summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/66311-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
Diffstat (limited to 'old/66311-0.txt')
-rw-r--r--old/66311-0.txt3140
1 files changed, 0 insertions, 3140 deletions
diff --git a/old/66311-0.txt b/old/66311-0.txt
deleted file mode 100644
index b74cf5c..0000000
--- a/old/66311-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3140 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Lord Lister No. 2: De straf van den
-juweelenvervalscher, by Kurt Matull
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Lord Lister No. 2: De straf van den juweelenvervalscher
-
-Author: Kurt Matull
- Theo Blakensee
-
-Release Date: September 14, 2021 [eBook #66311]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-Produced by: The Online Distributed Proofreading Team at
- https://www.pgdp.net/ for Project Gutenberg.
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 2: DE STRAF VAN
-DEN JUWEELENVERVALSCHER ***
-
-
-
- LORD LISTER
- GENAAMD RAFFLES
- DE GROOTE ONBEKENDE.
-
- NO. 2 DE STRAF VAN DEN JUWEELENVERVALSCHER.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DE STRAF VAN DEN JUWEELENVERVALSCHER.
-
-EERSTE HOOFDSTUK.
-
-DE BEDRIEGER BEDROGEN.
-
-
-Voor hotel Cecil te Londen hield een rijtuig stil en terstond was de
-portier bij de hand om een tweetal elegante heeren bij het uitstappen
-de behulpzame hand te bieden.
-
-Een van beiden, die een zwart puntbaardje droeg, vroeg in het Engelsch,
-dat terstond den Franschman verried, hoe laat het was.
-
-De portier haalde zijn horloge te voorschijn.
-
-„’t Is kwart voor zes,” antwoordde hij.
-
-De vreemdeling had ook zijn horloge voor den dag gehaald:
-
-„Ik begrijp u niet! Spreek alstublieft Fransch!”
-
-„Zooals ge verkiest,” sprak de portier en hij herhaalde in deze taal de
-tijdsopgaaf.
-
-De vreemde knikte, gaf den portier een franc en verdween met zijn
-begeleider in de vestibule, waar hij, alweer in slecht Engelsch, naar
-den prijs der kamer vroeg.
-
-Ook thans kon Raffles zich slechts moeilijk verstaanbaar maken, totdat
-eindelijk een der hotelbeambten, die de Fransche taal uitstekend
-machtig was, zich met den lord kon onderhouden.
-
-Hij nam drie kamers op de eerste verdieping voor zich en zijn geleider
-en in het vreemdelingenboek schreef hij:
-
-Gaston Durand, bankier uit Parijs en zijn secretaris Henry Ricold.
-
-De heeren gingen naar hun kamer en toen zij alleen waren, snelde die
-met den zwarten baard naar de deur en deed deze op de grendels.
-
-Daarna luisterde hij aan de muren, opende de kasten en keek uit het
-venster, als om zich ervan te overtuigen, dat alles veilig was.
-
-Hij zag, dat zijn kamers uitkeken op den Theems.
-
-„Kom eens hier, Charly, kijk eens, wat een prachtig uitzicht. Het lijkt
-wel of de hotelier dat voor Raffles heeft uitgezocht!”
-
-„Pst!” meende de ander, „spreek den naam Raffles niet uit, ik vermoed
-dat de politie jacht op ons maakt.”
-
-De zwartbaardige stak een sigaret op en keek zijn vriend aan.
-
-„Maak je maar niet bang, wij zijn zoo veilig als ’t maar kan. Iedereen
-houdt ons voor echte Fransozen. En dan, Charly, je moet je er toch
-heusch aan wennen om over Raffles te spreken als over een onbekend,
-maar hoogst interessant persoon. Jij ziet de menschen voor veel te
-snugger aan en denkt dat iedereen in mij terstond Raffles herkent.
-Daarin vergist je je geweldig! Ik zal je zoo gauw mogelijk overtuigen
-van je dwaling, als wij eens in dezelfde tram zitten met onzen vriend
-Baxter, den inspecteur van recherche van Scotland-Yard”.
-
-„Om ’s hemelswil, doe het niet, kerel!”
-
-„Ik doe het zeker! Jij moet je zenuwen wat meer stalen, Charly, ze zijn
-zulke uitstekende wapens in ons bedrijf!”
-
-Lord Lister zweeg.
-
-Hij nam een nieuwe sigaret, stak deze op en lachte toen eensklaps heel
-luid.
-
-„Ik zou het gezicht van den inspecteur wel eens hebben willen zien,”
-barstte hij los, „toen hij het telegram openmaakte dat ik hem van
-Victoria-Station stuurde.”
-
-Charly Brand keek angstig naar de deur en luisterde.
-
-„Wat doe je?” vroeg lord Lister.
-
-„Ik ben zenuwachtig! Erg zenuwachtig. Jij praat zoo ongedwongen, alsof
-je in je villa in Regent-Park zat. De muren konden hier wel eens ooren
-hebben!”
-
-„Best mogelijk! Maar ik geloof toch, dat je volkomen gerust kunt zijn.
-Ik zei je toch al, dat het geheele hotelpersoneel ons voor Franschen
-houdt. Vóórdat wij uitgaan, wil ik eerst nog eens onze valsche baarden
-inspecteeren om te zien, of alles inderdaad goed in orde is.”
-
-Lord Lister voegde de daad bij het woord.
-
-Hij keek bij zijn vriend met de grootste nauwgezetheid na, of Charly’s
-valsche baard geen achterdocht kon wekken en onderzocht dat toen bij
-zich zelf.
-
-Daarna sprak hij:
-
-„Kom, wij zullen er eens op uit gaan. Ik voel er veel voor om onze
-portemonnaie wat te stijven en daarvoor den bekenden juwelier Collgate
-in Holborn-Street eens uit te noodigen tot een onderzoek. De kerel
-heeft mij eenige jaren geleden voor verscheidene honderden ponden
-sterling bedrogen door mij valsche diamanten te verkoopen.”
-
-Charly Brand trok een verwonderd gezicht. Hij wist dat lord Lister in
-den laatsten tijd heel wat geldsommen had geschonken aan liefdadige
-instellingen en dat hij zelf nauwelijks eenige ponden rijk was.
-
-„Als ik je goed begrijp,” zei de secretaris, „dan ben je van plan
-juweelen te koopen. Maar waarvan zou je die willen betalen?”
-
-Lord Lister lachte eens vroolijk.
-
-Toen knipte hij met een vingerbeweging de asch van zijn sigaret en zei:
-
-„Beste jongen, ik heb je nooit tot mijn raadgever benoemd, maar ik heb
-je alleen bij mij genomen, omdat een eenzelvig leven zoo leeg en
-vervelend is.
-
-„Je kunt het dus gerust aan mij overlaten op welke manier ik de zaakjes
-met dezen juwelier zal opknappen. En daar ik er de man niet naar ben,
-de zaak op de lange baan te schuiven, zal ’k hem vandaag nog bezoeken.”
-
-Raffles zag, hoe Charly het hoofd schudde.
-
-„Laat ons gaan,” sprak hij op koelen toon en met Charly verliet hij de
-hotelkamer.
-
-Beneden vroeg hij in het Fransch, of er ook brieven voor hem gekomen
-waren. Hij noemde den door hem aangenomen Franschen naam en de nummers
-van zijn kamers.
-
-De beambte keek de aangekomen brieven na en overhandigde lord Lister
-toen eenige op het adres waarvan diens aangenomen naam „Durand” stond.
-
-Toen zij het hotel verlaten hadden en in een cab hadden plaats genomen,
-die hen naar Holborn-Street zou brengen, naar de zaak van den juwelier
-Collgate, zei Charly Brand:
-
-„Ik ben benieuwd te weten, van wie je die brieven hebt ontvangen. Twee
-uur geleden was je het nog niet met jezelf eens, welken naam je zoudt
-aannemen en nu heb je al brieven ontvangen.”
-
-De lord lachte.
-
-„Charly, leer het je toch af, zooveel onnoodige dingen te vragen en
-neem de dingen, die op mij betrekking hebben, zooals ze zijn.
-
-„Hier zijn de brieven. Wat erin staat, kan ons geen van beiden belang
-inboezemen, want het zijn slechts onbeschreven bladen.”
-
-Charly Brand keek ten hoogste verbaasd.
-
-„Onbeschreven bladen? Hoe weet je dat? Kun je door de enveloppes heen
-zien?”
-
-„Dat niet! Maar ik zal toch wel weten, wat ik zelf geschreven heb?”
-
-Charly keek nog verbaasder.
-
-„Wat je zelf geschreven hebt? Wat bedoel je daar nu eigenlijk mee,
-Edward?”
-
-„Héél eenvoudig”, luidde het antwoord, „ik heb de brieven aan mijzelven
-geadresseerd om daardoor hier in het hotel eenig vertrouwen te wekken.
-Geloof maar gerust, dat de hotelhouder en ook de andere lui er al op
-durven zweren, dat ik niemand anders ben dan de bankier Durand uit
-Parijs. Zie je deze brieven?”
-
-Hij haalde een enveloppe te voorschijn.
-
-Daarop vervolgde hij:
-
-„Het zijn allemaal enveloppen van firma’s, die wij gisteren bezocht
-hebben. Ik beweerde toen, dat ik heel dringend een brief moest
-versturen en vroeg daarom enveloppen. Dezen zoogenaamd dringenden brief
-adresseerde ik naar mijzelven onder den naam Durand. De gérant van het
-hotel, de portier en de overige beambten verkeeren nu natuurlijk in de
-stellige meening, dat ik bij al deze firma’s ook bekend ben onder den
-naam Durand. Ik moet aan alle kanten op mijn hoede zijn, Charly, dat
-hoort nu eenmaal bij mijn baantje: Als ik niet oppas, dat geen
-sterveling vat op mij kan krijgen, zou inspecteur Baxter mij al heel
-gauw kunnen knippen, vat je?”
-
-De cab hield voor de zaak van den juwelier Collgate stil en de beide
-heeren gingen den winkel binnen.
-
-Lord Lister had weer alle moeite met zijn gebroken Engelsch, totdat de
-heeren Fransch met hem gingen spreken.
-
-De vreemdeling verlangde ingezette diamanten van het zuiverste water.
-Verder vroeg hij parelen, die bij de diamanten pasten, opdat daarvan
-een sierlijke collier vervaardigd zou kunnen worden.
-
-De eigenaar van de zaak, juwelier Collgate, een oude, verschrompelde
-diamantenhandelaar, met wien zelfs zijn collega’s niet gaarne zaken
-deden, omdat hij zoo meesterlijk valsche steenen kon vervaardigen, kwam
-uit zijn kantoor om de vreemden persoonlijk te helpen. Hij gaf zijn
-bedienden een geheim teeken, daardoor te kennen gevend, dat hij de
-bezoekers voor gauwdieven hield en dat zijn ondergeschikten dus een
-oogje in het zeil moesten houden.
-
-Hij liet een groote ijzeren cassette uit zijn kantoor halen, en toen
-hij deze opende, schitterden in de kleine hokjes de prachtigste
-steenen.
-
-Met een eigenaardig gevormd stalen pincet nam hij een steen en klemde
-deze zoodanig met een paar fijne stalen schroeven vast, dat het
-kostbare kleinood onmogelijk losgerukt kon worden.
-
-Daarop reikte hij het pincet aan lord Lister.
-
-Deze bekeek den diamant, toonde hem Charly Brand en verklaarde in het
-Fransch, dat de steen goed van grootte was en dat hij hem wilde koopen.
-
-„Ge geeft mij zeker voor ieder stuk eenige garantie,” voegde hij erbij.
-
-Juwelier Collgate vertrok zijn gelaat en antwoordde:
-
-„Ik maak er u opmerkzaam op, dat ik een van de meest geachte
-juweelenhandelaars van Engeland ben; ik koop mijn steenen alleen uit de
-Debeers-mijn en nooit van eenig tusschenpersoon. Mijn firma verkoopt
-alleen correcte waar.”
-
-Bij deze woorden had hij een nieuwen brillant in het pincet geklemd,
-een meesterlijk nagebootsten, valschen diamant, die zoo handig was
-vervaardigd, dat bijna geen sterveling de onechtheid er van ontdekte.
-
-Op deze manier bedroog de juwelier jaarlijks honderden vreemdelingen.
-
-Lord Lister had eenige jaren geleden een stel diamanten bij hem gekocht
-en was eenige dagen later tot de ontdekking gekomen, dat deze allen
-valsch waren.
-
-Hij had toen getracht, den juwelier tot schadevergoeding te dwingen,
-maar de aanklacht was op niets uitgeloopen.
-
-En nu wilde John Raffles zich wreken.
-
-Juwelier Collgate herkende in den Franschman zijn vroegeren klant niet
-terug.
-
-Lord Lister deed, alsof hij niets verdachts bespeurde en met groote
-onverschilligheid zocht hij een dozijn steenen uit. Hij was er van
-overtuigd, dat hieronder verscheiden valsche waren.
-
-Nadat de lord de diamanten had uitgezocht, liet hij zich parelen
-voorleggen, een artikel, waarin de juwelier ook meesterlijk
-vervalschingen wist te vervaardigen.
-
-De klant zocht ongeveer twintig parelen uit en sprak toen:
-
-„Ge wilt zeker wel zoo vriendelijk zijn, mij hedenavond de juweelen
-naar Hotel Cecil te laten brengen. Vraag daar naar bankier Gaston
-Durand uit Parijs, ik zal dan tegelijkertijd de rekening voldoen.”
-
-Juwelier Collgate boog hoffelijk en wisselde tegelijkertijd een blik
-van verstandhouding met zijn bediende.
-
-Persoonlijk bracht hij de Franschen tot de deur, schijnbaar uit
-wellevendheid, inderdaad echter, omdat de vreemdelingen hem wantrouwen
-inboezemden.
-
-De diamanten-vervalscher was steeds op zijn hoede en vertrouwde ten
-slotte geen sterveling.
-
-Toen lord Lister het magazijn had verloten, zei de juwelier:
-
-„Dat is een heel voornaam persoon of een oplichter, zoo groot, als ik
-nog nooit in mijn leven heb gezien.
-
-„Enfin, als hij maar betaalt, is het mij volkomen hetzelfde wie en wat
-hij is!”
-
-Hij onderzocht daarop nog eens alle parelen en diamanten om te zien, of
-de kooper misschien een paar daarvan had omgeruild, maar hij kwam tot
-de geruststellende ontdekking, dat dit niet het geval was.
-
-„Ik geloof, mister Collgate”, zei de eerste bediende, „dat het zelfs
-den knappen Raffles niet zou gelukken, u te bedriegen of te bestelen.”
-
-De juwelier lachte gevleid.
-
-Hij was lang niet onverschillig voor vriendelijke woorden en vleitaal.
-
-Daarop sprak hij:
-
-„Ge moet met mij meegaan naar hotel Cecil, mister Bertram.”
-
-Het was een groote onderscheiding van den juwelier als hij een bediende
-mee nam bij belangrijke zaken.
-
-Lord Lister had gevraagd om de juweelen nog dienzelfden avond naar het
-hotel te brengen.
-
-De juwelier zag in deze bestelling alweer een oplichtersstreek en toen
-hij met zijn bediende op weg was, gaf hij deze nog allerlei
-aanwijzingen om toch vooral voorzichtig te zijn.
-
-Toen zij in het hotel kwamen en naar bankier Durand vroegen, bracht de
-hoteljongen hen in een conversatiezaal op het terras van het hotel.
-
-Daar zaten aan een kleine tafel lord Lister en Charly Brand.
-
-Met de voorname, onverschillige rust van een hooggeplaatst personage,
-ontving lord Lister het bezoek en noodigde hen uit plaats te nemen.
-
-Raffles dronk op zijn dooie gemak zijn thee, alsof de hele persoon van
-Collgate hem niets aanging en diens meening, dat hij hier met een
-oplichter te doen had, begon nu wel een beetje te wankelen.
-
-Eindelijk, nadat de kellner alles had weggeruimd en een doos sigaretten
-op tafel had gezet, beduidde de zoogenaamde bankier den juwelier en
-diens bediende wat nader te komen.
-
-„Mag ik de steenen en de parelen nog eens zien?” vroeg hij, „ik wil mij
-ervan overtuigen, dat het nog dezelfde zijn als die ik in uw zaak
-gezien heb.”
-
-Collgate trok zijn gelaat in een onwilligen plooi.
-
-Het wantrouwen van den vreemdeling mishaagde hem.
-
-„Pardon, mijnheer,” begon hij op hoogen toon, „ge hebt te doen met een
-persoon van hoog aanzien. Mijn naam alleen staat u er borg voor, dat
-hier geen minderwaardige steenen in het spel zijn!”
-
-Hij zag niet het ironische lachje op Raffles gelaat.
-
-Deze antwoordde:
-
-„Best mogelijk! Maar ik sta op het standpunt, dat er in de wereld meer
-oplichters zijn dan eerlijke personen en dat ik eerst moet ondervinden
-of zakenmenschen te vertrouwen zijn, zonder af te gaan op woorden of
-aanbevelingen.”
-
-De juwelier keek zijn bediende aan.
-
-Deze haalde de schouders op en wist niet, welken raad hij zijn chef
-moest geven.
-
-Collgate verkeerde in hevigen tweestrijd.
-
-Zou hij dezen man vertrouwen of wantrouwen?
-
-Ten slotte toch opende hij de juweelenkist en nam er een steen uit,
-dien hij lord Lister overhandigde.
-
-Deze haalde een loupe uit zijn vestzak en onderzocht, schijnbaar met
-groote kennis van zaken, den steen.
-
-Hij gaf den diamant weer aan den juwelier terug en deze reikte hem zijn
-bediende.
-
-Op deze manier onderzocht lord Lister alle steenen en hij bemerkte, hoe
-scherp hij daarbij werd gadegeslagen door Collgate en diens bediende.
-
-Een ironisch lachje vertrok zijn mondhoeken.
-
-Toen hij den laatsten steen in de hand nam, bekeek bij dien lang en
-aandachtig.
-
-Verscheiden seconden later sprak hij:
-
-„Dit stuk weiger ik, mister Collgate; de steen is valsch!”
-
-De juwelier werd verlegen.
-
-Hij had gehoopt, dezen valschen diamant zonder moeite aan den
-vreemdeling te kunnen verkoopen.
-
-„Onmogelijk!” stotterde hij, „ge vergist u.”
-
-„O neen, mister Collgate, maar gij schijnt uw steenen niet te kennen.”
-
-De juwelier nam den diamant en bekeek hem, alsof hij hem voor het eerst
-in handen had.
-
-Eenige oogenblikken later beweerde hij:
-
-„Gij hebt gelijk! Ik vraag u wel excuus voor deze nalatigheid!”
-
-„Dat excuus is u gaarne verleend, mister Collgate, maar ge ziet,
-hoeveel recht ik had, mijn wantrouwen uit te spreken!”
-
-De juwelier wist van verlegenheid niet te antwoorden.
-
-Voor het eerst in zijn langdurige practijk was hij door een klant
-ontmaskerd.
-
-Met zuurzoet gelaat nam hij den steen, terwijl lord Lister de parelen
-onderzocht.
-
-Ook bij deze gelukte het hem, twee valsche exemplaren te ontdekken.
-
-Juwelier Collgate verwenschte in stilte dezen heelen verkoop.
-
-„Ik zal de exemplaren, die nog ontbreken, wel in Parijs koopen,” zeide
-lord Lister, „ik ben van plan, morgen vroeg met de eerste stoomboot
-naar Frankrijk terug te gaan. Hoe duur zijn deze juweelen?”
-
-De juwelier haalde diep adem.
-
-„Zij zijn van het zuiverste water, mijnheer de bankier, maar ik zal u
-toch geen al te hoogen prijs rekenen! De juweelen kosten samen
-achttienduizend pond sterling!”
-
-„Heel goed,” antwoordde lord Lister, en zonder zich eenigszins te
-verbazen over dezen enormen prijs, haalde hij een chêque-boek en een
-vulpen te voorschijn.
-
-Met duidelijk schrift schreef hij een chêque van de genoemde som,
-terwijl de juwelier toekeek met een gelaatsuitdrukking, alsof hij niet
-wist wat hij doen moest.
-
-Toen lord Lister den naam „Gaston Durand” neerschreef, begon de
-juwelier:
-
-„Pardon, monsieur! Ik hoor daar, dat ge morgen vroeg reeds naar
-Frankrijk zult teruggaan. Gij zult dan wellicht al over het Kanaal
-zijn, vóórdat nog de Bank, die mij deze som zal moeten uitbetalen,
-geopend is.
-
-„Ik zal daarom zoo vrij zijn, u de juweelen eerst te overhandigen, als
-ik de som op de Bank heb geïnd.”
-
-Lord Lister blies den rook van zijn sigaret met langen haal voor zich
-uit.
-
-„Ge hebt gelijk, mijnheer,” antwoordde hij, „maar daar ik van de
-echtheid van mijn chêque evengoed overtuigd ben als gij van de echtheid
-van uwe steenen en ik geen enkelen waarborg heb, dat ik dezelfde
-juweelen krijg als ik ze in uwe handen achterlaat, heb ik u een
-voorstel te doen!”
-
-„En dat is?”
-
-„Kijk eens hier!”
-
-Lord Lister nam een zilveren lucifersdoosje, dat op tafel stond en
-schudde de zich daarin bevindende lucifers op tafel, totdat het doosje
-leeg was.
-
-„Gij legt in dit doosje,” begon hij toen, „de door mij gekochte
-juweelen: diamanten en parelen. Wij zullen ons door den kellner garen,
-papier en lak laten brengen. Ik zal het doosje dicht binden en voorzien
-van een lak, waarop ik mijn zegel zal drukken. Gij kunt het dan in uw
-bezit houden, totdat ge uw geld hebt gekregen. Dan stuurt ge het mij
-onmiddellijk over. Ik zeg u vooruit, dat ik het doosje door mijn
-Parijschen juwelier zal laten openen en dat het zegel ongeschonden moet
-zijn. Als dat niet het geval is stuur ik u het doosje terug en vraag u
-daarvoor een schadevergoeding van tweehonderd pond.”
-
-Collgate boog.
-
-Dat voorstel scheen hem zeer aannemelijk.
-
-Hij hield de juweelen, tot hij het geld in handen had en de vreemdeling
-kon ervan overtuigd zijn, dat hij het gekochte in ongeschonden staat
-zou ontvangen.
-
-Lord Lister deed het doosje in papier, bond het dicht met een touw, dat
-door den kellner was gebracht en verzegelde alles met twee lakken. Toen
-deed hij een prachtigen zegelring van zijn wijsvinger en verzegelde
-alles.
-
-Hij overhandigde Collgate het pakje:
-
-„Hoe vindt ge dezen zegelring?” vroeg lord Lister.
-
-Collgate wilde het met juweelen bezette kleinood aanvatten, toen de
-ring door een onhandige beweging op den grond viel.
-
-Hij bukte zich, evenals zijn bediende en Charly Brand.
-
-Het zoeken duurde een paar seconden, toen had Charly den ring gevonden
-en gaf hem Collgate.
-
-De juwelier had zich nauwelijks weer opgericht of zijn eerste blik viel
-op het lucifersdoosje met den kostbaren inhoud.
-
-Gelukkig!
-
-Het stond nog, verzegeld en wel, op dezelfde plaats.
-
-Voordat hij den ring bekeek, nam hij het doosje en lord Lister zag, hoe
-hij vol argwaan de zegels bekeek.
-
-Maar zijn scherpe blik kon niets verdachts ontdekken en geheel tevreden
-gesteld stak hij het doosje in zijn borstzak.
-
-Toen bekeek hij den ring.
-
-„Dat is een antieke ring, een oud-Romeinsche gemme. De briljanten zijn
-niet geheel modern gezet. Ik taxeer dezen ring op vier- of vijfhonderd
-pond.”
-
-„Mijn juwelier te Parijs”, antwoordde lord Lister, „taxeerde hem veel
-hooger.”
-
-Collgate gaf den ring terug en Lister deed hem weer aan den vinger.
-
-„Hier is de chêque!” sprak hij daarna, „ge kent nu onze afspraak!”
-
-„Uitstekend”, antwoordde Collgate.
-
-Daarop nam hij afscheid en verliet met zijn bediende het hotel.
-
-Toen hij met dezen in de cab zat, sprak hij:
-
-„Jammer! Ik dacht niet, dat die Franzoos zooveel verstand van juweelen
-en parelen zou hebben! De man is waarschijnlijk juwelier geweest. In
-ieder geval ben ik nu toch zeker van mijn geld.”
-
-De bediende kuchte eens.
-
-„Ik weet het niet, mister Collgate, maar zouden we toch misschien niet
-het slachtoffer worden van de een of andere oplichtersstreek?”
-
-„Maak je maar niet zenuwachtig”, antwoordde de juwelier.
-
-„Zouden de juweelen nog wel in het doosje zitten?”
-
-„Hoe zouden zij er uitgekomen zijn?”
-
-Collgate haalde het pakje voorzichtig uit zijn zak te voorschijn en
-bekeek de zegels.
-
-„Ze zijn onbeschadigd”, sprak hij.
-
-Bertram bekeek met argwaan het pakje.
-
-Toen zei hij nog eens:
-
-„Maar als ze er nu toch eens uit zijn?”
-
-„Wees toch niet zoo angstig; ge zijt waarlijk in staat om de heele zaak
-te bederven! Als ik mij door u liet leiden, zou ik het pakje openmaken
-en dan komt er niets van de heele geschiedenis terecht.”
-
-
-
-Lord Lister had intusschen zijn rekening betaald en het hotel verlaten
-om met den nachttrein naar de boot te reizen.
-
-Charly Brand sprak, terwijl het tweetal door Londen reed, geen woord.
-Ook Lister was zwijgzaam.
-
-In Common-street ging Raffles naar het station en nam den sneltrein
-naar Brighton, de beroemde Engelsche badplaats.
-
-Toen hij met Charly Brand alleen in den coupé zat, begon deze:
-
-„Ik begrijp niet, waarom je je toch zooveel moeite met dien juwelier
-hebt gegeven. Je bent toch immers geen oogenblik van plan geweest om de
-juweelen te koopen.”
-
-Lord Lister lachte.
-
-Hij haalde een sigarettenkoker voor den dag en hield dien Charly voor.
-
-„Een sigaret, jongen?”
-
-Tegelijkertijd overhandigde hij hem een lucifersdoosje.
-
-Maar nauwelijks had Charly dit in handen, of hij uitte een kreet van
-verbazing.
-
-Met groote, opengesperde oogen keek hij naar het doosje.
-
-Hij wist niet, of hij waakte of droomde.
-
-Het doosje, dat lord Lister hem overhandigde, was juist zoo verpakt en
-verzegeld als dat, wat de juwelier Collgate een uur geleden had
-meegenomen.
-
-„Dat is een spook!” sprak hij, „hoe kom je aan dat lucifersdoosje?”
-
-„Heel eenvoudig; ik heb het in mijn zak gestoken!”
-
-„Ja—maar—ik heb toch gezien, dat de juwelier het doosje in zijn
-borstzak stak!”
-
-„Zeker”, antwoordde Raffles, „maar niet dit, dat was een ander, dat ik
-in onze kamer in orde heb gemaakt, voordat ik met den juwelier ging
-onderhandelen.
-
-„Ik heb het bij mij gestoken en toen jullie je bukten naar den ring,
-heb ik dat op tafel gelegd en het doosje met de juweelen weggenomen.
-
-„Kijk!”
-
-Hij maakte de touwtjes los en schudde de diamanten in zijn hand.
-
-De prachtige, kostbare steenen fonkelden en sprankelden in alle
-mogelijke kleuren en Charly Brand trok zóó’n onnoozel gezicht, dat
-Raffles in een schaterlach uitbarstte.
-
-„Waarom heb je dan den juwelier dien valschen steen en die paarlen
-teruggegeven?”
-
-„Omdat Raffles geen minderwaardige dingen verkiest, mijn jongen,
-begrijp je dat?”
-
-Voorzichtig borg hij toen de juweelen weer weg en een minuut later lag
-hij behaaglijk in de fluweelen kussens te snurken.
-
-
-
-
-
-
-
-
-TWEEDE HOOFDSTUK.
-
-DE JUWELIER IN ANGST.
-
-
-De juwelier had een zeer slechten nacht doorgebracht.
-
-Even voordat hij naar bed was gegaan, had hij het Avondblad
-doorgelezen, dat, als gewoonlijk, vol stond over de laatste
-schelmenstreken van Raffles.
-
-Voor het eerst gaf de dief hem zorg en angst.
-
-Hij dacht langen tijd na en plotseling rees de gedachte bij hem op, of
-die zoogenaamde Parijsche bankier misschien niet de onbekende Raffles
-zou kunnen zijn— —
-
-Hij bekeek maar steeds weer het verzegelde pakje en bedacht of hij het
-niet zou kunnen openen, zonder de zegels te verbreken.
-
-Hij doorstond de hevigste Tantalus-kwellingen.
-
-Telkens weer bedacht hij het een of andere middel om het doosje te
-kunnen openen, zonder dat iemand het zou kunnen bespeuren.
-
-Maar dan kwam ook even snel weer zijn gouddorst boven en de angst, dat
-het ten slotte toch bemerkt zou kunnen worden, weerhield hem van zijn
-voornemen.
-
-Neen!
-
-Hij mocht het niet wagen!
-
-Hij zou er te veel bij verliezen.
-
-Want juwelier Collgate was het zoo gewend om van elken verkoop
-vijfhonderd procent zoete winst op te strijken.
-
-En telkens, als hij was gaan liggen, als hij de oogen had gesloten om
-den slaap te kunnen vatten, verscheen als een Alp zoo hoog, zoo
-dreigend-hoog, vóór hem de gedaante van den bankier uit Parijs. Die
-gestalte nam dan langzamerhand andere gelaatstrekken aan en de
-onbekende fluisterde hem toe:
-
-„Ik ben Raffles, de meesterdief, de groote onbekende!”
-
-Badend in zijn zweet draaide Collgate dan rond op zijn peluw of hij
-sprong op, ten einde raad en verteerd van onrust en hij werd zóó
-zenuwachtig, dat hij met een revolver in de hand zijn slaapkamer op en
-neer liep, rondspeurend of misschien de vreemdeling zich in een kast
-had verborgen om het doosje met den kostbaren inhoud te kunnen stelen
-als de kans schoon was.
-
-Slapeloos bracht hij den nacht door en telkens liep hij, met het doosje
-in de hand, de kamer op en neer.
-
-Eindelijk, eindelijk dan toch was de lange nacht doorworsteld.
-
-De morgen brak aan.
-
-Hij verslond als het ware zijn ontbijt, waaraan hij anders wel den
-noodigen tijd besteedde en holde toen naar de Bank.
-
-Daar kwam hij tot de vreeselijke ontdekking, dat hij de chêque onder
-zijn hoofdkussen had laten liggen.
-
-Met een zwaren vloek riep hij een cab en reed naar huis terug.
-
-Doch de chêque was verdwenen.
-
-Met een nieuwen vloek riep hij het dienstmeisje en eischte van haar de
-chêque.
-
-De dienstbode, een brave Iersche vrouw, die eerst sinds enkele weken in
-Londen woonde, keek haar meester aan met onnoozel gelaat.
-
-„Ik moet mijn chêque hebben!” schreeuwde Collgate, „mijn chêque van
-achttienduizend pond! Waar is die? Waar hebt ge haar gelaten? Geef mij
-dadelijk het papier!”
-
-Hij schudde de vrouw bij haar arm, totdat deze, een groote, flinke
-vrouw, hem terugstiet.
-
-„Wel allemenschen! Ik weet niet, wat meneer bedoelt! Ik heb niks
-gezien! Niemendal hoor! Dan moet ge Tom maar vragen, die was nog eerder
-dan ik in de slaapkamer!”
-
-„Je liegt!” brulde de juwelier, „je liegt alles! Jij hebt de chêque
-gestolen! Geef haar dadelijk terug of ik roep de politie!”
-
-Hij trok de dekens van het bed en tilde de kussens op, maar met een van
-woede vuurrood gelaat keek hij op het leege laken!
-
-Van een chêque was niets te zien.
-
-„Waar is Tom? Breng den kerel dadelijk hier.”
-
-De Iersche verdween en Collgate hoorde, hoe zij den neger riep.
-
-Ook deze was eerst sinds enkele maanden in dienst van den juwelier.
-
-Geen enkele dienstmeid of huisknecht hield het lang bij hem uit, daar
-hij iederen ondergeschikte op hondsche manier behandelde.
-
-De Iersche vrouw kwam een poosje later terug.
-
-„Tom is voor een paar minuten uitgegaan, meneer!”
-
-Een oogenblik stond Collgate als vastgenageld.
-
-Toen begon hij de dienstbode opnieuw door elkaar. te rammelen.
-
-„Jelui vervloekt tuig! Je speelt onder één hoedje! Maar wacht maar! Ik
-zal jelui! Beken onmiddellijk, dat je met Tom samen de chêque hebt
-gestolen!”
-
-Hij had de dienstmeid bij de keel gegrepen en drukte haar de
-ademhalingsorganen bijna dicht.
-
-Maar dat was de Iersche toch te veel.
-
-Zij gaf haar meester een trap in den buik en sloeg hem stevig in het
-gelaat, zoodat hij een heel eind achteruit vloog.
-
-„Jij ouwe schooier!” riep ze uit, „ik zal jou eens wijzen, hoe je
-menschen moet behandelen! En nu ga ik dadelijk heen! Ik blijf geen
-minuut langer in je dienst!”
-
-Voordat zij de deur bereikt had, was de juwelier alweer op de been.
-
-Hij rukte een venster open dat op straat uitkwam en schreeuwde met
-luider stem:
-
-„Help! Moordenaars! Dieven!”
-
-In een paar seconden was de heele straat in oproer.
-
-Tramwagens moesten stoppen, omdat een groote menschenmenigte zich voor
-het huis van den juwelier had verzameld.
-
-Politie snelde toe van alle kanten.
-
-Het was een grenzenlooze verwarring, maar eindelijk toch gelukte het
-den politiemannen, eenige orde te brengen in die grenzenlooze
-verwarring en toen zij de woning van Collgate waren binnengedrongen,
-hoorden zij al spoedig, wat er gebeurd was.
-
-Zij gaven den juwelier den raad, terstond naar de Bank te
-telephoneeren, dat de chêque niet uitbetaald moest worden, als hij door
-een ander werd gepresenteerd.
-
-„Juist”, steunde Collgate, „daaraan heb ik heelemaal niet gedacht!”
-
-Hij vloog naar de telephoon en schelde de Bank op.
-
-Het korte antwoord luidde: „All right, Sir!”
-
-Een der politiemannen sprak toen:
-
-„Ik verzoek u thans, mister Collgate, om met mij mede te gaan naar
-Scotland Yard en daar het signalement van den verdwenen neger op te
-geven.”
-
-„Heel goed!” hijgde de juwelier, „de kerel moet aan den galg!”
-
-Hij reed met een der politiemannen naar Scotland Yard en werd daar
-toegelaten bij inspecteur Baxter.
-
-De inspecteur der recherche trommelde zenuwachtig met zijn vingers op
-zijn schrijftafel en luisterde slechts met een half oor naar het
-verhaal, dat Collgate hem deed.
-
-Zijn gedachten hielden zich onophoudelijk bezig met de vervolging van
-Raffles en toen de juwelier het heele verhaal had verteld, wist de
-politie-inspecteur alleen, dat de bezoeker door een neger Tom bestolen
-was.
-
-„Waar is die neger?” vroeg hij plotseling?
-
-De juwelier keek hem met verbaasd gelaat aan.
-
-„Waar de neger is? Ja, als ik dàt wist, was ik niet hier gekomen! Ik
-hoop dat gij den kerel spoedig zult vangen!”
-
-„Ge kunt wel heen gaan, uw zaak zal onderzocht worden,” sprak Baxter.
-
-Geheel gebroken kwam Collgate in zijn huis terug, waar Bertram hem
-tegemoet trad om hem over het gebeurde zijn leedwezen te betuigen.
-
-„Zwijg!” bulderde hem de juwelier toe, „gij zijt de schuld van alles!”
-
-„Ik?” vroeg de bediende op gekrenkten toon, „hoedat, mister Collgate?”
-
-„Hoe dat?” snauwde de chef, „vraagt ge dat nog? Weet ge dat niet? Ik
-heb u veel te hoog aangeslagen! Gij zijt te dom om voor den duivel te
-dansen!—gij zijt”— —de juwelier hapte naar adem.
-
-Hij was door opwinding heelemaal blauw in het gelaat geworden.
-
-„Ik verzoek u om opheldering, mister Collgate”, stoof nu Bertram op.
-„Dergelijke beleedigingen verdraag ik niet en ik zal u aanklagen!”
-
-Collgate lachte woedend.
-
-„All right!” schreeuwde hij, „klaag mij maar aan! Misschien vind je wel
-ergens een rechter, die mij nog schuldig verklaart ook! Ezel dat je
-bent! Groote, groote ezel! Driedubbel overgehaalde stommerik! Ik
-herhaal het hier nogmaals, dat jij en jij alleen de schuld bent van
-alles. Van alles, versta je? Jij hebt mij op de gedachte gebracht, dat
-Raffles in het spel was! Jij hebt gezegd, dat die bankier uit Parijs
-mij misschien wel had bedrogen! Daardoor heb ik den heelen nacht niet
-geslapen! Daardoor ook heb ik de chêque vergeten mee te nemen. Begrijp
-je nu, waarom je een ezel bent?”
-
-„Mister”, sprak de bediende nog eens en hij wist zich verbazend kalm te
-houden, „ik zal u het tegendeel door den rechter laten bewijzen!”
-
-Daarop nam hij zijn hoed en verliet den winkel.
-
-De juwelier hield het in zijn huis niet langer uit.
-
-Hij vloog als een gek heen en weer en rende ten slotte weer naar de
-Bank om daar te vragen, of misschien al een chêque van 18,000 pond
-gepresenteerd was.
-
-„No, Sir!” antwoordde de kassier.
-
-Toen ging hij door de straten van Londen wandelen in de stille hoop,
-den gevluchten neger ergens te ontmoeten.
-
-Even voordat de Bank werd gesloten, ging hij er nog eens vragen, of de
-chêque was aangeboden, en toen hem daarop wederom ontkennend werd
-geantwoord, ging hij naar Scotland Yard om bij den detective Marholm te
-informeeren, of men misschien al iets op het spoor was.
-
-Marholm lachte hoonend.
-
-„Neen, wij hebben nog niets. De chêque is trouwens volkomen waardeloos
-voor den neger, daar de Bank er hem geen penny op uitbetaalt!”
-
-„Juist!” antwoordde Collgate, „maar voor mij is zij van de grootste
-waarde.”
-
-„Laat dan dien kooper een nieuwe chêque uitschrijven,” meende de
-detective.
-
-Collgate zuchtte diep.
-
-„Dat is juist mijn grootste ongeluk,” verklaarde hij toen, „de man is
-vanmorgen afgereisd!”
-
-„Wel, dan kan ik u misschien een middel aan de hand doen om de chêque
-terug te krijgen!”
-
-„Spreek op—vlug! Ik ben u dankbaar voor iedere aanwijzing!”
-
-„Het is nu vier uur,” sprak Marholm.
-
-„Ge kunt in het Avondblad nog een advertentie plaatsen, dat ge den
-brenger van de gestolen chêque een belooning geeft van 500 pond
-sterling!”
-
-Collgate wrong zijn handen.
-
-„Mijn heele winst gaat naar de maan!” riep hij uit.
-
-„Dunkt u niet, dat 200 pond voldoende is?”
-
-„Wel mogelijk! Maar over het algemeen trekt een hooge belooning toch
-veel meer en levert het beste resultaat!”
-
-Collgate dacht een oogenblik na.
-
-Toen sprak hij:
-
-„Ik zal uw raad opvolgen!”
-
-Hij huurde een automobiel en reed de groote kranten af om daar
-inderhaast nog de advertentie op te geven.
-
-Toen hij thuis kwam, was hij als gebroken.
-
-De slaap kon hij echter ook dezen nacht niet vatten.
-
-Hij overlegde bij zich zelven of hij maar niet liever het pakje zou
-openen, maar zijn schraapzucht weerhield hem.
-
-Eindelijk, tegen den morgen, sliep hij in, het lucifersdoosje vast in
-de hand geklemd.
-
-Eerst tegen den middag ontwaakte hij, daar het dienstpersoneel zijn
-huis verlaten had en niemand hem had gewekt.
-
-Alleen de portier was nog op zijn post.
-
-Toen deze bemerkte, dat Collgate was opgestaan, vertelde hij hem, dat
-een jongen op hem wachtte.
-
-In boozen luim liet de juwelier hem boven komen.
-
-„Waar kom je vandaan?” snauwde hij.
-
-De jongen haalde twee papieren te voorschijn.
-
-„Ik heb hier een chêque van 18,000 pond en een kwitantie van 500 pond.
-Tegen betaling van 500 pond zal ik u de chêque geven!”
-
-De juwelier haalde verruimd adem.
-
-Met bevende handen greep hij naar het papier, maar de jongen, die
-klaarblijkelijk goed was ingelicht, hield de chêque stevig vast en zei:
-
-„Pardon Sir! ik mag u dit papier alléén geven, als ge mij 500 pond
-betaalt!”
-
-„Maar ik moet het papier toch zien,” antwoordde Collgate, „ik moet er
-mij toch van overtuigen, dat dit de gestolen chêque is!”
-
-„Dat kunt ge,” zei de jongen en hij liet hem het papier even zien.
-
-Collgate keek er scherp naar.
-
-Geen twijfel mogelijk!
-
-Dat was zijn gestolen eigendom. Zonder verder overleg nam hij uit zijn
-portefeuille vijf banknoten van 100 pond en gaf ze den jongen, die hem
-papier, en kwitantie overhandigde en snel het huis verliet.
-
-Een paar straten verder ging de jongen een volksherberg binnen, waar
-aan een tafeltje twee heeren zaten.
-
-Hij ging naar hen toe, nam beleefd zijn pet af en gaf den oudste van
-het tweetal de vijfhonderd pond waarop deze de jongen tien pond als
-belooning overhandigde.
-
-De jongen verdween en de heer, die het geld in ontvangst had genomen,
-sprak:
-
-„Kom Charly, we gaan terug naar Brighton, je ziet, hoe goed het is, als
-men vroeg bij dag opstaat en de advertenties in de kranten leest. Ik
-heb dien Collgate nu een tweede chêque gestuurd, waarop hij evenveel
-geld kan halen als op de eerste.”
-
-Lord Lister lachte, betaalde het ontbijt en verliet met Charly Brand de
-herberg.
-
-In hetzelfde oogenblik rende Collgate naar de Bank om eindelijk de
-chêque te incasseeren.
-
-De kassier nam het papier van den zenuwachtigen juwelier in ontvangst,
-las de onderteekening en gaf haar toen den juwelier terug.
-
-Op kalmen toon sprak hij:
-
-„Die chêque is niet goed!”
-
-Collgate stond als versteend.
-
-„Ge vergist u,” sprak hij, „ik ben de juwelier Collgate, de eigenaar
-van de gestolen chêque. Ge behoeft geen bezwaar te maken, mij het
-bedrag uit te betalen. Als ge het wenscht zal ik mij legitimeeren!”
-
-„Ik zeg u nogmaals,” antwoordde de ambtenaar, „dat de chêque niet goed
-is.”
-
-„Maar begrijp mij dan toch,” beweerde Collgate met klem, „de chêque,
-die mij ontstolen is, moet uitbetaald worden!”
-
-„Ik betaal de chêque niet uit,” antwoordde de kassier.
-
-Collgate werd ongeduldig.
-
-Hij begon te schelden zoodat de kassier het luikje voor zijn neus
-dichtgooide.
-
-„Ik zal naar detective Marholm gaan,” bedacht Collgate, „en hem vragen
-mee te gaan, opdat hij mij kan legitimeeren.”
-
-En hij vloog weer naar Scotland-Yard, waar hij, daar Marholm niet
-aanwezig was, naar inspecteur Baxter werd verwezen.
-
-Nadat hij dezen verteld had, wat hij verlangde, verklaarde Baxter zich
-bereid, met den juwelier naar de Bank te gaan.
-
-Een half uur later was het tweetal daar aangekomen.
-
-Toen Baxter vertelde, waarvoor zij gekomen waren en hij zich door zijn
-ambtspenning had gelegitimeerd, herhaalde de kassier nogmaals met een
-ironisch lachje:
-
-„Die chêque deugt niet!”
-
-„De duivel kan je halen voor mijn part! Ik moet dat geld hebben!”
-schreeuwde Collgate woest.
-
-Onverschillig haalde de kassier de schouders op.
-
-„Ik heb u nu al een dozijn malen verklaard, dat dat papier niet echt
-is. Wij hebben niet de eer, dien heer Durand te kennen.”
-
-Collgate keek den ambtenaar geheel ontzet aan.
-
-Een vreeselijke gedachte doorflitste zijn brein.
-
-De adem stokte hem.
-
-Zijn knieën beefden.
-
-„Ik—ik—” stotterde hij, „ik heb 500 pond voor die chêque betaald!”
-
-„Jammer van al dat geld,” beweerde Baxter, „die chêque schijnt dus
-niets waard te zijn.”
-
-Het duizelde den juwelier voor de oogen. Hij kon Baxter nauwelijks
-meedeelen, hoe dien morgen een jongen hem de chêque had teruggebracht.
-
-„Dan heeft de oplichter u een tweede poets gespeeld. Maak nu het
-lucifersdoosje eens open, waar de juweelen in moeten zitten.”
-
-De juwelier deed dit.
-
-Toen hij het papier had verwijderd en het doosje opende, om de kostbare
-steenen in zijn hand te schudden, viel daaruit niets dan een
-visitekaartje en wat kiezelsteentjes.
-
-Met verglaasde oogen keek Collgate toen in het leege doosje en viel in
-zwijm.
-
-Inspecteur Baxter raapte het visitekaartje op.
-
-Nauwelijks echter had hij gelezen, wat er op stond of hij liet het weer
-op den grond vallen, alsof hij gloeiend vuur had beetgepakt.
-
-Zijn gezicht werd bleek, het koude zweet parelde hem op het voorhoofd,
-hij bukte zich en raapte het kaartje weer op.
-
-In hetzelfde oogenblik trad detective Marholm naar Baxter toe.
-
-Hij zag, hoe bleek Baxter was.
-
-„Hallo, inspecteur!” vroeg hij, „wat is er met u gebeurd? Hebt ge een
-spook te pakken?”
-
-Baxter haalde eens diep adem.
-
-Toen antwoordde hij:
-
-„Yes Sir, zoo is het! En ik zou willen, dat het spook werd tot vleesch
-en bloed, want het is in staat, zooals ik je al meer gezegd heb, om mij
-in het gekkenhuis te brengen. Lees dit eens!”
-
-Marholm nam het visitekaartje.
-
-Er stond op:
-
-
- „John C. Raffles.”
-
-
-Verscheiden seconden bleef hij staren op dezen naam.
-
-Toen reikte hij het kaartje den inspecteur en glimlachend sprak hij:
-
-„Een duivelsche kerel! Hebt ge dat kaartje misschien per marconigraaf
-gekregen? Ik acht dien kerel namelijk tot alles in staat!”
-
-„Neen”, antwoordde inspecteur Baxter, „het viel met een hoop
-kiezelsteenen uit dit lucifersdoosje, dat een aantal diamanten van den
-juwelier moest bevatten.”
-
-Detective Marholm liet een zacht, spottend lachje hooren.
-
-Hij kende de praktijken van juwelier Collgate en daarop zinspelend,
-antwoordde hij:
-
-„Wie weet! Gij beweert, of beter gezegd, de juwelier doet het, dat hij
-in dit doosje de diamanten had gedaan, die hij den vreemdeling naar
-Parijs moest zenden! Gezien heeft hij dat natuurlijk maar alleen!
-
-„Voor den duivel, inspecteur, het is niet onmogelijk, dat die Collgate
-de diamanten in zijn vestjeszak heeft gestoken en den vreemdeling de
-kiezelsteenen heeft willen overzenden!”
-
-Baxter antwoordde:
-
-„Jij houdt er altijd zoo je eigen beschouwingen op na, Marholm, maar
-laat nu voor alles een dokter roepen, die den juwelier kan bijstaan.”
-
-Marholm verliet de kamer en kwam eenigen tijd later terug met een arts.
-
-Onder diens hulp kwam Collgate al heel spoedig weer bij.
-
-Toen hij eindelijk weer in zooverre genezen was, dat men met hem kon
-redeneeren, liet Baxter hem het visitekaartje zien.
-
-„Ge hebt een heel beruchten klant in uw winkel gehad”, meende hij, „en
-ge moogt waarlijk van geluk spreken, dat hij u niet nog meer ontstolen
-heeft.
-
-„De man, met wien ge te doen hebt gehad, is in staat, al uwe
-kostbaarheden op onverklaarbare wijze in zijn zakken te doen
-verdwijnen.”
-
-Collgate meende, dat Baxter den draak met hem stak en ondanks zijn
-lichamelijke zwakte antwoordde hij op boozen, opgewonden toon:
-
-„Houd uw grapjes voor u, mister Baxter, ik verzeker u, dat het tot nog
-toe geen enkelen gauwdief gelukt was, mij ook slechts voor een
-six-pence te bedriegen.”
-
-Detective Marholm lachte en beweerde:
-
-„Het was waarschijnlijk den gauwdieven de moeite niet waard, zaken met
-u te doen!”
-
-Collgate wierp het hoofd in den nek met trotsch gebaar:
-
-„Juist, mijnheer! Mijn helder doorzicht, is steeds allen boevenstreken
-de baas gebleven!”
-
-„Kom, kom!” zei Marholm, „de gauwdieven houden er weer een heel andere
-beschouwing op na als u. Een paar maanden geleden vond ik bij een
-berucht persoon in Eastend een aanteekenboekje, waarin allerlei
-juweliers en bankiers stonden genoteerd in verband met nachtelijke
-bezoeken.
-
-„Uw naam stond ook onder de firma’s, maar daarbij was een opmerking
-gemaakt, die ik niet zou gelooven, als een eerlijk, gewoon burger haar
-had gemaakt.
-
-„De opmerking kwam echter van een mensch, die heel nauwkeurig
-informeert naar een firma als de uwe, als hij daarmee in eenige relatie
-wenscht te treden en daarom ben ik zoo vrij alles te gelooven wat ik
-daar destijds vernam.”
-
-Juwelier Collgate keek detective Marholm aan met de woedende
-uitdrukking, die de snoet van een buldog heeft.
-
-„Mag ik misschien ook weten”, snauwde hij den detective toe, „wat die
-schurk over mijn alom als solide bekend staande firma in zijn
-aanteekenboekje had geschreven?”
-
-„Wel!!” lachte Marholm, „als ge er op gesteld zijt, het te hooren— —”
-
-„Ja, ik wil het hooren!” schreeuwde Collgate, „ik zal dien ellendeling,
-als hij mij beleedigd heeft, voor den rechter brengen!”
-
-„Dan moet ge nog een oogenblik wachten, de zegsman heeft voorloopig
-twaalf jaar tuchthuisstraf”, sprak Marholm doodkalm.
-
-„Komt er niet op aan!” antwoordde Collgate, „al had hij ook dertien
-jaar,—als hij mij beleedigt, moet hij in de gevangenis!”
-
-„Wie was het?” vroeg Baxter nu.
-
-„Een Duitscher,” antwoordde de detective, „ge herinnert u misschien nog
-wel de inbraak in het Lyrictheater, drie maanden geleden. Toen
-arresteerde ik een inbreker, die uit Duitschland gevlucht was. Hij
-heette Wauer.”
-
-„En wat zei die schurk, die gauwdief?” vroeg Collgate.
-
-„In zijn aanteekenboek stond”, antwoordde Marholm: „Bij juwelier
-Collgate is het niet de moeite waard om in te breken, die verkoopt te
-veel bocht!”
-
-De juwelier hapte naar lucht, dat was inderdaad teveel voor hem.
-
-Hij kon niet razender worden dan als iemand het waagde, zijn eer als
-handelsman aan te tasten.
-
-„Hel en duivel!” schreeuwde hij, „gelooft ge dan zoo’n tuchthuisboef?
-Mijnheer!—dat is een schandaal. Ik zou naar aanleiding van het gebeurde
-zelfs tegen u een aanklacht willen indienen. Alleen uw maatschappelijke
-positie redt u in dezen!”
-
-Marholm haalde onverschillig de schouders op.
-
-Daarna greep hij naar het visitekaartje en zei:
-
-„Sta mij toe, dat ik u voorlees, wat u de u zoo goed bekende John C.
-Raffles oftewel lord Lister schrijft?”
-
-„Gij hebt geen recht, visitekaartjes te lezen, die aan mij gericht
-zijn!” snauwde juwelier Collgate, „niet het minste recht hebt ge. Geef
-mij dat kaartje, het is mijn eigendom!”
-
-„Voorloopig nog niet!” antwoordde de politiedienaar, „wij staan hier
-niet als particulieren tegenover elkaar, mister Collgate, dat moet ge
-toch inderdaad niet vergeten. Ik sta hier als beambte van Scotland
-Yard, die bezig is een misdaad op te sporen. En in dat verband, mister
-Collgate, heb ik het recht—en inspecteur Baxter zal het kunnen
-beamen—dat wij alle papieren en bewijsstukken in beslag nemen.
-
-Als de zaak is afgehandeld, kunt ge uw bulletjes terug krijgen.
-
-Maar luister nu, wat het bewuste visitekaartje behelst
-
-Op de voorzijde staat gedrukt:
-
-
- Lord Edward Lister.
- Londen.
- Regent-Park.
-
-
-Daaronder staat met potlood het volgende geschreven:
-
-
- „Mister Collgate!
-
- Eenige jaren geleden hebt ge mij in plaats van diamanten,
- kiezelsteentjes verkocht. Het is mij thans een groot genoegen, u
- eens te herinneren aan den verkoop, die u destijds geen windeieren
- heeft gelegd.
-
- Met bijzondere hoogachting.
-
- John C. Raffles,
- alias Gaston Durand.
- bankier uit Parijs.”
-
-
-Een zwarte sluier trok voor de oogen van den juwelier.
-
-Met een zucht viel hij in een stoel neer en sloot de oogen.
-
-„Ge weet mister Collgate,” begon Baxter, „dat deze Raffles vroeger een
-der voornaamste Engelsche aristocraten was en als zoodanig verwijt hij
-u thans, dat gij hem destijds kiezelsteenen voor diamanten hebt
-verkocht!”
-
-Collgate steunde als iemand, die zwaar ziek is.
-
-„Houd op met uw beleedigingen,” kreunde hij. „Het lijkt wel, of ik hier
-als beklaagde voor u zit. Zoek liever dien Raffles voor mij op”.
-
-„Dat zal wel een heele tijd duren, voordat wij dien gevonden hebben.
-Maar weet ge wel zeker, mijnheer Collgate, dat ge ditmaal inderdaad
-echte waar hebt verkocht?”
-
-„Maar mijnheer!” stoof de juwelier op.
-
-„Houd u kalm. Uit dit briefje blijkt toch, dat ge bijzondere voorliefde
-koestert voor kiezelsteentjes en het zou niet onmogelijk zijn, dat ge u
-ook dit keer weer vergist hebt.”
-
-De juwelier hijgde van woede.
-
-Het allerliefst zou hij den inspecteur met een vuistslag hebben
-neergeveld.
-
-Hij begon:
-
-„Ik—ik—heb ditmaal inderdaad steenen gegeven van het zuiverste water.”
-
-„Dus destijds hebt ge inderdaad Lord Lister bedrogen?”
-
-Collgate werd bleek van schrik.
-
-Hij zag wel, dat hij een groote fout had begaan en wist niet, wat hij
-moest antwoorden.
-
-„Laat mij met rust! Ik wou maar dat ik met de heele zaak niets meer te
-maken had.”
-
-„Dat wil ik graag gelooven,” lachte detective Marholm.
-
-Toen zonk de juwelier opnieuw als gebroken op den stoel neder en hij
-sloot de oogen met een vermoeid gebaar.
-
-„Laat den man nu met rust,” sprak Baxter, „en ga op je post, Marholm!”
-
-„Heel goed, inspecteur,” antwoordde de detective en met een korten
-groet verliet hij de kamer.
-
-Toen hij weg was, ging Baxter naar den juwelier toe en sprak:
-
-„Maak u maar niet bezorgd, Mr Collgate, het zal voor u misschien zoo’n
-vaart nog niet loopen!”
-
-Collgate stond op en drukte den inspecteur dankbaar de handen.
-
-„Ik dank u voor die woorden,” sprak hij op huilerigen toon, „ik dank u.
-En als ik u van dienst kan zijn, dan ben ik daartoe gaarne bereid. Zijt
-gij getrouwd? Kom dan eens bij mij en zoek een mooie diamanten broche
-voor uw vrouw uit. Ik verzeker u, dat ge prima kwaliteit zult krijgen
-en ge zult mij het genoegen toch wel aan doen zoo’n klein geschenkje
-van mij aan te nemen.”
-
-Nogmaals drukte de juwelier den inspecteur dankbaar geroerd de handen,
-toen plotseling een woest geschreeuw werd vernomen voor de deur der
-kamer, waarin het tweetal zich bevond.
-
-Baxter rukte de deur open, om te zien wat er gebeurde en zag dat
-detective Marholm en een agent van politie alle moeite hadden om een
-neger terug te houden.
-
-„Blijf staan!” beval Marholm, „of ik schiet.”
-
-„Collgate herkende terstond zijn ontvluchten huisknecht.
-
-„Wij hebben Raffles!” riep de agent uit.
-
-„Praat toch niet zoo’n onzin”, schreeuwde Marholm terug, „sta stil,
-neger!”
-
-Hij trachtte den zwarten kerel de handboeien aan te doen.
-
-In dat oogenblik vloog de juwelier op den neger af om hem bij de keel
-te grijpen en te slaan.
-
-Daardoor trok hij Marholm achteruit; de neger kwam vrij en diende zijn
-vroegeren meester zoo’n vuistslag toe in het gelaat, dat deze
-achterover op den grond tolde en den detective in zijn val meesleepte.
-
-Door deze verwarring gelukte het den neger de straat op te vluchten.
-
-Marholm vloekte nu op Collgate.
-
-Deze schold op den detective.
-
-’t Was een vreeselijke verwarring.
-
-Ook op straat was men opmerkzaam geworden, toen de zwarte kerel daar
-met heidensch lawaai en groot gebrul kwam aanstuiven en aan den
-overkant der straat, voor het venster van een groot café, zaten twee
-heeren aandachtig te kijken naar het relletje.
-
-’t Waren lord Lister en Charly Brand.
-
-Het tweetal zat daar doodkalm aan een tafeltje en hadden juist
-allersmakelijkst gedineerd.
-
-Met de grootste belangstelling volgde lord Lister alles, wat daar op
-straat geschiedde.
-
-De nabijheid van het gevaar had voor hem iets bekorends, iets
-prikkelends.
-
-Maar Charly Brand was niet zoo kalm.
-
-Van zenuwachtigheid draaide hij op zijn stoel heen en weer.
-
-Het liefst was hij nu mijlen ver van deze plek verwijderd geweest.
-
-„Laat ons gaan,” smeekte hij zijn vriend.
-
-„Waarom?” vroeg deze, „het is immers hetzelfde, of we hier zijn of
-ergens anders. Een schuilplaats kan den vluchteling niet redden, wel
-koelbloedigheid!”
-
-„Maar het wemelt hier van detectives”.
-
-„Des te beter! Hoe meer er bij elkaar zijn, hoe meer de een het werk
-overlaat aan den ander, hoe minder vinden zij dengeen, dien zij zoeken.
-Dat is practische ondervinding van mij. De heeren denken ons nu heel
-ergens anders. En maak mij nu alsjeblieft niet zenuwachtig!”
-
-Charly Brand keek lord Lister vol bewondering aan.
-
-John Raffles scheen zijn kalmte geen oogenblik te verliezen.
-
-Maar Charly keek met angstige oogen naar al de herrie op straat en naar
-den vluchtenden neger.
-
-Plotseling zei Lister.
-
-„Kijk eens, Charly, daar op straat, daar heb je onzen vriend Baxter en
-juwelier Collgate.”
-
-Charly Brand keek naar buiten.
-
-Ook hij zag de bedoelde heeren.
-
-Baxter bleef nog een tijdlang alleen staan, toen de anderen reeds
-vertrokken waren.
-
-Hij scheen over iets na te denken.
-
-Toen trad hij toe op het café, waarin John Raffles zat met zijn vriend.
-
-Charly Brand werd bleek.
-
-„Ik geloof,” fluisterde hij, „dat de inspecteur hier binnen komt.”
-
-„Waarom zou hij niet! De man zal honger hebben.”
-
-„We hadden hier weg moeten gaan!”
-
-„Wees toch niet zoo kinderachtig!”
-
-Maar Charly hield zijn oog niet van de deur af, waardoor Baxter eenige
-oogenblikken later, vergezeld van een heer, binnen trad.
-
-Niet ver van lord Listers tafeltje ging het tweetal zitten.
-
-Charly Brand zat op heete kolen.
-
-Toen gleed een ijskoude rilling langs zijn rug, terwijl lord Lister hem
-glimlachend aankeek, een sigaret opstak en met luide stem een grap
-vertelde.
-
-Een tijd later—Baxter had zijn soep besteld en scheen in een ernstig
-gesprek verdiept—zei Raffles tot zijn vriend:
-
-„Ga nu opstaan en verlaat het café. Wacht mij op den hoek in den
-sigarenwinkel.”
-
-Charly stond op.
-
-Met bevende knieën trok hij zijn overjas aan en sidderend verliet hij
-het lokaal.
-
-Op straat bekroop hem opnieuw de grootste angst
-
-Als Lister herkend werd, was hij een verloren man.
-
-Raffles intusschen keek met de grootste kalmte naar inspecteur Baxter.
-
-Met onverschillig gebaar, alsof niets en niemand hem interesseerde,
-rookte hij een sigaret en dronk daarbij langzaam zijn kop koffie uit.
-
-Baxter keek herhaalde malen geheel toevallig den café-bezoeker aan, die
-juist tegenover hem zat, en plotseling bemerkten de lord, dat de oogen
-van den rechercheur onderzoekend op hem bleven rusten.
-
-John Raffles knipte zelfs niet met de oogen en hield den blik
-uitstekend uit.
-
-Hij zag, dat Baxter zich vooroverboog en iets zeide tegen den heer, die
-bij hem zat.
-
-Ook deze keek toe naar lord Lister, die zijn onverschillige houding
-geen oogenblik had laten varen.
-
-Het tweetal daarginds ging echter voort met fluisteren en toen stond de
-inspecteur op en deed, alsof hij een tijdschrift zocht aan de
-leestafel.
-
-Daarna liep hij van de leestafel met een paar haastige stappen naar de
-deur en trad de straat op.
-
-Toch bemerkte lord Lister, dat de inspecteur hem in de gaten hield.
-
-Hij zag, dat de detective, die was blijven zitten, hem geen oogenblik
-uit het oog verloor.
-
-Onmiddellijk begreep hij dat Baxter op straat was gegaan om hulptroepen
-aan te rukken en zonder een oogenblik te aarzelen, ging hij naar het
-heerentoilet. Een smal venster voerde van hier op de binnenplaats en
-daardoor vluchtte hij.
-
-Met een klein sprongetje stond hij beneden, toen klom hij langs de
-brandladder en kwam zoo op het dak.
-
-Dit was plat en hij zag, dat hij zonder eenig gevaar voort kon loopen
-tot aan het hoekhuis.
-
-Daar staakte hij zijn wandeling over de daken, opende een luikje en
-kwam op de trap van een huis.
-
-Hij had zijn hoed in het café achtergelaten.
-
-Daar hij begreep, dat hij zich zonder hoofddeksel niet op straat kon
-vertoonen, luisterde hij aan verschillende deuren, totdat hij een
-ontdekte, waarachter zich naar alle waarschijnlijkheid niemand bevond.
-
-Met een uitstekenden looper opende hij de deur en trad de woning
-binnen.
-
-In de gang hingen, zooals hij had vermoed, verscheiden hoeden en
-petten.
-
-Haastig zette hij een daarvan op en verdween toen, zooals hij gekomen
-was.
-
-Nu ging hij de trap af en de straat op.
-
-Deze was geheel gevuld met een opgewonden menigte.
-
-„Ze hebben hem!” klonk het aan allen kant, „hij is gevangen. In dat
-café hebben de detectives van Scotland Yard hem gesnapt!”
-
-Lord Lister lachte ironisch en ging den sigarenwinkel binnen.
-
-Zijn vriend was echter verdwenen.
-
-De lord kocht een paar sigaren en vroeg den winkelier toen, waar de
-heer gebleven was, wiens uiterlijk hij beschreef.
-
-„Hij is haastig weggegaan, toen er buiten geroepen werd, dat men
-Raffles had gevangen.”
-
-„Dank u.”
-
-Lord Lister ging heen.
-
-Hij begaf zich tusschen de menigte.
-
-Misschien ontdekte hij daar Charly Brand.
-
-Toen zijn moeite echter tevergeefsch was, nam hij een automobiel en
-beval naar Fulton Street te rijden, naar het huis van miss Walton.
-
-Dit huis had hij Charly Brand opgegeven in geval de vrienden elkaar
-kwijt raakten.
-
-In de buurt van het huis stapte hij uit om geen opzien te baren in de
-stille straat.
-
-Het was op den hoek van St. Georges Street.
-
-Voorzichtig keek hij rond in de half donkere straat om te zien, of het
-huis niet door detectives werd bewaakt.
-
-Hij bemerkte niet, dat een kerel, oogenschijnlijk een bedelaar, hem
-scherp had gadegeslagen en geheime teekens gaf naar een winkel aan de
-overzijde.
-
-Zoodra Raffles de deur van het huis was binnengegaan, kwamen
-verscheiden detectives te voorschijn uit de winkels aan den overkant
-der straat, waaronder detective Marholm.
-
-Voorzichtig als Indianen slopen zij voorwaarts.
-
-„Opgepast, jongens!” fluisterde Marholm, „als jelui goed op je post
-bent, loopt de vos vandaag in de val.”
-
-Hij bleef voor de deur van miss Waltons huis staan en luisterde
-aandachtig.
-
-Op de vierde verdieping werd een deur geopend en duidelijk hoorde men
-de stemmen van miss Walton en lord Lister.
-
-„Twee mannetjes moeten naar het dak gaan”, zei Marholm, „twee moeten
-hier op de trap de wacht houden, één gaat op de binnenplaats en één aan
-de voordeur.
-
-„Ik zal met detective John naar binnen gaan en trachten hem te pakken
-te krijgen.
-
-„Als we vechten moeten, zal ik een signaal geven. Goed opgepast hoor.
-Ik wil eindelijk eens de eer van Scotland Yard hoog houden. Heel Londen
-lacht ons uit!”
-
-Hij onderzocht zijn revolver en ging de trap op.
-
-
-
-Toen lord Lister aan de woning van miss Walton de schel overhaalde deed
-de jonge dame zelf open.
-
-Lord Lister noemde zachtjes zijn naam en toen verscheen een
-vreugdestraal in de oogen van het jonge meisje.
-
-Zij bracht hem naar de voorkamer en sprak daar:
-
-„Lord Lister, verlaat zoo gauw mogelijk Londen. Al de detectives
-vervolgen u!”
-
-John Raffles lachte.
-
-Hij lette niet op haar woorden en vroeg:
-
-„Is uw moeder thuis?”
-
-„Neen! Ik heb haar voor enkele weken naar het sanatorium gezonden,
-opdat zij wat op krachten kan komen!”
-
-In hetzelfde oogenblik werd er gescheld.
-
-Het meisje luisterde.
-
-Toen sprak zij:
-
-„Wie zou daar kunnen zijn?”
-
-Lord Lister antwoordde:
-
-„Dat zal Charly zijn. Hij weet, dat hij mij hier kan vinden. Maar laat
-ons voorzichtig zijn, en eerst eens vragen, wie daar is.”
-
-Weer werd gescheld en ditmaal luider dan te voren.
-
-Nu schrikte Raffles toch.
-
-Die bevelende toon kwam van iemand, die toegang verlangde tot elken
-prijs. Hij vloog naar het venster en keek door het spionnetje, wie daar
-buiten stond.
-
-Nauwelijks had hij dit gezien of hij ging in de kamer terug.
-
-„Ik word vervolgd. Daar beneden staan verscheiden rechercheurs!”
-
-Miss Walton werd doodsbleek.
-
-Radeloos keek zij lord Lister aan.
-
-Wanhopig wrong zij haar handen en fluisterde:
-
-„Gij zijt verloren!”
-
-„Wees kalm,” fluisterde Lister, „waar een wil is, is een weg en mijn
-wil is sterk genoeg om een weg te vinden! Ik heb geen oogenblik tijd te
-verliezen!”
-
-Hij opende een der vensters.
-
-Het meisje ijlde hem na.
-
-„Neen, lord Lister, dat moogt gij niet doen, dat zou uw dood zijn!”
-
-Lord Lister stond een oogenblik besluiteloos.
-
-Er was voor hem geen andere uitweg, slechts door het venster kon hij
-vluchten.
-
-Eensklaps liet hij een zacht fluiten hooren.
-
-Hij had gevonden, wat hij zocht.
-
-Onder het venster liep een smalle richel naar het volgende huis.
-
-Als hij daar langs kon komen, zou hij door een openstaand raam in die
-vreemde woning kunnen gaan en zoo de straat bereiken.
-
-Maar de kamer lag op de vierde verdieping en als hij misstapte, zou hij
-onherroepelijk te pletter vallen.
-
-Reeds was hij van plan den tocht te wagen, toen hij zag, dat ook voor
-het naburige huis zich detectives hadden opgesteld.
-
-Er werd dus volledige jacht op hem gemaakt.
-
-En nu zat hij in een val, waaruit hij zich niet zoo gemakkelijk zou
-kunnen redden.
-
-John Raffles’ hersens werkten met koortsachtige haast.
-
-Hij moest een uitweg vinden.
-
-Zonder een woord verder met miss Walton te wisselen, ging hij haastig
-naar de keuken om daar van uit het raam de kansen tot ontvluchten te
-overzien.
-
-Nauwelijks had hij een venster geopend, of hij stiet een kreet van
-vreugde uit.
-
-Hij had een nieuwen uitweg gevonden.
-
-Deze was echter van zeer halsbrekenden aard.
-
-Aan het keukenvenster was op Engelsche manier een balkon aangebracht.
-
-Van dit balkon was een waschlijn gespannen naar het huis aan den
-overkant.
-
-De Engelschen drogen, bij gebrek aan betere plaats, hun wasch op deze
-manier.
-
-Langs deze waschlijn nu wilde Raffles het andere huis bereiken.
-
-Op dezen tocht was hij blootgesteld aan het grootste levensgevaar, want
-als de waschlijn brak, zou hij van de vierde verdieping naar beneden
-storten.
-
-Voordat hij het plan waagde, keerde hij zich tot miss Walton.
-
-„Kijk goed de advertentiepagina van de „Times” door. Daar zult ge nader
-van mij lezen. Ik moet u weerzien, miss Walton!”
-
-Hij greep haar hand en drukte er een kus op.
-
-In haar schoone oogen blonken tranen.
-
-Hij keek haar aan en in dat oogenblik werd het hem volkomen duidelijk,
-dat hij het mooie meisje liefhad.
-
-Hij vergat, dat daarbuiten de detectives op bevelenden toon wenschten
-te worden toegelaten en terwijl hij de armen om haar heensloeg,
-fluisterde hij haar de liefste woordjes in het oor.
-
-De detectives hadden intusschen bijlen gehaald.
-
-De deur versplinterde.
-
-Lord Lister liet het meisje los.
-
-„Vaarwel, liefste! Vergeet niet, wat ik je gezegd heb. Over een paar
-dagen zul je in de „Times” bericht van mij krijgen.”
-
-Hij gaf haar een vlijmscherp zakmes,
-
-„Wacht nu, totdat ik het touw goed te pakken heb. Als ik roep, moet je
-het middendoor snijden!”
-
-Miss Walton beefde.
-
-„Edward!” fluisterde zij, „bedenk, wat je doen wilt. Als je naar
-beneden valt, spring ik je na.”
-
-„Maak je niet bezorgd,” antwoordde John Raffles.
-
-Hij kuste haar.
-
-In dit oogenblik vloog de deur met luid gekraak open.
-
-Zonder zich een oogenblik te bedenken, vloog lord Lister over de
-ijzeren borstwering, greep de waschlijn met beide handen en trachtte
-zoo het huis aan den anderen kant te bereiken.
-
-Hij had het nog niet bereikt, toen de detectives bij miss Walton op het
-balkon kwamen.
-
-„Daar is hij,” riepen zij, „halt, of wij schieten!”
-
-„Vlug, miss Walton!” riep John Raffles en terstond sneed het jonge
-meisje het touw door.
-
-Lord Lister vloog met alle geweld door de lucht en kwam met een smak
-terecht tegen den muur van het huis aan den anderen kant.
-
-Verbluft keken de detectives elkander aan en toen naar de kloof, die
-hen nu van Raffles scheidde.
-
-Zij haalden hun revolver te voorschijn om op den vluchtende te
-schieten, maar nog voordat zij daarvan gebruik konden maken, was de
-lord neergegleden langs de waschlijn, die nu tot bijna op den grond
-hing en aan het oog onttrokken.
-
-Toen keerde zich de woede der detectives tot miss Walton.
-
-Volgens de Engelsche wet kon zij niet verantwoordelijk worden gesteld
-voor de vlucht van lord Lister.
-
-Zonder zich verder om haar te bekommeren, verlieten zij het huis om de
-jacht op lord Lister voort te zetten.
-
-Miss Walton bleef op het balkon staan.
-
-Alles kwam haar voor als een dwaze, ongelooflijke droom.
-
-Toen het donker begon te worden, liet zij een timmerman roepen, die
-voor haar de versplinterde deur weer moest herstellen.
-
-Terwijl dit geschiedde, trad een heer op haar toe, die haar groette.
-
-Zij schrikte, toen zij Charly Brand herkende.
-
-Hij ging met haar in de kamer en daar vertelde zij hem, wat er dien
-middag was voorgevallen.
-
-Ook deelde het meisje hem mede, dat eerstdaags onder de advertenties in
-de „Times” lord Lister van zich zou doen hooren.
-
-Charly dankte het meisje voor haar inlichtingen en vertrok snel.
-
-Maar waar moest hij heengaan?
-
-Hij was zoo gewend in alles door Raffles geleid te worden, dat hij op
-het oogenblik als hulpeloos op straat stond.
-
-Toen besloot hij een vroegeren schoolkameraad om logies te vragen,
-totdat lord Lister weer van zich zou doen hooren.
-
-
-
-
-
-
-
-
-DERDE HOOFDSTUK.
-
-DE ONTVOERING.
-
-
-Baxter had een geheim onderhoud met zijn detectives om opnieuw te
-beraadslagen, hoe lord Lister, alias Raffles, kon gepakt worden.
-
-De juwelier Collgate had een belooning van duizend pond sterling
-uitgeloofd voor hem, die zijn juweelen terugbracht.
-
-Maar hoe de detectives ook nadachten, zij konden geen nieuwe middelen
-vinden om Raffles te pakken.
-
-De inspecteur had nogmaals een onderhoud gehad met Sherlock Holmes, om
-dezen te vragen, behulpzaam te zijn in het opsporen van Raffles.
-
-Holmes telefoneerde echter, dat hij niet van plan was aan deze
-opsporing mede te werken, daar hij Raffles volstrekt niet beschouwde
-als een misdadiger.
-
-Zoo was Baxter dus op zijn eigen mannetjes aangewezen.
-
-En zoo wist Baxter dus feitelijk zelf nog niet, welken weg hij in dezen
-zou inslaan.
-
-Met mismoedig gelaat keek hij het avondblad door.
-
-Plotseling bleef zijn blik hangen aan een kleine advertentie.
-
-Hij las het volgende:
-
-
- „Miss Else!
-
- „Plaats van ontmoeting vóór het Majesty-Theater, morgen, Donderdag,
- om acht uur!”
-
-
-Baxter las de advertentie verscheiden keeren.
-
-Zou het toeval hem hier den weg hebben gewezen?
-
-Hij dacht na.
-
-Zou met deze miss zijn bloedverwante, miss Walton, niet bedoeld worden?
-
-Wie weet!
-
-Misschien was hij op het juiste spoor!
-
-Misschien was hij dit keer Raffles te slim af!
-
-Hij vertelde Collgate niets van zijn ontdekking.
-
-Hij nam een zakmesje en sneed de advertentie voorzichtig uit.
-
-Toen nam hij afscheid van den juwelier en ging naar het
-advertentiebureau van de „Times” om daar te vragen of men hem den
-persoon kon beschrijven, die de advertentie had afgegeven.
-
-Onverrichterzake moest hij echter weer weggaan.
-
-Toen begaf hij zich naar Whitechapel.
-
-Het was al donker, toen hij dit beruchte stadsgedeelte betrad.
-
-Voor een klein huisje in de buurt van de Theems bleef hij staan.
-
-Nadat hij naar alle kanten had rondgespeurd of niemand hem bespiedde,
-deed hij de deur voorzichtig open.
-
-Hij vroeg:
-
-„Is mister Fox thuis?”
-
-Een vrouwenstem antwoordde:
-
-„Yes, Sir!”
-
-De inspecteur ging een korte gang door en een kamer binnen, waarin een
-petroleumlamp brandde.
-
-Bij zijn binnenkomst stond een oude, magere man uit zijn leuningstoel
-op.
-
-Hij keek den detective met scherpen blik aan.
-
-„O, bent u het, inspecteur Baxter? Ik heb u in drie maanden niet
-gezien, wat voert u hier?”
-
-„Zaken!” antwoordde Baxter. „Ik heb uw hulp noodig, waarbij ge een paar
-duizend pond kunt verdienen.”
-
-De magere hoestte en bood den inspecteur een stoel.
-
-„Laat eens hooren, wat ge voor zaakjes hebt!”
-
-Baxter zweeg even.
-
-Toen begon hij:
-
-„Het is om Raffles te doen!”
-
-De magere liet een langgerekt gefluit hooren.
-
-Toen trommelde hij met zijn beenige vingers op de tafel.
-
-„Dat dacht ik al, toen ik die belooning hoorde. Dus om Raffles is het
-te doen! Het is wel een groote eer voor mij, dat ge daarvoor mijn hulp
-inroept, maar beste mijnheer Baxter, ik wil u wel eerlijk bekennen, dat
-die kerel ons allemaal veel te slim af is.
-
-„Er is een belooning op zijn hoofd gezet, zooals totnogtoe de recherche
-nog nooit heeft uitgeloofd. Als ze maar te verdienen was! Gij weet heel
-goed, inspecteur, dat ik in mijn twintigjarige loopbaan als particulier
-detective, al heel wat moeilijke zaakjes heb opgeknapt en heel wat
-gevaarlijke jongens achter de tralies heb gewerkt.”
-
-„Maar mijn waarde mister Baxter, kijk eens hier!”
-
-Hij wees op een stapel papieren, die voor hem op tafel lag.
-
-„Daar hebt ge al het materiaal, dat ik in de zaak Raffles heb
-verzameld, zonder dat ik feitelijk nog tot eenig helder inzicht ben
-gekomen.
-
-„Ik wil u wel eerlijk bekennen, mister Baxter, dat die man ons allen te
-slim af is. Ik schroom geen oogenblik, dit volmondig te erkennen!”
-
-„Dat ben ik niet met u eens! Ik geloof, dat ik hem ditmaal te slim af
-ben en gij, mister Fox, zijt de eenige, die mij kunt helpen.”
-
-Fox vertrok zijn gelaat tot een grimas:
-
-„Ja, ja, als de heeren detectives het niet meer alleen af kunnen, dan
-mogen wij eens een handje helpen. Vertel me dan eens wat ge voor hebt
-met dien Raffles en met mij!”
-
-Baxter haalde de uitgeknipte advertentie uit zijn portefeuille te
-voorschijn.
-
-Fox las haar opmerkzaam.
-
-„Ja, als dat die miss Walton is, die met Raffles onder één hoedje
-speelt—en als dat Raffles is, dan—hm!—dan zou het wel een aardig zaakje
-kunnen worden. Maar—” hij zweeg een wijle.
-
-Toen vervolgde hij:
-
-„Maar als het nu inderdaad dat liefje en Raffles zijn, wat dan?”
-
-Baxter zweeg.
-
-„De zaak is niet zoo heel gemakkelijk”, vervolgde Fox.
-
-„Zou Raffles, als hij naar den schouwburg gaat, zich aan het publiek
-vertoonen? Daar geloof ik niets van.”
-
-„Maar ik zal, ik moet hem vinden”, beweerde Baxter.
-
-„Ik wensch u veel geluk, mijnheer Baxter, maar, met uw verlof, ik heb
-een heel ander plan.”
-
-„En dat is?”
-
-„Raffles is verliefd op deze miss Walton, dat is een feit. Hij heeft
-het er nu opgezet, haar te ontmoeten! Als het ons dus morgenavond,
-ondanks alle voorzorgsmaatregelen, niet gelukt Raffles voor den
-schouwburg te vangen, laat ons dan miss Walton ontvoeren en haar ergens
-heen brengen. Raffles zal dan natuurlijk geen poging ongemoeid laten om
-zich met haar in verbinding te stellen en haar uit onze handen te
-bevrijden.”
-
-Baxter schudde het hoofd.
-
-„Dat is een strafbaar feit, mister Fox.”
-
-„In dezen heiligt het doel de middelen.”
-
- — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
- — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
- — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Om zeven uur den volgenden dag reeds waren Baxter en Fox voor het
-Majesty-Theater op post.
-
-Het was omstreeks acht uur toen Baxter het meisje ontdekte.
-
-Een fijne, klamme motregen viel neer en het meisje had haar gelaat in
-een dichten sluier gehuld.
-
-Baxter zag, dat zij telkens omkeek met onrustig gebaar, alsof zij op
-iemand wachtte.
-
-In dit oogenblik vloog Fox op haar af.
-
-Hij sprak haar aan.
-
-„Het is goed, dat ge gekomen zijt. Ga mee, ge wordt gewacht.”
-
-Miss Walton, die niet de minste argwaan koesterde, volgde den
-particulieren detective naar een automobiel, die achter het gebouw
-wachtte.
-
-Baxter bleef op post, in de hoop den verwachten Raffles te zien
-opdagen.
-
-Toen Fox de automobiel bereikt had, sprak hij:
-
-„Stap vlug in, opdat niemand op ons let.”
-
-Deze woorden versterkten het meisje nog meer in haar meening, dat de
-man door lord Lister gezonden was.
-
-Haastig besteeg zij de automobiel, terwijl Fox nog eens omkeek of hij
-door niemand werd bespied.
-
-Hij zag alleen een politie-agent in uniform en, onbevreesd voor dezen,
-riep hij den chauffeur het adres van zijn huis toe.
-
-Toen steeg ook hij in.
-
-Hij zag echter den scherpen blik niet, waarmede de politie-agent hem
-nakeek.
-
-Deze slenterde langzaam naar den hoofdingang van den schouwburg en
-posteerde zich daar in de buurt van den inspecteur.
-
-Een paar seconden later begon hij met den inspecteur een praatje over
-het slechte weer en over het stuk, dat dien avond gespeeld werd.
-
-Baxter gaf maar korte antwoorden en toen begon de agent maar opnieuw te
-patrouilleeren.
-
-De inspecteur keek nauwelijks naar den agent.
-
-Scherp speurde hij naar de menigte, in de hoop den gezochten Raffles te
-vinden.
-
-Tegen negen uur werd hij het wachten moede.
-
-Hij scheen zich vergist te hebben,
-
-Miss Walton had zeker op iemand anders gewacht.
-
-Raffles was niet voor den schouwburg geweest.
-
-En toch was hij er geweest!
-
-Hij had zelfs met hem gesproken over het slechte weer en het stuk, dat
-werd opgevoerd.
-
-De inspecteur had slechts de hand behoeven uit te steken om den
-gezochte in te rekenen.
-
-Lord Lister was als politie-agent verkleed gekomen.
-
-Hij was ook de man geweest, die de automobiel had nageoogd en die
-hoorde, waar de onbekende man met miss Walton was heengereden.
-
-Toen sprak hij Charly Brand aan, die den schouwburg wilde binnengaan en
-ging met hem de aangrenzende straat in, waar zij al spoedig een cab
-namen en zich naar een pension lieten rijden.
-
-Daar had hij een kamer gehuurd en zich in het uniformpak gestoken.
-
-De vrienden vertelden elkander hun wedervaren.
-
-„Ik moet nog dezen nacht te weten komen, wat er met miss Walton gebeurd
-is”, sprak Raffles.
-
-„Ik wil eerst een bezoek met je brengen bij mijn hospes en zijn vrouw;
-die kunnen dan kennis met je maken en een kamer voor vannacht voor je
-in orde maken. Wij gaan dan dadelijk weer weg.”
-
-De hospes en zijn vrouw wisten hoegenaamd niets af van het doen en
-laten van hun huurder. Zij hielden hem, met het oog op zijn uniform,
-inderdaad voor een Londensch politieman.
-
-Zonder eenige achterdocht begroetten zij Charly Brand.
-
-Zij gaven hem een kamer naast die van lord Lister gelegen.
-
-Hij nam Charly mee naar zijn pension en tegen elf uur des avonds
-verliet het tweetal het huis om naar miss Walton’s verblijf te gaan
-zoeken.
-
-Lord Lister begreep instinctmatig, dat men het meisje een strik had
-gespannen.
-
-Nadat zij een uur hadden gereden, waren zij voor het huis van den
-particulieren detective gekomen.
-
-De vensterluiken van het huis, dat door Fox bewoond werd, waren stevig
-gesloten, zoodat geen lichtschijnsel op straat viel.
-
-De beide vrienden bekeken eenigen tijd het huis, om te zien, hoe zij
-dat het best konden binnendringen.
-
-Daar ontdekte lord Lister dat het derde huis, van de woning van Fox
-verwijderd, leeg stond.
-
-Terstond had hij een plan gereed.
-
-„Wij zullen door dat huis op de binnenplaats trachten te komen.”
-
-Juist wilde het tweetal het leege huis binnengaan, toen de deur van
-Fox’ woning werd geopend.
-
-Op den drempel verschenen twee mannen.
-
-In een van hen herkende lord Lister terstond inspecteur Baxter.
-
-„Laten wij er het beste van hopen”, hoorde de gentleman-dief hem
-zeggen, „en neem haar de prop vooral niet uit den mond, vóórdat zij
-heelemaal weer bedaard is geworden; zij schreeuwt anders nog de heele
-buurt bij elkaar.
-
-„Ik zal nu dadelijk even naar Scotland Yard telefoneeren. Onze meest
-waakzame agenten zullen zoolang de straat en het huis observeeren,
-totdat die slimme vos, die Raffles, hier naar toe komt om het meisje te
-bevrijden!”
-
-„De hoofdzaak is en blijft”, beweerde de particuliere detective, „dat
-uw mannen zich niet zoo opvallend gedragen, dat ieder kind hen met den
-vinger kan nawijzen en kan zeggen, „daar staat een van de lui van
-Scotland Yard.””
-
-„Maak je maar niet bezorgd”, antwoordde Baxter, „ik maak dat zaakje
-keurig in orde. Alles zal in het werk werden gesteld om de geschiedenis
-volkomen te doen slagen.
-
-„Ik ben er nu alleen nog maar bang voor, dat het dien Raffles niet zal
-gelukken, de verblijfplaats van het meisje te ontdekken?”
-
-„Laat dat maar gerust aan mij over, mister Baxter.
-
-„Ik zal morgen onder dezelfde letters als de bewuste advertentie, in de
-krant zetten, dat miss Else vanavond verhinderd was. Ik zal hem dan
-verzoeken, haar hier te komen opzoeken. Als Raffles dan de advertentie
-leest, waaraan ik geen oogenblik twijfel, dan zal hij er met open oogen
-inloopen en hierheen komen, of hij zal op de een of andere wijze
-probeeren, met miss Walton zich in verbinding te stellen.”
-
-„All right!” antwoordde de inspecteur, „ik ga nu naar huis. Vannacht is
-er toch niets meer te doen.”
-
-„Natuurlijk niet!”
-
-Baxter ging.
-
-Fox sloot de huisdeur.
-
-„En nu gaan wij aan ’t werk, m’n jongen”, sprak lord Lister tot Charly
-Brand.
-
-Behoedzaam liep hij met Charly naar het leegstaande huis en opende
-zonder eenige moeite met een looper de deur.
-
-Toen de deur weer uiterst voorzichtig gesloten was, ontstak hij een
-electrische zaklantaarn en door de gang liep het tweetal naar den tuin.
-
-Een laag houten hek scheidde het stuk grond van het aangrenzende.
-
-Zij klommen over het hek en daarna over een tweede en kwamen toen in
-den tuin, gelegen achter het huis van Fox.
-
-De vensters van dit huis waren met ijzeren blinden stevig gesloten en
-de deur was met geen looper te forceeren.
-
-Van binnen was een groote ijzeren grendel voorgeschoven.
-
-„Dat kost moeite,” zei Raffles tot zijn vriend.
-
-Hij haalde nu uit zijn binnenzak een groote centerboor en zette deze op
-de huisdeur.
-
-Na eenigen tijd had hij daarmede verscheiden gaten dicht bij elkaar
-geboord en door middel van een steekzaag was in korten tijd een gat zoo
-groot als een vuist in het hout ontstaan.
-
-Hij stak de hand door de opening en schoof den grendel terug.
-
-Nu was de weg dus vrij!
-
-Met ingehouden adem luisterde lord Lister naar eenig geluid.
-
-Van de eerste verdieping hoorde hij zuchten en schreien.
-
-Het bloed vloog hem naar het gelaat.
-
-Hij herkende de stem van miss Walton.
-
-Tegelijkertijd hoorde hij, hoe iemand onrustig heen en weer liep.
-
-Wederom luisterde hij aandachtig.
-
-Toen sprak hij tot Charly Brand:
-
-„Er is iemand thuis; dat is die kleine man die met Baxter stond te
-praten.
-
-„Wij moeten hem eerst onschadelijk maken!”
-
-„Je zult hem toch niet dooden, Edward?”
-
-„Geen denken aan!”
-
-„Vooruit nu, Charly! Doe dat masker voor!”
-
-Hij gaf zijn vriend een zijden masker en bond zelf ook een voor het
-gelaat.
-
-Onhoorbaar als een kat gleed hij de trap op en bleef staan voor de deur
-op de eerste verdieping, waarachter hij geluid hoorde.
-
-Hij rekende uit, te oordeelen naar het geluid der voetstappen, wanneer
-de wandelende man weer bij het venster was en toen stiet hij plotseling
-de deur open, greep Fox in den rug, wierp hem op den grond en hield
-zijn handen vast.
-
-Ontsteld keek de detective den gemaskerde aan.
-
-Toen riep lord Lister:
-
-„Bind den kerel! Hier heb je een goed koord!”
-
-Hij haalde een handstrik te voorschijn en gooide die Charly toe.
-
-Deze bond den doodverschrikten detective.
-
-Toen maakte lord Lister een prop van een stuk papier en stak dien den
-man in den mond.
-
-„Ik hoorde,” sprak hij tot Fox, „dat ge wildet trachten mij door een
-valsche advertentie hier in huis te lokken. Ik ben u daarvoor zóó
-erkentelijk, dat ik nu al gekomen ben.”
-
-Toen snelde hij de kamer uit en begaf zich naar het vertrek, waar hij
-het weeklagen hoorde van miss Walton.
-
-De detective had haar gebonden en hulpeloos lag zij midden in de kamer
-op het tapijt.
-
-Verschrikt keek zij naar het scherpe licht van de lantaarn.
-
-Kwam daar alweer iemand, die haar kwaad wilde doen?
-
-Haastig rukte Raffles zijn masker af en op helderen toon riep hij haar
-naam.
-
-Het meisje dacht te droomen.
-
-Raffles hief haar op met zijn sterke armen, sneed de touwen door en
-haalde den prop uit haar mond.
-
-„Ben jij het?” was het eerste, wat zij kon uitbrengen.
-
-„Ja, ik ben het! Ik kwam nog juist bijtijds om een schurkenstreek te
-verijdelen. Ga mee, liefste, je bent nu veilig en gered!”
-
-Eensklaps begon zij te lachen.
-
-„Je ziet er uit als een politie-agent. Ik zou je nooit herkend hebben!”
-
-„Kom nu, kindje,” drong hij aan, „wij mogen hier in huis geen tijd
-verliezen.
-
-Zij stond op en ging met hem naar de kamer, waar de geknevelde mister
-Fox lag.
-
-„Goeden avond!” lachte lord Lister, „als uw vrienden van Scotland Yard
-komen, moet ge hun de groeten doen van John C. Raffles.”
-
-Toen ging het drietal heen.
-
- — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-Den volgenden morgen was er groote opschudding voor het huis van Fox.
-
-Arbeiders begonnen het plaveisel op te breken. Een vruchtenventer stond
-er met zijn karretje en niemand vermoedde in deze lieden de vermomde
-beambten van Scotland Yard.
-
-Tegen den avond kwam detective Marholm, die door Baxter was gezonden.
-
-Hij klopte en schelde aan de voordeur, maar deze werd niet geopend.
-
-Toen begon hij ongerust te worden en haalde een smid.
-
-Deze wilde de deur openen en bemerkte toen, dat zij in het geheel niet
-gesloten was.
-
-Bezorgd ging Marholm binnen.
-
-Eenige detectives volgden hem.
-
-Al spoedig werd Fox gevonden en bevrijd uit zijn hachelijke positie.
-
-Toen sprak hij met een bitter lachje tot Marholm:
-
-„Ik heb nu nog ééns beproefd, jelui te helpen tegen Raffles! Ge ziet,
-welke gevolgen dat voor mij gehad heeft!
-
-„Hij is vlugger, dan wij allen samen en al zoudt ge ook een belooning
-van honderdduizend pond uitschrijven, neem ik daaraan geen deel!”
-
-Hij rekte zijn ledematen uit en ging aan tafel zitten.
-
-„Ik ga wat eten, want ik rammel van honger!”
-
-En zonder zich te bekommeren om de detectives, ging hij aan tafel
-zitten en begon met grooten honger groote porties brood en vleesch te
-verorberen, die er nog stonden van den vorigen avond.
-
-De detectives van Scotland Yard stonden zwijgend om hem heen.
-
-Zij begrepen niets van het onsamenhangende verhaal.
-
-Marholm keek mismoedig.
-
-Fox was aan zijn zesde boterham.
-
-De detectives keken en zwegen.
-
-Eenigen tijd later kwamen Baxter met Collgate.
-
-Een der detectives had den inspecteur het gebeurde per telefoon
-verteld.
-
-Deze had den juwelier meegebracht.
-
-Toen Baxter het geheele verhaal in alle bijzonderheden door Fox werd
-meegedeeld, werd hem een telegram gebracht.
-
-Baxter opende het.
-
-Zijn gelaat werd bleek.
-
-„Die Raffles behandelt mij als een idioot”, schold hij, „hij stuurt mij
-alweer een telegram om mij te feliciteeren met den goeden afloop.”
-
-Woedend verfrommelde hij het papier.
-
-„Lach niet! Ik verbied het je!” beet hij Marholm toe.
-
-Deze verbeet zijn lach, hoewel het hem de grootste moeite kostte.
-
-Alweer had Scotland Yard alle zeilen bijgezet—en alweer was Raffles
-toch ontsnapt.
-
-En Marholm mocht niet lachen.
-
-
-
-
-
-
-
-
-VIERDE HOOFDSTUK.
-
-THUIS.
-
-
-Lord Lister’s huis in Regent Park werd bewaakt door Fred, zijn
-kamerdienaar, die plotseling uit zijn sluimer ontwaakte, daar er heftig
-aan de schel getrokken werd.
-
-Fred wachtte een paar minuten.
-
-Er werd weer gescheld.
-
-De oude kleedde zich en fluisterde:
-
-„Dat moet mijn meester zijn!”
-
-Haastig snelde hij de trap af, opende de huisdeur en liet drie personen
-binnen.
-
-„Goeden avond, Fred!” sprak lord Lister en gaf hem de hand.
-
-Op vroolijken toon beantwoordde de oude den groet en de getrouwe
-dienaar vatte de hem aangeboden rechterhand.
-
-John Raffles was nog als politie-agent gekleed en werd door den ouden
-dienaar slechts aan zijn stem herkend.
-
-„Ik breng bezoek mede, Fred”, sprak de lord, „is de logeerkamer
-gereed?”
-
-De kamerdienaar boog en antwoordde:
-
-„Alle kamers zijn in orde, lord, zoodat zij ieder oogenblik kunnen in
-gebruik genomen worden!”
-
-„Je bent een trouwe ziel”, sprak zijn meester, „en ik hoop, daar wij
-nog geen avondbrood gebruikt hebben, dat gij ons een koud souper en een
-kop thee zult kunnen verschaffen.”
-
-De kamerdienaar boog nogmaals en antwoordde: „Met genoegen, lord.”
-
-Nu gaf Charly Brand hem ook de hand; hij had dezen ook niet herkend,
-als Charly hem niet had aangesproken.
-
-Alleen miss Walton verscheen voor den oude in haar gewone gedaante.
-
-Hij ging de trap op en ontstak het licht in de studeerkamer.
-
-Daar was alles onveranderd en het zag er uit, alsof lord Lister nooit
-was weg geweest.
-
-Het vuur in den haard brandde. In de kamer heerschte een behagelijke
-warmte en op het rooktafeltje lagen sigaretten voor gebruik gereed.
-
-Lord Lister en miss Walton moesten lachen, toen zij dachten aan de
-laatste vlucht in den koffer.
-
-In hun vroolijke stemming dachten zij niet aan de mogelijkheid, dat
-eenig gevaar in huis kon dreigen.
-
-Alleen Charly Brand was onrustig en wenschte zich duizend mijlen van
-Londen verwijderd.
-
-„Waarom zijn we eigenlijk hier naar toe gegaan, ik gevoel mij niets op
-mijn gemak!” sprak de jonge man.
-
-„Wij zijn hier veiliger dan ergens anders”, beweerde lord Lister.
-
-„Ben je daar zoo zeker van?”
-
-„Heel zeker!”
-
-„Ik hoop, dat je gelijk hebt!”
-
-„Dat hoop ik ook.”
-
-„Wat zou ge dan wel willen doen, als de detectives van Scotland Yard
-ons hier opspoorden?” vroeg Charly Brand.
-
-„Weggaan!” antwoordde lord Lister doodkalm.
-
-„Jij hebt makkelijk praten”, sprak Charly Brand schouderophalend,
-terwijl hij rondkeek in de kamer. „Ik zou wel eens willen weten, hoe je
-dat zoudt willen klaarspelen. Je kunt nu niet meer werken met je
-schuifdeur en je klok, waar je in je badkamer in kunt kruipen. En de
-truc met den koffer is ook al oud! De detectives kennen je kunsten!”
-
-„Ik zal wel andere uitwegen vinden, als het zoover is, Charly!”
-
-„Ik brand nog altijd van nieuwsgierigheid om te weten, hoe je dat zoudt
-willen aanleggen,” zei Charly.
-
-Lord Lister ging naar hem toe, klopte hem eens bemoedigend op den
-schouder en sprak:
-
-„Jij bent zenuwachtig, beste jongen! Over dergelijke dingen pijnig ik
-mijn hersens eerst, als het zoo ver is. Nu heb ik eerst geweldigen
-honger en ik hoop van ganscher harte, dat mijn oudje wat lekkers
-heeft.”
-
-Miss Walton was naar de eetkamer gegaan om de tafel te dekken.
-
-Een oogenblik later zat het drietal vroolijk lachend om den
-welvoorzienen disch en geen sterveling in geheel Londen had kunnen
-vermoeden, dat de geniaalste aller dieven, de koning der inbrekers, de
-beruchte Raffles in zijn eigen huis op zijn dooie gemak zat te
-soupeeren, terwijl alle detectives van Londen jacht op hem maakten.
-
-De oude Fred bediende met kalme waardigheid zijn meester en diens
-gasten.
-
-De oude man straalde van vreugde en toen de maaltijd was afgeloopen
-bood lord Lister hem een glas champagne en dankte hem voor de trouwe
-diensten, steeds bewezen.
-
-„Drink dat glas eens leeg Fred, op de gezondheid van mijn bruid, miss
-Else Walton.”
-
-Het champagneglas beefde in de handen van den ouden man en een gloeiend
-rood overdekte zijn gelaat; hij schaamde zich, dat zijn heer zoo
-gemeenzaam met hem sprak.
-
-Maar tegelijkertijd ook streelde het zijn eergevoel en zijn trots.
-
-„Ik dank uwe lordschap wel heel hartelijk voor de groote eere en ik
-wensch u al het geluk, dat de hemel u kan schenken.”
-
-Hij wist niet, wat hij zou doen. Telkens en telkens maar weer boog hij
-en hij zou maar hebben doorgeknikt en gebogen, als lord Lister hem niet
-zachtjes bij den schouder had gevat en had gezegd:
-
-„Stoot eens met hem aan, Else,” moedigde lord Lister aan.
-
-Miss Walton echter zette het glas neer.
-
-Zij ging naar den ouden dienaar toe en kuste hem op het voorhoofd.
-
-Oude Fred was zóó beduusd, dat het glas uit zijn hand viel.
-
-Zijn trouwe oogen stonden vol tranen.
-
-„En maak nu eens heel vlug een kamer voor mijn bruid in orde, Fred.
-Mister Brand kan in mijn studeerkamer op de rustbank slapen,” sprak
-Raffles.
-
-„Wat ben je van plan?” vroeg Charly.
-
-„Eerst een paar dagen rusten hier in huis en dan misschien juwelier
-Collgate weer eens opzoeken!”
-
-„Drijf de zaak toch niet op de spits, Edward!
-
-„Weet je, wat ik doen zou?
-
-„Ik zou met miss Walton naar een stil hoekje van de aarde gaan om daar
-samen gelukkig te zijn. Ben je je leven van thans nog altijd niet
-moede?”
-
-„Om jou raad te kunnen opvolgen, mijn jongen, is geld noodig! Ik heb
-geen cent! Waarvan zou ik rustig kunnen leven? En ik weet, dat mijn
-bruid graag dit leven met mij deelt!”
-
-Miss Walton sloeg de armen om zijn hals en fluisterde:
-
-„Ja, liefste! Sinds ik weet, dat je alleen slechte menschen ontrooft,
-wat zij anderen ontstalen en sinds ik heb ondervonden, hoe onbarmhartig
-die lieden voor de armen zijn, bewonder ik je en wil ik alles doen, wat
-je van mij verlangt.”
-
-Lord Lister kuste haar.
-
-„Morgen moet je naar je moeder gaan en haar vertellen, dat je voor
-eenigen tijd op reis gaat.
-
-„En nu, wel te ruste, liefste!”
-
-Daarop begaf ook lord Lister zich ter ruste, evenals Charly Brand.
-
-Een paar minuten later lag het huis als uitgestorven.
-
-Den volgenden morgen las Raffles de ochtendbladen.
-
-Hij moest hartelijk lachen.
-
-En mèt hem lachte geheel Londen.
-
-Voor de zooveelste maal was Scotland Yard voor het lapje gehouden.
-
- — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-In den middag van dienzelfden dag hield een rijtuig stil voor de
-inrichting voor zenuwpatiënten van dokter Sandrowsky in Westend.
-
-Een bejaard marine-officier en een jongedame stapten uit.
-
-De officier maakte zich bekend als kapitein ter zee lord Douglas, de
-jongere dame was zijn vrouw.
-
-„Wij hebben een neef in onze familie,” vertelde de officier, „die af en
-toe allerlei waanvoorstellingen heeft.
-
-„Hij heeft een tijdlang beweerd, Raffles te wezen en nu vertelt hij,
-dat hij juwelier Collgate is.
-
-„Dezen neef wenschen wij eenigen tijd hier te brengen.”
-
-De dokter had aandachtig geluisterd.
-
-Toen verklaarde hij lord Douglas, dat de zieke den volgenden dag om elf
-uur kon komen om te worden onderzocht.
-
-De bezoekers gingen.
-
-Den avond van denzelfden dag ontving Collgate een brief van dr.
-Sandrowsky waarin deze hem verzocht, den volgenden dag om 12 uur bij
-hem te komen. De dokter wenschte eenige steenen te verkoopen en had
-geen tijd, persoonlijk te komen.
-
-Collgate was de naam van den zenuwdokter uitstekend bekend.
-
-Den volgenden dag tegen elf uur kwam lord Douglas bij dokter Sandrowsky
-en overhandigde hem een kistje met juweelen.
-
-„Over een uur,” sprak hij, „zal mijn neef hier zijn. Ik heb hem gezegd,
-dat ge hem eenige juweelen wilt verkoopen. Zooals ge weet, verbeeldt
-hij zich, dat hij de juwelier Collgate is.
-
-„Geef hem de steenen vooral niet voor geringen prijs!”
-
-„Natuurlijk niet,” glimlachte de dokter. „Zenuwpatiënten rekenen
-meestal met groote cijfers. Maar waarom moet eigenlijk die verkoop met
-uw neef op touw worden gezet?”
-
-„Opdat gij den aard van zijn ziekte beter zult leeren kennen!”
-
-„Uitstekend!” verklaarde de dokter.
-
-De knecht diende in dit oogenblik den juwelier aan en kapitein Douglas
-trok zich in de aangrenzende kamer terug.
-
-Juwelier Collgate trad binnen, groette den dokter hartelijk en gaf hem
-de hand.
-
-„Ga zitten!” sprak de dokter, terwijl hij voor zich zelven de opmerking
-maakte, dat de gelaatsspieren van den juwelier zich elk oogenblik
-zenuwachtig vertrokken.
-
-„Ge zijt heel zenuwachtig, zooals ik zie,” begon dokter Sandrowsky.
-
-„Dat ben ik,” antwoordde de juwelier. „Door die Raffles-geschiedenis
-ben ik heelemaal van streek geraakt! Ik rust niet, vóórdat ik den kerel
-heb!”
-
-Dokter Sandrowsky maakte eenige aanteekeningen.
-
-Het stond bij hem al vast, dat de man ongeneeslijk krankzinnig was.
-
-„Ge hebt mij laten roepen,” begon de vermeende patiënt, „omdat ge mij
-eenige juweelen wildet verkoopen!”
-
-„Zeker,” antwoordde de dokter.
-
-Hij maakte het kistje open, dat naast hem op tafel stond.
-
-„Zijn dat de steenen?”
-
-„Ja!”
-
-De juwelier bekeek ze.
-
-„Dat zijn zoogenaamde witte diamanten, maar ze zijn niet van het
-zuiverste water. Ik bied er u duizend pond voor!”
-
-„Dat is toch wel een beetje heel goedkoop. Voor minder dan twee duizend
-pond kan ik ze niet geven!”
-
-Na een beetje over en weer praten, gaf hij den dokter een chêque van
-dit bedrag.
-
-De dokter nam het papier glimlachend op en zei toen:
-
-„Wees zoo goed, hier eenige oogenblikken te wachten!”
-
-„Mijn tijd is beperkt,” antwoordde Collgate en hij wilde de diamanten
-inpakken.
-
-De dokter drukte op een geheim knopje op de schrijftafel, waardoor
-eenige verplegers in de aangrenzende kamer gewaarschuwd werden.
-
-Collgate begreep niets van deze geheele geschiedenis en terwijl hij
-zich verbaasde over de houding van den dokter, kwamen plotseling eenige
-verplegers de kamer binnen en sleepten Collgate weg.
-
-In hetzelfde oogenblik kwam lord Douglas te voorschijn.
-
-„Hoe is het er mee, dokter?”
-
-„Het spijt me, de man is ongeneeslijk!”
-
-„Mag ik de chêque eens zien, die hij gefabriceerd heeft?”
-
-„Zeker, hier is ze!”
-
-Lord Douglas schudde het hoofd.
-
-„Hij heeft ze waarlijk met den naam van Collgate onderteekend,” sprak
-hij, terwijl hij het papier in zijn portefeuille wegborg.
-
-Toen vroeg hij den dokter, wanneer hij zijn neef mocht komen bezoeken.
-
-„Er gaan meestal drie dagen voorbij, voordat de eerste buien van
-razernij ophouden. Ge moogt dus uw neef vóór Maandag niet komen
-bezoeken!”
-
-Lord Douglas ging heen en de dokter ging naar de cel, waarin de
-juwelier zat opgesloten.
-
-Deze ging als een razende te keer.
-
-De dokter keek door het kijkgat en sprak tegen den verpleger:
-
-„Geef hem een flinke koudwaterstraal!”
-
-Aldus geschiedde.
-
-Eenige verplegers bespoten den woedenden en tierenden juwelier van alle
-kanten met een kouden douche en brachten hem daarna naar bed.
-
-Tegen den avond ging dokter Sandrowsky den patiënt bezoeken, maar toen
-hij aan diens bed kwam, vloog de juwelier hem naar de keel en wilde hem
-worgen.
-
-Wederom waren verscheiden verplegers noodig om Collgate in bed te
-houden en toen hij steeds voortging met om zich heen te slaan, werd hem
-een dwangbuis aangedaan.
-
- — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — — —
-
-De zoogenaamde lord Douglas intusschen had op de Bank tweeduizend pond
-uitbetaald gekregen, toen hij de chêque getoond had.
-
-Hij nam een auto en reed tot in de buurt van Regent-Park.
-
-Daar steeg hij uit en ging het huis van lord Lister binnen.
-
-In de gang deed hij baard en pruik af en sprak tot Charly Brand:
-
-„Ik geloof, dat onze vriend Collgate op dit oogenblik een
-koudwaterstraal krijgt!”
-
-Daarop ging hij naar zijn studeerkamer en maakte zich reisvaardig.
-
-In Queensborough wilde hij zich met Charly en zijn bruid naar
-Duitschland inschepen.
-
-Miss Walton was den vorigen dag afgereisd om eerst nog haar moeder te
-bezoeken.
-
-Om vier uur des middags ontmoette het drietal elkander aan boord van
-het schip.
-
-Op hetzelfde uur werd inspecteur Baxter een telegram overhandigd van
-den volgenden inhoud:
-
-
- „Inspecteur van recherche Baxter, Scotland Yard.
-
- Ik heb juwelier Collgate in de inrichting van zenuwpatiënten van
- dokter Sandrowsky gebracht. Daar kan hij wat op zijn verhaal komen.
- Een volgenden keer hoop ik u daar te brengen, want ik geloof dat
- gij zoo iets ook wel noodig hebt.
-
- Overigens geloof ik, dat de kuur van juwelier Collgate wel
- geëindigd zal zijn, als gij dit telegram hebt ontvangen en dat hij
- nooit in zijn leven weer valsche diamanten aan Lord Lister zal
- verkoopen.
-
- Anders zweer ik hem opnieuw wraak.
-
- Met verschuldigde hoogachting
-
- John C. Raffles.”
-
-
-
-
-
-
-
-
- De titel van het volgende nummer (3) is:
-
- DE RIDDERORDENDIEFSTAL IN HET KONINKLIJK PALEIS.
-
-
-
-
-
-
-
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK LORD LISTER NO. 2: DE STRAF VAN DEN
-JUWEELENVERVALSCHER ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.