diff options
Diffstat (limited to 'old/66784-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/66784-0.txt | 3176 |
1 files changed, 0 insertions, 3176 deletions
diff --git a/old/66784-0.txt b/old/66784-0.txt deleted file mode 100644 index daa1b59..0000000 --- a/old/66784-0.txt +++ /dev/null @@ -1,3176 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 7: De speelvorst van Monaco, -by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 7: De speelvorst van Monaco - -Author: Kurt Matull - Theo Blakensee - -Release Date: November 21, 2021 [eBook #66784] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg. - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 7: DE SPEELVORST -VAN MONACO *** - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 7 DE SPEELVORST VAN MONACO. - - - - - - - - -DE SPEELVORST VAN MONACO. - - -EERSTE HOOFDSTUK. - -EEN OFFER VAN DE SPEELHOLEN. - - -„Het is toch een wonderlijk plekje gronds, dat Monte-Carlo en terecht -een paradijs,” sprak Charly Brand tot zijn vriend en gebieder lord -Lister, of, zooals hij werd genoemd, John Raffles. „Het gezicht op de -diepblauwe zee met dien eeuwig lachend-blauwen hemel is gewoon weg -verrukkelijk.” - -„Je hebt gelijk, Charly. Het is heerlijk, hier op het terras van het -„Café de Paris” te zitten en onbezorgd zijn sigaret te kunnen rooken.” - -Bij deze woorden blies Raffles een aantal van de mooiste kringetjes de -lucht in, die vervaagden in de ruimte. - -„En toch geldt ook hier het spreekwoord: „men wandelt niet ongestraft -onder palmen.” - -„Ik zou niet weten welke schaduwzijde er kleeft aan ons verblijf hier!” -antwoordde de secretaris, terwijl hij zijn meester vragend aankeek. - -„Ons? Hm? Ons bedoelde ik ook niet! Maar denk eens aan al die -honderden, die duizenden, die aan den speel duivel zijn overgeleverd en -die geen rust hebben, voordat ze heelemaal geruïneerd zijn! De gedachte -aan die rampzalige slachtoffers is toch wel in staat een druppel -weemoed te werpen in het genot van deze schoone omgeving.” - -„Meen je inderdaad, Edward, dat het zóó erg is?” - -„Helaas, ja!” - -„Er verloopt bijna geen dag zonder dat men hier onder de palmen iemand -vindt, die een eind maakte aan zijn verwoest leven.” - -„Vreeselijk!” - -„Allen verliezen ze hun kapitaal en ze rusten niet, voordat ze hun -laatste centime verspeeld hebben!” - -„Dat is toch hun eigen schuld!” - -„Ja, feitelijk wel! Maar toch zijn ze niet allemaal te veroordeelen. -Het spel is een geweldige hartstocht. Slechts weinigen kunnen daaraan -weerstand bieden, als—ze eens het genot gesmaakt hebben.” - -„Dan zal ik maar liever heelemaal niet ermee beginnen,” antwoordde -Brand met schuwen blik naar het Casino, dat, overgoten door zonnegoud, -prachtig afstak tegen het azuur van den hemel en het groen der palmen. - -„Kijk eens hoe ze stroomen naar de speelzaal, alsof ze niet gauw genoeg -hun ongeluk kunnen te gemoet gaan!” - -„Ik heb er altijd het land aan gehad, Charly! Kom laat ons een eindje -in het park gaan wandelen!” - -Raffles betaalde de koffie. - -Daarna stond het tweetal op en verliet het terras met zijn gewemel van -menschen. - -De vrienden wandelden naar stille, bekoorlijke plekjes en Charly wilde -reeds weer allerlei uitroepen slaken van bewondering, toen plotseling -de hand van den grooten onbekende zwaar drukte op zijn arm. - -De secretaris keek zijn vriend verbaasd aan. - -Raffles had zijn sigaret uit den mond laten vallen. - -Wat zou er gebeurd zijn? - -Charly zou niet langer in twijfel blijven verkeeren. - -Reeds in het volgende oogenblik snelde lord Lister naar een palmgroep -toe. - -Verbaasd keek Brand toe naar wat gebeuren ging. - -Hij zag, dat Raffles zijn zakmes te voorschijn haalde, het opende en -vlug als een kat in den palmboom klom. - -In het volgende oogenblik zag Brand een zwarte schaduw door de lucht -glijden. - -Was het een menschelijk lichaam geweest? - -Raffles misschien? - -Neen! - -Deze sprong van den palmboom af en bukte zich ter aarde. - -Brand haastte zich naar de plaats, waar hij den vriend zoo juist had -zien verdwijnen achter een groep aloë’s en kaktussen. - -Wat hij daar zag, was niet in staat hem te kalmeeren. - -Raffles knielde er neer bij het uitgestrekte lichaam van een jongeman, -die, naar zijn uiterlijk te oordeelen, tot den voornamen stand moest -behooren. - -Zijn lang, smal gezicht, de vorm van zijn mond en zijn lichtblond haar -teekenden duidelijk den Engelschman. - -Het jonge gelaat toonde echter eenige rimpels, die wezen op zware -zorgen. - -Raffles was bezig den jongeman, die nog niet dood was, in het leven -terug te roepen. - -Hij had een fleschje te voorschijn gehaald en voorhoofd en slapen van -den vreemdeling met den inhoud ervan ingewreven. - -Daarna bewerkte hij de borst van den ongelukkige. - -„Leeft hij nog?” vroeg Brand. - -„Ik hoop het! Zijn lichaam is nog warm. Help mij, Charly, hier, wrijf -zijn zijden! Het hart moet weer gaan werken!” - -Charly Brand was verbluft. - -Maar hij poogde zich zoodra mogelijk weer te herstellen en hij knielde -neer bij den ongelukkige, om zoodra mogelijk hulp te verleenen. - -„Ik hoop hem nog in het leven te behouden; de arme kerel!” sprak lord -Lister. - -„Zou het ook alweer een slachtoffer zijn van daarginds, Edward?” - -„Natuurlijk! En het zal ook niet het laatste offer zijn. Kijk eens! -Zijn borst begint waarachtig weer op en neer te gaan! Masseer hem -flink, vooral in de hartstreek, maar voorzichtig, niet drukken!” - -Charly deed, wat hem gevraagd was en werkte, alsof hij zijn heele leven -masseur was geweest. - -Raffles boog het hoofd over het uitgestrekte lichaam. - -Aandachtig luisterde hij. - -„Hij leeft!” riep hij toen uit met verheugd gelaat, „hij leeft, Charly, -ga door met je werk! Wij moeten dien ongelukkigen kerel weer in het -leven terugroepen! Hem redden van den dood, die zijn dorre, knokige -vingers reeds naar hem had uitgestrekt.” - -Lord Lister goot nu een paar druppels Eau de Cologne in den mond van -den jongeman, die nog altijd bewusteloos lag uitgestrekt. - -Nog eens wreef hij hem voorhoofd en slapen en zag toen met schitterende -oogen, dat de kleur terugkeerde op de wangen van den ongelukkige. - -„Kijk, Charly, kijk! Hij krijgt een kleur!” - -Raffles hielp nu mee masseeren en al spoedig smaakte het tweetal de -voldoening, dat de bewustelooze een diepen zucht slaakte. - -Zijn borst begon te beven en plotseling sloeg hij de oogen op. - -Het waren twee blauwe oogen met een uitdrukking vol droefheid. - -Verwonderd keken ze de redders aan. - -„Waar ben ik?” fluisterde de vreemde in het Engelsch. - -„Onder vrienden,” antwoordde Raffles in dezelfde taal. - -De ander zweeg. - -Toen, plotseling, werd hij zich van zijn toestand bewust en hij -herinnerde zich wat hem in den dood had gedreven. - -Hij wierp zich met het gelaat ter aarde en brak los in krampachtig -snikken. - -„Waarom hebt ge mij niet laten sterven?” riep hij uit in woeste smart. - -„Wat moet ik nog op de wereld doen? Ik ben geruïneerd! Laat mij! Laat -mij sterven!” - -Charly wilde den ongelukkige overeind helpen. - -John Raffles echter wenkte hem dit niet te doen. - -„Laat hem liggen,” fluisterde hij, „zijn smart moet uitwoeden en eerst -als deze heeft uitgeraasd, zullen wij eens verstandig met den jongeling -spreken. Doe nu niets, dat hem zou kunnen vertoornen!” - -Bedaard ging lord Lister naast den ongelukkige in het gras zitten. - -Charly Brand schudde het hoofd. - -Hij kon die bedaardheid van zijn vriend en meester niet goed begrijpen. - -De ongelukkige Engelschman snikte nog steeds voort met krampachtige -schokken en een paar keer wilde hij opspringen om opnieuw zelfmoord te -plegen. - -Maar Raffles drukte hem dan telkens weer met zacht geweld omlaag en -legde zijn koele hand op het brandende voorhoofd van den ongelukkige. - -Eindelijk werd deze wat kalmer. - -Een verlichtende tranenstroom vloeide hem over de wangen en hij werd -zoo zacht en leidzaam als een kind. - -Dat was juist de stemming, die de groote onbekende had willen -afwachten. - -Nu kon hij praten met den ongelukkige, wiens lichamelijke redding hem -tenminste reeds gelukt was. - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - -VAN DEN DOOD GERED. - - -Lord Lister gaf zijn vriend een wenk met de oogen en deze ging aan den -anderen kant staan van den ongelukkigen jongeman. - -Daarna tilden zij hem op en gingen met hem weg. - -De eerste schreden van den jeugdigen zelfmoordenaar waren nog wankel en -onzeker. - -Maar geleid door zijn beide vrienden wist hij spoedig zich weer te -herstellen. - -„Kom mee,” sprak Raffles op vriendelijken, zachten toon, „wij zullen -met de tandradbaan naar boven rijden, daar hebben we een heerlijk -uitzicht over de zee.” - -Charly brandde van nieuwsgierigheid om iets naders te vernemen. - -Hij kon zijn ongeduld nauwelijks bedwingen en vond, dat zijn meester -wel een beetje al te veel notitie nam van den jongeman. - -Het was immers niets bijzonders, dat in het park te Monte Carlo iemand -zich doodschoot of ophing. Zoo iets kwam bijna elken dag voor, maar men -sprak er niet van. - -„Wie zijt gij eigenlijk, heeren?” vroeg de jonge Engelschman eindelijk, -„ge stelt zooveel belang in mij, die u volkomen vreemd is.” - -„Gij zijt een ongelukkig slachtoffer van het speelhol daar beneden”, -antwoordde lord Lister, „dat is al voldoende om sympathie voor u te -gevoelen. Maar gij zijt buitendien Engelschman evenals wij en nog zoo -jong, dat ge onmogelijk met het leven nu reeds kunt hebben afgerekend. -Sta mij toe, dat ik ons aan u voorstel. Ik ben lord Lister, deze heer, -mijn vriend en secretaris, heet Charly Brand. Wij zijn beiden -Londenaars.” - -„Londenaars? Maar dat is prettig, dat is heerlijk! Dan zal u ook zeker -mijn naam niet onbekend zijn, ik ben de jonge lord Montefiore.” - -„Wel, dan behoort ge tot de rijkste Engelsche families!” zei Raffles. - -„Ik heb er toe behoord,” sprak lord Montefiore met diepen zucht. „Nog -slechts enkele maanden geleden—mijn vader was gestorven,—kon ik, zijn -universeel erfgenaam, een vermogen van achttien millioen het mijne -noemen. Nu ben ik een bedelaar.” - -„En heeft die hel daar beneden alles opgeslokt?” vroeg Raffles. - -„Niet alles! Het grootste deel ervan heeft een vorst gewonnen, dien ik -in het Casino leerde kennen. Hij heeft zeker tien millioen van mij -gewonnen.” - -„Tien millioen? Bij het spel?” - -De jonge lord keek nadenkend vóór zich. - -„Tien millioen!” mompelde hij op doffen toon. - -„In hoeveel tijd is dat gebeurd?” - -„Ongeveer twee maanden.” - -„Niet langer?” - -„Neen!” - -„Luister eens, lord Montefiore, dat kan geen eerlijk spel geweest zijn! -Ik vermoed nu reeds, zonder iets naders te weten, dat die zoogenaamde -vorst niets anders is dan een bedrieger, een oplichter, die er zijn -werk van maakt om groentjes—excuseer deze uitdrukking, lord—het vel -over de ooren te halen.” - -De Engelschman schudde het hoofd. - -„Ge vergist u toch, lord Lister! Vorst Alex Grigoriew is een man van -eer, van top tot teen. Hij heeft mij verscheiden keeren zijn hulp -aangeboden. Ik sta zelfs nu nog bij hem in het krijt—dat is dan ook de -voornaamste reden, dat ik— —” - -„Hij won tien millioen van u en gaf u toen nog geld om verder te -spelen?” - -„Is dat waar?” - -„Volkomen waar, lord Lister!” - -„Zoo, zoo!” - -„Ge ziet dus, dat ge u vergist, ge doet den vorst onrecht,” verdedigde -Montefiore. „Hij is een man van eer, al zal ik niet ontkennen, dat de -speelduivel hem heeft aangegrepen. Maar daarvan mag ik hem geen verwijt -maken, die zelf het geheele vaderlijke erfdeel heb verspeeld.” - -„Ik zie, dat gij een onervaren jong mensch zijt, dat in de handen van -een oplichter is gevallen. Gij verdient medelijden en geen verwijten!” - -„Ge grieft mij, lord Lister! Vorst Grigoriew heeft zich als een vriend -betoond.” - -„In welk hotel logeert die „vorst”? Ik zou graag kennis met hem willen -maken.” - -„Alex Grigoriew woont niet in Monte-Carlo. Hij heeft een villa in -Cannes, waar hij op grooten voet leeft!” - -Tot nog toe had lord Montefiore kalm naast de beide vrienden gezeten. - -Nu, plotseling, sprong hij op in zenuwachtige haast en ijlde naar den -kant van het terras. - -Het was duidelijk, dat hij opnieuw een poging tot zelfmoord wilde doen, -door in de diepte zich neer te storten en te pletter te vallen. - -Maar Raffles was in twee sprongen naast hem en hield hem zoo stevig -vast, dat er aan ontkomen geen denken was. - -„Geen dwaze dingen, jongmensch,” sprak hij op een toon van het -strengste verwijt, „zoo lichtvaardig springt men niet om met het leven. -Kijk eens naar de blauwe zee, de wuivende palmen en heel de lachende -wereld. Men pleegt geen zelfmoord om ingebeelde eereschulden!” - -Plotseling rolden den jongeman een paar heete tranen langs de -jeugdig-frissche, ietwat bleeke wangen. - -Toen keek hij Raffles in het gelaat. - -„Ik stel vertrouwen in u, lord Lister, die zulk een buitengewone -belangstelling voor mij aan den dag legt. Maar zeg nu zelf eens: hoe -moet ik een leven, dat met schande overladen is, verder leiden? Ik heb -den vorst mijn eerewoord gegeven en ik ben niet in staat het af te -lossen. Ik ben geruïneerd, ik bezit niets meer.” - -„En welk bedrag zijt ge dien „vorst” nog schuldig?” - -„Achthonderdduizend francs.” - -„Dat is inderdaad een aardig sommetje. Tot wanneer hebt ge tijd met de -betaling?” - -„Tot overmorgen.” - -„Hoe laat?” - -„’s Avonds zes uur.” - -„Mooi, tot overmorgenavond zes uur. Wilt ge mij uw eerewoord geven, dat -ge tot zoolang de hand niet aan u zelf zult slaan?” - -„Wat wilt ge doen?” - -„Ik wil trachten een schurk te ontmaskeren en u te redden.” - -„Dat zal u geen van beiden gelukken, lord Lister!” - -„Afwachten! Ik verlang van u alleen, dat ge vóór overmorgenavond zes -uur geen poging tot zelfmoord meer zult doen!” - -Lord Montefiore antwoordde niet dadelijk. - -Somber, in gepeins verzonken, keek hij voor zich. - -Over het gelaat van Raffles vloog een eigenaardig glimlachje. - -„Pardon,” sprak hij met welluidende stem, „ik vergat, dat ge alles -verloren hebt, mag ik u met het nietige sommetje van 500 francs uit de -verlegenheid helpen?” - -Hij bood den jongeman op bescheiden wijze eenige bankbiljetten, die -deze niet wilde aannemen. - -„Geen valsche schaamte, lord Montefiore! Binnen een paar dagen zult ge -de gelegenheid hebben, mij dat sommetje terug te betalen, als namelijk, -waaraan ik geen oogenblik twijfel, vorst Grigoriew door mij als een -aartsschurk wordt ontmaskerd.” - -Lord Montefiore bleef niets anders over dan de bankbiljetten bij zich -te steken en den vriendelijken helper warm de hand te drukken. - -„Tot uw dienst, lord! Maar vertel mij nu eerst eens uw -lijdensgeschiedenis, opdat ik een juist inzicht in de zaak krijg. -Vertel mij alles, wat ik moet weten!” - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - -DE LIJDENSGESCHIEDENIS VAN EEN ZELFMOORDENAAR. - - -„Dat is in weinige woorden verteld,” verklaarde lord Montefiore, nadat -hij korten tijd voor zich had uitgestaard. - -„Het was mijn ongeluk, dat ik te vroeg kwam in het bezit van een groot -vermogen. Mijn moeder was gestorven en korten tijd daarna verwisselde -mijn vader het tijdelijke met het eeuwige. - -„Ik was zielsbedroefd door dit dubbele verlies en geloofde niet, het te -kunnen dragen. - -„Destijds liep ik reeds rond met plannen tot zelfmoord. - -„Het scheen mij onmogelijk om verder te leven in het kasteel, waar wij -samen zoo gelukkig waren geweest en met beide handen nam ik het -voorstel van een neef van mij aan om de uitgestrekte bezittingen aan -hem te verkoopen. - -„Om mijn verdriet over het verlies van mijn geliefde ouders een weinig -te vergeten, besloot ik op reis te gaan. Ik ging naar Parijs en vandaar -naar de Riviera. Hier leerde ik vorst Grigoriew te Nizza kennen in den -Cercle des Etrangers!” - -„Dat is een van de meest beruchte speelclubs,” wendde Raffles zich tot -Brand. „Zijn leden behooren gedeeltelijk tot de voornaamste kringen, -maar voor een nog grooter gedeelte bestaan zij uit oplichters of -schipbreukelingen der maatschappij, die zich door het spel boven water -houden!” - -Charly Brand knikte. - -Thans ging lord Montefiore verder: - -„Vorst Grigoriew toonde zich in elk opzicht als een man van eer en ik -sloot mij gaarne bij hem aan. - -„Al spoedig waren wij heel bevriend met elkander, maar ik had verbazend -pech, want nadat ik de eerste twee weken bijzonder gelukkig was geweest -in het spel, keerde de fortuin mij plotseling den rug toe en verloor ik -fabelachtige sommen. - -„De vorst kwam mij toen te hulp. Hij had een speelsysteem uitgevonden, -waarbij men op den duur moet winnen. - -„Ieder weet, dat men zoo’n systeem niet laat varen, zonder er een -enorme vergoeding voor te hebben verkregen, maar vorst Grigoriew stond -het mij geheel belangeloos af. Gij zult toch moeten toestemmen, lord -Lister, dat dit een oprecht bewijs van vriendschap was!” - -Raffles lachte luid. - -„Vergeef mij, mylord! Ge hebt immers zelf beweerd, dat ge op te -jeugdigen leeftijd in de groote wereld kwaamt en dat is volkomen waar. -Uw onervarenheid, vooral in het kennen van menschelijke karakters, is -grenzeloos. Zoo ik nog een oogenblik moest hebben geaarzeld of de vorst -een oplichter is, dan ben ik er zeker van, dat hij een valsch speler -is!” - -„Gij doet hem waarlijk onrecht, lord Lister!” - -„Vertel mij eens, lord Montefiore, hebt gij met dat systeem wat -gewonnen?” - -„In den beginne verkreeg ik schitterende resultaten!” - -„En later?” - -„Later?—Later heb ik alles weer verloren, alles—alles—.” - -„Dat hebt ge! De schitterende winst van de eerste dagen was niets dan -lokkebrood om u, onervarene, op een dwaalspoor te brengen!” - -„Neen, lord Lister. Vorst Alex is onschuldig, hij heeft me zelfs -gewaarschuwd om niet te veel te wagen! - -„Ik echter, ik was door den speelduivel zóó bezeten, dat ik al zijn -goede raadgevingen in den wind sloeg. De straf volgde dan ook al -spoedig op de daad en ik verloor op één enkelen middag anderhalf -millioen francs!” - -„Aan den vorst?” - -„Neen, aan de Bank!” - -„En wie hield de Bank?” - -„Een Italiaansch markies, een man van eer, in alle opzichten!” - -Wederom lachte Raffles luid. - -„Een Rus en een Italiaan! Geboren spelers! Gij zijt wel aan de juiste -adressen gekomen, lord Montefiore!” - -„Gij schijnt te denken, dat de beide heeren samenwerkten, om—om—hoe zal -ik het zeggen?” - -„Om u uit te plunderen,” viel John Raffles in, „daarvan ben ik -overtuigd!” - -„Ge vergist u wederom. De vorst en de markies hebben geen woord met -elkander gewisseld dan buiten het spel noodzakelijk was! - -„Op zekeren dag zelfs kregen de heeren hevigen woordentwist met -elkander en als ik niet tusschenbeide was gekomen, waren zij zeker -handgemeen geworden.” - -„Ha, ha, ha,” lachte Raffles, „wat heeft men u een aardige komedie -voorgespeeld; juist iets voor die valsche spelers en hun troep!” - -„Valsche spelers? Een troep? Hebt ge met die beleedigende woorden den -vorst misschien op het oog?” - -„Zeker, want in ieder geval is hij de hoofdaanvoerder van het komplot -geweest. Hebt ge niet verteld, dat ge aan hem zelf groote sommen hebt -verloren?” - -„Ja, maar dat heeft hier niets mee te maken!” - -„Waarom niet?” - -„Omdat dit een persoonlijke zaak was, geheel afgescheiden van de club.” - -„Geloof mij toch, mylord! De heele geschiedenis was van te voren -opgezet om u te plunderen, totdat er geen veer meer overbleef. En wilt -gij mij nu misschien ook vertellen, hoeveel gij aan dien zoogenaamden -vorst hebt verloren?” - -Lord Montefiore keek Raffles plotseling met vlammenden blik in het -gelaat. - -„Als het inderdaad zoo is, als gij beweert, lord Lister, dan kent hun -schurkerij ook geen grenzen! Maar neen—neen—neen—het kan niet waar -zijn. Zooveel slechtheid kan niet bestaan!” - -De jonge lord rilde. - -Toen sprak hij, als tot zich zelf: - -„Ik heb veel verloren in het spel; ik heb mijn baar geld verloren en de -chèques, die ik had afgegeven, bedroegen één millioen zes maal honderd -duizend francs. - -„Ik zat als gebroken op de sofa, toen kwam de vorst naar mij toe en -legde mij de hand op den schouder. Die hand schitterde van diamanten, -want Grigoriew houdt er van, diamanten te dragen, hij draagt eigenlijk -veel te veel! Dat is het eenige, wat mij onaangenaam in hem aandeed. - -„Ik houd er niet van, te pronken met bezittingen!” - -„Ge zegt, dat hij opvallend veel brillanten draagt?” viel Raffles op -opgewonden toon in de rede. - -„Ja. Hij heeft onder anderen een doekspeld, die een grooten gouden N -voorstelt. Ook deze is van onder tot boven met brillanten bezet. Het is -een geschenk van den Keizer van Rusland.” - -„Een N van goud en brillanten?” vroeg Raffles. „Hoe ziet die vorst er -uit, welke kleur hebben zijn oogen?” - -„Hij is slank; middelmatig van grootte, een beetje grooter dan ik. Zijn -oogen zijn fletsblauw. Die kleur viel mij op, omdat de Russen over het -algemeen donkere oogen hebben!” - -Het schitterde in de oogen van lord Lister. Doorzag hij de zaak reeds? -Het kwam Charly voor, dat dit inderdaad het geval was. - -„Vertel verder,” drong Raffles aan. - -„De vorst trachtte mij te troosten. „Het spijt mij voor u”, sprak hij -met weeke stem, „ga met mij mee, de buitenlucht zal u goed doen. Ik -hoop, dat ge de cheques spoedig zult kunnen betalen en ik ben gaarne -bereid u een belangrijke geldsom te leenen!” - -„Die vervloekte schurk,” siste Raffles. - -„Waarom scheldt ge hem uit?” vroeg Montefiore, „het was toch een -vriendschapsdienst, dat hij mij zijn geld aanbood!” - -„De bedrieger heeft u alleen dat geld aangeboden om van u te hooren, of -ge zelf nog geld genoeg bezat om die schuldbekentenissen te kunnen -betalen!” - -„Dat is inderdaad het geval, lord Lister. Wij reden samen naar Cannes -en de frissche zeewind knapte mij weder geheel en al op. Alex -behandelde mij als een bezorgde moeder. Hij liet de heerlijkste koffie -voor mij zetten, hij bood mij de beste sigaren en om mijn opgewonden -zenuwen wat te kalmeeren, werd er niet meer over het spel gesproken!” - -„Hoeveel hadt ge toen reeds verloren, mylord?” - -„Ongeveer de helft van mijn geheel vermogen.” - -„En dat hebt ge den vorst zeker verteld?” vroeg Raffles niet zonder -spot. - -„Ik had geen reden om het hem te verzwijgen!” - -„En toen begon het spel natuurlijk weer van voren af aan?” vroeg -Raffles weer, op denzelfden spottenden toon. - -„Ja juist! Ik weet eigenlijk niet hoe het zoo kwam. Hij schold op de -club en stelde voor, dat ik met hem samen zou spelen!” - -„Natuurlijk, maar toen vielt ge in de handen van een nog veel grooter -bedrieger. Hoeveel hebt ge in de villa van den vorst nog verloren?” - -„Heelemaal niets. Ik won dertig duizend francs!” - -„Zoo’n aartsschurk. Hij wist het wel zoover te brengen, dat ge naar -huis gingt in de hoop, dat de grillige fortuin u haar lachend gelaat -weer zou toewenden!” - -„Ge hebt met wonderlijke juistheid mijn gedachten geraden, mylord.” - -„Omdat ik het geheele bedrog volkomen doorzie. Ik zal u wel vertellen, -hoe het verder gegaan is.” - -„Gij? Mij? Wilt ge mij m’n eigen geschiedenis vertellen?” - -„Ja, ik heb ze honderd keer bijgewoond. - -„Ge wordt dikke maatjes met den „vorst”, en hij nam u langzamerhand al -uw geld af tot op een beetje na.” - -„Maar hoe weet ge dat? Het is inderdaad zóó gegaan!” - -„Men moet den speler niet heelemaal tot wanhoop brengen, maar hem nog -een klein gaatje openlaten om uitkomst te zoeken. Maar gij zijt niet -weggegaan. Ge hebt op het altaar van Monte-Carlo geofferd, wat u de -Club te Nizza en de „edele vorst” nog hadden gelaten.” - -„Precies! Het komt allemaal precies uit, zooals ge vertelt. Ik heb -enorme sommen aan hem verloren en hij heeft nog een schuldbekentenis -van mij in handen. Maar hij heeft geen schuld! Die ligt bij mij! Ik heb -mij overgegeven aan den speelduivel en die heeft mij ten gronde -gericht. Wat heb ik nu nog langer aan mijn leven? Ik ben vernietigd in -den bloei van mijn jeugd.” - -De jonge lord snikte als een kind. - -Raffles troostte hem. - -„Blijf kalm. - -„Ik denk u een gedeelte terug te bezorgen van wat gij verloren hebt en -verder hebt ge mij uw eerewoord gegeven, dat ge vóór overmorgenavond -zes uur niets tegen u zelf zoudt doen.” - -„Wat moet ik nu doen?” vroeg Montefiore op gebroken toon. - -„Verlaat Monte Carlo en ga naar Nizza. In welk hotel gaat ge logeeren?” - -Montefiore noemde het hotel d’Angleterre. - -„Goed! Overmorgen vroeg hebt ge uw schuldbekentenis in handen. Het -terugwinnen van uw vermogen zal wel een paar dagen langer duren. -Vaarwel.” - -De jonge lord wilde zijn wonderbaarlijken redder op onstuimige manier -danken. - -Maar deze nam beleefd zijn hoed af, trok Brand met zich mee en wandelde -den steilen weg langs, die van La Turbie voert naar Monte Carlo. - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - -VORST OF OPLICHTER? - - -Dien avond brachten Raffles en Brand in hun hotel door; zij pakten hun -effecten en koffers om den volgenden morgen naar Cannes te vertrekken, -een havenplaatsje in de buurt van Nizza, dat zich in den loop der jaren -heeft ontwikkeld tot een badplaats van den eersten rang aan de Riviera. - -Rijkaards van alle nationaliteiten hebben hier hunne villa’s, die zijn -ingericht met verfijnde weelde en wier tuinen, waarin een tropische -plantengroei zich heeft ontwikkeld, het heerlijkste uitzicht bieden op -de eeuwig blauwe, eeuwig schoone Middellandsche Zee. - -Maar ook heel wat geruïneerde personen, die alles hebben geofferd aan -den speelduivel te Monte Carlo, hebben zich hier gevestigd; lieden die -thans leven van valsch spel en bedrog; heeren, die zich voordoen als -edellieden, die den titel aannemen van vorst, markies, baron, of graaf, -en die achter het masker van den aristocraat hun slag slaan en op hun -beurt vele slachtoffers maken. - -Na het diner zat Raffles met Brand op het terras van het hotel, terwijl -hij blauwe rookwolkjes in de lucht blies. - -„Heb je eenig vermoeden, Charly, wie die zoogenaamde vorst Alex -Grigoriew is?” - -„Hoe zou ik dat weten!” antwoordde de secretaris op verbaasden toon, -„ik heb dien man nooit gezien en in mijn heele leven nog nooit een -Russischen vorst ontmoet!” - -Raffles lachte luidkeels. - -Toen boog hij zich voorover en fluisterde: - -„Die Alex Grigoriew is net zoo min een vorst als jij en ik!” - -Brand keek verbaasd en lord Edward had schik over de verwonderde -gelaatsuitdrukking van zijn vriend. - -Hij vervolgde: - -„Alex Grigoriew heet net zoo min Alex Grigoriew als hij een Rus is.” - -„Weet je dat zeker?” - -„Ik wil om alles wedden.” - -„Maar je kent hem niet, je hebt hem nooit gezien, je hebt zelfs geen -nauwkeurige beschrijving van hem!” - -„Dat heb ik ook allemaal niet noodig,” sprak de Groote Onbekende op -koelbloedigen toon. „Wat de jonge lord ons van hem verteld heeft, is -voldoende om hem te herkennen!” - -„Maar hij heeft ons niets zekers van hem verteld, niets dan vage -aanduidingen!” - -„Die echter voldoende zijn om zijn persoonlijkheid vast te stellen!” - -„En wie is dan die geheimzinnige vorst Alex Grigoriew?” - -„Een landsman van ons.” - -„Geen Rus?” - -„Neen, een Engelschman, een echte Londenaar!” - -„Wat je zegt! Maar dat is niet mogelijk!” - -„Het is niet alleen mogelijk, maar het is een feit! De man staat ons -heel na!” - -„Hoezoo?” - -„Omdat hij een collega van ons is!” - -„Een collega? Zijn wij misschien valsche spelers en oplichters?” - -„Valsche spelers zijn wij in geen geval. Maar de man is ook inbreker en -dief.” - -„Vorst Grigoriew?” - -„Ik heb je toch gezegd dat hij geen vorst is en geen Grigoriew heet”. - -„Maar alle duivels, wat is hij dan, vertel op als je zijn naam kent; ik -brand van nieuwsgierigheid!” - -„Dat moet je je afwennen, Charly! Je bent in de laatste tijden echt -zenuwachtig geworden en dat is niet goed voor iemand, die mijn vriend -en secretaris is. Kalmte en koelbloedigheid zijn eerste vereischten in -ons vak en je komt niet heel ver met zoo’n kwikzilveren natuur als jij -hebt!” - -Brand, nog onrustiger geworden door deze woorden, wou opstuiven maar -hij bedwong zich nog ter juister tijd. - -Hij slikte een heele boel nieuwsgierige en opgewonden woorden naar -binnen en trok zoo’n onnoozel gezicht, alsof de meest brandende vragen -zijn gemoed niet beroerden. - -Zou die zoogenaamde Alex Grigoriew zulk een geraffineerde schurk zijn -als Raffles hem voorstelde? - -Lord Lister zat nog steeds kringetjes in de lucht te blazen en deed, -alsof hij niet de minste notitie nam van zijn vriend Brand. - -Maar intusschen had hij dezen met scherpen blik gadegeslagen en hij was -volkomen op de hoogte van diens gedachten en gevoelens. - -„Nu ben ik tevreden, Charly”, sprak hij glimlachend. „Als het er -werkelijk op aan komt dan kan je, zoo als ik zie, je nieuwsgierigheid -goed bedwingen. - -„Dat moet beloond worden en ik zal je vertellen wie die Grigoriew is. - -„Deze zoogenaamde Russische vorst is inderdaad niemand anders dan de -Londensche dief, wisselvervalscher, inbreker en moordenaar Willy -Warren, die, om zijn bekende voorliefde voor diamanten gewoonweg -„Diamanten-Bill” wordt genoemd.” - -„Diamanten-Bill?” stotterde Brand verbaasd. - -„Niemand anders”, antwoordde Raffles, terwijl hij de asch van zijn -sigaret klopte. - -„Dat is onmogelijk!” stiet Brand uit. - -„Waarom?” - -„Omdat hij indertijd, toen hij door de Londensche politie op zijn -vlucht van Dover naar Calais zou worden gearresteerd, in het Kanaal -over boord sprong en verdronk.” - -„En hebt gij dat kindersprookje geloofd?” - -„Iedereen heeft het geloofd. Scotland Yard heeft het destijds overal -genoeg rond gebazuind.” - -Raffles glimlachte. - -„Scotland Yard,” sprak hij op ironischen toon. „De Engelsche politie -had er wel redenen voor, om dat praatje de wereld in te strooien, toen -de handige kerel haar onder de handen wegglipte.” - -„Je gelooft dus niet, dat hij verdronken is?” - -„Neen Charly. De slimme vos heeft de beambten van Scotland Yard -allemaal om den tuin geleid en ze zijn er leelijk ingevlogen!” - -„Ik begrijp je niet.” - -„Wel, „Diamanten-Bill” heeft eenvoudig een aardappelzak in zee gegooid, -dien men op het dek zwaar hoorde neerplompen. Hij zelf is, zonder dat -hij een enkelen droppel water had binnengekregen, naar het ruim -geklauterd en daar heeft hij zich in een oude kist zoolang verborgen, -totdat de lucht zuiver was. In Calais is hij doodkalm aan land gegaan, -stoomde naar Parijs en Monte-Carlo en nam hier zijn intrek als Russisch -grootvorst. Hij zal uit Londen wel genoeg diamanten hebben meegebracht -om hier den noodigen eerbied in te boezemen!” - -„Als Bill Warren alles zoo heeft uitgevoerd, als jij beweert, Edward, -dan moet hij wel een geniale kerel in zijn vak zijn,” antwoordde de -secretaris vol bewondering. - -„Hm! Ik heb zijn verdiensten nooit onderschat. „Diamanten-Bill” is -altijd de eenige geweest, met wien ik mijn krachten gaarne eens zou -hebben gemeten en ik verheug mij er over, dat die gelegenheid zich nu -voordoet!” - -„Je zult hem licht de baas worden, daar ben ik van overtuigd,” -antwoordde Brand in oprechte bewondering voor zijn vriend. „Maar toch -spijt het mij, dat je je met dezen inbreker op denzelfden voet -plaatst!” - -„Hoedat?” - -„Wel, omdat „Diamanten-Bill” niets anders is dan een gemeene dief.” - -„En wat ben ik dan?” - -„Jij bent een misdadiger uit eerzucht, om je kracht, je behendigheid en -je moed te toonen. Jij pleegt diefstallen en inbraken, zooals je de een -of andere sport zoudt beoefenen. Tot een schurkenstreek ben je niet in -staat. Integendeel. Je straft de schurken en beloont hen, die -onschuldig lijden. Je hebt al heel wat ongelukkigen voor den hongerdood -bewaard!” - -„Toegegeven, Charly, al overdrijf je ook een klein beetje. Maar de wet -maakt niet het onderscheid dat jij maakt. Voor de politie is een dief -een dief, een inbreker een inbreker! Wat denk je wel, dat de justitie -met mij zou doen, als het den mannen van Scotland Yard gelukte mij te -pakken?” - -„Dat zal hen niet gelukken!” - -„We zullen het afwachten. Maar laat ons nu gaan, want ik heb morgen een -vermoeienden dag!” - -„Ik weet het, je moet morgen de schuldbekentenis uit de handen van -„Diamanten-Bill” zien te krijgen!” - -„Dat komt vandaag nog in orde, dat zaakje maak ik schriftelijk af. - -„Kom, laat ons naar de leeszaal gaan. Binnen vijf minuten is de heele -boel voor elkaar!” - -Brand schudde ongeloofelijk het hoofd en volgde zijn vriend naar de -prachtig ingerichte leeszaal op de eerste verdieping van het hotel. - -De lord ging aan een groen bekleede tafel zitten, nam een velletje -papier met het hoofd van de firma, die het hotel exploiteerde en -schreef de volgende regels: - - - „Beste mr. Warren! - - Je hebt een groote domheid begaan, door je een schuldbekentenis te - laten teekenen door den jongen lord Montefiore. Het bezit van zoo’n - papier is gevaarlijk. - - Daar je den nuchteren jongen tot op z’n hemd geplunderd hebt, kan - die bekentenis voor jou geen waarde hebben, want de lord bezit geen - centime meer, terwijl zijn eergevoel hem zoover heeft gebracht, dat - hij zich van het leven heeft willen berooven. - - Zijn dood zou echter ongewenscht opzien baren en „Diamanten-Bill” - geheel onnoodig de politie op het dak sturen. Dan is het natuurlijk - uit met je „vorst”-schap en je mooie villa te Cannes zou, evenals - al je diamanten, in beslag worden genomen. - - Als oprecht vriend en collega geef ik je daarom den goeden raad, - het voor jou waardelooze papier door te scheuren en het zoodra - mogelijk met een paar beleefde woorden aan den lord te zenden. Hij - heeft er geen flauw vermoeden van, dat de voorname Russische vorst - Alex Grigoriew niemand anders is dan „Diamanten-Bill”, die voor de - heele wereld is verdronken in het Engelsche kanaal, toen de - beambten van Scotland Yard hem op de stoomboot tusschen Dover en - Calais wilden arresteeren. - - Je blijft dan voor hem en de heele wereld de edelmoedige vorst, - zooals je je noemt, tot groot vermaak van je vriend en collega - - JOHN C. RAFFLES”. - - -Met klimmende verbazing had Brand deze regels op het papier zien -zetten. - -„Denk je, dat dit briefje de gewenschte uitwerking zal hebben?” vroeg -Raffles den secretaris. - -„Natuurlijk! „Diamanten-Bill” is veel te verstandig om een goeden raad -in den wind te slaan.” - -„Dat denk ik ook,” sprak Raffles. - -Hij sloot den brief en adresseerde hem: - - - Aan Zijne Doorluchtigheid - Vorst ALEX. GRIGORIEW - Cannes (Zee-Alpen.) - - -„Kellner, plak een postzegel op dezen brief en laat hem dan dadelijk op -de bus gooien.” - -„Uitstekend, lord!” - -De kellner stoof weg met het schrijven. - -Hij had niet het flauwste vermoeden welke wonderlijke correspondentie -hij in de hand had. - -Raffles en Brand gingen naar hun kamers om den volgenden morgen vroeg -naar Cannes te reizen. - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - -EEN NOODLOTTIGE BRIEF. - - -In denzelfden tijd, dat Willy Warren den brief uit Monte Carlo ontving, -wandelde een koopman in snuisterijen met langzame schreden langs de -Avenue Gambetta, waar de villa stond van Grigoriew. - -„Diamanten-Bill” die, ondanks het vroege morgenuur, reeds getooid was -met zijn schitterendste diamanten, greep met een onverschillig gebaar -naar de brieven, die de post hem bracht. - -De vorst voerde een uitgebreide correspondentie, die voornamelijk -liefdesgeschiedenissen behelsde, en de elegante man, die over -fabelachtige rijkdommen scheen te kunnen beschikken, had een bijzonder -groote aantrekkelijkheid voor de dames der Riviera. - -Ook vandaag weer waren een groot aantal geparfumeerde briefjes door de -post bezorgd, maar de vorst scheen er al heel weinig notitie van te -nemen. - -Met heel andere oogen bekeek hij echter een brief, die het poststempel -van Monte-Carlo droeg en waarop het adres van een der voornaamste -hotels was afgedrukt. - -Toen Warren den brief geopend had en hem in den haast doorvloog werd -zijn gelaat aschgrauw. - -De gewiekste gauwdief, die zich hier in zijn villa zoo zeker had -gevoeld, beefde over zijn geheele lichaam. - -Hij was ontdekt! - -Hij had steeds geloofd, dat Willy Warren voor de heele wereld gestorven -was. - -Scotland-Yard zelf had immers aan de geheele menschheid verkondigd, dat -het lijk van den gevreesden inbreker op den bodem van het Kanaal lag. - -En thans moest hij vernemen, dat er lieden waren, die wisten, dat hij -nog leefde en hoe hij leefde. - -Vreeselijk! - -Hij raapte den brief op, die op den grond was gevallen. Nog eens las -hij hem van het begin tot het einde door—woord voor woord. - -Geen lettertje ontging hem, maar het resultaat was hetzelfde: hij was -ontdekt. - -In gepeins staarde hij voor zich uit. - -Wat nu?— —Wat nu? - -Zou de strijd met de politie thans weer opnieuw beginnen? - -Zou hij van de heerlijke villa, de schitterende diamanten afscheid -moeten nemen om op water en brood te smachten? - -Afschuwelijk! - -Het was niet mogelijk! - -Wie zou iets afweten van zijn bestaan? Voorloopig slechts één persoon. - -Maar die ééne scheen ook heel nauwkeurig te zijn ingelicht. - -Zou Raffles, die beweerde een collega van hem te zijn, hem wel ooit -verraden? - -Nooit!! - -Ook onder dieven en inbrekers zijn mannen van eer, die het voor schande -houden, hun makkers te verraden. - -En Raffles behoorde tot die mannen van eer. - -Nog nooit had hij een minderwaardige handeling verricht! Hij stal en -hij brak in, maar steeds werden schurken door zijn straffende hand -getroffen. - -En dan! De brief van Raffles was op vriendschappelijken toon -geschreven! Hij waarschuwde hem en gaf goede raadgevingen. - -Hij was dan ook terstond besloten, den jongen Engelschman de -schuldbekentenis terug te geven. - -Wat had hij ook aan dat ellendige blad papier, daar Montefiore toch -geruïneerd was. - -Haastig ging Bill naar zijn schrijftafel, woelde in de papieren van een -geheime lade en haalde de schuldbekentenis daaruit te voorschijn. - -Daarna nam hij schrijfpapier, dat versierd was met een vorstenkroontje. - -Nadat hij drie, vier zijdjes verknoeid had, was eindelijk het volgende -briefje gereed gekomen: - - - „Waarde Lord! - - Ik houd het voor den plicht van een edelman u inliggende - schuldbekentenis terug te sturen. - - Ik zou er nooit gebruik van gemaakt hebben, maar ik accepteerde ze - van u omdat ge er zoo op hebt aangedrongen. Zij brandt in mijn - hand. - - Neem haar terug. Ik heb haar verscheurd en daardoor waardeloos - gemaakt. Gij hebt thans geen verplichtingen meer tegenover mij. - - Steeds tot uwen dienst - VORST ALEX GRIGORIEW.” - - -Het stond er! - -„Diamanten Bill” las de regels nog eens over en knikte tevreden. - -Hij vouwde den brief dicht, stak hem in een enveloppe en schreef het -adres er op. - -Daarna schelde hij den bediende. - -„Breng dezen brief naar de post en laat hem aanteekenen, dadelijk!” - -De bediende haastte zich de deur uit. Buiten op straat kwam een koopman -in snuisterijen hem tegemoet om hem zijn waren aan te bieden. - -De bediende stiet hem ter zijde, maar de koopman had nog juist -gelegenheid gehad om een blik op het adres te slaan. - -„Het zaakje gaat goed”, mompelde de koopman glimlachend, „en hij -schijnt haast te maken ook. Mijn brief heeft hem leelijk bezorgd -gemaakt!” - -De lezer heeft natuurlijk al lang begrepen, dat deze arme koopman -niemand anders was dan Raffles. - -Daar kwam een heer de straat op, die groote haast scheen te hebben. - -Radeloos keek hij naar links en naar rechts, alsof hij iemand zocht. - -Hij scheen bijzondere opmerkzaamheid te koesteren voor de villa’s, maar -besluiteloos keerde hij zich af en stormde verder. - -Een hevige stoot bracht hem tot bezinning. - -„Stommerd! Pas toch op!” riep de schijnbaar hevig verschrikte heer uit. -„Ga toch weg met je snorrepijperijen!” - -„Och, vergeef mij toch, beste heer en koop een kleinigheidje van een -arm man, die voor vrouw en kinderen heeft te zorgen!” - -„Alle duivels! Wat moet ik met dien rommel doen?” - -„Lieve, beste meneer! Heb medelijden! Vergoed mij dan ten minste de -schade, die ge mij hebt berokkend.” - -De voorname heer was al weer verder gegaan, maar de koopman bleef hem -ter zijde. De eerste wierp toen een franc naar den koopman, maar deze -scheen nog niet tevreden te zijn. - -Hij greep den heer bij den arm en hield hem stevig vast. - -„Wat wil je, onbeschaamde kerel?” klonk het ruw. - -De koopman keek echter met glunderlachende oogen den ander aan en -sprak: - -„Ik wou je alleen maar zeggen, beste Charly, dat je een domkop bent—en -blijft. Je herkent zelfs je vriend en meester niet meer!” - -„Drommels! Edward! Ben jij ’t?” - -Brand was verbluft. - -„Ik had je waarlijk in die kleedij niet herkend.” - -„Dat doet me pleizier! Dan zullen de anderen me nog minder herkennen. -Maar wat wil je eigenlijk hier?” - -„Vraag je dat nog? Ik zoek jou!” - -„Waarom? Is er wat gebeurd?” - -„Niets anders, dan dat je spoorloos verdwenen bent. Ik dacht, dat je -een ongeluk was overkomen. Vertel eens, wat doe je hier? En wat moet -dat potsierlijke pak?” - -Raffles lachte. - -„Kun je dat werkelijk niet raden?” - -„Hoe zou ik? Wie kan al jouw gangen naspeuren?” - -„Dan zal ik het je vertellen. Ik had het plan om te controleeren of -„Diamanten-Bill” gehoorzaam mijn goeden raad had opgevolgd en de -schuldbekentenis naar lord Montefiore had teruggestuurd.” - -„Nu al? Dan zul je nog wel een poosje geduld moeten hebben.” - -„Hou je kalm, Charly! Mijn doel is al bereikt. De aangeteekende brief -naar lord Montefiore is al onderweg. En ga nu mee, ik heb honger!” - -„Met jou meegaan?” - -„Natuurlijk!” - -„In dit pak?” - -„Neen, neen! Ik kom dadelijk!” - -„Allright!” - -Brand snelde naar het hotel. - -Zijn verbazing was echter grenzeloos, toen hij in de vestibule van het -hotel zijn vriend ontmoette, keurig gekleed, een witte camelia in het -knoopsgat van zijn smoking, de onafscheidelijke sigaret in den mond. - -Thans dacht de secretaris inderdaad spoken te zien op klaarlichten dag. - -Dat kon toch onmogelijk zuiver spel zijn. - -Een kwartier geleden had hij zijn vriend en meester nog op de Avenue -Gambetta ontmoet en nu stond hij hier in levende lijve, als gentleman -gekleed, uiterlijk doodkalm, voor hem. - -Hij was heel wat van Raffles gewoon. Maar dit overtrof alles, wat hij -totnogtoe van hem gezien had. - -Tevergeefs verzocht hij zijn vriend, hem dit ongeloofelijke te -verklaren. - -Deze antwoordde slechts: - -„Na den lunch zullen we een eindje gaan wandelen, dan zal ik je alles -vertellen”. - -En een uur later vertelde Raffles: - -„De zaak is heel eenvoudig en natuurlijk toegegaan. Hoe vaak heb ik je -niet al gezegd, dat vlugheid geen kunst is. Terwijl jij langs de Avenue -Gambetta wegvloogt, nam ik plaats in een gesloten automobiel—natuurlijk -zoo, dat de chauffeur mij niet zag, voordat ik er in zat. Toen stak ik -mijn hoofd uit het portier en noemde het doel van den tocht. Intusschen -verkleedde ik mij en, tien minuten vóórdat jij hier kwaamt, verliet ik -den auto in keurig toilet. Dat is alles!” - -„En je mand? Je snuisterijen? Je kleeren?” - -„Heb ik op een veilig plaatsje op de Avenue Gambetta bewaard. Vanavond, -als het donker is geworden haal ik alles weer te voorschijn. De mand -met snuisteren geef ik den kinderen van Cannes present”. - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK. - -„DIAMANTEN-BILL”. - - -Vorst Alex Grigoriew was zoo onder den indruk van den brief, dien hij -had ontvangen, dat hij gedurende de eerste dagen zijn villa niet -verliet. - -De meest verlokkende uitnoodigingen en afspraken met de mooiste en -rijkste dames liet hij onbeantwoord en hij vertoonde zich niet in de -club te Nizza en evenmin aan de speeltafel te Monte-Carlo. - -Raffles had het dus alles behalve gemakkelijk, maar hij was geduldig en -wachtte af. De meesterdief had zich voorgenomen den oplichter, die den -Lord door valsch spel zijn geheele vermogen had afhandig gemaakt, op -zijn beurt weer van het vele goud te berooven, en wat Raffles zich eens -had voorgenomen, dat bracht hij ook tot uitvoering. - -Een beetje tijdverlies hinderde hen dan ook niet. - -Dat Lord Montefiore opnieuw plannen tot zelfmoord zou koesteren was -niet te vreezen. - -Raffles had hem bezocht, kort nadat de vorst hem de schuldbekentenis -had teruggebracht. De jongeman had toen in vele bewoordingen het -edelmoedig karakter van den vorst geprezen. - -„Gelooft ge nu nog altijd, dat vorst Alex Grigoriew een—een—ik kan het -woord niet goed uitspreken?” - -„Een oplichter is, bedoelt ge, mylord?” vroeg Raffles. - -„Ik zou dat woord niet graag gebruiken, Lord Lister. Ge ziet dat hij -edelmoedig is, door mij de schuldbekentenis terug te sturen. Als hij -inderdaad een bedrieger was, zooals gij hem afschildert, dan zou hij -mij zeker tot betaling hebben gedwongen.” - -„En hij had u eerst tot de laatste centime geplunderd!” - -Lord Montefiore zweeg. - -Hij kwam tot de overtuiging, dat hij wel een beetje al te veel partij -trok voor dien ander. - -Raffles zag de verlegenheid van den jongen man. - -„Veroorloof mij een vraag, mylord”, vervolgde hij thans. „Zoudt gij -ooit iemand, die door den speelduivel was bezeten, zóó hebben -uitgeplunderd, als die man het u heeft gedaan?” - -Wederom zweeg lord Montefiore. - -Hij wilde niet ontkennend antwoorden. - -„Welnu mylord”, hernam Raffles, „ik zal u zeggen, wat gij verzwijgt. -Gij zoudt dat niet hebben gedaan, beslist niet. Vrees echter niets. Uw -vriendelijke vorst zal niets geschieden. Hem zal geen haar gekrenkt -worden. Maar om u toch een weinig op de hoogte te helpen, wil ik u wel -mededeelen, dat hij de schuldbekentenis absoluut niet uit eigen -beweging heeft teruggestuurd. Ik heb hem daartoe gedwongen”. - -„Toch niet uit mijn naam?” vroeg de Engelschman vlug. - -„Neen, uit mijn eigen naam”. - -„Zoo?” - -„Ja, ik heb hem verteld, dat zijn streken zijn uitgekomen”. - -„Kent ge hem dan?” - -„Ja”. - -Montefiore keek verrast op. - -„O, dat verandert de zaak”, antwoordde hij. „Ik meende, dat gij al uw -beweringen op louter vermoedens hadt gegrond”. - -„Dat doe ik nooit, mylord. Op het oogenblik kan ik u echter geen nadere -aanduidingen van zijn persoon geven. Ik hoop, dat ge na dit gesprek -nooit meer mondeling of schriftelijk één woord met dien oplichter zult -wisselen”. - -„Dat beloof ik u gaarne”. - -„En nu zullen we ons best eens doen, om u het verloren geld weer terug -te bezorgen”, sprak Raffles op beslisten toon. - -„Hoe zou dat kunnen? Ge zult de politie toch niet er bijhalen? Ik zou -niet graag willen, dat de naam Montefiore werd genoemd in verband met -dien van een schurk”. - -„Ge behoeft u geen oogenblik bevreesd te maken, mylord. Ik zal geheel -zelfstandig handelen, en ik geloof, dat ik u over enkele dagen reeds de -som kan teruggeven”. - -„Zonder hulp der politie?” - -„Natuurlijk. Ik ben er zelf in het minst niet op gesteld, om de hulp in -te roepen van den sterken arm. En laat maar gerust de regeling van het -heele zaakje aan mij over, dan komt alles zoo gauw mogelijk in orde. En -laat ik u nu nog eens van dienst zijn, en u een som gelds leveren, -opdat ge volgens uw stand zult kunnen leven”. - -Den jongen lord schoot het bloed naar de wangen. - -De edelmoedigheid van den nieuwen vriend bracht hem in verlegenheid, en -Raffles moest nog langen tijd aandringen, voordat hij de blanco chèque -in ontvangst nam. - -Lord Lister reisde met den eerstvolgenden trein naar Cannes terug, en -ging toen zijn wachtpost op de Avenue Gambetta weer innemen. - -Vorst Alex Grigoriew intusschen, verveelde zich danig in zijn mooie -villa. - -Tot nog toe was hij er altijd met een blauw oog afgekomen, als hij de -een of andere schurkenstreek had bedreven. - -In zijn jeugd was hij eens veroordeeld tot anderhalf jaar -gevangenisstraf. Dat was al lang geleden, en destijds viel hem die -straf niet zoo zwaar, wijl hij armoedig leefde, en steeds te kampen had -met honger en zorgen. Maar sindsdien was zijn leven vol glans geworden. -In de gevangenis had hij een uitstekende leerschool in het inbreken -doorgemaakt, en toen hij weer op vrije voeten kwam, had hij steeds met -het grootste succes zijn boevenstreken bedreven. Hij stamde uit de -onderste lagen der maatschappij, maar desondanks had hij in zijn -voorkomen een zekere elegance, en zoo het ook al aan beschaving -ontbrak, wist hij zich toch met bewonderenswaardige zekerheid in goede -kringen te gedragen. - -Grigoriew had al heel wat landen van Europa onveilig gemaakt. Hier, aan -de Riviera, wilde hij een eind maken aan zijn rondzwervingen, en er een -blijvende woonplaats zoeken. - -Waarom ook niet? - -Hij was multi-millionair, bezat een prachtige villa en een schat van de -kostbaarste diamanten. - -Maar evenals een kat kan ook de dief het muizen niet nalaten. Een -inwendige drang om schurkerijen te plegen, kon hij niet weerstaan, en -toen hij den onervaren Montefiore ontmoette, had hij dezen naar alle -regelen der kunst uitgeplunderd. - -Toen kwam plotseling de onverwachte slag door den brief van Raffles. - -Eenige dagen bracht Grigoriew in duizend vreezen door. - -Hij stond op het punt om al zijn bezittingen achter te laten en te -vluchten, want voor de politie had hij den grootsten eerbied. - -Maar er gebeurde niets. - -Grigoriew wachtte van den eenen dag op den anderen, zonder dat iets -buitengewoons voorviel. - -Raffles liet niets meer van zich hooren, en de vrees van den valschen -speler sluimerde langzamerhand weer in. - -Hij besloot echter voorzichtig te zijn en zich niet te vertoonen op -gevaarlijke plaatsen of in gevaarlijk gezelschap. Hij verliet Cannes -niet meer. - -Als het hem al te vervelend werd, om als een gevangene in zijn villa te -zitten, dan ging hij een eindje wandelen, steeds er op bedacht, dat hij -niet vervolgd of bespied werd. - -En tòch volgde Raffles hem op den voet, maar de groote onbekende legde -hierbij zooveel handigheid aan den dag, dat de beste tooneelspeler of -de slimste detective het hem niet hadden kunnen verbeteren. - -Hij had een groote massa kleeren bij zich, en dagelijks verscheen hij -als een ander persoon in de Avenue Gambetta, maar nooit verscheen hij -er als een Engelsche lord. - - - - - - - - -ZEVENDE HOOFDSTUK. - -TWEE CONCURRENTEN - - -Op zekeren dag bemerkte lord Lister, dat „Diamanten-Bill” zijn villa -verliet, keurig gekleed, den cylinder op het hoofd, de briljanten -ringen als steeds aan zijn vingers. - -Ook Raffles was in elegant kostuum. Hij zag er uit als een voornaam -Amerikaan tusschen 55- en 60-jarigen leeftijd. - -De oude heer had de proef op de som genomen en in de leeszaal zijn -vriend Charly Brand om een lucifer gevraagd. Deze had het vuur, zonder -het minste vermoeden, gegeven. - -Raffles kon in elk geval er zeker van zijn, niet door Willy Warren te -worden herkend, als deze hem ontmoette. Hij kon den „vorst” dus -onopgemerkt volgen en hij deed dat zóó handig, dat niemand er iets van -merkte. - -Grigoriew wandelde doelloos door de straten rond. - -Hij behoorde tot dat soort menschen, die zichzelf niet bezig kunnen -houden, als zij uit hun gewone doen komen. - -Hij miste de club en het casino en thuis, in zijn prachtige, leege -villa, was het niet uit te houden. - -Voor elk venster bleef hij staan. Hier en daar deed hij inkoopen. John -Raffles keek naar hem met Argus-blik. - -De vorst bleef nu staan voor den winkel van een antiquair. Een -prachtige, oude rococo-kast had zijn opmerkzaamheid getrokken. - -Het was inderdaad een prachtstuk. - -Raffles zelf zou graag het kostbare meubelstuk voor zich hebben -gekocht, als hij maar had geweten, wat hij er mee had moeten doen. - -Grigoriew ging den winkel binnen. Twee minuten later hield een auto -voor den winkel stil en een Amerikaan stapte er uit, die eveneens den -winkel binnenging. - -De winkelier zat een beetje in verlegenheid, toen hij de beide voorname -klanten tegelijk ontving, maar de Amerikaan ging doodkalm in een stoel -zitten en zei in gebroken Fransch, met Engelsch accent: - -„Ik heb allen tijd! Ge kunt gerust eerst dien heer helpen!” - -De Amerikaan begon een paar staalboeken te doorbladeren en het scheen, -alsof hij niets bespeurde van alles, wat er om hem heen gebeurde. - -Maar dat was niet waar. Geen woord ontging zijn scherpe ooren. - -Grigoriew onderhandelde met den winkelier over den verkoop van de kast, -die 3000 francs kostte. - -De prijs kwam er natuurlijk bij een vorst en millionair niet op aan. - -Maar Grigoriew had nog verscheiden veranderingen te bedisselen, de kast -moest opnieuw gebeitst en in de was gezet worden, schroeven en sloten -moesten worden vernieuwd, voordat de kast naar zijn villa aan de Avenue -Gambetta moest worden afgeleverd. - -Eindelijk ging Grigoriew heen, zonder te hebben betaald, wat trouwens -ook niet noodig was. - -De winkelier ging nu naar den Amerikaan toe, die zoo langen tijd -geduldig had gewacht en nu met een luiden geeuw opstond. - -Hij kocht verscheidene aardige voorwerpen en bleef toen, met -besluiteloos gebaar, voor de mooie oude kast staan. - -„Wat kost die?” - -„Drieduizend francs, mijnheer!” - -„Die koop ik!” - -De winkelier trok een pijnlijk gezicht. - -„Het spijt me, mijnheer, ik kan u niet helpen. De kast is juist aan -vorst Grigoriew verkocht!” - -„Wel, bezorg mij dan een andere kast, net zoo een als deze!” - -De winkelier haalde de schouders op. - -„Er bestaat niet zoo’n tweede exemplaar van die kast. Ge zoudt daarnaar -tevergeefs zoeken!” - -„Maar waarde heer! Ik koop heelemaal niets van je, als ik die kast niet -krijg!” - -„Maar meneer, dat is toch belachelijk!” - -„Waarom belachelijk? Zijt gij een goed koopman? In Amerika doen we dat -heel anders. De kast staat hier—is niet betaald—niet afgehaald—dus ook -niet verkocht. Ik geef u er 4000 francs voor.” - -De winkelier aarzelde. - -Hij verdiende reeds 1800 francs aan het meubel; als de Amerikaan 4000 -francs er voor gaf, zou zijn winst nog met 1000 francs vermeerderd -worden. - -Maar hij had de kast al verkocht aan den vorst en dien klant wilde hij -liefst niet verliezen. - -De Amerikaan scheen de gedachte van den winkelier te raden. - -„Ge zijt niet handig”, sprak hij, „alle Europeanen zijn in zaken dom. -Zeg dien heer, dat de kast al verkocht was, zonder dat ge het wist. -Zeg, dat uw vrouw het meubel had verkocht, toen ge niet thuis waart.” - -„Maar ik heb geen vrouw! Ik ben zelfs nooit getrouwd geweest!” - -„Goed, zeg dan dat uw zoon het heeft gedaan!” - -„Beste heer, een zoon heb ik nog veel minder!” - -„Allemachtig, wat zijn jullie dom! Zeg dan, dat een tante van u -gestorven was en dat ge naar de begrafenis moest en dat een zwager van -u de kast voor 5000 francs verkocht. Die som wil ik u er dadelijk voor -betalen. Wat kosten de andere dingen, die ik gekocht heb?” - -„758 francs.” - -„Goed! Hier is een chèque op de Lyonsche Bank. Geef mij maar een pen.” - -De winkelier bracht pen en inkt en de Amerikaan schreef een cheque van -5758 francs. - -Daarop ging de kooper heen. - -Des avonds kwam hij terug met een paard en wagen om de kast te laten -weghalen. - -Toen Alex Grigoriew den volgenden dag weer voorbij den winkel kwam, zag -hij, dat de kast er niet meer stond. - -„Zij is al in den maak”, dacht hij en hij ging verder. - -En de kast wàs inderdaad in den maak, alleen niet bij den -schrijnwerker, maar bij een slotenmaker, door Raffles besteld. - -De meester-dief had het meubelstuk dadelijk naar een bekwaam werkman -laten brengen en het zóó laten veranderen, dat een persoon zich er in -kon verbergen. - -Dit moest natuurlijk zóó gemaakt worden, dat geen sterveling er iets -van bemerkte; scharnieren en schroeven en sloten en laden moesten -losgebroken en vastgemaakt, maar toen de kast was afgeleverd, was alles -zóó keurig gedaan, dat Raffles den arbeid gaarne vorstelijk beloonde. - -Nu kon hij beginnen! - -Men zou toch eens zien, hoe schitterend het wraakplan, dat hij op touw -had gezet, gelukken moest! - - - - - - - - -ACHTSTE HOOFDSTUK. - -EEN GEHEIMZINNIGE KAST. - - -Raffles was steeds gewoon al zijn plannen alleen ten uitvoer te -brengen, zonder dat hij daarbij de hulp van een ander inriep. - -Alleen Brand zou voor dergelijke hulp in aanmerking zijn gekomen. - -Maar Charly was te zenuwachtig. Hij bedierf veel door al te grooten -ijver, wat goed had kunnen afloopen, als de zaak bedaard was aangepakt. - -Ditmaal echter moest Raffles wel de hulp inroepen van zijn secretaris. -Hij had hem noodig en dus moest hij hem in het vertrouwen nemen. - -„Heb je een kast gekocht, Edward?” vroeg Charly, toen Raffles hem het -meubelstuk liet zien. - -„Wat wil je daarmee in ’s hemelsnaam beginnen? Wil je misschien hier in -Cannes een huisgezin opzetten?” - -John Raffles glimlachte. - -Toen haalde hij de schouders op. - -„Eigenlijk gezegd, Charly, heb ik daarover niet nagedacht. De kast -beviel mij bijzonder en je weet, wat mij bevalt, dat koop ik.” - -„O, lieve hemel, Edward! En dat zware ding heeft je zeker al heel wat -geld gekost!” - -„Vijfduizend francs.” - -„Vijfduizend francs? Alle donders! Jij schijnt al heel goed bij kas te -zijn!” En fluisterend voegde hij er aan toe: - -„Je weet toch, Edward, dat wij de laatste weken niet gewerkt hebben, -omdat je niets anders hebt gedaan dan de menschlievendheid te -betrachten. Wij hebben weer geld noodig!” - -„Hm! Daarvoor moet de kast juist dienen!” - -„Dat begrijp ik niet!” - -„Ik zal je later wel alles verklaren. Bekijk die kast maar eens goed, -maak alle deuren, kasten, schuifladen enzoovoorts open, onderzoek de -sloten en vertel mij dan eens of het ding je aanstaat en of je er ook -iets bijzonders aan vindt!” - -Brand deed het, onderzocht alles, maar kon niets bijzonders vinden. - -„Zie je niets, Charly?” - -„Niets niemendal!” - -„Als ik je nu zeg, dat aan dezen kant van de kast feitelijk een geheime -deur is?” - -De secretaris was ten zeerste verbaasd. Hij onderzocht alles nog eens -nauwkeurig, maar kon met den besten wil van de wereld niets ontdekken. - -„Ik kan niets vinden.” - -Raffles deed de deur, zonder een woord te spreken, met één enkele -beweging open. - -„Wel, drommels”, riep Charly uit, „dat is verbazend!” - -„Draai je nu eens drie seconden om en kijk naar de klok. Kijk daarna -weer naar de kast.” - -Brand deed het. - -Toen hij zich na drie seconden weer omkeerde, was de kast gesloten en -Raffles verdwenen. - -Wonderlijk! - -Waar kon die zijn gebleven? - -Brand had de kamerdeur niet hooren dichtdoen. Hij vloog er heen om te -kijken, waar zijn vriend gebleven was. - -Maar de deur was van binnen op slot. - -Ook daarlangs kon Raffles dus niet verdwenen zijn? - -Het was en bleef een raadsel. - -„Edward!” riep de secretaris. - -„Charly!” antwoordde een doffe stem. - -„Waar ben je?” - -„Wat denk je?” - -„Ik weet het niet!” - -„Ik zit in de kast!” - -Charly ontstelde. - -Plotseling vloog een klepje open in de kast en Brand keek John in het -gelaat, en daarnaast zag hij een hand, die een revolver vasthield. Het -wapen was op hem gericht en het gelaat van John was door een zwart -masker bedekt. - -Brand wilde op zij springen om het dreigende wapen te ontvluchten, maar -nu werd ook aan dien kant een klep geopend en wederom werd de loop van -de revolver op hem gericht. - -„Wees niet flauw, Edward! Wat beteekent dat?” - -Raffles lachte. - -„Draai je drie tellen om”. - -Brand deed het. - -Even daarna stond Raffles weer voor hem. - -„Wel, wat zeg je van mijn uitvinding, Charly?” - -„Enorm! De schrik zit mij door alle leden!” - -„Ik heb m’n doel bereikt! Nu kan vorst Alex Grigoriew zijn kast -krijgen!” - -„Grigoriew? Zijn kast!” - -„Ja! Hij had ze gekocht”. - -„Ik dacht, dat jij dat hadt gedaan!” - -„Ik ook, zeker! Maar ik sta hem het ding gaarne af. Hij wil het hebben -en ik geef het hem. ’t Is zoo’n charmant heer, die vorst!” - -„Die oplichter? Edward, je spreekt weer in raadsels!” - -„Ik zal je gauw genoeg alles ophelderen. Nog een beetje geduld! En nu -moet ik naar den winkelier”. - -„Jij?” - -„Ja”. - -Raffles ging. - -De winkelier ontving den voornamen klant met de grootste beleefdheid. - -„Wat is er van uw dienst?” vroeg hij met een buiging. - -„Ik heb een paar dagen geleden een kast gekocht”. - -„Zeker, mijnheer!” - -„Ik kan ze echter niet gebruiken!” - -De winkelier schrikte. - -„Ik moet de kast teruggeven”. - -„Maar mijnheer—ik begrijp niet—”. - -„Ge begrijpt nooit iets. Ik kan de kast niet gebruiken en geef haar dus -met rouwgeld terug!” - -„Zoo—”. - -Het gelaat van den koopman klaarde op. - -„Hoeveel denkt mijnheer— —” - -„Ik denk niet. Ik handel. Luister. Ik heb de kast haar den -schrijnwerker gestuurd, die haar heelemaal weer gerepareerd heeft. Ge -kunt haar dus kant en klaar leveren aan den heer, die haar eerst -gekocht heeft! Hoe heet die?” - -„Vorst Alex Grigoriew!” - -„Waar woont hij?” - -„Avenue Gambetta, 25”. - -„Goed! Ik zal het meubel daar laten bezorgen. Geef mij een quitantie -van 3000 francs, ik heb dan 2000 francs rouwgeld betaald!” - -De winkelier wreef zich in de handen. - -Neen maar! Daar kwam hij nog goed af. En hij schreef dadelijk de -kwitantie. - -Het was al avond, toen aan de villa van vorst Grigoriew gescheld werd. - -De vorst, die zich vreeselijk verveelde in zijn gedwongen -gevangenschap, beval den bediende, dat de kast kon gebracht worden. - -Raffles intusschen, had Charly Brand meegedeeld, wat zijn bedoeling -was. Hij wilde zich in de kast naar het huis van den vorst laten -brengen. - -„Pas op, Edward, doe het niet!” had Charly op dringenden toon -gewaarschuwd. - -„Niet doen?” - -„Neen, natuurlijk niet!” - -„Wat zou mij kunnen gebeuren?” - -„Als Bill Warren je nu eens in de kast ontdekt? Wat dan?” - -„Beste jongen, dat is het juist! Ik ga in de kast, opdat hij mij zal -ontdekken!” - -„Wie? Wat? Dat is wat nieuws! Dan ben je verloren!” - -„Dat zie ik nog niet in!” - -„Wat wil je beginnen, als hij een bediende roept?” - -„Hij zal wel oppassen!” - -„Maar bedenk toch, Edward, hij heeft zooveel voor, als jij daar in de -kast zit. Je kunt je immers niet verroeren!” - -„Dat komt allemaal in orde, beste kerel!” - -„Kom, Edward, laat het plan varen. ’t Is veel te gewaagd!” - -„Geen denken aan, Charly. Ik wil toch eens zien, wie van ons beiden het -wint, Diamanten Bill of ik. Zijn de werklui er om de kast te -versjouwen?” - -„Allen!” - -„En de koetsier met den wagen?” - -„Is er ook!” - -„Laat dan de kast halen. Ik ga vooruit om er in te klimmen. Niemand mag -weten wat vervoerd wordt.” - -„Ik zwijg als het graf. Wees jij maar voorzichtig, Edward!” - -„Dank voor je goeden raad, dag!” - -Raffles vloog weg. - -„Het is een stuk uit een dolhuis”, mompelde Charly. „Ik geloof nooit, -dat het goed zal afloopen. Als hem iets overkomt, is het zijn eigen -schuld. Ik heb hem vaak genoeg gewaarschuwd.” - - - - - - - - -NEGENDE HOOFDSTUK. - -IN HET VIJANDELIJKE KAMP. - - -John Raffles zat allang in de kast, toen Brand met de werklui kwam. - -De mannen verbaasden zich over de geweldige zwaarte van het meubel. -Maar Charly beloofde een extra-fooi en toen hield het gemopper al heel -gauw op. - -Maar Charly zelf liep op vuur. - -Hij zat in duizend vreezen, dat Raffles zich op de een of andere -onverwachte manier zou verraden. - -Maar alles ging uitstekend en de kast werd met vereende krachten op de -plaats neergezet, waar vorst Grigoriew haar verlangde. - -Deze, die niets om handen had, begon nu al heel gauw zijn papieren in -orde te maken en te rangschikken in het nieuwe meubel. - -Hij had er natuurlijk niet het flauwste vermoeden van, dat een vijand -in zoo onmiddellijke nabijheid vertoefde. - -Voor Raffles was de positie inderdaad hachelijk. - -Een hoest- of niesbui zou hem hebben verraden. - -De tijd verstreek voor hem in de grootste verveling. - -Grigoriew had langen tijd werk met zijn papieren. - -Daarna ging hij een wandeling maken en tegen middernacht kwam hij -terug. - -Al dien tijd bleef Raffles in zijn schuilhoek. - -Eerst toen de vorst naar bed was gegaan, kwam hij te voorschijn. - -Hij had intusschen rondgespied. - -Bill Warren’s slaapkamer was vlak bij de zitkamer. Maar de slaapkamer -werd des nachts zorgvuldig gesloten en daarin juist bevond zich de -groote ijzeren brandkast van den vorst. - -Daarin zou zeer zeker de geheele bezitting van den oplichter verborgen -zijn. - -Maar de compromitteerende papieren zou de schurk zeker niet in die -brandkast verbergen. - -Dat was lang niet veilig genoeg. - -Hier, in de zit- en studeerkamer was zeker wel zoo’n geheime -schuilplaats te vinden en de onschuldige schrijftafel zou veel eerder -zoo’n geheime bergplaats in zich sluiten. - -Raffles snuffelde rond, langen tijd. - -Maar hij vond niets. - -Nadat hij de schrijftafel zorgvuldig doorzocht had, zocht hij onder het -tapijt, achter de schilderijen, in den haard, achter den spiegel, onder -de zittingen der stoelen. - -Nog niets. - -Maar hij gaf het zoeken niet op. - -Toen, plotseling, viel zijn blik op de groote pendule. - -Dit prachtige bronzen uurwerk was juist het ding, dat Raffles zocht. - -Hij ging er heen en belichtte haar eerst zorgvuldig aan alle kanten met -zijn electrische zaklantaarn. - -Juist! - -Daar zag hij een heel klein schelletje, bijna onzichtbaar aangebracht, -maar toch ontdekt door de Argusoogen van den meester-dief. - -Als de klok werd weggenomen, ging het schelletje luiden, dat zeker in -de slaapkamer van den oplichter alarm zou slaan. - -Raffles glimlachte zegevierend. - -Hij sneed den electrischen draad van het schelletje met zijn werktuigen -door. - -Ziezoo! - -Nu kon hij de pendule zonder gevaar verzetten. - -Hoera!! - -Hij had gevonden wat hij zocht, daar waren de papieren. Een bevel tot -inhechtenisneming, een pas, een photographie, door de politie -afgestempeld, en andere dingen, die de identiteit van den inbreker -Willy Warren volkomen aanduidden. - -Er waren ook een paar minnebrieven uit vroeger tijd en het portret van -een beruchte vrouw uit Londen. - -Dat was een goede vondst voor Raffles. - -Vlug borg hij alles bij zich. - -Toen zette hij de pendule weer op haar plaats. - -Raffles had nu, wat hij noodig had. - -Maar nu deed zich een omstandigheid voor, waarop hij niet had gerekend. - -Hij kon de kamer niet uit. - -De jaloezieën voor de vensters waren stevig gesloten, evenals de -deuren. - -Raffles zou natuurlijk wel kans hebben gezien om naar buiten te komen, -maar het was hem er om te doen om geen enkel spoor na te laten. - -Zoo bleef hem niets anders over dan weer in de kast te gaan. - -Het begon al te schemeren, want er was heel wat tijd heengegaan met het -zoeken naar de papieren. - -De groote onbekende bracht een tijd door, die tot de onaangenaamste -herinneringen van zijn leven bleef behooren en waaraan hij later steeds -met rilling terugdacht. - -Alex Grigoriew kwam in den morgen in het kleine salon, waar hij zijn -thee dronk en een uitgebreide correspondentie beantwoordde. - -Het was afschuwelijk weer. - -De valsche speler ging dus niet uit en bleef urenlang in de zitkamer. - -Als hij haar eens verliet, was het slechts voor een enkel oogenblik. - -Al dien tijd zat Raffles in de kast. - -Het was donker om hem heen. - -Hij had eten noch drinken tot zich kunnen nemen en zijn geliefkoosde -sigaret miste hij nog het ergst. - -Hij moest zich echter doodstil houden en nauwelijks durfde hij -ademhalen in een atmosfeer, die bezwangerd was met hout- en -terpentijnlucht. - -De vorst morrelde intusschen voortdurend in de vakjes en laden der -kast. - -Elk oogenblik kon een ontdekking volgen en dan was Raffles aan zijn -vijand overgeleverd, want hij had bemerkt, dat „Diamanten-Bill” juist -een stoel had geschoven voor dien kant van de kast, waarlangs Raffles -zou kunnen vluchten. - -En op den stoel stond een heele stapel boeken. - -Raffles zat dus in de knip en durfde zich derhalve niet verroeren. - -De dag viel hem eindeloos lang, het was voor hem een hel op aarde. - -En Charly, dacht Raffles. - -Als Charly in zijn overgroote ijver en uit bezorgdheid voor zijn vriend -maar geen dwaze dingen ging doen. - -Als Charly maar niet alles bedierf. - -Raffles leed geweldig. - -Eindelijk—eindelijk viel de avond. - -Uit het gesprek van den vorst met zijn bediende had Raffles gehoord, -dat het weer beter was en dat de vorst wilde uitgaan. - -Grigoriew maakte groot toilet, waarschijnlijk had hij aangename -afspraken. - -Raffles haalde verruimd adem. - -Toen alles stil was geworden, opende de meesterdief de deur van zijn -gevangenis; de stoel was door een bediende ter zijde gezet. - -Door het venster sprong hij nu in den tuin, wat hem zonder eenige -moeite gelukte. - -Toen klom hij, handig, als een kat, over het hooge hek en ijlde naar -zijn hotel. - -Brand was er niet! - -Waar ter wereld zou die nu weer zitten? Het hotelpersoneel wist te -vertellen, dat hij door een heer was afgehaald. - -Door een heer? - -Wie kon dat zijn? - -Brand had hier geen kennissen. - -Was het misschien de jonge lord Montefiore? Maar de beschrijving, door -den ober gegeven, kwam met diens persoonlijkheid allerminst overeen. - -Raffles at stevig en dronk een verkwikkend glas wijn. - -Toen wachtte hij op de terugkomst van zijn vriend. - -Charly kwam echter niet zoo gauw terug en Raffles, door vermoeienis -overmand, ging naar bed. - -Maar toen hij den volgenden morgen opstond, was Brand nog altijd niet -op het appèl verschenen. - - - - - - - - -TIENDE HOOFDSTUK. - -ONGEWENSCHT BEZOEK. - - -Raffles had geen tijd te verliezen. - -Hij was van oordeel, dat men het ijzer moet smeden als het heet is. - -Uit zijn kleerenvoorraad nam hij de uniform van een Italiaansch -officier van politie, trok deze aan en ging naar de villa van Grigoriew -in de Avenue Gambetta. - -Vorst Alex schrikte niet weinig, toen hij van zijn bediende vernam, dat -een politie-man hem wenschte te spreken. - -Wat kon de Italiaansche politie van hem weten? - -Hier, in Cannes kon immers niemand iets bewijzen. - -Al de compromitteerende papieren lagen keurig verborgen onder de klok -in een geheime bergplaats. - -Hij liet den officier binnenkomen. - -Deze boog en nam plaats in een leunstoel. - -„Ik kom wegens een aanklacht”, begon de bezoeker. - -„Een aanklacht?” - -Alex werd koud en bleek. - -Wat was dat? - -Zou hij een aanklacht hebben ingediend? - -Hij? - -Geen kwestie van. - -Al had men hem al zijn millioenen en diamanten ontstolen, dan nog zou -hij wel oppassen, een aanklacht in te dienen. - -Wat zou hij antwoorden? - -Nog nooit was hij in zoo’n moeilijk parket geweest. - -De bezoeker scheen echter niets van de verwarring te bespeuren en -vervolgde: - -„Uwe Doorluchtigheid is vannacht bestolen en— —” - -„Bestolen?” barstte „Diamanten-Bill” los, „bestolen? Ja, juist, -bestolen—bestolen!” - -„De dief moet papieren van waarde hebben meegenomen, die verborgen -waren in een geheime bergplaats, onder een pendule.” - -De valsche speler kromp ineen. - -Wat? - -Onder de pendule vandaan? - -De vorst stond op en vloog naar den schoorsteen toe. - -Een enkele blik overtuigde hem ervan, dat de compromitteerende papieren -inderdaad mankeerden. - -En de politie wist dus al van den diefstal! - -Welke schurk kon haar hebben ingelicht? - -Ha! Hij was er! - -Natuurlijk alleen de dief zelf! - -Maar wie kende zijn geheimen? - -„Raffles!” - -Als een bliksemstraal vloog hem die naam door het hoofd. - -Raffles!! - -Ja, hij wist, wie en wat de Russische vorst Grigoriew feitelijk was! - -Hij alleen kende de geschiedenis van Willy Warren! - -Maar waarom had de meester-dief hem aangeklaagd? - -Ja, waarom? - -Gelukkig scheen de politieman er geen flauw vermoeden van te hebben, -hoezeer zijn boodschap den vorst had verontrust. - -Hij scheen alleen oogen te hebben voor de pendule. - -Die bezoeker, dacht Billy, scheen ook al niet tot de snuggersten te -behooren. - -Wacht! - -Hij zou hem misschien om den tuin kunnen leiden. - -„Hier kan alleen sprake zijn van een huisgenoot, die den diefstal heeft -gepleegd”, bracht Bill eindelijk met moeite er uit. - -„Dus ge denkt, dat de diefstal door een van uw ondergeschikten is -gepleegd?” - -„Ik vermoed het althans, want het is onmogelijk, dit huis binnen te -dringen!” - -„Ook voor een meester-dief? Denkt ge dat zeker?” - -En weer vloog het den oplichter door het hoofd: - -Raffles— —Raffles. - -Hij antwoordde niet. - -De officier vervolgde: - -„Wij hebben eenige aanwijzingen. Kent ge zekeren Raffles? John C. -Raffles!” - -„Natuurlijk! Zeker!” bracht Grigoriew er, onvoorzichtig genoeg, uit. - -Tegelijkertijd bemerkte hij, dat hij de grootste domheid had begaan. - -Hij vervolgde: - -„Ik heb ten minste van hem gehoord, maar ik ga weinig met vreemden om!” - -„Ge hebt toch met lord Montefiore verkeerd?” vroeg de officier -glimlachend. - -Alex stokte. - -Die man scheen toch wel drommels goed op de hoogte te zijn. - -„Zal ik mijn bedienden misschien roepen?” vroeg Bill, om zich een -houding te geven. - -„Ja, Uwe Doorluchtigheid, doe dat”, antwoordde de bezoeker met lichte -ironie in zijn stem. „Ik zal u zelf later wel in verhoor nemen. Het -komt er maar op aan, hen niet te laten ontsnappen. Hebt ge misschien -een geschikte plaats in de villa, waar men hen kan opsluiten?” - -„In de dienstbodenkamer misschien?” - -„Dat is goed. Zeg den lieden, dat zij daarheen moeten gaan. Wij gaan -dan later en sluiten hen op, voordat ze er op bedacht zijn!” - -Grigoriew haalde verruimd adem. - -Hij, Bill, had gewonnen spel. - -De arme bedienden schrikten niet weinig, toen zij naar de -dienstbodenkamer gezonden en daar opgesloten werden. - -Maar zij bleven kalm, overtuigd als ze waren van hun onschuld. - -De politie-officier zei nu tot den vorst: - -„Dat de bedienden zelf de papieren hebben gestolen, houdt de politie -voor onwaarschijnlijk. - -„Mogelijk is het echter dat zij, vrijwillig of daartoe gedwongen, hulp -hebben verleend. - -„Wij weten namelijk, hoe de dief in uw villa gekomen is!” - -Alex verbaasde zich hoe langer hoe meer. - -Hij had totnogtoe nooit een hoogen dunk van de politie gehad. - -Maar nu toch moest hij bekennen, dat er ook nog wel gewiekste lieden -onder hen werden aangetroffen. - -„De inbreker heeft zich eenvoudig laten insluiten in uw nieuwe kast”. - -„Hoe? Wat zegt u? Meent ge dat?” - -„Wel natuurlijk!” - -„Maar dat is immers onmogelijk!” - -„Volstrekt niet!” - -„Ik kocht de kast— —” - -„Dat is ons allemaal bekend!” - -„En— —??” - -„Raffles wist het meubel op geslepen wijze in zijn bezit te krijgen en -haar door een schrijnwerker zóó te laten veranderen, dat zij geschikt -werd voor het doel.” - -„Zóó— —” - -„Uwe Doorluchtigheid kan zich ervan overtuigen!” - -De beambte had dit alles den vorst verteld met de grootste -vriendelijkheid. - -Het draaide den vorst voor de oogen, het duizelde en warrelde hem. - -Door al die plotselinge, zoo geheel onverwachte mededeelingen was hij -als ’t ware verbluft, verdoofd, overdonderd. - -Maar toch dacht hij nog zoo helder, dat hij het als een geluk -beschouwde, dat het de politie niet gelukt was, ook zijn geheim te -onthullen. - -De beambte scheen althans niet het flauwste vermoeden te hebben. - -Deze vervolgde: - -„Ik ben er inderdaad nieuwsgierig naar om te zien, hoe de dief zich in -de kast heeft kunnen verbergen, zonder dat iemand het bemerkt heeft. -Hebt ge niet verteld, dat ge zelf uwe papieren in de kast hebt -gerangschikt?” - -Bill herinnerde zich niet, een dergelijke opmerking te hebben gemaakt, -maar hij had zich voorgenomen op alles maar ja te zeggen en zoo -beantwoordde hij deze vraag dan ook bevestigend. - -De beambte begon nu de kast van alle kanten te doorzoeken. - -Hij klopte, schudde, luisterde, snuffelde, deed alle deuren open, keek -in alle kasten, maar vond niets verdachts. - -Alex werd nu toch ook nieuwsgierig. - -Zou Raffles hem inderdaad de baas zijn geweest? - -Maar hoe meer hij met den politieman zocht, hoe onverklaarbaarder werd -hem de heele zaak. - -Alle drommels! - -Hij verstond het vak toch ook! - -Hier echter reikte zijn kennis te kort. - -Plotseling echter sprong de linkerzijde van de kast los. - -Een van beide onderzoekenden moest het mechanisme hebben aangeraakt. - -Wie het geweest was, kon niet gezegd worden. - -Bill beweerde, dat hij het niet was en de beambte beweerde hetzelfde. - -Het kwam er immers ook niet op aan; het resultaat was toch hetzelfde. - -„O”, zei de politiebeambte met groote bewondering, „dat is inderdaad -prachtig. Nu begrijp ik ook, dat ge het geheim niet hebt kunnen -ontdekken. ’t Is inderdaad geniaal gevonden”. - -Ook de vorst was eveneens vol bewondering en verbazing. - -„Ik begrijp alleen maar niet”, vervolgde de beambte, „hoe een mensch -zich in die smalle ruimte heeft kunnen verbergen. Wat denkt gij er van, -Doorluchtigheid? Men zou inderdaad in de verzoeking komen om eens de -proef op de som te nemen”. - -Alex was nieuwsgierig geworden. - -Het interesseerde hem, hoe zijn vakgenoot dat zaakje voor elkander had -gebracht. Hij volgde dan ook zonder aarzeling de uitnoodiging van den -beambte, en klom, niet zonder eenige moeite, in de kast. - - - - - - - - -ELFDE HOOFDSTUK. - -IN DE MUIZENVAL. - - -Nauwelijks was Grigoriew in de enge ruimte beland of de kast ging -dicht. - -Hij kreeg een onbehagelijk gevoel, hoewel hij er nog geen oogenblik aan -dacht, dat hier boos opzet in het spel was. - -Daar werd echter plotseling een klep opengedaan, en voor de opening -vertoonde zich het gelaat van den politiebeambte. - -„Alle duivels, Doorluchtigheid”, sprak deze, „dat ziet er leelijk uit. -Ik kan de deur niet meer open krijgen. Beproeft gij het eens aan den -binnenkant. Misschien vindt gij den sleutel tot de vrijheid weer”. - -Maar Alex vond dien sleutel niet. Hij zat hier in de kast gevangen en -kon zich niet verroeren. - -Zijn ondergeschikten waren al in de dienstbodenkamer opgesloten, en -voor de kast stond de beambte die steeds vreemder ging doen! - -Het koude zweet parelde op het voorhoofd van Zijne Doorluchtigheid. - -Wat moest hij beginnen? - -Het hart bonsde hem in de keel. - -Hij zou niet lang meer in twijfel blijven, dat hij geheel ontmaskerd -was. - -De beambte begon: - -„Gij zijt mijn gevangene, Willy Warren. Ik behoef u zeker uw misdaden -niet op te sommen. Gij kent die alle! Zéker nog beter dan de politie”. - -Hoe brutaal de oplichter anders ook was, thans verstomde hij. - -Hij dacht een beroerte van kwaadheid te zullen krijgen en hijgde naar -adem. Zijn hulpelooze positie snoerde hem letterlijk de keel toe. - -„En geef u overigens geen moeite om uw onschuld te bewijzen. Uw -papieren, die ge zoo zeker dacht te hebben bewaard zijn alle in handen -van de politie. Zij zijn dezen nacht onder de pendule weggenomen”. - -„Dat kan alleen die schurk, die Raffles gedaan hebben”, siste de man in -de kast. - -„Juist, Willy Warren, Raffles heeft het gedaan. Niemand anders zou die -overmoedige daad hebben klaar gespeeld. Maar in een ding hebt ge toch -ongelijk: een schurk is die Raffles niet”. - -„Hij is een schurk”, brulde Warren. „Anders had hij de politie niet in -kennis van de zaak gesteld.” - -„Dat heeft hij niet gedaan, ik zelf ben Raffles!” - -De groote onbekende deed den uniformhoed en zijn pruik af, maar zette -beiden dadelijk weer op zijn hoofd. - -Warren was paf van verbazing. - -Hij begreep, dat hij nu geheel was overgeleverd aan de willekeur van -den grooten onbekende. - -„Wat wilt ge van mij, Raffles?” siste hij eindelijk tusschen de tanden, -terwijl Lord Lister het pistool ophief en hem vast in de oogen keek. - -„We zullen eens kalm een paar woorden met elkander spreken. We zijn -immers collega’s,—al heb ik ook geen moorden op mijn geweten, zooals -jij. Maar dat moet je maar voor jezelf verantwoorden”. - -„Dat zal ik ook, Raffles!” - -„Luister nu eens, Warren. Ik ben hier gekomen om met je te -onderhandelen. Ik wil je iets verkoopen.” - -„Wat dan?” - -„Je papieren”. - -„Die je mij ontstolen hebt!” schreeuwde de inbreker. - -„Noem het, zooals je wilt, Warren. Er zijn misdaden, die heel wat erger -zijn”. - -„En wat verlang je voor die papieren?” - -„Tien millioen francs!” - -„Tien millioen francs? Je bent gek!” - -„Niet zoo gek als jij, als je weigert die som te betalen”. - -„Hoe zoo?” - -„Omdat je dan alles verliest! En ik denk, dat je nog heel wat meer -bezit. Want je waart al een rijk man, voordat je den jongen lord -Montefiore hebt uitgeplunderd”. - -„Hoe weet je dat?” - -„Hij heeft het me zelf verteld!” - -„Ken je hem dan?” - -„Zeker. Ik heb hem ontmoet, toen hij op het punt stond, zich op te -hangen aan een der hooge palmen van het park, omdat jij hem geruïneerd -hadt”. - -De valsche speler zweeg een oogenblik. Toen sprak hij: - -„Goed, Raffles. Ik ben in je macht, en ik ben dus bereid, je papieren -te koopen. Maar dan moet je ook een menschelijken prijs vragen”. - -„Ik vraag den prijs, dien je lord Montefiore hebt ontstolen met valsch -spel.” - -„Montefiore is een uil! Hij verdient niet anders. - -„Dat kan wel zijn. Maar hij is een goede, eerlijke jongen. En jij houdt -nog een aardig sommetje over, als je die tien millioen hebt -terugbetaald. Sla je toe?” - -Warren beet zich op de lippen. - -„En als ik het niet doe?” siste hij. - -„Wees niet gek,” vermaande hem Raffles, „en bedenk, dat het voor je -eigen bestwil is. Als jij de tien millioen betaalt, krijg je de -papieren terug, en anders stuur ik je bediende met al de paperassen -naar de politie. Stel je eens voor, Willy, wat zouden die heeren ginds -een pret hebben, als ze je hier in die kast zagen zitten.” - -De gevangene rilde. - -Inderdaad! De zaak stond zóó en niet anders. En Raffles gedroeg zich -waarachtig nog fatsoenlijk. Want hij vroeg niets voor zichzelf, en -alles voor den jongen lord. - -„Waar zijn de papieren?” vroeg Warren op een heeschen toon. „Heb je ze -bij je?” - -„Wat denk je nu van mij? Neen, Warren, ik heb ze goed bewaard!” - -„En wanneer krijg ik ze terug?” - -„Zoo spoedig als de tien millioen in mijn bezit zijn.” - -„’t Is goed!” - -„Dus je neemt het aan?” - -„Ja.” - -„Schrijf dan dadelijk den wissel, want ik vertrouw je precies zoo ver -als ik je zie. Ik zal nu de kast open maken en je er uitlaten. Maar pas -op, dat je geen rare dingen gaat doen, want dan ben je er geweest.” - -„Ik weet, dat ik in je macht ben, Raffles. Als ik van mijn kant er maar -zeker van ben, dat ik de papieren terug krijg.” - -„Je kunt me volkomen vertrouwen, Warren.” - -En Warren gaf het bewijs, dat hij den grooten onbekende volkomen -vertrouwde, door een cheque uit te schrijven van tien millioen francs. - -John Raffles nam glimlachend het papier in ontvangst, en stak het bij -zich. - -In hetzelfde oogenblik dreunden slagen tegen de buitendeur. „In naam -der wet, doe open! Het huis is omsingeld. Wee dengene, die zich -verzet!” - - - - - - - - -TWAALFDE HOOFDSTUK. - -EEN ONVERWACHTE GEBEURTENIS. - - -Beide mannen waren bleek geworden. - -Zij wisten maar al te goed wat het beteekende, als de politie hen op de -hielen zat. - -„Verraad,” knarsetandde Warren. - -Woedend vloog hij op Raffles af, en dreigend hief hij een -papiersnijder, die hij van de schrijftafel had afgenomen, in de hoogte. - -Raffles had al heel spoedig zijn tegenwoordigheid van geest -teruggekregen. - -„Wees toch verstandig, Warren. Mijn eerewoord, dat ik je niet verraden -heb. En de papieren zijn veilig. Dat verzeker ik je.” - -Deze woorden, met nadruk gesproken, misten hun uitwerking niet. - -„Ik geloof je, Raffles,” sprak hij, „en ik vertrouw ook, dat je me nu -zult helpen en redden.” - -„Als de politie tegen ons is, dan vechten we samen.” - -„Dat is goed! Beveel jij—ik zal gehoorzamen!” - -De oogen van den meester-dief straalden. - -„Vooruit dan, klim vlug in de kast,” beval hij. - -Warren keek hem een oogenblik met wantrouwen aan. - -Daar werd weer op de deur gebeukt. - -„Vooruit,” drong Raffles nog eens aan. - -Warren deed nu, wat hem gezegd werd. - -Raffles sloot de kastdeur, en ging naar de huisdeur. - -Daar stonden vier politie-agenten onder leiding van een inspecteur van -de recherche, en zij waren niet weinig verbaasd, den Italiaanschen -politie-beambte hier aan te treffen. - -„Ik zie,” sprak hij, „dat ik onverwachte hulp krijg. Goeden morgen, -heeren! Wien zoekt ge?” - -„Waarschijnlijk denzelfde als gij. Namelijk John Raffles, den beruchten -inbreker.” - -„Ja, inderdaad, dien zoek ik ook.” - -„Mag ik weten, met wien ik het genoegen heb?” vroeg de Fransche -inspecteur. - -„Zeker, mijn naam is Bassignole, uit San Remo. Ik ben zoo juist te -Cannes aangekomen, want wij kregen bericht, dat Raffles zich verscholen -hield in de villa van vorst Alex Grigoriew in de Avenue Gambetta. Maar -kom toch binnen, heeren!” - -De Fransche politiemannen gingen binnen, en Raffles sloot de deur, -waarna hij de sleutels bij zich stak. - -Thans vervolgde hij: - -„Ik ben per automobiel haar hier gegaan, om den vogel te knippen. Maar -hij is, helaas, reeds gevlogen.” - -De Franschen keken teleurgesteld. - -„Hebt ge den eigenaar van de villa reeds gesproken?” - -„Vorst Grigoriew?” - -„O zeker, hij is een kwartier geleden de deur uitgegaan, om eenige -zaken af te wikkelen.” - -Op fluistertoon vroeg de inspecteur den meester-dief: „Zoudt gij -denken, dat vorst Grigoriew met dien Raffles onder één hoedje speelt?” - -„Geen kwestie van,” antwoordde John met volle overtuiging. - -„Er zijn lieden, die dergelijke vermoedens uitspreken.” - -„Dat zijn praatjes, louter praatjes. De vorst is een speler, maar dat -zijn alle Russen.” - -„Ge hebt gelijk, dat dacht ik ook al.” - -„Maar hebt ge al eens rondgekeken in huis, of de inbreker zich ergens -verborgen heeft?” - -„Ja, ik heb al wat rondgekeken, en de dienstboden op een kamer -opgesloten.” - -„Waarom dat?” - -„Opdat die lieden Raffles niet in zijn vlucht zouden kunnen helpen. Die -meester-dief verstaat namelijk uitstekend de kunst om de -ondergeschikten altijd op zijn hand te krijgen.” - -„Ge hebt heel verstandig gehandeld, meneer Bassignole.” - -„Dank u.” - -„Denkt ge, dat Raffles hier in huis is?” - -Lord Lister haalde de schouders op. - -„Ik zou het u inderdaad niet kunnen zeggen.” - -„Hebt ge dan nergens een spoor van hem gevonden?” - -„Niet het minste, maar ik heb ook nog niet al te nauwkeurig het huis -doorzocht, want ik wilde juist naar het politiebureau telefoneeren. Nu -is dat echter niet meer noodig, daar wij met behulp van uwe manschappen -alles kunnen doorzoeken.” - -„Zeker, dat zullen we.” - -„De vorst verzocht mij, om zijn eigendommen te willen ontzien.” - -„Dat is niet meer dan natuurlijk.” - -Willy Warren, die in de ouderwetsche kast eerst duizend vreezen had -uitgestaan, was langzamerhand kalmer geworden. - -Nu bewonderde hij in stilte de handigheid van den genialen Raffles, die -inderdaad meesterlijk de kunst verstond om de zaakjes te plooien. - -Doordat Raffles aanbood het huis te doorzoeken, verviel natuurlijk elke -achterdocht, dat de vorst en de inbreker onder één hoedje speelden. - -De politie ging zoeken. - -Niets werd echter gevonden, hoewel alles ondersteboven werd gehaald. - -Men begon met de slaapkamer, volgden de kleed-, billard-, muziek-, -eet-, rook-, bibliotheek-, bad- en andere kamers. Volgden de salons en -logeerkamers, de meiden- en provisiekamers, de zolders, kelders, en -alles, wat bij de villa behoorde. - -Maar nergens werd een spoor van Raffles gevonden. De dienstboden -zwoeren, dat zij hoegenaamd niets verdachts hadden bespeurd. - -De middag was allang voorbij, toen men eindelijk het vergeefsche zoeken -moede was. - -„Wacht even, collega”, sprak Raffles tot den inspecteur, toen men op de -eerste verdieping nog bezig was, „ik hoor daar den heer des huizes -thuiskomen. Ik zal hem even gaan opendoen, daar ik, zooals ge weet, de -voordeur heb afgesloten.” - -De inspecteur koesterde geen achterdocht. - -De meester-dief echter ging niet naar de voordeur, maar naar de -studeerkamer, om den ongeduldigen Bill uit zijn gevangenis te -bevrijden. - -In weinig woorden vertelde hij hem alles, wat was voorgevallen en sprak -toen: - -„Kleed je vlug, Warren, en zet den hoogen hoed op, alsof je van de -wandeling thuis kwaamt. Kom dan boven en ga goed te keer op Raffles. -Zweer den inspecteur, dat je den dief een kogel door het hoofd zult -jagen, als je hem ontmoet.” - -Willy Warren was dadelijk in zijn rol. - -Hij vond den inspecteur danig teleurgesteld, daar al het zoeken geen -resultaat had opgeleverd. - -„Laat ons dan naar het politie-bureau gaan”, stelde Raffles voor, „ik -wil graag kennis maken met den commissaris. Misschien zijn er ook weer -nieuwe berichten binnengekomen.” - -De inspecteur vond het goed. - -Men nam afscheid van den vorst en verliet de fraaie villa. - -Toen Raffles met de politie-mannen op straat kwam, zag hij een matroos -van de Fransche marine op en neer loopen. - -Het was Charly Brand. - -„Pardon, heeren”, sprak Raffles, „daar zie ik den ordonnans van mijn -vriend Camille Crébillon, den zee-officier. Sta mij toe, dat ik hem een -korte opdracht geef voor zijn heer, dien ik vanavond zou willen -bezoeken.” - -„Ga gerust uw gang.” - -„Ge kunt vooruitgaan, inspecteur. Ik volg dadelijk.” - -De inspecteur groette en ging verder. - -Raffles vloog naar Brand. - -„Wel? Wat is er? Waar heb je gezeten?” - -„Stil! De politie is ons op de hielen. Ga mee, naar het strand. Daar -ligt een bark klaar. Ik heb het schip gehuurd voor een reis naar -Sainte-Marguerite. We zeilen dadelijk weg.” - -„En onze effecten? Ons geld?” - -„Is allemaal al aan boord van het schip. Ik heb juist de hotelrekening -betaald, opdat lord Lister niet den naam van oplichter zal krijgen.” - -„Je schijnt alles héél slim te hebben overlegd. Misschien ben je toch -wel verstandiger, dan ik dacht, beste jongen.” - -Na enkele oogenblikken hadden de beide vrienden het strand bereikt en -het schip beklommen. - -Het vaartuig stiet van wal, nog voordat de inspecteur van politie het -bureau had bereikt. - -„Hebben wij proviand aan boord?” vroeg Raffles. - -„Alles wat je maar verlangt.” - -„Dan zullen we het er eens heerlijk van nemen, ik heb namelijk -vreeselijken honger.” - -„Ga mee in de kajuit, de tafel is gedekt!” - -„Prachtig, Charly! Je bent een beste kerel!” zei Raffles. - -Hij bond zich het servet onder de kin en begon, zoo kalm mogelijk, te -eten, terwijl de bark met haar witte, schitterende zeilen de blauwe -golven van de Middellandsche Zee kliefde—de vrijheid tegemoet. - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 7: DE SPEELVORST VAN -MONACO *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
