summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/67523-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/67523-0.txt')
-rw-r--r--old/67523-0.txt2930
1 files changed, 0 insertions, 2930 deletions
diff --git a/old/67523-0.txt b/old/67523-0.txt
deleted file mode 100644
index f054c86..0000000
--- a/old/67523-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2930 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0011: De diamanten van
-den hertog van Norfolk, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 0011: De diamanten van den hertog van Norfolk
-
-Authors: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: February 28, 2022 [eBook #67523]
-
-Language: Dutch
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0011: DE
-DIAMANTEN VAN DEN HERTOG VAN NORFOLK ***
-
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 11 DE DIAMANTEN VAN DEN HERTOG VAN NORFOLK.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE DIAMANTEN VAN DEN HERTOG VAN NORFOLK.
-
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
-EEN KRANIG STUKJE.
-
-
-„Ben je er wel heel zeker van, dat je het geheime wachtwoord bezit?”
-vroeg Charly Brand zijn vriend, lord Lister, die zich juist door zijn
-bediende liet helpen bij het aantrekken van zijn zware pelsjas.
-
-De lord lachte.
-
-„Maak je maar niet ongerust, Charly! Het zaakje is in orde! Doordat ik
-des nachts mijn telefoondraad aansloot op de hoofdlijn en daardoor een
-tusschenverbinding tot stand bracht, ben ik al veertien dagen lang in
-de gelegenheid geweest om de gesprekken met de Londensche en de
-Zuid-West Bank af te luisteren en vooral die welke de directie van het
-hoofdkantoor hield met de bijkantoren.”
-
-„En heb je het wachtwoord gehoord?”
-
-„Well, my boy.”
-
-„En hoe is het verder gegaan? Ik brand gewoonweg van nieuwsgierigheid!”
-
-Lord Lister streek zich eens door de donkere snor.
-
-„Ik heb naar de verschillende directies van dertien bijkantoren
-geschreven, dat een bedrag van vijfhonderd pond voor zekeren Samuel
-Rottwell op hun bank is ingeschreven. Deze brieven heb ik onderteekend
-met den naam van den directeur der depositobank.”
-
-„En geloof je niet, dat een der bankdirecteuren achterdocht zal
-koesteren?”
-
-„Geen kwestie van, Charly. Je weet, dat ik in dergelijke zaken met
-pijnlijke nauwgezetheid handel. Het opschrift der firma, het stempel,
-alles is all right! En al mag bij een enkelen bankdirecteur ook eenige
-twijfel rijzen, dan zal dadelijk het wachtwoord dien twijfel weer doen
-verdwijnen!”
-
-Een lakei verscheen.
-
-„Wenscht u een chauffeur?” vroeg de man.
-
-Charly Brand maakte een afwerende beweging met de hand.
-
-„Niet noodig! Ik zal zelf sturen!”
-
-De lakei boog diep en verliet het vertrek.
-
-Charly Brand trok nu een lange automobieljas aan, waarvan het bont naar
-buiten was gekeerd, zoodat hij veel geleek op een ijsbeer.
-
-Zijn gezicht was bijna geheel bedekt door de groote automobielpet. Hij
-ging de trap af, gevolgd door lord Lister en bracht de roode, elegante
-automobiel in orde.
-
-Langzaam bewoog de fraaie kar zich voorwaarts en tufte door het drukste
-deel van Londen.
-
-Voor de depositobank in Vauxhall hield het voertuig het allereerst
-stil.
-
-Lord Lister stapte uit met onverschillig gebaar.
-
-De portier van de Bank deed de deur open en boog diep.
-
-Lord Lister ging binnen en begaf zich naar de kassa.
-
-„Mijn naam is Samuel Rottwell,” stelde hij zich voor.
-
-De hoofdkassier haalde gauw het kasboek te voorschijn, waarin de
-handteekeningen geplaatst moesten worden.
-
-In groote, duidelijke letters schreef hij de woorden:
-
-Fred Harry Rolph Samuel Rottwell.
-
-Toen schreef hij, met een handigheid alsof hij duizendmaal die
-handteekening had geplaatst, een bijna onleesbaren krabbel.
-
-De ambtenaar keek even met onderzoekenden blik naar een en ander,
-knikte, wierp toen een vluchtigen blik naar den voornamen jongen man en
-overhandigde daarop den nieuwen klant een chêque-boek.
-
-Mr. Rottwell vulde dadelijk een der bladen voor een bedrag van honderd
-pond in.
-
-„Ge wilt zeker wel zoo vriendelijk zijn, mij negentig pond in banknoten
-en tien pond in goudgeld uit te betalen, mijnheer,” sprak hij tot den
-eersten boekhouder, die met beleefd gebaar aan het verzoek voldeed.
-
-De bezoeker groette beleefd, stapte weer in zijn automobiel en reed
-weg.
-
-Charly Brand lachte in zijn vuistje, toen hij zijn vriend uit de Bank
-zag komen.
-
-Dezelfde geschiedenis herhaalde zich aan de depositobank in Clapham.
-
-Daar was de eerste boekhouder echter nieuwsgieriger.
-
-„Ge zijt zeker groote dingen van plan, mr. Rottwell?” vroeg hij.
-
-„Wel,” antwoordde lord Lister glimlachend, „ik ga naar de slederennen
-in Windsor. Ik geloof, dat het daar heel interessant zal zijn, want er
-worden groote sommen verwed.”
-
-„Zóó!” antwoordde de boekhouder en hij schoof mr. Rottwell honderd pond
-toe.
-
-Lord Lister nam weer plaats in zijn auto.
-
-En zoo ging het van Bank tot Bank, naar Belham, Streatham, enzoovoorts.
-
-Voordat er twee uren voorbij waren, had lord Lister negen
-depositobanken bezocht en bij alle hetzelfde stukje uitgehaald.
-
-Toen hij het tiende bijkantoor was binnengegaan, zette Charly Brand den
-motor op rust, stak een sigaret aan en wachtte.
-
-„Tien keer honderd pond is duizend pond,” rekende hij uit. „All right,
-dat is voorloopig genoeg voor het plan, dat lord Lister beoogt. Als hij
-niet altijd weer zijn geld aan de armen gaf, zou hij niet elk oogenblik
-in geldverlegenheid zitten, waardoor zulke gevaarlijke spelletjes op
-touw moeten worden gezet.”
-
-Juist toen Charly Brand zijn alleenspraak had geëindigd, draaide hij
-zich verbluft om.
-
-Iemand had hem de hand op den schouder gelegd en toen hij onwillig
-opkeek, zag hij in het gelaat van iemand, die in uniform gekleed was en
-een helm droeg.
-
-„Inspecteur Baxter!” ontsnapte het Charly’s mond.
-
-Van louter schrik liet hij zijn sigaret vallen en keek den gevreesden
-beambte vlak in het gezicht.
-
-„Ja, dat ben ik,” antwoordde de politie-inspecteur op gemoedelijken
-toon, „ge schijnt mij reeds te kennen? Vertel mij eens, wien behoort
-die mooie kar?”
-
-„Die is van mijn meester,” antwoordde Charly, thans weder volkomen op
-zijn gemak.
-
-„Zoo, zoo! En wie is uw meester?”
-
-„Dat is de eigenaar van dezen automobiel, mijnheer de inspecteur!”
-
-„Drommels! Jij bent een grappige chauffeur. Maar opdat wij wat verder
-zullen komen, wil ik je in vertrouwen vertellen, dat de directeur van
-het hoofdkantoor der depositobanken een half uur geleden tot de
-ontdekking is gekomen, dat aan alle bijkantoren honderd pond is
-uitbetaald aan zekeren mister Rottwell.
-
-„Toen hij inderhaast zijn boeken nasloeg, kwam hij tot de ontdekking,
-dat iemand van dien naam daarin heelemaal niet voorkomt.—Wie zou zoo’n
-boevenstreek wel hebben uitgehaald? Zeg, is deze auto niet van John
-Raffles?”
-
-Charly Brand haalde de schouders op.
-
-„Raffles? Dien ken ik niet, inspecteur. Als ge echter Raffles, den
-Grooten Onbekende, meent, dan moet ik u tot mijn spijt zeggen— —”
-
-Maar Baxter begreep volkomen het doel van den chauffeur.
-
-Hij wilde Baxter aan den praat houden en hem door zijn praatjes
-verhinderen, maatregelen te nemen, opdat lord Lister, als deze uit het
-Bankgebouw kwam en Baxter zou zien, alle gelegenheid tot ontvluchten
-had.
-
-„’t Is goed!” sprak Baxter en hij wenkte twee agenten.
-
-Deze hadden Charly al heel gauw van zijn chauffeursplaats gehaald en
-duwden hem een gang binnen.
-
-Daar werd hen zijn mooie ijsberenjas afgenomen, evenals zijn
-automobielpet en bril.
-
-„Dien vogel hebben wij al eens meer in de kooi gehad,” zei Baxter, toen
-hij den secretaris van den Grooten Onbekende aankeek. „Houdt hem vast,
-wij moeten eens zien, in welke zonderlinge verhouding deze jonge man
-tot Raffles staat!”
-
-Terwijl Charly Brand werd weggebracht, deed Baxter diens jas aan,
-drukte de pet diep in de oogen, zette den bril op en ging op Charly’s
-chauffeursplaats zitten.
-
-Juist kwam lord Lister uit het Bankgebouw.
-
-Hij was in een uitstekenden luim, stak een sigaret aan, en, zonder
-eenige notitie te nemen van den chauffeur, beval hij op korten toon:
-
-„Taftord.”
-
-Inspecteur Baxter knikte.
-
-Een breede grijns vertrok zijn mond.
-
-„Well.”
-
-Hij zette den motor in beweging.
-
-Maar verstandig was het niet van hem geweest, dat hij zijn mond niet
-had kunnen houden en hij bemerkte niet, dat lord Lister één oogenblik
-het portier van de auto in de hand hield en zijn wenkbrauwen hoog
-optrok, toen hij dit „well” hoorde.
-
-Toen glimlachte hij en stapte in de auto.
-
-Inspecteur Baxter begon nu te racen. In razende vaart joeg hij de stad
-door en het was tot zijn geluk, dat hij zoo’n goed automobilist was.
-
-Hem gebeurde niets anders dan dat hij drie keer tegen een equipage
-botste, één paard dood reed, een half dozijn melkkarren overhoop reed
-en zeven-en-twintig keer door agenten werd opgeschreven.
-
-Maar wat kon hem dat schelen?
-
-Inspecteur Baxter lag gewoonweg dubbel gevouwen over het stuurrad en
-zijn gezicht grijnsde van pleizier.
-
-Hij zou met alle liefde nog een dozijn paarden hebben doodgereden.
-
-Hij had Raffles immers! De Groote Onbekende was in zijn macht!
-
-Raffles leunde intusschen doodkalm in de kussens achterover!
-
-Als de motor niet zoo’n vervaarlijk geweld had gemaakt, zou inspecteur
-Baxter het spotlachje hebben gehoord, dat lord Lister uitstiet.
-
-Aan afspringen van de auto was natuurlijk niet te denken bij zoo’n
-razende vaart.
-
-Lord Lister zou dan hals en beenen hebben gebroken.
-
-Achtervolgd door fietsende agenten, die deze onbesuisde auto in beslag
-wilden nemen, joeg Baxter naar Scotland Yard.
-
-Daar doemde het groote gebouw al op in de verte.
-
-De inspecteur hield met een ruk stil, sprong van den bok, rukte de deur
-open, stak zijn revolver vooruit en beval:
-
-„Uitstappen, Raffles! Ge zijt mijn arrestant!”
-
-De laatste woorden bleven den inspecteur bijna in de keel steken.
-
-De agenten, die om de auto waren komen heenstaan, deinsden achteruit en
-hielden den neus dicht.
-
-In de auto was niets dan rook! Rook!
-
-Dikke, gele rook, die zoo’n stank verspreidde, dat Baxter nauwelijks
-kon ademhalen.
-
-Hij viel op de sneeuw neer en schreeuwde luid:
-
-„Lucht! Lucht! Ik stik!”
-
-Baxter had den agenten nog niet kunnen vertellen, wat er gebeurd was en
-deze trokken zich terug om eerst dien rookwalm te laten wegtrekken.
-
-Eindelijk dunde de rook.
-
-Baxter vond weer de kracht om op te staan en vloog nu in de auto. Maar
-alles wat hij bemachtigde, was een reusachtige sigaar, die bij zoo lang
-was als een bovenarm. De sigaar was van staal en daaruit stroomde de
-rook, die zoo’n verpestenden stank verbreidde.
-
-Maar Raffles was verdwenen en inderhaast vertelde Baxter, hoe hij den
-meesterdief had gevangen.
-
-„Maar dan heeft hij zich in rook opgelost, inspecteur,” lachten de
-agenten, die weer naderbij waren gekomen.
-
-Baxter vloekte.
-
-Maar wat gaf dat?
-
-Raffles was weg.
-
-Deze had zich geen oogenblik bezorgd gemaakt, toen hij zag, dat de auto
-in duizelingwekkende snelheid Scotland Yard naderde.
-
-Voor zulke gelegenheden had hij altijd een van de sigaren bij zich, die
-met een pas uitgevonden poeder, dat aromale heette, gevuld waren.
-
-Als een lucifer of een brandende sigaar hierbij wordt gehouden,
-vervliegt het poeder in dichten rook en wie dezen rook langen tijd
-inademt, wordt bewusteloos.
-
-En terwijl Baxter de auto opende en terugdeinsde voor den verstikkenden
-damp, was Raffles doodkalm aan den anderen kant uitgestapt en
-weggewandeld, door niemand gehinderd.
-
-Een kwartier later had hij een anderen automobiel en reed naar Bromley,
-naar het elfde bijkantoor.
-
-Hij was namelijk van meening, dat Baxter slechts door een toeval langs
-het Bankgebouw was gekomen, waar hij de auto herkend had. Misschien ook
-had Charly zich door een of andere onvoorzichtigheid verraden. Hij wist
-niet wat Baxter aan Charly had verteld, die zich op weg naar het
-politiebureau uit de handen der agenten had losgerukt en nu in het huis
-van lord Lister met hevige hartklopping wachtte of zijn vriend niet
-spoedig zou terugkomen.
-
-Lord Lister was iemand, die niet gauw zijn plannen opgaf.
-
-Hij had het zich nu eens in het hoofd gezet, ook de beide laatste
-bijkantoren te bezoeken en zelfs door het groote gevaar, waaraan hij
-ternauwernood ontsnapt was, liet hij zich daarvan niet terughouden.
-
-Hij trad dus het Bankgebouw binnen, deed den kraag van zijn pels neer,
-ging naar de kas en zei:
-
-„Mijn naam is Samuel Rottwell.”
-
-Maar zijn overmoed zou duur gestraft worden.
-
-Nauwelijks had hij dezen naam uitgesproken, of de boekhouder schreeuwde
-uit alle macht:
-
-„Help! Help! Moord en doodslag! Hier staat Raffles!”
-
-In een oogenblik hadden de portiers de deuren gesloten en hun revolvers
-getrokken. Alles liep verward dooreen. Niemand wist eigenlijk, wat er
-gebeurd was, terwijl lord Lister doodkalm de hal verliet en een
-wanhopige poging deed om nog een der uitgangen te bereiken.
-
-Maar de portier hield hem de revolver onder den neus en zei:
-
-„Niemand mag naar buiten, mijnheer!”
-
-„Alle drommels! Kan een fatsoenlijk mensch dan in Londen geen Bank meer
-binnengaan, zonder dat hem een revolver onder den neus wordt geduwd?”
-
-Maar de portier gaf niet toe.
-
-„Ik heb strenge bevelen, mijnheer! Maar ik weet, dat inspecteur Baxter
-met zes agenten binnen een minuut al hier is. Die zal u zeker spoedig
-uw vrijheid teruggeven!”
-
-Daar kwam Baxter al.
-
-„Heb je hem?” vroeg hij gretig.
-
-„Nog niet! Maar hij is hier! De boekhouder heeft hem herkend!”
-
-Raffles ging achteruit om niet door Baxter gezien te worden.
-
-Hij zat nu toch wel degelijk in gevaar. Hij stormde de trappen op om
-zich boven ergens te verbergen, toen hij zich plotseling door een half
-dozijn beambten van de Bank zag omsingeld.
-
-Het werd een formeel gebrul.
-
-„Hier is Raffles! Raffles is hier!! Raffles!!! Raffles!!!!
-Raffles!!!!!”
-
-Zij hadden zeker het woord nog een dozijn keeren herhaald, als Raffles
-niet plotseling naar links en rechts vuistslagen had uitgedeeld, zoodat
-de beambten als muggen door elkaar vlogen.
-
-In het volgende oogenblik vloog de Groote Onbekende een lange gang
-door, die zich voor hem uitstrekte.
-
-Hij hoorde, dat Baxter het bevel gaf, Raffles liever dood uit te
-leveren, dan hem te laten ontsnappen.
-
-Plotseling, toen lord Lister bijna het eind van de gang had bereikt,
-dook voor hem een lange, magere gedaante op met gerimpeld gelaat,
-slaphangende wangen en wijd uitpuilende oogen.
-
-„Terug! Terug! Hier mag geen sterveling meer door!”
-
-Raffles, die nu geen tijd meer had om beleefd te zijn, hield zijn beide
-vuisten als buffers voor zich uit en vloog als ’t ware over den man
-heen. In het volgende oogenblik had hij een deur bereikt—maar zij was
-gesloten.
-
-Nu zat hij toch inderdaad leelijk in de knel.
-
-„Wat doet ge?” kermde de man op den grond. „Ga gauw terug, heel gauw!
-Ik beveel het u! Ik ben de directeur van de Bank!”
-
-„All right! Dat is mij heel aangenaam,” antwoordde Raffles, pakte den
-man beet, keerde hem om en doorzocht zijn zakken. Al gauw vond hij een
-sleutelbos. Toen rende hij terug naar de gesloten deur en had deze
-juist geopend, toen inspecteur Baxter met zijn mannen in de gang kwam.
-
-Raffles deed de deur op slot en ontstak een kleine, electrische
-zaklantaarn.
-
-Hij keek om zich heen en zag, dat hij voor een lange trap stond, die
-naar een keldergewelf leidde. Zoo vlug als de duisternis het hem
-toeliet, vloog hij naar beneden en kwam in een tamelijk groote ruimte,
-waar hij zocht naar een schuilhoek.
-
-Hij liep vooruit, maar struikelde en viel op den grond neer. Toen hij
-om zich heen tastte, greep zijn hand in een weeke massa.
-
-Verschrikt sprong hij op, drukte op de lantaarn en liet het schijnsel
-over den grond vallen,
-
-Daar lag het vreeselijk verminkte lijk van een man.
-
-Bijna op hetzelfde oogenblik, dat Raffles deze afschuwelijke ontdekking
-deed, liet inspecteur Baxter een bijl brengen om de kelderdeur in te
-slaan.
-
-Het duurde drie minuten, voordat de deur toegaf.
-
-Plotseling staakten de agenten hun werk.
-
-„Inspecteur, hebt ge niets gehoord?”
-
-Inderdaad!
-
-Ook Baxter had daar beneden een schot hooren vallen.
-
-„Er is geschoten!” fluisterde hij.
-
-Met vereende krachten werd nu de deur opengemaakt en toen klonk den
-mannen een rochelende gil tegen. Daarna was alles stil.
-
-Baxter bleef een oogenblik staan.
-
-„Daar beneden is het niet in den haak!” mompelde hij. Ook de agenten
-waren bleek om den neus geworden. Zij hadden allen het reutelen van een
-stervende gehoord, die op gewelddadige wijze om het leven was gebracht.
-
-De Bankdirecteur, die bij de agenten stond, wischte zich het klamme
-zweet van het voorhoofd en fluisterde:
-
-„Daar is — — daar is — — een misdaad — — — gepleegd!”
-
-„Vooruit! Wij moeten het fijne van de zaak weten!” beval Baxter en
-sprong de trap af, gevolgd door zijn mannen.
-
-Toen de electrische lampen der agenten de kelderruimte verlichtten,
-zagen zij in het midden een doode liggen. De Bankdirecteur stiet een
-kreet uit en tuimelde als ’t ware vooruit.
-
-„Wat—wat—is dat? Maar dat is—dat is—heksenwerk!”
-
-Baxter was naast den doode neergeknield.
-
-Het was Raffles.
-
-Naast hem lag een groote bloedplas. De pelsjas dreef in het roode
-vocht. Raffles’ handen en zijn gelaat waren met bloed bevlekt en men
-zag duidelijk op de plaats, waar het haar was vastgekleefd, dat een
-kogel in het hoofd was gedrongen.
-
-Hier was geen vergissing mogelijk. Inspecteur Baxter lichtte den doode
-in het gelaat.
-
-„Het is Raffles!” sprak hij.
-
-„Wel inspecteur, het is Raffles,” echo-den de agenten hem na.
-
-Het was inderdaad de Groote Onbekende. Voor zoover men het door het
-bloed kon onderscheiden, was zijn gelaat doodsbleek. De lippen waren
-vastgesloten, evenals de oogen, die diep in hunne kassen waren
-teruggezonken.
-
-Inspecteur Baxter keek om zich heen.
-
-Toen nam hij langzaam de uniformpet af en zei:
-
-„God zij zijn arme zondige ziel genadig!”
-
-„Amen” sprak een der agenten.
-
-Toen voegde hij er bij:
-
-„Daar ligt nog iemand, inspecteur!”
-
-Als een tijger sprong Baxter op het tweede lijk toe.
-
-Inderdaad. Hier lag nog iemand. Iemand, wiens gelaat en lichaam
-afschuwelijk verminkt was. Zeker twintig messteken hadden hem
-getroffen. Hij lag in een hoek en inspecteur Baxter onderzocht of geen
-stukje papier eenige aanwijzing zou kunnen geven.
-
-De directeur der Bank was sprakeloos, maar na eenigen tijd hijgde hij
-met moeite:
-
-„Ge moet dadelijk een scherp onderzoek instellen, inspecteur. Dat is
-vreeselijk! Afschuwelijk! Wat moet er nu gebeuren?”
-
-Baxter schudde het hoofd.
-
-„Geef ons een kamer, directeur, waar wij de lijken zoolang kunnen
-bergen tot den avond. Ik zal ze dan laten weghalen!”
-
-Een der agenten had intusschen een dokter gehaald. Deze boog zich even
-over den doode, die door messteken verwond was en zei toen:
-
-„Afgeloopen!”
-
-Toen keek hij naar Raffles en zei:
-
-„Ook gedaan! Een mooie geschiedenis! Wat is hier feitelijk
-voorgevallen?”
-
-„Als ik dat wist, dokter, gaf ik tien jaren van mijn leven!” zei de
-wanhopige politie-inspecteur. „Zoo iets heb ik nog nooit bijgewoond! De
-duivel in eigen persoon is hier in het spel! Maar natuurlijk—Raffles is
-er ook weer bij!”
-
-Nogmaals doorzocht hij den kelder—wederom schudde hij het hoofd.
-
-„Niets—heelemaal niets!”
-
-Hier waren twee misdaden begaan, waarbij het menschelijke verstand stil
-stond.
-
-Met behulp der agenten werden nu de beide lijken naar een kamer
-gebracht, die de Bankdirecteur te zijner beschikking had. Een der
-mannen bleef de wacht houden, tot de lijken zouden worden gehaald
-
-Des avonds deelden alle Londensche bladen het opzienbarende bericht
-mede, dat Raffles, de Groote Onbekende, dood was.
-
-Alleen zij, die tot lord Lister in onaangename verhouding hadden
-gestaan, juichten over dat bericht. Maar zij, die veel aan zijn groote
-goedheid hadden te danken, wijdden eenige tranen aan zijn
-nagedachtenis.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-DE GROOTE ONBEKENDE IS ONSTERFELIJK.
-
-
-Daar lag Raffles nu op een houten bank in een achterkamer.
-
-De tijd verstreek, de klok wees tien minuten vóór vieren, waarop de
-Bank werd gesloten voor het publiek.
-
-De agent, die de wacht hield, liep ongeduldig heen en weer.
-
-Plotseling, toen hij zich weer omdraaide, bleef hij als vastgenageld
-staan. Hij opende den mond om te schreeuwen, zijn haren rezen ten
-berge, zijn oogen puilden uit hun kassen en zoo bleef hij een paar
-seconden onbewegelijk staan.
-
-Een der beide dooden had zich bewogen. Het was Raffles. De agent wilde
-het eerst niet gelooven. Hij keek nog eens scherper toe en—ja—daar
-bewoog Raffles zich alweer!
-
-Hij leunde met zijn elleboog op de bank, waarop hij lag en richtte zich
-halverwege op. En zijn groote, glanzende oogen, die oogen, waarvoor
-allen zoo bang waren, omdat er een bovennatuurlijke kracht van
-uitstraalde, zij richtten zich groot en doordringend op den agent.
-
-Dat was te veel voor den politieman van Scotland Yard. Hij stiet een
-luiden schreeuw uit en rende weg.
-
-Raffles lachte—lachte zóó luid, dat het schalde door het vertrek.
-
-Langzaam stond lord Lister op en liep een paar keer de kamer op en
-neer, om weer wat beweging te krijgen in zijn stijve ledematen. Het
-bloed was hem verstijfd en vloeide nog maar traag door zijn aderen.
-
-Eindelijk was hij weer wat op krachten gekomen.
-
-Hij richtte zich hoog op, opende de deur en trad naar buiten.
-
-Het was leeg in de gang. Het publiek was heengegaan en slechts enkele
-beambten waren nog aanwezig. In de groote zaal was alleen nog de eerste
-boekhouder, die dien dag de aanhouding van Raffles had bewerkstelligd.
-
-Hij zat over zijn werk gebogen, toen plotseling een der vleugeldeuren
-openging en een met bloed bevlekt lijk binnentrad.
-
-„Wel, zijt ge nog aan den arbeid?” vroeg Raffles met een grafstem.
-
-Bij de eerste woorden had de boekhouder van zijn werk opgekeken.
-
-Hij keek als een gek en schreeuwde toen uit:
-
-„Om ’s hemels wil—wie zijt ge?”
-
-„Ik? Ik ben Raffles!”
-
-„Raffles? Maar ge zijt immers dood?”
-
-„Wel! Nu leef ik weer!”
-
-„Maar dat kan niet!” gilde de boekhouder.
-
-„En toch is het zoo, waarde heer! Neen, neen! Blijf kalm zitten! Doe
-geen moeite! Ik zal wel een plaatsje vinden! Er is ruimte genoeg in
-deze groote zaal! Hoeveel hebt ge vandaag ontvangen?”
-
-„Niets! Heelemaal niets!” brulde de doodsbenauwde man.
-
-„Dat is al een heel klein beetje voor een filiaal van de Londensche en
-de Zuidwest Bank!”
-
-Toen ging hij achter een lessenaar, deed een lade open met een der
-sleutels van den directeur en keek erin.
-
-„Alle „drommels”!
-Honderd—duizend—vijfduizend—tienduizend—veertigduizend pond!—Dat is een
-heel aardig bedrag, mister! Ik denk, dat de Bank niet kijkt op een
-twintigduizend pond!”
-
-Met deze woorden nam Raffles 20,000 pond uit de lade, stak ze in den
-zak en zei:
-
-„’t Is nu vier uur! Vóór vijf uur moogt ge niet kikken, begrepen?”
-
-De man bleef stom.
-
-„Hebt ge mij verstaan?” donderde Raffles. „Een uur lang moogt ge niet
-kikken. Dan kunt ge zoo hard schreeuwen als ge maar wilt!”
-
-De boekhouder knikte.
-
-Inderdaad, het was hem onmogelijk, eenig geluid voort te brengen!
-
-Raffles verliet de groote zaal.
-
-Hij liep de gang door en hoorde eensklaps twee stemmen.
-
-Hij sloeg er niet de minste acht op, toen hem de woorden in het oor
-klonken:
-
-„De diamanten van den hertog van Norfolk.”
-
-Hij bleef nu staan en luisterde met het oor tegen de deur geleund,
-waarachter vandaan het geluid kwam.
-
-„Ik zal de bewaking van de diamanten van den hertog op mij nemen,”
-hoorde lord Lister zeggen. „Waar worden ze heengebracht?”
-
-„Naar het groote tentoonstellingsgebouw in Regentstreet. Ge moet ze
-vannacht halen en morgen weer terug brengen!”
-
-„All right!”
-
-Het was nu een poosje stil.
-
-Lord Lister dacht na. Toen, nadat hij tien seconden had gepeinsd, liep
-hij de gang verder door, ging bij een der fonteintjes, die hier en daar
-voor het personeel waren aangebracht, het bloed van zijn gelaat
-wasschen en verliet het Bankgebouw, zonder verder door iemand te worden
-lastig gevallen.
-
-Een half uur later betrad hij een van zijn woningen. Deze lag in St.
-James Street en bestond uit een apartement van zes kamers.
-
-Binnen werd een deur opengedaan en Charly Brand keek de gang in.
-
-„Ben jij het?”
-
-„Zooals je ziet!”
-
-„Lieve tijd, wat heb ik een angsten om je uitgestaan!”
-
-„Ik om jou niet minder, beste Charly!”
-
-Deze keek Raffles eens van ter zijde aan en zei toen:
-
-„Wat zie je bleek, John! Scheelt je wat?”
-
-„Neen, wat zou mij schelen, kerel? Ik heb daar juist iets beleefd, wat
-je niet in je kouwe kleeren gaat zitten!”
-
-„Verklaar je toch wat nader, John! Vertel me toch eens, hoe alle
-kranten je doodstijding konden brengen? Wil je het lezen?”
-
-„Natuurlijk, my boy! Dat interesseert mij buitengewoon!”
-
-Charly Brand haalde de Times en reikte ze zijn vriend.
-
-Deze las:
-
-„Londen haalt verruimd adem! Raffles is dood!
-
-„De groote Onbekende, genaamd Raffles, heeft vandaag in het elfde
-bijkantoor van de Londensche en Zuidwest Bank een plotselingen dood
-gevonden! Toen de beambten, die hem vervolgden, in den kelder drongen,
-waarheen hij gevlucht was, vonden ze zijn lijk! Een schotwonde aan het
-hoofd bewees, hoe Raffles aan zijn eind was gekomen. Het meest
-raadselachtige van deze geschiedenis is, dat men nergens het wapen
-heeft gevonden, waarmee Raffles is doodgeschoten. Vlak bij het lijk van
-Raffles lag nog een ander lijk; dat van een tot nog toe onbekend
-gebleven persoon. Ook van den moordenaar is tot nog toe geen spoor
-ontdekt.”
-
-„Uitstekend!” fluisterde Raffles.
-
-„Is het allemaal zoo gebeurd, zooals het hier staat?” vroeg Charly
-Brand.
-
-„Precies zoo!”
-
-„Maar men heeft je toch onderzocht? Hoe kon je je dan dood houden? Maar
-nu zie ik ook dat je gewond bent! Boven je rechterslaap zit je haar vol
-bloed!”
-
-Raffles stond op, ging naar den spiegel, wiesch de wonde uit, die hij
-inderdaad op deze plek had, plakte er een groote pleister op en ging
-weer zitten.
-
-„Wie heeft je verwond, John?”
-
-Lord Lister lachte.
-
-„Wie anders dan ikzelf, domme vent!”
-
-„Jijzelf? En waar is de revolver?”
-
-„Die heb ik door een klein tralievenster op straat gegooid! Ik zal je
-de heele geschiedenis vertellen, Charly, opdat je je nieuwsgierigheid
-kunt bevredigen.
-
-„Ik werd dan door vriend Baxter naar den kelder gejaagd, maar ik had
-een kleinen voorsprong, doordat ik de deur achter mij had gegrendeld.
-Maar mij bleef geen weg om te ontvluchten. En toen zag ik plotseling
-het lijk van een man voor mij liggen.”
-
-„Afschuwelijk!” bromde Charly.
-
-„Het was mij ook niet heel aangenaam,” antwoordde lord Lister, „en mijn
-vervolgers stonden boven te schreeuwen!
-
-„Wat te doen?
-
-„Er was maar één uitweg—ik moest sterven! Je weet, Charly, dat ik
-altijd een fleschje bij mij heb, gevuld met een mengsel van toxine en
-morphine. Als ik die vloeistof onder de huid spuit, volgt een
-verstijving, die altijd een paar uren aanhoudt.
-
-„De dokter gaf zich niet de minste moeite om mijn hartslag te
-onderzoeken, anders had hij natuurlijk bemerkt, dat ik niet dood was.”
-
-„Ik wekte natuurlijk volkomen den indruk van een doode.”
-
-„Maar om het verhaal geregeld af te wikkelen:”
-
-„Ik sleepte het vreemde lijk, dat in een groten bloedplas lag, naar het
-andere eind van den kelder, deed de inspuiting, zette het wapen zóó
-tegen mijn slaap, dat slechts een lichte verwonding moest volgen,
-drukte af en gooide het wapen door het tralievenster.
-
-„Ik had nog juist den tijd om te gaan liggen waar de doode had gelegen.
-Toen verloor ik ook reeds het bewustzijn.
-
-„Je begrijpt, dat de agenten meenden, dat ik dood was, al lag ik ook
-niet in mijn eigen bloed, maar in dat van den onbekenden man.
-
-„Je ziet, Charly, dat mijn list volkomen is gelukt en dat ik weer aan
-de handen van mijn doodsvijand Baxter ben ontvlucht.”
-
-En lord Lister nam nog eens de Times op.
-
-Daar viel zijn blik op het volgende artikel:
-
-„De juweelen van den hertog van Norfolk.
-
-„De hertog van Norfolk is eenige dagen geleden teruggekeerd van zijn
-groote reis naar Indië en heeft zich met lady Wydemour, de dochter van
-een pair, verloofd. Het huwelijk zal, naar wij vernemen, reeds vrij
-spoedig worden gesloten. Het zal een der grootste plechtigheden zijn,
-die in den laatsten tijd te Londen zijn gevierd, want zoowel de hertog
-van Norfolk, als lord Wydemour behooren tot de rijkste families van het
-land. De diamanten van den hertog van Norfolk vertegenwoordigen een
-waarde van niet minder dan twee millioen pond sterling. Zeven der
-schoonste en zuiverste steenen heeft de hertog zijn bruid reeds
-geschonken.
-
-„De geschiedenis van deze juweelen is heel interessant.
-
-„Zij vormden het hoofdbestanddeel van het vermogen van den hertog. Deze
-bezit echter ook nog uitgestrekte goederen in Schotland. Sinds drie
-eeuwen zijn de hertogen van Norfolk reeds in het bezit van deze
-juweelen, die in een kluis der Londensche en Zuidwest Bank worden
-bewaard.
-
-„Er bestaat een testament, waarin bepaald is, dat de erfgenaam van het
-hertogelijke huis de diamanten eerst bij zijn huwelijk ontvangt.
-
-„Nadat de oude hertog van Norfolk gestorven was, hebben de diamanten
-ongeveer vier jaren in de Londensche en Zuidwest Bank gelegen. En
-telkens weer werden zij naar een andere bijbank gebracht om diefstal te
-voorkomen. Alleen de meest hooggeplaatste ambtenaren zijn met de
-bergplaats bekend.
-
-„Ook moeten de juweelen telkens worden tentoongesteld als zij in andere
-handen overgaan.
-
-„Deze clausule is destijds door een der hertogen in het testament
-gevoegd, opdat de eigenaar de juweelen niet zou kunnen verkoopen of
-verpanden.
-
-„Ook de jongste hertog van Norfolk moet zich aan al deze voorschriften
-houden. De diamanten zullen van 17 Januari—dus van morgen af—tot den
-vijf-en-twintigsten van deze maand in het nieuwe tentoonstellingsgebouw
-in Regent-Street te zien zijn.
-
-„Natuurlijk zijn belangrijke voorzorgsmaatregelen genomen om mogelijken
-diefstal te voorkomen. In dertig jaren zijn deze kostbare juweelen niet
-ten toon gesteld en een groote toeloop van het Londensche publiek wordt
-dan ook verwacht.”
-
-Lord Lister glimlachte op vreemde wijze, toen hij de krant terzijde
-legde.
-
-„Heb je het gelezen Charly?”
-
-„Yes. Maar ik begrijp niet, dat dit zoo interessant is. Het
-interesseert mij veel meer, wie die vermoorde man wel mag zijn, dien
-jij in den kelder van de Bank hebt gevonden.”
-
-Lord Lister haalde de schouders op.
-
-„Ik denk, dat dat iemand is, die in nauw verband met de Bank staat.”
-
-„Waarom denk je dat?”
-
-„Ik denk dat zoo en het feit, dat de man vermoord, is, versterkt mijn
-vermoeden. Maar ik moet nu de noodige toebereidselen maken om morgen op
-tijd te zijn
-
-„Op tijd te zijn? Maar wat bedoel je dan?”
-
-„Ik wil de diamanten van den hertog van Norfolk, bewaken,” antwoordde
-Lord Lister.
-
-Toen stond hij op en ging het volgende briefje schrijven;
-
-
- „Aan den inspecteur van politie Baxter,
- Scotland-Yard.
-
- Waarde Baxter!
-
- Hoewel ik eigenlijk geen reden heb om dankbaar tegenover u te zijn,
- wil ik u toch een genoegen doen. Ik raad u namelijk om den
- directeur van het elfde bijkantoor der Londensche en Zuid-West Bank
- streng in de gaten te houden, want hij is een schurk.
-
- RAFFLES.”
-
-
-Dezen brief vouwde lord Lister dicht, verzegelde hem en zond den
-bediende er mee naar de bus.
-
-Toen ging hij naar zijn geheim bureau, dat vol spiegels was en waar een
-groote tafel stond met allerlei soorten schmink en poeder.
-
-Langs de muren hingen wel een dozijn verschillende baarden en pruiken.
-
-Langen tijd was lord Lister bezig om uit te zoeken, wat hij noodig had,
-want deze meesterdief stelde er zich niet mee tevreden om de lieden,
-die hij wenschte na te bootsen, niet tot in de kleinste bijzonderheden
-gelijk te zijn.
-
-En toen hij later met een donker puntbaardje en bruin geverfd haar bij
-Charly Brand binnentrad, bleef deze verbluft staan.
-
-„Wat bedoelde je er mee,” vroeg Charly, „dat je de diamanten van lord
-Norfolk wilt gaan bewaken?”
-
-„Begrijp je dat niet?”
-
-„Je wilt ze natuurlijk in je bezit hebben, niet waar Raffles?”
-
-„Misschien. Maar laat ons nu gaan. Heb je lust om mee te gaan Charly?”
-
-„Waarheen?”
-
-„Naar het elfde bijkantoor!”
-
-„Jij schijnt een groote voorliefde voor dat bijkantoor te hebben,
-ondanks alles, wat er al gebeurd is.”
-
-Lord Lister antwoordde niet.
-
-Hij verkleedde zich en ging met Charly de deur uit.
-
-In het elfde bijkantoor was het intusschen alles behalve rustig
-gebleven.
-
-De agent had inspecteur Baxter gewaarschuwd en deze was om vijf uur
-gekomen, juist toen de boekhouder een verschrikkelijken angstkreet
-uitstiet.
-
-Baxter stormde de groote zaal binnen.
-
-„Is hij weg?” vroeg hij met sidderende knieën. „Waar is hij, waar is
-hij?”
-
-„Ik weet alleen, dat hij hier was, inspecteur! Wat een vreeselijke
-kerel! Hebt gij het wel ooit beleefd, dat een doode weer levend wordt?”
-
-„Bij Raffles beleeft men alles” stiet Baxter uit; „de kerel maakt mij
-nog dol!”
-
-Het gebouw werd van onder tot boven doorzocht, zonder dat natuurlijk
-een spoor van Raffles ontdekt werd. Alleen zijn pelsjas en het
-bloedgekleurde waschwater werden gevonden en Baxter vertrok weer
-onverrichter zaken.
-
-Alleen de directeur, die in het achterste gedeelte van het gebouw zijn
-ambtswoning had, bleef achter.
-
-De man ging vroegtijdig naar bed, nadat hij de diamanten van den hertog
-van Norfolk had klaargelegd om ze den volgenden dag naar het
-tentoonstellingsgebouw te kunnen overbrengen.
-
-Intusschen was het middernacht geworden.
-
-Een schildwacht liep voor het Bankgebouw op en neer. Toen hij naar een
-zijstraat zich verwijderde, traden twee slank gebouwde mannen uit de
-duisternis in het licht der lantaarn. Het waren Raffles en zijn vriend
-Charly.
-
-Nu ging Charly met de schouders tegen den muur staan, legde de handen
-ineen en liet lord Lister er in stappen.
-
-Deze stond met een wip op den schouder van zijn vriend en opende nu
-geruischloos een houten jaloezie.
-
-Charly Brand liep met groote stappen beneden op en neer.
-
-Een kwartier later kwam lord Lister weer naar beneden. Hij droeg een
-groote cassette onder den linkerarm en lachte, zoodat Charly verschrikt
-den vinger op den mond legde.
-
-Zij liepen haastig verder en Charly vroeg:
-
-„Waarom heb je zoo’n pret, John?”
-
-Maar lord Lister was reeds weer ernstig geworden.
-
-„Je zult morgen een wonder beleven, Charly!”
-
-„Wat?”
-
-„Een wonder zeg ik je!”
-
-„En wat heb je in de cassette?”
-
-„De diamanten van den hertog van Norfolk.”
-
-Charly bleef een oogenblik verbluft staan.
-
-Hij wilde het niet gelooven.
-
-„De—de—diamanten—van den hertog van Norfolk? Maar—maar dat is een
-reusachtig vermogen! Ben je niet bang?”
-
-Lord Lister glimlachte weer.
-
-„Bang? Ik?”
-
-„Ja.”
-
-„Voor wien? En waarom?”
-
-„Maar morgen—morgen zullen de diamanten niet in het
-tentoonstellingsgebouw zijn!”
-
-„Hoe kom je er bij? De diamanten zullen er zeker zijn!”
-
-Charly haalde de schouders op.
-
-„Dat begrijp ik niet! Wie moet ze er dan heen brengen?”
-
-„Ik.”
-
-„Jij? Jij wilt ze naar het tentoonstellingsgebouw brengen?”
-
-„Zeker. Ik ben van nu af gevolmachtigde van de Bank.”
-
-„Maar John, wat een onzin!”
-
-Charly Brand begreep niet, wat hij van zijn vriend moest denken.
-
-„Morgen zal je alles duidelijk worden,” sprak Raffles.
-
-Dien nacht nam Raffles nog een reeks van voorbereidingen.
-
-Zijn vriend Charly echter sliep vermoeid van de opwindingen van den dag
-en ontwaakte eerst, toen de zon reeds hoog aan den hemel stond.
-
-Raffles echter was verdwenen en terzelfder tijd liep door Londen het
-gerucht, dat hij in hechtenis was genomen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-HET GEHEIM VAN DE DIAMANTEN.
-
-
-Dat was zoo in zijn werk gegaan:
-
-Het bericht, dat in de „Times” had gestaan, was niet ongelezen
-gebleven.
-
-In Londen namelijk stellen de mannen het grootste belang in sport, de
-vrouwen in luxe en voornamelijk in sieraden.
-
-Het vooruitzicht om de diamanten te kunnen zien van den hertog van
-Norfolk, die in grootte, zuiverheid en kostbaarheid de kroondiamanten
-van den koning nog moesten overtreffen, had reeds in den vroegen morgen
-een groote menigte naar het tentoonstellingsgebouw gelokt.
-
-Om negen uur reeds bewoog zich een groot aantal dames en heeren door de
-sierlijke zalen.
-
-Equipages rolden aan, automobielen snorden voor. De grooms dwarrelden
-door elkaar en de eene lady volgde de andere. Zij droegen haar kostbare
-wintertoiletten, lange mantels met bontwerk gegarneerd, breede boa’s en
-ander kostbaar pelswerk.
-
-De diamanten van den hertog van Norfolk lagen uitgespreid op zeven
-groote, zijden kussens.
-
-Eigenlijk was het uur van de opening der tentoonstelling op tien uur
-bepaald, maar de gevolmachtigde van de Londensche Bank was al om half
-negen verschenen met zijn kostbaren schat.
-
-De vertegenwoordiger was een slank gebouwd man van ongeveer
-vijf-en-dertigjarigen leeftijd met een donker puntbaardje.
-
-Hij zag er inderdaad bijzonder voornaam uit in zijn keurig toilet,
-zooals hij daar stond achter de groote tafel, zonder ook slechts een
-enkelen keer den blik op te richten van de zijden kussens, waarop de
-prachtige steenen schitterden: diamanten, zoo groot als duiveneieren,
-naast robijnen en topazen. Smaragden, in goud gevat, naast granaten.
-Amethysten naast opalen en turmalienen naast cordierieten.
-
-Maar diamanten en smaragden waren er in het grootste aantal en alles
-schitterde en glinsterde en fonkelde op het donkere fluweel, dat men
-meende een stuk van het firmament voor zich te hebben, waaraan sterren
-schitterden van de eerste grootte.
-
-De bezoekers der tentoonstelling hadden nog geen toegang, toen een zeer
-voorname jonge lady binnentrad, vergezeld van een inspecteur. Zij had
-kastanjebruin haar, dat in dichte lokken haar fijn gezichtje omlijstte
-en twee groote, zwarte oogen werden door lange wimpers overschaduwd.
-
-„Hier lady, is de tentoonstelling,” sprak de inspecteur, boog en ging
-heen, want het was hem ten strengste verboden om ook slechts een minuut
-in de zaal te blijven.
-
-De jonge dame ging naar den slanken heer toe.
-
-„Mijn naam is miss Marion,” sprak zij, „ik ben een vrouwelijke
-detective en hier naar toe gezonden om met u samen de diamanten van den
-hertog van Norfolk te bewaken.”
-
-Zij was nadergetreden en de sleep van haar kostbare japon ritselde
-zachtjes over den vloer.
-
-Zonder het antwoord van mister Blakes af te wachten, deed zij de lange
-handschoenen van de blanke handen en ging achter de tafel zitten.
-
-Toen keek ze even naar de revolver, die onder het bereik van den heer
-lag en zei niets dan:
-
-„All right!”
-
-De ander glimlachte nu, maar sprak geen woord.
-
-De bezoekers werden thans toegelaten en vele politiebeambten stelden
-zich op om met het tweetal, dat daar aan de tafel zat, elke poging tot
-diefstal of het stichten van verwarring te beletten.
-
-De kostbaarheden werden door iedereen bewonderd en veel begeerige
-blikken van ijdele vrouwen en hebzuchtige mannen werden op de kostbare
-steenen geworpen.
-
-Na een half uur moest de zaal ontruimd worden om nieuwe bezoekers
-binnen te laten.
-
-Maar tusschen het bezoek der eerste en tweede groep werd een pauze van
-een half uur gehouden, waarin de diamanten wederom nauwkeurig
-onderzocht werden.
-
-Mister Blakes stak een sigaret aan, nadat hij de vrouwelijke detective
-om vergunning daarvoor had gevraagd, blies den rook voor zich uit en
-vroeg:
-
-„Wie heeft u eigenlijk hierheen gestuurd, lady?”
-
-„Stelt ge daar belang in? De lord-major van Londen maakte zich een
-beetje bezorgd, dat de beambten dit werk niet alleen af konden en
-bovendien streef ik slechts één enkel doel na!”
-
-„En dat is?”
-
-„Ik wil Raffles vangen. Ik stam uit een voornaam geslacht, dat door
-allerlei tegenspoed verarmd is en daarom heb ik een beroep gekozen, dat
-hoog salaris geeft.”
-
-„Ge hebt gelijk. En nu hebt ge het er dus op gezet om Raffles te
-vangen?”
-
-„Ik stel belang in hem! Hij imponeert mij, deze gentleman-dief en
-daarom wil ik graag mijn krachten aan hem beproeven!”
-
-Haar oogen glansden en een lachje krulde haar lippen.
-
-In hetzelfde oogenblik luidde een bel en de nieuwe bezoekers werden
-binnengelaten.
-
-Nauwelijks hadden zij de zaal gevuld, toen plotseling een heer
-binnenstormde, die een zwarten koffer droeg en iedereen omver liep, die
-hem in den weg stond.
-
-Aller oogen richtten zich op dezen persoon.
-
-De man die binnenkwam, geleek sprekend op den heer, die de diamanten
-bewaakte.
-
-Deze wonderlijke gelijkenis baarde algemeen opzien, die niet weinig
-steeg, toen de binnentredende uitriep:
-
-„Alle duivels, wat gebeurt hier? Ik ben mr. Blakes, de
-vertegenwoordiger van de Londensche en Zuid-West Bank.”
-
-Niemand antwoordde.
-
-Eindelijk vroeg een der politiebeambten:
-
-„Kunt gij u legitimeeren?”
-
-„Zeker.” En deze tweede mr. Blakes haalde zijn papieren te voorschijn.
-
-De politiebeambte haalde de schouders op.
-
-„Er is ten slotte toch maar één mr. Blakes,” sprak hij, „en hier
-schijnt bedrog in het spel te zijn. Hoe zijn de diamanten van den
-hertog van Norfolk hierheen gekomen, als gij de werkelijke mr. Blakes
-zijt?”
-
-Deze strekte den arm uit naar den heer achter de tafel en sprak:
-
-„Die man is Raffles!”
-
-De verwarring, die op deze woorden volgde, is onbeschrijfelijk.
-
-De heeren weken verschrikt achteruit, de dames begonnen van angst te
-gillen, de meesten echter verdrongen zich om dezen interessanten man,
-die sedert vele maanden geheel Londen in ademlooze spanning hield en
-iederen dag de kranten stof gaf tot sensationeele artikelen.
-
-Dat was dus Raffles!
-
-Deze echter scheen het volstrekt niet eens te zijn met de onthullingen
-van mr. Blakes.
-
-„Ge zijt gek!” riep hij uit en hij deinsde verschrikt terug, toen hij
-zijn dubbelganger goed in het gelaat keek.
-
-Dat was inderdaad dezelfde donkere puntbaard, dezelfde wenkbrauwen,
-hetzelfde haar, dezelfde gelaatstrekken.
-
-„Dat is een afschuwelijk bedrog!” riep hij uit, „dat is een laagheid!”
-en nog voordat iemand het kon verhinderen, had hij zijn revolver
-getrokken, gevuurd—het schot knalde. Doch neen, twee schoten waren het,
-wier knal zich met elkander vermengde. In het oogenblik namelijk, toen
-de tweede mister Blakes het pistool afschoot, had de man, die naast de
-vrouwelijke detective stond, bliksemsnel het wapen te voorschijn
-gehaald.
-
-Toen de kruitdamp opgetrokken was, lag degeen, die het laatst was
-binnengekomen, op de knieën; zijn revolver lag een halven meter verder
-en uit zijn rechterhand vloeide een bloedstroom.
-
-Mr. Blakes had hem de hand doorgeschoten.
-
-„Moet ik u nog eens zeggen, dat u dien ellendeling moet weg brengen?”
-beval de heer achter de tafel met donderende stem.
-
-„Deze bedrieger is Raffles, die van de algemeene verwarring gebruik wil
-maken om de diamanten van den hertog van Norfolk in zijn bezit te
-krijgen!”
-
-„Het is niet waar!” kreunde de andere. „Ik heb ze hier—ik heb ze bij
-mij—de diamanten van den hertog van Norfolk!”
-
-Het publiek geraakte in steeds grooter spanning. Allen drongen naar
-voren om te zien, wat die nieuw aangekomene dan wel in dien koffer had
-verborgen.
-
-En inderdaad:
-
-In den koffer lagen, zorgvuldig vastgemaakt op de kussens, de diamanten
-van den hertog van Norfolk.
-
-Maar daarginds op de tafel lagen ze ook en de politiemannen streken
-zich over de oogen om het spook te verjagen, waaraan zij nog niet
-konden gelooven.
-
-Daar klonk echter opnieuw de stem van mister Blakes, die achter de
-tafel met fonkelende juweelen stond.
-
-„Maar mijneheeren, zijt gij dan inderdaad zóó kortzichtig om niet in te
-zien, dat de juweelen, die Raffles hier brengt, allen vervalscht zijn?”
-
-Groote sensatie!
-
-De inspecteur van politie nam nu het woord en wendde zich tot de
-omstanders:
-
-„Zijn er misschien onder de aanwezige heeren eenigen, die verstand
-hebben van diamanten?”
-
-Onmiddellijk meldden zich eenige heeren en dames aan.
-
-Een oude eerwaardige grijsaard haalde een microscoop te voorschijn en
-hield dien boven de diamanten, welke de tweede mr. Blakes had gebracht.
-
-Ademlooze spanning volgde.
-
-Eindelijk hief de grijze heer het hoofd op en sprak op stelligen toon:
-
-„Deze diamanten zijn valsch!”
-
-„Ik zeide het reeds,” sprak de eerste mr. Blakes nu, „En als de heeren
-politie-agenten nu nog langer aarzelen om dezen aartsbedrieger weg te
-brengen, dan sta ik niet meer voor de gevolgen in!”
-
-Die woorden hielpen. Een half dozijn agenten pakten den geheimzinnigen
-mister Blakes beet en sleepten hem naar de deur.
-
-Deze rukte zich hier nog eens los, rende naar den anderen mr. Blakes
-toe en schreeuwde:
-
-„Hier—hier—daar—daar—” hij wees op de kostbare steenen, die lagen
-tentoongesteld—„hier liggen de gestolen diamanten van den hertog van
-Norfolk, die vannacht uit het elfde bijgebouw van de Londensche en
-Zuid-West Bank zijn gestolen!”
-
-„Van dien diefstal heb ik ook al gehoord,” antwoordde de andere mister
-Blakes. „De zaak zit namelijk zóó. Toen Raffles vannacht de echte
-diamanten poogde te stelen, vielen hem de valsche in handen en hij had
-de brutaliteit om deze vandaag aan het Londensche publiek te willen
-toonen. Ge ziet heeren, dat Raffles zich zelf heeft verraden. Brengt
-hem dus weg!”
-
-De tweede mister Blakes werd nu in den kraag gepakt en weggebracht.
-
-De vrouwelijke detective had den geheelen tijd de beide heeren
-aangekeken.
-
-„Jammer,” fluisterde zij nu.
-
-Mr. Blakes keek haar glimlachend aan.
-
-„Waarom, lady?”
-
-Zij zuchtte diep.
-
-„Ik had mij Raffles heel anders voorgesteld.”
-
-„Hoe dan?”
-
-„Och! Slanker, eleganter, nu ja, ik kan dat zoo niet zeggen. En ik had
-mij ook in het hoofd gehaald, hem zelf te vangen!”
-
-In hetzelfde oogenblik nam mr. Blakes de revolver op en strekte die uit
-naar een eleganten heer, die een der diamanten op nam.
-
-„Hand daar weg, als ge geen kogel tusschen de ribben wenscht!”
-
-Deze keek op met doodsbleek gelaat en de jongedame naast hem uitte een
-kreet van schrik.
-
-„Zijt ge gek?” vroeg een der politie-mannen, „dat is de hertog van
-Norfolk.”
-
-„Dan mag hij toch zijn eigen diamanten niet stelen,” zei Raffles op
-doodkalmen toon.
-
-De hertog van Norfolk, een persoon van omstreeks veertig jaren met een
-weinig sympathiek uiterlijk, hief den stok op, maar mr. Blakes zei heel
-bedaard:
-
-„Ik doe mijn plicht, hertog! Doe dien stok weg, want een kogel werkt
-sneller!”
-
-De hertog maakte een toornige beweging en trok zich toen achter in de
-zaal terug.
-
-Wederom werd een pauze van een half uur gehouden.
-
-„Ge zijt een merkwaardig persoon,” sprak de vrouwelijke detective, toen
-zij met Blakes de juweelen controleerde.
-
-„Hoezoo, lady?”
-
-„Ik geloof, dat ge betere oogen hebt, dan iemand ter wereld!”
-
-„Hoe meent ge dat?”
-
-„Omdat ge alles doorziet!”
-
-Mr. Blakes lachte.
-
-„Dat leert men in mijn beroep. Ik wensch u zoo’n paar oogen, lady, dan
-zoudt ge misschien een zeer goede detective zijn!”
-
-Het meisje was door dit gezegde niet weinig boos.
-
-„O, wat dat betreft,” antwoordde zij, „behoeft ge u niet te verbeelden
-mr. Blakes, dat gij Raffles herkend hebt. Ik zag dat al, toen hij de
-zaal binnenkwam. Ik wilde alleen niet overijld handelen!”
-
-„Wel zoo! Ei, ei! En nu hebt ge natuurlijk grooten spijt, dat gij hem
-niet gevangen hebt!”
-
-„Dat kan ik niet ontkennen!”
-
-„Wel, lady, wat zoudt ge er dan wel voor over hebben, als thans nog de
-kans bestond, dat ge Raffles zoudt kunnen vangen!”
-
-Zij keek hem aan met een spotlachje.
-
-„Die kans kunt gij mij toch niet geven?”
-
-„Wie weet? Nu, wat krijg ik?”
-
-„Honderd pond!”
-
-„Bah! Daar steek ik mijn sigaret mee aan! Een kus, lady, als ge die
-ervoor geeft, ben ik bereid!”
-
-Zij keerde zich af.
-
-„Onbeschaamde!” fluisterde zij.
-
-Maar Blakes liet zich niet zoo gauw uit het veld slaan en eindelijk
-sprak zij:
-
-„Als ge mij het bewijs kunt leveren, dat ge kunt helpen om Raffles te
-vangen, dan, in ’s hemelsnaam, zal ik u den kus geven!”
-
-Hij strekte de hand uit.
-
-„Op eerewoord en handslag, lady?”
-
-„Een vrouw een vrouw, een woord een woord, mister Blakes!”
-
-„Goed! Neem mij dan gevangen!”
-
-En toen tot de politie-agenten:
-
-„Het publiek kan weer binnen komen!”
-
-De lieden kwamen weer binnen.
-
-Als een standbeeld bleef het meisje op de plaats staan.
-
-Die man naast haar had zoo juist met de grootste kalmte verteld, dat
-hij Raffles was.
-
-Gloeiend heet vloog het bloed haar naar de wangen. Zij keek van
-terzijde mr. Blakes aan en het werd haar hoe langer hoe duidelijker,
-dat het inderdaad Raffles was.
-
-„Ik dacht,” stotterde zij, „ik meende—dat ge zwart haar hadt!”
-
-„Als ik geweten had, lady, dat ik met u zou kennis maken, had ik mijn
-baard zeker thuis gelaten.”
-
-Zij bloosde. Hij hield haar voor den mal, omdat ze niet eens gemerkt
-had, dat zijn baard valsch was.
-
-„Ge zijt een vreeselijk mensch,” fluisterde zij, „maar pas op, ge
-ontsnapt mij toch niet! Ik zal u in hechtenis laten nemen, zoodra ge
-het gebouw hier verlaat!”
-
-„Uitstekend, lady! Maar den zoen krijg ik eerst!”
-
-Daar trad een der inspecteurs der recherche naar de juweelentafel toe.
-Hij reikte Blakes de hand en zei:
-
-„Het was inderdaad Raffles! Ge hebt ons aan een fameuze vangst
-geholpen!”
-
-De toegesprokene glimlachte.
-
-„Dank u!”
-
-„Weet ge het laatste nieuws al?”
-
-„En dat is?”
-
-„De directeur van het elfde bijkantoor is vannacht spoorloos
-verdwenen!”
-
-„Inderdaad?”
-
-„Er schijnt een nieuwe misdaad te zijn begaan!”
-
-Raffles kuchte eens en blies een blauwe rookwolk de lucht in.
-
-Toen vroeg hij:
-
-„Kan ik u misschien met het een of ander helpen, lady?”
-
-Zij keek op en zag in zijn lachend gelaat.
-
-O, wat haatte ze hem op dit oogenblik. Ze had hem kunnen dooden.
-
-„Ik zou graag willen weten,” fluisterde zij, „waar de eigenlijke mister
-Blakes is!”
-
-„Die, lady? O, die is dood!”
-
-„Dood?—Toch niet vermoord?”
-
-„Ja.”
-
-„Maar—om Godswil—toch niet door u?”
-
-„Neen, lady. Zulke dingen doe ik niet! De directeur van het elfde
-bijkantoor heeft hem vermoord!”
-
-„Weet ge dat zeker?”
-
-„Ja, heel zeker. Ik heb de misdaad door het sleutelgat gezien en wilde
-te hulp snellen, toen het al te laat was! Ik vermoed, dat de directeur
-de juweelen van den hertog zich heeft willen toeëigenen en toen vermomd
-als mister Blakes hierheen is gegaan! Ik begreep, dat dit het geval zou
-zijn en het deed me pleizier, den moordenaar in de val te laten loopen.
-Zoo heb ik den schurk, dien Baxter niet wil arresteeren, toch in de
-gevangenis gebracht en daarmee in het belang der menschheid een goede
-daad verricht, vindt ge ook niet?”
-
-Zij antwoordde niet en het werd haar zwart voor de oogen. Hoe zou zij
-dien man de baas kunnen worden?
-
-Maar het moest—het moest! Ja, zij wilde den strijd aanvaarden op leven
-en dood. Natuurlijk dacht zij er vooreerst niet aan, de agenten te
-roepen en Raffles te laten arresteeren. Neen! Zij zou hem met gelijke
-wapens bestrijden op dezelfde elegante en toch listige manier!
-
-„Maar hoe hebt ge de diamanten in uw bezit gekregen?” vroeg zij
-plotseling, „en hoe kwam het, dat de directeur met de valsche steenen
-hier kwam?”
-
-„Is u dat ook nog niet duidelijk, lady? O! O! Dat is toch zoo heel
-eenvoudig! De directeur was een slimmerd! Hij had een heelen koffer vol
-nagemaakte steenen waarschijnlijk met het doel laten vervaardigen om ze
-alle ten toon te stellen en de echte zichzelf toe te eigenen. Toen ik
-den directeur des nachts een bezoek bracht, zag ik dadelijk dat de
-diamanten, die bij hem op tafel stonden, niet echt waren. Ik laat mij
-niet zoo heel makkelijk om den tuin leiden, lady! Ik zocht toen de
-echte steenen en vond ze heel gauw in een muurkast. Daar nam ik de
-echte uit den koffer en legde er de valsche voor in de plaats.
-
-„Den volgenden morgen was het kistje, waarin de valsche steenen gezeten
-hadden, verdwenen en de directeur meende, dat den dieven de valsche
-steenen in handen waren gevallen.
-
-„’t Is een beetje ingewikkeld, nietwaar lady? Maar de heele zaak is ten
-slotte toch doodeenvoudig.”
-
-Zij antwoordde niet.
-
-Het duizelde haar hoe langer hoe meer.
-
-O, die Raffles! Die Raffles!
-
-Maar zij zwoer hem wraak! Bij God, hij zou haar niet ontsnappen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-GUALA, DE PLANT DER VERGETELHEID.
-
-
-De dienstdoende inspecteur had mr. Blakes meegedeeld, dat de directeur
-van het hoofdkantoor der Londensche Bank het niet raadzaam vond om de
-juweelen des nachts telkens weer terug te brengen. Zij zouden in het
-tentoonstellingsgebouw blijven, streng bewaakt door vijftig lieden.
-
-Toen het tegen den avond liep sprak lord Lister tot het jonge meisje:
-
-„Als het u goed is, lady, neem ik nu een uur pauze. Ik ga even naar
-huis om te soupeeren.”
-
-Zij knikte.
-
-„Goed. Ik zal zoolang de wacht houden.”
-
-Nauwelijks was hij vertrokken of het meisje riep een geheimen agent
-aan.
-
-„Volg mister Blakes door heel Londen en vertel mij, waar hij woont.”
-
-„All right, lady.”
-
-De man verdween.
-
-Hij wandelde achter mister Blakes aan, die doodkalm voortwandelde en
-met diepe teugen de prikkelende winterlucht inademde. Het was bitter
-koud en dikke sneeuw lag op de straten.
-
-Lord Lister trad nu een telefoonkantoor binnen en liet zich verbinden
-met Scotland Yard.
-
-„Inspecteur Baxter daar?—Ja?—Hier Raffles.—Wel!—Houd u kalm,
-inspecteur—hier Raffles!—Hebt ge den directeur van het elfde bijkantoor
-gearresteerd? Niet?—’t Is een gemeene kerel.—Hij hoort wel degelijk
-achter slot en grendel!—Dat schijnt ge maar niet te willen begrijpen,
-inspecteur!—’t Is toch zoo!—Ik deel u door dezen mee, dat de directeur
-van het elfde bijkantoor mister Blakes heeft vermoord.—Zijt ge nu
-tevreden?——Wat??——Gelooft ge het niet?—Is mister Blakes in het
-tentoonstellingsgebouw?—Maar dit is Blakes niet, dat is Raffles!——Wat?
-Laat ge u niet voor den mal houden? Zit Raffles in de gevangenis?—Ge
-zijt een groote gek, inspecteur! Die in de gevangenis zit is Raffles
-niet—maar de directeur van het elfde bijkantoor!—Gelooft ge dat ook
-niet?—Ga dan eerst eens informeeren, voordat ge mij tegenspreekt—Ik heb
-u zoo volledig mogelijk ingelicht!—Adieu, inspecteur Baxter!—Tot
-weerziens!”
-
-Toen ging lord Lister naar zijn woning, waar hij met Charly Brand
-allersmakelijkst soupeerde, maar onderwijl ook blijken gaf van
-buitengewone vermoeidheid.
-
-„Wat heb je toch?” vroeg Charly.
-
-Raffles glimlachte.
-
-„Niets, heelemaal niets, kerel! Ik geloof alleen maar, dat ik verliefd
-ben!”
-
-En toen ging hij haar het tentoonstellingsgebouw terug.
-
-
-
-Het was acht uur in den avond.
-
-Buiten lag de winternacht reeds lang over het aardrijk uitgespreid.
-Daar kwam de hertog Van Norfolk, vergezeld van een mooie, elegante
-jonge dame, uit wier oogen echter allesbehalve geluk en zielsrust
-straalde. Zij scheen bedroefd, toen zij aan den arm van den hertog in
-de zaal trad.
-
-Deze scheen het voorval van dien dag te hebben vergeten en ging
-glimlachend naar den Bankvertegenwoordiger,
-
-„Ik heb met groot genoegen bemerkt,” sprak de hertog, „dat gij u met
-groote nauwgezetheid kwijt van uw plichten en daarom neem ik u ook
-niets kwalijk van hetgeen geschied is. Nu zou ik echter graag mijn
-diamanten eens willen bekijken!”
-
-Een jongeman vergezelde het verloofde paar. De hertog stelde dezen voor
-als zijn secretaris en Raffles merkte op, dat lady Wydemour, de
-aanstaande hertogin en de jonge secretaris elkander met innig verliefde
-blikken aankeken.
-
-Raffles droeg de taak om de juweelen te toonen aan de vrouwelijke
-detective over en ging eenige woorden wisselen met den jongeman, die
-hem levendig belang inboezemde.
-
-Maar vóór dien fluisterde hij het meisje toe:
-
-„Valt het u niet op, lady, dat de hertog van Norfolk zoo bleek ziet?
-Doorgaans zijn de lieden, die langen tijd in Indië hebben vertoefd,
-toch heel wat bruiner van huidskleur.”
-
-Nu begon hij een kort gesprek met den secretaris.
-
-De lady keek den hertog aan en inderdaad, zijn bleekheid viel ook haar
-op. Hij zag er eerder uit als iemand, die maandenlang achtereen de
-kamer had gehouden dan als iemand, die vele jaren onder de tropische
-zon had geleefd.
-
-„Pardon, mijnheer,” sprak Raffles tot den secretaris, „ik spreek u aan,
-omdat ge dezelfde uniform draagt als iemand, met wien ik onder zeer
-tragische omstandigheden heb kennis gemaakt.”
-
-De secretaris greep krampachtig lord Listers beide handen.
-
-„Wat zegt ge? Hebt ge hem gezien? Waar? Ach—ik zoek hem als sinds vele
-maanden—hij is mijn vader!”
-
-Lord Lister knikte.
-
-„Dat dacht ik al. De man die dezelfde uniform droeg, is gisteren in den
-kelder van het elfde bijkantoor der Londensche en Zuid-West Bank
-gevonden. Ik raad u, naar de politie te gaan om het lijk te zien!”
-
-De jongeman barstte in snikken los.
-
-„Om Godswil—ook dat nog! Ook dat nog! En niemand weet, waar ons
-vermogen is gebleven.”
-
-„Moest ge deze betrekking aanvaarden, omdat ge verarmd zijt?”
-
-„Ja. Vader had zijn kapitaal op het elfde bijkantoor. Eensklaps was hij
-spoorloos verdwenen. Toen wij onderzoek naar hem instelden, hoorden
-wij, dat hij het geheele kapitaal had opgenomen—geen sterveling wist,
-wat hij met al het geld moest doen. Sindsdien heb ik nooit meer iets
-van vader gehoord.”
-
-„De zaak is nogal duidelijk. Hij is een slachtoffer van den directeur
-van het bijkantoor geworden, die uw vader zeker maandenlang heeft
-gevangen gehouden, voordat hij hem doodde in den kelder.”
-
-De jonge dame had haar hoofd omgewend en keek den secretaris wederom
-aan met veelzeggenden blik.
-
-Deze bemerkte, dat mister Blakes dien blik van verstandhouding had
-opgemerkt
-
-„Om Godswil,” smeekte hij lord Lister, „zeg niets van wat ge hebt
-opgemerkt.”
-
-Lord Lister dacht eenige oogenblikken na.
-
-„Ik zal ervoor zorgen,” sprak hij toen, „dat ge weer in het bezit van
-uw vermogen wordt gesteld en als ge verstandig en moedig zijt, moet ge
-ervoor zorgen, dat de hertog van Norfolk niet haar tot zijn gade maakt,
-die gij lief hebt.”
-
-Daarop ging hij weer naar de juweelentafel.
-
-„Zijt ge niet vermoeid, lady?” vroeg Raffles het jonge meisje.
-
-Zij schudde het hoofd.
-
-„Mijn slaap wordt verdreven door de gedachte aan hem, die naast mij
-zit.”
-
-Hij glimlachte vergenoegd.
-
-„Gij zijt dus bang voor mij, lady?”
-
-„Bang niet! Maar ik begrijp niet, waarom ge vannacht in het elfde
-bijkantoor hebt ingebroken, de juweelen hebt gestolen en ze hier
-bracht. Waartoe dat allemaal? Wilt ge als detective optreden?”
-
-Zij keek hem boos aan.
-
-„Wilt ge misschien de diamanten van den hertog stelen?”
-
-„Hadt ge dan iets anders gedacht, lady?”
-
-„Dat zult ge niet wagen!”
-
-„Ge zult het zien, lady!”
-
-Haar oogen vlamden.
-
-„Ik zal het u beletten”; zij haalde een pistool te voorschijn. „Bij de
-eerste poging schiet ik u neer!”
-
-Hij glimlachte weer.
-
-„In de eerste plaats lady, heb ik de patronen uit de revolver genomen,
-in de tweede plaats zult ge het niet merken, dat ik de diamanten steel
-en in de derde plaats—”
-
-Hij hield plotseling op. In het volgende oogenblik was de geheele zaal
-in de diepste duisternis gehuld.
-
-„Ellendeling!” riep het meisje uit. Maar toen begreep zij, dat Raffles
-het licht niet kon hebben uitgedraaid, want hij had zich niet van zijn
-plaats bewogen.
-
-Zij had zich op de diamanten geworpen en was besloten, die met haar
-leven te verdedigen; maar een hand klemde zich om haar keel en duwde
-haar terug, terwijl een tweede hand onder haar arm doorschoof en naar
-de juweelen op het kussen tastte.
-
-Het meisje was echter niet zoo gauw van haar stuk te brengen. Zij liet
-zich eerder een mes tusschen de ribben steken, dan dat zij dezen
-diefstal toeliet. Met beide handen greep zij de hand vast—een rilling
-liep haar over het geheele lichaam, zonder dat zij in staat was, deze
-hand los te laten. Een oogenblik later klonk een schot en het
-electrische licht brandde weer.
-
-In de zaal heerschte algemeene verwarring en toen het licht weer
-opging, was de vrouwelijke detective met een luiden kreet naast de
-divan neergevallen en had het bewustzijn verloren.
-
-Lord Lister pakte het ding, dat zij in haar handen hield en slingerde
-het in een grooten boog weg.
-
-Het was een doode hand—een hand, die eens aan een mensch had
-toebehoord, en die nu zorgvuldig was geprepareerd; de hand van een
-aristocraat, voornaam en elegant.
-
-Aan den middelvinger schitterde een groote, kostbare smaragd, waarin
-twee letters waren gegrift.
-
-Een deel der politie-agenten zochten naar den man, die deze brutale
-inbraak had gepleegd en eenige anderen stonden met wanhopige gezichten
-om de doode hand.
-
-Raffles echter boog zich over het kussen, nam er de juweelen af, stak
-ze in zijn zak en ging weg.
-
-Buiten in de duisternis ontmoette hem een troep politie-agenten met
-Baxter aan het hoofd.
-
-Het was zóó donker, dat men de lieden nauwelijks kon onderscheiden.
-
-„Wat is er gebeurd?” vroeg Baxter, die hem in zijn vermomming voor een
-rechercheur hield.
-
-„Er is een inbraak gepleegd,” antwoordde lord Lister doodkalm.
-
-„Dat was Raffles! O, ik word nog gek! Raffles en altijd weer Raffles!!”
-
-Hij rende de zaal binnen.
-
-Lord Lister verwijderde zich doodkalm, nam een rijtuig en reed naar den
-secretaris van den hertog van Norfolk.
-
-Lord Lister was totaal veranderd, toen hij bij den secretaris in de
-kamer trad, die hem dan ook in den beginne niet herkende.
-
-„Ik denk, dat ge met lady Wydemour hebt afgesproken om met haar te
-vluchten, vóórdat zij de gade van den hertog van Norfolk zal worden!”
-
-„Hoe weet ge dat?”
-
-„Ik weet alles. Maar hebt ge ook de noodige middelen om te vluchten!”
-
-„Helaas niet.”
-
-„Welnu, hier hebt ge de diamanten, die de hertog officieel aan lady
-Wydemour had beloofd. Ze zijn haar eigendom, dat kan niemand ter wereld
-haar betwisten; en hierbij hebt gij nog duizend pond, die zeker wel
-toereikend zijn om in de eerste behoeften te voorzien!”
-
-Lord Lister gaf den secretaris een portefeuille en verwijderde zich.
-
-De secretaris rende hem na.
-
-„Dat is te veel!” riep hij uit. „Gij maakt mij tot den gelukkigste
-aller stervelingen. Hoe kan ik u ooit danken? Wie zijt gij?”
-
-„Ik ben Raffles. Vaarwel!”
-
-Op het oogenblik dat lord Lister de deur wilde openen schrikte hij
-terug. Het geluid van rammelende ketenen was tot zijn oor
-doorgedrongen.
-
-Hij keek den secretaris met vragenden blik aan.
-
-„Het is verschrikkelijk,” fluisterde deze, „dat herhaalt zich iederen
-nacht. Het is een van de voorvaderen van den hertog van Norfolk. die
-geen rust in zijn graf kan vinden!”
-
-Lord Lister haalde geërgerd de schouders op.
-
-Hoofdschuddend ging hij heen en reed naar zijn woning, waar Charly
-Brand hem ontsteld tegemoet trad.
-
-„Om Gods wil, ga dadelijk terug of je bent verloren!”
-
-„Waarom?”
-
-„Vraag niet verder, maar vlucht!”
-
-„Maar zeg mij dan toch, waarom.”
-
-„Een dame is hier—de bekende vrouwelijke detective, die je arresteeren
-wil!”
-
-Lord Lister lachte luid op.
-
-„En schrik je daar zoo van, omdat lady Marion op visite is gekomen?”
-
-Charly keek zijn vriend verstomd aan.
-
-Lord Lister beval nu zijn dienaar om voor een goed souper te zorgen en
-trad toen den salon binnen.
-
-Uit een stoel verrees een schoone gestalte. Het was lady Marion.
-
-Lord Lister ging haar tegemoet en sprak op hoffelijken toon:
-
-„Dat noem ik een verrassing, lady Marion en het doet mij genoegen, dat
-ge aan mijn uitnoodiging hebt gehoor gegeven.”
-
-Het meisje keek hem met de grootste verbazing aan.
-
-„Ja zeker lady, ge hebt immers gisteravond een rechercheur achter mij
-aan gestuurd om mijn adres op te nemen. Ik heb den man niet op een
-dwaalspoor willen brengen om daardoor niet het genoegen van uw bezoek
-te missen en zoodoende heb ik u dus uitgenoodigd!”
-
-Het meisje wist niet meer, wat ze moest zeggen of doen- Zij had Raffles
-willen arresteeren, maar de woorden bleven haar in de keel steken.
-
-Eindelijk bracht zij uit:
-
-„Ik ben gekomen om van u de gestolen diamanten van den hertog van
-Norfolk terug te vorderen!”
-
-„Laat ons later over zaken spreken, lady, en laat ons nu soupeeren!”
-
-Zij schudde het hoofd.
-
-„Neen, mister Raffles, ik moet dadelijk de diamanten hebben of—”
-
-„Of wat, lady? Wat wilt ge tegen mij beginnen? Als ik u nu eens een
-doek met chloroform tegen den neus houd en u vastbind en u daarna in de
-Theems gooi? Hebt ge al aan die mogelijkheid gedacht?”
-
-Zij werd bleek en zweeg.
-
-Inderdaad! Zij was geheel in zijn macht.
-
-De rollen waren thans geheel anders verdeeld dan zij zich het had
-voorgesteld. Hoe zou het haar mogelijk zijn om Raffles thans toe te
-voegen:
-
-„In naam der wet zijt ge mijn gevangene!”
-
-Maar toch!
-
-Hij had nog niet met haar afgerekend, en hij wist niet, dat over een
-uur Baxter hier zou zijn met eenige politieagenten! Zóó dwaas was zij
-toch niet geweest om alles op één kaart te zetten.
-
-Raffles scheen dat niet te vermoeden en evenmin had hij er eenig idee
-van, dat voor zijn huis vier geheime politieagenten op wacht stonden.
-
-„Nu, lady Marion,” sprak hij thans weer, „wenscht ge mijn uitnoodiging
-niet aan te nemen?” en hij bood haar zijn arm.
-
-Het meisje wist niet, wat zij doen moest.
-
-Zij haalde de schouders op, nam den aangeboden arm en volgde Raffles
-naar de eetkamer. Vol bewondering rustte haar blik op deze vreemde
-kamer, waarin kostbare meubels, oud porselein en zeldzame schilderijen
-een fraai geheel vormden.
-
-„Mag ik u mijn secretaris en vriend voorstellen, lady? Hij heet Charly.
-Meer van zijn naam kan ik u niet verraden; ge zoudt hem later eens in
-uw beroep kunnen ontmoeten. Doe hem nooit kwaad, lady, want hij is een
-beste kerel!”
-
-Lord Lister bediende zelf de jonge dame en schonk haar glas vol.
-
-„Ik drink geen wijn!” sprak het meisje.
-
-„Kom, lady Marion, dat meent gij niet. Ge denkt natuurlijk, dat ik het
-een of andere poeder in uw glas heb gestrooid, maar ge vergist u, lady
-Marion. Ik ben volstrekt niet gevaarlijk en aan gif heb ik nooit
-gedacht.”
-
-Het meisje bloosde en schaamde zich; toen nam zij het glas en dronk het
-leeg.
-
-„Hebt ge nog iets naders gehoord, lady,” vroeg lord Lister plotseling,
-„of de Raffles, dien door inspecteur Baxter in het
-tentoonstellingsgebouw is gearresteerd, nog altijd achter slot en
-grendel zit?”
-
-„Hij is weer op vrije voeten gesteld,” antwoordde zij, „maar later toch
-weer in hechtenis genomen. Inspecteur Baxter wilde het eerst niet
-gelooven, dat de directeur van het elfde bijkantoor een schurk was,
-maar hij heeft ook zoo veel aan zijn hoofd en thans bemoeit hij zich
-weer met het nieuwste Londensche schandaal.”
-
-„Wat is dat dan?”
-
-„Dat een zekere mr. Thompson er van door is gegaan met de bruid van den
-hertog van Norfolk.”
-
-Lord Lister lachte hartelijk.
-
-„Zoo? Is dat inderdaad waar? Ge bedoelt toch den secretaris van den
-hertog?”
-
-„Ja, juist. De jonge man beweert een zoon te zijn van den man, die door
-den directeur van het elfde bijkantoor vermoord is en daarom heeft
-inspecteur Baxter den directeur wederom in hechtenis genomen.”
-
-„Nu, en verder?”
-
-„De directeur heeft alles bekend, nadat hij een verhoor had ondergaan
-van twee uren. Hij heeft mr. Thomson vermoord en toen de politie
-huiszoeking deed, heeft zij ook het lijk gevonden van mr. Blakes.”
-
-„Dan heeft de politie dus eindelijk beslag gelegd op een lafhartigen
-schurk.”
-
-„Ik ben alleen maar bang, dat er nog zoo’n schurk in Londen zit, waarop
-noch Baxter noch zijn collega’s eenig vermoeden hebben!”
-
-Terwijl het gesprek in vollen gang was, bemerkte het meisje niet, dat
-lord Lister plotseling een korreltje, ter grootte van een speldeknop,
-tusschen duim en wijsvinger liet glijden.
-
-Neen, zij merkte het niet.
-
-Lord Lister haalde zijn sigarettenkoker te voorschijn.
-
-„Is het veroorloofd, lady?”
-
-Zij knikte en lachte en dacht er aan, hoe grappig het zou zijn, als zij
-over een half uur, wanneer Baxter met zijn mannetjes zou verschijnen,
-plotseling zou opspringen en uitroepen:
-
-„Raffles, ik arresteer u, in naam der wet!”
-
-Toen eensklaps werd het haar, alsof een zwarte nevel voor haar oogen
-trok.
-
-Instinctmatig rees bij haar de gedachte: „Je bent vergiftigd,” maar
-toen, terwijl zij een blik naar lord Lister wierp, werd zij weer kalm.
-
-Neen!—Zoo slecht zou hij toch niet zijn en zij had nog nooit gehoord,
-dat hij iemand had voorgelogen.
-
-Maar nu gevoelde ze zich toch weer zoo vreemd! De woorden van lord
-Lister drongen nog slechts vaag tot haar door. Zij liet de armen langs
-het lijf vallen en sloot langzaam de oogen.
-
-Charly Brand had deze verandering gezien en was opgesprongen.
-
-„Om Godswil, wat heb je haar gegeven?” vroeg hij, „ze verliest het
-bewustzijn.”
-
-Lord Lister schudde het hoofd. Zijn gelaat was heel ernstig.
-
-„Ik moest dit middel te baat nemen, beste Charly, maar het is volkomen
-onschadelijk—en toch een der gevaarlijkste wapenen waarover ik te
-beschikken heb.”
-
-„Verliest ze het bewustzijn?”
-
-„Neen. Heb je nooit gehoord van de guala, de plant der vergetelheid?”
-
-Charly Brand schudde het hoofd.
-
-„Zij is feitelijk een verdoovingsmiddel. Als zij dikwijls wordt
-gebruikt, kan zij krankzinnigheid veroorzaken, maar anders heeft zij
-slechts geheugenzwakte tengevolge, en— —”
-
-Lord Lister kon niet voleinden, want lady Marion hief het hoofd op.
-Haar oogen schitterden weder.
-
-Een poosje keek zij vragend rond, toen vroeg zij:
-
-„Waar ben ik?”
-
-„Ge zijt bij lord Boston, lady, drink eens, dat zal u goed doen!”
-
-Zij dronk en keek den grooten Onbekende weer aan.
-
-„Zijt gij lord Boston?”
-
-„Ja, lady.”
-
-Zij knikte.
-
-Het gesprek werd voortgezet, maar het meisje scheen zich inderdaad
-niets meer te herinneren.
-
-Raffles nam haar hand en hield die langen tijd in de zijne en terwijl
-Charly Brand weer steeds hoofdschuddend keek van de een naar den ander,
-sprak lord Lister op fluistertoon tot het jonge meisje, alsof hij haar
-staatsgeheimen had te vertellen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
-EEN NACHT VOL VERSCHRIKKINGEN.
-
-
-Het werd zoo stil in de eetkamer, dat men het tikken der klok duidelijk
-kon hooren.
-
-De lord hield nog steeds de hand vast van lady Marion en Charly Brand
-was ingedommeld, toen plotseling de kamerdienaar verscheen.
-
-„Pardon, lord—de politie is er!”
-
-Charly sprong op.
-
-Ook Raffles was opgestaan en verschoot van kleur.
-
-„Politie?”
-
-Daar was hij niet op voorbereid.
-
-„Waar zijn ze?”
-
-„Ze komen juist de trap op! Ik stond met de keukenmeid te praten, toen
-een inspecteur kwam vragen of hier een heer woont, die een dame op
-bezoek had. De heer heette lord Boston!
-
-„Ik schrikte vreeselijk en zei:
-
-„Neen, inspecteur!”
-
-Luid lawaai werd nu vernomen op de trap.
-
-Raffles mocht niet langer aarzelen. Alles hing van één oogenblik af en
-reeds overlegde hij, langs welken kant hij zich het best door de vlucht
-zou kunnen redden, toen plotseling een zachte vrouwenstem aan zijn oor
-fluisterde:
-
-„Wat is er, lord Boston? Wat wil de politie van u? Dat die ook juist nu
-moet komen!”
-
-De Groote Onbekende glimlachte even.
-
-„Vlieg naar buiten, Charly en tracht ze op te houden.” En toen tegen
-Marion:
-
-„Ge moet me redden—binnen een minuut is de politie hier—het kost je
-maar een woord.”
-
-Zij was opgesprongen en verloor geen oogenblik haar tegenwoordigheid
-van geest.
-
-„Wat kan ik voor je doen?” vroeg Marion met liefdevollen blik, want in
-hetzelfde oogenblik was zij er zich van bewust geworden, dat zij dezen
-man niet aan de politie zou kunnen overleveren.
-
-„Ga zoo gauw mogelijk naar buiten en doe alsof je den inspecteur kent.
-Je zegt hem dan naar boven te gaan en de dienstbodenkamers te
-doorzoeken. Als de politie daarheen gaat, kom jij in de vestibule, waar
-ik je zal wachten.”
-
-Met een enkelen sprong was lord Lister achter een groot tochtscherm
-verdwenen, in hetzelfde oogenblik, dat Baxter de deur opendeed en
-binnentrad.
-
-„Waar is hij? Kom, vooruit Raffles, spartel nu maar niet tegen!”
-
-Zijn blik viel thans op lady Marion, de vrouwelijke detective.
-
-„Ha, zijt gij daar, lady? Ik heb me al ernstig bezorgd over u gemaakt.
-Ik zie, dat ge reeds gesoupeerd hebt! Nu, des te beter! Waar is hij?”
-
-Lady Marion haalde de schouders op.
-
-„Gij zijt op een dwaalspoor inspecteur, hij is niet hier!”
-
-„Wat? Niet hier? En ik meende door de glazen deur zijn schaduw te
-zien!”
-
-„Hij is door de vestibule langs een trap naar een geheime gang
-gevlucht!”
-
-Baxter draaide zich oogenblikkelijk om en riep tot de agenten:
-
-„Volg mij! Kom, lady Marion, ga ook mee.”
-
-Lady Marion volgde de politiemannen, die de trap opgingen, naar de
-dienstbodenvertrekken.
-
-„Kom, lady, kom!” riep inspecteur Baxter nogmaals, maar het meisje
-aarzelde, Want zij wilde de komst van lord Boston afwachten.
-
-Zij zag een schaduw langs den muur glijden, zij keerde zich om en haar
-ontsnapte de kreet:
-
-„Raffles!”
-
-Guala, de bloem der vergetelheid, had haaf werking verloren en de
-vrouwelijke detective herinnerde zich weer alles, wat gebeurd was.
-
-Baxter had dien uitroep gehoofd en zich bliksemsnel omgekeerd, maar in
-hetzelfde oogenblik was Raffles hem op zij en wierp de zware deur in
-het slot.
-
-Het meisje wilde schreeuwen en zich op Raffles werpen, maar deze legde
-zijn hand op haar mond, hief haar op en droeg haar de trap af,
-
-„Laat dadelijk het rijtuig voorkomen!” riep John Raffles zijn vriend
-toe, terwijl boven aan de trap met stokken op de gesloten deur werd
-gebeukt, en inspecteur Baxter luid uitschreeuwde:
-
-„Lady Marion! Lady Marion! Gij hebt ons in een val gelokt! Schaam u,
-lady Marion! Nu kan men weer eens zien, hoezeer men zich op de vrouwen
-kan verlaten! Vooruit, jongens! Wij moeten hem hebben!”
-
-Een bediende kwam zeggen, dat het rijtuig voor was.
-
-Nog altijd hield Raffles zijn hand op den mond van het meisje, dat zich
-als een wanhopige verdedigde, totdat de krachten haar begaven.
-
-„Zoo gauw als ik vertrokken ben,” sprak Raffles nu tot zijn bediende,
-„kunt gij die lieden daarboven weer in vrijheid stellen en hun zeggen,
-dat ik lady Marion naar huis heb gebracht.”
-
-Nauwelijks zette het rijtuig zich in beweging, of de agenten, die
-buiten op post hadden gestaan, vlogen achter het rijtuig aan en toen
-Raffles zijn hoofd uit het portier stak, floot hem een kogel om de
-ooren.
-
-In hetzelfde oogenblik werd zijn keel toegeknepen en een stem
-fluisterde:
-
-„Raffles, ge zijt mijn gevangene.”
-
-Zonder de minste moeite verwijderde Raffles de vingers van zijn hals.
-
-„Het zou mij spijten, lady, als ik eenig geweld tegen u moest
-gebruiken!”
-
-Het rijtuig stond hu met een schok stil, en Raffles ontdekte tot zijn
-niet geringe ontsteltenis, dat zijn beide prachtige hengsten waren
-overhoop geschoten.
-
-Lord Lister sprong uit het rijtuig en was weldra door een aantal
-detectives omringd.
-
-De eerste, die hem wilde naderen, kreeg een geweldigen stoot onder de
-kin, zoodat hij een eind achteruit stoof. De tweede kreeg een trap en
-de derde vloog met zoo’n smak tegen de equipage, dat hij de lady in
-zijn val mee overhoop trok.
-
-Maar het meisje was besloten Raffles tot elke prijs te vangen en zij
-vuurde de agenten aan.
-
-Toen Raffles op de vlucht sloeg, ijlde zij hem achterna.
-
-Plotseling stond Raffles voor den achterkant van een gebouw, waar hij
-reeds eens was geweest, toen hij den secretaris van den hertog van
-Norfolk de diamanten had gegeven.
-
-Hij bedacht zich geen oogenblik en klom tegen het traliewerk op; daarna
-verdween hij in den donkeren tuin, juist in hetzelfde oogenblik, dat
-zijn vervolgers hem te vergeefs in de straat zochten.
-
-In zijn vaart rende de vluchteling tegen een fontein aan; een gedeelte
-van het voetstuk viel naar beneden en Raffles keek in een donker
-gewelf.
-
-Een oogenblik aarzelde hij, maar toen ook begreep hij, dat dit de
-eenige weg tot redding was en hij liep de gang door.
-
-Aan het eind verwijdde de gang zich tot een hol, hetgeen Raffles bij
-het schijnsel van zijn electrische zaklantaarn opmerkte en toen ook
-bereikten jammerkreten zijn oor, vermengd met het rammelen van ketenen.
-
-De tanden op elkaar geklemd schreed Raffles voorwaarts en toen zag hij
-op een stroobos het uitgeteerde lichaam van een mensch, geheel in
-lompen gehuld.
-
-Toen die persoon Raffles aankeek, deinsde hij verschrikt achteruit en
-lord Lister, die anders voor geen kleintje vervaard was, klemde de
-tanden op elkaar om het niet uit te schreeuwen van afschuw.
-
-De ongelukkige miste de rechterhand en zijn arm eindigde in een stomp,
-gehuld in lompen.
-
-Het gelaat had weinig menschelijks meer behouden, maar toch waren de
-trekken nog duidelijk te herkennen. De gelijkenis met den hertog van
-Norfolk, in wiens paleis lord Lister zich bevond, was treffend.
-
-Wie was die ongelukkige?
-
-Waarom miste hij juist de rechterhand? Hing deze ontdekking misschien
-samen met die doode hand, die de vrouwelijke detective had
-vastgehouden?
-
-„Wie zijt gij?” vroeg lord Lister den ongelukkige. „Vertrouw op mij, ik
-zal trachten u te redden!”
-
-Een afschuwelijk reutelen, was het antwoord. De rampzalige opende den
-mond en met een kreet van weerzin trad Raffles achteruit. De man miste
-zijn tong.
-
-En langzamerhand werd alles Raffles duidelijk, toen hij de linkerhand
-van dien ongelukkige bekeek, den bouw van zijn lichaam, de
-aristocratische trekken, die door het lijden niet waren uitgewischt.
-
-Dit was de echte hertog van Norfolk, en de ander was een schandelijke,
-een ellendige bedrieger, waarvan in Londen de weerga niet te vinden
-was.
-
-Een grenzelooze toorn maakte zich van lord Lister meester, toen hij
-langzamerhand begon te begrijpen, hoe deze ongelukkige gepijnigd was,
-opdat de ander maar zoo spoedig mogelijk in het bezit van de
-onschatbare diamanten zou komen.
-
-Maar lord Lister zou wraak nemen! Hij haalde een reusachtig groot mes
-te voorschijn en na langen tijd te hebben gevijld, vielen de ketenen
-rammelend neer. Toen beval hij den ongelukkige, door teekenen, hem te
-volgen.
-
-De gevangene deed dit, op handen en voeten voortkruipend, voorafgegaan
-door lord Lister, die zijn electrische zaklantaarn gereed hield.
-
-Vele gangen ging het tweetal door, vele deuren werden door lord Lister
-opengebroken of stuk getrapt en vele kamers bezochten zij.
-
-Eindelijk belandden zij in een fantastisch gemeubeld vertrek. Een jong
-meisje lag op den grond en een man, met een lang dolkmes in de hand,
-had zijn knie op haar keel gezet en stond gereed, den doodelijken stoot
-toe te brengen.
-
-In een enkel oogenblik had Raffles den geheelen toestand overzien. Vol
-gruwelijke ontzetting herkende hij in het bedreigde meisje de
-vrouwelijke detective en in den man den valschen hertog van Norfolk.
-
-Met een schreeuw van woede wierp lord Lister zich op hem.
-
-De woestaard keek met bloeddoorloopen oogen zijn nieuwen tegenstander
-aan, liet het meisje los en wierp zich met woest gebaar op lord Lister.
-
-Deze was ongewapend, want in het onderaardschse hol had hij zijn messen
-en zijn revolver laten liggen.
-
-De hertog van Norfolk maakte heel handig gebruik van dezen ongewapenden
-toestand van zijn tegenstander en terwijl hij hem met den linkerarm van
-zich trachtte af te weren, gaf hij hem terzelfdertijd zulk een
-geweldigen trap tegen den buik, dat lord Lister bijna neerviel. Toen
-stiet hij naar hem met zijn mes.
-
-Met een handige beweging echter was lord Lister uit den weg gegaan,
-zoodat het wapen de lucht doorkliefde en in de lambriseering van den
-muur terecht kwam, waartegen lord Lister geleund stond.
-
-In het volgende oogenblik had hij den arm van zijn vijand beetgepakt en
-met de geweldige kracht, waarover hij kon beschikken, neergedrukt.
-Opnieuw stiet zijn vijand naar hem en deze manier van strijden was des
-te gevaarlijker, daar lord Lister zich er nooit van had bediend.
-
-Maar de schurk daarentegen was weer niet bekend met een wijze van
-vechten, waarin lord Lister een meester was. Terwijl de ander namelijk
-zijn rechterarm ophief om het wapen in lord Listers borst te stooten,
-gleed de linkerarm van lord Lister bliksemsnel tusschen den rug en de
-beide armen van zijn vijand.
-
-Nu was het natuurlijk den schurk onmogelijk, met den rechterarm nog toe
-te stooten.
-
-Terzelfder tijd omklemde lord Listers rechterhand den linkerarm van
-zijn vijand. Zijn eigen linkerarm lag nu als een steen tusschen den rug
-en de beide armen van zijn tegenstander, wien het onmogelijk gemaakt
-was, de geringste beweging uit te voeren.
-
-Wel trachtte hij, als een razende tekeer gaande, zich te bevrijden,
-maar nog voordat hij zich kon losmaken, had lord Lister hem drie keer
-met de vlakke hand een klap tegen de keel gegeven, zoodat de aanvaller
-als een zak neerplofte.
-
-Lord Lister wierp zich op hem en bond hem, voordat de ellendeling weer
-tot bezinning was kunnen komen.
-
-Toen sprong hij op.
-
-Hijgend, zelf vrij ernstig gewond, stond hij voor de vrouwelijke
-detective.
-
-Voor den eersten keer in zijn leven was lord Lister zoo zwak, dat een
-kind hem had kunnen overwinnen. De vreeselijke gebeurtenissen van dezen
-nacht hadden zijn krachten uitgeput en de verwoede strijd met dien
-ellendeling had het laatste beetje van zijn weerstandsvermogen nog
-opgeslokt.
-
-En als lady Marion nu haar revolver had genomen en met dreigend gebaar
-had uitgeroepen: „Handen hoog, Raffles, ge zijt mijn gevangene!” dan
-zou lord Lister niet meer de kracht hebben gevonden om zich te
-verdedigen tegen dezen nieuwen vijand.
-
-Zijn kleeren hingen in flarden langs zijn lijf, zijn knieën beefden, en
-met de rechterhand greep hij de leuning van zijn stoel.
-
-Maar het meisje dacht er niet meer aan, hem te arresteeren.
-
-Zij was immers vrouw en sinds het oogenblik dat zij Raffles had leeren
-kennen, hadden er in haar twee machten om den voorrang gestreden:
-
-De trots en de liefde.
-
-Zij had tot op dit oogenblik niet willen bekennen, dat deze man haar
-meester was. Zij had al haar trots erop gezet, hem te arresteeren, hem
-op wien nog geen man vat had kunnen krijgen en toch was, sinds het
-eerste oogenblik, de liefde in haar hart geslopen.
-
-En nu—nu Raffles weerloos voor haar stond—nu zegevierde ook die liefde
-voor het eerst.
-
-Ja, alle haat was verdwenen!
-
-Zij zou in dit oogenblik in staat zijn geweest, haar leven voor hem op
-te offeren en zij werd doodelijk bleek, toen het huis plotseling
-daverde van vreeselijk rumoer.
-
-Men hoorde bijlen slaan, deuren vlogen splinterend uiteen, schoten
-kraakten en het jammeren van doodelijk getroffen dienaren vervulde het
-geheele huis.
-
-
-
-De vrouwelijke detective had dadelijk haar opmerkzaamheid gericht op
-het paleis van den hertog van Norfolk, toen Raffles haar ontsnapt was.
-
-Zij was ervan overtuigd, dat hij zich hier ergens verborgen hield en
-had zich in het nachtelijk uur tot den hertog van Norfolk gewend om het
-huis te laten doorzoeken.
-
-De hertog echter, die zelf niets vuriger verlangde, dan dat Raffles
-werd om hals gebracht, had het bezoek der vrouwelijke detective
-verkeerd opgevat.
-
-Hij, die dag en nacht in de vreeselijkste angsten verkeerde, dat zijn
-misdaad aan het licht zou komen, meende zich reeds ontdekt te zien, had
-daarom de detectives der lady door zijn dienstpersoneel laten
-overrompelen en was op het punt, de lady zelve voor altijd onschadelijk
-te maken, toen lord Lister in het juiste oogenblik was verschenen.
-
-Een der detectives, die de lady had vergezeld, was ontsnapt en had de
-politie verteld van het gevecht, dat had plaats gevonden.
-
-Inspecteur Baxter, die intusschen met zijn detectives in Scotland Yard
-was aangekomen, was onmiddellijk op weg gegaan en hij was het, die nu
-met zijn lieden de deuren verbrijzelde en hef heele huis overhoop
-haalde om de vrouwelijke detective op te sporen.
-
-Zij kromp ineen.
-
-Enkele oogenblikken luisterde zij, toen legde ze haar hand op den arm
-van den meesterdief.
-
-„Binnen twee minuten zijt ge verloren!” fluisterde zij, „ik zal u
-redden!”
-
-Lord Lister verzamelde al zijn krachten.
-
-Het bloedverlies, dat veroorzaakt werd door verscheiden wonden,
-verzwakte hem nog meer.
-
-Maar thans, nu gevaar dreigde, kwam de oude energie weer boven.
-
-Deze man die over een ijzeren constitutie beschikte, gaf zich nog niet
-verloren. Hij richtte zich hoog op en volgde de lady, die ijlings
-voortliep.
-
-Zij zelve was echter niet genoeg op de hoogte van al de verschillende
-vertrekken van het paleis om te weten, waarheen zij lord Lister moest
-brengen.
-
-Zij wilde hem slechts brengen uit de verderfelijke nabijheid der
-detectives, die juist de laatste deuren verbraken en nu de kamer
-binnendrongen, waar zich zoo juist de vreeselijke strijd had
-afgespeeld.
-
-Intusschen had lord Lister een der laatste vertrekken van het huis
-bereikt.
-
-Hij zag daar een groote kast, deed deze open en nam er een kostbare
-pelsjas uit.
-
-„In dit kostuum kan ik toch moeilijk de straat opgaan, juffrouw,” zei
-hij lachend en hij trok den kostbaren pels aan.
-
-Nu zag hij ook in een aangrenzend vertrek een groote, ijzeren
-brandkast.
-
-„Ik heb mijn geld vergeten, lady,” zei hij met den ouden humor, die
-weer met zegevierende schittering in zijn oogen lichtte, „en zonder
-geld is Raffles een nul.”
-
-Hij haalde zijn ijzeren boor voor den dag en opende de kast.
-
-De vrouwelijke detective echter legde beide handen op zijn arm en zei:
-
-„Om Godswil! Als ge nog een seconde toeft, zijt ge verloren!”
-
-In hetzelfde oogenblik vloog de brandkast open.
-
-Lord Lister haalde er den inhoud uit en stak de bankbiljetten in den
-zak.
-
-Dit geschiedde, toen juist Baxter en zijn mannen de kamer wilden
-binnendringen, die nog slechts door twee zwakke deuren was afgescheiden
-van die, waarin Raffles zich bevond.
-
-Hij was verloren.
-
-Maar nu ook daagde een helper op, waaraan hij noch de vrouwelijke
-detective hadden gedacht.
-
-Uit een der hoeken kroop een afschuwelijke gedaante te voorschijn, die
-in het zwakke schemerlicht van een roode lantaarn er nog
-weerzinwekkender uitzag dan tevoren: die half mensch half dier scheen
-en zich uitrekte, de uitgeteerde armen opgeheven.
-
-Als een beschermer plaatste de gedaante zich voor de deur, waarachter
-lord Lister was verdwenen.
-
-De ongelukkige, die maandenlang in ketenen had gezucht, had genoeg
-verstand behouden om te begrijpen dat degeen, die hem dezen nacht gered
-had, voortvluchtig was.
-
-En hij toonde zijn dankbaarheid, doordat hij lord Listers vlucht met
-zijn leven dekte.
-
-Inspecteur Baxter en zijn mannen weken verschrikt achteruit, toen zij
-die afschuwelijke gestalte ontdekten.
-
-Het was, alsof een lijk plotseling levend was geworden!
-
-Die van waanzin gloeiende, half uitgedroogde oogen, joegen den
-detectives den grootsten angst en ontzetting aan.
-
-Zij weigerden het allen, die vreeselijke gedaante, die zij hielden voor
-de een of andere spookverschijning, daar van de deur weg te jagen en
-eerst, toen reeds vele minuten in ijzingwekkende stilte waren
-voorbijgegaan, vond inspecteur Baxter zelf den moed om dien
-ongelukkigen stumperd beet te pakken en opzij te slingeren.
-
-Toen vloog de inspecteur alle kamers door en juist toen hij de laatste,
-de achterste bereikt had, zag hij, hoe een donkere gedaante als een
-pijl uit den boog door het venster verdween en naar beneden zich liet
-glijden.
-
-Het was lord Lister, die geluidloos in den donkeren nacht verdween.
-
-Baxter had hem heel goed herkend.
-
-Hij zond den vluchteling dan ook onmiddellijk een schot kruit na.
-
-Toen keerde hij zich, snuivend, hijgend, kuchend van woede tot de
-vrouwelijke detective:
-
-„De duivel mag jou halen!” bulderde hij, „en dát wil een detective
-wezen!”
-
-Het meisje glimlachte.
-
-Toen schudde zij het hoofd.
-
-„Ik was het, inspecteur!”
-
-„Hoe—wat? Versta ik goed?”
-
-„Dat doet ge!”
-
-„Zeg het dan nog eens, als je durft!”
-
-„Ik durf!”
-
-„Zeg het!”
-
-„Ik was een detective, inspecteur, maar nu— —”
-
-„Nu?”
-
-„Nu ben ik een vrouw geworden!”
-
-Inspecteur Baxter keek haar eenige oogenblikken aan.
-
-Hij was ervan overtuigd, dat dit meisje haar verstand verloren had en
-schouderophalend wendde hij zich af.
-
-„Daar begrijp ik niets van!” bromde hij en toen maakte hij zich gereed
-om lord Lister te gaan vervolgen, die niet meer kon worden ingehaald.
-
-De schurk, die door Raffles gearresteerd werd, werd nog denzelfden
-nacht naar Scotland-Yard overgebracht.
-
-Daar bekende hij ook, toen hij tegenover zijn rampzalig slachtoffer
-geplaatst werd, dat hij zich onmenschelijk had gedragen.
-
-In Indië had hij zeven jaren doorgebracht in het tuchthuis te Madras en
-was toen door den hertog van Norfolk, die niets van zijn verleden wist,
-als diens particulier secretaris aangenomen.
-
-Hij geleek sprekend op den hertog en van deze noodlottige gelijkenis
-had de schurk al heel gauw profijt getrokken.
-
-Hij had zijn meester gevangen genomen en toen met voortreffelijke
-schurkerij diens rol gespeeld.
-
-De werkelijke hertog van Norfolk stierf twee dagen later.
-
-Zijn diamanten zijn hooit meer het eigendom geworden van zijn geslacht.
-
-En Raffles?
-
-Ach, hij wist het wel, dat het mooie meisje, de bekoorlijke miss
-Marion, hem had geholpen, toen hij te zwak, te uitgeput was om nog
-eenigen tegenstand het hoofd te bieden!
-
-Maar hij verbaasde zich niet, de elegante jonge lord, want hij wist het
-maar al te goed, dat zijn invloed op vrouwen onzegbaar groot was. Dat
-zij voor hem door het vuur zouden gaan, als hij glimlachte, haar leven
-zouden offeren, zoo hij er om zou smeeken met zijn liefsten lach, zijn
-meest vleiende stem.
-
-Hij was weer ontkomen, de meesterdief; voor den zooveelsten keer den
-grijpvingers der politie ontsnapt.
-
-En hij rustte zich uit tot nieuwe daden.
-
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0011: DE
-DIAMANTEN VAN DEN HERTOG VAN NORFOLK ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.