summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/66803-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/66803-0.txt')
-rw-r--r--old/66803-0.txt2946
1 files changed, 0 insertions, 2946 deletions
diff --git a/old/66803-0.txt b/old/66803-0.txt
deleted file mode 100644
index 6e501e4..0000000
--- a/old/66803-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2946 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 398: Duister New-York, by
-Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 398: Duister New-York
-
-Author: Kurt Matull
- Theo Blakensee
- Felix Hageman
-
-Release Date: November 23, 2021 [eBook #66803]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 398: DUISTER
-NEW-YORK ***
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 398 DUISTER NEW-YORK
-
-
-
-
-
-
-
-
-DUISTER NEW-YORK.
-
-
-HOOFDSTUK I.
-
-DE ONVERWACHTE ONTMOETING.
-
-
-Sedert eenige dagen hielden de Amerikaansche, naar vooral de
-New-Yorksche bladen zich bijna uitsluitend bezig met het zonderlinge
-geval van den heer Albert Clapham, den rijken, eenigszins excentrieken
-effectenhandelaar, die in een der deftigste wijken van de wereldstad
-een fraai huis bewoond had.
-
-Bewoond had—want hij was sedert enkele dagen spoorloos verdwenen, en
-men wist volstrekt niet, waar hij zich op dat oogenblik kon bevinden.
-
-De zaak baarde zooveel opzien, dat men er zelfs de tamelijk gespannen
-verhouding met Engeland en Japan bij ten achter stelde, en de menschen
-op straat vochten als het ware om de extra-edities der bladen, waarmede
-de krantenjongens luid gillend, als een troep woeste Indianen, uit de
-verschillende dagbladdrukkerijen kwamen stormen.
-
-Dan sloegen zij het eerst de pagina op, waar zij het verslag van de
-zonderlinge zaak wisten te vinden, en begonnen ijverig te lezen.
-
-Sedert eenige maanden was de criminaliteit in New-York tot een
-ongekende hoogte gestegen, en de politie zat, zooals men dat noemt, met
-de handen in het haar.
-
-Weliswaar stelde zij alles in het werk om het gespuis, dat New-York
-onveilig maakte, met alle middelen te bestrijden, en de
-hoofdcommissaris van politie had reeds een lijstje gepubliceerd van
-maatregelen, welke hij dacht te nemen, om den strijd tegen de bandieten
-met goed succes te kunnen voeren, die zich in den laatsten tijd
-veelvuldig van automobielen trachtten te bedienen bij het verrichten
-van hun euveldaden—en in de meeste gevallen waren ook deze auto’s,
-waaronder zeer kostbare exemplaren, van roof en diefstal afkomstig.
-
-Maar dit alles scheen niet zeer veel uit te werken, tenminste van de
-resultaten zag men niet veel, en het New-Yorksche publiek van de
-laagste tot de hoogste standen begon zeer ongerust te worden, daar de
-bandieten zich zelfs niet ontzagen, arbeidersvrouwen van hun bescheiden
-sieraden te berooven, toen er eensklaps hulp kwam opdagen van een
-zijde, waarvan men die het allerminst had verwacht.
-
-Er was een geheimzinnig personage ten tooneele verschenen, die,
-waarschijnlijk met de hulp van een tweetal makkers, mede den strijd
-tegen het geboefte scheen te hebben aangebonden, en na eenigen tijd
-wist de politie, wie dit personage was—niemand anders dan de Groote
-Onbekende, de langgezochte Londensche Gentleman-Inbreker, John Raffles.
-
-Ja, hij moest in New-York zijn, de stoutmoedige avonturier, het kon
-niet anders.
-
-Alle verschijnselen wezen er op.
-
-Zijn onvindbaarheid, de ongeloofelijke snelheid, waarmede hij zich
-scheen te kunnen verplaatsen, de weergalooze vlugheid, waarmede hij
-handelend optrad,—dat alles kenmerkte den man, die reeds zoovele jaren
-vruchteloos gezocht werd door Scotland Yard.
-
-In weinige dagen tijds had John Raffles kans gezien om niet minder dan
-een vijftiental bandieten van de ergste soort in handen van de politie
-over te leveren—ofschoon hieraan dadelijk moet worden toegevoegd, dat
-meer dan de helft van dit aantal aanstonds naar het ziekenhuis vervoerd
-had moeten worden, en dat twee hunner slechts als lijken werden
-gevonden, met revolverschoten door het hoofd.
-
-En nu stonden de bladen vol van het geval ten huize van den zooeven
-genoemden Clapham, waar de politie, na een geheimzinnige telefonische
-boodschap, negen mannen had gevonden, de meesten deerlijk toegetakeld
-en buiten kennis, allen stevig geboeid en als het ware opeengestapeld
-in den hoek van een vertrek, dat een ongeloofelijke verwarring
-vertoonde, en waar uit alles bleek, dat er een hevige worsteling had
-plaats gehad—men vond er een kostbaar porselein eetservies totaal in
-scherven gevallen, een zware tafel, die wel tachtig kilo woog, waarvan
-twee der pooten gebroken waren, en verder twee eiken stoelen, waaraan
-letterlijk niets meer heel was.
-
-Overal op het tapijt vond men bloedsporen—maar van den heer des huizes
-was niets te bespeuren.
-
-En hoe het kwam dat die negen mannen daar geboeid bijeen waren, zou wel
-altijd een raadsel zijn gebleven, als een hunner, een ontvlucht
-moordenaar, die uit de gevangenis had weten te breken, een week voor
-hij op den electrischen stoel terecht zou worden gesteld, niet was gaan
-„doorslaan”, zooals de vakterm luidt, wellicht in de hoop, dat hem dit
-het leven kon redden, en verklaard had, dat men zich daar in het
-prachtige huis van Clapham had bevonden, ten einde zich er meester te
-maken van de beide helpers van John Raffles, die men in de val had
-weten te lokken.
-
-Men kan zich de consternatie van de New-Yorkers voorstellen, toen zij
-op deze wijze te weten kwamen, dat Clapham, die toegang had tot de
-deftigste kringen, de vriend en medeplichtige was geweest van niemand
-anders dan Black Pete, de man die met het befaamde „Meisje met de
-Madonna-Oogen”, een bende misdadigers aanvoerde.
-
-En toch kon er niet aan getwijfeld worden—het moest zoo zijn, want een
-andere oplossing was ondenkbaar.
-
-Met eindelooze moeite had men, met behulp van tolken, den Russischen
-butler en den Chineeschen bediende van Clapham kunnen ondervragen, en
-dezen hadden gezegd, dat hun meester hen op dien bewusten avond vrijaf
-had gegeven, zoodat zij volstrekt niets wisten van wat er was
-voorgevallen.
-
-Daar het volkomen ondenkbaar was, dat de beide helpers van Raffles
-benevens de negen bandieten daar in huis waren geweest, zonder
-toestemming van Clapham, zoo stond zijn medeplichtigheid buiten twijfel
-vast, en hij had er zijn zaak niet beter op gemaakt, door de vlucht te
-nemen.
-
-Hoe het ook zij—de twee vrienden van Raffles hadden een hevigen strijd
-geleverd met de negen boeven, en volgens de verklaringen van den ter
-dood veroordeelde, een glansrijke overwinning bevochten, zonder zelven
-iets meer dan een paar schrammen op te loopen.
-
-De man voegde er als het ware tot zijn verontschuldiging bij, dat een
-hunner twee tegenstanders een man was geweest van buitengewone
-lichaamskracht, een ware reus, die een zwaren eikenhouten stoel
-gehanteerd had, zooals een ander een licht wandelstokje deed, terwijl
-zijn makker maar al te goed met zijn revolver bleek te kunnen omgaan.
-
-Hij gaf verder als zijn vermoeden te kennen, dat de beide vrienden van
-Raffles, nadat zij er in geslaagd waren, uit het huis te ontvluchten,
-waar men hen had willen dooden, zich hoogst waarschijnlijk zoo snel zij
-konden begeven hadden naar een tamelijk afgelegen villa, waar op dat
-zelfde oogenblik John Raffles zich in de macht bevond van een paar
-dozijn bandieten, onder aanvoering van Black Pete en het „Meisje met de
-Madonna-Oogen,” waar men hem op langzame wijze ter dood had willen
-brengen.
-
-De man duidde het huis ook aan, de politie stelde er onmiddellijk een
-onderzoek in, maar zij vond het nest verlaten, zij vond er slechts twee
-lijken van lang gezochte misdadigers, die beide eenige zeer zware
-misdaden op hun geweten hadden.
-
-Men ontdekte ook velerlei aanwijzingen, dat er in huis gevochten was,
-kogelgaten in de zijwanden van een gang, bloedsporen op den vloer, en
-verder een klein vertrekje, waar slechts een groote houten brits was
-geplaatst, ongeveer boven het midden van die brits hing aan een dunnen
-staaldraad een zwaar gewicht, waaronder in het midden het heft was
-bevestigd van een vlijmscherp geslepen slagersmes.
-
-Bij nader onderzoek bleek, dat men dit gewicht door middel van een
-uurwerk in het aangrenzende vertrek zeer langzaam kon laten dalen, en
-het doel er van was maar al te duidelijk geweest.
-
-De ter dood veroordeelde bleek dus waarheid te hebben gesproken, maar
-van de misdadigers kon men geen spoor meer ontdekken, evenmin trouwens
-als van Raffles zelf, die blijkbaar bijtijds door zijn beide trouwe
-helpers gered was.
-
-Het behoeft geen betoog, dat er over een en ander ellenlange berichten
-in de New-Yorksche bladen verschenen, voorzien van vetgedrukte
-opzienbarende opschriften.
-
-Alle bladen gaven hun meening over het geval te kennen, en er waren er
-niet weinigen onder, die ronduit te kennen gaven, dat men een man als
-John Raffles straffeloosheid moest waarborgen, en moest trachten, hem
-over te halen, voor goed dienst te nemen in de gelederen van de
-politie, want het bleek maar al te duidelijk, dat hij in weinige dagen
-wist te bereiken, waartoe het geheele politiecorps met al zijn
-voortreffelijke hulpmiddelen maandenlang niet in staat bleek te zijn
-geweest.
-
-Als men Raffles maar eens zijn gang liet gaan, dan zou hij zeker
-slechts een paar maanden behoeven, om alle misdadigers van New-York tot
-den laatsten man uit te roeien.
-
-Raffles zelf kon slechts glimlachen om deze naïeve raadgevingen van de
-bewuste bladen.
-
-Op het oogenblik dat ons verhaal een aanvang neemt, bevond hij zich in
-gezelschap van zijn trouwen vriend Charly Brand in de conversatiezaal
-van het Astor-Hotel.
-
-De beide mannen waren, daar het uur van het diner reeds voorbij was, in
-avondtoilet gestoken, en zagen er uit als lieden, die zich een weinig
-verveelden.
-
-Maar Raffles verveelde zich in het geheel niet.
-
-Hij was integendeel in volle actie, met alle zenuwen en spieren
-gespannen, want hij bevond zich nog altijd midden in den strijd tegen
-de misdadigers van duister New-York.
-
-Hij had gedurende eenige dagen met Charly Brand en zijn trouwen
-chauffeur James Henderson de rol vervuld van werkelooze arbeiders uit
-Chicago, teneinde op deze wijze in aanraking te komen met de lieden,
-die hij zocht, en dit was hem ook voortreffelijk gelukt, maar
-voorloopig zou hij zich weder in een ander karakter moeten vertoonen,
-want de bandieten zouden in den eersten tijd waarschijnlijk met diep
-wantrouwen bezield zijn jegens alles wat werkeloos heette.
-
-Met veel moeite was Raffles er in geslaagd, niet ver van het
-Astor-Hotel een tamelijk ruim zoldervertrek te huren, waar hij, als het
-noodig was, met Charly en Henderson kon slapen, maar dat hij had
-gehuurd onder voorwendsel, een thuiswerkend kleermaker te zijn.
-
-Het was een goed verzinsel, want op deze wijze was hij in staat heel
-wat kleederen hier heen te brengen, die hem naderhand konden dienen,
-als hij zich weder zou moeten vermommen.
-
-Maar op dit oogenblik zaten Raffles en Charly tegenover elkaar,
-onberispelijk gekleed, en bliezen kleine wolkjes uit hun fijne
-sigaretten.
-
-„Ik zou wel eens willen weten,” begon Charly na eenigen tijd op zachten
-toon, „hoe het met Black Pete is afgeloopen.”
-
-„Hij heeft zich natuurlijk met de anderen zoo snel als hij kon uit de
-voeten gemaakt, daar hij wel begrepen zal hebben, dat wij na uit dat
-vervloekte huis ontvlucht te zijn, ons zouden haasten, bij de eerste de
-beste gelegenheid de politie te telefoneeren, en hun op het dak te
-sturen.”
-
-„En het „Meisje met de Madonna-Oogen”, die dochter des duivels beter
-gezegd, die naast je brits gezeten was, om te kunnen genieten van je
-laatste stuiptrekkingen?”
-
-„Ik ben bang, dat Henderson haar een weinig hardhandig heeft
-aangepakt,” antwoordde Raffles schouderophalend, „maar ook zij heeft
-zich in ieder geval in veiligheid weten te stellen, anders zouden wij
-wel van haar arrestatie in de bladen hebben gelezen.”
-
-„Een lief kind,” hernam Charly schamper.
-
-„Het is een pathologisch geval, Charly,” hernam Raffles bedaard. „Het
-is een geval voor den psycholoog—ik ben overtuigd, dat dat schepsel met
-haar uiterlijk van een engel zich op de grens van den waanzin bevindt.
-Op een andere wijze valt het niet te verklaren, dat een vrouw er
-behagen in kan scheppen, getuige te zijn van den doodstrijd van een
-man, die haar alles welbeschouwd, nimmer eenig lichamelijk letsel had
-toegebracht. Ik had haar vroeger eens honderd vijftig duizend dollar
-afgenomen, het resultaat van heel wat zwaren arbeid van haar en haar
-kornuiten, maar dit is toch geen afdoende reden om met genoegen toe te
-zien, hoe een vlijmscherp mes langzaam maar onverbiddelijk daalt, en
-even langzaam de borst van een levend wezen doorboort, en niet op de
-plek waar het hart zit, maar juist daar waar de minst kwetsbare deelen
-zich bevinden.”
-
-„Ik geloof waarachtig, dat je haar nog tracht voor te spreken,” zeide
-Charly verontwaardigd.
-
-„Ik tracht te verklaren, Charly, dat is heel iets anders,” hernam
-Raffles kalm. „Voor mij is het „Meisje met de Madonna-Oogen” niets
-anders dan een hysterische, neurasthenische vrouw, wat natuurlijk niet
-zeggen wil, dat mij dit belet, haar te vervolgen, zooals men schadelijk
-wild vervolgt, want het nadeel dat zij de maatschappij kan berokkenen,
-is onmetelijk.”
-
-„Wat ben je nu eigenlijk van plan?” vroeg Charly weder.
-
-„Om te beginnen zullen wij een dag uitrusten. Wij hebben een tamelijk
-zwaren tijd achter den rug, en wij mogen wel eens vacantie nemen. Dan
-zullen wij onze zolderkamer wat gemakkelijk inrichten met wat meubels,
-en in het kleine kookhokje moet voor Henderson een fornuis geplaatst
-worden, want niemand kan zeggen of het niet eens noodig zal zijn, daar
-een toevlucht te zoeken. Wij zullen er ons hoofdkwartier vestigen, en
-vandaar zullen wij het nieuwe offensief beginnen. Wij kennen nu reeds
-heel wat bandieten van aanzien, wij kennen met name Black Pete, wij
-weten waar hij zich pleegt op te houden, het is ons ook bekend, waar
-hij en zijn trawanten plegen te vergaderen, en te zijnertijd zullen wij
-met die wetenschap ons voordeel doen.”
-
-Hij wilde nog iets zeggen, maar onder het spreken was zijn blik op de
-deur gevallen, die uitkwam op de groote vestibule, en in zijn oogen was
-iets te lezen, wat de opmerkzaamheid van Charly aanstonds trok.
-
-De blik van Raffles was gevestigd op een tweetal personen, die zooeven
-waren binnengetreden.
-
-De eene was een eerwaardig, deftig gekleed heer, zeker een jaar of
-zestig op zijn minst, met bijna wit haar en witte bakkebaarden, en de
-andere een jong meisje, met kort geknipt zwart haar, à la page
-opgemaakt, en zeer eenvoudig gekleed.
-
-De oude heer had beschermend zijn arm om de schouders van het meisje
-geslagen, dat de oogen op den grond gevestigd hield, en voerde haar,
-terwijl hij haar zachtjes toesprak, naar een der talrijke rustbanken,
-die in het vertrek verspreid stonden.
-
-Het was waarlijk een aandoenlijk tooneeltje, zooals die oude,
-eerwaardige heer daar behoedzaam voortschreed, het meisje half
-ondersteunend, dat zeer uitgeput en vermoeid scheen te zijn.
-
-„Waar kijk je zoo naar?” vroeg Charly nieuwsgierig.
-
-„Naar dien ouden heer en dat jonge meisje, die zooeven zijn
-binnengetreden. Ik wilde wel dat zij haar oogen eens opsloeg.”
-
-„Waarom?” vroeg Charly verbaasd.
-
-„Omdat....”
-
-Raffles voltooide den zin niet, maar greep den arm van Charly, en de
-jonge man voelde, dat de vingers van zijn vriend zich als stalen veeren
-om zijn vleesch klemden.
-
-Het jonge meisje had zooeven de oogen opgeslagen en een schuwen blik in
-het rond geworpen, om de omgeving op te nemen die haar vreemd moest
-zijn.
-
-Toen zeide Raffles zachtjes, maar op vasten toon:
-
-„Zij is het.”
-
-„Wie?”
-
-„Het „Meisje met de Madonna-Oogen”, de minnares van Black Pete. Canny,
-ook wel Elise Maydrift geheeten.”
-
-„Maar Edward, je moet je vergissen, dat meisje heeft kortgeknipt haar,
-dat bovendien gitzwart is, en Canny heeft weelderig, lang blond haar.”
-
-„Ik blijf bij wat ik gezegd heb,” hernam Raffles kortaf. „Ik zie niet
-in waarom men zijn haar niet kan afknippen en verven. Ik ben zeker van
-mijn zaak. Als men in het gezicht is van den dood, en het gelaat van de
-vrouw, die ons dien dood gebracht heeft, bevindt zich slechts op
-weinige centimeters van onze oogen, dan vergeet men zoo’n gelaat niet
-zoo licht.”
-
-„Maar, als je dan zoo zeker van je zaak bent, waarschuw dan
-onmiddellijk de politie, en laat haar en haar medeplichtige
-arresteeren.”
-
-„Wie zegt je dat die oude heer haar medeplichtige is?” hernam Raffles,
-die tersluiks het paar in het oog hield. „Hij kan haar slachtoffer wel
-zijn.”
-
-„Om het even. Waarschuw in ieder geval de politie. Wil ik even
-telefoneeren?”
-
-Charly maakte reeds een beweging om op te staan, maar Raffles drukte
-hem weer op zijn stoel neer, en antwoordde bedaard:
-
-„Blijf zitten. Wij verliezen er niets mee als wij wachten. Ik wil eens
-zien, in welke verhouding die twee tot elkaar staan. Die man ziet er
-uit als de beschermer van dat lieve kind.”
-
-„En hoe wil je dat ontdekken?”
-
-„Door er hem naar te vragen, Charly,” antwoordde Raffles lakoniek.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK II.
-
-CANNY IN EEN NIEUWE ROL.
-
-
-Raffles zou niet lang behoeven te wachten, alvorens zijn
-nieuwsgierigheid voldaan zou worden.
-
-De oude heer met het witte haar had een kelner gewenkt, en een
-oogenblik later stonden er een paar schotels en een bord voor het jonge
-meisje, dat haastig, maar blijkbaar zeer verlegen begon te eten,
-terwijl haar beschermer glimlachend toekeek.
-
-Charly volgde aandachtig haar bewegingen, en zeide na eenigen tijd:
-
-„Als zij het is, Edward, dan speelt zij haar rol in ieder geval
-voortreffelijk. Zij ziet er juist uit als zoo’n onschuldig, verlegen
-verschoppelingetje, dat thuis meer slaag dan eten krijgt, en dat nog
-nooit in zulk een deftig hotel als dit geweest is. Hoe het zij, zij is
-toch werkelijk bijzonder mooi.”
-
-„Dat is een ratelslang in haar soort ook, Charly. En zie eens naar den
-tijger. Een en al sierlijkheid, kracht en gratie, er is bijna geen
-schooner dier ter wereld. Maar de slang zoowel als de tijger zijn
-gevaarlijk, en men doet het best, hen te bestrijden, waar men hen
-ontmoet.”
-
-Het jonge meisje had nu en dan schichtig rondgekeken, en haar oogen
-waren ook een paar maal afgedwaald in de richting van Raffles en
-Charly, maar zij herkende hen niet, dat was duidelijk.
-
-Na eenigen tijd had zij den maaltijd beëindigd, en zij scheen nu den
-ouden heer verlegen met een paar woorden te bedanken, die haar goedig
-toeknikte, op zijn horloge keek en opnieuw den kelner wenkte.
-
-De man trad naderbij, de oude heer sprak eenige woorden tot hem, het
-meisje stond op, scheen de hand van den grijsaard te willen kussen,
-hetgeen deze haastig belette, en verliet daarop met den kelner de
-conversatiezaal en menige blik keek het fraaie, lenige figuurtje van
-het meisje na.
-
-Dat deden ook Charly Brand en Raffles, maar zij waren met eenigszins
-andere gevoelens bezield als de heeren, die zoo vol bewondering hun oog
-op het fraaie figuurtje hadden laten rusten.
-
-De grijsaard had een rumgrog besteld, en dronk er met langzame teugjes
-van, terwijl hij nu en dan in gedachten verzonken, meewarig het hoofd
-schudde.
-
-Toen de kelner de schalen en het bord weder had weggenomen, de oude
-heer moest wel zeer rijk zijn, en goede fooien geven, want in de
-conversatiezaal werd nooit gegeten, gaf Raffles Charly Brand een wenk,
-en zeide zacht:
-
-„Ga mee, wij zullen dien ouden man eens trachten uit te hooren.”
-
-„Hij ziet er nog al goedig uit.”
-
-„Om niet te zeggen een weinig onnoozel, Charly,” merkte Raffles op.
-
-De beide vrienden waren opgestaan, en richtten langzaam hun schreden
-naar de sofa, waarop de grijsaard gezeten was, die hun nadering niet
-eens scheen op te merken.
-
-Pas toen Raffles en Charly aan den anderen kant van het kleine tafeltje
-stonden, keek hij op, verschoof zenuwachtig zijn gouden bril, en
-Raffles keek in een paar klare, kinderlijke blauwe oogen, met den
-goedigen blik van een volkomen evenwichtig mensch.
-
-De oude heer had een fijn, wat bleek gelaat met een hoog voorhoofd, het
-gelaat van den geleerde of van den kunstenaar.
-
-„Een oudheidkenner, een Egyptoloog waarschijnlijk,” mompelde Raffles in
-zichzelf.
-
-Toen boog hij hoffelijk voor den ouden heer, en zeide op zachten toon,
-opdat men hem aan de naburige tafeltjes niet zou verstaan:
-
-„Ik vraag u verschooning mijnheer, en om verlof mijzelf en dezen heer
-aan u voor te stellen. Ik ben graaf Crasham en dit is mijn secretaris,
-Oliver Brown.”
-
-„Heel aangenaam, heel aangenaam, heeren,” hernam de oude heer, terwijl
-hij halverwege opstond, en Raffles een fijne, witte hand toestak,
-terwijl hij voor Charly Brandy een buiging maakte. „Mijn naam is Jerome
-Daring, uit Saint Louis. Mag ik weten...?”
-
-„Dat zult gij aanstonds hooren, mijnheer Daring,” antwoordde Raffles
-glimlachend. „Wilt gij ons toestaan om even plaats te nemen? Wat wij u
-te zeggen of liever te vragen hebben is van tamelijk groot gewicht.”
-
-„Maar dat spreekt toch vanzelf, mijne heeren,” riep de grijsaard
-haastig uit. „Neem plaats wat ik u verzoeken mag.”
-
-Charly en Raffles gingen zitten.
-
-Om hen heen begonnen de bezoekers van de conversatiezaal reeds in
-aantal te minderen.
-
-Het was omstreeks half elf in den avond.
-
-Raffles keek nog eenige oogenblikken zwijgend naar het gelaat van den
-ouden heer, dat eenige verbaasde afwachting vertoonde, en hernam toen:
-
-„Ik zou voor alles ter wereld niet willen, mijnheer Daring, dat gij mij
-voor een onbescheiden man zoudt houden, die zich mengt in de
-aangelegenheden van personen, die hem nog weinige minuten geleden
-geheel vreemd waren.”
-
-„Gij maakt mij werkelijk nieuwsgierig, mijnheer,” zeide Jerome Daring
-verwonderd. „Wat kunt gij mij toch wel te zeggen hebben?”
-
-„Gij zult het aanstonds vernemen, laat mij beginnen met u een vraag te
-stellen.”
-
-„Ik luister, mijnheer.”
-
-„Wilt gij mij zeggen, wie het jonge meisje was, die zooeven hier in uw
-gezelschap een klein souper heeft gebruikt?”
-
-„Als gij haar naam wilt weten, dan kan ik u dien mededeelen, mijnheer,
-maar voor het overige is mij nog slechts zeer weinig van het
-ongelukkige meisje bekend.”
-
-„Ei zoo? En hoe luidt haar naam?”
-
-„Zij heet Margret Jefferson,” antwoordde Daring. „Zoudt gij haar soms
-kennen?”
-
-„Dat geloof ik haast wel, mijnheer Daring, al is het dan juist niet
-onder dien naam.”
-
-„Niet onder dien naam!” herhaalde Daring, wiens verbazing toenam. „Wat
-wilt gij daar in ’s hemelsnaam mede zeggen?”
-
-„Gij zult spoedig genoeg de bedoeling van mijn opmerking begrijpen,
-mijnheer Daring,” hernam Raffles. „Hebt gij er niets op tegen om ons
-mede te deelen, op welke wijze en sedert wanneer gij met.. Margret
-Jefferson in kennis zijt gekomen?”
-
-„Ik moet bekennen, mijnheer, dat uw vragen mij wel eenigszins
-verrassen,” hernam de oude man, terwijl zijn fijn geteekende
-wenkbrauwen zich lichtelijk fronsten, „maar ik neem aan dat gij een
-bepaalde reden hebt om ze mij te stellen, en ik behoef er ook volstrekt
-geen geheim van te maken. Ik ken het jonge meisje pas sedert eenige
-uren, en ik maakte kennis met haar vlak voor het Olympic Theater, waar
-ik de voorstelling had willen bijwonen. Maar ik wil het u gaarne
-vertellen, de ernst van uw gelaat, en de aard van uw vragen boezemen
-mij eenige ongerustheid in. Toch kan ik mij volstrekt niet voorstellen,
-wat ik mij wel te verwijten zou hebben.”
-
-„Van u is in het geheel geen sprake, mijnheer Daring,” hernam Raffles
-glimlachend, en met een blik in de lichtblauwe, eerlijke oogen van den
-man die tegenover hem zat.
-
-„Nu dan, ik ben hier met mijn eigen auto sedert een week, om deel te
-nemen aan het Internationale Congres van Asyrologen, dat nog tot morgen
-zal duren. Om u de waarheid te zeggen, ben ik geen oprecht
-congresganger, maar er werden eenige onderwerpen behandeld, waarin ik
-juist bijzonder veel belang stel.”
-
-„Dan heb ik dus de eer en het voorrecht, te spreken met den befaamden
-oudheidkenner Daring?” riep Raffles uit. „Laat mij u dan zeggen,
-professor, dat uw roem tot—tot zeer ver is doorgedrongen.”
-
-Daring keek zoo verlegen als een schooljongen, die ten aanhoore van de
-geheele klasse geprezen wordt, en mompelde:
-
-„Ik ben blij het te vernemen, mijnheer, toch ben ik maar een bescheiden
-werker, half en half een amateur. Gelukkig ben ik zeer rijk, en het is
-misschien verkeerd, maar een zeer groot gedeelte van mijn fortuin heb
-ik besteed, en besteed ik nog altijd aan onderzoekingen van de
-Asyrische oudheid.”
-
-„Men kan zijn geld wel op slechtere wijze besteden, professor Daring,”
-gaf Raffles te kennen.
-
-„Ik zelf leef tamelijk bescheiden, en ik gebruik slechts mijn auto,
-omdat het mij heel wat goedkooper uitkomt, bij het doel van mijn
-talrijke reizen, wanneer ik naar allerlei steden trek, om daar de
-gemeentelijke bibliotheken en particuliere verzamelingen te gaan
-bestudeeren. Maar laat ik thans mijn verhaal vervolgen.”
-
-Daring trok weer eenige malen zenuwachtig aan zijn gouden bril, plukte
-aan zijn spitsen, witten baard, en hernam:
-
-„Mijn chauffeur Buster, die allang in mijn dienst is, had mij dus met
-mijn eigen auto naar het Olympic Theater gebracht. Laat ik u zeggen,
-dat ik in dit hotel logeer. Ik was juist uitgestegen, en zeide iets
-tegen Buster, toen ik een kleine hand op mijn arm voelde. Ik keek
-verbaasd om, en zag een zeer bleek meisje, een kind nog bijna, dat
-blijkbaar op het punt stond in zwijm te vallen, en steun bij mij scheen
-te hebben gezocht. En voor ik haar kon grijpen, was zij langs mij neer
-gegleden, en viel languit op straat.
-
-„Ik bukte mij over haar heen, door medelijden aangegrepen, en dadelijk
-verzamelden zich eenige nieuwsgierigen om ons heen. En hier en daar
-hoorde ik de opmerking maken: „Van honger flauw gevallen.””
-
-Het scheelde weinig, of de oude professor had tranen in de oogen
-gekregen bij de herdenking van het droevige geval.
-
-Hij speelde met het lepeltje in zijn half geledigd glas grog, en
-hernam:
-
-„Ik aarzelde geen oogenblik, maar besloot dadelijk, mij over het arme
-schepseltje te ontfermen, dat ellendig gekleed was, veel te dun voor
-den tijd van het jaar. Ik beval Buster haar voorzichtig in de auto te
-zetten, en gaf er de voorstelling aan, teneinde mij met mijn kleine
-beschermelinge te kunnen bemoeien. Tijdens den rit trachtte ik met alle
-middelen, het arme kind weder tot bewustzijn te brengen. Ik had
-gelukkig wat eau de cologne bij mij, waarvan ik wat op mijn zakdoek
-uitstortte, en hiermede bette ik haar slapen. Na ongeveer vijf minuten
-sloeg zij de oogen weder op, en keek verwilderd om zich heen. En weet
-gij wat het eerste woord was wat zij sprak, mijnheer?”
-
-„Moeder, waar ben ik?” antwoordde Raffles, zonder een spier van zijn
-gelaat te vertrekken.
-
-De oude professor gaf een woesten ruk aan zijn bril, zoodat hij hem
-bijna van zijn neus getrokken had, en kwam op boozen toon:
-
-„Hoe komt gij daarbij, mijnheer? Gij houdt mij toch niet voor den gek?
-Waarom denkt gij dat zij zooiets geroepen zou hebben?”
-
-„O, in alle comediestukken wordt dat steeds door de heldin onder
-dergelijke omstandigheden uitgeroepen, professor,” antwoordde Raffles
-kalm.
-
-„Maar mijnheer, die vergelijking gaat toch mank,” riep Daring
-verontwaardigd uit. „Hoe kunt gij een tooneelspeelster op één lijn
-stellen met dat beklagenswaardige, verlaten schepseltje?”
-
-„Misschien blijkt dat naderhand wel, professor. Laat ons ter zake
-komen. Wat riep zij dan wel?”
-
-„Honger! Dat riep zij, mijnheer, is het niet vreeselijk?”
-
-„Het zou inderdaad zeer erg geweest zijn, professor, als die uitroep
-oprecht gemeend was.”
-
-„Twijfelt gij daar dan aan?” riep de oude professor kwaad uit. „Zijt
-gij een menschenhater? Wantrouwt gij iedereen? Kunt gij alleen het
-slechte en het verkeerde in de menschen zien?”
-
-„Ik erken, professor, dat een langjarige ervaring mij niet bepaald tot
-een optimist heeft gemaakt,” antwoordde Raffles ernstig. „Maar ga eerst
-door wat ik u verzoeken mag, dadelijk zal u wel blijken waarom ik die
-opmerking maakte.”
-
-„De uitroep van het arme kind trof mij diep, mijnheer, en ik stelde
-haar dadelijk eenige vragen. Ik kon mij volstrekt niet begrijpen, dat
-zulk een bevallig jong meisje door haar ouders zoo slecht werd
-behandeld. Maar toen ik naar hen vroeg, moest zij mij antwoorden, dat
-zij nog slechts een stiefvader had, die haar bitter slecht behandelde,
-haar liet bedelen, ja, haar daarvoor van de school had genomen, en haar
-erbarmelijk sloeg. Zij liet mij als bewijs daarvan blauwe plekken zien
-boven haar pols, het arme kind.”
-
-„Aan den linkerpols?” vroeg Raffles op levendigen toon.
-
-„Zoo is het, mijnheer,” antwoordde Daring verbaasd. „Waarom vraagt gij
-dat?”
-
-„Omdat ik weet, professor, wie haar die blauwe plekken heeft bezorgd,
-maar ik verzeker u op mijn woord als gentleman, dat het niet haar
-stiefvader was. Gij ziet mij verbaasd en verschrikt aan, en dat kan ik
-mij zeer goed begrijpen. Maar beëindig eerst uw verhaal, wat ik u
-verzoeken mag.”
-
-„Wel, mijnheer, er valt weinig meer aan toe te voegen,” hernam de oude
-geleerde. „Zij hing mij een droevig verhaal op van haar bestaan, zij
-snikte en zij zwoer, dat zij tot geen enkelen prijs weder naar den
-ellendeling wilde terug keeren, die haar iederen dag sloeg, bij wien
-zij honger leed, en die zelfs eenmaal getracht had, de nietswaardige
-schurk, zijn stiefdochter, een kind van nog geen vijftien jaren, geweld
-aan te doen. Haar verhaal maakte diepen indruk op mij, en ik vroeg mij
-af, wat nu mijn plicht was. Lang behoefde ik niet met mijzelf te rade
-te gaan, ik begreep, dat ik slechts een ding kon doen, dat meisje tot
-mij nemen, en te trachten, haar eenmaal begonnen opvoeding, die zij aan
-haar lieve moeder te danken had, te voltooien.”
-
-„En zij nam het aanbod dankbaar aan?”
-
-„Dat kunt gij u wel voorstellen,” riep Daring uit. „Zij barstte in
-snikken uit, en zeide, dat zij het mij later zou vergelden.”
-
-„O, dat zal zij ook wel doen, maar op eenigszins andere wijze,
-professor, dan gij u voorstelt,” kwam Raffles sarcastisch. „En dus
-slaapt het lieve kind hedennacht in dit hotel, en morgen, na de
-beëindiging van het congres voert gij haar naar Saint Louis?”
-
-„Ja, mijnheer, dat is mijn voornemen.”
-
-„Mag ik vragen of gij getrouwd zijt?”
-
-„Ja, mijnheer, met de beste vrouw ter wereld, die zonder eenigen
-twijfel aanstonds zal goedkeuren, wat ik deed.”
-
-Raffles leunde eenigen tijd in zijn stoel achterover, en keek den ouden
-geleerde aandachtig aan.
-
-Een warm gevoel van diep medelijden met dezen kinderlijken geleerde,
-dezen naïeven onbekende met het werkelijke leven, steeg in hem op.
-
-En toch begreep hij, dat hij geen oogenblik mocht aarzelen, om Daring
-van zijn waan te genezen.
-
-Deed hij het niet, dan viel er niet aan te twijfelen of er hing hem een
-groot ongeluk boven het hoofd.
-
-En als dat ongeluk eenmaal geschied was, zou de oude man immers toch en
-dan zeer plotseling vernemen, naar wie hij de beschermende hand had
-uitgestoken.
-
-En zoo begon hij op zachten toon:
-
-„Mag ik u vragen, professor, of gij iets dergelijks wel eens meer
-gedaan hebt?”
-
-„Eenige keeren, ja, inderdaad,” antwoordde de geleerde aarzelend.
-
-„En zeg mij eens eerlijk, heeft u dat nimmer berouwd?”
-
-„Een enkelen keer bleek ik met een ondankbare te doen te hebben gehad,
-mijnheer, maar alle uitzonderingen bevestigen immers den regel. De
-anderen hebben het voor hem dubbel en dwars goed gemaakt. En zeg mij nu
-toch eens eindelijk, waarom gij mij dit alles hebt gevraagd?”
-
-„Dat zal ik u zeggen, professor,” antwoordde Raffles. „Gij leest
-natuurlijk de bladen?”
-
-„Vluchtig, mijnheer, heel vluchtig. Bijna uitsluitend politieke en
-wetenschappelijke berichten.”
-
-Raffles glimlachte.
-
-Hoe had hij ook anders kunnen verwachten van dit groote kind, dat
-alleen maar belangstelling scheen te koesteren voor zijn geliefde
-wetenschap.
-
-„Dan hebt gij zeker nooit gelezen van het „Meisje met de
-Madonna-Oogen?””
-
-Daring schoof zijn gouden bril weder eenige malen met zijn fijne witte
-vingers heen en weer, en keek Raffles aan of hij te doen had met een
-wezen uit een andere wereld.
-
-Toen stotterde hij:
-
-„Wat is dat voor een zonderlinge naam? Neen, mijnheer, daar heb ik
-nooit van gehoord. Wie is dat?”
-
-„Dat is het meisje, professor, dat gij van de straat hebt opgeraapt, en
-dat hier zooeven gesoupeerd heeft,” antwoordde Raffles kortaf.
-
-Daring keek hem met open mond aan, en vroeg toen:
-
-„Is dat een bijnaam van haar?”
-
-„Zoo is het inderdaad, professor,” antwoordde Raffles. „Als gij de
-bladen eens goed hadt nagelezen in de laatste maand, dan zoudt gij haar
-haam herhaaldelijk hebben aangetroffen.”
-
-„Zij is dus algemeen bekend?” hernam de oude geleerde.
-
-„Dat is zij, professor, vooral bij de politie. Zij is een van de
-gevaarlijkste, en tevens sluwste misdadigsters van New-York, misschien
-wel van geheel Amerika.”
-
-Daring staarde Raffles sprakeloos aan.
-
-Toen fronste hij opnieuw zijn wenkbrauwen, en zeide op scherpen toon:
-
-„Gij vergist u, mijnheer, als gij denkt dat ik uw zottepraat nog langer
-zou aanhooren. Meent gij, dat ik die lasterlijke aantijgingen geloof
-schenk? Een kind van nog geen vijftien jaar, zooals zij mij zelf gezegd
-heeft!”
-
-„Ik ontken niet dat zij het gezegd heeft, professor, maar ik ontken dat
-zij inderdaad vijftien jaar is. Zij moet thans haar achttiende jaar
-reeds bereikt hebben.”
-
-„Maar zij is een kind, mijnheer, een lief onschuldig kind,” riep Daring
-wanhopig uit.
-
-„Neen, professor, zij is de minnares van een bandiet, en zij is een
-gevaarlijke comediante. Zij heeft u eenvoudig iets op de mouw gespeld.”
-
-„Dus, haar ineenzinken voor mijn voeten zou slechts comedie zijn
-geweest,” riep de oude professor uit, terwijl zijn lippen begonnen te
-beven.
-
-„Daaraan twijfel ik geen seconde. En de lieden die riepen, dat zij van
-honger was ineengezakt, waren in het complot. Maar stil, hier heb ik
-een avondblad van de „New-York Globe” in mijn zak. Lees dit eens met
-groote aandacht, professor. Het is wel is waar geen wetenschappelijk
-bericht, en evenmin is het politiek, maar ik ben er zeker van dat het u
-zal interesseeren.”
-
-Raffles had onder het spreken het blad uit zijn zak gehaald, en stak
-het toen opgevouwen aan Daring toe, die een oogenblik scheen te
-aarzelen, maar het toen Raffles bijna uit de handen trok, en haastig
-het bericht begon te lezen, dat Raffles hem had aangewezen.
-
-Het verhaal betrof het laatste avontuur van Raffles, hetwelk onzen
-lezers reeds bekend is, en waarbij Canny, de minnares van Black Pete,
-zulk een groote rol had vervuld.
-
-Toen professor Daring het bericht gelezen had, van de eerste tot de
-laatste letter, legde hij de krant neder, zette met bevende vingers
-zijn bril af, begon de glazen schoon te poetsen, ofschoon er geen
-smetje op te bespeuren viel, zette het instrument weder op, en barstte
-toen uit:
-
-„Ik moet bewijs hebben, bewijzen, verstaat gij. Ik laat mij niet alles
-wijsmaken. Gij kunt gemakkelijk zeggen, dat mijn kleine beschermelinge
-en dat misdadige schepsel een en dezelfde persoon zijn, maar met die
-mededeeling alleen behoef ik geen genoegen te nemen. Ik zeg u nog eens,
-dat ik bewijzen moet hebben.”
-
-„Die zijn niet zoo heel gemakkelijk te leveren, professor,” antwoordde
-Raffles op zachten toon. „Het creatuur heeft haar blonde haren
-opgeofferd, ze kort afgeknipt, en ze geverfd. Maar als gij nog slechts
-enkele dagen wacht, zal zij zelf u een bewijs leveren, zoo afdoende,
-dat gij het u jaren lang zult heugen. Want ik zeg u, dat zij zich
-slechts bij u heeft ingedrongen om u te bestelen. Haar medeplichtigen
-hebben natuurlijk van u gehoord, zij weten dat gij zeer rijk zijt, en
-zijn van oordeel, dat een geleerde als gij, van wiens weldadigheid zij
-natuurlijk wel vernomen hebben, een uitstekend sujet is, om grondig te
-worden geplunderd. Zij hebben zeker in lang niet zulk een gewillig
-slachtoffer gehad, en gij kunt er zeker van zijn, dat geen hunner
-twijfelt of de zaak zal op rolletjes loopen.”
-
-„En wilt gij mij nu eens zeggen, mijnheer, hoe gij wel tot de
-ontdekking zijt gekomen, dat mijn beschermelinge dezelfde persoon is,
-als.... die afschuwelijke misdadigster?” vroeg Daring, en er lag nu een
-heesche klank in zijn stem.
-
-„Het antwoord kan zeer eenvoudig luiden, ik heb haar herkend,
-professor, ondanks het kunstje met heur haar. En wat de blauwe plekken
-op haar linker pols betreft, een van mijn eigen vrienden heeft die
-plekken veroorzaakt, toen hij wel genoodzaakt was, haar uit zelfbehoud
-wat onzacht aan te grijpen.”
-
-Professor Daring had zwijgend toegeluisterd.
-
-Hij was zeer bleek geworden en de woorden van Raffles schenen een
-diepen indruk op hem te hebben gemaakt.
-
-Eensklaps hief hij het hoofd weder op en zeide op vasten toon:
-
-„Als gij de waarheid hebt gezegd, mijnheer, of liever, daar ik hieraan
-niet wil twijfelen, als het blijkt, dat gij u niet hebt vergist, dan
-zal ik u toonen, dat ik toch niet de onnoozele hals ben, waarvoor men
-mij wellicht wel eens aanziet. Ik huiver bij de gedachte, dat ik dat
-schepsel in mijn huis had willen brengen. En om aan alle onzekerheid
-een einde te maken, zal ik eenvoudig de politie laten roepen. Is het
-kind inderdaad onschuldig en heeft zij met deze zaak niets uit staande,
-dan zal ik die noodlottige vergissing later dubbel en dwars aan haar
-goed maken. Heeft zij dat echter wel, en is zij degene voor wie gij
-haar houdt, dan wil ik geen medelijden toonen voor die ontaarde
-bedriegster, dan is haar lot spoedig bezegeld.”
-
-„Als gij mijn raad wilt aannemen, professor,” hernam Raffles, „dan
-nemen wij niet aanstonds de politie in den arm. Ik twijfel geen
-oogenblik, of een schrander detective zou spoedig genoeg ontdekt hebben
-wat voor vleesch hij in de kuip had, ondanks de zwarte verf. Maar het
-„Meisje met de Madonna-Oogen” treedt zeker niet voor eigen rekening op,
-zij moet medeplichtigen hebben, en het zou mij heel wat waard zijn, als
-de politie tevens de andere bandieten kon vangen.”
-
-„Maar als gij gelijk hebt, mijnheer, dan durf ik dat meisje niet
-meenemen,” riep de professor uit. „Bedenk toch eens, dat ik een oud man
-ben, dat ik terugschrik voor alles wat gewelddadig is, en dat ik mijn
-lieve vrouw in geen geval mag blootstellen aan gelijksoortige gevaren,
-als hier in dit bericht worden afgeschilderd. Ik wist werkelijk niet,
-dat zoo iets bestond.”
-
-„Dan zijt gij een gelukkig man, professor,” hernam Raffles. „Gij leeft
-als het ware te midden der oude Assyriërs, en de hedendaagsche
-Amerikanen hebben uw belangstelling maar in zeer geringe mate. En toch
-is het van groot belang, dat de politie niet alleen deze misdadigster,
-maar ook haar medeplichtigen, zoo mogelijk op heeterdaad betrapt. Ik
-erken echter de onmogelijkheid om u in deze zaak een werkzaam aandeel
-te laten nemen, en daarom doe ik u het voorstel, slechts passief uw
-hulp te verleenen bij de ontmaskering en het onschadelijk-maken van dit
-zeer gevaarlijke schepsel.”
-
-„Maar hoe zou ik dat kunnen, mijnheer?” kwam professor Daring op
-wanhopigen toon.
-
-„Zeer eenvoudig, professor, door mij toe te staan, uw uiterlijk aan te
-nemen en uw rol te vervullen,” antwoordde Raffles, zoo bedaard alsof
-het de eenvoudigste zaak van de wereld was.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK III.
-
-DE MIJNEN GELEGD.
-
-
-Deze mededeeling scheen professor Daring ten zeerste te verrassen,
-hetgeen hij uitte door opnieuw zijn bril een geheel onnoodige
-reinigingskuur te laten ondergaan.
-
-De beteekenis van Raffles’ woorden scheen ook slechts geleidelijk tot
-hem door te dringen.
-
-Maar toen dit eindelijk het geval was, riep hij uit:
-
-„Dat kunt gij toch niet meenen? Gij neemt een loopje met mij! Gij zoudt
-in mijn plaats....?”
-
-„Stil, niet zoo luid! Het is volstrekt niet noodig, dat een van de
-kelners u hoort, professor! Men kan tegenwoordig niet te voorzichtig
-zijn, onder het bedienend personeel bevinden zich helaas meer
-medeplichtigen van een of andere bandietenbende, dan gij in uw
-naiveteit wel vermoedt.”
-
-„Wat wilt gij doen?” hernam Daring op zachten toon. „Maar voor gij mij
-die vraag beantwoordt, zeg mij eerst wie gij zijt! Spreek ik soms met
-een particulieren detective?”
-
-„Laten wij het daar voorloopig maar op houden, professor,” antwoordde
-Raffles glimlachend.
-
-„En wat is uw voorstel?”
-
-„Ik stel u voor in uw plaats met het jonge meisje naar Saint Louis te
-gaan!”
-
-„Maar dat is immers onmogelijk, mijnheer,” zeide de oude geleerde
-verbluft. „Iedereen kent mij daar!”
-
-„Ik zal zoo zeer op u gelijken, professor, dat iedereen mij voor u zal
-aanzien.”
-
-„Maar mijn vrouw, denkt gij, dat zij u ook niet zou herkennen?”
-
-„Gij moet uw vrouw telegrafisch waarschuwen, en haar zeggen, dat zij
-zich hier bij u komt voegen, of in welke stad gij maar wilt, als het
-maar niet in Saint Louis is.”
-
-„En gij wilt in mijn huis trekken, mijn bedienden bevelen, kortom,
-alles doen wat ik placht te verrichten?”
-
-„Ik erken, professor, dat daartoe heel wat vertrouwen in mijn persoon
-noodig is, veel meer dan een u geheel onbekend man van u mag
-verlangen,” hernam Raffles glimlachend.
-
-„De zaak is....” stotterde Daring.
-
-„De zaak is, professor, dat gij in staat zoudt zijn, mij zonder meer
-alles te laten doen, wat ik u daar vraag, zonder eenigen waarborg,”
-kwam Raffles, terwijl hij even de schouders optrok, „want uw vertrouwen
-in de menschen is inderdaad grenzenloos.”
-
-Hij had Charly, die nog geen woord had gesproken, een snellen blik
-toegeworpen, en vervolgde nu:
-
-„Maar ik zal zelf voor de noodige waarborgen zorgen, professor. Gij
-seint aan uw vrouw, dat zij alles wat eenige waarde heeft in uw huis,
-geld, effecten, goud en zilver, uw eetservies, als het van edel metaal
-gemaakt is, het huis moet uitzenden, ik zal wel zorgen voor een
-surrogaat, zoo bedriegelijk nagemaakt, dat alleen een vakman het
-verschil zou kunnen bespeuren.”
-
-Daring gaf niet aanstonds antwoord, de goede oude geleerde scheen
-geheel ontsteld te zijn door wat Raffles hem zooeven had medegedeeld en
-door zijn voorstel.
-
-Klaarblijkelijk had er een groote strijd in zijn binnenste plaats en
-hij rukte zoo woest aan zijn gouden bril, dat Charly ieder oogenblik
-vreesde het onmisbare voorwerp te zien stuktrekken.
-
-Toen keek professor Daring Raffles strak aan en zeide kortaf:
-
-„Ik moet erkennen, mijnheer, dat ik iets dergelijks in mijn geheele
-leven nog nimmer heb medegemaakt. Ik heb steeds gemeend een droge
-geleerde te zijn.”
-
-„Een geleerde met een gouden hart, professor,” viel Raffles hem in de
-rede.
-
-„Dat wilde ik niet zeggen, mijnheer,” hernam de geleerde. „Ik wilde
-slechts te kennen geven, dat de romantiek van mijn bestaan steeds verre
-is gebleven, en ik had nooit gedacht, dat ik haar nog ooit zou leeren
-kennen. Welnu, het zij dan zoo: Ik aanvaard uw voorstel. Maar ik stel
-een voorwaarde.”
-
-„Zij is van te voren ingewilligd, professor.”
-
-„Zeg dat niet te spoedig, gij zoudt er wel berouw van kunnen hebben,”
-vermaande Daring hem, terwijl hij dreigend den vinger ophief. „Gij
-verbindt u, als het ter elfder ure mocht blijken, dat gij u vergist
-had, 2000 dollar te storten in de kas van een of ander genootschap van
-liefdadigheid, dat ik u in mijn geboortestad wel zal aanwijzen, zoodra
-gij mij verlof zult hebben gegeven, mij weder naar mijn eigen huis te
-begeven.”
-
-„Toegestaan, professor,” zeide Raffles. „Ik weet zeker, dat ik, althans
-om die reden, mijn 2000 dollar in mijn zak zal kunnen houden. Ik ben al
-te zeker van mijn zaak.”
-
-De heldere blauwe oogen van den professor werden weder omfloerst, toen
-hij met doffe stem zeide:
-
-„Dat zou mij leed doen, groot leed. En het zou niet mijn gekwetste
-ijdelheid zijn, omdat ik mij zoo schromelijk bedrogen heb in iemands
-uiterlijk, noch het gevoel, dat men mij bedrogen heeft, dat mij zoo
-smartelijk zou aandoen. Dat is alleen de wetenschap, dat er onder zulk
-een aanvallig uiterlijk zulk een duivelsche ziel kan huizen.”
-
-„Ik kan daar slechts dit op zeggen, professor, dat gij klaarblijkelijk
-zeer weinig in de maatschappij hebt verkeerd,” hernam Raffles op
-bitteren toon. „Ware dit het geval, dan zoudt gij wel anders praten.”
-
-Een oogenblik heerschte er stilzwijgen en toen hernam Daring, na eenige
-malen met de hand over zijn voorhoofd te hebben gestreken:
-
-„Zeg mij eens, hoe ik het met de bedienden moet stellen. Moeten zij
-niet in het geheim worden genomen?”
-
-Raffles dacht even na, voor hij ten antwoord gaf:
-
-„Dat zou misschien wel het beste zijn, tenminste, wanneer gij niet te
-veel bedienden hebt, en wanneer zij allen volkomen te vertrouwen zijn.”
-
-„Wat dat betreft, daaromtrent kunt gij gerust zijn,” riep Daring uit.
-„Neen gij behoeft mij niet zoo onderzoekend aan te zien, in dit opzicht
-althans is mijn vertrouwen gerechtvaardigd. Ik heb slechts drie
-bedienden, want wij leven betrekkelijk eenvoudig en daarvan zijn er
-twee ongeveer vijf en dertig jaar geleden tegelijkertijd bij mij in
-dienst gekomen, en onze trouwe Sally, de keukenmeid, was er toen al
-vijf jaar.”
-
-„Dan zou ik in ieder geval de beide mannelijke bedienden maar door
-mevrouw uw echtgenoote laten waarschuwen. Gij hebt nog allen tijd om
-haar zeer uitvoerig in te lichten en gij kunt het zelfs per brief doen,
-als gij u nu aanstonds aan het schrijven zet.”
-
-„Ik volg uw raad op, mijnheer.”
-
-„Zeg mij eens, professor,” kwam Raffles, „hebt gij veel geld mede naar
-New-York genomen?”
-
-„Heel weinig, mijnheer. Waartoe zou ik het noodig hebben? Wij waren
-hier allen de gasten van het New-Yorksche Genootschap voor Asyrologie
-en als wij niet wilden, behoefden wij zelf geen dollarcent uit te
-geven.”
-
-„Nu, dat zullen de bandieten in ieder geval wel geweten hebben. Zijt
-gij gewoon in St. Louis veel geld in huis te hebben?”
-
-„Neen, dat geloof ik haast niet,” antwoordde de geleerde met een vaag
-glimlachje. „Eerlijk gezegd, weet ik het niet heel precies, ik ben wel
-eens een weinig verstrooid, maar mijn vrouw, mijn lieve Susanna, is van
-alle geldelijke omstandigheden beter op de hoogte, zij is eigenlijk
-mijn secretaresse, als ik geld noodig heb, schrijf ik eenvoudig een
-cheque, want het grootste gedeelte van mijn vermogen, dat weet ik heel
-goed, is op de bank van St. Louis belegd.”
-
-„Nu nog een vraag: Bevinden zich in uw huis veel voorwerpen van
-waarde?”
-
-„Van onvergelijkelijke waarde, mijnheer,” riep Daring met trots uit.
-„Ik heb een verzameling Egyptische, maar vooral Asyrische oudheden, die
-vruchteloos haars gelijken zoekt in heel Amerika en waarnaar men van
-heinde en ver komt kijken. De waarde is onschatbaar.”
-
-„Zeer waarschijnlijk hebben de bandieten ook dat geweten,” hernam
-Raffles. „Toch blijft het voor hen gevaarlijk, dergelijke zaken aan een
-ander museum, desnoods in Europa, te verkoopen. Aan den anderen kant is
-het herhaaldelijk voorgekomen, dat Amerikaansche verzamelaars, ik moet
-het tot mijn spijt zeggen, geen seconde geaarzeld hebben, om voor hooge
-prijzen prachtige en zeldzame stukken te koopen, waarvan zij zeer goed
-wisten, dat zij uit Europeesche musea of particuliere verzamelingen
-gestolen waren. Hoe staat het met gouden en zilveren voorwerpen?”
-
-„Ja, daar is geloof ik heel wat van aanwezig,” antwoordde de oude
-geleerde met een verlegen lachje. „Ik geloof, dat het tafelservies van
-zwaar zilver is, en dan heeft mijn vrouw veel gouden sieraden en andere
-dingen, juweelen en diamanten geloof ik, ik weet dat zoo niet, ik houd
-mij meestal uitsluitend met mijn studie bezig, en mijn Susanna vindt
-dat allemaal heel goed.”
-
-„Dat kan ik mij voorstellen, professor,” hernam Raffles op zachten
-toon, wonderlijk bewogen door de kinderlijke naiveteit van dezen
-waarachtig goeden man, die nog tot op het allerlaatste oogenblik bleef
-twijfelen aan de mogelijkheid, dat hij zich zou hebben kunnen vergissen
-in de persoon van het meisje, wier toekomst hij voorgoed had willen
-verzekeren.
-
-De drie mannen waren nu opgestaan en Raffles nam den geleerde een
-weinig terzijde en fluisterde hem toe:
-
-„Het is natuurlijk noodzakelijk, dat gij door niets verraadt, wat er in
-u omgaat, of dat gij weet, of althans vermoedt, dat er met de
-zoogenaamde Margret Jefferson iets niet heelemaal in orde is. Gij zult
-moeten laten voorkomen, alsof gij nog altijd in haar onschuld gelooft.”
-
-„Maar dat doe ik, mijnheer, dat doe ik!” kwam de oude heer driftig.
-„Gij zult bedrogen uitkomen, ik waarschuw u. Gij zijt uw tweeduizend
-dollar kwijt, daarvan ben ik zeker. Ik kan en ik wil het niet gelooven,
-dat dat meisje slecht is, dat kind met haar onschuldige
-vergeet-mij-niet-oogen.”
-
-„De toekomst zal het wel uitwijzen, professor,” hernam Raffles kalm.
-„Blijf zoo lang mogelijk in uw geloof volharden, maar dan zal de
-ontnuchtering des te pijnlijker zijn. Maar verspreek u in ieder geval
-vooral niet, en laat uw verstrooidheid u geen parten spelen, alles zou
-natuurlijk voor goed bedorven worden, als gij ook maar met een enkel
-woord met uw beschermelinge zoudt spreken over wat ik u heb
-voorgesteld.”
-
-„Gij kunt er op rekenen, dat ik mijzelf in bedwang zal weten te houden,
-mijnheer.”
-
-„Dat hoop ik, professor. Gij blijft ook morgen nog hier en ik vermoed,
-dat gij overmorgen zoo spoedig mogelijk weder naar St. Louis vertrekt?”
-
-„Met den middagtrein, mijnheer.”
-
-„Goed zoo, dan hebben wij tijd in overvloed. Mijn vriend hier,” Raffles
-keek nogmaals snel naar Charly, die er tamelijk bedrukt bijstond, „zal
-op voortreffelijke wijze de rol vervullen van mevrouw uw echtgenoote,
-want hij is een acteur van het eerste water en munt vooral uit in
-vrouwenrollen, die hij met een ware voorliefde vervult.”
-
-De stem van Raffles had bij deze laatste woorden spottend geklonken en
-Charly wierp hem een half woedenden, half smeekenden blik toe, ofschoon
-hij wel wist, dat Raffles onverbiddelijk zou zijn.
-
-Raffles had zich reeds weder tot den geleerde gewend en vervolgde nu:
-
-„Mijn vriend zal dus reeds morgen naar St. Louis vertrekken en zorg
-dragen dat hij een paar uren na uw brief voor mevrouw Daring aankomt.
-Het is namelijk noodzakelijk, dat hij haar uiterlijk een weinig
-bestudeert, want hij zal zooveel mogelijk op haar moeten lijken.”
-
-„Maar dat jonge meisje heeft toch mijn vrouw nog nooit gezien,” riep de
-geleerde uit.
-
-„Dat is zoo, en dat is ook een gelukkige omstandigheid, professor, maar
-er zijn te St. Louis waarschijnlijk zeer veel personen, die uw vrouw
-wel kennen en wij moeten rekening houden met de mogelijkheid, dat die
-haar, terwijl onze kleine comedie nog in vollen gang is, een bezoek
-zullen komen brengen.”
-
-„Denkt gij dan, dat het zoo lang zal duren?” vroeg de geleerde
-eenigszins onrustig.
-
-„Integendeel, ik vermoed, dat de bandieten, die u natuurlijk zullen
-nareizen, zoo snel mogelijk hun slag zullen willen slaan. Maar een paar
-dagen zullen er toch wel mee gemoeid zijn, want het meisje moet eerst
-haar omgeving goed opnemen, zij is niet van degenen die over een nacht
-ijs gaan.”
-
-„En gij, mijnheer?”
-
-„Ik zal u verlof vragen, morgen in den loop van den avond wanneer het
-congres beëindigd is, u te bezoeken, teneinde uw uiterlijk zooveel
-mogelijk natuurgetrouw te copiëren. Het is waar dat gij licht blauwe
-oogen hebt en ik donkergrijze, maar dat is bij wit haar zeer moeilijk
-te onderscheiden, en het geluk is ons in zoo verre dienstig dat Canny u
-nog slechts bij kunstlicht gezien heeft. Het zal dus zaak zijn, er voor
-te zorgen, dat gij morgenochtend reeds het hotel verlaten hebt, voor
-zij u weder kan zien, laat bijvoorbeeld door een der kelners zeggen,
-dat gij zeer vroeg een afspraak hadt met een collega en u dus bij haar
-laat verontschuldigen. Gij behoeft niet te vreezen, dat zij het op een
-loopen zal zetten, wat dat jonge meisje eenmaal in haar kleine sterke
-handen heeft, dat laat zij zoo spoedig niet weder los. Kom dan zoo laat
-mogelijk terug, wanneer het licht reeds weder is opgestoken.”
-
-„Ik zal doen wat gij zegt, mijnheer, maar ik doe u opmerken, dat gij nu
-zelf over „een jong meisje” spreekt.”
-
-„Dat zeg ik slechts om u een genoegen te doen, professor,” hernam
-Raffles glimlachend. „Maar ik verzeker u, dat zij het reeds lang niet
-meer is. En nu zou ik u den raad willen geven, spoedig den brief aan uw
-vrouw te schrijven en aan Margret Jefferson, zoolang gij met haar samen
-zijt, zoo weinig mogelijk mededeelt over uw huiselijke omstandigheden,
-des te minder vergissingen kunnen mijn vriend en ik maken, wanneer wij
-daar ginds in uw plaats optreden.”
-
-Professor Daring had Raffles de hand toegestoken en zeide nu, aan zijn
-witten baard plukkend:
-
-„Het was een zeer merkwaardige ontmoeting, mijnheer. Ik had nooit
-gedacht dat het avontuurlijke nog ooit in mijn leven zou komen. Ik geef
-u ten volle verlof om de proef te wagen, maar ik zeg u nogmaals, dat
-gij bedrogen zult uitkomen.”
-
-„Ik wilde dat het waar was, professor,” hernam Raffles ernstig. „Zorg
-dat gij in ieder geval morgen om negen uur weder hier in het hotel
-zijt, dan zal ik wel een middel vinden om mij met u in verbinding te
-stellen, zonder dat Canny, ik wil zeggen Margret, het merkt. En nu
-wensch ik u een goede nachtrust toe, professor.”
-
- — — — — — — — — — — — — — —
-
-Den volgenden dag was Raffles weder zeer vroeg bij de hand, teneinde
-een oogje in het zeil te houden.
-
-Een oogenblik had hij de vrees gekoesterd, dat de vergeetachtige
-geleerde de zaak bedorven zou hebben door zich te verspreken tegenover
-het „Meisje met de Madonna-Oogen”, of dat hij de afspraak zou hebben
-vergeten, zoo vroeg mogelijk het hotel te verlaten, voor hij met Canny
-gesproken had.
-
-Maar noch het een noch het ander bleek het geval te zijn geweest, want
-de professor had reeds om acht uur het hotel verlaten, toen zijn
-beschermelinge waarschijnlijk vanwege de ontroering, de uitputting en
-andere naargeestige zaken, rustig sliep.
-
-Om half elf begon de slotzitting van het congres en Raffles overtuigde
-zich, dat die minstens tot vijf uur zou duren.
-
-Dan had er een gemeenschappelijke maaltijd plaats in een der andere
-groote hotels en het zou dus zeker volslagen donker zijn, voor Daring
-terugkeerde.
-
-Wat zijn beschermelinge betreft, Charly hield haar in het oog en hij
-bemerkte dat zij, zeker om goed in haar rol te blijven, het hotel in
-het geheel niet verliet, maar rustig in de conversatiezaal zat,
-gewapend met een stapel tijdschriften.
-
-Zoo werd het avond en omstreeks half tien keerde professor Daring van
-het feestdiner terug.
-
-Raffles was op zijn post en hij zag, half verborgen, achter een zware
-pilaar, hoe de oude geleerde aanstonds iets aan een kelner vroeg, de
-conversatiezaal binnenging en toen haastig toetrad op de zoogenaamde
-Margret Jefferson.
-
-Hij greep de beide handen van de jonge vrouw, die was opgestaan om hem
-verlegen te begroeten en sprak eenige woorden met haar, waarop hij de
-conversatiezaal weder verliet, waarschijnlijk om zich naar zijn kamer
-te begeven.
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK IV.
-
-NAAR ST. LOUIS.
-
-
-Maar op de eerste verdieping greep Raffles hem als het ware in de
-vlucht en hield hem staande.
-
-„Mag ik weten wat uw plannen zijn, professor?” vroeg hij glimlachend.
-
-„Neem mij niet kwalijk, mijnheer, ik had u niet aanstonds herkend,”
-kwam Daring op zijn gewone, verlegen en een weinig verschrikte manier.
-
-„Ik hoop toch niet, dat gij alles weer vergeten zijt?” riep Raffles
-uit. „Houd mij de opmerking ten goede, professor, maar dat zou zelfs
-voor een verstrooiden geleerde wat kras zijn.”
-
-„Neen, neen, ik weet alles nog heel goed.”
-
-„Gij hebt dus aan uw vrouw geschreven?”
-
-„Ja, en de brief werd nog gisterennacht gepost.”
-
-„Uitstekend! En nu herhaal ik mijn vraag van zooeven, wat zijt gij
-voornemens te doen?”
-
-„Ik heb tegen het meisje gezegd dat wij nog iets zouden gebruiken in de
-kleine eetzaal, en dan begeeft zij zich ter ruste.”
-
-„Voortreffelijk. Dan zal ik zoo vrij zijn, professor, mij bij u aan te
-melden, zoodra het caronje, u neemt mij niet kwalijk, ik wilde zeggen,
-het lieve kind, van den vloer is. Want nu breekt het oogenblik aan,
-professor, waarop wij van identiteit moeten veranderen, tenminste wat
-mij betreft. En daar het zeer dwaas zou staan, als zich hier twee
-volkomen op elkaar gelijkende professors Daring ophielden, zal ik
-onmiddellijk daarna het hotel verlaten. Zooals gij weet, is mijn vriend
-reeds naar St. Louis vertrokken. Morgenochtend om acht uur, of zoo
-mogelijk nog vroeger, verlaat gij even het hotel, zoogenaamd om een
-boodschap te doen en ik zal mij in de buurt verdekt opstellen, om even
-later uw plaats in te nemen. Gij echter neemt aanstonds een auto, om u
-naar het station te laten brengen en neemt den trein naar de stad, waar
-gij uw vrouw zult treffen.”
-
-„Dat hebt gij goed bedacht, mijnheer,” riep de professor bewonderend
-uit. „Ik heb wel eens gehoord dat men somtijds een weinig laag neerziet
-op de politiebeambten, vooral op de rechercheurs, maar daarin heeft men
-groot ongelijk. Zij geven soms blijken van groote schranderheid en
-doorzicht.”
-
-„Ik dank u voor dit compliment, professor, en ik zal u thans niet
-langer ophouden. Over anderhalf uur zal ik mij in uw kamer bevinden.”
-
-En met deze woorden verdween Raffles en wachtte rustig het uur om te
-handelen af, in de conversatiezaal gezeten, waar hij zich den tijd aan
-de leestafel zoo goed mogelijk kortte.
-
-Anderhalf uur later, het was toen bij half twaalf, betrad Raffles de
-gang, waaraan de kamer van den ouden geleerde gelegen was.
-
-Hij overtuigde zich, dat er niemand in de nabijheid was, trad haastig
-op de deur toe en ging er binnen zonder aan te kloppen, want hij wist,
-dat Canny slechts een paar kamers verder sliep, en buitengewoon goede
-ooren had.
-
-De professor was reeds bezig zijn valies te pakken.
-
-Hij keek van zijn werk op en vroeg op zijn gewone schutterige wijze:
-
-„Wat is er, mijnheer? Wat wilt gij? Kunt gij niet behoorlijk
-aankloppen?”
-
-„Neem mij niet kwalijk, professor, ik wilde liever zoo weinig mogelijk
-leven maken,” antwoordde Raffles glimlachend. „Herkent gij mij?”
-
-„Ah zoo, zijt gij het, mijnheer? Verschoon mij, mijn oogen worden een
-weinig zwak. Gij komt om, ja juist, ik weet het alweder. Neem daar
-plaats, als ik u verzoeken mag, gij zult zeker wel een spiegel noodig
-hebben?”
-
-En hij wees Raffles op de marmeren waschtafel, waarboven een groote,
-fijn geslepen spiegel van Venetiaansch glas was aangebracht.
-
-Raffles ontdeed zich van zijn rok, boord en das, knoopte een schoonen
-handdoek om en begon zich te grimeeren met behulp van de
-kleurmiddeltjes, welke hij daartoe in een klein lederen étui had
-medegebracht.
-
-„Gij neemt mij niet kwalijk, mijnheer, dat ik intusschen verder ga met
-het pakken van mijn koffer?” vroeg de geleerde.
-
-„Volstrekt niet, professor,” antwoordde Raffles glimlachend. „Doe alsof
-ik er niet was, wat ik u verzoeken mag.”
-
-Nu en dan een blik werpend op het eerwaardige, bleeke gelaat van den
-geleerde, begon Raffles zijn gezicht een grondige verandering te doen
-ondergaan.
-
-De zwarte wenkbrauwen verdwenen en maakte plaats voor witte, de
-eenigszins gebruinde gelaatskleur werd veranderd in een ivoormatte,
-naast de oogen werden met een fijne doezelaar, die in een lichtrood
-getinte vloeistof werd gedompeld, zeer fijne lijntjes getrokken,
-„kraaienpootjes” noemt men ze gemeenlijk. Naast den neus, die volstrekt
-niet veranderd behoefde te worden, werden een paar fijne rimpels
-aangebracht en daarop haalde Raffles een van die uitmuntend
-vervaardigde pruiken te voorschijn, die zelfs het scherpste oog niet
-vermocht te onderscheiden van echt haar.
-
-Hij veranderde er een weinig aan met behulp van een schaar, frizeertang
-en kam, zette haar op en ging nu over tot het aanplakken van den baard,
-dien hij reeds in den loop van den dag had gefatsoeneerd naar dien van
-den ouden professor.
-
-Na ongeveer een half uur was hij gereed, en tevreden over zijn werk,
-dat hij voltooid had, door een gouden bril, met groote, ongeslepen
-glazen op zijn neus te plaatsen.
-
-Hij stond op en bootste op voortreffelijke wijze de eenigszins
-omfloerste stem van Daring na, toen hij zeide:
-
-„Mag ik mij even aan u voorstellen, Jerome Daring, professor in de
-Aziatische talen, Asyroloog te Saint Louis.”
-
-De oude geleerde had zijn valies juist van de tafel genomen, maar bij
-de aanschouwing van zijn dubbelganger liet hij het zware voorwerp uit
-zijn handen vallen en keek Raffles geruimen tijd met open mond en wijd
-opengesperde oogen aan.
-
-Toen begon hij heftig aan zijn bril te rukken en sputterde:
-
-„Dat is niet te gelooven, dat grenst aan het wonderbaarlijke. Het is of
-ik mijzelf in een spiegel zie, mijnheer, gij zijt bepaald geen gewone
-detective, gij hebt het zeer ver gebracht in uw vak. Ik ben overtuigd,
-dat gij als acteur grooten naam zoudt kunnen verwerven.”
-
-„Dank u, professor,” hernam Raffles glimlachend. „Gij zijt dus
-tevreden? Gelijk ik op u?”
-
-„Maar mijn goede hemel, gij zoudt mijn tweelingbroeder kunnen zijn,
-mijnheer,” riep de oude geleerde uit. „Eigenlijk gezegd, is het een
-weinig huiveringwekkend. Ik had nooit gedacht dat zooiets bestaan kon.”
-
-„Dan is het goed zoo, professor. Er blijft mij dan niets anders meer te
-doen, dan spoedig dit vertrek en vervolgens het hotel te verlaten. Ik
-zal natuurlijk mijn best doen, dat niemand mij ziet, maar daar de
-mogelijkheid niet is buitengesloten, dat toch iemand van het personeel
-mij ziet heengaan, zou ik u op het hart willen drukken, onder geen
-beding uw kamer meer te verlaten en u zoo spoedig mogelijk ter ruste te
-begeven. Neem alles mede van waarde en laat uw valiezen en koffers
-hier, ik zal wel zorgen, dat zij veilig in uw huis te St. Louis
-aankomen. Ik hoop, dat ik u niet grief door u voor te stellen u duizend
-dollar ter hand te stellen als zekerheid voor de goede overkomst?”
-
-„Ja, zeker, mijnheer, daar grieft gij mij wel degelijk mee,” hernam
-Daring. „Ik wil u toonen, dat ik u volkomen vertrouw, ik neem geen cent
-van u aan.”
-
-„Dat pleit alweder voor u, professor,” hernam Raffles.
-
-Hij stak den geleerde de hand toe, trok zijn overjas aan, zette zijn
-hoed op en zeide, met de kruk van de deur reeds in zijn hand:
-
-„Ik bedenk daar, professor, dat ik ook noodzakelijk de kleeren van u
-moet hebben, die gij hier gedragen hebt, trek die dus morgenochtend aan
-als gij het hotel verlaat, dan zullen wij van overgoed verwisselen, wij
-zijn gelukkig van dezelfde grootte.”
-
-En met deze woorden vertrok Raffles, sloot de deur zachtjes achter
-zich, sloop de gang ten einde, daalde de trap af, bereikte ongezien de
-vestibule en sloeg, daargekomen, zijn kraag op, om zich zooveel
-mogelijk onkenbaar te maken.
-
-Er waren slechts weinige personen, die hem gezien hadden.
-
-Buitengekomen riep hij een huurauto aan en liet zich naar het
-Manhattan-Hotel brengen, waar hij reeds denzelfden morgen een kamer had
-besteld.
-
-Hij ontdeed er zich van pruik en baard, sliep voortreffelijk in het
-zachte ruime bed, en was den volgenden morgen om zeven uur reeds op de
-been.
-
-Hij gebruikte haastig het ontbijt in de groote eetzaal, betaalde wat
-hij schuldig was, liet weder een huurauto voorkomen en gaf den
-chauffeur bevel, hem tot op eenigen afstand van het Astor-Hotel te
-rijden, en schuin tegenover den ingang post te vatten.
-
-Daar gekomen behoefde hij slechts tien minuten te wachten, alvorens
-professor Daring naar buiten trad.
-
-Hij zag, hoe hij een huurauto wenkte en instapte, waarop het voertuig
-wegreed.
-
-Dadelijk gelastte hij den chauffeur den wagen achterna te rijden.
-
-Na een rit van ongeveer twintig minuten bereikte de eerste auto het
-station en Raffles zag den professor uitstappen, zijn chauffeur betalen
-en het stationsgebouw binnengaan.
-
-Hij stapte op zijn beurt uit, betaalde den chauffeur, maar gelastte hem
-op hem te wachten en ging op zijn beurt het station binnen.
-
-Professor Daring kocht juist zijn kaartje aan een der loketten.
-
-Hij had zijn overjas los over zijn arm, dezelfde jas, welke hij steeds
-gedragen had.
-
-Raffles kocht een perronkaartje, ging den professor na, toen deze de
-breede trappen beklom en zag, hoe hij het breede perron op en neer
-begon te wandelen.
-
-Aan het einde daarvan was het zeer stil en er bevonden zich slechts
-weinig personen.
-
-Raffles wachtte een gunstig tijdstip af, haalde den professor in, nam
-hem zonder plichtplegingen de geruite overjas en slappen grijzen hoed
-af, verruilde die tegen zijn eigen kleedingstukken en maakte het
-volgende oogenblik weder rechtsomkeert, zonder dat er een woord
-tusschen de beide mannen gewisseld was.
-
-Het was zeer wel mogelijk, dat sommige beambten het kleine tooneeltje
-hadden opgemerkt, maar dat kwam er al heel weinig op aan, het was al
-weinig waarschijnlijk, dat een hunner ook maar in de verte begreep, wat
-er eigenlijk geschiedde.
-
-Raffles verliet haastig het station weder, stapte in de auto, die hem
-wachtte en liet zich naar het Astor-Hotel terugrijden, waar hij juist
-op tijd voor het ontbijt terug was.
-
-En hij zag al dadelijk, dat zijn vermomming voortreffelijk geslaagd
-was, want de portier nam diep zijn pet voor hem af, zooals hij het
-reeds eenige malen tevoren voor den ouden geleerde had zien doen.
-
-Raffles begaf zich aanstonds naar de eetzaal en nauwelijks had hij daar
-een tafeltje uitgezocht, of Canny trad binnen.
-
-Het gevaarlijke oogenblik was aangebroken.
-
-De volgende minuten zouden beslissen over het welslagen van zijn
-gewaagd plan.
-
-De jonge vrouw speelde haar rol uitstekend en keek bedeesd en verlegen
-rond, totdat zij den gewaanden geleerde aan zijn tafeltje zag zitten en
-aanstonds op hem toekwam.
-
-Raffles bestudeerde haar gelaat met de grootste aandacht, maar hij was
-spoedig gerustgesteld, Canny had haar weldoener nog slechts te weinig
-gezien, en dan nog alleen maar bij kunstlicht, om de verandering te
-bespeuren.
-
-Het is overigens een bekend verschijnsel, dat oogen die overdag grijs
-zijn, des avonds vaak een blauwe kleur vertoonen.
-
-Zij stak Raffles bedeesd de hand toe en de Groote Onbekende was
-dadelijk in zijn rol en zeide op hartelijken toon:
-
-„Ga zitten, kindlief. Eet maar flink, want wij hebben vanmiddag een
-tamelijk lange reis voor de boeg. Je hebt toch geen berouw? Je wilt
-toch wel met mij medegaan?”
-
-„O, zoo graag, mijnheer,” antwoordde Canny, met neergeslagen oogen. „Ik
-ben u zoo dankbaar, dat u mij weghaalt uit dit verschrikkelijk leven.”
-
-„Daar spreken wij niet over, Margret,” hernam Raffles. „Vergeet maar
-zoo spoedig mogelijk, wat je hier beleefd hebt, want er wacht je een
-groote toekomst. Ik ben zeker, dat wij een echte jonge dame van je
-maken en dan zullen er spoedig genoeg jongelui komen opdagen, die om je
-handje komen vragen.”
-
-Margret kreeg een kleur van verlegenheid bij deze woorden en gaf geen
-antwoord.
-
-De kelner kwam met zijn schalen en ook hij twijfelde geen oogenblik, of
-hij had met den waren professor Daring te doen.
-
-Daar Raffles thans moeielijk meer een voorwendsel kon vinden om zich te
-verwijderen, was hij wel verplicht den geheelen morgen door te brengen
-in gezelschap van de vrouw, die hem naar het leven gestaan had en die
-met duivelsch welbehagen getuige had willen zijn van zijn laatste
-oogenblikken.
-
-En hij moest toegeven, dat zij haar rol op waarlijk bedriegelijke wijze
-vervulde, geen enkel valsch accent, geen enkele onverwachte oogopslag,
-niets dan nederigheid, dankbaarheid en verlegenheid.
-
-Raffles nam haar mee naar een kleedingmagazijn en daar werd Canny in
-behoorlijke kleederen gestoken, die de plaats innamen van de havelooze
-vodden welke zij gedragen had, toen de comedie een aanvang nam voor het
-„Olympic-Theater”.
-
-Daarna lunchte het zonderlinge paar en vervolgens reden zij naar het
-station en stegen daar in den trein, die over een kwartier naar St.
-Louis zou vertrekken.
-
-Ook Raffles viel geen oogenblik uit zijn rol en hij deed alle gebaren,
-welke hij bij Daring had opgemerkt, verrassend juist na, zoodat de
-zoogenaamde beschermelinge geen oogenblik kon twijfelen, of zij had met
-denzelfden man te doen, die haar in bewusteloozen toestand letterlijk
-van de straat had opgeraapt.
-
-Langzamerhand scheen zij een weinig bij te trekken en toen de trein
-eenmaal het station verlaten had, begon zij opgewekt te babbelen en
-verhaalde Raffles verschillende episodes uit haar leven in het huis van
-haar stiefvader, van A tot Z gelogen, zooals Raffles zeer goed wist,
-maar die werden voorgedragen op een wijze, die aan de waarheid er van
-bijna niet kon doen twijfelen, en waaraan de goede oude geleerde dan
-ook zeker geen oogenblik getwijfeld zou hebben.
-
-De trein was om twee uur in den middag vertrokken, om bij twaalven in
-den nacht kwam hij te St. Louis aan.
-
-Raffles en Canny stapten uit de coupé, en de eerste wenkte een kruier
-om voor zijn bagage te zorgen.
-
-Voor het reusachtige stationsgebouw stond een groot aantal huurauto’s
-en de gewaande geleerde slaagde er in, er een machtig te worden.
-
-Hij gaf den chauffeur een adres op in de Washington Avenue, hielp Canny
-instappen, en nam naast haar plaats, waarop de auto zich aanstonds in
-beweging stelde.
-
-Raffles kende Saint Louis slechts oppervlakkig, en hij keek dus goed
-uit zijn oogen, nu en dan een paar woorden tot de vrouw naast zich
-richtende.
-
-Na een rit van ongeveer vijf en twintig minuten stond de auto stil voor
-een fraai heerenhuis, op een tiental meters van den weg gelegen en
-daarvan gescheiden door een lommerrijken tuin.
-
-Eenige vensters waren nog verlicht. Mevrouw wachtte haar echtgenoot
-blijkbaar af.
-
-Raffles hielp Canny weder uitstappen, betaalde den chauffeur, liep op
-de huisdeur toe, juist als iemand die daar thuis behoort, en belde aan.
-
-De deur werd geopend door een van die ouderwetsche bedienden, die
-blijkbaar snel aan het uitsterven zijn.
-
-Het was een man van een jaar of zestig met een openhartig, rood gelaat
-dat getuigde van gezondheid en een opgewekt humeur.
-
-Hij keek zijn gewaanden meester slechts een oogenblik doordringend aan,
-en Raffles zag bliksemsnel een trek van groote verrassing op zijn
-gelaat verschijnen en weer verdwijnen.
-
-„Alles wel, Jerry?” vroeg Raffles, terwijl hij den ouden bediende op
-den schouder klopte.
-
-„Zoo goed als het maar wezen kan, mijnheer,” antwoordde Jerry, en hij
-richtte een vragenden blik op Canny, die bescheiden bij de deur was
-blijven staan, met de oogen naar den grond geslagen.
-
-„Ja, Jerry, ik breng een verrassing voor jullie mee,” riep de gewaande
-geleerde uit. „Wat zeg je er wel van? Wij krijgen een logétje, en ik
-hoop dat zij lang, heel lang bij ons zal blijven.”
-
-Hij had zijn arm om de schouders van de bedriegster geslagen, en daar
-hij zich door professor Daring zeer nauwkeurig had laten inlichten,
-omtrent de ligging der verschillende vertrekken, behoefde hij geen
-oogenblik te aarzelen toen hij haar naar een deur geleidde, dicht bij
-de monumentale trap, die naar de hooger gelegen verdieping voerde, en
-deze opende met de woorden:
-
-„Ga hier zoo lang binnen, mijn kind. Ik ga even mijn lieve vrouw
-begroeten, en haar een weinig voorbereiden, ik breng je aanstonds bij
-haar.”
-
-Een snelle blik had Raffles overtuigd, dat hij zich in een soort
-ontvangkamer bevond, waarin slechts weinige maar zeer fraaie, een
-weinig ouderwetsche meubels stonden, terwijl er eenige prachtige
-Rembrandt-copieën aan den wand hingen.
-
-Raffles had Canny naar een stoel geleid, knikte haar nog eens
-vriendelijk toe, en herhaalde, reeds op den drempel van de deur:
-
-„Ik kom je dadelijk weder halen, mijn kind. Een oogenblikje geduld
-slechts.”
-
-Daarop verliet hij het vertrek, sloot de deur achter zich, stak de
-vestibule over, en besteeg de trap.
-
-Nauwelijks had hij het breede portaal bereikt, hetgeen een soort
-gaanderij vormde, die langs den achterkant van de vestibule liep, of er
-werd voorzichtig een deur geopend, en een oude dame, de oogen bewapend
-met een schildpadden lorgnet, grijs van haar, maar met nog een blozende
-gelaatskleur, stak het hoofd om den hoek.
-
-Raffles trad aanstonds op de dame toe, scheen slechts een oogenblik te
-aarzelen, duwde haar toen zonder omslag het vertrek binnen, sloot de
-deur achter zich, liet zich op een stoel vallen, en zeide op zachten
-toon:
-
-„Oef. Dat is tenminste achter den rug. Het dierbare wicht is hier in
-huis, en ik ben er zoo goed als zeker van, dat wij met denzelfden trein
-zijn gevolgd door eenige schelmen, wier gelaat ik mij maar al te goed
-meen te herinneren. Hoe staat het leven hier, Charly?”
-
-„Alles is van een leien dakje geloopen,” antwoordde de jonge man, want
-de oude dame was inderdaad niemand anders. „De oude mevrouw Daring is
-een heel vriendelijke dame, maar ik geloof, heel wat energieker dan
-haar man. Toen ik haar alles mededeelde was zij uiterst verontwaardigd,
-en zij liet mij den brief van haar echtgenoot lezen, die nog maar
-altijd niet kan gelooven, Edward, dat wij het bij het rechte einde
-hebben.”
-
-„Wat zeide hij dan in dien brief?”
-
-„Hij schreef, dat hij zich wel wilde leenen tot de proefneming, maar
-alleen om jou te overtuigen, dat je een pessimistische menschenhater
-was.”
-
-„Werkelijk een zeer merkwaardig man,” zeide Raffles hoofdschuddend.
-„Hij is een groot kind, hij vormt wel een groote uitzondering, in dezen
-tijd van onderling wantrouwen en onderlingen haat. En wat zeide mevrouw
-er wel van?”
-
-„Natuurlijk geloofde zij niet à priori, dat je gelijk zoudt hebben,
-maar ze achtte het toch zeer wel mogelijk, en zelfs waarschijnlijk. Het
-moet namelijk al eens meer zijn voorgekomen, en vaker dan professor
-Daring bekende, dat hij deerlijk bij den neus is genomen door lieden,
-die op laaghartige wijze misbruik maakten van zijn goedgeloovigheid en
-zijn blind vertrouwen in zijn medemenschen. En zij was er dan ook
-dadelijk voor te vinden, om de proef te nemen. Zij leest wel kranten,
-dat verzeker ik je, en zij wist alles van de zaak af.”
-
-„Vermoedde zij in het geheel niet, wie je kon zijn?”
-
-„Neen, gelukkig. Ik heb haar natuurlijk niet op de hoogte gebracht,
-daar je mij daartoe geen verlof had gegeven. Zij scheen wel erg
-nieuwsgierig te zijn, maar ik heb haar afgescheept met de verklaring,
-dat wij particuliere detectives waren, die veel meer van de zaak
-afwisten dan de officieele politie. En je moet weten dat ik wat een
-moeite heb gehad, om haar te bewegen, het huis te verlaten, want het
-liefst was zij er bij tegenwoordig geweest om die „Duivelin”, het waren
-haar eigen woorden, te ontmaskeren. Zij zag echter wel in dat dat
-volstrekt onmogelijk zou zijn, en zij verklaarde, dat zij al onze
-wenken zou opvolgen, en zich naar een klein landgoed zou begeven,
-hetwelk haar man dicht bij de kust op ongeveer een uur sporens
-hiervandaan bezit.”
-
-„Lijk je op haar?”
-
-„Voldoende voor ons doel. Maar ik zal er toch goed aan doen, om dezer
-dagen weinig vrienden te ontvangen, want je moet weten, dat mevrouw
-Daring bijna een half hoofd grooter is dan ik. Zij is een vrouw met
-haar op de tanden, zooals men dat noemt, maar zij schijnt zielsveel van
-haar lobbes van een man te houden.”
-
-„Hoe staat het met het goud, het zilver, het aanwezige geld, de
-juweelen?”
-
-„Alles is het huis uit. Mevrouw Daring wilde er eerst niet in toe
-stemmen maar ik heb het doorgezet, en zelf den knoop doorgehakt, door
-alles wat waarde had, zorgvuldig bijeen te pakken in een groot valies,
-hetwelk door Jerry naar de zuster van de vrouw des huizes werd
-gebracht, die daartoe in het geheim moest worden genomen.”
-
-„Uitstekend. En het plaatsvervangend materiaal?”
-
-„Het is zeker niet zoo fraai, Edward, als dat wat wij hier de eerste
-maal gebruikt hebben, en waarmede wij het „Meisje met de Madonna-Oogen”
-zoo deerlijk voor den mal hebben gehouden, maar wat ik hier kon
-opschommelen bij handelaars in strass, en bij leveranciers van
-tooneelbankbilletten, is toch naar ik hoop, voor ons doel wel
-voldoende. Ik heb ook de hand weten te leggen op een paar pakken,
-totaal waardelooze aandeelen, in een niet bestaande mijn, een
-zwendelaffaire naar het schijnt, reeds eenige jaren geleden ontdekt en
-ook gestraft. Die aandeelen zijn zelfs geen tien voor een dollarcent
-waard, maar je begrijpt dat zij in een brandkast een schitterend effect
-maken.”
-
-„Je hebt, je kranig gehouden, Charly, vooral als ik in aanmerking neem,
-dat de tijd van voorbereiding zoo kort was,” hernam Raffles. „En kom nu
-maar eens mede, want ik zal je aan onze lieve beschermelinge
-voorstellen.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK V.
-
-CANNY AAN HET WERK.
-
-
-Charly keek nog eens in den spiegel, streek hier en daar een krulletje
-terecht, wat onder het kleine kanten mutsje kwam uitgluren, wierp een
-blik op de ringen met de valsche diamanten aan zijn vingers, en hij
-mocht van zich zelf getuigen, dat hij inderdaad was wat hij wezen
-moest, een oude, flinke dame, met veel gezag, juist de vrouw die een
-man als professor Daring noodig had.
-
-„Je ziet er prachtig uit,” zeide Raffles bewonderend. „Zooeven heb ik
-waarlijk een oogenblik geaarzeld, of ik soms met de echte mevrouw
-Daring te doen had.”
-
-„Ik kan hetzelfde van jou zeggen, Raffles. Ik zou zweren met den
-beroemden Asyroloog in persoon te spreken.”
-
-„Je kent de inrichting van het huis zeker al goed?”
-
-„Als ons huis in de Regent-Street te Londen.”
-
-„Zijn de twee bedienden, Jerry en Blount, op de hoogte gesteld?”
-
-„Zij weten er alles van, en zij gnuiven van de pret over den poets dien
-wij de kleine feeks zullen bakken.”
-
-„Het kon toch wel eens iets ernstigers worden, dan louter een grapje,”
-hernam Raffles hoofdschuddend. „Misschien hebben wij het bezoek van
-minstens vier mannelijke medeplichtigen te wachten.”
-
-„Dat is waar ook, Raffles, wat zullen wij met Henderson doen? Hij is
-met mij meegereisd, zooals je gezegd had, en hij houdt zich nu in de
-omstreken verborgen, omdat het wat al te gevaarlijk zou zijn, hem
-opnieuw onder de oogen van het „Meisje met de Madonna-Oogen” te
-brengen. Zij zal hem waarschijnlijk opnieuw herkennen, en dat zou ons
-leelijk kunnen opbreken.”
-
-„Hij mag zich dan ook niet vertoonen, tenzij wij hem roepen. Hij kan
-immers telefonisch bereikt worden?”
-
-„Ja, hij logeert in een klein logement, niet ver hier vandaan.”
-
-„Prachtig. Kom dan nu mede.”
-
-De beide mannen verlieten nu het vertrek, gingen weder over het
-portaal, daalden de breede trap af, en traden het vertrek binnen, waar
-Canny op denzelfden stoel, en in dezelfde houding nederig en bescheiden
-zat te wachten.
-
-Maar Raffles had een zeer scherp oog, en hij zag al zeer spoedig, dat
-er eenige voorwerpen, een paar kostbare Sèvrevazen, een fraai bewerkte
-kom van Japansch porselein, verzet waren sedert eenige minuten,
-waarschijnlijk had de bedriegster, die verstand van dergelijke zaken
-had, de onderzijde van die vazen willen bezichtigen, teneinde zich van
-hun echtheid te overtuigen.
-
-Canny was dadelijk opgestaan, toen zij Charly en Raffles zag
-binnentreden, en stond daar nu als het toonbeeld van de onderworpen
-onschuld.
-
-Raffles was op haar toegetreden, en zeide op den gewonen, eenigszins
-schutterigen toon van den professor:
-
-„Dit is nu mijn vrouw, Margret, en ik hoop van harte, dat je goede
-maatjes met haar zult worden. Wel lieve Susanna, hoe vindt je haar?”
-
-De gewaande mevrouw Daring had de beschermelinge van haar man eenige
-oogenblikken aandachtig opgenomen, trad nu op haar beurt naar voren, en
-stak Canny de hand toe met de woorden:
-
-„Wees welkom in ons huis, lief kind. Ik hoop, dat je je hier spoedig
-thuis zult gevoelen. Mijn man heeft mij reeds alles van je verteld, en
-ik ben het volkomen met hem eens, dat het onze plicht is, je vooruit te
-helpen. Vergeet je troosteloos verleden, ik hoop dat je hier slechts
-zonneschijn zal wachten.”
-
-Canny stamelde eenige woorden van dank, terwijl zij zich over de haar
-toegestoken hand heenboog, en Raffles moest erkennen, dat zij een
-voortreffelijke comediante was, geen gebaar te veel of te weinig, geen
-onechte klank in haar stem, maar alles juist geïntoneerd, alsof het
-echt was, en regelrecht uit haar gemoed kwam.
-
-Maar mevrouw Daring onttrok zich spoedig aan deze betuiging van
-dankbaarheid, en zeide na een blik op de kleeding van het jonge meisje
-te hebben geworpen:
-
-„Ga nu maar eens spoedig met mij mee, kindlief, dan zal ik je je kamer
-wijzen. Ik hoop, dat zij je zal bevallen. Zij heeft twee vensters, die
-uitzien op den achtertuin, en alles staat op het oogenblik in vollen
-bloei.”
-
-Charly had zijn arm onder dien van het meisje gestoken, en voerde haar
-nu met zich mede, terwijl Raffles het paar met een spottenden blik
-nakeek, welke Canny heel wat zou hebben onthuld, indien zij hem slechts
-had kunnen zien....
-
-De minnares van Black Pete werd naar de tweede verdieping gebracht, en
-een gezellig gemeubeld vertrek binnengeleid, dat voor een jong meisje,
-een kind nog haast, als geknipt was.
-
-Er waren twee groote ramen, uitzicht gevende op een balkon, en
-uitziende op den fraaien achtertuin, die aan alle zijden door een niet
-zoo hoogen muur omgeven was.
-
-„Maak het je hier nu maar zoo gemakkelijk mogelijk, lief kind,” zeide
-Charly, „en ga maar spoedig naar bed, want het is al laat. Morgen
-zullen wij er dadelijk eens op uit gaan, teneinde kleederen voor je te
-koopen. Goeden nacht, Margret. Tot morgen. Ik hoop, dat je goed zult
-slapen in je nieuwe huis.”
-
-Canny greep haastig de hand van de gewaande mevrouw Daring, drukte er
-een kus op, en daarop verliet Charly het vertrek, sloot zachtjes de
-deur, bleef een oogenblik zachtjes voor zich heen lachend staan, en
-ging zich toen weder bij Raffles voegen, die reeds een kleinen
-onderzoekingstocht door het huis was begonnen.
-
-Hij vond den Gentleman-Inbreker in een vrij ruim vertrek, dat overdag
-door drie groote vensters verlicht werd, maar waar zich geen andere
-meubelen bevonden dan een zoogenaamde rotonde, in het midden van het
-vertrek op den parketvloer geplaatst, en een rij toonkasten, langs de
-vier wanden geplaatst, alle gelijkvormig, en zooals men ze ook wel
-vindt in musea voor natuurlijke historie, om er insecten, fossielen,
-schelpen, of iets dergelijks in te bewaren.
-
-Raffles stond in gedachten verzonken voor een dier kasten, die van
-glazen deksels voorzien waren, stil, en was verzonken in de
-aanschouwing van een paar zeer schoone, en bijna geheel ongeschonden
-Asyrische dolken, uit brons geslagen, en waarin nog eenige robijnen te
-zien waren, kunstig in de greep ingelegd.
-
-„Dit is de beroemde verzameling van professor Daring,” zeide Charly,
-naderbij tredend. „Ik heb nog geen gelegenheid gehad, om haar grondig
-te bezichtigen, maar ik geloof wel dat zij zeer veel waard is.”
-
-„Op zijn minst een half millioen dollar, Charly,” zeide Raffles
-bedaard.
-
-„Wat! Zooveel?” riep Charly verbaasd uit.
-
-„Op zijn minst, zeg ik je. Ik tref hier stukken bij aan, waarvan ik
-zeker weet, dat er geen tweede exemplaar van bestaat, zooals die gouden
-spangen daarginds, die bestemd waren om een koningsmantel dicht te
-houden, geen ander mocht dergelijke versierselen dragen. Ik heb verder
-reeds een paar hoogst zeldzame munten en amuletten gevonden, die alleen
-reeds een burgermansfortuin waard zijn. En om je de waarheid te zeggen,
-Charly, voel ik wel eenigszins de verantwoordelijkheid drukken, die op
-mij rust voor het goede beheer van deze schatten. Ik zou het mijzelf
-nooit vergeven, wanneer hier ook maar het minste of geringste van werd
-ontvreemd. Een man als professor Daring is juist de eenige, die de
-waarde van deze Asyrische kostbaarheden weet te schatten, en aan wien
-zij het best zijn toevertrouwd. Hij is er voorts niet gierig op, maar
-laat iedereen ze bezichtigen, die er zijn belangstelling voor te kennen
-geeft. Ik voor mij zou hier dagen kunnen door brengen, zonder mij een
-oogenblik te vervelen.”
-
-„Maar zouden de bandieten het werkelijk op deze verzameling voorzien
-hebben?” ging Charly voort.
-
-„Dat behoeft je geenszins te verbazen. Bedenk wel, dat wij niet te doen
-hebben met ordinaire ladelichters, maar dat er zich onder die schelmen
-lieden bevinden, die een grondige studie van dergelijke dingen gemaakt
-hebben, en die zelfs, hoe vreemd het ook moge klinken, in staat zouden
-zijn, in een verzameling van oudheden het kostbare van het betrekkelijk
-waardelooze te onderscheiden. Er zijn goed geschoolde
-schilderijenkenners onder, wie men niet licht een copie voor een
-origineel in de handen zal stoppen, en zoo vindt men onder hen
-muntkenners, deskundigen op het gebied van oude, kostbare wapens, en
-andere vaklieden. Ik erken dat het vervreemden van deze verzameling wel
-met eenige moeite gepaard zou gaan, maar de dieven zullen wel de goede
-adressen weten, waar zij zelfs deze wereldbekende, zeer zeldzame zaken
-kunnen kwijt raken.”
-
-„Dan mogen wij wel een oog in het zeil houden,” zeide Charly, een
-weinig ongerust. „Het is immers volstrekt niet onmogelijk, dat zij
-vannacht al willen beginnen?”
-
-„Dat betwijfel ik sterk, want in ieder geval moet Canny haar vallen nog
-uitzetten, maar daar het toch niet geheel en al onmogelijk is, zullen
-wij er misschien verstandig aan doen, als wij Henderson waarschuwen. Ik
-zou echter niet van de huistelefoon gebruik maken, want dat sluwe
-creatuur hier boven ons zou wel eens op de een of andere wijze kunnen
-meeluisteren, maar bij een drogist gaan telefoneeren. Zeg Henderson,
-dat hij zich aanstonds naar de tuinpoort begeeft, die ik zooeven heb
-meenen te zien, en zorg dat die geopend is. Hij moet echter goed zijn
-oogen open zetten, opdat hij niet gezien wordt, want niemand kan
-zeggen, of de medeplichtigen van Canny niet reeds in de buurt zijn, om
-het huis te bespioneeren.”
-
-Charly liet geen tijd verloren gaan, maar gaf aanstonds aan Jerry last,
-bij den dichtst bijzijnden drogist, of anders in een hulppostkantoor,
-te telefoneeren.
-
-De oude bediende keerde spoedig terug van zijn boodschap, en Charly
-ging tersluiks de kleine tuinpoort openen, en liet tien minuten later
-Henderson binnen, waarop hij de stevige deur weder goed sloot.
-
-Het was zoo volkomen donker in den tuin, dat er van hun beider
-gestalten zeker volstrekt niets te zien zou zijn, zelfs al mocht Canny
-het in het hoofd hebben gekregen een weinig uit het raam te kijken.
-
-Vol verbazing zag Jerry den reus binnentreden, nog nimmer had hij een
-man van die grootte en dien lichaamsomvang gezien.
-
-Henderson werd aanstonds door Charly naar de museumzaal gebracht, waar
-Raffles nog steeds verzonken was in de aanschouwing van alles wat daar
-ten toon gesteld was, en hier werd hij door zijn meester met een
-handdruk verwelkomd.
-
-De beide bedienden werden nu ook geroepen, en kregen instructies voor
-dien nacht.
-
-Zij sliepen op de bovenste verdieping, en Raffles dacht er niet aan,
-hen van hun nachtrust te berooven.
-
-Met zijn beide metgezellen zou hij het zelf wel afkunnen, indien er
-reeds dien zelfden nacht werkelijk iets mocht voorvallen.
-
-En zoo klommen Blount en Jerry naar hun kamertjes, maar beiden hadden
-zich stellig voorgenomen, de toestemming om te gaan slapen, in den wind
-te slaan, en veeleer een oogje in het zeil te houden, om zoo noodig ter
-hulp te kunnen snellen.
-
-Men zou niet ongestraft de hand uitsteken naar de kostbare verzameling
-van hun meester, waarvoor zij beiden een bijna heiligen eerbied
-koesterden.
-
-En nu hielden de drie mannen op zachten toon krijgsraad.
-
-De gordijnen van de drie ramen in de museumzaal waren reeds gesloten,
-en door den schakelaar van het electrische licht om te draaien, werd
-het groote vertrek in duisternis gedompeld.
-
-De deur van deze zaal, de eenige in het vertrek, kwam uit op een zeer
-ruim portaal op de eerste verdieping aan den achterkant van het groote
-huis gelegen, en zij bevond zich bijna recht tegenover een vrij breede
-trap, die naar een gang voerde, welke eveneens met de vestibule in
-verbinding stond.
-
-Trap en gang werden bijna uitsluitend door de bedienden gebruikt, want
-het werkvertrek van den geleerde bevond zich op dezelfde verdieping, en
-hij behoefde slechts enkele stappen te doen, om zijn heiligdom te
-kunnen betreden.
-
-Charly had Raffles reeds medegedeeld, dat de beide echtelieden ieder
-een afzonderlijke slaapkamer in gebruik hadden, welke door een
-tusschendeur met elkander in verbinding stonden.
-
-De oude geleerde was namelijk gewend, vaak tot diep in den nacht te
-werken, als een of ander onderwerp hem medesleepte.
-
-Zij behoefde dus voor het oogenblik niets anders te doen, dan die
-slaapkamers te betrekken, en rustig af te wachten, wat de sluwe
-dievegge van plan was.
-
-Het meest waarschijnlijke was wel, dat zij, evenals zij onder andere
-omstandigheden niet lang geleden gedaan had, eerst het huis eens te
-onderzoeken ten einde zich op de hoogte te stellen van zijn inrichting.
-
-Pas wanneer zij deze goed kende, zou zij, zonder gevaar te loopen, een
-vergissing te begaan, haar medeplichtigen kunnen toelaten.
-
-Wat Henderson betreft, hij moest bij de hand blijven, en zou daarom
-slapen op een matras, op den vloer neergelegd, en die Raffles hem uit
-het reusachtige bed van den ouden geleerde afstond, benevens een deken.
-
-Op deze wijze was men op alle gebeurlijkheden voorbereid, want terwijl
-de slaapkamer van Raffles met twee ramen uitzag op straat, kon men
-vanuit de vensters van het slaapvertrek van Charly den tuin overzien.
-
-Nadat dit alles geregeld was, werden de lichten gedoofd, en nu was het
-geheele huis in duisternis gehuld, behalve dat hier en daar, in de
-vestibule en op het groote portaal een klein electrisch lampje flauw
-licht verspreidde.
-
-De gordijnen voor de ramen in de beide slaapkamers werden op een kier
-geopend, zoodat de beide mannen de omgeving konden overzien, zonder dat
-zij zelven werden opgemerkt.
-
-Er werd slechts zeer weinig gesproken, en dat weinige werd nog op
-fluisterenden toon gezegd.
-
-Het was bijna half een in den nacht, toen het scherpe oor van Raffles
-een licht gerucht op de gang opving.
-
-Hij sloop behoedzaam naar de deur en luisterde, terwijl hij zijn
-wijsvinger op de lippen legde.
-
-Het gerucht kwam nader en het werd veroorzaakt door iemand, die zoo
-zacht mogelijk, op de teenen sluipend, door de gang liep.
-
-Toen hield het gerucht op.
-
-Blijkbaar stond de persoon aan den anderen kant van de deur stil, om te
-luisteren.
-
-De drie mannen verroerden zich niet, en hielden zelfs hun adem in, uit
-vrees, dat die rondsluipende persoon daarbuiten zou bemerken dat zij
-nog niet naar bed waren gegaan.
-
-„Als zij het grapje maar niet herhaald om stikgas in de kamer te
-spuiten,” bromde Charly bij zichzelf. „Wij hebben thans geen maskers
-bij ons, en als wij de ramen openen, dan zal zij het zeker hooren,
-dadelijk begrijpend dat er iets niet in orde is, en aan den haal gaan.”
-
-Maar reeds gingen de voetstappen verder, zachtjes en sluipend, en na
-eenigen tijd hoorden de drie mannen heel voorzichtig aan het einde van
-de gang een raam openen, dat uitzicht gaf op de straat.
-
-Raffles begaf zich aanstonds naar zijn uitkijkpost, en na eenigen tijd
-vruchteloos te hebben rondgetuurd, ontwaarde hij een tweetal mannen,
-die in de schaduw van een zwaren boom stilstonden, en hun blikken op
-het huis gevestigd hielden.
-
-Blijkbaar gaf Canny seinen aan haar medeplichtigen, want nu zag Raffles
-snel achter elkaar het licht van een gewone fietslantaarn schijnen en
-weder verdwijnen, met ongelijke tusschenpoozen, hetgeen waarschijnlijk
-veroorzaakt werd, doordat de man, die de seinen gaf, gedurende korten
-of langen tijd de lichtstralen van de lamp met zijn hand onderschepte.
-
-Het seingesprek duurde slechts zeer kort, en het werd waarschijnlijk
-niet volgens de gewone Morse-teekens gevoerd, want Raffles begreep er
-niets van.
-
-Maar Charly, die achter hem had gestaan, tikte hem op den schouder, en
-zeide op zacht fluisterenden toon:
-
-„Ik heb het al ontdekt. Je weet dat ik een studie heb gemaakt van een
-menigte geheime seinstelsels, en het hunne is al bijzonder eenvoudig.
-Zij springen eenvoudig telkens een enkele letter van het alphabet over,
-als zij een woord seinen, en melden bijvoorbeeld inplaats van het
-woordje „dat” iets geheel anders en dat volstrekt geen zin heeft,
-namelijk „ebu”. Degeen die de seinen ontvangt, behoeft dus niets anders
-te doen, dan een letter terug te gaan, en hij is klaar.”
-
-„Prachtig, Charly. En je weet dus wat die twee kerels daar zooeven
-geantwoord hebben aan ons lief logétje?”
-
-„Ja. Het was even kort als duidelijk, zij hebben zooeven teruggeseind:
-
-„Wij komen morgennacht!”
-
-
-
-
-
-
-
-
-HOOFDSTUK VI.
-
-IN DE KOOI.
-
-
-Dien nacht sliepen Raffles en Charly, na voor alle zekerheid nog een
-half uur te hebben gewacht, en zich toen, door een blik door het
-sleutelgat van de kamer van Canny, zich te hebben overtuigd, dat zij
-vast sliep, zoo rustig als zij in langen tijd niet gedaan hadden, want
-zij konden er nu wel zeker van zijn, dat er althans dien nacht niets
-meer zou geschieden.
-
-Canny maakte blijkbaar volstrekt geen haast, hetgeen ook niet noodig
-was, en zij had den geheelen volgenden dag voor zich, om het huis goed
-te bestudeeren, en af te neuzen, waar de goede oude geleerde zijn geld,
-en zijn vrouw haar kostbaarheden bewaarde.
-
-Den volgenden morgen waren zij echter vroeg weder op de been, Charly in
-zijn vrouwenkleedij, Raffles als de gewaande geleerde.
-
-Er was echter volstrekt geen ruchtbaarheid gegeven aan zijn terugkomst,
-en zoo bleven de bezoekers dan ook schaars in aantal, en zij vertrokken
-zeer spoedig weder, nadat Raffles zich wegens zware hoofdpijn had
-geëxcuseerd.
-
-Wat Canny betreft, zij vertoonde zich omstreeks negen uur in het
-eenvoudige kleedje, dat professor Daring voorloopig voor haar gekocht
-had te New-York, in de fraai ingerichte eetzaal, waar het ontbijt
-gereed stond.
-
-En weder moest Raffles eerlijk erkennen, dat zij haar rol op
-onverbeterlijke wijze vervulde.
-
-Zij at, en hanteerde haar mes en vork, met de verlegen onhandigheid,
-die men van een meisje in haar omstandigheden moest verwachten.
-
-Zij durfde bijna niet opzien van haar bord, en zij keek schuw en
-tersluiks af, hoe haar beide weldoeners de moeilijke kunst van het
-behoorlijk eten uitoefenden.
-
-Na het ontbijt ging mevrouw Daring met haar kleine beschermelinge een
-autorit maken, en kocht hier en daar eenige kleinigheden, maar niet al
-te veel, want Charly vond, niet ten onrechte, dat dit slechts geld
-weggooien was.
-
-Maar de beide dames waren voor den lunch reeds lang weder terug, en
-Margret vroeg en kreeg verlof, het huis eens te gaan bekijken, dat vond
-zij zoo prettig, zooals zij verzekerde.
-
-Glimlachend liet mevrouw Daring het jonge ding haar gang gaan, en nu
-huppelde Canny vroolijk door het huis, stak overal haar neusje in, als
-een opgewonden bakvischje, babbelde met de beide bedienden, die de
-grootste moeite hadden in hun rol te blijven, wandelde wat in den tuin,
-en keerde toen in huis terug, juist tegen den tijd van den lunch, en
-verzekerde, dat zij het huis „prachtig en verrukkelijk” vond.
-
-Maar zij zeide er niet bij, dat zij zich zeer nauwkeurig overtuigd had
-van de plaatsing van de verschillende huistelefoons, van de inrichting
-van het slot van de kleine tuinpoort, van de veiligheidsverzekering van
-de voordeur, en andere wetenswaardige zaken.
-
-Zij verzweeg ook, dat zij de kleine brandkast van den ouden geleerde
-nauwkeurig had bezichtigd, en daarna verachtelijk haar neus had
-opgetrokken, en in het boudoir van de vrouw des huizes een kijkje was
-gaan nemen, waar zij verschillende laden haastig had opengetrokken, en
-vluchtig den inhoud had geïnspecteerd.
-
-Maar al vertelde zij het niet, Raffles wist het daarom niet minder
-goed, want al mocht Canny slim zijn, zij moest het tegen de slimheid
-van John Raffles niettemin afleggen.
-
-Daar Raffles niet zoo wreed wilde zijn, de sluwe bedriegster den
-geheelen dag in het gezelschap van Charly Brand te laten, nam hij des
-middags zijn taak over, liet het meisje bij zich komen, en begon haar
-te onderrichten in de eerste beginselen van de Engelsche taal.
-
-En het was wel een zonderlinge gebeurtenis, de Gentleman-Inbreker, die
-daar met grooten ernst les gaf aan een vrouw, die nog slechts weinige
-dagen geleden de behulpzame hand geboden om hem te vermoorden en van
-zijn laatste oogenblikken getuige had willen zijn.
-
-En toch verried niets in hem, dat hij niet degene was, voor wien hij
-zich uitgaf, en het ligt dus in den aard der zaak, dat de misdadigster
-zich, zooals men dat noemt, deerlijk zat te vervelen, en dit toch
-onmogelijk kon laten merken, om iederen schijn van achterdocht te
-vermijden.
-
-Men dineerde thuis, de oude professor ging een tukje doen, mevrouw trok
-met Canny naar haar boudoir, deze laatste speelde een weinig zeer
-slecht piano, ook al geheel in den toon, en om tien uur kreeg zij een
-zachten wenk, dat het tijd zou zijn, om zich ter ruste te begeven.
-
-Zoo verdween Canny weder uit den gezichtskring der beide mannen, die op
-dat oogenblik in de groote gezellige huiskamer bijeen waren, en
-elkander nu met een veelzeggenden glimlach aanzagen.
-
-„Daar vliegt het onschuldige duifje heen,” zeide Charly sarcastisch.
-„Als je wist hoe ik haar den geheelen dag verwenscht heb. De oude
-mevrouw Daring kon toch moeielijk een zware sigaar opsteken, nietwaar?”
-
-„Dat had inderdaad zijn bezwaren, Charly,” antwoordde Raffles lachend.
-
-„En een pijp ging nog veel minder.”
-
-„Ik geloof zelfs dat een sigaret tusschen de lippen van de oude,
-eerwaardige dame zou hebben misstaan,” hernam Raffles. „Maar als je
-wilt kun je nu je schade inhalen.”
-
-„Ik dank je voor die toestemming, en ik zal er aanstonds gebruik van
-maken,” riep Charly uit, en hij snelde het vertrek uit, en keerde
-terug, een zware Havannah tusschen de lippen geklemd, hetgeen in
-verband met zijn eerbiedwaardig uiterlijk van deftige, oude dame, een
-eigenaardig schouwspel opleverde.
-
-Hij maakte het zich gemakkelijk, zette de drukkende pruik af, legde
-zijn beenen voor zich op tafel, en slaakte een zucht van welbehagen.
-
-„Je weet, Edward, dat ik maar zelden spijt heb gehad, mij aan je te
-hebben verbonden, en aan de meeste van je avonturen deel te nemen, maar
-toch, als ik vooruit had kunnen weten, dat je mij ooit zou dwingen, de
-rol van een vrouw te vervullen, dan—”
-
-„Dan zou er van onze samenwerking niets gekomen zijn?”
-
-„Dan zou ik mij in ieder geval er nog eens op beslapen hebben,” hernam
-Charly lachend.
-
-In eens hield hij op, en vestigde het oog op de deur.
-
-„Wat was dat?” vroeg hij op zachten toon.
-
-„Wat meen je?”
-
-„Ik dacht dat ik iets hoorde in de gang, ik zal het mij verbeeld
-hebben.”
-
-Raffles was met een paar stappen bij de deur, rukte haar open, en keek
-naar buiten, in de half duistere gang, maar er was volstrekt niets te
-bespeuren. Hij liep snel tot aan de trap, keek naar boven en naar
-beneden, en keerde gerustgesteld terug, Charly had zich natuurlijk
-vergist, de gebeurtenissen van dien dag hadden hem een weinig
-zenuwachtig gemaakt.
-
-„Er is niets, je bent een weinig overspannen, mijn waarde,” zeide
-Raffles nadat hij het vertrek weder was binnengetreden.
-
-„Dat ontken ik niet. En zeg mij nu eens, is de politie al
-gewaarschuwd?”
-
-„Ja, zij verschijnt om half elf, met ongeveer tien man, dat zal toch
-zeker wel ruimschoots voldoende zijn om de bezoekers hartelijk te
-verwelkomen, en in verzekerde bewaring te nemen.”
-
-„Canny toch zeker ditmaal incluis?”
-
-„Natuurlijk. Je kunt wel begrijpen, dat ik er niet op gesteld ben, die
-kleine duivelin, die mij gaarne met eigen hand zou hebben vermoord, op
-vrije voeten te laten. Hoe eerder het caronje onschadelijk wordt
-gemaakt, hoe beter het voor heel wat lieden is, en niet voor mij in de
-laatste plaats.”
-
-„Je hebt toch niets van je ware identiteit verraden?”
-
-„Dat spreekt vanzelf. Zij denken met professor Daring te doen te
-hebben. Ik heb eenvoudig laten voorkomen, alsof ik door een toeval op
-de hoogte was gekomen van het complot, dat mij door een verrader van de
-bende, die zich op den chef wilde wreken, was medegedeeld.”
-
-„Zoodat wij niets anders te doen hebben dan rustig af te wachten, tot
-de politie hier verschijnt?”
-
-„Zoo is het.”
-
-„Maar hoe komt zij binnen zonder dat Canny het merkt?”
-
-„Maak je daaromtrent niet ongerust, zij vindt de tuinpoort geopend, en
-kan daar binnen gaan.”
-
-„Maar als Canny haar medeplichtigen wil binnenlaten, en die zelfde
-poort gebruikt, dan zal zij de deur open vinden, en sluw als zij is,
-zou dit haar wantrouwen wel eens kunnen gaande maken.”
-
-„Maar Charly, denk je met een ezel te doen te hebben. Natuurlijk zal de
-laatste agent de deur weder sluiten.”
-
-„En Henderson?”
-
-„Die is nu nog in zijn eigen kamertje, maar ik zal hem ergens op post
-zetten, in den tuin bijvoorbeeld, of op een der balkons, vanwaar hij
-een wakend oogje over de kleine comedie kan laten gaan, en den
-bandieten den weg zal versperren, als zij ontijdig de lucht mochten
-krijgen van wat hen hier te wachten staat.”
-
-„Maar loopen wij dan zelf in het minst geen gevaar?”
-
-„Ik kan niet inzien waarom. Canny twijfelt geen oogenblik of wij zijn
-professor Daring en zijn vrouw, en zij zal niets anders denken of er is
-verraad in het spel.”
-
-„Wij moeten dus onze rol tot het laatste spelen?”
-
-„Tot het bittere einde, Charly.”
-
-Onder dit gesprek was de groote wijzer van de fraaie pendule op den
-marmeren schoorsteenmantel langzaam voortgeschoven, en het was reeds
-kwart over tienen, toen Raffles eindelijk opstond, en zeide:
-
-„Zij zullen nu wel spoedig hier zijn. Ik heb hen gezegd, dat zij zoo
-omzichtig mogelijk moesten naderen, want het zou kunnen zijn, dat Canny
-nog niet sliep, en zij zal wel een goed ontwikkeld gehoor hebben, en
-den hoorn van een politie-auto misschien van elke andere kunnen
-onderscheiden, al zijn wij dan hier niet in haar geboortestad.”
-
-„Zouden wij ons niet eens overtuigen, dat zij werkelijk slaapt?”
-
-„Waartoe dat?” kwam Raffles verwonderd. „Zij zal zich in ieder geval
-slapende houden. Werkelijk slapen doet zij natuurlijk niet, want zij
-moet haar medeplichtigen binnenlaten, en dat zal wel niet veel later
-dan een uur zijn, want al is de brandkast klein en ouderwetsch, zij
-zullen er toch minstens een paar uur werk aan hebben, en om dezen tijd
-is het reeds om zes uur klaar lichten dag.”
-
-„Is de tuinpoort op dit oogenblik geopend?”
-
-„Voor zoover ik weet, niet, tenminste wanneer Canny het al niet gedaan
-heeft, wat ik echter niet waarschijnlijk acht, en daarom zou ik je wel
-willen verzoeken, je daarvan even te gaan overtuigen, want over tien
-minuten kunnen de politieagenten hier zijn.”
-
-Charly deed onmiddellijk wat hem gevraagd werd.
-
-Hij zette de pruik weder op, sloeg een wollen hoofddoek om, daalde de
-trap af, verliet het huis door de achterdeur, sloop door den duisteren
-tuin, en ging naar de kleine tuindeur.
-
-Hij taste naar het slot, en bevond, toen hij den sleutel wilde
-omdraaien, dat de deur reeds geopend was....
-
-Zonder dat hij zich juist kon verklaren waarom, maakte deze
-omstandigheid een onaangenamen indruk op Charly Brand.
-
-„Dat moet Canny gedaan hebben,” mompelde hij voor zich heen. „Maar voor
-den drommel, waarom deed zij het zoo vroeg?”
-
-Hij bleef nog even in gedachten staan, en aanvaardde toen den terugweg.
-
-Toen hij een blik wierp naar het venster van het vertrek, dat aan Canny
-als verblijfplaats was toegewezen, zag hij, dat het daarbinnen volkomen
-duister was, de gordijnen waren echter terzijde getrokken.
-
-Hij ging verder, opende de achterdeur, trad binnen, en sloot haar
-zachtjes weder achter zich.
-
-Toen hij de gang van het dienstpersoneel bijna geheel teneinde was,
-stond hij opnieuw stil.
-
-„Wat is dat nu weer?” bromde hij voor zich heen.
-
-Zijn oor had een zacht gerucht opgevangen, het was, alsof zooeven de
-voordeur zachtjes gesloten werd....
-
-„Ik moet zekerheid hebben,” fluisterde hij half luid.
-
-Zoo snel hij kon, maar zonder veel gerucht te maken, ijlde hij de gang
-ten einde, bereikte de vestibule, stak haar snel over, en stond voor de
-voordeur.
-
-Bijna was hem een kreet ontsnapt.
-
-De beide zware koperen grendels waren teruggeschoven, de dikke koperen
-ketting was losgehaakt, en schommelde nog zachtjes heen en weder....
-
-Er kon niet meer aan getwijfeld worden, zooeven had iemand het huis
-verlaten.
-
-Charly rukte de deur open, en keek naar buiten.
-
-Er waren slechts weinig voorbijgangers te bespeuren in deze deftige
-wijk, en er reden juist een paar auto’s voorbij, maar Charly kon
-volstrekt niets verdachts zien.
-
-Toch bleef hij nog eenige oogenblikken zoo staan kijken, en toen ging
-hij langzaam weder in huis terug, sloot de deur weder, deed de grendels
-en den ketting er weer op, en bleef in gedachten verzonken staan.
-
-„Wie voor den drommel kan nu het huis verlaten hebben?” bromde hij
-binnensmonds. „Wel natuurlijk, het kan niemand anders geweest zijn dan
-die helleveeg, dan Canny. Maar, dan moet zij ook iets vermoed hebben,
-erger nog, dan moet zij zekerheid hebben gehad. Maar als dat zoo is,
-dan, dan loopt Raffles het grootste gevaar. Dan zou zij gelegenheid
-hebben, om op haar beurt de politie te gaan waarschuwen, en dat zou in
-de gegeven omstandigheden uiterst gevaarlijk zijn. Wij moeten ons
-aanstonds gaan overtuigen of die vrouw nog in haar kamer is of niet.
-Misschien heb ik mij nog vergist, misschien was het wel een van de
-bedienden, die nog laat een boodschap is gaan doen. Maar laat ik eerst
-Henderson gaan waarschuwen, die zich wel ergens in den tuin zal
-bevinden, hij moet zich bij ons komen voegen, en als ik Raffles een
-raad mag geven, dan verlaten wij hals over kop dit huis, want ik wil
-mij laten kielhalen als er niet iets broeit.”
-
-Charly aanvaardde dus den terugweg weder, opende opnieuw de tuindeur,
-wilde naar buiten treden, en keek recht in den loop van een revolver,
-die een zwaar gebouwde politieman hem voorhield.
-
-„Niet zoo haastig, mevrouw,” zeide de agent op barschen toon. „Ga het
-huis weer binnen als ik u verzoeken mag.”
-
-„Te laat,” bromde Charly tusschen de tanden.
-
-Daar hij evenwel zag, dat de agent door nog twee andere vergezeld was,
-die beschikten over even afdoende argumenten als hijzelf in den vorm
-van twee vervaarlijke revolvers, deed hij schouderophalend een stap
-terug, maar voor de deur gesloten werd, liet hij het bekende
-waarschuwingssein hooren, dat bedoeld was voor Henderson, die zich wel
-in de buurt en nog in vrijheid zou bevinden.
-
-En daarop viel de deur dicht, twee agenten namen Charly tusschen hen
-in, een derde volgde hem op de hielen, en zoo begaven zij zich naar
-boven, naar het vertrek, waar Charly den Gentleman-Inbreker zooeven had
-achter gelaten.
-
-Reeds op de gang had Charly Brand opnieuw den snerpenden
-waarschuwingskreet laten hooren, die door de agenten slechts door een
-medelijdend schouderophalen werd beantwoord, en toen hij binnentrad
-begreep hij de beteekenis van dien spot, daar stond Raffles, met een
-flauwen glimlach om de lippen, koel en onbewogen, maar omringd door een
-zestal agenten van politie, aangevoerd door een commissaris.
-
-Deze ambtenaar had klaarblijkelijk reeds eenigen tijd met korte stappen
-het vertrek op en neer geloopen, en stond pas stil, toen Charly door de
-drie agenten werd binnengeleid.
-
-Hij wachtte tot de deur zorgvuldig gesloten was, en begon toen, zich
-tot Raffles wendende:
-
-„Pardon, professor, het is uiterst onaangenaam voor mij, maar ik ben
-wel genoodzaakt om mijn plicht te doen. Berust wat wij nu doen
-werkelijk op een vergissing, dan zal ik de eerste zijn, die u daarvoor
-mijn oprechte verontschuldigingen aanbied, maar wij hebben informatie
-ontvangen, die mij dwingt, hier een zeer grondig onderzoek in te
-stellen. Gij zult dus wel zoo goed zijn, zonder omwegen te antwoordden
-op de vragen, die ik u zal stellen.”
-
-„Ga u gang, commissaris,” antwoordde Raffles kalm.
-
-„Waart gij het, die ons hedenmiddag hebt verzocht, hier te verschijnen
-met een tiental agenten, teneinde ons meester te maken van een aantal
-bandieten en van Canny Macleod, die zich onder een valsch voorgeven bij
-u zou hebben ingedrongen?”
-
-„Zoo is het, mijnheer.”
-
-„Gij komt van New-York?”
-
-„Ja, ik nam daar deel aan het oudheidkundig internationaal congres.”
-
-„Weet gij zeker dat Canny Macleod zich hier nog in huis bevindt?”
-
-„Ik zou niet inzien, waarom zij het zou hebben kunnen verlaten.”
-
-„Wij zullen er ons aanstonds van overtuigen. Maar stil, daar zijn uw
-bedienden reeds, die wij hebben laten halen.”
-
-Inderdaad waren Jerry en Blount een oogenblik te voren binnengetreden,
-en zij staarden vol verbaasde verontwaardiging naar de groep midden in
-het vertrek.
-
-De commissaris wendde zich tot Jerry, en vroeg:
-
-„Hoe heet gij, goede vriend?”
-
-„Jerry, mijnheer. Maar mag ik weten....”
-
-„Het is niet aan u, maar aan mij om vragen te stellen,” viel de
-commissaris hem streng in de reden. „Herkent gij dezen heer als uw
-meester?”
-
-„Als dat een grap moet verbeelden, mijnheer...” viel Jerry woedend uit.
-
-„Bedenk tegen wien je spreekt, man, en antwoord mij zonder omwegen,”
-riep de commissaris op barschen toon. „Is deze man professor Daring, ja
-of neen?”
-
-„Natuurlijk is hij het,” antwoordde Jerry woedend. „Wat beteekent die
-onzinnige vraag?”
-
-De commissaris legde hem met een gebaar het stilzwijgen op, en
-vervolgde kortaf:
-
-„Weet gij, waar.... het jonge meisje slaapt, dat professor Daring onder
-zijn bescherming heeft genomen?”
-
-„Ja, mijnheer,” antwoordde Jerry, die van verbazing niet wist of hij
-waakte of droomde.
-
-„Ga u dan dadelijk overtuigen of zij er nog is. Haast u wat.”
-
-Jerry verdween, en gedurende den korten tijd van zijn afwezigheid werd
-er in het vertrek geen woord gesproken.
-
-Toen hij terugkwam, vroeg de commissaris onmiddellijk:
-
-„Welnu?”
-
-„Zij is er niet, mijnheer.”
-
-„Was het bed beslapen?”
-
-„Het was niet aangeroerd.”
-
-„Dat pleit in ieder geval niet in uw voordeel... professor,” hernam de
-commissaris, langzaam zijn hoofd in de richting van Raffles wendend,
-die een weinig bleek was geworden onder het dunne laagje schmink, dat
-zijn gelaat bedekte, maar overigens volkomen kalm was gebleven.
-
-Hij doorzag nu alles, en hij verwenschte zijn onvoorzichtigheid, en die
-van Charly Brand, want het was nu maar al te duidelijk, dat de jonge
-man wel degelijk goed had gehoord, toen hij meende, in de gang eenig
-gerucht te hooren, en dat Canny een gedeelte van hun gesprek had
-afgeluisterd, misschien wel door het sleutelgat had gegluurd, gehoor
-gevend aan haar eeuwigdurend wantrouwen, en daarbij de gewaande mevrouw
-Daring met een sigaar in den mond, zonder pruik, en met de voeten op
-het tafelblad had waargenomen.
-
-Zij had zeker tot het allerlaatste oogenblik gewacht, na zelf de
-politie te hebben gewaarschuwd, door middel van een der telefoons in
-huis, had zich nog overtuigd, dat de politie-auto kwam aanrijden, en
-vervolgens de vlucht genomen.
-
-Daaraan was nu niets meer te veranderen, en Raffles zou rekening moeten
-houden met geheel veranderde omstandigheden, omstandigheden, die zeer
-in zijn nadeel waren gewijzigd sedert eenige oogenblikken.
-
-Na de woorden van den commissaris bleef het even stil in het vertrek.
-
-Toen vervolgde de politiebeambte op drogen, bevelenden toon, die reeds
-niet meer hoffelijk klonk: „Ik zal u moeten verzoeken, professor, mij
-toestemming te geven, om mij persoonlijk te overtuigen, of.... uw
-hoofdhaar en uw baard echt zijn.”
-
-Daar Raffles wel begreep, dat een grondig onderzoek binnen enkele
-oogenblikken het bedrog aan het licht moest brengen, antwoordde hij
-rustig:
-
-„Gij kunt u die moeite besparen, mijnheer, het een zoowel als het ander
-is valsch.”
-
-„Ah. Ik vermoedde zoo iets. En die dame?”
-
-„Mijn vrouw is, als ik het zoo mag uitdrukken, commissaris, eveneens
-valsch,” antwoordde Raffles rustig.
-
-En hij wendde zich tot Charly, en zeide, op een toon, die aanstonds de
-opmerkzaamheid van den jongen man had:
-
-„Trek je rokken en de rest maar uit, vrouwtje, zij mochten je eens in
-je bewegingen belemmeren.”
-
-In een oogwenk had Charly de vrouwenkleeren afgeworpen, de pruik
-afgedaan, en daar stond nu een krachtig gebouwde jongeman, met een oud
-gerimpeld gelaat.
-
-De commissaris had snel een kreet van verbazing en zegepraal
-onderdrukt, en zeide:
-
-„Ik weet wat ik weten wil, die kleine duivelin heeft dus toch gelijk
-gehad, wij missen haar en haar mannen, maar ik geloof niet, dat ik
-spijt behoef te hebben van de ruil. Mannen, maakt u van deze twee
-bedriegers meester.”
-
-Nauwelijks had de commissaris deze woorden gesproken, of rinkelend
-vloog de groote balkondeur in scherven, en een doordringende stem, een
-goed bekende stem riep:
-
-„Hierheen, uwe Lordschap. Hierheen. In den boom. In den boom.”
-
-Sneller dan de gedachte sloeg Raffles met twee meesterlijke kinstooten
-de twee dichtst bijstaande agenten terneder, en Charly wierp een zwaren
-stoel naar de beenen van een paar anderen, die er over heen tuimelden,
-en in de aldus gevormde geul stortten zich de beide vrienden en
-stormden vlug als de wind naar het openstaande balkonraam.
-
-Daar zagen zij een wonderlijk schouwspel.
-
-Op een afstand van ongeveer vijf meter van het balkon verhief zich een
-populier, en in den top daarvan zat James Henderson.
-
-Met behulp van een sterk touw had hij, eenmaal in de boom geklommen
-zijnde, een lus weten te slaan om een der zware knoppen van de
-balkonleuning en daarop had hij met reuzekrachten, door aan het touw te
-trekken, den top van den boom tot over het balkon kunnen brengen,
-waarop hij het touw aan een der dikste takken had vastgemaakt, zoodat
-de boom in denzelfden stand bleef, gespannen als een geweldige boog,
-met het touw, waarvan het andere einde tot op den grond afhing, als
-koord.
-
-Terwijl achter hen een luid geschreeuw van woede weerklonk, sprongen
-Raffles en Charly tegelijk, vlug als acrobaten schrijlings op een paar
-dikke takken, en met een enkelen slag van zijn sterk mes knapte
-Henderson het als een snaar gespannen touw door, zoodat de populier
-terugzwiepte....
-
-Bijna waren de mannen door de hevige beweging uit den kruin van den
-boom geslingerd, maar zij hielden zich stevig vast, en lieten zich snel
-als het weerlicht aan het dikke touw op den grond glijden, juist toen
-de eerste agenten op het balkon verschenen, en als razenden in den
-blinde begonnen te vuren.
-
-De drie mannen stormden door den tuin, wipten over den muur, daar de
-kleine poort gesloten bleek, en waren eenige minuten later in
-veiligheid.
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 398: DUISTER
-NEW-YORK ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.