diff options
Diffstat (limited to 'old/67523-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/67523-0.txt | 2930 |
1 files changed, 0 insertions, 2930 deletions
diff --git a/old/67523-0.txt b/old/67523-0.txt deleted file mode 100644 index f054c86..0000000 --- a/old/67523-0.txt +++ /dev/null @@ -1,2930 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 0011: De diamanten van -den hertog van Norfolk, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 0011: De diamanten van den hertog van Norfolk - -Authors: Kurt Matull - Theo Blakensee - -Release Date: February 28, 2022 [eBook #67523] - -Language: Dutch - -Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0011: DE -DIAMANTEN VAN DEN HERTOG VAN NORFOLK *** - - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 11 DE DIAMANTEN VAN DEN HERTOG VAN NORFOLK. - - - - - - - - -DE DIAMANTEN VAN DEN HERTOG VAN NORFOLK. - - -EERSTE HOOFDSTUK. - -EEN KRANIG STUKJE. - - -„Ben je er wel heel zeker van, dat je het geheime wachtwoord bezit?” -vroeg Charly Brand zijn vriend, lord Lister, die zich juist door zijn -bediende liet helpen bij het aantrekken van zijn zware pelsjas. - -De lord lachte. - -„Maak je maar niet ongerust, Charly! Het zaakje is in orde! Doordat ik -des nachts mijn telefoondraad aansloot op de hoofdlijn en daardoor een -tusschenverbinding tot stand bracht, ben ik al veertien dagen lang in -de gelegenheid geweest om de gesprekken met de Londensche en de -Zuid-West Bank af te luisteren en vooral die welke de directie van het -hoofdkantoor hield met de bijkantoren.” - -„En heb je het wachtwoord gehoord?” - -„Well, my boy.” - -„En hoe is het verder gegaan? Ik brand gewoonweg van nieuwsgierigheid!” - -Lord Lister streek zich eens door de donkere snor. - -„Ik heb naar de verschillende directies van dertien bijkantoren -geschreven, dat een bedrag van vijfhonderd pond voor zekeren Samuel -Rottwell op hun bank is ingeschreven. Deze brieven heb ik onderteekend -met den naam van den directeur der depositobank.” - -„En geloof je niet, dat een der bankdirecteuren achterdocht zal -koesteren?” - -„Geen kwestie van, Charly. Je weet, dat ik in dergelijke zaken met -pijnlijke nauwgezetheid handel. Het opschrift der firma, het stempel, -alles is all right! En al mag bij een enkelen bankdirecteur ook eenige -twijfel rijzen, dan zal dadelijk het wachtwoord dien twijfel weer doen -verdwijnen!” - -Een lakei verscheen. - -„Wenscht u een chauffeur?” vroeg de man. - -Charly Brand maakte een afwerende beweging met de hand. - -„Niet noodig! Ik zal zelf sturen!” - -De lakei boog diep en verliet het vertrek. - -Charly Brand trok nu een lange automobieljas aan, waarvan het bont naar -buiten was gekeerd, zoodat hij veel geleek op een ijsbeer. - -Zijn gezicht was bijna geheel bedekt door de groote automobielpet. Hij -ging de trap af, gevolgd door lord Lister en bracht de roode, elegante -automobiel in orde. - -Langzaam bewoog de fraaie kar zich voorwaarts en tufte door het drukste -deel van Londen. - -Voor de depositobank in Vauxhall hield het voertuig het allereerst -stil. - -Lord Lister stapte uit met onverschillig gebaar. - -De portier van de Bank deed de deur open en boog diep. - -Lord Lister ging binnen en begaf zich naar de kassa. - -„Mijn naam is Samuel Rottwell,” stelde hij zich voor. - -De hoofdkassier haalde gauw het kasboek te voorschijn, waarin de -handteekeningen geplaatst moesten worden. - -In groote, duidelijke letters schreef hij de woorden: - -Fred Harry Rolph Samuel Rottwell. - -Toen schreef hij, met een handigheid alsof hij duizendmaal die -handteekening had geplaatst, een bijna onleesbaren krabbel. - -De ambtenaar keek even met onderzoekenden blik naar een en ander, -knikte, wierp toen een vluchtigen blik naar den voornamen jongen man en -overhandigde daarop den nieuwen klant een chêque-boek. - -Mr. Rottwell vulde dadelijk een der bladen voor een bedrag van honderd -pond in. - -„Ge wilt zeker wel zoo vriendelijk zijn, mij negentig pond in banknoten -en tien pond in goudgeld uit te betalen, mijnheer,” sprak hij tot den -eersten boekhouder, die met beleefd gebaar aan het verzoek voldeed. - -De bezoeker groette beleefd, stapte weer in zijn automobiel en reed -weg. - -Charly Brand lachte in zijn vuistje, toen hij zijn vriend uit de Bank -zag komen. - -Dezelfde geschiedenis herhaalde zich aan de depositobank in Clapham. - -Daar was de eerste boekhouder echter nieuwsgieriger. - -„Ge zijt zeker groote dingen van plan, mr. Rottwell?” vroeg hij. - -„Wel,” antwoordde lord Lister glimlachend, „ik ga naar de slederennen -in Windsor. Ik geloof, dat het daar heel interessant zal zijn, want er -worden groote sommen verwed.” - -„Zóó!” antwoordde de boekhouder en hij schoof mr. Rottwell honderd pond -toe. - -Lord Lister nam weer plaats in zijn auto. - -En zoo ging het van Bank tot Bank, naar Belham, Streatham, enzoovoorts. - -Voordat er twee uren voorbij waren, had lord Lister negen -depositobanken bezocht en bij alle hetzelfde stukje uitgehaald. - -Toen hij het tiende bijkantoor was binnengegaan, zette Charly Brand den -motor op rust, stak een sigaret aan en wachtte. - -„Tien keer honderd pond is duizend pond,” rekende hij uit. „All right, -dat is voorloopig genoeg voor het plan, dat lord Lister beoogt. Als hij -niet altijd weer zijn geld aan de armen gaf, zou hij niet elk oogenblik -in geldverlegenheid zitten, waardoor zulke gevaarlijke spelletjes op -touw moeten worden gezet.” - -Juist toen Charly Brand zijn alleenspraak had geëindigd, draaide hij -zich verbluft om. - -Iemand had hem de hand op den schouder gelegd en toen hij onwillig -opkeek, zag hij in het gelaat van iemand, die in uniform gekleed was en -een helm droeg. - -„Inspecteur Baxter!” ontsnapte het Charly’s mond. - -Van louter schrik liet hij zijn sigaret vallen en keek den gevreesden -beambte vlak in het gezicht. - -„Ja, dat ben ik,” antwoordde de politie-inspecteur op gemoedelijken -toon, „ge schijnt mij reeds te kennen? Vertel mij eens, wien behoort -die mooie kar?” - -„Die is van mijn meester,” antwoordde Charly, thans weder volkomen op -zijn gemak. - -„Zoo, zoo! En wie is uw meester?” - -„Dat is de eigenaar van dezen automobiel, mijnheer de inspecteur!” - -„Drommels! Jij bent een grappige chauffeur. Maar opdat wij wat verder -zullen komen, wil ik je in vertrouwen vertellen, dat de directeur van -het hoofdkantoor der depositobanken een half uur geleden tot de -ontdekking is gekomen, dat aan alle bijkantoren honderd pond is -uitbetaald aan zekeren mister Rottwell. - -„Toen hij inderhaast zijn boeken nasloeg, kwam hij tot de ontdekking, -dat iemand van dien naam daarin heelemaal niet voorkomt.—Wie zou zoo’n -boevenstreek wel hebben uitgehaald? Zeg, is deze auto niet van John -Raffles?” - -Charly Brand haalde de schouders op. - -„Raffles? Dien ken ik niet, inspecteur. Als ge echter Raffles, den -Grooten Onbekende, meent, dan moet ik u tot mijn spijt zeggen— —” - -Maar Baxter begreep volkomen het doel van den chauffeur. - -Hij wilde Baxter aan den praat houden en hem door zijn praatjes -verhinderen, maatregelen te nemen, opdat lord Lister, als deze uit het -Bankgebouw kwam en Baxter zou zien, alle gelegenheid tot ontvluchten -had. - -„’t Is goed!” sprak Baxter en hij wenkte twee agenten. - -Deze hadden Charly al heel gauw van zijn chauffeursplaats gehaald en -duwden hem een gang binnen. - -Daar werd hen zijn mooie ijsberenjas afgenomen, evenals zijn -automobielpet en bril. - -„Dien vogel hebben wij al eens meer in de kooi gehad,” zei Baxter, toen -hij den secretaris van den Grooten Onbekende aankeek. „Houdt hem vast, -wij moeten eens zien, in welke zonderlinge verhouding deze jonge man -tot Raffles staat!” - -Terwijl Charly Brand werd weggebracht, deed Baxter diens jas aan, -drukte de pet diep in de oogen, zette den bril op en ging op Charly’s -chauffeursplaats zitten. - -Juist kwam lord Lister uit het Bankgebouw. - -Hij was in een uitstekenden luim, stak een sigaret aan, en, zonder -eenige notitie te nemen van den chauffeur, beval hij op korten toon: - -„Taftord.” - -Inspecteur Baxter knikte. - -Een breede grijns vertrok zijn mond. - -„Well.” - -Hij zette den motor in beweging. - -Maar verstandig was het niet van hem geweest, dat hij zijn mond niet -had kunnen houden en hij bemerkte niet, dat lord Lister één oogenblik -het portier van de auto in de hand hield en zijn wenkbrauwen hoog -optrok, toen hij dit „well” hoorde. - -Toen glimlachte hij en stapte in de auto. - -Inspecteur Baxter begon nu te racen. In razende vaart joeg hij de stad -door en het was tot zijn geluk, dat hij zoo’n goed automobilist was. - -Hem gebeurde niets anders dan dat hij drie keer tegen een equipage -botste, één paard dood reed, een half dozijn melkkarren overhoop reed -en zeven-en-twintig keer door agenten werd opgeschreven. - -Maar wat kon hem dat schelen? - -Inspecteur Baxter lag gewoonweg dubbel gevouwen over het stuurrad en -zijn gezicht grijnsde van pleizier. - -Hij zou met alle liefde nog een dozijn paarden hebben doodgereden. - -Hij had Raffles immers! De Groote Onbekende was in zijn macht! - -Raffles leunde intusschen doodkalm in de kussens achterover! - -Als de motor niet zoo’n vervaarlijk geweld had gemaakt, zou inspecteur -Baxter het spotlachje hebben gehoord, dat lord Lister uitstiet. - -Aan afspringen van de auto was natuurlijk niet te denken bij zoo’n -razende vaart. - -Lord Lister zou dan hals en beenen hebben gebroken. - -Achtervolgd door fietsende agenten, die deze onbesuisde auto in beslag -wilden nemen, joeg Baxter naar Scotland Yard. - -Daar doemde het groote gebouw al op in de verte. - -De inspecteur hield met een ruk stil, sprong van den bok, rukte de deur -open, stak zijn revolver vooruit en beval: - -„Uitstappen, Raffles! Ge zijt mijn arrestant!” - -De laatste woorden bleven den inspecteur bijna in de keel steken. - -De agenten, die om de auto waren komen heenstaan, deinsden achteruit en -hielden den neus dicht. - -In de auto was niets dan rook! Rook! - -Dikke, gele rook, die zoo’n stank verspreidde, dat Baxter nauwelijks -kon ademhalen. - -Hij viel op de sneeuw neer en schreeuwde luid: - -„Lucht! Lucht! Ik stik!” - -Baxter had den agenten nog niet kunnen vertellen, wat er gebeurd was en -deze trokken zich terug om eerst dien rookwalm te laten wegtrekken. - -Eindelijk dunde de rook. - -Baxter vond weer de kracht om op te staan en vloog nu in de auto. Maar -alles wat hij bemachtigde, was een reusachtige sigaar, die bij zoo lang -was als een bovenarm. De sigaar was van staal en daaruit stroomde de -rook, die zoo’n verpestenden stank verbreidde. - -Maar Raffles was verdwenen en inderhaast vertelde Baxter, hoe hij den -meesterdief had gevangen. - -„Maar dan heeft hij zich in rook opgelost, inspecteur,” lachten de -agenten, die weer naderbij waren gekomen. - -Baxter vloekte. - -Maar wat gaf dat? - -Raffles was weg. - -Deze had zich geen oogenblik bezorgd gemaakt, toen hij zag, dat de auto -in duizelingwekkende snelheid Scotland Yard naderde. - -Voor zulke gelegenheden had hij altijd een van de sigaren bij zich, die -met een pas uitgevonden poeder, dat aromale heette, gevuld waren. - -Als een lucifer of een brandende sigaar hierbij wordt gehouden, -vervliegt het poeder in dichten rook en wie dezen rook langen tijd -inademt, wordt bewusteloos. - -En terwijl Baxter de auto opende en terugdeinsde voor den verstikkenden -damp, was Raffles doodkalm aan den anderen kant uitgestapt en -weggewandeld, door niemand gehinderd. - -Een kwartier later had hij een anderen automobiel en reed naar Bromley, -naar het elfde bijkantoor. - -Hij was namelijk van meening, dat Baxter slechts door een toeval langs -het Bankgebouw was gekomen, waar hij de auto herkend had. Misschien ook -had Charly zich door een of andere onvoorzichtigheid verraden. Hij wist -niet wat Baxter aan Charly had verteld, die zich op weg naar het -politiebureau uit de handen der agenten had losgerukt en nu in het huis -van lord Lister met hevige hartklopping wachtte of zijn vriend niet -spoedig zou terugkomen. - -Lord Lister was iemand, die niet gauw zijn plannen opgaf. - -Hij had het zich nu eens in het hoofd gezet, ook de beide laatste -bijkantoren te bezoeken en zelfs door het groote gevaar, waaraan hij -ternauwernood ontsnapt was, liet hij zich daarvan niet terughouden. - -Hij trad dus het Bankgebouw binnen, deed den kraag van zijn pels neer, -ging naar de kas en zei: - -„Mijn naam is Samuel Rottwell.” - -Maar zijn overmoed zou duur gestraft worden. - -Nauwelijks had hij dezen naam uitgesproken, of de boekhouder schreeuwde -uit alle macht: - -„Help! Help! Moord en doodslag! Hier staat Raffles!” - -In een oogenblik hadden de portiers de deuren gesloten en hun revolvers -getrokken. Alles liep verward dooreen. Niemand wist eigenlijk, wat er -gebeurd was, terwijl lord Lister doodkalm de hal verliet en een -wanhopige poging deed om nog een der uitgangen te bereiken. - -Maar de portier hield hem de revolver onder den neus en zei: - -„Niemand mag naar buiten, mijnheer!” - -„Alle drommels! Kan een fatsoenlijk mensch dan in Londen geen Bank meer -binnengaan, zonder dat hem een revolver onder den neus wordt geduwd?” - -Maar de portier gaf niet toe. - -„Ik heb strenge bevelen, mijnheer! Maar ik weet, dat inspecteur Baxter -met zes agenten binnen een minuut al hier is. Die zal u zeker spoedig -uw vrijheid teruggeven!” - -Daar kwam Baxter al. - -„Heb je hem?” vroeg hij gretig. - -„Nog niet! Maar hij is hier! De boekhouder heeft hem herkend!” - -Raffles ging achteruit om niet door Baxter gezien te worden. - -Hij zat nu toch wel degelijk in gevaar. Hij stormde de trappen op om -zich boven ergens te verbergen, toen hij zich plotseling door een half -dozijn beambten van de Bank zag omsingeld. - -Het werd een formeel gebrul. - -„Hier is Raffles! Raffles is hier!! Raffles!!! Raffles!!!! -Raffles!!!!!” - -Zij hadden zeker het woord nog een dozijn keeren herhaald, als Raffles -niet plotseling naar links en rechts vuistslagen had uitgedeeld, zoodat -de beambten als muggen door elkaar vlogen. - -In het volgende oogenblik vloog de Groote Onbekende een lange gang -door, die zich voor hem uitstrekte. - -Hij hoorde, dat Baxter het bevel gaf, Raffles liever dood uit te -leveren, dan hem te laten ontsnappen. - -Plotseling, toen lord Lister bijna het eind van de gang had bereikt, -dook voor hem een lange, magere gedaante op met gerimpeld gelaat, -slaphangende wangen en wijd uitpuilende oogen. - -„Terug! Terug! Hier mag geen sterveling meer door!” - -Raffles, die nu geen tijd meer had om beleefd te zijn, hield zijn beide -vuisten als buffers voor zich uit en vloog als ’t ware over den man -heen. In het volgende oogenblik had hij een deur bereikt—maar zij was -gesloten. - -Nu zat hij toch inderdaad leelijk in de knel. - -„Wat doet ge?” kermde de man op den grond. „Ga gauw terug, heel gauw! -Ik beveel het u! Ik ben de directeur van de Bank!” - -„All right! Dat is mij heel aangenaam,” antwoordde Raffles, pakte den -man beet, keerde hem om en doorzocht zijn zakken. Al gauw vond hij een -sleutelbos. Toen rende hij terug naar de gesloten deur en had deze -juist geopend, toen inspecteur Baxter met zijn mannen in de gang kwam. - -Raffles deed de deur op slot en ontstak een kleine, electrische -zaklantaarn. - -Hij keek om zich heen en zag, dat hij voor een lange trap stond, die -naar een keldergewelf leidde. Zoo vlug als de duisternis het hem -toeliet, vloog hij naar beneden en kwam in een tamelijk groote ruimte, -waar hij zocht naar een schuilhoek. - -Hij liep vooruit, maar struikelde en viel op den grond neer. Toen hij -om zich heen tastte, greep zijn hand in een weeke massa. - -Verschrikt sprong hij op, drukte op de lantaarn en liet het schijnsel -over den grond vallen, - -Daar lag het vreeselijk verminkte lijk van een man. - -Bijna op hetzelfde oogenblik, dat Raffles deze afschuwelijke ontdekking -deed, liet inspecteur Baxter een bijl brengen om de kelderdeur in te -slaan. - -Het duurde drie minuten, voordat de deur toegaf. - -Plotseling staakten de agenten hun werk. - -„Inspecteur, hebt ge niets gehoord?” - -Inderdaad! - -Ook Baxter had daar beneden een schot hooren vallen. - -„Er is geschoten!” fluisterde hij. - -Met vereende krachten werd nu de deur opengemaakt en toen klonk den -mannen een rochelende gil tegen. Daarna was alles stil. - -Baxter bleef een oogenblik staan. - -„Daar beneden is het niet in den haak!” mompelde hij. Ook de agenten -waren bleek om den neus geworden. Zij hadden allen het reutelen van een -stervende gehoord, die op gewelddadige wijze om het leven was gebracht. - -De Bankdirecteur, die bij de agenten stond, wischte zich het klamme -zweet van het voorhoofd en fluisterde: - -„Daar is — — daar is — — een misdaad — — — gepleegd!” - -„Vooruit! Wij moeten het fijne van de zaak weten!” beval Baxter en -sprong de trap af, gevolgd door zijn mannen. - -Toen de electrische lampen der agenten de kelderruimte verlichtten, -zagen zij in het midden een doode liggen. De Bankdirecteur stiet een -kreet uit en tuimelde als ’t ware vooruit. - -„Wat—wat—is dat? Maar dat is—dat is—heksenwerk!” - -Baxter was naast den doode neergeknield. - -Het was Raffles. - -Naast hem lag een groote bloedplas. De pelsjas dreef in het roode -vocht. Raffles’ handen en zijn gelaat waren met bloed bevlekt en men -zag duidelijk op de plaats, waar het haar was vastgekleefd, dat een -kogel in het hoofd was gedrongen. - -Hier was geen vergissing mogelijk. Inspecteur Baxter lichtte den doode -in het gelaat. - -„Het is Raffles!” sprak hij. - -„Wel inspecteur, het is Raffles,” echo-den de agenten hem na. - -Het was inderdaad de Groote Onbekende. Voor zoover men het door het -bloed kon onderscheiden, was zijn gelaat doodsbleek. De lippen waren -vastgesloten, evenals de oogen, die diep in hunne kassen waren -teruggezonken. - -Inspecteur Baxter keek om zich heen. - -Toen nam hij langzaam de uniformpet af en zei: - -„God zij zijn arme zondige ziel genadig!” - -„Amen” sprak een der agenten. - -Toen voegde hij er bij: - -„Daar ligt nog iemand, inspecteur!” - -Als een tijger sprong Baxter op het tweede lijk toe. - -Inderdaad. Hier lag nog iemand. Iemand, wiens gelaat en lichaam -afschuwelijk verminkt was. Zeker twintig messteken hadden hem -getroffen. Hij lag in een hoek en inspecteur Baxter onderzocht of geen -stukje papier eenige aanwijzing zou kunnen geven. - -De directeur der Bank was sprakeloos, maar na eenigen tijd hijgde hij -met moeite: - -„Ge moet dadelijk een scherp onderzoek instellen, inspecteur. Dat is -vreeselijk! Afschuwelijk! Wat moet er nu gebeuren?” - -Baxter schudde het hoofd. - -„Geef ons een kamer, directeur, waar wij de lijken zoolang kunnen -bergen tot den avond. Ik zal ze dan laten weghalen!” - -Een der agenten had intusschen een dokter gehaald. Deze boog zich even -over den doode, die door messteken verwond was en zei toen: - -„Afgeloopen!” - -Toen keek hij naar Raffles en zei: - -„Ook gedaan! Een mooie geschiedenis! Wat is hier feitelijk -voorgevallen?” - -„Als ik dat wist, dokter, gaf ik tien jaren van mijn leven!” zei de -wanhopige politie-inspecteur. „Zoo iets heb ik nog nooit bijgewoond! De -duivel in eigen persoon is hier in het spel! Maar natuurlijk—Raffles is -er ook weer bij!” - -Nogmaals doorzocht hij den kelder—wederom schudde hij het hoofd. - -„Niets—heelemaal niets!” - -Hier waren twee misdaden begaan, waarbij het menschelijke verstand stil -stond. - -Met behulp der agenten werden nu de beide lijken naar een kamer -gebracht, die de Bankdirecteur te zijner beschikking had. Een der -mannen bleef de wacht houden, tot de lijken zouden worden gehaald - -Des avonds deelden alle Londensche bladen het opzienbarende bericht -mede, dat Raffles, de Groote Onbekende, dood was. - -Alleen zij, die tot lord Lister in onaangename verhouding hadden -gestaan, juichten over dat bericht. Maar zij, die veel aan zijn groote -goedheid hadden te danken, wijdden eenige tranen aan zijn -nagedachtenis. - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - -DE GROOTE ONBEKENDE IS ONSTERFELIJK. - - -Daar lag Raffles nu op een houten bank in een achterkamer. - -De tijd verstreek, de klok wees tien minuten vóór vieren, waarop de -Bank werd gesloten voor het publiek. - -De agent, die de wacht hield, liep ongeduldig heen en weer. - -Plotseling, toen hij zich weer omdraaide, bleef hij als vastgenageld -staan. Hij opende den mond om te schreeuwen, zijn haren rezen ten -berge, zijn oogen puilden uit hun kassen en zoo bleef hij een paar -seconden onbewegelijk staan. - -Een der beide dooden had zich bewogen. Het was Raffles. De agent wilde -het eerst niet gelooven. Hij keek nog eens scherper toe en—ja—daar -bewoog Raffles zich alweer! - -Hij leunde met zijn elleboog op de bank, waarop hij lag en richtte zich -halverwege op. En zijn groote, glanzende oogen, die oogen, waarvoor -allen zoo bang waren, omdat er een bovennatuurlijke kracht van -uitstraalde, zij richtten zich groot en doordringend op den agent. - -Dat was te veel voor den politieman van Scotland Yard. Hij stiet een -luiden schreeuw uit en rende weg. - -Raffles lachte—lachte zóó luid, dat het schalde door het vertrek. - -Langzaam stond lord Lister op en liep een paar keer de kamer op en -neer, om weer wat beweging te krijgen in zijn stijve ledematen. Het -bloed was hem verstijfd en vloeide nog maar traag door zijn aderen. - -Eindelijk was hij weer wat op krachten gekomen. - -Hij richtte zich hoog op, opende de deur en trad naar buiten. - -Het was leeg in de gang. Het publiek was heengegaan en slechts enkele -beambten waren nog aanwezig. In de groote zaal was alleen nog de eerste -boekhouder, die dien dag de aanhouding van Raffles had bewerkstelligd. - -Hij zat over zijn werk gebogen, toen plotseling een der vleugeldeuren -openging en een met bloed bevlekt lijk binnentrad. - -„Wel, zijt ge nog aan den arbeid?” vroeg Raffles met een grafstem. - -Bij de eerste woorden had de boekhouder van zijn werk opgekeken. - -Hij keek als een gek en schreeuwde toen uit: - -„Om ’s hemels wil—wie zijt ge?” - -„Ik? Ik ben Raffles!” - -„Raffles? Maar ge zijt immers dood?” - -„Wel! Nu leef ik weer!” - -„Maar dat kan niet!” gilde de boekhouder. - -„En toch is het zoo, waarde heer! Neen, neen! Blijf kalm zitten! Doe -geen moeite! Ik zal wel een plaatsje vinden! Er is ruimte genoeg in -deze groote zaal! Hoeveel hebt ge vandaag ontvangen?” - -„Niets! Heelemaal niets!” brulde de doodsbenauwde man. - -„Dat is al een heel klein beetje voor een filiaal van de Londensche en -de Zuidwest Bank!” - -Toen ging hij achter een lessenaar, deed een lade open met een der -sleutels van den directeur en keek erin. - -„Alle „drommels”! -Honderd—duizend—vijfduizend—tienduizend—veertigduizend pond!—Dat is een -heel aardig bedrag, mister! Ik denk, dat de Bank niet kijkt op een -twintigduizend pond!” - -Met deze woorden nam Raffles 20,000 pond uit de lade, stak ze in den -zak en zei: - -„’t Is nu vier uur! Vóór vijf uur moogt ge niet kikken, begrepen?” - -De man bleef stom. - -„Hebt ge mij verstaan?” donderde Raffles. „Een uur lang moogt ge niet -kikken. Dan kunt ge zoo hard schreeuwen als ge maar wilt!” - -De boekhouder knikte. - -Inderdaad, het was hem onmogelijk, eenig geluid voort te brengen! - -Raffles verliet de groote zaal. - -Hij liep de gang door en hoorde eensklaps twee stemmen. - -Hij sloeg er niet de minste acht op, toen hem de woorden in het oor -klonken: - -„De diamanten van den hertog van Norfolk.” - -Hij bleef nu staan en luisterde met het oor tegen de deur geleund, -waarachter vandaan het geluid kwam. - -„Ik zal de bewaking van de diamanten van den hertog op mij nemen,” -hoorde lord Lister zeggen. „Waar worden ze heengebracht?” - -„Naar het groote tentoonstellingsgebouw in Regentstreet. Ge moet ze -vannacht halen en morgen weer terug brengen!” - -„All right!” - -Het was nu een poosje stil. - -Lord Lister dacht na. Toen, nadat hij tien seconden had gepeinsd, liep -hij de gang verder door, ging bij een der fonteintjes, die hier en daar -voor het personeel waren aangebracht, het bloed van zijn gelaat -wasschen en verliet het Bankgebouw, zonder verder door iemand te worden -lastig gevallen. - -Een half uur later betrad hij een van zijn woningen. Deze lag in St. -James Street en bestond uit een apartement van zes kamers. - -Binnen werd een deur opengedaan en Charly Brand keek de gang in. - -„Ben jij het?” - -„Zooals je ziet!” - -„Lieve tijd, wat heb ik een angsten om je uitgestaan!” - -„Ik om jou niet minder, beste Charly!” - -Deze keek Raffles eens van ter zijde aan en zei toen: - -„Wat zie je bleek, John! Scheelt je wat?” - -„Neen, wat zou mij schelen, kerel? Ik heb daar juist iets beleefd, wat -je niet in je kouwe kleeren gaat zitten!” - -„Verklaar je toch wat nader, John! Vertel me toch eens, hoe alle -kranten je doodstijding konden brengen? Wil je het lezen?” - -„Natuurlijk, my boy! Dat interesseert mij buitengewoon!” - -Charly Brand haalde de Times en reikte ze zijn vriend. - -Deze las: - -„Londen haalt verruimd adem! Raffles is dood! - -„De groote Onbekende, genaamd Raffles, heeft vandaag in het elfde -bijkantoor van de Londensche en Zuidwest Bank een plotselingen dood -gevonden! Toen de beambten, die hem vervolgden, in den kelder drongen, -waarheen hij gevlucht was, vonden ze zijn lijk! Een schotwonde aan het -hoofd bewees, hoe Raffles aan zijn eind was gekomen. Het meest -raadselachtige van deze geschiedenis is, dat men nergens het wapen -heeft gevonden, waarmee Raffles is doodgeschoten. Vlak bij het lijk van -Raffles lag nog een ander lijk; dat van een tot nog toe onbekend -gebleven persoon. Ook van den moordenaar is tot nog toe geen spoor -ontdekt.” - -„Uitstekend!” fluisterde Raffles. - -„Is het allemaal zoo gebeurd, zooals het hier staat?” vroeg Charly -Brand. - -„Precies zoo!” - -„Maar men heeft je toch onderzocht? Hoe kon je je dan dood houden? Maar -nu zie ik ook dat je gewond bent! Boven je rechterslaap zit je haar vol -bloed!” - -Raffles stond op, ging naar den spiegel, wiesch de wonde uit, die hij -inderdaad op deze plek had, plakte er een groote pleister op en ging -weer zitten. - -„Wie heeft je verwond, John?” - -Lord Lister lachte. - -„Wie anders dan ikzelf, domme vent!” - -„Jijzelf? En waar is de revolver?” - -„Die heb ik door een klein tralievenster op straat gegooid! Ik zal je -de heele geschiedenis vertellen, Charly, opdat je je nieuwsgierigheid -kunt bevredigen. - -„Ik werd dan door vriend Baxter naar den kelder gejaagd, maar ik had -een kleinen voorsprong, doordat ik de deur achter mij had gegrendeld. -Maar mij bleef geen weg om te ontvluchten. En toen zag ik plotseling -het lijk van een man voor mij liggen.” - -„Afschuwelijk!” bromde Charly. - -„Het was mij ook niet heel aangenaam,” antwoordde lord Lister, „en mijn -vervolgers stonden boven te schreeuwen! - -„Wat te doen? - -„Er was maar één uitweg—ik moest sterven! Je weet, Charly, dat ik -altijd een fleschje bij mij heb, gevuld met een mengsel van toxine en -morphine. Als ik die vloeistof onder de huid spuit, volgt een -verstijving, die altijd een paar uren aanhoudt. - -„De dokter gaf zich niet de minste moeite om mijn hartslag te -onderzoeken, anders had hij natuurlijk bemerkt, dat ik niet dood was.” - -„Ik wekte natuurlijk volkomen den indruk van een doode.” - -„Maar om het verhaal geregeld af te wikkelen:” - -„Ik sleepte het vreemde lijk, dat in een groten bloedplas lag, naar het -andere eind van den kelder, deed de inspuiting, zette het wapen zóó -tegen mijn slaap, dat slechts een lichte verwonding moest volgen, -drukte af en gooide het wapen door het tralievenster. - -„Ik had nog juist den tijd om te gaan liggen waar de doode had gelegen. -Toen verloor ik ook reeds het bewustzijn. - -„Je begrijpt, dat de agenten meenden, dat ik dood was, al lag ik ook -niet in mijn eigen bloed, maar in dat van den onbekenden man. - -„Je ziet, Charly, dat mijn list volkomen is gelukt en dat ik weer aan -de handen van mijn doodsvijand Baxter ben ontvlucht.” - -En lord Lister nam nog eens de Times op. - -Daar viel zijn blik op het volgende artikel: - -„De juweelen van den hertog van Norfolk. - -„De hertog van Norfolk is eenige dagen geleden teruggekeerd van zijn -groote reis naar Indië en heeft zich met lady Wydemour, de dochter van -een pair, verloofd. Het huwelijk zal, naar wij vernemen, reeds vrij -spoedig worden gesloten. Het zal een der grootste plechtigheden zijn, -die in den laatsten tijd te Londen zijn gevierd, want zoowel de hertog -van Norfolk, als lord Wydemour behooren tot de rijkste families van het -land. De diamanten van den hertog van Norfolk vertegenwoordigen een -waarde van niet minder dan twee millioen pond sterling. Zeven der -schoonste en zuiverste steenen heeft de hertog zijn bruid reeds -geschonken. - -„De geschiedenis van deze juweelen is heel interessant. - -„Zij vormden het hoofdbestanddeel van het vermogen van den hertog. Deze -bezit echter ook nog uitgestrekte goederen in Schotland. Sinds drie -eeuwen zijn de hertogen van Norfolk reeds in het bezit van deze -juweelen, die in een kluis der Londensche en Zuidwest Bank worden -bewaard. - -„Er bestaat een testament, waarin bepaald is, dat de erfgenaam van het -hertogelijke huis de diamanten eerst bij zijn huwelijk ontvangt. - -„Nadat de oude hertog van Norfolk gestorven was, hebben de diamanten -ongeveer vier jaren in de Londensche en Zuidwest Bank gelegen. En -telkens weer werden zij naar een andere bijbank gebracht om diefstal te -voorkomen. Alleen de meest hooggeplaatste ambtenaren zijn met de -bergplaats bekend. - -„Ook moeten de juweelen telkens worden tentoongesteld als zij in andere -handen overgaan. - -„Deze clausule is destijds door een der hertogen in het testament -gevoegd, opdat de eigenaar de juweelen niet zou kunnen verkoopen of -verpanden. - -„Ook de jongste hertog van Norfolk moet zich aan al deze voorschriften -houden. De diamanten zullen van 17 Januari—dus van morgen af—tot den -vijf-en-twintigsten van deze maand in het nieuwe tentoonstellingsgebouw -in Regent-Street te zien zijn. - -„Natuurlijk zijn belangrijke voorzorgsmaatregelen genomen om mogelijken -diefstal te voorkomen. In dertig jaren zijn deze kostbare juweelen niet -ten toon gesteld en een groote toeloop van het Londensche publiek wordt -dan ook verwacht.” - -Lord Lister glimlachte op vreemde wijze, toen hij de krant terzijde -legde. - -„Heb je het gelezen Charly?” - -„Yes. Maar ik begrijp niet, dat dit zoo interessant is. Het -interesseert mij veel meer, wie die vermoorde man wel mag zijn, dien -jij in den kelder van de Bank hebt gevonden.” - -Lord Lister haalde de schouders op. - -„Ik denk, dat dat iemand is, die in nauw verband met de Bank staat.” - -„Waarom denk je dat?” - -„Ik denk dat zoo en het feit, dat de man vermoord, is, versterkt mijn -vermoeden. Maar ik moet nu de noodige toebereidselen maken om morgen op -tijd te zijn - -„Op tijd te zijn? Maar wat bedoel je dan?” - -„Ik wil de diamanten van den hertog van Norfolk, bewaken,” antwoordde -Lord Lister. - -Toen stond hij op en ging het volgende briefje schrijven; - - - „Aan den inspecteur van politie Baxter, - Scotland-Yard. - - Waarde Baxter! - - Hoewel ik eigenlijk geen reden heb om dankbaar tegenover u te zijn, - wil ik u toch een genoegen doen. Ik raad u namelijk om den - directeur van het elfde bijkantoor der Londensche en Zuid-West Bank - streng in de gaten te houden, want hij is een schurk. - - RAFFLES.” - - -Dezen brief vouwde lord Lister dicht, verzegelde hem en zond den -bediende er mee naar de bus. - -Toen ging hij naar zijn geheim bureau, dat vol spiegels was en waar een -groote tafel stond met allerlei soorten schmink en poeder. - -Langs de muren hingen wel een dozijn verschillende baarden en pruiken. - -Langen tijd was lord Lister bezig om uit te zoeken, wat hij noodig had, -want deze meesterdief stelde er zich niet mee tevreden om de lieden, -die hij wenschte na te bootsen, niet tot in de kleinste bijzonderheden -gelijk te zijn. - -En toen hij later met een donker puntbaardje en bruin geverfd haar bij -Charly Brand binnentrad, bleef deze verbluft staan. - -„Wat bedoelde je er mee,” vroeg Charly, „dat je de diamanten van lord -Norfolk wilt gaan bewaken?” - -„Begrijp je dat niet?” - -„Je wilt ze natuurlijk in je bezit hebben, niet waar Raffles?” - -„Misschien. Maar laat ons nu gaan. Heb je lust om mee te gaan Charly?” - -„Waarheen?” - -„Naar het elfde bijkantoor!” - -„Jij schijnt een groote voorliefde voor dat bijkantoor te hebben, -ondanks alles, wat er al gebeurd is.” - -Lord Lister antwoordde niet. - -Hij verkleedde zich en ging met Charly de deur uit. - -In het elfde bijkantoor was het intusschen alles behalve rustig -gebleven. - -De agent had inspecteur Baxter gewaarschuwd en deze was om vijf uur -gekomen, juist toen de boekhouder een verschrikkelijken angstkreet -uitstiet. - -Baxter stormde de groote zaal binnen. - -„Is hij weg?” vroeg hij met sidderende knieën. „Waar is hij, waar is -hij?” - -„Ik weet alleen, dat hij hier was, inspecteur! Wat een vreeselijke -kerel! Hebt gij het wel ooit beleefd, dat een doode weer levend wordt?” - -„Bij Raffles beleeft men alles” stiet Baxter uit; „de kerel maakt mij -nog dol!” - -Het gebouw werd van onder tot boven doorzocht, zonder dat natuurlijk -een spoor van Raffles ontdekt werd. Alleen zijn pelsjas en het -bloedgekleurde waschwater werden gevonden en Baxter vertrok weer -onverrichter zaken. - -Alleen de directeur, die in het achterste gedeelte van het gebouw zijn -ambtswoning had, bleef achter. - -De man ging vroegtijdig naar bed, nadat hij de diamanten van den hertog -van Norfolk had klaargelegd om ze den volgenden dag naar het -tentoonstellingsgebouw te kunnen overbrengen. - -Intusschen was het middernacht geworden. - -Een schildwacht liep voor het Bankgebouw op en neer. Toen hij naar een -zijstraat zich verwijderde, traden twee slank gebouwde mannen uit de -duisternis in het licht der lantaarn. Het waren Raffles en zijn vriend -Charly. - -Nu ging Charly met de schouders tegen den muur staan, legde de handen -ineen en liet lord Lister er in stappen. - -Deze stond met een wip op den schouder van zijn vriend en opende nu -geruischloos een houten jaloezie. - -Charly Brand liep met groote stappen beneden op en neer. - -Een kwartier later kwam lord Lister weer naar beneden. Hij droeg een -groote cassette onder den linkerarm en lachte, zoodat Charly verschrikt -den vinger op den mond legde. - -Zij liepen haastig verder en Charly vroeg: - -„Waarom heb je zoo’n pret, John?” - -Maar lord Lister was reeds weer ernstig geworden. - -„Je zult morgen een wonder beleven, Charly!” - -„Wat?” - -„Een wonder zeg ik je!” - -„En wat heb je in de cassette?” - -„De diamanten van den hertog van Norfolk.” - -Charly bleef een oogenblik verbluft staan. - -Hij wilde het niet gelooven. - -„De—de—diamanten—van den hertog van Norfolk? Maar—maar dat is een -reusachtig vermogen! Ben je niet bang?” - -Lord Lister glimlachte weer. - -„Bang? Ik?” - -„Ja.” - -„Voor wien? En waarom?” - -„Maar morgen—morgen zullen de diamanten niet in het -tentoonstellingsgebouw zijn!” - -„Hoe kom je er bij? De diamanten zullen er zeker zijn!” - -Charly haalde de schouders op. - -„Dat begrijp ik niet! Wie moet ze er dan heen brengen?” - -„Ik.” - -„Jij? Jij wilt ze naar het tentoonstellingsgebouw brengen?” - -„Zeker. Ik ben van nu af gevolmachtigde van de Bank.” - -„Maar John, wat een onzin!” - -Charly Brand begreep niet, wat hij van zijn vriend moest denken. - -„Morgen zal je alles duidelijk worden,” sprak Raffles. - -Dien nacht nam Raffles nog een reeks van voorbereidingen. - -Zijn vriend Charly echter sliep vermoeid van de opwindingen van den dag -en ontwaakte eerst, toen de zon reeds hoog aan den hemel stond. - -Raffles echter was verdwenen en terzelfder tijd liep door Londen het -gerucht, dat hij in hechtenis was genomen. - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - -HET GEHEIM VAN DE DIAMANTEN. - - -Dat was zoo in zijn werk gegaan: - -Het bericht, dat in de „Times” had gestaan, was niet ongelezen -gebleven. - -In Londen namelijk stellen de mannen het grootste belang in sport, de -vrouwen in luxe en voornamelijk in sieraden. - -Het vooruitzicht om de diamanten te kunnen zien van den hertog van -Norfolk, die in grootte, zuiverheid en kostbaarheid de kroondiamanten -van den koning nog moesten overtreffen, had reeds in den vroegen morgen -een groote menigte naar het tentoonstellingsgebouw gelokt. - -Om negen uur reeds bewoog zich een groot aantal dames en heeren door de -sierlijke zalen. - -Equipages rolden aan, automobielen snorden voor. De grooms dwarrelden -door elkaar en de eene lady volgde de andere. Zij droegen haar kostbare -wintertoiletten, lange mantels met bontwerk gegarneerd, breede boa’s en -ander kostbaar pelswerk. - -De diamanten van den hertog van Norfolk lagen uitgespreid op zeven -groote, zijden kussens. - -Eigenlijk was het uur van de opening der tentoonstelling op tien uur -bepaald, maar de gevolmachtigde van de Londensche Bank was al om half -negen verschenen met zijn kostbaren schat. - -De vertegenwoordiger was een slank gebouwd man van ongeveer -vijf-en-dertigjarigen leeftijd met een donker puntbaardje. - -Hij zag er inderdaad bijzonder voornaam uit in zijn keurig toilet, -zooals hij daar stond achter de groote tafel, zonder ook slechts een -enkelen keer den blik op te richten van de zijden kussens, waarop de -prachtige steenen schitterden: diamanten, zoo groot als duiveneieren, -naast robijnen en topazen. Smaragden, in goud gevat, naast granaten. -Amethysten naast opalen en turmalienen naast cordierieten. - -Maar diamanten en smaragden waren er in het grootste aantal en alles -schitterde en glinsterde en fonkelde op het donkere fluweel, dat men -meende een stuk van het firmament voor zich te hebben, waaraan sterren -schitterden van de eerste grootte. - -De bezoekers der tentoonstelling hadden nog geen toegang, toen een zeer -voorname jonge lady binnentrad, vergezeld van een inspecteur. Zij had -kastanjebruin haar, dat in dichte lokken haar fijn gezichtje omlijstte -en twee groote, zwarte oogen werden door lange wimpers overschaduwd. - -„Hier lady, is de tentoonstelling,” sprak de inspecteur, boog en ging -heen, want het was hem ten strengste verboden om ook slechts een minuut -in de zaal te blijven. - -De jonge dame ging naar den slanken heer toe. - -„Mijn naam is miss Marion,” sprak zij, „ik ben een vrouwelijke -detective en hier naar toe gezonden om met u samen de diamanten van den -hertog van Norfolk te bewaken.” - -Zij was nadergetreden en de sleep van haar kostbare japon ritselde -zachtjes over den vloer. - -Zonder het antwoord van mister Blakes af te wachten, deed zij de lange -handschoenen van de blanke handen en ging achter de tafel zitten. - -Toen keek ze even naar de revolver, die onder het bereik van den heer -lag en zei niets dan: - -„All right!” - -De ander glimlachte nu, maar sprak geen woord. - -De bezoekers werden thans toegelaten en vele politiebeambten stelden -zich op om met het tweetal, dat daar aan de tafel zat, elke poging tot -diefstal of het stichten van verwarring te beletten. - -De kostbaarheden werden door iedereen bewonderd en veel begeerige -blikken van ijdele vrouwen en hebzuchtige mannen werden op de kostbare -steenen geworpen. - -Na een half uur moest de zaal ontruimd worden om nieuwe bezoekers -binnen te laten. - -Maar tusschen het bezoek der eerste en tweede groep werd een pauze van -een half uur gehouden, waarin de diamanten wederom nauwkeurig -onderzocht werden. - -Mister Blakes stak een sigaret aan, nadat hij de vrouwelijke detective -om vergunning daarvoor had gevraagd, blies den rook voor zich uit en -vroeg: - -„Wie heeft u eigenlijk hierheen gestuurd, lady?” - -„Stelt ge daar belang in? De lord-major van Londen maakte zich een -beetje bezorgd, dat de beambten dit werk niet alleen af konden en -bovendien streef ik slechts één enkel doel na!” - -„En dat is?” - -„Ik wil Raffles vangen. Ik stam uit een voornaam geslacht, dat door -allerlei tegenspoed verarmd is en daarom heb ik een beroep gekozen, dat -hoog salaris geeft.” - -„Ge hebt gelijk. En nu hebt ge het er dus op gezet om Raffles te -vangen?” - -„Ik stel belang in hem! Hij imponeert mij, deze gentleman-dief en -daarom wil ik graag mijn krachten aan hem beproeven!” - -Haar oogen glansden en een lachje krulde haar lippen. - -In hetzelfde oogenblik luidde een bel en de nieuwe bezoekers werden -binnengelaten. - -Nauwelijks hadden zij de zaal gevuld, toen plotseling een heer -binnenstormde, die een zwarten koffer droeg en iedereen omver liep, die -hem in den weg stond. - -Aller oogen richtten zich op dezen persoon. - -De man die binnenkwam, geleek sprekend op den heer, die de diamanten -bewaakte. - -Deze wonderlijke gelijkenis baarde algemeen opzien, die niet weinig -steeg, toen de binnentredende uitriep: - -„Alle duivels, wat gebeurt hier? Ik ben mr. Blakes, de -vertegenwoordiger van de Londensche en Zuid-West Bank.” - -Niemand antwoordde. - -Eindelijk vroeg een der politiebeambten: - -„Kunt gij u legitimeeren?” - -„Zeker.” En deze tweede mr. Blakes haalde zijn papieren te voorschijn. - -De politiebeambte haalde de schouders op. - -„Er is ten slotte toch maar één mr. Blakes,” sprak hij, „en hier -schijnt bedrog in het spel te zijn. Hoe zijn de diamanten van den -hertog van Norfolk hierheen gekomen, als gij de werkelijke mr. Blakes -zijt?” - -Deze strekte den arm uit naar den heer achter de tafel en sprak: - -„Die man is Raffles!” - -De verwarring, die op deze woorden volgde, is onbeschrijfelijk. - -De heeren weken verschrikt achteruit, de dames begonnen van angst te -gillen, de meesten echter verdrongen zich om dezen interessanten man, -die sedert vele maanden geheel Londen in ademlooze spanning hield en -iederen dag de kranten stof gaf tot sensationeele artikelen. - -Dat was dus Raffles! - -Deze echter scheen het volstrekt niet eens te zijn met de onthullingen -van mr. Blakes. - -„Ge zijt gek!” riep hij uit en hij deinsde verschrikt terug, toen hij -zijn dubbelganger goed in het gelaat keek. - -Dat was inderdaad dezelfde donkere puntbaard, dezelfde wenkbrauwen, -hetzelfde haar, dezelfde gelaatstrekken. - -„Dat is een afschuwelijk bedrog!” riep hij uit, „dat is een laagheid!” -en nog voordat iemand het kon verhinderen, had hij zijn revolver -getrokken, gevuurd—het schot knalde. Doch neen, twee schoten waren het, -wier knal zich met elkander vermengde. In het oogenblik namelijk, toen -de tweede mister Blakes het pistool afschoot, had de man, die naast de -vrouwelijke detective stond, bliksemsnel het wapen te voorschijn -gehaald. - -Toen de kruitdamp opgetrokken was, lag degeen, die het laatst was -binnengekomen, op de knieën; zijn revolver lag een halven meter verder -en uit zijn rechterhand vloeide een bloedstroom. - -Mr. Blakes had hem de hand doorgeschoten. - -„Moet ik u nog eens zeggen, dat u dien ellendeling moet weg brengen?” -beval de heer achter de tafel met donderende stem. - -„Deze bedrieger is Raffles, die van de algemeene verwarring gebruik wil -maken om de diamanten van den hertog van Norfolk in zijn bezit te -krijgen!” - -„Het is niet waar!” kreunde de andere. „Ik heb ze hier—ik heb ze bij -mij—de diamanten van den hertog van Norfolk!” - -Het publiek geraakte in steeds grooter spanning. Allen drongen naar -voren om te zien, wat die nieuw aangekomene dan wel in dien koffer had -verborgen. - -En inderdaad: - -In den koffer lagen, zorgvuldig vastgemaakt op de kussens, de diamanten -van den hertog van Norfolk. - -Maar daarginds op de tafel lagen ze ook en de politiemannen streken -zich over de oogen om het spook te verjagen, waaraan zij nog niet -konden gelooven. - -Daar klonk echter opnieuw de stem van mister Blakes, die achter de -tafel met fonkelende juweelen stond. - -„Maar mijneheeren, zijt gij dan inderdaad zóó kortzichtig om niet in te -zien, dat de juweelen, die Raffles hier brengt, allen vervalscht zijn?” - -Groote sensatie! - -De inspecteur van politie nam nu het woord en wendde zich tot de -omstanders: - -„Zijn er misschien onder de aanwezige heeren eenigen, die verstand -hebben van diamanten?” - -Onmiddellijk meldden zich eenige heeren en dames aan. - -Een oude eerwaardige grijsaard haalde een microscoop te voorschijn en -hield dien boven de diamanten, welke de tweede mr. Blakes had gebracht. - -Ademlooze spanning volgde. - -Eindelijk hief de grijze heer het hoofd op en sprak op stelligen toon: - -„Deze diamanten zijn valsch!” - -„Ik zeide het reeds,” sprak de eerste mr. Blakes nu, „En als de heeren -politie-agenten nu nog langer aarzelen om dezen aartsbedrieger weg te -brengen, dan sta ik niet meer voor de gevolgen in!” - -Die woorden hielpen. Een half dozijn agenten pakten den geheimzinnigen -mister Blakes beet en sleepten hem naar de deur. - -Deze rukte zich hier nog eens los, rende naar den anderen mr. Blakes -toe en schreeuwde: - -„Hier—hier—daar—daar—” hij wees op de kostbare steenen, die lagen -tentoongesteld—„hier liggen de gestolen diamanten van den hertog van -Norfolk, die vannacht uit het elfde bijgebouw van de Londensche en -Zuid-West Bank zijn gestolen!” - -„Van dien diefstal heb ik ook al gehoord,” antwoordde de andere mister -Blakes. „De zaak zit namelijk zóó. Toen Raffles vannacht de echte -diamanten poogde te stelen, vielen hem de valsche in handen en hij had -de brutaliteit om deze vandaag aan het Londensche publiek te willen -toonen. Ge ziet heeren, dat Raffles zich zelf heeft verraden. Brengt -hem dus weg!” - -De tweede mister Blakes werd nu in den kraag gepakt en weggebracht. - -De vrouwelijke detective had den geheelen tijd de beide heeren -aangekeken. - -„Jammer,” fluisterde zij nu. - -Mr. Blakes keek haar glimlachend aan. - -„Waarom, lady?” - -Zij zuchtte diep. - -„Ik had mij Raffles heel anders voorgesteld.” - -„Hoe dan?” - -„Och! Slanker, eleganter, nu ja, ik kan dat zoo niet zeggen. En ik had -mij ook in het hoofd gehaald, hem zelf te vangen!” - -In hetzelfde oogenblik nam mr. Blakes de revolver op en strekte die uit -naar een eleganten heer, die een der diamanten op nam. - -„Hand daar weg, als ge geen kogel tusschen de ribben wenscht!” - -Deze keek op met doodsbleek gelaat en de jongedame naast hem uitte een -kreet van schrik. - -„Zijt ge gek?” vroeg een der politie-mannen, „dat is de hertog van -Norfolk.” - -„Dan mag hij toch zijn eigen diamanten niet stelen,” zei Raffles op -doodkalmen toon. - -De hertog van Norfolk, een persoon van omstreeks veertig jaren met een -weinig sympathiek uiterlijk, hief den stok op, maar mr. Blakes zei heel -bedaard: - -„Ik doe mijn plicht, hertog! Doe dien stok weg, want een kogel werkt -sneller!” - -De hertog maakte een toornige beweging en trok zich toen achter in de -zaal terug. - -Wederom werd een pauze van een half uur gehouden. - -„Ge zijt een merkwaardig persoon,” sprak de vrouwelijke detective, toen -zij met Blakes de juweelen controleerde. - -„Hoezoo, lady?” - -„Ik geloof, dat ge betere oogen hebt, dan iemand ter wereld!” - -„Hoe meent ge dat?” - -„Omdat ge alles doorziet!” - -Mr. Blakes lachte. - -„Dat leert men in mijn beroep. Ik wensch u zoo’n paar oogen, lady, dan -zoudt ge misschien een zeer goede detective zijn!” - -Het meisje was door dit gezegde niet weinig boos. - -„O, wat dat betreft,” antwoordde zij, „behoeft ge u niet te verbeelden -mr. Blakes, dat gij Raffles herkend hebt. Ik zag dat al, toen hij de -zaal binnenkwam. Ik wilde alleen niet overijld handelen!” - -„Wel zoo! Ei, ei! En nu hebt ge natuurlijk grooten spijt, dat gij hem -niet gevangen hebt!” - -„Dat kan ik niet ontkennen!” - -„Wel, lady, wat zoudt ge er dan wel voor over hebben, als thans nog de -kans bestond, dat ge Raffles zoudt kunnen vangen!” - -Zij keek hem aan met een spotlachje. - -„Die kans kunt gij mij toch niet geven?” - -„Wie weet? Nu, wat krijg ik?” - -„Honderd pond!” - -„Bah! Daar steek ik mijn sigaret mee aan! Een kus, lady, als ge die -ervoor geeft, ben ik bereid!” - -Zij keerde zich af. - -„Onbeschaamde!” fluisterde zij. - -Maar Blakes liet zich niet zoo gauw uit het veld slaan en eindelijk -sprak zij: - -„Als ge mij het bewijs kunt leveren, dat ge kunt helpen om Raffles te -vangen, dan, in ’s hemelsnaam, zal ik u den kus geven!” - -Hij strekte de hand uit. - -„Op eerewoord en handslag, lady?” - -„Een vrouw een vrouw, een woord een woord, mister Blakes!” - -„Goed! Neem mij dan gevangen!” - -En toen tot de politie-agenten: - -„Het publiek kan weer binnen komen!” - -De lieden kwamen weer binnen. - -Als een standbeeld bleef het meisje op de plaats staan. - -Die man naast haar had zoo juist met de grootste kalmte verteld, dat -hij Raffles was. - -Gloeiend heet vloog het bloed haar naar de wangen. Zij keek van -terzijde mr. Blakes aan en het werd haar hoe langer hoe duidelijker, -dat het inderdaad Raffles was. - -„Ik dacht,” stotterde zij, „ik meende—dat ge zwart haar hadt!” - -„Als ik geweten had, lady, dat ik met u zou kennis maken, had ik mijn -baard zeker thuis gelaten.” - -Zij bloosde. Hij hield haar voor den mal, omdat ze niet eens gemerkt -had, dat zijn baard valsch was. - -„Ge zijt een vreeselijk mensch,” fluisterde zij, „maar pas op, ge -ontsnapt mij toch niet! Ik zal u in hechtenis laten nemen, zoodra ge -het gebouw hier verlaat!” - -„Uitstekend, lady! Maar den zoen krijg ik eerst!” - -Daar trad een der inspecteurs der recherche naar de juweelentafel toe. -Hij reikte Blakes de hand en zei: - -„Het was inderdaad Raffles! Ge hebt ons aan een fameuze vangst -geholpen!” - -De toegesprokene glimlachte. - -„Dank u!” - -„Weet ge het laatste nieuws al?” - -„En dat is?” - -„De directeur van het elfde bijkantoor is vannacht spoorloos -verdwenen!” - -„Inderdaad?” - -„Er schijnt een nieuwe misdaad te zijn begaan!” - -Raffles kuchte eens en blies een blauwe rookwolk de lucht in. - -Toen vroeg hij: - -„Kan ik u misschien met het een of ander helpen, lady?” - -Zij keek op en zag in zijn lachend gelaat. - -O, wat haatte ze hem op dit oogenblik. Ze had hem kunnen dooden. - -„Ik zou graag willen weten,” fluisterde zij, „waar de eigenlijke mister -Blakes is!” - -„Die, lady? O, die is dood!” - -„Dood?—Toch niet vermoord?” - -„Ja.” - -„Maar—om Godswil—toch niet door u?” - -„Neen, lady. Zulke dingen doe ik niet! De directeur van het elfde -bijkantoor heeft hem vermoord!” - -„Weet ge dat zeker?” - -„Ja, heel zeker. Ik heb de misdaad door het sleutelgat gezien en wilde -te hulp snellen, toen het al te laat was! Ik vermoed, dat de directeur -de juweelen van den hertog zich heeft willen toeëigenen en toen vermomd -als mister Blakes hierheen is gegaan! Ik begreep, dat dit het geval zou -zijn en het deed me pleizier, den moordenaar in de val te laten loopen. -Zoo heb ik den schurk, dien Baxter niet wil arresteeren, toch in de -gevangenis gebracht en daarmee in het belang der menschheid een goede -daad verricht, vindt ge ook niet?” - -Zij antwoordde niet en het werd haar zwart voor de oogen. Hoe zou zij -dien man de baas kunnen worden? - -Maar het moest—het moest! Ja, zij wilde den strijd aanvaarden op leven -en dood. Natuurlijk dacht zij er vooreerst niet aan, de agenten te -roepen en Raffles te laten arresteeren. Neen! Zij zou hem met gelijke -wapens bestrijden op dezelfde elegante en toch listige manier! - -„Maar hoe hebt ge de diamanten in uw bezit gekregen?” vroeg zij -plotseling, „en hoe kwam het, dat de directeur met de valsche steenen -hier kwam?” - -„Is u dat ook nog niet duidelijk, lady? O! O! Dat is toch zoo heel -eenvoudig! De directeur was een slimmerd! Hij had een heelen koffer vol -nagemaakte steenen waarschijnlijk met het doel laten vervaardigen om ze -alle ten toon te stellen en de echte zichzelf toe te eigenen. Toen ik -den directeur des nachts een bezoek bracht, zag ik dadelijk dat de -diamanten, die bij hem op tafel stonden, niet echt waren. Ik laat mij -niet zoo heel makkelijk om den tuin leiden, lady! Ik zocht toen de -echte steenen en vond ze heel gauw in een muurkast. Daar nam ik de -echte uit den koffer en legde er de valsche voor in de plaats. - -„Den volgenden morgen was het kistje, waarin de valsche steenen gezeten -hadden, verdwenen en de directeur meende, dat den dieven de valsche -steenen in handen waren gevallen. - -„’t Is een beetje ingewikkeld, nietwaar lady? Maar de heele zaak is ten -slotte toch doodeenvoudig.” - -Zij antwoordde niet. - -Het duizelde haar hoe langer hoe meer. - -O, die Raffles! Die Raffles! - -Maar zij zwoer hem wraak! Bij God, hij zou haar niet ontsnappen. - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - -GUALA, DE PLANT DER VERGETELHEID. - - -De dienstdoende inspecteur had mr. Blakes meegedeeld, dat de directeur -van het hoofdkantoor der Londensche Bank het niet raadzaam vond om de -juweelen des nachts telkens weer terug te brengen. Zij zouden in het -tentoonstellingsgebouw blijven, streng bewaakt door vijftig lieden. - -Toen het tegen den avond liep sprak lord Lister tot het jonge meisje: - -„Als het u goed is, lady, neem ik nu een uur pauze. Ik ga even naar -huis om te soupeeren.” - -Zij knikte. - -„Goed. Ik zal zoolang de wacht houden.” - -Nauwelijks was hij vertrokken of het meisje riep een geheimen agent -aan. - -„Volg mister Blakes door heel Londen en vertel mij, waar hij woont.” - -„All right, lady.” - -De man verdween. - -Hij wandelde achter mister Blakes aan, die doodkalm voortwandelde en -met diepe teugen de prikkelende winterlucht inademde. Het was bitter -koud en dikke sneeuw lag op de straten. - -Lord Lister trad nu een telefoonkantoor binnen en liet zich verbinden -met Scotland Yard. - -„Inspecteur Baxter daar?—Ja?—Hier Raffles.—Wel!—Houd u kalm, -inspecteur—hier Raffles!—Hebt ge den directeur van het elfde bijkantoor -gearresteerd? Niet?—’t Is een gemeene kerel.—Hij hoort wel degelijk -achter slot en grendel!—Dat schijnt ge maar niet te willen begrijpen, -inspecteur!—’t Is toch zoo!—Ik deel u door dezen mee, dat de directeur -van het elfde bijkantoor mister Blakes heeft vermoord.—Zijt ge nu -tevreden?——Wat??——Gelooft ge het niet?—Is mister Blakes in het -tentoonstellingsgebouw?—Maar dit is Blakes niet, dat is Raffles!——Wat? -Laat ge u niet voor den mal houden? Zit Raffles in de gevangenis?—Ge -zijt een groote gek, inspecteur! Die in de gevangenis zit is Raffles -niet—maar de directeur van het elfde bijkantoor!—Gelooft ge dat ook -niet?—Ga dan eerst eens informeeren, voordat ge mij tegenspreekt—Ik heb -u zoo volledig mogelijk ingelicht!—Adieu, inspecteur Baxter!—Tot -weerziens!” - -Toen ging lord Lister naar zijn woning, waar hij met Charly Brand -allersmakelijkst soupeerde, maar onderwijl ook blijken gaf van -buitengewone vermoeidheid. - -„Wat heb je toch?” vroeg Charly. - -Raffles glimlachte. - -„Niets, heelemaal niets, kerel! Ik geloof alleen maar, dat ik verliefd -ben!” - -En toen ging hij haar het tentoonstellingsgebouw terug. - - - -Het was acht uur in den avond. - -Buiten lag de winternacht reeds lang over het aardrijk uitgespreid. -Daar kwam de hertog Van Norfolk, vergezeld van een mooie, elegante -jonge dame, uit wier oogen echter allesbehalve geluk en zielsrust -straalde. Zij scheen bedroefd, toen zij aan den arm van den hertog in -de zaal trad. - -Deze scheen het voorval van dien dag te hebben vergeten en ging -glimlachend naar den Bankvertegenwoordiger, - -„Ik heb met groot genoegen bemerkt,” sprak de hertog, „dat gij u met -groote nauwgezetheid kwijt van uw plichten en daarom neem ik u ook -niets kwalijk van hetgeen geschied is. Nu zou ik echter graag mijn -diamanten eens willen bekijken!” - -Een jongeman vergezelde het verloofde paar. De hertog stelde dezen voor -als zijn secretaris en Raffles merkte op, dat lady Wydemour, de -aanstaande hertogin en de jonge secretaris elkander met innig verliefde -blikken aankeken. - -Raffles droeg de taak om de juweelen te toonen aan de vrouwelijke -detective over en ging eenige woorden wisselen met den jongeman, die -hem levendig belang inboezemde. - -Maar vóór dien fluisterde hij het meisje toe: - -„Valt het u niet op, lady, dat de hertog van Norfolk zoo bleek ziet? -Doorgaans zijn de lieden, die langen tijd in Indië hebben vertoefd, -toch heel wat bruiner van huidskleur.” - -Nu begon hij een kort gesprek met den secretaris. - -De lady keek den hertog aan en inderdaad, zijn bleekheid viel ook haar -op. Hij zag er eerder uit als iemand, die maandenlang achtereen de -kamer had gehouden dan als iemand, die vele jaren onder de tropische -zon had geleefd. - -„Pardon, mijnheer,” sprak Raffles tot den secretaris, „ik spreek u aan, -omdat ge dezelfde uniform draagt als iemand, met wien ik onder zeer -tragische omstandigheden heb kennis gemaakt.” - -De secretaris greep krampachtig lord Listers beide handen. - -„Wat zegt ge? Hebt ge hem gezien? Waar? Ach—ik zoek hem als sinds vele -maanden—hij is mijn vader!” - -Lord Lister knikte. - -„Dat dacht ik al. De man die dezelfde uniform droeg, is gisteren in den -kelder van het elfde bijkantoor der Londensche en Zuid-West Bank -gevonden. Ik raad u, naar de politie te gaan om het lijk te zien!” - -De jongeman barstte in snikken los. - -„Om Godswil—ook dat nog! Ook dat nog! En niemand weet, waar ons -vermogen is gebleven.” - -„Moest ge deze betrekking aanvaarden, omdat ge verarmd zijt?” - -„Ja. Vader had zijn kapitaal op het elfde bijkantoor. Eensklaps was hij -spoorloos verdwenen. Toen wij onderzoek naar hem instelden, hoorden -wij, dat hij het geheele kapitaal had opgenomen—geen sterveling wist, -wat hij met al het geld moest doen. Sindsdien heb ik nooit meer iets -van vader gehoord.” - -„De zaak is nogal duidelijk. Hij is een slachtoffer van den directeur -van het bijkantoor geworden, die uw vader zeker maandenlang heeft -gevangen gehouden, voordat hij hem doodde in den kelder.” - -De jonge dame had haar hoofd omgewend en keek den secretaris wederom -aan met veelzeggenden blik. - -Deze bemerkte, dat mister Blakes dien blik van verstandhouding had -opgemerkt - -„Om Godswil,” smeekte hij lord Lister, „zeg niets van wat ge hebt -opgemerkt.” - -Lord Lister dacht eenige oogenblikken na. - -„Ik zal ervoor zorgen,” sprak hij toen, „dat ge weer in het bezit van -uw vermogen wordt gesteld en als ge verstandig en moedig zijt, moet ge -ervoor zorgen, dat de hertog van Norfolk niet haar tot zijn gade maakt, -die gij lief hebt.” - -Daarop ging hij weer naar de juweelentafel. - -„Zijt ge niet vermoeid, lady?” vroeg Raffles het jonge meisje. - -Zij schudde het hoofd. - -„Mijn slaap wordt verdreven door de gedachte aan hem, die naast mij -zit.” - -Hij glimlachte vergenoegd. - -„Gij zijt dus bang voor mij, lady?” - -„Bang niet! Maar ik begrijp niet, waarom ge vannacht in het elfde -bijkantoor hebt ingebroken, de juweelen hebt gestolen en ze hier -bracht. Waartoe dat allemaal? Wilt ge als detective optreden?” - -Zij keek hem boos aan. - -„Wilt ge misschien de diamanten van den hertog stelen?” - -„Hadt ge dan iets anders gedacht, lady?” - -„Dat zult ge niet wagen!” - -„Ge zult het zien, lady!” - -Haar oogen vlamden. - -„Ik zal het u beletten”; zij haalde een pistool te voorschijn. „Bij de -eerste poging schiet ik u neer!” - -Hij glimlachte weer. - -„In de eerste plaats lady, heb ik de patronen uit de revolver genomen, -in de tweede plaats zult ge het niet merken, dat ik de diamanten steel -en in de derde plaats—” - -Hij hield plotseling op. In het volgende oogenblik was de geheele zaal -in de diepste duisternis gehuld. - -„Ellendeling!” riep het meisje uit. Maar toen begreep zij, dat Raffles -het licht niet kon hebben uitgedraaid, want hij had zich niet van zijn -plaats bewogen. - -Zij had zich op de diamanten geworpen en was besloten, die met haar -leven te verdedigen; maar een hand klemde zich om haar keel en duwde -haar terug, terwijl een tweede hand onder haar arm doorschoof en naar -de juweelen op het kussen tastte. - -Het meisje was echter niet zoo gauw van haar stuk te brengen. Zij liet -zich eerder een mes tusschen de ribben steken, dan dat zij dezen -diefstal toeliet. Met beide handen greep zij de hand vast—een rilling -liep haar over het geheele lichaam, zonder dat zij in staat was, deze -hand los te laten. Een oogenblik later klonk een schot en het -electrische licht brandde weer. - -In de zaal heerschte algemeene verwarring en toen het licht weer -opging, was de vrouwelijke detective met een luiden kreet naast de -divan neergevallen en had het bewustzijn verloren. - -Lord Lister pakte het ding, dat zij in haar handen hield en slingerde -het in een grooten boog weg. - -Het was een doode hand—een hand, die eens aan een mensch had -toebehoord, en die nu zorgvuldig was geprepareerd; de hand van een -aristocraat, voornaam en elegant. - -Aan den middelvinger schitterde een groote, kostbare smaragd, waarin -twee letters waren gegrift. - -Een deel der politie-agenten zochten naar den man, die deze brutale -inbraak had gepleegd en eenige anderen stonden met wanhopige gezichten -om de doode hand. - -Raffles echter boog zich over het kussen, nam er de juweelen af, stak -ze in zijn zak en ging weg. - -Buiten in de duisternis ontmoette hem een troep politie-agenten met -Baxter aan het hoofd. - -Het was zóó donker, dat men de lieden nauwelijks kon onderscheiden. - -„Wat is er gebeurd?” vroeg Baxter, die hem in zijn vermomming voor een -rechercheur hield. - -„Er is een inbraak gepleegd,” antwoordde lord Lister doodkalm. - -„Dat was Raffles! O, ik word nog gek! Raffles en altijd weer Raffles!!” - -Hij rende de zaal binnen. - -Lord Lister verwijderde zich doodkalm, nam een rijtuig en reed naar den -secretaris van den hertog van Norfolk. - -Lord Lister was totaal veranderd, toen hij bij den secretaris in de -kamer trad, die hem dan ook in den beginne niet herkende. - -„Ik denk, dat ge met lady Wydemour hebt afgesproken om met haar te -vluchten, vóórdat zij de gade van den hertog van Norfolk zal worden!” - -„Hoe weet ge dat?” - -„Ik weet alles. Maar hebt ge ook de noodige middelen om te vluchten!” - -„Helaas niet.” - -„Welnu, hier hebt ge de diamanten, die de hertog officieel aan lady -Wydemour had beloofd. Ze zijn haar eigendom, dat kan niemand ter wereld -haar betwisten; en hierbij hebt gij nog duizend pond, die zeker wel -toereikend zijn om in de eerste behoeften te voorzien!” - -Lord Lister gaf den secretaris een portefeuille en verwijderde zich. - -De secretaris rende hem na. - -„Dat is te veel!” riep hij uit. „Gij maakt mij tot den gelukkigste -aller stervelingen. Hoe kan ik u ooit danken? Wie zijt gij?” - -„Ik ben Raffles. Vaarwel!” - -Op het oogenblik dat lord Lister de deur wilde openen schrikte hij -terug. Het geluid van rammelende ketenen was tot zijn oor -doorgedrongen. - -Hij keek den secretaris met vragenden blik aan. - -„Het is verschrikkelijk,” fluisterde deze, „dat herhaalt zich iederen -nacht. Het is een van de voorvaderen van den hertog van Norfolk. die -geen rust in zijn graf kan vinden!” - -Lord Lister haalde geërgerd de schouders op. - -Hoofdschuddend ging hij heen en reed naar zijn woning, waar Charly -Brand hem ontsteld tegemoet trad. - -„Om Gods wil, ga dadelijk terug of je bent verloren!” - -„Waarom?” - -„Vraag niet verder, maar vlucht!” - -„Maar zeg mij dan toch, waarom.” - -„Een dame is hier—de bekende vrouwelijke detective, die je arresteeren -wil!” - -Lord Lister lachte luid op. - -„En schrik je daar zoo van, omdat lady Marion op visite is gekomen?” - -Charly keek zijn vriend verstomd aan. - -Lord Lister beval nu zijn dienaar om voor een goed souper te zorgen en -trad toen den salon binnen. - -Uit een stoel verrees een schoone gestalte. Het was lady Marion. - -Lord Lister ging haar tegemoet en sprak op hoffelijken toon: - -„Dat noem ik een verrassing, lady Marion en het doet mij genoegen, dat -ge aan mijn uitnoodiging hebt gehoor gegeven.” - -Het meisje keek hem met de grootste verbazing aan. - -„Ja zeker lady, ge hebt immers gisteravond een rechercheur achter mij -aan gestuurd om mijn adres op te nemen. Ik heb den man niet op een -dwaalspoor willen brengen om daardoor niet het genoegen van uw bezoek -te missen en zoodoende heb ik u dus uitgenoodigd!” - -Het meisje wist niet meer, wat ze moest zeggen of doen- Zij had Raffles -willen arresteeren, maar de woorden bleven haar in de keel steken. - -Eindelijk bracht zij uit: - -„Ik ben gekomen om van u de gestolen diamanten van den hertog van -Norfolk terug te vorderen!” - -„Laat ons later over zaken spreken, lady, en laat ons nu soupeeren!” - -Zij schudde het hoofd. - -„Neen, mister Raffles, ik moet dadelijk de diamanten hebben of—” - -„Of wat, lady? Wat wilt ge tegen mij beginnen? Als ik u nu eens een -doek met chloroform tegen den neus houd en u vastbind en u daarna in de -Theems gooi? Hebt ge al aan die mogelijkheid gedacht?” - -Zij werd bleek en zweeg. - -Inderdaad! Zij was geheel in zijn macht. - -De rollen waren thans geheel anders verdeeld dan zij zich het had -voorgesteld. Hoe zou het haar mogelijk zijn om Raffles thans toe te -voegen: - -„In naam der wet zijt ge mijn gevangene!” - -Maar toch! - -Hij had nog niet met haar afgerekend, en hij wist niet, dat over een -uur Baxter hier zou zijn met eenige politieagenten! Zóó dwaas was zij -toch niet geweest om alles op één kaart te zetten. - -Raffles scheen dat niet te vermoeden en evenmin had hij er eenig idee -van, dat voor zijn huis vier geheime politieagenten op wacht stonden. - -„Nu, lady Marion,” sprak hij thans weer, „wenscht ge mijn uitnoodiging -niet aan te nemen?” en hij bood haar zijn arm. - -Het meisje wist niet, wat zij doen moest. - -Zij haalde de schouders op, nam den aangeboden arm en volgde Raffles -naar de eetkamer. Vol bewondering rustte haar blik op deze vreemde -kamer, waarin kostbare meubels, oud porselein en zeldzame schilderijen -een fraai geheel vormden. - -„Mag ik u mijn secretaris en vriend voorstellen, lady? Hij heet Charly. -Meer van zijn naam kan ik u niet verraden; ge zoudt hem later eens in -uw beroep kunnen ontmoeten. Doe hem nooit kwaad, lady, want hij is een -beste kerel!” - -Lord Lister bediende zelf de jonge dame en schonk haar glas vol. - -„Ik drink geen wijn!” sprak het meisje. - -„Kom, lady Marion, dat meent gij niet. Ge denkt natuurlijk, dat ik het -een of andere poeder in uw glas heb gestrooid, maar ge vergist u, lady -Marion. Ik ben volstrekt niet gevaarlijk en aan gif heb ik nooit -gedacht.” - -Het meisje bloosde en schaamde zich; toen nam zij het glas en dronk het -leeg. - -„Hebt ge nog iets naders gehoord, lady,” vroeg lord Lister plotseling, -„of de Raffles, dien door inspecteur Baxter in het -tentoonstellingsgebouw is gearresteerd, nog altijd achter slot en -grendel zit?” - -„Hij is weer op vrije voeten gesteld,” antwoordde zij, „maar later toch -weer in hechtenis genomen. Inspecteur Baxter wilde het eerst niet -gelooven, dat de directeur van het elfde bijkantoor een schurk was, -maar hij heeft ook zoo veel aan zijn hoofd en thans bemoeit hij zich -weer met het nieuwste Londensche schandaal.” - -„Wat is dat dan?” - -„Dat een zekere mr. Thompson er van door is gegaan met de bruid van den -hertog van Norfolk.” - -Lord Lister lachte hartelijk. - -„Zoo? Is dat inderdaad waar? Ge bedoelt toch den secretaris van den -hertog?” - -„Ja, juist. De jonge man beweert een zoon te zijn van den man, die door -den directeur van het elfde bijkantoor vermoord is en daarom heeft -inspecteur Baxter den directeur wederom in hechtenis genomen.” - -„Nu, en verder?” - -„De directeur heeft alles bekend, nadat hij een verhoor had ondergaan -van twee uren. Hij heeft mr. Thomson vermoord en toen de politie -huiszoeking deed, heeft zij ook het lijk gevonden van mr. Blakes.” - -„Dan heeft de politie dus eindelijk beslag gelegd op een lafhartigen -schurk.” - -„Ik ben alleen maar bang, dat er nog zoo’n schurk in Londen zit, waarop -noch Baxter noch zijn collega’s eenig vermoeden hebben!” - -Terwijl het gesprek in vollen gang was, bemerkte het meisje niet, dat -lord Lister plotseling een korreltje, ter grootte van een speldeknop, -tusschen duim en wijsvinger liet glijden. - -Neen, zij merkte het niet. - -Lord Lister haalde zijn sigarettenkoker te voorschijn. - -„Is het veroorloofd, lady?” - -Zij knikte en lachte en dacht er aan, hoe grappig het zou zijn, als zij -over een half uur, wanneer Baxter met zijn mannetjes zou verschijnen, -plotseling zou opspringen en uitroepen: - -„Raffles, ik arresteer u, in naam der wet!” - -Toen eensklaps werd het haar, alsof een zwarte nevel voor haar oogen -trok. - -Instinctmatig rees bij haar de gedachte: „Je bent vergiftigd,” maar -toen, terwijl zij een blik naar lord Lister wierp, werd zij weer kalm. - -Neen!—Zoo slecht zou hij toch niet zijn en zij had nog nooit gehoord, -dat hij iemand had voorgelogen. - -Maar nu gevoelde ze zich toch weer zoo vreemd! De woorden van lord -Lister drongen nog slechts vaag tot haar door. Zij liet de armen langs -het lijf vallen en sloot langzaam de oogen. - -Charly Brand had deze verandering gezien en was opgesprongen. - -„Om Godswil, wat heb je haar gegeven?” vroeg hij, „ze verliest het -bewustzijn.” - -Lord Lister schudde het hoofd. Zijn gelaat was heel ernstig. - -„Ik moest dit middel te baat nemen, beste Charly, maar het is volkomen -onschadelijk—en toch een der gevaarlijkste wapenen waarover ik te -beschikken heb.” - -„Verliest ze het bewustzijn?” - -„Neen. Heb je nooit gehoord van de guala, de plant der vergetelheid?” - -Charly Brand schudde het hoofd. - -„Zij is feitelijk een verdoovingsmiddel. Als zij dikwijls wordt -gebruikt, kan zij krankzinnigheid veroorzaken, maar anders heeft zij -slechts geheugenzwakte tengevolge, en— —” - -Lord Lister kon niet voleinden, want lady Marion hief het hoofd op. -Haar oogen schitterden weder. - -Een poosje keek zij vragend rond, toen vroeg zij: - -„Waar ben ik?” - -„Ge zijt bij lord Boston, lady, drink eens, dat zal u goed doen!” - -Zij dronk en keek den grooten Onbekende weer aan. - -„Zijt gij lord Boston?” - -„Ja, lady.” - -Zij knikte. - -Het gesprek werd voortgezet, maar het meisje scheen zich inderdaad -niets meer te herinneren. - -Raffles nam haar hand en hield die langen tijd in de zijne en terwijl -Charly Brand weer steeds hoofdschuddend keek van de een naar den ander, -sprak lord Lister op fluistertoon tot het jonge meisje, alsof hij haar -staatsgeheimen had te vertellen. - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - -EEN NACHT VOL VERSCHRIKKINGEN. - - -Het werd zoo stil in de eetkamer, dat men het tikken der klok duidelijk -kon hooren. - -De lord hield nog steeds de hand vast van lady Marion en Charly Brand -was ingedommeld, toen plotseling de kamerdienaar verscheen. - -„Pardon, lord—de politie is er!” - -Charly sprong op. - -Ook Raffles was opgestaan en verschoot van kleur. - -„Politie?” - -Daar was hij niet op voorbereid. - -„Waar zijn ze?” - -„Ze komen juist de trap op! Ik stond met de keukenmeid te praten, toen -een inspecteur kwam vragen of hier een heer woont, die een dame op -bezoek had. De heer heette lord Boston! - -„Ik schrikte vreeselijk en zei: - -„Neen, inspecteur!” - -Luid lawaai werd nu vernomen op de trap. - -Raffles mocht niet langer aarzelen. Alles hing van één oogenblik af en -reeds overlegde hij, langs welken kant hij zich het best door de vlucht -zou kunnen redden, toen plotseling een zachte vrouwenstem aan zijn oor -fluisterde: - -„Wat is er, lord Boston? Wat wil de politie van u? Dat die ook juist nu -moet komen!” - -De Groote Onbekende glimlachte even. - -„Vlieg naar buiten, Charly en tracht ze op te houden.” En toen tegen -Marion: - -„Ge moet me redden—binnen een minuut is de politie hier—het kost je -maar een woord.” - -Zij was opgesprongen en verloor geen oogenblik haar tegenwoordigheid -van geest. - -„Wat kan ik voor je doen?” vroeg Marion met liefdevollen blik, want in -hetzelfde oogenblik was zij er zich van bewust geworden, dat zij dezen -man niet aan de politie zou kunnen overleveren. - -„Ga zoo gauw mogelijk naar buiten en doe alsof je den inspecteur kent. -Je zegt hem dan naar boven te gaan en de dienstbodenkamers te -doorzoeken. Als de politie daarheen gaat, kom jij in de vestibule, waar -ik je zal wachten.” - -Met een enkelen sprong was lord Lister achter een groot tochtscherm -verdwenen, in hetzelfde oogenblik, dat Baxter de deur opendeed en -binnentrad. - -„Waar is hij? Kom, vooruit Raffles, spartel nu maar niet tegen!” - -Zijn blik viel thans op lady Marion, de vrouwelijke detective. - -„Ha, zijt gij daar, lady? Ik heb me al ernstig bezorgd over u gemaakt. -Ik zie, dat ge reeds gesoupeerd hebt! Nu, des te beter! Waar is hij?” - -Lady Marion haalde de schouders op. - -„Gij zijt op een dwaalspoor inspecteur, hij is niet hier!” - -„Wat? Niet hier? En ik meende door de glazen deur zijn schaduw te -zien!” - -„Hij is door de vestibule langs een trap naar een geheime gang -gevlucht!” - -Baxter draaide zich oogenblikkelijk om en riep tot de agenten: - -„Volg mij! Kom, lady Marion, ga ook mee.” - -Lady Marion volgde de politiemannen, die de trap opgingen, naar de -dienstbodenvertrekken. - -„Kom, lady, kom!” riep inspecteur Baxter nogmaals, maar het meisje -aarzelde, Want zij wilde de komst van lord Boston afwachten. - -Zij zag een schaduw langs den muur glijden, zij keerde zich om en haar -ontsnapte de kreet: - -„Raffles!” - -Guala, de bloem der vergetelheid, had haaf werking verloren en de -vrouwelijke detective herinnerde zich weer alles, wat gebeurd was. - -Baxter had dien uitroep gehoofd en zich bliksemsnel omgekeerd, maar in -hetzelfde oogenblik was Raffles hem op zij en wierp de zware deur in -het slot. - -Het meisje wilde schreeuwen en zich op Raffles werpen, maar deze legde -zijn hand op haar mond, hief haar op en droeg haar de trap af, - -„Laat dadelijk het rijtuig voorkomen!” riep John Raffles zijn vriend -toe, terwijl boven aan de trap met stokken op de gesloten deur werd -gebeukt, en inspecteur Baxter luid uitschreeuwde: - -„Lady Marion! Lady Marion! Gij hebt ons in een val gelokt! Schaam u, -lady Marion! Nu kan men weer eens zien, hoezeer men zich op de vrouwen -kan verlaten! Vooruit, jongens! Wij moeten hem hebben!” - -Een bediende kwam zeggen, dat het rijtuig voor was. - -Nog altijd hield Raffles zijn hand op den mond van het meisje, dat zich -als een wanhopige verdedigde, totdat de krachten haar begaven. - -„Zoo gauw als ik vertrokken ben,” sprak Raffles nu tot zijn bediende, -„kunt gij die lieden daarboven weer in vrijheid stellen en hun zeggen, -dat ik lady Marion naar huis heb gebracht.” - -Nauwelijks zette het rijtuig zich in beweging, of de agenten, die -buiten op post hadden gestaan, vlogen achter het rijtuig aan en toen -Raffles zijn hoofd uit het portier stak, floot hem een kogel om de -ooren. - -In hetzelfde oogenblik werd zijn keel toegeknepen en een stem -fluisterde: - -„Raffles, ge zijt mijn gevangene.” - -Zonder de minste moeite verwijderde Raffles de vingers van zijn hals. - -„Het zou mij spijten, lady, als ik eenig geweld tegen u moest -gebruiken!” - -Het rijtuig stond hu met een schok stil, en Raffles ontdekte tot zijn -niet geringe ontsteltenis, dat zijn beide prachtige hengsten waren -overhoop geschoten. - -Lord Lister sprong uit het rijtuig en was weldra door een aantal -detectives omringd. - -De eerste, die hem wilde naderen, kreeg een geweldigen stoot onder de -kin, zoodat hij een eind achteruit stoof. De tweede kreeg een trap en -de derde vloog met zoo’n smak tegen de equipage, dat hij de lady in -zijn val mee overhoop trok. - -Maar het meisje was besloten Raffles tot elke prijs te vangen en zij -vuurde de agenten aan. - -Toen Raffles op de vlucht sloeg, ijlde zij hem achterna. - -Plotseling stond Raffles voor den achterkant van een gebouw, waar hij -reeds eens was geweest, toen hij den secretaris van den hertog van -Norfolk de diamanten had gegeven. - -Hij bedacht zich geen oogenblik en klom tegen het traliewerk op; daarna -verdween hij in den donkeren tuin, juist in hetzelfde oogenblik, dat -zijn vervolgers hem te vergeefs in de straat zochten. - -In zijn vaart rende de vluchteling tegen een fontein aan; een gedeelte -van het voetstuk viel naar beneden en Raffles keek in een donker -gewelf. - -Een oogenblik aarzelde hij, maar toen ook begreep hij, dat dit de -eenige weg tot redding was en hij liep de gang door. - -Aan het eind verwijdde de gang zich tot een hol, hetgeen Raffles bij -het schijnsel van zijn electrische zaklantaarn opmerkte en toen ook -bereikten jammerkreten zijn oor, vermengd met het rammelen van ketenen. - -De tanden op elkaar geklemd schreed Raffles voorwaarts en toen zag hij -op een stroobos het uitgeteerde lichaam van een mensch, geheel in -lompen gehuld. - -Toen die persoon Raffles aankeek, deinsde hij verschrikt achteruit en -lord Lister, die anders voor geen kleintje vervaard was, klemde de -tanden op elkaar om het niet uit te schreeuwen van afschuw. - -De ongelukkige miste de rechterhand en zijn arm eindigde in een stomp, -gehuld in lompen. - -Het gelaat had weinig menschelijks meer behouden, maar toch waren de -trekken nog duidelijk te herkennen. De gelijkenis met den hertog van -Norfolk, in wiens paleis lord Lister zich bevond, was treffend. - -Wie was die ongelukkige? - -Waarom miste hij juist de rechterhand? Hing deze ontdekking misschien -samen met die doode hand, die de vrouwelijke detective had -vastgehouden? - -„Wie zijt gij?” vroeg lord Lister den ongelukkige. „Vertrouw op mij, ik -zal trachten u te redden!” - -Een afschuwelijk reutelen, was het antwoord. De rampzalige opende den -mond en met een kreet van weerzin trad Raffles achteruit. De man miste -zijn tong. - -En langzamerhand werd alles Raffles duidelijk, toen hij de linkerhand -van dien ongelukkige bekeek, den bouw van zijn lichaam, de -aristocratische trekken, die door het lijden niet waren uitgewischt. - -Dit was de echte hertog van Norfolk, en de ander was een schandelijke, -een ellendige bedrieger, waarvan in Londen de weerga niet te vinden -was. - -Een grenzelooze toorn maakte zich van lord Lister meester, toen hij -langzamerhand begon te begrijpen, hoe deze ongelukkige gepijnigd was, -opdat de ander maar zoo spoedig mogelijk in het bezit van de -onschatbare diamanten zou komen. - -Maar lord Lister zou wraak nemen! Hij haalde een reusachtig groot mes -te voorschijn en na langen tijd te hebben gevijld, vielen de ketenen -rammelend neer. Toen beval hij den ongelukkige, door teekenen, hem te -volgen. - -De gevangene deed dit, op handen en voeten voortkruipend, voorafgegaan -door lord Lister, die zijn electrische zaklantaarn gereed hield. - -Vele gangen ging het tweetal door, vele deuren werden door lord Lister -opengebroken of stuk getrapt en vele kamers bezochten zij. - -Eindelijk belandden zij in een fantastisch gemeubeld vertrek. Een jong -meisje lag op den grond en een man, met een lang dolkmes in de hand, -had zijn knie op haar keel gezet en stond gereed, den doodelijken stoot -toe te brengen. - -In een enkel oogenblik had Raffles den geheelen toestand overzien. Vol -gruwelijke ontzetting herkende hij in het bedreigde meisje de -vrouwelijke detective en in den man den valschen hertog van Norfolk. - -Met een schreeuw van woede wierp lord Lister zich op hem. - -De woestaard keek met bloeddoorloopen oogen zijn nieuwen tegenstander -aan, liet het meisje los en wierp zich met woest gebaar op lord Lister. - -Deze was ongewapend, want in het onderaardschse hol had hij zijn messen -en zijn revolver laten liggen. - -De hertog van Norfolk maakte heel handig gebruik van dezen ongewapenden -toestand van zijn tegenstander en terwijl hij hem met den linkerarm van -zich trachtte af te weren, gaf hij hem terzelfdertijd zulk een -geweldigen trap tegen den buik, dat lord Lister bijna neerviel. Toen -stiet hij naar hem met zijn mes. - -Met een handige beweging echter was lord Lister uit den weg gegaan, -zoodat het wapen de lucht doorkliefde en in de lambriseering van den -muur terecht kwam, waartegen lord Lister geleund stond. - -In het volgende oogenblik had hij den arm van zijn vijand beetgepakt en -met de geweldige kracht, waarover hij kon beschikken, neergedrukt. -Opnieuw stiet zijn vijand naar hem en deze manier van strijden was des -te gevaarlijker, daar lord Lister zich er nooit van had bediend. - -Maar de schurk daarentegen was weer niet bekend met een wijze van -vechten, waarin lord Lister een meester was. Terwijl de ander namelijk -zijn rechterarm ophief om het wapen in lord Listers borst te stooten, -gleed de linkerarm van lord Lister bliksemsnel tusschen den rug en de -beide armen van zijn vijand. - -Nu was het natuurlijk den schurk onmogelijk, met den rechterarm nog toe -te stooten. - -Terzelfder tijd omklemde lord Listers rechterhand den linkerarm van -zijn vijand. Zijn eigen linkerarm lag nu als een steen tusschen den rug -en de beide armen van zijn tegenstander, wien het onmogelijk gemaakt -was, de geringste beweging uit te voeren. - -Wel trachtte hij, als een razende tekeer gaande, zich te bevrijden, -maar nog voordat hij zich kon losmaken, had lord Lister hem drie keer -met de vlakke hand een klap tegen de keel gegeven, zoodat de aanvaller -als een zak neerplofte. - -Lord Lister wierp zich op hem en bond hem, voordat de ellendeling weer -tot bezinning was kunnen komen. - -Toen sprong hij op. - -Hijgend, zelf vrij ernstig gewond, stond hij voor de vrouwelijke -detective. - -Voor den eersten keer in zijn leven was lord Lister zoo zwak, dat een -kind hem had kunnen overwinnen. De vreeselijke gebeurtenissen van dezen -nacht hadden zijn krachten uitgeput en de verwoede strijd met dien -ellendeling had het laatste beetje van zijn weerstandsvermogen nog -opgeslokt. - -En als lady Marion nu haar revolver had genomen en met dreigend gebaar -had uitgeroepen: „Handen hoog, Raffles, ge zijt mijn gevangene!” dan -zou lord Lister niet meer de kracht hebben gevonden om zich te -verdedigen tegen dezen nieuwen vijand. - -Zijn kleeren hingen in flarden langs zijn lijf, zijn knieën beefden, en -met de rechterhand greep hij de leuning van zijn stoel. - -Maar het meisje dacht er niet meer aan, hem te arresteeren. - -Zij was immers vrouw en sinds het oogenblik dat zij Raffles had leeren -kennen, hadden er in haar twee machten om den voorrang gestreden: - -De trots en de liefde. - -Zij had tot op dit oogenblik niet willen bekennen, dat deze man haar -meester was. Zij had al haar trots erop gezet, hem te arresteeren, hem -op wien nog geen man vat had kunnen krijgen en toch was, sinds het -eerste oogenblik, de liefde in haar hart geslopen. - -En nu—nu Raffles weerloos voor haar stond—nu zegevierde ook die liefde -voor het eerst. - -Ja, alle haat was verdwenen! - -Zij zou in dit oogenblik in staat zijn geweest, haar leven voor hem op -te offeren en zij werd doodelijk bleek, toen het huis plotseling -daverde van vreeselijk rumoer. - -Men hoorde bijlen slaan, deuren vlogen splinterend uiteen, schoten -kraakten en het jammeren van doodelijk getroffen dienaren vervulde het -geheele huis. - - - -De vrouwelijke detective had dadelijk haar opmerkzaamheid gericht op -het paleis van den hertog van Norfolk, toen Raffles haar ontsnapt was. - -Zij was ervan overtuigd, dat hij zich hier ergens verborgen hield en -had zich in het nachtelijk uur tot den hertog van Norfolk gewend om het -huis te laten doorzoeken. - -De hertog echter, die zelf niets vuriger verlangde, dan dat Raffles -werd om hals gebracht, had het bezoek der vrouwelijke detective -verkeerd opgevat. - -Hij, die dag en nacht in de vreeselijkste angsten verkeerde, dat zijn -misdaad aan het licht zou komen, meende zich reeds ontdekt te zien, had -daarom de detectives der lady door zijn dienstpersoneel laten -overrompelen en was op het punt, de lady zelve voor altijd onschadelijk -te maken, toen lord Lister in het juiste oogenblik was verschenen. - -Een der detectives, die de lady had vergezeld, was ontsnapt en had de -politie verteld van het gevecht, dat had plaats gevonden. - -Inspecteur Baxter, die intusschen met zijn detectives in Scotland Yard -was aangekomen, was onmiddellijk op weg gegaan en hij was het, die nu -met zijn lieden de deuren verbrijzelde en hef heele huis overhoop -haalde om de vrouwelijke detective op te sporen. - -Zij kromp ineen. - -Enkele oogenblikken luisterde zij, toen legde ze haar hand op den arm -van den meesterdief. - -„Binnen twee minuten zijt ge verloren!” fluisterde zij, „ik zal u -redden!” - -Lord Lister verzamelde al zijn krachten. - -Het bloedverlies, dat veroorzaakt werd door verscheiden wonden, -verzwakte hem nog meer. - -Maar thans, nu gevaar dreigde, kwam de oude energie weer boven. - -Deze man die over een ijzeren constitutie beschikte, gaf zich nog niet -verloren. Hij richtte zich hoog op en volgde de lady, die ijlings -voortliep. - -Zij zelve was echter niet genoeg op de hoogte van al de verschillende -vertrekken van het paleis om te weten, waarheen zij lord Lister moest -brengen. - -Zij wilde hem slechts brengen uit de verderfelijke nabijheid der -detectives, die juist de laatste deuren verbraken en nu de kamer -binnendrongen, waar zich zoo juist de vreeselijke strijd had -afgespeeld. - -Intusschen had lord Lister een der laatste vertrekken van het huis -bereikt. - -Hij zag daar een groote kast, deed deze open en nam er een kostbare -pelsjas uit. - -„In dit kostuum kan ik toch moeilijk de straat opgaan, juffrouw,” zei -hij lachend en hij trok den kostbaren pels aan. - -Nu zag hij ook in een aangrenzend vertrek een groote, ijzeren -brandkast. - -„Ik heb mijn geld vergeten, lady,” zei hij met den ouden humor, die -weer met zegevierende schittering in zijn oogen lichtte, „en zonder -geld is Raffles een nul.” - -Hij haalde zijn ijzeren boor voor den dag en opende de kast. - -De vrouwelijke detective echter legde beide handen op zijn arm en zei: - -„Om Godswil! Als ge nog een seconde toeft, zijt ge verloren!” - -In hetzelfde oogenblik vloog de brandkast open. - -Lord Lister haalde er den inhoud uit en stak de bankbiljetten in den -zak. - -Dit geschiedde, toen juist Baxter en zijn mannen de kamer wilden -binnendringen, die nog slechts door twee zwakke deuren was afgescheiden -van die, waarin Raffles zich bevond. - -Hij was verloren. - -Maar nu ook daagde een helper op, waaraan hij noch de vrouwelijke -detective hadden gedacht. - -Uit een der hoeken kroop een afschuwelijke gedaante te voorschijn, die -in het zwakke schemerlicht van een roode lantaarn er nog -weerzinwekkender uitzag dan tevoren: die half mensch half dier scheen -en zich uitrekte, de uitgeteerde armen opgeheven. - -Als een beschermer plaatste de gedaante zich voor de deur, waarachter -lord Lister was verdwenen. - -De ongelukkige, die maandenlang in ketenen had gezucht, had genoeg -verstand behouden om te begrijpen dat degeen, die hem dezen nacht gered -had, voortvluchtig was. - -En hij toonde zijn dankbaarheid, doordat hij lord Listers vlucht met -zijn leven dekte. - -Inspecteur Baxter en zijn mannen weken verschrikt achteruit, toen zij -die afschuwelijke gestalte ontdekten. - -Het was, alsof een lijk plotseling levend was geworden! - -Die van waanzin gloeiende, half uitgedroogde oogen, joegen den -detectives den grootsten angst en ontzetting aan. - -Zij weigerden het allen, die vreeselijke gedaante, die zij hielden voor -de een of andere spookverschijning, daar van de deur weg te jagen en -eerst, toen reeds vele minuten in ijzingwekkende stilte waren -voorbijgegaan, vond inspecteur Baxter zelf den moed om dien -ongelukkigen stumperd beet te pakken en opzij te slingeren. - -Toen vloog de inspecteur alle kamers door en juist toen hij de laatste, -de achterste bereikt had, zag hij, hoe een donkere gedaante als een -pijl uit den boog door het venster verdween en naar beneden zich liet -glijden. - -Het was lord Lister, die geluidloos in den donkeren nacht verdween. - -Baxter had hem heel goed herkend. - -Hij zond den vluchteling dan ook onmiddellijk een schot kruit na. - -Toen keerde hij zich, snuivend, hijgend, kuchend van woede tot de -vrouwelijke detective: - -„De duivel mag jou halen!” bulderde hij, „en dát wil een detective -wezen!” - -Het meisje glimlachte. - -Toen schudde zij het hoofd. - -„Ik was het, inspecteur!” - -„Hoe—wat? Versta ik goed?” - -„Dat doet ge!” - -„Zeg het dan nog eens, als je durft!” - -„Ik durf!” - -„Zeg het!” - -„Ik was een detective, inspecteur, maar nu— —” - -„Nu?” - -„Nu ben ik een vrouw geworden!” - -Inspecteur Baxter keek haar eenige oogenblikken aan. - -Hij was ervan overtuigd, dat dit meisje haar verstand verloren had en -schouderophalend wendde hij zich af. - -„Daar begrijp ik niets van!” bromde hij en toen maakte hij zich gereed -om lord Lister te gaan vervolgen, die niet meer kon worden ingehaald. - -De schurk, die door Raffles gearresteerd werd, werd nog denzelfden -nacht naar Scotland-Yard overgebracht. - -Daar bekende hij ook, toen hij tegenover zijn rampzalig slachtoffer -geplaatst werd, dat hij zich onmenschelijk had gedragen. - -In Indië had hij zeven jaren doorgebracht in het tuchthuis te Madras en -was toen door den hertog van Norfolk, die niets van zijn verleden wist, -als diens particulier secretaris aangenomen. - -Hij geleek sprekend op den hertog en van deze noodlottige gelijkenis -had de schurk al heel gauw profijt getrokken. - -Hij had zijn meester gevangen genomen en toen met voortreffelijke -schurkerij diens rol gespeeld. - -De werkelijke hertog van Norfolk stierf twee dagen later. - -Zijn diamanten zijn hooit meer het eigendom geworden van zijn geslacht. - -En Raffles? - -Ach, hij wist het wel, dat het mooie meisje, de bekoorlijke miss -Marion, hem had geholpen, toen hij te zwak, te uitgeput was om nog -eenigen tegenstand het hoofd te bieden! - -Maar hij verbaasde zich niet, de elegante jonge lord, want hij wist het -maar al te goed, dat zijn invloed op vrouwen onzegbaar groot was. Dat -zij voor hem door het vuur zouden gaan, als hij glimlachte, haar leven -zouden offeren, zoo hij er om zou smeeken met zijn liefsten lach, zijn -meest vleiende stem. - -Hij was weer ontkomen, de meesterdief; voor den zooveelsten keer den -grijpvingers der politie ontsnapt. - -En hij rustte zich uit tot nieuwe daden. - - - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 0011: DE -DIAMANTEN VAN DEN HERTOG VAN NORFOLK *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
