diff options
Diffstat (limited to 'old/64441-h/64441-h.htm')
| -rw-r--r-- | old/64441-h/64441-h.htm | 5509 |
1 files changed, 0 insertions, 5509 deletions
diff --git a/old/64441-h/64441-h.htm b/old/64441-h/64441-h.htm deleted file mode 100644 index 1a94f83..0000000 --- a/old/64441-h/64441-h.htm +++ /dev/null @@ -1,5509 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN" - "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd"> -<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl" lang="nl"> - <head> - <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=utf-8" /> - <meta http-equiv="Content-Style-Type" content="text/css" /> - <title> - Chronologische beschrijving van Tegelen, by Peeters, G.—A Project Gutenberg eBook - </title> - <link rel="coverpage" href="images/cover.png" /> - <style type="text/css"> - -body { - margin-left: 10%; - margin-right: 10%; -} - - h1,h2,h3,h4,h5,h6 { - text-align: center; /* all headings centered */ - clear: both; -} - -p { - margin-top: .21em; - text-align: justify; - margin-bottom: .29em; - text-indent: 1em; -} - -.noindent {text-indent: 0em;} - -.p1 {margin-top: 1em;} -.p2 {margin-top: 2em;} - - -.titlePage { -border: #DDDDDD 2px solid; -margin: 3em 0 5em 0; -padding: 3em 10% 4em 10%; -text-align: center; -} - -hr { - width: 33%; - margin-top: 2em; - margin-bottom: 2em; - margin-left: 33.5%; - margin-right: 33.5%; - clear: both; -} - -hr.chap {width: 65%; margin-left: 17.5%; margin-right: 17.5%;} - -div.chapter {page-break-before: always;} -h2.nobreak {page-break-before: avoid;} - - -table { - margin-left: auto; - margin-right: auto; - border-spacing: 0.5em 0; -} -table.left{margin-left:0} - -td.toprule{border-top:solid 2px} - - -.pagenum { /* uncomment the next line for invisible page numbers */ - /* visibility: hidden; */ - position: absolute; - text-indent: 0em; - left: 92%; - font-size: smaller; - text-align: right; - font-style: normal; - font-weight: normal; - font-variant: normal; - color: silver -} /* page numbers */ - - - -.blockquot { - margin-left: 10%; - margin-right: 10%; -} - - -.center {text-align: center;} - -.right {text-align: right;} - -.left {text-align: left;} - -.small {font-size: small;} -.xsmall {font-size: x-small;} - -.large {font-size: large;} -.xlarge {font-size: x-large; } -.xxlarge {font-size: 200%; } - -.normal {font-weight:normal;} - -.smcap {font-variant: small-caps;} - - -.epi { margin: 1em 0 1em 45%; font-size: 90%; } -.poetry { text-align: left; margin: 1em 0 1em 5%; } -.attr { margin: 1em 5% 1em 20%; text-align: right; } - - -/* Images */ - -img { - max-width: 100%; - height: auto; -} - - -.figcenter { - margin: auto; - text-align: center; - page-break-inside: avoid; - max-width: 100%; -} -.idcover {width:65%; max-width:40em} - -/* Footnotes */ - -.footnote {margin-left: 10%; margin-right: 10%;} - -.footnote .label {position: absolute; right: 84%; text-align: right;} - -.fnanchor { - vertical-align: super; - font-size: .8em; - text-decoration: - none; -} - -/* Transcriber's notes */ -.transnote {background-color: #E6E6FA; - color: black; - font-size:smaller; - padding:0.5em; - margin-bottom:5em; - font-family:sans-serif, serif; } - - </style> - </head> -<body> - -<div style='text-align:center; font-size:1.2em; font-weight:bold'>The Project Gutenberg eBook of Chronologische beschrijving van Tegelen, by G. Peeters</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online -at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you -are not located in the United States, you will have to check the laws of the -country where you are located before using this eBook. -</div> - -<table style='padding:0; margin-left:0; border-collapse:collapse'> - <tr><td>Title:</td><td>Chronologische beschrijving van Tegelen</td></tr> - <tr><td></td><td>benevens aanteekeningen over Belfeld en Steijl</td></tr> -</table> - -<div style='display:block; margin-top:1em; margin-bottom:1em; margin-left:2em; text-indent:-2em'>Author: G. Peeters</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Release Date: February 01, 2021 [eBook #64441]</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Language: Dutch</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'>Character set encoding: UTF-8</div> - -<div style='margin-top:2em; margin-bottom:4em'>*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK CHRONOLOGISCHE BESCHRIJVING VAN TEGELEN ***</div> - - -<div class="center"><img alt='Titelpagina' class="figcenter idcover" src= -'images/cover.png' /></div> - - -<div class="titlePage"> -<h1>Chronologische beschrijving<br /> -<span class="xsmall">VAN</span><br /> -TEGELEN,</h1> - -<div class="center p1">BENEVENS AANTEEKENINGEN</div> - -<div class="center xsmall p2 ">OVER</div> - -<div class="center p1 xlarge "><b>BELFELD EN STEIJL,</b></div> - -<div class="center xsmall p2 ">DOOR</div> - -<div class="center p1 large">G. PEETERS,</div> - -<div class="center xsmall ">Kaplaan te Blerick.</div> - -<div class="center p1 small"><b>TEN VOORDEELE DER KERK.</b></div> - - -<blockquote class="epi" lang="fr" xml:lang="fr"> -<div class="poetry xsmall"> -<div>Combien j’ai douce souvenance</div> -<div>Du joli lieu de ma naissance.</div> -</div> - -<p class="attr small noindent" lang="fr" xml:lang="fr"><span class="smcap">Chateaubriand.</span></p> -</blockquote> - - -<div class="center p2 noindent large"><b>1876.</b></div> - -<div class="center p2 noindent small"><b>ROERMOND,</b></div> - -<div class="center small noindent xsmall">SNELPERSDRUK VAN J. J. ROMEN. -</div> -</div> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_3"></a>[3]</span></p> - -<hr class="chap" /> - -<div class="center xlarge"> -<b>CHRONOLOGISCHE BESCHRIJVING</b></div> - -<div class="small p2 center">VAN</div> -<div class="xlarge p1 center"><b>TEGELEN,</b></div> -<div class="small p2 center">BENEVENS</div> -<div class="p1 center large">aanteekeningen over Belfeld en Steijl.</div> - - -<hr class="chap" /> - -<div class="chapter"> -<h2 class="nobreak" id="INLEIDING">INLEIDING.</h2> -</div> - - -<p><i>Tegelen</i>, één der oudste dorpen onzer gewesten, is in -den loop dezer eeuw in bevolking, en bij gevolg ook in -getalsterkte van woningen en gebouwen merkelijk aangegroeid. -Het zou thans zeer zeker een der sierlijkste wezen -onzer provincie, ware bij het bouwen van nieuwe huizen -de regelmatige aanleg in acht genomen.</p> - -<p>De gemeente telt heden nagenoeg 2200 inwoners, die -allen, behalve eenige vreemde ambtenaars, den katholieken -godsdienst belijden.</p> - -<p>De dubbele rij huizen van af den ingang des dorps aan -de Venloosche zijde, tot aan het statige Posthuis, alsmede -de gebouwen rondom de marktplaats genaamd <i>Lichtenberg</i>, -vormen de eigenlijke kom.</p> - -<p>Eene groep, liggende nabij de kom op gelijken afstand -om een’ gemeente-put, wordt bij voortduring de <i>alde mert</i> -geheeten. Het naar den westkant niet ver verwijderd gehucht -<i>End</i>, vroeger het uiteinde van Tegelen, is tegenwoordig -eene straat. De <i>Hoogstraat</i> loopende tusschen het<span class="pagenum"><a id="Page_4"></a>[4]</span> -dorp en de Maas, leidt van End over de alde mert naar -Venlo. Eene reeks schoone huizen, zuidwaarts van de kom -naar het gehucht <i>Kruis</i>, draagt sedert het bestaan van het -Station aan den staatsspoorweg 1866, den naam van <i>Spoorstraat</i>. -Het hagelkruis, dat aan laatstgenoemd gehucht den -naam gaf, alsmede bijstaand kapelletje, zijn over weinige -jaren eerst geruimd.</p> - -<p>Men telt wijders de gehuchten <i>Nabben</i> en <i>Siep</i>, voorheen -genaamd <i>Overtegelen</i>, <i>Leemhorst</i> en de <i>Berg</i>, welke weinig -verandering hebben ondergaan. De meeste nieuwe huizen -worden nog voortdurend gevestigd in de helling der zandbergen, -die Tegelen scheiden van Steijl. Meestal wonen -hier fabriekarbeiders, en wordt ten deze hoofdzakelijk de -zoo goedkoope prijs der bouwplaats waargenomen.</p> - -<p>Een beduidend deel van Tegelen is wel het gehucht <i>Steijl</i>, -tellende ruim 250 zielen. Een sierlijke kerk, die de aloude -kapel in 1857 heeft vervangen, eenige fraaije lusthuizen -met aanhoorigheden, alsmede de bekoorlijke ligging op -den stijlen Maasoever, maken het uiterst lief.</p> - -<p>Er bevinden zich verder in deze gemeente twee prachtige -kasteelen met grachten en boschages omgeven, <i>Holtmolen</i> -ten zuiden, en de <i>Munt</i> ten oosten des dorps, benevens het -slot <i>Wambach</i> nabij de pruisische grenzen.</p> - -<p>De groote landsweg van Venlo naar Maastricht doorsnijdt -de gemeente Tegelen op hare gansche lengte; en terwijl -de grintwegen van Steijl over Kruis, en van Tegelen over -de Munt, naar Kaldenkerken alle gemeenschap op het gemakkelijkst -hebben gemaakt, zijn de twee holle en bange -straten, Berkerstraat (van Kruis naar Steijl) en de Bongerstraat, -(van het dorp naar de Munt) geheel verdwenen.</p> - -<p>De grond alhier is licht en zanderig; de in de laatste -jaren ontgonnen en nog te ontginnen broekgronden alleen -uitgezonderd. Men vindt er slechts vijf of zes pachthoeven.<span class="pagenum"><a id="Page_5"></a>[5]</span> -Het voorname bestaan der ingezetenen van Tegelen is dan -ook pan- en potbakkerijen, handel en nijverheid.</p> - -<p>Uit de grensbergen ontspringen eene menigte waterbronnen, -welke, na gezamenlijk molens en vischvijvers te hebben -geriefd, zich tot vier heldere beeken vormen, die zich -in de Maas ontlasten. Het zijn de <i>Wilderbeek</i> aan de Venloosche -en de <i>Aalsbeek</i> aan de Belfelder grenzen; de <i>Munterbeek</i> -dwars door de kom, en de <i>Steijlerbeek</i> loopende van Broek -over Kruis naar Steijl.</p> - -<p>Over het algemeen verdient Tegelen onder de gezondste -plaatsen van Limburg gerekend te worden; ook biedt het -langs talrijke lanen en wandelwegen verscheidene bekoorlijke -buitens aan.</p> - -<p>Tegelen heeft eene uitgestrektheid, bestaande in bouwland, -weiland, hout en moeras, van ruim 947 bunder; -aan buurtwegen 57, aan kiezelwegen 5 en aan water 30 -bunder, totaal 1039 bunder.</p> - -<p>Het is van dezen ons zoo dierbaren vadergrond, dat wij -eenige gebeurtenissen der vergetelheid wenschen te onttrekken, -door de volgende naar tijdrekening verzamelde aanteekeningen.</p> - -<p>In eene eerste afdeeling doorloopen wij de lotgevallen -van Tegelen in het algemeen, terwijl eenige bijzonderheden -den inhoud eener volgende afdeeling zullen leveren.<span class="pagenum"><a id="Page_6"></a>[6]</span> -</p> - -<hr class="chap" /> -<h2>EERSTE AFDEELING.<br />Chronijk van Tegelen.</h2> - - -<p>De oudste bescheiden die van Tegelen gewagen, noemen -deze plaats: <i>Tichlouw</i>, <i>Tiglau</i>, <i>Teglo</i>, <i>Tegelon</i>.</p> - -<p>In de handschriften der vijftiende, zestiende en zeventiende -eeuw vindt men den naam: <i>Thygelen</i>, <i>Tyghelen</i>, <i>Thiegelen</i>, -<i>Thegelen</i>, doch nadien niet anders dan Tegelen. Er zijn er, -die deze benaming afleiden van het nederduitsch woord -<i>tigchelen</i>, dat heet baksteenen vervaardigen; anderen zoeken -den oorsprong in het latijnsch woord <i>tegula</i>, dakpan. -Een en ander wijzen op den zich alhier bevindenden klei -of leemgrond tot vervaardiging van steenen, pannen en -potten, die reeds vroegtijdig eene menschengroep naar deze -»tigchelouw” schijnt geroepen te hebben.</p> - -<p>Trouwens de herhaaldelijke opdelving van romeinsche -zoowel als germaansche voorwerpen, staven deze bewering. -In de groeven, waaruit nog voortdurend de pan- en potaardgrond -wordt opgehaald, heeft men in 1841 en daarna -nogmaals een menigte romeinsche baksteenen, dekpannen, -urnen en andere voorwerpen van dien oorsprong opgedolven. -Wel een bewijs dat onze pan- en potfabrieken reeds -tijdens het romeinsch tijdvak in werking waren, en dat bij -gevolg ons dorp van vóór 16 eeuwen dagteekent<a id="FNanchor_1" href="#Footnote_1" class="fnanchor">[1]</a>. Dergelijke -vondsten hebben op Belfelder grondgebied plaats gehad. -<span class="pagenum"><a id="Page_7"></a>[7]</span>Den Heere H. Justen, te Venlo, gelukte het tevens -voor ettelijke jaren op de grenszijde van genoemde stad -een romeinsche begraafplaats te ontdekken, terwijl op -dezelfde heide niet ver van de hoeve »Uleshei”, ter plaatse -genoemd »<i>landweer</i>”, een romeinsch kamp schijnt gevestigd -te zijn geweest, waarvan de loopgraven zich nog zichtbaar -voordoen. De ligging van Tegelen op den oever der Maas -en aan den romeinschen landweg van Coriovallum op Castra -Vetera, en bijzonderlijk de rijkdom van haren bodem aan -potaarde, schijnen oorzaak geweest, dat zich hier eene -kolonie pan- en potbakkers heeft neergeslagen, die sedert -dien hare waar naar alle winden verspreid heeft. Dit verkeer -heeft gewis een zekere beschaving, en genoegzamen voorspoed -bij onze voorouders verwekt. Daarbij hebben de bewoners -zeker, gelijk thans, landbouw en veeteelt behartigd, -zoodat men hun geen betrekkelijken welstand kan ontzeggen.</p> - -<p>495. Aan de Romeinen volgden, op onzen vader-grond, -de Franken, die zich na de bekeering van Clovis, tot een -christelijken staat vormden<a id="FNanchor_2" href="#Footnote_2" class="fnanchor">[2]</a>. Uit de geschiedenis leeren -wij dat ten tijde van den H. Lambertus, bisschop van Maastricht, -(690) onze streken reeds veelal tot het christendom -bekeerd waren. Er woonden nog alleen heidenen in de -barre zandwoestijnen der Kempen<a id="FNanchor_3" href="#Footnote_3" class="fnanchor">[3]</a>.</p> - -<p>720. Uit het frankische tijdperk vernemen wij nopens -Tegelen, dat er reeds ten tijde van den H. Plechelmus, -omstreeks het jaar 720, eene kerk zou gesticht zijn ter -eere van den H. Martinus. De geloovigen uit Venlo (alwaar -eerst in 760 eene kerk werd aangelegd,) zegt men, -kwamen toen alhier hunne godsdienstoefeningen verrichten. -<span class="pagenum"><a id="Page_8"></a>[8]</span>Dit feit, hetwelk, zoover wij weten, op geen oude bronnen -steunt,<a id="FNanchor_4" href="#Footnote_4" class="fnanchor">[4]</a> heeft op zich zelven beschouwd, niets ongeloofelijksch.</p> - -<p>999. Op het einde der tiende eeuw, namelijk in 999, -werd Tegelen onder kerkelijk opzicht, door den aartsbisschop -van Keulen, tot wiens bisdom het oorspronkelijk -behoorde, afgestaan aan den bisschop van Luik. Als dusdanig -maakte ons dorp deel uit van het concilie van -<i>Wassenberg</i> en het aartsdiaconaat van <i>Kempenland</i> tot nog -op het laatst der verloopene eeuw<a id="FNanchor_5" href="#Footnote_5" class="fnanchor">[5]</a>. Ziehier op welke -wijze deze ruiling plaats greep. Evergerus, aartsbisschop -van Keulen, zag ongaarne dat het klooster te Gladbach, zoo -rijkelijk door zijne voorgangers gedoteerd, zich in een -ander bisdom bevond. Hij beriep daarom de monniken -van Gladbach naar de kerk van St. Martinus te Keulen en -gebood hun alle heilige relikwieën mede te voeren. De -H. Vitus intusschen, ontevreden over de verplaatsing der -abdij, gaf, bij een nachtelijke verschijning den bisschop -hierover eene ernstige vermaning. Evergerus gansch ontroerd, -legde alsdan de belofte af, van de monniken met -de H. Relikwieën te laten heengaan, hun vroegere rechten -en bezittingen te herstellen en eindelijk Gladbach van -het bisdom Luik te scheiden. Dit volbracht hij door de -drie keulsche kerken: Tegelen, Lobberich en Venlo te -ruilen tegen Gladbach en Reith<a id="FNanchor_6" href="#Footnote_6" class="fnanchor">[6]</a>.</p> - -<p>1202. Uit hetgeen nader blijkt, was Tegelen vroegtijdig -eene <i>Heerlijkheid</i>. In 1202 doet zich zekere <i>Reinier Van -<span class="pagenum"><a id="Page_9"></a>[9]</span>Tegelen</i> voor onder de ministeriels<a id="FNanchor_7" href="#Footnote_7" class="fnanchor">[7]</a>. Eene familie genaamd -<i>Van Tegeln</i>, uit welke in 1386 <i>Bernhard</i> onder den -kleefschen adel voorkomt, voerde als wapen: drie gouden -leeuwen in een rood veld: op den gekroonden helm een -dubbel rechtstaanden leeuw<a id="FNanchor_8" href="#Footnote_8" class="fnanchor">[8]</a>.</p> - -<p>1326. Het goed <i>Wambach</i> onder Tegelen is ook van -zeer oude dagteekening; althans wij vernemen dat »de -Hoff to Wambeke, met der moelen thiende, ende rente die -daertoe behooren; Item de hoff to Hadem ende dat daertoe -behoort, helt: <i>Henrick De Lange Van Criekenbeck</i>, anno -1326”<a id="FNanchor_9" href="#Footnote_9" class="fnanchor">[9]</a>. Later kwam dit goed aan de Heeren van Holtmolen.</p> - -<p>1402. De aloude Heerlijkheid Tegelen met toebehoor,<a id="FNanchor_10" href="#Footnote_10" class="fnanchor">[10]</a> -zoo vinden wij vermeld, benevens de kleine tienden -aldaar; verder het <i lang="la" xml:lang="la">jus patronatus</i> of vergevingsrecht der -kerk aldaar even als te Breijel en gedeeltelijk te Beesel; -nog het huis Holtmolen met de groote en kleine tienden -aldaar, en Steijl aan de Maas met den hof Bongaert -kwamen in het jaar 1402 toe aan Otto van Holtmolen.</p> - -<p>1425. Johan van Holtmolen ontving in 1425 de <i>Heerlijkheid -Tegelen</i> met al haar toebehoor gelijk dezelve van -oudsher gelegen was in het ambt Bruggen<a id="FNanchor_11" href="#Footnote_11" class="fnanchor">[11]</a>.</p> - -<p>1433. De eerste melding, die wij van de pastorij te -Tegelen kunnen maken, is de volgende: Den vierden -April 1433 op St. Franciscusdag, verpacht Hendrik van -Holtmolen pastoor te Tegelen aan Daemen van den Bruele -genaamd van Brempt, een kleinen grint gelegen te <i>Bergh</i> -op de <i>Ruyren</i>, voor een tijdvak van tachtig jaren, tegen den -jaarlijkschen pachtprijs van 20 Bodregers, Roermonds geld.</p> -<p><span class="pagenum"><a id="Page_10"></a>[10]</span></p> -<p>1436. Het adellijk goed <i>Holtmolen</i> schijnt van oude dagteekening -te wezen. Althans wij vinden, dat de gebroeders -<i>Godart</i> en <i>Engelbert</i> van Holtmolen onderteekend hebben, -het verbond, hetwelk de steden en de ridderschap tegen -Arnold van Gelder in 1436 hadden aangegaan. Tevens -wordt gezegd dat dit Holtmolen bij Tegelen was gelegen<a id="FNanchor_12" href="#Footnote_12" class="fnanchor">[12]</a>.</p> - -<p>Het voormalige Slot <i>de Munt</i> was omstreeks 1550 nog -bewoond door <i>Gerhard van Holtmolen</i><a id="FNanchor_13" href="#Footnote_13" class="fnanchor">[13]</a>.</p> - -<p>1430-1450. De tegenwoordige kerk van Tegelen -dagteekent uit de eerste helft der vijftiende eeuw; onder -meer dan een opzicht verdient zij onze aandacht. Zij -heeft een hechten en reusachtigen toren van 30 meter -hoogte aan muurwerk; de spits is vierhoekig doch laag. -In de twee bovenste vakken aan elke zijde des torens -behalve aan den zuid-oosten kant alwaar de torentrap is -opgetrokken, bevinden zich drie naast elkander staande -blindvensters met sierlijke frontons uit zandsteen, die hier -en daar door den tand des tijds beschadigd zijn. De kerk -zelve heeft slechts eene lengte van ruim dertig meter, -doch telt zestien meter in de breedte. Pijlers zijn vier -in getal en vormen twee zijbeuken, die elk door drie -schoon gekleurde vensters worden verlicht<a id="FNanchor_14" href="#Footnote_14" class="fnanchor">[14]</a>. Dit was -hare toestand in 1874, toen zij merkelijk vergroot en -hersteld werd. Die vergrooting bestond in het aanbouwen -van een nieuw koor ter lengte van vier meter -en het doortrekken der zijpanden op gelijke lengte zoodat -ze met twee pijlers en twee vensters is vermeerderd. -Wijders heeft men den tempel door uitbouwen tot een -<span class="pagenum"><a id="Page_11"></a>[11]</span>heerlijke kruiskerk hervormd. Het alles brengt thans een -juiste evenredigheid te weeg tusschen toren en kerk, en, -wat de voorname zaak was, vormt nu een’ tempel, -die het volkrijke Tegelen kan gerieven. Was vroeger de -oppervlakte der gansche kerk honderd negentig vierkante -meter, thans beslaat zij drie honderd dertig meter.</p> - -<p>Onder het voormalige koor der kerk bevindt zich een -grafkelder van zes meter vierkant. Laatstelijk werden daarin -bijgezet de stoffelijke overblijfsels van Pastoor Nic. Smeets -in 1728, en van Jan Josef Van Wevelickhoven, Heer van -de Munt, in 1742. Verder zijn er aanwezig twee kleinere -kisten zonder eenige aanwijzing<a id="FNanchor_15" href="#Footnote_15" class="fnanchor">[15]</a>.</p> - -<p>Zooals het opschrift aantoont, en overigens bewezen is, -werd in 1609 de Tegelsche toren voorzien van de nog -bestaande groote klok. Haar opschrift luidt:</p> - -<blockquote lang="de" xml:lang="de"> -<p> -»† Maria heisse ich<br /> -<span style="margin-left: 1.5em;">Lebendige ruf ich</span><br /> -<span style="margin-left: 1.5em;">Todten beschrei ich</span><br /> -Jan von Trier hatt mich gegossen, anno 1609.”<br /> -</p> -</blockquote> - -<p>Zekere Louïs van de Mortel uit Venlo heeft ze in -November 1609 geplaatst en het noodige ijzerwerk daartoe -geleverd; hij kreeg tot loon 75 venloosche gulden. Naar -deze klok werd in vorige eeuwen de onderhoorigheid aan -dit kerspel vermeld door de woorden: »onder desen -klockenslagh,” immers zij was de bannaalklok. Haar gewicht -bedraagt 7000 kilo’s. De tweede klok, wegende nagenoeg -4500 kilo’s, werd in 1830 uit een vroegere kleine met -toevoeging van nieuw metaal, vervaardigd door J. Groulard -te Tongeren; zij draagt het volgende opschrift:</p> - -<div class="blockquot"> -»Deze klok verschuldigt de gemeente aan Koning Wilm I. -Burgemeester W. Kamp. Pastoor J. Orths. Peter P. -<span class="pagenum"><a id="Page_12"></a>[12]</span>M. Canoy, meter Mevr. de Rijk geb. de Koning. Zij -roepe de geloovigen ten tempel.”</div> - -<p>De derde of kleinste klok, ongeveer 80 kilo’s wegende, -is uit het begin dezer eeuw; hoewel fijn van metaal en -helder van klank, stemt zij geenszins met de twee vorige -overeen. Men noemt haar <i>bimke</i>.</p> - -<p>Het uurwerk in den toren werd aangebracht in 1664 -door Frans Ter Broink uit Wachtendonck voor de som -van 224 kl. gulden, gelijk eene rekening vermeldt. Van -toen af tot 1680 placht jaarlijks een deskundige uit Dulken -herwaarts te komen om het raderwerk te herzien en -genoot daarvoor iedermaal een Rijksdaler en vrijen kost.</p> - -<p>Onder het civiel opzicht behoorde Tegelen tot het -hertogdom Gulick en maakte voortdurend daarvan deel -uit tot op het laatst der vorige eeuw. De regeering van -ons dorp stond onmiddelijk onder het ambt Bruggen -en wijders onder het bestuur van Dusseldorp. Diensvolgens -was bij onze voorouders de duitsche taal de officieele, -zoodat nog in den beginne dezer eeuw gedeeltelijk duitsch -en gedeeltelijk hollandsch werd onderwezen in de school -en slechts in 1841 de eerste pastoor werd aangesteld -die uitsluitend in de hollandsche taal predikte of onderricht -gaf. Vandaar is ook nu nog bij velen in gebruik -het cijferen en rekenen in kleefsch geld, en het bezigen -van duitsche uitdrukkingen meer dan bij de naburen.</p> - -<p>1473. Eene akte van wege de regeerders van Tegelen, -onder dagteekening van den 30 April 1473, en strekkende -ter verzekering eener jaarrente ten voordeele van den -arme, meldt onder anderen de volgende omstandigheid: -»want wij gemeijnde schepen geijnen seghel en hebben, -hebben weij gebeden ende bidden den eersamen en weijsen -mannen van Kaldenkerchen ende Bracht, dat sij aen desen -brieff haeren seghel willen hangen; dat sij voirs. schepen<span class="pagenum"><a id="Page_13"></a>[13]</span> -gherne gedan hebben om rede wijl der gemeijnde schepen -van Thijgelen voirsbeheltenis heer van den landes rechten -end mallich seijner rechten”<a id="FNanchor_16" href="#Footnote_16" class="fnanchor">[16]</a>. Het latere zegel dezer -gemeente droeg het beeld van den H. Martinus te paard.</p> - -<p>1526. De bank of het gerecht van Tegelen was van -oudsher samengesteld uit zeven schepenen, van welke -de oudste voorzitter (vorsteher) was. Bij gebrek aan -meerdere bescheiden kunnen wij alleen de volgende lijst -van scholtissen en schepenen geven:</p> - -<div> -<table summary="Lijst van scholtissen en schepenen."> -<tr> -<td class="center">In</td> -<td>1526</td> -<td class="center">was</td> -<td>Theodoricus Ploenis,</td> -<td></td> -<td>schout.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1594</td> -<td class="center">»</td> -<td>Peter Smits,</td> -<td></td> -<td>vorsteher; zijne ambtgenooten<br />verklaren niet te<br />kunnen schrijven.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1620</td> -<td class="center">»</td> -<td>Stephan Beekmann,</td> -<td></td> -<td>vorsteher.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Gerrit Aen gen Steijl,</td> -<td rowspan="2"><span class="xxlarge">}</span></td> -<td rowspan="2">schepenen.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Mathis Strouck,</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1631</td> -<td class="center">»</td> -<td>Gisbert Kampp,</td> -<td></td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Gerrit van Bakenbosch,</td> -<td rowspan="2"><span class="xxlarge">}</span></td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Thys Weggers,</td> -<td></td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1636</td> -<td class="center">»</td> -<td>Gerrit Vervoort,</td> -<td></td> -<td>vorsteher.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Johan Smits,</td> -<td rowspan="2"><span class="xxlarge">}</span></td> -<td rowspan="2">schepen.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Gerret Smeets,</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1653</td> -<td class="center">»</td> -<td>Jan Alerts,</td> -<td></td> -<td>schout.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Peter Rieversthal,</td> -<td></td> -<td>schepen.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1667</td> -<td class="center">»</td> -<td>Jost op Steijl,</td> -<td></td> -<td>burgemeister.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1680</td> -<td class="center">»</td> -<td>Jan Ronck,</td> -<td></td> -<td>idem.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Micheel in de Betouw,</td> -<td></td> -<td>schepen.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Wilm Franssen,</td> -<td></td> -<td>idem.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1707</td> -<td class="center">»</td> -<td>Conraed op Heijs,</td> -<td></td> -<td>idem.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Gaspar Ronck,</td> -<td></td> -<td>idem.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1715</td> -<td class="center">»</td> -<td>Joh. Kampp,</td> -<td></td> -<td>schout.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1726</td> -<td class="center">»</td> -<td>Wilm Bongerts,</td> -<td></td> -<td>schepen.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Jacob Canoij,</td> -<td></td> -<td>idem.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center"><span class="pagenum"><a id="Page_14"></a>[14]</span>»</td> -<td>1735</td> -<td class="center">»</td> -<td>Ant. van Aarssen,</td> -<td></td> -<td>vorsteher.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Jacob Kruisbergh,</td> -<td></td> -<td>schepen.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1750</td> -<td class="center">»</td> -<td>Wilm Kampp,</td> -<td></td> -<td>schout.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Jac. Laeden,</td> -<td></td> -<td>schepen.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Andreas Schinck,</td> -<td></td> -<td>idem.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1760</td> -<td class="center">»</td> -<td>Wilh. Franssen,</td> -<td></td> -<td>oudste schepen.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1771</td> -<td class="center">»</td> -<td>Hendrik Theeuwen,</td> -<td></td> -<td>vorsteher.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Jan Mingels,</td> -<td></td> -<td>schepen.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1774</td> -<td class="center">»</td> -<td>Pieter Gubbels,</td> -<td></td> -<td>oudste schepen.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1783</td> -<td class="center">»</td> -<td>Joannes Goossens,</td> -<td></td> -<td>burgemeester.</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td></td> -<td></td> -<td>Jan Denissen,</td> -<td></td> -<td>schepen.</td> -</tr> -</table> -</div> - - - -<div> -<table summary="Lijst van scholtissen en schepenen."> -<tr> -<td class="center">Van</td> -<td>1798</td> -<td class="center">tot</td> -<td>1806</td> -<td class="center">was</td> -<td>Ant. Thijssen,</td> -<td>meijer van den conseil municipal.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1806</td> -<td class="center">—</td> -<td>1807</td> -<td class="center">»</td> -<td>Wilm Houda en Balthasar de Hasenbach</td> -<td>fungerende meijers.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1807</td> -<td class="center">—</td> -<td>1830</td> -<td class="center">»</td> -<td>Wilm Kamp,</td> -<td>burgemeester.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1831</td> -<td class="center">—</td> -<td>1836</td> -<td class="center">»</td> -<td>Jan Josef Ronck,</td> -<td>idem.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1836</td> -<td class="center">—</td> -<td>1848</td> -<td class="center">»</td> -<td>Peter van Leipzig,</td> -<td>idem.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1848</td> -<td class="center">—</td> -<td></td> -<td class="center">»</td> -<td>Peter Kurstjens,</td> -<td>fungerend burgem.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1848</td> -<td class="center">—</td> -<td>1852</td> -<td class="center">»</td> -<td>Gerard de Rijk,</td> -<td>burgemeester.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1852</td> -<td class="center">—</td> -<td>1862</td> -<td class="center">»</td> -<td>Louise de Rijk,</td> -<td>idem.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1862</td> -<td class="center">—</td> -<td></td> -<td class="center">»</td> -<td>Jan van Leipzig,</td> -<td>fungerend burgem.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1862</td> -<td class="center">—</td> -<td>1868</td> -<td class="center">»</td> -<td>Jacob Beelen,</td> -<td>burgemeester.</td> -</tr> -<tr> -<td class="center">»</td> -<td>1868</td> -<td class="center">—</td> -<td></td> -<td class="center">»</td> -<td>Stephanus Houba,</td> -<td>idem.</td> -</tr> -</table> -</div> - -<p>Op heden bestaat het bestuur verder uit twee wethouders -die men schepenen pleegt te noemen en vijf andere -raadsleden, benevens een secretaris. Ook heeft de gemeente -zijn bode of veldwachter, naast een rijksveldwachter die -voor zeker district wordt aangesteld. De gemeenteontvanger -noemde zich voorheen <i>tölner</i><a id="FNanchor_17" href="#Footnote_17" class="fnanchor">[17]</a>.</p> - -<p>Het gebouw, voorheen de school en kosterswoning, dient -sedert 1818 tot vergaderplaats van het gemeente bestuur. -<span class="pagenum"><a id="Page_15"></a>[15]</span>Het is klein, en belemmert zeer den vrijen toegang tot, -en het uitzicht op de kerk. Het ziet naar een beter en -doelmatiger uit.</p> - -<p>1526. Te Steijl onder Tegelen lag van oudsher eene -kapel toegewijd aan de HH. Fabianus en Sebastianus. -Een stuk uit 1526<a id="FNanchor_18" href="#Footnote_18" class="fnanchor">[18]</a> verhaalt ons hoe de belangen van -den dienstdoenden rector aan deze kapel meermalen voor -het Geldersch hof waren in behandeling gekomen, en deze -nu voor goed in bezit wordt gesteld van woning, tuin -en landerijen gelegen deels te Steijl deels in den kring -der moederkerk Tegelen.</p> - -<p>In dit zelfde stuk wordt bij uiterste wilsbeschikking -van zekere <i>Thomas</i> en <i>Sophia</i> echtgenooten ten gevolge -der schenking van voornoemde goederen, bepaald, dat -bij elke vacatuur van het rectoraat, een geestelijke candidaat -uit hunnen bloede, of bij gebrek van dezen, een -geestelijke uit het stadje Kempen, mits vereischte hoedanigheden -bezittende en goedkeuring des pastoors van -Tegelen, aan de onderhavige kapel zou worden aangesteld. -Tot last had de rector wekelijks twee missen ter intentie -van de stichters te lezen. Deze akte werd opgemaakt -en bekrachtigd door den toenmaligen schout Theodoricus -Pleunis in 1526.</p> - -<p>1540. Van het jaar 1540 weten wij dat Gerard van -Holtmolen en Elisabeth van Ympel zijne huisvrouw verkoopen -aan Jan Drijvenen, Chrystoffel van Duersdal en -Jan Golstein als man en momber van Heelwech van der -Kranken zijne huisvrouw collatoren van het altaar van -O. L. Vrouw, SS. Mathias, Remigius, Dionijsius en Margaretha -in de kerk van Tegelen, eene jaarrente van 20 -goudgulden ten laste der hoeve Bongaert aldaar, tot instandhouding -eener dagelijksche mis. Rector van dit altaar -<span class="pagenum"><a id="Page_16"></a>[16]</span>was toen de Heer Bernard van Besel. Wijl de hoeve Bongaert -leenplichtig was van het huis Holtmolen, gaven -Florens van Holtmolen en zijne leenmannen Jan Stalberge -doctor in de rechten en Hendrik Berrevelt daartoe hunne -goedkeuring<a id="FNanchor_19" href="#Footnote_19" class="fnanchor">[19]</a>.</p> - -<p>1571. Zeer belangrijk in de geschiedenis onzer parochie -is het volgende feit, dat in 1571 plaats had. Tot dusverre -was de kapel van Belfeld, toegewijd aan den H. Urbanus, -eene filiaal van Tegelen. Bij de oprichting van het bisdom -Roermond in 1561, werd Belfeld, wijl het onder civiel -opzicht tot Gelderland en het ambt Montfort behoorde, in -dit nieuwe bisdom opgenomen, terwijl de moederkerk van -Tegelen, op Guliks grondgebied gelegen, onder het bisdom -van Luik bleef. Zulks gaf in 1571 aanleiding tot eene -scheiding<a id="FNanchor_20" href="#Footnote_20" class="fnanchor">[20]</a>. De beweegredenen daartoe waren: de verre -afstand der ingezetenen van Belfeld en Geloo van de moederkerk, -en de noodzakelijkheid waarin zij verkeerden van -in aanraking te moeten komen met inwoners eener gemeente, -waar men sinds eenige jaren kettersche denkbeelden -was toegedaan, en waar zelfs de bedienaar der -godsdienstoefeningen een aanhanger der ketterij was. Tot -onderstand van den pastoor aan die nieuwe parochie, -werd de helft der tiendevruchten, bestaande uit 49 malder -rogge en 1 malder haver van den pastoor van -Tegelen aangewezen. Deze scheiding van kerken was -bewerkstelligd geworden door den bisschop van Roermond, -terwijl de verdeeling der tienden was bevolen door -den aartsbisschop van Mechelen, doch een en ander geschiedde -ondanks het gemeentebestuur en den pastoor -van Tegelen. Vandaar eene reeks van processen. De ingezetenen -van Tegelen wendden zich herhaaldelijk tot de -<span class="pagenum"><a id="Page_17"></a>[17]</span>keurvorstelijke regeering<a id="FNanchor_21" href="#Footnote_21" class="fnanchor">[21]</a>, en die van Belfeld tot het -Geldersch hof te Roermond.</p> - -<p>Intusschen bleef tot 1675, alzoo langer dan eene eeuw, -de tijdelijke pastoor van Tegelen de nieuwe parochie -voortdurend bestieren, las er des Zondags en twee maal -in de week de H. mis of deed die door een’ anderen lezen. -Daar evenwel gemelde tienden schier allen gevestigd waren -op landerijen in Belfeld en Geloo gelegen, zoo lieten de -ingezetenen dier plaatsen niet na de helft daarvan ten -voordeele van een’ resideerenden pastoor te Belfeld in te -vorderen.</p> - -<p>Eerst in December 1696 besloot de pastoor van Tegelen -Joan. Bongaarts, inziende dat het hof van Roermond die -van Belfeld steeds zou ondersteunen, het geschil voor zich -persoonlijk te staken, en kwam met het bestuur van Belfeld -in dezer voege overeen: den pastoor van laatsgenoemde -plaats (toen reeds benoemd) zou 24 malder rogge en 1 malder -haver van de tienden toekomen, terwijl de pastoor van -Tegelen zou genieten 12 malder rogge, 8 malder boekweit, -4 malder gerst en 1 malder haver<a id="FNanchor_22" href="#Footnote_22" class="fnanchor">[22]</a>. Wat nog ten deze -plaats vond, zullen wij nader vernemen bij de behandeling -der pastorijen hier en te Belfeld.</p> - - -<p>Ons dorp schijnt in de zestiende eeuw door Luttersche -en Calvinistische denkbeelden aangestoken te zijn geworden. -Behalve uit het reeds aangehaalde, blijkt zulks uit een -handschrift, dat wij onder de archieven opdeden, doch -dat geen’ naam of dagteekening draagt<a id="FNanchor_23" href="#Footnote_23" class="fnanchor">[23]</a>. Daarin wordt -vermeld, dat de hooge regeering van den pastoor verlangt -te vernemen, wat er te Tegelen, in zake van protestantismus, -<span class="pagenum"><a id="Page_18"></a>[18]</span>van kerk, kerkbedienaar, revenuën, school en schoolmeester -bestaat. De pastoor antwoordt als volgt: »bij gebrek -van documenten kan ik alleen bevestigen, eerstens: dat -in de parochie Tegelen geene kerk van de zoogenaamde -hervorming bestaat; doch door overlevering weten wij, -dat eertijds Frans van Holtmolen, in de geschiedenis der -omwenteling genaamd <i>Canisius</i><a id="FNanchor_24" href="#Footnote_24" class="fnanchor">[24]</a> ambtman van het district -Bruggen en ijveraar der ketters, ten tijde der hervorming -of onmiddelijk daarna, den pastoor van Tegelen ontzette -uit alle zijne rechten en bedieningen, en een’ ketterschen -bedienaar (domine) in diens plaats deed aanstellen. Gedurende -vijftien jaren, zegt men, heeft laatstbedoelde alhier -zijne bedieningen uitgeoefend, waardoor bijna alle goederen -en renten der pastorij zijn verloren gegaan. Ook -de revenuën der beneficiën van O. L. Vrouw, van St. -Antonius en van het H. Kruis zijn daarbij zoek geraakt. -Zonder twijfel heeft de Heer van Holtmolen, als collator -der pastorij dezen predikant aangesteld. Tweedens, kerk, -school of schoolmeester hebben de Lutheranen of Galvinisten -hier niet. Derdens, ik weet niet, en heb ook -nimmer vernomen, dat een protestantsch minister, uit -hoofde zijner bediening in Tegelen eenige goederen of -renten bezat”. Zoover ons document. Dit zegt genoeg wat -Tegelen van den kant der zoogenaamde hervorming -moest ondervinden. Zij werd met geweld ingevoerd doch -schijnt bij de ingezetenen hoegenaamd geenen bijval -gevonden te hebben.</p> - -<p>1578. Edoch niet alleen gewetensdwang onder den schijn -van hervorming, maar ook de onheilen des oorlogs -bezochten in die jaren het vreedzame Tegelen. Althans -<span class="pagenum"><a id="Page_19"></a>[19]</span>wij lezen in eene Chronijk van Roermond<a id="FNanchor_25" href="#Footnote_25" class="fnanchor">[25]</a> dat de -Spaanschen op den 12 Jan. 1578 met het gros van hun -leger voortrukten naar het ambt Kriekenbeck, en op hunne -doortocht, behalve andere plaatsen, ook de Gulicksche -dorpen Tegelen, Kaldenkerken en Breijel zeer beschadigden.</p> - -<p>1620. Toen het na den tijd der hervorming tot vrede -was gekomen, bleven de protocollen van kerkvisitatiën, -testamenten, rekeningen enz., zorgvuldiger bewaard en -verkrijgen wij dan ook meer en meer bijzondere gegevens -over ons dorp. Zoo maken we thans op dat de gemeente -Tegelen, van af het begin der zeventiende tot den aanvang -van deze eeuw, weinig in zielental heeft toegenomen, -alhoewel op dit oogenblik de bevolking driedubbel -is. In 1620 telde Tegelen 246 communicanten, alzoo -ongeveer 750 zielen. In 1815 waren nagenoeg 500 communicanten, -bij gevolg niet meer dan 1300 inwoners; -thans telt Tegelen 2200 zielen.</p> - -<p>1627. Den 8 Januari 1627 verklaart koning Philips -<i>Hans Willem van Baexem</i> vervallen van zijn recht op -de helft der tienden van Tegelen, en schenkt die aan -den arme te Venlo, terwijl de andere helft aan de erfgenamen -van <i>Toon Jacobs</i> zal verblijven<a id="FNanchor_26" href="#Footnote_26" class="fnanchor">[26]</a>.</p> - -<p>1637. De oudste doop- trouw- en sterf-registers te -Tegelen dagteekenen van 1637 tot 1670. In plaats van -familienamen vindt men daarin bij den doopnaam doorgaans -dien van een of ander gehucht, straat of pachthoeve. -Wel een bewijs, dat voor ruim tweehonderd jaren de -familienamen hier weinig in gebruik waren. Zoo lezen we -herhaaldelijk: Diedrik, Merie, Peirke enz. op gen Steijl, -<span class="pagenum"><a id="Page_20"></a>[20]</span>op de Hochstraet, aen gen Cruts, aen gen Siep, aen -’t Brukske, van den Baekenbosch, van den Haenert, van -de Munt, op Heys, aen Lohé enz. Ook vindt men vaak -den doopnaam gevoegd bij den naam van het ambacht -des vaders, als: olieslegers, schreurs, mulders, schoemakers, -custers, van den Brouwer of Brouwers, van den -Smid of Smids; ofwel in het latijn ingeboekt, sartoris, -molitoris, custodis, fabri-ferrarii enz. In voormelde registers -staan, anno 1643, drie paar, die ten huwelijk werden -ingezegend; zeven doopelingen, terwijl er even zoo velen -overledene zijn opgeteekend. In 1645, huwde niemand, en -werden er slechts drie ten doop gebracht; overlijden -niet vermeld.</p> - -<p>1645. De landschatting (<span lang="de" xml:lang="de">churfürsterliche Steuer</span>) bedroeg -in de jaren 1645-1650 voor Tegelen 108 R. thaler of -589 Venlosche fl. De hoogst aangeslagene destijds waren: -De Heer van Holtmolen voor 114 fl. Wilm Franssen -55 idem. Corn. In de Betouw, 38 idem. Jan van -Aarssen 32 idem. De geringste betaalde 15 stuiver.</p> - -<p>De pachthoeven, of boerderijen, waren voor tweehonderd -jaren niet talrijker dan ze thans nog zijn. Ik vind -de volgende:<a id="FNanchor_27" href="#Footnote_27" class="fnanchor">[27]</a> <i>Hanraetshof</i>, thans Hanert genoemd, behoorende -tot Holtmolen. <i>Merterhof</i>, gelegen op de <i>alde -mert</i>, eigendom van den H. E. Receveur te Venlo. -<i>Kasteelshof</i> bij Holtmolen. <i>Bakenbosch</i> ten zuiden van Holtmolen -doch hierbij behoorend. <i>Bosserhof</i> en <i>Linksterhof</i> -Venlowaarts en behoorende aan de Munt. Twee oude -hoeven bestaan niet meer; de <i>Drumpsel</i>, welke broekwaarts -lag tusschen Linkster- en Bosserhof, is opgeruimd in den -Franschen tijd; de laatste pachter Peter Pubben overleed -in 1775; en <i>Kruitserhof</i>, die in 1860 door een heerenhuis -werd vervangen.</p> -<p><span class="pagenum"><a id="Page_21"></a>[21]</span></p> -<p>Voor 25 jaren is aangelegd geworden de grootsche -hoeve Ulesheide op de Kaldenkerker grenzen. Op dat tijdstip -worden aan den regeeringsraad te Bruggen opgegeven -te Tegelen 26 paarden, 70 koeijen en 300 schapen.</p> - -<p>Aan het Tegelsch archief ontleenen wij nog eenige -bijzonderheden uit deze jaren betrekkelijk het huishoudelijk -leven onzer voorvaders.—Voor pacht van één morgen -land gaf men 8 vat rogge; voor kostgeld van lieden van -geringen stand 7 kl. gulden per maand; voor één ton -bier 5 kl. gld. de vaan<a id="FNanchor_28" href="#Footnote_28" class="fnanchor">[28]</a> kostte 8 stuiver; voor -bakloon van één vat rogge betaalde men 4 stuiver; voor -een paar schoenen 1½ gld.; voor een linnen hemd -2½ gld.; voor één roggen brood 9 stuiver. Een -kan wijn kostte 1½ schelling; eene halve dozijn kippen -1 gld.; een malder rogge 8 gld., gerst 8½ gld., haver -6 gld. en boekweit 5¼ gld. De gebrande steenen werden -betaald de duizend met 7, eene kar kalk met 9 gld. Hoe -gering over ’t algemeen deze prijzen ook schijnen, werden -zij destijds hoog geacht; want de ontvanger der Broederschap -van O. L. Vrouw o. a. verwittigde in Nov. 1645 -alle belastingschuldigen van »de leveringhe te doen in claeren -rog, off beij dezen continuerenden crijgh, imperial ieder -malder te lossen nemlich met 8¼ gulden Venloiss current”.</p> - -<p>1646. Het blijkt dat Tegelen nog al bezwaard werd -met inkwartieringen en krijgslasten. Uit het jaar 1646 -vinden we aangeteekend<a id="FNanchor_29" href="#Footnote_29" class="fnanchor">[29]</a> dat de veldmaarschalk van -Brederode zich van af den 10 October gedurende verscheidene -dagen alhier met zeven regimenten kwam vestigen. -Later meer daarover.</p> - -<p>1670. Het kerkarchief geeft aan, dat er in de jaren -1670 en 1671 nog al belangrijke werken en herstellingen -<span class="pagenum"><a id="Page_22"></a>[22]</span>plaats vonden aan onze kerk. Vooreerst werden behoorlijk -muren getrokken om het kerkhof, dat bijna de helft grooter -was aangelegd. Ook werd, wegens het ingenomen -voetpad langs de erven Kamp, een ruime en geregelde -doorgang gemaakt naast kerk en het kerkhof naar het -Betenveld. Inwendig, na schier alle meubelen te hebben -geruimd, werd de kerk als ’t ware in een nieuw kleed -gestoken. Een schoon en hoog hoofdaltaar uit Venlo herkomstig, -kwam het oude, dat onbruikbaar was geworden -vervangen; doch bij de huidige restauratie moest ook -dit altaar wijken, als komende met den bouwtrant der -kerk geenzins overeen. In beide zijpanden werden nieuwe -altaren geplaatst; rechts dat van St. Martinus, patroon -der kerk. De beneficiën van St. Antonius enz. aan dit -altaar waren verloren gegaan. Links bleef het altaar van -O. L. Vrouw, waaraan vroeger beneficieën van O. L. V. -van SS. Mathias, Dionijsius en Margaretha gehecht waren. -Een dubbel ruggewaarts aan elkander gehecht O. L. Vrouw -beeld dooreen achttal engelen omringd hing oorspronkelijk -in het transcept boven de Communiebank. Later -heeft men deze beelden een geruimen tijd in de bergplaats -opgesloten; doch het zeer verdienstig beitelwerk -spoorde het tegenwoordig kerkbestuur aan om een dezer -beelden te doen herstellen, hetgeen bij uitstek gelukte; het -prijkt voor als nog op het altaar van O. L. Vrouw. -De voormalige beelden van St. Antonius, Ste. Barbara -en Ste. Lucia zijn in eere gehouden. Nog waren in 1671 -uit Venlo aangebracht de twee nog bestaande biechtstoelen -benevens een fraaije eiken Communiebank. De predikstoel -werd in hetzelfde jaar verplaatst naar den kant waar -hij zich nog bevindt; van waar dit fraai stuk kwam, hebben -wij niet kunnen achterhalen. Het orgel met toebehoor,<span class="pagenum"><a id="Page_23"></a>[23]</span> -zeer voldoende voor deze kerk ook thans nog, werd gekocht -in 1798, en komt uit de Munsterabdij te Roermond.</p> - -<p>1676. Langen tijd moet het treurig jaar 1676 in het -geheugen der Tegelschen gebleven zijn, immers zooals -in den doopregister staat aangemerkt, woedde de dissenterie -in zoo hevige mate, dat van Juli tot November niet -minder dan drie en twintig inwoners overleden, van welke -drie uit een huisgezin.</p> - -<p>1679. Nauwelijks was deze geesel gekeerd, of de -lasten van den oorlog deden zich gevoelen. Sedert eenigen -tijd hadden de Franschen ons land overweldigd; zij -eischten van de gemeente zeer drukkende contributiën en -namen verscheidene reizen alhier met hunne troepen inkwartiering. -De ingezetenen, toch al ruim bezwaard door -allerlei uitgaven, konden bij hoofdelijken omslag niet voldoen -aan het gevorderde, weshalve het bestuur in April 1679 -eene leening van 100 R. daler moest aangaan. Bijna hetzelfde -viel aan onze gemeente ten deel van den kant der -Hollandsche troepen, toen deze ettelijke jaren later Venlo -wilden hernemen<a id="FNanchor_30" href="#Footnote_30" class="fnanchor">[30]</a>.</p> - -<p>1697. In October 1697, zoo lezen we in een aanteekeningsboekje -van Pastoor Joan. Bongaerts, was de aartsdiaken -van Kempenland, graaf van Berlo, benevens een -secretaris, twee kapellaans en nog een bediende, per -rijtuig met zes paarden bespannen, te Kaldenkerken aangekomen. -Hij was vergezeld door een commissaris der -hooge regeering van Dusseldorp. Deze Heeren kwamen den -toestand der kerkelijke zaken opnemen<a id="FNanchor_31" href="#Footnote_31" class="fnanchor">[31]</a>. Die stoet zou -ook Tegelenwaarts zijn afgedaald, doch om den pastoor -<span class="pagenum"><a id="Page_24"></a>[24]</span>alhier, die ten naauwer nood genoeg bezat om volgens -zijn staat te leven, onkosten te besparen, had de commissaris -verkregen dat de herder tegen geringe bezoldiging, -kon voldoen met persoonlijk naar Kaldenkerken te komen -en aangifte te doen over zijne parochiale aangelegenheden.</p> - -<p>Wat wij hier verder tot 1745 over ons vaderdorp mededeelen -is getrokken uit de tamelijk nauwkeurige aanteekeningen -van de twee pastoors Joan. Bongaerts en Nic. Smeets.</p> - -<p>1700. Een beduidende diefstal greep plaats binnen onze -kerk in den nacht van den 7 op den 8 April 1700. De -dieven hadden zich onder de torendeur eene opening -weten te maken en waren vandaar doorgedrongen tot in -de sacristie, alwaar zij een’ zilveren kelk ontvreemden. -Hierna openden zij geweldadig het tabernakel, en namen -daaruit een zilveren ciborie benevens de zilveren vaten -voor de HH. Oliën. In de kast van den zijmuur tegenover -het hoofdaltaar stalen zij voorts de vaten voor het H. Chrisma -en den H. Olie der doopelingen, benevens eene som gelds -aldaar opgesloten. Nooit heeft men de daders kunnen -achterhalen. Ettelijke dagen daarna zond de toenmalige -pastoor van Blerick: Theod. van Panhuizen een’ noodkelk, -kunnende dienen tot ciborie, een metalen kelk, -twee vaten voor de HH. Oliën der kranken en twee -voor die der doopelingen. De Blericksche pastoor behield -zich echter voor, dat zoo ooit Blerick door diefstal, -brand of ander ongeval mocht ontriefd worden, deze -voorwerpen moesten teruggegeven worden. De begane -diefstal scheen alom medelijden verwekt te hebben; althans -op den vooravond van St. Martinus in dat zelfde -jaar stapte de Prior van Kevelaar met name Féron, op -zijne reis naar Roermond hier af, en verraschte den -pastoor, in tegenwoordigheid van den toevallig aanwezigen -pastoor van Neer en den schepen W. Franssen, op aangename<span class="pagenum"><a id="Page_25"></a>[25]</span> -wijze, door de schenking van een’ fraaijen zilveren -miskelk op welks voet men ook nu nog leest: -»desen kelck wert geoffert aen onse Lieve Vrouw tot -Kevelaer” 1642. Ook gaf de pastoor van Velden bij Venlo -aan onze beroofde kerk een’ tweeden zilveren miskelk ten -geschenke. Eindelijk een jaar later ontving de pastoor -van Tegelen uit handen van den kaplaan Leon. Mouts, -uit Venlo, ook nog tot aanschaffing van het benoodigde, -zes zilveren lepels en drie zilveren vorken van wege een -onbekende weldoenster. Deze gift werd aangewend tot -vervaardiging van een ciborie.</p> - -<p>1701. Dit jaar bracht woelige en onveilige dagen. Men -hoorde schier dagelijks van stelen, wanordelijkheden en -oorlog. In den nacht van den 2 op 3 Juli, doorkruiste -eene bende stroopers, voorzien van gevaarlijke wapenen -en eenige wagens met zich voerende, de streken tusschen -Kessel en Venlo; zij plunderden wat ze konden, -tot zelfs de hooimijten van de grasweide, en lieten voornamelijk -tusschen Tegelen en gemelde stad de sporen -hunner vernieling achter.</p> - -<p>De milde giften, waartoe gemelde diefstal velen had -bewogen, deden gewis aan deze stroopers vermoeden, dat -er schatten op de pastorij van Tegelen waren verborgen. -Althans den 6 April vond men de deuren der pastorij -’s morgens onder de vroegmis door middel van sleutels -en andere werktuigen geopend. Niemand was aanwezig. -Op het slaapvertrek der dienstmeid hadden de ingedrongenen -10 of 11 patacons medegenomen; en van de -kamer des pastoors hadden zij ongeveer 30 patacons -geroofd. Dezen diefstal schreven sommigen toe aan twee -Egyptenaars of Zigueners die in vrouwenkleederen vermomd, -te voren om een aalmoes vragende waren bemerkt -geworden. Omstreeks tien uren waren zij in de richting<span class="pagenum"><a id="Page_26"></a>[26]</span> -van Luith vertrokken alwaar zich destijds een troep -dezer lieden had neêrgeslagen, doch toen ook van daar -de wijk nam.</p> - -<p>Den 27 Juli hieropvolgende, kwamen andermaal de -Fransche troepen Tegelen bezoeken waarbij al de te -veldstaande vruchten werden vernield. Bij die en dergelijke -gelegenheden, kwamen de inwoners nog al eens in -aanraking met de overmoedige soldaten. Zoo vinden we -dat zekere Gerrit Bachus door een’ Fransch militair, nabij -Bakenbosch door een baijonetsteek werd afgemaakt.</p> - -<p>1702. In den oorlog der Spaansche troonsopvolging, -stonden, gelijk bekend is, de Franschen den Spanjaarden -ter zijde, tegen Duitschland, Nederland enz. Ten jare -1702, op Zondag na Paschen, trok Maarschalk Bouflers -met een legerkorps van 30,000 man naar het ambt Bruggen, -en kampeerde een tijd lang in het uitgestrekt -Breijelsche veld.</p> - -<p>Nog dienzelfden dag kwam ook een leger infanterie -hier aan en sloeg zijne tenten op aan Boschkamp. Wat -toen nog van veldgewas en struikhout was overgebleven -werd door dezen buit gemaakt, de stroodaken zelfs bleven -niet gespaard. Den 15 derzelfde maand keerden van de -eerstgemelde de cavaleristen terug en legerden aan de -Zandheuvels die Steyl van Tegelen seheiden; overal brachten -zij de schandelijkste verwoestingen aan en vertoefden -langer dan eene gansche week. Eene herbergierster, te -Steyl, werd bij die gelegenheid ter oorzake van moeijelijkheid -bij betaling, in haar eigene woning vermoord. -Dit leger bestaande uit 10,000 manschappen voerde eene -kudde ossen met zich van minstens 1000 stuks. Deze -moesten gevoed worden, en nu, als zich licht laat denken, -verdween letterlijk alles uit het veld tot zelfs de opschietende -rogge en tarwe. Den 27 Juli, alzoo twee maanden<span class="pagenum"><a id="Page_27"></a>[27]</span> -later, keerden de overigen van Rouflers leger terug -onder het opperbevel van den hertog van Bourgondië. -Zij moesten te Tegelen overnachten. Het voetvolk zocht -plaats in het broek en aangrenzende bosschen, terwijl de -kale weilanden en velden, de ledige schuren en stallen -door de ruiters werden ingenomen. Ook kwamen op den -29 Juli, de Brandenburgsche troepen alhier, namelijk toen -het zich gold het fort St. Michaël te bestormen.</p> - -<p>1703. Op deze droevige tijden, volgde gelukkig een -allervruchtbaarst jaar. De meergenoemde pastoor Bongaerts -noemt 1703 »annus fertilissimus in campis et -pratis, in vineis et hortis,” een jaar zeer vruchtbaar -zoowel wat veld en weiland, als wat vruchtboomen en -kruiden betreft, en hij laat volgen: »crijgh en brandt, -segent Got met voller handt.”</p> - -<p>1712. De reeds vroeger gemelde aartsdiaken, graaf -Ferdinand Maximiliaan Van Berlo, deed in 1712 andermaal -eene kerkvisitatie ten onzent. Bevindende dat de pastoor -van Tegelen zeer ontriefd was geworden door de scheiding -van Belfeld, beval hij dat het plaatselijk bestuur zich te -dien aanzien zoude wenden tot de keurvorstelijke regeering -van Dusseldorp. Ook gebood hij den Heer van Holtmolen, -Baron Van Hunt, het middenschip der kerk in -behoorlijken staat te brengen, en voorts den benoodigden -olie voor de godslamp te verschaffen, waartoe genoemde -baron als collator en bezitter der meeste groote -tiende, verplicht was. De overige tiendenaars, werden -mede ernstig aangespoord om fe zorgen voor de herstelling -van den toren en de zijpanden der kerk, welke taak -sinds eenigen tijd ten onrechte der kerkfabriek was opgedrongen -geworden<a id="FNanchor_32" href="#Footnote_32" class="fnanchor">[32]</a>.</p> -<p><span class="pagenum"><a id="Page_28"></a>[28]</span></p> -<p>1718. Op het jaar 1718 treffen wij den Baron <i>de -Wittenhorst</i>, als keizerlijke Postmeester; (magister postarum;) -en in 1720 <i>Balthasar von Rees</i>, als Postbestierder; -(officialis postarum).</p> - -<p>Hieruit maken wij op, dat de van oudsher alhier bekende -<i>paarden- en brievenposterij</i>, ten minste dagteekent van -den beginne der vorige eeuw. Latere postdirecteuren -alhier waren Wilhelm <i>Franssen</i> in 1714, Jacob <i>Franssen</i> -in 1785 en laatstelijk Gaspar <i>Franssen</i>.</p> - -<p>Het grootsche gebouw, dat van 1730 tot aan de Fransche -revolutie tot posterij diende, is gelegen in de kom -der gemeente en wordt voortdurend het <i>Posthuis</i> genoemd. -Het is thans het eigendom van den Heer L. Gitmans -wethouder.</p> - -<p>De briefwisseling werd onderhouden door courriers te -paard. Een uit Arcen kwam hier geregeld de brieven afhalen -die voor Nijmegen bestemd waren, terwijl een ander -uit Dahlem de brieven van hier medenam naar Gulick. -De paardenposterij had hier acht paarden in dienst; doch -dikwijls ook moesten de boeren, tegen bezoldiging, eenige -diensten verrichten met het aanspannen van benoodigde -hulppaarden. In 1800 verlegden de Franschen onze briefposterij -naar Venlo, terwijl in 1812 ook de paardenposterij -derwaarts verplaatst werd. Nimmer was de paardenposterij -zoo druk in de weer als op het laatst van het -Fransche keizerrijk<a id="FNanchor_33" href="#Footnote_33" class="fnanchor">[33]</a>.</p> - -<p>1735. De pastoor van regelen Heer <i>Nicolaas Smeets</i>, -heeft over het jaar 1735 het volgende ingeboekt: »In dit -jaar sijn geweest dry groote plaegen te weten: Hagelslagh, -waerdoor over de halfscheidt der vruchten sijn beschaedigt; -deze kwam ten tijde dat de rogge voor een groot -<span class="pagenum"><a id="Page_29"></a>[29]</span>deel gemaijt was. Daerna is gevolgt hevige windslach, -en toen overvloedighe regen, waerom ick genoodzaakt -ben geweest de tienden door pachters voor kaef en stroo -laten in te vaeren. Voor wat ick heb getrokken hebben -sij gedorsen omtrent veertien dagen, want hebben sovele -dagen eenen dorser naer Belfeld gesonden, denwelken -ick selfs betaelt heb veor iederen dag 9 stuiver en -darenboven is mij opgedrongen, dat ich voor dien -dorser moest missen: een cop vruchten daags, wesende -soveel als kostgeld; hetwelck in het toekomende niet -mag geschieden, want die dorser werkt voor de pachters.”</p> - -<p>1740. Nog verhaalt hij, hoe in 1740 een lange en allerstrengste -winter heerschte. De Maas zette zich dicht den -9 Januarij om eerst den 12 Maart los te breken. Daarna -viel nog in de maand Mei overvloedige sneeuw, zoodat -de rivier verscheidene reizen hare bedding verliet. En -wij noemen 1840 het koud jaar!</p> - -<p>1745. In de jaren, die den vrede van Aken voorafgingen -(1748) en gedurende welke de keizerskroon aan -Maria Theresia werd betwist, had Tegelen meer dan ooit -door overlast van krijgsbezetting te lijden. Wat wij daaromtrent -laten volgen is getrokken uit de breedvoerige opgaaf -van den schepen en postmeester Wilm Franssen, met het -doel om van de keurvorstelijke regeering schadeloostelling -te bekomen<a id="FNanchor_34" href="#Footnote_34" class="fnanchor">[34]</a>. Van de bondgenooten waren het vooral -de Engelsche, de Hollanders en de Hanoveranen, die ons -lastig vielen. In den zomer des jaars 1745 bleven zij -gedurende zeven weken alhier kamperen. Op het huis de -<i>Munt</i> waren gedurende drie dagen gelogeerd de Engelsche -generaal, Milord <i lang="en" xml:lang="en">Rothes</i>, benevens hofmeester en secretaris, -en nog twaalf bedienden met even zoovele paarden. -<span class="pagenum"><a id="Page_30"></a>[30]</span>Gedurende 42 dagen vertoefden aldaar de generaal-en-chef -van het Hanoveraansch leger, met name <i lang="de" xml:lang="de">Von Somerfeld</i>, -ook met hofmeester, secretaris en al wat bij een hoofdkwartier -behoort, zoodat het geheele kasteel al dien tijd -tot hunne beschikking stond. Nog verbleven een paar dagen -op de Munt de Engelsche generaal <i lang="en" xml:lang="en">Okdon</i> 40 knechten en -14 paarden, en de Hanoversche generaal <i lang="fr" xml:lang="fr">Montigné</i> met -15 paarden, gedurende 40 dagen. Tusschen beide kwamen -zich aldaar nog vestigen de Hollandsche generaal Glinstrà -met twee luitenants, de Engelsche generaal graaf van -<i>Albermarle</i> en de Hanoversche generaal <i lang="de" xml:lang="de">Hamerstein</i> met -een groot gevolg van ruiters. Voor den eigenaar van de -Munt waren de gedane onkosten en geleden schade geraamd -op 370 Rijksdaler. Het huis <i>Holtmolen</i> had 42 -dagen lang geherbergd den Hanoverschen generaal <i lang="de" xml:lang="de">Drûckleben</i> -met diens zoon, eenige adjudanten en een twintigtal -bedienden met 30 paarden. Nog hebben aldaar gelogeerd -gedurende drie dagen, de Engelsche generaal <i lang="en" xml:lang="en">Ligonies</i> -met eenige adjudanten en 20 knechten. Voor den Heer van -Holtmolen was eene rekening opgemaakt van 135 R. daler. -Bij <i>Wilm Franssen</i> vertoefden zes weken zekere <span lang="de" xml:lang="de">Brùckmann</span>, -generaal van een Hanoversch regiment, met zijn -zoon, den kapitein en verscheidene bedienden met 40 -paarden. De rekening voor <i>W. Franssen</i> beliep 156 R. -daler. <i>Jacob Canoy</i> had 40 dagen lang ter inkwartiering -een’ Hanoverschen generaal en een’ cipier, en 42 paarden; -de kosten werden berekend aan 126 daler. Op -<i>Bosserhof</i> verbleven zeven weken lang de generaal <i>van -Vrede</i> met acht bedienden en 27 paarden; onkosten geschat -op 115 daler. <i>Leonard Van Dijk</i> kreeg 42 dagen -ter inkwartiering twee Hanoversche majoors, vier trompetters -benevens 16 knechten met 21 paarden; onkosten: -114 daler. Bij <i>Wilm op Kleef</i> bleven zeven weken de<span class="pagenum"><a id="Page_31"></a>[31]</span> -Hannoversche kolonel <i>van Harderberg</i> met 15 knechten; -onkosten 90 daler. Bij <i lang="en" xml:lang="en">Joan Engels</i> een generaal-adjudant -der Engelschen met verscheidene bedienden; onkosten -70 daler. Een oberauditeur der Hannoveranen woonde -eenigen tijd bij <i lang="fr" xml:lang="fr">Elias Bourgondis</i>, die daarenboven vele -zaken geleverd had aan de Hollandsche troepen, wanneer -deze over de heide naar Venlo rukten; kosten gewaardeerd -aan 50 d. Aan <i>Jan van de Speelhof</i> kwamen van wege -het Hannoversch lazareth gedurende 42 dagen, 54 daler -toe. Aan <i>W. van der Coulen</i> wegens eene vrijpartei, die -wacht hield, eene Hannoversche ordinance en 18 sergeanten, -beliep 44 daler. Een kwartiermeester der Hannoveranen -met knechten waren 42 dagen bij <i>Pet. Fegers</i>; daarvoor -33 daler opgegeven. <i>Jan op Kleef</i> gaf onderdak aan vier -Engelsche luitenants, vier ammunitie-aanvoerders en eene -marketenster met twee knechten, onkosten 45 daler. Bij -<i>Paulus Theeuwen</i> logeerden de Hannoversche majoor Piquord -met zes bedienden en 22 paarden gedurende zes weken, -onkosten 52 daler; bij <i>Hubert Thijssen</i>, logeerde een’ -veldpostmeester van de Engelschen met 10 paarden, -benevens een’ opperkwartiermeester, gedurende zes weken, -onkosten 53 daler. <i>Gerard Märts</i>, moest zijne woning -afstaan en verhuizen voor een Hannoversch obrist-luitenant, -waarvoor berekend werden 34 daler. Zoo waren er nog -vele anderen in Tegelen, die aldien tijd kost en woning -moesten verschaffen aan de troepen. De Hollandsche en -Hessische soldaten hadden minder hinder gebracht. De -slotsom der onkosten van deze inkwartiering beliep 6684 -<i>Rijksdaler</i>. De schade veroorzaakt aan veldvruchten, huizen, -houtgewas enz., alsmede de onkosten der leveringen voor -manschappen en paarden gaven een totale rekening van -niet minder dan 26338 daler. Wij hebben niet kunnen<span class="pagenum"><a id="Page_32"></a>[32]</span> -achterhalen, in hoever hieraan door de Hooge Regeering -is voldaan geworden. Deze rekening werd opgezonden -in 1755.</p> - -<p>1749. Den 7 Juli 1749 werd te Bruggen aan een groot -getal parochianen van Tegelen het H. Vormsel toegediend.</p> - -<p>Bescheiden van latere dagteekening houden in, dat dit -H. Sakrament aan onze parochianen nog werd toegediend: -den 5 Januari 1817, door Caspar Maximiliaan, bisschop -van Jericho, i. p. i. te Hinsbeck aan 203 vormelingen; -in 1829, den 24 Juni, door den bisschop van Munster -te Kaldenkerken aan 185; in 1831 te Venlo door Corn. -Van Bommel, bisschop van Luik, aan 79; in 1836, den -19 October, te Tegelen door denzelfden aan 130 personen. -Wijders in 1842 den 13 October, door J. A. Paredis -bisschop van Hirenen, i. p. i. te Venlo aan 80; in 1849 -den 17 October te Venlo aan 103; in 1855 ook te Venlo -door denzelfden, toen bisschop van Roermond, aan 90. -Nogmaals in 1860 te Venlo aan 112; in 1867 te Tegelen -den 22 October aan 120, en laatstelijk den 7 October -1873 te Venlo aan 98 vormelingen.</p> - -<p>1758. Wilm Kamp, schout te Tegelen, diende in dit -jaar een verzoek in aan den veldoverste Callignon die -zich te Beesel bevond, dat deze toch maatregelen zou nemen, -om Tegelen te ontlasten van de husaren, welke hier -voortdurend patrouilleerden; of althans met behoorlijke -macht en gezag herwaarts zou komen, om de tucht en -de rust onder de soldaten te herstellen. Peter Dings, -die met dit smeekschrift was belast, werd onder weg -door vier zwarte husaren aangevallen, van zijn lastbrief -beroofd en met verscheiden doodelijke wonden overdekt.</p> - -<p>1766. Door Karel d’Oultremont, Prins-bisschop van Luik, -was in Januari 1766 een schrijven uitgevaardigd, waarbij -het <i>veertigurengebed</i> en de <i>gedurige aanbidding</i> van het<span class="pagenum"><a id="Page_33"></a>[33]</span> -Allerheiligste Sakrament werden ingevoerd. De gedurige -aanbidding wordt alhier sinds dien den 14 Maart, en het -veertigurengebed sedert 1767 gedurende de Kerstdagen -gehouden.</p> - -<p>1773. Te verwonderen is het niet, dat onze gemeente -na de reeks van woelige krijgsjaren, onder zedelijk oogpunt -veel geleden had. Eene verordening van den 7 -October 1773 uit Bruggen aan het bestuur van Tegelen -gezonden, duidt aan, dat in deze jaren jammerlijke buitensporigheden -plaats vonden, die de rust en de veiligheid -der ingezetenen stoorden. Daarin wordt onder anderen -gezegd: »dat de voorstand van Tegelen zal bevel -geven, dat de nachtwachten gestadig geschieden en bij -voorvallen gelijk sinds eenigen tijd zelfs, tot rust en zekerheid -der burgers, dienen verdubbeld te worden. Alzoo -wordt bij dezen aan het gemeentebestuur de taak opgedragen -om aanhoudend eene patrouille van twaalf goed -gewapende mannen aan te stellen, op boete van 25 R. -daler, tot nadere ordonnantie. Een ieder moet op zijne -beurt van deze wacht deel maken op straf van 12 R. daler. -Elke nachtzwerver, of wie eenig misdrijf pleegt, of iets -doet, wat gevaarlijk of nadeelig is voor de ingezetenen, -zal ten strengste bewaakt, en bij verkenning in hechtenis -genomen worden. De raad van Tegelen wordt voor de -uitvoering dezer bepalingen verantwoordelijk gesteld. Gegeven -te Bruggen den 7 October 1773, was geteekend:</p> - -<div class="right"> -»<span class="smcap">J. L. Dortans</span> secretaris.<br /> -</div> - -<p>Allezins geloofwaardige personen verhalen dat te dezen -tijd een gevaarlijke bende vreemde nachtzwervers zich -ophield, in de nabijheid van Hulsterhof. Deze met moordtuig -gewapende roovers drongen des nachts niet alleen de -huizen binnen en namen er mede, wat hun onder de -hand viel, maar ontzagen zich ook niet schandelijk te<span class="pagenum"><a id="Page_34"></a>[34]</span> -mishandelen allen, die zich durfden verweren, of hun -hun hinderlijk toeschenen. Hun aanvoerder noemde men -<i>Hinke de roover</i>. Zou dit feit niet aanleiding kunnen gegeven -hebben tot bovenstaande verordening?</p> - -<p>Den 18 December van voormeld jaar verscheen ook, van -wege den landrath van het ambt Bruggen, eene circulaire, -waardoor op straf van 10 R. daler boete, een juiste en -spoedige opgaaf werd gevorderd van den veestapel in elke -gemeente. Alstoen werden hier bevonden: 34 paarden, 83 -koeien, 47 runderen, 312 schapen, ossen geene. De -Postmeester W. Franssen onderhield drie paarden. Twee -paarden vond men op de pachthoeven, Hanert, Wambach, -Bosserhof, Linksterhof en Merterhof. Op Hanert waren -50, bij den akkerman Pet. Paulussen 80 schapen; de -overige bij verschillende. Thans is het getal paarden, -koeien enz. verdubbeld; schapen zijn er minder, doch -hierentegen worden op het oogenblik meer dan 400 geiten -onderhouden.</p> - -<p>1780. Sedert anderhalve eeuw was te Tegelen de lands-contributie -(churfürsterliche steuer) slechts 50 daler gestegen; -zij bedroeg in 1780 de som van 157 daler 3 albus -en 8 helder.</p> - -<p>De uitschrijving meldt onder anderen: »Hijrin geft den -Heere baron van Hunt van Mevrouwe de Metternich: -</p> - -<div> -<table class="left" summary=""> -<tr> -<td class="right"></td> -<td>12</td> -<td class="center">R. d.</td> -<td>63</td> -<td class="center">alb.</td> -<td>2</td> -<td class="center">hel.</td> -</tr> -<tr> -<td class="right">Von demselbsten:</td> -<td>13</td> -<td class="center">—</td> -<td>62</td> -<td class="center">—</td> -<td>6</td> -<td class="center">—</td> -</tr> -<tr> -<td></td> -<td colspan="6" class="toprule"></td> -</tr> -<tr> -<td class="right">facit</td> -<td>26</td> -<td class="center">—</td> -<td>25</td> -<td class="center">—</td> -<td>8</td> -<td class="center">—</td> -</tr> -</table> -</div> - -<p class="noindent"> -Welcke 26 R. d. enz. syn het sesde deil van de gansche -contributie. Den rechten aenslag des kerspels Tegelen is: -die 14 stuver betaelt heeft een morgen landt. En is geschiet -wegen den orlogh om te verschonen de ganse -gemeynte, want in cas sy soude moeten betaelen correct, -soude de geheele gemeynte geruineert syn”.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_35"></a>[35]</span></p> - -<p>Tusschen de gemeentebesturen van Kaldenkerken en -Tegelen was oneenigheid gerezen aangaande eenige gronden -op de grenzen gelegen. Dit geschil werd in 1780 te -Dusseldorp voor het gerecht gebracht, en eindigde met -het verdrag: dat onze gemeente in bezit dier gronden kon -blijven, mits zij 30 daalders wegens proceskosten, en 49 -daalders voor het verkrijgen van eigendomsrecht zou storten<a id="FNanchor_35" href="#Footnote_35" class="fnanchor">[35]</a>.</p> - -<p>1785. De ingezetenen van Belfeld, welke gemeente -tot de Vereenigde Nederlanden behoorde, hadden in ’t -jaar 1785, bij den Hoogen Raad te Venlo, eene beslissing -uitgelokt omtrent het geschil betreffende hunne pastorij -en die van Tegelen. De Raad besloot den 30 Mei van -genoemd jaar, dat de pastoor van Tegelen voortaan 400 -gulden zou genieten, mits hij en de Heer van Holtmolen -zouden instaan voor eene herbouwing van de pastorij te -Belfeld. Dit bracht echter geen einde aan de zaak<a id="FNanchor_36" href="#Footnote_36" class="fnanchor">[36]</a>.</p> - -<p>1788. Bij besluit van den 12 October 1788 van wege -den keurvorstelijken raad van Bruggen, werd goedgekeurd -en bekrachtigd eene overeenkomst, gesloten tusschen den -tijdelijken pastoor van Tegelen met name Pet. Eskens en -het plaatselijke bestuur, samengesteld uit de Heeren: Jan -Goossen en Jan Denessen schepenen, wijders Gaspar Franssen, -Gaspar Ronck, Gerard Ter Poorten, Barth. Vaessen, -Herman Rievers en Wijnand Gubbels. Deze overeenkomst -bestond daarin, dat voortaan de dienstdoende pastoor de -tegenwoordige woning rustig in bezit houden en de gemeente -de lasten van onderhoud dragen zou; dat de -pastoor verder het vrije genot zou hebben van de aan -de pastorij grenzende kamp, tuin, boomgaard en weide, -alsmede van het slaghout en weide, anderhalven morgen<span class="pagenum"><a id="Page_36"></a>[36]</span> -groot, gelegen aan den berg. Hiertegen werd voorbehouden, -dat het gemeentebestuur voortaan vrij kon beschikken -over alle landerijen welker tienden of renten tot -hieraan gestrekt hadden tot competentie van den pastoor, -zijnde nagenoeg 56 morgen. De gemeente verplichtte zich -daarenboven nog aan den pastoor tot onderstand jaarlijks -uit te keeren 250 Rijksdaler. Hoe dit werd nagekomen, -zullen we nader zien.</p> - -<p>1790. Langen tijd was niets meer, zelfs niet het noodzakelijke, -aan onze kerk verricht. De schuld lag deels aan -de onrustige tijden, deels ook aan het verzuim der tiendenaars, -die zulks in last hadden. Wij vinden onder -anderen vermeld, dat sedert meer dan tien jaren de groote -of bannaalklok, onbruikbaar was geworden, en dien ten -gevolge sommigen te laat, sommigen te vroeg, en zeer -velen niet ter kerke kwamen. Het kerkbestuur had over -weinige middelen te beschikken. Daar intusschen de finantieëlen -toestand der gemeente gunstiger was geworden, -verkreeg het bestuur machtiging om 100 R. daler aan de -noodige herstellingen der kerk te Tegelen te besteden. -Deze herstellingswerken geschiedden in 1790 en 1791.</p> - -<p>Thans zijn wij het tijdstip van groote veranderingen op -elk gebied, dat der Fransche revolutie, genaderd. De -eerste verschijning der Franschen ten onzent geschiedde -in 1790, toen de generaal <i>Compaire</i> stadswaarts toog. Hij -deed eene brug van pontons over de Maas slaan; men -herkent hiervan nog de sporen op de oevers der rivier -tegen over Tegelen.</p> - -<p>1794. In October van het jaar 1794 kwam generaal -Moreau met een ontzaglijk leger tot voor Venlo. De -brigaad-generaal Laurent sloeg zijn hoofdkwartier te Tegelen -op. Het hevige geschut van de stadswallen dwong -hem de opgeslagen brug te verleggen tot boven Tegelen<span class="pagenum"><a id="Page_37"></a>[37]</span> -aan den zoogenaamden Paulussenweert. In den nacht van -9 op 10 October werden op zijn bevel verscheidene batterijen -opgeworpen nabij den Roskam, om alzoo de toenadering -van den vijand op Tegelen te beletten. Nu ving -Laurent met een korps van 5000 man de belegering der -stad aan.</p> - -<p>De overgaaf van Venlo geschiedde den 26 October 1794. -Dit jaar wordt genoemd het jaar III der Fransche republiek, -de 26 October is de 5 Brumaire. Na drie dagen waren de -Hollandsche troepen uit Venlo en omstreken verdwenen.</p> - -<p>1795. Door de wet van 1 October 1795 werden onze -streken bij het departement der Nedermaas (Meuse-Inférieure) -ingelijft met Maastricht tot hoofdstad. Het schepengerecht -van voorheen werd ingetrokken en vervangen -door een <i lang="fr" xml:lang="fr">conseil municipal</i> met een maire (meijer) aan het -hoofd. Dit bestuur was in voormeld jaar samengesteld uit: -Antoon Thijssen, maire, Gerard Ter Poorten rekenmeester, -Peter Beekmans, P. Peeters, Jan Denissen. Onder kerkekelijk -opzicht bleef Tegelen wat het was tot in 1801, -toen echter werd het bij het bisdom van Aken gevoegd. -Alle broederschappen, beneficiën, gilden enz. werden -sinds 1795-1796 domein verklaard. Onder het Fransche -<i>directoire</i> van 1795 tot 1799 had Tegelen veel te -verduren door het heen en weer trekken van regimenten -en door zware inkwartiering. De schatheffing was ook verpletterend; -Tegelen moest in dezen tijd opbrengen: 1471 -franken. Te Venlo en te Belfeld waren intusschen ook de -kerkelijke diensten verboden. Van 1797 tot 1799 moesten -velen van genoemde parochiën te Tegelen de H. H. Sakramenten, -Doopsel en Huwelijk komen ontvangen en -het H. Misoffer bijwonen.</p> - -<p>1804. Den 18 Mei 1804 werd Napoleon tot Keizer uitgeroepen. -Hij trok door Tegelen den 12 September van<span class="pagenum"><a id="Page_38"></a>[38]</span> -dat jaar, en kwam van Venlo. Na in 1809 in Oostenrijk -en Duitschland overwinning op overwinning behaald te -hebben, wilde hij in 1812 ook Rusland bedwingen. Al -wie wapenen kon dragen werd opgeeischt. Wij hebben -meer dan eenen hooren verzekeren, dat lotelingen uit ons -vaderdorp tot tweemaal toe, tegen hooge bezoldiging, -een plaatsvervanger hadden aangewezen, en niet te min, -ten koste van hun leven, persoonlijk moesten optreden. -Slechts weinigen ontkwamen aan de felle koude en ontberingen -in Rusland.</p> - -<p>1814. In het jaar 1814 den 9 April, alzoo in hetzelfde -jaar en dezelfde maand, dat Napoleon I als banneling -naar het eiland Elba werd verwezen, had te Tegelen -een gedenkwaardig voorval plaats. De Franschen, die -te Venlo door de geallieerden belegerd werden, deden -tegen den middag eenen uitval om zich te Steijl meester -te maken van een magazijn, dat, voorzien van levensmiddelen, -bestemd was voor de vesting Wesel. Deze goederen -waren te Steijl gelost wijl een bende Kosakken -aan deze zijde van den Rijn den doortocht onveilig hadden -gemaakt. Reeds was de Fransche krijgsmacht, vergezeld -van grof geschut, over de Hoogstraat genaderd tot voorbij -het pastoreele huis, toen men eenklaps vernam, dat de -vrijwillige jagers van Berlijn den berg waren afgedaald -en zich in tirailleurs vertoonden op het Betenveld bij -de kerk. De Franschen trokken spoedig naar het dorp -tot voor het Posthuis; een tambour beklom een heuvel -en sloeg alarm; doch nauwelijks had hij den trommelslag -doen hooren of een Pruisische jager maakte door -een geweerschot diens trom onbruikbaar. Hierop drongen -de Franschen door tot op het kerkhof, en tusschen de -kerkhofmuren verschanst, richtten zij een hevig vuur op -de Pruisische jagers. Deze naderden evenwel al meer en<span class="pagenum"><a id="Page_39"></a>[39]</span> -meer, zoodat de Franschen goedvonden terug te trekken -en wijl de poorten toevallig gesloten waren, over den muur -de vlucht te nemen. Gekomen tot op den alden mert, -vonden zij zich gedekt door twee veldstukken, doch bij -het lossen daarvan werden wel boomen in den Meulenpas, -maar geen Pruissen getroffen. Zekere Hendrik Roemen uit -Tegelen werd bij deze eerste ontmoeting door een’ kogel -ernstig getroffen: hij werd door den pastoor Freybenter -bijgestaan doch het bleek, dat de ontvangene wonde niet -doodelijk was. De terugtocht der Franschen naar Venlo, -werd langzaam bewerkstelligd, tot dat eensklaps tegenover -den Links de Pruissen een geweldig vuur op hen losbrandden; -verscheidene Franschen sneuvelden; de overigen -vluchtten eerst in de richting naar de Maas, vervolgens -langs de Wilderbeek naar Venlo.<a id="FNanchor_37" href="#Footnote_37" class="fnanchor">[37]</a> In de verte hadden -zich ook eenige Kosakken die te Belfeld gekampeerd waren -vertoond, doch hebben, naar het schijnt, geen deel aan -den strijd genomen. Een oberjager der Pruissen werd -achter een’ boom door een kogel gedood. Toen de pachter -van Mertenhof dezen stervenden man naar het dorp -voerde, loste deze nog morrend tegen de Franschen -zijne geladen karabijn. Van dit gevecht waren P. J. van -Dinter en vier missedienaars de onvoorzichtige ooggetuigen -van uit de klankgaten des torens. De toenmalige koster -en onderwijzer heeft dit gevecht in een lied bezongen dat -later nog langen tijd bij kermissen en volksfeesten heeft -dienst gedaan.</p> - -<p>’s Anderendaags, zijnde Paaschdag, voerden de Pruissen -het magazijn met den inhoud naar Wachtendonck. De maire -W. Kamp, de adjunct M. Thyssen en de kanunnik B. Canoy -werden te dier oorzake naar Gelder in verhoor geroepen, -alwaar ze zeer hoflijk bejegend werden.</p> -<p><span class="pagenum"><a id="Page_40"></a>[40]</span></p> -<p>Om op de Kosakken terug te komen, thans nog levende -personen geheugen het zich, hoe dit volk dagelijks ons dorp -doortrok, om vôór zonnenopgang te bespieden of er geen -Franschen uit Venlo opdaagden. Eenige Franschen hiervan -bewust, hadden zich op zeker vroegen morgen in de -herberg de <i>Driekroonen</i> verscholen. Toen nu de Kosakken -als naar gewoonte aan den kastelijn de vraag stelden -<i>nikski de fransouski?</i> schoten de Franschen door deuren en -vensters op hen en namen een’ der vluchtenden gevangen, -dien zij onder veel pret en gejuich naar Venlo -leidden. Het kan overigens niet ontkend worden, dat deze -Kosakken hun kamp goed bewaakten en den Franschen -nog al zorg en moeiten baarden. Zij hielden flink wacht, -en hadden op onderscheidene punten vedetten uitgezet, -die hun van alles verwittigden; onder anderen stond er -eene op den zoogenaamden Bergel en eene andere op de -heuvels nabij de Mergelstraat, die nog heden Kosakkenberg -heet. Op zekeren dag trachtte een Fransche kolonne, -die ’s nachts over Blerick en Baarlo te Kessel de Maas overtrok -de Kosakken langs Schelkensbeek, tusschen Reuver -en Belfeld, in den rug te vallen; doch in de verte ontdekt -zagen deze zich genoodzaakt in aller ijl de vlucht te nemen -naar de Brachter bosschen. De Kosakken waren bijzonder -knappe ruiters, maar ruw en onbeleefd. Jenever met peper -was hun geliefkoosde drank; van de vrouwen rokken, -die zij hier en daar opdeden, bedienden zij zich als -van doelmatige mantels zonder mouwen.</p> - -<p>1815. Tegelen was van 1814 tot 1816, ter oorzake -van een verkeerde uitlegging van het Weener tractaat -aan Pruissen onderworpen gebleven; desniet tegenstaande -namen nog dikwijls Fransche troepen hier den doortocht -op hunne reis naar hun vaderland. De laatsten daarvan -behoorden tot de bezetting van Hamburg, in 1815, toen<span class="pagenum"><a id="Page_41"></a>[41]</span> -de geallieerden Parijs reeds hadden ingenomen. Een twaalftal -jongelingen van Tegelen werden in voornoemd jaar -door de Pruisische regeering tot den krijgsdienst opgeroepen -en bij de landwehr ingelijfd om des noods tegen -Frankrijk op te trekken<a id="FNanchor_38" href="#Footnote_38" class="fnanchor">[38]</a>.</p> - -<p>1816. De groothandel op Steijl verontruste destijds onze -stadsnaburen. Toen Koning Willem I den 7 Juni 1815 Venlo -bezocht, stelde hij de gemoederen aldaar gerust, met de -verklaring, dat eene omwisseling van gemeenten in onderhandeling -was tusschen Pruissen en Nederland. Werkelijk -den 18 Maart 1816 werd onze gemeente door ruiling tegen -eene plaats nabij Aken, bij het koningrijk der Nederlanden -gevoegd. Toen in dit jaar, bekend onder den naam van -<i>natjaar</i> schier alle vruchten mislukten, en het <i>duurjaar</i> -1817 daarop aanbrak, waren de prijzen der levensmiddelen -uitermate gestegen. De tarwe klom in prijs tot 90, de -rogge tot 72, de gerst tot 54, de haver tot 46 en de aardappelen -tot 36 kl. gulden het malder. Er werd dan ook in -die dagen meer haver dan tarwe of rogge tot brood gebakken.</p> - -<p>1820. In weerwil van den overlast der aanhoudende -militaire doortochten, had de gemeente tot dusver geringe -schulden gemaakt. Zoodra de vrede gekomen was en men -een normaal budget kon opmaken, was men er op bedacht -om de gemeente eigendommen te doen afmeten en een deel -daarvan tot dekking der schuld te verkoopen. In 1820 -beliep deze schuld eene som van 8652, 40 N. gulden. -Deze zijn in eens tot genoegen der schuldeischers, die -meestal aankoopers waren van gemeentegronden, gedelgd. -De verkooping geschiedde den 6 November.</p> - -<p>1822. Op bevel van den vicaris-generaal van het bisdom -Aken, waartoe Tegelen sedert 1801 behoorde, moest den<span class="pagenum"><a id="Page_42"></a>[42]</span> -10 Januari 1822 eene kerkfabriek opgericht worden; deze -werd samengesteld uit Mathias Houba president, Cornelius -Beekmans, Joan. Peeters, Wilm Kamp, Christiaan Janssen -en Jozef Orths pastoor.</p> - -<p>Over het algemeen mogen de jaren, die men hier »den -eersten Hollandschen tijd” noemt, voor Tegelen gelukkig -heeten; want zooals wij nader breedvoerig zullen aanmerken, -waren er handel en nijverheid in vollen bloei.</p> - -<p>1830. In 1830 brak de Belgische omwenteling uit. Den -10 November kwam het corps van den Belgischen generaal -Daine in Tegelen post vatten. Het bestond uit één bataillon -infanterie, anderhalve batterij Brusselsche artilleristen en -verscheidene compagniën vrijwilligers uit Luik, Mechelen -enz. Het garnisoen van Venlo geenen aanval vermoedende, -had verwaarloosd de stadspoorten te sluiten, zoodat een -vrijwilliger, A. Düfhous genoemd, met lossen toom, de stad -binnenreed. Hij zat echter spoedig achter slot. Nadat de -bruggen in allerijl opgehaald waren schoot, de artillerie -van de wallen op de Belgische troepen, die aan de Wilderbeek -gestationeerd waren. De twee eerste schoten velden -ook twee paarden neer. De Belgen trokken dien dag terug. -Een gedeelte hunner troepen logeerde op Tegelsch grondgebied, -de staf met generaal Daine bleef in het dorp. -Den 11 November gaf de stad, na eene overeenkomst -getroffen te hebben met den vijand, zich over, en Daine -nam bezit van Venlo. Van de Hollandsche soldaten kwamen -velen ’s anderendaags door Tegelen om te Ath in België -geinterneerd te worden.</p> - -<p>Ook te Tegelen werd in 1830 in de kom der gemeente -een vrijheidsboom geplant, die in 1867 weggeruimd, -door een’ jeugdigen lindenboom vervangen is.</p> - -<p>1831. Gedurende den beruchten tiendaagschen veldtocht -in 1831 moest ook alhier de garde-civique onder het geweer.<span class="pagenum"><a id="Page_43"></a>[43]</span> -Onze mannen daarbij ingelijfd, werden in de dorpen Helden, -Panningen en Meijel gecantonneerd. In dit jaar verscheen -eene compagnie vrijwilligers, staande onder het bevel van -den colonel Milisini, en bleef een’ gansche maand te Tegelen. -Onze inlijving bij België was slechts voorloopig; want -ingevolge het tractaat van Londen 22 Juni 1839 werd -Limburg voor het grootste deel aan Nederland teruggegeven. -Tegelen kwam toen bij het arrondissement Roermond en -het kanton Venlo. De tweevoudige rede, waarom men -aanvankelijk weinig genegenheid koesterde om wederom -Hollandsch te worden; was: de hoogstijgende belastingen -bij hoofdelijken omslag, »kopgeld” genaamd, en de -dienstplichtigheid der lotelingen ten getale van zeven elk -jaar, waaraan men sedert een tiental jaren niet meer -gewoon was.</p> - -<p>1840. Onder kerkelijk opzicht had de Fransche revolutie, -onze parochie, zooals we reeds aanduidden, gebracht onder -het bisdom van Aken. Tengevolge eener omschrijving der -Pruissische bisdommen door Paus Pius VII, liet de -vicaris-generaal M. W. Fonck van Aken, bij brieven van -den 28 Juli 1823 onzen pastoor J. Orths weten, dat -Tegelen wederom onder het bisdom Luik, alwaar de vicaris-capitularis -Barett toenmaals het bestuur in handen had, -terugkeerde. Deze toestand duurde tot 12 Juli 1840, toen -koning Willem II een nieuwe regeling van Paus Gregorius -XVI goedkeurde. Hierbij werd bepaald, dat bij het apostolisch -vicariaat van Limburg (thans bisdom Roermond) zouden -behooren, alle Limburgsche steden, die vroeger tot -Luik behoord hebben, mede de parochiën Tegelen, Velden, -Arcen, Herkenbosch Melick en Well; alsnog die van -Afferden, Bergen, Gennep, Heijen, Middelaer, Mook en -Ottersum, tot dusver onder het vicariaat van Grave, en -eindelijk de parochiën der kantons Horst en Sittard.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_44"></a>[44]</span></p> - -<p>1847. De felle en late vorst des jaars 1847 trachtte -men ook hier heugelijk te maken. Op Paaschmaandag reden -en zwenkten naar hartelust de schaatsenliefhebbers van, -Venlo, Tegelen en Steijl op het dikke Maas-ijs. Naast eene -tent waarin geschonken werd, had men zelfs eene gaarkeuken -op het bloote ijs opgericht; de schoon gekleurde -Paascheijeren vonden algemeenen aftrek.</p> - -<p>In Februari 1848 werd hier onder Gods zegen eene eerste, -in 1854 eene tweede, in 1866 eene derde en eindelijk in -1867 eene vierde H. Missie gegeven, door de Eerw. -Paters Redemptoristen.</p> - -<p>1854. Ten slotte zij nog vermeld, dat in den nazomer -van 1854, de cholera ziekte te Steijl uitbrak en binnen -weinige dagen negen slachtoffers ten grave voerde.</p> - -<p>1876. Toen Tegelen den 4 Januari 1876, dag waarop -tevens de nieuw benoemde herder F. R. Pennings plechtig -werd ingehuldigd, de eer genoot Z. D. H. Monseigneur -K. Claessens apostolisch vicaris van Batavia ter inwijding -van de vergrootte kerk, in zijn midden te ontvangen, konden -honderde toegesnelde vreemdelingen zich overtuigen, -hoe ons vaderdorp door kunstsmaak en eensgezindheid, in -slaat is bij dergelijke gelegenheden zelfs met grootere plaatsen -te wedijveren.</p> - -<p>Verdere merkwaardigheden der laatste tijden komen voor -in de nu volgende afdeeling.</p> -<hr class="chap" /> - -<div class="chapter"> -<p><span class="pagenum"><a id="Page_45"></a>[45]</span></p> - -<h2 class="nobreak" id="TWEEDE_AFDEELING">TWEEDE AFDEELING.</h2> -</div> - -<div class="blockquot"> - -<p>De pastorij en kapelanij te Tegelen; de pastorij -en kapelanij te Belfeld; het rectoraat te Steijl; -scholen, adellijke huizen, missiehuis, beurzen-stichtingen, -arm-wezen, gilden, feesten, handel -en nijverheid te Tegelen.</p></div> - - -<h3>§ I. De Pastorij.</h3> - -<p>Het bestaan van een pastoreel huis te Tegelen wordt -aangegeven door een stuk, waarin de pastoor in 1681 -verklaart: dat zijne woning met aanhoorigheden zoodanig -onderkomen is, dat bij wind en onwêer de vruchten zonder -te bederven niet meer geborgen kunnen worden, en derhalve -het bestuur uitnoodigt om de noodzakelijke herstellingen -aan te brengen.<a id="FNanchor_39" href="#Footnote_39" class="fnanchor">[39]</a> De pastorij werd andermaal -hersteld in 1753 alsmede in de jaren 1824-1825. In -dit laatste jaar werd een gedeelte der aangrenzende tiende-schuur -tot een ruime vreemden-kamer hervormd. Ook in -1872 zijn zeer doelmatige verbeteringen aangebracht, zoowel -binnen als buiten de pastorij.</p> - -<p>Tot in het jaar 1571 genoot de pastoor van Tegelen -vijftig malder tiendevruchten hoofdzakelijk rogge; maar -na de feitelijke scheiding van de St. Urbanus kapel te Belfeld, -ontving hij slechts de helft; namelijk 12 malder -rogge, 8 malder boekweit, 3 malder gerst en 1 malder -haver. Volgens opgave van den landmeter Peter Behet in -1743 bestond het eigendom der pastorij uit twaalf morgen -en zeven-en-dertig roeden bouwland. Doch eene opmeting -<span class="pagenum"><a id="Page_46"></a>[46]</span>van 1763 geeft aan: 1<sup>o</sup> Acht morgen lands, leverende een’ -jaarlijkschen pacht op van even zoovele malder rogge per -morgen, terwijl ook eenige grond voor de helft werd bebouwd. -2<sup>o</sup> Eenig slaghout met aangrenzend weiland, gelegen -aan den berg, en genaamd, »pastoorshout,” ter waarde -van jaarlijks 19 kl. gulden. 3<sup>o</sup> Verder genoot de pastoor -alstoen de kleine tienden, van vlas, winterzaad, lammeren -enz. enz. Krachtens het kerkelijk recht was de pastoor -vrij van landsschattingen en van het leveren van tienden. -Alleen betaalde hij jaarlijks aan de keurvorstelijke -regeering, voor Mei- en Herfstschat, 3 <i>raader albus</i> of 9 -stuiver. 4<sup>o</sup> Nog ontving de pastoor van het armbestuur -van Venlo jaarlijks 1 malder rogge, gevestigd op de hoeve -Hulstert.</p> - -<p>Ook deelde de pastoor in de opbrengst van den rondgang -in de Goede week, mits hij den koster op diens tocht -een medegezel toevoegde. Wegens de opgedrongen schattingen -werden den pastoor in 1668 voorloopig toegezegd: -50 kl. gulden uit de rijke revenuën der armenfondsen. -De middelen van bestaan van den pastoor te Tegelen, -zooals uit alle aanwezige stukken blijkt, waren nimmer -bevredigend. De maatregelen ter verbetering genomen in -1785-1786 en 1788 onder pastoor Peter Eskens, hadden -weinig of geen gevolg.</p> - -<p>Toen in 1815 Jos. Orths de parochie aanvaardde, genoot -deze van gemeentewege eene toelage van 500 franken. -Op aandringen van den Vicaris-generaal richtte hij een -smeekschrift tot Koning Willem I, en verkreeg dien ten -gevolge eene verhooging van ’s landstraktament voor zich -persoonlijk ten bedrage van 125 N. gulden. Intusschen trok -de gemeente de gemelde toelaag in Jan. 1819 weder in.</p> - -<p>Wij geven hier de lijst der bekende pastoors van Tegelen:</p> - -<p><i>Hendrik van Holtmolen</i> fungeerde als pastoor in 1433,<span class="pagenum"><a id="Page_47"></a>[47]</span> -en had, zooals reeds is aangestipt geworden, eene weide -verpacht, die te Odiliënberg gelegen was.</p> - -<p><i>Wilhelmus Weiss</i>. In eene rekening van 1639 wordt -vermeld, dat hij vroeger als pastoor te Tegelen stond. -Wellicht is hij het, die wijken moest voor den ketterschen -bedienaar, die hier was ingedrongen.</p> - -<p><i>Conrard Sären</i>, pastoor van 1637 tot 1671. Onder hem -beginnen de doop- trouw- en sterfregisters onzer parochie. -Hij onderteekent zich, gelijk aanvankelijk ook zijn opvolger, -als pastoor van Tegelen en Belfeld. Deze pastoor was lid -der Kruisheeren-orde. Zijn grafsteen, met het opschrift: -<i>Conrard Sären pastoor te Tegelen, overleden den 19 Sept. -1671</i>, is onlangs van het koor overgeplaatst naar het rechter -zijpand.</p> - -<p><i>Henricus Corneli</i>, benoemd tot pastoor den 9 Nov. 1671, -en overleden den 15 Augustus 1680. Wij vinden hem ook -genoemd <i>H. Corneli à Tets</i>, misschien wegens zijne afkomst -uit het dorp Tits bij Gulick. Na zijn dood stond de Kruisheer -Nic. Stals uit Venlo eenigen tijd alhier als deservitor. Hij -is hier jammerlijk verdronken. Toen volgde:</p> - -<p><i>Joannes Bongaerts</i>. Deze werd hier aangesteld den 1 Mei -1681 en bleef tot 1704; hij was daarna tot in 1723 pastoor -te Urdingen.</p> - -<p><i>Henricus Weuten</i> werd benoemd in September 1704, en -verliet Tegelen in December 1727, om te Cruchten bij -zijne familie zijn verdere levensdagen door te brengen. -Wij vernemen, dat hij aldaar in 1752 is overleden.</p> - -<p>Bijna een jaar lang bedienden de Kruisheeren van Venlo -de parochie. Joh. Heuts teekent zich herhaaldelijk als -deservitor.</p> - -<p><i>Nicolaus Smeets</i>. Deze zeer verdienstelijke pastoor, bestierde -bijna 40 jaren lang Tegelen met onvermoeiden ijver.<span class="pagenum"><a id="Page_48"></a>[48]</span> -Hij was aangesteld geworden in 1728 en stierf plotselings -te Neer op den 8 September 1767. Zijn stoffelijk overschot -ligt alhier begraven in den grafkelder onder het koor. Een -oom van dezen pastoor werd in 1751 in de kerk begraven -tegenover den preekstoel.</p> - -<p><i>Leonardus Timmermans</i> vroeger kapelaan te Horne, -werd benoemd, den 9 November 1767. Hij overleed den -2 September 1783. De landdeken Beek, pastoor te Ratheim, -had hem hier geinstalleerd.</p> - -<p><i>Petrus Eskens</i>, vroeger kapelaan te Breijel, werd tot -pastoor van Tegelen aangesteld in 1783, en overleed alhier -den 8 April 1805.</p> - -<p><i>Joannes Petrus Freijbeuter</i>, was geboren te Holtzweiler -bij Erkelenz; hij werd hier pastoor in den loop van 1805. -Men roemt zijn ijver en nauwgezetheid. Wegens verschillende -moeielijkheden trok hij zich in 1815 in zijne geboorteplaats -terug, en leefde nog tot 1844. Hij stichtte -een kapitaal fonds voor studenten, waaraan ook de Tegelsche -jeugd deel kan hebben, gelijk nader blijken zal.</p> - -<p><i>Josephus Orths</i>, geboortig uit Lobberich, en langen tijd -religieus in het Brigittijnenklooster te Kaldenkerken, verscheen -hier als pastoor in 1815 en overleed ten gevolge -eener beroerte den 7 April 1841. Zijne collega’s noemden -hem pater Matheus.</p> - -<p><i>Lambertus Mosk</i>, werd pastoor benoemd in April 1841 -na alhier 18 jaren kapelaan te zijn geweest. Geboren te -Ravenstein in 1804, overleed hij alhier den 28 Nov. 1864. -Hij bezorgde onzer kerk de relikwiën der H. Lucia,<a id="FNanchor_40" href="#Footnote_40" class="fnanchor">[40]</a> -en de statiën van den kruisweg.</p> -<p><span class="pagenum"><a id="Page_49"></a>[49]</span></p> -<p><i>Wilhelmus Beckers</i>, geboren te Well in 1822, priester -gewijd in 1845, was achtervolgens van 1845-1850 -kapelaan te Afferden; van 1850-1853 te Velden; van -1853-1859 te Gennep. Daarna van 1859 tot 1864 pastoor -in de nieuw opgerichte parochie te Ohe en Laak, en sinds -1864 pastoor te Tegelen. Aan hem heeft men het groote -en schoone kerkhof, in 1868 aangelegd, benevens de -herstelling en vergrooting der kerk in 1874-1875 -grootelijks te danken.</p> - -<p>Den 10 December 1875 werd deze zeer verdienstelijke -pastoor benoemd tot deken van Gennep, en opgevolgd -den 12 derzelfde maand door: <i>Franciscus Pennings</i>. Geboren -te Kessel in 1830, en priester gewijd in 1854, stond -deze laatste achtervolgens als kapelaan eenige maanden te -Blitterswijk, twee jaren te Wijk-Maastricht en voorts te Venlo.</p> - - -<h3>§ II. De kapelanij te Tegelen.</h3> - -<p>In 1540 reeds, gelijk vermeld is, was gezorgd voor -een dagelijksche H. Mis. Althans er bestond in de kerk -van Tegelen een beneficie aan het altaar van O. L. Vrouw. -Rector daarvan was, in genoemd jaar: <i>Bernard van Besel</i>; -doch deze was geen eigenlijke kapelaan die gezonden was -om den pastoor in zijne bedieningen bij te staan. In 1670 -en verdere jaren was <i>Joannes Schutjes</i> tot helper van den -pastoor dan eens hier en dan eens te Belfeld werkzaam. -Ten jare 1749 vermaakte <i>Gerret Engels</i> 400 patacons voor -H. Missen tot ondersteuning van een kapelaan. Bij gebreke -van dien titularis bleef de zorg van die H. Missen op den -tijdelijken pastoor berusten. Tot dusverre was er alzoo -nog geen kapelaan te Tegelen. Wel vinden we dat gedurig -na 1700, dan Kruisheeren, dan Minderbroeders uit -Venlo den pastoor op de Feestdagen, processiën enz. kwamen -bijstaan.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_50"></a>[50]</span></p> - -<p>Den 6 Maart 1806 boden burgemeester en kerkmeesters -met inwilliging des pastoors, een jaarlijksche toelaag van -500 franks, aan den Eerw. Heer J. Tiebosch opdat deze -des Zondags in de parochie-kerk de vroegmis met onderricht -zou doen; deze nam het aanbod aan; doch eerst in -1811 werd de Eerw. Heer Tiebosch van de Hoogere -geestelijkheid aangesteld. In 1816 verliet hij onze gemeente. -Terwijl destijds de Eerw. Heer kanunnik Bernard -Canoy te Steijl vertoefde, deed deze tot in 1818 de vroegmis. -Van toen af tot 1820 las de Eerw. Heer kanunnik -Ferdinand Mertens gewoonlijk de eerste H. Mis; doch deze -verliet Tegelen in genoemd jaar. Daar de noodzakelijkheid -van een tweede geestelijke in de parochie zich hoe langer -hoe meer deed gevoelen, deed de pastoor in dat zelfde -jaar de noodige stappen bij den generaal-vicaris van Aken -om een kapelaan te verkrijgen, doch zonder gevolg, wijl -er gebrek aan priesters was. Intusschen nam zekere Heer -van der Wielen deze betrekking waar. Eindelijk in Januari -1823 wendden zich burgemeester en pastoor tot den geestelijken -commissaris Claessen te Weert met verzoek om een’ -kapelaan te mogen hebben. Deze zorgde dat den 28 April -1823 de Eerw. Heer Lambertus Mosk alhier tot kapelaan -werd aangesteld.</p> - -<p>Omstreeks het jaar 1825 verkreeg de kapelaan van Tegelen -een landstractement van 500 francs, benevens een subsidie -van wege de gemeente. Het woonhuis voor den kapelaan -dagteekent uit 1840, en is door de gemeente gebouwd; het -is zeer aangenaam en gansch nabij de kerk gelegen.</p> - -<p>Als kapelaan dezer parochie deden dienst:</p> - -<p><i>Jacobus van Laer</i>, geboren in 1817 te Heijthuizen, -priester gewijd te Roermond, werd in December 1841 -alhier benoemd. Sinds 1846 verplaatst naar Nederweert, -overleed hij aldaar in 1861.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_51"></a>[51]</span></p> - -<p><i>Joannes de Fauwe</i>, van Weert, werd priester gewijd in -1842. Nadat hij twee jaren als professor aan de normaalschool -voor onderwijzers te Rolduc en ruim een jaar als -kapelaan dezer parochie was werkzaam geweest overleed -hij alhier den 23 September 1846, in den jeugdigen leeftijd -van 27 jaren.</p> - -<p><i>Goswinus Hubertus Berden</i>, geboren te Broekhuysen, -werd uit het seminarie alhier benoemd in December 1847. -Sedert 1866 pastoor te Reuver, overleed hij aldaar den 12 -Februari 1875.</p> - -<p><i>Joannes van Hegelsom</i>, uit Grubbenvorst, kapelaan te -Tegelen van Oct. 1866 tot April 1874, in dezelfde hoedanigheid -overgeplaatst naar Horst. Zijn opvolger is:</p> - -<p><i>Frans van Laar</i>, geboren in 1841 te Ohe en Laak, -priester gewijd in 1868; vroeger kapelaan te Nieuwstad, -sedert April 1874 kapelaan alhier.</p> - - -<h3>§ III. De Pastorij te Belfeld.</h3> - -<p>Ofschoon de Belfelder kapel reeds in 1571 tot parochiale -kerk was opgericht geworden, verliepen meer dan honderd -jaren, alvorens een resideerend pastoor daaraan werd aangesteld; -tot dusverre bestond er ook geen pastoreele -woning.</p> - -<p>Eene copie van 1<sup>n</sup> Jan. 1666 geeft aan, als inkomsten -van den dienstdoenden pastoor: 12 malder uit de tienden, -bestaande in boekweit, vrij van belasting. Wijders uit -twaalf en een half malder erfpacht, in rogge. Van deze erfpacht -kreeg de pachter jaarlijks 18 stuiver brab. ad 3 -permissie schellingen. Ook bezat de pastoor anderhalven -morgen bouwland te Belfeld, in het Eckschip gelegen en -genaamd het Bijlstuk, waarvan gewone schatting gegeven -werd.</p> - -<p>Aan geldrenten gaf het kerspel Belfeld 12 gulden Venloosch,</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_52"></a>[52]</span></p> - -<p>Willem Franssen op den Steijl 4 gulden 7 stuiver,</p> - -<p>Hendrik te Venlo met seine broers 2 gulden 3½ st.,</p> - -<p>Talmen op den Rijdt 2 gulden 3½ st.</p> - -<p>Verder »hefft de kercke te Belfeld sonnendags ende -heyligendags missam, ende ook quarta et sexta feria”.</p> - -<p>Volgens eene kerkvisitatie van den 20 Maart 1670 door -Van Oeveren<a id="FNanchor_41" href="#Footnote_41" class="fnanchor">[41]</a> vicaris generaal van Roermond gehouden, -was de titel der kerk te Belfeld <i>St. Urbanus</i>, de <i>collator</i> -der pastorij Baron Van Metternich, Heer van Holtmolen; -de tienden behoorden aan den pastoor van Tegelen en -waren onbelast; de herstellingen aan de kerk moesten -bekostigd worden door het kerkbestuur. De pastoor <i>Conrard -Sären</i>, Kruisheer, had tot medehelper <i>Joannes Schutjes</i>, -die op Zon- en Feestdagen afwisselend de hoogmis moest -houden te Belfeld en te Tegelen. Er waren 250 communicanten<a id="FNanchor_42" href="#Footnote_42" class="fnanchor">[42]</a>.</p> - -<p>De pastoreele woning te Belfeld werd aangelegd omstreeks -1700, en is herbouwd op het laatst der vorige -eeuw.</p> - -<p>De verdere reeks der pastoors te Belfeld is:</p> - -<p><i>Balthasar Veken</i>; deze was in 1703 nog pastoor.</p> - -<p><i>Petrus Ludovicus Hommen</i>, van 1727 tot 1749.</p> - -<p><i>Petrus Backhuizen</i>, van 1749 tot 1761.</p> - -<p><i>Godefridus Franssen</i>, van 1761 totdat hij in 1797 wegens -<span class="pagenum"><a id="Page_53"></a>[53]</span>de revolutie moest vluchten. Hij nam met nog andere -priesters de wijk naar Emmerick. Zonder zijn moedig -belijd zouden zij bij den overtocht van den Rijn in handen -der Franschen gevallen zijn, die hen achtervolgden en op -hen vuurden. Later teruggekeerd, overleed hij in zijne -parochie.</p> - -<p><i>Nicolaas Ercks</i>, pastoor van 1801 tot 1814.</p> - -<p><i>Wilhelm Berinks</i>, van 1814 tot 1837.</p> - -<p><i>Petrus Joannes Hesemans</i>, geboren te Lommel in 1804, -priester gewijd in 1830 kapelaan te Venlo tot 1837, -pastoor te Belfeld tot 1840, sedert dien pastoor te Sevenum.</p> - -<p><i>Norbert Sleurs</i>, geboren te Venlo in 1805. Van 1829 -tot 1840 kapelaan te Velden, daarna pastoor alhier tot -zijne benoeming voor Middelaar in 1855. Hij werd te -Belfeld opgevolgd door den tegenwoordigen pastoor:</p> - -<p><i>Petrus Cruysen</i>, geboren te Linden in 1804, vroeger pastoor -te Middelaar.</p> - - -<h3>§ IV. De Kapelanij te Belfeld.</h3> - -<p><i>Wilhelm Willems</i>, van Belfeld, schepen te Roermond, -overwegende dat er op Zon- en Feestdagen te Belfeld -maar één heilige Mis gedaan werd, en de inwoners -zich naar Tegelen, Beesel en andere plaatsen ter kerk -moesten begeven, stichtte den 21 November 1702 tot -lafenis zijner ziel en die zijner voorouders, in de kerk -van Belfeld en ten dienste der gemeente, een eeuwige -vicarie. De gemeente op hare beurt beloofde, bij akte -van den 12 Maart 1700, den miskelk, kaarssen, missale, -brood en wijn en alles wat tot de H. Mis noodig is, -niet alleen op die dagen, maar ook op de werkdagen -onbekrompen te zullen verschaffen. De stichter benoemde -tot rector Cornelius Schutjes, student in de -theologie te Keulen, zoon van Hendrik Schutjes en Helena<span class="pagenum"><a id="Page_54"></a>[54]</span> -Kruitsberg. De rector moest na de H. Mis den ps. <i lang="la" xml:lang="la">miserere</i> -en <i lang="la" xml:lang="la">de profundis</i> bidden, en na het Evangelie, omtrent ¾ -uur catechismus houden. Van de gemeente zou de vicarius -20 patacons genieten<a id="FNanchor_43" href="#Footnote_43" class="fnanchor">[43]</a>.</p> - -<p>De woning voor den kapelaan bevindt zich naast -de school. Wij weten niet dat ze ooit door een’ geestelijke -werd betrokken. Behalve Joannes Schutjes, de -medehelper van pastoor Sären in 1675, en den voornoemden -Cornelius Schutjes in 1702, vinden wij alleen -als werkelijke kapelaans te Belfeld: <i>Franciscus Thör</i> in -1732 en <i>Joannes Bongaerts</i> in 1747.</p> - - -<h3>§ V. Rectoraat te Steijl.</h3> - -<p>Hoe in 1526 reeds de belangen van de kapel en den -rector behartigd zijn geworden, hebben wij vernomen uit -de eerste afdeeling dezer aanteekeningen. De aloude kapel -van Steijl, den HH. Fabianus en Sebastianus toegewijd, -was onbeduidend en ofschoon reeds hersteld en vergroot -door een nevenbouw, geheel bouwvallig geworden. Zij is -in 1866 verbouwd en op een kleinen afstand door een -fraaien en tamelijk ruimen tempel vervangen; deze is het -werk van den Roermondschen architect, den Heer Weber. -In 1874 werd ook de doelmatige toren ervan voltrokken, -en bekostigd door een Rijkssubsidie en de opbrengst van -eene tombola-loterij.</p> - -<p><i>Agatha Raetmakers</i> stichtte in 1754 een pensioen van -5 kl. gulden voor benoodigden wijn, brood en was aan -de kapel te Steijl. Toen in het jaar 1804 de Heer Tiebosch -als privaat-geestelijke te Steijl vertoefde, deden de<span class="pagenum"><a id="Page_55"></a>[55]</span> -inwoners bij den generaal-vicaris van Luik pogingen om -een dagelijksche H. Mis in de kapel te mogen hebben; -dit werd echter niet verkregen. Later toen genoemde -Heer werd aangesteld (1811) om den pastoor van Tegelen -ter zijde te staan, mocht hij ééns in de week te Steijl -de H. Mis opdragen. Bij deze vergunning geeft de generaal-vicaris -den wensch te kennen, dat de ingezetenen van Steijl -dien ten gevolge meer genegenheid mogen toonen voor de -moederkerk van Tegelen. In November 1823 was van -wege Luik aan den Heer <i>van der Wielen</i> toegestaan dagelijks -de H. Mis te lezen en des Zondags onderricht te -geven, aan gezegde kapel. Men bezit in de kerk van -Steijl relikwiën van St. Rochus welke door vergunning -van de kerkelijke overheid in April 1855 alle Dinsdagen -openbaar worden vereerd. Jaarlijks wordt er ter eere van -St. Rochus plechtig feest met octaaf gevierd. De Feestdag -van de HH. Fabianus en Sebastianus, wijzen de -Steijler kermis aan. Den 20 Augustus 1875 werden in -de fraaie kerk alhier twee goed overeenstemmende klokken, -uit het atelier van de Heeren Fritzen en Petit te -Aarle-Rixtel, aangebracht. De inzegening daarvan werd op -den 22 daarop volgende voltrokken door den Hoogeerw. -Heer deken Raetsen van Venlo, omringd door tal van -geestelijken en geloovigen.</p> - -<p>Na den Eerw. Heer van der Wielen heeft de Heer -kanunnik Bernard Canoij langen tijd des Zondags en ook -op de werkdagen de H. Mis in de kapel gelezen. Vervolgens -hebben onafgebroken het rectoraat van Steijl bediend; -<i>Peter Peters</i> geboren te Zeeland. Deze was vroeger kapelaan -te Baexem, en kwam herwaarts in 1847. Zijn geschokte -gezondheid deed hem in 1851 zijn ambt nederleggen; -hij bedankte en overleed te Tegelen 7 Febr. -1857 in den ouderdom van 63 jaren.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_56"></a>[56]</span></p> - -<p><i>Frans van Haeff</i> geboren te Meerlo, priester gewijd in -1851 was rector tot 1862, en werd daarna in dezelfde -hoedanigheid overgeplaats naar Leunen. Thans is hij pastoor -te Peij sedert 1873.</p> - -<p><i>Joannes de Gruiter</i>, uit Venlo. Priester van 1844, was -hij achtervolgens kapelaan te Brunssum, te Wanssum, en -te Meijel; director aan Calvarie te Maastricht en van 1862 -tot 1868 rector te Steijl. Hierop benoemd pastoor te -Beegden overleed hij te Venlo den 27 November 1874.</p> - -<p><i>Augustinus Backhuis</i>, geboren te Roermond in 1833. -Priester gewijd in 1857 werd hij benoemd tot professor -te Rolduc; in 1862 tot kapelaan te St. Odiliënberg en -sinds 1868 rector te Steijl.</p> - -<p>Voegen wij nog bij de geestelijken die onze parochie -bediend hebben de naamlijst der Eerw. priesters, die te -Tegelen geboren zijn. Ons zijn alleen de volgende bekend:<a id="FNanchor_44" href="#Footnote_44" class="fnanchor">[44]</a></p> - -<p>1. <i>Hendrik van Holtmolen</i>, pastoor alhier in 1433.</p> - -<p>2. <i>Gisbert Franssen</i>, was vroeger in Holland op statie -geweest, teruggekeerd vestigde hij zich te Breijel alwaar -hij het beneficie van S<sup>te</sup> Catharina bediende. Hij stierf -aldaar in 1726.</p> - -<p>3. <i>Gaspar Ronck</i>, geboren in 1712, werd kapelaan te -Neer, alwaar hij in 1758 overleed.</p> - -<p>4. <i>Godefridus Franssen</i>, was pastoor te Belfeld tot 1797; -in 1800 overleed hij op de Mergelstraat aldaar.</p> - -<p>5. <i>Wilhelm Smiets</i>, geboren te Geloo onder Belfeld, den -29 December 1767, priester gewijd te Roermond in 1793, -bediende eenigen tijd de kapelanie van Maasbree, en werd -daarna pastoor te Benschop bij IJsselstein. In de laatste -jaren was hij rustend geestelijke en overleed in 1845 den -11 Feb. te Benschop. Hij stichte eene studiebeurs.</p> -<p><span class="pagenum"><a id="Page_57"></a>[57]</span></p> -<p>6. <i>Bernard Canoy</i>, geboren in 1763, was tot aan de -Fransche revolutie Regulier-kanunnik in het klooster te -Bruggen, en sedert dien rustend geestelijke te Steijl. Hij -overleed den 25 Nov. 1853.</p> - -<p>7. <i>Gaspar Franssen</i>, geboren in 1826, priester gewijd -te Roermond in 1851; werd eerst professor benoemd aan -het bisschoppelijk collegie te Roermond. Hij vertrok in -1856 als missionnaris naar Oost-Indië, alwaar hij tot 1865 -werkzaam was; herwaarts teruggekeerd uit hoofde zijner -geschokte gezondheid, bedient hij sedert 1869 de pastorij -van Ittervoort.</p> - -<p>8. <i>Gerard Peeters</i>, geboren in 1829, priester gewijd in -1856; tot in 1865 kapelaan te Echt, daarna te Blerick.</p> - -<p>9. <i>Ferdinand Moubis</i>, geboren in 1834, priester gewijd -1859, werd in dat zelfde jaar professor benoemd te Rolduc.</p> - -<p>10. <i>Henricus Peeters</i>, broeder van Gerard Peeters geboren -in 1840, priester gewijd in 1866 te Roermond, sedert -dien kapelaan te Aubel in het bisdom van Luik<a id="FNanchor_45" href="#Footnote_45" class="fnanchor">[45]</a>.</p> - -<p>11. <i>Joseph Moubis</i>, broeder van Ferdinand voornoemd, -geboren in 1844 priester gewijd in 1868 en tot kapelaan -benoemd te S<sup>t</sup> Odiliënberg. In 1872 begaf hij zich als -missionnaris naar de Vereenigde Staten van Noord-Amerika. -De studeerende jeugd der gemeente belooft deze priesterenreeks -voort te zetten.</p> - - -<h3>§ VI. De School te Tegelen en Steijl.</h3> - -<p>Van het begin der zestiende eeuw stond het schoollokaal -binnen de kerkhofmuren, tegelijk met de woning voor -den onderwijzer, die tevens koster was. Ongeschikt -<span class="pagenum"><a id="Page_58"></a>[58]</span>geworden om het steeds toenemende getal schoolkinderen -te bergen, dient het, sedert 1817, tot gemeentehuis. Een -ruimere nieuwe school werd meer zuidwaarts gebouwd in -1818. Ook dit gebouw was weldra te klein en daarenboven -onsterk geworden, zoodat de in 1870 nieuw -gebouwde en ruime school noodzakelijk werd. Zij kostte -nagenoeg 6000 gulden.</p> - -<p>Gelijk op de meeste plaatsen van Gulick en Gelderland -werd de schoolmeester-koster alhier benoemd op voordracht -van den pastoor, na overleg met de burgemeester of -de schepenen. De benoeming van <i>Jacobus Geurts</i> in 1818 -werd op voorstel van den pastoor en den burgemeester -zelfs bevestigd door den vicaris-generaal van Aken.</p> - -<p>Dat het onderwijs te Tegelen reeds vroegtijdig behartigd, -en de onderwijzers naar waarde geschat werden, -blijkt genoegzaam hieruit, dat reeds in het jaar 1591 -ten voordeele van den schoolmeester eene jaarrente ter -waarde van één malder rogge was gesticht ten laste van -het goed Holtmolen.</p> - -<p>Zie hier de lijst der onderwijzers van Tegelen. Als -koster-schoolmeester vinden wij in 1678 Henricus Vervoort; -van 1755 tot 1766, Egidius Lauwenhuis, van 1766 tot -1771, Peter Engels; van 1771 tot 1772 Paulus Houba; -van 1772 tot 1780 Hendrik Hendriks; van 1780 tot 1794 -Theodorus Bongaerts; van 1794 tot 1804 Mathias Denissen; -van 1804 tot 1816 Peter Dambacher.<a id="FNanchor_46" href="#Footnote_46" class="fnanchor">[46]</a></p> - -<p>Hoofdonderwijzers, na afgelegd examen volgens de -tegenwoordige wet waren: Jacobus Geurts geboren te -Tegelen in 1797 tot October 1862. Deze had van 1815 -tot 1818 onderwijs gegeven te Belfeld, bedankte in 1862 -en overleed alhier in 1868. Henricus Antonius Ludovicus<span class="pagenum"><a id="Page_59"></a>[59]</span> -Hagdorn, benoemd in Maart 1863; naar elders verplaatst -in Januari 1864. Hubertus Constantinus van den Ertwegh, -benoemd den 4 Juni 1864, naar elders geroepen den 27 -Januari 1868. Henricus Bloemers, geboren te Beesel, was -te voren hier hulponderwijzer. Henri Geurts, geboren te -Tegelen den 23 November 1845 volgde hem als hulponderwijzer -op.</p> - -<p>Na het overlijden van Peter Dambacher gaven te Steijl -bijzondere onderwijzers aan eenige kinderen lager en -middelbaar onderricht; wij noemen als zoodanig Joannes -van Wis, later priester geworden, Joannes Grubben, -Jacobus Holtman.</p> - -<p>Toen er in 1867 een flinke school benevens onderwijzers -woning verrees werd ook te Steijl eene hoofdonderwijzer -aangesteld. Achtervolgens gaven daar onderwijs: -Henricus Bastiaans, benoemd in Januari 1868, deze -overleed in Maart daaropvolgende. Jean Godfried Crasborn, -benoemd in Junij 1868, ontslagen in Juli 1870. Joannes -van den Houdt, benoemd in Dec. 1870, ontslagen den -27 Mei 1874. Jan Willem van Poppel, benoemd den 1 -Augustus 1874.</p> - -<p>Sedert 1818 werd, zoowel te Tegelen als te Steijl, -steeds gezorgd dat hunne onderwijzers in staat waren -voldoend onderricht te geven in de <i>Fransche</i> en <i>Duitsche</i> -talen, in de musiek en meer andere vakken.</p> - -<p>Den 2 September 1875 hebben eenige kloosterdochters -onder den naam van <i>Zusters van Onze Lieve Vrouw</i>, genoodzaakt -door den Pruissischen Culturkamp om zich uit -hare woonplaats Essen in Duitschland te verwijderen, het -ruime huis met erf van Mevrouw de Weduwe Math. Moubis -aangekocht‚ met ’t doel om aldaar een pensionnaat voor -jonge dochters op te richten, met eenzelfde doel hebben -thans ook een twintigtal <i>Zusters der Voorzienigheid</i> uit<span class="pagenum"><a id="Page_60"></a>[60]</span> -Westfalen, het huis van Mevrouw de weduwe Leop. Moubis -in bezit genomen.</p> - - -<h3 id="AdelHuiz">§ VII. Adellijke Huizen te Tegelen.</h3> - -<p>Te Tegelen bevinden zich twee kasteelen, vroeger door -adellijken bewoond: <i>Holtmolen</i> en de <i>Munt</i>. Holtmolen -voorheen <i>Holtmülen</i> ten zuiden van het dorp op tien -minuten afstands van de kerk, is een prachtig landgoed -met schoone omgeving van boschaadjes, vijvers en tuinen. -Hoewel hier en daar veranderd en gewijzigd, heeft het -slot zijn’ oorspronkelijken vorm vrij wel behouden; men -ziet er ook nog de huiskapel, ofschoon wij nergens een -bewijs vinden dat er vroeger ooit het H. Misoffer werd -opgedragen, tenzij alleen een korten tijd in het begin -dezer eeuw, toen het gebouw bewoond was door den Heer -van Dinter. De grachten zijn breed en worden gevoed -door het bronwater der aangrenzende bergen, hoofdzakelijk -door den zoogenoemden »<i>snellen sprunk</i>.” De nabij gelegen -overoude watermolen schijnt zijnen naam aan het kasteel -te hebben gegeven, althans deze molen lag vroeger te -midden van struikhout en behoorde altijd tot het eigendom -van het kasteel. Wanneer vroeger de groote weg van -Venlo over Tegelen naar Roermond, uit hoofde van het -opzwellen der Aalsbeek, onbruikbaar werd, liet de Heer -van Holtmolen toe, dat de barrieren langs het kasteel -geopend werden, en vrije doortocht bestond over zijn -goed in de richting van Geloo naar Reuver, of ook -door de holle straat, Nering geheeten, naar Belfeld. De -lange nevengebouwen van het slot hebben ten tijde van -baron Von Glazennap gediend tot paardenstal voor een -escadron cavalaristen, die deze Heer voor den krijgsdienst -gedurende eenigen tijd onderhield.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_61"></a>[61]</span></p> - - -<h4><span class="smcap">Heeren van Holtmolen.</span></h4> - -<p><i>Otto van Holtmolen</i> ontving in 1402 benevens de Heerlijkheid -Tegelen, Holtmolen met aanhoorigheden.</p> - -<p><i>Johan van Holtmolen</i> aanvaarde het goed in 1425. Diens -zoon <i>Frans van Holtmolen</i> erfde zijns vaders goed den 10 -Juli 1544. Hij kreeg vernieuwing zijner rechten den 30 -Mei 1556; en den 26 Sept. 1580 werden alle rechten en -toebehooren van Holtmolen bekrachtigd ten gunste van -zijne huisvrouw <i>Johanna van Harst</i>. Deze Joanna van Holtmolen -bracht, door haar huwelijk met <i>Waleran van Erp -en Vechel</i> o. a. ook Holtmolen in deze laatstgemelde familie. -Weduwe geworden maakte zij eene codicille den 30 Maart -1636. Uit dit huwelijk sproten:</p> - -<p>1. <i>Johan van Erp</i>, Heer van Erp en Vechel.</p> - -<p>2. <i>Agnes</i> reeds in 1637 gehuwd met <i>Werner van Hûndt</i>. -Zij stierf weduwe in 1676. Van dit huwelijk komen de -latere Heeren van Holtmolen uit het geslacht van van Hùndt.</p> - -<p>3. <i>Assuera Magdalena van Erp</i>, huwt in 1645 <i>Johan -Wilhelm van Metternich</i> die den 15 April 1662 overleed<a id="FNanchor_47" href="#Footnote_47" class="fnanchor">[47]</a>. -Uit hun huwelijk kwam, volgens Fahne, Wilhelm Engelbert -van Metternich gehuwd met Johanna Agnes Barbara van -Bolandt. Wij vonden echter in onze archieven Engelbert -van Metternich, neef en erfgenaam van Baron van Metternich, -gehuwd met <i>Margaretha van Smidt</i>, uit wier huwelijk <i>Wilhelm -Arnold van Metternich</i> geboren werd te Tegelen den 18 -November 1646. Deze leefde nog in 1672 en was gehuwd -met voornoemde <i>Agnes van Bolandt</i>, die wij in November -1702 als weduwe aantreffen. Deze vrouwe schonk den -pastoor van Tegelen de volmacht over een armenfonds<a id="FNanchor_48" href="#Footnote_48" class="fnanchor">[48]</a>.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_62"></a>[62]</span></p> - -<p>De Heer <i>van Hùndt</i> van Holtmolen, trad in het begin -der vorige eeuw in de rechten van Mevrouw van Metternich. -Hij was luthersch en bezocht de protestantsche kerk te -Kaldenkerken. Uit dien hoofde vooral liet hij den weg van -af Holtmolen tot op de heide door middel van dijken verbeteren, -en wordt die weg de Hondsdijk genoemd. De -boerderij <i>zwarte hond</i> geheeten, doet ook herinneren aan -dien Heer.</p> - -<p>De familie van Hùndt voerde gedeeld in het schildhoofd -een’ loopenden windhond, in den schildvoet van sinopel.</p> - -<p>De éénige dochter van van Hùndt, <i>Anna Elisabeth Louisa</i> -trad omstreeks 1750 in huwelijk met Baron <i>Joachim Reinholt -van Glazennap</i>, uit Pommeren. Toen op zekeren dag -de Heer van Hùndt met zijne dochter in een rijtuig gezeten -over de heide eenen wandelrid deden, lichtte van -Glazennap, de dochter, die hij reeds vroeger doch te vergeefs -ten huwelijk had gevraagd op; met haar in huwelijk -getreden kreeg hij bij erfenis het goed Holtmolen. De -familie van Glazennap voerde in zilver een keper van keel -wier linker been op een morenkop steunt. Deze van -Glazennap, zegt men, had van het Beijersche hof verlof -gekregen om munt te slaan; vandaar de zoogenaamde -<i>glazennepkes</i>, zij zijn van metaal, hebben eene waarde van -2 stuiver kleefs, en dragen het jaartal 1755. Ook had deze -Heer getracht het slot Holtmolen eenigermate bomvrij te -maken. Hiertoe had men een deel van het dak met een -enorme massa aarde bedekt, waarvan echter de drukkende -last eene ineenzakking te weeg bracht in den nacht van -den 17 April 1752, Jacob Vissel metselaar uit Gelder, werd -dientengevolge onder de puinhoopen begraven.</p> - -<p>Van Glazennap heeft Holtmolen op het laatste der vorige -eeuw verlaten. In 1771 was het goed onbewoond. Daarna -kwam het in bezit van baron van Holthausen, die het<span class="pagenum"><a id="Page_63"></a>[63]</span> -weldra verkocht aan den Heer Vos de Wael, en toen deze -Venlo verliet kwam Holtmolen bij verkoop aan de tegenwoordige -bezitters, de Edelachtbare familie Gerard de Rijk -van Steijl.</p> - -<p><i>De Munt</i> ligt ten oosten van het dorp; zooals dit -goed thans bestaat dagteekent het uit het begin der -vorige eeuw. Hoe het er voor dien tijd uitgezien heeft, -hebben wij nergens vermeld gevonden. De baron van -Wevelickhoven maakte er een prachtig buiten van, zooals -men in de nabijheid van groote steden aantreft. De -kunstmatig aangelegde en met allerlei arbusten beplante -berg, in het park onmiddelijk voor het kasteel, is aangevoerd -met de aarde die uit de grachten gehaald werd. -Midden in die verhevenheid was een ijskelder; doch daar -thans die hoogte bijna gansch geslecht is, staat deze kelder -of put thans ontbloot en gelijkt vrijwel op een fabriek-schoorsteen; -ware deze eens weggeruimd, dan zou de -Munt, van op den grooten weg naar Venlo gezien, in -bekoorlijkheid veel winnen. Bij dat landgoed schijnt in -vroegere tijden eene windmolen gestaan te hebben, althans -de strook gronds tusschen het kasteel en de kerk gelegen -wordt <i>molenkamp</i>, en de weide daaraan grenzende -<i>molenpas</i> geheeten.</p> - -<p>De grachten in ’t vierkant rondom de Munt aangelegd -en met een fraaie brug van drie pijlers versierd, bieden -in den winter den Tegelsche liefhebbers van schaatsen een -gewenschte en alleraangenaamste ridbaan aan. Wat de huiskapel -op dit kasteel aangaat, zij was klein en eenvoudig, -en is thans tot bergplaats ingericht. Wij vonden dat in 1733, -door den bisschop van Luik aan de familie van Wevelickhoven, -vergunning was verleend om het H. Misoffer daarin -op te dragen. Deze vergunning geschiedde telkens voor<span class="pagenum"><a id="Page_64"></a>[64]</span> -den termijn van drie jaren. Na voormeld jaar is deze niet -meer gevraagd.</p> - -<p>De Heeren van de Munt bezaten voorheen, behalve eenige -groote, vele kleine tienden zooals van vlas, kippen, winter-zaad -enz. De groote tienden, zooals bemerkt is, behoorden -meestal aan den Heer van Holtmolen.</p> - -<p>Ook moest de Heer van de Munt, ten gerieve der ingezetenen -een’ stier onderhouden. Deze last stond op het -stuk bouwland <i>Peske</i>, voorheen <i>Verrenpeske</i> geheeten.</p> - - -<h4><span class="smcap">Heeren van de Munt.</span></h4> - -<p><i>Henricus Constantius van Wevelickhoven</i>, huwde te Roermond -den 13 Mei 1699 met <i>Hendrina Dorothea de Bors</i>.</p> - -<p>Zijne kinderen waren:</p> - -<p><i>Engelbert Joseph van Wevelickhoven</i>; deze leefde nog in -1736, doch was van hier afwezig.</p> - -<p><i>Jean Pierre van Wevelickhoven</i> overleed vóór 1742.</p> - -<p><i>Jean Joseph van Wevelickhoven</i>, die als Heer van de Munt -alhier overleed in 1742, en in den grafkelder onder het -koor werd bijgezet.</p> - -<p>Voorgenoemde Henricus Constantius was vermoedelijk de -stichter van het kasteel de Munt, en staat in onze archieven -vermeld als weldoener onzer kerk; hij schonk onder -anderen een prachtig tabernakel met spiegelglas omzet en -herkomstig uit Brussel; de beste ornamenten en het Christusbeeld -in het hoofdaltaar zijn ook door hem geschonken.</p> - -<p><i>Antoon Joseph van Wevelickhoven</i>, komt in 1760 voor als -Heer van de Munt. Hij verlangde eene school en eene -kapelanij te stichten, onder beding, dat de gemeente daarvoor -een land aan den zoogenaamden steenoven zou afstaan. -Daar de gemeenteraad dit verzoek niet inwilligde, -schijnt hij geen genoegen gehad te hebben nog langer in -Tegelen te vertoeven. Hij vestigde zich te Brussel alwaar -zijne familie nog voortleeft.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_65"></a>[65]</span></p> - -<p><i>Petrus Goswinus van Wevelickhoven</i> komt in 1798 voor -als kanunnik en cantor in de Roermondsche domkerk. Hij -overleed te Roermond den 19 Mei 1820 in den ouderdom -van 60 jaren en drie maanden. Het adellijk wapen van deze -familie was: in een rood veld twee zilveren fascen; schildhouders -twee rechfstaande leeuwen.</p> - -<p>Als erfgenaam der familie de Bors uit Roermond, kreeg -een gedeelte der goederen van de Munt in bezit zekere -<i>Francis Cloots</i>, die den 18 November 1748 te Tegelen huwde -met <i>Adelaïdis de Pauw,</i> welke den 7 November 1753 alhier -overleed. Zijn wij wel ingelicht, dan was de beruchte Jean -Baptiste Cloots, bijgenaamd Anacharsis, die in de Fransche -revolutie op het einde der vorige eeuw, zulk een droevige -rol speelde, hun zoon of hun neef. Hij trad te Parijs in -de mommerij van den 14 Juli 1790 als »orateur du genre -humain” op, en noemde zich: l’ennemi personel de J. Christ. -In den val der Cordeliers gewikkeld beklom hij met zijn -vriend den afzichtelijken Hébert den 24 Maart 1794 de trappen -van het schavot.</p> - -<p>In het jaar 1753 overleed op de Munt Jonker Antonius -de Pauw. De familie Cloots heeft maar tijdelijk op de Munt -gewoond. Deze familie voerde in goud eene fasce van sabel -bezet met drie bezapten. In het schildhoofd prijkt een -adelaar.</p> - -<p><i>Francisca Josephina</i>, eenige dochter van Antoon van -Wevelickhoven en Elisabeth Josephina le Clerc, werd geboren -te Brussel den 9 Feb. 1749; zij vertoefde op de -Munt in 1768, en overleed te Brussel den 16 Feb. 1797. -Uit haar huwelijk met <i>Jozef Hyacinthe d’Hannosset</i> uit laatstgenoemde -stad, sproten twee dochters; de oudste <i>Paulina -Maria Theresia</i> genaamd, werd geboren te Brussel den 19 -Jan. 1785 en overleed aldaar den 19 Dec. 1855; deze was -gehuwd met <i>Peter Alexander Gislain van Volden de Sandberg</i><span class="pagenum"><a id="Page_66"></a>[66]</span> -geboren te Brussel den 21 Juni 1766 en overleed op -het kasteel Hogue bij Yperen den 8 Juli 1808.</p> - -<p>Na dien tijd werd de Munt bewoond door den oud -burgemeester Balth. De Hasenbach; vervolgens werd het -kasteel tot Casino ingericht en betrokken door Joannes -Dercks uit Venlo; eindelijk ging het, in 1831 bij verkoop -over aan de familie <i>de Lom de Berg</i>. Thans is de Munt -tot een vrouwenklooster ingericht. De geweldige kerkvervolging -in Duitschland gaf hiertoe aanleiding. De <i>Benedictijner-nonnen</i> -uit Vierssen uit haar vaderland de wijk -nemende, hebben het kasteel benevens de gebouwen en -het terrein binnen de grachten, ter groote van 160 aren, -aangekocht en den 20 Juli 1875 in bezit genomen. Deze -nonnen, ook <i>Zusters van de gedurige aanbidding</i> genoemd, -brengen dag en nacht door in vereering en aanbidding -van het Allerheiligste Sakrament. Ofschoon de kloosterlingen -achter slot leven, is hare kapel zoo ingericht, dat zij ook -toegankelijk blijft voor de geloovigen der parochie, die er -hunne godsvrucht komen voldoen.</p> - -<p>De overste dezer kloosterzusters is de dochter van den -graaf von Fürstenberg-Stamheim. Tot rector werd, den -10 September 1875, benoemd en aangesteld de Eerwaarde -Heer <i>Jozef Adams</i> uit Dulken.</p> - - -<h4><span class="smcap">Wambach.</span></h4> - -<p>Dit buitengoed, zooals in de eerste afdeeling vermeld is, -behoorde in de 15<sup>de</sup> eeuw aan de Heeren van Holtmolen; -vervolgens ging het over aan de familie van Hùndt en -van Glazennap. Den 14 Februari 1757 verkochten Joachim -Reinhold Baron van Glazennap en diens gemalin Anna -Elisabeth Louisa geboren van Hùndt, aan Wilhelm Frederik -baron van Olne Heer tot Olne, Soumagne St. Hadlain, -Baarlo enz., en Theodora Maria Josepha geboren van<span class="pagenum"><a id="Page_67"></a>[67]</span> -Meerwijk echtgenooten, het goed Wambach met ab- en -dependentiën.</p> - -<p>Baron d’Olne, Heer te Berck verkocht aan <i>Arnold Hamboch</i>, -protestantsch prediker te Kaldenkerken, zijn goed Wambach -met ab- en dependentiën, onder dezelfde voorwaarden -als de verkooper het aanvaard had van baron van -Glazennap. Berck 31 April 1762. Wambach kwam nader -in erfenis toe aan Joannes Giezen; diens afstammelingen -verkochten het als pachthoeve aan den Heer Krauwerts uit -Kaldenkerken. Ook Wambach is zeer aangenaam gelegen -en met grachten omringd.</p> - - -<h3>§ VIII. Missiehuis te Steijl-Tegelen.</h3> - -<p>Het plan om een seminarie of kweekschool op te richten -ter opleiding van duitsche missionnarissen voor China, -Mongolië en andere heidensche landen, werd in 1874 opgevat -door de Zeer Eerw. Heeren doctor J. von Essen, -pastoor te Neuwerk in het aartsbisdom Keulen en Arnold -Janssen, rector te Kempen, tevens redacteur van het maandschrift -»kleiner Herz-Jesu-Bote”, en vroeger gedurende -twaalf jaren professor in de natuurkunde aan de hoogere -burgerschool te Bocholt. Eerstgenoemde was voornemens -deze grootsche onderneming in Duitschland of in Oostenrijk -tot stand te brengen; doch de kerkvervolging aldaar noodzaakte -hem voor als nog van zijn voornemen af te zien. -Nu meende de Wel Eerw. Heer Janssen de taak op zich -alleen te moeten nemen. Hij vestigde zijne aandacht op -Nederland voor wier bewoners de stichting, zijns inziens, -ook dienstbaar behoorde gemaakt te worden. Al spoedig -was de goedkeuring van een twintigtal bisschoppen, benevens -die van H. Em. den Kardinaal Franchi, prefect der -Propaganda te Rome en der drie Kardinalen uit Oostenrijk -verkregen. De Eerwaarde stichter wenschte zijne inrichting<span class="pagenum"><a id="Page_68"></a>[68]</span> -zooveel mogelijk op de Duitsche grenzen en op een -centraal punt te zien verrijzen. Daartoe scheen Steijl onder -Tegelen hem zeer doelmatig; hij kocht te dien einde in -Juli 1875 aldaar het huis met aanhoorigheden van den Heer -J. Ronck. De personen, die het onderricht geven en het -huis bestieren, zijn reeds gevonden, zij zijn: een Nederlander, -een Luxemburger, een Oostenrijker en een Duitscher. -De eerste met name Smorenburg, tot hieraan pastoor te -Bredevoort, in het Aartsbisdom Utrecht, heeft achttien jaren -in China doorgebracht, een Chineesch-Fransch woordenboek -vervaardigd, en gedurende vijf jaren onderwijs gegeven in het -Fransch aan kinderen van mandarijen te Peking; daarvoor -werd hij meteen der hoogste ridderorde van China beloond. Hij -is belast onder anderen met den cursus in de Chineesche taal.</p> - -<p>De inspraak Gods volgende, en steunende op den zegen -des Heiligen Vaders, Pius IX, en de aanmoediging van zoo -groot aantal kerkvoogden, verlaat zich het bestuur in de toekomst -op de offervaardigheid der goedgezinden. In voornoemd -maandschrift van Juli 1875, sluit de Eerw. Heer Janssen -een artikel dienaangaande, als volgt: »laten we bemerken, -dat met den aankoop van bovengemeld huis en tuinen onze -geldelijke middelen zijn uitgeput; doch wij hopen, dat de -H. Joseph, dien wij gesmeekt hebben om onze voedster-vader -te willen wezen, ons verder door bemiddeling van -gegoede lieden zal bijstaan. Moge ons de christelijke liefde -niet vergeten en de rijke en voorname bij den middelbaren -burger niet willen achter staan”.</p> - -<p>Het huis werd den 15 Augustus, namens den Bisschop -van Roermond, plechtig ingezegend door den Hoogeerwaarden -Heer deken van Venlo. Op aanvrage werd nog dienzelfden -dag per telegraaf van wegen den Kardinaal Antonelli -ook de goedkeuring en den zegen des H. Vaders ingewonnen. -Eenige studenten genieten er thans onderwijs.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_69"></a>[69]</span></p> - - -<h3>§ IX. Beurzenstichtingen.</h3> - - -<h4 class="normal" title="A. Stichting door den Weleerw. Heer Johan Peter Freybeuter -voorheen pastoor te Tegelen, gemaakt den 24 Dec. 1844."><i>A. Stichting door den Weleerw. Heer Johan Peter Freybeuter -voorheen pastoor te Tegelen, gemaakt den 24 Dec. 1844<a id="FNanchor_49" href="#Footnote_49" class="fnanchor">[49]</a>.</i></h4> - -<p>1. Ter eere Gods en tot bevordering van het heil der -geloovigen, stichtte deze vrome priester eene studiebeurs -bij den aartsbisschoppelijken stoel van Keulen; waartoe hij -aan dezen schenkt en onwederroepelijk afstaat: den koopprijs -van 22 morgen lands, vrij van alle schulden en hypotheek, -en gelegen te Holtzweiler bij Erkelens.</p> - -<p>2. Het bestier dezer stichting alsmede het fonds zelf, -stelt hij in handen van den tijdelijken Aartsbisschop van -Keulen; met de bevoegdheid de personen aan te wijzen -aan welke, en de regels volgens welke de uitkeeringen -moeten geschieden.</p> - -<p>3. Uit de opbrengst dezer goederen zal vooreerst eene -beurzenportie gevormd worden. Zoodra deze portie met -afkorting der onkosten 80 thaler overschreidt, zal deze -som, (en ook de heele stichtingsom, indien zij niet verpast -zoude zijn,) strekken tot vestiging eener <i>tweede</i> beurzenportie; -en zoo op gelijke wijze gezorgd worden voor het -tot stand brengen eener <i>derde</i> en eindelijk <i>vierde</i> portie.</p> - -<p>4. Tot genot van deze portiën laat hij vooreerst toe -zijne bloedverwanten, die roeping en aanleg toonen voor -den priesterlijken staat. Bij gebrek van dezen bevoegt hij -daartoe katholieke jongelingen geboortig uit de parochiën -Holzweiler, Tegelen bij Venlo en Waldorf aan het Voorgebergte; -bij voorkeur aan jonge lieden van minder gegoede -ouders en die tot den geestelijken staat geroepen schijnen.</p> - -<p>5. De vergeving dezer studiebeurzen zal den tijdelijken -aartsbisschop van Keulen toekomen. Ingeval er meerdere<span class="pagenum"><a id="Page_70"></a>[70]</span> -bloedverwanten of ook meerdere aspiranten uit de voormelde -parochiën zich aanbieden, blijft het recht aan den -Aartsbisschop van den éénen vóór den anderen aan te -nemen. Wanneer eene portie te verleenen open staat, zal -zulks tweemaal achtervolgens in genoemde parochiën worden -afgekondigd.</p> - -<div class="blockquot"> - -<p>Geteekend op ’t oorspronkelijke: Johan Peter Freijbeuter. -† Joannes von Geissel. Frans Oehl. M. J. Antons. -S. P. Tier, Notar.</p> - -<p>Zoo gedaan te Keulen op het bisschoppelijk paleis op -dag en jaar als boven.</p></div> - - -<h4 class="normal" title="B. Stichting van den Weleerw. Heer Wilm Smiets uit Belfeld -in leven pastoor te Benschop bij IJsselstein, den 3 Februari -1845."><i>B. Stichting van den Weleerw. Heer Wilm Smiets uit Belfeld -in leven pastoor te Benschop bij IJsselstein, den 3 Februari -1845<a id="FNanchor_50" href="#Footnote_50" class="fnanchor">[50]</a>.</i></h4> - -<p>Op aangehaalden datum beschikte deze pastoor bij testament -als volgt: aan de na te melden bestuurders zal na -mijn overlijden onder aftrek van lasten, uit mijne nalatenschap -worden ter hand gesteld de som van 8500 guld. -ned. welke zal strekken tot fonds eener studiebeurs voor -studenten die zich voorbereiden en opgeleid worden tot -priester der R. C. Kerk.</p> - -<p>De toelage zal gedurende de eerste vijftig jaren aan -niemand worden verleend, dan aan leden mijner familie, die -zich tot den geestelijken stand begeven, en beurtelings -moeten worden toegekend aan een’ student van vaders en -moeders zijde. Indien echter twee mijner bloedverwanten -te gelijk mochten studeeren, zal door elk de helft kunnen -genoten worden, zoodanig, dat bij het ontstaan van meer -dan twee bloedverwanten, de naaste in den bloede boven -den meer verwijderden en de oudste boven den jongeren -in jaren, den voorrang zal hebben.</p> -<p><span class="pagenum"><a id="Page_71"></a>[71]</span></p> -<p>Na verloop van deze eerste 50 jaren, zal uit dit fonds -aan een’ bloedverwant bij voorrang, en bij ontstentenis -van deze, beurtelings aan een’ student uit de gemeenten -Belfeld en Kaldenkerken, eene tegemoetkoming worden -verstrekt. Doch aan een student, die niet bloedverwant is, -alleen dan, wanneer die buiten staat is om uit eigene middelen -in de kosten der studiën te voorzien en volgens het -oordeel der bestuurders de noodige geschiktheid voor den -geestelijken staat bezit.</p> - -<p>Indien zich geene studenten aanbieden, hetzij bloedverwanten -of studenten uit Belfeld en Kaldenkerken, zullen -de revenuën tot kapitaal moeten worden aangelegd ter -verbetering en vergrooting van het fonds.</p> - -<p>Tot bestuurders dezer beurs benoem ik de tijdelijke -pastoors van Belfeld en Kaldenkerken, die in werkelijken -dienst zijn, en geef hun de macht van bij vermeerdering -van het fonds, en na verloop der eerste 50 jaren, de toelage -te regelen, naar behoefte der studenten en daarvan -naar goedvinden aan meer dan een gelijktijdig genot te -doen hebben. Ik benoem tot provisoren de tijdelijke pastoors -van Venlo en Tegelen, ten einde op het bewind der -bestuurders toezicht te hebben en hunne raadgevende stem -bij elke belangrijke verrichting uit te brengen. Ik geef aan -de bestuurders de bevoegdheid, om voor hunne moeiten -jaarlijks vijf per cent der revenuën in rekening te brengen.</p> - -<div class="blockquot"> -<p> -Gedaan te Benschop den 3 Febr. 1845. -</p> -<p> -Geteekend: W. Smiets, W. Beukenboom, W. Houtdijker en Imminck, Notaris. -</p> -</div> - - -<h3>§ X. Armwezen.</h3> - -<p>Van oudsher reeds bezat de parochie Tegelen eenige -fondsen tot ondersteuning harer armen. Reeds in 1590, -zooals wij vroeger bemerkten, hadden dezen een vast inkomen.<span class="pagenum"><a id="Page_72"></a>[72]</span> -Den 1 Maart 1627 beschikte Engelbert van Metternich, -Heer van Holtmolen, als volgt: »overmits Stephan -Beekmans, Geisbert Kamp en Thys Weggers schepen des -gerichts Tygelen end syne huysvrouw Margaretha von -Smidt, verklaart hij, dat de goederen seijner huysvrouw -sullen toekomen aen hare susters (salvo usu fructu), dan -aen de armen van Tygelen 400 venloische gulden, en van -den dagh af sijner doodt tot die syner vrouwe 5 percent -sullen gegeven worden. Alsnog twee malder tot instituirung -van arme kinder mit vorbehald, dat de bezitters van Holtmolen -daerover opsicht hebben sullen”. Ten jare 1743 bezat -de arme alhier nagenoeg zeven en een’ halven morgen lands. -Door het armbestuur was den 11 December 1749 een -kapitaal van 1200 kleefsche daler ter leen gegeven ad 3 -per cent aan het kapittel der St. Martinuskerk te Emmerik, -en den 13 November 1750 aan hetzelfde kapitel een ander -kapitaal groot 600 daler kleefs. In 1783 werd overeengekomen -dat beide sommen zouden gebracht worden op 300 -<i>hollandsche ducaten</i> ad 3 per cent. Tot in 1803 zijn deze -intresten behoorlijk ten gunste der armen uitbetaald geworden. -Sedert dien echter heeft het zich anders toegedragen<a id="FNanchor_51" href="#Footnote_51" class="fnanchor">[51]</a>.</p> - -<p>Nog genoot, sinds 1750, de arme den interest van een -kapitaal groot 200 gl. kl. geschonken door <i>Mathis Deckers</i> -en kinderen. In 1757 werd door een’ onbekenden een -huis gelegateerd voor de armen. Thans heeft het bestuur -gezorgd voor drie armen-woningen. Ook Mevrouwe <i>van -Volden</i>, eigenares van het kasteel de Munt, heeft zich, op -het einde der vorige eeuw, als weldoenster getoond der -armen van Tegelen, door het stellen eener vaste rente. -Edoch de voornaamste inkomsten aan den arme leverde -nog altijd de zoogenoemde <i>agrische</i> stichting.</p> -<p><span class="pagenum"><a id="Page_73"></a>[73]</span></p> -<p>Zekere Doctor <i>Agris</i> stichtte in het begin der vorige -eeuw te <i>Bracht</i> een armen-fonds ter voordeele der parochiën -<i>Mulbracht</i>, <i>Tegelen</i> en <i>Breijel</i><a id="FNanchor_52" href="#Footnote_52" class="fnanchor">[52]</a>. De jaarlijksche -renten beloopen voor den armen van Tegelen ongeveer -24 Rijksdaler, en moeten aan vijf der oudsten en meest -behoeftigen verstrekt worden. De bezitter van het goed -Holtmolen is <i>collator</i> of uitdeeler dezer inkomsten. De bedeeling -moet geschieden op alle Quatertemperdagen, in -dier voege, dat na twee jaren er genoegzaam overschiet -om aan deze armen het noodige linnen te verschaffen. -De tijdelijke Prior der Kruisheeren te Bruggen was benoemd -tot procurator dezer stichting, en de dienstdoende -pastoors van Bracht, Tegelen en Breijel traden op als -provisoren. Volgens uitdrukkelijk verlangen des stichters -moest telken twee jaren voor genoemde Heeren rekening -afgelegd worden, ten einde de getrouwe uitvoering van -alles te waarborgen. Ten dezen ontstond groote moeielijkheid -met den baron van Glazennap over de jaren -1748 en 1749. Deze heer placht zelf te bedeelen; doch -behalve dat de provisoren geen bescheid kregen over de -uitgaven, werden de huis-armen ten zijnent alles behalve -gunstig bedacht. Zelfs het gemeentebestuur had -noodig geoordeeld zich de zaak aan te trekken, en diende -eene klachte in aan de hoogere regeering. Het duurde -niet lang of van wege deze verscheen eene terechtzetting -uit Dusseldorp ten adresse van Baron van Glazennap.</p> - -<p>Daar de huisarmen van Tegelen ook van elders goed -bedacht werden, heeft men bij wijlen de renten der -Agrische fundatie doen strekken tot vermeerdering van -het fonds. Maar ook dit gaf aanleiding tot moeielijkheden -met de provisoren van Bracht en Breijel, zoo dikwijls<span class="pagenum"><a id="Page_74"></a>[74]</span> -het zich gold renten te plaatsen. Wij lezen intusschen -dat ten jare 1796 op alle Quatertemperdagen behoorlijke -uitbetaling geschiedde van de som van 24 Rijksdaler en -2½ stuiver.</p> - - -<h3>§ XI. Broederschappen.</h3> - -<p>De Broederschap van <i>O. L. Vrouw</i> alhier is zeer oud. -In het jaar 1583 vinden wij haar vermeld, als hebbende -haar eigen vaandel in de processie. Sedert 1640 genoot -zij aanzienlijke inkomsten. De leden ervan gaven doorgaans -50 kl. gulden jaarlijks aan de kerk, en 10 gulden -aan den koster. De pastoor werd betaald naar evenredigheid -van de gezongene H. Missen. Deze broederschap betaalde -jaarlijks aan tienden 3 kop rogge en een’ kapoen -aan de keurvorstelijke regeering.</p> - -<p>Van niet minder oude dagteekening is de <i>St. Antonius-broederschap</i>. -Hoewel zij het schuttersgezelschap vertegenwoordigde, -was zij toch een godsdienstige vereeniging -van mannen en jongelingen. Wij vinden nergens dat zij -ten dienste van den keurvorst heeft gestaan. Volgens eene -rekening van 1585 op perkament geschreven, bezat de -St. Antonius-broederschap aan jaarlijksche inkomsten: vijf -malder rogge en 40 kl. gulden. Daarbij hadden de gilden- -of St. Antonius-broeders jaarlijks eene ton bier te verteren. -Trouwens zoo was het in 1789. Peter Vervoort, ontvanger -dezer Broederschap, betaalde toen ook een onbeduidende -som aan de kerk. De koster ontving jaarlijks twee malder -rogge voor zijne diensten; daarmede was Hulsterhof -belast.</p> - -<p>De aloude St. Antonius-broederschap, hoewel in vorm en -inkomsten zeer gewijzigd, blijft steeds bloeiend voortleven -onder de benaming van de <i>alde schutterij</i>. Bij het jaarlijksch -vogelschieten, alsmede op eersten kermis-Maandag heeft<span class="pagenum"><a id="Page_75"></a>[75]</span> -een statige optocht plaats. Nauwelijks is het dag of de -tambour kondigt door trommelslag de feestelijkheid aan. -De schutters vergaderen op bepaald uur voor het huis des -schutters-koning of van den kastelein, bij wien de gewone -bijeenkomsten plaats hebben. Voor ettelijke jaren waren ze -met jachtgeweren en roeren, thans ook met lanssen gewapend. -Het korps bestaat uit een’ tambour-majoor die den -stoet vooraf gaat, uit grenadiers en de gewone schutters. -Alles, ook het commando, herinnert aan den tijd, dat -Tegelen onder het keurvorstelijk gezag stond; de majoor -kommandeert te paard en draagt tot teeken zijner waardigheid -eenen chapeau-claque, dikke épauletten, een lijfgordel -en ruitersabel. De grenadiers dragen colbakken, en -op een vroeger blauwen thans zwarten jas, roode épauletten; -de uniform is mettertijd herhaaldelijk gewijzigd. De -schutterkoning, omringd door eene eerewacht draagt den -zilveren vogel en is overladen van zilveren gedenkplaten. -Deze platen, gehecht aan een zilveren keten aan welks -uiteinde de vogel hangt, zijn geschenken deels van bloedverwanten -en vrienden des konings, deels van den koning -zelven. Bedoelde vogel zegt men een geschenk te zijn -van den keurvorst van Beijeren. Het is een kunstig gegraveerd -havikje van zwaar zilver. Boven den vogel hangen -drie zilveren bellen in den vorm van eikels, op elk dezer -leest men afzonderlijk POV † LES † W † N † T † A † -F † en W † M † S † I † A † H †. De rij van platen -bestaat uit: 1<sup>o</sup> Een hart met het opschrift: <i>Jonkheer Godart -van Stockheim</i>. 2<sup>o</sup> Een dito met opschrift: <i>Jost op gen Steijl</i>. -3<sup>o</sup> Een dito met <i>Peter aen gen Cruts</i>, en 4<sup>o</sup> met <i>Meichell -Rivers</i> tot opschrift. 5<sup>o</sup> Volgt een zilveren hart, tamelijk -zwaar en dienende tot klamp; op den voorkant ziet men -het beeld van <i>St. Martinus</i> benevens het jaartal 1614; -<span class="pagenum"><a id="Page_76"></a>[76]</span>op de keerzijde staat <i>Michiel Kremers</i>. 6<sup>o</sup> Een hart met -het afbeeldsel van een vaandrig met vaandel, opschrift -<i>Gerardus Peeters</i>. 1733. 7<sup>o</sup> Eene zilveren ster waarop staat -afgemaald een man zittende aan tafel terwijl de waardin -hem een glas aanbiedt, daaronder leest men: <i>Wilhelm Rivers</i> -1737. 8<sup>o</sup> Eene plaat waarop St. Martinus te paard is afgebeeld; -opschrift: <i>Jacobus Krusbergen</i> 1744. 9<sup>o</sup> Een groote -plaat met het borstbeeld van Koning Willem I, daaronder -het ronde opschrift: »Wilm I souvereine vorst van Nederland -heeft Tegelen aangetreden 1811”. 10<sup>o</sup> Eene plaat waarop -een zadelaar zit aan de werktafel; opschrift: <i>G. Wellens</i>. -»<span lang="de" xml:lang="de">Das Satler hantwerk ist, das macht viel leichter reiden, -Mein Schatz, drom liebe mich, ich mach euch mange -Freude 1818</span>”.</p> - -<p>11<sup>o</sup> Een idem, waarop verbeeld zijn een’ slager met zijne -huisvrouw benevens een os. Daaronder de namen -H. Peuten, C. Joosten. Vervolgens:</p> - -<div class="blockquot" lang="de" xml:lang="de"> -Lustig und dapper<br /> -Zijn die vleischhakker,<br /> -Bringen 1000 thaler bei<br /> -Und kauffen vette oksen ein.<span style="margin-left: 2em;">1819.</span><br /> -</div> - -<p>12<sup>o</sup> Een idem, voorstellende eene tapperij waaronder men -leest:</p> - -<div class="blockquot" lang="de" xml:lang="de"> -David König ehmals Hirt,<br /> -Ich nun König bleib’ doch Wirt.<br /> -<span style="margin-left: 9em;">A. Peeters 1820.</span><br /> -</div> - -<p>13<sup>o</sup> Een idem, waarop:</p> - -<div class="blockquot"> -Ik schoot den vogel voor den eersten keer,<br /> -Om te krijgen des konings eer.<br /> -<span style="margin-left: 9em;">P. Faessen 1821.</span><br /> -</div> - -<p>14<sup>o</sup> Een idem, opschrift:</p> - -<div class="blockquot"> -Ik schoot den vogel voor den tweeden keer,<br /> -Om te krijgen des konings eer.<br /> -<span style="margin-left: 9em;">P. Faessen 1822.</span><br /> -</div> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_77"></a>[77]</span></p> - -<p>15<sup>o</sup> Een idem, beeld van een pannebakker met eene -vorm en zetplank in de hand, volgt:</p> - -<div class="blockquot" lang="de" xml:lang="de"> -Ich hab das vögelein geschossen und genommen,<br /> -Das sehet ihr alle freude ein, die königs ehr bekommen.<br /> -<span style="margin-left: 9em;">Jacobus Denissen 1823.</span><br /> -</div> - -<p>16<sup>o</sup> Een idem met het vers:</p> - -<div class="blockquot" lang="de" xml:lang="de"> -Als König bin ich auserkoren,<br /> -Doch nur in bauernstand geboren,<br /> -Den der vogel war an mein,<br /> -So kan ein Bauer auch König sein.<br /> -<span style="margin-left: 9em;">H. Vervoort 1824.</span><br /> -</div> - -<p>17<sup>o</sup> Een idem:</p> - -<div class="blockquot"> -Gelijk Duitslands grootste slagt,<br /> -Was mijnen naam<br /> -Ik heb ’t nu zoo ver gebracht,<br /> -Dat ik hier als koning staan.<br /> -<span style="margin-left: 9em;">P. van Leipsig 1825.</span><br /> -</div> - -<p>18<sup>o</sup> Een idem:</p> - -<div class="blockquot"> -Toen ik nog was een jongezel<br /> -Schoot ik den vogel snel,<br /> -En nu ik ben in echten staat<br /> -Zie ik, dat ’t ook nog gaat.<br /> -<span style="margin-left: 9em;">A. Peeters. P. Joosten 1826.</span><br /> -</div> - -<p>19<sup>o</sup> Een idem, met het afbeeldsel van een’ molen, rechts -een molenaar met meelzak en links een koning met -kroon, volgt:</p> - -<div class="blockquot"> -Vandaag in konings gewaad,<br /> -Morgen in mulderspak,<br /> -Zoo goed mij nu het zilver staat,<br /> -Past mij ook den meelzak.<br /> -<span style="margin-left: 9em;">H. Aarts 1827.</span><br /> -</div> - -<p>20<sup>o</sup> Een idem met het beeld van eene schijf, waar men -potten op vormt en het volgende opschrift:</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_78"></a>[78]</span></p> - -<div class="blockquot"> -Ik zit hier op mijn troon<br /> -Met luister hoog verheven<br /> -De scepter dien ik toon<br /> -Doet mij als koning leven.<span style="margin-left: 2em;">P. Rulkes 1829.</span><br /> -</div> - -<p>21<sup>o</sup> Een idem met opschrift:</p> - -<div class="blockquot"> -Ik schoot den vogel neer<br /> -Voor den eersten keer,<br /> -Ook had ik daarbij de eer<br /> -Schoot den vitsvogel neer.<br /> -<span style="margin-left: 9em;">L. Timmermans 1830.</span><br /> -</div> - -<p>21<sup>o</sup> Een idem, waarop staat: In 1834 logeerde <i>P. van -Leipsig</i> koning van Tegelen, in het wapen van Leopold -I koning van België.</p> - -<p>22<sup>o</sup> Een idem met de woorden: <i>Godfried Krambrucher</i>, Prins -van Bracht, en Koning van Tegelen. Vandaag op den -troon, en morgen op de schijf, heb ik nu het zilver op -het lijf; het zegt gelukkig niemand aan ’t kleivat. 1835.</p> - -<p>23<sup>o</sup> Een idem, met opschrift:</p> - -<div class="blockquot"> -In 1820 als koning voor den eersten keer,<br /> -In 1826 wederom die eer,<br /> -In 1836 in ’t zelfde gewaat,<br /> -Staan wij in den Engel paraat.<span style="margin-left: 2em;">A. Peeters.</span><br /> -</div> - -<p>24<sup>o</sup> Een idem, op deze staat:</p> - -<div class="blockquot"> -Lees hier wie lezen wil<br /> -Dat ik in 1837 den 30 April<br /> -Timmermans Andreas<br /> -Koning der schutten was.<br /> -</div> - -<p>25<sup>o</sup> Een idem van Wilm Faessen uit 1838 met het volgend -politiek versje:</p> - -<div class="blockquot"> -Ziet hoe wonder het gaat,<br /> -Eenen Wilm poetst de plaat,<br /> -Een anderen Wilm komt terug<br /> -En heeft de plaat op zijnen rug.<br /> -</div> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_79"></a>[79]</span></p> - -<p>26<sup>o</sup> Een zilveren ster met het opschrift: Ter herinnering -der 50jarige echtvereeniging van den Weledel geboren -Heer G. J. de Rijk en Mevrouw G. J. de Rijk geb. -Th. H. M. de Koning. Steijl 24/9 1822-1872.</p> - -<p>Wat deze St. Antonius-broederschap voornamelijk doet -bloeien, is het daaraan toegevoegde ondersteuningsfonds, -strekkende tot tegemoetkoming voor zieke en afgestorvene -leden. Dit fonds, doorgaans de schuttersbus genoemd, werd -in 1835 opgericht en telde alstoen 27 thans 150 deelnemers. -Als eerste <i>stichters</i> staan ingeboekt: H. Kappus, -Laur. Hermans, Pet. van Leipsig, Godf. Krambrüchers, -Jan Wellens, Math. Rijvers, Ant. Peeters, Jac. Koopmans, -Jan Hovens, And. Timmermans. Aan deze tien, en bij ontstentenis -aan hunne opvolgers, blijft onder den naam van -<i>stichters</i>, het beheer der bus opgedragen. Twee hunner -houden elken Zondag na de Hoogmis een uur zitting in -een vrije kamer, door den koning of bij stemming, tot -vergaderplaats der leden aangewezen. Van drie tot drie -maanden worden deze <i>busmeesters</i> of <i>zittende stichters</i> door -twee andere vervangen, en wordt in tegenwoordigheid van -alle leden de rekening afgelegd. Van deze schuttersbus -kunnen lid worden alle ingezetenen der parochie beneden -de dertig jaren oud, mits van een onbesproken gedrag en -een gezond ligchaamsgestel<a id="FNanchor_53" href="#Footnote_53" class="fnanchor">[53]</a>. Zij betalen, behalve het -inschrijvingsgeld, elken Zondag <i>vijf centen</i>. Na twee jaren -lidmaat te zijn geweest heeft men, bij geval van ziekte, -”aanspraak op dagelijks 33 cents, gedurende een half jaar; -daarna bij voortduring der ziekte nog een half jaar op -iets minder; duurt echter de ziekelijkheid nog langer, dan -verkrijgt men geene toelage meer uit de bus, doch blijft -<span class="pagenum"><a id="Page_80"></a>[80]</span>des niet te min nog lid der Broederschap. Bij sterfgeval -betaalt de vereeniging den lijkdienst, doodkist enz. Alle -leden zijn op straf van 15 cents gehouden den lijkdienst bij -te wonen. Op gelijke boete moet elk lid tegenwoordig zijn -bij de twee voornaamste processiën en bij die, welke alle -eerste Zondagen der maand in de kerk of over het kerkhof -gehouden worden. Dezelfde bepaling geldt ook betrekkelijk -de hoogmis, die jaarlijks voor de afgestorvene leden -wordt opgedragen. Voor de gelden van inschrijving en -boete bestaat een afzonderlijke kas, daaruit alsmede uit eene -bijdrage der busgelden wordt jaarlijks eene som ter beschikking -gesteld aan de leden, die daarmede zich op -St. Antonius en St. Martinusdag recht hartelijk vermaken. -De bus der St. Antonius-schutterij heeft thans eenige gelden -op intrest uitgezet.</p> - -<p>Met eenzelfde doel, en bijna op denzelfden voet ontstond -in 1846 de Broederschap van <i>St. Martinus</i>. Ter onderscheiding -van de St. Antonius-broederschap of de <i>alde -schutterij</i>, noemt deze zich de <i>St. Martinus-</i> of de <i>jonge -schutterij</i>. Ook deze vereeniging werd in christelijken zin -opgericht. Den 11 November 1846 vormde zich eene commissie -samengesteld uit Joannes Franssen, Gerard Roggen -en Hendrik Driessen, en meerdere belanghebbende; deze -wendde zich tot den toenmaligen pastoor van Tegelen met -verzoek om goedkeuring der ontworpene Broederschap, -en verlof tevens om in de processiën op H. Sakramentsfeest -en op Maria-Hemelvaart te mogen tegenwoordig zijn; -terwijl zij zich harerzijds verplichten:</p> - -<p><i>a</i>. Die plaats in de processie te zullen innemen, welke -de pastoor zal goedvinden. <i>b</i>. Op St. Martinusdag eene -hoogmis te laten doen, en dien dag zonder dans-muziek -te zullen vieren. <i>c</i>. De processie te vergezellen met of -zonder muziek volgens verlangen des pastoors. <i>d</i>. De leden<span class="pagenum"><a id="Page_81"></a>[81]</span> -straffen, die zich te dier gelegenheid door dronkenschap -of andere baldadigheid zouden te buiten gaan. <i>e</i>. Zich op -kermis-Zondag en Maandag stiptelijk op het teeken der -klok ter kerke te zullen begeven. Ook dit gezelschap houdt -jaarlijks vogelschieten, en heeft een zoogenaamde <i>Bus</i>, -waardoor in de behoefte van zieken, enz. wordt voorzien.</p> - -<p>Ten slotte zij nog melding gemaakt van het zoo gunstig -bekende <i>fanfare-gezelschap</i> alhier. Deze Vereeniging, ontstaan -in 1853, is talrijk, en heeft zich door vlijt en kunstgevoel -tot zekere hoogte weten te verheffen. Zij vond zelfs in -eenige steden, waar zij zich deed hooren, onbeperkten -bijval.</p> - -<p>Meer dan eens heeft zij een gewaardeerden dienst bewezen -aan onze ingezetenen, door der godsdienstige en burgerlijke -feestvieringen nieuwen luister bij te zetten.</p> - - -<h3>§ XII. Feesten.</h3> - -<p>Het is bekend, dat de kermissen haren oorsprong en -naam ontleenen aan het feest, waarop men den verjaardag -vierde van de inwijding der parochiale-kerk. Men noemde -dit in de middeleeuwen <i>kerkwijding—kerkenfeest</i>. Dien dag werd -alle arbeid gestaakt; de ingezetenen hulden zich in -hunne paaschbeste kleeding en togen ter kerke; want -zoo sprak men: <i>Vandaag is het Kerkmis of kermis</i>. De -eigenlijke kerkmis-dag voor deze parochie valt op den 11 -November, feest van den H. Martinus, doch sedert jaren -is het dan geen kermis meer.</p> - -<p>Uit eene aanteekening van het jaar 1681 vernemen wij -het volgende betreffende onze feesten<a id="FNanchor_54" href="#Footnote_54" class="fnanchor">[54]</a>. »Jaarlijks wordt -op Zondag na St. Bartholomeus of laatsten Zondag van -Augustus het feest van <i>Kerkwijding</i> gevierd<a id="FNanchor_55" href="#Footnote_55" class="fnanchor">[55]</a>. Alsdan -<span class="pagenum"><a id="Page_82"></a>[82]</span>men de mis <i>Terribilis</i>, waarna processie over het -kerkhof, terwijl <i>Te Deum</i> wordt gezongen: de plechtigheid -wordt gesloten met den zegen des Allerheiligste.” Op dezen -dag viert men nog heden de zoogenaamde <i>Herfstkermis</i> of -groote kermis.</p> - -<p>»De <i>Theopheria</i> of H. Sakramentsprocessie wordt gehouden -op Zondag onder de octaaf van het H. Sakramentsfeest. -Alsdan komt een der Eerw. Paters uit Venlo het sermoon -houden onder de hoogmis, en wordt daarna de processie -ingesteld, ofwel over Kruis, Hagenboomke, Overtegelen, -op Steijl en vandaar kerkwaarts, na aan de vier statiën -den zegen gegeven te hebben; of door het dorp langs de -Munt over de Haenerhei verder over Hagenboomke, Kruis -weer naar de kerk.” Gemeenlijk worden deze wegen bij -afwisseling gevolgd; ter gelegenheid dezer plechtigheid -wordt de <i>eerste of kleine kermis</i> gevierd. »Op St. Marcus -dag, zoo lezen wij verder, is het gebruik processie over -het kerkhof te houden. In de Kruisdagen, als het gunstig -weder is, trekt men den eersten dag langs <i>End</i> over de -<i>brug</i> kerkwaarts; den tweeden dag over de brug langs -den <i>alde mert</i>, en den derden dag door het dorp over de -<i>Munt</i> door de <i>Bongaartsstraat</i> naar de kerk.” Men volgt, -bij deze gelegenheid ook thans nagenoeg denzelfden weg.</p> - -<p>Vóór 1681 was het gebruikelijk, dat na de processie op -H. Sakramentsfeest de voornaamsten des dorps, ten getalle -van 20 à 25 man, zooals: de pastoor, de pater, de gezworenen -of schepenen, de zangers enz. in eene daartoe bepaalde -herberg vergaderden en op kosten der kerkfabriek -aldaar het middagmaal gebruikten. Deze onkosten, zoo -wordt vermeld, kon de kerk in de toekomst niet meer -dragen uithoofde harer graote behoeften. Naar wensch des -pastoors en der hoogere geestelijkheid is dit gebruik dan -ook achter wege gebleven.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_83"></a>[83]</span></p> - -<p>Even als elders wordt in onze gemeente, ’s avonds voor -den feestdag van den H. Martinus, het <i>St. Martensvuur</i> -ontstoken. Dit geschiedt doorgaans op vier plaatsen. Te -weten: een eerste op den Berg dat gemeenlijk gebluscht -is, vooraleer de overige gereed zijn. Een tweede op de -Leemhorst; dit onderscheidt zich door de vele daar naast -staande brandende stroofakkels; is dit uitgebrand dan -maken de Tegelsche en Steijler knapen zich gereed. Na -drie maanden lang voor een stevigen en hoogen brandstapel -te hebben gezorgd, door hout en stroo bij een te -»trossen”, heeft men geen haast om ’t ontsteken; want de -eer komt aan hen, wier vuur het langste brandt. De Tegelschen -stoken hun St. Martensvuur op den <i>Spekberg</i>; en de -Steyler hebben hunnen brandstapel op eenen heuvel ook -den <i>Spekberg</i> genaamd opgericht, beide verhevenheden zijn -de hoogste punten van den omtrek.</p> - -<p>Vóór 25 jaren maakte het <i>gansrijden</i> een deel uit onzer -volksfeesten. Deze vermakelijkheid had plaats op vastenavond. -Meestal werd de gans gereden in de thans weggeruimde -laan, in de richting van af den alde mert naar -den Linksterhof. Somtijds gebeurde dit ook op een of -ander gehucht. Daags na het gansrijden, op vastenavond-Dinsdag, -werd een gul middagmaal aangericht voor de -mededingers naar den gansenkop. Deze pret heeft nu -plaats gemaakt voor eene soort tentoonstelling op het -marktplein door gemaskerde personnaadjes.</p> - - -<h3>§ XIII. Handel en Nijverheid.</h3> - -<p>Het gehucht Steijl, door zijn gunstige ligging op de -Maas, alsmede wegens zijn ruime en voor schepen en -karren zeer gemakkelijke losplaats, bezat onder de Keurvorstelijke -regeering, onder de Fransche Republiek en het -Keizerrijk een’ zeer belangrijken expéditie-handel. De naburige<span class="pagenum"><a id="Page_84"></a>[84]</span> -Rijnprovincie had deze plek gekozen tot stapelplaats -voor de goederen, die zij uit Frankrijk, Belgie en Holland -trok en omgekeerd uit Duitschland derwaarts verzond. -De toevoer was destijds zoo groot, dat de menigte pakhuizen -dikwijls de groote hoeveelheden zout, olie, pek, granen -en koloniaal-waren niet konden bergen. Wie toenmaals een -paard bezat in onze gemeente was ook vrachtvoerman. -Goederen werden hier aangevoerd of afgehaald voor de -steden Keulen, Dusseldorp, Neuss, Urdingen, Gladbach, -Vierssen, Kempen, Dulken, Breijel, Kaldenkerken, enz. De -goedkoope prijzen van los- en pakgeld deden er veel aan, -dat de handel den voorkeur aan Steijl gaf boven andere -plaatsen. Zoo betaalde de eigenaar of koopman van goederen -slechts 12 centen voor het lossen en bewaren van goederen -die, om het even hoeveel, door eene kar konden -vervoerd worden.</p> - -<p>De inlijving van Tegelen bij het Koningrijk der Nederlanden -bracht een gevoeligen slag toe aan den handel te -Steijl. De Pruissische zoutfactorij, vroeger aldaar gevestigd, -werd in 1816 naar Kaldenkerken overgeplaatst. De drukte -was nu op verre na zoo groot niet meer als voorheen. Toch -bleef van 1822 tot 1830 de koloniaal handel nog altijd -beduidend. Dagelijks kwamen honderde smokkelaars uit -Pruissen, koffij, rijst, tabak enz. inkoopen om die ter sluiks -over de grenzen te brengen. Doch nadat sedert 1830 het -verkeer op de Maas met Holland gesloten was en Steijl tot -Belgie behoorden, was de handel hier niet levendiger dan -elders; zelfs de overeenkomst van Londen in 1833, die de -Maas vrij maakte, kon dien niet meer doen herleven; de -tijden waren voorbij.</p> - -<p>Ook de scheepsbouw, vroeger alhier bloeiend, liet van -lieverlede na; en toen stoombooten de Maas bevoeren, zag -men zelden meer, dat hier schepen gebouwd werden.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_85"></a>[85]</span></p> - -<p>De nijverheid daarentegen en het fabrieken-wezen hebben -in de gemeente Tegelen in bloei toegenomen. Een bewijs -dienaangaande is de in het oog loopende aanwas der bevolking. -Men vindt hier een aantal pannen-, steen- en pottenfabrieken, -eene ijzergieterij en pletterij; tabak en cigarenfabrieken -enz., die aan een groot gedeelte der inwoners -een goede broodwinning verschaffen. Wat de potten- en -pannenfabrieken aanbelangt, mag men veilig aannemen, dat -zij de oudste tak der Tegelsche nijverheid vormen. Men -herinnere zich, wat wij aanvankelijk nopens den naam en -den oorsprong van ons dorp hebben gemeld, en wat wij -hebben gezegd over de ontdekking van overblijfsels van -pannenbakkerijen uit het romeinsch tijdvak. De Tegelsche -pannen zijn, zoowel wegens hare sterkte als gladheid en -schoone kleur, alom gezocht; de meesten worden naar -Duitschland en België verzonden. Op het oogenblik werken -17 fabrieken. De pottenfabrieken alhier, vroeger zestien, -thans vijf in getal, tierden voornamelijk van 1821 tot 1830. -Men kon toen niet genoeg waren leveren aan de kooplieden -uit Nassau en aangrenzende streken. Deze lieden kwamen -jaarlijks omstreeks Paschen uit Holland, waar zij schepen -huurden, herwaarts, en na eenige weken hier vertoefd -te hebben, voerden zij de ingeladen koopwaren naar Rotterdam, -Amsterdam, Groningen, Middelburg, Antwerpen, -Brussel enz. Sommigen lieten zeeschepen tot Steijl opvaren -en namen ladingen in voor Bordeaux, Marseilles en de -Spaansche zeehavens. Bij wijlen had de Steijler losplaats -dan ook het aanzien van een kleine zeehaven. In 1835 -liet hier een Hannoveraansch kofschip Theclanette genaamd, -het anker neder; het was groot 38 last en laadde toen -33000 ned. pond zwart goed voor Rouaan in Frankrijk, -bestaande uit koffijkannen, melkpotten, melkbaren of schotels, -braadpannen en ander keukengereedschap.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_86"></a>[86]</span></p> - -<p>De kleinste soort van aardewerk, zooals b. v. een -spaarpotje of een nachtegaalsfluitje, noemt men een <i>kwart</i>; -een thee of koffijpot kan drie à vier <i>kwart</i> uitmaken; dit -is de maatstaf van berekening bij het koopen en verkoopen -in aanmerkelijke hoeveelheid. Deze pottenfabrieken benevens -pannenbakkerijen verbruiken jaarlijks voor 60 tot 70 duizend -gulden aan brandhout, behalve de steenkolen. De glazuuraarde -of Bleiertz, welke men gebruikt, om aan het -aardewerk een zwart- of bruinglinsterende kleur te geven -en ten onzent <i>loot</i> wordt geheeten, komt uit den Eiffel. -Het looten, nadat de waar <i>zonnebak</i> is, pleegt het werk -van den baas der fabriek te zijn. Niet onjuist wordt het -werktuig, dat de arbeider door middel zijner voeten in -beweging brengt, terwijl hij met natte vingeren den noodigen -vorm aan de te maken potten geeft, vergeleken bij -een spinnewiel; vandaar dat men nog wel zegt: potjes-spinnen.</p> - -<p>Sedert een tiental jaren worden te Tegelen door de -fabriekanten Jac. Gitmans, Theod. Gitmans en Steph. -Engels aarden buizen gefabriceerd, die in groote hoeveelheid -veelal naar België worden verzonden; deze worden -gebruikt voor waterleidingen, schoorsteenen enz.</p> - -<p>In 1854 hebben de Heeren H. Kamp en F. Soeten hier -een nieuwen en zeer belangrijken tak van nijverheid in -werking gesteld. Het zijn de ijzerpletterij, ijzergieterij en -meni-fabriek. Zij worden door stoom gedreven en verschaffen -aan een aantal lieden arbeid in overvloed. Deze -fabrieken werken voornamelijk voor de Provincie, doch -ontvangen ook vele bestellingen uit Hamburg en uit de -Hollandsche zeehavens. Er zijn wijders drie tabaks- en -twee cigarenfabrieken, vier bierbrouwerijen wier naam -zeer gunstig bekend staat. De vijf jeneverstokerijen zijn -thans tot een enkele verminderd. Behalve zes en vijftig<span class="pagenum"><a id="Page_87"></a>[87]</span> -herbergen telt men ruim twintig winkels van allerlei -koopwaren.</p> - -<p>Ook zijn er vijf slachterijen, die volop aftrek hebben, -ofschoon ook het gebruik van paardenvleesch bij de arbeidende -klasse niet in minachting staat; sinds ettelijke jaren -worden gemiddeld 12 paarden per jaar geslacht.</p> - -<div class="p1 right"> -<span style="margin-right: 3em;">G. PEETERS,</span> -</div> - -<div class="p1"> -<span style="margin-left: 3em;"><i>Blerick St. Lambertus 1875.</i></span> -</div> -<hr class="chap" /> - -<div class="chapter"> -<p><span class="pagenum"><a id="Page_88"></a>[88]</span></p> - -<h2 class="nobreak" id="BIJVOEGSEL">BIJVOEGSEL</h2> -</div> - - -<p>Tot staving van hetgeen wij in ons eerste deel over de -oorspronkelijke kerk van Tegelen hebben medegedeeld, -strekken niet weinig de volgende aanteekeningen en oorkonden -betrekkelijk Reuver en Beesel. Deze bescheiden -vinden hier des te gereeder plaats, omdat gemelde plaatsen, -onder meer dan een opzicht met ons vaderdorp in -betrekking stonden<a id="FNanchor_56" href="#Footnote_56" class="fnanchor">[56]</a>.</p> - -<p>De voormalige <i>St. Lambertuskapel</i> te Reuver was gelegen -op een’ heuvel genaamd »in de Ozandbergen” tegenover -het kasteel van Kessel, (castellum Menapiorum) en langs -den zoogenaamden »Keulschenweg”. Tijd en jaartal der -opbouwing dier kapel verliezen zich in de oudheid; zooveel -echter meent men te weten, althans de overlevering -verhaalt het zoo, dat dit gebouw oorspronkelijk zou opgericht -zijn als wachthuis en wel ten tijde, dat het kasteel -te Kessel gebouwd werd, alzoo lang voor de christelijke -tijdrekening.</p> - -<p>Op het einde der zevende eeuw, toen de HH. Willibrordus -en Lambertus het Evangelie in deze landstreken -verkondigden, zou, luidens de overleving, het vroegere -wachthuis in een Christentempel zijn veranderd geworden, -ten gerieve van drie bevolkte plaatsen of gehuchten, nl. -Beesel, Reuver en andere meer verspreide woningen. De -H. Plechelmus, dus beweert men; las meermalen aldaar -de H. Mis. Naderhand bleef deze kapel tot parochiekerk -<span class="pagenum"><a id="Page_89"></a>[89]</span>van Beesel dienen, tot dat op die plaats in de 14<sup>de</sup> eeuw -een grootere tempel werd opgetrokken. Deze is in 1840 -door een nieuwe kerk vervangen.</p> - -<p>Ten jare 1300, toen wegens allerlei rampen, gebrek aan -priesters bestond, kwamen de Predikheeren van Maastricht -alhier de zieken en stervenden bijstaan, en genoten van -de dankbare geloovigen der drie gehuchten vaste inkomsten -in vruchten. Van dien tijd af tot 1793 is het gebruik -steeds bijgebleven dat jaarlijks op het feest van den H. -Lambertus (17 September) een Predikheer uit Maastricht -hier de H. Mis kwam lezen en prediken. De inzameling -der vruchten was bereids door de Paters zelven afgeschaft.</p> - -<p>Den 7 April 1661 werd aan de kerk van Beesel een’ -kapelaan toegezegd. Alle inkomsten, eigendommen, onder -welken titel of benaming ook, werden van de kapel afgenomen -en tot oprichting en instandhouding der kapelanij -van Beesel aangewend, onder uitdrukkelijke bepalingen: -dat de tijdelijke kapelaan van Beesel tevens rector zou zijn -van de kapel en verplicht zoude wezen op alle Zaterdagen -in de kapel de H. Mis te lezen. Vervolgens moest de -kapelaan op St. Lambertusdag, die plechtig gevierd werd, -den pastoor, den beheervoerders en den zangers twee -rijksdaler betalen voor bewezene diensten. Wijders moest -hij den pastoor behoorlijk onderhoud verschaffen als deze -in de kapel kwam helpen biecht hooren. Eindelijk stond -nog ten laste van den kapelaan: de instandhouding van -den kapelbouw, de aanschaffing en verzorging der benoodigde -gewaden, sieraden enz.</p> - -<p>In 1787 den 9 Mei werd een rector-curaat aan deze -kapel aangesteld door den toenmaligen bisschop van Roermond. -Toen na de Fransche omwenteling geen geregelde -dienst meer kon plaats hebben, werd de kapel aan haar -eigen lot overgelaten. Spoedig daarna bouwvallig geworden, -stortte zij eindelijk in puin, op den 9 Februari 1830.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_90"></a>[90]</span></p> - -<p>Kort daarop, den 3 Maart reeds van hetzelfde jaar, sloegen -de inwoners van Reuver de handen aan het werk en -richtte in de kom der plaats eene nood-kapel op, in afwachting -van een nieuwe kerk met welker bouwing -spoedig een aanvang gemaakt werd. Deze was in 1833 -reeds in zooverre voltrokken, dat zij den 17 Juni door den -Hoogeerwaarden Heer Deken van Venlo kon worden ingezegend. -’s Jaars daarna werd ook het kerkhof gewijd. In -datzelfde jaar werd Reuver van de moederkerk Beesel -afgescheiden en tot parochie verheven. De scheiding werd -door Gedeputeerde Staten, den 25 Juni 1834, erkend en -goedgekeurd. De WelEerw. Heer Theodorus van Wylick -was de eerste pastoor der nieuwe parochie.</p> - -<p>Copie der Brieven van octroy van de kapelle van het -kerspel Beesel om eene vrye Jaermerckt den 16 July 1689.</p> - -<p>Carel by der gratie Godts Coninck van Castilien, Hertogt -van Gelre doen te weten, dat wy hebben ontvangen -die supplicatie van H<sup>re</sup> Joes Beurskens Capellaen tot Beesel, -ende rector van de Capelle van St. Lambert aldaar gelegen, -inhoudende hoe dat dezelve door ouderdom ende voorige -Crijgstroubelen soodanigh wore onderkomen, ende geruïneert, -datten Heere Remmt met de grootste moeijten van -de wereldt deselve wederom hadde moete repareeren, ende -in goede staet stellen, waartoe sijne Hooghw: ook de -goedheijdt hadde gehadt van bij sijne Pauselijcke Heijligheidt -einen vollen aflaet te verkrijgen, voor alle persoonen, -die in loco hunne devotie souden doen, ende alzoo de zelve -Capelle volgens de gemeijne traditie in de haer figure ofte -form naer alle waerschijnelijkheijdt, wore gebauwt, in den -tijdt alswanneer deze Landen alnoch heijdens waeren, ende -over sulkx naer de bekeeringe indezelve den eersten Christelyken -ende Cattolijken godtsdienst wore begonst, soo -wore t’ dat d’ inwoenderen van tijde tot tijde de voorss:<span class="pagenum"><a id="Page_91"></a>[91]</span> -antiquiteijt hadden soeken te conserveeren, ende eijntelijk -sijne opgete Hooghw: gedient geweest, om deselve met -de voorss: indulgentiën te vercieren, waeromme den H<sup>re</sup> -Supplt uijt einen puijren iver tot meerdere eere, ende -glorie Godts ook geerne soude sien, dat allen sijnen arbeijt -eenigen effecte mochte sorteeren ende hij eenige middelen -conde becommen, om de gemelte Capelle voor alle toekommende -hervallinge te verseekeren, derhalve mit wille -en consent van sijne glte Hooghw: ende advis van andere -godsdienstige persoonen nodigh gevonden, om eenige privilegie -bij die van onsen raede met alle oedtmoedigheijdt -te solliciteeren, te weten: het Recht van eenen Jaar ende -peerde merckt, waar door meerdere occasien van offer tot -herstellingen van t’ voorss: oudt Godts huijs soude worden -gegeven, ende gemerckt, daar bij niemant en waere -gepreejuditieert in t’ geheele ampt van Montfort, alwaer -geene jaermerckten, en wierde gehouden, dan ter Contrarien -voor alle naebuyrighe plaetsen profijtelijk ende dienstelijck -soude wesen, vermits die plaetse ook tusschen -Ruremonde ende Venlo gelegen verre op eene seer bequaeme -situatie gelijck sijne voorss: Hooghw: deselve -ettelijke reijsen gevisiteert hebbende, soude komen verclaeren, -en derhalven den voorss: rector tot de reparatien -ende dese sollicitatie hadde gemoveert wore t’ datten glten -H<sup>r</sup> Supplt, siende geenen anderen middel (vermits de gemeynte -seer verarmt, en verschuldt were) om tot den -effect van synen loffelyken iver te geraeken sigh genoodtdrinckt -vonde te keeren tot onsen Hove seer oedtmoedelijk -biddende ten ijnde die van onsen Raede gedient beliefden -te wesen aan de voorss: Capelle gratieuselyk tot meerdere -eere ende glorie godts het recht van glte jaer ende peerdenmerckt -op den dag van St. Lambertus (wesende den -17 7ber) te vergunnen, en daervan brieven in forma te<span class="pagenum"><a id="Page_92"></a>[92]</span> -verleenen, waerdoor den sûplt beloefde met een gemeen -gebedt, altijd den almogende te sullen bidden om ons in -eene langhdrijvige gesondheydt, en gelucksalige regiring -te willen gespaeren. Waeromme soo ist, dat wij t gerre -voorss: aengemerckt genegen sijnde ter oedmoedige bede -van Sûplt bij deliberatie van onse seer lieve en getrouwe -die Cancellaer, en de Raeden onser voorss: voorstendom -gelre bij hem alvoorens hier op gehadt de advisen reipe -van onsen Raedt ende Moimboir in gelderlandt en officier -van plaetse aen de voorss: Capelle gratieuselijk hebben -geconsenteert, ende geaccordeert, consenteeren ende accordeeren -mits dese opene brieven om op den dagh van St. -Lambertus wesende den 17 September een jaar ende -peerden merckt te houden bij provisie ender sonder praejuditie -van jeders recht, mits betalende onse Rechten, en -andere, die daer toe soude moegen staan, want ons alsoo -gelieft; des t’ oirkonde hebben Wij Coninck onzen segel -hier aen doen hanghen, gegeven binnen onse Stadt Roermonde -den sesthinden dagh van den maandt Julij in den -jaere ons heere duyzent seshondert negen en taggentig -ende van onze Rijcken het vier en twintigsten:</p> - -<p><i>lager stond</i></p> - -<div class="blockquot"> - -<p>accordeert met octroijen boek van -den hoeve beginnende met den maendt -Julij 1687.</p> - -<div class="center"> -bij mij<br /> -</div> -<div class="center"> -<i>Was geteekend</i> G. P. van Dùnhgen secretaris. -</div> -</div> - -<hr class="chap" /> - -<div class="chapter"> -<p><span class="pagenum"><a id="Page_93"></a>[93]</span></p> - -<h2 class="nobreak" id="BIJLAGEN">BIJLAGEN.</h2> -</div> - - -<h3 id="BN1">N<sup>o</sup> I.</h3> - -<div class="blockquot"> - -<p><i>Everger, aartsbisschop van Keulen, verkrijgt van Notger, -bisschop van Luik, Gladbach en Reithe, bij ruiling -tegen Tegelen, Lobberich en Venlo.</i></p></div> - -<div class="center"> -—Kort voor 999—<a id="FNanchor_57" href="#Footnote_57" class="fnanchor">[57]</a>. -</div> - -<p class="p1" lang="la" xml:lang="la">Tum vero devotum episcopus vovit volum, in pristinum statum -loceum sanctum velociter restaurandum, et ad suam diœcesim ab -episcopo Leodiensi mutuandum, et quidquid ipsius ecclesiæ prædiorum -nondum fuisset dispersum, vel quid ipse posset undecumque -precario vel quoque pacto colligere, sancto Vito donandum -sine retractione.....</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Interea non secus ac voverat reparando monasterio pontifex -instabat, quod quia festinato perficere studuit, cum nullo ornatu, -sicut est hodie, perfecit. Sed et parochiam non distulit, mutuare -pro duabus ecclesiis, id est pro Gladebach et Reitha, donans tres: -Tegelon, Ludebracht et Vennelon. Verum quoniam non multo post -supervixit, pauca prædia colligere potuit.</p> - - -<h3 id="BN2">N<sup>o</sup> II.</h3> - -<div class="blockquot"> -<p><i>Verkoopakte door de schepenen van Tegelen in 1473<a id="FNanchor_58" href="#Footnote_58" class="fnanchor">[58]</a>.</i></p></div> - -<p class="p1">Wij ghemeijnde Schepen van Tijghelen teuijgen ende bekennen -mitz deisen openen brieff dat vour onss kommen seijen Geret -Heinen en Trijn sijn echte huijsvrouwe en hebben bekant voir oes -en euren beijen, in der tijt doen sij des mechtig en moegent en -mit goeden beschijt doen mochten, dat sij vercocht hebben en -vercoopen mit deisenselbige brieff erflijck end euwelijck ein soemmer -<span class="pagenum"><a id="Page_94"></a>[94]</span>op ein stuck lants soo wie dat inden naten en droegen gelijgen -is bij die Waetter Eijdt....... aen Gerretje Weillen ende Beth -sijn echte huijsvrouwe ende euren erven op dit voirs. stuck lants -einen Rhijnschen Churfürster gulden, goet van paijement swaer van -gewicht, off die werde daer voir, al op den heijligen paschavont -te betaelen van nu voirtan ende ten euwigen daegen toe, end -waert zaecke dat Gerret en Trijn ofte euren erven verseumelijck -bevonden woorden, niet en betaelden, soo sal en mach Gerretje -Weillen voirs. off sijne erven dat stuck lants aenvangen tot sijn -onderpant, en dat gebruicken gelijck sijn andere gemeijne proper -erff en goed.... In alles sonder arch ende list. Und want wij gemeijne -Schepen van Tijghelen geenen zegel en hebben, hebben wij -gebeden en bidden aen den eersamen ende wijsen mannen en gemeijne -Schepen van Bracht ende Kaldekerke, dat sij haeren segel -aen desen berif willen hangen, dat wij voirs. schepen gherne gedan -hebben om rede wijl die gemeijnde schepen van Tijgelen voirs. -beheltenis den heer van den landen sijner rechte und mallich sijne -goede rechten.</p> - -<p>Gegeven in den jaer ons Heeren duijsent vierhondert drieentseventich -op Meiavont.</p> - -<p>Onder stond:</p> - -<div class="blockquot"> - -<p>Deise copie gecollationeert mit seinen originelen -capitael heuffbrief in parcament geschreven is -daerme van woort tot woort bevonden te accorderen -bij mij Theodorus Wackers substititus Secretarius -tot Breijll.</p></div> - - -<h3 id="BN3">N<sup>o</sup> III.</h3> - -<div class="blockquot"> - -<p><i>De Schout Theodoricus Ploenis, bekrachtigt een uiterste -wilsbeschikking ten voordeele van de kapel en -den rector te Steijl, 1526<a id="FNanchor_59" href="#Footnote_59" class="fnanchor">[59]</a>.</i></p></div> - -<p class="p1" lang="la" xml:lang="la">Dictæ Capellæ ac ad usum rectoris ac possessoris ejusdem (legant)....</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">.....Item quamdam domum pro habitatione et sustentatione dicti -rectoris, vulgariter vocatam G..... etiam cum omnibus et singulis -<span class="pagenum"><a id="Page_95"></a>[95]</span>juribus et pertinentiis, cum terra arrabili‚ necnon pascuis et aliis -in suis terminis tum siccis quam aquosis ibidem opgen Vrinen -situatis. Item jugera terræ arabilis vulgariter dicta Eigenlant in -veteris Ecclesiæ finibus et in suis terminis situata ad præsentes -testatores spectantia et pertinentia.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Item voluerunt etiam præfati Thomas et Sophia testatores in -prædicto eorum testamento, ut toties, quoties dicta Capella vacaverit, -tunc semper senior proximorum de Sanguine Ejusdem Sophiæ -testatricis: si quis ad hoc idoneus repertus fuerit, ac id infra -mensis spatium a die vacationis computandum, petierit; alioquin -tunc alium idoneum in oppido Kempensi ex bonis et honestis -parentibus in thoro legitimo natum actu presbyterum, vel in tali -ætate provectum quod infra triennium possit se in presbyterum -facere ordinari, ad hujusmodi officium eccl. in dicta capella exagendum -assumet et nominabit ad talem sic assumptum et nominatum -venerabili D<sup>no</sup> Pastori Vet. Ecclesiæ, sive ejus vice-curato, præsentabit. -Quem sic nominatum et præsentatum Ipse D<sup>nus</sup> Pastor sive -vice-curatus absque ulla difficultate aut contradictione ad officium -<i>trium missarum</i> et in dicta Capella, rectorem, admittet, instituet -ac investiet de eadem. Pro jure ultra unum florenum aureum -Rhenense non exiget, nec exigere præsumat. Si instituere recusaveril -aut plus exegerit pro jure, eo casu jus admittendi, instituendi -et vestiendi ad venerabilem et egregrium sigilliferum curiæ Coloniensis -pro tempore existenti ea vice devolvet.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Quod, si plures de sanguine ipsius Sophiæ Testatricis essent -iique in æquali gradu, tunc senior ætate cœteros præteribit, modo -(ut ante dictum) annum vigesimum quartum habeat, aut infra -triennium in presbyterum ordinari possit in sequenti 25<sup>to</sup> anno. -Alienus vero, de sanguine dictæ Sophiæ non existens, erit ex -honestis parentibus et conjugibus legitimis natus ac presbyter, vel -ut supra infra triennium. Et semper Rector pro tempore dicti officii -sive deservitor singulorum prædictorum quondam Thomæ et Sophiæ -fundatorum, suorumque progenitorum, parentum et benefactorum -ac omnium Christifidelium defunctorum memoriam habebit et -tenebitur.</p> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_96"></a>[96]</span></p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Præterea dictus rector, hoc idem officium non resignabit neque -permutabit nec quovis modo demittet etiam in manibus aut ordinarii -loci aut alterius cujuscumque, nisi de prædicti senioris patroni et -pastoris pro tempore dictæ veteris ecclesiæ residentis expressa -petita et obtenta licentia et voluntate.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Postremo voluerunt et ordinaverunt prædicti testatores, quod -hujusmodi officium trium missarum non eriget in beneficium ecclesiasticum, -sed in perpetuo manebit simplex officium eccl. sive -nudum ministerium, et quoties illud vacaverit, iteram debet fieri -præsentatio personæ idoneæ ad illud modo præmisso quæ postquam -admissa fuerit et juramentum præstiterit omnia et singula onera -adimplere, instituetur.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">In quorum omnium fidem et testimonium præmissorum Ego -Theodoricus Ploenis scholtetus et subprætor antedictus has præsentes -fundationis, dotationis et donationis præfati officii ecc. -patentes litteras exinde fieri feci et procuravi et manu mea propria -inferius appenso communivi. Sub anno nativitatis Dni millesimo -quingentesimo vigesimo sexto.</p> - -<div class="right" lang="la" xml:lang="la"> -Subscriptum erat: Ego Theodoricus ut supra etc.<br /> -</div> - - -<h3 id="BN4">N<sup>o</sup> IV.</h3> - -<div class="blockquot"> - -<p><i>Gerard van Holtmolen en Elisabeth van Ympel verkoopen -eene jaarrente van 20 goudgulden ten laste der hoeve -Bongaart alhier, tot instandhouding eener dagelijksche mis. -1540<a id="FNanchor_60" href="#Footnote_60" class="fnanchor">[60]</a>.</i></p></div> - -<p class="p1" lang="de" xml:lang="de">Jch Florens Van Holtmoelen Leenhere deser nachbeschrevene -güeder doen kondt allen ind gegligen tuygen mit desen opene -brieve dat vurr mich ind die froeme here Johan Van Stalbergen -der rechten doctor ind Heynrich Van Bernevelt als mannen van -Leen deser meyner leengueder kommen ind erschenen sijn Gerard -Van Holtmoelen Elisabeth Van Ympel syn elige huysfrouw inde -hebbe wettig ind waille in eine vaste steden erffkoùp erffligh ind -<span class="pagenum"><a id="Page_97"></a>[97]</span>ewigligh gegeven ind verkoufft ind vermits dessen verstehen uns -ein geburchge somme van penningen verkoùpen, aen uns op eine -hoeff genant Bongart gelich der huyden disdaghs in den kerspell -Tygelen myt alten syne rechten ind toebehoir nyet daervan uytgescheyden -vürrder munte gelegen is, twintigh bescheiden golden -Reynisse der Chùrfursten munt gùt van gold ind swaer van gewicht -vür dato dis brieffs gemet ind geslagen jairlix ind erfflichs -tsijns off die rechte werde daervuer an andere gueden gemete -gelde, daerme in tijde der betalunge binnen Ruremunde den churfurster -bescheiden gùlden uns gegeven ind soerven mach, Johan -Dryvener, Christoffel Van Duersdael ind Johan Golstein als man ind -momber Heilwich Von der Kranken syne huysfrouwe, als collators in -behülf hr. Bernards Van Besele als rector testertijt ind syne naekoemelinge -als rectore Sent Mathias altaris in der collegiale kyrche -des heijligen geistes bynnen Ruremunde gesteyfft ind fundirt van -den werdigen Here Johan Drijvener wyleer aldaer canonicus gewest -seliger gedechtnis toe Ere ind love Gots almechtich, Mariae -sijner gebenedieder Moeder, senct Mathias, senct Dyonys, senct -Reymijss ind Senct Margrete, wie mit meer andere renthen daervür -geordineirt ùm degelycks eine mysse van den rectaer naer vermoege -der lofflicher fundatie desselbigen altares gedaen te werden, -welcke vürverklerde Twintig goldgulden tsijns der rector der vurg. -altaris ind syne naekoemelingen erfflich ind euwiglich.... hebben -sullen.... op S<sup>t</sup> Jacops dach apostoli erskoemende over een jaer -off vertyen daege dairnae onbefangen; ind Gerart Van Holtmoelen -vürs, ind sijne huysfrouw hebe belaùfft, den tsyns altyt bynne -jaer ind daeg alle rechte aensprach affte doen, ind hebben belaufft -den vurs. tsijns der 20 goldgulden alle jaer schatvrije bedevrije -kömmerloiss te leveren, ind werdt saek dat der vürs. Gerart Van -Holtmoelen ind syne huysfrouw betaelung ind leverung versuijmen -ein deyl off toe maile.... sal ind mach ein rector des altaris vurs. -asdaen alle daege vrijelich daerop ten pene veerkennen ind leisten, -in ein bequem wynhuys herberghe off in syn selffswoeninghe bynnen -off buyte der stadt Ruremunde ein oirt off vierdedeyl van -van eine goldgulde; welche pene off koste sy off yre erve gehalden<span class="pagenum"><a id="Page_98"></a>[98]</span> -syn sullen op te richten end toe betaelen gelich der principale -rechte sonder affkoirtinghe der 20 goldgulden..... Und in der -maete vuers. heeft der leenherr vuers. die twintigh goldgulden -erfflich beleend ind opgedraegen den gemelden provisoren ind herrn -Bernart Van Besell als rector testertijt ind geeft ym ind syn naekoemelingen -als rectoren auch in behuef wie vuerschreven ind als -naedem leenrechten recht ind gewoenlich is beheltlich den leenhere -ind mallich seyn recht. Voirder is mit sonderlicher fruntschap -bedyngt dat Gerart Van Holtmoelen syn huysfrouw die 20 gulden -wederom lossen ind affleggen sullen moegen then ewigen daege -toe altyl wanneer sy wyllen off konnen. Beheltlich alsulcke last -eyn half jaer van te bevorens op te seggen ind also mit vierhondert -bescheyden goldgulden vuer dato diesbrieffs geslagen. Sonder -arglist in oirkonde der waerheit hebe wy Florens Van Holtmoelen -leengerr mynen zegel vuer mych ind vür leenman vürs auch unse -segel mit an desen brieff gehangen Darbeneven wy Gerart Van -Holtmoelen vurs toe vaster stedicheit myne zegel vur mich und -myne huysfrouw hebben gehangen.</p> - -<p lang="de" xml:lang="de">Gegeven indem jaer uns herr duysendt vyeffhondert und veertich.</p> - - -<h3 id="BN5">N<sup>o</sup> V.</h3> - -<div class="blockquot"> - -<p><i>Scheiding der filial-kapel van Sint Urbanus te Belfeld, en -oprichting derzelve tot Parochie-kerk 1571<a id="FNanchor_61" href="#Footnote_61" class="fnanchor">[61]</a>.</i></p></div> - -<p class="p1" lang="la" xml:lang="la">Wilhelmus Lindanus Dei et apostolicæ sedis gratia Ep͞us Ruræ͞sis, -universis et singulis presentes nostras litteras visuris, lecturis et -legi audituris salutem in Dno͞; ex pastoralis sollicitudinis nobis -incumbenti munere, ad ea libenter intendimus per quæ gregis -christiani nostræ curæ crediti, animarum periculo occurrenti, et -saluti illaram opportunæ consuli posset favoris, quæ nostri auxilium -ac præsidium iis libenter impertimur, quæ ad ovium nostrarum -salutem conducunt sane nobis pro parte discretorum, nobisque in -Christo dilectorum Mamburnorum pro tempore existentium, veterorumque -<span class="pagenum"><a id="Page_99"></a>[99]</span>incolarum capellæ de Belfet, necnon incolarum et subditorum -de Lœ, nostræ Ruræ͞sis Diocesis fuit gravi cum querela -expositum, qualiter ecclesia parochialis eorumdem exponentium in -villa de Tegelen Ducatus juliacensis et Leodiensis diœcesis quæ -grandi itineris scilicet unius horæ et amplius spatio in eundo -duntaxat a præfatis locis seu villa de Belfet et Lœ distare dignoscitur -situata existit et in qua a multis retro præteritis annis repudiata -et rejecta catholica religione hæreticæ doctum et prædicatum -per novarum cohæreticarum opinionum ac doctrinarum sectatores -et asseclas est, a cujus siquidem ecclesiæ parochialis præfatæ de -Tegelen Parocho dicti, exponentes hactenus inevitabili adacti necessitate -baptismi et extremæ unctionis sacramenta necessario petere -ac recipere, missasve dominicis et festivis aliisque operosis diebus, -exceptis tamen missis in eadem præfata capella qualibet anni seplimana -celebrari consuetis, ac verbi divini prædicationem audire consueverunt: -cum autem sicuti ulterior eorumdem exponentium -querela subjunxit, nedum homines utriusque sexus impotentes, ac -sene confecti, valetudinarii quoque et mulieres gravidae seu partui -propinquae propter hujusmodi distantiam verum cœteri incolæ præfatorum -locorum de Belfelt et Lœ, licet in florida ætate constituti -propter ventorum, pluviarum, nivium aliarumque tempestatum abundantiam -et itinerum ac viarum difficultatem maximam diebus dominicis -ac festivis præfatam eorum matricem ecclesiam de Tegelen, maxime -autem propter novam et hereticam doctrinam ibidem prædicatam -et edoctam commode et sine animarum suarum, quod magis est, -maximo periculo visitare et ad eamdem pervenire, missæque officio -divino atque concionibus salutaribus interesse non possunt, addentes -quoque quod nonnulli ex ipsis sacramenta ecclesiæ desiderantes -sine ipsis ab hac vita plerumque discesserunt; infantes vero cum -a dictis locis de Belfet el Lœ ad præfatam eorum matricem ecclesiam -de Tegelen pro suscipiendo ibidem baptismo deferrentur, in -itinere defecerunt, et sine baptismo mortui sunt in eorum animarum -periculo non modicum verum sicut eadem supplicatio subjungebat -diebus dominicis ac festivis in praefata eorum capella indicta villa -de Belfet materialiter constructa, quæ in honorem St. Urbani consecrata<span class="pagenum"><a id="Page_100"></a>[100]</span> -et fundata existit, missæque et alia divina officia celebrarentur -ibidemque sermo Dei ipsis prædicaretur, baptismatisque etc.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Sic tamen quod collatio illius quoties illam vacare contigerit ad -ducem seu ducissam Gelriæ pro tempore pertinebit, personamque -habilem et idoneam etc.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Concessimus et indulsimus, prout separamus, dividimus, dimembramus, -erigimus, instituimus, ascribimus, decernimus, declaramus, -concedimus et indulgemus in Dei nomine per præsentes volentes -nihilominus et statuentes quod prædicti incolæ de Belfet Loe pro fundatione -supradictae novæ ecclesiæ ad supportandum ejusmodi onera -investito seu pastore pro tempore existenti incumbentia bona et -infra mentationi videlicet ex bonis seu decimis ad dictam ecclesiam -de Tegelen pertinentibus, ac sub Belfet et Lœ sitis ac percipi -solitis duodecim paria bladorum annue, item ratione et ad causam -unius missæ indicta nova ecclesia de Belphet erecto fundata quinque -maldera siliginis; præterea ex ejusdem novæ ecclesiæ reditibus -duodecim maldera siliginis; item ratione unius missæ in ecclesia -de Tegelen per parentes Henrici Clabarts olim fundatæ quam de -consensu Henrici ac alioram suorum cohœredum ad præfatam novam -ecclesiam transferimus quinque philippeos annuos, item ratione unius -missæ feriis sextis celebrandæ quatuor maldera siliginis, item ex -terris sive merricis communitatis de Belphet et Lœ duas mensuras -dictas Tobœ et hollandsche merget eidem futuro pastori super -sufficientibus hypothecis et contra pignoribus assignent prout se -facturos promiserunt et addixerant, quæ bona seu reditus ac alios -quoscumque census, proventus reditus et bona quos et quæ eidem -ecclesiæ erectæ donari transferri, ac alias testamentaliter legari -contigerit, amortisamus incorporamus et ecclesiasticæ libertati asceribimus, -quibus mediantibus præfatis pastor in Belphet singulis feriis -secundis quartis et sextis, Dominicis et festivis diebus exceptis in -eadem nova ecclesia erecta celebrare et officia pastoris exercere -tenebitur, quæ omnia et singula, necnon præsentes nostras litteras -atque in eis contenta vobis omnibus et singulis supradictis ac -vestrum cuilibet intimamus, insinuamus, notificamus atque ad vestram -ac cuilibet vestrum notitiam deducimus, et deduci volumus, per<span class="pagenum"><a id="Page_101"></a>[101]</span> -præsentes; harum testimonio litterarum sigilli nostri ad causas -appensione, et secretarii nostri subscriptione munitarum.</p> - -<div class="blockquot"> - -<p lang="la" xml:lang="la">Datum Ruræmundæ sub anno a Nativitate D<sup>ni</sup> 1571 feria -tertia post Dominicam quasimodo Vicesima quarta Aprilis -inferius erat scriptum: hæc copia ex ipso minuto, erectionis -ecclesiæ parochialis de Belphet et Lœ descripta -prout in Archivo episcopati custoditur concordare de verbo -ad verbum testor. Et erat signatum: Antonius Cruijsancker -Curiæ Episcopalis Ruræmundensis promotor et Notarius -apostolicus; inferius erant posita duo sigilla impressa in -rubra hostia cooperto alba charta.</p></div> - - -<h3 id="BN6">N<sup>o</sup> VI.</h3> - -<div class="blockquot"> - -<p><i>Mevrouwe Wed. von Metternich, geboren von Boland, geeft -aan den pastoor van Tegelen het recht om vrijelijk te beschikken -over zekere armenrenten waarvan zij de collatrice -is. 1691<a id="FNanchor_62" href="#Footnote_62" class="fnanchor">[62]</a>.</i></p></div> - -<p class="p1" lang="de" xml:lang="de">Weilen die pastorij zu Tegelen wegen separation von Belfendt -auch uberaùss grosse Beswärùngh der tächliche vorfallende contributions -so beswärt dass dem Pastoren kaùm Lebensmitteln mehr -übrig seien: Also hatt die WohlEdle ùnd syn. Fraùen Mefrauwe -von Holtmülen als collatrice derselben pastory zù behülf des zeitlichen -pastoren grosgunstigst beliebet die Holtmülischen armenrenten -wie dieselbe im büchlein verfasset mit dessen obligationem über -zùtragen gleich dieselbe mits beigesethste eigener hand Unterschreibùng -der pastory übertragt ùnd zù fiiget.</p> - -<p lang="de" xml:lang="de">So geschehen im jahr 1691 den 20 Martii in beywesen der -scheffen ùnd Vorsteher zù Tegelen.</p> - -<p> -(eigen handteek.)<span style="margin-left: 1em;" lang="de" xml:lang="de">Wir Witwe von Metternich, geborene -von Boland.</span> -</p> -<p><span class="pagenum"><a id="Page_102"></a>[102]</span></p> - -<h3 id="BN7">N<sup>o</sup> VII.</h3> - -<div class="blockquot"> - -<p><i>Smeekschrift des pastoors van Tegelen aan de keurvorstelijke -Regeering, aangaande de Agrische fundatie 1691<a id="FNanchor_63" href="#Footnote_63" class="fnanchor">[63]</a>.</i></p></div> - -<p class="p1" lang="de" xml:lang="de"> -Hochgeborner!<br /> -</p> - -<p lang="de" xml:lang="de">Gibt dienstlich zu erkennen untebenenter, dem nach die Besitzer -des adlichen Hauses zu Holtmüllen als erwelten Provisors der von -Weijlandt D<sup>n</sup> Agris zu Bracht auffgerichter fundation. So haben wolgemelte -provisors etliche jahren vorhin da kein armen viel zu -Tegelen vorhanden, die vorräthliche phenningen auff interesse ausgesetzt -und ein merckliches den armen profitiret.</p> - -<p lang="de" xml:lang="de">Weilen nun hiesige armen genughsam vorsehen auch jährliches -die von Bracht hercommende portiones zu Holtmüllen, nebens der -gemeinen armen renten geniessen, auch provisors alle jahren noch -etwas aussetzen: hiergegen aber die Pastorat alhier schier verfallen, -theils wegen separation, theils auch wegen aufgetrungene -überauss swärlichen geldrischen contributionen, als mit in ansehung -dessen die Mevrouwe von Metternich zu Holtmüllen als zeitliche -provisorin ingegenwart scheffen und vorsteheren offerirt und erfücht -das von denen vorzeiten gemachte pensioenen mit etwa ein fünfzich -gulden jahrlichs ausmachendt ungefehr sechsehn reichthaler dem -zeitlichen pastoren mit beliebiger zustimmung der Obrigkeit mögte -geholfen werden.</p> - -<p lang="de" xml:lang="de">Zu welchem Endt von Ihre Excellente demüthigst ersucht werden, -und haben die Zuversicht dass zu befürderung der seelsorge hïeran -gunstigst werden consentiren, und verbleibe</p> - -<div class="right" lang="de" xml:lang="de"> -<span style="margin-right: 6em;">Jhrer Excellentz</span><br /> -unterthänigster Joan. Bongarts pastoor in Tegelen.<br /> -</div> - -<p><span class="pagenum"><a id="Page_103"></a>[103]</span></p> - -<h3 id="BN8">N<sup>o</sup> VIII.</h3> - -<div class="blockquot"> - -<p lang="la" xml:lang="la"><i>Protocollum Visitationis ecclesiæ de Tegelen ab ill. et R<sup>dsmo</sup> -Ferdinando Maximiliano Comite de Berlo Episcopo Namurcensi -qua majoris Campinæ in ecclesia Leodiensi archidiacono -peractæ 2 Julii 1712<a id="FNanchor_64" href="#Footnote_64" class="fnanchor">[64]</a>.</i></p></div> - -<p class="p1" lang="la" xml:lang="la">2 Julii 1712 visitata fuit ecclesia de Tegelen integra, cujus -patronus est S. Martinus, collator Dominus De Hondt qua possessor -domus de Holtmolen, decimas habet idem Dominus, et Dominus de -Wevelichoven et consortes hæredes Domini Borst, necnon alii particulares. -Pastor habet decimas in Belfeld valentes 49 maldera siliginis, -et ob separationem capellæ de Belfeld, quæ modo subest Episcopatui -Ruræmundensi, debuit coacte cedere Rectori Dictæ Capellæ viginti -quatuor mald. ita ut modo tantum habeat 25 mald. siliginis. Dictæ -decimæ ante separationem fuerant liberæ a collectis, et gaudebat -pastor respectu earum immunitate ecclesiastica; sed separatione -facta coegit ipsum communitas de Belfeld ad solvendum collectas -earundem decimarum solide tam respectu quotæ sibi superstitis, -quam respectu 25 mald. dicti Rectoris de Belfeld, invito pastore -ab Archiepiscopo mechliniensi adjudicatorum; quod cum æquitati -repugnare videtur, tanto magis quod Pastori de Tegelen non supermanserint -congrua, requirimus serenissinum Electorem Palatinum -Patriæ principem quatenus de opportunis remediis providere eo circa -dignetur, ne ecclesiæ sub suis domimis existentes ex mediorum -defectu dilabantur, interimque pastores de illis provisi, requisitis -ad plebem sibi commissam instruendam proventibus careant, subindeque -pejora mala succedant.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Lumen coram venerabili sacramento non est nisi raro ob defectum -proventuum alio translatorum et non solutorum, quamtumvis -constet ex instrumento authentico, quod pars decimæ a D<sup>no</sup> de -Hondt possessa ad oleum teneatur pro lamine contino‚ ad cujus -solutionem illum movendum et juris remediis cogendum arbitramur -necesse esse, requirentes eatenus serenissimum Electorem et ejus<span class="pagenum"><a id="Page_104"></a>[104]</span> -officiatos, ut autoritatem suam et respectiva officia sua desuper -interponant.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Fuerunt antiquitus duo altaria fundata, unum sub invocatione -S<sup>tæ</sup> Catharinæ, et alterum sub invocatione S<sup>ti</sup> Nicolai, quorum -tabulæ adhuc extant, sed dicunter superstites reditus percipi ab -ædulo fabricæ, et applicari ecclesiæ nulla desuper apparente superioris -competentis auctoritate: quapropter desuper indagandum -arbitramur, ut dicta altaria restaurentur et proventus recuperentur. -Requirentes eatenus etiam serenissimum Principem ejus officiatos -quatenus ad hoc auctoritatem et munus suum impertiri velint.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Insuper informati quod per abusum et conniventiam ante hac -prædicti fabricæ proventes fuerunt impensi in reparationem navis -ecclesiæ, appendicum et turris decernimus, ut post hac possessores -decimæ majoris navim, et parochiani appendices, et turrim juxta -statutorum archidiaconalium, et juris dispositionem intertinere -debeant.</p> - -<div class="blockquot"> - -<p lang="la" xml:lang="la">Pro Extrato: Mathias Panis publicus Aptolicus et Curiæ -Eplis Leodiensis, necnon Archdiac. Campinæ Notarius -sub.</p></div> - - -<h3 id="BN9">N<sup>o</sup> IX.</h3> - -<div class="blockquot"> - -<p><i>Antwoord van den pastoor van Tegelen, aan de kerkelijke -overigheid over de aanwezigheid van protestanten te Tegelen -(1730)<a id="FNanchor_65" href="#Footnote_65" class="fnanchor">[65]</a>.</i></p></div> - -<p class="p1" lang="la" xml:lang="la">Amplissime Domine; Gravissimas vestras 19<sup>ma</sup> ad me datus -recepi. Ex quibus intelligo amplissimam D<sup>ntnem</sup> vestram mandatum -a dicasterio intimo Dussellano accepisse concernens ecclesias, scholas -et prædicutios reliquosque ministros calvinistarum Lutheranorum -etc. et eorum annuos reditus, quatenus desuper et signanter quoad -locum Tegelen suam informationem ad dicasterium transmitteret -eatenus rogat Ampl. Dom. Vestra ut instructionem meam transmitterem.</p> -<p><span class="pagenum"><a id="Page_105"></a>[105]</span></p> -<p>Hanc cathegorice dare non possum quia nulla documenta inveniuntur. -Tamen ad proposita puncta respondeo:</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Ad 1<sup>m</sup> In parochia loci de Tegelen prætentæ reformatæ religionis -calvinisticæ ecclesia non extat, sed per traditionem hic habemus, -quod olim, Fransciscus van Holtmolen in historiis revolutionis dictus -Fr. Canisius præfectus districtus Bruggensis, fautor hereticorum, -tempore revolutionis vel immediate post revolutionem, pastorem -ex hac parochiali integra Ecclesia ejecit et prædicutium in eam -immiserit qui per quindecim annos in ea ministerium suum fecisse -traditur; quo facto omnes fere reditus pastoris et ecclesiæ perditi -sunt, et altaria sive beneficia sub invocatione B. M. V., S<sup>ti</sup> Crucis -et S<sup>ti</sup> Antonii perieruut.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Ad 2<sup>m</sup> Nullam modo habent prætenti reformati hic ecclesiam.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Ad 3<sup>m</sup> Nullus hic est prædicutius, schola nulla, nec ullus ludi -magister aut minister.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Ad 4<sup>m</sup> Dum olim nostram ecclesiam occupaverant indubie Domus -de Holtmolen fuit collator prædicutiatus, sicut modo est patronus -pastoratus.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Ad 5<sup>m</sup> plane ignoro an praedicutius aliquis ratione sui officii in -parochia mea habuit aliquos stabiles reditus.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Ad 6<sup>m</sup> non eredo et nunquam audivi quod aliquis prædicutius -ratione sui ministerii hic habeat aliqua bona immobilia.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Responsio ad puncta 7<sup>m</sup> et 8<sup>m</sup> patet ex dictis.</p> - - -<h3 id="BN10">N<sup>o</sup> X.</h3> - -<div class="blockquot"> - -<p><i>Akte der Kerkvisitatie door den deken van het concilie van -Wassenberg 29 Augt. 1771<a id="FNanchor_66" href="#Footnote_66" class="fnanchor">[66]</a>.</i></p></div> - -<p class="p1" lang="la" xml:lang="la">Prævia publicatione visitata est ecclesia parochialis in Tegelen. -Decimarum possesores sunt varii scilicet D<sup>s</sup> de <i>Wevelichoven</i>, Hæredes -D<sup>ni</sup> de <i>Munich</i>, hospitale S<sup>ti</sup> Georgii Venlonæ et alii particulares, etc.</p> - -<p lang="de" xml:lang="de">Bei genommenen augenschein hat sich befunden, dass das Chor -der Kirche einer dealbation und reparation, das Kirchenschif einer -dealbation, und dessen paviment einer reparation von nöthe habe.<span class="pagenum"><a id="Page_106"></a>[106]</span> -Die gemeinde thäte ferner die vorstellung, ob nicht die Decimatores -zur Bannal clocken, wie auch zur anschaffung nöthiger paramenten -pro <i>pastore celebrante</i>, verflichtet wären, und indessen zu erkennen -was recht ist.</p> - - -<p class="center noindent" lang="la" xml:lang="la"><i>Decretum.</i></p> - -<p lang="de" xml:lang="de">Da die grosse zehnd-einhaberen zu Tegelen auch zugleich einhaberen -des kleinen zehndes seijen, als kommt ihnen ungezweift -zu Last die unterbaltung des Chors, wessen schüldige reparation -inner monatszeit zu verfügen die selbe hiemit erinnert werden; -und da ferner denen grossen zehndeinhaberen <i lang="la" xml:lang="la">juxta statuta</i> archidiaconalia -serenissimi notorie obliget das Kirchenschif cum tabulato -et pavimento in gehörigen stand zu halten, wie nit weiniger <i lang="la" xml:lang="la">campanam -bannalem cum reguisitis</i> suis zu unterhalten, auch Soviel -paramenta herzugeben, <i lang="la" xml:lang="la">als pro pastore celebrante</i> erforderlich seyen, -als wird diesen statüten inhærirt und besagte decimatores ebenfals -erinnert inner monatszeit sich zu declariren, ob dieser ihrer schuldigkeit -genug thun wollen; <i lang="la" xml:lang="la">sin secus</i> sollen serenissimus pro executione -humillime implorieret werden. Intimetur per custodem -Pachtariis, qui hoc decretum suis D. Dominis principalibus communicent.</p> - -<p lang="la" xml:lang="la">Pro extractu protocolli erat signatum Pet. Joan. Hambrock christianitatis -Wassemburgensis secretarius. Hæc copia concordat suo -originali, quod attestor L. Timmermans pastor in Tegelen.</p> - - -<h3 id="BN11">N<sup>o</sup> XI.</h3> - -<div class="blockquot"> - -<p><i>Schuldbekentenis van het kapittel van S<sup>t</sup> Martinus kerk te -Emmerik nopens opgenomene kapitalen van den Tegelschen -armen 1782<a id="FNanchor_67" href="#Footnote_67" class="fnanchor">[67]</a>.</i></p></div> - -<p class="p1">Wij deken en canonici archidiaconalis ecclesiæ S<sup>ti</sup> Martini binnen -Emmerick doen kondt en te weten hiermeden, dat wij amplecteren -die door den Eerw. Heer Timmermans pastor en vorsteher van -Tegelen neffens de geheele gemeente genomene resolutie over die<span class="pagenum"><a id="Page_107"></a>[107]</span> -twee obligatieën, de een groot 1200 dalder van den 11 Dec. 1749 -en de andere groot 600 dalder Cleefs à 300 diergelijke stuivers -van 13 Nov. 1750, ten profijte van de Tegelsche armen en ten -laste van het capittel à 3 procent staande. Alsoe dat het capittel -in plaats die 1200 Daler 200 gerande hollandse ducaten en in -plaats die 600 Daler een honderd ducaten sal an genoemde armen -schuldig sin, de welcke capittel belooft ’s jaars à 3 procent en -alsoe met negen ducaten jaarlijks op die bovengemelde verschiensdaegen -te verpensioneeren tot de afloosinge toe, die van beijder -zijts blijft voorbehouden met behoorlijke denunciatie, soo als in -bijde vorige obligatieën vermelt is, en tot sekerheijt soo van capitaal -als van interesse, sal deselfde gestelde assurantie blijven onder -renunciatie op allen contrarieerenden exceptieën hebben wij desen -act door ons en capituli sceretarium ondertekenen en met capittels -zegel laeten corroboreeren.</p> - -<p>Emmerick den 7 Jan. 1782.</p> - -<div class="right" style="margin-right:2em"> -<span class="smcap">Wilh. L. Kaal</span>,<br /> -Capiluli secret -</div> -<p> -† Loco sigilli. -</p> - - -<h3 id="BN12">N<sup>o</sup> XII.</h3> - -<div class="blockquot"> - -<p><i>Petitie van het Armbestuur aan den Préfect van het Departement -van den Roer betreffende deze twee kapitalen 1806<a id="FNanchor_68" href="#Footnote_68" class="fnanchor">[68]</a>.</i></p></div> - -<p class="p1" lang="fr" xml:lang="fr">Monsieur! Par acte, en date Emmerik 7 Janvier 1782; se -fondant sur deux autres, notre bureau d’administration a une forte -prétention de trois cent ducats d’Hollande à interêts annuel de trois -pour cent à charge du Doyen el chapitre de l’église archidiaconale -de S<sup>t</sup> Martin à Emmerik. Il y a environ quatre ans, que les dits -interêts ne sont pas acquittés, pendant quel intervalle nous avons -fait faire des démarches amicales à Emmerick chez le doyen du -dit chapitre, qui a répondu de bien reconnaître la dette, mais qu’il -devait avoir auparavant une autorisation pour l’acquitter, parceque -le roi de Prusse avait donné une ordonnance, qu’il ne serait rien -payé au delà du Rhin, ce qui est de notre coté; pourquoi nous<span class="pagenum"><a id="Page_108"></a>[108]</span> -osons vous solliciter de bien vouloir nous instruire et préscrire la -marche, que nous aurons â prendre, pour parvenir au plustôt et de -la manière la plus efficace au payement de ce qui nous est dû et -ce qui est aussi très nécessaire au soutien des pauvres de notre -commune..... En quelle espèrance nous vous prions d’aggréer notre -salut respectueux.</p> - -<div class="blockquot"> -<span class="smcap">Ant. Thyssen</span><br /> -<span class="smcap">Corn. Beekmans</span><br /> -<span class="smcap">Louis de Rijk</span><br /> -<span class="smcap">Mich. Peeters</span>.<br /> -</div> - - -<h3 id="BN13">N<sup>o</sup> XIII.</h3> - -<div class="blockquot"> - -<p><i>Gezamelijke aanvraag van den schout en het armbestuur -van Tegelen aan den gouverneur van Limburg, betrekkelijk -deze aangelegenheid in 1822<a id="FNanchor_69" href="#Footnote_69" class="fnanchor">[69]</a>.</i></p></div> - -<p class="p1">Excellentie! De armevoorstand dezer gemeente Tegelen heeft in -1749 aan S<sup>t</sup> Martinus kapittel te Emmerik 1200 daler voorschoten, -en nog 600 daler cleefs. Deze twee obligatiëen werden in 1783 -reduceert op 300 hollandsche ducaten, zeggende dat jaarlijks van -deze somme ad 3 percent 9 ducaten zullen betaald worden.</p> - -<p>De laatste interessen zijn in 1803 betaald, dus maak de rukstand -van 1804 tot 1813 voor beiden 90 ducaten, die tot laste van -Frankrijk vallen. Wij smeeken dus Uwe excellentie om deze zoo -doenlijk door de liquidatie concanisse in Frankrijk of andersints te -doen geworden. De interessen sedert 1813 te weten van 1814 -tot 1822 bedragen voor 9 jaren 81 ducaten, dewelke vallen tot -last van Pruissen. Wij bidden Uwe Excellentie ons insgelijks door -Uwe hooge interventie te doen geworden; en nemen de onderdanige -vrijheid te bemerken, dat wij reeds den 25 laatstleden de regering -van Dusseldorp van deze reclamatie preveniert hebben.</p> - -<p>En dat deze revenue de voornaamste van onzen armen is.</p> - -<p>Overtuigd van de voorzorg van Uwe Excellentie voor het welzijn -der administreerden, overtuigd dat hoogst dezelve een protecteur<span class="pagenum"><a id="Page_109"></a>[109]</span> -der armen is, durven wij deze bidschrift met het grootste vertrouwen -aan uw hart recommanderen, en hebben de eer enz.</p> - -<div class="right" style="margin-right:2em"> -Schout en armevoorstanders. -</div> -<div class="left" style="margin-left:2em"> -Tegelen, 13 December 1822.<br /> -</div> - - -<h3 id="BN14">N<sup>o</sup> XIV.</h3> - -<div class="blockquot"> - -<p lang="fr" xml:lang="fr"><i>Extrait du regître aur arrêtés du Conseiller d’Etat, préfet du -département de la Roer 1806<a id="FNanchor_70" href="#Footnote_70" class="fnanchor">[70]</a>.</i></p></div> - -<p class="p1" lang="fr" xml:lang="fr">Vu la réclamation des Marguillers de l’église succursale de S. -Martin à Tegelen, tendante à faire restituter à la fabrique dela dite -église divers capitaux pour œuvres pies.</p> - -<p lang="fr" xml:lang="fr">Vu les neuf titres de fondations accompagnès de leurs traductions -authentiques.</p> - -<p lang="fr" xml:lang="fr">Vu l’avis du directeur des Domaines.</p> - -<p lang="fr" xml:lang="fr">Arrête.</p> - -<p lang="fr" xml:lang="fr">Art. 1<sup>er</sup>. Les neuf capitaux fondés pour messes et autres -œuvres pies dans l’église de Tegelen, ainsi que les interêts d’iceux -sont abandonnés à la fabrique de cette église. En conséquence les -marguillers en prendront l’administration pour en faire l’usage -voulu par les fondateurs ou fondatrices; toutefois si ces capitaux -n’ont pas été transférés, les traductions des titres de fondations -demeuront jointes au dit arrêté et dèposées aux archives de la -Préfecture.</p> - -<p lang="fr" xml:lang="fr">Art. 2<sup>me</sup>. Le prèsent sera adressé au directeur des Domaines -et aux dits Marguillers sur papier timbré aux frais de la fabrique.</p> - -<div class="center" lang="fr" xml:lang="fr"> -Signé <span class="smcap">Laumond</span>.<br /> -Pour expédition conforme<br /> -Le secrétaire-général de la préfecture<br /> -<span class="smcap">Körhgen</span>.<br /> -</div> - - -<hr class="chap" /> - -<div class="chapter"> -<h2 class="nobreak" id="VOETNOTEN">VOETNOTEN</h2> -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_1" href="#FNanchor_1" class="label">[1]</a> Ook de Weleerw. Heer <span class="smcap">G. Franssen</span>, pastoor te Ittervoort heeft opdelvingen -onder de gemeenten Tegelen en Belfeld bewerkstelligd, waarvan -echter het resultaat tot ons leedwezen is onbekend gebleven.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_2" href="#FNanchor_2" class="label">[2]</a> Er werden te Tegelen ook eenige frankische voorwerpen ontdekt. Eene -francisca uit deze plaats afkomstig werd in de verzameling van wijlen Notaris -<span class="smcap">Guillon</span> te Roermond bewaard. Catalogus p. 50.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_3" href="#FNanchor_3" class="label">[3]</a> <span class="smcap">Jos. Habets</span>, kerkgesch. van het Bisdom Roermond. Deel I p. 73.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_4" href="#FNanchor_4" class="label">[4]</a> <span class="smcap">L. J. Keuller</span>. Geschiedenis van Venlo D. I p. 10 enz. Deze schrijver -raadpleegde hieromtrent, een handschrift getiteld: <i>Venlo’s opkomst</i>, door een -naamloozen schrijver in der tijd als priester aangesteld bij de kerk van St. -Sophia te Keulen.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_5" href="#FNanchor_5" class="label">[5]</a> Men zie Bijlage <a href='#BN1'>N<sup>o</sup> I</a>.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_6" href="#FNanchor_6" class="label">[6]</a> Fisen, Sancta Legia etc. Leod. 1696 in folio, t. I p. 149.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_7" href="#FNanchor_7" class="label">[7]</a> Bütkens, Trophées du Brab. tom. I p. 153.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_8" href="#FNanchor_8" class="label">[8]</a> Fahne, Gesch. der Köln. Jül. und. Berg. Gesl. F. II p. 153.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_9" href="#FNanchor_9" class="label">[9]</a> Extract uit de Registers der Leenen van het Overkwartier van Gelderland. -Men zie verder tweede afd. adellijke huizen.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_10" href="#FNanchor_10" class="label">[10]</a> Ibidem.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_11" href="#FNanchor_11" class="label">[11]</a> Ibidem.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_12" href="#FNanchor_12" class="label">[12]</a> Nettesheim, Gelrische Geschichte, p. 74.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_13" href="#FNanchor_13" class="label">[13]</a> Men zie tweede afdeeling <a href="#AdelHuiz">adellijke huizen</a> en Bijlage <a href='#BN4'>N<sup>o</sup> IV</a>.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_14" href="#FNanchor_14" class="label">[14]</a> Levendig blijft altijd de traditie dat de benoodigde steenen voor dezen bouw -werden vervaardigd uit den leem van den vierkanten strook gronds genaamd -<i>wateriet</i>, zelfs meent men den weg te kunnen aanwijzen waar langs zij vervoerd -werden.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_15" href="#FNanchor_15" class="label">[15]</a> Onlangs heeft men dezen kelder, bij het herbouwen geopend.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_16" href="#FNanchor_16" class="label">[16]</a> Bijlage <a href='#BN2'>N<sup>o</sup> II</a>.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_17" href="#FNanchor_17" class="label">[17]</a> De laatste was Caspar in de Betouw.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_18" href="#FNanchor_18" class="label">[18]</a> Bijlage <a href='#BN3'>N<sup>o</sup> III</a>.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_19" href="#FNanchor_19" class="label">[19]</a> Bijlage <a href='#BN4'>N<sup>o</sup> IV</a>.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_20" href="#FNanchor_20" class="label">[20]</a> Bijlage <a href='#BN5'>N<sup>o</sup> V</a>.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_21" href="#FNanchor_21" class="label">[21]</a> Om dezen tijd was de Paltzgraaf keurvorst (Churfalz) van Beijeren -Heer van Gulick, Kleef, Berg, enz. enz.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_22" href="#FNanchor_22" class="label">[22]</a> Uit de archieven der kerk van Tegelen.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_23" href="#FNanchor_23" class="label">[23]</a> Bijlage <a href='#BN8'>N<sup>o</sup> VIII</a>.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_24" href="#FNanchor_24" class="label">[24]</a> De familie <i>Hunt</i> op Holtmolen komt slechts in de 18<sup>de</sup> eeuw alhier -voor; zij was protestantsch. Men zie adellijke familiën hierna.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_25" href="#FNanchor_25" class="label">[25]</a> Publications de la société d’histoire etc. dans le duché du Limbourg. -Tome VII, p. 67.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_26" href="#FNanchor_26" class="label">[26]</a> Leenverheffing van de helft der tienden te Tegelen, namens den arme -te Venlo. Afschrift.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_27" href="#FNanchor_27" class="label">[27]</a> Gemeente archieven.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_28" href="#FNanchor_28" class="label">[28]</a> De vaan hield vier oude kannen.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_29" href="#FNanchor_29" class="label">[29]</a> Archieven der kerk.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_30" href="#FNanchor_30" class="label">[30]</a> Keuller, en plaatselijke archieven.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_31" href="#FNanchor_31" class="label">[31]</a> Een Luiksche synode des jaars 1288 bepaalde, dat de aartsdiakenen -zich op hunne kerkbezoekingen met vijf of zes paarden moesten vergenoegen. -Zie Jos. Habets, Kerkgeschiedenis als voor. T. I p. 261.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_32" href="#FNanchor_32" class="label">[32]</a> Bijlage <a href='#BN7'>N<sup>o</sup> VII</a>.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_33" href="#FNanchor_33" class="label">[33]</a> Men leze <span class="smcap">J. M. Canoy</span>, <i>Verhalen van vader tot zoon</i>.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_34" href="#FNanchor_34" class="label">[34]</a> Archieven der gemeente.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_35" href="#FNanchor_35" class="label">[35]</a> Archieven der gemeente.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_36" href="#FNanchor_36" class="label">[36]</a> Archieven der gemeente.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_37" href="#FNanchor_37" class="label">[37]</a> Het door hen ingeslagen pad, draagt den naam van <i>Bonaparts-weegske</i>.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_38" href="#FNanchor_38" class="label">[38]</a> Van dezen is de Heer Nic. Ronck, zijnde de laatst overgeblevene, onlangs -overleden.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_39" href="#FNanchor_39" class="label">[39]</a> Deze en volgende bijzonderheden zijn te lezen in de thans nette verzameling -der kerkarchieven van Tegelen, berustende in de pastorij.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_40" href="#FNanchor_40" class="label">[40]</a> Deze worden op alle Woensdagen openbaar vereerd. Nog bezit onze -kerk relikwiën van het H. Kruis, van St. Joseph, van St. Martinus en van -St. Thomas Ap., benevens een aantal anderen relikwiën, die in prachtige -relikwiënkasten bij hooge Feesten worden uitgesteld, doch van welke de bewijsstukken -zijn zoek geraakt.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_41" href="#FNanchor_41" class="label">[41]</a> Akte in bezit van den Eerw. Heer <i>J. Habets</i>.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_42" href="#FNanchor_42" class="label">[42]</a> Van oudsher was Belfeld onder civiel opzicht eene gemeente op zichzelve, -maakte deel uit van het Geldersch ambt Montfort, en zond hare <i>drie schepenen</i> -naar het gerecht of de bank van Beesel alwaar <i>vier</i> schepenen waren. -De aloude St. Urbanus kapel was bouwvallig geworden; in 1840 heeft een -nieuwe kerk ze vervangen. Jaarlijks wordt onder grooten toevloed van geloovigen -uit de omstreken, gedurende een plechtig gevierde octaaf, aldaar de -H. Leonardus vereerd en aangeroepen. Een aloude bidkapel nabij Mergelstraat -in 1867 door het staatsspoor ingenomen, is door een ruimere nieuwe vervangen. -Deze wordt des te meer bezocht, daar het aan zulke kapellen ten onzent -ontbreekt.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_43" href="#FNanchor_43" class="label">[43]</a> Mededeeling van den Heer <i>Habets</i>. Dit stuk is voorzien van het schepenzegel -van Beesel: De H. Gertrudis met abbatialen staf beiderzijds met -muisjes bezet. Opschrift: <i lang="la" xml:lang="la">Scabini in Biesislo</i>; aan den knie der Heilige prijkt -het Geldersch wapen.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_44" href="#FNanchor_44" class="label">[44]</a> Men vergelijke het elders aangehaalde betreffende deze Heeren.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_45" href="#FNanchor_45" class="label">[45]</a> Mgr. Paredis het gebrek ziende van priesters in het bisdom van Luik, -stond toe, dat eenige zijner onderhoorigen zich tijdelijk daar aan ’t zielenheil -gingen toewijden. Op het oogenblik bevinden zich daar twintig Limburgsche -priesters werkzaam.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_46" href="#FNanchor_46" class="label">[46]</a> Deze was niet meer koster, maar Joannes Ewalds; sedert dien bleven -de betrekkingen van schoolmeester en koster gescheiden.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_47" href="#FNanchor_47" class="label">[47]</a> Wij ontleenen deze opgaaf grootendeels aan de zorgvuldig opgemaakte -genealogische lijsten van den Hoog Welgeboren Heer Baron d’Olne te Baarlo. -De meergemelde schrijver Fahne plaatst dit huwelijk in 1646.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_48" href="#FNanchor_48" class="label">[48]</a> Men zie Bijlagen <a href='#BN6'>N<sup>o</sup> VI</a> en <a href='#BN7'>VII</a>.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_49" href="#FNanchor_49" class="label">[49]</a> Afschrift der oorkonde dezer stichting, en aanneming derzelve werd aan -het kerkbestuur te Tegelen overhandigd den 14 Dec. 1857.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_50" href="#FNanchor_50" class="label">[50]</a> Berust op de pastorij te Belfeld en te Kaldenkerken.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_51" href="#FNanchor_51" class="label">[51]</a> Zie Bijlagen <a href='#BN9'>N<sup>o</sup> IX</a>, <a href='#BN10'>X</a> en <a href='#BN11'>XI</a>.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_52" href="#FNanchor_52" class="label">[52]</a> Archieven der Kerk. De gedane pogingen, om hieromtrent meer bijzonders -te vernemen, bleven vruchteloos.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_53" href="#FNanchor_53" class="label">[53]</a> Andere voorwaarden en maatregelen zijn breedvoerig vermeld in de 27 -artikelen van het reglement, welks wijze bepalingen reeds te Venlo, te Blerick -en elders zijn erkend en aangenomen.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_54" href="#FNanchor_54" class="label">[54]</a> Archieven der Kerk.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_55" href="#FNanchor_55" class="label">[55]</a> Het feest der kerkwijding in het algemeen.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_56" href="#FNanchor_56" class="label">[56]</a> Wij werden goedgunstigst in bezit gesteld van deze opgave, door den -WelEerw. Heer C. Wolters pastoor te Reuver.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_57" href="#FNanchor_57" class="label">[57]</a> Chronicon Gladbacense, cap. 20 en 21 bij <span class="smcap">Pertz</span>, <i>Monum. Germ. -script. IV</i> p. 77; en <span class="smcap">Sloet</span>, <i>Oorkondenboek</i>‚ I p. 119.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_58" href="#FNanchor_58" class="label">[58]</a> Gemeente Archieven van Tegelen.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_59" href="#FNanchor_59" class="label">[59]</a> Archieven der kerk.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_60" href="#FNanchor_60" class="label">[60]</a> Archieven der kerk, copie van het origineel, zegel was afgevallen.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_61" href="#FNanchor_61" class="label">[61]</a> Archieven der kerk.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_62" href="#FNanchor_62" class="label">[62]</a> Archieven der kerk.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_63" href="#FNanchor_63" class="label">[63]</a> Archieven der kerk.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_64" href="#FNanchor_64" class="label">[64]</a> Archieven der kerk.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_65" href="#FNanchor_65" class="label">[65]</a> Kerkarchieven. Dit stuk draagt geene dagteekening.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_66" href="#FNanchor_66" class="label">[66]</a> Kerkarchieven.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_67" href="#FNanchor_67" class="label">[67]</a> Kerkarchieven.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_68" href="#FNanchor_68" class="label">[68]</a> Archieven der kerk.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_69" href="#FNanchor_69" class="label">[69]</a> Kerkarchieven.</p> - -</div> - -<div class="footnote"> - -<p><a id="Footnote_70" href="#FNanchor_70" class="label">[70]</a> Gemeente archieven.</p> - -</div> - - -<div class="transnote p2"> -<div class="center large">Colofon</div> -<div class="p1">Duidelijke zetfouten in de originele tekst zijn -verbeterd. Daarnaast is aangepast:<br /> -<br /> -<table style="width:75%" summary="Aangepaste drukfouten."> -<tr style="text-align:left"> -<th>Pagina</th> -<th>Origineel</th> -<th>Aangepast</th> -</tr> -<tr> -<td>9</td> -<td>St Franciscusdag</td> -<td>St. Franciscusdag</td> -</tr> -<tr> -<td>17</td> -<td>kenrvorst</td> -<td>keurvorst</td> -</tr> -<tr> -<td>19</td> -<td>doop--trouw-</td> -<td>doop- trouw-</td> -</tr> -<tr> -<td>35</td> -<td>aan de zaak.</td> -<td>aan de zaak[36].</td> -</tr> -<tr> -<td>41</td> -<td>bevel vaa</td> -<td>bevel van</td> -</tr> -<tr> -<td>42</td> -<td>Belgie</td> -<td>België</td> -</tr> -<tr> -<td>43</td> -<td>weing</td> -<td>weinig</td> -</tr> -<tr> -<td>43</td> -<td>Belgie</td> -<td>België</td> -</tr> -<tr> -<td>57</td> -<td>Odilienberg</td> -<td>Odiliënberg</td> -</tr> -<tr> -<td>78</td> -<td>Belgie</td> -<td>België</td> -</tr> -<tr> -<td>102</td> -<td>Holtmullen</td> -<td>Holtmüllen</td> -</tr> -</table> -</div> -</div> -<div style='display:block; margin-top:4em'>*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK CHRONOLOGISCHE BESCHRIJVING VAN TEGELEN ***</div> -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Updated editions will replace the previous one—the old editions will -be renamed. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg™ electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG™ -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. -</div> - -<div style='margin:0.83em 0; font-size:1.1em; text-align:center'>START: FULL LICENSE<br /> -<span style='font-size:smaller'>THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE<br /> -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK</span> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -To protect the Project Gutenberg™ mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase “Project -Gutenberg”), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg™ License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg™ -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg™ electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg™ electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the person -or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph 1.E.8. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.B. “Project Gutenberg” is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg™ electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg™ electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg™ -electronic works. See paragraph 1.E below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation (“the -Foundation” or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg™ electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg™ mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg™ -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg™ name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg™ License when -you share it without charge with others. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg™ work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg™ License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg™ work (any work -on which the phrase “Project Gutenberg” appears, or with which the -phrase “Project Gutenberg” is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: -</div> - -<blockquote> - <div style='display:block; margin:1em 0'> - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most - other parts of the world at no cost and with almost no restrictions - whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms - of the Project Gutenberg License included with this eBook or online - at <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. If you - are not located in the United States, you will have to check the laws - of the country where you are located before using this eBook. - </div> -</blockquote> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.2. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase “Project -Gutenberg” associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg™ -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.3. If an individual Project Gutenberg™ electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg™ License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg™ -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg™. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg™ License. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg™ work in a format -other than “Plain Vanilla ASCII” or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg™ website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original “Plain -Vanilla ASCII” or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg™ License as specified in paragraph 1.E.1. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg™ works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg™ electronic works -provided that: -</div> - -<div style='margin-left:0.7em;'> - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg™ works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg™ trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, “Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation.” - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg™ - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg™ - works. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - </div> - - <div style='text-indent:-0.7em'> - • You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg™ works. - </div> -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg™ electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg™ trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg™ collection. Despite these efforts, Project Gutenberg™ -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain “Defects,” such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the “Right -of Replacement or Refund” described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg™ trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg™ electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you ‘AS-IS’, WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg™ electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg™ -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg™ work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg™ work, and (c) any -Defect you cause. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg™ -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg™’s -goals and ensuring that the Project Gutenberg™ collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg™ and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at www.gutenberg.org. -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation’s EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state’s laws. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation’s business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation’s website -and official page at www.gutenberg.org/contact -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg Literary Archive Foundation -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ depends upon and cannot survive without widespread -public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular state -visit <a href="https://www.gutenberg.org/donate/">www.gutenberg.org/donate</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate -</div> - -<div style='display:block; font-size:1.1em; margin:1em 0; font-weight:bold'> -Section 5. General Information About Project Gutenberg™ electronic works -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg™ concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg™ eBooks with only a loose network of -volunteer support. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Project Gutenberg™ eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -Most people start at our website which has the main PG search -facility: <a href="https://www.gutenberg.org">www.gutenberg.org</a>. -</div> - -<div style='display:block; margin:1em 0'> -This website includes information about Project Gutenberg™, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. -</div> - -</body> -</html> |
