summaryrefslogtreecommitdiff
path: root/old/64441-0.txt
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-23 14:04:10 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-23 14:04:10 -0800
commit73fbee559fea73e09125bb4c2aa2a207eb0b9fc2 (patch)
treedd7ee827f8a3acabe834df31e4565690ae23d48a /old/64441-0.txt
parent15fc5e00f5d3cdfbdf367a9a51da8b2354bcd053 (diff)
NormalizeHEADmain
Diffstat (limited to 'old/64441-0.txt')
-rw-r--r--old/64441-0.txt3919
1 files changed, 0 insertions, 3919 deletions
diff --git a/old/64441-0.txt b/old/64441-0.txt
deleted file mode 100644
index 9a2bad8..0000000
--- a/old/64441-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,3919 +0,0 @@
-The Project Gutenberg eBook of Chronologische beschrijving van Tegelen, by
-G. Peeters
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
-most other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms
-of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you
-will have to check the laws of the country where you are located before
-using this eBook.
-
-Title: Chronologische beschrijving van Tegelen
- benevens aanteekeningen over Belfeld en Steijl
-
-Author: G. Peeters
-
-Release Date: February 01, 2021 [eBook #64441]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-*** START OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK CHRONOLOGISCHE BESCHRIJVING VAN
-TEGELEN ***
-
-
-
-
-
- Chronologische beschrijving
- VAN
- TEGELEN,
-
- BENEVENS AANTEEKENINGEN
-
- OVER
-
- BELFELD EN STEIJL,
-
- DOOR
-
- G. PEETERS,
-
- Kaplaan te Blerick.
-
- TEN VOORDEELE DER KERK.
-
- Combien j’ai douce souvenance
- Du joli lieu de ma naissance.
- CHATEAUBRIAND.
-
- 1876.
-
- ROERMOND,
-
- SNELPERSDRUK VAN J. J. ROMEN.
-
-
-
-
- CHRONOLOGISCHE BESCHRIJVING
- VAN
- TEGELEN,
- BENEVENS
- aanteekeningen over Belfeld en Steijl.
-
-
-
-
-
- INLEIDING.
-
-
-_Tegelen_, één der oudste dorpen onzer gewesten, is in den loop dezer
-eeuw in bevolking, en bij gevolg ook in getalsterkte van woningen
-en gebouwen merkelijk aangegroeid. Het zou thans zeer zeker een der
-sierlijkste wezen onzer provincie, ware bij het bouwen van nieuwe
-huizen de regelmatige aanleg in acht genomen.
-
-De gemeente telt heden nagenoeg 2200 inwoners, die allen, behalve
-eenige vreemde ambtenaars, den katholieken godsdienst belijden.
-
-De dubbele rij huizen van af den ingang des dorps aan de Venloosche
-zijde, tot aan het statige Posthuis, alsmede de gebouwen rondom de
-marktplaats genaamd _Lichtenberg_, vormen de eigenlijke kom.
-
-Eene groep, liggende nabij de kom op gelijken afstand om een’
-gemeente-put, wordt bij voortduring de _alde mert_ geheeten. Het naar
-den westkant niet ver verwijderd gehucht _End_, vroeger het uiteinde
-van Tegelen, is tegenwoordig eene straat. De _Hoogstraat_ loopende
-tusschen het dorp en de Maas, leidt van End over de alde mert naar
-Venlo. Eene reeks schoone huizen, zuidwaarts van de kom naar het
-gehucht _Kruis_, draagt sedert het bestaan van het Station aan den
-staatsspoorweg 1866, den naam van _Spoorstraat_. Het hagelkruis, dat
-aan laatstgenoemd gehucht den naam gaf, alsmede bijstaand kapelletje,
-zijn over weinige jaren eerst geruimd.
-
-Men telt wijders de gehuchten _Nabben_ en _Siep_, voorheen genaamd
-_Overtegelen_, _Leemhorst_ en de _Berg_, welke weinig verandering
-hebben ondergaan. De meeste nieuwe huizen worden nog voortdurend
-gevestigd in de helling der zandbergen, die Tegelen scheiden van
-Steijl. Meestal wonen hier fabriekarbeiders, en wordt ten deze
-hoofdzakelijk de zoo goedkoope prijs der bouwplaats waargenomen.
-
-Een beduidend deel van Tegelen is wel het gehucht _Steijl_, tellende
-ruim 250 zielen. Een sierlijke kerk, die de aloude kapel in 1857 heeft
-vervangen, eenige fraaije lusthuizen met aanhoorigheden, alsmede de
-bekoorlijke ligging op den stijlen Maasoever, maken het uiterst lief.
-
-Er bevinden zich verder in deze gemeente twee prachtige kasteelen met
-grachten en boschages omgeven, _Holtmolen_ ten zuiden, en de _Munt_
-ten oosten des dorps, benevens het slot _Wambach_ nabij de pruisische
-grenzen.
-
-De groote landsweg van Venlo naar Maastricht doorsnijdt de gemeente
-Tegelen op hare gansche lengte; en terwijl de grintwegen van Steijl
-over Kruis, en van Tegelen over de Munt, naar Kaldenkerken alle
-gemeenschap op het gemakkelijkst hebben gemaakt, zijn de twee holle en
-bange straten, Berkerstraat (van Kruis naar Steijl) en de Bongerstraat,
-(van het dorp naar de Munt) geheel verdwenen.
-
-De grond alhier is licht en zanderig; de in de laatste jaren ontgonnen
-en nog te ontginnen broekgronden alleen uitgezonderd. Men vindt er
-slechts vijf of zes pachthoeven. Het voorname bestaan der ingezetenen
-van Tegelen is dan ook pan- en potbakkerijen, handel en nijverheid.
-
-Uit de grensbergen ontspringen eene menigte waterbronnen, welke, na
-gezamenlijk molens en vischvijvers te hebben geriefd, zich tot vier
-heldere beeken vormen, die zich in de Maas ontlasten. Het zijn de
-_Wilderbeek_ aan de Venloosche en de _Aalsbeek_ aan de Belfelder
-grenzen; de _Munterbeek_ dwars door de kom, en de _Steijlerbeek_
-loopende van Broek over Kruis naar Steijl.
-
-Over het algemeen verdient Tegelen onder de gezondste plaatsen van
-Limburg gerekend te worden; ook biedt het langs talrijke lanen en
-wandelwegen verscheidene bekoorlijke buitens aan.
-
-Tegelen heeft eene uitgestrektheid, bestaande in bouwland, weiland,
-hout en moeras, van ruim 947 bunder; aan buurtwegen 57, aan kiezelwegen
-5 en aan water 30 bunder, totaal 1039 bunder.
-
-Het is van dezen ons zoo dierbaren vadergrond, dat wij eenige
-gebeurtenissen der vergetelheid wenschen te onttrekken, door de
-volgende naar tijdrekening verzamelde aanteekeningen.
-
-In eene eerste afdeeling doorloopen wij de lotgevallen van Tegelen in
-het algemeen, terwijl eenige bijzonderheden den inhoud eener volgende
-afdeeling zullen leveren.
-
-
- EERSTE AFDEELING.
-
- Chronijk van Tegelen.
-
-De oudste bescheiden die van Tegelen gewagen, noemen deze plaats:
-_Tichlouw_, _Tiglau_, _Teglo_, _Tegelon_.
-
-In de handschriften der vijftiende, zestiende en zeventiende eeuw
-vindt men den naam: _Thygelen_, _Tyghelen_, _Thiegelen_, _Thegelen_,
-doch nadien niet anders dan Tegelen. Er zijn er, die deze benaming
-afleiden van het nederduitsch woord _tigchelen_, dat heet baksteenen
-vervaardigen; anderen zoeken den oorsprong in het latijnsch woord
-_tegula_, dakpan. Een en ander wijzen op den zich alhier bevindenden
-klei of leemgrond tot vervaardiging van steenen, pannen en potten, die
-reeds vroegtijdig eene menschengroep naar deze »tigchelouw” schijnt
-geroepen te hebben.
-
-Trouwens de herhaaldelijke opdelving van romeinsche zoowel als
-germaansche voorwerpen, staven deze bewering. In de groeven, waaruit
-nog voortdurend de pan- en potaardgrond wordt opgehaald, heeft men in
-1841 en daarna nogmaals een menigte romeinsche baksteenen, dekpannen,
-urnen en andere voorwerpen van dien oorsprong opgedolven. Wel een
-bewijs dat onze pan- en potfabrieken reeds tijdens het romeinsch
-tijdvak in werking waren, en dat bij gevolg ons dorp van vóór 16 eeuwen
-dagteekent[1]. Dergelijke vondsten hebben op Belfelder grondgebied
-plaats gehad. Den Heere H. Justen, te Venlo, gelukte het tevens voor
-ettelijke jaren op de grenszijde van genoemde stad een romeinsche
-begraafplaats te ontdekken, terwijl op dezelfde heide niet ver van
-de hoeve »Uleshei”, ter plaatse genoemd »_landweer_”, een romeinsch
-kamp schijnt gevestigd te zijn geweest, waarvan de loopgraven zich
-nog zichtbaar voordoen. De ligging van Tegelen op den oever der Maas
-en aan den romeinschen landweg van Coriovallum op Castra Vetera,
-en bijzonderlijk de rijkdom van haren bodem aan potaarde, schijnen
-oorzaak geweest, dat zich hier eene kolonie pan- en potbakkers heeft
-neergeslagen, die sedert dien hare waar naar alle winden verspreid
-heeft. Dit verkeer heeft gewis een zekere beschaving, en genoegzamen
-voorspoed bij onze voorouders verwekt. Daarbij hebben de bewoners
-zeker, gelijk thans, landbouw en veeteelt behartigd, zoodat men hun
-geen betrekkelijken welstand kan ontzeggen.
-
-495. Aan de Romeinen volgden, op onzen vader-grond, de Franken,
-die zich na de bekeering van Clovis, tot een christelijken staat
-vormden[2]. Uit de geschiedenis leeren wij dat ten tijde van den H.
-Lambertus, bisschop van Maastricht, (690) onze streken reeds veelal tot
-het christendom bekeerd waren. Er woonden nog alleen heidenen in de
-barre zandwoestijnen der Kempen[3].
-
-720. Uit het frankische tijdperk vernemen wij nopens Tegelen, dat er
-reeds ten tijde van den H. Plechelmus, omstreeks het jaar 720, eene
-kerk zou gesticht zijn ter eere van den H. Martinus. De geloovigen uit
-Venlo (alwaar eerst in 760 eene kerk werd aangelegd,) zegt men, kwamen
-toen alhier hunne godsdienstoefeningen verrichten. Dit feit, hetwelk,
-zoover wij weten, op geen oude bronnen steunt,[4] heeft op zich zelven
-beschouwd, niets ongeloofelijksch.
-
-999. Op het einde der tiende eeuw, namelijk in 999, werd Tegelen onder
-kerkelijk opzicht, door den aartsbisschop van Keulen, tot wiens bisdom
-het oorspronkelijk behoorde, afgestaan aan den bisschop van Luik. Als
-dusdanig maakte ons dorp deel uit van het concilie van _Wassenberg_
-en het aartsdiaconaat van _Kempenland_ tot nog op het laatst der
-verloopene eeuw[5]. Ziehier op welke wijze deze ruiling plaats greep.
-Evergerus, aartsbisschop van Keulen, zag ongaarne dat het klooster te
-Gladbach, zoo rijkelijk door zijne voorgangers gedoteerd, zich in een
-ander bisdom bevond. Hij beriep daarom de monniken van Gladbach naar de
-kerk van St. Martinus te Keulen en gebood hun alle heilige relikwieën
-mede te voeren. De H. Vitus intusschen, ontevreden over de verplaatsing
-der abdij, gaf, bij een nachtelijke verschijning den bisschop hierover
-eene ernstige vermaning. Evergerus gansch ontroerd, legde alsdan de
-belofte af, van de monniken met de H. Relikwieën te laten heengaan, hun
-vroegere rechten en bezittingen te herstellen en eindelijk Gladbach van
-het bisdom Luik te scheiden. Dit volbracht hij door de drie keulsche
-kerken: Tegelen, Lobberich en Venlo te ruilen tegen Gladbach en
-Reith[6].
-
-1202. Uit hetgeen nader blijkt, was Tegelen vroegtijdig eene
-_Heerlijkheid_. In 1202 doet zich zekere _Reinier Van Tegelen_ voor
-onder de ministeriels[7]. Eene familie genaamd _Van Tegeln_, uit welke
-in 1386 _Bernhard_ onder den kleefschen adel voorkomt, voerde als
-wapen: drie gouden leeuwen in een rood veld: op den gekroonden helm een
-dubbel rechtstaanden leeuw[8].
-
-1326. Het goed _Wambach_ onder Tegelen is ook van zeer oude
-dagteekening; althans wij vernemen dat »de Hoff to Wambeke, met der
-moelen thiende, ende rente die daertoe behooren; Item de hoff to Hadem
-ende dat daertoe behoort, helt: _Henrick De Lange Van Criekenbeck_,
-anno 1326”[9]. Later kwam dit goed aan de Heeren van Holtmolen.
-
-1402. De aloude Heerlijkheid Tegelen met toebehoor,[10] zoo vinden wij
-vermeld, benevens de kleine tienden aldaar; verder het _jus patronatus_
-of vergevingsrecht der kerk aldaar even als te Breijel en gedeeltelijk
-te Beesel; nog het huis Holtmolen met de groote en kleine tienden
-aldaar, en Steijl aan de Maas met den hof Bongaert kwamen in het jaar
-1402 toe aan Otto van Holtmolen.
-
-1425. Johan van Holtmolen ontving in 1425 de _Heerlijkheid Tegelen_ met
-al haar toebehoor gelijk dezelve van oudsher gelegen was in het ambt
-Bruggen[11].
-
-1433. De eerste melding, die wij van de pastorij te Tegelen kunnen
-maken, is de volgende: Den vierden April 1433 op St. Franciscusdag,
-verpacht Hendrik van Holtmolen pastoor te Tegelen aan Daemen van den
-Bruele genaamd van Brempt, een kleinen grint gelegen te _Bergh_ op de
-_Ruyren_, voor een tijdvak van tachtig jaren, tegen den jaarlijkschen
-pachtprijs van 20 Bodregers, Roermonds geld.
-
-1436. Het adellijk goed _Holtmolen_ schijnt van oude dagteekening te
-wezen. Althans wij vinden, dat de gebroeders _Godart_ en _Engelbert_
-van Holtmolen onderteekend hebben, het verbond, hetwelk de steden en de
-ridderschap tegen Arnold van Gelder in 1436 hadden aangegaan. Tevens
-wordt gezegd dat dit Holtmolen bij Tegelen was gelegen[12].
-
-Het voormalige Slot _de Munt_ was omstreeks 1550 nog bewoond door
-_Gerhard van Holtmolen_[13].
-
-1430-1450. De tegenwoordige kerk van Tegelen dagteekent uit de eerste
-helft der vijftiende eeuw; onder meer dan een opzicht verdient zij
-onze aandacht. Zij heeft een hechten en reusachtigen toren van 30
-meter hoogte aan muurwerk; de spits is vierhoekig doch laag. In
-de twee bovenste vakken aan elke zijde des torens behalve aan den
-zuid-oosten kant alwaar de torentrap is opgetrokken, bevinden zich
-drie naast elkander staande blindvensters met sierlijke frontons
-uit zandsteen, die hier en daar door den tand des tijds beschadigd
-zijn. De kerk zelve heeft slechts eene lengte van ruim dertig meter,
-doch telt zestien meter in de breedte. Pijlers zijn vier in getal en
-vormen twee zijbeuken, die elk door drie schoon gekleurde vensters
-worden verlicht[14]. Dit was hare toestand in 1874, toen zij merkelijk
-vergroot en hersteld werd. Die vergrooting bestond in het aanbouwen
-van een nieuw koor ter lengte van vier meter en het doortrekken der
-zijpanden op gelijke lengte zoodat ze met twee pijlers en twee vensters
-is vermeerderd. Wijders heeft men den tempel door uitbouwen tot een
-heerlijke kruiskerk hervormd. Het alles brengt thans een juiste
-evenredigheid te weeg tusschen toren en kerk, en, wat de voorname zaak
-was, vormt nu een’ tempel, die het volkrijke Tegelen kan gerieven. Was
-vroeger de oppervlakte der gansche kerk honderd negentig vierkante
-meter, thans beslaat zij drie honderd dertig meter.
-
-Onder het voormalige koor der kerk bevindt zich een grafkelder van
-zes meter vierkant. Laatstelijk werden daarin bijgezet de stoffelijke
-overblijfsels van Pastoor Nic. Smeets in 1728, en van Jan Josef Van
-Wevelickhoven, Heer van de Munt, in 1742. Verder zijn er aanwezig twee
-kleinere kisten zonder eenige aanwijzing[15].
-
-Zooals het opschrift aantoont, en overigens bewezen is, werd in 1609
-de Tegelsche toren voorzien van de nog bestaande groote klok. Haar
-opschrift luidt:
-
- Ƞ Maria heisse ich
- Lebendige ruf ich
- Todten beschrei ich
- Jan von Trier hatt mich gegossen, anno 1609.”
-
-Zekere Louïs van de Mortel uit Venlo heeft ze in November 1609
-geplaatst en het noodige ijzerwerk daartoe geleverd; hij kreeg tot
-loon 75 venloosche gulden. Naar deze klok werd in vorige eeuwen de
-onderhoorigheid aan dit kerspel vermeld door de woorden: »onder desen
-klockenslagh,” immers zij was de bannaalklok. Haar gewicht bedraagt
-7000 kilo’s. De tweede klok, wegende nagenoeg 4500 kilo’s, werd in 1830
-uit een vroegere kleine met toevoeging van nieuw metaal, vervaardigd
-door J. Groulard te Tongeren; zij draagt het volgende opschrift:
-
-
- »Deze klok verschuldigt de gemeente aan Koning Wilm I. Burgemeester W.
- Kamp. Pastoor J. Orths. Peter P. M. Canoy, meter Mevr. de Rijk geb.
- de Koning. Zij roepe de geloovigen ten tempel.”
-
-
-De derde of kleinste klok, ongeveer 80 kilo’s wegende, is uit het begin
-dezer eeuw; hoewel fijn van metaal en helder van klank, stemt zij
-geenszins met de twee vorige overeen. Men noemt haar _bimke_.
-
-Het uurwerk in den toren werd aangebracht in 1664 door Frans Ter
-Broink uit Wachtendonck voor de som van 224 kl. gulden, gelijk eene
-rekening vermeldt. Van toen af tot 1680 placht jaarlijks een deskundige
-uit Dulken herwaarts te komen om het raderwerk te herzien en genoot
-daarvoor iedermaal een Rijksdaler en vrijen kost.
-
-Onder het civiel opzicht behoorde Tegelen tot het hertogdom Gulick
-en maakte voortdurend daarvan deel uit tot op het laatst der vorige
-eeuw. De regeering van ons dorp stond onmiddelijk onder het ambt
-Bruggen en wijders onder het bestuur van Dusseldorp. Diensvolgens was
-bij onze voorouders de duitsche taal de officieele, zoodat nog in den
-beginne dezer eeuw gedeeltelijk duitsch en gedeeltelijk hollandsch
-werd onderwezen in de school en slechts in 1841 de eerste pastoor
-werd aangesteld die uitsluitend in de hollandsche taal predikte of
-onderricht gaf. Vandaar is ook nu nog bij velen in gebruik het cijferen
-en rekenen in kleefsch geld, en het bezigen van duitsche uitdrukkingen
-meer dan bij de naburen.
-
-1473. Eene akte van wege de regeerders van Tegelen, onder dagteekening
-van den 30 April 1473, en strekkende ter verzekering eener jaarrente
-ten voordeele van den arme, meldt onder anderen de volgende
-omstandigheid: »want wij gemeijnde schepen geijnen seghel en hebben,
-hebben weij gebeden ende bidden den eersamen en weijsen mannen van
-Kaldenkerchen ende Bracht, dat sij aen desen brieff haeren seghel
-willen hangen; dat sij voirs. schepen gherne gedan hebben om rede
-wijl der gemeijnde schepen van Thijgelen voirsbeheltenis heer van den
-landes rechten end mallich seijner rechten”[16]. Het latere zegel dezer
-gemeente droeg het beeld van den H. Martinus te paard.
-
-1526. De bank of het gerecht van Tegelen was van oudsher samengesteld
-uit zeven schepenen, van welke de oudste voorzitter (vorsteher) was.
-Bij gebrek aan meerdere bescheiden kunnen wij alleen de volgende lijst
-van scholtissen en schepenen geven:
-
-
- In 1526 was Theodoricus Ploenis, schout.
-
- » 1594 » Peter Smits, vorsteher; zijne ambtgenooten
- verklaren niet te kunnen schrijven.
-
- » 1620 » Stephan Beekmann, vorsteher.
- Gerrit Aen gen Steijl, } schepenen.
- Mathis Strouck, }
-
- » 1631 » Gisbert Kampp,
- Gerrit van Bakenbosch, }
- Thys Weggers, }
-
- » 1636 » Gerrit Vervoort, vorsteher.
- Johan Smits, }
- Gerret Smeets, } schepen.
-
- » 1653 » Jan Alerts, schout.
- Peter Rieversthal, schepen.
-
- » 1667 » Jost op Steijl, burgemeister.
-
- » 1680 » Jan Ronck, idem.
- Micheel in de Betouw, schepen.
- Wilm Franssen, idem.
-
- » 1707 » Conraed op Heijs, idem.
- Gaspar Ronck, idem.
-
- » 1715 » Joh. Kampp, schout.
-
- » 1726 » Wilm Bongerts, schepen.
- Jacob Canoij, idem.
-
- » 1735 » Ant. van Aarssen, vorsteher.
- Jacob Kruisbergh, schepen.
-
- » 1750 » Wilm Kampp, schout.
- Jac. Laeden, schepen.
- Andreas Schinck, idem.
-
- » 1760 » Wilh. Franssen, oudste schepen.
-
- » 1771 » Hendrik Theeuwen, vorsteher.
- Jan Mingels, schepen.
-
- » 1774 » Pieter Gubbels, oudste schepen.
-
- » 1783 » Joannes Goossens, burgemeester.
- Jan Denissen, schepen.
-
- Van 1798 tot 1806 was Ant. Thijssen, meijer van den
- conseil municipal.
-
- » 1806-1807 » Wilm Houda en } fungerende
- Balthasar de Hasenbach } meijers.
-
- » 1807-1830 » Wilm Kamp, burgemeester.
-
- » 1831-1836 » Jan Josef Ronck, idem.
-
- » 1836-1848 » Peter van Leipzig, idem.
-
- » 1848- » Peter Kurstjens, fungerend burgem.
-
- » 1848-1852 » Gerard de Rijk, burgemeester.
-
- » 1852-1862 » Louise de Rijk, idem.
-
- » 1862- » Jan van Leipzig, fungerend burgem.
-
- » 1862-1868 » Jacob Beelen, burgemeester.
-
- » 1868- » Stephanus Houba, idem.
-
-Op heden bestaat het bestuur verder uit twee wethouders die men
-schepenen pleegt te noemen en vijf andere raadsleden, benevens een
-secretaris. Ook heeft de gemeente zijn bode of veldwachter, naast
-een rijksveldwachter die voor zeker district wordt aangesteld. De
-gemeenteontvanger noemde zich voorheen _tölner_[17].
-
-Het gebouw, voorheen de school en kosterswoning, dient sedert 1818 tot
-vergaderplaats van het gemeente bestuur. Het is klein, en belemmert
-zeer den vrijen toegang tot, en het uitzicht op de kerk. Het ziet naar
-een beter en doelmatiger uit.
-
-1526. Te Steijl onder Tegelen lag van oudsher eene kapel toegewijd aan
-de HH. Fabianus en Sebastianus. Een stuk uit 1526[18] verhaalt ons hoe
-de belangen van den dienstdoenden rector aan deze kapel meermalen voor
-het Geldersch hof waren in behandeling gekomen, en deze nu voor goed
-in bezit wordt gesteld van woning, tuin en landerijen gelegen deels te
-Steijl deels in den kring der moederkerk Tegelen.
-
-In dit zelfde stuk wordt bij uiterste wilsbeschikking van zekere
-_Thomas_ en _Sophia_ echtgenooten ten gevolge der schenking van
-voornoemde goederen, bepaald, dat bij elke vacatuur van het rectoraat,
-een geestelijke candidaat uit hunnen bloede, of bij gebrek van dezen,
-een geestelijke uit het stadje Kempen, mits vereischte hoedanigheden
-bezittende en goedkeuring des pastoors van Tegelen, aan de onderhavige
-kapel zou worden aangesteld. Tot last had de rector wekelijks twee
-missen ter intentie van de stichters te lezen. Deze akte werd opgemaakt
-en bekrachtigd door den toenmaligen schout Theodoricus Pleunis in 1526.
-
-1540. Van het jaar 1540 weten wij dat Gerard van Holtmolen en Elisabeth
-van Ympel zijne huisvrouw verkoopen aan Jan Drijvenen, Chrystoffel
-van Duersdal en Jan Golstein als man en momber van Heelwech van der
-Kranken zijne huisvrouw collatoren van het altaar van O. L. Vrouw, SS.
-Mathias, Remigius, Dionijsius en Margaretha in de kerk van Tegelen,
-eene jaarrente van 20 goudgulden ten laste der hoeve Bongaert aldaar,
-tot instandhouding eener dagelijksche mis. Rector van dit altaar was
-toen de Heer Bernard van Besel. Wijl de hoeve Bongaert leenplichtig was
-van het huis Holtmolen, gaven Florens van Holtmolen en zijne leenmannen
-Jan Stalberge doctor in de rechten en Hendrik Berrevelt daartoe hunne
-goedkeuring[19].
-
-1571. Zeer belangrijk in de geschiedenis onzer parochie is het
-volgende feit, dat in 1571 plaats had. Tot dusverre was de kapel van
-Belfeld, toegewijd aan den H. Urbanus, eene filiaal van Tegelen. Bij
-de oprichting van het bisdom Roermond in 1561, werd Belfeld, wijl het
-onder civiel opzicht tot Gelderland en het ambt Montfort behoorde, in
-dit nieuwe bisdom opgenomen, terwijl de moederkerk van Tegelen, op
-Guliks grondgebied gelegen, onder het bisdom van Luik bleef. Zulks gaf
-in 1571 aanleiding tot eene scheiding[20]. De beweegredenen daartoe
-waren: de verre afstand der ingezetenen van Belfeld en Geloo van
-de moederkerk, en de noodzakelijkheid waarin zij verkeerden van in
-aanraking te moeten komen met inwoners eener gemeente, waar men sinds
-eenige jaren kettersche denkbeelden was toegedaan, en waar zelfs de
-bedienaar der godsdienstoefeningen een aanhanger der ketterij was.
-Tot onderstand van den pastoor aan die nieuwe parochie, werd de helft
-der tiendevruchten, bestaande uit 49 malder rogge en 1 malder haver
-van den pastoor van Tegelen aangewezen. Deze scheiding van kerken was
-bewerkstelligd geworden door den bisschop van Roermond, terwijl de
-verdeeling der tienden was bevolen door den aartsbisschop van Mechelen,
-doch een en ander geschiedde ondanks het gemeentebestuur en den
-pastoor van Tegelen. Vandaar eene reeks van processen. De ingezetenen
-van Tegelen wendden zich herhaaldelijk tot de keurvorstelijke
-regeering[21], en die van Belfeld tot het Geldersch hof te Roermond.
-
-Intusschen bleef tot 1675, alzoo langer dan eene eeuw, de tijdelijke
-pastoor van Tegelen de nieuwe parochie voortdurend bestieren, las er
-des Zondags en twee maal in de week de H. mis of deed die door een’
-anderen lezen. Daar evenwel gemelde tienden schier allen gevestigd
-waren op landerijen in Belfeld en Geloo gelegen, zoo lieten de
-ingezetenen dier plaatsen niet na de helft daarvan ten voordeele van
-een’ resideerenden pastoor te Belfeld in te vorderen.
-
-Eerst in December 1696 besloot de pastoor van Tegelen Joan. Bongaarts,
-inziende dat het hof van Roermond die van Belfeld steeds zou
-ondersteunen, het geschil voor zich persoonlijk te staken, en kwam
-met het bestuur van Belfeld in dezer voege overeen: den pastoor van
-laatsgenoemde plaats (toen reeds benoemd) zou 24 malder rogge en 1
-malder haver van de tienden toekomen, terwijl de pastoor van Tegelen
-zou genieten 12 malder rogge, 8 malder boekweit, 4 malder gerst en
-1 malder haver[22]. Wat nog ten deze plaats vond, zullen wij nader
-vernemen bij de behandeling der pastorijen hier en te Belfeld.
-
-Ons dorp schijnt in de zestiende eeuw door Luttersche en Calvinistische
-denkbeelden aangestoken te zijn geworden. Behalve uit het reeds
-aangehaalde, blijkt zulks uit een handschrift, dat wij onder de
-archieven opdeden, doch dat geen’ naam of dagteekening draagt[23].
-Daarin wordt vermeld, dat de hooge regeering van den pastoor verlangt
-te vernemen, wat er te Tegelen, in zake van protestantismus, van
-kerk, kerkbedienaar, revenuën, school en schoolmeester bestaat. De
-pastoor antwoordt als volgt: »bij gebrek van documenten kan ik alleen
-bevestigen, eerstens: dat in de parochie Tegelen geene kerk van de
-zoogenaamde hervorming bestaat; doch door overlevering weten wij,
-dat eertijds Frans van Holtmolen, in de geschiedenis der omwenteling
-genaamd _Canisius_[24] ambtman van het district Bruggen en ijveraar
-der ketters, ten tijde der hervorming of onmiddelijk daarna, den
-pastoor van Tegelen ontzette uit alle zijne rechten en bedieningen, en
-een’ ketterschen bedienaar (domine) in diens plaats deed aanstellen.
-Gedurende vijftien jaren, zegt men, heeft laatstbedoelde alhier zijne
-bedieningen uitgeoefend, waardoor bijna alle goederen en renten der
-pastorij zijn verloren gegaan. Ook de revenuën der beneficiën van O. L.
-Vrouw, van St. Antonius en van het H. Kruis zijn daarbij zoek geraakt.
-Zonder twijfel heeft de Heer van Holtmolen, als collator der pastorij
-dezen predikant aangesteld. Tweedens, kerk, school of schoolmeester
-hebben de Lutheranen of Galvinisten hier niet. Derdens, ik weet niet,
-en heb ook nimmer vernomen, dat een protestantsch minister, uit hoofde
-zijner bediening in Tegelen eenige goederen of renten bezat”. Zoover
-ons document. Dit zegt genoeg wat Tegelen van den kant der zoogenaamde
-hervorming moest ondervinden. Zij werd met geweld ingevoerd doch
-schijnt bij de ingezetenen hoegenaamd geenen bijval gevonden te hebben.
-
-1578. Edoch niet alleen gewetensdwang onder den schijn van hervorming,
-maar ook de onheilen des oorlogs bezochten in die jaren het vreedzame
-Tegelen. Althans wij lezen in eene Chronijk van Roermond[25] dat de
-Spaanschen op den 12 Jan. 1578 met het gros van hun leger voortrukten
-naar het ambt Kriekenbeck, en op hunne doortocht, behalve andere
-plaatsen, ook de Gulicksche dorpen Tegelen, Kaldenkerken en Breijel
-zeer beschadigden.
-
-1620. Toen het na den tijd der hervorming tot vrede was gekomen, bleven
-de protocollen van kerkvisitatiën, testamenten, rekeningen enz.,
-zorgvuldiger bewaard en verkrijgen wij dan ook meer en meer bijzondere
-gegevens over ons dorp. Zoo maken we thans op dat de gemeente Tegelen,
-van af het begin der zeventiende tot den aanvang van deze eeuw, weinig
-in zielental heeft toegenomen, alhoewel op dit oogenblik de bevolking
-driedubbel is. In 1620 telde Tegelen 246 communicanten, alzoo ongeveer
-750 zielen. In 1815 waren nagenoeg 500 communicanten, bij gevolg niet
-meer dan 1300 inwoners; thans telt Tegelen 2200 zielen.
-
-1627. Den 8 Januari 1627 verklaart koning Philips _Hans Willem van
-Baexem_ vervallen van zijn recht op de helft der tienden van Tegelen,
-en schenkt die aan den arme te Venlo, terwijl de andere helft aan de
-erfgenamen van _Toon Jacobs_ zal verblijven[26].
-
-1637. De oudste doop- trouw- en sterf-registers te Tegelen dagteekenen
-van 1637 tot 1670. In plaats van familienamen vindt men daarin bij den
-doopnaam doorgaans dien van een of ander gehucht, straat of pachthoeve.
-Wel een bewijs, dat voor ruim tweehonderd jaren de familienamen hier
-weinig in gebruik waren. Zoo lezen we herhaaldelijk: Diedrik, Merie,
-Peirke enz. op gen Steijl, op de Hochstraet, aen gen Cruts, aen gen
-Siep, aen ’t Brukske, van den Baekenbosch, van den Haenert, van de
-Munt, op Heys, aen Lohé enz. Ook vindt men vaak den doopnaam gevoegd
-bij den naam van het ambacht des vaders, als: olieslegers, schreurs,
-mulders, schoemakers, custers, van den Brouwer of Brouwers, van den
-Smid of Smids; ofwel in het latijn ingeboekt, sartoris, molitoris,
-custodis, fabri-ferrarii enz. In voormelde registers staan, anno 1643,
-drie paar, die ten huwelijk werden ingezegend; zeven doopelingen,
-terwijl er even zoo velen overledene zijn opgeteekend. In 1645, huwde
-niemand, en werden er slechts drie ten doop gebracht; overlijden niet
-vermeld.
-
-1645. De landschatting (churfürsterliche Steuer) bedroeg in de jaren
-1645-1650 voor Tegelen 108 R. thaler of 589 Venlosche fl. De hoogst
-aangeslagene destijds waren: De Heer van Holtmolen voor 114 fl. Wilm
-Franssen 55 idem. Corn. In de Betouw, 38 idem. Jan van Aarssen 32 idem.
-De geringste betaalde 15 stuiver.
-
-De pachthoeven, of boerderijen, waren voor tweehonderd jaren
-niet talrijker dan ze thans nog zijn. Ik vind de volgende:[27]
-_Hanraetshof_, thans Hanert genoemd, behoorende tot Holtmolen.
-_Merterhof_, gelegen op de _alde mert_, eigendom van den H. E. Receveur
-te Venlo. _Kasteelshof_ bij Holtmolen. _Bakenbosch_ ten zuiden van
-Holtmolen doch hierbij behoorend. _Bosserhof_ en _Linksterhof_
-Venlowaarts en behoorende aan de Munt. Twee oude hoeven bestaan niet
-meer; de _Drumpsel_, welke broekwaarts lag tusschen Linkster- en
-Bosserhof, is opgeruimd in den Franschen tijd; de laatste pachter
-Peter Pubben overleed in 1775; en _Kruitserhof_, die in 1860 door een
-heerenhuis werd vervangen.
-
-Voor 25 jaren is aangelegd geworden de grootsche hoeve Ulesheide op de
-Kaldenkerker grenzen. Op dat tijdstip worden aan den regeeringsraad te
-Bruggen opgegeven te Tegelen 26 paarden, 70 koeijen en 300 schapen.
-
-Aan het Tegelsch archief ontleenen wij nog eenige bijzonderheden uit
-deze jaren betrekkelijk het huishoudelijk leven onzer voorvaders.--Voor
-pacht van één morgen land gaf men 8 vat rogge; voor kostgeld van lieden
-van geringen stand 7 kl. gulden per maand; voor één ton bier 5 kl. gld.
-de vaan[28] kostte 8 stuiver; voor bakloon van één vat rogge betaalde
-men 4 stuiver; voor een paar schoenen 1½ gld.; voor een linnen hemd
-2½ gld.; voor één roggen brood 9 stuiver. Een kan wijn kostte 1½
-schelling; eene halve dozijn kippen 1 gld.; een malder rogge 8 gld.,
-gerst 8½ gld., haver 6 gld. en boekweit 5¼ gld. De gebrande
-steenen werden betaald de duizend met 7, eene kar kalk met 9 gld. Hoe
-gering over ’t algemeen deze prijzen ook schijnen, werden zij destijds
-hoog geacht; want de ontvanger der Broederschap van O. L. Vrouw o. a.
-verwittigde in Nov. 1645 alle belastingschuldigen van »de leveringhe
-te doen in claeren rog, off beij dezen continuerenden crijgh, imperial
-ieder malder te lossen nemlich met 8¼ gulden Venloiss current”.
-
-1646. Het blijkt dat Tegelen nog al bezwaard werd met inkwartieringen
-en krijgslasten. Uit het jaar 1646 vinden we aangeteekend[29] dat de
-veldmaarschalk van Brederode zich van af den 10 October gedurende
-verscheidene dagen alhier met zeven regimenten kwam vestigen. Later
-meer daarover.
-
-1670. Het kerkarchief geeft aan, dat er in de jaren 1670 en 1671 nog
-al belangrijke werken en herstellingen plaats vonden aan onze kerk.
-Vooreerst werden behoorlijk muren getrokken om het kerkhof, dat bijna
-de helft grooter was aangelegd. Ook werd, wegens het ingenomen voetpad
-langs de erven Kamp, een ruime en geregelde doorgang gemaakt naast
-kerk en het kerkhof naar het Betenveld. Inwendig, na schier alle
-meubelen te hebben geruimd, werd de kerk als ’t ware in een nieuw
-kleed gestoken. Een schoon en hoog hoofdaltaar uit Venlo herkomstig,
-kwam het oude, dat onbruikbaar was geworden vervangen; doch bij de
-huidige restauratie moest ook dit altaar wijken, als komende met den
-bouwtrant der kerk geenzins overeen. In beide zijpanden werden nieuwe
-altaren geplaatst; rechts dat van St. Martinus, patroon der kerk. De
-beneficiën van St. Antonius enz. aan dit altaar waren verloren gegaan.
-Links bleef het altaar van O. L. Vrouw, waaraan vroeger beneficieën
-van O. L. V. van SS. Mathias, Dionijsius en Margaretha gehecht waren.
-Een dubbel ruggewaarts aan elkander gehecht O. L. Vrouw beeld dooreen
-achttal engelen omringd hing oorspronkelijk in het transcept boven de
-Communiebank. Later heeft men deze beelden een geruimen tijd in de
-bergplaats opgesloten; doch het zeer verdienstig beitelwerk spoorde het
-tegenwoordig kerkbestuur aan om een dezer beelden te doen herstellen,
-hetgeen bij uitstek gelukte; het prijkt voor als nog op het altaar
-van O. L. Vrouw. De voormalige beelden van St. Antonius, Ste. Barbara
-en Ste. Lucia zijn in eere gehouden. Nog waren in 1671 uit Venlo
-aangebracht de twee nog bestaande biechtstoelen benevens een fraaije
-eiken Communiebank. De predikstoel werd in hetzelfde jaar verplaatst
-naar den kant waar hij zich nog bevindt; van waar dit fraai stuk kwam,
-hebben wij niet kunnen achterhalen. Het orgel met toebehoor, zeer
-voldoende voor deze kerk ook thans nog, werd gekocht in 1798, en komt
-uit de Munsterabdij te Roermond.
-
-1676. Langen tijd moet het treurig jaar 1676 in het geheugen der
-Tegelschen gebleven zijn, immers zooals in den doopregister staat
-aangemerkt, woedde de dissenterie in zoo hevige mate, dat van Juli tot
-November niet minder dan drie en twintig inwoners overleden, van welke
-drie uit een huisgezin.
-
-1679. Nauwelijks was deze geesel gekeerd, of de lasten van den oorlog
-deden zich gevoelen. Sedert eenigen tijd hadden de Franschen ons land
-overweldigd; zij eischten van de gemeente zeer drukkende contributiën
-en namen verscheidene reizen alhier met hunne troepen inkwartiering.
-De ingezetenen, toch al ruim bezwaard door allerlei uitgaven, konden
-bij hoofdelijken omslag niet voldoen aan het gevorderde, weshalve het
-bestuur in April 1679 eene leening van 100 R. daler moest aangaan.
-Bijna hetzelfde viel aan onze gemeente ten deel van den kant der
-Hollandsche troepen, toen deze ettelijke jaren later Venlo wilden
-hernemen[30].
-
-1697. In October 1697, zoo lezen we in een aanteekeningsboekje van
-Pastoor Joan. Bongaerts, was de aartsdiaken van Kempenland, graaf van
-Berlo, benevens een secretaris, twee kapellaans en nog een bediende,
-per rijtuig met zes paarden bespannen, te Kaldenkerken aangekomen. Hij
-was vergezeld door een commissaris der hooge regeering van Dusseldorp.
-Deze Heeren kwamen den toestand der kerkelijke zaken opnemen[31].
-Die stoet zou ook Tegelenwaarts zijn afgedaald, doch om den pastoor
-alhier, die ten naauwer nood genoeg bezat om volgens zijn staat te
-leven, onkosten te besparen, had de commissaris verkregen dat de
-herder tegen geringe bezoldiging, kon voldoen met persoonlijk naar
-Kaldenkerken te komen en aangifte te doen over zijne parochiale
-aangelegenheden.
-
-Wat wij hier verder tot 1745 over ons vaderdorp mededeelen is getrokken
-uit de tamelijk nauwkeurige aanteekeningen van de twee pastoors Joan.
-Bongaerts en Nic. Smeets.
-
-1700. Een beduidende diefstal greep plaats binnen onze kerk in den
-nacht van den 7 op den 8 April 1700. De dieven hadden zich onder de
-torendeur eene opening weten te maken en waren vandaar doorgedrongen
-tot in de sacristie, alwaar zij een’ zilveren kelk ontvreemden. Hierna
-openden zij geweldadig het tabernakel, en namen daaruit een zilveren
-ciborie benevens de zilveren vaten voor de HH. Oliën. In de kast van
-den zijmuur tegenover het hoofdaltaar stalen zij voorts de vaten voor
-het H. Chrisma en den H. Olie der doopelingen, benevens eene som gelds
-aldaar opgesloten. Nooit heeft men de daders kunnen achterhalen.
-Ettelijke dagen daarna zond de toenmalige pastoor van Blerick: Theod.
-van Panhuizen een’ noodkelk, kunnende dienen tot ciborie, een metalen
-kelk, twee vaten voor de HH. Oliën der kranken en twee voor die der
-doopelingen. De Blericksche pastoor behield zich echter voor, dat zoo
-ooit Blerick door diefstal, brand of ander ongeval mocht ontriefd
-worden, deze voorwerpen moesten teruggegeven worden. De begane diefstal
-scheen alom medelijden verwekt te hebben; althans op den vooravond van
-St. Martinus in dat zelfde jaar stapte de Prior van Kevelaar met name
-Féron, op zijne reis naar Roermond hier af, en verraschte den pastoor,
-in tegenwoordigheid van den toevallig aanwezigen pastoor van Neer en
-den schepen W. Franssen, op aangename wijze, door de schenking van
-een’ fraaijen zilveren miskelk op welks voet men ook nu nog leest:
-»desen kelck wert geoffert aen onse Lieve Vrouw tot Kevelaer” 1642. Ook
-gaf de pastoor van Velden bij Venlo aan onze beroofde kerk een’ tweeden
-zilveren miskelk ten geschenke. Eindelijk een jaar later ontving de
-pastoor van Tegelen uit handen van den kaplaan Leon. Mouts, uit Venlo,
-ook nog tot aanschaffing van het benoodigde, zes zilveren lepels en
-drie zilveren vorken van wege een onbekende weldoenster. Deze gift werd
-aangewend tot vervaardiging van een ciborie.
-
-1701. Dit jaar bracht woelige en onveilige dagen. Men hoorde schier
-dagelijks van stelen, wanordelijkheden en oorlog. In den nacht van den
-2 op 3 Juli, doorkruiste eene bende stroopers, voorzien van gevaarlijke
-wapenen en eenige wagens met zich voerende, de streken tusschen Kessel
-en Venlo; zij plunderden wat ze konden, tot zelfs de hooimijten van de
-grasweide, en lieten voornamelijk tusschen Tegelen en gemelde stad de
-sporen hunner vernieling achter.
-
-De milde giften, waartoe gemelde diefstal velen had bewogen, deden
-gewis aan deze stroopers vermoeden, dat er schatten op de pastorij
-van Tegelen waren verborgen. Althans den 6 April vond men de deuren
-der pastorij ’s morgens onder de vroegmis door middel van sleutels en
-andere werktuigen geopend. Niemand was aanwezig. Op het slaapvertrek
-der dienstmeid hadden de ingedrongenen 10 of 11 patacons medegenomen;
-en van de kamer des pastoors hadden zij ongeveer 30 patacons geroofd.
-Dezen diefstal schreven sommigen toe aan twee Egyptenaars of Zigueners
-die in vrouwenkleederen vermomd, te voren om een aalmoes vragende
-waren bemerkt geworden. Omstreeks tien uren waren zij in de richting
-van Luith vertrokken alwaar zich destijds een troep dezer lieden had
-neêrgeslagen, doch toen ook van daar de wijk nam.
-
-Den 27 Juli hieropvolgende, kwamen andermaal de Fransche troepen
-Tegelen bezoeken waarbij al de te veldstaande vruchten werden vernield.
-Bij die en dergelijke gelegenheden, kwamen de inwoners nog al eens
-in aanraking met de overmoedige soldaten. Zoo vinden we dat zekere
-Gerrit Bachus door een’ Fransch militair, nabij Bakenbosch door een
-baijonetsteek werd afgemaakt.
-
-1702. In den oorlog der Spaansche troonsopvolging, stonden, gelijk
-bekend is, de Franschen den Spanjaarden ter zijde, tegen Duitschland,
-Nederland enz. Ten jare 1702, op Zondag na Paschen, trok Maarschalk
-Bouflers met een legerkorps van 30,000 man naar het ambt Bruggen, en
-kampeerde een tijd lang in het uitgestrekt Breijelsche veld.
-
-Nog dienzelfden dag kwam ook een leger infanterie hier aan en
-sloeg zijne tenten op aan Boschkamp. Wat toen nog van veldgewas en
-struikhout was overgebleven werd door dezen buit gemaakt, de stroodaken
-zelfs bleven niet gespaard. Den 15 derzelfde maand keerden van de
-eerstgemelde de cavaleristen terug en legerden aan de Zandheuvels die
-Steyl van Tegelen seheiden; overal brachten zij de schandelijkste
-verwoestingen aan en vertoefden langer dan eene gansche week. Eene
-herbergierster, te Steyl, werd bij die gelegenheid ter oorzake van
-moeijelijkheid bij betaling, in haar eigene woning vermoord. Dit leger
-bestaande uit 10,000 manschappen voerde eene kudde ossen met zich
-van minstens 1000 stuks. Deze moesten gevoed worden, en nu, als zich
-licht laat denken, verdween letterlijk alles uit het veld tot zelfs de
-opschietende rogge en tarwe. Den 27 Juli, alzoo twee maanden later,
-keerden de overigen van Rouflers leger terug onder het opperbevel van
-den hertog van Bourgondië. Zij moesten te Tegelen overnachten. Het
-voetvolk zocht plaats in het broek en aangrenzende bosschen, terwijl de
-kale weilanden en velden, de ledige schuren en stallen door de ruiters
-werden ingenomen. Ook kwamen op den 29 Juli, de Brandenburgsche troepen
-alhier, namelijk toen het zich gold het fort St. Michaël te bestormen.
-
-1703. Op deze droevige tijden, volgde gelukkig een allervruchtbaarst
-jaar. De meergenoemde pastoor Bongaerts noemt 1703 »annus fertilissimus
-in campis et pratis, in vineis et hortis,” een jaar zeer vruchtbaar
-zoowel wat veld en weiland, als wat vruchtboomen en kruiden betreft, en
-hij laat volgen: »crijgh en brandt, segent Got met voller handt.”
-
-1712. De reeds vroeger gemelde aartsdiaken, graaf Ferdinand Maximiliaan
-Van Berlo, deed in 1712 andermaal eene kerkvisitatie ten onzent.
-Bevindende dat de pastoor van Tegelen zeer ontriefd was geworden door
-de scheiding van Belfeld, beval hij dat het plaatselijk bestuur zich
-te dien aanzien zoude wenden tot de keurvorstelijke regeering van
-Dusseldorp. Ook gebood hij den Heer van Holtmolen, Baron Van Hunt, het
-middenschip der kerk in behoorlijken staat te brengen, en voorts den
-benoodigden olie voor de godslamp te verschaffen, waartoe genoemde
-baron als collator en bezitter der meeste groote tiende, verplicht was.
-De overige tiendenaars, werden mede ernstig aangespoord om fe zorgen
-voor de herstelling van den toren en de zijpanden der kerk, welke
-taak sinds eenigen tijd ten onrechte der kerkfabriek was opgedrongen
-geworden[32].
-
-1718. Op het jaar 1718 treffen wij den Baron _de Wittenhorst_, als
-keizerlijke Postmeester; (magister postarum;) en in 1720 _Balthasar von
-Rees_, als Postbestierder; (officialis postarum).
-
-Hieruit maken wij op, dat de van oudsher alhier bekende _paarden- en
-brievenposterij_, ten minste dagteekent van den beginne der vorige
-eeuw. Latere postdirecteuren alhier waren Wilhelm _Franssen_ in 1714,
-Jacob _Franssen_ in 1785 en laatstelijk Gaspar _Franssen_.
-
-Het grootsche gebouw, dat van 1730 tot aan de Fransche revolutie tot
-posterij diende, is gelegen in de kom der gemeente en wordt voortdurend
-het _Posthuis_ genoemd. Het is thans het eigendom van den Heer L.
-Gitmans wethouder.
-
-De briefwisseling werd onderhouden door courriers te paard. Een uit
-Arcen kwam hier geregeld de brieven afhalen die voor Nijmegen bestemd
-waren, terwijl een ander uit Dahlem de brieven van hier medenam naar
-Gulick. De paardenposterij had hier acht paarden in dienst; doch
-dikwijls ook moesten de boeren, tegen bezoldiging, eenige diensten
-verrichten met het aanspannen van benoodigde hulppaarden. In 1800
-verlegden de Franschen onze briefposterij naar Venlo, terwijl in
-1812 ook de paardenposterij derwaarts verplaatst werd. Nimmer was de
-paardenposterij zoo druk in de weer als op het laatst van het Fransche
-keizerrijk[33].
-
-1735. De pastoor van regelen Heer _Nicolaas Smeets_, heeft over het
-jaar 1735 het volgende ingeboekt: »In dit jaar sijn geweest dry groote
-plaegen te weten: Hagelslagh, waerdoor over de halfscheidt der vruchten
-sijn beschaedigt; deze kwam ten tijde dat de rogge voor een groot deel
-gemaijt was. Daerna is gevolgt hevige windslach, en toen overvloedighe
-regen, waerom ick genoodzaakt ben geweest de tienden door pachters voor
-kaef en stroo laten in te vaeren. Voor wat ick heb getrokken hebben sij
-gedorsen omtrent veertien dagen, want hebben sovele dagen eenen dorser
-naer Belfeld gesonden, denwelken ick selfs betaelt heb veor iederen dag
-9 stuiver en darenboven is mij opgedrongen, dat ich voor dien dorser
-moest missen: een cop vruchten daags, wesende soveel als kostgeld;
-hetwelck in het toekomende niet mag geschieden, want die dorser werkt
-voor de pachters.”
-
-1740. Nog verhaalt hij, hoe in 1740 een lange en allerstrengste winter
-heerschte. De Maas zette zich dicht den 9 Januarij om eerst den 12
-Maart los te breken. Daarna viel nog in de maand Mei overvloedige
-sneeuw, zoodat de rivier verscheidene reizen hare bedding verliet. En
-wij noemen 1840 het koud jaar!
-
-1745. In de jaren, die den vrede van Aken voorafgingen (1748) en
-gedurende welke de keizerskroon aan Maria Theresia werd betwist, had
-Tegelen meer dan ooit door overlast van krijgsbezetting te lijden.
-Wat wij daaromtrent laten volgen is getrokken uit de breedvoerige
-opgaaf van den schepen en postmeester Wilm Franssen, met het doel om
-van de keurvorstelijke regeering schadeloostelling te bekomen[34].
-Van de bondgenooten waren het vooral de Engelsche, de Hollanders en
-de Hanoveranen, die ons lastig vielen. In den zomer des jaars 1745
-bleven zij gedurende zeven weken alhier kamperen. Op het huis de _Munt_
-waren gedurende drie dagen gelogeerd de Engelsche generaal, Milord
-_Rothes_, benevens hofmeester en secretaris, en nog twaalf bedienden
-met even zoovele paarden. Gedurende 42 dagen vertoefden aldaar de
-generaal-en-chef van het Hanoveraansch leger, met name _Von Somerfeld_,
-ook met hofmeester, secretaris en al wat bij een hoofdkwartier behoort,
-zoodat het geheele kasteel al dien tijd tot hunne beschikking stond.
-Nog verbleven een paar dagen op de Munt de Engelsche generaal _Okdon_
-40 knechten en 14 paarden, en de Hanoversche generaal _Montigné_ met
-15 paarden, gedurende 40 dagen. Tusschen beide kwamen zich aldaar nog
-vestigen de Hollandsche generaal Glinstrà met twee luitenants, de
-Engelsche generaal graaf van _Albermarle_ en de Hanoversche generaal
-_Hamerstein_ met een groot gevolg van ruiters. Voor den eigenaar van
-de Munt waren de gedane onkosten en geleden schade geraamd op 370
-Rijksdaler. Het huis _Holtmolen_ had 42 dagen lang geherbergd den
-Hanoverschen generaal _Drûckleben_ met diens zoon, eenige adjudanten en
-een twintigtal bedienden met 30 paarden. Nog hebben aldaar gelogeerd
-gedurende drie dagen, de Engelsche generaal _Ligonies_ met eenige
-adjudanten en 20 knechten. Voor den Heer van Holtmolen was eene
-rekening opgemaakt van 135 R. daler. Bij _Wilm Franssen_ vertoefden
-zes weken zekere Brùckmann, generaal van een Hanoversch regiment, met
-zijn zoon, den kapitein en verscheidene bedienden met 40 paarden. De
-rekening voor _W. Franssen_ beliep 156 R. daler. _Jacob Canoy_ had
-40 dagen lang ter inkwartiering een’ Hanoverschen generaal en een’
-cipier, en 42 paarden; de kosten werden berekend aan 126 daler. Op
-_Bosserhof_ verbleven zeven weken lang de generaal _van Vrede_ met acht
-bedienden en 27 paarden; onkosten geschat op 115 daler. _Leonard Van
-Dijk_ kreeg 42 dagen ter inkwartiering twee Hanoversche majoors, vier
-trompetters benevens 16 knechten met 21 paarden; onkosten: 114 daler.
-Bij _Wilm op Kleef_ bleven zeven weken de Hannoversche kolonel _van
-Harderberg_ met 15 knechten; onkosten 90 daler. Bij _Joan Engels_ een
-generaal-adjudant der Engelschen met verscheidene bedienden; onkosten
-70 daler. Een oberauditeur der Hannoveranen woonde eenigen tijd bij
-_Elias Bourgondis_, die daarenboven vele zaken geleverd had aan de
-Hollandsche troepen, wanneer deze over de heide naar Venlo rukten;
-kosten gewaardeerd aan 50 d. Aan _Jan van de Speelhof_ kwamen van wege
-het Hannoversch lazareth gedurende 42 dagen, 54 daler toe. Aan _W. van
-der Coulen_ wegens eene vrijpartei, die wacht hield, eene Hannoversche
-ordinance en 18 sergeanten, beliep 44 daler. Een kwartiermeester der
-Hannoveranen met knechten waren 42 dagen bij _Pet. Fegers_; daarvoor
-33 daler opgegeven. _Jan op Kleef_ gaf onderdak aan vier Engelsche
-luitenants, vier ammunitie-aanvoerders en eene marketenster met twee
-knechten, onkosten 45 daler. Bij _Paulus Theeuwen_ logeerden de
-Hannoversche majoor Piquord met zes bedienden en 22 paarden gedurende
-zes weken, onkosten 52 daler; bij _Hubert Thijssen_, logeerde een’
-veldpostmeester van de Engelschen met 10 paarden, benevens een’
-opperkwartiermeester, gedurende zes weken, onkosten 53 daler. _Gerard
-Märts_, moest zijne woning afstaan en verhuizen voor een Hannoversch
-obrist-luitenant, waarvoor berekend werden 34 daler. Zoo waren er
-nog vele anderen in Tegelen, die aldien tijd kost en woning moesten
-verschaffen aan de troepen. De Hollandsche en Hessische soldaten hadden
-minder hinder gebracht. De slotsom der onkosten van deze inkwartiering
-beliep 6684 _Rijksdaler_. De schade veroorzaakt aan veldvruchten,
-huizen, houtgewas enz., alsmede de onkosten der leveringen voor
-manschappen en paarden gaven een totale rekening van niet minder dan
-26338 daler. Wij hebben niet kunnen achterhalen, in hoever hieraan
-door de Hooge Regeering is voldaan geworden. Deze rekening werd
-opgezonden in 1755.
-
-1749. Den 7 Juli 1749 werd te Bruggen aan een groot getal parochianen
-van Tegelen het H. Vormsel toegediend.
-
-Bescheiden van latere dagteekening houden in, dat dit H. Sakrament
-aan onze parochianen nog werd toegediend: den 5 Januari 1817, door
-Caspar Maximiliaan, bisschop van Jericho, i. p. i. te Hinsbeck aan 203
-vormelingen; in 1829, den 24 Juni, door den bisschop van Munster te
-Kaldenkerken aan 185; in 1831 te Venlo door Corn. Van Bommel, bisschop
-van Luik, aan 79; in 1836, den 19 October, te Tegelen door denzelfden
-aan 130 personen. Wijders in 1842 den 13 October, door J. A. Paredis
-bisschop van Hirenen, i. p. i. te Venlo aan 80; in 1849 den 17 October
-te Venlo aan 103; in 1855 ook te Venlo door denzelfden, toen bisschop
-van Roermond, aan 90. Nogmaals in 1860 te Venlo aan 112; in 1867 te
-Tegelen den 22 October aan 120, en laatstelijk den 7 October 1873 te
-Venlo aan 98 vormelingen.
-
-1758. Wilm Kamp, schout te Tegelen, diende in dit jaar een verzoek in
-aan den veldoverste Callignon die zich te Beesel bevond, dat deze toch
-maatregelen zou nemen, om Tegelen te ontlasten van de husaren, welke
-hier voortdurend patrouilleerden; of althans met behoorlijke macht en
-gezag herwaarts zou komen, om de tucht en de rust onder de soldaten
-te herstellen. Peter Dings, die met dit smeekschrift was belast, werd
-onder weg door vier zwarte husaren aangevallen, van zijn lastbrief
-beroofd en met verscheiden doodelijke wonden overdekt.
-
-1766. Door Karel d’Oultremont, Prins-bisschop van Luik, was in Januari
-1766 een schrijven uitgevaardigd, waarbij het _veertigurengebed_ en
-de _gedurige aanbidding_ van het Allerheiligste Sakrament werden
-ingevoerd. De gedurige aanbidding wordt alhier sinds dien den 14 Maart,
-en het veertigurengebed sedert 1767 gedurende de Kerstdagen gehouden.
-
-1773. Te verwonderen is het niet, dat onze gemeente na de reeks
-van woelige krijgsjaren, onder zedelijk oogpunt veel geleden had.
-Eene verordening van den 7 October 1773 uit Bruggen aan het bestuur
-van Tegelen gezonden, duidt aan, dat in deze jaren jammerlijke
-buitensporigheden plaats vonden, die de rust en de veiligheid der
-ingezetenen stoorden. Daarin wordt onder anderen gezegd: »dat de
-voorstand van Tegelen zal bevel geven, dat de nachtwachten gestadig
-geschieden en bij voorvallen gelijk sinds eenigen tijd zelfs, tot rust
-en zekerheid der burgers, dienen verdubbeld te worden. Alzoo wordt bij
-dezen aan het gemeentebestuur de taak opgedragen om aanhoudend eene
-patrouille van twaalf goed gewapende mannen aan te stellen, op boete
-van 25 R. daler, tot nadere ordonnantie. Een ieder moet op zijne beurt
-van deze wacht deel maken op straf van 12 R. daler. Elke nachtzwerver,
-of wie eenig misdrijf pleegt, of iets doet, wat gevaarlijk of nadeelig
-is voor de ingezetenen, zal ten strengste bewaakt, en bij verkenning in
-hechtenis genomen worden. De raad van Tegelen wordt voor de uitvoering
-dezer bepalingen verantwoordelijk gesteld. Gegeven te Bruggen den 7
-October 1773, was geteekend:
-
- »J. L. DORTANS secretaris.
-
-Allezins geloofwaardige personen verhalen dat te dezen tijd een
-gevaarlijke bende vreemde nachtzwervers zich ophield, in de nabijheid
-van Hulsterhof. Deze met moordtuig gewapende roovers drongen des nachts
-niet alleen de huizen binnen en namen er mede, wat hun onder de hand
-viel, maar ontzagen zich ook niet schandelijk te mishandelen allen,
-die zich durfden verweren, of hun hun hinderlijk toeschenen. Hun
-aanvoerder noemde men _Hinke de roover_. Zou dit feit niet aanleiding
-kunnen gegeven hebben tot bovenstaande verordening?
-
-Den 18 December van voormeld jaar verscheen ook, van wege den landrath
-van het ambt Bruggen, eene circulaire, waardoor op straf van 10 R.
-daler boete, een juiste en spoedige opgaaf werd gevorderd van den
-veestapel in elke gemeente. Alstoen werden hier bevonden: 34 paarden,
-83 koeien, 47 runderen, 312 schapen, ossen geene. De Postmeester
-W. Franssen onderhield drie paarden. Twee paarden vond men op de
-pachthoeven, Hanert, Wambach, Bosserhof, Linksterhof en Merterhof. Op
-Hanert waren 50, bij den akkerman Pet. Paulussen 80 schapen; de overige
-bij verschillende. Thans is het getal paarden, koeien enz. verdubbeld;
-schapen zijn er minder, doch hierentegen worden op het oogenblik meer
-dan 400 geiten onderhouden.
-
-1780. Sedert anderhalve eeuw was te Tegelen de lands-contributie
-(churfürsterliche steuer) slechts 50 daler gestegen; zij bedroeg in
-1780 de som van 157 daler 3 albus en 8 helder.
-
-De uitschrijving meldt onder anderen: »Hijrin geft den Heere baron van
-Hunt van Mevrouwe de Metternich:
-
- 12 R. d. 63 alb. 2 hel.
- Von demselbsten: 13 -- 62 -- 6 --
- -----------------------
- facit 26 -- 25 -- 8 --
-
-Welcke 26 R. d. enz. syn het sesde deil van de gansche contributie. Den
-rechten aenslag des kerspels Tegelen is: die 14 stuver betaelt heeft
-een morgen landt. En is geschiet wegen den orlogh om te verschonen de
-ganse gemeynte, want in cas sy soude moeten betaelen correct, soude de
-geheele gemeynte geruineert syn”.
-
-Tusschen de gemeentebesturen van Kaldenkerken en Tegelen was
-oneenigheid gerezen aangaande eenige gronden op de grenzen gelegen.
-Dit geschil werd in 1780 te Dusseldorp voor het gerecht gebracht, en
-eindigde met het verdrag: dat onze gemeente in bezit dier gronden kon
-blijven, mits zij 30 daalders wegens proceskosten, en 49 daalders voor
-het verkrijgen van eigendomsrecht zou storten[35].
-
-1785. De ingezetenen van Belfeld, welke gemeente tot de Vereenigde
-Nederlanden behoorde, hadden in ’t jaar 1785, bij den Hoogen Raad te
-Venlo, eene beslissing uitgelokt omtrent het geschil betreffende hunne
-pastorij en die van Tegelen. De Raad besloot den 30 Mei van genoemd
-jaar, dat de pastoor van Tegelen voortaan 400 gulden zou genieten, mits
-hij en de Heer van Holtmolen zouden instaan voor eene herbouwing van de
-pastorij te Belfeld. Dit bracht echter geen einde aan de zaak[36].
-
-1788. Bij besluit van den 12 October 1788 van wege den keurvorstelijken
-raad van Bruggen, werd goedgekeurd en bekrachtigd eene overeenkomst,
-gesloten tusschen den tijdelijken pastoor van Tegelen met name Pet.
-Eskens en het plaatselijke bestuur, samengesteld uit de Heeren: Jan
-Goossen en Jan Denessen schepenen, wijders Gaspar Franssen, Gaspar
-Ronck, Gerard Ter Poorten, Barth. Vaessen, Herman Rievers en Wijnand
-Gubbels. Deze overeenkomst bestond daarin, dat voortaan de dienstdoende
-pastoor de tegenwoordige woning rustig in bezit houden en de gemeente
-de lasten van onderhoud dragen zou; dat de pastoor verder het vrije
-genot zou hebben van de aan de pastorij grenzende kamp, tuin, boomgaard
-en weide, alsmede van het slaghout en weide, anderhalven morgen
-groot, gelegen aan den berg. Hiertegen werd voorbehouden, dat het
-gemeentebestuur voortaan vrij kon beschikken over alle landerijen
-welker tienden of renten tot hieraan gestrekt hadden tot competentie
-van den pastoor, zijnde nagenoeg 56 morgen. De gemeente verplichtte
-zich daarenboven nog aan den pastoor tot onderstand jaarlijks uit te
-keeren 250 Rijksdaler. Hoe dit werd nagekomen, zullen we nader zien.
-
-1790. Langen tijd was niets meer, zelfs niet het noodzakelijke, aan
-onze kerk verricht. De schuld lag deels aan de onrustige tijden, deels
-ook aan het verzuim der tiendenaars, die zulks in last hadden. Wij
-vinden onder anderen vermeld, dat sedert meer dan tien jaren de groote
-of bannaalklok, onbruikbaar was geworden, en dien ten gevolge sommigen
-te laat, sommigen te vroeg, en zeer velen niet ter kerke kwamen. Het
-kerkbestuur had over weinige middelen te beschikken. Daar intusschen
-de finantieëlen toestand der gemeente gunstiger was geworden, verkreeg
-het bestuur machtiging om 100 R. daler aan de noodige herstellingen der
-kerk te Tegelen te besteden. Deze herstellingswerken geschiedden in
-1790 en 1791.
-
-Thans zijn wij het tijdstip van groote veranderingen op elk gebied, dat
-der Fransche revolutie, genaderd. De eerste verschijning der Franschen
-ten onzent geschiedde in 1790, toen de generaal _Compaire_ stadswaarts
-toog. Hij deed eene brug van pontons over de Maas slaan; men herkent
-hiervan nog de sporen op de oevers der rivier tegen over Tegelen.
-
-1794. In October van het jaar 1794 kwam generaal Moreau met een
-ontzaglijk leger tot voor Venlo. De brigaad-generaal Laurent sloeg zijn
-hoofdkwartier te Tegelen op. Het hevige geschut van de stadswallen
-dwong hem de opgeslagen brug te verleggen tot boven Tegelen aan den
-zoogenaamden Paulussenweert. In den nacht van 9 op 10 October werden
-op zijn bevel verscheidene batterijen opgeworpen nabij den Roskam, om
-alzoo de toenadering van den vijand op Tegelen te beletten. Nu ving
-Laurent met een korps van 5000 man de belegering der stad aan.
-
-De overgaaf van Venlo geschiedde den 26 October 1794. Dit jaar wordt
-genoemd het jaar III der Fransche republiek, de 26 October is de 5
-Brumaire. Na drie dagen waren de Hollandsche troepen uit Venlo en
-omstreken verdwenen.
-
-1795. Door de wet van 1 October 1795 werden onze streken bij het
-departement der Nedermaas (Meuse-Inférieure) ingelijft met Maastricht
-tot hoofdstad. Het schepengerecht van voorheen werd ingetrokken en
-vervangen door een _conseil municipal_ met een maire (meijer) aan
-het hoofd. Dit bestuur was in voormeld jaar samengesteld uit: Antoon
-Thijssen, maire, Gerard Ter Poorten rekenmeester, Peter Beekmans, P.
-Peeters, Jan Denissen. Onder kerkekelijk opzicht bleef Tegelen wat het
-was tot in 1801, toen echter werd het bij het bisdom van Aken gevoegd.
-Alle broederschappen, beneficiën, gilden enz. werden sinds 1795-1796
-domein verklaard. Onder het Fransche _directoire_ van 1795 tot 1799 had
-Tegelen veel te verduren door het heen en weer trekken van regimenten
-en door zware inkwartiering. De schatheffing was ook verpletterend;
-Tegelen moest in dezen tijd opbrengen: 1471 franken. Te Venlo en te
-Belfeld waren intusschen ook de kerkelijke diensten verboden. Van 1797
-tot 1799 moesten velen van genoemde parochiën te Tegelen de H. H.
-Sakramenten, Doopsel en Huwelijk komen ontvangen en het H. Misoffer
-bijwonen.
-
-1804. Den 18 Mei 1804 werd Napoleon tot Keizer uitgeroepen. Hij trok
-door Tegelen den 12 September van dat jaar, en kwam van Venlo. Na in
-1809 in Oostenrijk en Duitschland overwinning op overwinning behaald
-te hebben, wilde hij in 1812 ook Rusland bedwingen. Al wie wapenen kon
-dragen werd opgeeischt. Wij hebben meer dan eenen hooren verzekeren,
-dat lotelingen uit ons vaderdorp tot tweemaal toe, tegen hooge
-bezoldiging, een plaatsvervanger hadden aangewezen, en niet te min, ten
-koste van hun leven, persoonlijk moesten optreden. Slechts weinigen
-ontkwamen aan de felle koude en ontberingen in Rusland.
-
-1814. In het jaar 1814 den 9 April, alzoo in hetzelfde jaar en dezelfde
-maand, dat Napoleon I als banneling naar het eiland Elba werd verwezen,
-had te Tegelen een gedenkwaardig voorval plaats. De Franschen, die te
-Venlo door de geallieerden belegerd werden, deden tegen den middag
-eenen uitval om zich te Steijl meester te maken van een magazijn,
-dat, voorzien van levensmiddelen, bestemd was voor de vesting Wesel.
-Deze goederen waren te Steijl gelost wijl een bende Kosakken aan deze
-zijde van den Rijn den doortocht onveilig hadden gemaakt. Reeds was de
-Fransche krijgsmacht, vergezeld van grof geschut, over de Hoogstraat
-genaderd tot voorbij het pastoreele huis, toen men eenklaps vernam,
-dat de vrijwillige jagers van Berlijn den berg waren afgedaald en zich
-in tirailleurs vertoonden op het Betenveld bij de kerk. De Franschen
-trokken spoedig naar het dorp tot voor het Posthuis; een tambour beklom
-een heuvel en sloeg alarm; doch nauwelijks had hij den trommelslag doen
-hooren of een Pruisische jager maakte door een geweerschot diens trom
-onbruikbaar. Hierop drongen de Franschen door tot op het kerkhof, en
-tusschen de kerkhofmuren verschanst, richtten zij een hevig vuur op
-de Pruisische jagers. Deze naderden evenwel al meer en meer, zoodat
-de Franschen goedvonden terug te trekken en wijl de poorten toevallig
-gesloten waren, over den muur de vlucht te nemen. Gekomen tot op den
-alden mert, vonden zij zich gedekt door twee veldstukken, doch bij het
-lossen daarvan werden wel boomen in den Meulenpas, maar geen Pruissen
-getroffen. Zekere Hendrik Roemen uit Tegelen werd bij deze eerste
-ontmoeting door een’ kogel ernstig getroffen: hij werd door den pastoor
-Freybenter bijgestaan doch het bleek, dat de ontvangene wonde niet
-doodelijk was. De terugtocht der Franschen naar Venlo, werd langzaam
-bewerkstelligd, tot dat eensklaps tegenover den Links de Pruissen een
-geweldig vuur op hen losbrandden; verscheidene Franschen sneuvelden;
-de overigen vluchtten eerst in de richting naar de Maas, vervolgens
-langs de Wilderbeek naar Venlo.[37] In de verte hadden zich ook eenige
-Kosakken die te Belfeld gekampeerd waren vertoond, doch hebben,
-naar het schijnt, geen deel aan den strijd genomen. Een oberjager
-der Pruissen werd achter een’ boom door een kogel gedood. Toen de
-pachter van Mertenhof dezen stervenden man naar het dorp voerde, loste
-deze nog morrend tegen de Franschen zijne geladen karabijn. Van dit
-gevecht waren P. J. van Dinter en vier missedienaars de onvoorzichtige
-ooggetuigen van uit de klankgaten des torens. De toenmalige koster en
-onderwijzer heeft dit gevecht in een lied bezongen dat later nog langen
-tijd bij kermissen en volksfeesten heeft dienst gedaan.
-
-’s Anderendaags, zijnde Paaschdag, voerden de Pruissen het magazijn met
-den inhoud naar Wachtendonck. De maire W. Kamp, de adjunct M. Thyssen
-en de kanunnik B. Canoy werden te dier oorzake naar Gelder in verhoor
-geroepen, alwaar ze zeer hoflijk bejegend werden.
-
-Om op de Kosakken terug te komen, thans nog levende personen
-geheugen het zich, hoe dit volk dagelijks ons dorp doortrok, om vôór
-zonnenopgang te bespieden of er geen Franschen uit Venlo opdaagden.
-Eenige Franschen hiervan bewust, hadden zich op zeker vroegen morgen in
-de herberg de _Driekroonen_ verscholen. Toen nu de Kosakken als naar
-gewoonte aan den kastelijn de vraag stelden _nikski de fransouski?_
-schoten de Franschen door deuren en vensters op hen en namen een’ der
-vluchtenden gevangen, dien zij onder veel pret en gejuich naar Venlo
-leidden. Het kan overigens niet ontkend worden, dat deze Kosakken hun
-kamp goed bewaakten en den Franschen nog al zorg en moeiten baarden.
-Zij hielden flink wacht, en hadden op onderscheidene punten vedetten
-uitgezet, die hun van alles verwittigden; onder anderen stond er eene
-op den zoogenaamden Bergel en eene andere op de heuvels nabij de
-Mergelstraat, die nog heden Kosakkenberg heet. Op zekeren dag trachtte
-een Fransche kolonne, die ’s nachts over Blerick en Baarlo te Kessel
-de Maas overtrok de Kosakken langs Schelkensbeek, tusschen Reuver en
-Belfeld, in den rug te vallen; doch in de verte ontdekt zagen deze zich
-genoodzaakt in aller ijl de vlucht te nemen naar de Brachter bosschen.
-De Kosakken waren bijzonder knappe ruiters, maar ruw en onbeleefd.
-Jenever met peper was hun geliefkoosde drank; van de vrouwen rokken,
-die zij hier en daar opdeden, bedienden zij zich als van doelmatige
-mantels zonder mouwen.
-
-1815. Tegelen was van 1814 tot 1816, ter oorzake van een verkeerde
-uitlegging van het Weener tractaat aan Pruissen onderworpen gebleven;
-desniet tegenstaande namen nog dikwijls Fransche troepen hier den
-doortocht op hunne reis naar hun vaderland. De laatsten daarvan
-behoorden tot de bezetting van Hamburg, in 1815, toen de geallieerden
-Parijs reeds hadden ingenomen. Een twaalftal jongelingen van Tegelen
-werden in voornoemd jaar door de Pruisische regeering tot den
-krijgsdienst opgeroepen en bij de landwehr ingelijfd om des noods tegen
-Frankrijk op te trekken[38].
-
-1816. De groothandel op Steijl verontruste destijds onze stadsnaburen.
-Toen Koning Willem I den 7 Juni 1815 Venlo bezocht, stelde hij de
-gemoederen aldaar gerust, met de verklaring, dat eene omwisseling
-van gemeenten in onderhandeling was tusschen Pruissen en Nederland.
-Werkelijk den 18 Maart 1816 werd onze gemeente door ruiling tegen eene
-plaats nabij Aken, bij het koningrijk der Nederlanden gevoegd. Toen
-in dit jaar, bekend onder den naam van _natjaar_ schier alle vruchten
-mislukten, en het _duurjaar_ 1817 daarop aanbrak, waren de prijzen der
-levensmiddelen uitermate gestegen. De tarwe klom in prijs tot 90, de
-rogge tot 72, de gerst tot 54, de haver tot 46 en de aardappelen tot
-36 kl. gulden het malder. Er werd dan ook in die dagen meer haver dan
-tarwe of rogge tot brood gebakken.
-
-1820. In weerwil van den overlast der aanhoudende militaire
-doortochten, had de gemeente tot dusver geringe schulden gemaakt.
-Zoodra de vrede gekomen was en men een normaal budget kon opmaken, was
-men er op bedacht om de gemeente eigendommen te doen afmeten en een
-deel daarvan tot dekking der schuld te verkoopen. In 1820 beliep deze
-schuld eene som van 8652, 40 N. gulden. Deze zijn in eens tot genoegen
-der schuldeischers, die meestal aankoopers waren van gemeentegronden,
-gedelgd. De verkooping geschiedde den 6 November.
-
-1822. Op bevel van den vicaris-generaal van het bisdom Aken, waartoe
-Tegelen sedert 1801 behoorde, moest den 10 Januari 1822 eene
-kerkfabriek opgericht worden; deze werd samengesteld uit Mathias Houba
-president, Cornelius Beekmans, Joan. Peeters, Wilm Kamp, Christiaan
-Janssen en Jozef Orths pastoor.
-
-Over het algemeen mogen de jaren, die men hier »den eersten
-Hollandschen tijd” noemt, voor Tegelen gelukkig heeten; want zooals wij
-nader breedvoerig zullen aanmerken, waren er handel en nijverheid in
-vollen bloei.
-
-1830. In 1830 brak de Belgische omwenteling uit. Den 10 November kwam
-het corps van den Belgischen generaal Daine in Tegelen post vatten. Het
-bestond uit één bataillon infanterie, anderhalve batterij Brusselsche
-artilleristen en verscheidene compagniën vrijwilligers uit Luik,
-Mechelen enz. Het garnisoen van Venlo geenen aanval vermoedende, had
-verwaarloosd de stadspoorten te sluiten, zoodat een vrijwilliger, A.
-Düfhous genoemd, met lossen toom, de stad binnenreed. Hij zat echter
-spoedig achter slot. Nadat de bruggen in allerijl opgehaald waren
-schoot, de artillerie van de wallen op de Belgische troepen, die aan de
-Wilderbeek gestationeerd waren. De twee eerste schoten velden ook twee
-paarden neer. De Belgen trokken dien dag terug. Een gedeelte hunner
-troepen logeerde op Tegelsch grondgebied, de staf met generaal Daine
-bleef in het dorp. Den 11 November gaf de stad, na eene overeenkomst
-getroffen te hebben met den vijand, zich over, en Daine nam bezit van
-Venlo. Van de Hollandsche soldaten kwamen velen ’s anderendaags door
-Tegelen om te Ath in België geinterneerd te worden.
-
-Ook te Tegelen werd in 1830 in de kom der gemeente een vrijheidsboom
-geplant, die in 1867 weggeruimd, door een’ jeugdigen lindenboom
-vervangen is.
-
-1831. Gedurende den beruchten tiendaagschen veldtocht in 1831
-moest ook alhier de garde-civique onder het geweer. Onze mannen
-daarbij ingelijfd, werden in de dorpen Helden, Panningen en Meijel
-gecantonneerd. In dit jaar verscheen eene compagnie vrijwilligers,
-staande onder het bevel van den colonel Milisini, en bleef een’
-gansche maand te Tegelen. Onze inlijving bij België was slechts
-voorloopig; want ingevolge het tractaat van Londen 22 Juni 1839 werd
-Limburg voor het grootste deel aan Nederland teruggegeven. Tegelen
-kwam toen bij het arrondissement Roermond en het kanton Venlo. De
-tweevoudige rede, waarom men aanvankelijk weinig genegenheid koesterde
-om wederom Hollandsch te worden; was: de hoogstijgende belastingen
-bij hoofdelijken omslag, »kopgeld” genaamd, en de dienstplichtigheid
-der lotelingen ten getale van zeven elk jaar, waaraan men sedert een
-tiental jaren niet meer gewoon was.
-
-1840. Onder kerkelijk opzicht had de Fransche revolutie, onze parochie,
-zooals we reeds aanduidden, gebracht onder het bisdom van Aken.
-Tengevolge eener omschrijving der Pruissische bisdommen door Paus Pius
-VII, liet de vicaris-generaal M. W. Fonck van Aken, bij brieven van den
-28 Juli 1823 onzen pastoor J. Orths weten, dat Tegelen wederom onder
-het bisdom Luik, alwaar de vicaris-capitularis Barett toenmaals het
-bestuur in handen had, terugkeerde. Deze toestand duurde tot 12 Juli
-1840, toen koning Willem II een nieuwe regeling van Paus Gregorius XVI
-goedkeurde. Hierbij werd bepaald, dat bij het apostolisch vicariaat
-van Limburg (thans bisdom Roermond) zouden behooren, alle Limburgsche
-steden, die vroeger tot Luik behoord hebben, mede de parochiën Tegelen,
-Velden, Arcen, Herkenbosch Melick en Well; alsnog die van Afferden,
-Bergen, Gennep, Heijen, Middelaer, Mook en Ottersum, tot dusver onder
-het vicariaat van Grave, en eindelijk de parochiën der kantons Horst en
-Sittard.
-
-1847. De felle en late vorst des jaars 1847 trachtte men ook hier
-heugelijk te maken. Op Paaschmaandag reden en zwenkten naar hartelust
-de schaatsenliefhebbers van, Venlo, Tegelen en Steijl op het dikke
-Maas-ijs. Naast eene tent waarin geschonken werd, had men zelfs
-eene gaarkeuken op het bloote ijs opgericht; de schoon gekleurde
-Paascheijeren vonden algemeenen aftrek.
-
-In Februari 1848 werd hier onder Gods zegen eene eerste, in 1854 eene
-tweede, in 1866 eene derde en eindelijk in 1867 eene vierde H. Missie
-gegeven, door de Eerw. Paters Redemptoristen.
-
-1854. Ten slotte zij nog vermeld, dat in den nazomer van 1854, de
-cholera ziekte te Steijl uitbrak en binnen weinige dagen negen
-slachtoffers ten grave voerde.
-
-1876. Toen Tegelen den 4 Januari 1876, dag waarop tevens de nieuw
-benoemde herder F. R. Pennings plechtig werd ingehuldigd, de eer genoot
-Z. D. H. Monseigneur K. Claessens apostolisch vicaris van Batavia
-ter inwijding van de vergrootte kerk, in zijn midden te ontvangen,
-konden honderde toegesnelde vreemdelingen zich overtuigen, hoe ons
-vaderdorp door kunstsmaak en eensgezindheid, in slaat is bij dergelijke
-gelegenheden zelfs met grootere plaatsen te wedijveren.
-
-Verdere merkwaardigheden der laatste tijden komen voor in de nu
-volgende afdeeling.
-
-
-
-
- TWEEDE AFDEELING.
-
- De pastorij en kapelanij te Tegelen; de pastorij en kapelanij
- te Belfeld; het rectoraat te Steijl; scholen, adellijke huizen,
- missiehuis, beurzen-stichtingen, arm-wezen, gilden, feesten, handel en
- nijverheid te Tegelen.
-
-
- § I. De Pastorij.
-
-Het bestaan van een pastoreel huis te Tegelen wordt aangegeven door
-een stuk, waarin de pastoor in 1681 verklaart: dat zijne woning met
-aanhoorigheden zoodanig onderkomen is, dat bij wind en onwêer de
-vruchten zonder te bederven niet meer geborgen kunnen worden, en
-derhalve het bestuur uitnoodigt om de noodzakelijke herstellingen aan
-te brengen.[39] De pastorij werd andermaal hersteld in 1753 alsmede
-in de jaren 1824-1825. In dit laatste jaar werd een gedeelte der
-aangrenzende tiende-schuur tot een ruime vreemden-kamer hervormd. Ook
-in 1872 zijn zeer doelmatige verbeteringen aangebracht, zoowel binnen
-als buiten de pastorij.
-
-Tot in het jaar 1571 genoot de pastoor van Tegelen vijftig malder
-tiendevruchten hoofdzakelijk rogge; maar na de feitelijke scheiding
-van de St. Urbanus kapel te Belfeld, ontving hij slechts de helft;
-namelijk 12 malder rogge, 8 malder boekweit, 3 malder gerst en 1 malder
-haver. Volgens opgave van den landmeter Peter Behet in 1743 bestond
-het eigendom der pastorij uit twaalf morgen en zeven-en-dertig roeden
-bouwland. Doch eene opmeting van 1763 geeft aan: 1^{o} Acht morgen
-lands, leverende een’ jaarlijkschen pacht op van even zoovele malder
-rogge per morgen, terwijl ook eenige grond voor de helft werd bebouwd.
-2^{o} Eenig slaghout met aangrenzend weiland, gelegen aan den berg,
-en genaamd, »pastoorshout,” ter waarde van jaarlijks 19 kl. gulden.
-3^{o} Verder genoot de pastoor alstoen de kleine tienden, van vlas,
-winterzaad, lammeren enz. enz. Krachtens het kerkelijk recht was de
-pastoor vrij van landsschattingen en van het leveren van tienden.
-Alleen betaalde hij jaarlijks aan de keurvorstelijke regeering, voor
-Mei- en Herfstschat, 3 _raader albus_ of 9 stuiver. 4^{o} Nog ontving
-de pastoor van het armbestuur van Venlo jaarlijks 1 malder rogge,
-gevestigd op de hoeve Hulstert.
-
-Ook deelde de pastoor in de opbrengst van den rondgang in de Goede
-week, mits hij den koster op diens tocht een medegezel toevoegde.
-Wegens de opgedrongen schattingen werden den pastoor in 1668 voorloopig
-toegezegd: 50 kl. gulden uit de rijke revenuën der armenfondsen. De
-middelen van bestaan van den pastoor te Tegelen, zooals uit alle
-aanwezige stukken blijkt, waren nimmer bevredigend. De maatregelen ter
-verbetering genomen in 1785-1786 en 1788 onder pastoor Peter Eskens,
-hadden weinig of geen gevolg.
-
-Toen in 1815 Jos. Orths de parochie aanvaardde, genoot deze van
-gemeentewege eene toelage van 500 franken. Op aandringen van den
-Vicaris-generaal richtte hij een smeekschrift tot Koning Willem I, en
-verkreeg dien ten gevolge eene verhooging van ’s landstraktament voor
-zich persoonlijk ten bedrage van 125 N. gulden. Intusschen trok de
-gemeente de gemelde toelaag in Jan. 1819 weder in.
-
-Wij geven hier de lijst der bekende pastoors van Tegelen:
-
-_Hendrik van Holtmolen_ fungeerde als pastoor in 1433, en had, zooals
-reeds is aangestipt geworden, eene weide verpacht, die te Odiliënberg
-gelegen was.
-
-_Wilhelmus Weiss_. In eene rekening van 1639 wordt vermeld, dat hij
-vroeger als pastoor te Tegelen stond. Wellicht is hij het, die wijken
-moest voor den ketterschen bedienaar, die hier was ingedrongen.
-
-_Conrard Sären_, pastoor van 1637 tot 1671. Onder hem beginnen de doop-
-trouw- en sterfregisters onzer parochie. Hij onderteekent zich, gelijk
-aanvankelijk ook zijn opvolger, als pastoor van Tegelen en Belfeld.
-Deze pastoor was lid der Kruisheeren-orde. Zijn grafsteen, met het
-opschrift: _Conrard Sären pastoor te Tegelen, overleden den 19 Sept.
-1671_, is onlangs van het koor overgeplaatst naar het rechter zijpand.
-
-_Henricus Corneli_, benoemd tot pastoor den 9 Nov. 1671, en overleden
-den 15 Augustus 1680. Wij vinden hem ook genoemd _H. Corneli à Tets_,
-misschien wegens zijne afkomst uit het dorp Tits bij Gulick. Na zijn
-dood stond de Kruisheer Nic. Stals uit Venlo eenigen tijd alhier als
-deservitor. Hij is hier jammerlijk verdronken. Toen volgde:
-
-_Joannes Bongaerts_. Deze werd hier aangesteld den 1 Mei 1681 en bleef
-tot 1704; hij was daarna tot in 1723 pastoor te Urdingen.
-
-_Henricus Weuten_ werd benoemd in September 1704, en verliet Tegelen
-in December 1727, om te Cruchten bij zijne familie zijn verdere
-levensdagen door te brengen. Wij vernemen, dat hij aldaar in 1752 is
-overleden.
-
-Bijna een jaar lang bedienden de Kruisheeren van Venlo de parochie.
-Joh. Heuts teekent zich herhaaldelijk als deservitor.
-
-_Nicolaus Smeets_. Deze zeer verdienstelijke pastoor, bestierde bijna
-40 jaren lang Tegelen met onvermoeiden ijver. Hij was aangesteld
-geworden in 1728 en stierf plotselings te Neer op den 8 September 1767.
-Zijn stoffelijk overschot ligt alhier begraven in den grafkelder onder
-het koor. Een oom van dezen pastoor werd in 1751 in de kerk begraven
-tegenover den preekstoel.
-
-_Leonardus Timmermans_ vroeger kapelaan te Horne, werd benoemd, den 9
-November 1767. Hij overleed den 2 September 1783. De landdeken Beek,
-pastoor te Ratheim, had hem hier geinstalleerd.
-
-_Petrus Eskens_, vroeger kapelaan te Breijel, werd tot pastoor van
-Tegelen aangesteld in 1783, en overleed alhier den 8 April 1805.
-
-_Joannes Petrus Freijbeuter_, was geboren te Holtzweiler bij Erkelenz;
-hij werd hier pastoor in den loop van 1805. Men roemt zijn ijver en
-nauwgezetheid. Wegens verschillende moeielijkheden trok hij zich
-in 1815 in zijne geboorteplaats terug, en leefde nog tot 1844. Hij
-stichtte een kapitaal fonds voor studenten, waaraan ook de Tegelsche
-jeugd deel kan hebben, gelijk nader blijken zal.
-
-_Josephus Orths_, geboortig uit Lobberich, en langen tijd religieus in
-het Brigittijnenklooster te Kaldenkerken, verscheen hier als pastoor
-in 1815 en overleed ten gevolge eener beroerte den 7 April 1841. Zijne
-collega’s noemden hem pater Matheus.
-
-_Lambertus Mosk_, werd pastoor benoemd in April 1841 na alhier 18 jaren
-kapelaan te zijn geweest. Geboren te Ravenstein in 1804, overleed hij
-alhier den 28 Nov. 1864. Hij bezorgde onzer kerk de relikwiën der H.
-Lucia,[40] en de statiën van den kruisweg.
-
-_Wilhelmus Beckers_, geboren te Well in 1822, priester gewijd in 1845,
-was achtervolgens van 1845-1850 kapelaan te Afferden; van 1850-1853
-te Velden; van 1853-1859 te Gennep. Daarna van 1859 tot 1864 pastoor
-in de nieuw opgerichte parochie te Ohe en Laak, en sinds 1864 pastoor
-te Tegelen. Aan hem heeft men het groote en schoone kerkhof, in 1868
-aangelegd, benevens de herstelling en vergrooting der kerk in 1874-1875
-grootelijks te danken.
-
-Den 10 December 1875 werd deze zeer verdienstelijke pastoor benoemd tot
-deken van Gennep, en opgevolgd den 12 derzelfde maand door: _Franciscus
-Pennings_. Geboren te Kessel in 1830, en priester gewijd in 1854, stond
-deze laatste achtervolgens als kapelaan eenige maanden te Blitterswijk,
-twee jaren te Wijk-Maastricht en voorts te Venlo.
-
-
- § II. De kapelanij te Tegelen.
-
-In 1540 reeds, gelijk vermeld is, was gezorgd voor een dagelijksche H.
-Mis. Althans er bestond in de kerk van Tegelen een beneficie aan het
-altaar van O. L. Vrouw. Rector daarvan was, in genoemd jaar: _Bernard
-van Besel_; doch deze was geen eigenlijke kapelaan die gezonden was om
-den pastoor in zijne bedieningen bij te staan. In 1670 en verdere jaren
-was _Joannes Schutjes_ tot helper van den pastoor dan eens hier en dan
-eens te Belfeld werkzaam. Ten jare 1749 vermaakte _Gerret Engels_ 400
-patacons voor H. Missen tot ondersteuning van een kapelaan. Bij gebreke
-van dien titularis bleef de zorg van die H. Missen op den tijdelijken
-pastoor berusten. Tot dusverre was er alzoo nog geen kapelaan te
-Tegelen. Wel vinden we dat gedurig na 1700, dan Kruisheeren, dan
-Minderbroeders uit Venlo den pastoor op de Feestdagen, processiën enz.
-kwamen bijstaan.
-
-Den 6 Maart 1806 boden burgemeester en kerkmeesters met inwilliging des
-pastoors, een jaarlijksche toelaag van 500 franks, aan den Eerw. Heer
-J. Tiebosch opdat deze des Zondags in de parochie-kerk de vroegmis met
-onderricht zou doen; deze nam het aanbod aan; doch eerst in 1811 werd
-de Eerw. Heer Tiebosch van de Hoogere geestelijkheid aangesteld. In
-1816 verliet hij onze gemeente. Terwijl destijds de Eerw. Heer kanunnik
-Bernard Canoy te Steijl vertoefde, deed deze tot in 1818 de vroegmis.
-Van toen af tot 1820 las de Eerw. Heer kanunnik Ferdinand Mertens
-gewoonlijk de eerste H. Mis; doch deze verliet Tegelen in genoemd jaar.
-Daar de noodzakelijkheid van een tweede geestelijke in de parochie zich
-hoe langer hoe meer deed gevoelen, deed de pastoor in dat zelfde jaar
-de noodige stappen bij den generaal-vicaris van Aken om een kapelaan
-te verkrijgen, doch zonder gevolg, wijl er gebrek aan priesters was.
-Intusschen nam zekere Heer van der Wielen deze betrekking waar.
-Eindelijk in Januari 1823 wendden zich burgemeester en pastoor tot den
-geestelijken commissaris Claessen te Weert met verzoek om een’ kapelaan
-te mogen hebben. Deze zorgde dat den 28 April 1823 de Eerw. Heer
-Lambertus Mosk alhier tot kapelaan werd aangesteld.
-
-Omstreeks het jaar 1825 verkreeg de kapelaan van Tegelen een
-landstractement van 500 francs, benevens een subsidie van wege de
-gemeente. Het woonhuis voor den kapelaan dagteekent uit 1840, en is
-door de gemeente gebouwd; het is zeer aangenaam en gansch nabij de kerk
-gelegen.
-
-Als kapelaan dezer parochie deden dienst:
-
-_Jacobus van Laer_, geboren in 1817 te Heijthuizen, priester gewijd te
-Roermond, werd in December 1841 alhier benoemd. Sinds 1846 verplaatst
-naar Nederweert, overleed hij aldaar in 1861.
-
-_Joannes de Fauwe_, van Weert, werd priester gewijd in 1842. Nadat
-hij twee jaren als professor aan de normaalschool voor onderwijzers
-te Rolduc en ruim een jaar als kapelaan dezer parochie was werkzaam
-geweest overleed hij alhier den 23 September 1846, in den jeugdigen
-leeftijd van 27 jaren.
-
-_Goswinus Hubertus Berden_, geboren te Broekhuysen, werd uit het
-seminarie alhier benoemd in December 1847. Sedert 1866 pastoor te
-Reuver, overleed hij aldaar den 12 Februari 1875.
-
-_Joannes van Hegelsom_, uit Grubbenvorst, kapelaan te Tegelen van Oct.
-1866 tot April 1874, in dezelfde hoedanigheid overgeplaatst naar Horst.
-Zijn opvolger is:
-
-_Frans van Laar_, geboren in 1841 te Ohe en Laak, priester gewijd in
-1868; vroeger kapelaan te Nieuwstad, sedert April 1874 kapelaan alhier.
-
-
- § III. De Pastorij te Belfeld.
-
-Ofschoon de Belfelder kapel reeds in 1571 tot parochiale kerk was
-opgericht geworden, verliepen meer dan honderd jaren, alvorens een
-resideerend pastoor daaraan werd aangesteld; tot dusverre bestond er
-ook geen pastoreele woning.
-
-Eene copie van 1^n Jan. 1666 geeft aan, als inkomsten van den
-dienstdoenden pastoor: 12 malder uit de tienden, bestaande in boekweit,
-vrij van belasting. Wijders uit twaalf en een half malder erfpacht, in
-rogge. Van deze erfpacht kreeg de pachter jaarlijks 18 stuiver brab.
-ad 3 permissie schellingen. Ook bezat de pastoor anderhalven morgen
-bouwland te Belfeld, in het Eckschip gelegen en genaamd het Bijlstuk,
-waarvan gewone schatting gegeven werd.
-
-Aan geldrenten gaf het kerspel Belfeld 12 gulden Venloosch,
-
-Willem Franssen op den Steijl 4 gulden 7 stuiver,
-
-Hendrik te Venlo met seine broers 2 gulden 3½ st.,
-
-Talmen op den Rijdt 2 gulden 3½ st.
-
-Verder »hefft de kercke te Belfeld sonnendags ende heyligendags missam,
-ende ook quarta et sexta feria”.
-
-Volgens eene kerkvisitatie van den 20 Maart 1670 door Van Oeveren[41]
-vicaris generaal van Roermond gehouden, was de titel der kerk te
-Belfeld _St. Urbanus_, de _collator_ der pastorij Baron Van Metternich,
-Heer van Holtmolen; de tienden behoorden aan den pastoor van Tegelen en
-waren onbelast; de herstellingen aan de kerk moesten bekostigd worden
-door het kerkbestuur. De pastoor _Conrard Sären_, Kruisheer, had tot
-medehelper _Joannes Schutjes_, die op Zon- en Feestdagen afwisselend
-de hoogmis moest houden te Belfeld en te Tegelen. Er waren 250
-communicanten[42].
-
-De pastoreele woning te Belfeld werd aangelegd omstreeks 1700, en is
-herbouwd op het laatst der vorige eeuw.
-
-De verdere reeks der pastoors te Belfeld is:
-
-_Balthasar Veken_; deze was in 1703 nog pastoor.
-
-_Petrus Ludovicus Hommen_, van 1727 tot 1749.
-
-_Petrus Backhuizen_, van 1749 tot 1761.
-
-_Godefridus Franssen_, van 1761 totdat hij in 1797 wegens de revolutie
-moest vluchten. Hij nam met nog andere priesters de wijk naar Emmerick.
-Zonder zijn moedig belijd zouden zij bij den overtocht van den Rijn in
-handen der Franschen gevallen zijn, die hen achtervolgden en op hen
-vuurden. Later teruggekeerd, overleed hij in zijne parochie.
-
-_Nicolaas Ercks_, pastoor van 1801 tot 1814.
-
-_Wilhelm Berinks_, van 1814 tot 1837.
-
-_Petrus Joannes Hesemans_, geboren te Lommel in 1804, priester gewijd
-in 1830 kapelaan te Venlo tot 1837, pastoor te Belfeld tot 1840, sedert
-dien pastoor te Sevenum.
-
-_Norbert Sleurs_, geboren te Venlo in 1805. Van 1829 tot 1840 kapelaan
-te Velden, daarna pastoor alhier tot zijne benoeming voor Middelaar in
-1855. Hij werd te Belfeld opgevolgd door den tegenwoordigen pastoor:
-
-_Petrus Cruysen_, geboren te Linden in 1804, vroeger pastoor te
-Middelaar.
-
-
- § IV. De Kapelanij te Belfeld.
-
-_Wilhelm Willems_, van Belfeld, schepen te Roermond, overwegende dat
-er op Zon- en Feestdagen te Belfeld maar één heilige Mis gedaan werd,
-en de inwoners zich naar Tegelen, Beesel en andere plaatsen ter kerk
-moesten begeven, stichtte den 21 November 1702 tot lafenis zijner ziel
-en die zijner voorouders, in de kerk van Belfeld en ten dienste der
-gemeente, een eeuwige vicarie. De gemeente op hare beurt beloofde, bij
-akte van den 12 Maart 1700, den miskelk, kaarssen, missale, brood en
-wijn en alles wat tot de H. Mis noodig is, niet alleen op die dagen,
-maar ook op de werkdagen onbekrompen te zullen verschaffen. De stichter
-benoemde tot rector Cornelius Schutjes, student in de theologie te
-Keulen, zoon van Hendrik Schutjes en Helena Kruitsberg. De rector
-moest na de H. Mis den ps. _miserere_ en _de profundis_ bidden, en na
-het Evangelie, omtrent ¾ uur catechismus houden. Van de gemeente zou
-de vicarius 20 patacons genieten[43].
-
-De woning voor den kapelaan bevindt zich naast de school. Wij weten
-niet dat ze ooit door een’ geestelijke werd betrokken. Behalve Joannes
-Schutjes, de medehelper van pastoor Sären in 1675, en den voornoemden
-Cornelius Schutjes in 1702, vinden wij alleen als werkelijke kapelaans
-te Belfeld: _Franciscus Thör_ in 1732 en _Joannes Bongaerts_ in 1747.
-
-
- § V. Rectoraat te Steijl.
-
-Hoe in 1526 reeds de belangen van de kapel en den rector behartigd
-zijn geworden, hebben wij vernomen uit de eerste afdeeling dezer
-aanteekeningen. De aloude kapel van Steijl, den HH. Fabianus en
-Sebastianus toegewijd, was onbeduidend en ofschoon reeds hersteld en
-vergroot door een nevenbouw, geheel bouwvallig geworden. Zij is in
-1866 verbouwd en op een kleinen afstand door een fraaien en tamelijk
-ruimen tempel vervangen; deze is het werk van den Roermondschen
-architect, den Heer Weber. In 1874 werd ook de doelmatige toren ervan
-voltrokken, en bekostigd door een Rijkssubsidie en de opbrengst van
-eene tombola-loterij.
-
-_Agatha Raetmakers_ stichtte in 1754 een pensioen van 5 kl. gulden
-voor benoodigden wijn, brood en was aan de kapel te Steijl. Toen in
-het jaar 1804 de Heer Tiebosch als privaat-geestelijke te Steijl
-vertoefde, deden de inwoners bij den generaal-vicaris van Luik
-pogingen om een dagelijksche H. Mis in de kapel te mogen hebben; dit
-werd echter niet verkregen. Later toen genoemde Heer werd aangesteld
-(1811) om den pastoor van Tegelen ter zijde te staan, mocht hij
-ééns in de week te Steijl de H. Mis opdragen. Bij deze vergunning
-geeft de generaal-vicaris den wensch te kennen, dat de ingezetenen
-van Steijl dien ten gevolge meer genegenheid mogen toonen voor de
-moederkerk van Tegelen. In November 1823 was van wege Luik aan den
-Heer _van der Wielen_ toegestaan dagelijks de H. Mis te lezen en
-des Zondags onderricht te geven, aan gezegde kapel. Men bezit in de
-kerk van Steijl relikwiën van St. Rochus welke door vergunning van
-de kerkelijke overheid in April 1855 alle Dinsdagen openbaar worden
-vereerd. Jaarlijks wordt er ter eere van St. Rochus plechtig feest met
-octaaf gevierd. De Feestdag van de HH. Fabianus en Sebastianus, wijzen
-de Steijler kermis aan. Den 20 Augustus 1875 werden in de fraaie kerk
-alhier twee goed overeenstemmende klokken, uit het atelier van de
-Heeren Fritzen en Petit te Aarle-Rixtel, aangebracht. De inzegening
-daarvan werd op den 22 daarop volgende voltrokken door den Hoogeerw.
-Heer deken Raetsen van Venlo, omringd door tal van geestelijken en
-geloovigen.
-
-Na den Eerw. Heer van der Wielen heeft de Heer kanunnik Bernard Canoij
-langen tijd des Zondags en ook op de werkdagen de H. Mis in de kapel
-gelezen. Vervolgens hebben onafgebroken het rectoraat van Steijl
-bediend; _Peter Peters_ geboren te Zeeland. Deze was vroeger kapelaan
-te Baexem, en kwam herwaarts in 1847. Zijn geschokte gezondheid deed
-hem in 1851 zijn ambt nederleggen; hij bedankte en overleed te Tegelen
-7 Febr. 1857 in den ouderdom van 63 jaren.
-
-_Frans van Haeff_ geboren te Meerlo, priester gewijd in 1851 was rector
-tot 1862, en werd daarna in dezelfde hoedanigheid overgeplaats naar
-Leunen. Thans is hij pastoor te Peij sedert 1873.
-
-_Joannes de Gruiter_, uit Venlo. Priester van 1844, was hij
-achtervolgens kapelaan te Brunssum, te Wanssum, en te Meijel; director
-aan Calvarie te Maastricht en van 1862 tot 1868 rector te Steijl.
-Hierop benoemd pastoor te Beegden overleed hij te Venlo den 27 November
-1874.
-
-_Augustinus Backhuis_, geboren te Roermond in 1833. Priester gewijd in
-1857 werd hij benoemd tot professor te Rolduc; in 1862 tot kapelaan te
-St. Odiliënberg en sinds 1868 rector te Steijl.
-
-Voegen wij nog bij de geestelijken die onze parochie bediend hebben de
-naamlijst der Eerw. priesters, die te Tegelen geboren zijn. Ons zijn
-alleen de volgende bekend:[44]
-
-1. _Hendrik van Holtmolen_, pastoor alhier in 1433.
-
-2. _Gisbert Franssen_, was vroeger in Holland op statie geweest,
-teruggekeerd vestigde hij zich te Breijel alwaar hij het beneficie van
-S^{te} Catharina bediende. Hij stierf aldaar in 1726.
-
-3. _Gaspar Ronck_, geboren in 1712, werd kapelaan te Neer, alwaar hij
-in 1758 overleed.
-
-4. _Godefridus Franssen_, was pastoor te Belfeld tot 1797; in 1800
-overleed hij op de Mergelstraat aldaar.
-
-5. _Wilhelm Smiets_, geboren te Geloo onder Belfeld, den 29 December
-1767, priester gewijd te Roermond in 1793, bediende eenigen tijd
-de kapelanie van Maasbree, en werd daarna pastoor te Benschop bij
-IJsselstein. In de laatste jaren was hij rustend geestelijke en
-overleed in 1845 den 11 Feb. te Benschop. Hij stichte eene studiebeurs.
-
-
-6. _Bernard Canoy_, geboren in 1763, was tot aan de Fransche revolutie
-Regulier-kanunnik in het klooster te Bruggen, en sedert dien rustend
-geestelijke te Steijl. Hij overleed den 25 Nov. 1853.
-
-7. _Gaspar Franssen_, geboren in 1826, priester gewijd te Roermond in
-1851; werd eerst professor benoemd aan het bisschoppelijk collegie
-te Roermond. Hij vertrok in 1856 als missionnaris naar Oost-Indië,
-alwaar hij tot 1865 werkzaam was; herwaarts teruggekeerd uit hoofde
-zijner geschokte gezondheid, bedient hij sedert 1869 de pastorij van
-Ittervoort.
-
-8. _Gerard Peeters_, geboren in 1829, priester gewijd in 1856; tot in
-1865 kapelaan te Echt, daarna te Blerick.
-
-9. _Ferdinand Moubis_, geboren in 1834, priester gewijd 1859, werd in
-dat zelfde jaar professor benoemd te Rolduc.
-
-10. _Henricus Peeters_, broeder van Gerard Peeters geboren in 1840,
-priester gewijd in 1866 te Roermond, sedert dien kapelaan te Aubel in
-het bisdom van Luik[45].
-
-11. _Joseph Moubis_, broeder van Ferdinand voornoemd, geboren in 1844
-priester gewijd in 1868 en tot kapelaan benoemd te S^{t} Odiliënberg.
-In 1872 begaf hij zich als missionnaris naar de Vereenigde Staten
-van Noord-Amerika. De studeerende jeugd der gemeente belooft deze
-priesterenreeks voort te zetten.
-
-
- § VI. De School te Tegelen en Steijl.
-
-Van het begin der zestiende eeuw stond het schoollokaal binnen de
-kerkhofmuren, tegelijk met de woning voor den onderwijzer, die tevens
-koster was. Ongeschikt geworden om het steeds toenemende getal
-schoolkinderen te bergen, dient het, sedert 1817, tot gemeentehuis. Een
-ruimere nieuwe school werd meer zuidwaarts gebouwd in 1818. Ook dit
-gebouw was weldra te klein en daarenboven onsterk geworden, zoodat de
-in 1870 nieuw gebouwde en ruime school noodzakelijk werd. Zij kostte
-nagenoeg 6000 gulden.
-
-Gelijk op de meeste plaatsen van Gulick en Gelderland werd de
-schoolmeester-koster alhier benoemd op voordracht van den pastoor, na
-overleg met de burgemeester of de schepenen. De benoeming van _Jacobus
-Geurts_ in 1818 werd op voorstel van den pastoor en den burgemeester
-zelfs bevestigd door den vicaris-generaal van Aken.
-
-Dat het onderwijs te Tegelen reeds vroegtijdig behartigd, en de
-onderwijzers naar waarde geschat werden, blijkt genoegzaam hieruit,
-dat reeds in het jaar 1591 ten voordeele van den schoolmeester eene
-jaarrente ter waarde van één malder rogge was gesticht ten laste van
-het goed Holtmolen.
-
-Zie hier de lijst der onderwijzers van Tegelen. Als
-koster-schoolmeester vinden wij in 1678 Henricus Vervoort; van 1755 tot
-1766, Egidius Lauwenhuis, van 1766 tot 1771, Peter Engels; van 1771 tot
-1772 Paulus Houba; van 1772 tot 1780 Hendrik Hendriks; van 1780 tot
-1794 Theodorus Bongaerts; van 1794 tot 1804 Mathias Denissen; van 1804
-tot 1816 Peter Dambacher.[46]
-
-Hoofdonderwijzers, na afgelegd examen volgens de tegenwoordige wet
-waren: Jacobus Geurts geboren te Tegelen in 1797 tot October 1862.
-Deze had van 1815 tot 1818 onderwijs gegeven te Belfeld, bedankte in
-1862 en overleed alhier in 1868. Henricus Antonius Ludovicus Hagdorn,
-benoemd in Maart 1863; naar elders verplaatst in Januari 1864. Hubertus
-Constantinus van den Ertwegh, benoemd den 4 Juni 1864, naar elders
-geroepen den 27 Januari 1868. Henricus Bloemers, geboren te Beesel, was
-te voren hier hulponderwijzer. Henri Geurts, geboren te Tegelen den 23
-November 1845 volgde hem als hulponderwijzer op.
-
-Na het overlijden van Peter Dambacher gaven te Steijl bijzondere
-onderwijzers aan eenige kinderen lager en middelbaar onderricht; wij
-noemen als zoodanig Joannes van Wis, later priester geworden, Joannes
-Grubben, Jacobus Holtman.
-
-Toen er in 1867 een flinke school benevens onderwijzers woning verrees
-werd ook te Steijl eene hoofdonderwijzer aangesteld. Achtervolgens
-gaven daar onderwijs: Henricus Bastiaans, benoemd in Januari 1868, deze
-overleed in Maart daaropvolgende. Jean Godfried Crasborn, benoemd in
-Junij 1868, ontslagen in Juli 1870. Joannes van den Houdt, benoemd in
-Dec. 1870, ontslagen den 27 Mei 1874. Jan Willem van Poppel, benoemd
-den 1 Augustus 1874.
-
-Sedert 1818 werd, zoowel te Tegelen als te Steijl, steeds gezorgd dat
-hunne onderwijzers in staat waren voldoend onderricht te geven in de
-_Fransche_ en _Duitsche_ talen, in de musiek en meer andere vakken.
-
-Den 2 September 1875 hebben eenige kloosterdochters onder den naam
-van _Zusters van Onze Lieve Vrouw_, genoodzaakt door den Pruissischen
-Culturkamp om zich uit hare woonplaats Essen in Duitschland te
-verwijderen, het ruime huis met erf van Mevrouw de Weduwe Math. Moubis
-aangekocht‚ met ’t doel om aldaar een pensionnaat voor jonge dochters
-op te richten, met eenzelfde doel hebben thans ook een twintigtal
-_Zusters der Voorzienigheid_ uit Westfalen, het huis van Mevrouw de
-weduwe Leop. Moubis in bezit genomen.
-
-
- § VII. Adellijke Huizen te Tegelen.
-
-Te Tegelen bevinden zich twee kasteelen, vroeger door adellijken
-bewoond: _Holtmolen_ en de _Munt_. Holtmolen voorheen _Holtmülen_
-ten zuiden van het dorp op tien minuten afstands van de kerk, is een
-prachtig landgoed met schoone omgeving van boschaadjes, vijvers en
-tuinen. Hoewel hier en daar veranderd en gewijzigd, heeft het slot
-zijn’ oorspronkelijken vorm vrij wel behouden; men ziet er ook nog
-de huiskapel, ofschoon wij nergens een bewijs vinden dat er vroeger
-ooit het H. Misoffer werd opgedragen, tenzij alleen een korten tijd in
-het begin dezer eeuw, toen het gebouw bewoond was door den Heer van
-Dinter. De grachten zijn breed en worden gevoed door het bronwater der
-aangrenzende bergen, hoofdzakelijk door den zoogenoemden »_snellen
-sprunk_.” De nabij gelegen overoude watermolen schijnt zijnen naam aan
-het kasteel te hebben gegeven, althans deze molen lag vroeger te midden
-van struikhout en behoorde altijd tot het eigendom van het kasteel.
-Wanneer vroeger de groote weg van Venlo over Tegelen naar Roermond, uit
-hoofde van het opzwellen der Aalsbeek, onbruikbaar werd, liet de Heer
-van Holtmolen toe, dat de barrieren langs het kasteel geopend werden,
-en vrije doortocht bestond over zijn goed in de richting van Geloo naar
-Reuver, of ook door de holle straat, Nering geheeten, naar Belfeld.
-De lange nevengebouwen van het slot hebben ten tijde van baron Von
-Glazennap gediend tot paardenstal voor een escadron cavalaristen, die
-deze Heer voor den krijgsdienst gedurende eenigen tijd onderhield.
-
-
- HEEREN VAN HOLTMOLEN.
-
-_Otto van Holtmolen_ ontving in 1402 benevens de Heerlijkheid Tegelen,
-Holtmolen met aanhoorigheden.
-
-_Johan van Holtmolen_ aanvaarde het goed in 1425. Diens zoon _Frans
-van Holtmolen_ erfde zijns vaders goed den 10 Juli 1544. Hij kreeg
-vernieuwing zijner rechten den 30 Mei 1556; en den 26 Sept. 1580 werden
-alle rechten en toebehooren van Holtmolen bekrachtigd ten gunste van
-zijne huisvrouw _Johanna van Harst_. Deze Joanna van Holtmolen bracht,
-door haar huwelijk met _Waleran van Erp en Vechel_ o. a. ook Holtmolen
-in deze laatstgemelde familie. Weduwe geworden maakte zij eene
-codicille den 30 Maart 1636. Uit dit huwelijk sproten:
-
-1. _Johan van Erp_, Heer van Erp en Vechel.
-
-2. _Agnes_ reeds in 1637 gehuwd met _Werner van Hûndt_. Zij stierf
-weduwe in 1676. Van dit huwelijk komen de latere Heeren van Holtmolen
-uit het geslacht van van Hùndt.
-
-3. _Assuera Magdalena van Erp_, huwt in 1645 _Johan Wilhelm van
-Metternich_ die den 15 April 1662 overleed[47]. Uit hun huwelijk
-kwam, volgens Fahne, Wilhelm Engelbert van Metternich gehuwd met
-Johanna Agnes Barbara van Bolandt. Wij vonden echter in onze archieven
-Engelbert van Metternich, neef en erfgenaam van Baron van Metternich,
-gehuwd met _Margaretha van Smidt_, uit wier huwelijk _Wilhelm Arnold
-van Metternich_ geboren werd te Tegelen den 18 November 1646. Deze
-leefde nog in 1672 en was gehuwd met voornoemde _Agnes van Bolandt_,
-die wij in November 1702 als weduwe aantreffen. Deze vrouwe schonk den
-pastoor van Tegelen de volmacht over een armenfonds[48].
-
-De Heer _van Hùndt_ van Holtmolen, trad in het begin der vorige eeuw
-in de rechten van Mevrouw van Metternich. Hij was luthersch en bezocht
-de protestantsche kerk te Kaldenkerken. Uit dien hoofde vooral liet
-hij den weg van af Holtmolen tot op de heide door middel van dijken
-verbeteren, en wordt die weg de Hondsdijk genoemd. De boerderij _zwarte
-hond_ geheeten, doet ook herinneren aan dien Heer.
-
-De familie van Hùndt voerde gedeeld in het schildhoofd een’ loopenden
-windhond, in den schildvoet van sinopel.
-
-De éénige dochter van van Hùndt, _Anna Elisabeth Louisa_ trad omstreeks
-1750 in huwelijk met Baron _Joachim Reinholt van Glazennap_, uit
-Pommeren. Toen op zekeren dag de Heer van Hùndt met zijne dochter in
-een rijtuig gezeten over de heide eenen wandelrid deden, lichtte van
-Glazennap, de dochter, die hij reeds vroeger doch te vergeefs ten
-huwelijk had gevraagd op; met haar in huwelijk getreden kreeg hij bij
-erfenis het goed Holtmolen. De familie van Glazennap voerde in zilver
-een keper van keel wier linker been op een morenkop steunt. Deze van
-Glazennap, zegt men, had van het Beijersche hof verlof gekregen om munt
-te slaan; vandaar de zoogenaamde _glazennepkes_, zij zijn van metaal,
-hebben eene waarde van 2 stuiver kleefs, en dragen het jaartal 1755.
-Ook had deze Heer getracht het slot Holtmolen eenigermate bomvrij te
-maken. Hiertoe had men een deel van het dak met een enorme massa aarde
-bedekt, waarvan echter de drukkende last eene ineenzakking te weeg
-bracht in den nacht van den 17 April 1752, Jacob Vissel metselaar uit
-Gelder, werd dientengevolge onder de puinhoopen begraven.
-
-Van Glazennap heeft Holtmolen op het laatste der vorige eeuw verlaten.
-In 1771 was het goed onbewoond. Daarna kwam het in bezit van baron van
-Holthausen, die het weldra verkocht aan den Heer Vos de Wael, en toen
-deze Venlo verliet kwam Holtmolen bij verkoop aan de tegenwoordige
-bezitters, de Edelachtbare familie Gerard de Rijk van Steijl.
-
-_De Munt_ ligt ten oosten van het dorp; zooals dit goed thans bestaat
-dagteekent het uit het begin der vorige eeuw. Hoe het er voor dien
-tijd uitgezien heeft, hebben wij nergens vermeld gevonden. De baron
-van Wevelickhoven maakte er een prachtig buiten van, zooals men in
-de nabijheid van groote steden aantreft. De kunstmatig aangelegde en
-met allerlei arbusten beplante berg, in het park onmiddelijk voor
-het kasteel, is aangevoerd met de aarde die uit de grachten gehaald
-werd. Midden in die verhevenheid was een ijskelder; doch daar thans
-die hoogte bijna gansch geslecht is, staat deze kelder of put thans
-ontbloot en gelijkt vrijwel op een fabriek-schoorsteen; ware deze eens
-weggeruimd, dan zou de Munt, van op den grooten weg naar Venlo gezien,
-in bekoorlijkheid veel winnen. Bij dat landgoed schijnt in vroegere
-tijden eene windmolen gestaan te hebben, althans de strook gronds
-tusschen het kasteel en de kerk gelegen wordt _molenkamp_, en de weide
-daaraan grenzende _molenpas_ geheeten.
-
-De grachten in ’t vierkant rondom de Munt aangelegd en met een fraaie
-brug van drie pijlers versierd, bieden in den winter den Tegelsche
-liefhebbers van schaatsen een gewenschte en alleraangenaamste ridbaan
-aan. Wat de huiskapel op dit kasteel aangaat, zij was klein en
-eenvoudig, en is thans tot bergplaats ingericht. Wij vonden dat in
-1733, door den bisschop van Luik aan de familie van Wevelickhoven,
-vergunning was verleend om het H. Misoffer daarin op te dragen. Deze
-vergunning geschiedde telkens voor den termijn van drie jaren. Na
-voormeld jaar is deze niet meer gevraagd.
-
-De Heeren van de Munt bezaten voorheen, behalve eenige groote, vele
-kleine tienden zooals van vlas, kippen, winter-zaad enz. De groote
-tienden, zooals bemerkt is, behoorden meestal aan den Heer van
-Holtmolen.
-
-Ook moest de Heer van de Munt, ten gerieve der ingezetenen een’ stier
-onderhouden. Deze last stond op het stuk bouwland _Peske_, voorheen
-_Verrenpeske_ geheeten.
-
-
- HEEREN VAN DE MUNT.
-
-_Henricus Constantius van Wevelickhoven_, huwde te Roermond den 13 Mei
-1699 met _Hendrina Dorothea de Bors_.
-
-Zijne kinderen waren:
-
-_Engelbert Joseph van Wevelickhoven_; deze leefde nog in 1736, doch was
-van hier afwezig.
-
-_Jean Pierre van Wevelickhoven_ overleed vóór 1742.
-
-_Jean Joseph van Wevelickhoven_, die als Heer van de Munt alhier
-overleed in 1742, en in den grafkelder onder het koor werd bijgezet.
-
-Voorgenoemde Henricus Constantius was vermoedelijk de stichter van
-het kasteel de Munt, en staat in onze archieven vermeld als weldoener
-onzer kerk; hij schonk onder anderen een prachtig tabernakel met
-spiegelglas omzet en herkomstig uit Brussel; de beste ornamenten en het
-Christusbeeld in het hoofdaltaar zijn ook door hem geschonken.
-
-_Antoon Joseph van Wevelickhoven_, komt in 1760 voor als Heer van
-de Munt. Hij verlangde eene school en eene kapelanij te stichten,
-onder beding, dat de gemeente daarvoor een land aan den zoogenaamden
-steenoven zou afstaan. Daar de gemeenteraad dit verzoek niet
-inwilligde, schijnt hij geen genoegen gehad te hebben nog langer in
-Tegelen te vertoeven. Hij vestigde zich te Brussel alwaar zijne familie
-nog voortleeft.
-
-_Petrus Goswinus van Wevelickhoven_ komt in 1798 voor als kanunnik en
-cantor in de Roermondsche domkerk. Hij overleed te Roermond den 19
-Mei 1820 in den ouderdom van 60 jaren en drie maanden. Het adellijk
-wapen van deze familie was: in een rood veld twee zilveren fascen;
-schildhouders twee rechfstaande leeuwen.
-
-Als erfgenaam der familie de Bors uit Roermond, kreeg een gedeelte
-der goederen van de Munt in bezit zekere _Francis Cloots_, die den
-18 November 1748 te Tegelen huwde met _Adelaïdis de Pauw,_ welke den
-7 November 1753 alhier overleed. Zijn wij wel ingelicht, dan was
-de beruchte Jean Baptiste Cloots, bijgenaamd Anacharsis, die in de
-Fransche revolutie op het einde der vorige eeuw, zulk een droevige rol
-speelde, hun zoon of hun neef. Hij trad te Parijs in de mommerij van
-den 14 Juli 1790 als »orateur du genre humain” op, en noemde zich:
-l’ennemi personel de J. Christ. In den val der Cordeliers gewikkeld
-beklom hij met zijn vriend den afzichtelijken Hébert den 24 Maart 1794
-de trappen van het schavot.
-
-In het jaar 1753 overleed op de Munt Jonker Antonius de Pauw. De
-familie Cloots heeft maar tijdelijk op de Munt gewoond. Deze familie
-voerde in goud eene fasce van sabel bezet met drie bezapten. In het
-schildhoofd prijkt een adelaar.
-
-_Francisca Josephina_, eenige dochter van Antoon van Wevelickhoven
-en Elisabeth Josephina le Clerc, werd geboren te Brussel den 9 Feb.
-1749; zij vertoefde op de Munt in 1768, en overleed te Brussel den
-16 Feb. 1797. Uit haar huwelijk met _Jozef Hyacinthe d’Hannosset_
-uit laatstgenoemde stad, sproten twee dochters; de oudste _Paulina
-Maria Theresia_ genaamd, werd geboren te Brussel den 19 Jan. 1785 en
-overleed aldaar den 19 Dec. 1855; deze was gehuwd met _Peter Alexander
-Gislain van Volden de Sandberg_ geboren te Brussel den 21 Juni 1766 en
-overleed op het kasteel Hogue bij Yperen den 8 Juli 1808.
-
-Na dien tijd werd de Munt bewoond door den oud burgemeester Balth.
-De Hasenbach; vervolgens werd het kasteel tot Casino ingericht en
-betrokken door Joannes Dercks uit Venlo; eindelijk ging het, in 1831
-bij verkoop over aan de familie _de Lom de Berg_. Thans is de Munt
-tot een vrouwenklooster ingericht. De geweldige kerkvervolging in
-Duitschland gaf hiertoe aanleiding. De _Benedictijner-nonnen_ uit
-Vierssen uit haar vaderland de wijk nemende, hebben het kasteel
-benevens de gebouwen en het terrein binnen de grachten, ter groote
-van 160 aren, aangekocht en den 20 Juli 1875 in bezit genomen. Deze
-nonnen, ook _Zusters van de gedurige aanbidding_ genoemd, brengen
-dag en nacht door in vereering en aanbidding van het Allerheiligste
-Sakrament. Ofschoon de kloosterlingen achter slot leven, is hare kapel
-zoo ingericht, dat zij ook toegankelijk blijft voor de geloovigen der
-parochie, die er hunne godsvrucht komen voldoen.
-
-De overste dezer kloosterzusters is de dochter van den graaf von
-Fürstenberg-Stamheim. Tot rector werd, den 10 September 1875, benoemd
-en aangesteld de Eerwaarde Heer _Jozef Adams_ uit Dulken.
-
-
- WAMBACH.
-
-Dit buitengoed, zooals in de eerste afdeeling vermeld is, behoorde
-in de 15^{de} eeuw aan de Heeren van Holtmolen; vervolgens ging het
-over aan de familie van Hùndt en van Glazennap. Den 14 Februari 1757
-verkochten Joachim Reinhold Baron van Glazennap en diens gemalin Anna
-Elisabeth Louisa geboren van Hùndt, aan Wilhelm Frederik baron van Olne
-Heer tot Olne, Soumagne St. Hadlain, Baarlo enz., en Theodora Maria
-Josepha geboren van Meerwijk echtgenooten, het goed Wambach met ab- en
-dependentiën.
-
-Baron d’Olne, Heer te Berck verkocht aan _Arnold Hamboch_,
-protestantsch prediker te Kaldenkerken, zijn goed Wambach met ab- en
-dependentiën, onder dezelfde voorwaarden als de verkooper het aanvaard
-had van baron van Glazennap. Berck 31 April 1762. Wambach kwam nader in
-erfenis toe aan Joannes Giezen; diens afstammelingen verkochten het als
-pachthoeve aan den Heer Krauwerts uit Kaldenkerken. Ook Wambach is zeer
-aangenaam gelegen en met grachten omringd.
-
-
- § VIII. Missiehuis te Steijl-Tegelen.
-
-Het plan om een seminarie of kweekschool op te richten ter opleiding
-van duitsche missionnarissen voor China, Mongolië en andere heidensche
-landen, werd in 1874 opgevat door de Zeer Eerw. Heeren doctor J. von
-Essen, pastoor te Neuwerk in het aartsbisdom Keulen en Arnold Janssen,
-rector te Kempen, tevens redacteur van het maandschrift »kleiner
-Herz-Jesu-Bote”, en vroeger gedurende twaalf jaren professor in de
-natuurkunde aan de hoogere burgerschool te Bocholt. Eerstgenoemde was
-voornemens deze grootsche onderneming in Duitschland of in Oostenrijk
-tot stand te brengen; doch de kerkvervolging aldaar noodzaakte hem
-voor als nog van zijn voornemen af te zien. Nu meende de Wel Eerw.
-Heer Janssen de taak op zich alleen te moeten nemen. Hij vestigde
-zijne aandacht op Nederland voor wier bewoners de stichting, zijns
-inziens, ook dienstbaar behoorde gemaakt te worden. Al spoedig was
-de goedkeuring van een twintigtal bisschoppen, benevens die van H.
-Em. den Kardinaal Franchi, prefect der Propaganda te Rome en der drie
-Kardinalen uit Oostenrijk verkregen. De Eerwaarde stichter wenschte
-zijne inrichting zooveel mogelijk op de Duitsche grenzen en op een
-centraal punt te zien verrijzen. Daartoe scheen Steijl onder Tegelen
-hem zeer doelmatig; hij kocht te dien einde in Juli 1875 aldaar het
-huis met aanhoorigheden van den Heer J. Ronck. De personen, die het
-onderricht geven en het huis bestieren, zijn reeds gevonden, zij zijn:
-een Nederlander, een Luxemburger, een Oostenrijker en een Duitscher.
-De eerste met name Smorenburg, tot hieraan pastoor te Bredevoort, in
-het Aartsbisdom Utrecht, heeft achttien jaren in China doorgebracht,
-een Chineesch-Fransch woordenboek vervaardigd, en gedurende vijf jaren
-onderwijs gegeven in het Fransch aan kinderen van mandarijen te Peking;
-daarvoor werd hij meteen der hoogste ridderorde van China beloond. Hij
-is belast onder anderen met den cursus in de Chineesche taal.
-
-De inspraak Gods volgende, en steunende op den zegen des Heiligen
-Vaders, Pius IX, en de aanmoediging van zoo groot aantal kerkvoogden,
-verlaat zich het bestuur in de toekomst op de offervaardigheid der
-goedgezinden. In voornoemd maandschrift van Juli 1875, sluit de Eerw.
-Heer Janssen een artikel dienaangaande, als volgt: »laten we bemerken,
-dat met den aankoop van bovengemeld huis en tuinen onze geldelijke
-middelen zijn uitgeput; doch wij hopen, dat de H. Joseph, dien wij
-gesmeekt hebben om onze voedster-vader te willen wezen, ons verder door
-bemiddeling van gegoede lieden zal bijstaan. Moge ons de christelijke
-liefde niet vergeten en de rijke en voorname bij den middelbaren burger
-niet willen achter staan”.
-
-Het huis werd den 15 Augustus, namens den Bisschop van Roermond,
-plechtig ingezegend door den Hoogeerwaarden Heer deken van Venlo. Op
-aanvrage werd nog dienzelfden dag per telegraaf van wegen den Kardinaal
-Antonelli ook de goedkeuring en den zegen des H. Vaders ingewonnen.
-Eenige studenten genieten er thans onderwijs.
-
-
- § IX. Beurzenstichtingen.
-
- _A. Stichting door den Weleerw. Heer Johan Peter Freybeuter voorheen
- pastoor te Tegelen, gemaakt den 24 Dec. 1844[49]._
-
-1. Ter eere Gods en tot bevordering van het heil der geloovigen,
-stichtte deze vrome priester eene studiebeurs bij den
-aartsbisschoppelijken stoel van Keulen; waartoe hij aan dezen schenkt
-en onwederroepelijk afstaat: den koopprijs van 22 morgen lands, vrij
-van alle schulden en hypotheek, en gelegen te Holtzweiler bij Erkelens.
-
-2. Het bestier dezer stichting alsmede het fonds zelf, stelt hij in
-handen van den tijdelijken Aartsbisschop van Keulen; met de bevoegdheid
-de personen aan te wijzen aan welke, en de regels volgens welke de
-uitkeeringen moeten geschieden.
-
-3. Uit de opbrengst dezer goederen zal vooreerst eene beurzenportie
-gevormd worden. Zoodra deze portie met afkorting der onkosten 80 thaler
-overschreidt, zal deze som, (en ook de heele stichtingsom, indien
-zij niet verpast zoude zijn,) strekken tot vestiging eener _tweede_
-beurzenportie; en zoo op gelijke wijze gezorgd worden voor het tot
-stand brengen eener _derde_ en eindelijk _vierde_ portie.
-
-4. Tot genot van deze portiën laat hij vooreerst toe zijne
-bloedverwanten, die roeping en aanleg toonen voor den priesterlijken
-staat. Bij gebrek van dezen bevoegt hij daartoe katholieke jongelingen
-geboortig uit de parochiën Holzweiler, Tegelen bij Venlo en Waldorf
-aan het Voorgebergte; bij voorkeur aan jonge lieden van minder gegoede
-ouders en die tot den geestelijken staat geroepen schijnen.
-
-5. De vergeving dezer studiebeurzen zal den tijdelijken aartsbisschop
-van Keulen toekomen. Ingeval er meerdere bloedverwanten of ook
-meerdere aspiranten uit de voormelde parochiën zich aanbieden, blijft
-het recht aan den Aartsbisschop van den éénen vóór den anderen aan te
-nemen. Wanneer eene portie te verleenen open staat, zal zulks tweemaal
-achtervolgens in genoemde parochiën worden afgekondigd.
-
- Geteekend op ’t oorspronkelijke: Johan Peter Freijbeuter. † Joannes
- von Geissel. Frans Oehl. M. J. Antons. S. P. Tier, Notar.
-
- Zoo gedaan te Keulen op het bisschoppelijk paleis op dag en jaar als
- boven.
-
-
-_B. Stichting van den Weleerw. Heer Wilm Smiets uit Belfeld in leven
-pastoor te Benschop bij IJsselstein, den 3 Februari 1845[50]._
-
-Op aangehaalden datum beschikte deze pastoor bij testament als volgt:
-aan de na te melden bestuurders zal na mijn overlijden onder aftrek
-van lasten, uit mijne nalatenschap worden ter hand gesteld de som van
-8500 guld. ned. welke zal strekken tot fonds eener studiebeurs voor
-studenten die zich voorbereiden en opgeleid worden tot priester der R.
-C. Kerk.
-
-De toelage zal gedurende de eerste vijftig jaren aan niemand worden
-verleend, dan aan leden mijner familie, die zich tot den geestelijken
-stand begeven, en beurtelings moeten worden toegekend aan een’
-student van vaders en moeders zijde. Indien echter twee mijner
-bloedverwanten te gelijk mochten studeeren, zal door elk de helft
-kunnen genoten worden, zoodanig, dat bij het ontstaan van meer dan twee
-bloedverwanten, de naaste in den bloede boven den meer verwijderden en
-de oudste boven den jongeren in jaren, den voorrang zal hebben.
-
-Na verloop van deze eerste 50 jaren, zal uit dit fonds aan een’
-bloedverwant bij voorrang, en bij ontstentenis van deze, beurtelings
-aan een’ student uit de gemeenten Belfeld en Kaldenkerken, eene
-tegemoetkoming worden verstrekt. Doch aan een student, die niet
-bloedverwant is, alleen dan, wanneer die buiten staat is om uit eigene
-middelen in de kosten der studiën te voorzien en volgens het oordeel
-der bestuurders de noodige geschiktheid voor den geestelijken staat
-bezit.
-
-Indien zich geene studenten aanbieden, hetzij bloedverwanten of
-studenten uit Belfeld en Kaldenkerken, zullen de revenuën tot kapitaal
-moeten worden aangelegd ter verbetering en vergrooting van het fonds.
-
-Tot bestuurders dezer beurs benoem ik de tijdelijke pastoors van
-Belfeld en Kaldenkerken, die in werkelijken dienst zijn, en geef hun de
-macht van bij vermeerdering van het fonds, en na verloop der eerste 50
-jaren, de toelage te regelen, naar behoefte der studenten en daarvan
-naar goedvinden aan meer dan een gelijktijdig genot te doen hebben.
-Ik benoem tot provisoren de tijdelijke pastoors van Venlo en Tegelen,
-ten einde op het bewind der bestuurders toezicht te hebben en hunne
-raadgevende stem bij elke belangrijke verrichting uit te brengen. Ik
-geef aan de bestuurders de bevoegdheid, om voor hunne moeiten jaarlijks
-vijf per cent der revenuën in rekening te brengen.
-
- Gedaan te Benschop den 3 Febr. 1845.
-
- Geteekend: W. Smiets, W. Beukenboom,
- W. Houtdijker en Imminck, Notaris.
-
-
- § X. Armwezen.
-
-Van oudsher reeds bezat de parochie Tegelen eenige fondsen tot
-ondersteuning harer armen. Reeds in 1590, zooals wij vroeger bemerkten,
-hadden dezen een vast inkomen. Den 1 Maart 1627 beschikte Engelbert
-van Metternich, Heer van Holtmolen, als volgt: »overmits Stephan
-Beekmans, Geisbert Kamp en Thys Weggers schepen des gerichts Tygelen
-end syne huysvrouw Margaretha von Smidt, verklaart hij, dat de goederen
-seijner huysvrouw sullen toekomen aen hare susters (salvo usu fructu),
-dan aen de armen van Tygelen 400 venloische gulden, en van den dagh
-af sijner doodt tot die syner vrouwe 5 percent sullen gegeven worden.
-Alsnog twee malder tot instituirung van arme kinder mit vorbehald, dat
-de bezitters van Holtmolen daerover opsicht hebben sullen”. Ten jare
-1743 bezat de arme alhier nagenoeg zeven en een’ halven morgen lands.
-Door het armbestuur was den 11 December 1749 een kapitaal van 1200
-kleefsche daler ter leen gegeven ad 3 per cent aan het kapittel der St.
-Martinuskerk te Emmerik, en den 13 November 1750 aan hetzelfde kapitel
-een ander kapitaal groot 600 daler kleefs. In 1783 werd overeengekomen
-dat beide sommen zouden gebracht worden op 300 _hollandsche ducaten_
-ad 3 per cent. Tot in 1803 zijn deze intresten behoorlijk ten gunste
-der armen uitbetaald geworden. Sedert dien echter heeft het zich anders
-toegedragen[51].
-
-Nog genoot, sinds 1750, de arme den interest van een kapitaal groot 200
-gl. kl. geschonken door _Mathis Deckers_ en kinderen. In 1757 werd door
-een’ onbekenden een huis gelegateerd voor de armen. Thans heeft het
-bestuur gezorgd voor drie armen-woningen. Ook Mevrouwe _van Volden_,
-eigenares van het kasteel de Munt, heeft zich, op het einde der vorige
-eeuw, als weldoenster getoond der armen van Tegelen, door het stellen
-eener vaste rente. Edoch de voornaamste inkomsten aan den arme leverde
-nog altijd de zoogenoemde _agrische_ stichting.
-
-Zekere Doctor _Agris_ stichtte in het begin der vorige eeuw te _Bracht_
-een armen-fonds ter voordeele der parochiën _Mulbracht_, _Tegelen_
-en _Breijel_[52]. De jaarlijksche renten beloopen voor den armen
-van Tegelen ongeveer 24 Rijksdaler, en moeten aan vijf der oudsten
-en meest behoeftigen verstrekt worden. De bezitter van het goed
-Holtmolen is _collator_ of uitdeeler dezer inkomsten. De bedeeling
-moet geschieden op alle Quatertemperdagen, in dier voege, dat na twee
-jaren er genoegzaam overschiet om aan deze armen het noodige linnen te
-verschaffen. De tijdelijke Prior der Kruisheeren te Bruggen was benoemd
-tot procurator dezer stichting, en de dienstdoende pastoors van Bracht,
-Tegelen en Breijel traden op als provisoren. Volgens uitdrukkelijk
-verlangen des stichters moest telken twee jaren voor genoemde Heeren
-rekening afgelegd worden, ten einde de getrouwe uitvoering van alles
-te waarborgen. Ten dezen ontstond groote moeielijkheid met den baron
-van Glazennap over de jaren 1748 en 1749. Deze heer placht zelf te
-bedeelen; doch behalve dat de provisoren geen bescheid kregen over
-de uitgaven, werden de huis-armen ten zijnent alles behalve gunstig
-bedacht. Zelfs het gemeentebestuur had noodig geoordeeld zich de zaak
-aan te trekken, en diende eene klachte in aan de hoogere regeering. Het
-duurde niet lang of van wege deze verscheen eene terechtzetting uit
-Dusseldorp ten adresse van Baron van Glazennap.
-
-Daar de huisarmen van Tegelen ook van elders goed bedacht werden,
-heeft men bij wijlen de renten der Agrische fundatie doen strekken
-tot vermeerdering van het fonds. Maar ook dit gaf aanleiding tot
-moeielijkheden met de provisoren van Bracht en Breijel, zoo dikwijls
-het zich gold renten te plaatsen. Wij lezen intusschen dat ten jare
-1796 op alle Quatertemperdagen behoorlijke uitbetaling geschiedde van
-de som van 24 Rijksdaler en 2½ stuiver.
-
-
- § XI. Broederschappen.
-
-De Broederschap van _O. L. Vrouw_ alhier is zeer oud. In het jaar
-1583 vinden wij haar vermeld, als hebbende haar eigen vaandel in de
-processie. Sedert 1640 genoot zij aanzienlijke inkomsten. De leden
-ervan gaven doorgaans 50 kl. gulden jaarlijks aan de kerk, en 10 gulden
-aan den koster. De pastoor werd betaald naar evenredigheid van de
-gezongene H. Missen. Deze broederschap betaalde jaarlijks aan tienden 3
-kop rogge en een’ kapoen aan de keurvorstelijke regeering.
-
-Van niet minder oude dagteekening is de _St. Antonius-broederschap_.
-Hoewel zij het schuttersgezelschap vertegenwoordigde, was zij
-toch een godsdienstige vereeniging van mannen en jongelingen. Wij
-vinden nergens dat zij ten dienste van den keurvorst heeft gestaan.
-Volgens eene rekening van 1585 op perkament geschreven, bezat de St.
-Antonius-broederschap aan jaarlijksche inkomsten: vijf malder rogge
-en 40 kl. gulden. Daarbij hadden de gilden- of St. Antonius-broeders
-jaarlijks eene ton bier te verteren. Trouwens zoo was het in 1789.
-Peter Vervoort, ontvanger dezer Broederschap, betaalde toen ook een
-onbeduidende som aan de kerk. De koster ontving jaarlijks twee malder
-rogge voor zijne diensten; daarmede was Hulsterhof belast.
-
-De aloude St. Antonius-broederschap, hoewel in vorm en inkomsten zeer
-gewijzigd, blijft steeds bloeiend voortleven onder de benaming van
-de _alde schutterij_. Bij het jaarlijksch vogelschieten, alsmede op
-eersten kermis-Maandag heeft een statige optocht plaats. Nauwelijks
-is het dag of de tambour kondigt door trommelslag de feestelijkheid
-aan. De schutters vergaderen op bepaald uur voor het huis des
-schutters-koning of van den kastelein, bij wien de gewone bijeenkomsten
-plaats hebben. Voor ettelijke jaren waren ze met jachtgeweren en
-roeren, thans ook met lanssen gewapend. Het korps bestaat uit een’
-tambour-majoor die den stoet vooraf gaat, uit grenadiers en de gewone
-schutters. Alles, ook het commando, herinnert aan den tijd, dat
-Tegelen onder het keurvorstelijk gezag stond; de majoor kommandeert te
-paard en draagt tot teeken zijner waardigheid eenen chapeau-claque,
-dikke épauletten, een lijfgordel en ruitersabel. De grenadiers
-dragen colbakken, en op een vroeger blauwen thans zwarten jas, roode
-épauletten; de uniform is mettertijd herhaaldelijk gewijzigd. De
-schutterkoning, omringd door eene eerewacht draagt den zilveren vogel
-en is overladen van zilveren gedenkplaten. Deze platen, gehecht aan
-een zilveren keten aan welks uiteinde de vogel hangt, zijn geschenken
-deels van bloedverwanten en vrienden des konings, deels van den koning
-zelven. Bedoelde vogel zegt men een geschenk te zijn van den keurvorst
-van Beijeren. Het is een kunstig gegraveerd havikje van zwaar zilver.
-Boven den vogel hangen drie zilveren bellen in den vorm van eikels, op
-elk dezer leest men afzonderlijk POV † LES † W † N † T † A † F † en W
-† M † S † I † A † H †. De rij van platen bestaat uit: 1^{o} Een hart
-met het opschrift: _Jonkheer Godart van Stockheim_. 2^{o} Een dito met
-opschrift: _Jost op gen Steijl_. 3^{o} Een dito met _Peter aen gen
-Cruts_, en 4^{o} met _Meichell Rivers_ tot opschrift. 5^{o} Volgt een
-zilveren hart, tamelijk zwaar en dienende tot klamp; op den voorkant
-ziet men het beeld van _St. Martinus_ benevens het jaartal 1614; op de
-keerzijde staat _Michiel Kremers_. 6^{o} Een hart met het afbeeldsel
-van een vaandrig met vaandel, opschrift _Gerardus Peeters_. 1733.
-7^{o} Eene zilveren ster waarop staat afgemaald een man zittende aan
-tafel terwijl de waardin hem een glas aanbiedt, daaronder leest men:
-_Wilhelm Rivers_ 1737. 8^{o} Eene plaat waarop St. Martinus te paard is
-afgebeeld; opschrift: _Jacobus Krusbergen_ 1744. 9^{o} Een groote plaat
-met het borstbeeld van Koning Willem I, daaronder het ronde opschrift:
-»Wilm I souvereine vorst van Nederland heeft Tegelen aangetreden 1811”.
-10^{o} Eene plaat waarop een zadelaar zit aan de werktafel; opschrift:
-_G. Wellens_. »Das Satler hantwerk ist, das macht viel leichter reiden,
-Mein Schatz, drom liebe mich, ich mach euch mange Freude 1818”.
-
-11^{o} Een idem, waarop verbeeld zijn een’ slager met zijne huisvrouw
-benevens een os. Daaronder de namen H. Peuten, C. Joosten. Vervolgens:
-
- Lustig und dapper
- Zijn die vleischhakker,
- Bringen 1000 thaler bei
- Und kauffen vette oksen ein. 1819.
-
-12^{o} Een idem, voorstellende eene tapperij waaronder men leest:
-
- David König ehmals Hirt,
- Ich nun König bleib’ doch Wirt.
- A. Peeters 1820.
-
-13^{o} Een idem, waarop:
-
- Ik schoot den vogel voor den eersten keer,
- Om te krijgen des konings eer.
- P. Faessen 1821.
-
-14^{o} Een idem, opschrift:
-
- Ik schoot den vogel voor den tweeden keer,
- Om te krijgen des konings eer.
- P. Faessen 1822.
-
-15^{o} Een idem, beeld van een pannebakker met eene vorm en zetplank in
-de hand, volgt:
-
- Ich hab das vögelein geschossen und genommen,
- Das sehet ihr alle freude ein, die königs ehr bekommen.
- Jacobus Denissen 1823.
-
-16^{o} Een idem met het vers:
-
- Als König bin ich auserkoren,
- Doch nur in bauernstand geboren,
- Den der vogel war an mein,
- So kan ein Bauer auch König sein.
- H. Vervoort 1824.
-
-17^{o} Een idem:
-
- Gelijk Duitslands grootste slagt,
- Was mijnen naam
- Ik heb ’t nu zoo ver gebracht,
- Dat ik hier als koning staan.
- P. van Leipsig 1825.
-
-18^{o} Een idem:
-
- Toen ik nog was een jongezel
- Schoot ik den vogel snel,
- En nu ik ben in echten staat
- Zie ik, dat ’t ook nog gaat.
- A. Peeters. P. Joosten 1826.
-
-19^{o} Een idem, met het afbeeldsel van een’ molen, rechts een molenaar
-met meelzak en links een koning met kroon, volgt:
-
- Vandaag in konings gewaad,
- Morgen in mulderspak,
- Zoo goed mij nu het zilver staat,
- Past mij ook den meelzak.
- H. Aarts 1827.
-
-20^{o} Een idem met het beeld van eene schijf, waar men potten op vormt
-en het volgende opschrift:
-
- Ik zit hier op mijn troon
- Met luister hoog verheven
- De scepter dien ik toon
- Doet mij als koning leven. P. Rulkes 1829.
-
-21^o Een idem met opschrift:
-
- Ik schoot den vogel neer
- Voor den eersten keer,
- Ook had ik daarbij de eer
- Schoot den vitsvogel neer.
- L. Timmermans 1830.
-
-21^o Een idem, waarop staat: In 1834 logeerde _P. van Leipsig_ koning
-van Tegelen, in het wapen van Leopold I koning van België.
-
-22^o Een idem met de woorden: _Godfried Krambrucher_, Prins van Bracht,
-en Koning van Tegelen. Vandaag op den troon, en morgen op de schijf,
-heb ik nu het zilver op het lijf; het zegt gelukkig niemand aan ’t
-kleivat. 1835.
-
-23^o Een idem, met opschrift:
-
- In 1820 als koning voor den eersten keer,
- In 1826 wederom die eer,
- In 1836 in ’t zelfde gewaat,
- Staan wij in den Engel paraat. A. Peeters.
-
-24^{o} Een idem, op deze staat:
-
- Lees hier wie lezen wil
- Dat ik in 1837 den 30 April
- Timmermans Andreas
- Koning der schutten was.
-
-25^{o} Een idem van Wilm Faessen uit 1838 met het volgend politiek
-versje:
-
- Ziet hoe wonder het gaat,
- Eenen Wilm poetst de plaat,
- Een anderen Wilm komt terug
- En heeft de plaat op zijnen rug.
-
-26^{o} Een zilveren ster met het opschrift: Ter herinnering der
-50jarige echtvereeniging van den Weledel geboren Heer G. J. de Rijk en
-Mevrouw G. J. de Rijk geb. Th. H. M. de Koning. Steijl 24/9 1822-1872.
-
-Wat deze St. Antonius-broederschap voornamelijk doet bloeien, is het
-daaraan toegevoegde ondersteuningsfonds, strekkende tot tegemoetkoming
-voor zieke en afgestorvene leden. Dit fonds, doorgaans de schuttersbus
-genoemd, werd in 1835 opgericht en telde alstoen 27 thans 150
-deelnemers. Als eerste _stichters_ staan ingeboekt: H. Kappus, Laur.
-Hermans, Pet. van Leipsig, Godf. Krambrüchers, Jan Wellens, Math.
-Rijvers, Ant. Peeters, Jac. Koopmans, Jan Hovens, And. Timmermans. Aan
-deze tien, en bij ontstentenis aan hunne opvolgers, blijft onder den
-naam van _stichters_, het beheer der bus opgedragen. Twee hunner houden
-elken Zondag na de Hoogmis een uur zitting in een vrije kamer, door
-den koning of bij stemming, tot vergaderplaats der leden aangewezen.
-Van drie tot drie maanden worden deze _busmeesters_ of _zittende
-stichters_ door twee andere vervangen, en wordt in tegenwoordigheid
-van alle leden de rekening afgelegd. Van deze schuttersbus kunnen lid
-worden alle ingezetenen der parochie beneden de dertig jaren oud, mits
-van een onbesproken gedrag en een gezond ligchaamsgestel[53]. Zij
-betalen, behalve het inschrijvingsgeld, elken Zondag _vijf centen_. Na
-twee jaren lidmaat te zijn geweest heeft men, bij geval van ziekte,
-”aanspraak op dagelijks 33 cents, gedurende een half jaar; daarna bij
-voortduring der ziekte nog een half jaar op iets minder; duurt echter
-de ziekelijkheid nog langer, dan verkrijgt men geene toelage meer uit
-de bus, doch blijft des niet te min nog lid der Broederschap. Bij
-sterfgeval betaalt de vereeniging den lijkdienst, doodkist enz. Alle
-leden zijn op straf van 15 cents gehouden den lijkdienst bij te wonen.
-Op gelijke boete moet elk lid tegenwoordig zijn bij de twee voornaamste
-processiën en bij die, welke alle eerste Zondagen der maand in de
-kerk of over het kerkhof gehouden worden. Dezelfde bepaling geldt ook
-betrekkelijk de hoogmis, die jaarlijks voor de afgestorvene leden
-wordt opgedragen. Voor de gelden van inschrijving en boete bestaat een
-afzonderlijke kas, daaruit alsmede uit eene bijdrage der busgelden
-wordt jaarlijks eene som ter beschikking gesteld aan de leden, die
-daarmede zich op St. Antonius en St. Martinusdag recht hartelijk
-vermaken. De bus der St. Antonius-schutterij heeft thans eenige gelden
-op intrest uitgezet.
-
-Met eenzelfde doel, en bijna op denzelfden voet ontstond in 1846
-de Broederschap van _St. Martinus_. Ter onderscheiding van de St.
-Antonius-broederschap of de _alde schutterij_, noemt deze zich de
-_St. Martinus-_ of de _jonge schutterij_. Ook deze vereeniging werd
-in christelijken zin opgericht. Den 11 November 1846 vormde zich
-eene commissie samengesteld uit Joannes Franssen, Gerard Roggen en
-Hendrik Driessen, en meerdere belanghebbende; deze wendde zich tot
-den toenmaligen pastoor van Tegelen met verzoek om goedkeuring der
-ontworpene Broederschap, en verlof tevens om in de processiën op H.
-Sakramentsfeest en op Maria-Hemelvaart te mogen tegenwoordig zijn;
-terwijl zij zich harerzijds verplichten:
-
-_a_. Die plaats in de processie te zullen innemen, welke de pastoor
-zal goedvinden. _b_. Op St. Martinusdag eene hoogmis te laten doen,
-en dien dag zonder dans-muziek te zullen vieren. _c_. De processie te
-vergezellen met of zonder muziek volgens verlangen des pastoors. _d_.
-De leden straffen, die zich te dier gelegenheid door dronkenschap of
-andere baldadigheid zouden te buiten gaan. _e_. Zich op kermis-Zondag
-en Maandag stiptelijk op het teeken der klok ter kerke te zullen
-begeven. Ook dit gezelschap houdt jaarlijks vogelschieten, en heeft
-een zoogenaamde _Bus_, waardoor in de behoefte van zieken, enz. wordt
-voorzien.
-
-Ten slotte zij nog melding gemaakt van het zoo gunstig bekende
-_fanfare-gezelschap_ alhier. Deze Vereeniging, ontstaan in 1853, is
-talrijk, en heeft zich door vlijt en kunstgevoel tot zekere hoogte
-weten te verheffen. Zij vond zelfs in eenige steden, waar zij zich deed
-hooren, onbeperkten bijval.
-
-Meer dan eens heeft zij een gewaardeerden dienst bewezen aan onze
-ingezetenen, door der godsdienstige en burgerlijke feestvieringen
-nieuwen luister bij te zetten.
-
-
- § XII. Feesten.
-
-Het is bekend, dat de kermissen haren oorsprong en naam
-ontleenen aan het feest, waarop men den verjaardag vierde van de
-inwijding der parochiale-kerk. Men noemde dit in de middeleeuwen
-_kerkwijding--kerkenfeest_. Dien dag werd alle arbeid gestaakt; de
-ingezetenen hulden zich in hunne paaschbeste kleeding en togen ter
-kerke; want zoo sprak men: _Vandaag is het Kerkmis of kermis_. De
-eigenlijke kerkmis-dag voor deze parochie valt op den 11 November,
-feest van den H. Martinus, doch sedert jaren is het dan geen kermis
-meer.
-
-Uit eene aanteekening van het jaar 1681 vernemen wij het volgende
-betreffende onze feesten[54]. »Jaarlijks wordt op Zondag na
-St. Bartholomeus of laatsten Zondag van Augustus het feest van
-_Kerkwijding_ gevierd[55]. Alsdan men de mis _Terribilis_, waarna
-processie over het kerkhof, terwijl _Te Deum_ wordt gezongen: de
-plechtigheid wordt gesloten met den zegen des Allerheiligste.” Op dezen
-dag viert men nog heden de zoogenaamde _Herfstkermis_ of groote kermis.
-
-»De _Theopheria_ of H. Sakramentsprocessie wordt gehouden op Zondag
-onder de octaaf van het H. Sakramentsfeest. Alsdan komt een der Eerw.
-Paters uit Venlo het sermoon houden onder de hoogmis, en wordt daarna
-de processie ingesteld, ofwel over Kruis, Hagenboomke, Overtegelen, op
-Steijl en vandaar kerkwaarts, na aan de vier statiën den zegen gegeven
-te hebben; of door het dorp langs de Munt over de Haenerhei verder over
-Hagenboomke, Kruis weer naar de kerk.” Gemeenlijk worden deze wegen
-bij afwisseling gevolgd; ter gelegenheid dezer plechtigheid wordt de
-_eerste of kleine kermis_ gevierd. »Op St. Marcus dag, zoo lezen wij
-verder, is het gebruik processie over het kerkhof te houden. In de
-Kruisdagen, als het gunstig weder is, trekt men den eersten dag langs
-_End_ over de _brug_ kerkwaarts; den tweeden dag over de brug langs den
-_alde mert_, en den derden dag door het dorp over de _Munt_ door de
-_Bongaartsstraat_ naar de kerk.” Men volgt, bij deze gelegenheid ook
-thans nagenoeg denzelfden weg.
-
-Vóór 1681 was het gebruikelijk, dat na de processie op H.
-Sakramentsfeest de voornaamsten des dorps, ten getalle van 20 à 25
-man, zooals: de pastoor, de pater, de gezworenen of schepenen, de
-zangers enz. in eene daartoe bepaalde herberg vergaderden en op kosten
-der kerkfabriek aldaar het middagmaal gebruikten. Deze onkosten, zoo
-wordt vermeld, kon de kerk in de toekomst niet meer dragen uithoofde
-harer graote behoeften. Naar wensch des pastoors en der hoogere
-geestelijkheid is dit gebruik dan ook achter wege gebleven.
-
-Even als elders wordt in onze gemeente, ’s avonds voor den feestdag
-van den H. Martinus, het _St. Martensvuur_ ontstoken. Dit geschiedt
-doorgaans op vier plaatsen. Te weten: een eerste op den Berg dat
-gemeenlijk gebluscht is, vooraleer de overige gereed zijn. Een tweede
-op de Leemhorst; dit onderscheidt zich door de vele daar naast staande
-brandende stroofakkels; is dit uitgebrand dan maken de Tegelsche en
-Steijler knapen zich gereed. Na drie maanden lang voor een stevigen
-en hoogen brandstapel te hebben gezorgd, door hout en stroo bij een
-te »trossen”, heeft men geen haast om ’t ontsteken; want de eer
-komt aan hen, wier vuur het langste brandt. De Tegelschen stoken
-hun St. Martensvuur op den _Spekberg_; en de Steyler hebben hunnen
-brandstapel op eenen heuvel ook den _Spekberg_ genaamd opgericht, beide
-verhevenheden zijn de hoogste punten van den omtrek.
-
-Vóór 25 jaren maakte het _gansrijden_ een deel uit onzer volksfeesten.
-Deze vermakelijkheid had plaats op vastenavond. Meestal werd de gans
-gereden in de thans weggeruimde laan, in de richting van af den alde
-mert naar den Linksterhof. Somtijds gebeurde dit ook op een of ander
-gehucht. Daags na het gansrijden, op vastenavond-Dinsdag, werd een gul
-middagmaal aangericht voor de mededingers naar den gansenkop. Deze
-pret heeft nu plaats gemaakt voor eene soort tentoonstelling op het
-marktplein door gemaskerde personnaadjes.
-
-
- § XIII. Handel en Nijverheid.
-
-Het gehucht Steijl, door zijn gunstige ligging op de Maas, alsmede
-wegens zijn ruime en voor schepen en karren zeer gemakkelijke
-losplaats, bezat onder de Keurvorstelijke regeering, onder de Fransche
-Republiek en het Keizerrijk een’ zeer belangrijken expéditie-handel. De
-naburige Rijnprovincie had deze plek gekozen tot stapelplaats voor de
-goederen, die zij uit Frankrijk, Belgie en Holland trok en omgekeerd
-uit Duitschland derwaarts verzond. De toevoer was destijds zoo groot,
-dat de menigte pakhuizen dikwijls de groote hoeveelheden zout, olie,
-pek, granen en koloniaal-waren niet konden bergen. Wie toenmaals een
-paard bezat in onze gemeente was ook vrachtvoerman. Goederen werden
-hier aangevoerd of afgehaald voor de steden Keulen, Dusseldorp, Neuss,
-Urdingen, Gladbach, Vierssen, Kempen, Dulken, Breijel, Kaldenkerken,
-enz. De goedkoope prijzen van los- en pakgeld deden er veel aan, dat de
-handel den voorkeur aan Steijl gaf boven andere plaatsen. Zoo betaalde
-de eigenaar of koopman van goederen slechts 12 centen voor het lossen
-en bewaren van goederen die, om het even hoeveel, door eene kar konden
-vervoerd worden.
-
-De inlijving van Tegelen bij het Koningrijk der Nederlanden bracht
-een gevoeligen slag toe aan den handel te Steijl. De Pruissische
-zoutfactorij, vroeger aldaar gevestigd, werd in 1816 naar Kaldenkerken
-overgeplaatst. De drukte was nu op verre na zoo groot niet meer
-als voorheen. Toch bleef van 1822 tot 1830 de koloniaal handel nog
-altijd beduidend. Dagelijks kwamen honderde smokkelaars uit Pruissen,
-koffij, rijst, tabak enz. inkoopen om die ter sluiks over de grenzen
-te brengen. Doch nadat sedert 1830 het verkeer op de Maas met Holland
-gesloten was en Steijl tot Belgie behoorden, was de handel hier niet
-levendiger dan elders; zelfs de overeenkomst van Londen in 1833, die
-de Maas vrij maakte, kon dien niet meer doen herleven; de tijden waren
-voorbij.
-
-Ook de scheepsbouw, vroeger alhier bloeiend, liet van lieverlede na;
-en toen stoombooten de Maas bevoeren, zag men zelden meer, dat hier
-schepen gebouwd werden.
-
-De nijverheid daarentegen en het fabrieken-wezen hebben in de gemeente
-Tegelen in bloei toegenomen. Een bewijs dienaangaande is de in het
-oog loopende aanwas der bevolking. Men vindt hier een aantal pannen-,
-steen- en pottenfabrieken, eene ijzergieterij en pletterij; tabak en
-cigarenfabrieken enz., die aan een groot gedeelte der inwoners een
-goede broodwinning verschaffen. Wat de potten- en pannenfabrieken
-aanbelangt, mag men veilig aannemen, dat zij de oudste tak der
-Tegelsche nijverheid vormen. Men herinnere zich, wat wij aanvankelijk
-nopens den naam en den oorsprong van ons dorp hebben gemeld, en wat wij
-hebben gezegd over de ontdekking van overblijfsels van pannenbakkerijen
-uit het romeinsch tijdvak. De Tegelsche pannen zijn, zoowel wegens
-hare sterkte als gladheid en schoone kleur, alom gezocht; de meesten
-worden naar Duitschland en België verzonden. Op het oogenblik werken 17
-fabrieken. De pottenfabrieken alhier, vroeger zestien, thans vijf in
-getal, tierden voornamelijk van 1821 tot 1830. Men kon toen niet genoeg
-waren leveren aan de kooplieden uit Nassau en aangrenzende streken.
-Deze lieden kwamen jaarlijks omstreeks Paschen uit Holland, waar
-zij schepen huurden, herwaarts, en na eenige weken hier vertoefd te
-hebben, voerden zij de ingeladen koopwaren naar Rotterdam, Amsterdam,
-Groningen, Middelburg, Antwerpen, Brussel enz. Sommigen lieten
-zeeschepen tot Steijl opvaren en namen ladingen in voor Bordeaux,
-Marseilles en de Spaansche zeehavens. Bij wijlen had de Steijler
-losplaats dan ook het aanzien van een kleine zeehaven. In 1835 liet
-hier een Hannoveraansch kofschip Theclanette genaamd, het anker neder;
-het was groot 38 last en laadde toen 33000 ned. pond zwart goed voor
-Rouaan in Frankrijk, bestaande uit koffijkannen, melkpotten, melkbaren
-of schotels, braadpannen en ander keukengereedschap.
-
-De kleinste soort van aardewerk, zooals b. v. een spaarpotje of een
-nachtegaalsfluitje, noemt men een _kwart_; een thee of koffijpot kan
-drie à vier _kwart_ uitmaken; dit is de maatstaf van berekening bij het
-koopen en verkoopen in aanmerkelijke hoeveelheid. Deze pottenfabrieken
-benevens pannenbakkerijen verbruiken jaarlijks voor 60 tot 70 duizend
-gulden aan brandhout, behalve de steenkolen. De glazuuraarde of
-Bleiertz, welke men gebruikt, om aan het aardewerk een zwart- of
-bruinglinsterende kleur te geven en ten onzent _loot_ wordt geheeten,
-komt uit den Eiffel. Het looten, nadat de waar _zonnebak_ is, pleegt
-het werk van den baas der fabriek te zijn. Niet onjuist wordt het
-werktuig, dat de arbeider door middel zijner voeten in beweging brengt,
-terwijl hij met natte vingeren den noodigen vorm aan de te maken potten
-geeft, vergeleken bij een spinnewiel; vandaar dat men nog wel zegt:
-potjes-spinnen.
-
-Sedert een tiental jaren worden te Tegelen door de fabriekanten Jac.
-Gitmans, Theod. Gitmans en Steph. Engels aarden buizen gefabriceerd,
-die in groote hoeveelheid veelal naar België worden verzonden; deze
-worden gebruikt voor waterleidingen, schoorsteenen enz.
-
-In 1854 hebben de Heeren H. Kamp en F. Soeten hier een nieuwen en
-zeer belangrijken tak van nijverheid in werking gesteld. Het zijn de
-ijzerpletterij, ijzergieterij en meni-fabriek. Zij worden door stoom
-gedreven en verschaffen aan een aantal lieden arbeid in overvloed. Deze
-fabrieken werken voornamelijk voor de Provincie, doch ontvangen ook
-vele bestellingen uit Hamburg en uit de Hollandsche zeehavens. Er zijn
-wijders drie tabaks- en twee cigarenfabrieken, vier bierbrouwerijen
-wier naam zeer gunstig bekend staat. De vijf jeneverstokerijen zijn
-thans tot een enkele verminderd. Behalve zes en vijftig herbergen telt
-men ruim twintig winkels van allerlei koopwaren.
-
-Ook zijn er vijf slachterijen, die volop aftrek hebben, ofschoon
-ook het gebruik van paardenvleesch bij de arbeidende klasse niet in
-minachting staat; sinds ettelijke jaren worden gemiddeld 12 paarden per
-jaar geslacht.
-
- G. PEETERS,
-
- _Blerick St. Lambertus 1875._
-
-
-
-
- BIJVOEGSEL
-
-
-Tot staving van hetgeen wij in ons eerste deel over de oorspronkelijke
-kerk van Tegelen hebben medegedeeld, strekken niet weinig de volgende
-aanteekeningen en oorkonden betrekkelijk Reuver en Beesel. Deze
-bescheiden vinden hier des te gereeder plaats, omdat gemelde plaatsen,
-onder meer dan een opzicht met ons vaderdorp in betrekking stonden[56].
-
-De voormalige _St. Lambertuskapel_ te Reuver was gelegen op een’
-heuvel genaamd »in de Ozandbergen” tegenover het kasteel van Kessel,
-(castellum Menapiorum) en langs den zoogenaamden »Keulschenweg”. Tijd
-en jaartal der opbouwing dier kapel verliezen zich in de oudheid;
-zooveel echter meent men te weten, althans de overlevering verhaalt het
-zoo, dat dit gebouw oorspronkelijk zou opgericht zijn als wachthuis en
-wel ten tijde, dat het kasteel te Kessel gebouwd werd, alzoo lang voor
-de christelijke tijdrekening.
-
-Op het einde der zevende eeuw, toen de HH. Willibrordus en Lambertus
-het Evangelie in deze landstreken verkondigden, zou, luidens de
-overleving, het vroegere wachthuis in een Christentempel zijn veranderd
-geworden, ten gerieve van drie bevolkte plaatsen of gehuchten, nl.
-Beesel, Reuver en andere meer verspreide woningen. De H. Plechelmus,
-dus beweert men; las meermalen aldaar de H. Mis. Naderhand bleef deze
-kapel tot parochiekerk van Beesel dienen, tot dat op die plaats in de
-14^{de} eeuw een grootere tempel werd opgetrokken. Deze is in 1840
-door een nieuwe kerk vervangen.
-
-Ten jare 1300, toen wegens allerlei rampen, gebrek aan priesters
-bestond, kwamen de Predikheeren van Maastricht alhier de zieken en
-stervenden bijstaan, en genoten van de dankbare geloovigen der drie
-gehuchten vaste inkomsten in vruchten. Van dien tijd af tot 1793 is
-het gebruik steeds bijgebleven dat jaarlijks op het feest van den H.
-Lambertus (17 September) een Predikheer uit Maastricht hier de H. Mis
-kwam lezen en prediken. De inzameling der vruchten was bereids door de
-Paters zelven afgeschaft.
-
-Den 7 April 1661 werd aan de kerk van Beesel een’ kapelaan toegezegd.
-Alle inkomsten, eigendommen, onder welken titel of benaming ook,
-werden van de kapel afgenomen en tot oprichting en instandhouding
-der kapelanij van Beesel aangewend, onder uitdrukkelijke bepalingen:
-dat de tijdelijke kapelaan van Beesel tevens rector zou zijn van de
-kapel en verplicht zoude wezen op alle Zaterdagen in de kapel de H.
-Mis te lezen. Vervolgens moest de kapelaan op St. Lambertusdag, die
-plechtig gevierd werd, den pastoor, den beheervoerders en den zangers
-twee rijksdaler betalen voor bewezene diensten. Wijders moest hij den
-pastoor behoorlijk onderhoud verschaffen als deze in de kapel kwam
-helpen biecht hooren. Eindelijk stond nog ten laste van den kapelaan:
-de instandhouding van den kapelbouw, de aanschaffing en verzorging der
-benoodigde gewaden, sieraden enz.
-
-In 1787 den 9 Mei werd een rector-curaat aan deze kapel aangesteld door
-den toenmaligen bisschop van Roermond. Toen na de Fransche omwenteling
-geen geregelde dienst meer kon plaats hebben, werd de kapel aan haar
-eigen lot overgelaten. Spoedig daarna bouwvallig geworden, stortte zij
-eindelijk in puin, op den 9 Februari 1830.
-
-Kort daarop, den 3 Maart reeds van hetzelfde jaar, sloegen de inwoners
-van Reuver de handen aan het werk en richtte in de kom der plaats
-eene nood-kapel op, in afwachting van een nieuwe kerk met welker
-bouwing spoedig een aanvang gemaakt werd. Deze was in 1833 reeds in
-zooverre voltrokken, dat zij den 17 Juni door den Hoogeerwaarden
-Heer Deken van Venlo kon worden ingezegend. ’s Jaars daarna werd ook
-het kerkhof gewijd. In datzelfde jaar werd Reuver van de moederkerk
-Beesel afgescheiden en tot parochie verheven. De scheiding werd door
-Gedeputeerde Staten, den 25 Juni 1834, erkend en goedgekeurd. De
-WelEerw. Heer Theodorus van Wylick was de eerste pastoor der nieuwe
-parochie.
-
-Copie der Brieven van octroy van de kapelle van het kerspel Beesel om
-eene vrye Jaermerckt den 16 July 1689.
-
-Carel by der gratie Godts Coninck van Castilien, Hertogt van Gelre
-doen te weten, dat wy hebben ontvangen die supplicatie van H^{re} Joes
-Beurskens Capellaen tot Beesel, ende rector van de Capelle van St.
-Lambert aldaar gelegen, inhoudende hoe dat dezelve door ouderdom ende
-voorige Crijgstroubelen soodanigh wore onderkomen, ende geruïneert,
-datten Heere Remmt met de grootste moeijten van de wereldt deselve
-wederom hadde moete repareeren, ende in goede staet stellen, waartoe
-sijne Hooghw: ook de goedheijdt hadde gehadt van bij sijne Pauselijcke
-Heijligheidt einen vollen aflaet te verkrijgen, voor alle persoonen,
-die in loco hunne devotie souden doen, ende alzoo de zelve Capelle
-volgens de gemeijne traditie in de haer figure ofte form naer alle
-waerschijnelijkheijdt, wore gebauwt, in den tijdt alswanneer deze
-Landen alnoch heijdens waeren, ende over sulkx naer de bekeeringe
-indezelve den eersten Christelyken ende Cattolijken godtsdienst
-wore begonst, soo wore t’ dat d’ inwoenderen van tijde tot tijde de
-voorss: antiquiteijt hadden soeken te conserveeren, ende eijntelijk
-sijne opgete Hooghw: gedient geweest, om deselve met de voorss:
-indulgentiën te vercieren, waeromme den H^{re} Supplt uijt einen
-puijren iver tot meerdere eere, ende glorie Godts ook geerne soude
-sien, dat allen sijnen arbeijt eenigen effecte mochte sorteeren ende
-hij eenige middelen conde becommen, om de gemelte Capelle voor alle
-toekommende hervallinge te verseekeren, derhalve mit wille en consent
-van sijne glte Hooghw: ende advis van andere godsdienstige persoonen
-nodigh gevonden, om eenige privilegie bij die van onsen raede met
-alle oedtmoedigheijdt te solliciteeren, te weten: het Recht van eenen
-Jaar ende peerde merckt, waar door meerdere occasien van offer tot
-herstellingen van t’ voorss: oudt Godts huijs soude worden gegeven,
-ende gemerckt, daar bij niemant en waere gepreejuditieert in t’ geheele
-ampt van Montfort, alwaer geene jaermerckten, en wierde gehouden,
-dan ter Contrarien voor alle naebuyrighe plaetsen profijtelijk ende
-dienstelijck soude wesen, vermits die plaetse ook tusschen Ruremonde
-ende Venlo gelegen verre op eene seer bequaeme situatie gelijck sijne
-voorss: Hooghw: deselve ettelijke reijsen gevisiteert hebbende, soude
-komen verclaeren, en derhalven den voorss: rector tot de reparatien
-ende dese sollicitatie hadde gemoveert wore t’ datten glten H^r
-Supplt, siende geenen anderen middel (vermits de gemeynte seer
-verarmt, en verschuldt were) om tot den effect van synen loffelyken
-iver te geraeken sigh genoodtdrinckt vonde te keeren tot onsen Hove
-seer oedtmoedelijk biddende ten ijnde die van onsen Raede gedient
-beliefden te wesen aan de voorss: Capelle gratieuselyk tot meerdere
-eere ende glorie godts het recht van glte jaer ende peerdenmerckt
-op den dag van St. Lambertus (wesende den 17 7ber) te vergunnen, en
-daervan brieven in forma te verleenen, waerdoor den sûplt beloefde
-met een gemeen gebedt, altijd den almogende te sullen bidden om ons
-in eene langhdrijvige gesondheydt, en gelucksalige regiring te willen
-gespaeren. Waeromme soo ist, dat wij t gerre voorss: aengemerckt
-genegen sijnde ter oedmoedige bede van Sûplt bij deliberatie van onse
-seer lieve en getrouwe die Cancellaer, en de Raeden onser voorss:
-voorstendom gelre bij hem alvoorens hier op gehadt de advisen reipe van
-onsen Raedt ende Moimboir in gelderlandt en officier van plaetse aen de
-voorss: Capelle gratieuselijk hebben geconsenteert, ende geaccordeert,
-consenteeren ende accordeeren mits dese opene brieven om op den dagh
-van St. Lambertus wesende den 17 September een jaar ende peerden merckt
-te houden bij provisie ender sonder praejuditie van jeders recht, mits
-betalende onse Rechten, en andere, die daer toe soude moegen staan,
-want ons alsoo gelieft; des t’ oirkonde hebben Wij Coninck onzen
-segel hier aen doen hanghen, gegeven binnen onse Stadt Roermonde den
-sesthinden dagh van den maandt Julij in den jaere ons heere duyzent
-seshondert negen en taggentig ende van onze Rijcken het vier en
-twintigsten:
-
-_lager stond_
-
- accordeert met octroijen boek van den hoeve beginnende met den maendt
- Julij 1687.
-
- bij mij
- _Was geteekend_ G. P. van Dùnhgen secretaris.
-
-
-
-
- BIJLAGEN.
-
-
- N^{o} I.
-
- _Everger, aartsbisschop van Keulen, verkrijgt van Notger, bisschop
- van Luik, Gladbach en Reithe, bij ruiling tegen Tegelen, Lobberich en
- Venlo._
-
- --Kort voor 999--[57].
-
-Tum vero devotum episcopus vovit volum, in pristinum statum loceum
-sanctum velociter restaurandum, et ad suam diœcesim ab episcopo
-Leodiensi mutuandum, et quidquid ipsius ecclesiæ prædiorum nondum
-fuisset dispersum, vel quid ipse posset undecumque precario vel quoque
-pacto colligere, sancto Vito donandum sine retractione.....
-
-Interea non secus ac voverat reparando monasterio pontifex instabat,
-quod quia festinato perficere studuit, cum nullo ornatu, sicut est
-hodie, perfecit. Sed et parochiam non distulit, mutuare pro duabus
-ecclesiis, id est pro Gladebach et Reitha, donans tres: Tegelon,
-Ludebracht et Vennelon. Verum quoniam non multo post supervixit, pauca
-prædia colligere potuit.
-
-
- N^{o} II.
-
-_Verkoopakte door de schepenen van Tegelen in 1473[58]._
-
-Wij ghemeijnde Schepen van Tijghelen teuijgen ende bekennen mitz
-deisen openen brieff dat vour onss kommen seijen Geret Heinen en Trijn
-sijn echte huijsvrouwe en hebben bekant voir oes en euren beijen, in
-der tijt doen sij des mechtig en moegent en mit goeden beschijt doen
-mochten, dat sij vercocht hebben en vercoopen mit deisenselbige brieff
-erflijck end euwelijck ein soemmer op ein stuck lants soo wie dat
-inden naten en droegen gelijgen is bij die Waetter Eijdt....... aen
-Gerretje Weillen ende Beth sijn echte huijsvrouwe ende euren erven
-op dit voirs. stuck lants einen Rhijnschen Churfürster gulden, goet
-van paijement swaer van gewicht, off die werde daer voir, al op den
-heijligen paschavont te betaelen van nu voirtan ende ten euwigen
-daegen toe, end waert zaecke dat Gerret en Trijn ofte euren erven
-verseumelijck bevonden woorden, niet en betaelden, soo sal en mach
-Gerretje Weillen voirs. off sijne erven dat stuck lants aenvangen tot
-sijn onderpant, en dat gebruicken gelijck sijn andere gemeijne proper
-erff en goed.... In alles sonder arch ende list. Und want wij gemeijne
-Schepen van Tijghelen geenen zegel en hebben, hebben wij gebeden en
-bidden aen den eersamen ende wijsen mannen en gemeijne Schepen van
-Bracht ende Kaldekerke, dat sij haeren segel aen desen berif willen
-hangen, dat wij voirs. schepen gherne gedan hebben om rede wijl die
-gemeijnde schepen van Tijgelen voirs. beheltenis den heer van den
-landen sijner rechte und mallich sijne goede rechten.
-
-Gegeven in den jaer ons Heeren duijsent vierhondert drieentseventich op
-Meiavont.
-
-Onder stond:
-
- Deise copie gecollationeert mit seinen originelen capitael heuffbrief
- in parcament geschreven is daerme van woort tot woort bevonden te
- accorderen bij mij Theodorus Wackers substititus Secretarius tot
- Breijll.
-
-
- N^{o} III.
-
- _De Schout Theodoricus Ploenis, bekrachtigt een uiterste
- wilsbeschikking ten voordeele van de kapel en den rector te Steijl,
- 1526[59]._
-
-Dictæ Capellæ ac ad usum rectoris ac possessoris ejusdem (legant)....
-
-.....Item quamdam domum pro habitatione et sustentatione dicti
-rectoris, vulgariter vocatam G..... etiam cum omnibus et singulis
-juribus et pertinentiis, cum terra arrabili‚ necnon pascuis et aliis
-in suis terminis tum siccis quam aquosis ibidem opgen Vrinen situatis.
-Item jugera terræ arabilis vulgariter dicta Eigenlant in veteris
-Ecclesiæ finibus et in suis terminis situata ad præsentes testatores
-spectantia et pertinentia.
-
-Item voluerunt etiam præfati Thomas et Sophia testatores in prædicto
-eorum testamento, ut toties, quoties dicta Capella vacaverit, tunc
-semper senior proximorum de Sanguine Ejusdem Sophiæ testatricis: si
-quis ad hoc idoneus repertus fuerit, ac id infra mensis spatium a
-die vacationis computandum, petierit; alioquin tunc alium idoneum in
-oppido Kempensi ex bonis et honestis parentibus in thoro legitimo natum
-actu presbyterum, vel in tali ætate provectum quod infra triennium
-possit se in presbyterum facere ordinari, ad hujusmodi officium
-eccl. in dicta capella exagendum assumet et nominabit ad talem sic
-assumptum et nominatum venerabili D^{no} Pastori Vet. Ecclesiæ, sive
-ejus vice-curato, præsentabit. Quem sic nominatum et præsentatum
-Ipse D^{nus} Pastor sive vice-curatus absque ulla difficultate aut
-contradictione ad officium _trium missarum_ et in dicta Capella,
-rectorem, admittet, instituet ac investiet de eadem. Pro jure ultra
-unum florenum aureum Rhenense non exiget, nec exigere præsumat.
-Si instituere recusaveril aut plus exegerit pro jure, eo casu jus
-admittendi, instituendi et vestiendi ad venerabilem et egregrium
-sigilliferum curiæ Coloniensis pro tempore existenti ea vice devolvet.
-
-Quod, si plures de sanguine ipsius Sophiæ Testatricis essent iique
-in æquali gradu, tunc senior ætate cœteros præteribit, modo (ut
-ante dictum) annum vigesimum quartum habeat, aut infra triennium in
-presbyterum ordinari possit in sequenti 25^{to} anno. Alienus vero,
-de sanguine dictæ Sophiæ non existens, erit ex honestis parentibus et
-conjugibus legitimis natus ac presbyter, vel ut supra infra triennium.
-Et semper Rector pro tempore dicti officii sive deservitor singulorum
-prædictorum quondam Thomæ et Sophiæ fundatorum, suorumque progenitorum,
-parentum et benefactorum ac omnium Christifidelium defunctorum memoriam
-habebit et tenebitur.
-
-Præterea dictus rector, hoc idem officium non resignabit neque
-permutabit nec quovis modo demittet etiam in manibus aut ordinarii
-loci aut alterius cujuscumque, nisi de prædicti senioris patroni et
-pastoris pro tempore dictæ veteris ecclesiæ residentis expressa petita
-et obtenta licentia et voluntate.
-
-Postremo voluerunt et ordinaverunt prædicti testatores, quod hujusmodi
-officium trium missarum non eriget in beneficium ecclesiasticum, sed
-in perpetuo manebit simplex officium eccl. sive nudum ministerium,
-et quoties illud vacaverit, iteram debet fieri præsentatio personæ
-idoneæ ad illud modo præmisso quæ postquam admissa fuerit et juramentum
-præstiterit omnia et singula onera adimplere, instituetur.
-
-In quorum omnium fidem et testimonium præmissorum Ego Theodoricus
-Ploenis scholtetus et subprætor antedictus has præsentes fundationis,
-dotationis et donationis præfati officii ecc. patentes litteras exinde
-fieri feci et procuravi et manu mea propria inferius appenso communivi.
-Sub anno nativitatis Dni millesimo quingentesimo vigesimo sexto.
-
- Subscriptum erat: Ego Theodoricus ut supra etc.
-
-
- N^{o} IV.
-
- _Gerard van Holtmolen en Elisabeth van Ympel verkoopen eene
- jaarrente van 20 goudgulden ten laste der hoeve Bongaart alhier, tot
- instandhouding eener dagelijksche mis. 1540[60]._
-
-Jch Florens Van Holtmoelen Leenhere deser nachbeschrevene güeder
-doen kondt allen ind gegligen tuygen mit desen opene brieve dat vurr
-mich ind die froeme here Johan Van Stalbergen der rechten doctor ind
-Heynrich Van Bernevelt als mannen van Leen deser meyner leengueder
-kommen ind erschenen sijn Gerard Van Holtmoelen Elisabeth Van Ympel
-syn elige huysfrouw inde hebbe wettig ind waille in eine vaste steden
-erffkoùp erffligh ind ewigligh gegeven ind verkoufft ind vermits
-dessen verstehen uns ein geburchge somme van penningen verkoùpen, aen
-uns op eine hoeff genant Bongart gelich der huyden disdaghs in den
-kerspell Tygelen myt alten syne rechten ind toebehoir nyet daervan
-uytgescheyden vürrder munte gelegen is, twintigh bescheiden golden
-Reynisse der Chùrfursten munt gùt van gold ind swaer van gewicht vür
-dato dis brieffs gemet ind geslagen jairlix ind erfflichs tsijns
-off die rechte werde daervuer an andere gueden gemete gelde, daerme
-in tijde der betalunge binnen Ruremunde den churfurster bescheiden
-gùlden uns gegeven ind soerven mach, Johan Dryvener, Christoffel Van
-Duersdael ind Johan Golstein als man ind momber Heilwich Von der
-Kranken syne huysfrouwe, als collators in behülf hr. Bernards Van
-Besele als rector testertijt ind syne naekoemelinge als rectore Sent
-Mathias altaris in der collegiale kyrche des heijligen geistes bynnen
-Ruremunde gesteyfft ind fundirt van den werdigen Here Johan Drijvener
-wyleer aldaer canonicus gewest seliger gedechtnis toe Ere ind love
-Gots almechtich, Mariae sijner gebenedieder Moeder, senct Mathias,
-senct Dyonys, senct Reymijss ind Senct Margrete, wie mit meer andere
-renthen daervür geordineirt ùm degelycks eine mysse van den rectaer
-naer vermoege der lofflicher fundatie desselbigen altares gedaen te
-werden, welcke vürverklerde Twintig goldgulden tsijns der rector der
-vurg. altaris ind syne naekoemelingen erfflich ind euwiglich.... hebben
-sullen.... op S^t Jacops dach apostoli erskoemende over een jaer off
-vertyen daege dairnae onbefangen; ind Gerart Van Holtmoelen vürs, ind
-sijne huysfrouw hebe belaùfft, den tsyns altyt bynne jaer ind daeg alle
-rechte aensprach affte doen, ind hebben belaufft den vurs. tsijns der
-20 goldgulden alle jaer schatvrije bedevrije kömmerloiss te leveren,
-ind werdt saek dat der vürs. Gerart Van Holtmoelen ind syne huysfrouw
-betaelung ind leverung versuijmen ein deyl off toe maile.... sal ind
-mach ein rector des altaris vurs. asdaen alle daege vrijelich daerop
-ten pene veerkennen ind leisten, in ein bequem wynhuys herberghe off
-in syn selffswoeninghe bynnen off buyte der stadt Ruremunde ein oirt
-off vierdedeyl van van eine goldgulde; welche pene off koste sy off
-yre erve gehalden syn sullen op te richten end toe betaelen gelich
-der principale rechte sonder affkoirtinghe der 20 goldgulden..... Und
-in der maete vuers. heeft der leenherr vuers. die twintigh goldgulden
-erfflich beleend ind opgedraegen den gemelden provisoren ind herrn
-Bernart Van Besell als rector testertijt ind geeft ym ind syn
-naekoemelingen als rectoren auch in behuef wie vuerschreven ind als
-naedem leenrechten recht ind gewoenlich is beheltlich den leenhere ind
-mallich seyn recht. Voirder is mit sonderlicher fruntschap bedyngt dat
-Gerart Van Holtmoelen syn huysfrouw die 20 gulden wederom lossen ind
-affleggen sullen moegen then ewigen daege toe altyl wanneer sy wyllen
-off konnen. Beheltlich alsulcke last eyn half jaer van te bevorens op
-te seggen ind also mit vierhondert bescheyden goldgulden vuer dato
-diesbrieffs geslagen. Sonder arglist in oirkonde der waerheit hebe wy
-Florens Van Holtmoelen leengerr mynen zegel vuer mych ind vür leenman
-vürs auch unse segel mit an desen brieff gehangen Darbeneven wy Gerart
-Van Holtmoelen vurs toe vaster stedicheit myne zegel vur mich und myne
-huysfrouw hebben gehangen.
-
-Gegeven indem jaer uns herr duysendt vyeffhondert und veertich.
-
-
- N^{o} V.
-
- _Scheiding der filial-kapel van Sint Urbanus te Belfeld, en oprichting
- derzelve tot Parochie-kerk 1571[61]._
-
-Wilhelmus Lindanus Dei et apostolicæ sedis gratia Ep͞us Ruræ͞sis,
-universis et singulis presentes nostras litteras visuris, lecturis
-et legi audituris salutem in Dno͞; ex pastoralis sollicitudinis nobis
-incumbenti munere, ad ea libenter intendimus per quæ gregis christiani
-nostræ curæ crediti, animarum periculo occurrenti, et saluti illaram
-opportunæ consuli posset favoris, quæ nostri auxilium ac præsidium iis
-libenter impertimur, quæ ad ovium nostrarum salutem conducunt sane
-nobis pro parte discretorum, nobisque in Christo dilectorum Mamburnorum
-pro tempore existentium, veterorumque incolarum capellæ de Belfet,
-necnon incolarum et subditorum de Lœ, nostræ Ruræ͞sis Diocesis fuit
-gravi cum querela expositum, qualiter ecclesia parochialis eorumdem
-exponentium in villa de Tegelen Ducatus juliacensis et Leodiensis
-diœcesis quæ grandi itineris scilicet unius horæ et amplius spatio
-in eundo duntaxat a præfatis locis seu villa de Belfet et Lœ distare
-dignoscitur situata existit et in qua a multis retro præteritis annis
-repudiata et rejecta catholica religione hæreticæ doctum et prædicatum
-per novarum cohæreticarum opinionum ac doctrinarum sectatores et
-asseclas est, a cujus siquidem ecclesiæ parochialis præfatæ de Tegelen
-Parocho dicti, exponentes hactenus inevitabili adacti necessitate
-baptismi et extremæ unctionis sacramenta necessario petere ac recipere,
-missasve dominicis et festivis aliisque operosis diebus, exceptis tamen
-missis in eadem præfata capella qualibet anni seplimana celebrari
-consuetis, ac verbi divini prædicationem audire consueverunt: cum
-autem sicuti ulterior eorumdem exponentium querela subjunxit, nedum
-homines utriusque sexus impotentes, ac sene confecti, valetudinarii
-quoque et mulieres gravidae seu partui propinquae propter hujusmodi
-distantiam verum cœteri incolæ præfatorum locorum de Belfelt et Lœ,
-licet in florida ætate constituti propter ventorum, pluviarum, nivium
-aliarumque tempestatum abundantiam et itinerum ac viarum difficultatem
-maximam diebus dominicis ac festivis præfatam eorum matricem ecclesiam
-de Tegelen, maxime autem propter novam et hereticam doctrinam ibidem
-prædicatam et edoctam commode et sine animarum suarum, quod magis est,
-maximo periculo visitare et ad eamdem pervenire, missæque officio
-divino atque concionibus salutaribus interesse non possunt, addentes
-quoque quod nonnulli ex ipsis sacramenta ecclesiæ desiderantes sine
-ipsis ab hac vita plerumque discesserunt; infantes vero cum a dictis
-locis de Belfet el Lœ ad præfatam eorum matricem ecclesiam de Tegelen
-pro suscipiendo ibidem baptismo deferrentur, in itinere defecerunt,
-et sine baptismo mortui sunt in eorum animarum periculo non modicum
-verum sicut eadem supplicatio subjungebat diebus dominicis ac festivis
-in praefata eorum capella indicta villa de Belfet materialiter
-constructa, quæ in honorem St. Urbani consecrata et fundata existit,
-missæque et alia divina officia celebrarentur ibidemque sermo Dei ipsis
-prædicaretur, baptismatisque etc.
-
-Sic tamen quod collatio illius quoties illam vacare contigerit ad ducem
-seu ducissam Gelriæ pro tempore pertinebit, personamque habilem et
-idoneam etc.
-
-Concessimus et indulsimus, prout separamus, dividimus, dimembramus,
-erigimus, instituimus, ascribimus, decernimus, declaramus, concedimus
-et indulgemus in Dei nomine per præsentes volentes nihilominus
-et statuentes quod prædicti incolæ de Belfet Loe pro fundatione
-supradictae novæ ecclesiæ ad supportandum ejusmodi onera investito seu
-pastore pro tempore existenti incumbentia bona et infra mentationi
-videlicet ex bonis seu decimis ad dictam ecclesiam de Tegelen
-pertinentibus, ac sub Belfet et Lœ sitis ac percipi solitis duodecim
-paria bladorum annue, item ratione et ad causam unius missæ indicta
-nova ecclesia de Belphet erecto fundata quinque maldera siliginis;
-præterea ex ejusdem novæ ecclesiæ reditibus duodecim maldera siliginis;
-item ratione unius missæ in ecclesia de Tegelen per parentes Henrici
-Clabarts olim fundatæ quam de consensu Henrici ac alioram suorum
-cohœredum ad præfatam novam ecclesiam transferimus quinque philippeos
-annuos, item ratione unius missæ feriis sextis celebrandæ quatuor
-maldera siliginis, item ex terris sive merricis communitatis de
-Belphet et Lœ duas mensuras dictas Tobœ et hollandsche merget eidem
-futuro pastori super sufficientibus hypothecis et contra pignoribus
-assignent prout se facturos promiserunt et addixerant, quæ bona seu
-reditus ac alios quoscumque census, proventus reditus et bona quos et
-quæ eidem ecclesiæ erectæ donari transferri, ac alias testamentaliter
-legari contigerit, amortisamus incorporamus et ecclesiasticæ libertati
-asceribimus, quibus mediantibus præfatis pastor in Belphet singulis
-feriis secundis quartis et sextis, Dominicis et festivis diebus
-exceptis in eadem nova ecclesia erecta celebrare et officia pastoris
-exercere tenebitur, quæ omnia et singula, necnon præsentes nostras
-litteras atque in eis contenta vobis omnibus et singulis supradictis ac
-vestrum cuilibet intimamus, insinuamus, notificamus atque ad vestram ac
-cuilibet vestrum notitiam deducimus, et deduci volumus, per præsentes;
-harum testimonio litterarum sigilli nostri ad causas appensione, et
-secretarii nostri subscriptione munitarum.
-
- Datum Ruræmundæ sub anno a Nativitate D^{ni} 1571 feria tertia post
- Dominicam quasimodo Vicesima quarta Aprilis inferius erat scriptum:
- hæc copia ex ipso minuto, erectionis ecclesiæ parochialis de Belphet
- et Lœ descripta prout in Archivo episcopati custoditur concordare de
- verbo ad verbum testor. Et erat signatum: Antonius Cruijsancker Curiæ
- Episcopalis Ruræmundensis promotor et Notarius apostolicus; inferius
- erant posita duo sigilla impressa in rubra hostia cooperto alba charta.
-
-
- N^{o} VI.
-
- _Mevrouwe Wed. von Metternich, geboren von Boland, geeft aan den
- pastoor van Tegelen het recht om vrijelijk te beschikken over zekere
- armenrenten waarvan zij de collatrice is. 1691[62]._
-
-Weilen die pastorij zu Tegelen wegen separation von Belfendt auch
-uberaùss grosse Beswärùngh der tächliche vorfallende contributions so
-beswärt dass dem Pastoren kaùm Lebensmitteln mehr übrig seien: Also
-hatt die WohlEdle ùnd syn. Fraùen Mefrauwe von Holtmülen als collatrice
-derselben pastory zù behülf des zeitlichen pastoren grosgunstigst
-beliebet die Holtmülischen armenrenten wie dieselbe im büchlein
-verfasset mit dessen obligationem über zùtragen gleich dieselbe mits
-beigesethste eigener hand Unterschreibùng der pastory übertragt ùnd zù
-fiiget.
-
-So geschehen im jahr 1691 den 20 Martii in beywesen der scheffen ùnd
-Vorsteher zù Tegelen.
-
- (eigen handteek.) Wir Witwe von Metternich, geborene
- von Boland.
-
-
- N^{o} VII.
-
- _Smeekschrift des pastoors van Tegelen aan de keurvorstelijke
- Regeering, aangaande de Agrische fundatie 1691[63]._
-
- Hochgeborner!
-
-Gibt dienstlich zu erkennen untebenenter, dem nach die Besitzer des
-adlichen Hauses zu Holtmüllen als erwelten Provisors der von Weijlandt
-D^{n} Agris zu Bracht auffgerichter fundation. So haben wolgemelte
-provisors etliche jahren vorhin da kein armen viel zu Tegelen
-vorhanden, die vorräthliche phenningen auff interesse ausgesetzt und
-ein merckliches den armen profitiret.
-
-Weilen nun hiesige armen genughsam vorsehen auch jährliches die von
-Bracht hercommende portiones zu Holtmüllen, nebens der gemeinen armen
-renten geniessen, auch provisors alle jahren noch etwas aussetzen:
-hiergegen aber die Pastorat alhier schier verfallen, theils wegen
-separation, theils auch wegen aufgetrungene überauss swärlichen
-geldrischen contributionen, als mit in ansehung dessen die Mevrouwe von
-Metternich zu Holtmüllen als zeitliche provisorin ingegenwart scheffen
-und vorsteheren offerirt und erfücht das von denen vorzeiten gemachte
-pensioenen mit etwa ein fünfzich gulden jahrlichs ausmachendt ungefehr
-sechsehn reichthaler dem zeitlichen pastoren mit beliebiger zustimmung
-der Obrigkeit mögte geholfen werden.
-
-Zu welchem Endt von Ihre Excellente demüthigst ersucht werden, und
-haben die Zuversicht dass zu befürderung der seelsorge hïeran gunstigst
-werden consentiren, und verbleibe
-
- Jhrer Excellentz
- unterthänigster Joan. Bongarts pastoor in Tegelen.
-
-
- N^{o} VIII.
-
- _Protocollum Visitationis ecclesiæ de Tegelen ab ill. et R^{dsmo}
- Ferdinando Maximiliano Comite de Berlo Episcopo Namurcensi qua majoris
- Campinæ in ecclesia Leodiensi archidiacono peractæ 2 Julii 1712[64]._
-
-2 Julii 1712 visitata fuit ecclesia de Tegelen integra, cujus patronus
-est S. Martinus, collator Dominus De Hondt qua possessor domus de
-Holtmolen, decimas habet idem Dominus, et Dominus de Wevelichoven et
-consortes hæredes Domini Borst, necnon alii particulares. Pastor habet
-decimas in Belfeld valentes 49 maldera siliginis, et ob separationem
-capellæ de Belfeld, quæ modo subest Episcopatui Ruræmundensi, debuit
-coacte cedere Rectori Dictæ Capellæ viginti quatuor mald. ita ut modo
-tantum habeat 25 mald. siliginis. Dictæ decimæ ante separationem
-fuerant liberæ a collectis, et gaudebat pastor respectu earum
-immunitate ecclesiastica; sed separatione facta coegit ipsum communitas
-de Belfeld ad solvendum collectas earundem decimarum solide tam
-respectu quotæ sibi superstitis, quam respectu 25 mald. dicti Rectoris
-de Belfeld, invito pastore ab Archiepiscopo mechliniensi adjudicatorum;
-quod cum æquitati repugnare videtur, tanto magis quod Pastori de
-Tegelen non supermanserint congrua, requirimus serenissinum Electorem
-Palatinum Patriæ principem quatenus de opportunis remediis providere
-eo circa dignetur, ne ecclesiæ sub suis domimis existentes ex mediorum
-defectu dilabantur, interimque pastores de illis provisi, requisitis
-ad plebem sibi commissam instruendam proventibus careant, subindeque
-pejora mala succedant.
-
-Lumen coram venerabili sacramento non est nisi raro ob defectum
-proventuum alio translatorum et non solutorum, quamtumvis constet ex
-instrumento authentico, quod pars decimæ a D^{no} de Hondt possessa ad
-oleum teneatur pro lamine contino‚ ad cujus solutionem illum movendum
-et juris remediis cogendum arbitramur necesse esse, requirentes eatenus
-serenissimum Electorem et ejus officiatos, ut autoritatem suam et
-respectiva officia sua desuper interponant.
-
-Fuerunt antiquitus duo altaria fundata, unum sub invocatione S^{tæ}
-Catharinæ, et alterum sub invocatione S^{ti} Nicolai, quorum tabulæ
-adhuc extant, sed dicunter superstites reditus percipi ab ædulo
-fabricæ, et applicari ecclesiæ nulla desuper apparente superioris
-competentis auctoritate: quapropter desuper indagandum arbitramur,
-ut dicta altaria restaurentur et proventus recuperentur. Requirentes
-eatenus etiam serenissimum Principem ejus officiatos quatenus ad hoc
-auctoritatem et munus suum impertiri velint.
-
-Insuper informati quod per abusum et conniventiam ante hac prædicti
-fabricæ proventes fuerunt impensi in reparationem navis ecclesiæ,
-appendicum et turris decernimus, ut post hac possessores decimæ
-majoris navim, et parochiani appendices, et turrim juxta statutorum
-archidiaconalium, et juris dispositionem intertinere debeant.
-
- Pro Extrato: Mathias Panis publicus Aptolicus et Curiæ Eplis
- Leodiensis, necnon Archdiac. Campinæ Notarius sub.
-
-
- N^{o} IX.
-
- _Antwoord van den pastoor van Tegelen, aan de kerkelijke overigheid
- over de aanwezigheid van protestanten te Tegelen (1730)[65]._
-
-Amplissime Domine; Gravissimas vestras 19^{ma} ad me datus recepi. Ex
-quibus intelligo amplissimam D^{ntnem} vestram mandatum a dicasterio
-intimo Dussellano accepisse concernens ecclesias, scholas et
-prædicutios reliquosque ministros calvinistarum Lutheranorum etc. et
-eorum annuos reditus, quatenus desuper et signanter quoad locum Tegelen
-suam informationem ad dicasterium transmitteret eatenus rogat Ampl.
-Dom. Vestra ut instructionem meam transmitterem.
-
-Hanc cathegorice dare non possum quia nulla documenta inveniuntur.
-Tamen ad proposita puncta respondeo:
-
-Ad 1^{m} In parochia loci de Tegelen prætentæ reformatæ religionis
-calvinisticæ ecclesia non extat, sed per traditionem hic habemus,
-quod olim, Fransciscus van Holtmolen in historiis revolutionis dictus
-Fr. Canisius præfectus districtus Bruggensis, fautor hereticorum,
-tempore revolutionis vel immediate post revolutionem, pastorem ex hac
-parochiali integra Ecclesia ejecit et prædicutium in eam immiserit qui
-per quindecim annos in ea ministerium suum fecisse traditur; quo facto
-omnes fere reditus pastoris et ecclesiæ perditi sunt, et altaria sive
-beneficia sub invocatione B. M. V., S^{ti} Crucis et S^{ti} Antonii
-perieruut.
-
-Ad 2^{m} Nullam modo habent prætenti reformati hic ecclesiam.
-
-Ad 3^{m} Nullus hic est prædicutius, schola nulla, nec ullus ludi
-magister aut minister.
-
-Ad 4^{m} Dum olim nostram ecclesiam occupaverant indubie Domus de
-Holtmolen fuit collator prædicutiatus, sicut modo est patronus
-pastoratus.
-
-Ad 5^{m} plane ignoro an praedicutius aliquis ratione sui officii in
-parochia mea habuit aliquos stabiles reditus.
-
-Ad 6^{m} non eredo et nunquam audivi quod aliquis prædicutius ratione
-sui ministerii hic habeat aliqua bona immobilia.
-
-Responsio ad puncta 7^{m} et 8^{m} patet ex dictis.
-
-
- N^{o} X.
-
- _Akte der Kerkvisitatie door den deken van het concilie van Wassenberg
- 29 Augt. 1771[66]._
-
-Prævia publicatione visitata est ecclesia parochialis in Tegelen.
-Decimarum possesores sunt varii scilicet D^{s} de _Wevelichoven_,
-Hæredes D^{ni} de _Munich_, hospitale S^{ti} Georgii Venlonæ et alii
-particulares, etc.
-
-Bei genommenen augenschein hat sich befunden, dass das Chor der Kirche
-einer dealbation und reparation, das Kirchenschif einer dealbation, und
-dessen paviment einer reparation von nöthe habe. Die gemeinde thäte
-ferner die vorstellung, ob nicht die Decimatores zur Bannal clocken,
-wie auch zur anschaffung nöthiger paramenten pro _pastore celebrante_,
-verflichtet wären, und indessen zu erkennen was recht ist.
-
-
- _Decretum._
-
-Da die grosse zehnd-einhaberen zu Tegelen auch zugleich einhaberen
-des kleinen zehndes seijen, als kommt ihnen ungezweift zu Last die
-unterbaltung des Chors, wessen schüldige reparation inner monatszeit zu
-verfügen die selbe hiemit erinnert werden; und da ferner denen grossen
-zehndeinhaberen _juxta statuta_ archidiaconalia serenissimi notorie
-obliget das Kirchenschif cum tabulato et pavimento in gehörigen stand
-zu halten, wie nit weiniger _campanam bannalem cum reguisitis_ suis
-zu unterhalten, auch Soviel paramenta herzugeben, _als pro pastore
-celebrante_ erforderlich seyen, als wird diesen statüten inhærirt
-und besagte decimatores ebenfals erinnert inner monatszeit sich zu
-declariren, ob dieser ihrer schuldigkeit genug thun wollen; _sin secus_
-sollen serenissimus pro executione humillime implorieret werden.
-Intimetur per custodem Pachtariis, qui hoc decretum suis D. Dominis
-principalibus communicent.
-
-Pro extractu protocolli erat signatum Pet. Joan. Hambrock
-christianitatis Wassemburgensis secretarius. Hæc copia concordat suo
-originali, quod attestor L. Timmermans pastor in Tegelen.
-
-
- N^{o} XI.
-
- _Schuldbekentenis van het kapittel van S^{t} Martinus kerk te Emmerik
- nopens opgenomene kapitalen van den Tegelschen armen 1782[67]._
-
-Wij deken en canonici archidiaconalis ecclesiæ S^{ti} Martini binnen
-Emmerick doen kondt en te weten hiermeden, dat wij amplecteren die door
-den Eerw. Heer Timmermans pastor en vorsteher van Tegelen neffens de
-geheele gemeente genomene resolutie over die twee obligatieën, de een
-groot 1200 dalder van den 11 Dec. 1749 en de andere groot 600 dalder
-Cleefs à 300 diergelijke stuivers van 13 Nov. 1750, ten profijte van
-de Tegelsche armen en ten laste van het capittel à 3 procent staande.
-Alsoe dat het capittel in plaats die 1200 Daler 200 gerande hollandse
-ducaten en in plaats die 600 Daler een honderd ducaten sal an genoemde
-armen schuldig sin, de welcke capittel belooft ’s jaars à 3 procent en
-alsoe met negen ducaten jaarlijks op die bovengemelde verschiensdaegen
-te verpensioneeren tot de afloosinge toe, die van beijder zijts blijft
-voorbehouden met behoorlijke denunciatie, soo als in bijde vorige
-obligatieën vermelt is, en tot sekerheijt soo van capitaal als van
-interesse, sal deselfde gestelde assurantie blijven onder renunciatie
-op allen contrarieerenden exceptieën hebben wij desen act door ons
-en capituli sceretarium ondertekenen en met capittels zegel laeten
-corroboreeren.
-
-Emmerick den 7 Jan. 1782.
-
- WILH. L. KAAL,
- Capiluli secret
-
- † Loco sigilli.
-
-
- N^{o} XII.
-
- _Petitie van het Armbestuur aan den Préfect van het Departement van
- den Roer betreffende deze twee kapitalen 1806[68]._
-
-Monsieur! Par acte, en date Emmerik 7 Janvier 1782; se fondant sur
-deux autres, notre bureau d’administration a une forte prétention de
-trois cent ducats d’Hollande à interêts annuel de trois pour cent à
-charge du Doyen el chapitre de l’église archidiaconale de S^{t} Martin
-à Emmerik. Il y a environ quatre ans, que les dits interêts ne sont pas
-acquittés, pendant quel intervalle nous avons fait faire des démarches
-amicales à Emmerick chez le doyen du dit chapitre, qui a répondu de
-bien reconnaître la dette, mais qu’il devait avoir auparavant une
-autorisation pour l’acquitter, parceque le roi de Prusse avait donné
-une ordonnance, qu’il ne serait rien payé au delà du Rhin, ce qui est
-de notre coté; pourquoi nous osons vous solliciter de bien vouloir
-nous instruire et préscrire la marche, que nous aurons â prendre, pour
-parvenir au plustôt et de la manière la plus efficace au payement de
-ce qui nous est dû et ce qui est aussi très nécessaire au soutien des
-pauvres de notre commune..... En quelle espèrance nous vous prions
-d’aggréer notre salut respectueux.
-
- ANT. THYSSEN
- CORN. BEEKMANS
- LOUIS DE RIJK
- MICH. PEETERS.
-
-
- N^{o} XIII.
-
- _Gezamelijke aanvraag van den schout en het armbestuur van Tegelen
- aan den gouverneur van Limburg, betrekkelijk deze aangelegenheid in
- 1822[69]._
-
-Excellentie! De armevoorstand dezer gemeente Tegelen heeft in 1749 aan
-S^{t} Martinus kapittel te Emmerik 1200 daler voorschoten, en nog 600
-daler cleefs. Deze twee obligatiëen werden in 1783 reduceert op 300
-hollandsche ducaten, zeggende dat jaarlijks van deze somme ad 3 percent
-9 ducaten zullen betaald worden.
-
-De laatste interessen zijn in 1803 betaald, dus maak de rukstand van
-1804 tot 1813 voor beiden 90 ducaten, die tot laste van Frankrijk
-vallen. Wij smeeken dus Uwe excellentie om deze zoo doenlijk door de
-liquidatie concanisse in Frankrijk of andersints te doen geworden.
-De interessen sedert 1813 te weten van 1814 tot 1822 bedragen voor 9
-jaren 81 ducaten, dewelke vallen tot last van Pruissen. Wij bidden Uwe
-Excellentie ons insgelijks door Uwe hooge interventie te doen geworden;
-en nemen de onderdanige vrijheid te bemerken, dat wij reeds den 25
-laatstleden de regering van Dusseldorp van deze reclamatie preveniert
-hebben.
-
-En dat deze revenue de voornaamste van onzen armen is.
-
-Overtuigd van de voorzorg van Uwe Excellentie voor het welzijn der
-administreerden, overtuigd dat hoogst dezelve een protecteur der armen
-is, durven wij deze bidschrift met het grootste vertrouwen aan uw hart
-recommanderen, en hebben de eer enz.
-
- Schout en armevoorstanders.
- Tegelen, 13 December 1822.
-
-
- N^{o} XIV.
-
- _Extrait du regître aur arrêtés du Conseiller d’Etat, préfet du
- département de la Roer 1806[70]._
-
-Vu la réclamation des Marguillers de l’église succursale de S. Martin
-à Tegelen, tendante à faire restituter à la fabrique dela dite église
-divers capitaux pour œuvres pies.
-
-Vu les neuf titres de fondations accompagnès de leurs traductions
-authentiques.
-
-Vu l’avis du directeur des Domaines.
-
-Arrête.
-
-Art. 1^{er}. Les neuf capitaux fondés pour messes et autres œuvres
-pies dans l’église de Tegelen, ainsi que les interêts d’iceux
-sont abandonnés à la fabrique de cette église. En conséquence les
-marguillers en prendront l’administration pour en faire l’usage voulu
-par les fondateurs ou fondatrices; toutefois si ces capitaux n’ont pas
-été transférés, les traductions des titres de fondations demeuront
-jointes au dit arrêté et dèposées aux archives de la Préfecture.
-
-Art. 2^{me}. Le prèsent sera adressé au directeur des Domaines et aux
-dits Marguillers sur papier timbré aux frais de la fabrique.
-
- Signé LAUMOND.
- Pour expédition conforme
- Le secrétaire-général de la préfecture
- KÖRHGEN.
-
-
-
-
- VOETNOTEN
-
-[Footnote 1: Ook de Weleerw. Heer G. FRANSSEN, pastoor te Ittervoort
-heeft opdelvingen onder de gemeenten Tegelen en Belfeld bewerkstelligd,
-waarvan echter het resultaat tot ons leedwezen is onbekend gebleven.]
-
-[Footnote 2: Er werden te Tegelen ook eenige frankische voorwerpen
-ontdekt. Eene francisca uit deze plaats afkomstig werd in de
-verzameling van wijlen Notaris GUILLON te Roermond bewaard. Catalogus
-p. 50.]
-
-[Footnote 3: JOS. HABETS, kerkgesch. van het Bisdom Roermond. Deel I p.
-73.]
-
-[Footnote 4: L. J. KEULLER. Geschiedenis van Venlo D. I p. 10 enz. Deze
-schrijver raadpleegde hieromtrent, een handschrift getiteld: _Venlo’s
-opkomst_, door een naamloozen schrijver in der tijd als priester
-aangesteld bij de kerk van St. Sophia te Keulen.]
-
-[Footnote 5: Men zie Bijlage N^{o} I.]
-
-[Footnote 6: Fisen, Sancta Legia etc. Leod. 1696 in folio, t. I p. 149.]
-
-[Footnote 7: Bütkens, Trophées du Brab. tom. I p. 153.]
-
-[Footnote 8: Fahne, Gesch. der Köln. Jül. und. Berg. Gesl. F. II p.
-153.]
-
-[Footnote 9: Extract uit de Registers der Leenen van het Overkwartier
-van Gelderland. Men zie verder tweede afd. adellijke huizen.]
-
-[Footnote 10: Ibidem.]
-
-[Footnote 11: Ibidem.]
-
-[Footnote 12: Nettesheim, Gelrische Geschichte, p. 74.]
-
-[Footnote 13: Men zie tweede afdeeling adellijke huizen en Bijlage
-N^{o} IV.]
-
-[Footnote 14: Levendig blijft altijd de traditie dat de benoodigde
-steenen voor dezen bouw werden vervaardigd uit den leem van den
-vierkanten strook gronds genaamd _wateriet_, zelfs meent men den weg te
-kunnen aanwijzen waar langs zij vervoerd werden.]
-
-[Footnote 15: Onlangs heeft men dezen kelder, bij het herbouwen
-geopend.]
-
-[Footnote 16: Bijlage N^{o} II.]
-
-[Footnote 17: De laatste was Caspar in de Betouw.]
-
-[Footnote 18: Bijlage N^{o} III.]
-
-[Footnote 19: Bijlage N^{o} IV.]
-
-[Footnote 20: Bijlage N^{o} V.]
-
-[Footnote 21: Om dezen tijd was de Paltzgraaf keurvorst (Churfalz) van
-Beijeren Heer van Gulick, Kleef, Berg, enz. enz.]
-
-[Footnote 22: Uit de archieven der kerk van Tegelen.]
-
-[Footnote 23: Bijlage N^{o} VIII.]
-
-[Footnote 24: De familie _Hunt_ op Holtmolen komt slechts in de 18^{de}
-eeuw alhier voor; zij was protestantsch. Men zie adellijke familiën
-hierna.]
-
-[Footnote 25: Publications de la société d’histoire etc. dans le duché
-du Limbourg. Tome VII, p. 67.]
-
-[Footnote 26: Leenverheffing van de helft der tienden te Tegelen,
-namens den arme te Venlo. Afschrift.]
-
-[Footnote 27: Gemeente archieven.]
-
-[Footnote 28: De vaan hield vier oude kannen.]
-
-[Footnote 29: Archieven der kerk.]
-
-[Footnote 30: Keuller, en plaatselijke archieven.]
-
-[Footnote 31: Een Luiksche synode des jaars 1288 bepaalde, dat de
-aartsdiakenen zich op hunne kerkbezoekingen met vijf of zes paarden
-moesten vergenoegen. Zie Jos. Habets, Kerkgeschiedenis als voor. T. I
-p. 261.]
-
-[Footnote 32: Bijlage N^{o} VII.]
-
-[Footnote 33: Men leze J. M. CANOY, _Verhalen van vader tot zoon_.]
-
-[Footnote 34: Archieven der gemeente.]
-
-[Footnote 35: Archieven der gemeente.]
-
-[Footnote 36: Archieven der gemeente.]
-
-[Footnote 37: Het door hen ingeslagen pad, draagt den naam van
-_Bonaparts-weegske_.]
-
-[Footnote 38: Van dezen is de Heer Nic. Ronck, zijnde de laatst
-overgeblevene, onlangs overleden.]
-
-[Footnote 39: Deze en volgende bijzonderheden zijn te lezen in de thans
-nette verzameling der kerkarchieven van Tegelen, berustende in de
-pastorij.]
-
-[Footnote 40: Deze worden op alle Woensdagen openbaar vereerd. Nog
-bezit onze kerk relikwiën van het H. Kruis, van St. Joseph, van St.
-Martinus en van St. Thomas Ap., benevens een aantal anderen relikwiën,
-die in prachtige relikwiënkasten bij hooge Feesten worden uitgesteld,
-doch van welke de bewijsstukken zijn zoek geraakt.]
-
-[Footnote 41: Akte in bezit van den Eerw. Heer _J. Habets_.]
-
-[Footnote 42: Van oudsher was Belfeld onder civiel opzicht eene
-gemeente op zichzelve, maakte deel uit van het Geldersch ambt
-Montfort, en zond hare _drie schepenen_ naar het gerecht of de bank
-van Beesel alwaar _vier_ schepenen waren. De aloude St. Urbanus kapel
-was bouwvallig geworden; in 1840 heeft een nieuwe kerk ze vervangen.
-Jaarlijks wordt onder grooten toevloed van geloovigen uit de omstreken,
-gedurende een plechtig gevierde octaaf, aldaar de H. Leonardus vereerd
-en aangeroepen. Een aloude bidkapel nabij Mergelstraat in 1867 door het
-staatsspoor ingenomen, is door een ruimere nieuwe vervangen. Deze wordt
-des te meer bezocht, daar het aan zulke kapellen ten onzent ontbreekt.]
-
-[Footnote 43: Mededeeling van den Heer _Habets_. Dit stuk is voorzien
-van het schepenzegel van Beesel: De H. Gertrudis met abbatialen staf
-beiderzijds met muisjes bezet. Opschrift: _Scabini in Biesislo_; aan
-den knie der Heilige prijkt het Geldersch wapen.]
-
-[Footnote 44: Men vergelijke het elders aangehaalde betreffende deze
-Heeren.]
-
-[Footnote 45: Mgr. Paredis het gebrek ziende van priesters in het
-bisdom van Luik, stond toe, dat eenige zijner onderhoorigen zich
-tijdelijk daar aan ’t zielenheil gingen toewijden. Op het oogenblik
-bevinden zich daar twintig Limburgsche priesters werkzaam.]
-
-[Footnote 46: Deze was niet meer koster, maar Joannes Ewalds; sedert
-dien bleven de betrekkingen van schoolmeester en koster gescheiden.]
-
-[Footnote 47: Wij ontleenen deze opgaaf grootendeels aan de zorgvuldig
-opgemaakte genealogische lijsten van den Hoog Welgeboren Heer Baron
-d’Olne te Baarlo. De meergemelde schrijver Fahne plaatst dit huwelijk
-in 1646.]
-
-[Footnote 48: Men zie Bijlagen N^o VI en VII.]
-
-[Footnote 49: Afschrift der oorkonde dezer stichting, en aanneming
-derzelve werd aan het kerkbestuur te Tegelen overhandigd den 14 Dec.
-1857.]
-
-[Footnote 50: Berust op de pastorij te Belfeld en te Kaldenkerken.]
-
-[Footnote 51: Zie Bijlagen N^o IX, X en XI.]
-
-[Footnote 52: Archieven der Kerk. De gedane pogingen, om hieromtrent
-meer bijzonders te vernemen, bleven vruchteloos.]
-
-[Footnote 53: Andere voorwaarden en maatregelen zijn breedvoerig
-vermeld in de 27 artikelen van het reglement, welks wijze bepalingen
-reeds te Venlo, te Blerick en elders zijn erkend en aangenomen.]
-
-[Footnote 54: Archieven der Kerk.]
-
-[Footnote 55: Het feest der kerkwijding in het algemeen.]
-
-[Footnote 56: Wij werden goedgunstigst in bezit gesteld van deze
-opgave, door den WelEerw. Heer C. Wolters pastoor te Reuver.]
-
-[Footnote 57: Chronicon Gladbacense, cap. 20 en 21 bij PERTZ, _Monum.
-Germ. script. IV_ p. 77; en SLOET, _Oorkondenboek_‚ I p. 119.]
-
-[Footnote 58: Gemeente Archieven van Tegelen.]
-
-[Footnote 59: Archieven der kerk.]
-
-[Footnote 60: Archieven der kerk, copie van het origineel, zegel was
-afgevallen.]
-
-[Footnote 61: Archieven der kerk.]
-
-[Footnote 62: Archieven der kerk.]
-
-[Footnote 63: Archieven der kerk.]
-
-[Footnote 64: Archieven der kerk.]
-
-[Footnote 65: Kerkarchieven. Dit stuk draagt geene dagteekening.]
-
-[Footnote 66: Kerkarchieven.]
-
-[Footnote 67: Kerkarchieven.]
-
-[Footnote 68: Archieven der kerk.]
-
-[Footnote 69: Kerkarchieven.]
-
-[Footnote 70: Gemeente archieven.]
-
-*** END OF THE PROJECT GUTENBERG EBOOK CHRONOLOGISCHE BESCHRIJVING VAN
-TEGELEN ***
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the
-United States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for an eBook, except by following
-the terms of the trademark license, including paying royalties for use
-of the Project Gutenberg trademark. If you do not charge anything for
-copies of this eBook, complying with the trademark license is very
-easy. You may use this eBook for nearly any purpose such as creation
-of derivative works, reports, performances and research. Project
-Gutenberg eBooks may be modified and printed and given away--you may
-do practically ANYTHING in the United States with eBooks not protected
-by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the trademark
-license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country other than the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you will have to check the laws of the country where
- you are located before using this eBook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm website
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that:
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from the Project Gutenberg Literary Archive Foundation, the manager of
-the Project Gutenberg-tm trademark. Contact the Foundation as set
-forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non-profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's business office is located at 809 North 1500 West,
-Salt Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up
-to date contact information can be found at the Foundation's website
-and official page at www.gutenberg.org/contact
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without
-widespread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine-readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our website which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This website includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.