geloof, dat ik er van noodig zal -hebben.” - -„Mevrouw de gravin....”, stamelde Lord Binning. „Ik smeek u om bedaard -te blijven. Het zal niets te beteekenen hebben, zooals gij zult zien”. - -Gravin Eleonora legde hem met een ongeduldig gebaar het zwijgen op en -hield haar blikken gevestigd op het gelaat van den juwelier, die de -beide colliers uit de etuis had genomen en voor zich had neergelegd. - -Hij stond op om een loupe te krijgen, benevens een zeer harden diamant, -in een korte steel gevat en bestemd, om andere edele steenen te -onderzoeken en nam toen weder zwijgend voor de tafel plaats. - -Hij onderzocht de diamanten met groote zorgvuldigheid, evenals het -fijne gouddraad, dat ze aan elkander verbond, leunde toen achterover in -zijn stoel, legde de loupe neder, keek de gravin strak aan en toen kwam -het langzaam over zijn lippen: - -„Het doet mij leed om het u te moeten zeggen, gravin, maar de diamanten -van beide snoeren zijn valsch.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK IV. - -DE JACHT OP DEN DIEF. - - -Het was goed, dat de juwelier inderdaad eenige opwekkende middelen bij -de hand had, want op het vernemen van deze jobstijding had de gravin -een dramatischen gil geslaakt, en was volgens alle regelen der kunst in -zwijm gevallen. - -De huishoudster van Paul Orlow kwam spoedig toesnellen, gewapend met -verschillende fleschjes en poedertjes, men draafde met doeken en -koudwatercompressen. Lord Binning klopte de bewustelooze in de -handpalm, met een ijver alsof zijn leven er van af hing. Kortom de -consternatie vierde eenige oogenblikken hoogtij in de deftige -ontvangkamer van den juwelier. - -Na verloop van een kwartier ongeveer sloeg de gravin de oogen even op -en vroeg zwakjes: - -„Waar ben ik. Wat is er toch met me gebeurd?” - -Eensklaps scheen ze tot bezinning te komen en het volgende oogenblik -was het alsof er een woedende tijger was los gebroken, die in de -rustige weelderige kamer een inval had gedaan. - -De gravin vloog op, begon het vertrek met groote stappen op en neder te -loopen en gilde: „Scotland Yard, bel Scotland Yard op. Laten zij een -detective sturen, vijf detectives, twintig als het noodig is. Ik wil -mijn diamanten terug, ik moet mijn diamanten halssnoer terug hebben. O, -die bedrieger, die schavuit, die bandiet. Mijn halssnoer is weg en -twintig duizend pond sterling. Bel Scotland Yard op. Is het nog niet -gebeurd. Waar wacht gij op. Zit ik hier dan tusschen kleine kinderen. -Is het hier dan een bewaarschool. Is hier geen telefoon in huis. Ik -loof honderd pond sterling, neen twee honderd pond sterling uit, als -het moet zelfs drie honderd aan dengene, die den dief weet aan te -wijzen, en mij het echte collier terug bezorgt, die krijgt.... die -krijgt....” - -Zij maakte den zin niet af maar greep den onthutsten Lord plotseling -bij zijn arm, sleepte hem met zich mee, zonder van Orlow verder notitie -te nemen en trok hem de straat op. - -Bijna was zij met haar slachtoffer aangebotst tegen een leeglooper, die -blijkbaar niet veel om handen had en die met de handen in de zakken op -den rand van het trottoir stond. - -De man scheen haar deze bejeegening echter volstrekt niet kwalijk te -nemen, maar keek haar met een eigenaardigen glimlach op het gelaat na, -toen zij verder ijlde, steeds den Lord stevig in haar greep -vasthoudend, en met hem in de kleine auto plaats nam.... - -Maar Lord Binning had de auto nog nauwelijks in beweging gebracht, in -de verste verte niet wetend, wat eigenlijk het doel van den tocht was, -of de gravin riep uit: - -„Is er nu getelefoneerd?” - -„Ik geloof, dat ik toen wij heen gingen Orlow aan de telefoon heb zien -staan, gravin.” - -„Overtuig er u dan van en rijd dan aanstonds naar huis terug wat ik u -verzoeken mag.” - -En zij duwde den onthutsten Lord half en half van zijn zetel en keek -toe, hoe hij weder den juwelierswinkel binnen ging en eenige minuten -later weder terugkwam. - -„Welnu?” vroeg de gravin, toen hij in het bereik van haar stem kwam. - -„Orlow heeft getelefoneerd. Scotland Yard zal onmiddellijk James -Sullivan, een van haar knapste detectives, naar uw huis zenden.” - -„Stap dan in Mylord en rijd me spoedig naar huis. Wat treuzelt gij -daar.” - -„Neem me niet kwalijk, gravin,” kwam Lord Cecil haastig en verlegen. -„We zullen snel rijden.” - -Zijn Lordschap hield woord en ongeveer een half uur later stond de -fraaie sportauto weder stil voor het prachtige huis in Cleveland -Square. - -Weer greep de gravin Mylord vast, juist alsof hij zelf de dief van de -diamanten was geweest en trok hem met zich mede, over het oprijpad van -den voortuin. - -„Mijn auto, gravin,” riep Lord Binning verschrikt. - -„Ik zal een van de bedienden zenden om er op te passen. Wat bekommert -gij u om een armzalige auto als ik een diamanten halssnoer door -diefstal verloren heb.” - -Reeds werd de deur voor de gravin geopend en snel gaf zij de noodige -bevelen. - -Een der bedienden snelde naar buiten om bij de auto post te vatten, -maar toen de gravin Mylord met zich mede wilde trekken, de trap op, -viel haar oog op eenige groote reiskoffers en zware lederen -handvaliezen, die in een hoek van de groote vestibule waren -opgestapeld. - -„Wat is dat?” zoo wendde zij zich tot den buttler die eerbiedig -terzijde was blijven staan. - -„De jongeheer is zooeven teruggekomen van zijn reis, gravin,” -antwoordde Hundsley. - -„Wat is dat? Is Dougall terug?” riep de gravin uit. „Dat is weer juist -iets voor hem om ons zoo te verrassen. Waar is hij nu, Hundsley?” - -„Op zijn kamer, gravin, om zich een weinig te verfrisschen.” - -„Ga naar hem toe en zeg dat ik zooeven ben thuis gekomen en dat hij me -kan begroeten in de kleine blauwe kamer. Ik moet hem iets zeer -belangrijks mededeelen.” - -En als een wervelwind trok de gravin zijne Lordschap mee en hield niet -op voor zij de kleine blauwe kamer had bereikt, met welke naam haar -boudoir op de tweede verdieping werd aangeduid. - -Daar gekomen, wees zij den Lord een stoel, nam zelf plaats en begon: - -„Luister, Mylord. Gij kent me nu lang genoeg om te weten, dat ik niet -gewoon ben ergens lang om heen te draaien. Wij zullen spijkers met -koppen slaan. Ik stel veel vertrouwen in Scotland Yard, maar minstens -evenveel in uw schranderheid. Het is niet onopgemerkt voor mij -gebleven, dat ge mij het hof hebt gemaakt, en ik wil u niet verzwijgen, -dat ge mij niet onverschillig zijt. Welnu, u bezorgt mij het diamanten -halssnoer terug en ik zal uw liefste wenschen vervullen.” - -Mylord was half van zijn stoel opgestaan, en keek de gravin aan met een -uitdrukking op zijn gelaat, die haar waarschijnlijk spoedig genoeg -ondanks haar zelfgenoegzaamheid en ijdelheid, haar schromelijke -vergissing zou hebben doen inzien, maar die thans ongemerkt aan haar -voorbij ging, daar al haar gedachten door haar verlies in beslag waren -genomen. - -„Mevrouw de gravin....,” begon hij stamelend. - -Maar weer sneed gravin Eleonora hem met een ongeduldig gebaar het woord -af en zeide: - -„Ja, ik weet wel, wat gij zeggen wilt. Een groote eer voor u. Het treft -u buitengewoon en gij weet niet hoe mij te danken. Gij zijt er -heelemaal confuus van en meer van dat moois. Laten wij liever ter zake -te komen. Ziet gij kans, mij te helpen bij het opsporen van mijn -diamanten.” - -„Geen kans hoegenaamd, gravin,” antwoordde zijne Lordschap op -jammerenden toon. - -„Wat?” riep de gravin met fonkelenden blik. „Gij zoudt dus dat niet -eens voor mij over hebben? Kunt gij uw vernuft dan niet scherpen, als -het een vrouw betreft, welke gij zoo ondubbelzinnig hebt doen blijken -van uw genegenheid?” - -„Gravin, ik verzeker u....,” begon de beklagenswaardige Lord opnieuw. - -„Verzeker mij alleen maar of gij genoeg voor mij over hebt, om pogingen -te doen, mijn juweelen te hervinden.” - -„Natuurlijk wil ik dat zeer gaarne, gravin. Maar ik twijfel of mijn -zwakke krachten....” - -„Met geld doet men veel, Mylord. Loof een hooge premie uit, mijnentwege -duizend pond.” - -„Duizend pond?” riep Lord Binning verschrikt. „Dat is een buitengewoon -groot bedrag, gravin.” - -„Maar dat ge toch zeker wel voor mij zoudt over hebben,” viel Eleonora -hem in de rede. „Wilt gij helpen, ja, of neen?” - -„Ja, natuurlijk, gravin, van ganscher harte. Maar er is een andere -kwestie. Een vergissing.... Hoe moet ik het noemen....” - -„Dat boezemt mij geen belang in, Mylord,” kwam de gravin kortaf. „De -hoofdzaak is, dat gij mij wilt helpen. Gij kent nu den prijs voor uw -ijver en schranderheid. Het staat aan u dien te verdienen.” - -Op dat oogenblik ging de deur open en er verscheen een krachtig -gebouwde jonge man van omstreeks vijf en twintig jaar met een vroolijk -gebruind gelaat en lachende bruine oogen op den drempel. - -„Daar ben ik weer eens, mama,” riep hij uit. terwijl hij op zijn moeder -toetrad en hartelijk op de beide wangen kuste. - -De gravin scheen maar half gesteld te zijn op deze onverhoedsche -terugkomst van haar volwassen telg en zeide eenigszins baloorig: - -„Mij dunkt, dat je wel eens had kunnen waarschuwen, Dougall. Het is -hier toch geen hotel?” - -„Kom, kom, mama, u moet me nu toch wel kennen,” riep Dougall lachend -uit. „Ik weet den eenen dag immers nooit wat ik den volgenden dag zal -doen. Hallo Lord Cecil, hoe gaat het er mee?” - -Hij had Lord Binning de hand toegestoken en schudde die zoo krachtig -dat de ander een pijnlijk gezicht trok. - -„Het gaat goed, Dougall, merci. Je weet zeker nog niet welk een ongeluk -er hier in huis gebeurd is?” - -Dougall deed een stap achteruit en riep uit: - -„Een ongeluk? Er is toch hoop ik niets met Grace gebeurd?” - -„Met Grace?” kwam de gravin, terwijl ze met ongeduld de schouders -ophaalde. „Wat zou er nu met Grace gebeurd kunnen zijn! Men heeft de -juweelen van je moeder gestolen, haar diamanten halssnoer!” - -„Wat?” riep Dougall verschrikt uit. „Het geschenk dat papa u gaf? Het -beroemde halssnoer?” - -„Ja.” - -„Wanneer is dat gebeurd?” - -„Gisteravond en vanmorgen.” - -„Wat is dat nu? Is er tweemaal gestolen?” riep Dougall verwonderd. - -„Ga zitten, mijn jongen, dan zal ik je vertellen. Je bent zoo akelig -lang geworden. Ik kan zoo niet met je praten.” - -„Dat is geen wonder, mama. Als men vijf en twintig jaar is,” riep -Dougall uit. - -De gravin beet zich op de lippen en zeide: - -„Verleden maand ben je pas vijf en twintig geworden en ga nu zitten en -luister!” - -En nu deed de gravin het omstandige verhaal van de berooving, waarbij -Lord Binning een kleine opmerking plaatste. - -Dougall had toegeluisterd, zonder zijn moeder een enkele maal in de -rede te vallen en toen ze gereed was merkte hij op: - -„Dat is een zeer brutaal stukje. Als het een ander betrof dan juist -mijn mama, dan zou ik bijna zeggen dat het een geniale zet is.” - -„Jij mag dat zoo vinden, Dougall, maar ik denk er anders over,” hernam -de gravin op scherpen toon. - -„U hebt natuurlijk dadelijk de politie gewaarschuwd.” - -„Dat spreekt vanzelf. Ik verwacht ieder oogenblik een detective van -Scotland Yard.” - -Maar Dougall schudde het hoofd en hernam op een toon van twijfel: - -„Als het werkelijk John Raffles is geweest die den diefstal pleegde, en -daaraan behoeven we niet te twijfelen, dan vrees ik, mama, dat Scotland -Yard er zeer weinig aan doen kan. Ik heb heel veel over Raffles hooren -spreken, tot zelfs in het buitenland, in Zuid-Amerika, en uit al die -gesprekken ben ik tot de overtuiging gekomen, dat hij een te sterke -partij is voor de officieele politie. Hij schijnt over middelen te -beschikken van welken omvang wij ons slechts een klein denkbeeld kunnen -vormen en er is geen sprake van dat Scotland Yard hem met -gelijksoortige middelen zou kunnen bestrijden.” - -„Als de officieele detectives ons niet kunnen helpen, dan zullen we -particulieren in de arm nemen,” hernam de gravin met een zijdelingschen -blik op Lord Binning, die er uit zag alsof hij niets liever zou willen -dan afscheid nemen. - -„Gij kunt het natuurlijk probeeren en het spreekt ook vanzelf, dat er -iets gedaan moet worden,” hernam Dougall, „maar ik acht het beter u -maar dadelijk te waarschuwen, dat uw kansen om het halssnoer weder in -bezit te krijgen al zeer laag staan. Raffles is niet de eerste de -beste, hij heeft nooit haast en hij zal zeker de fout niet begaan van -bijna alle andere inbrekers en dieven, die zich altijd haasten hun buit -aan den man te brengen en juist daardoor de politie op hun spoor -brengen en in de val loopen.” - -„Wij zullen wel zien,” hernam de gravin kortaf, terwijl ze opstond. - -Juist werd er op de deur geklopt en trad er een bediende binnen om het -bezoek van James Sullivan aan te kondigen. - -Een oogenblik later trad er een krachtig gebouwd man met een schrander -uiterlijk en grijsgroene doordringende oogen onder zwarte borstelige -wenkbrauwen het vertrek binnen. - -Die man was James Sullivan, een der beste detectives van Scotland Yard, -en een langjarig tegenstander van den Gentleman-Inbreker. - -Lord Binning was opgestaan en wilde van de gelegenheid gebruik maken om -afscheid te nemen, maar de gravin hield hem met een gebaar tegen en -zeide: - -„Blijf nog een oogenblik, Lord Cecil, gij hebt mij beloofd, dat ook gij -een onderzoek zoudt instellen en het kan u wellicht van nut zijn te -hooren, wat deze heer te zeggen heeft.” - -Gedwee ging zijne Lordschap weder zitten, en nadat de gravin Sullivan -had uitgenoodigd plaats te nemen, deed zij voor de tweede maal op dien -dag het verhaal van de diefstal. - -De beroemde detective had haar rustig laten uitspreken, zonder haar een -enkele maal in de rede te vallen en bleef eenigen tijd in gedachten -zitten, nadat zij haar verklaring had afgelegd. - -Toen hief hij het hoofd op en zeide: - -„Wij behoeven er natuurlijk niet aan te twijfelen, of Raffles is op de -hoogte geweest van de omstandigheid dat de juwelier Orlow voor zaken op -reis moest en dat is niet zoo verwonderlijk, want hij doet zich in -talrijke gedaanten voor en heeft overal zijn connecties. Hij moest er -natuurlijk wel rekening mede houden dat Orlow u wellicht zou schrijven, -dat hij de uitnoodiging niet kon aannemen, maar niets zou hem hebben -belet te zeggen, dat zijn zakenreis eensklaps was afgesprongen, als gij -hem uw verbazing zoudt hebben te kennen gegeven, dat hij toch gekomen -was. Eigenlijk is de zaak zeer eenvoudig, gravin. Wij behoeven niet -meer naar den persoon van den dader te zoeken. Wij weten wie hij is, -want hijzelf heeft dat gezegd. De geheele zaak komt dus hierop neer, -dat wij John Raffles moeten grijpen, maar ik wil u niet verheelen, -gravin, dat dit juist in de hoogste mate bezwaarlijk en misschien wel -onmogelijk zal blijken te zijn. En zie hier, waarom. Niemand onzer -weet, wie of John Raffles eigenlijk is. Alles wat wij weten is, dat hij -zich in honderden gestalten te Londen beweegt, dat hij zich op -ongelooflijk snelle wijze weet te verplaatsen, en dat het reeds eenige -malen is voorgekomen, dat men hem des Zondags te Londen en den Maandag -daarop te New York bevond. Wij weten, dat hij zich de sympathie heeft -weten te veroveren van duizenden armen en gebreklijdenden, die hij -helpt, en die niet zouden aarzelen hem voor ons te verbergen, wanneer -wij hem mochten achtervolgen. John Raffles beschikt over een -schranderheid en een stoutmoedigheid, zooals men het slechts weinig -aantreft en tenslotte over rijkdommen, die inderdaad fabelachtig groot -moeten zijn. Liever dan u met een valsche hoop te vleien, gravin, -verklaar ik u reeds nu openhartig, al is het dan ook met groot -leedwezen, dat het ons zeer moeilijk zal vallen, eenig spoor van -Raffles te ontdekken.” - -De gravin had met alle teekenen van ongeduld naar deze toespraak -geluisterd en barstte nu uit: „Maar waar bestaat dan eigenlijk de -Londensche politie voor?” - -„Zij bestaat, gravin, om misdadigers te vangen, die men „normaal” zou -kunnen noemen en ik geloof te mogen zeggen, dat zij die zaak niet al te -slecht verricht, maar met tegenstanders als John Raffles is de zaak -anders. Dien kan men met den besten wil van de wereld onmogelijk -normaal noemen. Het is ons bekend, dat hij hier te Londen op zijn minst -een vijftal verschillende huizen moet hebben, die hem als toevlucht -dienen, en waar hij zich snel kan vermommen. Een paar maal zijn we er -in geslaagd, zulk een huis uit te vinden, maar het bracht ons niet veel -verder. Het bleek dan in het bezit te zijn van een geheimzinnig -personage, dat men zeer zelden zag en die natuurlijk steeds een -valschen naam droeg. Wij hielden dan zoo’n huis weken lang, soms zelfs -maanden in het oog, in de flauwe hoop, dat Raffles er zich wel eens zou -vertoonen en dat wij hem dan zouden kunnen arresteeren, maar hij was -steeds slimmer dan wij, hij schijnt wel met een zesde zintuig begiftigd -te zijn, dat hem waarschuwde en bovendien staat het vast, dat hij bijna -alle detectives en rechercheurs in dienst van Scotland Yard van aanzien -kent en hij heeft een zeldzaam geheugen voor gezichten. Wij probeerden -het ook met gewone politieagenten in burgerkleeding gestoken. Raffles -scheen ze op een mijl afstand te ruiken, en bleef buiten hun bereik. -Het is ons zelfs wel eens gebeurd, dat hij naderhand aanwezig bleek te -zijn geweest in een van zijn huizen, dat wij zorgvuldig bewaakten. Hij -was er eenvoudig door een kelder en een geheimzinnige onderaardsche -gang binnen gegaan.” - -„Kort en goed, mijnheer Sullivan, gij meent me alle hoop te moeten -ontnemen, dat ik mijn diamanten halssnoer ooit zal terug zien?” riep -gravin Eleonora toornig uit. - -„Het is beter dat ge dit doet, gravin, wanneer Raffles het halssnoer -inderdaad in zijn bezit heeft,” antwoordde Sullivan. „Natuurlijk zullen -we alles doen om zijn spoor te ontdekken, maar ik zeide u reeds, dat we -een kostbaar richtsnoer zullen missen, omdat Raffles de diamanten -eenvoudig in zijn brandkast zal weg sluiten en ze daar jaren lang zal -laten om ze later desnoods stukgewijze te verkoopen. Misschien nadat -hij er door slijpen den vorm een weinig van heeft veranderd.” - -„Het is goed, mijnheer,” zeide de gravin kortaf. „Ik apprecieer het -tenminste dat gij zoo oprecht tegen mij hebt gesproken. Op mijn beurt -wil ik thans eerlijk zijn en u mededeelen, dat ik thans niet zal -aarzelen, een particulier detective in mijn dienst te nemen, tien als -het moet.” - -Sullivan haalde opmerkzaam de schouders op en hernam glimlachend: - -„Waar het John Raffles betreft, gravin, kunnen wij ons van Scotland -Yard door zulke maatregelen niet beleedigd achten. Ik wil overigens -volstrekt niets afdoen aan de bekwaamheid van vele amateur-detectives, -maar ik geef u de verzekering, dat zij onmogelijk meer kunnen -verrichten dan de officieele politie. Wees nu zoo goed, mij het snoer -nauwkeurig te beschrijven, men kan nooit weten.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK V. - -AMOR EN DE MAMMON. - - -Het uur van de lunch was aangebroken, en Dougall verliet zijn kamer en -daalde op het hooren van de groote gong, die in de vestibule hing, -haastig de trappen af om zich naar de eetzaal te begeven. - -Maar toen hij een hoek van de gang omsloeg, had hij bijna Grace Keating -ondersteboven geloopen, die zich met hetzelfde doel naar beneden wilde -begeven. - -Het meisje slaakte een lichten kreet van schrik en vreugde, werd -vuurrood, en stak toen den jongen schuchter de hand toe, terwijl zij -stamelde: - -„Je bent dus werkelijk terug, Dougall. Ik dacht dat Hundsley mij voor -het lapje wilde houden. Wat zie je er bruin uit. Is het nu voor lang, -of ga je er over een week al weer uit?” - -De jonge man had de beide handen van Grace gegrepen, keek haar diep in -de oogen en zei op fluisterenden toon: - -„Zou je liever hebben, dat ik nu maar wat thuis bleef, Grace?” - -Het jonge meisje boog het hoofd en antwoordde niet, maar op haar gelaat -scheen Dougall iets te zien, dat hem groot genoegen deed, want hij -zeide opgewekt: - -„Ik denk er niet aan, er weer uit te trekken, meisje. Ik geloof, dat ik -hier iets beters te doen krijg. Ik kom nu regelrecht uit Cairo, en ik -weet niet hoe het komt, maar de reis duurde mij ditmaal buitengewoon -lang. Voordat ik weg ging, hadden we een tamelijk ernstig gesprek met -elkander, weet je dat wel, en aan dat gesprek moest ik herhaaldelijk -denken, waar ik ook rond zwierf, in Brazilië, in China, of in het -hartje van Afrika. Er is nu een jaar sinds dien verloopen en nu vraag -ik je nog eens, Grace, houdt je nog een beetje van me?” - -In plaats van te antwoorden, verborg het jonge meisje haar hoofdje aan -zijn borst en knikte eenige malen snel achter elkaar zonder op te zien. - -Maar met een onderdrukten juichkreet tilde Dougall haar lief gezichtje -bij de kin op, keek haar diep in de oogen en drukte toen het zachtjes -tegenstribbelende meisje een kus op de lippen. - -Toen echter rukte Grace zich los en zeide op bestraffenden toon: - -„Je moet je schamen, Dougall. Hier op de gang. Als er eens een bediende -aankwam.” - -„Welnu, die zullen het toch gauw genoeg te hooren krijgen,” riep -Dougall overmoedig uit. „Ik denk er nu geen gras over te laten groeien. -Wij trouwen heel gauw, kleintje.” - -Grace werd nog rooder en zeide toen op guitigen toon: - -„Misschien is het goed, dat je je wat haast. Er zijn kapers op de -kust.” - -„Wat zeg je daar?” riep Dougall verontwaardigd. „Heeft iemand het -durven wagen, je van liefde te spreken?” - -„Wel niet direct, Dougall, maar een vrouw ziet scherp in dergelijke -dingen. Er is iemand, die mij ook heel graag tot vrouw zou willen -maken.” - -„Noem den naam van dien aterling en ik zal hem met eigen handen -vermoorden,” riep Dougall op theatralen toon. - -„Neen, ik zeg je niet wie het is, dat moet je zelf maar uitvinden,” -riep Grace plagend. „Ik wil je schranderheid eens op de proef stellen, -maar vergis je vooral niet hoor, daar zouden groote ongelukken van -kunnen komen.” - -„Nu, ik geloof dat het goed is, dat ik hier ben en dat ik juist -bijtijds ben terug gekeerd,” riep Dougall glimlachend. - -„Je had geen week moeten weg blijven, of het ongeluk was gebeurd,” riep -Grace op plagenden toon. „Kom, ik zal je een klein eindje op weg -helpen. Die heer in kwestie is van adel en vanmorgen wilde hij me komen -afhalen in zijn splinternieuwe auto.” - -„En? Je bent niet meegegaan?” riep Dougall verheugd uit, terwijl hij -opnieuw de hand van het jonge meisje drukte. „Je hebt dus een groote -hekel aan hem?” - -„O, neen, heelemaal niet. De zaak is, tante was me voor, en ging met -hem mee uit rijden.” - -„Wat is dat nu? Is mama uit rijden gegaan met een pretendent naar jouw -hand?” - -„Zoo is het.” - -„En vond die adellijke heer dat goed? Nam hij genoegen met dien ruil?” - -„Dat is meer dan ik je zeggen kan, Dougall, en al kon ik het zeggen dan -zou ik het nog niet doen.” - -„Nu, ik denk wel, dat ik aan jouw aanwijzingen genoeg heb om spoedig -uit te vinden, welke schelm jou aan mij heeft willen ontfutselen.” - -Op dat oogenblik werden er naderende voetstappen gehoord en haastig -namen de geliefden met een kushand afscheid van elkaar, om elkander -spoedig daarna in de eetzaal terug te vinden. - -Gravin Eleonora was daar reeds aanwezig, en Dougall had nu spoedig -ontdekt, dat zijn moeder zich in een zeer zenuwachtigen toestand -bevond. - -Toch sprak zij gedurenden den lunch weinig meer over den diefstal. - -Wel deelde zij terloops mede, dat zij dien middag een conferentie zou -hebben met haar zaakwaarnemer en haar notaris. Zij stond er op, den -omvang van haar vermogen, zooals het nu was, nauwkeurig te laten -vaststellen. - -Terwijl de gravin dat zei, had zij haar zoon een schuwen blik -toegeworpen, maar Dougall vond de zaak blijkbaar van weinig belang en -sloeg er in het geheel geen acht op. - -Zoodra de buttler, die het kleine gezin met een der knechts had -bediend, en deze het vertrek verlaten had, zeide de gravin Eleonora -haastig en op gedempten loon, zonder de oogen te durven opslaan tot -haar zoon: - -„Dougall, ik moet je vanmiddag noodzakelijk spreken. Liefst zoo spoedig -mogelijk. Het is een zaak van belang. Een hoogst ernstige -aangelegenheid.” - -„Ik ben tot uw dienst, mama, er schijnt haast bij te zijn.” - -„Groote haast. Heb je vanmiddag iets te doen?” - -„Niets, wat ik niet gemakkelijk ter wille van mijn moeder kan -uitstellen,” zeide Dougall op hartelijken toon. - -„Dan wacht ik je in mijn boudoir over een kwartier.” - -En reeds was de gravin opgestaan en had met haastige schreden het -vertrek verlaten. - -Dougall keek haar vragend na en zag toen Grace vragend aan. - -„Wat is er met mama,” vroeg hij toen, „wat doet zij vreemd.” - -„Dat is niet zoo erg te verwonderen, Dougall. Jij zoudt waarschijnlijk -ook niet normaal zijn, als men je een diamanten halssnoer ter waarde -van veertig duizend pond ontstal.” - -Maar Dougall haalde de schouders op en zeide met de lichtzinnigheid der -jeugd: - -„Wat zou mij dat raken, als ik zoo schatrijk was als mama, die een -notaris en een zaakwaarnemer noodig heeft om den omvang van haar -vermogen te laten vaststellen. Ik ben benieuwd wat ze mij te zeggen -heeft.” - -„Misschien heeft tante wel een passende vrouw voor je uitgezocht, -Dougall,” antwoordde Grace met een ondeugend glimlachje. „Passender -voor je dan ik ben, want ik ben maar arm, dat weet je.” - -„Dat is nog niet zoo zeker.” kwam Dougall. „Ik heb den notaris van mama -wel eens hooren zeggen, dat je bij je meerderjarigheid recht hebt op -een groot kapitaal van een verren bloedverwant. Ik zeg je dat in -vertrouwen, en omdat je naderhand niet zult kunnen zeggen, dat ik dit, -ofschoon ik het wist, verzwegen heb.” - -„Ik wist er niets van Dougall, maar in ieder geval zul je altijd zeer -veel rijker blijven.” - -„Dat doet er immers niets toe, kleintje,” hernam Dougall, terwijl hij -liefkoozend over haar hand streek, die zij hem over het tafellaken had -toegestoken. „Wat heeft geld er nu mee te maken. Al kon ik beschikken -over alle schatten der aarde, en al was jij maar een klein arm -geitenhoedstertje, ik zou jou en niemand anders tot vrouw willen -hebben.” - -Dougall stond op, liep om de tafel heen, trok Grace van haar stoel en -aan zijn borst en de volgende tien minuten waren gewijd aan het -spelletje, dat reeds eeuwen oud is, zoo oud als de wereld zelf en dat -toch nog steeds dezelfde aantrekkelijkheid schijnt te behouden voor -degenen, die er zich mede vermaken. - -Er werd echter een plotseling einde gemaakt door het binnen treden van -Hundsley. - -De geliefden stoven snel uit elkander, maar de oude buttler had ze alle -vijf goed bij mekaar, zooals hij steeds met trots van zichzelf placht -te verzekeren en hij had ook goede oogen in het hoofd. - -Maar hij was even bescheiden als vlug van begrip en daarom kuchte hij -maar eens zachtjes voor zich heen, deed alsof hij volstrekt niets -bemerkte van de verwarring van de beide jongelieden, die het eensklaps -zeer druk hadden met het pellen van een paar amandelen, welke zij van -een vruchtenschaal hadden genomen. - -Maar toen de oude getrouwe weder in het bediendenvertrek terug was, -keek hij de keukenmeid, die zeker ook al sedert twintig jaar in dienst -van de familie was, met een slimme uitdrukking in zijn oogen aan en -zeide op geheimzinnigen toon: - -„Ik geloof, dat de jongeheer voorloopig wel niet meer op reis zal gaan, -tenminste niet meer alleen.” - -„Wat, zou hij mevrouw de gravin meenemen?” - -„Neen, uilskuiken, een jonge man neemt nooit zijn moeder mee om op zijn -huwelijksreis te gaan.” - -En voor de bedaagde keukenprinses van haar verwondering was bekomen, -had Hundsley het vertrek al weer verlaten. - -Dougall had zich intusschen naar het vertrek van zijn moeder begeven, -die hem daar reeds wachtte, gekleed in een costuum, die haar een -jeugdig uiterlijk moest geven. - -Zij begroette haar zoon met een zenuwachtig lachje, liet hem naast zich -op de breede rustbank neerzitten en begon: - -„Luister eens, Dougall. Ik moet ernstig met je praten.” - -Dougall lachte, met een blik op de witzijden blouse en den korten rok, -die de fijne zijden ajour-bewerkte kousen vrij liet en de lage -goudlederen schoentjes. - -„Neen, Dougall, spot niet, het is werkelijk ernstig,” hernam gravin -Eleonora. „Je weet dat ik niet gewend ben, lang ergens omheen te -draaien, en daarom val ik met de deur in huis. Ik wil je mededeelen, -Dougall, dat er in onze familie wellicht binnenkort groote -gebeurtenissen op komst zullen zijn. Ik moet aan de toekomst denken. Ik -ben volstrekt niet oud, al heb ik een zoon van vier en twintig -jaar....” - -„Vijf en twintig, mamaatje.” - -„Nu ja, dat ben je pas een maand. En je hoeft het niet zoo voortdurend -aan de groote klok te hangen. In ieder geval gevoel ik mij nog zeer -jong, en.... kortom.... ik moet rekening houden met de mogelijkheid dat -er een pretendent zal komen opdagen naar de hand van Grace, en wanneer -jij dan weer veel gaat reizen, dan blijf ik alleen, heelemaal alleen, -in dit groote huis, en dat zal ik niet kunnen verdragen.” - -Dougall had verbaasd toegeluisterd, nog steeds niet begrijpend, waar -zijn moeder heen wilde. Maar zij maakte aan alle onzekerheid plotseling -een einde, door op vasten toon te zeggen: - -„Ik wil hertrouwen, Dougall.” - -De uitroep van verbazing, welke haar zoon slaakte was niet zeer vleiend -voor de gravin, maar zij sloeg er geen acht op en vervolgde: - -„Ik ben heel gelukkig geweest met je vader. Ik zal hem altijd met -liefde herdenken, maar hij is nu reeds bijna zeven jaren dood en ook -het leven stelt zijn eischen.” - -„Het is dus ernst, mama?” stotterde Dougall. - -„Waarom zou het mij geen ernst zijn?” riep gravin Eleonora geprikkeld -uit. „Acht je me soms al te oud?” - -„Maar moeder, dat moogt gij niet zeggen. Ik dacht alleen maar, ik -meende.... in ieder geval is het een zaak, waarover gij wel eens lang -en ernstig moogt nadenken. Ik zou er natuurlijk niet aan denken, u het -recht te ontzeggen, te doen wat gij noodzakelijk acht voor uw -levensgeluk, maar ik zou het vreeselijk vinden, als het later misschien -zou blijken, dat gij.... u vergiste.” - -„In welk opzicht zou ik mij kunnen vergissen,” vroeg de gravin -koeltjes. „Ik weet, dat er een man is, een man van adel, die naar mijn -hand dingt, op wie volstrekt geen aanmerking te maken is, en die mij -tot Lady zou maken.” - -„Een Lord dus,” riep Dougall uit, thans met verbazing in zijn stem. - -„Ja, een Lord.” - -„Zijn naam?” - -„Lord Cecil Binning.” - -Dougall liet zich achterover tegen den muur vallen, waartegen de -rustbank geplaatst stond, in de eerste oogenblikken te verbaasd om te -spreken. - -Toen kwam het langzaam over zijn lippen: - -„Lord Binning, Lord Cecil, is lid van de Windsorclub.” - -„Dezelfde. Ken je hem intiem?” - -„Dat niet. Ik ken hem echter genoeg om te durven zeggen, dat er -inderdaad weinig op hem valt aan te merken, en dat ik hem voor de rest -als een sukkel en als niet overmatig verstandig beschouw.” - -„Ik dank je voor je meening over je aanstaanden stiefvader,” zeide de -gravin op scherpen toon. - -„Moeder, het is immers beter, dat u precies weet hoe ik over Binning -denk,” zeide Dougall hoofdschuddend. „Maar is het u bekend, dat Lord -Cecil nog geen vijf en veertig jaar is.” - -„Dat is mij onverschillig. Ik ben maar een jaar ouder.” - -Dougall hield te veel van zijn dwaze moeder, om te zeggen dat hij zeer -goed wist hoe oud ze werkelijk was en hij vergenoegde er zich mede, de -vraag te stellen: - -„Hij heeft dus uw hand gevraagd?” - -„Dat niet, maar ik ken zijn plannen.” - -„Mag ik dan vragen, moeder, op welke wijze gij die plannen hebt -ontdekt,” vroeg Dougall, die maar al te goed de zelfingenomenheid en de -ijdelheid van zijn moeder kende. - -„Denk je dat een vrouw dat niet spoedig merkt? Hij kwam in den laatsten -tijd opvallend veel aan huis. Hij bracht dikwijls bloemen mee. Hij kwam -vaak in mijn loge als ik daar met Grace was. Hij kon mij vaak op zulk -een eigenaardige wijze aanzien en er dan over klagen, dat hij nog -altijd jonggezel was. En nog vandaag heeft hij mij uitgenoodigd een -autoritje met hem te maken.” - -Plotseling doorflitste Dougall een gedachte. - -„In een splinternieuwe auto?” vroeg hij ademloos, terwijl hij zich -voorover boog, om zijn moeder met gespannen aandacht aan te zien. - -„Ja, in zijn pas gekochte renauto.” - -Een oogenblik dacht Dougall er over, zijn ontspanning lucht te geven -door een lachbui, maar toen bedacht hij zich. In ieder geval kon deze -noodlottige vergissing voor zijn moeder een bittere teleurstelling -blijken. - -Dat zij Lord Cecil lief had achtte hij weliswaar volkomen -buitengesloten, maar voor een vrouw, die klaarblijkelijk zoo vurig -terugverlangde naar den huwelijksstaat moest het een ontgoocheling -zijn, als zij haar plannen op die wijze in duigen zag vallen. - -Het was Dougall een oogenblik duidelijk, dat zijn moeder zich vergist -moest hebben in het ware doel van de herhaaldelijke bezoeken van Cecil, -die blijkbaar Grace golden. - -Hij wachtte zich er echter voor zijn meening kenbaar te maken en zeide -alleen op ernstigen toon: - -„Lieve moeder, ik zal de laatste zijn, om mij te verzetten tegen uw -trouwplannen, wanneer gij daardoor werkelijk gelukkig kunt worden, maar -ik smeek u, u goed te overtuigen, of Lord Cecil werkelijk de aangewezen -man is, om aan uw zijde te leven. Het zou noodlottig zijn, als deze -verbintenis naderhand een vergissing zou blijken.” - -„Daarvoor behoef je niet te vreezen. Ik wil niet zeggen, dat ik als een -bakvisch verliefd ben op Lord Cecil, maar ik acht hem hoog, al is hij -dan volgens jou een sukkel. En hij is in ieder geval van den oudsten en -besten adel.” - -„Maar totaal berooid, moeder.” - -„Dat doet er volstrekt niets toe. Ik ben rijk genoeg en ik weet zeker, -dat het hem niet om mijn geld te doen is.” - -„Dat hoop ik,” zeide Dougall droogjes. „Hebt gij mij nog iets te -zeggen, moeder?” - -„Alleen nog dit. Ik heb Lord Cecil hedenmorgen de toezegging gedaan, -dat ik hem mijn hand zou schenken, wanneer hij er in zou slagen, mij -mijn diamanten collier terug te bezorgen. Ik weet zeker, dat hem dat -zal aansporen, zijn uiterste best te doen, om mijn steenen terug te -vinden.” - -„Dus wanneer hij er niet in slaagt de diamanten terug te vinden....” -riep Dougall opgewonden uit. - -Eigenlijk gezegd, had de gravin zich nimmer bezig gehouden met deze -mogelijkheid en daarom klemde zij de lippen op elkaar, speelde -zenuwachtig met haar horlogeketting en antwoordde eindelijk ongeduldig: - -„Hij zal ze wel weten op te sporen en als hij er niet in slaagt, dan, -wel dan zal ik er toch nog eens over denken, of ik den goeden wil voor -de daad zal nemen.” - -Dougall was opgestaan en vatte de hand van zijn moeder. - -Zijn stem had een warmen klank, toen hij zeide: - -„Ik hoop van ganscher harte, moeder, dat dit alles tot iets goeds moge -leiden. Meer kan ik niet zeggen.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK VI. - -DE MEDEMINNAARS. - - -Ongeveer een uur nadat dit gesprek had plaats gehad, begaf Dougall zich -naar de Windsorclub teneinde eenige vrienden te ontmoeten. - -In de groote conversatiezaal trof hij onder anderen den vice-precident, -Lord William Aberdeen, diens secretaris, Charly Brand, een jonge man, -met een blozend gelaat en groote glanzende blauwe oogen en ook Lord -Cecil. - -Op het oogenblik maakte Dougall bij zichzelf de opmerking, dat zijne -Lordschap er in het geheel niet uitzag als een gelukkige aanstaande -bruigom, en zich ook volstrekt niet overmatig scheen in te spannen, de -diamanten en daarmede hart en hand van gravin Eleonora in zijn bezit te -krijgen. - -Mylord hing als een zoutzak in een stoel, dicht bij een der breede -ramen, welke uitzicht gaven op de Oxfordstreet en keek tamelijk somber -voor zich uit, maar klaarblijkelijk zonder iets te zien. - -Hij nam er zelfs zoo goed als geen notitie van toen Dougall binnen -trad, knikte hem slechts even toe, en staarde toen weder naar het -drukke gewoel in de Oxfordstreet. - -Maar langzaam scheen er wat beweging in zijn trekken te komen. - -Hij wendde zijn blikken naar Dougall en wenkte hem toe, toen de jonge -man in zijn richting keek, met een hoofdbeweging bij zich te komen. - -Met gemengde gevoelens bezield, trad Dougall op hem toe, en toch moest -hij bij zichzelf zeggen, dat Lord Cecil in dit geval volstrekt geen -schuld kon treffen en dat deze uitsluitend bij zijn moeder berustte. - -Hoewel hij hartelijk veel van gravin Eleonora hield, begreep Dougall -toch aanstonds, dat Lord Cecil, die zeker vijf jaar jonger was dan zij, -hoogstwaarschijnlijk nooit de minste aanleiding zou hebben gegeven tot -het vermoeden, dat hij naar de hand van de gravin dong. - -Toch begroette hij hem tamelijk koeltjes, als zijn medeminnaar, al was -het er dan een, die niet het minste succes zou hebben. - -Het was daar een eenzaam plekje bij het groote raam en de twee mannen -konden dus ongestoord praten. - -Lord Cecil noodigde Dougall met een gebaar uit, tegenover hem plaats te -nemen, zocht een oogenblik naar zijn woorden en begon toen met een -kinderachtig stemgeluid: - -„Dougall, het verheugt mij, dat ik je even onder vier oogen kan -spreken. Ik bevind mij in een zeer moeilijk parket. In een hoogst -delicaten toestand. Het valt me zeer moeilijk er juist met jou over te -spreken, maar ik kan onmogelijk een anderen uitweg zien. Er bestaat een -misverstand, mijn waarde Dougall, waarvan ik het slachtoffer ben, en -dat, ik bezweer het je, niet door mij in het leven is geroepen, maar -laat ik van te voren af beginnen. Je moet de zaak goed kennen, alvorens -mij raad te kunnen geven. Ik herhaal je nogmaals, dat het een zeer -kiesche aangelegenheid is. Maar wij zijn reeds jarenlang vrienden en ik -kan niet inzien, hoe ik aan dezen toestand op een andere wijze een -einde kan maken.” - -„Draai er niet zoo lang omheen, amice en steek van wal,” zeide Dougall -eenigszins ongeduldig. - -Zijn Lordschap draaide ongedurig in zijn ruimen gemakkelijken stoel -heen en weder en begon, zijn nagels bestudeerend: - -„Je moet weten, dat ik sedert eenige maanden een vrij trouwe gast ben -geweest in het huis van je mama, gravin Eleonora. Aanstonds zul je wel -te hooren krijgen, waarom ik daar zoo gaarne verscheen. Daarop heb jij -recht op als zoon des huizes. Ongelukkigerwijze en op een voor mij -volkomen raadselachtige wijze heeft mevrouw de gravin uit deze -herhaaldelijke bezoeken conclusies getrokken, conclusies, die voor mij -zeer vleiend zijn, maar die, ja hoe zal ik het moeten zeggen, van een -verkeerd principe uitgaan, van een onjuiste grondstelling, als ik het -zoo noemen mag.” - -Dougall had met eenig leedwezen de wanhopige pogingen van zijne -Lordschap gade geslagen, hem zoo voorzichtig mogelijk een zaak mede te -deelen, welke hem reeds bekend was. - -Maar thans ontfermde hij zich over den ongelukkigen Lord en zeide -glimlachend, terwijl hij hem op de magere knie klopte: „Stil maar -Cecil, ik weet er alles van. Het is niet zoo heel erg en je moogt er -rond voor uitkomen. Je opinie is, dat moeder in de veronderstelling -verkeert, dat je haar gaarne tot vrouw zoudt hebben, is het niet zoo?” - -Lord Cecil knikte eenige malen snel achter elkander, heftig bewegend -met het hoofd en zeide toen: - -„Zoo is het, zoo is het. Heeft zij het je gezegd?” - -„Een uur geleden.” - -„Maar Dougall, ik kan werkelijk, ik ben niet.... het was mijn voornemen -niet,” stamelde Lord Cecil, die zich niet te wenden of te keeren wist -van verlegenheid. - -„Ook dat weet ik, mijn waarde. Je bent heelemaal niet van plan de hand -van mama te vragen, zooals zij verkeerdelijk meent. Je plannen liggen -waarschijnlijk in een geheel andere richting.” - -„Je hebt het alweer geraden. Zoo is het inderdaad,” zeide Lord Cecil -verheugd. „Luister eens, Dougall, dan zal ik je het groote geheim mede -deelen. Je bent in langen tijd niet thuis geweest en je hebt dus niet -kunnen waarnemen tot welk een bevallige bloem Grace is opgegroeid, die -nog haast een kind was, toen je den laatsten keer op reis ging. Welnu, -haar golden mijn bezoeken. Hoe mevrouw de gravin heeft kunnen denken, -dat.... het anders was, is mij volkomen onbegrijpelijk.” - -„Wel, wel, je hebt dus trouwplannen ten aanzien van de bevallige -Grace?” vroeg Dougall spottend. „Weet je wel dat ze verre van rijk is?” - -„Nu nog, maar wanneer ze meerderjarig is, of trouwt, wat natuurlijk -daarmede gelijk staat, ontvangt ze een zeer groot vermogen. Zooiets als -zes maal honderd duizend pond sterling!” - -„Hoe weet je dat?” vroeg Dougall verbaasd. - -„Het is tamelijk algemeen bekend in een kleinen kring van mijn -familieleden, die verre bloedverwanten zijn van de oude Lady, welke het -vermogen aan het meisje naliet!” - -„Dat vermogen vormt natuurlijk een groote attractie van de lieve -Grace?” vroeg Dougall op denzelfden spottenden toon. - -„Dat wil ik volstrekt niet beweren! Ik sta er miserabel voor. Ik heb -heel wat geld verspeeld, zwaar bij de wedrennen verloren den laatsten -tijd. En ik kan dus werkelijk alleen een zeer rijke vrouw trouwen.” - -„Voortreffelijk geredeneerd. Weet Grace dat het je bekend is, wat zij -te wachten heeft bij haar meerderjarigheid, of als zij trouwt?” - -„Neen, maar waartoe zou ik haar dat hebben gezegd?” - -„Zeer juist. Dat had volstrekt geen doel.” - -„Dat meen ik ook.” - -„En geloof je dat Grace gevoelig is voor de avances?” - -„Volkomen zeker ben ik er niet van, maar eh.... zij plaagt me vaak en -dat is geloof ik een goed teeken.” - -„Een bedriegelijk teeken.” - -„Maar wat raadt je me nu te doen, Dougall? Als man van eer kan ik toch -onmogelijk zeggen aan mevrouw de gravin, dat ze zich vergist?” - -„Als de nood aan den man mocht komen, dan zal ik dat wel voor je doen, -Cecil,” zeide Dougall. - -„Zou je dat werkelijk?” riep Lord Cecil verheugd uit. „Daarvoor zou ik -je zeer dankbaar zijn.” - -„Dat is volstrekt niet noodig,” hernam Dougall met een eigenaardig -glimlachje. „Ik geloof niet dat je bijzonder veel redenen hebt om -dankbaar te zijn.” - -„Hoe zoo?” vroeg zijne Lordschap met een onnoozele uitdrukking op zijn -gelaat. - -„Wel, je wilt toch immers met Grace Keating trouwen?” - -„Ja zeker, dat is mijn vast plan.” - -„Maar je zult aan dat plan geen gevolg kunnen geven, waarde Lord.” - -„Waarom niet?” - -„Omdat ik met haar trouw.” - -Lord Cecil viel weder in zijn vorige houding in zijn stoel terug en -staarde den glimlachenden Dougall met open mond aan. - -Toen hakkelde hij, terwijl alle kleur uit zijn gelaat geweken was: - -„Je maakt er toch zeker een grapje mee?” - -„Met dergelijke ernstige zaken spot ik als beginsel nooit.” - -„Maar dan zal ik genoodzaakt zijn met je te duelleeren,” riep Lord -Cecil op tragischen toon. - -„Dat zou ik je om verschillende redenen afraden, mijn waarde,” hernam -Dougall lachend. „Ten eerste mag je me in den grond van je hart graag -lijden, ten tweede is het tweegevecht in Engeland verboden en ten derde -zou men je, indien het niet verboden was, zeer waarschijnlijk in een -betreurenswaardigen toestand van die plek der ontmoeting vervoeren, -want ik wil het niet onder stoelen of banken steken, dat ik meester ben -op alle wapens en op zestig pas afstand vijf malen van de zes een aas -uit de kaart schiet en met meer dan vijftien pas zou ik zeker geen -genoegen nemen, als ik met de pistool in de vuist tegenover een -medeminnaar kwam te staan.” - -Deze mededeeling scheen zijne Lordschap tot nadenken te stemmen. - -Hij liet een verlegen zenuwachtig lachje hooren en toen scheen hij de -zaak van den practischen kant te willen opvatten. - -„Er is dus niets aan te doen. Je wilt me in de wielen rijden?” vroeg -hij. - -„Die uitdrukking is niet op haar plaats, mijn goede vriend Binning. -Daarvan kan geen sprake zijn. Want Grace en ik waren het reeds vroeger -met elkander eens dan vandaag.” - -„Maar ik heb den indruk gekregen, dat ze mij nog al graag mag lijden,” -hernam Lord Binning wanhopig. - -„Dan was die indruk een verkeerde,” hernam Dougall droogjes, „zij geeft -volstrekt niets om je.” - -„Ben je daar zeker van?” - -„Volmaakt zeker.” - -„Heeft ze jou het jawoord reeds gegeven.” - -„Als er niets in den weg komt, trouwen wij over twee maanden.” - -„Goede hemel, wat een ervaring op een dag,” kwam het jammerend over de -lippen van zijne Lordschap. - -„Ik erken dat het niet zeer aangenaam voor u is, mijn waarde,” kwam -Dougall en nogmaals daalde zijn krachtige hand met een harden klap op -de schrale dij van Lord Binning neder, zoodat deze met een pijnlijk -gezicht zijn been terug trok. „Je moet je er echter maar in schikken, -ongetwijfeld zwemmen er in de Londensche High Life nog wel meer -goudvischjes rond.” - -„Maar het was niet het geld alleen, dat verzeker ik je, Dougall. Het -uiterlijk van het jonge meisje had een grooten indruk op mij gemaakt.” - -„Dat wil ik graag aannemen, dat deed het ook op mij,” hernam Dougall -kalm. „Ik heb haar al lief gehad, zoover ik kan terug denken en ik heb -het alleen niet goed durven zeggen. Tijdens mijn laatste reis ben ik -tot de overtuiging gekomen, dat ik zonder haar onmogelijk zou kunnen -leven en dat heb ik haar zooeven gezegd, en omdat Grace een medelijdend -hartje heeft en niet kon toezien, hoe ik om harentwege verkwijnde, -daarom heeft zij er in toegestemd, mijn vrouwtje te worden.” - -Zijn Lordschap slaakte een zucht, die men op straat wel had kunnen -hooren en die verscheidene leden van de club verschrikt zijn richting -deden uitzien, en daarmede was de zaak voor hem beëindigd—hij schikte -zich in het onvermijdelijke. - -Na eenige oogenblikken zeide hij: - -„Dan zal ik het veld voor je moeten ruimen, Dougall. Ik ben niet -zelfingenomen genoeg om te gelooven, dat ik tegen jou den strijd zou -kunnen volhouden. Maar doe mij dan tenminste den dienst, en maak aan je -mama, mevrouw de gravin duidelijk, dat er werkelijk van een -echtverbintenis tusschen ons niets kan komen. Deel het haar voorzichtig -mede—ik zou voor al het geld van de wereld niet willen, dat zij zich -door mij beleedigd zou achten.” - -„Ik beloof het je, Cecil,” zeide Dougall, terwijl hij opstond, en den -ander gulhartig de hand reikte. - -Een oogenblik scheen Lord Binning te aarzelen, of hij die hand wel kon -aannemen, maar toen nam hij een kloek besluit en sloeg toe. - -Lord Aberdeen had de beide heeren geen oogenblik uit het oog verloren, -en toen zij vertrokken waren, wendde hij zich tot zijn secretaris en -zeide op zachten toon: - -„De zaak is gelukkig onbloedig verloopen. Aan de eer schijnt voldaan te -zijn.” - -„Heb je dan alles kunnen hooren wat zij zeiden?” vroeg Charly Brand op -verbaasden toon. - -„Er is mij maar heel weinig ontgaan, mijn jongen. Ja het is een groot -gemak, wanneer men zich de kunst van lippen lezen heeft eigen gemaakt.” - -„Hiermede is de zaak van de diamanten voor jou waarschijnlijk -geëindigd?” - -„Nog niet geheel en al, mijn waarde,” antwoordde Lord Aberdeen, achter -wien zich reeds vele jaren de persoon van den Gentleman-Inbreker -verborg. „Ik geloof, dat ik nog niet alle mogelijkheden heb uitgeput—en -het zal spoedig genoeg blijken, of ik mij vergist heb.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK VII. - -DE KLAP OP DEN VUURPIJL. - - -Het was omstreeks half vier in den middag en reeds begon de duisternis -te vallen, toen voor het prachtige heerenhuis van gravin Mac Dougall -een eenvoudige huurauto stil hield, waaruit een niet minder eenvoudig -gekleed man stapte, die een oogenblik het huis in oogenschouw nam, -eenige woorden met den chauffeur wisselde, en daarop den voortuin door -ging, en de zware huisbel overhaalde. - -Hundsley, de buttler, opende de deur voor hem. - -„Wat wenscht gij, mijnheer?” vroeg hij, terwijl hij tamelijk wantrouwig -naar de eenvoudige kleeren van den bezoeker keek. - -„Ik wensch je meesteres te spreken. Ik kom in de bekende zaak van de -juweelen. Ik ben particulier detective, hier is mijn kaartje. Maak wat -voort als ik je verzoeken mag.” - -De buttler raakte zeer onder den indruk van deze bevelende woorden, -want hij haastte zich spoedig weg met het kaartje, en keerde reeds een -paar minuten later terug, met het verzoek hem te willen volgen. Mevrouw -de gravin zou hem ontvangen. - -Gravin Eleonora ontving den detective in haar boudoir. - -Zij zag er tamelijk opgewonden uit, en dat was waarlijk geen wonder, -want nog geen half uur geleden had haar zoon haar zoo voorzichtig -mogelijk medegedeeld, dat Lord Binning hem verklaard had, geen kans te -zien, de diamanten in zijn bezit te krijgen, en dus maar liever afstand -had gedaan van de eer, de gravin naar het altaar te mogen leiden. - -De gravin wierp een blik op het kaartje, dat zij nog steeds in de hand -hield en vroeg, na den bezoeker met een enkelen blik te hebben -opgenomen: - -„U is mijnheer Lijne?” - -„Die ben ik, gravin.” - -„De bekende detective?” - -„Ik vlei mij inderdaad, gravin, dat mijn naam niet geheel en al -onbekend is, zoowel in Engeland als op het vasteland.” - -„Zijt gij op de hoogte van de zaak der diamanten?” - -„Volkomen, gravin.” - -„Wat denkt gij er van?” - -„Gravin, ik wil van mijn hart geen moordkuil maken—ik moet beginnen met -te verklaren, dat ik wel eenige bewondering koester voor de wijze, -waarop John Raffles u van die kostbare steenen heeft beroofd.” - -„De steenen en bovendien nog twintig duizend pond, mijnheer,” riep de -gravin verontwaardigd. - -„Dat is waar ook—die had ik bijna vergeten,” riep Lijne uit. - -„Denkt gij, mijnheer, dat er eenige kans bestaat, mijn juweelen terug -te krijgen?” - -„Gravin—ik herhaal, wat ik u zooeven zeide: Ik ga recht op den man af, -en daarom moet ik u zeggen, reeds bij voorbaat, dat de kans, om uw -halssnoer terug te krijgen, niet alleen niet zeer groot is, maar -daarentegen bijzonder klein.” - -„En toch komt gij u bij mij aanmelden?” riep de gravin ongeduldig. - -„Gravin, een van mijn beginselen is, dat men zelfs de geringste kans -niet moet veronachtzamen! Wie weet doen er zich wel omstandigheden -voor, waarop wij van te voren niet gerekend hadden, en die ons ondanks -alles toch nog op het spoor van den brutalen Gentleman-Inbreker -brengen. Het is echter volstrekt noodig, dat ik verschillende -bijzonderheden uit uw mond verneem, en dat ik hier in huis een grondig -onderzoek kan instellen.” - -„Denkt gij dan dat dat u iets zou baten, mijnheer?” hernam de gravin op -ongeloovigen toon. „Ik kan niet inzien, wat er in mijn huis nog te -onderzoeken valt. Gij denkt toch zeker niet, dat Raffles de juweelen -hier ergens verborgen heeft?” - -„Als ik dat dacht, gravin, dan zou ik tevens moeten denken, dat zijn -loopbaan teneinde liep,” riep de detective uit. „Een onderzoek kan -echter in een of ander opzicht van groot nut zijn. Wat ik zeggen wil, -is uw brandkast op dit oogenblik gevuld?” - -„Ik heb inderdaad veel geld in huis, mijnheer, want over een kwartier -verwacht ik mijn notaris en zaakwaarnemer, die met mij den stand van -mijn vermogen moeten vaststellen. Maar waarom doet gij mij die vraag? -Dat heeft toch niets met de diamanten te maken?” - -„Misschien meer dan gij denkt, gravin,” hernam Lijne. „Vergeet niet, -dat Raffles misschien op de een of andere wijze tot de ontdekking komt, -dat uw brandkast op dit oogenblik goed gevuld is, en dat hij het -misschien op dit oogenblik reeds weet, en dat dus de kans niet is -uitgesloten, dat hij nogmaals terug keert, teneinde een aanval op uw -geldkast te doen.” - -„Zou hij dat werkelijk wagen?” riep de gravin op ongeloovigen toon. - -„Ik geloof dat er niet veel is, gravin, dat Raffles niet waagt te -ondernemen,” antwoordde Lijne, terwijl hij zijn lichte wenkbrauwen hoog -optrok. „Welnu, wij moeten deze kans aangrijpen—misschien zouden wij -hem kunnen vangen, door, zonder dat hij het merkt, wel te verstaan, een -half dozijn desnoods een dozijn politieagenten op wacht te zetten.” - -De detective bleef nog geruimen tijd over dit onderwerp doorpraten, -terwijl de gravin nu en dan een opmerking maakte, totdat Hundsley de -komst aankondigde van de heeren Playford, notaris en Darley, -zaakwaarnemer van mevrouw de gravin, die volgens haar verlangen gekomen -waren, om eenige zaken met haar te regelen. - -Lijne was opgestaan en de gravin zeide: - -„Het spijt me, mijnheer Lijne,—thans roepen mij de gewichtige -bezigheden, waarover ik u zooeven reeds sprak. Het spreekt vanzelf, dat -ik u volkomen volmacht geef, om alles te doen, wat gij in deze zaak -noodig acht, en dat ik niet op een paar honderd pond sterling zal zien, -wanneer ik er slechts in slaag, mijn juweelen te herkrijgen. Hoor ik -spoedig iets van u?” - -„Zeer spoedig, denk ik, gravin,” antwoordde Lijne. - -Hij maakte een diepe buiging, en had het volgende oogenblik het vertrek -verlaten. - -Intusschen had Hundsley zich reeds weder naar de vestibule begeven, -teneinde de beide heeren te begeleiden naar het vertrek, naast het -boudoir van de gravin gelegen, en waar de brandkast stond opgesteld. - -Daar werden zij ontvangen door de gravin, die hen beiden met een paar -woorden verwelkomde, en daarop begon: - -„Mijne heeren—ik heb u eenmaal verzocht bij mij te komen, en nu gij er -zijt, kunnen wij gevolg geven aan mijn plan, dat gij kent, ofschoon de -redenen welke er mij toe brachten den juisten staat van mijn vermogen -te leeren kennen op dit oogenblik niet meer bestaan. Dit is echter een -zaak van particulieren aard, welke u waarschijnlijk weinig belang zal -inboezemen. Neem plaats, wat ik u verzoeken mag, dan kunnen wij -dadelijk ter zake komen.” - -De notaris en de zaakwaarnemer gingen, na hun overgoed te hebben -afgelegd, aan de groote tafel zitten, die in het midden van het vertrek -stond en begonnen bedachtzaam de dikke portefeuilles te openen en van -hun inhoud te ontdoen, die zij zorgvuldig onder hun arm gekneld -hielden, toen zij binnen kwamen. - -Deze bleken een groot aantal paperassen te bevatten, die allen in een -of ander opzicht in verband stonden met het vermogen van de gravin. - -Bovendien had Darley een paar dikke registers bij zich, die hij geopend -voor zich legde. - -De notaris had een hoornen lorgnet op zijn geweldig grooten neus -geklemd, en begon met kelderstem: - -„Met uw welnemen, gravin, zullen wij het eerst een aanvang maken met -den staat van uw onroerend vermogen. Wij hebben dan achtereenvolgens uw -kasteel in Schotland. De waarde van den grond bedraagt op dit oogenblik -iets meer dan een millioen pond, die van het huis twee honderd duizend -pond. Vervolgens hebben wij uw landerijen in Wales, welke wij op dit -oogenblik gevoegelijk kunnen taxeeren op een nominale waarde -van—hoeveel is het ook weer, Darley?” - -„Anderhalf millioen pond, twee maal honderd duizend, mijnheer de -notaris,” antwoordde de zaakwaarnemer onmiddellijk. - -En zoo werden vervolgens alle bezittingen van de gravin opgenoemd en -becijferd, en na een half uur ongeveer waren de beide heeren tot de -slotsom gekomen, dat de waarde van de onroerende bezittingen van -mevrouw de gravin ongeveer zeven millioen pond bedroegen. - -„Als nu gaan wij met uw welnemen, mevrouw de gravin, over tot het -roerende gedeelte,” begon notaris Playford deftig, terwijl hij een -ander vak van zijn onmetelijke portefeuille open knipte. „Het zal u -natuurlijk niet onbekend zijn, dat uw roerend vermogen bij een zestal -Engelsche banken is vastgelegd, en dat het meerendeels bestaat uit -voortreffelijke, soliede effecten, spoorweg- en mijnaandeelen, en -slechts voor een betrekkelijk gering deel, iets meer dan zeven honderd -duizend pond sterling uit contanten. Wij zijn echter niet nauwkeurig op -de hoogte van het vermogen, dat gij in eigen beheer houdt.” - -„Ik zal het u onmiddellijk kunnen zeggen, mijn waarde notaris,” hernam -gravin Eleonora, terwijl zij een sleutelbos te voorschijn haalde, en op -de brandkast toetrad. - -Zij opende de deur, waarbij Darley haastig toeschoot om haar te helpen, -en daarop werden stapels goudgeld en bankbiljetten uit de kast gehaald -en op de groote tafel neergezet, waarop notaris Playford onmiddellijk -begon met de telling. - -Na ongeveer tien minuten werken, en eenig gecijfer, verkondigde hij en -er lag een plechtige klank in zijn stem: - -„Twee en tachtig duizend, drie honderd zes en veertig pond, mevrouw.” - -„Ik dank u, mijnheer. Gij bespaart mij op deze wijze de moeite het geld -zelf te moeten tellen,” liet eensklaps een heldere stem zich hooren. - -Het gordijn, dat de communicatie-deur naar het boudoir verborg, werd -snel op zijde geschoven—en daar trad de detective Lijne het vertrek -binnen. - -Voor een der aanwezigen van de schrik en ontsteltenis bekomen was, had -de detective met een bliksemsnelle beweging het tafelkleed aan de vier -punten weggenomen, na er de registers met een enkelen zwaai van zijn -arm te hebben afgeschoven, en liet vervolgens alles wat er op lag met -de snelheid van een goochelaar verdwijnen in de tasch, welke hij ook -reeds zooeven bij zich had, en die wel speciaal voor dit doel gemaakt -scheen te zijn, zij klapte tenminste schijnbaar vanzelf open en weer -dicht, nadat de buit er in verdwenen was. - -Vervolgens nam de stoutmoedige indringer met een hoffelijk gebaar zijn -slappen hoed af, en zeide, na een buiging voor het verblufte en -doodelijk ontstelde gezelschap te hebben gemaakt: - -„Het doet mij genoegen, gravin en waarde heeren, dat gij mij niet hebt -genoodzaakt, geweld te gebruiken, want daaraan heeft John Raffles -altijd een geweldig groote hekel gehad.” - -Nu slaakte de gravin voor het eerst een kreet van woede en schrik. - -„John Raffles,” schreeuwde zij. „Dat is dus de derde keer. Maar zal -niemand mij dan van dien bandiet verlossen?” - -„Jawel moeder, ik zal het doen,” liet plotseling de stem van Dougall -zich hooren, die op het hooren van een vreemde stem was nader gekomen, -en aanstonds vermoed had wat er gaande was, en nu met opgeheven -revolver op den drempel van de gangdeur stond. - -„Handen op,” beval hij met dreigende stem, „en waag het niet, u te -verroeren, want ik verzeker u dat ik zelden mis schiet.” - -John Raffles was voor alles een man van de practijk, en hij begreep -wel, dat hij op dit oogenblik aan het kortste einde trok, voorloopig -tenminste. - -Hij stak dus langzaam zijn handen op, na de tasch voor zich op den -grond te hebben gezet. - -Met de revolver steeds opgeheven trad Dougall langzaam op hem toe en -toen duwde hij met den voet de tasch een weinig terzijde en buiten het -bereik van Raffles. - -De jonge man scheen wel eens vernomen te hebben van de stoutmoedigheid -van den Gentleman-Inbreker, en hij begreep heel goed, dat hij al zijn -kaarten zou vergooien, wanneer hij zich ook maar een seconde naar de -tasch zou bukken. - -Steeds het oog op Raffles gevestigd houdend ging hij ruggelings naar de -tafel, waar het telefoontoestel stond. - -Hij nam den hoorn van den haak, en toen klonk zijn stem: - -„Scotland Yard—spoedig als ik u verzoeken mag.” - -Een oogenblik bleef het stil. - -Raffles stond nog altijd met de handen omhoog geheven, dicht bij een -zware kast, die met boeken gevuld was. - -Daarop klonk opnieuw de stem van Dougall in de telefoon: - -„Gij spreekt met Mac Dougall. Stuur onmiddellijk een zestal van uw -beste agenten, ik heb John Raffles gevangen.” - -„Nog niet!” klonk de stem van den Grooten Onbekende. - -Hij was onmerkbaar een weinig terzij geschoven. - -Terwijl zijn blikken snel in het rond vlogen, had hij boven op de kast, -juist onder het bereik van zijn uitgestrekte rechterhand, een fraai -bewerkten bronzen olifant zien staan. - -Juist op het oogenblik dat Dougall zijn vijanden te hulp had geroepen, -rukte hij het zware voorwerp van de kast en werp het met vaste hand in -de richting van den jongen man. - -Het zware voorwerp trof Dougall tegen den rechterarm, juist ter hoogte -van den elleboog. - -Met een kreet van pijn liet hij de revolver vallen. - -Vlugger dan de gedachte was Raffles er op toegeschoten en een -bliksemsnelle beweging van zijn voet deed het wapen in den versten hoek -van het vertrek vliegen. - -In een oogwenk had hij zijn eigen Colt getrokken en op Dougall gericht, -die bleek van woede en met gebalde vuisten machteloos tegenover hem -stond. - -Toen begon Raffles, die geen oogenblik zijn kalmte verloren had, en na -een blik op zijn horloge te hebben geworpen: - -„Het zal nog wel minstens vijf minuten duren voor de politie hier is, -en van dien korten tijd wil ik even gebruik maken, om u te zeggen, dat -ik volstrekt geen spijt heb over mijn kleine indiscretie, mevrouw de -gravin. Ik stond reeds geruimen tijd achter gindsche deur en ben er dus -getuige van geweest, hoe deze eerwaarde heeren den staat van uw -vermogen opmaakten. Het is reusachtig groot—en toch heb ik tot mijn -leedwezen nog nimmer kunnen constateeren dat gij er veel goede daden -mee verricht. Ik heb een klein onderzoek ingesteld, en daaruit is mij -gebleken, dat uw rentmeesters op uw bevel altijd zeer streng optreden -tegen de pachters, en er nimmer rekening mede houden, als -omstandigheden buiten hun wil, zooals hagelslag of overstroomingen, hen -het betalen van de pachten zeer moeilijk maken! Eigenlijk gezegd is mij -dat van u zeer tegen gevallen. Ook bij het inteekenen op -weldadigheidslijsten houdt gij u liefst, uit verkeerd geplaatste -bescheidenheid, zoover mogelijk op een afstand. Verzoeken om onderstand -van menschen, die het ten volle verdienen, dat zij geholpen zouden -worden, vinden bij u nimmer een gunstig onthaal! Kortom, gij behoort -tot die rijken, in wier handen het geld tot een doode, logge, -onvruchtbare massa wordt—voor niemand tot iets dienstig, niet eens voor -u zelve. Wat ik u heb afgenomen beteekent voor u slechts een zeer -gering deel van uw groot vermogen—ik daarentegen kan er zeer veel goed -mee doen—en dat zal ik ook. Vier minuten zijn om, mevrouw de gravin, en -mijne heeren—ik zal verplicht zijn u te verlaten.” - -Terwijl Raffles de revolver voortdurend op Dougall gericht hield, nam -hij met een vlugge beweging de tasch met den kostbaren inhoud weder van -den vloer. - -Wat de notaris en de zaakwaarnemer betreft—zij zaten als verwezen aan -de tafel, niet in staat, om maar een vingerlid te verroeren. - -De gravin was krijtwit van drift, en beefde over al haar leden—het zou -slechts een kwestie van tijd zijn, of zij zou, voor den derden keer in -slechts een etmaal, opnieuw in zwijm vallen. - -Met een enkelen sprong was Raffles bij de deur van de gang en nu stond -hij buiten. - -Hij draaide den sleutel in het slot om en met een paar stappen was hij -bij den hoek van de gang verdwenen. - -Reeds hoorde hij achter zich een deur open rukken, waarschijnlijk die -van het boudoir, en hij begreep dat zijn voorsprong niet zeer groot -was, en dat men spoedig het geheele huis bijeen zou hebben geschreeuwd. - -Hij had de tasch met den buit aan een opzettelijk daartoe aangebrachten -haak voor den borst gehangen, teneinde de beide handen vrij te hebben -en liet zich nu met de vlugheid van een aap langs de trapleuning naar -beneden glijden. - -Juist toen hij den eersten overloop bereikt had, ging er een deur open -en Grace stak verschrikt haar hoofdje naar buiten, aangelokt door het -geschreeuw en de voetstappen. - -„Mejuffrouw, gij zijt allerliefst en gij verdient het, de vrouw te -worden van Dougall, die een ferme kerel is—maar thans zijt gij mij -werkelijk een weinig in den weg.” En met zachten dwang duwde hij het -meisje weder in haar kamer en deed de deur op slot om dadelijk weer -verder te snellen. - -Tot zijn geluk hadden de bedienden nog niets van zijn jacht bemerkt. - -Daardoor was het hem mogelijk de achtertrap te bereiken, deze op -dezelfde vliegensvlugge wijze af te dalen en het huis langs een zijdeur -te verlaten. - -Op hetzelfde oogenblik kwam over het Cleveland Square een politieauto -aanrazen, die dadelijk daarna stilstond voor den hoofdingang. - -Raffles glimlachte. - -„Dat is een voortreffelijk huis, met zijn twee zij-ingangen,” bromde -hij voor zich heen. - -Hij stak de hand op en dadelijk kwam een huurauto aanrijden, die door -niemand anders dan door Charly Brand bestuurd werd. - -Raffles sprong in het voertuig, dat aanstonds in allerijl door de -zijstraat weg stoof, op hetzelfde oogenblik dat door de voordeur niet -zes, maar wel twaalf agenten als een troep krijgszuchtige Indianen het -groote heerenhuis kwam binnenstormen.... - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0384: HET -DIAMANTEN HALSSNOER *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/67955-0.zip b/old/67955-0.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 552f607..0000000 --- a/old/67955-0.zip +++ /dev/null diff --git a/old/67955-h.zip b/old/67955-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index d762cc2..0000000 --- a/old/67955-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/67955-h/67955-h.htm b/old/67955-h/67955-h.htm deleted file mode 100644 index e1c912c..0000000 --- a/old/67955-h/67955-h.htm +++ /dev/null @@ -1,3830 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html -PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2022-04-30T12:10:01Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> -<html lang="nl"> -<head> -<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8"> -<title>Lord Lister No. 384: Het diamanten Halssnoer</title> -<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> -<meta name="author" content="Felix Hageman (1877–1966) Kurt Matull (1872–1930?) Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> -<link rel="coverpage" href="images/lordlister0384-front.jpg"> -<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> -<meta name="DC.Creator" content="Felix Hageman (1877–1966) Kurt Matull (1872–1930?) Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> -<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 384: Het diamanten Halssnoer"> -<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> -<meta name="DC.Format" content="text/html"> -<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> -<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals"> -<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals"> -<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */ -html { -line-height: 1.3; -} -body { -margin: 0; -} -main { -display: block; -} -h1 { -font-size: 2em; -margin: 0.67em 0; -} -hr { -height: 0; -overflow: visible; -} -pre { -font-family: monospace, monospace; -font-size: 1em; -} -a { -background-color: transparent; -} -abbr[title] { -border-bottom: none; -text-decoration: underline; -text-decoration: underline dotted; -} -b, strong { -font-weight: bolder; -} -code, kbd, samp { -font-family: monospace, monospace; -font-size: 1em; -} -small { -font-size: 80%; -} -sub, sup { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -} -sub { -bottom: -0.25em; -} -sup { -top: -0.5em; -} -img { -border-style: none; -} -body { -font-family: serif; -font-size: 100%; -text-align: left; -margin-top: 2.4em; -} -div.front, div.body { -margin-bottom: 7.2em; -} -div.back { -margin-bottom: 2.4em; -} -.div0 { -margin-top: 7.2em; -margin-bottom: 7.2em; -} -.div1 { -margin-top: 5.6em; -margin-bottom: 5.6em; -} -.div2 { -margin-top: 4.8em; -margin-bottom: 4.8em; -} -.div3 { -margin-top: 3.6em; -margin-bottom: 3.6em; -} -.div4 { -margin-top: 2.4em; -margin-bottom: 2.4em; -} -.div5, .div6, .div7 { -margin-top: 1.44em; -margin-bottom: 1.44em; -} -.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, -.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { -margin-bottom: 0; -} -blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, -.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { -margin-top: 0; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin: 1.6em auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { -font-size: 0.9em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -td.tocDivNum { -vertical-align: top; -} -td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -margin-top: 3.6em; -} -span.abbr, abbr { -white-space: nowrap; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.num, span.trans, span.trans { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.asc { -font-variant: small-caps; -text-transform: lowercase; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -border: none; -border-bottom: 1px solid black; -width: 45%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -} -hr.dotted { -border-bottom: 2px dotted black; -} -hr.dashed { -border-bottom: 2px dashed black; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.42em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.84em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0 0.05em 0 0; -padding: 0; -line-height: 0.8; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -.advertisement, .advertisements { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -span.accent { -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base { -line-height: 0.40em; -} -span.accent span.top { -font-weight: bold; -font-size: 5pt; -} -span.accent span.base { -display: block; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { -color: #660000; -} -.fnreturn { -color: #AAAAAA; -font-size: 80%; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -a { -text-decoration: none; -} -a:hover { -text-decoration: underline; -background-color: #e9f5ff; -} -a.noteRef, a.pseudoNoteRef { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -top: -0.5em; -text-decoration: none; -margin-left: 0.1em; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { -float: left; -margin-left: -0.1em; -margin-top: 0.9em; -min-width: 1.0em; -padding-right: 0.4em; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -.apparatusnote:target, .fndiv:target { -background-color: #eaf3ff; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -white-space: nowrap; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.index p { -text-indent: -1em; -margin-left: 1em; -} -.indexToc { -text-align: center; -} -.transcriberNote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.missingTarget { -text-decoration: line-through; -color: red; -} -.correctionTable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -span.musictime { -vertical-align: middle; -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { -padding: 1px 0.5px; -font-size: xx-small; -font-weight: bold; -line-height: 0.7em; -} -span.musictime span.bottom { -display: block; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.splitListTable { -margin-left: 0; -} -.splitListTable td { -vertical-align: top; -} -.numberedItem { -text-indent: -3em; -margin-left: 3em; -} -.numberedItem .itemNumber { -float: left; -position: relative; -left: -3.5em; -width: 3em; -display: inline-block; -text-align: right; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pageNum { -display: inline; -font-size: 8.4pt; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -letter-spacing: normal; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -} -.right-marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -right: 3%; -position: absolute; -text-indent: 0; -text-align: right; -width: 11% -} -.cut-in-left-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: left; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; -} -.cut-in-right-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: right; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: right; -padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -text-indent: 0; -} -.pglink::after { -content: "\0000A0\01F4D8"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.catlink::after { -content: "\0000A0\01F4C7"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { -content: "\0000A0\002197\00FE0F"; -color: blue; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.pglink:hover { -background-color: #DCFFDC; -} -.catlink:hover { -background-color: #FFFFDC; -} -.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover { -background-color: #FFDCDC; -} -body { -background: #FFFFFF; -font-family: serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { -text-align: left; -} -.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { -color: #660000; -} -.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.tablecaption { -text-align: center; -} -.arab { font-family: Scheherazade, serif; } -.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } -.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } -.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } -.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } -/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */ -.imprint { -color: gray; text-align: center; -} -div.advertisement img { -mix-blend-mode: darken; -} -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.cover-imagewidth { -width:564px; -} -.xd31e101 { -font-size:x-large; -} -.xd31e103 { -font-size:small; -} -.xd31e109 { -font-size:xx-large; -} -.xd31e1057 { -text-align:center; font-size:xx-large; -} -.ad-dubec3-imgwidth { -width:562px; -} -.xd31e1080 { -text-align:center; font-size:x-large; -} -.xd31e1082 { -text-align:center; font-size:x-large; color:#f30f20; -} -.xd31e1084 { -text-align:center; font-size:large; -} -.xd31e1088 { -text-align:center; font-size:large; color:#f30f20; -} -.xd31e1093 { -text-align:center; -} -@media handheld { -} -/* ]]> */ </style> -</head> -<body> -<div lang='en' xml:lang='en'> -<p style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 0384: Het Diamanten Halssnoer</span>, by Kurt Matull</p> -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online -at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you -are not located in the United States, you will have to check the laws of the -country where you are located before using this eBook. -</div> -</div> - -<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 0384: Het Diamanten Halssnoer</span></p> -<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Authors: Kurt Matull</p> -<p style='display:block; margin-top:0; margin-bottom:0; margin-left:2em;'>Theo Blakensee</p> -<p style='display:block; margin-top:0; margin-bottom:0; margin-left:2em;'>Felix Hageman</p> -<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Release Date: April 30, 2022 [eBook #67955]</p> -<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Language: Dutch</p> - <p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em; text-align:left'>Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg</p> -<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 0384: HET DIAMANTEN HALSSNOER</span> ***</div> -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0384-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="564" height="720"></div><p> -<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first xd31e101">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜ -</p> -<p class="xd31e103">UITGAVE VAN DEN ROMAN-<span class="corr" id="xd31e105" title="Niet in bron">,</span> BOEK- EN KUNSTHANDEL—SINGEL 236,—AMSTERDAM. -</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<div class="figure"><img src="images/p0384-01.png" alt="Het diamanten Halssnoer." width="720" height="193"></div> -<h2 class="super xd31e109">Het diamanten Halssnoer.</h2> -<h2 class="label">HOOFDSTUK I.</h2> -<h2 class="main">Het collier van gravin Mac Dougall.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Niet ver van de Kensington Gardens, en ten noorden van dit prachtige park, hetwelk -deel uitmaakt van het wereldbefaamde Hyde Park, bevindt zich de Cleveland Square, -waar slechts de rijkste en deftigste Londenaars wonen, die er allen hun eigen huizen -hebben, voor zeer aanzienlijke kapitalen gekocht, daar de grond hier bijna even duur -is als in het hartje van Londen. -</p> -<p>In het midden van het plein van dien naam strekt zich een vrij groot plantsoen uit, -waar het altijd zeer stil en rustig is. -</p> -<p>Des middags ziet men er de kinderen van de rijke lieden, die aan het plein wonen, -spelen onder de hoede van deftige nurses, Fransche gouvernantes en zelfs van Duitsche -fräuleins. -</p> -<p>Ter rechterzijde van het plein verheft zich ongeveer in het midden een alleenstaand -huis, hetwelk gebouwd werd tijdens het renaissance tijdperk, en sedert dien tijd het -eigendom is van het geslacht der graven Dougall. -</p> -<p>Het is een trotsch, zeer groot huis, van grijze steen opgetrokken en aan drie zijden -omgeven door een zelfs voor deze buurt zeer grooten tuin, terwijl een breed grasveld, -doorsneden door een oprijlaan, welke op het marmeren terras uitloopt, het heerenhuis -scheidt van den openbaren weg. -</p> -<p>Op het oogenblik, waarop ons verhaal een aanvang neemt, werd het huis bewoond door -gravin Eleonora Mac Dougall, een trotsche telg voor haar geslacht en die zich, ondanks -haar vijftig jaren, gaarne een air van jeugdigheid gaf, hetgeen haar moeilijk viel, -daar zij zeer lang, zeer mager en ten overvloede, verre van mooi was. -</p> -<p>Haar echtgenoot was reeds in de eerste dagen van den wereldoorlog gevallen, een van -haar beide zoons zocht het adellijke schoon in Schotland, en de tweede, een jonge -man van zes en twintig jaar deed weinig anders dan door de geheele wereld reizen en -zijn moeder zag hem slechts zelden, hetgeen zij slechts ten halve betreurde, want -de flink opgeschoten Dougall, met zijn zware knevel was er niet bepaald toe geschikt, -haar jonger te maken en booze tongen beweerden dat de gravin volstrekt geen tegenzin -had in een tweede huwelijk, ingeval <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>er slechts aannemelijke aspiranten kwamen opdagen, van adel als zij, rijk als zij -en op wiens verleden natuurlijk niets mocht zijn aan te merken. -</p> -<p>De vijandinnen van gravin Eleonora, en zij waren talrijk, verklaarden onomwonden dat -de bewoonster van het prachtige huis aan het Cleveland Square een zottin was, en haar -benijdsters, die waren er nog talrijker, mompelden, dat er allicht een man te vinden -zou zijn, zotter dan zij, die lust en moed zou gevoelen, de spichtige, trotsche en -verre van aantrekkelijke dame ten huwelijk te vragen. -</p> -<p>Gravin Eleonora liet de booze tongen praten, lachte minachtend met haar dunne, bloedelooze -lippen en gaf ondertusschen partij op partij in haar prachtig huis. -</p> -<p>Menigeen vroeg zich af, waartoe eigenlijk dit heerenhuis met zijn vijf en twintig -kamers en zijn zes zalen, door de gravin als woonstee was uitverkoren, want zij verbleef -daar slechts in gezelschap van haar jeugdige nicht, Miss Grace Keating, de spruit -van een verarmde zijlinie van het grafelijk geslacht, die zij tot dame van gezelschap -had verheven, een oude huishoudster, Miss Arabella More geheeten, en voorts de noodige -bedienden, die onder bevel stonden van een deftigen ouden buttler, die reeds tientallen -jaren in dienst van Mac Dougall was. -</p> -<p>De gravin had in Londen nog twee andere huizen, heel wat kleiner dan dit en die zeker -vrij wat geriefelijker waren, maar zij had er nu eenmaal haar zinnen op gezet, in -dit paleisachtige huis te wonen, dat zich in ieder geval beter leende om partijen -te geven. -</p> -<p>Het seizoen was niet lang begonnen en het was in het laatst van November toen er weder -een soiree plaats vond, door gravin Eleonora gegeven, waarop tal van edellieden, bekende -kunstenaars, parlementsleden, steunpilaren van de beurs en eenige zeer rijke industrieelen -waren uitgenoodigd. -</p> -<p>De soiree werd gegeven in een der vleugels van het groote heerenhuis, waarvan de eerste -verdieping daghelder verlicht was. -</p> -<p>Daar bevond zich een van de groote zalen, die gemakkelijk zes honderd personen kon -bergen en die voor dergelijke doeleinden bij uitstek geschikt was. -</p> -<p>Drie zware electrische kronen hingen van het rijk versierde plafond af, dat door niemand -minder dan den beroemden Franschen kunstenaar Fragonard beschilderd was en zij deden -de groote zaal in een zee van licht baden. -</p> -<p>Een drietal kleinere nevenvertrekken waren tevens bestemd om de gasten van gravin -Mac Dougall te ontvangen en in een er van was een koud buffet aangericht waar men -zich door een van de vier bedienden, die hier hadden post gevat, fijne spijzen kon -laten toereiken, welke men staande moest nuttigen. -</p> -<p>Een paar honderd personen hadden gevolg gegeven aan de uitnoodiging van de gravin -en daaronder waren zeer vele jongelieden, want er zou gedanst worden. -</p> -<p>Gravin Eleonora had wel begrepen, dat zij deze concessie moest doen, want zij bezat -nog juist genoeg zelfkennis om in te zien, dat haar conversatie en haar goede keuken -alleen niet voldoende zouden zijn, om gasten tot zich te lokken. -</p> -<p>Een strijkje van vier man, op een verhevenheid achter een fraai bewerkt kamerschut -opgesteld, speelde bijna voortdurend sleepende walsen en zelfs nu en dan een <span lang="en">Two step</span>, hetwelk oogluikend door de gravin werd toegelaten, die niet voor al het goud van -de wereld zou wenschen, dat men haar voor benepen of achterlijk hield. -</p> -<p>De gravin zelve had haar gasten bij de breede dubbele deur, die van de groote zaal -direct uitkwam op het portaal, waarop de geweldige marmeren statietrap toegang gaf, -begroet. -</p> -<p>Zij was gekleed in een baljapon van zeegroene zijde, tamelijk laag gedekoletteerd -en zoo kort, dat men de fijne enkels goed kon bewonderen, de eenige uiterlijke schoonheid, -waarop de gravin in dit stadium van haar leven nog kon bogen en welke zij dan ook -druk exploiteerde. -</p> -<p>Het nog altijd blonde haar, waaruit het grijze zorgvuldig was verwijderd, was zeer -hoog opgemaakt en dit deed haar smal gelaat nog langer en beenderiger schijnen. -</p> -<p>Maar voor alles werd de aandacht van den bezoeker getrokken door het collier van prachtige -diamanten, hetwelk gravin Eleonora om den hals droeg. -</p> -<p>Het was een drievoudig snoer, de diamanten waren van het zuiverste water en de grootste, -bijzonder vaak geslepen, waren niet veel kleiner dan een duivenei. -<span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span></p> -<p>De gravin droeg dit halssnoer slechts bij feestelijke gelegenheden en vrij wat gasten -kenden het reeds, en wisten er de waarde van. Graaf Mac Dougall had er in het begin -van zijn huwelijk de kapitale som van vijf en veertig duizend pond sterling voor moeten -betalen. -</p> -<p>En sedert dien was het kostbare kleinood zeker nog in waarde toegenomen. -</p> -<p>Niet ver van de gravin verwijderd stond een bevallig jongmeisje, in een smaakvol baltoilet. -</p> -<p>Dat was Miss Grace Keating. -</p> -<p>Zij kon hoogstens twintig jaar zijn en ondanks de minder aangename positie welke zij -in het huis bekleedde, straalden de mooie donkere oogen van levenslust in het ronde, -blozende gezichtje, dat omgeven werd door een overvloed van zwart haar en glanzende -krullen. -</p> -<p>Ook zij nam deel aan de begroeting en nu en dan wenkte gravin Eleonora haar en gaf -op zachten toon een of ander bevel, hetwelk het jonge meisje zich haastte op te volgen. -</p> -<p>Maar ten slotte trok de gravin zich toch uit haar vooruitgeschoven stelling bij de -deur terug en mengde zich onder haar gasten. -</p> -<p>En het duurde niet lang, of dezen zagen haar in druk en opgewekt gesprek met Lord -Binning, een man van omstreeks vijftigjarigen leeftijd, die nog zeer groote zorg aan -zijn uiterlijk besteedde en niet geschroomd had zijn haar en korte snor gitzwart te -verven. -</p> -<p>Men zeide van hem, dat hij de beste kleermaker van Weenen zijn clandisie gunde en -dat deze kunstenaar hem wist te kleeden op een wijze, zooals geen Londensche tailleur -hem kon verbeteren. -</p> -<p>En aanstonds nam het gefluister een aanvang. -</p> -<p>En het fluisteren werd tot mompelen, toen de gravin achtereenvolgens twee dansen met -Lord Binning danste. -</p> -<p>Het was zoo duidelijk als de dag, de gravin had den Lord reeds zoo goed als in haar -netten en het zou niet lang duren of men zou een sierlijke kaart ontvangen, waarin -Lord Binning kennis gaf van zijn voorgenomen huwelijk met gravin Eleonora Mac Dougall. -</p> -<p>Ook deed zijne Lordschap een paar dansen met Miss Grace, maar dat beteekende natuurlijk -niets. -</p> -<p>Iedereen hier in het vertrek wist, dat Lord Binning weliswaar een <span class="corr" id="xd31e165" title="Bron: adelijken">adellijken</span> titel had, maar weinig contanten, en dat hij leefde van de opbrengst van een paar -landgoederen, die intusschen <span class="corr" id="xd31e168" title="Bron: zweer">zwaar</span> verhypothekeerd waren en waarvan hij bijna geen roede zijn eigendom kon noemen. En -Miss Grace was arm, zij had volstrekt niets te wachten, voor zoover men wist, en zij -was al evenmin van adel, want verarmde zijtakken kon men toch met den besten wil niet -tot den hoogen adel rekenen. -</p> -<p>Lord Binning zou dus een domheid doen als hij het meisje ten huwelijk vroeg, en tot -een domheid achtten degenen die hem goed kenden, Mylord niet in staat. -</p> -<p>Intusschen scheen de gravin het samenzijn van Lord Binning en haar nichtje met tamelijk -scheele oogen aan te zien, en zij scheen deswege op tamelijk vinnigen toon een paar -woorden tot het meisje te richten, dat beurtelings vuurrood en bleek werd en zich -in een hoekje terug trok, waaruit zij echter spoedig weer werd te voorschijn gehaald -door een knappen luitenant van de garde, die zich om alles minder bekommerde dan om -het zure kijken van zijn gastvrouw, of door het verbod, door haar uitgevaardigd. -</p> -<p>Het kon echter niet ontkend worden, dat gravin Eleonora succes had met haar soiree. -De gasten schenen zich goed te amuseeren. Het koude buffet was overvloedig en voortreffelijk -ingericht. De vier muzikanten schenen onvermoeibaar en men had een uitmuntend onderwerp -voor een gesprek gevonden, in een drietal schandalen in de groote wereld, die op dat -oogenblik alle tongen in beweging brachten. -</p> -<p>Zoo werd het half twaalf, en reeds hadden een aantal gasten zich terug getrokken, -die wisten, dat de gravin aan haar uiterlijk verplicht meende te zijn, haar gezondheid -zooveel mogelijk te ontzien en dus nooit heel laat op bleef. -</p> -<p>Op dat oogenblik trad er een heer van middelbaren leeftijd, met een tamelijk ouderwetsche -rok aan, maar in wiens overhemd een paar kostbare zwarte parels glansden, met nog -koolzwart glanzend haar en een uiterlijk, dat duidelijk zijn <span class="corr" id="xd31e178" title="Bron: slavische">Slavische</span> afkomst verried, buigend en met wrangen glimlach op de lippen op de gravin toe. -</p> -<p>Het was Paul Orlow, de juwelier van het Strand. -<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p> -<p>Hij was ongeveer een half uur geleden verschenen en had de eer genoten, eenige walstoeren -met zijn grafelijke gastvrouw te mogen doen, die hem wel kende, daar zij vroeger wel -eens iets in zijn welbekende zaak gekocht had en er ook nu wel eens reparaties liet -verrichten. -</p> -<p>Orlow bleef voor haar stil staan, kuchte een paar maal verlegen achter zijn hand, -als iemand die niet weet hoe te beginnen en zeide toen, na een snellen blik om zich -heen te hebben geworpen: -</p> -<p>„Verschoon mij, mevrouw de gravin. Hebt gij wellicht eenige minuten voor mij<span class="corr" id="xd31e188" title="Bron: .">?</span>” -</p> -<p>Gravin Eleonora trok haar wenkbrauwen hoog op, als vreesde zij niet goed te hebben -verstaan. -</p> -<p>„Ik zou niet zoo vrijpostig zijn, gravin,” vervolgde de juwelier haastig, „als ik -niet iets zeer belangrijks en voor u zeer onaangenaams heb mede te deelen. Het spijt -mij dat ik dit juist bij deze gelegenheid moet doen, maar ik durf de waarheid niet -langer verborgen te houden.” -</p> -<p>„Mijn hemel Orlow, gij maakt mij aan het schrikken,” riep de gravin uit, nu werkelijk -ontsteld door de woorden van den juwelier. „Wat kunt gij mij wel hebben mede te deelen. -Is de ring zoek geraakt of gestolen, dien ik een paar dagen geleden bij u liet brengen?” -</p> -<p>„Uw ring ligt in mijn brandkast, gravin,” antwoordde Orlow zacht. „Het is veel erger, -veel veel erger, maar ik kan het u hier niet zeggen in de balzaal en daarom verzocht -ik u, mij in een van uw vertrekken even te woord te staan. Ik heb met opzet gewacht, -tot de soiree bijna geëindigd is, want ik moest wel vreezen, gravin, dat gij, als -gij mij zult hebben aangehoord, weinig lust zult gevoelen uw taak als gastvrouw voort -te zetten.” -</p> -<p>Nu nam gravin Mac Dougall zonder verder een woord te spreken den juwelier bij een -mouw van zijn rok en trok hem, zonder acht te slaan op haar gasten die vrij verbaasd -toekeken, met zich mede, de groote zaal uit, dwars het portaal over en tenslotte een -klein fraai vertrek binnen. -</p> -<p>Zij had bij het binnenkomen den schakelaar omgedraaid, sloot nu de deur, duwde Orlow -zonder omslag in een stoel neer en zeide toen ongeduldig, terwijl haar dunne lippen -een weinig trilden: -</p> -<p>„Zeg me nu spoedig wat ge te zeggen hebt, Orlow. Ik kan me volstrekt niet begrijpen -wat het is, wat ge me onder vier oogen moet mededeelen.” -</p> -<p>„Het is zeer moeilijk om het u te zeggen, gravin,” begon de juwelier stotterend. -</p> -<p>En terwijl hij deze woorden sprak, gleden zijn blikken naar het diamanten halssnoer, -hetwelk gravin Eleonora om haar mageren gelen hals droeg. -</p> -<p>En onwillekeurig gleed de zwaar beringde hand van de gravin langzaam naar boven en -haar beenige vingers betastten zenuwachtig de kostbare steenen. -</p> -<p>„Wat kijkt ge naar mijn halssnoer, Orlow,” vroeg ze toen. „Alle steenen zijn er toch -nog? Maar man spreek toch. Zie je niet dat ik op heete kolen zit.” -</p> -<p>„De steenen zijn er nog allen, gravin,” hernam Orlow op fluisterenden toon, terwijl -hij schuw langs zijn gastvrouw heen keek, „maar zij zijn valsch.” -</p> -<p>Het was goed, dat de gravin juist voor een sofa stond, want ze knikte als het ware -dubbel, alsof haar beenen plotseling onder haar waren weg geslagen, en staarde toen -Orlow aan, alsof zij vreesde met een gek te doen te hebben. -</p> -<p>Toen herhaalde zij heesch: -</p> -<p>„Valsch. Zijt gij niet goed bij uw verstand? Durft gij beweren, dat het collier, dat -ik vijf en twintig jaar geleden van mijn echtgenoot kreeg, niet echt is.” -</p> -<p>„Het collier, dat mijnheer uw echtgenoot u schonk, gravin, is zonder eenigen twijfel -echt geweest. Ik ken het. Ik heb het herhaaldelijk gezien, maar de snoeren diamanten, -welke gij daar om den hals draagt, zijn niet dezelfde. Ik had zooeven de eer, met -u te mogen walsen, ik had alle gelegenheid het halssnoer te bewonderen en ik kon er -niet aan twijfelen, de prachtige steenen waren vervangen door anderen, die door een -meesterhand moeten zijn nagemaakt. Wilt gij mij veroorloven het snoer van wat naderbij -te bezien?” -</p> -<p>Als onder den invloed van een boozen droom, maakte de gravin langzaam de sluiting -los en overhandigde Orlow het drievoudige snoer, dat tintelde en schitterde in het -electrische licht. -</p> -<p>De juwelier bekeek een tiental van de steenen met de grootste aandacht door een kleine -loupe, die hem slechts zelden verliet, nam er een tusschen duim en wijsvinger van -zijn linkerhand, en maakte <span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span>met den diamant die in den dikken gouden ring van zijn rechterpink prijkte, een streepje -op den steen. -</p> -<p>De kras was duidelijk zichtbaar. -</p> -<p>Zwijgend liet hij den bekrasten steen aan de gravin zien, die het snoer weder aannam -en er als wezenloos naar staarde. -</p> -<p>Toen hernam de juwelier op een toon van beklag: -</p> -<p>„Kristal, gravin, bergkristal, uit de Jura. Een zeer harde soort, die ook niet heel -goedkoop is, maar toch moet ik u tot mijn spijt zeggen, dat ik voor dit snoer, zooals -het daar is, niet meer zou over hebben dan veertig pond sterling, en dan nog, omdat -er voor ongeveer dertig pond goud aan zit. Hoe het mogelijk is, dat men de steenen -van uw snoer heeft kunnen vervangen, zonder dat gij het bemerkt hebt, dat weet ik -natuurlijk niet. Maar ik kan u niet in het onzekere laten betreffende het feit, dat -ze zijn nagemaakt.” -</p> -<p>Nog voor Orlow geheel uitgesproken had, gleed de gravin langzaam van de sofa op den -vloer. Zij was flauw gevallen. -<span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK II.</h2> -<h2 class="main">Valsche en echte diamanten.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was in den morgen, die volgde op het soiree van de gravin van Mac Dougall en omstreeks -half tien, toen er een eenvoudige huurauto stil hield voor het hek, dat het grasperk -voor het prachtige heerenhuis der gravin afsloot. Een ongewone verschijning voorzeker -in die deftige buurt, waar men zelden iets anders zag dan eigen auto’s en fraaie equipages. -</p> -<p>Uit de auto stapte een rijzig man, smaakvol gekleed, recht als een kaars en met doordringende -grijze oogen. -</p> -<p>Hij wisselde eenige woorden met den chauffeur, die knikte, een krant uit zijn zak -haalde, en op zijn gemak begon te lezen, als iemand die eenigen tijd zou moeten wachten, -en volgde daarna met snelle schreden het oprijpad. -</p> -<p>Hij beklom het terras, en trok aan de ouderwetsche zware koperen bel aan de huisdeur. -</p> -<p>Het duurde eenigen tijd voor de deur geopend werd door een bediende, die den bezoeker -een tamelijk verbaasden blik toewierp, zijn kleederen taxeerde en vroeg: -</p> -<p>„Wat wenscht gij, mijnheer?” -</p> -<p>„Ik wensch mevrouw de gravin te spreken.” -</p> -<p>De bediende trok zijn wenkbrauwen hoog op en hernam, alsof hij zijn ooren niet vertrouwde: -</p> -<p>„Gij wilt mevrouw de gravin spreken? Om half tien in den morgen. Maar de gravin kan -nog nauwelijks haar kamer hebben verlaten<span class="corr" id="xd31e235" title="Niet in bron">.</span>” -</p> -<p>„Dat doet er niets toe, mijn vriend,” zeide de bezoeker bedaard. „Ik weet zeker dat -zij me zal ontvangen, wanneer je zegt, dat ik in de zaak van de diamanten kom en dat -ik haar dienaangaande een zeer belangrijke mededeeling heb te doen.” -</p> -<p>„De diamanten? Welke diamanten?” vroeg de bediende verwonderd. -</p> -<p>„Weet je er niets van?” kwam de bezoeker nu. „Nu het is ook eigenlijk geen zaak, die -het personeel aangaat,” liet hij er op hoogen toon op volgen, die niet naliet indruk -op den huisknecht te maken. -</p> -<p>Hij deed de deur wat verder open, liet den bezoeker in de reusachtige hal en zeide -toen, terwijl hij een reusachtigen leunstoel vooruit schoof: -</p> -<p>„Ik zal in ieder geval mevrouw de gravin uw verzoek om haar te spreken overbrengen. -Wees zoo goed om even te wachten.” -</p> -<p>De bezoeker was gaan zitten zonder nog iets te zeggen en wachtte. -</p> -<p>De bediende kwam in heel wat vlugger tempo terug, dan hij gebruikt had om de marmeren -trap te bestijgen en hij had deze nog niet halverwege afgedaald, toen hij den bezoeker -toeriep: -</p> -<p>„Mevrouw de gravin laat verzoeken bij haar te komen.” -</p> -<p>De bezoeker stond op, besteeg op zijn beurt de trap, waar de bediende hem wachtte -en volgde deze totdat de man stil stond voor een hooge, wit gelakte deur, niet ver -van het einde van de trap. -</p> -<p>Hij klopte aan en daar hij geen naam kon noemen, liet hij den bezoeker zwijgend passeeren. -Hij sloot de deur weder achter hem. -</p> -<p>Uit een gemakkelijken stoel, dicht bij een der vensters, was gravin Eleonora opgestaan, -gekleed in een peignoir, welke zij blijkbaar haastig had omgeslagen en die eigenlijk -beter geschikt geweest zou zijn voor een vrouw in de glans van haar jeugd en schoonheid. -</p> -<p>Daar zij blijkbaar een slechten nacht had doorgebracht en oogenschijnlijk ook nog -geen tijd had gevonden de tallooze schoonheidsmiddeltjes aan te wenden, waarmede zij -zich placht te verjongen, vertoonde zij op dit oogenblik een uiterlijk, dat <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>Lord Binning zeker zou hebben afgeschrikt, als hij het had kunnen zien. -</p> -<p>Zij deed een paar schreden in de richting van den bezoeker, keek hem met haar knipperende, -sterk bijziende oogen aandachtig aan en zeide toen: -</p> -<p>„Gij komt hier in verband met de diamanten. Hoe is het mogelijk, mijnheer, hoe kunt -gij weten wat er hier gisteren is voorgevallen? Ik had het geheim gehouden en ook -Orlow verzocht er volstrekt niet over te spreken.” -</p> -<p>„Ik wist het niet gravin, ik vermoedde het slechts,” antwoordde de bezoeker glimlachend. -„Ik was natuurlijk op de hoogte van uw soiree, ik wist dat gij daarbij uw diamanten -halssnoer zoudt dragen, en ik wist evenzeer dat de juwelier Orlow het plan koesterde, -naar uw soiree heen te gaan.” -</p> -<p>„Dat begrijp ik niet,” hernam de gravin met starenden blik. „Al wist gij dat alles, -hoe kon gij dan vermoeden, dat Orlow tot de ontdekking zou komen, van.…” -</p> -<p>„Van de valschheid uwer diamanten, gravin?” vulde de bezoeker op kalmen toon aan. -„Ik kan mij voorstellen, dat gij u hierover verbaast, maar uw verwondering zal minder -groot zijn, als ik u zeg, dat ik wel zeer nauwkeurig op de hoogte moest zijn, om de -afdoende reden, dat ik de man ben, die uw diamanten gestolen heb.” -</p> -<p>De gravin plofte meer dan zij neerzat in een stoel, die zich onder haar bereik bevond -en keek den bezoeker aan met een mengeling van schrik, ongeloof en woede. -</p> -<p>Toen herhaalde zij toonloos: -</p> -<p>„Die mijn diamanten gestolen heeft? Die ze veranderd heeft voor valsche? En dat durft -gij mij hier in mijn eigen huis komen mededeelen?” -</p> -<p>„O, daar is niet zooveel moed toe noodig, gravin”, antwoordde de bezoeker rustig. -„Gij zult wel begrijpen, dat ik mijn maatregelen heb genomen. Ik zie daar bijvoorbeeld -een telefoontoestel staan, waarvan gij u zoudt kunnen bedienen, maar ik moet u zeggen, -dat het weinig zou baten, want de draden zijn doorgeknipt. Gij hebt niet met een beginner -of met een onhandigen sukkel te doen. Ik ben John Raffles.” -</p> -<p>De gravin schoof met den rug den stoel achteruit en geruimen tijd kon ze geen woord -over haar lippen brengen. Toen fluisterde zij op heeschen toon: -</p> -<p>„John Raffles, de Gentleman-Inbreker, op wiens hoofd een prijs van twee duizend pond -sterling is gesteld.” -</p> -<p>„Sedert vele jaren, gravin, en zonder dat Scotland Yard ooit die som heeft behoeven -uit te betalen.” bevestigde Raffles glimlachend en met een kleine buiging. -</p> -<p>„Ik heb menigmaal staaltjes van uw stoutmoedigheid en weergalooze onbeschaamdheid -gehoord, John Raffles, maar ik wist niet dat ge dit zoudt <span class="corr" id="xd31e269" title="Bron: durwen">durven</span>,” riep de gravin uit. -</p> -<p>„Wat valt er eigenlijk te durven, gravin?” kwam Raffles met een onschuldig gelaat. -</p> -<p>„Vraagt gij dat nog?” riep gravin Eleonora uit. „Al kan ik niet telefoneeren, denkt -gij daarom dat gij ongemoeid mijn huis zult verlaten?” -</p> -<p>„Daar ben ik volkomen zeker van, gravin,” antwoordde Raffles op denzelfden bedaarden -toon. -</p> -<p>„Maar ik zal schreeuwen. Ik zal het huis bij elkaar roepen. Ik zal drie, vier bedienden -voor de huisdeur op post zetten,” riep de gravin woedend uit. -</p> -<p>„En dacht gij met zulke onnoozele hulpmiddeltjes een man als John Raffles te beletten -uw huis te verlaten?” vroeg Raffles schouderophalend. „Ik zie wel, dat ge mij niet -kent, gravin. Veronderstel eens, dat ik u niet verhinderde uw stem uit te zetten, -dacht u soms, dat ik niet verre weg de meerdere zou zijn, met mijn revolver en.… eenige -andere werktuigjes, tegen eenige ongewapende bedienden. Denkt gij soms, dat ik niet -weet dat er wel drie andere uitgangen zijn, dan de voordeur en dat ik hun plaats niet -zeer nauwkeurig ken? Lieve hemel, bij uw eerste gil zou ik reeds de trap af zijn en -op straat staan. Kom, gravin, laten we liever rustig met elkander praten.” -</p> -<p>„Wat, ik zou praten met John Raffles?” riep de gravin bleek van woede uit. -</p> -<p>„Ik verzeker u, gravin, dat ge daardoor u zelf volstrekt niet zoudt vernederen,” hernam -Raffles koeltjes. „Zonder iets te willen afdingen op uw rijkdom en uw positie in de -maatschappij, kan ik u wel zeggen, dat nog heel andere personen van rang en aanzien -met John Raffles hebben gesproken. Goedschiks of kwaadschiks.” -</p> -<p>Hoewel nog steeds bevend van woede en machtelooze wraakzucht nam gravin Eleonora op -den stoel plaats en zeide op hoogen toon: -</p> -<p>„Zeg dan wat gij mij te zeggen hebt, mijnheer, ofschoon ik mij volstrekt niet kan -voorstellen, wat <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>gij mij wel mede te deelen kunt hebben. En maak het kort, wat ik u verzoeken mag.” -</p> -<p>„Ik zal het niet langer maken, gravin, dan volstrekt noodzakelijk is. Gij hebt het -mij wel niet verzocht, maar ik zal toch zoo vrij zijn, plaats te nemen, want ik ben -niet gewend dat men mij laat staan, zelfs niet ten hove.” -</p> -<p>„Ten hove,” herhaalde de gravin met een minachtend schouder ophalen. „Ik heb wel eens -hooren verhalen van uw groote stoutmoedigheid, John Raffles, maar voor gij mij zoudt -kunnen wijs maken, dat gij ooit een voet aan het hof hebt gezet, zou er heel wat moeten -gebeuren.” -</p> -<p>„Gravin, ik heb hofbals bijgewoond, hier te Londen, te Madrid, en te Berlijn, toen -daar nog keizer Wilhelm aan het bewind was. Gij moogt mij gelooven of niet, maar het -is de waarheid. Laat ik er onmiddellijk aan toevoegen dat mijn bezoeken in al die -gevallen vrij onaangename gevolgen hadden voor dezen of genen grootwaardigheidsbekleeder -en eenmaal had ik zelfs de eer en het groote voorrecht, koning Alfons van Spanje onder -mijn slachtoffers te mogen rekenen, bijna had ik gezegd, onder mijn <span class="corr" id="xd31e289" title="Bron: clienteele">clientèle</span>. Wanneer mevrouw de gravin zich wellicht de desbetreffende verslagen in de dagbladen -wil herinneren, zou zij moeten erkennen, dat ik geen naneef ben van baron van <span class="corr" id="xd31e292" title="Bron: Munchhausen">Münchhausen</span>. Van opsnijden heb ik een ingekankerde afkeer. Nu echter ter zake, want ik zou bijna -vreezen misbruik te maken van uw vriendelijkheid.” -</p> -<p>„Van mijn vriendelijkheid,” barstte de gravin uit. „Waagt gij het, mijnheer, mij voor -den gek te houden? Gij schijnt te meenen, dat gij volkomen veilig zijt.” -</p> -<p>„Dat meen ik ook, gravin, meer nog, ik ben er zeker van. Ik behoor niet tot die lieden -die over een nacht ijs gaan en voor ik mij kwam aanmelden, zoo vroeg in den morgen, -heb ik mij deugdelijk overtuigd, dat men mij hier niet al te zeer in den weg zal loopen -en ik ken alle trappen, gangen, vertrekken en ramen in uw huis, de balkons en de brandladder, -de kelder zoowel als de zolder, minstens even goed en waarschijnlijk beter dan gij -zelf. Ik had het genoegen een paar weken in uw dienst te zijn, jammer genoeg hebt -gij mij toen wegens onverbeterlijke dronkenschap moeten ontslaan.” -</p> -<p>„Wat, die huisknecht, dien man dien ik een paar weken geleden in dienst nam,” stamelde -de gravin. -</p> -<p>„Die man was ik, gravin,” zeide Raffles met een vriendelijken glimlach op zijn gelaat -en een beleefde buiging. „Ik moest wel tot deze kleine list mijn toevlucht nemen, -teneinde op de hoogte te komen van de beste wijze, de steenen van uw collier te kunnen -vervangen door anderen, hetgeen mij een paar dagen geleden gelukt is, en nu mijn voorstel, -gravin.” -</p> -<p>„Een voorstel,” kwam de gravin verwonderd en verontwaardigd, -</p> -<p>„Of mijn aanbod, als gij dat woord soms liever hoort.” -</p> -<p>De gravin stampvoette van drift en zeide toen tusschen de tanden: -</p> -<p>„Laat hooren.” -</p> -<p>„Gij staat dus voor het feit, gravin,” begon Raffles met de grootste kalmte, „dat -gij uw juweelen kwijt zijt, en dat ik ze vervangen heb door kunstmatige. Wel ga ik -er niet prat op, dat mijn steenen de vergelijking kunnen doorstaan met die, welke -thans vervaardigd worden door de Nobelmaatschappij, maar ik geloof toch, dat de mijne -heel aardig zijn, dat een man als de juwelier Orlow ze herkent, verwondert mij niet -zeer, want hij is een bekwaam man, maar ik geloof wel te mogen zeggen dat niet vele -leeken op de gedachten zijn gekomen, dat uw diamanten collier niet het <span class="corr" id="xd31e306" title="Bron: paarlsnoer">collier</span> was, hetwelk wijlen uw <span class="corr" id="xd31e309" title="Bron: echtgenoote">echtgenoot</span> u schonk.” -</p> -<p>„Dat doet er niet toe, mijnheer,” riep de gravin uit. „Al zou niemand het kunnen zien, -zelfs de bekwaamste deskundige niet, denkt gij soms, dat een gravin Mac Dougall met -valsche diamanten wil loopen?” -</p> -<p>„Ik heb steeds het tegendeel gedacht, gravin, en juist daarom ben ik hier gekomen, -teneinde u het voorstel te doen, uw diamanten van mij terug te koopen.” -</p> -<p>Raffles liet zich nonchalant achterover in zijn stoel terug vallen en keek de gravin -glimlachend aan, die naar adem snakte en aanstalten scheen te maken flauw te vallen. -</p> -<p>Zij wist zich echter te beheerschen en zeide: -</p> -<p>„Gij waagt het mij het voorstel te doen, mijn eigen diamanten terug te koopen? Dat -is wel het toppunt van onbeschaamdheid.” -</p> -<p>„Ik ontken het niet, gravin. Het is mogelijk, dat ge daarin gelijk hebt. Maar bedenk -wel, dat mijn eigenaardig beroep meebrengt, dat ik poog zooveel mogelijk geld te maken -van mijn kleine ondernemingen. Gij hebt te kiezen of te deelen. Ik zal u <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>een redelijken prijs noemen, dien gij, naar ik heel goed weet, zeer gemakkelijk zoudt -kunnen betalen. Doet gij dat niet, dan zijt gij uw juweelen voor goed kwijt, en ik -zou desnoods jarenlang kunnen wachten, alvorens ze aan den man te brengen, zonder -gevaar voor ontdekking, en langs wegen, welke ik tot mijn spijt en om begrijpelijke -redenen verborgen moet houden. Betaalt gij echter wel den prijs, dien ik zal noemen -dan komt gij weder in bezit van uw geliefde diamanten, waarmede gij zoo gaarne pronkt.” -</p> -<p>Raffles zweeg en wierp de gravin een scherpen onderzoekenden blik toe uit zijn staalgrijze -doordringende oogen. -</p> -<p>Gravin Eleonora beet zich op de lippen, speelde zenuwachtig met haar dunnen, gouden -horlogeketting en scheen aan een hevigen tweestrijd ten prooi te zijn tusschen haar -trots en haar zuinigheid. -</p> -<p>Maar de begeerte om haar juweelen weder in bezit te hebben won het ten slotte. -</p> -<p>Zij hield den blik afgewend op een der groote bloemen van het Smymatapijt terwijl -zij kortaf vroeg: -</p> -<p>„Hoeveel?” -</p> -<p>„Wat denkt u van twintig duizend pond, gravin?” -</p> -<p>Weer zette gravin Eleonora haar kleine witte tanden in haar bovenlip en toen antwoordde -zij plotseling en vastberaden: „Het is goed. Ik zal een cheque voor dat bedrag schrijven.” -</p> -<p>Raffles liet een spottend lachje hooren, legde toen zijn eene been over het andere, -perste de toppen van zijn vingers tegenover elkaar en zeide: -</p> -<p>„Dat dacht ik wel, ik meende reeds zooiets op uw gelaat te hebben gelezen. Maar gravin, -gij beleedigt mij. Denkt ge soms te doen te hebben met een ezel, met een beginneling, -met een boertje. Een cheque, maar ik zou immers nauwelijks de stoep af zijn, of gij -zoudt reeds naar uw bank telefoneeren, met een vriendelijk verzoek, desnoods een half -dozijn agenten in een hinderlaag te leggen, die mij aanstonds op het lijf zou vallen, -zoodra ik daar <span class="corr" id="xd31e332" title="Bron: mij">mijn</span> opwachting kwam maken om het bedrag te innen.” -</p> -<p>De gravin maakte een gebaar van ongeduld en drift, nu haar plan doorzien was en hernam: -</p> -<p>„Wat wilt gij dan?” -</p> -<p>„Contanten, gravin,” antwoordde Raffles laconiek. -</p> -<p>„Wat, twintig duizend pond in contanten?” riep de gravin opgewonden uit. „En denkt -gij dat ik zulk een groot bedrag zoo maar in huis heb?” -</p> -<p>„Ik denk het niet alleen, gravin. Ik weet het volmaakt zeker,” antwoordde Raffles -rustig. „Tot mijn leedwezen ben ik opnieuw genoodzaakt er u opmerkzaam op te maken, -dat John Raffles niet de eerste de beste is. Ik weet heel wat af van uw geldelijke -omstandigheden, onder andere, dat u juist gistermiddag, niet lang voor uw eerste gasten -kwamen, uw twee rentmeesters hebt ontvangen, die u de opbrengst van een pacht kwamen -brengen. Een zeer groot bedrag en dat pleit voor de ijver van uw boeren. Neen, gravin, -gij kunt voor mij niets verborgen houden. Het geld ligt op het oogenblik in uw brandkast -en die staat in het boudoir hiernaast.” -</p> -<p>„Maar als ik u die som betaal, wie waarborgt mij dan dat u mij de diamanten zult terug -bezorgen?” riep gravin Eleonora uit. -</p> -<p>„Hier zijn ze, gravin,” antwoordde Raffles glimlachend. -</p> -<p>Hij had de hand in den binnenzak van zijn dikke ulster gestoken en haalde er nu een -fraai rood marokkijnlederen etui uit, hetwelk hij geopend op zijn knie plaatste. -</p> -<p>Daar schitterde in oogverblindende pracht het prachtige collier van drie snoeren. -</p> -<p>En de gravin zelve moest erkennen, dat het valsche sieraad werkelijk prachtig was -nagemaakt tot in de minste bijzonderheden. -</p> -<p>Zij stak haastig de beide handen naar het etui uit, maar Raffles klapte het bedaard -weder dicht, keek de gravin recht in het gezicht en zeide: -</p> -<p>„Eerst de kleine, maar moeilijke tocht naar uw brandkast, gravin.” -</p> -<p>„Gij zult me de diamanten terug geven?” -</p> -<p>„Ik zal het genoegen hebben, gravin, ze eigenhandig in uw brandkast te plaatsen, naast -het zwart lederen etui, dat de nagemaakte bevat.” -</p> -<p>De gravin scheen nog een oogenblik te aarzelen, maar toen begreep ze blijkbaar dat -haar geen andere uitweg overbleef dan te betalen. -</p> -<p>Zuchtend stond zij op en dadelijk volgde Raffles haar voorbeeld. -</p> -<p>Hij volgde haar op den voet, hij liet haar geen oogenblik uit het oog, toen zij haar -schreden naar de tusschendeur richtte, deze opende, het aangrenzende boudoir binnen -ging en naar de brandkast liep, een sierlijk meubel, dat niet ver van een van de ramen -tegen den muur stond. -</p> -<p>Raffles plaatste zich dadelijk tusschen het raam <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>en de kast en zag glimlachend toe, hoe de gravin de deur van de brandkast opende en -er een dikke stapel <span class="corr" id="xd31e358" title="Bron: bankbilletten">bankbiljetten</span> uitnam, die in een stuk grauw papier gewikkeld waren. -</p> -<p>Zij deed het papier open en nam twee pakjes <span class="corr" id="xd31e363" title="Bron: bankbilletten">bankbiljetten</span>, door een elastiekje bijeen gehouden. Ieder van de pakjes bevatten honderd biljetten -van honderd pond. -</p> -<p>Raffles had intusschen het etui weder uit zijn zak gehaald, plaatste het in de kast -en nam de beide pakjes met een buiging uit de handen van de gravin aan. -</p> -<p>Toen zeide hij: -</p> -<p>„Gij hebt er ongeveer vijf en zestig duizend pond sterling aan goud, bankpapier en -effecten in uw kast, gravin, en het zou mij al zeer gemakkelijk vallen, mij dat alles -toe te eigenen, maar ik wil niet al te inhalig zijn. Ik heb eenmaal mijn prijs genoemd -en daarbij blijf ik. Misschien zijt gij er wel wat verwonderd over, dat ik niet liever -het snoer en de diamanten afzonderlijk verkoop na eenige jaren te wachten, maar ik -kies het zekere voor het onzekere. Niemand kan zeggen, of een diamant over een vijftal -jaren meer waard is dan een keisteen, als de ontdekking van de ingenieurs der dynamietfabriek, -welke ik zooeven noemde, werkelijk gunstige resultaten opleveren. Bovendien, twintig -duizend pond is een goede prijs en daar mij thans niets meer hier houdt, gravin, heb -ik het genoegen u te groeten.” -</p> -<p>En voor de gravin zelfs den tijd had gehad iets te zeggen, had Raffles het boudoir -en de ontvangkamer reeds verlaten. -</p> -<p>De gravin had hem niet hooren loopen, zelfs geen deur hooren open gaan, en toch viel -er met aan te twijfelen, of de stoutmoedige Gentleman-Inbreker was vertrokken. -</p> -<p>De gravin ijlde naar de deur van het boudoir, die op de gang uit kwam met het doel, -dadelijk de bedienden bijeen te schreeuwen. De deur was gesloten. -</p> -<p>Zij begreep aanstonds, dat Raffles dit reeds gedaan moest hebben, voor hij binnentrad, -of misschien, terwijl zij bezig was aan de kast. -</p> -<p>Zij vloog woedend naar de ontvangkamer, ijlde naar de deur. Ook deze was van buiten -op slot gedraaid. -</p> -<p>De gravin wierp de ramen open, die op den achtertuin uitkwamen en schreeuwde zoo luid, -dat tenslotte een bediende, die juist de binnenplaats overstak, verschrikt opkeek -en toen haastig in het huis verdween. -<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK III.</h2> -<h2 class="main">Een onaangename ervaring.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het duurde niet lang, of de gravin hoorde snelle schreden naderen. -</p> -<p>„Ben jij daar, Hundsley?” -</p> -<p>„Ja, gravin,” antwoordde de buttler. „Wat is er toch gebeurd?” -</p> -<p>„Steekt de sleutel van buiten niet op het slot?” -</p> -<p>„Ik zie niets, gravin.” -</p> -<p>De buttler rammelde aan den deurknop en vervolgde verbaasd: -</p> -<p>„Lieve hemel, de deur is op slot. Kunt u er niet uit?” -</p> -<p>„Natuurlijk kan ik er niet uit, ezel,” riep de gravin buiten zichzelf van woede. „Geloof -je soms dat ik kans zie uit het raam te klimmen en langs de regenpijp naar beneden -te gaan?” -</p> -<p>„Maar hoe kan dat?” hakkelde Hundsley. „Er is toch een bezoeker bij u?” -</p> -<p>„Hundsley, als je nog eens zulke krankzinnige opmerkingen maakt, stuur ik je morgen -weg,” riep gravin Eleonora. „Laat me voorloopig maar hier, en tracht dien bezoeker -te achterhalen, al denk ik wel, dat het niet zal baten. Er is al veel te veel tijd -verloopen. Hij was een dief. Hij is er met twintig duizend pond sterling van door -en stuur dan maar een smid om de deur open te maken, of zie dat je een anderen sleutel -kunt krijgen.” -</p> -<p>Buiten de deur lieten zich talrijke kreten van schrik hooren en nu was in een oogenblik -het geheele huis in rep en roer. -</p> -<p>De bedienden stoven naar alle richtingen heen, ijlden de straat op, schreeuwden agenten -aan, ondervroegen voorbijgangers en keerden na slechts korten tijd onverrichterzake -weder terug. -</p> -<p>Maar de bediende, die een der beide zijdeuren was uitgegaan, vond, toen hij door diezelfde -deur weder binnentrad, een klein stukje papier, met een punaise tegen de deurpost -bevestigd en daarop stond te lezen: -</p> -<p>„Vermoeit u niet. Ik heb een auto genomen, John Raffles.” -</p> -<p>Intusschen had de gravin haar brandkast gesloten na zich te hebben overtuigd, dat -het valsche zoowel als het echte halssnoer zich daar bevonden en nu liep zij als een -tijgerin in haar kooi heen en weer. -</p> -<p>Toen naderden er opnieuw schreden in de gang. Het was Hundsley die terug keerde met -een smid en deze had na eenig probeeren spoedig het slot van de deur geopend. -</p> -<p>Zonder op de twee mannen acht te slaan, snelde de gravin hen voorbij, snelde de trap -af en ging haastig op het telefoontoestel toe, hetwelk in de groote hal was. -</p> -<p>Het volgende oogenblik had zij zich met Scotland Yard in verbinding gesteld en mededeeling -gedaan van hetgeen geschied was. -</p> -<p>Toen pas voelde zij haar zenuwen een weinig tot kalmte komen en kon zij den toestand -beter overzien. -</p> -<p>Dat zij haar twintig duizend pond sterling voor goed kwijt was, daaraan behoefde zij -zeker niet te twijfelen. -</p> -<p>Dat was een feit, waarin zij zich zou moeten schikken. -</p> -<p>Juist toen de gravin zich gereed maakte, de trap weder te bestijgen, werd gescheld -en de huisknecht die de deur opende liet Miss Keating binnen, het bevallige nichtje -van de gravin. -</p> -<p>Deze stond halverwege op de trap stil, wendde zich met een zuurzoeten glimlach tot -haar nichtje en zeide: -</p> -<p>„Je kiest zonderlinge oogenblikken uit om het huis uit te loopen, Grace.” -<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p> -<p>„Hoe zoo, tante?” vroeg het jonge meisje, verbaasd over de uitdrukking op het gelaat -van de gravin. -</p> -<p>„O, het heeft bijna niets te beduiden. Ik ben zooeven maar voor twintig duizend pond -sterling bestolen. Dat is alles.” -</p> -<p>„Twintig duizend pond?” riep Grace ontzet uit. „En zooeven? Op klaarlichten dag? Maar -tante dat is.…” -</p> -<p>„Ik weet wat je wilt zeggen, dat is onmogelijk. Dat had je willen zeggen, nietwaar? -En toch is het de zuiverste waarheid.” -</p> -<p>„Maar beste tante ik kon toch niet vooruit zien. Herinnert u zich dan niet meer dat -u mij hebt opgedragen Miss More naar den trein te brengen?” -</p> -<p>„Dat is waar, dat had ik vergeten,” mompelde de gravin. „Neem het mij maar niet kwalijk. -Mijn hoofd is heelemaal in de war. Ga mede naar mijn kamer dan zal ik je zeggen, wat -er gebeurd is.” -</p> -<p>Maar nog eenmaal zou de gravin verhinderd worden om aanstonds aan haar plan gevolg -te geven. -</p> -<p>Want er werd nogmaals gescheld en toen de deur door den huisknecht geopend werd zagen -de beide dames voor het terras een splinternieuwe, grasgroene auto staan, een sportwagentje, -voor twee personen, van sierlijk model. En op de <span class="corr" id="xd31e420" title="Bron: bevenste">bovenste</span> trede van het terras stond Lord Binning, buigend als een knipmes. -</p> -<p>Plotseling veranderde het gelaat van de gravin en glimlachend daalde zij de treden -weder af om den vroegen bezoeker tegemoet te gaan. -</p> -<p>„O, maar dat is alleraardigst van u, Lord Cecil,” zeide zij met een gemaakt stemmetje. -„Ik begrijp al wat u komt doen. U komt mij afhalen om met uw nieuwe auto, waarover -u gisteren sprak, een tochtje te maken. Werkelijk charmant van u en het treft uitstekend. -Gij moet weten, dat ik juist een zeer dringende boodschap heb in de buurt van het -Strand. Ik moet mijn juwelier opzoeken. Lord Cecil gij zijt werkelijk een galant man. -Kom binnen en neem plaats, wat ik u bidden mag. Ik ga mij aanstonds kleeden.” -</p> -<p>Bedremmeld had Binning naar deze woorden geluisterd en zijn blikken vlogen verlegen -en schuw naar Grace, die met een guitig lachje om de lippen had toegeluisterd, toen -hij stotterde: -</p> -<p>„De zaak is, gravin, dat ik.… ik wilde eigenlijk.” -</p> -<p>Hij keek Grace smeekend aan als verwachtte hij haar hulp en uitkomst, maar het jonge -meisje was meedoogenloos, en zeide op spottenden toon: -</p> -<p>„Wel, het zal alleraardigst zijn in dat twee persoonswagentje, Mylord. Tante is dol -op dergelijke ritjes. Kom tante, laat Lord Cecil niet te lang wachten. Ga spoedig -mee en vertel mij dan wat er geschied is, want ik brand van nieuwsgierigheid.” -</p> -<p>En de ongelukkige Lord Binning was wel verplicht als man van de wereld het verzoek -op te volgen en zuchtend liet hij zich neervallen op een van de prachtige eikenhouten -banken, terwijl een van de bedienden de wacht hield bij het splinternieuwe <span class="corr" id="xd31e431" title="Bron: autotje">autootje</span>, dat heel iemand anders had moeten ontvangen dan gravin Eleonora. -</p> -<p>Mylord troostte zich echter met de gedachte, dat hij wellicht onderweg gelegenheid -zou vinden de gravin te spreken over de plannen ten aanzien van haar nichtje, al ontveinsde -hij zich niet dat zijn kansen voor het oogenblik niet bijzonder goed stonden en dat -het jonge meisje geheel ongevoelig scheen voor zijn attenties. -</p> -<p>Met des te meer schrik echter had hij waargenomen, dat gravin Eleonora hem aanzag -met oogen, die een zeer duidelijke taal spraken. -</p> -<p>Intusschen was de gravin met haar nicht naar het boudoir gegaan en daar deelde zij -haar mede, wat er zooeven geschied was. -</p> -<p>Grace had verbaasd toegeluisterd en toen de gravin haar verhaal beëindigd had sloeg -ze de kleine handen ineen en riep uit: -</p> -<p>„U hebt dus met Raffles in eigen persoon gesproken?” -</p> -<p>„Je schijnt het heel belangwekkend te vinden. Van meer belang dan de diefstal,” riep -de gravin verontwaardigd uit. -</p> -<p>„Neem me niet kwalijk, tante,” hernam Grace beschaamd. „Het is natuurlijk heel erg -voor u en toch moet u er niet boos om zijn, als ik zeg, dat ik er graag bij had willen -zijn, toen u met dien brutalen roover sprak.” -</p> -<p>„Bij een volgende gelegenheid zal ik niet nalaten je te waarschuwen,” hernam gravin -Eleonora schamper. -</p> -<p>„Dat ontbrak er nog aan. Ik ga aanstonds met de snoeren naar Orlow en dan naar de -politie, ik durf het echter niet langer in huis te houden. Wie weet wat er verder -mee geschiedt.” -</p> -<p>„En neemt u Lord Cecil mee, tante?” vroeg <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>Grace, terwijl zij zich omwendde teneinde het lachje te verbergen dat om haar lippen -speelde. -</p> -<p>„Ja, hij heeft mij toch gevraagd?” -</p> -<p>„Zoo, ik heb het niet gehoord, maar dat zal wel aan mij liggen,” hernam Grace onschuldig. -</p> -<p>Gravin Eleonora begaf zich nu haastig naar haar slaapkamer en maakte daar toilet. -</p> -<p>Zij trok een fraaien bontmantel aan, drukte zich een bontmuts op het hoofd en begaf -zich toen weder naar het boudoir, teneinde de colliers uit de brandkast te nemen. -</p> -<p>Vervolgens draafde zij haastig de trap af en nog voor zij de vestibule bereikt had, -riep ze uit: -</p> -<p>„Daar ben ik, Mylord. Ik hoop, dat ik u niet al te lang heb laten wachten.” -</p> -<p>Mylord bromde iets wat voor een beleefde ontkenning kon doorgaan en daarop verlieten -beiden het heerenhuis, terwijl de bedienden zich terzijde van de deur schaarden. -</p> -<p>De gravin nam naast den Lord plaats, die zelf zijn nieuwe auto zou besturen en zeide: -</p> -<p>„Ik leg beslag op u, Mylord. Dat vindt ge zeker wel goed?” -</p> -<p>„Dat spreekt immers vanzelf, gravin,” antwoordde het beklagenswaardige slachtoffer. -</p> -<p>„Rijd mij dan eens spoedig naar Orlow, den juwelier. Ik moet hem spreken.” -</p> -<p>Lord Binning bracht den sportwagen in beweging en snel reed het fraaie voertuigje -door de drukke straten van Londen om tenslotte stil te staan voor den juwelierswinkel -van Paul Orlow. -</p> -<p>Het was een zeer fijne zaak en dat bleek reeds uit de wijze, waarop de etalage was -ingericht. -</p> -<p>Achter een fijn geslepen spiegelruit, in dof eikenhout gevat, prijkten slechts weinige -sieraden, maar zij waren op zeer kunstzinnige wijze ten toon gesteld, zonder zich -op te dringen. -</p> -<p>Ook de winkel, dien men eigenlijk een met verfijnden smaak gemeubeld vertrek moest -noemen, herinnerde op het eerste gezicht slechts weinig aan het beroep van zijn eigenaar. -</p> -<p>Een toonbank was er niet, maar wel een zeer fraaie lange tafel van Slavonisch eikenhout, -ingelegd met kostbare houtsoorten, en dan waren er eenige zeer fraaie wandkasten met -kleine, geslepen ruitjes, die enkele sieraden van groote waarde bevatten. -</p> -<p>Er stonden een aantal gemakkelijke stoelen en van de eikenhouten zoldering hing een -prachtige kristallen kroon af. -</p> -<p>Een paar winkelbedienden gingen geruischloos af en aan om een paar klanten te bedienen. -</p> -<p>Maar hieraan stoorde gravin Eleonora zich volstrekt niet, want nauwelijks was zij -binnen getreden of zij beval, met haar schelle, eenigszins kijfachtig klinkende stem: -</p> -<p>„Ik wil mijnheer Orlow spreken.” -</p> -<p>De bedienden wierpen een snellen en onderzoekenden blik op de bezoekster en zij schenen -haar dadelijk te herkennen, want een hunner zeide: -</p> -<p>„Ik zal mijnheer waarschuwen, wees zoo goed plaats te nemen.” -</p> -<p>Toen de beide bezoekers een stoel hadden genomen, trad de winkelbediende op het telefoontoestel -toe, sprak er eenige woorden in en zeide: -</p> -<p>„Mijnheer Orlow laat zich nog een oogenblik excuseeren. Hij is dadelijk tot uw beschikking.” -</p> -<p>Er verliepen nog tien minuten ongeveer en toen trad Orlow den winkel binnen. -</p> -<p>Hij richtte zijn schreden aanstonds naar zijn goede klant, aan wie hij reeds heel -wat verdiend had. -</p> -<p>„Waarde Orlow, kan ik u een oogenblik onder vier oogen spreken,” vroeg gravin Eleonora -op fluisterenden toon. „Het gaat om het diamanten halssnoer.” -</p> -<p>„Het geschenk van uw echtgenoot, gravin?” -</p> -<p>„Ja.” -</p> -<p>„Wees dan zoo goed, mij te volgen.” -</p> -<p>De winkelier ging de beide bezoekers voor naar een ander vertrek achter den winkel -gelegen en daarvan gescheiden door twee schuifdeuren. -</p> -<p>Zoodra allen gezeten waren, begon de gravin, na de beide etui’s voor zich op tafel -te hebben neergezet: -</p> -<p>„Gij gelooft toch wel, dat gij een expert zijt, nietwaar Orlow?” -</p> -<p>„Ik vlei mij met te mogen zeggen, dat er niet veel <span class="corr" id="xd31e486" title="Bron: juwelieren">juweliers</span> zijn, gravin, die met mij op een lijn kunnen worden gesteld,” antwoordde Orlow. -</p> -<p>„Nu dan, dan zal ik u eens op de proef stellen. Ik zal nu onder de tafel beide colliers -uit het etui nemen. Gij kent het een zoowel als het ander, Orlow. Vanmorgen is mij -het echte terug gebracht door den dief. Ik heb er twintig duizend pond voor moeten -betalen en ik moet zeggen, dat ik verstomd stond <span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span>over de merkwaardige gelijkenis. Ik zelf kan geen onderscheid hoegenaamd zien. Nu -moet gij mij eens, en zònder[** accent of vlekje?] al te lang te talmen, zeggen wat -het echte is, als ik ze tegelijk voor u neerleg, en voor ik er mede naar de politie -ga.” -</p> -<p>De gravin was reeds naar de tafel toegeschoven en had de beide etuis op haar schoot -gezet om ze te openen, toen Orlow met een beweging van zijn blanke hand vol verbazing -zeide: -</p> -<p>„Een oogenblik, gravin. Gij zegt daar dingen, die mij grootelijk verbazen en gij schijnt -mij op de hoogte te achten van zaken, die mij volkomen onbekend zijn. Is er iets met -uw collier gebeurd?” -</p> -<p>„Wat is dat nu, Orlow,” riep de gravin uit. „Gij zijt toch wel goed wakker. Zijt gij -het dan niet juist geweest die mij voor het eerst er opmerkzaam op maakte, dat mijn -snoer was nagemaakt?” -</p> -<p>„Pardon, gravin, wanneer zou dat geweest moeten zijn?” -</p> -<p>„Wanneer dat geweest zou moeten zijn?” herhaalde de gravin, terwijl zij zenuwachtig -op haar stoel verschoof en den juwelier met groote oogen aankeek. -</p> -<p>Zij wendde zich tot haar begeleider en riep uit: -</p> -<p>„Hoort gij dat, Lord Cecil? Hij vraagt, wanneer dat geweest zou moeten zijn. Hij schijnt -geheel vergeten te zijn, dat hij gisteravond tot de gasten behoorde, die mijn soiree -bezochten. Hebt gij ooit zoo iets gehoord? Gij hebt hem toch zelf ook gesproken en -gezien, nietwaar?” -</p> -<p>„Inderdaad, gravin,” antwoordde Lord Binning, die zich nu zelf zeer verwonderd toonde. -</p> -<p>Maar het meest verbaasd van allen was toch wel Paul Orlow, die van den een naar den -ander keek, en toen langzaam zeide: -</p> -<p>„Ik zou gisteren op uw soiree geweest zijn? Hoe laat ongeveer?” -</p> -<p>„Maar minstens een paar uur!” riep gravin Mac Dougall wanhopig uit. „Van negen tot -elf uur ongeveer!” -</p> -<p>„Dat is dan wel zeer merkwaardig, gravin, want <span class="corr" id="xd31e507" title="Bron: gistereavond">gisterenavond</span> om elf uur stapte ik te Edinburgh in den nachttrein, en het is nog geen uur geleden, -dat ik hier in mijn zaak kwam!” -</p> -<p>De indruk van deze woorden was overweldigend. -</p> -<p>De gravin liet zich achterover in haar stoel vallen, naar adem snakkend als een visch -op het droge, terwijl zij ongearticuleerde klanken uitstiet, als iemand die in koortstoestand -ijlt. -</p> -<p>Wat Mylord betreft die knipperde een tijdlang zeer snel met zijn oogleden, en trok -zijn wenkbrauwen zoo hoog op, dat het niet weinig scheen te schelen, of zij waren -onder zijn haren verdwenen. -</p> -<p>Mylord was de eerste, die weder tot zichzelf kwam, en genoeg kracht had om te vragen: -</p> -<p>„Gij houdt ons toch waarlijk niet voor het lapje, waarde Orlow? Alles wel beschouwd -is de zaak toch te ernstig.…” -</p> -<p>„Ik denk er niet aan, om u te bedotten, Mylord!” antwoordde Orlow haastig. „Twee mijner -zakenvrienden, die de reis met mij maakten, en waarvan er een in hetzelfde slaapcompartiment -met mij was, kunnen mijn verklaring bevestigen, en als u dat niet voldoende zou zijn, -dan is er nog de stationskruier, die mijn bagage aannam, mijn huishoudster, die mij -heeft zien vertrekken en terugkeeren en tenslotte de commissionair in diamanten te -<span class="corr" id="xd31e518" title="Bron: Edinburg">Edinburgh</span>, die mij gisteravond naar den trein bracht. Ik heb wel de uitnoodiging van mevrouw -de gravin ontvangen, maar op het laatste oogenblik kon ik er tot mijn leedwezen geen -gebruik van maken, omdat dringende zaken mij buiten de stad riepen.” -</p> -<p>De gravin scheen nu uit haar bezwijming wakker te worden, richtte zich eensklaps op, -alsof zij door een veer bewogen werd en schreeuwde bijna: -</p> -<p>„Als gij dan gisteren niet op mijn soiree zijt geweest wie was dan uw dubbelganger, -dien ik voor u heb aangezien en die door alle andere gasten voor u werd gehouden.” -</p> -<p>Orlow trok zijn schouders hoog op en antwoordde: -</p> -<p>„Dat is meer dan ik u zeggen kan, gravin, maar het spreekt vanzelf dat het een bedrieger -geweest moet zijn, die met een bepaald doel mijn uiterlijk heeft aangenomen.” -</p> -<p>Deze opmerking scheen de gravin eensklaps op een gedachte te brengen, die haar zeer -verontrustte. Zij zette de beide etuis met de colliers op tafel, opende ze met bevende -vingers en zeide toen op heeschen toon: -</p> -<p>„Wees zoo goed mij te zeggen, Orlow, welke van deze beide halssnoeren het echte is. -Gij hebt het geschenk van mijn echtgenoot herhaaldelijk in handen gehad. Gij kent -het. Wat ik u zeggen wil, hebt gij vlugzout bij de hand, azijn, eau de cologne. Ik -geloof, dat ik er van noodig zal hebben.” -</p> -<p>„Mevrouw de gravin.…”, stamelde Lord Binning. „Ik smeek u om bedaard te blijven. Het -zal <span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>niets te beteekenen hebben, zooals gij zult zien”. -</p> -<p>Gravin Eleonora legde hem met een ongeduldig gebaar het zwijgen op en hield haar blikken -gevestigd op het gelaat van den juwelier, die de beide colliers uit de etuis had genomen -en voor zich had neergelegd. -</p> -<p>Hij stond op om een loupe te krijgen, benevens een zeer harden diamant, in een korte -steel gevat en bestemd, om andere edele steenen te onderzoeken en nam toen weder zwijgend -voor de tafel plaats. -</p> -<p>Hij onderzocht de diamanten met groote zorgvuldigheid, evenals het fijne gouddraad, -dat ze aan elkander verbond, leunde toen achterover in zijn stoel, legde de loupe -neder, keek de gravin strak aan en toen kwam het langzaam over zijn lippen: -</p> -<p>„Het doet mij leed om het u te moeten zeggen, gravin, maar de diamanten van beide -snoeren zijn valsch.” -</p> -</div> -</div> -<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK IV.</h2> -<h2 class="main">De jacht op den dief.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was goed, dat de juwelier inderdaad eenige opwekkende middelen bij de hand had, -want op het vernemen van deze jobstijding had de gravin een dramatischen gil geslaakt, -en was volgens alle regelen der kunst in zwijm gevallen. -</p> -<p>De huishoudster van Paul Orlow kwam spoedig toesnellen, gewapend met verschillende -fleschjes en poedertjes, men draafde met doeken en koudwatercompressen. Lord Binning -klopte de bewustelooze in de handpalm, met een ijver alsof zijn leven er van af hing. -Kortom de consternatie vierde eenige oogenblikken hoogtij in de deftige ontvangkamer -van den juwelier. -</p> -<p>Na verloop van een kwartier ongeveer sloeg de gravin de oogen even op en vroeg zwakjes: -</p> -<p>„Waar ben ik. Wat is er toch met me gebeurd?” -</p> -<p>Eensklaps scheen ze tot bezinning te komen en het volgende oogenblik was het alsof -er een woedende tijger was los gebroken, die in de rustige weelderige kamer een inval -had gedaan. -</p> -<p>De gravin vloog op, begon het vertrek met groote stappen op en neder te loopen en -gilde: „Scotland Yard, bel Scotland Yard op. Laten zij een detective sturen, vijf -detectives, twintig als het noodig is. Ik wil mijn diamanten terug, ik moet mijn diamanten -halssnoer terug hebben. O, die bedrieger, die schavuit, die bandiet. Mijn halssnoer -is weg en twintig duizend pond sterling. Bel Scotland Yard op. Is het nog niet gebeurd. -Waar wacht gij op. Zit ik hier dan tusschen kleine kinderen. Is het hier dan een bewaarschool. -Is hier geen telefoon in huis. Ik loof honderd pond sterling, neen twee honderd pond -sterling uit, als het moet zelfs drie honderd aan dengene, die den dief weet aan te -wijzen, en mij het echte collier terug bezorgt, die krijgt.… die krijgt.…” -</p> -<p>Zij maakte den zin niet af maar greep den onthutsten Lord plotseling bij zijn arm, -sleepte hem met zich mee, zonder van Orlow verder notitie te nemen en trok hem de -straat op. -</p> -<p>Bijna was zij met haar slachtoffer aangebotst tegen een leeglooper, die blijkbaar -niet veel om handen had en die met de handen in de zakken op den rand van het trottoir -stond. -</p> -<p>De man scheen haar deze bejeegening echter volstrekt niet kwalijk te nemen, maar keek -haar met een eigenaardigen glimlach op het gelaat na, toen zij verder ijlde, steeds -den Lord stevig in haar greep vasthoudend, en met hem in de kleine auto plaats nam.… -</p> -<p>Maar Lord Binning had de auto nog nauwelijks <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>in beweging gebracht, in de verste verte niet wetend, wat eigenlijk het doel van den -tocht was, of de gravin riep uit: -</p> -<p>„Is er nu getelefoneerd?” -</p> -<p>„Ik geloof, dat ik toen wij heen gingen Orlow aan de telefoon heb zien staan, gravin.” -</p> -<p>„Overtuig er u dan van en rijd dan aanstonds naar huis terug wat ik u verzoeken mag.” -</p> -<p>En zij duwde den onthutsten Lord half en half van zijn zetel en keek toe, hoe hij -weder den juwelierswinkel binnen ging en eenige minuten later weder terugkwam. -</p> -<p>„Welnu?” vroeg de gravin, toen hij in het bereik van haar stem kwam. -</p> -<p>„Orlow heeft getelefoneerd. Scotland Yard zal onmiddellijk James Sullivan, een van -haar knapste detectives, naar uw huis zenden.” -</p> -<p>„Stap dan in Mylord en rijd me spoedig naar huis. Wat treuzelt gij daar.” -</p> -<p>„Neem me niet kwalijk, gravin,” kwam Lord Cecil haastig en verlegen. „We zullen snel -rijden.” -</p> -<p>Zijn Lordschap hield woord en ongeveer een half uur later stond de fraaie sportauto -weder stil voor het prachtige huis in Cleveland Square. -</p> -<p>Weer greep de gravin Mylord vast, juist alsof hij zelf de dief van de diamanten was -geweest en trok hem met zich mede, over het oprijpad van den voortuin. -</p> -<p>„Mijn auto, gravin,” riep Lord Binning verschrikt. -</p> -<p>„Ik zal een van de bedienden zenden om er op te passen. Wat bekommert gij u om een -armzalige auto als ik een diamanten halssnoer door diefstal verloren heb.” -</p> -<p>Reeds werd de deur voor de gravin geopend en snel gaf zij de noodige bevelen. -</p> -<p>Een der bedienden snelde naar buiten om bij de auto post te vatten, maar toen de gravin -Mylord met zich mede wilde trekken, de trap op, viel haar oog op eenige groote reiskoffers -en zware lederen handvaliezen, die in een hoek van de groote vestibule waren opgestapeld. -</p> -<p>„Wat is dat?” zoo wendde zij zich tot den buttler die eerbiedig terzijde was blijven -staan. -</p> -<p>„De jongeheer is zooeven teruggekomen van zijn reis, gravin,” antwoordde Hundsley. -</p> -<p>„Wat is dat? Is Dougall terug?” riep de gravin uit. „Dat is weer juist iets voor hem -om ons zoo te verrassen. Waar is hij nu, Hundsley?” -</p> -<p>„Op zijn kamer, gravin, om zich een weinig te verfrisschen.” -</p> -<p>„Ga naar hem toe en zeg dat ik zooeven ben thuis gekomen en dat hij me kan begroeten -in de kleine blauwe kamer. Ik moet hem iets zeer belangrijks mededeelen.” -</p> -<p>En als een wervelwind trok de gravin zijne Lordschap mee en hield niet op voor zij -de kleine blauwe kamer had bereikt, met welke naam haar boudoir op de tweede verdieping -werd aangeduid. -</p> -<p>Daar gekomen, wees zij den Lord een stoel, nam zelf plaats en begon: -</p> -<p>„Luister, Mylord. Gij kent me nu lang genoeg om te weten, dat ik niet gewoon ben ergens -lang om heen te draaien. Wij zullen spijkers met koppen slaan. Ik stel veel vertrouwen -in Scotland Yard, maar minstens evenveel in uw schranderheid. Het is niet onopgemerkt -voor mij gebleven, dat ge mij het hof hebt gemaakt, en ik wil u niet verzwijgen, dat -ge mij niet onverschillig zijt. Welnu, u bezorgt mij het diamanten halssnoer terug -en ik zal uw liefste wenschen vervullen.” -</p> -<p>Mylord was half van zijn stoel opgestaan, en keek de gravin aan met een uitdrukking -op zijn gelaat, die haar waarschijnlijk spoedig genoeg ondanks haar zelfgenoegzaamheid -en ijdelheid, haar schromelijke vergissing zou hebben doen inzien, maar die thans -ongemerkt aan haar voorbij ging, daar al haar gedachten door haar verlies in beslag -waren genomen. -</p> -<p>„Mevrouw de gravin.…,” begon hij stamelend. -</p> -<p>Maar weer sneed gravin Eleonora hem met een ongeduldig gebaar het woord af en zeide: -</p> -<p>„Ja, ik weet wel, wat gij zeggen wilt. Een groote eer voor u. Het treft u buitengewoon -en gij weet niet hoe mij te danken. Gij zijt er heelemaal confuus van en meer van -dat moois. Laten wij liever ter zake te komen. Ziet gij kans, mij te helpen bij het -opsporen van mijn diamanten.” -</p> -<p>„Geen kans hoegenaamd, gravin,” antwoordde zijne Lordschap op jammerenden toon. -</p> -<p>„Wat?” riep de gravin met fonkelenden blik. „Gij zoudt dus dat niet eens voor mij -over hebben? Kunt gij uw vernuft dan niet scherpen, als het een vrouw betreft, welke -gij zoo ondubbelzinnig hebt doen blijken van uw genegenheid?” -</p> -<p>„Gravin, ik verzeker u.…,” begon de beklagenswaardige Lord opnieuw. -<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span></p> -<p>„Verzeker mij alleen maar of gij genoeg voor mij over hebt, om pogingen te doen, mijn -juweelen te hervinden.” -</p> -<p>„Natuurlijk wil ik dat zeer gaarne, gravin. Maar ik twijfel of mijn zwakke krachten.…” -</p> -<p>„Met geld doet men veel, Mylord. Loof een hooge premie uit, mijnentwege duizend pond.” -</p> -<p>„Duizend pond?” riep Lord Binning verschrikt. „Dat is een buitengewoon groot bedrag, -gravin.” -</p> -<p>„Maar dat ge toch zeker wel voor mij zoudt over hebben,” viel <span class="corr" id="xd31e594" title="Bron: Leonora">Eleonora</span> hem in de rede. „Wilt gij helpen, ja, of neen?” -</p> -<p>„Ja, natuurlijk, gravin, van ganscher harte. Maar er is een andere kwestie. Een vergissing.… -Hoe moet ik het noemen.…” -</p> -<p>„Dat boezemt mij geen belang in, Mylord,” kwam de gravin kortaf. „De hoofdzaak is, -dat gij mij wilt helpen. Gij kent nu den prijs voor uw ijver en schranderheid. Het -staat aan u dien te verdienen.” -</p> -<p>Op dat oogenblik ging de deur open en er verscheen een krachtig gebouwde jonge man -van omstreeks vijf en twintig jaar met een vroolijk gebruind gelaat en lachende bruine -oogen op den drempel. -</p> -<p>„Daar ben ik weer eens, mama,” riep hij uit. terwijl hij op zijn moeder toetrad en -hartelijk op de beide wangen kuste. -</p> -<p>De gravin scheen maar half gesteld te zijn op deze onverhoedsche terugkomst van haar -volwassen telg en zeide eenigszins baloorig: -</p> -<p>„Mij dunkt, dat je wel eens had kunnen waarschuwen, Dougall. Het is hier toch geen -hotel?” -</p> -<p>„Kom, kom, mama, u moet me nu toch wel kennen,” riep Dougall lachend uit. „Ik weet -den eenen dag immers nooit wat ik den volgenden dag zal doen. Hallo Lord Cecil, hoe -gaat het er mee?” -</p> -<p>Hij had Lord Binning de hand toegestoken en schudde die zoo krachtig dat de ander -een pijnlijk gezicht trok. -</p> -<p>„Het gaat goed, Dougall, <span class="corr" id="xd31e607" lang="fr" title="Bron: mercie">merci</span>. Je weet zeker nog niet welk een ongeluk er hier in huis gebeurd is?” -</p> -<p>Dougall deed een stap achteruit en riep uit: -</p> -<p>„Een ongeluk? Er is toch hoop ik niets met Grace gebeurd?” -</p> -<p>„Met Grace?” kwam de gravin, terwijl ze met ongeduld de schouders ophaalde. „Wat zou -er nu met Grace gebeurd kunnen zijn! Men heeft de juweelen van je moeder gestolen, -haar diamanten halssnoer!” -</p> -<p>„Wat?” riep Dougall verschrikt uit. „Het geschenk dat papa u gaf? Het beroemde halssnoer?” -</p> -<p>„Ja.” -</p> -<p>„Wanneer is dat gebeurd?” -</p> -<p>„Gisteravond en vanmorgen.” -</p> -<p>„Wat is dat nu? Is er tweemaal gestolen?” riep Dougall verwonderd. -</p> -<p>„Ga zitten, mijn jongen, dan zal ik je vertellen. Je bent zoo akelig lang geworden. -Ik kan zoo niet met je praten.” -</p> -<p>„Dat is geen wonder, mama. Als men vijf en twintig jaar is,” riep Dougall uit. -</p> -<p>De gravin beet zich op de lippen en zeide: -</p> -<p>„Verleden maand ben je pas vijf en twintig geworden en ga nu zitten en luister!” -</p> -<p>En nu deed de gravin het omstandige verhaal van de berooving, waarbij Lord Binning -een kleine opmerking plaatste. -</p> -<p>Dougall had toegeluisterd, zonder zijn moeder een enkele maal in de rede te vallen -en toen ze gereed was merkte hij op: -</p> -<p>„Dat is een zeer brutaal stukje. Als het een ander betrof dan juist mijn mama, dan -zou ik bijna zeggen dat het een geniale zet is.” -</p> -<p>„Jij mag dat zoo vinden, Dougall, maar ik denk er anders over,” hernam de gravin op -scherpen toon. -</p> -<p>„U hebt natuurlijk dadelijk de politie gewaarschuwd.” -</p> -<p>„Dat spreekt vanzelf. Ik verwacht ieder oogenblik een detective van Scotland Yard.” -</p> -<p>Maar Dougall schudde het hoofd en hernam op een toon van twijfel: -</p> -<p>„Als het werkelijk John Raffles is geweest die den diefstal pleegde, en daaraan behoeven -we niet te twijfelen, dan vrees ik, mama, dat Scotland Yard er zeer weinig aan doen -kan. Ik heb heel veel over Raffles hooren spreken, tot zelfs in het buitenland, in -Zuid-Amerika, en uit al die gesprekken ben ik tot de overtuiging gekomen, dat hij -een te sterke partij is voor de officieele politie. Hij schijnt over middelen te beschikken -van welken omvang wij ons slechts een klein denkbeeld kunnen vormen en er is geen -sprake van dat Scotland Yard hem met gelijksoortige middelen zou kunnen bestrijden.” -</p> -<p>„Als de officieele detectives ons niet kunnen helpen, dan zullen we particulieren -in de arm nemen,” hernam de gravin met een zijdelingschen blik op <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>Lord Binning, die er uit zag alsof hij niets liever zou willen dan afscheid nemen. -</p> -<p>„Gij kunt het natuurlijk probeeren en het spreekt ook vanzelf, dat er iets gedaan -moet worden,” hernam Dougall, „maar ik acht het beter u maar dadelijk te waarschuwen, -dat uw kansen om het halssnoer weder in bezit te krijgen al zeer laag staan. Raffles -is niet de eerste de beste, hij heeft nooit haast en hij zal zeker de fout niet begaan -van bijna alle andere inbrekers en dieven, die zich altijd haasten hun buit aan den -man te brengen en juist daardoor de politie op hun spoor brengen en in de val loopen.” -</p> -<p>„Wij zullen wel zien,” hernam de gravin kortaf, terwijl ze opstond. -</p> -<p>Juist werd er op de deur geklopt en trad er een bediende binnen om het bezoek van -James Sullivan aan te kondigen. -</p> -<p>Een oogenblik later trad er een krachtig gebouwd man met een schrander uiterlijk en -grijsgroene doordringende oogen onder zwarte borstelige wenkbrauwen het vertrek binnen. -</p> -<p>Die man was James Sullivan, een der beste detectives van Scotland Yard, en een langjarig -tegenstander van den Gentleman-Inbreker. -</p> -<p>Lord Binning was opgestaan en wilde van de gelegenheid gebruik maken om afscheid te -nemen, maar de gravin hield hem met een gebaar tegen en zeide: -</p> -<p>„Blijf nog een oogenblik, Lord Cecil, gij hebt mij beloofd, dat ook gij een onderzoek -zoudt instellen en het kan u wellicht van nut zijn te hooren, wat deze heer te zeggen -heeft.” -</p> -<p>Gedwee ging zijne Lordschap weder zitten, en nadat de gravin Sullivan had uitgenoodigd -plaats te nemen, deed zij voor de tweede maal op dien dag het verhaal van de diefstal.<span id="xd31e646"></span> -</p> -<p>De beroemde detective had haar rustig laten uitspreken, zonder haar een enkele maal -in de rede te vallen en bleef eenigen tijd in gedachten zitten, nadat zij haar verklaring -had afgelegd. -</p> -<p>Toen hief hij het hoofd op en zeide: -</p> -<p>„Wij behoeven er natuurlijk niet aan te twijfelen, of Raffles is op de hoogte geweest -van de omstandigheid dat de juwelier Orlow voor zaken op reis moest en dat is niet -zoo verwonderlijk, want hij doet zich in talrijke gedaanten voor en heeft overal zijn -connecties. Hij moest er natuurlijk wel rekening mede houden dat Orlow u wellicht -zou schrijven, dat hij de uitnoodiging niet kon aannemen, maar niets zou hem hebben -belet te zeggen, dat zijn zakenreis eensklaps was afgesprongen, als gij hem uw verbazing -zoudt hebben te kennen gegeven, dat hij toch gekomen was. Eigenlijk is de zaak zeer -eenvoudig, gravin. Wij behoeven niet meer naar den persoon van den dader te zoeken. -Wij weten wie hij is, want hijzelf heeft dat gezegd. De geheele zaak komt dus hierop -neer, dat wij John Raffles moeten grijpen, maar ik wil u niet verheelen, gravin, dat -dit juist in de hoogste mate bezwaarlijk en misschien wel onmogelijk zal blijken te -zijn. En <span class="corr" id="xd31e652" title="Bron: ziehier">zie hier</span>, waarom. Niemand onzer weet, wie of John Raffles eigenlijk is. Alles wat wij weten -is, dat hij zich in honderden gestalten te Londen beweegt, dat hij zich op ongelooflijk -snelle wijze weet te verplaatsen, en dat het reeds eenige malen is voorgekomen, dat -men hem des Zondags te Londen en den Maandag daarop te New York bevond. Wij weten, -dat hij zich de sympathie heeft weten te veroveren van duizenden armen en gebreklijdenden, -die hij helpt, en die niet zouden aarzelen hem voor ons te verbergen, wanneer wij -hem mochten achtervolgen. John Raffles beschikt over een schranderheid en een stoutmoedigheid, -zooals men het slechts weinig aantreft en tenslotte over rijkdommen, die inderdaad -fabelachtig groot moeten zijn. Liever dan u met een valsche hoop te vleien, gravin, -verklaar ik u reeds nu openhartig, al is het dan ook met groot leedwezen, dat het -ons zeer moeilijk zal vallen, eenig spoor van Raffles te ontdekken.” -</p> -<p>De gravin had met alle teekenen van ongeduld naar deze toespraak geluisterd en barstte -nu uit: „Maar waar bestaat dan eigenlijk de Londensche politie voor?” -</p> -<p>„Zij bestaat, gravin, om misdadigers te vangen, die men „normaal” zou kunnen noemen -en ik geloof te mogen zeggen, dat zij die zaak niet al te slecht verricht, maar met -tegenstanders als John Raffles is de zaak anders. Dien kan men met den besten wil -van de wereld onmogelijk normaal noemen. Het is ons bekend, dat hij hier te Londen -op zijn minst een vijftal verschillende huizen moet hebben, die hem als toevlucht -dienen, en waar hij zich snel kan vermommen. Een paar maal zijn we er in geslaagd, -zulk een huis uit te vinden, maar het bracht ons niet veel verder. Het bleek dan in -het bezit te zijn <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>van een geheimzinnig personage, dat men zeer zelden zag en die natuurlijk steeds een -valschen naam droeg. Wij hielden dan zoo’n huis weken lang, soms zelfs maanden in -het oog, in de flauwe hoop, dat Raffles er zich wel eens zou vertoonen en dat wij -hem dan zouden kunnen arresteeren, maar hij was steeds slimmer dan wij, hij schijnt -wel met een zesde zintuig begiftigd te zijn, dat hem waarschuwde en bovendien staat -het vast, dat hij bijna alle detectives en rechercheurs in dienst van Scotland Yard -van aanzien kent en hij heeft een zeldzaam geheugen voor gezichten. Wij probeerden -het ook met gewone politieagenten in burgerkleeding gestoken. Raffles scheen ze op -een mijl afstand te ruiken, en bleef buiten hun bereik. Het is ons zelfs wel eens -gebeurd, dat hij naderhand aanwezig bleek te zijn geweest in een van zijn huizen, -dat wij zorgvuldig bewaakten<span class="corr" id="xd31e661" title="Niet in bron">.</span> Hij was er eenvoudig door een kelder en een geheimzinnige onderaardsche gang binnen -gegaan.” -</p> -<p>„Kort en goed, mijnheer Sullivan, gij meent me alle hoop te moeten ontnemen, dat ik -mijn diamanten halssnoer ooit zal terug zien?” riep gravin Eleonora toornig uit. -</p> -<p>„Het is beter dat ge dit doet, gravin, wanneer Raffles het halssnoer inderdaad in -zijn bezit heeft,” antwoordde Sullivan. „Natuurlijk zullen we alles doen om zijn spoor -te ontdekken, maar ik zeide u reeds, dat we een kostbaar richtsnoer zullen missen, -omdat Raffles de diamanten eenvoudig in zijn brandkast zal weg sluiten en ze daar -jaren lang zal laten om ze later desnoods stukgewijze te verkoopen. Misschien nadat -hij er door slijpen den vorm een weinig van heeft veranderd.” -</p> -<p>„Het is goed, mijnheer,” zeide de gravin kortaf. „Ik apprecieer het tenminste dat -gij zoo oprecht tegen mij hebt gesproken. Op mijn beurt wil ik thans eerlijk zijn -en u mededeelen, dat ik thans niet zal aarzelen, een particulier detective in mijn -dienst te nemen, tien als het moet.” -</p> -<p>Sullivan haalde opmerkzaam de schouders op en hernam glimlachend: -</p> -<p>„Waar het John Raffles betreft, gravin, kunnen wij ons van Scotland Yard door zulke -maatregelen niet beleedigd achten. Ik wil overigens volstrekt niets afdoen aan de -bekwaamheid van vele amateur-detectives, maar ik geef u de verzekering, dat zij onmogelijk -meer kunnen verrichten dan de officieele politie. Wees nu zoo goed, mij het snoer -nauwkeurig te beschrijven, men kan nooit weten.” -<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK V.</h2> -<h2 class="main">Amor en de mammon.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het uur van de lunch was aangebroken, en Dougall verliet zijn kamer en daalde op het -hooren van de groote gong, die in de vestibule hing, haastig de trappen af om zich -naar de eetzaal te begeven. -</p> -<p>Maar toen hij een hoek van de gang omsloeg, had hij bijna Grace Keating ondersteboven -geloopen, die zich met hetzelfde doel naar beneden wilde begeven. -</p> -<p>Het meisje slaakte een lichten kreet van schrik en vreugde, werd vuurrood, en stak -toen den jongen schuchter de hand toe, terwijl zij stamelde: -</p> -<p>„Je bent dus werkelijk terug, Dougall. Ik dacht dat Hundsley mij voor het lapje wilde -houden. Wat zie je er bruin uit. Is het nu voor lang, of ga je er over een week al -weer uit?” -</p> -<p>De jonge man had de beide handen van Grace gegrepen, keek haar diep in de oogen en -zei op fluisterenden toon: -</p> -<p>„Zou je liever hebben, dat ik nu maar wat thuis bleef, Grace?” -</p> -<p>Het jonge meisje boog het hoofd en antwoordde niet, maar op haar gelaat scheen Dougall -iets te zien, dat hem groot genoegen deed, want hij zeide opgewekt: -</p> -<p>„Ik denk er niet aan, er weer uit te trekken, meisje. Ik geloof, dat ik hier iets -beters te doen krijg. Ik kom nu regelrecht uit Cairo, en ik weet niet hoe het komt, -maar de reis duurde mij ditmaal buitengewoon lang. Voordat ik weg ging, hadden we -een tamelijk ernstig gesprek met elkander, weet je dat wel, en aan dat gesprek moest -ik herhaaldelijk denken, waar ik ook rond zwierf, in Brazilië, in China, of in het -hartje van Afrika. Er is nu een jaar sinds dien verloopen en nu vraag ik je nog eens, -Grace, houdt je nog een beetje van me?” -</p> -<p>In plaats van te antwoorden, verborg het jonge meisje haar hoofdje aan zijn borst -en knikte eenige malen snel achter elkaar zonder op te zien. -</p> -<p>Maar met een onderdrukten juichkreet tilde Dougall haar lief gezichtje bij de kin -op, keek haar diep in de oogen en drukte toen het zachtjes tegenstribbelende meisje -een kus op de lippen. -</p> -<p>Toen echter rukte Grace zich los en zeide op bestraffenden toon: -</p> -<p>„Je moet je schamen, Dougall. Hier op de gang. Als er eens een bediende aankwam.” -</p> -<p>„Welnu, die zullen het toch gauw genoeg te hooren krijgen,” riep Dougall overmoedig -uit. „Ik denk er nu geen gras over te laten groeien. Wij trouwen heel gauw, kleintje.” -</p> -<p>Grace werd nog rooder en zeide toen op guitigen toon: -</p> -<p>„Misschien is het goed, dat je je wat haast. Er zijn kapers op de kust.” -</p> -<p>„Wat zeg je daar?” riep Dougall verontwaardigd. „Heeft iemand het durven wagen, je -van liefde te spreken?” -</p> -<p>„Wel niet direct, Dougall, maar een vrouw ziet scherp in dergelijke dingen. Er is -iemand, die mij ook heel graag tot vrouw zou willen maken.” -</p> -<p>„Noem den naam van dien aterling en ik zal hem met eigen handen vermoorden,” riep -Dougall op theatralen toon. -</p> -<p>„Neen, ik zeg je niet wie het is, dat moet je zelf maar uitvinden,” riep Grace plagend. -„Ik wil je schranderheid eens op de proef stellen, maar vergis <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>je vooral niet hoor, daar zouden groote ongelukken van kunnen komen.” -</p> -<p>„Nu, ik geloof dat het goed is, dat ik hier ben en dat ik juist bijtijds ben terug -gekeerd,” riep Dougall glimlachend. -</p> -<p>„Je had geen week moeten weg blijven, of het ongeluk was gebeurd,” riep Grace op plagenden -toon. „Kom, ik zal je een klein eindje op weg helpen. Die heer in kwestie is van adel -en vanmorgen wilde hij me komen afhalen in zijn splinternieuwe auto.” -</p> -<p>„En? Je bent niet meegegaan?” riep Dougall verheugd uit, terwijl hij opnieuw de hand -van het jonge meisje drukte. „Je hebt dus een groote hekel aan hem?” -</p> -<p>„O, neen, heelemaal niet. De zaak is, tante was me voor, en ging met hem mee uit rijden.” -</p> -<p>„Wat is dat nu? Is mama uit rijden gegaan met een pretendent naar jouw hand?” -</p> -<p>„Zoo is het.” -</p> -<p>„En vond die <span class="corr" id="xd31e706" title="Bron: adelijke">adellijke</span> heer dat goed? Nam hij genoegen met dien ruil?” -</p> -<p>„Dat is meer dan ik je zeggen kan, Dougall, en al kon ik het zeggen dan zou ik het -nog niet doen.” -</p> -<p>„Nu, ik denk wel, dat ik aan jouw aanwijzingen genoeg heb om spoedig uit te vinden, -welke schelm jou aan mij heeft willen ontfutselen.” -</p> -<p>Op dat oogenblik werden er naderende voetstappen gehoord en haastig namen de geliefden -met een kushand afscheid van elkaar, om elkander spoedig daarna in de eetzaal terug -te vinden. -</p> -<p>Gravin Eleonora was daar reeds aanwezig, en Dougall had nu spoedig ontdekt, dat zijn -moeder zich in een zeer zenuwachtigen toestand bevond. -</p> -<p>Toch sprak zij gedurenden den lunch weinig meer over den diefstal. -</p> -<p>Wel deelde zij terloops mede, dat zij dien middag een conferentie zou hebben met haar -zaakwaarnemer en haar notaris. Zij stond er op, den omvang van haar vermogen, zooals -het nu was, nauwkeurig te laten vaststellen. -</p> -<p>Terwijl de gravin dat zei, had zij haar zoon een schuwen blik toegeworpen, maar Dougall -vond de zaak blijkbaar van weinig belang en sloeg er in het geheel geen acht op. -</p> -<p>Zoodra de buttler, die het kleine gezin met een der knechts had bediend, en deze het -vertrek verlaten had, zeide de gravin Eleonora haastig en op gedempten loon, zonder -de oogen te durven opslaan tot haar zoon: -</p> -<p>„Dougall, ik moet je vanmiddag noodzakelijk spreken. Liefst zoo spoedig mogelijk. -Het is een zaak van belang. Een hoogst ernstige aangelegenheid.” -</p> -<p>„Ik ben tot uw dienst, mama, er schijnt haast bij te zijn.” -</p> -<p>„Groote haast. Heb je vanmiddag iets te doen?” -</p> -<p>„Niets, wat ik niet gemakkelijk ter wille van mijn moeder kan uitstellen,” zeide Dougall -op hartelijken toon. -</p> -<p>„Dan wacht ik je in mijn boudoir over een kwartier.” -</p> -<p>En reeds was de gravin opgestaan en had met haastige schreden het vertrek verlaten. -</p> -<p>Dougall keek haar vragend na en zag toen Grace vragend aan. -</p> -<p>„Wat is er met mama,” vroeg hij toen, „wat doet zij vreemd.” -</p> -<p>„Dat is niet zoo erg te verwonderen, Dougall. Jij zoudt waarschijnlijk ook niet normaal -zijn, als men je een diamanten halssnoer ter waarde van veertig duizend pond ontstal.” -</p> -<p>Maar Dougall haalde de schouders op en zeide met de lichtzinnigheid der jeugd: -</p> -<p>„Wat zou mij dat raken, als ik zoo schatrijk was als mama, die een notaris en een -zaakwaarnemer noodig heeft om den omvang van haar vermogen te laten vaststellen. Ik -ben benieuwd wat ze mij te zeggen heeft.” -</p> -<p>„Misschien heeft tante wel een passende vrouw voor je uitgezocht, Dougall,” antwoordde -Grace met een ondeugend glimlachje. „Passender voor je dan ik ben, want ik ben maar -arm, dat weet je.” -</p> -<p>„Dat is nog niet zoo zeker.” kwam Dougall. „Ik heb den notaris van mama wel eens hooren -zeggen, dat je bij je meerderjarigheid recht hebt op een groot kapitaal van een verren -bloedverwant. Ik zeg je dat in vertrouwen, en omdat je naderhand niet zult kunnen -zeggen, dat ik dit, ofschoon ik het wist, verzwegen heb.” -</p> -<p>„Ik wist er niets van Dougall, maar in ieder geval zul je altijd zeer veel rijker -blijven.” -</p> -<p>„Dat doet er immers niets toe, kleintje,” hernam Dougall, terwijl hij liefkoozend -over haar hand streek, die zij hem over het tafellaken had toegestoken. „Wat heeft -geld er nu mee te maken. Al kon ik <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>beschikken over alle schatten der aarde, en al was jij maar een klein arm geitenhoedstertje, -ik zou jou en niemand anders tot vrouw willen hebben.” -</p> -<p>Dougall stond op, liep om de tafel heen, trok Grace van haar stoel en aan zijn borst -en de volgende tien minuten waren gewijd aan het spelletje, dat reeds eeuwen oud is, -zoo oud als de wereld zelf en dat toch nog steeds dezelfde aantrekkelijkheid schijnt -te behouden voor degenen, die er zich mede vermaken. -</p> -<p>Er werd echter een plotseling einde gemaakt door het binnen treden van Hundsley. -</p> -<p>De geliefden stoven snel uit elkander, maar de oude buttler had ze alle vijf goed -bij mekaar, zooals hij steeds met trots van zichzelf placht te verzekeren en hij had -ook goede oogen in het hoofd. -</p> -<p>Maar hij was even bescheiden als vlug van begrip en daarom kuchte hij maar eens zachtjes -voor zich heen, deed alsof hij volstrekt niets bemerkte van de verwarring van de beide -jongelieden, die het eensklaps zeer druk hadden met het pellen van een paar amandelen, -welke zij van een vruchtenschaal hadden genomen. -</p> -<p>Maar toen de oude getrouwe weder in het bediendenvertrek terug was, keek hij de keukenmeid, -die zeker ook al sedert twintig jaar in dienst van de familie was, met een slimme -uitdrukking in zijn oogen aan en zeide op geheimzinnigen toon: -</p> -<p>„Ik geloof, dat de jongeheer voorloopig wel niet meer op reis zal gaan, tenminste -niet meer alleen.” -</p> -<p>„Wat, zou hij mevrouw de gravin meenemen?” -</p> -<p>„Neen, uilskuiken, een jonge man neemt nooit zijn moeder mee om op zijn huwelijksreis -te gaan.” -</p> -<p>En voor de bedaagde keukenprinses van haar verwondering was bekomen, had Hundsley -het vertrek al weer verlaten. -</p> -<p>Dougall had zich intusschen naar het vertrek van zijn moeder begeven, die hem daar -reeds wachtte, gekleed in een costuum, die haar een jeugdig uiterlijk moest geven. -</p> -<p>Zij begroette haar zoon met een zenuwachtig lachje, liet hem naast zich op de breede -rustbank neerzitten en begon: -</p> -<p>„Luister eens, Dougall. Ik moet ernstig met je praten.” -</p> -<p>Dougall lachte, met een blik op de witzijden blouse en den korten rok, die de fijne -zijden ajour-bewerkte <span class="corr" id="xd31e752" title="Bron: kouzen">kousen</span> vrij liet en de lage goudlederen schoentjes. -</p> -<p>„Neen, Dougall, spot niet, het is werkelijk ernstig,” hernam gravin Eleonora. „Je -weet dat ik niet gewend ben, lang ergens omheen te draaien, en daarom val ik met de -deur in huis. Ik wil je mededeelen, Dougall, dat er in onze familie wellicht binnenkort -groote gebeurtenissen op komst zullen zijn. Ik moet aan de toekomst denken. Ik ben -volstrekt niet oud, al heb ik een zoon van vier en twintig jaar.…” -</p> -<p>„Vijf en twintig, <span class="corr" id="xd31e758" title="Bron: mamatje">mamaatje</span>.” -</p> -<p>„Nu ja, dat ben je pas een maand. En je hoeft het niet zoo voortdurend aan de groote -klok te hangen. In ieder geval gevoel ik mij nog zeer jong, en.… kortom.… ik moet -rekening houden met de mogelijkheid dat er een pretendent zal komen opdagen naar de -hand van Grace, en wanneer jij dan weer veel gaat reizen, dan blijf ik alleen, heelemaal -alleen, in dit groote huis, en dat zal ik niet kunnen verdragen.” -</p> -<p>Dougall had verbaasd toegeluisterd, nog steeds niet begrijpend, waar zijn moeder heen -wilde. Maar zij maakte aan alle onzekerheid plotseling een einde, door op vasten toon -te zeggen: -</p> -<p>„Ik wil hertrouwen, Dougall.” -</p> -<p>De uitroep van verbazing, welke haar zoon slaakte was niet zeer vleiend voor de gravin, -maar zij sloeg er geen acht op en vervolgde: -</p> -<p>„Ik ben heel gelukkig geweest met je vader. Ik zal hem altijd met liefde herdenken, -maar hij is nu reeds bijna zeven jaren dood en ook het leven stelt zijn eischen.” -</p> -<p>„Het is dus ernst, mama?” stotterde Dougall. -</p> -<p>„Waarom zou het mij geen ernst zijn?” riep gravin Eleonora geprikkeld uit. „Acht je -me soms al te oud?” -</p> -<p>„Maar moeder, dat <span class="corr" id="xd31e771" title="Bron: mogt">moogt</span> gij niet zeggen. Ik dacht alleen maar, ik meende.… in ieder geval is het een zaak, -waarover gij wel eens lang en ernstig moogt nadenken. Ik zou er natuurlijk niet aan -denken, u het recht te ontzeggen, te doen wat gij noodzakelijk acht voor uw levensgeluk, -maar ik zou het vreeselijk vinden, als het later misschien zou blijken, dat gij.… -<span class="corr" id="xd31e774" title="Bron: uw">u</span> vergiste.” -</p> -<p>„In welk opzicht zou ik mij kunnen vergissen,” vroeg de gravin koeltjes. „Ik weet, -dat er een man is, een man van adel, die naar mijn hand dingt, op <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>wie volstrekt geen aanmerking te maken is, en die mij tot Lady zou maken.” -</p> -<p>„Een Lord dus,” riep Dougall uit, thans met verbazing in zijn stem. -</p> -<p>„Ja, een Lord.” -</p> -<p>„Zijn naam?” -</p> -<p>„Lord Cecil Binning.” -</p> -<p>Dougall liet zich achterover tegen den muur vallen, waartegen de rustbank geplaatst -stond, in de eerste oogenblikken te verbaasd om te spreken. -</p> -<p>Toen kwam het langzaam over zijn lippen: -</p> -<p>„Lord Binning, Lord Cecil, is lid van de Windsorclub.” -</p> -<p>„Dezelfde. Ken je hem intiem?” -</p> -<p>„Dat niet. Ik ken hem echter genoeg om te durven zeggen, dat er inderdaad weinig op -hem valt aan te merken, en dat ik hem voor de rest als een sukkel en als niet overmatig -verstandig beschouw.” -</p> -<p>„Ik dank je voor je meening over je aanstaanden stiefvader,” zeide de gravin op scherpen -toon. -</p> -<p>„Moeder, het is immers beter, dat u precies weet hoe ik over Binning denk,” zeide -Dougall hoofdschuddend. „Maar is het u bekend, dat Lord Cecil nog geen vijf en veertig -jaar is.” -</p> -<p>„Dat is mij onverschillig. Ik ben maar een jaar ouder.” -</p> -<p>Dougall hield te veel van zijn dwaze moeder, om te zeggen dat hij zeer goed wist hoe -oud ze werkelijk was en hij vergenoegde er zich mede, de vraag te stellen: -</p> -<p>„Hij heeft dus uw hand gevraagd?” -</p> -<p>„Dat niet, maar ik ken zijn plannen.” -</p> -<p>„Mag ik dan vragen, moeder, op welke wijze gij die plannen hebt ontdekt,” vroeg Dougall, -die maar al te goed de zelfingenomenheid en de ijdelheid van zijn moeder kende. -</p> -<p>„Denk je dat een vrouw dat niet spoedig merkt? Hij kwam in den laatsten tijd opvallend -veel aan huis. Hij bracht dikwijls bloemen mee. Hij kwam vaak in mijn loge als ik -daar met Grace was. Hij kon mij vaak op zulk een eigenaardige wijze aanzien en er -dan over klagen, dat hij nog altijd jonggezel was. En nog vandaag heeft hij mij uitgenoodigd -een autoritje met hem te maken.” -</p> -<p>Plotseling doorflitste Dougall een gedachte. -</p> -<p>„In een splinternieuwe auto?” vroeg hij ademloos, terwijl hij zich voorover boog, -om zijn moeder met gespannen aandacht aan te zien. -</p> -<p>„Ja, in zijn pas gekochte renauto.” -</p> -<p>Een oogenblik dacht Dougall er over, zijn ontspanning lucht te geven door een lachbui, -maar toen bedacht hij zich. In ieder geval kon deze noodlottige vergissing voor zijn -moeder een bittere teleurstelling blijken. -</p> -<p>Dat zij Lord Cecil lief had achtte hij weliswaar volkomen buitengesloten, maar voor -een vrouw, die klaarblijkelijk zoo vurig terugverlangde naar den huwelijksstaat moest -het een ontgoocheling zijn, als zij haar plannen op die wijze in duigen zag vallen. -</p> -<p>Het was Dougall een oogenblik duidelijk, dat zijn moeder zich vergist moest hebben -in het ware doel van de herhaaldelijke bezoeken van Cecil, die blijkbaar Grace golden. -</p> -<p>Hij wachtte zich er echter voor zijn meening kenbaar te maken en zeide alleen op ernstigen -toon: -</p> -<p>„Lieve moeder, ik zal de laatste zijn, om mij te verzetten tegen uw trouwplannen, -wanneer gij daardoor werkelijk gelukkig kunt worden, maar ik smeek u, u goed te overtuigen, -of Lord Cecil werkelijk de aangewezen man is, om aan uw zijde te leven. Het zou noodlottig -zijn, als deze verbintenis naderhand een vergissing zou blijken.” -</p> -<p>„Daarvoor behoef je niet te vreezen. Ik wil niet zeggen, dat ik als een bakvisch verliefd -ben op Lord Cecil, maar ik acht hem hoog, al is hij dan volgens jou een sukkel. En -hij is in ieder geval van den oudsten en besten adel.” -</p> -<p>„Maar totaal berooid, moeder.” -</p> -<p>„Dat doet er volstrekt niets toe. Ik ben rijk genoeg en ik weet zeker, dat het hem -niet om mijn geld te doen is.” -</p> -<p>„Dat hoop ik,” zeide Dougall droogjes. „Hebt gij mij nog iets te zeggen, moeder?” -</p> -<p>„Alleen nog dit. Ik heb Lord Cecil hedenmorgen de toezegging gedaan, dat ik hem mijn -hand zou schenken, wanneer hij er in zou slagen, mij mijn diamanten collier terug -te bezorgen. Ik weet zeker, dat hem dat zal aansporen, zijn uiterste best te doen, -om mijn steenen terug te vinden.” -</p> -<p>„Dus wanneer hij er niet in slaagt de diamanten terug te vinden.…” riep Dougall opgewonden -uit. -</p> -<p>Eigenlijk gezegd, had de gravin zich nimmer bezig gehouden met deze mogelijkheid en -daarom klemde <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>zij de lippen op elkaar, speelde zenuwachtig met haar horlogeketting en antwoordde -eindelijk ongeduldig: -</p> -<p>„Hij zal ze wel weten op te sporen en als hij er niet in slaagt, dan, wel dan zal -ik er toch nog eens over denken, of ik den goeden wil voor de daad zal nemen.” -</p> -<p>Dougall was opgestaan en vatte de hand van zijn moeder. -</p> -<p>Zijn stem had een warmen klank, toen hij zeide: -</p> -<p>„Ik hoop van ganscher harte, moeder, dat dit alles tot iets goeds moge leiden. Meer -kan ik niet zeggen.” -</p> -</div> -</div> -<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK VI.</h2> -<h2 class="main">De medeminnaars.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Ongeveer een uur nadat dit gesprek had plaats gehad, begaf Dougall zich naar de Windsorclub -teneinde eenige vrienden te ontmoeten. -</p> -<p>In de groote conversatiezaal trof hij onder anderen den vice-precident, Lord William -Aberdeen, diens secretaris, Charly Brand, een jonge man, met een blozend gelaat en -groote glanzende blauwe oogen en ook Lord Cecil. -</p> -<p>Op het oogenblik maakte Dougall bij zichzelf de opmerking, dat zijne Lordschap er -in het geheel niet uitzag als een gelukkige aanstaande bruigom, en zich ook volstrekt -niet overmatig scheen in te spannen, de diamanten en daarmede hart en hand van gravin -Eleonora in zijn bezit te krijgen. -</p> -<p>Mylord hing als een zoutzak in een stoel, dicht bij een der breede ramen, welke uitzicht -gaven op de Oxfordstreet en keek tamelijk somber voor zich uit, maar klaarblijkelijk -zonder iets te zien. -</p> -<p>Hij nam er zelfs zoo goed als geen notitie van toen Dougall binnen trad, knikte hem -slechts even toe, en staarde toen weder naar het drukke gewoel in de Oxfordstreet. -</p> -<p>Maar langzaam scheen er wat beweging in zijn trekken te komen. -</p> -<p>Hij wendde zijn blikken naar Dougall en wenkte hem toe, toen de jonge man in zijn -richting keek, met een hoofdbeweging bij zich te komen. -</p> -<p>Met gemengde gevoelens bezield, trad Dougall op hem toe, en toch moest hij bij zichzelf -zeggen, dat Lord Cecil in dit geval volstrekt geen schuld kon treffen en dat deze -uitsluitend bij zijn moeder berustte. -</p> -<p>Hoewel hij hartelijk veel van gravin Eleonora hield, begreep Dougall toch aanstonds, -dat Lord Cecil, die zeker vijf jaar jonger was dan zij, hoogstwaarschijnlijk nooit -de minste aanleiding zou hebben gegeven tot het vermoeden, dat hij naar de hand van -de gravin dong. -</p> -<p>Toch begroette hij hem tamelijk koeltjes, als zijn medeminnaar, al was het er dan -een, die niet het minste succes zou hebben. -</p> -<p>Het was daar een eenzaam plekje bij het groote raam en de twee mannen konden dus ongestoord -praten. -</p> -<p>Lord Cecil noodigde Dougall met een gebaar uit, tegenover hem plaats te nemen, zocht -een oogenblik naar zijn woorden en begon toen met een kinderachtig stemgeluid: -</p> -<p>„Dougall, het verheugt mij, dat ik je even onder vier oogen kan spreken. Ik bevind -mij in een zeer moeilijk parket. In een hoogst delicaten toestand. Het valt me zeer -moeilijk er juist met jou over te spreken, maar ik kan onmogelijk een anderen uitweg -zien. Er bestaat een misverstand, mijn waarde <span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span>Dougall, waarvan ik het slachtoffer ben, en dat, ik bezweer het je, niet door mij -in het leven is geroepen, maar laat ik van te voren af beginnen. Je moet de zaak goed -kennen, alvorens mij raad te kunnen geven. Ik herhaal je nogmaals, dat het een zeer -kiesche aangelegenheid is. Maar wij zijn reeds jarenlang vrienden en ik kan niet inzien, -hoe ik aan dezen toestand op een andere wijze een einde kan maken.” -</p> -<p>„Draai er niet zoo lang omheen, amice en steek van wal,” zeide Dougall eenigszins -ongeduldig. -</p> -<p>Zijn Lordschap draaide ongedurig in zijn ruimen gemakkelijken stoel heen en weder -en begon, zijn nagels bestudeerend: -</p> -<p>„Je moet weten, dat ik sedert eenige maanden een vrij trouwe gast ben geweest in het -huis van je mama, gravin Eleonora. Aanstonds zul je wel te hooren krijgen, waarom -ik daar zoo gaarne verscheen. Daarop heb jij recht op als zoon des huizes. Ongelukkigerwijze -en op een voor mij volkomen raadselachtige wijze heeft mevrouw de gravin uit deze -herhaaldelijke bezoeken conclusies getrokken, conclusies, die voor mij zeer vleiend -zijn, maar die, ja hoe zal ik het moeten zeggen, van een verkeerd principe uitgaan, -van een onjuiste grondstelling, als ik het zoo noemen mag.” -</p> -<p>Dougall had met eenig leedwezen de wanhopige pogingen van zijne Lordschap gade geslagen, -hem zoo voorzichtig mogelijk een zaak mede te deelen, welke hem reeds bekend was. -</p> -<p>Maar thans ontfermde hij zich over den ongelukkigen Lord en zeide glimlachend, terwijl -hij hem op de magere knie klopte: „Stil maar Cecil, ik weet er alles van. Het is niet -zoo heel erg en je moogt er rond voor uitkomen. Je opinie is, dat moeder in de veronderstelling -verkeert, dat je haar gaarne tot vrouw zoudt hebben, is het niet zoo?” -</p> -<p>Lord Cecil knikte eenige malen snel achter elkander, heftig bewegend met het hoofd -en zeide toen: -</p> -<p>„Zoo is het, zoo is het. Heeft zij het je gezegd?” -</p> -<p>„Een uur geleden.” -</p> -<p>„Maar Dougall, ik kan werkelijk, ik ben niet.… het was mijn voornemen niet,” stamelde -Lord Cecil, die zich niet te wenden of te keeren wist van verlegenheid. -</p> -<p>„Ook dat weet ik, mijn waarde. Je bent heelemaal niet van plan de hand van mama te -vragen, zooals zij verkeerdelijk meent. Je plannen liggen waarschijnlijk in een geheel -andere richting.” -</p> -<p>„Je hebt het alweer geraden. Zoo is het inderdaad,” zeide Lord Cecil verheugd. „Luister -eens, Dougall, dan zal ik je het groote geheim mede deelen. Je bent in langen tijd -niet thuis geweest en je hebt dus niet kunnen waarnemen tot welk een bevallige bloem -Grace is opgegroeid, die nog haast een kind was, toen je den laatsten keer op reis -ging. Welnu, haar golden mijn bezoeken. Hoe mevrouw de gravin heeft kunnen denken, -dat.… het anders was, is mij volkomen onbegrijpelijk.” -</p> -<p>„Wel, wel, je hebt dus trouwplannen ten aanzien van de bevallige Grace?” vroeg Dougall -spottend. „Weet je wel dat ze verre van rijk is?” -</p> -<p>„Nu nog, maar wanneer ze meerderjarig is, of trouwt, wat natuurlijk daarmede gelijk -staat, ontvangt ze een zeer groot vermogen. Zooiets als zes maal honderd duizend pond -sterling!” -</p> -<p>„Hoe weet je dat?” vroeg <span class="corr" id="xd31e861" title="Bron: Douglas">Dougall</span> verbaasd. -</p> -<p>„Het is tamelijk algemeen bekend in een kleinen kring van mijn familieleden, die verre -bloedverwanten zijn van de oude Lady, welke het vermogen aan het meisje naliet!” -</p> -<p>„Dat vermogen vormt natuurlijk een groote attractie van de lieve Grace?” vroeg Dougall -op denzelfden spottenden toon. -</p> -<p>„Dat wil ik volstrekt niet beweren! Ik sta er miserabel voor. Ik heb heel wat geld -verspeeld, zwaar bij de wedrennen verloren den laatsten tijd. En ik kan dus werkelijk -alleen een zeer rijke vrouw trouwen.” -</p> -<p>„Voortreffelijk geredeneerd. Weet Grace dat het je bekend is, wat zij te wachten heeft -bij haar meerderjarigheid, of als zij trouwt?” -</p> -<p>„Neen, maar waartoe zou ik haar dat hebben gezegd?” -</p> -<p>„Zeer juist. Dat had volstrekt geen doel.” -</p> -<p>„Dat meen ik ook.” -</p> -<p>„En geloof je dat Grace gevoelig is voor de avances?” -</p> -<p>„Volkomen zeker ben ik er niet van, maar eh.… zij plaagt me vaak en dat is geloof -ik een goed teeken.” -</p> -<p>„Een bedriegelijk teeken.” -</p> -<p>„Maar wat raadt je me nu te doen, Dougall? Als man van eer kan ik toch onmogelijk -zeggen aan mevrouw de gravin, dat ze zich vergist?” -<span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span></p> -<p>„Als de nood aan den man mocht komen, dan zal ik dat wel voor je doen, Cecil,” zeide -Dougall. -</p> -<p>„Zou je dat werkelijk?” riep Lord Cecil verheugd uit. „Daarvoor zou ik je zeer dankbaar -zijn.” -</p> -<p>„Dat is volstrekt niet noodig,” hernam Dougall met een eigenaardig glimlachje. „Ik -geloof niet dat je bijzonder veel redenen hebt om dankbaar te zijn.” -</p> -<p>„Hoe zoo?” vroeg zijne Lordschap met een onnoozele uitdrukking op zijn gelaat. -</p> -<p>„Wel, je wilt toch immers met Grace Keating trouwen?” -</p> -<p>„Ja zeker, dat is mijn vast plan.” -</p> -<p>„Maar je zult aan dat plan geen gevolg kunnen geven, waarde Lord.” -</p> -<p>„Waarom niet?” -</p> -<p>„Omdat ik met haar trouw.” -</p> -<p>Lord Cecil viel weder in zijn vorige houding in zijn stoel terug en staarde den glimlachenden -Dougall met open mond aan. -</p> -<p>Toen hakkelde hij, terwijl alle kleur uit zijn gelaat geweken was: -</p> -<p>„Je maakt er toch zeker een grapje mee?” -</p> -<p>„Met dergelijke ernstige zaken spot ik als beginsel nooit.” -</p> -<p>„Maar dan zal ik genoodzaakt zijn met je te duelleeren,” riep Lord Cecil op tragischen -toon. -</p> -<p>„Dat zou ik je om verschillende redenen afraden, mijn waarde,” hernam Dougall lachend. -„Ten eerste mag je me in den grond van je hart graag lijden, ten tweede is het tweegevecht -in Engeland verboden en ten derde zou men je, indien het niet verboden was, zeer waarschijnlijk -in een betreurenswaardigen toestand van die plek der ontmoeting vervoeren, want ik -wil het niet onder stoelen of banken steken, dat ik meester ben op alle wapens en -op zestig pas afstand vijf malen van de zes een aas uit de kaart schiet en met meer -dan vijftien pas zou ik zeker geen genoegen nemen, als ik met de pistool in de vuist -tegenover een medeminnaar kwam te staan.” -</p> -<p>Deze mededeeling scheen zijne Lordschap tot nadenken te stemmen. -</p> -<p>Hij liet een verlegen zenuwachtig lachje hooren en toen scheen hij de zaak van den -practischen kant te willen opvatten. -</p> -<p>„Er is dus niets aan te doen. Je wilt me in de wielen rijden?” vroeg hij. -</p> -<p>„Die uitdrukking is niet op haar plaats, mijn goede vriend Binning. Daarvan kan geen -sprake zijn. Want Grace en ik waren het reeds vroeger met elkander eens dan vandaag.” -</p> -<p>„Maar ik heb den indruk gekregen, dat ze mij nog al graag mag lijden,” hernam Lord -Binning wanhopig. -</p> -<p>„Dan was die indruk een verkeerde,” hernam Dougall droogjes, „zij geeft volstrekt -niets om je.” -</p> -<p>„Ben je daar zeker van?” -</p> -<p>„Volmaakt zeker.” -</p> -<p>„Heeft ze jou het jawoord reeds gegeven.” -</p> -<p>„Als er niets in den weg komt, trouwen wij over twee maanden.” -</p> -<p>„Goede hemel, wat een ervaring op een dag,” kwam het jammerend over de lippen van -zijne Lordschap. -</p> -<p>„Ik erken dat het niet zeer aangenaam voor u is, mijn waarde,” kwam Dougall en nogmaals -daalde zijn krachtige hand met een harden klap op de schrale dij van Lord Binning -neder, zoodat deze met een pijnlijk gezicht zijn been terug trok. „Je moet je er echter -maar in schikken, ongetwijfeld zwemmen er in de Londensche <span lang="en">High Life</span> nog wel meer goudvischjes rond.” -</p> -<p>„Maar het was niet het geld alleen, dat verzeker ik je, Dougall. Het uiterlijk van -het jonge meisje had een grooten indruk op mij gemaakt.” -</p> -<p>„Dat wil ik graag aannemen, dat deed het ook op mij,” hernam Dougall kalm. „Ik heb -haar al lief gehad, zoover ik kan terug denken en ik heb het alleen niet goed durven -zeggen. Tijdens mijn laatste reis ben ik tot de overtuiging gekomen, dat ik zonder -haar onmogelijk zou kunnen leven en dat heb ik haar zooeven gezegd, en omdat Grace -een medelijdend hartje heeft en niet kon toezien, hoe ik om harentwege verkwijnde, -daarom heeft zij er in toegestemd, mijn vrouwtje te worden.” -</p> -<p>Zijn Lordschap slaakte een zucht, die men op straat wel had kunnen hooren en die verscheidene -leden van de club verschrikt zijn richting deden uitzien, en daarmede was de zaak -voor hem beëindigd—hij schikte zich in het onvermijdelijke. -</p> -<p>Na eenige oogenblikken zeide hij: -</p> -<p>„Dan zal ik het veld voor je moeten ruimen, Dougall. Ik ben niet zelfingenomen genoeg -om te gelooven, dat ik tegen jou den strijd zou kunnen volhouden. Maar doe mij dan -tenminste den dienst, en maak aan je mama, mevrouw de gravin duidelijk, <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>dat er werkelijk van een echtverbintenis tusschen ons niets kan komen. Deel het haar -voorzichtig mede—ik zou voor al het geld van de wereld niet willen, dat zij zich door -mij beleedigd zou achten.” -</p> -<p>„Ik beloof het je, Cecil,” zeide Dougall, terwijl hij opstond, en den ander gulhartig -de hand reikte. -</p> -<p>Een oogenblik scheen Lord Binning te aarzelen, of hij die hand wel kon aannemen, maar -toen nam hij een kloek besluit en sloeg toe. -</p> -<p>Lord Aberdeen had de beide heeren geen oogenblik uit het oog verloren, en toen zij -vertrokken waren, wendde hij zich tot zijn secretaris en zeide op zachten toon: -</p> -<p>„De zaak is gelukkig onbloedig verloopen. Aan de eer schijnt voldaan te zijn.” -</p> -<p>„Heb je dan alles kunnen hooren wat zij zeiden?” vroeg Charly Brand op verbaasden -toon. -</p> -<p>„Er is mij maar heel weinig ontgaan, mijn jongen. Ja het is een groot gemak, wanneer -men zich de kunst van lippen lezen heeft eigen gemaakt.” -</p> -<p>„Hiermede is de zaak van de diamanten voor jou waarschijnlijk geëindigd?” -</p> -<p>„Nog niet geheel en al, mijn waarde,” antwoordde Lord Aberdeen, achter wien zich reeds -vele jaren de persoon van den Gentleman-Inbreker verborg. „Ik geloof, dat ik nog niet -alle mogelijkheden heb uitgeput—en het zal spoedig genoeg blijken, of ik mij vergist -heb.” -<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">HOOFDSTUK VII.</h2> -<h2 class="main">De klap op den vuurpijl.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Het was omstreeks half vier in den middag en reeds begon de duisternis te vallen, -toen voor het prachtige heerenhuis van gravin Mac Dougall een eenvoudige huurauto -stil hield, waaruit een niet minder eenvoudig gekleed man stapte, die een oogenblik -het huis in oogenschouw nam, eenige woorden met den chauffeur wisselde, en daarop -den voortuin door ging, en de zware huisbel overhaalde. -</p> -<p>Hundsley, de buttler, opende de deur voor hem. -</p> -<p>„Wat wenscht gij, mijnheer?” vroeg hij, terwijl hij tamelijk wantrouwig naar de eenvoudige -kleeren van den bezoeker keek. -</p> -<p>„Ik wensch je meesteres te spreken. Ik kom in de bekende zaak van de juweelen. Ik -ben particulier detective, hier is mijn kaartje. Maak wat voort als ik je verzoeken -mag.” -</p> -<p>De buttler raakte zeer onder den indruk van deze bevelende woorden, want hij haastte -zich spoedig weg met het kaartje, en keerde reeds een paar minuten later terug, met -het verzoek hem te willen volgen. Mevrouw de gravin zou hem ontvangen. -</p> -<p>Gravin Eleonora ontving den detective in haar boudoir. -</p> -<p>Zij zag er tamelijk opgewonden uit, en dat was waarlijk geen wonder, want nog geen -half uur geleden had haar zoon haar zoo voorzichtig mogelijk medegedeeld, dat Lord -Binning hem verklaard had, geen kans te zien, de diamanten in zijn bezit te krijgen, -en dus maar liever afstand had gedaan van de eer, de gravin naar het altaar te mogen -leiden. -</p> -<p>De gravin wierp een blik op het kaartje, dat zij nog steeds in de hand hield en vroeg, -na den bezoeker met een enkelen blik te hebben opgenomen: -</p> -<p>„U is mijnheer Lijne?” -</p> -<p>„Die ben ik, gravin.” -</p> -<p>„De bekende detective?” -</p> -<p>„Ik vlei mij inderdaad, gravin, dat mijn naam niet geheel en al onbekend is, zoowel -in Engeland als op het vasteland.” -</p> -<p>„Zijt gij op de hoogte van de zaak der diamanten?” -</p> -<p>„Volkomen, gravin.” -</p> -<p>„Wat denkt gij er van?” -</p> -<p>„Gravin, ik wil van mijn hart geen moordkuil maken—ik moet beginnen met te verklaren, -dat ik wel eenige bewondering koester voor de wijze, waarop John Raffles u van die -kostbare steenen heeft beroofd.” -</p> -<p>„De steenen en bovendien nog twintig duizend pond, mijnheer,” riep de gravin verontwaardigd. -</p> -<p>„Dat is waar ook—die had ik bijna vergeten,” riep Lijne uit. -</p> -<p>„Denkt gij, mijnheer, dat er eenige kans bestaat, mijn juweelen terug te krijgen?” -</p> -<p>„Gravin—ik herhaal, wat ik u zooeven zeide: Ik ga recht op den man af, en daarom moet -ik u zeggen, reeds bij voorbaat, dat de kans, om uw halssnoer terug te krijgen, niet -alleen niet zeer groot is, maar daarentegen bijzonder klein.” -</p> -<p>„En toch komt gij u bij mij aanmelden?” riep de gravin ongeduldig. -</p> -<p>„Gravin, een van mijn beginselen is, dat men zelfs de geringste kans niet moet veronachtzamen! -Wie weet doen er zich wel omstandigheden voor, waarop wij van te voren niet gerekend -hadden, en die ons ondanks alles toch nog op het spoor van den brutalen Gentleman-Inbreker -brengen. Het is echter volstrekt noodig, dat ik verschillende bijzonderheden <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>uit uw mond verneem, en dat ik hier in huis een grondig onderzoek kan instellen.” -</p> -<p>„Denkt gij dan dat dat u iets zou baten, mijnheer?” hernam de gravin op ongeloovigen -toon. „Ik kan niet inzien, wat er in mijn huis nog te onderzoeken valt. Gij denkt -toch zeker niet, dat Raffles de juweelen hier ergens verborgen heeft?” -</p> -<p>„Als ik dat dacht, gravin, dan zou ik tevens moeten denken, dat zijn loopbaan teneinde -liep,” riep de detective uit. „Een onderzoek kan echter in een of ander opzicht van -groot nut zijn. Wat ik zeggen wil, is uw brandkast op dit oogenblik gevuld?” -</p> -<p>„Ik heb inderdaad veel geld in huis, mijnheer, want over een kwartier verwacht ik -mijn notaris en zaakwaarnemer, die met mij den stand van mijn vermogen moeten vaststellen. -Maar waarom doet gij mij die vraag? Dat heeft toch niets met de diamanten te maken?” -</p> -<p>„Misschien meer dan gij denkt, gravin,” hernam Lijne. „Vergeet niet, dat Raffles misschien -op de een of andere wijze tot de ontdekking komt, dat uw brandkast op dit oogenblik -goed gevuld is, en dat hij het misschien op dit oogenblik reeds weet, en dat dus de -kans niet is uitgesloten, dat hij nogmaals terug keert, teneinde een aanval op uw -geldkast te doen.” -</p> -<p>„Zou hij dat werkelijk wagen?” riep de gravin op ongeloovigen toon. -</p> -<p>„Ik geloof dat er niet veel is, gravin, dat Raffles niet waagt te ondernemen,” antwoordde -Lijne, terwijl hij zijn lichte wenkbrauwen hoog optrok. „Welnu, wij moeten deze kans -aangrijpen—misschien zouden wij hem kunnen vangen, door, zonder dat hij het merkt, -wel te verstaan, een half dozijn desnoods een dozijn politieagenten op wacht te zetten.” -</p> -<p>De detective bleef nog geruimen tijd over dit onderwerp doorpraten, terwijl de gravin -nu en dan een opmerking maakte, totdat Hundsley de komst aankondigde van de heeren -Playford, notaris en Darley, zaakwaarnemer van mevrouw de gravin, die volgens haar -verlangen gekomen waren, om eenige zaken met haar te regelen. -</p> -<p>Lijne was opgestaan en de gravin zeide: -</p> -<p>„Het spijt me, mijnheer Lijne,—thans roepen mij de gewichtige bezigheden, waarover -ik u zooeven reeds sprak. Het spreekt vanzelf, dat ik u volkomen volmacht geef, om -alles te doen, wat gij in deze zaak noodig acht, en dat ik niet op een paar honderd -pond sterling zal zien, wanneer ik er slechts in slaag, mijn juweelen te herkrijgen. -Hoor ik spoedig iets van u?” -</p> -<p>„Zeer spoedig, denk ik, gravin,” antwoordde Lijne. -</p> -<p>Hij maakte een diepe buiging, en had het volgende oogenblik het vertrek verlaten. -</p> -<p>Intusschen had Hundsley zich reeds weder naar de vestibule begeven, teneinde de beide -heeren te begeleiden naar het vertrek, naast het boudoir van de gravin gelegen, en -waar de brandkast stond opgesteld. -</p> -<p>Daar werden zij ontvangen door de gravin, die hen beiden met een paar woorden verwelkomde, -en daarop begon: -</p> -<p>„Mijne heeren—ik heb u eenmaal verzocht bij mij te komen, en nu gij er zijt, kunnen -wij gevolg geven aan mijn plan, dat gij kent, ofschoon de redenen welke er mij toe -brachten den juisten staat van mijn vermogen te leeren kennen op dit oogenblik niet -meer bestaan. Dit is echter een zaak van particulieren aard, welke u waarschijnlijk -weinig belang zal inboezemen. Neem plaats, wat ik u verzoeken mag, dan kunnen wij -dadelijk ter zake komen.” -</p> -<p>De notaris en de zaakwaarnemer gingen, na hun overgoed te hebben afgelegd, aan de -groote tafel zitten, die in het midden van het vertrek stond en begonnen bedachtzaam -de dikke portefeuilles te openen en van hun inhoud te ontdoen, die zij zorgvuldig -onder hun arm gekneld hielden, toen zij binnen kwamen. -</p> -<p>Deze bleken een groot aantal paperassen te bevatten, die allen in een of ander opzicht -in verband stonden met het vermogen van de gravin. -</p> -<p>Bovendien had Darley een paar dikke registers bij zich, die hij geopend voor zich -legde. -</p> -<p>De notaris had een hoornen lorgnet op zijn geweldig grooten neus geklemd, en begon -met kelderstem: -</p> -<p>„Met uw welnemen, gravin, zullen wij het eerst een aanvang maken met den staat van -uw onroerend vermogen. Wij hebben dan <span class="corr" id="xd31e983" title="Bron: achterenvolgens">achtereenvolgens</span> uw kasteel in Schotland. De waarde van den grond bedraagt op dit oogenblik iets meer -dan een millioen pond, die van het huis twee honderd duizend pond. Vervolgens hebben -wij uw landerijen in Wales, welke wij op dit oogenblik gevoegelijk kunnen taxeeren -<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>op een nominale waarde van—hoeveel is het ook weer, Darley?” -</p> -<p>„Anderhalf millioen pond, twee maal honderd duizend, mijnheer de notaris,” antwoordde -de zaakwaarnemer onmiddellijk. -</p> -<p>En zoo werden vervolgens alle bezittingen van de gravin opgenoemd en becijferd, en -na een half uur ongeveer waren de beide heeren tot de slotsom gekomen, dat de waarde -van de onroerende bezittingen van mevrouw de gravin ongeveer zeven millioen pond bedroegen. -</p> -<p>„Als nu gaan wij met uw welnemen, mevrouw de gravin, over tot het roerende gedeelte,” -begon notaris Playford deftig, terwijl hij een ander vak van zijn onmetelijke portefeuille -open knipte. „Het zal u natuurlijk niet onbekend zijn, dat uw roerend vermogen bij -een zestal Engelsche banken is vastgelegd, en dat het meerendeels bestaat uit voortreffelijke, -soliede effecten, spoorweg- en mijnaandeelen, en slechts voor een betrekkelijk gering -deel, iets meer dan zeven honderd duizend pond sterling uit contanten. Wij zijn echter -niet nauwkeurig op de hoogte van het vermogen, dat gij in eigen beheer houdt.” -</p> -<p>„Ik zal het u onmiddellijk kunnen zeggen, mijn waarde notaris,” hernam gravin Eleonora, -terwijl zij een sleutelbos te voorschijn haalde, en op de brandkast toetrad. -</p> -<p>Zij opende de deur, waarbij Darley haastig toeschoot om haar te helpen, en daarop -werden stapels goudgeld en bankbiljetten uit de kast gehaald en op de groote tafel -neergezet, waarop notaris Playford onmiddellijk begon met de telling. -</p> -<p>Na ongeveer tien minuten werken, en eenig gecijfer, verkondigde hij en er lag een -plechtige klank in zijn stem: -</p> -<p>„Twee en tachtig duizend, drie honderd zes en veertig pond, mevrouw.” -</p> -<p>„Ik dank u, mijnheer. Gij bespaart mij op deze wijze de moeite het geld zelf te moeten -tellen,” liet eensklaps een heldere stem zich hooren. -</p> -<p>Het gordijn, dat de communicatie-deur naar het boudoir verborg, werd snel op zijde -geschoven—en daar trad de detective Lijne het vertrek binnen. -</p> -<p>Voor een der aanwezigen van de schrik en ontsteltenis bekomen was, had de detective -met een bliksemsnelle beweging het tafelkleed aan de vier punten weggenomen, na er -de registers met een enkelen zwaai van zijn arm te hebben afgeschoven, en liet vervolgens -alles wat er op lag met de snelheid van een goochelaar verdwijnen in de tasch, welke -hij ook reeds zooeven bij zich had, en die wel speciaal voor dit doel gemaakt scheen -te zijn, zij klapte tenminste schijnbaar vanzelf open en weer dicht, nadat de buit -er in verdwenen was. -</p> -<p>Vervolgens nam de stoutmoedige indringer met een hoffelijk gebaar zijn slappen hoed -af, en zeide, na een buiging voor het verblufte en doodelijk ontstelde gezelschap -te hebben gemaakt: -</p> -<p>„Het doet mij genoegen, gravin en waarde heeren, dat gij mij niet hebt genoodzaakt, -geweld te gebruiken, want daaraan heeft John Raffles altijd een geweldig groote hekel -gehad.” -</p> -<p>Nu slaakte de gravin voor het eerst een kreet van woede en schrik. -</p> -<p>„John Raffles,” schreeuwde zij. „Dat is dus de derde keer. Maar zal niemand mij dan -van dien bandiet verlossen?” -</p> -<p>„Jawel moeder, ik zal het doen,” liet plotseling de stem van Dougall zich hooren, -die op het hooren van een vreemde stem was nader gekomen, en aanstonds vermoed had -wat er gaande was, en nu met opgeheven revolver op den drempel van de gangdeur stond. -</p> -<p>„Handen op,” beval hij met dreigende stem, „en waag het niet, u te verroeren, want -ik verzeker u dat ik zelden <span class="corr" id="xd31e1007" title="Bron: misschiet">mis schiet</span>.” -</p> -<p>John Raffles was voor alles een man van de practijk, en hij begreep wel, dat hij op -dit oogenblik aan het kortste einde trok, voorloopig tenminste. -</p> -<p>Hij stak dus langzaam zijn handen op, na de tasch voor zich op den grond te hebben -gezet. -</p> -<p>Met de revolver steeds opgeheven trad Dougall langzaam op hem toe en toen duwde hij -met den voet de tasch een weinig terzijde en buiten het bereik van Raffles. -</p> -<p>De jonge man scheen wel eens vernomen te hebben van de stoutmoedigheid van den Gentleman-Inbreker, -en hij begreep heel goed, dat hij al zijn kaarten zou vergooien, wanneer hij zich -ook maar een seconde naar de tasch zou bukken. -</p> -<p>Steeds het oog op Raffles gevestigd houdend ging hij ruggelings naar de tafel, waar -het telefoontoestel stond. -</p> -<p>Hij nam den hoorn van den haak, en toen klonk zijn stem: -<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span></p> -<p>„Scotland Yard—spoedig als ik u verzoeken mag.” -</p> -<p>Een oogenblik bleef het stil. -</p> -<p>Raffles stond nog altijd met de handen omhoog geheven, dicht bij een zware kast, die -met boeken gevuld was. -</p> -<p>Daarop klonk opnieuw de stem van Dougall in de telefoon: -</p> -<p>„Gij spreekt met Mac Dougall. Stuur onmiddellijk een zestal van uw beste agenten, -ik heb John Raffles gevangen.” -</p> -<p>„Nog niet!” klonk de stem van den Grooten Onbekende. -</p> -<p>Hij was onmerkbaar een weinig terzij geschoven. -</p> -<p>Terwijl zijn blikken snel in het rond vlogen, had hij boven op de kast, juist onder -het bereik van zijn uitgestrekte rechterhand, een fraai bewerkten bronzen olifant -zien staan. -</p> -<p>Juist op het oogenblik dat Dougall zijn vijanden te hulp had geroepen, rukte hij het -zware voorwerp van de kast en werp het met vaste hand in de richting van den jongen -man. -</p> -<p>Het zware voorwerp trof Dougall tegen den rechterarm, juist ter hoogte van den elleboog. -</p> -<p>Met een kreet van pijn liet hij de revolver vallen. -</p> -<p>Vlugger dan de gedachte was Raffles er op toegeschoten en een bliksemsnelle beweging -van zijn voet deed het wapen in den versten hoek van het vertrek vliegen. -</p> -<p>In een oogwenk had hij zijn eigen Colt getrokken en op Dougall gericht, die bleek -van woede en met gebalde vuisten machteloos tegenover hem stond. -</p> -<p>Toen begon Raffles, die geen oogenblik zijn kalmte verloren had, en na een blik op -zijn horloge te hebben geworpen: -</p> -<p>„Het zal nog wel minstens vijf minuten duren voor de politie hier is, en van dien -korten tijd wil ik even gebruik maken, om u te zeggen, dat ik volstrekt geen spijt -heb over mijn kleine indiscretie, mevrouw de gravin. Ik stond reeds geruimen tijd -achter gindsche deur en ben er dus getuige van geweest, hoe deze eerwaarde heeren -den staat van uw vermogen opmaakten. Het is reusachtig groot—en toch heb ik tot mijn -leedwezen nog nimmer kunnen constateeren dat gij er veel goede daden mee verricht. -Ik heb een klein onderzoek ingesteld, en daaruit is mij gebleken, dat uw rentmeesters -op uw bevel altijd zeer streng optreden tegen de pachters, en er nimmer rekening mede -houden, als omstandigheden buiten hun wil, zooals hagelslag of overstroomingen, hen -het betalen van de pachten zeer moeilijk maken! Eigenlijk gezegd is mij dat van u -zeer tegen gevallen. Ook bij het inteekenen op weldadigheidslijsten houdt gij u liefst, -uit verkeerd geplaatste bescheidenheid, zoover mogelijk op een afstand. Verzoeken -om onderstand van menschen, die het ten volle verdienen, dat zij geholpen zouden worden, -vinden bij u nimmer een gunstig onthaal! Kortom, gij behoort tot die rijken, in wier -handen het geld tot een doode, logge, onvruchtbare massa wordt—voor niemand tot iets -dienstig, niet eens voor u zelve. Wat ik u heb afgenomen beteekent voor u slechts -een zeer gering deel van uw groot vermogen—ik daarentegen kan er zeer veel goed mee -doen—en dat zal ik ook. Vier minuten zijn om, mevrouw de gravin, en mijne heeren—ik -zal verplicht zijn u te verlaten.” -</p> -<p>Terwijl Raffles de revolver voortdurend op Dougall gericht hield, nam hij met een -vlugge beweging de tasch met den kostbaren inhoud weder van den vloer. -</p> -<p>Wat de notaris en de zaakwaarnemer betreft—zij zaten als verwezen aan de tafel, niet -in staat, om maar een vingerlid te verroeren. -</p> -<p>De gravin was krijtwit van drift, en beefde over al haar leden—het zou slechts een -kwestie van tijd zijn, of zij zou, voor den derden keer in slechts een etmaal, opnieuw -in zwijm vallen. -</p> -<p>Met een enkelen sprong was Raffles bij de deur van de gang en nu stond hij buiten. -</p> -<p>Hij draaide den sleutel in het slot om en met een paar stappen was hij bij den hoek -van de gang verdwenen. -</p> -<p>Reeds hoorde hij achter zich een deur open rukken, waarschijnlijk die van het boudoir, -en hij begreep dat zijn voorsprong niet zeer groot was, en dat men spoedig het geheele -huis bijeen zou hebben geschreeuwd. -</p> -<p>Hij had de tasch met den buit aan een opzettelijk daartoe aangebrachten haak voor -den borst gehangen, teneinde de beide handen vrij te hebben en liet zich nu met de -vlugheid van een aap langs de trapleuning naar beneden glijden. -</p> -<p>Juist toen hij den eersten overloop bereikt had, ging er een deur open en Grace stak -verschrikt haar hoofdje naar buiten, aangelokt door het geschreeuw en de voetstappen. -<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span></p> -<p>„Mejuffrouw, gij zijt allerliefst en gij verdient het, de vrouw te worden van Dougall, -die een ferme kerel is—maar thans zijt gij mij werkelijk een weinig in den weg.” En -met zachten dwang duwde hij het meisje weder in haar kamer en deed de deur op slot -om dadelijk weer verder te snellen. -</p> -<p>Tot zijn geluk hadden de bedienden nog niets van zijn jacht bemerkt. -</p> -<p>Daardoor was het hem mogelijk de achtertrap te bereiken, deze op dezelfde vliegensvlugge -wijze af te dalen en het huis langs een zijdeur te verlaten. -</p> -<p>Op hetzelfde oogenblik kwam over het Cleveland Square een politieauto aanrazen, die -dadelijk daarna stilstond voor den hoofdingang. -</p> -<p>Raffles glimlachte. -</p> -<p>„Dat is een voortreffelijk huis, met zijn twee zij-ingangen,” bromde hij voor zich -heen. -</p> -<p>Hij stak de hand op en dadelijk kwam een huurauto aanrijden, die door niemand anders -dan door Charly Brand bestuurd werd. -</p> -<p>Raffles sprong in het voertuig, dat aanstonds in allerijl door de zijstraat weg stoof, -op hetzelfde oogenblik dat door de voordeur niet zes, maar wel twaalf agenten als -een troep krijgszuchtige Indianen het groote heerenhuis kwam binnenstormen.… -</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first">De volgende aflevering (No. 385) bevat: -</p> -<p class="xd31e1057"><b><a class="pglink xd31e43" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/67943">De Hôtelratten</a>.</b> -</p> -</div> -</div> -<p><span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span></p> -<div class="div1 advertisement"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure ad-dubec3-imgwidth"><img src="images/dubec-no-3.png" alt="Cigarettes
Dubec No. 3
Bouts d’Or
Distinction Royale 1895" width="562" height="720"></div><p> -</p> -<p class="xd31e1057">DUBEC No. 3 -</p> -<p class="xd31e1080">GOUD EN KURK -</p> -<p class="xd31e1082">BESTE 3 CTS. CIGARET -</p> -<p class="xd31e1084">GEMAAKT VAN HEERLIJKE<br> -ECHT TURKSCHE TABAK -</p> -<p class="xd31e1088">CIGARETTENFABRIEK <b>J. van KERCKHOF</b> -</p> -<p class="xd31e1093">GEVESTIGD 1885 -</p> -</div> -</div> -<div class="div1" id="toc"> -<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> -<table summary="Inhoudsopgave"> -<tr id="ch1.toc"> -<td class="tocDivNum">I. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch1">Het collier van gravin Mac Dougall.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td> -</tr> -<tr id="ch2.toc"> -<td class="tocDivNum">II. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch2">Valsche en echte diamanten.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">6</a></td> -</tr> -<tr id="ch3.toc"> -<td class="tocDivNum">III. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch3">Een onaangename ervaring.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">11</a></td> -</tr> -<tr id="ch4.toc"> -<td class="tocDivNum">IV. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch4">De jacht op den dief.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">15</a></td> -</tr> -<tr id="ch5.toc"> -<td class="tocDivNum">V. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch5">Amor en de mammon.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">20</a></td> -</tr> -<tr id="ch6.toc"> -<td class="tocDivNum">VI. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch6">De medeminnaars.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">24</a></td> -</tr> -<tr id="ch7.toc"> -<td class="tocDivNum">VII. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch7">De klap op den vuurpijl.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">28</a></td> -</tr> -</table> -</div> -<div class="transcriberNote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> -<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen -van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden -van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd31e43" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. -</p> -<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd31e43" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. -</p> -<h3 class="main">Metadata</h3> -<table class="colophonMetadata" summary="Metadata"> -<tr> -<td><b>Titel:</b></td> -<td>Lord Lister No. 384: Het diamanten Halssnoer</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/8133268/" class="seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Felix Hageman (1877–1966)</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/5168161211441040070000/" class="seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Kurt Matull (1872–1930?)</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/56770919/" class="seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Taal:</b></td> -<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td> -<td>[1921]</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Trefwoorden:</b></td> -<td>Detective and mystery stories -- Periodicals</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b></b></td> -<td>Dime novels -- Periodicals</td> -<td></td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Codering</h3> -<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het -einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel -zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van -dit boek.</p> -<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> -<ul> -<li>2022-04-29 Begonnen. -</li> -</ul> -<h3 class="main">Externe Referenties</h3> -<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links -voor u niet werken.</p> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -<th>Bewerkingsafstand</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e105">1</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e165">3</a></td> -<td class="width40 bottom">adelijken</td> -<td class="width40 bottom">adellijken</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e168">3</a></td> -<td class="width40 bottom">zweer</td> -<td class="width40 bottom">zwaar</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e178">3</a></td> -<td class="width40 bottom">slavische</td> -<td class="width40 bottom">Slavische</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e188">4</a></td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="width40 bottom">?</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e235">6</a>, <a class="pageref" href="#xd31e661">19</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e269">7</a></td> -<td class="width40 bottom">durwen</td> -<td class="width40 bottom">durven</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e289">8</a></td> -<td class="width40 bottom">clienteele</td> -<td class="width40 bottom">clientèle</td> -<td class="bottom">2 / 1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e292">8</a></td> -<td class="width40 bottom">Munchhausen</td> -<td class="width40 bottom">Münchhausen</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e306">8</a></td> -<td class="width40 bottom">paarlsnoer</td> -<td class="width40 bottom">collier</td> -<td class="bottom">7</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e309">8</a></td> -<td class="width40 bottom">echtgenoote</td> -<td class="width40 bottom">echtgenoot</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e332">9</a></td> -<td class="width40 bottom">mij</td> -<td class="width40 bottom">mijn</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e358">10</a>, <a class="pageref" href="#xd31e363">10</a></td> -<td class="width40 bottom">bankbilletten</td> -<td class="width40 bottom">bankbiljetten</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e420">12</a></td> -<td class="width40 bottom">bevenste</td> -<td class="width40 bottom">bovenste</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e431">12</a></td> -<td class="width40 bottom">autotje</td> -<td class="width40 bottom">autootje</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e486">13</a></td> -<td class="width40 bottom">juwelieren</td> -<td class="width40 bottom">juweliers</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e507">14</a></td> -<td class="width40 bottom">gistereavond</td> -<td class="width40 bottom">gisterenavond</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e518">14</a></td> -<td class="width40 bottom">Edinburg</td> -<td class="width40 bottom">Edinburgh</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e594">17</a></td> -<td class="width40 bottom">Leonora</td> -<td class="width40 bottom">Eleonora</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e607">17</a></td> -<td class="width40 bottom">mercie</td> -<td class="width40 bottom">merci</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e646">18</a></td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Verwijderd</i>] -</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e652">18</a></td> -<td class="width40 bottom">ziehier</td> -<td class="width40 bottom">zie hier</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e706">21</a></td> -<td class="width40 bottom">adelijke</td> -<td class="width40 bottom">adellijke</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e752">22</a></td> -<td class="width40 bottom">kouzen</td> -<td class="width40 bottom">kousen</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e758">22</a></td> -<td class="width40 bottom">mamatje</td> -<td class="width40 bottom">mamaatje</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e771">22</a></td> -<td class="width40 bottom">mogt</td> -<td class="width40 bottom">moogt</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e774">22</a></td> -<td class="width40 bottom">uw</td> -<td class="width40 bottom">u</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e861">25</a></td> -<td class="width40 bottom">Douglas</td> -<td class="width40 bottom">Dougall</td> -<td class="bottom">3</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e983">29</a></td> -<td class="width40 bottom">achterenvolgens</td> -<td class="width40 bottom">achtereenvolgens</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1007">30</a></td> -<td class="width40 bottom">misschiet</td> -<td class="width40 bottom">mis schiet</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -<div lang='en' xml:lang='en'> -<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 0384: HET DIAMANTEN HALSSNOER</span> ***</div> -<div style='text-align:left'> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Updated editions will replace the previous one—the old editions will -be renamed. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg™ electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG™ -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away—you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. -</div> - -<div style='margin-top:1em; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE</div> -<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE</div> -<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase “Project -Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg™ License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg™ -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg™ electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg™ electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person -or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg™ electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg™ electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg™ -electronic works. See paragraph 1.E below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the -Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg™ electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg™ mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg™ -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg™ name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg™ License when -you share it without charge with others. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg™ work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg™ License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg™ work (any work -on which the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the -phrase “Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: -</div> - -<blockquote> - <div style='display:block; margin:1em 0'> - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most - other parts of the world at no cost and with almost no restrictions - whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms - of the Project Gutenberg License included with this eBook or online - at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you - are not located in the United States, you will have to check the laws - of the country where you are located before using this eBook. - </div> -</blockquote> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.2. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase “Project -Gutenberg” associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg™ -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.3. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg™ License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg™ -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg™. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg™ License. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg™ work in a format -other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg™ website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain -Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg™ License as specified in paragraph 1.E.1. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg™ works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg™ electronic works -provided that: -</div> - -<div style='margin-left:0.7em;'> - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg™ works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg™ trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, “Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation.” - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg™ - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg™ - works. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg™ works. - </div> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg™ electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project Gutenberg™ -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the “Right -of Replacement or Refund” described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg™ trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg™ electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg™ electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg™ -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg™ work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg™ work, and (c) any -Defect you cause. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg™ -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg™’s -goals and ensuring that the Project Gutenberg™ collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg™ and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state’s laws. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation’s business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation’s website -and official page at www.gutenberg.org/contact -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without widespread -public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state -visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 5. General Information About Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg™ concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg™ eBooks with only a loose network of -volunteer support. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Most people start at our website which has the main PG search -facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This website includes information about Project Gutenberg™, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. -</div> - -</div> -</div> -</body> -</html> diff --git a/old/67955-h/images/dubec-no-3.png b/old/67955-h/images/dubec-no-3.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 2b53511..0000000 --- a/old/67955-h/images/dubec-no-3.png +++ /dev/null diff --git a/old/67955-h/images/lordlister0384-front.jpg b/old/67955-h/images/lordlister0384-front.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 0c194be..0000000 --- a/old/67955-h/images/lordlister0384-front.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/67955-h/images/p0384-01.png b/old/67955-h/images/p0384-01.png Binary files differdeleted file mode 100644 index 00d0dca..0000000 --- a/old/67955-h/images/p0384-01.png +++ /dev/null |
