diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-23 14:04:10 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-23 14:04:10 -0800 |
| commit | 73fbee559fea73e09125bb4c2aa2a207eb0b9fc2 (patch) | |
| tree | dd7ee827f8a3acabe834df31e4565690ae23d48a /old/64441-0.txt | |
| parent | 15fc5e00f5d3cdfbdf367a9a51da8b2354bcd053 (diff) | |
Diffstat (limited to 'old/64441-0.txt')
| -rw-r--r-- | old/64441-0.txt | 3919 |
1 files changed, 0 insertions, 3919 deletions
diff --git a/old/64441-0.txt b/old/64441-0.txt deleted file mode 100644 index 9a2bad8..0000000 --- a/old/64441-0.txt +++ /dev/null @@ -1,3919 +0,0 @@ -The Project Gutenberg eBook of Chronologische beschrijving van Tegelen, by -G. Peeters - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and -most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms -of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you -will have to check the laws of the country where you are located before -using this eBook. - -Title: Chronologische beschrijving van Tegelen - benevens aanteekeningen over Belfeld en Steijl - -Author: G. Peeters - -Release Date: February 01, 2021 [eBook #64441] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK CHRONOLOGISCHE BESCHRIJVING VAN -TEGELEN *** - - - - - - Chronologische beschrijving - VAN - TEGELEN, - - BENEVENS AANTEEKENINGEN - - OVER - - BELFELD EN STEIJL, - - DOOR - - G. PEETERS, - - Kaplaan te Blerick. - - TEN VOORDEELE DER KERK. - - Combien j’ai douce souvenance - Du joli lieu de ma naissance. - CHATEAUBRIAND. - - 1876. - - ROERMOND, - - SNELPERSDRUK VAN J. J. ROMEN. - - - - - CHRONOLOGISCHE BESCHRIJVING - VAN - TEGELEN, - BENEVENS - aanteekeningen over Belfeld en Steijl. - - - - - - INLEIDING. - - -_Tegelen_, één der oudste dorpen onzer gewesten, is in den loop dezer -eeuw in bevolking, en bij gevolg ook in getalsterkte van woningen -en gebouwen merkelijk aangegroeid. Het zou thans zeer zeker een der -sierlijkste wezen onzer provincie, ware bij het bouwen van nieuwe -huizen de regelmatige aanleg in acht genomen. - -De gemeente telt heden nagenoeg 2200 inwoners, die allen, behalve -eenige vreemde ambtenaars, den katholieken godsdienst belijden. - -De dubbele rij huizen van af den ingang des dorps aan de Venloosche -zijde, tot aan het statige Posthuis, alsmede de gebouwen rondom de -marktplaats genaamd _Lichtenberg_, vormen de eigenlijke kom. - -Eene groep, liggende nabij de kom op gelijken afstand om een’ -gemeente-put, wordt bij voortduring de _alde mert_ geheeten. Het naar -den westkant niet ver verwijderd gehucht _End_, vroeger het uiteinde -van Tegelen, is tegenwoordig eene straat. De _Hoogstraat_ loopende -tusschen het dorp en de Maas, leidt van End over de alde mert naar -Venlo. Eene reeks schoone huizen, zuidwaarts van de kom naar het -gehucht _Kruis_, draagt sedert het bestaan van het Station aan den -staatsspoorweg 1866, den naam van _Spoorstraat_. Het hagelkruis, dat -aan laatstgenoemd gehucht den naam gaf, alsmede bijstaand kapelletje, -zijn over weinige jaren eerst geruimd. - -Men telt wijders de gehuchten _Nabben_ en _Siep_, voorheen genaamd -_Overtegelen_, _Leemhorst_ en de _Berg_, welke weinig verandering -hebben ondergaan. De meeste nieuwe huizen worden nog voortdurend -gevestigd in de helling der zandbergen, die Tegelen scheiden van -Steijl. Meestal wonen hier fabriekarbeiders, en wordt ten deze -hoofdzakelijk de zoo goedkoope prijs der bouwplaats waargenomen. - -Een beduidend deel van Tegelen is wel het gehucht _Steijl_, tellende -ruim 250 zielen. Een sierlijke kerk, die de aloude kapel in 1857 heeft -vervangen, eenige fraaije lusthuizen met aanhoorigheden, alsmede de -bekoorlijke ligging op den stijlen Maasoever, maken het uiterst lief. - -Er bevinden zich verder in deze gemeente twee prachtige kasteelen met -grachten en boschages omgeven, _Holtmolen_ ten zuiden, en de _Munt_ -ten oosten des dorps, benevens het slot _Wambach_ nabij de pruisische -grenzen. - -De groote landsweg van Venlo naar Maastricht doorsnijdt de gemeente -Tegelen op hare gansche lengte; en terwijl de grintwegen van Steijl -over Kruis, en van Tegelen over de Munt, naar Kaldenkerken alle -gemeenschap op het gemakkelijkst hebben gemaakt, zijn de twee holle en -bange straten, Berkerstraat (van Kruis naar Steijl) en de Bongerstraat, -(van het dorp naar de Munt) geheel verdwenen. - -De grond alhier is licht en zanderig; de in de laatste jaren ontgonnen -en nog te ontginnen broekgronden alleen uitgezonderd. Men vindt er -slechts vijf of zes pachthoeven. Het voorname bestaan der ingezetenen -van Tegelen is dan ook pan- en potbakkerijen, handel en nijverheid. - -Uit de grensbergen ontspringen eene menigte waterbronnen, welke, na -gezamenlijk molens en vischvijvers te hebben geriefd, zich tot vier -heldere beeken vormen, die zich in de Maas ontlasten. Het zijn de -_Wilderbeek_ aan de Venloosche en de _Aalsbeek_ aan de Belfelder -grenzen; de _Munterbeek_ dwars door de kom, en de _Steijlerbeek_ -loopende van Broek over Kruis naar Steijl. - -Over het algemeen verdient Tegelen onder de gezondste plaatsen van -Limburg gerekend te worden; ook biedt het langs talrijke lanen en -wandelwegen verscheidene bekoorlijke buitens aan. - -Tegelen heeft eene uitgestrektheid, bestaande in bouwland, weiland, -hout en moeras, van ruim 947 bunder; aan buurtwegen 57, aan kiezelwegen -5 en aan water 30 bunder, totaal 1039 bunder. - -Het is van dezen ons zoo dierbaren vadergrond, dat wij eenige -gebeurtenissen der vergetelheid wenschen te onttrekken, door de -volgende naar tijdrekening verzamelde aanteekeningen. - -In eene eerste afdeeling doorloopen wij de lotgevallen van Tegelen in -het algemeen, terwijl eenige bijzonderheden den inhoud eener volgende -afdeeling zullen leveren. - - - EERSTE AFDEELING. - - Chronijk van Tegelen. - -De oudste bescheiden die van Tegelen gewagen, noemen deze plaats: -_Tichlouw_, _Tiglau_, _Teglo_, _Tegelon_. - -In de handschriften der vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw -vindt men den naam: _Thygelen_, _Tyghelen_, _Thiegelen_, _Thegelen_, -doch nadien niet anders dan Tegelen. Er zijn er, die deze benaming -afleiden van het nederduitsch woord _tigchelen_, dat heet baksteenen -vervaardigen; anderen zoeken den oorsprong in het latijnsch woord -_tegula_, dakpan. Een en ander wijzen op den zich alhier bevindenden -klei of leemgrond tot vervaardiging van steenen, pannen en potten, die -reeds vroegtijdig eene menschengroep naar deze »tigchelouw” schijnt -geroepen te hebben. - -Trouwens de herhaaldelijke opdelving van romeinsche zoowel als -germaansche voorwerpen, staven deze bewering. In de groeven, waaruit -nog voortdurend de pan- en potaardgrond wordt opgehaald, heeft men in -1841 en daarna nogmaals een menigte romeinsche baksteenen, dekpannen, -urnen en andere voorwerpen van dien oorsprong opgedolven. Wel een -bewijs dat onze pan- en potfabrieken reeds tijdens het romeinsch -tijdvak in werking waren, en dat bij gevolg ons dorp van vóór 16 eeuwen -dagteekent[1]. Dergelijke vondsten hebben op Belfelder grondgebied -plaats gehad. Den Heere H. Justen, te Venlo, gelukte het tevens voor -ettelijke jaren op de grenszijde van genoemde stad een romeinsche -begraafplaats te ontdekken, terwijl op dezelfde heide niet ver van -de hoeve »Uleshei”, ter plaatse genoemd »_landweer_”, een romeinsch -kamp schijnt gevestigd te zijn geweest, waarvan de loopgraven zich -nog zichtbaar voordoen. De ligging van Tegelen op den oever der Maas -en aan den romeinschen landweg van Coriovallum op Castra Vetera, -en bijzonderlijk de rijkdom van haren bodem aan potaarde, schijnen -oorzaak geweest, dat zich hier eene kolonie pan- en potbakkers heeft -neergeslagen, die sedert dien hare waar naar alle winden verspreid -heeft. Dit verkeer heeft gewis een zekere beschaving, en genoegzamen -voorspoed bij onze voorouders verwekt. Daarbij hebben de bewoners -zeker, gelijk thans, landbouw en veeteelt behartigd, zoodat men hun -geen betrekkelijken welstand kan ontzeggen. - -495. Aan de Romeinen volgden, op onzen vader-grond, de Franken, -die zich na de bekeering van Clovis, tot een christelijken staat -vormden[2]. Uit de geschiedenis leeren wij dat ten tijde van den H. -Lambertus, bisschop van Maastricht, (690) onze streken reeds veelal tot -het christendom bekeerd waren. Er woonden nog alleen heidenen in de -barre zandwoestijnen der Kempen[3]. - -720. Uit het frankische tijdperk vernemen wij nopens Tegelen, dat er -reeds ten tijde van den H. Plechelmus, omstreeks het jaar 720, eene -kerk zou gesticht zijn ter eere van den H. Martinus. De geloovigen uit -Venlo (alwaar eerst in 760 eene kerk werd aangelegd,) zegt men, kwamen -toen alhier hunne godsdienstoefeningen verrichten. Dit feit, hetwelk, -zoover wij weten, op geen oude bronnen steunt,[4] heeft op zich zelven -beschouwd, niets ongeloofelijksch. - -999. Op het einde der tiende eeuw, namelijk in 999, werd Tegelen onder -kerkelijk opzicht, door den aartsbisschop van Keulen, tot wiens bisdom -het oorspronkelijk behoorde, afgestaan aan den bisschop van Luik. Als -dusdanig maakte ons dorp deel uit van het concilie van _Wassenberg_ -en het aartsdiaconaat van _Kempenland_ tot nog op het laatst der -verloopene eeuw[5]. Ziehier op welke wijze deze ruiling plaats greep. -Evergerus, aartsbisschop van Keulen, zag ongaarne dat het klooster te -Gladbach, zoo rijkelijk door zijne voorgangers gedoteerd, zich in een -ander bisdom bevond. Hij beriep daarom de monniken van Gladbach naar de -kerk van St. Martinus te Keulen en gebood hun alle heilige relikwieën -mede te voeren. De H. Vitus intusschen, ontevreden over de verplaatsing -der abdij, gaf, bij een nachtelijke verschijning den bisschop hierover -eene ernstige vermaning. Evergerus gansch ontroerd, legde alsdan de -belofte af, van de monniken met de H. Relikwieën te laten heengaan, hun -vroegere rechten en bezittingen te herstellen en eindelijk Gladbach van -het bisdom Luik te scheiden. Dit volbracht hij door de drie keulsche -kerken: Tegelen, Lobberich en Venlo te ruilen tegen Gladbach en -Reith[6]. - -1202. Uit hetgeen nader blijkt, was Tegelen vroegtijdig eene -_Heerlijkheid_. In 1202 doet zich zekere _Reinier Van Tegelen_ voor -onder de ministeriels[7]. Eene familie genaamd _Van Tegeln_, uit welke -in 1386 _Bernhard_ onder den kleefschen adel voorkomt, voerde als -wapen: drie gouden leeuwen in een rood veld: op den gekroonden helm een -dubbel rechtstaanden leeuw[8]. - -1326. Het goed _Wambach_ onder Tegelen is ook van zeer oude -dagteekening; althans wij vernemen dat »de Hoff to Wambeke, met der -moelen thiende, ende rente die daertoe behooren; Item de hoff to Hadem -ende dat daertoe behoort, helt: _Henrick De Lange Van Criekenbeck_, -anno 1326”[9]. Later kwam dit goed aan de Heeren van Holtmolen. - -1402. De aloude Heerlijkheid Tegelen met toebehoor,[10] zoo vinden wij -vermeld, benevens de kleine tienden aldaar; verder het _jus patronatus_ -of vergevingsrecht der kerk aldaar even als te Breijel en gedeeltelijk -te Beesel; nog het huis Holtmolen met de groote en kleine tienden -aldaar, en Steijl aan de Maas met den hof Bongaert kwamen in het jaar -1402 toe aan Otto van Holtmolen. - -1425. Johan van Holtmolen ontving in 1425 de _Heerlijkheid Tegelen_ met -al haar toebehoor gelijk dezelve van oudsher gelegen was in het ambt -Bruggen[11]. - -1433. De eerste melding, die wij van de pastorij te Tegelen kunnen -maken, is de volgende: Den vierden April 1433 op St. Franciscusdag, -verpacht Hendrik van Holtmolen pastoor te Tegelen aan Daemen van den -Bruele genaamd van Brempt, een kleinen grint gelegen te _Bergh_ op de -_Ruyren_, voor een tijdvak van tachtig jaren, tegen den jaarlijkschen -pachtprijs van 20 Bodregers, Roermonds geld. - -1436. Het adellijk goed _Holtmolen_ schijnt van oude dagteekening te -wezen. Althans wij vinden, dat de gebroeders _Godart_ en _Engelbert_ -van Holtmolen onderteekend hebben, het verbond, hetwelk de steden en de -ridderschap tegen Arnold van Gelder in 1436 hadden aangegaan. Tevens -wordt gezegd dat dit Holtmolen bij Tegelen was gelegen[12]. - -Het voormalige Slot _de Munt_ was omstreeks 1550 nog bewoond door -_Gerhard van Holtmolen_[13]. - -1430-1450. De tegenwoordige kerk van Tegelen dagteekent uit de eerste -helft der vijftiende eeuw; onder meer dan een opzicht verdient zij -onze aandacht. Zij heeft een hechten en reusachtigen toren van 30 -meter hoogte aan muurwerk; de spits is vierhoekig doch laag. In -de twee bovenste vakken aan elke zijde des torens behalve aan den -zuid-oosten kant alwaar de torentrap is opgetrokken, bevinden zich -drie naast elkander staande blindvensters met sierlijke frontons -uit zandsteen, die hier en daar door den tand des tijds beschadigd -zijn. De kerk zelve heeft slechts eene lengte van ruim dertig meter, -doch telt zestien meter in de breedte. Pijlers zijn vier in getal en -vormen twee zijbeuken, die elk door drie schoon gekleurde vensters -worden verlicht[14]. Dit was hare toestand in 1874, toen zij merkelijk -vergroot en hersteld werd. Die vergrooting bestond in het aanbouwen -van een nieuw koor ter lengte van vier meter en het doortrekken der -zijpanden op gelijke lengte zoodat ze met twee pijlers en twee vensters -is vermeerderd. Wijders heeft men den tempel door uitbouwen tot een -heerlijke kruiskerk hervormd. Het alles brengt thans een juiste -evenredigheid te weeg tusschen toren en kerk, en, wat de voorname zaak -was, vormt nu een’ tempel, die het volkrijke Tegelen kan gerieven. Was -vroeger de oppervlakte der gansche kerk honderd negentig vierkante -meter, thans beslaat zij drie honderd dertig meter. - -Onder het voormalige koor der kerk bevindt zich een grafkelder van -zes meter vierkant. Laatstelijk werden daarin bijgezet de stoffelijke -overblijfsels van Pastoor Nic. Smeets in 1728, en van Jan Josef Van -Wevelickhoven, Heer van de Munt, in 1742. Verder zijn er aanwezig twee -kleinere kisten zonder eenige aanwijzing[15]. - -Zooals het opschrift aantoont, en overigens bewezen is, werd in 1609 -de Tegelsche toren voorzien van de nog bestaande groote klok. Haar -opschrift luidt: - - »† Maria heisse ich - Lebendige ruf ich - Todten beschrei ich - Jan von Trier hatt mich gegossen, anno 1609.” - -Zekere Louïs van de Mortel uit Venlo heeft ze in November 1609 -geplaatst en het noodige ijzerwerk daartoe geleverd; hij kreeg tot -loon 75 venloosche gulden. Naar deze klok werd in vorige eeuwen de -onderhoorigheid aan dit kerspel vermeld door de woorden: »onder desen -klockenslagh,” immers zij was de bannaalklok. Haar gewicht bedraagt -7000 kilo’s. De tweede klok, wegende nagenoeg 4500 kilo’s, werd in 1830 -uit een vroegere kleine met toevoeging van nieuw metaal, vervaardigd -door J. Groulard te Tongeren; zij draagt het volgende opschrift: - - - »Deze klok verschuldigt de gemeente aan Koning Wilm I. Burgemeester W. - Kamp. Pastoor J. Orths. Peter P. M. Canoy, meter Mevr. de Rijk geb. - de Koning. Zij roepe de geloovigen ten tempel.” - - -De derde of kleinste klok, ongeveer 80 kilo’s wegende, is uit het begin -dezer eeuw; hoewel fijn van metaal en helder van klank, stemt zij -geenszins met de twee vorige overeen. Men noemt haar _bimke_. - -Het uurwerk in den toren werd aangebracht in 1664 door Frans Ter -Broink uit Wachtendonck voor de som van 224 kl. gulden, gelijk eene -rekening vermeldt. Van toen af tot 1680 placht jaarlijks een deskundige -uit Dulken herwaarts te komen om het raderwerk te herzien en genoot -daarvoor iedermaal een Rijksdaler en vrijen kost. - -Onder het civiel opzicht behoorde Tegelen tot het hertogdom Gulick -en maakte voortdurend daarvan deel uit tot op het laatst der vorige -eeuw. De regeering van ons dorp stond onmiddelijk onder het ambt -Bruggen en wijders onder het bestuur van Dusseldorp. Diensvolgens was -bij onze voorouders de duitsche taal de officieele, zoodat nog in den -beginne dezer eeuw gedeeltelijk duitsch en gedeeltelijk hollandsch -werd onderwezen in de school en slechts in 1841 de eerste pastoor -werd aangesteld die uitsluitend in de hollandsche taal predikte of -onderricht gaf. Vandaar is ook nu nog bij velen in gebruik het cijferen -en rekenen in kleefsch geld, en het bezigen van duitsche uitdrukkingen -meer dan bij de naburen. - -1473. Eene akte van wege de regeerders van Tegelen, onder dagteekening -van den 30 April 1473, en strekkende ter verzekering eener jaarrente -ten voordeele van den arme, meldt onder anderen de volgende -omstandigheid: »want wij gemeijnde schepen geijnen seghel en hebben, -hebben weij gebeden ende bidden den eersamen en weijsen mannen van -Kaldenkerchen ende Bracht, dat sij aen desen brieff haeren seghel -willen hangen; dat sij voirs. schepen gherne gedan hebben om rede -wijl der gemeijnde schepen van Thijgelen voirsbeheltenis heer van den -landes rechten end mallich seijner rechten”[16]. Het latere zegel dezer -gemeente droeg het beeld van den H. Martinus te paard. - -1526. De bank of het gerecht van Tegelen was van oudsher samengesteld -uit zeven schepenen, van welke de oudste voorzitter (vorsteher) was. -Bij gebrek aan meerdere bescheiden kunnen wij alleen de volgende lijst -van scholtissen en schepenen geven: - - - In 1526 was Theodoricus Ploenis, schout. - - » 1594 » Peter Smits, vorsteher; zijne ambtgenooten - verklaren niet te kunnen schrijven. - - » 1620 » Stephan Beekmann, vorsteher. - Gerrit Aen gen Steijl, } schepenen. - Mathis Strouck, } - - » 1631 » Gisbert Kampp, - Gerrit van Bakenbosch, } - Thys Weggers, } - - » 1636 » Gerrit Vervoort, vorsteher. - Johan Smits, } - Gerret Smeets, } schepen. - - » 1653 » Jan Alerts, schout. - Peter Rieversthal, schepen. - - » 1667 » Jost op Steijl, burgemeister. - - » 1680 » Jan Ronck, idem. - Micheel in de Betouw, schepen. - Wilm Franssen, idem. - - » 1707 » Conraed op Heijs, idem. - Gaspar Ronck, idem. - - » 1715 » Joh. Kampp, schout. - - » 1726 » Wilm Bongerts, schepen. - Jacob Canoij, idem. - - » 1735 » Ant. van Aarssen, vorsteher. - Jacob Kruisbergh, schepen. - - » 1750 » Wilm Kampp, schout. - Jac. Laeden, schepen. - Andreas Schinck, idem. - - » 1760 » Wilh. Franssen, oudste schepen. - - » 1771 » Hendrik Theeuwen, vorsteher. - Jan Mingels, schepen. - - » 1774 » Pieter Gubbels, oudste schepen. - - » 1783 » Joannes Goossens, burgemeester. - Jan Denissen, schepen. - - Van 1798 tot 1806 was Ant. Thijssen, meijer van den - conseil municipal. - - » 1806-1807 » Wilm Houda en } fungerende - Balthasar de Hasenbach } meijers. - - » 1807-1830 » Wilm Kamp, burgemeester. - - » 1831-1836 » Jan Josef Ronck, idem. - - » 1836-1848 » Peter van Leipzig, idem. - - » 1848- » Peter Kurstjens, fungerend burgem. - - » 1848-1852 » Gerard de Rijk, burgemeester. - - » 1852-1862 » Louise de Rijk, idem. - - » 1862- » Jan van Leipzig, fungerend burgem. - - » 1862-1868 » Jacob Beelen, burgemeester. - - » 1868- » Stephanus Houba, idem. - -Op heden bestaat het bestuur verder uit twee wethouders die men -schepenen pleegt te noemen en vijf andere raadsleden, benevens een -secretaris. Ook heeft de gemeente zijn bode of veldwachter, naast -een rijksveldwachter die voor zeker district wordt aangesteld. De -gemeenteontvanger noemde zich voorheen _tölner_[17]. - -Het gebouw, voorheen de school en kosterswoning, dient sedert 1818 tot -vergaderplaats van het gemeente bestuur. Het is klein, en belemmert -zeer den vrijen toegang tot, en het uitzicht op de kerk. Het ziet naar -een beter en doelmatiger uit. - -1526. Te Steijl onder Tegelen lag van oudsher eene kapel toegewijd aan -de HH. Fabianus en Sebastianus. Een stuk uit 1526[18] verhaalt ons hoe -de belangen van den dienstdoenden rector aan deze kapel meermalen voor -het Geldersch hof waren in behandeling gekomen, en deze nu voor goed -in bezit wordt gesteld van woning, tuin en landerijen gelegen deels te -Steijl deels in den kring der moederkerk Tegelen. - -In dit zelfde stuk wordt bij uiterste wilsbeschikking van zekere -_Thomas_ en _Sophia_ echtgenooten ten gevolge der schenking van -voornoemde goederen, bepaald, dat bij elke vacatuur van het rectoraat, -een geestelijke candidaat uit hunnen bloede, of bij gebrek van dezen, -een geestelijke uit het stadje Kempen, mits vereischte hoedanigheden -bezittende en goedkeuring des pastoors van Tegelen, aan de onderhavige -kapel zou worden aangesteld. Tot last had de rector wekelijks twee -missen ter intentie van de stichters te lezen. Deze akte werd opgemaakt -en bekrachtigd door den toenmaligen schout Theodoricus Pleunis in 1526. - -1540. Van het jaar 1540 weten wij dat Gerard van Holtmolen en Elisabeth -van Ympel zijne huisvrouw verkoopen aan Jan Drijvenen, Chrystoffel -van Duersdal en Jan Golstein als man en momber van Heelwech van der -Kranken zijne huisvrouw collatoren van het altaar van O. L. Vrouw, SS. -Mathias, Remigius, Dionijsius en Margaretha in de kerk van Tegelen, -eene jaarrente van 20 goudgulden ten laste der hoeve Bongaert aldaar, -tot instandhouding eener dagelijksche mis. Rector van dit altaar was -toen de Heer Bernard van Besel. Wijl de hoeve Bongaert leenplichtig was -van het huis Holtmolen, gaven Florens van Holtmolen en zijne leenmannen -Jan Stalberge doctor in de rechten en Hendrik Berrevelt daartoe hunne -goedkeuring[19]. - -1571. Zeer belangrijk in de geschiedenis onzer parochie is het -volgende feit, dat in 1571 plaats had. Tot dusverre was de kapel van -Belfeld, toegewijd aan den H. Urbanus, eene filiaal van Tegelen. Bij -de oprichting van het bisdom Roermond in 1561, werd Belfeld, wijl het -onder civiel opzicht tot Gelderland en het ambt Montfort behoorde, in -dit nieuwe bisdom opgenomen, terwijl de moederkerk van Tegelen, op -Guliks grondgebied gelegen, onder het bisdom van Luik bleef. Zulks gaf -in 1571 aanleiding tot eene scheiding[20]. De beweegredenen daartoe -waren: de verre afstand der ingezetenen van Belfeld en Geloo van -de moederkerk, en de noodzakelijkheid waarin zij verkeerden van in -aanraking te moeten komen met inwoners eener gemeente, waar men sinds -eenige jaren kettersche denkbeelden was toegedaan, en waar zelfs de -bedienaar der godsdienstoefeningen een aanhanger der ketterij was. -Tot onderstand van den pastoor aan die nieuwe parochie, werd de helft -der tiendevruchten, bestaande uit 49 malder rogge en 1 malder haver -van den pastoor van Tegelen aangewezen. Deze scheiding van kerken was -bewerkstelligd geworden door den bisschop van Roermond, terwijl de -verdeeling der tienden was bevolen door den aartsbisschop van Mechelen, -doch een en ander geschiedde ondanks het gemeentebestuur en den -pastoor van Tegelen. Vandaar eene reeks van processen. De ingezetenen -van Tegelen wendden zich herhaaldelijk tot de keurvorstelijke -regeering[21], en die van Belfeld tot het Geldersch hof te Roermond. - -Intusschen bleef tot 1675, alzoo langer dan eene eeuw, de tijdelijke -pastoor van Tegelen de nieuwe parochie voortdurend bestieren, las er -des Zondags en twee maal in de week de H. mis of deed die door een’ -anderen lezen. Daar evenwel gemelde tienden schier allen gevestigd -waren op landerijen in Belfeld en Geloo gelegen, zoo lieten de -ingezetenen dier plaatsen niet na de helft daarvan ten voordeele van -een’ resideerenden pastoor te Belfeld in te vorderen. - -Eerst in December 1696 besloot de pastoor van Tegelen Joan. Bongaarts, -inziende dat het hof van Roermond die van Belfeld steeds zou -ondersteunen, het geschil voor zich persoonlijk te staken, en kwam -met het bestuur van Belfeld in dezer voege overeen: den pastoor van -laatsgenoemde plaats (toen reeds benoemd) zou 24 malder rogge en 1 -malder haver van de tienden toekomen, terwijl de pastoor van Tegelen -zou genieten 12 malder rogge, 8 malder boekweit, 4 malder gerst en -1 malder haver[22]. Wat nog ten deze plaats vond, zullen wij nader -vernemen bij de behandeling der pastorijen hier en te Belfeld. - -Ons dorp schijnt in de zestiende eeuw door Luttersche en Calvinistische -denkbeelden aangestoken te zijn geworden. Behalve uit het reeds -aangehaalde, blijkt zulks uit een handschrift, dat wij onder de -archieven opdeden, doch dat geen’ naam of dagteekening draagt[23]. -Daarin wordt vermeld, dat de hooge regeering van den pastoor verlangt -te vernemen, wat er te Tegelen, in zake van protestantismus, van -kerk, kerkbedienaar, revenuën, school en schoolmeester bestaat. De -pastoor antwoordt als volgt: »bij gebrek van documenten kan ik alleen -bevestigen, eerstens: dat in de parochie Tegelen geene kerk van de -zoogenaamde hervorming bestaat; doch door overlevering weten wij, -dat eertijds Frans van Holtmolen, in de geschiedenis der omwenteling -genaamd _Canisius_[24] ambtman van het district Bruggen en ijveraar -der ketters, ten tijde der hervorming of onmiddelijk daarna, den -pastoor van Tegelen ontzette uit alle zijne rechten en bedieningen, en -een’ ketterschen bedienaar (domine) in diens plaats deed aanstellen. -Gedurende vijftien jaren, zegt men, heeft laatstbedoelde alhier zijne -bedieningen uitgeoefend, waardoor bijna alle goederen en renten der -pastorij zijn verloren gegaan. Ook de revenuën der beneficiën van O. L. -Vrouw, van St. Antonius en van het H. Kruis zijn daarbij zoek geraakt. -Zonder twijfel heeft de Heer van Holtmolen, als collator der pastorij -dezen predikant aangesteld. Tweedens, kerk, school of schoolmeester -hebben de Lutheranen of Galvinisten hier niet. Derdens, ik weet niet, -en heb ook nimmer vernomen, dat een protestantsch minister, uit hoofde -zijner bediening in Tegelen eenige goederen of renten bezat”. Zoover -ons document. Dit zegt genoeg wat Tegelen van den kant der zoogenaamde -hervorming moest ondervinden. Zij werd met geweld ingevoerd doch -schijnt bij de ingezetenen hoegenaamd geenen bijval gevonden te hebben. - -1578. Edoch niet alleen gewetensdwang onder den schijn van hervorming, -maar ook de onheilen des oorlogs bezochten in die jaren het vreedzame -Tegelen. Althans wij lezen in eene Chronijk van Roermond[25] dat de -Spaanschen op den 12 Jan. 1578 met het gros van hun leger voortrukten -naar het ambt Kriekenbeck, en op hunne doortocht, behalve andere -plaatsen, ook de Gulicksche dorpen Tegelen, Kaldenkerken en Breijel -zeer beschadigden. - -1620. Toen het na den tijd der hervorming tot vrede was gekomen, bleven -de protocollen van kerkvisitatiën, testamenten, rekeningen enz., -zorgvuldiger bewaard en verkrijgen wij dan ook meer en meer bijzondere -gegevens over ons dorp. Zoo maken we thans op dat de gemeente Tegelen, -van af het begin der zeventiende tot den aanvang van deze eeuw, weinig -in zielental heeft toegenomen, alhoewel op dit oogenblik de bevolking -driedubbel is. In 1620 telde Tegelen 246 communicanten, alzoo ongeveer -750 zielen. In 1815 waren nagenoeg 500 communicanten, bij gevolg niet -meer dan 1300 inwoners; thans telt Tegelen 2200 zielen. - -1627. Den 8 Januari 1627 verklaart koning Philips _Hans Willem van -Baexem_ vervallen van zijn recht op de helft der tienden van Tegelen, -en schenkt die aan den arme te Venlo, terwijl de andere helft aan de -erfgenamen van _Toon Jacobs_ zal verblijven[26]. - -1637. De oudste doop- trouw- en sterf-registers te Tegelen dagteekenen -van 1637 tot 1670. In plaats van familienamen vindt men daarin bij den -doopnaam doorgaans dien van een of ander gehucht, straat of pachthoeve. -Wel een bewijs, dat voor ruim tweehonderd jaren de familienamen hier -weinig in gebruik waren. Zoo lezen we herhaaldelijk: Diedrik, Merie, -Peirke enz. op gen Steijl, op de Hochstraet, aen gen Cruts, aen gen -Siep, aen ’t Brukske, van den Baekenbosch, van den Haenert, van de -Munt, op Heys, aen Lohé enz. Ook vindt men vaak den doopnaam gevoegd -bij den naam van het ambacht des vaders, als: olieslegers, schreurs, -mulders, schoemakers, custers, van den Brouwer of Brouwers, van den -Smid of Smids; ofwel in het latijn ingeboekt, sartoris, molitoris, -custodis, fabri-ferrarii enz. In voormelde registers staan, anno 1643, -drie paar, die ten huwelijk werden ingezegend; zeven doopelingen, -terwijl er even zoo velen overledene zijn opgeteekend. In 1645, huwde -niemand, en werden er slechts drie ten doop gebracht; overlijden niet -vermeld. - -1645. De landschatting (churfürsterliche Steuer) bedroeg in de jaren -1645-1650 voor Tegelen 108 R. thaler of 589 Venlosche fl. De hoogst -aangeslagene destijds waren: De Heer van Holtmolen voor 114 fl. Wilm -Franssen 55 idem. Corn. In de Betouw, 38 idem. Jan van Aarssen 32 idem. -De geringste betaalde 15 stuiver. - -De pachthoeven, of boerderijen, waren voor tweehonderd jaren -niet talrijker dan ze thans nog zijn. Ik vind de volgende:[27] -_Hanraetshof_, thans Hanert genoemd, behoorende tot Holtmolen. -_Merterhof_, gelegen op de _alde mert_, eigendom van den H. E. Receveur -te Venlo. _Kasteelshof_ bij Holtmolen. _Bakenbosch_ ten zuiden van -Holtmolen doch hierbij behoorend. _Bosserhof_ en _Linksterhof_ -Venlowaarts en behoorende aan de Munt. Twee oude hoeven bestaan niet -meer; de _Drumpsel_, welke broekwaarts lag tusschen Linkster- en -Bosserhof, is opgeruimd in den Franschen tijd; de laatste pachter -Peter Pubben overleed in 1775; en _Kruitserhof_, die in 1860 door een -heerenhuis werd vervangen. - -Voor 25 jaren is aangelegd geworden de grootsche hoeve Ulesheide op de -Kaldenkerker grenzen. Op dat tijdstip worden aan den regeeringsraad te -Bruggen opgegeven te Tegelen 26 paarden, 70 koeijen en 300 schapen. - -Aan het Tegelsch archief ontleenen wij nog eenige bijzonderheden uit -deze jaren betrekkelijk het huishoudelijk leven onzer voorvaders.--Voor -pacht van één morgen land gaf men 8 vat rogge; voor kostgeld van lieden -van geringen stand 7 kl. gulden per maand; voor één ton bier 5 kl. gld. -de vaan[28] kostte 8 stuiver; voor bakloon van één vat rogge betaalde -men 4 stuiver; voor een paar schoenen 1½ gld.; voor een linnen hemd -2½ gld.; voor één roggen brood 9 stuiver. Een kan wijn kostte 1½ -schelling; eene halve dozijn kippen 1 gld.; een malder rogge 8 gld., -gerst 8½ gld., haver 6 gld. en boekweit 5¼ gld. De gebrande -steenen werden betaald de duizend met 7, eene kar kalk met 9 gld. Hoe -gering over ’t algemeen deze prijzen ook schijnen, werden zij destijds -hoog geacht; want de ontvanger der Broederschap van O. L. Vrouw o. a. -verwittigde in Nov. 1645 alle belastingschuldigen van »de leveringhe -te doen in claeren rog, off beij dezen continuerenden crijgh, imperial -ieder malder te lossen nemlich met 8¼ gulden Venloiss current”. - -1646. Het blijkt dat Tegelen nog al bezwaard werd met inkwartieringen -en krijgslasten. Uit het jaar 1646 vinden we aangeteekend[29] dat de -veldmaarschalk van Brederode zich van af den 10 October gedurende -verscheidene dagen alhier met zeven regimenten kwam vestigen. Later -meer daarover. - -1670. Het kerkarchief geeft aan, dat er in de jaren 1670 en 1671 nog -al belangrijke werken en herstellingen plaats vonden aan onze kerk. -Vooreerst werden behoorlijk muren getrokken om het kerkhof, dat bijna -de helft grooter was aangelegd. Ook werd, wegens het ingenomen voetpad -langs de erven Kamp, een ruime en geregelde doorgang gemaakt naast -kerk en het kerkhof naar het Betenveld. Inwendig, na schier alle -meubelen te hebben geruimd, werd de kerk als ’t ware in een nieuw -kleed gestoken. Een schoon en hoog hoofdaltaar uit Venlo herkomstig, -kwam het oude, dat onbruikbaar was geworden vervangen; doch bij de -huidige restauratie moest ook dit altaar wijken, als komende met den -bouwtrant der kerk geenzins overeen. In beide zijpanden werden nieuwe -altaren geplaatst; rechts dat van St. Martinus, patroon der kerk. De -beneficiën van St. Antonius enz. aan dit altaar waren verloren gegaan. -Links bleef het altaar van O. L. Vrouw, waaraan vroeger beneficieën -van O. L. V. van SS. Mathias, Dionijsius en Margaretha gehecht waren. -Een dubbel ruggewaarts aan elkander gehecht O. L. Vrouw beeld dooreen -achttal engelen omringd hing oorspronkelijk in het transcept boven de -Communiebank. Later heeft men deze beelden een geruimen tijd in de -bergplaats opgesloten; doch het zeer verdienstig beitelwerk spoorde het -tegenwoordig kerkbestuur aan om een dezer beelden te doen herstellen, -hetgeen bij uitstek gelukte; het prijkt voor als nog op het altaar -van O. L. Vrouw. De voormalige beelden van St. Antonius, Ste. Barbara -en Ste. Lucia zijn in eere gehouden. Nog waren in 1671 uit Venlo -aangebracht de twee nog bestaande biechtstoelen benevens een fraaije -eiken Communiebank. De predikstoel werd in hetzelfde jaar verplaatst -naar den kant waar hij zich nog bevindt; van waar dit fraai stuk kwam, -hebben wij niet kunnen achterhalen. Het orgel met toebehoor, zeer -voldoende voor deze kerk ook thans nog, werd gekocht in 1798, en komt -uit de Munsterabdij te Roermond. - -1676. Langen tijd moet het treurig jaar 1676 in het geheugen der -Tegelschen gebleven zijn, immers zooals in den doopregister staat -aangemerkt, woedde de dissenterie in zoo hevige mate, dat van Juli tot -November niet minder dan drie en twintig inwoners overleden, van welke -drie uit een huisgezin. - -1679. Nauwelijks was deze geesel gekeerd, of de lasten van den oorlog -deden zich gevoelen. Sedert eenigen tijd hadden de Franschen ons land -overweldigd; zij eischten van de gemeente zeer drukkende contributiën -en namen verscheidene reizen alhier met hunne troepen inkwartiering. -De ingezetenen, toch al ruim bezwaard door allerlei uitgaven, konden -bij hoofdelijken omslag niet voldoen aan het gevorderde, weshalve het -bestuur in April 1679 eene leening van 100 R. daler moest aangaan. -Bijna hetzelfde viel aan onze gemeente ten deel van den kant der -Hollandsche troepen, toen deze ettelijke jaren later Venlo wilden -hernemen[30]. - -1697. In October 1697, zoo lezen we in een aanteekeningsboekje van -Pastoor Joan. Bongaerts, was de aartsdiaken van Kempenland, graaf van -Berlo, benevens een secretaris, twee kapellaans en nog een bediende, -per rijtuig met zes paarden bespannen, te Kaldenkerken aangekomen. Hij -was vergezeld door een commissaris der hooge regeering van Dusseldorp. -Deze Heeren kwamen den toestand der kerkelijke zaken opnemen[31]. -Die stoet zou ook Tegelenwaarts zijn afgedaald, doch om den pastoor -alhier, die ten naauwer nood genoeg bezat om volgens zijn staat te -leven, onkosten te besparen, had de commissaris verkregen dat de -herder tegen geringe bezoldiging, kon voldoen met persoonlijk naar -Kaldenkerken te komen en aangifte te doen over zijne parochiale -aangelegenheden. - -Wat wij hier verder tot 1745 over ons vaderdorp mededeelen is getrokken -uit de tamelijk nauwkeurige aanteekeningen van de twee pastoors Joan. -Bongaerts en Nic. Smeets. - -1700. Een beduidende diefstal greep plaats binnen onze kerk in den -nacht van den 7 op den 8 April 1700. De dieven hadden zich onder de -torendeur eene opening weten te maken en waren vandaar doorgedrongen -tot in de sacristie, alwaar zij een’ zilveren kelk ontvreemden. Hierna -openden zij geweldadig het tabernakel, en namen daaruit een zilveren -ciborie benevens de zilveren vaten voor de HH. Oliën. In de kast van -den zijmuur tegenover het hoofdaltaar stalen zij voorts de vaten voor -het H. Chrisma en den H. Olie der doopelingen, benevens eene som gelds -aldaar opgesloten. Nooit heeft men de daders kunnen achterhalen. -Ettelijke dagen daarna zond de toenmalige pastoor van Blerick: Theod. -van Panhuizen een’ noodkelk, kunnende dienen tot ciborie, een metalen -kelk, twee vaten voor de HH. Oliën der kranken en twee voor die der -doopelingen. De Blericksche pastoor behield zich echter voor, dat zoo -ooit Blerick door diefstal, brand of ander ongeval mocht ontriefd -worden, deze voorwerpen moesten teruggegeven worden. De begane diefstal -scheen alom medelijden verwekt te hebben; althans op den vooravond van -St. Martinus in dat zelfde jaar stapte de Prior van Kevelaar met name -Féron, op zijne reis naar Roermond hier af, en verraschte den pastoor, -in tegenwoordigheid van den toevallig aanwezigen pastoor van Neer en -den schepen W. Franssen, op aangename wijze, door de schenking van -een’ fraaijen zilveren miskelk op welks voet men ook nu nog leest: -»desen kelck wert geoffert aen onse Lieve Vrouw tot Kevelaer” 1642. Ook -gaf de pastoor van Velden bij Venlo aan onze beroofde kerk een’ tweeden -zilveren miskelk ten geschenke. Eindelijk een jaar later ontving de -pastoor van Tegelen uit handen van den kaplaan Leon. Mouts, uit Venlo, -ook nog tot aanschaffing van het benoodigde, zes zilveren lepels en -drie zilveren vorken van wege een onbekende weldoenster. Deze gift werd -aangewend tot vervaardiging van een ciborie. - -1701. Dit jaar bracht woelige en onveilige dagen. Men hoorde schier -dagelijks van stelen, wanordelijkheden en oorlog. In den nacht van den -2 op 3 Juli, doorkruiste eene bende stroopers, voorzien van gevaarlijke -wapenen en eenige wagens met zich voerende, de streken tusschen Kessel -en Venlo; zij plunderden wat ze konden, tot zelfs de hooimijten van de -grasweide, en lieten voornamelijk tusschen Tegelen en gemelde stad de -sporen hunner vernieling achter. - -De milde giften, waartoe gemelde diefstal velen had bewogen, deden -gewis aan deze stroopers vermoeden, dat er schatten op de pastorij -van Tegelen waren verborgen. Althans den 6 April vond men de deuren -der pastorij ’s morgens onder de vroegmis door middel van sleutels en -andere werktuigen geopend. Niemand was aanwezig. Op het slaapvertrek -der dienstmeid hadden de ingedrongenen 10 of 11 patacons medegenomen; -en van de kamer des pastoors hadden zij ongeveer 30 patacons geroofd. -Dezen diefstal schreven sommigen toe aan twee Egyptenaars of Zigueners -die in vrouwenkleederen vermomd, te voren om een aalmoes vragende -waren bemerkt geworden. Omstreeks tien uren waren zij in de richting -van Luith vertrokken alwaar zich destijds een troep dezer lieden had -neêrgeslagen, doch toen ook van daar de wijk nam. - -Den 27 Juli hieropvolgende, kwamen andermaal de Fransche troepen -Tegelen bezoeken waarbij al de te veldstaande vruchten werden vernield. -Bij die en dergelijke gelegenheden, kwamen de inwoners nog al eens -in aanraking met de overmoedige soldaten. Zoo vinden we dat zekere -Gerrit Bachus door een’ Fransch militair, nabij Bakenbosch door een -baijonetsteek werd afgemaakt. - -1702. In den oorlog der Spaansche troonsopvolging, stonden, gelijk -bekend is, de Franschen den Spanjaarden ter zijde, tegen Duitschland, -Nederland enz. Ten jare 1702, op Zondag na Paschen, trok Maarschalk -Bouflers met een legerkorps van 30,000 man naar het ambt Bruggen, en -kampeerde een tijd lang in het uitgestrekt Breijelsche veld. - -Nog dienzelfden dag kwam ook een leger infanterie hier aan en -sloeg zijne tenten op aan Boschkamp. Wat toen nog van veldgewas en -struikhout was overgebleven werd door dezen buit gemaakt, de stroodaken -zelfs bleven niet gespaard. Den 15 derzelfde maand keerden van de -eerstgemelde de cavaleristen terug en legerden aan de Zandheuvels die -Steyl van Tegelen seheiden; overal brachten zij de schandelijkste -verwoestingen aan en vertoefden langer dan eene gansche week. Eene -herbergierster, te Steyl, werd bij die gelegenheid ter oorzake van -moeijelijkheid bij betaling, in haar eigene woning vermoord. Dit leger -bestaande uit 10,000 manschappen voerde eene kudde ossen met zich -van minstens 1000 stuks. Deze moesten gevoed worden, en nu, als zich -licht laat denken, verdween letterlijk alles uit het veld tot zelfs de -opschietende rogge en tarwe. Den 27 Juli, alzoo twee maanden later, -keerden de overigen van Rouflers leger terug onder het opperbevel van -den hertog van Bourgondië. Zij moesten te Tegelen overnachten. Het -voetvolk zocht plaats in het broek en aangrenzende bosschen, terwijl de -kale weilanden en velden, de ledige schuren en stallen door de ruiters -werden ingenomen. Ook kwamen op den 29 Juli, de Brandenburgsche troepen -alhier, namelijk toen het zich gold het fort St. Michaël te bestormen. - -1703. Op deze droevige tijden, volgde gelukkig een allervruchtbaarst -jaar. De meergenoemde pastoor Bongaerts noemt 1703 »annus fertilissimus -in campis et pratis, in vineis et hortis,” een jaar zeer vruchtbaar -zoowel wat veld en weiland, als wat vruchtboomen en kruiden betreft, en -hij laat volgen: »crijgh en brandt, segent Got met voller handt.” - -1712. De reeds vroeger gemelde aartsdiaken, graaf Ferdinand Maximiliaan -Van Berlo, deed in 1712 andermaal eene kerkvisitatie ten onzent. -Bevindende dat de pastoor van Tegelen zeer ontriefd was geworden door -de scheiding van Belfeld, beval hij dat het plaatselijk bestuur zich -te dien aanzien zoude wenden tot de keurvorstelijke regeering van -Dusseldorp. Ook gebood hij den Heer van Holtmolen, Baron Van Hunt, het -middenschip der kerk in behoorlijken staat te brengen, en voorts den -benoodigden olie voor de godslamp te verschaffen, waartoe genoemde -baron als collator en bezitter der meeste groote tiende, verplicht was. -De overige tiendenaars, werden mede ernstig aangespoord om fe zorgen -voor de herstelling van den toren en de zijpanden der kerk, welke -taak sinds eenigen tijd ten onrechte der kerkfabriek was opgedrongen -geworden[32]. - -1718. Op het jaar 1718 treffen wij den Baron _de Wittenhorst_, als -keizerlijke Postmeester; (magister postarum;) en in 1720 _Balthasar von -Rees_, als Postbestierder; (officialis postarum). - -Hieruit maken wij op, dat de van oudsher alhier bekende _paarden- en -brievenposterij_, ten minste dagteekent van den beginne der vorige -eeuw. Latere postdirecteuren alhier waren Wilhelm _Franssen_ in 1714, -Jacob _Franssen_ in 1785 en laatstelijk Gaspar _Franssen_. - -Het grootsche gebouw, dat van 1730 tot aan de Fransche revolutie tot -posterij diende, is gelegen in de kom der gemeente en wordt voortdurend -het _Posthuis_ genoemd. Het is thans het eigendom van den Heer L. -Gitmans wethouder. - -De briefwisseling werd onderhouden door courriers te paard. Een uit -Arcen kwam hier geregeld de brieven afhalen die voor Nijmegen bestemd -waren, terwijl een ander uit Dahlem de brieven van hier medenam naar -Gulick. De paardenposterij had hier acht paarden in dienst; doch -dikwijls ook moesten de boeren, tegen bezoldiging, eenige diensten -verrichten met het aanspannen van benoodigde hulppaarden. In 1800 -verlegden de Franschen onze briefposterij naar Venlo, terwijl in -1812 ook de paardenposterij derwaarts verplaatst werd. Nimmer was de -paardenposterij zoo druk in de weer als op het laatst van het Fransche -keizerrijk[33]. - -1735. De pastoor van regelen Heer _Nicolaas Smeets_, heeft over het -jaar 1735 het volgende ingeboekt: »In dit jaar sijn geweest dry groote -plaegen te weten: Hagelslagh, waerdoor over de halfscheidt der vruchten -sijn beschaedigt; deze kwam ten tijde dat de rogge voor een groot deel -gemaijt was. Daerna is gevolgt hevige windslach, en toen overvloedighe -regen, waerom ick genoodzaakt ben geweest de tienden door pachters voor -kaef en stroo laten in te vaeren. Voor wat ick heb getrokken hebben sij -gedorsen omtrent veertien dagen, want hebben sovele dagen eenen dorser -naer Belfeld gesonden, denwelken ick selfs betaelt heb veor iederen dag -9 stuiver en darenboven is mij opgedrongen, dat ich voor dien dorser -moest missen: een cop vruchten daags, wesende soveel als kostgeld; -hetwelck in het toekomende niet mag geschieden, want die dorser werkt -voor de pachters.” - -1740. Nog verhaalt hij, hoe in 1740 een lange en allerstrengste winter -heerschte. De Maas zette zich dicht den 9 Januarij om eerst den 12 -Maart los te breken. Daarna viel nog in de maand Mei overvloedige -sneeuw, zoodat de rivier verscheidene reizen hare bedding verliet. En -wij noemen 1840 het koud jaar! - -1745. In de jaren, die den vrede van Aken voorafgingen (1748) en -gedurende welke de keizerskroon aan Maria Theresia werd betwist, had -Tegelen meer dan ooit door overlast van krijgsbezetting te lijden. -Wat wij daaromtrent laten volgen is getrokken uit de breedvoerige -opgaaf van den schepen en postmeester Wilm Franssen, met het doel om -van de keurvorstelijke regeering schadeloostelling te bekomen[34]. -Van de bondgenooten waren het vooral de Engelsche, de Hollanders en -de Hanoveranen, die ons lastig vielen. In den zomer des jaars 1745 -bleven zij gedurende zeven weken alhier kamperen. Op het huis de _Munt_ -waren gedurende drie dagen gelogeerd de Engelsche generaal, Milord -_Rothes_, benevens hofmeester en secretaris, en nog twaalf bedienden -met even zoovele paarden. Gedurende 42 dagen vertoefden aldaar de -generaal-en-chef van het Hanoveraansch leger, met name _Von Somerfeld_, -ook met hofmeester, secretaris en al wat bij een hoofdkwartier behoort, -zoodat het geheele kasteel al dien tijd tot hunne beschikking stond. -Nog verbleven een paar dagen op de Munt de Engelsche generaal _Okdon_ -40 knechten en 14 paarden, en de Hanoversche generaal _Montigné_ met -15 paarden, gedurende 40 dagen. Tusschen beide kwamen zich aldaar nog -vestigen de Hollandsche generaal Glinstrà met twee luitenants, de -Engelsche generaal graaf van _Albermarle_ en de Hanoversche generaal -_Hamerstein_ met een groot gevolg van ruiters. Voor den eigenaar van -de Munt waren de gedane onkosten en geleden schade geraamd op 370 -Rijksdaler. Het huis _Holtmolen_ had 42 dagen lang geherbergd den -Hanoverschen generaal _Drûckleben_ met diens zoon, eenige adjudanten en -een twintigtal bedienden met 30 paarden. Nog hebben aldaar gelogeerd -gedurende drie dagen, de Engelsche generaal _Ligonies_ met eenige -adjudanten en 20 knechten. Voor den Heer van Holtmolen was eene -rekening opgemaakt van 135 R. daler. Bij _Wilm Franssen_ vertoefden -zes weken zekere Brùckmann, generaal van een Hanoversch regiment, met -zijn zoon, den kapitein en verscheidene bedienden met 40 paarden. De -rekening voor _W. Franssen_ beliep 156 R. daler. _Jacob Canoy_ had -40 dagen lang ter inkwartiering een’ Hanoverschen generaal en een’ -cipier, en 42 paarden; de kosten werden berekend aan 126 daler. Op -_Bosserhof_ verbleven zeven weken lang de generaal _van Vrede_ met acht -bedienden en 27 paarden; onkosten geschat op 115 daler. _Leonard Van -Dijk_ kreeg 42 dagen ter inkwartiering twee Hanoversche majoors, vier -trompetters benevens 16 knechten met 21 paarden; onkosten: 114 daler. -Bij _Wilm op Kleef_ bleven zeven weken de Hannoversche kolonel _van -Harderberg_ met 15 knechten; onkosten 90 daler. Bij _Joan Engels_ een -generaal-adjudant der Engelschen met verscheidene bedienden; onkosten -70 daler. Een oberauditeur der Hannoveranen woonde eenigen tijd bij -_Elias Bourgondis_, die daarenboven vele zaken geleverd had aan de -Hollandsche troepen, wanneer deze over de heide naar Venlo rukten; -kosten gewaardeerd aan 50 d. Aan _Jan van de Speelhof_ kwamen van wege -het Hannoversch lazareth gedurende 42 dagen, 54 daler toe. Aan _W. van -der Coulen_ wegens eene vrijpartei, die wacht hield, eene Hannoversche -ordinance en 18 sergeanten, beliep 44 daler. Een kwartiermeester der -Hannoveranen met knechten waren 42 dagen bij _Pet. Fegers_; daarvoor -33 daler opgegeven. _Jan op Kleef_ gaf onderdak aan vier Engelsche -luitenants, vier ammunitie-aanvoerders en eene marketenster met twee -knechten, onkosten 45 daler. Bij _Paulus Theeuwen_ logeerden de -Hannoversche majoor Piquord met zes bedienden en 22 paarden gedurende -zes weken, onkosten 52 daler; bij _Hubert Thijssen_, logeerde een’ -veldpostmeester van de Engelschen met 10 paarden, benevens een’ -opperkwartiermeester, gedurende zes weken, onkosten 53 daler. _Gerard -Märts_, moest zijne woning afstaan en verhuizen voor een Hannoversch -obrist-luitenant, waarvoor berekend werden 34 daler. Zoo waren er -nog vele anderen in Tegelen, die aldien tijd kost en woning moesten -verschaffen aan de troepen. De Hollandsche en Hessische soldaten hadden -minder hinder gebracht. De slotsom der onkosten van deze inkwartiering -beliep 6684 _Rijksdaler_. De schade veroorzaakt aan veldvruchten, -huizen, houtgewas enz., alsmede de onkosten der leveringen voor -manschappen en paarden gaven een totale rekening van niet minder dan -26338 daler. Wij hebben niet kunnen achterhalen, in hoever hieraan -door de Hooge Regeering is voldaan geworden. Deze rekening werd -opgezonden in 1755. - -1749. Den 7 Juli 1749 werd te Bruggen aan een groot getal parochianen -van Tegelen het H. Vormsel toegediend. - -Bescheiden van latere dagteekening houden in, dat dit H. Sakrament -aan onze parochianen nog werd toegediend: den 5 Januari 1817, door -Caspar Maximiliaan, bisschop van Jericho, i. p. i. te Hinsbeck aan 203 -vormelingen; in 1829, den 24 Juni, door den bisschop van Munster te -Kaldenkerken aan 185; in 1831 te Venlo door Corn. Van Bommel, bisschop -van Luik, aan 79; in 1836, den 19 October, te Tegelen door denzelfden -aan 130 personen. Wijders in 1842 den 13 October, door J. A. Paredis -bisschop van Hirenen, i. p. i. te Venlo aan 80; in 1849 den 17 October -te Venlo aan 103; in 1855 ook te Venlo door denzelfden, toen bisschop -van Roermond, aan 90. Nogmaals in 1860 te Venlo aan 112; in 1867 te -Tegelen den 22 October aan 120, en laatstelijk den 7 October 1873 te -Venlo aan 98 vormelingen. - -1758. Wilm Kamp, schout te Tegelen, diende in dit jaar een verzoek in -aan den veldoverste Callignon die zich te Beesel bevond, dat deze toch -maatregelen zou nemen, om Tegelen te ontlasten van de husaren, welke -hier voortdurend patrouilleerden; of althans met behoorlijke macht en -gezag herwaarts zou komen, om de tucht en de rust onder de soldaten -te herstellen. Peter Dings, die met dit smeekschrift was belast, werd -onder weg door vier zwarte husaren aangevallen, van zijn lastbrief -beroofd en met verscheiden doodelijke wonden overdekt. - -1766. Door Karel d’Oultremont, Prins-bisschop van Luik, was in Januari -1766 een schrijven uitgevaardigd, waarbij het _veertigurengebed_ en -de _gedurige aanbidding_ van het Allerheiligste Sakrament werden -ingevoerd. De gedurige aanbidding wordt alhier sinds dien den 14 Maart, -en het veertigurengebed sedert 1767 gedurende de Kerstdagen gehouden. - -1773. Te verwonderen is het niet, dat onze gemeente na de reeks -van woelige krijgsjaren, onder zedelijk oogpunt veel geleden had. -Eene verordening van den 7 October 1773 uit Bruggen aan het bestuur -van Tegelen gezonden, duidt aan, dat in deze jaren jammerlijke -buitensporigheden plaats vonden, die de rust en de veiligheid der -ingezetenen stoorden. Daarin wordt onder anderen gezegd: »dat de -voorstand van Tegelen zal bevel geven, dat de nachtwachten gestadig -geschieden en bij voorvallen gelijk sinds eenigen tijd zelfs, tot rust -en zekerheid der burgers, dienen verdubbeld te worden. Alzoo wordt bij -dezen aan het gemeentebestuur de taak opgedragen om aanhoudend eene -patrouille van twaalf goed gewapende mannen aan te stellen, op boete -van 25 R. daler, tot nadere ordonnantie. Een ieder moet op zijne beurt -van deze wacht deel maken op straf van 12 R. daler. Elke nachtzwerver, -of wie eenig misdrijf pleegt, of iets doet, wat gevaarlijk of nadeelig -is voor de ingezetenen, zal ten strengste bewaakt, en bij verkenning in -hechtenis genomen worden. De raad van Tegelen wordt voor de uitvoering -dezer bepalingen verantwoordelijk gesteld. Gegeven te Bruggen den 7 -October 1773, was geteekend: - - »J. L. DORTANS secretaris. - -Allezins geloofwaardige personen verhalen dat te dezen tijd een -gevaarlijke bende vreemde nachtzwervers zich ophield, in de nabijheid -van Hulsterhof. Deze met moordtuig gewapende roovers drongen des nachts -niet alleen de huizen binnen en namen er mede, wat hun onder de hand -viel, maar ontzagen zich ook niet schandelijk te mishandelen allen, -die zich durfden verweren, of hun hun hinderlijk toeschenen. Hun -aanvoerder noemde men _Hinke de roover_. Zou dit feit niet aanleiding -kunnen gegeven hebben tot bovenstaande verordening? - -Den 18 December van voormeld jaar verscheen ook, van wege den landrath -van het ambt Bruggen, eene circulaire, waardoor op straf van 10 R. -daler boete, een juiste en spoedige opgaaf werd gevorderd van den -veestapel in elke gemeente. Alstoen werden hier bevonden: 34 paarden, -83 koeien, 47 runderen, 312 schapen, ossen geene. De Postmeester -W. Franssen onderhield drie paarden. Twee paarden vond men op de -pachthoeven, Hanert, Wambach, Bosserhof, Linksterhof en Merterhof. Op -Hanert waren 50, bij den akkerman Pet. Paulussen 80 schapen; de overige -bij verschillende. Thans is het getal paarden, koeien enz. verdubbeld; -schapen zijn er minder, doch hierentegen worden op het oogenblik meer -dan 400 geiten onderhouden. - -1780. Sedert anderhalve eeuw was te Tegelen de lands-contributie -(churfürsterliche steuer) slechts 50 daler gestegen; zij bedroeg in -1780 de som van 157 daler 3 albus en 8 helder. - -De uitschrijving meldt onder anderen: »Hijrin geft den Heere baron van -Hunt van Mevrouwe de Metternich: - - 12 R. d. 63 alb. 2 hel. - Von demselbsten: 13 -- 62 -- 6 -- - ----------------------- - facit 26 -- 25 -- 8 -- - -Welcke 26 R. d. enz. syn het sesde deil van de gansche contributie. Den -rechten aenslag des kerspels Tegelen is: die 14 stuver betaelt heeft -een morgen landt. En is geschiet wegen den orlogh om te verschonen de -ganse gemeynte, want in cas sy soude moeten betaelen correct, soude de -geheele gemeynte geruineert syn”. - -Tusschen de gemeentebesturen van Kaldenkerken en Tegelen was -oneenigheid gerezen aangaande eenige gronden op de grenzen gelegen. -Dit geschil werd in 1780 te Dusseldorp voor het gerecht gebracht, en -eindigde met het verdrag: dat onze gemeente in bezit dier gronden kon -blijven, mits zij 30 daalders wegens proceskosten, en 49 daalders voor -het verkrijgen van eigendomsrecht zou storten[35]. - -1785. De ingezetenen van Belfeld, welke gemeente tot de Vereenigde -Nederlanden behoorde, hadden in ’t jaar 1785, bij den Hoogen Raad te -Venlo, eene beslissing uitgelokt omtrent het geschil betreffende hunne -pastorij en die van Tegelen. De Raad besloot den 30 Mei van genoemd -jaar, dat de pastoor van Tegelen voortaan 400 gulden zou genieten, mits -hij en de Heer van Holtmolen zouden instaan voor eene herbouwing van de -pastorij te Belfeld. Dit bracht echter geen einde aan de zaak[36]. - -1788. Bij besluit van den 12 October 1788 van wege den keurvorstelijken -raad van Bruggen, werd goedgekeurd en bekrachtigd eene overeenkomst, -gesloten tusschen den tijdelijken pastoor van Tegelen met name Pet. -Eskens en het plaatselijke bestuur, samengesteld uit de Heeren: Jan -Goossen en Jan Denessen schepenen, wijders Gaspar Franssen, Gaspar -Ronck, Gerard Ter Poorten, Barth. Vaessen, Herman Rievers en Wijnand -Gubbels. Deze overeenkomst bestond daarin, dat voortaan de dienstdoende -pastoor de tegenwoordige woning rustig in bezit houden en de gemeente -de lasten van onderhoud dragen zou; dat de pastoor verder het vrije -genot zou hebben van de aan de pastorij grenzende kamp, tuin, boomgaard -en weide, alsmede van het slaghout en weide, anderhalven morgen -groot, gelegen aan den berg. Hiertegen werd voorbehouden, dat het -gemeentebestuur voortaan vrij kon beschikken over alle landerijen -welker tienden of renten tot hieraan gestrekt hadden tot competentie -van den pastoor, zijnde nagenoeg 56 morgen. De gemeente verplichtte -zich daarenboven nog aan den pastoor tot onderstand jaarlijks uit te -keeren 250 Rijksdaler. Hoe dit werd nagekomen, zullen we nader zien. - -1790. Langen tijd was niets meer, zelfs niet het noodzakelijke, aan -onze kerk verricht. De schuld lag deels aan de onrustige tijden, deels -ook aan het verzuim der tiendenaars, die zulks in last hadden. Wij -vinden onder anderen vermeld, dat sedert meer dan tien jaren de groote -of bannaalklok, onbruikbaar was geworden, en dien ten gevolge sommigen -te laat, sommigen te vroeg, en zeer velen niet ter kerke kwamen. Het -kerkbestuur had over weinige middelen te beschikken. Daar intusschen -de finantieëlen toestand der gemeente gunstiger was geworden, verkreeg -het bestuur machtiging om 100 R. daler aan de noodige herstellingen der -kerk te Tegelen te besteden. Deze herstellingswerken geschiedden in -1790 en 1791. - -Thans zijn wij het tijdstip van groote veranderingen op elk gebied, dat -der Fransche revolutie, genaderd. De eerste verschijning der Franschen -ten onzent geschiedde in 1790, toen de generaal _Compaire_ stadswaarts -toog. Hij deed eene brug van pontons over de Maas slaan; men herkent -hiervan nog de sporen op de oevers der rivier tegen over Tegelen. - -1794. In October van het jaar 1794 kwam generaal Moreau met een -ontzaglijk leger tot voor Venlo. De brigaad-generaal Laurent sloeg zijn -hoofdkwartier te Tegelen op. Het hevige geschut van de stadswallen -dwong hem de opgeslagen brug te verleggen tot boven Tegelen aan den -zoogenaamden Paulussenweert. In den nacht van 9 op 10 October werden -op zijn bevel verscheidene batterijen opgeworpen nabij den Roskam, om -alzoo de toenadering van den vijand op Tegelen te beletten. Nu ving -Laurent met een korps van 5000 man de belegering der stad aan. - -De overgaaf van Venlo geschiedde den 26 October 1794. Dit jaar wordt -genoemd het jaar III der Fransche republiek, de 26 October is de 5 -Brumaire. Na drie dagen waren de Hollandsche troepen uit Venlo en -omstreken verdwenen. - -1795. Door de wet van 1 October 1795 werden onze streken bij het -departement der Nedermaas (Meuse-Inférieure) ingelijft met Maastricht -tot hoofdstad. Het schepengerecht van voorheen werd ingetrokken en -vervangen door een _conseil municipal_ met een maire (meijer) aan -het hoofd. Dit bestuur was in voormeld jaar samengesteld uit: Antoon -Thijssen, maire, Gerard Ter Poorten rekenmeester, Peter Beekmans, P. -Peeters, Jan Denissen. Onder kerkekelijk opzicht bleef Tegelen wat het -was tot in 1801, toen echter werd het bij het bisdom van Aken gevoegd. -Alle broederschappen, beneficiën, gilden enz. werden sinds 1795-1796 -domein verklaard. Onder het Fransche _directoire_ van 1795 tot 1799 had -Tegelen veel te verduren door het heen en weer trekken van regimenten -en door zware inkwartiering. De schatheffing was ook verpletterend; -Tegelen moest in dezen tijd opbrengen: 1471 franken. Te Venlo en te -Belfeld waren intusschen ook de kerkelijke diensten verboden. Van 1797 -tot 1799 moesten velen van genoemde parochiën te Tegelen de H. H. -Sakramenten, Doopsel en Huwelijk komen ontvangen en het H. Misoffer -bijwonen. - -1804. Den 18 Mei 1804 werd Napoleon tot Keizer uitgeroepen. Hij trok -door Tegelen den 12 September van dat jaar, en kwam van Venlo. Na in -1809 in Oostenrijk en Duitschland overwinning op overwinning behaald -te hebben, wilde hij in 1812 ook Rusland bedwingen. Al wie wapenen kon -dragen werd opgeeischt. Wij hebben meer dan eenen hooren verzekeren, -dat lotelingen uit ons vaderdorp tot tweemaal toe, tegen hooge -bezoldiging, een plaatsvervanger hadden aangewezen, en niet te min, ten -koste van hun leven, persoonlijk moesten optreden. Slechts weinigen -ontkwamen aan de felle koude en ontberingen in Rusland. - -1814. In het jaar 1814 den 9 April, alzoo in hetzelfde jaar en dezelfde -maand, dat Napoleon I als banneling naar het eiland Elba werd verwezen, -had te Tegelen een gedenkwaardig voorval plaats. De Franschen, die te -Venlo door de geallieerden belegerd werden, deden tegen den middag -eenen uitval om zich te Steijl meester te maken van een magazijn, -dat, voorzien van levensmiddelen, bestemd was voor de vesting Wesel. -Deze goederen waren te Steijl gelost wijl een bende Kosakken aan deze -zijde van den Rijn den doortocht onveilig hadden gemaakt. Reeds was de -Fransche krijgsmacht, vergezeld van grof geschut, over de Hoogstraat -genaderd tot voorbij het pastoreele huis, toen men eenklaps vernam, -dat de vrijwillige jagers van Berlijn den berg waren afgedaald en zich -in tirailleurs vertoonden op het Betenveld bij de kerk. De Franschen -trokken spoedig naar het dorp tot voor het Posthuis; een tambour beklom -een heuvel en sloeg alarm; doch nauwelijks had hij den trommelslag doen -hooren of een Pruisische jager maakte door een geweerschot diens trom -onbruikbaar. Hierop drongen de Franschen door tot op het kerkhof, en -tusschen de kerkhofmuren verschanst, richtten zij een hevig vuur op -de Pruisische jagers. Deze naderden evenwel al meer en meer, zoodat -de Franschen goedvonden terug te trekken en wijl de poorten toevallig -gesloten waren, over den muur de vlucht te nemen. Gekomen tot op den -alden mert, vonden zij zich gedekt door twee veldstukken, doch bij het -lossen daarvan werden wel boomen in den Meulenpas, maar geen Pruissen -getroffen. Zekere Hendrik Roemen uit Tegelen werd bij deze eerste -ontmoeting door een’ kogel ernstig getroffen: hij werd door den pastoor -Freybenter bijgestaan doch het bleek, dat de ontvangene wonde niet -doodelijk was. De terugtocht der Franschen naar Venlo, werd langzaam -bewerkstelligd, tot dat eensklaps tegenover den Links de Pruissen een -geweldig vuur op hen losbrandden; verscheidene Franschen sneuvelden; -de overigen vluchtten eerst in de richting naar de Maas, vervolgens -langs de Wilderbeek naar Venlo.[37] In de verte hadden zich ook eenige -Kosakken die te Belfeld gekampeerd waren vertoond, doch hebben, -naar het schijnt, geen deel aan den strijd genomen. Een oberjager -der Pruissen werd achter een’ boom door een kogel gedood. Toen de -pachter van Mertenhof dezen stervenden man naar het dorp voerde, loste -deze nog morrend tegen de Franschen zijne geladen karabijn. Van dit -gevecht waren P. J. van Dinter en vier missedienaars de onvoorzichtige -ooggetuigen van uit de klankgaten des torens. De toenmalige koster en -onderwijzer heeft dit gevecht in een lied bezongen dat later nog langen -tijd bij kermissen en volksfeesten heeft dienst gedaan. - -’s Anderendaags, zijnde Paaschdag, voerden de Pruissen het magazijn met -den inhoud naar Wachtendonck. De maire W. Kamp, de adjunct M. Thyssen -en de kanunnik B. Canoy werden te dier oorzake naar Gelder in verhoor -geroepen, alwaar ze zeer hoflijk bejegend werden. - -Om op de Kosakken terug te komen, thans nog levende personen -geheugen het zich, hoe dit volk dagelijks ons dorp doortrok, om vôór -zonnenopgang te bespieden of er geen Franschen uit Venlo opdaagden. -Eenige Franschen hiervan bewust, hadden zich op zeker vroegen morgen in -de herberg de _Driekroonen_ verscholen. Toen nu de Kosakken als naar -gewoonte aan den kastelijn de vraag stelden _nikski de fransouski?_ -schoten de Franschen door deuren en vensters op hen en namen een’ der -vluchtenden gevangen, dien zij onder veel pret en gejuich naar Venlo -leidden. Het kan overigens niet ontkend worden, dat deze Kosakken hun -kamp goed bewaakten en den Franschen nog al zorg en moeiten baarden. -Zij hielden flink wacht, en hadden op onderscheidene punten vedetten -uitgezet, die hun van alles verwittigden; onder anderen stond er eene -op den zoogenaamden Bergel en eene andere op de heuvels nabij de -Mergelstraat, die nog heden Kosakkenberg heet. Op zekeren dag trachtte -een Fransche kolonne, die ’s nachts over Blerick en Baarlo te Kessel -de Maas overtrok de Kosakken langs Schelkensbeek, tusschen Reuver en -Belfeld, in den rug te vallen; doch in de verte ontdekt zagen deze zich -genoodzaakt in aller ijl de vlucht te nemen naar de Brachter bosschen. -De Kosakken waren bijzonder knappe ruiters, maar ruw en onbeleefd. -Jenever met peper was hun geliefkoosde drank; van de vrouwen rokken, -die zij hier en daar opdeden, bedienden zij zich als van doelmatige -mantels zonder mouwen. - -1815. Tegelen was van 1814 tot 1816, ter oorzake van een verkeerde -uitlegging van het Weener tractaat aan Pruissen onderworpen gebleven; -desniet tegenstaande namen nog dikwijls Fransche troepen hier den -doortocht op hunne reis naar hun vaderland. De laatsten daarvan -behoorden tot de bezetting van Hamburg, in 1815, toen de geallieerden -Parijs reeds hadden ingenomen. Een twaalftal jongelingen van Tegelen -werden in voornoemd jaar door de Pruisische regeering tot den -krijgsdienst opgeroepen en bij de landwehr ingelijfd om des noods tegen -Frankrijk op te trekken[38]. - -1816. De groothandel op Steijl verontruste destijds onze stadsnaburen. -Toen Koning Willem I den 7 Juni 1815 Venlo bezocht, stelde hij de -gemoederen aldaar gerust, met de verklaring, dat eene omwisseling -van gemeenten in onderhandeling was tusschen Pruissen en Nederland. -Werkelijk den 18 Maart 1816 werd onze gemeente door ruiling tegen eene -plaats nabij Aken, bij het koningrijk der Nederlanden gevoegd. Toen -in dit jaar, bekend onder den naam van _natjaar_ schier alle vruchten -mislukten, en het _duurjaar_ 1817 daarop aanbrak, waren de prijzen der -levensmiddelen uitermate gestegen. De tarwe klom in prijs tot 90, de -rogge tot 72, de gerst tot 54, de haver tot 46 en de aardappelen tot -36 kl. gulden het malder. Er werd dan ook in die dagen meer haver dan -tarwe of rogge tot brood gebakken. - -1820. In weerwil van den overlast der aanhoudende militaire -doortochten, had de gemeente tot dusver geringe schulden gemaakt. -Zoodra de vrede gekomen was en men een normaal budget kon opmaken, was -men er op bedacht om de gemeente eigendommen te doen afmeten en een -deel daarvan tot dekking der schuld te verkoopen. In 1820 beliep deze -schuld eene som van 8652, 40 N. gulden. Deze zijn in eens tot genoegen -der schuldeischers, die meestal aankoopers waren van gemeentegronden, -gedelgd. De verkooping geschiedde den 6 November. - -1822. Op bevel van den vicaris-generaal van het bisdom Aken, waartoe -Tegelen sedert 1801 behoorde, moest den 10 Januari 1822 eene -kerkfabriek opgericht worden; deze werd samengesteld uit Mathias Houba -president, Cornelius Beekmans, Joan. Peeters, Wilm Kamp, Christiaan -Janssen en Jozef Orths pastoor. - -Over het algemeen mogen de jaren, die men hier »den eersten -Hollandschen tijd” noemt, voor Tegelen gelukkig heeten; want zooals wij -nader breedvoerig zullen aanmerken, waren er handel en nijverheid in -vollen bloei. - -1830. In 1830 brak de Belgische omwenteling uit. Den 10 November kwam -het corps van den Belgischen generaal Daine in Tegelen post vatten. Het -bestond uit één bataillon infanterie, anderhalve batterij Brusselsche -artilleristen en verscheidene compagniën vrijwilligers uit Luik, -Mechelen enz. Het garnisoen van Venlo geenen aanval vermoedende, had -verwaarloosd de stadspoorten te sluiten, zoodat een vrijwilliger, A. -Düfhous genoemd, met lossen toom, de stad binnenreed. Hij zat echter -spoedig achter slot. Nadat de bruggen in allerijl opgehaald waren -schoot, de artillerie van de wallen op de Belgische troepen, die aan de -Wilderbeek gestationeerd waren. De twee eerste schoten velden ook twee -paarden neer. De Belgen trokken dien dag terug. Een gedeelte hunner -troepen logeerde op Tegelsch grondgebied, de staf met generaal Daine -bleef in het dorp. Den 11 November gaf de stad, na eene overeenkomst -getroffen te hebben met den vijand, zich over, en Daine nam bezit van -Venlo. Van de Hollandsche soldaten kwamen velen ’s anderendaags door -Tegelen om te Ath in België geinterneerd te worden. - -Ook te Tegelen werd in 1830 in de kom der gemeente een vrijheidsboom -geplant, die in 1867 weggeruimd, door een’ jeugdigen lindenboom -vervangen is. - -1831. Gedurende den beruchten tiendaagschen veldtocht in 1831 -moest ook alhier de garde-civique onder het geweer. Onze mannen -daarbij ingelijfd, werden in de dorpen Helden, Panningen en Meijel -gecantonneerd. In dit jaar verscheen eene compagnie vrijwilligers, -staande onder het bevel van den colonel Milisini, en bleef een’ -gansche maand te Tegelen. Onze inlijving bij België was slechts -voorloopig; want ingevolge het tractaat van Londen 22 Juni 1839 werd -Limburg voor het grootste deel aan Nederland teruggegeven. Tegelen -kwam toen bij het arrondissement Roermond en het kanton Venlo. De -tweevoudige rede, waarom men aanvankelijk weinig genegenheid koesterde -om wederom Hollandsch te worden; was: de hoogstijgende belastingen -bij hoofdelijken omslag, »kopgeld” genaamd, en de dienstplichtigheid -der lotelingen ten getale van zeven elk jaar, waaraan men sedert een -tiental jaren niet meer gewoon was. - -1840. Onder kerkelijk opzicht had de Fransche revolutie, onze parochie, -zooals we reeds aanduidden, gebracht onder het bisdom van Aken. -Tengevolge eener omschrijving der Pruissische bisdommen door Paus Pius -VII, liet de vicaris-generaal M. W. Fonck van Aken, bij brieven van den -28 Juli 1823 onzen pastoor J. Orths weten, dat Tegelen wederom onder -het bisdom Luik, alwaar de vicaris-capitularis Barett toenmaals het -bestuur in handen had, terugkeerde. Deze toestand duurde tot 12 Juli -1840, toen koning Willem II een nieuwe regeling van Paus Gregorius XVI -goedkeurde. Hierbij werd bepaald, dat bij het apostolisch vicariaat -van Limburg (thans bisdom Roermond) zouden behooren, alle Limburgsche -steden, die vroeger tot Luik behoord hebben, mede de parochiën Tegelen, -Velden, Arcen, Herkenbosch Melick en Well; alsnog die van Afferden, -Bergen, Gennep, Heijen, Middelaer, Mook en Ottersum, tot dusver onder -het vicariaat van Grave, en eindelijk de parochiën der kantons Horst en -Sittard. - -1847. De felle en late vorst des jaars 1847 trachtte men ook hier -heugelijk te maken. Op Paaschmaandag reden en zwenkten naar hartelust -de schaatsenliefhebbers van, Venlo, Tegelen en Steijl op het dikke -Maas-ijs. Naast eene tent waarin geschonken werd, had men zelfs -eene gaarkeuken op het bloote ijs opgericht; de schoon gekleurde -Paascheijeren vonden algemeenen aftrek. - -In Februari 1848 werd hier onder Gods zegen eene eerste, in 1854 eene -tweede, in 1866 eene derde en eindelijk in 1867 eene vierde H. Missie -gegeven, door de Eerw. Paters Redemptoristen. - -1854. Ten slotte zij nog vermeld, dat in den nazomer van 1854, de -cholera ziekte te Steijl uitbrak en binnen weinige dagen negen -slachtoffers ten grave voerde. - -1876. Toen Tegelen den 4 Januari 1876, dag waarop tevens de nieuw -benoemde herder F. R. Pennings plechtig werd ingehuldigd, de eer genoot -Z. D. H. Monseigneur K. Claessens apostolisch vicaris van Batavia -ter inwijding van de vergrootte kerk, in zijn midden te ontvangen, -konden honderde toegesnelde vreemdelingen zich overtuigen, hoe ons -vaderdorp door kunstsmaak en eensgezindheid, in slaat is bij dergelijke -gelegenheden zelfs met grootere plaatsen te wedijveren. - -Verdere merkwaardigheden der laatste tijden komen voor in de nu -volgende afdeeling. - - - - - TWEEDE AFDEELING. - - De pastorij en kapelanij te Tegelen; de pastorij en kapelanij - te Belfeld; het rectoraat te Steijl; scholen, adellijke huizen, - missiehuis, beurzen-stichtingen, arm-wezen, gilden, feesten, handel en - nijverheid te Tegelen. - - - § I. De Pastorij. - -Het bestaan van een pastoreel huis te Tegelen wordt aangegeven door -een stuk, waarin de pastoor in 1681 verklaart: dat zijne woning met -aanhoorigheden zoodanig onderkomen is, dat bij wind en onwêer de -vruchten zonder te bederven niet meer geborgen kunnen worden, en -derhalve het bestuur uitnoodigt om de noodzakelijke herstellingen aan -te brengen.[39] De pastorij werd andermaal hersteld in 1753 alsmede -in de jaren 1824-1825. In dit laatste jaar werd een gedeelte der -aangrenzende tiende-schuur tot een ruime vreemden-kamer hervormd. Ook -in 1872 zijn zeer doelmatige verbeteringen aangebracht, zoowel binnen -als buiten de pastorij. - -Tot in het jaar 1571 genoot de pastoor van Tegelen vijftig malder -tiendevruchten hoofdzakelijk rogge; maar na de feitelijke scheiding -van de St. Urbanus kapel te Belfeld, ontving hij slechts de helft; -namelijk 12 malder rogge, 8 malder boekweit, 3 malder gerst en 1 malder -haver. Volgens opgave van den landmeter Peter Behet in 1743 bestond -het eigendom der pastorij uit twaalf morgen en zeven-en-dertig roeden -bouwland. Doch eene opmeting van 1763 geeft aan: 1^{o} Acht morgen -lands, leverende een’ jaarlijkschen pacht op van even zoovele malder -rogge per morgen, terwijl ook eenige grond voor de helft werd bebouwd. -2^{o} Eenig slaghout met aangrenzend weiland, gelegen aan den berg, -en genaamd, »pastoorshout,” ter waarde van jaarlijks 19 kl. gulden. -3^{o} Verder genoot de pastoor alstoen de kleine tienden, van vlas, -winterzaad, lammeren enz. enz. Krachtens het kerkelijk recht was de -pastoor vrij van landsschattingen en van het leveren van tienden. -Alleen betaalde hij jaarlijks aan de keurvorstelijke regeering, voor -Mei- en Herfstschat, 3 _raader albus_ of 9 stuiver. 4^{o} Nog ontving -de pastoor van het armbestuur van Venlo jaarlijks 1 malder rogge, -gevestigd op de hoeve Hulstert. - -Ook deelde de pastoor in de opbrengst van den rondgang in de Goede -week, mits hij den koster op diens tocht een medegezel toevoegde. -Wegens de opgedrongen schattingen werden den pastoor in 1668 voorloopig -toegezegd: 50 kl. gulden uit de rijke revenuën der armenfondsen. De -middelen van bestaan van den pastoor te Tegelen, zooals uit alle -aanwezige stukken blijkt, waren nimmer bevredigend. De maatregelen ter -verbetering genomen in 1785-1786 en 1788 onder pastoor Peter Eskens, -hadden weinig of geen gevolg. - -Toen in 1815 Jos. Orths de parochie aanvaardde, genoot deze van -gemeentewege eene toelage van 500 franken. Op aandringen van den -Vicaris-generaal richtte hij een smeekschrift tot Koning Willem I, en -verkreeg dien ten gevolge eene verhooging van ’s landstraktament voor -zich persoonlijk ten bedrage van 125 N. gulden. Intusschen trok de -gemeente de gemelde toelaag in Jan. 1819 weder in. - -Wij geven hier de lijst der bekende pastoors van Tegelen: - -_Hendrik van Holtmolen_ fungeerde als pastoor in 1433, en had, zooals -reeds is aangestipt geworden, eene weide verpacht, die te Odiliënberg -gelegen was. - -_Wilhelmus Weiss_. In eene rekening van 1639 wordt vermeld, dat hij -vroeger als pastoor te Tegelen stond. Wellicht is hij het, die wijken -moest voor den ketterschen bedienaar, die hier was ingedrongen. - -_Conrard Sären_, pastoor van 1637 tot 1671. Onder hem beginnen de doop- -trouw- en sterfregisters onzer parochie. Hij onderteekent zich, gelijk -aanvankelijk ook zijn opvolger, als pastoor van Tegelen en Belfeld. -Deze pastoor was lid der Kruisheeren-orde. Zijn grafsteen, met het -opschrift: _Conrard Sären pastoor te Tegelen, overleden den 19 Sept. -1671_, is onlangs van het koor overgeplaatst naar het rechter zijpand. - -_Henricus Corneli_, benoemd tot pastoor den 9 Nov. 1671, en overleden -den 15 Augustus 1680. Wij vinden hem ook genoemd _H. Corneli à Tets_, -misschien wegens zijne afkomst uit het dorp Tits bij Gulick. Na zijn -dood stond de Kruisheer Nic. Stals uit Venlo eenigen tijd alhier als -deservitor. Hij is hier jammerlijk verdronken. Toen volgde: - -_Joannes Bongaerts_. Deze werd hier aangesteld den 1 Mei 1681 en bleef -tot 1704; hij was daarna tot in 1723 pastoor te Urdingen. - -_Henricus Weuten_ werd benoemd in September 1704, en verliet Tegelen -in December 1727, om te Cruchten bij zijne familie zijn verdere -levensdagen door te brengen. Wij vernemen, dat hij aldaar in 1752 is -overleden. - -Bijna een jaar lang bedienden de Kruisheeren van Venlo de parochie. -Joh. Heuts teekent zich herhaaldelijk als deservitor. - -_Nicolaus Smeets_. Deze zeer verdienstelijke pastoor, bestierde bijna -40 jaren lang Tegelen met onvermoeiden ijver. Hij was aangesteld -geworden in 1728 en stierf plotselings te Neer op den 8 September 1767. -Zijn stoffelijk overschot ligt alhier begraven in den grafkelder onder -het koor. Een oom van dezen pastoor werd in 1751 in de kerk begraven -tegenover den preekstoel. - -_Leonardus Timmermans_ vroeger kapelaan te Horne, werd benoemd, den 9 -November 1767. Hij overleed den 2 September 1783. De landdeken Beek, -pastoor te Ratheim, had hem hier geinstalleerd. - -_Petrus Eskens_, vroeger kapelaan te Breijel, werd tot pastoor van -Tegelen aangesteld in 1783, en overleed alhier den 8 April 1805. - -_Joannes Petrus Freijbeuter_, was geboren te Holtzweiler bij Erkelenz; -hij werd hier pastoor in den loop van 1805. Men roemt zijn ijver en -nauwgezetheid. Wegens verschillende moeielijkheden trok hij zich -in 1815 in zijne geboorteplaats terug, en leefde nog tot 1844. Hij -stichtte een kapitaal fonds voor studenten, waaraan ook de Tegelsche -jeugd deel kan hebben, gelijk nader blijken zal. - -_Josephus Orths_, geboortig uit Lobberich, en langen tijd religieus in -het Brigittijnenklooster te Kaldenkerken, verscheen hier als pastoor -in 1815 en overleed ten gevolge eener beroerte den 7 April 1841. Zijne -collega’s noemden hem pater Matheus. - -_Lambertus Mosk_, werd pastoor benoemd in April 1841 na alhier 18 jaren -kapelaan te zijn geweest. Geboren te Ravenstein in 1804, overleed hij -alhier den 28 Nov. 1864. Hij bezorgde onzer kerk de relikwiën der H. -Lucia,[40] en de statiën van den kruisweg. - -_Wilhelmus Beckers_, geboren te Well in 1822, priester gewijd in 1845, -was achtervolgens van 1845-1850 kapelaan te Afferden; van 1850-1853 -te Velden; van 1853-1859 te Gennep. Daarna van 1859 tot 1864 pastoor -in de nieuw opgerichte parochie te Ohe en Laak, en sinds 1864 pastoor -te Tegelen. Aan hem heeft men het groote en schoone kerkhof, in 1868 -aangelegd, benevens de herstelling en vergrooting der kerk in 1874-1875 -grootelijks te danken. - -Den 10 December 1875 werd deze zeer verdienstelijke pastoor benoemd tot -deken van Gennep, en opgevolgd den 12 derzelfde maand door: _Franciscus -Pennings_. Geboren te Kessel in 1830, en priester gewijd in 1854, stond -deze laatste achtervolgens als kapelaan eenige maanden te Blitterswijk, -twee jaren te Wijk-Maastricht en voorts te Venlo. - - - § II. De kapelanij te Tegelen. - -In 1540 reeds, gelijk vermeld is, was gezorgd voor een dagelijksche H. -Mis. Althans er bestond in de kerk van Tegelen een beneficie aan het -altaar van O. L. Vrouw. Rector daarvan was, in genoemd jaar: _Bernard -van Besel_; doch deze was geen eigenlijke kapelaan die gezonden was om -den pastoor in zijne bedieningen bij te staan. In 1670 en verdere jaren -was _Joannes Schutjes_ tot helper van den pastoor dan eens hier en dan -eens te Belfeld werkzaam. Ten jare 1749 vermaakte _Gerret Engels_ 400 -patacons voor H. Missen tot ondersteuning van een kapelaan. Bij gebreke -van dien titularis bleef de zorg van die H. Missen op den tijdelijken -pastoor berusten. Tot dusverre was er alzoo nog geen kapelaan te -Tegelen. Wel vinden we dat gedurig na 1700, dan Kruisheeren, dan -Minderbroeders uit Venlo den pastoor op de Feestdagen, processiën enz. -kwamen bijstaan. - -Den 6 Maart 1806 boden burgemeester en kerkmeesters met inwilliging des -pastoors, een jaarlijksche toelaag van 500 franks, aan den Eerw. Heer -J. Tiebosch opdat deze des Zondags in de parochie-kerk de vroegmis met -onderricht zou doen; deze nam het aanbod aan; doch eerst in 1811 werd -de Eerw. Heer Tiebosch van de Hoogere geestelijkheid aangesteld. In -1816 verliet hij onze gemeente. Terwijl destijds de Eerw. Heer kanunnik -Bernard Canoy te Steijl vertoefde, deed deze tot in 1818 de vroegmis. -Van toen af tot 1820 las de Eerw. Heer kanunnik Ferdinand Mertens -gewoonlijk de eerste H. Mis; doch deze verliet Tegelen in genoemd jaar. -Daar de noodzakelijkheid van een tweede geestelijke in de parochie zich -hoe langer hoe meer deed gevoelen, deed de pastoor in dat zelfde jaar -de noodige stappen bij den generaal-vicaris van Aken om een kapelaan -te verkrijgen, doch zonder gevolg, wijl er gebrek aan priesters was. -Intusschen nam zekere Heer van der Wielen deze betrekking waar. -Eindelijk in Januari 1823 wendden zich burgemeester en pastoor tot den -geestelijken commissaris Claessen te Weert met verzoek om een’ kapelaan -te mogen hebben. Deze zorgde dat den 28 April 1823 de Eerw. Heer -Lambertus Mosk alhier tot kapelaan werd aangesteld. - -Omstreeks het jaar 1825 verkreeg de kapelaan van Tegelen een -landstractement van 500 francs, benevens een subsidie van wege de -gemeente. Het woonhuis voor den kapelaan dagteekent uit 1840, en is -door de gemeente gebouwd; het is zeer aangenaam en gansch nabij de kerk -gelegen. - -Als kapelaan dezer parochie deden dienst: - -_Jacobus van Laer_, geboren in 1817 te Heijthuizen, priester gewijd te -Roermond, werd in December 1841 alhier benoemd. Sinds 1846 verplaatst -naar Nederweert, overleed hij aldaar in 1861. - -_Joannes de Fauwe_, van Weert, werd priester gewijd in 1842. Nadat -hij twee jaren als professor aan de normaalschool voor onderwijzers -te Rolduc en ruim een jaar als kapelaan dezer parochie was werkzaam -geweest overleed hij alhier den 23 September 1846, in den jeugdigen -leeftijd van 27 jaren. - -_Goswinus Hubertus Berden_, geboren te Broekhuysen, werd uit het -seminarie alhier benoemd in December 1847. Sedert 1866 pastoor te -Reuver, overleed hij aldaar den 12 Februari 1875. - -_Joannes van Hegelsom_, uit Grubbenvorst, kapelaan te Tegelen van Oct. -1866 tot April 1874, in dezelfde hoedanigheid overgeplaatst naar Horst. -Zijn opvolger is: - -_Frans van Laar_, geboren in 1841 te Ohe en Laak, priester gewijd in -1868; vroeger kapelaan te Nieuwstad, sedert April 1874 kapelaan alhier. - - - § III. De Pastorij te Belfeld. - -Ofschoon de Belfelder kapel reeds in 1571 tot parochiale kerk was -opgericht geworden, verliepen meer dan honderd jaren, alvorens een -resideerend pastoor daaraan werd aangesteld; tot dusverre bestond er -ook geen pastoreele woning. - -Eene copie van 1^n Jan. 1666 geeft aan, als inkomsten van den -dienstdoenden pastoor: 12 malder uit de tienden, bestaande in boekweit, -vrij van belasting. Wijders uit twaalf en een half malder erfpacht, in -rogge. Van deze erfpacht kreeg de pachter jaarlijks 18 stuiver brab. -ad 3 permissie schellingen. Ook bezat de pastoor anderhalven morgen -bouwland te Belfeld, in het Eckschip gelegen en genaamd het Bijlstuk, -waarvan gewone schatting gegeven werd. - -Aan geldrenten gaf het kerspel Belfeld 12 gulden Venloosch, - -Willem Franssen op den Steijl 4 gulden 7 stuiver, - -Hendrik te Venlo met seine broers 2 gulden 3½ st., - -Talmen op den Rijdt 2 gulden 3½ st. - -Verder »hefft de kercke te Belfeld sonnendags ende heyligendags missam, -ende ook quarta et sexta feria”. - -Volgens eene kerkvisitatie van den 20 Maart 1670 door Van Oeveren[41] -vicaris generaal van Roermond gehouden, was de titel der kerk te -Belfeld _St. Urbanus_, de _collator_ der pastorij Baron Van Metternich, -Heer van Holtmolen; de tienden behoorden aan den pastoor van Tegelen en -waren onbelast; de herstellingen aan de kerk moesten bekostigd worden -door het kerkbestuur. De pastoor _Conrard Sären_, Kruisheer, had tot -medehelper _Joannes Schutjes_, die op Zon- en Feestdagen afwisselend -de hoogmis moest houden te Belfeld en te Tegelen. Er waren 250 -communicanten[42]. - -De pastoreele woning te Belfeld werd aangelegd omstreeks 1700, en is -herbouwd op het laatst der vorige eeuw. - -De verdere reeks der pastoors te Belfeld is: - -_Balthasar Veken_; deze was in 1703 nog pastoor. - -_Petrus Ludovicus Hommen_, van 1727 tot 1749. - -_Petrus Backhuizen_, van 1749 tot 1761. - -_Godefridus Franssen_, van 1761 totdat hij in 1797 wegens de revolutie -moest vluchten. Hij nam met nog andere priesters de wijk naar Emmerick. -Zonder zijn moedig belijd zouden zij bij den overtocht van den Rijn in -handen der Franschen gevallen zijn, die hen achtervolgden en op hen -vuurden. Later teruggekeerd, overleed hij in zijne parochie. - -_Nicolaas Ercks_, pastoor van 1801 tot 1814. - -_Wilhelm Berinks_, van 1814 tot 1837. - -_Petrus Joannes Hesemans_, geboren te Lommel in 1804, priester gewijd -in 1830 kapelaan te Venlo tot 1837, pastoor te Belfeld tot 1840, sedert -dien pastoor te Sevenum. - -_Norbert Sleurs_, geboren te Venlo in 1805. Van 1829 tot 1840 kapelaan -te Velden, daarna pastoor alhier tot zijne benoeming voor Middelaar in -1855. Hij werd te Belfeld opgevolgd door den tegenwoordigen pastoor: - -_Petrus Cruysen_, geboren te Linden in 1804, vroeger pastoor te -Middelaar. - - - § IV. De Kapelanij te Belfeld. - -_Wilhelm Willems_, van Belfeld, schepen te Roermond, overwegende dat -er op Zon- en Feestdagen te Belfeld maar één heilige Mis gedaan werd, -en de inwoners zich naar Tegelen, Beesel en andere plaatsen ter kerk -moesten begeven, stichtte den 21 November 1702 tot lafenis zijner ziel -en die zijner voorouders, in de kerk van Belfeld en ten dienste der -gemeente, een eeuwige vicarie. De gemeente op hare beurt beloofde, bij -akte van den 12 Maart 1700, den miskelk, kaarssen, missale, brood en -wijn en alles wat tot de H. Mis noodig is, niet alleen op die dagen, -maar ook op de werkdagen onbekrompen te zullen verschaffen. De stichter -benoemde tot rector Cornelius Schutjes, student in de theologie te -Keulen, zoon van Hendrik Schutjes en Helena Kruitsberg. De rector -moest na de H. Mis den ps. _miserere_ en _de profundis_ bidden, en na -het Evangelie, omtrent ¾ uur catechismus houden. Van de gemeente zou -de vicarius 20 patacons genieten[43]. - -De woning voor den kapelaan bevindt zich naast de school. Wij weten -niet dat ze ooit door een’ geestelijke werd betrokken. Behalve Joannes -Schutjes, de medehelper van pastoor Sären in 1675, en den voornoemden -Cornelius Schutjes in 1702, vinden wij alleen als werkelijke kapelaans -te Belfeld: _Franciscus Thör_ in 1732 en _Joannes Bongaerts_ in 1747. - - - § V. Rectoraat te Steijl. - -Hoe in 1526 reeds de belangen van de kapel en den rector behartigd -zijn geworden, hebben wij vernomen uit de eerste afdeeling dezer -aanteekeningen. De aloude kapel van Steijl, den HH. Fabianus en -Sebastianus toegewijd, was onbeduidend en ofschoon reeds hersteld en -vergroot door een nevenbouw, geheel bouwvallig geworden. Zij is in -1866 verbouwd en op een kleinen afstand door een fraaien en tamelijk -ruimen tempel vervangen; deze is het werk van den Roermondschen -architect, den Heer Weber. In 1874 werd ook de doelmatige toren ervan -voltrokken, en bekostigd door een Rijkssubsidie en de opbrengst van -eene tombola-loterij. - -_Agatha Raetmakers_ stichtte in 1754 een pensioen van 5 kl. gulden -voor benoodigden wijn, brood en was aan de kapel te Steijl. Toen in -het jaar 1804 de Heer Tiebosch als privaat-geestelijke te Steijl -vertoefde, deden de inwoners bij den generaal-vicaris van Luik -pogingen om een dagelijksche H. Mis in de kapel te mogen hebben; dit -werd echter niet verkregen. Later toen genoemde Heer werd aangesteld -(1811) om den pastoor van Tegelen ter zijde te staan, mocht hij -ééns in de week te Steijl de H. Mis opdragen. Bij deze vergunning -geeft de generaal-vicaris den wensch te kennen, dat de ingezetenen -van Steijl dien ten gevolge meer genegenheid mogen toonen voor de -moederkerk van Tegelen. In November 1823 was van wege Luik aan den -Heer _van der Wielen_ toegestaan dagelijks de H. Mis te lezen en -des Zondags onderricht te geven, aan gezegde kapel. Men bezit in de -kerk van Steijl relikwiën van St. Rochus welke door vergunning van -de kerkelijke overheid in April 1855 alle Dinsdagen openbaar worden -vereerd. Jaarlijks wordt er ter eere van St. Rochus plechtig feest met -octaaf gevierd. De Feestdag van de HH. Fabianus en Sebastianus, wijzen -de Steijler kermis aan. Den 20 Augustus 1875 werden in de fraaie kerk -alhier twee goed overeenstemmende klokken, uit het atelier van de -Heeren Fritzen en Petit te Aarle-Rixtel, aangebracht. De inzegening -daarvan werd op den 22 daarop volgende voltrokken door den Hoogeerw. -Heer deken Raetsen van Venlo, omringd door tal van geestelijken en -geloovigen. - -Na den Eerw. Heer van der Wielen heeft de Heer kanunnik Bernard Canoij -langen tijd des Zondags en ook op de werkdagen de H. Mis in de kapel -gelezen. Vervolgens hebben onafgebroken het rectoraat van Steijl -bediend; _Peter Peters_ geboren te Zeeland. Deze was vroeger kapelaan -te Baexem, en kwam herwaarts in 1847. Zijn geschokte gezondheid deed -hem in 1851 zijn ambt nederleggen; hij bedankte en overleed te Tegelen -7 Febr. 1857 in den ouderdom van 63 jaren. - -_Frans van Haeff_ geboren te Meerlo, priester gewijd in 1851 was rector -tot 1862, en werd daarna in dezelfde hoedanigheid overgeplaats naar -Leunen. Thans is hij pastoor te Peij sedert 1873. - -_Joannes de Gruiter_, uit Venlo. Priester van 1844, was hij -achtervolgens kapelaan te Brunssum, te Wanssum, en te Meijel; director -aan Calvarie te Maastricht en van 1862 tot 1868 rector te Steijl. -Hierop benoemd pastoor te Beegden overleed hij te Venlo den 27 November -1874. - -_Augustinus Backhuis_, geboren te Roermond in 1833. Priester gewijd in -1857 werd hij benoemd tot professor te Rolduc; in 1862 tot kapelaan te -St. Odiliënberg en sinds 1868 rector te Steijl. - -Voegen wij nog bij de geestelijken die onze parochie bediend hebben de -naamlijst der Eerw. priesters, die te Tegelen geboren zijn. Ons zijn -alleen de volgende bekend:[44] - -1. _Hendrik van Holtmolen_, pastoor alhier in 1433. - -2. _Gisbert Franssen_, was vroeger in Holland op statie geweest, -teruggekeerd vestigde hij zich te Breijel alwaar hij het beneficie van -S^{te} Catharina bediende. Hij stierf aldaar in 1726. - -3. _Gaspar Ronck_, geboren in 1712, werd kapelaan te Neer, alwaar hij -in 1758 overleed. - -4. _Godefridus Franssen_, was pastoor te Belfeld tot 1797; in 1800 -overleed hij op de Mergelstraat aldaar. - -5. _Wilhelm Smiets_, geboren te Geloo onder Belfeld, den 29 December -1767, priester gewijd te Roermond in 1793, bediende eenigen tijd -de kapelanie van Maasbree, en werd daarna pastoor te Benschop bij -IJsselstein. In de laatste jaren was hij rustend geestelijke en -overleed in 1845 den 11 Feb. te Benschop. Hij stichte eene studiebeurs. - - -6. _Bernard Canoy_, geboren in 1763, was tot aan de Fransche revolutie -Regulier-kanunnik in het klooster te Bruggen, en sedert dien rustend -geestelijke te Steijl. Hij overleed den 25 Nov. 1853. - -7. _Gaspar Franssen_, geboren in 1826, priester gewijd te Roermond in -1851; werd eerst professor benoemd aan het bisschoppelijk collegie -te Roermond. Hij vertrok in 1856 als missionnaris naar Oost-Indië, -alwaar hij tot 1865 werkzaam was; herwaarts teruggekeerd uit hoofde -zijner geschokte gezondheid, bedient hij sedert 1869 de pastorij van -Ittervoort. - -8. _Gerard Peeters_, geboren in 1829, priester gewijd in 1856; tot in -1865 kapelaan te Echt, daarna te Blerick. - -9. _Ferdinand Moubis_, geboren in 1834, priester gewijd 1859, werd in -dat zelfde jaar professor benoemd te Rolduc. - -10. _Henricus Peeters_, broeder van Gerard Peeters geboren in 1840, -priester gewijd in 1866 te Roermond, sedert dien kapelaan te Aubel in -het bisdom van Luik[45]. - -11. _Joseph Moubis_, broeder van Ferdinand voornoemd, geboren in 1844 -priester gewijd in 1868 en tot kapelaan benoemd te S^{t} Odiliënberg. -In 1872 begaf hij zich als missionnaris naar de Vereenigde Staten -van Noord-Amerika. De studeerende jeugd der gemeente belooft deze -priesterenreeks voort te zetten. - - - § VI. De School te Tegelen en Steijl. - -Van het begin der zestiende eeuw stond het schoollokaal binnen de -kerkhofmuren, tegelijk met de woning voor den onderwijzer, die tevens -koster was. Ongeschikt geworden om het steeds toenemende getal -schoolkinderen te bergen, dient het, sedert 1817, tot gemeentehuis. Een -ruimere nieuwe school werd meer zuidwaarts gebouwd in 1818. Ook dit -gebouw was weldra te klein en daarenboven onsterk geworden, zoodat de -in 1870 nieuw gebouwde en ruime school noodzakelijk werd. Zij kostte -nagenoeg 6000 gulden. - -Gelijk op de meeste plaatsen van Gulick en Gelderland werd de -schoolmeester-koster alhier benoemd op voordracht van den pastoor, na -overleg met de burgemeester of de schepenen. De benoeming van _Jacobus -Geurts_ in 1818 werd op voorstel van den pastoor en den burgemeester -zelfs bevestigd door den vicaris-generaal van Aken. - -Dat het onderwijs te Tegelen reeds vroegtijdig behartigd, en de -onderwijzers naar waarde geschat werden, blijkt genoegzaam hieruit, -dat reeds in het jaar 1591 ten voordeele van den schoolmeester eene -jaarrente ter waarde van één malder rogge was gesticht ten laste van -het goed Holtmolen. - -Zie hier de lijst der onderwijzers van Tegelen. Als -koster-schoolmeester vinden wij in 1678 Henricus Vervoort; van 1755 tot -1766, Egidius Lauwenhuis, van 1766 tot 1771, Peter Engels; van 1771 tot -1772 Paulus Houba; van 1772 tot 1780 Hendrik Hendriks; van 1780 tot -1794 Theodorus Bongaerts; van 1794 tot 1804 Mathias Denissen; van 1804 -tot 1816 Peter Dambacher.[46] - -Hoofdonderwijzers, na afgelegd examen volgens de tegenwoordige wet -waren: Jacobus Geurts geboren te Tegelen in 1797 tot October 1862. -Deze had van 1815 tot 1818 onderwijs gegeven te Belfeld, bedankte in -1862 en overleed alhier in 1868. Henricus Antonius Ludovicus Hagdorn, -benoemd in Maart 1863; naar elders verplaatst in Januari 1864. Hubertus -Constantinus van den Ertwegh, benoemd den 4 Juni 1864, naar elders -geroepen den 27 Januari 1868. Henricus Bloemers, geboren te Beesel, was -te voren hier hulponderwijzer. Henri Geurts, geboren te Tegelen den 23 -November 1845 volgde hem als hulponderwijzer op. - -Na het overlijden van Peter Dambacher gaven te Steijl bijzondere -onderwijzers aan eenige kinderen lager en middelbaar onderricht; wij -noemen als zoodanig Joannes van Wis, later priester geworden, Joannes -Grubben, Jacobus Holtman. - -Toen er in 1867 een flinke school benevens onderwijzers woning verrees -werd ook te Steijl eene hoofdonderwijzer aangesteld. Achtervolgens -gaven daar onderwijs: Henricus Bastiaans, benoemd in Januari 1868, deze -overleed in Maart daaropvolgende. Jean Godfried Crasborn, benoemd in -Junij 1868, ontslagen in Juli 1870. Joannes van den Houdt, benoemd in -Dec. 1870, ontslagen den 27 Mei 1874. Jan Willem van Poppel, benoemd -den 1 Augustus 1874. - -Sedert 1818 werd, zoowel te Tegelen als te Steijl, steeds gezorgd dat -hunne onderwijzers in staat waren voldoend onderricht te geven in de -_Fransche_ en _Duitsche_ talen, in de musiek en meer andere vakken. - -Den 2 September 1875 hebben eenige kloosterdochters onder den naam -van _Zusters van Onze Lieve Vrouw_, genoodzaakt door den Pruissischen -Culturkamp om zich uit hare woonplaats Essen in Duitschland te -verwijderen, het ruime huis met erf van Mevrouw de Weduwe Math. Moubis -aangekocht‚ met ’t doel om aldaar een pensionnaat voor jonge dochters -op te richten, met eenzelfde doel hebben thans ook een twintigtal -_Zusters der Voorzienigheid_ uit Westfalen, het huis van Mevrouw de -weduwe Leop. Moubis in bezit genomen. - - - § VII. Adellijke Huizen te Tegelen. - -Te Tegelen bevinden zich twee kasteelen, vroeger door adellijken -bewoond: _Holtmolen_ en de _Munt_. Holtmolen voorheen _Holtmülen_ -ten zuiden van het dorp op tien minuten afstands van de kerk, is een -prachtig landgoed met schoone omgeving van boschaadjes, vijvers en -tuinen. Hoewel hier en daar veranderd en gewijzigd, heeft het slot -zijn’ oorspronkelijken vorm vrij wel behouden; men ziet er ook nog -de huiskapel, ofschoon wij nergens een bewijs vinden dat er vroeger -ooit het H. Misoffer werd opgedragen, tenzij alleen een korten tijd in -het begin dezer eeuw, toen het gebouw bewoond was door den Heer van -Dinter. De grachten zijn breed en worden gevoed door het bronwater der -aangrenzende bergen, hoofdzakelijk door den zoogenoemden »_snellen -sprunk_.” De nabij gelegen overoude watermolen schijnt zijnen naam aan -het kasteel te hebben gegeven, althans deze molen lag vroeger te midden -van struikhout en behoorde altijd tot het eigendom van het kasteel. -Wanneer vroeger de groote weg van Venlo over Tegelen naar Roermond, uit -hoofde van het opzwellen der Aalsbeek, onbruikbaar werd, liet de Heer -van Holtmolen toe, dat de barrieren langs het kasteel geopend werden, -en vrije doortocht bestond over zijn goed in de richting van Geloo naar -Reuver, of ook door de holle straat, Nering geheeten, naar Belfeld. -De lange nevengebouwen van het slot hebben ten tijde van baron Von -Glazennap gediend tot paardenstal voor een escadron cavalaristen, die -deze Heer voor den krijgsdienst gedurende eenigen tijd onderhield. - - - HEEREN VAN HOLTMOLEN. - -_Otto van Holtmolen_ ontving in 1402 benevens de Heerlijkheid Tegelen, -Holtmolen met aanhoorigheden. - -_Johan van Holtmolen_ aanvaarde het goed in 1425. Diens zoon _Frans -van Holtmolen_ erfde zijns vaders goed den 10 Juli 1544. Hij kreeg -vernieuwing zijner rechten den 30 Mei 1556; en den 26 Sept. 1580 werden -alle rechten en toebehooren van Holtmolen bekrachtigd ten gunste van -zijne huisvrouw _Johanna van Harst_. Deze Joanna van Holtmolen bracht, -door haar huwelijk met _Waleran van Erp en Vechel_ o. a. ook Holtmolen -in deze laatstgemelde familie. Weduwe geworden maakte zij eene -codicille den 30 Maart 1636. Uit dit huwelijk sproten: - -1. _Johan van Erp_, Heer van Erp en Vechel. - -2. _Agnes_ reeds in 1637 gehuwd met _Werner van Hûndt_. Zij stierf -weduwe in 1676. Van dit huwelijk komen de latere Heeren van Holtmolen -uit het geslacht van van Hùndt. - -3. _Assuera Magdalena van Erp_, huwt in 1645 _Johan Wilhelm van -Metternich_ die den 15 April 1662 overleed[47]. Uit hun huwelijk -kwam, volgens Fahne, Wilhelm Engelbert van Metternich gehuwd met -Johanna Agnes Barbara van Bolandt. Wij vonden echter in onze archieven -Engelbert van Metternich, neef en erfgenaam van Baron van Metternich, -gehuwd met _Margaretha van Smidt_, uit wier huwelijk _Wilhelm Arnold -van Metternich_ geboren werd te Tegelen den 18 November 1646. Deze -leefde nog in 1672 en was gehuwd met voornoemde _Agnes van Bolandt_, -die wij in November 1702 als weduwe aantreffen. Deze vrouwe schonk den -pastoor van Tegelen de volmacht over een armenfonds[48]. - -De Heer _van Hùndt_ van Holtmolen, trad in het begin der vorige eeuw -in de rechten van Mevrouw van Metternich. Hij was luthersch en bezocht -de protestantsche kerk te Kaldenkerken. Uit dien hoofde vooral liet -hij den weg van af Holtmolen tot op de heide door middel van dijken -verbeteren, en wordt die weg de Hondsdijk genoemd. De boerderij _zwarte -hond_ geheeten, doet ook herinneren aan dien Heer. - -De familie van Hùndt voerde gedeeld in het schildhoofd een’ loopenden -windhond, in den schildvoet van sinopel. - -De éénige dochter van van Hùndt, _Anna Elisabeth Louisa_ trad omstreeks -1750 in huwelijk met Baron _Joachim Reinholt van Glazennap_, uit -Pommeren. Toen op zekeren dag de Heer van Hùndt met zijne dochter in -een rijtuig gezeten over de heide eenen wandelrid deden, lichtte van -Glazennap, de dochter, die hij reeds vroeger doch te vergeefs ten -huwelijk had gevraagd op; met haar in huwelijk getreden kreeg hij bij -erfenis het goed Holtmolen. De familie van Glazennap voerde in zilver -een keper van keel wier linker been op een morenkop steunt. Deze van -Glazennap, zegt men, had van het Beijersche hof verlof gekregen om munt -te slaan; vandaar de zoogenaamde _glazennepkes_, zij zijn van metaal, -hebben eene waarde van 2 stuiver kleefs, en dragen het jaartal 1755. -Ook had deze Heer getracht het slot Holtmolen eenigermate bomvrij te -maken. Hiertoe had men een deel van het dak met een enorme massa aarde -bedekt, waarvan echter de drukkende last eene ineenzakking te weeg -bracht in den nacht van den 17 April 1752, Jacob Vissel metselaar uit -Gelder, werd dientengevolge onder de puinhoopen begraven. - -Van Glazennap heeft Holtmolen op het laatste der vorige eeuw verlaten. -In 1771 was het goed onbewoond. Daarna kwam het in bezit van baron van -Holthausen, die het weldra verkocht aan den Heer Vos de Wael, en toen -deze Venlo verliet kwam Holtmolen bij verkoop aan de tegenwoordige -bezitters, de Edelachtbare familie Gerard de Rijk van Steijl. - -_De Munt_ ligt ten oosten van het dorp; zooals dit goed thans bestaat -dagteekent het uit het begin der vorige eeuw. Hoe het er voor dien -tijd uitgezien heeft, hebben wij nergens vermeld gevonden. De baron -van Wevelickhoven maakte er een prachtig buiten van, zooals men in -de nabijheid van groote steden aantreft. De kunstmatig aangelegde en -met allerlei arbusten beplante berg, in het park onmiddelijk voor -het kasteel, is aangevoerd met de aarde die uit de grachten gehaald -werd. Midden in die verhevenheid was een ijskelder; doch daar thans -die hoogte bijna gansch geslecht is, staat deze kelder of put thans -ontbloot en gelijkt vrijwel op een fabriek-schoorsteen; ware deze eens -weggeruimd, dan zou de Munt, van op den grooten weg naar Venlo gezien, -in bekoorlijkheid veel winnen. Bij dat landgoed schijnt in vroegere -tijden eene windmolen gestaan te hebben, althans de strook gronds -tusschen het kasteel en de kerk gelegen wordt _molenkamp_, en de weide -daaraan grenzende _molenpas_ geheeten. - -De grachten in ’t vierkant rondom de Munt aangelegd en met een fraaie -brug van drie pijlers versierd, bieden in den winter den Tegelsche -liefhebbers van schaatsen een gewenschte en alleraangenaamste ridbaan -aan. Wat de huiskapel op dit kasteel aangaat, zij was klein en -eenvoudig, en is thans tot bergplaats ingericht. Wij vonden dat in -1733, door den bisschop van Luik aan de familie van Wevelickhoven, -vergunning was verleend om het H. Misoffer daarin op te dragen. Deze -vergunning geschiedde telkens voor den termijn van drie jaren. Na -voormeld jaar is deze niet meer gevraagd. - -De Heeren van de Munt bezaten voorheen, behalve eenige groote, vele -kleine tienden zooals van vlas, kippen, winter-zaad enz. De groote -tienden, zooals bemerkt is, behoorden meestal aan den Heer van -Holtmolen. - -Ook moest de Heer van de Munt, ten gerieve der ingezetenen een’ stier -onderhouden. Deze last stond op het stuk bouwland _Peske_, voorheen -_Verrenpeske_ geheeten. - - - HEEREN VAN DE MUNT. - -_Henricus Constantius van Wevelickhoven_, huwde te Roermond den 13 Mei -1699 met _Hendrina Dorothea de Bors_. - -Zijne kinderen waren: - -_Engelbert Joseph van Wevelickhoven_; deze leefde nog in 1736, doch was -van hier afwezig. - -_Jean Pierre van Wevelickhoven_ overleed vóór 1742. - -_Jean Joseph van Wevelickhoven_, die als Heer van de Munt alhier -overleed in 1742, en in den grafkelder onder het koor werd bijgezet. - -Voorgenoemde Henricus Constantius was vermoedelijk de stichter van -het kasteel de Munt, en staat in onze archieven vermeld als weldoener -onzer kerk; hij schonk onder anderen een prachtig tabernakel met -spiegelglas omzet en herkomstig uit Brussel; de beste ornamenten en het -Christusbeeld in het hoofdaltaar zijn ook door hem geschonken. - -_Antoon Joseph van Wevelickhoven_, komt in 1760 voor als Heer van -de Munt. Hij verlangde eene school en eene kapelanij te stichten, -onder beding, dat de gemeente daarvoor een land aan den zoogenaamden -steenoven zou afstaan. Daar de gemeenteraad dit verzoek niet -inwilligde, schijnt hij geen genoegen gehad te hebben nog langer in -Tegelen te vertoeven. Hij vestigde zich te Brussel alwaar zijne familie -nog voortleeft. - -_Petrus Goswinus van Wevelickhoven_ komt in 1798 voor als kanunnik en -cantor in de Roermondsche domkerk. Hij overleed te Roermond den 19 -Mei 1820 in den ouderdom van 60 jaren en drie maanden. Het adellijk -wapen van deze familie was: in een rood veld twee zilveren fascen; -schildhouders twee rechfstaande leeuwen. - -Als erfgenaam der familie de Bors uit Roermond, kreeg een gedeelte -der goederen van de Munt in bezit zekere _Francis Cloots_, die den -18 November 1748 te Tegelen huwde met _Adelaïdis de Pauw,_ welke den -7 November 1753 alhier overleed. Zijn wij wel ingelicht, dan was -de beruchte Jean Baptiste Cloots, bijgenaamd Anacharsis, die in de -Fransche revolutie op het einde der vorige eeuw, zulk een droevige rol -speelde, hun zoon of hun neef. Hij trad te Parijs in de mommerij van -den 14 Juli 1790 als »orateur du genre humain” op, en noemde zich: -l’ennemi personel de J. Christ. In den val der Cordeliers gewikkeld -beklom hij met zijn vriend den afzichtelijken Hébert den 24 Maart 1794 -de trappen van het schavot. - -In het jaar 1753 overleed op de Munt Jonker Antonius de Pauw. De -familie Cloots heeft maar tijdelijk op de Munt gewoond. Deze familie -voerde in goud eene fasce van sabel bezet met drie bezapten. In het -schildhoofd prijkt een adelaar. - -_Francisca Josephina_, eenige dochter van Antoon van Wevelickhoven -en Elisabeth Josephina le Clerc, werd geboren te Brussel den 9 Feb. -1749; zij vertoefde op de Munt in 1768, en overleed te Brussel den -16 Feb. 1797. Uit haar huwelijk met _Jozef Hyacinthe d’Hannosset_ -uit laatstgenoemde stad, sproten twee dochters; de oudste _Paulina -Maria Theresia_ genaamd, werd geboren te Brussel den 19 Jan. 1785 en -overleed aldaar den 19 Dec. 1855; deze was gehuwd met _Peter Alexander -Gislain van Volden de Sandberg_ geboren te Brussel den 21 Juni 1766 en -overleed op het kasteel Hogue bij Yperen den 8 Juli 1808. - -Na dien tijd werd de Munt bewoond door den oud burgemeester Balth. -De Hasenbach; vervolgens werd het kasteel tot Casino ingericht en -betrokken door Joannes Dercks uit Venlo; eindelijk ging het, in 1831 -bij verkoop over aan de familie _de Lom de Berg_. Thans is de Munt -tot een vrouwenklooster ingericht. De geweldige kerkvervolging in -Duitschland gaf hiertoe aanleiding. De _Benedictijner-nonnen_ uit -Vierssen uit haar vaderland de wijk nemende, hebben het kasteel -benevens de gebouwen en het terrein binnen de grachten, ter groote -van 160 aren, aangekocht en den 20 Juli 1875 in bezit genomen. Deze -nonnen, ook _Zusters van de gedurige aanbidding_ genoemd, brengen -dag en nacht door in vereering en aanbidding van het Allerheiligste -Sakrament. Ofschoon de kloosterlingen achter slot leven, is hare kapel -zoo ingericht, dat zij ook toegankelijk blijft voor de geloovigen der -parochie, die er hunne godsvrucht komen voldoen. - -De overste dezer kloosterzusters is de dochter van den graaf von -Fürstenberg-Stamheim. Tot rector werd, den 10 September 1875, benoemd -en aangesteld de Eerwaarde Heer _Jozef Adams_ uit Dulken. - - - WAMBACH. - -Dit buitengoed, zooals in de eerste afdeeling vermeld is, behoorde -in de 15^{de} eeuw aan de Heeren van Holtmolen; vervolgens ging het -over aan de familie van Hùndt en van Glazennap. Den 14 Februari 1757 -verkochten Joachim Reinhold Baron van Glazennap en diens gemalin Anna -Elisabeth Louisa geboren van Hùndt, aan Wilhelm Frederik baron van Olne -Heer tot Olne, Soumagne St. Hadlain, Baarlo enz., en Theodora Maria -Josepha geboren van Meerwijk echtgenooten, het goed Wambach met ab- en -dependentiën. - -Baron d’Olne, Heer te Berck verkocht aan _Arnold Hamboch_, -protestantsch prediker te Kaldenkerken, zijn goed Wambach met ab- en -dependentiën, onder dezelfde voorwaarden als de verkooper het aanvaard -had van baron van Glazennap. Berck 31 April 1762. Wambach kwam nader in -erfenis toe aan Joannes Giezen; diens afstammelingen verkochten het als -pachthoeve aan den Heer Krauwerts uit Kaldenkerken. Ook Wambach is zeer -aangenaam gelegen en met grachten omringd. - - - § VIII. Missiehuis te Steijl-Tegelen. - -Het plan om een seminarie of kweekschool op te richten ter opleiding -van duitsche missionnarissen voor China, Mongolië en andere heidensche -landen, werd in 1874 opgevat door de Zeer Eerw. Heeren doctor J. von -Essen, pastoor te Neuwerk in het aartsbisdom Keulen en Arnold Janssen, -rector te Kempen, tevens redacteur van het maandschrift »kleiner -Herz-Jesu-Bote”, en vroeger gedurende twaalf jaren professor in de -natuurkunde aan de hoogere burgerschool te Bocholt. Eerstgenoemde was -voornemens deze grootsche onderneming in Duitschland of in Oostenrijk -tot stand te brengen; doch de kerkvervolging aldaar noodzaakte hem -voor als nog van zijn voornemen af te zien. Nu meende de Wel Eerw. -Heer Janssen de taak op zich alleen te moeten nemen. Hij vestigde -zijne aandacht op Nederland voor wier bewoners de stichting, zijns -inziens, ook dienstbaar behoorde gemaakt te worden. Al spoedig was -de goedkeuring van een twintigtal bisschoppen, benevens die van H. -Em. den Kardinaal Franchi, prefect der Propaganda te Rome en der drie -Kardinalen uit Oostenrijk verkregen. De Eerwaarde stichter wenschte -zijne inrichting zooveel mogelijk op de Duitsche grenzen en op een -centraal punt te zien verrijzen. Daartoe scheen Steijl onder Tegelen -hem zeer doelmatig; hij kocht te dien einde in Juli 1875 aldaar het -huis met aanhoorigheden van den Heer J. Ronck. De personen, die het -onderricht geven en het huis bestieren, zijn reeds gevonden, zij zijn: -een Nederlander, een Luxemburger, een Oostenrijker en een Duitscher. -De eerste met name Smorenburg, tot hieraan pastoor te Bredevoort, in -het Aartsbisdom Utrecht, heeft achttien jaren in China doorgebracht, -een Chineesch-Fransch woordenboek vervaardigd, en gedurende vijf jaren -onderwijs gegeven in het Fransch aan kinderen van mandarijen te Peking; -daarvoor werd hij meteen der hoogste ridderorde van China beloond. Hij -is belast onder anderen met den cursus in de Chineesche taal. - -De inspraak Gods volgende, en steunende op den zegen des Heiligen -Vaders, Pius IX, en de aanmoediging van zoo groot aantal kerkvoogden, -verlaat zich het bestuur in de toekomst op de offervaardigheid der -goedgezinden. In voornoemd maandschrift van Juli 1875, sluit de Eerw. -Heer Janssen een artikel dienaangaande, als volgt: »laten we bemerken, -dat met den aankoop van bovengemeld huis en tuinen onze geldelijke -middelen zijn uitgeput; doch wij hopen, dat de H. Joseph, dien wij -gesmeekt hebben om onze voedster-vader te willen wezen, ons verder door -bemiddeling van gegoede lieden zal bijstaan. Moge ons de christelijke -liefde niet vergeten en de rijke en voorname bij den middelbaren burger -niet willen achter staan”. - -Het huis werd den 15 Augustus, namens den Bisschop van Roermond, -plechtig ingezegend door den Hoogeerwaarden Heer deken van Venlo. Op -aanvrage werd nog dienzelfden dag per telegraaf van wegen den Kardinaal -Antonelli ook de goedkeuring en den zegen des H. Vaders ingewonnen. -Eenige studenten genieten er thans onderwijs. - - - § IX. Beurzenstichtingen. - - _A. Stichting door den Weleerw. Heer Johan Peter Freybeuter voorheen - pastoor te Tegelen, gemaakt den 24 Dec. 1844[49]._ - -1. Ter eere Gods en tot bevordering van het heil der geloovigen, -stichtte deze vrome priester eene studiebeurs bij den -aartsbisschoppelijken stoel van Keulen; waartoe hij aan dezen schenkt -en onwederroepelijk afstaat: den koopprijs van 22 morgen lands, vrij -van alle schulden en hypotheek, en gelegen te Holtzweiler bij Erkelens. - -2. Het bestier dezer stichting alsmede het fonds zelf, stelt hij in -handen van den tijdelijken Aartsbisschop van Keulen; met de bevoegdheid -de personen aan te wijzen aan welke, en de regels volgens welke de -uitkeeringen moeten geschieden. - -3. Uit de opbrengst dezer goederen zal vooreerst eene beurzenportie -gevormd worden. Zoodra deze portie met afkorting der onkosten 80 thaler -overschreidt, zal deze som, (en ook de heele stichtingsom, indien -zij niet verpast zoude zijn,) strekken tot vestiging eener _tweede_ -beurzenportie; en zoo op gelijke wijze gezorgd worden voor het tot -stand brengen eener _derde_ en eindelijk _vierde_ portie. - -4. Tot genot van deze portiën laat hij vooreerst toe zijne -bloedverwanten, die roeping en aanleg toonen voor den priesterlijken -staat. Bij gebrek van dezen bevoegt hij daartoe katholieke jongelingen -geboortig uit de parochiën Holzweiler, Tegelen bij Venlo en Waldorf -aan het Voorgebergte; bij voorkeur aan jonge lieden van minder gegoede -ouders en die tot den geestelijken staat geroepen schijnen. - -5. De vergeving dezer studiebeurzen zal den tijdelijken aartsbisschop -van Keulen toekomen. Ingeval er meerdere bloedverwanten of ook -meerdere aspiranten uit de voormelde parochiën zich aanbieden, blijft -het recht aan den Aartsbisschop van den éénen vóór den anderen aan te -nemen. Wanneer eene portie te verleenen open staat, zal zulks tweemaal -achtervolgens in genoemde parochiën worden afgekondigd. - - Geteekend op ’t oorspronkelijke: Johan Peter Freijbeuter. † Joannes - von Geissel. Frans Oehl. M. J. Antons. S. P. Tier, Notar. - - Zoo gedaan te Keulen op het bisschoppelijk paleis op dag en jaar als - boven. - - -_B. Stichting van den Weleerw. Heer Wilm Smiets uit Belfeld in leven -pastoor te Benschop bij IJsselstein, den 3 Februari 1845[50]._ - -Op aangehaalden datum beschikte deze pastoor bij testament als volgt: -aan de na te melden bestuurders zal na mijn overlijden onder aftrek -van lasten, uit mijne nalatenschap worden ter hand gesteld de som van -8500 guld. ned. welke zal strekken tot fonds eener studiebeurs voor -studenten die zich voorbereiden en opgeleid worden tot priester der R. -C. Kerk. - -De toelage zal gedurende de eerste vijftig jaren aan niemand worden -verleend, dan aan leden mijner familie, die zich tot den geestelijken -stand begeven, en beurtelings moeten worden toegekend aan een’ -student van vaders en moeders zijde. Indien echter twee mijner -bloedverwanten te gelijk mochten studeeren, zal door elk de helft -kunnen genoten worden, zoodanig, dat bij het ontstaan van meer dan twee -bloedverwanten, de naaste in den bloede boven den meer verwijderden en -de oudste boven den jongeren in jaren, den voorrang zal hebben. - -Na verloop van deze eerste 50 jaren, zal uit dit fonds aan een’ -bloedverwant bij voorrang, en bij ontstentenis van deze, beurtelings -aan een’ student uit de gemeenten Belfeld en Kaldenkerken, eene -tegemoetkoming worden verstrekt. Doch aan een student, die niet -bloedverwant is, alleen dan, wanneer die buiten staat is om uit eigene -middelen in de kosten der studiën te voorzien en volgens het oordeel -der bestuurders de noodige geschiktheid voor den geestelijken staat -bezit. - -Indien zich geene studenten aanbieden, hetzij bloedverwanten of -studenten uit Belfeld en Kaldenkerken, zullen de revenuën tot kapitaal -moeten worden aangelegd ter verbetering en vergrooting van het fonds. - -Tot bestuurders dezer beurs benoem ik de tijdelijke pastoors van -Belfeld en Kaldenkerken, die in werkelijken dienst zijn, en geef hun de -macht van bij vermeerdering van het fonds, en na verloop der eerste 50 -jaren, de toelage te regelen, naar behoefte der studenten en daarvan -naar goedvinden aan meer dan een gelijktijdig genot te doen hebben. -Ik benoem tot provisoren de tijdelijke pastoors van Venlo en Tegelen, -ten einde op het bewind der bestuurders toezicht te hebben en hunne -raadgevende stem bij elke belangrijke verrichting uit te brengen. Ik -geef aan de bestuurders de bevoegdheid, om voor hunne moeiten jaarlijks -vijf per cent der revenuën in rekening te brengen. - - Gedaan te Benschop den 3 Febr. 1845. - - Geteekend: W. Smiets, W. Beukenboom, - W. Houtdijker en Imminck, Notaris. - - - § X. Armwezen. - -Van oudsher reeds bezat de parochie Tegelen eenige fondsen tot -ondersteuning harer armen. Reeds in 1590, zooals wij vroeger bemerkten, -hadden dezen een vast inkomen. Den 1 Maart 1627 beschikte Engelbert -van Metternich, Heer van Holtmolen, als volgt: »overmits Stephan -Beekmans, Geisbert Kamp en Thys Weggers schepen des gerichts Tygelen -end syne huysvrouw Margaretha von Smidt, verklaart hij, dat de goederen -seijner huysvrouw sullen toekomen aen hare susters (salvo usu fructu), -dan aen de armen van Tygelen 400 venloische gulden, en van den dagh -af sijner doodt tot die syner vrouwe 5 percent sullen gegeven worden. -Alsnog twee malder tot instituirung van arme kinder mit vorbehald, dat -de bezitters van Holtmolen daerover opsicht hebben sullen”. Ten jare -1743 bezat de arme alhier nagenoeg zeven en een’ halven morgen lands. -Door het armbestuur was den 11 December 1749 een kapitaal van 1200 -kleefsche daler ter leen gegeven ad 3 per cent aan het kapittel der St. -Martinuskerk te Emmerik, en den 13 November 1750 aan hetzelfde kapitel -een ander kapitaal groot 600 daler kleefs. In 1783 werd overeengekomen -dat beide sommen zouden gebracht worden op 300 _hollandsche ducaten_ -ad 3 per cent. Tot in 1803 zijn deze intresten behoorlijk ten gunste -der armen uitbetaald geworden. Sedert dien echter heeft het zich anders -toegedragen[51]. - -Nog genoot, sinds 1750, de arme den interest van een kapitaal groot 200 -gl. kl. geschonken door _Mathis Deckers_ en kinderen. In 1757 werd door -een’ onbekenden een huis gelegateerd voor de armen. Thans heeft het -bestuur gezorgd voor drie armen-woningen. Ook Mevrouwe _van Volden_, -eigenares van het kasteel de Munt, heeft zich, op het einde der vorige -eeuw, als weldoenster getoond der armen van Tegelen, door het stellen -eener vaste rente. Edoch de voornaamste inkomsten aan den arme leverde -nog altijd de zoogenoemde _agrische_ stichting. - -Zekere Doctor _Agris_ stichtte in het begin der vorige eeuw te _Bracht_ -een armen-fonds ter voordeele der parochiën _Mulbracht_, _Tegelen_ -en _Breijel_[52]. De jaarlijksche renten beloopen voor den armen -van Tegelen ongeveer 24 Rijksdaler, en moeten aan vijf der oudsten -en meest behoeftigen verstrekt worden. De bezitter van het goed -Holtmolen is _collator_ of uitdeeler dezer inkomsten. De bedeeling -moet geschieden op alle Quatertemperdagen, in dier voege, dat na twee -jaren er genoegzaam overschiet om aan deze armen het noodige linnen te -verschaffen. De tijdelijke Prior der Kruisheeren te Bruggen was benoemd -tot procurator dezer stichting, en de dienstdoende pastoors van Bracht, -Tegelen en Breijel traden op als provisoren. Volgens uitdrukkelijk -verlangen des stichters moest telken twee jaren voor genoemde Heeren -rekening afgelegd worden, ten einde de getrouwe uitvoering van alles -te waarborgen. Ten dezen ontstond groote moeielijkheid met den baron -van Glazennap over de jaren 1748 en 1749. Deze heer placht zelf te -bedeelen; doch behalve dat de provisoren geen bescheid kregen over -de uitgaven, werden de huis-armen ten zijnent alles behalve gunstig -bedacht. Zelfs het gemeentebestuur had noodig geoordeeld zich de zaak -aan te trekken, en diende eene klachte in aan de hoogere regeering. Het -duurde niet lang of van wege deze verscheen eene terechtzetting uit -Dusseldorp ten adresse van Baron van Glazennap. - -Daar de huisarmen van Tegelen ook van elders goed bedacht werden, -heeft men bij wijlen de renten der Agrische fundatie doen strekken -tot vermeerdering van het fonds. Maar ook dit gaf aanleiding tot -moeielijkheden met de provisoren van Bracht en Breijel, zoo dikwijls -het zich gold renten te plaatsen. Wij lezen intusschen dat ten jare -1796 op alle Quatertemperdagen behoorlijke uitbetaling geschiedde van -de som van 24 Rijksdaler en 2½ stuiver. - - - § XI. Broederschappen. - -De Broederschap van _O. L. Vrouw_ alhier is zeer oud. In het jaar -1583 vinden wij haar vermeld, als hebbende haar eigen vaandel in de -processie. Sedert 1640 genoot zij aanzienlijke inkomsten. De leden -ervan gaven doorgaans 50 kl. gulden jaarlijks aan de kerk, en 10 gulden -aan den koster. De pastoor werd betaald naar evenredigheid van de -gezongene H. Missen. Deze broederschap betaalde jaarlijks aan tienden 3 -kop rogge en een’ kapoen aan de keurvorstelijke regeering. - -Van niet minder oude dagteekening is de _St. Antonius-broederschap_. -Hoewel zij het schuttersgezelschap vertegenwoordigde, was zij -toch een godsdienstige vereeniging van mannen en jongelingen. Wij -vinden nergens dat zij ten dienste van den keurvorst heeft gestaan. -Volgens eene rekening van 1585 op perkament geschreven, bezat de St. -Antonius-broederschap aan jaarlijksche inkomsten: vijf malder rogge -en 40 kl. gulden. Daarbij hadden de gilden- of St. Antonius-broeders -jaarlijks eene ton bier te verteren. Trouwens zoo was het in 1789. -Peter Vervoort, ontvanger dezer Broederschap, betaalde toen ook een -onbeduidende som aan de kerk. De koster ontving jaarlijks twee malder -rogge voor zijne diensten; daarmede was Hulsterhof belast. - -De aloude St. Antonius-broederschap, hoewel in vorm en inkomsten zeer -gewijzigd, blijft steeds bloeiend voortleven onder de benaming van -de _alde schutterij_. Bij het jaarlijksch vogelschieten, alsmede op -eersten kermis-Maandag heeft een statige optocht plaats. Nauwelijks -is het dag of de tambour kondigt door trommelslag de feestelijkheid -aan. De schutters vergaderen op bepaald uur voor het huis des -schutters-koning of van den kastelein, bij wien de gewone bijeenkomsten -plaats hebben. Voor ettelijke jaren waren ze met jachtgeweren en -roeren, thans ook met lanssen gewapend. Het korps bestaat uit een’ -tambour-majoor die den stoet vooraf gaat, uit grenadiers en de gewone -schutters. Alles, ook het commando, herinnert aan den tijd, dat -Tegelen onder het keurvorstelijk gezag stond; de majoor kommandeert te -paard en draagt tot teeken zijner waardigheid eenen chapeau-claque, -dikke épauletten, een lijfgordel en ruitersabel. De grenadiers -dragen colbakken, en op een vroeger blauwen thans zwarten jas, roode -épauletten; de uniform is mettertijd herhaaldelijk gewijzigd. De -schutterkoning, omringd door eene eerewacht draagt den zilveren vogel -en is overladen van zilveren gedenkplaten. Deze platen, gehecht aan -een zilveren keten aan welks uiteinde de vogel hangt, zijn geschenken -deels van bloedverwanten en vrienden des konings, deels van den koning -zelven. Bedoelde vogel zegt men een geschenk te zijn van den keurvorst -van Beijeren. Het is een kunstig gegraveerd havikje van zwaar zilver. -Boven den vogel hangen drie zilveren bellen in den vorm van eikels, op -elk dezer leest men afzonderlijk POV † LES † W † N † T † A † F † en W -† M † S † I † A † H †. De rij van platen bestaat uit: 1^{o} Een hart -met het opschrift: _Jonkheer Godart van Stockheim_. 2^{o} Een dito met -opschrift: _Jost op gen Steijl_. 3^{o} Een dito met _Peter aen gen -Cruts_, en 4^{o} met _Meichell Rivers_ tot opschrift. 5^{o} Volgt een -zilveren hart, tamelijk zwaar en dienende tot klamp; op den voorkant -ziet men het beeld van _St. Martinus_ benevens het jaartal 1614; op de -keerzijde staat _Michiel Kremers_. 6^{o} Een hart met het afbeeldsel -van een vaandrig met vaandel, opschrift _Gerardus Peeters_. 1733. -7^{o} Eene zilveren ster waarop staat afgemaald een man zittende aan -tafel terwijl de waardin hem een glas aanbiedt, daaronder leest men: -_Wilhelm Rivers_ 1737. 8^{o} Eene plaat waarop St. Martinus te paard is -afgebeeld; opschrift: _Jacobus Krusbergen_ 1744. 9^{o} Een groote plaat -met het borstbeeld van Koning Willem I, daaronder het ronde opschrift: -»Wilm I souvereine vorst van Nederland heeft Tegelen aangetreden 1811”. -10^{o} Eene plaat waarop een zadelaar zit aan de werktafel; opschrift: -_G. Wellens_. »Das Satler hantwerk ist, das macht viel leichter reiden, -Mein Schatz, drom liebe mich, ich mach euch mange Freude 1818”. - -11^{o} Een idem, waarop verbeeld zijn een’ slager met zijne huisvrouw -benevens een os. Daaronder de namen H. Peuten, C. Joosten. Vervolgens: - - Lustig und dapper - Zijn die vleischhakker, - Bringen 1000 thaler bei - Und kauffen vette oksen ein. 1819. - -12^{o} Een idem, voorstellende eene tapperij waaronder men leest: - - David König ehmals Hirt, - Ich nun König bleib’ doch Wirt. - A. Peeters 1820. - -13^{o} Een idem, waarop: - - Ik schoot den vogel voor den eersten keer, - Om te krijgen des konings eer. - P. Faessen 1821. - -14^{o} Een idem, opschrift: - - Ik schoot den vogel voor den tweeden keer, - Om te krijgen des konings eer. - P. Faessen 1822. - -15^{o} Een idem, beeld van een pannebakker met eene vorm en zetplank in -de hand, volgt: - - Ich hab das vögelein geschossen und genommen, - Das sehet ihr alle freude ein, die königs ehr bekommen. - Jacobus Denissen 1823. - -16^{o} Een idem met het vers: - - Als König bin ich auserkoren, - Doch nur in bauernstand geboren, - Den der vogel war an mein, - So kan ein Bauer auch König sein. - H. Vervoort 1824. - -17^{o} Een idem: - - Gelijk Duitslands grootste slagt, - Was mijnen naam - Ik heb ’t nu zoo ver gebracht, - Dat ik hier als koning staan. - P. van Leipsig 1825. - -18^{o} Een idem: - - Toen ik nog was een jongezel - Schoot ik den vogel snel, - En nu ik ben in echten staat - Zie ik, dat ’t ook nog gaat. - A. Peeters. P. Joosten 1826. - -19^{o} Een idem, met het afbeeldsel van een’ molen, rechts een molenaar -met meelzak en links een koning met kroon, volgt: - - Vandaag in konings gewaad, - Morgen in mulderspak, - Zoo goed mij nu het zilver staat, - Past mij ook den meelzak. - H. Aarts 1827. - -20^{o} Een idem met het beeld van eene schijf, waar men potten op vormt -en het volgende opschrift: - - Ik zit hier op mijn troon - Met luister hoog verheven - De scepter dien ik toon - Doet mij als koning leven. P. Rulkes 1829. - -21^o Een idem met opschrift: - - Ik schoot den vogel neer - Voor den eersten keer, - Ook had ik daarbij de eer - Schoot den vitsvogel neer. - L. Timmermans 1830. - -21^o Een idem, waarop staat: In 1834 logeerde _P. van Leipsig_ koning -van Tegelen, in het wapen van Leopold I koning van België. - -22^o Een idem met de woorden: _Godfried Krambrucher_, Prins van Bracht, -en Koning van Tegelen. Vandaag op den troon, en morgen op de schijf, -heb ik nu het zilver op het lijf; het zegt gelukkig niemand aan ’t -kleivat. 1835. - -23^o Een idem, met opschrift: - - In 1820 als koning voor den eersten keer, - In 1826 wederom die eer, - In 1836 in ’t zelfde gewaat, - Staan wij in den Engel paraat. A. Peeters. - -24^{o} Een idem, op deze staat: - - Lees hier wie lezen wil - Dat ik in 1837 den 30 April - Timmermans Andreas - Koning der schutten was. - -25^{o} Een idem van Wilm Faessen uit 1838 met het volgend politiek -versje: - - Ziet hoe wonder het gaat, - Eenen Wilm poetst de plaat, - Een anderen Wilm komt terug - En heeft de plaat op zijnen rug. - -26^{o} Een zilveren ster met het opschrift: Ter herinnering der -50jarige echtvereeniging van den Weledel geboren Heer G. J. de Rijk en -Mevrouw G. J. de Rijk geb. Th. H. M. de Koning. Steijl 24/9 1822-1872. - -Wat deze St. Antonius-broederschap voornamelijk doet bloeien, is het -daaraan toegevoegde ondersteuningsfonds, strekkende tot tegemoetkoming -voor zieke en afgestorvene leden. Dit fonds, doorgaans de schuttersbus -genoemd, werd in 1835 opgericht en telde alstoen 27 thans 150 -deelnemers. Als eerste _stichters_ staan ingeboekt: H. Kappus, Laur. -Hermans, Pet. van Leipsig, Godf. Krambrüchers, Jan Wellens, Math. -Rijvers, Ant. Peeters, Jac. Koopmans, Jan Hovens, And. Timmermans. Aan -deze tien, en bij ontstentenis aan hunne opvolgers, blijft onder den -naam van _stichters_, het beheer der bus opgedragen. Twee hunner houden -elken Zondag na de Hoogmis een uur zitting in een vrije kamer, door -den koning of bij stemming, tot vergaderplaats der leden aangewezen. -Van drie tot drie maanden worden deze _busmeesters_ of _zittende -stichters_ door twee andere vervangen, en wordt in tegenwoordigheid -van alle leden de rekening afgelegd. Van deze schuttersbus kunnen lid -worden alle ingezetenen der parochie beneden de dertig jaren oud, mits -van een onbesproken gedrag en een gezond ligchaamsgestel[53]. Zij -betalen, behalve het inschrijvingsgeld, elken Zondag _vijf centen_. Na -twee jaren lidmaat te zijn geweest heeft men, bij geval van ziekte, -”aanspraak op dagelijks 33 cents, gedurende een half jaar; daarna bij -voortduring der ziekte nog een half jaar op iets minder; duurt echter -de ziekelijkheid nog langer, dan verkrijgt men geene toelage meer uit -de bus, doch blijft des niet te min nog lid der Broederschap. Bij -sterfgeval betaalt de vereeniging den lijkdienst, doodkist enz. Alle -leden zijn op straf van 15 cents gehouden den lijkdienst bij te wonen. -Op gelijke boete moet elk lid tegenwoordig zijn bij de twee voornaamste -processiën en bij die, welke alle eerste Zondagen der maand in de -kerk of over het kerkhof gehouden worden. Dezelfde bepaling geldt ook -betrekkelijk de hoogmis, die jaarlijks voor de afgestorvene leden -wordt opgedragen. Voor de gelden van inschrijving en boete bestaat een -afzonderlijke kas, daaruit alsmede uit eene bijdrage der busgelden -wordt jaarlijks eene som ter beschikking gesteld aan de leden, die -daarmede zich op St. Antonius en St. Martinusdag recht hartelijk -vermaken. De bus der St. Antonius-schutterij heeft thans eenige gelden -op intrest uitgezet. - -Met eenzelfde doel, en bijna op denzelfden voet ontstond in 1846 -de Broederschap van _St. Martinus_. Ter onderscheiding van de St. -Antonius-broederschap of de _alde schutterij_, noemt deze zich de -_St. Martinus-_ of de _jonge schutterij_. Ook deze vereeniging werd -in christelijken zin opgericht. Den 11 November 1846 vormde zich -eene commissie samengesteld uit Joannes Franssen, Gerard Roggen en -Hendrik Driessen, en meerdere belanghebbende; deze wendde zich tot -den toenmaligen pastoor van Tegelen met verzoek om goedkeuring der -ontworpene Broederschap, en verlof tevens om in de processiën op H. -Sakramentsfeest en op Maria-Hemelvaart te mogen tegenwoordig zijn; -terwijl zij zich harerzijds verplichten: - -_a_. Die plaats in de processie te zullen innemen, welke de pastoor -zal goedvinden. _b_. Op St. Martinusdag eene hoogmis te laten doen, -en dien dag zonder dans-muziek te zullen vieren. _c_. De processie te -vergezellen met of zonder muziek volgens verlangen des pastoors. _d_. -De leden straffen, die zich te dier gelegenheid door dronkenschap of -andere baldadigheid zouden te buiten gaan. _e_. Zich op kermis-Zondag -en Maandag stiptelijk op het teeken der klok ter kerke te zullen -begeven. Ook dit gezelschap houdt jaarlijks vogelschieten, en heeft -een zoogenaamde _Bus_, waardoor in de behoefte van zieken, enz. wordt -voorzien. - -Ten slotte zij nog melding gemaakt van het zoo gunstig bekende -_fanfare-gezelschap_ alhier. Deze Vereeniging, ontstaan in 1853, is -talrijk, en heeft zich door vlijt en kunstgevoel tot zekere hoogte -weten te verheffen. Zij vond zelfs in eenige steden, waar zij zich deed -hooren, onbeperkten bijval. - -Meer dan eens heeft zij een gewaardeerden dienst bewezen aan onze -ingezetenen, door der godsdienstige en burgerlijke feestvieringen -nieuwen luister bij te zetten. - - - § XII. Feesten. - -Het is bekend, dat de kermissen haren oorsprong en naam -ontleenen aan het feest, waarop men den verjaardag vierde van de -inwijding der parochiale-kerk. Men noemde dit in de middeleeuwen -_kerkwijding--kerkenfeest_. Dien dag werd alle arbeid gestaakt; de -ingezetenen hulden zich in hunne paaschbeste kleeding en togen ter -kerke; want zoo sprak men: _Vandaag is het Kerkmis of kermis_. De -eigenlijke kerkmis-dag voor deze parochie valt op den 11 November, -feest van den H. Martinus, doch sedert jaren is het dan geen kermis -meer. - -Uit eene aanteekening van het jaar 1681 vernemen wij het volgende -betreffende onze feesten[54]. »Jaarlijks wordt op Zondag na -St. Bartholomeus of laatsten Zondag van Augustus het feest van -_Kerkwijding_ gevierd[55]. Alsdan men de mis _Terribilis_, waarna -processie over het kerkhof, terwijl _Te Deum_ wordt gezongen: de -plechtigheid wordt gesloten met den zegen des Allerheiligste.” Op dezen -dag viert men nog heden de zoogenaamde _Herfstkermis_ of groote kermis. - -»De _Theopheria_ of H. Sakramentsprocessie wordt gehouden op Zondag -onder de octaaf van het H. Sakramentsfeest. Alsdan komt een der Eerw. -Paters uit Venlo het sermoon houden onder de hoogmis, en wordt daarna -de processie ingesteld, ofwel over Kruis, Hagenboomke, Overtegelen, op -Steijl en vandaar kerkwaarts, na aan de vier statiën den zegen gegeven -te hebben; of door het dorp langs de Munt over de Haenerhei verder over -Hagenboomke, Kruis weer naar de kerk.” Gemeenlijk worden deze wegen -bij afwisseling gevolgd; ter gelegenheid dezer plechtigheid wordt de -_eerste of kleine kermis_ gevierd. »Op St. Marcus dag, zoo lezen wij -verder, is het gebruik processie over het kerkhof te houden. In de -Kruisdagen, als het gunstig weder is, trekt men den eersten dag langs -_End_ over de _brug_ kerkwaarts; den tweeden dag over de brug langs den -_alde mert_, en den derden dag door het dorp over de _Munt_ door de -_Bongaartsstraat_ naar de kerk.” Men volgt, bij deze gelegenheid ook -thans nagenoeg denzelfden weg. - -Vóór 1681 was het gebruikelijk, dat na de processie op H. -Sakramentsfeest de voornaamsten des dorps, ten getalle van 20 à 25 -man, zooals: de pastoor, de pater, de gezworenen of schepenen, de -zangers enz. in eene daartoe bepaalde herberg vergaderden en op kosten -der kerkfabriek aldaar het middagmaal gebruikten. Deze onkosten, zoo -wordt vermeld, kon de kerk in de toekomst niet meer dragen uithoofde -harer graote behoeften. Naar wensch des pastoors en der hoogere -geestelijkheid is dit gebruik dan ook achter wege gebleven. - -Even als elders wordt in onze gemeente, ’s avonds voor den feestdag -van den H. Martinus, het _St. Martensvuur_ ontstoken. Dit geschiedt -doorgaans op vier plaatsen. Te weten: een eerste op den Berg dat -gemeenlijk gebluscht is, vooraleer de overige gereed zijn. Een tweede -op de Leemhorst; dit onderscheidt zich door de vele daar naast staande -brandende stroofakkels; is dit uitgebrand dan maken de Tegelsche en -Steijler knapen zich gereed. Na drie maanden lang voor een stevigen -en hoogen brandstapel te hebben gezorgd, door hout en stroo bij een -te »trossen”, heeft men geen haast om ’t ontsteken; want de eer -komt aan hen, wier vuur het langste brandt. De Tegelschen stoken -hun St. Martensvuur op den _Spekberg_; en de Steyler hebben hunnen -brandstapel op eenen heuvel ook den _Spekberg_ genaamd opgericht, beide -verhevenheden zijn de hoogste punten van den omtrek. - -Vóór 25 jaren maakte het _gansrijden_ een deel uit onzer volksfeesten. -Deze vermakelijkheid had plaats op vastenavond. Meestal werd de gans -gereden in de thans weggeruimde laan, in de richting van af den alde -mert naar den Linksterhof. Somtijds gebeurde dit ook op een of ander -gehucht. Daags na het gansrijden, op vastenavond-Dinsdag, werd een gul -middagmaal aangericht voor de mededingers naar den gansenkop. Deze -pret heeft nu plaats gemaakt voor eene soort tentoonstelling op het -marktplein door gemaskerde personnaadjes. - - - § XIII. Handel en Nijverheid. - -Het gehucht Steijl, door zijn gunstige ligging op de Maas, alsmede -wegens zijn ruime en voor schepen en karren zeer gemakkelijke -losplaats, bezat onder de Keurvorstelijke regeering, onder de Fransche -Republiek en het Keizerrijk een’ zeer belangrijken expéditie-handel. De -naburige Rijnprovincie had deze plek gekozen tot stapelplaats voor de -goederen, die zij uit Frankrijk, Belgie en Holland trok en omgekeerd -uit Duitschland derwaarts verzond. De toevoer was destijds zoo groot, -dat de menigte pakhuizen dikwijls de groote hoeveelheden zout, olie, -pek, granen en koloniaal-waren niet konden bergen. Wie toenmaals een -paard bezat in onze gemeente was ook vrachtvoerman. Goederen werden -hier aangevoerd of afgehaald voor de steden Keulen, Dusseldorp, Neuss, -Urdingen, Gladbach, Vierssen, Kempen, Dulken, Breijel, Kaldenkerken, -enz. De goedkoope prijzen van los- en pakgeld deden er veel aan, dat de -handel den voorkeur aan Steijl gaf boven andere plaatsen. Zoo betaalde -de eigenaar of koopman van goederen slechts 12 centen voor het lossen -en bewaren van goederen die, om het even hoeveel, door eene kar konden -vervoerd worden. - -De inlijving van Tegelen bij het Koningrijk der Nederlanden bracht -een gevoeligen slag toe aan den handel te Steijl. De Pruissische -zoutfactorij, vroeger aldaar gevestigd, werd in 1816 naar Kaldenkerken -overgeplaatst. De drukte was nu op verre na zoo groot niet meer -als voorheen. Toch bleef van 1822 tot 1830 de koloniaal handel nog -altijd beduidend. Dagelijks kwamen honderde smokkelaars uit Pruissen, -koffij, rijst, tabak enz. inkoopen om die ter sluiks over de grenzen -te brengen. Doch nadat sedert 1830 het verkeer op de Maas met Holland -gesloten was en Steijl tot Belgie behoorden, was de handel hier niet -levendiger dan elders; zelfs de overeenkomst van Londen in 1833, die -de Maas vrij maakte, kon dien niet meer doen herleven; de tijden waren -voorbij. - -Ook de scheepsbouw, vroeger alhier bloeiend, liet van lieverlede na; -en toen stoombooten de Maas bevoeren, zag men zelden meer, dat hier -schepen gebouwd werden. - -De nijverheid daarentegen en het fabrieken-wezen hebben in de gemeente -Tegelen in bloei toegenomen. Een bewijs dienaangaande is de in het -oog loopende aanwas der bevolking. Men vindt hier een aantal pannen-, -steen- en pottenfabrieken, eene ijzergieterij en pletterij; tabak en -cigarenfabrieken enz., die aan een groot gedeelte der inwoners een -goede broodwinning verschaffen. Wat de potten- en pannenfabrieken -aanbelangt, mag men veilig aannemen, dat zij de oudste tak der -Tegelsche nijverheid vormen. Men herinnere zich, wat wij aanvankelijk -nopens den naam en den oorsprong van ons dorp hebben gemeld, en wat wij -hebben gezegd over de ontdekking van overblijfsels van pannenbakkerijen -uit het romeinsch tijdvak. De Tegelsche pannen zijn, zoowel wegens -hare sterkte als gladheid en schoone kleur, alom gezocht; de meesten -worden naar Duitschland en België verzonden. Op het oogenblik werken 17 -fabrieken. De pottenfabrieken alhier, vroeger zestien, thans vijf in -getal, tierden voornamelijk van 1821 tot 1830. Men kon toen niet genoeg -waren leveren aan de kooplieden uit Nassau en aangrenzende streken. -Deze lieden kwamen jaarlijks omstreeks Paschen uit Holland, waar -zij schepen huurden, herwaarts, en na eenige weken hier vertoefd te -hebben, voerden zij de ingeladen koopwaren naar Rotterdam, Amsterdam, -Groningen, Middelburg, Antwerpen, Brussel enz. Sommigen lieten -zeeschepen tot Steijl opvaren en namen ladingen in voor Bordeaux, -Marseilles en de Spaansche zeehavens. Bij wijlen had de Steijler -losplaats dan ook het aanzien van een kleine zeehaven. In 1835 liet -hier een Hannoveraansch kofschip Theclanette genaamd, het anker neder; -het was groot 38 last en laadde toen 33000 ned. pond zwart goed voor -Rouaan in Frankrijk, bestaande uit koffijkannen, melkpotten, melkbaren -of schotels, braadpannen en ander keukengereedschap. - -De kleinste soort van aardewerk, zooals b. v. een spaarpotje of een -nachtegaalsfluitje, noemt men een _kwart_; een thee of koffijpot kan -drie à vier _kwart_ uitmaken; dit is de maatstaf van berekening bij het -koopen en verkoopen in aanmerkelijke hoeveelheid. Deze pottenfabrieken -benevens pannenbakkerijen verbruiken jaarlijks voor 60 tot 70 duizend -gulden aan brandhout, behalve de steenkolen. De glazuuraarde of -Bleiertz, welke men gebruikt, om aan het aardewerk een zwart- of -bruinglinsterende kleur te geven en ten onzent _loot_ wordt geheeten, -komt uit den Eiffel. Het looten, nadat de waar _zonnebak_ is, pleegt -het werk van den baas der fabriek te zijn. Niet onjuist wordt het -werktuig, dat de arbeider door middel zijner voeten in beweging brengt, -terwijl hij met natte vingeren den noodigen vorm aan de te maken potten -geeft, vergeleken bij een spinnewiel; vandaar dat men nog wel zegt: -potjes-spinnen. - -Sedert een tiental jaren worden te Tegelen door de fabriekanten Jac. -Gitmans, Theod. Gitmans en Steph. Engels aarden buizen gefabriceerd, -die in groote hoeveelheid veelal naar België worden verzonden; deze -worden gebruikt voor waterleidingen, schoorsteenen enz. - -In 1854 hebben de Heeren H. Kamp en F. Soeten hier een nieuwen en -zeer belangrijken tak van nijverheid in werking gesteld. Het zijn de -ijzerpletterij, ijzergieterij en meni-fabriek. Zij worden door stoom -gedreven en verschaffen aan een aantal lieden arbeid in overvloed. Deze -fabrieken werken voornamelijk voor de Provincie, doch ontvangen ook -vele bestellingen uit Hamburg en uit de Hollandsche zeehavens. Er zijn -wijders drie tabaks- en twee cigarenfabrieken, vier bierbrouwerijen -wier naam zeer gunstig bekend staat. De vijf jeneverstokerijen zijn -thans tot een enkele verminderd. Behalve zes en vijftig herbergen telt -men ruim twintig winkels van allerlei koopwaren. - -Ook zijn er vijf slachterijen, die volop aftrek hebben, ofschoon -ook het gebruik van paardenvleesch bij de arbeidende klasse niet in -minachting staat; sinds ettelijke jaren worden gemiddeld 12 paarden per -jaar geslacht. - - G. PEETERS, - - _Blerick St. Lambertus 1875._ - - - - - BIJVOEGSEL - - -Tot staving van hetgeen wij in ons eerste deel over de oorspronkelijke -kerk van Tegelen hebben medegedeeld, strekken niet weinig de volgende -aanteekeningen en oorkonden betrekkelijk Reuver en Beesel. Deze -bescheiden vinden hier des te gereeder plaats, omdat gemelde plaatsen, -onder meer dan een opzicht met ons vaderdorp in betrekking stonden[56]. - -De voormalige _St. Lambertuskapel_ te Reuver was gelegen op een’ -heuvel genaamd »in de Ozandbergen” tegenover het kasteel van Kessel, -(castellum Menapiorum) en langs den zoogenaamden »Keulschenweg”. Tijd -en jaartal der opbouwing dier kapel verliezen zich in de oudheid; -zooveel echter meent men te weten, althans de overlevering verhaalt het -zoo, dat dit gebouw oorspronkelijk zou opgericht zijn als wachthuis en -wel ten tijde, dat het kasteel te Kessel gebouwd werd, alzoo lang voor -de christelijke tijdrekening. - -Op het einde der zevende eeuw, toen de HH. Willibrordus en Lambertus -het Evangelie in deze landstreken verkondigden, zou, luidens de -overleving, het vroegere wachthuis in een Christentempel zijn veranderd -geworden, ten gerieve van drie bevolkte plaatsen of gehuchten, nl. -Beesel, Reuver en andere meer verspreide woningen. De H. Plechelmus, -dus beweert men; las meermalen aldaar de H. Mis. Naderhand bleef deze -kapel tot parochiekerk van Beesel dienen, tot dat op die plaats in de -14^{de} eeuw een grootere tempel werd opgetrokken. Deze is in 1840 -door een nieuwe kerk vervangen. - -Ten jare 1300, toen wegens allerlei rampen, gebrek aan priesters -bestond, kwamen de Predikheeren van Maastricht alhier de zieken en -stervenden bijstaan, en genoten van de dankbare geloovigen der drie -gehuchten vaste inkomsten in vruchten. Van dien tijd af tot 1793 is -het gebruik steeds bijgebleven dat jaarlijks op het feest van den H. -Lambertus (17 September) een Predikheer uit Maastricht hier de H. Mis -kwam lezen en prediken. De inzameling der vruchten was bereids door de -Paters zelven afgeschaft. - -Den 7 April 1661 werd aan de kerk van Beesel een’ kapelaan toegezegd. -Alle inkomsten, eigendommen, onder welken titel of benaming ook, -werden van de kapel afgenomen en tot oprichting en instandhouding -der kapelanij van Beesel aangewend, onder uitdrukkelijke bepalingen: -dat de tijdelijke kapelaan van Beesel tevens rector zou zijn van de -kapel en verplicht zoude wezen op alle Zaterdagen in de kapel de H. -Mis te lezen. Vervolgens moest de kapelaan op St. Lambertusdag, die -plechtig gevierd werd, den pastoor, den beheervoerders en den zangers -twee rijksdaler betalen voor bewezene diensten. Wijders moest hij den -pastoor behoorlijk onderhoud verschaffen als deze in de kapel kwam -helpen biecht hooren. Eindelijk stond nog ten laste van den kapelaan: -de instandhouding van den kapelbouw, de aanschaffing en verzorging der -benoodigde gewaden, sieraden enz. - -In 1787 den 9 Mei werd een rector-curaat aan deze kapel aangesteld door -den toenmaligen bisschop van Roermond. Toen na de Fransche omwenteling -geen geregelde dienst meer kon plaats hebben, werd de kapel aan haar -eigen lot overgelaten. Spoedig daarna bouwvallig geworden, stortte zij -eindelijk in puin, op den 9 Februari 1830. - -Kort daarop, den 3 Maart reeds van hetzelfde jaar, sloegen de inwoners -van Reuver de handen aan het werk en richtte in de kom der plaats -eene nood-kapel op, in afwachting van een nieuwe kerk met welker -bouwing spoedig een aanvang gemaakt werd. Deze was in 1833 reeds in -zooverre voltrokken, dat zij den 17 Juni door den Hoogeerwaarden -Heer Deken van Venlo kon worden ingezegend. ’s Jaars daarna werd ook -het kerkhof gewijd. In datzelfde jaar werd Reuver van de moederkerk -Beesel afgescheiden en tot parochie verheven. De scheiding werd door -Gedeputeerde Staten, den 25 Juni 1834, erkend en goedgekeurd. De -WelEerw. Heer Theodorus van Wylick was de eerste pastoor der nieuwe -parochie. - -Copie der Brieven van octroy van de kapelle van het kerspel Beesel om -eene vrye Jaermerckt den 16 July 1689. - -Carel by der gratie Godts Coninck van Castilien, Hertogt van Gelre -doen te weten, dat wy hebben ontvangen die supplicatie van H^{re} Joes -Beurskens Capellaen tot Beesel, ende rector van de Capelle van St. -Lambert aldaar gelegen, inhoudende hoe dat dezelve door ouderdom ende -voorige Crijgstroubelen soodanigh wore onderkomen, ende geruïneert, -datten Heere Remmt met de grootste moeijten van de wereldt deselve -wederom hadde moete repareeren, ende in goede staet stellen, waartoe -sijne Hooghw: ook de goedheijdt hadde gehadt van bij sijne Pauselijcke -Heijligheidt einen vollen aflaet te verkrijgen, voor alle persoonen, -die in loco hunne devotie souden doen, ende alzoo de zelve Capelle -volgens de gemeijne traditie in de haer figure ofte form naer alle -waerschijnelijkheijdt, wore gebauwt, in den tijdt alswanneer deze -Landen alnoch heijdens waeren, ende over sulkx naer de bekeeringe -indezelve den eersten Christelyken ende Cattolijken godtsdienst -wore begonst, soo wore t’ dat d’ inwoenderen van tijde tot tijde de -voorss: antiquiteijt hadden soeken te conserveeren, ende eijntelijk -sijne opgete Hooghw: gedient geweest, om deselve met de voorss: -indulgentiën te vercieren, waeromme den H^{re} Supplt uijt einen -puijren iver tot meerdere eere, ende glorie Godts ook geerne soude -sien, dat allen sijnen arbeijt eenigen effecte mochte sorteeren ende -hij eenige middelen conde becommen, om de gemelte Capelle voor alle -toekommende hervallinge te verseekeren, derhalve mit wille en consent -van sijne glte Hooghw: ende advis van andere godsdienstige persoonen -nodigh gevonden, om eenige privilegie bij die van onsen raede met -alle oedtmoedigheijdt te solliciteeren, te weten: het Recht van eenen -Jaar ende peerde merckt, waar door meerdere occasien van offer tot -herstellingen van t’ voorss: oudt Godts huijs soude worden gegeven, -ende gemerckt, daar bij niemant en waere gepreejuditieert in t’ geheele -ampt van Montfort, alwaer geene jaermerckten, en wierde gehouden, -dan ter Contrarien voor alle naebuyrighe plaetsen profijtelijk ende -dienstelijck soude wesen, vermits die plaetse ook tusschen Ruremonde -ende Venlo gelegen verre op eene seer bequaeme situatie gelijck sijne -voorss: Hooghw: deselve ettelijke reijsen gevisiteert hebbende, soude -komen verclaeren, en derhalven den voorss: rector tot de reparatien -ende dese sollicitatie hadde gemoveert wore t’ datten glten H^r -Supplt, siende geenen anderen middel (vermits de gemeynte seer -verarmt, en verschuldt were) om tot den effect van synen loffelyken -iver te geraeken sigh genoodtdrinckt vonde te keeren tot onsen Hove -seer oedtmoedelijk biddende ten ijnde die van onsen Raede gedient -beliefden te wesen aan de voorss: Capelle gratieuselyk tot meerdere -eere ende glorie godts het recht van glte jaer ende peerdenmerckt -op den dag van St. Lambertus (wesende den 17 7ber) te vergunnen, en -daervan brieven in forma te verleenen, waerdoor den sûplt beloefde -met een gemeen gebedt, altijd den almogende te sullen bidden om ons -in eene langhdrijvige gesondheydt, en gelucksalige regiring te willen -gespaeren. Waeromme soo ist, dat wij t gerre voorss: aengemerckt -genegen sijnde ter oedmoedige bede van Sûplt bij deliberatie van onse -seer lieve en getrouwe die Cancellaer, en de Raeden onser voorss: -voorstendom gelre bij hem alvoorens hier op gehadt de advisen reipe van -onsen Raedt ende Moimboir in gelderlandt en officier van plaetse aen de -voorss: Capelle gratieuselijk hebben geconsenteert, ende geaccordeert, -consenteeren ende accordeeren mits dese opene brieven om op den dagh -van St. Lambertus wesende den 17 September een jaar ende peerden merckt -te houden bij provisie ender sonder praejuditie van jeders recht, mits -betalende onse Rechten, en andere, die daer toe soude moegen staan, -want ons alsoo gelieft; des t’ oirkonde hebben Wij Coninck onzen -segel hier aen doen hanghen, gegeven binnen onse Stadt Roermonde den -sesthinden dagh van den maandt Julij in den jaere ons heere duyzent -seshondert negen en taggentig ende van onze Rijcken het vier en -twintigsten: - -_lager stond_ - - accordeert met octroijen boek van den hoeve beginnende met den maendt - Julij 1687. - - bij mij - _Was geteekend_ G. P. van Dùnhgen secretaris. - - - - - BIJLAGEN. - - - N^{o} I. - - _Everger, aartsbisschop van Keulen, verkrijgt van Notger, bisschop - van Luik, Gladbach en Reithe, bij ruiling tegen Tegelen, Lobberich en - Venlo._ - - --Kort voor 999--[57]. - -Tum vero devotum episcopus vovit volum, in pristinum statum loceum -sanctum velociter restaurandum, et ad suam diœcesim ab episcopo -Leodiensi mutuandum, et quidquid ipsius ecclesiæ prædiorum nondum -fuisset dispersum, vel quid ipse posset undecumque precario vel quoque -pacto colligere, sancto Vito donandum sine retractione..... - -Interea non secus ac voverat reparando monasterio pontifex instabat, -quod quia festinato perficere studuit, cum nullo ornatu, sicut est -hodie, perfecit. Sed et parochiam non distulit, mutuare pro duabus -ecclesiis, id est pro Gladebach et Reitha, donans tres: Tegelon, -Ludebracht et Vennelon. Verum quoniam non multo post supervixit, pauca -prædia colligere potuit. - - - N^{o} II. - -_Verkoopakte door de schepenen van Tegelen in 1473[58]._ - -Wij ghemeijnde Schepen van Tijghelen teuijgen ende bekennen mitz -deisen openen brieff dat vour onss kommen seijen Geret Heinen en Trijn -sijn echte huijsvrouwe en hebben bekant voir oes en euren beijen, in -der tijt doen sij des mechtig en moegent en mit goeden beschijt doen -mochten, dat sij vercocht hebben en vercoopen mit deisenselbige brieff -erflijck end euwelijck ein soemmer op ein stuck lants soo wie dat -inden naten en droegen gelijgen is bij die Waetter Eijdt....... aen -Gerretje Weillen ende Beth sijn echte huijsvrouwe ende euren erven -op dit voirs. stuck lants einen Rhijnschen Churfürster gulden, goet -van paijement swaer van gewicht, off die werde daer voir, al op den -heijligen paschavont te betaelen van nu voirtan ende ten euwigen -daegen toe, end waert zaecke dat Gerret en Trijn ofte euren erven -verseumelijck bevonden woorden, niet en betaelden, soo sal en mach -Gerretje Weillen voirs. off sijne erven dat stuck lants aenvangen tot -sijn onderpant, en dat gebruicken gelijck sijn andere gemeijne proper -erff en goed.... In alles sonder arch ende list. Und want wij gemeijne -Schepen van Tijghelen geenen zegel en hebben, hebben wij gebeden en -bidden aen den eersamen ende wijsen mannen en gemeijne Schepen van -Bracht ende Kaldekerke, dat sij haeren segel aen desen berif willen -hangen, dat wij voirs. schepen gherne gedan hebben om rede wijl die -gemeijnde schepen van Tijgelen voirs. beheltenis den heer van den -landen sijner rechte und mallich sijne goede rechten. - -Gegeven in den jaer ons Heeren duijsent vierhondert drieentseventich op -Meiavont. - -Onder stond: - - Deise copie gecollationeert mit seinen originelen capitael heuffbrief - in parcament geschreven is daerme van woort tot woort bevonden te - accorderen bij mij Theodorus Wackers substititus Secretarius tot - Breijll. - - - N^{o} III. - - _De Schout Theodoricus Ploenis, bekrachtigt een uiterste - wilsbeschikking ten voordeele van de kapel en den rector te Steijl, - 1526[59]._ - -Dictæ Capellæ ac ad usum rectoris ac possessoris ejusdem (legant).... - -.....Item quamdam domum pro habitatione et sustentatione dicti -rectoris, vulgariter vocatam G..... etiam cum omnibus et singulis -juribus et pertinentiis, cum terra arrabili‚ necnon pascuis et aliis -in suis terminis tum siccis quam aquosis ibidem opgen Vrinen situatis. -Item jugera terræ arabilis vulgariter dicta Eigenlant in veteris -Ecclesiæ finibus et in suis terminis situata ad præsentes testatores -spectantia et pertinentia. - -Item voluerunt etiam præfati Thomas et Sophia testatores in prædicto -eorum testamento, ut toties, quoties dicta Capella vacaverit, tunc -semper senior proximorum de Sanguine Ejusdem Sophiæ testatricis: si -quis ad hoc idoneus repertus fuerit, ac id infra mensis spatium a -die vacationis computandum, petierit; alioquin tunc alium idoneum in -oppido Kempensi ex bonis et honestis parentibus in thoro legitimo natum -actu presbyterum, vel in tali ætate provectum quod infra triennium -possit se in presbyterum facere ordinari, ad hujusmodi officium -eccl. in dicta capella exagendum assumet et nominabit ad talem sic -assumptum et nominatum venerabili D^{no} Pastori Vet. Ecclesiæ, sive -ejus vice-curato, præsentabit. Quem sic nominatum et præsentatum -Ipse D^{nus} Pastor sive vice-curatus absque ulla difficultate aut -contradictione ad officium _trium missarum_ et in dicta Capella, -rectorem, admittet, instituet ac investiet de eadem. Pro jure ultra -unum florenum aureum Rhenense non exiget, nec exigere præsumat. -Si instituere recusaveril aut plus exegerit pro jure, eo casu jus -admittendi, instituendi et vestiendi ad venerabilem et egregrium -sigilliferum curiæ Coloniensis pro tempore existenti ea vice devolvet. - -Quod, si plures de sanguine ipsius Sophiæ Testatricis essent iique -in æquali gradu, tunc senior ætate cœteros præteribit, modo (ut -ante dictum) annum vigesimum quartum habeat, aut infra triennium in -presbyterum ordinari possit in sequenti 25^{to} anno. Alienus vero, -de sanguine dictæ Sophiæ non existens, erit ex honestis parentibus et -conjugibus legitimis natus ac presbyter, vel ut supra infra triennium. -Et semper Rector pro tempore dicti officii sive deservitor singulorum -prædictorum quondam Thomæ et Sophiæ fundatorum, suorumque progenitorum, -parentum et benefactorum ac omnium Christifidelium defunctorum memoriam -habebit et tenebitur. - -Præterea dictus rector, hoc idem officium non resignabit neque -permutabit nec quovis modo demittet etiam in manibus aut ordinarii -loci aut alterius cujuscumque, nisi de prædicti senioris patroni et -pastoris pro tempore dictæ veteris ecclesiæ residentis expressa petita -et obtenta licentia et voluntate. - -Postremo voluerunt et ordinaverunt prædicti testatores, quod hujusmodi -officium trium missarum non eriget in beneficium ecclesiasticum, sed -in perpetuo manebit simplex officium eccl. sive nudum ministerium, -et quoties illud vacaverit, iteram debet fieri præsentatio personæ -idoneæ ad illud modo præmisso quæ postquam admissa fuerit et juramentum -præstiterit omnia et singula onera adimplere, instituetur. - -In quorum omnium fidem et testimonium præmissorum Ego Theodoricus -Ploenis scholtetus et subprætor antedictus has præsentes fundationis, -dotationis et donationis præfati officii ecc. patentes litteras exinde -fieri feci et procuravi et manu mea propria inferius appenso communivi. -Sub anno nativitatis Dni millesimo quingentesimo vigesimo sexto. - - Subscriptum erat: Ego Theodoricus ut supra etc. - - - N^{o} IV. - - _Gerard van Holtmolen en Elisabeth van Ympel verkoopen eene - jaarrente van 20 goudgulden ten laste der hoeve Bongaart alhier, tot - instandhouding eener dagelijksche mis. 1540[60]._ - -Jch Florens Van Holtmoelen Leenhere deser nachbeschrevene güeder -doen kondt allen ind gegligen tuygen mit desen opene brieve dat vurr -mich ind die froeme here Johan Van Stalbergen der rechten doctor ind -Heynrich Van Bernevelt als mannen van Leen deser meyner leengueder -kommen ind erschenen sijn Gerard Van Holtmoelen Elisabeth Van Ympel -syn elige huysfrouw inde hebbe wettig ind waille in eine vaste steden -erffkoùp erffligh ind ewigligh gegeven ind verkoufft ind vermits -dessen verstehen uns ein geburchge somme van penningen verkoùpen, aen -uns op eine hoeff genant Bongart gelich der huyden disdaghs in den -kerspell Tygelen myt alten syne rechten ind toebehoir nyet daervan -uytgescheyden vürrder munte gelegen is, twintigh bescheiden golden -Reynisse der Chùrfursten munt gùt van gold ind swaer van gewicht vür -dato dis brieffs gemet ind geslagen jairlix ind erfflichs tsijns -off die rechte werde daervuer an andere gueden gemete gelde, daerme -in tijde der betalunge binnen Ruremunde den churfurster bescheiden -gùlden uns gegeven ind soerven mach, Johan Dryvener, Christoffel Van -Duersdael ind Johan Golstein als man ind momber Heilwich Von der -Kranken syne huysfrouwe, als collators in behülf hr. Bernards Van -Besele als rector testertijt ind syne naekoemelinge als rectore Sent -Mathias altaris in der collegiale kyrche des heijligen geistes bynnen -Ruremunde gesteyfft ind fundirt van den werdigen Here Johan Drijvener -wyleer aldaer canonicus gewest seliger gedechtnis toe Ere ind love -Gots almechtich, Mariae sijner gebenedieder Moeder, senct Mathias, -senct Dyonys, senct Reymijss ind Senct Margrete, wie mit meer andere -renthen daervür geordineirt ùm degelycks eine mysse van den rectaer -naer vermoege der lofflicher fundatie desselbigen altares gedaen te -werden, welcke vürverklerde Twintig goldgulden tsijns der rector der -vurg. altaris ind syne naekoemelingen erfflich ind euwiglich.... hebben -sullen.... op S^t Jacops dach apostoli erskoemende over een jaer off -vertyen daege dairnae onbefangen; ind Gerart Van Holtmoelen vürs, ind -sijne huysfrouw hebe belaùfft, den tsyns altyt bynne jaer ind daeg alle -rechte aensprach affte doen, ind hebben belaufft den vurs. tsijns der -20 goldgulden alle jaer schatvrije bedevrije kömmerloiss te leveren, -ind werdt saek dat der vürs. Gerart Van Holtmoelen ind syne huysfrouw -betaelung ind leverung versuijmen ein deyl off toe maile.... sal ind -mach ein rector des altaris vurs. asdaen alle daege vrijelich daerop -ten pene veerkennen ind leisten, in ein bequem wynhuys herberghe off -in syn selffswoeninghe bynnen off buyte der stadt Ruremunde ein oirt -off vierdedeyl van van eine goldgulde; welche pene off koste sy off -yre erve gehalden syn sullen op te richten end toe betaelen gelich -der principale rechte sonder affkoirtinghe der 20 goldgulden..... Und -in der maete vuers. heeft der leenherr vuers. die twintigh goldgulden -erfflich beleend ind opgedraegen den gemelden provisoren ind herrn -Bernart Van Besell als rector testertijt ind geeft ym ind syn -naekoemelingen als rectoren auch in behuef wie vuerschreven ind als -naedem leenrechten recht ind gewoenlich is beheltlich den leenhere ind -mallich seyn recht. Voirder is mit sonderlicher fruntschap bedyngt dat -Gerart Van Holtmoelen syn huysfrouw die 20 gulden wederom lossen ind -affleggen sullen moegen then ewigen daege toe altyl wanneer sy wyllen -off konnen. Beheltlich alsulcke last eyn half jaer van te bevorens op -te seggen ind also mit vierhondert bescheyden goldgulden vuer dato -diesbrieffs geslagen. Sonder arglist in oirkonde der waerheit hebe wy -Florens Van Holtmoelen leengerr mynen zegel vuer mych ind vür leenman -vürs auch unse segel mit an desen brieff gehangen Darbeneven wy Gerart -Van Holtmoelen vurs toe vaster stedicheit myne zegel vur mich und myne -huysfrouw hebben gehangen. - -Gegeven indem jaer uns herr duysendt vyeffhondert und veertich. - - - N^{o} V. - - _Scheiding der filial-kapel van Sint Urbanus te Belfeld, en oprichting - derzelve tot Parochie-kerk 1571[61]._ - -Wilhelmus Lindanus Dei et apostolicæ sedis gratia Ep͞us Ruræ͞sis, -universis et singulis presentes nostras litteras visuris, lecturis -et legi audituris salutem in Dno͞; ex pastoralis sollicitudinis nobis -incumbenti munere, ad ea libenter intendimus per quæ gregis christiani -nostræ curæ crediti, animarum periculo occurrenti, et saluti illaram -opportunæ consuli posset favoris, quæ nostri auxilium ac præsidium iis -libenter impertimur, quæ ad ovium nostrarum salutem conducunt sane -nobis pro parte discretorum, nobisque in Christo dilectorum Mamburnorum -pro tempore existentium, veterorumque incolarum capellæ de Belfet, -necnon incolarum et subditorum de Lœ, nostræ Ruræ͞sis Diocesis fuit -gravi cum querela expositum, qualiter ecclesia parochialis eorumdem -exponentium in villa de Tegelen Ducatus juliacensis et Leodiensis -diœcesis quæ grandi itineris scilicet unius horæ et amplius spatio -in eundo duntaxat a præfatis locis seu villa de Belfet et Lœ distare -dignoscitur situata existit et in qua a multis retro præteritis annis -repudiata et rejecta catholica religione hæreticæ doctum et prædicatum -per novarum cohæreticarum opinionum ac doctrinarum sectatores et -asseclas est, a cujus siquidem ecclesiæ parochialis præfatæ de Tegelen -Parocho dicti, exponentes hactenus inevitabili adacti necessitate -baptismi et extremæ unctionis sacramenta necessario petere ac recipere, -missasve dominicis et festivis aliisque operosis diebus, exceptis tamen -missis in eadem præfata capella qualibet anni seplimana celebrari -consuetis, ac verbi divini prædicationem audire consueverunt: cum -autem sicuti ulterior eorumdem exponentium querela subjunxit, nedum -homines utriusque sexus impotentes, ac sene confecti, valetudinarii -quoque et mulieres gravidae seu partui propinquae propter hujusmodi -distantiam verum cœteri incolæ præfatorum locorum de Belfelt et Lœ, -licet in florida ætate constituti propter ventorum, pluviarum, nivium -aliarumque tempestatum abundantiam et itinerum ac viarum difficultatem -maximam diebus dominicis ac festivis præfatam eorum matricem ecclesiam -de Tegelen, maxime autem propter novam et hereticam doctrinam ibidem -prædicatam et edoctam commode et sine animarum suarum, quod magis est, -maximo periculo visitare et ad eamdem pervenire, missæque officio -divino atque concionibus salutaribus interesse non possunt, addentes -quoque quod nonnulli ex ipsis sacramenta ecclesiæ desiderantes sine -ipsis ab hac vita plerumque discesserunt; infantes vero cum a dictis -locis de Belfet el Lœ ad præfatam eorum matricem ecclesiam de Tegelen -pro suscipiendo ibidem baptismo deferrentur, in itinere defecerunt, -et sine baptismo mortui sunt in eorum animarum periculo non modicum -verum sicut eadem supplicatio subjungebat diebus dominicis ac festivis -in praefata eorum capella indicta villa de Belfet materialiter -constructa, quæ in honorem St. Urbani consecrata et fundata existit, -missæque et alia divina officia celebrarentur ibidemque sermo Dei ipsis -prædicaretur, baptismatisque etc. - -Sic tamen quod collatio illius quoties illam vacare contigerit ad ducem -seu ducissam Gelriæ pro tempore pertinebit, personamque habilem et -idoneam etc. - -Concessimus et indulsimus, prout separamus, dividimus, dimembramus, -erigimus, instituimus, ascribimus, decernimus, declaramus, concedimus -et indulgemus in Dei nomine per præsentes volentes nihilominus -et statuentes quod prædicti incolæ de Belfet Loe pro fundatione -supradictae novæ ecclesiæ ad supportandum ejusmodi onera investito seu -pastore pro tempore existenti incumbentia bona et infra mentationi -videlicet ex bonis seu decimis ad dictam ecclesiam de Tegelen -pertinentibus, ac sub Belfet et Lœ sitis ac percipi solitis duodecim -paria bladorum annue, item ratione et ad causam unius missæ indicta -nova ecclesia de Belphet erecto fundata quinque maldera siliginis; -præterea ex ejusdem novæ ecclesiæ reditibus duodecim maldera siliginis; -item ratione unius missæ in ecclesia de Tegelen per parentes Henrici -Clabarts olim fundatæ quam de consensu Henrici ac alioram suorum -cohœredum ad præfatam novam ecclesiam transferimus quinque philippeos -annuos, item ratione unius missæ feriis sextis celebrandæ quatuor -maldera siliginis, item ex terris sive merricis communitatis de -Belphet et Lœ duas mensuras dictas Tobœ et hollandsche merget eidem -futuro pastori super sufficientibus hypothecis et contra pignoribus -assignent prout se facturos promiserunt et addixerant, quæ bona seu -reditus ac alios quoscumque census, proventus reditus et bona quos et -quæ eidem ecclesiæ erectæ donari transferri, ac alias testamentaliter -legari contigerit, amortisamus incorporamus et ecclesiasticæ libertati -asceribimus, quibus mediantibus præfatis pastor in Belphet singulis -feriis secundis quartis et sextis, Dominicis et festivis diebus -exceptis in eadem nova ecclesia erecta celebrare et officia pastoris -exercere tenebitur, quæ omnia et singula, necnon præsentes nostras -litteras atque in eis contenta vobis omnibus et singulis supradictis ac -vestrum cuilibet intimamus, insinuamus, notificamus atque ad vestram ac -cuilibet vestrum notitiam deducimus, et deduci volumus, per præsentes; -harum testimonio litterarum sigilli nostri ad causas appensione, et -secretarii nostri subscriptione munitarum. - - Datum Ruræmundæ sub anno a Nativitate D^{ni} 1571 feria tertia post - Dominicam quasimodo Vicesima quarta Aprilis inferius erat scriptum: - hæc copia ex ipso minuto, erectionis ecclesiæ parochialis de Belphet - et Lœ descripta prout in Archivo episcopati custoditur concordare de - verbo ad verbum testor. Et erat signatum: Antonius Cruijsancker Curiæ - Episcopalis Ruræmundensis promotor et Notarius apostolicus; inferius - erant posita duo sigilla impressa in rubra hostia cooperto alba charta. - - - N^{o} VI. - - _Mevrouwe Wed. von Metternich, geboren von Boland, geeft aan den - pastoor van Tegelen het recht om vrijelijk te beschikken over zekere - armenrenten waarvan zij de collatrice is. 1691[62]._ - -Weilen die pastorij zu Tegelen wegen separation von Belfendt auch -uberaùss grosse Beswärùngh der tächliche vorfallende contributions so -beswärt dass dem Pastoren kaùm Lebensmitteln mehr übrig seien: Also -hatt die WohlEdle ùnd syn. Fraùen Mefrauwe von Holtmülen als collatrice -derselben pastory zù behülf des zeitlichen pastoren grosgunstigst -beliebet die Holtmülischen armenrenten wie dieselbe im büchlein -verfasset mit dessen obligationem über zùtragen gleich dieselbe mits -beigesethste eigener hand Unterschreibùng der pastory übertragt ùnd zù -fiiget. - -So geschehen im jahr 1691 den 20 Martii in beywesen der scheffen ùnd -Vorsteher zù Tegelen. - - (eigen handteek.) Wir Witwe von Metternich, geborene - von Boland. - - - N^{o} VII. - - _Smeekschrift des pastoors van Tegelen aan de keurvorstelijke - Regeering, aangaande de Agrische fundatie 1691[63]._ - - Hochgeborner! - -Gibt dienstlich zu erkennen untebenenter, dem nach die Besitzer des -adlichen Hauses zu Holtmüllen als erwelten Provisors der von Weijlandt -D^{n} Agris zu Bracht auffgerichter fundation. So haben wolgemelte -provisors etliche jahren vorhin da kein armen viel zu Tegelen -vorhanden, die vorräthliche phenningen auff interesse ausgesetzt und -ein merckliches den armen profitiret. - -Weilen nun hiesige armen genughsam vorsehen auch jährliches die von -Bracht hercommende portiones zu Holtmüllen, nebens der gemeinen armen -renten geniessen, auch provisors alle jahren noch etwas aussetzen: -hiergegen aber die Pastorat alhier schier verfallen, theils wegen -separation, theils auch wegen aufgetrungene überauss swärlichen -geldrischen contributionen, als mit in ansehung dessen die Mevrouwe von -Metternich zu Holtmüllen als zeitliche provisorin ingegenwart scheffen -und vorsteheren offerirt und erfücht das von denen vorzeiten gemachte -pensioenen mit etwa ein fünfzich gulden jahrlichs ausmachendt ungefehr -sechsehn reichthaler dem zeitlichen pastoren mit beliebiger zustimmung -der Obrigkeit mögte geholfen werden. - -Zu welchem Endt von Ihre Excellente demüthigst ersucht werden, und -haben die Zuversicht dass zu befürderung der seelsorge hïeran gunstigst -werden consentiren, und verbleibe - - Jhrer Excellentz - unterthänigster Joan. Bongarts pastoor in Tegelen. - - - N^{o} VIII. - - _Protocollum Visitationis ecclesiæ de Tegelen ab ill. et R^{dsmo} - Ferdinando Maximiliano Comite de Berlo Episcopo Namurcensi qua majoris - Campinæ in ecclesia Leodiensi archidiacono peractæ 2 Julii 1712[64]._ - -2 Julii 1712 visitata fuit ecclesia de Tegelen integra, cujus patronus -est S. Martinus, collator Dominus De Hondt qua possessor domus de -Holtmolen, decimas habet idem Dominus, et Dominus de Wevelichoven et -consortes hæredes Domini Borst, necnon alii particulares. Pastor habet -decimas in Belfeld valentes 49 maldera siliginis, et ob separationem -capellæ de Belfeld, quæ modo subest Episcopatui Ruræmundensi, debuit -coacte cedere Rectori Dictæ Capellæ viginti quatuor mald. ita ut modo -tantum habeat 25 mald. siliginis. Dictæ decimæ ante separationem -fuerant liberæ a collectis, et gaudebat pastor respectu earum -immunitate ecclesiastica; sed separatione facta coegit ipsum communitas -de Belfeld ad solvendum collectas earundem decimarum solide tam -respectu quotæ sibi superstitis, quam respectu 25 mald. dicti Rectoris -de Belfeld, invito pastore ab Archiepiscopo mechliniensi adjudicatorum; -quod cum æquitati repugnare videtur, tanto magis quod Pastori de -Tegelen non supermanserint congrua, requirimus serenissinum Electorem -Palatinum Patriæ principem quatenus de opportunis remediis providere -eo circa dignetur, ne ecclesiæ sub suis domimis existentes ex mediorum -defectu dilabantur, interimque pastores de illis provisi, requisitis -ad plebem sibi commissam instruendam proventibus careant, subindeque -pejora mala succedant. - -Lumen coram venerabili sacramento non est nisi raro ob defectum -proventuum alio translatorum et non solutorum, quamtumvis constet ex -instrumento authentico, quod pars decimæ a D^{no} de Hondt possessa ad -oleum teneatur pro lamine contino‚ ad cujus solutionem illum movendum -et juris remediis cogendum arbitramur necesse esse, requirentes eatenus -serenissimum Electorem et ejus officiatos, ut autoritatem suam et -respectiva officia sua desuper interponant. - -Fuerunt antiquitus duo altaria fundata, unum sub invocatione S^{tæ} -Catharinæ, et alterum sub invocatione S^{ti} Nicolai, quorum tabulæ -adhuc extant, sed dicunter superstites reditus percipi ab ædulo -fabricæ, et applicari ecclesiæ nulla desuper apparente superioris -competentis auctoritate: quapropter desuper indagandum arbitramur, -ut dicta altaria restaurentur et proventus recuperentur. Requirentes -eatenus etiam serenissimum Principem ejus officiatos quatenus ad hoc -auctoritatem et munus suum impertiri velint. - -Insuper informati quod per abusum et conniventiam ante hac prædicti -fabricæ proventes fuerunt impensi in reparationem navis ecclesiæ, -appendicum et turris decernimus, ut post hac possessores decimæ -majoris navim, et parochiani appendices, et turrim juxta statutorum -archidiaconalium, et juris dispositionem intertinere debeant. - - Pro Extrato: Mathias Panis publicus Aptolicus et Curiæ Eplis - Leodiensis, necnon Archdiac. Campinæ Notarius sub. - - - N^{o} IX. - - _Antwoord van den pastoor van Tegelen, aan de kerkelijke overigheid - over de aanwezigheid van protestanten te Tegelen (1730)[65]._ - -Amplissime Domine; Gravissimas vestras 19^{ma} ad me datus recepi. Ex -quibus intelligo amplissimam D^{ntnem} vestram mandatum a dicasterio -intimo Dussellano accepisse concernens ecclesias, scholas et -prædicutios reliquosque ministros calvinistarum Lutheranorum etc. et -eorum annuos reditus, quatenus desuper et signanter quoad locum Tegelen -suam informationem ad dicasterium transmitteret eatenus rogat Ampl. -Dom. Vestra ut instructionem meam transmitterem. - -Hanc cathegorice dare non possum quia nulla documenta inveniuntur. -Tamen ad proposita puncta respondeo: - -Ad 1^{m} In parochia loci de Tegelen prætentæ reformatæ religionis -calvinisticæ ecclesia non extat, sed per traditionem hic habemus, -quod olim, Fransciscus van Holtmolen in historiis revolutionis dictus -Fr. Canisius præfectus districtus Bruggensis, fautor hereticorum, -tempore revolutionis vel immediate post revolutionem, pastorem ex hac -parochiali integra Ecclesia ejecit et prædicutium in eam immiserit qui -per quindecim annos in ea ministerium suum fecisse traditur; quo facto -omnes fere reditus pastoris et ecclesiæ perditi sunt, et altaria sive -beneficia sub invocatione B. M. V., S^{ti} Crucis et S^{ti} Antonii -perieruut. - -Ad 2^{m} Nullam modo habent prætenti reformati hic ecclesiam. - -Ad 3^{m} Nullus hic est prædicutius, schola nulla, nec ullus ludi -magister aut minister. - -Ad 4^{m} Dum olim nostram ecclesiam occupaverant indubie Domus de -Holtmolen fuit collator prædicutiatus, sicut modo est patronus -pastoratus. - -Ad 5^{m} plane ignoro an praedicutius aliquis ratione sui officii in -parochia mea habuit aliquos stabiles reditus. - -Ad 6^{m} non eredo et nunquam audivi quod aliquis prædicutius ratione -sui ministerii hic habeat aliqua bona immobilia. - -Responsio ad puncta 7^{m} et 8^{m} patet ex dictis. - - - N^{o} X. - - _Akte der Kerkvisitatie door den deken van het concilie van Wassenberg - 29 Augt. 1771[66]._ - -Prævia publicatione visitata est ecclesia parochialis in Tegelen. -Decimarum possesores sunt varii scilicet D^{s} de _Wevelichoven_, -Hæredes D^{ni} de _Munich_, hospitale S^{ti} Georgii Venlonæ et alii -particulares, etc. - -Bei genommenen augenschein hat sich befunden, dass das Chor der Kirche -einer dealbation und reparation, das Kirchenschif einer dealbation, und -dessen paviment einer reparation von nöthe habe. Die gemeinde thäte -ferner die vorstellung, ob nicht die Decimatores zur Bannal clocken, -wie auch zur anschaffung nöthiger paramenten pro _pastore celebrante_, -verflichtet wären, und indessen zu erkennen was recht ist. - - - _Decretum._ - -Da die grosse zehnd-einhaberen zu Tegelen auch zugleich einhaberen -des kleinen zehndes seijen, als kommt ihnen ungezweift zu Last die -unterbaltung des Chors, wessen schüldige reparation inner monatszeit zu -verfügen die selbe hiemit erinnert werden; und da ferner denen grossen -zehndeinhaberen _juxta statuta_ archidiaconalia serenissimi notorie -obliget das Kirchenschif cum tabulato et pavimento in gehörigen stand -zu halten, wie nit weiniger _campanam bannalem cum reguisitis_ suis -zu unterhalten, auch Soviel paramenta herzugeben, _als pro pastore -celebrante_ erforderlich seyen, als wird diesen statüten inhærirt -und besagte decimatores ebenfals erinnert inner monatszeit sich zu -declariren, ob dieser ihrer schuldigkeit genug thun wollen; _sin secus_ -sollen serenissimus pro executione humillime implorieret werden. -Intimetur per custodem Pachtariis, qui hoc decretum suis D. Dominis -principalibus communicent. - -Pro extractu protocolli erat signatum Pet. Joan. Hambrock -christianitatis Wassemburgensis secretarius. Hæc copia concordat suo -originali, quod attestor L. Timmermans pastor in Tegelen. - - - N^{o} XI. - - _Schuldbekentenis van het kapittel van S^{t} Martinus kerk te Emmerik - nopens opgenomene kapitalen van den Tegelschen armen 1782[67]._ - -Wij deken en canonici archidiaconalis ecclesiæ S^{ti} Martini binnen -Emmerick doen kondt en te weten hiermeden, dat wij amplecteren die door -den Eerw. Heer Timmermans pastor en vorsteher van Tegelen neffens de -geheele gemeente genomene resolutie over die twee obligatieën, de een -groot 1200 dalder van den 11 Dec. 1749 en de andere groot 600 dalder -Cleefs à 300 diergelijke stuivers van 13 Nov. 1750, ten profijte van -de Tegelsche armen en ten laste van het capittel à 3 procent staande. -Alsoe dat het capittel in plaats die 1200 Daler 200 gerande hollandse -ducaten en in plaats die 600 Daler een honderd ducaten sal an genoemde -armen schuldig sin, de welcke capittel belooft ’s jaars à 3 procent en -alsoe met negen ducaten jaarlijks op die bovengemelde verschiensdaegen -te verpensioneeren tot de afloosinge toe, die van beijder zijts blijft -voorbehouden met behoorlijke denunciatie, soo als in bijde vorige -obligatieën vermelt is, en tot sekerheijt soo van capitaal als van -interesse, sal deselfde gestelde assurantie blijven onder renunciatie -op allen contrarieerenden exceptieën hebben wij desen act door ons -en capituli sceretarium ondertekenen en met capittels zegel laeten -corroboreeren. - -Emmerick den 7 Jan. 1782. - - WILH. L. KAAL, - Capiluli secret - - † Loco sigilli. - - - N^{o} XII. - - _Petitie van het Armbestuur aan den Préfect van het Departement van - den Roer betreffende deze twee kapitalen 1806[68]._ - -Monsieur! Par acte, en date Emmerik 7 Janvier 1782; se fondant sur -deux autres, notre bureau d’administration a une forte prétention de -trois cent ducats d’Hollande à interêts annuel de trois pour cent à -charge du Doyen el chapitre de l’église archidiaconale de S^{t} Martin -à Emmerik. Il y a environ quatre ans, que les dits interêts ne sont pas -acquittés, pendant quel intervalle nous avons fait faire des démarches -amicales à Emmerick chez le doyen du dit chapitre, qui a répondu de -bien reconnaître la dette, mais qu’il devait avoir auparavant une -autorisation pour l’acquitter, parceque le roi de Prusse avait donné -une ordonnance, qu’il ne serait rien payé au delà du Rhin, ce qui est -de notre coté; pourquoi nous osons vous solliciter de bien vouloir -nous instruire et préscrire la marche, que nous aurons â prendre, pour -parvenir au plustôt et de la manière la plus efficace au payement de -ce qui nous est dû et ce qui est aussi très nécessaire au soutien des -pauvres de notre commune..... En quelle espèrance nous vous prions -d’aggréer notre salut respectueux. - - ANT. THYSSEN - CORN. BEEKMANS - LOUIS DE RIJK - MICH. PEETERS. - - - N^{o} XIII. - - _Gezamelijke aanvraag van den schout en het armbestuur van Tegelen - aan den gouverneur van Limburg, betrekkelijk deze aangelegenheid in - 1822[69]._ - -Excellentie! De armevoorstand dezer gemeente Tegelen heeft in 1749 aan -S^{t} Martinus kapittel te Emmerik 1200 daler voorschoten, en nog 600 -daler cleefs. Deze twee obligatiëen werden in 1783 reduceert op 300 -hollandsche ducaten, zeggende dat jaarlijks van deze somme ad 3 percent -9 ducaten zullen betaald worden. - -De laatste interessen zijn in 1803 betaald, dus maak de rukstand van -1804 tot 1813 voor beiden 90 ducaten, die tot laste van Frankrijk -vallen. Wij smeeken dus Uwe excellentie om deze zoo doenlijk door de -liquidatie concanisse in Frankrijk of andersints te doen geworden. -De interessen sedert 1813 te weten van 1814 tot 1822 bedragen voor 9 -jaren 81 ducaten, dewelke vallen tot last van Pruissen. Wij bidden Uwe -Excellentie ons insgelijks door Uwe hooge interventie te doen geworden; -en nemen de onderdanige vrijheid te bemerken, dat wij reeds den 25 -laatstleden de regering van Dusseldorp van deze reclamatie preveniert -hebben. - -En dat deze revenue de voornaamste van onzen armen is. - -Overtuigd van de voorzorg van Uwe Excellentie voor het welzijn der -administreerden, overtuigd dat hoogst dezelve een protecteur der armen -is, durven wij deze bidschrift met het grootste vertrouwen aan uw hart -recommanderen, en hebben de eer enz. - - Schout en armevoorstanders. - Tegelen, 13 December 1822. - - - N^{o} XIV. - - _Extrait du regître aur arrêtés du Conseiller d’Etat, préfet du - département de la Roer 1806[70]._ - -Vu la réclamation des Marguillers de l’église succursale de S. Martin -à Tegelen, tendante à faire restituter à la fabrique dela dite église -divers capitaux pour œuvres pies. - -Vu les neuf titres de fondations accompagnès de leurs traductions -authentiques. - -Vu l’avis du directeur des Domaines. - -Arrête. - -Art. 1^{er}. Les neuf capitaux fondés pour messes et autres œuvres -pies dans l’église de Tegelen, ainsi que les interêts d’iceux -sont abandonnés à la fabrique de cette église. En conséquence les -marguillers en prendront l’administration pour en faire l’usage voulu -par les fondateurs ou fondatrices; toutefois si ces capitaux n’ont pas -été transférés, les traductions des titres de fondations demeuront -jointes au dit arrêté et dèposées aux archives de la Préfecture. - -Art. 2^{me}. Le prèsent sera adressé au directeur des Domaines et aux -dits Marguillers sur papier timbré aux frais de la fabrique. - - Signé LAUMOND. - Pour expédition conforme - Le secrétaire-général de la préfecture - KÖRHGEN. - - - - - VOETNOTEN - -[Footnote 1: Ook de Weleerw. Heer G. FRANSSEN, pastoor te Ittervoort -heeft opdelvingen onder de gemeenten Tegelen en Belfeld bewerkstelligd, -waarvan echter het resultaat tot ons leedwezen is onbekend gebleven.] - -[Footnote 2: Er werden te Tegelen ook eenige frankische voorwerpen -ontdekt. Eene francisca uit deze plaats afkomstig werd in de -verzameling van wijlen Notaris GUILLON te Roermond bewaard. Catalogus -p. 50.] - -[Footnote 3: JOS. HABETS, kerkgesch. van het Bisdom Roermond. Deel I p. -73.] - -[Footnote 4: L. J. KEULLER. Geschiedenis van Venlo D. I p. 10 enz. Deze -schrijver raadpleegde hieromtrent, een handschrift getiteld: _Venlo’s -opkomst_, door een naamloozen schrijver in der tijd als priester -aangesteld bij de kerk van St. Sophia te Keulen.] - -[Footnote 5: Men zie Bijlage N^{o} I.] - -[Footnote 6: Fisen, Sancta Legia etc. Leod. 1696 in folio, t. I p. 149.] - -[Footnote 7: Bütkens, Trophées du Brab. tom. I p. 153.] - -[Footnote 8: Fahne, Gesch. der Köln. Jül. und. Berg. Gesl. F. II p. -153.] - -[Footnote 9: Extract uit de Registers der Leenen van het Overkwartier -van Gelderland. Men zie verder tweede afd. adellijke huizen.] - -[Footnote 10: Ibidem.] - -[Footnote 11: Ibidem.] - -[Footnote 12: Nettesheim, Gelrische Geschichte, p. 74.] - -[Footnote 13: Men zie tweede afdeeling adellijke huizen en Bijlage -N^{o} IV.] - -[Footnote 14: Levendig blijft altijd de traditie dat de benoodigde -steenen voor dezen bouw werden vervaardigd uit den leem van den -vierkanten strook gronds genaamd _wateriet_, zelfs meent men den weg te -kunnen aanwijzen waar langs zij vervoerd werden.] - -[Footnote 15: Onlangs heeft men dezen kelder, bij het herbouwen -geopend.] - -[Footnote 16: Bijlage N^{o} II.] - -[Footnote 17: De laatste was Caspar in de Betouw.] - -[Footnote 18: Bijlage N^{o} III.] - -[Footnote 19: Bijlage N^{o} IV.] - -[Footnote 20: Bijlage N^{o} V.] - -[Footnote 21: Om dezen tijd was de Paltzgraaf keurvorst (Churfalz) van -Beijeren Heer van Gulick, Kleef, Berg, enz. enz.] - -[Footnote 22: Uit de archieven der kerk van Tegelen.] - -[Footnote 23: Bijlage N^{o} VIII.] - -[Footnote 24: De familie _Hunt_ op Holtmolen komt slechts in de 18^{de} -eeuw alhier voor; zij was protestantsch. Men zie adellijke familiën -hierna.] - -[Footnote 25: Publications de la société d’histoire etc. dans le duché -du Limbourg. Tome VII, p. 67.] - -[Footnote 26: Leenverheffing van de helft der tienden te Tegelen, -namens den arme te Venlo. Afschrift.] - -[Footnote 27: Gemeente archieven.] - -[Footnote 28: De vaan hield vier oude kannen.] - -[Footnote 29: Archieven der kerk.] - -[Footnote 30: Keuller, en plaatselijke archieven.] - -[Footnote 31: Een Luiksche synode des jaars 1288 bepaalde, dat de -aartsdiakenen zich op hunne kerkbezoekingen met vijf of zes paarden -moesten vergenoegen. Zie Jos. Habets, Kerkgeschiedenis als voor. T. I -p. 261.] - -[Footnote 32: Bijlage N^{o} VII.] - -[Footnote 33: Men leze J. M. CANOY, _Verhalen van vader tot zoon_.] - -[Footnote 34: Archieven der gemeente.] - -[Footnote 35: Archieven der gemeente.] - -[Footnote 36: Archieven der gemeente.] - -[Footnote 37: Het door hen ingeslagen pad, draagt den naam van -_Bonaparts-weegske_.] - -[Footnote 38: Van dezen is de Heer Nic. Ronck, zijnde de laatst -overgeblevene, onlangs overleden.] - -[Footnote 39: Deze en volgende bijzonderheden zijn te lezen in de thans -nette verzameling der kerkarchieven van Tegelen, berustende in de -pastorij.] - -[Footnote 40: Deze worden op alle Woensdagen openbaar vereerd. Nog -bezit onze kerk relikwiën van het H. Kruis, van St. Joseph, van St. -Martinus en van St. Thomas Ap., benevens een aantal anderen relikwiën, -die in prachtige relikwiënkasten bij hooge Feesten worden uitgesteld, -doch van welke de bewijsstukken zijn zoek geraakt.] - -[Footnote 41: Akte in bezit van den Eerw. Heer _J. Habets_.] - -[Footnote 42: Van oudsher was Belfeld onder civiel opzicht eene -gemeente op zichzelve, maakte deel uit van het Geldersch ambt -Montfort, en zond hare _drie schepenen_ naar het gerecht of de bank -van Beesel alwaar _vier_ schepenen waren. De aloude St. Urbanus kapel -was bouwvallig geworden; in 1840 heeft een nieuwe kerk ze vervangen. -Jaarlijks wordt onder grooten toevloed van geloovigen uit de omstreken, -gedurende een plechtig gevierde octaaf, aldaar de H. Leonardus vereerd -en aangeroepen. Een aloude bidkapel nabij Mergelstraat in 1867 door het -staatsspoor ingenomen, is door een ruimere nieuwe vervangen. Deze wordt -des te meer bezocht, daar het aan zulke kapellen ten onzent ontbreekt.] - -[Footnote 43: Mededeeling van den Heer _Habets_. Dit stuk is voorzien -van het schepenzegel van Beesel: De H. Gertrudis met abbatialen staf -beiderzijds met muisjes bezet. Opschrift: _Scabini in Biesislo_; aan -den knie der Heilige prijkt het Geldersch wapen.] - -[Footnote 44: Men vergelijke het elders aangehaalde betreffende deze -Heeren.] - -[Footnote 45: Mgr. Paredis het gebrek ziende van priesters in het -bisdom van Luik, stond toe, dat eenige zijner onderhoorigen zich -tijdelijk daar aan ’t zielenheil gingen toewijden. Op het oogenblik -bevinden zich daar twintig Limburgsche priesters werkzaam.] - -[Footnote 46: Deze was niet meer koster, maar Joannes Ewalds; sedert -dien bleven de betrekkingen van schoolmeester en koster gescheiden.] - -[Footnote 47: Wij ontleenen deze opgaaf grootendeels aan de zorgvuldig -opgemaakte genealogische lijsten van den Hoog Welgeboren Heer Baron -d’Olne te Baarlo. De meergemelde schrijver Fahne plaatst dit huwelijk -in 1646.] - -[Footnote 48: Men zie Bijlagen N^o VI en VII.] - -[Footnote 49: Afschrift der oorkonde dezer stichting, en aanneming -derzelve werd aan het kerkbestuur te Tegelen overhandigd den 14 Dec. -1857.] - -[Footnote 50: Berust op de pastorij te Belfeld en te Kaldenkerken.] - -[Footnote 51: Zie Bijlagen N^o IX, X en XI.] - -[Footnote 52: Archieven der Kerk. De gedane pogingen, om hieromtrent -meer bijzonders te vernemen, bleven vruchteloos.] - -[Footnote 53: Andere voorwaarden en maatregelen zijn breedvoerig -vermeld in de 27 artikelen van het reglement, welks wijze bepalingen -reeds te Venlo, te Blerick en elders zijn erkend en aangenomen.] - -[Footnote 54: Archieven der Kerk.] - -[Footnote 55: Het feest der kerkwijding in het algemeen.] - -[Footnote 56: Wij werden goedgunstigst in bezit gesteld van deze -opgave, door den WelEerw. Heer C. Wolters pastoor te Reuver.] - -[Footnote 57: Chronicon Gladbacense, cap. 20 en 21 bij PERTZ, _Monum. -Germ. script. IV_ p. 77; en SLOET, _Oorkondenboek_‚ I p. 119.] - -[Footnote 58: Gemeente Archieven van Tegelen.] - -[Footnote 59: Archieven der kerk.] - -[Footnote 60: Archieven der kerk, copie van het origineel, zegel was -afgevallen.] - -[Footnote 61: Archieven der kerk.] - -[Footnote 62: Archieven der kerk.] - -[Footnote 63: Archieven der kerk.] - -[Footnote 64: Archieven der kerk.] - -[Footnote 65: Kerkarchieven. Dit stuk draagt geene dagteekening.] - -[Footnote 66: Kerkarchieven.] - -[Footnote 67: Kerkarchieven.] - -[Footnote 68: Archieven der kerk.] - -[Footnote 69: Kerkarchieven.] - -[Footnote 70: Gemeente archieven.] - -*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK CHRONOLOGISCHE BESCHRIJVING VAN -TEGELEN *** - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the -United States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for an eBook, except by following -the terms of the trademark license, including paying royalties for use -of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for -copies of this eBook, complying with the trademark license is very -easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation -of derivative works, reports, performances and research. Project -Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may -do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected -by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark -license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country other than the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you will have to check the laws of the country where - you are located before using this eBook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm website -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that: - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of -the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set -forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West, -Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up -to date contact information can be found at the Foundation's website -and official page at www.gutenberg.org/contact - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without -widespread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine-readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our website which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This website includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. |
