summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/66784-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/66784-0.txt')
-rw-r--r--old/66784-0.txt3176
1 files changed, 0 insertions, 3176 deletions
diff --git a/old/66784-0.txt b/old/66784-0.txt
deleted file mode 100644
index daa1b59..0000000
--- a/old/66784-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3176 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 7: De speelvorst van Monaco,
-by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 7: De speelvorst van Monaco
-
-Author: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: November 21, 2021 [eBook #66784]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 7: DE SPEELVORST
-VAN MONACO ***
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 7 DE SPEELVORST VAN MONACO.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE SPEELVORST VAN MONACO.
-
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
-EEN OFFER VAN DE SPEELHOLEN.
-
-
-„Het is toch een wonderlijk plekje gronds, dat Monte-Carlo en terecht
-een paradijs,” sprak Charly Brand tot zijn vriend en gebieder lord
-Lister, of, zooals hij werd genoemd, John Raffles. „Het gezicht op de
-diepblauwe zee met dien eeuwig lachend-blauwen hemel is gewoon weg
-verrukkelijk.”
-
-„Je hebt gelijk, Charly. Het is heerlijk, hier op het terras van het
-„Café de Paris” te zitten en onbezorgd zijn sigaret te kunnen rooken.”
-
-Bij deze woorden blies Raffles een aantal van de mooiste kringetjes de
-lucht in, die vervaagden in de ruimte.
-
-„En toch geldt ook hier het spreekwoord: „men wandelt niet ongestraft
-onder palmen.”
-
-„Ik zou niet weten welke schaduwzijde er kleeft aan ons verblijf hier!”
-antwoordde de secretaris, terwijl hij zijn meester vragend aankeek.
-
-„Ons? Hm? Ons bedoelde ik ook niet! Maar denk eens aan al die
-honderden, die duizenden, die aan den speel duivel zijn overgeleverd en
-die geen rust hebben, voordat ze heelemaal geruïneerd zijn! De gedachte
-aan die rampzalige slachtoffers is toch wel in staat een druppel
-weemoed te werpen in het genot van deze schoone omgeving.”
-
-„Meen je inderdaad, Edward, dat het zóó erg is?”
-
-„Helaas, ja!”
-
-„Er verloopt bijna geen dag zonder dat men hier onder de palmen iemand
-vindt, die een eind maakte aan zijn verwoest leven.”
-
-„Vreeselijk!”
-
-„Allen verliezen ze hun kapitaal en ze rusten niet, voordat ze hun
-laatste centime verspeeld hebben!”
-
-„Dat is toch hun eigen schuld!”
-
-„Ja, feitelijk wel! Maar toch zijn ze niet allemaal te veroordeelen.
-Het spel is een geweldige hartstocht. Slechts weinigen kunnen daaraan
-weerstand bieden, als—ze eens het genot gesmaakt hebben.”
-
-„Dan zal ik maar liever heelemaal niet ermee beginnen,” antwoordde
-Brand met schuwen blik naar het Casino, dat, overgoten door zonnegoud,
-prachtig afstak tegen het azuur van den hemel en het groen der palmen.
-
-„Kijk eens hoe ze stroomen naar de speelzaal, alsof ze niet gauw genoeg
-hun ongeluk kunnen te gemoet gaan!”
-
-„Ik heb er altijd het land aan gehad, Charly! Kom laat ons een eindje
-in het park gaan wandelen!”
-
-Raffles betaalde de koffie.
-
-Daarna stond het tweetal op en verliet het terras met zijn gewemel van
-menschen.
-
-De vrienden wandelden naar stille, bekoorlijke plekjes en Charly wilde
-reeds weer allerlei uitroepen slaken van bewondering, toen plotseling
-de hand van den grooten onbekende zwaar drukte op zijn arm.
-
-De secretaris keek zijn vriend verbaasd aan.
-
-Raffles had zijn sigaret uit den mond laten vallen.
-
-Wat zou er gebeurd zijn?
-
-Charly zou niet langer in twijfel blijven verkeeren.
-
-Reeds in het volgende oogenblik snelde lord Lister naar een palmgroep
-toe.
-
-Verbaasd keek Brand toe naar wat gebeuren ging.
-
-Hij zag, dat Raffles zijn zakmes te voorschijn haalde, het opende en
-vlug als een kat in den palmboom klom.
-
-In het volgende oogenblik zag Brand een zwarte schaduw door de lucht
-glijden.
-
-Was het een menschelijk lichaam geweest?
-
-Raffles misschien?
-
-Neen!
-
-Deze sprong van den palmboom af en bukte zich ter aarde.
-
-Brand haastte zich naar de plaats, waar hij den vriend zoo juist had
-zien verdwijnen achter een groep aloë’s en kaktussen.
-
-Wat hij daar zag, was niet in staat hem te kalmeeren.
-
-Raffles knielde er neer bij het uitgestrekte lichaam van een jongeman,
-die, naar zijn uiterlijk te oordeelen, tot den voornamen stand moest
-behooren.
-
-Zijn lang, smal gezicht, de vorm van zijn mond en zijn lichtblond haar
-teekenden duidelijk den Engelschman.
-
-Het jonge gelaat toonde echter eenige rimpels, die wezen op zware
-zorgen.
-
-Raffles was bezig den jongeman, die nog niet dood was, in het leven
-terug te roepen.
-
-Hij had een fleschje te voorschijn gehaald en voorhoofd en slapen van
-den vreemdeling met den inhoud ervan ingewreven.
-
-Daarna bewerkte hij de borst van den ongelukkige.
-
-„Leeft hij nog?” vroeg Brand.
-
-„Ik hoop het! Zijn lichaam is nog warm. Help mij, Charly, hier, wrijf
-zijn zijden! Het hart moet weer gaan werken!”
-
-Charly Brand was verbluft.
-
-Maar hij poogde zich zoodra mogelijk weer te herstellen en hij knielde
-neer bij den ongelukkige, om zoodra mogelijk hulp te verleenen.
-
-„Ik hoop hem nog in het leven te behouden; de arme kerel!” sprak lord
-Lister.
-
-„Zou het ook alweer een slachtoffer zijn van daarginds, Edward?”
-
-„Natuurlijk! En het zal ook niet het laatste offer zijn. Kijk eens!
-Zijn borst begint waarachtig weer op en neer te gaan! Masseer hem
-flink, vooral in de hartstreek, maar voorzichtig, niet drukken!”
-
-Charly deed, wat hem gevraagd was en werkte, alsof hij zijn heele leven
-masseur was geweest.
-
-Raffles boog het hoofd over het uitgestrekte lichaam.
-
-Aandachtig luisterde hij.
-
-„Hij leeft!” riep hij toen uit met verheugd gelaat, „hij leeft, Charly,
-ga door met je werk! Wij moeten dien ongelukkigen kerel weer in het
-leven terugroepen! Hem redden van den dood, die zijn dorre, knokige
-vingers reeds naar hem had uitgestrekt.”
-
-Lord Lister goot nu een paar druppels Eau de Cologne in den mond van
-den jongeman, die nog altijd bewusteloos lag uitgestrekt.
-
-Nog eens wreef hij hem voorhoofd en slapen en zag toen met schitterende
-oogen, dat de kleur terugkeerde op de wangen van den ongelukkige.
-
-„Kijk, Charly, kijk! Hij krijgt een kleur!”
-
-Raffles hielp nu mee masseeren en al spoedig smaakte het tweetal de
-voldoening, dat de bewustelooze een diepen zucht slaakte.
-
-Zijn borst begon te beven en plotseling sloeg hij de oogen op.
-
-Het waren twee blauwe oogen met een uitdrukking vol droefheid.
-
-Verwonderd keken ze de redders aan.
-
-„Waar ben ik?” fluisterde de vreemde in het Engelsch.
-
-„Onder vrienden,” antwoordde Raffles in dezelfde taal.
-
-De ander zweeg.
-
-Toen, plotseling, werd hij zich van zijn toestand bewust en hij
-herinnerde zich wat hem in den dood had gedreven.
-
-Hij wierp zich met het gelaat ter aarde en brak los in krampachtig
-snikken.
-
-„Waarom hebt ge mij niet laten sterven?” riep hij uit in woeste smart.
-
-„Wat moet ik nog op de wereld doen? Ik ben geruïneerd! Laat mij! Laat
-mij sterven!”
-
-Charly wilde den ongelukkige overeind helpen.
-
-John Raffles echter wenkte hem dit niet te doen.
-
-„Laat hem liggen,” fluisterde hij, „zijn smart moet uitwoeden en eerst
-als deze heeft uitgeraasd, zullen wij eens verstandig met den jongeling
-spreken. Doe nu niets, dat hem zou kunnen vertoornen!”
-
-Bedaard ging lord Lister naast den ongelukkige in het gras zitten.
-
-Charly Brand schudde het hoofd.
-
-Hij kon die bedaardheid van zijn vriend en meester niet goed begrijpen.
-
-De ongelukkige Engelschman snikte nog steeds voort met krampachtige
-schokken en een paar keer wilde hij opspringen om opnieuw zelfmoord te
-plegen.
-
-Maar Raffles drukte hem dan telkens weer met zacht geweld omlaag en
-legde zijn koele hand op het brandende voorhoofd van den ongelukkige.
-
-Eindelijk werd deze wat kalmer.
-
-Een verlichtende tranenstroom vloeide hem over de wangen en hij werd
-zoo zacht en leidzaam als een kind.
-
-Dat was juist de stemming, die de groote onbekende had willen
-afwachten.
-
-Nu kon hij praten met den ongelukkige, wiens lichamelijke redding hem
-tenminste reeds gelukt was.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-VAN DEN DOOD GERED.
-
-
-Lord Lister gaf zijn vriend een wenk met de oogen en deze ging aan den
-anderen kant staan van den ongelukkigen jongeman.
-
-Daarna tilden zij hem op en gingen met hem weg.
-
-De eerste schreden van den jeugdigen zelfmoordenaar waren nog wankel en
-onzeker.
-
-Maar geleid door zijn beide vrienden wist hij spoedig zich weer te
-herstellen.
-
-„Kom mee,” sprak Raffles op vriendelijken, zachten toon, „wij zullen
-met de tandradbaan naar boven rijden, daar hebben we een heerlijk
-uitzicht over de zee.”
-
-Charly brandde van nieuwsgierigheid om iets naders te vernemen.
-
-Hij kon zijn ongeduld nauwelijks bedwingen en vond, dat zijn meester
-wel een beetje al te veel notitie nam van den jongeman.
-
-Het was immers niets bijzonders, dat in het park te Monte Carlo iemand
-zich doodschoot of ophing. Zoo iets kwam bijna elken dag voor, maar men
-sprak er niet van.
-
-„Wie zijt gij eigenlijk, heeren?” vroeg de jonge Engelschman eindelijk,
-„ge stelt zooveel belang in mij, die u volkomen vreemd is.”
-
-„Gij zijt een ongelukkig slachtoffer van het speelhol daar beneden”,
-antwoordde lord Lister, „dat is al voldoende om sympathie voor u te
-gevoelen. Maar gij zijt buitendien Engelschman evenals wij en nog zoo
-jong, dat ge onmogelijk met het leven nu reeds kunt hebben afgerekend.
-Sta mij toe, dat ik ons aan u voorstel. Ik ben lord Lister, deze heer,
-mijn vriend en secretaris, heet Charly Brand. Wij zijn beiden
-Londenaars.”
-
-„Londenaars? Maar dat is prettig, dat is heerlijk! Dan zal u ook zeker
-mijn naam niet onbekend zijn, ik ben de jonge lord Montefiore.”
-
-„Wel, dan behoort ge tot de rijkste Engelsche families!” zei Raffles.
-
-„Ik heb er toe behoord,” sprak lord Montefiore met diepen zucht. „Nog
-slechts enkele maanden geleden—mijn vader was gestorven,—kon ik, zijn
-universeel erfgenaam, een vermogen van achttien millioen het mijne
-noemen. Nu ben ik een bedelaar.”
-
-„En heeft die hel daar beneden alles opgeslokt?” vroeg Raffles.
-
-„Niet alles! Het grootste deel ervan heeft een vorst gewonnen, dien ik
-in het Casino leerde kennen. Hij heeft zeker tien millioen van mij
-gewonnen.”
-
-„Tien millioen? Bij het spel?”
-
-De jonge lord keek nadenkend vóór zich.
-
-„Tien millioen!” mompelde hij op doffen toon.
-
-„In hoeveel tijd is dat gebeurd?”
-
-„Ongeveer twee maanden.”
-
-„Niet langer?”
-
-„Neen!”
-
-„Luister eens, lord Montefiore, dat kan geen eerlijk spel geweest zijn!
-Ik vermoed nu reeds, zonder iets naders te weten, dat die zoogenaamde
-vorst niets anders is dan een bedrieger, een oplichter, die er zijn
-werk van maakt om groentjes—excuseer deze uitdrukking, lord—het vel
-over de ooren te halen.”
-
-De Engelschman schudde het hoofd.
-
-„Ge vergist u toch, lord Lister! Vorst Alex Grigoriew is een man van
-eer, van top tot teen. Hij heeft mij verscheiden keeren zijn hulp
-aangeboden. Ik sta zelfs nu nog bij hem in het krijt—dat is dan ook de
-voornaamste reden, dat ik— —”
-
-„Hij won tien millioen van u en gaf u toen nog geld om verder te
-spelen?”
-
-„Is dat waar?”
-
-„Volkomen waar, lord Lister!”
-
-„Zoo, zoo!”
-
-„Ge ziet dus, dat ge u vergist, ge doet den vorst onrecht,” verdedigde
-Montefiore. „Hij is een man van eer, al zal ik niet ontkennen, dat de
-speelduivel hem heeft aangegrepen. Maar daarvan mag ik hem geen verwijt
-maken, die zelf het geheele vaderlijke erfdeel heb verspeeld.”
-
-„Ik zie, dat gij een onervaren jong mensch zijt, dat in de handen van
-een oplichter is gevallen. Gij verdient medelijden en geen verwijten!”
-
-„Ge grieft mij, lord Lister! Vorst Grigoriew heeft zich als een vriend
-betoond.”
-
-„In welk hotel logeert die „vorst”? Ik zou graag kennis met hem willen
-maken.”
-
-„Alex Grigoriew woont niet in Monte-Carlo. Hij heeft een villa in
-Cannes, waar hij op grooten voet leeft!”
-
-Tot nog toe had lord Montefiore kalm naast de beide vrienden gezeten.
-
-Nu, plotseling, sprong hij op in zenuwachtige haast en ijlde naar den
-kant van het terras.
-
-Het was duidelijk, dat hij opnieuw een poging tot zelfmoord wilde doen,
-door in de diepte zich neer te storten en te pletter te vallen.
-
-Maar Raffles was in twee sprongen naast hem en hield hem zoo stevig
-vast, dat er aan ontkomen geen denken was.
-
-„Geen dwaze dingen, jongmensch,” sprak hij op een toon van het
-strengste verwijt, „zoo lichtvaardig springt men niet om met het leven.
-Kijk eens naar de blauwe zee, de wuivende palmen en heel de lachende
-wereld. Men pleegt geen zelfmoord om ingebeelde eereschulden!”
-
-Plotseling rolden den jongeman een paar heete tranen langs de
-jeugdig-frissche, ietwat bleeke wangen.
-
-Toen keek hij Raffles in het gelaat.
-
-„Ik stel vertrouwen in u, lord Lister, die zulk een buitengewone
-belangstelling voor mij aan den dag legt. Maar zeg nu zelf eens: hoe
-moet ik een leven, dat met schande overladen is, verder leiden? Ik heb
-den vorst mijn eerewoord gegeven en ik ben niet in staat het af te
-lossen. Ik ben geruïneerd, ik bezit niets meer.”
-
-„En welk bedrag zijt ge dien „vorst” nog schuldig?”
-
-„Achthonderdduizend francs.”
-
-„Dat is inderdaad een aardig sommetje. Tot wanneer hebt ge tijd met de
-betaling?”
-
-„Tot overmorgen.”
-
-„Hoe laat?”
-
-„’s Avonds zes uur.”
-
-„Mooi, tot overmorgenavond zes uur. Wilt ge mij uw eerewoord geven, dat
-ge tot zoolang de hand niet aan u zelf zult slaan?”
-
-„Wat wilt ge doen?”
-
-„Ik wil trachten een schurk te ontmaskeren en u te redden.”
-
-„Dat zal u geen van beiden gelukken, lord Lister!”
-
-„Afwachten! Ik verlang van u alleen, dat ge vóór overmorgenavond zes
-uur geen poging tot zelfmoord meer zult doen!”
-
-Lord Montefiore antwoordde niet dadelijk.
-
-Somber, in gepeins verzonken, keek hij voor zich.
-
-Over het gelaat van Raffles vloog een eigenaardig glimlachje.
-
-„Pardon,” sprak hij met welluidende stem, „ik vergat, dat ge alles
-verloren hebt, mag ik u met het nietige sommetje van 500 francs uit de
-verlegenheid helpen?”
-
-Hij bood den jongeman op bescheiden wijze eenige bankbiljetten, die
-deze niet wilde aannemen.
-
-„Geen valsche schaamte, lord Montefiore! Binnen een paar dagen zult ge
-de gelegenheid hebben, mij dat sommetje terug te betalen, als namelijk,
-waaraan ik geen oogenblik twijfel, vorst Grigoriew door mij als een
-aartsschurk wordt ontmaskerd.”
-
-Lord Montefiore bleef niets anders over dan de bankbiljetten bij zich
-te steken en den vriendelijken helper warm de hand te drukken.
-
-„Tot uw dienst, lord! Maar vertel mij nu eerst eens uw
-lijdensgeschiedenis, opdat ik een juist inzicht in de zaak krijg.
-Vertel mij alles, wat ik moet weten!”
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-DE LIJDENSGESCHIEDENIS VAN EEN ZELFMOORDENAAR.
-
-
-„Dat is in weinige woorden verteld,” verklaarde lord Montefiore, nadat
-hij korten tijd voor zich had uitgestaard.
-
-„Het was mijn ongeluk, dat ik te vroeg kwam in het bezit van een groot
-vermogen. Mijn moeder was gestorven en korten tijd daarna verwisselde
-mijn vader het tijdelijke met het eeuwige.
-
-„Ik was zielsbedroefd door dit dubbele verlies en geloofde niet, het te
-kunnen dragen.
-
-„Destijds liep ik reeds rond met plannen tot zelfmoord.
-
-„Het scheen mij onmogelijk om verder te leven in het kasteel, waar wij
-samen zoo gelukkig waren geweest en met beide handen nam ik het
-voorstel van een neef van mij aan om de uitgestrekte bezittingen aan
-hem te verkoopen.
-
-„Om mijn verdriet over het verlies van mijn geliefde ouders een weinig
-te vergeten, besloot ik op reis te gaan. Ik ging naar Parijs en vandaar
-naar de Riviera. Hier leerde ik vorst Grigoriew te Nizza kennen in den
-Cercle des Etrangers!”
-
-„Dat is een van de meest beruchte speelclubs,” wendde Raffles zich tot
-Brand. „Zijn leden behooren gedeeltelijk tot de voornaamste kringen,
-maar voor een nog grooter gedeelte bestaan zij uit oplichters of
-schipbreukelingen der maatschappij, die zich door het spel boven water
-houden!”
-
-Charly Brand knikte.
-
-Thans ging lord Montefiore verder:
-
-„Vorst Grigoriew toonde zich in elk opzicht als een man van eer en ik
-sloot mij gaarne bij hem aan.
-
-„Al spoedig waren wij heel bevriend met elkander, maar ik had verbazend
-pech, want nadat ik de eerste twee weken bijzonder gelukkig was geweest
-in het spel, keerde de fortuin mij plotseling den rug toe en verloor ik
-fabelachtige sommen.
-
-„De vorst kwam mij toen te hulp. Hij had een speelsysteem uitgevonden,
-waarbij men op den duur moet winnen.
-
-„Ieder weet, dat men zoo’n systeem niet laat varen, zonder er een
-enorme vergoeding voor te hebben verkregen, maar vorst Grigoriew stond
-het mij geheel belangeloos af. Gij zult toch moeten toestemmen, lord
-Lister, dat dit een oprecht bewijs van vriendschap was!”
-
-Raffles lachte luid.
-
-„Vergeef mij, mylord! Ge hebt immers zelf beweerd, dat ge op te
-jeugdigen leeftijd in de groote wereld kwaamt en dat is volkomen waar.
-Uw onervarenheid, vooral in het kennen van menschelijke karakters, is
-grenzeloos. Zoo ik nog een oogenblik moest hebben geaarzeld of de vorst
-een oplichter is, dan ben ik er zeker van, dat hij een valsch speler
-is!”
-
-„Gij doet hem waarlijk onrecht, lord Lister!”
-
-„Vertel mij eens, lord Montefiore, hebt gij met dat systeem wat
-gewonnen?”
-
-„In den beginne verkreeg ik schitterende resultaten!”
-
-„En later?”
-
-„Later?—Later heb ik alles weer verloren, alles—alles—.”
-
-„Dat hebt ge! De schitterende winst van de eerste dagen was niets dan
-lokkebrood om u, onervarene, op een dwaalspoor te brengen!”
-
-„Neen, lord Lister. Vorst Alex is onschuldig, hij heeft me zelfs
-gewaarschuwd om niet te veel te wagen!
-
-„Ik echter, ik was door den speelduivel zóó bezeten, dat ik al zijn
-goede raadgevingen in den wind sloeg. De straf volgde dan ook al
-spoedig op de daad en ik verloor op één enkelen middag anderhalf
-millioen francs!”
-
-„Aan den vorst?”
-
-„Neen, aan de Bank!”
-
-„En wie hield de Bank?”
-
-„Een Italiaansch markies, een man van eer, in alle opzichten!”
-
-Wederom lachte Raffles luid.
-
-„Een Rus en een Italiaan! Geboren spelers! Gij zijt wel aan de juiste
-adressen gekomen, lord Montefiore!”
-
-„Gij schijnt te denken, dat de beide heeren samenwerkten, om—om—hoe zal
-ik het zeggen?”
-
-„Om u uit te plunderen,” viel John Raffles in, „daarvan ben ik
-overtuigd!”
-
-„Ge vergist u wederom. De vorst en de markies hebben geen woord met
-elkander gewisseld dan buiten het spel noodzakelijk was!
-
-„Op zekeren dag zelfs kregen de heeren hevigen woordentwist met
-elkander en als ik niet tusschenbeide was gekomen, waren zij zeker
-handgemeen geworden.”
-
-„Ha, ha, ha,” lachte Raffles, „wat heeft men u een aardige komedie
-voorgespeeld; juist iets voor die valsche spelers en hun troep!”
-
-„Valsche spelers? Een troep? Hebt ge met die beleedigende woorden den
-vorst misschien op het oog?”
-
-„Zeker, want in ieder geval is hij de hoofdaanvoerder van het komplot
-geweest. Hebt ge niet verteld, dat ge aan hem zelf groote sommen hebt
-verloren?”
-
-„Ja, maar dat heeft hier niets mee te maken!”
-
-„Waarom niet?”
-
-„Omdat dit een persoonlijke zaak was, geheel afgescheiden van de club.”
-
-„Geloof mij toch, mylord! De heele geschiedenis was van te voren
-opgezet om u te plunderen, totdat er geen veer meer overbleef. En wilt
-gij mij nu misschien ook vertellen, hoeveel gij aan dien zoogenaamden
-vorst hebt verloren?”
-
-Lord Montefiore keek Raffles plotseling met vlammenden blik in het
-gelaat.
-
-„Als het inderdaad zoo is, als gij beweert, lord Lister, dan kent hun
-schurkerij ook geen grenzen! Maar neen—neen—neen—het kan niet waar
-zijn. Zooveel slechtheid kan niet bestaan!”
-
-De jonge lord rilde.
-
-Toen sprak hij, als tot zich zelf:
-
-„Ik heb veel verloren in het spel; ik heb mijn baar geld verloren en de
-chèques, die ik had afgegeven, bedroegen één millioen zes maal honderd
-duizend francs.
-
-„Ik zat als gebroken op de sofa, toen kwam de vorst naar mij toe en
-legde mij de hand op den schouder. Die hand schitterde van diamanten,
-want Grigoriew houdt er van, diamanten te dragen, hij draagt eigenlijk
-veel te veel! Dat is het eenige, wat mij onaangenaam in hem aandeed.
-
-„Ik houd er niet van, te pronken met bezittingen!”
-
-„Ge zegt, dat hij opvallend veel brillanten draagt?” viel Raffles op
-opgewonden toon in de rede.
-
-„Ja. Hij heeft onder anderen een doekspeld, die een grooten gouden N
-voorstelt. Ook deze is van onder tot boven met brillanten bezet. Het is
-een geschenk van den Keizer van Rusland.”
-
-„Een N van goud en brillanten?” vroeg Raffles. „Hoe ziet die vorst er
-uit, welke kleur hebben zijn oogen?”
-
-„Hij is slank; middelmatig van grootte, een beetje grooter dan ik. Zijn
-oogen zijn fletsblauw. Die kleur viel mij op, omdat de Russen over het
-algemeen donkere oogen hebben!”
-
-Het schitterde in de oogen van lord Lister. Doorzag hij de zaak reeds?
-Het kwam Charly voor, dat dit inderdaad het geval was.
-
-„Vertel verder,” drong Raffles aan.
-
-„De vorst trachtte mij te troosten. „Het spijt mij voor u”, sprak hij
-met weeke stem, „ga met mij mee, de buitenlucht zal u goed doen. Ik
-hoop, dat ge de cheques spoedig zult kunnen betalen en ik ben gaarne
-bereid u een belangrijke geldsom te leenen!”
-
-„Die vervloekte schurk,” siste Raffles.
-
-„Waarom scheldt ge hem uit?” vroeg Montefiore, „het was toch een
-vriendschapsdienst, dat hij mij zijn geld aanbood!”
-
-„De bedrieger heeft u alleen dat geld aangeboden om van u te hooren, of
-ge zelf nog geld genoeg bezat om die schuldbekentenissen te kunnen
-betalen!”
-
-„Dat is inderdaad het geval, lord Lister. Wij reden samen naar Cannes
-en de frissche zeewind knapte mij weder geheel en al op. Alex
-behandelde mij als een bezorgde moeder. Hij liet de heerlijkste koffie
-voor mij zetten, hij bood mij de beste sigaren en om mijn opgewonden
-zenuwen wat te kalmeeren, werd er niet meer over het spel gesproken!”
-
-„Hoeveel hadt ge toen reeds verloren, mylord?”
-
-„Ongeveer de helft van mijn geheel vermogen.”
-
-„En dat hebt ge den vorst zeker verteld?” vroeg Raffles niet zonder
-spot.
-
-„Ik had geen reden om het hem te verzwijgen!”
-
-„En toen begon het spel natuurlijk weer van voren af aan?” vroeg
-Raffles weer, op denzelfden spottenden toon.
-
-„Ja juist! Ik weet eigenlijk niet hoe het zoo kwam. Hij schold op de
-club en stelde voor, dat ik met hem samen zou spelen!”
-
-„Natuurlijk, maar toen vielt ge in de handen van een nog veel grooter
-bedrieger. Hoeveel hebt ge in de villa van den vorst nog verloren?”
-
-„Heelemaal niets. Ik won dertig duizend francs!”
-
-„Zoo’n aartsschurk. Hij wist het wel zoover te brengen, dat ge naar
-huis gingt in de hoop, dat de grillige fortuin u haar lachend gelaat
-weer zou toewenden!”
-
-„Ge hebt met wonderlijke juistheid mijn gedachten geraden, mylord.”
-
-„Omdat ik het geheele bedrog volkomen doorzie. Ik zal u wel vertellen,
-hoe het verder gegaan is.”
-
-„Gij? Mij? Wilt ge mij m’n eigen geschiedenis vertellen?”
-
-„Ja, ik heb ze honderd keer bijgewoond.
-
-„Ge wordt dikke maatjes met den „vorst”, en hij nam u langzamerhand al
-uw geld af tot op een beetje na.”
-
-„Maar hoe weet ge dat? Het is inderdaad zóó gegaan!”
-
-„Men moet den speler niet heelemaal tot wanhoop brengen, maar hem nog
-een klein gaatje openlaten om uitkomst te zoeken. Maar gij zijt niet
-weggegaan. Ge hebt op het altaar van Monte-Carlo geofferd, wat u de
-Club te Nizza en de „edele vorst” nog hadden gelaten.”
-
-„Precies! Het komt allemaal precies uit, zooals ge vertelt. Ik heb
-enorme sommen aan hem verloren en hij heeft nog een schuldbekentenis
-van mij in handen. Maar hij heeft geen schuld! Die ligt bij mij! Ik heb
-mij overgegeven aan den speelduivel en die heeft mij ten gronde
-gericht. Wat heb ik nu nog langer aan mijn leven? Ik ben vernietigd in
-den bloei van mijn jeugd.”
-
-De jonge lord snikte als een kind.
-
-Raffles troostte hem.
-
-„Blijf kalm.
-
-„Ik denk u een gedeelte terug te bezorgen van wat gij verloren hebt en
-verder hebt ge mij uw eerewoord gegeven, dat ge vóór overmorgenavond
-zes uur niets tegen u zelf zoudt doen.”
-
-„Wat moet ik nu doen?” vroeg Montefiore op gebroken toon.
-
-„Verlaat Monte Carlo en ga naar Nizza. In welk hotel gaat ge logeeren?”
-
-Montefiore noemde het hotel d’Angleterre.
-
-„Goed! Overmorgen vroeg hebt ge uw schuldbekentenis in handen. Het
-terugwinnen van uw vermogen zal wel een paar dagen langer duren.
-Vaarwel.”
-
-De jonge lord wilde zijn wonderbaarlijken redder op onstuimige manier
-danken.
-
-Maar deze nam beleefd zijn hoed af, trok Brand met zich mee en wandelde
-den steilen weg langs, die van La Turbie voert naar Monte Carlo.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-VORST OF OPLICHTER?
-
-
-Dien avond brachten Raffles en Brand in hun hotel door; zij pakten hun
-effecten en koffers om den volgenden morgen naar Cannes te vertrekken,
-een havenplaatsje in de buurt van Nizza, dat zich in den loop der jaren
-heeft ontwikkeld tot een badplaats van den eersten rang aan de Riviera.
-
-Rijkaards van alle nationaliteiten hebben hier hunne villa’s, die zijn
-ingericht met verfijnde weelde en wier tuinen, waarin een tropische
-plantengroei zich heeft ontwikkeld, het heerlijkste uitzicht bieden op
-de eeuwig blauwe, eeuwig schoone Middellandsche Zee.
-
-Maar ook heel wat geruïneerde personen, die alles hebben geofferd aan
-den speelduivel te Monte Carlo, hebben zich hier gevestigd; lieden die
-thans leven van valsch spel en bedrog; heeren, die zich voordoen als
-edellieden, die den titel aannemen van vorst, markies, baron, of graaf,
-en die achter het masker van den aristocraat hun slag slaan en op hun
-beurt vele slachtoffers maken.
-
-Na het diner zat Raffles met Brand op het terras van het hotel, terwijl
-hij blauwe rookwolkjes in de lucht blies.
-
-„Heb je eenig vermoeden, Charly, wie die zoogenaamde vorst Alex
-Grigoriew is?”
-
-„Hoe zou ik dat weten!” antwoordde de secretaris op verbaasden toon,
-„ik heb dien man nooit gezien en in mijn heele leven nog nooit een
-Russischen vorst ontmoet!”
-
-Raffles lachte luidkeels.
-
-Toen boog hij zich voorover en fluisterde:
-
-„Die Alex Grigoriew is net zoo min een vorst als jij en ik!”
-
-Brand keek verbaasd en lord Edward had schik over de verwonderde
-gelaatsuitdrukking van zijn vriend.
-
-Hij vervolgde:
-
-„Alex Grigoriew heet net zoo min Alex Grigoriew als hij een Rus is.”
-
-„Weet je dat zeker?”
-
-„Ik wil om alles wedden.”
-
-„Maar je kent hem niet, je hebt hem nooit gezien, je hebt zelfs geen
-nauwkeurige beschrijving van hem!”
-
-„Dat heb ik ook allemaal niet noodig,” sprak de Groote Onbekende op
-koelbloedigen toon. „Wat de jonge lord ons van hem verteld heeft, is
-voldoende om hem te herkennen!”
-
-„Maar hij heeft ons niets zekers van hem verteld, niets dan vage
-aanduidingen!”
-
-„Die echter voldoende zijn om zijn persoonlijkheid vast te stellen!”
-
-„En wie is dan die geheimzinnige vorst Alex Grigoriew?”
-
-„Een landsman van ons.”
-
-„Geen Rus?”
-
-„Neen, een Engelschman, een echte Londenaar!”
-
-„Wat je zegt! Maar dat is niet mogelijk!”
-
-„Het is niet alleen mogelijk, maar het is een feit! De man staat ons
-heel na!”
-
-„Hoezoo?”
-
-„Omdat hij een collega van ons is!”
-
-„Een collega? Zijn wij misschien valsche spelers en oplichters?”
-
-„Valsche spelers zijn wij in geen geval. Maar de man is ook inbreker en
-dief.”
-
-„Vorst Grigoriew?”
-
-„Ik heb je toch gezegd dat hij geen vorst is en geen Grigoriew heet”.
-
-„Maar alle duivels, wat is hij dan, vertel op als je zijn naam kent; ik
-brand van nieuwsgierigheid!”
-
-„Dat moet je je afwennen, Charly! Je bent in de laatste tijden echt
-zenuwachtig geworden en dat is niet goed voor iemand, die mijn vriend
-en secretaris is. Kalmte en koelbloedigheid zijn eerste vereischten in
-ons vak en je komt niet heel ver met zoo’n kwikzilveren natuur als jij
-hebt!”
-
-Brand, nog onrustiger geworden door deze woorden, wou opstuiven maar
-hij bedwong zich nog ter juister tijd.
-
-Hij slikte een heele boel nieuwsgierige en opgewonden woorden naar
-binnen en trok zoo’n onnoozel gezicht, alsof de meest brandende vragen
-zijn gemoed niet beroerden.
-
-Zou die zoogenaamde Alex Grigoriew zulk een geraffineerde schurk zijn
-als Raffles hem voorstelde?
-
-Lord Lister zat nog steeds kringetjes in de lucht te blazen en deed,
-alsof hij niet de minste notitie nam van zijn vriend Brand.
-
-Maar intusschen had hij dezen met scherpen blik gadegeslagen en hij was
-volkomen op de hoogte van diens gedachten en gevoelens.
-
-„Nu ben ik tevreden, Charly”, sprak hij glimlachend. „Als het er
-werkelijk op aan komt dan kan je, zoo als ik zie, je nieuwsgierigheid
-goed bedwingen.
-
-„Dat moet beloond worden en ik zal je vertellen wie die Grigoriew is.
-
-„Deze zoogenaamde Russische vorst is inderdaad niemand anders dan de
-Londensche dief, wisselvervalscher, inbreker en moordenaar Willy
-Warren, die, om zijn bekende voorliefde voor diamanten gewoonweg
-„Diamanten-Bill” wordt genoemd.”
-
-„Diamanten-Bill?” stotterde Brand verbaasd.
-
-„Niemand anders”, antwoordde Raffles, terwijl hij de asch van zijn
-sigaret klopte.
-
-„Dat is onmogelijk!” stiet Brand uit.
-
-„Waarom?”
-
-„Omdat hij indertijd, toen hij door de Londensche politie op zijn
-vlucht van Dover naar Calais zou worden gearresteerd, in het Kanaal
-over boord sprong en verdronk.”
-
-„En hebt gij dat kindersprookje geloofd?”
-
-„Iedereen heeft het geloofd. Scotland Yard heeft het destijds overal
-genoeg rond gebazuind.”
-
-Raffles glimlachte.
-
-„Scotland Yard,” sprak hij op ironischen toon. „De Engelsche politie
-had er wel redenen voor, om dat praatje de wereld in te strooien, toen
-de handige kerel haar onder de handen wegglipte.”
-
-„Je gelooft dus niet, dat hij verdronken is?”
-
-„Neen Charly. De slimme vos heeft de beambten van Scotland Yard
-allemaal om den tuin geleid en ze zijn er leelijk ingevlogen!”
-
-„Ik begrijp je niet.”
-
-„Wel, „Diamanten-Bill” heeft eenvoudig een aardappelzak in zee gegooid,
-dien men op het dek zwaar hoorde neerplompen. Hij zelf is, zonder dat
-hij een enkelen droppel water had binnengekregen, naar het ruim
-geklauterd en daar heeft hij zich in een oude kist zoolang verborgen,
-totdat de lucht zuiver was. In Calais is hij doodkalm aan land gegaan,
-stoomde naar Parijs en Monte-Carlo en nam hier zijn intrek als Russisch
-grootvorst. Hij zal uit Londen wel genoeg diamanten hebben meegebracht
-om hier den noodigen eerbied in te boezemen!”
-
-„Als Bill Warren alles zoo heeft uitgevoerd, als jij beweert, Edward,
-dan moet hij wel een geniale kerel in zijn vak zijn,” antwoordde de
-secretaris vol bewondering.
-
-„Hm! Ik heb zijn verdiensten nooit onderschat. „Diamanten-Bill” is
-altijd de eenige geweest, met wien ik mijn krachten gaarne eens zou
-hebben gemeten en ik verheug mij er over, dat die gelegenheid zich nu
-voordoet!”
-
-„Je zult hem licht de baas worden, daar ben ik van overtuigd,”
-antwoordde Brand in oprechte bewondering voor zijn vriend. „Maar toch
-spijt het mij, dat je je met dezen inbreker op denzelfden voet
-plaatst!”
-
-„Hoedat?”
-
-„Wel, omdat „Diamanten-Bill” niets anders is dan een gemeene dief.”
-
-„En wat ben ik dan?”
-
-„Jij bent een misdadiger uit eerzucht, om je kracht, je behendigheid en
-je moed te toonen. Jij pleegt diefstallen en inbraken, zooals je de een
-of andere sport zoudt beoefenen. Tot een schurkenstreek ben je niet in
-staat. Integendeel. Je straft de schurken en beloont hen, die
-onschuldig lijden. Je hebt al heel wat ongelukkigen voor den hongerdood
-bewaard!”
-
-„Toegegeven, Charly, al overdrijf je ook een klein beetje. Maar de wet
-maakt niet het onderscheid dat jij maakt. Voor de politie is een dief
-een dief, een inbreker een inbreker! Wat denk je wel, dat de justitie
-met mij zou doen, als het den mannen van Scotland Yard gelukte mij te
-pakken?”
-
-„Dat zal hen niet gelukken!”
-
-„We zullen het afwachten. Maar laat ons nu gaan, want ik heb morgen een
-vermoeienden dag!”
-
-„Ik weet het, je moet morgen de schuldbekentenis uit de handen van
-„Diamanten-Bill” zien te krijgen!”
-
-„Dat komt vandaag nog in orde, dat zaakje maak ik schriftelijk af.
-
-„Kom, laat ons naar de leeszaal gaan. Binnen vijf minuten is de heele
-boel voor elkaar!”
-
-Brand schudde ongeloofelijk het hoofd en volgde zijn vriend naar de
-prachtig ingerichte leeszaal op de eerste verdieping van het hotel.
-
-De lord ging aan een groen bekleede tafel zitten, nam een velletje
-papier met het hoofd van de firma, die het hotel exploiteerde en
-schreef de volgende regels:
-
-
- „Beste mr. Warren!
-
- Je hebt een groote domheid begaan, door je een schuldbekentenis te
- laten teekenen door den jongen lord Montefiore. Het bezit van zoo’n
- papier is gevaarlijk.
-
- Daar je den nuchteren jongen tot op z’n hemd geplunderd hebt, kan
- die bekentenis voor jou geen waarde hebben, want de lord bezit geen
- centime meer, terwijl zijn eergevoel hem zoover heeft gebracht, dat
- hij zich van het leven heeft willen berooven.
-
- Zijn dood zou echter ongewenscht opzien baren en „Diamanten-Bill”
- geheel onnoodig de politie op het dak sturen. Dan is het natuurlijk
- uit met je „vorst”-schap en je mooie villa te Cannes zou, evenals
- al je diamanten, in beslag worden genomen.
-
- Als oprecht vriend en collega geef ik je daarom den goeden raad,
- het voor jou waardelooze papier door te scheuren en het zoodra
- mogelijk met een paar beleefde woorden aan den lord te zenden. Hij
- heeft er geen flauw vermoeden van, dat de voorname Russische vorst
- Alex Grigoriew niemand anders is dan „Diamanten-Bill”, die voor de
- heele wereld is verdronken in het Engelsche kanaal, toen de
- beambten van Scotland Yard hem op de stoomboot tusschen Dover en
- Calais wilden arresteeren.
-
- Je blijft dan voor hem en de heele wereld de edelmoedige vorst,
- zooals je je noemt, tot groot vermaak van je vriend en collega
-
- JOHN C. RAFFLES”.
-
-
-Met klimmende verbazing had Brand deze regels op het papier zien
-zetten.
-
-„Denk je, dat dit briefje de gewenschte uitwerking zal hebben?” vroeg
-Raffles den secretaris.
-
-„Natuurlijk! „Diamanten-Bill” is veel te verstandig om een goeden raad
-in den wind te slaan.”
-
-„Dat denk ik ook,” sprak Raffles.
-
-Hij sloot den brief en adresseerde hem:
-
-
- Aan Zijne Doorluchtigheid
- Vorst ALEX. GRIGORIEW
- Cannes (Zee-Alpen.)
-
-
-„Kellner, plak een postzegel op dezen brief en laat hem dan dadelijk op
-de bus gooien.”
-
-„Uitstekend, lord!”
-
-De kellner stoof weg met het schrijven.
-
-Hij had niet het flauwste vermoeden welke wonderlijke correspondentie
-hij in de hand had.
-
-Raffles en Brand gingen naar hun kamers om den volgenden morgen vroeg
-naar Cannes te reizen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIJFDE HOOFDSTUK.
-
-EEN NOODLOTTIGE BRIEF.
-
-
-In denzelfden tijd, dat Willy Warren den brief uit Monte Carlo ontving,
-wandelde een koopman in snuisterijen met langzame schreden langs de
-Avenue Gambetta, waar de villa stond van Grigoriew.
-
-„Diamanten-Bill” die, ondanks het vroege morgenuur, reeds getooid was
-met zijn schitterendste diamanten, greep met een onverschillig gebaar
-naar de brieven, die de post hem bracht.
-
-De vorst voerde een uitgebreide correspondentie, die voornamelijk
-liefdesgeschiedenissen behelsde, en de elegante man, die over
-fabelachtige rijkdommen scheen te kunnen beschikken, had een bijzonder
-groote aantrekkelijkheid voor de dames der Riviera.
-
-Ook vandaag weer waren een groot aantal geparfumeerde briefjes door de
-post bezorgd, maar de vorst scheen er al heel weinig notitie van te
-nemen.
-
-Met heel andere oogen bekeek hij echter een brief, die het poststempel
-van Monte-Carlo droeg en waarop het adres van een der voornaamste
-hotels was afgedrukt.
-
-Toen Warren den brief geopend had en hem in den haast doorvloog werd
-zijn gelaat aschgrauw.
-
-De gewiekste gauwdief, die zich hier in zijn villa zoo zeker had
-gevoeld, beefde over zijn geheele lichaam.
-
-Hij was ontdekt!
-
-Hij had steeds geloofd, dat Willy Warren voor de heele wereld gestorven
-was.
-
-Scotland-Yard zelf had immers aan de geheele menschheid verkondigd, dat
-het lijk van den gevreesden inbreker op den bodem van het Kanaal lag.
-
-En thans moest hij vernemen, dat er lieden waren, die wisten, dat hij
-nog leefde en hoe hij leefde.
-
-Vreeselijk!
-
-Hij raapte den brief op, die op den grond was gevallen. Nog eens las
-hij hem van het begin tot het einde door—woord voor woord.
-
-Geen lettertje ontging hem, maar het resultaat was hetzelfde: hij was
-ontdekt.
-
-In gepeins staarde hij voor zich uit.
-
-Wat nu?— —Wat nu?
-
-Zou de strijd met de politie thans weer opnieuw beginnen?
-
-Zou hij van de heerlijke villa, de schitterende diamanten afscheid
-moeten nemen om op water en brood te smachten?
-
-Afschuwelijk!
-
-Het was niet mogelijk!
-
-Wie zou iets afweten van zijn bestaan? Voorloopig slechts één persoon.
-
-Maar die ééne scheen ook heel nauwkeurig te zijn ingelicht.
-
-Zou Raffles, die beweerde een collega van hem te zijn, hem wel ooit
-verraden?
-
-Nooit!!
-
-Ook onder dieven en inbrekers zijn mannen van eer, die het voor schande
-houden, hun makkers te verraden.
-
-En Raffles behoorde tot die mannen van eer.
-
-Nog nooit had hij een minderwaardige handeling verricht! Hij stal en
-hij brak in, maar steeds werden schurken door zijn straffende hand
-getroffen.
-
-En dan! De brief van Raffles was op vriendschappelijken toon
-geschreven! Hij waarschuwde hem en gaf goede raadgevingen.
-
-Hij was dan ook terstond besloten, den jongen Engelschman de
-schuldbekentenis terug te geven.
-
-Wat had hij ook aan dat ellendige blad papier, daar Montefiore toch
-geruïneerd was.
-
-Haastig ging Bill naar zijn schrijftafel, woelde in de papieren van een
-geheime lade en haalde de schuldbekentenis daaruit te voorschijn.
-
-Daarna nam hij schrijfpapier, dat versierd was met een vorstenkroontje.
-
-Nadat hij drie, vier zijdjes verknoeid had, was eindelijk het volgende
-briefje gereed gekomen:
-
-
- „Waarde Lord!
-
- Ik houd het voor den plicht van een edelman u inliggende
- schuldbekentenis terug te sturen.
-
- Ik zou er nooit gebruik van gemaakt hebben, maar ik accepteerde ze
- van u omdat ge er zoo op hebt aangedrongen. Zij brandt in mijn
- hand.
-
- Neem haar terug. Ik heb haar verscheurd en daardoor waardeloos
- gemaakt. Gij hebt thans geen verplichtingen meer tegenover mij.
-
- Steeds tot uwen dienst
- VORST ALEX GRIGORIEW.”
-
-
-Het stond er!
-
-„Diamanten Bill” las de regels nog eens over en knikte tevreden.
-
-Hij vouwde den brief dicht, stak hem in een enveloppe en schreef het
-adres er op.
-
-Daarna schelde hij den bediende.
-
-„Breng dezen brief naar de post en laat hem aanteekenen, dadelijk!”
-
-De bediende haastte zich de deur uit. Buiten op straat kwam een koopman
-in snuisterijen hem tegemoet om hem zijn waren aan te bieden.
-
-De bediende stiet hem ter zijde, maar de koopman had nog juist
-gelegenheid gehad om een blik op het adres te slaan.
-
-„Het zaakje gaat goed”, mompelde de koopman glimlachend, „en hij
-schijnt haast te maken ook. Mijn brief heeft hem leelijk bezorgd
-gemaakt!”
-
-De lezer heeft natuurlijk al lang begrepen, dat deze arme koopman
-niemand anders was dan Raffles.
-
-Daar kwam een heer de straat op, die groote haast scheen te hebben.
-
-Radeloos keek hij naar links en naar rechts, alsof hij iemand zocht.
-
-Hij scheen bijzondere opmerkzaamheid te koesteren voor de villa’s, maar
-besluiteloos keerde hij zich af en stormde verder.
-
-Een hevige stoot bracht hem tot bezinning.
-
-„Stommerd! Pas toch op!” riep de schijnbaar hevig verschrikte heer uit.
-„Ga toch weg met je snorrepijperijen!”
-
-„Och, vergeef mij toch, beste heer en koop een kleinigheidje van een
-arm man, die voor vrouw en kinderen heeft te zorgen!”
-
-„Alle duivels! Wat moet ik met dien rommel doen?”
-
-„Lieve, beste meneer! Heb medelijden! Vergoed mij dan ten minste de
-schade, die ge mij hebt berokkend.”
-
-De voorname heer was al weer verder gegaan, maar de koopman bleef hem
-ter zijde. De eerste wierp toen een franc naar den koopman, maar deze
-scheen nog niet tevreden te zijn.
-
-Hij greep den heer bij den arm en hield hem stevig vast.
-
-„Wat wil je, onbeschaamde kerel?” klonk het ruw.
-
-De koopman keek echter met glunderlachende oogen den ander aan en
-sprak:
-
-„Ik wou je alleen maar zeggen, beste Charly, dat je een domkop bent—en
-blijft. Je herkent zelfs je vriend en meester niet meer!”
-
-„Drommels! Edward! Ben jij ’t?”
-
-Brand was verbluft.
-
-„Ik had je waarlijk in die kleedij niet herkend.”
-
-„Dat doet me pleizier! Dan zullen de anderen me nog minder herkennen.
-Maar wat wil je eigenlijk hier?”
-
-„Vraag je dat nog? Ik zoek jou!”
-
-„Waarom? Is er wat gebeurd?”
-
-„Niets anders, dan dat je spoorloos verdwenen bent. Ik dacht, dat je
-een ongeluk was overkomen. Vertel eens, wat doe je hier? En wat moet
-dat potsierlijke pak?”
-
-Raffles lachte.
-
-„Kun je dat werkelijk niet raden?”
-
-„Hoe zou ik? Wie kan al jouw gangen naspeuren?”
-
-„Dan zal ik het je vertellen. Ik had het plan om te controleeren of
-„Diamanten-Bill” gehoorzaam mijn goeden raad had opgevolgd en de
-schuldbekentenis naar lord Montefiore had teruggestuurd.”
-
-„Nu al? Dan zul je nog wel een poosje geduld moeten hebben.”
-
-„Hou je kalm, Charly! Mijn doel is al bereikt. De aangeteekende brief
-naar lord Montefiore is al onderweg. En ga nu mee, ik heb honger!”
-
-„Met jou meegaan?”
-
-„Natuurlijk!”
-
-„In dit pak?”
-
-„Neen, neen! Ik kom dadelijk!”
-
-„Allright!”
-
-Brand snelde naar het hotel.
-
-Zijn verbazing was echter grenzeloos, toen hij in de vestibule van het
-hotel zijn vriend ontmoette, keurig gekleed, een witte camelia in het
-knoopsgat van zijn smoking, de onafscheidelijke sigaret in den mond.
-
-Thans dacht de secretaris inderdaad spoken te zien op klaarlichten dag.
-
-Dat kon toch onmogelijk zuiver spel zijn.
-
-Een kwartier geleden had hij zijn vriend en meester nog op de Avenue
-Gambetta ontmoet en nu stond hij hier in levende lijve, als gentleman
-gekleed, uiterlijk doodkalm, voor hem.
-
-Hij was heel wat van Raffles gewoon. Maar dit overtrof alles, wat hij
-totnogtoe van hem gezien had.
-
-Tevergeefs verzocht hij zijn vriend, hem dit ongeloofelijke te
-verklaren.
-
-Deze antwoordde slechts:
-
-„Na den lunch zullen we een eindje gaan wandelen, dan zal ik je alles
-vertellen”.
-
-En een uur later vertelde Raffles:
-
-„De zaak is heel eenvoudig en natuurlijk toegegaan. Hoe vaak heb ik je
-niet al gezegd, dat vlugheid geen kunst is. Terwijl jij langs de Avenue
-Gambetta wegvloogt, nam ik plaats in een gesloten automobiel—natuurlijk
-zoo, dat de chauffeur mij niet zag, voordat ik er in zat. Toen stak ik
-mijn hoofd uit het portier en noemde het doel van den tocht. Intusschen
-verkleedde ik mij en, tien minuten vóórdat jij hier kwaamt, verliet ik
-den auto in keurig toilet. Dat is alles!”
-
-„En je mand? Je snuisterijen? Je kleeren?”
-
-„Heb ik op een veilig plaatsje op de Avenue Gambetta bewaard. Vanavond,
-als het donker is geworden haal ik alles weer te voorschijn. De mand
-met snuisteren geef ik den kinderen van Cannes present”.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZESDE HOOFDSTUK.
-
-„DIAMANTEN-BILL”.
-
-
-Vorst Alex Grigoriew was zoo onder den indruk van den brief, dien hij
-had ontvangen, dat hij gedurende de eerste dagen zijn villa niet
-verliet.
-
-De meest verlokkende uitnoodigingen en afspraken met de mooiste en
-rijkste dames liet hij onbeantwoord en hij vertoonde zich niet in de
-club te Nizza en evenmin aan de speeltafel te Monte-Carlo.
-
-Raffles had het dus alles behalve gemakkelijk, maar hij was geduldig en
-wachtte af. De meesterdief had zich voorgenomen den oplichter, die den
-Lord door valsch spel zijn geheele vermogen had afhandig gemaakt, op
-zijn beurt weer van het vele goud te berooven, en wat Raffles zich eens
-had voorgenomen, dat bracht hij ook tot uitvoering.
-
-Een beetje tijdverlies hinderde hen dan ook niet.
-
-Dat Lord Montefiore opnieuw plannen tot zelfmoord zou koesteren was
-niet te vreezen.
-
-Raffles had hem bezocht, kort nadat de vorst hem de schuldbekentenis
-had teruggebracht. De jongeman had toen in vele bewoordingen het
-edelmoedig karakter van den vorst geprezen.
-
-„Gelooft ge nu nog altijd, dat vorst Alex Grigoriew een—een—ik kan het
-woord niet goed uitspreken?”
-
-„Een oplichter is, bedoelt ge, mylord?” vroeg Raffles.
-
-„Ik zou dat woord niet graag gebruiken, Lord Lister. Ge ziet dat hij
-edelmoedig is, door mij de schuldbekentenis terug te sturen. Als hij
-inderdaad een bedrieger was, zooals gij hem afschildert, dan zou hij
-mij zeker tot betaling hebben gedwongen.”
-
-„En hij had u eerst tot de laatste centime geplunderd!”
-
-Lord Montefiore zweeg.
-
-Hij kwam tot de overtuiging, dat hij wel een beetje al te veel partij
-trok voor dien ander.
-
-Raffles zag de verlegenheid van den jongen man.
-
-„Veroorloof mij een vraag, mylord”, vervolgde hij thans. „Zoudt gij
-ooit iemand, die door den speelduivel was bezeten, zóó hebben
-uitgeplunderd, als die man het u heeft gedaan?”
-
-Wederom zweeg lord Montefiore.
-
-Hij wilde niet ontkennend antwoorden.
-
-„Welnu mylord”, hernam Raffles, „ik zal u zeggen, wat gij verzwijgt.
-Gij zoudt dat niet hebben gedaan, beslist niet. Vrees echter niets. Uw
-vriendelijke vorst zal niets geschieden. Hem zal geen haar gekrenkt
-worden. Maar om u toch een weinig op de hoogte te helpen, wil ik u wel
-mededeelen, dat hij de schuldbekentenis absoluut niet uit eigen
-beweging heeft teruggestuurd. Ik heb hem daartoe gedwongen”.
-
-„Toch niet uit mijn naam?” vroeg de Engelschman vlug.
-
-„Neen, uit mijn eigen naam”.
-
-„Zoo?”
-
-„Ja, ik heb hem verteld, dat zijn streken zijn uitgekomen”.
-
-„Kent ge hem dan?”
-
-„Ja”.
-
-Montefiore keek verrast op.
-
-„O, dat verandert de zaak”, antwoordde hij. „Ik meende, dat gij al uw
-beweringen op louter vermoedens hadt gegrond”.
-
-„Dat doe ik nooit, mylord. Op het oogenblik kan ik u echter geen nadere
-aanduidingen van zijn persoon geven. Ik hoop, dat ge na dit gesprek
-nooit meer mondeling of schriftelijk één woord met dien oplichter zult
-wisselen”.
-
-„Dat beloof ik u gaarne”.
-
-„En nu zullen we ons best eens doen, om u het verloren geld weer terug
-te bezorgen”, sprak Raffles op beslisten toon.
-
-„Hoe zou dat kunnen? Ge zult de politie toch niet er bijhalen? Ik zou
-niet graag willen, dat de naam Montefiore werd genoemd in verband met
-dien van een schurk”.
-
-„Ge behoeft u geen oogenblik bevreesd te maken, mylord. Ik zal geheel
-zelfstandig handelen, en ik geloof, dat ik u over enkele dagen reeds de
-som kan teruggeven”.
-
-„Zonder hulp der politie?”
-
-„Natuurlijk. Ik ben er zelf in het minst niet op gesteld, om de hulp in
-te roepen van den sterken arm. En laat maar gerust de regeling van het
-heele zaakje aan mij over, dan komt alles zoo gauw mogelijk in orde. En
-laat ik u nu nog eens van dienst zijn, en u een som gelds leveren,
-opdat ge volgens uw stand zult kunnen leven”.
-
-Den jongen lord schoot het bloed naar de wangen.
-
-De edelmoedigheid van den nieuwen vriend bracht hem in verlegenheid, en
-Raffles moest nog langen tijd aandringen, voordat hij de blanco chèque
-in ontvangst nam.
-
-Lord Lister reisde met den eerstvolgenden trein naar Cannes terug, en
-ging toen zijn wachtpost op de Avenue Gambetta weer innemen.
-
-Vorst Alex Grigoriew intusschen, verveelde zich danig in zijn mooie
-villa.
-
-Tot nog toe was hij er altijd met een blauw oog afgekomen, als hij de
-een of andere schurkenstreek had bedreven.
-
-In zijn jeugd was hij eens veroordeeld tot anderhalf jaar
-gevangenisstraf. Dat was al lang geleden, en destijds viel hem die
-straf niet zoo zwaar, wijl hij armoedig leefde, en steeds te kampen had
-met honger en zorgen. Maar sindsdien was zijn leven vol glans geworden.
-In de gevangenis had hij een uitstekende leerschool in het inbreken
-doorgemaakt, en toen hij weer op vrije voeten kwam, had hij steeds met
-het grootste succes zijn boevenstreken bedreven. Hij stamde uit de
-onderste lagen der maatschappij, maar desondanks had hij in zijn
-voorkomen een zekere elegance, en zoo het ook al aan beschaving
-ontbrak, wist hij zich toch met bewonderenswaardige zekerheid in goede
-kringen te gedragen.
-
-Grigoriew had al heel wat landen van Europa onveilig gemaakt. Hier, aan
-de Riviera, wilde hij een eind maken aan zijn rondzwervingen, en er een
-blijvende woonplaats zoeken.
-
-Waarom ook niet?
-
-Hij was multi-millionair, bezat een prachtige villa en een schat van de
-kostbaarste diamanten.
-
-Maar evenals een kat kan ook de dief het muizen niet nalaten. Een
-inwendige drang om schurkerijen te plegen, kon hij niet weerstaan, en
-toen hij den onervaren Montefiore ontmoette, had hij dezen naar alle
-regelen der kunst uitgeplunderd.
-
-Toen kwam plotseling de onverwachte slag door den brief van Raffles.
-
-Eenige dagen bracht Grigoriew in duizend vreezen door.
-
-Hij stond op het punt om al zijn bezittingen achter te laten en te
-vluchten, want voor de politie had hij den grootsten eerbied.
-
-Maar er gebeurde niets.
-
-Grigoriew wachtte van den eenen dag op den anderen, zonder dat iets
-buitengewoons voorviel.
-
-Raffles liet niets meer van zich hooren, en de vrees van den valschen
-speler sluimerde langzamerhand weer in.
-
-Hij besloot echter voorzichtig te zijn en zich niet te vertoonen op
-gevaarlijke plaatsen of in gevaarlijk gezelschap. Hij verliet Cannes
-niet meer.
-
-Als het hem al te vervelend werd, om als een gevangene in zijn villa te
-zitten, dan ging hij een eindje wandelen, steeds er op bedacht, dat hij
-niet vervolgd of bespied werd.
-
-En tòch volgde Raffles hem op den voet, maar de groote onbekende legde
-hierbij zooveel handigheid aan den dag, dat de beste tooneelspeler of
-de slimste detective het hem niet hadden kunnen verbeteren.
-
-Hij had een groote massa kleeren bij zich, en dagelijks verscheen hij
-als een ander persoon in de Avenue Gambetta, maar nooit verscheen hij
-er als een Engelsche lord.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ZEVENDE HOOFDSTUK.
-
-TWEE CONCURRENTEN
-
-
-Op zekeren dag bemerkte lord Lister, dat „Diamanten-Bill” zijn villa
-verliet, keurig gekleed, den cylinder op het hoofd, de briljanten
-ringen als steeds aan zijn vingers.
-
-Ook Raffles was in elegant kostuum. Hij zag er uit als een voornaam
-Amerikaan tusschen 55- en 60-jarigen leeftijd.
-
-De oude heer had de proef op de som genomen en in de leeszaal zijn
-vriend Charly Brand om een lucifer gevraagd. Deze had het vuur, zonder
-het minste vermoeden, gegeven.
-
-Raffles kon in elk geval er zeker van zijn, niet door Willy Warren te
-worden herkend, als deze hem ontmoette. Hij kon den „vorst” dus
-onopgemerkt volgen en hij deed dat zóó handig, dat niemand er iets van
-merkte.
-
-Grigoriew wandelde doelloos door de straten rond.
-
-Hij behoorde tot dat soort menschen, die zichzelf niet bezig kunnen
-houden, als zij uit hun gewone doen komen.
-
-Hij miste de club en het casino en thuis, in zijn prachtige, leege
-villa, was het niet uit te houden.
-
-Voor elk venster bleef hij staan. Hier en daar deed hij inkoopen. John
-Raffles keek naar hem met Argus-blik.
-
-De vorst bleef nu staan voor den winkel van een antiquair. Een
-prachtige, oude rococo-kast had zijn opmerkzaamheid getrokken.
-
-Het was inderdaad een prachtstuk.
-
-Raffles zelf zou graag het kostbare meubelstuk voor zich hebben
-gekocht, als hij maar had geweten, wat hij er mee had moeten doen.
-
-Grigoriew ging den winkel binnen. Twee minuten later hield een auto
-voor den winkel stil en een Amerikaan stapte er uit, die eveneens den
-winkel binnenging.
-
-De winkelier zat een beetje in verlegenheid, toen hij de beide voorname
-klanten tegelijk ontving, maar de Amerikaan ging doodkalm in een stoel
-zitten en zei in gebroken Fransch, met Engelsch accent:
-
-„Ik heb allen tijd! Ge kunt gerust eerst dien heer helpen!”
-
-De Amerikaan begon een paar staalboeken te doorbladeren en het scheen,
-alsof hij niets bespeurde van alles, wat er om hem heen gebeurde.
-
-Maar dat was niet waar. Geen woord ontging zijn scherpe ooren.
-
-Grigoriew onderhandelde met den winkelier over den verkoop van de kast,
-die 3000 francs kostte.
-
-De prijs kwam er natuurlijk bij een vorst en millionair niet op aan.
-
-Maar Grigoriew had nog verscheiden veranderingen te bedisselen, de kast
-moest opnieuw gebeitst en in de was gezet worden, schroeven en sloten
-moesten worden vernieuwd, voordat de kast naar zijn villa aan de Avenue
-Gambetta moest worden afgeleverd.
-
-Eindelijk ging Grigoriew heen, zonder te hebben betaald, wat trouwens
-ook niet noodig was.
-
-De winkelier ging nu naar den Amerikaan toe, die zoo langen tijd
-geduldig had gewacht en nu met een luiden geeuw opstond.
-
-Hij kocht verscheidene aardige voorwerpen en bleef toen, met
-besluiteloos gebaar, voor de mooie oude kast staan.
-
-„Wat kost die?”
-
-„Drieduizend francs, mijnheer!”
-
-„Die koop ik!”
-
-De winkelier trok een pijnlijk gezicht.
-
-„Het spijt me, mijnheer, ik kan u niet helpen. De kast is juist aan
-vorst Grigoriew verkocht!”
-
-„Wel, bezorg mij dan een andere kast, net zoo een als deze!”
-
-De winkelier haalde de schouders op.
-
-„Er bestaat niet zoo’n tweede exemplaar van die kast. Ge zoudt daarnaar
-tevergeefs zoeken!”
-
-„Maar waarde heer! Ik koop heelemaal niets van je, als ik die kast niet
-krijg!”
-
-„Maar meneer, dat is toch belachelijk!”
-
-„Waarom belachelijk? Zijt gij een goed koopman? In Amerika doen we dat
-heel anders. De kast staat hier—is niet betaald—niet afgehaald—dus ook
-niet verkocht. Ik geef u er 4000 francs voor.”
-
-De winkelier aarzelde.
-
-Hij verdiende reeds 1800 francs aan het meubel; als de Amerikaan 4000
-francs er voor gaf, zou zijn winst nog met 1000 francs vermeerderd
-worden.
-
-Maar hij had de kast al verkocht aan den vorst en dien klant wilde hij
-liefst niet verliezen.
-
-De Amerikaan scheen de gedachte van den winkelier te raden.
-
-„Ge zijt niet handig”, sprak hij, „alle Europeanen zijn in zaken dom.
-Zeg dien heer, dat de kast al verkocht was, zonder dat ge het wist.
-Zeg, dat uw vrouw het meubel had verkocht, toen ge niet thuis waart.”
-
-„Maar ik heb geen vrouw! Ik ben zelfs nooit getrouwd geweest!”
-
-„Goed, zeg dan dat uw zoon het heeft gedaan!”
-
-„Beste heer, een zoon heb ik nog veel minder!”
-
-„Allemachtig, wat zijn jullie dom! Zeg dan, dat een tante van u
-gestorven was en dat ge naar de begrafenis moest en dat een zwager van
-u de kast voor 5000 francs verkocht. Die som wil ik u er dadelijk voor
-betalen. Wat kosten de andere dingen, die ik gekocht heb?”
-
-„758 francs.”
-
-„Goed! Hier is een chèque op de Lyonsche Bank. Geef mij maar een pen.”
-
-De winkelier bracht pen en inkt en de Amerikaan schreef een cheque van
-5758 francs.
-
-Daarop ging de kooper heen.
-
-Des avonds kwam hij terug met een paard en wagen om de kast te laten
-weghalen.
-
-Toen Alex Grigoriew den volgenden dag weer voorbij den winkel kwam, zag
-hij, dat de kast er niet meer stond.
-
-„Zij is al in den maak”, dacht hij en hij ging verder.
-
-En de kast wàs inderdaad in den maak, alleen niet bij den
-schrijnwerker, maar bij een slotenmaker, door Raffles besteld.
-
-De meester-dief had het meubelstuk dadelijk naar een bekwaam werkman
-laten brengen en het zóó laten veranderen, dat een persoon zich er in
-kon verbergen.
-
-Dit moest natuurlijk zóó gemaakt worden, dat geen sterveling er iets
-van bemerkte; scharnieren en schroeven en sloten en laden moesten
-losgebroken en vastgemaakt, maar toen de kast was afgeleverd, was alles
-zóó keurig gedaan, dat Raffles den arbeid gaarne vorstelijk beloonde.
-
-Nu kon hij beginnen!
-
-Men zou toch eens zien, hoe schitterend het wraakplan, dat hij op touw
-had gezet, gelukken moest!
-
-
-
-
-
-
-
-
-ACHTSTE HOOFDSTUK.
-
-EEN GEHEIMZINNIGE KAST.
-
-
-Raffles was steeds gewoon al zijn plannen alleen ten uitvoer te
-brengen, zonder dat hij daarbij de hulp van een ander inriep.
-
-Alleen Brand zou voor dergelijke hulp in aanmerking zijn gekomen.
-
-Maar Charly was te zenuwachtig. Hij bedierf veel door al te grooten
-ijver, wat goed had kunnen afloopen, als de zaak bedaard was aangepakt.
-
-Ditmaal echter moest Raffles wel de hulp inroepen van zijn secretaris.
-Hij had hem noodig en dus moest hij hem in het vertrouwen nemen.
-
-„Heb je een kast gekocht, Edward?” vroeg Charly, toen Raffles hem het
-meubelstuk liet zien.
-
-„Wat wil je daarmee in ’s hemelsnaam beginnen? Wil je misschien hier in
-Cannes een huisgezin opzetten?”
-
-John Raffles glimlachte.
-
-Toen haalde hij de schouders op.
-
-„Eigenlijk gezegd, Charly, heb ik daarover niet nagedacht. De kast
-beviel mij bijzonder en je weet, wat mij bevalt, dat koop ik.”
-
-„O, lieve hemel, Edward! En dat zware ding heeft je zeker al heel wat
-geld gekost!”
-
-„Vijfduizend francs.”
-
-„Vijfduizend francs? Alle donders! Jij schijnt al heel goed bij kas te
-zijn!” En fluisterend voegde hij er aan toe:
-
-„Je weet toch, Edward, dat wij de laatste weken niet gewerkt hebben,
-omdat je niets anders hebt gedaan dan de menschlievendheid te
-betrachten. Wij hebben weer geld noodig!”
-
-„Hm! Daarvoor moet de kast juist dienen!”
-
-„Dat begrijp ik niet!”
-
-„Ik zal je later wel alles verklaren. Bekijk die kast maar eens goed,
-maak alle deuren, kasten, schuifladen enzoovoorts open, onderzoek de
-sloten en vertel mij dan eens of het ding je aanstaat en of je er ook
-iets bijzonders aan vindt!”
-
-Brand deed het, onderzocht alles, maar kon niets bijzonders vinden.
-
-„Zie je niets, Charly?”
-
-„Niets niemendal!”
-
-„Als ik je nu zeg, dat aan dezen kant van de kast feitelijk een geheime
-deur is?”
-
-De secretaris was ten zeerste verbaasd. Hij onderzocht alles nog eens
-nauwkeurig, maar kon met den besten wil van de wereld niets ontdekken.
-
-„Ik kan niets vinden.”
-
-Raffles deed de deur, zonder een woord te spreken, met één enkele
-beweging open.
-
-„Wel, drommels”, riep Charly uit, „dat is verbazend!”
-
-„Draai je nu eens drie seconden om en kijk naar de klok. Kijk daarna
-weer naar de kast.”
-
-Brand deed het.
-
-Toen hij zich na drie seconden weer omkeerde, was de kast gesloten en
-Raffles verdwenen.
-
-Wonderlijk!
-
-Waar kon die zijn gebleven?
-
-Brand had de kamerdeur niet hooren dichtdoen. Hij vloog er heen om te
-kijken, waar zijn vriend gebleven was.
-
-Maar de deur was van binnen op slot.
-
-Ook daarlangs kon Raffles dus niet verdwenen zijn?
-
-Het was en bleef een raadsel.
-
-„Edward!” riep de secretaris.
-
-„Charly!” antwoordde een doffe stem.
-
-„Waar ben je?”
-
-„Wat denk je?”
-
-„Ik weet het niet!”
-
-„Ik zit in de kast!”
-
-Charly ontstelde.
-
-Plotseling vloog een klepje open in de kast en Brand keek John in het
-gelaat, en daarnaast zag hij een hand, die een revolver vasthield. Het
-wapen was op hem gericht en het gelaat van John was door een zwart
-masker bedekt.
-
-Brand wilde op zij springen om het dreigende wapen te ontvluchten, maar
-nu werd ook aan dien kant een klep geopend en wederom werd de loop van
-de revolver op hem gericht.
-
-„Wees niet flauw, Edward! Wat beteekent dat?”
-
-Raffles lachte.
-
-„Draai je drie tellen om”.
-
-Brand deed het.
-
-Even daarna stond Raffles weer voor hem.
-
-„Wel, wat zeg je van mijn uitvinding, Charly?”
-
-„Enorm! De schrik zit mij door alle leden!”
-
-„Ik heb m’n doel bereikt! Nu kan vorst Alex Grigoriew zijn kast
-krijgen!”
-
-„Grigoriew? Zijn kast!”
-
-„Ja! Hij had ze gekocht”.
-
-„Ik dacht, dat jij dat hadt gedaan!”
-
-„Ik ook, zeker! Maar ik sta hem het ding gaarne af. Hij wil het hebben
-en ik geef het hem. ’t Is zoo’n charmant heer, die vorst!”
-
-„Die oplichter? Edward, je spreekt weer in raadsels!”
-
-„Ik zal je gauw genoeg alles ophelderen. Nog een beetje geduld! En nu
-moet ik naar den winkelier”.
-
-„Jij?”
-
-„Ja”.
-
-Raffles ging.
-
-De winkelier ontving den voornamen klant met de grootste beleefdheid.
-
-„Wat is er van uw dienst?” vroeg hij met een buiging.
-
-„Ik heb een paar dagen geleden een kast gekocht”.
-
-„Zeker, mijnheer!”
-
-„Ik kan ze echter niet gebruiken!”
-
-De winkelier schrikte.
-
-„Ik moet de kast teruggeven”.
-
-„Maar mijnheer—ik begrijp niet—”.
-
-„Ge begrijpt nooit iets. Ik kan de kast niet gebruiken en geef haar dus
-met rouwgeld terug!”
-
-„Zoo—”.
-
-Het gelaat van den koopman klaarde op.
-
-„Hoeveel denkt mijnheer— —”
-
-„Ik denk niet. Ik handel. Luister. Ik heb de kast haar den
-schrijnwerker gestuurd, die haar heelemaal weer gerepareerd heeft. Ge
-kunt haar dus kant en klaar leveren aan den heer, die haar eerst
-gekocht heeft! Hoe heet die?”
-
-„Vorst Alex Grigoriew!”
-
-„Waar woont hij?”
-
-„Avenue Gambetta, 25”.
-
-„Goed! Ik zal het meubel daar laten bezorgen. Geef mij een quitantie
-van 3000 francs, ik heb dan 2000 francs rouwgeld betaald!”
-
-De winkelier wreef zich in de handen.
-
-Neen maar! Daar kwam hij nog goed af. En hij schreef dadelijk de
-kwitantie.
-
-Het was al avond, toen aan de villa van vorst Grigoriew gescheld werd.
-
-De vorst, die zich vreeselijk verveelde in zijn gedwongen
-gevangenschap, beval den bediende, dat de kast kon gebracht worden.
-
-Raffles intusschen, had Charly Brand meegedeeld, wat zijn bedoeling
-was. Hij wilde zich in de kast naar het huis van den vorst laten
-brengen.
-
-„Pas op, Edward, doe het niet!” had Charly op dringenden toon
-gewaarschuwd.
-
-„Niet doen?”
-
-„Neen, natuurlijk niet!”
-
-„Wat zou mij kunnen gebeuren?”
-
-„Als Bill Warren je nu eens in de kast ontdekt? Wat dan?”
-
-„Beste jongen, dat is het juist! Ik ga in de kast, opdat hij mij zal
-ontdekken!”
-
-„Wie? Wat? Dat is wat nieuws! Dan ben je verloren!”
-
-„Dat zie ik nog niet in!”
-
-„Wat wil je beginnen, als hij een bediende roept?”
-
-„Hij zal wel oppassen!”
-
-„Maar bedenk toch, Edward, hij heeft zooveel voor, als jij daar in de
-kast zit. Je kunt je immers niet verroeren!”
-
-„Dat komt allemaal in orde, beste kerel!”
-
-„Kom, Edward, laat het plan varen. ’t Is veel te gewaagd!”
-
-„Geen denken aan, Charly. Ik wil toch eens zien, wie van ons beiden het
-wint, Diamanten Bill of ik. Zijn de werklui er om de kast te
-versjouwen?”
-
-„Allen!”
-
-„En de koetsier met den wagen?”
-
-„Is er ook!”
-
-„Laat dan de kast halen. Ik ga vooruit om er in te klimmen. Niemand mag
-weten wat vervoerd wordt.”
-
-„Ik zwijg als het graf. Wees jij maar voorzichtig, Edward!”
-
-„Dank voor je goeden raad, dag!”
-
-Raffles vloog weg.
-
-„Het is een stuk uit een dolhuis”, mompelde Charly. „Ik geloof nooit,
-dat het goed zal afloopen. Als hem iets overkomt, is het zijn eigen
-schuld. Ik heb hem vaak genoeg gewaarschuwd.”
-
-
-
-
-
-
-
-
-NEGENDE HOOFDSTUK.
-
-IN HET VIJANDELIJKE KAMP.
-
-
-John Raffles zat allang in de kast, toen Brand met de werklui kwam.
-
-De mannen verbaasden zich over de geweldige zwaarte van het meubel.
-Maar Charly beloofde een extra-fooi en toen hield het gemopper al heel
-gauw op.
-
-Maar Charly zelf liep op vuur.
-
-Hij zat in duizend vreezen, dat Raffles zich op de een of andere
-onverwachte manier zou verraden.
-
-Maar alles ging uitstekend en de kast werd met vereende krachten op de
-plaats neergezet, waar vorst Grigoriew haar verlangde.
-
-Deze, die niets om handen had, begon nu al heel gauw zijn papieren in
-orde te maken en te rangschikken in het nieuwe meubel.
-
-Hij had er natuurlijk niet het flauwste vermoeden van, dat een vijand
-in zoo onmiddellijke nabijheid vertoefde.
-
-Voor Raffles was de positie inderdaad hachelijk.
-
-Een hoest- of niesbui zou hem hebben verraden.
-
-De tijd verstreek voor hem in de grootste verveling.
-
-Grigoriew had langen tijd werk met zijn papieren.
-
-Daarna ging hij een wandeling maken en tegen middernacht kwam hij
-terug.
-
-Al dien tijd bleef Raffles in zijn schuilhoek.
-
-Eerst toen de vorst naar bed was gegaan, kwam hij te voorschijn.
-
-Hij had intusschen rondgespied.
-
-Bill Warren’s slaapkamer was vlak bij de zitkamer. Maar de slaapkamer
-werd des nachts zorgvuldig gesloten en daarin juist bevond zich de
-groote ijzeren brandkast van den vorst.
-
-Daarin zou zeer zeker de geheele bezitting van den oplichter verborgen
-zijn.
-
-Maar de compromitteerende papieren zou de schurk zeker niet in die
-brandkast verbergen.
-
-Dat was lang niet veilig genoeg.
-
-Hier, in de zit- en studeerkamer was zeker wel zoo’n geheime
-schuilplaats te vinden en de onschuldige schrijftafel zou veel eerder
-zoo’n geheime bergplaats in zich sluiten.
-
-Raffles snuffelde rond, langen tijd.
-
-Maar hij vond niets.
-
-Nadat hij de schrijftafel zorgvuldig doorzocht had, zocht hij onder het
-tapijt, achter de schilderijen, in den haard, achter den spiegel, onder
-de zittingen der stoelen.
-
-Nog niets.
-
-Maar hij gaf het zoeken niet op.
-
-Toen, plotseling, viel zijn blik op de groote pendule.
-
-Dit prachtige bronzen uurwerk was juist het ding, dat Raffles zocht.
-
-Hij ging er heen en belichtte haar eerst zorgvuldig aan alle kanten met
-zijn electrische zaklantaarn.
-
-Juist!
-
-Daar zag hij een heel klein schelletje, bijna onzichtbaar aangebracht,
-maar toch ontdekt door de Argusoogen van den meester-dief.
-
-Als de klok werd weggenomen, ging het schelletje luiden, dat zeker in
-de slaapkamer van den oplichter alarm zou slaan.
-
-Raffles glimlachte zegevierend.
-
-Hij sneed den electrischen draad van het schelletje met zijn werktuigen
-door.
-
-Ziezoo!
-
-Nu kon hij de pendule zonder gevaar verzetten.
-
-Hoera!!
-
-Hij had gevonden wat hij zocht, daar waren de papieren. Een bevel tot
-inhechtenisneming, een pas, een photographie, door de politie
-afgestempeld, en andere dingen, die de identiteit van den inbreker
-Willy Warren volkomen aanduidden.
-
-Er waren ook een paar minnebrieven uit vroeger tijd en het portret van
-een beruchte vrouw uit Londen.
-
-Dat was een goede vondst voor Raffles.
-
-Vlug borg hij alles bij zich.
-
-Toen zette hij de pendule weer op haar plaats.
-
-Raffles had nu, wat hij noodig had.
-
-Maar nu deed zich een omstandigheid voor, waarop hij niet had gerekend.
-
-Hij kon de kamer niet uit.
-
-De jaloezieën voor de vensters waren stevig gesloten, evenals de
-deuren.
-
-Raffles zou natuurlijk wel kans hebben gezien om naar buiten te komen,
-maar het was hem er om te doen om geen enkel spoor na te laten.
-
-Zoo bleef hem niets anders over dan weer in de kast te gaan.
-
-Het begon al te schemeren, want er was heel wat tijd heengegaan met het
-zoeken naar de papieren.
-
-De groote onbekende bracht een tijd door, die tot de onaangenaamste
-herinneringen van zijn leven bleef behooren en waaraan hij later steeds
-met rilling terugdacht.
-
-Alex Grigoriew kwam in den morgen in het kleine salon, waar hij zijn
-thee dronk en een uitgebreide correspondentie beantwoordde.
-
-Het was afschuwelijk weer.
-
-De valsche speler ging dus niet uit en bleef urenlang in de zitkamer.
-
-Als hij haar eens verliet, was het slechts voor een enkel oogenblik.
-
-Al dien tijd zat Raffles in de kast.
-
-Het was donker om hem heen.
-
-Hij had eten noch drinken tot zich kunnen nemen en zijn geliefkoosde
-sigaret miste hij nog het ergst.
-
-Hij moest zich echter doodstil houden en nauwelijks durfde hij
-ademhalen in een atmosfeer, die bezwangerd was met hout- en
-terpentijnlucht.
-
-De vorst morrelde intusschen voortdurend in de vakjes en laden der
-kast.
-
-Elk oogenblik kon een ontdekking volgen en dan was Raffles aan zijn
-vijand overgeleverd, want hij had bemerkt, dat „Diamanten-Bill” juist
-een stoel had geschoven voor dien kant van de kast, waarlangs Raffles
-zou kunnen vluchten.
-
-En op den stoel stond een heele stapel boeken.
-
-Raffles zat dus in de knip en durfde zich derhalve niet verroeren.
-
-De dag viel hem eindeloos lang, het was voor hem een hel op aarde.
-
-En Charly, dacht Raffles.
-
-Als Charly in zijn overgroote ijver en uit bezorgdheid voor zijn vriend
-maar geen dwaze dingen ging doen.
-
-Als Charly maar niet alles bedierf.
-
-Raffles leed geweldig.
-
-Eindelijk—eindelijk viel de avond.
-
-Uit het gesprek van den vorst met zijn bediende had Raffles gehoord,
-dat het weer beter was en dat de vorst wilde uitgaan.
-
-Grigoriew maakte groot toilet, waarschijnlijk had hij aangename
-afspraken.
-
-Raffles haalde verruimd adem.
-
-Toen alles stil was geworden, opende de meesterdief de deur van zijn
-gevangenis; de stoel was door een bediende ter zijde gezet.
-
-Door het venster sprong hij nu in den tuin, wat hem zonder eenige
-moeite gelukte.
-
-Toen klom hij, handig, als een kat, over het hooge hek en ijlde naar
-zijn hotel.
-
-Brand was er niet!
-
-Waar ter wereld zou die nu weer zitten? Het hotelpersoneel wist te
-vertellen, dat hij door een heer was afgehaald.
-
-Door een heer?
-
-Wie kon dat zijn?
-
-Brand had hier geen kennissen.
-
-Was het misschien de jonge lord Montefiore? Maar de beschrijving, door
-den ober gegeven, kwam met diens persoonlijkheid allerminst overeen.
-
-Raffles at stevig en dronk een verkwikkend glas wijn.
-
-Toen wachtte hij op de terugkomst van zijn vriend.
-
-Charly kwam echter niet zoo gauw terug en Raffles, door vermoeienis
-overmand, ging naar bed.
-
-Maar toen hij den volgenden morgen opstond, was Brand nog altijd niet
-op het appèl verschenen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TIENDE HOOFDSTUK.
-
-ONGEWENSCHT BEZOEK.
-
-
-Raffles had geen tijd te verliezen.
-
-Hij was van oordeel, dat men het ijzer moet smeden als het heet is.
-
-Uit zijn kleerenvoorraad nam hij de uniform van een Italiaansch
-officier van politie, trok deze aan en ging naar de villa van Grigoriew
-in de Avenue Gambetta.
-
-Vorst Alex schrikte niet weinig, toen hij van zijn bediende vernam, dat
-een politie-man hem wenschte te spreken.
-
-Wat kon de Italiaansche politie van hem weten?
-
-Hier, in Cannes kon immers niemand iets bewijzen.
-
-Al de compromitteerende papieren lagen keurig verborgen onder de klok
-in een geheime bergplaats.
-
-Hij liet den officier binnenkomen.
-
-Deze boog en nam plaats in een leunstoel.
-
-„Ik kom wegens een aanklacht”, begon de bezoeker.
-
-„Een aanklacht?”
-
-Alex werd koud en bleek.
-
-Wat was dat?
-
-Zou hij een aanklacht hebben ingediend?
-
-Hij?
-
-Geen kwestie van.
-
-Al had men hem al zijn millioenen en diamanten ontstolen, dan nog zou
-hij wel oppassen, een aanklacht in te dienen.
-
-Wat zou hij antwoorden?
-
-Nog nooit was hij in zoo’n moeilijk parket geweest.
-
-De bezoeker scheen echter niets van de verwarring te bespeuren en
-vervolgde:
-
-„Uwe Doorluchtigheid is vannacht bestolen en— —”
-
-„Bestolen?” barstte „Diamanten-Bill” los, „bestolen? Ja, juist,
-bestolen—bestolen!”
-
-„De dief moet papieren van waarde hebben meegenomen, die verborgen
-waren in een geheime bergplaats, onder een pendule.”
-
-De valsche speler kromp ineen.
-
-Wat?
-
-Onder de pendule vandaan?
-
-De vorst stond op en vloog naar den schoorsteen toe.
-
-Een enkele blik overtuigde hem ervan, dat de compromitteerende papieren
-inderdaad mankeerden.
-
-En de politie wist dus al van den diefstal!
-
-Welke schurk kon haar hebben ingelicht?
-
-Ha! Hij was er!
-
-Natuurlijk alleen de dief zelf!
-
-Maar wie kende zijn geheimen?
-
-„Raffles!”
-
-Als een bliksemstraal vloog hem die naam door het hoofd.
-
-Raffles!!
-
-Ja, hij wist, wie en wat de Russische vorst Grigoriew feitelijk was!
-
-Hij alleen kende de geschiedenis van Willy Warren!
-
-Maar waarom had de meester-dief hem aangeklaagd?
-
-Ja, waarom?
-
-Gelukkig scheen de politieman er geen flauw vermoeden van te hebben,
-hoezeer zijn boodschap den vorst had verontrust.
-
-Hij scheen alleen oogen te hebben voor de pendule.
-
-Die bezoeker, dacht Billy, scheen ook al niet tot de snuggersten te
-behooren.
-
-Wacht!
-
-Hij zou hem misschien om den tuin kunnen leiden.
-
-„Hier kan alleen sprake zijn van een huisgenoot, die den diefstal heeft
-gepleegd”, bracht Bill eindelijk met moeite er uit.
-
-„Dus ge denkt, dat de diefstal door een van uw ondergeschikten is
-gepleegd?”
-
-„Ik vermoed het althans, want het is onmogelijk, dit huis binnen te
-dringen!”
-
-„Ook voor een meester-dief? Denkt ge dat zeker?”
-
-En weer vloog het den oplichter door het hoofd:
-
-Raffles— —Raffles.
-
-Hij antwoordde niet.
-
-De officier vervolgde:
-
-„Wij hebben eenige aanwijzingen. Kent ge zekeren Raffles? John C.
-Raffles!”
-
-„Natuurlijk! Zeker!” bracht Grigoriew er, onvoorzichtig genoeg, uit.
-
-Tegelijkertijd bemerkte hij, dat hij de grootste domheid had begaan.
-
-Hij vervolgde:
-
-„Ik heb ten minste van hem gehoord, maar ik ga weinig met vreemden om!”
-
-„Ge hebt toch met lord Montefiore verkeerd?” vroeg de officier
-glimlachend.
-
-Alex stokte.
-
-Die man scheen toch wel drommels goed op de hoogte te zijn.
-
-„Zal ik mijn bedienden misschien roepen?” vroeg Bill, om zich een
-houding te geven.
-
-„Ja, Uwe Doorluchtigheid, doe dat”, antwoordde de bezoeker met lichte
-ironie in zijn stem. „Ik zal u zelf later wel in verhoor nemen. Het
-komt er maar op aan, hen niet te laten ontsnappen. Hebt ge misschien
-een geschikte plaats in de villa, waar men hen kan opsluiten?”
-
-„In de dienstbodenkamer misschien?”
-
-„Dat is goed. Zeg den lieden, dat zij daarheen moeten gaan. Wij gaan
-dan later en sluiten hen op, voordat ze er op bedacht zijn!”
-
-Grigoriew haalde verruimd adem.
-
-Hij, Bill, had gewonnen spel.
-
-De arme bedienden schrikten niet weinig, toen zij naar de
-dienstbodenkamer gezonden en daar opgesloten werden.
-
-Maar zij bleven kalm, overtuigd als ze waren van hun onschuld.
-
-De politie-officier zei nu tot den vorst:
-
-„Dat de bedienden zelf de papieren hebben gestolen, houdt de politie
-voor onwaarschijnlijk.
-
-„Mogelijk is het echter dat zij, vrijwillig of daartoe gedwongen, hulp
-hebben verleend.
-
-„Wij weten namelijk, hoe de dief in uw villa gekomen is!”
-
-Alex verbaasde zich hoe langer hoe meer.
-
-Hij had totnogtoe nooit een hoogen dunk van de politie gehad.
-
-Maar nu toch moest hij bekennen, dat er ook nog wel gewiekste lieden
-onder hen werden aangetroffen.
-
-„De inbreker heeft zich eenvoudig laten insluiten in uw nieuwe kast”.
-
-„Hoe? Wat zegt u? Meent ge dat?”
-
-„Wel natuurlijk!”
-
-„Maar dat is immers onmogelijk!”
-
-„Volstrekt niet!”
-
-„Ik kocht de kast— —”
-
-„Dat is ons allemaal bekend!”
-
-„En— —??”
-
-„Raffles wist het meubel op geslepen wijze in zijn bezit te krijgen en
-haar door een schrijnwerker zóó te laten veranderen, dat zij geschikt
-werd voor het doel.”
-
-„Zóó— —”
-
-„Uwe Doorluchtigheid kan zich ervan overtuigen!”
-
-De beambte had dit alles den vorst verteld met de grootste
-vriendelijkheid.
-
-Het draaide den vorst voor de oogen, het duizelde en warrelde hem.
-
-Door al die plotselinge, zoo geheel onverwachte mededeelingen was hij
-als ’t ware verbluft, verdoofd, overdonderd.
-
-Maar toch dacht hij nog zoo helder, dat hij het als een geluk
-beschouwde, dat het de politie niet gelukt was, ook zijn geheim te
-onthullen.
-
-De beambte scheen althans niet het flauwste vermoeden te hebben.
-
-Deze vervolgde:
-
-„Ik ben er inderdaad nieuwsgierig naar om te zien, hoe de dief zich in
-de kast heeft kunnen verbergen, zonder dat iemand het bemerkt heeft.
-Hebt ge niet verteld, dat ge zelf uwe papieren in de kast hebt
-gerangschikt?”
-
-Bill herinnerde zich niet, een dergelijke opmerking te hebben gemaakt,
-maar hij had zich voorgenomen op alles maar ja te zeggen en zoo
-beantwoordde hij deze vraag dan ook bevestigend.
-
-De beambte begon nu de kast van alle kanten te doorzoeken.
-
-Hij klopte, schudde, luisterde, snuffelde, deed alle deuren open, keek
-in alle kasten, maar vond niets verdachts.
-
-Alex werd nu toch ook nieuwsgierig.
-
-Zou Raffles hem inderdaad de baas zijn geweest?
-
-Maar hoe meer hij met den politieman zocht, hoe onverklaarbaarder werd
-hem de heele zaak.
-
-Alle drommels!
-
-Hij verstond het vak toch ook!
-
-Hier echter reikte zijn kennis te kort.
-
-Plotseling echter sprong de linkerzijde van de kast los.
-
-Een van beide onderzoekenden moest het mechanisme hebben aangeraakt.
-
-Wie het geweest was, kon niet gezegd worden.
-
-Bill beweerde, dat hij het niet was en de beambte beweerde hetzelfde.
-
-Het kwam er immers ook niet op aan; het resultaat was toch hetzelfde.
-
-„O”, zei de politiebeambte met groote bewondering, „dat is inderdaad
-prachtig. Nu begrijp ik ook, dat ge het geheim niet hebt kunnen
-ontdekken. ’t Is inderdaad geniaal gevonden”.
-
-Ook de vorst was eveneens vol bewondering en verbazing.
-
-„Ik begrijp alleen maar niet”, vervolgde de beambte, „hoe een mensch
-zich in die smalle ruimte heeft kunnen verbergen. Wat denkt gij er van,
-Doorluchtigheid? Men zou inderdaad in de verzoeking komen om eens de
-proef op de som te nemen”.
-
-Alex was nieuwsgierig geworden.
-
-Het interesseerde hem, hoe zijn vakgenoot dat zaakje voor elkander had
-gebracht. Hij volgde dan ook zonder aarzeling de uitnoodiging van den
-beambte, en klom, niet zonder eenige moeite, in de kast.
-
-
-
-
-
-
-
-
-ELFDE HOOFDSTUK.
-
-IN DE MUIZENVAL.
-
-
-Nauwelijks was Grigoriew in de enge ruimte beland of de kast ging
-dicht.
-
-Hij kreeg een onbehagelijk gevoel, hoewel hij er nog geen oogenblik aan
-dacht, dat hier boos opzet in het spel was.
-
-Daar werd echter plotseling een klep opengedaan, en voor de opening
-vertoonde zich het gelaat van den politiebeambte.
-
-„Alle duivels, Doorluchtigheid”, sprak deze, „dat ziet er leelijk uit.
-Ik kan de deur niet meer open krijgen. Beproeft gij het eens aan den
-binnenkant. Misschien vindt gij den sleutel tot de vrijheid weer”.
-
-Maar Alex vond dien sleutel niet. Hij zat hier in de kast gevangen en
-kon zich niet verroeren.
-
-Zijn ondergeschikten waren al in de dienstbodenkamer opgesloten, en
-voor de kast stond de beambte die steeds vreemder ging doen!
-
-Het koude zweet parelde op het voorhoofd van Zijne Doorluchtigheid.
-
-Wat moest hij beginnen?
-
-Het hart bonsde hem in de keel.
-
-Hij zou niet lang meer in twijfel blijven, dat hij geheel ontmaskerd
-was.
-
-De beambte begon:
-
-„Gij zijt mijn gevangene, Willy Warren. Ik behoef u zeker uw misdaden
-niet op te sommen. Gij kent die alle! Zéker nog beter dan de politie”.
-
-Hoe brutaal de oplichter anders ook was, thans verstomde hij.
-
-Hij dacht een beroerte van kwaadheid te zullen krijgen en hijgde naar
-adem. Zijn hulpelooze positie snoerde hem letterlijk de keel toe.
-
-„En geef u overigens geen moeite om uw onschuld te bewijzen. Uw
-papieren, die ge zoo zeker dacht te hebben bewaard zijn alle in handen
-van de politie. Zij zijn dezen nacht onder de pendule weggenomen”.
-
-„Dat kan alleen die schurk, die Raffles gedaan hebben”, siste de man in
-de kast.
-
-„Juist, Willy Warren, Raffles heeft het gedaan. Niemand anders zou die
-overmoedige daad hebben klaar gespeeld. Maar in een ding hebt ge toch
-ongelijk: een schurk is die Raffles niet”.
-
-„Hij is een schurk”, brulde Warren. „Anders had hij de politie niet in
-kennis van de zaak gesteld.”
-
-„Dat heeft hij niet gedaan, ik zelf ben Raffles!”
-
-De groote onbekende deed den uniformhoed en zijn pruik af, maar zette
-beiden dadelijk weer op zijn hoofd.
-
-Warren was paf van verbazing.
-
-Hij begreep, dat hij nu geheel was overgeleverd aan de willekeur van
-den grooten onbekende.
-
-„Wat wilt ge van mij, Raffles?” siste hij eindelijk tusschen de tanden,
-terwijl Lord Lister het pistool ophief en hem vast in de oogen keek.
-
-„We zullen eens kalm een paar woorden met elkander spreken. We zijn
-immers collega’s,—al heb ik ook geen moorden op mijn geweten, zooals
-jij. Maar dat moet je maar voor jezelf verantwoorden”.
-
-„Dat zal ik ook, Raffles!”
-
-„Luister nu eens, Warren. Ik ben hier gekomen om met je te
-onderhandelen. Ik wil je iets verkoopen.”
-
-„Wat dan?”
-
-„Je papieren”.
-
-„Die je mij ontstolen hebt!” schreeuwde de inbreker.
-
-„Noem het, zooals je wilt, Warren. Er zijn misdaden, die heel wat erger
-zijn”.
-
-„En wat verlang je voor die papieren?”
-
-„Tien millioen francs!”
-
-„Tien millioen francs? Je bent gek!”
-
-„Niet zoo gek als jij, als je weigert die som te betalen”.
-
-„Hoe zoo?”
-
-„Omdat je dan alles verliest! En ik denk, dat je nog heel wat meer
-bezit. Want je waart al een rijk man, voordat je den jongen lord
-Montefiore hebt uitgeplunderd”.
-
-„Hoe weet je dat?”
-
-„Hij heeft het me zelf verteld!”
-
-„Ken je hem dan?”
-
-„Zeker. Ik heb hem ontmoet, toen hij op het punt stond, zich op te
-hangen aan een der hooge palmen van het park, omdat jij hem geruïneerd
-hadt”.
-
-De valsche speler zweeg een oogenblik. Toen sprak hij:
-
-„Goed, Raffles. Ik ben in je macht, en ik ben dus bereid, je papieren
-te koopen. Maar dan moet je ook een menschelijken prijs vragen”.
-
-„Ik vraag den prijs, dien je lord Montefiore hebt ontstolen met valsch
-spel.”
-
-„Montefiore is een uil! Hij verdient niet anders.
-
-„Dat kan wel zijn. Maar hij is een goede, eerlijke jongen. En jij houdt
-nog een aardig sommetje over, als je die tien millioen hebt
-terugbetaald. Sla je toe?”
-
-Warren beet zich op de lippen.
-
-„En als ik het niet doe?” siste hij.
-
-„Wees niet gek,” vermaande hem Raffles, „en bedenk, dat het voor je
-eigen bestwil is. Als jij de tien millioen betaalt, krijg je de
-papieren terug, en anders stuur ik je bediende met al de paperassen
-naar de politie. Stel je eens voor, Willy, wat zouden die heeren ginds
-een pret hebben, als ze je hier in die kast zagen zitten.”
-
-De gevangene rilde.
-
-Inderdaad! De zaak stond zóó en niet anders. En Raffles gedroeg zich
-waarachtig nog fatsoenlijk. Want hij vroeg niets voor zichzelf, en
-alles voor den jongen lord.
-
-„Waar zijn de papieren?” vroeg Warren op een heeschen toon. „Heb je ze
-bij je?”
-
-„Wat denk je nu van mij? Neen, Warren, ik heb ze goed bewaard!”
-
-„En wanneer krijg ik ze terug?”
-
-„Zoo spoedig als de tien millioen in mijn bezit zijn.”
-
-„’t Is goed!”
-
-„Dus je neemt het aan?”
-
-„Ja.”
-
-„Schrijf dan dadelijk den wissel, want ik vertrouw je precies zoo ver
-als ik je zie. Ik zal nu de kast open maken en je er uitlaten. Maar pas
-op, dat je geen rare dingen gaat doen, want dan ben je er geweest.”
-
-„Ik weet, dat ik in je macht ben, Raffles. Als ik van mijn kant er maar
-zeker van ben, dat ik de papieren terug krijg.”
-
-„Je kunt me volkomen vertrouwen, Warren.”
-
-En Warren gaf het bewijs, dat hij den grooten onbekende volkomen
-vertrouwde, door een cheque uit te schrijven van tien millioen francs.
-
-John Raffles nam glimlachend het papier in ontvangst, en stak het bij
-zich.
-
-In hetzelfde oogenblik dreunden slagen tegen de buitendeur. „In naam
-der wet, doe open! Het huis is omsingeld. Wee dengene, die zich
-verzet!”
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWAALFDE HOOFDSTUK.
-
-EEN ONVERWACHTE GEBEURTENIS.
-
-
-Beide mannen waren bleek geworden.
-
-Zij wisten maar al te goed wat het beteekende, als de politie hen op de
-hielen zat.
-
-„Verraad,” knarsetandde Warren.
-
-Woedend vloog hij op Raffles af, en dreigend hief hij een
-papiersnijder, die hij van de schrijftafel had afgenomen, in de hoogte.
-
-Raffles had al heel spoedig zijn tegenwoordigheid van geest
-teruggekregen.
-
-„Wees toch verstandig, Warren. Mijn eerewoord, dat ik je niet verraden
-heb. En de papieren zijn veilig. Dat verzeker ik je.”
-
-Deze woorden, met nadruk gesproken, misten hun uitwerking niet.
-
-„Ik geloof je, Raffles,” sprak hij, „en ik vertrouw ook, dat je me nu
-zult helpen en redden.”
-
-„Als de politie tegen ons is, dan vechten we samen.”
-
-„Dat is goed! Beveel jij—ik zal gehoorzamen!”
-
-De oogen van den meester-dief straalden.
-
-„Vooruit dan, klim vlug in de kast,” beval hij.
-
-Warren keek hem een oogenblik met wantrouwen aan.
-
-Daar werd weer op de deur gebeukt.
-
-„Vooruit,” drong Raffles nog eens aan.
-
-Warren deed nu, wat hem gezegd werd.
-
-Raffles sloot de kastdeur, en ging naar de huisdeur.
-
-Daar stonden vier politie-agenten onder leiding van een inspecteur van
-de recherche, en zij waren niet weinig verbaasd, den Italiaanschen
-politie-beambte hier aan te treffen.
-
-„Ik zie,” sprak hij, „dat ik onverwachte hulp krijg. Goeden morgen,
-heeren! Wien zoekt ge?”
-
-„Waarschijnlijk denzelfde als gij. Namelijk John Raffles, den beruchten
-inbreker.”
-
-„Ja, inderdaad, dien zoek ik ook.”
-
-„Mag ik weten, met wien ik het genoegen heb?” vroeg de Fransche
-inspecteur.
-
-„Zeker, mijn naam is Bassignole, uit San Remo. Ik ben zoo juist te
-Cannes aangekomen, want wij kregen bericht, dat Raffles zich verscholen
-hield in de villa van vorst Alex Grigoriew in de Avenue Gambetta. Maar
-kom toch binnen, heeren!”
-
-De Fransche politiemannen gingen binnen, en Raffles sloot de deur,
-waarna hij de sleutels bij zich stak.
-
-Thans vervolgde hij:
-
-„Ik ben per automobiel haar hier gegaan, om den vogel te knippen. Maar
-hij is, helaas, reeds gevlogen.”
-
-De Franschen keken teleurgesteld.
-
-„Hebt ge den eigenaar van de villa reeds gesproken?”
-
-„Vorst Grigoriew?”
-
-„O zeker, hij is een kwartier geleden de deur uitgegaan, om eenige
-zaken af te wikkelen.”
-
-Op fluistertoon vroeg de inspecteur den meester-dief: „Zoudt gij
-denken, dat vorst Grigoriew met dien Raffles onder één hoedje speelt?”
-
-„Geen kwestie van,” antwoordde John met volle overtuiging.
-
-„Er zijn lieden, die dergelijke vermoedens uitspreken.”
-
-„Dat zijn praatjes, louter praatjes. De vorst is een speler, maar dat
-zijn alle Russen.”
-
-„Ge hebt gelijk, dat dacht ik ook al.”
-
-„Maar hebt ge al eens rondgekeken in huis, of de inbreker zich ergens
-verborgen heeft?”
-
-„Ja, ik heb al wat rondgekeken, en de dienstboden op een kamer
-opgesloten.”
-
-„Waarom dat?”
-
-„Opdat die lieden Raffles niet in zijn vlucht zouden kunnen helpen. Die
-meester-dief verstaat namelijk uitstekend de kunst om de
-ondergeschikten altijd op zijn hand te krijgen.”
-
-„Ge hebt heel verstandig gehandeld, meneer Bassignole.”
-
-„Dank u.”
-
-„Denkt ge, dat Raffles hier in huis is?”
-
-Lord Lister haalde de schouders op.
-
-„Ik zou het u inderdaad niet kunnen zeggen.”
-
-„Hebt ge dan nergens een spoor van hem gevonden?”
-
-„Niet het minste, maar ik heb ook nog niet al te nauwkeurig het huis
-doorzocht, want ik wilde juist naar het politiebureau telefoneeren. Nu
-is dat echter niet meer noodig, daar wij met behulp van uwe manschappen
-alles kunnen doorzoeken.”
-
-„Zeker, dat zullen we.”
-
-„De vorst verzocht mij, om zijn eigendommen te willen ontzien.”
-
-„Dat is niet meer dan natuurlijk.”
-
-Willy Warren, die in de ouderwetsche kast eerst duizend vreezen had
-uitgestaan, was langzamerhand kalmer geworden.
-
-Nu bewonderde hij in stilte de handigheid van den genialen Raffles, die
-inderdaad meesterlijk de kunst verstond om de zaakjes te plooien.
-
-Doordat Raffles aanbood het huis te doorzoeken, verviel natuurlijk elke
-achterdocht, dat de vorst en de inbreker onder één hoedje speelden.
-
-De politie ging zoeken.
-
-Niets werd echter gevonden, hoewel alles ondersteboven werd gehaald.
-
-Men begon met de slaapkamer, volgden de kleed-, billard-, muziek-,
-eet-, rook-, bibliotheek-, bad- en andere kamers. Volgden de salons en
-logeerkamers, de meiden- en provisiekamers, de zolders, kelders, en
-alles, wat bij de villa behoorde.
-
-Maar nergens werd een spoor van Raffles gevonden. De dienstboden
-zwoeren, dat zij hoegenaamd niets verdachts hadden bespeurd.
-
-De middag was allang voorbij, toen men eindelijk het vergeefsche zoeken
-moede was.
-
-„Wacht even, collega”, sprak Raffles tot den inspecteur, toen men op de
-eerste verdieping nog bezig was, „ik hoor daar den heer des huizes
-thuiskomen. Ik zal hem even gaan opendoen, daar ik, zooals ge weet, de
-voordeur heb afgesloten.”
-
-De inspecteur koesterde geen achterdocht.
-
-De meester-dief echter ging niet naar de voordeur, maar naar de
-studeerkamer, om den ongeduldigen Bill uit zijn gevangenis te
-bevrijden.
-
-In weinig woorden vertelde hij hem alles, wat was voorgevallen en sprak
-toen:
-
-„Kleed je vlug, Warren, en zet den hoogen hoed op, alsof je van de
-wandeling thuis kwaamt. Kom dan boven en ga goed te keer op Raffles.
-Zweer den inspecteur, dat je den dief een kogel door het hoofd zult
-jagen, als je hem ontmoet.”
-
-Willy Warren was dadelijk in zijn rol.
-
-Hij vond den inspecteur danig teleurgesteld, daar al het zoeken geen
-resultaat had opgeleverd.
-
-„Laat ons dan naar het politie-bureau gaan”, stelde Raffles voor, „ik
-wil graag kennis maken met den commissaris. Misschien zijn er ook weer
-nieuwe berichten binnengekomen.”
-
-De inspecteur vond het goed.
-
-Men nam afscheid van den vorst en verliet de fraaie villa.
-
-Toen Raffles met de politie-mannen op straat kwam, zag hij een matroos
-van de Fransche marine op en neer loopen.
-
-Het was Charly Brand.
-
-„Pardon, heeren”, sprak Raffles, „daar zie ik den ordonnans van mijn
-vriend Camille Crébillon, den zee-officier. Sta mij toe, dat ik hem een
-korte opdracht geef voor zijn heer, dien ik vanavond zou willen
-bezoeken.”
-
-„Ga gerust uw gang.”
-
-„Ge kunt vooruitgaan, inspecteur. Ik volg dadelijk.”
-
-De inspecteur groette en ging verder.
-
-Raffles vloog naar Brand.
-
-„Wel? Wat is er? Waar heb je gezeten?”
-
-„Stil! De politie is ons op de hielen. Ga mee, naar het strand. Daar
-ligt een bark klaar. Ik heb het schip gehuurd voor een reis naar
-Sainte-Marguerite. We zeilen dadelijk weg.”
-
-„En onze effecten? Ons geld?”
-
-„Is allemaal al aan boord van het schip. Ik heb juist de hotelrekening
-betaald, opdat lord Lister niet den naam van oplichter zal krijgen.”
-
-„Je schijnt alles héél slim te hebben overlegd. Misschien ben je toch
-wel verstandiger, dan ik dacht, beste jongen.”
-
-Na enkele oogenblikken hadden de beide vrienden het strand bereikt en
-het schip beklommen.
-
-Het vaartuig stiet van wal, nog voordat de inspecteur van politie het
-bureau had bereikt.
-
-„Hebben wij proviand aan boord?” vroeg Raffles.
-
-„Alles wat je maar verlangt.”
-
-„Dan zullen we het er eens heerlijk van nemen, ik heb namelijk
-vreeselijken honger.”
-
-„Ga mee in de kajuit, de tafel is gedekt!”
-
-„Prachtig, Charly! Je bent een beste kerel!” zei Raffles.
-
-Hij bond zich het servet onder de kin en begon, zoo kalm mogelijk, te
-eten, terwijl de bark met haar witte, schitterende zeilen de blauwe
-golven van de Middellandsche Zee kliefde—de vrijheid tegemoet.
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 7: DE SPEELVORST VAN
-MONACO ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.