summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/63994-0.txt2905
-rw-r--r--old/63994-0.zipbin56454 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63994-h.zipbin2446375 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63994-h/63994-h.htm4238
-rw-r--r--old/63994-h/images/cover.jpgbin246772 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63994-h/images/ill_002.jpgbin286739 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63994-h/images/ill_011.jpgbin256105 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63994-h/images/ill_015_025.jpgbin250350 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63994-h/images/ill_029_045.jpgbin241171 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63994-h/images/ill_063.jpgbin266046 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63994-h/images/ill_077_081.jpgbin266309 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63994-h/images/ill_099.jpgbin264211 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/63994-h/images/ill_108.jpgbin310324 -> 0 bytes
16 files changed, 17 insertions, 7143 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..0451687
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #63994 (https://www.gutenberg.org/ebooks/63994)
diff --git a/old/63994-0.txt b/old/63994-0.txt
deleted file mode 100644
index 1a3be4d..0000000
--- a/old/63994-0.txt
+++ /dev/null
@@ -1,2905 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of Hier beghint die hystorie Vanden grooten
-Coninck Alexander, by Anonymous
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Hier beghint die hystorie Vanden grooten Coninck Alexander
-
-Author: Anonymous
-
-Release Date: December 9, 2020 [EBook #63994]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HIER BEGHINT DIE HYSTORIE ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen van Luin, André Engels, Clog and the
-Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
-(Koninklijke Bibliotheek, The Hague)
-
-
-
-
-
-
-Noten bij de transcriptie:
-
- ● Dit 15e eeuwse boek is geschreven in een gotische drukletter. In dit
- lettertype komen lettertekens en diacrieten voor die in het
- hedendaagse alfabet niet voorkomen. Deze lettertekens en diacrieten
- zijn in de onderstaande tekst uitgeschreven tussen blokhaken,
- bijvoorbeeld "[ver]dreef" en "m[~ij]e". Het tilde-teken boven
- klinkers is zeer vaak gebruikt in plaats van de letter "n" of "m".
- Bijvoorbeeld "Alexãder" staat voor "Alexander" en "vindẽ" voor
- "vinden". Het tilde-teken in "eñ" is een afkorting voor "ende".
- ● Qua spelling en (afwezigheid van) leestekens is zoveel mogelijk de
- oorspronkelijke tekst aangehouden. Wel zijn woorden die gesplitst
- waren over twee regels (met of zonder koppelteken) weer samengevoegd
- tot één woord. De in die tijd gebruikelijke wisselingen tussen "i" en
- "j", en tussen "u", "v" en "n" zijn gehandhaafd.
- ● Getallen in deze tekst zijn in het Romeinse talstelsel. Bij grote
- getallen worden de getallen vaak fonetisch Romeins geschreven.
- Bijvoorbeeld het getal 70.700 ("zeventig-duizend en zeven-honderd")
- wordt geschreven als "lxx: m: eñ vij: C:"
- ● In de hoofdstuknummering kwamen meerdere druk- en zetfouten voor,
- bijvoorbeeld twee keer opeenvolgend hoofdstuk "viij", maar geen
- hoofdstuk "vij". Daar waar het juiste hoofdstuknummer eenvoudig af te
- leiden was, zijn deze nummers aangepast. Het dubbel gebruik van
- hoofdstuknummer "xi" komt in meerdere drukken van dit boek voor.
- ● In het boek was geen inhoudsopgave aanwezig. Deze is bij het maken
- van de transcriptie toegevoegd tot gemak van de lezer.
-
-
-
-
- Hier beghint die hystorie Vanden grooten Coninck Alexander
-
- Inhoudsopgave
-
-
- i Dat eerste cap
-
- ij Hoe Neptanabus Alexander wan
-
- iij Hoe hẽ Neptanabus [ver]schiep in een draeck
-
- iiij Hoe dat die grooten Alexander gheboren wort
-
- v Hoe Alexander Neptanabus dode
-
- vi Hoe Alexander Pucifael bereedt
-
- vij Hoe Alexander den prijs te Pysen wan
-
- viij Vanden wijsen ende waerachtighen man Socrathes
-
- ix Hoe Philippus Macedonien wan
-
- x Hoe dat Alexander Darius dẽ tyns ontseide
-
- xi Hoe Philippus sijn doot wraecte
-
- xi Hoe Alexander sijn rijck ontfinc
-
- xij Hoe Alexander sijn heer vergaderde
-
- xiij Hoe Alexander Cyrien eñ Tyren beleyde. eñ hoe dat
- hijse te samen verwan
-
- xiiij Hoe Darius Alexander brieuen screef
-
- xv Hoe Alexãder Darius weder screef
-
- xvi Hoe Darius tegen Alexander street
-
- xvij Hoe Alexander Thebeen destrueerde
-
- xviij Hoe Alexander Darius sochte
-
- xix Hoe Alexander Darius scat verwerf
-
- xx Van Alexander opten berch Gariesim
-
- xxi Hoe Alexander tot Iadus dẽ groten pape van
- Iherusalem om succoers sende
-
- xxij Hoe Alexander ons heren naem aenbede
-
- xxiij Hoe Alexander voer tot Amons tempel
-
- xxiiij Hoe hem Darius eñ Alexãder ouer screuẽ
-
- xxv Hoe Alexander mit Darius at
-
- xxvi Hoe Darius eñ alexander te samen stredẽ
-
- xxvij Hoe Darius an Alexander õ genade screef
-
- xxviij Hoe Darius vã sinen luden geslegen wort
-
- xxix Dit waren Darius woorden voor sijnre doot eer dat
- hi sterf
-
- xxx Van coninc Darius graue
-
- xxxi Van Philo Anaxigenes eñ vã Epicurus
-
- xxxij Hoe Alexander sijn zeden verwandelde
-
- xxxiij Hoe Alexander die x. gheslachten vã israhel
- besloet.
-
- xxxiiij Vander poorten vã Caspien
-
- xxxv Die wrake vã coninc Darius doot
-
- xxxvi Hoe Alexander Clit[us] doot sloech
-
- xxxvij Hoe Alexander Calistines doode
-
- xxxviij Hoe Alexander in Indien voer
-
- xxxix Hoe Alexander in Indien eenen zone wan
-
- xl Hoe Alexander Porrius eyschte te campe
-
- xli Van Porrius rijcheyt eñ macht
-
- xlij Hoe dat Alexander in een stat spranc
-
- xliij Hoe Alexander die dõcker zee bestont
-
- xliiij Van Candax der coninginnen
-
- xlv Hoe Alexander doer die roetsche villede
-
- xlvi Van den serpenten eñ anderen dieren die alexãder
- vreesden
-
- xlvij Hoe Alexander binnẽ Indien waert voer
-
- xlviij Vanden wonderen die in Indien sijn
-
- xlix Vander zõnen eñ manen boom
-
- l Hoe Alexander sijn eerste antwoorde ontfinc vander
- zõnen boom
-
- li Hoe der manẽ boom Alexander anderwerf ãtwoorde
-
- liij Hoe der zonnen boom coninc Alexãder die derde
- vraghe antwoorde
-
- liiij Van Alexanders [ver]waentheden
-
- lv Hoe Alexander der maechdẽ lant wan
-
- lvi Hoe Alexander die Bracmãnen bestoet
-
- lvij Hoe Alexander dẽ Bracmãnen weder screef
-
- lviij Een antwoorde vã Didimus tot Alexander
-
- lix Hoe dat Alexander Didimus antwoorde
-
- lx Hoe Didimus Alexãder antwoorde
-
- lxi Hoe Alexander weder ãtwoorde
-
- lxij Hoe Alexander te Babilonien quam tot s[~ij]re doot
- waert
-
- lxiij Van Alexanders feest eñ zijn vermeten
-
- lxiiij Hoe Alexander vergeuen wort
-
- lxv Van Alexanders doot
-
- lxvi Van Alexanders vromicheit
-
- lxvij Van Alexanders begrauinghe
-
-[Afbeelding]
-
-Hier beghint die Hystorie dat leuen ende dat regiment des alre grootsten
-eñ machtichsten conincx Alexander Die heere ende prince was van alle die
-werelt
-
-
-
-
- Dat eerste cap:
-
-
-Tot deser tijt dat Othus Artaxarses zone regneerde in. Persen eñ in
-Meden: eñ hi in sijn tiende iaer was van sijnen rijcke, Eñ int laetste
-iaer dat Philippus regneerde in, Macedonien Eñ int laetste iaer dat
-Neptanabus crone ghedraghen hadde in Egipten Soe ghenas Olymphias van
-Alexander. alsoe men vindẽ mach in sinen gesten Maer veel lieden segghen
-dat die coninc Philippus Olymphias man Alexander an haer niet en wan:
-maer een ander mã wan hẽ aen haer Want die coninc Othus vã Persen doe hi
-Egipten wan soe [ver]dreef hi Neptanabus dẽ coninc vanden lande in deser
-manieren als wi scriuen sullẽ Wãt Neptanabus die coninc vã Egipten hildt
-sijn lant mit touerien eñ niet mit stridẽ Wãt als hi plach te vernemen
-datter eenich coninc of heer op hẽ quã om tegen hem ende in sijn lant te
-oerloghen: Soe ghinc hi alleen in een camere: eñ daer dede hi mit groter
-toueryen ende nigromancien dat alle sijne vyanden scepen versoncken mit
-ten volcke in die zee ende verdroncken: Ende doe hi vernam dat die
-coninc Othus op hẽ quã mit een groot heer so loech Neptanabus daer om:
-want hi meende hẽ te doden als hi die ander ghedaen hadde Maer hi
-verstont vanden god daer hi sijn touerye mede doen wilde soe hi plach
-dat hi verwõnen soude bliuen eñ geuangen worden, ten ware dat hi
-haestelic wt den lande vloghe Doe dede hi sijn haer eñ sijnen baert of
-scheren: eñ hi nã sijn beste iuweelen mit hem eñ vloech te Macedonien
-waert: Eñ daer wort hi vermaert voor een groot astronomijn. eñ Olymphias
-Philippus vrouwe ontboet hẽ om raet an hẽ te nemen van saken die sy
-begheerde. want haer man die coninck Philippus was doe wten lande:
-
-
-
-
- Hoe Neptanabus Alexander wan
-
- Ca. ij
-
-
-Als Neptanabus tot deser vrouwen quã eñ hi sach dat sy zeer schoone was
-Soe wort hi haer zeer beminnende: eñ hi gaf haer te verstaen dat sy
-eenen zone dragen soude die alsoe machtich wesen soude: Al waert dat
-Philippus haer mã haer verdriuen wilde haer zone soudese wel te rechte
-houden. Eñ hi seide haer dat sy dien zone aen eenen god winnen soude.
-Hier om wort sy zeer bescaemt eñ veruaert: eñ sy vraechde hẽ Wat god
-salt sijn Neptanabus antwoorde haer: segghende Het sal wesen Ammon die
-god vã Libra Hier om bereyde di tamelic eñ eerlick datstu waerdich
-moechste wesen alsulkẽ god te ontfaen. eñ du sulste gaen tot deser stat
-daer sal hi tot v comẽ inder gedaente van eenen drake In deser manieren
-so bedroech dese touenaer Olymphias eñ hi quam seluer tot haer in eens
-draken ghedaente. want hi conste hẽ seluen wel verscheppen Dus lach hi
-bi haer eñ wan aen haer den stoutẽ Alexander Des nachts dede hi dit
-Philippus dẽ coninc Olymphias mã in een droom te voren comen daer hi
-lach voor een stat Eñ Philippus die coninc ontboet een droom beduder die
-zeer wijs was. eñ seide hẽ: Mi docht d[at] ic in een droom sach datter
-een schoen god mit grauwen hare die twee clare ramshoren hadde bi
-m[~ij]re vrouwen Olymphias lach en sliep Eñ doe hi sinen wille mit haer
-gedaen hadde: soe dochte mi dat hi seyde Wijf ghi hebt vã mi ontfanghen
-eenen zone een wreeker Die meester antwoorde daer op Dijn vrouwe heeft
-eenen zone ontfangen in haer lichaem van een god Eñ om dat ghi docht dat
-hi graeu gehaeret was eñ ghehorent als een ram: dat beduydet dat sy dat
-kint ontfanghen heeft van Ammon den god van Libra, Hier om wort die
-coninc Philippus harde gram eñ hi liet sijn oerloghen staen eñ hi keerde
-haestelic te Macedonien waert Olymphias was doe zeer versaeghet ende sy
-onthaelde den coninc bloedelijck Eñ hi seide. Wijf ic weet wel hoet mit
-v [ver]gaẽ is: want dat kint datstu drages en hebstu van ghenen mã
-ontfãgen mer vã een god. Aldus troeste hi die vrouwe die in vresen was
-mit behendichedẽ. mer sijn hert was hẽ zeer tõvreden
-
-
-
-
- Hoe hẽ Neptanabus [ver]schiep in een draeck
-
- Cap. iij
-
-
-Hier nae [ver]stont Neptanabus dat Philippus die coninc Olymphias
-s[~ij]re vrouwẽ te harder was Eñ tot eenre feesten daer dẽ coninc sat eñ
-at mit sijn volc so dede hi dit wonder Eñ om dat die coninc tegen
-s[~ij]re vrouwẽ fel ghelaet toende. so versciep hẽ Neptanabus in eenẽ
-draeck eñ hi quã midden inder feesten. Doe wordẽ alle die ghene die daer
-waren zeer veruaert. want hi was in sinen ganc zeer schone om te
-aensiene Eñ hi wort soe vreeselic wispelende datter alle die zale of
-beefde: eñ sij waren alle in grooten anxte. sonder Olymphias Philippus
-wijf Wãt die draeck boet haer sijn hant eñ hi was bereyt te doen wat sy
-wilde. eñ hi leyde sijn hooft in haren schoot eñ custe haer Hier nae
-wort vanden draeke een aern. eñ hi vloech wten huyse Doe wort die coninc
-blijde eñ seyde Ick was sot dat ic mi balch op mijn vrouwe. want nv sye
-ick wel dat dit een god was. maer niet wel en weet ic oft Ammõ was om
-dat hi in eenen draecke openbaerde. ofte oec Iupiter om dat hi naemaels
-een aern wort Doe antwoorde hem sijn vrouwe Olymphias eñ sy seide dattet
-die god Ammon was. Op eenre tijt hier nae soe quam een henne daer die
-coninc Philippus sat eñ sy leyde een ey in sinen schoot eñ doe voer sy
-wech Ende dit ey viel van sinen schoot aen stucken: ende doe quam daer
-een cleyn draecxken wt. eñ hi liep al daer omme. recht of hi gherne
-weder in die eyscale geweest hadde: Eñ doe die drake daer immer in wesen
-wilde soe viel hi doot op die aerde Doe seyde hem een wijs man Di sal eẽ
-zone gheboren worden die heere wesen sal bouen alle die werelt: maer als
-hi die werelt gewonnen sal hebbẽ eñ hi tot sinen lande sal keren willen
-soe sal hi steruen Dit beduydet dit wonder van desen eye. eñ oeck mede
-van desen draecke:
-
-
-
-
- Hoe dat die grooten Alexander gheboren wort:
-
- Capittel iiij:
-
-
-Tot deser tijt ginc Olymphias swaer vã kinde Eñ Neptanabus was altijt bi
-haer doe sy in arbeyde lach vãdẽ kinde: eñ hi was onledich mit s[~ij]re
-touerien õ dat hi haer seggẽ soude die geluckichste vre dat sy dat kint
-barẽ soude: Eñ soe haest als Olymphias gelegen was vãden kinde soe
-stormdet eñ donrede eñ blixẽdet zeer: eñ oec in veel steden beefde die
-aerde Eñ opt huys daer die coninginne dat kint gebaerde vochten alle die
-nacht twee aernen die een tegen den anderen. tot dat die een dẽ anderen
-Eñ hier bi wort beduydet dat hi winnen soude Asyen eñ Europẽ Philippus
-die coninc hiet desen zone Alexander. want hi hadde te voren eenẽ
-anderen gehadt die oec alsoe hiet Dit kint was blijde van aensichte eñ
-een deel ghehaert eñ dat haer was gelublont als leeuwẽ haer: Hi hadde
-schone blijde oghen. maer sijn luchtere oghe was graeu eñ sijn rechter
-oghe was bruyn Aldusdanich was dat kint eñ dat maecsel van Alexander
-Sijn vriendinne hiet Alatrine eñ sy was een edel schone ioncfrouwe Sijn
-touenaer hiet Alitus Eñ Polonitus leerde hẽ letteren Olymphias leerde hẽ
-singen Anaxigenes leerde hẽ die rethorike Menedas leerde hẽ geometrie
-Arestotiles philosophie.
-
-
-
-
- Hoe Alexander Neptanabus dode
-
- Ca: v
-
-
-Als Alexander xij: iaer out was soe wilde hi rijden mit sijnen vader:
-want hi minde doe zeer die wapen Eñ doe begonste hi wapen te dragen: eñ
-hi voer dicke int heer: eñ daer hildt hi hẽ soe vromelic oft hi langhe
-ridderscap geplogen hadde. Eñ hi bat Neptanabus dat hi hem wilde leeren
-in die sterren te syen: eñ hi dedet gherne also dat hi [ver]standel daer
-in wort Eñ Neptanabus leyde alexander op enẽ nacht op enen hoghen berch
-daer een diep dal onder lach. ende daer seyde Neptanabus veel wonders
-dat hi inder sterren sach Doe vraechde hem Alexãder of hi daer inne wel
-sach wat dinghen datter geschien souden Neptanabus antwoorde hẽ Iae ic
-Doe nam hem Alexander eñ stacken vanden berghe dat hi viel eñ brack
-sinen hals Doe seide Alexander Waer om en voorsaecht ghi niet dat v dit
-ongeual geuallẽ soude Licht v nv opwaert eñ besyet die sterrẽ Neptanabus
-antwoorde hẽ eñ seide Nyemant en mach ontulyen dat hẽ die goden gheset
-hebben te geschien. want ouer langhen tijt heb ic geweten eñ nv weet ic
-bet dat mi mijn kint doden soude: Doe vraechde Alexander oft hi dan sijn
-vader was Neptanabus seide hẽ Iae ic eñ hi belijede hoe hi sijn moeder
-bedrogen hadde eñ hi seide hẽ al wat hi haer te verstaen hadde gegheuen.
-eñ nae desen woorden eynde hi sijn leuẽ Doe nam hẽ Alexander op sinen
-hals wt vaderlicker minnen eñ hi droech hẽ in die zale eñ dede hem
-eerlick begrauen Eñ als hijt sijnre moeder vertelde so hadde sy des
-groot wõder dat sy alsoe bedroghen was: eñ sy seide haren zone alle dat
-gheene dat haer geboert eñ gheschiet was Ende sy seyde hem alle dingen
-alsoe die gheuallen waren.
-
-
-
-
- Hoe Alexander Pucifael bereedt.
-
- Ca. vi
-
-
-Philippus die coninck van Macedonien seynde in Delfos tot Appollijn den
-afgod een groot present om hem te vragen: wye nae hẽ regneren soude in
-sijn conincrike. Doe antwoorde die afgod Appollijn Die so vroem is dat
-hi Pucifael beriden mach: die sal coninc wesen vã dinen conincrijke eñ
-oec van al die werelt Dit Pucifael was een wreet wildt ors als een
-lybaert eñ het was zeer groot snel eñ goet. maer het hadde menighen man
-ghedoot want het en liet nyemant op hem sitten Desẽ ors hildt Philippus
-beslotẽ in een stal Op een tijt ghinc Alexãder voerby den stal. eñ hi
-hoorde dat ors neyen zeer vreeselick Doe vraechde hi Ist een lybaert of
-een paert dat ic daer hore neyen Ptholomeus die mit hẽ ghinc seide hem
-Het is dat ors Pucifael dat alle die luden verbijt Doe dede Alexander
-den stal ontsluten: eñ alsoe haest als dat ors buten quã soe spranc hi
-daer op eñ reedtet waer dat hi woude: sonder enich bant of breydel Dat
-nochtans menigen mensche wonder gaf. want Alexander noch niet en was dan
-een kint van vijftien iaren: Doe liep daer een sargant tot Philipp[us]
-eñ hij dochte dat Appollijn dit voorseyt hadde Ende die coninc quã
-haestelic tot sinen zone zeer blijde eñ vroylick. eñ hi gruetede hem als
-een heere van alle die werelt.
-
-[Afbeelding: Hoe Alexander doe hij vijftien iaer out was hoorde dat te
-Pysen een steeckspul beroepen was Ende hoe Alexander daer den prijs
-wan.]
-
-
-
-
- Hoe Alexander den prijs te Pysen wan:
-
- Cap:vij
-
-
-Als Alexander die ionghelinc in sijn vijftiende iaer ghinc soe [ver]nam
-hi dat te Pysen een spul van wapenen beroepen was Eñ hi badt sinen vader
-dat hi hem tot dien spele varen liet Eñ sijn vader dede hem daer toe
-ghereyden paerden eñ ander dingen die daer toe behoerden: eñ hi liet hẽ
-eerlic derwaert varen Doe ginc Alexãder te scepe eñ hi quã cortelic te
-Pysen geseylt Als hi gelandt was, beual hi sinẽ knecht die paerden eñ
-ginc selue die stat besyen Daer hi dus ghinc soe ontmoette hẽ een coninc
-gehieten Nicola[us] vã Acernae daer hi mede ter scolẽ gegaen had mer die
-coninc onthaelde hẽ onwerdelick Doe antwoorde hẽ Alexãder Bijder trouwen
-die ic sculdich ben minen vader eñ m[~ij]re moeder Ic sal di morgen
-moede vechtens maken. Want kijuen is een bloode mans aert: mer een stout
-man becortet mittẽ swaerde Eñ dit geuiel also want Alexander verwan den
-coninc Nicola[us] inden tornoy. eñ oec so proefde hi hẽ wel in allen
-anderen saken eñ tgheuiel alsoe dat hij dẽ prijs eñ die crone vanden
-spele wan Eñ also keerde hi weder om te lande. ende hi vant dat sijn
-vader sijnre moeder verstoten hadde: eñ hi wilde een ander wijf nemen
-die Cleopatra genaemt was: Ende het geboerde dat Alexander opten seluen
-dach daer quam datmen die bruyloft hildt. eñ hi brocht die crone vandẽ
-prise eñ presenteerdese sinen vader ende hi seyde Neemt heer vader die
-eerste crone van minen ridderscap. Ende hi settese hem op sijn hooft.
-Seggende Vader om minen wille sult ghi dese bruyloft laten. ende mijnre
-moeder weder nemen Daer nae ghinc hi sitten teghen sinen vader ouer. eñ
-daer was een groot heere die des onwaerdt hadde eñ hi hildt sinen spot
-mit alexander. Doe seide hẽ Alexander: dat hi sijn spotten laeten soude.
-oft het soude hẽ rouwen daer quaem of wat dat mochte Maer die here en
-wildet niet laten Doe nã hi een croes van der tafelen eñ hi sloech hem
-daer mede op sijn hooft also stijue dat hi mitten slage doot bleef Hier
-om wort Philippus die coninc vã Macedonien soe gram op sinen zone
-Alexander dat hi op stõt om hẽ te slaen. eñ doe quetsede Alexander den
-coninc Philips diemen hildt voor sinen vader in sijn been. ende hi
-iaechde alle die ghene die teghen hẽ waren wten palayse mit sinen
-swaerde Eñ als Philippus alexanders vader genesen was soe versoende hi
-tegen s[~ij] zone: eñ hi haelde Olymphias alexãders moeder weder om:
-
-
-
-
- Vanden wijsen ende waerachtighen man Socrathes.
-
- Capittel viij:
-
-
-Tot desen tijden was die wijse Socrathes vermaert. eñ hi was soe
-waerachtich in sinen woorden. soe wat dat hi seide. datmens al geloefde
-sonder eedt Op eenre tijt hadde hi te Athenen ghenoech gedroncken: eñ hi
-ghinc doen voor menigen iongelinc ligghen mitten hoofde inder schoonster
-ioncfrouwen schoot die binnen alle die stadt ghemeen sat om ghelt Ende
-doe wedden die ionghelingen tegen dat ghemeen wijf dat sy nv noch
-nimmermeer en soude moghen doen wat sy oec daer toe dede. dat hi haers
-pleghen soude moghen Eñ doen dede dat wijf mit hem al dat sy woude: maer
-niet en woude hi bi haer ligghen. Doe seyden die ionghelingen Wij
-hebbent ghewonnẽ. Sy antwoorde daer op Ic waende gewedt te hebben eñ
-pandt gheset te hebben van enen man die vleysch eñ beenen ghehadt hadde.
-maer hi dunct mi bet een steen te wesen dan een meusche Dese Socrathes
-plach te seggen Ic hebbe dicwijls ghesproken datter mi afterdeel of
-gecomen is: maer van zwygen en quam mi nye scade noch scande daer ic
-afterdeel in hadde
-
-[Afbeelding: Hoe dat Macedonien teghen den coninc Philippus op steken
-woude Ende hoe Philippus Macedonien wan:]
-
-
-
-
- Hoe Philippus Macedonien wan
-
- Ca. ix
-
-
-Tot deser tijt quam Philippus dẽ coninc nyeumare dat Macedonien teghens
-hem op steken wilde Doe vergaderde hi een groot heer eñ hi beleyde die
-stede Ende hem wort van opter muren sijn rechter oghe wt ghescoten Maer
-nochtãs en liet hi sijn oerlogen daer om niet. want waer datmen street
-eñ stormde daer was hij oeck mitten anderen Eñ al wortet aldus wt
-gescoten nochtã was hi der stat niet te felre Wãt doe die vã binnen an
-hẽ genade sochtẽ: soe dede hi al dat sij hẽ baden eñ hi was hẽ zeer
-goedertieren indẽ pays te makẽ In deser tijt warẽ oec in gryekẽ veel
-vaster stedẽ die wel beuest eñ bemuert waren. eñ elck wilde die stercste
-wesen: eñ sij droegen ouer een die een den anderẽ bij te staen in haere
-noot eñ dat hildẽ sij wel Desen steden lach hi aen mit behendicheden die
-een na die ander soe dat hijse al onder hẽ brochte. eñ al dat lant van
-Gryeken mede:
-
-
-
-
- Hoe dat Alexander Darius dẽ tyns ontseide
-
- Capittel x:
-
-
-Als Othus die coninc vã Persen xxvi iaer gheregneert hadde soe sterf hi.
-eñ sijn zone Erges die oec arsamus hiet regneerde nae hẽ vier iaer Eñ
-als hi sterf so regneerde Dari[us] sijn zone in Persen eñ in Meden Maer
-Alexãder Philippus zone wan hẽ den strijt vromelic of Tot dien tijdẽ
-staken die vã Macedoniẽ tegen Philippus harẽ coninc Doe sende Philippus
-sinẽ zone alexan[der] mit een groot heer om die stat te winnen Alexander
-beleyde die stat eñ hadse cortelic tot sinen wille Eñ als hi weder õ
-gecomen was eñ sinen vader die tijdinge brocht dat hi die stat gewõnen
-hadde Soe sach hi in die zale staen vremde luden wt verren lãde: want hi
-kendese aen die vreemde clederen Hi vraechde hẽluden van waen dat sij
-warẽ, eñ wat sij begeerden Sij seiden hẽ dat sij waren boden des conincx
-Darius vã Persen: eñ sy quamen daer van sinen weghen om te ontfãgen den
-tyns eñ dẽ tribuyt vanden lãde eñ vanden water datter doer loept
-Alexander [ver]wonderde hẽ zeer van desen eysch eñ zedẽ Eñ hi seide tot
-een vã desen boden aldus Hoe is dit vercopẽ vã Persen aldus. en heeft
-god niet den luden die elementen ghegeuen eñ gedeylt dat sijse
-ghebruyken sullẽ tot hare nootdrufte int ghemeen Segghet Darius dat hi
-dese castumen of legghe: eer ic daer om vergramt worde: Of seght hẽ en
-wil hijs niet doen. dat hem Alexander alsoe nae comen sal dat hi des grã
-wordẽ sal Daer om vaert haestelic wech. ende seght uwen here dat hẽ hier
-cleyn noch groot geboeren en sal Hier en binnen stac daer een ander stat
-op tegen dẽ coninc Philippus. eñ hi gaf alexander een groot heer om die
-stat mede te bestriden Als Alexander wech was so quã daer een groot
-heere genaemt Pansames die zeer fyer van hẽ seluen was. eñ hi wort
-alexanders moeder zeer beminnẽde Doe dese Pansames bodẽ van minnen an
-Olymphias sende Soe ontboet sy hẽ weder. dat sy hẽ gherne te mãne nemen
-soude: waer die coninc Philippus haer man doot ware
-
-
-
-
- Hoe Philippus sijn doot wraecte
-
- Capit xi:
-
-
-Pansames hadde gewacht dat alexander in oerlogen lach mit een groot heer
-Wãt alexander wort op die tijt also zeer [ver]maert vã vromicheden
-datmen hẽ zeer ontsach: Dese Pansames quã mit groter macht op Philippus
-dẽ coninc ter wijlen dat Alexander wech was eñ hi wilde Philippus ter
-doot brengen, eñ hi nã Olymphias die coninghinne mit crafte Maer die
-auẽture geuiel also dat alexãder thuis quã varen ter wijlen dattet
-gheuechte was. eñ hi vinc dien Pansames. Als alexander vernam dat sijn
-vader noch leefde soe brocht hi Pãsames voor hẽ. eñ hi gaf hẽ een bloot
-swaert in sijn hant eñ hi hiet hẽ dat hi hẽ seluen wreken soude ouer
-sinen vyãt Eñ Philippus stac Pãsames doer sijn gemacht dat hi doot bleef
-Eñ doe Philippus cranc begonst te wordẽ so seide hi Mi en is niet leet
-dat ic steruẽ sal: wãt hi is doot die mi geslegen heeft: Mer Alexander
-lieue zone ic peynse om die woordẽ die mi v moeder seide als sy v droech
-Ic heb begheert eenen wreker. eñ mit desen woordẽ so sterf hi Die coninc
-Philippus conste veel vã wapenen ende vã ridderscap eñ hi was een cloec
-orlochs mã eñ hi was altijt wel versyen vã wapenen eñ van scatte om te
-wederstaẽ al wes hi te doen hadde Hi was altijt op sijn hoede eñ nimmer
-meer en was hi moede rouens. als nv was hi ontfermhertich eñ als nv loos
-Eñ ten dochte hẽ gheen misdaet al haette hi enen man altijt noch hoe hi
-hẽ verwinnẽ mochte wast heymelic of mit logenẽ Hi was goedertierẽ eñ
-moordadich eñ hi beloefde meer dan hi dede: hi was vrient daert hẽ
-vromen mochte: maer anders en mocht nyemãt aen hem comen. Hi toende
-vrientscap dẽ gheenen die hi haette: eñ die vriẽden waren maecte hi
-tonvriende Eñ hi conste hẽ wel an beyde syden vriendelic gelaten. om
-vordeel daer an te verweruẽ. hi was oec zeer scalc in s[~ij]re talen
-Valerius scrijft oec vã Philippus dat hẽ eens ontboden was dat alexãder
-sijn zone vrientscap beiaghen wilde an enighe ludẽ mit gelde Doe screef
-hi an hem O Alexander lieue zone Waer hebt ghi gheleert dat ghi vriendẽ
-mit gelde copen wilt daer gheen trouwe in wesen en mach: Want die
-vrienden die men mit gelde coept alsmen hem niet meer en gheeft so is
-die vrientscap al gedaen Hi scrijft oeck hoe Appollijn Philippus ontboet
-een teyken s[~ij]re doot aldus: want hi hiet hẽ wachten vanden waghen
-Hier om brac die coninc Philippus alle die waghenen van sinen lande eñ
-hi dede karren daer voor makẽ Mer Apollijn die meende dat die waghen die
-in Pansames swaert gescreuen stõt een teyken daer Philippus mede
-[ver]slagen was Philippus die coninck van Macedonien badt sinen zone
-Alexãder d[at] hi mit schone woordẽ die ghemeente te vriende soude
-houden. eñ dat hijse vriendelick toe spreken soude als hijse gemoette.
-eñ oec dat hi die ridders vrientscap soude bewijsen als hijse gemoette
-eñ dat hijse mit hẽ ten eten soude leydẽ Orosius scrijft dat Philippus
-die coninck des daechs te vorẽ eer hi gheslegen was gevraecht wort. wat
-doot dat hi alre liefst te steruen had Hi antwoorde Ic prijse datmen
-enen grotẽ here nae veel zegen eñ eeren die hi gewõnen heuet: datmen hẽ
-sonder vreese oft verradenisse verslae als hi sittet in payse eñ in
-groter eren eñ dat hi dan sterue sonder euel of ziecheit Eñ dit selue
-geschiede hem: eñ die goden en mochtent niet beletten. al hadde hi haer
-luttel eren gedaen Wãt al hadde hi haren tempel eñ haer outaer beroeft.
-nochtãs en mochten sijt niet beletten hi en sterf alsoe hi begeerde Hi
-plach oec haer beelden te breken an stuckẽ om die giericheyt vãden goude
-daer sij of gemaect warẽ
-
-
-
-
- Hoe Alexander sijn rijck ontfinc
-
- Ca:ix
-
-
-Als die coninc Philippus doot was. so õtfinc alexander sijn zone
-altemael sijn rijcke Maer Alexander was quaeder eñ vromer dan sijn vader
-was Sinte Augustin[us] bescrijft dat Alexander eñ sijn vader altijt
-naerstelick stonden om die zeghe te winnen Mer alexan[der] auentuerde hẽ
-seluen opẽbaerlick om die zeghe te crigen sõder verradenis: eñ Philips
-die vader gaf hẽ node in die auenture. mer al slupende eñ mit verradenis
-plach hi meer s[~ij] vyandẽ te verwinnẽ Hier om was hi die wijste diemẽ
-vandt: mer alexander sijn zone was meerder vã moede Philippus als hi
-toornich was. so bedecte hi dat als een wijs man. maer alexander en
-micte daer niet op. wãt als hi grã was soe en wasser gheen maete noch
-redene inne: Beyde drõcken sij gherne wijn eñ dicke warẽ sij droncken
-Maer haer drõckenscap was twederhaude: wãt als Philippus drõcken was so
-en achte hi niet hoe verre eñ onueruaerliken dat hi liep onder sijn
-vyandẽ. Mer als alexander drõcken was soe moestent sijn vriendẽ
-ontgelden Alexander wilde ontsyen wesen. mer sijn vader wilde gemint
-wesen: Philips was vol sorgen eñ wel sprekende. eñ alexander en brack
-nyemande trouwe Philips was ghenadich eñ zeer goedertieren op die gheene
-die hi verwan: mer alexander was des veel te stouter eñ te ouerdadigher
-Doe Philippus gestoruen was soe dede hẽ alexander eerlick ter aerden
-doen. ghelijck alst hem betaemde nae sijn coninclike werdicheit Doe dede
-alexãder cleyn eñ groot al ontliuen die hulp raet of daet tot Philippus
-s[~ij]s vaders doot gegeuen haddẽ: sõder alexãder sinen broeder Ende dat
-was om dat hi hẽ gruetede ouer coninc dat eerste dat hi hem ghemoete Hi
-dede doden Mercenarus s[~ij] broeder van sijns vaders weghen. om dat hi
-seide dat hẽ dat rijcke mit rechte toebehoorde
-
-
-
-
- Hoe Alexander sijn heer vergaderde
-
- Ca. xij:
-
-
-Nee Philippus des conincx doot wort Alexander gecroent coninck in
-Corinthen dat is die hooftstadt in Gryeken Eñ doe vergaderde hi alle
-sijn heer eñ hi wan Athenen eñ Thebeen Op eenen nacht als Alexander op
-sijn bedde lach eñ hi peynsde hoe hi Asyen winnen mochte. Soe quam god
-voor hẽ staen gecyert mitten ghewade dat der Ioden groote pape an plach
-te hebbẽ in sijnen dienst indẽ tempel Eñ mit sijne claerheit wort den
-nacht inder zalen lichter eñ claerdere dan die dach wesen mochte Eñ hi
-sprac Alexander aen eñ seide. dat hi in hem betrouwede Ende dat hi
-trecken soude ten rijcke vã oesten wert want hi soude hem helpen dat
-hijt al winnen soude Ende doe vraechde hem alexander wye dat hi was eñ
-hoe hi hiete Die god seide hem Waer bi soe vraechstu minen naem die alte
-zere wonderlick is: doet dat ic di segghe Eñ den mensche dien ghi syen
-sult in deser gelikenisse doet hem doch eere: Eñ hier mede so ontuoer
-hem god Tot dier tijt plach men oeck eñ daer te voren te doen: dat elck
-mensche nae s[~ij] doot oft oec nae sinen lieuen vriendt dede makẽ een
-beelde dat zeer properlic eñ hem wel ghelijck was Eñ dit dede Alexander
-oec doen Eñ doe ginc hi staen voor Philippus sijns vaders beelde eñ hi
-seide tot sijnen volcke Die hem totter wapenen willen gheuen mit mi
-Alexander. hi bereyde hem nv Want het dunct mi nv tijt wesen eñ het is
-wel recht dat wij eerst beginnen te striden opten ghenen die ons nv hier
-voortijts bescadicht hebbẽ. eñ op die ghene die ons nv alle onse vryheit
-nemen willẽ. Alle die ridders eñ alle dat edel volck warens alexander
-toe in deser saken Doe ontsloet alexander s[~ij] vaders scat eñ hi gaf
-soudie gout eñ siluer eñ hi gaf wapen alle die ghene diet te doen haddẽ
-Hier mede vergaderde hi een groot heer. õder te paerde eñ te voet lxx:
-m: eñ vij: C: eñ iiij: C. stouter mannen: onder ionghelinghen: oude. eñ
-graeuwe. die hier voortijts mit hẽ eñ sinen vader geoerloecht haddẽ Want
-in alexanders heer en hadde nyemant voechdije noch heerscappie hi en was
-tseuentich iaer oudt Eñ binnen alle sijn heer soe en peynsde nyemant om
-te vlyen: maer sij peynsden altijs om die zeghe eñ om te verwinnen Ende
-hi nam sijn costen mildelijc wt sijns vaders scat. eñ hi dede veel
-scepen maken eñ daer mede voer hi te creten eñ in lythonien Eñ al dat
-lãt toech hi mit subtijlheit aen hẽ. eñ hier nae wan hi Cecilien Eñ
-corts daer na voer hi doer Ytalien eñ daer õtfinc hẽ die stadt van Romen
-eerlick ende wel. Want sij senden hẽ heymelic in sijn ghemoet: daer alle
-die stat vã Romen te samen an stont eñ die Romeynen brochten alexander
-eẽ schone duerbaer crone ghemaect van finen goude eñ ghesteenten Eñ dese
-crone gaf hi hẽ in een teyken eñ tot eenre gedenckenisse om dat die
-vrientscap vã hemluden langhe dueren soude Alexander ontfinck dese crone
-herde gherne. eñ hi onthaelde Elminisse harde wel mit veel schoonre
-talen die hi wel conste: eñ daer nae liet hi hẽ vriendelick van hẽ
-scheyden Hier bouen senden die Romeynen alexander twee: m. mans eñ xl:
-pont ghewegens gouts Aldus so voer alexander te Affriken waert Eñ hi
-reet sonder eenige wederstoet mit al sijn heer alle Lybien doer: eñ hi
-quam aldus mit alle sijnen volcke in Egipten mit scepen te water ende te
-lande Doe hi in Egipten quam soe ontfinghen hẽ eerlic eñ sij hilden hem
-voor haren heere
-
-[Afbeelding: Hoe Alexander Cyrien eñ Tyren beleyde. eñ hoe dat hijse te
-samen verwan:]
-
-
-
-
-Hoe Alexander Cyrien eñ Tyren beleyde. eñ hoe dat hijse te samen verwan:
-
- Capittel xiij.
-
-
-Alexander sach in Egipten staen een beelde ghemaect van swarten
-marbersteene Doe vraechde hi wat dat beelde beduyde Dat beelde antwoorde
-hem ende seide. dattet was Neptanabus die wel eer die vã Persen õtulogen
-was wt Egipten eñ liet sijn rijck als hem Othus die coninc vã Persen
-[ver]dreef Want die auenture liep Neptanabus soe teghens daer niette
-bliuen Als alexander dit [ver]stont so dede hi dien beelde eere als
-sijnen vader. eñ hi aenbedet eñ gruetedet oetmoedelic eñ hi seide dat hi
-Neptanabus zone was Wt Egiptẽ quã alexander in Syrien: eñ tot wat steden
-dat hi quã die toech hi an hem Maer doe hi te Tyren quã so sloten die vã
-binnen die poorten voer hẽ Doe beleyde Alexãder die stat om te winnẽ wãt
-hi meende die stadt te winnen mit eenen storm. mer daer bleuen veel vã
-sijn luden doot Hier om toech alexander bet afterwaert. om sijns gemacx
-wille eñ hi beleyde die stat sterkelic eñ hi dreychdese zeer dat hijse
-winnẽ soude Eñ alexander seynde bodẽ mit brieuen in die stede die aldus
-spraken Ons hadde genoech geweest eñ recht ghedocht dat ghi ons
-goedertirenlic uwe stadt op gegeuen hadt: wij soudẽ v hoeschelic
-ontfangen hebbẽ. Maer om dat ghi die eerste sijt die tegen ons te
-striden begint. so sal alle die werelt een vreeselic exempel an v luden
-nemen. Wãt ghi sult corts weten of die Gryeken stridẽ kõnen of niet: eñ
-sijt ghi wijs so sijt ghi gesont. mer sijt ghi onwijs soe suldt onlange
-ghesont wesẽ: ist dat ghi inden wille blijft daer ghi nv in sijt. Die
-heren vãder stat deden alle die boden die die brieuẽ brochten doden eñ
-aen een cruyce slaen Als Alexander dat vernã soe toech hi derwert al
-verwoet eñ hi wan ter stont die vaste stede eñ hi vernieldese eñ
-verbrandese Eñ hi dedet al doot slaen wijf eñ kiut eñ alle datter inne
-was cleyn eñ groot Eenighe willen seggen dat Alexander Darius tweewerf
-in stride verwonnen hadde eer hi Tyren beleyde eñ wan
-
-
-
-
- Hoe Darius Alexander brieuen screef
-
- Ca xiiij
-
-
-Doe Alexander Syrien gewõnen hadde: soe seynde hẽ Darius brieuen: die
-aldus spraken Ic Darius coninc der coningen eñ der goden vrient aen
-Alexander sinen knecht Ick beuele v alexãder dat ghi weder keert tot uwe
-magen die mijn dienaers sijn: eñ keert weder in dijns moeders schoot eñ
-leert wat manlicheit eñ stouticheit is Hier toe heb ic v oeck ghesondẽ
-een geessel eñ een bal eñ oec enen sack mit gelde: Bi die geessele sult
-ghi verstaen dat ghi noch noot hebt vã dwange Den bal sende ic v dat ghi
-daer mede spelen sult alsoet v kinsheit toe behoort. want v en betaemt
-noch niet eenighe wapẽ an te vaten Maer ghi hebt ghedaen als een rouer
-eñ kintschelic ons rijck aẽgegaen. Want al hadt ghi alle die rouers van
-den lande vergadert mit v: soe en moecht ghi dat rijck vã Persen niet
-doer varen alsoe veel volcx hebbic mit mi dattet ghelijc is den zande
-dat ander zee leyt Voort soe ben ic alsoe rijcke van siluer eñ van goude
-dat ick alle die aerde daer mede soude mogen bedecken dat ic wilde Hier
-om sende ic di ghelt om datstu daer mede sult copen dij eñ dinen heer
-dat sij behoeuẽ int weder keren: tot d[~ij]re teringen Maer en wilt ghi
-ons ghebot niet doen. soe sal ic luden op v senden die v vanghen sullen
-eñ slaen als een sot. eñ sij sullen v gebonden voor õs brengen.
-
-
-
-
- Hoe Alexãder Darius weder screef
-
- Ca: xv
-
-
-Dusdanighe letterẽ eñ talen en behaechdẽ die princen niet wel. eñ sij
-waren versaghet Doe seide alexander hẽluden Ontsyet ghi v vã hogen
-woordẽ daer niet an en leit. dit en is gheene wijsheit maer het is die
-cleyne hondekens maniere. wãt soe sij crancker sijn so si meer grimmen:
-Doe riep alexander den bode die dese boetscap brocht voor alle sijn edel
-ludẽ eñ hi ghaf hem alle dat ghelt dat sij brochten. Eñ hi gaf hẽ
-brieuen die aldus sprakẽ Ic Alexander heer der coningen eñ der goden
-maech ontbiet Darius saluut eñ ic segge dat hẽ naerstich is dat soe
-groten coninck als ghi v beroemet dat ghi in soe swaren bedwaughe comen
-moet onder soe cleynen volc als mit mi is Iae oec dat ghi mi alexander
-te dienste staen moet Wat meent ghi dat ghi v alsoe rijcke scrijft te
-wesen vã siluer ende goude En weet ghi niet dat alle volc gemeenlic niet
-en begerẽ dã gout eñ siluer Hier om sullen wi veel te stouteliker op v
-striden om v dat grote goet of te winnen onse sculden mede te betaelen
-Ghi hebt mi een gheessel eñ een bal ghesent eñ oec mede ghelt: mer mi
-dunct dat dit grote dingen beduyt Die geessel beduyt dat ic v cortelic
-in bedwanc hebben sal Den bal beduyt al die werelt dat icker here of
-wesen sal Eñ dat gelt dat ghi mi sendt beduyt dat alle v goet cortelic
-mijn wesen sal.
-
-[Afbeelding]
-
-
-
-
- Hoe Darius tegen Alexander street
-
- Ca. xvi
-
-
-Alsmen voor Darius dese letterẽ las. soe wort hi daer õ zeer toornich Eñ
-hi screef narstelic tot alle sijn princen die daer woendẽ ouer dẽ berch
-Taurus binnen sinẽ rijcke eñ seide Ic heb vernomẽ dat Alexander een
-iõgelinc Philippus zone vã Macedoniẽ mit cleyn volc Asyen moyet. eñ ic
-gebiede v dat ghi hẽ haestelic vaet eñ slaet eñ cleedt hem mit purpure
-eñ seyndten ons also gheuãgen: Mer sijn scepen eñ sijn heer cleyn eñ
-groot dat doet versinckẽ in die zee: Eñ sijn ridders eñ soudeniers
-worden geuãgen op die roode zee Hier en binnen screef Darius weder so
-grote eñ sware woorden an alexander dat der talen eñ weder talẽ anders
-niet en warẽ dan datmẽt mittẽ swaerde becorten soude Also Iustinus
-scrijft soe [ver]gaderde Darius doe te stride seuen C:M: mãs dat alle
-ridders waren Alexander eñ sijn volc vochten daer soe vromelic tegen
-Darius volc. dat Darius eñ sijn heer zeer gescoffiert wordẽ Want sij
-sagen dat grote onweder: als hagel eñ wint eñ regen op hẽ vallen quam
-Soe dat hẽ dochte dat die goden mit alexander eñ tegẽ hem vochten: eñ
-sij vlogen alle wech die ontulieden mochten Ende Darius was die eerste
-die daer vloech. want hi verloes sinen wagen eñ hi sat op een paert eñ
-hi ontreedt haestelic Hier wort veel vã Darius volc verslagen Desen
-strijt bestõt Alexander mit ix. M. mans te voet eñ M: ridders Maer vãden
-regen eñ onweder dat op die van Persen viel. dat en õderscheyt nyemãt
-dan alexãders hystorie die also seyt Dat alexãder sijn heeren eñ sijn
-dode mãnen eerlick dede begrauen Eñ dat om dese victorie eñ zeghe alle
-die meeste heeren vã Asyen aen alexander vielen eñ hulde eñ vrientscap
-mit hem maecten.
-
-
-
-
- Hoe Alexander Thebeen destrueerde
-
- Capittel xvij:
-
-
-Hier na quã alexander weder in Gryekẽ mit grooter macht õ een meerre
-heer te vergaderen eñ machtelicker teghen Darius te stridẽ: mer hi
-moeste liden doer die stat Thebea Mer die stat wilde tegen hẽ striden eñ
-si slotẽ die poortẽ voor hẽ Doe viel Alexander voor de stat mit sinen
-volcke õ die vã binnen deser eeren te dãcken Doe quã daer een mã genaemt
-Cleades mit eenre herpẽ eñ viel voor alexan[der]s voeten eñ speelde zeer
-soetelic eñ hi sanck dit lydekijn voor alle sijn heeren O Alexander
-coninc der coningen heere: Ghi moecht dese stat noode bederuẽ die die
-ontsterffelike godẽ eerst maecten eñ die daer in waren geboren Want
-Liberbatus eñ die groote god Hercules warẽ in dese stadt geboren Asyon
-maecte dese vestẽ. Dan hẽ sijn comen alle die voorbarichste van dinen
-geslachte Maer alexander en achte niet op desen sanc eñ hi was so gram
-dat hi al die stadt dede slechten eñ [ver]barnen Hier na beleyde hi
-Athenen die oec gekeert was mit die vã Persen bi Domestenes rade eñ die
-vã Lacedomen wãt Domestenes had hier of gehadt grooten scat Ochines gaf
-die vã binnen raet dat sy hẽ op geuen soudẽ: mer Dyomedes ontriedet ende
-hi wilde datmen die stat tegens hẽ hilde. Doe vraechde die stat
-Domestenes dat hi seggen soude wyens raet dat hem beste dochte vã desen
-tween Hi seide datmẽ Ochines raet doen soude Eñ men koes Domestenes dat
-hi die boetscap doen soude an Alexander eñ dat hi hẽ brochte een gulden
-crone. eñ dat dede hi: Doe Athenen mit alexander [ver]soent was. soe
-versoende oec Lacedomen. eñ sij brochten alexander oec een guldẽ crone
-Iustinus scrijft dat dit gheuiel eer alexãder in Asyen quã eñ eer hi
-tegen Darius street Dyomedes seit een woort dat zeer an te merckẽ is Doe
-ict: laet ict. nv merct dit: ic hebbẽ ewelic verlorẽ: nv kyest die scade
-of dẽ toren
-
-
-
-
- Hoe Alexander Darius sochte
-
- Ca. xviij
-
-
-Alexander bereyde hem anderweruen tot Darius wert: eñ hij bestont eenen
-swaren wech Want Darius lach doen mit sijnen heer op die Tygre: eñ hi
-hadde daer tot s[~ij]re hulpe vier hõdert duysent mannen te voete eñ
-C.m: vrome ridders als Iustinus bescrijft: Doe alexander dit vernã soe
-badt hi sinẽ here dat sij willichlic vechten soudẽ õ des ghewins wille
-eñ niet wt vreesen Als Alexander tot Darius waert reedt soe voer in sijn
-heer mit hẽ een ridder wt Persen gewapẽt als die grieken Dese ridder
-stont eñ wachte een wijle eñ meende Alexander doot te slaen: mer dat
-benã een polette die hi op sijn hooft hadde Ter stõt soe wort dese
-ridder gevangen eñ men brocht hẽ voor alexãder Eñ hi vraechde hem. Wat
-hi hem wilde Die ridder antwoorde hẽ In enen vermeten bẽ ic hier gecomẽ
-Wãt had ic v doot geslagen eñ ic dã ontreden hadde so soude mi Darius
-sijn dochter hebbẽ gegeven. eñ een groten deel vã sinen rijcke Alexander
-prijsde hem dese vromicheit eñ hi hiet hẽ vry wech rijden. Als Alexander
-Darius naecte soe dede hi een wõderlic dinc Hij dede veel beesten
-vergaderẽ eñ hi dede hẽ an die hoornen eñ sterten rijsen binden. om
-dattet een woudt eñ een bosch soude schijnen van veere Ende om dat hi
-mitten rijsen die sij nae hem sleepten aenden stert die droghe mollen of
-sant zeer soude doen stuuen. eñ datmen also niet en soude mogen bekẽnen
-dat heer datter after quam Men beghan daer te vechten eñ alexander wort
-daer ghequetst: Ende den strijt wort soe sterck. datmen lange twijfelde
-wye die zeghe hebbẽ soude Maer int eynde vloet Darius eñ alle sijn heer
-mit hem: Eñ vas sinen heer worden verslagen lxiij:m. mans te voet eñ
-x:m. ridders. eñ daer waren geuangen lx:m: mãnen. Hier teghen verloes
-Alexander van sijnen luden hondert eñ xxx. mannen. noch hondert eñ L:
-Ende aldus soe verginc den strijt.
-
-
-
-
- Hoe Alexander Darius scat verwerf
-
- Capit: xix
-
-
-An deser tijt wan alexãder op Darius eẽ ontallich scat: wãt daer was
-also menich C. marck gouts dattet Alexãder des groot wonder gaf Hier
-vinck alexander Darius moeder sijn wijf sijn kint eñ sinen broeder Maer
-den scat eñ dat goet dat hi hier wan dede hẽ alte zeer verheffen. wãt
-hier nae volchde hi ouerdaet eñ weeldicheit eñ hi leyde alle sijn herte
-an vrouwẽ Eñ sõderlinge wort hi minnende een wijf die hi geuãgen hadde
-genaemt Barsenes Eñ hi wan an haer een zone die hi Ercul[us] dede
-hieten. maer altijt docht hem dat Darius noch leefde Doe benal alexander
-Persemone dat hi voer op die zee vã Persen eñ dat hi niet anders en dede
-dan dat hi alle die scepen vinghe die hi vonde vã Darius syden Alle die
-heren vãden lande daer ontrent vernamen vã der victorien die alexander
-hadde: ende sij quamen allegader tot hẽ eñ gaven hẽ op al haer landt eñ
-goet Eñ Alexander settede sijn vriẽden daer in alsoe hi wilde. eñ hi gaf
-hẽ groot goet eñ rijcheden nae dat hẽ elck waert docht eñ nae dat sij hẽ
-vrientscap trouwe eñ bijstãt bewesen eñ gedaen hadden:
-
-
-
-
- Van Alexander opten berch Gariesim.
-
- Capit. xx.
-
-
-Doen Darius sijn heer eerst vergaderde. om tegen alexander te striden So
-wort Sarabella [ver]blijt dien hi prince gemaect hadde ouer die ryuiere
-vã Eufrates Eñ hi pensde d[at] hi Darius te gemoete varen soude als hi
-Alexander [ver]wonnen hadde. eñ bidden om oerlof dat hi Manasses sinẽ
-behuweden zone een tẽpel maken mochte op dẽ berch Garisien Want
-Sarabella was soe out dat hi ter oerlogẽ niet en voer Mer het geuiel
-anders dã hi meende Wãt Alexander eñ die Gryeken verwonnen Darius eñ
-sijn heer. eñ sij vingen sijn moeder sijn wijf. s[~ij] kint eñ sinen
-broeder als voerseit is Nae desen strijt houdẽ sõmighe boeken dat
-alexander eerst quã Syrien eñ vã Damas eñ Sydonen eñ beleyde Tyren Doe
-nã Sarabela mit hem viij:m: mãnen eñ voer Alexander te hulpe: eñ hi
-seide dat hi hẽ lieuer te dienen had dan Darius: eñ dat hi hẽ op soude
-geuẽ die steden die onder hẽ waren Alexander ontfinck hẽ eerlick: Eñ als
-Sarabella den tijt te punte sach so seide hi alexander dat hi hadde eenẽ
-behuwelicten zone Manasses die des princen vã den ioden papen broeder
-was. eñ dat veel ioden mit hem waren eñ sij seiden dat si gherne soudẽ
-maken bi sinen oerlof op een sonderlinghe stat enen tẽpel Eñ hi seide
-dat die Alexander zeer oerbaerlic wesen soude Want waren der ioden macht
-aldus in tween ghedeelt. soe en souden sij niet teghen hẽ steken Doe gaf
-hẽ Alexander oerlof Eñ doe ginc Sarabella zeer naerstelic enen tempel eñ
-een outaer stichten opten berch Garisiem Desen tempel stont tot datten
-die Romeynẽ destrueerden: eñ hier in maecte hi Manasses prince vãden
-papen
-
-
-
-
-Hoe Alexander tot Iadus dẽ groten pape van Iherusalem om succoers sende
-
- Ca. xxi
-
-
-Als Alexander Tyren beleydt hadde soe screef hi tot Iadus den prince
-vãden papen in Iherusalem. eñ hi badt hem dat hi hem succoers senden
-wilde eñ dat hi vytaelge dede bereydẽ tot sijns heers behoef: eñ dat hi
-hẽ den tribuyt sende die hi Darius te geuen plach Iadus die prince vãden
-papen antwoorde dat hi Darius eedt gedaen hadde eñ dat hi dien niet
-breken en mochte also lãge als Darius leefde Doe wort Alexander gram eñ
-hi dreychde die ioden: eñ seide dat sij aen hem gewaer souden worden
-wyen sij schuldich waren beloften te houden Daer na dede alexãder grote
-drachten draghen inder zee totter muren van Tyrẽ dat men te voete gaen
-mocht an die muren. want Tyrus stont datter die zee al õme liep Eñ doe
-Nabugodonosor daer voor lach so dede hi an die een syde veel steens
-dragen om sinen heer eenẽ wech te maken totter poorten: mer õ dat die
-stat hẽ op gaf so en volmaecte hi den wech niet: mer Alexander
-volmaecten nv Doe Alexander Tyren geslecht hadde so beleide hi Gasam. eñ
-daer bleef Sarabella doot Als alexãder Gasam te wille hadde soe haeste
-hi hẽ zeer te Iherusalem waert Eñ doe die iodẽ dat [ver]namen soe
-ontsagen sij hẽ zeer: eñ sij baden gode dat hijse vertroesten soude: Eñ
-sij deden haer offerhande Doe badt Iadus die pape ouer alle dat volc Eñ
-als hi nader sacrificien in slaepe gewordẽ was: soe opẽbaerde hẽ god eñ
-hiet hẽ dat hi betrouwen hadde: eñ dat hi die stat mit hoeden eñ mit
-bãden eñ cronen pelleren soude eñ dat hi sijn bisscops gewaede an dede
-eñ dat hi mitten papen alsoe wt ghinge Alexander te ghemoete Eñ als
-Iadus vãden slape õtwaecte soe seide hi alle den volcke dit vysioen Eñ
-als hi wiste dat Alexander niet verre van der stat en was soe ghinc hi
-wt als voorseit is mitten papẽ mit eenre schoonre menichte vã poorters
-tot eenre stadt diemen Sophim hiet: ende van daen mochtmen lichtelick
-Iherusalẽ ende den tempel syen:
-
-
-
-
- Hoe Alexander ons heren naem aenbede:
-
- Capittel xxij.
-
-
-Hier geuiel dat nyemãt van alle den ghene die den coninc volchden
-ghemeent en hadde Want doe alexander den prince vãden papen ansach
-gecleedt mit des bisscops gewaden Eñ op sijne myter die gulden plaete
-daer ons heren naem Tetagramaton in ghegroueret was Soe gedochte hi gods
-die hem opẽbaerde daer hi in sijn bedde lach eñ die hem beloeft hadde
-dat hi hẽ helpen soude dat hi wonne dat rijck vã Oesten Doe stont
-Alexander haestelic van sinen paerde eñ hi ghinc alleen tot voor den
-prince vanden papen. eñ hij viel langhes voor hẽ op die aerde. eñ
-aenbede ons heeren naem eñ hi dede den bisscop eere. Die princen van
-sinen here haddẽ des alte groot wonder: eñ sij meendẽ dat des conincx
-herte in bedwãghe gheweest hadde Maer Pertemeus die sijn sõderlinge
-vrient was vraechde hẽ: waer om dat hi der ioden pape angebeden hadde
-Die coninc antwoorde hẽ eñ seide Ic en aenbede den pape niet: maer ic
-aenbede god wyens dienste dat hi doet Want doe ic was in Lycie in
-Macedonien landt soe sach ic hẽ in desen habite Eñ doe ic pensde of ic
-soude mogen verwinnẽ soe hiet hi mi dat ic gelouen soude: want hi soude
-mijn heer geleydẽ eñ leuerẽ int rijck vã Persẽ Want eerst sach ic in
-desen pape sijn gelikenisse eñ ic heb dat vast geloue dat mi geschieden
-sal dat hi mi beloeft heeft. Hier om aenbede ic gode eñ ic dede den man
-eere Doe dede Alexãder sijn heer after treckẽ. eñ hi voer mit luttel
-luden in Iherusalem eñ dede gode offerhande inden tẽpel alsoe hem Iadus
-die prince vanden papen wijsde eñ hiete Doe brochten sij voordẽ coninc
-Daniels boekẽ eñ toenden hẽ datter in gescreuen was hoe dat een Griex
-coninck die macht vã Persen tonder doen soude Alexander was hier om zeer
-blijde. wãt hi hoepte dat dit van hẽ geseit was Eñ des anderen daechs
-dede hi dat volck vergaderen eñ hiet hẽ eyschẽ wat sij wilden Eñ om haer
-versoeck so oerlouede hi hem dat die ioden alle die werelt doer waer sij
-waren haer wet houden mochtẽ: eñ hi scout hẽ quijt van alle tribuyten
-vanden seuenden iare om die vierten vãden lande Hier nae toech hi totten
-anderen stedẽ waert Als die vã Samarien saghen die grote miltheit eñ
-gauen die alexander den ioden gedaen hadde. soe quamẽ sij tot hẽ eñ
-seiden dat sij der ioden magen waren Eñ sij rekenden haer geboertẽ vã
-effraym eñ van Manasses. eñ sij baden dẽ coninck dat hi haren tempel in
-Garisiem eere doen wilde Eñ hi beloefdet hem te doen als hi weder om
-keeren soude eñ sij baden hem dat hi hẽ den tribuyt vãden seuenden iare
-verliet Hi vraechde hẽ wye sij warẽ Sy seiden dat sij hebreeusche waren
-Die coninc vraechde of sij Ioden waren. doe seydẽ sy Neen Doe seide hẽ
-alexãder dat hijt den ioden gegeuen hadde eñ nyemãt anders Want het was
-der samaritanen maniere. als sij sagen dattet dẽ ioden wel ghinc soe
-seidẽ sij dat sij haer maghen waren maer alst dẽ ioden qualic ghinc soe
-seidẽ sij dat sij hẽ niet en bestonden
-
-
-
-
- Hoe Alexander voer tot Amons tempel
-
- Ca. xxiij
-
-
-Hier nae so voer alexander in Lybien tot Amons tẽpel. om dat hi te kennẽ
-geuen wilde dat hi van enen god gewõnen was eñ om dat hi s[~ij]re moeder
-zuueren soude van haren dorperlijcken naem eñ vã haren ouerspele
-Alexander seynde voor hem mit sinen bode groote presentẽ tot Amons
-papen. om dat die papen seggen soudẽ dat alexander gheseit wilde hebbẽ
-Alexander quã seluer binnen de lande eñ reedt op dat zant in die zee.
-maer hi lyetter een deel luden die hẽ volgen wilden eñ si verdrõcken
-Maer alexander quam ghesont ouer totten tempel Eñ die pape quam wt tegen
-hẽ. eñ hi seide dat Iupiter sijn vader was. diemẽ in dat lant Ammon hiet
-Alsoe als hier vorẽ geseit is so reedt Darius wten stride die welc hi
-verloes hier te voren: eñ hi quam int landt van Babiloniẽ eñ hi vernã
-dat Alexander weder van Ammons tẽpel ghekeert was in Egipten. eñ dat hi
-daer dede maken Alexandrien de hooftstadt vãden lande Darius screef
-oetmoedelike letteren an alexander dat hi weder om seynden soude sijn
-gheuangen. eñ namer also veel gouts voor als hi wilde Alexander eyschte
-ouer dat gelt eñ goet alle sijn landt Darius screef weder tot alexander
-dat hi sijn oerlogẽ liet staen eñ dat hi sijn dochter te wijue name hi
-soude hẽ daer mede geuen een groot deel vã sinen rijcke Alexander
-eyschte echter sijn rike altemael. wãt het ware sijn Eñ hi ontboet hẽ
-dat hi eñ sijn volck oetmoedelic wt quamen teghen hẽ eñ dat sijt hẽ op
-gauen recht of hijt al gewonnen hadde:
-
-
-
-
- Hoe hem Darius eñ Alexãder ouer screuẽ.
-
- Capit. xxiiij
-
-
-Iustinus scrijft dat Darius nv wel sach dattet hẽ niet en halp wat hi
-Alexander nv vã vrientscap bade: Eñ hi vergaderde weder vier hondert
-dusent mannen te paerde eñ hõdert dusent ridders. eñ hi bereyde hẽ weder
-tegen alexander te striden: eñ als hi tot alexãder rijden soude So quã
-hẽ inden wech een nie mare dat sijn wijf doot was eñ dat alexãder groten
-rouwe hadde om haer doot eñ dat hij haer zeer beweende. eñ dat hijse
-eerlick begrauen dede Mer men seide hẽ dat dit alexander niet en dede om
-eenighe outamelicheyt die hi mit haer had noch õ minne want hi en hadde
-in sulckẽ saeken an haer gheen scult eñ dese eer dede hi haer vã
-hoescheden eñ vã edelheden Want zynt dat hijse geuãgen hadde so ghinc hi
-dicke tot haer eñ totten kinderen: eñ hi troestese vaderlic Als Darius
-dit hoorde. so docht hẽ dat hi alexander altemael verwõnẽ hadde om dat
-hi nae soe groten strijt die hi tegen hẽ gehadt had hẽ aldus verwã mit
-doecht eñ mit eere Eñ Darius rekendet nv voor grote eer dat hẽ alsulcke
-prince verwã nae dat hij [ver]wonnen bliuẽ moeste Doe screef Darius
-weder an alexander eñ dancten zeer dat hi totten sinen waert die hi
-geuãgen had nye dorperh[eit] noch oneere gedaen en hadde Eñ hi boot hem
-veel meer vã sinen lande dan hi gedaen hadde eñ voort boot hi hẽ voor
-die gheuangen acht dusent talenten gouts Alexander screef Darius weder
-Ic en acht niet op m[~ij]s vyants danc eñ om m[~ij]s vyants wille en heb
-ic niet gedaẽ Wãt in oerloge oft in payse seide hi dat hi nie en
-begeerde ouerspel ofte oneere: Mer hadde hi yet gedaen: dat hadde die
-doecht van hẽ ghedaen Want hi was wijs genoech tegen sinen vyant eñ
-tegen sijn begeerte te striden. eñ dat dede hij al om der eeren wille
-Voort ontboet hi Darius dat hi dit soude moghen proeuen in hẽ op dat hi
-hẽ onderdaen wesen soude Want hi seide dat twee heeren die werelt niet
-en souden mogen regeren sõder oerlogen eñ striden want ghelijc die zõne
-al die werelt verlicht. so ist opẽbaer datter mer een heer en is bouen
-al die werelt Hier om Darius neemt een corte beraet dat ghi ons in hãden
-comẽ wilt of bereit v ten naesten dage tot eenen nieuwen stride
-
-
-
-
- Hoe Alexander mit Darius at
-
- Ca. xxv
-
-
-Alexander lach lange mit sijn heer op die ryuiere genaemt die strange.
-eñ hi wort te raede dat hi seluer spreken wilde mitten coninc Darius Eñ
-hij nam mit hẽ Emendus die bi hẽ was eñ noch een ander eñ hi voer
-haestelic totter ryuiere strãge die tusschen beyde die heren liep Nv is
-die ryuiere vã sulcke nature dat sij dicke bi nachte eñ bi daghe
-bevriest dat daer een geladẽ wagen ouer varen mach Alexander liet
-Emendus daer bliuen eñ hi reet tot Darius die sijn heer op die tijt al
-omme voor besyen hadde Eñ als alexander Darius te gemoete quã. soe
-gruette hi hẽ nader zedẽ vãden lande eñ seide Heer Alexãder heeft mi aen
-v gesõden dat ghi hẽ ontbiet dẽ dach dat ghi striden wilt eñ cort. Wãt
-men seit dat mijn heere node strijdet om dat hi vermoyet is Eñ aldus
-beual hi mi dit dit te seggen Hier op antwoorde Darius eñ seide Ick
-gheloue dat ghi seluer alexander bent Wãt nyemant anders en soude ons so
-stoutelijc te voren derren leggen vã stridẽ Alexander lochendet eñ hi
-seide dat hi s[~ij] bode was Doe nam hẽ Darius bider hãt eñ hi leyde hẽ
-in sijn tente eñ deden mit hẽ eten aen sijne tafele Eñ hi wilde immer
-dat alexander wt sinẽ nap dranc: eñ hi stacken in sinẽ bosem Dit mercte
-een mã eñ hi seidet Darius Doe seide Darius dat hi dorperlic dede dat hi
-sinẽ nap nam Alexander antwoorde hẽ Heere dit en is gheen scande in
-alexanders hof. Wãt alle die tot sijnre tafelen sitten soe sijn die
-nappen hare daer si wt drinckẽ Binnen desen bedacht hẽ Passarges dat dit
-alexander seluer was. wãt hi haddẽ voormaels dicke in Philippus huyse
-gesien Doe mercte alexander dit: eñ hi ontreet mitten nappe: eñ hi
-doerstac den knecht die s[~ij] paert hildt mitten swaerde Eñ aldus
-ontreet hi mit groter auenturen. wãt hẽ en mocht nyemant volghen Darius
-bedreef groot misbaer om dat hẽ sijn vyant ontreden was. Eñ alexander
-quã tot sijnen luden eñ vertelde hoe hi mit Darius at. eñ hi toende den
-nap die hi hem ontdragen hadde tot een litteyken Hier õ waren sijn luden
-zeer blijde dat hem dese vromicheyt geuallen was: mer Darius was droeue
-
-[Afbeelding]
-
-
-
-
- Hoe Darius eñ alexander te samen stredẽ
-
- Capittel xxvi.
-
-
-Des anderen daechs haeste hem Darius ten strijde Eñ alexãder hadde
-langhen tijt in sorghen geweest om den strijt te hebben: soe dat hi
-binnen al dier nacht niet en konde geslapen: sonder inden morghenstont:
-Eñ alexander bleef slaepende tot dat alle sijn heer stõt gebattaelgijt
-om te striden sõder dat hẽ haer coninc gebrac Persenio ginc in alexãders
-tente daer hi lach eñ sliep Eñ hi vraechde hẽ waer bi dat hẽ die slaep
-nv so soet was eñ het is nv tijt vã vreese te hebbẽ Alexander antwoorde
-Nv bẽ ic vã so groter sorghen vry om dat ic hier ter stedẽ striden sal
-om alle die heirscappie te winnen die Darius gheleesten mach Maer vlyede
-ic nv eñ vloet hi mi na so waret tijt vã vresen Nv gaet eñ besyet dat
-nyemant ouer die ryuiere en ware: mer laet Darius eñ sijn heer al ouer
-comen wãt ic sal te hants bereyt wesen Hier en binnẽ quam Darius ouer
-een brugghe mit alle sijn heer: Eñ Alexander toech hem teghen mit sijn
-volck. eñ daer wort anxtelic geuochten Maer die van Persen hadden alte
-samen dat afterdeel. eñ sij begonnen sterckelic te vlieden: want in
-ghenen strijt die voor geweest hadde en bleuen soe veel doden alst hier
-dede Als Darius sach dat sijn volck verwonnen was soe wilde hi hẽ seluen
-doden of inden strijt steruen eer hi vloede Maer een sijn vriendt
-ontriedet hem eñ hi deden keeren sijns ondancx ouer een brugge in een
-stat Eñ hi hiet datmen die brugge breken soude: maer Darius seide datmen
-des niet doen en soude: Want dat waer iammer dat wi ons ander luden die
-noch ouer sijn indẽ strijt eñ sullen moeten vlyen dat wi hẽ die vlucht
-benamen: also dat vã groten drange die opter bruggen was meenich mensche
-verdranc in die strange Des Alexander zeer blijde was.
-
-
-
-
- Hoe Darius an Alexander õ genade screef
-
- Cap. xxvij
-
-
-Nv hadde Darius alle sijn hope verloren. eñ hi viel neder in sijn zale
-op die aerde: eñ bedreef groot misbaer. Hier na had hi raet dat hi aldus
-an Alexander screef Aen alexander sinen heere Darius saluut eñ eere Het
-ware wel gedaen eñ edelheit wout ghi hẽ genade doen: wãt auenture heeft
-hẽ di tonder gedaen crachtelic inden velde Ic bidde v dat ghi õtfermet
-m[~ij]re moeder eñ m[~ij]re kinderẽ alsoe dat toebehoort. eñ dat ghijse
-ons weder wilt senden Eñ om dier weldaden sal ic v gheuen alle mijn
-rijck: eñ voort alle mijnen verborgẽ scat eñ daer toe dat rijck vã
-Persen eñ vã Meden Alexander ontboet hẽ dat hi des niet en dede: Doe
-ontboet Darius den coninc Porrus van Indien dat hi hẽ te hulpe quame
-tegen alexander. hi soude hẽ geuen ontalliken scat Als dit alexãder
-vernam soe haeste hi hẽ dat hi quam ter poorten waert eer Darius te
-Indien voer. eñ Alexander toech doer dat ys ouer tgeberchte doer een
-cleyn gat Want buten en leyt ghenen wech. eñ binnen dẽ zomer en is gheen
-mã die daer doer derf gaen om dat daer veel serpenten sijn Nochtans en
-isser gheen slot van ysere tegen een heer of tegen volc
-
-
-
-
- Hoe Darius vã sinen luden geslegen wort
-
- Ca:xxviij
-
-
-Iosephus seit als Alexander liden wilde voor Darius doer die poorten vã
-Caspiẽ Soe toech hi doer Pansilla eñ daer moeste hi liden doer eẽ grote
-ryuiere ghelijc een arm vã der zee. eñ daer dede god groot wonder Wãt
-dat water vãder ryuiere scheyde hẽ in tween eñ alexander reedt daer doer
-optẽ drogen grõde mit alle sijn heer Dit liet god gheschien om dat hi
-mit hẽ breken mochte die macht vã Persen Orosins eñ Iustinus seggen dat
-alexãder in desen lesten stride wan mit crafte dat rijck vã Persen eñ
-Meden Want daer en was nyemant die hẽ voort meer teghen hem dorsten
-steken In deser vaert wan alexãder meer gouts eñ roefs dan yemant des
-ghelouen soude Hi wan oec Persipolea dat die hooftstat was vã den lande
-van Persen Dese stat hadde langhe gestaen in vreden. eñ sij was vol van
-groten goede des hẽ nyemant en bewant: eñ dat quã al in alexanders hãden
-Nv ghinc Darius vlieden wt die eenre stadt in die ander stadt eñ hi
-meende ergent in vredẽ wesen Eñ Darius had mit hẽ twee valsche princen
-die hieten Bessus eñ Narbesmes die ouer een droegen. eñ sy beginghen
-Darius daer hi alleen was eñ sloegẽ hẽ ouer doot eñ lieten hem liggen eñ
-si vloen haestelic van hẽ totter tijt toe dat sij wel verstonden eñ
-wisten hoe dattet mit hẽ vergaen was Alexander vernam dattet Darius
-aldus vergaen was eñ dat hẽ sijn luden gespannen eñ gebonden hadden Eñ
-alexãder reet haestelick derwaert den naesten wech die hi mochte rijden
-eñ hi quam tot Darius alsoe dat hi hem noch leuende vandt. eñ hi gaf hem
-alexander op in sinen handen Ende hi nam hem mitten knyen. eñ hi sprac
-hem toe alsoe hi alder beste mochte:
-
-
-
-
- Dit waren Darius woorden voor sijnre doot eer dat hi sterf:
-
- Cap:xxix.
-
-
-Alexander na dien dat mi die auenture geseit heeft soe ist mi vergaen Eñ
-het is mi nv ter tijt een troestelic dinck dat so groten ende soe
-machtigen heere als ghi sijt tot mijnder doot wesen sal Hier om bid ic v
-dat ghi mi eerlic ter aerden laet doen totter stat daer die coningen vã
-Persen m[~ij] vaders begrauen sijn. Eñ ic bidde v dat ghi v gewaerdigen
-wilt tot m[~ij]re wtuaert te wesen Ick beueel v oec Rogidimes mijn
-moeder eñ mijn broeder Moatrus eñ Darius minen zone Voort bid ict v dat
-ghi Roaxanes m[~ij]re dochter tot eenen wiue wilt nemen Ander gesten
-hebbẽ bescreuen dat Darius doot was eer hem alexander sach Eñ doe Darius
-doot was soe bedreef alexander daer groten rouwe om eñ soe groten hant
-geslach al haddet sijn vader gheweest. eñ hi deden eerlick begrauẽ nader
-coningen vã Persen zeede Orosi[us] scrijft dat in die drie stridẽ die
-alexãder op Darius wan doot bleuen xij.C.M: mãnen Iustinus scrijft oec
-dat Alexãder sijnen volcke deelen dede xiij.M: talenten gouts. ende
-aldus soe quã die blijscap nae haer pijne Doe dede hi voeren op die
-stercke stadt Egbetanis C. dusẽt eñ xc: dusent talenten gouts: Van deser
-stadt maecte hi here Persemoene enen stouten man Alexander wan alle
-Darius lant binnen den sesten iare nae dat hi began te regneren Hier na
-eynde dat rijck vã Persen Twelcke gestaẽ hadde twee C. iaer eñ xxxi: Van
-Tyrus tijt die die eerste coninc van Persen was
-
-
-
-
- Van coninc Darius graue
-
- Capit: xxx
-
-
-Nv wil ic voort scriuẽ hoe d[at] Darius graf gemaect was Eñ daer warẽ in
-gescreuẽ eñ geteykent alle die lãden vãder werelt eñ vãden gesten
-Appelles was meester vã desen graue Eñ het was aldus gemaect als hier na
-gescreuen staet Het was vã twee zarckẽ ghemaect vã marbersteenẽ die
-groot goet ghecost haddẽ. eñ sij waren zeer lanck dicke eñ effene. Opten
-onderstẽ steen maecte hi schoene lijsten den binnen kant vanden zarcke
-was van claren latoene Eñ opten vier hoecken maecte hi vier silueren
-colõpnen sterck eñ dicke eñ wel gewrocht: maer die hoeckẽ waren gulden
-wel eñ costelick gemaect Dese waren ten vier hoeken gesoudeert opten
-ondersten zarck mit metale Op dese vier colõpnen leydemen den anderen
-zarck die was vã witten marbersteẽ Op desen zarck hadde Appelles
-gesoudeert al doer breede lijsten vã finen goude. eñ daer in hadde hi
-gewrocht die ronde werelt in drien gedeelt: Ghelijckerwijs als hier
-beneden staet
-
- Asyen Cam
- Affriken Sem
- Europen Iaphet
-
-Aldus is die werelt in drien gedeelt Want Asyen hout alsoe veel als
-beyde die ander deelen In elck vã desen deelen hadde Appelles gemaect
-alle die stedẽ die daer binnen lagen Eñ alle die ryuieren die daer binnẽ
-liepen eñ wat volck dat daer binnẽ woende: eñ mit wat tõgen datmen daer
-sprac eñ die grote wõderen die daer binnẽ lagen. eñ oec alle die eylandẽ
-vãder zee eñ hoe sij hietẽ Dit hadde hi so properlic daer an gewrocht vã
-weuen. dat eẽ mensche hadde geweest wt alle die werelt eñ hadde hi bi
-deser tõben ghestaen, hi hadde moghen syen eñ mercken dẽ rechten wech
-tot sijnen lande waert Oeck hadde hi daer aen ghewrocht die gesten vãden
-beghin der werelt eñ die striden: eñ hoe dat alexander Dari[us]
-[ver]wonnen hadde Die landẽ te noemen laet ick after om dat ict corten
-wil Alle dit werck hadde Appelles ghegrauen eñ gemaect mit eenrehande
-beesten eñ dieren diemẽ vant Eñ hi hadde dat ouerdect mit eenẽ wercke
-dattet lichte ghelijck een cristal: mer het was veel claerre eñ schinẽde
-ghelijc die zõne van claerheden: Hier doer sachmen alle dat werck: eñ
-Darius verteerde daer hi in gebalsemt lach mit dierẽ specien An deser
-tõben stont gescreuen hoe langhe dat die werelt gestaẽ hadde tot dat
-alexander coninc wort: dat was xlviij.C: iaer xxx. iaer min
-
-
-
-
- Van Philo Anaxigenes eñ vã Epicurus
-
- Ca. xxxi
-
-
-Tot dien tiden was Anaxigenes zeer vermaert in wijsheden Ende hi leerde
-alexander in s[~ij]re ioecht grote wijsheit eñ doecht Eñ het geuiel dat
-Alexander die stat destruerẽ wilde daer Anaxigenes in woenachtich was Eñ
-Anaxigenes ghinc wter stadt tot Alexander om een bede te bidden Mer
-alexander zwoer dat hi op dien dach gheen bede om hẽ doen en soude Doe
-sprac die wijse man Nv bidde ic v dat ghi dese stede slechtet: eñ aldus
-[ver]keerde hi alexander vã sijnen quaden sinnen mit subtijlheden Want
-alexander hieldt sijne woorden eñ hi en dede sijn bede niet. eñ alsoe
-bleef die stat staende die alexander meende te slechten Tot desen tiden
-was Epicurus oec tot Athenen [ver]maert inder stat mer hi dwaelde in
-eenighe saken Wãt hi seide dat die meeste salicheit vãden menschen was
-in weeldicheit van vleysche Hi seide oec dat god dese werelt niet en
-acht eñ dat die zielẽ steruen mitten lichame Hi seide oec eenighe goede
-puntẽ want hi seide wye wijsheyt wil crigẽ die moet oec alle weeldicheit
-laten varen. wãt wye der naturẽ recht leuen wil hi en mach nimmermeer
-arm wordẽ want sulcke comen van groter armoeden tot groten goede. mer dã
-beginnen sy eerst haer ongeuallicheit Hi seide oec die ergent eten sal
-sal oec besien mit wyen hi eten sal Dat beghin vã alle doecht is dat een
-s[~ij] misdaet bekent eñ dat hi peynse dat hi steruẽ moet Men sal dat
-lijf niet geuen tot gulsicheden: mer tot wijsheit eñ gemaeticheit: wãt
-van weelden coemt dickwijl gheen bate mer euel eñ ziecte.
-
-
-
-
- Hoe Alexander sijn zeden verwandelde
-
- Ca.xxxij
-
-
-Als Darius doot was eñ begrauen so hief alexander die zeden vã Persen op
-an s[~ij] cleederen eñ aen sijn ghewaden eñ hi droech die crone vã
-Persen eñ liet varen die castume van Macedonien Eñ dit beual hi sinen
-boden seluer te doen die nochtan tegen seidẽ: Hi ginc houdẽ veel wijuen
-eñ amyen die schoenste die men in al die werelt vinden mochte: Eñ daer
-mede lach hi nacht eñ dach soe hẽ goet dochte: Hi wort oec alte gulsich
-vã spijsen eñ drancke om dat hi meende dat die luxurie niet meerderẽ en
-soude hadde hi gemaet geweest vã spisẽ Hi maecte spelen in s[~ij]re
-werscap eñ vergat zeere sijn wijsheden. want hi en mercte niet dat sijn
-rijcheden sijn goede zeden versmoordẽ Hi was als een tyran op sijn volc
-eñ als een vyãt eñ hi balch hẽ zeer als hẽ yemant seide dat hẽ misstont
-Hi was zeer toornich datmẽ hẽ philippus zone hiet eñ dat sij seidẽ dat
-hi die zede vã sinẽ lande verleit hadde: Hier om worden gedoot Fylotes
-eñ Pinenon sijn vader Aldus soe en maect groote rijcheit nyemãt goet:
-mer sij versmoort goede zeden Hier na wan Alexãder Sychem eñ alle die
-luden die onder dẽ berch Tantasus al omme geseten waren. want dit was
-wilt volc eñ onwetende: eñ nyemãt en cõdese dwingen dã alleen alexander
-Hier na quam hi ten berge vã Caspien daer die tien geslachtẽ vã israhel
-in besloten sijn Wãt alsoe inder coningen boec ghescreuen is soe
-leuerdese god õ haer sõden wille Salmanazer den coninc van Assyrien eñ
-die voerdese wt harẽ lande eñ hi brochtse hier.
-
-
-
-
- Hoe Alexander die x. gheslachten vã israhel besloet.
-
- Ca xxxiij
-
-
-Doe alexander ghecomen was ten berge vã Caspien soe senden die x:
-gheslachten van israhel boden an hem Eñ sij baden oerlof dat sij tegen
-hẽ wt trecken mochten Doe vraechde alexander die saken waer om dat sij
-soe geuãgen waren Eñ doe sij hẽ seiden dat sij god vã israhel
-openbaerlic gelaten hadden eñ haddẽ een gulden calf aen ghebeden eñ dat
-hem god propheten te voren geseynt hadde: dat sij hier om souden worden
-geuangen geuoert en dat sij nimmermeer weder keeren en souden Doe
-antwoorde alexander dat hijse noch nauwer besluten soude Eñ doe dede hi
-die nauwe wegen van die geberchten bemueren: Eñ doe hi sach dat dit
-werck omleyt was õ te volmakẽ mit menschẽ pinen soe badt hi god vã
-israhel dat hi dit werck volmaeken wilde Eñ te hãts ghingen die roetsen
-eñ die bergen die een aen die ander: soe datmẽ daer nẽmermeer ouer comen
-en mach Eñ hier wort gheopenbaert dat god niet en wilde dat sij
-nimmermeer wt quamen: Nochtãs seitmen dat sij wt comen sullẽ ten eynde
-vãder werelt. Eñ si sullẽ groot volc verslaen Doer god so groten daet
-dede õ een quaet mẽsche: wat sal hi dã doen om dẽ goedẽ
-
-
-
-
- Vander poorten vã Caspien
-
- Ca. xxxiiij
-
-
-Nv wil Alexander trecken totter poorten van Caspien: Solinus scrijft
-hoedanich dat dese poortẽ sijn Hi seit het is een enge pat gehouden indẽ
-roetsen eñ is viij: milen lãc eñ so nauwe datter qualic een wagen doer
-liden soude In beyde syden sijn die roetsen so hoghe daer sij wt
-gehouden is. eñ die roetsen tranen altijts vã soute aderen Eñ die
-verscheit [ver]herdet eñ wort glat oft ys ware. soe dat die wech soe
-quaet is eñ so nauwe te gaen dats niemãt en soude moghen gelouen Eñ
-alsmen ten eynde vã desen wege coemt. soe lett an beydẽ sydẽ vã desen
-weghe wel xiiij milen lanc zants Eñ daer binnẽ en vintmen gheen
-verscheit Eñ als men ten eynde vãden gate coemt. so comender soe veel
-serpẽten gelopẽ datter nauwe yemãt mitten liue ontgaen mach ten waer
-indẽ winter Doe alexander vernã datmen anders niet lijden en mochte
-totter poortẽ van Caspien so [ver]gaderde hi s[~ij] ridders om dat hi
-weten soade wye Darius ter doot gebrocht had
-
-
-
-
- Die wrake vã coninc Darius doot
-
- Ca: xxxv
-
-
-Alexander seide tot sijnen ridders eñ heeren Ghi heren ic ben blijde
-ende zeer wel te vreden dat Darius mijn vyãt aldus doot is eñ oec bẽ ic
-den ghenen dien ter doot gebrocht heeft om minẽ wille sculdich groot
-loon ende eer. eñ dat soude ic doen ou dat ick wiste wye sij warẽ: Daer
-om biddic of sij hier s[~ij] die dus veel om minen wille gedaen hebbẽ
-dat sijt mi nv openbaren: want ic meense hoghe heeren te makẽ Doe dit
-Bessus eñ Narbesmes hoordẽ so warẽ sij blijde eñ quamen alle beyde voort
-eñ seidẽ dat sij desen moort gedaen haddẽ Ende doe dedese Alexander
-beyde wel hoge hãgen Eñ hi seide dat hi niet versworen en waer eñ dat hi
-oec niet en loghe. wãt hi maectese hoghe heerẽ Daer wort oec een ander
-gheuãgen die dẽ raet eñ den moort vã Darius toe bracht Eñ dien leuerde
-Alexander darius broeder te wraken Doe toech alexãder haestelick op
-Terdus die schone ryuiere. eñ daer dede hi een stadt op maken binnen
-xxij: dagen die hi na hẽ Alexandrien hieten dede. eñ hi muerder eenẽ
-muer al om die stadt die vi: milen lanc was Eñ hi [ver]gaderde volc wt
-sõmige stedẽ die Tyrus bi wijlẽ gemaect haddẽ eñ dedese in deser stat
-woenen Men vindt oec bescreuen dat Alexãder alle iare een stat maken
-dede die hi Alexandrien dede hieten Eñ dat waren xij: Alexãdrien in die
-xij iaren dat hi regneerde. eñ in desen steden liet hi luden vã sinen
-here die te cranc of te oudt geworden waren Eñ hi dede inder muren vã
-den steden houdẽ dat die stedẽ hadde doen maeken Alexander Iupiters zone
-Mer dit was eẽ grote sotheyt dat hi hẽ seluen voor god hilt die leuẽ
-moeste mit spise eñ dranc als ander ludẽ
-
-
-
-
- Hoe Alexander Clit[us] doot sloech
-
- Ca: xxxvi
-
-
-Op een tijt sat alexander in een feeste eñ hi sat eñ at eñ dranc mit
-sinen voorbarigẽ heren soe dat hi al drõcken wort Eñ men began daer te
-spreken vã Philippus alexanders vader Eñ die heren begonsten Philippus
-te prysen: mer Alexander prees hẽ bouen sinẽ vader eñ verhief hẽ harde
-zeer Eñ dat meeste deel vã sinen heeren warens hẽ mede: om dat sij hem
-daer aen lief wilden seggen Maer daer was een ridder die Clitus hiet: eñ
-hi peynsde hi soude die waerheit segghen hi balchs hẽ wye wilde eñ hi
-prees meer Philippus. Doe wort alexander op hẽ zeer vertorent eñ hi
-greep een spere die een knecht in sijn hant hadde eñ hi doerstac dese
-Clitus die een out vroem ridder was: Eñ doe dese Clitus doot lach soe
-riep alexãder tot hẽ Besyet wat v Philippus nv helpẽ mach Maer des
-anderen daeghes als hi nuchteren geworden was eñ gedocht wat hi gedaen
-hadde soe wilde hi hẽ seluen gedoot hebbẽ vã rouwe. ende hi ghinc eñ
-wilde Clitus cussen Ende en haddent hem sijn vrienden niet benomen: hi
-soude hem seluen op die seluer stede gedoot hebbẽ Want hi bedochte hem
-seluen dat Clit[us] suster sijn amye was: ende dat hi oec om dese selue
-saeke ghedoot hadde Persemoene ende Fylatone ende veel ander luden van
-sinen genoeten Dit ghinc Alexander alte zeer beclagẽ. alsoe dat hi in
-veel daghen niet en at Tot dat hem geboden sijn heeren dat hi ate Eñ
-sonderlinge Calistines sijn gheselle die mit hem voor Aristotiles ter
-scholen ghinc. eñ dese was zeer wijs eñ hi was cortelic tot alexander
-gecomẽ om hem wat goets te raeden.
-
-
-
-
- Hoe Alexander Calistines doode
-
- Ca. xxxvij
-
-
-Hier nae doe alexander weder becomen was eñ hi weder began te oerlogen
-soe verwan hi tweerehande volck die hẽ op gauẽ eñ brochten hẽ giften Doe
-gheboet alexander datmen hẽ aenbeden soude als een god Calistines laecte
-hẽ dit eñ hi seide dat hi pensen soude dat hi sterffelic ware Hier om
-wort alexander zeer gram eñ hi teech hẽ an dat hi vernomen hadde dat hi
-hẽ verraden soude Eñ hi dede hẽ alle sijn ledẽ of sniden sijn nose eñ
-sijn orẽ eñ sijn lippẽ: soe dattet elckẽ mensche ontfermde die hẽ sach
-Daer nae dede hi hẽ sluten mit wilden honden om datse hẽ verscoren eñ
-verbitẽ souden: eñ dat die luden die desen syen souden in deser pinen hẽ
-veruaren soudẽ. Lysimagus een ridder die Calistines discipel plach te
-wesẽ in s[~ij]re scolen die hadde ontfermenis op sijnẽ meester dat hi hẽ
-in deser pinen sach Eñ õ dat hi sijn pijne corten wilde soe gaf hi hẽ
-een cop mit fen[~ij]den dranc õ dat hi te eer steruẽ soude Hier om soe
-balch hẽ Alexander eñ hi dede hẽ werpen voor eenen leeuwe. nochtãs so
-liet die leeuwe desen ridder leuen. ende aldus verhief alexander hẽ
-seluen Mer om datter veel van sinen groten heeren hẽ niet en wilden
-ontfangen voor haren god: soe dede hijse iammerlijc doden: eñ hi seide
-hem alle verradenis aen
-
-
-
-
- Hoe Alexander in Indien voer
-
- Ca. xxxviij
-
-
-Hoe alexãder hier na sijn vaert tot Indien maecte te varen Wãt dit is
-dat meeste lãtscap vã alder werelt: wãt in dit landt wonen xliiij.
-manieren van volck Eñ daer staen wel binnen vijf M: hooftsteden die al
-vol vã rijckheden sijn: wãt dat lantscap hout bi nae dat eẽ derdẽ deel
-vãder werelt In dit lant sijn alsoe veel wõders datment nyemãt en soude
-mogẽ vertellen Daer sijn so hoghe bomẽ diemẽ niet en soude mogen op
-schieten: Alsoe haest als alexander in desen lãde quam: so quam des
-conincx Porrius bode tegen hem eñ hi brocht hẽ brieuen daer aldusdanige
-woorden in ghescreuen stõden Hoe bẽt ghi soe sot eñ soe koen dat ghi
-onsen rijcke naekẽ dorst Ic rade v dat ghi peynset dat ghi een mensche
-bent. eñ en pijnt v niet tegen gode te doen Ghi moecht wel vernemen wye
-dat wi sijn want die auenture en vermach teghen ons niet Hier om soe
-beueel ic v dat ghi wederom te Gryeken waert vaert ende laet v hier mede
-ghenoegen Want weet dat voorwaer hadde ons v conincrijck ergent
-ghenoecht of hadden wijt begheert te hebben. onse broeders haddent lange
-sonder ghedaen Maer wi verõwaerdent als dreck of modder want het is
-onghelijc onsen rijchedẽ eñ hier õ en begheren wijs niet Eñ alexander en
-achte op desen brief eñ antwoorde niet want hi kẽnede wel dreyginghe eñ
-ouertale
-
-
-
-
- Hoe Alexander in Indien eenen zone wan
-
- Ca:xxxix
-
-
-Iustinus seit Doe alexãder in Indien quã soe dede hi s[~ij]re ridderen
-ghesmide van haren scilden silueren maken eñ oec haer harnas Eñ
-cortelick hier nae soe quã hi voor een stat gehieten Mysa. mer dat volc
-datter binnẽ was en wilde hem niet weren want sij verlieten hẽ op haren
-god gehieten Liberbatus Hier om hiet alexander datmen die stat vermyden
-soude Eñ doe hieldt hi daer bi leggen mit sijn heer an eenẽ berch diemen
-heylich hiet: eñ dat en was niet verde vander poorten: Op desen berch
-wasset alsoe schone mit wewende ende wijngaert al ouer sonder oefenen
-Van deser stat voer alexander in eenre coninginnen lãt die Cleophilis
-hiet Dese vrouwe ghaf haer op in alexanders handen: mer sy breede haer
-seluen haestelick ende sy dede alexanders wille: Ende hier om gaf hi
-haer haer lant weder eñ haer vryheit. Ende aen deser vrouwen wan
-alexander een zone die sy alexander dede hieten: eñ dese alexander wort
-namaels coninck van Indien Doe vergaderde Porrius mit hem een alten
-groten heer om te striden tegen alexander Eñ alexander toech oec vast
-voort om tegen hẽ te striden Eñ beyde die battaelgien [ver]gaderdẽ eñ
-aen beyden syden bleef zeer groot volck doot Eñ int vergaderen vanden
-strijde soe reedt Porrius alexãders ors Pucifal doot Doe wort Alexander
-zeer veruaert eñ droeue om sijn paert: want hi was doe seluer in groter
-auenturen Eñ die gryeken quamẽ toe slaẽde haren heere te hulpe daer hi
-te voete stont. eñ daer bleef menich man doot eñ ghewont nohtans holpen
-sij Alexander wter noot Mer hi liet alle weere eñ gheuecht staen eñ hi
-nam Pucifael biden stert: eñ hi toecht an die een syde Want hi ontsach
-hem dattet die vã Indien gheroeft souden hebbẽ eñ dat en hadde hi om
-gheen goet ghewilt Dus toech alexander achterwaert eñ hi maecte tusschen
-hẽ beyden een bestandt xx dagen duerende Want binnen die tijt mochtmen
-ghenesen die gequetsten eñ die doden ter aerden doen nae haer
-waerdicheyt eñ verdiensten
-
-[Afbeelding: Hoe dat Alexander Porrius eyschte te campe Eñ hoe hi
-Porrius õtboet dattet gheen eere en waer dat lantsherẽ so zere haer heer
-eñ volc auenturen souden]
-
-
-
-
- Hoe Alexander Porrius eyschte te campe
-
- Capittel xl.
-
-
-Binnen deser tijt beryet hẽ Alexander dat hi Porrius beroepen soude te
-campe Eñ hi ontboet Porrius dattet scãde waer dat lãtsheren haer heer so
-zeer auenturen souden Eñ hi ontboet hẽ dat hi tegen hẽ te cãp quam man
-teghens man: eñ soe wye verwõnen bleef die soude sijn heer mede
-[ver]wonnen bliuen eñ onderdaen wesen dẽ ghenen dien verwõne Porrius was
-hier of zeer blijde eñ hi nam dẽ camp aen teghen Alexander Want hi
-mercte inden strijt dat alexander mer vier cubitus lanck en was. eñ hi
-was vijf cubitus lanc eñ oec groot eñ sterc Dus ontfinc Porrus dẽ camp
-te vechtẽ teghen alexander: hi verwõnen wye mochte. Hier en binnen
-ontteykende hem Alexander eñ voer indẽ berch daer Porrius lach eñ hi
-geliet hem oft hi copen wilde wijn ende vleysch Eñ doe hi voor Porrius
-quã: soe vraechde hẽ Porrius wat alexander dede. eñ hoe oudt dat hi was
-vã iaren Alexander antwoorde Onse coninc hout hẽ als een ionc man plach:
-want hi sit in sijn tente biden viere als hi ghewoen is eñ hi wermt hẽ
-Doe wort Porrius zeer blijde om dat hi teghen enen ouden man vechten
-soude. want hi was ionc eñ onuersaecht Doe antwoorde hi Wat meent
-alexander eñ waer voor hout hi ons eñ waer om en merct hi sijn outheit
-niet Alexander antwoorde weder Here ic ben een maet ridder. so dat ic
-ten nausten niet en weet wat alexander doet Eñ Porrius beryedt hem dat
-hi Alexander eenen brief gaf daer groot gedreych in ghescreuen stont. eñ
-hi gheloefde hem groot goet op dat hi desen brief alexander gaue: Ende
-doen zwoer Alexander seluer dat alexander dien brief sien soude oeck
-watter nae quame Eñ aldus voer hi weder te sijnen heer waert Daer na
-vergaderden dese twee coningen indẽ camp eñ als si vochten soe wareu sij
-lange in twifel in beyde dẽ herẽ wye dattet schoenste hadde: mer
-alexander was altijt op sijn hoede Eñ daer Porrius bi auenture op sijn
-volck sien soude soe stack hẽ alexander mitten swaerde een grote wonde
-eñ hi moest hẽ op geuen tot alexanders wille Doe dit dat volc van Indien
-sach so liepen sij op alexãder om dit te wreken Maer Alexander die badt
-hẽ dat sij hem een luttel woude horen spreken Ende doe verwanse
-alexander mit schonen redenen eñ woorden Alsoe dat sij alexander voor
-haren heere ontfingen eñ sij bleuen hem daer nae voort onderdanich.
-
-
-
-
- Van Porrius rijcheyt eñ macht
-
- Capit. xli
-
-
-Alexanders hystorie seit dit vanden camp als voorseit is Mer Iustinus
-bescrijft dat Porrius van alexander zeer gewont was eñ oec geuãgen inden
-strijt daert ors Pucifael in doot bleef Eñ dat Porrius hier om so
-drouich was datmen qualic verbliden mocht dat hi hẽ liet ghenesen eñ dat
-hi ate eñ drõcke Eñ doen Porrius genesen was so gaf hẽ Alexander s[~ij]
-lant weder mit payse Hier na liet Porrius in die eer vã Alexander drie
-stedẽ maken Die twee in Pucifals naem dat Porrius doot sloech. eñ die
-derde hiet Mycia Porrius hadde in sijn heer xl. M. mans te voet eñ acht
-C. waghenen wel gebattaelgiert eñ gemãnet: eñ in alle syden waren scerpe
-zekelen daer aen ghemaect die zeere sneden. Hier toe hadde hi vier
-olyphãten die wel ten stride geleert waren õ die battaelgie daer mede te
-doer brekẽ Eñ elck olyphãt hadde een stercken toren op daer gewapẽde
-luden in warẽ eñ scutters Eñ die toernen warẽ binnen wel gespijst. eñ
-dit was eẽ sterc heer Porrius hadde oec een zale die xxx: colõpnen lanc
-was eñ die was wel gewrocht van finen goude Eñ die wanden daer of waren
-al van finen goude gedect vingers dick al ouer eñ ouer: daer binnen
-hadde hi een wijngaert mit rancken daer die scoten eñ die blad of
-gemaect waren al vã finen goude Ende die druuen waren gemaect vã mirande
-eñ vã cristale Daer waren oec an gemaect alte cyerlike asement camerẽ eñ
-slaepcamerẽ daer die wãden alte properlic ghemaect waren van finen
-goude: Daer waren in geset carbũkelẽ eñ ander preciose steenẽ Die doren
-vã desen palayse waren al yuorien Die balcken waren al van ybenen houte.
-eñ dit palays was al ouer gheweluet mit cypresse Eñ daer stondẽ in
-gemaect veel beelden groot eñ lanck van finen goude nochtan en waren sij
-van binnen niet hol Eñ elck beelde had in die hant eenẽ cop vã goude
-Daer stont oec een platamus vã fijnen goude die groot genoech was in
-dier gelijcke oft een gulden linde geweest hadde. Daer warẽ oeck veel
-nappẽ vã preciose steenẽ eñ van cristalle Eñ daer warẽ oec noch veel
-meer ongeloeflike scatten eñ duerbaer steenen eñ ontallicke duerbaer
-crudẽ Eñ al dit grote goet quã alexander al tsamen in sijn handen:
-
-
-
-
- Hoe dat Alexander in een stat spranc
-
- Ca: xlij
-
-
-Nv dede alexander al sijn heer mit goude decken alsoe hi begeerde. alle
-sijn bãnieren dede hi van goude makẽ. Sy hadden daer so veel gouts
-dattet die ridders niet voeren en cõsten: nochtans ghingen mitten heer
-m. olyphãten geladẽ mit goude Al der beesten gesmide was gulden eñ het
-blicte harde verde mitter zõnen Eñ alle die wagenen vãden heer warẽ
-gemaect mit scerpe zekelẽ. Alexander hadde in sijn heer xij. C: karren
-die den heer volchden: Eñ hi hadde xxx: m: stouter ridders te paerder
-die in alle noot vroem waren Noch hadde hij drie C. M: man te voete Eñ
-op vijftich stercke mulen voerdemen des conincx harnas Daer waren oeck
-veel kemels buffelen eñ dromedarien die den heer volchdẽ mit vytaelge.
-mer dẽ last daer of en mochtmẽ niet [ver]tellen Alexan[der] reedt seluer
-voor sijn bãnieren: eñ hi verwan vierdhãde volc Mer doe woudẽ alle die
-heren vã Gryeken weder te lande keren Daer sprac hijse soe vriendelic
-toe dat sy hẽ beloefden mit hẽ te varen waer hi wilde Doe quã Alexãder
-tot eenre schoenre ryuieren: eñ daer doer soe voer hi in die zee in eẽ
-eylant daer hij dat volc dwanc dat Hercules daer geset hadde te wijlẽ
-dat hi Indien wan. Dit volc was zeer sterc eñ fel eñ quam fellic teghens
-Alexander mit xxx: dusent mans te voet eñ lx: dusẽt mans te paerde Mer
-noch dwancse Alexander mit stridẽ so dat sij ontvloden in een stat
-Subdractas gehieten ende daer beleyde hijse binnen Hier clam alexander
-eerst op die mure eñ hi spranc inder stat: eñ daer weerde hi tegen
-menighen man. Mer hi wort gescotẽ mit een gauelote benedẽ s[~ij] spene
-vã een man vã binnen: mer die man die hẽ schoet sterffer om Eñ
-Alexanders volck quã in gesprõgen eñ holpẽ hẽ wter noot:
-
-
-
-
- Hoe Alexander die dõcker zee bestont
-
- Ca. xliij:
-
-
-Alexander wort vã sijnen vriendẽ wter stat gedragen eñ sij beclaechdẽ
-zeer Eñ alle dat volc vã binnen der stadt sloegen sij doot Hier
-gedoechde Alexander grote smerte eer hi ghenesen was Eñ hier bekende hi
-eñ seyde Al hout mi alt volck dat ic iupiters zone bẽ Dese wonde leert
-mi dat ic een sterffelic mẽsche ben wãt hi conste qualic genesen Eñ doe
-hi genesẽ was soe bereyde hi hẽ ter stont õ voort te varẽ Mer hi sende
-Polipertoene mit een schoen here in Babilonien wãt hi was mitten heer
-verladen: eñ hi was selue beradẽ dat hi die groote zee syen wilde eñ hi
-ghinc te scepe om dat lant te besien dat daer binnẽ lach Sinte
-Augustinus seit dat hi op die zee een hooft rouer vincg ghehieten
-Dyometes Doe vraechde hẽ Alexander wat verwoetheyt dat hẽ daer toe
-iaechde dat hi mit scepen in die zee voer rouen: Die rouer antwoorde wat
-duvel iaecht v dat ghi alle die werelt doer roeft Want õ dat ic mi
-auenture mit cleynre menichtẽ so hietmen mi rouer: eñ v hietmen coninc
-ende heere om dat ghi meer volcx hebt Want alsmẽ gerechticheit after
-laet soe en ist conincrijck anders niet dan diefte eñ groten roef. mer
-dat wi rouers hieten dat is om cleynẽ roef eñ moort die wi doen
-
-
-
-
- Van Candax der coninginnen
-
- Ca: xliiij
-
-
-Hier mede liep die mare eñ Cãdax die coninginne vã dien lande die zeer
-subtijle was van sinnen seynde eenen scilder die wel beelden maken
-conste Eñ sy beual hem dat hi al sijn subtijlheit daer an leyde dat hi
-alexanders beelde wel maecte na sijn gedaente eñ dat hi haer dan dat
-brochte Want hier te vorẽ had Alexãder haer brieuen gesent vã grote
-vrientscap Sy sende hẽ een groot present vãden houte eñ van gout eñ
-preciosen gesteentẽ. eñ son[der]linge dieren eñ vogelen vã menige
-manieren Binnẽ dat dit geuiel soe quã candeles haer zoẽ haestelic tot
-Alexander gevlogen om succoers want hẽ wort s[~ij] wijf ontuoert
-Alexander settede Ptholomeus in sijn stadt eñ hi dede hẽ seluen hietẽ
-Antigone eenen matẽ ridder vã alexanders heer Eñ Ptholomeus gebaerde hẽ
-tot candeles of hi die coninc Alexander gheweest had. eñ hij seide tot
-alexander Antigone Gaet doet desen man succoers eñ wreeket ouer sijn
-vyandẽ Alexander nam mit hẽ vier M. rid[der]s: eñ voer mit candeles der
-coninginnẽ zone eñ hi vinck s[~ij] viandẽ eñ verloste s[~ij] vrouwe Hier
-om bedancte candeles Ptholome[us] zeer dien hi voor alexander hielt Doe
-begeerde Ptholomeus als heere dat hi begheerde sijn moedere te sien. mer
-hi wilde daer te voren seynden Antygone: eñ des was cãdeles harde blijde
-Aldus voer Alexãder tot die coninginne Candax oft hi Antigonus geweest
-hadde Doe dit die coninginne Cãdax vernã so quã sy tegen harẽ zone eñ sy
-cussede alexander zeer om dat sy hẽ eere doen wilde: eñ sy leyde hẽ in
-alle stedẽ in haer cameren eñ toende hẽ veel rijchedẽ Alexander
-antwoorde dat hi veel meer rijcheden ghesien hadde in Gryeken dã hi daer
-vant. Doe seyde die vrouwe tot hẽ Mi dunct immer dat ghi selue alexander
-bent Hi seide vrouwe ick en ben niet Doe leydẽ sy hẽ in die stat daer sy
-sijn beelde gheset hadde eñ dedet hem syen eñ sy seide Merct wel eñ
-besiet hier aen dat die coninginne Candax wijser is dan alexander Doe
-was alexander zeer veruaert eñ hi beclaechde zeer dat hi daer gecomẽ was
-Doe seide de coninginne En weest niet veruaert. ghi hebt minẽ zone
-trouwe gedaen eñ ic salt v lonen Si hieten v Antigonus die willen: maer
-ghi sijt mijn heer alexander Eñ sy brocht hem weder in sijn behout sõder
-vrese Nochtãs wilde hi haren ioncsten zone gedoot hebbẽ: om dz hi
-Porrius dochter te wijue hadde
-
-
-
-
- Hoe Alexander doer die roetsche villede
-
- Capittel xlv:
-
-
-Binnen enen iare geuiel dit wõder Want alexander verwan Darius in die
-meye: eñ in die hoymaent verwan hi Porrius Daer nae indẽ oest nam
-alexander mit hẽ C: eñ l: heren vã Indien die alle die wegen kẽden. eñ
-hi voer wech õ dat hi alle die wildernissen van Indien sien wilde eñ hi
-toech doer dat groote santachtige lant dat daer leit: wãt in dat lant
-vantmen eerst zydẽ werck. eñ daer maectmen zydẽ clederen In desen wech
-haddẽ alt heer groten noot vã dorst. wãt sij en vondẽ gheen water Mer
-int heer was een ridder die een helm waters had gecregen mit groter
-pinen eñ die brocht hi mitten water tot alexander dat hijs loon woude
-beiaghen Doe nam alexãder den helm mitten water eñ storten wt voor dz
-heer eñ dese vromicheit benã menighen man sinen dorst Daer nae quamẽ sij
-tot eenre ryuiere die soe bitter was datter gheen mãnen of beesten of
-drinckẽ en mochtẽ Hier bi proeftmen dat eẽ mensch meer lijdẽ mach dan
-een beeste: Want vã groter noot soe licten sij som kout yser eñ som
-loot: eñ som drõcken si oec vryne eñ olye Ontrent noen quamẽ sij bi eenẽ
-berch daer sy alle dat volck naect sagen Eñ Alexander badt hẽ dat sij hẽ
-goet water wijsen soudẽ. mer doe scuylden sij alle neder: eñ men schoet
-vã ouer dat water nae hẽ: eñ doe decten sij hẽ te meer: Doe beual
-alexander õ dat hẽ des volcx [ver]wõderde twee C. vã sinen luden ouer
-die ryuiere te zwẽmen: mer als sij die helft ouer geuaren warẽ soe
-[ver]betense die water paerdẽ mit groter torment Doe wort Alexander so
-grã dat hi. C vã sinen leytsmãnen inder ryuiere dede werpen: eñ die
-water paddẽ haddense haest gegetẽ Corts hier na võden sij ludẽ die hẽ
-water wiseden. mer als sij totten water quamẽ soe hadden sij alden nacht
-genoech te doen om tegen die leeuwen te vechtẽ eñ tegen tygren eñ beeren
-daer sij hẽ mit pinen doer verweerden
-
-
-
-
- Van den serpenten eñ anderen dieren die alexãder vreesden:
-
- Capittel xlvi
-
-
-Doe Alexander gecomen was tot zuuerẽ water so sloech hi sijn getelde
-viij: milẽ lanc eñ breet Eñ hi dede xv.C: vieren maeken wãt dat ontsien
-bitende dieren zeer Daer quamen doe alte veel scorpioenẽ ende terusten
-die veel quader sijn Daer na quamen menigerhãde serpenten. nv blauwe: nv
-rode. nv blonde nv scire nv witte: nv swarte. nv ander die die huyt
-guldẽ haddẽ Eñ te hãts wast vol gerufts dat dese serpẽten maecten: daer
-na quamen serpentẽ binnen den tenten die cãmen opt hooft haddẽ eñ sij
-hadden som twee hoofdẽ oft drie eñ haer ogen barndẽ als vuer Alexãder
-visyerde dat alles s[~ij] heer hẽ battaelgien soude tegen die serpẽten
-eñ elck soude sijn schilt voor hem houdẽ eñ sprieten eñ speren om die
-serpenten mede te wederstaẽ In dit geuecht verloes alexander xx. ridders
-eñ lx. knechts Daer nae quamen witte leeuwen also groot als ossẽ eñ die
-sloechmen doot mit sprieten Daer nae quamẽ grote eueren eñ pantheren opt
-heer Eñ daer na quamen vleermusen also groot als duuen Daer na quã een
-beest meere dan een olyphãt al swart mit drie hoofden Eñ eermen dit dier
-doden mocht: soe haddet ses en dertich gryekẽ ghedoot eñ liij: ander
-mannen want het verscoerdet al cleyn eñ groot daert op comen cõste Hier
-na quamen opt heer musen die groter waren dan vossen Eñ wat beestẽ dat
-die betẽ die bleuen ter stont doot. mer die ludẽ mochtẽ wel vander beten
-ghenesen Eñ hier om dede alexander sinen leytsmã doden
-
-
-
-
- Hoe Alexander binnẽ Indien waert voer:
-
- Ca: xlvij
-
-
-Alexander quam hier na voor een poorte daer die poorters binnẽ hoorden
-seggen datmen alexãder mit wapenen niet en soude mogen dodẽ Doe
-visierden sij een ander dinc eñ schoten tot sinen volcke waert mit
-fen[~ij]de quattelen daer menich man of sterf Eñ Ptholomeus alexãders
-vrient was oec daer of ghequetst. soe dat alexander een cruyt indẽ drome
-gewijst wort dat alle dat fenijn verdreef Hier na quam hi tot enen
-hoghen berch daer groot volc op geuloden was Eñ men seide dat Hercules
-in dien berch bi wijlen was: mer eẽ grote aertbeuinge dreef hẽ van daer
-Desen berch wan alexander mit groter pijnen: eñ hi voer daer die gulden
-palen stõden die Liberbat[us] eñ Hercules setten: tot een teyken dat sij
-dat lant soe verde wõnen Doe wilde alexander wetẽ of die beelden die
-daer stõden binnen hol waren of vol. Eñ hi vant dat sij vol waren van
-finen goude gemaect Hier nae quã hi mit sijn heer daer hi een sterck
-groote beeste vant mit twee hoofden die getant was op haren rugge als
-een sage: eñ dit beeste beet hẽ twee ridders doot Eñ dit beeste sloechmẽ
-mit hamers doot wãt gheen spriet en mocht hẽ deren Daer nae quamen sij
-op een ryuiere daert heer sat eñ at daer quamẽ veel olyphãten op hẽ
-gelopẽ: Doe beual Alexander den Tessalen dat sij tegen die olyphãten
-trecken soudẽ eñ dat si voor hẽ driuen een cudde swijnẽ. want als die
-olyphãten horen geluyt vãden swijnẽ soe vlyen si Aldus soe sloegen sij
-doot viii C: eñ lxxx olyphãten eñ si sloeghen die tãden wt eñ voerdense
-mit hẽ. want het is precioes yuoer
-
-
-
-
- Vanden wonderen die in Indien sijn
-
- Ca. xlviij
-
-
-Si voeren bet tot Indien waert in eñ quamen daer sij naect volc sagen eñ
-die waren acht voet lãc Die manier vã dit volc was dat sij altijt in die
-ryuiere warẽ eñ sij atẽ raeu visch: mer als sij bet naerder comen soudẽ
-om dit volc te besien soe dokẽ sij alle õder twater Dan daer quamẽ sij
-in een wout daer sij ludẽ vondẽ die hoofdẽ hadden ghelijc hõden Eñ daer
-sloech Alexander getelden eñ s[~ij] volc onstac daer menich vuer Mit
-dien rees een storm soe groot dat alle die tenten auerecht waydẽ. mer
-Alexander badt dẽ volc dat sij hẽ niet [ver]uaren en souden. Eñ hij
-seide hem dat dit die goden niet en daden. maer het was den tijt vanden
-iaer dat doe scheidẽ den herfs eñ den oest ende dẽ winter eñ hi beual dẽ
-volc dat si eten soudẽ. mer daer viel znee op hẽ soe groot als scaepẽ
-vlyesen alsoe datter v.C. mãnen of doot vielen Hier na viel groot hagel
-eñ vier te gader eñ binnẽ drie dagen hier nae en saghen sij die zõne
-niet Alexanders ridders seidẽ dat dit der goden wrake was: om dat een
-sterffelijc man also koen was dat hi varẽ dorst ouer Liberbatus eñ
-Hercules palẽ eñ sij waren gram. Doe quã alexãder ten berge vã Ethiopien
-eñ daer vant hi open Liberbatus hol: Dat was in een berch die al metalen
-of guldẽ scheen mer wye int hol ginc die moest in drie dagen steruẽ Wãt
-als Alexãder in een lant quã soe vraechde hi of daer eenich wõder in dat
-lant was. eñ als mẽ hẽ van enich wõder seide soe wilde hijt immer besien
-Het geuiel dat hi twee oude mãnen vãt doe hi in Indien was. eñ sij seidẽ
-hẽ van twee bomen die dieper int lant stõden Dat een was der zõnen boom
-eñ dander der manen boom eñ sij seiden elck wat hi begeerde te wetẽ Als
-alexander hoorde soe was hij grã eñ meende dat sij dit seiden om hẽ te
-bespottẽ. eñ hi wilde se doden Mer doe sijt hẽ zwoerẽ dattet waer was
-soe nam hijse mit hẽ eñ hi voer derwert Eñ als hi daer int lant quam soe
-vant hi daer alle tuolc gecleet mit hudẽ van pantheren eñ sulcke huden
-leydẽ sij onder eñ bouen daer sij sliepen eñ en hadden onder gheen
-bedden Dat volck en at anders niet dan colen gemaect vã edelen wyerooc
-eñ van balsame wãt dit wasset in dat lant zeer veel
-
-[Afbeelding: Hoe Alexãder quã bijder zõnen eñ manen boom eñ hoe hẽ een
-pape te gemoete quam eñ was getant ghelijck een hont]
-
-
-
-
- Vander zõnen eñ manen boom
-
- Ca: xlix
-
-
-Als alexander biden bome quã soe quam haer pape tegen hẽ wt te voete.
-Ende hi was gecleedt al mit huden. hi stõt ghetant als een hont: eñ sijn
-oren waren doergaet eñ daer hingen gulden ringen an mit preciosen
-steenen Die pape vraechde Alexander wat hi daer dede of wat hi wilde
-Alexander ãtwoorde dat hi syen wilde die heylige bomen vãder zonne eñ
-van die mane Die pape seide Op dat hi eñ sijn gheselscap zuuer ware eñ
-sõderlinge van wijuẽ. soe soude hijse sien eñ horen sprekẽ wat hi
-begeerde te wetẽ Mer hi seide dat der zõnen boom sprac des auõts als die
-zõne onder ginc eñ des morghens als si op soude gaen. eñ der manen boom
-des gelijcx Eñ die bomen stondẽ in een bosch int midden dat al omme
-bemuert was mit een muere Doe sij daer binnen gaen soe hiet die pape hẽ
-allen of doen haer costelicke clederen eñ schoenẽ eñ haer iuwelen Ende
-doe sij binnen gegaen waren so sagen sij schone bomen int middẽ staen eñ
-elck was wel C: voeten hooghe: eñ daer hinc balsame aen die daer of
-dropen eñ was ghelijc kryeken Ende die coninc eñ sijn gesellen raepten
-daer balsame om dat sij soe wel roecken. wãt die coninc leyde mit hẽ
-daer binnẽ wel drie C: van sijnen ridders Eñ om dat dese bomen schoon
-warẽ eñ mit balsame soe wel gheladen: soe meende alexander dattet daer
-veel plach te reghenen. Maer die pape swoer datter nye regen noch vogel
-of beeste en quamẽ Wãt hi seyde hẽ dat die bomen ghewyet warẽ inder
-zõnen eñ in[der] manen eere. eñ dat sij so lanc eñ so schone waren
-gewordẽ van heylicheden Doe wilde Alexander den boom offerhãde doen mer
-die pape verboetet hẽ: eñ hi hiet hẽ eñ sijn luden dat sij den boom
-anbedẽ eñ cussen souden Dese pape eñ die luden vã desen lande pleghen
-wel drie hondert iaer te leuen of meer.
-
-
-
-
- Hoe Alexander sijn eerste antwoorde ontfinc vander zõnen boom
-
- Cap. l:
-
-
-Die pape seide tot alexander Hebt v herte eñ v gepeyns voor v: waer of
-dat ghi weten wilt mer en spreect niet mer peynst mitter herten eñ syet
-opwaert naden boom Ende hi sal v dan antwoorden soe wat ghi begheert te
-weten: want sij spreken gryexe eñ ioetsche tale beyde gader zeer wel Die
-coninck eñ sijn geselscap te samen wachten hẽ van quaden berade eñ sij
-sagen ten bome waert op Alexander peynsde of hi mit gheluc eñ seghe
-weder te lande keren soude Doe antwoorde hẽ der zonnen boom eñ seide
-Alexander ghi sult alle die werelt onder dijn bedwanc doen eñ onuerwõnen
-bliuen vã striden. eñ heere bouen alle die werelt wesen: mer nẽmermeer
-en coemt gi te lãde. Dit seide die boom in ioedtscher tale mit cleynre
-sprakẽ: Mer dit woort misquã alexander harde zeer eñ hẽ was leet dattet
-alsoe veel vã sinen ridders hoorden. eñ sij begonsten te weenen Eñ
-alexander [ver]boetet hẽ allen mit giften eñ mit dreygen dat sijt nyemãt
-en souden seggen dat sij gehoort haddẽ. eñ hi wilde bliuẽ om anderwerf
-ãtwoorde te ontfaen vander manẽ boom Mer die pape seide hẽ dat dit niet
-wesen en soude voor ter middernacht dat die mane rijsen soude Hier om so
-bleef alexander daer. eñ hildt mit hẽ Pernitasse eñ Fylotinen eñ Clytone
-s[~ij] neuen die cortelic wt gryekẽ gecomen warẽ: Wãt die mane seide hẽ
-dat hem nyemãt doot slaen en soude mogen eñ hier õ ontsach hi hẽ te min.
-eñ liet alle die ander ridders wten bosch gaen.
-
-
-
-
- Hoe der manẽ boom Alexander anderwerf ãtwoorde
-
- Ca:li
-
-
-Alexander ghinc inwert totten boom mit sijn drie ridders eñ aenbede dẽ
-boom: eñ hi peynsde eñ begeerde te weten die stat daer hi in steruẽ
-soude Eñ als die mane began te risen soe ãtwoorde hẽ die boom in gryxer
-talen Alexander. uwẽ sterfdach naect zeer: Wãt int naeste iaer ter ix:
-maent sult ghi sterue te Babilonien: eñ het sal v doen een dijn vriendt
-daer ghijs niet op en meent Alexander weende harde zeer eñ sijn drie
-ghesellen die mit hẽ waren Doe wort Alexander in twijfelingen. oft hem
-eenich vã drien doen soude eñ: hẽ berouwede dat hijs niet gevraecht en
-hadde wye dattet hẽ doen soude Eñ aldus ghingen sij wt eten mer
-alexander en mocht niet eten vã droefheden
-
-[Afbeelding: Hoe der zõnen boom Alexander die derde vraghe antwoorde eñ
-seyde:]
-
-
-
-
- Hoe der zonnen boom coninc Alexãder die derde vraghe antwoorde
-
- Cap: liij.
-
-
-Als alexãder gegeten hadde so was hi zeere naerstich om voor den dage te
-comen totter zonnen boom om weder antwoorde te ontfaen vã dat hi
-begeerde Eñ hi ginc ter mueren waert vãden bosche mit die drie die mit
-hẽ waren Eñ doe sij tottẽ pape quamẽ vonden sij hẽ noch slapende eñ
-gedect mit huden bouẽ eñ beneden. want die ludẽ en hebben anders gheẽ
-slaeplakens Eñ bi hẽ lach een harde corste op een tafel vã balsame
-gemaect die hẽ des auõts gebleuẽ was. eñ daer bi lach een mes vã yuorien
-wãt in dat lãt en is gheen yser noch loot mer daer is alte veel gouts.
-noch die luden en hebbẽ daer gheen laken: Eñ die pape stont op eñ ghinc
-mit hẽ binnen: Alexander ginc staen voor der zonnen boom eñ aenbede hẽ
-Ende hi pensde wye hẽ doden soude eñ wat s[~ij]re moeder eñ s[~ij]re
-suster geuallen soude Als die zõne began te rijsen: soe antwoorde hẽ der
-zonnen boom in gryex aldus Alexãder Seydẽ wi v diẽ verrader die v ter
-doot brengen sal. so soutstu hẽ doden. eñ also soudt ghi dat dinc
-verdriuen dat immer gheschien moet Wãt ouer een iaer eñ ix: maendẽ sult
-ghi steruen te Babilonien in die stadt: Maer men en sal di dijn lijf
-niet nemen mit ysere noch mit stale noch mit metael noch mit siluere
-noch mit goude Wãt ghi sult mit fenijn vergeuen wordẽ Olymphias sal eẽ
-iãmerlicke doot steruẽ. eñ men salse onbegrauen latẽ om datse die
-vogelen eñ beesten eten sullen Dijn suster sal lãge in groter eeren
-bliuen: al en salse niet lãge leuen Ghi sult al die werelt onder v hebbẽ
-als een here. Nu gaet henen eñ ruymt onsen bosch eñ en vraghet ons niet
-meer. eñ vaert haestelijc ter poorten van Faciaten waert daer Porrius eñ
-dijn heer v wacht Die pape seide v hantgheslach eñ screyinge [ver]torent
-god zeer eñ dẽ heyligen boom Here coninc ruymt haestelic dat bosch. Veel
-ludẽ twijfelen wye dese antwoorde gaf. want die bomen en spreken niet:
-Sulcke luden segghen dattet een engel gods was Ander seggen dattet die
-duuel was: maer dat en gheloue ic niet Want die duuel en mach alle
-gepensen vandẽ mensche niet wetẽ. eñ hi en mach niet weten wat daer
-geschien sal. eñ al seit die duuel somtijt waer nochtãs veynst hi dicke
-logene Mer om dat stẽme seide al dat waer was soe houde ic nochtans dat
-sij vã gods wegen was.
-
-
-
-
- Van Alexanders [ver]waentheden
-
- Ca. liiij
-
-
-Daer na voer alexander wech: eñ alle s[~ij] volck eñ sij quamen in een
-dal daer veel serpenten in waren die den steen Mirauden dragen in haren
-hals die schone warẽ: eñ dat heer wãner menich: Daer nae quã alexander
-onder wonderlijke beesten die hoofden haddẽ ghelijc leeuwen Ende daer
-mede quamen voghel grijpen die hẽ veel quaets deden ende dat heer
-weerder hem teghens mit speren eñ mit scutten sterckelijc. nochtans
-lieten si daer wel twee C: mannen doot: maer onder cleyn ende groot
-sloegen sij daer wel acht duysent beestẽ doot Hier nae quamen sij op een
-ryuiere ghehieten Ecclinas. eñ dat water is derdalf mijle wijt: eñ an
-elcke syde stont groot lanc riet dat meerder eñ langer was dan eenich
-boom wesen mochte. eñ dat riet lach al vol olyphãten. mer sij en deden
-alexãder noch sijn heer gheẽ quaet Eñ alexander voer mit sinen heer ouer
-dit water mit scepen vã ryet gemaect Eñ doe sij alle ouer waren so
-ontfinghense die wilde luden alle dat heer vriendelic Si vonden daer
-wilde wijuẽ in een water die schoen wit haer hadden eñ schone claere
-hudẽ Dese wiuen plegen dicwijle mannen te vaen eñ [ver]drenckense of
-sloeghense doot of brochtense ter doot mit haer grote luxurie Alexander
-vinc twee van dese wijuẽ die een huyt haddẽ soe wit als znee Van daer
-quamẽ sij opter ryuiere Gãgres die indẽ bybel Fyson hiet. eñ sij coemt
-wten paradyse Dese ryuiere is soe wijt datmen vãden enen oeuer anden
-anderẽ niet ouersien mach Daer nae quamẽ sij daer sy beesten võden die
-voor wten hoofde quamẽ groote hoornen die ghetant waren als een saghe:
-eñ vã dien sloegen sij doot viii M: eñ vier C:
-
-
-
-
- Hoe Alexander der maechdẽ lant wan
-
- Ca: lv.
-
-
-Aldus voer Alexander doer dat wilde Indien eñ hi quã int eylant
-Faciaten. daer hi Porrius vant die alexander daer ontbeyde mit alle sijn
-heer Hier om beual alexãder den heeren die hi alle dat lant vã Persen eñ
-Medẽ beuolen hadde dat sy soudẽ doen maken grote lange colõpnen vã finen
-goude. eñ dat si alle sijn gesten daer in scriuen souden Eñ dat sijse by
-Porrius rade voeren soudẽ in dat hoochste Indien: eñ dat sijse verre
-ouer Liberbatus eñ Hercules palen setten soudẽ. Iae dat sijse oec tien
-voet hoger setten souden dan haer palen warẽ. wãt hi was dieper int lãt
-dan sij warẽ Nochtãs verloes hi daer wel M. eñ L: mãnen Seneca spreect
-van alexanders macht eñ van sinen rijcke aldus Die coninc Alexander was
-soe fyer dat sijn [ver]waentheit ghinc bouen alle mẽschelicheit. wãt doe
-hi die werelt [ver]wonnẽ hadde soe wilde hi oec dẽ hemel [ver]winnen Eñ
-hẽ quã in sijn sinnẽ dat Demetrius geseyt hadde datter veel werelden
-warẽ Daer om seide alexander: Ay mi keytijf dat ic binnẽ minen leuen een
-werelt niet ghewonnen en hebbe dat sal mi lange rouwen Nu liet Alexander
-in Indien een ruwaert eñ hi voer weder te Babilonien. Maer onder weghe
-dede hi tondere der maechden landt: soe dat sy hẽ tribuyt eñ tijnse
-gauen Eñ inden weghe quã hẽ die boetscap d[at] hẽ die boden brochten den
-seghe vã al Europẽ eñ sy gauen hẽ op alle haer lãt: eñ sy brochten hẽ
-grote presenten Eñ haer tribuyt was van der rijcker stat Cartagien eñ
-Spaengen lãt eñ van Cecilien eñ vã Gallien dat menighe mijle verre leyt.
-van Ardennen eñ vã Ytalien Eñ alle desen sijns ontbeyden hẽ in
-Babilonien mit menighe grote presentẽ Doe haeste hẽ alexander zeer
-derwaert om dat hi daer die heerlich[eit] van al[der] werelt õtfaen
-wilde. õ heer daer ouer te wesen Wãt doe hi in Indien soe diep gheuaren
-was so seide dat volc vãden lande gemeẽlic dat hi nẽmermeer steruẽ en
-mochte om dat hi so verre ouer Liberbatus eñ Hercules palen geuarẽ was:
-Hier om en hilt hi daer niet veel of wat hẽ die bomen geseit haddẽ. wãt
-hi gheloefde bet anderẽ Eñ aldus wort hi bedrogen Nu sult ghi horen hoe
-Alexander tot die Bracmannen voer
-
-
-
-
- Hoe Alexander die Bracmãnen bestoet:
-
- Ca. lvi
-
-
-Alexander besocht die wõderen die in Indien warẽ so wilde hi oec der
-Bracmãnen lãnt winnen Doe seyndẽ hẽ die Bracmãnen aldus. danige brieuẽ
-Heere onuerwõnen coninc Wij hebbẽ gehoort vã uwe zeghe eñ eere. eñ hier
-in sijn wij zeer blijde van uwen ghelucke. Weet dat wi gheen dingen en
-hebbẽ daer ghi op õs om oerlogen derft. wãt ons goet is al gemeẽ: eñ wi
-eten alle eenrehande spijse Want schone dierbare clederen daer of laten
-wi ons ghenoegen mit eenre slouen Onse wijuen en blãcketten hẽ niet om
-datse ons te bet ghenoegen souden. want wympel cleder eñ crone dat is
-cyerheit mer gheẽ schoonheid: wãt gheen an[der] schoonheit en is dã ons
-die nature gelaten heuet Wij en hebbẽ anders gheẽ husen dan holen eñ
-haghedochtẽ eñ daer in wonen wi so lãge als wi leuen. eñ daer in laetmen
-ons leggen als wi doot sijn Wij hebbẽ eenen coninc maer dat en is daer õ
-niet dat ons eenighe rechters noot is: maer dat is alleen die edelheit.
-Want waer ouer soudemen rechtẽ daer nyemant en is die misdoet Als
-Alexãder die zeer wijs was dit vernam vã haren leuen so liet hijse vry
-eñ quijt vã alle oerlogen Doe screef hi aldus tot Didimus coninc vãden
-Bracmãnen
-
-
-
-
- Hoe Alexander dẽ Bracmãnen weder screef
-
- Ca. lvij
-
-
-Van uwen zeden hebben wi dicwijls ghehoort dat v leuen niet en is
-ghelijc den leuen dat gemeenlic alle menschen leuen soe dattet ons dunct
-onmoghelic te wesen en dede dat wijt gehoort hebbẽ Hier om coninc
-didimus so biddic v dat ghi tot onser lieften ouer wilt scriuen. oft
-waer is dat wi vã v gehoort hebbẽ eñ maket ons vroet of ghi leeft om
-exempel te geuen vã uwen leuẽ Eñ dit doet ons: op dat als wi also v
-leuen horen: dat wi ons daer in kerẽ mogen oft ons alsoe geuallen
-mochte: Want leeringhe is een vry dinck eñ wijsheit en scaet niet
-alsmense tottẽ gemeenen profijt gebruyct Ghelijc dattet een barnẽde
-kaerse niet en scaet al ontsteectmen daer veel ander kaersen aen daer
-ander luden by syen. want haer licht en wort des niet te minre
-
-
-
-
- Een antwoorde vã Didimus tot Alexander
-
- Capit: lviij.
-
-
-Didimus die coninc vãdẽ Bracmãnen antwoorde tot alexander aldus Heer
-coninc ghi versmaet onse bodẽ die wi tot v sendẽ als onwaerdige luden
-daer ghi nochtãs sulke nie maren vã ons gehoort hebt. Maer nv sal ic v
-van onsen zedẽ die waerheit segghen Die bracmãnen leuen een simpel leuẽ.
-eñ minnen alle suuerheit eñ haten alle onreynicheit Si en begeren anders
-gheen dinc dã die nature [ver]leent Onse lijftocht is simpel eñ onsẽ
-cost en is niet groot Want wi en begeren gheen lecker morseelẽ: mer wi
-eten onse spijse onderlinge alsoe die aerde draecht sõder grauẽ eñ
-ackerẽ Want wi en eten gheen dinc dat leeft. eñ hier om en wort onder õs
-nyemant zieck noch en quelet: Wy hebbẽ oec een zede dat nyemãt den
-anderẽ en helpet: want wi sijn altijts alle effen rijck. Hier om soe
-leuen wij sonder haet eñ nijt. eñ wi hebben alle effen grote armoede En
-aldus soe sijn wi alle effen rijck vã goede Wi en hebben onder ons gheen
-wet: wãt onder ons en is nyemãt die misdoet Wi en weten oeck niet vã
-arbeyde daermen an winnen mach. want die gyericheit is al quaet Ende soe
-wye datter mede beuãgen wort in sijn herte: sij brenct hem ter armoedẽ
-eñ scanden wãt die gyericheit en heeft gheen scande noch eynde. eñ soe
-die gyericheit meer crighet hoe sij meer begeert te hebben Wi en begeren
-gheen dinc dan dat wi steruen moeten sõder pijn Wij slapen sonder
-sorghe: eñ wi en eyschen vã nyemant dienst cleyne noch groot Wi sijn
-alle vry. sõder dat allene ons vleysch onderdaen is onser redene Eñ wi
-houden ouer felheyt dat wi ons gebueren dwingen souden om ons onderdaen
-te wesen die die moeder der nature ons ghelijc gemaect heeft. eñ die
-vader vã hemelrijc tot sijn rijcke geroepen heeft. daermen ewelick in
-leeft mit blijscappẽ Wij leuen gemackelic in onse holen wãt nyemant en
-derf ons daer in storen. Eñ wi en dragen oec gheen costelicke clederẽ:
-wãt wi decken ons al mit papelẽ alsoet tamelic is Wij en willen gheen
-vrouwẽ om oncuysheit mede te doen. mer om dat wi begeren kinderen daer
-aen te winnen Onder õs so en sterft nyemãt voor sinen vader eñ mitten
-doden en maken wij gheen feeste wãt het is mit ons alleens mitten
-minsten eñ mitten meestẽ: Maer uwe zede is dat ghi groot goet leght an
-den doden eñ ghi en laet der aerden niet hebben dat haer is: mer ghi
-ouerdect uwe dooden mit siluere eñ goude eñ ontneemt der aerden aldus
-dat haer toebehoort. In ons lãt en valt gheen plaghe want wi en
-ontsuuerẽ die lucht niet mit quaetheden daer die plagen om plegẽ te
-geschien Die wint eñ dat weder is in onsen lãden ghenoechlick nadẽ tijt
-vanden iare Wij en houdẽ anders gheen medicijn dã dat wi etẽ soberlic
-zuuere spijse: wãt vasten doet wel genesen eñ hout ons gesont Wij en
-plegen gheẽ spel. danssen noch roeyen noch tornoyẽ noch spel van dieren
-te maken: eñ wi en varen nergent om sulck spel te ansien. want die
-werelt eñ dẽ hemel geuen õs genoech schoonheden te ansien Wãt wi sien dẽ
-hemel dat hi schone eñ claer is. eñ allesins wel gecyert is mitten
-sterren en planeten. Oeck syen wi in die zee die gedaente vã purpure eñ
-oec van die visschen in menighen manieren daer in spelen ende springhen
-Dan syen wi voort hoe die zee die aerde allesins omme helset heeft:
-recht oft haer suster waer Wij hebben oec groote genoechte te syen op
-die groote weyden die al om ende om mit schoon groene bloemen staen die
-soe wel eñ soete ruken voor die ogen eñ voor den sin eñ daer hebbẽ wi
-veel genoechten in Wi hebben oec grote ghenoechte aen te sien die wilde
-bosschen eñ die groene bomen daer die vogelen soe schoon eñ soet op
-singhen Dit sijn die rijcheden der naturen eñ haer schoonhedẽ eñ weelden
-Wij en varen nimmermeer te lande noch ter zee om comenscappe te doen:
-wãt die rijcheden vã vremden landẽ en sullẽ nimmermeer onsen sin
-verwinnen Eñ wi en begeren niet meer vã aertschen goeden dan dat wi in
-armoeden leuẽ mogen blijdelic eñ sonder sorghe Wij en leren oec niet
-schone spreken wãt daer leyt loosheit in: eñ men becleet die logen mit
-schoonre talen also schone datter menich man mede bedrogen wort Wãt men
-ontschuldicht daer mede de misdadighen eñ men [ver]duystert daer mede
-dat recht Dã prijsen die ghene diet horen dẽ taelman eñ seggẽ dat hi
-wijs is: mer dit is een onsalich prijs die die cõsciencie besmettet Maer
-onder ons en doetmen dit nimmermeer. want wi hebben een zeer simpele
-sprake die altijts wel eñ waersprekende wesen moet Ende wi en willen tot
-gheenre scholen gaen: anders niet dan daermen leert dat sekerste eñ dat
-beste. wãt wi en leren anders niet eeren dã dat ouerste goet. Eñ ghi
-leert te vogelen eñ te doen dat genoechlic is uwẽ vleische Wij en
-offeren gode gheen beesten. noch en maken hẽ gheen grote costelicke
-tẽpelen eñ outaren als ghi doet Eñ v luden dunct datter gheen arm ludẽ
-en sijn die uwes goets te doen hebben Dat is groote misdaet want god
-wilt gheeert wesen om sijn grootheit mit suueren dienst sonder bloet te
-storten eñ te offerẽ Wãt alsmen hẽ bidt mit suueren woorden soe doet hi
-dẽ menschen genade Want god is selue dat woort daer alle dingen bi
-gemaect sijn eñ alle dingen behoet hout eñ voet Dat woort minnẽ wi. wãt
-dat heeft ons nv gegeuen onsẽ geest eñ ons leuen. Mer om dat god selue
-is gheest eñ leuen soe en machmen niet wel gewinnen sijn vrientscap mit
-desen aertschen goede: mer men wint sijn vrientscap mit suuerẽ leuen eñ
-datmen hẽ altijt dancke eñ loue Hier om segghen wi dat ghi onsalich
-volck bent. want ghi en [ver]staet niet dat v beghin is vandẽ hemel. eñ
-dat ghi maechscap hebt mit gode die alle dinc gescepen heeft Mer mit
-dorperlike dinghen besmet ghi uwe edelheit altemael om dat ghi die
-genoechte uwes vleysches volget na sijnre begeerten: ende dat ghi
-vercoren hebt eñ minnet alle dingen die comen vãder aerden: ende die
-minne daer of ontsuuert die lucht: dat water ende die aerde Noch doet
-ghi veel meer quaets want ghi sijt gode al of gegaen eñ ghi aenbedet
-dode luden recht of sij goden waren want sij sijn moortdadighe luden eñ
-vyanden die v tot alle scanden brengen
-
-
-
-
- Hoe dat Alexander Didimus antwoorde
-
- Ca.lix
-
-
-Alexander antwoorde Didimus der Bracmãnen coninc aldus Sijn v dingen
-also als ghi seght: soe schijnt dat die Bracmãnen alleen leuen sonder
-sõden op dese werelt na dat v ghescrifte luydet Want ghi en gebruyct
-niet tot eenigen tijt die weeldicheit die die natuere ghegeuen heeft
-allen mẽschen eñ leuen naden auenturẽ ghemeen Aldus schijnt dat ghi
-luden alleene goden sijt oft ghi en acht op gode niet wãt ghi ontseght
-hẽ dat hi v geuen wil: eñ dit dunc mi bet sotheit wesẽ dan leuẽ na
-wijsheit
-
-
-
-
- Hoe Didimus Alexãder antwoorde
-
- Ca.lx
-
-
-Didimus antwoorde hier op aldus Alexander Wij en sijn niet vryelinghen
-van deser werelt: mer wi sijn hier al gasten want wi en bliuen hier niet
-geduerich: eñ wij liden doer dese werelt als een pelgrim die tot sinen
-lande waert vaert so ontcõmert van alle dingen eñ so licht dat õs die
-sondẽ niet en beswaren. noch gulsicheit noch ãder quaetheit voor gode
-diemẽ gheenẽ mãtel makẽ en mach Mer wij haesten ons onsen wech
-ouerlijdende tot gode waert mit zuuere cõsciencien eñ mit een aensicht
-dat hẽ niet scamen en derf. Eñ wi en willẽ gheen godẽ wesen noch gode
-achterdeel doen Mer ghi mint tot uwer onsalicheit gode mit cleynre
-giften: Wij en sijn niet sculdich te verteren noch te begeren al dat wi
-syen. wãt dat en ware gheen besetheit noch eere Eñ god heeft meenich
-dinc opter werelt ghemaect om dattet die werelt niet oerbaerlic en ware.
-noch sonder hẽ niet en soude mogen staen Mer god heeft dẽ mensche
-gegeuen die nutscap vanden dingen die hi ghemaect heeft tot haren vryen
-wille die hi hem vry gelaten heeft: Eñ so wye hem dan mit vryen wille
-hout an dat quaetste eñ laet dat beste. die en vaert bi gode niet. mer
-hi verdient gods vyantscap daer mede
-
-
-
-
- Hoe Alexander weder ãtwoorde
-
- Ca:lxi
-
-
-Alexander screef hẽ weder: eñ seide Ic en prijse voor gheen salicheit
-dat ghi v lant soe vry hiet. wãt het is bet een karcker dã lant om dat
-ghi nergents en gaet noch en vaert in anderen lãden. Eñ oec õ dat nyemãt
-op v en acht. Dit dunct ons een crancke salicheit: wãt ghi en sayet noch
-en plãt bomen noch en maeket huysẽ noch zalẽ. eñ dit dunct ons alle
-katyuicheit Aldus en gheeft õs gheẽ wõder dat gi leeft als beesten: mer
-datmẽ reyn leeft in weelden dat is een eerlic dinc Dat ghi mit vrouwẽ
-niet veel en sijt wye salt v mogen prisen Wãt uwe wijuẽ sijn onbequaem:
-het waer scãde dat se menich mã begeerde Mer wi gebruykẽ alle dat die
-aerde draecht mit vryen wille in ons te wachtẽ van sõden eñ ontscult te
-hebbẽ Aldus soe nam die tale een eynde tusschen alexander eñ die
-Bracmãnen Maer Alexander seide hier int eynde dat hi wel waer die alsoe
-dede Mer nochtans bleef Didimus voor eñ int achterste int beste Want
-sijn geloue schijnt alleheel der kerstenẽ gheloue ghelijc te wesen. daer
-hi seyt God is dat woort eñ biden woorde wordẽ alle dingen geschepen eñ
-onthouden
-
-
-
-
- Hoe Alexander te Babilonien quam tot s[~ij]re doot waert.
-
- Cap.lxij.
-
-
-Als alexander bi Babilonien quã soe hiet hẽ een waersegger dat hi inder
-stat niet en ghinge: wãt sijn leuen lach daer an Hier õ liet alexander
-die stat staen eñ hi voer ouer in een stat gehietẽ Bursia daer doe
-nyemãt in en woende Een vã alexanders vriendẽ die Amoxarcus hiet die
-seide hẽ datmen gheen waerseggers gelouen en soude want sij plegen veel
-te lieghen Om dese woorden soe voer alexander te Babilonien binnen Doe
-seide Corbanes die waerseggher Gheen argher dinc en is aenden mẽsche dã
-dat een mẽsche plõper is om te doẽ s[~ij]s selfs oerbaer dan eens anders
-Als Alexander binnẽ die stat quam soe settemen hẽ een crone op s[~ij]
-hooft gemaect vã yuore eñ goude Eñ Porrius leyde hẽ an die een syde eñ
-Dari[us] broeder an die ander syde. Eñ als hi te rechte geseten was so
-quã groot volc voor hẽ eñ clageden hẽ ouer sijn rechters. eñ si vraechdẽ
-hem oft sinen wille was datmẽse soe iãmerlic tonder dede Als alexander
-dit hoorde soe dede hij alle sijn rechters doden voor die boden ogen. eñ
-hier na nam hi Hoaxanes Darius dochter te wijue: Eñ hij hiet dẽ Gryeken
-dat sij nemen souden vãden schoonsten eñ edelste maechden die hẽ best
-behaechden vãden ghenen die si wt alle lãden gebrocht hadden Hier na
-vergaderde hi alle dat ridderscap eñ goedese rijckelick eñ hi gaf hẽ
-groot goet alsoet elck begheerde: Eñ die oude ridders liet hi vry vã
-oerloghen. mer in haer stede sette hi iõgelingen Eñ die iõghelingen
-seidẽ daer zeer teghen: eñ sij baden hẽ dat hijse oec verlaten wilde:
-mer hi seide hẽ dat hijse om gheenrehõde bede verlatẽ en soude Die boden
-die hẽ geseynt warẽ wt alle landen eñ die hẽ die heerscappie vã alle
-landẽ op gauen: quamen tot hẽ mit ontallike presenten vã costeliken
-gulden iuwelen van gesteenten eñ van zyden wercke. als van wapenen van
-cronen eñ vã paerden Eñ dese ontfinc hi alle vriendelic eñ hi gaf hẽ
-schone presenten weder om Hier en binnen seynde hẽ Olymphias sijn moeder
-brieuen die spraken dat hi hem wachtẽ soude van Antipater dien verrader.
-want sy hadde anxt dat hi hẽ verradẽ soude. Als Alexander dese brieuen
-gelesen hadde soe ontboet hi sõder beyden Antipater dat hijs nergents õ
-laten en soude hi en quaem tot hẽ in Babilonien inder stat Hier om wort
-Antipater tornich inden weghe doe hi te Babilonien waert quã eñ hi dede
-maken een fenijn dat inder werelt gheen stercker wesen en mochte
-
-
-
-
- Van Alexanders feest eñ zijn vermeten
-
- Ca. lxiij
-
-
-Eer Antipater quã so voer alexander binnen eñ butẽ soe hi wilde eñ hi
-was wel te vreden Mer hẽ ontstarf Ensistien die hi bouen alle sijn
-princen zeer beminnede: want het was een die schoonste iongelinc diemen
-in al die werelt vandt Eñ Alexander weende lãge daer om eñ hi dede hẽ
-een costelic graf maken daer hi veel scats an leyde. wãt het coste hẽ te
-maken xij.M: talenten gouts. Oeck dede alexander gebieden datmẽ desen
-iongelinc anbedẽ soude als een god eñ daer voor houdẽ Als dese iongelinc
-begrauen was soe keerde Alexander weder in Babilonien eñ daer lach hi
-stille eñ hildt grote feeste. eñ daer ontfinc hi nacht eñ dach die
-slotelen eñ die presentẽ die hẽ quamen wt alle lãden Mer om dat die vã
-Romen hẽ nv gheen present en sendẽ soe swoer hi dat hi Romen destrueren
-soude Eñ om dat hi alle die werelt tonder hadde soe wilde hi voorder
-oerloghen dan een mensche toe behoort. eñ hi seyde sinen ludẽ dat sij
-sinen raet doen wilden hi soude hẽ doen weten eñ hebbẽ die heymelicheit
-der naturen Eñ hi dede noch meer scepẽ maken eñ hi voer in die diepe
-doncker zee om der naturẽ cracht te dwingen Des balch haer die nature eñ
-die vier elementẽ mede die altijt mit hem geweest hadde. want die nature
-was haer vrouwe Doe voer die natuere ter hellen om hulpe te soecken dat
-sy Alexander ter doot brengen mochte. eñ sy vãt daer hulpe eñ raet want
-alexander wort wter zee te lãde ghesteken eñ quam weder in Babilonien
-Antipater was doe oec gecomen in Babiloniẽ: eñ hi hadde drie zonẽ Die
-eerste hiet Casander. die ander Philippus eñ die derde Yollas Dese warẽ
-bij Alexander onthoudẽ om dat die een altijt den dranc proefde eer
-datten alexander dranc: eñ als hijen dã geproeft had soe ontfinc
-alexan[der] dẽ nap eñ dranc selue Nu had Antipater doen maken so sterckẽ
-fenijn. dat hi wel seker was hads alexander yet int lijf dat hi steruẽ
-moeste Want dit fenijn was also sterck datmen niet houden en mochte in
-vaten van siluer of van goude noch vã yser of vã metael noch in gheẽ
-vat: sõder in een hoeue van een paert Antipater was oeck soe seker dat
-alexander daer of steruẽ soude dat hi seide tot Casãder sinẽ zone dat hi
-dat rijck vã Macedoniẽ behoudẽ soude
-
-[Afbeelding]
-
-
-
-
- Hoe Alexander vergeuen wort
-
- Ca. lxiiij
-
-
-Thessales die node alexander eñ sijn gheselscap mit hẽ ten eten in die
-stat eñ daer maecte hi hẽ feeste bouen alle feesten eñ hi gaf daer die
-meeste eñ die costelicste gerechten diemen vinden mochte Eñ Yollas eñ
-Philippus sijn broeder schencten voordẽ coninc: eñ sij waren wel
-voersien hoe si alexander souden vergeuen. wãt haer vader hadt hẽ geseyt
-Doe sy sagen dat Alexander genoech ghedrõcken hadde. soe schencte die
-een eñ die ander proefde dẽ dranc daer noch gheen fenijn in en was mer
-daer nae deden sy fonteyn water inden wijn daer dat fenijn in gemenget
-was Eñ doe gaf men dẽ coninc den nappe eñ hi dranc: mer int middel van
-sinen toghe soe ontfinc hi binnen eenen anxtelickẽ steke daer hi zeer of
-veruaert wort Wãt het ghinc hem in sijn lijf oft hi mit een knyf
-gesteken had geweest: eñ Alexander riep mit groot misbaer Eñ sijn
-vriendẽ meenden dat hijt wt drõckenscap dede eñ sij bleuen in dat meenẽ:
-maer het was een quade moort. Doe badt alexander datmen hẽ wech droeghe
-eñ daermen hem wech droech. so was hi half doot Want hi wort vã binnen
-also gepinicht dat hi dicwijl een swaert eyschte om hẽ seluen doot te
-steken eñ om sijn pine te corten Want sijn vrienden die ontrent hem
-stonden eñ haer handen aen hem deden om hem te helpen soe docht hẽ dat
-sij hẽ zeere deden als of sij hẽ ghewont haddẽ: want corts te voren daer
-hi lach en sliep hadde hẽ dit al wel ghedroemt. Opten vierden dach sach
-hi wel dat hi steruẽ moeste: Eñ hi seide Nv ken ic mijn geual wãt al
-mijn geslachte dat vã Achilles gecomen is dat is al gestoruẽ ontrent
-sijn xxx. iaren mit groten euelen Sijn ridders seidẽ dat hi verraden
-was. eñ sij riepen alte iãmerlicke lude Aylaes wye heuet ons mit soe
-grotẽ moort beroeft vã onsen coninc Eñ die dit geselscap ghescoert heeft
-die sal menigen mã sijn leuen benemen: wãt des ghelijcx en wort nye
-ghesien of geuonden
-
-
-
-
- Van Alexanders doot
-
- Ca. lxv.
-
-
-Alexander dede hem dragen in een hoghe stat daer hẽ al sijn volck mochte
-syen liggen in groter pijnẽ Eñ hi lietse alle tot hẽ comen eñ hi beual
-datmen nyemant [ver]bieden en soude die daer comẽ wilde. Eñ daer quam
-tot hem menich stout riddere die zeer screyden eñ groot misbaer maecten
-Hier nae badt Alexander sijn vrienden. als hi doot ware datmen hẽ mit
-duerbaren specien eñ balsamen begrauen soude Eñ datmẽ hẽ voeren soude
-nergens dã in Lybia in Amõs sijns vrients schonen tempel daer hi
-gecroent staet Doe vraechdẽ hem sijne vriendẽ om dat sij sagen dat hi
-soe cranc was: wye hi wilde dat nae hem sijn crone draghen soude vã
-sijnen rijcke Hi seide die beste Maer hi en noemde nyemãt. noch Hercules
-sinẽ zone noch sinen broeder: noch oec dat kint dat Roexanes droech die
-doe swaer ghinc bi hẽ mit kinde Want alexander dachtet ouer dat hi die
-soe groten heer was van enighen mã soe groten rijcken heer makẽ soude hi
-en waert waerdich want hi hads onwaert sulck goet te laten enighen man
-dies niet waerdich en waere. Ten sesten daghe ontuiel hẽ sijn sprake eñ
-doe nam hi sijn vingerlinc eñ stact een vãden iongelingen an sijn hant
-Doe meendẽ veel herẽ die daer waren dat alexander wilde dat hi coninck
-nae hẽ wesen soude Scolastica historia seit dat alexãders suster hẽ
-fenijn gaf: om dat sy hoepte eenen grotẽ heer te crigen eñ vrouwe te
-wesen vã alle sijn rijck Eñ alsoe haest als hi dat fenijn int lijf hadde
-dat hi doe sijn sprake verloes Eñ om dat hi wilde dat nẽmermeer also
-groten heere nae hẽ wesen en soude in aertrike als hi doen was. soe
-screef hi sinen laetsten wille eñ deelde sijn rijck in twalef deelen
-ende hi gaft twalef vã sinen gesellen die mit hẽ opgeuoet warẽ. eñ dien
-gaf hi elck een deel van sinen rijcke: Maer die vier verdreuen alle die
-andere eñ bleuen daer heeren of.
-
-
-
-
- Van Alexanders vromicheit
-
- Ca: lxvi
-
-
-Inder maent Iulius diemẽ hoymaẽt hiet mit ons soe sterf dese grote
-Alexander doe hij in sijn xxxiij. iaer was Hi was die meeste van moede
-eñ vã herten die nye in die werelt quã Hi was oec die machtichste mã die
-nye in die werelt regneerde Hi verloste altijt sijn rid[der]s wt harẽ
-noot dat sij mit sinen troeste soe stout waren dat hẽ dochte al haddẽ
-sij alle naect gheweest. hẽ en hadde niet mogen deren als sij hẽ sagen
-Hẽ en geuiel oec nye dat hi enigen man bestont hi en verwan hẽ. noch nye
-en bestont hi borch noch stat hoe vaste dat sy warẽ: hi en wanse of
-hadse tot sinen wille Nye en quam oec volck tegen hẽ te stride hi en
-[ver]wanse Mer int eynde wort hi selue verwõnen, maer niet mit geuechte
-mer mit verraderie vã sinẽ dienres die alsoe deerlic vergauen mit fenijn
-Men leest dat hi enen steen hadde soe wye die steen droech dat hem gheen
-fenijn deren en mochte Mer daer hi aldus [ver]raden was so was hẽ des
-nachts dẽ steen benomen om dat dẽ moort voldaen soude wordẽ eñ verholen
-bliuẽ Mer alst fenijn in die aderen getogen was alsoe dattet die natuere
-niet en conde gelosen soe wort hẽ sinen steen weder gegeuen al heymelic
-Eñ aldus verghinc die auenture mit hẽ Als die mare te Babilonien quam
-dat Alexander gestoruẽ was in die bloeme sijnre ioecht eñ int meeste van
-sijnre cracht so wort die stat zeer droeuich Maer die luden die hij
-verwonnen hadde en wouden dat niet gelouen dat hi doot soude wesen: want
-sij meenden dat hi nimmermeer en soude mogen steruen Sonderlinghe om dat
-si ghesien hadden dat hi in groter auenturen dicwijls verlost worde
-vander doot Maer doen sij wel die waerheit wisten dat hi sekere doot was
-soe beweenden sij hem harde zeere Als Roaxanes Darius dochter Alexanders
-wijf vernam dat Alexander haer heere doot was. soe hadde sy daer of soe
-groten rouwe. dat sy daer nae nye en at Maer Alexanders magen wt gryeken
-en hadden gheenen rouwe om hẽ niet meer dan oft haer vyant geweest
-hadde: Roaxanes Darius dochter alexanders wijf dede haer gespelinnen
-doden om dat sy haer an laghen ende rieden dat sy eenen anderen man
-nemen soude:
-
-
-
-
- Van Alexanders begrauinghe:
-
- Cap lxvij
-
-
-Men maecte in Babilonien groot geclach eñ hant gheslach van rouwen Maer
-ick segghe ouer waer dat die dode menschẽ gheen vrienden en hebben. want
-datmen daerwaert dient dat is al om ghewin. want anden doden en leyt
-nyemant eñ elck doets hẽ eerst of also hi eerst mach Die na Alexander
-bleuẽ die bedreuen haer dinc alsoe dat al gemeenlic rijck bleuen Maer
-daer was ghestrijt een wile om s[~ij] sepulture Die vã Gryeken wilden hẽ
-ter stont veruoeren tot haren lande waert Mer si droeghen ouer een
-datmen Iupiter vraghen soude waermen hẽ grauen soude Iupiter ãtwoorde
-datmen alexander grauen soude in Alexandrien in die groote stadt die hi
-seluer dede maken in Egipten Dit seide doe Iupiter. eñ men dede daer een
-schoon costelic graf maken Ende Ptholomeus die nae hem coninc bleef dede
-hẽ daer zeer rijckelick begrauen. alsoet alsulcken heere ende coninck
-wel betamelic was: In Alexanders tijden en vantmen ghenen alsoe wijsen
-coninc als hi was. hadde hi hẽ konnen wachten van veel wijns te
-drincken: eñ hadde dese grote heere hẽ konnen houden also gemaetich in
-sijn manieren in sijnre groter rijcheyt als hi dede doe hi arm was.
-Inder noot en konste hem nyemant bet beuroeden dan hi. maer in sijnre
-weelden was hi zeer sot: want hi wilde god gehieten wesen Eñ altijts
-hadde hi tot sinen raede seuen wijse mannen: want dat beual hem die
-groote philosophe Aristoteles sijn lieue meester Maer als hẽ yet swaers
-aen quam soe nam hi elcken van desen wijsen mannen alleen eñ hi seide
-hem sijn dingen eñ ghebreck altemael: eñ dan soe vraechde hi hem sijnen
-raet. Ende aldus onthieldt hi wel wat hem elcke man riet. eñ ten
-laetsten nam hi eñ schiep hi wt alle desen den besten raet in hẽ seluen
-alsoe hi best conste ghemercken Ende dan auentuerde hi den raet Aldus
-soe wort al niet sijn dinghen die alsoe sterck soe rijck so machtich
-was. want hi moeste steruen. Eñ hi bleef doot soe voor gheseit is God
-verleene ons na onsen doot dat eewighe leuẽ eñ die grote blijscappe
-sonder eynde: Amen:
-
- * * * * *
-
-Hier eyndt dat regiment eñ dat leuen van den groten eñ moghenden coninc
-Alexander die een heere was van alle die werelt
-
-Gheprendt eñ voleyndt te Delf in Hollandt Int iaer ons heren. M:CCCC. eñ
-xci: op den vijfsten dach van December
-
- * * * * *
-
- Delf In Hollandt
-
-[Afbeelding]
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Hier beghint die hystorie Vanden
-grooten Coninck Alexander, by Anonymous
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HIER BEGHINT DIE HYSTORIE ***
-
-***** This file should be named 63994-0.txt or 63994-0.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/6/3/9/9/63994/
-
-Produced by Jeroen van Luin, André Engels, Clog and the
-Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
-(Koninklijke Bibliotheek, The Hague)
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
diff --git a/old/63994-0.zip b/old/63994-0.zip
deleted file mode 100644
index ae5f88a..0000000
--- a/old/63994-0.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63994-h.zip b/old/63994-h.zip
deleted file mode 100644
index 64345aa..0000000
--- a/old/63994-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63994-h/63994-h.htm b/old/63994-h/63994-h.htm
deleted file mode 100644
index 1667b41..0000000
--- a/old/63994-h/63994-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,4238 +0,0 @@
-<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN"
- "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd">
-<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl" lang="nl">
- <head>
- <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=UTF-8" />
- <title>The Project Gutenberg eBook of Die hystorie Vanden grooten Coninck Alexander, by Anonymous</title>
- <link rel="coverpage" href="images/cover.jpg" />
- <style type="text/css">
- body { margin-left: 8%; margin-right: 8%; }
- h1 { text-align: center; font-weight: normal; font-size: 1.4em; }
- h2 { text-align: center; font-weight: normal; font-size: 1.2em; }
- p { text-indent: 0; margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em; text-align: justify; }
- ul.ul_1 {padding-left: 0; margin-left: 2.78%; margin-top: .5em;
- margin-bottom: .5em; list-style-type: disc; }
- .chapter { clear: both; page-break-before: always;}
- .figcenter { clear: both; max-width: 100%; margin: 2em auto; text-align: center; }
- div.figcenter p { text-align: center; text-indent: 0; }
- .figcenter img { max-width: 100%; height: auto; }
- .id001 { width:60%; }
- @media handheld { .id001 { margin-left:0%; width:100%; }}
- .ic002 { width:100%; }
- .ig001 { width:100%; }
- .table0 { margin: auto; margin-top: 2em; margin-left: 0%; margin-right: 0%;
- width: 100%; }
- .table1 { margin: auto; margin-left: 38%; margin-right: 39%; width: 23%; }
- .nf-center { text-align: center; }
- .nf-center-c1 { text-align: left; margin: 1em 0; }
- p.drop-capa0_0_0_7 { text-indent: -0.0em; }
- p.drop-capa0_0_0_7:first-letter { float: left; margin: 0.100em 0.100em 0em 0em;
- font-size: 250%; line-height: 0.7em; text-indent: 0; }
- @media handheld {
- p.drop-capa0_0_0_7 { text-indent: 0; }
- p.drop-capa0_0_0_7:first-letter { float: none; margin: 0; font-size: 100%; }
- }
- .c000 { margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em; }
- .c001 { page-break-before: always; margin-top: 4em; }
- .c002 { page-break-before:auto; margin-top: 1em; }
- .c003 { vertical-align: top; text-align: right; padding-right: 1em; }
- .c004 { vertical-align: top; text-align: left; }
- .c005 { page-break-before:auto; margin-top: 4em; }
- .c006 { margin-top: 2em; margin-bottom: 0.5em; }
- .c007 { margin-top: 2em; }
- .c008 { vertical-align: top; text-align: left; padding-right: 1em; }
- .c009 { border: none; border-bottom: thin solid; margin-top: 0.8em;
- margin-bottom: 0.8em; margin-left: 35%; margin-right: 35%; width: 30%; }
- .c010 { font-size: 140%; }
- li { margin-bottom:1em; }
- .transnote { background-color: #E6E6FA; color: black; font-size:smaller;
- padding:0.5em; margin-bottom:2em; font-family:sans-serif, serif; }
- body { max-width: 40em; margin: auto; }
- </style>
- </head>
- <body>
-
-
-<pre>
-
-The Project Gutenberg EBook of Hier beghint die hystorie Vanden grooten
-Coninck Alexander, by Anonymous
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: Hier beghint die hystorie Vanden grooten Coninck Alexander
-
-Author: Anonymous
-
-Release Date: December 9, 2020 [EBook #63994]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: UTF-8
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HIER BEGHINT DIE HYSTORIE ***
-
-
-
-
-Produced by Jeroen van Luin, André Engels, Clog and the
-Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
-(Koninklijke Bibliotheek, The Hague)
-
-
-
-
-
-
-</pre>
-
-
-<div class="transnote">
-<p class='c000'>Noten bij de transcriptie:</p>
-
- <ul class='ul_1'>
- <li>Dit 15e eeuwse boek is geschreven in een gotische drukletter. In dit lettertype komen
- lettertekens en diacrieten voor die in het hedendaagse alfabet niet voorkomen. Deze
- lettertekens en diacrieten zijn in de onderstaande tekst uitgeschreven tussen blokhaken,
- bijvoorbeeld "[ver]dreef" en "m[~ij]e". Het tilde-teken boven klinkers is zeer vaak
- gebruikt in plaats van de letter "n" of "m". Bijvoorbeeld "Alexãder" staat voor
- "Alexander" en "vindẽ" voor "vinden". Het tilde-teken in "eñ" is een afkorting voor
- "ende".
-
- </li>
- <li>Qua spelling en (afwezigheid van) leestekens is zoveel mogelijk de oorspronkelijke
- tekst aangehouden. Wel zijn woorden die gesplitst waren over twee regels (met of zonder
- koppelteken) weer samengevoegd tot één woord. De in die tijd gebruikelijke wisselingen
- tussen "i" en "j", en tussen "u", "v" en "n" zijn gehandhaafd.
- </li>
- <li>Getallen in deze tekst zijn in het Romeinse talstelsel. Bij grote getallen worden de
- getallen vaak fonetisch Romeins geschreven. Bijvoorbeeld het getal 70.700
- ("zeventig-duizend en zeven-honderd") wordt geschreven als "lxx: m: eñ vij: C:"
-
- </li>
- <li>In de hoofdstuknummering kwamen meerdere druk- en zetfouten voor, bijvoorbeeld twee
- keer opeenvolgend hoofdstuk "viij", maar geen hoofdstuk "vij". Daar waar het juiste
- hoofdstuknummer eenvoudig af te leiden was, zijn deze nummers aangepast. Het dubbel
- gebruik van hoofdstuknummer "xi" komt in meerdere drukken van dit boek voor.
-
- </li>
- <li>In het boek was geen inhoudsopgave aanwezig. Deze is bij het maken van de
- transcriptie toegevoegd tot gemak van de lezer.
- </li>
- </ul>
-
-</div>
-
-<div>
- <h1 class='c001'>Hier beghint die hystorie Vanden grooten Coninck Alexander</h1>
-</div>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 class='c002'>Inhoudsopgave</h2>
-</div>
-
-<table class='table0' summary=''>
-<colgroup>
-<col width='16%' />
-<col width='83%' />
-</colgroup>
- <tr>
- <td class='c003'>i</td>
- <td class='c004'><a href='#i'>Dat eerste cap</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>ij</td>
- <td class='c004'><a href='#ij'>Hoe Neptanabus Alexander wan</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>iij</td>
- <td class='c004'><a href='#iij'>Hoe hẽ Neptanabus [ver]schiep in een draeck</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>iiij</td>
- <td class='c004'><a href='#iiij'>Hoe dat die grooten Alexander gheboren wort</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>v</td>
- <td class='c004'><a href='#v'>Hoe Alexander Neptanabus dode</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>vi</td>
- <td class='c004'><a href='#vi'>Hoe Alexander Pucifael bereedt</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>vij</td>
- <td class='c004'><a href='#vij'>Hoe Alexander den prijs te Pysen wan</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>viij</td>
- <td class='c004'><a href='#viij'>Vanden wijsen ende waerachtighen man Socrathes</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>ix</td>
- <td class='c004'><a href='#ix'>Hoe Philippus Macedonien wan</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>x</td>
- <td class='c004'><a href='#x'>Hoe dat Alexander Darius dẽ tyns ontseide</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xi</td>
- <td class='c004'><a href='#xi'>Hoe Philippus sijn doot wraecte</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xi</td>
- <td class='c004'><a href='#xi2'>Hoe Alexander sijn rijck ontfinc</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xij</td>
- <td class='c004'><a href='#xij'>Hoe Alexander sijn heer vergaderde</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xiij</td>
- <td class='c004'><a href='#xiij'>Hoe Alexander Cyrien eñ Tyren beleyde. eñ hoe dat hijse te samen verwan</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xiiij</td>
- <td class='c004'><a href='#xiiij'>Hoe Darius Alexander brieuen screef</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xv</td>
- <td class='c004'><a href='#xv'>Hoe Alexãder Darius weder screef</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xvi</td>
- <td class='c004'><a href='#xvi'>Hoe Darius tegen Alexander street</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xvij</td>
- <td class='c004'><a href='#xvij'>Hoe Alexander Thebeen destrueerde</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xviij</td>
- <td class='c004'><a href='#xviij'>Hoe Alexander Darius sochte</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xix</td>
- <td class='c004'><a href='#xix'>Hoe Alexander Darius scat verwerf</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xx</td>
- <td class='c004'><a href='#xx'>Van Alexander opten berch Gariesim</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxi</td>
- <td class='c004'><a href='#xxi'>Hoe Alexander tot Iadus dẽ groten pape van Iherusalem om succoers sende</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxij</td>
- <td class='c004'><a href='#xxij'>Hoe Alexander ons heren naem aenbede</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxiij</td>
- <td class='c004'><a href='#xxiij'>Hoe Alexander voer tot Amons tempel</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxiiij</td>
- <td class='c004'><a href='#xxiiij'>Hoe hem Darius eñ Alexãder ouer screuẽ</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxv</td>
- <td class='c004'><a href='#xxv'>Hoe Alexander mit Darius at</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxvi</td>
- <td class='c004'><a href='#xxvi'>Hoe Darius eñ alexander te samen stredẽ</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxvij</td>
- <td class='c004'><a href='#xxvij'>Hoe Darius an Alexander õ genade screef</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxviij</td>
- <td class='c004'><a href='#xxviij'>Hoe Darius vã sinen luden geslegen wort</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxix</td>
- <td class='c004'><a href='#xxix'>Dit waren Darius woorden voor sijnre doot eer dat hi sterf</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxx</td>
- <td class='c004'><a href='#xxx'>Van coninc Darius graue</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxxi</td>
- <td class='c004'><a href='#xxxi'>Van Philo Anaxigenes eñ vã Epicurus</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxxij</td>
- <td class='c004'><a href='#xxxij'>Hoe Alexander sijn zeden verwandelde</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxxiij</td>
- <td class='c004'><a href='#xxxiij'>Hoe Alexander die x. gheslachten vã israhel besloet.</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxxiiij</td>
- <td class='c004'><a href='#xxxiiij'>Vander poorten vã Caspien</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxxv</td>
- <td class='c004'><a href='#xxxv'>Die wrake vã coninc Darius doot</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxxvi</td>
- <td class='c004'><a href='#xxxvi'>Hoe Alexander Clit[us] doot sloech</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxxvij</td>
- <td class='c004'><a href='#xxxvij'>Hoe Alexander Calistines doode</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxxviij</td>
- <td class='c004'><a href='#xxxviij'>Hoe Alexander in Indien voer</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xxxix</td>
- <td class='c004'><a href='#xxxix'>Hoe Alexander in Indien eenen zone wan</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xl</td>
- <td class='c004'><a href='#xl'>Hoe Alexander Porrius eyschte te campe</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xli</td>
- <td class='c004'><a href='#xli'>Van Porrius rijcheyt eñ macht</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xlij</td>
- <td class='c004'><a href='#xlij'>Hoe dat Alexander in een stat spranc</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xliij</td>
- <td class='c004'><a href='#xliij'>Hoe Alexander die dõcker zee bestont</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xliiij</td>
- <td class='c004'><a href='#xliiij'>Van Candax der coninginnen</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xlv</td>
- <td class='c004'><a href='#xlv'>Hoe Alexander doer die roetsche villede</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xlvi</td>
- <td class='c004'><a href='#xlvi'>Van den serpenten eñ anderen dieren die alexãder vreesden</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xlvij</td>
- <td class='c004'><a href='#xlvij'>Hoe Alexander binnẽ Indien waert voer</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xlviij</td>
- <td class='c004'><a href='#xlviij'>Vanden wonderen die in Indien sijn</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>xlix</td>
- <td class='c004'><a href='#xlix'>Vander zõnen eñ manen boom</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>l</td>
- <td class='c004'><a href='#l'>Hoe Alexander sijn eerste antwoorde ontfinc vander zõnen boom</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>li</td>
- <td class='c004'><a href='#li'>Hoe der manẽ boom Alexander anderwerf ãtwoorde</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>liij</td>
- <td class='c004'><a href='#liij'>Hoe der zonnen boom coninc Alexãder die derde vraghe antwoorde</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>liiij</td>
- <td class='c004'><a href='#liiij'>Van Alexanders [ver]waentheden</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>lv</td>
- <td class='c004'><a href='#lv'>Hoe Alexander der maechdẽ lant wan</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>lvi</td>
- <td class='c004'><a href='#lvi'>Hoe Alexander die Bracmãnen bestoet</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>lvij</td>
- <td class='c004'><a href='#lvij'>Hoe Alexander dẽ Bracmãnen weder screef</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>lviij</td>
- <td class='c004'><a href='#lviij'>Een antwoorde vã Didimus tot Alexander</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>lix</td>
- <td class='c004'><a href='#lix'>Hoe dat Alexander Didimus antwoorde</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>lx</td>
- <td class='c004'><a href='#lx'>Hoe Didimus Alexãder antwoorde</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>lxi</td>
- <td class='c004'><a href='#lxi'>Hoe Alexander weder ãtwoorde</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>lxij</td>
- <td class='c004'><a href='#lxij'>Hoe Alexander te Babilonien quam tot s[~ij]re doot waert</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>lxiij</td>
- <td class='c004'><a href='#lxiij'>Van Alexanders feest eñ zijn vermeten</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>lxiiij</td>
- <td class='c004'><a href='#lxiiij'>Hoe Alexander vergeuen wort</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>lxv</td>
- <td class='c004'><a href='#lxv'>Van Alexanders doot</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>lxvi</td>
- <td class='c004'><a href='#lxvi'>Van Alexanders vromicheit</a></td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c003'>lxvij</td>
- <td class='c004'><a href='#lxvij'>Van Alexanders begrauinghe</a></td>
- </tr>
-</table>
-
-<div class='figcenter id001'>
-<img src='images/ill_002.jpg' alt='' class='ig001' />
-</div>
-
-<p class='c000'>Hier beghint die Hystorie dat leuen ende
-dat regiment des alre grootsten eñ machtichsten
-conincx Alexander Die heere ende prince
-was van alle die werelt</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='i' class='c005'>Dat eerste cap:</h2>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Tot deser tijt dat Othus Artaxarses
-zone regneerde in. Persen
-eñ in Meden: eñ hi in sijn tiende
-iaer was van sijnen rijcke,
-Eñ int laetste iaer dat Philippus
-regneerde in, Macedonien
-Eñ int laetste iaer dat Neptanabus crone ghedraghen
-hadde in Egipten Soe ghenas Olymphias
-van Alexander. alsoe men vindẽ mach
-in sinen gesten Maer veel lieden segghen dat
-die coninc Philippus Olymphias man Alexander
-an haer niet en wan: maer een ander mã
-wan hẽ aen haer Want die coninc Othus vã
-Persen doe hi Egipten wan soe [ver]dreef hi Neptanabus
-dẽ coninc vanden lande in deser manieren
-als wi scriuen sullẽ Wãt Neptanabus
-die coninc vã Egipten hildt sijn lant mit touerien
-eñ niet mit stridẽ Wãt als hi plach te vernemen
-datter eenich coninc of heer op hẽ quã
-om tegen hem ende in sijn lant te oerloghen:
-Soe ghinc hi alleen in een camere: eñ daer dede
-hi mit groter toueryen ende nigromancien
-dat alle sijne vyanden scepen versoncken mit ten
-volcke in die zee ende verdroncken: Ende
-doe hi vernam dat die coninc Othus op hẽ quã
-mit een groot heer so loech Neptanabus daer om:
-want hi meende hẽ te doden als hi die ander
-ghedaen hadde Maer hi verstont vanden
-god daer hi sijn touerye mede doen wilde soe
-hi plach dat hi verwõnen soude bliuen eñ geuangen
-worden, ten ware dat hi haestelic wt
-den lande vloghe Doe dede hi sijn haer eñ sijnen
-baert of scheren: eñ hi nã sijn beste iuweelen
-mit hem eñ vloech te Macedonien waert:
-Eñ daer wort hi vermaert voor een groot astronomijn.
-eñ Olymphias Philippus vrouwe
-ontboet hẽ om raet an hẽ te nemen van saken
-die sy begheerde. want haer man die coninck
-Philippus was doe wten lande:</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='ij' class='c005'>Hoe Neptanabus Alexander wan</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. ij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als Neptanabus tot deser vrouwen quã
-eñ hi sach dat sy zeer schoone was Soe
-wort hi haer zeer beminnende: eñ hi gaf
-haer te verstaen dat sy eenen zone dragen soude
-die alsoe machtich wesen soude: Al waert
-dat Philippus haer mã haer verdriuen wilde
-haer zone soudese wel te rechte houden. Eñ hi
-seide haer dat sy dien zone aen eenen god winnen
-soude. Hier om wort sy zeer bescaemt eñ
-veruaert: eñ sy vraechde hẽ Wat god salt sijn
-Neptanabus antwoorde haer: segghende Het
-sal wesen Ammon die god vã Libra Hier om
-bereyde di tamelic eñ eerlick datstu waerdich
-moechste wesen alsulkẽ god te ontfaen. eñ du
-sulste gaen tot deser stat daer sal hi tot v comẽ
-inder gedaente van eenen drake In deser manieren
-so bedroech dese touenaer Olymphias
-eñ hi quam seluer tot haer in eens draken ghedaente.
-want hi conste hẽ seluen wel verscheppen
-Dus lach hi bi haer eñ wan aen haer den
-stoutẽ Alexander Des nachts dede hi dit Philippus
-dẽ coninc Olymphias mã in een droom
-te voren comen daer hi lach voor een stat Eñ
-Philippus die coninc ontboet een droom beduder
-die zeer wijs was. eñ seide hẽ: Mi docht d[at]
-ic in een droom sach datter een schoen god mit
-grauwen hare die twee clare ramshoren hadde
-bi m[~ij]re vrouwen Olymphias lach en sliep
-Eñ doe hi sinen wille mit haer gedaen hadde:
-soe dochte mi dat hi seyde Wijf ghi hebt vã mi
-ontfanghen eenen zone een wreeker Die meester
-antwoorde daer op Dijn vrouwe heeft eenen
-zone ontfangen in haer lichaem van een
-god Eñ om dat ghi docht dat hi graeu gehaeret
-was eñ ghehorent als een ram: dat beduydet
-dat sy dat kint ontfanghen heeft van Ammon
-den god van Libra, Hier om wort die coninc
-Philippus harde gram eñ hi liet sijn oerloghen
-staen eñ hi keerde haestelic te Macedonien
-waert Olymphias was doe zeer versaeghet
-ende sy onthaelde den coninc bloedelijck
-Eñ hi seide. Wijf ic weet wel hoet mit v [ver]gaẽ
-is: want dat kint datstu drages en hebstu van
-ghenen mã ontfãgen mer vã een god. Aldus
-troeste hi die vrouwe die in vresen was mit behendichedẽ.
-mer sijn hert was hẽ zeer tõvreden</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='iij' class='c005'>Hoe hẽ Neptanabus [ver]schiep in een draeck</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Cap. iij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hier nae [ver]stont Neptanabus dat Philippus
-die coninc Olymphias s[~ij]re vrouwẽ
-te harder was Eñ tot eenre feesten daer dẽ coninc
-sat eñ at mit sijn volc so dede hi dit wonder
-Eñ om dat die coninc tegen s[~ij]re vrouwẽ
-fel ghelaet toende. so versciep hẽ Neptanabus
-in eenẽ draeck eñ hi quã midden inder feesten.
-Doe wordẽ alle die ghene die daer waren zeer
-veruaert. want hi was in sinen ganc zeer schone
-om te aensiene Eñ hi wort soe vreeselic wispelende
-datter alle die zale of beefde: eñ sij waren
-alle in grooten anxte. sonder Olymphias
-Philippus wijf Wãt die draeck boet haer sijn
-hant eñ hi was bereyt te doen wat sy wilde.
-eñ hi leyde sijn hooft in haren schoot eñ custe
-haer Hier nae wort vanden draeke een aern.
-eñ hi vloech wten huyse Doe wort die coninc
-blijde eñ seyde Ick was sot dat ic mi balch op
-mijn vrouwe. want nv sye ick wel dat dit een
-god was. maer niet wel en weet ic oft Ammõ
-was om dat hi in eenen draecke openbaerde.
-ofte oec Iupiter om dat hi naemaels een aern
-wort Doe antwoorde hem sijn vrouwe Olymphias
-eñ sy seide dattet die god Ammon was.
-Op eenre tijt hier nae soe quam een henne daer
-die coninc Philippus sat eñ sy leyde een ey
-in sinen schoot eñ doe voer sy wech Ende dit
-ey viel van sinen schoot aen stucken: ende doe
-quam daer een cleyn draecxken wt. eñ hi liep
-al daer omme. recht of hi gherne weder in die
-eyscale geweest hadde: Eñ doe die drake daer
-immer in wesen wilde soe viel hi doot op die
-aerde Doe seyde hem een wijs man Di sal eẽ
-zone gheboren worden die heere wesen sal bouen
-alle die werelt: maer als hi die werelt gewonnen
-sal hebbẽ eñ hi tot sinen lande sal keren
-willen soe sal hi steruen Dit beduydet dit
-wonder van desen eye. eñ oeck mede van desen
-draecke:</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='iiij' class='c005'>Hoe dat die grooten Alexander gheboren wort:</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capittel iiij:</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Tot deser tijt ginc Olymphias swaer vã
-kinde Eñ Neptanabus was altijt bi haer doe
-sy in arbeyde lach vãdẽ kinde: eñ hi was onledich
-mit s[~ij]re touerien õ dat hi haer seggẽ soude
-die geluckichste vre dat sy dat kint barẽ soude:
-Eñ soe haest als Olymphias gelegen was
-vãden kinde soe stormdet eñ donrede eñ blixẽdet
-zeer: eñ oec in veel steden beefde die aerde
-Eñ opt huys daer die coninginne dat kint gebaerde
-vochten alle die nacht twee aernen die
-een tegen den anderen. tot dat die een dẽ anderen
-Eñ hier bi wort beduydet dat hi winnen
-soude Asyen eñ Europẽ Philippus die coninc
-hiet desen zone Alexander. want hi hadde te voren
-eenẽ anderen gehadt die oec alsoe hiet Dit
-kint was blijde van aensichte eñ een deel ghehaert
-eñ dat haer was gelublont als leeuwẽ haer:
-Hi hadde schone blijde oghen. maer sijn
-luchtere oghe was graeu eñ sijn rechter oghe
-was bruyn Aldusdanich was dat kint eñ dat
-maecsel van Alexander Sijn vriendinne hiet
-Alatrine eñ sy was een edel schone ioncfrouwe
-Sijn touenaer hiet Alitus Eñ Polonitus
-leerde hẽ letteren Olymphias leerde hẽ singen
-Anaxigenes leerde hẽ die rethorike Menedas
-leerde hẽ geometrie Arestotiles philosophie.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='v' class='c005'>Hoe Alexander Neptanabus dode</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca: v</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als Alexander xij: iaer out was soe wilde
-hi rijden mit sijnen vader: want hi minde
-doe zeer die wapen Eñ doe begonste hi wapen
-te dragen: eñ hi voer dicke int heer: eñ daer
-hildt hi hẽ soe vromelic oft hi langhe ridderscap
-geplogen hadde. Eñ hi bat Neptanabus
-dat hi hem wilde leeren in die sterren te syen:
-eñ hi dedet gherne also dat hi [ver]standel daer in
-wort Eñ Neptanabus leyde alexander op enẽ
-nacht op enen hoghen berch daer een diep dal
-onder lach. ende daer seyde Neptanabus veel
-wonders dat hi inder sterren sach Doe vraechde
-hem Alexãder of hi daer inne wel sach wat
-dinghen datter geschien souden Neptanabus
-antwoorde hẽ Iae ic Doe nam hem Alexander
-eñ stacken vanden berghe dat hi viel eñ brack
-sinen hals Doe seide Alexander Waer om en
-voorsaecht ghi niet dat v dit ongeual geuallẽ
-soude Licht v nv opwaert eñ besyet die sterrẽ
-Neptanabus antwoorde hẽ eñ seide Nyemant
-en mach ontulyen dat hẽ die goden gheset hebben
-te geschien. want ouer langhen tijt heb ic
-geweten eñ nv weet ic bet dat mi mijn kint doden
-soude: Doe vraechde Alexander oft hi dan
-sijn vader was Neptanabus seide hẽ Iae ic eñ
-hi belijede hoe hi sijn moeder bedrogen hadde
-eñ hi seide hẽ al wat hi haer te verstaen hadde
-gegheuen. eñ nae desen woorden eynde hi sijn
-leuẽ Doe nam hẽ Alexander op sinen hals wt
-vaderlicker minnen eñ hi droech hẽ in die zale
-eñ dede hem eerlick begrauen Eñ als hijt sijnre
-moeder vertelde so hadde sy des groot wõder
-dat sy alsoe bedroghen was: eñ sy seide haren
-zone alle dat gheene dat haer geboert eñ
-gheschiet was Ende sy seyde hem alle dingen
-alsoe die gheuallen waren.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='vi' class='c005'>Hoe Alexander Pucifael bereedt.</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. vi</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Philippus die coninck van Macedonien
-seynde in Delfos tot Appollijn den afgod
-een groot present om hem te vragen: wye
-nae hẽ regneren soude in sijn conincrike. Doe
-antwoorde die afgod Appollijn Die so vroem
-is dat hi Pucifael beriden mach: die sal coninc
-wesen vã dinen conincrijke eñ oec van al die
-werelt Dit Pucifael was een wreet wildt ors
-als een lybaert eñ het was zeer groot snel eñ
-goet. maer het hadde menighen man ghedoot
-want het en liet nyemant op hem sitten Desẽ
-ors hildt Philippus beslotẽ in een stal Op een
-tijt ghinc Alexãder voerby den stal. eñ hi hoorde
-dat ors neyen zeer vreeselick Doe vraechde
-hi Ist een lybaert of een paert dat ic daer hore
-neyen Ptholomeus die mit hẽ ghinc seide hem
-Het is dat ors Pucifael dat alle die luden verbijt
-Doe dede Alexander den stal ontsluten: eñ
-alsoe haest als dat ors buten quã soe spranc hi
-daer op eñ reedtet waer dat hi woude: sonder
-enich bant of breydel Dat nochtans menigen
-mensche wonder gaf. want Alexander noch
-niet en was dan een kint van vijftien iaren:
-Doe liep daer een sargant tot Philipp[us] eñ hij
-dochte dat Appollijn dit voorseyt hadde Ende
-die coninc quã haestelic tot sinen zone zeer blijde
-eñ vroylick. eñ hi gruetede hem als een heere
-van alle die werelt.</p>
-
-<div class='figcenter id001'>
-<img src='images/ill_011.jpg' alt='' class='ig001' />
-<div class='ic002'>
-<p>Hoe Alexander doe hij vijftien iaer out was hoorde dat te Pysen een steeckspul beroepen was Ende hoe Alexander daer den prijs wan.</p>
-</div>
-</div>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='vij' class='c005'>Hoe Alexander den prijs te Pysen wan:</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Cap:vij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als Alexander die ionghelinc
-in sijn vijftiende iaer ghinc soe [ver]nam
-hi dat te Pysen een spul van wapenen
-beroepen was Eñ hi badt sinen vader
-dat hi hem tot dien spele varen liet Eñ sijn vader
-dede hem daer toe ghereyden paerden eñ
-ander dingen die daer toe behoerden: eñ hi liet
-hẽ eerlic derwaert varen Doe ginc Alexãder te
-scepe eñ hi quã cortelic te Pysen geseylt Als hi
-gelandt was, beual hi sinẽ knecht die paerden
-eñ ginc selue die stat besyen Daer hi dus ghinc
-soe ontmoette hẽ een coninc gehieten Nicola[us]
-vã Acernae daer hi mede ter scolẽ gegaen had
-mer die coninc onthaelde hẽ onwerdelick Doe
-antwoorde hẽ Alexãder Bijder trouwen die ic
-sculdich ben minen vader eñ m[~ij]re moeder Ic
-sal di morgen moede vechtens maken. Want
-kijuen is een bloode mans aert: mer een stout
-man becortet mittẽ swaerde Eñ dit geuiel also
-want Alexander verwan den coninc Nicola[us]
-inden tornoy. eñ oec so proefde hi hẽ wel in allen
-anderen saken eñ tgheuiel alsoe dat hij dẽ
-prijs eñ die crone vanden spele wan Eñ also
-keerde hi weder om te lande. ende hi vant dat
-sijn vader sijnre moeder verstoten hadde: eñ
-hi wilde een ander wijf nemen die Cleopatra
-genaemt was: Ende het geboerde dat Alexander
-opten seluen dach daer quam datmen die
-bruyloft hildt. eñ hi brocht die crone vandẽ prise
-eñ presenteerdese sinen vader ende hi seyde
-Neemt heer vader die eerste crone van minen
-ridderscap. Ende hi settese hem op sijn hooft.
-Seggende Vader om minen wille sult ghi dese
-bruyloft laten. ende mijnre moeder weder nemen
-Daer nae ghinc hi sitten teghen sinen
-vader ouer. eñ daer was een groot heere die
-des onwaerdt hadde eñ hi hildt sinen spot mit
-alexander. Doe seide hẽ Alexander: dat hi sijn
-spotten laeten soude. oft het soude hẽ rouwen
-daer quaem of wat dat mochte Maer die here
-en wildet niet laten Doe nã hi een croes van
-der tafelen eñ hi sloech hem daer mede op sijn
-hooft also stijue dat hi mitten slage doot bleef
-Hier om wort Philippus die coninc vã Macedonien
-soe gram op sinen zone Alexander dat
-hi op stõt om hẽ te slaen. eñ doe quetsede Alexander
-den coninc Philips diemen hildt voor sinen
-vader in sijn been. ende hi iaechde alle die
-ghene die teghen hẽ waren wten palayse mit
-sinen swaerde Eñ als Philippus alexanders
-vader genesen was soe versoende hi tegen s[~ij]
-zone: eñ hi haelde Olymphias alexãders moeder
-weder om:</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='viij' class='c005'>Vanden wijsen ende waerachtighen man Socrathes.</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capittel viij:</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Tot desen tijden was die wijse Socrathes
-vermaert. eñ hi was soe waerachtich in
-sinen woorden. soe wat dat hi seide. datmens
-al geloefde sonder eedt Op eenre tijt hadde hi
-te Athenen ghenoech gedroncken: eñ hi ghinc
-doen voor menigen iongelinc ligghen mitten
-hoofde inder schoonster ioncfrouwen schoot
-die binnen alle die stadt ghemeen sat om ghelt
-Ende doe wedden die ionghelingen tegen dat
-ghemeen wijf dat sy nv noch nimmermeer en
-soude moghen doen wat sy oec daer toe dede.
-dat hi haers pleghen soude moghen Eñ doen
-dede dat wijf mit hem al dat sy woude: maer
-niet en woude hi bi haer ligghen. Doe seyden
-die ionghelingen Wij hebbent ghewonnẽ. Sy
-antwoorde daer op Ic waende gewedt te hebben
-eñ pandt gheset te hebben van enen man
-die vleysch eñ beenen ghehadt hadde. maer hi
-dunct mi bet een steen te wesen dan een meusche
-Dese Socrathes plach te seggen Ic hebbe
-dicwijls ghesproken datter mi afterdeel of gecomen
-is: maer van zwygen en quam mi nye
-scade noch scande daer ic afterdeel in hadde</p>
-
-<div class='figcenter id001'>
-<img src='images/ill_015_025.jpg' alt='' class='ig001' />
-<div class='ic002'>
-<p>Hoe dat Macedonien teghen den coninc Philippus op steken woude Ende hoe Philippus Macedonien wan:</p>
-</div>
-</div>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='ix' class='c005'>Hoe Philippus Macedonien wan</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. ix</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Tot deser tijt quam Philippus dẽ coninc
-nyeumare dat Macedonien teghens
-hem op steken wilde Doe vergaderde
-hi een groot heer eñ hi beleyde die stede Ende
-hem wort van opter muren sijn rechter oghe
-wt ghescoten Maer nochtãs en liet hi sijn oerlogen
-daer om niet. want waer datmen street
-eñ stormde daer was hij oeck mitten anderen
-Eñ al wortet aldus wt gescoten nochtã was
-hi der stat niet te felre Wãt doe die vã binnen
-an hẽ genade sochtẽ: soe dede hi al dat sij hẽ baden
-eñ hi was hẽ zeer goedertieren indẽ pays
-te makẽ In deser tijt warẽ oec in gryekẽ veel
-vaster stedẽ die wel beuest eñ bemuert waren.
-eñ elck wilde die stercste wesen: eñ sij droegen
-ouer een die een den anderẽ bij te staen in haere
-noot eñ dat hildẽ sij wel Desen steden lach
-hi aen mit behendicheden die een na die ander
-soe dat hijse al onder hẽ brochte. eñ al dat lant
-van Gryeken mede:</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='x' class='c005'>Hoe dat Alexander Darius dẽ tyns ontseide</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capittel x:</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als Othus die coninc vã Persen xxvi iaer
-gheregneert hadde soe sterf hi. eñ sijn zone
-Erges die oec arsamus hiet regneerde nae
-hẽ vier iaer Eñ als hi sterf so regneerde Dari[us]
-sijn zone in Persen eñ in Meden Maer Alexãder
-Philippus zone wan hẽ den strijt vromelic
-of Tot dien tijdẽ staken die vã Macedoniẽ tegen
-Philippus harẽ coninc Doe sende Philippus
-sinẽ zone alexan[der] mit een groot heer om
-die stat te winnen Alexander beleyde die stat
-eñ hadse cortelic tot sinen wille Eñ als hi weder
-õ gecomen was eñ sinen vader die tijdinge
-brocht dat hi die stat gewõnen hadde Soe sach
-hi in die zale staen vremde luden wt verren lãde:
-want hi kendese aen die vreemde clederen
-Hi vraechde hẽluden van waen dat sij warẽ,
-eñ wat sij begeerden Sij seiden hẽ dat sij waren
-boden des conincx Darius vã Persen: eñ
-sy quamen daer van sinen weghen om te ontfãgen
-den tyns eñ dẽ tribuyt vanden lãde eñ
-vanden water datter doer loept Alexander [ver]wonderde
-hẽ zeer van desen eysch eñ zedẽ Eñ
-hi seide tot een vã desen boden aldus Hoe is
-dit vercopẽ vã Persen aldus. en heeft god niet
-den luden die elementen ghegeuen eñ gedeylt
-dat sijse ghebruyken sullẽ tot hare nootdrufte
-int ghemeen Segghet Darius dat hi dese castumen
-of legghe: eer ic daer om vergramt worde:
-Of seght hẽ en wil hijs niet doen. dat hem
-Alexander alsoe nae comen sal dat hi des grã
-wordẽ sal Daer om vaert haestelic wech. ende
-seght uwen here dat hẽ hier cleyn noch groot
-geboeren en sal Hier en binnen stac daer een
-ander stat op tegen dẽ coninc Philippus. eñ hi
-gaf alexander een groot heer om die stat mede
-te bestriden Als Alexander wech was so quã
-daer een groot heere genaemt Pansames die
-zeer fyer van hẽ seluen was. eñ hi wort alexanders
-moeder zeer beminnẽde Doe dese Pansames
-bodẽ van minnen an Olymphias sende
-Soe ontboet sy hẽ weder. dat sy hẽ gherne te
-mãne nemen soude: waer die coninc Philippus haer man doot ware</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xi' class='c005'>Hoe Philippus sijn doot wraecte</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capit xi:</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Pansames hadde gewacht dat alexander
-in oerlogen lach mit een groot heer Wãt alexander
-wort op die tijt also zeer [ver]maert vã vromicheden
-datmen hẽ zeer ontsach: Dese Pansames
-quã mit groter macht op Philippus dẽ
-coninc ter wijlen dat Alexander wech was eñ
-hi wilde Philippus ter doot brengen, eñ hi nã
-Olymphias die coninghinne mit crafte Maer
-die auẽture geuiel also dat alexãder thuis quã
-varen ter wijlen dattet gheuechte was. eñ hi
-vinc dien Pansames. Als alexander vernam
-dat sijn vader noch leefde soe brocht hi Pãsames
-voor hẽ. eñ hi gaf hẽ een bloot swaert in
-sijn hant eñ hi hiet hẽ dat hi hẽ seluen wreken
-soude ouer sinen vyãt Eñ Philippus stac Pãsames
-doer sijn gemacht dat hi doot bleef Eñ
-doe Philippus cranc begonst te wordẽ so seide
-hi Mi en is niet leet dat ic steruẽ sal: wãt hi is
-doot die mi geslegen heeft: Mer Alexander lieue
-zone ic peynse om die woordẽ die mi v moeder
-seide als sy v droech Ic heb begheert eenen
-wreker. eñ mit desen woordẽ so sterf hi Die coninc
-Philippus conste veel vã wapenen ende
-vã ridderscap eñ hi was een cloec orlochs mã
-eñ hi was altijt wel versyen vã wapenen eñ
-van scatte om te wederstaẽ al wes hi te doen
-hadde Hi was altijt op sijn hoede eñ nimmer
-meer en was hi moede rouens. als nv was hi
-ontfermhertich eñ als nv loos Eñ ten dochte
-hẽ gheen misdaet al haette hi enen man altijt
-noch hoe hi hẽ verwinnẽ mochte wast heymelic
-of mit logenẽ Hi was goedertierẽ eñ moordadich
-eñ hi beloefde meer dan hi dede: hi was
-vrient daert hẽ vromen mochte: maer anders
-en mocht nyemãt aen hem comen. Hi toende
-vrientscap dẽ gheenen die hi haette: eñ die vriẽden
-waren maecte hi tonvriende Eñ hi conste
-hẽ wel an beyde syden vriendelic gelaten. om
-vordeel daer an te verweruẽ. hi was oec zeer
-scalc in s[~ij]re talen Valerius scrijft oec vã Philippus
-dat hẽ eens ontboden was dat alexãder
-sijn zone vrientscap beiaghen wilde an enighe
-ludẽ mit gelde Doe screef hi an hem O Alexander
-lieue zone Waer hebt ghi gheleert dat ghi
-vriendẽ mit gelde copen wilt daer gheen trouwe
-in wesen en mach: Want die vrienden die
-men mit gelde coept alsmen hem niet meer en
-gheeft so is die vrientscap al gedaen Hi scrijft
-oeck hoe Appollijn Philippus ontboet een teyken
-s[~ij]re doot aldus: want hi hiet hẽ wachten
-vanden waghen Hier om brac die coninc Philippus
-alle die waghenen van sinen lande eñ
-hi dede karren daer voor makẽ Mer Apollijn
-die meende dat die waghen die in Pansames
-swaert gescreuen stõt een teyken daer Philippus
-mede [ver]slagen was Philippus die coninck
-van Macedonien badt sinen zone Alexãder d[at]
-hi mit schone woordẽ die ghemeente te vriende
-soude houden. eñ dat hijse vriendelick toe spreken
-soude als hijse gemoette. eñ oec dat hi die
-ridders vrientscap soude bewijsen als hijse gemoette
-eñ dat hijse mit hẽ ten eten soude leydẽ
-Orosius scrijft dat Philippus die coninck des
-daechs te vorẽ eer hi gheslegen was gevraecht
-wort. wat doot dat hi alre liefst te steruen had
-Hi antwoorde Ic prijse datmen enen grotẽ here
-nae veel zegen eñ eeren die hi gewõnen heuet:
-datmen hẽ sonder vreese oft verradenisse
-verslae als hi sittet in payse eñ in groter eren
-eñ dat hi dan sterue sonder euel of ziecheit Eñ
-dit selue geschiede hem: eñ die goden en mochtent
-niet beletten. al hadde hi haer luttel eren
-gedaen Wãt al hadde hi haren tempel eñ haer
-outaer beroeft. nochtãs en mochten sijt niet beletten
-hi en sterf alsoe hi begeerde Hi plach oec
-haer beelden te breken an stuckẽ om die giericheyt
-vãden goude daer sij of gemaect warẽ</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xi2' class='c005'>Hoe Alexander sijn rijck ontfinc</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca:ix</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als die coninc Philippus doot was. so õtfinc
-alexander sijn zone altemael sijn rijcke
-Maer Alexander was quaeder eñ vromer
-dan sijn vader was Sinte Augustin[us] bescrijft
-dat Alexander eñ sijn vader altijt naerstelick
-stonden om die zeghe te winnen Mer alexan[der]
-auentuerde hẽ seluen opẽbaerlick om die zeghe
-te crigen sõder verradenis: eñ Philips die vader
-gaf hẽ node in die auenture. mer al slupende
-eñ mit verradenis plach hi meer s[~ij] vyandẽ
-te verwinnẽ Hier om was hi die wijste diemẽ
-vandt: mer alexander sijn zone was meerder
-vã moede Philippus als hi toornich was. so
-bedecte hi dat als een wijs man. maer alexander
-en micte daer niet op. wãt als hi grã was
-soe en wasser gheen maete noch redene inne:
-Beyde drõcken sij gherne wijn eñ dicke warẽ
-sij droncken Maer haer drõckenscap was twederhaude:
-wãt als Philippus drõcken was so
-en achte hi niet hoe verre eñ onueruaerliken
-dat hi liep onder sijn vyandẽ. Mer als alexander
-drõcken was soe moestent sijn vriendẽ ontgelden
-Alexander wilde ontsyen wesen. mer
-sijn vader wilde gemint wesen: Philips was
-vol sorgen eñ wel sprekende. eñ alexander en
-brack nyemande trouwe Philips was ghenadich
-eñ zeer goedertieren op die gheene die hi
-verwan: mer alexander was des veel te stouter
-eñ te ouerdadigher Doe Philippus gestoruen
-was soe dede hẽ alexander eerlick ter aerden
-doen. ghelijck alst hem betaemde nae sijn
-coninclike werdicheit Doe dede alexãder cleyn
-eñ groot al ontliuen die hulp raet of daet tot
-Philippus s[~ij]s vaders doot gegeuen haddẽ: sõder
-alexãder sinen broeder Ende dat was om
-dat hi hẽ gruetede ouer coninc dat eerste dat hi
-hem ghemoete Hi dede doden Mercenarus s[~ij]
-broeder van sijns vaders weghen. om dat hi
-seide dat hẽ dat rijcke mit rechte toebehoorde</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xij' class='c005'>Hoe Alexander sijn heer vergaderde</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. xij:</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Nee Philippus des conincx
-doot wort Alexander gecroent coninck
-in Corinthen dat is die hooftstadt in Gryeken
-Eñ doe vergaderde hi alle sijn heer eñ hi
-wan Athenen eñ Thebeen Op eenen nacht
-als Alexander op sijn bedde lach eñ hi peynsde
-hoe hi Asyen winnen mochte. Soe quam god
-voor hẽ staen gecyert mitten ghewade dat der
-Ioden groote pape an plach te hebbẽ in sijnen
-dienst indẽ tempel Eñ mit sijne claerheit wort
-den nacht inder zalen lichter eñ claerdere dan
-die dach wesen mochte Eñ hi sprac Alexander
-aen eñ seide. dat hi in hem betrouwede Ende
-dat hi trecken soude ten rijcke vã oesten wert
-want hi soude hem helpen dat hijt al winnen
-soude Ende doe vraechde hem alexander wye
-dat hi was eñ hoe hi hiete Die god seide hem
-Waer bi soe vraechstu minen naem die alte zere
-wonderlick is: doet dat ic di segghe Eñ den
-mensche dien ghi syen sult in deser gelikenisse
-doet hem doch eere: Eñ hier mede so ontuoer
-hem god Tot dier tijt plach men oeck eñ daer
-te voren te doen: dat elck mensche nae s[~ij] doot
-oft oec nae sinen lieuen vriendt dede makẽ een
-beelde dat zeer properlic eñ hem wel ghelijck
-was Eñ dit dede Alexander oec doen Eñ doe
-ginc hi staen voor Philippus sijns vaders beelde
-eñ hi seide tot sijnen volcke Die hem totter
-wapenen willen gheuen mit mi Alexander. hi
-bereyde hem nv Want het dunct mi nv tijt wesen
-eñ het is wel recht dat wij eerst beginnen
-te striden opten ghenen die ons nv hier voortijts
-bescadicht hebbẽ. eñ op die ghene die ons
-nv alle onse vryheit nemen willẽ. Alle die ridders
-eñ alle dat edel volck warens alexander
-toe in deser saken Doe ontsloet alexander s[~ij]
-vaders scat eñ hi gaf soudie gout eñ siluer eñ
-hi gaf wapen alle die ghene diet te doen haddẽ
-Hier mede vergaderde hi een groot heer. õder
-te paerde eñ te voet lxx: m: eñ vij: C: eñ iiij: C.
-stouter mannen: onder ionghelinghen: oude.
-eñ graeuwe. die hier voortijts mit hẽ eñ sinen
-vader geoerloecht haddẽ Want in alexanders
-heer en hadde nyemant voechdije noch heerscappie
-hi en was tseuentich iaer oudt Eñ binnen
-alle sijn heer soe en peynsde nyemant om
-te vlyen: maer sij peynsden altijs om die zeghe
-eñ om te verwinnen Ende hi nam sijn costen
-mildelijc wt sijns vaders scat. eñ hi dede veel
-scepen maken eñ daer mede voer hi te creten
-eñ in lythonien Eñ al dat lãt toech hi mit subtijlheit
-aen hẽ. eñ hier nae wan hi Cecilien Eñ
-corts daer na voer hi doer Ytalien eñ daer õtfinc
-hẽ die stadt van Romen eerlick ende wel.
-Want sij senden hẽ heymelic in sijn ghemoet:
-daer alle die stat vã Romen te samen an stont
-eñ die Romeynen brochten alexander eẽ schone
-duerbaer crone ghemaect van finen goude
-eñ ghesteenten Eñ dese crone gaf hi hẽ in een
-teyken eñ tot eenre gedenckenisse om dat die
-vrientscap vã hemluden langhe dueren soude
-Alexander ontfinck dese crone herde gherne.
-eñ hi onthaelde Elminisse harde wel mit veel
-schoonre talen die hi wel conste: eñ daer nae
-liet hi hẽ vriendelick van hẽ scheyden Hier bouen
-senden die Romeynen alexander twee: m.
-mans eñ xl: pont ghewegens gouts Aldus so
-voer alexander te Affriken waert Eñ hi reet
-sonder eenige wederstoet mit al sijn heer alle
-Lybien doer: eñ hi quam aldus mit alle sijnen
-volcke in Egipten mit scepen te water ende te
-lande Doe hi in Egipten quam soe ontfinghen
-hẽ eerlic eñ sij hilden hem voor haren heere</p>
-
-<div class='figcenter id001'>
-<img src='images/ill_015_025.jpg' alt='' class='ig001' />
-<div class='ic002'>
-<p>Hoe Alexander Cyrien eñ Tyren beleyde. eñ hoe dat hijse te samen verwan:</p>
-</div>
-</div>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xiij' class='c005'>Hoe Alexander Cyrien eñ Tyren beleyde. eñ hoe dat hijse te samen verwan:</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capittel xiij.</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander sach in Egipten staen een beelde
-ghemaect van swarten marbersteene
-Doe vraechde hi wat dat beelde beduyde Dat
-beelde antwoorde hem ende seide. dattet was
-Neptanabus die wel eer die vã Persen õtulogen
-was wt Egipten eñ liet sijn rijck als hem
-Othus die coninc vã Persen [ver]dreef Want die
-auenture liep Neptanabus soe teghens
-daer niette bliuen Als alexander dit [ver]stont so
-dede hi dien beelde eere als sijnen vader. eñ hi
-aenbedet eñ gruetedet oetmoedelic eñ hi seide
-dat hi Neptanabus zone was Wt Egiptẽ quã
-alexander in Syrien: eñ tot wat steden dat hi
-quã die toech hi an hem Maer doe hi te Tyren
-quã so sloten die vã binnen die poorten voer
-hẽ Doe beleyde Alexãder die stat om te winnẽ
-wãt hi meende die stadt te winnen mit eenen
-storm. mer daer bleuen veel vã sijn luden doot
-Hier om toech alexander bet afterwaert. om
-sijns gemacx wille eñ hi beleyde die stat sterkelic
-eñ hi dreychdese zeer dat hijse winnẽ soude
-Eñ alexander seynde bodẽ mit brieuen in die
-stede die aldus spraken Ons hadde genoech geweest
-eñ recht ghedocht dat ghi ons goedertirenlic
-uwe stadt op gegeuen hadt: wij soudẽ v
-hoeschelic ontfangen hebbẽ. Maer om dat ghi
-die eerste sijt die tegen ons te striden begint. so
-sal alle die werelt een vreeselic exempel an v
-luden nemen. Wãt ghi sult corts weten of die
-Gryeken stridẽ kõnen of niet: eñ sijt ghi wijs
-so sijt ghi gesont. mer sijt ghi onwijs soe suldt
-onlange ghesont wesẽ: ist dat ghi inden wille
-blijft daer ghi nv in sijt. Die heren vãder stat
-deden alle die boden die die brieuẽ brochten doden
-eñ aen een cruyce slaen Als Alexander
-dat vernã soe toech hi derwert al verwoet eñ
-hi wan ter stont die vaste stede eñ hi vernieldese
-eñ verbrandese Eñ hi dedet al doot slaen
-wijf eñ kiut eñ alle datter inne was cleyn eñ
-groot Eenighe willen seggen dat Alexander
-Darius tweewerf in stride verwonnen hadde
-eer hi Tyren beleyde eñ wan</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xiiij' class='c005'>Hoe Darius Alexander brieuen screef</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca xiiij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Doe Alexander Syrien gewõnen hadde:
-soe seynde hẽ Darius brieuen: die aldus
-spraken Ic Darius coninc der coningen eñ der
-goden vrient aen Alexander sinen knecht Ick
-beuele v alexãder dat ghi weder keert tot uwe
-magen die mijn dienaers sijn: eñ keert weder
-in dijns moeders schoot eñ leert wat manlicheit
-eñ stouticheit is Hier toe heb ic v oeck ghesondẽ
-een geessel eñ een bal eñ oec enen sack
-mit gelde: Bi die geessele sult ghi verstaen dat
-ghi noch noot hebt vã dwange Den bal sende
-ic v dat ghi daer mede spelen sult alsoet v kinsheit
-toe behoort. want v en betaemt noch niet
-eenighe wapẽ an te vaten Maer ghi hebt ghedaen
-als een rouer eñ kintschelic ons rijck aẽgegaen.
-Want al hadt ghi alle die rouers van
-den lande vergadert mit v: soe en moecht ghi
-dat rijck vã Persen niet doer varen alsoe veel
-volcx hebbic mit mi dattet ghelijc is den zande
-dat ander zee leyt Voort soe ben ic alsoe rijcke
-van siluer eñ van goude dat ick alle die aerde
-daer mede soude mogen bedecken dat ic wilde
-Hier om sende ic di ghelt om datstu daer mede
-sult copen dij eñ dinen heer dat sij behoeuẽ int
-weder keren: tot d[~ij]re teringen Maer en wilt
-ghi ons ghebot niet doen. soe sal ic luden op v
-senden die v vanghen sullen eñ slaen als een
-sot. eñ sij sullen v gebonden voor õs brengen.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xv' class='c005'>Hoe Alexãder Darius weder screef</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca: xv</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Dusdanighe letterẽ eñ talen en behaechdẽ
-die princen niet wel. eñ sij waren versaghet
-Doe seide alexander hẽluden Ontsyet ghi
-v vã hogen woordẽ daer niet an en leit. dit en
-is gheene wijsheit maer het is die cleyne hondekens
-maniere. wãt soe sij crancker sijn so si
-meer grimmen: Doe riep alexander den bode
-die dese boetscap brocht voor alle sijn edel ludẽ
-eñ hi ghaf hem alle dat ghelt dat sij brochten.
-Eñ hi gaf hẽ brieuen die aldus sprakẽ Ic Alexander
-heer der coningen eñ der goden maech
-ontbiet Darius saluut eñ ic segge dat hẽ naerstich
-is dat soe groten coninck als ghi v beroemet
-dat ghi in soe swaren bedwaughe comen
-moet onder soe cleynen volc als mit mi is Iae
-oec dat ghi mi alexander te dienste staen moet
-Wat meent ghi dat ghi v alsoe rijcke scrijft te
-wesen vã siluer ende goude En weet ghi niet
-dat alle volc gemeenlic niet en begerẽ dã gout
-eñ siluer Hier om sullen wi veel te stouteliker
-op v striden om v dat grote goet of te winnen
-onse sculden mede te betaelen Ghi hebt mi een
-gheessel eñ een bal ghesent eñ oec mede ghelt:
-mer mi dunct dat dit grote dingen beduyt Die
-geessel beduyt dat ic v cortelic in bedwanc hebben
-sal Den bal beduyt al die werelt dat icker
-here of wesen sal Eñ dat gelt dat ghi mi sendt
-beduyt dat alle v goet cortelic mijn wesen sal.</p>
-
-<div class='figcenter id001'>
-<img src='images/ill_029_045.jpg' alt='' class='ig001' />
-</div>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xvi' class='c005'>Hoe Darius tegen Alexander street</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. xvi</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alsmen voor Darius dese letterẽ las. soe
-wort hi daer õ zeer toornich Eñ hi screef
-narstelic tot alle sijn princen die daer woendẽ
-ouer dẽ berch Taurus binnen sinẽ rijcke eñ seide
-Ic heb vernomẽ dat Alexander een iõgelinc
-Philippus zone vã Macedoniẽ mit cleyn volc
-Asyen moyet. eñ ic gebiede v dat ghi hẽ haestelic
-vaet eñ slaet eñ cleedt hem mit purpure eñ
-seyndten ons also gheuãgen: Mer sijn scepen
-eñ sijn heer cleyn eñ groot dat doet versinckẽ
-in die zee: Eñ sijn ridders eñ soudeniers worden
-geuãgen op die roode zee Hier en binnen
-screef Darius weder so grote eñ sware woorden
-an alexander dat der talen eñ weder talẽ
-anders niet en warẽ dan datmẽt mittẽ swaerde
-becorten soude Also Iustinus scrijft soe [ver]gaderde
-Darius doe te stride seuen C:M: mãs
-dat alle ridders waren Alexander eñ sijn volc
-vochten daer soe vromelic tegen Darius volc.
-dat Darius eñ sijn heer zeer gescoffiert wordẽ
-Want sij sagen dat grote onweder: als hagel
-eñ wint eñ regen op hẽ vallen quam Soe dat
-hẽ dochte dat die goden mit alexander eñ tegẽ
-hem vochten: eñ sij vlogen alle wech die ontulieden
-mochten Ende Darius was die eerste
-die daer vloech. want hi verloes sinen wagen
-eñ hi sat op een paert eñ hi ontreedt haestelic
-Hier wort veel vã Darius volc verslagen Desen
-strijt bestõt Alexander mit ix. M. mans te
-voet eñ M: ridders Maer vãden regen eñ onweder
-dat op die van Persen viel. dat en õderscheyt
-nyemãt dan alexãders hystorie die also
-seyt Dat alexãder sijn heeren eñ sijn dode mãnen
-eerlick dede begrauen Eñ dat om dese victorie
-eñ zeghe alle die meeste heeren vã Asyen
-aen alexander vielen eñ hulde eñ vrientscap
-mit hem maecten.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xvij' class='c005'>Hoe Alexander Thebeen destrueerde</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capittel xvij:</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hier na quã alexander weder in Gryekẽ
-mit grooter macht õ een meerre heer te
-vergaderen eñ machtelicker teghen Darius te
-stridẽ: mer hi moeste liden doer die stat Thebea
-Mer die stat wilde tegen hẽ striden eñ si slotẽ
-die poortẽ voor hẽ Doe viel Alexander voor de
-stat mit sinen volcke õ die vã binnen deser eeren
-te dãcken Doe quã daer een mã genaemt
-Cleades mit eenre herpẽ eñ viel voor alexan[der]s
-voeten eñ speelde zeer soetelic eñ hi sanck dit
-lydekijn voor alle sijn heeren O Alexander coninc
-der coningen heere: Ghi moecht dese stat
-noode bederuẽ die die ontsterffelike godẽ eerst
-maecten eñ die daer in waren geboren Want
-Liberbatus eñ die groote god Hercules warẽ
-in dese stadt geboren Asyon maecte dese vestẽ.
-Dan hẽ sijn comen alle die voorbarichste van
-dinen geslachte Maer alexander en achte niet
-op desen sanc eñ hi was so gram dat hi al die
-stadt dede slechten eñ [ver]barnen Hier na beleyde
-hi Athenen die oec gekeert was mit die vã Persen
-bi Domestenes rade eñ die vã Lacedomen
-wãt Domestenes had hier of gehadt grooten
-scat Ochines gaf die vã binnen raet dat sy hẽ
-op geuen soudẽ: mer Dyomedes ontriedet ende
-hi wilde datmen die stat tegens hẽ hilde. Doe
-vraechde die stat Domestenes dat hi seggen soude
-wyens raet dat hem beste dochte vã desen
-tween Hi seide datmẽ Ochines raet doen soude
-Eñ men koes Domestenes dat hi die boetscap
-doen soude an Alexander eñ dat hi hẽ brochte
-een gulden crone. eñ dat dede hi: Doe Athenen
-mit alexander [ver]soent was. soe versoende oec
-Lacedomen. eñ sij brochten alexander oec een
-guldẽ crone Iustinus scrijft dat dit gheuiel eer
-alexãder in Asyen quã eñ eer hi tegen Darius
-street Dyomedes seit een woort dat zeer an te
-merckẽ is Doe ict: laet ict. nv merct dit: ic hebbẽ
-ewelic verlorẽ: nv kyest die scade of dẽ toren</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xviij' class='c005'>Hoe Alexander Darius sochte</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. xviij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander bereyde hem anderweruen
-tot Darius wert: eñ hij bestont eenen
-swaren wech Want Darius lach doen mit sijnen
-heer op die Tygre: eñ hi hadde daer tot s[~ij]re
-hulpe vier hõdert duysent mannen te voete
-eñ C.m: vrome ridders als Iustinus bescrijft:
-Doe alexander dit vernã soe badt hi sinẽ here
-dat sij willichlic vechten soudẽ õ des ghewins
-wille eñ niet wt vreesen Als Alexander tot
-Darius waert reedt soe voer in sijn heer mit
-hẽ een ridder wt Persen gewapẽt als die grieken
-Dese ridder stont eñ wachte een wijle eñ
-meende Alexander doot te slaen: mer dat benã
-een polette die hi op sijn hooft hadde Ter stõt
-soe wort dese ridder gevangen eñ men brocht
-hẽ voor alexãder Eñ hi vraechde hem. Wat hi
-hem wilde Die ridder antwoorde hẽ In enen
-vermeten bẽ ic hier gecomẽ Wãt had ic v doot
-geslagen eñ ic dã ontreden hadde so soude mi
-Darius sijn dochter hebbẽ gegeven. eñ een groten
-deel vã sinen rijcke Alexander prijsde hem
-dese vromicheit eñ hi hiet hẽ vry wech rijden.
-Als Alexander Darius naecte soe dede hi een
-wõderlic dinc Hij dede veel beesten vergaderẽ
-eñ hi dede hẽ an die hoornen eñ sterten rijsen
-binden. om dattet een woudt eñ een bosch soude
-schijnen van veere Ende om dat hi mitten
-rijsen die sij nae hem sleepten aenden stert die
-droghe mollen of sant zeer soude doen stuuen.
-eñ datmen also niet en soude mogen bekẽnen
-dat heer datter after quam Men beghan daer
-te vechten eñ alexander wort daer ghequetst:
-Ende den strijt wort soe sterck. datmen lange
-twijfelde wye die zeghe hebbẽ soude Maer int
-eynde vloet Darius eñ alle sijn heer mit hem:
-Eñ vas sinen heer worden verslagen lxiij:m.
-mans te voet eñ x:m. ridders. eñ daer waren
-geuangen lx:m: mãnen. Hier teghen verloes
-Alexander van sijnen luden hondert eñ xxx.
-mannen. noch hondert eñ L: Ende aldus soe
-verginc den strijt.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xix' class='c005'>Hoe Alexander Darius scat verwerf</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capit: xix</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>An deser tijt wan alexãder op Darius eẽ
-ontallich scat: wãt daer was also menich C.
-marck gouts dattet Alexãder des groot wonder
-gaf Hier vinck alexander Darius moeder
-sijn wijf sijn kint eñ sinen broeder Maer den
-scat eñ dat goet dat hi hier wan dede hẽ alte
-zeer verheffen. wãt hier nae volchde hi ouerdaet
-eñ weeldicheit eñ hi leyde alle sijn herte
-an vrouwẽ Eñ sõderlinge wort hi minnende
-een wijf die hi geuãgen hadde genaemt Barsenes
-Eñ hi wan an haer een zone die hi Ercul[us]
-dede hieten. maer altijt docht hem dat Darius
-noch leefde Doe benal alexander Persemone
-dat hi voer op die zee vã Persen eñ dat hi niet
-anders en dede dan dat hi alle die scepen vinghe
-die hi vonde vã Darius syden Alle die heren
-vãden lande daer ontrent vernamen vã
-der victorien die alexander hadde: ende sij quamen
-allegader tot hẽ eñ gaven hẽ op al haer
-landt eñ goet Eñ Alexander settede sijn vriẽden
-daer in alsoe hi wilde. eñ hi gaf hẽ groot
-goet eñ rijcheden nae dat hẽ elck waert docht
-eñ nae dat sij hẽ vrientscap trouwe eñ bijstãt
-bewesen eñ gedaen hadden:</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xx' class='c005'>Van Alexander opten berch Gariesim.</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capit. xx.</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Doen Darius sijn heer eerst vergaderde.
-om tegen alexander te striden So wort
-Sarabella [ver]blijt dien hi prince gemaect hadde
-ouer die ryuiere vã Eufrates Eñ hi pensde d[at]
-hi Darius te gemoete varen soude als hi Alexander
-[ver]wonnen hadde. eñ bidden om oerlof
-dat hi Manasses sinẽ behuweden zone een tẽpel
-maken mochte op dẽ berch Garisien Want
-Sarabella was soe out dat hi ter oerlogẽ niet
-en voer Mer het geuiel anders dã hi meende
-Wãt Alexander eñ die Gryeken verwonnen
-Darius eñ sijn heer. eñ sij vingen sijn moeder
-sijn wijf. s[~ij] kint eñ sinen broeder als voerseit
-is Nae desen strijt houdẽ sõmighe boeken dat
-alexander eerst quã Syrien eñ vã Damas eñ
-Sydonen eñ beleyde Tyren Doe nã Sarabela
-mit hem viij:m: mãnen eñ voer Alexander te
-hulpe: eñ hi seide dat hi hẽ lieuer te dienen had
-dan Darius: eñ dat hi hẽ op soude geuẽ die steden
-die onder hẽ waren Alexander ontfinck
-hẽ eerlick: Eñ als Sarabella den tijt te punte
-sach so seide hi alexander dat hi hadde eenẽ behuwelicten
-zone Manasses die des princen vã
-den ioden papen broeder was. eñ dat veel ioden
-mit hem waren eñ sij seiden dat si gherne
-soudẽ maken bi sinen oerlof op een sonderlinghe
-stat enen tẽpel Eñ hi seide dat die Alexander
-zeer oerbaerlic wesen soude Want waren
-der ioden macht aldus in tween ghedeelt. soe
-en souden sij niet teghen hẽ steken Doe gaf hẽ
-Alexander oerlof Eñ doe ginc Sarabella zeer
-naerstelic enen tempel eñ een outaer stichten
-opten berch Garisiem Desen tempel stont tot
-datten die Romeynẽ destrueerden: eñ hier in
-maecte hi Manasses prince vãden papen</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxi' class='c005'>Hoe Alexander tot Iadus dẽ groten pape van Iherusalem om succoers sende</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. xxi</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als Alexander Tyren beleydt hadde soe
-screef hi tot Iadus den prince vãden papen
-in Iherusalem. eñ hi badt hem dat hi hem
-succoers senden wilde eñ dat hi vytaelge dede
-bereydẽ tot sijns heers behoef: eñ dat hi hẽ den
-tribuyt sende die hi Darius te geuen plach Iadus
-die prince vãden papen antwoorde dat hi
-Darius eedt gedaen hadde eñ dat hi dien niet
-breken en mochte also lãge als Darius leefde
-Doe wort Alexander gram eñ hi dreychde die
-ioden: eñ seide dat sij aen hem gewaer souden
-worden wyen sij schuldich waren beloften te
-houden Daer na dede alexãder grote drachten
-draghen inder zee totter muren van Tyrẽ dat
-men te voete gaen mocht an die muren. want
-Tyrus stont datter die zee al õme liep Eñ doe
-Nabugodonosor daer voor lach so dede hi an
-die een syde veel steens dragen om sinen heer
-eenẽ wech te maken totter poorten: mer õ dat
-die stat hẽ op gaf so en volmaecte hi den wech
-niet: mer Alexander volmaecten nv Doe Alexander
-Tyren geslecht hadde so beleide hi Gasam.
-eñ daer bleef Sarabella doot Als alexãder
-Gasam te wille hadde soe haeste hi hẽ zeer
-te Iherusalem waert Eñ doe die iodẽ dat [ver]namen
-soe ontsagen sij hẽ zeer: eñ sij baden gode
-dat hijse vertroesten soude: Eñ sij deden haer
-offerhande Doe badt Iadus die pape ouer alle
-dat volc Eñ als hi nader sacrificien in slaepe
-gewordẽ was: soe opẽbaerde hẽ god eñ hiet hẽ
-dat hi betrouwen hadde: eñ dat hi die stat mit
-hoeden eñ mit bãden eñ cronen pelleren soude
-eñ dat hi sijn bisscops gewaede an dede eñ
-dat hi mitten papen alsoe wt ghinge Alexander
-te ghemoete Eñ als Iadus vãden slape õtwaecte
-soe seide hi alle den volcke dit vysioen
-Eñ als hi wiste dat Alexander niet verre van
-der stat en was soe ghinc hi wt als voorseit is
-mitten papẽ mit eenre schoonre menichte vã
-poorters tot eenre stadt diemen Sophim hiet:
-ende van daen mochtmen lichtelick Iherusalẽ
-ende den tempel syen:</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxij' class='c005'>Hoe Alexander ons heren naem aenbede:</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capittel xxij.</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hier geuiel dat nyemãt van alle den ghene
-die den coninc volchden ghemeent en
-hadde Want doe alexander den prince vãden
-papen ansach gecleedt mit des bisscops gewaden
-Eñ op sijne myter die gulden plaete daer
-ons heren naem Tetagramaton in ghegroueret
-was Soe gedochte hi gods die hem opẽbaerde
-daer hi in sijn bedde lach eñ die hem beloeft
-hadde dat hi hẽ helpen soude dat hi wonne dat
-rijck vã Oesten Doe stont Alexander haestelic
-van sinen paerde eñ hi ghinc alleen tot voor
-den prince vanden papen. eñ hij viel langhes
-voor hẽ op die aerde. eñ aenbede ons heeren
-naem eñ hi dede den bisscop eere. Die princen
-van sinen here haddẽ des alte groot wonder:
-eñ sij meendẽ dat des conincx herte in bedwãghe
-gheweest hadde Maer Pertemeus die sijn
-sõderlinge vrient was vraechde hẽ: waer om
-dat hi der ioden pape angebeden hadde Die coninc
-antwoorde hẽ eñ seide Ic en aenbede den
-pape niet: maer ic aenbede god wyens dienste
-dat hi doet Want doe ic was in Lycie in Macedonien
-landt soe sach ic hẽ in desen habite Eñ
-doe ic pensde of ic soude mogen verwinnẽ soe
-hiet hi mi dat ic gelouen soude: want hi soude
-mijn heer geleydẽ eñ leuerẽ int rijck vã Persẽ
-Want eerst sach ic in desen pape sijn gelikenisse
-eñ ic heb dat vast geloue dat mi geschieden
-sal dat hi mi beloeft heeft. Hier om aenbede ic
-gode eñ ic dede den man eere Doe dede Alexãder
-sijn heer after treckẽ. eñ hi voer mit luttel
-luden in Iherusalem eñ dede gode offerhande
-inden tẽpel alsoe hem Iadus die prince vanden
-papen wijsde eñ hiete Doe brochten sij voordẽ
-coninc Daniels boekẽ eñ toenden hẽ datter in
-gescreuen was hoe dat een Griex coninck die
-macht vã Persen tonder doen soude Alexander
-was hier om zeer blijde. wãt hi hoepte dat
-dit van hẽ geseit was Eñ des anderen daechs
-dede hi dat volck vergaderen eñ hiet hẽ eyschẽ
-wat sij wilden Eñ om haer versoeck so oerlouede
-hi hem dat die ioden alle die werelt doer
-waer sij waren haer wet houden mochtẽ: eñ
-hi scout hẽ quijt van alle tribuyten vanden seuenden
-iare om die vierten vãden lande Hier nae
-toech hi totten anderen stedẽ waert Als
-die vã Samarien saghen die grote miltheit eñ
-gauen die alexander den ioden gedaen hadde.
-soe quamẽ sij tot hẽ eñ seiden dat sij der ioden
-magen waren Eñ sij rekenden haer geboertẽ
-vã effraym eñ van Manasses. eñ sij baden dẽ
-coninck dat hi haren tempel in Garisiem eere
-doen wilde Eñ hi beloefdet hem te doen als hi
-weder om keeren soude eñ sij baden hem dat
-hi hẽ den tribuyt vãden seuenden iare verliet
-Hi vraechde hẽ wye sij warẽ Sy seiden dat sij
-hebreeusche waren Die coninc vraechde of sij
-Ioden waren. doe seydẽ sy Neen Doe seide hẽ
-alexãder dat hijt den ioden gegeuen hadde eñ
-nyemãt anders Want het was der samaritanen
-maniere. als sij sagen dattet dẽ ioden wel
-ghinc soe seidẽ sij dat sij haer maghen waren
-maer alst dẽ ioden qualic ghinc soe seidẽ sij dat
-sij hẽ niet en bestonden</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxiij' class='c005'>Hoe Alexander voer tot Amons tempel</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. xxiij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hier nae so voer alexander in Lybien tot
-Amons tẽpel. om dat hi te kennẽ geuen
-wilde dat hi van enen god gewõnen was eñ
-om dat hi s[~ij]re moeder zuueren soude van haren
-dorperlijcken naem eñ vã haren ouerspele
-Alexander seynde voor hem mit sinen bode
-groote presentẽ tot Amons papen. om dat die
-papen seggen soudẽ dat alexander gheseit wilde
-hebbẽ Alexander quã seluer binnen de lande
-eñ reedt op dat zant in die zee. maer hi lyetter
-een deel luden die hẽ volgen wilden eñ si verdrõcken
-Maer alexander quam ghesont ouer
-totten tempel Eñ die pape quam wt tegen hẽ.
-eñ hi seide dat Iupiter sijn vader was. diemẽ
-in dat lant Ammon hiet Alsoe als hier vorẽ
-geseit is so reedt Darius wten stride die welc
-hi verloes hier te voren: eñ hi quam int landt
-van Babiloniẽ eñ hi vernã dat Alexander weder
-van Ammons tẽpel ghekeert was in Egipten.
-eñ dat hi daer dede maken Alexandrien de
-hooftstadt vãden lande Darius screef oetmoedelike
-letteren an alexander dat hi weder om
-seynden soude sijn gheuangen. eñ namer also
-veel gouts voor als hi wilde Alexander eyschte
-ouer dat gelt eñ goet alle sijn landt Darius
-screef weder tot alexander dat hi sijn oerlogẽ
-liet staen eñ dat hi sijn dochter te wijue name
-hi soude hẽ daer mede geuen een groot deel vã
-sinen rijcke Alexander eyschte echter sijn rike
-altemael. wãt het ware sijn Eñ hi ontboet hẽ
-dat hi eñ sijn volck oetmoedelic wt quamen teghen
-hẽ eñ dat sijt hẽ op gauen recht of hijt al
-gewonnen hadde:</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxiiij' class='c005'>Hoe hem Darius eñ Alexãder ouer screuẽ.</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capit. xxiiij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Iustinus scrijft dat Darius nv wel sach
-dattet hẽ niet en halp wat hi Alexander
-nv vã vrientscap bade: Eñ hi vergaderde weder
-vier hondert dusent mannen te paerde eñ
-hõdert dusent ridders. eñ hi bereyde hẽ weder
-tegen alexander te striden: eñ als hi tot alexãder
-rijden soude So quã hẽ inden wech een nie
-mare dat sijn wijf doot was eñ dat alexãder
-groten rouwe hadde om haer doot eñ dat hij
-haer zeer beweende. eñ dat hijse eerlick begrauen
-dede Mer men seide hẽ dat dit alexander
-niet en dede om eenighe outamelicheyt
-die hi mit haer had noch õ minne want hi en
-hadde in sulckẽ saeken an haer gheen scult eñ
-dese eer dede hi haer vã hoescheden eñ vã edelheden
-Want zynt dat hijse geuãgen hadde so
-ghinc hi dicke tot haer eñ totten kinderen: eñ
-hi troestese vaderlic Als Darius dit hoorde. so
-docht hẽ dat hi alexander altemael verwõnẽ
-hadde om dat hi nae soe groten strijt die hi tegen
-hẽ gehadt had hẽ aldus verwã mit doecht
-eñ mit eere Eñ Darius rekendet nv voor grote
-eer dat hẽ alsulcke prince verwã nae dat hij
-[ver]wonnen bliuẽ moeste Doe screef Darius weder
-an alexander eñ dancten zeer dat hi totten
-sinen waert die hi geuãgen had nye dorperh[eit]
-noch oneere gedaen en hadde Eñ hi boot hem
-veel meer vã sinen lande dan hi gedaen hadde
-eñ voort boot hi hẽ voor die gheuangen acht
-dusent talenten gouts Alexander screef Darius
-weder Ic en acht niet op m[~ij]s vyants danc
-eñ om m[~ij]s vyants wille en heb ic niet gedaẽ
-Wãt in oerloge oft in payse seide hi dat hi nie
-en begeerde ouerspel ofte oneere: Mer hadde
-hi yet gedaen: dat hadde die doecht van hẽ ghedaen
-Want hi was wijs genoech tegen sinen
-vyant eñ tegen sijn begeerte te striden. eñ dat
-dede hij al om der eeren wille Voort ontboet
-hi Darius dat hi dit soude moghen proeuen in
-hẽ op dat hi hẽ onderdaen wesen soude Want
-hi seide dat twee heeren die werelt niet en souden
-mogen regeren sõder oerlogen eñ striden
-want ghelijc die zõne al die werelt verlicht. so
-ist opẽbaer datter mer een heer en is bouen al
-die werelt Hier om Darius neemt een corte beraet
-dat ghi ons in hãden comẽ wilt of bereit
-v ten naesten dage tot eenen nieuwen stride</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxv' class='c005'>Hoe Alexander mit Darius at</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. xxv</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander lach lange mit sijn heer op die
-ryuiere genaemt die strange. eñ hi wort
-te raede dat hi seluer spreken wilde mitten coninc
-Darius Eñ hij nam mit hẽ Emendus die
-bi hẽ was eñ noch een ander eñ hi voer haestelic
-totter ryuiere strãge die tusschen beyde die
-heren liep Nv is die ryuiere vã sulcke nature
-dat sij dicke bi nachte eñ bi daghe bevriest dat
-daer een geladẽ wagen ouer varen mach Alexander
-liet Emendus daer bliuen eñ hi reet tot
-Darius die sijn heer op die tijt al omme voor
-besyen hadde Eñ als alexander Darius te gemoete
-quã. soe gruette hi hẽ nader zedẽ vãden
-lande eñ seide Heer Alexãder heeft mi aen v
-gesõden dat ghi hẽ ontbiet dẽ dach dat ghi striden
-wilt eñ cort. Wãt men seit dat mijn heere
-node strijdet om dat hi vermoyet is Eñ aldus
-beual hi mi dit dit te seggen Hier op antwoorde
-Darius eñ seide Ick gheloue dat ghi seluer
-alexander bent Wãt nyemant anders en soude
-ons so stoutelijc te voren derren leggen vã
-stridẽ Alexander lochendet eñ hi seide dat hi s[~ij]
-bode was Doe nam hẽ Darius bider hãt eñ hi
-leyde hẽ in sijn tente eñ deden mit hẽ eten aen
-sijne tafele Eñ hi wilde immer dat alexander
-wt sinẽ nap dranc: eñ hi stacken in sinẽ bosem
-Dit mercte een mã eñ hi seidet Darius Doe seide
-Darius dat hi dorperlic dede dat hi sinẽ nap
-nam Alexander antwoorde hẽ Heere dit en is
-gheen scande in alexanders hof. Wãt alle die
-tot sijnre tafelen sitten soe sijn die nappen hare
-daer si wt drinckẽ Binnen desen bedacht hẽ
-Passarges dat dit alexander seluer was. wãt
-hi haddẽ voormaels dicke in Philippus huyse
-gesien Doe mercte alexander dit: eñ hi ontreet
-mitten nappe: eñ hi doerstac den knecht die s[~ij]
-paert hildt mitten swaerde Eñ aldus ontreet
-hi mit groter auenturen. wãt hẽ en mocht nyemant
-volghen Darius bedreef groot misbaer
-om dat hẽ sijn vyant ontreden was. Eñ alexander
-quã tot sijnen luden eñ vertelde hoe hi
-mit Darius at. eñ hi toende den nap die hi hem
-ontdragen hadde tot een litteyken Hier õ waren
-sijn luden zeer blijde dat hem dese vromicheyt
-geuallen was: mer Darius was droeue</p>
-
-<div class='figcenter id001'>
-<img src='images/ill_029_045.jpg' alt='' class='ig001' />
-</div>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxvi' class='c005'>Hoe Darius eñ alexander te samen stredẽ</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capittel xxvi.</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Des anderen daechs haeste hem Darius
-ten strijde Eñ alexãder hadde langhen
-tijt in sorghen geweest om den strijt te
-hebben: soe dat hi binnen al dier nacht niet en
-konde geslapen: sonder inden morghenstont:
-Eñ alexander bleef slaepende tot dat alle sijn
-heer stõt gebattaelgijt om te striden sõder dat
-hẽ haer coninc gebrac Persenio ginc in alexãders
-tente daer hi lach eñ sliep Eñ hi vraechde
-hẽ waer bi dat hẽ die slaep nv so soet was eñ
-het is nv tijt vã vreese te hebbẽ Alexander antwoorde
-Nv bẽ ic vã so groter sorghen vry om dat
-ic hier ter stedẽ striden sal om alle die heirscappie
-te winnen die Darius gheleesten mach
-Maer vlyede ic nv eñ vloet hi mi na so waret
-tijt vã vresen Nv gaet eñ besyet dat nyemant
-ouer die ryuiere en ware: mer laet Darius eñ
-sijn heer al ouer comen wãt ic sal te hants bereyt
-wesen Hier en binnẽ quam Darius ouer
-een brugghe mit alle sijn heer: Eñ Alexander
-toech hem teghen mit sijn volck. eñ daer wort
-anxtelic geuochten Maer die van Persen hadden
-alte samen dat afterdeel. eñ sij begonnen
-sterckelic te vlieden: want in ghenen strijt die
-voor geweest hadde en bleuen soe veel doden
-alst hier dede Als Darius sach dat sijn volck
-verwonnen was soe wilde hi hẽ seluen doden
-of inden strijt steruen eer hi vloede Maer een
-sijn vriendt ontriedet hem eñ hi deden keeren
-sijns ondancx ouer een brugge in een stat Eñ
-hi hiet datmen die brugge breken soude: maer
-Darius seide datmen des niet doen en soude:
-Want dat waer iammer dat wi ons ander luden
-die noch ouer sijn indẽ strijt eñ sullen moeten
-vlyen dat wi hẽ die vlucht benamen: also
-dat vã groten drange die opter bruggen was
-meenich mensche verdranc in die strange Des
-Alexander zeer blijde was.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxvij' class='c005'>Hoe Darius an Alexander õ genade screef</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Cap. xxvij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Nv hadde Darius alle sijn hope verloren.
-eñ hi viel neder in sijn zale op die aerde:
-eñ bedreef groot misbaer. Hier na had hi raet
-dat hi aldus an Alexander screef Aen alexander
-sinen heere Darius saluut eñ eere Het ware
-wel gedaen eñ edelheit wout ghi hẽ genade
-doen: wãt auenture heeft hẽ di tonder gedaen
-crachtelic inden velde Ic bidde v dat ghi õtfermet
-m[~ij]re moeder eñ m[~ij]re kinderẽ alsoe dat
-toebehoort. eñ dat ghijse ons weder wilt senden
-Eñ om dier weldaden sal ic v gheuen alle
-mijn rijck: eñ voort alle mijnen verborgẽ scat
-eñ daer toe dat rijck vã Persen eñ vã Meden
-Alexander ontboet hẽ dat hi des niet en dede:
-Doe ontboet Darius den coninc Porrus van
-Indien dat hi hẽ te hulpe quame tegen alexander.
-hi soude hẽ geuen ontalliken scat Als dit
-alexãder vernam soe haeste hi hẽ dat hi quam
-ter poorten waert eer Darius te Indien voer.
-eñ Alexander toech doer dat ys ouer tgeberchte
-doer een cleyn gat Want buten en leyt ghenen
-wech. eñ binnen dẽ zomer en is gheen mã
-die daer doer derf gaen om dat daer veel serpenten
-sijn Nochtans en isser gheen slot van
-ysere tegen een heer of tegen volc</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxviij' class='c005'>Hoe Darius vã sinen luden geslegen wort</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca:xxviij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Iosephus seit als Alexander liden wilde
-voor Darius doer die poorten vã Caspiẽ
-Soe toech hi doer Pansilla eñ daer moeste hi
-liden doer eẽ grote ryuiere ghelijc een arm vã
-der zee. eñ daer dede god groot wonder Wãt
-dat water vãder ryuiere scheyde hẽ in tween
-eñ alexander reedt daer doer optẽ drogen grõde
-mit alle sijn heer Dit liet god gheschien om dat
-hi mit hẽ breken mochte die macht vã Persen
-Orosins eñ Iustinus seggen dat alexãder
-in desen lesten stride wan mit crafte dat rijck
-vã Persen eñ Meden Want daer en was nyemant
-die hẽ voort meer teghen hem dorsten steken
-In deser vaert wan alexãder meer gouts
-eñ roefs dan yemant des ghelouen soude Hi
-wan oec Persipolea dat die hooftstat was vã
-den lande van Persen Dese stat hadde langhe
-gestaen in vreden. eñ sij was vol van groten
-goede des hẽ nyemant en bewant: eñ dat quã
-al in alexanders hãden Nv ghinc Darius vlieden
-wt die eenre stadt in die ander stadt eñ hi
-meende ergent in vredẽ wesen Eñ Darius had
-mit hẽ twee valsche princen die hieten Bessus
-eñ Narbesmes die ouer een droegen. eñ sy beginghen
-Darius daer hi alleen was eñ sloegẽ
-hẽ ouer doot eñ lieten hem liggen eñ si vloen
-haestelic van hẽ totter tijt toe dat sij wel verstonden
-eñ wisten hoe dattet mit hẽ vergaen
-was Alexander vernam dattet Darius aldus
-vergaen was eñ dat hẽ sijn luden gespannen
-eñ gebonden hadden Eñ alexãder reet haestelick
-derwaert den naesten wech die hi mochte
-rijden eñ hi quam tot Darius alsoe dat hi hem
-noch leuende vandt. eñ hi gaf hem alexander
-op in sinen handen Ende hi nam hem mitten
-knyen. eñ hi sprac hem toe alsoe hi alder beste
-mochte:</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxix' class='c005'>Dit waren Darius woorden voor sijnre doot eer dat hi sterf:</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Cap:xxix.</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander na dien dat mi die auenture geseit
-heeft soe ist mi vergaen Eñ het is mi
-nv ter tijt een troestelic dinck dat so groten ende
-soe machtigen heere als ghi sijt tot mijnder
-doot wesen sal Hier om bid ic v dat ghi mi eerlic
-ter aerden laet doen totter stat daer die coningen
-vã Persen m[~ij] vaders begrauen sijn.
-Eñ ic bidde v dat ghi v gewaerdigen wilt tot
-m[~ij]re wtuaert te wesen Ick beueel v oec Rogidimes
-mijn moeder eñ mijn broeder Moatrus
-eñ Darius minen zone Voort bid ict v dat ghi
-Roaxanes m[~ij]re dochter tot eenen wiue wilt
-nemen Ander gesten hebbẽ bescreuen dat Darius
-doot was eer hem alexander sach Eñ doe
-Darius doot was soe bedreef alexander daer
-groten rouwe om eñ soe groten hant geslach
-al haddet sijn vader gheweest. eñ hi deden eerlick
-begrauẽ nader coningen vã Persen zeede
-Orosi[us] scrijft dat in die drie stridẽ die alexãder
-op Darius wan doot bleuen xij.C.M: mãnen
-Iustinus scrijft oec dat Alexãder sijnen volcke
-deelen dede xiij.M: talenten gouts. ende aldus
-soe quã die blijscap nae haer pijne Doe dede hi
-voeren op die stercke stadt Egbetanis C. dusẽt
-eñ xc: dusent talenten gouts: Van deser stadt
-maecte hi here Persemoene enen stouten man
-Alexander wan alle Darius lant binnen den
-sesten iare nae dat hi began te regneren Hier na
-eynde dat rijck vã Persen Twelcke gestaẽ
-hadde twee C. iaer eñ xxxi: Van Tyrus tijt die
-die eerste coninc van Persen was</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxx' class='c005'>Van coninc Darius graue</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capit: xxx</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Nv wil ic voort scriuẽ hoe d[at] Darius graf
-gemaect was Eñ daer warẽ in gescreuẽ
-eñ geteykent alle die lãden vãder werelt eñ
-vãden gesten Appelles was meester vã desen
-graue Eñ het was aldus gemaect als hier na
-gescreuen staet Het was vã twee zarckẽ ghemaect
-vã marbersteenẽ die groot goet ghecost
-haddẽ. eñ sij waren zeer lanck dicke eñ effene.
-Opten onderstẽ steen maecte hi schoene lijsten
-den binnen kant vanden zarcke was van claren
-latoene Eñ opten vier hoecken maecte hi
-vier silueren colõpnen sterck eñ dicke eñ wel
-gewrocht: maer die hoeckẽ waren gulden wel
-eñ costelick gemaect Dese waren ten vier hoeken
-gesoudeert opten ondersten zarck mit metale
-Op dese vier colõpnen leydemen den anderen
-zarck die was vã witten marbersteẽ Op
-desen zarck hadde Appelles gesoudeert al doer
-breede lijsten vã finen goude. eñ daer in hadde
-hi gewrocht die ronde werelt in drien gedeelt:
-Ghelijckerwijs als hier beneden staet</p>
-
-<table class='table1' summary=''>
-<colgroup>
-<col width='57%' />
-<col width='42%' />
-</colgroup>
- <tr>
- <td class='c008'>Asyen</td>
- <td class='c004'>Cam</td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c008'>Affriken</td>
- <td class='c004'>Sem</td>
- </tr>
- <tr>
- <td class='c008'>Europen</td>
- <td class='c004'>Iaphet</td>
- </tr>
-</table>
-
-<p class='c000'>Aldus is die werelt in drien gedeelt Want
-Asyen hout alsoe veel als beyde die ander deelen
-In elck vã desen deelen hadde Appelles gemaect
-alle die stedẽ die daer binnen lagen Eñ
-alle die ryuieren die daer binnẽ liepen eñ wat
-volck dat daer binnẽ woende: eñ mit
-wat tõgen datmen daer sprac eñ die grote wõderen
-die daer binnẽ lagen. eñ oec alle die eylandẽ
-vãder zee eñ hoe sij hietẽ Dit hadde hi so
-properlic daer an gewrocht vã weuen. dat eẽ
-mensche hadde geweest wt alle die werelt eñ
-hadde hi bi deser tõben ghestaen, hi hadde moghen
-syen eñ mercken dẽ rechten wech tot sijnen
-lande waert Oeck hadde hi daer aen ghewrocht
-die gesten vãden beghin der werelt eñ
-die striden: eñ hoe dat alexander Dari[us] [ver]wonnen
-hadde Die landẽ te noemen laet ick after
-om dat ict corten wil Alle dit werck hadde Appelles
-ghegrauen eñ gemaect mit eenrehande
-beesten eñ dieren diemẽ vant Eñ hi hadde dat
-ouerdect mit eenẽ wercke dattet lichte ghelijck
-een cristal: mer het was veel claerre eñ schinẽde
-ghelijc die zõne van claerheden: Hier doer
-sachmen alle dat werck: eñ Darius verteerde
-daer hi in gebalsemt lach mit dierẽ specien An
-deser tõben stont gescreuen hoe langhe dat die
-werelt gestaẽ hadde tot dat alexander coninc
-wort: dat was xlviij.C: iaer xxx. iaer min</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxxi' class='c005'>Van Philo Anaxigenes eñ vã Epicurus</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. xxxi</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Tot dien tiden was Anaxigenes
-zeer vermaert in wijsheden Ende hi
-leerde alexander in s[~ij]re ioecht grote wijsheit
-eñ doecht Eñ het geuiel dat Alexander die stat
-destruerẽ wilde daer Anaxigenes in woenachtich
-was Eñ Anaxigenes ghinc wter stadt tot
-Alexander om een bede te bidden Mer alexander
-zwoer dat hi op dien dach gheen bede om
-hẽ doen en soude Doe sprac die wijse man Nv
-bidde ic v dat ghi dese stede slechtet: eñ aldus [ver]keerde
-hi alexander vã sijnen quaden sinnen
-mit subtijlheden Want alexander hieldt sijne
-woorden eñ hi en dede sijn bede niet. eñ alsoe
-bleef die stat staende die alexander meende te
-slechten Tot desen tiden was Epicurus oec tot
-Athenen [ver]maert inder stat mer hi dwaelde in
-eenighe saken Wãt hi seide dat die meeste salicheit
-vãden menschen was in weeldicheit van
-vleysche Hi seide oec dat god dese werelt niet
-en acht eñ dat die zielẽ steruen mitten lichame
-Hi seide oec eenighe goede puntẽ want hi seide
-wye wijsheyt wil crigẽ die moet oec alle weeldicheit
-laten varen. wãt wye der naturẽ recht
-leuen wil hi en mach nimmermeer arm wordẽ
-want sulcke comen van groter armoeden tot
-groten goede. mer dã beginnen sy eerst haer
-ongeuallicheit Hi seide oec die ergent eten sal
-sal oec besien mit wyen hi eten sal Dat beghin
-vã alle doecht is dat een s[~ij] misdaet bekent eñ
-dat hi peynse dat hi steruẽ moet Men sal dat
-lijf niet geuen tot gulsicheden: mer tot wijsheit
-eñ gemaeticheit: wãt van weelden coemt dickwijl
-gheen bate mer euel eñ ziecte.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxxij' class='c005'>Hoe Alexander sijn zeden verwandelde</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca.xxxij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als Darius doot was eñ begrauen so hief
-alexander die zeden vã Persen op an s[~ij]
-cleederen eñ aen sijn ghewaden eñ hi droech
-die crone vã Persen eñ liet varen die castume
-van Macedonien Eñ dit beual hi sinen boden
-seluer te doen die nochtan tegen seidẽ: Hi ginc
-houdẽ veel wijuen eñ amyen die schoenste die
-men in al die werelt vinden mochte: Eñ daer mede
-lach hi nacht eñ dach soe hẽ goet dochte:
-Hi wort oec alte gulsich vã spijsen eñ drancke
-om dat hi meende dat die luxurie niet meerderẽ
-en soude hadde hi gemaet geweest vã spisẽ Hi
-maecte spelen in s[~ij]re werscap eñ vergat zeere
-sijn wijsheden. want hi en mercte niet dat sijn
-rijcheden sijn goede zeden versmoordẽ Hi was
-als een tyran op sijn volc eñ als een vyãt eñ
-hi balch hẽ zeer als hẽ yemant seide dat hẽ misstont
-Hi was zeer toornich datmẽ hẽ philippus
-zone hiet eñ dat sij seidẽ dat hi die zede vã sinẽ
-lande verleit hadde: Hier om worden gedoot
-Fylotes eñ Pinenon sijn vader Aldus soe en
-maect groote rijcheit nyemãt goet: mer sij versmoort
-goede zeden Hier na wan Alexãder Sychem
-eñ alle die luden die onder dẽ berch Tantasus
-al omme geseten waren. want dit was
-wilt volc eñ onwetende: eñ nyemãt en cõdese
-dwingen dã alleen alexander Hier na quam
-hi ten berge vã Caspien daer die tien geslachtẽ
-vã israhel in besloten sijn Wãt alsoe inder coningen
-boec ghescreuen is soe leuerdese god õ
-haer sõden wille Salmanazer den coninc van
-Assyrien eñ die voerdese wt harẽ lande eñ hi
-brochtse hier.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxxiij' class='c005'>Hoe Alexander die x. gheslachten vã israhel besloet.</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca xxxiij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Doe alexander ghecomen was ten berge
-vã Caspien soe senden die x: gheslachten van
-israhel boden an hem Eñ sij baden oerlof dat
-sij tegen hẽ wt trecken mochten Doe vraechde
-alexander die saken waer om dat sij soe geuãgen
-waren Eñ doe sij hẽ seiden dat sij god vã
-israhel openbaerlic gelaten hadden eñ haddẽ
-een gulden calf aen ghebeden eñ dat hem god
-propheten te voren geseynt hadde: dat sij hier
-om souden worden geuangen geuoert en dat
-sij nimmermeer weder keeren en souden Doe
-antwoorde alexander dat hijse noch nauwer
-besluten soude Eñ doe dede hi die nauwe wegen
-van die geberchten bemueren: Eñ doe hi
-sach dat dit werck omleyt was õ te volmakẽ
-mit menschẽ pinen soe badt hi god vã israhel
-dat hi dit werck volmaeken wilde Eñ te hãts
-ghingen die roetsen eñ die bergen die een aen
-die ander: soe datmẽ daer nẽmermeer ouer comen
-en mach Eñ hier wort gheopenbaert dat
-god niet en wilde dat sij nimmermeer wt quamen:
-Nochtãs seitmen dat sij wt comen sullẽ
-ten eynde vãder werelt. Eñ si sullẽ groot volc
-verslaen Doer god so groten daet dede õ een
-quaet mẽsche: wat sal hi dã doen om dẽ goedẽ</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxxiiij' class='c005'>Vander poorten vã Caspien</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. xxxiiij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Nv wil Alexander trecken totter poorten
-van Caspien: Solinus scrijft hoedanich
-dat dese poortẽ sijn Hi seit het is een enge pat
-gehouden indẽ roetsen eñ is viij: milen lãc eñ
-so nauwe datter qualic een wagen doer liden
-soude In beyde syden sijn die roetsen so hoghe
-daer sij wt gehouden is. eñ die roetsen tranen
-altijts vã soute aderen Eñ die verscheit [ver]herdet
-eñ wort glat oft ys ware. soe dat die wech
-soe quaet is eñ so nauwe te gaen dats niemãt
-en soude moghen gelouen Eñ alsmen ten eynde
-vã desen wege coemt. soe lett an beydẽ sydẽ
-vã desen weghe wel xiiij milen lanc zants Eñ
-daer binnẽ en vintmen gheen verscheit Eñ als
-men ten eynde vãden gate coemt. so comender
-soe veel serpẽten gelopẽ datter nauwe yemãt
-mitten liue ontgaen mach ten waer indẽ winter
-Doe alexander vernã datmen anders niet
-lijden en mochte totter poortẽ van Caspien so
-[ver]gaderde hi s[~ij] ridders om dat hi weten soade
-wye Darius ter doot gebrocht had</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxxv' class='c005'>Die wrake vã coninc Darius doot</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca: xxxv</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander seide tot sijnen ridders eñ heeren
-Ghi heren ic ben blijde ende zeer wel
-te vreden dat Darius mijn vyãt aldus doot is
-eñ oec bẽ ic den ghenen dien ter doot gebrocht
-heeft om minẽ wille sculdich groot loon ende
-eer. eñ dat soude ic doen ou dat ick wiste wye
-sij warẽ: Daer om biddic of sij hier s[~ij] die dus
-veel om minen wille gedaen hebbẽ dat sijt mi
-nv openbaren: want ic meense hoghe heeren
-te makẽ Doe dit Bessus eñ Narbesmes hoordẽ
-so warẽ sij blijde eñ quamen alle beyde voort
-eñ seidẽ dat sij desen moort gedaen haddẽ Ende
-doe dedese Alexander beyde wel hoge hãgen
-Eñ hi seide dat hi niet versworen en waer eñ
-dat hi oec niet en loghe. wãt hi maectese hoghe
-heerẽ Daer wort oec een ander gheuãgen die
-dẽ raet eñ den moort vã Darius toe bracht Eñ
-dien leuerde Alexander darius broeder te wraken
-Doe toech alexãder haestelick op Terdus
-die schone ryuiere. eñ daer dede hi een stadt op maken
-binnen xxij: dagen die hi na hẽ Alexandrien
-hieten dede. eñ hi muerder eenẽ muer al
-om die stadt die vi: milen lanc was Eñ hi [ver]gaderde
-volc wt sõmige stedẽ die Tyrus bi wijlẽ
-gemaect haddẽ eñ dedese in deser stat woenen
-Men vindt oec bescreuen dat Alexãder alle iare
-een stat maken dede die hi Alexandrien dede
-hieten Eñ dat waren xij: Alexãdrien in die xij
-iaren dat hi regneerde. eñ in desen steden liet
-hi luden vã sinen here die te cranc of te oudt
-geworden waren Eñ hi dede inder muren vã
-den steden houdẽ dat die stedẽ hadde doen maeken
-Alexander Iupiters zone Mer dit was eẽ
-grote sotheyt dat hi hẽ seluen voor god hilt die
-leuẽ moeste mit spise eñ dranc als ander ludẽ</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxxvi' class='c005'>Hoe Alexander Clit[us] doot sloech</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca: xxxvi</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Op een tijt sat alexander in een feeste eñ
-hi sat eñ at eñ dranc mit sinen voorbarigẽ heren
-soe dat hi al drõcken wort Eñ men began
-daer te spreken vã Philippus alexanders vader
-Eñ die heren begonsten Philippus te prysen:
-mer Alexander prees hẽ bouen sinẽ vader
-eñ verhief hẽ harde zeer Eñ dat meeste deel vã
-sinen heeren warens hẽ mede: om dat sij hem
-daer aen lief wilden seggen Maer daer was
-een ridder die Clitus hiet: eñ hi peynsde hi soude
-die waerheit segghen hi balchs hẽ wye wilde
-eñ hi prees meer Philippus. Doe wort alexander
-op hẽ zeer vertorent eñ hi greep een spere
-die een knecht in sijn hant hadde eñ hi doerstac
-dese Clitus die een out vroem ridder was:
-Eñ doe dese Clitus doot lach soe riep alexãder
-tot hẽ Besyet wat v Philippus nv helpẽ mach
-Maer des anderen daeghes als hi nuchteren
-geworden was eñ gedocht wat hi gedaen hadde
-soe wilde hi hẽ seluen gedoot hebbẽ vã rouwe.
-ende hi ghinc eñ wilde Clitus cussen Ende
-en haddent hem sijn vrienden niet benomen:
-hi soude hem seluen op die seluer stede gedoot
-hebbẽ Want hi bedochte hem seluen dat Clit[us]
-suster sijn amye was: ende dat hi oec om dese
-selue saeke ghedoot hadde Persemoene ende
-Fylatone ende veel ander luden van sinen genoeten
-Dit ghinc Alexander alte zeer beclagẽ.
-alsoe dat hi in veel daghen niet en at Tot dat
-hem geboden sijn heeren dat hi ate Eñ sonderlinge
-Calistines sijn gheselle die mit hem voor
-Aristotiles ter scholen ghinc. eñ dese was zeer
-wijs eñ hi was cortelic tot alexander gecomẽ
-om hem wat goets te raeden.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxxvij' class='c005'>Hoe Alexander Calistines doode</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. xxxvij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hier nae doe alexander weder becomen
-was eñ hi weder began te oerlogen soe
-verwan hi tweerehande volck die hẽ op gauẽ
-eñ brochten hẽ giften Doe gheboet alexander
-datmen hẽ aenbeden soude als een god Calistines
-laecte hẽ dit eñ hi seide dat hi pensen soude
-dat hi sterffelic ware Hier om wort alexander
-zeer gram eñ hi teech hẽ an dat hi vernomen
-hadde dat hi hẽ verraden soude Eñ hi dede hẽ
-alle sijn ledẽ of sniden sijn nose eñ sijn orẽ eñ
-sijn lippẽ: soe dattet elckẽ mensche ontfermde
-die hẽ sach Daer nae dede hi hẽ sluten mit wilden
-honden om datse hẽ verscoren eñ verbitẽ
-souden: eñ dat die luden die desen syen souden
-in deser pinen hẽ veruaren soudẽ. Lysimagus
-een ridder die Calistines discipel plach te wesẽ
-in s[~ij]re scolen die hadde ontfermenis op sijnẽ
-meester dat hi hẽ in deser pinen sach Eñ õ dat
-hi sijn pijne corten wilde soe gaf hi hẽ een cop
-mit fen[~ij]den dranc õ dat hi te eer steruẽ soude
-Hier om soe balch hẽ Alexander eñ hi dede hẽ
-werpen voor eenen leeuwe. nochtãs so liet die
-leeuwe desen ridder leuen. ende aldus verhief
-alexander hẽ seluen Mer om datter veel van
-sinen groten heeren hẽ niet en wilden ontfangen
-voor haren god: soe dede hijse iammerlijc
-doden: eñ hi seide hem alle verradenis aen</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxxviij' class='c005'>Hoe Alexander in Indien voer</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. xxxviij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hoe alexãder hier na sijn vaert tot Indien
-maecte te varen Wãt dit is dat meeste lãtscap
-vã alder werelt: wãt in dit landt wonen
-xliiij. manieren van volck Eñ daer staen wel
-binnen vijf M: hooftsteden die al vol vã rijckheden
-sijn: wãt dat lantscap hout bi nae dat eẽ
-derdẽ deel vãder werelt In dit lant sijn alsoe
-veel wõders datment nyemãt en soude mogẽ
-vertellen Daer sijn so hoghe bomẽ diemẽ niet
-en soude mogen op schieten: Alsoe haest als
-alexander in desen lãde quam: so quam des conincx
-Porrius bode tegen hem eñ hi brocht hẽ
-brieuen daer aldusdanige woorden in ghescreuen
-stõden Hoe bẽt ghi soe sot eñ soe koen dat
-ghi onsen rijcke naekẽ dorst Ic rade v dat ghi
-peynset dat ghi een mensche bent. eñ en pijnt
-v niet tegen gode te doen Ghi moecht wel vernemen
-wye dat wi sijn want die auenture en
-vermach teghen ons niet Hier om soe beueel
-ic v dat ghi wederom te Gryeken waert vaert
-ende laet v hier mede ghenoegen Want weet
-dat voorwaer hadde ons v conincrijck ergent
-ghenoecht of hadden wijt begheert te hebben.
-onse broeders haddent lange sonder ghedaen
-Maer wi verõwaerdent als dreck of modder
-want het is onghelijc onsen rijchedẽ eñ hier õ
-en begheren wijs niet Eñ alexander en achte
-op desen brief eñ antwoorde niet want hi kẽnede
-wel dreyginghe eñ ouertale</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xxxix' class='c005'>Hoe Alexander in Indien eenen zone wan</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca:xxxix</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Iustinus seit Doe alexãder in Indien quã
-soe dede hi s[~ij]re ridderen ghesmide van
-haren scilden silueren maken eñ oec haer harnas
-Eñ cortelick hier nae soe quã hi voor een
-stat gehieten Mysa. mer dat volc datter binnẽ
-was en wilde hem niet weren want sij verlieten
-hẽ op haren god gehieten Liberbatus Hier om
-hiet alexander datmen die stat vermyden
-soude Eñ doe hieldt hi daer bi leggen mit sijn
-heer an eenẽ berch diemen heylich hiet: eñ dat
-en was niet verde vander poorten: Op desen
-berch wasset alsoe schone mit wewende ende
-wijngaert al ouer sonder oefenen Van deser
-stat voer alexander in eenre coninginnen lãt
-die Cleophilis hiet Dese vrouwe ghaf haer op
-in alexanders handen: mer sy breede haer seluen
-haestelick ende sy dede alexanders wille:
-Ende hier om gaf hi haer haer lant weder eñ
-haer vryheit. Ende aen deser vrouwen wan
-alexander een zone die sy alexander dede hieten:
-eñ dese alexander wort namaels coninck
-van Indien Doe vergaderde Porrius mit hem
-een alten groten heer om te striden tegen alexander
-Eñ alexander toech oec vast voort om
-tegen hẽ te striden Eñ beyde die battaelgien [ver]gaderdẽ
-eñ aen beyden syden bleef zeer groot
-volck doot Eñ int vergaderen vanden strijde
-soe reedt Porrius alexãders ors Pucifal doot
-Doe wort Alexander zeer veruaert eñ droeue
-om sijn paert: want hi was doe seluer in groter
-auenturen Eñ die gryeken quamẽ toe slaẽde
-haren heere te hulpe daer hi te voete stont.
-eñ daer bleef menich man doot eñ ghewont
-nohtans holpen sij Alexander wter noot Mer
-hi liet alle weere eñ gheuecht staen eñ hi nam
-Pucifael biden stert: eñ hi toecht an die een syde
-Want hi ontsach hem dattet die vã Indien
-gheroeft souden hebbẽ eñ dat en hadde hi om
-gheen goet ghewilt Dus toech alexander achterwaert
-eñ hi maecte tusschen hẽ beyden een
-bestandt xx dagen duerende Want binnen die
-tijt mochtmen ghenesen die gequetsten eñ die
-doden ter aerden doen nae haer waerdicheyt
-eñ verdiensten</p>
-
-<div class='figcenter id001'>
-<img src='images/ill_063.jpg' alt='' class='ig001' />
-<div class='ic002'>
-<p>Hoe dat Alexander Porrius eyschte te campe Eñ hoe hi Porrius õtboet dattet gheen eere en waer dat lantsherẽ so zere haer heer eñ volc auenturen souden</p>
-</div>
-</div>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xl' class='c005'>Hoe Alexander Porrius eyschte te campe</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capittel xl.</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Binnen deser tijt beryet hẽ Alexander dat
-hi Porrius beroepen soude te campe Eñ
-hi ontboet Porrius dattet scãde waer dat lãtsheren
-haer heer so zeer auenturen souden Eñ
-hi ontboet hẽ dat hi tegen hẽ te cãp quam man
-teghens man: eñ soe wye verwõnen bleef die
-soude sijn heer mede [ver]wonnen bliuen eñ onderdaen
-wesen dẽ ghenen dien verwõne Porrius
-was hier of zeer blijde eñ hi nam dẽ camp
-aen teghen Alexander Want hi mercte inden
-strijt dat alexander mer vier cubitus lanck en
-was. eñ hi was vijf cubitus lanc eñ oec groot
-eñ sterc Dus ontfinc Porrus dẽ camp te vechtẽ
-teghen alexander: hi verwõnen wye mochte.
-Hier en binnen ontteykende hem Alexander
-eñ voer indẽ berch daer Porrius lach eñ hi geliet
-hem oft hi copen wilde wijn ende vleysch
-Eñ doe hi voor Porrius quã: soe vraechde hẽ
-Porrius wat alexander dede. eñ hoe oudt dat
-hi was vã iaren Alexander antwoorde Onse
-coninc hout hẽ als een ionc man plach: want
-hi sit in sijn tente biden viere als hi ghewoen
-is eñ hi wermt hẽ Doe wort Porrius zeer blijde
-om dat hi teghen enen ouden man vechten
-soude. want hi was ionc eñ onuersaecht Doe
-antwoorde hi Wat meent alexander eñ waer voor
-hout hi ons eñ waer om en merct hi sijn
-outheit niet Alexander antwoorde weder Here
-ic ben een maet ridder. so dat ic ten nausten
-niet en weet wat alexander doet Eñ Porrius
-beryedt hem dat hi Alexander eenen brief gaf
-daer groot gedreych in ghescreuen stont. eñ hi
-gheloefde hem groot goet op dat hi desen brief
-alexander gaue: Ende doen zwoer Alexander
-seluer dat alexander dien brief sien soude oeck
-watter nae quame Eñ aldus voer hi weder te
-sijnen heer waert Daer na vergaderden dese
-twee coningen indẽ camp eñ als si vochten soe
-wareu sij lange in twifel in beyde dẽ herẽ wye
-dattet schoenste hadde: mer alexander was altijt
-op sijn hoede Eñ daer Porrius bi auenture
-op sijn volck sien soude soe stack hẽ alexander
-mitten swaerde een grote wonde eñ hi moest
-hẽ op geuen tot alexanders wille Doe dit dat
-volc van Indien sach so liepen sij op alexãder
-om dit te wreken Maer Alexander die badt hẽ
-dat sij hem een luttel woude horen spreken Ende
-doe verwanse alexander mit schonen redenen
-eñ woorden Alsoe dat sij alexander voor
-haren heere ontfingen eñ sij bleuen hem daer nae
-voort onderdanich.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xli' class='c005'>Van Porrius rijcheyt eñ macht</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capit. xli</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexanders hystorie seit dit vanden camp
-als voorseit is Mer Iustinus bescrijft dat
-Porrius van alexander zeer gewont was eñ
-oec geuãgen inden strijt daert ors Pucifael in
-doot bleef Eñ dat Porrius hier om so drouich
-was datmen qualic verbliden mocht dat hi hẽ
-liet ghenesen eñ dat hi ate eñ drõcke Eñ doen
-Porrius genesen was so gaf hẽ Alexander s[~ij]
-lant weder mit payse Hier na liet Porrius in
-die eer vã Alexander drie stedẽ maken
-Die twee in Pucifals naem dat Porrius doot
-sloech. eñ die derde hiet Mycia Porrius hadde
-in sijn heer xl. M. mans te voet eñ acht C. waghenen
-wel gebattaelgiert eñ gemãnet: eñ in
-alle syden waren scerpe zekelen daer aen ghemaect
-die zeere sneden. Hier toe hadde hi vier
-olyphãten die wel ten stride geleert waren õ
-die battaelgie daer mede te doer brekẽ Eñ elck
-olyphãt hadde een stercken toren op daer gewapẽde
-luden in warẽ eñ scutters Eñ die toernen
-warẽ binnen wel gespijst. eñ dit was eẽ
-sterc heer Porrius hadde oec een zale die xxx:
-colõpnen lanc was eñ die was wel gewrocht
-van finen goude Eñ die wanden daer of waren
-al van finen goude gedect vingers dick al
-ouer eñ ouer: daer binnen hadde hi een wijngaert
-mit rancken daer die scoten eñ die blad
-of gemaect waren al vã finen goude Ende die
-druuen waren gemaect vã mirande eñ vã cristale
-Daer waren oec an gemaect alte cyerlike
-asement camerẽ eñ slaepcamerẽ daer die wãden
-alte properlic ghemaect waren van finen
-goude: Daer waren in geset carbũkelẽ eñ ander
-preciose steenẽ Die doren vã desen palayse
-waren al yuorien Die balcken waren al van
-ybenen houte. eñ dit palays was al ouer gheweluet
-mit cypresse Eñ daer stondẽ in gemaect
-veel beelden groot eñ lanck van finen goude
-nochtan en waren sij van binnen niet hol Eñ
-elck beelde had in die hant eenẽ cop vã goude
-Daer stont oec een platamus vã fijnen goude
-die groot genoech was in dier gelijcke oft een
-gulden linde geweest hadde. Daer warẽ oeck
-veel nappẽ vã preciose steenẽ eñ van cristalle
-Eñ daer warẽ oec noch veel meer ongeloeflike
-scatten eñ duerbaer steenen eñ ontallicke
-duerbaer crudẽ Eñ al dit grote goet quã alexander
-al tsamen in sijn handen:</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xlij' class='c005'>Hoe dat Alexander in een stat spranc</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca: xlij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Nv dede alexander al sijn heer mit goude
-decken alsoe hi begeerde. alle sijn bãnieren
-dede hi van goude makẽ. Sy hadden daer
-so veel gouts dattet die ridders niet voeren en
-cõsten: nochtans ghingen mitten heer m. olyphãten
-geladẽ mit goude Al der beesten gesmide
-was gulden eñ het blicte harde verde mitter
-zõnen Eñ alle die wagenen vãden heer warẽ
-gemaect mit scerpe zekelẽ. Alexander hadde in
-sijn heer xij. C: karren die den heer volchden:
-Eñ hi hadde xxx: m: stouter ridders te paerder
-die in alle noot vroem waren Noch hadde hij
-drie C. M: man te voete Eñ op vijftich stercke
-mulen voerdemen des conincx harnas Daer
-waren oeck veel kemels buffelen eñ dromedarien
-die den heer volchdẽ mit vytaelge. mer dẽ
-last daer of en mochtmẽ niet [ver]tellen Alexan[der]
-reedt seluer voor sijn bãnieren: eñ hi verwan
-vierdhãde volc Mer doe woudẽ alle die heren
-vã Gryeken weder te lande keren Daer sprac
-hijse soe vriendelic toe dat sy hẽ beloefden mit
-hẽ te varen waer hi wilde Doe quã Alexãder
-tot eenre schoenre ryuieren: eñ daer doer soe
-voer hi in die zee in eẽ eylant daer hij dat volc
-dwanc dat Hercules daer geset hadde te wijlẽ
-dat hi Indien wan. Dit volc was zeer sterc eñ
-fel eñ quam fellic teghens Alexander mit xxx:
-dusent mans te voet eñ lx: dusẽt mans te paerde
-Mer noch dwancse Alexander mit stridẽ so
-dat sij ontvloden in een stat Subdractas gehieten
-ende daer beleyde hijse binnen Hier clam
-alexander eerst op die mure eñ hi spranc inder
-stat: eñ daer weerde hi tegen menighen man.
-Mer hi wort gescotẽ mit een gauelote benedẽ
-s[~ij] spene vã een man vã binnen: mer die man
-die hẽ schoet sterffer om Eñ Alexanders volck
-quã in gesprõgen eñ holpẽ hẽ wter noot:</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xliij' class='c005'>Hoe Alexander die dõcker zee bestont</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. xliij:</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander wort vã sijnen vriendẽ
-wter stat gedragen eñ sij beclaechdẽ zeer
-Eñ alle dat volc vã binnen der stadt sloegen
-sij doot Hier gedoechde Alexander grote smerte
-eer hi ghenesen was Eñ hier bekende hi eñ
-seyde Al hout mi alt volck dat ic iupiters zone
-bẽ Dese wonde leert mi dat ic een sterffelic mẽsche ben
-wãt hi conste qualic genesen Eñ doe hi genesẽ
-was soe bereyde hi hẽ ter stont õ voort te varẽ
-Mer hi sende Polipertoene mit een schoen here
-in Babilonien wãt hi was mitten heer verladen:
-eñ hi was selue beradẽ dat hi die groote
-zee syen wilde eñ hi ghinc te scepe om dat lant
-te besien dat daer binnẽ lach Sinte Augustinus
-seit dat hi op die zee een hooft rouer vincg ghehieten
-Dyometes Doe vraechde hẽ Alexander
-wat verwoetheyt dat hẽ daer toe iaechde dat
-hi mit scepen in die zee voer rouen: Die rouer
-antwoorde wat duvel iaecht v dat ghi alle die
-werelt doer roeft Want õ dat ic mi auenture
-mit cleynre menichtẽ so hietmen mi rouer: eñ
-v hietmen coninc ende heere om dat ghi meer
-volcx hebt Want alsmẽ gerechticheit after laet
-soe en ist conincrijck anders niet dan diefte
-eñ groten roef. mer dat wi rouers hieten dat
-is om cleynẽ roef eñ moort die wi doen</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xliiij' class='c005'>Van Candax der coninginnen</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca: xliiij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hier mede liep die mare eñ Cãdax die coninginne
-vã dien lande die zeer subtijle
-was van sinnen seynde eenen scilder die wel
-beelden maken conste Eñ sy beual hem dat hi
-al sijn subtijlheit daer an leyde dat hi alexanders
-beelde wel maecte na sijn gedaente eñ dat
-hi haer dan dat brochte Want hier te vorẽ had
-Alexãder haer brieuen gesent vã grote vrientscap
-Sy sende hẽ een groot present vãden houte
-eñ van gout eñ preciosen gesteentẽ. eñ son[der]linge
-dieren eñ vogelen vã menige manieren
-Binnẽ dat dit geuiel soe quã candeles haer zoẽ
-haestelic tot Alexander gevlogen om succoers
-want hẽ wort s[~ij] wijf ontuoert Alexander settede
-Ptholomeus in sijn stadt eñ hi dede hẽ seluen
-hietẽ Antigone eenen matẽ ridder vã alexanders
-heer Eñ Ptholomeus gebaerde hẽ tot
-candeles of hi die coninc Alexander gheweest
-had. eñ hij seide tot alexander Antigone Gaet
-doet desen man succoers eñ wreeket ouer sijn
-vyandẽ Alexander nam mit hẽ vier M. rid[der]s:
-eñ voer mit candeles der coninginnẽ zone eñ
-hi vinck s[~ij] viandẽ eñ verloste s[~ij] vrouwe Hier
-om bedancte candeles Ptholome[us] zeer dien hi
-voor alexander hielt Doe begeerde Ptholomeus
-als heere dat hi begheerde sijn moedere te
-sien. mer hi wilde daer te voren seynden Antygone:
-eñ des was cãdeles harde blijde Aldus
-voer Alexãder tot die coninginne Candax oft
-hi Antigonus geweest hadde Doe dit die coninginne
-Cãdax vernã so quã sy tegen harẽ zone
-eñ sy cussede alexander zeer om dat sy hẽ eere
-doen wilde: eñ sy leyde hẽ in alle stedẽ in haer
-cameren eñ toende hẽ veel rijchedẽ Alexander
-antwoorde dat hi veel meer rijcheden ghesien
-hadde in Gryeken dã hi daer vant. Doe seyde
-die vrouwe tot hẽ Mi dunct immer dat ghi selue
-alexander bent Hi seide vrouwe ick en ben
-niet Doe leydẽ sy hẽ in die stat daer sy sijn beelde
-gheset hadde eñ dedet hem syen eñ sy seide
-Merct wel eñ besiet hier aen dat die coninginne
-Candax wijser is dan alexander Doe was
-alexander zeer veruaert eñ hi beclaechde zeer
-dat hi daer gecomẽ was Doe seide de coninginne
-En weest niet veruaert. ghi hebt minẽ zone
-trouwe gedaen eñ ic salt v lonen Si hieten v
-Antigonus die willen: maer ghi sijt mijn heer
-alexander Eñ sy brocht hem weder in sijn behout
-sõder vrese Nochtãs wilde hi haren ioncsten
-zone gedoot hebbẽ: om dz hi Porrius dochter
-te wijue hadde</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xlv' class='c005'>Hoe Alexander doer die roetsche villede</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capittel xlv:</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Binnen enen iare geuiel dit wõder Want
-alexander verwan Darius in die meye:
-eñ in die hoymaent verwan hi Porrius Daer
-nae indẽ oest nam alexander mit hẽ C: eñ l: heren
-vã Indien die alle die wegen kẽden. eñ hi
-voer wech õ dat hi alle die wildernissen van
-Indien sien wilde eñ hi toech doer dat groote
-santachtige lant dat daer leit: wãt in dat lant
-vantmen eerst zydẽ werck. eñ daer maectmen
-zydẽ clederen In desen wech haddẽ alt heer groten
-noot vã dorst. wãt sij en vondẽ gheen water
-Mer int heer was een ridder die een helm
-waters had gecregen mit groter pinen eñ die
-brocht hi mitten water tot alexander dat hijs
-loon woude beiaghen Doe nam alexãder den
-helm mitten water eñ storten wt voor dz heer
-eñ dese vromicheit benã menighen man sinen
-dorst Daer nae quamẽ sij tot eenre ryuiere die
-soe bitter was datter gheen mãnen of beesten
-of drinckẽ en mochtẽ Hier bi proeftmen dat eẽ
-mensch meer lijdẽ mach dan een beeste: Want
-vã groter noot soe licten sij som kout yser eñ
-som loot: eñ som drõcken si oec vryne eñ olye
-Ontrent noen quamẽ sij bi eenẽ berch daer sy
-alle dat volck naect sagen Eñ Alexander badt
-hẽ dat sij hẽ goet water wijsen soudẽ. mer doe
-scuylden sij alle neder: eñ men schoet vã ouer
-dat water nae hẽ: eñ doe decten sij hẽ te meer:
-Doe beual alexander õ dat hẽ des volcx [ver]wõderde
-twee C. vã sinen luden ouer die ryuiere
-te zwẽmen: mer als sij die helft ouer geuaren
-warẽ soe [ver]betense die water paerdẽ mit groter
-torment Doe wort Alexander so grã dat hi. C
-vã sinen leytsmãnen inder ryuiere dede werpen:
-eñ die water paddẽ haddense haest gegetẽ
-Corts hier na võden sij ludẽ die hẽ water wiseden.
-mer als sij totten water quamẽ soe hadden
-sij alden nacht genoech te doen om tegen
-die leeuwen te vechtẽ eñ tegen tygren eñ beeren
-daer sij hẽ mit pinen doer verweerden</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xlvi' class='c005'>Van den serpenten eñ anderen dieren die alexãder vreesden:</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capittel xlvi</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Doe Alexander gecomen was tot zuuerẽ
-water so sloech hi sijn getelde viij: milẽ
-lanc eñ breet Eñ hi dede xv.C: vieren maeken
-wãt dat ontsien bitende dieren zeer Daer quamen
-doe alte veel scorpioenẽ ende terusten die
-veel quader sijn Daer na quamen menigerhãde
-serpenten. nv blauwe: nv rode. nv blonde
-nv scire nv witte: nv swarte. nv ander die die
-huyt guldẽ haddẽ Eñ te hãts wast vol gerufts
-dat dese serpẽten maecten: daer na quamen serpentẽ
-binnen den tenten die cãmen opt hooft
-haddẽ eñ sij hadden som twee hoofdẽ oft drie
-eñ haer ogen barndẽ als vuer Alexãder visyerde
-dat alles s[~ij] heer hẽ battaelgien soude tegen
-die serpẽten eñ elck soude sijn schilt voor hem
-houdẽ eñ sprieten eñ speren om die serpenten
-mede te wederstaẽ In dit geuecht verloes alexander
-xx. ridders eñ lx. knechts Daer nae quamen
-witte leeuwen also groot als ossẽ eñ die
-sloechmen doot mit sprieten Daer nae quamẽ
-grote eueren eñ pantheren opt heer Eñ daer na
-quamen vleermusen also groot als duuen
-Daer na quã een beest meere dan een olyphãt
-al swart mit drie hoofden Eñ eermen dit dier
-doden mocht: soe haddet ses en dertich gryekẽ
-ghedoot eñ liij: ander mannen want het verscoerdet
-al cleyn eñ groot daert op comen cõste
-Hier na quamen opt heer musen die groter
-waren dan vossen Eñ wat beestẽ dat die betẽ
-die bleuen ter stont doot. mer die ludẽ mochtẽ
-wel vander beten ghenesen Eñ hier om dede
-alexander sinen leytsmã doden</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xlvij' class='c005'>Hoe Alexander binnẽ Indien waert voer:</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca: xlvij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander quam hier na voor een poorte
-daer die poorters binnẽ hoorden seggen
-datmen alexãder mit wapenen niet en soude
-mogen dodẽ Doe visierden sij een ander dinc
-eñ schoten tot sinen volcke waert mit fen[~ij]de
-quattelen daer menich man of sterf Eñ Ptholomeus
-alexãders vrient was oec daer of ghequetst.
-soe dat alexander een cruyt indẽ drome
-gewijst wort dat alle dat fenijn verdreef Hier
-na quam hi tot enen hoghen berch daer groot
-volc op geuloden was Eñ men seide dat Hercules
-in dien berch bi wijlen was: mer eẽ grote
-aertbeuinge dreef hẽ van daer Desen berch
-wan alexander mit groter pijnen: eñ hi voer
-daer die gulden palen stõden die Liberbat[us] eñ
-Hercules setten: tot een teyken dat sij dat lant
-soe verde wõnen Doe wilde alexander wetẽ
-of die beelden die daer stõden binnen hol waren
-of vol. Eñ hi vant dat sij vol waren van
-finen goude gemaect Hier nae quã hi mit sijn
-heer daer hi een sterck groote beeste vant mit
-twee hoofden die getant was op haren rugge
-als een sage: eñ dit beeste beet hẽ twee ridders
-doot Eñ dit beeste sloechmẽ mit hamers doot
-wãt gheen spriet en mocht hẽ deren Daer nae
-quamen sij op een ryuiere daert heer sat eñ at
-daer quamẽ veel olyphãten op hẽ gelopẽ: Doe
-beual Alexander den Tessalen dat sij tegen die
-olyphãten trecken soudẽ eñ dat si voor hẽ driuen
-een cudde swijnẽ. want als die olyphãten
-horen geluyt vãden swijnẽ soe vlyen si Aldus
-soe sloegen sij doot viii C: eñ lxxx olyphãten
-eñ si sloeghen die tãden wt eñ voerdense mit
-hẽ. want het is precioes yuoer</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xlviij' class='c005'>Vanden wonderen die in Indien sijn</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. xlviij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Si voeren bet tot Indien waert in eñ quamen
-daer sij naect volc sagen eñ die waren
-acht voet lãc Die manier vã dit volc was
-dat sij altijt in die ryuiere warẽ eñ sij atẽ raeu
-visch: mer als sij bet naerder comen soudẽ om
-dit volc te besien soe dokẽ sij alle õder twater
-Dan daer quamẽ sij in een wout daer sij ludẽ
-vondẽ die hoofdẽ hadden ghelijc hõden Eñ daer
-sloech Alexander getelden eñ s[~ij] volc onstac
-daer menich vuer Mit dien rees een storm soe
-groot dat alle die tenten auerecht waydẽ. mer
-Alexander badt dẽ volc dat sij hẽ niet [ver]uaren
-en souden. Eñ hij seide hem dat dit die goden
-niet en daden. maer het was den tijt vanden
-iaer dat doe scheidẽ den herfs eñ den oest ende
-dẽ winter eñ hi beual dẽ volc dat si eten soudẽ.
-mer daer viel znee op hẽ soe groot als scaepẽ
-vlyesen alsoe datter v.C. mãnen of doot vielen
-Hier na viel groot hagel eñ vier te gader
-eñ binnẽ drie dagen hier nae en saghen sij die
-zõne niet Alexanders ridders seidẽ dat dit der
-goden wrake was: om dat een sterffelijc man
-also koen was dat hi varẽ dorst ouer Liberbatus
-eñ Hercules palẽ eñ sij waren gram. Doe
-quã alexãder ten berge vã Ethiopien eñ daer
-vant hi open Liberbatus hol: Dat was in een
-berch die al metalen of guldẽ scheen mer wye
-int hol ginc die moest in drie dagen steruẽ Wãt
-als Alexãder in een lant quã soe vraechde hi of
-daer eenich wõder in dat lant was. eñ als mẽ
-hẽ van enich wõder seide soe wilde hijt immer
-besien Het geuiel dat hi twee oude mãnen vãt
-doe hi in Indien was. eñ sij seidẽ hẽ van twee
-bomen die dieper int lant stõden Dat een was
-der zõnen boom eñ dander der manen boom
-eñ sij seiden elck wat hi begeerde te wetẽ Als
-alexander hoorde soe was hij grã eñ meende
-dat sij dit seiden om hẽ te bespottẽ. eñ hi wilde
-se doden Mer doe sijt hẽ zwoerẽ dattet waer
-was soe nam hijse mit hẽ eñ hi voer derwert
-Eñ als hi daer int lant quam soe vant hi daer
-alle tuolc gecleet mit hudẽ van pantheren eñ
-sulcke huden leydẽ sij onder eñ bouen daer sij
-sliepen eñ en hadden onder gheen bedden Dat
-volck en at anders niet dan colen gemaect vã
-edelen wyerooc eñ van balsame wãt dit wasset
-in dat lant zeer veel</p>
-
-<div class='figcenter id001'>
-<img src='images/ill_077_081.jpg' alt='' class='ig001' />
-<div class='ic002'>
-<p>Hoe Alexãder quã bijder zõnen eñ manen boom eñ hoe hẽ een pape te gemoete quam eñ was getant ghelijck een hont</p>
-</div>
-</div>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='xlix' class='c005'>Vander zõnen eñ manen boom</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca: xlix</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als alexander biden bome quã soe quam
-haer pape tegen hẽ wt te voete. Ende hi
-was gecleedt al mit huden. hi stõt ghetant als
-een hont: eñ sijn oren waren doergaet eñ daer
-hingen gulden ringen an mit preciosen steenen
-Die pape vraechde Alexander wat hi daer
-dede of wat hi wilde Alexander ãtwoorde dat
-hi syen wilde die heylige bomen vãder zonne
-eñ van die mane Die pape seide Op dat hi eñ
-sijn gheselscap zuuer ware eñ sõderlinge van
-wijuẽ. soe soude hijse sien eñ horen sprekẽ wat
-hi begeerde te wetẽ Mer hi seide dat der zõnen
-boom sprac des auõts als die zõne onder ginc
-eñ des morghens als si op soude gaen. eñ der
-manen boom des gelijcx Eñ die bomen stondẽ
-in een bosch int midden dat al omme bemuert
-was mit een muere Doe sij daer binnen gaen
-soe hiet die pape hẽ allen of doen haer costelicke
-clederen eñ schoenẽ eñ haer iuwelen Ende
-doe sij binnen gegaen waren so sagen sij schone
-bomen int middẽ staen eñ elck was wel C:
-voeten hooghe: eñ daer hinc balsame aen die
-daer of dropen eñ was ghelijc kryeken Ende
-die coninc eñ sijn gesellen raepten daer balsame
-om dat sij soe wel roecken. wãt die coninc
-leyde mit hẽ daer binnẽ wel drie C: van sijnen
-ridders Eñ om dat dese bomen schoon warẽ
-eñ mit balsame soe wel gheladen: soe meende
-alexander dattet daer veel plach te reghenen.
-Maer die pape swoer datter nye regen noch
-vogel of beeste en quamẽ Wãt hi seyde hẽ dat
-die bomen ghewyet warẽ inder zõnen eñ in[der]
-manen eere. eñ dat sij so lanc eñ so schone waren
-gewordẽ van heylicheden Doe wilde Alexander
-den boom offerhãde doen mer die pape
-verboetet hẽ: eñ hi hiet hẽ eñ sijn luden dat sij
-den boom anbedẽ eñ cussen souden Dese pape
-eñ die luden vã desen lande pleghen wel drie
-hondert iaer te leuen of meer.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='l' class='c005'>Hoe Alexander sijn eerste antwoorde ontfinc vander zõnen boom</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Cap. l:</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Die pape seide tot alexander Hebt v herte
-eñ v gepeyns voor v: waer of dat ghi weten
-wilt mer en spreect niet mer peynst mitter
-herten eñ syet opwaert naden boom Ende hi
-sal v dan antwoorden soe wat ghi begheert
-te weten: want sij spreken gryexe eñ ioetsche
-tale beyde gader zeer wel Die coninck eñ sijn
-geselscap te samen wachten hẽ van quaden berade
-eñ sij sagen ten bome waert op Alexander
-peynsde of hi mit gheluc eñ seghe weder te
-lande keren soude Doe antwoorde hẽ der zonnen
-boom eñ seide Alexander ghi sult alle die
-werelt onder dijn bedwanc doen eñ onuerwõnen
-bliuen vã striden. eñ heere bouen alle die
-werelt wesen: mer nẽmermeer en coemt gi te
-lãde. Dit seide die boom in ioedtscher tale mit
-cleynre sprakẽ: Mer dit woort misquã alexander
-harde zeer eñ hẽ was leet dattet alsoe veel
-vã sinen ridders hoorden. eñ sij begonsten te
-weenen Eñ alexander [ver]boetet hẽ allen mit giften
-eñ mit dreygen dat sijt nyemãt en souden
-seggen dat sij gehoort haddẽ. eñ hi wilde bliuẽ
-om anderwerf ãtwoorde te ontfaen vander
-manẽ boom Mer die pape seide hẽ dat dit niet
-wesen en soude voor ter middernacht dat die
-mane rijsen soude Hier om so bleef alexander
-daer. eñ hildt mit hẽ Pernitasse eñ Fylotinen
-eñ Clytone s[~ij] neuen die cortelic wt gryekẽ gecomen
-warẽ: Wãt die mane seide hẽ dat hem
-nyemãt doot slaen en soude mogen eñ hier õ
-ontsach hi hẽ te min. eñ liet alle die ander ridders
-wten bosch gaen.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='li' class='c005'>Hoe der manẽ boom Alexander anderwerf ãtwoorde</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca:li</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander ghinc inwert totten boom mit
-sijn drie ridders eñ aenbede dẽ boom: eñ
-hi peynsde eñ begeerde te weten die stat daer
-hi in steruẽ soude Eñ als die mane began te risen
-soe ãtwoorde hẽ die boom in gryxer talen
-Alexander. uwẽ sterfdach naect zeer: Wãt int
-naeste iaer ter ix: maent sult ghi sterue te Babilonien:
-eñ het sal v doen een dijn vriendt daer
-ghijs niet op en meent Alexander weende harde
-zeer eñ sijn drie ghesellen die mit hẽ waren
-Doe wort Alexander in twijfelingen. oft hem
-eenich vã drien doen soude eñ: hẽ berouwede
-dat hijs niet gevraecht en hadde wye dattet hẽ
-doen soude Eñ aldus ghingen sij wt eten mer
-alexander en mocht niet eten vã droefheden</p>
-
-<div class='figcenter id001'>
-<img src='images/ill_077_081.jpg' alt='' class='ig001' />
-<div class='ic002'>
-<p>Hoe der zõnen boom Alexander die derde vraghe antwoorde eñ seyde:</p>
-</div>
-</div>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='liij' class='c005'>Hoe der zonnen boom coninc Alexãder die derde vraghe antwoorde</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Cap: liij.</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als alexãder gegeten hadde so was hi zeere
-naerstich om voor den dage te comen
-totter zonnen boom om weder antwoorde te
-ontfaen vã dat hi begeerde Eñ hi ginc ter mueren
-waert vãden bosche mit die drie die mit hẽ
-waren Eñ doe sij tottẽ pape quamẽ vonden sij
-hẽ noch slapende eñ gedect mit huden bouẽ eñ
-beneden. want die ludẽ en hebben anders gheẽ
-slaeplakens Eñ bi hẽ lach een harde corste op
-een tafel vã balsame gemaect die hẽ des auõts
-gebleuẽ was. eñ daer bi lach een mes vã yuorien
-wãt in dat lãt en is gheen yser noch loot
-mer daer is alte veel gouts. noch die luden en
-hebbẽ daer gheen laken: Eñ die pape stont op
-eñ ghinc mit hẽ binnen: Alexander ginc staen
-voor der zonnen boom eñ aenbede hẽ Ende hi
-pensde wye hẽ doden soude eñ wat s[~ij]re moeder
-eñ s[~ij]re suster geuallen soude Als die zõne
-began te rijsen: soe antwoorde hẽ der zonnen
-boom in gryex aldus Alexãder Seydẽ wi v diẽ
-verrader die v ter doot brengen sal. so soutstu
-hẽ doden. eñ also soudt ghi dat dinc verdriuen
-dat immer gheschien moet Wãt ouer een iaer
-eñ ix: maendẽ sult ghi steruen te Babilonien in
-die stadt: Maer men en sal di dijn lijf niet nemen
-mit ysere noch mit stale noch mit metael
-noch mit siluere noch mit goude Wãt ghi sult
-mit fenijn vergeuen wordẽ Olymphias sal eẽ
-iãmerlicke doot steruẽ. eñ men salse onbegrauen
-latẽ om datse die vogelen eñ beesten eten
-sullen Dijn suster sal lãge in groter eeren bliuen:
-al en salse niet lãge leuen Ghi sult al die
-werelt onder v hebbẽ als een here. Nu gaet henen
-eñ ruymt onsen bosch eñ en vraghet ons
-niet meer. eñ vaert haestelijc ter poorten van
-Faciaten waert daer Porrius eñ dijn heer v
-wacht Die pape seide v hantgheslach eñ screyinge
-[ver]torent god zeer eñ dẽ heyligen boom Here
-coninc ruymt haestelic dat bosch. Veel ludẽ
-twijfelen wye dese antwoorde gaf. want die
-bomen en spreken niet: Sulcke luden segghen
-dattet een engel gods was Ander seggen dattet
-die duuel was: maer dat en gheloue ic niet
-Want die duuel en mach alle gepensen vandẽ
-mensche niet wetẽ. eñ hi en mach niet weten
-wat daer geschien sal. eñ al seit die duuel somtijt
-waer nochtãs veynst hi dicke logene Mer
-om dat stẽme seide al dat waer was soe houde
-ic nochtans dat sij vã gods wegen was.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='liiij' class='c005'>Van Alexanders [ver]waentheden</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. liiij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Daer na voer alexander wech: eñ alle s[~ij]
-volck eñ sij quamen in een dal daer veel
-serpenten in waren die den steen Mirauden
-dragen in haren hals die schone warẽ: eñ dat
-heer wãner menich: Daer nae quã alexander
-onder wonderlijke beesten die hoofden haddẽ
-ghelijc leeuwen Ende daer mede quamen voghel
-grijpen die hẽ veel quaets deden ende dat
-heer weerder hem teghens mit speren eñ mit
-scutten sterckelijc. nochtans lieten si daer wel
-twee C: mannen doot: maer onder cleyn ende
-groot sloegen sij daer wel acht duysent beestẽ
-doot Hier nae quamen sij op een ryuiere ghehieten
-Ecclinas. eñ dat water is derdalf mijle
-wijt: eñ an elcke syde stont groot lanc riet dat
-meerder eñ langer was dan eenich boom wesen
-mochte. eñ dat riet lach al vol olyphãten.
-mer sij en deden alexãder noch sijn heer gheẽ
-quaet Eñ alexander voer mit sinen heer ouer
-dit water mit scepen vã ryet gemaect Eñ doe
-sij alle ouer waren so ontfinghense die wilde
-luden alle dat heer vriendelic Si vonden daer
-wilde wijuẽ in een water die schoen wit haer
-hadden eñ schone claere hudẽ Dese wiuen plegen
-dicwijle mannen te vaen eñ [ver]drenckense
-of sloeghense doot of brochtense ter doot mit
-haer grote luxurie Alexander vinc twee van
-dese wijuẽ die een huyt haddẽ soe wit als znee
-Van daer quamẽ sij opter ryuiere Gãgres die
-indẽ bybel Fyson hiet. eñ sij coemt wten paradyse
-Dese ryuiere is soe wijt datmen vãden
-enen oeuer anden anderẽ niet ouersien mach
-Daer nae quamẽ sij daer sy beesten võden die
-voor wten hoofde quamẽ groote hoornen die
-ghetant waren als een saghe: eñ vã dien sloegen
-sij doot viii M: eñ vier C:</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='lv' class='c005'>Hoe Alexander der maechdẽ lant wan</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca: lv.</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Aldus voer Alexander doer dat wilde Indien
-eñ hi quã int eylant Faciaten. daer
-hi Porrius vant die alexander daer ontbeyde
-mit alle sijn heer Hier om beual alexãder den
-heeren die hi alle dat lant vã Persen eñ Medẽ
-beuolen hadde dat sy soudẽ doen maken grote
-lange colõpnen vã finen goude. eñ dat si alle
-sijn gesten daer in scriuen souden Eñ dat sijse
-by Porrius rade voeren soudẽ in dat hoochste
-Indien: eñ dat sijse verre ouer Liberbatus eñ
-Hercules palen setten soudẽ. Iae dat sijse oec
-tien voet hoger setten souden dan haer palen
-warẽ. wãt hi was dieper int lãt dan sij warẽ
-Nochtãs verloes hi daer wel M. eñ L: mãnen
-Seneca spreect van alexanders macht eñ van
-sinen rijcke aldus Die coninc Alexander was
-soe fyer dat sijn [ver]waentheit ghinc bouen alle
-mẽschelicheit. wãt doe hi die werelt [ver]wonnẽ
-hadde soe wilde hi oec dẽ hemel [ver]winnen Eñ
-hẽ quã in sijn sinnẽ dat Demetrius geseyt hadde
-datter veel werelden warẽ Daer om seide
-alexander: Ay mi keytijf dat ic binnẽ minen leuen
-een werelt niet ghewonnen en hebbe dat
-sal mi lange rouwen Nu liet Alexander in Indien
-een ruwaert eñ hi voer weder te Babilonien.
-Maer onder weghe dede hi tondere der
-maechden landt: soe dat sy hẽ tribuyt eñ tijnse
-gauen Eñ inden weghe quã hẽ die boetscap d[at]
-hẽ die boden brochten den seghe vã al Europẽ
-eñ sy gauen hẽ op alle haer lãt: eñ sy brochten
-hẽ grote presenten Eñ haer tribuyt was van
-der rijcker stat Cartagien eñ Spaengen lãt eñ
-van Cecilien eñ vã Gallien dat menighe mijle
-verre leyt. van Ardennen eñ vã Ytalien Eñ alle
-desen sijns ontbeyden hẽ in Babilonien mit
-menighe grote presentẽ Doe haeste hẽ alexander
-zeer derwaert om dat hi daer die heerlich[eit]
-van al[der] werelt õtfaen wilde. õ heer daer ouer
-te wesen Wãt doe hi in Indien soe diep gheuaren
-was so seide dat volc vãden lande gemeẽlic
-dat hi nẽmermeer steruẽ en mochte om dat
-hi so verre ouer Liberbatus eñ Hercules palen
-geuarẽ was: Hier om en hilt hi daer niet veel
-of wat hẽ die bomen geseit haddẽ. wãt hi gheloefde
-bet anderẽ Eñ aldus wort hi bedrogen
-Nu sult ghi horen hoe Alexander tot die Bracmannen
-voer</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='lvi' class='c005'>Hoe Alexander die Bracmãnen bestoet:</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. lvi</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander besocht die wõderen die in Indien
-warẽ so wilde hi oec der Bracmãnen lãnt
-winnen Doe seyndẽ hẽ die Bracmãnen aldus.
-danige brieuẽ Heere onuerwõnen coninc Wij
-hebbẽ gehoort vã uwe zeghe eñ eere. eñ hier in
-sijn wij zeer blijde van uwen ghelucke. Weet
-dat wi gheen dingen en hebbẽ daer ghi op õs
-om oerlogen derft. wãt ons goet is al gemeẽ:
-eñ wi eten alle eenrehande spijse Want schone
-dierbare clederen daer of laten wi ons ghenoegen
-mit eenre slouen Onse wijuen en blãcketten
-hẽ niet om datse ons te bet ghenoegen
-souden. want wympel cleder eñ crone dat is
-cyerheit mer gheẽ schoonheid: wãt gheen an[der]
-schoonheit en is dã ons die nature gelaten heuet
-Wij en hebbẽ anders gheẽ husen dan holen
-eñ haghedochtẽ eñ daer in wonen wi so lãge
-als wi leuen. eñ daer in laetmen ons leggen
-als wi doot sijn Wij hebbẽ eenen coninc maer
-dat en is daer õ niet dat ons eenighe rechters
-noot is: maer dat is alleen die edelheit. Want
-waer ouer soudemen rechtẽ daer nyemant en
-is die misdoet Als Alexãder die zeer wijs was
-dit vernam vã haren leuen so liet hijse vry eñ
-quijt vã alle oerlogen Doe screef hi aldus tot
-Didimus coninc vãden Bracmãnen</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='lvij' class='c005'>Hoe Alexander dẽ Bracmãnen weder screef</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. lvij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Van uwen zeden hebben wi dicwijls ghehoort
-dat v leuen niet en is ghelijc den leuen
-dat gemeenlic alle menschen leuen soe dattet
-ons dunct onmoghelic te wesen en dede dat
-wijt gehoort hebbẽ Hier om coninc didimus so
-biddic v dat ghi tot onser lieften ouer wilt scriuen.
-oft waer is dat wi vã v gehoort hebbẽ eñ
-maket ons vroet of ghi leeft om exempel te geuen
-vã uwen leuẽ Eñ dit doet ons: op dat als
-wi also v leuen horen: dat wi ons daer in kerẽ
-mogen oft ons alsoe geuallen mochte: Want
-leeringhe is een vry dinck eñ wijsheit en scaet
-niet alsmense tottẽ gemeenen profijt gebruyct
-Ghelijc dattet een barnẽde kaerse niet en scaet
-al ontsteectmen daer veel ander kaersen aen
-daer ander luden by syen. want haer licht en
-wort des niet te minre</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='lviij' class='c005'>Een antwoorde vã Didimus tot Alexander</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Capit: lviij.</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Didimus die coninc vãdẽ Bracmãnen antwoorde
-tot alexander aldus Heer coninc
-ghi versmaet onse bodẽ die wi tot v sendẽ als
-onwaerdige luden daer ghi nochtãs sulke nie
-maren vã ons gehoort hebt. Maer nv sal ic v
-van onsen zedẽ die waerheit segghen Die bracmãnen
-leuen een simpel leuẽ. eñ minnen alle
-suuerheit eñ haten alle onreynicheit Si en begeren
-anders gheen dinc dã die nature [ver]leent
-Onse lijftocht is simpel eñ onsẽ cost en is niet
-groot Want wi en begeren gheen lecker morseelẽ:
-mer wi eten onse spijse onderlinge alsoe
-die aerde draecht sõder grauẽ eñ ackerẽ Want
-wi en eten gheen dinc dat leeft. eñ hier om en
-wort onder õs nyemant zieck noch en quelet:
-Wy hebbẽ oec een zede dat nyemãt den anderẽ
-en helpet: want wi sijn altijts alle effen rijck.
-Hier om soe leuen wij sonder haet eñ nijt. eñ
-wi hebben alle effen grote armoede En aldus
-soe sijn wi alle effen rijck vã goede Wi en hebben
-onder ons gheen wet: wãt onder ons en
-is nyemãt die misdoet Wi en weten oeck niet
-vã arbeyde daermen an winnen mach. want
-die gyericheit is al quaet Ende soe wye datter
-mede beuãgen wort in sijn herte: sij brenct hem
-ter armoedẽ eñ scanden wãt die gyericheit en
-heeft gheen scande noch eynde. eñ soe die gyericheit
-meer crighet hoe sij meer begeert te hebben
-Wi en begeren gheen dinc dan dat wi steruen
-moeten sõder pijn Wij slapen sonder sorghe:
-eñ wi en eyschen vã nyemant dienst cleyne
-noch groot Wi sijn alle vry. sõder dat allene
-ons vleysch onderdaen is onser redene Eñ
-wi houden ouer felheyt dat wi ons gebueren
-dwingen souden om ons onderdaen te wesen
-die die moeder der nature ons ghelijc gemaect
-heeft. eñ die vader vã hemelrijc tot sijn rijcke
-geroepen heeft. daermen ewelick in leeft mit
-blijscappẽ Wij leuen gemackelic in onse holen
-wãt nyemant en derf ons daer in storen. Eñ
-wi en dragen oec gheen costelicke clederẽ: wãt
-wi decken ons al mit papelẽ alsoet tamelic
-is Wij en willen gheen vrouwẽ om oncuysheit
-mede te doen. mer om dat wi begeren
-kinderen daer aen te winnen Onder õs so en
-sterft nyemãt voor sinen vader eñ mitten doden
-en maken wij gheen feeste wãt het is mit
-ons alleens mitten minsten eñ mitten meestẽ:
-Maer uwe zede is dat ghi groot goet leght an
-den doden eñ ghi en laet der aerden niet hebben
-dat haer is: mer ghi ouerdect uwe dooden
-mit siluere eñ goude eñ ontneemt der aerden
-aldus dat haer toebehoort. In ons lãt en valt
-gheen plaghe want wi en ontsuuerẽ die lucht
-niet mit quaetheden daer die plagen om plegẽ
-te geschien Die wint eñ dat weder is in onsen
-lãden ghenoechlick nadẽ tijt vanden iare Wij
-en houdẽ anders gheen medicijn dã dat wi etẽ
-soberlic zuuere spijse: wãt vasten doet wel genesen
-eñ hout ons gesont Wij en plegen gheẽ
-spel. danssen noch roeyen noch tornoyẽ noch
-spel van dieren te maken: eñ wi en varen nergent
-om sulck spel te ansien. want die werelt
-eñ dẽ hemel geuen õs genoech schoonheden te
-ansien Wãt wi sien dẽ hemel dat hi schone eñ
-claer is. eñ allesins wel gecyert is mitten sterren
-en planeten. Oeck syen wi in die zee die gedaente
-vã purpure eñ oec van die visschen in
-menighen manieren daer in spelen ende springhen
-Dan syen wi voort hoe die zee die aerde
-allesins omme helset heeft: recht oft haer suster
-waer Wij hebben oec groote genoechte te
-syen op die groote weyden die al om ende om
-mit schoon groene bloemen staen die soe wel
-eñ soete ruken voor die ogen eñ voor den sin
-eñ daer hebbẽ wi veel genoechten in Wi hebben
-oec grote ghenoechte aen te sien die wilde
-bosschen eñ die groene bomen daer die vogelen
-soe schoon eñ soet op singhen Dit sijn die
-rijcheden der naturen eñ haer schoonhedẽ eñ
-weelden Wij en varen nimmermeer te lande
-noch ter zee om comenscappe te doen: wãt die
-rijcheden vã vremden landẽ en sullẽ nimmermeer
-onsen sin verwinnen Eñ wi en begeren
-niet meer vã aertschen goeden dan dat wi in
-armoeden leuẽ mogen blijdelic eñ sonder sorghe
-Wij en leren oec niet schone spreken wãt
-daer leyt loosheit in: eñ men becleet die logen
-mit schoonre talen also schone datter menich
-man mede bedrogen wort Wãt men ontschuldicht
-daer mede de misdadighen eñ men [ver]duystert
-daer mede dat recht Dã prijsen die ghene
-diet horen dẽ taelman eñ seggẽ dat hi wijs
-is: mer dit is een onsalich prijs die die cõsciencie
-besmettet Maer onder ons en doetmen dit
-nimmermeer. want wi hebben een zeer simpele
-sprake die altijts wel eñ waersprekende wesen
-moet Ende wi en willen tot gheenre scholen
-gaen: anders niet dan daermen leert dat
-sekerste eñ dat beste. wãt wi en leren anders
-niet eeren dã dat ouerste goet. Eñ ghi leert te
-vogelen eñ te doen dat genoechlic is uwẽ vleische
-Wij en offeren gode gheen beesten. noch
-en maken hẽ gheen grote costelicke tẽpelen eñ
-outaren als ghi doet Eñ v luden dunct datter
-gheen arm ludẽ en sijn die uwes goets te doen
-hebben Dat is groote misdaet want god wilt
-gheeert wesen om sijn grootheit mit suueren
-dienst sonder bloet te storten eñ te offerẽ Wãt
-alsmen hẽ bidt mit suueren woorden soe doet
-hi dẽ menschen genade Want god is selue dat
-woort daer alle dingen bi gemaect sijn eñ alle
-dingen behoet hout eñ voet Dat woort minnẽ
-wi. wãt dat heeft ons nv gegeuen onsẽ geest
-eñ ons leuen. Mer om dat god selue is gheest
-eñ leuen soe en machmen niet wel gewinnen
-sijn vrientscap mit desen aertschen goede: mer
-men wint sijn vrientscap mit suuerẽ leuen eñ
-datmen hẽ altijt dancke eñ loue Hier om segghen
-wi dat ghi onsalich volck bent. want ghi
-en [ver]staet niet dat v beghin is vandẽ hemel. eñ
-dat ghi maechscap hebt mit gode die alle dinc
-gescepen heeft Mer mit dorperlike dinghen besmet
-ghi uwe edelheit altemael om dat ghi die
-genoechte uwes vleysches volget na sijnre begeerten:
-ende dat ghi vercoren hebt eñ minnet
-alle dingen die comen vãder aerden: ende die
-minne daer of ontsuuert die lucht: dat water
-ende die aerde Noch doet ghi veel meer quaets
-want ghi sijt gode al of gegaen eñ ghi aenbedet
-dode luden recht of sij goden waren want
-sij sijn moortdadighe luden eñ vyanden die v
-tot alle scanden brengen</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='lix' class='c005'>Hoe dat Alexander Didimus antwoorde</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca.lix</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander antwoorde Didimus der Bracmãnen
-coninc aldus Sijn v dingen also
-als ghi seght: soe schijnt dat die Bracmãnen alleen
-leuen sonder sõden op dese werelt na dat
-v ghescrifte luydet Want ghi en gebruyct niet
-tot eenigen tijt die weeldicheit die die natuere
-ghegeuen heeft allen mẽschen eñ leuen naden
-auenturẽ ghemeen Aldus schijnt dat ghi luden
-alleene goden sijt oft ghi en acht op gode niet
-wãt ghi ontseght hẽ dat hi v geuen wil: eñ dit
-dunc mi bet sotheit wesẽ dan leuẽ na wijsheit</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='lx' class='c005'>Hoe Didimus Alexãder antwoorde</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca.lx</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Didimus antwoorde hier op aldus Alexander
-Wij en sijn niet vryelinghen van
-deser werelt: mer wi sijn hier al gasten want
-wi en bliuen hier niet geduerich: eñ wij liden
-doer dese werelt als een pelgrim die tot sinen
-lande waert vaert so ontcõmert van alle dingen
-eñ so licht dat õs die sondẽ niet en beswaren.
-noch gulsicheit noch ãder quaetheit voor
-gode diemẽ gheenẽ mãtel makẽ en mach Mer
-wij haesten ons onsen wech ouerlijdende tot
-gode waert mit zuuere cõsciencien eñ mit een
-aensicht dat hẽ niet scamen en derf. Eñ wi en
-willẽ gheen godẽ wesen noch gode achterdeel
-doen Mer ghi mint tot uwer onsalicheit gode
-mit cleynre giften: Wij en sijn niet sculdich te
-verteren noch te begeren al dat wi syen. wãt
-dat en ware gheen besetheit noch eere Eñ god
-heeft meenich dinc opter werelt ghemaect om dattet
-die werelt niet oerbaerlic en ware. noch
-sonder hẽ niet en soude mogen staen Mer god
-heeft dẽ mensche gegeuen die nutscap vanden
-dingen die hi ghemaect heeft tot haren vryen
-wille die hi hem vry gelaten heeft: Eñ so wye
-hem dan mit vryen wille hout an dat quaetste
-eñ laet dat beste. die en vaert bi gode niet. mer
-hi verdient gods vyantscap daer mede</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='lxi' class='c005'>Hoe Alexander weder ãtwoorde</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca:lxi</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander screef hẽ weder: eñ seide Ic en
-prijse voor gheen salicheit dat ghi v lant
-soe vry hiet. wãt het is bet een karcker dã lant
-om dat ghi nergents en gaet noch en vaert in
-anderen lãden. Eñ oec õ dat nyemãt op v en
-acht. Dit dunct ons een crancke salicheit: wãt
-ghi en sayet noch en plãt bomen noch en maeket
-huysẽ noch zalẽ. eñ dit dunct ons alle katyuicheit
-Aldus en gheeft õs gheẽ wõder dat gi
-leeft als beesten: mer datmẽ reyn leeft in weelden
-dat is een eerlic dinc Dat ghi mit vrouwẽ
-niet veel en sijt wye salt v mogen prisen Wãt
-uwe wijuẽ sijn onbequaem: het waer scãde dat
-se menich mã begeerde Mer wi gebruykẽ alle
-dat die aerde draecht mit vryen wille in ons te
-wachtẽ van sõden eñ ontscult te hebbẽ Aldus
-soe nam die tale een eynde tusschen alexander
-eñ die Bracmãnen Maer Alexander seide hier
-int eynde dat hi wel waer die alsoe dede Mer
-nochtans bleef Didimus voor eñ int achterste
-int beste Want sijn geloue schijnt alleheel der
-kerstenẽ gheloue ghelijc te wesen. daer hi seyt
-God is dat woort eñ biden woorde wordẽ alle
-dingen geschepen eñ onthouden</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='lxij' class='c005'>Hoe Alexander te Babilonien quam tot s[~ij]re doot waert.</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Cap.lxij.</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als alexander bi Babilonien quã soe hiet
-hẽ een waersegger dat hi inder stat niet
-en ghinge: wãt sijn leuen lach daer an Hier õ
-liet alexander die stat staen eñ hi voer ouer in
-een stat gehietẽ Bursia daer doe nyemãt in en
-woende Een vã alexanders vriendẽ die Amoxarcus
-hiet die seide hẽ datmen gheen waerseggers
-gelouen en soude want sij plegen veel te
-lieghen Om dese woorden soe voer alexander
-te Babilonien binnen Doe seide Corbanes die
-waerseggher Gheen argher dinc en is aenden
-mẽsche dã dat een mẽsche plõper is om te doẽ
-s[~ij]s selfs oerbaer dan eens anders Als Alexander
-binnẽ die stat quam soe settemen hẽ een
-crone op s[~ij] hooft gemaect vã yuore eñ goude
-Eñ Porrius leyde hẽ an die een syde eñ Dari[us]
-broeder an die ander syde. Eñ als hi te rechte
-geseten was so quã groot volc voor hẽ eñ clageden
-hẽ ouer sijn rechters. eñ si vraechdẽ hem
-oft sinen wille was datmẽse soe iãmerlic tonder
-dede Als alexander dit hoorde soe dede hij
-alle sijn rechters doden voor die boden ogen.
-eñ hier na nam hi Hoaxanes Darius dochter
-te wijue: Eñ hij hiet dẽ Gryeken dat sij nemen
-souden vãden schoonsten eñ edelste maechden
-die hẽ best behaechden vãden ghenen die si wt
-alle lãden gebrocht hadden Hier na vergaderde
-hi alle dat ridderscap eñ goedese rijckelick
-eñ hi gaf hẽ groot goet alsoet elck begheerde:
-Eñ die oude ridders liet hi vry vã oerloghen.
-mer in haer stede sette hi iõgelingen Eñ die iõghelingen
-seidẽ daer zeer teghen: eñ sij baden
-hẽ dat hijse oec verlaten wilde: mer hi seide hẽ
-dat hijse om gheenrehõde bede verlatẽ en soude
-Die boden die hẽ geseynt warẽ wt alle landen
-eñ die hẽ die heerscappie vã alle landẽ op
-gauen: quamen tot hẽ mit ontallike presenten
-vã costeliken gulden iuwelen van gesteenten
-eñ van zyden wercke. als van wapenen van
-cronen eñ vã paerden Eñ dese ontfinc hi alle
-vriendelic eñ hi gaf hẽ schone presenten weder om
-Hier en binnen seynde hẽ Olymphias sijn
-moeder brieuen die spraken dat hi hem wachtẽ
-soude van Antipater dien verrader. want sy
-hadde anxt dat hi hẽ verradẽ soude. Als Alexander
-dese brieuen gelesen hadde soe ontboet
-hi sõder beyden Antipater dat hijs nergents õ
-laten en soude hi en quaem tot hẽ in Babilonien
-inder stat Hier om wort Antipater tornich
-inden weghe doe hi te Babilonien waert quã
-eñ hi dede maken een fenijn dat inder werelt
-gheen stercker wesen en mochte</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='lxiij' class='c005'>Van Alexanders feest eñ zijn vermeten</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. lxiij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Eer Antipater quã so voer alexander binnen
-eñ butẽ soe hi wilde eñ hi was wel
-te vreden Mer hẽ ontstarf Ensistien die hi bouen
-alle sijn princen zeer beminnede: want het
-was een die schoonste iongelinc diemen in al
-die werelt vandt Eñ Alexander weende lãge
-daer om eñ hi dede hẽ een costelic graf maken
-daer hi veel scats an leyde. wãt het coste hẽ te
-maken xij.M: talenten gouts. Oeck dede alexander
-gebieden datmẽ desen iongelinc anbedẽ
-soude als een god eñ daer voor houdẽ Als dese
-iongelinc begrauen was soe keerde Alexander
-weder in Babilonien eñ daer lach hi stille
-eñ hildt grote feeste. eñ daer ontfinc hi nacht
-eñ dach die slotelen eñ die presentẽ die hẽ quamen
-wt alle lãden Mer om dat die vã Romen
-hẽ nv gheen present en sendẽ soe swoer hi dat
-hi Romen destrueren soude Eñ om dat hi alle
-die werelt tonder hadde soe wilde hi voorder
-oerloghen dan een mensche toe behoort. eñ hi
-seyde sinen ludẽ dat sij sinen raet doen wilden
-hi soude hẽ doen weten eñ hebbẽ die heymelicheit
-der naturen Eñ hi dede noch meer scepẽ
-maken eñ hi voer in die diepe doncker zee om
-der naturẽ cracht te dwingen Des balch haer
-die nature eñ die vier elementẽ mede die altijt
-mit hem geweest hadde. want die nature was
-haer vrouwe Doe voer die natuere ter hellen
-om hulpe te soecken dat sy Alexander ter doot
-brengen mochte. eñ sy vãt daer hulpe eñ raet
-want alexander wort wter zee te lãde ghesteken
-eñ quam weder in Babilonien Antipater
-was doe oec gecomen in Babiloniẽ: eñ hi hadde
-drie zonẽ Die eerste hiet Casander. die ander
-Philippus eñ die derde Yollas Dese warẽ bij
-Alexander onthoudẽ om dat die een altijt den
-dranc proefde eer datten alexander dranc: eñ
-als hijen dã geproeft had soe ontfinc alexan[der]
-dẽ nap eñ dranc selue Nu had Antipater doen
-maken so sterckẽ fenijn. dat hi wel seker was
-hads alexander yet int lijf dat hi steruẽ moeste
-Want dit fenijn was also sterck datmen niet
-houden en mochte in vaten van siluer of van
-goude noch vã yser of vã metael noch in gheẽ
-vat: sõder in een hoeue van een paert Antipater
-was oeck soe seker dat alexander daer of
-steruẽ soude dat hi seide tot Casãder sinẽ zone
-dat hi dat rijck vã Macedoniẽ behoudẽ soude</p>
-
-<div class='figcenter id001'>
-<img src='images/ill_099.jpg' alt='' class='ig001' />
-</div>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='lxiiij' class='c005'>Hoe Alexander vergeuen wort</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. lxiiij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Thessales die node alexander eñ sijn gheselscap
-mit hẽ ten eten in die stat eñ daer
-maecte hi hẽ feeste bouen alle feesten eñ hi gaf
-daer die meeste eñ die costelicste gerechten diemen
-vinden mochte Eñ Yollas eñ Philippus
-sijn broeder schencten voordẽ coninc: eñ sij waren
-wel voersien hoe si alexander souden vergeuen.
-wãt haer vader hadt hẽ geseyt Doe sy
-sagen dat Alexander genoech ghedrõcken hadde.
-soe schencte die een eñ die ander proefde dẽ
-dranc daer noch gheen fenijn in en was mer
-daer nae deden sy fonteyn water inden wijn
-daer dat fenijn in gemenget was Eñ doe gaf
-men dẽ coninc den nappe eñ hi dranc: mer int
-middel van sinen toghe soe ontfinc hi binnen
-eenen anxtelickẽ steke daer hi zeer of veruaert
-wort Wãt het ghinc hem in sijn lijf oft hi mit
-een knyf gesteken had geweest: eñ Alexander
-riep mit groot misbaer Eñ sijn vriendẽ meenden
-dat hijt wt drõckenscap dede eñ sij bleuen
-in dat meenẽ: maer het was een quade moort.
-Doe badt alexander datmen hẽ wech droeghe
-eñ daermen hem wech droech. so was hi half
-doot Want hi wort vã binnen also gepinicht
-dat hi dicwijl een swaert eyschte om hẽ seluen
-doot te steken eñ om sijn pine te corten Want
-sijn vrienden die ontrent hem stonden eñ haer
-handen aen hem deden om hem te helpen soe
-docht hẽ dat sij hẽ zeere deden als of sij hẽ ghewont
-haddẽ: want corts te voren daer hi lach
-en sliep hadde hẽ dit al wel ghedroemt. Opten
-vierden dach sach hi wel dat hi steruẽ moeste:
-Eñ hi seide Nv ken ic mijn geual wãt al mijn
-geslachte dat vã Achilles gecomen is dat is al
-gestoruẽ ontrent sijn xxx. iaren mit groten euelen
-Sijn ridders seidẽ dat hi verraden was. eñ
-sij riepen alte iãmerlicke lude Aylaes wye heuet
-ons mit soe grotẽ moort beroeft vã onsen
-coninc Eñ die dit geselscap ghescoert heeft die
-sal menigen mã sijn leuen benemen: wãt des
-ghelijcx en wort nye ghesien of geuonden</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='lxv' class='c005'>Van Alexanders doot</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca. lxv.</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander dede hem dragen in een hoghe
-stat daer hẽ al sijn volck mochte syen liggen
-in groter pijnẽ Eñ hi lietse alle tot hẽ comen
-eñ hi beual datmen nyemant [ver]bieden en
-soude die daer comẽ wilde. Eñ daer quam tot
-hem menich stout riddere die zeer screyden eñ
-groot misbaer maecten Hier nae badt Alexander
-sijn vrienden. als hi doot ware datmen hẽ
-mit duerbaren specien eñ balsamen begrauen
-soude Eñ datmẽ hẽ voeren soude nergens dã
-in Lybia in Amõs sijns vrients schonen tempel
-daer hi gecroent staet Doe vraechdẽ hem sijne
-vriendẽ om dat sij sagen dat hi soe cranc was:
-wye hi wilde dat nae hem sijn crone draghen
-soude vã sijnen rijcke Hi seide die beste Maer
-hi en noemde nyemãt. noch Hercules sinẽ zone
-noch sinen broeder: noch oec dat kint dat Roexanes
-droech die doe swaer ghinc bi hẽ mit kinde
-Want alexander dachtet ouer dat hi die soe
-groten heer was van enighen mã soe groten
-rijcken heer makẽ soude hi en waert waerdich
-want hi hads onwaert sulck goet te laten enighen
-man dies niet waerdich en waere. Ten
-sesten daghe ontuiel hẽ sijn sprake eñ doe nam
-hi sijn vingerlinc eñ stact een vãden iongelingen
-an sijn hant Doe meendẽ veel herẽ die daer
-waren dat alexander wilde dat hi coninck
-nae hẽ wesen soude Scolastica historia seit dat
-alexãders suster hẽ fenijn gaf: om dat sy hoepte
-eenen grotẽ heer te crigen eñ vrouwe te wesen
-vã alle sijn rijck Eñ alsoe haest als hi dat
-fenijn int lijf hadde dat hi doe sijn sprake verloes
-Eñ om dat hi wilde dat nẽmermeer also
-groten heere nae hẽ wesen en soude in aertrike
-als hi doen was. soe screef hi sinen laetsten
-wille eñ deelde sijn rijck in twalef deelen ende
-hi gaft twalef vã sinen gesellen die mit hẽ opgeuoet
-warẽ. eñ dien gaf hi elck een deel van
-sinen rijcke: Maer die vier verdreuen alle die
-andere eñ bleuen daer heeren of.</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='lxvi' class='c005'>Van Alexanders vromicheit</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Ca: lxvi</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Inder maent Iulius diemẽ hoymaẽt hiet
-mit ons soe sterf dese grote Alexander doe hij
-in sijn xxxiij. iaer was Hi was die meeste van
-moede eñ vã herten die nye in die werelt quã
-Hi was oec die machtichste mã die nye in die
-werelt regneerde Hi verloste altijt sijn rid[der]s
-wt harẽ noot dat sij mit sinen troeste soe stout
-waren dat hẽ dochte al haddẽ sij alle naect gheweest.
-hẽ en hadde niet mogen deren als sij hẽ
-sagen Hẽ en geuiel oec nye dat hi enigen man
-bestont hi en verwan hẽ. noch nye en bestont
-hi borch noch stat hoe vaste dat sy warẽ: hi en
-wanse of hadse tot sinen wille Nye en quam
-oec volck tegen hẽ te stride hi en [ver]wanse Mer
-int eynde wort hi selue verwõnen, maer niet
-mit geuechte mer mit verraderie vã sinẽ dienres
-die alsoe deerlic vergauen mit fenijn Men
-leest dat hi enen steen hadde soe wye die steen
-droech dat hem gheen fenijn deren en mochte
-Mer daer hi aldus [ver]raden was so was hẽ des
-nachts dẽ steen benomen om dat dẽ moort voldaen
-soude wordẽ eñ verholen bliuẽ Mer alst
-fenijn in die aderen getogen was alsoe dattet
-die natuere niet en conde gelosen soe wort hẽ
-sinen steen weder gegeuen al heymelic Eñ aldus
-verghinc die auenture mit hẽ Als die mare
-te Babilonien quam dat Alexander gestoruẽ
-was in die bloeme sijnre ioecht eñ int meeste
-van sijnre cracht so wort die stat zeer droeuich
-Maer die luden die hij verwonnen hadde en
-wouden dat niet gelouen dat hi doot soude wesen:
-want sij meenden dat hi nimmermeer en
-soude mogen steruen Sonderlinghe om dat si
-ghesien hadden dat hi in groter auenturen dicwijls
-verlost worde vander doot Maer doen
-sij wel die waerheit wisten dat hi sekere doot
-was soe beweenden sij hem harde zeere Als
-Roaxanes Darius dochter Alexanders wijf
-vernam dat Alexander haer heere doot was.
-soe hadde sy daer of soe groten rouwe. dat sy
-daer nae nye en at Maer Alexanders magen
-wt gryeken en hadden gheenen rouwe om hẽ
-niet meer dan oft haer vyant geweest hadde:
-Roaxanes Darius dochter alexanders wijf dede
-haer gespelinnen doden om dat sy haer an
-laghen ende rieden dat sy eenen anderen man
-nemen soude:</p>
-
-<div class='chapter'>
- <h2 id='lxvij' class='c005'>Van Alexanders begrauinghe:</h2>
-</div>
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c007'>
- <div>Cap lxvij</div>
- </div>
-</div>
-
-<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Men maecte in Babilonien groot geclach
-eñ hant gheslach van rouwen Maer ick
-segghe ouer waer dat die dode menschẽ gheen
-vrienden en hebben. want datmen daerwaert
-dient dat is al om ghewin. want anden doden
-en leyt nyemant eñ elck doets hẽ eerst of also
-hi eerst mach Die na Alexander bleuẽ die bedreuen
-haer dinc alsoe dat al gemeenlic rijck bleuen
-Maer daer was ghestrijt een wile om s[~ij]
-sepulture Die vã Gryeken wilden hẽ ter stont
-veruoeren tot haren lande waert Mer si droeghen
-ouer een datmen Iupiter vraghen soude
-waermen hẽ grauen soude Iupiter ãtwoorde
-datmen alexander grauen soude in Alexandrien
-in die groote stadt die hi seluer dede maken
-in Egipten Dit seide doe Iupiter. eñ men dede
-daer een schoon costelic graf maken Ende
-Ptholomeus die nae hem coninc bleef dede hẽ
-daer zeer rijckelick begrauen. alsoet alsulcken
-heere ende coninck wel betamelic was: In
-Alexanders tijden en vantmen ghenen alsoe
-wijsen coninc als hi was. hadde hi hẽ konnen
-wachten van veel wijns te drincken: eñ hadde
-dese grote heere hẽ konnen houden also gemaetich
-in sijn manieren in sijnre groter rijcheyt
-als hi dede doe hi arm was. Inder noot
-en konste hem nyemant bet beuroeden dan hi.
-maer in sijnre weelden was hi zeer sot: want
-hi wilde god gehieten wesen Eñ altijts hadde
-hi tot sinen raede seuen wijse mannen: want
-dat beual hem die groote philosophe Aristoteles
-sijn lieue meester Maer als hẽ yet swaers
-aen quam soe nam hi elcken van desen wijsen
-mannen alleen eñ hi seide hem sijn dingen eñ
-ghebreck altemael: eñ dan soe vraechde hi hem
-sijnen raet. Ende aldus onthieldt hi wel wat
-hem elcke man riet. eñ ten laetsten nam hi eñ
-schiep hi wt alle desen den besten raet in hẽ seluen
-alsoe hi best conste ghemercken Ende dan
-auentuerde hi den raet Aldus soe wort al niet
-sijn dinghen die alsoe sterck soe rijck so machtich
-was. want hi moeste steruen. Eñ hi bleef
-doot soe voor gheseit is God verleene ons na
-onsen doot dat eewighe leuẽ eñ die grote blijscappe
-sonder eynde: Amen:</p>
-
-<hr class='c009' />
-
-<p class='c000'>Hier eyndt dat regiment eñ dat leuen van
-den groten eñ moghenden coninc Alexander
-die een heere was van alle die werelt</p>
-
-<p class='c000'>Gheprendt eñ voleyndt te Delf in Hollandt
-Int iaer ons heren. M:CCCC. eñ xci: op den
-vijfsten dach van December</p>
-
-<hr class='c009' />
-
-<div class="chapter" />
-
-<div class='nf-center-c1'>
-<div class='nf-center c010'>
- <div>Delf In Hollandt</div>
- </div>
-</div>
-
-<div class='figcenter id001'>
-<img src='images/ill_108.jpg' alt='' class='ig001' />
-</div>
-
-
-
-
-
-
-
-
-<pre>
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of Hier beghint die hystorie Vanden
-grooten Coninck Alexander, by Anonymous
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HIER BEGHINT DIE HYSTORIE ***
-
-***** This file should be named 63994-h.htm or 63994-h.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/6/3/9/9/63994/
-
-Produced by Jeroen van Luin, André Engels, Clog and the
-Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net
-(Koninklijke Bibliotheek, The Hague)
-
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
-
-
-</pre>
-
- </body>
- <!-- created with ppgen.py 3.55 on 2016-04-13 20:02:21 GMT -->
-</html>
diff --git a/old/63994-h/images/cover.jpg b/old/63994-h/images/cover.jpg
deleted file mode 100644
index 4f8c492..0000000
--- a/old/63994-h/images/cover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63994-h/images/ill_002.jpg b/old/63994-h/images/ill_002.jpg
deleted file mode 100644
index 997e87d..0000000
--- a/old/63994-h/images/ill_002.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63994-h/images/ill_011.jpg b/old/63994-h/images/ill_011.jpg
deleted file mode 100644
index 89a0685..0000000
--- a/old/63994-h/images/ill_011.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63994-h/images/ill_015_025.jpg b/old/63994-h/images/ill_015_025.jpg
deleted file mode 100644
index e633c6a..0000000
--- a/old/63994-h/images/ill_015_025.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63994-h/images/ill_029_045.jpg b/old/63994-h/images/ill_029_045.jpg
deleted file mode 100644
index 103c98f..0000000
--- a/old/63994-h/images/ill_029_045.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63994-h/images/ill_063.jpg b/old/63994-h/images/ill_063.jpg
deleted file mode 100644
index 9dcc7e5..0000000
--- a/old/63994-h/images/ill_063.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63994-h/images/ill_077_081.jpg b/old/63994-h/images/ill_077_081.jpg
deleted file mode 100644
index 594d636..0000000
--- a/old/63994-h/images/ill_077_081.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63994-h/images/ill_099.jpg b/old/63994-h/images/ill_099.jpg
deleted file mode 100644
index 8939525..0000000
--- a/old/63994-h/images/ill_099.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/63994-h/images/ill_108.jpg b/old/63994-h/images/ill_108.jpg
deleted file mode 100644
index 6e6c709..0000000
--- a/old/63994-h/images/ill_108.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ