summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/67955-0.txt3040
-rw-r--r--old/67955-0.zipbin50180 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/67955-h.zipbin188694 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/67955-h/67955-h.htm3830
-rw-r--r--old/67955-h/images/dubec-no-3.pngbin24505 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/67955-h/images/lordlister0384-front.jpgbin97189 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/67955-h/images/p0384-01.pngbin8298 -> 0 bytes
10 files changed, 17 insertions, 6870 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..b03cf4c
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #67955 (https://www.gutenberg.org/ebooks/67955)
diff --git a/old/67955-0.txt b/old/67955-0.txt
deleted file mode 100644
index 82ae559..0000000
--- a/old/67955-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3040 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0384: Het Diamanten
-Halssnoer, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 0384: Het Diamanten Halssnoer
-
-Authors: Kurt Matull
- Theo Blakensee
- Felix Hageman
-
-Release Date: April 30, 2022 [eBook #67955]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0384: HET
-DIAMANTEN HALSSNOER ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 384 HET DIAMANTEN HALSSNOER.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HET DIAMANTEN HALSSNOER.
-
-
-HOOFDSTUK I.
-
-HET COLLIER VAN GRAVIN MAC DOUGALL.
-
-
-Niet ver van de Kensington Gardens, en ten noorden van dit prachtige
-park, hetwelk deel uitmaakt van het wereldbefaamde Hyde Park, bevindt
-zich de Cleveland Square, waar slechts de rijkste en deftigste
-Londenaars wonen, die er allen hun eigen huizen hebben, voor zeer
-aanzienlijke kapitalen gekocht, daar de grond hier bijna even duur is
-als in het hartje van Londen.
-
-In het midden van het plein van dien naam strekt zich een vrij groot
-plantsoen uit, waar het altijd zeer stil en rustig is.
-
-Des middags ziet men er de kinderen van de rijke lieden, die aan het
-plein wonen, spelen onder de hoede van deftige nurses, Fransche
-gouvernantes en zelfs van Duitsche fräuleins.
-
-Ter rechterzijde van het plein verheft zich ongeveer in het midden een
-alleenstaand huis, hetwelk gebouwd werd tijdens het renaissance
-tijdperk, en sedert dien tijd het eigendom is van het geslacht der
-graven Dougall.
-
-Het is een trotsch, zeer groot huis, van grijze steen opgetrokken en
-aan drie zijden omgeven door een zelfs voor deze buurt zeer grooten
-tuin, terwijl een breed grasveld, doorsneden door een oprijlaan, welke
-op het marmeren terras uitloopt, het heerenhuis scheidt van den
-openbaren weg.
-
-Op het oogenblik, waarop ons verhaal een aanvang neemt, werd het huis
-bewoond door gravin Eleonora Mac Dougall, een trotsche telg voor haar
-geslacht en die zich, ondanks haar vijftig jaren, gaarne een air van
-jeugdigheid gaf, hetgeen haar moeilijk viel, daar zij zeer lang, zeer
-mager en ten overvloede, verre van mooi was.
-
-Haar echtgenoot was reeds in de eerste dagen van den wereldoorlog
-gevallen, een van haar beide zoons zocht het adellijke schoon in
-Schotland, en de tweede, een jonge man van zes en twintig jaar deed
-weinig anders dan door de geheele wereld reizen en zijn moeder zag hem
-slechts zelden, hetgeen zij slechts ten halve betreurde, want de flink
-opgeschoten Dougall, met zijn zware knevel was er niet bepaald toe
-geschikt, haar jonger te maken en booze tongen beweerden dat de gravin
-volstrekt geen tegenzin had in een tweede huwelijk, ingeval er slechts
-aannemelijke aspiranten kwamen opdagen, van adel als zij, rijk als zij
-en op wiens verleden natuurlijk niets mocht zijn aan te merken.
-
-De vijandinnen van gravin Eleonora, en zij waren talrijk, verklaarden
-onomwonden dat de bewoonster van het prachtige huis aan het Cleveland
-Square een zottin was, en haar benijdsters, die waren er nog talrijker,
-mompelden, dat er allicht een man te vinden zou zijn, zotter dan zij,
-die lust en moed zou gevoelen, de spichtige, trotsche en verre van
-aantrekkelijke dame ten huwelijk te vragen.
-
-Gravin Eleonora liet de booze tongen praten, lachte minachtend met haar
-dunne, bloedelooze lippen en gaf ondertusschen partij op partij in haar
-prachtig huis.
-
-Menigeen vroeg zich af, waartoe eigenlijk dit heerenhuis met zijn vijf
-en twintig kamers en zijn zes zalen, door de gravin als woonstee was
-uitverkoren, want zij verbleef daar slechts in gezelschap van haar
-jeugdige nicht, Miss Grace Keating, de spruit van een verarmde zijlinie
-van het grafelijk geslacht, die zij tot dame van gezelschap had
-verheven, een oude huishoudster, Miss Arabella More geheeten, en voorts
-de noodige bedienden, die onder bevel stonden van een deftigen ouden
-buttler, die reeds tientallen jaren in dienst van Mac Dougall was.
-
-De gravin had in Londen nog twee andere huizen, heel wat kleiner dan
-dit en die zeker vrij wat geriefelijker waren, maar zij had er nu
-eenmaal haar zinnen op gezet, in dit paleisachtige huis te wonen, dat
-zich in ieder geval beter leende om partijen te geven.
-
-Het seizoen was niet lang begonnen en het was in het laatst van
-November toen er weder een soiree plaats vond, door gravin Eleonora
-gegeven, waarop tal van edellieden, bekende kunstenaars,
-parlementsleden, steunpilaren van de beurs en eenige zeer rijke
-industrieelen waren uitgenoodigd.
-
-De soiree werd gegeven in een der vleugels van het groote heerenhuis,
-waarvan de eerste verdieping daghelder verlicht was.
-
-Daar bevond zich een van de groote zalen, die gemakkelijk zes honderd
-personen kon bergen en die voor dergelijke doeleinden bij uitstek
-geschikt was.
-
-Drie zware electrische kronen hingen van het rijk versierde plafond af,
-dat door niemand minder dan den beroemden Franschen kunstenaar
-Fragonard beschilderd was en zij deden de groote zaal in een zee van
-licht baden.
-
-Een drietal kleinere nevenvertrekken waren tevens bestemd om de gasten
-van gravin Mac Dougall te ontvangen en in een er van was een koud
-buffet aangericht waar men zich door een van de vier bedienden, die
-hier hadden post gevat, fijne spijzen kon laten toereiken, welke men
-staande moest nuttigen.
-
-Een paar honderd personen hadden gevolg gegeven aan de uitnoodiging van
-de gravin en daaronder waren zeer vele jongelieden, want er zou gedanst
-worden.
-
-Gravin Eleonora had wel begrepen, dat zij deze concessie moest doen,
-want zij bezat nog juist genoeg zelfkennis om in te zien, dat haar
-conversatie en haar goede keuken alleen niet voldoende zouden zijn, om
-gasten tot zich te lokken.
-
-Een strijkje van vier man, op een verhevenheid achter een fraai bewerkt
-kamerschut opgesteld, speelde bijna voortdurend sleepende walsen en
-zelfs nu en dan een Two step, hetwelk oogluikend door de gravin werd
-toegelaten, die niet voor al het goud van de wereld zou wenschen, dat
-men haar voor benepen of achterlijk hield.
-
-De gravin zelve had haar gasten bij de breede dubbele deur, die van de
-groote zaal direct uitkwam op het portaal, waarop de geweldige marmeren
-statietrap toegang gaf, begroet.
-
-Zij was gekleed in een baljapon van zeegroene zijde, tamelijk laag
-gedekoletteerd en zoo kort, dat men de fijne enkels goed kon
-bewonderen, de eenige uiterlijke schoonheid, waarop de gravin in dit
-stadium van haar leven nog kon bogen en welke zij dan ook druk
-exploiteerde.
-
-Het nog altijd blonde haar, waaruit het grijze zorgvuldig was
-verwijderd, was zeer hoog opgemaakt en dit deed haar smal gelaat nog
-langer en beenderiger schijnen.
-
-Maar voor alles werd de aandacht van den bezoeker getrokken door het
-collier van prachtige diamanten, hetwelk gravin Eleonora om den hals
-droeg.
-
-Het was een drievoudig snoer, de diamanten waren van het zuiverste
-water en de grootste, bijzonder vaak geslepen, waren niet veel kleiner
-dan een duivenei.
-
-De gravin droeg dit halssnoer slechts bij feestelijke gelegenheden en
-vrij wat gasten kenden het reeds, en wisten er de waarde van. Graaf Mac
-Dougall had er in het begin van zijn huwelijk de kapitale som van vijf
-en veertig duizend pond sterling voor moeten betalen.
-
-En sedert dien was het kostbare kleinood zeker nog in waarde
-toegenomen.
-
-Niet ver van de gravin verwijderd stond een bevallig jongmeisje, in een
-smaakvol baltoilet.
-
-Dat was Miss Grace Keating.
-
-Zij kon hoogstens twintig jaar zijn en ondanks de minder aangename
-positie welke zij in het huis bekleedde, straalden de mooie donkere
-oogen van levenslust in het ronde, blozende gezichtje, dat omgeven werd
-door een overvloed van zwart haar en glanzende krullen.
-
-Ook zij nam deel aan de begroeting en nu en dan wenkte gravin Eleonora
-haar en gaf op zachten toon een of ander bevel, hetwelk het jonge
-meisje zich haastte op te volgen.
-
-Maar ten slotte trok de gravin zich toch uit haar vooruitgeschoven
-stelling bij de deur terug en mengde zich onder haar gasten.
-
-En het duurde niet lang, of dezen zagen haar in druk en opgewekt
-gesprek met Lord Binning, een man van omstreeks vijftigjarigen
-leeftijd, die nog zeer groote zorg aan zijn uiterlijk besteedde en niet
-geschroomd had zijn haar en korte snor gitzwart te verven.
-
-Men zeide van hem, dat hij de beste kleermaker van Weenen zijn
-clandisie gunde en dat deze kunstenaar hem wist te kleeden op een
-wijze, zooals geen Londensche tailleur hem kon verbeteren.
-
-En aanstonds nam het gefluister een aanvang.
-
-En het fluisteren werd tot mompelen, toen de gravin achtereenvolgens
-twee dansen met Lord Binning danste.
-
-Het was zoo duidelijk als de dag, de gravin had den Lord reeds zoo goed
-als in haar netten en het zou niet lang duren of men zou een sierlijke
-kaart ontvangen, waarin Lord Binning kennis gaf van zijn voorgenomen
-huwelijk met gravin Eleonora Mac Dougall.
-
-Ook deed zijne Lordschap een paar dansen met Miss Grace, maar dat
-beteekende natuurlijk niets.
-
-Iedereen hier in het vertrek wist, dat Lord Binning weliswaar een
-adellijken titel had, maar weinig contanten, en dat hij leefde van de
-opbrengst van een paar landgoederen, die intusschen zwaar
-verhypothekeerd waren en waarvan hij bijna geen roede zijn eigendom kon
-noemen. En Miss Grace was arm, zij had volstrekt niets te wachten, voor
-zoover men wist, en zij was al evenmin van adel, want verarmde
-zijtakken kon men toch met den besten wil niet tot den hoogen adel
-rekenen.
-
-Lord Binning zou dus een domheid doen als hij het meisje ten huwelijk
-vroeg, en tot een domheid achtten degenen die hem goed kenden, Mylord
-niet in staat.
-
-Intusschen scheen de gravin het samenzijn van Lord Binning en haar
-nichtje met tamelijk scheele oogen aan te zien, en zij scheen deswege
-op tamelijk vinnigen toon een paar woorden tot het meisje te richten,
-dat beurtelings vuurrood en bleek werd en zich in een hoekje terug
-trok, waaruit zij echter spoedig weer werd te voorschijn gehaald door
-een knappen luitenant van de garde, die zich om alles minder bekommerde
-dan om het zure kijken van zijn gastvrouw, of door het verbod, door
-haar uitgevaardigd.
-
-Het kon echter niet ontkend worden, dat gravin Eleonora succes had met
-haar soiree. De gasten schenen zich goed te amuseeren. Het koude buffet
-was overvloedig en voortreffelijk ingericht. De vier muzikanten schenen
-onvermoeibaar en men had een uitmuntend onderwerp voor een gesprek
-gevonden, in een drietal schandalen in de groote wereld, die op dat
-oogenblik alle tongen in beweging brachten.
-
-Zoo werd het half twaalf, en reeds hadden een aantal gasten zich terug
-getrokken, die wisten, dat de gravin aan haar uiterlijk verplicht
-meende te zijn, haar gezondheid zooveel mogelijk te ontzien en dus
-nooit heel laat op bleef.
-
-Op dat oogenblik trad er een heer van middelbaren leeftijd, met een
-tamelijk ouderwetsche rok aan, maar in wiens overhemd een paar kostbare
-zwarte parels glansden, met nog koolzwart glanzend haar en een
-uiterlijk, dat duidelijk zijn Slavische afkomst verried, buigend en met
-wrangen glimlach op de lippen op de gravin toe.
-
-Het was Paul Orlow, de juwelier van het Strand.
-
-Hij was ongeveer een half uur geleden verschenen en had de eer genoten,
-eenige walstoeren met zijn grafelijke gastvrouw te mogen doen, die hem
-wel kende, daar zij vroeger wel eens iets in zijn welbekende zaak
-gekocht had en er ook nu wel eens reparaties liet verrichten.
-
-Orlow bleef voor haar stil staan, kuchte een paar maal verlegen achter
-zijn hand, als iemand die niet weet hoe te beginnen en zeide toen, na
-een snellen blik om zich heen te hebben geworpen:
-
-„Verschoon mij, mevrouw de gravin. Hebt gij wellicht eenige minuten
-voor mij?”
-
-Gravin Eleonora trok haar wenkbrauwen hoog op, als vreesde zij niet
-goed te hebben verstaan.
-
-„Ik zou niet zoo vrijpostig zijn, gravin,” vervolgde de juwelier
-haastig, „als ik niet iets zeer belangrijks en voor u zeer onaangenaams
-heb mede te deelen. Het spijt mij dat ik dit juist bij deze gelegenheid
-moet doen, maar ik durf de waarheid niet langer verborgen te houden.”
-
-„Mijn hemel Orlow, gij maakt mij aan het schrikken,” riep de gravin
-uit, nu werkelijk ontsteld door de woorden van den juwelier. „Wat kunt
-gij mij wel hebben mede te deelen. Is de ring zoek geraakt of gestolen,
-dien ik een paar dagen geleden bij u liet brengen?”
-
-„Uw ring ligt in mijn brandkast, gravin,” antwoordde Orlow zacht. „Het
-is veel erger, veel veel erger, maar ik kan het u hier niet zeggen in
-de balzaal en daarom verzocht ik u, mij in een van uw vertrekken even
-te woord te staan. Ik heb met opzet gewacht, tot de soiree bijna
-geëindigd is, want ik moest wel vreezen, gravin, dat gij, als gij mij
-zult hebben aangehoord, weinig lust zult gevoelen uw taak als gastvrouw
-voort te zetten.”
-
-Nu nam gravin Mac Dougall zonder verder een woord te spreken den
-juwelier bij een mouw van zijn rok en trok hem, zonder acht te slaan op
-haar gasten die vrij verbaasd toekeken, met zich mede, de groote zaal
-uit, dwars het portaal over en tenslotte een klein fraai vertrek
-binnen.
-
-Zij had bij het binnenkomen den schakelaar omgedraaid, sloot nu de
-deur, duwde Orlow zonder omslag in een stoel neer en zeide toen
-ongeduldig, terwijl haar dunne lippen een weinig trilden:
-
-„Zeg me nu spoedig wat ge te zeggen hebt, Orlow. Ik kan me volstrekt
-niet begrijpen wat het is, wat ge me onder vier oogen moet mededeelen.”
-
-„Het is zeer moeilijk om het u te zeggen, gravin,” begon de juwelier
-stotterend.
-
-En terwijl hij deze woorden sprak, gleden zijn blikken naar het
-diamanten halssnoer, hetwelk gravin Eleonora om haar mageren gelen hals
-droeg.
-
-En onwillekeurig gleed de zwaar beringde hand van de gravin langzaam
-naar boven en haar beenige vingers betastten zenuwachtig de kostbare
-steenen.
-
-„Wat kijkt ge naar mijn halssnoer, Orlow,” vroeg ze toen. „Alle steenen
-zijn er toch nog? Maar man spreek toch. Zie je niet dat ik op heete
-kolen zit.”
-
-„De steenen zijn er nog allen, gravin,” hernam Orlow op fluisterenden
-toon, terwijl hij schuw langs zijn gastvrouw heen keek, „maar zij zijn
-valsch.”
-
-Het was goed, dat de gravin juist voor een sofa stond, want ze knikte
-als het ware dubbel, alsof haar beenen plotseling onder haar waren weg
-geslagen, en staarde toen Orlow aan, alsof zij vreesde met een gek te
-doen te hebben.
-
-Toen herhaalde zij heesch:
-
-„Valsch. Zijt gij niet goed bij uw verstand? Durft gij beweren, dat het
-collier, dat ik vijf en twintig jaar geleden van mijn echtgenoot kreeg,
-niet echt is.”
-
-„Het collier, dat mijnheer uw echtgenoot u schonk, gravin, is zonder
-eenigen twijfel echt geweest. Ik ken het. Ik heb het herhaaldelijk
-gezien, maar de snoeren diamanten, welke gij daar om den hals draagt,
-zijn niet dezelfde. Ik had zooeven de eer, met u te mogen walsen, ik
-had alle gelegenheid het halssnoer te bewonderen en ik kon er niet aan
-twijfelen, de prachtige steenen waren vervangen door anderen, die door
-een meesterhand moeten zijn nagemaakt. Wilt gij mij veroorloven het
-snoer van wat naderbij te bezien?”
-
-Als onder den invloed van een boozen droom, maakte de gravin langzaam
-de sluiting los en overhandigde Orlow het drievoudige snoer, dat
-tintelde en schitterde in het electrische licht.
-
-De juwelier bekeek een tiental van de steenen met de grootste aandacht
-door een kleine loupe, die hem slechts zelden verliet, nam er een
-tusschen duim en wijsvinger van zijn linkerhand, en maakte met den
-diamant die in den dikken gouden ring van zijn rechterpink prijkte, een
-streepje op den steen.
-
-De kras was duidelijk zichtbaar.
-
-Zwijgend liet hij den bekrasten steen aan de gravin zien, die het snoer
-weder aannam en er als wezenloos naar staarde.
-
-Toen hernam de juwelier op een toon van beklag:
-
-„Kristal, gravin, bergkristal, uit de Jura. Een zeer harde soort, die
-ook niet heel goedkoop is, maar toch moet ik u tot mijn spijt zeggen,
-dat ik voor dit snoer, zooals het daar is, niet meer zou over hebben
-dan veertig pond sterling, en dan nog, omdat er voor ongeveer dertig
-pond goud aan zit. Hoe het mogelijk is, dat men de steenen van uw snoer
-heeft kunnen vervangen, zonder dat gij het bemerkt hebt, dat weet ik
-natuurlijk niet. Maar ik kan u niet in het onzekere laten betreffende
-het feit, dat ze zijn nagemaakt.”
-
-Nog voor Orlow geheel uitgesproken had, gleed de gravin langzaam van de
-sofa op den vloer. Zij was flauw gevallen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK II.
-
-VALSCHE EN ECHTE DIAMANTEN.
-
-
-Het was in den morgen, die volgde op het soiree van de gravin van Mac
-Dougall en omstreeks half tien, toen er een eenvoudige huurauto stil
-hield voor het hek, dat het grasperk voor het prachtige heerenhuis der
-gravin afsloot. Een ongewone verschijning voorzeker in die deftige
-buurt, waar men zelden iets anders zag dan eigen auto’s en fraaie
-equipages.
-
-Uit de auto stapte een rijzig man, smaakvol gekleed, recht als een
-kaars en met doordringende grijze oogen.
-
-Hij wisselde eenige woorden met den chauffeur, die knikte, een krant
-uit zijn zak haalde, en op zijn gemak begon te lezen, als iemand die
-eenigen tijd zou moeten wachten, en volgde daarna met snelle schreden
-het oprijpad.
-
-Hij beklom het terras, en trok aan de ouderwetsche zware koperen bel
-aan de huisdeur.
-
-Het duurde eenigen tijd voor de deur geopend werd door een bediende,
-die den bezoeker een tamelijk verbaasden blik toewierp, zijn kleederen
-taxeerde en vroeg:
-
-„Wat wenscht gij, mijnheer?”
-
-„Ik wensch mevrouw de gravin te spreken.”
-
-De bediende trok zijn wenkbrauwen hoog op en hernam, alsof hij zijn
-ooren niet vertrouwde:
-
-„Gij wilt mevrouw de gravin spreken? Om half tien in den morgen. Maar
-de gravin kan nog nauwelijks haar kamer hebben verlaten.”
-
-„Dat doet er niets toe, mijn vriend,” zeide de bezoeker bedaard. „Ik
-weet zeker dat zij me zal ontvangen, wanneer je zegt, dat ik in de zaak
-van de diamanten kom en dat ik haar dienaangaande een zeer belangrijke
-mededeeling heb te doen.”
-
-„De diamanten? Welke diamanten?” vroeg de bediende verwonderd.
-
-„Weet je er niets van?” kwam de bezoeker nu. „Nu het is ook eigenlijk
-geen zaak, die het personeel aangaat,” liet hij er op hoogen toon op
-volgen, die niet naliet indruk op den huisknecht te maken.
-
-Hij deed de deur wat verder open, liet den bezoeker in de reusachtige
-hal en zeide toen, terwijl hij een reusachtigen leunstoel vooruit
-schoof:
-
-„Ik zal in ieder geval mevrouw de gravin uw verzoek om haar te spreken
-overbrengen. Wees zoo goed om even te wachten.”
-
-De bezoeker was gaan zitten zonder nog iets te zeggen en wachtte.
-
-De bediende kwam in heel wat vlugger tempo terug, dan hij gebruikt had
-om de marmeren trap te bestijgen en hij had deze nog niet halverwege
-afgedaald, toen hij den bezoeker toeriep:
-
-„Mevrouw de gravin laat verzoeken bij haar te komen.”
-
-De bezoeker stond op, besteeg op zijn beurt de trap, waar de bediende
-hem wachtte en volgde deze totdat de man stil stond voor een hooge, wit
-gelakte deur, niet ver van het einde van de trap.
-
-Hij klopte aan en daar hij geen naam kon noemen, liet hij den bezoeker
-zwijgend passeeren. Hij sloot de deur weder achter hem.
-
-Uit een gemakkelijken stoel, dicht bij een der vensters, was gravin
-Eleonora opgestaan, gekleed in een peignoir, welke zij blijkbaar
-haastig had omgeslagen en die eigenlijk beter geschikt geweest zou zijn
-voor een vrouw in de glans van haar jeugd en schoonheid.
-
-Daar zij blijkbaar een slechten nacht had doorgebracht en
-oogenschijnlijk ook nog geen tijd had gevonden de tallooze
-schoonheidsmiddeltjes aan te wenden, waarmede zij zich placht te
-verjongen, vertoonde zij op dit oogenblik een uiterlijk, dat Lord
-Binning zeker zou hebben afgeschrikt, als hij het had kunnen zien.
-
-Zij deed een paar schreden in de richting van den bezoeker, keek hem
-met haar knipperende, sterk bijziende oogen aandachtig aan en zeide
-toen:
-
-„Gij komt hier in verband met de diamanten. Hoe is het mogelijk,
-mijnheer, hoe kunt gij weten wat er hier gisteren is voorgevallen? Ik
-had het geheim gehouden en ook Orlow verzocht er volstrekt niet over te
-spreken.”
-
-„Ik wist het niet gravin, ik vermoedde het slechts,” antwoordde de
-bezoeker glimlachend. „Ik was natuurlijk op de hoogte van uw soiree, ik
-wist dat gij daarbij uw diamanten halssnoer zoudt dragen, en ik wist
-evenzeer dat de juwelier Orlow het plan koesterde, naar uw soiree heen
-te gaan.”
-
-„Dat begrijp ik niet,” hernam de gravin met starenden blik. „Al wist
-gij dat alles, hoe kon gij dan vermoeden, dat Orlow tot de ontdekking
-zou komen, van....”
-
-„Van de valschheid uwer diamanten, gravin?” vulde de bezoeker op kalmen
-toon aan. „Ik kan mij voorstellen, dat gij u hierover verbaast, maar uw
-verwondering zal minder groot zijn, als ik u zeg, dat ik wel zeer
-nauwkeurig op de hoogte moest zijn, om de afdoende reden, dat ik de man
-ben, die uw diamanten gestolen heb.”
-
-De gravin plofte meer dan zij neerzat in een stoel, die zich onder haar
-bereik bevond en keek den bezoeker aan met een mengeling van schrik,
-ongeloof en woede.
-
-Toen herhaalde zij toonloos:
-
-„Die mijn diamanten gestolen heeft? Die ze veranderd heeft voor
-valsche? En dat durft gij mij hier in mijn eigen huis komen
-mededeelen?”
-
-„O, daar is niet zooveel moed toe noodig, gravin”, antwoordde de
-bezoeker rustig. „Gij zult wel begrijpen, dat ik mijn maatregelen heb
-genomen. Ik zie daar bijvoorbeeld een telefoontoestel staan, waarvan
-gij u zoudt kunnen bedienen, maar ik moet u zeggen, dat het weinig zou
-baten, want de draden zijn doorgeknipt. Gij hebt niet met een beginner
-of met een onhandigen sukkel te doen. Ik ben John Raffles.”
-
-De gravin schoof met den rug den stoel achteruit en geruimen tijd kon
-ze geen woord over haar lippen brengen. Toen fluisterde zij op heeschen
-toon:
-
-„John Raffles, de Gentleman-Inbreker, op wiens hoofd een prijs van twee
-duizend pond sterling is gesteld.”
-
-„Sedert vele jaren, gravin, en zonder dat Scotland Yard ooit die som
-heeft behoeven uit te betalen.” bevestigde Raffles glimlachend en met
-een kleine buiging.
-
-„Ik heb menigmaal staaltjes van uw stoutmoedigheid en weergalooze
-onbeschaamdheid gehoord, John Raffles, maar ik wist niet dat ge dit
-zoudt durven,” riep de gravin uit.
-
-„Wat valt er eigenlijk te durven, gravin?” kwam Raffles met een
-onschuldig gelaat.
-
-„Vraagt gij dat nog?” riep gravin Eleonora uit. „Al kan ik niet
-telefoneeren, denkt gij daarom dat gij ongemoeid mijn huis zult
-verlaten?”
-
-„Daar ben ik volkomen zeker van, gravin,” antwoordde Raffles op
-denzelfden bedaarden toon.
-
-„Maar ik zal schreeuwen. Ik zal het huis bij elkaar roepen. Ik zal
-drie, vier bedienden voor de huisdeur op post zetten,” riep de gravin
-woedend uit.
-
-„En dacht gij met zulke onnoozele hulpmiddeltjes een man als John
-Raffles te beletten uw huis te verlaten?” vroeg Raffles
-schouderophalend. „Ik zie wel, dat ge mij niet kent, gravin.
-Veronderstel eens, dat ik u niet verhinderde uw stem uit te zetten,
-dacht u soms, dat ik niet verre weg de meerdere zou zijn, met mijn
-revolver en.... eenige andere werktuigjes, tegen eenige ongewapende
-bedienden. Denkt gij soms, dat ik niet weet dat er wel drie andere
-uitgangen zijn, dan de voordeur en dat ik hun plaats niet zeer
-nauwkeurig ken? Lieve hemel, bij uw eerste gil zou ik reeds de trap af
-zijn en op straat staan. Kom, gravin, laten we liever rustig met
-elkander praten.”
-
-„Wat, ik zou praten met John Raffles?” riep de gravin bleek van woede
-uit.
-
-„Ik verzeker u, gravin, dat ge daardoor u zelf volstrekt niet zoudt
-vernederen,” hernam Raffles koeltjes. „Zonder iets te willen afdingen
-op uw rijkdom en uw positie in de maatschappij, kan ik u wel zeggen,
-dat nog heel andere personen van rang en aanzien met John Raffles
-hebben gesproken. Goedschiks of kwaadschiks.”
-
-Hoewel nog steeds bevend van woede en machtelooze wraakzucht nam gravin
-Eleonora op den stoel plaats en zeide op hoogen toon:
-
-„Zeg dan wat gij mij te zeggen hebt, mijnheer, ofschoon ik mij
-volstrekt niet kan voorstellen, wat gij mij wel mede te deelen kunt
-hebben. En maak het kort, wat ik u verzoeken mag.”
-
-„Ik zal het niet langer maken, gravin, dan volstrekt noodzakelijk is.
-Gij hebt het mij wel niet verzocht, maar ik zal toch zoo vrij zijn,
-plaats te nemen, want ik ben niet gewend dat men mij laat staan, zelfs
-niet ten hove.”
-
-„Ten hove,” herhaalde de gravin met een minachtend schouder ophalen.
-„Ik heb wel eens hooren verhalen van uw groote stoutmoedigheid, John
-Raffles, maar voor gij mij zoudt kunnen wijs maken, dat gij ooit een
-voet aan het hof hebt gezet, zou er heel wat moeten gebeuren.”
-
-„Gravin, ik heb hofbals bijgewoond, hier te Londen, te Madrid, en te
-Berlijn, toen daar nog keizer Wilhelm aan het bewind was. Gij moogt mij
-gelooven of niet, maar het is de waarheid. Laat ik er onmiddellijk aan
-toevoegen dat mijn bezoeken in al die gevallen vrij onaangename
-gevolgen hadden voor dezen of genen grootwaardigheidsbekleeder en
-eenmaal had ik zelfs de eer en het groote voorrecht, koning Alfons van
-Spanje onder mijn slachtoffers te mogen rekenen, bijna had ik gezegd,
-onder mijn clientèle. Wanneer mevrouw de gravin zich wellicht de
-desbetreffende verslagen in de dagbladen wil herinneren, zou zij moeten
-erkennen, dat ik geen naneef ben van baron van Münchhausen. Van
-opsnijden heb ik een ingekankerde afkeer. Nu echter ter zake, want ik
-zou bijna vreezen misbruik te maken van uw vriendelijkheid.”
-
-„Van mijn vriendelijkheid,” barstte de gravin uit. „Waagt gij het,
-mijnheer, mij voor den gek te houden? Gij schijnt te meenen, dat gij
-volkomen veilig zijt.”
-
-„Dat meen ik ook, gravin, meer nog, ik ben er zeker van. Ik behoor niet
-tot die lieden die over een nacht ijs gaan en voor ik mij kwam
-aanmelden, zoo vroeg in den morgen, heb ik mij deugdelijk overtuigd,
-dat men mij hier niet al te zeer in den weg zal loopen en ik ken alle
-trappen, gangen, vertrekken en ramen in uw huis, de balkons en de
-brandladder, de kelder zoowel als de zolder, minstens even goed en
-waarschijnlijk beter dan gij zelf. Ik had het genoegen een paar weken
-in uw dienst te zijn, jammer genoeg hebt gij mij toen wegens
-onverbeterlijke dronkenschap moeten ontslaan.”
-
-„Wat, die huisknecht, dien man dien ik een paar weken geleden in dienst
-nam,” stamelde de gravin.
-
-„Die man was ik, gravin,” zeide Raffles met een vriendelijken glimlach
-op zijn gelaat en een beleefde buiging. „Ik moest wel tot deze kleine
-list mijn toevlucht nemen, teneinde op de hoogte te komen van de beste
-wijze, de steenen van uw collier te kunnen vervangen door anderen,
-hetgeen mij een paar dagen geleden gelukt is, en nu mijn voorstel,
-gravin.”
-
-„Een voorstel,” kwam de gravin verwonderd en verontwaardigd,
-
-„Of mijn aanbod, als gij dat woord soms liever hoort.”
-
-De gravin stampvoette van drift en zeide toen tusschen de tanden:
-
-„Laat hooren.”
-
-„Gij staat dus voor het feit, gravin,” begon Raffles met de grootste
-kalmte, „dat gij uw juweelen kwijt zijt, en dat ik ze vervangen heb
-door kunstmatige. Wel ga ik er niet prat op, dat mijn steenen de
-vergelijking kunnen doorstaan met die, welke thans vervaardigd worden
-door de Nobelmaatschappij, maar ik geloof toch, dat de mijne heel
-aardig zijn, dat een man als de juwelier Orlow ze herkent, verwondert
-mij niet zeer, want hij is een bekwaam man, maar ik geloof wel te mogen
-zeggen dat niet vele leeken op de gedachten zijn gekomen, dat uw
-diamanten collier niet het collier was, hetwelk wijlen uw echtgenoot u
-schonk.”
-
-„Dat doet er niet toe, mijnheer,” riep de gravin uit. „Al zou niemand
-het kunnen zien, zelfs de bekwaamste deskundige niet, denkt gij soms,
-dat een gravin Mac Dougall met valsche diamanten wil loopen?”
-
-„Ik heb steeds het tegendeel gedacht, gravin, en juist daarom ben ik
-hier gekomen, teneinde u het voorstel te doen, uw diamanten van mij
-terug te koopen.”
-
-Raffles liet zich nonchalant achterover in zijn stoel terug vallen en
-keek de gravin glimlachend aan, die naar adem snakte en aanstalten
-scheen te maken flauw te vallen.
-
-Zij wist zich echter te beheerschen en zeide:
-
-„Gij waagt het mij het voorstel te doen, mijn eigen diamanten terug te
-koopen? Dat is wel het toppunt van onbeschaamdheid.”
-
-„Ik ontken het niet, gravin. Het is mogelijk, dat ge daarin gelijk
-hebt. Maar bedenk wel, dat mijn eigenaardig beroep meebrengt, dat ik
-poog zooveel mogelijk geld te maken van mijn kleine ondernemingen. Gij
-hebt te kiezen of te deelen. Ik zal u een redelijken prijs noemen, dien
-gij, naar ik heel goed weet, zeer gemakkelijk zoudt kunnen betalen.
-Doet gij dat niet, dan zijt gij uw juweelen voor goed kwijt, en ik zou
-desnoods jarenlang kunnen wachten, alvorens ze aan den man te brengen,
-zonder gevaar voor ontdekking, en langs wegen, welke ik tot mijn spijt
-en om begrijpelijke redenen verborgen moet houden. Betaalt gij echter
-wel den prijs, dien ik zal noemen dan komt gij weder in bezit van uw
-geliefde diamanten, waarmede gij zoo gaarne pronkt.”
-
-Raffles zweeg en wierp de gravin een scherpen onderzoekenden blik toe
-uit zijn staalgrijze doordringende oogen.
-
-Gravin Eleonora beet zich op de lippen, speelde zenuwachtig met haar
-dunnen, gouden horlogeketting en scheen aan een hevigen tweestrijd ten
-prooi te zijn tusschen haar trots en haar zuinigheid.
-
-Maar de begeerte om haar juweelen weder in bezit te hebben won het ten
-slotte.
-
-Zij hield den blik afgewend op een der groote bloemen van het
-Smymatapijt terwijl zij kortaf vroeg:
-
-„Hoeveel?”
-
-„Wat denkt u van twintig duizend pond, gravin?”
-
-Weer zette gravin Eleonora haar kleine witte tanden in haar bovenlip en
-toen antwoordde zij plotseling en vastberaden: „Het is goed. Ik zal een
-cheque voor dat bedrag schrijven.”
-
-Raffles liet een spottend lachje hooren, legde toen zijn eene been over
-het andere, perste de toppen van zijn vingers tegenover elkaar en
-zeide:
-
-„Dat dacht ik wel, ik meende reeds zooiets op uw gelaat te hebben
-gelezen. Maar gravin, gij beleedigt mij. Denkt ge soms te doen te
-hebben met een ezel, met een beginneling, met een boertje. Een cheque,
-maar ik zou immers nauwelijks de stoep af zijn, of gij zoudt reeds naar
-uw bank telefoneeren, met een vriendelijk verzoek, desnoods een half
-dozijn agenten in een hinderlaag te leggen, die mij aanstonds op het
-lijf zou vallen, zoodra ik daar mijn opwachting kwam maken om het
-bedrag te innen.”
-
-De gravin maakte een gebaar van ongeduld en drift, nu haar plan
-doorzien was en hernam:
-
-„Wat wilt gij dan?”
-
-„Contanten, gravin,” antwoordde Raffles laconiek.
-
-„Wat, twintig duizend pond in contanten?” riep de gravin opgewonden
-uit. „En denkt gij dat ik zulk een groot bedrag zoo maar in huis heb?”
-
-„Ik denk het niet alleen, gravin. Ik weet het volmaakt zeker,”
-antwoordde Raffles rustig. „Tot mijn leedwezen ben ik opnieuw
-genoodzaakt er u opmerkzaam op te maken, dat John Raffles niet de
-eerste de beste is. Ik weet heel wat af van uw geldelijke
-omstandigheden, onder andere, dat u juist gistermiddag, niet lang voor
-uw eerste gasten kwamen, uw twee rentmeesters hebt ontvangen, die u de
-opbrengst van een pacht kwamen brengen. Een zeer groot bedrag en dat
-pleit voor de ijver van uw boeren. Neen, gravin, gij kunt voor mij
-niets verborgen houden. Het geld ligt op het oogenblik in uw brandkast
-en die staat in het boudoir hiernaast.”
-
-„Maar als ik u die som betaal, wie waarborgt mij dan dat u mij de
-diamanten zult terug bezorgen?” riep gravin Eleonora uit.
-
-„Hier zijn ze, gravin,” antwoordde Raffles glimlachend.
-
-Hij had de hand in den binnenzak van zijn dikke ulster gestoken en
-haalde er nu een fraai rood marokkijnlederen etui uit, hetwelk hij
-geopend op zijn knie plaatste.
-
-Daar schitterde in oogverblindende pracht het prachtige collier van
-drie snoeren.
-
-En de gravin zelve moest erkennen, dat het valsche sieraad werkelijk
-prachtig was nagemaakt tot in de minste bijzonderheden.
-
-Zij stak haastig de beide handen naar het etui uit, maar Raffles klapte
-het bedaard weder dicht, keek de gravin recht in het gezicht en zeide:
-
-„Eerst de kleine, maar moeilijke tocht naar uw brandkast, gravin.”
-
-„Gij zult me de diamanten terug geven?”
-
-„Ik zal het genoegen hebben, gravin, ze eigenhandig in uw brandkast te
-plaatsen, naast het zwart lederen etui, dat de nagemaakte bevat.”
-
-De gravin scheen nog een oogenblik te aarzelen, maar toen begreep ze
-blijkbaar dat haar geen andere uitweg overbleef dan te betalen.
-
-Zuchtend stond zij op en dadelijk volgde Raffles haar voorbeeld.
-
-Hij volgde haar op den voet, hij liet haar geen oogenblik uit het oog,
-toen zij haar schreden naar de tusschendeur richtte, deze opende, het
-aangrenzende boudoir binnen ging en naar de brandkast liep, een
-sierlijk meubel, dat niet ver van een van de ramen tegen den muur
-stond.
-
-Raffles plaatste zich dadelijk tusschen het raam en de kast en zag
-glimlachend toe, hoe de gravin de deur van de brandkast opende en er
-een dikke stapel bankbiljetten uitnam, die in een stuk grauw papier
-gewikkeld waren.
-
-Zij deed het papier open en nam twee pakjes bankbiljetten, door een
-elastiekje bijeen gehouden. Ieder van de pakjes bevatten honderd
-biljetten van honderd pond.
-
-Raffles had intusschen het etui weder uit zijn zak gehaald, plaatste
-het in de kast en nam de beide pakjes met een buiging uit de handen van
-de gravin aan.
-
-Toen zeide hij:
-
-„Gij hebt er ongeveer vijf en zestig duizend pond sterling aan goud,
-bankpapier en effecten in uw kast, gravin, en het zou mij al zeer
-gemakkelijk vallen, mij dat alles toe te eigenen, maar ik wil niet al
-te inhalig zijn. Ik heb eenmaal mijn prijs genoemd en daarbij blijf ik.
-Misschien zijt gij er wel wat verwonderd over, dat ik niet liever het
-snoer en de diamanten afzonderlijk verkoop na eenige jaren te wachten,
-maar ik kies het zekere voor het onzekere. Niemand kan zeggen, of een
-diamant over een vijftal jaren meer waard is dan een keisteen, als de
-ontdekking van de ingenieurs der dynamietfabriek, welke ik zooeven
-noemde, werkelijk gunstige resultaten opleveren. Bovendien, twintig
-duizend pond is een goede prijs en daar mij thans niets meer hier
-houdt, gravin, heb ik het genoegen u te groeten.”
-
-En voor de gravin zelfs den tijd had gehad iets te zeggen, had Raffles
-het boudoir en de ontvangkamer reeds verlaten.
-
-De gravin had hem niet hooren loopen, zelfs geen deur hooren open gaan,
-en toch viel er met aan te twijfelen, of de stoutmoedige
-Gentleman-Inbreker was vertrokken.
-
-De gravin ijlde naar de deur van het boudoir, die op de gang uit kwam
-met het doel, dadelijk de bedienden bijeen te schreeuwen. De deur was
-gesloten.
-
-Zij begreep aanstonds, dat Raffles dit reeds gedaan moest hebben, voor
-hij binnentrad, of misschien, terwijl zij bezig was aan de kast.
-
-Zij vloog woedend naar de ontvangkamer, ijlde naar de deur. Ook deze
-was van buiten op slot gedraaid.
-
-De gravin wierp de ramen open, die op den achtertuin uitkwamen en
-schreeuwde zoo luid, dat tenslotte een bediende, die juist de
-binnenplaats overstak, verschrikt opkeek en toen haastig in het huis
-verdween.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK III.
-
-EEN ONAANGENAME ERVARING.
-
-
-Het duurde niet lang, of de gravin hoorde snelle schreden naderen.
-
-„Ben jij daar, Hundsley?”
-
-„Ja, gravin,” antwoordde de buttler. „Wat is er toch gebeurd?”
-
-„Steekt de sleutel van buiten niet op het slot?”
-
-„Ik zie niets, gravin.”
-
-De buttler rammelde aan den deurknop en vervolgde verbaasd:
-
-„Lieve hemel, de deur is op slot. Kunt u er niet uit?”
-
-„Natuurlijk kan ik er niet uit, ezel,” riep de gravin buiten zichzelf
-van woede. „Geloof je soms dat ik kans zie uit het raam te klimmen en
-langs de regenpijp naar beneden te gaan?”
-
-„Maar hoe kan dat?” hakkelde Hundsley. „Er is toch een bezoeker bij u?”
-
-„Hundsley, als je nog eens zulke krankzinnige opmerkingen maakt, stuur
-ik je morgen weg,” riep gravin Eleonora. „Laat me voorloopig maar hier,
-en tracht dien bezoeker te achterhalen, al denk ik wel, dat het niet
-zal baten. Er is al veel te veel tijd verloopen. Hij was een dief. Hij
-is er met twintig duizend pond sterling van door en stuur dan maar een
-smid om de deur open te maken, of zie dat je een anderen sleutel kunt
-krijgen.”
-
-Buiten de deur lieten zich talrijke kreten van schrik hooren en nu was
-in een oogenblik het geheele huis in rep en roer.
-
-De bedienden stoven naar alle richtingen heen, ijlden de straat op,
-schreeuwden agenten aan, ondervroegen voorbijgangers en keerden na
-slechts korten tijd onverrichterzake weder terug.
-
-Maar de bediende, die een der beide zijdeuren was uitgegaan, vond, toen
-hij door diezelfde deur weder binnentrad, een klein stukje papier, met
-een punaise tegen de deurpost bevestigd en daarop stond te lezen:
-
-„Vermoeit u niet. Ik heb een auto genomen, John Raffles.”
-
-Intusschen had de gravin haar brandkast gesloten na zich te hebben
-overtuigd, dat het valsche zoowel als het echte halssnoer zich daar
-bevonden en nu liep zij als een tijgerin in haar kooi heen en weer.
-
-Toen naderden er opnieuw schreden in de gang. Het was Hundsley die
-terug keerde met een smid en deze had na eenig probeeren spoedig het
-slot van de deur geopend.
-
-Zonder op de twee mannen acht te slaan, snelde de gravin hen voorbij,
-snelde de trap af en ging haastig op het telefoontoestel toe, hetwelk
-in de groote hal was.
-
-Het volgende oogenblik had zij zich met Scotland Yard in verbinding
-gesteld en mededeeling gedaan van hetgeen geschied was.
-
-Toen pas voelde zij haar zenuwen een weinig tot kalmte komen en kon zij
-den toestand beter overzien.
-
-Dat zij haar twintig duizend pond sterling voor goed kwijt was, daaraan
-behoefde zij zeker niet te twijfelen.
-
-Dat was een feit, waarin zij zich zou moeten schikken.
-
-Juist toen de gravin zich gereed maakte, de trap weder te bestijgen,
-werd gescheld en de huisknecht die de deur opende liet Miss Keating
-binnen, het bevallige nichtje van de gravin.
-
-Deze stond halverwege op de trap stil, wendde zich met een zuurzoeten
-glimlach tot haar nichtje en zeide:
-
-„Je kiest zonderlinge oogenblikken uit om het huis uit te loopen,
-Grace.”
-
-„Hoe zoo, tante?” vroeg het jonge meisje, verbaasd over de uitdrukking
-op het gelaat van de gravin.
-
-„O, het heeft bijna niets te beduiden. Ik ben zooeven maar voor twintig
-duizend pond sterling bestolen. Dat is alles.”
-
-„Twintig duizend pond?” riep Grace ontzet uit. „En zooeven? Op
-klaarlichten dag? Maar tante dat is....”
-
-„Ik weet wat je wilt zeggen, dat is onmogelijk. Dat had je willen
-zeggen, nietwaar? En toch is het de zuiverste waarheid.”
-
-„Maar beste tante ik kon toch niet vooruit zien. Herinnert u zich dan
-niet meer dat u mij hebt opgedragen Miss More naar den trein te
-brengen?”
-
-„Dat is waar, dat had ik vergeten,” mompelde de gravin. „Neem het mij
-maar niet kwalijk. Mijn hoofd is heelemaal in de war. Ga mede naar mijn
-kamer dan zal ik je zeggen, wat er gebeurd is.”
-
-Maar nog eenmaal zou de gravin verhinderd worden om aanstonds aan haar
-plan gevolg te geven.
-
-Want er werd nogmaals gescheld en toen de deur door den huisknecht
-geopend werd zagen de beide dames voor het terras een splinternieuwe,
-grasgroene auto staan, een sportwagentje, voor twee personen, van
-sierlijk model. En op de bovenste trede van het terras stond Lord
-Binning, buigend als een knipmes.
-
-Plotseling veranderde het gelaat van de gravin en glimlachend daalde
-zij de treden weder af om den vroegen bezoeker tegemoet te gaan.
-
-„O, maar dat is alleraardigst van u, Lord Cecil,” zeide zij met een
-gemaakt stemmetje. „Ik begrijp al wat u komt doen. U komt mij afhalen
-om met uw nieuwe auto, waarover u gisteren sprak, een tochtje te maken.
-Werkelijk charmant van u en het treft uitstekend. Gij moet weten, dat
-ik juist een zeer dringende boodschap heb in de buurt van het Strand.
-Ik moet mijn juwelier opzoeken. Lord Cecil gij zijt werkelijk een
-galant man. Kom binnen en neem plaats, wat ik u bidden mag. Ik ga mij
-aanstonds kleeden.”
-
-Bedremmeld had Binning naar deze woorden geluisterd en zijn blikken
-vlogen verlegen en schuw naar Grace, die met een guitig lachje om de
-lippen had toegeluisterd, toen hij stotterde:
-
-„De zaak is, gravin, dat ik.... ik wilde eigenlijk.”
-
-Hij keek Grace smeekend aan als verwachtte hij haar hulp en uitkomst,
-maar het jonge meisje was meedoogenloos, en zeide op spottenden toon:
-
-„Wel, het zal alleraardigst zijn in dat twee persoonswagentje, Mylord.
-Tante is dol op dergelijke ritjes. Kom tante, laat Lord Cecil niet te
-lang wachten. Ga spoedig mee en vertel mij dan wat er geschied is, want
-ik brand van nieuwsgierigheid.”
-
-En de ongelukkige Lord Binning was wel verplicht als man van de wereld
-het verzoek op te volgen en zuchtend liet hij zich neervallen op een
-van de prachtige eikenhouten banken, terwijl een van de bedienden de
-wacht hield bij het splinternieuwe autootje, dat heel iemand anders had
-moeten ontvangen dan gravin Eleonora.
-
-Mylord troostte zich echter met de gedachte, dat hij wellicht onderweg
-gelegenheid zou vinden de gravin te spreken over de plannen ten aanzien
-van haar nichtje, al ontveinsde hij zich niet dat zijn kansen voor het
-oogenblik niet bijzonder goed stonden en dat het jonge meisje geheel
-ongevoelig scheen voor zijn attenties.
-
-Met des te meer schrik echter had hij waargenomen, dat gravin Eleonora
-hem aanzag met oogen, die een zeer duidelijke taal spraken.
-
-Intusschen was de gravin met haar nicht naar het boudoir gegaan en daar
-deelde zij haar mede, wat er zooeven geschied was.
-
-Grace had verbaasd toegeluisterd en toen de gravin haar verhaal
-beëindigd had sloeg ze de kleine handen ineen en riep uit:
-
-„U hebt dus met Raffles in eigen persoon gesproken?”
-
-„Je schijnt het heel belangwekkend te vinden. Van meer belang dan de
-diefstal,” riep de gravin verontwaardigd uit.
-
-„Neem me niet kwalijk, tante,” hernam Grace beschaamd. „Het is
-natuurlijk heel erg voor u en toch moet u er niet boos om zijn, als ik
-zeg, dat ik er graag bij had willen zijn, toen u met dien brutalen
-roover sprak.”
-
-„Bij een volgende gelegenheid zal ik niet nalaten je te waarschuwen,”
-hernam gravin Eleonora schamper.
-
-„Dat ontbrak er nog aan. Ik ga aanstonds met de snoeren naar Orlow en
-dan naar de politie, ik durf het echter niet langer in huis te houden.
-Wie weet wat er verder mee geschiedt.”
-
-„En neemt u Lord Cecil mee, tante?” vroeg Grace, terwijl zij zich
-omwendde teneinde het lachje te verbergen dat om haar lippen speelde.
-
-„Ja, hij heeft mij toch gevraagd?”
-
-„Zoo, ik heb het niet gehoord, maar dat zal wel aan mij liggen,” hernam
-Grace onschuldig.
-
-Gravin Eleonora begaf zich nu haastig naar haar slaapkamer en maakte
-daar toilet.
-
-Zij trok een fraaien bontmantel aan, drukte zich een bontmuts op het
-hoofd en begaf zich toen weder naar het boudoir, teneinde de colliers
-uit de brandkast te nemen.
-
-Vervolgens draafde zij haastig de trap af en nog voor zij de vestibule
-bereikt had, riep ze uit:
-
-„Daar ben ik, Mylord. Ik hoop, dat ik u niet al te lang heb laten
-wachten.”
-
-Mylord bromde iets wat voor een beleefde ontkenning kon doorgaan en
-daarop verlieten beiden het heerenhuis, terwijl de bedienden zich
-terzijde van de deur schaarden.
-
-De gravin nam naast den Lord plaats, die zelf zijn nieuwe auto zou
-besturen en zeide:
-
-„Ik leg beslag op u, Mylord. Dat vindt ge zeker wel goed?”
-
-„Dat spreekt immers vanzelf, gravin,” antwoordde het beklagenswaardige
-slachtoffer.
-
-„Rijd mij dan eens spoedig naar Orlow, den juwelier. Ik moet hem
-spreken.”
-
-Lord Binning bracht den sportwagen in beweging en snel reed het fraaie
-voertuigje door de drukke straten van Londen om tenslotte stil te staan
-voor den juwelierswinkel van Paul Orlow.
-
-Het was een zeer fijne zaak en dat bleek reeds uit de wijze, waarop de
-etalage was ingericht.
-
-Achter een fijn geslepen spiegelruit, in dof eikenhout gevat, prijkten
-slechts weinige sieraden, maar zij waren op zeer kunstzinnige wijze ten
-toon gesteld, zonder zich op te dringen.
-
-Ook de winkel, dien men eigenlijk een met verfijnden smaak gemeubeld
-vertrek moest noemen, herinnerde op het eerste gezicht slechts weinig
-aan het beroep van zijn eigenaar.
-
-Een toonbank was er niet, maar wel een zeer fraaie lange tafel van
-Slavonisch eikenhout, ingelegd met kostbare houtsoorten, en dan waren
-er eenige zeer fraaie wandkasten met kleine, geslepen ruitjes, die
-enkele sieraden van groote waarde bevatten.
-
-Er stonden een aantal gemakkelijke stoelen en van de eikenhouten
-zoldering hing een prachtige kristallen kroon af.
-
-Een paar winkelbedienden gingen geruischloos af en aan om een paar
-klanten te bedienen.
-
-Maar hieraan stoorde gravin Eleonora zich volstrekt niet, want
-nauwelijks was zij binnen getreden of zij beval, met haar schelle,
-eenigszins kijfachtig klinkende stem:
-
-„Ik wil mijnheer Orlow spreken.”
-
-De bedienden wierpen een snellen en onderzoekenden blik op de
-bezoekster en zij schenen haar dadelijk te herkennen, want een hunner
-zeide:
-
-„Ik zal mijnheer waarschuwen, wees zoo goed plaats te nemen.”
-
-Toen de beide bezoekers een stoel hadden genomen, trad de
-winkelbediende op het telefoontoestel toe, sprak er eenige woorden in
-en zeide:
-
-„Mijnheer Orlow laat zich nog een oogenblik excuseeren. Hij is dadelijk
-tot uw beschikking.”
-
-Er verliepen nog tien minuten ongeveer en toen trad Orlow den winkel
-binnen.
-
-Hij richtte zijn schreden aanstonds naar zijn goede klant, aan wie hij
-reeds heel wat verdiend had.
-
-„Waarde Orlow, kan ik u een oogenblik onder vier oogen spreken,” vroeg
-gravin Eleonora op fluisterenden toon. „Het gaat om het diamanten
-halssnoer.”
-
-„Het geschenk van uw echtgenoot, gravin?”
-
-„Ja.”
-
-„Wees dan zoo goed, mij te volgen.”
-
-De winkelier ging de beide bezoekers voor naar een ander vertrek achter
-den winkel gelegen en daarvan gescheiden door twee schuifdeuren.
-
-Zoodra allen gezeten waren, begon de gravin, na de beide etui’s voor
-zich op tafel te hebben neergezet:
-
-„Gij gelooft toch wel, dat gij een expert zijt, nietwaar Orlow?”
-
-„Ik vlei mij met te mogen zeggen, dat er niet veel juweliers zijn,
-gravin, die met mij op een lijn kunnen worden gesteld,” antwoordde
-Orlow.
-
-„Nu dan, dan zal ik u eens op de proef stellen. Ik zal nu onder de
-tafel beide colliers uit het etui nemen. Gij kent het een zoowel als
-het ander, Orlow. Vanmorgen is mij het echte terug gebracht door den
-dief. Ik heb er twintig duizend pond voor moeten betalen en ik moet
-zeggen, dat ik verstomd stond over de merkwaardige gelijkenis. Ik zelf
-kan geen onderscheid hoegenaamd zien. Nu moet gij mij eens, en
-zònder[** accent of vlekje?] al te lang te talmen, zeggen wat het echte
-is, als ik ze tegelijk voor u neerleg, en voor ik er mede naar de
-politie ga.”
-
-De gravin was reeds naar de tafel toegeschoven en had de beide etuis op
-haar schoot gezet om ze te openen, toen Orlow met een beweging van zijn
-blanke hand vol verbazing zeide:
-
-„Een oogenblik, gravin. Gij zegt daar dingen, die mij grootelijk
-verbazen en gij schijnt mij op de hoogte te achten van zaken, die mij
-volkomen onbekend zijn. Is er iets met uw collier gebeurd?”
-
-„Wat is dat nu, Orlow,” riep de gravin uit. „Gij zijt toch wel goed
-wakker. Zijt gij het dan niet juist geweest die mij voor het eerst er
-opmerkzaam op maakte, dat mijn snoer was nagemaakt?”
-
-„Pardon, gravin, wanneer zou dat geweest moeten zijn?”
-
-„Wanneer dat geweest zou moeten zijn?” herhaalde de gravin, terwijl zij
-zenuwachtig op haar stoel verschoof en den juwelier met groote oogen
-aankeek.
-
-Zij wendde zich tot haar begeleider en riep uit:
-
-„Hoort gij dat, Lord Cecil? Hij vraagt, wanneer dat geweest zou moeten
-zijn. Hij schijnt geheel vergeten te zijn, dat hij gisteravond tot de
-gasten behoorde, die mijn soiree bezochten. Hebt gij ooit zoo iets
-gehoord? Gij hebt hem toch zelf ook gesproken en gezien, nietwaar?”
-
-„Inderdaad, gravin,” antwoordde Lord Binning, die zich nu zelf zeer
-verwonderd toonde.
-
-Maar het meest verbaasd van allen was toch wel Paul Orlow, die van den
-een naar den ander keek, en toen langzaam zeide:
-
-„Ik zou gisteren op uw soiree geweest zijn? Hoe laat ongeveer?”
-
-„Maar minstens een paar uur!” riep gravin Mac Dougall wanhopig uit.
-„Van negen tot elf uur ongeveer!”
-
-„Dat is dan wel zeer merkwaardig, gravin, want gisterenavond om elf uur
-stapte ik te Edinburgh in den nachttrein, en het is nog geen uur
-geleden, dat ik hier in mijn zaak kwam!”
-
-De indruk van deze woorden was overweldigend.
-
-De gravin liet zich achterover in haar stoel vallen, naar adem snakkend
-als een visch op het droge, terwijl zij ongearticuleerde klanken
-uitstiet, als iemand die in koortstoestand ijlt.
-
-Wat Mylord betreft die knipperde een tijdlang zeer snel met zijn
-oogleden, en trok zijn wenkbrauwen zoo hoog op, dat het niet weinig
-scheen te schelen, of zij waren onder zijn haren verdwenen.
-
-Mylord was de eerste, die weder tot zichzelf kwam, en genoeg kracht had
-om te vragen:
-
-„Gij houdt ons toch waarlijk niet voor het lapje, waarde Orlow? Alles
-wel beschouwd is de zaak toch te ernstig....”
-
-„Ik denk er niet aan, om u te bedotten, Mylord!” antwoordde Orlow
-haastig. „Twee mijner zakenvrienden, die de reis met mij maakten, en
-waarvan er een in hetzelfde slaapcompartiment met mij was, kunnen mijn
-verklaring bevestigen, en als u dat niet voldoende zou zijn, dan is er
-nog de stationskruier, die mijn bagage aannam, mijn huishoudster, die
-mij heeft zien vertrekken en terugkeeren en tenslotte de commissionair
-in diamanten te Edinburgh, die mij gisteravond naar den trein bracht.
-Ik heb wel de uitnoodiging van mevrouw de gravin ontvangen, maar op het
-laatste oogenblik kon ik er tot mijn leedwezen geen gebruik van maken,
-omdat dringende zaken mij buiten de stad riepen.”
-
-De gravin scheen nu uit haar bezwijming wakker te worden, richtte zich
-eensklaps op, alsof zij door een veer bewogen werd en schreeuwde bijna:
-
-„Als gij dan gisteren niet op mijn soiree zijt geweest wie was dan uw
-dubbelganger, dien ik voor u heb aangezien en die door alle andere
-gasten voor u werd gehouden.”
-
-Orlow trok zijn schouders hoog op en antwoordde:
-
-„Dat is meer dan ik u zeggen kan, gravin, maar het spreekt vanzelf dat
-het een bedrieger geweest moet zijn, die met een bepaald doel mijn
-uiterlijk heeft aangenomen.”
-
-Deze opmerking scheen de gravin eensklaps op een gedachte te brengen,
-die haar zeer verontrustte. Zij zette de beide etuis met de colliers op
-tafel, opende ze met bevende vingers en zeide toen op heeschen toon:
-
-„Wees zoo goed mij te zeggen, Orlow, welke van deze beide halssnoeren
-het echte is. Gij hebt het geschenk van mijn echtgenoot herhaaldelijk
-in handen gehad. Gij kent het. Wat ik u zeggen wil, hebt gij vlugzout
-bij de hand, azijn, eau de cologne. Ik geloof, dat ik er van noodig zal
-hebben.”
-
-„Mevrouw de gravin....”, stamelde Lord Binning. „Ik smeek u om bedaard
-te blijven. Het zal niets te beteekenen hebben, zooals gij zult zien”.
-
-Gravin Eleonora legde hem met een ongeduldig gebaar het zwijgen op en
-hield haar blikken gevestigd op het gelaat van den juwelier, die de
-beide colliers uit de etuis had genomen en voor zich had neergelegd.
-
-Hij stond op om een loupe te krijgen, benevens een zeer harden diamant,
-in een korte steel gevat en bestemd, om andere edele steenen te
-onderzoeken en nam toen weder zwijgend voor de tafel plaats.
-
-Hij onderzocht de diamanten met groote zorgvuldigheid, evenals het
-fijne gouddraad, dat ze aan elkander verbond, leunde toen achterover in
-zijn stoel, legde de loupe neder, keek de gravin strak aan en toen kwam
-het langzaam over zijn lippen:
-
-„Het doet mij leed om het u te moeten zeggen, gravin, maar de diamanten
-van beide snoeren zijn valsch.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK IV.
-
-DE JACHT OP DEN DIEF.
-
-
-Het was goed, dat de juwelier inderdaad eenige opwekkende middelen bij
-de hand had, want op het vernemen van deze jobstijding had de gravin
-een dramatischen gil geslaakt, en was volgens alle regelen der kunst in
-zwijm gevallen.
-
-De huishoudster van Paul Orlow kwam spoedig toesnellen, gewapend met
-verschillende fleschjes en poedertjes, men draafde met doeken en
-koudwatercompressen. Lord Binning klopte de bewustelooze in de
-handpalm, met een ijver alsof zijn leven er van af hing. Kortom de
-consternatie vierde eenige oogenblikken hoogtij in de deftige
-ontvangkamer van den juwelier.
-
-Na verloop van een kwartier ongeveer sloeg de gravin de oogen even op
-en vroeg zwakjes:
-
-„Waar ben ik. Wat is er toch met me gebeurd?”
-
-Eensklaps scheen ze tot bezinning te komen en het volgende oogenblik
-was het alsof er een woedende tijger was los gebroken, die in de
-rustige weelderige kamer een inval had gedaan.
-
-De gravin vloog op, begon het vertrek met groote stappen op en neder te
-loopen en gilde: „Scotland Yard, bel Scotland Yard op. Laten zij een
-detective sturen, vijf detectives, twintig als het noodig is. Ik wil
-mijn diamanten terug, ik moet mijn diamanten halssnoer terug hebben. O,
-die bedrieger, die schavuit, die bandiet. Mijn halssnoer is weg en
-twintig duizend pond sterling. Bel Scotland Yard op. Is het nog niet
-gebeurd. Waar wacht gij op. Zit ik hier dan tusschen kleine kinderen.
-Is het hier dan een bewaarschool. Is hier geen telefoon in huis. Ik
-loof honderd pond sterling, neen twee honderd pond sterling uit, als
-het moet zelfs drie honderd aan dengene, die den dief weet aan te
-wijzen, en mij het echte collier terug bezorgt, die krijgt.... die
-krijgt....”
-
-Zij maakte den zin niet af maar greep den onthutsten Lord plotseling
-bij zijn arm, sleepte hem met zich mee, zonder van Orlow verder notitie
-te nemen en trok hem de straat op.
-
-Bijna was zij met haar slachtoffer aangebotst tegen een leeglooper, die
-blijkbaar niet veel om handen had en die met de handen in de zakken op
-den rand van het trottoir stond.
-
-De man scheen haar deze bejeegening echter volstrekt niet kwalijk te
-nemen, maar keek haar met een eigenaardigen glimlach op het gelaat na,
-toen zij verder ijlde, steeds den Lord stevig in haar greep
-vasthoudend, en met hem in de kleine auto plaats nam....
-
-Maar Lord Binning had de auto nog nauwelijks in beweging gebracht, in
-de verste verte niet wetend, wat eigenlijk het doel van den tocht was,
-of de gravin riep uit:
-
-„Is er nu getelefoneerd?”
-
-„Ik geloof, dat ik toen wij heen gingen Orlow aan de telefoon heb zien
-staan, gravin.”
-
-„Overtuig er u dan van en rijd dan aanstonds naar huis terug wat ik u
-verzoeken mag.”
-
-En zij duwde den onthutsten Lord half en half van zijn zetel en keek
-toe, hoe hij weder den juwelierswinkel binnen ging en eenige minuten
-later weder terugkwam.
-
-„Welnu?” vroeg de gravin, toen hij in het bereik van haar stem kwam.
-
-„Orlow heeft getelefoneerd. Scotland Yard zal onmiddellijk James
-Sullivan, een van haar knapste detectives, naar uw huis zenden.”
-
-„Stap dan in Mylord en rijd me spoedig naar huis. Wat treuzelt gij
-daar.”
-
-„Neem me niet kwalijk, gravin,” kwam Lord Cecil haastig en verlegen.
-„We zullen snel rijden.”
-
-Zijn Lordschap hield woord en ongeveer een half uur later stond de
-fraaie sportauto weder stil voor het prachtige huis in Cleveland
-Square.
-
-Weer greep de gravin Mylord vast, juist alsof hij zelf de dief van de
-diamanten was geweest en trok hem met zich mede, over het oprijpad van
-den voortuin.
-
-„Mijn auto, gravin,” riep Lord Binning verschrikt.
-
-„Ik zal een van de bedienden zenden om er op te passen. Wat bekommert
-gij u om een armzalige auto als ik een diamanten halssnoer door
-diefstal verloren heb.”
-
-Reeds werd de deur voor de gravin geopend en snel gaf zij de noodige
-bevelen.
-
-Een der bedienden snelde naar buiten om bij de auto post te vatten,
-maar toen de gravin Mylord met zich mede wilde trekken, de trap op,
-viel haar oog op eenige groote reiskoffers en zware lederen
-handvaliezen, die in een hoek van de groote vestibule waren
-opgestapeld.
-
-„Wat is dat?” zoo wendde zij zich tot den buttler die eerbiedig
-terzijde was blijven staan.
-
-„De jongeheer is zooeven teruggekomen van zijn reis, gravin,”
-antwoordde Hundsley.
-
-„Wat is dat? Is Dougall terug?” riep de gravin uit. „Dat is weer juist
-iets voor hem om ons zoo te verrassen. Waar is hij nu, Hundsley?”
-
-„Op zijn kamer, gravin, om zich een weinig te verfrisschen.”
-
-„Ga naar hem toe en zeg dat ik zooeven ben thuis gekomen en dat hij me
-kan begroeten in de kleine blauwe kamer. Ik moet hem iets zeer
-belangrijks mededeelen.”
-
-En als een wervelwind trok de gravin zijne Lordschap mee en hield niet
-op voor zij de kleine blauwe kamer had bereikt, met welke naam haar
-boudoir op de tweede verdieping werd aangeduid.
-
-Daar gekomen, wees zij den Lord een stoel, nam zelf plaats en begon:
-
-„Luister, Mylord. Gij kent me nu lang genoeg om te weten, dat ik niet
-gewoon ben ergens lang om heen te draaien. Wij zullen spijkers met
-koppen slaan. Ik stel veel vertrouwen in Scotland Yard, maar minstens
-evenveel in uw schranderheid. Het is niet onopgemerkt voor mij
-gebleven, dat ge mij het hof hebt gemaakt, en ik wil u niet verzwijgen,
-dat ge mij niet onverschillig zijt. Welnu, u bezorgt mij het diamanten
-halssnoer terug en ik zal uw liefste wenschen vervullen.”
-
-Mylord was half van zijn stoel opgestaan, en keek de gravin aan met een
-uitdrukking op zijn gelaat, die haar waarschijnlijk spoedig genoeg
-ondanks haar zelfgenoegzaamheid en ijdelheid, haar schromelijke
-vergissing zou hebben doen inzien, maar die thans ongemerkt aan haar
-voorbij ging, daar al haar gedachten door haar verlies in beslag waren
-genomen.
-
-„Mevrouw de gravin....,” begon hij stamelend.
-
-Maar weer sneed gravin Eleonora hem met een ongeduldig gebaar het woord
-af en zeide:
-
-„Ja, ik weet wel, wat gij zeggen wilt. Een groote eer voor u. Het treft
-u buitengewoon en gij weet niet hoe mij te danken. Gij zijt er
-heelemaal confuus van en meer van dat moois. Laten wij liever ter zake
-te komen. Ziet gij kans, mij te helpen bij het opsporen van mijn
-diamanten.”
-
-„Geen kans hoegenaamd, gravin,” antwoordde zijne Lordschap op
-jammerenden toon.
-
-„Wat?” riep de gravin met fonkelenden blik. „Gij zoudt dus dat niet
-eens voor mij over hebben? Kunt gij uw vernuft dan niet scherpen, als
-het een vrouw betreft, welke gij zoo ondubbelzinnig hebt doen blijken
-van uw genegenheid?”
-
-„Gravin, ik verzeker u....,” begon de beklagenswaardige Lord opnieuw.
-
-„Verzeker mij alleen maar of gij genoeg voor mij over hebt, om pogingen
-te doen, mijn juweelen te hervinden.”
-
-„Natuurlijk wil ik dat zeer gaarne, gravin. Maar ik twijfel of mijn
-zwakke krachten....”
-
-„Met geld doet men veel, Mylord. Loof een hooge premie uit, mijnentwege
-duizend pond.”
-
-„Duizend pond?” riep Lord Binning verschrikt. „Dat is een buitengewoon
-groot bedrag, gravin.”
-
-„Maar dat ge toch zeker wel voor mij zoudt over hebben,” viel Eleonora
-hem in de rede. „Wilt gij helpen, ja, of neen?”
-
-„Ja, natuurlijk, gravin, van ganscher harte. Maar er is een andere
-kwestie. Een vergissing.... Hoe moet ik het noemen....”
-
-„Dat boezemt mij geen belang in, Mylord,” kwam de gravin kortaf. „De
-hoofdzaak is, dat gij mij wilt helpen. Gij kent nu den prijs voor uw
-ijver en schranderheid. Het staat aan u dien te verdienen.”
-
-Op dat oogenblik ging de deur open en er verscheen een krachtig
-gebouwde jonge man van omstreeks vijf en twintig jaar met een vroolijk
-gebruind gelaat en lachende bruine oogen op den drempel.
-
-„Daar ben ik weer eens, mama,” riep hij uit. terwijl hij op zijn moeder
-toetrad en hartelijk op de beide wangen kuste.
-
-De gravin scheen maar half gesteld te zijn op deze onverhoedsche
-terugkomst van haar volwassen telg en zeide eenigszins baloorig:
-
-„Mij dunkt, dat je wel eens had kunnen waarschuwen, Dougall. Het is
-hier toch geen hotel?”
-
-„Kom, kom, mama, u moet me nu toch wel kennen,” riep Dougall lachend
-uit. „Ik weet den eenen dag immers nooit wat ik den volgenden dag zal
-doen. Hallo Lord Cecil, hoe gaat het er mee?”
-
-Hij had Lord Binning de hand toegestoken en schudde die zoo krachtig
-dat de ander een pijnlijk gezicht trok.
-
-„Het gaat goed, Dougall, merci. Je weet zeker nog niet welk een ongeluk
-er hier in huis gebeurd is?”
-
-Dougall deed een stap achteruit en riep uit:
-
-„Een ongeluk? Er is toch hoop ik niets met Grace gebeurd?”
-
-„Met Grace?” kwam de gravin, terwijl ze met ongeduld de schouders
-ophaalde. „Wat zou er nu met Grace gebeurd kunnen zijn! Men heeft de
-juweelen van je moeder gestolen, haar diamanten halssnoer!”
-
-„Wat?” riep Dougall verschrikt uit. „Het geschenk dat papa u gaf? Het
-beroemde halssnoer?”
-
-„Ja.”
-
-„Wanneer is dat gebeurd?”
-
-„Gisteravond en vanmorgen.”
-
-„Wat is dat nu? Is er tweemaal gestolen?” riep Dougall verwonderd.
-
-„Ga zitten, mijn jongen, dan zal ik je vertellen. Je bent zoo akelig
-lang geworden. Ik kan zoo niet met je praten.”
-
-„Dat is geen wonder, mama. Als men vijf en twintig jaar is,” riep
-Dougall uit.
-
-De gravin beet zich op de lippen en zeide:
-
-„Verleden maand ben je pas vijf en twintig geworden en ga nu zitten en
-luister!”
-
-En nu deed de gravin het omstandige verhaal van de berooving, waarbij
-Lord Binning een kleine opmerking plaatste.
-
-Dougall had toegeluisterd, zonder zijn moeder een enkele maal in de
-rede te vallen en toen ze gereed was merkte hij op:
-
-„Dat is een zeer brutaal stukje. Als het een ander betrof dan juist
-mijn mama, dan zou ik bijna zeggen dat het een geniale zet is.”
-
-„Jij mag dat zoo vinden, Dougall, maar ik denk er anders over,” hernam
-de gravin op scherpen toon.
-
-„U hebt natuurlijk dadelijk de politie gewaarschuwd.”
-
-„Dat spreekt vanzelf. Ik verwacht ieder oogenblik een detective van
-Scotland Yard.”
-
-Maar Dougall schudde het hoofd en hernam op een toon van twijfel:
-
-„Als het werkelijk John Raffles is geweest die den diefstal pleegde, en
-daaraan behoeven we niet te twijfelen, dan vrees ik, mama, dat Scotland
-Yard er zeer weinig aan doen kan. Ik heb heel veel over Raffles hooren
-spreken, tot zelfs in het buitenland, in Zuid-Amerika, en uit al die
-gesprekken ben ik tot de overtuiging gekomen, dat hij een te sterke
-partij is voor de officieele politie. Hij schijnt over middelen te
-beschikken van welken omvang wij ons slechts een klein denkbeeld kunnen
-vormen en er is geen sprake van dat Scotland Yard hem met
-gelijksoortige middelen zou kunnen bestrijden.”
-
-„Als de officieele detectives ons niet kunnen helpen, dan zullen we
-particulieren in de arm nemen,” hernam de gravin met een zijdelingschen
-blik op Lord Binning, die er uit zag alsof hij niets liever zou willen
-dan afscheid nemen.
-
-„Gij kunt het natuurlijk probeeren en het spreekt ook vanzelf, dat er
-iets gedaan moet worden,” hernam Dougall, „maar ik acht het beter u
-maar dadelijk te waarschuwen, dat uw kansen om het halssnoer weder in
-bezit te krijgen al zeer laag staan. Raffles is niet de eerste de
-beste, hij heeft nooit haast en hij zal zeker de fout niet begaan van
-bijna alle andere inbrekers en dieven, die zich altijd haasten hun buit
-aan den man te brengen en juist daardoor de politie op hun spoor
-brengen en in de val loopen.”
-
-„Wij zullen wel zien,” hernam de gravin kortaf, terwijl ze opstond.
-
-Juist werd er op de deur geklopt en trad er een bediende binnen om het
-bezoek van James Sullivan aan te kondigen.
-
-Een oogenblik later trad er een krachtig gebouwd man met een schrander
-uiterlijk en grijsgroene doordringende oogen onder zwarte borstelige
-wenkbrauwen het vertrek binnen.
-
-Die man was James Sullivan, een der beste detectives van Scotland Yard,
-en een langjarig tegenstander van den Gentleman-Inbreker.
-
-Lord Binning was opgestaan en wilde van de gelegenheid gebruik maken om
-afscheid te nemen, maar de gravin hield hem met een gebaar tegen en
-zeide:
-
-„Blijf nog een oogenblik, Lord Cecil, gij hebt mij beloofd, dat ook gij
-een onderzoek zoudt instellen en het kan u wellicht van nut zijn te
-hooren, wat deze heer te zeggen heeft.”
-
-Gedwee ging zijne Lordschap weder zitten, en nadat de gravin Sullivan
-had uitgenoodigd plaats te nemen, deed zij voor de tweede maal op dien
-dag het verhaal van de diefstal.
-
-De beroemde detective had haar rustig laten uitspreken, zonder haar een
-enkele maal in de rede te vallen en bleef eenigen tijd in gedachten
-zitten, nadat zij haar verklaring had afgelegd.
-
-Toen hief hij het hoofd op en zeide:
-
-„Wij behoeven er natuurlijk niet aan te twijfelen, of Raffles is op de
-hoogte geweest van de omstandigheid dat de juwelier Orlow voor zaken op
-reis moest en dat is niet zoo verwonderlijk, want hij doet zich in
-talrijke gedaanten voor en heeft overal zijn connecties. Hij moest er
-natuurlijk wel rekening mede houden dat Orlow u wellicht zou schrijven,
-dat hij de uitnoodiging niet kon aannemen, maar niets zou hem hebben
-belet te zeggen, dat zijn zakenreis eensklaps was afgesprongen, als gij
-hem uw verbazing zoudt hebben te kennen gegeven, dat hij toch gekomen
-was. Eigenlijk is de zaak zeer eenvoudig, gravin. Wij behoeven niet
-meer naar den persoon van den dader te zoeken. Wij weten wie hij is,
-want hijzelf heeft dat gezegd. De geheele zaak komt dus hierop neer,
-dat wij John Raffles moeten grijpen, maar ik wil u niet verheelen,
-gravin, dat dit juist in de hoogste mate bezwaarlijk en misschien wel
-onmogelijk zal blijken te zijn. En zie hier, waarom. Niemand onzer
-weet, wie of John Raffles eigenlijk is. Alles wat wij weten is, dat hij
-zich in honderden gestalten te Londen beweegt, dat hij zich op
-ongelooflijk snelle wijze weet te verplaatsen, en dat het reeds eenige
-malen is voorgekomen, dat men hem des Zondags te Londen en den Maandag
-daarop te New York bevond. Wij weten, dat hij zich de sympathie heeft
-weten te veroveren van duizenden armen en gebreklijdenden, die hij
-helpt, en die niet zouden aarzelen hem voor ons te verbergen, wanneer
-wij hem mochten achtervolgen. John Raffles beschikt over een
-schranderheid en een stoutmoedigheid, zooals men het slechts weinig
-aantreft en tenslotte over rijkdommen, die inderdaad fabelachtig groot
-moeten zijn. Liever dan u met een valsche hoop te vleien, gravin,
-verklaar ik u reeds nu openhartig, al is het dan ook met groot
-leedwezen, dat het ons zeer moeilijk zal vallen, eenig spoor van
-Raffles te ontdekken.”
-
-De gravin had met alle teekenen van ongeduld naar deze toespraak
-geluisterd en barstte nu uit: „Maar waar bestaat dan eigenlijk de
-Londensche politie voor?”
-
-„Zij bestaat, gravin, om misdadigers te vangen, die men „normaal” zou
-kunnen noemen en ik geloof te mogen zeggen, dat zij die zaak niet al te
-slecht verricht, maar met tegenstanders als John Raffles is de zaak
-anders. Dien kan men met den besten wil van de wereld onmogelijk
-normaal noemen. Het is ons bekend, dat hij hier te Londen op zijn minst
-een vijftal verschillende huizen moet hebben, die hem als toevlucht
-dienen, en waar hij zich snel kan vermommen. Een paar maal zijn we er
-in geslaagd, zulk een huis uit te vinden, maar het bracht ons niet veel
-verder. Het bleek dan in het bezit te zijn van een geheimzinnig
-personage, dat men zeer zelden zag en die natuurlijk steeds een
-valschen naam droeg. Wij hielden dan zoo’n huis weken lang, soms zelfs
-maanden in het oog, in de flauwe hoop, dat Raffles er zich wel eens zou
-vertoonen en dat wij hem dan zouden kunnen arresteeren, maar hij was
-steeds slimmer dan wij, hij schijnt wel met een zesde zintuig begiftigd
-te zijn, dat hem waarschuwde en bovendien staat het vast, dat hij bijna
-alle detectives en rechercheurs in dienst van Scotland Yard van aanzien
-kent en hij heeft een zeldzaam geheugen voor gezichten. Wij probeerden
-het ook met gewone politieagenten in burgerkleeding gestoken. Raffles
-scheen ze op een mijl afstand te ruiken, en bleef buiten hun bereik.
-Het is ons zelfs wel eens gebeurd, dat hij naderhand aanwezig bleek te
-zijn geweest in een van zijn huizen, dat wij zorgvuldig bewaakten. Hij
-was er eenvoudig door een kelder en een geheimzinnige onderaardsche
-gang binnen gegaan.”
-
-„Kort en goed, mijnheer Sullivan, gij meent me alle hoop te moeten
-ontnemen, dat ik mijn diamanten halssnoer ooit zal terug zien?” riep
-gravin Eleonora toornig uit.
-
-„Het is beter dat ge dit doet, gravin, wanneer Raffles het halssnoer
-inderdaad in zijn bezit heeft,” antwoordde Sullivan. „Natuurlijk zullen
-we alles doen om zijn spoor te ontdekken, maar ik zeide u reeds, dat we
-een kostbaar richtsnoer zullen missen, omdat Raffles de diamanten
-eenvoudig in zijn brandkast zal weg sluiten en ze daar jaren lang zal
-laten om ze later desnoods stukgewijze te verkoopen. Misschien nadat
-hij er door slijpen den vorm een weinig van heeft veranderd.”
-
-„Het is goed, mijnheer,” zeide de gravin kortaf. „Ik apprecieer het
-tenminste dat gij zoo oprecht tegen mij hebt gesproken. Op mijn beurt
-wil ik thans eerlijk zijn en u mededeelen, dat ik thans niet zal
-aarzelen, een particulier detective in mijn dienst te nemen, tien als
-het moet.”
-
-Sullivan haalde opmerkzaam de schouders op en hernam glimlachend:
-
-„Waar het John Raffles betreft, gravin, kunnen wij ons van Scotland
-Yard door zulke maatregelen niet beleedigd achten. Ik wil overigens
-volstrekt niets afdoen aan de bekwaamheid van vele amateur-detectives,
-maar ik geef u de verzekering, dat zij onmogelijk meer kunnen
-verrichten dan de officieele politie. Wees nu zoo goed, mij het snoer
-nauwkeurig te beschrijven, men kan nooit weten.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK V.
-
-AMOR EN DE MAMMON.
-
-
-Het uur van de lunch was aangebroken, en Dougall verliet zijn kamer en
-daalde op het hooren van de groote gong, die in de vestibule hing,
-haastig de trappen af om zich naar de eetzaal te begeven.
-
-Maar toen hij een hoek van de gang omsloeg, had hij bijna Grace Keating
-ondersteboven geloopen, die zich met hetzelfde doel naar beneden wilde
-begeven.
-
-Het meisje slaakte een lichten kreet van schrik en vreugde, werd
-vuurrood, en stak toen den jongen schuchter de hand toe, terwijl zij
-stamelde:
-
-„Je bent dus werkelijk terug, Dougall. Ik dacht dat Hundsley mij voor
-het lapje wilde houden. Wat zie je er bruin uit. Is het nu voor lang,
-of ga je er over een week al weer uit?”
-
-De jonge man had de beide handen van Grace gegrepen, keek haar diep in
-de oogen en zei op fluisterenden toon:
-
-„Zou je liever hebben, dat ik nu maar wat thuis bleef, Grace?”
-
-Het jonge meisje boog het hoofd en antwoordde niet, maar op haar gelaat
-scheen Dougall iets te zien, dat hem groot genoegen deed, want hij
-zeide opgewekt:
-
-„Ik denk er niet aan, er weer uit te trekken, meisje. Ik geloof, dat ik
-hier iets beters te doen krijg. Ik kom nu regelrecht uit Cairo, en ik
-weet niet hoe het komt, maar de reis duurde mij ditmaal buitengewoon
-lang. Voordat ik weg ging, hadden we een tamelijk ernstig gesprek met
-elkander, weet je dat wel, en aan dat gesprek moest ik herhaaldelijk
-denken, waar ik ook rond zwierf, in Brazilië, in China, of in het
-hartje van Afrika. Er is nu een jaar sinds dien verloopen en nu vraag
-ik je nog eens, Grace, houdt je nog een beetje van me?”
-
-In plaats van te antwoorden, verborg het jonge meisje haar hoofdje aan
-zijn borst en knikte eenige malen snel achter elkaar zonder op te zien.
-
-Maar met een onderdrukten juichkreet tilde Dougall haar lief gezichtje
-bij de kin op, keek haar diep in de oogen en drukte toen het zachtjes
-tegenstribbelende meisje een kus op de lippen.
-
-Toen echter rukte Grace zich los en zeide op bestraffenden toon:
-
-„Je moet je schamen, Dougall. Hier op de gang. Als er eens een bediende
-aankwam.”
-
-„Welnu, die zullen het toch gauw genoeg te hooren krijgen,” riep
-Dougall overmoedig uit. „Ik denk er nu geen gras over te laten groeien.
-Wij trouwen heel gauw, kleintje.”
-
-Grace werd nog rooder en zeide toen op guitigen toon:
-
-„Misschien is het goed, dat je je wat haast. Er zijn kapers op de
-kust.”
-
-„Wat zeg je daar?” riep Dougall verontwaardigd. „Heeft iemand het
-durven wagen, je van liefde te spreken?”
-
-„Wel niet direct, Dougall, maar een vrouw ziet scherp in dergelijke
-dingen. Er is iemand, die mij ook heel graag tot vrouw zou willen
-maken.”
-
-„Noem den naam van dien aterling en ik zal hem met eigen handen
-vermoorden,” riep Dougall op theatralen toon.
-
-„Neen, ik zeg je niet wie het is, dat moet je zelf maar uitvinden,”
-riep Grace plagend. „Ik wil je schranderheid eens op de proef stellen,
-maar vergis je vooral niet hoor, daar zouden groote ongelukken van
-kunnen komen.”
-
-„Nu, ik geloof dat het goed is, dat ik hier ben en dat ik juist
-bijtijds ben terug gekeerd,” riep Dougall glimlachend.
-
-„Je had geen week moeten weg blijven, of het ongeluk was gebeurd,” riep
-Grace op plagenden toon. „Kom, ik zal je een klein eindje op weg
-helpen. Die heer in kwestie is van adel en vanmorgen wilde hij me komen
-afhalen in zijn splinternieuwe auto.”
-
-„En? Je bent niet meegegaan?” riep Dougall verheugd uit, terwijl hij
-opnieuw de hand van het jonge meisje drukte. „Je hebt dus een groote
-hekel aan hem?”
-
-„O, neen, heelemaal niet. De zaak is, tante was me voor, en ging met
-hem mee uit rijden.”
-
-„Wat is dat nu? Is mama uit rijden gegaan met een pretendent naar jouw
-hand?”
-
-„Zoo is het.”
-
-„En vond die adellijke heer dat goed? Nam hij genoegen met dien ruil?”
-
-„Dat is meer dan ik je zeggen kan, Dougall, en al kon ik het zeggen dan
-zou ik het nog niet doen.”
-
-„Nu, ik denk wel, dat ik aan jouw aanwijzingen genoeg heb om spoedig
-uit te vinden, welke schelm jou aan mij heeft willen ontfutselen.”
-
-Op dat oogenblik werden er naderende voetstappen gehoord en haastig
-namen de geliefden met een kushand afscheid van elkaar, om elkander
-spoedig daarna in de eetzaal terug te vinden.
-
-Gravin Eleonora was daar reeds aanwezig, en Dougall had nu spoedig
-ontdekt, dat zijn moeder zich in een zeer zenuwachtigen toestand
-bevond.
-
-Toch sprak zij gedurenden den lunch weinig meer over den diefstal.
-
-Wel deelde zij terloops mede, dat zij dien middag een conferentie zou
-hebben met haar zaakwaarnemer en haar notaris. Zij stond er op, den
-omvang van haar vermogen, zooals het nu was, nauwkeurig te laten
-vaststellen.
-
-Terwijl de gravin dat zei, had zij haar zoon een schuwen blik
-toegeworpen, maar Dougall vond de zaak blijkbaar van weinig belang en
-sloeg er in het geheel geen acht op.
-
-Zoodra de buttler, die het kleine gezin met een der knechts had
-bediend, en deze het vertrek verlaten had, zeide de gravin Eleonora
-haastig en op gedempten loon, zonder de oogen te durven opslaan tot
-haar zoon:
-
-„Dougall, ik moet je vanmiddag noodzakelijk spreken. Liefst zoo spoedig
-mogelijk. Het is een zaak van belang. Een hoogst ernstige
-aangelegenheid.”
-
-„Ik ben tot uw dienst, mama, er schijnt haast bij te zijn.”
-
-„Groote haast. Heb je vanmiddag iets te doen?”
-
-„Niets, wat ik niet gemakkelijk ter wille van mijn moeder kan
-uitstellen,” zeide Dougall op hartelijken toon.
-
-„Dan wacht ik je in mijn boudoir over een kwartier.”
-
-En reeds was de gravin opgestaan en had met haastige schreden het
-vertrek verlaten.
-
-Dougall keek haar vragend na en zag toen Grace vragend aan.
-
-„Wat is er met mama,” vroeg hij toen, „wat doet zij vreemd.”
-
-„Dat is niet zoo erg te verwonderen, Dougall. Jij zoudt waarschijnlijk
-ook niet normaal zijn, als men je een diamanten halssnoer ter waarde
-van veertig duizend pond ontstal.”
-
-Maar Dougall haalde de schouders op en zeide met de lichtzinnigheid der
-jeugd:
-
-„Wat zou mij dat raken, als ik zoo schatrijk was als mama, die een
-notaris en een zaakwaarnemer noodig heeft om den omvang van haar
-vermogen te laten vaststellen. Ik ben benieuwd wat ze mij te zeggen
-heeft.”
-
-„Misschien heeft tante wel een passende vrouw voor je uitgezocht,
-Dougall,” antwoordde Grace met een ondeugend glimlachje. „Passender
-voor je dan ik ben, want ik ben maar arm, dat weet je.”
-
-„Dat is nog niet zoo zeker.” kwam Dougall. „Ik heb den notaris van mama
-wel eens hooren zeggen, dat je bij je meerderjarigheid recht hebt op
-een groot kapitaal van een verren bloedverwant. Ik zeg je dat in
-vertrouwen, en omdat je naderhand niet zult kunnen zeggen, dat ik dit,
-ofschoon ik het wist, verzwegen heb.”
-
-„Ik wist er niets van Dougall, maar in ieder geval zul je altijd zeer
-veel rijker blijven.”
-
-„Dat doet er immers niets toe, kleintje,” hernam Dougall, terwijl hij
-liefkoozend over haar hand streek, die zij hem over het tafellaken had
-toegestoken. „Wat heeft geld er nu mee te maken. Al kon ik beschikken
-over alle schatten der aarde, en al was jij maar een klein arm
-geitenhoedstertje, ik zou jou en niemand anders tot vrouw willen
-hebben.”
-
-Dougall stond op, liep om de tafel heen, trok Grace van haar stoel en
-aan zijn borst en de volgende tien minuten waren gewijd aan het
-spelletje, dat reeds eeuwen oud is, zoo oud als de wereld zelf en dat
-toch nog steeds dezelfde aantrekkelijkheid schijnt te behouden voor
-degenen, die er zich mede vermaken.
-
-Er werd echter een plotseling einde gemaakt door het binnen treden van
-Hundsley.
-
-De geliefden stoven snel uit elkander, maar de oude buttler had ze alle
-vijf goed bij mekaar, zooals hij steeds met trots van zichzelf placht
-te verzekeren en hij had ook goede oogen in het hoofd.
-
-Maar hij was even bescheiden als vlug van begrip en daarom kuchte hij
-maar eens zachtjes voor zich heen, deed alsof hij volstrekt niets
-bemerkte van de verwarring van de beide jongelieden, die het eensklaps
-zeer druk hadden met het pellen van een paar amandelen, welke zij van
-een vruchtenschaal hadden genomen.
-
-Maar toen de oude getrouwe weder in het bediendenvertrek terug was,
-keek hij de keukenmeid, die zeker ook al sedert twintig jaar in dienst
-van de familie was, met een slimme uitdrukking in zijn oogen aan en
-zeide op geheimzinnigen toon:
-
-„Ik geloof, dat de jongeheer voorloopig wel niet meer op reis zal gaan,
-tenminste niet meer alleen.”
-
-„Wat, zou hij mevrouw de gravin meenemen?”
-
-„Neen, uilskuiken, een jonge man neemt nooit zijn moeder mee om op zijn
-huwelijksreis te gaan.”
-
-En voor de bedaagde keukenprinses van haar verwondering was bekomen,
-had Hundsley het vertrek al weer verlaten.
-
-Dougall had zich intusschen naar het vertrek van zijn moeder begeven,
-die hem daar reeds wachtte, gekleed in een costuum, die haar een
-jeugdig uiterlijk moest geven.
-
-Zij begroette haar zoon met een zenuwachtig lachje, liet hem naast zich
-op de breede rustbank neerzitten en begon:
-
-„Luister eens, Dougall. Ik moet ernstig met je praten.”
-
-Dougall lachte, met een blik op de witzijden blouse en den korten rok,
-die de fijne zijden ajour-bewerkte kousen vrij liet en de lage
-goudlederen schoentjes.
-
-„Neen, Dougall, spot niet, het is werkelijk ernstig,” hernam gravin
-Eleonora. „Je weet dat ik niet gewend ben, lang ergens omheen te
-draaien, en daarom val ik met de deur in huis. Ik wil je mededeelen,
-Dougall, dat er in onze familie wellicht binnenkort groote
-gebeurtenissen op komst zullen zijn. Ik moet aan de toekomst denken. Ik
-ben volstrekt niet oud, al heb ik een zoon van vier en twintig
-jaar....”
-
-„Vijf en twintig, mamaatje.”
-
-„Nu ja, dat ben je pas een maand. En je hoeft het niet zoo voortdurend
-aan de groote klok te hangen. In ieder geval gevoel ik mij nog zeer
-jong, en.... kortom.... ik moet rekening houden met de mogelijkheid dat
-er een pretendent zal komen opdagen naar de hand van Grace, en wanneer
-jij dan weer veel gaat reizen, dan blijf ik alleen, heelemaal alleen,
-in dit groote huis, en dat zal ik niet kunnen verdragen.”
-
-Dougall had verbaasd toegeluisterd, nog steeds niet begrijpend, waar
-zijn moeder heen wilde. Maar zij maakte aan alle onzekerheid plotseling
-een einde, door op vasten toon te zeggen:
-
-„Ik wil hertrouwen, Dougall.”
-
-De uitroep van verbazing, welke haar zoon slaakte was niet zeer vleiend
-voor de gravin, maar zij sloeg er geen acht op en vervolgde:
-
-„Ik ben heel gelukkig geweest met je vader. Ik zal hem altijd met
-liefde herdenken, maar hij is nu reeds bijna zeven jaren dood en ook
-het leven stelt zijn eischen.”
-
-„Het is dus ernst, mama?” stotterde Dougall.
-
-„Waarom zou het mij geen ernst zijn?” riep gravin Eleonora geprikkeld
-uit. „Acht je me soms al te oud?”
-
-„Maar moeder, dat moogt gij niet zeggen. Ik dacht alleen maar, ik
-meende.... in ieder geval is het een zaak, waarover gij wel eens lang
-en ernstig moogt nadenken. Ik zou er natuurlijk niet aan denken, u het
-recht te ontzeggen, te doen wat gij noodzakelijk acht voor uw
-levensgeluk, maar ik zou het vreeselijk vinden, als het later misschien
-zou blijken, dat gij.... u vergiste.”
-
-„In welk opzicht zou ik mij kunnen vergissen,” vroeg de gravin
-koeltjes. „Ik weet, dat er een man is, een man van adel, die naar mijn
-hand dingt, op wie volstrekt geen aanmerking te maken is, en die mij
-tot Lady zou maken.”
-
-„Een Lord dus,” riep Dougall uit, thans met verbazing in zijn stem.
-
-„Ja, een Lord.”
-
-„Zijn naam?”
-
-„Lord Cecil Binning.”
-
-Dougall liet zich achterover tegen den muur vallen, waartegen de
-rustbank geplaatst stond, in de eerste oogenblikken te verbaasd om te
-spreken.
-
-Toen kwam het langzaam over zijn lippen:
-
-„Lord Binning, Lord Cecil, is lid van de Windsorclub.”
-
-„Dezelfde. Ken je hem intiem?”
-
-„Dat niet. Ik ken hem echter genoeg om te durven zeggen, dat er
-inderdaad weinig op hem valt aan te merken, en dat ik hem voor de rest
-als een sukkel en als niet overmatig verstandig beschouw.”
-
-„Ik dank je voor je meening over je aanstaanden stiefvader,” zeide de
-gravin op scherpen toon.
-
-„Moeder, het is immers beter, dat u precies weet hoe ik over Binning
-denk,” zeide Dougall hoofdschuddend. „Maar is het u bekend, dat Lord
-Cecil nog geen vijf en veertig jaar is.”
-
-„Dat is mij onverschillig. Ik ben maar een jaar ouder.”
-
-Dougall hield te veel van zijn dwaze moeder, om te zeggen dat hij zeer
-goed wist hoe oud ze werkelijk was en hij vergenoegde er zich mede, de
-vraag te stellen:
-
-„Hij heeft dus uw hand gevraagd?”
-
-„Dat niet, maar ik ken zijn plannen.”
-
-„Mag ik dan vragen, moeder, op welke wijze gij die plannen hebt
-ontdekt,” vroeg Dougall, die maar al te goed de zelfingenomenheid en de
-ijdelheid van zijn moeder kende.
-
-„Denk je dat een vrouw dat niet spoedig merkt? Hij kwam in den laatsten
-tijd opvallend veel aan huis. Hij bracht dikwijls bloemen mee. Hij kwam
-vaak in mijn loge als ik daar met Grace was. Hij kon mij vaak op zulk
-een eigenaardige wijze aanzien en er dan over klagen, dat hij nog
-altijd jonggezel was. En nog vandaag heeft hij mij uitgenoodigd een
-autoritje met hem te maken.”
-
-Plotseling doorflitste Dougall een gedachte.
-
-„In een splinternieuwe auto?” vroeg hij ademloos, terwijl hij zich
-voorover boog, om zijn moeder met gespannen aandacht aan te zien.
-
-„Ja, in zijn pas gekochte renauto.”
-
-Een oogenblik dacht Dougall er over, zijn ontspanning lucht te geven
-door een lachbui, maar toen bedacht hij zich. In ieder geval kon deze
-noodlottige vergissing voor zijn moeder een bittere teleurstelling
-blijken.
-
-Dat zij Lord Cecil lief had achtte hij weliswaar volkomen
-buitengesloten, maar voor een vrouw, die klaarblijkelijk zoo vurig
-terugverlangde naar den huwelijksstaat moest het een ontgoocheling
-zijn, als zij haar plannen op die wijze in duigen zag vallen.
-
-Het was Dougall een oogenblik duidelijk, dat zijn moeder zich vergist
-moest hebben in het ware doel van de herhaaldelijke bezoeken van Cecil,
-die blijkbaar Grace golden.
-
-Hij wachtte zich er echter voor zijn meening kenbaar te maken en zeide
-alleen op ernstigen toon:
-
-„Lieve moeder, ik zal de laatste zijn, om mij te verzetten tegen uw
-trouwplannen, wanneer gij daardoor werkelijk gelukkig kunt worden, maar
-ik smeek u, u goed te overtuigen, of Lord Cecil werkelijk de aangewezen
-man is, om aan uw zijde te leven. Het zou noodlottig zijn, als deze
-verbintenis naderhand een vergissing zou blijken.”
-
-„Daarvoor behoef je niet te vreezen. Ik wil niet zeggen, dat ik als een
-bakvisch verliefd ben op Lord Cecil, maar ik acht hem hoog, al is hij
-dan volgens jou een sukkel. En hij is in ieder geval van den oudsten en
-besten adel.”
-
-„Maar totaal berooid, moeder.”
-
-„Dat doet er volstrekt niets toe. Ik ben rijk genoeg en ik weet zeker,
-dat het hem niet om mijn geld te doen is.”
-
-„Dat hoop ik,” zeide Dougall droogjes. „Hebt gij mij nog iets te
-zeggen, moeder?”
-
-„Alleen nog dit. Ik heb Lord Cecil hedenmorgen de toezegging gedaan,
-dat ik hem mijn hand zou schenken, wanneer hij er in zou slagen, mij
-mijn diamanten collier terug te bezorgen. Ik weet zeker, dat hem dat
-zal aansporen, zijn uiterste best te doen, om mijn steenen terug te
-vinden.”
-
-„Dus wanneer hij er niet in slaagt de diamanten terug te vinden....”
-riep Dougall opgewonden uit.
-
-Eigenlijk gezegd, had de gravin zich nimmer bezig gehouden met deze
-mogelijkheid en daarom klemde zij de lippen op elkaar, speelde
-zenuwachtig met haar horlogeketting en antwoordde eindelijk ongeduldig:
-
-„Hij zal ze wel weten op te sporen en als hij er niet in slaagt, dan,
-wel dan zal ik er toch nog eens over denken, of ik den goeden wil voor
-de daad zal nemen.”
-
-Dougall was opgestaan en vatte de hand van zijn moeder.
-
-Zijn stem had een warmen klank, toen hij zeide:
-
-„Ik hoop van ganscher harte, moeder, dat dit alles tot iets goeds moge
-leiden. Meer kan ik niet zeggen.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VI.
-
-DE MEDEMINNAARS.
-
-
-Ongeveer een uur nadat dit gesprek had plaats gehad, begaf Dougall zich
-naar de Windsorclub teneinde eenige vrienden te ontmoeten.
-
-In de groote conversatiezaal trof hij onder anderen den vice-precident,
-Lord William Aberdeen, diens secretaris, Charly Brand, een jonge man,
-met een blozend gelaat en groote glanzende blauwe oogen en ook Lord
-Cecil.
-
-Op het oogenblik maakte Dougall bij zichzelf de opmerking, dat zijne
-Lordschap er in het geheel niet uitzag als een gelukkige aanstaande
-bruigom, en zich ook volstrekt niet overmatig scheen in te spannen, de
-diamanten en daarmede hart en hand van gravin Eleonora in zijn bezit te
-krijgen.
-
-Mylord hing als een zoutzak in een stoel, dicht bij een der breede
-ramen, welke uitzicht gaven op de Oxfordstreet en keek tamelijk somber
-voor zich uit, maar klaarblijkelijk zonder iets te zien.
-
-Hij nam er zelfs zoo goed als geen notitie van toen Dougall binnen
-trad, knikte hem slechts even toe, en staarde toen weder naar het
-drukke gewoel in de Oxfordstreet.
-
-Maar langzaam scheen er wat beweging in zijn trekken te komen.
-
-Hij wendde zijn blikken naar Dougall en wenkte hem toe, toen de jonge
-man in zijn richting keek, met een hoofdbeweging bij zich te komen.
-
-Met gemengde gevoelens bezield, trad Dougall op hem toe, en toch moest
-hij bij zichzelf zeggen, dat Lord Cecil in dit geval volstrekt geen
-schuld kon treffen en dat deze uitsluitend bij zijn moeder berustte.
-
-Hoewel hij hartelijk veel van gravin Eleonora hield, begreep Dougall
-toch aanstonds, dat Lord Cecil, die zeker vijf jaar jonger was dan zij,
-hoogstwaarschijnlijk nooit de minste aanleiding zou hebben gegeven tot
-het vermoeden, dat hij naar de hand van de gravin dong.
-
-Toch begroette hij hem tamelijk koeltjes, als zijn medeminnaar, al was
-het er dan een, die niet het minste succes zou hebben.
-
-Het was daar een eenzaam plekje bij het groote raam en de twee mannen
-konden dus ongestoord praten.
-
-Lord Cecil noodigde Dougall met een gebaar uit, tegenover hem plaats te
-nemen, zocht een oogenblik naar zijn woorden en begon toen met een
-kinderachtig stemgeluid:
-
-„Dougall, het verheugt mij, dat ik je even onder vier oogen kan
-spreken. Ik bevind mij in een zeer moeilijk parket. In een hoogst
-delicaten toestand. Het valt me zeer moeilijk er juist met jou over te
-spreken, maar ik kan onmogelijk een anderen uitweg zien. Er bestaat een
-misverstand, mijn waarde Dougall, waarvan ik het slachtoffer ben, en
-dat, ik bezweer het je, niet door mij in het leven is geroepen, maar
-laat ik van te voren af beginnen. Je moet de zaak goed kennen, alvorens
-mij raad te kunnen geven. Ik herhaal je nogmaals, dat het een zeer
-kiesche aangelegenheid is. Maar wij zijn reeds jarenlang vrienden en ik
-kan niet inzien, hoe ik aan dezen toestand op een andere wijze een
-einde kan maken.”
-
-„Draai er niet zoo lang omheen, amice en steek van wal,” zeide Dougall
-eenigszins ongeduldig.
-
-Zijn Lordschap draaide ongedurig in zijn ruimen gemakkelijken stoel
-heen en weder en begon, zijn nagels bestudeerend:
-
-„Je moet weten, dat ik sedert eenige maanden een vrij trouwe gast ben
-geweest in het huis van je mama, gravin Eleonora. Aanstonds zul je wel
-te hooren krijgen, waarom ik daar zoo gaarne verscheen. Daarop heb jij
-recht op als zoon des huizes. Ongelukkigerwijze en op een voor mij
-volkomen raadselachtige wijze heeft mevrouw de gravin uit deze
-herhaaldelijke bezoeken conclusies getrokken, conclusies, die voor mij
-zeer vleiend zijn, maar die, ja hoe zal ik het moeten zeggen, van een
-verkeerd principe uitgaan, van een onjuiste grondstelling, als ik het
-zoo noemen mag.”
-
-Dougall had met eenig leedwezen de wanhopige pogingen van zijne
-Lordschap gade geslagen, hem zoo voorzichtig mogelijk een zaak mede te
-deelen, welke hem reeds bekend was.
-
-Maar thans ontfermde hij zich over den ongelukkigen Lord en zeide
-glimlachend, terwijl hij hem op de magere knie klopte: „Stil maar
-Cecil, ik weet er alles van. Het is niet zoo heel erg en je moogt er
-rond voor uitkomen. Je opinie is, dat moeder in de veronderstelling
-verkeert, dat je haar gaarne tot vrouw zoudt hebben, is het niet zoo?”
-
-Lord Cecil knikte eenige malen snel achter elkander, heftig bewegend
-met het hoofd en zeide toen:
-
-„Zoo is het, zoo is het. Heeft zij het je gezegd?”
-
-„Een uur geleden.”
-
-„Maar Dougall, ik kan werkelijk, ik ben niet.... het was mijn voornemen
-niet,” stamelde Lord Cecil, die zich niet te wenden of te keeren wist
-van verlegenheid.
-
-„Ook dat weet ik, mijn waarde. Je bent heelemaal niet van plan de hand
-van mama te vragen, zooals zij verkeerdelijk meent. Je plannen liggen
-waarschijnlijk in een geheel andere richting.”
-
-„Je hebt het alweer geraden. Zoo is het inderdaad,” zeide Lord Cecil
-verheugd. „Luister eens, Dougall, dan zal ik je het groote geheim mede
-deelen. Je bent in langen tijd niet thuis geweest en je hebt dus niet
-kunnen waarnemen tot welk een bevallige bloem Grace is opgegroeid, die
-nog haast een kind was, toen je den laatsten keer op reis ging. Welnu,
-haar golden mijn bezoeken. Hoe mevrouw de gravin heeft kunnen denken,
-dat.... het anders was, is mij volkomen onbegrijpelijk.”
-
-„Wel, wel, je hebt dus trouwplannen ten aanzien van de bevallige
-Grace?” vroeg Dougall spottend. „Weet je wel dat ze verre van rijk is?”
-
-„Nu nog, maar wanneer ze meerderjarig is, of trouwt, wat natuurlijk
-daarmede gelijk staat, ontvangt ze een zeer groot vermogen. Zooiets als
-zes maal honderd duizend pond sterling!”
-
-„Hoe weet je dat?” vroeg Dougall verbaasd.
-
-„Het is tamelijk algemeen bekend in een kleinen kring van mijn
-familieleden, die verre bloedverwanten zijn van de oude Lady, welke het
-vermogen aan het meisje naliet!”
-
-„Dat vermogen vormt natuurlijk een groote attractie van de lieve
-Grace?” vroeg Dougall op denzelfden spottenden toon.
-
-„Dat wil ik volstrekt niet beweren! Ik sta er miserabel voor. Ik heb
-heel wat geld verspeeld, zwaar bij de wedrennen verloren den laatsten
-tijd. En ik kan dus werkelijk alleen een zeer rijke vrouw trouwen.”
-
-„Voortreffelijk geredeneerd. Weet Grace dat het je bekend is, wat zij
-te wachten heeft bij haar meerderjarigheid, of als zij trouwt?”
-
-„Neen, maar waartoe zou ik haar dat hebben gezegd?”
-
-„Zeer juist. Dat had volstrekt geen doel.”
-
-„Dat meen ik ook.”
-
-„En geloof je dat Grace gevoelig is voor de avances?”
-
-„Volkomen zeker ben ik er niet van, maar eh.... zij plaagt me vaak en
-dat is geloof ik een goed teeken.”
-
-„Een bedriegelijk teeken.”
-
-„Maar wat raadt je me nu te doen, Dougall? Als man van eer kan ik toch
-onmogelijk zeggen aan mevrouw de gravin, dat ze zich vergist?”
-
-„Als de nood aan den man mocht komen, dan zal ik dat wel voor je doen,
-Cecil,” zeide Dougall.
-
-„Zou je dat werkelijk?” riep Lord Cecil verheugd uit. „Daarvoor zou ik
-je zeer dankbaar zijn.”
-
-„Dat is volstrekt niet noodig,” hernam Dougall met een eigenaardig
-glimlachje. „Ik geloof niet dat je bijzonder veel redenen hebt om
-dankbaar te zijn.”
-
-„Hoe zoo?” vroeg zijne Lordschap met een onnoozele uitdrukking op zijn
-gelaat.
-
-„Wel, je wilt toch immers met Grace Keating trouwen?”
-
-„Ja zeker, dat is mijn vast plan.”
-
-„Maar je zult aan dat plan geen gevolg kunnen geven, waarde Lord.”
-
-„Waarom niet?”
-
-„Omdat ik met haar trouw.”
-
-Lord Cecil viel weder in zijn vorige houding in zijn stoel terug en
-staarde den glimlachenden Dougall met open mond aan.
-
-Toen hakkelde hij, terwijl alle kleur uit zijn gelaat geweken was:
-
-„Je maakt er toch zeker een grapje mee?”
-
-„Met dergelijke ernstige zaken spot ik als beginsel nooit.”
-
-„Maar dan zal ik genoodzaakt zijn met je te duelleeren,” riep Lord
-Cecil op tragischen toon.
-
-„Dat zou ik je om verschillende redenen afraden, mijn waarde,” hernam
-Dougall lachend. „Ten eerste mag je me in den grond van je hart graag
-lijden, ten tweede is het tweegevecht in Engeland verboden en ten derde
-zou men je, indien het niet verboden was, zeer waarschijnlijk in een
-betreurenswaardigen toestand van die plek der ontmoeting vervoeren,
-want ik wil het niet onder stoelen of banken steken, dat ik meester ben
-op alle wapens en op zestig pas afstand vijf malen van de zes een aas
-uit de kaart schiet en met meer dan vijftien pas zou ik zeker geen
-genoegen nemen, als ik met de pistool in de vuist tegenover een
-medeminnaar kwam te staan.”
-
-Deze mededeeling scheen zijne Lordschap tot nadenken te stemmen.
-
-Hij liet een verlegen zenuwachtig lachje hooren en toen scheen hij de
-zaak van den practischen kant te willen opvatten.
-
-„Er is dus niets aan te doen. Je wilt me in de wielen rijden?” vroeg
-hij.
-
-„Die uitdrukking is niet op haar plaats, mijn goede vriend Binning.
-Daarvan kan geen sprake zijn. Want Grace en ik waren het reeds vroeger
-met elkander eens dan vandaag.”
-
-„Maar ik heb den indruk gekregen, dat ze mij nog al graag mag lijden,”
-hernam Lord Binning wanhopig.
-
-„Dan was die indruk een verkeerde,” hernam Dougall droogjes, „zij geeft
-volstrekt niets om je.”
-
-„Ben je daar zeker van?”
-
-„Volmaakt zeker.”
-
-„Heeft ze jou het jawoord reeds gegeven.”
-
-„Als er niets in den weg komt, trouwen wij over twee maanden.”
-
-„Goede hemel, wat een ervaring op een dag,” kwam het jammerend over de
-lippen van zijne Lordschap.
-
-„Ik erken dat het niet zeer aangenaam voor u is, mijn waarde,” kwam
-Dougall en nogmaals daalde zijn krachtige hand met een harden klap op
-de schrale dij van Lord Binning neder, zoodat deze met een pijnlijk
-gezicht zijn been terug trok. „Je moet je er echter maar in schikken,
-ongetwijfeld zwemmen er in de Londensche High Life nog wel meer
-goudvischjes rond.”
-
-„Maar het was niet het geld alleen, dat verzeker ik je, Dougall. Het
-uiterlijk van het jonge meisje had een grooten indruk op mij gemaakt.”
-
-„Dat wil ik graag aannemen, dat deed het ook op mij,” hernam Dougall
-kalm. „Ik heb haar al lief gehad, zoover ik kan terug denken en ik heb
-het alleen niet goed durven zeggen. Tijdens mijn laatste reis ben ik
-tot de overtuiging gekomen, dat ik zonder haar onmogelijk zou kunnen
-leven en dat heb ik haar zooeven gezegd, en omdat Grace een medelijdend
-hartje heeft en niet kon toezien, hoe ik om harentwege verkwijnde,
-daarom heeft zij er in toegestemd, mijn vrouwtje te worden.”
-
-Zijn Lordschap slaakte een zucht, die men op straat wel had kunnen
-hooren en die verscheidene leden van de club verschrikt zijn richting
-deden uitzien, en daarmede was de zaak voor hem beëindigd—hij schikte
-zich in het onvermijdelijke.
-
-Na eenige oogenblikken zeide hij:
-
-„Dan zal ik het veld voor je moeten ruimen, Dougall. Ik ben niet
-zelfingenomen genoeg om te gelooven, dat ik tegen jou den strijd zou
-kunnen volhouden. Maar doe mij dan tenminste den dienst, en maak aan je
-mama, mevrouw de gravin duidelijk, dat er werkelijk van een
-echtverbintenis tusschen ons niets kan komen. Deel het haar voorzichtig
-mede—ik zou voor al het geld van de wereld niet willen, dat zij zich
-door mij beleedigd zou achten.”
-
-„Ik beloof het je, Cecil,” zeide Dougall, terwijl hij opstond, en den
-ander gulhartig de hand reikte.
-
-Een oogenblik scheen Lord Binning te aarzelen, of hij die hand wel kon
-aannemen, maar toen nam hij een kloek besluit en sloeg toe.
-
-Lord Aberdeen had de beide heeren geen oogenblik uit het oog verloren,
-en toen zij vertrokken waren, wendde hij zich tot zijn secretaris en
-zeide op zachten toon:
-
-„De zaak is gelukkig onbloedig verloopen. Aan de eer schijnt voldaan te
-zijn.”
-
-„Heb je dan alles kunnen hooren wat zij zeiden?” vroeg Charly Brand op
-verbaasden toon.
-
-„Er is mij maar heel weinig ontgaan, mijn jongen. Ja het is een groot
-gemak, wanneer men zich de kunst van lippen lezen heeft eigen gemaakt.”
-
-„Hiermede is de zaak van de diamanten voor jou waarschijnlijk
-geëindigd?”
-
-„Nog niet geheel en al, mijn waarde,” antwoordde Lord Aberdeen, achter
-wien zich reeds vele jaren de persoon van den Gentleman-Inbreker
-verborg. „Ik geloof, dat ik nog niet alle mogelijkheden heb uitgeput—en
-het zal spoedig genoeg blijken, of ik mij vergist heb.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VII.
-
-DE KLAP OP DEN VUURPIJL.
-
-
-Het was omstreeks half vier in den middag en reeds begon de duisternis
-te vallen, toen voor het prachtige heerenhuis van gravin Mac Dougall
-een eenvoudige huurauto stil hield, waaruit een niet minder eenvoudig
-gekleed man stapte, die een oogenblik het huis in oogenschouw nam,
-eenige woorden met den chauffeur wisselde, en daarop den voortuin door
-ging, en de zware huisbel overhaalde.
-
-Hundsley, de buttler, opende de deur voor hem.
-
-„Wat wenscht gij, mijnheer?” vroeg hij, terwijl hij tamelijk wantrouwig
-naar de eenvoudige kleeren van den bezoeker keek.
-
-„Ik wensch je meesteres te spreken. Ik kom in de bekende zaak van de
-juweelen. Ik ben particulier detective, hier is mijn kaartje. Maak wat
-voort als ik je verzoeken mag.”
-
-De buttler raakte zeer onder den indruk van deze bevelende woorden,
-want hij haastte zich spoedig weg met het kaartje, en keerde reeds een
-paar minuten later terug, met het verzoek hem te willen volgen. Mevrouw
-de gravin zou hem ontvangen.
-
-Gravin Eleonora ontving den detective in haar boudoir.
-
-Zij zag er tamelijk opgewonden uit, en dat was waarlijk geen wonder,
-want nog geen half uur geleden had haar zoon haar zoo voorzichtig
-mogelijk medegedeeld, dat Lord Binning hem verklaard had, geen kans te
-zien, de diamanten in zijn bezit te krijgen, en dus maar liever afstand
-had gedaan van de eer, de gravin naar het altaar te mogen leiden.
-
-De gravin wierp een blik op het kaartje, dat zij nog steeds in de hand
-hield en vroeg, na den bezoeker met een enkelen blik te hebben
-opgenomen:
-
-„U is mijnheer Lijne?”
-
-„Die ben ik, gravin.”
-
-„De bekende detective?”
-
-„Ik vlei mij inderdaad, gravin, dat mijn naam niet geheel en al
-onbekend is, zoowel in Engeland als op het vasteland.”
-
-„Zijt gij op de hoogte van de zaak der diamanten?”
-
-„Volkomen, gravin.”
-
-„Wat denkt gij er van?”
-
-„Gravin, ik wil van mijn hart geen moordkuil maken—ik moet beginnen met
-te verklaren, dat ik wel eenige bewondering koester voor de wijze,
-waarop John Raffles u van die kostbare steenen heeft beroofd.”
-
-„De steenen en bovendien nog twintig duizend pond, mijnheer,” riep de
-gravin verontwaardigd.
-
-„Dat is waar ook—die had ik bijna vergeten,” riep Lijne uit.
-
-„Denkt gij, mijnheer, dat er eenige kans bestaat, mijn juweelen terug
-te krijgen?”
-
-„Gravin—ik herhaal, wat ik u zooeven zeide: Ik ga recht op den man af,
-en daarom moet ik u zeggen, reeds bij voorbaat, dat de kans, om uw
-halssnoer terug te krijgen, niet alleen niet zeer groot is, maar
-daarentegen bijzonder klein.”
-
-„En toch komt gij u bij mij aanmelden?” riep de gravin ongeduldig.
-
-„Gravin, een van mijn beginselen is, dat men zelfs de geringste kans
-niet moet veronachtzamen! Wie weet doen er zich wel omstandigheden
-voor, waarop wij van te voren niet gerekend hadden, en die ons ondanks
-alles toch nog op het spoor van den brutalen Gentleman-Inbreker
-brengen. Het is echter volstrekt noodig, dat ik verschillende
-bijzonderheden uit uw mond verneem, en dat ik hier in huis een grondig
-onderzoek kan instellen.”
-
-„Denkt gij dan dat dat u iets zou baten, mijnheer?” hernam de gravin op
-ongeloovigen toon. „Ik kan niet inzien, wat er in mijn huis nog te
-onderzoeken valt. Gij denkt toch zeker niet, dat Raffles de juweelen
-hier ergens verborgen heeft?”
-
-„Als ik dat dacht, gravin, dan zou ik tevens moeten denken, dat zijn
-loopbaan teneinde liep,” riep de detective uit. „Een onderzoek kan
-echter in een of ander opzicht van groot nut zijn. Wat ik zeggen wil,
-is uw brandkast op dit oogenblik gevuld?”
-
-„Ik heb inderdaad veel geld in huis, mijnheer, want over een kwartier
-verwacht ik mijn notaris en zaakwaarnemer, die met mij den stand van
-mijn vermogen moeten vaststellen. Maar waarom doet gij mij die vraag?
-Dat heeft toch niets met de diamanten te maken?”
-
-„Misschien meer dan gij denkt, gravin,” hernam Lijne. „Vergeet niet,
-dat Raffles misschien op de een of andere wijze tot de ontdekking komt,
-dat uw brandkast op dit oogenblik goed gevuld is, en dat hij het
-misschien op dit oogenblik reeds weet, en dat dus de kans niet is
-uitgesloten, dat hij nogmaals terug keert, teneinde een aanval op uw
-geldkast te doen.”
-
-„Zou hij dat werkelijk wagen?” riep de gravin op ongeloovigen toon.
-
-„Ik geloof dat er niet veel is, gravin, dat Raffles niet waagt te
-ondernemen,” antwoordde Lijne, terwijl hij zijn lichte wenkbrauwen hoog
-optrok. „Welnu, wij moeten deze kans aangrijpen—misschien zouden wij
-hem kunnen vangen, door, zonder dat hij het merkt, wel te verstaan, een
-half dozijn desnoods een dozijn politieagenten op wacht te zetten.”
-
-De detective bleef nog geruimen tijd over dit onderwerp doorpraten,
-terwijl de gravin nu en dan een opmerking maakte, totdat Hundsley de
-komst aankondigde van de heeren Playford, notaris en Darley,
-zaakwaarnemer van mevrouw de gravin, die volgens haar verlangen gekomen
-waren, om eenige zaken met haar te regelen.
-
-Lijne was opgestaan en de gravin zeide:
-
-„Het spijt me, mijnheer Lijne,—thans roepen mij de gewichtige
-bezigheden, waarover ik u zooeven reeds sprak. Het spreekt vanzelf, dat
-ik u volkomen volmacht geef, om alles te doen, wat gij in deze zaak
-noodig acht, en dat ik niet op een paar honderd pond sterling zal zien,
-wanneer ik er slechts in slaag, mijn juweelen te herkrijgen. Hoor ik
-spoedig iets van u?”
-
-„Zeer spoedig, denk ik, gravin,” antwoordde Lijne.
-
-Hij maakte een diepe buiging, en had het volgende oogenblik het vertrek
-verlaten.
-
-Intusschen had Hundsley zich reeds weder naar de vestibule begeven,
-teneinde de beide heeren te begeleiden naar het vertrek, naast het
-boudoir van de gravin gelegen, en waar de brandkast stond opgesteld.
-
-Daar werden zij ontvangen door de gravin, die hen beiden met een paar
-woorden verwelkomde, en daarop begon:
-
-„Mijne heeren—ik heb u eenmaal verzocht bij mij te komen, en nu gij er
-zijt, kunnen wij gevolg geven aan mijn plan, dat gij kent, ofschoon de
-redenen welke er mij toe brachten den juisten staat van mijn vermogen
-te leeren kennen op dit oogenblik niet meer bestaan. Dit is echter een
-zaak van particulieren aard, welke u waarschijnlijk weinig belang zal
-inboezemen. Neem plaats, wat ik u verzoeken mag, dan kunnen wij
-dadelijk ter zake komen.”
-
-De notaris en de zaakwaarnemer gingen, na hun overgoed te hebben
-afgelegd, aan de groote tafel zitten, die in het midden van het vertrek
-stond en begonnen bedachtzaam de dikke portefeuilles te openen en van
-hun inhoud te ontdoen, die zij zorgvuldig onder hun arm gekneld
-hielden, toen zij binnen kwamen.
-
-Deze bleken een groot aantal paperassen te bevatten, die allen in een
-of ander opzicht in verband stonden met het vermogen van de gravin.
-
-Bovendien had Darley een paar dikke registers bij zich, die hij geopend
-voor zich legde.
-
-De notaris had een hoornen lorgnet op zijn geweldig grooten neus
-geklemd, en begon met kelderstem:
-
-„Met uw welnemen, gravin, zullen wij het eerst een aanvang maken met
-den staat van uw onroerend vermogen. Wij hebben dan achtereenvolgens uw
-kasteel in Schotland. De waarde van den grond bedraagt op dit oogenblik
-iets meer dan een millioen pond, die van het huis twee honderd duizend
-pond. Vervolgens hebben wij uw landerijen in Wales, welke wij op dit
-oogenblik gevoegelijk kunnen taxeeren op een nominale waarde
-van—hoeveel is het ook weer, Darley?”
-
-„Anderhalf millioen pond, twee maal honderd duizend, mijnheer de
-notaris,” antwoordde de zaakwaarnemer onmiddellijk.
-
-En zoo werden vervolgens alle bezittingen van de gravin opgenoemd en
-becijferd, en na een half uur ongeveer waren de beide heeren tot de
-slotsom gekomen, dat de waarde van de onroerende bezittingen van
-mevrouw de gravin ongeveer zeven millioen pond bedroegen.
-
-„Als nu gaan wij met uw welnemen, mevrouw de gravin, over tot het
-roerende gedeelte,” begon notaris Playford deftig, terwijl hij een
-ander vak van zijn onmetelijke portefeuille open knipte. „Het zal u
-natuurlijk niet onbekend zijn, dat uw roerend vermogen bij een zestal
-Engelsche banken is vastgelegd, en dat het meerendeels bestaat uit
-voortreffelijke, soliede effecten, spoorweg- en mijnaandeelen, en
-slechts voor een betrekkelijk gering deel, iets meer dan zeven honderd
-duizend pond sterling uit contanten. Wij zijn echter niet nauwkeurig op
-de hoogte van het vermogen, dat gij in eigen beheer houdt.”
-
-„Ik zal het u onmiddellijk kunnen zeggen, mijn waarde notaris,” hernam
-gravin Eleonora, terwijl zij een sleutelbos te voorschijn haalde, en op
-de brandkast toetrad.
-
-Zij opende de deur, waarbij Darley haastig toeschoot om haar te helpen,
-en daarop werden stapels goudgeld en bankbiljetten uit de kast gehaald
-en op de groote tafel neergezet, waarop notaris Playford onmiddellijk
-begon met de telling.
-
-Na ongeveer tien minuten werken, en eenig gecijfer, verkondigde hij en
-er lag een plechtige klank in zijn stem:
-
-„Twee en tachtig duizend, drie honderd zes en veertig pond, mevrouw.”
-
-„Ik dank u, mijnheer. Gij bespaart mij op deze wijze de moeite het geld
-zelf te moeten tellen,” liet eensklaps een heldere stem zich hooren.
-
-Het gordijn, dat de communicatie-deur naar het boudoir verborg, werd
-snel op zijde geschoven—en daar trad de detective Lijne het vertrek
-binnen.
-
-Voor een der aanwezigen van de schrik en ontsteltenis bekomen was, had
-de detective met een bliksemsnelle beweging het tafelkleed aan de vier
-punten weggenomen, na er de registers met een enkelen zwaai van zijn
-arm te hebben afgeschoven, en liet vervolgens alles wat er op lag met
-de snelheid van een goochelaar verdwijnen in de tasch, welke hij ook
-reeds zooeven bij zich had, en die wel speciaal voor dit doel gemaakt
-scheen te zijn, zij klapte tenminste schijnbaar vanzelf open en weer
-dicht, nadat de buit er in verdwenen was.
-
-Vervolgens nam de stoutmoedige indringer met een hoffelijk gebaar zijn
-slappen hoed af, en zeide, na een buiging voor het verblufte en
-doodelijk ontstelde gezelschap te hebben gemaakt:
-
-„Het doet mij genoegen, gravin en waarde heeren, dat gij mij niet hebt
-genoodzaakt, geweld te gebruiken, want daaraan heeft John Raffles
-altijd een geweldig groote hekel gehad.”
-
-Nu slaakte de gravin voor het eerst een kreet van woede en schrik.
-
-„John Raffles,” schreeuwde zij. „Dat is dus de derde keer. Maar zal
-niemand mij dan van dien bandiet verlossen?”
-
-„Jawel moeder, ik zal het doen,” liet plotseling de stem van Dougall
-zich hooren, die op het hooren van een vreemde stem was nader gekomen,
-en aanstonds vermoed had wat er gaande was, en nu met opgeheven
-revolver op den drempel van de gangdeur stond.
-
-„Handen op,” beval hij met dreigende stem, „en waag het niet, u te
-verroeren, want ik verzeker u dat ik zelden mis schiet.”
-
-John Raffles was voor alles een man van de practijk, en hij begreep
-wel, dat hij op dit oogenblik aan het kortste einde trok, voorloopig
-tenminste.
-
-Hij stak dus langzaam zijn handen op, na de tasch voor zich op den
-grond te hebben gezet.
-
-Met de revolver steeds opgeheven trad Dougall langzaam op hem toe en
-toen duwde hij met den voet de tasch een weinig terzijde en buiten het
-bereik van Raffles.
-
-De jonge man scheen wel eens vernomen te hebben van de stoutmoedigheid
-van den Gentleman-Inbreker, en hij begreep heel goed, dat hij al zijn
-kaarten zou vergooien, wanneer hij zich ook maar een seconde naar de
-tasch zou bukken.
-
-Steeds het oog op Raffles gevestigd houdend ging hij ruggelings naar de
-tafel, waar het telefoontoestel stond.
-
-Hij nam den hoorn van den haak, en toen klonk zijn stem:
-
-„Scotland Yard—spoedig als ik u verzoeken mag.”
-
-Een oogenblik bleef het stil.
-
-Raffles stond nog altijd met de handen omhoog geheven, dicht bij een
-zware kast, die met boeken gevuld was.
-
-Daarop klonk opnieuw de stem van Dougall in de telefoon:
-
-„Gij spreekt met Mac Dougall. Stuur onmiddellijk een zestal van uw
-beste agenten, ik heb John Raffles gevangen.”
-
-„Nog niet!” klonk de stem van den Grooten Onbekende.
-
-Hij was onmerkbaar een weinig terzij geschoven.
-
-Terwijl zijn blikken snel in het rond vlogen, had hij boven op de kast,
-juist onder het bereik van zijn uitgestrekte rechterhand, een fraai
-bewerkten bronzen olifant zien staan.
-
-Juist op het oogenblik dat Dougall zijn vijanden te hulp had geroepen,
-rukte hij het zware voorwerp van de kast en werp het met vaste hand in
-de richting van den jongen man.
-
-Het zware voorwerp trof Dougall tegen den rechterarm, juist ter hoogte
-van den elleboog.
-
-Met een kreet van pijn liet hij de revolver vallen.
-
-Vlugger dan de gedachte was Raffles er op toegeschoten en een
-bliksemsnelle beweging van zijn voet deed het wapen in den versten hoek
-van het vertrek vliegen.
-
-In een oogwenk had hij zijn eigen Colt getrokken en op Dougall gericht,
-die bleek van woede en met gebalde vuisten machteloos tegenover hem
-stond.
-
-Toen begon Raffles, die geen oogenblik zijn kalmte verloren had, en na
-een blik op zijn horloge te hebben geworpen:
-
-„Het zal nog wel minstens vijf minuten duren voor de politie hier is,
-en van dien korten tijd wil ik even gebruik maken, om u te zeggen, dat
-ik volstrekt geen spijt heb over mijn kleine indiscretie, mevrouw de
-gravin. Ik stond reeds geruimen tijd achter gindsche deur en ben er dus
-getuige van geweest, hoe deze eerwaarde heeren den staat van uw
-vermogen opmaakten. Het is reusachtig groot—en toch heb ik tot mijn
-leedwezen nog nimmer kunnen constateeren dat gij er veel goede daden
-mee verricht. Ik heb een klein onderzoek ingesteld, en daaruit is mij
-gebleken, dat uw rentmeesters op uw bevel altijd zeer streng optreden
-tegen de pachters, en er nimmer rekening mede houden, als
-omstandigheden buiten hun wil, zooals hagelslag of overstroomingen, hen
-het betalen van de pachten zeer moeilijk maken! Eigenlijk gezegd is mij
-dat van u zeer tegen gevallen. Ook bij het inteekenen op
-weldadigheidslijsten houdt gij u liefst, uit verkeerd geplaatste
-bescheidenheid, zoover mogelijk op een afstand. Verzoeken om onderstand
-van menschen, die het ten volle verdienen, dat zij geholpen zouden
-worden, vinden bij u nimmer een gunstig onthaal! Kortom, gij behoort
-tot die rijken, in wier handen het geld tot een doode, logge,
-onvruchtbare massa wordt—voor niemand tot iets dienstig, niet eens voor
-u zelve. Wat ik u heb afgenomen beteekent voor u slechts een zeer
-gering deel van uw groot vermogen—ik daarentegen kan er zeer veel goed
-mee doen—en dat zal ik ook. Vier minuten zijn om, mevrouw de gravin, en
-mijne heeren—ik zal verplicht zijn u te verlaten.”
-
-Terwijl Raffles de revolver voortdurend op Dougall gericht hield, nam
-hij met een vlugge beweging de tasch met den kostbaren inhoud weder van
-den vloer.
-
-Wat de notaris en de zaakwaarnemer betreft—zij zaten als verwezen aan
-de tafel, niet in staat, om maar een vingerlid te verroeren.
-
-De gravin was krijtwit van drift, en beefde over al haar leden—het zou
-slechts een kwestie van tijd zijn, of zij zou, voor den derden keer in
-slechts een etmaal, opnieuw in zwijm vallen.
-
-Met een enkelen sprong was Raffles bij de deur van de gang en nu stond
-hij buiten.
-
-Hij draaide den sleutel in het slot om en met een paar stappen was hij
-bij den hoek van de gang verdwenen.
-
-Reeds hoorde hij achter zich een deur open rukken, waarschijnlijk die
-van het boudoir, en hij begreep dat zijn voorsprong niet zeer groot
-was, en dat men spoedig het geheele huis bijeen zou hebben geschreeuwd.
-
-Hij had de tasch met den buit aan een opzettelijk daartoe aangebrachten
-haak voor den borst gehangen, teneinde de beide handen vrij te hebben
-en liet zich nu met de vlugheid van een aap langs de trapleuning naar
-beneden glijden.
-
-Juist toen hij den eersten overloop bereikt had, ging er een deur open
-en Grace stak verschrikt haar hoofdje naar buiten, aangelokt door het
-geschreeuw en de voetstappen.
-
-„Mejuffrouw, gij zijt allerliefst en gij verdient het, de vrouw te
-worden van Dougall, die een ferme kerel is—maar thans zijt gij mij
-werkelijk een weinig in den weg.” En met zachten dwang duwde hij het
-meisje weder in haar kamer en deed de deur op slot om dadelijk weer
-verder te snellen.
-
-Tot zijn geluk hadden de bedienden nog niets van zijn jacht bemerkt.
-
-Daardoor was het hem mogelijk de achtertrap te bereiken, deze op
-dezelfde vliegensvlugge wijze af te dalen en het huis langs een zijdeur
-te verlaten.
-
-Op hetzelfde oogenblik kwam over het Cleveland Square een politieauto
-aanrazen, die dadelijk daarna stilstond voor den hoofdingang.
-
-Raffles glimlachte.
-
-„Dat is een voortreffelijk huis, met zijn twee zij-ingangen,” bromde
-hij voor zich heen.
-
-Hij stak de hand op en dadelijk kwam een huurauto aanrijden, die door
-niemand anders dan door Charly Brand bestuurd werd.
-
-Raffles sprong in het voertuig, dat aanstonds in allerijl door de
-zijstraat weg stoof, op hetzelfde oogenblik dat door de voordeur niet
-zes, maar wel twaalf agenten als een troep krijgszuchtige Indianen het
-groote heerenhuis kwam binnenstormen....
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0384: HET
-DIAMANTEN HALSSNOER ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
diff --git a/old/67955-0.zip b/old/67955-0.zip
deleted file mode 100644
index 552f607..0000000
--- a/old/67955-0.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/67955-h.zip b/old/67955-h.zip
deleted file mode 100644
index d762cc2..0000000
--- a/old/67955-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/67955-h/67955-h.htm b/old/67955-h/67955-h.htm
deleted file mode 100644
index e1c912c..0000000
--- a/old/67955-h/67955-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,3830 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html
-PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd">
-<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2022-04-30T12:10:01Z using SAXON HE 9.9.1.8 . -->
-<html lang="nl">
-<head>
-<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8">
-<title>Lord Lister No. 384: Het diamanten Halssnoer</title>
-<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html">
-<meta name="author" content="Felix Hageman (1877–1966) Kurt Matull (1872–1930?) Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
-<link rel="coverpage" href="images/lordlister0384-front.jpg">
-<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/">
-<meta name="DC.Creator" content="Felix Hageman (1877–1966) Kurt Matull (1872–1930?) Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]">
-<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 384: Het diamanten Halssnoer">
-<meta name="DC.Language" content="nl-1900">
-<meta name="DC.Format" content="text/html">
-<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg">
-<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals">
-<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals">
-<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */
-html {
-line-height: 1.3;
-}
-body {
-margin: 0;
-}
-main {
-display: block;
-}
-h1 {
-font-size: 2em;
-margin: 0.67em 0;
-}
-hr {
-height: 0;
-overflow: visible;
-}
-pre {
-font-family: monospace, monospace;
-font-size: 1em;
-}
-a {
-background-color: transparent;
-}
-abbr[title] {
-border-bottom: none;
-text-decoration: underline;
-text-decoration: underline dotted;
-}
-b, strong {
-font-weight: bolder;
-}
-code, kbd, samp {
-font-family: monospace, monospace;
-font-size: 1em;
-}
-small {
-font-size: 80%;
-}
-sub, sup {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-}
-sub {
-bottom: -0.25em;
-}
-sup {
-top: -0.5em;
-}
-img {
-border-style: none;
-}
-body {
-font-family: serif;
-font-size: 100%;
-text-align: left;
-margin-top: 2.4em;
-}
-div.front, div.body {
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-div.back {
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div0 {
-margin-top: 7.2em;
-margin-bottom: 7.2em;
-}
-.div1 {
-margin-top: 5.6em;
-margin-bottom: 5.6em;
-}
-.div2 {
-margin-top: 4.8em;
-margin-bottom: 4.8em;
-}
-.div3 {
-margin-top: 3.6em;
-margin-bottom: 3.6em;
-}
-.div4 {
-margin-top: 2.4em;
-margin-bottom: 2.4em;
-}
-.div5, .div6, .div7 {
-margin-top: 1.44em;
-margin-bottom: 1.44em;
-}
-.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child,
-.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child {
-margin-bottom: 0;
-}
-blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child,
-.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child {
-margin-top: 0;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 {
-clear: both;
-font-style: normal;
-text-transform: none;
-}
-h3, .h3 {
-font-size: 1.2em;
-}
-h3.label {
-font-size: 1em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h4, .h4 {
-font-size: 1em;
-}
-.alignleft {
-text-align: left;
-}
-.alignright {
-text-align: right;
-}
-.alignblock {
-text-align: justify;
-}
-p.tb, hr.tb, .par.tb {
-margin: 1.6em auto;
-text-align: center;
-}
-p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument {
-font-size: 0.9em;
-text-indent: 0;
-}
-p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument {
-margin: 1.58em 10%;
-}
-td.tocDivNum {
-vertical-align: top;
-}
-td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-.opener, .address {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-}
-.addrline {
-margin-top: 0;
-margin-bottom: 0;
-}
-.dateline {
-margin-top: 1.6em;
-margin-bottom: 1.6em;
-text-align: right;
-}
-.salute {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.signed {
-margin-top: 1.6em;
-margin-left: 3.58em;
-text-indent: -2em;
-}
-.epigraph {
-font-size: 0.9em;
-width: 60%;
-margin-left: auto;
-}
-.epigraph span.bibl {
-display: block;
-text-align: right;
-}
-.trailer {
-clear: both;
-margin-top: 3.6em;
-}
-span.abbr, abbr {
-white-space: nowrap;
-}
-span.parnum {
-font-weight: bold;
-}
-span.corr, span.gap {
-border-bottom: 1px dotted red;
-}
-span.num, span.trans, span.trans {
-border-bottom: 1px dotted gray;
-}
-span.measure {
-border-bottom: 1px dotted green;
-}
-.ex {
-letter-spacing: 0.2em;
-}
-.sc {
-font-variant: small-caps;
-}
-.asc {
-font-variant: small-caps;
-text-transform: lowercase;
-}
-.uc {
-text-transform: uppercase;
-}
-.tt {
-font-family: monospace;
-}
-.underline {
-text-decoration: underline;
-}
-.overline, .overtilde {
-text-decoration: overline;
-}
-.rm {
-font-style: normal;
-}
-.red {
-color: red;
-}
-hr {
-clear: both;
-border: none;
-border-bottom: 1px solid black;
-width: 45%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-margin-top: 1em;
-text-align: center;
-}
-hr.dotted {
-border-bottom: 2px dotted black;
-}
-hr.dashed {
-border-bottom: 2px dashed black;
-}
-.aligncenter {
-text-align: center;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-font-size: 1.44em;
-line-height: 1.5;
-}
-h1.label, h2.label {
-font-size: 1.2em;
-margin-bottom: 0;
-}
-h5, h6 {
-font-size: 1em;
-font-style: italic;
-}
-p, .par {
-text-indent: 0;
-}
-p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line {
-text-transform: uppercase;
-}
-.hangq {
-text-indent: -0.32em;
-}
-.hangqq {
-text-indent: -0.42em;
-}
-.hangqqq {
-text-indent: -0.84em;
-}
-p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter {
-float: left;
-clear: left;
-margin: 0 0.05em 0 0;
-padding: 0;
-line-height: 0.8;
-font-size: 420%;
-vertical-align: super;
-}
-blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote {
-font-size: 0.9em;
-margin: 1.58em 5%;
-}
-.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden {
-text-decoration: none;
-}
-.advertisement, .advertisements {
-background-color: #FFFEE0;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-span.accent {
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.accent, span.accent span.top, span.accent span.base {
-line-height: 0.40em;
-}
-span.accent span.top {
-font-weight: bold;
-font-size: 5pt;
-}
-span.accent span.base {
-display: block;
-}
-.footnotes .body, .footnotes .div1 {
-padding: 0;
-}
-.fnarrow {
-color: #AAAAAA;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-}
-.fnarrow:hover, .fnreturn:hover {
-color: #660000;
-}
-.fnreturn {
-color: #AAAAAA;
-font-size: 80%;
-font-weight: bold;
-text-decoration: none;
-vertical-align: 0.25em;
-}
-a {
-text-decoration: none;
-}
-a:hover {
-text-decoration: underline;
-background-color: #e9f5ff;
-}
-a.noteRef, a.pseudoNoteRef {
-font-size: 67%;
-line-height: 0;
-position: relative;
-vertical-align: baseline;
-top: -0.5em;
-text-decoration: none;
-margin-left: 0.1em;
-}
-.displayfootnote {
-display: none;
-}
-div.footnotes {
-font-size: 80%;
-margin-top: 1em;
-padding: 0;
-}
-hr.fnsep {
-margin-left: 0;
-margin-right: 0;
-text-align: left;
-width: 25%;
-}
-p.footnote, .par.footnote {
-margin-bottom: 0.5em;
-margin-top: 0.5em;
-}
-p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel {
-float: left;
-margin-left: -0.1em;
-margin-top: 0.9em;
-min-width: 1.0em;
-padding-right: 0.4em;
-}
-.apparatusnote {
-text-decoration: none;
-}
-.apparatusnote:target, .fndiv:target {
-background-color: #eaf3ff;
-}
-table.tocList {
-width: 100%;
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-border-width: 0;
-border-collapse: collapse;
-}
-td.tocPageNum, td.tocDivNum {
-text-align: right;
-min-width: 10%;
-border-width: 0;
-white-space: nowrap;
-}
-td.tocDivNum {
-padding-left: 0;
-padding-right: 0.5em;
-}
-td.tocPageNum {
-padding-left: 0.5em;
-padding-right: 0;
-}
-td.tocDivTitle {
-width: auto;
-}
-p.tocPart, .par.tocPart {
-margin: 1.58em 0;
-font-variant: small-caps;
-}
-p.tocChapter, .par.tocChapter {
-margin: 1.58em 0;
-}
-p.tocSection, .par.tocSection {
-margin: 0.7em 5%;
-}
-table.tocList td {
-vertical-align: top;
-}
-table.tocList td.tocPageNum {
-vertical-align: bottom;
-}
-table.inner {
-display: inline-table;
-border-collapse: collapse;
-width: 100%;
-}
-td.itemNum {
-text-align: right;
-min-width: 5%;
-padding-right: 0.8em;
-}
-td.innerContainer {
-padding: 0;
-margin: 0;
-}
-.index {
-font-size: 80%;
-}
-.index p {
-text-indent: -1em;
-margin-left: 1em;
-}
-.indexToc {
-text-align: center;
-}
-.transcriberNote {
-background-color: #DDE;
-border: black 1px dotted;
-color: #000;
-font-family: sans-serif;
-font-size: 80%;
-margin: 2em 5%;
-padding: 1em;
-}
-.missingTarget {
-text-decoration: line-through;
-color: red;
-}
-.correctionTable {
-width: 75%;
-}
-.width20 {
-width: 20%;
-}
-.width40 {
-width: 40%;
-}
-p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint {
-color: #666666;
-font-size: 80%;
-}
-span.musictime {
-vertical-align: middle;
-display: inline-block;
-text-align: center;
-}
-span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom {
-padding: 1px 0.5px;
-font-size: xx-small;
-font-weight: bold;
-line-height: 0.7em;
-}
-span.musictime span.bottom {
-display: block;
-}
-ul {
-list-style-type: none;
-}
-.splitListTable {
-margin-left: 0;
-}
-.splitListTable td {
-vertical-align: top;
-}
-.numberedItem {
-text-indent: -3em;
-margin-left: 3em;
-}
-.numberedItem .itemNumber {
-float: left;
-position: relative;
-left: -3.5em;
-width: 3em;
-display: inline-block;
-text-align: right;
-}
-.itemGroupTable {
-border-collapse: collapse;
-margin-left: 0;
-}
-.itemGroupTable td {
-padding: 0;
-margin: 0;
-vertical-align: middle;
-}
-.itemGroupBrace {
-padding: 0 0.5em !important;
-}
-div.figure {
-text-align: center;
-}
-.figure {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.floatLeft {
-float: left;
-margin: 10px 10px 10px 0;
-}
-.floatRight {
-float: right;
-margin: 10px 0 10px 10px;
-}
-p.figureHead, .par.figureHead {
-font-size: 100%;
-text-align: center;
-}
-.figAnnotation {
-font-size: 80%;
-position: relative;
-margin: 0 auto;
-}
-.figTopLeft, .figBottomLeft {
-float: left;
-}
-.figTopRight, .figBottomRight {
-float: right;
-}
-.figure p, .figure .par {
-font-size: 80%;
-margin-top: 0;
-text-align: center;
-}
-img {
-border-width: 0;
-}
-td.galleryFigure {
-text-align: center;
-vertical-align: middle;
-}
-td.galleryCaption {
-text-align: center;
-vertical-align: top;
-}
-body {
-padding: 1.58em 16%;
-}
-.pageNum {
-display: inline;
-font-size: 8.4pt;
-font-style: normal;
-margin: 0;
-padding: 0;
-position: absolute;
-right: 1%;
-text-align: right;
-letter-spacing: normal;
-}
-.marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-left: 1%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-}
-.right-marginnote {
-font-size: 0.8em;
-height: 0;
-right: 3%;
-position: absolute;
-text-indent: 0;
-text-align: right;
-width: 11%
-}
-.cut-in-left-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: left;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: left;
-padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0;
-}
-.cut-in-right-note {
-font-size: 0.8em;
-left: 1%;
-float: right;
-text-indent: 0;
-width: 14%;
-text-align: right;
-padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em;
-}
-span.tocPageNum, span.flushright {
-position: absolute;
-right: 16%;
-top: auto;
-text-indent: 0;
-}
-.pglink::after {
-content: "\0000A0\01F4D8";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.catlink::after {
-content: "\0000A0\01F4C7";
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after {
-content: "\0000A0\002197\00FE0F";
-color: blue;
-font-size: 80%;
-font-style: normal;
-font-weight: normal;
-}
-.pglink:hover {
-background-color: #DCFFDC;
-}
-.catlink:hover {
-background-color: #FFFFDC;
-}
-.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover {
-background-color: #FFDCDC;
-}
-body {
-background: #FFFFFF;
-font-family: serif;
-}
-body, a.hidden {
-color: black;
-}
-h1, h2, .h1, .h2 {
-text-align: center;
-font-variant: small-caps;
-font-weight: normal;
-}
-p.byline {
-text-align: center;
-font-style: italic;
-margin-bottom: 2em;
-}
-.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline {
-text-align: left;
-}
-.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum {
-color: #660000;
-}
-.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a {
-color: #AAAAAA;
-}
-a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover {
-color: red;
-}
-h1, h2, h3, h4, h5, h6 {
-font-weight: normal;
-}
-table {
-margin-left: auto;
-margin-right: auto;
-}
-.tablecaption {
-text-align: center;
-}
-.arab { font-family: Scheherazade, serif; }
-.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; }
-.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; }
-.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; }
-.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; }
-/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */
-.imprint {
-color: gray; text-align: center;
-}
-div.advertisement img {
-mix-blend-mode: darken;
-}
-/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */
-.cover-imagewidth {
-width:564px;
-}
-.xd31e101 {
-font-size:x-large;
-}
-.xd31e103 {
-font-size:small;
-}
-.xd31e109 {
-font-size:xx-large;
-}
-.xd31e1057 {
-text-align:center; font-size:xx-large;
-}
-.ad-dubec3-imgwidth {
-width:562px;
-}
-.xd31e1080 {
-text-align:center; font-size:x-large;
-}
-.xd31e1082 {
-text-align:center; font-size:x-large; color:#f30f20;
-}
-.xd31e1084 {
-text-align:center; font-size:large;
-}
-.xd31e1088 {
-text-align:center; font-size:large; color:#f30f20;
-}
-.xd31e1093 {
-text-align:center;
-}
-@media handheld {
-}
-/* ]]> */ </style>
-</head>
-<body>
-<div lang='en' xml:lang='en'>
-<p style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 0384: Het Diamanten Halssnoer</span>, by Kurt Matull</p>
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
-at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
-are not located in the United States, you will have to check the laws of the
-country where you are located before using this eBook.
-</div>
-</div>
-
-<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: <span lang='nl' xml:lang='nl'>Lord Lister No. 0384: Het Diamanten Halssnoer</span></p>
-<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Authors: Kurt Matull</p>
-<p style='display:block; margin-top:0; margin-bottom:0; margin-left:2em;'>Theo Blakensee</p>
-<p style='display:block; margin-top:0; margin-bottom:0; margin-left:2em;'>Felix Hageman</p>
-<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Release Date: April 30, 2022 [eBook #67955]</p>
-<p style='display:block; text-indent:0; margin:1em 0'>Language: Dutch</p>
- <p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:0; margin-left:2em; text-indent:-2em; text-align:left'>Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg</p>
-<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 0384: HET DIAMANTEN HALSSNOER</span> ***</div>
-<div class="front">
-<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0384-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="564" height="720"></div><p>
-<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first xd31e101">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜
-</p>
-<p class="xd31e103">UITGAVE VAN DEN ROMAN-<span class="corr" id="xd31e105" title="Niet in bron">,</span> BOEK- EN KUNSTHANDEL—SINGEL 236,—AMSTERDAM.
-</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="body">
-<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<div class="figure"><img src="images/p0384-01.png" alt="Het diamanten Halssnoer." width="720" height="193"></div>
-<h2 class="super xd31e109">Het diamanten Halssnoer.</h2>
-<h2 class="label">HOOFDSTUK I.</h2>
-<h2 class="main">Het collier van gravin Mac Dougall.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Niet ver van de Kensington Gardens, en ten noorden van dit prachtige park, hetwelk
-deel uitmaakt van het wereldbefaamde Hyde Park, bevindt zich de Cleveland Square,
-waar slechts de rijkste en deftigste Londenaars wonen, die er allen hun eigen huizen
-hebben, voor zeer aanzienlijke kapitalen gekocht, daar de grond hier bijna even duur
-is als in het hartje van Londen.
-</p>
-<p>In het midden van het plein van dien naam strekt zich een vrij groot plantsoen uit,
-waar het altijd zeer stil en rustig is.
-</p>
-<p>Des middags ziet men er de kinderen van de rijke lieden, die aan het plein wonen,
-spelen onder de hoede van deftige nurses, Fransche gouvernantes en zelfs van Duitsche
-fräuleins.
-</p>
-<p>Ter rechterzijde van het plein verheft zich ongeveer in het midden een alleenstaand
-huis, hetwelk gebouwd werd tijdens het renaissance tijdperk, en sedert dien tijd het
-eigendom is van het geslacht der graven Dougall.
-</p>
-<p>Het is een trotsch, zeer groot huis, van grijze steen opgetrokken en aan drie zijden
-omgeven door een zelfs voor deze buurt zeer grooten tuin, terwijl een breed grasveld,
-doorsneden door een oprijlaan, welke op het marmeren terras uitloopt, het heerenhuis
-scheidt van den openbaren weg.
-</p>
-<p>Op het oogenblik, waarop ons verhaal een aanvang neemt, werd het huis bewoond door
-gravin Eleonora Mac Dougall, een trotsche telg voor haar geslacht en die zich, ondanks
-haar vijftig jaren, gaarne een air van jeugdigheid gaf, hetgeen haar moeilijk viel,
-daar zij zeer lang, zeer mager en ten overvloede, verre van mooi was.
-</p>
-<p>Haar echtgenoot was reeds in de eerste dagen van den wereldoorlog gevallen, een van
-haar beide zoons zocht het adellijke schoon in Schotland, en de tweede, een jonge
-man van zes en twintig jaar deed weinig anders dan door de geheele wereld reizen en
-zijn moeder zag hem slechts zelden, hetgeen zij slechts ten halve betreurde, want
-de flink opgeschoten Dougall, met zijn zware knevel was er niet bepaald toe geschikt,
-haar jonger te maken en booze tongen beweerden dat de gravin volstrekt geen tegenzin
-had in een tweede huwelijk, ingeval <span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span>er slechts aannemelijke aspiranten kwamen opdagen, van adel als zij, rijk als zij
-en op wiens verleden natuurlijk niets mocht zijn aan te merken.
-</p>
-<p>De vijandinnen van gravin Eleonora, en zij waren talrijk, verklaarden onomwonden dat
-de bewoonster van het prachtige huis aan het Cleveland Square een zottin was, en haar
-benijdsters, die waren er nog talrijker, mompelden, dat er allicht een man te vinden
-zou zijn, zotter dan zij, die lust en moed zou gevoelen, de spichtige, trotsche en
-verre van aantrekkelijke dame ten huwelijk te vragen.
-</p>
-<p>Gravin Eleonora liet de booze tongen praten, lachte minachtend met haar dunne, bloedelooze
-lippen en gaf ondertusschen partij op partij in haar prachtig huis.
-</p>
-<p>Menigeen vroeg zich af, waartoe eigenlijk dit heerenhuis met zijn vijf en twintig
-kamers en zijn zes zalen, door de gravin als woonstee was uitverkoren, want zij verbleef
-daar slechts in gezelschap van haar jeugdige nicht, Miss Grace Keating, de spruit
-van een verarmde zijlinie van het grafelijk geslacht, die zij tot dame van gezelschap
-had verheven, een oude huishoudster, Miss Arabella More geheeten, en voorts de noodige
-bedienden, die onder bevel stonden van een deftigen ouden buttler, die reeds tientallen
-jaren in dienst van Mac Dougall was.
-</p>
-<p>De gravin had in Londen nog twee andere huizen, heel wat kleiner dan dit en die zeker
-vrij wat geriefelijker waren, maar zij had er nu eenmaal haar zinnen op gezet, in
-dit paleisachtige huis te wonen, dat zich in ieder geval beter leende om partijen
-te geven.
-</p>
-<p>Het seizoen was niet lang begonnen en het was in het laatst van November toen er weder
-een soiree plaats vond, door gravin Eleonora gegeven, waarop tal van edellieden, bekende
-kunstenaars, parlementsleden, steunpilaren van de beurs en eenige zeer rijke industrieelen
-waren uitgenoodigd.
-</p>
-<p>De soiree werd gegeven in een der vleugels van het groote heerenhuis, waarvan de eerste
-verdieping daghelder verlicht was.
-</p>
-<p>Daar bevond zich een van de groote zalen, die gemakkelijk zes honderd personen kon
-bergen en die voor dergelijke doeleinden bij uitstek geschikt was.
-</p>
-<p>Drie zware electrische kronen hingen van het rijk versierde plafond af, dat door niemand
-minder dan den beroemden Franschen kunstenaar Fragonard beschilderd was en zij deden
-de groote zaal in een zee van licht baden.
-</p>
-<p>Een drietal kleinere nevenvertrekken waren tevens bestemd om de gasten van gravin
-Mac Dougall te ontvangen en in een er van was een koud buffet aangericht waar men
-zich door een van de vier bedienden, die hier hadden post gevat, fijne spijzen kon
-laten toereiken, welke men staande moest nuttigen.
-</p>
-<p>Een paar honderd personen hadden gevolg gegeven aan de uitnoodiging van de gravin
-en daaronder waren zeer vele jongelieden, want er zou gedanst worden.
-</p>
-<p>Gravin Eleonora had wel begrepen, dat zij deze concessie moest doen, want zij bezat
-nog juist genoeg zelfkennis om in te zien, dat haar conversatie en haar goede keuken
-alleen niet voldoende zouden zijn, om gasten tot zich te lokken.
-</p>
-<p>Een strijkje van vier man, op een verhevenheid achter een fraai bewerkt kamerschut
-opgesteld, speelde bijna voortdurend sleepende walsen en zelfs nu en dan een <span lang="en">Two step</span>, hetwelk oogluikend door de gravin werd toegelaten, die niet voor al het goud van
-de wereld zou wenschen, dat men haar voor benepen of achterlijk hield.
-</p>
-<p>De gravin zelve had haar gasten bij de breede dubbele deur, die van de groote zaal
-direct uitkwam op het portaal, waarop de geweldige marmeren statietrap toegang gaf,
-begroet.
-</p>
-<p>Zij was gekleed in een baljapon van zeegroene zijde, tamelijk laag gedekoletteerd
-en zoo kort, dat men de fijne enkels goed kon bewonderen, de eenige uiterlijke schoonheid,
-waarop de gravin in dit stadium van haar leven nog kon bogen en welke zij dan ook
-druk exploiteerde.
-</p>
-<p>Het nog altijd blonde haar, waaruit het grijze zorgvuldig was verwijderd, was zeer
-hoog opgemaakt en dit deed haar smal gelaat nog langer en beenderiger schijnen.
-</p>
-<p>Maar voor alles werd de aandacht van den bezoeker getrokken door het collier van prachtige
-diamanten, hetwelk gravin Eleonora om den hals droeg.
-</p>
-<p>Het was een drievoudig snoer, de diamanten waren van het zuiverste water en de grootste,
-bijzonder vaak geslepen, waren niet veel kleiner dan een duivenei.
-<span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span></p>
-<p>De gravin droeg dit halssnoer slechts bij feestelijke gelegenheden en vrij wat gasten
-kenden het reeds, en wisten er de waarde van. Graaf Mac Dougall had er in het begin
-van zijn huwelijk de kapitale som van vijf en veertig duizend pond sterling voor moeten
-betalen.
-</p>
-<p>En sedert dien was het kostbare kleinood zeker nog in waarde toegenomen.
-</p>
-<p>Niet ver van de gravin verwijderd stond een bevallig jongmeisje, in een smaakvol baltoilet.
-</p>
-<p>Dat was Miss Grace Keating.
-</p>
-<p>Zij kon hoogstens twintig jaar zijn en ondanks de minder aangename positie welke zij
-in het huis bekleedde, straalden de mooie donkere oogen van levenslust in het ronde,
-blozende gezichtje, dat omgeven werd door een overvloed van zwart haar en glanzende
-krullen.
-</p>
-<p>Ook zij nam deel aan de begroeting en nu en dan wenkte gravin Eleonora haar en gaf
-op zachten toon een of ander bevel, hetwelk het jonge meisje zich haastte op te volgen.
-</p>
-<p>Maar ten slotte trok de gravin zich toch uit haar vooruitgeschoven stelling bij de
-deur terug en mengde zich onder haar gasten.
-</p>
-<p>En het duurde niet lang, of dezen zagen haar in druk en opgewekt gesprek met Lord
-Binning, een man van omstreeks vijftigjarigen leeftijd, die nog zeer groote zorg aan
-zijn uiterlijk besteedde en niet geschroomd had zijn haar en korte snor gitzwart te
-verven.
-</p>
-<p>Men zeide van hem, dat hij de beste kleermaker van Weenen zijn clandisie gunde en
-dat deze kunstenaar hem wist te kleeden op een wijze, zooals geen Londensche tailleur
-hem kon verbeteren.
-</p>
-<p>En aanstonds nam het gefluister een aanvang.
-</p>
-<p>En het fluisteren werd tot mompelen, toen de gravin achtereenvolgens twee dansen met
-Lord Binning danste.
-</p>
-<p>Het was zoo duidelijk als de dag, de gravin had den Lord reeds zoo goed als in haar
-netten en het zou niet lang duren of men zou een sierlijke kaart ontvangen, waarin
-Lord Binning kennis gaf van zijn voorgenomen huwelijk met gravin Eleonora Mac Dougall.
-</p>
-<p>Ook deed zijne Lordschap een paar dansen met Miss Grace, maar dat beteekende natuurlijk
-niets.
-</p>
-<p>Iedereen hier in het vertrek wist, dat Lord Binning weliswaar een <span class="corr" id="xd31e165" title="Bron: adelijken">adellijken</span> titel had, maar weinig contanten, en dat hij leefde van de opbrengst van een paar
-landgoederen, die intusschen <span class="corr" id="xd31e168" title="Bron: zweer">zwaar</span> verhypothekeerd waren en waarvan hij bijna geen roede zijn eigendom kon noemen. En
-Miss Grace was arm, zij had volstrekt niets te wachten, voor zoover men wist, en zij
-was al evenmin van adel, want verarmde zijtakken kon men toch met den besten wil niet
-tot den hoogen adel rekenen.
-</p>
-<p>Lord Binning zou dus een domheid doen als hij het meisje ten huwelijk vroeg, en tot
-een domheid achtten degenen die hem goed kenden, Mylord niet in staat.
-</p>
-<p>Intusschen scheen de gravin het samenzijn van Lord Binning en haar nichtje met tamelijk
-scheele oogen aan te zien, en zij scheen deswege op tamelijk vinnigen toon een paar
-woorden tot het meisje te richten, dat beurtelings vuurrood en bleek werd en zich
-in een hoekje terug trok, waaruit zij echter spoedig weer werd te voorschijn gehaald
-door een knappen luitenant van de garde, die zich om alles minder bekommerde dan om
-het zure kijken van zijn gastvrouw, of door het verbod, door haar uitgevaardigd.
-</p>
-<p>Het kon echter niet ontkend worden, dat gravin Eleonora succes had met haar soiree.
-De gasten schenen zich goed te amuseeren. Het koude buffet was overvloedig en voortreffelijk
-ingericht. De vier muzikanten schenen onvermoeibaar en men had een uitmuntend onderwerp
-voor een gesprek gevonden, in een drietal schandalen in de groote wereld, die op dat
-oogenblik alle tongen in beweging brachten.
-</p>
-<p>Zoo werd het half twaalf, en reeds hadden een aantal gasten zich terug getrokken,
-die wisten, dat de gravin aan haar uiterlijk verplicht meende te zijn, haar gezondheid
-zooveel mogelijk te ontzien en dus nooit heel laat op bleef.
-</p>
-<p>Op dat oogenblik trad er een heer van middelbaren leeftijd, met een tamelijk ouderwetsche
-rok aan, maar in wiens overhemd een paar kostbare zwarte parels glansden, met nog
-koolzwart glanzend haar en een uiterlijk, dat duidelijk zijn <span class="corr" id="xd31e178" title="Bron: slavische">Slavische</span> afkomst verried, buigend en met wrangen glimlach op de lippen op de gravin toe.
-</p>
-<p>Het was Paul Orlow, de juwelier van het Strand.
-<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p>
-<p>Hij was ongeveer een half uur geleden verschenen en had de eer genoten, eenige walstoeren
-met zijn grafelijke gastvrouw te mogen doen, die hem wel kende, daar zij vroeger wel
-eens iets in zijn welbekende zaak gekocht had en er ook nu wel eens reparaties liet
-verrichten.
-</p>
-<p>Orlow bleef voor haar stil staan, kuchte een paar maal verlegen achter zijn hand,
-als iemand die niet weet hoe te beginnen en zeide toen, na een snellen blik om zich
-heen te hebben geworpen:
-</p>
-<p>„Verschoon mij, mevrouw de gravin. Hebt gij wellicht eenige minuten voor mij<span class="corr" id="xd31e188" title="Bron: .">?</span>”
-</p>
-<p>Gravin Eleonora trok haar wenkbrauwen hoog op, als vreesde zij niet goed te hebben
-verstaan.
-</p>
-<p>„Ik zou niet zoo vrijpostig zijn, gravin,” vervolgde de juwelier haastig, „als ik
-niet iets zeer belangrijks en voor u zeer onaangenaams heb mede te deelen. Het spijt
-mij dat ik dit juist bij deze gelegenheid moet doen, maar ik durf de waarheid niet
-langer verborgen te houden.”
-</p>
-<p>„Mijn hemel Orlow, gij maakt mij aan het schrikken,” riep de gravin uit, nu werkelijk
-ontsteld door de woorden van den juwelier. „Wat kunt gij mij wel hebben mede te deelen.
-Is de ring zoek geraakt of gestolen, dien ik een paar dagen geleden bij u liet brengen?”
-</p>
-<p>„Uw ring ligt in mijn brandkast, gravin,” antwoordde Orlow zacht. „Het is veel erger,
-veel veel erger, maar ik kan het u hier niet zeggen in de balzaal en daarom verzocht
-ik u, mij in een van uw vertrekken even te woord te staan. Ik heb met opzet gewacht,
-tot de soiree bijna geëindigd is, want ik moest wel vreezen, gravin, dat gij, als
-gij mij zult hebben aangehoord, weinig lust zult gevoelen uw taak als gastvrouw voort
-te zetten.”
-</p>
-<p>Nu nam gravin Mac Dougall zonder verder een woord te spreken den juwelier bij een
-mouw van zijn rok en trok hem, zonder acht te slaan op haar gasten die vrij verbaasd
-toekeken, met zich mede, de groote zaal uit, dwars het portaal over en tenslotte een
-klein fraai vertrek binnen.
-</p>
-<p>Zij had bij het binnenkomen den schakelaar omgedraaid, sloot nu de deur, duwde Orlow
-zonder omslag in een stoel neer en zeide toen ongeduldig, terwijl haar dunne lippen
-een weinig trilden:
-</p>
-<p>„Zeg me nu spoedig wat ge te zeggen hebt, Orlow. Ik kan me volstrekt niet begrijpen
-wat het is, wat ge me onder vier oogen moet mededeelen.”
-</p>
-<p>„Het is zeer moeilijk om het u te zeggen, gravin,” begon de juwelier stotterend.
-</p>
-<p>En terwijl hij deze woorden sprak, gleden zijn blikken naar het diamanten halssnoer,
-hetwelk gravin Eleonora om haar mageren gelen hals droeg.
-</p>
-<p>En onwillekeurig gleed de zwaar beringde hand van de gravin langzaam naar boven en
-haar beenige vingers betastten zenuwachtig de kostbare steenen.
-</p>
-<p>„Wat kijkt ge naar mijn halssnoer, Orlow,” vroeg ze toen. „Alle steenen zijn er toch
-nog? Maar man spreek toch. Zie je niet dat ik op heete kolen zit.”
-</p>
-<p>„De steenen zijn er nog allen, gravin,” hernam Orlow op fluisterenden toon, terwijl
-hij schuw langs zijn gastvrouw heen keek, „maar zij zijn valsch.”
-</p>
-<p>Het was goed, dat de gravin juist voor een sofa stond, want ze knikte als het ware
-dubbel, alsof haar beenen plotseling onder haar waren weg geslagen, en staarde toen
-Orlow aan, alsof zij vreesde met een gek te doen te hebben.
-</p>
-<p>Toen herhaalde zij heesch:
-</p>
-<p>„Valsch. Zijt gij niet goed bij uw verstand? Durft gij beweren, dat het collier, dat
-ik vijf en twintig jaar geleden van mijn echtgenoot kreeg, niet echt is.”
-</p>
-<p>„Het collier, dat mijnheer uw echtgenoot u schonk, gravin, is zonder eenigen twijfel
-echt geweest. Ik ken het. Ik heb het herhaaldelijk gezien, maar de snoeren diamanten,
-welke gij daar om den hals draagt, zijn niet dezelfde. Ik had zooeven de eer, met
-u te mogen walsen, ik had alle gelegenheid het halssnoer te bewonderen en ik kon er
-niet aan twijfelen, de prachtige steenen waren vervangen door anderen, die door een
-meesterhand moeten zijn nagemaakt. Wilt gij mij veroorloven het snoer van wat naderbij
-te bezien?”
-</p>
-<p>Als onder den invloed van een boozen droom, maakte de gravin langzaam de sluiting
-los en overhandigde Orlow het drievoudige snoer, dat tintelde en schitterde in het
-electrische licht.
-</p>
-<p>De juwelier bekeek een tiental van de steenen met de grootste aandacht door een kleine
-loupe, die hem slechts zelden verliet, nam er een tusschen duim en wijsvinger van
-zijn linkerhand, en maakte <span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span>met den diamant die in den dikken gouden ring van zijn rechterpink prijkte, een streepje
-op den steen.
-</p>
-<p>De kras was duidelijk zichtbaar.
-</p>
-<p>Zwijgend liet hij den bekrasten steen aan de gravin zien, die het snoer weder aannam
-en er als wezenloos naar staarde.
-</p>
-<p>Toen hernam de juwelier op een toon van beklag:
-</p>
-<p>„Kristal, gravin, bergkristal, uit de Jura. Een zeer harde soort, die ook niet heel
-goedkoop is, maar toch moet ik u tot mijn spijt zeggen, dat ik voor dit snoer, zooals
-het daar is, niet meer zou over hebben dan veertig pond sterling, en dan nog, omdat
-er voor ongeveer dertig pond goud aan zit. Hoe het mogelijk is, dat men de steenen
-van uw snoer heeft kunnen vervangen, zonder dat gij het bemerkt hebt, dat weet ik
-natuurlijk niet. Maar ik kan u niet in het onzekere laten betreffende het feit, dat
-ze zijn nagemaakt.”
-</p>
-<p>Nog voor Orlow geheel uitgesproken had, gleed de gravin langzaam van de sofa op den
-vloer. Zij was flauw gevallen.
-<span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">HOOFDSTUK II.</h2>
-<h2 class="main">Valsche en echte diamanten.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was in den morgen, die volgde op het soiree van de gravin van Mac Dougall en omstreeks
-half tien, toen er een eenvoudige huurauto stil hield voor het hek, dat het grasperk
-voor het prachtige heerenhuis der gravin afsloot. Een ongewone verschijning voorzeker
-in die deftige buurt, waar men zelden iets anders zag dan eigen auto’s en fraaie equipages.
-</p>
-<p>Uit de auto stapte een rijzig man, smaakvol gekleed, recht als een kaars en met doordringende
-grijze oogen.
-</p>
-<p>Hij wisselde eenige woorden met den chauffeur, die knikte, een krant uit zijn zak
-haalde, en op zijn gemak begon te lezen, als iemand die eenigen tijd zou moeten wachten,
-en volgde daarna met snelle schreden het oprijpad.
-</p>
-<p>Hij beklom het terras, en trok aan de ouderwetsche zware koperen bel aan de huisdeur.
-</p>
-<p>Het duurde eenigen tijd voor de deur geopend werd door een bediende, die den bezoeker
-een tamelijk verbaasden blik toewierp, zijn kleederen taxeerde en vroeg:
-</p>
-<p>„Wat wenscht gij, mijnheer?”
-</p>
-<p>„Ik wensch mevrouw de gravin te spreken.”
-</p>
-<p>De bediende trok zijn wenkbrauwen hoog op en hernam, alsof hij zijn ooren niet vertrouwde:
-</p>
-<p>„Gij wilt mevrouw de gravin spreken? Om half tien in den morgen. Maar de gravin kan
-nog nauwelijks haar kamer hebben verlaten<span class="corr" id="xd31e235" title="Niet in bron">.</span>”
-</p>
-<p>„Dat doet er niets toe, mijn vriend,” zeide de bezoeker bedaard. „Ik weet zeker dat
-zij me zal ontvangen, wanneer je zegt, dat ik in de zaak van de diamanten kom en dat
-ik haar dienaangaande een zeer belangrijke mededeeling heb te doen.”
-</p>
-<p>„De diamanten? Welke diamanten?” vroeg de bediende verwonderd.
-</p>
-<p>„Weet je er niets van?” kwam de bezoeker nu. „Nu het is ook eigenlijk geen zaak, die
-het personeel aangaat,” liet hij er op hoogen toon op volgen, die niet naliet indruk
-op den huisknecht te maken.
-</p>
-<p>Hij deed de deur wat verder open, liet den bezoeker in de reusachtige hal en zeide
-toen, terwijl hij een reusachtigen leunstoel vooruit schoof:
-</p>
-<p>„Ik zal in ieder geval mevrouw de gravin uw verzoek om haar te spreken overbrengen.
-Wees zoo goed om even te wachten.”
-</p>
-<p>De bezoeker was gaan zitten zonder nog iets te zeggen en wachtte.
-</p>
-<p>De bediende kwam in heel wat vlugger tempo terug, dan hij gebruikt had om de marmeren
-trap te bestijgen en hij had deze nog niet halverwege afgedaald, toen hij den bezoeker
-toeriep:
-</p>
-<p>„Mevrouw de gravin laat verzoeken bij haar te komen.”
-</p>
-<p>De bezoeker stond op, besteeg op zijn beurt de trap, waar de bediende hem wachtte
-en volgde deze totdat de man stil stond voor een hooge, wit gelakte deur, niet ver
-van het einde van de trap.
-</p>
-<p>Hij klopte aan en daar hij geen naam kon noemen, liet hij den bezoeker zwijgend passeeren.
-Hij sloot de deur weder achter hem.
-</p>
-<p>Uit een gemakkelijken stoel, dicht bij een der vensters, was gravin Eleonora opgestaan,
-gekleed in een peignoir, welke zij blijkbaar haastig had omgeslagen en die eigenlijk
-beter geschikt geweest zou zijn voor een vrouw in de glans van haar jeugd en schoonheid.
-</p>
-<p>Daar zij blijkbaar een slechten nacht had doorgebracht en oogenschijnlijk ook nog
-geen tijd had gevonden de tallooze schoonheidsmiddeltjes aan te wenden, waarmede zij
-zich placht te verjongen, vertoonde zij op dit oogenblik een uiterlijk, dat <span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span>Lord Binning zeker zou hebben afgeschrikt, als hij het had kunnen zien.
-</p>
-<p>Zij deed een paar schreden in de richting van den bezoeker, keek hem met haar knipperende,
-sterk bijziende oogen aandachtig aan en zeide toen:
-</p>
-<p>„Gij komt hier in verband met de diamanten. Hoe is het mogelijk, mijnheer, hoe kunt
-gij weten wat er hier gisteren is voorgevallen? Ik had het geheim gehouden en ook
-Orlow verzocht er volstrekt niet over te spreken.”
-</p>
-<p>„Ik wist het niet gravin, ik vermoedde het slechts,” antwoordde de bezoeker glimlachend.
-„Ik was natuurlijk op de hoogte van uw soiree, ik wist dat gij daarbij uw diamanten
-halssnoer zoudt dragen, en ik wist evenzeer dat de juwelier Orlow het plan koesterde,
-naar uw soiree heen te gaan.”
-</p>
-<p>„Dat begrijp ik niet,” hernam de gravin met starenden blik. „Al wist gij dat alles,
-hoe kon gij dan vermoeden, dat Orlow tot de ontdekking zou komen, van.…”
-</p>
-<p>„Van de valschheid uwer diamanten, gravin?” vulde de bezoeker op kalmen toon aan.
-„Ik kan mij voorstellen, dat gij u hierover verbaast, maar uw verwondering zal minder
-groot zijn, als ik u zeg, dat ik wel zeer nauwkeurig op de hoogte moest zijn, om de
-afdoende reden, dat ik de man ben, die uw diamanten gestolen heb.”
-</p>
-<p>De gravin plofte meer dan zij neerzat in een stoel, die zich onder haar bereik bevond
-en keek den bezoeker aan met een mengeling van schrik, ongeloof en woede.
-</p>
-<p>Toen herhaalde zij toonloos:
-</p>
-<p>„Die mijn diamanten gestolen heeft? Die ze veranderd heeft voor valsche? En dat durft
-gij mij hier in mijn eigen huis komen mededeelen?”
-</p>
-<p>„O, daar is niet zooveel moed toe noodig, gravin”, antwoordde de bezoeker rustig.
-„Gij zult wel begrijpen, dat ik mijn maatregelen heb genomen. Ik zie daar bijvoorbeeld
-een telefoontoestel staan, waarvan gij u zoudt kunnen bedienen, maar ik moet u zeggen,
-dat het weinig zou baten, want de draden zijn doorgeknipt. Gij hebt niet met een beginner
-of met een onhandigen sukkel te doen. Ik ben John Raffles.”
-</p>
-<p>De gravin schoof met den rug den stoel achteruit en geruimen tijd kon ze geen woord
-over haar lippen brengen. Toen fluisterde zij op heeschen toon:
-</p>
-<p>„John Raffles, de Gentleman-Inbreker, op wiens hoofd een prijs van twee duizend pond
-sterling is gesteld.”
-</p>
-<p>„Sedert vele jaren, gravin, en zonder dat Scotland Yard ooit die som heeft behoeven
-uit te betalen.” bevestigde Raffles glimlachend en met een kleine buiging.
-</p>
-<p>„Ik heb menigmaal staaltjes van uw stoutmoedigheid en weergalooze onbeschaamdheid
-gehoord, John Raffles, maar ik wist niet dat ge dit zoudt <span class="corr" id="xd31e269" title="Bron: durwen">durven</span>,” riep de gravin uit.
-</p>
-<p>„Wat valt er eigenlijk te durven, gravin?” kwam Raffles met een onschuldig gelaat.
-</p>
-<p>„Vraagt gij dat nog?” riep gravin Eleonora uit. „Al kan ik niet telefoneeren, denkt
-gij daarom dat gij ongemoeid mijn huis zult verlaten?”
-</p>
-<p>„Daar ben ik volkomen zeker van, gravin,” antwoordde Raffles op denzelfden bedaarden
-toon.
-</p>
-<p>„Maar ik zal schreeuwen. Ik zal het huis bij elkaar roepen. Ik zal drie, vier bedienden
-voor de huisdeur op post zetten,” riep de gravin woedend uit.
-</p>
-<p>„En dacht gij met zulke onnoozele hulpmiddeltjes een man als John Raffles te beletten
-uw huis te verlaten?” vroeg Raffles schouderophalend. „Ik zie wel, dat ge mij niet
-kent, gravin. Veronderstel eens, dat ik u niet verhinderde uw stem uit te zetten,
-dacht u soms, dat ik niet verre weg de meerdere zou zijn, met mijn revolver en.… eenige
-andere werktuigjes, tegen eenige ongewapende bedienden. Denkt gij soms, dat ik niet
-weet dat er wel drie andere uitgangen zijn, dan de voordeur en dat ik hun plaats niet
-zeer nauwkeurig ken? Lieve hemel, bij uw eerste gil zou ik reeds de trap af zijn en
-op straat staan. Kom, gravin, laten we liever rustig met elkander praten.”
-</p>
-<p>„Wat, ik zou praten met John Raffles?” riep de gravin bleek van woede uit.
-</p>
-<p>„Ik verzeker u, gravin, dat ge daardoor u zelf volstrekt niet zoudt vernederen,” hernam
-Raffles koeltjes. „Zonder iets te willen afdingen op uw rijkdom en uw positie in de
-maatschappij, kan ik u wel zeggen, dat nog heel andere personen van rang en aanzien
-met John Raffles hebben gesproken. Goedschiks of kwaadschiks.”
-</p>
-<p>Hoewel nog steeds bevend van woede en machtelooze wraakzucht nam gravin Eleonora op
-den stoel plaats en zeide op hoogen toon:
-</p>
-<p>„Zeg dan wat gij mij te zeggen hebt, mijnheer, ofschoon ik mij volstrekt niet kan
-voorstellen, wat <span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span>gij mij wel mede te deelen kunt hebben. En maak het kort, wat ik u verzoeken mag.”
-</p>
-<p>„Ik zal het niet langer maken, gravin, dan volstrekt noodzakelijk is. Gij hebt het
-mij wel niet verzocht, maar ik zal toch zoo vrij zijn, plaats te nemen, want ik ben
-niet gewend dat men mij laat staan, zelfs niet ten hove.”
-</p>
-<p>„Ten hove,” herhaalde de gravin met een minachtend schouder ophalen. „Ik heb wel eens
-hooren verhalen van uw groote stoutmoedigheid, John Raffles, maar voor gij mij zoudt
-kunnen wijs maken, dat gij ooit een voet aan het hof hebt gezet, zou er heel wat moeten
-gebeuren.”
-</p>
-<p>„Gravin, ik heb hofbals bijgewoond, hier te Londen, te Madrid, en te Berlijn, toen
-daar nog keizer Wilhelm aan het bewind was. Gij moogt mij gelooven of niet, maar het
-is de waarheid. Laat ik er onmiddellijk aan toevoegen dat mijn bezoeken in al die
-gevallen vrij onaangename gevolgen hadden voor dezen of genen grootwaardigheidsbekleeder
-en eenmaal had ik zelfs de eer en het groote voorrecht, koning Alfons van Spanje onder
-mijn slachtoffers te mogen rekenen, bijna had ik gezegd, onder mijn <span class="corr" id="xd31e289" title="Bron: clienteele">clientèle</span>. Wanneer mevrouw de gravin zich wellicht de desbetreffende verslagen in de dagbladen
-wil herinneren, zou zij moeten erkennen, dat ik geen naneef ben van baron van <span class="corr" id="xd31e292" title="Bron: Munchhausen">Münchhausen</span>. Van opsnijden heb ik een ingekankerde afkeer. Nu echter ter zake, want ik zou bijna
-vreezen misbruik te maken van uw vriendelijkheid.”
-</p>
-<p>„Van mijn vriendelijkheid,” barstte de gravin uit. „Waagt gij het, mijnheer, mij voor
-den gek te houden? Gij schijnt te meenen, dat gij volkomen veilig zijt.”
-</p>
-<p>„Dat meen ik ook, gravin, meer nog, ik ben er zeker van. Ik behoor niet tot die lieden
-die over een nacht ijs gaan en voor ik mij kwam aanmelden, zoo vroeg in den morgen,
-heb ik mij deugdelijk overtuigd, dat men mij hier niet al te zeer in den weg zal loopen
-en ik ken alle trappen, gangen, vertrekken en ramen in uw huis, de balkons en de brandladder,
-de kelder zoowel als de zolder, minstens even goed en waarschijnlijk beter dan gij
-zelf. Ik had het genoegen een paar weken in uw dienst te zijn, jammer genoeg hebt
-gij mij toen wegens onverbeterlijke dronkenschap moeten ontslaan.”
-</p>
-<p>„Wat, die huisknecht, dien man dien ik een paar weken geleden in dienst nam,” stamelde
-de gravin.
-</p>
-<p>„Die man was ik, gravin,” zeide Raffles met een vriendelijken glimlach op zijn gelaat
-en een beleefde buiging. „Ik moest wel tot deze kleine list mijn toevlucht nemen,
-teneinde op de hoogte te komen van de beste wijze, de steenen van uw collier te kunnen
-vervangen door anderen, hetgeen mij een paar dagen geleden gelukt is, en nu mijn voorstel,
-gravin.”
-</p>
-<p>„Een voorstel,” kwam de gravin verwonderd en verontwaardigd,
-</p>
-<p>„Of mijn aanbod, als gij dat woord soms liever hoort.”
-</p>
-<p>De gravin stampvoette van drift en zeide toen tusschen de tanden:
-</p>
-<p>„Laat hooren.”
-</p>
-<p>„Gij staat dus voor het feit, gravin,” begon Raffles met de grootste kalmte, „dat
-gij uw juweelen kwijt zijt, en dat ik ze vervangen heb door kunstmatige. Wel ga ik
-er niet prat op, dat mijn steenen de vergelijking kunnen doorstaan met die, welke
-thans vervaardigd worden door de Nobelmaatschappij, maar ik geloof toch, dat de mijne
-heel aardig zijn, dat een man als de juwelier Orlow ze herkent, verwondert mij niet
-zeer, want hij is een bekwaam man, maar ik geloof wel te mogen zeggen dat niet vele
-leeken op de gedachten zijn gekomen, dat uw diamanten collier niet het <span class="corr" id="xd31e306" title="Bron: paarlsnoer">collier</span> was, hetwelk wijlen uw <span class="corr" id="xd31e309" title="Bron: echtgenoote">echtgenoot</span> u schonk.”
-</p>
-<p>„Dat doet er niet toe, mijnheer,” riep de gravin uit. „Al zou niemand het kunnen zien,
-zelfs de bekwaamste deskundige niet, denkt gij soms, dat een gravin Mac Dougall met
-valsche diamanten wil loopen?”
-</p>
-<p>„Ik heb steeds het tegendeel gedacht, gravin, en juist daarom ben ik hier gekomen,
-teneinde u het voorstel te doen, uw diamanten van mij terug te koopen.”
-</p>
-<p>Raffles liet zich nonchalant achterover in zijn stoel terug vallen en keek de gravin
-glimlachend aan, die naar adem snakte en aanstalten scheen te maken flauw te vallen.
-</p>
-<p>Zij wist zich echter te beheerschen en zeide:
-</p>
-<p>„Gij waagt het mij het voorstel te doen, mijn eigen diamanten terug te koopen? Dat
-is wel het toppunt van onbeschaamdheid.”
-</p>
-<p>„Ik ontken het niet, gravin. Het is mogelijk, dat ge daarin gelijk hebt. Maar bedenk
-wel, dat mijn eigenaardig beroep meebrengt, dat ik poog zooveel mogelijk geld te maken
-van mijn kleine ondernemingen. Gij hebt te kiezen of te deelen. Ik zal u <span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span>een redelijken prijs noemen, dien gij, naar ik heel goed weet, zeer gemakkelijk zoudt
-kunnen betalen. Doet gij dat niet, dan zijt gij uw juweelen voor goed kwijt, en ik
-zou desnoods jarenlang kunnen wachten, alvorens ze aan den man te brengen, zonder
-gevaar voor ontdekking, en langs wegen, welke ik tot mijn spijt en om begrijpelijke
-redenen verborgen moet houden. Betaalt gij echter wel den prijs, dien ik zal noemen
-dan komt gij weder in bezit van uw geliefde diamanten, waarmede gij zoo gaarne pronkt.”
-</p>
-<p>Raffles zweeg en wierp de gravin een scherpen onderzoekenden blik toe uit zijn staalgrijze
-doordringende oogen.
-</p>
-<p>Gravin Eleonora beet zich op de lippen, speelde zenuwachtig met haar dunnen, gouden
-horlogeketting en scheen aan een hevigen tweestrijd ten prooi te zijn tusschen haar
-trots en haar zuinigheid.
-</p>
-<p>Maar de begeerte om haar juweelen weder in bezit te hebben won het ten slotte.
-</p>
-<p>Zij hield den blik afgewend op een der groote bloemen van het Smymatapijt terwijl
-zij kortaf vroeg:
-</p>
-<p>„Hoeveel?”
-</p>
-<p>„Wat denkt u van twintig duizend pond, gravin?”
-</p>
-<p>Weer zette gravin Eleonora haar kleine witte tanden in haar bovenlip en toen antwoordde
-zij plotseling en vastberaden: „Het is goed. Ik zal een cheque voor dat bedrag schrijven.”
-</p>
-<p>Raffles liet een spottend lachje hooren, legde toen zijn eene been over het andere,
-perste de toppen van zijn vingers tegenover elkaar en zeide:
-</p>
-<p>„Dat dacht ik wel, ik meende reeds zooiets op uw gelaat te hebben gelezen. Maar gravin,
-gij beleedigt mij. Denkt ge soms te doen te hebben met een ezel, met een beginneling,
-met een boertje. Een cheque, maar ik zou immers nauwelijks de stoep af zijn, of gij
-zoudt reeds naar uw bank telefoneeren, met een vriendelijk verzoek, desnoods een half
-dozijn agenten in een hinderlaag te leggen, die mij aanstonds op het lijf zou vallen,
-zoodra ik daar <span class="corr" id="xd31e332" title="Bron: mij">mijn</span> opwachting kwam maken om het bedrag te innen.”
-</p>
-<p>De gravin maakte een gebaar van ongeduld en drift, nu haar plan doorzien was en hernam:
-</p>
-<p>„Wat wilt gij dan?”
-</p>
-<p>„Contanten, gravin,” antwoordde Raffles laconiek.
-</p>
-<p>„Wat, twintig duizend pond in contanten?” riep de gravin opgewonden uit. „En denkt
-gij dat ik zulk een groot bedrag zoo maar in huis heb?”
-</p>
-<p>„Ik denk het niet alleen, gravin. Ik weet het volmaakt zeker,” antwoordde Raffles
-rustig. „Tot mijn leedwezen ben ik opnieuw genoodzaakt er u opmerkzaam op te maken,
-dat John Raffles niet de eerste de beste is. Ik weet heel wat af van uw geldelijke
-omstandigheden, onder andere, dat u juist gistermiddag, niet lang voor uw eerste gasten
-kwamen, uw twee rentmeesters hebt ontvangen, die u de opbrengst van een pacht kwamen
-brengen. Een zeer groot bedrag en dat pleit voor de ijver van uw boeren. Neen, gravin,
-gij kunt voor mij niets verborgen houden. Het geld ligt op het oogenblik in uw brandkast
-en die staat in het boudoir hiernaast.”
-</p>
-<p>„Maar als ik u die som betaal, wie waarborgt mij dan dat u mij de diamanten zult terug
-bezorgen?” riep gravin Eleonora uit.
-</p>
-<p>„Hier zijn ze, gravin,” antwoordde Raffles glimlachend.
-</p>
-<p>Hij had de hand in den binnenzak van zijn dikke ulster gestoken en haalde er nu een
-fraai rood marokkijnlederen etui uit, hetwelk hij geopend op zijn knie plaatste.
-</p>
-<p>Daar schitterde in oogverblindende pracht het prachtige collier van drie snoeren.
-</p>
-<p>En de gravin zelve moest erkennen, dat het valsche sieraad werkelijk prachtig was
-nagemaakt tot in de minste bijzonderheden.
-</p>
-<p>Zij stak haastig de beide handen naar het etui uit, maar Raffles klapte het bedaard
-weder dicht, keek de gravin recht in het gezicht en zeide:
-</p>
-<p>„Eerst de kleine, maar moeilijke tocht naar uw brandkast, gravin.”
-</p>
-<p>„Gij zult me de diamanten terug geven?”
-</p>
-<p>„Ik zal het genoegen hebben, gravin, ze eigenhandig in uw brandkast te plaatsen, naast
-het zwart lederen etui, dat de nagemaakte bevat.”
-</p>
-<p>De gravin scheen nog een oogenblik te aarzelen, maar toen begreep ze blijkbaar dat
-haar geen andere uitweg overbleef dan te betalen.
-</p>
-<p>Zuchtend stond zij op en dadelijk volgde Raffles haar voorbeeld.
-</p>
-<p>Hij volgde haar op den voet, hij liet haar geen oogenblik uit het oog, toen zij haar
-schreden naar de tusschendeur richtte, deze opende, het aangrenzende boudoir binnen
-ging en naar de brandkast liep, een sierlijk meubel, dat niet ver van een van de ramen
-tegen den muur stond.
-</p>
-<p>Raffles plaatste zich dadelijk tusschen het raam <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>en de kast en zag glimlachend toe, hoe de gravin de deur van de brandkast opende en
-er een dikke stapel <span class="corr" id="xd31e358" title="Bron: bankbilletten">bankbiljetten</span> uitnam, die in een stuk grauw papier gewikkeld waren.
-</p>
-<p>Zij deed het papier open en nam twee pakjes <span class="corr" id="xd31e363" title="Bron: bankbilletten">bankbiljetten</span>, door een elastiekje bijeen gehouden. Ieder van de pakjes bevatten honderd biljetten
-van honderd pond.
-</p>
-<p>Raffles had intusschen het etui weder uit zijn zak gehaald, plaatste het in de kast
-en nam de beide pakjes met een buiging uit de handen van de gravin aan.
-</p>
-<p>Toen zeide hij:
-</p>
-<p>„Gij hebt er ongeveer vijf en zestig duizend pond sterling aan goud, bankpapier en
-effecten in uw kast, gravin, en het zou mij al zeer gemakkelijk vallen, mij dat alles
-toe te eigenen, maar ik wil niet al te inhalig zijn. Ik heb eenmaal mijn prijs genoemd
-en daarbij blijf ik. Misschien zijt gij er wel wat verwonderd over, dat ik niet liever
-het snoer en de diamanten afzonderlijk verkoop na eenige jaren te wachten, maar ik
-kies het zekere voor het onzekere. Niemand kan zeggen, of een diamant over een vijftal
-jaren meer waard is dan een keisteen, als de ontdekking van de ingenieurs der dynamietfabriek,
-welke ik zooeven noemde, werkelijk gunstige resultaten opleveren. Bovendien, twintig
-duizend pond is een goede prijs en daar mij thans niets meer hier houdt, gravin, heb
-ik het genoegen u te groeten.”
-</p>
-<p>En voor de gravin zelfs den tijd had gehad iets te zeggen, had Raffles het boudoir
-en de ontvangkamer reeds verlaten.
-</p>
-<p>De gravin had hem niet hooren loopen, zelfs geen deur hooren open gaan, en toch viel
-er met aan te twijfelen, of de stoutmoedige Gentleman-Inbreker was vertrokken.
-</p>
-<p>De gravin ijlde naar de deur van het boudoir, die op de gang uit kwam met het doel,
-dadelijk de bedienden bijeen te schreeuwen. De deur was gesloten.
-</p>
-<p>Zij begreep aanstonds, dat Raffles dit reeds gedaan moest hebben, voor hij binnentrad,
-of misschien, terwijl zij bezig was aan de kast.
-</p>
-<p>Zij vloog woedend naar de ontvangkamer, ijlde naar de deur. Ook deze was van buiten
-op slot gedraaid.
-</p>
-<p>De gravin wierp de ramen open, die op den achtertuin uitkwamen en schreeuwde zoo luid,
-dat tenslotte een bediende, die juist de binnenplaats overstak, verschrikt opkeek
-en toen haastig in het huis verdween.
-<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">HOOFDSTUK III.</h2>
-<h2 class="main">Een onaangename ervaring.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het duurde niet lang, of de gravin hoorde snelle schreden naderen.
-</p>
-<p>„Ben jij daar, Hundsley?”
-</p>
-<p>„Ja, gravin,” antwoordde de buttler. „Wat is er toch gebeurd?”
-</p>
-<p>„Steekt de sleutel van buiten niet op het slot?”
-</p>
-<p>„Ik zie niets, gravin.”
-</p>
-<p>De buttler rammelde aan den deurknop en vervolgde verbaasd:
-</p>
-<p>„Lieve hemel, de deur is op slot. Kunt u er niet uit?”
-</p>
-<p>„Natuurlijk kan ik er niet uit, ezel,” riep de gravin buiten zichzelf van woede. „Geloof
-je soms dat ik kans zie uit het raam te klimmen en langs de regenpijp naar beneden
-te gaan?”
-</p>
-<p>„Maar hoe kan dat?” hakkelde Hundsley. „Er is toch een bezoeker bij u?”
-</p>
-<p>„Hundsley, als je nog eens zulke krankzinnige opmerkingen maakt, stuur ik je morgen
-weg,” riep gravin Eleonora. „Laat me voorloopig maar hier, en tracht dien bezoeker
-te achterhalen, al denk ik wel, dat het niet zal baten. Er is al veel te veel tijd
-verloopen. Hij was een dief. Hij is er met twintig duizend pond sterling van door
-en stuur dan maar een smid om de deur open te maken, of zie dat je een anderen sleutel
-kunt krijgen.”
-</p>
-<p>Buiten de deur lieten zich talrijke kreten van schrik hooren en nu was in een oogenblik
-het geheele huis in rep en roer.
-</p>
-<p>De bedienden stoven naar alle richtingen heen, ijlden de straat op, schreeuwden agenten
-aan, ondervroegen voorbijgangers en keerden na slechts korten tijd onverrichterzake
-weder terug.
-</p>
-<p>Maar de bediende, die een der beide zijdeuren was uitgegaan, vond, toen hij door diezelfde
-deur weder binnentrad, een klein stukje papier, met een punaise tegen de deurpost
-bevestigd en daarop stond te lezen:
-</p>
-<p>„Vermoeit u niet. Ik heb een auto genomen, John Raffles.”
-</p>
-<p>Intusschen had de gravin haar brandkast gesloten na zich te hebben overtuigd, dat
-het valsche zoowel als het echte halssnoer zich daar bevonden en nu liep zij als een
-tijgerin in haar kooi heen en weer.
-</p>
-<p>Toen naderden er opnieuw schreden in de gang. Het was Hundsley die terug keerde met
-een smid en deze had na eenig probeeren spoedig het slot van de deur geopend.
-</p>
-<p>Zonder op de twee mannen acht te slaan, snelde de gravin hen voorbij, snelde de trap
-af en ging haastig op het telefoontoestel toe, hetwelk in de groote hal was.
-</p>
-<p>Het volgende oogenblik had zij zich met Scotland Yard in verbinding gesteld en mededeeling
-gedaan van hetgeen geschied was.
-</p>
-<p>Toen pas voelde zij haar zenuwen een weinig tot kalmte komen en kon zij den toestand
-beter overzien.
-</p>
-<p>Dat zij haar twintig duizend pond sterling voor goed kwijt was, daaraan behoefde zij
-zeker niet te twijfelen.
-</p>
-<p>Dat was een feit, waarin zij zich zou moeten schikken.
-</p>
-<p>Juist toen de gravin zich gereed maakte, de trap weder te bestijgen, werd gescheld
-en de huisknecht die de deur opende liet Miss Keating binnen, het bevallige nichtje
-van de gravin.
-</p>
-<p>Deze stond halverwege op de trap stil, wendde zich met een zuurzoeten glimlach tot
-haar nichtje en zeide:
-</p>
-<p>„Je kiest zonderlinge oogenblikken uit om het huis uit te loopen, Grace.”
-<span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span></p>
-<p>„Hoe zoo, tante?” vroeg het jonge meisje, verbaasd over de uitdrukking op het gelaat
-van de gravin.
-</p>
-<p>„O, het heeft bijna niets te beduiden. Ik ben zooeven maar voor twintig duizend pond
-sterling bestolen. Dat is alles.”
-</p>
-<p>„Twintig duizend pond?” riep Grace ontzet uit. „En zooeven? Op klaarlichten dag? Maar
-tante dat is.…”
-</p>
-<p>„Ik weet wat je wilt zeggen, dat is onmogelijk. Dat had je willen zeggen, nietwaar?
-En toch is het de zuiverste waarheid.”
-</p>
-<p>„Maar beste tante ik kon toch niet vooruit zien. Herinnert u zich dan niet meer dat
-u mij hebt opgedragen Miss More naar den trein te brengen?”
-</p>
-<p>„Dat is waar, dat had ik vergeten,” mompelde de gravin. „Neem het mij maar niet kwalijk.
-Mijn hoofd is heelemaal in de war. Ga mede naar mijn kamer dan zal ik je zeggen, wat
-er gebeurd is.”
-</p>
-<p>Maar nog eenmaal zou de gravin verhinderd worden om aanstonds aan haar plan gevolg
-te geven.
-</p>
-<p>Want er werd nogmaals gescheld en toen de deur door den huisknecht geopend werd zagen
-de beide dames voor het terras een splinternieuwe, grasgroene auto staan, een sportwagentje,
-voor twee personen, van sierlijk model. En op de <span class="corr" id="xd31e420" title="Bron: bevenste">bovenste</span> trede van het terras stond Lord Binning, buigend als een knipmes.
-</p>
-<p>Plotseling veranderde het gelaat van de gravin en glimlachend daalde zij de treden
-weder af om den vroegen bezoeker tegemoet te gaan.
-</p>
-<p>„O, maar dat is alleraardigst van u, Lord Cecil,” zeide zij met een gemaakt stemmetje.
-„Ik begrijp al wat u komt doen. U komt mij afhalen om met uw nieuwe auto, waarover
-u gisteren sprak, een tochtje te maken. Werkelijk charmant van u en het treft uitstekend.
-Gij moet weten, dat ik juist een zeer dringende boodschap heb in de buurt van het
-Strand. Ik moet mijn juwelier opzoeken. Lord Cecil gij zijt werkelijk een galant man.
-Kom binnen en neem plaats, wat ik u bidden mag. Ik ga mij aanstonds kleeden.”
-</p>
-<p>Bedremmeld had Binning naar deze woorden geluisterd en zijn blikken vlogen verlegen
-en schuw naar Grace, die met een guitig lachje om de lippen had toegeluisterd, toen
-hij stotterde:
-</p>
-<p>„De zaak is, gravin, dat ik.… ik wilde eigenlijk.”
-</p>
-<p>Hij keek Grace smeekend aan als verwachtte hij haar hulp en uitkomst, maar het jonge
-meisje was meedoogenloos, en zeide op spottenden toon:
-</p>
-<p>„Wel, het zal alleraardigst zijn in dat twee persoonswagentje, Mylord. Tante is dol
-op dergelijke ritjes. Kom tante, laat Lord Cecil niet te lang wachten. Ga spoedig
-mee en vertel mij dan wat er geschied is, want ik brand van nieuwsgierigheid.”
-</p>
-<p>En de ongelukkige Lord Binning was wel verplicht als man van de wereld het verzoek
-op te volgen en zuchtend liet hij zich neervallen op een van de prachtige eikenhouten
-banken, terwijl een van de bedienden de wacht hield bij het splinternieuwe <span class="corr" id="xd31e431" title="Bron: autotje">autootje</span>, dat heel iemand anders had moeten ontvangen dan gravin Eleonora.
-</p>
-<p>Mylord troostte zich echter met de gedachte, dat hij wellicht onderweg gelegenheid
-zou vinden de gravin te spreken over de plannen ten aanzien van haar nichtje, al ontveinsde
-hij zich niet dat zijn kansen voor het oogenblik niet bijzonder goed stonden en dat
-het jonge meisje geheel ongevoelig scheen voor zijn attenties.
-</p>
-<p>Met des te meer schrik echter had hij waargenomen, dat gravin Eleonora hem aanzag
-met oogen, die een zeer duidelijke taal spraken.
-</p>
-<p>Intusschen was de gravin met haar nicht naar het boudoir gegaan en daar deelde zij
-haar mede, wat er zooeven geschied was.
-</p>
-<p>Grace had verbaasd toegeluisterd en toen de gravin haar verhaal beëindigd had sloeg
-ze de kleine handen ineen en riep uit:
-</p>
-<p>„U hebt dus met Raffles in eigen persoon gesproken?”
-</p>
-<p>„Je schijnt het heel belangwekkend te vinden. Van meer belang dan de diefstal,” riep
-de gravin verontwaardigd uit.
-</p>
-<p>„Neem me niet kwalijk, tante,” hernam Grace beschaamd. „Het is natuurlijk heel erg
-voor u en toch moet u er niet boos om zijn, als ik zeg, dat ik er graag bij had willen
-zijn, toen u met dien brutalen roover sprak.”
-</p>
-<p>„Bij een volgende gelegenheid zal ik niet nalaten je te waarschuwen,” hernam gravin
-Eleonora schamper.
-</p>
-<p>„Dat ontbrak er nog aan. Ik ga aanstonds met de snoeren naar Orlow en dan naar de
-politie, ik durf het echter niet langer in huis te houden. Wie weet wat er verder
-mee geschiedt.”
-</p>
-<p>„En neemt u Lord Cecil mee, tante?” vroeg <span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span>Grace, terwijl zij zich omwendde teneinde het lachje te verbergen dat om haar lippen
-speelde.
-</p>
-<p>„Ja, hij heeft mij toch gevraagd?”
-</p>
-<p>„Zoo, ik heb het niet gehoord, maar dat zal wel aan mij liggen,” hernam Grace onschuldig.
-</p>
-<p>Gravin Eleonora begaf zich nu haastig naar haar slaapkamer en maakte daar toilet.
-</p>
-<p>Zij trok een fraaien bontmantel aan, drukte zich een bontmuts op het hoofd en begaf
-zich toen weder naar het boudoir, teneinde de colliers uit de brandkast te nemen.
-</p>
-<p>Vervolgens draafde zij haastig de trap af en nog voor zij de vestibule bereikt had,
-riep ze uit:
-</p>
-<p>„Daar ben ik, Mylord. Ik hoop, dat ik u niet al te lang heb laten wachten.”
-</p>
-<p>Mylord bromde iets wat voor een beleefde ontkenning kon doorgaan en daarop verlieten
-beiden het heerenhuis, terwijl de bedienden zich terzijde van de deur schaarden.
-</p>
-<p>De gravin nam naast den Lord plaats, die zelf zijn nieuwe auto zou besturen en zeide:
-</p>
-<p>„Ik leg beslag op u, Mylord. Dat vindt ge zeker wel goed?”
-</p>
-<p>„Dat spreekt immers vanzelf, gravin,” antwoordde het beklagenswaardige slachtoffer.
-</p>
-<p>„Rijd mij dan eens spoedig naar Orlow, den juwelier. Ik moet hem spreken.”
-</p>
-<p>Lord Binning bracht den sportwagen in beweging en snel reed het fraaie voertuigje
-door de drukke straten van Londen om tenslotte stil te staan voor den juwelierswinkel
-van Paul Orlow.
-</p>
-<p>Het was een zeer fijne zaak en dat bleek reeds uit de wijze, waarop de etalage was
-ingericht.
-</p>
-<p>Achter een fijn geslepen spiegelruit, in dof eikenhout gevat, prijkten slechts weinige
-sieraden, maar zij waren op zeer kunstzinnige wijze ten toon gesteld, zonder zich
-op te dringen.
-</p>
-<p>Ook de winkel, dien men eigenlijk een met verfijnden smaak gemeubeld vertrek moest
-noemen, herinnerde op het eerste gezicht slechts weinig aan het beroep van zijn eigenaar.
-</p>
-<p>Een toonbank was er niet, maar wel een zeer fraaie lange tafel van Slavonisch eikenhout,
-ingelegd met kostbare houtsoorten, en dan waren er eenige zeer fraaie wandkasten met
-kleine, geslepen ruitjes, die enkele sieraden van groote waarde bevatten.
-</p>
-<p>Er stonden een aantal gemakkelijke stoelen en van de eikenhouten zoldering hing een
-prachtige kristallen kroon af.
-</p>
-<p>Een paar winkelbedienden gingen geruischloos af en aan om een paar klanten te bedienen.
-</p>
-<p>Maar hieraan stoorde gravin Eleonora zich volstrekt niet, want nauwelijks was zij
-binnen getreden of zij beval, met haar schelle, eenigszins kijfachtig klinkende stem:
-</p>
-<p>„Ik wil mijnheer Orlow spreken.”
-</p>
-<p>De bedienden wierpen een snellen en onderzoekenden blik op de bezoekster en zij schenen
-haar dadelijk te herkennen, want een hunner zeide:
-</p>
-<p>„Ik zal mijnheer waarschuwen, wees zoo goed plaats te nemen.”
-</p>
-<p>Toen de beide bezoekers een stoel hadden genomen, trad de winkelbediende op het telefoontoestel
-toe, sprak er eenige woorden in en zeide:
-</p>
-<p>„Mijnheer Orlow laat zich nog een oogenblik excuseeren. Hij is dadelijk tot uw beschikking.”
-</p>
-<p>Er verliepen nog tien minuten ongeveer en toen trad Orlow den winkel binnen.
-</p>
-<p>Hij richtte zijn schreden aanstonds naar zijn goede klant, aan wie hij reeds heel
-wat verdiend had.
-</p>
-<p>„Waarde Orlow, kan ik u een oogenblik onder vier oogen spreken,” vroeg gravin Eleonora
-op fluisterenden toon. „Het gaat om het diamanten halssnoer.”
-</p>
-<p>„Het geschenk van uw echtgenoot, gravin?”
-</p>
-<p>„Ja.”
-</p>
-<p>„Wees dan zoo goed, mij te volgen.”
-</p>
-<p>De winkelier ging de beide bezoekers voor naar een ander vertrek achter den winkel
-gelegen en daarvan gescheiden door twee schuifdeuren.
-</p>
-<p>Zoodra allen gezeten waren, begon de gravin, na de beide etui’s voor zich op tafel
-te hebben neergezet:
-</p>
-<p>„Gij gelooft toch wel, dat gij een expert zijt, nietwaar Orlow?”
-</p>
-<p>„Ik vlei mij met te mogen zeggen, dat er niet veel <span class="corr" id="xd31e486" title="Bron: juwelieren">juweliers</span> zijn, gravin, die met mij op een lijn kunnen worden gesteld,” antwoordde Orlow.
-</p>
-<p>„Nu dan, dan zal ik u eens op de proef stellen. Ik zal nu onder de tafel beide colliers
-uit het etui nemen. Gij kent het een zoowel als het ander, Orlow. Vanmorgen is mij
-het echte terug gebracht door den dief. Ik heb er twintig duizend pond voor moeten
-betalen en ik moet zeggen, dat ik verstomd stond <span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span>over de merkwaardige gelijkenis. Ik zelf kan geen onderscheid hoegenaamd zien. Nu
-moet gij mij eens, en zònder[** accent of vlekje?] al te lang te talmen, zeggen wat
-het echte is, als ik ze tegelijk voor u neerleg, en voor ik er mede naar de politie
-ga.”
-</p>
-<p>De gravin was reeds naar de tafel toegeschoven en had de beide etuis op haar schoot
-gezet om ze te openen, toen Orlow met een beweging van zijn blanke hand vol verbazing
-zeide:
-</p>
-<p>„Een oogenblik, gravin. Gij zegt daar dingen, die mij grootelijk verbazen en gij schijnt
-mij op de hoogte te achten van zaken, die mij volkomen onbekend zijn. Is er iets met
-uw collier gebeurd?”
-</p>
-<p>„Wat is dat nu, Orlow,” riep de gravin uit. „Gij zijt toch wel goed wakker. Zijt gij
-het dan niet juist geweest die mij voor het eerst er opmerkzaam op maakte, dat mijn
-snoer was nagemaakt?”
-</p>
-<p>„Pardon, gravin, wanneer zou dat geweest moeten zijn?”
-</p>
-<p>„Wanneer dat geweest zou moeten zijn?” herhaalde de gravin, terwijl zij zenuwachtig
-op haar stoel verschoof en den juwelier met groote oogen aankeek.
-</p>
-<p>Zij wendde zich tot haar begeleider en riep uit:
-</p>
-<p>„Hoort gij dat, Lord Cecil? Hij vraagt, wanneer dat geweest zou moeten zijn. Hij schijnt
-geheel vergeten te zijn, dat hij gisteravond tot de gasten behoorde, die mijn soiree
-bezochten. Hebt gij ooit zoo iets gehoord? Gij hebt hem toch zelf ook gesproken en
-gezien, nietwaar?”
-</p>
-<p>„Inderdaad, gravin,” antwoordde Lord Binning, die zich nu zelf zeer verwonderd toonde.
-</p>
-<p>Maar het meest verbaasd van allen was toch wel Paul Orlow, die van den een naar den
-ander keek, en toen langzaam zeide:
-</p>
-<p>„Ik zou gisteren op uw soiree geweest zijn? Hoe laat ongeveer?”
-</p>
-<p>„Maar minstens een paar uur!” riep gravin Mac Dougall wanhopig uit. „Van negen tot
-elf uur ongeveer!”
-</p>
-<p>„Dat is dan wel zeer merkwaardig, gravin, want <span class="corr" id="xd31e507" title="Bron: gistereavond">gisterenavond</span> om elf uur stapte ik te Edinburgh in den nachttrein, en het is nog geen uur geleden,
-dat ik hier in mijn zaak kwam!”
-</p>
-<p>De indruk van deze woorden was overweldigend.
-</p>
-<p>De gravin liet zich achterover in haar stoel vallen, naar adem snakkend als een visch
-op het droge, terwijl zij ongearticuleerde klanken uitstiet, als iemand die in koortstoestand
-ijlt.
-</p>
-<p>Wat Mylord betreft die knipperde een tijdlang zeer snel met zijn oogleden, en trok
-zijn wenkbrauwen zoo hoog op, dat het niet weinig scheen te schelen, of zij waren
-onder zijn haren verdwenen.
-</p>
-<p>Mylord was de eerste, die weder tot zichzelf kwam, en genoeg kracht had om te vragen:
-</p>
-<p>„Gij houdt ons toch waarlijk niet voor het lapje, waarde Orlow? Alles wel beschouwd
-is de zaak toch te ernstig.…”
-</p>
-<p>„Ik denk er niet aan, om u te bedotten, Mylord!” antwoordde Orlow haastig. „Twee mijner
-zakenvrienden, die de reis met mij maakten, en waarvan er een in hetzelfde slaapcompartiment
-met mij was, kunnen mijn verklaring bevestigen, en als u dat niet voldoende zou zijn,
-dan is er nog de stationskruier, die mijn bagage aannam, mijn huishoudster, die mij
-heeft zien vertrekken en terugkeeren en tenslotte de commissionair in diamanten te
-<span class="corr" id="xd31e518" title="Bron: Edinburg">Edinburgh</span>, die mij gisteravond naar den trein bracht. Ik heb wel de uitnoodiging van mevrouw
-de gravin ontvangen, maar op het laatste oogenblik kon ik er tot mijn leedwezen geen
-gebruik van maken, omdat dringende zaken mij buiten de stad riepen.”
-</p>
-<p>De gravin scheen nu uit haar bezwijming wakker te worden, richtte zich eensklaps op,
-alsof zij door een veer bewogen werd en schreeuwde bijna:
-</p>
-<p>„Als gij dan gisteren niet op mijn soiree zijt geweest wie was dan uw dubbelganger,
-dien ik voor u heb aangezien en die door alle andere gasten voor u werd gehouden.”
-</p>
-<p>Orlow trok zijn schouders hoog op en antwoordde:
-</p>
-<p>„Dat is meer dan ik u zeggen kan, gravin, maar het spreekt vanzelf dat het een bedrieger
-geweest moet zijn, die met een bepaald doel mijn uiterlijk heeft aangenomen.”
-</p>
-<p>Deze opmerking scheen de gravin eensklaps op een gedachte te brengen, die haar zeer
-verontrustte. Zij zette de beide etuis met de colliers op tafel, opende ze met bevende
-vingers en zeide toen op heeschen toon:
-</p>
-<p>„Wees zoo goed mij te zeggen, Orlow, welke van deze beide halssnoeren het echte is.
-Gij hebt het geschenk van mijn echtgenoot herhaaldelijk in handen gehad. Gij kent
-het. Wat ik u zeggen wil, hebt gij vlugzout bij de hand, azijn, eau de cologne. Ik
-geloof, dat ik er van noodig zal hebben.”
-</p>
-<p>„Mevrouw de gravin.…”, stamelde Lord Binning. „Ik smeek u om bedaard te blijven. Het
-zal <span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span>niets te beteekenen hebben, zooals gij zult zien”.
-</p>
-<p>Gravin Eleonora legde hem met een ongeduldig gebaar het zwijgen op en hield haar blikken
-gevestigd op het gelaat van den juwelier, die de beide colliers uit de etuis had genomen
-en voor zich had neergelegd.
-</p>
-<p>Hij stond op om een loupe te krijgen, benevens een zeer harden diamant, in een korte
-steel gevat en bestemd, om andere edele steenen te onderzoeken en nam toen weder zwijgend
-voor de tafel plaats.
-</p>
-<p>Hij onderzocht de diamanten met groote zorgvuldigheid, evenals het fijne gouddraad,
-dat ze aan elkander verbond, leunde toen achterover in zijn stoel, legde de loupe
-neder, keek de gravin strak aan en toen kwam het langzaam over zijn lippen:
-</p>
-<p>„Het doet mij leed om het u te moeten zeggen, gravin, maar de diamanten van beide
-snoeren zijn valsch.”
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">HOOFDSTUK IV.</h2>
-<h2 class="main">De jacht op den dief.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was goed, dat de juwelier inderdaad eenige opwekkende middelen bij de hand had,
-want op het vernemen van deze jobstijding had de gravin een dramatischen gil geslaakt,
-en was volgens alle regelen der kunst in zwijm gevallen.
-</p>
-<p>De huishoudster van Paul Orlow kwam spoedig toesnellen, gewapend met verschillende
-fleschjes en poedertjes, men draafde met doeken en koudwatercompressen. Lord Binning
-klopte de bewustelooze in de handpalm, met een ijver alsof zijn leven er van af hing.
-Kortom de consternatie vierde eenige oogenblikken hoogtij in de deftige ontvangkamer
-van den juwelier.
-</p>
-<p>Na verloop van een kwartier ongeveer sloeg de gravin de oogen even op en vroeg zwakjes:
-</p>
-<p>„Waar ben ik. Wat is er toch met me gebeurd?”
-</p>
-<p>Eensklaps scheen ze tot bezinning te komen en het volgende oogenblik was het alsof
-er een woedende tijger was los gebroken, die in de rustige weelderige kamer een inval
-had gedaan.
-</p>
-<p>De gravin vloog op, begon het vertrek met groote stappen op en neder te loopen en
-gilde: „Scotland Yard, bel Scotland Yard op. Laten zij een detective sturen, vijf
-detectives, twintig als het noodig is. Ik wil mijn diamanten terug, ik moet mijn diamanten
-halssnoer terug hebben. O, die bedrieger, die schavuit, die bandiet. Mijn halssnoer
-is weg en twintig duizend pond sterling. Bel Scotland Yard op. Is het nog niet gebeurd.
-Waar wacht gij op. Zit ik hier dan tusschen kleine kinderen. Is het hier dan een bewaarschool.
-Is hier geen telefoon in huis. Ik loof honderd pond sterling, neen twee honderd pond
-sterling uit, als het moet zelfs drie honderd aan dengene, die den dief weet aan te
-wijzen, en mij het echte collier terug bezorgt, die krijgt.… die krijgt.…”
-</p>
-<p>Zij maakte den zin niet af maar greep den onthutsten Lord plotseling bij zijn arm,
-sleepte hem met zich mee, zonder van Orlow verder notitie te nemen en trok hem de
-straat op.
-</p>
-<p>Bijna was zij met haar slachtoffer aangebotst tegen een leeglooper, die blijkbaar
-niet veel om handen had en die met de handen in de zakken op den rand van het trottoir
-stond.
-</p>
-<p>De man scheen haar deze bejeegening echter volstrekt niet kwalijk te nemen, maar keek
-haar met een eigenaardigen glimlach op het gelaat na, toen zij verder ijlde, steeds
-den Lord stevig in haar greep vasthoudend, en met hem in de kleine auto plaats nam.…
-</p>
-<p>Maar Lord Binning had de auto nog nauwelijks <span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span>in beweging gebracht, in de verste verte niet wetend, wat eigenlijk het doel van den
-tocht was, of de gravin riep uit:
-</p>
-<p>„Is er nu getelefoneerd?”
-</p>
-<p>„Ik geloof, dat ik toen wij heen gingen Orlow aan de telefoon heb zien staan, gravin.”
-</p>
-<p>„Overtuig er u dan van en rijd dan aanstonds naar huis terug wat ik u verzoeken mag.”
-</p>
-<p>En zij duwde den onthutsten Lord half en half van zijn zetel en keek toe, hoe hij
-weder den juwelierswinkel binnen ging en eenige minuten later weder terugkwam.
-</p>
-<p>„Welnu?” vroeg de gravin, toen hij in het bereik van haar stem kwam.
-</p>
-<p>„Orlow heeft getelefoneerd. Scotland Yard zal onmiddellijk James Sullivan, een van
-haar knapste detectives, naar uw huis zenden.”
-</p>
-<p>„Stap dan in Mylord en rijd me spoedig naar huis. Wat treuzelt gij daar.”
-</p>
-<p>„Neem me niet kwalijk, gravin,” kwam Lord Cecil haastig en verlegen. „We zullen snel
-rijden.”
-</p>
-<p>Zijn Lordschap hield woord en ongeveer een half uur later stond de fraaie sportauto
-weder stil voor het prachtige huis in Cleveland Square.
-</p>
-<p>Weer greep de gravin Mylord vast, juist alsof hij zelf de dief van de diamanten was
-geweest en trok hem met zich mede, over het oprijpad van den voortuin.
-</p>
-<p>„Mijn auto, gravin,” riep Lord Binning verschrikt.
-</p>
-<p>„Ik zal een van de bedienden zenden om er op te passen. Wat bekommert gij u om een
-armzalige auto als ik een diamanten halssnoer door diefstal verloren heb.”
-</p>
-<p>Reeds werd de deur voor de gravin geopend en snel gaf zij de noodige bevelen.
-</p>
-<p>Een der bedienden snelde naar buiten om bij de auto post te vatten, maar toen de gravin
-Mylord met zich mede wilde trekken, de trap op, viel haar oog op eenige groote reiskoffers
-en zware lederen handvaliezen, die in een hoek van de groote vestibule waren opgestapeld.
-</p>
-<p>„Wat is dat?” zoo wendde zij zich tot den buttler die eerbiedig terzijde was blijven
-staan.
-</p>
-<p>„De jongeheer is zooeven teruggekomen van zijn reis, gravin,” antwoordde Hundsley.
-</p>
-<p>„Wat is dat? Is Dougall terug?” riep de gravin uit. „Dat is weer juist iets voor hem
-om ons zoo te verrassen. Waar is hij nu, Hundsley?”
-</p>
-<p>„Op zijn kamer, gravin, om zich een weinig te verfrisschen.”
-</p>
-<p>„Ga naar hem toe en zeg dat ik zooeven ben thuis gekomen en dat hij me kan begroeten
-in de kleine blauwe kamer. Ik moet hem iets zeer belangrijks mededeelen.”
-</p>
-<p>En als een wervelwind trok de gravin zijne Lordschap mee en hield niet op voor zij
-de kleine blauwe kamer had bereikt, met welke naam haar boudoir op de tweede verdieping
-werd aangeduid.
-</p>
-<p>Daar gekomen, wees zij den Lord een stoel, nam zelf plaats en begon:
-</p>
-<p>„Luister, Mylord. Gij kent me nu lang genoeg om te weten, dat ik niet gewoon ben ergens
-lang om heen te draaien. Wij zullen spijkers met koppen slaan. Ik stel veel vertrouwen
-in Scotland Yard, maar minstens evenveel in uw schranderheid. Het is niet onopgemerkt
-voor mij gebleven, dat ge mij het hof hebt gemaakt, en ik wil u niet verzwijgen, dat
-ge mij niet onverschillig zijt. Welnu, u bezorgt mij het diamanten halssnoer terug
-en ik zal uw liefste wenschen vervullen.”
-</p>
-<p>Mylord was half van zijn stoel opgestaan, en keek de gravin aan met een uitdrukking
-op zijn gelaat, die haar waarschijnlijk spoedig genoeg ondanks haar zelfgenoegzaamheid
-en ijdelheid, haar schromelijke vergissing zou hebben doen inzien, maar die thans
-ongemerkt aan haar voorbij ging, daar al haar gedachten door haar verlies in beslag
-waren genomen.
-</p>
-<p>„Mevrouw de gravin.…,” begon hij stamelend.
-</p>
-<p>Maar weer sneed gravin Eleonora hem met een ongeduldig gebaar het woord af en zeide:
-</p>
-<p>„Ja, ik weet wel, wat gij zeggen wilt. Een groote eer voor u. Het treft u buitengewoon
-en gij weet niet hoe mij te danken. Gij zijt er heelemaal confuus van en meer van
-dat moois. Laten wij liever ter zake te komen. Ziet gij kans, mij te helpen bij het
-opsporen van mijn diamanten.”
-</p>
-<p>„Geen kans hoegenaamd, gravin,” antwoordde zijne Lordschap op jammerenden toon.
-</p>
-<p>„Wat?” riep de gravin met fonkelenden blik. „Gij zoudt dus dat niet eens voor mij
-over hebben? Kunt gij uw vernuft dan niet scherpen, als het een vrouw betreft, welke
-gij zoo ondubbelzinnig hebt doen blijken van uw genegenheid?”
-</p>
-<p>„Gravin, ik verzeker u.…,” begon de beklagenswaardige Lord opnieuw.
-<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span></p>
-<p>„Verzeker mij alleen maar of gij genoeg voor mij over hebt, om pogingen te doen, mijn
-juweelen te hervinden.”
-</p>
-<p>„Natuurlijk wil ik dat zeer gaarne, gravin. Maar ik twijfel of mijn zwakke krachten.…”
-</p>
-<p>„Met geld doet men veel, Mylord. Loof een hooge premie uit, mijnentwege duizend pond.”
-</p>
-<p>„Duizend pond?” riep Lord Binning verschrikt. „Dat is een buitengewoon groot bedrag,
-gravin.”
-</p>
-<p>„Maar dat ge toch zeker wel voor mij zoudt over hebben,” viel <span class="corr" id="xd31e594" title="Bron: Leonora">Eleonora</span> hem in de rede. „Wilt gij helpen, ja, of neen?”
-</p>
-<p>„Ja, natuurlijk, gravin, van ganscher harte. Maar er is een andere kwestie. Een vergissing.…
-Hoe moet ik het noemen.…”
-</p>
-<p>„Dat boezemt mij geen belang in, Mylord,” kwam de gravin kortaf. „De hoofdzaak is,
-dat gij mij wilt helpen. Gij kent nu den prijs voor uw ijver en schranderheid. Het
-staat aan u dien te verdienen.”
-</p>
-<p>Op dat oogenblik ging de deur open en er verscheen een krachtig gebouwde jonge man
-van omstreeks vijf en twintig jaar met een vroolijk gebruind gelaat en lachende bruine
-oogen op den drempel.
-</p>
-<p>„Daar ben ik weer eens, mama,” riep hij uit. terwijl hij op zijn moeder toetrad en
-hartelijk op de beide wangen kuste.
-</p>
-<p>De gravin scheen maar half gesteld te zijn op deze onverhoedsche terugkomst van haar
-volwassen telg en zeide eenigszins baloorig:
-</p>
-<p>„Mij dunkt, dat je wel eens had kunnen waarschuwen, Dougall. Het is hier toch geen
-hotel?”
-</p>
-<p>„Kom, kom, mama, u moet me nu toch wel kennen,” riep Dougall lachend uit. „Ik weet
-den eenen dag immers nooit wat ik den volgenden dag zal doen. Hallo Lord Cecil, hoe
-gaat het er mee?”
-</p>
-<p>Hij had Lord Binning de hand toegestoken en schudde die zoo krachtig dat de ander
-een pijnlijk gezicht trok.
-</p>
-<p>„Het gaat goed, Dougall, <span class="corr" id="xd31e607" lang="fr" title="Bron: mercie">merci</span>. Je weet zeker nog niet welk een ongeluk er hier in huis gebeurd is?”
-</p>
-<p>Dougall deed een stap achteruit en riep uit:
-</p>
-<p>„Een ongeluk? Er is toch hoop ik niets met Grace gebeurd?”
-</p>
-<p>„Met Grace?” kwam de gravin, terwijl ze met ongeduld de schouders ophaalde. „Wat zou
-er nu met Grace gebeurd kunnen zijn! Men heeft de juweelen van je moeder gestolen,
-haar diamanten halssnoer!”
-</p>
-<p>„Wat?” riep Dougall verschrikt uit. „Het geschenk dat papa u gaf? Het beroemde halssnoer?”
-</p>
-<p>„Ja.”
-</p>
-<p>„Wanneer is dat gebeurd?”
-</p>
-<p>„Gisteravond en vanmorgen.”
-</p>
-<p>„Wat is dat nu? Is er tweemaal gestolen?” riep Dougall verwonderd.
-</p>
-<p>„Ga zitten, mijn jongen, dan zal ik je vertellen. Je bent zoo akelig lang geworden.
-Ik kan zoo niet met je praten.”
-</p>
-<p>„Dat is geen wonder, mama. Als men vijf en twintig jaar is,” riep Dougall uit.
-</p>
-<p>De gravin beet zich op de lippen en zeide:
-</p>
-<p>„Verleden maand ben je pas vijf en twintig geworden en ga nu zitten en luister!”
-</p>
-<p>En nu deed de gravin het omstandige verhaal van de berooving, waarbij Lord Binning
-een kleine opmerking plaatste.
-</p>
-<p>Dougall had toegeluisterd, zonder zijn moeder een enkele maal in de rede te vallen
-en toen ze gereed was merkte hij op:
-</p>
-<p>„Dat is een zeer brutaal stukje. Als het een ander betrof dan juist mijn mama, dan
-zou ik bijna zeggen dat het een geniale zet is.”
-</p>
-<p>„Jij mag dat zoo vinden, Dougall, maar ik denk er anders over,” hernam de gravin op
-scherpen toon.
-</p>
-<p>„U hebt natuurlijk dadelijk de politie gewaarschuwd.”
-</p>
-<p>„Dat spreekt vanzelf. Ik verwacht ieder oogenblik een detective van Scotland Yard.”
-</p>
-<p>Maar Dougall schudde het hoofd en hernam op een toon van twijfel:
-</p>
-<p>„Als het werkelijk John Raffles is geweest die den diefstal pleegde, en daaraan behoeven
-we niet te twijfelen, dan vrees ik, mama, dat Scotland Yard er zeer weinig aan doen
-kan. Ik heb heel veel over Raffles hooren spreken, tot zelfs in het buitenland, in
-Zuid-Amerika, en uit al die gesprekken ben ik tot de overtuiging gekomen, dat hij
-een te sterke partij is voor de officieele politie. Hij schijnt over middelen te beschikken
-van welken omvang wij ons slechts een klein denkbeeld kunnen vormen en er is geen
-sprake van dat Scotland Yard hem met gelijksoortige middelen zou kunnen bestrijden.”
-</p>
-<p>„Als de officieele detectives ons niet kunnen helpen, dan zullen we particulieren
-in de arm nemen,” hernam de gravin met een zijdelingschen blik op <span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span>Lord Binning, die er uit zag alsof hij niets liever zou willen dan afscheid nemen.
-</p>
-<p>„Gij kunt het natuurlijk probeeren en het spreekt ook vanzelf, dat er iets gedaan
-moet worden,” hernam Dougall, „maar ik acht het beter u maar dadelijk te waarschuwen,
-dat uw kansen om het halssnoer weder in bezit te krijgen al zeer laag staan. Raffles
-is niet de eerste de beste, hij heeft nooit haast en hij zal zeker de fout niet begaan
-van bijna alle andere inbrekers en dieven, die zich altijd haasten hun buit aan den
-man te brengen en juist daardoor de politie op hun spoor brengen en in de val loopen.”
-</p>
-<p>„Wij zullen wel zien,” hernam de gravin kortaf, terwijl ze opstond.
-</p>
-<p>Juist werd er op de deur geklopt en trad er een bediende binnen om het bezoek van
-James Sullivan aan te kondigen.
-</p>
-<p>Een oogenblik later trad er een krachtig gebouwd man met een schrander uiterlijk en
-grijsgroene doordringende oogen onder zwarte borstelige wenkbrauwen het vertrek binnen.
-</p>
-<p>Die man was James Sullivan, een der beste detectives van Scotland Yard, en een langjarig
-tegenstander van den Gentleman-Inbreker.
-</p>
-<p>Lord Binning was opgestaan en wilde van de gelegenheid gebruik maken om afscheid te
-nemen, maar de gravin hield hem met een gebaar tegen en zeide:
-</p>
-<p>„Blijf nog een oogenblik, Lord Cecil, gij hebt mij beloofd, dat ook gij een onderzoek
-zoudt instellen en het kan u wellicht van nut zijn te hooren, wat deze heer te zeggen
-heeft.”
-</p>
-<p>Gedwee ging zijne Lordschap weder zitten, en nadat de gravin Sullivan had uitgenoodigd
-plaats te nemen, deed zij voor de tweede maal op dien dag het verhaal van de diefstal.<span id="xd31e646"></span>
-</p>
-<p>De beroemde detective had haar rustig laten uitspreken, zonder haar een enkele maal
-in de rede te vallen en bleef eenigen tijd in gedachten zitten, nadat zij haar verklaring
-had afgelegd.
-</p>
-<p>Toen hief hij het hoofd op en zeide:
-</p>
-<p>„Wij behoeven er natuurlijk niet aan te twijfelen, of Raffles is op de hoogte geweest
-van de omstandigheid dat de juwelier Orlow voor zaken op reis moest en dat is niet
-zoo verwonderlijk, want hij doet zich in talrijke gedaanten voor en heeft overal zijn
-connecties. Hij moest er natuurlijk wel rekening mede houden dat Orlow u wellicht
-zou schrijven, dat hij de uitnoodiging niet kon aannemen, maar niets zou hem hebben
-belet te zeggen, dat zijn zakenreis eensklaps was afgesprongen, als gij hem uw verbazing
-zoudt hebben te kennen gegeven, dat hij toch gekomen was. Eigenlijk is de zaak zeer
-eenvoudig, gravin. Wij behoeven niet meer naar den persoon van den dader te zoeken.
-Wij weten wie hij is, want hijzelf heeft dat gezegd. De geheele zaak komt dus hierop
-neer, dat wij John Raffles moeten grijpen, maar ik wil u niet verheelen, gravin, dat
-dit juist in de hoogste mate bezwaarlijk en misschien wel onmogelijk zal blijken te
-zijn. En <span class="corr" id="xd31e652" title="Bron: ziehier">zie hier</span>, waarom. Niemand onzer weet, wie of John Raffles eigenlijk is. Alles wat wij weten
-is, dat hij zich in honderden gestalten te Londen beweegt, dat hij zich op ongelooflijk
-snelle wijze weet te verplaatsen, en dat het reeds eenige malen is voorgekomen, dat
-men hem des Zondags te Londen en den Maandag daarop te New York bevond. Wij weten,
-dat hij zich de sympathie heeft weten te veroveren van duizenden armen en gebreklijdenden,
-die hij helpt, en die niet zouden aarzelen hem voor ons te verbergen, wanneer wij
-hem mochten achtervolgen. John Raffles beschikt over een schranderheid en een stoutmoedigheid,
-zooals men het slechts weinig aantreft en tenslotte over rijkdommen, die inderdaad
-fabelachtig groot moeten zijn. Liever dan u met een valsche hoop te vleien, gravin,
-verklaar ik u reeds nu openhartig, al is het dan ook met groot leedwezen, dat het
-ons zeer moeilijk zal vallen, eenig spoor van Raffles te ontdekken.”
-</p>
-<p>De gravin had met alle teekenen van ongeduld naar deze toespraak geluisterd en barstte
-nu uit: „Maar waar bestaat dan eigenlijk de Londensche politie voor?”
-</p>
-<p>„Zij bestaat, gravin, om misdadigers te vangen, die men „normaal” zou kunnen noemen
-en ik geloof te mogen zeggen, dat zij die zaak niet al te slecht verricht, maar met
-tegenstanders als John Raffles is de zaak anders. Dien kan men met den besten wil
-van de wereld onmogelijk normaal noemen. Het is ons bekend, dat hij hier te Londen
-op zijn minst een vijftal verschillende huizen moet hebben, die hem als toevlucht
-dienen, en waar hij zich snel kan vermommen. Een paar maal zijn we er in geslaagd,
-zulk een huis uit te vinden, maar het bracht ons niet veel verder. Het bleek dan in
-het bezit te zijn <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>van een geheimzinnig personage, dat men zeer zelden zag en die natuurlijk steeds een
-valschen naam droeg. Wij hielden dan zoo’n huis weken lang, soms zelfs maanden in
-het oog, in de flauwe hoop, dat Raffles er zich wel eens zou vertoonen en dat wij
-hem dan zouden kunnen arresteeren, maar hij was steeds slimmer dan wij, hij schijnt
-wel met een zesde zintuig begiftigd te zijn, dat hem waarschuwde en bovendien staat
-het vast, dat hij bijna alle detectives en rechercheurs in dienst van Scotland Yard
-van aanzien kent en hij heeft een zeldzaam geheugen voor gezichten. Wij probeerden
-het ook met gewone politieagenten in burgerkleeding gestoken. Raffles scheen ze op
-een mijl afstand te ruiken, en bleef buiten hun bereik. Het is ons zelfs wel eens
-gebeurd, dat hij naderhand aanwezig bleek te zijn geweest in een van zijn huizen,
-dat wij zorgvuldig bewaakten<span class="corr" id="xd31e661" title="Niet in bron">.</span> Hij was er eenvoudig door een kelder en een geheimzinnige onderaardsche gang binnen
-gegaan.”
-</p>
-<p>„Kort en goed, mijnheer Sullivan, gij meent me alle hoop te moeten ontnemen, dat ik
-mijn diamanten halssnoer ooit zal terug zien?” riep gravin Eleonora toornig uit.
-</p>
-<p>„Het is beter dat ge dit doet, gravin, wanneer Raffles het halssnoer inderdaad in
-zijn bezit heeft,” antwoordde Sullivan. „Natuurlijk zullen we alles doen om zijn spoor
-te ontdekken, maar ik zeide u reeds, dat we een kostbaar richtsnoer zullen missen,
-omdat Raffles de diamanten eenvoudig in zijn brandkast zal weg sluiten en ze daar
-jaren lang zal laten om ze later desnoods stukgewijze te verkoopen. Misschien nadat
-hij er door slijpen den vorm een weinig van heeft veranderd.”
-</p>
-<p>„Het is goed, mijnheer,” zeide de gravin kortaf. „Ik apprecieer het tenminste dat
-gij zoo oprecht tegen mij hebt gesproken. Op mijn beurt wil ik thans eerlijk zijn
-en u mededeelen, dat ik thans niet zal aarzelen, een particulier detective in mijn
-dienst te nemen, tien als het moet.”
-</p>
-<p>Sullivan haalde opmerkzaam de schouders op en hernam glimlachend:
-</p>
-<p>„Waar het John Raffles betreft, gravin, kunnen wij ons van Scotland Yard door zulke
-maatregelen niet beleedigd achten. Ik wil overigens volstrekt niets afdoen aan de
-bekwaamheid van vele amateur-detectives, maar ik geef u de verzekering, dat zij onmogelijk
-meer kunnen verrichten dan de officieele politie. Wees nu zoo goed, mij het snoer
-nauwkeurig te beschrijven, men kan nooit weten.”
-<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">HOOFDSTUK V.</h2>
-<h2 class="main">Amor en de mammon.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het uur van de lunch was aangebroken, en Dougall verliet zijn kamer en daalde op het
-hooren van de groote gong, die in de vestibule hing, haastig de trappen af om zich
-naar de eetzaal te begeven.
-</p>
-<p>Maar toen hij een hoek van de gang omsloeg, had hij bijna Grace Keating ondersteboven
-geloopen, die zich met hetzelfde doel naar beneden wilde begeven.
-</p>
-<p>Het meisje slaakte een lichten kreet van schrik en vreugde, werd vuurrood, en stak
-toen den jongen schuchter de hand toe, terwijl zij stamelde:
-</p>
-<p>„Je bent dus werkelijk terug, Dougall. Ik dacht dat Hundsley mij voor het lapje wilde
-houden. Wat zie je er bruin uit. Is het nu voor lang, of ga je er over een week al
-weer uit?”
-</p>
-<p>De jonge man had de beide handen van Grace gegrepen, keek haar diep in de oogen en
-zei op fluisterenden toon:
-</p>
-<p>„Zou je liever hebben, dat ik nu maar wat thuis bleef, Grace?”
-</p>
-<p>Het jonge meisje boog het hoofd en antwoordde niet, maar op haar gelaat scheen Dougall
-iets te zien, dat hem groot genoegen deed, want hij zeide opgewekt:
-</p>
-<p>„Ik denk er niet aan, er weer uit te trekken, meisje. Ik geloof, dat ik hier iets
-beters te doen krijg. Ik kom nu regelrecht uit Cairo, en ik weet niet hoe het komt,
-maar de reis duurde mij ditmaal buitengewoon lang. Voordat ik weg ging, hadden we
-een tamelijk ernstig gesprek met elkander, weet je dat wel, en aan dat gesprek moest
-ik herhaaldelijk denken, waar ik ook rond zwierf, in Brazilië, in China, of in het
-hartje van Afrika. Er is nu een jaar sinds dien verloopen en nu vraag ik je nog eens,
-Grace, houdt je nog een beetje van me?”
-</p>
-<p>In plaats van te antwoorden, verborg het jonge meisje haar hoofdje aan zijn borst
-en knikte eenige malen snel achter elkaar zonder op te zien.
-</p>
-<p>Maar met een onderdrukten juichkreet tilde Dougall haar lief gezichtje bij de kin
-op, keek haar diep in de oogen en drukte toen het zachtjes tegenstribbelende meisje
-een kus op de lippen.
-</p>
-<p>Toen echter rukte Grace zich los en zeide op bestraffenden toon:
-</p>
-<p>„Je moet je schamen, Dougall. Hier op de gang. Als er eens een bediende aankwam.”
-</p>
-<p>„Welnu, die zullen het toch gauw genoeg te hooren krijgen,” riep Dougall overmoedig
-uit. „Ik denk er nu geen gras over te laten groeien. Wij trouwen heel gauw, kleintje.”
-</p>
-<p>Grace werd nog rooder en zeide toen op guitigen toon:
-</p>
-<p>„Misschien is het goed, dat je je wat haast. Er zijn kapers op de kust.”
-</p>
-<p>„Wat zeg je daar?” riep Dougall verontwaardigd. „Heeft iemand het durven wagen, je
-van liefde te spreken?”
-</p>
-<p>„Wel niet direct, Dougall, maar een vrouw ziet scherp in dergelijke dingen. Er is
-iemand, die mij ook heel graag tot vrouw zou willen maken.”
-</p>
-<p>„Noem den naam van dien aterling en ik zal hem met eigen handen vermoorden,” riep
-Dougall op theatralen toon.
-</p>
-<p>„Neen, ik zeg je niet wie het is, dat moet je zelf maar uitvinden,” riep Grace plagend.
-„Ik wil je schranderheid eens op de proef stellen, maar vergis <span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span>je vooral niet hoor, daar zouden groote ongelukken van kunnen komen.”
-</p>
-<p>„Nu, ik geloof dat het goed is, dat ik hier ben en dat ik juist bijtijds ben terug
-gekeerd,” riep Dougall glimlachend.
-</p>
-<p>„Je had geen week moeten weg blijven, of het ongeluk was gebeurd,” riep Grace op plagenden
-toon. „Kom, ik zal je een klein eindje op weg helpen. Die heer in kwestie is van adel
-en vanmorgen wilde hij me komen afhalen in zijn splinternieuwe auto.”
-</p>
-<p>„En? Je bent niet meegegaan?” riep Dougall verheugd uit, terwijl hij opnieuw de hand
-van het jonge meisje drukte. „Je hebt dus een groote hekel aan hem?”
-</p>
-<p>„O, neen, heelemaal niet. De zaak is, tante was me voor, en ging met hem mee uit rijden.”
-</p>
-<p>„Wat is dat nu? Is mama uit rijden gegaan met een pretendent naar jouw hand?”
-</p>
-<p>„Zoo is het.”
-</p>
-<p>„En vond die <span class="corr" id="xd31e706" title="Bron: adelijke">adellijke</span> heer dat goed? Nam hij genoegen met dien ruil?”
-</p>
-<p>„Dat is meer dan ik je zeggen kan, Dougall, en al kon ik het zeggen dan zou ik het
-nog niet doen.”
-</p>
-<p>„Nu, ik denk wel, dat ik aan jouw aanwijzingen genoeg heb om spoedig uit te vinden,
-welke schelm jou aan mij heeft willen ontfutselen.”
-</p>
-<p>Op dat oogenblik werden er naderende voetstappen gehoord en haastig namen de geliefden
-met een kushand afscheid van elkaar, om elkander spoedig daarna in de eetzaal terug
-te vinden.
-</p>
-<p>Gravin Eleonora was daar reeds aanwezig, en Dougall had nu spoedig ontdekt, dat zijn
-moeder zich in een zeer zenuwachtigen toestand bevond.
-</p>
-<p>Toch sprak zij gedurenden den lunch weinig meer over den diefstal.
-</p>
-<p>Wel deelde zij terloops mede, dat zij dien middag een conferentie zou hebben met haar
-zaakwaarnemer en haar notaris. Zij stond er op, den omvang van haar vermogen, zooals
-het nu was, nauwkeurig te laten vaststellen.
-</p>
-<p>Terwijl de gravin dat zei, had zij haar zoon een schuwen blik toegeworpen, maar Dougall
-vond de zaak blijkbaar van weinig belang en sloeg er in het geheel geen acht op.
-</p>
-<p>Zoodra de buttler, die het kleine gezin met een der knechts had bediend, en deze het
-vertrek verlaten had, zeide de gravin Eleonora haastig en op gedempten loon, zonder
-de oogen te durven opslaan tot haar zoon:
-</p>
-<p>„Dougall, ik moet je vanmiddag noodzakelijk spreken. Liefst zoo spoedig mogelijk.
-Het is een zaak van belang. Een hoogst ernstige aangelegenheid.”
-</p>
-<p>„Ik ben tot uw dienst, mama, er schijnt haast bij te zijn.”
-</p>
-<p>„Groote haast. Heb je vanmiddag iets te doen?”
-</p>
-<p>„Niets, wat ik niet gemakkelijk ter wille van mijn moeder kan uitstellen,” zeide Dougall
-op hartelijken toon.
-</p>
-<p>„Dan wacht ik je in mijn boudoir over een kwartier.”
-</p>
-<p>En reeds was de gravin opgestaan en had met haastige schreden het vertrek verlaten.
-</p>
-<p>Dougall keek haar vragend na en zag toen Grace vragend aan.
-</p>
-<p>„Wat is er met mama,” vroeg hij toen, „wat doet zij vreemd.”
-</p>
-<p>„Dat is niet zoo erg te verwonderen, Dougall. Jij zoudt waarschijnlijk ook niet normaal
-zijn, als men je een diamanten halssnoer ter waarde van veertig duizend pond ontstal.”
-</p>
-<p>Maar Dougall haalde de schouders op en zeide met de lichtzinnigheid der jeugd:
-</p>
-<p>„Wat zou mij dat raken, als ik zoo schatrijk was als mama, die een notaris en een
-zaakwaarnemer noodig heeft om den omvang van haar vermogen te laten vaststellen. Ik
-ben benieuwd wat ze mij te zeggen heeft.”
-</p>
-<p>„Misschien heeft tante wel een passende vrouw voor je uitgezocht, Dougall,” antwoordde
-Grace met een ondeugend glimlachje. „Passender voor je dan ik ben, want ik ben maar
-arm, dat weet je.”
-</p>
-<p>„Dat is nog niet zoo zeker.” kwam Dougall. „Ik heb den notaris van mama wel eens hooren
-zeggen, dat je bij je meerderjarigheid recht hebt op een groot kapitaal van een verren
-bloedverwant. Ik zeg je dat in vertrouwen, en omdat je naderhand niet zult kunnen
-zeggen, dat ik dit, ofschoon ik het wist, verzwegen heb.”
-</p>
-<p>„Ik wist er niets van Dougall, maar in ieder geval zul je altijd zeer veel rijker
-blijven.”
-</p>
-<p>„Dat doet er immers niets toe, kleintje,” hernam Dougall, terwijl hij liefkoozend
-over haar hand streek, die zij hem over het tafellaken had toegestoken. „Wat heeft
-geld er nu mee te maken. Al kon ik <span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span>beschikken over alle schatten der aarde, en al was jij maar een klein arm geitenhoedstertje,
-ik zou jou en niemand anders tot vrouw willen hebben.”
-</p>
-<p>Dougall stond op, liep om de tafel heen, trok Grace van haar stoel en aan zijn borst
-en de volgende tien minuten waren gewijd aan het spelletje, dat reeds eeuwen oud is,
-zoo oud als de wereld zelf en dat toch nog steeds dezelfde aantrekkelijkheid schijnt
-te behouden voor degenen, die er zich mede vermaken.
-</p>
-<p>Er werd echter een plotseling einde gemaakt door het binnen treden van Hundsley.
-</p>
-<p>De geliefden stoven snel uit elkander, maar de oude buttler had ze alle vijf goed
-bij mekaar, zooals hij steeds met trots van zichzelf placht te verzekeren en hij had
-ook goede oogen in het hoofd.
-</p>
-<p>Maar hij was even bescheiden als vlug van begrip en daarom kuchte hij maar eens zachtjes
-voor zich heen, deed alsof hij volstrekt niets bemerkte van de verwarring van de beide
-jongelieden, die het eensklaps zeer druk hadden met het pellen van een paar amandelen,
-welke zij van een vruchtenschaal hadden genomen.
-</p>
-<p>Maar toen de oude getrouwe weder in het bediendenvertrek terug was, keek hij de keukenmeid,
-die zeker ook al sedert twintig jaar in dienst van de familie was, met een slimme
-uitdrukking in zijn oogen aan en zeide op geheimzinnigen toon:
-</p>
-<p>„Ik geloof, dat de jongeheer voorloopig wel niet meer op reis zal gaan, tenminste
-niet meer alleen.”
-</p>
-<p>„Wat, zou hij mevrouw de gravin meenemen?”
-</p>
-<p>„Neen, uilskuiken, een jonge man neemt nooit zijn moeder mee om op zijn huwelijksreis
-te gaan.”
-</p>
-<p>En voor de bedaagde keukenprinses van haar verwondering was bekomen, had Hundsley
-het vertrek al weer verlaten.
-</p>
-<p>Dougall had zich intusschen naar het vertrek van zijn moeder begeven, die hem daar
-reeds wachtte, gekleed in een costuum, die haar een jeugdig uiterlijk moest geven.
-</p>
-<p>Zij begroette haar zoon met een zenuwachtig lachje, liet hem naast zich op de breede
-rustbank neerzitten en begon:
-</p>
-<p>„Luister eens, Dougall. Ik moet ernstig met je praten.”
-</p>
-<p>Dougall lachte, met een blik op de witzijden blouse en den korten rok, die de fijne
-zijden ajour-bewerkte <span class="corr" id="xd31e752" title="Bron: kouzen">kousen</span> vrij liet en de lage goudlederen schoentjes.
-</p>
-<p>„Neen, Dougall, spot niet, het is werkelijk ernstig,” hernam gravin Eleonora. „Je
-weet dat ik niet gewend ben, lang ergens omheen te draaien, en daarom val ik met de
-deur in huis. Ik wil je mededeelen, Dougall, dat er in onze familie wellicht binnenkort
-groote gebeurtenissen op komst zullen zijn. Ik moet aan de toekomst denken. Ik ben
-volstrekt niet oud, al heb ik een zoon van vier en twintig jaar.…”
-</p>
-<p>„Vijf en twintig, <span class="corr" id="xd31e758" title="Bron: mamatje">mamaatje</span>.”
-</p>
-<p>„Nu ja, dat ben je pas een maand. En je hoeft het niet zoo voortdurend aan de groote
-klok te hangen. In ieder geval gevoel ik mij nog zeer jong, en.… kortom.… ik moet
-rekening houden met de mogelijkheid dat er een pretendent zal komen opdagen naar de
-hand van Grace, en wanneer jij dan weer veel gaat reizen, dan blijf ik alleen, heelemaal
-alleen, in dit groote huis, en dat zal ik niet kunnen verdragen.”
-</p>
-<p>Dougall had verbaasd toegeluisterd, nog steeds niet begrijpend, waar zijn moeder heen
-wilde. Maar zij maakte aan alle onzekerheid plotseling een einde, door op vasten toon
-te zeggen:
-</p>
-<p>„Ik wil hertrouwen, Dougall.”
-</p>
-<p>De uitroep van verbazing, welke haar zoon slaakte was niet zeer vleiend voor de gravin,
-maar zij sloeg er geen acht op en vervolgde:
-</p>
-<p>„Ik ben heel gelukkig geweest met je vader. Ik zal hem altijd met liefde herdenken,
-maar hij is nu reeds bijna zeven jaren dood en ook het leven stelt zijn eischen.”
-</p>
-<p>„Het is dus ernst, mama?” stotterde Dougall.
-</p>
-<p>„Waarom zou het mij geen ernst zijn?” riep gravin Eleonora geprikkeld uit. „Acht je
-me soms al te oud?”
-</p>
-<p>„Maar moeder, dat <span class="corr" id="xd31e771" title="Bron: mogt">moogt</span> gij niet zeggen. Ik dacht alleen maar, ik meende.… in ieder geval is het een zaak,
-waarover gij wel eens lang en ernstig moogt nadenken. Ik zou er natuurlijk niet aan
-denken, u het recht te ontzeggen, te doen wat gij noodzakelijk acht voor uw levensgeluk,
-maar ik zou het vreeselijk vinden, als het later misschien zou blijken, dat gij.…
-<span class="corr" id="xd31e774" title="Bron: uw">u</span> vergiste.”
-</p>
-<p>„In welk opzicht zou ik mij kunnen vergissen,” vroeg de gravin koeltjes. „Ik weet,
-dat er een man is, een man van adel, die naar mijn hand dingt, op <span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span>wie volstrekt geen aanmerking te maken is, en die mij tot Lady zou maken.”
-</p>
-<p>„Een Lord dus,” riep Dougall uit, thans met verbazing in zijn stem.
-</p>
-<p>„Ja, een Lord.”
-</p>
-<p>„Zijn naam?”
-</p>
-<p>„Lord Cecil Binning.”
-</p>
-<p>Dougall liet zich achterover tegen den muur vallen, waartegen de rustbank geplaatst
-stond, in de eerste oogenblikken te verbaasd om te spreken.
-</p>
-<p>Toen kwam het langzaam over zijn lippen:
-</p>
-<p>„Lord Binning, Lord Cecil, is lid van de Windsorclub.”
-</p>
-<p>„Dezelfde. Ken je hem intiem?”
-</p>
-<p>„Dat niet. Ik ken hem echter genoeg om te durven zeggen, dat er inderdaad weinig op
-hem valt aan te merken, en dat ik hem voor de rest als een sukkel en als niet overmatig
-verstandig beschouw.”
-</p>
-<p>„Ik dank je voor je meening over je aanstaanden stiefvader,” zeide de gravin op scherpen
-toon.
-</p>
-<p>„Moeder, het is immers beter, dat u precies weet hoe ik over Binning denk,” zeide
-Dougall hoofdschuddend. „Maar is het u bekend, dat Lord Cecil nog geen vijf en veertig
-jaar is.”
-</p>
-<p>„Dat is mij onverschillig. Ik ben maar een jaar ouder.”
-</p>
-<p>Dougall hield te veel van zijn dwaze moeder, om te zeggen dat hij zeer goed wist hoe
-oud ze werkelijk was en hij vergenoegde er zich mede, de vraag te stellen:
-</p>
-<p>„Hij heeft dus uw hand gevraagd?”
-</p>
-<p>„Dat niet, maar ik ken zijn plannen.”
-</p>
-<p>„Mag ik dan vragen, moeder, op welke wijze gij die plannen hebt ontdekt,” vroeg Dougall,
-die maar al te goed de zelfingenomenheid en de ijdelheid van zijn moeder kende.
-</p>
-<p>„Denk je dat een vrouw dat niet spoedig merkt? Hij kwam in den laatsten tijd opvallend
-veel aan huis. Hij bracht dikwijls bloemen mee. Hij kwam vaak in mijn loge als ik
-daar met Grace was. Hij kon mij vaak op zulk een eigenaardige wijze aanzien en er
-dan over klagen, dat hij nog altijd jonggezel was. En nog vandaag heeft hij mij uitgenoodigd
-een autoritje met hem te maken.”
-</p>
-<p>Plotseling doorflitste Dougall een gedachte.
-</p>
-<p>„In een splinternieuwe auto?” vroeg hij ademloos, terwijl hij zich voorover boog,
-om zijn moeder met gespannen aandacht aan te zien.
-</p>
-<p>„Ja, in zijn pas gekochte renauto.”
-</p>
-<p>Een oogenblik dacht Dougall er over, zijn ontspanning lucht te geven door een lachbui,
-maar toen bedacht hij zich. In ieder geval kon deze noodlottige vergissing voor zijn
-moeder een bittere teleurstelling blijken.
-</p>
-<p>Dat zij Lord Cecil lief had achtte hij weliswaar volkomen buitengesloten, maar voor
-een vrouw, die klaarblijkelijk zoo vurig terugverlangde naar den huwelijksstaat moest
-het een ontgoocheling zijn, als zij haar plannen op die wijze in duigen zag vallen.
-</p>
-<p>Het was Dougall een oogenblik duidelijk, dat zijn moeder zich vergist moest hebben
-in het ware doel van de herhaaldelijke bezoeken van Cecil, die blijkbaar Grace golden.
-</p>
-<p>Hij wachtte zich er echter voor zijn meening kenbaar te maken en zeide alleen op ernstigen
-toon:
-</p>
-<p>„Lieve moeder, ik zal de laatste zijn, om mij te verzetten tegen uw trouwplannen,
-wanneer gij daardoor werkelijk gelukkig kunt worden, maar ik smeek u, u goed te overtuigen,
-of Lord Cecil werkelijk de aangewezen man is, om aan uw zijde te leven. Het zou noodlottig
-zijn, als deze verbintenis naderhand een vergissing zou blijken.”
-</p>
-<p>„Daarvoor behoef je niet te vreezen. Ik wil niet zeggen, dat ik als een bakvisch verliefd
-ben op Lord Cecil, maar ik acht hem hoog, al is hij dan volgens jou een sukkel. En
-hij is in ieder geval van den oudsten en besten adel.”
-</p>
-<p>„Maar totaal berooid, moeder.”
-</p>
-<p>„Dat doet er volstrekt niets toe. Ik ben rijk genoeg en ik weet zeker, dat het hem
-niet om mijn geld te doen is.”
-</p>
-<p>„Dat hoop ik,” zeide Dougall droogjes. „Hebt gij mij nog iets te zeggen, moeder?”
-</p>
-<p>„Alleen nog dit. Ik heb Lord Cecil hedenmorgen de toezegging gedaan, dat ik hem mijn
-hand zou schenken, wanneer hij er in zou slagen, mij mijn diamanten collier terug
-te bezorgen. Ik weet zeker, dat hem dat zal aansporen, zijn uiterste best te doen,
-om mijn steenen terug te vinden.”
-</p>
-<p>„Dus wanneer hij er niet in slaagt de diamanten terug te vinden.…” riep Dougall opgewonden
-uit.
-</p>
-<p>Eigenlijk gezegd, had de gravin zich nimmer bezig gehouden met deze mogelijkheid en
-daarom klemde <span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span>zij de lippen op elkaar, speelde zenuwachtig met haar horlogeketting en antwoordde
-eindelijk ongeduldig:
-</p>
-<p>„Hij zal ze wel weten op te sporen en als hij er niet in slaagt, dan, wel dan zal
-ik er toch nog eens over denken, of ik den goeden wil voor de daad zal nemen.”
-</p>
-<p>Dougall was opgestaan en vatte de hand van zijn moeder.
-</p>
-<p>Zijn stem had een warmen klank, toen hij zeide:
-</p>
-<p>„Ik hoop van ganscher harte, moeder, dat dit alles tot iets goeds moge leiden. Meer
-kan ik niet zeggen.”
-</p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">HOOFDSTUK VI.</h2>
-<h2 class="main">De medeminnaars.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Ongeveer een uur nadat dit gesprek had plaats gehad, begaf Dougall zich naar de Windsorclub
-teneinde eenige vrienden te ontmoeten.
-</p>
-<p>In de groote conversatiezaal trof hij onder anderen den vice-precident, Lord William
-Aberdeen, diens secretaris, Charly Brand, een jonge man, met een blozend gelaat en
-groote glanzende blauwe oogen en ook Lord Cecil.
-</p>
-<p>Op het oogenblik maakte Dougall bij zichzelf de opmerking, dat zijne Lordschap er
-in het geheel niet uitzag als een gelukkige aanstaande bruigom, en zich ook volstrekt
-niet overmatig scheen in te spannen, de diamanten en daarmede hart en hand van gravin
-Eleonora in zijn bezit te krijgen.
-</p>
-<p>Mylord hing als een zoutzak in een stoel, dicht bij een der breede ramen, welke uitzicht
-gaven op de Oxfordstreet en keek tamelijk somber voor zich uit, maar klaarblijkelijk
-zonder iets te zien.
-</p>
-<p>Hij nam er zelfs zoo goed als geen notitie van toen Dougall binnen trad, knikte hem
-slechts even toe, en staarde toen weder naar het drukke gewoel in de Oxfordstreet.
-</p>
-<p>Maar langzaam scheen er wat beweging in zijn trekken te komen.
-</p>
-<p>Hij wendde zijn blikken naar Dougall en wenkte hem toe, toen de jonge man in zijn
-richting keek, met een hoofdbeweging bij zich te komen.
-</p>
-<p>Met gemengde gevoelens bezield, trad Dougall op hem toe, en toch moest hij bij zichzelf
-zeggen, dat Lord Cecil in dit geval volstrekt geen schuld kon treffen en dat deze
-uitsluitend bij zijn moeder berustte.
-</p>
-<p>Hoewel hij hartelijk veel van gravin Eleonora hield, begreep Dougall toch aanstonds,
-dat Lord Cecil, die zeker vijf jaar jonger was dan zij, hoogstwaarschijnlijk nooit
-de minste aanleiding zou hebben gegeven tot het vermoeden, dat hij naar de hand van
-de gravin dong.
-</p>
-<p>Toch begroette hij hem tamelijk koeltjes, als zijn medeminnaar, al was het er dan
-een, die niet het minste succes zou hebben.
-</p>
-<p>Het was daar een eenzaam plekje bij het groote raam en de twee mannen konden dus ongestoord
-praten.
-</p>
-<p>Lord Cecil noodigde Dougall met een gebaar uit, tegenover hem plaats te nemen, zocht
-een oogenblik naar zijn woorden en begon toen met een kinderachtig stemgeluid:
-</p>
-<p>„Dougall, het verheugt mij, dat ik je even onder vier oogen kan spreken. Ik bevind
-mij in een zeer moeilijk parket. In een hoogst delicaten toestand. Het valt me zeer
-moeilijk er juist met jou over te spreken, maar ik kan onmogelijk een anderen uitweg
-zien. Er bestaat een misverstand, mijn waarde <span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span>Dougall, waarvan ik het slachtoffer ben, en dat, ik bezweer het je, niet door mij
-in het leven is geroepen, maar laat ik van te voren af beginnen. Je moet de zaak goed
-kennen, alvorens mij raad te kunnen geven. Ik herhaal je nogmaals, dat het een zeer
-kiesche aangelegenheid is. Maar wij zijn reeds jarenlang vrienden en ik kan niet inzien,
-hoe ik aan dezen toestand op een andere wijze een einde kan maken.”
-</p>
-<p>„Draai er niet zoo lang omheen, amice en steek van wal,” zeide Dougall eenigszins
-ongeduldig.
-</p>
-<p>Zijn Lordschap draaide ongedurig in zijn ruimen gemakkelijken stoel heen en weder
-en begon, zijn nagels bestudeerend:
-</p>
-<p>„Je moet weten, dat ik sedert eenige maanden een vrij trouwe gast ben geweest in het
-huis van je mama, gravin Eleonora. Aanstonds zul je wel te hooren krijgen, waarom
-ik daar zoo gaarne verscheen. Daarop heb jij recht op als zoon des huizes. Ongelukkigerwijze
-en op een voor mij volkomen raadselachtige wijze heeft mevrouw de gravin uit deze
-herhaaldelijke bezoeken conclusies getrokken, conclusies, die voor mij zeer vleiend
-zijn, maar die, ja hoe zal ik het moeten zeggen, van een verkeerd principe uitgaan,
-van een onjuiste grondstelling, als ik het zoo noemen mag.”
-</p>
-<p>Dougall had met eenig leedwezen de wanhopige pogingen van zijne Lordschap gade geslagen,
-hem zoo voorzichtig mogelijk een zaak mede te deelen, welke hem reeds bekend was.
-</p>
-<p>Maar thans ontfermde hij zich over den ongelukkigen Lord en zeide glimlachend, terwijl
-hij hem op de magere knie klopte: „Stil maar Cecil, ik weet er alles van. Het is niet
-zoo heel erg en je moogt er rond voor uitkomen. Je opinie is, dat moeder in de veronderstelling
-verkeert, dat je haar gaarne tot vrouw zoudt hebben, is het niet zoo?”
-</p>
-<p>Lord Cecil knikte eenige malen snel achter elkander, heftig bewegend met het hoofd
-en zeide toen:
-</p>
-<p>„Zoo is het, zoo is het. Heeft zij het je gezegd?”
-</p>
-<p>„Een uur geleden.”
-</p>
-<p>„Maar Dougall, ik kan werkelijk, ik ben niet.… het was mijn voornemen niet,” stamelde
-Lord Cecil, die zich niet te wenden of te keeren wist van verlegenheid.
-</p>
-<p>„Ook dat weet ik, mijn waarde. Je bent heelemaal niet van plan de hand van mama te
-vragen, zooals zij verkeerdelijk meent. Je plannen liggen waarschijnlijk in een geheel
-andere richting.”
-</p>
-<p>„Je hebt het alweer geraden. Zoo is het inderdaad,” zeide Lord Cecil verheugd. „Luister
-eens, Dougall, dan zal ik je het groote geheim mede deelen. Je bent in langen tijd
-niet thuis geweest en je hebt dus niet kunnen waarnemen tot welk een bevallige bloem
-Grace is opgegroeid, die nog haast een kind was, toen je den laatsten keer op reis
-ging. Welnu, haar golden mijn bezoeken. Hoe mevrouw de gravin heeft kunnen denken,
-dat.… het anders was, is mij volkomen onbegrijpelijk.”
-</p>
-<p>„Wel, wel, je hebt dus trouwplannen ten aanzien van de bevallige Grace?” vroeg Dougall
-spottend. „Weet je wel dat ze verre van rijk is?”
-</p>
-<p>„Nu nog, maar wanneer ze meerderjarig is, of trouwt, wat natuurlijk daarmede gelijk
-staat, ontvangt ze een zeer groot vermogen. Zooiets als zes maal honderd duizend pond
-sterling!”
-</p>
-<p>„Hoe weet je dat?” vroeg <span class="corr" id="xd31e861" title="Bron: Douglas">Dougall</span> verbaasd.
-</p>
-<p>„Het is tamelijk algemeen bekend in een kleinen kring van mijn familieleden, die verre
-bloedverwanten zijn van de oude Lady, welke het vermogen aan het meisje naliet!”
-</p>
-<p>„Dat vermogen vormt natuurlijk een groote attractie van de lieve Grace?” vroeg Dougall
-op denzelfden spottenden toon.
-</p>
-<p>„Dat wil ik volstrekt niet beweren! Ik sta er miserabel voor. Ik heb heel wat geld
-verspeeld, zwaar bij de wedrennen verloren den laatsten tijd. En ik kan dus werkelijk
-alleen een zeer rijke vrouw trouwen.”
-</p>
-<p>„Voortreffelijk geredeneerd. Weet Grace dat het je bekend is, wat zij te wachten heeft
-bij haar meerderjarigheid, of als zij trouwt?”
-</p>
-<p>„Neen, maar waartoe zou ik haar dat hebben gezegd?”
-</p>
-<p>„Zeer juist. Dat had volstrekt geen doel.”
-</p>
-<p>„Dat meen ik ook.”
-</p>
-<p>„En geloof je dat Grace gevoelig is voor de avances?”
-</p>
-<p>„Volkomen zeker ben ik er niet van, maar eh.… zij plaagt me vaak en dat is geloof
-ik een goed teeken.”
-</p>
-<p>„Een bedriegelijk teeken.”
-</p>
-<p>„Maar wat raadt je me nu te doen, Dougall? Als man van eer kan ik toch onmogelijk
-zeggen aan mevrouw de gravin, dat ze zich vergist?”
-<span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span></p>
-<p>„Als de nood aan den man mocht komen, dan zal ik dat wel voor je doen, Cecil,” zeide
-Dougall.
-</p>
-<p>„Zou je dat werkelijk?” riep Lord Cecil verheugd uit. „Daarvoor zou ik je zeer dankbaar
-zijn.”
-</p>
-<p>„Dat is volstrekt niet noodig,” hernam Dougall met een eigenaardig glimlachje. „Ik
-geloof niet dat je bijzonder veel redenen hebt om dankbaar te zijn.”
-</p>
-<p>„Hoe zoo?” vroeg zijne Lordschap met een onnoozele uitdrukking op zijn gelaat.
-</p>
-<p>„Wel, je wilt toch immers met Grace Keating trouwen?”
-</p>
-<p>„Ja zeker, dat is mijn vast plan.”
-</p>
-<p>„Maar je zult aan dat plan geen gevolg kunnen geven, waarde Lord.”
-</p>
-<p>„Waarom niet?”
-</p>
-<p>„Omdat ik met haar trouw.”
-</p>
-<p>Lord Cecil viel weder in zijn vorige houding in zijn stoel terug en staarde den glimlachenden
-Dougall met open mond aan.
-</p>
-<p>Toen hakkelde hij, terwijl alle kleur uit zijn gelaat geweken was:
-</p>
-<p>„Je maakt er toch zeker een grapje mee?”
-</p>
-<p>„Met dergelijke ernstige zaken spot ik als beginsel nooit.”
-</p>
-<p>„Maar dan zal ik genoodzaakt zijn met je te duelleeren,” riep Lord Cecil op tragischen
-toon.
-</p>
-<p>„Dat zou ik je om verschillende redenen afraden, mijn waarde,” hernam Dougall lachend.
-„Ten eerste mag je me in den grond van je hart graag lijden, ten tweede is het tweegevecht
-in Engeland verboden en ten derde zou men je, indien het niet verboden was, zeer waarschijnlijk
-in een betreurenswaardigen toestand van die plek der ontmoeting vervoeren, want ik
-wil het niet onder stoelen of banken steken, dat ik meester ben op alle wapens en
-op zestig pas afstand vijf malen van de zes een aas uit de kaart schiet en met meer
-dan vijftien pas zou ik zeker geen genoegen nemen, als ik met de pistool in de vuist
-tegenover een medeminnaar kwam te staan.”
-</p>
-<p>Deze mededeeling scheen zijne Lordschap tot nadenken te stemmen.
-</p>
-<p>Hij liet een verlegen zenuwachtig lachje hooren en toen scheen hij de zaak van den
-practischen kant te willen opvatten.
-</p>
-<p>„Er is dus niets aan te doen. Je wilt me in de wielen rijden?” vroeg hij.
-</p>
-<p>„Die uitdrukking is niet op haar plaats, mijn goede vriend Binning. Daarvan kan geen
-sprake zijn. Want Grace en ik waren het reeds vroeger met elkander eens dan vandaag.”
-</p>
-<p>„Maar ik heb den indruk gekregen, dat ze mij nog al graag mag lijden,” hernam Lord
-Binning wanhopig.
-</p>
-<p>„Dan was die indruk een verkeerde,” hernam Dougall droogjes, „zij geeft volstrekt
-niets om je.”
-</p>
-<p>„Ben je daar zeker van?”
-</p>
-<p>„Volmaakt zeker.”
-</p>
-<p>„Heeft ze jou het jawoord reeds gegeven.”
-</p>
-<p>„Als er niets in den weg komt, trouwen wij over twee maanden.”
-</p>
-<p>„Goede hemel, wat een ervaring op een dag,” kwam het jammerend over de lippen van
-zijne Lordschap.
-</p>
-<p>„Ik erken dat het niet zeer aangenaam voor u is, mijn waarde,” kwam Dougall en nogmaals
-daalde zijn krachtige hand met een harden klap op de schrale dij van Lord Binning
-neder, zoodat deze met een pijnlijk gezicht zijn been terug trok. „Je moet je er echter
-maar in schikken, ongetwijfeld zwemmen er in de Londensche <span lang="en">High Life</span> nog wel meer goudvischjes rond.”
-</p>
-<p>„Maar het was niet het geld alleen, dat verzeker ik je, Dougall. Het uiterlijk van
-het jonge meisje had een grooten indruk op mij gemaakt.”
-</p>
-<p>„Dat wil ik graag aannemen, dat deed het ook op mij,” hernam Dougall kalm. „Ik heb
-haar al lief gehad, zoover ik kan terug denken en ik heb het alleen niet goed durven
-zeggen. Tijdens mijn laatste reis ben ik tot de overtuiging gekomen, dat ik zonder
-haar onmogelijk zou kunnen leven en dat heb ik haar zooeven gezegd, en omdat Grace
-een medelijdend hartje heeft en niet kon toezien, hoe ik om harentwege verkwijnde,
-daarom heeft zij er in toegestemd, mijn vrouwtje te worden.”
-</p>
-<p>Zijn Lordschap slaakte een zucht, die men op straat wel had kunnen hooren en die verscheidene
-leden van de club verschrikt zijn richting deden uitzien, en daarmede was de zaak
-voor hem beëindigd—hij schikte zich in het onvermijdelijke.
-</p>
-<p>Na eenige oogenblikken zeide hij:
-</p>
-<p>„Dan zal ik het veld voor je moeten ruimen, Dougall. Ik ben niet zelfingenomen genoeg
-om te gelooven, dat ik tegen jou den strijd zou kunnen volhouden. Maar doe mij dan
-tenminste den dienst, en maak aan je mama, mevrouw de gravin duidelijk, <span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span>dat er werkelijk van een echtverbintenis tusschen ons niets kan komen. Deel het haar
-voorzichtig mede—ik zou voor al het geld van de wereld niet willen, dat zij zich door
-mij beleedigd zou achten.”
-</p>
-<p>„Ik beloof het je, Cecil,” zeide Dougall, terwijl hij opstond, en den ander gulhartig
-de hand reikte.
-</p>
-<p>Een oogenblik scheen Lord Binning te aarzelen, of hij die hand wel kon aannemen, maar
-toen nam hij een kloek besluit en sloeg toe.
-</p>
-<p>Lord Aberdeen had de beide heeren geen oogenblik uit het oog verloren, en toen zij
-vertrokken waren, wendde hij zich tot zijn secretaris en zeide op zachten toon:
-</p>
-<p>„De zaak is gelukkig onbloedig verloopen. Aan de eer schijnt voldaan te zijn.”
-</p>
-<p>„Heb je dan alles kunnen hooren wat zij zeiden?” vroeg Charly Brand op verbaasden
-toon.
-</p>
-<p>„Er is mij maar heel weinig ontgaan, mijn jongen. Ja het is een groot gemak, wanneer
-men zich de kunst van lippen lezen heeft eigen gemaakt.”
-</p>
-<p>„Hiermede is de zaak van de diamanten voor jou waarschijnlijk geëindigd?”
-</p>
-<p>„Nog niet geheel en al, mijn waarde,” antwoordde Lord Aberdeen, achter wien zich reeds
-vele jaren de persoon van den Gentleman-Inbreker verborg. „Ik geloof, dat ik nog niet
-alle mogelijkheden heb uitgeput—en het zal spoedig genoeg blijken, of ik mij vergist
-heb.”
-<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p>
-</div>
-</div>
-<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead">
-<h2 class="label">HOOFDSTUK VII.</h2>
-<h2 class="main">De klap op den vuurpijl.</h2>
-</div>
-<div class="divBody">
-<p class="first">Het was omstreeks half vier in den middag en reeds begon de duisternis te vallen,
-toen voor het prachtige heerenhuis van gravin Mac Dougall een eenvoudige huurauto
-stil hield, waaruit een niet minder eenvoudig gekleed man stapte, die een oogenblik
-het huis in oogenschouw nam, eenige woorden met den chauffeur wisselde, en daarop
-den voortuin door ging, en de zware huisbel overhaalde.
-</p>
-<p>Hundsley, de buttler, opende de deur voor hem.
-</p>
-<p>„Wat wenscht gij, mijnheer?” vroeg hij, terwijl hij tamelijk wantrouwig naar de eenvoudige
-kleeren van den bezoeker keek.
-</p>
-<p>„Ik wensch je meesteres te spreken. Ik kom in de bekende zaak van de juweelen. Ik
-ben particulier detective, hier is mijn kaartje. Maak wat voort als ik je verzoeken
-mag.”
-</p>
-<p>De buttler raakte zeer onder den indruk van deze bevelende woorden, want hij haastte
-zich spoedig weg met het kaartje, en keerde reeds een paar minuten later terug, met
-het verzoek hem te willen volgen. Mevrouw de gravin zou hem ontvangen.
-</p>
-<p>Gravin Eleonora ontving den detective in haar boudoir.
-</p>
-<p>Zij zag er tamelijk opgewonden uit, en dat was waarlijk geen wonder, want nog geen
-half uur geleden had haar zoon haar zoo voorzichtig mogelijk medegedeeld, dat Lord
-Binning hem verklaard had, geen kans te zien, de diamanten in zijn bezit te krijgen,
-en dus maar liever afstand had gedaan van de eer, de gravin naar het altaar te mogen
-leiden.
-</p>
-<p>De gravin wierp een blik op het kaartje, dat zij nog steeds in de hand hield en vroeg,
-na den bezoeker met een enkelen blik te hebben opgenomen:
-</p>
-<p>„U is mijnheer Lijne?”
-</p>
-<p>„Die ben ik, gravin.”
-</p>
-<p>„De bekende detective?”
-</p>
-<p>„Ik vlei mij inderdaad, gravin, dat mijn naam niet geheel en al onbekend is, zoowel
-in Engeland als op het vasteland.”
-</p>
-<p>„Zijt gij op de hoogte van de zaak der diamanten?”
-</p>
-<p>„Volkomen, gravin.”
-</p>
-<p>„Wat denkt gij er van?”
-</p>
-<p>„Gravin, ik wil van mijn hart geen moordkuil maken—ik moet beginnen met te verklaren,
-dat ik wel eenige bewondering koester voor de wijze, waarop John Raffles u van die
-kostbare steenen heeft beroofd.”
-</p>
-<p>„De steenen en bovendien nog twintig duizend pond, mijnheer,” riep de gravin verontwaardigd.
-</p>
-<p>„Dat is waar ook—die had ik bijna vergeten,” riep Lijne uit.
-</p>
-<p>„Denkt gij, mijnheer, dat er eenige kans bestaat, mijn juweelen terug te krijgen?”
-</p>
-<p>„Gravin—ik herhaal, wat ik u zooeven zeide: Ik ga recht op den man af, en daarom moet
-ik u zeggen, reeds bij voorbaat, dat de kans, om uw halssnoer terug te krijgen, niet
-alleen niet zeer groot is, maar daarentegen bijzonder klein.”
-</p>
-<p>„En toch komt gij u bij mij aanmelden?” riep de gravin ongeduldig.
-</p>
-<p>„Gravin, een van mijn beginselen is, dat men zelfs de geringste kans niet moet veronachtzamen!
-Wie weet doen er zich wel omstandigheden voor, waarop wij van te voren niet gerekend
-hadden, en die ons ondanks alles toch nog op het spoor van den brutalen Gentleman-Inbreker
-brengen. Het is echter volstrekt noodig, dat ik verschillende bijzonderheden <span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span>uit uw mond verneem, en dat ik hier in huis een grondig onderzoek kan instellen.”
-</p>
-<p>„Denkt gij dan dat dat u iets zou baten, mijnheer?” hernam de gravin op ongeloovigen
-toon. „Ik kan niet inzien, wat er in mijn huis nog te onderzoeken valt. Gij denkt
-toch zeker niet, dat Raffles de juweelen hier ergens verborgen heeft?”
-</p>
-<p>„Als ik dat dacht, gravin, dan zou ik tevens moeten denken, dat zijn loopbaan teneinde
-liep,” riep de detective uit. „Een onderzoek kan echter in een of ander opzicht van
-groot nut zijn. Wat ik zeggen wil, is uw brandkast op dit oogenblik gevuld?”
-</p>
-<p>„Ik heb inderdaad veel geld in huis, mijnheer, want over een kwartier verwacht ik
-mijn notaris en zaakwaarnemer, die met mij den stand van mijn vermogen moeten vaststellen.
-Maar waarom doet gij mij die vraag? Dat heeft toch niets met de diamanten te maken?”
-</p>
-<p>„Misschien meer dan gij denkt, gravin,” hernam Lijne. „Vergeet niet, dat Raffles misschien
-op de een of andere wijze tot de ontdekking komt, dat uw brandkast op dit oogenblik
-goed gevuld is, en dat hij het misschien op dit oogenblik reeds weet, en dat dus de
-kans niet is uitgesloten, dat hij nogmaals terug keert, teneinde een aanval op uw
-geldkast te doen.”
-</p>
-<p>„Zou hij dat werkelijk wagen?” riep de gravin op ongeloovigen toon.
-</p>
-<p>„Ik geloof dat er niet veel is, gravin, dat Raffles niet waagt te ondernemen,” antwoordde
-Lijne, terwijl hij zijn lichte wenkbrauwen hoog optrok. „Welnu, wij moeten deze kans
-aangrijpen—misschien zouden wij hem kunnen vangen, door, zonder dat hij het merkt,
-wel te verstaan, een half dozijn desnoods een dozijn politieagenten op wacht te zetten.”
-</p>
-<p>De detective bleef nog geruimen tijd over dit onderwerp doorpraten, terwijl de gravin
-nu en dan een opmerking maakte, totdat Hundsley de komst aankondigde van de heeren
-Playford, notaris en Darley, zaakwaarnemer van mevrouw de gravin, die volgens haar
-verlangen gekomen waren, om eenige zaken met haar te regelen.
-</p>
-<p>Lijne was opgestaan en de gravin zeide:
-</p>
-<p>„Het spijt me, mijnheer Lijne,—thans roepen mij de gewichtige bezigheden, waarover
-ik u zooeven reeds sprak. Het spreekt vanzelf, dat ik u volkomen volmacht geef, om
-alles te doen, wat gij in deze zaak noodig acht, en dat ik niet op een paar honderd
-pond sterling zal zien, wanneer ik er slechts in slaag, mijn juweelen te herkrijgen.
-Hoor ik spoedig iets van u?”
-</p>
-<p>„Zeer spoedig, denk ik, gravin,” antwoordde Lijne.
-</p>
-<p>Hij maakte een diepe buiging, en had het volgende oogenblik het vertrek verlaten.
-</p>
-<p>Intusschen had Hundsley zich reeds weder naar de vestibule begeven, teneinde de beide
-heeren te begeleiden naar het vertrek, naast het boudoir van de gravin gelegen, en
-waar de brandkast stond opgesteld.
-</p>
-<p>Daar werden zij ontvangen door de gravin, die hen beiden met een paar woorden verwelkomde,
-en daarop begon:
-</p>
-<p>„Mijne heeren—ik heb u eenmaal verzocht bij mij te komen, en nu gij er zijt, kunnen
-wij gevolg geven aan mijn plan, dat gij kent, ofschoon de redenen welke er mij toe
-brachten den juisten staat van mijn vermogen te leeren kennen op dit oogenblik niet
-meer bestaan. Dit is echter een zaak van particulieren aard, welke u waarschijnlijk
-weinig belang zal inboezemen. Neem plaats, wat ik u verzoeken mag, dan kunnen wij
-dadelijk ter zake komen.”
-</p>
-<p>De notaris en de zaakwaarnemer gingen, na hun overgoed te hebben afgelegd, aan de
-groote tafel zitten, die in het midden van het vertrek stond en begonnen bedachtzaam
-de dikke portefeuilles te openen en van hun inhoud te ontdoen, die zij zorgvuldig
-onder hun arm gekneld hielden, toen zij binnen kwamen.
-</p>
-<p>Deze bleken een groot aantal paperassen te bevatten, die allen in een of ander opzicht
-in verband stonden met het vermogen van de gravin.
-</p>
-<p>Bovendien had Darley een paar dikke registers bij zich, die hij geopend voor zich
-legde.
-</p>
-<p>De notaris had een hoornen lorgnet op zijn geweldig grooten neus geklemd, en begon
-met kelderstem:
-</p>
-<p>„Met uw welnemen, gravin, zullen wij het eerst een aanvang maken met den staat van
-uw onroerend vermogen. Wij hebben dan <span class="corr" id="xd31e983" title="Bron: achterenvolgens">achtereenvolgens</span> uw kasteel in Schotland. De waarde van den grond bedraagt op dit oogenblik iets meer
-dan een millioen pond, die van het huis twee honderd duizend pond. Vervolgens hebben
-wij uw landerijen in Wales, welke wij op dit oogenblik gevoegelijk kunnen taxeeren
-<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span>op een nominale waarde van—hoeveel is het ook weer, Darley?”
-</p>
-<p>„Anderhalf millioen pond, twee maal honderd duizend, mijnheer de notaris,” antwoordde
-de zaakwaarnemer onmiddellijk.
-</p>
-<p>En zoo werden vervolgens alle bezittingen van de gravin opgenoemd en becijferd, en
-na een half uur ongeveer waren de beide heeren tot de slotsom gekomen, dat de waarde
-van de onroerende bezittingen van mevrouw de gravin ongeveer zeven millioen pond bedroegen.
-</p>
-<p>„Als nu gaan wij met uw welnemen, mevrouw de gravin, over tot het roerende gedeelte,”
-begon notaris Playford deftig, terwijl hij een ander vak van zijn onmetelijke portefeuille
-open knipte. „Het zal u natuurlijk niet onbekend zijn, dat uw roerend vermogen bij
-een zestal Engelsche banken is vastgelegd, en dat het meerendeels bestaat uit voortreffelijke,
-soliede effecten, spoorweg- en mijnaandeelen, en slechts voor een betrekkelijk gering
-deel, iets meer dan zeven honderd duizend pond sterling uit contanten. Wij zijn echter
-niet nauwkeurig op de hoogte van het vermogen, dat gij in eigen beheer houdt.”
-</p>
-<p>„Ik zal het u onmiddellijk kunnen zeggen, mijn waarde notaris,” hernam gravin Eleonora,
-terwijl zij een sleutelbos te voorschijn haalde, en op de brandkast toetrad.
-</p>
-<p>Zij opende de deur, waarbij Darley haastig toeschoot om haar te helpen, en daarop
-werden stapels goudgeld en bankbiljetten uit de kast gehaald en op de groote tafel
-neergezet, waarop notaris Playford onmiddellijk begon met de telling.
-</p>
-<p>Na ongeveer tien minuten werken, en eenig gecijfer, verkondigde hij en er lag een
-plechtige klank in zijn stem:
-</p>
-<p>„Twee en tachtig duizend, drie honderd zes en veertig pond, mevrouw.”
-</p>
-<p>„Ik dank u, mijnheer. Gij bespaart mij op deze wijze de moeite het geld zelf te moeten
-tellen,” liet eensklaps een heldere stem zich hooren.
-</p>
-<p>Het gordijn, dat de communicatie-deur naar het boudoir verborg, werd snel op zijde
-geschoven—en daar trad de detective Lijne het vertrek binnen.
-</p>
-<p>Voor een der aanwezigen van de schrik en ontsteltenis bekomen was, had de detective
-met een bliksemsnelle beweging het tafelkleed aan de vier punten weggenomen, na er
-de registers met een enkelen zwaai van zijn arm te hebben afgeschoven, en liet vervolgens
-alles wat er op lag met de snelheid van een goochelaar verdwijnen in de tasch, welke
-hij ook reeds zooeven bij zich had, en die wel speciaal voor dit doel gemaakt scheen
-te zijn, zij klapte tenminste schijnbaar vanzelf open en weer dicht, nadat de buit
-er in verdwenen was.
-</p>
-<p>Vervolgens nam de stoutmoedige indringer met een hoffelijk gebaar zijn slappen hoed
-af, en zeide, na een buiging voor het verblufte en doodelijk ontstelde gezelschap
-te hebben gemaakt:
-</p>
-<p>„Het doet mij genoegen, gravin en waarde heeren, dat gij mij niet hebt genoodzaakt,
-geweld te gebruiken, want daaraan heeft John Raffles altijd een geweldig groote hekel
-gehad.”
-</p>
-<p>Nu slaakte de gravin voor het eerst een kreet van woede en schrik.
-</p>
-<p>„John Raffles,” schreeuwde zij. „Dat is dus de derde keer. Maar zal niemand mij dan
-van dien bandiet verlossen?”
-</p>
-<p>„Jawel moeder, ik zal het doen,” liet plotseling de stem van Dougall zich hooren,
-die op het hooren van een vreemde stem was nader gekomen, en aanstonds vermoed had
-wat er gaande was, en nu met opgeheven revolver op den drempel van de gangdeur stond.
-</p>
-<p>„Handen op,” beval hij met dreigende stem, „en waag het niet, u te verroeren, want
-ik verzeker u dat ik zelden <span class="corr" id="xd31e1007" title="Bron: misschiet">mis schiet</span>.”
-</p>
-<p>John Raffles was voor alles een man van de practijk, en hij begreep wel, dat hij op
-dit oogenblik aan het kortste einde trok, voorloopig tenminste.
-</p>
-<p>Hij stak dus langzaam zijn handen op, na de tasch voor zich op den grond te hebben
-gezet.
-</p>
-<p>Met de revolver steeds opgeheven trad Dougall langzaam op hem toe en toen duwde hij
-met den voet de tasch een weinig terzijde en buiten het bereik van Raffles.
-</p>
-<p>De jonge man scheen wel eens vernomen te hebben van de stoutmoedigheid van den Gentleman-Inbreker,
-en hij begreep heel goed, dat hij al zijn kaarten zou vergooien, wanneer hij zich
-ook maar een seconde naar de tasch zou bukken.
-</p>
-<p>Steeds het oog op Raffles gevestigd houdend ging hij ruggelings naar de tafel, waar
-het telefoontoestel stond.
-</p>
-<p>Hij nam den hoorn van den haak, en toen klonk zijn stem:
-<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span></p>
-<p>„Scotland Yard—spoedig als ik u verzoeken mag.”
-</p>
-<p>Een oogenblik bleef het stil.
-</p>
-<p>Raffles stond nog altijd met de handen omhoog geheven, dicht bij een zware kast, die
-met boeken gevuld was.
-</p>
-<p>Daarop klonk opnieuw de stem van Dougall in de telefoon:
-</p>
-<p>„Gij spreekt met Mac Dougall. Stuur onmiddellijk een zestal van uw beste agenten,
-ik heb John Raffles gevangen.”
-</p>
-<p>„Nog niet!” klonk de stem van den Grooten Onbekende.
-</p>
-<p>Hij was onmerkbaar een weinig terzij geschoven.
-</p>
-<p>Terwijl zijn blikken snel in het rond vlogen, had hij boven op de kast, juist onder
-het bereik van zijn uitgestrekte rechterhand, een fraai bewerkten bronzen olifant
-zien staan.
-</p>
-<p>Juist op het oogenblik dat Dougall zijn vijanden te hulp had geroepen, rukte hij het
-zware voorwerp van de kast en werp het met vaste hand in de richting van den jongen
-man.
-</p>
-<p>Het zware voorwerp trof Dougall tegen den rechterarm, juist ter hoogte van den elleboog.
-</p>
-<p>Met een kreet van pijn liet hij de revolver vallen.
-</p>
-<p>Vlugger dan de gedachte was Raffles er op toegeschoten en een bliksemsnelle beweging
-van zijn voet deed het wapen in den versten hoek van het vertrek vliegen.
-</p>
-<p>In een oogwenk had hij zijn eigen Colt getrokken en op Dougall gericht, die bleek
-van woede en met gebalde vuisten machteloos tegenover hem stond.
-</p>
-<p>Toen begon Raffles, die geen oogenblik zijn kalmte verloren had, en na een blik op
-zijn horloge te hebben geworpen:
-</p>
-<p>„Het zal nog wel minstens vijf minuten duren voor de politie hier is, en van dien
-korten tijd wil ik even gebruik maken, om u te zeggen, dat ik volstrekt geen spijt
-heb over mijn kleine indiscretie, mevrouw de gravin. Ik stond reeds geruimen tijd
-achter gindsche deur en ben er dus getuige van geweest, hoe deze eerwaarde heeren
-den staat van uw vermogen opmaakten. Het is reusachtig groot—en toch heb ik tot mijn
-leedwezen nog nimmer kunnen constateeren dat gij er veel goede daden mee verricht.
-Ik heb een klein onderzoek ingesteld, en daaruit is mij gebleken, dat uw rentmeesters
-op uw bevel altijd zeer streng optreden tegen de pachters, en er nimmer rekening mede
-houden, als omstandigheden buiten hun wil, zooals hagelslag of overstroomingen, hen
-het betalen van de pachten zeer moeilijk maken! Eigenlijk gezegd is mij dat van u
-zeer tegen gevallen. Ook bij het inteekenen op weldadigheidslijsten houdt gij u liefst,
-uit verkeerd geplaatste bescheidenheid, zoover mogelijk op een afstand. Verzoeken
-om onderstand van menschen, die het ten volle verdienen, dat zij geholpen zouden worden,
-vinden bij u nimmer een gunstig onthaal! Kortom, gij behoort tot die rijken, in wier
-handen het geld tot een doode, logge, onvruchtbare massa wordt—voor niemand tot iets
-dienstig, niet eens voor u zelve. Wat ik u heb afgenomen beteekent voor u slechts
-een zeer gering deel van uw groot vermogen—ik daarentegen kan er zeer veel goed mee
-doen—en dat zal ik ook. Vier minuten zijn om, mevrouw de gravin, en mijne heeren—ik
-zal verplicht zijn u te verlaten.”
-</p>
-<p>Terwijl Raffles de revolver voortdurend op Dougall gericht hield, nam hij met een
-vlugge beweging de tasch met den kostbaren inhoud weder van den vloer.
-</p>
-<p>Wat de notaris en de zaakwaarnemer betreft—zij zaten als verwezen aan de tafel, niet
-in staat, om maar een vingerlid te verroeren.
-</p>
-<p>De gravin was krijtwit van drift, en beefde over al haar leden—het zou slechts een
-kwestie van tijd zijn, of zij zou, voor den derden keer in slechts een etmaal, opnieuw
-in zwijm vallen.
-</p>
-<p>Met een enkelen sprong was Raffles bij de deur van de gang en nu stond hij buiten.
-</p>
-<p>Hij draaide den sleutel in het slot om en met een paar stappen was hij bij den hoek
-van de gang verdwenen.
-</p>
-<p>Reeds hoorde hij achter zich een deur open rukken, waarschijnlijk die van het boudoir,
-en hij begreep dat zijn voorsprong niet zeer groot was, en dat men spoedig het geheele
-huis bijeen zou hebben geschreeuwd.
-</p>
-<p>Hij had de tasch met den buit aan een opzettelijk daartoe aangebrachten haak voor
-den borst gehangen, teneinde de beide handen vrij te hebben en liet zich nu met de
-vlugheid van een aap langs de trapleuning naar beneden glijden.
-</p>
-<p>Juist toen hij den eersten overloop bereikt had, ging er een deur open en Grace stak
-verschrikt haar hoofdje naar buiten, aangelokt door het geschreeuw en de voetstappen.
-<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span></p>
-<p>„Mejuffrouw, gij zijt allerliefst en gij verdient het, de vrouw te worden van Dougall,
-die een ferme kerel is—maar thans zijt gij mij werkelijk een weinig in den weg.” En
-met zachten dwang duwde hij het meisje weder in haar kamer en deed de deur op slot
-om dadelijk weer verder te snellen.
-</p>
-<p>Tot zijn geluk hadden de bedienden nog niets van zijn jacht bemerkt.
-</p>
-<p>Daardoor was het hem mogelijk de achtertrap te bereiken, deze op dezelfde vliegensvlugge
-wijze af te dalen en het huis langs een zijdeur te verlaten.
-</p>
-<p>Op hetzelfde oogenblik kwam over het Cleveland Square een politieauto aanrazen, die
-dadelijk daarna stilstond voor den hoofdingang.
-</p>
-<p>Raffles glimlachte.
-</p>
-<p>„Dat is een voortreffelijk huis, met zijn twee zij-ingangen,” bromde hij voor zich
-heen.
-</p>
-<p>Hij stak de hand op en dadelijk kwam een huurauto aanrijden, die door niemand anders
-dan door Charly Brand bestuurd werd.
-</p>
-<p>Raffles sprong in het voertuig, dat aanstonds in allerijl door de zijstraat weg stoof,
-op hetzelfde oogenblik dat door de voordeur niet zes, maar wel twaalf agenten als
-een troep krijgszuchtige Indianen het groote heerenhuis kwam binnenstormen.…
-</p>
-</div>
-</div>
-</div>
-<div class="back">
-<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first">De volgende aflevering (No. 385) bevat:
-</p>
-<p class="xd31e1057"><b><a class="pglink xd31e43" title="Link naar Project Gutenberg eboek" href="https://www.gutenberg.org/ebooks/67943">De Hôtelratten</a>.</b>
-</p>
-</div>
-</div>
-<p><span class="pageNum" id="pb33">[<a href="#pb33">33</a>]</span></p>
-<div class="div1 advertisement"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody">
-<p class="first"></p>
-<div class="figure ad-dubec3-imgwidth"><img src="images/dubec-no-3.png" alt="Cigarettes&#xA;Dubec No. 3&#xA;Bouts d’Or&#xA;Distinction Royale 1895" width="562" height="720"></div><p>
-</p>
-<p class="xd31e1057">DUBEC No. 3
-</p>
-<p class="xd31e1080">GOUD EN KURK
-</p>
-<p class="xd31e1082">BESTE 3 CTS. CIGARET
-</p>
-<p class="xd31e1084">GEMAAKT VAN HEERLIJKE<br>
-ECHT TURKSCHE TABAK
-</p>
-<p class="xd31e1088">CIGARETTENFABRIEK <b>J. van KERCKHOF</b>
-</p>
-<p class="xd31e1093">GEVESTIGD 1885
-</p>
-</div>
-</div>
-<div class="div1" id="toc">
-<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2>
-<table summary="Inhoudsopgave">
-<tr id="ch1.toc">
-<td class="tocDivNum">I. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch1">Het collier van gravin Mac Dougall.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch2.toc">
-<td class="tocDivNum">II. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch2">Valsche en echte diamanten.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">6</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch3.toc">
-<td class="tocDivNum">III. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch3">Een onaangename ervaring.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">11</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch4.toc">
-<td class="tocDivNum">IV. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch4">De jacht op den dief.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">15</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch5.toc">
-<td class="tocDivNum">V. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch5">Amor en de mammon.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">20</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch6.toc">
-<td class="tocDivNum">VI. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch6">De medeminnaars.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">24</a></td>
-</tr>
-<tr id="ch7.toc">
-<td class="tocDivNum">VII. </td>
-<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch7">De klap op den vuurpijl.</a></td>
-<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">28</a></td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-<div class="transcriberNote">
-<h2 class="main">Colofon</h2>
-<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3>
-<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen
-van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden
-van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd31e43" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>.
-</p>
-<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd31e43" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>.
-</p>
-<h3 class="main">Metadata</h3>
-<table class="colophonMetadata" summary="Metadata">
-<tr>
-<td><b>Titel:</b></td>
-<td>Lord Lister No. 384: Het diamanten Halssnoer</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/8133268/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Felix Hageman (1877–1966)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/5168161211441040070000/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Auteur:</b></td>
-<td>Kurt Matull (1872–1930?)</td>
-<td><a href="https://viaf.org/viaf/56770919/" class="seclink">Info</a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Taal:</b></td>
-<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td>
-<td>[1921]</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b>Trefwoorden:</b></td>
-<td>Detective and mystery stories -- Periodicals</td>
-<td></td>
-</tr>
-<tr>
-<td><b></b></td>
-<td>Dime novels -- Periodicals</td>
-<td></td>
-</tr>
-</table>
-<h3 class="main">Codering</h3>
-<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het
-einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel
-zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van
-dit boek.</p>
-<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3>
-<ul>
-<li>2022-04-29 Begonnen.
-</li>
-</ul>
-<h3 class="main">Externe Referenties</h3>
-<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links
-voor u niet werken.</p>
-<h3 class="main">Verbeteringen</h3>
-<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p>
-<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst.">
-<tr>
-<th>Bladzijde</th>
-<th>Bron</th>
-<th>Verbetering</th>
-<th>Bewerkingsafstand</th>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e105">1</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">,</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e165">3</a></td>
-<td class="width40 bottom">adelijken</td>
-<td class="width40 bottom">adellijken</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e168">3</a></td>
-<td class="width40 bottom">zweer</td>
-<td class="width40 bottom">zwaar</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e178">3</a></td>
-<td class="width40 bottom">slavische</td>
-<td class="width40 bottom">Slavische</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e188">4</a></td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="width40 bottom">?</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e235">6</a>, <a class="pageref" href="#xd31e661">19</a></td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Niet in bron</i>]
-</td>
-<td class="width40 bottom">.</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e269">7</a></td>
-<td class="width40 bottom">durwen</td>
-<td class="width40 bottom">durven</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e289">8</a></td>
-<td class="width40 bottom">clienteele</td>
-<td class="width40 bottom">clientèle</td>
-<td class="bottom">2 / 1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e292">8</a></td>
-<td class="width40 bottom">Munchhausen</td>
-<td class="width40 bottom">Münchhausen</td>
-<td class="bottom">1 / 0</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e306">8</a></td>
-<td class="width40 bottom">paarlsnoer</td>
-<td class="width40 bottom">collier</td>
-<td class="bottom">7</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e309">8</a></td>
-<td class="width40 bottom">echtgenoote</td>
-<td class="width40 bottom">echtgenoot</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e332">9</a></td>
-<td class="width40 bottom">mij</td>
-<td class="width40 bottom">mijn</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e358">10</a>, <a class="pageref" href="#xd31e363">10</a></td>
-<td class="width40 bottom">bankbilletten</td>
-<td class="width40 bottom">bankbiljetten</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e420">12</a></td>
-<td class="width40 bottom">bevenste</td>
-<td class="width40 bottom">bovenste</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e431">12</a></td>
-<td class="width40 bottom">autotje</td>
-<td class="width40 bottom">autootje</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e486">13</a></td>
-<td class="width40 bottom">juwelieren</td>
-<td class="width40 bottom">juweliers</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e507">14</a></td>
-<td class="width40 bottom">gistereavond</td>
-<td class="width40 bottom">gisterenavond</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e518">14</a></td>
-<td class="width40 bottom">Edinburg</td>
-<td class="width40 bottom">Edinburgh</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e594">17</a></td>
-<td class="width40 bottom">Leonora</td>
-<td class="width40 bottom">Eleonora</td>
-<td class="bottom">2</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e607">17</a></td>
-<td class="width40 bottom">mercie</td>
-<td class="width40 bottom">merci</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e646">18</a></td>
-<td class="width40 bottom">”</td>
-<td class="width40 bottom">
-[<i>Verwijderd</i>]
-</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e652">18</a></td>
-<td class="width40 bottom">ziehier</td>
-<td class="width40 bottom">zie hier</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e706">21</a></td>
-<td class="width40 bottom">adelijke</td>
-<td class="width40 bottom">adellijke</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e752">22</a></td>
-<td class="width40 bottom">kouzen</td>
-<td class="width40 bottom">kousen</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e758">22</a></td>
-<td class="width40 bottom">mamatje</td>
-<td class="width40 bottom">mamaatje</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e771">22</a></td>
-<td class="width40 bottom">mogt</td>
-<td class="width40 bottom">moogt</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e774">22</a></td>
-<td class="width40 bottom">uw</td>
-<td class="width40 bottom">u</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e861">25</a></td>
-<td class="width40 bottom">Douglas</td>
-<td class="width40 bottom">Dougall</td>
-<td class="bottom">3</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e983">29</a></td>
-<td class="width40 bottom">achterenvolgens</td>
-<td class="width40 bottom">achtereenvolgens</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-<tr>
-<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1007">30</a></td>
-<td class="width40 bottom">misschiet</td>
-<td class="width40 bottom">mis schiet</td>
-<td class="bottom">1</td>
-</tr>
-</table>
-</div>
-</div>
-<div lang='en' xml:lang='en'>
-<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK <span lang='nl' xml:lang='nl'>LORD LISTER NO. 0384: HET DIAMANTEN HALSSNOER</span> ***</div>
-<div style='text-align:left'>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Updated editions will replace the previous one&#8212;the old editions will
-be renamed.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg&#8482; electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG&#8482;
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away&#8212;you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-</div>
-
-<div style='margin-top:1em; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE</div>
-<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE</div>
-<div style='text-align:center;font-size:0.9em'>PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-To protect the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221;), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg&#8482; License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg&#8482;
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg&#8482; electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person
-or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.B. &#8220;Project Gutenberg&#8221; is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg&#8482; electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg&#8482; electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg&#8482;
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (&#8220;the
-Foundation&#8221; or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg&#8482; electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg&#8482; mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg&#8482;
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg&#8482; name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg&#8482; License when
-you share it without charge with others.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg&#8482; work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg&#8482; License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg&#8482; work (any work
-on which the phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; appears, or with which the
-phrase &#8220;Project Gutenberg&#8221; is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-</div>
-
-<blockquote>
- <div style='display:block; margin:1em 0'>
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
- other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
- whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
- of the Project Gutenberg License included with this eBook or online
- at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you
- are not located in the United States, you will have to check the laws
- of the country where you are located before using this eBook.
- </div>
-</blockquote>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase &#8220;Project
-Gutenberg&#8221; associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg&#8482;
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg&#8482; electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg&#8482; License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg&#8482;
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg&#8482;.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg&#8482; License.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg&#8482; work in a format
-other than &#8220;Plain Vanilla ASCII&#8221; or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg&#8482; website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original &#8220;Plain
-Vanilla ASCII&#8221; or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg&#8482; License as specified in paragraph 1.E.1.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg&#8482; works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg&#8482; electronic works
-provided that:
-</div>
-
-<div style='margin-left:0.7em;'>
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg&#8482; works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg&#8482; trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, &#8220;Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation.&#8221;
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg&#8482;
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg&#8482;
- works.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
- </div>
-
- <div style='text-indent:-0.7em'>
- &#8226; You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg&#8482; works.
- </div>
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg&#8482; trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg&#8482; collection. Despite these efforts, Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain &#8220;Defects,&#8221; such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the &#8220;Right
-of Replacement or Refund&#8221; described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg&#8482; trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg&#8482; electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you &#8216;AS-IS&#8217;, WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg&#8482; electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg&#8482;
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg&#8482; work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg&#8482; work, and (c) any
-Defect you cause.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg&#8482;
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg&#8482;&#8217;s
-goals and ensuring that the Project Gutenberg&#8482; collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg&#8482; and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org.
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation&#8217;s EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state&#8217;s laws.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation&#8217;s business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation&#8217;s website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; depends upon and cannot survive without widespread
-public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state
-visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-</div>
-
-<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'>
-Section 5. General Information About Project Gutenberg&#8482; electronic works
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg&#8482; concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg&#8482; eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Project Gutenberg&#8482; eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>.
-</div>
-
-<div style='display:block; margin:1em 0'>
-This website includes information about Project Gutenberg&#8482;,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-</div>
-
-</div>
-</div>
-</body>
-</html>
diff --git a/old/67955-h/images/dubec-no-3.png b/old/67955-h/images/dubec-no-3.png
deleted file mode 100644
index 2b53511..0000000
--- a/old/67955-h/images/dubec-no-3.png
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/67955-h/images/lordlister0384-front.jpg b/old/67955-h/images/lordlister0384-front.jpg
deleted file mode 100644
index 0c194be..0000000
--- a/old/67955-h/images/lordlister0384-front.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/67955-h/images/p0384-01.png b/old/67955-h/images/p0384-01.png
deleted file mode 100644
index 00d0dca..0000000
--- a/old/67955-h/images/p0384-01.png
+++ /dev/null
Binary files differ