diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-22 12:15:54 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-22 12:15:54 -0800 |
| commit | 53adff050646507da637d240a293939f611a4044 (patch) | |
| tree | 02aaca1f0aafe5c898daeb80d634e60e92e84d0c | |
| parent | 7a0aab41d66c486205f3d6dc3e1e220b6ba9968b (diff) | |
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/66633-0.txt | 2986 | ||||
| -rw-r--r-- | old/66633-0.zip | bin | 37075 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/66633-h.zip | bin | 217896 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/66633-h/66633-h.htm | 4344 | ||||
| -rw-r--r-- | old/66633-h/images/lordlister.png | bin | 36856 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/66633-h/images/lordlister0006-front.jpg | bin | 117620 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/66633-h/images/p0006-01.png | bin | 15748 -> 0 bytes |
10 files changed, 17 insertions, 7330 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..bfc58d6 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #66633 (https://www.gutenberg.org/ebooks/66633) diff --git a/old/66633-0.txt b/old/66633-0.txt deleted file mode 100644 index a0c51cc..0000000 --- a/old/66633-0.txt +++ /dev/null @@ -1,2986 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 6: De dubbelganger van den -bankdirecteur, by Kurt Matull - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Lord Lister No. 6: De dubbelganger van den bankdirecteur - -Author: Kurt Matull - Theo Blakensee - -Release Date: October 30, 2021 [eBook #66633] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at - https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 6: DE DUBBELGANGER -VAN DEN BANKDIRECTEUR *** - - - - LORD LISTER - GENAAMD RAFFLES - DE GROOTE ONBEKENDE. - - NO. 6 DE DUBBELGANGER VAN DEN BANKDIRECTEUR. - - - - - - - - -DE DUBBELGANGER VAN DEN BANKDIRECTEUR. - - -EERSTE HOOFDSTUK. - -LORD LISTER, DE MENSCHENVRIEND. - - -Lord Lister leunde behagelijk achterover met over elkaar geslagen -beenen in een makkelijken fauteuil van rood leer. - -Zijn slanke, witte vingers speelden met een zilveren sigarettendoos. - -Tegenover hem zat zijn vriend Charly Brand met voorovergebogen -bovenlijf, de ellebogen op de knieën. - -„En bevalt het je nu goed hier in de eenzaamheid?” vroeg Charly. - -Lord Lister bedwong een opkomend lachje. - -„Wel, natuurlijk! ’t Is hier heel mooi!” - -„Heb je prettige buren, Edward?” - -„Ik heb mij nog niet den tijd gegeven, visites af te steken,” was het -antwoord van den lord, terwijl hij luid geeuwde en opstond uit zijn -stoel. - -Langzaam liep hij naar het venster toe, waarvoor kostbare kanten -gordijnen hingen, terwijl draperiën van wijnrood fluweel het àl te -schelle licht wat temperden. - -„Ik zou graag willen weten, wien dat parvenu-achtige huis aan den -overkant toebehoort,” merkte lord Lister op na een pauze en hij wees -naar het huis aan den overkant. - -Charly Brand kwam naast zijn vriend staan. - -„Dat huis daar met dien smakeloozen gevel? Dat zal wel het eigendom -zijn van den een of anderen rijk geworden slager. Misschien ook behoort -het een bankier!” - -„Je vergist je. De eigenaar is een oude lord, maar hij ziet er uit als -een veehandelaar. Hij schijnt zwaar aan jicht te lijden. Iederen morgen -rijdt hij naar Hyde-Park.” - -„Heb je dat allemaal van hier uit gezien?” - -„Dat allemaal, Charly—en nog veel meer.” - -„Bijvoorbeeld?” - -Brand brandde van nieuwsgierigheid. - -„Bijvoorbeeld heb ik nog opgemerkt, dat mijn asthmatische, rheumatische -buurman een heele mooie, jonge vrouw heeft.” - -„Zoo!” - -Charly’s nieuwsgierigheid veranderde in belangstelling. - -„Ben je al— — —”, hij hield op, „— — —daar— —daar— —is ze dat?” vroeg -hij eensklaps. - -Aan het tegenoverliggende venster verscheen een gestalte, in het wit -gekleed, met lichtblond haar. - -De beide heren zagen duidelijk, dat zij opgewonden door de kamer liep -en als in vertwijfeling de handen wrong. - -„Daar is ze”, sprak lord Lister, „wat zou haar schelen?” - -„Natuurlijk ruzie met haar man! Ze zal wel niet bijzonder gelukkig -zijn!” - -„Dat is te begrijpen!” - -Daar kwam het blonde hoofd weer van achter de gordijnen te voorschijn. - -Een paar groote, bedroefde oogen keken den tuin in en langs het hek, -dat het huis van den straatweg afsloot. - -„Als een gevangen vogel in een vergulde kooi,” vergeleek Charly. - -De witte gestalte ging in een leunstoel aan het venster zitten en -verborg snikkend het gelaat in beide handen. - -Lord Lister keerde zich van het venster af en keek zijn vriend ernstig -aan. - -„Een arme, lijdende vrouw—te midden van de weelderigste pracht, kon ik -haar maar helpen!” - -„Dat is altijd jouw eerste gedachte!” sprak Charly, „Jij bent een -menschenvriend van het zuiverste water, Edward! Overigens is het -denkbeeld waarlijk nog niet zoo onuitvoerbaar. Jij kunt heel -gemakkelijk als nieuwe buurman een bezoek afsteken en dan het terrein -gaan verkennen. - -„’t Blijft natuurlijk nog een andere vraag of je kunt helpen!” - -„Ik kan het probeeren. Maar ik ben bang, dat men mij niet zal kunnen -ontvangen. Een uitvlucht is makkelijk te vinden. De lord heeft drukke -zaken—mevrouw heeft hoofdpijn, enzoovoorts!” - -Zijn vriend haalde de schouders op. - -„Ja, daarmee moet je natuurlijk rekening houden, Edward!” - -Een oogenblik aarzelde lord Lister. - -Hij keek nog eens naar de slanke gestalte aan den overkant. - -Toen stapte hij met resoluut gebaar zijn slaapkamer binnen. - -Hij was in elegant visite-toilet, toen hij weer te voorschijn kwam. - -Voor den spiegel strikte hij zijn das en uit een grooten flacon -besprenkelde hij zich met een eigenaardig riekend parfum. - -Hij keek in den spiegel—en was tevreden. In zijn knoopsgat stak hij een -prachtige orchidee, toen nam hij zijn handschoenen en sloeg er zijn -vriend luchtigjes mee op den schouder. - -„Tot straks, Carlo mio!” - -„Jij bent een man van de daad, Edward!” - -Lord Lister verdween. - -Even daarna schelde Raffles aan het huis aan de overzijde aan. - -Een bediende in livrei opende en boog diep. Lord Lister gaf hem zijn -kaartje. Hij volgde den livreibediende niet door het park, maar sloeg -een zijweg in. Langs donkere dennen kwam hij over een smalle, witte -brug van berkenhout die over een beek lag. Achter een boschje hoorde -hij zeer luid snikken. - -Met een paar stappen was lord Lister op die plek en boog de takken uit -elkaar. Op een steenen bank zat daar lady Daisy Montgomery, die den -vreemdeling aanzag met een bleek, beschreid gelaat. - -„Vergeef mij mijn onbescheidenheid,” smeekte hij, zich voorstellend en -hij vertelde, dat hij als buurman een bezoek kwam brengen. - -De blonde schoonheid trachtte zich te beheerschen, terwijl de lord haar -vertelde dat hij het verrukkelijke park wat nader wilde bekijken en -toen verdwaald was. - -Zij poogde te spreken, doch snikken belette haar voort te gaan en -wanhopig zonk zij op de bank terug. - -„Mevrouw,” sprak de bezoeker geheel verward, „kan ik u misschien met -iets van dienst zijn?” - -„Ja, help mij!” klonk het toen met wanhopigen schrei, „bevrijd mij van -die duivel in menschengedaante!” - -Toen, plotseling opschrikkend, vervolgde zij: - -„Maar wat moet ge wel van mij denken. Ge kent mij niet eens!” - -Met zwakke, aarzelende stem vertelde zij hem haar lijdensgeschiedenis -van heel haar ongelukkig huwelijk. - -Het was het oude lied—het oude leed. - -Een jonge, schoone, geestelijk hoogstaande vrouw was gekoppeld aan een -ouden man, een man van laag gehalte, die, toen hij begreep, dat hij -nooit haar liefde zou winnen, haar kwelde op alle mogelijke manieren. - -De maat van haar lijden was vol—en waar het hart van vol is, loopt de -mond van over. - -Zij had zich voor haar familie opgeofferd. - -Haar vader, van ouden adel, was totaal geruïneerd. Hij had juist haar -man een bezoek gebracht en dit had aanleiding gegeven tot een nieuwe -scène. - -Lord Lister vroeg niet naar de reden van dit bezoek, toen lady -Montgomery zweeg. - -„En is er niets, dat eenige vreugde brengt in uw treurig leven?” - -„Als mijn ouders slechts onafhankelijk van hem waren of als het hun -slechts mogelijk was, weer in het bezit van hun kostbare -familiejuweelen te geraken—” - -Het geluid van stemmen deed haar ophouden. - -„Het spijt mij, dat ik het niet met u eens ben, baron Bassing”, hoorde -men iemand zeggen op hoonenden toon, „het is u zeker hetzelfde, op -welke wijze ik de vordering heb ontvangen, een feit is het, dat zij -bestaat. Een feit is het ook, dat ik totnogtoe geen cent heb -teruggekregen. Ge hebt mij wel een onderpand gegeven, maar wat zijt ge -nu verder van plan te doen?” - -Rillend verborg Daisy het gelaat in de handen. - -„Mijn man”, stamelde zij, „en mijn arme vader.” - -„Laat ons gaan, opdat wij geen ongewenschte toehoorders worden,” stelde -lord Lister voor. - -Maar zij maakte een ontkennend handgebaar en tegelijkertijd klonk een -zachte, welluidende stem. - -„Ge vergeet, Montgomery, dat mijn dochter Daisy, toen zij uw aanzoek -aannam, de voorwaarde maakte— —” - -Een spotlach belette den baron verder te gaan. - -„De voorwaarde stelde—neen maar, die is goed! Dat lijkt op afpersing, -baron! Ik heb destijds die vrouwengril ingewilligd. Natuurlijk denk ik -er geen oogenblik aan, dat belangrijke ding uit handen te geven.” - -Een gloeiende blos kleurde het gelaat der schoone vrouw. - -Haar man vervolgde: - -„Ik geef u nogmaals een termijn, baron! Als ge dan uw verplichtingen -weer niet nakomt, zijn de juweelen mijn eigendom geworden—” - -Men hoorde een heftige tegenspraak—toen waren de beide heeren -voorbijgegaan. - -„Is het speelschuld?” vroeg lord Lister fluisterend. - -„Ja,” antwoordde Daisy en na een pauze vervolgde zij: - -„Ik heb mij opgeofferd, maar het offer bracht ik te vergeefs”. - -Met vlammende oogen richtte zij zich op. - -Haar schoonheid had op dat oogenblik iets duivelsch en in stomme -bewondering volgden lord Listers oogen de lijnen van haar slanke -gestalte met den gouden haartooi. - -„Het water steeg mijn vader tot de lippen, toen hij zijn hooge -speelschuld moest betalen en om zich te redden, nam hij de hulp aan van -Montgomery, die aanbood hem te helpen doch dit deed tegen ongelooflijke -woekerwinsten. - -„Terwijl die geschiedenis zich afspeelde, kwam Montgomery natuurlijk -druk bij ons aan huis. Den meesten tijd bracht hij dan door in de -studeerkamer van mijn vader. Ook werd hij bij ons aan tafel genoodigd -en dan legde hij tegenover mij steeds een dwaze galanterie aan den dag. - -„Ik nam natuurlijk die beleefdheid van den ouden heer heel nuchter op, -totdat ik op zekeren dag moest ervaren, dat het bittere ernst was. - -„Op zekeren dag zocht hij mij in het park en toen maakte hij het mij -zóó lastig, dat ik hem ruw terugwees. - -„Tandenknarsend ging hij heen en ik verkeerde in de veronderstelling, -dat ik nu voorgoed van hem af was. - -„Maar de mensch wikt— — — - -„Intusschen scheen het, alsof de oude glans en praal weer terugkeerde -in ons huis. Mijn ouders herleefden, mijn broer Guinny kon de -officiersuniform blijven dragen, schulden werden gedelgd en nieuwe -inkoopen gedaan. - -„Maar het geluk gaat op wieken en op zekeren dag was het weer -weggevlogen. - -„Montgomery had verscheiden wissels van mijn vader opgekocht en bood -deze nu aan op een tijd, toen onze financiën door beursspeculaties er -allesbehalve gunstig voorstonden. Om de maat vol te meten kwam op -zekeren avond mijn broer Guinny bleek en verstoord thuis en biechtte, -dat hij duizend pond sterling had verspeeld. Hij smeekte vader, hem -niet ongelukkig te maken en hem de som te verstrekken. - -„Zijn schuldenaar was—sir Montgomery! - -„O, hoe haat ik dien satan in menschengedaante, die de macht van het -geld zoo schandelijk misbruikt! - -„Maar luister verder! - -„Mijn vader zette allen trots op zij en deelde Montgomery den juisten -stand van zaken mee. Hij luisterde met over elkaar geslagen armen. - -„Toen vroeg hij een onderpand voor het geleende kapitaal en met -bloedend hart gaf mijn vader hem de kostbare familiejuweelen. - -„Laat ik kort zijn! - -„De speelschulden van mijn broeder noodzaakten vader opnieuw aan te -kloppen bij den schurk. - -„Tegen zijn verwachting werd hij terstond geholpen! Maar toen kwam het -vreeselijke! Montgomery stelde een verschrikkelijke voorwaarde!” - -Door smart overweldigd zweeg lady Montgomery. - -Lord Lister greep haar smalle koude hand. - -„Ik weet nu alles, madame”, sprak hij op weeken toon, „hij vroeg u tot -vrouw. Nietwaar?” - -Zij knikte droevig en een traan viel van haar lange wimpers. - -„God alleen weet, hoe ik geleden heb, voordat ik daartoe besloot,” -fluisterde zij onder tranen, „dag en nacht heb ik gestreden, totdat ik -toevallig in een aangrenzende kamer achter de portiêre er getuige van -was, dat mijn vader de hand aan zich zelf wilde slaan. - -„Met één sprong was ik hem terzijde en ontrukte hem de revolver. - -„Deze beslissing werkte beslissend over mijn leven. Zonder mij nog een -oogenblik verder te bedenken, nam ik het aanzoek aan, doch -tegelijkertijd stelde ik de voorwaarde, dat de kostbare familiejuweelen -weer aan mijn ouders zouden worden teruggegeven. De lord beloofde dit -na het huwelijk te zullen doen. - -„Hij heeft zijn woord niet gehouden.” - -„Bewaart hij die juweelen zelf?” vroeg Lord Lister. - -„Ja,” antwoordde Daisy, „hij verbergt ze, alsof ze zijn eigendom waren, -in een brand- en inbraakvrije kluis.” - -„Ik ga nu heen, madame,” sprak Lord Lister, „ge kunt steeds op mijn -hulp rekenen.” - -„Daar komt mijn man terug,” viel ze hem in de rede. „Ik ga mijn armen -vader opzoeken.” - -Met deze woorden verdween zij in het park, terwijl lord Lister den -grondbezitter te gemoet ging, die het visitekaartje van den bezoeker in -de hand hield. - -„Ik zoek u al geruimen tijd, lord, maar ik zie dat mijn echtgenoote u -gezelschap heeft gehouden.” - -„Ja, die eer is mij te beurt gevallen. Ik had het genoegen—” - -Lord Montgomery viel hem in de rede. - -„Wij hadden eigenlijk al kennis met elkaar gemaakt, voordat gij mij een -bezoek bracht,—al was het ook slechts op een afstand. Ik heb u reeds -herhaalde malen bewonderd, als gij op uw prachtigen goudvos wegreedt. -Maar laat ons in huis gaan,” liet hij er op volgen. - -De heeren gingen met elkaar naar binnen, en namen plaats in -gemakkelijke fauteuils. - -„Gevoelde mijn vrouw zich niet al te wel?” - -„Neen, uw vrouw scheen zware hoofdpijn te hebben.” - -„Allemaal kuren, niets dan kuren. ’t Heeft natuurlijk weer geen zier te -beteekenen,” sprak de liefhebbende echtgenoot. - -Lord Lister keek de kamer eens rond. - -Deze was met zware eikenhouten meubels gestoffeerd. Op een tafeltje, -dat met parelmoer was ingelegd, stond een kostbaar kistje van gedreven -zilver. - -Lord Lister bekeek het met belangstelling. - -„Bewaart ge uw schatten daarin?” vroeg hij langs zijn neus weg. - -„De hemel beware mij, dat zou immers onverantwoordelijk zijn,” -antwoordde Montgomery, „die bewaar ik in een brand- en inbraakvrije -kluis, hier onder deze kamer, in een getralied gewelf”. - -De heeren praatten nog geruimen tijd over de jacht en andere vermaken, -tot lord Lister opstond om heen te gaan. - -„Dit wilde ik u nog zeggen,” sprak de gastheer, „vandaag over een week -geven wij onze eerste groote partij. - -„De uitnodigingskaarten zijn nog niet verzonden,—maar ik hoop toch, dat -wij op uw tegenwoordigheid mogen rekenen?” - -De oogen van Raffles schitterden even. - -Hij nam de uitnoodiging gaarne aan. - -De heeren wisselden nog eenige beleefdheden, en toen stond Raffles op. - -„Ik mag dus op u rekenen?” - -„Met veel genoegen.” - -Een bediende opende de deur, en terwijl hij zich verwijderde, zag lord -Lister achter in het park de lichte japon der beklagenswaardige vrouw, -naast een voornaam uitzienden heer, met witte haren. - -Charly Brand wachtte zijn vriend met gespannen belangstelling. - -Bij zijn thuiskomst liep hij naar hem toe, en keek hem nieuwsgierig -aan. - -„Je komt laat Edward! Heb je wat nieuws gehoord daar aan den overkant?” - -„Ja, dat heb ik.” - -„Wat is het! Houd mij niet te lang in spanning?” - -Raffles dacht er niet aan, iets te vertellen. - -„Ik moet nu weg, Charly. Ga je een eindje met me mee?” — — — — — — - - - - - - - - -TWEEDE HOOFDSTUK. - -IN HET HOL VAN DEN CYCLOOP. - - -In het donkerste Londen, aan het eind van een duistere, morsige -zijstraat, staat een oud, vervallen huis. - -Door de vensters, waarvoor geen gordijnen hangen, kijken dikwijls -woeste, ruwe gezichten, als schelle hulpkreten door de straat snerpen. - -Dan luisteren die woestaards om te spieden of iets van hun gading is, -en even later verdwijnen de gelaatstrekken weer. - -Iederen nacht vallen er slachtoffers in deze straat, maar nooit komt -iemand de bedreigden te hulp, die in een donkeren hoek worden gelokt en -dan worden uitgeschud en vermoord. - -Ontelbare boeven hebben hier hun schuilplaatsen in de vele kroegen. Ook -in het oude huis op den hoek, voert een oude vervallen wenteltrap naar -een kelderwoning, waar een kroeg wordt gehouden. - -Een goedgekleede jongeman was juist de trappen afgedaald. - -Beneden gekomen klopte hij drie keer aan. - -Onmiddellijk werd een grendel terzijde geschoven. - -Een luid hallo! begroette den binnentredende, die de pet van het blonde -hoofd nam. - -„Alle drommels, oude jongen, slaap je? Zeg Cycloop, geef nu gauw een -whisky!” - -De eenoogige herbergier haastte zich te brengen wat hem gevraagd werd, -terwijl allen, die in de kroeg aanwezig waren in een kring zich -schaarden om den blonden jongen. - -Nu verscheen de Cycloop met de gevulde glazen. - -Uit een ruw, onverschillig gelaat staarde een grijs-groen oog met -bloederige randen uit de holte. De gladgeschoren vierkante kop stond op -een langen hals. Zijn gestalte was hoog en stevig. Allen stootten aan. - -„Dat is een goede dag, kerels,” riep een klein mager mannetje uit. -„Eerst heeft Zwarte Samuel een rondje gegeven, en nu zet Blonde Jimmy -de kroon op het werk. Lang leven Blonde Jim en Zwarte Sam!” - -Ze stootten nogmaals aan. - -„Vertel eens op kerel, hoe ben je aan de duiten gekomen? Heb je ergens -een lade gelicht?” - -De anderen brulden van pret. - -„Pas op,” riep Jim, „hou je bek, of ik sla er op.” - -„Ga zitten, Jimmy,” suste de Cycloop, „en vertel ons de geschiedenis -van je mazzematten. Of wil je die bron net zoo geheim houden als Zwarte -Sam?” - -„Ja, ik zal het jullie vertellen.” En Jim sprong op de massief -eikenhouten tafel. - -„Ik zat dan weer eens voor den zooveelsten keer in nieuwe moeilijkheid -en keek voortdurend te vergeefs uit naar een goed zaakje. - -„Ik ging wat bungelen voor de Washington-Street. En terwijl ik in de -winkelvensters mijn mooie beeltenis sta te bewonderen, krijg ik -plotseling een fijn idee. En nauwelijks is dat idee in mijn kop, of ik -moest het ook uitvoeren, want het jeukte in al mijn vingers. - -„Vroolijk zwaaide ik mijn wandelstokje en neuriede een wijsje, terwijl -ik een kleinen winkel binnentrad. - -„Met voorbedachten rade had ik geen groote zaak uitgekozen, omdat ik -liefst zoo weinig mogelijk toeschouwers wenschte. Ik had mij er van -overtuigd, dat binnen in den winkel slechts één persoon zich bevond, -een jongen, met een gezicht vol zomersproeten en melkboerenhondenhaar. - -„Dus ging ik binnen.” - -„Wat verlangt mijnheer?” - -Met deze woorden kwam de sproetige naar voren. - -Lachend zette ik mijn cylinder op de toonbank. „Doe dien vol stroop,” -beval ik. - -Hij keek me verbluft aan, en scheen aan mijn verstand te twijfelen. - -„Gauw een beetje,” zei ik, „het gaat om een weddenschap. Hier vlak bij, -in Waterloo-Hotel! Gauw wat, ik heb geen tijd.” - -De sproetige grijnsde over zijn geheele gezicht. - -„Maar meneer, die mooie zijden hoed!” - -„Dat komt er niet op aan,” zei ik, „de weddenschap brengt me heel wat -meer op.” - -Hij grijnsde met een mond, die tot zijn ooren wegtrok en begon achter -de toonbank den hoed met de kleverige stof te vullen. - -„Wat kost het?” vroeg ik. - -„Precies een schilling”, antwoordde hij. - -Ik legde een banknoot van een pond op de toonbank, die ik even tevoren -een dame had gerold. - -Langzaam trok hij de geldla open om mij terug te geven, maar in -hetzelfde oogenblik greep ik den hoed vol stroop en stolpte hem dien -krachtig over het hoofd! - -Ik verzeker jullie, jongens, dat het een allemachtig lollig gezicht -was. - -Fluks haalde ik het geld uit de la, greep de pet van den jongen, die -aan een spijker hing en maakte mij uit de voeten. - -De kerel kon niet schreeuwen, zijn mond was hem dichtgekleefd met een -lekker zoet pleistertje en zien kon hij ook niets, want voor zijn oogen -was het stikdonkere nacht!” - -De luisteraars hadden af en toe den verteller onderbroken door luid -gelach, waaraan dit keer schier geen eind scheen te komen. - -„Hallo! Daar achter zit nog iemand!” riep Jimmy en inderdaad zat daar -op een bank in elkaar gedoken, een eenzame gestalte. - -„Zeg, Heinrich, zit je te spinnen?” brulde een pokdalige kerel, en een -tweede voegde erbij: - -„Zeg, Heinrich, met de gebeten wangen, treur je nog altijd om rooie -Sien? Die komt toch niet terug!” - -„Kom, drink eens leeg”, moedigde Jim hem aan, terwijl hij hem bij den -arm greep. - -Een somber, verstoord gezicht, op een der wangen een vreemd litteeken, -als veroorzaakt door een menschenbeet, keek op. - -„Wat is er met rooie Sien?” vroeg Jim. - -„Die is er vandoor gegaan,” antwoordde een der anderen met ruwen lach, -maar Charles, een monteur, verklaarde: - -„Sien was Heinrichs liefje. Kort geleden hebben ze samen juweelen -gestolen. Iederen dag hadden ze ruzie om de verdeeling van den buit, -totdat rooie Sien een paar dagen geleden plotseling verdwenen is— —” - -In hetzelfde oogenblik had een der kerels een gummistok opgenomen, die -op tafel lag. - -Hij hield het gevaarlijke wapen als een fluit voor den mond, en terwijl -hij op smachtenden toon een bekend wijsje floot, begon Zwarte Sam te -zingen: - - - „Ach, waar is zijn liefje gebleven, - Ach waar is zijn brave vrouw, - Lief Sientje heeft snood hem verlaten, - Zij bleef hem niet langer trouw!” - - -En de heele bende viel in koor in: - - - „Lief Sientje heeft snood hem verlaten - Zij bleef hem niet langer trouw!” - - -„Ellendelingen!” brulde de geplaagde, terwijl hij, de vuisten gebald, -opsprong. - -De toornader op zijn voorhoofd was hoog gezwollen, de verglaasde oogen -schenen uit het hoofd te zullen vallen. Een dierlijke woede sprak er -uit zijn trekken. - -Hij vloog op Zwarte Sam af en greep hem in de keel. - -„Halt!” donderde plotseling een doordringende mannenstem. - -Verschrikt stoven allen uit elkander. - -„De groote onbekende!” werd gefluisterd. - -Hoog opgericht stond daar een slanke mannengestalte in elegant pak, het -gelaat verborgen achter een zwart masker. - -Weelderig donker haar kwam onder zijn cylinder vandaan. Zijn slanke -gestalte gaf hem iets vorstelijks. - -Zonder een enkel woord te spreken, keek hij dreigend van den een naar -den ander, toen verdween hij. - -De cycloop schonk aan het buffet verschillende dranken in en volgde -toen den vreemdeling. - -De anderen spraken slechts fluisterend. - -Heinrich met de gebeten wang was al weer vergeten. - -Daar kraakte de deur opnieuw. - -„Jim en Jack, ga naar binnen”, meldde de cycloop. - -Het tweetal haastte zich, aan dit bevel gehoor te geven. - -Zij gingen de deur uit en kwamen in een donkere gang, waar zij vlak -achter elkander loopend, voorzichtig voortschoven. - -Matrozen-Jack scheen den weg beter te kennen dan Jim. Hij bracht den -kameraad zwijgend door een doolhof van gangen. - -„Zie je, Jack,” viel Jim eensklaps in, „’t is toch een groote eer voor -ons, dat de chef juist ons liet roepen.” - -„Hou je bek,” snauwde Jack. - -Zij hielden stil voor een deur. - -Jack klopte drie keer. - -„Binnen”, klonk een metalen geluid. - -Zij openden de deur en betraden een elegant gemeubelde kamer. - -Op een tafel stonden de dranken, door den cycloop ingeschonken, voorts -een nog onaangeroerd ontbijt, een flesch wijn en een kistje sigaren. - -John Raffles, de gemaskerde, zat in een leunstoel. - -„Goeden avond,” sprak hij. - -Voor hem op tafel lagen klinkende, nieuwe inbrekerswerktuigen en in een -hoek naast de kachel stond een groote, geopende koffer, waarin een -zuurstofapparaat van de nieuwste vinding zich bevond. - -„Gaat zitten,” zei Raffles met een uitnoodigende handbeweging. - -Hij schoof het kistje sigaren naar het tweetal toe, dat zich bediende -en dankend boog. - -Eerst toen het tweetal rookend was, begon de meesterdief te spreken. - -„Ik heb een grootsch plan,” begon hij, „waarbij ik een paar van jelui -noodig heb. - -„Hoe staat het met jullie instrumenten?” - -Matrozen-Jack grijnsde. - -Toen keek hij met begeerigen blik naar het werktuig, dat op tafel lag. - -„Bij de laatste inbraak heb ik al mijn beste spulletjes er bij -ingeschoten, chef!” - -John Raffles nam een paar van de stalen voorwerpen en overhandigde ze -den verheugden Jack. - -Ook Jim werd van het noodige voorzien. - -„En nu kunnen we overgaan tot de orde van den dag,” merkte hij op, „de -plaats voor jullie werk is het huis van lord Montgomery. ’t Is te doen -om kostbare familiejuweelen! - -„De kast, die geopend moet worden, is van het allernieuwste systeem. -Zij staat in het gewelf, dat in het sousterrain is gelegen. Morgen is -er een groote partij, de nachtelijke uren tusschen elf en één is de -beste tijd om den slag te slaan.” - -Hij stond op en grendelde de deur. - -Op fluistertoon ging hij toen verder. - -Geruimen tijd later gingen de bezoekers weg, en door de donkere gangen -bereikten zij al spoedig hun kameraden weer. - -De handen op den rug, liep de groote onbekende de kamer op en neer. - -Voor den koffer bleef hij toen staan en keek naar den inhoud. - -„Wij zullen de familie Bassing weer in het bezit stellen van haar -eigendommen, oude vrek”, mompelde hij tusschen zijn witte tanden. - -Zijn oogen fonkelden achter het zwarte masker, zijn borst zwoegde. - -Een zilveren pendule sloeg het middernachtelijk uur. - -De kaarsen in de zilveren kandelaars flikkerden en wierpen onzeker -lichtschijnsel op het schoone, zwart gemaskerde gelaat. - -Buiten huilde de storm en de kleine keldervensters klapperden achter de -kostbare gordijnen. - -Raffles was naar de schrijftafel gegaan en ging er voor zitten. - -Uit een ivoren kistje nam hij papier en enveloppen. Het was fijn, -sterk—zwart papier. Links boven in den hoek waren twee, in goud -uitgevoerde inbrekerswerktuigen als initialen door elkaar geslingerd en -daaronder het gouden monogram J. C. R. - -In den schedel van een doodshoofd die voor inktkoker diende, doopte hij -een pen en met rooden inkt schreef hij op den zwarten ondergrond. - -Daarna zegelde hij den brief en drukte op den knop van een electrische -schel. - -De Cycloop verscheen op den drempel. - -„Post dezen brief!” beval Raffles op korten toon, „en laat Jim en Jack -weer boven komen om proeven te nemen met het termit-apparaat.” - -Een oogenblik later verscheen het tweetal opnieuw. - -Een pantserplaat werd tegen den muur gezet en ijzeren, met zuurstof -gevulde flesschen klaar gemaakt. - -Een gummislang werd met den inhoud der flesschen in verbinding gebracht -en het uiteinde aan een blaas bevestigd. Uit de zuurstof kwam een -sterke, sissende vlam te voorschijn. Een gedeelte van de pantserplaat -werd nu bestreken met termit, een smeltmiddel en de vlam op deze plaats -gericht. - -Spookachtig klonk het sissen der vlam en het boren der -inbrekerswerktuigen door de stilte van den nacht. - -„Moeten wij de ijzeren flesschen ook meenemen?” vroeg Jim den -meesterdief op fluistertoon. - -„Neen”, antwoordde deze kalm, „wij nemen alleen breekijzers, boren en -schroeven mee.” - -Er viel iets op den grond. - -Uit den broekzak van Matrozen-Jack was bij het bukken een gummistok -gegleden. - -„Wat is dat?” vroeg Raffles. „Maak jij van zulke instrumenten gebruik, -ouwe jongen? Pas op, Jack, wees voorzichtig! Doe geen dingetjes, die -niet geoorloofd zijn in mijn dienst, want dan heb ik je niet meer -noodig! Een laffe moordenaar behoort niet bij mijn mannen! Een -menschenleven is ons heilig!” - -De morgen daagde reeds, toen de mannen heengingen— — - - - - - - - - -DERDE HOOFDSTUK. - -DE RHAPSODIE VAN LISZT. - - -„Wel, lord Hoensbrook”—onder dezen titel was John C. Raffles -geïntroduceerd—„wat ge daar vertelt van naastenliefde en humaniteit -zijn dwaze droomen van een idealist!” - -Het was Montgomery’s vette stem, die deze woorden sprak, „dat zijn -dingen, die niet meer thuis hooren in de huidige samenleving. Onze -wereld is modern, menschenliefde is uit den booze. Gij zijt nog jong, -gij kent de menschen nog niet! Ik voor mij ben het principe toegedaan -om niet te veel te kijken naar links en naar rechts. Ik zorg voor mij -zelven!” - -En lord Montgomery streek eens langs zijn kalen schedel. - -„Maar ik weet, lord Hoensbrook,” vervolgde de oude, „dat uwe -levensprincipes heel andere zijn. Hoe komt dat zoo?” - -„Omdat ik vind, dat egoïsme steeds berust op een minderwaardig -karakter!” - -„Zóó, meent ge dat? Laat ons daarover maar niet strijden. Ik zie, dat -men aanstalten maakt om aan tafel te gaan en eerlijk gezegd, geef ik -meer om truffels, oesters en champagne dan om de heele moderne -wereldhervorming!” - -Raffles deed zich alle geweld aan om hoffelijk te blijven. - -„Ge moet niet al te zeer gesteld zijn op lekkere beetjes, lord -Montgomery,” schertste hij. „Een aardig gezegde luidt: - - - „Verwen je buik niet al te zeer, - Hij is een ondankbare gast, - Als ge ’t lekkerste hem geeft - Is hij u ’t meest tot last!” - - -„Dat is waar, dat is volkomen waar—en ’t is heel aardig ook,” lachte -lord Montgomery op kirrenden toon. - -Zij voegden zich bij de andere gasten. - -Alle kamers waren helder verlicht. - -Geluidloos liepen de bedienden af en aan. - -Alle gasten schenen aanwezig te zijn. - -Montgomery gaf alleen dergelijke feesten, omdat zijn mooie, jonge vrouw -erop aandrong. Gastvrijheid behoorde nu eenmaal niet tot zijn deugden. - -Vele dames waren aanwezig, doch de schoonste van alle was verreweg lady -Daisy. - -Haar lang, slepend gewaad van zeegroene zijde was geborduurd met -zilveren waterlelies. Haar schoone, weemoedige oogen zochten lord -Lister. - -Hij was de aangebeden lieveling der vrouwen en ook hedenavond weer was -hij het middelpunt der dames. - -Na het diner ging het gezelschap naar de muziekzaal, waar een heerlijke -Bechstein-vleugel tot spelen noodde. - -Lord Lister was naar den rooksalon gegaan, waar hij een Havanna opstak. - -Daarna betrad hij het balkon. Haastig keek hij rond en boog zich toen -voorover. - -Van buiten af klonken, op meesterlijken toon gefloten, de eerste maten -van de bekende Hongaarsche Rhapsodie van Liszt. - -In de schaduw tegen een palm geleund luisterde hij en toen de tonen -ophielden, floot hij klaar en duidelijk de melodie verder. - -Daarna ging hij naar de muziekzaal terug, waar op levendigen toon werd -gedebatteerd over Sonaten van Beethoven en Wagneriaansche muziek. - -Een oogenblik luisterde hij zwijgend, daarop wendde hij zich tot een -der hem omringende dames. - -„Zult gij ons niet eens het genoegen verschaffen, lady Mountleroy, om -iets voor ons te spelen?” - -„O”, lachte de dame, „ik speel afschuwelijk!” - -„Vischt ge naar complimentjes, madame?” vroeg hij, zich vooroverbuigend -en de dame in de oogen kijkend. - -„Neen, o, neen, ik haat vleierij, lord — —” - -„Lord Hoensbrook!” smeekten thans wel twintig stemmen. „Speelt gij eens -iets voor ons!” - -Lachend liet Raffles zich naar den vleugel dringen. - -Ook de heeren waren nu naderbijgekomen. - -Zachtjes preludeerde Hoensbrook. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -„Maar dat is ongelooflijk, dat is om dol te worden!” - -„Ja, die brutaliteit gaat toch te ver!” - -Met deze woorden traden eenige heeren nog binnen. - -„Welke brutaliteit?” vroeg een der gasten. - -„Weet ge het nog niet?” vroeg Montgomery. - -„Neen!” - -„Ik heb vanmorgen den zwarten brief gekregen”. - -Hoensbrook preludeerde verder. - -Hij verstond ieder woord, hoewel de heeren zachtjes spraken. - -„De zwarte brief? Wat is dat? Ik heb wel eens van een blauwbrief -gehoord—” zei een jong officier. - -„Met een zwarten brief”, verklaarde de gastheer, „kondigt de beruchte -inbreker John Raffles telkens zijn bezoek aan.” - -„Maar dat is interessant, en gij— —” - -„Sst, zachtjes! Anders worden de dames ongerust! Ja, hij heeft mij zijn -bezoek aangekondigd. Natuurlijk heb ik dadelijk een detective besteld -om mijn brandkast te bewaken. Voor vandaag nu alles op de been is, -achtte ik zooiets niet noodig. Maar voorzichtigheid hindert nooit, ik -heb twee bedienden de wacht laten houden in het portaal!” - -Hoensbrook lachte even. - -„Lord Hoensbrook,” vroeg een dame, wie het preludeeren te lang duurde, -„wat zult ge straks gaan spelen?” - -„Wilt ge een rhapsodie van Liszt?” vroeg hij. - -„Dolgraag!” - -Allen stemden mee in. - -En plotseling speelde Hoensbrook met sterken aanslag. - -Meesterlijk vertolkte hij de woeste, bruisende melodie, de schoone -muziek, die alles overstemde en die iedereen dwong tot ademloos -luisteren. - -Hij werd met loftuitingen overladen. - -Een dame nam zijn plaats in om een lied van Mendelssohn te zingen. - -Onderwijl verliet Hoensbrook stil de kamer. - - - - - - - - -VIERDE HOOFDSTUK. - -EEN BRUTALE INBRAAK. - - -Vlug snelde Raffles de kamers door en vloog toen de trap af. - -Hij ontmoette geen sterveling, en zoo kwam hij in het gewelf, waar de -brandkast stond met de juweelen. - -Uit zijn zak haalde hij een looper te voorschijn en onhoorbaar wist hij -zich toegang te verschaffen tot de kluis. - -Daar zag hij twee donkere gedaanten, die bezig waren, -inbrekerswerktuigen gereed te leggen. - -Toen Raffles binnenkwam, keken Jack en Jim doodelijk verschrikt op. - -Zij maakten zich al klaar om den onwelkomen gast te lijf te gaan. - -Maar Raffles floot zachtjes. - -„O, chef”, stamelde Jack, „ik dacht, dat we gesnapt waren!” - -„Heb jullie gedaan, zooals ik gezegd heb?” - -„Ja, meester! Wij hebben, toen gij dat woeste stuk op de piano’s -speeldet, de ijzeren tralies doorgevijld. Toen ging verder alles goed”. - -Raffles lachte. - -Hij keek naar de doorgevijlde tralies, die netjes weer op hun plaats -waren gezet. - -Daar ontdekte hij plotseling de roerloos uitgestrekte gestalte van den -detective. - -„Wat is dat?” vroeg hij op korten toon. - -Jack keek om. - -„Wat is dat? Spreek op!” - -„Chloroform, chef!” - -„Dan komt de man gauw weer bij”. - -„Niet zoo heel gauw!” - -„Waarom niet?” - -„Ik heb hem op z’n kop getimmerd!” - -„Waarmee?” - -„Met den zandzak!” - -„Had dat niet anders gekund?” - -Raffles keek verstoord. - -„Onmogelijk, chef!” antwoordde Jack. „Ik dacht, dat de chef tevreden -zou zijn over ons werk. - -„Toen wij de tralies hadden doorgevijld, kropen we door het venster. - -„In hetzelfde oogenblik echter sprong een kerel naar ons toe. - -„Ik hield hem toen dadelijk een spons met chloroform onder den neus, -waarna hij bewusteloos neerviel. - -„Om zeker te zijn van onze zaak, heb ik hem nog even op den kop getikt. - -„Maar er zal hem geen kwaad geschieden, chef!” - -„Kom, jongens, dan aan ’t werk”, sprak Raffles, die zijn rok uitdeed en -deze voor het venster hing, opdat alles ongestoord kon geschieden. - -Jack onderzocht de ijzeren brandkast en Jim bracht het termitapparaat -in orde, terwijl Raffles een gasvlam ontstak. - -„De gummislang”, beval hij. - -Jim reikte deze aan. - -Jack had de goede plaats al gevonden, waar het ijzer het gemakkelijkst -kan worden afgesmolten. - -„Vooruit!” - -Raffles oogen schitterden. - -Nu was hij, de meesterdief, de gentleman-inbreker weer in zijn element. - -Hij deelde bevelen uit, hij nam de gummislang en liet de vlam suizen -langs de door Jack aangewezen, niet termit bestreken plek. - -Geluidloos arbeidde hij voort, niets werd vernomen dan het sissen der -vlam. - -Aan de deur luisterde Jim en Jack volgde met de grootste belangstelling -het werk van den meesterdief. - -In het park ruischten de boomen in de avondkoelte, een hond blafte. - -Van boven af klonk het gedempte gezang door in Raffles’ ooren, maar -overigens was alles rustig. - -Plotseling werden stemmen vernomen. - -In een oogenblik had Raffles het gas uitgedraaid en in volslagen -duisternis stonden de drie mannen ademloos te luisteren. - -„Die oude kerel is toch wel benauwd voor zijn kostbaarheden”, klonk de -stem van een bediende, „wij moeten hier staan smachten om de dieven af -te weren, in plaats dat we in de keuken ons kunnen te goed doen aan -gebraad en wijnresten.” - -„Kom, James, laat ons maar naar de keuken gaan”, zei de ander, „geen -sterveling zal er iets van merken!” - -„Wel, natuurlijk! Er gebeurt niets!” - -„Ga je mee?” - -„Ja!” - -De mannen trokken af. - -Het licht ontvlamde weer. De gasvlam lekte met begeerige tong langs het -metaal, als wilde zij met geweld in het ijzer dringen. - -Het drietal werkte zwijgend voort. - -„Nu zullen we niet meer gestoord worden”, fluisterde Jack met een -grijns. - -Raffles antwoordde niet. - -Hij was veel te druk aan het werk. De staalplaat werd hoe langer hoe -dunner. - -Buiten blafte nog steeds de hond. - -„Die schijnt lont te hebben geroken”, fluisterde Jim. - -„Niet benauwd worden”, lachte Raffles, „ben je bang voor de -gevangenis?” - -Jim werd rood. - -Hij voelde zich gekrenkt in zijn inbrekerseer. - -„Er kan wel eens een agent buiten staan en dan zou het jammer zijn van -al de moeite”, verontschuldigde hij zich. - -„Gauw het breekijzer, Jack”, beval Raffles. - -In het ijzer vertoonde zich nu een groot gat. - -Jack reikte het breekijzer over. - -„Nu voorzichtig!” - -Raffles nam het werktuig. - -Een ruk—een kort gekraak—de kast was open! - -Kalm onderzocht Raffles den inhoud. - -Aan baar geld was er niet al te veel, ongeveer 500 pond. - -In een hoek echter stond een groot étui van lila fluweel. - -Raffles opende het. Daar lagen de juweelen van Daisy’s familie. - -Voorzichtig sloot hij het étui. - -Daarna nam hij een handvol banknoten en verdeelde ze onder zijn bende -helpers, die onder stormachtige dankbetuigingen het loon aanvaardden. - -Het etui liet Raffles in zijn borstzak glijden. - -„Zorgt nu, dat je hier heelhuids vandaan komt,” zei hij tot Jim en -Jack. - -Hij zelf deed zijn rok weer aan, opende behoedzaam de deur en kwam zoo -ongezien weer in de veranda, waar hij in een leunstoel ging zitten als -om eens volop te genieten van den heerlijken zomernacht. - -Hij keek den straatweg op. - -Twee donkere gedaanten verlieten zoo juist het park en verdwenen snel. - -„Zoo, lord Hoensbrook, zit ge hier te dwepen in den maneschijn, terwijl -de dames naar u uitzien en verlangen?” - -Een jong grondeigenaar sprak hem aldus aan. „En weet ge al dat er voor -de dames een waarzegster komt?” - -„Ja, dat weet ik, lady Montgomery sprak er mij eenige dagen geleden -over!” - -„’t Is natuurlijk een kolossale onzin, zoo’n waarzeggerij, vindt ge ook -niet, lord Hoensbrook?” - -„Och, de waarzeggerij van tegenwoordig is al niet veel anders dan die -van het orakel van Delphi. Zoo’n beetje kijk hebben in de toekomst,” -antwoordde de gevraagde. - - - - - - - - -VIJFDE HOOFDSTUK. - -DE HEKS VAN SUFFEX. - - -Jack en Jim snelden voort. - -Toen zij, een eind achter het station, aan een kruisweg kwamen, namen -zij afscheid van elkander en Jim ging in een droge sloot op den loer -liggen. - -Geen geluid werd gehoord. - -Hij keek op zijn horloge. Het was kwart voor twaalf. - -Daar kwam iemand langs de sloot, het was een oude vrouw. - -Bliksemsnel sprong Jim op. - -De oude deinsde verschrikt achteruit. - -„Hallo! Oude heks, waar ga je naar toe?” - -„Naar het kasteel, ik moet den mooien dames de toekomst voorspellen.” - -In een oogenblik had Jim de oude gebonden en in de sloot gesleurd. - -„Hou je bek, ouwe, of ik vel je neer. Geef mij dadelijk je -bovenkleeren!” - -Bevend aan alle leden ontdeed de vrouw zich van haar bonten halsdoek, -jak en rok. Daarna knoopte zij ook haar hoofddoek af. - -Jim nam alles op en begon zich te verkleeden. - -Den hoofddoek trok hij diep in de oogen, daarna haalde hij een doosje -okerextract voor den dag en wreef zijn gelaat daarmee in, zoodat hij -niet meer van een oud zigeunerwijf was te onderscheiden. - -Hij legde de oude vrouw gebonden neer en wierp zijn jas over haar heen. - -„Ziezoo, ouwe draak, nu zul je tenminste niet bevriezen,” hoonde hij, -„over een poosje krijg je je lompen terug!” - -Hij ging den weg, dien hij gekomen was en een poosje later stond hij -voor het huis van Montgomery, dat de oude als „het kasteel” had -aangeduid. - -Op de veranda zag hij twee heeren staan. - -In de een herkende hij terstond Raffles en ook deze had hem opgemerkt. - -Een lachje speelde om lord Listers schoon gevormden mond. - -„Het wordt koel,” sprak de jonge grondeigenaar, „laat ons naar binnen -gaan, voordat wij verkouden worden.” - -„Verkouden? Het is hier zoo verrukkelijk mooi in dezen heerlijken -zomernacht.” - -Daar sloeg de torenklok met metalen slag het middernachtelijk uur. - -„Hu! Het spookuur!” lachte Raffles. - -„Nu zullen wij een grap beleven, als de oude Zigeunerin komt,” zei de -ander. - -Geluid van stemmen drong tot hen door. - -„Zij schijnt er al te zijn, lord Hoensbrook! Gaat ge mee?” - -„Maar natuurlijk!” - -Arm in arm traden de heeren den salon binnen. - -Daar wachtte hun een alleraardigste aanblik. - -De lichten der gaskronen waren neergedraaid en in de zaal heerschte een -schemerachtig licht, dat sprookjesachtig mooi werd, doordat de volle -maan haar stralen liet vallen door de hooge vensters. - -In een grooten kring waren de stoelen geschaard, waarop de gasten -hadden plaats genomen. - -De dames fluisterden en babbelden met elkander en keken evenals de -heeren, in gespannen verwachting naar de deur. - -„Is het een heusche Zigeunerin?” vroeg een dame aan lady Montgomery. - -„Men heeft het mij verteld,” antwoordde deze, „ik heb haar niet -gezien.” - -Er werd op de deur geklopt. - -„Binnen! Binnen!” klonk het uit een dozijn kelen tegelijk. - -Een vrouw trad binnen, gekleed in bonte doeken. - -Een oogenblik keek zij de zaal rond, toen naderde zij langzaam. - -Gespannen stilte ontstond. - -„Schoone dames! Trotsche heeren! Zladwiga, de heks van Suffex, brengt u -den nachtelijken groet!” sprak zij. - -„Goeden avond! Goeden avond!” klonk het vroolijk terug. - -De dames waren, dol nieuwsgierig, opgestaan. - -Zij verdrongen zich om de bonte gedaante. - -Allen strekten haar de hand toe. - -De zotste dingen werden verteld. Een dame, die al zes jaar getrouwd en -moeder van drie kinderen was, moest hooren, dat zij spoedig zou -vereenigd worden met den man harer keuze, en toen men de Zigeunerin -vertelde, dat de dame al lang getrouwd was, maakte zij er zich met een -grapje af. - -„En wat is mijn noodlot?” klonk de sonore stem van Raffles, die ook bij -de groep was komen staan. - -„Laat uw hand zien!” beval de Zigeunerin. - -Een oogenblik bekeek zij de fijne, blanke rechterhand van Raffles. - -Toen sprak zij op plechtigen toon, nadat zij drie keer een kruis had -geslagen: - -„Je zult een rijk man worden!” - -„Dat is hij al,” klonk een stem uit het gezelschap. - -De pseudo-zigeunerin liet zich echter niet storen. - -Zij sloot de oogen en sprak toen: - - - „Wat zie ik? - Er bloeit een blauwe bloem, - Een bloem van het geluk. - Zij bloeit voor u! - Voor u, schoone man! - Een engel met blonde lokken, - Een engel lief en rein, - Zal de uwe zijn!” - - -Allen verdrongen zich nu om haar. - -„Zeg eens, heks, welk lot wacht mij?” vroeg de vette stem van -Montgomery. - -De heks nam ook zijn hand. - -„O, wat zie ik?” riep zij plotseling uit, „arme, oude man.” - - - „Bedek je aangezicht! - Je toekomst in de doodkist ligt. - De wind huilt en blaast, - De storm woedt en raast, - Zilveren maneschijn. - Kijkt in kast, - Leeg is de kast, - Weg de gouden last. - Arme, oude heer, - Je bezit geen juweelen meer!” - - -„Wat is dat?” brulde Montgomery. - -„Maar lord Montgomery, je gelooft die nonsens toch niet?” vroeg een -oude generaal. - -„Maar de brief! De zwarte brief! Dat is een wonderlijke samenloop van -omstandigheden!” - -Er volgde luid geschreeuw. - -De heeren lachten om de dwaasheid en vonden het een kostelijke grap. - -De dames lieten kleine gilletjes hooren en het slot was, dat men in -optocht naar de kluis ging in het keldergewelf. - -Vol spanning wachtten allen op de dingen, die komen zouden. - -Eindelijk was de ijzeren deur bereikt. - -Montgomery zocht in zijn zak naar den sleutel. - -Hij was zenuwachtig geworden en vertrok krampachtig zijn gezicht. - -Eindelijk vond hij den sleutel en stak dien in het slot. - -Hij werd krijtbleek. - -„Alle duivels! De sleutel past niet meer!” - -„Ge ziet spoken!” kalmeerde een oud-militair, „ge windt u op voor -niets!” - -„Mag ik het misschien eens probeeren?” vroeg lord Hoensbrook op -hoffelijken toon. - -Montgomery trad achteruit. - -Met ingehouden adem, inwendig schuddend van lachen, probeerde hij den -sleutel om te draaien—tevergeefs. - -„Dat is heel wonderlijk”, fluisterden de gasten. - -„’t Is onmogelijk!” sprak een jong officier. „Laat mij het eens -probeeren!” - -Hij deed het. - -Oók zonder resultaat. - -„Misschien is de deur niet eens gesloten, duw er eens tegen”, ried de -jonge grondbezitter. - -De luitenant deed het. - -„Krak!” - -Daar vloog de deur al open. - -Allen drongen binnen. - -„Licht!” schreeuwde Montgomery, buiten zichzelf. - -Dat werd gebracht en het bescheen het lijkbleeke gelaat van den -detective, die nog altijd uitgestrekt op den grond lag. - -De dames gilden nu verschrikkelijk. - -Sommigen vielen flauw. - -Lady Daisy, met marmerbleek gelaat, trad de kluis binnen en tastte -rond. - -„De juweelen!” stamelde zij, „groote God! Ze zijn verdwenen!” - -Haar oogen sloten zich en zij zou zijn neergezonken als lord Hoensbrook -haar niet ondersteund had. - -„Bestolen! Bestolen!” brulde de lord. „Ik ben bestolen! Schandelijk -beroofd! De juweelen, die hier geborgen waren, vertegenwoordigden -alleen al de waarde van een half millioen!” - -Bijna huilend van woede, als een gewond dier, vloog de oude lord van -den eenen kant naar den andere. - -„Ellendelingen!” schreeuwde hij tegen de bedienden, die met kaarsen het -heele geval hadden bijgelicht. „Ellendelingen, zoo hebt jullie dus je -plicht gedaan!” - -In zijn razende woede trok hij hun de kandelabres uit de hand en -slingerde ze hen naar het hoofd. - -Gelukkig voor de beide mannen, misten de zware bronzen voorwerpen hun -doel. - -Zij vlogen rakelings langs hen heen en vielen kletterend op den grond -neer. - -„Steek het gas aan!” beval de lord. - -Al de gasten hadden, in wijden kring geschaard, het geheele tooneel -aangezien. - -Een der heeren trachtte nu de vensters te sluiten. - -Plotseling boog hij zich voorover en riep: - -„De dieven zijn door het raam gekomen, dames en heeren. Kijk eens hier, -de tralies zijn doorgevijld!” - -Allen gingen thans naar de keldervensters toe om zich te overtuigen van -deze brutale daad. - -Terwijl het bovenbeschrevene voorviel in het keldergewelf van het -prachtige huis, rende Jim in de kleeren van de oude zigeunervrouw naar -de droge sloot. - -De geknevelde vrouw lag daar nog in dezelfde houding. - -Met een enkelen sprong was hij in de sloot. - -„Het spelletje is uit, moedertje,” sprak de inbreker, terwijl hij de -vrouw los bond. - -„Ziezoo, trek nou je kleeren weer aan, hier heb je ook een hartig -slokje en daar nog een kleinigheid voor je moeite!” - -Jim haalde zijn beurs te voorschijn en gaf de oude een banknoot van -tien dollar. Daarna rende hij weg. - -Hoofdschuddend keek de oude vrouw hem na, toen bekeek zij den banknoot -en ging naar haar armelijke woning. - -In het groote heerenhuis werd intusschen over niets anders gesproken -dan over deze brutale inbraak. - -Ieder had er zijn meening over, zooals het steeds in dergelijke -gevallen gaat, en eenigen van het gezelschap waren er van overtuigd, -dat de oude heks meer van het geval wist. - - - - - - - - -ZESDE HOOFDSTUK. - -EEN GEHEIMZINNIGE ZENDING. - - -De volgende morgen brak aan en over het groote heerenhuis bleef de -geheimzinnige sluier hangen van de misdaad, die den vorigen dag was -gepleegd. - -In de eetzaal brandde een knappend vuurtje, dat, hoewel het nog slechts -in den nazomer was, toch bijzonder aangenaam aandeed. - -Om de groote eikenhouten tafel hadden zich de gasten verzameld, die een -slapeloozen nacht hadden doorgebracht, wakend met den gastheer, om de -inbrekers, zoo dezen mochten opdagen, terstond te arresteeren. - -De meeste gasten hadden terstond haar huis willen gaan, toen de -vreeselijke geschiedenis aan het licht was gekomen, doch lady Daisy had -met tranen in de oogen gesmeekt, dat men niet zou heengaan. - -Zoo waren de gasten gebleven. - -Men sprak over niets anders dan over den geheimzinnigen diefstal. - -Lord Montgomery had terstond de politie van al het gebeurde in kennis -gesteld en met de grootste voorkomendheid had lord Hoensbrook zijn hulp -aangeboden en zelfs per telefoon met den politie-commissaris -onderhandeld. - -Na het ontbijt verspreidden de gasten zich, de meesten gingen naar hun -kamer, de anderen gingen naar de bibliotheek of rooksalon. - -Met beschreide oogen was lady Daisy naar haar boudoir gegaan. - -Toen zij later op den dag zich naar de bibliotheek had begeven, liep -lord Lister juist door de gang. - -Toen de schoone vrouw een wijle in de bibliotheek had vertoefd, trad -ook hij er binnen. - -Verschrikt stond zij op van de chaise-longue. - -„Pardon, mylady, ik stoor u toch niet? Ik zocht slechts wat lectuur!” - -„Gij stoort mij in bet geheel niet, lord Hoensbrook!” - -Zij drukte de handen tegen de slapen. - -„Gevoelt ge u niet wel, mylady?” - -Hij vroeg dit op zijn vriendelijksten toon. - -„Neen, ik gevoel mij in het geheel niet wel, mijn hoofd brandt en mijn -polsen kloppen vreeselijk!” - -„Dat is een natuurlijk gevolg van de gebeurtenissen van dezen nacht, -mylady.” - -„Ik heb zulk een vreeselijk medelijden met mijn ouders. Sinds zoovele -geslachten zijn die juweelen in onze familie bewaard gebleven. Zij -zullen dat verlies niet te boven komen!” - -„Gij staat mij toch toe, dat ik blijf rooken, mylady?” vroeg lord -Hoensbrook. - -Zij knikte ten teeken van instemming. - -Toen sprak zij: - -„Lord Hoensbrook, ik heb u mijn volle vertrouwen geschonken en ik hoop, -dat gij daar tegenover uw vertrouwen zult stellen! - -„Mijn hoofd is vol gedachten en het middelpunt daarvan zijt—gij!” - -„Dat is al te veel eer, mylady!” - -John Raffles boog met een ietwat spottend lachje. - -„En mag ik vragen, van welken aard deze gedachten wel zijn?” - -Zij dacht een oogenblik na, toen sprak zij op haastigen toon: - -„Neen, dat kan ik u niet zeggen!” - -Lord Lister stond tegen een hooge boekenkast geleund, terwijl dit -gesprek gevoerd werd. - -Met een wonderlijken blik keek hij neer op het blonde hoofd, dat daar -voor hem gebogen was. - -„Dat moeten wel vreeselijke gedachten zijn, mylady, die men niet uit -durft spreken!” - -„O, lord Hoensbrook, ik ben waarlijk niet in een stemming om te -schertsen, laat mij nu alleen!” - -„Niet vóórdat gij mij hebt verklaard, welke gedachten gij koesterdet!” - -Zij boog het hoofd. - -In gespannen aandacht wachtte hij op eenig antwoord. - -Eenige minuten gingen voorbij, toen werd plotseling op de deur geklopt. - -Raffles greep een boek, terwijl lady Daisy de deur opende. - -„Een brief, mylady”, sprak de dienaar en hij overhandigde haar een -verzegeld schrijven. - -„Van mijn ouders”, fluisterde zij. „Ach, zij weten nog nergens van!” - -Raffles keek haar van terzijde aan, terwijl zij den brief opende. - -Een zwarte enveloppe met een gouden monogram viel er uit. - -Daisy werd bleek tot aan haar lippen. - -„Groote God”, fluisterde zij, „een brief, zooals mijn man er een -ontving! - -„Maar ik wil eerst lezen wat zij mij schrijven. - -„Zij hebben de juweelen!” schreeuwde zij plotseling uit en in hetzelfde -oogenblik voelde zij, dat een hand op haar mond werd gelegd. - -„Wat beteekent dat, lord?” stamelde zij op bevenden toon. - -Een oogenblik keken zij elkander aan. - -Maar toen ook scheen lady Daisy alles te hebben begrepen. - -Zij overhandigde Raffles beide brieven. - -„Lees deze brieven”, sprak ze, „lees ze overluid, want de letters -dansen mij voor de oogen!” - -Raffles ging tegenover haar zitten. - -„Lees eerst den zwarten brief”, verzocht de schoone vrouw. - -„Zooals ge wenscht, mylady!” - -Hij begon te lezen. - - - „Mylord! - - Een menschenvriend zendt u hierbij uw eigendom met het vriendelijke - verzoek om geen nasporingen te doen en over het geheele geval het - diepste stilzwijgen te bewaren. - - JOHN C. RAFFLES.” - - -„Verder!” steunde Daisy, het gelaat in de handen verbergend. - -Raffles nam nu den tweeden brief. - -Hij las: - - - „Lief kind! - - Wij hopen, dat je ons spoedig komt bezoeken. Een gebeurtenis, die - mijn geheele zenuwgestel heeft geschokt, doet mij de kamer houden. - - Wij ontvangen door tusschenkomst van den bekenden inbreker Raffles - de familiejuweelen, die je echtgenoot zoo langen tijd - wederrechtelijk in zijn bezit heeft gehad. - - Nog waren wij niet over de eerste vreugde heen, toen ik plotseling - tot de ontzettende ontdekking kwam, dat de kostbaarste steenen uit - de sieraden waren gebroken en door prachtig geslepen glasscherven - waren vervangen.” - - -„Hel en duivel!” schreeuwde Raffles en hij vernielde het papier -tusschen zijn vingers. - -Schreiend zonk Daisy op den divan neer. - -Plotseling richtte zij zich op en met wildvlammende oogen riep zij uit: - -„Luister, lord Hoensbrook, thans wil ik u vertellen, welke vreeselijke -gedachten zich heden van mij meester maakten, gedachten, waarvan, -zooals ik zeide, gij het middelpunt zijt. - -„Luister, lord Hoensbrook, ik verdenk u er van, dat gij op de een of -andere wijze met dien Raffles in verbinding staat. - -„Hij heeft dien diefstal niet uitgevoerd, maar gij!” - -„Wilt gij zeggen, mylady, dat ik een gemeene dief ben, een -aartsbedrieger en een juweelenvervalscher?” - -„Denkt ge, mylady, dat ik de kostbaarheden heb gestolen om in -dienzelfden nacht nog de steenen te vervalsen en mij te verrijken ten -koste van uw familie? - -„Wildet gij mij dat vertellen? - -„Waren dàt de gedachten, die door uw brein speelden en waarvan ik het -middelpunt was?” - -De toornader zwol op het voorhoofd van den meester-dief. - -De schoone vrouw beefde. - -„Vergeef mij, mylord”, smeekte zij. - -Hij vervolgde: - -„Neen, lady Montgomery, als er juweelen vervalscht zijn, dan heeft een -ander die vervalsching op zijn geweten. Wil ik u zijn naam noemen?” - -„Zeker!” - -„Lord Montgomery, uw echtgenoot!” - -Toen sprak zij. - -„Mijn God! Eenige weken geleden heeft hij, zooals hij zeide, de -juweelen naar een juwelier gestuurd om ze te laten repareeren, zooals -hij zeide!” - -„Dat zal dan het tijdstip zijn, waarin de vervalsching werd -uitgevoerd!” - -„Zoo’n ellendeling”, riep zij uit. - -„Weet gij het adres van den juwelier?” vroeg Raffles. - -Daisy noemde het. - -„Dan zal ik verder handelen. Maak u niet ongerust, mylady, gij behoeft -niets te vreezen!” - -„Eén ding is mij nog niet duidelijk”, sprak de schoone vrouw. - -„En dat is?” - -„Wat dien Raffles wel tot dezen diefstal kan hebben gedreven!” - -„Louter menschenliefde”. - -Lady Daisy keek op. - -Seconden lang staarde zij Raffles aan, toen plotseling riep zij uit: - -„Gij zijt— —” - -„John Raffles”, voltooide hij. - -Bewusteloos zonk zij op den divan neer. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Een uur later zat Raffles in de muziekzaal aan den Bechsteinvleugel. - -Sombere tonen van een klagelijke Beethoven-sonate ruischten omhoog; de -gasten kwamen alle luisteren. - -Na de sonate kwam een vroolijke marsch, toen volgde een fuga van Bach. - -Montgomery trad binnen en stelde een slanken heer voor. - -„Inspecteur Baxter van de recherche.” - -Lady Daisy bloosde. - -„Een oogenblikje”, wendde zij zich tot haar echtgenoot. - -Deze volgde haar. - -Zij traden haar boudoir binnen. - -„Wat verlang je?” - -„Ik wou je alleen zeggen, dat ik even naar mijn ouders ga. Ik kreeg een -brief, dat vader ongesteld is”. - -„Wil je nu gaan, terwijl wij gasten hebben?” - -„Ik heb mij bij hen reeds verontschuldigd!” - -„Dat vind ik toch héél vreemd!” - -„Heelemaal niet!” - -„En moet ik daarvoor meegaan?” - -„Ja. Die Baxter is mij onsympathiek.” - -„Hè, dat begrijp ik niet. Mij is hij héél sympathiek! - -„Hij heeft mij doen begrijpen, dat slechts iemand uit mijn allernaaste -omgeving den diefstal kan hebben gepleegd. Begrijp je, iemand, die mijn -volle vertrouwen bezit!” - -Zij werd lijkbleek. - -„En weet je wat zoo wonderlijk is? Dat jij een paar dagen voor den -diefstal telkens hebt aangedrongen om de juweelen te mogen hebben. Zie -je, dat is mij héél onsympathiek!” - -Toorn belette haar te spreken. - -Schandelijk. - -Zoo’n vermoeden! - -Zij had het hem in het gelaat willen slingeren, dat hij een bedrieger -was, maar om der wille van Raffles mocht zij dat niet doen. - -Zij ging naar hem toe en sprak op verachtelijken toon: - -„Schurk!” - -„Slang!” schold hij terug. - -„Nu heb ik zekerheid! En ik zal je niet sparen ook. In geldelijke -aangelegenheden houdt alle vriendschap op!” - -Hij ging terug naar de kamer, waar de detective wachtte. - -Deze beweerde nogmaals, dat alleen iemand, die het vertrouwen bezat van -den heer des huizes, dezen diefstal kon hebben gepleegd. - -„En wie verdenkt ge?” - -„Ja, mylord, het is mijn beroep, maar— —” - -„Spreek vrij uit!” - -„Ik verdenk uw echtgenoote!” - -Montgomery schrikte nu toch. - -„Maar hoe verklaart ge dan het verdwijnen der banknoten?” - -„Zij heeft een handlanger gehad, wien zij natuurlijk betalen moest!” - -„Maar die brief van Raffles?” - -„Dat is haar handlanger.” - -„Wij zullen nog eens naar de kluis gaan”, stelde Montgomery voor. - -En zij gingen. - -Lustige, vroolijke wijsjes klonken uit de muziekzaal. - -In een aanval van woede balde Montgomery de vuisten en een vloek -ontsnapte zijn lippen. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -In Montgomery’s studeerkamer liep Baxter met groote stappen heen en -weer, terwijl de lord met somber gelaat aan zijn schrijftafel zat. - -Zij schenen juist een langdurig gesprek te hebben gevoerd. - -„Stel u eens voor, mylord, dat uw vrouw geen aandeel had in de misdaad. -Hoe zou Raffles dan te weten zijn gekomen dat u de juweelen in bezit -had?” - -„Mogelijk van den juwelier die er een reparatie aan moest verrichten!” - -Er werd op de deur geklopt. - -„Binnen”, riep de lord. - -Een bediende schoof een dertienjarigen jongen binnen, die in zijn eene -hand z’n pet, in de andere een brief droeg. - -„Mister Baxter?” vroeg hij. - -„Dat ben ik”, antwoordde de detective. - -De jongen gaf hem nu den brief. - -„Mister Baxter. Persoonlijk. Kruier niet betaald”, stond erop. - -„Ha, belangrijke berichten!” - -Hij gaf den jongen een geldstukje. - -„Hier, kereltje! Moet je op antwoord wachten?” - -„Neen!” - -De jongen vertrok. - -Haastig maakte de detective den brief open. - -Er viel een zwarte brief uit. - -Baxter las het schrijven. - -Zijn gelaat werd hoe langer hoe rooder. Met een vloek gooide hij toen -het papier weg. - -„Mag ik lezen?” vroeg de lord. - -„Zeker”, knarste Baxter. - -„Waarde Heer Baxter!” las de lord. - -„Door een toeval vernam ik, dat ge er bijzonder op gesteld zijt, mij te -leeren kennen. Ik kan niet beweren dat die belangstelling wederkeerig -is, maar ik wil u graag een genoegen doen. Om vijf uur hedenmiddag -wacht ik u in café Waterloo, Waterloostreet. - -Tot spoedig dus. Met duizend groeten, - - JOHN C. RAFFLES.” - -„Een verregaande brutaliteit!” mompelde de lord, „denkt ge aan deze -uitnoodiging gehoor te geven?” - -„Natuurlijk! Ik hoop den kerel te pakken!” - -Hij haalde zijn horloge te voorschijn. - -„Over tien minuten vertrekt de trein!” - -„Maar dan zijt ge toch veel te vroeg, mister Baxter!” - -„Ik heb nog andere dingen te doen!” - -En razend van woede liep Baxter het huis uit. - - - - - - - - -ZEVENDE HOOFDSTUK. - -EEN TRUC DIE GELUKTE. - - -De juwelier Herman Violensteen zat in zijn leunstoel voor het venster -in een kamer, die achter den winkel was gelegen en bekeek door zijn -loupe een groot aantal kostbare steenen en ouderwetsche sieraden, -vervaardigd van dukatengoud. - -Hij lachte tevreden en zijn perkamenten gezicht vertrok tot een grijns. - -Hij berekende, dat hij met deze voorwerpen mooie zaakjes zou kunnen -maken met een zoet winstje. - -Daar ging de winkelschel. - -Haastig liep de juwelier naar voren. - -Daar stond een slanke heer met zwarten baard en hoofdhaar. - -In zijn hand hield hij een ebbenhouten stok met gouden knop. - -„Ik zou graag losse juweelen willen koopen!” sprak hij. - -„Heel graag, heel graag”, boog de winkelier. - -Al spoedig lag een groote voorraad schitterende steenen voor den -voornamen kooper, die een lorgnet opzette om de steenen beter te kunnen -taxeeren. - -Uit de kamer had de juwelier nu ook de steenen gehaald, die hij even te -voren met zoo groote vreugde had bekeken. - -De kooper, die een hooggeplaatst officier in civiel scheen te zijn, -bekeek die steenen met de meeste aandacht. Hij scheen moeilijk keus te -kunnen maken, hoestte eens, waarbij hij zijn zijden zakdoek voor den -mond hield en, besluiteloos den stok tegen de lippen wrijvend, zette -hij dezen daarop naast zich en vroeg om andere steenen te zien. - -Een tweede kooper trad binnen. - -Het was een jonge, vroolijke student. - -Ook hij zette zijn wandelstok tegen de toonbank. - -De winkelier vroeg, wat hij verlangde. - -„Ik zou graag eenvoudige ringen willen zien om een klein meisje cadeau -te geven!” - -Hij koos een eenvoudig ringetje en haalde een tamelijk oude -portemonnaie voor den dag. - -„Wat kost die ring?” - -„Tien shilling!” - -De vroolijke student trok een verlegen gezicht. - -„Kan het niet voor zes shilling?” - -„Voor zes?” - -„Och ja, ik heb mijn maandelijksche toelage nog niet ontvangen!” - -„Wacht dan, tot je die gekregen hebt!” snauwde Violensteen. - -„Neen, neen, dat gaat niet, ik heb dien ring nu noodig. Kom, geef hem -voor zes!” - -De koopman aarzelde een oogenblik. - -Toen nam hij het geld. - -De ander greep zijn stok en ging heen, zonder een blik op den voorname -te hebben geslagen. - -„Ge hebt niet, wat ik zoek”, sprak deze nu, „doe verder geen moeite!” - -Een lange schaduw viel plotseling over de toonbank. - -Zij was afkomstig van een langen, mageren heer, die op straat stond en -door het venster naar binnen keek. - -Het was niemand anders dan de inspecteur van politie. - -„Ik kom wel terug”, zei de kooper, nam zijn stok en ging heen. - -Hij had nog maar weinig schreden afgelegd, toen de juwelier naar buiten -rende. - -„Ik ben bestolen!” riep hij uit. - -In een oogenblik had Baxter den eleganten heer ingehaald. - -„Mijnheer”, hijgde de inspecteur, „in naam der wet neem ik u gevangen!” - -„Ge zijt stapelgek in naam der wet”, antwoordde de vreemde. - -De inspecteur riep een cab aan. - -„Wat wilt ge eigenlijk van mij?” vroeg de elegante heer. - -„Dat zult ge wel zien”, antwoordde Baxter, „ge gaat eerst met mij naar -het politiebureau.” - -„Mij goed,” antwoordde de heer, die doodbedaard in de cab ging zitten. -„Je snijdt je leelijk in de vingers, vriend, maar ik wil, om jou een -genoegen te doen, dit tochtje wel meemaken”. - -„Gij zijt—Raffles”, sprak eensklaps de politie-inspecteur. - -„Wat???” - -„Gij zijt Raffles!” - -„Wat bedoel je, man!” - -„Raffles, de groote inbreker!” - -„Ik?” - -„Ja, zeker! Gij zijt John Raffles”. - -„En gij zijt John Ezel!” antwoordde de ander. - -Het tweetal begreep, dat zij op deze manier niet veel verder zouden -komen. - -De tocht werd verder dan ook zwijgend voortgezet. - -Op het politiebureau begon de heer, die zich bekend maakte als een -hooggeplaatst officier van koninklijken bloede, geweldig te razen. - -„Alles zal opgehelderd worden, Uwe Doorluchtigheid”, suste de -commissaris. - -Op zijn uitdrukkelijk verlangen werd de verdachte terstond gevisiteerd. -Men vond echter niets op hem. - -De detective intusschen vingerde aan den stok, als om een verborgen -mechanisme te vinden. - -De eigenaar wendde zich lachend tot den snuffelaar. - -„Die stok schijnt u wel te bevallen! Ge moogt hem houden als -herinnering aan dit voorval”. - -De commissaris en Baxter verontschuldigden zich, toen zij den voornamen -heer lieten heengaan en de commissaris sprak tot Baxter: - -„Dat was een leelijke vergissing van u, inspecteur!” - - - - - - - - -ACHTSTE HOOFDSTUK. - -DE BEDROGEN INSPECTEUR VAN POLITIE. - - -Een uur later werd de deur van het cyclopenhol geopend. - -Een heer van voornaam uiterlijk trad binnen. - -„Gauw, Charly, ik heb geen tijd! Kom mee!” riep hij een student toe, -terwijl de aanwezigen allen eerbiedig opstonden. - -Charly ging haastig mee. - -Het tweetal liep de donkere gangen door. - -„Nu?” - -„Hier is de stok!” - -Charly overhandigde hem een zwaren wandelstok met gouden knop. - -Raffles drukte op een plaatje. - -„Hoe heb je ze er allemaal in gekregen, Edward?” vroeg zijn secretaris -ten hoogste verbaasd. - -„Ik bracht de steenen ongemerkt met den zakdoek naar den mond, bracht -daarna den stok tegen de lippen en spuwde de steenen door de holte naar -binnen”. - -„Kranig gedaan, Edward!” - -„Ben je het anders van me gewend?” - -„Je bent een wonderkerel!” - -Raffles begon de steenen te tellen. - -„Ze zijn er alle!” - -„Kan ik nu gaan, Edward?” vroeg Charly. - -„Eén oogenblikje!” - -Hij schreef een quitantie. - -„Hier, bezorg dit pakje aan zijn adres en laat de quitantie teekenen. -Die breng je daarna naar café Waterloo!” - -„Uitstekend!” - -„Zorg je er goed voor, Charly?” - -„Natuurlijk!” - -„Ik reken er op!” - -„Dat kun je!” - -„Adieu, Charly!” - -„Bonjour!” - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Het was stampvol in café Waterloo. - -Elegante heeren, studenten, voorname, prachtig gekleede dames waren er -aanwezig. - -Heel alleen aan een tafeltje zat een lange, magere heer. - -Het was Baxter, inspecteur der recherche. - -Af en toe haalde hij met een zenuwachtig gebaar zijn horloge te -voorschijn. - -Het was zes uur. - -Nu moest hij dus komen, de meesterdief, de geniale inbreker! - -Minuten verliepen. - -Op een fluweelen sofa, achter een berg kranten, zat een schoone, jonge -dame. De detective keek naar haar met de grootste belangstelling. - -Zij droeg een grooten witten hoed met struisveeren op het prachtige -zwarte haar. Een paar levendige oogen schitterden in haar hoofd. - -„Kellner, de „Figaro”!” riep zij. - -„Ah! Een Française,” dacht Baxter en hij overhandigde haar met eenige -hoffelijke woorden het gevraagde, dat voor hem op de tafel lag. - -„Dank u zeer!” - -Het tweetal begon met elkaar te babbelen, honderd uit. - -Alles vergat de detective om zich heen. Alles, tot zelfs de afspraak -met Raffles. - -Wat kon hem nu ook nog die afspraak schelen, wat kon het hem zelfs -schelen, als Raffles hem ditmaal om den tuin had geleid. - -„Ik moet een kamer bestellen in een hotel”, sprak de schoone. - -Baxter was terstond bereid dit voor haar te doen in het naastbijgelegen -hotel. - -Hij ging heen. - -De alleen gelaten schoone krabbelde haastig een paar woorden op een -kaartje en gaf dat aan een kellner. Een jonge man, die al een tijd lang -heen en weer liep en haar met vurig bewonderende blikken had -aangestaard, vroeg zij: - -„Zoek je mij, blondje?” - -„Dat niet!” antwoordde de gevraagde op verlegen toon. - -„Wil je mij naar het station brengen? Ik ben hier niet bekend!” - -Charly, want hij was het, dacht na. - -Wat te doen? - -Hij zou maar meegaan. Later kon hij dan naar het café terug gaan. - -Galant bood hij haar zijn arm. - -Nauwelijks had het tweetal de zaal verlaten of Baxter kwam weer binnen. - -Verschrikt keek hij rond. - -Waar was zijn bekoorlijke schoone gebleven? - -Een kellner kwam naar hem toe en overhandigde hem een briefje. - -Zijn gezicht werd lang en langer, toen hij las: - - - „Liefste schat! - - Kan ik je bekoren? Ben je teleurgesteld of zijn je verwachtingen - beantwoord? Ik dank je in elk geval voor je vriendelijkheid. Je - wijn was heerlijk. Maar, liefste lieveling,—het buskruit heb jij - niet uitgevonden!” - - Op de voorzijde van het visitekaartje stond in groote letters - - JOHN RAFFLES.” - - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Maar ook Charly werd in hetzelfde oogenblik ontgoocheld. - -Vol trots, dat hij met zoo’n beeldschoone dame gezien werd, floot hij -een cab aan en liet de schoone vrouw instappen. - -„Liefste?” fluisterde hij vragend. - -„Wat is er, ventje?” - -„Hoe zou je het vinden, als ik je nu eens Londen bij nacht liet zien? -En wat krijg ik dan, engel?” - -„Een paar stevige oorvijgen”, klonk daar plotseling een bekende -mannenstem. - -Charly werd bloedrood. - -„Edward!” fluisterde hij. - -„Geef mij de kwitantie, jij vrouwengek!” - -Charly deed het. - -En verruimd ademhalend, deed Raffles in de cab het nauwsluitende corset -uit, dat zijn lichaam een tijdlang op alleronaangenaamste wijze had -saamgekneld. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Raffles zat in zijn woning aan den vleugel. - -Daar werd plotseling luid gescheld. - -Hij ging zelf opendoen. - -„Lady Montgomery—gij?” - -Zij snelde hem voorbij, vloog de kamer in en viel daar neer op een -stoel. - -„Ik word vervolgd! Meer dan twee uren reeds dwaal ik rond om dien -vervolger te ontloopen, maar hij volgt mij als mijn schaduw!” - -„Maar wat brengt u hier, mylady.” - -„Ik kom uw raad vragen en u danken voor het groote geluk, dat ge mijn -ouders bezorgd hebt!” - -„Ge handelt zéér onvoorzichtig, lady Montgomery, door op deze wijze uw -goeden naam op het spel te zetten!” - -Zij liet het hoofd zinken. - -„Ik moest het u zeggen! Ge hebt mijn familie zoo gelukkig gemaakt!” - -Raffles schudde het hoofd. - -„Weet uw echtgenoot, wat ge doet?” - -„Neen!” - -„Hebt ge hem niets gezegd?” - -„Neen!” - -„En als hij het nu hoort van derden? Wat dan, lady Montgomery?” - -„O, hij is niet thuis! Vóór middernacht komt hij niet terug!” - -„Weet ge dat zeker?” - -„Heel zeker!” - -„Waar is hij heen?” - -„Hij heeft vergadering!” - -„Weet ge ook, mylady, waar het vermogen van uw man bewaard wordt?” - -„Bij de Safe-Deposit Company”, verklaarde zij. - -„Zoo—zoo.” - -John Raffles noteerde een en ander op zijn manchet. - -„En mylady, ge kwaamt mij om raad ook nog vragen. Biecht eens op!” - -„Help mij, mylord”, smeekt zij, „help mij! Ik kan niet langer met mijn -echtgenoot samenleven. Hij heeft mijn geluk verwoest, o, hij heeft mij -zoo diep, diep ongelukkig gemaakt!” - -„Blijf kalm, mylady!” - -„Dat kan ik niet!” - -„Dat moet ge! Dat zijt ge aan u zelf verplicht!” - -„O, mylord—ik— —!” - -Zij snikte hevig. - -Daarop vervolgde zij: - -„Ik—ik moet weg, ver weg!” - -„Maar waar wilt ge heen gaan?” - -Zij zweeg. Een lange pauze ontstond. - -„Wilt ge naar uw ouders teruggaan?” - -„Dat zou misschien het beste zijn!” - -„Dunkt u?” - -„Ja;—daar kan ik uitrusten van al de ellende, van al het groote -verdriet, dat die man mij heeft berokkend.” - -Zij stond op en knoopte haar handschoenen dicht. - -„Ik ben nu al wat kalmer geworden, ik dank u nogmaals, mylord, voor -alles wat ge gedaan hebt!” - -Zij reikte hem haar beide handen. - -„Misschien zien wij elkaar nooit meer, misschien is het een afscheid -voor het leven!” - -„Vaarwel, lady Montgomery”, sprak hij met welluidende stem. „Moge het -geluk u voortaan gunstiger zijn.” - -Zij wisselden een handdruk. - -„Wees in ieder geval voorzichtig, mylady, neem een rijtuig en ga naar -het station!” - -„Waarom?” - -„Uw echtgenoot laat misschien uw gangen nagaan!” - -„Dat doet hij nu al!” - -„Weet ge het zeker?” - -„O, ja!” - -„En wie is de spion?” - -„Inspecteur Baxter!” - -„Dat dacht ik al. Dat is natuurlijk de man, die u ook nu gevolgd -heeft.” - -Zij keek door het venster. - -„Hij is er nu niet. Beneden staat alleen een slanke dame in een -reismantel!” - -„Dat is Baxter, mylady, ge kunt ervan overtuigd zijn!” - -„Wat moet ik nu beginnen?” - -Het arme vrouwtje beefde over haar geheele lichaam. - -„Ik zal u brengen!” sprak Raffles op overtuigenden toon. - -Zij namen plaats in een rijtuig en Baxter volgde hen in een tweede. - -Maar Raffles had zijn gewone koelbloedigheid en vindingrijkheid ook nu -niet verloren. - -Toen hij, vlak bij het station, met lady Daisy uitsteeg, verliet ook -Baxter zijn rijtuig om nu spoedig maatregelen te gaan nemen. - -Raffles echter was hem voor. - -Hij klampte een paar politie-agenten aan: - -„Die dame daar is een verkleede heer. Ik waarschuw jullie maar even, -want hij zal wel niet veel goeds in het schild voeren!” - -En zoo werd de arme Baxter ingerekend. - -Al zijn beweringen baatten hem niet. Hij was gedoemd, den heelen nacht -op een harde brits door te brengen. - - - - - - - - -NEGENDE HOOFDSTUK. - -DE VALSCHE BANKDIRECTEUR. - - -Lord Lister trad zijn studeerkamer binnen, waar Charly Brand aan de -schrijftafel zat. - -„Is er nieuws, Charly?” - -„Niets van beteekenis. We zijn alleen ter jacht genoodigd!” - -„Welke jacht?” - -„Vossenjacht.” - -„Daar geef ik niet om!” - -„En ik had er mij al zoo op verheugd!” - -„Och jij!” - -„Waarom niet, Edward!” - -„Omdat er geen gevaar aan verbonden is!” - -„Ja, jij houdt van gevaar!” - -„Dat doe ik!” - -„A propos, Edward, hoe gaat het met je blonde schoonheid?” - -„Wie bedoel je?” - -„Lady Montgomery”. - -„Je vergeet, kerel, dat die dame getrouwd is. Zij heeft haar man echter -verlaten!” - -„Zóó? En wat denk jij te doen?” - -„Ik? Absoluut niets, Charly! Je vergist je, de dame gaat naar haar -ouders terug. Ik voel op ’t oogenblik veel voor Parijs.” - -„Ik ook! Maar heb je— —?” - -„Kleingeld? Nog niet! Dat is alles!” - -Hij haalde een rolletje goudgeld en een pak banknoten te voorschijn. - -„En nu, Charly, ik ga er vandoor!” - -„Waarheen?” - -„Ik ga naar de bank. Ik heb geld noodig!” - -„Naar welke bank ga je?” - -„Naar de Safe-deposit-Company!” - -„Heb je daar misschien een safe?” - -„Ik niet—maar anderen!” - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -„Heb je het laatste portret van onzen directeur gezien?” vroeg een der -kassiers aan den procuratiehouder der Safe-box-company. - -„Het portret staat in alle geïllustreerde bladen”, antwoordde de -gevraagde. - -„Is hij nog altijd in Amerika?” - -„Wel neen! Hij is allang op de thuisreis. Elken dag kan hij hier zijn. -Het verbaast mij zelfs, dat hij er nog niet is!” - -Daar werden plotseling schreden vernomen. De deur ging open en op den -drempel verscheen een heer, de reistasch in de hand. - -„De directeur”, fluisterden de beambten. - -Inderdaad geleek de binnentredende sprekend op het portret in de -„Graphic”. - -Hij groette beleefd. - -Twee volontairs namen hem jas, hoed en reistasch af. - -De directeur verlangde het kasboek en het grootboek te zien en vroeg om -de verschillende sleutels van de safe-boxes. - -Men bracht hem oogenblikkelijk alles, wat gevraagd was. - -De directeur begon vol ijver in de boeken te bladeren. - -Hij scheen iets te zoeken. - -„Montgomery nummer 37252”, fluisterde hij. - -Daarna ging hij naar beneden. Een poosje zocht hij, toen opende hij een -zware, ijzeren deur. - -Uit de safe van Montgomery vulde hij toen zijn zakken en juist wilde -hij de Bank verlaten, toen hij plotseling van aangezicht tot aangezicht -kwam te staan met zijn dubbelganger. - -De grootste verwarring ontstond. - -Raffles was de deur uitgegaan, maar de procuratiehouder schreeuwde uit -alle macht: - -„Help! Er is een bedrieger binnengedrongen! Gauw! Help!” - -Alle beambten stoven weg. - -De nieuwe directeur bleef als verbluft staan. - -Op straat schreeuwde een bierknecht: „Mijn automobiel! Mijn auto!” - -„Daar ginds rijdt een bierkar-auto”, riep een jongen, die den knecht -hoorde schreeuwen. „Een heer sprong er op, toen je daar in het café -was!” - -Op die auto zat—Raffles. - -Hij hield een tasch van geel leer op zijn knieën en suizelde er -vandoor. Het was een vaart op leven en dood. - -Maar men achtervolgde hem en zijn voorsprong werd steeds kleiner. - -Daar bereikte hij het station. - -Hij stoof het perron op, waar juist een trein afreed. Het was voor den -handigen jongeman slechts een klein kunstje om op de treeplank te -springen. - -Bij het volgende station stapte hij uit en reed met een anderen trein -naar Parijs. - -Daar gekomen stond op het perron een schoone jonge dame op hem te -wachten. - -„Helene!” klonk een jonge, frissche mannenstem, „heb je mijn telegram -nog tijdig ontvangen?” - -Raffles, krachtig en elegant, stond voor miss Walton en sloot haar -jubelend in zijn armen. - -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — -— — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — - -Lord Montgomery echter trok zich de haren uit het hoofd. - -Het vertrek van zijn jonge vrouw betreurde hij minder dan het verlies -van zijn geld. - -„Ik ben geruïneerd!” steunde hij en hij verborg het gelaat in zijn -handen. - -De schemering daalde neer over het aardrijk en hulde ook de gestalte -van lord Montgomery in grijze nevelen. - - - - - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 6: DE DUBBELGANGER -VAN DEN BANKDIRECTEUR *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. diff --git a/old/66633-0.zip b/old/66633-0.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 7bd78ad..0000000 --- a/old/66633-0.zip +++ /dev/null diff --git a/old/66633-h.zip b/old/66633-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 791c2c3..0000000 --- a/old/66633-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/66633-h/66633-h.htm b/old/66633-h/66633-h.htm deleted file mode 100644 index 3709782..0000000 --- a/old/66633-h/66633-h.htm +++ /dev/null @@ -1,4344 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html -PUBLIC "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN" "http://www.w3.org/TR/html4/loose.dtd"> -<!-- This HTML file has been automatically generated from an XML source on 2021-10-29T17:46:16Z using SAXON HE 9.9.1.8 . --> -<html lang="nl"> -<head> -<meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=utf-8"> -<title>Lord Lister No. 6: De dubbelganger van den bankdirecteur</title> -<meta name="generator" content="tei2html.xsl, see https://github.com/jhellingman/tei2html"> -<meta name="author" content="Kurt Matull (1872–1930?) Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> -<link rel="coverpage" href="images/lordlister0006-front.jpg"> -<link rel="schema.DC" href="http://dublincore.org/documents/1998/09/dces/"> -<meta name="DC.Creator" content="Kurt Matull (1872–1930?) Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]"> -<meta name="DC.Title" content="Lord Lister No. 6: De dubbelganger van den bankdirecteur"> -<meta name="DC.Language" content="nl-1900"> -<meta name="DC.Format" content="text/html"> -<meta name="DC.Publisher" content="Project Gutenberg"> -<meta name="DC:Subject" content="Detective and mystery stories -- Periodicals"> -<meta name="DC:Subject" content="Dime novels -- Periodicals"> -<style type="text/css"> /* <![CDATA[ */ -html { -line-height: 1.3; -} -body { -margin: 0; -} -main { -display: block; -} -h1 { -font-size: 2em; -margin: 0.67em 0; -} -hr { -height: 0; -overflow: visible; -} -pre { -font-family: monospace, monospace; -font-size: 1em; -} -a { -background-color: transparent; -} -abbr[title] { -border-bottom: none; -text-decoration: underline; -text-decoration: underline dotted; -} -b, strong { -font-weight: bolder; -} -code, kbd, samp { -font-family: monospace, monospace; -font-size: 1em; -} -small { -font-size: 80%; -} -sub, sup { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -} -sub { -bottom: -0.25em; -} -sup { -top: -0.5em; -} -img { -border-style: none; -} -body { -font-family: serif; -font-size: 100%; -text-align: left; -margin-top: 2.4em; -} -div.front, div.body { -margin-bottom: 7.2em; -} -div.back { -margin-bottom: 2.4em; -} -.div0 { -margin-top: 7.2em; -margin-bottom: 7.2em; -} -.div1 { -margin-top: 5.6em; -margin-bottom: 5.6em; -} -.div2 { -margin-top: 4.8em; -margin-bottom: 4.8em; -} -.div3 { -margin-top: 3.6em; -margin-bottom: 3.6em; -} -.div4 { -margin-top: 2.4em; -margin-bottom: 2.4em; -} -.div5, .div6, .div7 { -margin-top: 1.44em; -margin-bottom: 1.44em; -} -.div0:last-child, .div1:last-child, .div2:last-child, .div3:last-child, -.div4:last-child, .div5:last-child, .div6:last-child, .div7:last-child { -margin-bottom: 0; -} -blockquote div.front, blockquote div.body, blockquote div.back { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.divBody .div1:first-child, .divBody .div2:first-child, .divBody .div3:first-child, .divBody .div4:first-child, -.divBody .div5:first-child, .divBody .div6:first-child, .divBody .div7:first-child { -margin-top: 0; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6, .h1, .h2, .h3, .h4, .h5, .h6 { -clear: both; -font-style: normal; -text-transform: none; -} -h3, .h3 { -font-size: 1.2em; -} -h3.label { -font-size: 1em; -margin-bottom: 0; -} -h4, .h4 { -font-size: 1em; -} -.alignleft { -text-align: left; -} -.alignright { -text-align: right; -} -.alignblock { -text-align: justify; -} -p.tb, hr.tb, .par.tb { -margin: 1.6em auto; -text-align: center; -} -p.argument, p.note, p.tocArgument, .par.argument, .par.note, .par.tocArgument { -font-size: 0.9em; -text-indent: 0; -} -p.argument, p.tocArgument, .par.argument, .par.tocArgument { -margin: 1.58em 10%; -} -td.tocDivNum { -vertical-align: top; -} -td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -.opener, .address { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -} -.addrline { -margin-top: 0; -margin-bottom: 0; -} -.dateline { -margin-top: 1.6em; -margin-bottom: 1.6em; -text-align: right; -} -.salute { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.signed { -margin-top: 1.6em; -margin-left: 3.58em; -text-indent: -2em; -} -.epigraph { -font-size: 0.9em; -width: 60%; -margin-left: auto; -} -.epigraph span.bibl { -display: block; -text-align: right; -} -.trailer { -clear: both; -margin-top: 3.6em; -} -span.abbr, abbr { -white-space: nowrap; -} -span.parnum { -font-weight: bold; -} -span.corr, span.gap { -border-bottom: 1px dotted red; -} -span.num, span.trans, span.trans { -border-bottom: 1px dotted gray; -} -span.measure { -border-bottom: 1px dotted green; -} -.ex { -letter-spacing: 0.2em; -} -.sc { -font-variant: small-caps; -} -.asc { -font-variant: small-caps; -text-transform: lowercase; -} -.uc { -text-transform: uppercase; -} -.tt { -font-family: monospace; -} -.underline { -text-decoration: underline; -} -.overline, .overtilde { -text-decoration: overline; -} -.rm { -font-style: normal; -} -.red { -color: red; -} -hr { -clear: both; -border: none; -border-bottom: 1px solid black; -width: 45%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -margin-top: 1em; -text-align: center; -} -hr.dotted { -border-bottom: 2px dotted black; -} -hr.dashed { -border-bottom: 2px dashed black; -} -.aligncenter { -text-align: center; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -font-size: 1.44em; -line-height: 1.5; -} -h1.label, h2.label { -font-size: 1.2em; -margin-bottom: 0; -} -h5, h6 { -font-size: 1em; -font-style: italic; -} -p, .par { -text-indent: 0; -} -p.firstlinecaps:first-line, .par.firstlinecaps:first-line { -text-transform: uppercase; -} -.hangq { -text-indent: -0.32em; -} -.hangqq { -text-indent: -0.42em; -} -.hangqqq { -text-indent: -0.84em; -} -p.dropcap:first-letter, .par.dropcap:first-letter { -float: left; -clear: left; -margin: 0 0.05em 0 0; -padding: 0; -line-height: 0.8; -font-size: 420%; -vertical-align: super; -} -blockquote, p.quote, div.blockquote, div.argument, .par.quote { -font-size: 0.9em; -margin: 1.58em 5%; -} -.pageNum a, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover, a.hidden:hover, a.hidden { -text-decoration: none; -} -.advertisement, .advertisements { -background-color: #FFFEE0; -border: black 1px dotted; -color: #000; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.footnotes .body, .footnotes .div1 { -padding: 0; -} -.fnarrow { -color: #AAAAAA; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -} -.fnarrow:hover, .fnreturn:hover { -color: #660000; -} -.fnreturn { -color: #AAAAAA; -font-size: 80%; -font-weight: bold; -text-decoration: none; -vertical-align: 0.25em; -} -a { -text-decoration: none; -} -a:hover { -text-decoration: underline; -background-color: #e9f5ff; -} -a.noteRef, a.pseudoNoteRef { -font-size: 67%; -line-height: 0; -position: relative; -vertical-align: baseline; -top: -0.5em; -text-decoration: none; -margin-left: 0.1em; -} -.displayfootnote { -display: none; -} -div.footnotes { -font-size: 80%; -margin-top: 1em; -padding: 0; -} -hr.fnsep { -margin-left: 0; -margin-right: 0; -text-align: left; -width: 25%; -} -p.footnote, .par.footnote { -margin-bottom: 0.5em; -margin-top: 0.5em; -} -p.footnote .fnlabel, .par.footnote .fnlabel { -float: left; -min-width: 1.0em; -margin-left: -0.1em; -padding-top: 0.9em; -padding-right: 0.4em; -} -.apparatusnote { -text-decoration: none; -} -table.tocList { -width: 100%; -margin-left: auto; -margin-right: auto; -border-width: 0; -border-collapse: collapse; -} -td.tocPageNum, td.tocDivNum { -text-align: right; -min-width: 10%; -border-width: 0; -white-space: nowrap; -} -td.tocDivNum { -padding-left: 0; -padding-right: 0.5em; -} -td.tocPageNum { -padding-left: 0.5em; -padding-right: 0; -} -td.tocDivTitle { -width: auto; -} -p.tocPart, .par.tocPart { -margin: 1.58em 0; -font-variant: small-caps; -} -p.tocChapter, .par.tocChapter { -margin: 1.58em 0; -} -p.tocSection, .par.tocSection { -margin: 0.7em 5%; -} -table.tocList td { -vertical-align: top; -} -table.tocList td.tocPageNum { -vertical-align: bottom; -} -table.inner { -display: inline-table; -border-collapse: collapse; -width: 100%; -} -td.itemNum { -text-align: right; -min-width: 5%; -padding-right: 0.8em; -} -td.innerContainer { -padding: 0; -margin: 0; -} -.index { -font-size: 80%; -} -.index p { -text-indent: -1em; -margin-left: 1em; -} -.indexToc { -text-align: center; -} -.transcriberNote { -background-color: #DDE; -border: black 1px dotted; -color: #000; -font-family: sans-serif; -font-size: 80%; -margin: 2em 5%; -padding: 1em; -} -.missingTarget { -text-decoration: line-through; -color: red; -} -.correctionTable { -width: 75%; -} -.width20 { -width: 20%; -} -.width40 { -width: 40%; -} -p.smallprint, li.smallprint, .par.smallprint { -color: #666666; -font-size: 80%; -} -span.musictime { -vertical-align: middle; -display: inline-block; -text-align: center; -} -span.musictime, span.musictime span.top, span.musictime span.bottom { -padding: 1px 0.5px; -font-size: xx-small; -font-weight: bold; -line-height: 0.7em; -} -span.musictime span.bottom { -display: block; -} -ul { -list-style-type: none; -} -.splitListTable { -margin-left: 0; -} -.numberedItem { -text-indent: -3em; -margin-left: 3em; -} -.numberedItem .itemNumber { -float: left; -position: relative; -left: -3.5em; -width: 3em; -display: inline-block; -text-align: right; -} -.itemGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.itemGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.itemGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -div.figure { -text-align: center; -} -.figure { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.floatLeft { -float: left; -margin: 10px 10px 10px 0; -} -.floatRight { -float: right; -margin: 10px 0 10px 10px; -} -p.figureHead, .par.figureHead { -font-size: 100%; -text-align: center; -} -.figAnnotation { -font-size: 80%; -position: relative; -margin: 0 auto; -} -.figTopLeft, .figBottomLeft { -float: left; -} -.figTopRight, .figBottomRight { -float: right; -} -.figure p, .figure .par { -font-size: 80%; -margin-top: 0; -text-align: center; -} -img { -border-width: 0; -} -td.galleryFigure { -text-align: center; -vertical-align: middle; -} -td.galleryCaption { -text-align: center; -vertical-align: top; -} -tr, td, th { -vertical-align: top; -} -tr.bottom, td.bottom, th.bottom { -vertical-align: bottom; -} -td.label, tr.label td { -font-weight: bold; -} -td.unit, tr.unit td { -font-style: italic; -} -td.leftbrace, td.rightbrace { -vertical-align: middle; -} -span.sum { -padding-top: 2px; -border-top: solid black 1px; -} -table.inlinetable { -display: inline-table; -} -table.borderOutside { -border-collapse: collapse; -} -table.borderOutside td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -} -table.borderOutside .cellHeadTop, table.borderOutside .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.borderOutside .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellLeft, table.borderOutside .cellHeadLeft { -border-left: 2px solid black; -} -table.borderOutside .cellRight, table.borderOutside .cellHeadRight { -border-right: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside { -border-collapse: collapse; -} -table.verticalBorderInside td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -border-left: 1px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellHeadTop, table.verticalBorderInside .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.verticalBorderInside .cellLeft, table.verticalBorderInside .cellHeadLeft { -border-left: 0 solid black; -} -table.borderAll { -border-collapse: collapse; -} -table.borderAll td { -padding-left: 4px; -padding-right: 4px; -border: 1px solid black; -} -table.borderAll .cellHeadTop, table.borderAll .cellTop { -border-top: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellHeadBottom { -border-bottom: 1px solid black; -} -table.borderAll .cellBottom { -border-bottom: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellLeft, table.borderAll .cellHeadLeft { -border-left: 2px solid black; -} -table.borderAll .cellRight, table.borderAll .cellHeadRight { -border-right: 2px solid black; -} -tr.borderTop td, tr.borderTop th, th.borderTop, td.borderTop { -border-top: 1px solid black !important; -} -tr.borderRight td, tr.borderRight th, th.borderRight, td.borderRight { -border-right: 1px solid black !important; -} -tr.borderLeft td, tr.borderLeft th, th.borderLeft, td.borderLeft { -border-left: 1px solid black !important; -} -tr.borderBottom td, tr.borderBottom th, th.borderBottom, td.borderBottom { -border-bottom: 1px solid black !important; -} -tr.borderHorizontal td, tr.borderHorizontal th, th.borderHorizontal, td.borderHorizontal { -border-top: 1px solid black !important; -border-bottom: 1px solid black !important; -} -tr.borderVertical td, tr.borderVertical th, th.borderVertical, td.borderVertical { -border-right: 1px solid black !important; -border-left: 1px solid black !important; -} -tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.borderAll { -border: 1px solid black !important; -} -tr.noBorderTop td, tr.noBorderTop th, th.noBorderTop, td.noBorderTop { -border-top: none !important; -} -tr.noBorderRight td, tr.noBorderRight th, th.noBorderRight, td.noBorderRight { -border-right: none !important; -} -tr.noBorderLeft td, tr.noBorderLeft th, th.noBorderLeft, td.noBorderLeft { -border-left: none !important; -} -tr.noBorderBottom td, tr.noBorderBottom th, th.noBorderBottom, td.noBorderBottom { -border-bottom: none !important; -} -tr.noBorderHorizontal td, tr.noBorderHorizontal th, th.noBorderHorizontal, td.noBorderHorizontal { -border-top: none !important; -border-bottom: none !important; -} -tr.noBorderVertical td, tr.noBorderVertical th, th.noBorderVertical, td.noBorderVertical { -border-right: none !important; -border-left: none !important; -} -tr.borderAll td, tr.borderAll th, th.borderAll, td.noBorderAll { -border: none !important; -} -.cellDoubleUp { -border: 0 solid black !important; -width: 1em; -} -td.alignDecimalIntegerPart { -text-align: right; -border-right: none !important; -padding-right: 0 !important; -margin-right: 0 !important; -} -td.alignDecimalFractionPart { -text-align: left; -border-left: none !important; -padding-left: 0 !important; -margin-left: 0 !important; -} -td.alignDecimalNotNumber { -text-align: center; -} -.lgouter { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -display: table; -} -.lg { -text-align: left; -padding: .5em 0 .5em 0; -} -.lg h4, .lgouter h4 { -font-weight: normal; -} -.lg .lineNum, .sp .lineNum, .lgouter .lineNum { -color: #777; -font-size: 90%; -left: 16%; -margin: 0; -position: absolute; -text-align: center; -text-indent: 0; -top: auto; -width: 1.75em; -} -p.line, .par.line { -margin: 0 0 0 0; -} -span.hemistich { -visibility: hidden; -} -.verseNum { -font-weight: bold; -} -.speaker { -font-weight: bold; -margin-bottom: 0.4em; -} -.sp .line { -margin: 0 10%; -text-align: left; -} -.castlist, .castitem { -list-style-type: none; -} -.castGroupTable { -border-collapse: collapse; -margin-left: 0; -} -.castGroupTable td { -padding: 0; -margin: 0; -vertical-align: middle; -} -.castGroupBrace { -padding: 0 0.5em !important; -} -table.alignedtext, table.alignedverse { -border-collapse: collapse; -} -table.alignedtext td { -vertical-align: top; -width: 50%; -} -table.alignedverse { -vertical-align: top; -} -table.alignedtext td.first, table.alignedverse td.first { -border-width: 0 0.2px 0 0; -border-color: gray; -border-style: solid; -padding-right: 10px; -} -table.alignedtext td.second, table.alignedverse td.second { -padding-left: 10px; -} -table.alignedverse td.first, table.alignedverse td.second { -width: 45%; -} -table.alignedverse td.lineNumbers { -width: 10%; -} -body { -padding: 1.58em 16%; -} -.pageNum { -display: inline; -font-size: 70%; -font-style: normal; -margin: 0; -padding: 0; -position: absolute; -right: 1%; -text-align: right; -} -.marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -left: 1%; -position: absolute; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -} -.right-marginnote { -font-size: 0.8em; -height: 0; -right: 3%; -position: absolute; -text-indent: 0; -text-align: right; -width: 11% -} -.cut-in-left-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: left; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: left; -padding: 0.8em 0.8em 0.8em 0; -} -.cut-in-right-note { -font-size: 0.8em; -left: 1%; -float: right; -text-indent: 0; -width: 14%; -text-align: right; -padding: 0.8em 0 0.8em 0.8em; -} -span.tocPageNum, span.flushright { -position: absolute; -right: 16%; -top: auto; -text-indent: 0; -} -.pglink::after { -content: "\0000A0\01F4D8"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.catlink::after { -content: "\0000A0\01F4C7"; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.exlink::after, .wplink::after, .biblink::after, .qurlink::after, .seclink::after { -content: "\0000A0\002197\00FE0F"; -color: blue; -font-size: 80%; -font-style: normal; -font-weight: normal; -} -.pglink:hover { -background-color: #DCFFDC; -} -.catlink:hover { -background-color: #FFFFDC; -} -.exlink:hover, .wplink:hover, .biblink:hover, .qurlink:hover, .seclin:hover { -background-color: #FFDCDC; -} -body { -background: #FFFFFF; -font-family: serif; -} -body, a.hidden { -color: black; -} -h1, h2, .h1, .h2 { -text-align: center; -font-variant: small-caps; -font-weight: normal; -} -p.byline { -text-align: center; -font-style: italic; -margin-bottom: 2em; -} -.div2 p.byline, .div3 p.byline, .div4 p.byline, .div5 p.byline, .div6 p.byline, .div7 p.byline { -text-align: left; -} -.figureHead, .noteRef, .pseudoNoteRef, .marginnote, .right-marginnote, p.legend, .verseNum { -color: #660000; -} -.rightnote, .pageNum, .lineNum, .pageNum a { -color: #AAAAAA; -} -a.hidden:hover, a.noteRef:hover, a.pseudoNoteRef:hover { -color: red; -} -h1, h2, h3, h4, h5, h6 { -font-weight: normal; -} -table { -margin-left: auto; -margin-right: auto; -} -.tablecaption { -text-align: center; -} -.arab { font-family: Scheherazade, serif; } -.aran { font-family: 'Awami Nastaliq', serif; } -.grek { font-family: 'Charis SIL', serif; } -.hebr { font-family: Shlomo, 'Ezra SIL', serif; } -.syrc { font-family: 'Serto Jerusalem', serif; } -/* CSS rules generated from rendition elements in TEI file */ -.imprint { -color: gray; text-align: center; -} -/* CSS rules generated from @rend attributes in TEI file */ -.xd31e1459 { -text-align:center; vertical-align:middle; font-size:x-large; width:33%; -} -.xd31e1460 { -text-align:center; vertical-align:middle; -} -.cover-imagewidth { -width:562px; -} -.xd31e93 { -font-size:x-large; -} -.xd31e95 { -font-size:small; -} -.xd31e99 { -font-size:xx-large; -} -.xd31e1453 { -text-align:center; font-size:xx-large; -} -.xd31e1456 { -text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000; font-weight:bold; -} -.tbl\.wanted\.header { -width:100%; -} -.xd31e1463 { -font-size:xx-large; -} -.lordlisterwidth { -width:307px; -} -.xd31e1478 { -text-align:center; font-size:xx-large; color:#d40000; -} -.xd31e1480 { -font-size:large; -} -.xd31e1483 { -font-size:large; -} -.xd31e1486 { -text-align:center; -} -.xd31e1488 { -text-align:center; font-size:x-large; -} -.xd31e1492 { -text-align:center; font-size:large; -} -.warrant\.en { -font-size:small; -} -.warrant\.nl { -display:none; font-size:small; -} -.xd31e1720 { -font-size:xx-large; -} -.xd31e1722 { -font-size:medium; -} -@media handheld { -} -/* ]]> */ </style> -</head> -<body> - -<div style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 6: De dubbelganger van den bankdirecteur, by Kurt Matull</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online -at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you -are not located in the United States, you will have to check the laws of the -country where you are located before using this eBook. -</div> - -<p style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Title: Lord Lister No. 6: De dubbelganger van den bankdirecteur</p> - -<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: Kurt Matull and Theo Blakensee</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Release Date: October 30, 2021 [eBook #66633]</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Language: Dutch</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Character set encoding: UTF-8</div> - -<div style='display:block; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg</div> - -<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 6: DE DUBBELGANGER VAN DEN BANKDIRECTEUR ***</div> -<div class="front"> -<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first"></p> -<div class="figure cover-imagewidth"><img src="images/lordlister0006-front.jpg" alt="Oorspronkelijke voorkant." width="562" height="720"></div><p> -<span class="pageNum" id="pb1">[<a href="#pb1">1</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first xd31e93">☞ Elke aflevering bevat een volledig verhaal. ☜ -</p> -<p class="xd31e95">UITGAVE VAN DEN „ROMAN-BOEKHANDEL VOORHEEN A. EICHLER”, SINGEL 236,—AMSTERDAM. -</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="body"> -<div id="ch1" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch1.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<div class="figure"><img src="images/p0006-01.png" alt="DE DUBBELGANGER VAN DEN BANKDIRECTEUR." width="720" height="226"></div> -<h2 class="super xd31e99">DE DUBBELGANGER VAN DEN BANKDIRECTEUR.</h2> -<h2 class="label">EERSTE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">LORD LISTER, DE MENSCHENVRIEND.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Lord Lister leunde behagelijk achterover met over elkaar geslagen beenen in een makkelijken -fauteuil van rood leer. -</p> -<p>Zijn slanke, witte vingers speelden met een zilveren sigarettendoos. -</p> -<p>Tegenover hem zat zijn vriend Charly Brand met voorovergebogen bovenlijf, de ellebogen -op de knieën. -</p> -<p>„En bevalt het je nu goed hier in de eenzaamheid?” vroeg <span class="corr" id="xd31e109" title="Bron: Charley">Charly</span>. -</p> -<p>Lord Lister bedwong een opkomend lachje. -</p> -<p>„Wel, natuurlijk! ’t Is hier heel mooi!” -</p> -<p>„Heb je prettige buren, Edward?” -</p> -<p>„Ik heb mij nog niet den tijd gegeven, visites af te steken,” was het antwoord van -den lord, terwijl hij luid geeuwde en opstond uit zijn stoel. -</p> -<p>Langzaam liep hij naar het venster toe, waarvoor kostbare kanten gordijnen hingen, -terwijl draperiën van wijnrood fluweel het àl te schelle licht wat temperden. -</p> -<p>„Ik zou graag willen weten, wien dat parvenu-achtige huis aan den overkant toebehoort,” -merkte lord Lister op na een pauze en hij wees naar het huis aan den overkant. -</p> -<p>Charly Brand kwam naast zijn vriend staan. -</p> -<p>„Dat huis daar met dien smakeloozen gevel? Dat zal wel het eigendom zijn van den een -of anderen rijk geworden slager. Misschien ook behoort het een bankier!” -</p> -<p>„Je vergist je. De eigenaar is een oude lord, maar hij ziet er uit als een veehandelaar. -Hij schijnt zwaar aan jicht te lijden. Iederen morgen rijdt hij naar Hyde-Park.” -</p> -<p>„Heb je dat allemaal van hier uit gezien?” -<span class="pageNum" id="pb2">[<a href="#pb2">2</a>]</span></p> -<p><span class="corr" id="xd31e126" title="Niet in bron">„</span>Dat allemaal, Charly—en nog veel meer.” -</p> -<p>„Bijvoorbeeld?” -</p> -<p>Brand brandde van nieuwsgierigheid. -</p> -<p>„Bijvoorbeeld heb ik nog opgemerkt, dat mijn asthmatische, rheumatische buurman een -heele mooie, jonge vrouw heeft.” -</p> -<p>„Zoo!” -</p> -<p>Charly’s nieuwsgierigheid veranderde in belangstelling. -</p> -<p>„Ben je al— — —”, hij hield op, „— — —daar— —daar— —is ze dat?” vroeg hij eensklaps. -</p> -<p>Aan het tegenoverliggende venster verscheen een gestalte, in het wit gekleed, met -lichtblond haar. -</p> -<p>De beide heren zagen duidelijk, dat zij opgewonden door de kamer liep en als in vertwijfeling -de handen wrong. -</p> -<p>„Daar is ze”, sprak lord Lister, „wat zou haar schelen?” -</p> -<p>„Natuurlijk ruzie met haar man! Ze zal wel niet bijzonder gelukkig zijn!” -</p> -<p>„Dat is te begrijpen!” -</p> -<p>Daar kwam het blonde hoofd weer van achter de gordijnen te voorschijn. -</p> -<p>Een paar groote, bedroefde oogen keken den tuin in en langs het hek, dat het huis -van den straatweg afsloot. -</p> -<p>„Als een gevangen vogel in een vergulde kooi,” vergeleek Charly. -</p> -<p>De witte gestalte ging in een leunstoel aan het venster zitten en verborg snikkend -het gelaat in beide handen. -</p> -<p>Lord Lister keerde zich van het venster af en keek zijn vriend ernstig aan. -</p> -<p>„Een arme, lijdende vrouw—te midden van de weelderigste pracht, kon ik haar maar helpen!” -</p> -<p>„Dat is altijd jouw eerste gedachte!” sprak Charly, <span class="corr" id="xd31e149" title="Niet in bron">„</span>Jij bent een menschenvriend van het zuiverste water, Edward! Overigens is het denkbeeld -waarlijk nog niet zoo onuitvoerbaar. Jij kunt heel gemakkelijk als nieuwe buurman -een bezoek afsteken en dan het terrein gaan verkennen. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e152" title="Niet in bron">„</span>’t Blijft natuurlijk nog een andere vraag of je kunt helpen!” -</p> -<p>„Ik kan het probeeren. Maar ik ben bang, dat men mij niet zal kunnen ontvangen. Een -uitvlucht is makkelijk te vinden. De lord heeft drukke zaken—mevrouw heeft hoofdpijn, -enzoovoorts!” -</p> -<p>Zijn vriend haalde de schouders op. -</p> -<p>„Ja, daarmee moet je natuurlijk rekening houden, Edward!” -</p> -<p>Een oogenblik aarzelde lord Lister. -</p> -<p>Hij keek nog eens naar de slanke gestalte aan den overkant. -</p> -<p>Toen stapte hij met resoluut gebaar zijn slaapkamer binnen. -</p> -<p>Hij was in elegant visite-toilet, toen hij weer te voorschijn kwam. -</p> -<p>Voor den spiegel strikte hij zijn das en uit een grooten flacon besprenkelde hij zich -met een eigenaardig riekend parfum. -</p> -<p>Hij keek in den spiegel—en was tevreden. In zijn knoopsgat stak hij een prachtige -orchidee, toen nam hij zijn handschoenen en sloeg er zijn vriend luchtigjes mee op -den schouder. -</p> -<p>„Tot straks, Carlo mio!” -</p> -<p>„Jij bent een man van de daad, Edward!” -</p> -<p>Lord Lister verdween. -</p> -<p>Even daarna schelde Raffles aan het huis aan de overzijde aan. -</p> -<p>Een bediende in livrei opende en boog diep. Lord Lister gaf hem zijn kaartje. Hij -volgde den livreibediende niet door het park, maar sloeg een zijweg in. Langs donkere -dennen kwam hij over een smalle, witte brug van berkenhout die over een beek <span class="pageNum" id="pb3">[<a href="#pb3">3</a>]</span>lag. Achter een boschje hoorde hij zeer luid snikken. -</p> -<p>Met een paar stappen was lord Lister op die plek en boog de takken uit elkaar. Op -een steenen bank zat daar lady Daisy Montgomery, die den vreemdeling aanzag met een -bleek, beschreid gelaat. -</p> -<p>„Vergeef mij mijn onbescheidenheid,” smeekte hij, zich voorstellend en hij vertelde, -dat hij als buurman een bezoek kwam brengen. -</p> -<p>De blonde schoonheid trachtte zich te beheerschen, terwijl de lord haar vertelde dat -hij het verrukkelijke park wat nader wilde bekijken en toen verdwaald was. -</p> -<p>Zij poogde te spreken, doch snikken belette haar voort te gaan en wanhopig zonk zij -op de bank terug. -</p> -<p>„Mevrouw,” sprak de bezoeker geheel verward, „kan ik u misschien met iets van dienst -zijn?” -</p> -<p>„Ja, help mij!” klonk het toen met wanhopigen schrei, „bevrijd mij van die duivel -in menschengedaante!” -</p> -<p>Toen, plotseling opschrikkend, vervolgde zij: -</p> -<p>„Maar wat moet ge wel van mij denken. Ge kent mij niet eens!” -</p> -<p>Met zwakke, aarzelende stem vertelde zij hem haar lijdensgeschiedenis van heel haar -ongelukkig huwelijk. -</p> -<p>Het was het oude lied—het oude leed. -</p> -<p>Een jonge, schoone, geestelijk hoogstaande vrouw was gekoppeld aan een ouden man, -een man van laag gehalte, die, toen hij begreep, dat hij nooit haar liefde zou winnen, -haar kwelde op alle mogelijke manieren. -</p> -<p>De maat van haar lijden was vol—en waar het hart van vol is, loopt de mond van over. -</p> -<p>Zij had zich voor haar familie opgeofferd. -</p> -<p>Haar vader, van ouden adel, was totaal geruïneerd. Hij had juist haar man een bezoek -gebracht en dit had aanleiding gegeven tot een nieuwe scène. -</p> -<p>Lord Lister vroeg niet naar de reden van dit bezoek, toen lady Montgomery zweeg. -</p> -<p>„En is er niets, dat eenige vreugde brengt in uw treurig leven?” -</p> -<p>„Als mijn ouders slechts onafhankelijk van hem waren of als het hun slechts mogelijk -was, weer in het bezit van hun kostbare familiejuweelen te geraken—” -</p> -<p>Het geluid van stemmen deed haar ophouden. -</p> -<p>„Het spijt mij, dat ik het niet met u eens ben, baron Bassing”, hoorde men iemand -zeggen op hoonenden toon, „het is u zeker hetzelfde, op welke wijze ik de vordering -heb ontvangen, een feit is het, dat zij bestaat. Een feit is het ook, dat ik totnogtoe -geen cent heb teruggekregen. Ge hebt mij wel een onderpand gegeven, maar wat zijt -ge nu verder van plan te doen?” -</p> -<p>Rillend verborg Daisy het gelaat in de handen. -</p> -<p>„Mijn man”, stamelde zij, „en mijn arme vader.” -</p> -<p>„Laat ons gaan, opdat wij geen ongewenschte toehoorders worden,” stelde lord Lister -voor. -</p> -<p>Maar zij maakte een ontkennend handgebaar en tegelijkertijd klonk een zachte, welluidende -stem. -</p> -<p>„Ge vergeet, Montgomery, dat mijn dochter Daisy, toen zij uw aanzoek aannam, de voorwaarde -maakte— —” -</p> -<p>Een spotlach belette den baron verder te gaan. -</p> -<p>„De voorwaarde stelde—neen maar, die is goed! Dat lijkt op afpersing, baron! Ik heb -destijds die vrouwengril ingewilligd. Natuurlijk denk ik er geen oogenblik aan, dat -belangrijke ding uit handen te geven.” -</p> -<p>Een gloeiende blos kleurde het gelaat der schoone vrouw. -</p> -<p>Haar man vervolgde: -</p> -<p>„Ik geef u nogmaals een termijn, baron! Als ge dan uw verplichtingen weer niet nakomt, -zijn de juweelen mijn eigendom geworden—” -</p> -<p>Men hoorde een heftige tegenspraak—toen waren de beide heeren voorbijgegaan. -</p> -<p>„Is het speelschuld?” vroeg lord Lister fluisterend. -<span class="pageNum" id="pb4">[<a href="#pb4">4</a>]</span></p> -<p>„Ja,” antwoordde Daisy en na een pauze vervolgde zij: -</p> -<p>„Ik heb mij opgeofferd, maar het offer bracht ik te vergeefs”. -</p> -<p>Met vlammende oogen richtte zij zich op. -</p> -<p>Haar schoonheid had op dat oogenblik iets duivelsch en in stomme bewondering volgden -lord Listers oogen de lijnen van haar slanke gestalte met den gouden haartooi. -</p> -<p>„Het water steeg mijn vader tot de lippen, toen hij zijn hooge speelschuld moest betalen -en om zich te redden, nam hij de hulp aan van Montgomery, die aanbood hem te helpen -doch dit deed tegen ongelooflijke woekerwinsten. -</p> -<p>„Terwijl die geschiedenis zich afspeelde, kwam Montgomery natuurlijk druk bij ons -aan huis. Den meesten tijd bracht hij dan door in de studeerkamer van mijn vader. -Ook werd hij bij ons aan tafel genoodigd en dan legde hij tegenover mij steeds een -dwaze galanterie aan den dag. -</p> -<p>„Ik nam natuurlijk die beleefdheid van den ouden heer heel nuchter op, totdat ik op -zekeren dag moest ervaren, dat het bittere ernst was. -</p> -<p>„Op zekeren dag zocht hij mij in het park en toen maakte hij het mij zóó lastig, dat -ik hem ruw terugwees. -</p> -<p>„Tandenknarsend ging hij heen en ik verkeerde in de veronderstelling, dat ik nu voorgoed -van hem af was. -</p> -<p>„Maar de mensch wikt— — — -</p> -<p>„Intusschen scheen het, alsof de oude glans en praal weer terugkeerde in ons huis. -Mijn ouders herleefden, mijn broer Guinny kon de officiersuniform blijven dragen, -schulden werden gedelgd en nieuwe inkoopen gedaan. -</p> -<p>„Maar het geluk gaat op wieken en op zekeren dag was het weer weggevlogen. -</p> -<p>„Montgomery had verscheiden wissels van mijn vader opgekocht en bood deze nu aan op -een tijd, toen onze financiën door beursspeculaties er allesbehalve gunstig voorstonden. -Om de maat vol te meten kwam op zekeren avond mijn broer Guinny bleek en verstoord -thuis en biechtte, dat hij duizend pond sterling had verspeeld. Hij smeekte vader, -hem niet ongelukkig te maken en hem de som te verstrekken. -</p> -<p>„Zijn schuldenaar was—sir Montgomery! -</p> -<p>„O, hoe haat ik dien satan in menschengedaante, die de macht van het geld zoo schandelijk -misbruikt! -</p> -<p>„Maar luister verder! -</p> -<p>„Mijn vader zette allen trots op zij en deelde Montgomery den juisten stand van zaken -mee. Hij luisterde met over elkaar geslagen armen. -</p> -<p>„Toen vroeg hij een onderpand voor het geleende kapitaal en met bloedend hart gaf -mijn vader hem de kostbare familiejuweelen. -</p> -<p>„Laat ik kort zijn! -</p> -<p>„De speelschulden van mijn broeder noodzaakten vader opnieuw aan te kloppen bij den -schurk. -</p> -<p>„Tegen zijn verwachting werd hij terstond geholpen! Maar toen kwam het vreeselijke! -Montgomery stelde een verschrikkelijke voorwaarde!” -</p> -<p>Door smart overweldigd zweeg lady Montgomery. -</p> -<p>Lord Lister greep haar smalle koude hand. -</p> -<p>„Ik weet nu alles, madame”, sprak hij op weeken toon, „hij vroeg u tot vrouw. Nietwaar?” -</p> -<p>Zij knikte droevig en een traan viel van haar lange wimpers. -</p> -<p>„God alleen weet, hoe ik geleden heb, voordat ik daartoe besloot,” fluisterde zij -onder tranen, „dag en nacht heb ik gestreden, totdat ik toevallig in een aangrenzende -kamer achter de portiêre er getuige van was, dat mijn vader de hand aan zich zelf -wilde slaan. -</p> -<p>„Met één sprong was ik hem terzijde en ontrukte hem de revolver. -</p> -<p>„Deze beslissing werkte beslissend over mijn leven. <span class="pageNum" id="pb5">[<a href="#pb5">5</a>]</span>Zonder mij nog een oogenblik verder te bedenken, nam ik het aanzoek aan, doch tegelijkertijd -stelde ik de voorwaarde, dat de kostbare familiejuweelen weer aan mijn ouders zouden -worden teruggegeven. De lord beloofde dit na het huwelijk te zullen doen. -</p> -<p>„<i>Hij heeft zijn woord niet gehouden.</i>” -</p> -<p>„Bewaart hij die juweelen zelf?” vroeg Lord Lister. -</p> -<p>„Ja,” antwoordde Daisy, „hij verbergt ze, alsof ze zijn eigendom waren, in een brand- -en inbraakvrije kluis.” -</p> -<p>„Ik ga nu heen, madame,” sprak Lord Lister, „ge kunt steeds op mijn hulp rekenen.” -</p> -<p>„Daar komt mijn man terug,” viel ze hem in de rede. „Ik ga mijn armen vader opzoeken.” -</p> -<p>Met deze woorden verdween zij in het park, terwijl lord Lister den grondbezitter te -gemoet ging, die het visitekaartje van den bezoeker in de hand hield. -</p> -<p>„Ik zoek u al geruimen tijd, lord, maar ik zie dat mijn echtgenoote u gezelschap heeft -gehouden.” -</p> -<p>„Ja, die eer is mij te beurt gevallen. Ik had het genoegen—” -</p> -<p>Lord Montgomery viel hem in de rede. -</p> -<p>„Wij hadden eigenlijk al kennis met elkaar gemaakt, voordat gij mij een bezoek bracht,—al -was het ook slechts op een afstand. Ik heb u reeds herhaalde malen bewonderd, als -gij op uw prachtigen goudvos wegreedt. Maar laat ons in huis gaan,” liet hij er op -volgen. -</p> -<p>De heeren gingen met elkaar naar binnen, en namen plaats in gemakkelijke fauteuils. -</p> -<p>„Gevoelde mijn vrouw zich niet al te wel?” -</p> -<p>„Neen, uw vrouw scheen zware hoofdpijn te hebben.” -</p> -<p>„Allemaal kuren, niets dan kuren. ’t Heeft natuurlijk weer geen zier te beteekenen,” -sprak de liefhebbende echtgenoot. -</p> -<p>Lord Lister keek de kamer eens rond. -</p> -<p>Deze was met zware eikenhouten meubels gestoffeerd. Op een tafeltje, dat met parelmoer -was ingelegd, stond een kostbaar kistje van gedreven zilver. -</p> -<p>Lord Lister bekeek het met belangstelling. -</p> -<p>„Bewaart ge uw schatten daarin?” vroeg hij langs zijn neus weg<span id="xd31e265"></span>. -</p> -<p>„De hemel beware mij, dat zou immers onverantwoordelijk zijn,” antwoordde Montgomery, -„die bewaar ik in een brand- en inbraakvrije kluis, hier onder deze kamer, in een -getralied gewelf”. -</p> -<p>De heeren praatten nog geruimen tijd over de jacht en andere vermaken, tot lord Lister -opstond om heen te gaan. -</p> -<p>„Dit wilde ik u nog zeggen,” sprak de gastheer, „vandaag over een week geven wij onze -eerste groote partij. -</p> -<p>„De uitnodigingskaarten zijn nog niet verzonden,—maar ik hoop toch, dat wij op uw -tegenwoordigheid mogen rekenen?” -</p> -<p>De oogen van Raffles schitterden even. -</p> -<p>Hij nam de uitnoodiging gaarne aan. -</p> -<p>De heeren wisselden nog eenige beleefdheden, en toen stond Raffles op. -</p> -<p>„Ik mag dus op u rekenen?” -</p> -<p>„Met veel genoegen.” -</p> -<p>Een bediende opende de deur, en terwijl hij zich verwijderde, zag lord Lister achter -in het park de lichte japon der beklagenswaardige vrouw, naast een voornaam uitzienden -heer, met witte haren. -</p> -<p>Charly Brand wachtte zijn vriend met gespannen belangstelling. -</p> -<p>Bij zijn thuiskomst liep hij naar hem toe, en keek hem nieuwsgierig aan. -</p> -<p>„Je komt laat Edward! Heb je wat nieuws gehoord daar aan den overkant?” -</p> -<p>„Ja, dat heb ik.” -</p> -<p>„Wat is het! Houd mij niet te lang in spanning?” -</p> -<p>Raffles dacht er niet aan, iets te vertellen. -</p> -<p>„Ik moet nu weg, Charly. Ga je een eindje met me mee?”— — — — — — -<span class="pageNum" id="pb6">[<a href="#pb6">6</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch2" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch2.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">TWEEDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">IN HET HOL VAN DEN CYCLOOP.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">In het donkerste Londen, aan het eind van een duistere, morsige zijstraat, staat een -oud, vervallen huis. -</p> -<p>Door de vensters, waarvoor geen gordijnen hangen, kijken dikwijls woeste, ruwe gezichten, -als schelle hulpkreten door de straat snerpen. -</p> -<p>Dan luisteren die woestaards om te spieden of iets van hun gading is, en even later -verdwijnen de gelaatstrekken weer. -</p> -<p>Iederen nacht vallen er slachtoffers in deze straat, maar nooit komt iemand de bedreigden -te hulp, die in een donkeren hoek worden gelokt en dan worden uitgeschud en vermoord. -</p> -<p>Ontelbare boeven hebben hier hun schuilplaatsen in de vele kroegen. Ook in het oude -huis op den hoek, voert een oude vervallen wenteltrap naar een kelderwoning, waar -een kroeg wordt gehouden. -</p> -<p>Een goedgekleede jongeman was juist de trappen afgedaald. -</p> -<p>Beneden gekomen klopte hij drie keer aan. -</p> -<p>Onmiddellijk werd een grendel terzijde geschoven. -</p> -<p>Een luid hallo! begroette den binnentredende, die de pet van het blonde hoofd nam. -</p> -<p>„Alle drommels, oude jongen, slaap je? Zeg Cycloop, geef nu gauw een whisky!” -</p> -<p>De eenoogige herbergier haastte zich te brengen wat hem gevraagd werd, terwijl allen, -die in de kroeg aanwezig waren in een kring zich schaarden om den blonden jongen. -</p> -<p>Nu verscheen de Cycloop met de gevulde glazen. -</p> -<p>Uit een ruw, onverschillig gelaat staarde een grijs-groen oog met <span class="corr" id="xd31e307" title="Bron: bloederig">bloederige</span> randen uit de holte. De gladgeschoren vierkante kop stond op een langen hals. Zijn -gestalte was hoog en stevig. Allen stootten aan. -</p> -<p>„Dat is een goede dag, kerels,” riep een klein mager mannetje uit. „Eerst heeft Zwarte -Samuel een rondje gegeven, en nu zet Blonde Jimmy de kroon op het werk. Lang leven -Blonde Jim en Zwarte Sam!” -</p> -<p>Ze stootten nogmaals aan. -</p> -<p>„Vertel eens op kerel, hoe ben je aan de duiten gekomen? Heb je ergens een lade gelicht?” -</p> -<p>De anderen brulden van pret. -</p> -<p>„Pas op,” riep Jim, „hou je bek, of ik sla er op.” -</p> -<p>„Ga zitten, Jimmy,” suste de Cycloop, „en vertel ons de geschiedenis van je mazzematten. -Of wil je die bron net zoo geheim houden als Zwarte Sam?” -<span class="pageNum" id="pb7">[<a href="#pb7">7</a>]</span></p> -<p>„Ja, ik zal het jullie vertellen.” En Jim sprong op de massief eikenhouten tafel. -</p> -<p>„Ik zat dan weer eens voor den zooveelsten keer in nieuwe moeilijkheid en keek voortdurend -te vergeefs uit naar een goed zaakje. -</p> -<p>„Ik ging wat bungelen voor de Washington-Street. En terwijl ik in de winkelvensters -mijn mooie beeltenis sta te bewonderen, krijg ik plotseling een fijn idee. En nauwelijks -is dat idee in mijn kop, of ik moest het ook uitvoeren, want het jeukte in al mijn -vingers. -</p> -<p>„Vroolijk zwaaide ik mijn wandelstokje en neuriede een wijsje, terwijl ik een kleinen -winkel binnentrad. -</p> -<p>„Met voorbedachten rade had ik geen groote zaak uitgekozen, omdat ik liefst zoo weinig -mogelijk toeschouwers wenschte. Ik had mij er van overtuigd, dat binnen in den winkel -slechts één persoon zich bevond, een jongen, met een gezicht vol zomersproeten en -melkboerenhondenhaar. -</p> -<p>„Dus ging ik binnen.” -</p> -<p>„Wat verlangt mijnheer?” -</p> -<p>Met deze woorden kwam de sproetige naar voren. -</p> -<p>Lachend zette ik mijn cylinder op de toonbank. „Doe dien vol stroop,” beval ik. -</p> -<p>Hij keek me verbluft aan, en scheen aan mijn verstand te twijfelen. -</p> -<p>„Gauw een beetje,” zei ik, „het gaat om een weddenschap. Hier vlak bij, in Waterloo-Hotel! -Gauw wat, ik heb geen tijd.” -</p> -<p>De sproetige grijnsde over zijn geheele gezicht. -</p> -<p>„Maar meneer, die mooie zijden hoed!” -</p> -<p>„Dat komt er niet op aan,” zei ik, „de weddenschap brengt me heel wat meer op.” -</p> -<p>Hij grijnsde met een mond, die tot zijn ooren wegtrok en begon achter de toonbank -den hoed met de kleverige stof te vullen. -</p> -<p>„Wat kost het?” vroeg ik. -</p> -<p>„Precies een schilling”, antwoordde hij. -</p> -<p>Ik legde een banknoot van een pond op de toonbank, die ik even tevoren een dame had -gerold. -</p> -<p>Langzaam trok hij de geldla open om mij terug te geven, maar in hetzelfde oogenblik -greep ik den hoed vol stroop en stolpte hem dien krachtig over het hoofd! -</p> -<p>Ik verzeker jullie, jongens, dat het een allemachtig lollig gezicht was. -</p> -<p>Fluks haalde ik het geld uit de la, greep de pet van den jongen, die aan een spijker -hing en maakte mij uit de voeten. -</p> -<p>De kerel kon niet schreeuwen, zijn mond was hem dichtgekleefd met een lekker zoet -pleistertje en zien kon hij ook niets, want voor zijn oogen was het stikdonkere nacht!” -</p> -<p>De luisteraars hadden af en toe den verteller onderbroken door luid gelach, waaraan -dit keer schier geen eind scheen te komen. -</p> -<p>„Hallo! Daar achter zit nog iemand!” riep Jimmy en inderdaad zat daar op een bank -in elkaar gedoken, een eenzame gestalte. -</p> -<p>„Zeg, Heinrich, zit je te spinnen?” brulde een pokdalige kerel, en een tweede voegde -erbij: -</p> -<p>„Zeg, Heinrich, met de gebeten wangen, treur je nog altijd om rooie Sien? Die komt -toch niet terug!” -</p> -<p>„Kom, drink eens leeg”, moedigde Jim hem aan, terwijl hij hem bij den arm greep. -</p> -<p>Een somber, verstoord gezicht, op een der wangen een vreemd litteeken, als veroorzaakt -door een menschenbeet, keek op. -</p> -<p>„Wat is er met rooie Sien?” vroeg Jim. -</p> -<p>„Die is er vandoor gegaan,” antwoordde een der anderen met ruwen lach, maar Charles, -een monteur, verklaarde: -<span class="pageNum" id="pb8">[<a href="#pb8">8</a>]</span></p> -<p>„Sien was Heinrichs liefje. Kort geleden hebben ze samen juweelen gestolen. Iederen -dag hadden ze ruzie om de verdeeling van den buit, totdat rooie Sien een paar dagen -geleden plotseling verdwenen is— —” -</p> -<p>In hetzelfde oogenblik had een der kerels een gummistok opgenomen, die op tafel lag. -</p> -<p>Hij hield het gevaarlijke wapen als een fluit voor den mond, en terwijl hij op smachtenden -toon een bekend wijsje floot, begon Zwarte Sam te zingen: -</p> -<div class="lgouter"> -<p class="line">„Ach, waar is zijn liefje gebleven, -</p> -<p class="line">Ach waar is zijn brave vrouw, -</p> -<p class="line">Lief Sientje heeft snood hem verlaten, -</p> -<p class="line">Zij bleef hem niet langer trouw!”</p> -</div> -<p class="first">En de heele bende viel in koor in: -</p> -<div class="lgouter"> -<p class="line">„Lief Sientje heeft snood hem verlaten -</p> -<p class="line">Zij bleef hem niet langer trouw!”</p> -</div> -<p class="first">„Ellendelingen!” brulde de geplaagde, terwijl hij, de vuisten gebald, opsprong. -</p> -<p>De toornader op zijn voorhoofd was hoog gezwollen, de verglaasde oogen schenen uit -het hoofd te zullen vallen. Een dierlijke woede sprak er uit zijn trekken. -</p> -<p>Hij vloog op Zwarte Sam af en greep hem in de keel. -</p> -<p>„Halt!” donderde plotseling een doordringende mannenstem. -</p> -<p>Verschrikt stoven allen uit elkander. -</p> -<p>„De groote onbekende!” werd gefluisterd. -</p> -<p>Hoog opgericht stond daar een slanke mannengestalte in elegant pak, het gelaat verborgen -achter een zwart masker. -</p> -<p>Weelderig donker haar kwam onder zijn cylinder vandaan. Zijn slanke gestalte gaf hem -iets vorstelijks. -</p> -<p>Zonder een enkel woord te spreken, keek hij dreigend van den een naar den ander, toen -verdween hij. -</p> -<p>De cycloop schonk aan het buffet verschillende dranken in en volgde toen den vreemdeling. -</p> -<p>De anderen spraken slechts fluisterend. -</p> -<p>Heinrich met de gebeten wang was al weer vergeten. -</p> -<p>Daar kraakte de deur opnieuw. -</p> -<p>„Jim en Jack, ga naar binnen”, meldde de cycloop. -</p> -<p>Het tweetal haastte zich, aan dit bevel gehoor te geven. -</p> -<p>Zij gingen de deur uit en kwamen in een donkere gang, waar zij vlak achter elkander -loopend, voorzichtig voortschoven. -</p> -<p>Matrozen-Jack scheen den weg beter te kennen dan Jim. Hij bracht den kameraad zwijgend -door een doolhof van gangen. -</p> -<p>„Zie je, Jack,” viel Jim eensklaps in, „’t is toch een groote eer voor ons, dat de -chef juist ons liet roepen.” -</p> -<p>„Hou je bek,” snauwde Jack. -</p> -<p>Zij hielden stil voor een deur. -</p> -<p>Jack klopte drie keer. -</p> -<p>„Binnen”, klonk een metalen geluid. -</p> -<p>Zij openden de deur en betraden een elegant gemeubelde kamer. -</p> -<p>Op een tafel stonden de dranken, door den cycloop ingeschonken, voorts een nog onaangeroerd -ontbijt, een flesch wijn en een kistje sigaren. -</p> -<p>John Raffles, de gemaskerde, zat in een leunstoel. -</p> -<p>„Goeden avond,” sprak hij. -</p> -<p>Voor hem op tafel lagen klinkende, nieuwe inbrekerswerktuigen en in een hoek naast -de kachel stond een groote, geopende koffer, waarin een zuurstofapparaat van de nieuwste -vinding zich bevond. -<span class="pageNum" id="pb9">[<a href="#pb9">9</a>]</span></p> -<p>„Gaat zitten,” zei Raffles met een uitnoodigende handbeweging. -</p> -<p>Hij schoof het kistje sigaren naar het tweetal toe, dat zich bediende en dankend boog. -</p> -<p>Eerst toen het tweetal rookend was, begon de meesterdief te spreken. -</p> -<p>„Ik heb een grootsch plan,” begon hij, „waarbij ik een paar van jelui noodig heb. -</p> -<p>„Hoe staat het met jullie instrumenten?” -</p> -<p>Matrozen-Jack grijnsde. -</p> -<p>Toen keek hij met begeerigen blik naar het werktuig, dat op tafel lag. -</p> -<p>„Bij de laatste inbraak heb ik al mijn beste spulletjes er bij ingeschoten, chef!” -</p> -<p>John Raffles nam een paar van de stalen voorwerpen en overhandigde ze den verheugden -Jack. -</p> -<p>Ook Jim werd van het noodige voorzien. -</p> -<p>„En nu kunnen we overgaan tot de orde van den dag,” merkte hij op, „de plaats voor -jullie werk is het huis van lord Montgomery. ’t Is te doen om kostbare familiejuweelen! -</p> -<p>„De kast, die geopend moet worden, is van het allernieuwste systeem. Zij staat in -het gewelf, dat in het sousterrain is gelegen. Morgen is er een groote partij, de -nachtelijke uren tusschen elf en één is de beste tijd om den slag te slaan.” -</p> -<p>Hij stond op en grendelde de deur. -</p> -<p>Op fluistertoon ging hij toen verder. -</p> -<p>Geruimen tijd later gingen de bezoekers weg, en door de donkere gangen bereikten zij -al spoedig hun kameraden weer. -</p> -<p>De handen op den rug, liep de groote onbekende de kamer op en neer. -</p> -<p>Voor den koffer bleef hij toen staan en keek naar den inhoud. -</p> -<p>„Wij zullen de familie Bassing weer in het bezit stellen van haar eigendommen, oude -vrek”, mompelde hij tusschen zijn witte tanden. -</p> -<p>Zijn oogen fonkelden achter het zwarte masker, zijn borst zwoegde. -</p> -<p>Een zilveren pendule sloeg het middernachtelijk uur. -</p> -<p>De kaarsen in de zilveren kandelaars flikkerden en wierpen onzeker lichtschijnsel -op het schoone, zwart gemaskerde gelaat. -</p> -<p>Buiten huilde de storm en de kleine keldervensters klapperden achter de kostbare gordijnen. -</p> -<p>Raffles was naar de schrijftafel gegaan en ging er voor zitten. -</p> -<p>Uit een ivoren kistje nam hij papier en enveloppen. Het was fijn, sterk—zwart papier. -Links boven in den hoek waren twee, in goud uitgevoerde inbrekerswerktuigen als initialen -door elkaar geslingerd en daaronder het gouden monogram J. C. R. -</p> -<p>In den schedel van een doodshoofd die voor inktkoker diende, doopte hij een pen en -met rooden inkt schreef hij op den zwarten ondergrond. -</p> -<p>Daarna zegelde hij den brief en drukte op den knop van een electrische schel. -</p> -<p>De Cycloop verscheen op den drempel. -</p> -<p>„Post dezen brief!” beval Raffles op korten toon, „en laat Jim en Jack weer boven -komen om proeven te nemen met het termit-apparaat.” -</p> -<p>Een oogenblik later verscheen het tweetal opnieuw. -</p> -<p>Een pantserplaat werd tegen den muur gezet en ijzeren, met zuurstof gevulde flesschen -klaar gemaakt. -</p> -<p>Een gummislang werd met den inhoud der flesschen in verbinding gebracht en het uiteinde -aan een blaas bevestigd. Uit de zuurstof kwam een sterke, sissende vlam te voorschijn. -Een gedeelte van de pantserplaat <span class="pageNum" id="pb10">[<a href="#pb10">10</a>]</span>werd nu bestreken met termit, een smeltmiddel en de vlam op deze plaats gericht. -</p> -<p>Spookachtig klonk het sissen der vlam en het boren der inbrekerswerktuigen door de -stilte van den nacht. -</p> -<p>„Moeten wij de ijzeren flesschen ook meenemen?” vroeg Jim den meesterdief op fluistertoon. -</p> -<p>„Neen”, antwoordde deze kalm, „wij nemen alleen breekijzers, boren en schroeven mee.” -</p> -<p>Er viel iets op den grond. -</p> -<p>Uit den broekzak van Matrozen-Jack was bij het bukken een gummistok gegleden. -</p> -<p>„Wat is dat?” vroeg Raffles. „Maak jij van zulke instrumenten gebruik, ouwe jongen? -Pas op, Jack, wees voorzichtig! Doe geen dingetjes, die niet geoorloofd zijn in mijn -dienst, want dan heb ik je niet meer noodig! Een laffe moordenaar behoort niet bij -mijn mannen! Een menschenleven is ons heilig!” -</p> -<p>De morgen daagde reeds, toen de mannen heengingen— — -<span class="pageNum" id="pb11">[<a href="#pb11">11</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch3" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch3.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">DERDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">DE RHAPSODIE VAN LISZT.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">„Wel, lord Hoensbrook”—onder dezen titel was John C. Raffles geïntroduceerd—„wat ge -daar vertelt van naastenliefde en humaniteit zijn dwaze droomen van een idealist!” -</p> -<p>Het was Montgomery’s vette stem, die deze woorden sprak, „dat zijn dingen, die niet -meer thuis hooren in de huidige samenleving. Onze wereld is modern, menschenliefde -is uit den booze. Gij zijt nog jong, gij kent de menschen nog niet! Ik voor mij ben -het principe toegedaan om niet te veel te kijken naar links en naar rechts. Ik zorg -voor mij zelven!” -</p> -<p>En lord Montgomery streek eens langs zijn kalen schedel. -</p> -<p>„Maar ik weet, lord Hoensbrook,” vervolgde de oude, „dat uwe levensprincipes heel -andere zijn. Hoe komt dat zoo?” -</p> -<p>„Omdat ik vind, dat egoïsme steeds berust op een minderwaardig karakter!” -</p> -<p>„Zóó, meent ge dat? Laat ons daarover maar niet strijden. Ik zie, dat men aanstalten -maakt om aan tafel te gaan en eerlijk gezegd, geef ik meer om truffels, oesters en -champagne dan om de heele moderne wereldhervorming!” -</p> -<p>Raffles deed zich alle geweld aan om hoffelijk te blijven. -</p> -<p>„Ge moet niet al te zeer gesteld zijn op lekkere beetjes, lord Montgomery,” schertste -hij. „Een aardig gezegde luidt: -</p> -<div class="lgouter"> -<p class="line">„Verwen je buik niet al te zeer, -</p> -<p class="line">Hij is een ondankbare gast, -</p> -<p class="line">Als ge ’t lekkerste hem geeft -</p> -<p class="line">Is hij u ’t meest tot last!”</p> -</div> -<p class="first">„Dat is waar, dat is volkomen waar—en ’t is heel aardig ook,” lachte lord Montgomery -op kirrenden toon. -</p> -<p>Zij voegden zich bij de andere gasten. -</p> -<p>Alle kamers waren helder verlicht. -</p> -<p>Geluidloos liepen de bedienden af en aan. -</p> -<p>Alle gasten schenen aanwezig te zijn. -</p> -<p>Montgomery gaf alleen dergelijke feesten, omdat zijn mooie, jonge vrouw erop aandrong. -Gastvrijheid behoorde nu eenmaal niet tot zijn deugden. -</p> -<p>Vele dames waren aanwezig, doch de schoonste van alle was verreweg lady Daisy. -</p> -<p>Haar lang, slepend gewaad van zeegroene zijde was geborduurd met zilveren waterlelies. -Haar schoone, weemoedige oogen zochten lord Lister. -</p> -<p>Hij was de aangebeden lieveling der vrouwen en ook <span class="pageNum" id="pb12">[<a href="#pb12">12</a>]</span>hedenavond weer was hij het middelpunt der dames. -</p> -<p>Na het diner ging het gezelschap naar de muziekzaal, waar een heerlijke Bechstein-vleugel -tot spelen noodde. -</p> -<p>Lord Lister was naar den rooksalon gegaan, waar hij een Havanna opstak. -</p> -<p>Daarna betrad hij het balkon. Haastig keek hij rond en boog zich toen voorover. -</p> -<p>Van buiten af klonken, op meesterlijken toon gefloten, de eerste maten van de bekende -Hongaarsche Rhapsodie van Liszt. -</p> -<p>In de schaduw tegen een palm geleund luisterde hij en toen de tonen ophielden, floot -hij klaar en duidelijk de melodie verder. -</p> -<p>Daarna ging hij naar de muziekzaal terug, waar op levendigen toon werd gedebatteerd -over Sonaten van Beethoven en Wagneriaansche muziek. -</p> -<p>Een oogenblik luisterde hij zwijgend, daarop wendde hij zich tot een der hem omringende -dames. -</p> -<p>„Zult gij ons niet eens het genoegen verschaffen, lady Mountleroy, om iets voor ons -te spelen?” -</p> -<p>„O”, lachte de dame, „ik speel afschuwelijk!” -</p> -<p>„Vischt ge naar complimentjes, madame?” vroeg hij, zich vooroverbuigend en de dame -in de oogen kijkend. -</p> -<p>„Neen, o, neen, ik haat vleierij, lord — —” -</p> -<p>„Lord Hoensbrook!” smeekten thans wel twintig stemmen<span class="corr" id="xd31e488" title="Bron: ,">.</span> „Speelt gij eens iets voor ons!” -</p> -<p>Lachend liet Raffles zich naar den vleugel dringen. -</p> -<p>Ook de heeren waren nu naderbijgekomen. -</p> -<p>Zachtjes preludeerde Hoensbrook. -</p> -<p>— — — — — — — — — — — — — — —<br> -— — — — — — — — — — — — — — — —<br> -— — — — — — — — — — — — — — — — -</p> -<p>„Maar dat is ongelooflijk, dat is om dol te worden!” -</p> -<p>„Ja, die brutaliteit gaat toch te ver!” -</p> -<p>Met deze woorden traden eenige heeren nog binnen. -</p> -<p>„Welke brutaliteit?” vroeg een der gasten. -</p> -<p>„Weet ge het nog niet?” vroeg Montgomery. -</p> -<p>„Neen!” -</p> -<p>„Ik heb vanmorgen den zwarten brief gekregen”. -</p> -<p>Hoensbrook preludeerde verder. -</p> -<p>Hij verstond ieder woord, hoewel de heeren zachtjes spraken. -</p> -<p>„De zwarte brief? Wat is dat? Ik heb wel eens van een blauwbrief gehoord—” zei een -jong officier. -</p> -<p>„Met een zwarten brief”, verklaarde de gastheer, „kondigt de beruchte inbreker John -Raffles telkens zijn bezoek aan.” -</p> -<p>„Maar dat is interessant, en gij— —” -</p> -<p>„Sst, zachtjes! Anders worden de dames ongerust! Ja, hij heeft mij zijn bezoek aangekondigd. -Natuurlijk heb ik dadelijk een detective besteld om mijn brandkast te bewaken. Voor -vandaag nu alles op de been is, achtte ik zooiets niet noodig. Maar voorzichtigheid -hindert nooit, ik heb twee bedienden de wacht laten houden in het portaal!” -</p> -<p>Hoensbrook lachte even. -</p> -<p>„Lord Hoensbrook,” vroeg een dame, wie het preludeeren te lang duurde, „wat zult ge -straks gaan spelen?” -</p> -<p>„Wilt ge een rhapsodie van Liszt?” vroeg hij. -</p> -<p>„Dolgraag!” -</p> -<p>Allen stemden mee in. -</p> -<p>En plotseling speelde Hoensbrook met sterken aanslag. -</p> -<p>Meesterlijk vertolkte hij de woeste, bruisende melodie, de schoone muziek, die alles -overstemde en die iedereen dwong tot ademloos luisteren. -</p> -<p>Hij werd met loftuitingen overladen. -</p> -<p>Een dame nam zijn plaats in om een lied van Mendelssohn te zingen. -</p> -<p>Onderwijl verliet Hoensbrook stil de kamer. -<span class="pageNum" id="pb13">[<a href="#pb13">13</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch4" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch4.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">VIERDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">EEN BRUTALE INBRAAK.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Vlug snelde Raffles de kamers door en vloog toen de trap af. -</p> -<p>Hij ontmoette geen sterveling, en zoo kwam hij in het gewelf, waar de brandkast stond -met de juweelen. -</p> -<p>Uit zijn zak haalde hij een looper te voorschijn en onhoorbaar wist hij zich toegang -te verschaffen tot de kluis. -</p> -<p>Daar zag hij twee donkere gedaanten, die bezig waren, inbrekerswerktuigen gereed te -leggen. -</p> -<p>Toen Raffles binnenkwam, keken Jack en Jim doodelijk verschrikt op. -</p> -<p>Zij maakten zich al klaar om den onwelkomen gast te lijf te gaan. -</p> -<p>Maar Raffles floot zachtjes. -</p> -<p>„O, chef”, stamelde Jack, „ik dacht, dat we gesnapt waren!” -</p> -<p>„Heb jullie gedaan, zooals ik gezegd heb?” -</p> -<p>„Ja, meester! Wij hebben, toen gij dat woeste stuk op de piano’s speeldet, de ijzeren -tralies doorgevijld. Toen ging verder alles goed”. -</p> -<p>Raffles lachte. -</p> -<p>Hij keek naar de doorgevijlde tralies, die netjes weer op hun plaats waren gezet. -</p> -<p>Daar ontdekte hij plotseling de roerloos uitgestrekte gestalte van den detective. -</p> -<p>„Wat is dat?” vroeg hij op korten toon. -</p> -<p>Jack keek om. -</p> -<p>„Wat is dat? Spreek op!” -</p> -<p>„Chloroform, chef!” -</p> -<p>„Dan komt de man gauw weer bij”. -</p> -<p>„Niet zoo heel gauw!” -</p> -<p>„Waarom niet?” -</p> -<p>„Ik heb hem op z’n kop getimmerd!” -</p> -<p>„Waarmee?” -</p> -<p>„Met den zandzak!” -</p> -<p>„Had dat niet anders <span class="corr" id="xd31e559" title="Bron: gekend">gekund</span>?” -</p> -<p>Raffles keek verstoord. -</p> -<p>„Onmogelijk, chef!” antwoordde Jack. „Ik dacht, dat de chef tevreden zou zijn over -ons werk. -</p> -<p>„Toen wij de tralies hadden doorgevijld, kropen we door het venster. -</p> -<p>„In hetzelfde oogenblik echter sprong een kerel naar ons toe. -<span class="pageNum" id="pb14">[<a href="#pb14">14</a>]</span></p> -<p>„Ik hield hem toen dadelijk een spons met chloroform onder den neus, waarna hij bewusteloos -neerviel. -</p> -<p>„Om zeker te zijn van onze zaak, heb ik hem nog even op den kop getikt. -</p> -<p>„Maar er zal hem geen kwaad geschieden, chef!” -</p> -<p>„Kom, jongens, dan aan ’t werk”, sprak Raffles, die zijn rok uitdeed en deze voor -het venster hing, opdat alles ongestoord kon geschieden. -</p> -<p>Jack onderzocht de ijzeren brandkast en Jim bracht het termitapparaat in orde, terwijl -Raffles een gasvlam ontstak. -</p> -<p>„De gummislang”, beval hij. -</p> -<p>Jim reikte deze aan. -</p> -<p>Jack had de goede plaats al gevonden, waar het ijzer het gemakkelijkst kan worden -afgesmolten. -</p> -<p>„Vooruit!” -</p> -<p>Raffles oogen schitterden. -</p> -<p>Nu was hij, de meesterdief, de gentleman-inbreker weer in zijn element. -</p> -<p>Hij deelde bevelen uit, hij nam de gummislang en liet de vlam suizen langs de door -Jack aangewezen, niet termit bestreken plek. -</p> -<p>Geluidloos arbeidde hij voort, niets werd vernomen dan het sissen der vlam. -</p> -<p>Aan de deur luisterde Jim en Jack volgde met de grootste belangstelling het werk van -den meesterdief. -</p> -<p>In het park ruischten de boomen in de avondkoelte, een hond blafte. -</p> -<p>Van boven af klonk het gedempte gezang door in Raffles’ ooren, maar overigens was -alles rustig. -</p> -<p>Plotseling werden stemmen vernomen. -</p> -<p>In een oogenblik had Raffles het gas uitgedraaid en in volslagen duisternis stonden -de drie mannen ademloos te luisteren. -</p> -<p>„Die oude kerel is toch wel benauwd voor zijn kostbaarheden”, klonk de stem van een -bediende, „wij moeten hier staan smachten om de dieven af te weren, in plaats dat -we in de keuken ons kunnen te goed doen aan gebraad en wijnresten.” -</p> -<p>„Kom, James, laat ons maar naar de keuken gaan”, zei de ander, „geen sterveling zal -er iets van merken!” -</p> -<p>„Wel, natuurlijk! Er gebeurt niets!” -</p> -<p>„Ga je mee?” -</p> -<p>„Ja!” -</p> -<p>De mannen trokken af. -</p> -<p>Het licht ontvlamde weer. De gasvlam lekte met begeerige tong langs het metaal, als -wilde zij met geweld in het ijzer dringen. -</p> -<p>Het drietal werkte zwijgend voort. -</p> -<p>„Nu zullen we niet meer gestoord worden”, fluisterde Jack met een grijns. -</p> -<p>Raffles antwoordde niet. -</p> -<p>Hij was veel te druk aan het werk. De staalplaat werd hoe langer hoe dunner. -</p> -<p>Buiten blafte nog steeds de hond. -</p> -<p>„Die schijnt lont te hebben geroken”, fluisterde Jim. -</p> -<p>„Niet benauwd worden”, lachte Raffles, „ben je bang voor de gevangenis?” -</p> -<p>Jim werd rood. -</p> -<p>Hij voelde zich gekrenkt in zijn inbrekerseer. -</p> -<p>„Er kan wel eens een agent buiten staan en dan zou het jammer zijn van al de moeite”, -verontschuldigde hij zich. -</p> -<p>„Gauw het breekijzer, Jack”, beval Raffles. -</p> -<p>In het ijzer vertoonde zich nu een groot gat. -</p> -<p>Jack reikte het breekijzer over. -</p> -<p>„Nu voorzichtig!” -</p> -<p>Raffles nam het werktuig. -</p> -<p>Een ruk—een kort gekraak—de kast was open! -<span class="pageNum" id="pb15">[<a href="#pb15">15</a>]</span></p> -<p>Kalm onderzocht Raffles den inhoud. -</p> -<p>Aan baar geld was er niet al te veel, ongeveer 500 pond. -</p> -<p>In een hoek echter stond een groot étui van lila fluweel. -</p> -<p>Raffles opende het. Daar lagen de juweelen van Daisy’s familie. -</p> -<p>Voorzichtig sloot hij het étui. -</p> -<p>Daarna nam hij een handvol banknoten en verdeelde ze onder zijn bende helpers, die -onder stormachtige dankbetuigingen het loon aanvaardden. -</p> -<p>Het etui liet Raffles in zijn borstzak glijden. -</p> -<p>„Zorgt nu, dat je hier heelhuids vandaan komt,” zei hij tot Jim en Jack. -</p> -<p>Hij zelf deed zijn rok weer aan, opende behoedzaam de deur en kwam zoo ongezien weer -in de veranda, waar hij in een leunstoel ging zitten als om eens volop te genieten -van den heerlijken zomernacht. -</p> -<p>Hij keek den straatweg op. -</p> -<p>Twee donkere gedaanten verlieten zoo juist het park en verdwenen snel. -</p> -<p>„Zoo, lord Hoensbrook, zit ge hier te dwepen in den maneschijn, terwijl de dames naar -u uitzien en verlangen?” -</p> -<p>Een jong grondeigenaar sprak hem aldus aan. „En weet ge al dat er voor de dames een -waarzegster komt?” -</p> -<p>„Ja, dat weet ik, lady Montgomery sprak er mij eenige dagen geleden over!” -</p> -<p>„’t Is natuurlijk een kolossale onzin, zoo’n waarzeggerij, vindt ge ook niet, lord -Hoensbrook?” -</p> -<p>„Och, de waarzeggerij van tegenwoordig is al niet veel anders dan die van het orakel -van Delphi. Zoo’n beetje kijk hebben in de toekomst,” antwoordde de gevraagde. -<span class="pageNum" id="pb16">[<a href="#pb16">16</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch5" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch5.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">VIJFDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">DE HEKS VAN SUFFEX.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Jack en Jim snelden voort. -</p> -<p>Toen zij, een eind achter het station, aan een kruisweg kwamen, namen zij afscheid -van elkander en Jim ging in een droge sloot op den loer liggen. -</p> -<p>Geen geluid werd gehoord. -</p> -<p>Hij keek op zijn horloge. Het was kwart voor twaalf. -</p> -<p>Daar kwam iemand langs de sloot, het was een oude vrouw. -</p> -<p>Bliksemsnel sprong Jim op. -</p> -<p>De oude deinsde verschrikt achteruit. -</p> -<p>„Hallo! Oude heks, waar ga je naar toe?” -</p> -<p>„Naar het kasteel, ik moet den mooien dames de toekomst voorspellen.” -</p> -<p>In een oogenblik had Jim de oude gebonden en in de sloot gesleurd. -</p> -<p>„Hou je bek, ouwe, of ik vel je neer. Geef mij dadelijk je bovenkleeren!” -</p> -<p>Bevend aan alle leden ontdeed de vrouw zich van haar bonten halsdoek, jak en rok. -Daarna knoopte zij ook haar hoofddoek af. -</p> -<p>Jim nam alles op en begon zich te verkleeden. -</p> -<p>Den hoofddoek trok hij diep in de oogen, daarna haalde hij een doosje okerextract -voor den dag en wreef zijn gelaat daarmee in, zoodat hij niet meer van een oud zigeunerwijf -was te onderscheiden. -</p> -<p>Hij legde de oude vrouw gebonden neer en wierp zijn jas over haar heen. -</p> -<p>„Ziezoo, ouwe draak, nu zul je tenminste niet bevriezen,” hoonde hij, „over een poosje -krijg je je lompen terug!” -</p> -<p>Hij ging den weg, dien hij gekomen was en een poosje later stond hij voor het huis -van Montgomery, dat de oude als „het kasteel” had aangeduid. -</p> -<p>Op de veranda zag hij twee heeren staan. -</p> -<p>In de een herkende hij terstond Raffles en ook deze had hem opgemerkt. -</p> -<p>Een lachje speelde om lord Listers schoon gevormden mond. -</p> -<p>„Het wordt koel,” sprak de jonge grondeigenaar, „laat ons naar binnen gaan, voordat -wij verkouden worden.” -</p> -<p>„Verkouden? Het is hier zoo verrukkelijk mooi in dezen heerlijken zomernacht.” -<span class="pageNum" id="pb17">[<a href="#pb17">17</a>]</span></p> -<p>Daar sloeg de torenklok met metalen slag het middernachtelijk uur. -</p> -<p>„Hu! Het spookuur!” lachte Raffles. -</p> -<p>„Nu zullen wij een grap beleven, als de oude Zigeunerin komt,” zei de ander. -</p> -<p>Geluid van stemmen drong tot hen door. -</p> -<p>„Zij schijnt er al te zijn, lord Hoensbrook! Gaat ge mee?” -</p> -<p>„Maar natuurlijk!” -</p> -<p>Arm in arm traden de heeren den salon binnen. -</p> -<p>Daar wachtte hun een alleraardigste aanblik. -</p> -<p>De lichten der gaskronen waren neergedraaid en in de zaal heerschte een schemerachtig -licht, dat sprookjesachtig mooi werd, doordat de volle maan haar stralen liet vallen -door de hooge vensters. -</p> -<p>In een grooten kring waren de stoelen geschaard, waarop de gasten hadden plaats genomen. -</p> -<p>De dames fluisterden en babbelden met elkander en keken evenals de heeren, in gespannen -verwachting naar de deur. -</p> -<p>„Is het een heusche Zigeunerin?” vroeg een dame aan lady Montgomery. -</p> -<p>„Men heeft het mij verteld,” antwoordde deze, „ik heb haar niet gezien.” -</p> -<p>Er werd op de deur geklopt. -</p> -<p>„Binnen! Binnen!” klonk het uit een dozijn kelen tegelijk. -</p> -<p>Een vrouw trad binnen, gekleed in bonte doeken. -</p> -<p>Een oogenblik keek zij de zaal rond, toen naderde zij langzaam. -</p> -<p>Gespannen stilte ontstond. -</p> -<p>„Schoone dames! Trotsche heeren! Zladwiga, de heks van Suffex, brengt u den nachtelijken -groet!” sprak zij. -</p> -<p>„Goeden avond! Goeden avond!” klonk het vroolijk terug. -</p> -<p>De dames waren, dol nieuwsgierig, opgestaan. -</p> -<p>Zij verdrongen zich om de bonte gedaante. -</p> -<p>Allen strekten haar de hand toe. -</p> -<p>De zotste dingen werden verteld. Een dame, die al zes jaar getrouwd en moeder van -drie kinderen was, moest hooren, dat zij spoedig zou vereenigd worden met den man -harer keuze, en toen men <span class="corr" id="xd31e691" title="Bron: der">de</span> Zigeunerin vertelde, dat de dame al lang getrouwd was, maakte zij er zich met een -grapje af. -</p> -<p>„En wat is mijn noodlot?” klonk de sonore stem van Raffles, die ook bij de groep was -komen staan. -</p> -<p>„Laat uw hand zien!” beval de Zigeunerin. -</p> -<p>Een oogenblik bekeek zij de fijne, blanke rechterhand van Raffles. -</p> -<p>Toen sprak zij op plechtigen toon, nadat zij drie keer een kruis had geslagen: -</p> -<p>„Je zult een rijk man worden!” -</p> -<p>„Dat is hij al,” klonk een stem uit het gezelschap. -</p> -<p>De pseudo-zigeunerin liet zich echter niet storen. -</p> -<p>Zij sloot de oogen en sprak toen: -</p> -<div class="lgouter"> -<p class="line">„Wat zie ik? -</p> -<p class="line">Er bloeit een blauwe bloem, -</p> -<p class="line">Een bloem van het geluk. -</p> -<p class="line">Zij bloeit voor u! -</p> -<p class="line">Voor u, schoone man! -</p> -<p class="line">Een <span class="corr" id="xd31e711" title="Bron: negel">engel</span> met blonde lokken, -</p> -<p class="line">Een engel lief en rein, -</p> -<p class="line">Zal de uwe zijn!”</p> -</div> -<p class="first">Allen verdrongen zich nu om haar. -</p> -<p>„Zeg eens, heks, welk lot wacht mij?” vroeg de vette stem van Montgomery. -</p> -<p>De heks nam ook zijn hand. -</p> -<p>„O, wat zie ik?” riep zij plotseling uit, „arme, oude man.” -<span class="pageNum" id="pb18">[<a href="#pb18">18</a>]</span></p> -<div class="lgouter"> -<p class="line">„Bedek je aangezicht! -</p> -<p class="line">Je toekomst in de doodkist ligt. -</p> -<p class="line">De wind huilt en blaast, -</p> -<p class="line">De storm woedt en raast, -</p> -<p class="line">Zilveren maneschijn. -</p> -<p class="line">Kijkt in kast, -</p> -<p class="line">Leeg is de kast, -</p> -<p class="line">Weg de gouden last. -</p> -<p class="line">Arme, oude heer, -</p> -<p class="line">Je bezit geen juweelen meer!”</p> -</div> -<p class="first">„Wat is dat?” brulde Montgomery. -</p> -<p>„Maar lord Montgomery, je gelooft die nonsens toch niet?” vroeg een oude generaal. -</p> -<p>„Maar de brief! De zwarte brief! Dat is een wonderlijke samenloop van omstandigheden!” -</p> -<p>Er volgde luid geschreeuw. -</p> -<p>De heeren lachten om de dwaasheid en vonden het een kostelijke grap. -</p> -<p>De dames lieten kleine gilletjes hooren en het slot was, dat men in optocht naar de -kluis ging in het keldergewelf. -</p> -<p>Vol spanning wachtten allen op de dingen, die komen zouden. -</p> -<p>Eindelijk was de ijzeren deur bereikt. -</p> -<p>Montgomery zocht in zijn zak naar den sleutel. -</p> -<p>Hij was zenuwachtig geworden en vertrok krampachtig zijn gezicht. -</p> -<p>Eindelijk vond hij den sleutel en stak dien in het slot. -</p> -<p>Hij werd krijtbleek. -</p> -<p>„Alle duivels! De sleutel past niet meer!” -</p> -<p>„Ge ziet spoken!” kalmeerde een oud-militair, „ge windt u op voor niets!” -</p> -<p>„Mag ik het misschien eens probeeren?” vroeg lord Hoensbrook op hoffelijken toon. -</p> -<p>Montgomery trad achteruit. -</p> -<p>Met ingehouden adem, inwendig schuddend van lachen, probeerde hij den sleutel om te -draaien—tevergeefs. -</p> -<p>„Dat is heel wonderlijk”, fluisterden de gasten. -</p> -<p>„’t Is onmogelijk!” sprak een jong officier. „Laat mij het eens probeeren!” -</p> -<p>Hij deed het. -</p> -<p>Oók zonder resultaat. -</p> -<p>„Misschien is de deur niet eens gesloten, duw er eens tegen”, ried de jonge grondbezitter. -</p> -<p>De luitenant deed het. -</p> -<p>„Krak!<span class="corr" id="xd31e760" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>Daar vloog de deur al open. -</p> -<p>Allen drongen binnen. -</p> -<p>„Licht!” schreeuwde Montgomery, buiten zichzelf. -</p> -<p>Dat werd gebracht en het bescheen het lijkbleeke gelaat van den detective, die nog -altijd uitgestrekt op den grond lag. -</p> -<p>De dames gilden nu verschrikkelijk. -</p> -<p>Sommigen vielen flauw. -</p> -<p>Lady Daisy, met marmerbleek gelaat, trad de kluis binnen en tastte rond. -</p> -<p>„De juweelen!” stamelde zij, „groote God! Ze zijn verdwenen!” -</p> -<p>Haar oogen sloten zich en zij zou zijn neergezonken als lord Hoensbrook haar niet -ondersteund had. -</p> -<p>„Bestolen! Bestolen!” brulde de lord. „Ik ben bestolen! Schandelijk beroofd! De juweelen, -die hier geborgen waren, vertegenwoordigden alleen al de waarde van een half millioen!” -</p> -<p>Bijna huilend van woede, als een gewond dier, vloog de oude lord van den eenen kant -naar den andere. -</p> -<p>„Ellendelingen!” schreeuwde hij tegen de bedienden, die met kaarsen het heele geval -hadden bijgelicht. <span class="pageNum" id="pb19">[<a href="#pb19">19</a>]</span>„Ellendelingen, zoo hebt jullie dus je plicht gedaan!” -</p> -<p>In zijn razende woede trok hij hun de kandelabres uit de hand en slingerde ze hen -naar het hoofd. -</p> -<p>Gelukkig voor de beide mannen, misten de zware bronzen voorwerpen hun doel. -</p> -<p>Zij vlogen rakelings langs hen heen en vielen kletterend op den grond neer. -</p> -<p>„Steek het gas aan!” beval de lord. -</p> -<p>Al de gasten hadden, in wijden kring geschaard, het geheele tooneel aangezien. -</p> -<p>Een der heeren trachtte nu de vensters te sluiten. -</p> -<p>Plotseling boog hij zich voorover en riep: -</p> -<p>„De dieven zijn door het raam gekomen, dames en heeren. Kijk eens hier, de tralies -zijn doorgevijld!” -</p> -<p>Allen gingen thans naar de keldervensters toe om zich te overtuigen van deze brutale -daad. -</p> -<p>Terwijl het bovenbeschrevene voorviel in het keldergewelf van het prachtige huis, -rende Jim in de kleeren van de oude zigeunervrouw naar de droge sloot. -</p> -<p>De geknevelde vrouw lag daar nog in dezelfde houding. -</p> -<p>Met een enkelen sprong was hij in de sloot. -</p> -<p>„Het spelletje is uit, moedertje,” sprak de inbreker, terwijl hij de vrouw los bond. -</p> -<p>„Ziezoo, trek nou je kleeren weer aan, hier heb je ook een hartig slokje en daar nog -een kleinigheid voor je moeite!” -</p> -<p>Jim haalde zijn beurs te voorschijn en gaf de oude een banknoot van tien dollar. Daarna -rende hij weg. -</p> -<p>Hoofdschuddend keek de oude vrouw hem na, toen bekeek zij den banknoot en ging naar -haar armelijke woning. -</p> -<p>In het groote heerenhuis werd intusschen over niets anders gesproken dan over deze -brutale inbraak. -</p> -<p>Ieder had er zijn meening over, zooals het steeds in dergelijke gevallen gaat, en -eenigen van het gezelschap waren er van overtuigd, dat de oude heks meer van het geval -wist. -<span class="pageNum" id="pb20">[<a href="#pb20">20</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch6" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch6.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">ZESDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">EEN GEHEIMZINNIGE ZENDING.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De volgende morgen brak aan en over het groote heerenhuis bleef de geheimzinnige sluier -hangen van de misdaad, die den vorigen dag was gepleegd. -</p> -<p>In de eetzaal brandde een knappend vuurtje, dat, hoewel het nog slechts in den nazomer -was, toch bijzonder aangenaam aandeed. -</p> -<p>Om de groote eikenhouten tafel hadden zich de gasten verzameld, die een slapeloozen -nacht hadden doorgebracht, wakend met den gastheer, om de inbrekers, zoo dezen mochten -opdagen, terstond te arresteeren. -</p> -<p>De meeste gasten hadden terstond haar huis willen gaan, toen de vreeselijke geschiedenis -aan het licht was gekomen, doch lady Daisy had met tranen in de oogen gesmeekt, dat -men niet zou heengaan. -</p> -<p>Zoo waren de gasten gebleven. -</p> -<p>Men sprak over niets anders dan over den geheimzinnigen diefstal. -</p> -<p>Lord Montgomery had terstond de politie van al het gebeurde in kennis gesteld en met -de grootste voorkomendheid had lord Hoensbrook zijn hulp aangeboden en zelfs per telefoon -met den politie-commissaris onderhandeld. -</p> -<p>Na het ontbijt verspreidden de gasten zich, de meesten gingen naar hun kamer, de anderen -gingen naar de bibliotheek of rooksalon. -</p> -<p>Met beschreide oogen was lady Daisy naar haar boudoir gegaan. -</p> -<p>Toen zij later op den dag zich naar de bibliotheek had begeven, liep lord Lister juist -door de gang. -</p> -<p>Toen de schoone vrouw een wijle in de bibliotheek had vertoefd, trad ook hij er binnen. -</p> -<p>Verschrikt stond zij op van de chaise-longue. -</p> -<p>„Pardon, mylady, ik stoor u toch niet? Ik zocht slechts wat lectuur!” -</p> -<p>„Gij stoort mij in bet geheel niet, lord Hoensbrook!” -</p> -<p>Zij drukte de handen tegen de slapen. -</p> -<p>„Gevoelt ge u niet wel, mylady?” -</p> -<p>Hij vroeg dit op zijn vriendelijksten toon. -</p> -<p>„Neen, ik gevoel mij in het geheel niet wel, mijn hoofd brandt en mijn polsen kloppen -vreeselijk!” -</p> -<p>„Dat is een natuurlijk gevolg van de gebeurtenissen van dezen nacht, mylady<span class="corr" id="xd31e825" title="Bron: ”.">.”</span> -<span class="pageNum" id="pb21">[<a href="#pb21">21</a>]</span></p> -<p>„Ik heb zulk een vreeselijk medelijden met mijn ouders. Sinds zoovele geslachten zijn -die juweelen in onze familie bewaard gebleven. Zij zullen dat verlies niet te boven -komen!” -</p> -<p>„Gij staat mij toch toe, dat ik blijf rooken, mylady?” vroeg lord Hoensbrook. -</p> -<p>Zij knikte ten teeken van instemming. -</p> -<p>Toen sprak zij: -</p> -<p>„Lord Hoensbrook, ik heb u mijn volle vertrouwen geschonken en ik hoop, dat gij daar -tegenover uw vertrouwen zult stellen! -</p> -<p>„Mijn hoofd is vol gedachten en het middelpunt daarvan zijt—gij!” -</p> -<p>„Dat is al te veel eer, mylady!” -</p> -<p>John Raffles boog met een ietwat spottend lachje. -</p> -<p>„En mag ik vragen, van welken aard deze gedachten wel zijn?” -</p> -<p>Zij dacht een oogenblik na, toen sprak zij op haastigen toon: -</p> -<p>„Neen, dat kan ik u niet zeggen!” -</p> -<p>Lord Lister stond tegen een hooge boekenkast geleund, terwijl dit gesprek gevoerd -werd. -</p> -<p>Met een wonderlijken blik keek hij neer op het blonde hoofd, dat daar voor hem gebogen -was. -</p> -<p>„Dat moeten wel vreeselijke gedachten zijn, mylady, die men niet uit durft spreken!” -</p> -<p>„O, lord Hoensbrook, ik ben waarlijk niet in een stemming om te schertsen, laat mij -nu alleen!” -</p> -<p>„Niet vóórdat gij mij hebt verklaard, welke gedachten gij koesterdet!” -</p> -<p>Zij boog het hoofd. -</p> -<p>In gespannen aandacht wachtte hij op eenig antwoord. -</p> -<p>Eenige minuten gingen voorbij, toen werd plotseling op de deur geklopt. -</p> -<p>Raffles greep een boek, terwijl lady Daisy de deur opende. -</p> -<p>„Een brief, mylady”, sprak de dienaar en hij overhandigde haar een verzegeld schrijven. -</p> -<p>„Van mijn ouders”, fluisterde zij. „Ach, zij weten nog nergens van!” -</p> -<p>Raffles keek haar van terzijde aan, terwijl zij den brief opende. -</p> -<p>Een zwarte enveloppe met een gouden monogram viel er uit. -</p> -<p>Daisy werd bleek tot aan haar lippen. -</p> -<p>„Groote God”, fluisterde zij, „een brief, zooals mijn man er een ontving! -</p> -<p>„Maar ik wil eerst lezen wat zij mij schrijven. -</p> -<p>„Zij hebben de juweelen!” schreeuwde zij plotseling uit en in hetzelfde oogenblik -voelde zij, dat een hand op haar mond werd gelegd. -</p> -<p>„Wat beteekent dat, lord?” stamelde zij op bevenden toon. -</p> -<p>Een oogenblik keken zij elkander aan. -</p> -<p>Maar toen ook scheen lady Daisy alles te hebben begrepen. -</p> -<p>Zij overhandigde Raffles beide brieven. -</p> -<p>„Lees deze brieven”, sprak ze, „lees ze overluid, want de letters dansen mij voor -de oogen!” -</p> -<p>Raffles ging tegenover haar zitten. -</p> -<p>„Lees eerst den zwarten brief”, verzocht de schoone vrouw. -</p> -<p>„Zooals ge wenscht, mylady!” -</p> -<p>Hij begon te lezen. -</p> -<blockquote> -<p class="first salute">„<i>Mylord!</i> -</p> -<p>Een menschenvriend zendt u hierbij uw eigendom met het vriendelijke verzoek om geen -nasporingen te doen en over het geheele geval het diepste stilzwijgen te bewaren. -</p> -<p class="signed">JOHN C. RAFFLES.”</p> -</blockquote><p> -<span class="pageNum" id="pb22">[<a href="#pb22">22</a>]</span></p> -<p>„Verder!” steunde Daisy, het gelaat in de handen verbergend. -</p> -<p>Raffles nam nu den tweeden brief. -</p> -<p>Hij las: -</p> -<blockquote> -<p class="first salute">„<i>Lief kind!</i> -</p> -<p>Wij hopen, dat je ons spoedig komt bezoeken. Een gebeurtenis, die mijn geheele zenuwgestel -heeft geschokt, doet mij de kamer houden. -</p> -<p>Wij ontvangen door tusschenkomst van den bekenden inbreker Raffles de familiejuweelen, -die je echtgenoot zoo langen tijd wederrechtelijk in zijn bezit heeft gehad. -</p> -<p>Nog waren wij niet over de eerste vreugde heen, toen ik plotseling tot de ontzettende -ontdekking kwam, dat de kostbaarste steenen uit de sieraden waren gebroken en door -prachtig geslepen glasscherven waren vervangen<span class="corr" id="xd31e894" title="Niet in bron">.</span>”</p> -</blockquote><p> -</p> -<p>„Hel en duivel!” schreeuwde Raffles en hij vernielde het papier tusschen zijn vingers. -</p> -<p>Schreiend zonk Daisy op den divan neer. -</p> -<p>Plotseling richtte zij zich op en met wildvlammende oogen riep zij uit: -</p> -<p>„Luister, lord Hoensbrook, thans wil ik u vertellen, welke vreeselijke gedachten zich -heden van mij meester maakten, gedachten, waarvan, zooals ik zeide, gij het middelpunt -zijt. -</p> -<p>„Luister, lord Hoensbrook, ik verdenk u er van, dat gij op de een of andere wijze -met dien Raffles in verbinding staat. -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e904" title="Niet in bron">„</span><i>Hij</i> heeft dien diefstal niet uitgevoerd, maar <i>gij</i>!” -</p> -<p>„Wilt gij zeggen, mylady, dat ik een gemeene dief ben, een aartsbedrieger en een juweelenvervalscher?” -</p> -<p>„Denkt ge, mylady, dat ik de kostbaarheden heb gestolen om in dienzelfden nacht nog -de steenen te vervalsen en mij te verrijken ten koste van uw familie? -</p> -<p>„Wildet gij mij dat vertellen? -</p> -<p>„Waren dàt de gedachten, die door uw brein speelden en waarvan ik het middelpunt was?” -</p> -<p>De toornader zwol op het voorhoofd van den meester-dief. -</p> -<p>De schoone vrouw beefde. -</p> -<p>„Vergeef mij, mylord”, smeekte zij. -</p> -<p>Hij vervolgde: -</p> -<p>„Neen, lady Montgomery, als er juweelen vervalscht zijn, dan heeft een ander die vervalsching -op zijn geweten. Wil ik u zijn naam noemen?” -</p> -<p>„Zeker!” -</p> -<p>„Lord Montgomery, uw echtgenoot!” -</p> -<p>Toen sprak zij. -</p> -<p>„Mijn God! Eenige weken geleden heeft hij, zooals hij zeide, de juweelen naar een -juwelier gestuurd om ze te laten repareeren, zooals hij zeide!” -</p> -<p>„Dat zal dan het tijdstip zijn, waarin de vervalsching werd uitgevoerd!” -</p> -<p>„Zoo’n ellendeling”, riep zij uit. -</p> -<p>„Weet gij het adres van den juwelier?” vroeg Raffles. -</p> -<p>Daisy noemde het. -</p> -<p>„Dan zal ik verder handelen. Maak u niet ongerust, mylady, gij behoeft niets te vreezen!” -</p> -<p>„Eén ding is mij nog niet duidelijk”, sprak de schoone vrouw. -</p> -<p>„En dat is?” -</p> -<p>„Wat dien Raffles wel tot dezen diefstal kan hebben gedreven!<span class="corr" id="xd31e932" title="Niet in bron">”</span> -</p> -<p>„Louter menschenliefde”. -</p> -<p>Lady Daisy keek op. -</p> -<p>Seconden lang staarde zij Raffles aan, toen plotseling riep zij uit: -<span class="pageNum" id="pb23">[<a href="#pb23">23</a>]</span></p> -<p>„Gij zijt— —” -</p> -<p>„John Raffles”, voltooide hij. -</p> -<p>Bewusteloos zonk zij op den divan neer. -</p> -<p>— — — — — — — — — — — — —<br> -— — — — — — — — — — — — — -</p> -<p>Een uur later zat Raffles in de muziekzaal aan den Bechsteinvleugel. -</p> -<p>Sombere tonen van een klagelijke Beethoven-sonate ruischten omhoog; de gasten kwamen -alle luisteren. -</p> -<p>Na de sonate kwam een vroolijke marsch, toen volgde een fuga van Bach. -</p> -<p>Montgomery trad binnen en stelde een slanken heer voor. -</p> -<p>„Inspecteur Baxter van de recherche.” -</p> -<p>Lady Daisy bloosde. -</p> -<p>„Een oogenblikje”, wendde zij zich tot haar echtgenoot. -</p> -<p>Deze volgde haar. -</p> -<p>Zij traden haar boudoir binnen. -</p> -<p>„Wat verlang je?” -</p> -<p>„Ik wou je alleen zeggen, dat ik even naar mijn ouders ga. Ik kreeg een brief, dat -vader ongesteld is”. -</p> -<p>„Wil je nu gaan, terwijl wij gasten hebben?” -</p> -<p>„Ik heb mij bij hen reeds verontschuldigd!” -</p> -<p>„Dat vind ik toch héél vreemd!” -</p> -<p>„Heelemaal niet!” -</p> -<p>„En moet ik daarvoor meegaan?” -</p> -<p>„Ja. Die Baxter is mij onsympathiek.” -</p> -<p>„Hè, dat begrijp ik niet. Mij is hij héél sympathiek! -</p> -<p><span class="corr" id="xd31e968" title="Niet in bron">„</span>Hij heeft mij doen begrijpen, dat slechts iemand uit mijn allernaaste omgeving den -diefstal kan hebben gepleegd. Begrijp je, iemand, die mijn volle vertrouwen bezit!” -</p> -<p>Zij werd lijkbleek. -</p> -<p>„En weet je wat zoo wonderlijk is? Dat jij een paar dagen voor den diefstal telkens -hebt aangedrongen om de juweelen te mogen hebben. Zie je, dat is <i>mij</i> héél onsympathiek!” -</p> -<p>Toorn belette haar te spreken. -</p> -<p>Schandelijk. -</p> -<p>Zoo’n vermoeden! -</p> -<p>Zij had het hem in het gelaat willen slingeren, dat hij een bedrieger was, maar om -der wille van Raffles mocht zij dat niet doen. -</p> -<p>Zij ging naar hem toe en sprak op verachtelijken toon: -</p> -<p>„Schurk!” -</p> -<p>„Slang!” schold hij terug. -</p> -<p>„Nu heb ik zekerheid! En ik zal je niet sparen ook. In geldelijke aangelegenheden -houdt alle vriendschap op!” -</p> -<p>Hij ging terug naar de kamer, waar de detective wachtte. -</p> -<p>Deze beweerde nogmaals, dat alleen iemand, die het vertrouwen bezat van den heer des -huizes, dezen diefstal kon hebben gepleegd. -</p> -<p>„En wie verdenkt ge?” -</p> -<p>„Ja, mylord, het is mijn beroep, maar— —” -</p> -<p>„Spreek vrij uit!” -</p> -<p>„Ik verdenk uw echtgenoote!” -</p> -<p>Montgomery schrikte nu toch. -</p> -<p>„Maar hoe verklaart ge dan het verdwijnen der banknoten?” -</p> -<p>„Zij heeft een handlanger gehad, wien zij natuurlijk betalen moest!” -</p> -<p>„Maar die brief van Raffles?” -</p> -<p>„Dat is haar handlanger.” -</p> -<p>„Wij zullen nog eens naar de kluis gaan”, stelde Montgomery voor. -<span class="pageNum" id="pb24">[<a href="#pb24">24</a>]</span></p> -<p>En zij gingen. -</p> -<p>Lustige, vroolijke wijsjes klonken uit de muziekzaal. -</p> -<p>In een aanval van woede balde Montgomery de vuisten en een vloek ontsnapte zijn lippen. -</p> -<p>— — — — — — — — — — — — —<br> -— — — — — — — — — — — — — -</p> -<p>In Montgomery’s studeerkamer liep Baxter met groote stappen heen en weer, terwijl -de lord met somber gelaat aan zijn schrijftafel zat. -</p> -<p>Zij schenen juist een langdurig gesprek te hebben gevoerd. -</p> -<p>„Stel u eens voor, mylord, dat uw vrouw geen aandeel had in de misdaad. Hoe zou Raffles -dan te weten zijn gekomen dat u de juweelen in bezit had?” -</p> -<p>„Mogelijk van den juwelier die er een reparatie aan moest verrichten!” -</p> -<p>Er werd op de deur geklopt. -</p> -<p>„Binnen”, riep de lord. -</p> -<p>Een bediende schoof een dertienjarigen jongen binnen, die in zijn eene hand z’n pet, -in de andere een brief droeg. -</p> -<p>„Mister Baxter?” vroeg hij. -</p> -<p>„Dat ben ik”, antwoordde de detective. -</p> -<p>De jongen gaf hem nu den brief. -</p> -<p>„Mister Baxter. Persoonlijk. Kruier <i>niet</i> betaald”, stond erop. -</p> -<p>„Ha, belangrijke berichten!” -</p> -<p>Hij gaf den jongen een geldstukje. -</p> -<p>„Hier, kereltje! Moet je op antwoord wachten?” -</p> -<p>„Neen!” -</p> -<p>De jongen vertrok. -</p> -<p>Haastig maakte de detective den brief open. -</p> -<p>Er viel een zwarte brief uit. -</p> -<p>Baxter las het schrijven. -</p> -<p>Zijn gelaat werd hoe langer hoe rooder. Met een vloek gooide hij toen het papier weg. -</p> -<p>„Mag ik lezen?” vroeg de lord. -</p> -<p>„Zeker”, knarste Baxter. -</p> -<p>„Waarde Heer Baxter!” las de lord. -</p> -<p>„Door een toeval vernam ik, dat ge er bijzonder op gesteld zijt, mij te leeren kennen. -Ik kan niet beweren dat die belangstelling wederkeerig is, maar ik wil u graag een -genoegen doen. Om vijf uur hedenmiddag wacht ik u in café Waterloo, Waterloostreet. -</p> -<p>Tot spoedig dus. Met duizend groeten, -</p> -<p class="signed">JOHN C. RAFFLES.” -</p> -<p>„Een verregaande brutaliteit!” mompelde de lord, „denkt ge aan deze uitnoodiging gehoor -te geven?” -</p> -<p>„Natuurlijk! Ik hoop den kerel te pakken!” -</p> -<p>Hij haalde zijn horloge te voorschijn. -</p> -<p>„Over tien minuten vertrekt de trein!” -</p> -<p>„Maar dan zijt ge toch veel te vroeg, mister Baxter!” -</p> -<p>„Ik heb nog andere dingen te doen!” -</p> -<p>En razend van woede liep Baxter het huis uit. -<span class="pageNum" id="pb25">[<a href="#pb25">25</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch7" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch7.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">ZEVENDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">EEN TRUC DIE GELUKTE.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">De juwelier Herman Violensteen zat in zijn leunstoel voor het venster in een kamer, -die achter den winkel was gelegen en bekeek door zijn loupe een groot aantal kostbare -steenen en ouderwetsche sieraden, vervaardigd van dukatengoud. -</p> -<p>Hij lachte tevreden en zijn perkamenten gezicht vertrok tot een grijns. -</p> -<p>Hij berekende, dat hij met deze voorwerpen mooie zaakjes zou kunnen maken met een -zoet winstje. -</p> -<p>Daar ging de winkelschel. -</p> -<p>Haastig liep de juwelier naar voren. -</p> -<p>Daar stond een slanke heer met zwarten baard en hoofdhaar. -</p> -<p>In zijn hand hield hij een ebbenhouten stok met gouden knop. -</p> -<p>„Ik zou graag losse juweelen willen koopen!” sprak hij. -</p> -<p>„Heel graag, heel graag”, boog de winkelier. -</p> -<p>Al spoedig lag een groote voorraad schitterende steenen voor den voornamen kooper, -die een lorgnet opzette om de steenen beter te kunnen taxeeren. -</p> -<p>Uit de kamer had de juwelier nu ook de steenen gehaald, die hij even te voren met -zoo groote vreugde had bekeken. -</p> -<p>De kooper, die een hooggeplaatst officier in civiel scheen te zijn, bekeek die steenen -met de meeste aandacht. Hij scheen moeilijk keus te kunnen maken, hoestte eens, waarbij -hij zijn zijden zakdoek voor den mond hield en, besluiteloos den stok tegen de lippen -wrijvend, zette hij dezen daarop naast zich en vroeg om andere steenen te zien. -</p> -<p>Een tweede kooper trad binnen. -</p> -<p>Het was een jonge, vroolijke student. -</p> -<p>Ook hij zette zijn wandelstok tegen de toonbank. -</p> -<p>De winkelier vroeg, wat hij verlangde. -</p> -<p>„Ik zou graag eenvoudige ringen willen zien om een klein meisje cadeau te geven!” -</p> -<p>Hij koos een eenvoudig ringetje en haalde een tamelijk oude portemonnaie voor den -dag. -</p> -<p>„Wat kost die ring?” -</p> -<p>„Tien shilling!” -</p> -<p>De vroolijke student trok een verlegen gezicht. -<span class="pageNum" id="pb26">[<a href="#pb26">26</a>]</span></p> -<p>„Kan het niet voor zes shilling?” -</p> -<p>„Voor zes?” -</p> -<p>„Och ja, ik heb mijn maandelijksche toelage nog niet ontvangen!” -</p> -<p>„Wacht dan, tot je die gekregen hebt!” snauwde Violensteen. -</p> -<p>„Neen, neen, dat gaat niet, ik heb dien ring nu noodig. Kom, geef hem voor zes!” -</p> -<p>De koopman aarzelde een oogenblik. -</p> -<p>Toen nam hij het geld. -</p> -<p>De ander greep zijn stok en ging heen, zonder een blik op den voorname te hebben geslagen. -</p> -<p>„Ge hebt niet, wat ik zoek”, sprak deze nu, „doe verder geen moeite!” -</p> -<p>Een lange schaduw viel plotseling over de toonbank. -</p> -<p>Zij was afkomstig van een langen, mageren heer, die op straat stond en door het venster -naar binnen keek. -</p> -<p>Het was niemand anders dan de inspecteur van politie. -</p> -<p>„Ik kom wel terug”, zei de kooper, nam zijn stok en ging heen. -</p> -<p>Hij had nog maar weinig schreden afgelegd, toen de juwelier naar buiten rende. -</p> -<p>„Ik ben bestolen!” riep hij uit. -</p> -<p>In een oogenblik had Baxter den eleganten heer ingehaald. -</p> -<p>„Mijnheer”, hijgde de inspecteur, „in naam der wet neem ik u gevangen!” -</p> -<p>„Ge zijt stapelgek in naam der wet”, antwoordde de vreemde. -</p> -<p>De inspecteur riep een cab aan. -</p> -<p>„Wat wilt ge eigenlijk van mij?” vroeg de elegante heer. -</p> -<p>„Dat zult ge wel zien”, antwoordde Baxter, „ge gaat eerst met mij naar het politiebureau.” -</p> -<p>„Mij goed,” antwoordde de heer, die doodbedaard in de cab ging zitten. „Je snijdt -je leelijk in de vingers, vriend, maar ik wil, om jou een genoegen te doen, dit tochtje -wel meemaken”. -</p> -<p>„Gij zijt—Raffles”, sprak eensklaps de politie-inspecteur. -</p> -<p>„Wat???” -</p> -<p>„Gij zijt Raffles!” -</p> -<p>„Wat bedoel je, man!” -</p> -<p>„Raffles, de groote inbreker!” -</p> -<p>„Ik?” -</p> -<p>„Ja, zeker! <i>Gij zijt John Raffles</i>”. -</p> -<p>„En gij zijt John Ezel!” antwoordde de ander. -</p> -<p>Het tweetal begreep, dat zij op deze manier niet veel verder zouden komen. -</p> -<p>De tocht werd verder dan ook zwijgend voortgezet. -</p> -<p>Op het politiebureau begon de heer, die zich bekend maakte als een hooggeplaatst officier -van koninklijken bloede, geweldig te razen. -</p> -<p>„Alles zal opgehelderd worden, Uwe Doorluchtigheid”, suste de <span class="corr" id="xd31e1118" title="Bron: commisaris">commissaris</span>. -</p> -<p>Op zijn uitdrukkelijk verlangen werd de verdachte terstond gevisiteerd. Men vond echter -niets op hem. -</p> -<p>De detective intusschen vingerde aan den stok, als om een verborgen mechanisme te -vinden. -</p> -<p>De eigenaar wendde zich lachend tot den snuffelaar. -</p> -<p>„Die stok schijnt u wel te bevallen! Ge moogt hem houden als herinnering aan dit voorval”. -</p> -<p>De commissaris en Baxter verontschuldigden zich, toen zij den voornamen heer lieten -heengaan en de commissaris sprak tot Baxter: -</p> -<p>„Dat was een leelijke vergissing van u, inspecteur!” -<span class="pageNum" id="pb27">[<a href="#pb27">27</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch8" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch8.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">ACHTSTE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">DE BEDROGEN INSPECTEUR VAN POLITIE.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Een uur later werd de deur van het cyclopenhol geopend. -</p> -<p>Een heer van voornaam uiterlijk trad binnen. -</p> -<p>„Gauw, Charly, ik heb geen tijd! Kom mee!” riep hij een student toe, terwijl de aanwezigen -allen eerbiedig opstonden. -</p> -<p>Charly ging haastig mee. -</p> -<p>Het tweetal liep de donkere gangen door. -</p> -<p>„Nu?” -</p> -<p>„Hier is de stok!” -</p> -<p>Charly overhandigde hem een zwaren wandelstok met gouden knop. -</p> -<p>Raffles drukte op een plaatje. -</p> -<p>„Hoe heb je ze er allemaal in gekregen, Edward?” vroeg zijn secretaris ten hoogste -verbaasd. -</p> -<p>„Ik bracht de steenen ongemerkt met den zakdoek naar den mond, bracht daarna den stok -tegen de lippen en spuwde de steenen door de holte naar binnen”. -</p> -<p>„Kranig gedaan, Edward!” -</p> -<p>„Ben je het anders van me gewend?” -</p> -<p>„Je bent een wonderkerel!” -</p> -<p>Raffles begon de steenen te tellen. -</p> -<p>„Ze zijn er alle!” -</p> -<p>„Kan ik nu gaan, Edward?” vroeg Charly. -</p> -<p>„Eén oogenblikje!” -</p> -<p>Hij schreef een quitantie. -</p> -<p>„Hier, bezorg dit pakje aan zijn adres en laat de quitantie teekenen. Die breng je -daarna naar café Waterloo!” -</p> -<p>„Uitstekend!” -</p> -<p>„Zorg je er goed voor, Charly?” -</p> -<p>„Natuurlijk!” -</p> -<p>„Ik reken er op!<span class="corr" id="xd31e1160" title="Bron: ’">”</span> -</p> -<p>„Dat kun je!” -</p> -<p>„Adieu, Charly!” -</p> -<p>„Bonjour!” -</p> -<p>— — — — — — — — — — — — —<br> -— — — — — — — — — — — — — -</p> -<p>Het was stampvol in café Waterloo. -</p> -<p>Elegante heeren, studenten, voorname, prachtig gekleede dames waren er aanwezig. -<span class="pageNum" id="pb28">[<a href="#pb28">28</a>]</span></p> -<p>Heel alleen aan een tafeltje zat een lange, magere heer. -</p> -<p>Het was Baxter, inspecteur der recherche. -</p> -<p>Af en toe haalde hij met een zenuwachtig gebaar zijn horloge te voorschijn. -</p> -<p>Het was zes uur. -</p> -<p>Nu moest hij dus komen, de meesterdief, de geniale inbreker! -</p> -<p>Minuten verliepen. -</p> -<p>Op een fluweelen sofa, achter een berg kranten, zat een schoone, jonge dame. De detective -keek naar haar met de grootste belangstelling. -</p> -<p>Zij droeg een grooten witten hoed met struisveeren op het prachtige zwarte haar. Een -paar levendige oogen schitterden in haar hoofd. -</p> -<p>„Kellner, de „Figaro”!” riep zij. -</p> -<p>„Ah! Een Française,” dacht Baxter en hij overhandigde haar met eenige hoffelijke woorden -het gevraagde, dat voor hem op de tafel lag. -</p> -<p>„Dank u zeer!” -</p> -<p>Het tweetal begon met elkaar te babbelen, honderd uit. -</p> -<p>Alles vergat de detective om zich heen. Alles, tot zelfs de afspraak met Raffles. -</p> -<p>Wat kon hem nu ook nog die afspraak schelen, wat kon het hem zelfs schelen, als Raffles -hem ditmaal om den tuin had geleid. -</p> -<p>„Ik moet een kamer bestellen in een hotel”, sprak de schoone. -</p> -<p>Baxter was terstond bereid dit voor haar te doen in het naastbijgelegen hotel. -</p> -<p>Hij ging heen. -</p> -<p>De alleen gelaten schoone krabbelde haastig een paar woorden op een kaartje en gaf -dat aan een kellner. Een jonge man, die al een tijd lang heen en weer liep en haar -met vurig bewonderende blikken had aangestaard, vroeg zij: -</p> -<p>„Zoek je mij, blondje?” -</p> -<p>„Dat niet!” antwoordde de gevraagde op verlegen toon. -</p> -<p>„Wil je mij naar het station brengen? Ik ben hier niet bekend!” -</p> -<p>Charly, want hij was het, dacht na. -</p> -<p>Wat te doen? -</p> -<p>Hij zou maar meegaan. Later kon hij dan naar het café terug gaan. -</p> -<p>Galant bood hij haar zijn arm. -</p> -<p>Nauwelijks had het tweetal de zaal verlaten of Baxter kwam weer binnen. -</p> -<p>Verschrikt keek hij rond. -</p> -<p>Waar was zijn bekoorlijke schoone gebleven? -</p> -<p>Een kellner kwam naar hem toe en overhandigde hem een briefje. -</p> -<p>Zijn gezicht werd lang en langer, toen hij las: -</p> -<blockquote> -<p class="first salute">„<i>Liefste schat!</i> -</p> -<p>Kan ik je bekoren? Ben je teleurgesteld of zijn je verwachtingen beantwoord? Ik dank -je in elk geval voor je vriendelijkheid. Je wijn was heerlijk. Maar, liefste lieveling,—het -buskruit heb <i>jij</i> niet uitgevonden!” -</p> -<p>Op de voorzijde van het visitekaartje stond in groote letters -</p> -<p class="signed">JOHN RAFFLES.”</p> -</blockquote><p> -</p> -<p>— — — — — — — — — — — — —<br> -— — — — — — — — — — — — — -</p> -<p>Maar ook Charly werd in hetzelfde oogenblik ontgoocheld. -</p> -<p>Vol trots, dat hij met zoo’n beeldschoone dame gezien werd, floot hij een cab aan -en liet de schoone vrouw instappen. -<span class="pageNum" id="pb29">[<a href="#pb29">29</a>]</span></p> -<p>„Liefste?” fluisterde hij vragend. -</p> -<p>„Wat is er, ventje?” -</p> -<p>„Hoe zou je het vinden, als ik je nu eens Londen bij nacht liet zien? En wat krijg -ik dan, engel?” -</p> -<p>„Een paar stevige oorvijgen”, klonk daar plotseling een bekende mannenstem. -</p> -<p>Charly werd bloedrood. -</p> -<p>„Edward!” fluisterde hij. -</p> -<p>„Geef mij de kwitantie, jij vrouwengek!” -</p> -<p>Charly deed het. -</p> -<p>En verruimd ademhalend, deed Raffles in de cab het nauwsluitende corset uit, dat zijn -lichaam een tijdlang op alleronaangenaamste wijze had saamgekneld. -</p> -<p>— — — — — — — — — — — — —<br> -— — — — — — — — — — — — — -</p> -<p>Raffles zat in zijn woning aan den vleugel. -</p> -<p>Daar werd plotseling luid gescheld. -</p> -<p>Hij ging zelf opendoen. -</p> -<p>„Lady Montgomery—gij?” -</p> -<p>Zij snelde hem voorbij, vloog de kamer in en viel daar neer op een stoel. -</p> -<p>„Ik word vervolgd! Meer dan twee uren reeds dwaal ik rond om dien vervolger te ontloopen, -maar hij volgt mij als mijn schaduw!” -</p> -<p>„Maar wat brengt u hier, mylady.” -</p> -<p>„Ik kom uw raad vragen en u danken voor het groote geluk, dat ge mijn ouders bezorgd -hebt!” -</p> -<p>„Ge handelt zéér onvoorzichtig, lady Montgomery, door op deze wijze uw goeden naam -op het spel te zetten!” -</p> -<p>Zij liet het hoofd zinken. -</p> -<p>„Ik <i>moest</i> het u zeggen! Ge hebt mijn familie zoo gelukkig gemaakt!” -</p> -<p>Raffles schudde het hoofd. -</p> -<p>„Weet uw echtgenoot, wat ge doet?” -</p> -<p>„Neen!” -</p> -<p>„Hebt ge hem niets gezegd?” -</p> -<p>„Neen!” -</p> -<p>„En als hij het nu hoort van derden? Wat dan, lady Montgomery?” -</p> -<p>„O, hij is niet thuis! Vóór middernacht komt hij niet terug!” -</p> -<p>„Weet ge dat zeker?” -</p> -<p>„Heel zeker!” -</p> -<p>„Waar is hij heen?” -</p> -<p>„Hij heeft vergadering!” -</p> -<p>„Weet ge ook, mylady, waar het vermogen van uw man bewaard wordt?” -</p> -<p>„Bij de <span lang="en">Safe-Deposit Company</span>”, verklaarde zij. -</p> -<p>„Zoo—zoo.” -</p> -<p>John Raffles noteerde een en ander op zijn manchet. -</p> -<p>„En mylady, ge kwaamt mij om raad ook nog vragen. Biecht eens op!” -</p> -<p>„Help mij, mylord”, smeekt zij, „help mij! Ik <i>kan</i> niet langer met mijn echtgenoot samenleven. Hij heeft mijn geluk verwoest, o, hij -heeft mij zoo diep, diep ongelukkig gemaakt!” -</p> -<p>„Blijf kalm, mylady!” -</p> -<p>„Dat <i>kan</i> ik niet!” -</p> -<p>„Dat <i>moet</i> ge! Dat zijt ge aan u zelf verplicht!” -</p> -<p>„O, mylord—ik— —!” -</p> -<p>Zij snikte hevig. -</p> -<p>Daarop vervolgde zij: -</p> -<p>„Ik—ik <i>moet</i> weg, ver weg!” -</p> -<p>„Maar waar wilt ge heen gaan?” -</p> -<p>Zij zweeg. Een lange pauze ontstond. -</p> -<p>„Wilt ge naar uw ouders teruggaan?” -</p> -<p>„Dat zou misschien het beste zijn!” -</p> -<p>„Dunkt u?” -<span class="pageNum" id="pb30">[<a href="#pb30">30</a>]</span></p> -<p>„Ja;—daar kan ik uitrusten van al de ellende, van al het groote verdriet, dat die -man mij heeft berokkend.” -</p> -<p>Zij stond op en knoopte haar handschoenen dicht. -</p> -<p>„Ik ben nu al wat kalmer geworden, ik dank u nogmaals, mylord, voor alles wat ge gedaan -hebt!” -</p> -<p>Zij reikte hem haar beide handen. -</p> -<p>„Misschien zien wij elkaar nooit meer, misschien is het een afscheid voor het leven!” -</p> -<p>„Vaarwel, lady Montgomery”, sprak hij met welluidende stem. „Moge het geluk u voortaan -gunstiger zijn.” -</p> -<p>Zij wisselden een handdruk. -</p> -<p>„Wees in ieder geval voorzichtig, mylady, neem een rijtuig en ga naar het station!” -</p> -<p>„Waarom?” -</p> -<p>„Uw echtgenoot laat misschien uw gangen nagaan!” -</p> -<p>„Dat doet hij nu al!” -</p> -<p>„Weet ge het zeker?” -</p> -<p>„O, ja!” -</p> -<p>„En wie is de spion?” -</p> -<p>„Inspecteur Baxter!” -</p> -<p>„Dat dacht ik al. Dat is natuurlijk de man, die u ook nu gevolgd heeft.” -</p> -<p>Zij keek door het venster. -</p> -<p>„Hij is er nu niet. Beneden staat alleen een slanke dame in een reismantel!” -</p> -<p>„Dat is Baxter, mylady, ge kunt ervan overtuigd zijn!” -</p> -<p>„Wat moet ik nu beginnen?” -</p> -<p>Het arme vrouwtje beefde over haar geheele lichaam. -</p> -<p>„Ik zal u brengen!” sprak Raffles op overtuigenden toon. -</p> -<p>Zij namen plaats in een rijtuig en Baxter volgde hen in een tweede. -</p> -<p>Maar Raffles had zijn gewone koelbloedigheid en vindingrijkheid ook nu niet verloren. -</p> -<p>Toen hij, vlak bij het station, met lady Daisy uitsteeg, verliet ook Baxter zijn rijtuig -om nu spoedig maatregelen te gaan nemen. -</p> -<p>Raffles echter was hem voor. -</p> -<p>Hij klampte een paar politie-agenten aan: -</p> -<p>„Die dame daar is een verkleede heer. Ik waarschuw jullie maar even, want hij zal -wel niet veel goeds in het schild voeren!” -</p> -<p>En zoo werd de arme Baxter ingerekend. -</p> -<p>Al zijn beweringen baatten hem niet. Hij was gedoemd, den heelen nacht op een harde -brits door te brengen. -<span class="pageNum" id="pb31">[<a href="#pb31">31</a>]</span></p> -</div> -</div> -<div id="ch9" class="div1 chapter"><span class="pageNum">[<a href="#ch9.toc">Inhoud</a>]</span><div class="divHead"> -<h2 class="label">NEGENDE HOOFDSTUK.</h2> -<h2 class="main">DE VALSCHE BANKDIRECTEUR.</h2> -</div> -<div class="divBody"> -<p class="first">Lord Lister trad zijn studeerkamer binnen, waar Charly Brand aan de schrijftafel zat. -</p> -<p>„Is er nieuws, Charly?” -</p> -<p>„Niets van beteekenis. We zijn alleen ter jacht genoodigd!” -</p> -<p>„Welke jacht?” -</p> -<p>„Vossenjacht.” -</p> -<p>„Daar geef ik niet om!” -</p> -<p>„En ik had er mij al zoo op verheugd!” -</p> -<p>„Och jij!” -</p> -<p>„Waarom niet, Edward!” -</p> -<p>„Omdat er geen gevaar aan verbonden is!” -</p> -<p>„Ja, jij houdt van gevaar!” -</p> -<p>„Dat doe ik!” -</p> -<p>„A<span id="xd31e1362"></span> propos, Edward, hoe gaat het met je blonde schoonheid?” -</p> -<p>„Wie bedoel je?” -</p> -<p>„Lady Montgomery”. -</p> -<p>„Je vergeet, kerel, dat die dame getrouwd is. Zij heeft haar man echter verlaten!” -</p> -<p>„Zóó? En wat denk jij te doen?” -</p> -<p>„Ik? Absoluut niets, Charly! Je vergist je, de dame gaat naar haar ouders terug. Ik -voel op ’t oogenblik veel voor Parijs.” -</p> -<p>„Ik ook! Maar heb je— —?” -</p> -<p>„Kleingeld? Nog niet! Dat is alles!” -</p> -<p>Hij haalde een rolletje goudgeld en een pak banknoten te voorschijn. -</p> -<p>„En nu, Charly, ik ga er vandoor!” -</p> -<p>„Waarheen?” -</p> -<p>„Ik ga naar de bank. Ik heb geld noodig!” -</p> -<p>„Naar welke bank ga je?” -</p> -<p>„Naar de <span lang="en">Safe-deposit-Company</span>!” -</p> -<p>„Heb je daar misschien een safe?” -</p> -<p>„Ik niet—maar anderen!” -</p> -<p>— — — — — — — — — — — — — — — — —<br> -— — — — — — — — — — — — — — — — — -</p> -<p>„Heb je het laatste portret van onzen directeur gezien?” vroeg een der kassiers aan -den procuratiehouder der <span lang="en">Safe-box-company</span>. -</p> -<p>„Het portret staat in alle geïllustreerde bladen”, antwoordde de gevraagde. -</p> -<p>„Is hij nog altijd in Amerika?” -</p> -<p>„Wel neen! Hij is allang op de thuisreis. Elken dag kan hij hier zijn. Het verbaast -mij zelfs, dat hij er nog niet is!” -</p> -<p>Daar werden plotseling schreden vernomen. De deur ging open en op den drempel verscheen -een heer, de reistasch in de hand. -<span class="pageNum" id="pb32">[<a href="#pb32">32</a>]</span></p> -<p>„De directeur”, fluisterden de beambten. -</p> -<p>Inderdaad geleek de binnentredende sprekend op het portret in de „<span lang="en">Graphic</span>”. -</p> -<p>Hij groette beleefd. -</p> -<p>Twee volontairs namen hem jas, hoed en reistasch af. -</p> -<p>De directeur verlangde het kasboek en het grootboek te zien en vroeg om de verschillende -sleutels van de <span lang="en">safe-boxes</span>. -</p> -<p>Men bracht hem oogenblikkelijk alles, wat gevraagd was. -</p> -<p>De directeur begon vol ijver in de boeken te bladeren. -</p> -<p>Hij scheen iets te zoeken. -</p> -<p>„Montgomery nummer 37252”, fluisterde hij. -</p> -<p>Daarna ging hij naar beneden. Een poosje zocht hij, toen opende hij een zware, ijzeren -deur. -</p> -<p>Uit de safe van Montgomery vulde hij toen zijn zakken en juist wilde hij de Bank verlaten, -toen hij plotseling van aangezicht tot aangezicht kwam te staan met zijn dubbelganger. -</p> -<p>De grootste verwarring ontstond. -</p> -<p>Raffles was de deur uitgegaan, maar de procuratiehouder schreeuwde uit alle macht: -</p> -<p>„Help! Er is een bedrieger binnengedrongen! Gauw! Help!” -</p> -<p>Alle beambten stoven weg. -</p> -<p>De nieuwe directeur bleef als verbluft staan. -</p> -<p>Op straat schreeuwde een bierknecht: „Mijn automobiel! Mijn auto!” -</p> -<p>„Daar ginds rijdt een bierkar-auto”, riep een jongen, die den knecht hoorde schreeuwen. -„Een heer sprong er op, toen je daar in het café was!” -</p> -<p>Op die auto zat—Raffles. -</p> -<p>Hij hield een tasch van geel leer op zijn knieën en suizelde er vandoor. Het was een -vaart op leven en dood. -</p> -<p>Maar men achtervolgde hem en zijn voorsprong werd steeds kleiner. -</p> -<p>Daar bereikte hij het station. -</p> -<p>Hij stoof het perron op, waar juist een trein afreed. Het was voor den handigen jongeman -slechts een klein kunstje om op de treeplank te springen. -</p> -<p>Bij het volgende station stapte hij uit en reed met een anderen trein naar Parijs. -</p> -<p>Daar gekomen stond op het perron een schoone jonge dame op hem te wachten. -</p> -<p>„Helene!” klonk een jonge, frissche mannenstem, „heb je mijn telegram nog tijdig ontvangen?” -</p> -<p>Raffles, krachtig en elegant, stond voor miss Walton en sloot haar jubelend in zijn -armen. -</p> -<p>— — — — — — — — — — — — — — — — —<br> -— — — — — — — — — — — — — — — — — -</p> -<p>Lord Montgomery echter trok zich de haren uit het hoofd. -</p> -<p>Het vertrek van zijn jonge vrouw betreurde hij minder dan het verlies van zijn geld. -</p> -<p>„Ik ben <span class="corr" id="xd31e1446" title="Bron: geruineerd">geruïneerd</span>!” steunde hij en hij verborg het gelaat in zijn handen. -</p> -<p>De schemering daalde neer over het aardrijk en hulde ook de gestalte van lord Montgomery -in grijze nevelen. -</p> -</div> -</div> -</div> -<div class="back"> -<div class="div1 notice"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first">Titel van de volgende aflevering (nummer 7:) -</p> -<p class="xd31e1453">DE SPEELKONING VAN MONACO. -</p> -</div> -</div> -<div class="div1 cover"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first underline xd31e1456">Belooning: 1000 pond sterling. -</p> -<div class="table"> -<table class="tbl.wanted.header"> -<tr> -<td class="xd31e1459 cellLeft cellTop xd31e1463">Wie kent hem? -</td> -<td rowspan="2" class="rowspan xd31e1460 cellTop cellBottom"> -<div class="figure lordlisterwidth"><img src="images/lordlister.png" alt="Portret van Lord Lister." width="307" height="404"></div> -</td> -<td class="xd31e1459 cellRight cellTop xd31e1463">Wie heeft hem gezien? -</td> -</tr> -<tr> -<td class="xd31e1459 cellLeft cellBottom">Dat vraagt men in Scotland Yard! -</td> -<td class="xd31e1459 cellRight cellBottom">Dat vraagt heel Londen!</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -<p class="xd31e1478">Lord Lister <span class="underline xd31e1480">genaamd</span> John C. Raffles, <span class="xd31e1483">de geniaalste aller dieven</span> -</p> -<p class="xd31e1486">brengt alle gemoederen in beweging, is de schrik van woekeraars en geldschieters; -ontrooft hun door zijn listen hunne bezittingen, waarmede hij belaagde onschuld beschermt -en behoeftigen ondersteunt. -</p> -<p class="xd31e1488">Man van eer in alle opzichten -</p> -<p class="xd31e1486">spant hij wet en gerecht menigen strik en heeft steeds de voorvechters van edele levensbeschouwing -op zijn hand, nl. allen, die ervan overtuigd zijn, dat: -</p> -<p class="xd31e1492">Ongestraft veel misstanden, door de wet beschermd, blijven voortwoekeren. -</p> -<p class="xd31e1486">Men leze, hoe alles in het werk wordt gesteld, <b>Lord Lister</b>, genaamd <b>John C. Raffles</b>, den geniaalsten aller dieven, te vatten! -</p> -<div lang="en" class="div2 section warrant.en"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><table class="alignedtext"> -<tr> -<td class="first" lang="en"> -<p class="first">WARRANT OF ARREST. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p class="first"><span class="underline">Vertaling</span>:<br> -Bevel tot aanhouding. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="en"> -<p>Be it known unto all men by these presents that we hereby charge and warrant the apprehension -of the man described as under: -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>Wij verzoeken de aanhouding van den man, wiens beschrijving hier volgt: -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="en"> -<p>DESCRIPTION: -</p> -<div class="table"> -<table> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"><span class="ex">Name</span>: </td> -<td class="cellRight cellTop">Lord Edward Lister, alias John C. <span class="corr" id="xd31e1517" title="Bron: Sinclair">Raffles</span>. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Age</span>: </td> -<td class="cellRight">32 to 35 years. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Height</span>: </td> -<td class="cellRight">5 feet nine inches. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Weight</span>: </td> -<td class="cellRight">176 pounds. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Figure</span>: </td> -<td class="cellRight">Tall. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Complexion</span>: </td> -<td class="cellRight">Dark. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Hair</span>: </td> -<td class="cellRight">Black. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Beard</span>: </td> -<td class="cellRight">A slight moustache. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Eyes</span>: </td> -<td class="cellRight">Black. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"><span class="ex">Language</span>: </td> -<td class="cellRight cellBottom">English, French, German, Russian, etc.</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>Beschrijving: -</p> -<div class="table"> -<table> -<tr> -<td class="cellLeft cellTop"><span class="ex">Naam</span>: </td> -<td class="cellRight cellTop">Lord Edward Lister, genaamd John C<span class="corr" id="xd31e1629" title="Niet in bron">.</span> Raffles. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Leeftijd</span>: </td> -<td class="cellRight">32–35 jaar. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Lengte</span>: </td> -<td class="cellRight">ongeveer 1,76 meter. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Gewicht</span>: </td> -<td class="cellRight">80 kilo. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Gestalte</span>: </td> -<td class="cellRight">slank. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Gelaatskleur</span>: </td> -<td class="cellRight">donker. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Haar</span>: </td> -<td class="cellRight">zwart. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Baardgroei</span>: </td> -<td class="cellRight">kleine snor. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft"><span class="ex">Oogen</span>: </td> -<td class="cellRight">zwart. -</td> -</tr> -<tr> -<td class="cellLeft cellBottom"><span class="ex">Spreekt</span> </td> -<td class="cellRight cellBottom">Engelsch, Fransch, Duitsch, Russisch enz. enz.</td> -</tr> -</table> -</div><p> -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="en"> -<p><span class="ex">Special notes</span>: The man poses as a gentleman of great distinction. Adopts a new role every other -day. Wears an eyeglass. Always accompanied by a young man—name unknown. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p><span class="ex">Bijzondere kenteekenen</span>: Het optreden van den man kenmerkt zich door bijzonder goede manieren. Telkens een -ander uiterlijk. Draagt een monocle. Is in gezelschap van een jongeman, wiens naam -onbekend. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="en"> -<p>Charged with robbery. -</p> -<p>A reward of 1000 pounds sterling will be paid for the arrest of this man. -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p>Moet worden aangehouden als dief. Voor zijn aanhouding betalen wij een prijs van 1000 -pond sterling. -</p> -</td> -</tr> -<tr> -<td class="first" lang="en"> -<p>Headquarters—Scotland Yard. -</p> -<p class="dateline"><span class="ex">London</span>, 1<sup>st</sup> October 1908. -</p> -<p class="signed"><b>Police Inspector</b>,<br> -<span class="ex">Horny.</span> -</p> -</td> -<td class="second" lang="nl"> -<p><b><i>Het Hoofdbureau van Politie Scotland-Yard.</i></b> -</p> -<p class="dateline"><span class="ex">Londen</span>, 1. Oktober 1908. -</p> -<p class="signed"><b><span class="corr" id="xd31e1711" title="Bron: Inspekteur">Inspecteur</span> van Politie</b><br> -(get.) <span class="ex">Horny</span>. -</p> -</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -</div> -<div class="div1 imprint"><span class="pageNum">[<a href="#toc">Inhoud</a>]</span><div class="divBody"> -<p class="first xd31e1720">Roman-Boekhandel <span class="xd31e1722">voorheen</span> A. Eichler -</p> -<p class="xd31e93">Singel 236—Amsterdam. -</p> -</div> -</div> -<div class="div1" id="toc"> -<h2 class="main">Inhoudsopgave</h2> -<table summary="Inhoudsopgave"> -<tr id="ch1.toc"> -<td class="tocDivNum">I. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch1">LORD LISTER, DE MENSCHENVRIEND.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch1">1</a></td> -</tr> -<tr id="ch2.toc"> -<td class="tocDivNum">II. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch2">IN HET HOL VAN DEN CYCLOOP.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch2">6</a></td> -</tr> -<tr id="ch3.toc"> -<td class="tocDivNum">III. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch3">DE RHAPSODIE VAN LISZT.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch3">11</a></td> -</tr> -<tr id="ch4.toc"> -<td class="tocDivNum">IV. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch4">EEN BRUTALE INBRAAK.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch4">13</a></td> -</tr> -<tr id="ch5.toc"> -<td class="tocDivNum">V. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch5">DE HEKS VAN SUFFEX.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch5">16</a></td> -</tr> -<tr id="ch6.toc"> -<td class="tocDivNum">VI. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch6">EEN GEHEIMZINNIGE ZENDING.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch6">20</a></td> -</tr> -<tr id="ch7.toc"> -<td class="tocDivNum">VII. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch7">EEN TRUC DIE GELUKTE.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch7">25</a></td> -</tr> -<tr id="ch8.toc"> -<td class="tocDivNum">VIII. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch8">DE BEDROGEN INSPECTEUR VAN POLITIE.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch8">27</a></td> -</tr> -<tr id="ch9.toc"> -<td class="tocDivNum">IX. </td> -<td class="tocDivTitle" colspan="8"><a href="#ch9">DE VALSCHE BANKDIRECTEUR.</a></td> -<td class="tocPageNum"><a class="pageref" href="#ch9">31</a></td> -</tr> -</table> -</div> -<div class="transcriberNote"> -<h2 class="main">Colofon</h2> -<h3 class="main">Beschikbaarheid</h3> -<p class="first">Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen -van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden -van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line op <a class="seclink xd31e41" title="Externe link" href="https://www.gutenberg.org/">www.gutenberg.org</a>. -</p> -<p>Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam op <a class="seclink xd31e41" title="Externe link" href="https://www.pgdp.net/">www.pgdp.net</a>. -</p> -<h3 class="main">Metadata</h3> -<table class="colophonMetadata" summary="Metadata"> -<tr> -<td><b>Titel:</b></td> -<td>Lord Lister No. 6: De dubbelganger van den bankdirecteur</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Theo von Blankensee [Pseudoniem van Mathias Blank (1881–1928)]</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/8133268/" class="seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Auteur:</b></td> -<td>Kurt Matull (1872–1930?)</td> -<td><a href="https://viaf.org/viaf/56770919/" class="seclink">Info</a></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Taal:</b></td> -<td>Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Oorspronkelijke uitgiftedatum:</b></td> -<td>[1910]</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b>Trefwoorden:</b></td> -<td>Detective and mystery stories -- Periodicals</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td><b></b></td> -<td>Dime novels -- Periodicals</td> -<td></td> -</tr> -</table> -<h3 class="main">Codering</h3> -<p class="first">Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het -einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel -zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van -dit boek.</p> -<h3 class="main">Documentgeschiedenis</h3> -<ul> -<li>2021-10-28 Begonnen. -</li> -</ul> -<h3 class="main">Externe Referenties</h3> -<p>Dit Project Gutenberg eBoek bevat externe referenties. Het kan zijn dat deze links -voor u niet werken.</p> -<h3 class="main">Verbeteringen</h3> -<p>De volgende verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:</p> -<table class="correctionTable" summary="Overzicht van verbeteringen aangebracht in de tekst."> -<tr> -<th>Bladzijde</th> -<th>Bron</th> -<th>Verbetering</th> -<th>Bewerkingsafstand</th> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e109">1</a></td> -<td class="width40 bottom">Charley</td> -<td class="width40 bottom">Charly</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e126">2</a>, <a class="pageref" href="#xd31e149">2</a>, <a class="pageref" href="#xd31e152">2</a>, <a class="pageref" href="#xd31e904">22</a>, <a class="pageref" href="#xd31e968">23</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">„</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e265">5</a></td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Verwijderd</i>] -</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e307">6</a></td> -<td class="width40 bottom">bloederig</td> -<td class="width40 bottom">bloederige</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e488">12</a></td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e559">13</a></td> -<td class="width40 bottom">gekend</td> -<td class="width40 bottom">gekund</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e691">17</a></td> -<td class="width40 bottom">der</td> -<td class="width40 bottom">de</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e711">17</a></td> -<td class="width40 bottom">negel</td> -<td class="width40 bottom">engel</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e760">18</a>, <a class="pageref" href="#xd31e932">22</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e825">20</a></td> -<td class="width40 bottom">”.</td> -<td class="width40 bottom">.”</td> -<td class="bottom">2</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e894">22</a>, <a class="pageref" href="#xd31e1629">32</a></td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Niet in bron</i>] -</td> -<td class="width40 bottom">.</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1118">26</a></td> -<td class="width40 bottom">commisaris</td> -<td class="width40 bottom">commissaris</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1160">27</a></td> -<td class="width40 bottom">’</td> -<td class="width40 bottom">”</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1362">31</a></td> -<td class="width40 bottom">,</td> -<td class="width40 bottom"> -[<i>Verwijderd</i>] -</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1446">32</a></td> -<td class="width40 bottom">geruineerd</td> -<td class="width40 bottom">geruïneerd</td> -<td class="bottom">1 / 0</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1517">32</a></td> -<td class="width40 bottom">Sinclair</td> -<td class="width40 bottom">Raffles</td> -<td class="bottom">7</td> -</tr> -<tr> -<td class="width20"><a class="pageref" href="#xd31e1711">32</a></td> -<td class="width40 bottom">Inspekteur</td> -<td class="width40 bottom">Inspecteur</td> -<td class="bottom">1</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 6: DE DUBBELGANGER VAN DEN BANKDIRECTEUR ***</div> -<div style='text-align:left'> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Updated editions will replace the previous one—the old editions will -be renamed. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg™ electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG™ -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. -</div> - -<div style='margin:0.83em 0; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE<br> -<span style='font-size:smaller'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE<br> -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</span> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase “Project -Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg™ License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg™ -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg™ electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg™ electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person -or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg™ electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg™ electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg™ -electronic works. See paragraph 1.E below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the -Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg™ electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg™ mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg™ -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg™ name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg™ License when -you share it without charge with others. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg™ work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg™ License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg™ work (any work -on which the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the -phrase “Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: -</div> - -<blockquote> - <div style='display:block; margin:1em 0'> - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most - other parts of the world at no cost and with almost no restrictions - whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms - of the Project Gutenberg License included with this eBook or online - at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you - are not located in the United States, you will have to check the laws - of the country where you are located before using this eBook. - </div> -</blockquote> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.2. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase “Project -Gutenberg” associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg™ -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.3. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg™ License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg™ -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg™. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg™ License. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg™ work in a format -other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg™ website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain -Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg™ License as specified in paragraph 1.E.1. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg™ works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg™ electronic works -provided that: -</div> - -<div style='margin-left:0.7em;'> - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg™ works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg™ trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, “Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation.” - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg™ - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg™ - works. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg™ works. - </div> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg™ electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project Gutenberg™ -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the “Right -of Replacement or Refund” described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg™ trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg™ electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg™ electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg™ -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg™ work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg™ work, and (c) any -Defect you cause. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg™ -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg™’s -goals and ensuring that the Project Gutenberg™ collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg™ and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state’s laws. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation’s business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation’s website -and official page at www.gutenberg.org/contact -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without widespread -public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state -visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 5. General Information About Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg™ concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg™ eBooks with only a loose network of -volunteer support. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Most people start at our website which has the main PG search -facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This website includes information about Project Gutenberg™, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. -</div> - -</div> - -</body> -</html> diff --git a/old/66633-h/images/lordlister.png b/old/66633-h/images/lordlister.png Binary files differdeleted file mode 100644 index e9e45f1..0000000 --- a/old/66633-h/images/lordlister.png +++ /dev/null diff --git a/old/66633-h/images/lordlister0006-front.jpg b/old/66633-h/images/lordlister0006-front.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index a2ef15a..0000000 --- a/old/66633-h/images/lordlister0006-front.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/66633-h/images/p0006-01.png b/old/66633-h/images/p0006-01.png Binary files differdeleted file mode 100644 index b88cc19..0000000 --- a/old/66633-h/images/p0006-01.png +++ /dev/null |
