diff options
Diffstat (limited to 'old/66803-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/66803-0.txt | 2946 |
1 files changed, 0 insertions, 2946 deletions
diff --git a/old/66803-0.txt b/old/66803-0.txt deleted file mode 100644 index 6e501e4..0000000 --- a/old/66803-0.txt +++ /dev/null @@ -1,2946 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 398: Duister New-York, by -Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 398: Duister New-York - -Author: Kurt Matull - Theo Blakensee - Felix Hageman - -Release Date: November 23, 2021 [eBook #66803] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg. - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 398: DUISTER -NEW-YORK *** - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 398 DUISTER NEW-YORK - - - - - - - - -DUISTER NEW-YORK. - - -HOOFDSTUK I. - -DE ONVERWACHTE ONTMOETING. - - -Sedert eenige dagen hielden de Amerikaansche, naar vooral de -New-Yorksche bladen zich bijna uitsluitend bezig met het zonderlinge -geval van den heer Albert Clapham, den rijken, eenigszins excentrieken -effectenhandelaar, die in een der deftigste wijken van de wereldstad -een fraai huis bewoond had. - -Bewoond had—want hij was sedert enkele dagen spoorloos verdwenen, en -men wist volstrekt niet, waar hij zich op dat oogenblik kon bevinden. - -De zaak baarde zooveel opzien, dat men er zelfs de tamelijk gespannen -verhouding met Engeland en Japan bij ten achter stelde, en de menschen -op straat vochten als het ware om de extra-edities der bladen, waarmede -de krantenjongens luid gillend, als een troep woeste Indianen, uit de -verschillende dagbladdrukkerijen kwamen stormen. - -Dan sloegen zij het eerst de pagina op, waar zij het verslag van de -zonderlinge zaak wisten te vinden, en begonnen ijverig te lezen. - -Sedert eenige maanden was de criminaliteit in New-York tot een -ongekende hoogte gestegen, en de politie zat, zooals men dat noemt, met -de handen in het haar. - -Weliswaar stelde zij alles in het werk om het gespuis, dat New-York -onveilig maakte, met alle middelen te bestrijden, en de -hoofdcommissaris van politie had reeds een lijstje gepubliceerd van -maatregelen, welke hij dacht te nemen, om den strijd tegen de bandieten -met goed succes te kunnen voeren, die zich in den laatsten tijd -veelvuldig van automobielen trachtten te bedienen bij het verrichten -van hun euveldaden—en in de meeste gevallen waren ook deze auto’s, -waaronder zeer kostbare exemplaren, van roof en diefstal afkomstig. - -Maar dit alles scheen niet zeer veel uit te werken, tenminste van de -resultaten zag men niet veel, en het New-Yorksche publiek van de -laagste tot de hoogste standen begon zeer ongerust te worden, daar de -bandieten zich zelfs niet ontzagen, arbeidersvrouwen van hun bescheiden -sieraden te berooven, toen er eensklaps hulp kwam opdagen van een -zijde, waarvan men die het allerminst had verwacht. - -Er was een geheimzinnig personage ten tooneele verschenen, die, -waarschijnlijk met de hulp van een tweetal makkers, mede den strijd -tegen het geboefte scheen te hebben aangebonden, en na eenigen tijd -wist de politie, wie dit personage was—niemand anders dan de Groote -Onbekende, de langgezochte Londensche Gentleman-Inbreker, John Raffles. - -Ja, hij moest in New-York zijn, de stoutmoedige avonturier, het kon -niet anders. - -Alle verschijnselen wezen er op. - -Zijn onvindbaarheid, de ongeloofelijke snelheid, waarmede hij zich -scheen te kunnen verplaatsen, de weergalooze vlugheid, waarmede hij -handelend optrad,—dat alles kenmerkte den man, die reeds zoovele jaren -vruchteloos gezocht werd door Scotland Yard. - -In weinige dagen tijds had John Raffles kans gezien om niet minder dan -een vijftiental bandieten van de ergste soort in handen van de politie -over te leveren—ofschoon hieraan dadelijk moet worden toegevoegd, dat -meer dan de helft van dit aantal aanstonds naar het ziekenhuis vervoerd -had moeten worden, en dat twee hunner slechts als lijken werden -gevonden, met revolverschoten door het hoofd. - -En nu stonden de bladen vol van het geval ten huize van den zooeven -genoemden Clapham, waar de politie, na een geheimzinnige telefonische -boodschap, negen mannen had gevonden, de meesten deerlijk toegetakeld -en buiten kennis, allen stevig geboeid en als het ware opeengestapeld -in den hoek van een vertrek, dat een ongeloofelijke verwarring -vertoonde, en waar uit alles bleek, dat er een hevige worsteling had -plaats gehad—men vond er een kostbaar porselein eetservies totaal in -scherven gevallen, een zware tafel, die wel tachtig kilo woog, waarvan -twee der pooten gebroken waren, en verder twee eiken stoelen, waaraan -letterlijk niets meer heel was. - -Overal op het tapijt vond men bloedsporen—maar van den heer des huizes -was niets te bespeuren. - -En hoe het kwam dat die negen mannen daar geboeid bijeen waren, zou wel -altijd een raadsel zijn gebleven, als een hunner, een ontvlucht -moordenaar, die uit de gevangenis had weten te breken, een week voor -hij op den electrischen stoel terecht zou worden gesteld, niet was gaan -„doorslaan”, zooals de vakterm luidt, wellicht in de hoop, dat hem dit -het leven kon redden, en verklaard had, dat men zich daar in het -prachtige huis van Clapham had bevonden, ten einde zich er meester te -maken van de beide helpers van John Raffles, die men in de val had -weten te lokken. - -Men kan zich de consternatie van de New-Yorkers voorstellen, toen zij -op deze wijze te weten kwamen, dat Clapham, die toegang had tot de -deftigste kringen, de vriend en medeplichtige was geweest van niemand -anders dan Black Pete, de man die met het befaamde „Meisje met de -Madonna-Oogen”, een bende misdadigers aanvoerde. - -En toch kon er niet aan getwijfeld worden—het moest zoo zijn, want een -andere oplossing was ondenkbaar. - -Met eindelooze moeite had men, met behulp van tolken, den Russischen -butler en den Chineeschen bediende van Clapham kunnen ondervragen, en -dezen hadden gezegd, dat hun meester hen op dien bewusten avond vrijaf -had gegeven, zoodat zij volstrekt niets wisten van wat er was -voorgevallen. - -Daar het volkomen ondenkbaar was, dat de beide helpers van Raffles -benevens de negen bandieten daar in huis waren geweest, zonder -toestemming van Clapham, zoo stond zijn medeplichtigheid buiten twijfel -vast, en hij had er zijn zaak niet beter op gemaakt, door de vlucht te -nemen. - -Hoe het ook zij—de twee vrienden van Raffles hadden een hevigen strijd -geleverd met de negen boeven, en volgens de verklaringen van den ter -dood veroordeelde, een glansrijke overwinning bevochten, zonder zelven -iets meer dan een paar schrammen op te loopen. - -De man voegde er als het ware tot zijn verontschuldiging bij, dat een -hunner twee tegenstanders een man was geweest van buitengewone -lichaamskracht, een ware reus, die een zwaren eikenhouten stoel -gehanteerd had, zooals een ander een licht wandelstokje deed, terwijl -zijn makker maar al te goed met zijn revolver bleek te kunnen omgaan. - -Hij gaf verder als zijn vermoeden te kennen, dat de beide vrienden van -Raffles, nadat zij er in geslaagd waren, uit het huis te ontvluchten, -waar men hen had willen dooden, zich hoogst waarschijnlijk zoo snel zij -konden begeven hadden naar een tamelijk afgelegen villa, waar op dat -zelfde oogenblik John Raffles zich in de macht bevond van een paar -dozijn bandieten, onder aanvoering van Black Pete en het „Meisje met de -Madonna-Oogen,” waar men hem op langzame wijze ter dood had willen -brengen. - -De man duidde het huis ook aan, de politie stelde er onmiddellijk een -onderzoek in, maar zij vond het nest verlaten, zij vond er slechts twee -lijken van lang gezochte misdadigers, die beide eenige zeer zware -misdaden op hun geweten hadden. - -Men ontdekte ook velerlei aanwijzingen, dat er in huis gevochten was, -kogelgaten in de zijwanden van een gang, bloedsporen op den vloer, en -verder een klein vertrekje, waar slechts een groote houten brits was -geplaatst, ongeveer boven het midden van die brits hing aan een dunnen -staaldraad een zwaar gewicht, waaronder in het midden het heft was -bevestigd van een vlijmscherp geslepen slagersmes. - -Bij nader onderzoek bleek, dat men dit gewicht door middel van een -uurwerk in het aangrenzende vertrek zeer langzaam kon laten dalen, en -het doel er van was maar al te duidelijk geweest. - -De ter dood veroordeelde bleek dus waarheid te hebben gesproken, maar -van de misdadigers kon men geen spoor meer ontdekken, evenmin trouwens -als van Raffles zelf, die blijkbaar bijtijds door zijn beide trouwe -helpers gered was. - -Het behoeft geen betoog, dat er over een en ander ellenlange berichten -in de New-Yorksche bladen verschenen, voorzien van vetgedrukte -opzienbarende opschriften. - -Alle bladen gaven hun meening over het geval te kennen, en er waren er -niet weinigen onder, die ronduit te kennen gaven, dat men een man als -John Raffles straffeloosheid moest waarborgen, en moest trachten, hem -over te halen, voor goed dienst te nemen in de gelederen van de -politie, want het bleek maar al te duidelijk, dat hij in weinige dagen -wist te bereiken, waartoe het geheele politiecorps met al zijn -voortreffelijke hulpmiddelen maandenlang niet in staat bleek te zijn -geweest. - -Als men Raffles maar eens zijn gang liet gaan, dan zou hij zeker -slechts een paar maanden behoeven, om alle misdadigers van New-York tot -den laatsten man uit te roeien. - -Raffles zelf kon slechts glimlachen om deze naïeve raadgevingen van de -bewuste bladen. - -Op het oogenblik dat ons verhaal een aanvang neemt, bevond hij zich in -gezelschap van zijn trouwen vriend Charly Brand in de conversatiezaal -van het Astor-Hotel. - -De beide mannen waren, daar het uur van het diner reeds voorbij was, in -avondtoilet gestoken, en zagen er uit als lieden, die zich een weinig -verveelden. - -Maar Raffles verveelde zich in het geheel niet. - -Hij was integendeel in volle actie, met alle zenuwen en spieren -gespannen, want hij bevond zich nog altijd midden in den strijd tegen -de misdadigers van duister New-York. - -Hij had gedurende eenige dagen met Charly Brand en zijn trouwen -chauffeur James Henderson de rol vervuld van werkelooze arbeiders uit -Chicago, teneinde op deze wijze in aanraking te komen met de lieden, -die hij zocht, en dit was hem ook voortreffelijk gelukt, maar -voorloopig zou hij zich weder in een ander karakter moeten vertoonen, -want de bandieten zouden in den eersten tijd waarschijnlijk met diep -wantrouwen bezield zijn jegens alles wat werkeloos heette. - -Met veel moeite was Raffles er in geslaagd, niet ver van het -Astor-Hotel een tamelijk ruim zoldervertrek te huren, waar hij, als het -noodig was, met Charly en Henderson kon slapen, maar dat hij had -gehuurd onder voorwendsel, een thuiswerkend kleermaker te zijn. - -Het was een goed verzinsel, want op deze wijze was hij in staat heel -wat kleederen hier heen te brengen, die hem naderhand konden dienen, -als hij zich weder zou moeten vermommen. - -Maar op dit oogenblik zaten Raffles en Charly tegenover elkaar, -onberispelijk gekleed, en bliezen kleine wolkjes uit hun fijne -sigaretten. - -„Ik zou wel eens willen weten,” begon Charly na eenigen tijd op zachten -toon, „hoe het met Black Pete is afgeloopen.” - -„Hij heeft zich natuurlijk met de anderen zoo snel als hij kon uit de -voeten gemaakt, daar hij wel begrepen zal hebben, dat wij na uit dat -vervloekte huis ontvlucht te zijn, ons zouden haasten, bij de eerste de -beste gelegenheid de politie te telefoneeren, en hun op het dak te -sturen.” - -„En het „Meisje met de Madonna-Oogen”, die dochter des duivels beter -gezegd, die naast je brits gezeten was, om te kunnen genieten van je -laatste stuiptrekkingen?” - -„Ik ben bang, dat Henderson haar een weinig hardhandig heeft -aangepakt,” antwoordde Raffles schouderophalend, „maar ook zij heeft -zich in ieder geval in veiligheid weten te stellen, anders zouden wij -wel van haar arrestatie in de bladen hebben gelezen.” - -„Een lief kind,” hernam Charly schamper. - -„Het is een pathologisch geval, Charly,” hernam Raffles bedaard. „Het -is een geval voor den psycholoog—ik ben overtuigd, dat dat schepsel met -haar uiterlijk van een engel zich op de grens van den waanzin bevindt. -Op een andere wijze valt het niet te verklaren, dat een vrouw er -behagen in kan scheppen, getuige te zijn van den doodstrijd van een -man, die haar alles welbeschouwd, nimmer eenig lichamelijk letsel had -toegebracht. Ik had haar vroeger eens honderd vijftig duizend dollar -afgenomen, het resultaat van heel wat zwaren arbeid van haar en haar -kornuiten, maar dit is toch geen afdoende reden om met genoegen toe te -zien, hoe een vlijmscherp mes langzaam maar onverbiddelijk daalt, en -even langzaam de borst van een levend wezen doorboort, en niet op de -plek waar het hart zit, maar juist daar waar de minst kwetsbare deelen -zich bevinden.” - -„Ik geloof waarachtig, dat je haar nog tracht voor te spreken,” zeide -Charly verontwaardigd. - -„Ik tracht te verklaren, Charly, dat is heel iets anders,” hernam -Raffles kalm. „Voor mij is het „Meisje met de Madonna-Oogen” niets -anders dan een hysterische, neurasthenische vrouw, wat natuurlijk niet -zeggen wil, dat mij dit belet, haar te vervolgen, zooals men schadelijk -wild vervolgt, want het nadeel dat zij de maatschappij kan berokkenen, -is onmetelijk.” - -„Wat ben je nu eigenlijk van plan?” vroeg Charly weder. - -„Om te beginnen zullen wij een dag uitrusten. Wij hebben een tamelijk -zwaren tijd achter den rug, en wij mogen wel eens vacantie nemen. Dan -zullen wij onze zolderkamer wat gemakkelijk inrichten met wat meubels, -en in het kleine kookhokje moet voor Henderson een fornuis geplaatst -worden, want niemand kan zeggen of het niet eens noodig zal zijn, daar -een toevlucht te zoeken. Wij zullen er ons hoofdkwartier vestigen, en -vandaar zullen wij het nieuwe offensief beginnen. Wij kennen nu reeds -heel wat bandieten van aanzien, wij kennen met name Black Pete, wij -weten waar hij zich pleegt op te houden, het is ons ook bekend, waar -hij en zijn trawanten plegen te vergaderen, en te zijnertijd zullen wij -met die wetenschap ons voordeel doen.” - -Hij wilde nog iets zeggen, maar onder het spreken was zijn blik op de -deur gevallen, die uitkwam op de groote vestibule, en in zijn oogen was -iets te lezen, wat de opmerkzaamheid van Charly aanstonds trok. - -De blik van Raffles was gevestigd op een tweetal personen, die zooeven -waren binnengetreden. - -De eene was een eerwaardig, deftig gekleed heer, zeker een jaar of -zestig op zijn minst, met bijna wit haar en witte bakkebaarden, en de -andere een jong meisje, met kort geknipt zwart haar, à la page -opgemaakt, en zeer eenvoudig gekleed. - -De oude heer had beschermend zijn arm om de schouders van het meisje -geslagen, dat de oogen op den grond gevestigd hield, en voerde haar, -terwijl hij haar zachtjes toesprak, naar een der talrijke rustbanken, -die in het vertrek verspreid stonden. - -Het was waarlijk een aandoenlijk tooneeltje, zooals die oude, -eerwaardige heer daar behoedzaam voortschreed, het meisje half -ondersteunend, dat zeer uitgeput en vermoeid scheen te zijn. - -„Waar kijk je zoo naar?” vroeg Charly nieuwsgierig. - -„Naar dien ouden heer en dat jonge meisje, die zooeven zijn -binnengetreden. Ik wilde wel dat zij haar oogen eens opsloeg.” - -„Waarom?” vroeg Charly verbaasd. - -„Omdat....” - -Raffles voltooide den zin niet, maar greep den arm van Charly, en de -jonge man voelde, dat de vingers van zijn vriend zich als stalen veeren -om zijn vleesch klemden. - -Het jonge meisje had zooeven de oogen opgeslagen en een schuwen blik in -het rond geworpen, om de omgeving op te nemen die haar vreemd moest -zijn. - -Toen zeide Raffles zachtjes, maar op vasten toon: - -„Zij is het.” - -„Wie?” - -„Het „Meisje met de Madonna-Oogen”, de minnares van Black Pete. Canny, -ook wel Elise Maydrift geheeten.” - -„Maar Edward, je moet je vergissen, dat meisje heeft kortgeknipt haar, -dat bovendien gitzwart is, en Canny heeft weelderig, lang blond haar.” - -„Ik blijf bij wat ik gezegd heb,” hernam Raffles kortaf. „Ik zie niet -in waarom men zijn haar niet kan afknippen en verven. Ik ben zeker van -mijn zaak. Als men in het gezicht is van den dood, en het gelaat van de -vrouw, die ons dien dood gebracht heeft, bevindt zich slechts op -weinige centimeters van onze oogen, dan vergeet men zoo’n gelaat niet -zoo licht.” - -„Maar, als je dan zoo zeker van je zaak bent, waarschuw dan -onmiddellijk de politie, en laat haar en haar medeplichtige -arresteeren.” - -„Wie zegt je dat die oude heer haar medeplichtige is?” hernam Raffles, -die tersluiks het paar in het oog hield. „Hij kan haar slachtoffer wel -zijn.” - -„Om het even. Waarschuw in ieder geval de politie. Wil ik even -telefoneeren?” - -Charly maakte reeds een beweging om op te staan, maar Raffles drukte -hem weer op zijn stoel neer, en antwoordde bedaard: - -„Blijf zitten. Wij verliezen er niets mee als wij wachten. Ik wil eens -zien, in welke verhouding die twee tot elkaar staan. Die man ziet er -uit als de beschermer van dat lieve kind.” - -„En hoe wil je dat ontdekken?” - -„Door er hem naar te vragen, Charly,” antwoordde Raffles lakoniek. - - - - - - - - -HOOFDSTUK II. - -CANNY IN EEN NIEUWE ROL. - - -Raffles zou niet lang behoeven te wachten, alvorens zijn -nieuwsgierigheid voldaan zou worden. - -De oude heer met het witte haar had een kelner gewenkt, en een -oogenblik later stonden er een paar schotels en een bord voor het jonge -meisje, dat haastig, maar blijkbaar zeer verlegen begon te eten, -terwijl haar beschermer glimlachend toekeek. - -Charly volgde aandachtig haar bewegingen, en zeide na eenigen tijd: - -„Als zij het is, Edward, dan speelt zij haar rol in ieder geval -voortreffelijk. Zij ziet er juist uit als zoo’n onschuldig, verlegen -verschoppelingetje, dat thuis meer slaag dan eten krijgt, en dat nog -nooit in zulk een deftig hotel als dit geweest is. Hoe het zij, zij is -toch werkelijk bijzonder mooi.” - -„Dat is een ratelslang in haar soort ook, Charly. En zie eens naar den -tijger. Een en al sierlijkheid, kracht en gratie, er is bijna geen -schooner dier ter wereld. Maar de slang zoowel als de tijger zijn -gevaarlijk, en men doet het best, hen te bestrijden, waar men hen -ontmoet.” - -Het jonge meisje had nu en dan schichtig rondgekeken, en haar oogen -waren ook een paar maal afgedwaald in de richting van Raffles en -Charly, maar zij herkende hen niet, dat was duidelijk. - -Na eenigen tijd had zij den maaltijd beëindigd, en zij scheen nu den -ouden heer verlegen met een paar woorden te bedanken, die haar goedig -toeknikte, op zijn horloge keek en opnieuw den kelner wenkte. - -De man trad naderbij, de oude heer sprak eenige woorden tot hem, het -meisje stond op, scheen de hand van den grijsaard te willen kussen, -hetgeen deze haastig belette, en verliet daarop met den kelner de -conversatiezaal en menige blik keek het fraaie, lenige figuurtje van -het meisje na. - -Dat deden ook Charly Brand en Raffles, maar zij waren met eenigszins -andere gevoelens bezield als de heeren, die zoo vol bewondering hun oog -op het fraaie figuurtje hadden laten rusten. - -De grijsaard had een rumgrog besteld, en dronk er met langzame teugjes -van, terwijl hij nu en dan in gedachten verzonken, meewarig het hoofd -schudde. - -Toen de kelner de schalen en het bord weder had weggenomen, de oude -heer moest wel zeer rijk zijn, en goede fooien geven, want in de -conversatiezaal werd nooit gegeten, gaf Raffles Charly Brand een wenk, -en zeide zacht: - -„Ga mee, wij zullen dien ouden man eens trachten uit te hooren.” - -„Hij ziet er nog al goedig uit.” - -„Om niet te zeggen een weinig onnoozel, Charly,” merkte Raffles op. - -De beide vrienden waren opgestaan, en richtten langzaam hun schreden -naar de sofa, waarop de grijsaard gezeten was, die hun nadering niet -eens scheen op te merken. - -Pas toen Raffles en Charly aan den anderen kant van het kleine tafeltje -stonden, keek hij op, verschoof zenuwachtig zijn gouden bril, en -Raffles keek in een paar klare, kinderlijke blauwe oogen, met den -goedigen blik van een volkomen evenwichtig mensch. - -De oude heer had een fijn, wat bleek gelaat met een hoog voorhoofd, het -gelaat van den geleerde of van den kunstenaar. - -„Een oudheidkenner, een Egyptoloog waarschijnlijk,” mompelde Raffles in -zichzelf. - -Toen boog hij hoffelijk voor den ouden heer, en zeide op zachten toon, -opdat men hem aan de naburige tafeltjes niet zou verstaan: - -„Ik vraag u verschooning mijnheer, en om verlof mijzelf en dezen heer -aan u voor te stellen. Ik ben graaf Crasham en dit is mijn secretaris, -Oliver Brown.” - -„Heel aangenaam, heel aangenaam, heeren,” hernam de oude heer, terwijl -hij halverwege opstond, en Raffles een fijne, witte hand toestak, -terwijl hij voor Charly Brandy een buiging maakte. „Mijn naam is Jerome -Daring, uit Saint Louis. Mag ik weten...?” - -„Dat zult gij aanstonds hooren, mijnheer Daring,” antwoordde Raffles -glimlachend. „Wilt gij ons toestaan om even plaats te nemen? Wat wij u -te zeggen of liever te vragen hebben is van tamelijk groot gewicht.” - -„Maar dat spreekt toch vanzelf, mijne heeren,” riep de grijsaard -haastig uit. „Neem plaats wat ik u verzoeken mag.” - -Charly en Raffles gingen zitten. - -Om hen heen begonnen de bezoekers van de conversatiezaal reeds in -aantal te minderen. - -Het was omstreeks half elf in den avond. - -Raffles keek nog eenige oogenblikken zwijgend naar het gelaat van den -ouden heer, dat eenige verbaasde afwachting vertoonde, en hernam toen: - -„Ik zou voor alles ter wereld niet willen, mijnheer Daring, dat gij mij -voor een onbescheiden man zoudt houden, die zich mengt in de -aangelegenheden van personen, die hem nog weinige minuten geleden -geheel vreemd waren.” - -„Gij maakt mij werkelijk nieuwsgierig, mijnheer,” zeide Jerome Daring -verwonderd. „Wat kunt gij mij toch wel te zeggen hebben?” - -„Gij zult het aanstonds vernemen, laat mij beginnen met u een vraag te -stellen.” - -„Ik luister, mijnheer.” - -„Wilt gij mij zeggen, wie het jonge meisje was, die zooeven hier in uw -gezelschap een klein souper heeft gebruikt?” - -„Als gij haar naam wilt weten, dan kan ik u dien mededeelen, mijnheer, -maar voor het overige is mij nog slechts zeer weinig van het -ongelukkige meisje bekend.” - -„Ei zoo? En hoe luidt haar naam?” - -„Zij heet Margret Jefferson,” antwoordde Daring. „Zoudt gij haar soms -kennen?” - -„Dat geloof ik haast wel, mijnheer Daring, al is het dan juist niet -onder dien naam.” - -„Niet onder dien naam!” herhaalde Daring, wiens verbazing toenam. „Wat -wilt gij daar in ’s hemelsnaam mede zeggen?” - -„Gij zult spoedig genoeg de bedoeling van mijn opmerking begrijpen, -mijnheer Daring,” hernam Raffles. „Hebt gij er niets op tegen om ons -mede te deelen, op welke wijze en sedert wanneer gij met.. Margret -Jefferson in kennis zijt gekomen?” - -„Ik moet bekennen, mijnheer, dat uw vragen mij wel eenigszins -verrassen,” hernam de oude man, terwijl zijn fijn geteekende -wenkbrauwen zich lichtelijk fronsten, „maar ik neem aan dat gij een -bepaalde reden hebt om ze mij te stellen, en ik behoef er ook volstrekt -geen geheim van te maken. Ik ken het jonge meisje pas sedert eenige -uren, en ik maakte kennis met haar vlak voor het Olympic Theater, waar -ik de voorstelling had willen bijwonen. Maar ik wil het u gaarne -vertellen, de ernst van uw gelaat, en de aard van uw vragen boezemen -mij eenige ongerustheid in. Toch kan ik mij volstrekt niet voorstellen, -wat ik mij wel te verwijten zou hebben.” - -„Van u is in het geheel geen sprake, mijnheer Daring,” hernam Raffles -glimlachend, en met een blik in de lichtblauwe, eerlijke oogen van den -man die tegenover hem zat. - -„Nu dan, ik ben hier met mijn eigen auto sedert een week, om deel te -nemen aan het Internationale Congres van Asyrologen, dat nog tot morgen -zal duren. Om u de waarheid te zeggen, ben ik geen oprecht -congresganger, maar er werden eenige onderwerpen behandeld, waarin ik -juist bijzonder veel belang stel.” - -„Dan heb ik dus de eer en het voorrecht, te spreken met den befaamden -oudheidkenner Daring?” riep Raffles uit. „Laat mij u dan zeggen, -professor, dat uw roem tot—tot zeer ver is doorgedrongen.” - -Daring keek zoo verlegen als een schooljongen, die ten aanhoore van de -geheele klasse geprezen wordt, en mompelde: - -„Ik ben blij het te vernemen, mijnheer, toch ben ik maar een bescheiden -werker, half en half een amateur. Gelukkig ben ik zeer rijk, en het is -misschien verkeerd, maar een zeer groot gedeelte van mijn fortuin heb -ik besteed, en besteed ik nog altijd aan onderzoekingen van de -Asyrische oudheid.” - -„Men kan zijn geld wel op slechtere wijze besteden, professor Daring,” -gaf Raffles te kennen. - -„Ik zelf leef tamelijk bescheiden, en ik gebruik slechts mijn auto, -omdat het mij heel wat goedkooper uitkomt, bij het doel van mijn -talrijke reizen, wanneer ik naar allerlei steden trek, om daar de -gemeentelijke bibliotheken en particuliere verzamelingen te gaan -bestudeeren. Maar laat ik thans mijn verhaal vervolgen.” - -Daring trok weer eenige malen zenuwachtig aan zijn gouden bril, plukte -aan zijn spitsen, witten baard, en hernam: - -„Mijn chauffeur Buster, die allang in mijn dienst is, had mij dus met -mijn eigen auto naar het Olympic Theater gebracht. Laat ik u zeggen, -dat ik in dit hotel logeer. Ik was juist uitgestegen, en zeide iets -tegen Buster, toen ik een kleine hand op mijn arm voelde. Ik keek -verbaasd om, en zag een zeer bleek meisje, een kind nog bijna, dat -blijkbaar op het punt stond in zwijm te vallen, en steun bij mij scheen -te hebben gezocht. En voor ik haar kon grijpen, was zij langs mij neer -gegleden, en viel languit op straat. - -„Ik bukte mij over haar heen, door medelijden aangegrepen, en dadelijk -verzamelden zich eenige nieuwsgierigen om ons heen. En hier en daar -hoorde ik de opmerking maken: „Van honger flauw gevallen.”” - -Het scheelde weinig, of de oude professor had tranen in de oogen -gekregen bij de herdenking van het droevige geval. - -Hij speelde met het lepeltje in zijn half geledigd glas grog, en -hernam: - -„Ik aarzelde geen oogenblik, maar besloot dadelijk, mij over het arme -schepseltje te ontfermen, dat ellendig gekleed was, veel te dun voor -den tijd van het jaar. Ik beval Buster haar voorzichtig in de auto te -zetten, en gaf er de voorstelling aan, teneinde mij met mijn kleine -beschermelinge te kunnen bemoeien. Tijdens den rit trachtte ik met alle -middelen, het arme kind weder tot bewustzijn te brengen. Ik had -gelukkig wat eau de cologne bij mij, waarvan ik wat op mijn zakdoek -uitstortte, en hiermede bette ik haar slapen. Na ongeveer vijf minuten -sloeg zij de oogen weder op, en keek verwilderd om zich heen. En weet -gij wat het eerste woord was wat zij sprak, mijnheer?” - -„Moeder, waar ben ik?” antwoordde Raffles, zonder een spier van zijn -gelaat te vertrekken. - -De oude professor gaf een woesten ruk aan zijn bril, zoodat hij hem -bijna van zijn neus getrokken had, en kwam op boozen toon: - -„Hoe komt gij daarbij, mijnheer? Gij houdt mij toch niet voor den gek? -Waarom denkt gij dat zij zooiets geroepen zou hebben?” - -„O, in alle comediestukken wordt dat steeds door de heldin onder -dergelijke omstandigheden uitgeroepen, professor,” antwoordde Raffles -kalm. - -„Maar mijnheer, die vergelijking gaat toch mank,” riep Daring -verontwaardigd uit. „Hoe kunt gij een tooneelspeelster op één lijn -stellen met dat beklagenswaardige, verlaten schepseltje?” - -„Misschien blijkt dat naderhand wel, professor. Laat ons ter zake -komen. Wat riep zij dan wel?” - -„Honger! Dat riep zij, mijnheer, is het niet vreeselijk?” - -„Het zou inderdaad zeer erg geweest zijn, professor, als die uitroep -oprecht gemeend was.” - -„Twijfelt gij daar dan aan?” riep de oude professor kwaad uit. „Zijt -gij een menschenhater? Wantrouwt gij iedereen? Kunt gij alleen het -slechte en het verkeerde in de menschen zien?” - -„Ik erken, professor, dat een langjarige ervaring mij niet bepaald tot -een optimist heeft gemaakt,” antwoordde Raffles ernstig. „Maar ga eerst -door wat ik u verzoeken mag, dadelijk zal u wel blijken waarom ik die -opmerking maakte.” - -„De uitroep van het arme kind trof mij diep, mijnheer, en ik stelde -haar dadelijk eenige vragen. Ik kon mij volstrekt niet begrijpen, dat -zulk een bevallig jong meisje door haar ouders zoo slecht werd -behandeld. Maar toen ik naar hen vroeg, moest zij mij antwoorden, dat -zij nog slechts een stiefvader had, die haar bitter slecht behandelde, -haar liet bedelen, ja, haar daarvoor van de school had genomen, en haar -erbarmelijk sloeg. Zij liet mij als bewijs daarvan blauwe plekken zien -boven haar pols, het arme kind.” - -„Aan den linkerpols?” vroeg Raffles op levendigen toon. - -„Zoo is het, mijnheer,” antwoordde Daring verbaasd. „Waarom vraagt gij -dat?” - -„Omdat ik weet, professor, wie haar die blauwe plekken heeft bezorgd, -maar ik verzeker u op mijn woord als gentleman, dat het niet haar -stiefvader was. Gij ziet mij verbaasd en verschrikt aan, en dat kan ik -mij zeer goed begrijpen. Maar beëindig eerst uw verhaal, wat ik u -verzoeken mag.” - -„Wel, mijnheer, er valt weinig meer aan toe te voegen,” hernam de oude -geleerde. „Zij hing mij een droevig verhaal op van haar bestaan, zij -snikte en zij zwoer, dat zij tot geen enkelen prijs weder naar den -ellendeling wilde terug keeren, die haar iederen dag sloeg, bij wien -zij honger leed, en die zelfs eenmaal getracht had, de nietswaardige -schurk, zijn stiefdochter, een kind van nog geen vijftien jaren, geweld -aan te doen. Haar verhaal maakte diepen indruk op mij, en ik vroeg mij -af, wat nu mijn plicht was. Lang behoefde ik niet met mijzelf te rade -te gaan, ik begreep, dat ik slechts een ding kon doen, dat meisje tot -mij nemen, en te trachten, haar eenmaal begonnen opvoeding, die zij aan -haar lieve moeder te danken had, te voltooien.” - -„En zij nam het aanbod dankbaar aan?” - -„Dat kunt gij u wel voorstellen,” riep Daring uit. „Zij barstte in -snikken uit, en zeide, dat zij het mij later zou vergelden.” - -„O, dat zal zij ook wel doen, maar op eenigszins andere wijze, -professor, dan gij u voorstelt,” kwam Raffles sarcastisch. „En dus -slaapt het lieve kind hedennacht in dit hotel, en morgen, na de -beëindiging van het congres voert gij haar naar Saint Louis?” - -„Ja, mijnheer, dat is mijn voornemen.” - -„Mag ik vragen of gij getrouwd zijt?” - -„Ja, mijnheer, met de beste vrouw ter wereld, die zonder eenigen -twijfel aanstonds zal goedkeuren, wat ik deed.” - -Raffles leunde eenigen tijd in zijn stoel achterover, en keek den ouden -geleerde aandachtig aan. - -Een warm gevoel van diep medelijden met dezen kinderlijken geleerde, -dezen naïeven onbekende met het werkelijke leven, steeg in hem op. - -En toch begreep hij, dat hij geen oogenblik mocht aarzelen, om Daring -van zijn waan te genezen. - -Deed hij het niet, dan viel er niet aan te twijfelen of er hing hem een -groot ongeluk boven het hoofd. - -En als dat ongeluk eenmaal geschied was, zou de oude man immers toch en -dan zeer plotseling vernemen, naar wie hij de beschermende hand had -uitgestoken. - -En zoo begon hij op zachten toon: - -„Mag ik u vragen, professor, of gij iets dergelijks wel eens meer -gedaan hebt?” - -„Eenige keeren, ja, inderdaad,” antwoordde de geleerde aarzelend. - -„En zeg mij eens eerlijk, heeft u dat nimmer berouwd?” - -„Een enkelen keer bleek ik met een ondankbare te doen te hebben gehad, -mijnheer, maar alle uitzonderingen bevestigen immers den regel. De -anderen hebben het voor hem dubbel en dwars goed gemaakt. En zeg mij nu -toch eens eindelijk, waarom gij mij dit alles hebt gevraagd?” - -„Dat zal ik u zeggen, professor,” antwoordde Raffles. „Gij leest -natuurlijk de bladen?” - -„Vluchtig, mijnheer, heel vluchtig. Bijna uitsluitend politieke en -wetenschappelijke berichten.” - -Raffles glimlachte. - -Hoe had hij ook anders kunnen verwachten van dit groote kind, dat -alleen maar belangstelling scheen te koesteren voor zijn geliefde -wetenschap. - -„Dan hebt gij zeker nooit gelezen van het „Meisje met de -Madonna-Oogen?”” - -Daring schoof zijn gouden bril weder eenige malen met zijn fijne witte -vingers heen en weer, en keek Raffles aan of hij te doen had met een -wezen uit een andere wereld. - -Toen stotterde hij: - -„Wat is dat voor een zonderlinge naam? Neen, mijnheer, daar heb ik -nooit van gehoord. Wie is dat?” - -„Dat is het meisje, professor, dat gij van de straat hebt opgeraapt, en -dat hier zooeven gesoupeerd heeft,” antwoordde Raffles kortaf. - -Daring keek hem met open mond aan, en vroeg toen: - -„Is dat een bijnaam van haar?” - -„Zoo is het inderdaad, professor,” antwoordde Raffles. „Als gij de -bladen eens goed hadt nagelezen in de laatste maand, dan zoudt gij haar -haam herhaaldelijk hebben aangetroffen.” - -„Zij is dus algemeen bekend?” hernam de oude geleerde. - -„Dat is zij, professor, vooral bij de politie. Zij is een van de -gevaarlijkste, en tevens sluwste misdadigsters van New-York, misschien -wel van geheel Amerika.” - -Daring staarde Raffles sprakeloos aan. - -Toen fronste hij opnieuw zijn wenkbrauwen, en zeide op scherpen toon: - -„Gij vergist u, mijnheer, als gij denkt dat ik uw zottepraat nog langer -zou aanhooren. Meent gij, dat ik die lasterlijke aantijgingen geloof -schenk? Een kind van nog geen vijftien jaar, zooals zij mij zelf gezegd -heeft!” - -„Ik ontken niet dat zij het gezegd heeft, professor, maar ik ontken dat -zij inderdaad vijftien jaar is. Zij moet thans haar achttiende jaar -reeds bereikt hebben.” - -„Maar zij is een kind, mijnheer, een lief onschuldig kind,” riep Daring -wanhopig uit. - -„Neen, professor, zij is de minnares van een bandiet, en zij is een -gevaarlijke comediante. Zij heeft u eenvoudig iets op de mouw gespeld.” - -„Dus, haar ineenzinken voor mijn voeten zou slechts comedie zijn -geweest,” riep de oude professor uit, terwijl zijn lippen begonnen te -beven. - -„Daaraan twijfel ik geen seconde. En de lieden die riepen, dat zij van -honger was ineengezakt, waren in het complot. Maar stil, hier heb ik -een avondblad van de „New-York Globe” in mijn zak. Lees dit eens met -groote aandacht, professor. Het is wel is waar geen wetenschappelijk -bericht, en evenmin is het politiek, maar ik ben er zeker van dat het u -zal interesseeren.” - -Raffles had onder het spreken het blad uit zijn zak gehaald, en stak -het toen opgevouwen aan Daring toe, die een oogenblik scheen te -aarzelen, maar het toen Raffles bijna uit de handen trok, en haastig -het bericht begon te lezen, dat Raffles hem had aangewezen. - -Het verhaal betrof het laatste avontuur van Raffles, hetwelk onzen -lezers reeds bekend is, en waarbij Canny, de minnares van Black Pete, -zulk een groote rol had vervuld. - -Toen professor Daring het bericht gelezen had, van de eerste tot de -laatste letter, legde hij de krant neder, zette met bevende vingers -zijn bril af, begon de glazen schoon te poetsen, ofschoon er geen -smetje op te bespeuren viel, zette het instrument weder op, en barstte -toen uit: - -„Ik moet bewijs hebben, bewijzen, verstaat gij. Ik laat mij niet alles -wijsmaken. Gij kunt gemakkelijk zeggen, dat mijn kleine beschermelinge -en dat misdadige schepsel een en dezelfde persoon zijn, maar met die -mededeeling alleen behoef ik geen genoegen te nemen. Ik zeg u nog eens, -dat ik bewijzen moet hebben.” - -„Die zijn niet zoo heel gemakkelijk te leveren, professor,” antwoordde -Raffles op zachten toon. „Het creatuur heeft haar blonde haren -opgeofferd, ze kort afgeknipt, en ze geverfd. Maar als gij nog slechts -enkele dagen wacht, zal zij zelf u een bewijs leveren, zoo afdoende, -dat gij het u jaren lang zult heugen. Want ik zeg u, dat zij zich -slechts bij u heeft ingedrongen om u te bestelen. Haar medeplichtigen -hebben natuurlijk van u gehoord, zij weten dat gij zeer rijk zijt, en -zijn van oordeel, dat een geleerde als gij, van wiens weldadigheid zij -natuurlijk wel vernomen hebben, een uitstekend sujet is, om grondig te -worden geplunderd. Zij hebben zeker in lang niet zulk een gewillig -slachtoffer gehad, en gij kunt er zeker van zijn, dat geen hunner -twijfelt of de zaak zal op rolletjes loopen.” - -„En wilt gij mij nu eens zeggen, mijnheer, hoe gij wel tot de -ontdekking zijt gekomen, dat mijn beschermelinge dezelfde persoon is, -als.... die afschuwelijke misdadigster?” vroeg Daring, en er lag nu een -heesche klank in zijn stem. - -„Het antwoord kan zeer eenvoudig luiden, ik heb haar herkend, -professor, ondanks het kunstje met heur haar. En wat de blauwe plekken -op haar linker pols betreft, een van mijn eigen vrienden heeft die -plekken veroorzaakt, toen hij wel genoodzaakt was, haar uit zelfbehoud -wat onzacht aan te grijpen.” - -Professor Daring had zwijgend toegeluisterd. - -Hij was zeer bleek geworden en de woorden van Raffles schenen een -diepen indruk op hem te hebben gemaakt. - -Eensklaps hief hij het hoofd weder op en zeide op vasten toon: - -„Als gij de waarheid hebt gezegd, mijnheer, of liever, daar ik hieraan -niet wil twijfelen, als het blijkt, dat gij u niet hebt vergist, dan -zal ik u toonen, dat ik toch niet de onnoozele hals ben, waarvoor men -mij wellicht wel eens aanziet. Ik huiver bij de gedachte, dat ik dat -schepsel in mijn huis had willen brengen. En om aan alle onzekerheid -een einde te maken, zal ik eenvoudig de politie laten roepen. Is het -kind inderdaad onschuldig en heeft zij met deze zaak niets uit staande, -dan zal ik die noodlottige vergissing later dubbel en dwars aan haar -goed maken. Heeft zij dat echter wel, en is zij degene voor wie gij -haar houdt, dan wil ik geen medelijden toonen voor die ontaarde -bedriegster, dan is haar lot spoedig bezegeld.” - -„Als gij mijn raad wilt aannemen, professor,” hernam Raffles, „dan -nemen wij niet aanstonds de politie in den arm. Ik twijfel geen -oogenblik, of een schrander detective zou spoedig genoeg ontdekt hebben -wat voor vleesch hij in de kuip had, ondanks de zwarte verf. Maar het -„Meisje met de Madonna-Oogen” treedt zeker niet voor eigen rekening op, -zij moet medeplichtigen hebben, en het zou mij heel wat waard zijn, als -de politie tevens de andere bandieten kon vangen.” - -„Maar als gij gelijk hebt, mijnheer, dan durf ik dat meisje niet -meenemen,” riep de professor uit. „Bedenk toch eens, dat ik een oud man -ben, dat ik terugschrik voor alles wat gewelddadig is, en dat ik mijn -lieve vrouw in geen geval mag blootstellen aan gelijksoortige gevaren, -als hier in dit bericht worden afgeschilderd. Ik wist werkelijk niet, -dat zoo iets bestond.” - -„Dan zijt gij een gelukkig man, professor,” hernam Raffles. „Gij leeft -als het ware te midden der oude Assyriërs, en de hedendaagsche -Amerikanen hebben uw belangstelling maar in zeer geringe mate. En toch -is het van groot belang, dat de politie niet alleen deze misdadigster, -maar ook haar medeplichtigen, zoo mogelijk op heeterdaad betrapt. Ik -erken echter de onmogelijkheid om u in deze zaak een werkzaam aandeel -te laten nemen, en daarom doe ik u het voorstel, slechts passief uw -hulp te verleenen bij de ontmaskering en het onschadelijk-maken van dit -zeer gevaarlijke schepsel.” - -„Maar hoe zou ik dat kunnen, mijnheer?” kwam professor Daring op -wanhopigen toon. - -„Zeer eenvoudig, professor, door mij toe te staan, uw uiterlijk aan te -nemen en uw rol te vervullen,” antwoordde Raffles, zoo bedaard alsof -het de eenvoudigste zaak van de wereld was. - - - - - - - - -HOOFDSTUK III. - -DE MIJNEN GELEGD. - - -Deze mededeeling scheen professor Daring ten zeerste te verrassen, -hetgeen hij uitte door opnieuw zijn bril een geheel onnoodige -reinigingskuur te laten ondergaan. - -De beteekenis van Raffles’ woorden scheen ook slechts geleidelijk tot -hem door te dringen. - -Maar toen dit eindelijk het geval was, riep hij uit: - -„Dat kunt gij toch niet meenen? Gij neemt een loopje met mij! Gij zoudt -in mijn plaats....?” - -„Stil, niet zoo luid! Het is volstrekt niet noodig, dat een van de -kelners u hoort, professor! Men kan tegenwoordig niet te voorzichtig -zijn, onder het bedienend personeel bevinden zich helaas meer -medeplichtigen van een of andere bandietenbende, dan gij in uw -naiveteit wel vermoedt.” - -„Wat wilt gij doen?” hernam Daring op zachten toon. „Maar voor gij mij -die vraag beantwoordt, zeg mij eerst wie gij zijt! Spreek ik soms met -een particulieren detective?” - -„Laten wij het daar voorloopig maar op houden, professor,” antwoordde -Raffles glimlachend. - -„En wat is uw voorstel?” - -„Ik stel u voor in uw plaats met het jonge meisje naar Saint Louis te -gaan!” - -„Maar dat is immers onmogelijk, mijnheer,” zeide de oude geleerde -verbluft. „Iedereen kent mij daar!” - -„Ik zal zoo zeer op u gelijken, professor, dat iedereen mij voor u zal -aanzien.” - -„Maar mijn vrouw, denkt gij, dat zij u ook niet zou herkennen?” - -„Gij moet uw vrouw telegrafisch waarschuwen, en haar zeggen, dat zij -zich hier bij u komt voegen, of in welke stad gij maar wilt, als het -maar niet in Saint Louis is.” - -„En gij wilt in mijn huis trekken, mijn bedienden bevelen, kortom, -alles doen wat ik placht te verrichten?” - -„Ik erken, professor, dat daartoe heel wat vertrouwen in mijn persoon -noodig is, veel meer dan een u geheel onbekend man van u mag -verlangen,” hernam Raffles glimlachend. - -„De zaak is....” stotterde Daring. - -„De zaak is, professor, dat gij in staat zoudt zijn, mij zonder meer -alles te laten doen, wat ik u daar vraag, zonder eenigen waarborg,” -kwam Raffles, terwijl hij even de schouders optrok, „want uw vertrouwen -in de menschen is inderdaad grenzenloos.” - -Hij had Charly, die nog geen woord had gesproken, een snellen blik -toegeworpen, en vervolgde nu: - -„Maar ik zal zelf voor de noodige waarborgen zorgen, professor. Gij -seint aan uw vrouw, dat zij alles wat eenige waarde heeft in uw huis, -geld, effecten, goud en zilver, uw eetservies, als het van edel metaal -gemaakt is, het huis moet uitzenden, ik zal wel zorgen voor een -surrogaat, zoo bedriegelijk nagemaakt, dat alleen een vakman het -verschil zou kunnen bespeuren.” - -Daring gaf niet aanstonds antwoord, de goede oude geleerde scheen -geheel ontsteld te zijn door wat Raffles hem zooeven had medegedeeld en -door zijn voorstel. - -Klaarblijkelijk had er een groote strijd in zijn binnenste plaats en -hij rukte zoo woest aan zijn gouden bril, dat Charly ieder oogenblik -vreesde het onmisbare voorwerp te zien stuktrekken. - -Toen keek professor Daring Raffles strak aan en zeide kortaf: - -„Ik moet erkennen, mijnheer, dat ik iets dergelijks in mijn geheele -leven nog nimmer heb medegemaakt. Ik heb steeds gemeend een droge -geleerde te zijn.” - -„Een geleerde met een gouden hart, professor,” viel Raffles hem in de -rede. - -„Dat wilde ik niet zeggen, mijnheer,” hernam de geleerde. „Ik wilde -slechts te kennen geven, dat de romantiek van mijn bestaan steeds verre -is gebleven, en ik had nooit gedacht, dat ik haar nog ooit zou leeren -kennen. Welnu, het zij dan zoo: Ik aanvaard uw voorstel. Maar ik stel -een voorwaarde.” - -„Zij is van te voren ingewilligd, professor.” - -„Zeg dat niet te spoedig, gij zoudt er wel berouw van kunnen hebben,” -vermaande Daring hem, terwijl hij dreigend den vinger ophief. „Gij -verbindt u, als het ter elfder ure mocht blijken, dat gij u vergist -had, 2000 dollar te storten in de kas van een of ander genootschap van -liefdadigheid, dat ik u in mijn geboortestad wel zal aanwijzen, zoodra -gij mij verlof zult hebben gegeven, mij weder naar mijn eigen huis te -begeven.” - -„Toegestaan, professor,” zeide Raffles. „Ik weet zeker, dat ik, althans -om die reden, mijn 2000 dollar in mijn zak zal kunnen houden. Ik ben al -te zeker van mijn zaak.” - -De heldere blauwe oogen van den professor werden weder omfloerst, toen -hij met doffe stem zeide: - -„Dat zou mij leed doen, groot leed. En het zou niet mijn gekwetste -ijdelheid zijn, omdat ik mij zoo schromelijk bedrogen heb in iemands -uiterlijk, noch het gevoel, dat men mij bedrogen heeft, dat mij zoo -smartelijk zou aandoen. Dat is alleen de wetenschap, dat er onder zulk -een aanvallig uiterlijk zulk een duivelsche ziel kan huizen.” - -„Ik kan daar slechts dit op zeggen, professor, dat gij klaarblijkelijk -zeer weinig in de maatschappij hebt verkeerd,” hernam Raffles op -bitteren toon. „Ware dit het geval, dan zoudt gij wel anders praten.” - -Een oogenblik heerschte er stilzwijgen en toen hernam Daring, na eenige -malen met de hand over zijn voorhoofd te hebben gestreken: - -„Zeg mij eens, hoe ik het met de bedienden moet stellen. Moeten zij -niet in het geheim worden genomen?” - -Raffles dacht even na, voor hij ten antwoord gaf: - -„Dat zou misschien wel het beste zijn, tenminste, wanneer gij niet te -veel bedienden hebt, en wanneer zij allen volkomen te vertrouwen zijn.” - -„Wat dat betreft, daaromtrent kunt gij gerust zijn,” riep Daring uit. -„Neen gij behoeft mij niet zoo onderzoekend aan te zien, in dit opzicht -althans is mijn vertrouwen gerechtvaardigd. Ik heb slechts drie -bedienden, want wij leven betrekkelijk eenvoudig en daarvan zijn er -twee ongeveer vijf en dertig jaar geleden tegelijkertijd bij mij in -dienst gekomen, en onze trouwe Sally, de keukenmeid, was er toen al -vijf jaar.” - -„Dan zou ik in ieder geval de beide mannelijke bedienden maar door -mevrouw uw echtgenoote laten waarschuwen. Gij hebt nog allen tijd om -haar zeer uitvoerig in te lichten en gij kunt het zelfs per brief doen, -als gij u nu aanstonds aan het schrijven zet.” - -„Ik volg uw raad op, mijnheer.” - -„Zeg mij eens, professor,” kwam Raffles, „hebt gij veel geld mede naar -New-York genomen?” - -„Heel weinig, mijnheer. Waartoe zou ik het noodig hebben? Wij waren -hier allen de gasten van het New-Yorksche Genootschap voor Asyrologie -en als wij niet wilden, behoefden wij zelf geen dollarcent uit te -geven.” - -„Nu, dat zullen de bandieten in ieder geval wel geweten hebben. Zijt -gij gewoon in St. Louis veel geld in huis te hebben?” - -„Neen, dat geloof ik haast niet,” antwoordde de geleerde met een vaag -glimlachje. „Eerlijk gezegd, weet ik het niet heel precies, ik ben wel -eens een weinig verstrooid, maar mijn vrouw, mijn lieve Susanna, is van -alle geldelijke omstandigheden beter op de hoogte, zij is eigenlijk -mijn secretaresse, als ik geld noodig heb, schrijf ik eenvoudig een -cheque, want het grootste gedeelte van mijn vermogen, dat weet ik heel -goed, is op de bank van St. Louis belegd.” - -„Nu nog een vraag: Bevinden zich in uw huis veel voorwerpen van -waarde?” - -„Van onvergelijkelijke waarde, mijnheer,” riep Daring met trots uit. -„Ik heb een verzameling Egyptische, maar vooral Asyrische oudheden, die -vruchteloos haars gelijken zoekt in heel Amerika en waarnaar men van -heinde en ver komt kijken. De waarde is onschatbaar.” - -„Zeer waarschijnlijk hebben de bandieten ook dat geweten,” hernam -Raffles. „Toch blijft het voor hen gevaarlijk, dergelijke zaken aan een -ander museum, desnoods in Europa, te verkoopen. Aan den anderen kant is -het herhaaldelijk voorgekomen, dat Amerikaansche verzamelaars, ik moet -het tot mijn spijt zeggen, geen seconde geaarzeld hebben, om voor hooge -prijzen prachtige en zeldzame stukken te koopen, waarvan zij zeer goed -wisten, dat zij uit Europeesche musea of particuliere verzamelingen -gestolen waren. Hoe staat het met gouden en zilveren voorwerpen?” - -„Ja, daar is geloof ik heel wat van aanwezig,” antwoordde de oude -geleerde met een verlegen lachje. „Ik geloof, dat het tafelservies van -zwaar zilver is, en dan heeft mijn vrouw veel gouden sieraden en andere -dingen, juweelen en diamanten geloof ik, ik weet dat zoo niet, ik houd -mij meestal uitsluitend met mijn studie bezig, en mijn Susanna vindt -dat allemaal heel goed.” - -„Dat kan ik mij voorstellen, professor,” hernam Raffles op zachten -toon, wonderlijk bewogen door de kinderlijke naiveteit van dezen -waarachtig goeden man, die nog tot op het allerlaatste oogenblik bleef -twijfelen aan de mogelijkheid, dat hij zich zou hebben kunnen vergissen -in de persoon van het meisje, wier toekomst hij voorgoed had willen -verzekeren. - -De drie mannen waren nu opgestaan en Raffles nam den geleerde een -weinig terzijde en fluisterde hem toe: - -„Het is natuurlijk noodzakelijk, dat gij door niets verraadt, wat er in -u omgaat, of dat gij weet, of althans vermoedt, dat er met de -zoogenaamde Margret Jefferson iets niet heelemaal in orde is. Gij zult -moeten laten voorkomen, alsof gij nog altijd in haar onschuld gelooft.” - -„Maar dat doe ik, mijnheer, dat doe ik!” kwam de oude heer driftig. -„Gij zult bedrogen uitkomen, ik waarschuw u. Gij zijt uw tweeduizend -dollar kwijt, daarvan ben ik zeker. Ik kan en ik wil het niet gelooven, -dat dat meisje slecht is, dat kind met haar onschuldige -vergeet-mij-niet-oogen.” - -„De toekomst zal het wel uitwijzen, professor,” hernam Raffles kalm. -„Blijf zoo lang mogelijk in uw geloof volharden, maar dan zal de -ontnuchtering des te pijnlijker zijn. Maar verspreek u in ieder geval -vooral niet, en laat uw verstrooidheid u geen parten spelen, alles zou -natuurlijk voor goed bedorven worden, als gij ook maar met een enkel -woord met uw beschermelinge zoudt spreken over wat ik u heb -voorgesteld.” - -„Gij kunt er op rekenen, dat ik mijzelf in bedwang zal weten te houden, -mijnheer.” - -„Dat hoop ik, professor. Gij blijft ook morgen nog hier en ik vermoed, -dat gij overmorgen zoo spoedig mogelijk weder naar St. Louis vertrekt?” - -„Met den middagtrein, mijnheer.” - -„Goed zoo, dan hebben wij tijd in overvloed. Mijn vriend hier,” Raffles -keek nogmaals snel naar Charly, die er tamelijk bedrukt bijstond, „zal -op voortreffelijke wijze de rol vervullen van mevrouw uw echtgenoote, -want hij is een acteur van het eerste water en munt vooral uit in -vrouwenrollen, die hij met een ware voorliefde vervult.” - -De stem van Raffles had bij deze laatste woorden spottend geklonken en -Charly wierp hem een half woedenden, half smeekenden blik toe, ofschoon -hij wel wist, dat Raffles onverbiddelijk zou zijn. - -Raffles had zich reeds weder tot den geleerde gewend en vervolgde nu: - -„Mijn vriend zal dus reeds morgen naar St. Louis vertrekken en zorg -dragen dat hij een paar uren na uw brief voor mevrouw Daring aankomt. -Het is namelijk noodzakelijk, dat hij haar uiterlijk een weinig -bestudeert, want hij zal zooveel mogelijk op haar moeten lijken.” - -„Maar dat jonge meisje heeft toch mijn vrouw nog nooit gezien,” riep de -geleerde uit. - -„Dat is zoo, en dat is ook een gelukkige omstandigheid, professor, maar -er zijn te St. Louis waarschijnlijk zeer veel personen, die uw vrouw -wel kennen en wij moeten rekening houden met de mogelijkheid, dat die -haar, terwijl onze kleine comedie nog in vollen gang is, een bezoek -zullen komen brengen.” - -„Denkt gij dan, dat het zoo lang zal duren?” vroeg de geleerde -eenigszins onrustig. - -„Integendeel, ik vermoed, dat de bandieten, die u natuurlijk zullen -nareizen, zoo snel mogelijk hun slag zullen willen slaan. Maar een paar -dagen zullen er toch wel mee gemoeid zijn, want het meisje moet eerst -haar omgeving goed opnemen, zij is niet van degenen die over een nacht -ijs gaan.” - -„En gij, mijnheer?” - -„Ik zal u verlof vragen, morgen in den loop van den avond wanneer het -congres beëindigd is, u te bezoeken, teneinde uw uiterlijk zooveel -mogelijk natuurgetrouw te copiëren. Het is waar dat gij licht blauwe -oogen hebt en ik donkergrijze, maar dat is bij wit haar zeer moeilijk -te onderscheiden, en het geluk is ons in zoo verre dienstig dat Canny u -nog slechts bij kunstlicht gezien heeft. Het zal dus zaak zijn, er voor -te zorgen, dat gij morgenochtend reeds het hotel verlaten hebt, voor -zij u weder kan zien, laat bijvoorbeeld door een der kelners zeggen, -dat gij zeer vroeg een afspraak hadt met een collega en u dus bij haar -laat verontschuldigen. Gij behoeft niet te vreezen, dat zij het op een -loopen zal zetten, wat dat jonge meisje eenmaal in haar kleine sterke -handen heeft, dat laat zij zoo spoedig niet weder los. Kom dan zoo laat -mogelijk terug, wanneer het licht reeds weder is opgestoken.” - -„Ik zal doen wat gij zegt, mijnheer, maar ik doe u opmerken, dat gij nu -zelf over „een jong meisje” spreekt.” - -„Dat zeg ik slechts om u een genoegen te doen, professor,” hernam -Raffles glimlachend. „Maar ik verzeker u, dat zij het reeds lang niet -meer is. En nu zou ik u den raad willen geven, spoedig den brief aan uw -vrouw te schrijven en aan Margret Jefferson, zoolang gij met haar samen -zijt, zoo weinig mogelijk mededeelt over uw huiselijke omstandigheden, -des te minder vergissingen kunnen mijn vriend en ik maken, wanneer wij -daar ginds in uw plaats optreden.” - -Professor Daring had Raffles de hand toegestoken en zeide nu, aan zijn -witten baard plukkend: - -„Het was een zeer merkwaardige ontmoeting, mijnheer. Ik had nooit -gedacht dat het avontuurlijke nog ooit in mijn leven zou komen. Ik geef -u ten volle verlof om de proef te wagen, maar ik zeg u nogmaals, dat -gij bedrogen zult uitkomen.” - -„Ik wilde dat het waar was, professor,” hernam Raffles ernstig. „Zorg -dat gij in ieder geval morgen om negen uur weder hier in het hotel -zijt, dan zal ik wel een middel vinden om mij met u in verbinding te -stellen, zonder dat Canny, ik wil zeggen Margret, het merkt. En nu -wensch ik u een goede nachtrust toe, professor.” - - — — — — — — — — — — — — — — - -Den volgenden dag was Raffles weder zeer vroeg bij de hand, teneinde -een oogje in het zeil te houden. - -Een oogenblik had hij de vrees gekoesterd, dat de vergeetachtige -geleerde de zaak bedorven zou hebben door zich te verspreken tegenover -het „Meisje met de Madonna-Oogen”, of dat hij de afspraak zou hebben -vergeten, zoo vroeg mogelijk het hotel te verlaten, voor hij met Canny -gesproken had. - -Maar noch het een noch het ander bleek het geval te zijn geweest, want -de professor had reeds om acht uur het hotel verlaten, toen zijn -beschermelinge waarschijnlijk vanwege de ontroering, de uitputting en -andere naargeestige zaken, rustig sliep. - -Om half elf begon de slotzitting van het congres en Raffles overtuigde -zich, dat die minstens tot vijf uur zou duren. - -Dan had er een gemeenschappelijke maaltijd plaats in een der andere -groote hotels en het zou dus zeker volslagen donker zijn, voor Daring -terugkeerde. - -Wat zijn beschermelinge betreft, Charly hield haar in het oog en hij -bemerkte dat zij, zeker om goed in haar rol te blijven, het hotel in -het geheel niet verliet, maar rustig in de conversatiezaal zat, -gewapend met een stapel tijdschriften. - -Zoo werd het avond en omstreeks half tien keerde professor Daring van -het feestdiner terug. - -Raffles was op zijn post en hij zag, half verborgen, achter een zware -pilaar, hoe de oude geleerde aanstonds iets aan een kelner vroeg, de -conversatiezaal binnenging en toen haastig toetrad op de zoogenaamde -Margret Jefferson. - -Hij greep de beide handen van de jonge vrouw, die was opgestaan om hem -verlegen te begroeten en sprak eenige woorden met haar, waarop hij de -conversatiezaal weder verliet, waarschijnlijk om zich naar zijn kamer -te begeven. - - - - - - - - -HOOFDSTUK IV. - -NAAR ST. LOUIS. - - -Maar op de eerste verdieping greep Raffles hem als het ware in de -vlucht en hield hem staande. - -„Mag ik weten wat uw plannen zijn, professor?” vroeg hij glimlachend. - -„Neem mij niet kwalijk, mijnheer, ik had u niet aanstonds herkend,” -kwam Daring op zijn gewone, verlegen en een weinig verschrikte manier. - -„Ik hoop toch niet, dat gij alles weer vergeten zijt?” riep Raffles -uit. „Houd mij de opmerking ten goede, professor, maar dat zou zelfs -voor een verstrooiden geleerde wat kras zijn.” - -„Neen, neen, ik weet alles nog heel goed.” - -„Gij hebt dus aan uw vrouw geschreven?” - -„Ja, en de brief werd nog gisterennacht gepost.” - -„Uitstekend! En nu herhaal ik mijn vraag van zooeven, wat zijt gij -voornemens te doen?” - -„Ik heb tegen het meisje gezegd dat wij nog iets zouden gebruiken in de -kleine eetzaal, en dan begeeft zij zich ter ruste.” - -„Voortreffelijk. Dan zal ik zoo vrij zijn, professor, mij bij u aan te -melden, zoodra het caronje, u neemt mij niet kwalijk, ik wilde zeggen, -het lieve kind, van den vloer is. Want nu breekt het oogenblik aan, -professor, waarop wij van identiteit moeten veranderen, tenminste wat -mij betreft. En daar het zeer dwaas zou staan, als zich hier twee -volkomen op elkaar gelijkende professors Daring ophielden, zal ik -onmiddellijk daarna het hotel verlaten. Zooals gij weet, is mijn vriend -reeds naar St. Louis vertrokken. Morgenochtend om acht uur, of zoo -mogelijk nog vroeger, verlaat gij even het hotel, zoogenaamd om een -boodschap te doen en ik zal mij in de buurt verdekt opstellen, om even -later uw plaats in te nemen. Gij echter neemt aanstonds een auto, om u -naar het station te laten brengen en neemt den trein naar de stad, waar -gij uw vrouw zult treffen.” - -„Dat hebt gij goed bedacht, mijnheer,” riep de professor bewonderend -uit. „Ik heb wel eens gehoord dat men somtijds een weinig laag neerziet -op de politiebeambten, vooral op de rechercheurs, maar daarin heeft men -groot ongelijk. Zij geven soms blijken van groote schranderheid en -doorzicht.” - -„Ik dank u voor dit compliment, professor, en ik zal u thans niet -langer ophouden. Over anderhalf uur zal ik mij in uw kamer bevinden.” - -En met deze woorden verdween Raffles en wachtte rustig het uur om te -handelen af, in de conversatiezaal gezeten, waar hij zich den tijd aan -de leestafel zoo goed mogelijk kortte. - -Anderhalf uur later, het was toen bij half twaalf, betrad Raffles de -gang, waaraan de kamer van den ouden geleerde gelegen was. - -Hij overtuigde zich, dat er niemand in de nabijheid was, trad haastig -op de deur toe en ging er binnen zonder aan te kloppen, want hij wist, -dat Canny slechts een paar kamers verder sliep, en buitengewoon goede -ooren had. - -De professor was reeds bezig zijn valies te pakken. - -Hij keek van zijn werk op en vroeg op zijn gewone schutterige wijze: - -„Wat is er, mijnheer? Wat wilt gij? Kunt gij niet behoorlijk -aankloppen?” - -„Neem mij niet kwalijk, professor, ik wilde liever zoo weinig mogelijk -leven maken,” antwoordde Raffles glimlachend. „Herkent gij mij?” - -„Ah zoo, zijt gij het, mijnheer? Verschoon mij, mijn oogen worden een -weinig zwak. Gij komt om, ja juist, ik weet het alweder. Neem daar -plaats, als ik u verzoeken mag, gij zult zeker wel een spiegel noodig -hebben?” - -En hij wees Raffles op de marmeren waschtafel, waarboven een groote, -fijn geslepen spiegel van Venetiaansch glas was aangebracht. - -Raffles ontdeed zich van zijn rok, boord en das, knoopte een schoonen -handdoek om en begon zich te grimeeren met behulp van de -kleurmiddeltjes, welke hij daartoe in een klein lederen étui had -medegebracht. - -„Gij neemt mij niet kwalijk, mijnheer, dat ik intusschen verder ga met -het pakken van mijn koffer?” vroeg de geleerde. - -„Volstrekt niet, professor,” antwoordde Raffles glimlachend. „Doe alsof -ik er niet was, wat ik u verzoeken mag.” - -Nu en dan een blik werpend op het eerwaardige, bleeke gelaat van den -geleerde, begon Raffles zijn gezicht een grondige verandering te doen -ondergaan. - -De zwarte wenkbrauwen verdwenen en maakte plaats voor witte, de -eenigszins gebruinde gelaatskleur werd veranderd in een ivoormatte, -naast de oogen werden met een fijne doezelaar, die in een lichtrood -getinte vloeistof werd gedompeld, zeer fijne lijntjes getrokken, -„kraaienpootjes” noemt men ze gemeenlijk. Naast den neus, die volstrekt -niet veranderd behoefde te worden, werden een paar fijne rimpels -aangebracht en daarop haalde Raffles een van die uitmuntend -vervaardigde pruiken te voorschijn, die zelfs het scherpste oog niet -vermocht te onderscheiden van echt haar. - -Hij veranderde er een weinig aan met behulp van een schaar, frizeertang -en kam, zette haar op en ging nu over tot het aanplakken van den baard, -dien hij reeds in den loop van den dag had gefatsoeneerd naar dien van -den ouden professor. - -Na ongeveer een half uur was hij gereed, en tevreden over zijn werk, -dat hij voltooid had, door een gouden bril, met groote, ongeslepen -glazen op zijn neus te plaatsen. - -Hij stond op en bootste op voortreffelijke wijze de eenigszins -omfloerste stem van Daring na, toen hij zeide: - -„Mag ik mij even aan u voorstellen, Jerome Daring, professor in de -Aziatische talen, Asyroloog te Saint Louis.” - -De oude geleerde had zijn valies juist van de tafel genomen, maar bij -de aanschouwing van zijn dubbelganger liet hij het zware voorwerp uit -zijn handen vallen en keek Raffles geruimen tijd met open mond en wijd -opengesperde oogen aan. - -Toen begon hij heftig aan zijn bril te rukken en sputterde: - -„Dat is niet te gelooven, dat grenst aan het wonderbaarlijke. Het is of -ik mijzelf in een spiegel zie, mijnheer, gij zijt bepaald geen gewone -detective, gij hebt het zeer ver gebracht in uw vak. Ik ben overtuigd, -dat gij als acteur grooten naam zoudt kunnen verwerven.” - -„Dank u, professor,” hernam Raffles glimlachend. „Gij zijt dus -tevreden? Gelijk ik op u?” - -„Maar mijn goede hemel, gij zoudt mijn tweelingbroeder kunnen zijn, -mijnheer,” riep de oude geleerde uit. „Eigenlijk gezegd, is het een -weinig huiveringwekkend. Ik had nooit gedacht dat zooiets bestaan kon.” - -„Dan is het goed zoo, professor. Er blijft mij dan niets anders meer te -doen, dan spoedig dit vertrek en vervolgens het hotel te verlaten. Ik -zal natuurlijk mijn best doen, dat niemand mij ziet, maar daar de -mogelijkheid niet is buitengesloten, dat toch iemand van het personeel -mij ziet heengaan, zou ik u op het hart willen drukken, onder geen -beding uw kamer meer te verlaten en u zoo spoedig mogelijk ter ruste te -begeven. Neem alles mede van waarde en laat uw valiezen en koffers -hier, ik zal wel zorgen, dat zij veilig in uw huis te St. Louis -aankomen. Ik hoop, dat ik u niet grief door u voor te stellen u duizend -dollar ter hand te stellen als zekerheid voor de goede overkomst?” - -„Ja, zeker, mijnheer, daar grieft gij mij wel degelijk mee,” hernam -Daring. „Ik wil u toonen, dat ik u volkomen vertrouw, ik neem geen cent -van u aan.” - -„Dat pleit alweder voor u, professor,” hernam Raffles. - -Hij stak den geleerde de hand toe, trok zijn overjas aan, zette zijn -hoed op en zeide, met de kruk van de deur reeds in zijn hand: - -„Ik bedenk daar, professor, dat ik ook noodzakelijk de kleeren van u -moet hebben, die gij hier gedragen hebt, trek die dus morgenochtend aan -als gij het hotel verlaat, dan zullen wij van overgoed verwisselen, wij -zijn gelukkig van dezelfde grootte.” - -En met deze woorden vertrok Raffles, sloot de deur zachtjes achter -zich, sloop de gang ten einde, daalde de trap af, bereikte ongezien de -vestibule en sloeg, daargekomen, zijn kraag op, om zich zooveel -mogelijk onkenbaar te maken. - -Er waren slechts weinige personen, die hem gezien hadden. - -Buitengekomen riep hij een huurauto aan en liet zich naar het -Manhattan-Hotel brengen, waar hij reeds denzelfden morgen een kamer had -besteld. - -Hij ontdeed er zich van pruik en baard, sliep voortreffelijk in het -zachte ruime bed, en was den volgenden morgen om zeven uur reeds op de -been. - -Hij gebruikte haastig het ontbijt in de groote eetzaal, betaalde wat -hij schuldig was, liet weder een huurauto voorkomen en gaf den -chauffeur bevel, hem tot op eenigen afstand van het Astor-Hotel te -rijden, en schuin tegenover den ingang post te vatten. - -Daar gekomen behoefde hij slechts tien minuten te wachten, alvorens -professor Daring naar buiten trad. - -Hij zag, hoe hij een huurauto wenkte en instapte, waarop het voertuig -wegreed. - -Dadelijk gelastte hij den chauffeur den wagen achterna te rijden. - -Na een rit van ongeveer twintig minuten bereikte de eerste auto het -station en Raffles zag den professor uitstappen, zijn chauffeur betalen -en het stationsgebouw binnengaan. - -Hij stapte op zijn beurt uit, betaalde den chauffeur, maar gelastte hem -op hem te wachten en ging op zijn beurt het station binnen. - -Professor Daring kocht juist zijn kaartje aan een der loketten. - -Hij had zijn overjas los over zijn arm, dezelfde jas, welke hij steeds -gedragen had. - -Raffles kocht een perronkaartje, ging den professor na, toen deze de -breede trappen beklom en zag, hoe hij het breede perron op en neer -begon te wandelen. - -Aan het einde daarvan was het zeer stil en er bevonden zich slechts -weinig personen. - -Raffles wachtte een gunstig tijdstip af, haalde den professor in, nam -hem zonder plichtplegingen de geruite overjas en slappen grijzen hoed -af, verruilde die tegen zijn eigen kleedingstukken en maakte het -volgende oogenblik weder rechtsomkeert, zonder dat er een woord -tusschen de beide mannen gewisseld was. - -Het was zeer wel mogelijk, dat sommige beambten het kleine tooneeltje -hadden opgemerkt, maar dat kwam er al heel weinig op aan, het was al -weinig waarschijnlijk, dat een hunner ook maar in de verte begreep, wat -er eigenlijk geschiedde. - -Raffles verliet haastig het station weder, stapte in de auto, die hem -wachtte en liet zich naar het Astor-Hotel terugrijden, waar hij juist -op tijd voor het ontbijt terug was. - -En hij zag al dadelijk, dat zijn vermomming voortreffelijk geslaagd -was, want de portier nam diep zijn pet voor hem af, zooals hij het -reeds eenige malen tevoren voor den ouden geleerde had zien doen. - -Raffles begaf zich aanstonds naar de eetzaal en nauwelijks had hij daar -een tafeltje uitgezocht, of Canny trad binnen. - -Het gevaarlijke oogenblik was aangebroken. - -De volgende minuten zouden beslissen over het welslagen van zijn -gewaagd plan. - -De jonge vrouw speelde haar rol uitstekend en keek bedeesd en verlegen -rond, totdat zij den gewaanden geleerde aan zijn tafeltje zag zitten en -aanstonds op hem toekwam. - -Raffles bestudeerde haar gelaat met de grootste aandacht, maar hij was -spoedig gerustgesteld, Canny had haar weldoener nog slechts te weinig -gezien, en dan nog alleen maar bij kunstlicht, om de verandering te -bespeuren. - -Het is overigens een bekend verschijnsel, dat oogen die overdag grijs -zijn, des avonds vaak een blauwe kleur vertoonen. - -Zij stak Raffles bedeesd de hand toe en de Groote Onbekende was -dadelijk in zijn rol en zeide op hartelijken toon: - -„Ga zitten, kindlief. Eet maar flink, want wij hebben vanmiddag een -tamelijk lange reis voor de boeg. Je hebt toch geen berouw? Je wilt -toch wel met mij medegaan?” - -„O, zoo graag, mijnheer,” antwoordde Canny, met neergeslagen oogen. „Ik -ben u zoo dankbaar, dat u mij weghaalt uit dit verschrikkelijk leven.” - -„Daar spreken wij niet over, Margret,” hernam Raffles. „Vergeet maar -zoo spoedig mogelijk, wat je hier beleefd hebt, want er wacht je een -groote toekomst. Ik ben zeker, dat wij een echte jonge dame van je -maken en dan zullen er spoedig genoeg jongelui komen opdagen, die om je -handje komen vragen.” - -Margret kreeg een kleur van verlegenheid bij deze woorden en gaf geen -antwoord. - -De kelner kwam met zijn schalen en ook hij twijfelde geen oogenblik, of -hij had met den waren professor Daring te doen. - -Daar Raffles thans moeielijk meer een voorwendsel kon vinden om zich te -verwijderen, was hij wel verplicht den geheelen morgen door te brengen -in gezelschap van de vrouw, die hem naar het leven gestaan had en die -met duivelsch welbehagen getuige had willen zijn van zijn laatste -oogenblikken. - -En hij moest toegeven, dat zij haar rol op waarlijk bedriegelijke wijze -vervulde, geen enkel valsch accent, geen enkele onverwachte oogopslag, -niets dan nederigheid, dankbaarheid en verlegenheid. - -Raffles nam haar mee naar een kleedingmagazijn en daar werd Canny in -behoorlijke kleederen gestoken, die de plaats innamen van de havelooze -vodden welke zij gedragen had, toen de comedie een aanvang nam voor het -„Olympic-Theater”. - -Daarna lunchte het zonderlinge paar en vervolgens reden zij naar het -station en stegen daar in den trein, die over een kwartier naar St. -Louis zou vertrekken. - -Ook Raffles viel geen oogenblik uit zijn rol en hij deed alle gebaren, -welke hij bij Daring had opgemerkt, verrassend juist na, zoodat de -zoogenaamde beschermelinge geen oogenblik kon twijfelen, of zij had met -denzelfden man te doen, die haar in bewusteloozen toestand letterlijk -van de straat had opgeraapt. - -Langzamerhand scheen zij een weinig bij te trekken en toen de trein -eenmaal het station verlaten had, begon zij opgewekt te babbelen en -verhaalde Raffles verschillende episodes uit haar leven in het huis van -haar stiefvader, van A tot Z gelogen, zooals Raffles zeer goed wist, -maar die werden voorgedragen op een wijze, die aan de waarheid er van -bijna niet kon doen twijfelen, en waaraan de goede oude geleerde dan -ook zeker geen oogenblik getwijfeld zou hebben. - -De trein was om twee uur in den middag vertrokken, om bij twaalven in -den nacht kwam hij te St. Louis aan. - -Raffles en Canny stapten uit de coupé, en de eerste wenkte een kruier -om voor zijn bagage te zorgen. - -Voor het reusachtige stationsgebouw stond een groot aantal huurauto’s -en de gewaande geleerde slaagde er in, er een machtig te worden. - -Hij gaf den chauffeur een adres op in de Washington Avenue, hielp Canny -instappen, en nam naast haar plaats, waarop de auto zich aanstonds in -beweging stelde. - -Raffles kende Saint Louis slechts oppervlakkig, en hij keek dus goed -uit zijn oogen, nu en dan een paar woorden tot de vrouw naast zich -richtende. - -Na een rit van ongeveer vijf en twintig minuten stond de auto stil voor -een fraai heerenhuis, op een tiental meters van den weg gelegen en -daarvan gescheiden door een lommerrijken tuin. - -Eenige vensters waren nog verlicht. Mevrouw wachtte haar echtgenoot -blijkbaar af. - -Raffles hielp Canny weder uitstappen, betaalde den chauffeur, liep op -de huisdeur toe, juist als iemand die daar thuis behoort, en belde aan. - -De deur werd geopend door een van die ouderwetsche bedienden, die -blijkbaar snel aan het uitsterven zijn. - -Het was een man van een jaar of zestig met een openhartig, rood gelaat -dat getuigde van gezondheid en een opgewekt humeur. - -Hij keek zijn gewaanden meester slechts een oogenblik doordringend aan, -en Raffles zag bliksemsnel een trek van groote verrassing op zijn -gelaat verschijnen en weer verdwijnen. - -„Alles wel, Jerry?” vroeg Raffles, terwijl hij den ouden bediende op -den schouder klopte. - -„Zoo goed als het maar wezen kan, mijnheer,” antwoordde Jerry, en hij -richtte een vragenden blik op Canny, die bescheiden bij de deur was -blijven staan, met de oogen naar den grond geslagen. - -„Ja, Jerry, ik breng een verrassing voor jullie mee,” riep de gewaande -geleerde uit. „Wat zeg je er wel van? Wij krijgen een logétje, en ik -hoop dat zij lang, heel lang bij ons zal blijven.” - -Hij had zijn arm om de schouders van de bedriegster geslagen, en daar -hij zich door professor Daring zeer nauwkeurig had laten inlichten, -omtrent de ligging der verschillende vertrekken, behoefde hij geen -oogenblik te aarzelen toen hij haar naar een deur geleidde, dicht bij -de monumentale trap, die naar de hooger gelegen verdieping voerde, en -deze opende met de woorden: - -„Ga hier zoo lang binnen, mijn kind. Ik ga even mijn lieve vrouw -begroeten, en haar een weinig voorbereiden, ik breng je aanstonds bij -haar.” - -Een snelle blik had Raffles overtuigd, dat hij zich in een soort -ontvangkamer bevond, waarin slechts weinige maar zeer fraaie, een -weinig ouderwetsche meubels stonden, terwijl er eenige prachtige -Rembrandt-copieën aan den wand hingen. - -Raffles had Canny naar een stoel geleid, knikte haar nog eens -vriendelijk toe, en herhaalde, reeds op den drempel van de deur: - -„Ik kom je dadelijk weder halen, mijn kind. Een oogenblikje geduld -slechts.” - -Daarop verliet hij het vertrek, sloot de deur achter zich, stak de -vestibule over, en besteeg de trap. - -Nauwelijks had hij het breede portaal bereikt, hetgeen een soort -gaanderij vormde, die langs den achterkant van de vestibule liep, of er -werd voorzichtig een deur geopend, en een oude dame, de oogen bewapend -met een schildpadden lorgnet, grijs van haar, maar met nog een blozende -gelaatskleur, stak het hoofd om den hoek. - -Raffles trad aanstonds op de dame toe, scheen slechts een oogenblik te -aarzelen, duwde haar toen zonder omslag het vertrek binnen, sloot de -deur achter zich, liet zich op een stoel vallen, en zeide op zachten -toon: - -„Oef. Dat is tenminste achter den rug. Het dierbare wicht is hier in -huis, en ik ben er zoo goed als zeker van, dat wij met denzelfden trein -zijn gevolgd door eenige schelmen, wier gelaat ik mij maar al te goed -meen te herinneren. Hoe staat het leven hier, Charly?” - -„Alles is van een leien dakje geloopen,” antwoordde de jonge man, want -de oude dame was inderdaad niemand anders. „De oude mevrouw Daring is -een heel vriendelijke dame, maar ik geloof, heel wat energieker dan -haar man. Toen ik haar alles mededeelde was zij uiterst verontwaardigd, -en zij liet mij den brief van haar echtgenoot lezen, die nog maar -altijd niet kan gelooven, Edward, dat wij het bij het rechte einde -hebben.” - -„Wat zeide hij dan in dien brief?” - -„Hij schreef, dat hij zich wel wilde leenen tot de proefneming, maar -alleen om jou te overtuigen, dat je een pessimistische menschenhater -was.” - -„Werkelijk een zeer merkwaardig man,” zeide Raffles hoofdschuddend. -„Hij is een groot kind, hij vormt wel een groote uitzondering, in dezen -tijd van onderling wantrouwen en onderlingen haat. En wat zeide mevrouw -er wel van?” - -„Natuurlijk geloofde zij niet à priori, dat je gelijk zoudt hebben, -maar ze achtte het toch zeer wel mogelijk, en zelfs waarschijnlijk. Het -moet namelijk al eens meer zijn voorgekomen, en vaker dan professor -Daring bekende, dat hij deerlijk bij den neus is genomen door lieden, -die op laaghartige wijze misbruik maakten van zijn goedgeloovigheid en -zijn blind vertrouwen in zijn medemenschen. En zij was er dan ook -dadelijk voor te vinden, om de proef te nemen. Zij leest wel kranten, -dat verzeker ik je, en zij wist alles van de zaak af.” - -„Vermoedde zij in het geheel niet, wie je kon zijn?” - -„Neen, gelukkig. Ik heb haar natuurlijk niet op de hoogte gebracht, -daar je mij daartoe geen verlof had gegeven. Zij scheen wel erg -nieuwsgierig te zijn, maar ik heb haar afgescheept met de verklaring, -dat wij particuliere detectives waren, die veel meer van de zaak -afwisten dan de officieele politie. En je moet weten dat ik wat een -moeite heb gehad, om haar te bewegen, het huis te verlaten, want het -liefst was zij er bij tegenwoordig geweest om die „Duivelin”, het waren -haar eigen woorden, te ontmaskeren. Zij zag echter wel in dat dat -volstrekt onmogelijk zou zijn, en zij verklaarde, dat zij al onze -wenken zou opvolgen, en zich naar een klein landgoed zou begeven, -hetwelk haar man dicht bij de kust op ongeveer een uur sporens -hiervandaan bezit.” - -„Lijk je op haar?” - -„Voldoende voor ons doel. Maar ik zal er toch goed aan doen, om dezer -dagen weinig vrienden te ontvangen, want je moet weten, dat mevrouw -Daring bijna een half hoofd grooter is dan ik. Zij is een vrouw met -haar op de tanden, zooals men dat noemt, maar zij schijnt zielsveel van -haar lobbes van een man te houden.” - -„Hoe staat het met het goud, het zilver, het aanwezige geld, de -juweelen?” - -„Alles is het huis uit. Mevrouw Daring wilde er eerst niet in toe -stemmen maar ik heb het doorgezet, en zelf den knoop doorgehakt, door -alles wat waarde had, zorgvuldig bijeen te pakken in een groot valies, -hetwelk door Jerry naar de zuster van de vrouw des huizes werd -gebracht, die daartoe in het geheim moest worden genomen.” - -„Uitstekend. En het plaatsvervangend materiaal?” - -„Het is zeker niet zoo fraai, Edward, als dat wat wij hier de eerste -maal gebruikt hebben, en waarmede wij het „Meisje met de Madonna-Oogen” -zoo deerlijk voor den mal hebben gehouden, maar wat ik hier kon -opschommelen bij handelaars in strass, en bij leveranciers van -tooneelbankbilletten, is toch naar ik hoop, voor ons doel wel -voldoende. Ik heb ook de hand weten te leggen op een paar pakken, -totaal waardelooze aandeelen, in een niet bestaande mijn, een -zwendelaffaire naar het schijnt, reeds eenige jaren geleden ontdekt en -ook gestraft. Die aandeelen zijn zelfs geen tien voor een dollarcent -waard, maar je begrijpt dat zij in een brandkast een schitterend effect -maken.” - -„Je hebt, je kranig gehouden, Charly, vooral als ik in aanmerking neem, -dat de tijd van voorbereiding zoo kort was,” hernam Raffles. „En kom nu -maar eens mede, want ik zal je aan onze lieve beschermelinge -voorstellen.” - - - - - - - - -HOOFDSTUK V. - -CANNY AAN HET WERK. - - -Charly keek nog eens in den spiegel, streek hier en daar een krulletje -terecht, wat onder het kleine kanten mutsje kwam uitgluren, wierp een -blik op de ringen met de valsche diamanten aan zijn vingers, en hij -mocht van zich zelf getuigen, dat hij inderdaad was wat hij wezen -moest, een oude, flinke dame, met veel gezag, juist de vrouw die een -man als professor Daring noodig had. - -„Je ziet er prachtig uit,” zeide Raffles bewonderend. „Zooeven heb ik -waarlijk een oogenblik geaarzeld, of ik soms met de echte mevrouw -Daring te doen had.” - -„Ik kan hetzelfde van jou zeggen, Raffles. Ik zou zweren met den -beroemden Asyroloog in persoon te spreken.” - -„Je kent de inrichting van het huis zeker al goed?” - -„Als ons huis in de Regent-Street te Londen.” - -„Zijn de twee bedienden, Jerry en Blount, op de hoogte gesteld?” - -„Zij weten er alles van, en zij gnuiven van de pret over den poets dien -wij de kleine feeks zullen bakken.” - -„Het kon toch wel eens iets ernstigers worden, dan louter een grapje,” -hernam Raffles hoofdschuddend. „Misschien hebben wij het bezoek van -minstens vier mannelijke medeplichtigen te wachten.” - -„Dat is waar ook, Raffles, wat zullen wij met Henderson doen? Hij is -met mij meegereisd, zooals je gezegd had, en hij houdt zich nu in de -omstreken verborgen, omdat het wat al te gevaarlijk zou zijn, hem -opnieuw onder de oogen van het „Meisje met de Madonna-Oogen” te -brengen. Zij zal hem waarschijnlijk opnieuw herkennen, en dat zou ons -leelijk kunnen opbreken.” - -„Hij mag zich dan ook niet vertoonen, tenzij wij hem roepen. Hij kan -immers telefonisch bereikt worden?” - -„Ja, hij logeert in een klein logement, niet ver hier vandaan.” - -„Prachtig. Kom dan nu mede.” - -De beide mannen verlieten nu het vertrek, gingen weder over het -portaal, daalden de breede trap af, en traden het vertrek binnen, waar -Canny op denzelfden stoel, en in dezelfde houding nederig en bescheiden -zat te wachten. - -Maar Raffles had een zeer scherp oog, en hij zag al zeer spoedig, dat -er eenige voorwerpen, een paar kostbare Sèvrevazen, een fraai bewerkte -kom van Japansch porselein, verzet waren sedert eenige minuten, -waarschijnlijk had de bedriegster, die verstand van dergelijke zaken -had, de onderzijde van die vazen willen bezichtigen, teneinde zich van -hun echtheid te overtuigen. - -Canny was dadelijk opgestaan, toen zij Charly en Raffles zag -binnentreden, en stond daar nu als het toonbeeld van de onderworpen -onschuld. - -Raffles was op haar toegetreden, en zeide op den gewonen, eenigszins -schutterigen toon van den professor: - -„Dit is nu mijn vrouw, Margret, en ik hoop van harte, dat je goede -maatjes met haar zult worden. Wel lieve Susanna, hoe vindt je haar?” - -De gewaande mevrouw Daring had de beschermelinge van haar man eenige -oogenblikken aandachtig opgenomen, trad nu op haar beurt naar voren, en -stak Canny de hand toe met de woorden: - -„Wees welkom in ons huis, lief kind. Ik hoop, dat je je hier spoedig -thuis zult gevoelen. Mijn man heeft mij reeds alles van je verteld, en -ik ben het volkomen met hem eens, dat het onze plicht is, je vooruit te -helpen. Vergeet je troosteloos verleden, ik hoop dat je hier slechts -zonneschijn zal wachten.” - -Canny stamelde eenige woorden van dank, terwijl zij zich over de haar -toegestoken hand heenboog, en Raffles moest erkennen, dat zij een -voortreffelijke comediante was, geen gebaar te veel of te weinig, geen -onechte klank in haar stem, maar alles juist geïntoneerd, alsof het -echt was, en regelrecht uit haar gemoed kwam. - -Maar mevrouw Daring onttrok zich spoedig aan deze betuiging van -dankbaarheid, en zeide na een blik op de kleeding van het jonge meisje -te hebben geworpen: - -„Ga nu maar eens spoedig met mij mee, kindlief, dan zal ik je je kamer -wijzen. Ik hoop, dat zij je zal bevallen. Zij heeft twee vensters, die -uitzien op den achtertuin, en alles staat op het oogenblik in vollen -bloei.” - -Charly had zijn arm onder dien van het meisje gestoken, en voerde haar -nu met zich mede, terwijl Raffles het paar met een spottenden blik -nakeek, welke Canny heel wat zou hebben onthuld, indien zij hem slechts -had kunnen zien.... - -De minnares van Black Pete werd naar de tweede verdieping gebracht, en -een gezellig gemeubeld vertrek binnengeleid, dat voor een jong meisje, -een kind nog haast, als geknipt was. - -Er waren twee groote ramen, uitzicht gevende op een balkon, en -uitziende op den fraaien achtertuin, die aan alle zijden door een niet -zoo hoogen muur omgeven was. - -„Maak het je hier nu maar zoo gemakkelijk mogelijk, lief kind,” zeide -Charly, „en ga maar spoedig naar bed, want het is al laat. Morgen -zullen wij er dadelijk eens op uit gaan, teneinde kleederen voor je te -koopen. Goeden nacht, Margret. Tot morgen. Ik hoop, dat je goed zult -slapen in je nieuwe huis.” - -Canny greep haastig de hand van de gewaande mevrouw Daring, drukte er -een kus op, en daarop verliet Charly het vertrek, sloot zachtjes de -deur, bleef een oogenblik zachtjes voor zich heen lachend staan, en -ging zich toen weder bij Raffles voegen, die reeds een kleinen -onderzoekingstocht door het huis was begonnen. - -Hij vond den Gentleman-Inbreker in een vrij ruim vertrek, dat overdag -door drie groote vensters verlicht werd, maar waar zich geen andere -meubelen bevonden dan een zoogenaamde rotonde, in het midden van het -vertrek op den parketvloer geplaatst, en een rij toonkasten, langs de -vier wanden geplaatst, alle gelijkvormig, en zooals men ze ook wel -vindt in musea voor natuurlijke historie, om er insecten, fossielen, -schelpen, of iets dergelijks in te bewaren. - -Raffles stond in gedachten verzonken voor een dier kasten, die van -glazen deksels voorzien waren, stil, en was verzonken in de -aanschouwing van een paar zeer schoone, en bijna geheel ongeschonden -Asyrische dolken, uit brons geslagen, en waarin nog eenige robijnen te -zien waren, kunstig in de greep ingelegd. - -„Dit is de beroemde verzameling van professor Daring,” zeide Charly, -naderbij tredend. „Ik heb nog geen gelegenheid gehad, om haar grondig -te bezichtigen, maar ik geloof wel dat zij zeer veel waard is.” - -„Op zijn minst een half millioen dollar, Charly,” zeide Raffles -bedaard. - -„Wat! Zooveel?” riep Charly verbaasd uit. - -„Op zijn minst, zeg ik je. Ik tref hier stukken bij aan, waarvan ik -zeker weet, dat er geen tweede exemplaar van bestaat, zooals die gouden -spangen daarginds, die bestemd waren om een koningsmantel dicht te -houden, geen ander mocht dergelijke versierselen dragen. Ik heb verder -reeds een paar hoogst zeldzame munten en amuletten gevonden, die alleen -reeds een burgermansfortuin waard zijn. En om je de waarheid te zeggen, -Charly, voel ik wel eenigszins de verantwoordelijkheid drukken, die op -mij rust voor het goede beheer van deze schatten. Ik zou het mijzelf -nooit vergeven, wanneer hier ook maar het minste of geringste van werd -ontvreemd. Een man als professor Daring is juist de eenige, die de -waarde van deze Asyrische kostbaarheden weet te schatten, en aan wien -zij het best zijn toevertrouwd. Hij is er voorts niet gierig op, maar -laat iedereen ze bezichtigen, die er zijn belangstelling voor te kennen -geeft. Ik voor mij zou hier dagen kunnen door brengen, zonder mij een -oogenblik te vervelen.” - -„Maar zouden de bandieten het werkelijk op deze verzameling voorzien -hebben?” ging Charly voort. - -„Dat behoeft je geenszins te verbazen. Bedenk wel, dat wij niet te doen -hebben met ordinaire ladelichters, maar dat er zich onder die schelmen -lieden bevinden, die een grondige studie van dergelijke dingen gemaakt -hebben, en die zelfs, hoe vreemd het ook moge klinken, in staat zouden -zijn, in een verzameling van oudheden het kostbare van het betrekkelijk -waardelooze te onderscheiden. Er zijn goed geschoolde -schilderijenkenners onder, wie men niet licht een copie voor een -origineel in de handen zal stoppen, en zoo vindt men onder hen -muntkenners, deskundigen op het gebied van oude, kostbare wapens, en -andere vaklieden. Ik erken dat het vervreemden van deze verzameling wel -met eenige moeite gepaard zou gaan, maar de dieven zullen wel de goede -adressen weten, waar zij zelfs deze wereldbekende, zeer zeldzame zaken -kunnen kwijt raken.” - -„Dan mogen wij wel een oog in het zeil houden,” zeide Charly, een -weinig ongerust. „Het is immers volstrekt niet onmogelijk, dat zij -vannacht al willen beginnen?” - -„Dat betwijfel ik sterk, want in ieder geval moet Canny haar vallen nog -uitzetten, maar daar het toch niet geheel en al onmogelijk is, zullen -wij er misschien verstandig aan doen, als wij Henderson waarschuwen. Ik -zou echter niet van de huistelefoon gebruik maken, want dat sluwe -creatuur hier boven ons zou wel eens op de een of andere wijze kunnen -meeluisteren, maar bij een drogist gaan telefoneeren. Zeg Henderson, -dat hij zich aanstonds naar de tuinpoort begeeft, die ik zooeven heb -meenen te zien, en zorg dat die geopend is. Hij moet echter goed zijn -oogen open zetten, opdat hij niet gezien wordt, want niemand kan -zeggen, of de medeplichtigen van Canny niet reeds in de buurt zijn, om -het huis te bespioneeren.” - -Charly liet geen tijd verloren gaan, maar gaf aanstonds aan Jerry last, -bij den dichtst bijzijnden drogist, of anders in een hulppostkantoor, -te telefoneeren. - -De oude bediende keerde spoedig terug van zijn boodschap, en Charly -ging tersluiks de kleine tuinpoort openen, en liet tien minuten later -Henderson binnen, waarop hij de stevige deur weder goed sloot. - -Het was zoo volkomen donker in den tuin, dat er van hun beider -gestalten zeker volstrekt niets te zien zou zijn, zelfs al mocht Canny -het in het hoofd hebben gekregen een weinig uit het raam te kijken. - -Vol verbazing zag Jerry den reus binnentreden, nog nimmer had hij een -man van die grootte en dien lichaamsomvang gezien. - -Henderson werd aanstonds door Charly naar de museumzaal gebracht, waar -Raffles nog steeds verzonken was in de aanschouwing van alles wat daar -ten toon gesteld was, en hier werd hij door zijn meester met een -handdruk verwelkomd. - -De beide bedienden werden nu ook geroepen, en kregen instructies voor -dien nacht. - -Zij sliepen op de bovenste verdieping, en Raffles dacht er niet aan, -hen van hun nachtrust te berooven. - -Met zijn beide metgezellen zou hij het zelf wel afkunnen, indien er -reeds dien zelfden nacht werkelijk iets mocht voorvallen. - -En zoo klommen Blount en Jerry naar hun kamertjes, maar beiden hadden -zich stellig voorgenomen, de toestemming om te gaan slapen, in den wind -te slaan, en veeleer een oogje in het zeil te houden, om zoo noodig ter -hulp te kunnen snellen. - -Men zou niet ongestraft de hand uitsteken naar de kostbare verzameling -van hun meester, waarvoor zij beiden een bijna heiligen eerbied -koesterden. - -En nu hielden de drie mannen op zachten toon krijgsraad. - -De gordijnen van de drie ramen in de museumzaal waren reeds gesloten, -en door den schakelaar van het electrische licht om te draaien, werd -het groote vertrek in duisternis gedompeld. - -De deur van deze zaal, de eenige in het vertrek, kwam uit op een zeer -ruim portaal op de eerste verdieping aan den achterkant van het groote -huis gelegen, en zij bevond zich bijna recht tegenover een vrij breede -trap, die naar een gang voerde, welke eveneens met de vestibule in -verbinding stond. - -Trap en gang werden bijna uitsluitend door de bedienden gebruikt, want -het werkvertrek van den geleerde bevond zich op dezelfde verdieping, en -hij behoefde slechts enkele stappen te doen, om zijn heiligdom te -kunnen betreden. - -Charly had Raffles reeds medegedeeld, dat de beide echtelieden ieder -een afzonderlijke slaapkamer in gebruik hadden, welke door een -tusschendeur met elkander in verbinding stonden. - -De oude geleerde was namelijk gewend, vaak tot diep in den nacht te -werken, als een of ander onderwerp hem medesleepte. - -Zij behoefde dus voor het oogenblik niets anders te doen, dan die -slaapkamers te betrekken, en rustig af te wachten, wat de sluwe -dievegge van plan was. - -Het meest waarschijnlijke was wel, dat zij, evenals zij onder andere -omstandigheden niet lang geleden gedaan had, eerst het huis eens te -onderzoeken ten einde zich op de hoogte te stellen van zijn inrichting. - -Pas wanneer zij deze goed kende, zou zij, zonder gevaar te loopen, een -vergissing te begaan, haar medeplichtigen kunnen toelaten. - -Wat Henderson betreft, hij moest bij de hand blijven, en zou daarom -slapen op een matras, op den vloer neergelegd, en die Raffles hem uit -het reusachtige bed van den ouden geleerde afstond, benevens een deken. - -Op deze wijze was men op alle gebeurlijkheden voorbereid, want terwijl -de slaapkamer van Raffles met twee ramen uitzag op straat, kon men -vanuit de vensters van het slaapvertrek van Charly den tuin overzien. - -Nadat dit alles geregeld was, werden de lichten gedoofd, en nu was het -geheele huis in duisternis gehuld, behalve dat hier en daar, in de -vestibule en op het groote portaal een klein electrisch lampje flauw -licht verspreidde. - -De gordijnen voor de ramen in de beide slaapkamers werden op een kier -geopend, zoodat de beide mannen de omgeving konden overzien, zonder dat -zij zelven werden opgemerkt. - -Er werd slechts zeer weinig gesproken, en dat weinige werd nog op -fluisterenden toon gezegd. - -Het was bijna half een in den nacht, toen het scherpe oor van Raffles -een licht gerucht op de gang opving. - -Hij sloop behoedzaam naar de deur en luisterde, terwijl hij zijn -wijsvinger op de lippen legde. - -Het gerucht kwam nader en het werd veroorzaakt door iemand, die zoo -zacht mogelijk, op de teenen sluipend, door de gang liep. - -Toen hield het gerucht op. - -Blijkbaar stond de persoon aan den anderen kant van de deur stil, om te -luisteren. - -De drie mannen verroerden zich niet, en hielden zelfs hun adem in, uit -vrees, dat die rondsluipende persoon daarbuiten zou bemerken dat zij -nog niet naar bed waren gegaan. - -„Als zij het grapje maar niet herhaald om stikgas in de kamer te -spuiten,” bromde Charly bij zichzelf. „Wij hebben thans geen maskers -bij ons, en als wij de ramen openen, dan zal zij het zeker hooren, -dadelijk begrijpend dat er iets niet in orde is, en aan den haal gaan.” - -Maar reeds gingen de voetstappen verder, zachtjes en sluipend, en na -eenigen tijd hoorden de drie mannen heel voorzichtig aan het einde van -de gang een raam openen, dat uitzicht gaf op de straat. - -Raffles begaf zich aanstonds naar zijn uitkijkpost, en na eenigen tijd -vruchteloos te hebben rondgetuurd, ontwaarde hij een tweetal mannen, -die in de schaduw van een zwaren boom stilstonden, en hun blikken op -het huis gevestigd hielden. - -Blijkbaar gaf Canny seinen aan haar medeplichtigen, want nu zag Raffles -snel achter elkaar het licht van een gewone fietslantaarn schijnen en -weder verdwijnen, met ongelijke tusschenpoozen, hetgeen waarschijnlijk -veroorzaakt werd, doordat de man, die de seinen gaf, gedurende korten -of langen tijd de lichtstralen van de lamp met zijn hand onderschepte. - -Het seingesprek duurde slechts zeer kort, en het werd waarschijnlijk -niet volgens de gewone Morse-teekens gevoerd, want Raffles begreep er -niets van. - -Maar Charly, die achter hem had gestaan, tikte hem op den schouder, en -zeide op zacht fluisterenden toon: - -„Ik heb het al ontdekt. Je weet dat ik een studie heb gemaakt van een -menigte geheime seinstelsels, en het hunne is al bijzonder eenvoudig. -Zij springen eenvoudig telkens een enkele letter van het alphabet over, -als zij een woord seinen, en melden bijvoorbeeld inplaats van het -woordje „dat” iets geheel anders en dat volstrekt geen zin heeft, -namelijk „ebu”. Degeen die de seinen ontvangt, behoeft dus niets anders -te doen, dan een letter terug te gaan, en hij is klaar.” - -„Prachtig, Charly. En je weet dus wat die twee kerels daar zooeven -geantwoord hebben aan ons lief logétje?” - -„Ja. Het was even kort als duidelijk, zij hebben zooeven teruggeseind: - -„Wij komen morgennacht!” - - - - - - - - -HOOFDSTUK VI. - -IN DE KOOI. - - -Dien nacht sliepen Raffles en Charly, na voor alle zekerheid nog een -half uur te hebben gewacht, en zich toen, door een blik door het -sleutelgat van de kamer van Canny, zich te hebben overtuigd, dat zij -vast sliep, zoo rustig als zij in langen tijd niet gedaan hadden, want -zij konden er nu wel zeker van zijn, dat er althans dien nacht niets -meer zou geschieden. - -Canny maakte blijkbaar volstrekt geen haast, hetgeen ook niet noodig -was, en zij had den geheelen volgenden dag voor zich, om het huis goed -te bestudeeren, en af te neuzen, waar de goede oude geleerde zijn geld, -en zijn vrouw haar kostbaarheden bewaarde. - -Den volgenden morgen waren zij echter vroeg weder op de been, Charly in -zijn vrouwenkleedij, Raffles als de gewaande geleerde. - -Er was echter volstrekt geen ruchtbaarheid gegeven aan zijn terugkomst, -en zoo bleven de bezoekers dan ook schaars in aantal, en zij vertrokken -zeer spoedig weder, nadat Raffles zich wegens zware hoofdpijn had -geëxcuseerd. - -Wat Canny betreft, zij vertoonde zich omstreeks negen uur in het -eenvoudige kleedje, dat professor Daring voorloopig voor haar gekocht -had te New-York, in de fraai ingerichte eetzaal, waar het ontbijt -gereed stond. - -En weder moest Raffles eerlijk erkennen, dat zij haar rol op -onverbeterlijke wijze vervulde. - -Zij at, en hanteerde haar mes en vork, met de verlegen onhandigheid, -die men van een meisje in haar omstandigheden moest verwachten. - -Zij durfde bijna niet opzien van haar bord, en zij keek schuw en -tersluiks af, hoe haar beide weldoeners de moeilijke kunst van het -behoorlijk eten uitoefenden. - -Na het ontbijt ging mevrouw Daring met haar kleine beschermelinge een -autorit maken, en kocht hier en daar eenige kleinigheden, maar niet al -te veel, want Charly vond, niet ten onrechte, dat dit slechts geld -weggooien was. - -Maar de beide dames waren voor den lunch reeds lang weder terug, en -Margret vroeg en kreeg verlof, het huis eens te gaan bekijken, dat vond -zij zoo prettig, zooals zij verzekerde. - -Glimlachend liet mevrouw Daring het jonge ding haar gang gaan, en nu -huppelde Canny vroolijk door het huis, stak overal haar neusje in, als -een opgewonden bakvischje, babbelde met de beide bedienden, die de -grootste moeite hadden in hun rol te blijven, wandelde wat in den tuin, -en keerde toen in huis terug, juist tegen den tijd van den lunch, en -verzekerde, dat zij het huis „prachtig en verrukkelijk” vond. - -Maar zij zeide er niet bij, dat zij zich zeer nauwkeurig overtuigd had -van de plaatsing van de verschillende huistelefoons, van de inrichting -van het slot van de kleine tuinpoort, van de veiligheidsverzekering van -de voordeur, en andere wetenswaardige zaken. - -Zij verzweeg ook, dat zij de kleine brandkast van den ouden geleerde -nauwkeurig had bezichtigd, en daarna verachtelijk haar neus had -opgetrokken, en in het boudoir van de vrouw des huizes een kijkje was -gaan nemen, waar zij verschillende laden haastig had opengetrokken, en -vluchtig den inhoud had geïnspecteerd. - -Maar al vertelde zij het niet, Raffles wist het daarom niet minder -goed, want al mocht Canny slim zijn, zij moest het tegen de slimheid -van John Raffles niettemin afleggen. - -Daar Raffles niet zoo wreed wilde zijn, de sluwe bedriegster den -geheelen dag in het gezelschap van Charly Brand te laten, nam hij des -middags zijn taak over, liet het meisje bij zich komen, en begon haar -te onderrichten in de eerste beginselen van de Engelsche taal. - -En het was wel een zonderlinge gebeurtenis, de Gentleman-Inbreker, die -daar met grooten ernst les gaf aan een vrouw, die nog slechts weinige -dagen geleden de behulpzame hand geboden om hem te vermoorden en van -zijn laatste oogenblikken getuige had willen zijn. - -En toch verried niets in hem, dat hij niet degene was, voor wien hij -zich uitgaf, en het ligt dus in den aard der zaak, dat de misdadigster -zich, zooals men dat noemt, deerlijk zat te vervelen, en dit toch -onmogelijk kon laten merken, om iederen schijn van achterdocht te -vermijden. - -Men dineerde thuis, de oude professor ging een tukje doen, mevrouw trok -met Canny naar haar boudoir, deze laatste speelde een weinig zeer -slecht piano, ook al geheel in den toon, en om tien uur kreeg zij een -zachten wenk, dat het tijd zou zijn, om zich ter ruste te begeven. - -Zoo verdween Canny weder uit den gezichtskring der beide mannen, die op -dat oogenblik in de groote gezellige huiskamer bijeen waren, en -elkander nu met een veelzeggenden glimlach aanzagen. - -„Daar vliegt het onschuldige duifje heen,” zeide Charly sarcastisch. -„Als je wist hoe ik haar den geheelen dag verwenscht heb. De oude -mevrouw Daring kon toch moeielijk een zware sigaar opsteken, nietwaar?” - -„Dat had inderdaad zijn bezwaren, Charly,” antwoordde Raffles lachend. - -„En een pijp ging nog veel minder.” - -„Ik geloof zelfs dat een sigaret tusschen de lippen van de oude, -eerwaardige dame zou hebben misstaan,” hernam Raffles. „Maar als je -wilt kun je nu je schade inhalen.” - -„Ik dank je voor die toestemming, en ik zal er aanstonds gebruik van -maken,” riep Charly uit, en hij snelde het vertrek uit, en keerde -terug, een zware Havannah tusschen de lippen geklemd, hetgeen in -verband met zijn eerbiedwaardig uiterlijk van deftige, oude dame, een -eigenaardig schouwspel opleverde. - -Hij maakte het zich gemakkelijk, zette de drukkende pruik af, legde -zijn beenen voor zich op tafel, en slaakte een zucht van welbehagen. - -„Je weet, Edward, dat ik maar zelden spijt heb gehad, mij aan je te -hebben verbonden, en aan de meeste van je avonturen deel te nemen, maar -toch, als ik vooruit had kunnen weten, dat je mij ooit zou dwingen, de -rol van een vrouw te vervullen, dan—” - -„Dan zou er van onze samenwerking niets gekomen zijn?” - -„Dan zou ik mij in ieder geval er nog eens op beslapen hebben,” hernam -Charly lachend. - -In eens hield hij op, en vestigde het oog op de deur. - -„Wat was dat?” vroeg hij op zachten toon. - -„Wat meen je?” - -„Ik dacht dat ik iets hoorde in de gang, ik zal het mij verbeeld -hebben.” - -Raffles was met een paar stappen bij de deur, rukte haar open, en keek -naar buiten, in de half duistere gang, maar er was volstrekt niets te -bespeuren. Hij liep snel tot aan de trap, keek naar boven en naar -beneden, en keerde gerustgesteld terug, Charly had zich natuurlijk -vergist, de gebeurtenissen van dien dag hadden hem een weinig -zenuwachtig gemaakt. - -„Er is niets, je bent een weinig overspannen, mijn waarde,” zeide -Raffles nadat hij het vertrek weder was binnengetreden. - -„Dat ontken ik niet. En zeg mij nu eens, is de politie al -gewaarschuwd?” - -„Ja, zij verschijnt om half elf, met ongeveer tien man, dat zal toch -zeker wel ruimschoots voldoende zijn om de bezoekers hartelijk te -verwelkomen, en in verzekerde bewaring te nemen.” - -„Canny toch zeker ditmaal incluis?” - -„Natuurlijk. Je kunt wel begrijpen, dat ik er niet op gesteld ben, die -kleine duivelin, die mij gaarne met eigen hand zou hebben vermoord, op -vrije voeten te laten. Hoe eerder het caronje onschadelijk wordt -gemaakt, hoe beter het voor heel wat lieden is, en niet voor mij in de -laatste plaats.” - -„Je hebt toch niets van je ware identiteit verraden?” - -„Dat spreekt vanzelf. Zij denken met professor Daring te doen te -hebben. Ik heb eenvoudig laten voorkomen, alsof ik door een toeval op -de hoogte was gekomen van het complot, dat mij door een verrader van de -bende, die zich op den chef wilde wreken, was medegedeeld.” - -„Zoodat wij niets anders te doen hebben dan rustig af te wachten, tot -de politie hier verschijnt?” - -„Zoo is het.” - -„Maar hoe komt zij binnen zonder dat Canny het merkt?” - -„Maak je daaromtrent niet ongerust, zij vindt de tuinpoort geopend, en -kan daar binnen gaan.” - -„Maar als Canny haar medeplichtigen wil binnenlaten, en die zelfde -poort gebruikt, dan zal zij de deur open vinden, en sluw als zij is, -zou dit haar wantrouwen wel eens kunnen gaande maken.” - -„Maar Charly, denk je met een ezel te doen te hebben. Natuurlijk zal de -laatste agent de deur weder sluiten.” - -„En Henderson?” - -„Die is nu nog in zijn eigen kamertje, maar ik zal hem ergens op post -zetten, in den tuin bijvoorbeeld, of op een der balkons, vanwaar hij -een wakend oogje over de kleine comedie kan laten gaan, en den -bandieten den weg zal versperren, als zij ontijdig de lucht mochten -krijgen van wat hen hier te wachten staat.” - -„Maar loopen wij dan zelf in het minst geen gevaar?” - -„Ik kan niet inzien waarom. Canny twijfelt geen oogenblik of wij zijn -professor Daring en zijn vrouw, en zij zal niets anders denken of er is -verraad in het spel.” - -„Wij moeten dus onze rol tot het laatste spelen?” - -„Tot het bittere einde, Charly.” - -Onder dit gesprek was de groote wijzer van de fraaie pendule op den -marmeren schoorsteenmantel langzaam voortgeschoven, en het was reeds -kwart over tienen, toen Raffles eindelijk opstond, en zeide: - -„Zij zullen nu wel spoedig hier zijn. Ik heb hen gezegd, dat zij zoo -omzichtig mogelijk moesten naderen, want het zou kunnen zijn, dat Canny -nog niet sliep, en zij zal wel een goed ontwikkeld gehoor hebben, en -den hoorn van een politie-auto misschien van elke andere kunnen -onderscheiden, al zijn wij dan hier niet in haar geboortestad.” - -„Zouden wij ons niet eens overtuigen, dat zij werkelijk slaapt?” - -„Waartoe dat?” kwam Raffles verwonderd. „Zij zal zich in ieder geval -slapende houden. Werkelijk slapen doet zij natuurlijk niet, want zij -moet haar medeplichtigen binnenlaten, en dat zal wel niet veel later -dan een uur zijn, want al is de brandkast klein en ouderwetsch, zij -zullen er toch minstens een paar uur werk aan hebben, en om dezen tijd -is het reeds om zes uur klaar lichten dag.” - -„Is de tuinpoort op dit oogenblik geopend?” - -„Voor zoover ik weet, niet, tenminste wanneer Canny het al niet gedaan -heeft, wat ik echter niet waarschijnlijk acht, en daarom zou ik je wel -willen verzoeken, je daarvan even te gaan overtuigen, want over tien -minuten kunnen de politieagenten hier zijn.” - -Charly deed onmiddellijk wat hem gevraagd werd. - -Hij zette de pruik weder op, sloeg een wollen hoofddoek om, daalde de -trap af, verliet het huis door de achterdeur, sloop door den duisteren -tuin, en ging naar de kleine tuindeur. - -Hij taste naar het slot, en bevond, toen hij den sleutel wilde -omdraaien, dat de deur reeds geopend was.... - -Zonder dat hij zich juist kon verklaren waarom, maakte deze -omstandigheid een onaangenamen indruk op Charly Brand. - -„Dat moet Canny gedaan hebben,” mompelde hij voor zich heen. „Maar voor -den drommel, waarom deed zij het zoo vroeg?” - -Hij bleef nog even in gedachten staan, en aanvaardde toen den terugweg. - -Toen hij een blik wierp naar het venster van het vertrek, dat aan Canny -als verblijfplaats was toegewezen, zag hij, dat het daarbinnen volkomen -duister was, de gordijnen waren echter terzijde getrokken. - -Hij ging verder, opende de achterdeur, trad binnen, en sloot haar -zachtjes weder achter zich. - -Toen hij de gang van het dienstpersoneel bijna geheel teneinde was, -stond hij opnieuw stil. - -„Wat is dat nu weer?” bromde hij voor zich heen. - -Zijn oor had een zacht gerucht opgevangen, het was, alsof zooeven de -voordeur zachtjes gesloten werd.... - -„Ik moet zekerheid hebben,” fluisterde hij half luid. - -Zoo snel hij kon, maar zonder veel gerucht te maken, ijlde hij de gang -ten einde, bereikte de vestibule, stak haar snel over, en stond voor de -voordeur. - -Bijna was hem een kreet ontsnapt. - -De beide zware koperen grendels waren teruggeschoven, de dikke koperen -ketting was losgehaakt, en schommelde nog zachtjes heen en weder.... - -Er kon niet meer aan getwijfeld worden, zooeven had iemand het huis -verlaten. - -Charly rukte de deur open, en keek naar buiten. - -Er waren slechts weinig voorbijgangers te bespeuren in deze deftige -wijk, en er reden juist een paar auto’s voorbij, maar Charly kon -volstrekt niets verdachts zien. - -Toch bleef hij nog eenige oogenblikken zoo staan kijken, en toen ging -hij langzaam weder in huis terug, sloot de deur weder, deed de grendels -en den ketting er weer op, en bleef in gedachten verzonken staan. - -„Wie voor den drommel kan nu het huis verlaten hebben?” bromde hij -binnensmonds. „Wel natuurlijk, het kan niemand anders geweest zijn dan -die helleveeg, dan Canny. Maar, dan moet zij ook iets vermoed hebben, -erger nog, dan moet zij zekerheid hebben gehad. Maar als dat zoo is, -dan, dan loopt Raffles het grootste gevaar. Dan zou zij gelegenheid -hebben, om op haar beurt de politie te gaan waarschuwen, en dat zou in -de gegeven omstandigheden uiterst gevaarlijk zijn. Wij moeten ons -aanstonds gaan overtuigen of die vrouw nog in haar kamer is of niet. -Misschien heb ik mij nog vergist, misschien was het wel een van de -bedienden, die nog laat een boodschap is gaan doen. Maar laat ik eerst -Henderson gaan waarschuwen, die zich wel ergens in den tuin zal -bevinden, hij moet zich bij ons komen voegen, en als ik Raffles een -raad mag geven, dan verlaten wij hals over kop dit huis, want ik wil -mij laten kielhalen als er niet iets broeit.” - -Charly aanvaardde dus den terugweg weder, opende opnieuw de tuindeur, -wilde naar buiten treden, en keek recht in den loop van een revolver, -die een zwaar gebouwde politieman hem voorhield. - -„Niet zoo haastig, mevrouw,” zeide de agent op barschen toon. „Ga het -huis weer binnen als ik u verzoeken mag.” - -„Te laat,” bromde Charly tusschen de tanden. - -Daar hij evenwel zag, dat de agent door nog twee andere vergezeld was, -die beschikten over even afdoende argumenten als hijzelf in den vorm -van twee vervaarlijke revolvers, deed hij schouderophalend een stap -terug, maar voor de deur gesloten werd, liet hij het bekende -waarschuwingssein hooren, dat bedoeld was voor Henderson, die zich wel -in de buurt en nog in vrijheid zou bevinden. - -En daarop viel de deur dicht, twee agenten namen Charly tusschen hen -in, een derde volgde hem op de hielen, en zoo begaven zij zich naar -boven, naar het vertrek, waar Charly den Gentleman-Inbreker zooeven had -achter gelaten. - -Reeds op de gang had Charly Brand opnieuw den snerpenden -waarschuwingskreet laten hooren, die door de agenten slechts door een -medelijdend schouderophalen werd beantwoord, en toen hij binnentrad -begreep hij de beteekenis van dien spot, daar stond Raffles, met een -flauwen glimlach om de lippen, koel en onbewogen, maar omringd door een -zestal agenten van politie, aangevoerd door een commissaris. - -Deze ambtenaar had klaarblijkelijk reeds eenigen tijd met korte stappen -het vertrek op en neer geloopen, en stond pas stil, toen Charly door de -drie agenten werd binnengeleid. - -Hij wachtte tot de deur zorgvuldig gesloten was, en begon toen, zich -tot Raffles wendende: - -„Pardon, professor, het is uiterst onaangenaam voor mij, maar ik ben -wel genoodzaakt om mijn plicht te doen. Berust wat wij nu doen -werkelijk op een vergissing, dan zal ik de eerste zijn, die u daarvoor -mijn oprechte verontschuldigingen aanbied, maar wij hebben informatie -ontvangen, die mij dwingt, hier een zeer grondig onderzoek in te -stellen. Gij zult dus wel zoo goed zijn, zonder omwegen te antwoordden -op de vragen, die ik u zal stellen.” - -„Ga u gang, commissaris,” antwoordde Raffles kalm. - -„Waart gij het, die ons hedenmiddag hebt verzocht, hier te verschijnen -met een tiental agenten, teneinde ons meester te maken van een aantal -bandieten en van Canny Macleod, die zich onder een valsch voorgeven bij -u zou hebben ingedrongen?” - -„Zoo is het, mijnheer.” - -„Gij komt van New-York?” - -„Ja, ik nam daar deel aan het oudheidkundig internationaal congres.” - -„Weet gij zeker dat Canny Macleod zich hier nog in huis bevindt?” - -„Ik zou niet inzien, waarom zij het zou hebben kunnen verlaten.” - -„Wij zullen er ons aanstonds van overtuigen. Maar stil, daar zijn uw -bedienden reeds, die wij hebben laten halen.” - -Inderdaad waren Jerry en Blount een oogenblik te voren binnengetreden, -en zij staarden vol verbaasde verontwaardiging naar de groep midden in -het vertrek. - -De commissaris wendde zich tot Jerry, en vroeg: - -„Hoe heet gij, goede vriend?” - -„Jerry, mijnheer. Maar mag ik weten....” - -„Het is niet aan u, maar aan mij om vragen te stellen,” viel de -commissaris hem streng in de reden. „Herkent gij dezen heer als uw -meester?” - -„Als dat een grap moet verbeelden, mijnheer...” viel Jerry woedend uit. - -„Bedenk tegen wien je spreekt, man, en antwoord mij zonder omwegen,” -riep de commissaris op barschen toon. „Is deze man professor Daring, ja -of neen?” - -„Natuurlijk is hij het,” antwoordde Jerry woedend. „Wat beteekent die -onzinnige vraag?” - -De commissaris legde hem met een gebaar het stilzwijgen op, en -vervolgde kortaf: - -„Weet gij, waar.... het jonge meisje slaapt, dat professor Daring onder -zijn bescherming heeft genomen?” - -„Ja, mijnheer,” antwoordde Jerry, die van verbazing niet wist of hij -waakte of droomde. - -„Ga u dan dadelijk overtuigen of zij er nog is. Haast u wat.” - -Jerry verdween, en gedurende den korten tijd van zijn afwezigheid werd -er in het vertrek geen woord gesproken. - -Toen hij terugkwam, vroeg de commissaris onmiddellijk: - -„Welnu?” - -„Zij is er niet, mijnheer.” - -„Was het bed beslapen?” - -„Het was niet aangeroerd.” - -„Dat pleit in ieder geval niet in uw voordeel... professor,” hernam de -commissaris, langzaam zijn hoofd in de richting van Raffles wendend, -die een weinig bleek was geworden onder het dunne laagje schmink, dat -zijn gelaat bedekte, maar overigens volkomen kalm was gebleven. - -Hij doorzag nu alles, en hij verwenschte zijn onvoorzichtigheid, en die -van Charly Brand, want het was nu maar al te duidelijk, dat de jonge -man wel degelijk goed had gehoord, toen hij meende, in de gang eenig -gerucht te hooren, en dat Canny een gedeelte van hun gesprek had -afgeluisterd, misschien wel door het sleutelgat had gegluurd, gehoor -gevend aan haar eeuwigdurend wantrouwen, en daarbij de gewaande mevrouw -Daring met een sigaar in den mond, zonder pruik, en met de voeten op -het tafelblad had waargenomen. - -Zij had zeker tot het allerlaatste oogenblik gewacht, na zelf de -politie te hebben gewaarschuwd, door middel van een der telefoons in -huis, had zich nog overtuigd, dat de politie-auto kwam aanrijden, en -vervolgens de vlucht genomen. - -Daaraan was nu niets meer te veranderen, en Raffles zou rekening moeten -houden met geheel veranderde omstandigheden, omstandigheden, die zeer -in zijn nadeel waren gewijzigd sedert eenige oogenblikken. - -Na de woorden van den commissaris bleef het even stil in het vertrek. - -Toen vervolgde de politiebeambte op drogen, bevelenden toon, die reeds -niet meer hoffelijk klonk: „Ik zal u moeten verzoeken, professor, mij -toestemming te geven, om mij persoonlijk te overtuigen, of.... uw -hoofdhaar en uw baard echt zijn.” - -Daar Raffles wel begreep, dat een grondig onderzoek binnen enkele -oogenblikken het bedrog aan het licht moest brengen, antwoordde hij -rustig: - -„Gij kunt u die moeite besparen, mijnheer, het een zoowel als het ander -is valsch.” - -„Ah. Ik vermoedde zoo iets. En die dame?” - -„Mijn vrouw is, als ik het zoo mag uitdrukken, commissaris, eveneens -valsch,” antwoordde Raffles rustig. - -En hij wendde zich tot Charly, en zeide, op een toon, die aanstonds de -opmerkzaamheid van den jongen man had: - -„Trek je rokken en de rest maar uit, vrouwtje, zij mochten je eens in -je bewegingen belemmeren.” - -In een oogwenk had Charly de vrouwenkleeren afgeworpen, de pruik -afgedaan, en daar stond nu een krachtig gebouwde jongeman, met een oud -gerimpeld gelaat. - -De commissaris had snel een kreet van verbazing en zegepraal -onderdrukt, en zeide: - -„Ik weet wat ik weten wil, die kleine duivelin heeft dus toch gelijk -gehad, wij missen haar en haar mannen, maar ik geloof niet, dat ik -spijt behoef te hebben van de ruil. Mannen, maakt u van deze twee -bedriegers meester.” - -Nauwelijks had de commissaris deze woorden gesproken, of rinkelend -vloog de groote balkondeur in scherven, en een doordringende stem, een -goed bekende stem riep: - -„Hierheen, uwe Lordschap. Hierheen. In den boom. In den boom.” - -Sneller dan de gedachte sloeg Raffles met twee meesterlijke kinstooten -de twee dichtst bijstaande agenten terneder, en Charly wierp een zwaren -stoel naar de beenen van een paar anderen, die er over heen tuimelden, -en in de aldus gevormde geul stortten zich de beide vrienden en -stormden vlug als de wind naar het openstaande balkonraam. - -Daar zagen zij een wonderlijk schouwspel. - -Op een afstand van ongeveer vijf meter van het balkon verhief zich een -populier, en in den top daarvan zat James Henderson. - -Met behulp van een sterk touw had hij, eenmaal in de boom geklommen -zijnde, een lus weten te slaan om een der zware knoppen van de -balkonleuning en daarop had hij met reuzekrachten, door aan het touw te -trekken, den top van den boom tot over het balkon kunnen brengen, -waarop hij het touw aan een der dikste takken had vastgemaakt, zoodat -de boom in denzelfden stand bleef, gespannen als een geweldige boog, -met het touw, waarvan het andere einde tot op den grond afhing, als -koord. - -Terwijl achter hen een luid geschreeuw van woede weerklonk, sprongen -Raffles en Charly tegelijk, vlug als acrobaten schrijlings op een paar -dikke takken, en met een enkelen slag van zijn sterk mes knapte -Henderson het als een snaar gespannen touw door, zoodat de populier -terugzwiepte.... - -Bijna waren de mannen door de hevige beweging uit den kruin van den -boom geslingerd, maar zij hielden zich stevig vast, en lieten zich snel -als het weerlicht aan het dikke touw op den grond glijden, juist toen -de eerste agenten op het balkon verschenen, en als razenden in den -blinde begonnen te vuren. - -De drie mannen stormden door den tuin, wipten over den muur, daar de -kleine poort gesloten bleek, en waren eenige minuten later in -veiligheid. - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 398: DUISTER -NEW-YORK *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
