diff options
| -rw-r--r-- | .gitattributes | 4 | ||||
| -rw-r--r-- | LICENSE.txt | 11 | ||||
| -rw-r--r-- | README.md | 2 | ||||
| -rw-r--r-- | old/63994-0.txt | 2905 | ||||
| -rw-r--r-- | old/63994-0.zip | bin | 56454 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/63994-h.zip | bin | 2446375 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/63994-h/63994-h.htm | 4238 | ||||
| -rw-r--r-- | old/63994-h/images/cover.jpg | bin | 246772 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/63994-h/images/ill_002.jpg | bin | 286739 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/63994-h/images/ill_011.jpg | bin | 256105 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/63994-h/images/ill_015_025.jpg | bin | 250350 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/63994-h/images/ill_029_045.jpg | bin | 241171 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/63994-h/images/ill_063.jpg | bin | 266046 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/63994-h/images/ill_077_081.jpg | bin | 266309 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/63994-h/images/ill_099.jpg | bin | 264211 -> 0 bytes | |||
| -rw-r--r-- | old/63994-h/images/ill_108.jpg | bin | 310324 -> 0 bytes |
16 files changed, 17 insertions, 7143 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..0451687 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #63994 (https://www.gutenberg.org/ebooks/63994) diff --git a/old/63994-0.txt b/old/63994-0.txt deleted file mode 100644 index 1a3be4d..0000000 --- a/old/63994-0.txt +++ /dev/null @@ -1,2905 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of Hier beghint die hystorie Vanden grooten -Coninck Alexander, by Anonymous - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: Hier beghint die hystorie Vanden grooten Coninck Alexander - -Author: Anonymous - -Release Date: December 9, 2020 [EBook #63994] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HIER BEGHINT DIE HYSTORIE *** - - - - -Produced by Jeroen van Luin, André Engels, Clog and the -Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net -(Koninklijke Bibliotheek, The Hague) - - - - - - -Noten bij de transcriptie: - - ● Dit 15e eeuwse boek is geschreven in een gotische drukletter. In dit - lettertype komen lettertekens en diacrieten voor die in het - hedendaagse alfabet niet voorkomen. Deze lettertekens en diacrieten - zijn in de onderstaande tekst uitgeschreven tussen blokhaken, - bijvoorbeeld "[ver]dreef" en "m[~ij]e". Het tilde-teken boven - klinkers is zeer vaak gebruikt in plaats van de letter "n" of "m". - Bijvoorbeeld "Alexãder" staat voor "Alexander" en "vindẽ" voor - "vinden". Het tilde-teken in "eñ" is een afkorting voor "ende". - ● Qua spelling en (afwezigheid van) leestekens is zoveel mogelijk de - oorspronkelijke tekst aangehouden. Wel zijn woorden die gesplitst - waren over twee regels (met of zonder koppelteken) weer samengevoegd - tot één woord. De in die tijd gebruikelijke wisselingen tussen "i" en - "j", en tussen "u", "v" en "n" zijn gehandhaafd. - ● Getallen in deze tekst zijn in het Romeinse talstelsel. Bij grote - getallen worden de getallen vaak fonetisch Romeins geschreven. - Bijvoorbeeld het getal 70.700 ("zeventig-duizend en zeven-honderd") - wordt geschreven als "lxx: m: eñ vij: C:" - ● In de hoofdstuknummering kwamen meerdere druk- en zetfouten voor, - bijvoorbeeld twee keer opeenvolgend hoofdstuk "viij", maar geen - hoofdstuk "vij". Daar waar het juiste hoofdstuknummer eenvoudig af te - leiden was, zijn deze nummers aangepast. Het dubbel gebruik van - hoofdstuknummer "xi" komt in meerdere drukken van dit boek voor. - ● In het boek was geen inhoudsopgave aanwezig. Deze is bij het maken - van de transcriptie toegevoegd tot gemak van de lezer. - - - - - Hier beghint die hystorie Vanden grooten Coninck Alexander - - Inhoudsopgave - - - i Dat eerste cap - - ij Hoe Neptanabus Alexander wan - - iij Hoe hẽ Neptanabus [ver]schiep in een draeck - - iiij Hoe dat die grooten Alexander gheboren wort - - v Hoe Alexander Neptanabus dode - - vi Hoe Alexander Pucifael bereedt - - vij Hoe Alexander den prijs te Pysen wan - - viij Vanden wijsen ende waerachtighen man Socrathes - - ix Hoe Philippus Macedonien wan - - x Hoe dat Alexander Darius dẽ tyns ontseide - - xi Hoe Philippus sijn doot wraecte - - xi Hoe Alexander sijn rijck ontfinc - - xij Hoe Alexander sijn heer vergaderde - - xiij Hoe Alexander Cyrien eñ Tyren beleyde. eñ hoe dat - hijse te samen verwan - - xiiij Hoe Darius Alexander brieuen screef - - xv Hoe Alexãder Darius weder screef - - xvi Hoe Darius tegen Alexander street - - xvij Hoe Alexander Thebeen destrueerde - - xviij Hoe Alexander Darius sochte - - xix Hoe Alexander Darius scat verwerf - - xx Van Alexander opten berch Gariesim - - xxi Hoe Alexander tot Iadus dẽ groten pape van - Iherusalem om succoers sende - - xxij Hoe Alexander ons heren naem aenbede - - xxiij Hoe Alexander voer tot Amons tempel - - xxiiij Hoe hem Darius eñ Alexãder ouer screuẽ - - xxv Hoe Alexander mit Darius at - - xxvi Hoe Darius eñ alexander te samen stredẽ - - xxvij Hoe Darius an Alexander õ genade screef - - xxviij Hoe Darius vã sinen luden geslegen wort - - xxix Dit waren Darius woorden voor sijnre doot eer dat - hi sterf - - xxx Van coninc Darius graue - - xxxi Van Philo Anaxigenes eñ vã Epicurus - - xxxij Hoe Alexander sijn zeden verwandelde - - xxxiij Hoe Alexander die x. gheslachten vã israhel - besloet. - - xxxiiij Vander poorten vã Caspien - - xxxv Die wrake vã coninc Darius doot - - xxxvi Hoe Alexander Clit[us] doot sloech - - xxxvij Hoe Alexander Calistines doode - - xxxviij Hoe Alexander in Indien voer - - xxxix Hoe Alexander in Indien eenen zone wan - - xl Hoe Alexander Porrius eyschte te campe - - xli Van Porrius rijcheyt eñ macht - - xlij Hoe dat Alexander in een stat spranc - - xliij Hoe Alexander die dõcker zee bestont - - xliiij Van Candax der coninginnen - - xlv Hoe Alexander doer die roetsche villede - - xlvi Van den serpenten eñ anderen dieren die alexãder - vreesden - - xlvij Hoe Alexander binnẽ Indien waert voer - - xlviij Vanden wonderen die in Indien sijn - - xlix Vander zõnen eñ manen boom - - l Hoe Alexander sijn eerste antwoorde ontfinc vander - zõnen boom - - li Hoe der manẽ boom Alexander anderwerf ãtwoorde - - liij Hoe der zonnen boom coninc Alexãder die derde - vraghe antwoorde - - liiij Van Alexanders [ver]waentheden - - lv Hoe Alexander der maechdẽ lant wan - - lvi Hoe Alexander die Bracmãnen bestoet - - lvij Hoe Alexander dẽ Bracmãnen weder screef - - lviij Een antwoorde vã Didimus tot Alexander - - lix Hoe dat Alexander Didimus antwoorde - - lx Hoe Didimus Alexãder antwoorde - - lxi Hoe Alexander weder ãtwoorde - - lxij Hoe Alexander te Babilonien quam tot s[~ij]re doot - waert - - lxiij Van Alexanders feest eñ zijn vermeten - - lxiiij Hoe Alexander vergeuen wort - - lxv Van Alexanders doot - - lxvi Van Alexanders vromicheit - - lxvij Van Alexanders begrauinghe - -[Afbeelding] - -Hier beghint die Hystorie dat leuen ende dat regiment des alre grootsten -eñ machtichsten conincx Alexander Die heere ende prince was van alle die -werelt - - - - - Dat eerste cap: - - -Tot deser tijt dat Othus Artaxarses zone regneerde in. Persen eñ in -Meden: eñ hi in sijn tiende iaer was van sijnen rijcke, Eñ int laetste -iaer dat Philippus regneerde in, Macedonien Eñ int laetste iaer dat -Neptanabus crone ghedraghen hadde in Egipten Soe ghenas Olymphias van -Alexander. alsoe men vindẽ mach in sinen gesten Maer veel lieden segghen -dat die coninc Philippus Olymphias man Alexander an haer niet en wan: -maer een ander mã wan hẽ aen haer Want die coninc Othus vã Persen doe hi -Egipten wan soe [ver]dreef hi Neptanabus dẽ coninc vanden lande in deser -manieren als wi scriuen sullẽ Wãt Neptanabus die coninc vã Egipten hildt -sijn lant mit touerien eñ niet mit stridẽ Wãt als hi plach te vernemen -datter eenich coninc of heer op hẽ quã om tegen hem ende in sijn lant te -oerloghen: Soe ghinc hi alleen in een camere: eñ daer dede hi mit groter -toueryen ende nigromancien dat alle sijne vyanden scepen versoncken mit -ten volcke in die zee ende verdroncken: Ende doe hi vernam dat die -coninc Othus op hẽ quã mit een groot heer so loech Neptanabus daer om: -want hi meende hẽ te doden als hi die ander ghedaen hadde Maer hi -verstont vanden god daer hi sijn touerye mede doen wilde soe hi plach -dat hi verwõnen soude bliuen eñ geuangen worden, ten ware dat hi -haestelic wt den lande vloghe Doe dede hi sijn haer eñ sijnen baert of -scheren: eñ hi nã sijn beste iuweelen mit hem eñ vloech te Macedonien -waert: Eñ daer wort hi vermaert voor een groot astronomijn. eñ Olymphias -Philippus vrouwe ontboet hẽ om raet an hẽ te nemen van saken die sy -begheerde. want haer man die coninck Philippus was doe wten lande: - - - - - Hoe Neptanabus Alexander wan - - Ca. ij - - -Als Neptanabus tot deser vrouwen quã eñ hi sach dat sy zeer schoone was -Soe wort hi haer zeer beminnende: eñ hi gaf haer te verstaen dat sy -eenen zone dragen soude die alsoe machtich wesen soude: Al waert dat -Philippus haer mã haer verdriuen wilde haer zone soudese wel te rechte -houden. Eñ hi seide haer dat sy dien zone aen eenen god winnen soude. -Hier om wort sy zeer bescaemt eñ veruaert: eñ sy vraechde hẽ Wat god -salt sijn Neptanabus antwoorde haer: segghende Het sal wesen Ammon die -god vã Libra Hier om bereyde di tamelic eñ eerlick datstu waerdich -moechste wesen alsulkẽ god te ontfaen. eñ du sulste gaen tot deser stat -daer sal hi tot v comẽ inder gedaente van eenen drake In deser manieren -so bedroech dese touenaer Olymphias eñ hi quam seluer tot haer in eens -draken ghedaente. want hi conste hẽ seluen wel verscheppen Dus lach hi -bi haer eñ wan aen haer den stoutẽ Alexander Des nachts dede hi dit -Philippus dẽ coninc Olymphias mã in een droom te voren comen daer hi -lach voor een stat Eñ Philippus die coninc ontboet een droom beduder die -zeer wijs was. eñ seide hẽ: Mi docht d[at] ic in een droom sach datter -een schoen god mit grauwen hare die twee clare ramshoren hadde bi -m[~ij]re vrouwen Olymphias lach en sliep Eñ doe hi sinen wille mit haer -gedaen hadde: soe dochte mi dat hi seyde Wijf ghi hebt vã mi ontfanghen -eenen zone een wreeker Die meester antwoorde daer op Dijn vrouwe heeft -eenen zone ontfangen in haer lichaem van een god Eñ om dat ghi docht dat -hi graeu gehaeret was eñ ghehorent als een ram: dat beduydet dat sy dat -kint ontfanghen heeft van Ammon den god van Libra, Hier om wort die -coninc Philippus harde gram eñ hi liet sijn oerloghen staen eñ hi keerde -haestelic te Macedonien waert Olymphias was doe zeer versaeghet ende sy -onthaelde den coninc bloedelijck Eñ hi seide. Wijf ic weet wel hoet mit -v [ver]gaẽ is: want dat kint datstu drages en hebstu van ghenen mã -ontfãgen mer vã een god. Aldus troeste hi die vrouwe die in vresen was -mit behendichedẽ. mer sijn hert was hẽ zeer tõvreden - - - - - Hoe hẽ Neptanabus [ver]schiep in een draeck - - Cap. iij - - -Hier nae [ver]stont Neptanabus dat Philippus die coninc Olymphias -s[~ij]re vrouwẽ te harder was Eñ tot eenre feesten daer dẽ coninc sat eñ -at mit sijn volc so dede hi dit wonder Eñ om dat die coninc tegen -s[~ij]re vrouwẽ fel ghelaet toende. so versciep hẽ Neptanabus in eenẽ -draeck eñ hi quã midden inder feesten. Doe wordẽ alle die ghene die daer -waren zeer veruaert. want hi was in sinen ganc zeer schone om te -aensiene Eñ hi wort soe vreeselic wispelende datter alle die zale of -beefde: eñ sij waren alle in grooten anxte. sonder Olymphias Philippus -wijf Wãt die draeck boet haer sijn hant eñ hi was bereyt te doen wat sy -wilde. eñ hi leyde sijn hooft in haren schoot eñ custe haer Hier nae -wort vanden draeke een aern. eñ hi vloech wten huyse Doe wort die coninc -blijde eñ seyde Ick was sot dat ic mi balch op mijn vrouwe. want nv sye -ick wel dat dit een god was. maer niet wel en weet ic oft Ammõ was om -dat hi in eenen draecke openbaerde. ofte oec Iupiter om dat hi naemaels -een aern wort Doe antwoorde hem sijn vrouwe Olymphias eñ sy seide dattet -die god Ammon was. Op eenre tijt hier nae soe quam een henne daer die -coninc Philippus sat eñ sy leyde een ey in sinen schoot eñ doe voer sy -wech Ende dit ey viel van sinen schoot aen stucken: ende doe quam daer -een cleyn draecxken wt. eñ hi liep al daer omme. recht of hi gherne -weder in die eyscale geweest hadde: Eñ doe die drake daer immer in wesen -wilde soe viel hi doot op die aerde Doe seyde hem een wijs man Di sal eẽ -zone gheboren worden die heere wesen sal bouen alle die werelt: maer als -hi die werelt gewonnen sal hebbẽ eñ hi tot sinen lande sal keren willen -soe sal hi steruen Dit beduydet dit wonder van desen eye. eñ oeck mede -van desen draecke: - - - - - Hoe dat die grooten Alexander gheboren wort: - - Capittel iiij: - - -Tot deser tijt ginc Olymphias swaer vã kinde Eñ Neptanabus was altijt bi -haer doe sy in arbeyde lach vãdẽ kinde: eñ hi was onledich mit s[~ij]re -touerien õ dat hi haer seggẽ soude die geluckichste vre dat sy dat kint -barẽ soude: Eñ soe haest als Olymphias gelegen was vãden kinde soe -stormdet eñ donrede eñ blixẽdet zeer: eñ oec in veel steden beefde die -aerde Eñ opt huys daer die coninginne dat kint gebaerde vochten alle die -nacht twee aernen die een tegen den anderen. tot dat die een dẽ anderen -Eñ hier bi wort beduydet dat hi winnen soude Asyen eñ Europẽ Philippus -die coninc hiet desen zone Alexander. want hi hadde te voren eenẽ -anderen gehadt die oec alsoe hiet Dit kint was blijde van aensichte eñ -een deel ghehaert eñ dat haer was gelublont als leeuwẽ haer: Hi hadde -schone blijde oghen. maer sijn luchtere oghe was graeu eñ sijn rechter -oghe was bruyn Aldusdanich was dat kint eñ dat maecsel van Alexander -Sijn vriendinne hiet Alatrine eñ sy was een edel schone ioncfrouwe Sijn -touenaer hiet Alitus Eñ Polonitus leerde hẽ letteren Olymphias leerde hẽ -singen Anaxigenes leerde hẽ die rethorike Menedas leerde hẽ geometrie -Arestotiles philosophie. - - - - - Hoe Alexander Neptanabus dode - - Ca: v - - -Als Alexander xij: iaer out was soe wilde hi rijden mit sijnen vader: -want hi minde doe zeer die wapen Eñ doe begonste hi wapen te dragen: eñ -hi voer dicke int heer: eñ daer hildt hi hẽ soe vromelic oft hi langhe -ridderscap geplogen hadde. Eñ hi bat Neptanabus dat hi hem wilde leeren -in die sterren te syen: eñ hi dedet gherne also dat hi [ver]standel daer -in wort Eñ Neptanabus leyde alexander op enẽ nacht op enen hoghen berch -daer een diep dal onder lach. ende daer seyde Neptanabus veel wonders -dat hi inder sterren sach Doe vraechde hem Alexãder of hi daer inne wel -sach wat dinghen datter geschien souden Neptanabus antwoorde hẽ Iae ic -Doe nam hem Alexander eñ stacken vanden berghe dat hi viel eñ brack -sinen hals Doe seide Alexander Waer om en voorsaecht ghi niet dat v dit -ongeual geuallẽ soude Licht v nv opwaert eñ besyet die sterrẽ Neptanabus -antwoorde hẽ eñ seide Nyemant en mach ontulyen dat hẽ die goden gheset -hebben te geschien. want ouer langhen tijt heb ic geweten eñ nv weet ic -bet dat mi mijn kint doden soude: Doe vraechde Alexander oft hi dan sijn -vader was Neptanabus seide hẽ Iae ic eñ hi belijede hoe hi sijn moeder -bedrogen hadde eñ hi seide hẽ al wat hi haer te verstaen hadde gegheuen. -eñ nae desen woorden eynde hi sijn leuẽ Doe nam hẽ Alexander op sinen -hals wt vaderlicker minnen eñ hi droech hẽ in die zale eñ dede hem -eerlick begrauen Eñ als hijt sijnre moeder vertelde so hadde sy des -groot wõder dat sy alsoe bedroghen was: eñ sy seide haren zone alle dat -gheene dat haer geboert eñ gheschiet was Ende sy seyde hem alle dingen -alsoe die gheuallen waren. - - - - - Hoe Alexander Pucifael bereedt. - - Ca. vi - - -Philippus die coninck van Macedonien seynde in Delfos tot Appollijn den -afgod een groot present om hem te vragen: wye nae hẽ regneren soude in -sijn conincrike. Doe antwoorde die afgod Appollijn Die so vroem is dat -hi Pucifael beriden mach: die sal coninc wesen vã dinen conincrijke eñ -oec van al die werelt Dit Pucifael was een wreet wildt ors als een -lybaert eñ het was zeer groot snel eñ goet. maer het hadde menighen man -ghedoot want het en liet nyemant op hem sitten Desẽ ors hildt Philippus -beslotẽ in een stal Op een tijt ghinc Alexãder voerby den stal. eñ hi -hoorde dat ors neyen zeer vreeselick Doe vraechde hi Ist een lybaert of -een paert dat ic daer hore neyen Ptholomeus die mit hẽ ghinc seide hem -Het is dat ors Pucifael dat alle die luden verbijt Doe dede Alexander -den stal ontsluten: eñ alsoe haest als dat ors buten quã soe spranc hi -daer op eñ reedtet waer dat hi woude: sonder enich bant of breydel Dat -nochtans menigen mensche wonder gaf. want Alexander noch niet en was dan -een kint van vijftien iaren: Doe liep daer een sargant tot Philipp[us] -eñ hij dochte dat Appollijn dit voorseyt hadde Ende die coninc quã -haestelic tot sinen zone zeer blijde eñ vroylick. eñ hi gruetede hem als -een heere van alle die werelt. - -[Afbeelding: Hoe Alexander doe hij vijftien iaer out was hoorde dat te -Pysen een steeckspul beroepen was Ende hoe Alexander daer den prijs -wan.] - - - - - Hoe Alexander den prijs te Pysen wan: - - Cap:vij - - -Als Alexander die ionghelinc in sijn vijftiende iaer ghinc soe [ver]nam -hi dat te Pysen een spul van wapenen beroepen was Eñ hi badt sinen vader -dat hi hem tot dien spele varen liet Eñ sijn vader dede hem daer toe -ghereyden paerden eñ ander dingen die daer toe behoerden: eñ hi liet hẽ -eerlic derwaert varen Doe ginc Alexãder te scepe eñ hi quã cortelic te -Pysen geseylt Als hi gelandt was, beual hi sinẽ knecht die paerden eñ -ginc selue die stat besyen Daer hi dus ghinc soe ontmoette hẽ een coninc -gehieten Nicola[us] vã Acernae daer hi mede ter scolẽ gegaen had mer die -coninc onthaelde hẽ onwerdelick Doe antwoorde hẽ Alexãder Bijder trouwen -die ic sculdich ben minen vader eñ m[~ij]re moeder Ic sal di morgen -moede vechtens maken. Want kijuen is een bloode mans aert: mer een stout -man becortet mittẽ swaerde Eñ dit geuiel also want Alexander verwan den -coninc Nicola[us] inden tornoy. eñ oec so proefde hi hẽ wel in allen -anderen saken eñ tgheuiel alsoe dat hij dẽ prijs eñ die crone vanden -spele wan Eñ also keerde hi weder om te lande. ende hi vant dat sijn -vader sijnre moeder verstoten hadde: eñ hi wilde een ander wijf nemen -die Cleopatra genaemt was: Ende het geboerde dat Alexander opten seluen -dach daer quam datmen die bruyloft hildt. eñ hi brocht die crone vandẽ -prise eñ presenteerdese sinen vader ende hi seyde Neemt heer vader die -eerste crone van minen ridderscap. Ende hi settese hem op sijn hooft. -Seggende Vader om minen wille sult ghi dese bruyloft laten. ende mijnre -moeder weder nemen Daer nae ghinc hi sitten teghen sinen vader ouer. eñ -daer was een groot heere die des onwaerdt hadde eñ hi hildt sinen spot -mit alexander. Doe seide hẽ Alexander: dat hi sijn spotten laeten soude. -oft het soude hẽ rouwen daer quaem of wat dat mochte Maer die here en -wildet niet laten Doe nã hi een croes van der tafelen eñ hi sloech hem -daer mede op sijn hooft also stijue dat hi mitten slage doot bleef Hier -om wort Philippus die coninc vã Macedonien soe gram op sinen zone -Alexander dat hi op stõt om hẽ te slaen. eñ doe quetsede Alexander den -coninc Philips diemen hildt voor sinen vader in sijn been. ende hi -iaechde alle die ghene die teghen hẽ waren wten palayse mit sinen -swaerde Eñ als Philippus alexanders vader genesen was soe versoende hi -tegen s[~ij] zone: eñ hi haelde Olymphias alexãders moeder weder om: - - - - - Vanden wijsen ende waerachtighen man Socrathes. - - Capittel viij: - - -Tot desen tijden was die wijse Socrathes vermaert. eñ hi was soe -waerachtich in sinen woorden. soe wat dat hi seide. datmens al geloefde -sonder eedt Op eenre tijt hadde hi te Athenen ghenoech gedroncken: eñ hi -ghinc doen voor menigen iongelinc ligghen mitten hoofde inder schoonster -ioncfrouwen schoot die binnen alle die stadt ghemeen sat om ghelt Ende -doe wedden die ionghelingen tegen dat ghemeen wijf dat sy nv noch -nimmermeer en soude moghen doen wat sy oec daer toe dede. dat hi haers -pleghen soude moghen Eñ doen dede dat wijf mit hem al dat sy woude: maer -niet en woude hi bi haer ligghen. Doe seyden die ionghelingen Wij -hebbent ghewonnẽ. Sy antwoorde daer op Ic waende gewedt te hebben eñ -pandt gheset te hebben van enen man die vleysch eñ beenen ghehadt hadde. -maer hi dunct mi bet een steen te wesen dan een meusche Dese Socrathes -plach te seggen Ic hebbe dicwijls ghesproken datter mi afterdeel of -gecomen is: maer van zwygen en quam mi nye scade noch scande daer ic -afterdeel in hadde - -[Afbeelding: Hoe dat Macedonien teghen den coninc Philippus op steken -woude Ende hoe Philippus Macedonien wan:] - - - - - Hoe Philippus Macedonien wan - - Ca. ix - - -Tot deser tijt quam Philippus dẽ coninc nyeumare dat Macedonien teghens -hem op steken wilde Doe vergaderde hi een groot heer eñ hi beleyde die -stede Ende hem wort van opter muren sijn rechter oghe wt ghescoten Maer -nochtãs en liet hi sijn oerlogen daer om niet. want waer datmen street -eñ stormde daer was hij oeck mitten anderen Eñ al wortet aldus wt -gescoten nochtã was hi der stat niet te felre Wãt doe die vã binnen an -hẽ genade sochtẽ: soe dede hi al dat sij hẽ baden eñ hi was hẽ zeer -goedertieren indẽ pays te makẽ In deser tijt warẽ oec in gryekẽ veel -vaster stedẽ die wel beuest eñ bemuert waren. eñ elck wilde die stercste -wesen: eñ sij droegen ouer een die een den anderẽ bij te staen in haere -noot eñ dat hildẽ sij wel Desen steden lach hi aen mit behendicheden die -een na die ander soe dat hijse al onder hẽ brochte. eñ al dat lant van -Gryeken mede: - - - - - Hoe dat Alexander Darius dẽ tyns ontseide - - Capittel x: - - -Als Othus die coninc vã Persen xxvi iaer gheregneert hadde soe sterf hi. -eñ sijn zone Erges die oec arsamus hiet regneerde nae hẽ vier iaer Eñ -als hi sterf so regneerde Dari[us] sijn zone in Persen eñ in Meden Maer -Alexãder Philippus zone wan hẽ den strijt vromelic of Tot dien tijdẽ -staken die vã Macedoniẽ tegen Philippus harẽ coninc Doe sende Philippus -sinẽ zone alexan[der] mit een groot heer om die stat te winnen Alexander -beleyde die stat eñ hadse cortelic tot sinen wille Eñ als hi weder õ -gecomen was eñ sinen vader die tijdinge brocht dat hi die stat gewõnen -hadde Soe sach hi in die zale staen vremde luden wt verren lãde: want hi -kendese aen die vreemde clederen Hi vraechde hẽluden van waen dat sij -warẽ, eñ wat sij begeerden Sij seiden hẽ dat sij waren boden des conincx -Darius vã Persen: eñ sy quamen daer van sinen weghen om te ontfãgen den -tyns eñ dẽ tribuyt vanden lãde eñ vanden water datter doer loept -Alexander [ver]wonderde hẽ zeer van desen eysch eñ zedẽ Eñ hi seide tot -een vã desen boden aldus Hoe is dit vercopẽ vã Persen aldus. en heeft -god niet den luden die elementen ghegeuen eñ gedeylt dat sijse -ghebruyken sullẽ tot hare nootdrufte int ghemeen Segghet Darius dat hi -dese castumen of legghe: eer ic daer om vergramt worde: Of seght hẽ en -wil hijs niet doen. dat hem Alexander alsoe nae comen sal dat hi des grã -wordẽ sal Daer om vaert haestelic wech. ende seght uwen here dat hẽ hier -cleyn noch groot geboeren en sal Hier en binnen stac daer een ander stat -op tegen dẽ coninc Philippus. eñ hi gaf alexander een groot heer om die -stat mede te bestriden Als Alexander wech was so quã daer een groot -heere genaemt Pansames die zeer fyer van hẽ seluen was. eñ hi wort -alexanders moeder zeer beminnẽde Doe dese Pansames bodẽ van minnen an -Olymphias sende Soe ontboet sy hẽ weder. dat sy hẽ gherne te mãne nemen -soude: waer die coninc Philippus haer man doot ware - - - - - Hoe Philippus sijn doot wraecte - - Capit xi: - - -Pansames hadde gewacht dat alexander in oerlogen lach mit een groot heer -Wãt alexander wort op die tijt also zeer [ver]maert vã vromicheden -datmen hẽ zeer ontsach: Dese Pansames quã mit groter macht op Philippus -dẽ coninc ter wijlen dat Alexander wech was eñ hi wilde Philippus ter -doot brengen, eñ hi nã Olymphias die coninghinne mit crafte Maer die -auẽture geuiel also dat alexãder thuis quã varen ter wijlen dattet -gheuechte was. eñ hi vinc dien Pansames. Als alexander vernam dat sijn -vader noch leefde soe brocht hi Pãsames voor hẽ. eñ hi gaf hẽ een bloot -swaert in sijn hant eñ hi hiet hẽ dat hi hẽ seluen wreken soude ouer -sinen vyãt Eñ Philippus stac Pãsames doer sijn gemacht dat hi doot bleef -Eñ doe Philippus cranc begonst te wordẽ so seide hi Mi en is niet leet -dat ic steruẽ sal: wãt hi is doot die mi geslegen heeft: Mer Alexander -lieue zone ic peynse om die woordẽ die mi v moeder seide als sy v droech -Ic heb begheert eenen wreker. eñ mit desen woordẽ so sterf hi Die coninc -Philippus conste veel vã wapenen ende vã ridderscap eñ hi was een cloec -orlochs mã eñ hi was altijt wel versyen vã wapenen eñ van scatte om te -wederstaẽ al wes hi te doen hadde Hi was altijt op sijn hoede eñ nimmer -meer en was hi moede rouens. als nv was hi ontfermhertich eñ als nv loos -Eñ ten dochte hẽ gheen misdaet al haette hi enen man altijt noch hoe hi -hẽ verwinnẽ mochte wast heymelic of mit logenẽ Hi was goedertierẽ eñ -moordadich eñ hi beloefde meer dan hi dede: hi was vrient daert hẽ -vromen mochte: maer anders en mocht nyemãt aen hem comen. Hi toende -vrientscap dẽ gheenen die hi haette: eñ die vriẽden waren maecte hi -tonvriende Eñ hi conste hẽ wel an beyde syden vriendelic gelaten. om -vordeel daer an te verweruẽ. hi was oec zeer scalc in s[~ij]re talen -Valerius scrijft oec vã Philippus dat hẽ eens ontboden was dat alexãder -sijn zone vrientscap beiaghen wilde an enighe ludẽ mit gelde Doe screef -hi an hem O Alexander lieue zone Waer hebt ghi gheleert dat ghi vriendẽ -mit gelde copen wilt daer gheen trouwe in wesen en mach: Want die -vrienden die men mit gelde coept alsmen hem niet meer en gheeft so is -die vrientscap al gedaen Hi scrijft oeck hoe Appollijn Philippus ontboet -een teyken s[~ij]re doot aldus: want hi hiet hẽ wachten vanden waghen -Hier om brac die coninc Philippus alle die waghenen van sinen lande eñ -hi dede karren daer voor makẽ Mer Apollijn die meende dat die waghen die -in Pansames swaert gescreuen stõt een teyken daer Philippus mede -[ver]slagen was Philippus die coninck van Macedonien badt sinen zone -Alexãder d[at] hi mit schone woordẽ die ghemeente te vriende soude -houden. eñ dat hijse vriendelick toe spreken soude als hijse gemoette. -eñ oec dat hi die ridders vrientscap soude bewijsen als hijse gemoette -eñ dat hijse mit hẽ ten eten soude leydẽ Orosius scrijft dat Philippus -die coninck des daechs te vorẽ eer hi gheslegen was gevraecht wort. wat -doot dat hi alre liefst te steruen had Hi antwoorde Ic prijse datmen -enen grotẽ here nae veel zegen eñ eeren die hi gewõnen heuet: datmen hẽ -sonder vreese oft verradenisse verslae als hi sittet in payse eñ in -groter eren eñ dat hi dan sterue sonder euel of ziecheit Eñ dit selue -geschiede hem: eñ die goden en mochtent niet beletten. al hadde hi haer -luttel eren gedaen Wãt al hadde hi haren tempel eñ haer outaer beroeft. -nochtãs en mochten sijt niet beletten hi en sterf alsoe hi begeerde Hi -plach oec haer beelden te breken an stuckẽ om die giericheyt vãden goude -daer sij of gemaect warẽ - - - - - Hoe Alexander sijn rijck ontfinc - - Ca:ix - - -Als die coninc Philippus doot was. so õtfinc alexander sijn zone -altemael sijn rijcke Maer Alexander was quaeder eñ vromer dan sijn vader -was Sinte Augustin[us] bescrijft dat Alexander eñ sijn vader altijt -naerstelick stonden om die zeghe te winnen Mer alexan[der] auentuerde hẽ -seluen opẽbaerlick om die zeghe te crigen sõder verradenis: eñ Philips -die vader gaf hẽ node in die auenture. mer al slupende eñ mit verradenis -plach hi meer s[~ij] vyandẽ te verwinnẽ Hier om was hi die wijste diemẽ -vandt: mer alexander sijn zone was meerder vã moede Philippus als hi -toornich was. so bedecte hi dat als een wijs man. maer alexander en -micte daer niet op. wãt als hi grã was soe en wasser gheen maete noch -redene inne: Beyde drõcken sij gherne wijn eñ dicke warẽ sij droncken -Maer haer drõckenscap was twederhaude: wãt als Philippus drõcken was so -en achte hi niet hoe verre eñ onueruaerliken dat hi liep onder sijn -vyandẽ. Mer als alexander drõcken was soe moestent sijn vriendẽ -ontgelden Alexander wilde ontsyen wesen. mer sijn vader wilde gemint -wesen: Philips was vol sorgen eñ wel sprekende. eñ alexander en brack -nyemande trouwe Philips was ghenadich eñ zeer goedertieren op die gheene -die hi verwan: mer alexander was des veel te stouter eñ te ouerdadigher -Doe Philippus gestoruen was soe dede hẽ alexander eerlick ter aerden -doen. ghelijck alst hem betaemde nae sijn coninclike werdicheit Doe dede -alexãder cleyn eñ groot al ontliuen die hulp raet of daet tot Philippus -s[~ij]s vaders doot gegeuen haddẽ: sõder alexãder sinen broeder Ende dat -was om dat hi hẽ gruetede ouer coninc dat eerste dat hi hem ghemoete Hi -dede doden Mercenarus s[~ij] broeder van sijns vaders weghen. om dat hi -seide dat hẽ dat rijcke mit rechte toebehoorde - - - - - Hoe Alexander sijn heer vergaderde - - Ca. xij: - - -Nee Philippus des conincx doot wort Alexander gecroent coninck in -Corinthen dat is die hooftstadt in Gryeken Eñ doe vergaderde hi alle -sijn heer eñ hi wan Athenen eñ Thebeen Op eenen nacht als Alexander op -sijn bedde lach eñ hi peynsde hoe hi Asyen winnen mochte. Soe quam god -voor hẽ staen gecyert mitten ghewade dat der Ioden groote pape an plach -te hebbẽ in sijnen dienst indẽ tempel Eñ mit sijne claerheit wort den -nacht inder zalen lichter eñ claerdere dan die dach wesen mochte Eñ hi -sprac Alexander aen eñ seide. dat hi in hem betrouwede Ende dat hi -trecken soude ten rijcke vã oesten wert want hi soude hem helpen dat -hijt al winnen soude Ende doe vraechde hem alexander wye dat hi was eñ -hoe hi hiete Die god seide hem Waer bi soe vraechstu minen naem die alte -zere wonderlick is: doet dat ic di segghe Eñ den mensche dien ghi syen -sult in deser gelikenisse doet hem doch eere: Eñ hier mede so ontuoer -hem god Tot dier tijt plach men oeck eñ daer te voren te doen: dat elck -mensche nae s[~ij] doot oft oec nae sinen lieuen vriendt dede makẽ een -beelde dat zeer properlic eñ hem wel ghelijck was Eñ dit dede Alexander -oec doen Eñ doe ginc hi staen voor Philippus sijns vaders beelde eñ hi -seide tot sijnen volcke Die hem totter wapenen willen gheuen mit mi -Alexander. hi bereyde hem nv Want het dunct mi nv tijt wesen eñ het is -wel recht dat wij eerst beginnen te striden opten ghenen die ons nv hier -voortijts bescadicht hebbẽ. eñ op die ghene die ons nv alle onse vryheit -nemen willẽ. Alle die ridders eñ alle dat edel volck warens alexander -toe in deser saken Doe ontsloet alexander s[~ij] vaders scat eñ hi gaf -soudie gout eñ siluer eñ hi gaf wapen alle die ghene diet te doen haddẽ -Hier mede vergaderde hi een groot heer. õder te paerde eñ te voet lxx: -m: eñ vij: C: eñ iiij: C. stouter mannen: onder ionghelinghen: oude. eñ -graeuwe. die hier voortijts mit hẽ eñ sinen vader geoerloecht haddẽ Want -in alexanders heer en hadde nyemant voechdije noch heerscappie hi en was -tseuentich iaer oudt Eñ binnen alle sijn heer soe en peynsde nyemant om -te vlyen: maer sij peynsden altijs om die zeghe eñ om te verwinnen Ende -hi nam sijn costen mildelijc wt sijns vaders scat. eñ hi dede veel -scepen maken eñ daer mede voer hi te creten eñ in lythonien Eñ al dat -lãt toech hi mit subtijlheit aen hẽ. eñ hier nae wan hi Cecilien Eñ -corts daer na voer hi doer Ytalien eñ daer õtfinc hẽ die stadt van Romen -eerlick ende wel. Want sij senden hẽ heymelic in sijn ghemoet: daer alle -die stat vã Romen te samen an stont eñ die Romeynen brochten alexander -eẽ schone duerbaer crone ghemaect van finen goude eñ ghesteenten Eñ dese -crone gaf hi hẽ in een teyken eñ tot eenre gedenckenisse om dat die -vrientscap vã hemluden langhe dueren soude Alexander ontfinck dese crone -herde gherne. eñ hi onthaelde Elminisse harde wel mit veel schoonre -talen die hi wel conste: eñ daer nae liet hi hẽ vriendelick van hẽ -scheyden Hier bouen senden die Romeynen alexander twee: m. mans eñ xl: -pont ghewegens gouts Aldus so voer alexander te Affriken waert Eñ hi -reet sonder eenige wederstoet mit al sijn heer alle Lybien doer: eñ hi -quam aldus mit alle sijnen volcke in Egipten mit scepen te water ende te -lande Doe hi in Egipten quam soe ontfinghen hẽ eerlic eñ sij hilden hem -voor haren heere - -[Afbeelding: Hoe Alexander Cyrien eñ Tyren beleyde. eñ hoe dat hijse te -samen verwan:] - - - - -Hoe Alexander Cyrien eñ Tyren beleyde. eñ hoe dat hijse te samen verwan: - - Capittel xiij. - - -Alexander sach in Egipten staen een beelde ghemaect van swarten -marbersteene Doe vraechde hi wat dat beelde beduyde Dat beelde antwoorde -hem ende seide. dattet was Neptanabus die wel eer die vã Persen õtulogen -was wt Egipten eñ liet sijn rijck als hem Othus die coninc vã Persen -[ver]dreef Want die auenture liep Neptanabus soe teghens daer niette -bliuen Als alexander dit [ver]stont so dede hi dien beelde eere als -sijnen vader. eñ hi aenbedet eñ gruetedet oetmoedelic eñ hi seide dat hi -Neptanabus zone was Wt Egiptẽ quã alexander in Syrien: eñ tot wat steden -dat hi quã die toech hi an hem Maer doe hi te Tyren quã so sloten die vã -binnen die poorten voer hẽ Doe beleyde Alexãder die stat om te winnẽ wãt -hi meende die stadt te winnen mit eenen storm. mer daer bleuen veel vã -sijn luden doot Hier om toech alexander bet afterwaert. om sijns gemacx -wille eñ hi beleyde die stat sterkelic eñ hi dreychdese zeer dat hijse -winnẽ soude Eñ alexander seynde bodẽ mit brieuen in die stede die aldus -spraken Ons hadde genoech geweest eñ recht ghedocht dat ghi ons -goedertirenlic uwe stadt op gegeuen hadt: wij soudẽ v hoeschelic -ontfangen hebbẽ. Maer om dat ghi die eerste sijt die tegen ons te -striden begint. so sal alle die werelt een vreeselic exempel an v luden -nemen. Wãt ghi sult corts weten of die Gryeken stridẽ kõnen of niet: eñ -sijt ghi wijs so sijt ghi gesont. mer sijt ghi onwijs soe suldt onlange -ghesont wesẽ: ist dat ghi inden wille blijft daer ghi nv in sijt. Die -heren vãder stat deden alle die boden die die brieuẽ brochten doden eñ -aen een cruyce slaen Als Alexander dat vernã soe toech hi derwert al -verwoet eñ hi wan ter stont die vaste stede eñ hi vernieldese eñ -verbrandese Eñ hi dedet al doot slaen wijf eñ kiut eñ alle datter inne -was cleyn eñ groot Eenighe willen seggen dat Alexander Darius tweewerf -in stride verwonnen hadde eer hi Tyren beleyde eñ wan - - - - - Hoe Darius Alexander brieuen screef - - Ca xiiij - - -Doe Alexander Syrien gewõnen hadde: soe seynde hẽ Darius brieuen: die -aldus spraken Ic Darius coninc der coningen eñ der goden vrient aen -Alexander sinen knecht Ick beuele v alexãder dat ghi weder keert tot uwe -magen die mijn dienaers sijn: eñ keert weder in dijns moeders schoot eñ -leert wat manlicheit eñ stouticheit is Hier toe heb ic v oeck ghesondẽ -een geessel eñ een bal eñ oec enen sack mit gelde: Bi die geessele sult -ghi verstaen dat ghi noch noot hebt vã dwange Den bal sende ic v dat ghi -daer mede spelen sult alsoet v kinsheit toe behoort. want v en betaemt -noch niet eenighe wapẽ an te vaten Maer ghi hebt ghedaen als een rouer -eñ kintschelic ons rijck aẽgegaen. Want al hadt ghi alle die rouers van -den lande vergadert mit v: soe en moecht ghi dat rijck vã Persen niet -doer varen alsoe veel volcx hebbic mit mi dattet ghelijc is den zande -dat ander zee leyt Voort soe ben ic alsoe rijcke van siluer eñ van goude -dat ick alle die aerde daer mede soude mogen bedecken dat ic wilde Hier -om sende ic di ghelt om datstu daer mede sult copen dij eñ dinen heer -dat sij behoeuẽ int weder keren: tot d[~ij]re teringen Maer en wilt ghi -ons ghebot niet doen. soe sal ic luden op v senden die v vanghen sullen -eñ slaen als een sot. eñ sij sullen v gebonden voor õs brengen. - - - - - Hoe Alexãder Darius weder screef - - Ca: xv - - -Dusdanighe letterẽ eñ talen en behaechdẽ die princen niet wel. eñ sij -waren versaghet Doe seide alexander hẽluden Ontsyet ghi v vã hogen -woordẽ daer niet an en leit. dit en is gheene wijsheit maer het is die -cleyne hondekens maniere. wãt soe sij crancker sijn so si meer grimmen: -Doe riep alexander den bode die dese boetscap brocht voor alle sijn edel -ludẽ eñ hi ghaf hem alle dat ghelt dat sij brochten. Eñ hi gaf hẽ -brieuen die aldus sprakẽ Ic Alexander heer der coningen eñ der goden -maech ontbiet Darius saluut eñ ic segge dat hẽ naerstich is dat soe -groten coninck als ghi v beroemet dat ghi in soe swaren bedwaughe comen -moet onder soe cleynen volc als mit mi is Iae oec dat ghi mi alexander -te dienste staen moet Wat meent ghi dat ghi v alsoe rijcke scrijft te -wesen vã siluer ende goude En weet ghi niet dat alle volc gemeenlic niet -en begerẽ dã gout eñ siluer Hier om sullen wi veel te stouteliker op v -striden om v dat grote goet of te winnen onse sculden mede te betaelen -Ghi hebt mi een gheessel eñ een bal ghesent eñ oec mede ghelt: mer mi -dunct dat dit grote dingen beduyt Die geessel beduyt dat ic v cortelic -in bedwanc hebben sal Den bal beduyt al die werelt dat icker here of -wesen sal Eñ dat gelt dat ghi mi sendt beduyt dat alle v goet cortelic -mijn wesen sal. - -[Afbeelding] - - - - - Hoe Darius tegen Alexander street - - Ca. xvi - - -Alsmen voor Darius dese letterẽ las. soe wort hi daer õ zeer toornich Eñ -hi screef narstelic tot alle sijn princen die daer woendẽ ouer dẽ berch -Taurus binnen sinẽ rijcke eñ seide Ic heb vernomẽ dat Alexander een -iõgelinc Philippus zone vã Macedoniẽ mit cleyn volc Asyen moyet. eñ ic -gebiede v dat ghi hẽ haestelic vaet eñ slaet eñ cleedt hem mit purpure -eñ seyndten ons also gheuãgen: Mer sijn scepen eñ sijn heer cleyn eñ -groot dat doet versinckẽ in die zee: Eñ sijn ridders eñ soudeniers -worden geuãgen op die roode zee Hier en binnen screef Darius weder so -grote eñ sware woorden an alexander dat der talen eñ weder talẽ anders -niet en warẽ dan datmẽt mittẽ swaerde becorten soude Also Iustinus -scrijft soe [ver]gaderde Darius doe te stride seuen C:M: mãs dat alle -ridders waren Alexander eñ sijn volc vochten daer soe vromelic tegen -Darius volc. dat Darius eñ sijn heer zeer gescoffiert wordẽ Want sij -sagen dat grote onweder: als hagel eñ wint eñ regen op hẽ vallen quam -Soe dat hẽ dochte dat die goden mit alexander eñ tegẽ hem vochten: eñ -sij vlogen alle wech die ontulieden mochten Ende Darius was die eerste -die daer vloech. want hi verloes sinen wagen eñ hi sat op een paert eñ -hi ontreedt haestelic Hier wort veel vã Darius volc verslagen Desen -strijt bestõt Alexander mit ix. M. mans te voet eñ M: ridders Maer vãden -regen eñ onweder dat op die van Persen viel. dat en õderscheyt nyemãt -dan alexãders hystorie die also seyt Dat alexãder sijn heeren eñ sijn -dode mãnen eerlick dede begrauen Eñ dat om dese victorie eñ zeghe alle -die meeste heeren vã Asyen aen alexander vielen eñ hulde eñ vrientscap -mit hem maecten. - - - - - Hoe Alexander Thebeen destrueerde - - Capittel xvij: - - -Hier na quã alexander weder in Gryekẽ mit grooter macht õ een meerre -heer te vergaderen eñ machtelicker teghen Darius te stridẽ: mer hi -moeste liden doer die stat Thebea Mer die stat wilde tegen hẽ striden eñ -si slotẽ die poortẽ voor hẽ Doe viel Alexander voor de stat mit sinen -volcke õ die vã binnen deser eeren te dãcken Doe quã daer een mã genaemt -Cleades mit eenre herpẽ eñ viel voor alexan[der]s voeten eñ speelde zeer -soetelic eñ hi sanck dit lydekijn voor alle sijn heeren O Alexander -coninc der coningen heere: Ghi moecht dese stat noode bederuẽ die die -ontsterffelike godẽ eerst maecten eñ die daer in waren geboren Want -Liberbatus eñ die groote god Hercules warẽ in dese stadt geboren Asyon -maecte dese vestẽ. Dan hẽ sijn comen alle die voorbarichste van dinen -geslachte Maer alexander en achte niet op desen sanc eñ hi was so gram -dat hi al die stadt dede slechten eñ [ver]barnen Hier na beleyde hi -Athenen die oec gekeert was mit die vã Persen bi Domestenes rade eñ die -vã Lacedomen wãt Domestenes had hier of gehadt grooten scat Ochines gaf -die vã binnen raet dat sy hẽ op geuen soudẽ: mer Dyomedes ontriedet ende -hi wilde datmen die stat tegens hẽ hilde. Doe vraechde die stat -Domestenes dat hi seggen soude wyens raet dat hem beste dochte vã desen -tween Hi seide datmẽ Ochines raet doen soude Eñ men koes Domestenes dat -hi die boetscap doen soude an Alexander eñ dat hi hẽ brochte een gulden -crone. eñ dat dede hi: Doe Athenen mit alexander [ver]soent was. soe -versoende oec Lacedomen. eñ sij brochten alexander oec een guldẽ crone -Iustinus scrijft dat dit gheuiel eer alexãder in Asyen quã eñ eer hi -tegen Darius street Dyomedes seit een woort dat zeer an te merckẽ is Doe -ict: laet ict. nv merct dit: ic hebbẽ ewelic verlorẽ: nv kyest die scade -of dẽ toren - - - - - Hoe Alexander Darius sochte - - Ca. xviij - - -Alexander bereyde hem anderweruen tot Darius wert: eñ hij bestont eenen -swaren wech Want Darius lach doen mit sijnen heer op die Tygre: eñ hi -hadde daer tot s[~ij]re hulpe vier hõdert duysent mannen te voete eñ -C.m: vrome ridders als Iustinus bescrijft: Doe alexander dit vernã soe -badt hi sinẽ here dat sij willichlic vechten soudẽ õ des ghewins wille -eñ niet wt vreesen Als Alexander tot Darius waert reedt soe voer in sijn -heer mit hẽ een ridder wt Persen gewapẽt als die grieken Dese ridder -stont eñ wachte een wijle eñ meende Alexander doot te slaen: mer dat -benã een polette die hi op sijn hooft hadde Ter stõt soe wort dese -ridder gevangen eñ men brocht hẽ voor alexãder Eñ hi vraechde hem. Wat -hi hem wilde Die ridder antwoorde hẽ In enen vermeten bẽ ic hier gecomẽ -Wãt had ic v doot geslagen eñ ic dã ontreden hadde so soude mi Darius -sijn dochter hebbẽ gegeven. eñ een groten deel vã sinen rijcke Alexander -prijsde hem dese vromicheit eñ hi hiet hẽ vry wech rijden. Als Alexander -Darius naecte soe dede hi een wõderlic dinc Hij dede veel beesten -vergaderẽ eñ hi dede hẽ an die hoornen eñ sterten rijsen binden. om -dattet een woudt eñ een bosch soude schijnen van veere Ende om dat hi -mitten rijsen die sij nae hem sleepten aenden stert die droghe mollen of -sant zeer soude doen stuuen. eñ datmen also niet en soude mogen bekẽnen -dat heer datter after quam Men beghan daer te vechten eñ alexander wort -daer ghequetst: Ende den strijt wort soe sterck. datmen lange twijfelde -wye die zeghe hebbẽ soude Maer int eynde vloet Darius eñ alle sijn heer -mit hem: Eñ vas sinen heer worden verslagen lxiij:m. mans te voet eñ -x:m. ridders. eñ daer waren geuangen lx:m: mãnen. Hier teghen verloes -Alexander van sijnen luden hondert eñ xxx. mannen. noch hondert eñ L: -Ende aldus soe verginc den strijt. - - - - - Hoe Alexander Darius scat verwerf - - Capit: xix - - -An deser tijt wan alexãder op Darius eẽ ontallich scat: wãt daer was -also menich C. marck gouts dattet Alexãder des groot wonder gaf Hier -vinck alexander Darius moeder sijn wijf sijn kint eñ sinen broeder Maer -den scat eñ dat goet dat hi hier wan dede hẽ alte zeer verheffen. wãt -hier nae volchde hi ouerdaet eñ weeldicheit eñ hi leyde alle sijn herte -an vrouwẽ Eñ sõderlinge wort hi minnende een wijf die hi geuãgen hadde -genaemt Barsenes Eñ hi wan an haer een zone die hi Ercul[us] dede -hieten. maer altijt docht hem dat Darius noch leefde Doe benal alexander -Persemone dat hi voer op die zee vã Persen eñ dat hi niet anders en dede -dan dat hi alle die scepen vinghe die hi vonde vã Darius syden Alle die -heren vãden lande daer ontrent vernamen vã der victorien die alexander -hadde: ende sij quamen allegader tot hẽ eñ gaven hẽ op al haer landt eñ -goet Eñ Alexander settede sijn vriẽden daer in alsoe hi wilde. eñ hi gaf -hẽ groot goet eñ rijcheden nae dat hẽ elck waert docht eñ nae dat sij hẽ -vrientscap trouwe eñ bijstãt bewesen eñ gedaen hadden: - - - - - Van Alexander opten berch Gariesim. - - Capit. xx. - - -Doen Darius sijn heer eerst vergaderde. om tegen alexander te striden So -wort Sarabella [ver]blijt dien hi prince gemaect hadde ouer die ryuiere -vã Eufrates Eñ hi pensde d[at] hi Darius te gemoete varen soude als hi -Alexander [ver]wonnen hadde. eñ bidden om oerlof dat hi Manasses sinẽ -behuweden zone een tẽpel maken mochte op dẽ berch Garisien Want -Sarabella was soe out dat hi ter oerlogẽ niet en voer Mer het geuiel -anders dã hi meende Wãt Alexander eñ die Gryeken verwonnen Darius eñ -sijn heer. eñ sij vingen sijn moeder sijn wijf. s[~ij] kint eñ sinen -broeder als voerseit is Nae desen strijt houdẽ sõmighe boeken dat -alexander eerst quã Syrien eñ vã Damas eñ Sydonen eñ beleyde Tyren Doe -nã Sarabela mit hem viij:m: mãnen eñ voer Alexander te hulpe: eñ hi -seide dat hi hẽ lieuer te dienen had dan Darius: eñ dat hi hẽ op soude -geuẽ die steden die onder hẽ waren Alexander ontfinck hẽ eerlick: Eñ als -Sarabella den tijt te punte sach so seide hi alexander dat hi hadde eenẽ -behuwelicten zone Manasses die des princen vã den ioden papen broeder -was. eñ dat veel ioden mit hem waren eñ sij seiden dat si gherne soudẽ -maken bi sinen oerlof op een sonderlinghe stat enen tẽpel Eñ hi seide -dat die Alexander zeer oerbaerlic wesen soude Want waren der ioden macht -aldus in tween ghedeelt. soe en souden sij niet teghen hẽ steken Doe gaf -hẽ Alexander oerlof Eñ doe ginc Sarabella zeer naerstelic enen tempel eñ -een outaer stichten opten berch Garisiem Desen tempel stont tot datten -die Romeynẽ destrueerden: eñ hier in maecte hi Manasses prince vãden -papen - - - - -Hoe Alexander tot Iadus dẽ groten pape van Iherusalem om succoers sende - - Ca. xxi - - -Als Alexander Tyren beleydt hadde soe screef hi tot Iadus den prince -vãden papen in Iherusalem. eñ hi badt hem dat hi hem succoers senden -wilde eñ dat hi vytaelge dede bereydẽ tot sijns heers behoef: eñ dat hi -hẽ den tribuyt sende die hi Darius te geuen plach Iadus die prince vãden -papen antwoorde dat hi Darius eedt gedaen hadde eñ dat hi dien niet -breken en mochte also lãge als Darius leefde Doe wort Alexander gram eñ -hi dreychde die ioden: eñ seide dat sij aen hem gewaer souden worden -wyen sij schuldich waren beloften te houden Daer na dede alexãder grote -drachten draghen inder zee totter muren van Tyrẽ dat men te voete gaen -mocht an die muren. want Tyrus stont datter die zee al õme liep Eñ doe -Nabugodonosor daer voor lach so dede hi an die een syde veel steens -dragen om sinen heer eenẽ wech te maken totter poorten: mer õ dat die -stat hẽ op gaf so en volmaecte hi den wech niet: mer Alexander -volmaecten nv Doe Alexander Tyren geslecht hadde so beleide hi Gasam. eñ -daer bleef Sarabella doot Als alexãder Gasam te wille hadde soe haeste -hi hẽ zeer te Iherusalem waert Eñ doe die iodẽ dat [ver]namen soe -ontsagen sij hẽ zeer: eñ sij baden gode dat hijse vertroesten soude: Eñ -sij deden haer offerhande Doe badt Iadus die pape ouer alle dat volc Eñ -als hi nader sacrificien in slaepe gewordẽ was: soe opẽbaerde hẽ god eñ -hiet hẽ dat hi betrouwen hadde: eñ dat hi die stat mit hoeden eñ mit -bãden eñ cronen pelleren soude eñ dat hi sijn bisscops gewaede an dede -eñ dat hi mitten papen alsoe wt ghinge Alexander te ghemoete Eñ als -Iadus vãden slape õtwaecte soe seide hi alle den volcke dit vysioen Eñ -als hi wiste dat Alexander niet verre van der stat en was soe ghinc hi -wt als voorseit is mitten papẽ mit eenre schoonre menichte vã poorters -tot eenre stadt diemen Sophim hiet: ende van daen mochtmen lichtelick -Iherusalẽ ende den tempel syen: - - - - - Hoe Alexander ons heren naem aenbede: - - Capittel xxij. - - -Hier geuiel dat nyemãt van alle den ghene die den coninc volchden -ghemeent en hadde Want doe alexander den prince vãden papen ansach -gecleedt mit des bisscops gewaden Eñ op sijne myter die gulden plaete -daer ons heren naem Tetagramaton in ghegroueret was Soe gedochte hi gods -die hem opẽbaerde daer hi in sijn bedde lach eñ die hem beloeft hadde -dat hi hẽ helpen soude dat hi wonne dat rijck vã Oesten Doe stont -Alexander haestelic van sinen paerde eñ hi ghinc alleen tot voor den -prince vanden papen. eñ hij viel langhes voor hẽ op die aerde. eñ -aenbede ons heeren naem eñ hi dede den bisscop eere. Die princen van -sinen here haddẽ des alte groot wonder: eñ sij meendẽ dat des conincx -herte in bedwãghe gheweest hadde Maer Pertemeus die sijn sõderlinge -vrient was vraechde hẽ: waer om dat hi der ioden pape angebeden hadde -Die coninc antwoorde hẽ eñ seide Ic en aenbede den pape niet: maer ic -aenbede god wyens dienste dat hi doet Want doe ic was in Lycie in -Macedonien landt soe sach ic hẽ in desen habite Eñ doe ic pensde of ic -soude mogen verwinnẽ soe hiet hi mi dat ic gelouen soude: want hi soude -mijn heer geleydẽ eñ leuerẽ int rijck vã Persẽ Want eerst sach ic in -desen pape sijn gelikenisse eñ ic heb dat vast geloue dat mi geschieden -sal dat hi mi beloeft heeft. Hier om aenbede ic gode eñ ic dede den man -eere Doe dede Alexãder sijn heer after treckẽ. eñ hi voer mit luttel -luden in Iherusalem eñ dede gode offerhande inden tẽpel alsoe hem Iadus -die prince vanden papen wijsde eñ hiete Doe brochten sij voordẽ coninc -Daniels boekẽ eñ toenden hẽ datter in gescreuen was hoe dat een Griex -coninck die macht vã Persen tonder doen soude Alexander was hier om zeer -blijde. wãt hi hoepte dat dit van hẽ geseit was Eñ des anderen daechs -dede hi dat volck vergaderen eñ hiet hẽ eyschẽ wat sij wilden Eñ om haer -versoeck so oerlouede hi hem dat die ioden alle die werelt doer waer sij -waren haer wet houden mochtẽ: eñ hi scout hẽ quijt van alle tribuyten -vanden seuenden iare om die vierten vãden lande Hier nae toech hi totten -anderen stedẽ waert Als die vã Samarien saghen die grote miltheit eñ -gauen die alexander den ioden gedaen hadde. soe quamẽ sij tot hẽ eñ -seiden dat sij der ioden magen waren Eñ sij rekenden haer geboertẽ vã -effraym eñ van Manasses. eñ sij baden dẽ coninck dat hi haren tempel in -Garisiem eere doen wilde Eñ hi beloefdet hem te doen als hi weder om -keeren soude eñ sij baden hem dat hi hẽ den tribuyt vãden seuenden iare -verliet Hi vraechde hẽ wye sij warẽ Sy seiden dat sij hebreeusche waren -Die coninc vraechde of sij Ioden waren. doe seydẽ sy Neen Doe seide hẽ -alexãder dat hijt den ioden gegeuen hadde eñ nyemãt anders Want het was -der samaritanen maniere. als sij sagen dattet dẽ ioden wel ghinc soe -seidẽ sij dat sij haer maghen waren maer alst dẽ ioden qualic ghinc soe -seidẽ sij dat sij hẽ niet en bestonden - - - - - Hoe Alexander voer tot Amons tempel - - Ca. xxiij - - -Hier nae so voer alexander in Lybien tot Amons tẽpel. om dat hi te kennẽ -geuen wilde dat hi van enen god gewõnen was eñ om dat hi s[~ij]re moeder -zuueren soude van haren dorperlijcken naem eñ vã haren ouerspele -Alexander seynde voor hem mit sinen bode groote presentẽ tot Amons -papen. om dat die papen seggen soudẽ dat alexander gheseit wilde hebbẽ -Alexander quã seluer binnen de lande eñ reedt op dat zant in die zee. -maer hi lyetter een deel luden die hẽ volgen wilden eñ si verdrõcken -Maer alexander quam ghesont ouer totten tempel Eñ die pape quam wt tegen -hẽ. eñ hi seide dat Iupiter sijn vader was. diemẽ in dat lant Ammon hiet -Alsoe als hier vorẽ geseit is so reedt Darius wten stride die welc hi -verloes hier te voren: eñ hi quam int landt van Babiloniẽ eñ hi vernã -dat Alexander weder van Ammons tẽpel ghekeert was in Egipten. eñ dat hi -daer dede maken Alexandrien de hooftstadt vãden lande Darius screef -oetmoedelike letteren an alexander dat hi weder om seynden soude sijn -gheuangen. eñ namer also veel gouts voor als hi wilde Alexander eyschte -ouer dat gelt eñ goet alle sijn landt Darius screef weder tot alexander -dat hi sijn oerlogẽ liet staen eñ dat hi sijn dochter te wijue name hi -soude hẽ daer mede geuen een groot deel vã sinen rijcke Alexander -eyschte echter sijn rike altemael. wãt het ware sijn Eñ hi ontboet hẽ -dat hi eñ sijn volck oetmoedelic wt quamen teghen hẽ eñ dat sijt hẽ op -gauen recht of hijt al gewonnen hadde: - - - - - Hoe hem Darius eñ Alexãder ouer screuẽ. - - Capit. xxiiij - - -Iustinus scrijft dat Darius nv wel sach dattet hẽ niet en halp wat hi -Alexander nv vã vrientscap bade: Eñ hi vergaderde weder vier hondert -dusent mannen te paerde eñ hõdert dusent ridders. eñ hi bereyde hẽ weder -tegen alexander te striden: eñ als hi tot alexãder rijden soude So quã -hẽ inden wech een nie mare dat sijn wijf doot was eñ dat alexãder groten -rouwe hadde om haer doot eñ dat hij haer zeer beweende. eñ dat hijse -eerlick begrauen dede Mer men seide hẽ dat dit alexander niet en dede om -eenighe outamelicheyt die hi mit haer had noch õ minne want hi en hadde -in sulckẽ saeken an haer gheen scult eñ dese eer dede hi haer vã -hoescheden eñ vã edelheden Want zynt dat hijse geuãgen hadde so ghinc hi -dicke tot haer eñ totten kinderen: eñ hi troestese vaderlic Als Darius -dit hoorde. so docht hẽ dat hi alexander altemael verwõnẽ hadde om dat -hi nae soe groten strijt die hi tegen hẽ gehadt had hẽ aldus verwã mit -doecht eñ mit eere Eñ Darius rekendet nv voor grote eer dat hẽ alsulcke -prince verwã nae dat hij [ver]wonnen bliuẽ moeste Doe screef Darius -weder an alexander eñ dancten zeer dat hi totten sinen waert die hi -geuãgen had nye dorperh[eit] noch oneere gedaen en hadde Eñ hi boot hem -veel meer vã sinen lande dan hi gedaen hadde eñ voort boot hi hẽ voor -die gheuangen acht dusent talenten gouts Alexander screef Darius weder -Ic en acht niet op m[~ij]s vyants danc eñ om m[~ij]s vyants wille en heb -ic niet gedaẽ Wãt in oerloge oft in payse seide hi dat hi nie en -begeerde ouerspel ofte oneere: Mer hadde hi yet gedaen: dat hadde die -doecht van hẽ ghedaen Want hi was wijs genoech tegen sinen vyant eñ -tegen sijn begeerte te striden. eñ dat dede hij al om der eeren wille -Voort ontboet hi Darius dat hi dit soude moghen proeuen in hẽ op dat hi -hẽ onderdaen wesen soude Want hi seide dat twee heeren die werelt niet -en souden mogen regeren sõder oerlogen eñ striden want ghelijc die zõne -al die werelt verlicht. so ist opẽbaer datter mer een heer en is bouen -al die werelt Hier om Darius neemt een corte beraet dat ghi ons in hãden -comẽ wilt of bereit v ten naesten dage tot eenen nieuwen stride - - - - - Hoe Alexander mit Darius at - - Ca. xxv - - -Alexander lach lange mit sijn heer op die ryuiere genaemt die strange. -eñ hi wort te raede dat hi seluer spreken wilde mitten coninc Darius Eñ -hij nam mit hẽ Emendus die bi hẽ was eñ noch een ander eñ hi voer -haestelic totter ryuiere strãge die tusschen beyde die heren liep Nv is -die ryuiere vã sulcke nature dat sij dicke bi nachte eñ bi daghe -bevriest dat daer een geladẽ wagen ouer varen mach Alexander liet -Emendus daer bliuen eñ hi reet tot Darius die sijn heer op die tijt al -omme voor besyen hadde Eñ als alexander Darius te gemoete quã. soe -gruette hi hẽ nader zedẽ vãden lande eñ seide Heer Alexãder heeft mi aen -v gesõden dat ghi hẽ ontbiet dẽ dach dat ghi striden wilt eñ cort. Wãt -men seit dat mijn heere node strijdet om dat hi vermoyet is Eñ aldus -beual hi mi dit dit te seggen Hier op antwoorde Darius eñ seide Ick -gheloue dat ghi seluer alexander bent Wãt nyemant anders en soude ons so -stoutelijc te voren derren leggen vã stridẽ Alexander lochendet eñ hi -seide dat hi s[~ij] bode was Doe nam hẽ Darius bider hãt eñ hi leyde hẽ -in sijn tente eñ deden mit hẽ eten aen sijne tafele Eñ hi wilde immer -dat alexander wt sinẽ nap dranc: eñ hi stacken in sinẽ bosem Dit mercte -een mã eñ hi seidet Darius Doe seide Darius dat hi dorperlic dede dat hi -sinẽ nap nam Alexander antwoorde hẽ Heere dit en is gheen scande in -alexanders hof. Wãt alle die tot sijnre tafelen sitten soe sijn die -nappen hare daer si wt drinckẽ Binnen desen bedacht hẽ Passarges dat dit -alexander seluer was. wãt hi haddẽ voormaels dicke in Philippus huyse -gesien Doe mercte alexander dit: eñ hi ontreet mitten nappe: eñ hi -doerstac den knecht die s[~ij] paert hildt mitten swaerde Eñ aldus -ontreet hi mit groter auenturen. wãt hẽ en mocht nyemant volghen Darius -bedreef groot misbaer om dat hẽ sijn vyant ontreden was. Eñ alexander -quã tot sijnen luden eñ vertelde hoe hi mit Darius at. eñ hi toende den -nap die hi hem ontdragen hadde tot een litteyken Hier õ waren sijn luden -zeer blijde dat hem dese vromicheyt geuallen was: mer Darius was droeue - -[Afbeelding] - - - - - Hoe Darius eñ alexander te samen stredẽ - - Capittel xxvi. - - -Des anderen daechs haeste hem Darius ten strijde Eñ alexãder hadde -langhen tijt in sorghen geweest om den strijt te hebben: soe dat hi -binnen al dier nacht niet en konde geslapen: sonder inden morghenstont: -Eñ alexander bleef slaepende tot dat alle sijn heer stõt gebattaelgijt -om te striden sõder dat hẽ haer coninc gebrac Persenio ginc in alexãders -tente daer hi lach eñ sliep Eñ hi vraechde hẽ waer bi dat hẽ die slaep -nv so soet was eñ het is nv tijt vã vreese te hebbẽ Alexander antwoorde -Nv bẽ ic vã so groter sorghen vry om dat ic hier ter stedẽ striden sal -om alle die heirscappie te winnen die Darius gheleesten mach Maer vlyede -ic nv eñ vloet hi mi na so waret tijt vã vresen Nv gaet eñ besyet dat -nyemant ouer die ryuiere en ware: mer laet Darius eñ sijn heer al ouer -comen wãt ic sal te hants bereyt wesen Hier en binnẽ quam Darius ouer -een brugghe mit alle sijn heer: Eñ Alexander toech hem teghen mit sijn -volck. eñ daer wort anxtelic geuochten Maer die van Persen hadden alte -samen dat afterdeel. eñ sij begonnen sterckelic te vlieden: want in -ghenen strijt die voor geweest hadde en bleuen soe veel doden alst hier -dede Als Darius sach dat sijn volck verwonnen was soe wilde hi hẽ seluen -doden of inden strijt steruen eer hi vloede Maer een sijn vriendt -ontriedet hem eñ hi deden keeren sijns ondancx ouer een brugge in een -stat Eñ hi hiet datmen die brugge breken soude: maer Darius seide datmen -des niet doen en soude: Want dat waer iammer dat wi ons ander luden die -noch ouer sijn indẽ strijt eñ sullen moeten vlyen dat wi hẽ die vlucht -benamen: also dat vã groten drange die opter bruggen was meenich mensche -verdranc in die strange Des Alexander zeer blijde was. - - - - - Hoe Darius an Alexander õ genade screef - - Cap. xxvij - - -Nv hadde Darius alle sijn hope verloren. eñ hi viel neder in sijn zale -op die aerde: eñ bedreef groot misbaer. Hier na had hi raet dat hi aldus -an Alexander screef Aen alexander sinen heere Darius saluut eñ eere Het -ware wel gedaen eñ edelheit wout ghi hẽ genade doen: wãt auenture heeft -hẽ di tonder gedaen crachtelic inden velde Ic bidde v dat ghi õtfermet -m[~ij]re moeder eñ m[~ij]re kinderẽ alsoe dat toebehoort. eñ dat ghijse -ons weder wilt senden Eñ om dier weldaden sal ic v gheuen alle mijn -rijck: eñ voort alle mijnen verborgẽ scat eñ daer toe dat rijck vã -Persen eñ vã Meden Alexander ontboet hẽ dat hi des niet en dede: Doe -ontboet Darius den coninc Porrus van Indien dat hi hẽ te hulpe quame -tegen alexander. hi soude hẽ geuen ontalliken scat Als dit alexãder -vernam soe haeste hi hẽ dat hi quam ter poorten waert eer Darius te -Indien voer. eñ Alexander toech doer dat ys ouer tgeberchte doer een -cleyn gat Want buten en leyt ghenen wech. eñ binnen dẽ zomer en is gheen -mã die daer doer derf gaen om dat daer veel serpenten sijn Nochtans en -isser gheen slot van ysere tegen een heer of tegen volc - - - - - Hoe Darius vã sinen luden geslegen wort - - Ca:xxviij - - -Iosephus seit als Alexander liden wilde voor Darius doer die poorten vã -Caspiẽ Soe toech hi doer Pansilla eñ daer moeste hi liden doer eẽ grote -ryuiere ghelijc een arm vã der zee. eñ daer dede god groot wonder Wãt -dat water vãder ryuiere scheyde hẽ in tween eñ alexander reedt daer doer -optẽ drogen grõde mit alle sijn heer Dit liet god gheschien om dat hi -mit hẽ breken mochte die macht vã Persen Orosins eñ Iustinus seggen dat -alexãder in desen lesten stride wan mit crafte dat rijck vã Persen eñ -Meden Want daer en was nyemant die hẽ voort meer teghen hem dorsten -steken In deser vaert wan alexãder meer gouts eñ roefs dan yemant des -ghelouen soude Hi wan oec Persipolea dat die hooftstat was vã den lande -van Persen Dese stat hadde langhe gestaen in vreden. eñ sij was vol van -groten goede des hẽ nyemant en bewant: eñ dat quã al in alexanders hãden -Nv ghinc Darius vlieden wt die eenre stadt in die ander stadt eñ hi -meende ergent in vredẽ wesen Eñ Darius had mit hẽ twee valsche princen -die hieten Bessus eñ Narbesmes die ouer een droegen. eñ sy beginghen -Darius daer hi alleen was eñ sloegẽ hẽ ouer doot eñ lieten hem liggen eñ -si vloen haestelic van hẽ totter tijt toe dat sij wel verstonden eñ -wisten hoe dattet mit hẽ vergaen was Alexander vernam dattet Darius -aldus vergaen was eñ dat hẽ sijn luden gespannen eñ gebonden hadden Eñ -alexãder reet haestelick derwaert den naesten wech die hi mochte rijden -eñ hi quam tot Darius alsoe dat hi hem noch leuende vandt. eñ hi gaf hem -alexander op in sinen handen Ende hi nam hem mitten knyen. eñ hi sprac -hem toe alsoe hi alder beste mochte: - - - - - Dit waren Darius woorden voor sijnre doot eer dat hi sterf: - - Cap:xxix. - - -Alexander na dien dat mi die auenture geseit heeft soe ist mi vergaen Eñ -het is mi nv ter tijt een troestelic dinck dat so groten ende soe -machtigen heere als ghi sijt tot mijnder doot wesen sal Hier om bid ic v -dat ghi mi eerlic ter aerden laet doen totter stat daer die coningen vã -Persen m[~ij] vaders begrauen sijn. Eñ ic bidde v dat ghi v gewaerdigen -wilt tot m[~ij]re wtuaert te wesen Ick beueel v oec Rogidimes mijn -moeder eñ mijn broeder Moatrus eñ Darius minen zone Voort bid ict v dat -ghi Roaxanes m[~ij]re dochter tot eenen wiue wilt nemen Ander gesten -hebbẽ bescreuen dat Darius doot was eer hem alexander sach Eñ doe Darius -doot was soe bedreef alexander daer groten rouwe om eñ soe groten hant -geslach al haddet sijn vader gheweest. eñ hi deden eerlick begrauẽ nader -coningen vã Persen zeede Orosi[us] scrijft dat in die drie stridẽ die -alexãder op Darius wan doot bleuen xij.C.M: mãnen Iustinus scrijft oec -dat Alexãder sijnen volcke deelen dede xiij.M: talenten gouts. ende -aldus soe quã die blijscap nae haer pijne Doe dede hi voeren op die -stercke stadt Egbetanis C. dusẽt eñ xc: dusent talenten gouts: Van deser -stadt maecte hi here Persemoene enen stouten man Alexander wan alle -Darius lant binnen den sesten iare nae dat hi began te regneren Hier na -eynde dat rijck vã Persen Twelcke gestaẽ hadde twee C. iaer eñ xxxi: Van -Tyrus tijt die die eerste coninc van Persen was - - - - - Van coninc Darius graue - - Capit: xxx - - -Nv wil ic voort scriuẽ hoe d[at] Darius graf gemaect was Eñ daer warẽ in -gescreuẽ eñ geteykent alle die lãden vãder werelt eñ vãden gesten -Appelles was meester vã desen graue Eñ het was aldus gemaect als hier na -gescreuen staet Het was vã twee zarckẽ ghemaect vã marbersteenẽ die -groot goet ghecost haddẽ. eñ sij waren zeer lanck dicke eñ effene. Opten -onderstẽ steen maecte hi schoene lijsten den binnen kant vanden zarcke -was van claren latoene Eñ opten vier hoecken maecte hi vier silueren -colõpnen sterck eñ dicke eñ wel gewrocht: maer die hoeckẽ waren gulden -wel eñ costelick gemaect Dese waren ten vier hoeken gesoudeert opten -ondersten zarck mit metale Op dese vier colõpnen leydemen den anderen -zarck die was vã witten marbersteẽ Op desen zarck hadde Appelles -gesoudeert al doer breede lijsten vã finen goude. eñ daer in hadde hi -gewrocht die ronde werelt in drien gedeelt: Ghelijckerwijs als hier -beneden staet - - Asyen Cam - Affriken Sem - Europen Iaphet - -Aldus is die werelt in drien gedeelt Want Asyen hout alsoe veel als -beyde die ander deelen In elck vã desen deelen hadde Appelles gemaect -alle die stedẽ die daer binnen lagen Eñ alle die ryuieren die daer binnẽ -liepen eñ wat volck dat daer binnẽ woende: eñ mit wat tõgen datmen daer -sprac eñ die grote wõderen die daer binnẽ lagen. eñ oec alle die eylandẽ -vãder zee eñ hoe sij hietẽ Dit hadde hi so properlic daer an gewrocht vã -weuen. dat eẽ mensche hadde geweest wt alle die werelt eñ hadde hi bi -deser tõben ghestaen, hi hadde moghen syen eñ mercken dẽ rechten wech -tot sijnen lande waert Oeck hadde hi daer aen ghewrocht die gesten vãden -beghin der werelt eñ die striden: eñ hoe dat alexander Dari[us] -[ver]wonnen hadde Die landẽ te noemen laet ick after om dat ict corten -wil Alle dit werck hadde Appelles ghegrauen eñ gemaect mit eenrehande -beesten eñ dieren diemẽ vant Eñ hi hadde dat ouerdect mit eenẽ wercke -dattet lichte ghelijck een cristal: mer het was veel claerre eñ schinẽde -ghelijc die zõne van claerheden: Hier doer sachmen alle dat werck: eñ -Darius verteerde daer hi in gebalsemt lach mit dierẽ specien An deser -tõben stont gescreuen hoe langhe dat die werelt gestaẽ hadde tot dat -alexander coninc wort: dat was xlviij.C: iaer xxx. iaer min - - - - - Van Philo Anaxigenes eñ vã Epicurus - - Ca. xxxi - - -Tot dien tiden was Anaxigenes zeer vermaert in wijsheden Ende hi leerde -alexander in s[~ij]re ioecht grote wijsheit eñ doecht Eñ het geuiel dat -Alexander die stat destruerẽ wilde daer Anaxigenes in woenachtich was Eñ -Anaxigenes ghinc wter stadt tot Alexander om een bede te bidden Mer -alexander zwoer dat hi op dien dach gheen bede om hẽ doen en soude Doe -sprac die wijse man Nv bidde ic v dat ghi dese stede slechtet: eñ aldus -[ver]keerde hi alexander vã sijnen quaden sinnen mit subtijlheden Want -alexander hieldt sijne woorden eñ hi en dede sijn bede niet. eñ alsoe -bleef die stat staende die alexander meende te slechten Tot desen tiden -was Epicurus oec tot Athenen [ver]maert inder stat mer hi dwaelde in -eenighe saken Wãt hi seide dat die meeste salicheit vãden menschen was -in weeldicheit van vleysche Hi seide oec dat god dese werelt niet en -acht eñ dat die zielẽ steruen mitten lichame Hi seide oec eenighe goede -puntẽ want hi seide wye wijsheyt wil crigẽ die moet oec alle weeldicheit -laten varen. wãt wye der naturẽ recht leuen wil hi en mach nimmermeer -arm wordẽ want sulcke comen van groter armoeden tot groten goede. mer dã -beginnen sy eerst haer ongeuallicheit Hi seide oec die ergent eten sal -sal oec besien mit wyen hi eten sal Dat beghin vã alle doecht is dat een -s[~ij] misdaet bekent eñ dat hi peynse dat hi steruẽ moet Men sal dat -lijf niet geuen tot gulsicheden: mer tot wijsheit eñ gemaeticheit: wãt -van weelden coemt dickwijl gheen bate mer euel eñ ziecte. - - - - - Hoe Alexander sijn zeden verwandelde - - Ca.xxxij - - -Als Darius doot was eñ begrauen so hief alexander die zeden vã Persen op -an s[~ij] cleederen eñ aen sijn ghewaden eñ hi droech die crone vã -Persen eñ liet varen die castume van Macedonien Eñ dit beual hi sinen -boden seluer te doen die nochtan tegen seidẽ: Hi ginc houdẽ veel wijuen -eñ amyen die schoenste die men in al die werelt vinden mochte: Eñ daer -mede lach hi nacht eñ dach soe hẽ goet dochte: Hi wort oec alte gulsich -vã spijsen eñ drancke om dat hi meende dat die luxurie niet meerderẽ en -soude hadde hi gemaet geweest vã spisẽ Hi maecte spelen in s[~ij]re -werscap eñ vergat zeere sijn wijsheden. want hi en mercte niet dat sijn -rijcheden sijn goede zeden versmoordẽ Hi was als een tyran op sijn volc -eñ als een vyãt eñ hi balch hẽ zeer als hẽ yemant seide dat hẽ misstont -Hi was zeer toornich datmẽ hẽ philippus zone hiet eñ dat sij seidẽ dat -hi die zede vã sinẽ lande verleit hadde: Hier om worden gedoot Fylotes -eñ Pinenon sijn vader Aldus soe en maect groote rijcheit nyemãt goet: -mer sij versmoort goede zeden Hier na wan Alexãder Sychem eñ alle die -luden die onder dẽ berch Tantasus al omme geseten waren. want dit was -wilt volc eñ onwetende: eñ nyemãt en cõdese dwingen dã alleen alexander -Hier na quam hi ten berge vã Caspien daer die tien geslachtẽ vã israhel -in besloten sijn Wãt alsoe inder coningen boec ghescreuen is soe -leuerdese god õ haer sõden wille Salmanazer den coninc van Assyrien eñ -die voerdese wt harẽ lande eñ hi brochtse hier. - - - - - Hoe Alexander die x. gheslachten vã israhel besloet. - - Ca xxxiij - - -Doe alexander ghecomen was ten berge vã Caspien soe senden die x: -gheslachten van israhel boden an hem Eñ sij baden oerlof dat sij tegen -hẽ wt trecken mochten Doe vraechde alexander die saken waer om dat sij -soe geuãgen waren Eñ doe sij hẽ seiden dat sij god vã israhel -openbaerlic gelaten hadden eñ haddẽ een gulden calf aen ghebeden eñ dat -hem god propheten te voren geseynt hadde: dat sij hier om souden worden -geuangen geuoert en dat sij nimmermeer weder keeren en souden Doe -antwoorde alexander dat hijse noch nauwer besluten soude Eñ doe dede hi -die nauwe wegen van die geberchten bemueren: Eñ doe hi sach dat dit -werck omleyt was õ te volmakẽ mit menschẽ pinen soe badt hi god vã -israhel dat hi dit werck volmaeken wilde Eñ te hãts ghingen die roetsen -eñ die bergen die een aen die ander: soe datmẽ daer nẽmermeer ouer comen -en mach Eñ hier wort gheopenbaert dat god niet en wilde dat sij -nimmermeer wt quamen: Nochtãs seitmen dat sij wt comen sullẽ ten eynde -vãder werelt. Eñ si sullẽ groot volc verslaen Doer god so groten daet -dede õ een quaet mẽsche: wat sal hi dã doen om dẽ goedẽ - - - - - Vander poorten vã Caspien - - Ca. xxxiiij - - -Nv wil Alexander trecken totter poorten van Caspien: Solinus scrijft -hoedanich dat dese poortẽ sijn Hi seit het is een enge pat gehouden indẽ -roetsen eñ is viij: milen lãc eñ so nauwe datter qualic een wagen doer -liden soude In beyde syden sijn die roetsen so hoghe daer sij wt -gehouden is. eñ die roetsen tranen altijts vã soute aderen Eñ die -verscheit [ver]herdet eñ wort glat oft ys ware. soe dat die wech soe -quaet is eñ so nauwe te gaen dats niemãt en soude moghen gelouen Eñ -alsmen ten eynde vã desen wege coemt. soe lett an beydẽ sydẽ vã desen -weghe wel xiiij milen lanc zants Eñ daer binnẽ en vintmen gheen -verscheit Eñ als men ten eynde vãden gate coemt. so comender soe veel -serpẽten gelopẽ datter nauwe yemãt mitten liue ontgaen mach ten waer -indẽ winter Doe alexander vernã datmen anders niet lijden en mochte -totter poortẽ van Caspien so [ver]gaderde hi s[~ij] ridders om dat hi -weten soade wye Darius ter doot gebrocht had - - - - - Die wrake vã coninc Darius doot - - Ca: xxxv - - -Alexander seide tot sijnen ridders eñ heeren Ghi heren ic ben blijde -ende zeer wel te vreden dat Darius mijn vyãt aldus doot is eñ oec bẽ ic -den ghenen dien ter doot gebrocht heeft om minẽ wille sculdich groot -loon ende eer. eñ dat soude ic doen ou dat ick wiste wye sij warẽ: Daer -om biddic of sij hier s[~ij] die dus veel om minen wille gedaen hebbẽ -dat sijt mi nv openbaren: want ic meense hoghe heeren te makẽ Doe dit -Bessus eñ Narbesmes hoordẽ so warẽ sij blijde eñ quamen alle beyde voort -eñ seidẽ dat sij desen moort gedaen haddẽ Ende doe dedese Alexander -beyde wel hoge hãgen Eñ hi seide dat hi niet versworen en waer eñ dat hi -oec niet en loghe. wãt hi maectese hoghe heerẽ Daer wort oec een ander -gheuãgen die dẽ raet eñ den moort vã Darius toe bracht Eñ dien leuerde -Alexander darius broeder te wraken Doe toech alexãder haestelick op -Terdus die schone ryuiere. eñ daer dede hi een stadt op maken binnen -xxij: dagen die hi na hẽ Alexandrien hieten dede. eñ hi muerder eenẽ -muer al om die stadt die vi: milen lanc was Eñ hi [ver]gaderde volc wt -sõmige stedẽ die Tyrus bi wijlẽ gemaect haddẽ eñ dedese in deser stat -woenen Men vindt oec bescreuen dat Alexãder alle iare een stat maken -dede die hi Alexandrien dede hieten Eñ dat waren xij: Alexãdrien in die -xij iaren dat hi regneerde. eñ in desen steden liet hi luden vã sinen -here die te cranc of te oudt geworden waren Eñ hi dede inder muren vã -den steden houdẽ dat die stedẽ hadde doen maeken Alexander Iupiters zone -Mer dit was eẽ grote sotheyt dat hi hẽ seluen voor god hilt die leuẽ -moeste mit spise eñ dranc als ander ludẽ - - - - - Hoe Alexander Clit[us] doot sloech - - Ca: xxxvi - - -Op een tijt sat alexander in een feeste eñ hi sat eñ at eñ dranc mit -sinen voorbarigẽ heren soe dat hi al drõcken wort Eñ men began daer te -spreken vã Philippus alexanders vader Eñ die heren begonsten Philippus -te prysen: mer Alexander prees hẽ bouen sinẽ vader eñ verhief hẽ harde -zeer Eñ dat meeste deel vã sinen heeren warens hẽ mede: om dat sij hem -daer aen lief wilden seggen Maer daer was een ridder die Clitus hiet: eñ -hi peynsde hi soude die waerheit segghen hi balchs hẽ wye wilde eñ hi -prees meer Philippus. Doe wort alexander op hẽ zeer vertorent eñ hi -greep een spere die een knecht in sijn hant hadde eñ hi doerstac dese -Clitus die een out vroem ridder was: Eñ doe dese Clitus doot lach soe -riep alexãder tot hẽ Besyet wat v Philippus nv helpẽ mach Maer des -anderen daeghes als hi nuchteren geworden was eñ gedocht wat hi gedaen -hadde soe wilde hi hẽ seluen gedoot hebbẽ vã rouwe. ende hi ghinc eñ -wilde Clitus cussen Ende en haddent hem sijn vrienden niet benomen: hi -soude hem seluen op die seluer stede gedoot hebbẽ Want hi bedochte hem -seluen dat Clit[us] suster sijn amye was: ende dat hi oec om dese selue -saeke ghedoot hadde Persemoene ende Fylatone ende veel ander luden van -sinen genoeten Dit ghinc Alexander alte zeer beclagẽ. alsoe dat hi in -veel daghen niet en at Tot dat hem geboden sijn heeren dat hi ate Eñ -sonderlinge Calistines sijn gheselle die mit hem voor Aristotiles ter -scholen ghinc. eñ dese was zeer wijs eñ hi was cortelic tot alexander -gecomẽ om hem wat goets te raeden. - - - - - Hoe Alexander Calistines doode - - Ca. xxxvij - - -Hier nae doe alexander weder becomen was eñ hi weder began te oerlogen -soe verwan hi tweerehande volck die hẽ op gauẽ eñ brochten hẽ giften Doe -gheboet alexander datmen hẽ aenbeden soude als een god Calistines laecte -hẽ dit eñ hi seide dat hi pensen soude dat hi sterffelic ware Hier om -wort alexander zeer gram eñ hi teech hẽ an dat hi vernomen hadde dat hi -hẽ verraden soude Eñ hi dede hẽ alle sijn ledẽ of sniden sijn nose eñ -sijn orẽ eñ sijn lippẽ: soe dattet elckẽ mensche ontfermde die hẽ sach -Daer nae dede hi hẽ sluten mit wilden honden om datse hẽ verscoren eñ -verbitẽ souden: eñ dat die luden die desen syen souden in deser pinen hẽ -veruaren soudẽ. Lysimagus een ridder die Calistines discipel plach te -wesẽ in s[~ij]re scolen die hadde ontfermenis op sijnẽ meester dat hi hẽ -in deser pinen sach Eñ õ dat hi sijn pijne corten wilde soe gaf hi hẽ -een cop mit fen[~ij]den dranc õ dat hi te eer steruẽ soude Hier om soe -balch hẽ Alexander eñ hi dede hẽ werpen voor eenen leeuwe. nochtãs so -liet die leeuwe desen ridder leuen. ende aldus verhief alexander hẽ -seluen Mer om datter veel van sinen groten heeren hẽ niet en wilden -ontfangen voor haren god: soe dede hijse iammerlijc doden: eñ hi seide -hem alle verradenis aen - - - - - Hoe Alexander in Indien voer - - Ca. xxxviij - - -Hoe alexãder hier na sijn vaert tot Indien maecte te varen Wãt dit is -dat meeste lãtscap vã alder werelt: wãt in dit landt wonen xliiij. -manieren van volck Eñ daer staen wel binnen vijf M: hooftsteden die al -vol vã rijckheden sijn: wãt dat lantscap hout bi nae dat eẽ derdẽ deel -vãder werelt In dit lant sijn alsoe veel wõders datment nyemãt en soude -mogẽ vertellen Daer sijn so hoghe bomẽ diemẽ niet en soude mogen op -schieten: Alsoe haest als alexander in desen lãde quam: so quam des -conincx Porrius bode tegen hem eñ hi brocht hẽ brieuen daer aldusdanige -woorden in ghescreuen stõden Hoe bẽt ghi soe sot eñ soe koen dat ghi -onsen rijcke naekẽ dorst Ic rade v dat ghi peynset dat ghi een mensche -bent. eñ en pijnt v niet tegen gode te doen Ghi moecht wel vernemen wye -dat wi sijn want die auenture en vermach teghen ons niet Hier om soe -beueel ic v dat ghi wederom te Gryeken waert vaert ende laet v hier mede -ghenoegen Want weet dat voorwaer hadde ons v conincrijck ergent -ghenoecht of hadden wijt begheert te hebben. onse broeders haddent lange -sonder ghedaen Maer wi verõwaerdent als dreck of modder want het is -onghelijc onsen rijchedẽ eñ hier õ en begheren wijs niet Eñ alexander en -achte op desen brief eñ antwoorde niet want hi kẽnede wel dreyginghe eñ -ouertale - - - - - Hoe Alexander in Indien eenen zone wan - - Ca:xxxix - - -Iustinus seit Doe alexãder in Indien quã soe dede hi s[~ij]re ridderen -ghesmide van haren scilden silueren maken eñ oec haer harnas Eñ -cortelick hier nae soe quã hi voor een stat gehieten Mysa. mer dat volc -datter binnẽ was en wilde hem niet weren want sij verlieten hẽ op haren -god gehieten Liberbatus Hier om hiet alexander datmen die stat vermyden -soude Eñ doe hieldt hi daer bi leggen mit sijn heer an eenẽ berch diemen -heylich hiet: eñ dat en was niet verde vander poorten: Op desen berch -wasset alsoe schone mit wewende ende wijngaert al ouer sonder oefenen -Van deser stat voer alexander in eenre coninginnen lãt die Cleophilis -hiet Dese vrouwe ghaf haer op in alexanders handen: mer sy breede haer -seluen haestelick ende sy dede alexanders wille: Ende hier om gaf hi -haer haer lant weder eñ haer vryheit. Ende aen deser vrouwen wan -alexander een zone die sy alexander dede hieten: eñ dese alexander wort -namaels coninck van Indien Doe vergaderde Porrius mit hem een alten -groten heer om te striden tegen alexander Eñ alexander toech oec vast -voort om tegen hẽ te striden Eñ beyde die battaelgien [ver]gaderdẽ eñ -aen beyden syden bleef zeer groot volck doot Eñ int vergaderen vanden -strijde soe reedt Porrius alexãders ors Pucifal doot Doe wort Alexander -zeer veruaert eñ droeue om sijn paert: want hi was doe seluer in groter -auenturen Eñ die gryeken quamẽ toe slaẽde haren heere te hulpe daer hi -te voete stont. eñ daer bleef menich man doot eñ ghewont nohtans holpen -sij Alexander wter noot Mer hi liet alle weere eñ gheuecht staen eñ hi -nam Pucifael biden stert: eñ hi toecht an die een syde Want hi ontsach -hem dattet die vã Indien gheroeft souden hebbẽ eñ dat en hadde hi om -gheen goet ghewilt Dus toech alexander achterwaert eñ hi maecte tusschen -hẽ beyden een bestandt xx dagen duerende Want binnen die tijt mochtmen -ghenesen die gequetsten eñ die doden ter aerden doen nae haer -waerdicheyt eñ verdiensten - -[Afbeelding: Hoe dat Alexander Porrius eyschte te campe Eñ hoe hi -Porrius õtboet dattet gheen eere en waer dat lantsherẽ so zere haer heer -eñ volc auenturen souden] - - - - - Hoe Alexander Porrius eyschte te campe - - Capittel xl. - - -Binnen deser tijt beryet hẽ Alexander dat hi Porrius beroepen soude te -campe Eñ hi ontboet Porrius dattet scãde waer dat lãtsheren haer heer so -zeer auenturen souden Eñ hi ontboet hẽ dat hi tegen hẽ te cãp quam man -teghens man: eñ soe wye verwõnen bleef die soude sijn heer mede -[ver]wonnen bliuen eñ onderdaen wesen dẽ ghenen dien verwõne Porrius was -hier of zeer blijde eñ hi nam dẽ camp aen teghen Alexander Want hi -mercte inden strijt dat alexander mer vier cubitus lanck en was. eñ hi -was vijf cubitus lanc eñ oec groot eñ sterc Dus ontfinc Porrus dẽ camp -te vechtẽ teghen alexander: hi verwõnen wye mochte. Hier en binnen -ontteykende hem Alexander eñ voer indẽ berch daer Porrius lach eñ hi -geliet hem oft hi copen wilde wijn ende vleysch Eñ doe hi voor Porrius -quã: soe vraechde hẽ Porrius wat alexander dede. eñ hoe oudt dat hi was -vã iaren Alexander antwoorde Onse coninc hout hẽ als een ionc man plach: -want hi sit in sijn tente biden viere als hi ghewoen is eñ hi wermt hẽ -Doe wort Porrius zeer blijde om dat hi teghen enen ouden man vechten -soude. want hi was ionc eñ onuersaecht Doe antwoorde hi Wat meent -alexander eñ waer voor hout hi ons eñ waer om en merct hi sijn outheit -niet Alexander antwoorde weder Here ic ben een maet ridder. so dat ic -ten nausten niet en weet wat alexander doet Eñ Porrius beryedt hem dat -hi Alexander eenen brief gaf daer groot gedreych in ghescreuen stont. eñ -hi gheloefde hem groot goet op dat hi desen brief alexander gaue: Ende -doen zwoer Alexander seluer dat alexander dien brief sien soude oeck -watter nae quame Eñ aldus voer hi weder te sijnen heer waert Daer na -vergaderden dese twee coningen indẽ camp eñ als si vochten soe wareu sij -lange in twifel in beyde dẽ herẽ wye dattet schoenste hadde: mer -alexander was altijt op sijn hoede Eñ daer Porrius bi auenture op sijn -volck sien soude soe stack hẽ alexander mitten swaerde een grote wonde -eñ hi moest hẽ op geuen tot alexanders wille Doe dit dat volc van Indien -sach so liepen sij op alexãder om dit te wreken Maer Alexander die badt -hẽ dat sij hem een luttel woude horen spreken Ende doe verwanse -alexander mit schonen redenen eñ woorden Alsoe dat sij alexander voor -haren heere ontfingen eñ sij bleuen hem daer nae voort onderdanich. - - - - - Van Porrius rijcheyt eñ macht - - Capit. xli - - -Alexanders hystorie seit dit vanden camp als voorseit is Mer Iustinus -bescrijft dat Porrius van alexander zeer gewont was eñ oec geuãgen inden -strijt daert ors Pucifael in doot bleef Eñ dat Porrius hier om so -drouich was datmen qualic verbliden mocht dat hi hẽ liet ghenesen eñ dat -hi ate eñ drõcke Eñ doen Porrius genesen was so gaf hẽ Alexander s[~ij] -lant weder mit payse Hier na liet Porrius in die eer vã Alexander drie -stedẽ maken Die twee in Pucifals naem dat Porrius doot sloech. eñ die -derde hiet Mycia Porrius hadde in sijn heer xl. M. mans te voet eñ acht -C. waghenen wel gebattaelgiert eñ gemãnet: eñ in alle syden waren scerpe -zekelen daer aen ghemaect die zeere sneden. Hier toe hadde hi vier -olyphãten die wel ten stride geleert waren õ die battaelgie daer mede te -doer brekẽ Eñ elck olyphãt hadde een stercken toren op daer gewapẽde -luden in warẽ eñ scutters Eñ die toernen warẽ binnen wel gespijst. eñ -dit was eẽ sterc heer Porrius hadde oec een zale die xxx: colõpnen lanc -was eñ die was wel gewrocht van finen goude Eñ die wanden daer of waren -al van finen goude gedect vingers dick al ouer eñ ouer: daer binnen -hadde hi een wijngaert mit rancken daer die scoten eñ die blad of -gemaect waren al vã finen goude Ende die druuen waren gemaect vã mirande -eñ vã cristale Daer waren oec an gemaect alte cyerlike asement camerẽ eñ -slaepcamerẽ daer die wãden alte properlic ghemaect waren van finen -goude: Daer waren in geset carbũkelẽ eñ ander preciose steenẽ Die doren -vã desen palayse waren al yuorien Die balcken waren al van ybenen houte. -eñ dit palays was al ouer gheweluet mit cypresse Eñ daer stondẽ in -gemaect veel beelden groot eñ lanck van finen goude nochtan en waren sij -van binnen niet hol Eñ elck beelde had in die hant eenẽ cop vã goude -Daer stont oec een platamus vã fijnen goude die groot genoech was in -dier gelijcke oft een gulden linde geweest hadde. Daer warẽ oeck veel -nappẽ vã preciose steenẽ eñ van cristalle Eñ daer warẽ oec noch veel -meer ongeloeflike scatten eñ duerbaer steenen eñ ontallicke duerbaer -crudẽ Eñ al dit grote goet quã alexander al tsamen in sijn handen: - - - - - Hoe dat Alexander in een stat spranc - - Ca: xlij - - -Nv dede alexander al sijn heer mit goude decken alsoe hi begeerde. alle -sijn bãnieren dede hi van goude makẽ. Sy hadden daer so veel gouts -dattet die ridders niet voeren en cõsten: nochtans ghingen mitten heer -m. olyphãten geladẽ mit goude Al der beesten gesmide was gulden eñ het -blicte harde verde mitter zõnen Eñ alle die wagenen vãden heer warẽ -gemaect mit scerpe zekelẽ. Alexander hadde in sijn heer xij. C: karren -die den heer volchden: Eñ hi hadde xxx: m: stouter ridders te paerder -die in alle noot vroem waren Noch hadde hij drie C. M: man te voete Eñ -op vijftich stercke mulen voerdemen des conincx harnas Daer waren oeck -veel kemels buffelen eñ dromedarien die den heer volchdẽ mit vytaelge. -mer dẽ last daer of en mochtmẽ niet [ver]tellen Alexan[der] reedt seluer -voor sijn bãnieren: eñ hi verwan vierdhãde volc Mer doe woudẽ alle die -heren vã Gryeken weder te lande keren Daer sprac hijse soe vriendelic -toe dat sy hẽ beloefden mit hẽ te varen waer hi wilde Doe quã Alexãder -tot eenre schoenre ryuieren: eñ daer doer soe voer hi in die zee in eẽ -eylant daer hij dat volc dwanc dat Hercules daer geset hadde te wijlẽ -dat hi Indien wan. Dit volc was zeer sterc eñ fel eñ quam fellic teghens -Alexander mit xxx: dusent mans te voet eñ lx: dusẽt mans te paerde Mer -noch dwancse Alexander mit stridẽ so dat sij ontvloden in een stat -Subdractas gehieten ende daer beleyde hijse binnen Hier clam alexander -eerst op die mure eñ hi spranc inder stat: eñ daer weerde hi tegen -menighen man. Mer hi wort gescotẽ mit een gauelote benedẽ s[~ij] spene -vã een man vã binnen: mer die man die hẽ schoet sterffer om Eñ -Alexanders volck quã in gesprõgen eñ holpẽ hẽ wter noot: - - - - - Hoe Alexander die dõcker zee bestont - - Ca. xliij: - - -Alexander wort vã sijnen vriendẽ wter stat gedragen eñ sij beclaechdẽ -zeer Eñ alle dat volc vã binnen der stadt sloegen sij doot Hier -gedoechde Alexander grote smerte eer hi ghenesen was Eñ hier bekende hi -eñ seyde Al hout mi alt volck dat ic iupiters zone bẽ Dese wonde leert -mi dat ic een sterffelic mẽsche ben wãt hi conste qualic genesen Eñ doe -hi genesẽ was soe bereyde hi hẽ ter stont õ voort te varẽ Mer hi sende -Polipertoene mit een schoen here in Babilonien wãt hi was mitten heer -verladen: eñ hi was selue beradẽ dat hi die groote zee syen wilde eñ hi -ghinc te scepe om dat lant te besien dat daer binnẽ lach Sinte -Augustinus seit dat hi op die zee een hooft rouer vincg ghehieten -Dyometes Doe vraechde hẽ Alexander wat verwoetheyt dat hẽ daer toe -iaechde dat hi mit scepen in die zee voer rouen: Die rouer antwoorde wat -duvel iaecht v dat ghi alle die werelt doer roeft Want õ dat ic mi -auenture mit cleynre menichtẽ so hietmen mi rouer: eñ v hietmen coninc -ende heere om dat ghi meer volcx hebt Want alsmẽ gerechticheit after -laet soe en ist conincrijck anders niet dan diefte eñ groten roef. mer -dat wi rouers hieten dat is om cleynẽ roef eñ moort die wi doen - - - - - Van Candax der coninginnen - - Ca: xliiij - - -Hier mede liep die mare eñ Cãdax die coninginne vã dien lande die zeer -subtijle was van sinnen seynde eenen scilder die wel beelden maken -conste Eñ sy beual hem dat hi al sijn subtijlheit daer an leyde dat hi -alexanders beelde wel maecte na sijn gedaente eñ dat hi haer dan dat -brochte Want hier te vorẽ had Alexãder haer brieuen gesent vã grote -vrientscap Sy sende hẽ een groot present vãden houte eñ van gout eñ -preciosen gesteentẽ. eñ son[der]linge dieren eñ vogelen vã menige -manieren Binnẽ dat dit geuiel soe quã candeles haer zoẽ haestelic tot -Alexander gevlogen om succoers want hẽ wort s[~ij] wijf ontuoert -Alexander settede Ptholomeus in sijn stadt eñ hi dede hẽ seluen hietẽ -Antigone eenen matẽ ridder vã alexanders heer Eñ Ptholomeus gebaerde hẽ -tot candeles of hi die coninc Alexander gheweest had. eñ hij seide tot -alexander Antigone Gaet doet desen man succoers eñ wreeket ouer sijn -vyandẽ Alexander nam mit hẽ vier M. rid[der]s: eñ voer mit candeles der -coninginnẽ zone eñ hi vinck s[~ij] viandẽ eñ verloste s[~ij] vrouwe Hier -om bedancte candeles Ptholome[us] zeer dien hi voor alexander hielt Doe -begeerde Ptholomeus als heere dat hi begheerde sijn moedere te sien. mer -hi wilde daer te voren seynden Antygone: eñ des was cãdeles harde blijde -Aldus voer Alexãder tot die coninginne Candax oft hi Antigonus geweest -hadde Doe dit die coninginne Cãdax vernã so quã sy tegen harẽ zone eñ sy -cussede alexander zeer om dat sy hẽ eere doen wilde: eñ sy leyde hẽ in -alle stedẽ in haer cameren eñ toende hẽ veel rijchedẽ Alexander -antwoorde dat hi veel meer rijcheden ghesien hadde in Gryeken dã hi daer -vant. Doe seyde die vrouwe tot hẽ Mi dunct immer dat ghi selue alexander -bent Hi seide vrouwe ick en ben niet Doe leydẽ sy hẽ in die stat daer sy -sijn beelde gheset hadde eñ dedet hem syen eñ sy seide Merct wel eñ -besiet hier aen dat die coninginne Candax wijser is dan alexander Doe -was alexander zeer veruaert eñ hi beclaechde zeer dat hi daer gecomẽ was -Doe seide de coninginne En weest niet veruaert. ghi hebt minẽ zone -trouwe gedaen eñ ic salt v lonen Si hieten v Antigonus die willen: maer -ghi sijt mijn heer alexander Eñ sy brocht hem weder in sijn behout sõder -vrese Nochtãs wilde hi haren ioncsten zone gedoot hebbẽ: om dz hi -Porrius dochter te wijue hadde - - - - - Hoe Alexander doer die roetsche villede - - Capittel xlv: - - -Binnen enen iare geuiel dit wõder Want alexander verwan Darius in die -meye: eñ in die hoymaent verwan hi Porrius Daer nae indẽ oest nam -alexander mit hẽ C: eñ l: heren vã Indien die alle die wegen kẽden. eñ -hi voer wech õ dat hi alle die wildernissen van Indien sien wilde eñ hi -toech doer dat groote santachtige lant dat daer leit: wãt in dat lant -vantmen eerst zydẽ werck. eñ daer maectmen zydẽ clederen In desen wech -haddẽ alt heer groten noot vã dorst. wãt sij en vondẽ gheen water Mer -int heer was een ridder die een helm waters had gecregen mit groter -pinen eñ die brocht hi mitten water tot alexander dat hijs loon woude -beiaghen Doe nam alexãder den helm mitten water eñ storten wt voor dz -heer eñ dese vromicheit benã menighen man sinen dorst Daer nae quamẽ sij -tot eenre ryuiere die soe bitter was datter gheen mãnen of beesten of -drinckẽ en mochtẽ Hier bi proeftmen dat eẽ mensch meer lijdẽ mach dan -een beeste: Want vã groter noot soe licten sij som kout yser eñ som -loot: eñ som drõcken si oec vryne eñ olye Ontrent noen quamẽ sij bi eenẽ -berch daer sy alle dat volck naect sagen Eñ Alexander badt hẽ dat sij hẽ -goet water wijsen soudẽ. mer doe scuylden sij alle neder: eñ men schoet -vã ouer dat water nae hẽ: eñ doe decten sij hẽ te meer: Doe beual -alexander õ dat hẽ des volcx [ver]wõderde twee C. vã sinen luden ouer -die ryuiere te zwẽmen: mer als sij die helft ouer geuaren warẽ soe -[ver]betense die water paerdẽ mit groter torment Doe wort Alexander so -grã dat hi. C vã sinen leytsmãnen inder ryuiere dede werpen: eñ die -water paddẽ haddense haest gegetẽ Corts hier na võden sij ludẽ die hẽ -water wiseden. mer als sij totten water quamẽ soe hadden sij alden nacht -genoech te doen om tegen die leeuwen te vechtẽ eñ tegen tygren eñ beeren -daer sij hẽ mit pinen doer verweerden - - - - - Van den serpenten eñ anderen dieren die alexãder vreesden: - - Capittel xlvi - - -Doe Alexander gecomen was tot zuuerẽ water so sloech hi sijn getelde -viij: milẽ lanc eñ breet Eñ hi dede xv.C: vieren maeken wãt dat ontsien -bitende dieren zeer Daer quamen doe alte veel scorpioenẽ ende terusten -die veel quader sijn Daer na quamen menigerhãde serpenten. nv blauwe: nv -rode. nv blonde nv scire nv witte: nv swarte. nv ander die die huyt -guldẽ haddẽ Eñ te hãts wast vol gerufts dat dese serpẽten maecten: daer -na quamen serpentẽ binnen den tenten die cãmen opt hooft haddẽ eñ sij -hadden som twee hoofdẽ oft drie eñ haer ogen barndẽ als vuer Alexãder -visyerde dat alles s[~ij] heer hẽ battaelgien soude tegen die serpẽten -eñ elck soude sijn schilt voor hem houdẽ eñ sprieten eñ speren om die -serpenten mede te wederstaẽ In dit geuecht verloes alexander xx. ridders -eñ lx. knechts Daer nae quamen witte leeuwen also groot als ossẽ eñ die -sloechmen doot mit sprieten Daer nae quamẽ grote eueren eñ pantheren opt -heer Eñ daer na quamen vleermusen also groot als duuen Daer na quã een -beest meere dan een olyphãt al swart mit drie hoofden Eñ eermen dit dier -doden mocht: soe haddet ses en dertich gryekẽ ghedoot eñ liij: ander -mannen want het verscoerdet al cleyn eñ groot daert op comen cõste Hier -na quamen opt heer musen die groter waren dan vossen Eñ wat beestẽ dat -die betẽ die bleuen ter stont doot. mer die ludẽ mochtẽ wel vander beten -ghenesen Eñ hier om dede alexander sinen leytsmã doden - - - - - Hoe Alexander binnẽ Indien waert voer: - - Ca: xlvij - - -Alexander quam hier na voor een poorte daer die poorters binnẽ hoorden -seggen datmen alexãder mit wapenen niet en soude mogen dodẽ Doe -visierden sij een ander dinc eñ schoten tot sinen volcke waert mit -fen[~ij]de quattelen daer menich man of sterf Eñ Ptholomeus alexãders -vrient was oec daer of ghequetst. soe dat alexander een cruyt indẽ drome -gewijst wort dat alle dat fenijn verdreef Hier na quam hi tot enen -hoghen berch daer groot volc op geuloden was Eñ men seide dat Hercules -in dien berch bi wijlen was: mer eẽ grote aertbeuinge dreef hẽ van daer -Desen berch wan alexander mit groter pijnen: eñ hi voer daer die gulden -palen stõden die Liberbat[us] eñ Hercules setten: tot een teyken dat sij -dat lant soe verde wõnen Doe wilde alexander wetẽ of die beelden die -daer stõden binnen hol waren of vol. Eñ hi vant dat sij vol waren van -finen goude gemaect Hier nae quã hi mit sijn heer daer hi een sterck -groote beeste vant mit twee hoofden die getant was op haren rugge als -een sage: eñ dit beeste beet hẽ twee ridders doot Eñ dit beeste sloechmẽ -mit hamers doot wãt gheen spriet en mocht hẽ deren Daer nae quamen sij -op een ryuiere daert heer sat eñ at daer quamẽ veel olyphãten op hẽ -gelopẽ: Doe beual Alexander den Tessalen dat sij tegen die olyphãten -trecken soudẽ eñ dat si voor hẽ driuen een cudde swijnẽ. want als die -olyphãten horen geluyt vãden swijnẽ soe vlyen si Aldus soe sloegen sij -doot viii C: eñ lxxx olyphãten eñ si sloeghen die tãden wt eñ voerdense -mit hẽ. want het is precioes yuoer - - - - - Vanden wonderen die in Indien sijn - - Ca. xlviij - - -Si voeren bet tot Indien waert in eñ quamen daer sij naect volc sagen eñ -die waren acht voet lãc Die manier vã dit volc was dat sij altijt in die -ryuiere warẽ eñ sij atẽ raeu visch: mer als sij bet naerder comen soudẽ -om dit volc te besien soe dokẽ sij alle õder twater Dan daer quamẽ sij -in een wout daer sij ludẽ vondẽ die hoofdẽ hadden ghelijc hõden Eñ daer -sloech Alexander getelden eñ s[~ij] volc onstac daer menich vuer Mit -dien rees een storm soe groot dat alle die tenten auerecht waydẽ. mer -Alexander badt dẽ volc dat sij hẽ niet [ver]uaren en souden. Eñ hij -seide hem dat dit die goden niet en daden. maer het was den tijt vanden -iaer dat doe scheidẽ den herfs eñ den oest ende dẽ winter eñ hi beual dẽ -volc dat si eten soudẽ. mer daer viel znee op hẽ soe groot als scaepẽ -vlyesen alsoe datter v.C. mãnen of doot vielen Hier na viel groot hagel -eñ vier te gader eñ binnẽ drie dagen hier nae en saghen sij die zõne -niet Alexanders ridders seidẽ dat dit der goden wrake was: om dat een -sterffelijc man also koen was dat hi varẽ dorst ouer Liberbatus eñ -Hercules palẽ eñ sij waren gram. Doe quã alexãder ten berge vã Ethiopien -eñ daer vant hi open Liberbatus hol: Dat was in een berch die al metalen -of guldẽ scheen mer wye int hol ginc die moest in drie dagen steruẽ Wãt -als Alexãder in een lant quã soe vraechde hi of daer eenich wõder in dat -lant was. eñ als mẽ hẽ van enich wõder seide soe wilde hijt immer besien -Het geuiel dat hi twee oude mãnen vãt doe hi in Indien was. eñ sij seidẽ -hẽ van twee bomen die dieper int lant stõden Dat een was der zõnen boom -eñ dander der manen boom eñ sij seiden elck wat hi begeerde te wetẽ Als -alexander hoorde soe was hij grã eñ meende dat sij dit seiden om hẽ te -bespottẽ. eñ hi wilde se doden Mer doe sijt hẽ zwoerẽ dattet waer was -soe nam hijse mit hẽ eñ hi voer derwert Eñ als hi daer int lant quam soe -vant hi daer alle tuolc gecleet mit hudẽ van pantheren eñ sulcke huden -leydẽ sij onder eñ bouen daer sij sliepen eñ en hadden onder gheen -bedden Dat volck en at anders niet dan colen gemaect vã edelen wyerooc -eñ van balsame wãt dit wasset in dat lant zeer veel - -[Afbeelding: Hoe Alexãder quã bijder zõnen eñ manen boom eñ hoe hẽ een -pape te gemoete quam eñ was getant ghelijck een hont] - - - - - Vander zõnen eñ manen boom - - Ca: xlix - - -Als alexander biden bome quã soe quam haer pape tegen hẽ wt te voete. -Ende hi was gecleedt al mit huden. hi stõt ghetant als een hont: eñ sijn -oren waren doergaet eñ daer hingen gulden ringen an mit preciosen -steenen Die pape vraechde Alexander wat hi daer dede of wat hi wilde -Alexander ãtwoorde dat hi syen wilde die heylige bomen vãder zonne eñ -van die mane Die pape seide Op dat hi eñ sijn gheselscap zuuer ware eñ -sõderlinge van wijuẽ. soe soude hijse sien eñ horen sprekẽ wat hi -begeerde te wetẽ Mer hi seide dat der zõnen boom sprac des auõts als die -zõne onder ginc eñ des morghens als si op soude gaen. eñ der manen boom -des gelijcx Eñ die bomen stondẽ in een bosch int midden dat al omme -bemuert was mit een muere Doe sij daer binnen gaen soe hiet die pape hẽ -allen of doen haer costelicke clederen eñ schoenẽ eñ haer iuwelen Ende -doe sij binnen gegaen waren so sagen sij schone bomen int middẽ staen eñ -elck was wel C: voeten hooghe: eñ daer hinc balsame aen die daer of -dropen eñ was ghelijc kryeken Ende die coninc eñ sijn gesellen raepten -daer balsame om dat sij soe wel roecken. wãt die coninc leyde mit hẽ -daer binnẽ wel drie C: van sijnen ridders Eñ om dat dese bomen schoon -warẽ eñ mit balsame soe wel gheladen: soe meende alexander dattet daer -veel plach te reghenen. Maer die pape swoer datter nye regen noch vogel -of beeste en quamẽ Wãt hi seyde hẽ dat die bomen ghewyet warẽ inder -zõnen eñ in[der] manen eere. eñ dat sij so lanc eñ so schone waren -gewordẽ van heylicheden Doe wilde Alexander den boom offerhãde doen mer -die pape verboetet hẽ: eñ hi hiet hẽ eñ sijn luden dat sij den boom -anbedẽ eñ cussen souden Dese pape eñ die luden vã desen lande pleghen -wel drie hondert iaer te leuen of meer. - - - - - Hoe Alexander sijn eerste antwoorde ontfinc vander zõnen boom - - Cap. l: - - -Die pape seide tot alexander Hebt v herte eñ v gepeyns voor v: waer of -dat ghi weten wilt mer en spreect niet mer peynst mitter herten eñ syet -opwaert naden boom Ende hi sal v dan antwoorden soe wat ghi begheert te -weten: want sij spreken gryexe eñ ioetsche tale beyde gader zeer wel Die -coninck eñ sijn geselscap te samen wachten hẽ van quaden berade eñ sij -sagen ten bome waert op Alexander peynsde of hi mit gheluc eñ seghe -weder te lande keren soude Doe antwoorde hẽ der zonnen boom eñ seide -Alexander ghi sult alle die werelt onder dijn bedwanc doen eñ onuerwõnen -bliuen vã striden. eñ heere bouen alle die werelt wesen: mer nẽmermeer -en coemt gi te lãde. Dit seide die boom in ioedtscher tale mit cleynre -sprakẽ: Mer dit woort misquã alexander harde zeer eñ hẽ was leet dattet -alsoe veel vã sinen ridders hoorden. eñ sij begonsten te weenen Eñ -alexander [ver]boetet hẽ allen mit giften eñ mit dreygen dat sijt nyemãt -en souden seggen dat sij gehoort haddẽ. eñ hi wilde bliuẽ om anderwerf -ãtwoorde te ontfaen vander manẽ boom Mer die pape seide hẽ dat dit niet -wesen en soude voor ter middernacht dat die mane rijsen soude Hier om so -bleef alexander daer. eñ hildt mit hẽ Pernitasse eñ Fylotinen eñ Clytone -s[~ij] neuen die cortelic wt gryekẽ gecomen warẽ: Wãt die mane seide hẽ -dat hem nyemãt doot slaen en soude mogen eñ hier õ ontsach hi hẽ te min. -eñ liet alle die ander ridders wten bosch gaen. - - - - - Hoe der manẽ boom Alexander anderwerf ãtwoorde - - Ca:li - - -Alexander ghinc inwert totten boom mit sijn drie ridders eñ aenbede dẽ -boom: eñ hi peynsde eñ begeerde te weten die stat daer hi in steruẽ -soude Eñ als die mane began te risen soe ãtwoorde hẽ die boom in gryxer -talen Alexander. uwẽ sterfdach naect zeer: Wãt int naeste iaer ter ix: -maent sult ghi sterue te Babilonien: eñ het sal v doen een dijn vriendt -daer ghijs niet op en meent Alexander weende harde zeer eñ sijn drie -ghesellen die mit hẽ waren Doe wort Alexander in twijfelingen. oft hem -eenich vã drien doen soude eñ: hẽ berouwede dat hijs niet gevraecht en -hadde wye dattet hẽ doen soude Eñ aldus ghingen sij wt eten mer -alexander en mocht niet eten vã droefheden - -[Afbeelding: Hoe der zõnen boom Alexander die derde vraghe antwoorde eñ -seyde:] - - - - - Hoe der zonnen boom coninc Alexãder die derde vraghe antwoorde - - Cap: liij. - - -Als alexãder gegeten hadde so was hi zeere naerstich om voor den dage te -comen totter zonnen boom om weder antwoorde te ontfaen vã dat hi -begeerde Eñ hi ginc ter mueren waert vãden bosche mit die drie die mit -hẽ waren Eñ doe sij tottẽ pape quamẽ vonden sij hẽ noch slapende eñ -gedect mit huden bouẽ eñ beneden. want die ludẽ en hebben anders gheẽ -slaeplakens Eñ bi hẽ lach een harde corste op een tafel vã balsame -gemaect die hẽ des auõts gebleuẽ was. eñ daer bi lach een mes vã yuorien -wãt in dat lãt en is gheen yser noch loot mer daer is alte veel gouts. -noch die luden en hebbẽ daer gheen laken: Eñ die pape stont op eñ ghinc -mit hẽ binnen: Alexander ginc staen voor der zonnen boom eñ aenbede hẽ -Ende hi pensde wye hẽ doden soude eñ wat s[~ij]re moeder eñ s[~ij]re -suster geuallen soude Als die zõne began te rijsen: soe antwoorde hẽ der -zonnen boom in gryex aldus Alexãder Seydẽ wi v diẽ verrader die v ter -doot brengen sal. so soutstu hẽ doden. eñ also soudt ghi dat dinc -verdriuen dat immer gheschien moet Wãt ouer een iaer eñ ix: maendẽ sult -ghi steruen te Babilonien in die stadt: Maer men en sal di dijn lijf -niet nemen mit ysere noch mit stale noch mit metael noch mit siluere -noch mit goude Wãt ghi sult mit fenijn vergeuen wordẽ Olymphias sal eẽ -iãmerlicke doot steruẽ. eñ men salse onbegrauen latẽ om datse die -vogelen eñ beesten eten sullen Dijn suster sal lãge in groter eeren -bliuen: al en salse niet lãge leuen Ghi sult al die werelt onder v hebbẽ -als een here. Nu gaet henen eñ ruymt onsen bosch eñ en vraghet ons niet -meer. eñ vaert haestelijc ter poorten van Faciaten waert daer Porrius eñ -dijn heer v wacht Die pape seide v hantgheslach eñ screyinge [ver]torent -god zeer eñ dẽ heyligen boom Here coninc ruymt haestelic dat bosch. Veel -ludẽ twijfelen wye dese antwoorde gaf. want die bomen en spreken niet: -Sulcke luden segghen dattet een engel gods was Ander seggen dattet die -duuel was: maer dat en gheloue ic niet Want die duuel en mach alle -gepensen vandẽ mensche niet wetẽ. eñ hi en mach niet weten wat daer -geschien sal. eñ al seit die duuel somtijt waer nochtãs veynst hi dicke -logene Mer om dat stẽme seide al dat waer was soe houde ic nochtans dat -sij vã gods wegen was. - - - - - Van Alexanders [ver]waentheden - - Ca. liiij - - -Daer na voer alexander wech: eñ alle s[~ij] volck eñ sij quamen in een -dal daer veel serpenten in waren die den steen Mirauden dragen in haren -hals die schone warẽ: eñ dat heer wãner menich: Daer nae quã alexander -onder wonderlijke beesten die hoofden haddẽ ghelijc leeuwen Ende daer -mede quamen voghel grijpen die hẽ veel quaets deden ende dat heer -weerder hem teghens mit speren eñ mit scutten sterckelijc. nochtans -lieten si daer wel twee C: mannen doot: maer onder cleyn ende groot -sloegen sij daer wel acht duysent beestẽ doot Hier nae quamen sij op een -ryuiere ghehieten Ecclinas. eñ dat water is derdalf mijle wijt: eñ an -elcke syde stont groot lanc riet dat meerder eñ langer was dan eenich -boom wesen mochte. eñ dat riet lach al vol olyphãten. mer sij en deden -alexãder noch sijn heer gheẽ quaet Eñ alexander voer mit sinen heer ouer -dit water mit scepen vã ryet gemaect Eñ doe sij alle ouer waren so -ontfinghense die wilde luden alle dat heer vriendelic Si vonden daer -wilde wijuẽ in een water die schoen wit haer hadden eñ schone claere -hudẽ Dese wiuen plegen dicwijle mannen te vaen eñ [ver]drenckense of -sloeghense doot of brochtense ter doot mit haer grote luxurie Alexander -vinc twee van dese wijuẽ die een huyt haddẽ soe wit als znee Van daer -quamẽ sij opter ryuiere Gãgres die indẽ bybel Fyson hiet. eñ sij coemt -wten paradyse Dese ryuiere is soe wijt datmen vãden enen oeuer anden -anderẽ niet ouersien mach Daer nae quamẽ sij daer sy beesten võden die -voor wten hoofde quamẽ groote hoornen die ghetant waren als een saghe: -eñ vã dien sloegen sij doot viii M: eñ vier C: - - - - - Hoe Alexander der maechdẽ lant wan - - Ca: lv. - - -Aldus voer Alexander doer dat wilde Indien eñ hi quã int eylant -Faciaten. daer hi Porrius vant die alexander daer ontbeyde mit alle sijn -heer Hier om beual alexãder den heeren die hi alle dat lant vã Persen eñ -Medẽ beuolen hadde dat sy soudẽ doen maken grote lange colõpnen vã finen -goude. eñ dat si alle sijn gesten daer in scriuen souden Eñ dat sijse by -Porrius rade voeren soudẽ in dat hoochste Indien: eñ dat sijse verre -ouer Liberbatus eñ Hercules palen setten soudẽ. Iae dat sijse oec tien -voet hoger setten souden dan haer palen warẽ. wãt hi was dieper int lãt -dan sij warẽ Nochtãs verloes hi daer wel M. eñ L: mãnen Seneca spreect -van alexanders macht eñ van sinen rijcke aldus Die coninc Alexander was -soe fyer dat sijn [ver]waentheit ghinc bouen alle mẽschelicheit. wãt doe -hi die werelt [ver]wonnẽ hadde soe wilde hi oec dẽ hemel [ver]winnen Eñ -hẽ quã in sijn sinnẽ dat Demetrius geseyt hadde datter veel werelden -warẽ Daer om seide alexander: Ay mi keytijf dat ic binnẽ minen leuen een -werelt niet ghewonnen en hebbe dat sal mi lange rouwen Nu liet Alexander -in Indien een ruwaert eñ hi voer weder te Babilonien. Maer onder weghe -dede hi tondere der maechden landt: soe dat sy hẽ tribuyt eñ tijnse -gauen Eñ inden weghe quã hẽ die boetscap d[at] hẽ die boden brochten den -seghe vã al Europẽ eñ sy gauen hẽ op alle haer lãt: eñ sy brochten hẽ -grote presenten Eñ haer tribuyt was van der rijcker stat Cartagien eñ -Spaengen lãt eñ van Cecilien eñ vã Gallien dat menighe mijle verre leyt. -van Ardennen eñ vã Ytalien Eñ alle desen sijns ontbeyden hẽ in -Babilonien mit menighe grote presentẽ Doe haeste hẽ alexander zeer -derwaert om dat hi daer die heerlich[eit] van al[der] werelt õtfaen -wilde. õ heer daer ouer te wesen Wãt doe hi in Indien soe diep gheuaren -was so seide dat volc vãden lande gemeẽlic dat hi nẽmermeer steruẽ en -mochte om dat hi so verre ouer Liberbatus eñ Hercules palen geuarẽ was: -Hier om en hilt hi daer niet veel of wat hẽ die bomen geseit haddẽ. wãt -hi gheloefde bet anderẽ Eñ aldus wort hi bedrogen Nu sult ghi horen hoe -Alexander tot die Bracmannen voer - - - - - Hoe Alexander die Bracmãnen bestoet: - - Ca. lvi - - -Alexander besocht die wõderen die in Indien warẽ so wilde hi oec der -Bracmãnen lãnt winnen Doe seyndẽ hẽ die Bracmãnen aldus. danige brieuẽ -Heere onuerwõnen coninc Wij hebbẽ gehoort vã uwe zeghe eñ eere. eñ hier -in sijn wij zeer blijde van uwen ghelucke. Weet dat wi gheen dingen en -hebbẽ daer ghi op õs om oerlogen derft. wãt ons goet is al gemeẽ: eñ wi -eten alle eenrehande spijse Want schone dierbare clederen daer of laten -wi ons ghenoegen mit eenre slouen Onse wijuen en blãcketten hẽ niet om -datse ons te bet ghenoegen souden. want wympel cleder eñ crone dat is -cyerheit mer gheẽ schoonheid: wãt gheen an[der] schoonheit en is dã ons -die nature gelaten heuet Wij en hebbẽ anders gheẽ husen dan holen eñ -haghedochtẽ eñ daer in wonen wi so lãge als wi leuen. eñ daer in laetmen -ons leggen als wi doot sijn Wij hebbẽ eenen coninc maer dat en is daer õ -niet dat ons eenighe rechters noot is: maer dat is alleen die edelheit. -Want waer ouer soudemen rechtẽ daer nyemant en is die misdoet Als -Alexãder die zeer wijs was dit vernam vã haren leuen so liet hijse vry -eñ quijt vã alle oerlogen Doe screef hi aldus tot Didimus coninc vãden -Bracmãnen - - - - - Hoe Alexander dẽ Bracmãnen weder screef - - Ca. lvij - - -Van uwen zeden hebben wi dicwijls ghehoort dat v leuen niet en is -ghelijc den leuen dat gemeenlic alle menschen leuen soe dattet ons dunct -onmoghelic te wesen en dede dat wijt gehoort hebbẽ Hier om coninc -didimus so biddic v dat ghi tot onser lieften ouer wilt scriuen. oft -waer is dat wi vã v gehoort hebbẽ eñ maket ons vroet of ghi leeft om -exempel te geuen vã uwen leuẽ Eñ dit doet ons: op dat als wi also v -leuen horen: dat wi ons daer in kerẽ mogen oft ons alsoe geuallen -mochte: Want leeringhe is een vry dinck eñ wijsheit en scaet niet -alsmense tottẽ gemeenen profijt gebruyct Ghelijc dattet een barnẽde -kaerse niet en scaet al ontsteectmen daer veel ander kaersen aen daer -ander luden by syen. want haer licht en wort des niet te minre - - - - - Een antwoorde vã Didimus tot Alexander - - Capit: lviij. - - -Didimus die coninc vãdẽ Bracmãnen antwoorde tot alexander aldus Heer -coninc ghi versmaet onse bodẽ die wi tot v sendẽ als onwaerdige luden -daer ghi nochtãs sulke nie maren vã ons gehoort hebt. Maer nv sal ic v -van onsen zedẽ die waerheit segghen Die bracmãnen leuen een simpel leuẽ. -eñ minnen alle suuerheit eñ haten alle onreynicheit Si en begeren anders -gheen dinc dã die nature [ver]leent Onse lijftocht is simpel eñ onsẽ -cost en is niet groot Want wi en begeren gheen lecker morseelẽ: mer wi -eten onse spijse onderlinge alsoe die aerde draecht sõder grauẽ eñ -ackerẽ Want wi en eten gheen dinc dat leeft. eñ hier om en wort onder õs -nyemant zieck noch en quelet: Wy hebbẽ oec een zede dat nyemãt den -anderẽ en helpet: want wi sijn altijts alle effen rijck. Hier om soe -leuen wij sonder haet eñ nijt. eñ wi hebben alle effen grote armoede En -aldus soe sijn wi alle effen rijck vã goede Wi en hebben onder ons gheen -wet: wãt onder ons en is nyemãt die misdoet Wi en weten oeck niet vã -arbeyde daermen an winnen mach. want die gyericheit is al quaet Ende soe -wye datter mede beuãgen wort in sijn herte: sij brenct hem ter armoedẽ -eñ scanden wãt die gyericheit en heeft gheen scande noch eynde. eñ soe -die gyericheit meer crighet hoe sij meer begeert te hebben Wi en begeren -gheen dinc dan dat wi steruen moeten sõder pijn Wij slapen sonder -sorghe: eñ wi en eyschen vã nyemant dienst cleyne noch groot Wi sijn -alle vry. sõder dat allene ons vleysch onderdaen is onser redene Eñ wi -houden ouer felheyt dat wi ons gebueren dwingen souden om ons onderdaen -te wesen die die moeder der nature ons ghelijc gemaect heeft. eñ die -vader vã hemelrijc tot sijn rijcke geroepen heeft. daermen ewelick in -leeft mit blijscappẽ Wij leuen gemackelic in onse holen wãt nyemant en -derf ons daer in storen. Eñ wi en dragen oec gheen costelicke clederẽ: -wãt wi decken ons al mit papelẽ alsoet tamelic is Wij en willen gheen -vrouwẽ om oncuysheit mede te doen. mer om dat wi begeren kinderen daer -aen te winnen Onder õs so en sterft nyemãt voor sinen vader eñ mitten -doden en maken wij gheen feeste wãt het is mit ons alleens mitten -minsten eñ mitten meestẽ: Maer uwe zede is dat ghi groot goet leght an -den doden eñ ghi en laet der aerden niet hebben dat haer is: mer ghi -ouerdect uwe dooden mit siluere eñ goude eñ ontneemt der aerden aldus -dat haer toebehoort. In ons lãt en valt gheen plaghe want wi en -ontsuuerẽ die lucht niet mit quaetheden daer die plagen om plegẽ te -geschien Die wint eñ dat weder is in onsen lãden ghenoechlick nadẽ tijt -vanden iare Wij en houdẽ anders gheen medicijn dã dat wi etẽ soberlic -zuuere spijse: wãt vasten doet wel genesen eñ hout ons gesont Wij en -plegen gheẽ spel. danssen noch roeyen noch tornoyẽ noch spel van dieren -te maken: eñ wi en varen nergent om sulck spel te ansien. want die -werelt eñ dẽ hemel geuen õs genoech schoonheden te ansien Wãt wi sien dẽ -hemel dat hi schone eñ claer is. eñ allesins wel gecyert is mitten -sterren en planeten. Oeck syen wi in die zee die gedaente vã purpure eñ -oec van die visschen in menighen manieren daer in spelen ende springhen -Dan syen wi voort hoe die zee die aerde allesins omme helset heeft: -recht oft haer suster waer Wij hebben oec groote genoechte te syen op -die groote weyden die al om ende om mit schoon groene bloemen staen die -soe wel eñ soete ruken voor die ogen eñ voor den sin eñ daer hebbẽ wi -veel genoechten in Wi hebben oec grote ghenoechte aen te sien die wilde -bosschen eñ die groene bomen daer die vogelen soe schoon eñ soet op -singhen Dit sijn die rijcheden der naturen eñ haer schoonhedẽ eñ weelden -Wij en varen nimmermeer te lande noch ter zee om comenscappe te doen: -wãt die rijcheden vã vremden landẽ en sullẽ nimmermeer onsen sin -verwinnen Eñ wi en begeren niet meer vã aertschen goeden dan dat wi in -armoeden leuẽ mogen blijdelic eñ sonder sorghe Wij en leren oec niet -schone spreken wãt daer leyt loosheit in: eñ men becleet die logen mit -schoonre talen also schone datter menich man mede bedrogen wort Wãt men -ontschuldicht daer mede de misdadighen eñ men [ver]duystert daer mede -dat recht Dã prijsen die ghene diet horen dẽ taelman eñ seggẽ dat hi -wijs is: mer dit is een onsalich prijs die die cõsciencie besmettet Maer -onder ons en doetmen dit nimmermeer. want wi hebben een zeer simpele -sprake die altijts wel eñ waersprekende wesen moet Ende wi en willen tot -gheenre scholen gaen: anders niet dan daermen leert dat sekerste eñ dat -beste. wãt wi en leren anders niet eeren dã dat ouerste goet. Eñ ghi -leert te vogelen eñ te doen dat genoechlic is uwẽ vleische Wij en -offeren gode gheen beesten. noch en maken hẽ gheen grote costelicke -tẽpelen eñ outaren als ghi doet Eñ v luden dunct datter gheen arm ludẽ -en sijn die uwes goets te doen hebben Dat is groote misdaet want god -wilt gheeert wesen om sijn grootheit mit suueren dienst sonder bloet te -storten eñ te offerẽ Wãt alsmen hẽ bidt mit suueren woorden soe doet hi -dẽ menschen genade Want god is selue dat woort daer alle dingen bi -gemaect sijn eñ alle dingen behoet hout eñ voet Dat woort minnẽ wi. wãt -dat heeft ons nv gegeuen onsẽ geest eñ ons leuen. Mer om dat god selue -is gheest eñ leuen soe en machmen niet wel gewinnen sijn vrientscap mit -desen aertschen goede: mer men wint sijn vrientscap mit suuerẽ leuen eñ -datmen hẽ altijt dancke eñ loue Hier om segghen wi dat ghi onsalich -volck bent. want ghi en [ver]staet niet dat v beghin is vandẽ hemel. eñ -dat ghi maechscap hebt mit gode die alle dinc gescepen heeft Mer mit -dorperlike dinghen besmet ghi uwe edelheit altemael om dat ghi die -genoechte uwes vleysches volget na sijnre begeerten: ende dat ghi -vercoren hebt eñ minnet alle dingen die comen vãder aerden: ende die -minne daer of ontsuuert die lucht: dat water ende die aerde Noch doet -ghi veel meer quaets want ghi sijt gode al of gegaen eñ ghi aenbedet -dode luden recht of sij goden waren want sij sijn moortdadighe luden eñ -vyanden die v tot alle scanden brengen - - - - - Hoe dat Alexander Didimus antwoorde - - Ca.lix - - -Alexander antwoorde Didimus der Bracmãnen coninc aldus Sijn v dingen -also als ghi seght: soe schijnt dat die Bracmãnen alleen leuen sonder -sõden op dese werelt na dat v ghescrifte luydet Want ghi en gebruyct -niet tot eenigen tijt die weeldicheit die die natuere ghegeuen heeft -allen mẽschen eñ leuen naden auenturẽ ghemeen Aldus schijnt dat ghi -luden alleene goden sijt oft ghi en acht op gode niet wãt ghi ontseght -hẽ dat hi v geuen wil: eñ dit dunc mi bet sotheit wesẽ dan leuẽ na -wijsheit - - - - - Hoe Didimus Alexãder antwoorde - - Ca.lx - - -Didimus antwoorde hier op aldus Alexander Wij en sijn niet vryelinghen -van deser werelt: mer wi sijn hier al gasten want wi en bliuen hier niet -geduerich: eñ wij liden doer dese werelt als een pelgrim die tot sinen -lande waert vaert so ontcõmert van alle dingen eñ so licht dat õs die -sondẽ niet en beswaren. noch gulsicheit noch ãder quaetheit voor gode -diemẽ gheenẽ mãtel makẽ en mach Mer wij haesten ons onsen wech -ouerlijdende tot gode waert mit zuuere cõsciencien eñ mit een aensicht -dat hẽ niet scamen en derf. Eñ wi en willẽ gheen godẽ wesen noch gode -achterdeel doen Mer ghi mint tot uwer onsalicheit gode mit cleynre -giften: Wij en sijn niet sculdich te verteren noch te begeren al dat wi -syen. wãt dat en ware gheen besetheit noch eere Eñ god heeft meenich -dinc opter werelt ghemaect om dattet die werelt niet oerbaerlic en ware. -noch sonder hẽ niet en soude mogen staen Mer god heeft dẽ mensche -gegeuen die nutscap vanden dingen die hi ghemaect heeft tot haren vryen -wille die hi hem vry gelaten heeft: Eñ so wye hem dan mit vryen wille -hout an dat quaetste eñ laet dat beste. die en vaert bi gode niet. mer -hi verdient gods vyantscap daer mede - - - - - Hoe Alexander weder ãtwoorde - - Ca:lxi - - -Alexander screef hẽ weder: eñ seide Ic en prijse voor gheen salicheit -dat ghi v lant soe vry hiet. wãt het is bet een karcker dã lant om dat -ghi nergents en gaet noch en vaert in anderen lãden. Eñ oec õ dat nyemãt -op v en acht. Dit dunct ons een crancke salicheit: wãt ghi en sayet noch -en plãt bomen noch en maeket huysẽ noch zalẽ. eñ dit dunct ons alle -katyuicheit Aldus en gheeft õs gheẽ wõder dat gi leeft als beesten: mer -datmẽ reyn leeft in weelden dat is een eerlic dinc Dat ghi mit vrouwẽ -niet veel en sijt wye salt v mogen prisen Wãt uwe wijuẽ sijn onbequaem: -het waer scãde dat se menich mã begeerde Mer wi gebruykẽ alle dat die -aerde draecht mit vryen wille in ons te wachtẽ van sõden eñ ontscult te -hebbẽ Aldus soe nam die tale een eynde tusschen alexander eñ die -Bracmãnen Maer Alexander seide hier int eynde dat hi wel waer die alsoe -dede Mer nochtans bleef Didimus voor eñ int achterste int beste Want -sijn geloue schijnt alleheel der kerstenẽ gheloue ghelijc te wesen. daer -hi seyt God is dat woort eñ biden woorde wordẽ alle dingen geschepen eñ -onthouden - - - - - Hoe Alexander te Babilonien quam tot s[~ij]re doot waert. - - Cap.lxij. - - -Als alexander bi Babilonien quã soe hiet hẽ een waersegger dat hi inder -stat niet en ghinge: wãt sijn leuen lach daer an Hier õ liet alexander -die stat staen eñ hi voer ouer in een stat gehietẽ Bursia daer doe -nyemãt in en woende Een vã alexanders vriendẽ die Amoxarcus hiet die -seide hẽ datmen gheen waerseggers gelouen en soude want sij plegen veel -te lieghen Om dese woorden soe voer alexander te Babilonien binnen Doe -seide Corbanes die waerseggher Gheen argher dinc en is aenden mẽsche dã -dat een mẽsche plõper is om te doẽ s[~ij]s selfs oerbaer dan eens anders -Als Alexander binnẽ die stat quam soe settemen hẽ een crone op s[~ij] -hooft gemaect vã yuore eñ goude Eñ Porrius leyde hẽ an die een syde eñ -Dari[us] broeder an die ander syde. Eñ als hi te rechte geseten was so -quã groot volc voor hẽ eñ clageden hẽ ouer sijn rechters. eñ si vraechdẽ -hem oft sinen wille was datmẽse soe iãmerlic tonder dede Als alexander -dit hoorde soe dede hij alle sijn rechters doden voor die boden ogen. eñ -hier na nam hi Hoaxanes Darius dochter te wijue: Eñ hij hiet dẽ Gryeken -dat sij nemen souden vãden schoonsten eñ edelste maechden die hẽ best -behaechden vãden ghenen die si wt alle lãden gebrocht hadden Hier na -vergaderde hi alle dat ridderscap eñ goedese rijckelick eñ hi gaf hẽ -groot goet alsoet elck begheerde: Eñ die oude ridders liet hi vry vã -oerloghen. mer in haer stede sette hi iõgelingen Eñ die iõghelingen -seidẽ daer zeer teghen: eñ sij baden hẽ dat hijse oec verlaten wilde: -mer hi seide hẽ dat hijse om gheenrehõde bede verlatẽ en soude Die boden -die hẽ geseynt warẽ wt alle landen eñ die hẽ die heerscappie vã alle -landẽ op gauen: quamen tot hẽ mit ontallike presenten vã costeliken -gulden iuwelen van gesteenten eñ van zyden wercke. als van wapenen van -cronen eñ vã paerden Eñ dese ontfinc hi alle vriendelic eñ hi gaf hẽ -schone presenten weder om Hier en binnen seynde hẽ Olymphias sijn moeder -brieuen die spraken dat hi hem wachtẽ soude van Antipater dien verrader. -want sy hadde anxt dat hi hẽ verradẽ soude. Als Alexander dese brieuen -gelesen hadde soe ontboet hi sõder beyden Antipater dat hijs nergents õ -laten en soude hi en quaem tot hẽ in Babilonien inder stat Hier om wort -Antipater tornich inden weghe doe hi te Babilonien waert quã eñ hi dede -maken een fenijn dat inder werelt gheen stercker wesen en mochte - - - - - Van Alexanders feest eñ zijn vermeten - - Ca. lxiij - - -Eer Antipater quã so voer alexander binnen eñ butẽ soe hi wilde eñ hi -was wel te vreden Mer hẽ ontstarf Ensistien die hi bouen alle sijn -princen zeer beminnede: want het was een die schoonste iongelinc diemen -in al die werelt vandt Eñ Alexander weende lãge daer om eñ hi dede hẽ -een costelic graf maken daer hi veel scats an leyde. wãt het coste hẽ te -maken xij.M: talenten gouts. Oeck dede alexander gebieden datmẽ desen -iongelinc anbedẽ soude als een god eñ daer voor houdẽ Als dese iongelinc -begrauen was soe keerde Alexander weder in Babilonien eñ daer lach hi -stille eñ hildt grote feeste. eñ daer ontfinc hi nacht eñ dach die -slotelen eñ die presentẽ die hẽ quamen wt alle lãden Mer om dat die vã -Romen hẽ nv gheen present en sendẽ soe swoer hi dat hi Romen destrueren -soude Eñ om dat hi alle die werelt tonder hadde soe wilde hi voorder -oerloghen dan een mensche toe behoort. eñ hi seyde sinen ludẽ dat sij -sinen raet doen wilden hi soude hẽ doen weten eñ hebbẽ die heymelicheit -der naturen Eñ hi dede noch meer scepẽ maken eñ hi voer in die diepe -doncker zee om der naturẽ cracht te dwingen Des balch haer die nature eñ -die vier elementẽ mede die altijt mit hem geweest hadde. want die nature -was haer vrouwe Doe voer die natuere ter hellen om hulpe te soecken dat -sy Alexander ter doot brengen mochte. eñ sy vãt daer hulpe eñ raet want -alexander wort wter zee te lãde ghesteken eñ quam weder in Babilonien -Antipater was doe oec gecomen in Babiloniẽ: eñ hi hadde drie zonẽ Die -eerste hiet Casander. die ander Philippus eñ die derde Yollas Dese warẽ -bij Alexander onthoudẽ om dat die een altijt den dranc proefde eer -datten alexander dranc: eñ als hijen dã geproeft had soe ontfinc -alexan[der] dẽ nap eñ dranc selue Nu had Antipater doen maken so sterckẽ -fenijn. dat hi wel seker was hads alexander yet int lijf dat hi steruẽ -moeste Want dit fenijn was also sterck datmen niet houden en mochte in -vaten van siluer of van goude noch vã yser of vã metael noch in gheẽ -vat: sõder in een hoeue van een paert Antipater was oeck soe seker dat -alexander daer of steruẽ soude dat hi seide tot Casãder sinẽ zone dat hi -dat rijck vã Macedoniẽ behoudẽ soude - -[Afbeelding] - - - - - Hoe Alexander vergeuen wort - - Ca. lxiiij - - -Thessales die node alexander eñ sijn gheselscap mit hẽ ten eten in die -stat eñ daer maecte hi hẽ feeste bouen alle feesten eñ hi gaf daer die -meeste eñ die costelicste gerechten diemen vinden mochte Eñ Yollas eñ -Philippus sijn broeder schencten voordẽ coninc: eñ sij waren wel -voersien hoe si alexander souden vergeuen. wãt haer vader hadt hẽ geseyt -Doe sy sagen dat Alexander genoech ghedrõcken hadde. soe schencte die -een eñ die ander proefde dẽ dranc daer noch gheen fenijn in en was mer -daer nae deden sy fonteyn water inden wijn daer dat fenijn in gemenget -was Eñ doe gaf men dẽ coninc den nappe eñ hi dranc: mer int middel van -sinen toghe soe ontfinc hi binnen eenen anxtelickẽ steke daer hi zeer of -veruaert wort Wãt het ghinc hem in sijn lijf oft hi mit een knyf -gesteken had geweest: eñ Alexander riep mit groot misbaer Eñ sijn -vriendẽ meenden dat hijt wt drõckenscap dede eñ sij bleuen in dat meenẽ: -maer het was een quade moort. Doe badt alexander datmen hẽ wech droeghe -eñ daermen hem wech droech. so was hi half doot Want hi wort vã binnen -also gepinicht dat hi dicwijl een swaert eyschte om hẽ seluen doot te -steken eñ om sijn pine te corten Want sijn vrienden die ontrent hem -stonden eñ haer handen aen hem deden om hem te helpen soe docht hẽ dat -sij hẽ zeere deden als of sij hẽ ghewont haddẽ: want corts te voren daer -hi lach en sliep hadde hẽ dit al wel ghedroemt. Opten vierden dach sach -hi wel dat hi steruẽ moeste: Eñ hi seide Nv ken ic mijn geual wãt al -mijn geslachte dat vã Achilles gecomen is dat is al gestoruẽ ontrent -sijn xxx. iaren mit groten euelen Sijn ridders seidẽ dat hi verraden -was. eñ sij riepen alte iãmerlicke lude Aylaes wye heuet ons mit soe -grotẽ moort beroeft vã onsen coninc Eñ die dit geselscap ghescoert heeft -die sal menigen mã sijn leuen benemen: wãt des ghelijcx en wort nye -ghesien of geuonden - - - - - Van Alexanders doot - - Ca. lxv. - - -Alexander dede hem dragen in een hoghe stat daer hẽ al sijn volck mochte -syen liggen in groter pijnẽ Eñ hi lietse alle tot hẽ comen eñ hi beual -datmen nyemant [ver]bieden en soude die daer comẽ wilde. Eñ daer quam -tot hem menich stout riddere die zeer screyden eñ groot misbaer maecten -Hier nae badt Alexander sijn vrienden. als hi doot ware datmen hẽ mit -duerbaren specien eñ balsamen begrauen soude Eñ datmẽ hẽ voeren soude -nergens dã in Lybia in Amõs sijns vrients schonen tempel daer hi -gecroent staet Doe vraechdẽ hem sijne vriendẽ om dat sij sagen dat hi -soe cranc was: wye hi wilde dat nae hem sijn crone draghen soude vã -sijnen rijcke Hi seide die beste Maer hi en noemde nyemãt. noch Hercules -sinẽ zone noch sinen broeder: noch oec dat kint dat Roexanes droech die -doe swaer ghinc bi hẽ mit kinde Want alexander dachtet ouer dat hi die -soe groten heer was van enighen mã soe groten rijcken heer makẽ soude hi -en waert waerdich want hi hads onwaert sulck goet te laten enighen man -dies niet waerdich en waere. Ten sesten daghe ontuiel hẽ sijn sprake eñ -doe nam hi sijn vingerlinc eñ stact een vãden iongelingen an sijn hant -Doe meendẽ veel herẽ die daer waren dat alexander wilde dat hi coninck -nae hẽ wesen soude Scolastica historia seit dat alexãders suster hẽ -fenijn gaf: om dat sy hoepte eenen grotẽ heer te crigen eñ vrouwe te -wesen vã alle sijn rijck Eñ alsoe haest als hi dat fenijn int lijf hadde -dat hi doe sijn sprake verloes Eñ om dat hi wilde dat nẽmermeer also -groten heere nae hẽ wesen en soude in aertrike als hi doen was. soe -screef hi sinen laetsten wille eñ deelde sijn rijck in twalef deelen -ende hi gaft twalef vã sinen gesellen die mit hẽ opgeuoet warẽ. eñ dien -gaf hi elck een deel van sinen rijcke: Maer die vier verdreuen alle die -andere eñ bleuen daer heeren of. - - - - - Van Alexanders vromicheit - - Ca: lxvi - - -Inder maent Iulius diemẽ hoymaẽt hiet mit ons soe sterf dese grote -Alexander doe hij in sijn xxxiij. iaer was Hi was die meeste van moede -eñ vã herten die nye in die werelt quã Hi was oec die machtichste mã die -nye in die werelt regneerde Hi verloste altijt sijn rid[der]s wt harẽ -noot dat sij mit sinen troeste soe stout waren dat hẽ dochte al haddẽ -sij alle naect gheweest. hẽ en hadde niet mogen deren als sij hẽ sagen -Hẽ en geuiel oec nye dat hi enigen man bestont hi en verwan hẽ. noch nye -en bestont hi borch noch stat hoe vaste dat sy warẽ: hi en wanse of -hadse tot sinen wille Nye en quam oec volck tegen hẽ te stride hi en -[ver]wanse Mer int eynde wort hi selue verwõnen, maer niet mit geuechte -mer mit verraderie vã sinẽ dienres die alsoe deerlic vergauen mit fenijn -Men leest dat hi enen steen hadde soe wye die steen droech dat hem gheen -fenijn deren en mochte Mer daer hi aldus [ver]raden was so was hẽ des -nachts dẽ steen benomen om dat dẽ moort voldaen soude wordẽ eñ verholen -bliuẽ Mer alst fenijn in die aderen getogen was alsoe dattet die natuere -niet en conde gelosen soe wort hẽ sinen steen weder gegeuen al heymelic -Eñ aldus verghinc die auenture mit hẽ Als die mare te Babilonien quam -dat Alexander gestoruẽ was in die bloeme sijnre ioecht eñ int meeste van -sijnre cracht so wort die stat zeer droeuich Maer die luden die hij -verwonnen hadde en wouden dat niet gelouen dat hi doot soude wesen: want -sij meenden dat hi nimmermeer en soude mogen steruen Sonderlinghe om dat -si ghesien hadden dat hi in groter auenturen dicwijls verlost worde -vander doot Maer doen sij wel die waerheit wisten dat hi sekere doot was -soe beweenden sij hem harde zeere Als Roaxanes Darius dochter Alexanders -wijf vernam dat Alexander haer heere doot was. soe hadde sy daer of soe -groten rouwe. dat sy daer nae nye en at Maer Alexanders magen wt gryeken -en hadden gheenen rouwe om hẽ niet meer dan oft haer vyant geweest -hadde: Roaxanes Darius dochter alexanders wijf dede haer gespelinnen -doden om dat sy haer an laghen ende rieden dat sy eenen anderen man -nemen soude: - - - - - Van Alexanders begrauinghe: - - Cap lxvij - - -Men maecte in Babilonien groot geclach eñ hant gheslach van rouwen Maer -ick segghe ouer waer dat die dode menschẽ gheen vrienden en hebben. want -datmen daerwaert dient dat is al om ghewin. want anden doden en leyt -nyemant eñ elck doets hẽ eerst of also hi eerst mach Die na Alexander -bleuẽ die bedreuen haer dinc alsoe dat al gemeenlic rijck bleuen Maer -daer was ghestrijt een wile om s[~ij] sepulture Die vã Gryeken wilden hẽ -ter stont veruoeren tot haren lande waert Mer si droeghen ouer een -datmen Iupiter vraghen soude waermen hẽ grauen soude Iupiter ãtwoorde -datmen alexander grauen soude in Alexandrien in die groote stadt die hi -seluer dede maken in Egipten Dit seide doe Iupiter. eñ men dede daer een -schoon costelic graf maken Ende Ptholomeus die nae hem coninc bleef dede -hẽ daer zeer rijckelick begrauen. alsoet alsulcken heere ende coninck -wel betamelic was: In Alexanders tijden en vantmen ghenen alsoe wijsen -coninc als hi was. hadde hi hẽ konnen wachten van veel wijns te -drincken: eñ hadde dese grote heere hẽ konnen houden also gemaetich in -sijn manieren in sijnre groter rijcheyt als hi dede doe hi arm was. -Inder noot en konste hem nyemant bet beuroeden dan hi. maer in sijnre -weelden was hi zeer sot: want hi wilde god gehieten wesen Eñ altijts -hadde hi tot sinen raede seuen wijse mannen: want dat beual hem die -groote philosophe Aristoteles sijn lieue meester Maer als hẽ yet swaers -aen quam soe nam hi elcken van desen wijsen mannen alleen eñ hi seide -hem sijn dingen eñ ghebreck altemael: eñ dan soe vraechde hi hem sijnen -raet. Ende aldus onthieldt hi wel wat hem elcke man riet. eñ ten -laetsten nam hi eñ schiep hi wt alle desen den besten raet in hẽ seluen -alsoe hi best conste ghemercken Ende dan auentuerde hi den raet Aldus -soe wort al niet sijn dinghen die alsoe sterck soe rijck so machtich -was. want hi moeste steruen. Eñ hi bleef doot soe voor gheseit is God -verleene ons na onsen doot dat eewighe leuẽ eñ die grote blijscappe -sonder eynde: Amen: - - * * * * * - -Hier eyndt dat regiment eñ dat leuen van den groten eñ moghenden coninc -Alexander die een heere was van alle die werelt - -Gheprendt eñ voleyndt te Delf in Hollandt Int iaer ons heren. M:CCCC. eñ -xci: op den vijfsten dach van December - - * * * * * - - Delf In Hollandt - -[Afbeelding] - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of Hier beghint die hystorie Vanden -grooten Coninck Alexander, by Anonymous - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HIER BEGHINT DIE HYSTORIE *** - -***** This file should be named 63994-0.txt or 63994-0.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/6/3/9/9/63994/ - -Produced by Jeroen van Luin, André Engels, Clog and the -Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net -(Koninklijke Bibliotheek, The Hague) - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - diff --git a/old/63994-0.zip b/old/63994-0.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index ae5f88a..0000000 --- a/old/63994-0.zip +++ /dev/null diff --git a/old/63994-h.zip b/old/63994-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 64345aa..0000000 --- a/old/63994-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/63994-h/63994-h.htm b/old/63994-h/63994-h.htm deleted file mode 100644 index 1667b41..0000000 --- a/old/63994-h/63994-h.htm +++ /dev/null @@ -1,4238 +0,0 @@ -<!DOCTYPE html PUBLIC "-//W3C//DTD XHTML 1.0 Strict//EN" - "http://www.w3.org/TR/xhtml1/DTD/xhtml1-strict.dtd"> -<html xmlns="http://www.w3.org/1999/xhtml" xml:lang="nl" lang="nl"> - <head> - <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html;charset=UTF-8" /> - <title>The Project Gutenberg eBook of Die hystorie Vanden grooten Coninck Alexander, by Anonymous</title> - <link rel="coverpage" href="images/cover.jpg" /> - <style type="text/css"> - body { margin-left: 8%; margin-right: 8%; } - h1 { text-align: center; font-weight: normal; font-size: 1.4em; } - h2 { text-align: center; font-weight: normal; font-size: 1.2em; } - p { text-indent: 0; margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em; text-align: justify; } - ul.ul_1 {padding-left: 0; margin-left: 2.78%; margin-top: .5em; - margin-bottom: .5em; list-style-type: disc; } - .chapter { clear: both; page-break-before: always;} - .figcenter { clear: both; max-width: 100%; margin: 2em auto; text-align: center; } - div.figcenter p { text-align: center; text-indent: 0; } - .figcenter img { max-width: 100%; height: auto; } - .id001 { width:60%; } - @media handheld { .id001 { margin-left:0%; width:100%; }} - .ic002 { width:100%; } - .ig001 { width:100%; } - .table0 { margin: auto; margin-top: 2em; margin-left: 0%; margin-right: 0%; - width: 100%; } - .table1 { margin: auto; margin-left: 38%; margin-right: 39%; width: 23%; } - .nf-center { text-align: center; } - .nf-center-c1 { text-align: left; margin: 1em 0; } - p.drop-capa0_0_0_7 { text-indent: -0.0em; } - p.drop-capa0_0_0_7:first-letter { float: left; margin: 0.100em 0.100em 0em 0em; - font-size: 250%; line-height: 0.7em; text-indent: 0; } - @media handheld { - p.drop-capa0_0_0_7 { text-indent: 0; } - p.drop-capa0_0_0_7:first-letter { float: none; margin: 0; font-size: 100%; } - } - .c000 { margin-top: 0.5em; margin-bottom: 0.5em; } - .c001 { page-break-before: always; margin-top: 4em; } - .c002 { page-break-before:auto; margin-top: 1em; } - .c003 { vertical-align: top; text-align: right; padding-right: 1em; } - .c004 { vertical-align: top; text-align: left; } - .c005 { page-break-before:auto; margin-top: 4em; } - .c006 { margin-top: 2em; margin-bottom: 0.5em; } - .c007 { margin-top: 2em; } - .c008 { vertical-align: top; text-align: left; padding-right: 1em; } - .c009 { border: none; border-bottom: thin solid; margin-top: 0.8em; - margin-bottom: 0.8em; margin-left: 35%; margin-right: 35%; width: 30%; } - .c010 { font-size: 140%; } - li { margin-bottom:1em; } - .transnote { background-color: #E6E6FA; color: black; font-size:smaller; - padding:0.5em; margin-bottom:2em; font-family:sans-serif, serif; } - body { max-width: 40em; margin: auto; } - </style> - </head> - <body> - - -<pre> - -The Project Gutenberg EBook of Hier beghint die hystorie Vanden grooten -Coninck Alexander, by Anonymous - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: Hier beghint die hystorie Vanden grooten Coninck Alexander - -Author: Anonymous - -Release Date: December 9, 2020 [EBook #63994] - -Language: Dutch - -Character set encoding: UTF-8 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HIER BEGHINT DIE HYSTORIE *** - - - - -Produced by Jeroen van Luin, André Engels, Clog and the -Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net -(Koninklijke Bibliotheek, The Hague) - - - - - - -</pre> - - -<div class="transnote"> -<p class='c000'>Noten bij de transcriptie:</p> - - <ul class='ul_1'> - <li>Dit 15e eeuwse boek is geschreven in een gotische drukletter. In dit lettertype komen - lettertekens en diacrieten voor die in het hedendaagse alfabet niet voorkomen. Deze - lettertekens en diacrieten zijn in de onderstaande tekst uitgeschreven tussen blokhaken, - bijvoorbeeld "[ver]dreef" en "m[~ij]e". Het tilde-teken boven klinkers is zeer vaak - gebruikt in plaats van de letter "n" of "m". Bijvoorbeeld "Alexãder" staat voor - "Alexander" en "vindẽ" voor "vinden". Het tilde-teken in "eñ" is een afkorting voor - "ende". - - </li> - <li>Qua spelling en (afwezigheid van) leestekens is zoveel mogelijk de oorspronkelijke - tekst aangehouden. Wel zijn woorden die gesplitst waren over twee regels (met of zonder - koppelteken) weer samengevoegd tot één woord. De in die tijd gebruikelijke wisselingen - tussen "i" en "j", en tussen "u", "v" en "n" zijn gehandhaafd. - </li> - <li>Getallen in deze tekst zijn in het Romeinse talstelsel. Bij grote getallen worden de - getallen vaak fonetisch Romeins geschreven. Bijvoorbeeld het getal 70.700 - ("zeventig-duizend en zeven-honderd") wordt geschreven als "lxx: m: eñ vij: C:" - - </li> - <li>In de hoofdstuknummering kwamen meerdere druk- en zetfouten voor, bijvoorbeeld twee - keer opeenvolgend hoofdstuk "viij", maar geen hoofdstuk "vij". Daar waar het juiste - hoofdstuknummer eenvoudig af te leiden was, zijn deze nummers aangepast. Het dubbel - gebruik van hoofdstuknummer "xi" komt in meerdere drukken van dit boek voor. - - </li> - <li>In het boek was geen inhoudsopgave aanwezig. Deze is bij het maken van de - transcriptie toegevoegd tot gemak van de lezer. - </li> - </ul> - -</div> - -<div> - <h1 class='c001'>Hier beghint die hystorie Vanden grooten Coninck Alexander</h1> -</div> - -<div class='chapter'> - <h2 class='c002'>Inhoudsopgave</h2> -</div> - -<table class='table0' summary=''> -<colgroup> -<col width='16%' /> -<col width='83%' /> -</colgroup> - <tr> - <td class='c003'>i</td> - <td class='c004'><a href='#i'>Dat eerste cap</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>ij</td> - <td class='c004'><a href='#ij'>Hoe Neptanabus Alexander wan</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>iij</td> - <td class='c004'><a href='#iij'>Hoe hẽ Neptanabus [ver]schiep in een draeck</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>iiij</td> - <td class='c004'><a href='#iiij'>Hoe dat die grooten Alexander gheboren wort</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>v</td> - <td class='c004'><a href='#v'>Hoe Alexander Neptanabus dode</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>vi</td> - <td class='c004'><a href='#vi'>Hoe Alexander Pucifael bereedt</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>vij</td> - <td class='c004'><a href='#vij'>Hoe Alexander den prijs te Pysen wan</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>viij</td> - <td class='c004'><a href='#viij'>Vanden wijsen ende waerachtighen man Socrathes</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>ix</td> - <td class='c004'><a href='#ix'>Hoe Philippus Macedonien wan</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>x</td> - <td class='c004'><a href='#x'>Hoe dat Alexander Darius dẽ tyns ontseide</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xi</td> - <td class='c004'><a href='#xi'>Hoe Philippus sijn doot wraecte</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xi</td> - <td class='c004'><a href='#xi2'>Hoe Alexander sijn rijck ontfinc</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xij</td> - <td class='c004'><a href='#xij'>Hoe Alexander sijn heer vergaderde</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xiij</td> - <td class='c004'><a href='#xiij'>Hoe Alexander Cyrien eñ Tyren beleyde. eñ hoe dat hijse te samen verwan</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xiiij</td> - <td class='c004'><a href='#xiiij'>Hoe Darius Alexander brieuen screef</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xv</td> - <td class='c004'><a href='#xv'>Hoe Alexãder Darius weder screef</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xvi</td> - <td class='c004'><a href='#xvi'>Hoe Darius tegen Alexander street</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xvij</td> - <td class='c004'><a href='#xvij'>Hoe Alexander Thebeen destrueerde</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xviij</td> - <td class='c004'><a href='#xviij'>Hoe Alexander Darius sochte</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xix</td> - <td class='c004'><a href='#xix'>Hoe Alexander Darius scat verwerf</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xx</td> - <td class='c004'><a href='#xx'>Van Alexander opten berch Gariesim</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxi</td> - <td class='c004'><a href='#xxi'>Hoe Alexander tot Iadus dẽ groten pape van Iherusalem om succoers sende</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxij</td> - <td class='c004'><a href='#xxij'>Hoe Alexander ons heren naem aenbede</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxiij</td> - <td class='c004'><a href='#xxiij'>Hoe Alexander voer tot Amons tempel</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxiiij</td> - <td class='c004'><a href='#xxiiij'>Hoe hem Darius eñ Alexãder ouer screuẽ</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxv</td> - <td class='c004'><a href='#xxv'>Hoe Alexander mit Darius at</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxvi</td> - <td class='c004'><a href='#xxvi'>Hoe Darius eñ alexander te samen stredẽ</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxvij</td> - <td class='c004'><a href='#xxvij'>Hoe Darius an Alexander õ genade screef</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxviij</td> - <td class='c004'><a href='#xxviij'>Hoe Darius vã sinen luden geslegen wort</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxix</td> - <td class='c004'><a href='#xxix'>Dit waren Darius woorden voor sijnre doot eer dat hi sterf</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxx</td> - <td class='c004'><a href='#xxx'>Van coninc Darius graue</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxxi</td> - <td class='c004'><a href='#xxxi'>Van Philo Anaxigenes eñ vã Epicurus</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxxij</td> - <td class='c004'><a href='#xxxij'>Hoe Alexander sijn zeden verwandelde</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxxiij</td> - <td class='c004'><a href='#xxxiij'>Hoe Alexander die x. gheslachten vã israhel besloet.</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxxiiij</td> - <td class='c004'><a href='#xxxiiij'>Vander poorten vã Caspien</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxxv</td> - <td class='c004'><a href='#xxxv'>Die wrake vã coninc Darius doot</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxxvi</td> - <td class='c004'><a href='#xxxvi'>Hoe Alexander Clit[us] doot sloech</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxxvij</td> - <td class='c004'><a href='#xxxvij'>Hoe Alexander Calistines doode</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxxviij</td> - <td class='c004'><a href='#xxxviij'>Hoe Alexander in Indien voer</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xxxix</td> - <td class='c004'><a href='#xxxix'>Hoe Alexander in Indien eenen zone wan</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xl</td> - <td class='c004'><a href='#xl'>Hoe Alexander Porrius eyschte te campe</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xli</td> - <td class='c004'><a href='#xli'>Van Porrius rijcheyt eñ macht</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xlij</td> - <td class='c004'><a href='#xlij'>Hoe dat Alexander in een stat spranc</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xliij</td> - <td class='c004'><a href='#xliij'>Hoe Alexander die dõcker zee bestont</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xliiij</td> - <td class='c004'><a href='#xliiij'>Van Candax der coninginnen</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xlv</td> - <td class='c004'><a href='#xlv'>Hoe Alexander doer die roetsche villede</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xlvi</td> - <td class='c004'><a href='#xlvi'>Van den serpenten eñ anderen dieren die alexãder vreesden</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xlvij</td> - <td class='c004'><a href='#xlvij'>Hoe Alexander binnẽ Indien waert voer</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xlviij</td> - <td class='c004'><a href='#xlviij'>Vanden wonderen die in Indien sijn</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>xlix</td> - <td class='c004'><a href='#xlix'>Vander zõnen eñ manen boom</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>l</td> - <td class='c004'><a href='#l'>Hoe Alexander sijn eerste antwoorde ontfinc vander zõnen boom</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>li</td> - <td class='c004'><a href='#li'>Hoe der manẽ boom Alexander anderwerf ãtwoorde</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>liij</td> - <td class='c004'><a href='#liij'>Hoe der zonnen boom coninc Alexãder die derde vraghe antwoorde</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>liiij</td> - <td class='c004'><a href='#liiij'>Van Alexanders [ver]waentheden</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>lv</td> - <td class='c004'><a href='#lv'>Hoe Alexander der maechdẽ lant wan</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>lvi</td> - <td class='c004'><a href='#lvi'>Hoe Alexander die Bracmãnen bestoet</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>lvij</td> - <td class='c004'><a href='#lvij'>Hoe Alexander dẽ Bracmãnen weder screef</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>lviij</td> - <td class='c004'><a href='#lviij'>Een antwoorde vã Didimus tot Alexander</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>lix</td> - <td class='c004'><a href='#lix'>Hoe dat Alexander Didimus antwoorde</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>lx</td> - <td class='c004'><a href='#lx'>Hoe Didimus Alexãder antwoorde</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>lxi</td> - <td class='c004'><a href='#lxi'>Hoe Alexander weder ãtwoorde</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>lxij</td> - <td class='c004'><a href='#lxij'>Hoe Alexander te Babilonien quam tot s[~ij]re doot waert</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>lxiij</td> - <td class='c004'><a href='#lxiij'>Van Alexanders feest eñ zijn vermeten</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>lxiiij</td> - <td class='c004'><a href='#lxiiij'>Hoe Alexander vergeuen wort</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>lxv</td> - <td class='c004'><a href='#lxv'>Van Alexanders doot</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>lxvi</td> - <td class='c004'><a href='#lxvi'>Van Alexanders vromicheit</a></td> - </tr> - <tr> - <td class='c003'>lxvij</td> - <td class='c004'><a href='#lxvij'>Van Alexanders begrauinghe</a></td> - </tr> -</table> - -<div class='figcenter id001'> -<img src='images/ill_002.jpg' alt='' class='ig001' /> -</div> - -<p class='c000'>Hier beghint die Hystorie dat leuen ende -dat regiment des alre grootsten eñ machtichsten -conincx Alexander Die heere ende prince -was van alle die werelt</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='i' class='c005'>Dat eerste cap:</h2> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Tot deser tijt dat Othus Artaxarses -zone regneerde in. Persen -eñ in Meden: eñ hi in sijn tiende -iaer was van sijnen rijcke, -Eñ int laetste iaer dat Philippus -regneerde in, Macedonien -Eñ int laetste iaer dat Neptanabus crone ghedraghen -hadde in Egipten Soe ghenas Olymphias -van Alexander. alsoe men vindẽ mach -in sinen gesten Maer veel lieden segghen dat -die coninc Philippus Olymphias man Alexander -an haer niet en wan: maer een ander mã -wan hẽ aen haer Want die coninc Othus vã -Persen doe hi Egipten wan soe [ver]dreef hi Neptanabus -dẽ coninc vanden lande in deser manieren -als wi scriuen sullẽ Wãt Neptanabus -die coninc vã Egipten hildt sijn lant mit touerien -eñ niet mit stridẽ Wãt als hi plach te vernemen -datter eenich coninc of heer op hẽ quã -om tegen hem ende in sijn lant te oerloghen: -Soe ghinc hi alleen in een camere: eñ daer dede -hi mit groter toueryen ende nigromancien -dat alle sijne vyanden scepen versoncken mit ten -volcke in die zee ende verdroncken: Ende -doe hi vernam dat die coninc Othus op hẽ quã -mit een groot heer so loech Neptanabus daer om: -want hi meende hẽ te doden als hi die ander -ghedaen hadde Maer hi verstont vanden -god daer hi sijn touerye mede doen wilde soe -hi plach dat hi verwõnen soude bliuen eñ geuangen -worden, ten ware dat hi haestelic wt -den lande vloghe Doe dede hi sijn haer eñ sijnen -baert of scheren: eñ hi nã sijn beste iuweelen -mit hem eñ vloech te Macedonien waert: -Eñ daer wort hi vermaert voor een groot astronomijn. -eñ Olymphias Philippus vrouwe -ontboet hẽ om raet an hẽ te nemen van saken -die sy begheerde. want haer man die coninck -Philippus was doe wten lande:</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='ij' class='c005'>Hoe Neptanabus Alexander wan</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. ij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als Neptanabus tot deser vrouwen quã -eñ hi sach dat sy zeer schoone was Soe -wort hi haer zeer beminnende: eñ hi gaf -haer te verstaen dat sy eenen zone dragen soude -die alsoe machtich wesen soude: Al waert -dat Philippus haer mã haer verdriuen wilde -haer zone soudese wel te rechte houden. Eñ hi -seide haer dat sy dien zone aen eenen god winnen -soude. Hier om wort sy zeer bescaemt eñ -veruaert: eñ sy vraechde hẽ Wat god salt sijn -Neptanabus antwoorde haer: segghende Het -sal wesen Ammon die god vã Libra Hier om -bereyde di tamelic eñ eerlick datstu waerdich -moechste wesen alsulkẽ god te ontfaen. eñ du -sulste gaen tot deser stat daer sal hi tot v comẽ -inder gedaente van eenen drake In deser manieren -so bedroech dese touenaer Olymphias -eñ hi quam seluer tot haer in eens draken ghedaente. -want hi conste hẽ seluen wel verscheppen -Dus lach hi bi haer eñ wan aen haer den -stoutẽ Alexander Des nachts dede hi dit Philippus -dẽ coninc Olymphias mã in een droom -te voren comen daer hi lach voor een stat Eñ -Philippus die coninc ontboet een droom beduder -die zeer wijs was. eñ seide hẽ: Mi docht d[at] -ic in een droom sach datter een schoen god mit -grauwen hare die twee clare ramshoren hadde -bi m[~ij]re vrouwen Olymphias lach en sliep -Eñ doe hi sinen wille mit haer gedaen hadde: -soe dochte mi dat hi seyde Wijf ghi hebt vã mi -ontfanghen eenen zone een wreeker Die meester -antwoorde daer op Dijn vrouwe heeft eenen -zone ontfangen in haer lichaem van een -god Eñ om dat ghi docht dat hi graeu gehaeret -was eñ ghehorent als een ram: dat beduydet -dat sy dat kint ontfanghen heeft van Ammon -den god van Libra, Hier om wort die coninc -Philippus harde gram eñ hi liet sijn oerloghen -staen eñ hi keerde haestelic te Macedonien -waert Olymphias was doe zeer versaeghet -ende sy onthaelde den coninc bloedelijck -Eñ hi seide. Wijf ic weet wel hoet mit v [ver]gaẽ -is: want dat kint datstu drages en hebstu van -ghenen mã ontfãgen mer vã een god. Aldus -troeste hi die vrouwe die in vresen was mit behendichedẽ. -mer sijn hert was hẽ zeer tõvreden</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='iij' class='c005'>Hoe hẽ Neptanabus [ver]schiep in een draeck</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Cap. iij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hier nae [ver]stont Neptanabus dat Philippus -die coninc Olymphias s[~ij]re vrouwẽ -te harder was Eñ tot eenre feesten daer dẽ coninc -sat eñ at mit sijn volc so dede hi dit wonder -Eñ om dat die coninc tegen s[~ij]re vrouwẽ -fel ghelaet toende. so versciep hẽ Neptanabus -in eenẽ draeck eñ hi quã midden inder feesten. -Doe wordẽ alle die ghene die daer waren zeer -veruaert. want hi was in sinen ganc zeer schone -om te aensiene Eñ hi wort soe vreeselic wispelende -datter alle die zale of beefde: eñ sij waren -alle in grooten anxte. sonder Olymphias -Philippus wijf Wãt die draeck boet haer sijn -hant eñ hi was bereyt te doen wat sy wilde. -eñ hi leyde sijn hooft in haren schoot eñ custe -haer Hier nae wort vanden draeke een aern. -eñ hi vloech wten huyse Doe wort die coninc -blijde eñ seyde Ick was sot dat ic mi balch op -mijn vrouwe. want nv sye ick wel dat dit een -god was. maer niet wel en weet ic oft Ammõ -was om dat hi in eenen draecke openbaerde. -ofte oec Iupiter om dat hi naemaels een aern -wort Doe antwoorde hem sijn vrouwe Olymphias -eñ sy seide dattet die god Ammon was. -Op eenre tijt hier nae soe quam een henne daer -die coninc Philippus sat eñ sy leyde een ey -in sinen schoot eñ doe voer sy wech Ende dit -ey viel van sinen schoot aen stucken: ende doe -quam daer een cleyn draecxken wt. eñ hi liep -al daer omme. recht of hi gherne weder in die -eyscale geweest hadde: Eñ doe die drake daer -immer in wesen wilde soe viel hi doot op die -aerde Doe seyde hem een wijs man Di sal eẽ -zone gheboren worden die heere wesen sal bouen -alle die werelt: maer als hi die werelt gewonnen -sal hebbẽ eñ hi tot sinen lande sal keren -willen soe sal hi steruen Dit beduydet dit -wonder van desen eye. eñ oeck mede van desen -draecke:</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='iiij' class='c005'>Hoe dat die grooten Alexander gheboren wort:</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capittel iiij:</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Tot deser tijt ginc Olymphias swaer vã -kinde Eñ Neptanabus was altijt bi haer doe -sy in arbeyde lach vãdẽ kinde: eñ hi was onledich -mit s[~ij]re touerien õ dat hi haer seggẽ soude -die geluckichste vre dat sy dat kint barẽ soude: -Eñ soe haest als Olymphias gelegen was -vãden kinde soe stormdet eñ donrede eñ blixẽdet -zeer: eñ oec in veel steden beefde die aerde -Eñ opt huys daer die coninginne dat kint gebaerde -vochten alle die nacht twee aernen die -een tegen den anderen. tot dat die een dẽ anderen -Eñ hier bi wort beduydet dat hi winnen -soude Asyen eñ Europẽ Philippus die coninc -hiet desen zone Alexander. want hi hadde te voren -eenẽ anderen gehadt die oec alsoe hiet Dit -kint was blijde van aensichte eñ een deel ghehaert -eñ dat haer was gelublont als leeuwẽ haer: -Hi hadde schone blijde oghen. maer sijn -luchtere oghe was graeu eñ sijn rechter oghe -was bruyn Aldusdanich was dat kint eñ dat -maecsel van Alexander Sijn vriendinne hiet -Alatrine eñ sy was een edel schone ioncfrouwe -Sijn touenaer hiet Alitus Eñ Polonitus -leerde hẽ letteren Olymphias leerde hẽ singen -Anaxigenes leerde hẽ die rethorike Menedas -leerde hẽ geometrie Arestotiles philosophie.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='v' class='c005'>Hoe Alexander Neptanabus dode</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca: v</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als Alexander xij: iaer out was soe wilde -hi rijden mit sijnen vader: want hi minde -doe zeer die wapen Eñ doe begonste hi wapen -te dragen: eñ hi voer dicke int heer: eñ daer -hildt hi hẽ soe vromelic oft hi langhe ridderscap -geplogen hadde. Eñ hi bat Neptanabus -dat hi hem wilde leeren in die sterren te syen: -eñ hi dedet gherne also dat hi [ver]standel daer in -wort Eñ Neptanabus leyde alexander op enẽ -nacht op enen hoghen berch daer een diep dal -onder lach. ende daer seyde Neptanabus veel -wonders dat hi inder sterren sach Doe vraechde -hem Alexãder of hi daer inne wel sach wat -dinghen datter geschien souden Neptanabus -antwoorde hẽ Iae ic Doe nam hem Alexander -eñ stacken vanden berghe dat hi viel eñ brack -sinen hals Doe seide Alexander Waer om en -voorsaecht ghi niet dat v dit ongeual geuallẽ -soude Licht v nv opwaert eñ besyet die sterrẽ -Neptanabus antwoorde hẽ eñ seide Nyemant -en mach ontulyen dat hẽ die goden gheset hebben -te geschien. want ouer langhen tijt heb ic -geweten eñ nv weet ic bet dat mi mijn kint doden -soude: Doe vraechde Alexander oft hi dan -sijn vader was Neptanabus seide hẽ Iae ic eñ -hi belijede hoe hi sijn moeder bedrogen hadde -eñ hi seide hẽ al wat hi haer te verstaen hadde -gegheuen. eñ nae desen woorden eynde hi sijn -leuẽ Doe nam hẽ Alexander op sinen hals wt -vaderlicker minnen eñ hi droech hẽ in die zale -eñ dede hem eerlick begrauen Eñ als hijt sijnre -moeder vertelde so hadde sy des groot wõder -dat sy alsoe bedroghen was: eñ sy seide haren -zone alle dat gheene dat haer geboert eñ -gheschiet was Ende sy seyde hem alle dingen -alsoe die gheuallen waren.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='vi' class='c005'>Hoe Alexander Pucifael bereedt.</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. vi</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Philippus die coninck van Macedonien -seynde in Delfos tot Appollijn den afgod -een groot present om hem te vragen: wye -nae hẽ regneren soude in sijn conincrike. Doe -antwoorde die afgod Appollijn Die so vroem -is dat hi Pucifael beriden mach: die sal coninc -wesen vã dinen conincrijke eñ oec van al die -werelt Dit Pucifael was een wreet wildt ors -als een lybaert eñ het was zeer groot snel eñ -goet. maer het hadde menighen man ghedoot -want het en liet nyemant op hem sitten Desẽ -ors hildt Philippus beslotẽ in een stal Op een -tijt ghinc Alexãder voerby den stal. eñ hi hoorde -dat ors neyen zeer vreeselick Doe vraechde -hi Ist een lybaert of een paert dat ic daer hore -neyen Ptholomeus die mit hẽ ghinc seide hem -Het is dat ors Pucifael dat alle die luden verbijt -Doe dede Alexander den stal ontsluten: eñ -alsoe haest als dat ors buten quã soe spranc hi -daer op eñ reedtet waer dat hi woude: sonder -enich bant of breydel Dat nochtans menigen -mensche wonder gaf. want Alexander noch -niet en was dan een kint van vijftien iaren: -Doe liep daer een sargant tot Philipp[us] eñ hij -dochte dat Appollijn dit voorseyt hadde Ende -die coninc quã haestelic tot sinen zone zeer blijde -eñ vroylick. eñ hi gruetede hem als een heere -van alle die werelt.</p> - -<div class='figcenter id001'> -<img src='images/ill_011.jpg' alt='' class='ig001' /> -<div class='ic002'> -<p>Hoe Alexander doe hij vijftien iaer out was hoorde dat te Pysen een steeckspul beroepen was Ende hoe Alexander daer den prijs wan.</p> -</div> -</div> - -<div class='chapter'> - <h2 id='vij' class='c005'>Hoe Alexander den prijs te Pysen wan:</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Cap:vij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als Alexander die ionghelinc -in sijn vijftiende iaer ghinc soe [ver]nam -hi dat te Pysen een spul van wapenen -beroepen was Eñ hi badt sinen vader -dat hi hem tot dien spele varen liet Eñ sijn vader -dede hem daer toe ghereyden paerden eñ -ander dingen die daer toe behoerden: eñ hi liet -hẽ eerlic derwaert varen Doe ginc Alexãder te -scepe eñ hi quã cortelic te Pysen geseylt Als hi -gelandt was, beual hi sinẽ knecht die paerden -eñ ginc selue die stat besyen Daer hi dus ghinc -soe ontmoette hẽ een coninc gehieten Nicola[us] -vã Acernae daer hi mede ter scolẽ gegaen had -mer die coninc onthaelde hẽ onwerdelick Doe -antwoorde hẽ Alexãder Bijder trouwen die ic -sculdich ben minen vader eñ m[~ij]re moeder Ic -sal di morgen moede vechtens maken. Want -kijuen is een bloode mans aert: mer een stout -man becortet mittẽ swaerde Eñ dit geuiel also -want Alexander verwan den coninc Nicola[us] -inden tornoy. eñ oec so proefde hi hẽ wel in allen -anderen saken eñ tgheuiel alsoe dat hij dẽ -prijs eñ die crone vanden spele wan Eñ also -keerde hi weder om te lande. ende hi vant dat -sijn vader sijnre moeder verstoten hadde: eñ -hi wilde een ander wijf nemen die Cleopatra -genaemt was: Ende het geboerde dat Alexander -opten seluen dach daer quam datmen die -bruyloft hildt. eñ hi brocht die crone vandẽ prise -eñ presenteerdese sinen vader ende hi seyde -Neemt heer vader die eerste crone van minen -ridderscap. Ende hi settese hem op sijn hooft. -Seggende Vader om minen wille sult ghi dese -bruyloft laten. ende mijnre moeder weder nemen -Daer nae ghinc hi sitten teghen sinen -vader ouer. eñ daer was een groot heere die -des onwaerdt hadde eñ hi hildt sinen spot mit -alexander. Doe seide hẽ Alexander: dat hi sijn -spotten laeten soude. oft het soude hẽ rouwen -daer quaem of wat dat mochte Maer die here -en wildet niet laten Doe nã hi een croes van -der tafelen eñ hi sloech hem daer mede op sijn -hooft also stijue dat hi mitten slage doot bleef -Hier om wort Philippus die coninc vã Macedonien -soe gram op sinen zone Alexander dat -hi op stõt om hẽ te slaen. eñ doe quetsede Alexander -den coninc Philips diemen hildt voor sinen -vader in sijn been. ende hi iaechde alle die -ghene die teghen hẽ waren wten palayse mit -sinen swaerde Eñ als Philippus alexanders -vader genesen was soe versoende hi tegen s[~ij] -zone: eñ hi haelde Olymphias alexãders moeder -weder om:</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='viij' class='c005'>Vanden wijsen ende waerachtighen man Socrathes.</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capittel viij:</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Tot desen tijden was die wijse Socrathes -vermaert. eñ hi was soe waerachtich in -sinen woorden. soe wat dat hi seide. datmens -al geloefde sonder eedt Op eenre tijt hadde hi -te Athenen ghenoech gedroncken: eñ hi ghinc -doen voor menigen iongelinc ligghen mitten -hoofde inder schoonster ioncfrouwen schoot -die binnen alle die stadt ghemeen sat om ghelt -Ende doe wedden die ionghelingen tegen dat -ghemeen wijf dat sy nv noch nimmermeer en -soude moghen doen wat sy oec daer toe dede. -dat hi haers pleghen soude moghen Eñ doen -dede dat wijf mit hem al dat sy woude: maer -niet en woude hi bi haer ligghen. Doe seyden -die ionghelingen Wij hebbent ghewonnẽ. Sy -antwoorde daer op Ic waende gewedt te hebben -eñ pandt gheset te hebben van enen man -die vleysch eñ beenen ghehadt hadde. maer hi -dunct mi bet een steen te wesen dan een meusche -Dese Socrathes plach te seggen Ic hebbe -dicwijls ghesproken datter mi afterdeel of gecomen -is: maer van zwygen en quam mi nye -scade noch scande daer ic afterdeel in hadde</p> - -<div class='figcenter id001'> -<img src='images/ill_015_025.jpg' alt='' class='ig001' /> -<div class='ic002'> -<p>Hoe dat Macedonien teghen den coninc Philippus op steken woude Ende hoe Philippus Macedonien wan:</p> -</div> -</div> - -<div class='chapter'> - <h2 id='ix' class='c005'>Hoe Philippus Macedonien wan</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. ix</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Tot deser tijt quam Philippus dẽ coninc -nyeumare dat Macedonien teghens -hem op steken wilde Doe vergaderde -hi een groot heer eñ hi beleyde die stede Ende -hem wort van opter muren sijn rechter oghe -wt ghescoten Maer nochtãs en liet hi sijn oerlogen -daer om niet. want waer datmen street -eñ stormde daer was hij oeck mitten anderen -Eñ al wortet aldus wt gescoten nochtã was -hi der stat niet te felre Wãt doe die vã binnen -an hẽ genade sochtẽ: soe dede hi al dat sij hẽ baden -eñ hi was hẽ zeer goedertieren indẽ pays -te makẽ In deser tijt warẽ oec in gryekẽ veel -vaster stedẽ die wel beuest eñ bemuert waren. -eñ elck wilde die stercste wesen: eñ sij droegen -ouer een die een den anderẽ bij te staen in haere -noot eñ dat hildẽ sij wel Desen steden lach -hi aen mit behendicheden die een na die ander -soe dat hijse al onder hẽ brochte. eñ al dat lant -van Gryeken mede:</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='x' class='c005'>Hoe dat Alexander Darius dẽ tyns ontseide</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capittel x:</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als Othus die coninc vã Persen xxvi iaer -gheregneert hadde soe sterf hi. eñ sijn zone -Erges die oec arsamus hiet regneerde nae -hẽ vier iaer Eñ als hi sterf so regneerde Dari[us] -sijn zone in Persen eñ in Meden Maer Alexãder -Philippus zone wan hẽ den strijt vromelic -of Tot dien tijdẽ staken die vã Macedoniẽ tegen -Philippus harẽ coninc Doe sende Philippus -sinẽ zone alexan[der] mit een groot heer om -die stat te winnen Alexander beleyde die stat -eñ hadse cortelic tot sinen wille Eñ als hi weder -õ gecomen was eñ sinen vader die tijdinge -brocht dat hi die stat gewõnen hadde Soe sach -hi in die zale staen vremde luden wt verren lãde: -want hi kendese aen die vreemde clederen -Hi vraechde hẽluden van waen dat sij warẽ, -eñ wat sij begeerden Sij seiden hẽ dat sij waren -boden des conincx Darius vã Persen: eñ -sy quamen daer van sinen weghen om te ontfãgen -den tyns eñ dẽ tribuyt vanden lãde eñ -vanden water datter doer loept Alexander [ver]wonderde -hẽ zeer van desen eysch eñ zedẽ Eñ -hi seide tot een vã desen boden aldus Hoe is -dit vercopẽ vã Persen aldus. en heeft god niet -den luden die elementen ghegeuen eñ gedeylt -dat sijse ghebruyken sullẽ tot hare nootdrufte -int ghemeen Segghet Darius dat hi dese castumen -of legghe: eer ic daer om vergramt worde: -Of seght hẽ en wil hijs niet doen. dat hem -Alexander alsoe nae comen sal dat hi des grã -wordẽ sal Daer om vaert haestelic wech. ende -seght uwen here dat hẽ hier cleyn noch groot -geboeren en sal Hier en binnen stac daer een -ander stat op tegen dẽ coninc Philippus. eñ hi -gaf alexander een groot heer om die stat mede -te bestriden Als Alexander wech was so quã -daer een groot heere genaemt Pansames die -zeer fyer van hẽ seluen was. eñ hi wort alexanders -moeder zeer beminnẽde Doe dese Pansames -bodẽ van minnen an Olymphias sende -Soe ontboet sy hẽ weder. dat sy hẽ gherne te -mãne nemen soude: waer die coninc Philippus haer man doot ware</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xi' class='c005'>Hoe Philippus sijn doot wraecte</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capit xi:</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Pansames hadde gewacht dat alexander -in oerlogen lach mit een groot heer Wãt alexander -wort op die tijt also zeer [ver]maert vã vromicheden -datmen hẽ zeer ontsach: Dese Pansames -quã mit groter macht op Philippus dẽ -coninc ter wijlen dat Alexander wech was eñ -hi wilde Philippus ter doot brengen, eñ hi nã -Olymphias die coninghinne mit crafte Maer -die auẽture geuiel also dat alexãder thuis quã -varen ter wijlen dattet gheuechte was. eñ hi -vinc dien Pansames. Als alexander vernam -dat sijn vader noch leefde soe brocht hi Pãsames -voor hẽ. eñ hi gaf hẽ een bloot swaert in -sijn hant eñ hi hiet hẽ dat hi hẽ seluen wreken -soude ouer sinen vyãt Eñ Philippus stac Pãsames -doer sijn gemacht dat hi doot bleef Eñ -doe Philippus cranc begonst te wordẽ so seide -hi Mi en is niet leet dat ic steruẽ sal: wãt hi is -doot die mi geslegen heeft: Mer Alexander lieue -zone ic peynse om die woordẽ die mi v moeder -seide als sy v droech Ic heb begheert eenen -wreker. eñ mit desen woordẽ so sterf hi Die coninc -Philippus conste veel vã wapenen ende -vã ridderscap eñ hi was een cloec orlochs mã -eñ hi was altijt wel versyen vã wapenen eñ -van scatte om te wederstaẽ al wes hi te doen -hadde Hi was altijt op sijn hoede eñ nimmer -meer en was hi moede rouens. als nv was hi -ontfermhertich eñ als nv loos Eñ ten dochte -hẽ gheen misdaet al haette hi enen man altijt -noch hoe hi hẽ verwinnẽ mochte wast heymelic -of mit logenẽ Hi was goedertierẽ eñ moordadich -eñ hi beloefde meer dan hi dede: hi was -vrient daert hẽ vromen mochte: maer anders -en mocht nyemãt aen hem comen. Hi toende -vrientscap dẽ gheenen die hi haette: eñ die vriẽden -waren maecte hi tonvriende Eñ hi conste -hẽ wel an beyde syden vriendelic gelaten. om -vordeel daer an te verweruẽ. hi was oec zeer -scalc in s[~ij]re talen Valerius scrijft oec vã Philippus -dat hẽ eens ontboden was dat alexãder -sijn zone vrientscap beiaghen wilde an enighe -ludẽ mit gelde Doe screef hi an hem O Alexander -lieue zone Waer hebt ghi gheleert dat ghi -vriendẽ mit gelde copen wilt daer gheen trouwe -in wesen en mach: Want die vrienden die -men mit gelde coept alsmen hem niet meer en -gheeft so is die vrientscap al gedaen Hi scrijft -oeck hoe Appollijn Philippus ontboet een teyken -s[~ij]re doot aldus: want hi hiet hẽ wachten -vanden waghen Hier om brac die coninc Philippus -alle die waghenen van sinen lande eñ -hi dede karren daer voor makẽ Mer Apollijn -die meende dat die waghen die in Pansames -swaert gescreuen stõt een teyken daer Philippus -mede [ver]slagen was Philippus die coninck -van Macedonien badt sinen zone Alexãder d[at] -hi mit schone woordẽ die ghemeente te vriende -soude houden. eñ dat hijse vriendelick toe spreken -soude als hijse gemoette. eñ oec dat hi die -ridders vrientscap soude bewijsen als hijse gemoette -eñ dat hijse mit hẽ ten eten soude leydẽ -Orosius scrijft dat Philippus die coninck des -daechs te vorẽ eer hi gheslegen was gevraecht -wort. wat doot dat hi alre liefst te steruen had -Hi antwoorde Ic prijse datmen enen grotẽ here -nae veel zegen eñ eeren die hi gewõnen heuet: -datmen hẽ sonder vreese oft verradenisse -verslae als hi sittet in payse eñ in groter eren -eñ dat hi dan sterue sonder euel of ziecheit Eñ -dit selue geschiede hem: eñ die goden en mochtent -niet beletten. al hadde hi haer luttel eren -gedaen Wãt al hadde hi haren tempel eñ haer -outaer beroeft. nochtãs en mochten sijt niet beletten -hi en sterf alsoe hi begeerde Hi plach oec -haer beelden te breken an stuckẽ om die giericheyt -vãden goude daer sij of gemaect warẽ</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xi2' class='c005'>Hoe Alexander sijn rijck ontfinc</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca:ix</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als die coninc Philippus doot was. so õtfinc -alexander sijn zone altemael sijn rijcke -Maer Alexander was quaeder eñ vromer -dan sijn vader was Sinte Augustin[us] bescrijft -dat Alexander eñ sijn vader altijt naerstelick -stonden om die zeghe te winnen Mer alexan[der] -auentuerde hẽ seluen opẽbaerlick om die zeghe -te crigen sõder verradenis: eñ Philips die vader -gaf hẽ node in die auenture. mer al slupende -eñ mit verradenis plach hi meer s[~ij] vyandẽ -te verwinnẽ Hier om was hi die wijste diemẽ -vandt: mer alexander sijn zone was meerder -vã moede Philippus als hi toornich was. so -bedecte hi dat als een wijs man. maer alexander -en micte daer niet op. wãt als hi grã was -soe en wasser gheen maete noch redene inne: -Beyde drõcken sij gherne wijn eñ dicke warẽ -sij droncken Maer haer drõckenscap was twederhaude: -wãt als Philippus drõcken was so -en achte hi niet hoe verre eñ onueruaerliken -dat hi liep onder sijn vyandẽ. Mer als alexander -drõcken was soe moestent sijn vriendẽ ontgelden -Alexander wilde ontsyen wesen. mer -sijn vader wilde gemint wesen: Philips was -vol sorgen eñ wel sprekende. eñ alexander en -brack nyemande trouwe Philips was ghenadich -eñ zeer goedertieren op die gheene die hi -verwan: mer alexander was des veel te stouter -eñ te ouerdadigher Doe Philippus gestoruen -was soe dede hẽ alexander eerlick ter aerden -doen. ghelijck alst hem betaemde nae sijn -coninclike werdicheit Doe dede alexãder cleyn -eñ groot al ontliuen die hulp raet of daet tot -Philippus s[~ij]s vaders doot gegeuen haddẽ: sõder -alexãder sinen broeder Ende dat was om -dat hi hẽ gruetede ouer coninc dat eerste dat hi -hem ghemoete Hi dede doden Mercenarus s[~ij] -broeder van sijns vaders weghen. om dat hi -seide dat hẽ dat rijcke mit rechte toebehoorde</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xij' class='c005'>Hoe Alexander sijn heer vergaderde</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. xij:</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Nee Philippus des conincx -doot wort Alexander gecroent coninck -in Corinthen dat is die hooftstadt in Gryeken -Eñ doe vergaderde hi alle sijn heer eñ hi -wan Athenen eñ Thebeen Op eenen nacht -als Alexander op sijn bedde lach eñ hi peynsde -hoe hi Asyen winnen mochte. Soe quam god -voor hẽ staen gecyert mitten ghewade dat der -Ioden groote pape an plach te hebbẽ in sijnen -dienst indẽ tempel Eñ mit sijne claerheit wort -den nacht inder zalen lichter eñ claerdere dan -die dach wesen mochte Eñ hi sprac Alexander -aen eñ seide. dat hi in hem betrouwede Ende -dat hi trecken soude ten rijcke vã oesten wert -want hi soude hem helpen dat hijt al winnen -soude Ende doe vraechde hem alexander wye -dat hi was eñ hoe hi hiete Die god seide hem -Waer bi soe vraechstu minen naem die alte zere -wonderlick is: doet dat ic di segghe Eñ den -mensche dien ghi syen sult in deser gelikenisse -doet hem doch eere: Eñ hier mede so ontuoer -hem god Tot dier tijt plach men oeck eñ daer -te voren te doen: dat elck mensche nae s[~ij] doot -oft oec nae sinen lieuen vriendt dede makẽ een -beelde dat zeer properlic eñ hem wel ghelijck -was Eñ dit dede Alexander oec doen Eñ doe -ginc hi staen voor Philippus sijns vaders beelde -eñ hi seide tot sijnen volcke Die hem totter -wapenen willen gheuen mit mi Alexander. hi -bereyde hem nv Want het dunct mi nv tijt wesen -eñ het is wel recht dat wij eerst beginnen -te striden opten ghenen die ons nv hier voortijts -bescadicht hebbẽ. eñ op die ghene die ons -nv alle onse vryheit nemen willẽ. Alle die ridders -eñ alle dat edel volck warens alexander -toe in deser saken Doe ontsloet alexander s[~ij] -vaders scat eñ hi gaf soudie gout eñ siluer eñ -hi gaf wapen alle die ghene diet te doen haddẽ -Hier mede vergaderde hi een groot heer. õder -te paerde eñ te voet lxx: m: eñ vij: C: eñ iiij: C. -stouter mannen: onder ionghelinghen: oude. -eñ graeuwe. die hier voortijts mit hẽ eñ sinen -vader geoerloecht haddẽ Want in alexanders -heer en hadde nyemant voechdije noch heerscappie -hi en was tseuentich iaer oudt Eñ binnen -alle sijn heer soe en peynsde nyemant om -te vlyen: maer sij peynsden altijs om die zeghe -eñ om te verwinnen Ende hi nam sijn costen -mildelijc wt sijns vaders scat. eñ hi dede veel -scepen maken eñ daer mede voer hi te creten -eñ in lythonien Eñ al dat lãt toech hi mit subtijlheit -aen hẽ. eñ hier nae wan hi Cecilien Eñ -corts daer na voer hi doer Ytalien eñ daer õtfinc -hẽ die stadt van Romen eerlick ende wel. -Want sij senden hẽ heymelic in sijn ghemoet: -daer alle die stat vã Romen te samen an stont -eñ die Romeynen brochten alexander eẽ schone -duerbaer crone ghemaect van finen goude -eñ ghesteenten Eñ dese crone gaf hi hẽ in een -teyken eñ tot eenre gedenckenisse om dat die -vrientscap vã hemluden langhe dueren soude -Alexander ontfinck dese crone herde gherne. -eñ hi onthaelde Elminisse harde wel mit veel -schoonre talen die hi wel conste: eñ daer nae -liet hi hẽ vriendelick van hẽ scheyden Hier bouen -senden die Romeynen alexander twee: m. -mans eñ xl: pont ghewegens gouts Aldus so -voer alexander te Affriken waert Eñ hi reet -sonder eenige wederstoet mit al sijn heer alle -Lybien doer: eñ hi quam aldus mit alle sijnen -volcke in Egipten mit scepen te water ende te -lande Doe hi in Egipten quam soe ontfinghen -hẽ eerlic eñ sij hilden hem voor haren heere</p> - -<div class='figcenter id001'> -<img src='images/ill_015_025.jpg' alt='' class='ig001' /> -<div class='ic002'> -<p>Hoe Alexander Cyrien eñ Tyren beleyde. eñ hoe dat hijse te samen verwan:</p> -</div> -</div> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xiij' class='c005'>Hoe Alexander Cyrien eñ Tyren beleyde. eñ hoe dat hijse te samen verwan:</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capittel xiij.</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander sach in Egipten staen een beelde -ghemaect van swarten marbersteene -Doe vraechde hi wat dat beelde beduyde Dat -beelde antwoorde hem ende seide. dattet was -Neptanabus die wel eer die vã Persen õtulogen -was wt Egipten eñ liet sijn rijck als hem -Othus die coninc vã Persen [ver]dreef Want die -auenture liep Neptanabus soe teghens -daer niette bliuen Als alexander dit [ver]stont so -dede hi dien beelde eere als sijnen vader. eñ hi -aenbedet eñ gruetedet oetmoedelic eñ hi seide -dat hi Neptanabus zone was Wt Egiptẽ quã -alexander in Syrien: eñ tot wat steden dat hi -quã die toech hi an hem Maer doe hi te Tyren -quã so sloten die vã binnen die poorten voer -hẽ Doe beleyde Alexãder die stat om te winnẽ -wãt hi meende die stadt te winnen mit eenen -storm. mer daer bleuen veel vã sijn luden doot -Hier om toech alexander bet afterwaert. om -sijns gemacx wille eñ hi beleyde die stat sterkelic -eñ hi dreychdese zeer dat hijse winnẽ soude -Eñ alexander seynde bodẽ mit brieuen in die -stede die aldus spraken Ons hadde genoech geweest -eñ recht ghedocht dat ghi ons goedertirenlic -uwe stadt op gegeuen hadt: wij soudẽ v -hoeschelic ontfangen hebbẽ. Maer om dat ghi -die eerste sijt die tegen ons te striden begint. so -sal alle die werelt een vreeselic exempel an v -luden nemen. Wãt ghi sult corts weten of die -Gryeken stridẽ kõnen of niet: eñ sijt ghi wijs -so sijt ghi gesont. mer sijt ghi onwijs soe suldt -onlange ghesont wesẽ: ist dat ghi inden wille -blijft daer ghi nv in sijt. Die heren vãder stat -deden alle die boden die die brieuẽ brochten doden -eñ aen een cruyce slaen Als Alexander -dat vernã soe toech hi derwert al verwoet eñ -hi wan ter stont die vaste stede eñ hi vernieldese -eñ verbrandese Eñ hi dedet al doot slaen -wijf eñ kiut eñ alle datter inne was cleyn eñ -groot Eenighe willen seggen dat Alexander -Darius tweewerf in stride verwonnen hadde -eer hi Tyren beleyde eñ wan</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xiiij' class='c005'>Hoe Darius Alexander brieuen screef</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca xiiij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Doe Alexander Syrien gewõnen hadde: -soe seynde hẽ Darius brieuen: die aldus -spraken Ic Darius coninc der coningen eñ der -goden vrient aen Alexander sinen knecht Ick -beuele v alexãder dat ghi weder keert tot uwe -magen die mijn dienaers sijn: eñ keert weder -in dijns moeders schoot eñ leert wat manlicheit -eñ stouticheit is Hier toe heb ic v oeck ghesondẽ -een geessel eñ een bal eñ oec enen sack -mit gelde: Bi die geessele sult ghi verstaen dat -ghi noch noot hebt vã dwange Den bal sende -ic v dat ghi daer mede spelen sult alsoet v kinsheit -toe behoort. want v en betaemt noch niet -eenighe wapẽ an te vaten Maer ghi hebt ghedaen -als een rouer eñ kintschelic ons rijck aẽgegaen. -Want al hadt ghi alle die rouers van -den lande vergadert mit v: soe en moecht ghi -dat rijck vã Persen niet doer varen alsoe veel -volcx hebbic mit mi dattet ghelijc is den zande -dat ander zee leyt Voort soe ben ic alsoe rijcke -van siluer eñ van goude dat ick alle die aerde -daer mede soude mogen bedecken dat ic wilde -Hier om sende ic di ghelt om datstu daer mede -sult copen dij eñ dinen heer dat sij behoeuẽ int -weder keren: tot d[~ij]re teringen Maer en wilt -ghi ons ghebot niet doen. soe sal ic luden op v -senden die v vanghen sullen eñ slaen als een -sot. eñ sij sullen v gebonden voor õs brengen.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xv' class='c005'>Hoe Alexãder Darius weder screef</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca: xv</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Dusdanighe letterẽ eñ talen en behaechdẽ -die princen niet wel. eñ sij waren versaghet -Doe seide alexander hẽluden Ontsyet ghi -v vã hogen woordẽ daer niet an en leit. dit en -is gheene wijsheit maer het is die cleyne hondekens -maniere. wãt soe sij crancker sijn so si -meer grimmen: Doe riep alexander den bode -die dese boetscap brocht voor alle sijn edel ludẽ -eñ hi ghaf hem alle dat ghelt dat sij brochten. -Eñ hi gaf hẽ brieuen die aldus sprakẽ Ic Alexander -heer der coningen eñ der goden maech -ontbiet Darius saluut eñ ic segge dat hẽ naerstich -is dat soe groten coninck als ghi v beroemet -dat ghi in soe swaren bedwaughe comen -moet onder soe cleynen volc als mit mi is Iae -oec dat ghi mi alexander te dienste staen moet -Wat meent ghi dat ghi v alsoe rijcke scrijft te -wesen vã siluer ende goude En weet ghi niet -dat alle volc gemeenlic niet en begerẽ dã gout -eñ siluer Hier om sullen wi veel te stouteliker -op v striden om v dat grote goet of te winnen -onse sculden mede te betaelen Ghi hebt mi een -gheessel eñ een bal ghesent eñ oec mede ghelt: -mer mi dunct dat dit grote dingen beduyt Die -geessel beduyt dat ic v cortelic in bedwanc hebben -sal Den bal beduyt al die werelt dat icker -here of wesen sal Eñ dat gelt dat ghi mi sendt -beduyt dat alle v goet cortelic mijn wesen sal.</p> - -<div class='figcenter id001'> -<img src='images/ill_029_045.jpg' alt='' class='ig001' /> -</div> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xvi' class='c005'>Hoe Darius tegen Alexander street</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. xvi</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alsmen voor Darius dese letterẽ las. soe -wort hi daer õ zeer toornich Eñ hi screef -narstelic tot alle sijn princen die daer woendẽ -ouer dẽ berch Taurus binnen sinẽ rijcke eñ seide -Ic heb vernomẽ dat Alexander een iõgelinc -Philippus zone vã Macedoniẽ mit cleyn volc -Asyen moyet. eñ ic gebiede v dat ghi hẽ haestelic -vaet eñ slaet eñ cleedt hem mit purpure eñ -seyndten ons also gheuãgen: Mer sijn scepen -eñ sijn heer cleyn eñ groot dat doet versinckẽ -in die zee: Eñ sijn ridders eñ soudeniers worden -geuãgen op die roode zee Hier en binnen -screef Darius weder so grote eñ sware woorden -an alexander dat der talen eñ weder talẽ -anders niet en warẽ dan datmẽt mittẽ swaerde -becorten soude Also Iustinus scrijft soe [ver]gaderde -Darius doe te stride seuen C:M: mãs -dat alle ridders waren Alexander eñ sijn volc -vochten daer soe vromelic tegen Darius volc. -dat Darius eñ sijn heer zeer gescoffiert wordẽ -Want sij sagen dat grote onweder: als hagel -eñ wint eñ regen op hẽ vallen quam Soe dat -hẽ dochte dat die goden mit alexander eñ tegẽ -hem vochten: eñ sij vlogen alle wech die ontulieden -mochten Ende Darius was die eerste -die daer vloech. want hi verloes sinen wagen -eñ hi sat op een paert eñ hi ontreedt haestelic -Hier wort veel vã Darius volc verslagen Desen -strijt bestõt Alexander mit ix. M. mans te -voet eñ M: ridders Maer vãden regen eñ onweder -dat op die van Persen viel. dat en õderscheyt -nyemãt dan alexãders hystorie die also -seyt Dat alexãder sijn heeren eñ sijn dode mãnen -eerlick dede begrauen Eñ dat om dese victorie -eñ zeghe alle die meeste heeren vã Asyen -aen alexander vielen eñ hulde eñ vrientscap -mit hem maecten.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xvij' class='c005'>Hoe Alexander Thebeen destrueerde</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capittel xvij:</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hier na quã alexander weder in Gryekẽ -mit grooter macht õ een meerre heer te -vergaderen eñ machtelicker teghen Darius te -stridẽ: mer hi moeste liden doer die stat Thebea -Mer die stat wilde tegen hẽ striden eñ si slotẽ -die poortẽ voor hẽ Doe viel Alexander voor de -stat mit sinen volcke õ die vã binnen deser eeren -te dãcken Doe quã daer een mã genaemt -Cleades mit eenre herpẽ eñ viel voor alexan[der]s -voeten eñ speelde zeer soetelic eñ hi sanck dit -lydekijn voor alle sijn heeren O Alexander coninc -der coningen heere: Ghi moecht dese stat -noode bederuẽ die die ontsterffelike godẽ eerst -maecten eñ die daer in waren geboren Want -Liberbatus eñ die groote god Hercules warẽ -in dese stadt geboren Asyon maecte dese vestẽ. -Dan hẽ sijn comen alle die voorbarichste van -dinen geslachte Maer alexander en achte niet -op desen sanc eñ hi was so gram dat hi al die -stadt dede slechten eñ [ver]barnen Hier na beleyde -hi Athenen die oec gekeert was mit die vã Persen -bi Domestenes rade eñ die vã Lacedomen -wãt Domestenes had hier of gehadt grooten -scat Ochines gaf die vã binnen raet dat sy hẽ -op geuen soudẽ: mer Dyomedes ontriedet ende -hi wilde datmen die stat tegens hẽ hilde. Doe -vraechde die stat Domestenes dat hi seggen soude -wyens raet dat hem beste dochte vã desen -tween Hi seide datmẽ Ochines raet doen soude -Eñ men koes Domestenes dat hi die boetscap -doen soude an Alexander eñ dat hi hẽ brochte -een gulden crone. eñ dat dede hi: Doe Athenen -mit alexander [ver]soent was. soe versoende oec -Lacedomen. eñ sij brochten alexander oec een -guldẽ crone Iustinus scrijft dat dit gheuiel eer -alexãder in Asyen quã eñ eer hi tegen Darius -street Dyomedes seit een woort dat zeer an te -merckẽ is Doe ict: laet ict. nv merct dit: ic hebbẽ -ewelic verlorẽ: nv kyest die scade of dẽ toren</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xviij' class='c005'>Hoe Alexander Darius sochte</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. xviij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander bereyde hem anderweruen -tot Darius wert: eñ hij bestont eenen -swaren wech Want Darius lach doen mit sijnen -heer op die Tygre: eñ hi hadde daer tot s[~ij]re -hulpe vier hõdert duysent mannen te voete -eñ C.m: vrome ridders als Iustinus bescrijft: -Doe alexander dit vernã soe badt hi sinẽ here -dat sij willichlic vechten soudẽ õ des ghewins -wille eñ niet wt vreesen Als Alexander tot -Darius waert reedt soe voer in sijn heer mit -hẽ een ridder wt Persen gewapẽt als die grieken -Dese ridder stont eñ wachte een wijle eñ -meende Alexander doot te slaen: mer dat benã -een polette die hi op sijn hooft hadde Ter stõt -soe wort dese ridder gevangen eñ men brocht -hẽ voor alexãder Eñ hi vraechde hem. Wat hi -hem wilde Die ridder antwoorde hẽ In enen -vermeten bẽ ic hier gecomẽ Wãt had ic v doot -geslagen eñ ic dã ontreden hadde so soude mi -Darius sijn dochter hebbẽ gegeven. eñ een groten -deel vã sinen rijcke Alexander prijsde hem -dese vromicheit eñ hi hiet hẽ vry wech rijden. -Als Alexander Darius naecte soe dede hi een -wõderlic dinc Hij dede veel beesten vergaderẽ -eñ hi dede hẽ an die hoornen eñ sterten rijsen -binden. om dattet een woudt eñ een bosch soude -schijnen van veere Ende om dat hi mitten -rijsen die sij nae hem sleepten aenden stert die -droghe mollen of sant zeer soude doen stuuen. -eñ datmen also niet en soude mogen bekẽnen -dat heer datter after quam Men beghan daer -te vechten eñ alexander wort daer ghequetst: -Ende den strijt wort soe sterck. datmen lange -twijfelde wye die zeghe hebbẽ soude Maer int -eynde vloet Darius eñ alle sijn heer mit hem: -Eñ vas sinen heer worden verslagen lxiij:m. -mans te voet eñ x:m. ridders. eñ daer waren -geuangen lx:m: mãnen. Hier teghen verloes -Alexander van sijnen luden hondert eñ xxx. -mannen. noch hondert eñ L: Ende aldus soe -verginc den strijt.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xix' class='c005'>Hoe Alexander Darius scat verwerf</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capit: xix</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>An deser tijt wan alexãder op Darius eẽ -ontallich scat: wãt daer was also menich C. -marck gouts dattet Alexãder des groot wonder -gaf Hier vinck alexander Darius moeder -sijn wijf sijn kint eñ sinen broeder Maer den -scat eñ dat goet dat hi hier wan dede hẽ alte -zeer verheffen. wãt hier nae volchde hi ouerdaet -eñ weeldicheit eñ hi leyde alle sijn herte -an vrouwẽ Eñ sõderlinge wort hi minnende -een wijf die hi geuãgen hadde genaemt Barsenes -Eñ hi wan an haer een zone die hi Ercul[us] -dede hieten. maer altijt docht hem dat Darius -noch leefde Doe benal alexander Persemone -dat hi voer op die zee vã Persen eñ dat hi niet -anders en dede dan dat hi alle die scepen vinghe -die hi vonde vã Darius syden Alle die heren -vãden lande daer ontrent vernamen vã -der victorien die alexander hadde: ende sij quamen -allegader tot hẽ eñ gaven hẽ op al haer -landt eñ goet Eñ Alexander settede sijn vriẽden -daer in alsoe hi wilde. eñ hi gaf hẽ groot -goet eñ rijcheden nae dat hẽ elck waert docht -eñ nae dat sij hẽ vrientscap trouwe eñ bijstãt -bewesen eñ gedaen hadden:</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xx' class='c005'>Van Alexander opten berch Gariesim.</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capit. xx.</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Doen Darius sijn heer eerst vergaderde. -om tegen alexander te striden So wort -Sarabella [ver]blijt dien hi prince gemaect hadde -ouer die ryuiere vã Eufrates Eñ hi pensde d[at] -hi Darius te gemoete varen soude als hi Alexander -[ver]wonnen hadde. eñ bidden om oerlof -dat hi Manasses sinẽ behuweden zone een tẽpel -maken mochte op dẽ berch Garisien Want -Sarabella was soe out dat hi ter oerlogẽ niet -en voer Mer het geuiel anders dã hi meende -Wãt Alexander eñ die Gryeken verwonnen -Darius eñ sijn heer. eñ sij vingen sijn moeder -sijn wijf. s[~ij] kint eñ sinen broeder als voerseit -is Nae desen strijt houdẽ sõmighe boeken dat -alexander eerst quã Syrien eñ vã Damas eñ -Sydonen eñ beleyde Tyren Doe nã Sarabela -mit hem viij:m: mãnen eñ voer Alexander te -hulpe: eñ hi seide dat hi hẽ lieuer te dienen had -dan Darius: eñ dat hi hẽ op soude geuẽ die steden -die onder hẽ waren Alexander ontfinck -hẽ eerlick: Eñ als Sarabella den tijt te punte -sach so seide hi alexander dat hi hadde eenẽ behuwelicten -zone Manasses die des princen vã -den ioden papen broeder was. eñ dat veel ioden -mit hem waren eñ sij seiden dat si gherne -soudẽ maken bi sinen oerlof op een sonderlinghe -stat enen tẽpel Eñ hi seide dat die Alexander -zeer oerbaerlic wesen soude Want waren -der ioden macht aldus in tween ghedeelt. soe -en souden sij niet teghen hẽ steken Doe gaf hẽ -Alexander oerlof Eñ doe ginc Sarabella zeer -naerstelic enen tempel eñ een outaer stichten -opten berch Garisiem Desen tempel stont tot -datten die Romeynẽ destrueerden: eñ hier in -maecte hi Manasses prince vãden papen</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxi' class='c005'>Hoe Alexander tot Iadus dẽ groten pape van Iherusalem om succoers sende</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. xxi</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als Alexander Tyren beleydt hadde soe -screef hi tot Iadus den prince vãden papen -in Iherusalem. eñ hi badt hem dat hi hem -succoers senden wilde eñ dat hi vytaelge dede -bereydẽ tot sijns heers behoef: eñ dat hi hẽ den -tribuyt sende die hi Darius te geuen plach Iadus -die prince vãden papen antwoorde dat hi -Darius eedt gedaen hadde eñ dat hi dien niet -breken en mochte also lãge als Darius leefde -Doe wort Alexander gram eñ hi dreychde die -ioden: eñ seide dat sij aen hem gewaer souden -worden wyen sij schuldich waren beloften te -houden Daer na dede alexãder grote drachten -draghen inder zee totter muren van Tyrẽ dat -men te voete gaen mocht an die muren. want -Tyrus stont datter die zee al õme liep Eñ doe -Nabugodonosor daer voor lach so dede hi an -die een syde veel steens dragen om sinen heer -eenẽ wech te maken totter poorten: mer õ dat -die stat hẽ op gaf so en volmaecte hi den wech -niet: mer Alexander volmaecten nv Doe Alexander -Tyren geslecht hadde so beleide hi Gasam. -eñ daer bleef Sarabella doot Als alexãder -Gasam te wille hadde soe haeste hi hẽ zeer -te Iherusalem waert Eñ doe die iodẽ dat [ver]namen -soe ontsagen sij hẽ zeer: eñ sij baden gode -dat hijse vertroesten soude: Eñ sij deden haer -offerhande Doe badt Iadus die pape ouer alle -dat volc Eñ als hi nader sacrificien in slaepe -gewordẽ was: soe opẽbaerde hẽ god eñ hiet hẽ -dat hi betrouwen hadde: eñ dat hi die stat mit -hoeden eñ mit bãden eñ cronen pelleren soude -eñ dat hi sijn bisscops gewaede an dede eñ -dat hi mitten papen alsoe wt ghinge Alexander -te ghemoete Eñ als Iadus vãden slape õtwaecte -soe seide hi alle den volcke dit vysioen -Eñ als hi wiste dat Alexander niet verre van -der stat en was soe ghinc hi wt als voorseit is -mitten papẽ mit eenre schoonre menichte vã -poorters tot eenre stadt diemen Sophim hiet: -ende van daen mochtmen lichtelick Iherusalẽ -ende den tempel syen:</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxij' class='c005'>Hoe Alexander ons heren naem aenbede:</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capittel xxij.</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hier geuiel dat nyemãt van alle den ghene -die den coninc volchden ghemeent en -hadde Want doe alexander den prince vãden -papen ansach gecleedt mit des bisscops gewaden -Eñ op sijne myter die gulden plaete daer -ons heren naem Tetagramaton in ghegroueret -was Soe gedochte hi gods die hem opẽbaerde -daer hi in sijn bedde lach eñ die hem beloeft -hadde dat hi hẽ helpen soude dat hi wonne dat -rijck vã Oesten Doe stont Alexander haestelic -van sinen paerde eñ hi ghinc alleen tot voor -den prince vanden papen. eñ hij viel langhes -voor hẽ op die aerde. eñ aenbede ons heeren -naem eñ hi dede den bisscop eere. Die princen -van sinen here haddẽ des alte groot wonder: -eñ sij meendẽ dat des conincx herte in bedwãghe -gheweest hadde Maer Pertemeus die sijn -sõderlinge vrient was vraechde hẽ: waer om -dat hi der ioden pape angebeden hadde Die coninc -antwoorde hẽ eñ seide Ic en aenbede den -pape niet: maer ic aenbede god wyens dienste -dat hi doet Want doe ic was in Lycie in Macedonien -landt soe sach ic hẽ in desen habite Eñ -doe ic pensde of ic soude mogen verwinnẽ soe -hiet hi mi dat ic gelouen soude: want hi soude -mijn heer geleydẽ eñ leuerẽ int rijck vã Persẽ -Want eerst sach ic in desen pape sijn gelikenisse -eñ ic heb dat vast geloue dat mi geschieden -sal dat hi mi beloeft heeft. Hier om aenbede ic -gode eñ ic dede den man eere Doe dede Alexãder -sijn heer after treckẽ. eñ hi voer mit luttel -luden in Iherusalem eñ dede gode offerhande -inden tẽpel alsoe hem Iadus die prince vanden -papen wijsde eñ hiete Doe brochten sij voordẽ -coninc Daniels boekẽ eñ toenden hẽ datter in -gescreuen was hoe dat een Griex coninck die -macht vã Persen tonder doen soude Alexander -was hier om zeer blijde. wãt hi hoepte dat -dit van hẽ geseit was Eñ des anderen daechs -dede hi dat volck vergaderen eñ hiet hẽ eyschẽ -wat sij wilden Eñ om haer versoeck so oerlouede -hi hem dat die ioden alle die werelt doer -waer sij waren haer wet houden mochtẽ: eñ -hi scout hẽ quijt van alle tribuyten vanden seuenden -iare om die vierten vãden lande Hier nae -toech hi totten anderen stedẽ waert Als -die vã Samarien saghen die grote miltheit eñ -gauen die alexander den ioden gedaen hadde. -soe quamẽ sij tot hẽ eñ seiden dat sij der ioden -magen waren Eñ sij rekenden haer geboertẽ -vã effraym eñ van Manasses. eñ sij baden dẽ -coninck dat hi haren tempel in Garisiem eere -doen wilde Eñ hi beloefdet hem te doen als hi -weder om keeren soude eñ sij baden hem dat -hi hẽ den tribuyt vãden seuenden iare verliet -Hi vraechde hẽ wye sij warẽ Sy seiden dat sij -hebreeusche waren Die coninc vraechde of sij -Ioden waren. doe seydẽ sy Neen Doe seide hẽ -alexãder dat hijt den ioden gegeuen hadde eñ -nyemãt anders Want het was der samaritanen -maniere. als sij sagen dattet dẽ ioden wel -ghinc soe seidẽ sij dat sij haer maghen waren -maer alst dẽ ioden qualic ghinc soe seidẽ sij dat -sij hẽ niet en bestonden</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxiij' class='c005'>Hoe Alexander voer tot Amons tempel</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. xxiij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hier nae so voer alexander in Lybien tot -Amons tẽpel. om dat hi te kennẽ geuen -wilde dat hi van enen god gewõnen was eñ -om dat hi s[~ij]re moeder zuueren soude van haren -dorperlijcken naem eñ vã haren ouerspele -Alexander seynde voor hem mit sinen bode -groote presentẽ tot Amons papen. om dat die -papen seggen soudẽ dat alexander gheseit wilde -hebbẽ Alexander quã seluer binnen de lande -eñ reedt op dat zant in die zee. maer hi lyetter -een deel luden die hẽ volgen wilden eñ si verdrõcken -Maer alexander quam ghesont ouer -totten tempel Eñ die pape quam wt tegen hẽ. -eñ hi seide dat Iupiter sijn vader was. diemẽ -in dat lant Ammon hiet Alsoe als hier vorẽ -geseit is so reedt Darius wten stride die welc -hi verloes hier te voren: eñ hi quam int landt -van Babiloniẽ eñ hi vernã dat Alexander weder -van Ammons tẽpel ghekeert was in Egipten. -eñ dat hi daer dede maken Alexandrien de -hooftstadt vãden lande Darius screef oetmoedelike -letteren an alexander dat hi weder om -seynden soude sijn gheuangen. eñ namer also -veel gouts voor als hi wilde Alexander eyschte -ouer dat gelt eñ goet alle sijn landt Darius -screef weder tot alexander dat hi sijn oerlogẽ -liet staen eñ dat hi sijn dochter te wijue name -hi soude hẽ daer mede geuen een groot deel vã -sinen rijcke Alexander eyschte echter sijn rike -altemael. wãt het ware sijn Eñ hi ontboet hẽ -dat hi eñ sijn volck oetmoedelic wt quamen teghen -hẽ eñ dat sijt hẽ op gauen recht of hijt al -gewonnen hadde:</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxiiij' class='c005'>Hoe hem Darius eñ Alexãder ouer screuẽ.</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capit. xxiiij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Iustinus scrijft dat Darius nv wel sach -dattet hẽ niet en halp wat hi Alexander -nv vã vrientscap bade: Eñ hi vergaderde weder -vier hondert dusent mannen te paerde eñ -hõdert dusent ridders. eñ hi bereyde hẽ weder -tegen alexander te striden: eñ als hi tot alexãder -rijden soude So quã hẽ inden wech een nie -mare dat sijn wijf doot was eñ dat alexãder -groten rouwe hadde om haer doot eñ dat hij -haer zeer beweende. eñ dat hijse eerlick begrauen -dede Mer men seide hẽ dat dit alexander -niet en dede om eenighe outamelicheyt -die hi mit haer had noch õ minne want hi en -hadde in sulckẽ saeken an haer gheen scult eñ -dese eer dede hi haer vã hoescheden eñ vã edelheden -Want zynt dat hijse geuãgen hadde so -ghinc hi dicke tot haer eñ totten kinderen: eñ -hi troestese vaderlic Als Darius dit hoorde. so -docht hẽ dat hi alexander altemael verwõnẽ -hadde om dat hi nae soe groten strijt die hi tegen -hẽ gehadt had hẽ aldus verwã mit doecht -eñ mit eere Eñ Darius rekendet nv voor grote -eer dat hẽ alsulcke prince verwã nae dat hij -[ver]wonnen bliuẽ moeste Doe screef Darius weder -an alexander eñ dancten zeer dat hi totten -sinen waert die hi geuãgen had nye dorperh[eit] -noch oneere gedaen en hadde Eñ hi boot hem -veel meer vã sinen lande dan hi gedaen hadde -eñ voort boot hi hẽ voor die gheuangen acht -dusent talenten gouts Alexander screef Darius -weder Ic en acht niet op m[~ij]s vyants danc -eñ om m[~ij]s vyants wille en heb ic niet gedaẽ -Wãt in oerloge oft in payse seide hi dat hi nie -en begeerde ouerspel ofte oneere: Mer hadde -hi yet gedaen: dat hadde die doecht van hẽ ghedaen -Want hi was wijs genoech tegen sinen -vyant eñ tegen sijn begeerte te striden. eñ dat -dede hij al om der eeren wille Voort ontboet -hi Darius dat hi dit soude moghen proeuen in -hẽ op dat hi hẽ onderdaen wesen soude Want -hi seide dat twee heeren die werelt niet en souden -mogen regeren sõder oerlogen eñ striden -want ghelijc die zõne al die werelt verlicht. so -ist opẽbaer datter mer een heer en is bouen al -die werelt Hier om Darius neemt een corte beraet -dat ghi ons in hãden comẽ wilt of bereit -v ten naesten dage tot eenen nieuwen stride</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxv' class='c005'>Hoe Alexander mit Darius at</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. xxv</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander lach lange mit sijn heer op die -ryuiere genaemt die strange. eñ hi wort -te raede dat hi seluer spreken wilde mitten coninc -Darius Eñ hij nam mit hẽ Emendus die -bi hẽ was eñ noch een ander eñ hi voer haestelic -totter ryuiere strãge die tusschen beyde die -heren liep Nv is die ryuiere vã sulcke nature -dat sij dicke bi nachte eñ bi daghe bevriest dat -daer een geladẽ wagen ouer varen mach Alexander -liet Emendus daer bliuen eñ hi reet tot -Darius die sijn heer op die tijt al omme voor -besyen hadde Eñ als alexander Darius te gemoete -quã. soe gruette hi hẽ nader zedẽ vãden -lande eñ seide Heer Alexãder heeft mi aen v -gesõden dat ghi hẽ ontbiet dẽ dach dat ghi striden -wilt eñ cort. Wãt men seit dat mijn heere -node strijdet om dat hi vermoyet is Eñ aldus -beual hi mi dit dit te seggen Hier op antwoorde -Darius eñ seide Ick gheloue dat ghi seluer -alexander bent Wãt nyemant anders en soude -ons so stoutelijc te voren derren leggen vã -stridẽ Alexander lochendet eñ hi seide dat hi s[~ij] -bode was Doe nam hẽ Darius bider hãt eñ hi -leyde hẽ in sijn tente eñ deden mit hẽ eten aen -sijne tafele Eñ hi wilde immer dat alexander -wt sinẽ nap dranc: eñ hi stacken in sinẽ bosem -Dit mercte een mã eñ hi seidet Darius Doe seide -Darius dat hi dorperlic dede dat hi sinẽ nap -nam Alexander antwoorde hẽ Heere dit en is -gheen scande in alexanders hof. Wãt alle die -tot sijnre tafelen sitten soe sijn die nappen hare -daer si wt drinckẽ Binnen desen bedacht hẽ -Passarges dat dit alexander seluer was. wãt -hi haddẽ voormaels dicke in Philippus huyse -gesien Doe mercte alexander dit: eñ hi ontreet -mitten nappe: eñ hi doerstac den knecht die s[~ij] -paert hildt mitten swaerde Eñ aldus ontreet -hi mit groter auenturen. wãt hẽ en mocht nyemant -volghen Darius bedreef groot misbaer -om dat hẽ sijn vyant ontreden was. Eñ alexander -quã tot sijnen luden eñ vertelde hoe hi -mit Darius at. eñ hi toende den nap die hi hem -ontdragen hadde tot een litteyken Hier õ waren -sijn luden zeer blijde dat hem dese vromicheyt -geuallen was: mer Darius was droeue</p> - -<div class='figcenter id001'> -<img src='images/ill_029_045.jpg' alt='' class='ig001' /> -</div> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxvi' class='c005'>Hoe Darius eñ alexander te samen stredẽ</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capittel xxvi.</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Des anderen daechs haeste hem Darius -ten strijde Eñ alexãder hadde langhen -tijt in sorghen geweest om den strijt te -hebben: soe dat hi binnen al dier nacht niet en -konde geslapen: sonder inden morghenstont: -Eñ alexander bleef slaepende tot dat alle sijn -heer stõt gebattaelgijt om te striden sõder dat -hẽ haer coninc gebrac Persenio ginc in alexãders -tente daer hi lach eñ sliep Eñ hi vraechde -hẽ waer bi dat hẽ die slaep nv so soet was eñ -het is nv tijt vã vreese te hebbẽ Alexander antwoorde -Nv bẽ ic vã so groter sorghen vry om dat -ic hier ter stedẽ striden sal om alle die heirscappie -te winnen die Darius gheleesten mach -Maer vlyede ic nv eñ vloet hi mi na so waret -tijt vã vresen Nv gaet eñ besyet dat nyemant -ouer die ryuiere en ware: mer laet Darius eñ -sijn heer al ouer comen wãt ic sal te hants bereyt -wesen Hier en binnẽ quam Darius ouer -een brugghe mit alle sijn heer: Eñ Alexander -toech hem teghen mit sijn volck. eñ daer wort -anxtelic geuochten Maer die van Persen hadden -alte samen dat afterdeel. eñ sij begonnen -sterckelic te vlieden: want in ghenen strijt die -voor geweest hadde en bleuen soe veel doden -alst hier dede Als Darius sach dat sijn volck -verwonnen was soe wilde hi hẽ seluen doden -of inden strijt steruen eer hi vloede Maer een -sijn vriendt ontriedet hem eñ hi deden keeren -sijns ondancx ouer een brugge in een stat Eñ -hi hiet datmen die brugge breken soude: maer -Darius seide datmen des niet doen en soude: -Want dat waer iammer dat wi ons ander luden -die noch ouer sijn indẽ strijt eñ sullen moeten -vlyen dat wi hẽ die vlucht benamen: also -dat vã groten drange die opter bruggen was -meenich mensche verdranc in die strange Des -Alexander zeer blijde was.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxvij' class='c005'>Hoe Darius an Alexander õ genade screef</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Cap. xxvij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Nv hadde Darius alle sijn hope verloren. -eñ hi viel neder in sijn zale op die aerde: -eñ bedreef groot misbaer. Hier na had hi raet -dat hi aldus an Alexander screef Aen alexander -sinen heere Darius saluut eñ eere Het ware -wel gedaen eñ edelheit wout ghi hẽ genade -doen: wãt auenture heeft hẽ di tonder gedaen -crachtelic inden velde Ic bidde v dat ghi õtfermet -m[~ij]re moeder eñ m[~ij]re kinderẽ alsoe dat -toebehoort. eñ dat ghijse ons weder wilt senden -Eñ om dier weldaden sal ic v gheuen alle -mijn rijck: eñ voort alle mijnen verborgẽ scat -eñ daer toe dat rijck vã Persen eñ vã Meden -Alexander ontboet hẽ dat hi des niet en dede: -Doe ontboet Darius den coninc Porrus van -Indien dat hi hẽ te hulpe quame tegen alexander. -hi soude hẽ geuen ontalliken scat Als dit -alexãder vernam soe haeste hi hẽ dat hi quam -ter poorten waert eer Darius te Indien voer. -eñ Alexander toech doer dat ys ouer tgeberchte -doer een cleyn gat Want buten en leyt ghenen -wech. eñ binnen dẽ zomer en is gheen mã -die daer doer derf gaen om dat daer veel serpenten -sijn Nochtans en isser gheen slot van -ysere tegen een heer of tegen volc</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxviij' class='c005'>Hoe Darius vã sinen luden geslegen wort</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca:xxviij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Iosephus seit als Alexander liden wilde -voor Darius doer die poorten vã Caspiẽ -Soe toech hi doer Pansilla eñ daer moeste hi -liden doer eẽ grote ryuiere ghelijc een arm vã -der zee. eñ daer dede god groot wonder Wãt -dat water vãder ryuiere scheyde hẽ in tween -eñ alexander reedt daer doer optẽ drogen grõde -mit alle sijn heer Dit liet god gheschien om dat -hi mit hẽ breken mochte die macht vã Persen -Orosins eñ Iustinus seggen dat alexãder -in desen lesten stride wan mit crafte dat rijck -vã Persen eñ Meden Want daer en was nyemant -die hẽ voort meer teghen hem dorsten steken -In deser vaert wan alexãder meer gouts -eñ roefs dan yemant des ghelouen soude Hi -wan oec Persipolea dat die hooftstat was vã -den lande van Persen Dese stat hadde langhe -gestaen in vreden. eñ sij was vol van groten -goede des hẽ nyemant en bewant: eñ dat quã -al in alexanders hãden Nv ghinc Darius vlieden -wt die eenre stadt in die ander stadt eñ hi -meende ergent in vredẽ wesen Eñ Darius had -mit hẽ twee valsche princen die hieten Bessus -eñ Narbesmes die ouer een droegen. eñ sy beginghen -Darius daer hi alleen was eñ sloegẽ -hẽ ouer doot eñ lieten hem liggen eñ si vloen -haestelic van hẽ totter tijt toe dat sij wel verstonden -eñ wisten hoe dattet mit hẽ vergaen -was Alexander vernam dattet Darius aldus -vergaen was eñ dat hẽ sijn luden gespannen -eñ gebonden hadden Eñ alexãder reet haestelick -derwaert den naesten wech die hi mochte -rijden eñ hi quam tot Darius alsoe dat hi hem -noch leuende vandt. eñ hi gaf hem alexander -op in sinen handen Ende hi nam hem mitten -knyen. eñ hi sprac hem toe alsoe hi alder beste -mochte:</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxix' class='c005'>Dit waren Darius woorden voor sijnre doot eer dat hi sterf:</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Cap:xxix.</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander na dien dat mi die auenture geseit -heeft soe ist mi vergaen Eñ het is mi -nv ter tijt een troestelic dinck dat so groten ende -soe machtigen heere als ghi sijt tot mijnder -doot wesen sal Hier om bid ic v dat ghi mi eerlic -ter aerden laet doen totter stat daer die coningen -vã Persen m[~ij] vaders begrauen sijn. -Eñ ic bidde v dat ghi v gewaerdigen wilt tot -m[~ij]re wtuaert te wesen Ick beueel v oec Rogidimes -mijn moeder eñ mijn broeder Moatrus -eñ Darius minen zone Voort bid ict v dat ghi -Roaxanes m[~ij]re dochter tot eenen wiue wilt -nemen Ander gesten hebbẽ bescreuen dat Darius -doot was eer hem alexander sach Eñ doe -Darius doot was soe bedreef alexander daer -groten rouwe om eñ soe groten hant geslach -al haddet sijn vader gheweest. eñ hi deden eerlick -begrauẽ nader coningen vã Persen zeede -Orosi[us] scrijft dat in die drie stridẽ die alexãder -op Darius wan doot bleuen xij.C.M: mãnen -Iustinus scrijft oec dat Alexãder sijnen volcke -deelen dede xiij.M: talenten gouts. ende aldus -soe quã die blijscap nae haer pijne Doe dede hi -voeren op die stercke stadt Egbetanis C. dusẽt -eñ xc: dusent talenten gouts: Van deser stadt -maecte hi here Persemoene enen stouten man -Alexander wan alle Darius lant binnen den -sesten iare nae dat hi began te regneren Hier na -eynde dat rijck vã Persen Twelcke gestaẽ -hadde twee C. iaer eñ xxxi: Van Tyrus tijt die -die eerste coninc van Persen was</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxx' class='c005'>Van coninc Darius graue</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capit: xxx</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Nv wil ic voort scriuẽ hoe d[at] Darius graf -gemaect was Eñ daer warẽ in gescreuẽ -eñ geteykent alle die lãden vãder werelt eñ -vãden gesten Appelles was meester vã desen -graue Eñ het was aldus gemaect als hier na -gescreuen staet Het was vã twee zarckẽ ghemaect -vã marbersteenẽ die groot goet ghecost -haddẽ. eñ sij waren zeer lanck dicke eñ effene. -Opten onderstẽ steen maecte hi schoene lijsten -den binnen kant vanden zarcke was van claren -latoene Eñ opten vier hoecken maecte hi -vier silueren colõpnen sterck eñ dicke eñ wel -gewrocht: maer die hoeckẽ waren gulden wel -eñ costelick gemaect Dese waren ten vier hoeken -gesoudeert opten ondersten zarck mit metale -Op dese vier colõpnen leydemen den anderen -zarck die was vã witten marbersteẽ Op -desen zarck hadde Appelles gesoudeert al doer -breede lijsten vã finen goude. eñ daer in hadde -hi gewrocht die ronde werelt in drien gedeelt: -Ghelijckerwijs als hier beneden staet</p> - -<table class='table1' summary=''> -<colgroup> -<col width='57%' /> -<col width='42%' /> -</colgroup> - <tr> - <td class='c008'>Asyen</td> - <td class='c004'>Cam</td> - </tr> - <tr> - <td class='c008'>Affriken</td> - <td class='c004'>Sem</td> - </tr> - <tr> - <td class='c008'>Europen</td> - <td class='c004'>Iaphet</td> - </tr> -</table> - -<p class='c000'>Aldus is die werelt in drien gedeelt Want -Asyen hout alsoe veel als beyde die ander deelen -In elck vã desen deelen hadde Appelles gemaect -alle die stedẽ die daer binnen lagen Eñ -alle die ryuieren die daer binnẽ liepen eñ wat -volck dat daer binnẽ woende: eñ mit -wat tõgen datmen daer sprac eñ die grote wõderen -die daer binnẽ lagen. eñ oec alle die eylandẽ -vãder zee eñ hoe sij hietẽ Dit hadde hi so -properlic daer an gewrocht vã weuen. dat eẽ -mensche hadde geweest wt alle die werelt eñ -hadde hi bi deser tõben ghestaen, hi hadde moghen -syen eñ mercken dẽ rechten wech tot sijnen -lande waert Oeck hadde hi daer aen ghewrocht -die gesten vãden beghin der werelt eñ -die striden: eñ hoe dat alexander Dari[us] [ver]wonnen -hadde Die landẽ te noemen laet ick after -om dat ict corten wil Alle dit werck hadde Appelles -ghegrauen eñ gemaect mit eenrehande -beesten eñ dieren diemẽ vant Eñ hi hadde dat -ouerdect mit eenẽ wercke dattet lichte ghelijck -een cristal: mer het was veel claerre eñ schinẽde -ghelijc die zõne van claerheden: Hier doer -sachmen alle dat werck: eñ Darius verteerde -daer hi in gebalsemt lach mit dierẽ specien An -deser tõben stont gescreuen hoe langhe dat die -werelt gestaẽ hadde tot dat alexander coninc -wort: dat was xlviij.C: iaer xxx. iaer min</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxxi' class='c005'>Van Philo Anaxigenes eñ vã Epicurus</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. xxxi</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Tot dien tiden was Anaxigenes -zeer vermaert in wijsheden Ende hi -leerde alexander in s[~ij]re ioecht grote wijsheit -eñ doecht Eñ het geuiel dat Alexander die stat -destruerẽ wilde daer Anaxigenes in woenachtich -was Eñ Anaxigenes ghinc wter stadt tot -Alexander om een bede te bidden Mer alexander -zwoer dat hi op dien dach gheen bede om -hẽ doen en soude Doe sprac die wijse man Nv -bidde ic v dat ghi dese stede slechtet: eñ aldus [ver]keerde -hi alexander vã sijnen quaden sinnen -mit subtijlheden Want alexander hieldt sijne -woorden eñ hi en dede sijn bede niet. eñ alsoe -bleef die stat staende die alexander meende te -slechten Tot desen tiden was Epicurus oec tot -Athenen [ver]maert inder stat mer hi dwaelde in -eenighe saken Wãt hi seide dat die meeste salicheit -vãden menschen was in weeldicheit van -vleysche Hi seide oec dat god dese werelt niet -en acht eñ dat die zielẽ steruen mitten lichame -Hi seide oec eenighe goede puntẽ want hi seide -wye wijsheyt wil crigẽ die moet oec alle weeldicheit -laten varen. wãt wye der naturẽ recht -leuen wil hi en mach nimmermeer arm wordẽ -want sulcke comen van groter armoeden tot -groten goede. mer dã beginnen sy eerst haer -ongeuallicheit Hi seide oec die ergent eten sal -sal oec besien mit wyen hi eten sal Dat beghin -vã alle doecht is dat een s[~ij] misdaet bekent eñ -dat hi peynse dat hi steruẽ moet Men sal dat -lijf niet geuen tot gulsicheden: mer tot wijsheit -eñ gemaeticheit: wãt van weelden coemt dickwijl -gheen bate mer euel eñ ziecte.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxxij' class='c005'>Hoe Alexander sijn zeden verwandelde</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca.xxxij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als Darius doot was eñ begrauen so hief -alexander die zeden vã Persen op an s[~ij] -cleederen eñ aen sijn ghewaden eñ hi droech -die crone vã Persen eñ liet varen die castume -van Macedonien Eñ dit beual hi sinen boden -seluer te doen die nochtan tegen seidẽ: Hi ginc -houdẽ veel wijuen eñ amyen die schoenste die -men in al die werelt vinden mochte: Eñ daer mede -lach hi nacht eñ dach soe hẽ goet dochte: -Hi wort oec alte gulsich vã spijsen eñ drancke -om dat hi meende dat die luxurie niet meerderẽ -en soude hadde hi gemaet geweest vã spisẽ Hi -maecte spelen in s[~ij]re werscap eñ vergat zeere -sijn wijsheden. want hi en mercte niet dat sijn -rijcheden sijn goede zeden versmoordẽ Hi was -als een tyran op sijn volc eñ als een vyãt eñ -hi balch hẽ zeer als hẽ yemant seide dat hẽ misstont -Hi was zeer toornich datmẽ hẽ philippus -zone hiet eñ dat sij seidẽ dat hi die zede vã sinẽ -lande verleit hadde: Hier om worden gedoot -Fylotes eñ Pinenon sijn vader Aldus soe en -maect groote rijcheit nyemãt goet: mer sij versmoort -goede zeden Hier na wan Alexãder Sychem -eñ alle die luden die onder dẽ berch Tantasus -al omme geseten waren. want dit was -wilt volc eñ onwetende: eñ nyemãt en cõdese -dwingen dã alleen alexander Hier na quam -hi ten berge vã Caspien daer die tien geslachtẽ -vã israhel in besloten sijn Wãt alsoe inder coningen -boec ghescreuen is soe leuerdese god õ -haer sõden wille Salmanazer den coninc van -Assyrien eñ die voerdese wt harẽ lande eñ hi -brochtse hier.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxxiij' class='c005'>Hoe Alexander die x. gheslachten vã israhel besloet.</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca xxxiij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Doe alexander ghecomen was ten berge -vã Caspien soe senden die x: gheslachten van -israhel boden an hem Eñ sij baden oerlof dat -sij tegen hẽ wt trecken mochten Doe vraechde -alexander die saken waer om dat sij soe geuãgen -waren Eñ doe sij hẽ seiden dat sij god vã -israhel openbaerlic gelaten hadden eñ haddẽ -een gulden calf aen ghebeden eñ dat hem god -propheten te voren geseynt hadde: dat sij hier -om souden worden geuangen geuoert en dat -sij nimmermeer weder keeren en souden Doe -antwoorde alexander dat hijse noch nauwer -besluten soude Eñ doe dede hi die nauwe wegen -van die geberchten bemueren: Eñ doe hi -sach dat dit werck omleyt was õ te volmakẽ -mit menschẽ pinen soe badt hi god vã israhel -dat hi dit werck volmaeken wilde Eñ te hãts -ghingen die roetsen eñ die bergen die een aen -die ander: soe datmẽ daer nẽmermeer ouer comen -en mach Eñ hier wort gheopenbaert dat -god niet en wilde dat sij nimmermeer wt quamen: -Nochtãs seitmen dat sij wt comen sullẽ -ten eynde vãder werelt. Eñ si sullẽ groot volc -verslaen Doer god so groten daet dede õ een -quaet mẽsche: wat sal hi dã doen om dẽ goedẽ</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxxiiij' class='c005'>Vander poorten vã Caspien</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. xxxiiij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Nv wil Alexander trecken totter poorten -van Caspien: Solinus scrijft hoedanich -dat dese poortẽ sijn Hi seit het is een enge pat -gehouden indẽ roetsen eñ is viij: milen lãc eñ -so nauwe datter qualic een wagen doer liden -soude In beyde syden sijn die roetsen so hoghe -daer sij wt gehouden is. eñ die roetsen tranen -altijts vã soute aderen Eñ die verscheit [ver]herdet -eñ wort glat oft ys ware. soe dat die wech -soe quaet is eñ so nauwe te gaen dats niemãt -en soude moghen gelouen Eñ alsmen ten eynde -vã desen wege coemt. soe lett an beydẽ sydẽ -vã desen weghe wel xiiij milen lanc zants Eñ -daer binnẽ en vintmen gheen verscheit Eñ als -men ten eynde vãden gate coemt. so comender -soe veel serpẽten gelopẽ datter nauwe yemãt -mitten liue ontgaen mach ten waer indẽ winter -Doe alexander vernã datmen anders niet -lijden en mochte totter poortẽ van Caspien so -[ver]gaderde hi s[~ij] ridders om dat hi weten soade -wye Darius ter doot gebrocht had</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxxv' class='c005'>Die wrake vã coninc Darius doot</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca: xxxv</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander seide tot sijnen ridders eñ heeren -Ghi heren ic ben blijde ende zeer wel -te vreden dat Darius mijn vyãt aldus doot is -eñ oec bẽ ic den ghenen dien ter doot gebrocht -heeft om minẽ wille sculdich groot loon ende -eer. eñ dat soude ic doen ou dat ick wiste wye -sij warẽ: Daer om biddic of sij hier s[~ij] die dus -veel om minen wille gedaen hebbẽ dat sijt mi -nv openbaren: want ic meense hoghe heeren -te makẽ Doe dit Bessus eñ Narbesmes hoordẽ -so warẽ sij blijde eñ quamen alle beyde voort -eñ seidẽ dat sij desen moort gedaen haddẽ Ende -doe dedese Alexander beyde wel hoge hãgen -Eñ hi seide dat hi niet versworen en waer eñ -dat hi oec niet en loghe. wãt hi maectese hoghe -heerẽ Daer wort oec een ander gheuãgen die -dẽ raet eñ den moort vã Darius toe bracht Eñ -dien leuerde Alexander darius broeder te wraken -Doe toech alexãder haestelick op Terdus -die schone ryuiere. eñ daer dede hi een stadt op maken -binnen xxij: dagen die hi na hẽ Alexandrien -hieten dede. eñ hi muerder eenẽ muer al -om die stadt die vi: milen lanc was Eñ hi [ver]gaderde -volc wt sõmige stedẽ die Tyrus bi wijlẽ -gemaect haddẽ eñ dedese in deser stat woenen -Men vindt oec bescreuen dat Alexãder alle iare -een stat maken dede die hi Alexandrien dede -hieten Eñ dat waren xij: Alexãdrien in die xij -iaren dat hi regneerde. eñ in desen steden liet -hi luden vã sinen here die te cranc of te oudt -geworden waren Eñ hi dede inder muren vã -den steden houdẽ dat die stedẽ hadde doen maeken -Alexander Iupiters zone Mer dit was eẽ -grote sotheyt dat hi hẽ seluen voor god hilt die -leuẽ moeste mit spise eñ dranc als ander ludẽ</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxxvi' class='c005'>Hoe Alexander Clit[us] doot sloech</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca: xxxvi</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Op een tijt sat alexander in een feeste eñ -hi sat eñ at eñ dranc mit sinen voorbarigẽ heren -soe dat hi al drõcken wort Eñ men began -daer te spreken vã Philippus alexanders vader -Eñ die heren begonsten Philippus te prysen: -mer Alexander prees hẽ bouen sinẽ vader -eñ verhief hẽ harde zeer Eñ dat meeste deel vã -sinen heeren warens hẽ mede: om dat sij hem -daer aen lief wilden seggen Maer daer was -een ridder die Clitus hiet: eñ hi peynsde hi soude -die waerheit segghen hi balchs hẽ wye wilde -eñ hi prees meer Philippus. Doe wort alexander -op hẽ zeer vertorent eñ hi greep een spere -die een knecht in sijn hant hadde eñ hi doerstac -dese Clitus die een out vroem ridder was: -Eñ doe dese Clitus doot lach soe riep alexãder -tot hẽ Besyet wat v Philippus nv helpẽ mach -Maer des anderen daeghes als hi nuchteren -geworden was eñ gedocht wat hi gedaen hadde -soe wilde hi hẽ seluen gedoot hebbẽ vã rouwe. -ende hi ghinc eñ wilde Clitus cussen Ende -en haddent hem sijn vrienden niet benomen: -hi soude hem seluen op die seluer stede gedoot -hebbẽ Want hi bedochte hem seluen dat Clit[us] -suster sijn amye was: ende dat hi oec om dese -selue saeke ghedoot hadde Persemoene ende -Fylatone ende veel ander luden van sinen genoeten -Dit ghinc Alexander alte zeer beclagẽ. -alsoe dat hi in veel daghen niet en at Tot dat -hem geboden sijn heeren dat hi ate Eñ sonderlinge -Calistines sijn gheselle die mit hem voor -Aristotiles ter scholen ghinc. eñ dese was zeer -wijs eñ hi was cortelic tot alexander gecomẽ -om hem wat goets te raeden.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxxvij' class='c005'>Hoe Alexander Calistines doode</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. xxxvij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hier nae doe alexander weder becomen -was eñ hi weder began te oerlogen soe -verwan hi tweerehande volck die hẽ op gauẽ -eñ brochten hẽ giften Doe gheboet alexander -datmen hẽ aenbeden soude als een god Calistines -laecte hẽ dit eñ hi seide dat hi pensen soude -dat hi sterffelic ware Hier om wort alexander -zeer gram eñ hi teech hẽ an dat hi vernomen -hadde dat hi hẽ verraden soude Eñ hi dede hẽ -alle sijn ledẽ of sniden sijn nose eñ sijn orẽ eñ -sijn lippẽ: soe dattet elckẽ mensche ontfermde -die hẽ sach Daer nae dede hi hẽ sluten mit wilden -honden om datse hẽ verscoren eñ verbitẽ -souden: eñ dat die luden die desen syen souden -in deser pinen hẽ veruaren soudẽ. Lysimagus -een ridder die Calistines discipel plach te wesẽ -in s[~ij]re scolen die hadde ontfermenis op sijnẽ -meester dat hi hẽ in deser pinen sach Eñ õ dat -hi sijn pijne corten wilde soe gaf hi hẽ een cop -mit fen[~ij]den dranc õ dat hi te eer steruẽ soude -Hier om soe balch hẽ Alexander eñ hi dede hẽ -werpen voor eenen leeuwe. nochtãs so liet die -leeuwe desen ridder leuen. ende aldus verhief -alexander hẽ seluen Mer om datter veel van -sinen groten heeren hẽ niet en wilden ontfangen -voor haren god: soe dede hijse iammerlijc -doden: eñ hi seide hem alle verradenis aen</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxxviij' class='c005'>Hoe Alexander in Indien voer</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. xxxviij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hoe alexãder hier na sijn vaert tot Indien -maecte te varen Wãt dit is dat meeste lãtscap -vã alder werelt: wãt in dit landt wonen -xliiij. manieren van volck Eñ daer staen wel -binnen vijf M: hooftsteden die al vol vã rijckheden -sijn: wãt dat lantscap hout bi nae dat eẽ -derdẽ deel vãder werelt In dit lant sijn alsoe -veel wõders datment nyemãt en soude mogẽ -vertellen Daer sijn so hoghe bomẽ diemẽ niet -en soude mogen op schieten: Alsoe haest als -alexander in desen lãde quam: so quam des conincx -Porrius bode tegen hem eñ hi brocht hẽ -brieuen daer aldusdanige woorden in ghescreuen -stõden Hoe bẽt ghi soe sot eñ soe koen dat -ghi onsen rijcke naekẽ dorst Ic rade v dat ghi -peynset dat ghi een mensche bent. eñ en pijnt -v niet tegen gode te doen Ghi moecht wel vernemen -wye dat wi sijn want die auenture en -vermach teghen ons niet Hier om soe beueel -ic v dat ghi wederom te Gryeken waert vaert -ende laet v hier mede ghenoegen Want weet -dat voorwaer hadde ons v conincrijck ergent -ghenoecht of hadden wijt begheert te hebben. -onse broeders haddent lange sonder ghedaen -Maer wi verõwaerdent als dreck of modder -want het is onghelijc onsen rijchedẽ eñ hier õ -en begheren wijs niet Eñ alexander en achte -op desen brief eñ antwoorde niet want hi kẽnede -wel dreyginghe eñ ouertale</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xxxix' class='c005'>Hoe Alexander in Indien eenen zone wan</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca:xxxix</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Iustinus seit Doe alexãder in Indien quã -soe dede hi s[~ij]re ridderen ghesmide van -haren scilden silueren maken eñ oec haer harnas -Eñ cortelick hier nae soe quã hi voor een -stat gehieten Mysa. mer dat volc datter binnẽ -was en wilde hem niet weren want sij verlieten -hẽ op haren god gehieten Liberbatus Hier om -hiet alexander datmen die stat vermyden -soude Eñ doe hieldt hi daer bi leggen mit sijn -heer an eenẽ berch diemen heylich hiet: eñ dat -en was niet verde vander poorten: Op desen -berch wasset alsoe schone mit wewende ende -wijngaert al ouer sonder oefenen Van deser -stat voer alexander in eenre coninginnen lãt -die Cleophilis hiet Dese vrouwe ghaf haer op -in alexanders handen: mer sy breede haer seluen -haestelick ende sy dede alexanders wille: -Ende hier om gaf hi haer haer lant weder eñ -haer vryheit. Ende aen deser vrouwen wan -alexander een zone die sy alexander dede hieten: -eñ dese alexander wort namaels coninck -van Indien Doe vergaderde Porrius mit hem -een alten groten heer om te striden tegen alexander -Eñ alexander toech oec vast voort om -tegen hẽ te striden Eñ beyde die battaelgien [ver]gaderdẽ -eñ aen beyden syden bleef zeer groot -volck doot Eñ int vergaderen vanden strijde -soe reedt Porrius alexãders ors Pucifal doot -Doe wort Alexander zeer veruaert eñ droeue -om sijn paert: want hi was doe seluer in groter -auenturen Eñ die gryeken quamẽ toe slaẽde -haren heere te hulpe daer hi te voete stont. -eñ daer bleef menich man doot eñ ghewont -nohtans holpen sij Alexander wter noot Mer -hi liet alle weere eñ gheuecht staen eñ hi nam -Pucifael biden stert: eñ hi toecht an die een syde -Want hi ontsach hem dattet die vã Indien -gheroeft souden hebbẽ eñ dat en hadde hi om -gheen goet ghewilt Dus toech alexander achterwaert -eñ hi maecte tusschen hẽ beyden een -bestandt xx dagen duerende Want binnen die -tijt mochtmen ghenesen die gequetsten eñ die -doden ter aerden doen nae haer waerdicheyt -eñ verdiensten</p> - -<div class='figcenter id001'> -<img src='images/ill_063.jpg' alt='' class='ig001' /> -<div class='ic002'> -<p>Hoe dat Alexander Porrius eyschte te campe Eñ hoe hi Porrius õtboet dattet gheen eere en waer dat lantsherẽ so zere haer heer eñ volc auenturen souden</p> -</div> -</div> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xl' class='c005'>Hoe Alexander Porrius eyschte te campe</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capittel xl.</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Binnen deser tijt beryet hẽ Alexander dat -hi Porrius beroepen soude te campe Eñ -hi ontboet Porrius dattet scãde waer dat lãtsheren -haer heer so zeer auenturen souden Eñ -hi ontboet hẽ dat hi tegen hẽ te cãp quam man -teghens man: eñ soe wye verwõnen bleef die -soude sijn heer mede [ver]wonnen bliuen eñ onderdaen -wesen dẽ ghenen dien verwõne Porrius -was hier of zeer blijde eñ hi nam dẽ camp -aen teghen Alexander Want hi mercte inden -strijt dat alexander mer vier cubitus lanck en -was. eñ hi was vijf cubitus lanc eñ oec groot -eñ sterc Dus ontfinc Porrus dẽ camp te vechtẽ -teghen alexander: hi verwõnen wye mochte. -Hier en binnen ontteykende hem Alexander -eñ voer indẽ berch daer Porrius lach eñ hi geliet -hem oft hi copen wilde wijn ende vleysch -Eñ doe hi voor Porrius quã: soe vraechde hẽ -Porrius wat alexander dede. eñ hoe oudt dat -hi was vã iaren Alexander antwoorde Onse -coninc hout hẽ als een ionc man plach: want -hi sit in sijn tente biden viere als hi ghewoen -is eñ hi wermt hẽ Doe wort Porrius zeer blijde -om dat hi teghen enen ouden man vechten -soude. want hi was ionc eñ onuersaecht Doe -antwoorde hi Wat meent alexander eñ waer voor -hout hi ons eñ waer om en merct hi sijn -outheit niet Alexander antwoorde weder Here -ic ben een maet ridder. so dat ic ten nausten -niet en weet wat alexander doet Eñ Porrius -beryedt hem dat hi Alexander eenen brief gaf -daer groot gedreych in ghescreuen stont. eñ hi -gheloefde hem groot goet op dat hi desen brief -alexander gaue: Ende doen zwoer Alexander -seluer dat alexander dien brief sien soude oeck -watter nae quame Eñ aldus voer hi weder te -sijnen heer waert Daer na vergaderden dese -twee coningen indẽ camp eñ als si vochten soe -wareu sij lange in twifel in beyde dẽ herẽ wye -dattet schoenste hadde: mer alexander was altijt -op sijn hoede Eñ daer Porrius bi auenture -op sijn volck sien soude soe stack hẽ alexander -mitten swaerde een grote wonde eñ hi moest -hẽ op geuen tot alexanders wille Doe dit dat -volc van Indien sach so liepen sij op alexãder -om dit te wreken Maer Alexander die badt hẽ -dat sij hem een luttel woude horen spreken Ende -doe verwanse alexander mit schonen redenen -eñ woorden Alsoe dat sij alexander voor -haren heere ontfingen eñ sij bleuen hem daer nae -voort onderdanich.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xli' class='c005'>Van Porrius rijcheyt eñ macht</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capit. xli</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexanders hystorie seit dit vanden camp -als voorseit is Mer Iustinus bescrijft dat -Porrius van alexander zeer gewont was eñ -oec geuãgen inden strijt daert ors Pucifael in -doot bleef Eñ dat Porrius hier om so drouich -was datmen qualic verbliden mocht dat hi hẽ -liet ghenesen eñ dat hi ate eñ drõcke Eñ doen -Porrius genesen was so gaf hẽ Alexander s[~ij] -lant weder mit payse Hier na liet Porrius in -die eer vã Alexander drie stedẽ maken -Die twee in Pucifals naem dat Porrius doot -sloech. eñ die derde hiet Mycia Porrius hadde -in sijn heer xl. M. mans te voet eñ acht C. waghenen -wel gebattaelgiert eñ gemãnet: eñ in -alle syden waren scerpe zekelen daer aen ghemaect -die zeere sneden. Hier toe hadde hi vier -olyphãten die wel ten stride geleert waren õ -die battaelgie daer mede te doer brekẽ Eñ elck -olyphãt hadde een stercken toren op daer gewapẽde -luden in warẽ eñ scutters Eñ die toernen -warẽ binnen wel gespijst. eñ dit was eẽ -sterc heer Porrius hadde oec een zale die xxx: -colõpnen lanc was eñ die was wel gewrocht -van finen goude Eñ die wanden daer of waren -al van finen goude gedect vingers dick al -ouer eñ ouer: daer binnen hadde hi een wijngaert -mit rancken daer die scoten eñ die blad -of gemaect waren al vã finen goude Ende die -druuen waren gemaect vã mirande eñ vã cristale -Daer waren oec an gemaect alte cyerlike -asement camerẽ eñ slaepcamerẽ daer die wãden -alte properlic ghemaect waren van finen -goude: Daer waren in geset carbũkelẽ eñ ander -preciose steenẽ Die doren vã desen palayse -waren al yuorien Die balcken waren al van -ybenen houte. eñ dit palays was al ouer gheweluet -mit cypresse Eñ daer stondẽ in gemaect -veel beelden groot eñ lanck van finen goude -nochtan en waren sij van binnen niet hol Eñ -elck beelde had in die hant eenẽ cop vã goude -Daer stont oec een platamus vã fijnen goude -die groot genoech was in dier gelijcke oft een -gulden linde geweest hadde. Daer warẽ oeck -veel nappẽ vã preciose steenẽ eñ van cristalle -Eñ daer warẽ oec noch veel meer ongeloeflike -scatten eñ duerbaer steenen eñ ontallicke -duerbaer crudẽ Eñ al dit grote goet quã alexander -al tsamen in sijn handen:</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xlij' class='c005'>Hoe dat Alexander in een stat spranc</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca: xlij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Nv dede alexander al sijn heer mit goude -decken alsoe hi begeerde. alle sijn bãnieren -dede hi van goude makẽ. Sy hadden daer -so veel gouts dattet die ridders niet voeren en -cõsten: nochtans ghingen mitten heer m. olyphãten -geladẽ mit goude Al der beesten gesmide -was gulden eñ het blicte harde verde mitter -zõnen Eñ alle die wagenen vãden heer warẽ -gemaect mit scerpe zekelẽ. Alexander hadde in -sijn heer xij. C: karren die den heer volchden: -Eñ hi hadde xxx: m: stouter ridders te paerder -die in alle noot vroem waren Noch hadde hij -drie C. M: man te voete Eñ op vijftich stercke -mulen voerdemen des conincx harnas Daer -waren oeck veel kemels buffelen eñ dromedarien -die den heer volchdẽ mit vytaelge. mer dẽ -last daer of en mochtmẽ niet [ver]tellen Alexan[der] -reedt seluer voor sijn bãnieren: eñ hi verwan -vierdhãde volc Mer doe woudẽ alle die heren -vã Gryeken weder te lande keren Daer sprac -hijse soe vriendelic toe dat sy hẽ beloefden mit -hẽ te varen waer hi wilde Doe quã Alexãder -tot eenre schoenre ryuieren: eñ daer doer soe -voer hi in die zee in eẽ eylant daer hij dat volc -dwanc dat Hercules daer geset hadde te wijlẽ -dat hi Indien wan. Dit volc was zeer sterc eñ -fel eñ quam fellic teghens Alexander mit xxx: -dusent mans te voet eñ lx: dusẽt mans te paerde -Mer noch dwancse Alexander mit stridẽ so -dat sij ontvloden in een stat Subdractas gehieten -ende daer beleyde hijse binnen Hier clam -alexander eerst op die mure eñ hi spranc inder -stat: eñ daer weerde hi tegen menighen man. -Mer hi wort gescotẽ mit een gauelote benedẽ -s[~ij] spene vã een man vã binnen: mer die man -die hẽ schoet sterffer om Eñ Alexanders volck -quã in gesprõgen eñ holpẽ hẽ wter noot:</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xliij' class='c005'>Hoe Alexander die dõcker zee bestont</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. xliij:</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander wort vã sijnen vriendẽ -wter stat gedragen eñ sij beclaechdẽ zeer -Eñ alle dat volc vã binnen der stadt sloegen -sij doot Hier gedoechde Alexander grote smerte -eer hi ghenesen was Eñ hier bekende hi eñ -seyde Al hout mi alt volck dat ic iupiters zone -bẽ Dese wonde leert mi dat ic een sterffelic mẽsche ben -wãt hi conste qualic genesen Eñ doe hi genesẽ -was soe bereyde hi hẽ ter stont õ voort te varẽ -Mer hi sende Polipertoene mit een schoen here -in Babilonien wãt hi was mitten heer verladen: -eñ hi was selue beradẽ dat hi die groote -zee syen wilde eñ hi ghinc te scepe om dat lant -te besien dat daer binnẽ lach Sinte Augustinus -seit dat hi op die zee een hooft rouer vincg ghehieten -Dyometes Doe vraechde hẽ Alexander -wat verwoetheyt dat hẽ daer toe iaechde dat -hi mit scepen in die zee voer rouen: Die rouer -antwoorde wat duvel iaecht v dat ghi alle die -werelt doer roeft Want õ dat ic mi auenture -mit cleynre menichtẽ so hietmen mi rouer: eñ -v hietmen coninc ende heere om dat ghi meer -volcx hebt Want alsmẽ gerechticheit after laet -soe en ist conincrijck anders niet dan diefte -eñ groten roef. mer dat wi rouers hieten dat -is om cleynẽ roef eñ moort die wi doen</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xliiij' class='c005'>Van Candax der coninginnen</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca: xliiij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Hier mede liep die mare eñ Cãdax die coninginne -vã dien lande die zeer subtijle -was van sinnen seynde eenen scilder die wel -beelden maken conste Eñ sy beual hem dat hi -al sijn subtijlheit daer an leyde dat hi alexanders -beelde wel maecte na sijn gedaente eñ dat -hi haer dan dat brochte Want hier te vorẽ had -Alexãder haer brieuen gesent vã grote vrientscap -Sy sende hẽ een groot present vãden houte -eñ van gout eñ preciosen gesteentẽ. eñ son[der]linge -dieren eñ vogelen vã menige manieren -Binnẽ dat dit geuiel soe quã candeles haer zoẽ -haestelic tot Alexander gevlogen om succoers -want hẽ wort s[~ij] wijf ontuoert Alexander settede -Ptholomeus in sijn stadt eñ hi dede hẽ seluen -hietẽ Antigone eenen matẽ ridder vã alexanders -heer Eñ Ptholomeus gebaerde hẽ tot -candeles of hi die coninc Alexander gheweest -had. eñ hij seide tot alexander Antigone Gaet -doet desen man succoers eñ wreeket ouer sijn -vyandẽ Alexander nam mit hẽ vier M. rid[der]s: -eñ voer mit candeles der coninginnẽ zone eñ -hi vinck s[~ij] viandẽ eñ verloste s[~ij] vrouwe Hier -om bedancte candeles Ptholome[us] zeer dien hi -voor alexander hielt Doe begeerde Ptholomeus -als heere dat hi begheerde sijn moedere te -sien. mer hi wilde daer te voren seynden Antygone: -eñ des was cãdeles harde blijde Aldus -voer Alexãder tot die coninginne Candax oft -hi Antigonus geweest hadde Doe dit die coninginne -Cãdax vernã so quã sy tegen harẽ zone -eñ sy cussede alexander zeer om dat sy hẽ eere -doen wilde: eñ sy leyde hẽ in alle stedẽ in haer -cameren eñ toende hẽ veel rijchedẽ Alexander -antwoorde dat hi veel meer rijcheden ghesien -hadde in Gryeken dã hi daer vant. Doe seyde -die vrouwe tot hẽ Mi dunct immer dat ghi selue -alexander bent Hi seide vrouwe ick en ben -niet Doe leydẽ sy hẽ in die stat daer sy sijn beelde -gheset hadde eñ dedet hem syen eñ sy seide -Merct wel eñ besiet hier aen dat die coninginne -Candax wijser is dan alexander Doe was -alexander zeer veruaert eñ hi beclaechde zeer -dat hi daer gecomẽ was Doe seide de coninginne -En weest niet veruaert. ghi hebt minẽ zone -trouwe gedaen eñ ic salt v lonen Si hieten v -Antigonus die willen: maer ghi sijt mijn heer -alexander Eñ sy brocht hem weder in sijn behout -sõder vrese Nochtãs wilde hi haren ioncsten -zone gedoot hebbẽ: om dz hi Porrius dochter -te wijue hadde</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xlv' class='c005'>Hoe Alexander doer die roetsche villede</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capittel xlv:</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Binnen enen iare geuiel dit wõder Want -alexander verwan Darius in die meye: -eñ in die hoymaent verwan hi Porrius Daer -nae indẽ oest nam alexander mit hẽ C: eñ l: heren -vã Indien die alle die wegen kẽden. eñ hi -voer wech õ dat hi alle die wildernissen van -Indien sien wilde eñ hi toech doer dat groote -santachtige lant dat daer leit: wãt in dat lant -vantmen eerst zydẽ werck. eñ daer maectmen -zydẽ clederen In desen wech haddẽ alt heer groten -noot vã dorst. wãt sij en vondẽ gheen water -Mer int heer was een ridder die een helm -waters had gecregen mit groter pinen eñ die -brocht hi mitten water tot alexander dat hijs -loon woude beiaghen Doe nam alexãder den -helm mitten water eñ storten wt voor dz heer -eñ dese vromicheit benã menighen man sinen -dorst Daer nae quamẽ sij tot eenre ryuiere die -soe bitter was datter gheen mãnen of beesten -of drinckẽ en mochtẽ Hier bi proeftmen dat eẽ -mensch meer lijdẽ mach dan een beeste: Want -vã groter noot soe licten sij som kout yser eñ -som loot: eñ som drõcken si oec vryne eñ olye -Ontrent noen quamẽ sij bi eenẽ berch daer sy -alle dat volck naect sagen Eñ Alexander badt -hẽ dat sij hẽ goet water wijsen soudẽ. mer doe -scuylden sij alle neder: eñ men schoet vã ouer -dat water nae hẽ: eñ doe decten sij hẽ te meer: -Doe beual alexander õ dat hẽ des volcx [ver]wõderde -twee C. vã sinen luden ouer die ryuiere -te zwẽmen: mer als sij die helft ouer geuaren -warẽ soe [ver]betense die water paerdẽ mit groter -torment Doe wort Alexander so grã dat hi. C -vã sinen leytsmãnen inder ryuiere dede werpen: -eñ die water paddẽ haddense haest gegetẽ -Corts hier na võden sij ludẽ die hẽ water wiseden. -mer als sij totten water quamẽ soe hadden -sij alden nacht genoech te doen om tegen -die leeuwen te vechtẽ eñ tegen tygren eñ beeren -daer sij hẽ mit pinen doer verweerden</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xlvi' class='c005'>Van den serpenten eñ anderen dieren die alexãder vreesden:</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capittel xlvi</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Doe Alexander gecomen was tot zuuerẽ -water so sloech hi sijn getelde viij: milẽ -lanc eñ breet Eñ hi dede xv.C: vieren maeken -wãt dat ontsien bitende dieren zeer Daer quamen -doe alte veel scorpioenẽ ende terusten die -veel quader sijn Daer na quamen menigerhãde -serpenten. nv blauwe: nv rode. nv blonde -nv scire nv witte: nv swarte. nv ander die die -huyt guldẽ haddẽ Eñ te hãts wast vol gerufts -dat dese serpẽten maecten: daer na quamen serpentẽ -binnen den tenten die cãmen opt hooft -haddẽ eñ sij hadden som twee hoofdẽ oft drie -eñ haer ogen barndẽ als vuer Alexãder visyerde -dat alles s[~ij] heer hẽ battaelgien soude tegen -die serpẽten eñ elck soude sijn schilt voor hem -houdẽ eñ sprieten eñ speren om die serpenten -mede te wederstaẽ In dit geuecht verloes alexander -xx. ridders eñ lx. knechts Daer nae quamen -witte leeuwen also groot als ossẽ eñ die -sloechmen doot mit sprieten Daer nae quamẽ -grote eueren eñ pantheren opt heer Eñ daer na -quamen vleermusen also groot als duuen -Daer na quã een beest meere dan een olyphãt -al swart mit drie hoofden Eñ eermen dit dier -doden mocht: soe haddet ses en dertich gryekẽ -ghedoot eñ liij: ander mannen want het verscoerdet -al cleyn eñ groot daert op comen cõste -Hier na quamen opt heer musen die groter -waren dan vossen Eñ wat beestẽ dat die betẽ -die bleuen ter stont doot. mer die ludẽ mochtẽ -wel vander beten ghenesen Eñ hier om dede -alexander sinen leytsmã doden</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xlvij' class='c005'>Hoe Alexander binnẽ Indien waert voer:</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca: xlvij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander quam hier na voor een poorte -daer die poorters binnẽ hoorden seggen -datmen alexãder mit wapenen niet en soude -mogen dodẽ Doe visierden sij een ander dinc -eñ schoten tot sinen volcke waert mit fen[~ij]de -quattelen daer menich man of sterf Eñ Ptholomeus -alexãders vrient was oec daer of ghequetst. -soe dat alexander een cruyt indẽ drome -gewijst wort dat alle dat fenijn verdreef Hier -na quam hi tot enen hoghen berch daer groot -volc op geuloden was Eñ men seide dat Hercules -in dien berch bi wijlen was: mer eẽ grote -aertbeuinge dreef hẽ van daer Desen berch -wan alexander mit groter pijnen: eñ hi voer -daer die gulden palen stõden die Liberbat[us] eñ -Hercules setten: tot een teyken dat sij dat lant -soe verde wõnen Doe wilde alexander wetẽ -of die beelden die daer stõden binnen hol waren -of vol. Eñ hi vant dat sij vol waren van -finen goude gemaect Hier nae quã hi mit sijn -heer daer hi een sterck groote beeste vant mit -twee hoofden die getant was op haren rugge -als een sage: eñ dit beeste beet hẽ twee ridders -doot Eñ dit beeste sloechmẽ mit hamers doot -wãt gheen spriet en mocht hẽ deren Daer nae -quamen sij op een ryuiere daert heer sat eñ at -daer quamẽ veel olyphãten op hẽ gelopẽ: Doe -beual Alexander den Tessalen dat sij tegen die -olyphãten trecken soudẽ eñ dat si voor hẽ driuen -een cudde swijnẽ. want als die olyphãten -horen geluyt vãden swijnẽ soe vlyen si Aldus -soe sloegen sij doot viii C: eñ lxxx olyphãten -eñ si sloeghen die tãden wt eñ voerdense mit -hẽ. want het is precioes yuoer</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xlviij' class='c005'>Vanden wonderen die in Indien sijn</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. xlviij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Si voeren bet tot Indien waert in eñ quamen -daer sij naect volc sagen eñ die waren -acht voet lãc Die manier vã dit volc was -dat sij altijt in die ryuiere warẽ eñ sij atẽ raeu -visch: mer als sij bet naerder comen soudẽ om -dit volc te besien soe dokẽ sij alle õder twater -Dan daer quamẽ sij in een wout daer sij ludẽ -vondẽ die hoofdẽ hadden ghelijc hõden Eñ daer -sloech Alexander getelden eñ s[~ij] volc onstac -daer menich vuer Mit dien rees een storm soe -groot dat alle die tenten auerecht waydẽ. mer -Alexander badt dẽ volc dat sij hẽ niet [ver]uaren -en souden. Eñ hij seide hem dat dit die goden -niet en daden. maer het was den tijt vanden -iaer dat doe scheidẽ den herfs eñ den oest ende -dẽ winter eñ hi beual dẽ volc dat si eten soudẽ. -mer daer viel znee op hẽ soe groot als scaepẽ -vlyesen alsoe datter v.C. mãnen of doot vielen -Hier na viel groot hagel eñ vier te gader -eñ binnẽ drie dagen hier nae en saghen sij die -zõne niet Alexanders ridders seidẽ dat dit der -goden wrake was: om dat een sterffelijc man -also koen was dat hi varẽ dorst ouer Liberbatus -eñ Hercules palẽ eñ sij waren gram. Doe -quã alexãder ten berge vã Ethiopien eñ daer -vant hi open Liberbatus hol: Dat was in een -berch die al metalen of guldẽ scheen mer wye -int hol ginc die moest in drie dagen steruẽ Wãt -als Alexãder in een lant quã soe vraechde hi of -daer eenich wõder in dat lant was. eñ als mẽ -hẽ van enich wõder seide soe wilde hijt immer -besien Het geuiel dat hi twee oude mãnen vãt -doe hi in Indien was. eñ sij seidẽ hẽ van twee -bomen die dieper int lant stõden Dat een was -der zõnen boom eñ dander der manen boom -eñ sij seiden elck wat hi begeerde te wetẽ Als -alexander hoorde soe was hij grã eñ meende -dat sij dit seiden om hẽ te bespottẽ. eñ hi wilde -se doden Mer doe sijt hẽ zwoerẽ dattet waer -was soe nam hijse mit hẽ eñ hi voer derwert -Eñ als hi daer int lant quam soe vant hi daer -alle tuolc gecleet mit hudẽ van pantheren eñ -sulcke huden leydẽ sij onder eñ bouen daer sij -sliepen eñ en hadden onder gheen bedden Dat -volck en at anders niet dan colen gemaect vã -edelen wyerooc eñ van balsame wãt dit wasset -in dat lant zeer veel</p> - -<div class='figcenter id001'> -<img src='images/ill_077_081.jpg' alt='' class='ig001' /> -<div class='ic002'> -<p>Hoe Alexãder quã bijder zõnen eñ manen boom eñ hoe hẽ een pape te gemoete quam eñ was getant ghelijck een hont</p> -</div> -</div> - -<div class='chapter'> - <h2 id='xlix' class='c005'>Vander zõnen eñ manen boom</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca: xlix</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als alexander biden bome quã soe quam -haer pape tegen hẽ wt te voete. Ende hi -was gecleedt al mit huden. hi stõt ghetant als -een hont: eñ sijn oren waren doergaet eñ daer -hingen gulden ringen an mit preciosen steenen -Die pape vraechde Alexander wat hi daer -dede of wat hi wilde Alexander ãtwoorde dat -hi syen wilde die heylige bomen vãder zonne -eñ van die mane Die pape seide Op dat hi eñ -sijn gheselscap zuuer ware eñ sõderlinge van -wijuẽ. soe soude hijse sien eñ horen sprekẽ wat -hi begeerde te wetẽ Mer hi seide dat der zõnen -boom sprac des auõts als die zõne onder ginc -eñ des morghens als si op soude gaen. eñ der -manen boom des gelijcx Eñ die bomen stondẽ -in een bosch int midden dat al omme bemuert -was mit een muere Doe sij daer binnen gaen -soe hiet die pape hẽ allen of doen haer costelicke -clederen eñ schoenẽ eñ haer iuwelen Ende -doe sij binnen gegaen waren so sagen sij schone -bomen int middẽ staen eñ elck was wel C: -voeten hooghe: eñ daer hinc balsame aen die -daer of dropen eñ was ghelijc kryeken Ende -die coninc eñ sijn gesellen raepten daer balsame -om dat sij soe wel roecken. wãt die coninc -leyde mit hẽ daer binnẽ wel drie C: van sijnen -ridders Eñ om dat dese bomen schoon warẽ -eñ mit balsame soe wel gheladen: soe meende -alexander dattet daer veel plach te reghenen. -Maer die pape swoer datter nye regen noch -vogel of beeste en quamẽ Wãt hi seyde hẽ dat -die bomen ghewyet warẽ inder zõnen eñ in[der] -manen eere. eñ dat sij so lanc eñ so schone waren -gewordẽ van heylicheden Doe wilde Alexander -den boom offerhãde doen mer die pape -verboetet hẽ: eñ hi hiet hẽ eñ sijn luden dat sij -den boom anbedẽ eñ cussen souden Dese pape -eñ die luden vã desen lande pleghen wel drie -hondert iaer te leuen of meer.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='l' class='c005'>Hoe Alexander sijn eerste antwoorde ontfinc vander zõnen boom</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Cap. l:</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Die pape seide tot alexander Hebt v herte -eñ v gepeyns voor v: waer of dat ghi weten -wilt mer en spreect niet mer peynst mitter -herten eñ syet opwaert naden boom Ende hi -sal v dan antwoorden soe wat ghi begheert -te weten: want sij spreken gryexe eñ ioetsche -tale beyde gader zeer wel Die coninck eñ sijn -geselscap te samen wachten hẽ van quaden berade -eñ sij sagen ten bome waert op Alexander -peynsde of hi mit gheluc eñ seghe weder te -lande keren soude Doe antwoorde hẽ der zonnen -boom eñ seide Alexander ghi sult alle die -werelt onder dijn bedwanc doen eñ onuerwõnen -bliuen vã striden. eñ heere bouen alle die -werelt wesen: mer nẽmermeer en coemt gi te -lãde. Dit seide die boom in ioedtscher tale mit -cleynre sprakẽ: Mer dit woort misquã alexander -harde zeer eñ hẽ was leet dattet alsoe veel -vã sinen ridders hoorden. eñ sij begonsten te -weenen Eñ alexander [ver]boetet hẽ allen mit giften -eñ mit dreygen dat sijt nyemãt en souden -seggen dat sij gehoort haddẽ. eñ hi wilde bliuẽ -om anderwerf ãtwoorde te ontfaen vander -manẽ boom Mer die pape seide hẽ dat dit niet -wesen en soude voor ter middernacht dat die -mane rijsen soude Hier om so bleef alexander -daer. eñ hildt mit hẽ Pernitasse eñ Fylotinen -eñ Clytone s[~ij] neuen die cortelic wt gryekẽ gecomen -warẽ: Wãt die mane seide hẽ dat hem -nyemãt doot slaen en soude mogen eñ hier õ -ontsach hi hẽ te min. eñ liet alle die ander ridders -wten bosch gaen.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='li' class='c005'>Hoe der manẽ boom Alexander anderwerf ãtwoorde</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca:li</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander ghinc inwert totten boom mit -sijn drie ridders eñ aenbede dẽ boom: eñ -hi peynsde eñ begeerde te weten die stat daer -hi in steruẽ soude Eñ als die mane began te risen -soe ãtwoorde hẽ die boom in gryxer talen -Alexander. uwẽ sterfdach naect zeer: Wãt int -naeste iaer ter ix: maent sult ghi sterue te Babilonien: -eñ het sal v doen een dijn vriendt daer -ghijs niet op en meent Alexander weende harde -zeer eñ sijn drie ghesellen die mit hẽ waren -Doe wort Alexander in twijfelingen. oft hem -eenich vã drien doen soude eñ: hẽ berouwede -dat hijs niet gevraecht en hadde wye dattet hẽ -doen soude Eñ aldus ghingen sij wt eten mer -alexander en mocht niet eten vã droefheden</p> - -<div class='figcenter id001'> -<img src='images/ill_077_081.jpg' alt='' class='ig001' /> -<div class='ic002'> -<p>Hoe der zõnen boom Alexander die derde vraghe antwoorde eñ seyde:</p> -</div> -</div> - -<div class='chapter'> - <h2 id='liij' class='c005'>Hoe der zonnen boom coninc Alexãder die derde vraghe antwoorde</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Cap: liij.</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als alexãder gegeten hadde so was hi zeere -naerstich om voor den dage te comen -totter zonnen boom om weder antwoorde te -ontfaen vã dat hi begeerde Eñ hi ginc ter mueren -waert vãden bosche mit die drie die mit hẽ -waren Eñ doe sij tottẽ pape quamẽ vonden sij -hẽ noch slapende eñ gedect mit huden bouẽ eñ -beneden. want die ludẽ en hebben anders gheẽ -slaeplakens Eñ bi hẽ lach een harde corste op -een tafel vã balsame gemaect die hẽ des auõts -gebleuẽ was. eñ daer bi lach een mes vã yuorien -wãt in dat lãt en is gheen yser noch loot -mer daer is alte veel gouts. noch die luden en -hebbẽ daer gheen laken: Eñ die pape stont op -eñ ghinc mit hẽ binnen: Alexander ginc staen -voor der zonnen boom eñ aenbede hẽ Ende hi -pensde wye hẽ doden soude eñ wat s[~ij]re moeder -eñ s[~ij]re suster geuallen soude Als die zõne -began te rijsen: soe antwoorde hẽ der zonnen -boom in gryex aldus Alexãder Seydẽ wi v diẽ -verrader die v ter doot brengen sal. so soutstu -hẽ doden. eñ also soudt ghi dat dinc verdriuen -dat immer gheschien moet Wãt ouer een iaer -eñ ix: maendẽ sult ghi steruen te Babilonien in -die stadt: Maer men en sal di dijn lijf niet nemen -mit ysere noch mit stale noch mit metael -noch mit siluere noch mit goude Wãt ghi sult -mit fenijn vergeuen wordẽ Olymphias sal eẽ -iãmerlicke doot steruẽ. eñ men salse onbegrauen -latẽ om datse die vogelen eñ beesten eten -sullen Dijn suster sal lãge in groter eeren bliuen: -al en salse niet lãge leuen Ghi sult al die -werelt onder v hebbẽ als een here. Nu gaet henen -eñ ruymt onsen bosch eñ en vraghet ons -niet meer. eñ vaert haestelijc ter poorten van -Faciaten waert daer Porrius eñ dijn heer v -wacht Die pape seide v hantgheslach eñ screyinge -[ver]torent god zeer eñ dẽ heyligen boom Here -coninc ruymt haestelic dat bosch. Veel ludẽ -twijfelen wye dese antwoorde gaf. want die -bomen en spreken niet: Sulcke luden segghen -dattet een engel gods was Ander seggen dattet -die duuel was: maer dat en gheloue ic niet -Want die duuel en mach alle gepensen vandẽ -mensche niet wetẽ. eñ hi en mach niet weten -wat daer geschien sal. eñ al seit die duuel somtijt -waer nochtãs veynst hi dicke logene Mer -om dat stẽme seide al dat waer was soe houde -ic nochtans dat sij vã gods wegen was.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='liiij' class='c005'>Van Alexanders [ver]waentheden</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. liiij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Daer na voer alexander wech: eñ alle s[~ij] -volck eñ sij quamen in een dal daer veel -serpenten in waren die den steen Mirauden -dragen in haren hals die schone warẽ: eñ dat -heer wãner menich: Daer nae quã alexander -onder wonderlijke beesten die hoofden haddẽ -ghelijc leeuwen Ende daer mede quamen voghel -grijpen die hẽ veel quaets deden ende dat -heer weerder hem teghens mit speren eñ mit -scutten sterckelijc. nochtans lieten si daer wel -twee C: mannen doot: maer onder cleyn ende -groot sloegen sij daer wel acht duysent beestẽ -doot Hier nae quamen sij op een ryuiere ghehieten -Ecclinas. eñ dat water is derdalf mijle -wijt: eñ an elcke syde stont groot lanc riet dat -meerder eñ langer was dan eenich boom wesen -mochte. eñ dat riet lach al vol olyphãten. -mer sij en deden alexãder noch sijn heer gheẽ -quaet Eñ alexander voer mit sinen heer ouer -dit water mit scepen vã ryet gemaect Eñ doe -sij alle ouer waren so ontfinghense die wilde -luden alle dat heer vriendelic Si vonden daer -wilde wijuẽ in een water die schoen wit haer -hadden eñ schone claere hudẽ Dese wiuen plegen -dicwijle mannen te vaen eñ [ver]drenckense -of sloeghense doot of brochtense ter doot mit -haer grote luxurie Alexander vinc twee van -dese wijuẽ die een huyt haddẽ soe wit als znee -Van daer quamẽ sij opter ryuiere Gãgres die -indẽ bybel Fyson hiet. eñ sij coemt wten paradyse -Dese ryuiere is soe wijt datmen vãden -enen oeuer anden anderẽ niet ouersien mach -Daer nae quamẽ sij daer sy beesten võden die -voor wten hoofde quamẽ groote hoornen die -ghetant waren als een saghe: eñ vã dien sloegen -sij doot viii M: eñ vier C:</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='lv' class='c005'>Hoe Alexander der maechdẽ lant wan</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca: lv.</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Aldus voer Alexander doer dat wilde Indien -eñ hi quã int eylant Faciaten. daer -hi Porrius vant die alexander daer ontbeyde -mit alle sijn heer Hier om beual alexãder den -heeren die hi alle dat lant vã Persen eñ Medẽ -beuolen hadde dat sy soudẽ doen maken grote -lange colõpnen vã finen goude. eñ dat si alle -sijn gesten daer in scriuen souden Eñ dat sijse -by Porrius rade voeren soudẽ in dat hoochste -Indien: eñ dat sijse verre ouer Liberbatus eñ -Hercules palen setten soudẽ. Iae dat sijse oec -tien voet hoger setten souden dan haer palen -warẽ. wãt hi was dieper int lãt dan sij warẽ -Nochtãs verloes hi daer wel M. eñ L: mãnen -Seneca spreect van alexanders macht eñ van -sinen rijcke aldus Die coninc Alexander was -soe fyer dat sijn [ver]waentheit ghinc bouen alle -mẽschelicheit. wãt doe hi die werelt [ver]wonnẽ -hadde soe wilde hi oec dẽ hemel [ver]winnen Eñ -hẽ quã in sijn sinnẽ dat Demetrius geseyt hadde -datter veel werelden warẽ Daer om seide -alexander: Ay mi keytijf dat ic binnẽ minen leuen -een werelt niet ghewonnen en hebbe dat -sal mi lange rouwen Nu liet Alexander in Indien -een ruwaert eñ hi voer weder te Babilonien. -Maer onder weghe dede hi tondere der -maechden landt: soe dat sy hẽ tribuyt eñ tijnse -gauen Eñ inden weghe quã hẽ die boetscap d[at] -hẽ die boden brochten den seghe vã al Europẽ -eñ sy gauen hẽ op alle haer lãt: eñ sy brochten -hẽ grote presenten Eñ haer tribuyt was van -der rijcker stat Cartagien eñ Spaengen lãt eñ -van Cecilien eñ vã Gallien dat menighe mijle -verre leyt. van Ardennen eñ vã Ytalien Eñ alle -desen sijns ontbeyden hẽ in Babilonien mit -menighe grote presentẽ Doe haeste hẽ alexander -zeer derwaert om dat hi daer die heerlich[eit] -van al[der] werelt õtfaen wilde. õ heer daer ouer -te wesen Wãt doe hi in Indien soe diep gheuaren -was so seide dat volc vãden lande gemeẽlic -dat hi nẽmermeer steruẽ en mochte om dat -hi so verre ouer Liberbatus eñ Hercules palen -geuarẽ was: Hier om en hilt hi daer niet veel -of wat hẽ die bomen geseit haddẽ. wãt hi gheloefde -bet anderẽ Eñ aldus wort hi bedrogen -Nu sult ghi horen hoe Alexander tot die Bracmannen -voer</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='lvi' class='c005'>Hoe Alexander die Bracmãnen bestoet:</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. lvi</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander besocht die wõderen die in Indien -warẽ so wilde hi oec der Bracmãnen lãnt -winnen Doe seyndẽ hẽ die Bracmãnen aldus. -danige brieuẽ Heere onuerwõnen coninc Wij -hebbẽ gehoort vã uwe zeghe eñ eere. eñ hier in -sijn wij zeer blijde van uwen ghelucke. Weet -dat wi gheen dingen en hebbẽ daer ghi op õs -om oerlogen derft. wãt ons goet is al gemeẽ: -eñ wi eten alle eenrehande spijse Want schone -dierbare clederen daer of laten wi ons ghenoegen -mit eenre slouen Onse wijuen en blãcketten -hẽ niet om datse ons te bet ghenoegen -souden. want wympel cleder eñ crone dat is -cyerheit mer gheẽ schoonheid: wãt gheen an[der] -schoonheit en is dã ons die nature gelaten heuet -Wij en hebbẽ anders gheẽ husen dan holen -eñ haghedochtẽ eñ daer in wonen wi so lãge -als wi leuen. eñ daer in laetmen ons leggen -als wi doot sijn Wij hebbẽ eenen coninc maer -dat en is daer õ niet dat ons eenighe rechters -noot is: maer dat is alleen die edelheit. Want -waer ouer soudemen rechtẽ daer nyemant en -is die misdoet Als Alexãder die zeer wijs was -dit vernam vã haren leuen so liet hijse vry eñ -quijt vã alle oerlogen Doe screef hi aldus tot -Didimus coninc vãden Bracmãnen</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='lvij' class='c005'>Hoe Alexander dẽ Bracmãnen weder screef</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. lvij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Van uwen zeden hebben wi dicwijls ghehoort -dat v leuen niet en is ghelijc den leuen -dat gemeenlic alle menschen leuen soe dattet -ons dunct onmoghelic te wesen en dede dat -wijt gehoort hebbẽ Hier om coninc didimus so -biddic v dat ghi tot onser lieften ouer wilt scriuen. -oft waer is dat wi vã v gehoort hebbẽ eñ -maket ons vroet of ghi leeft om exempel te geuen -vã uwen leuẽ Eñ dit doet ons: op dat als -wi also v leuen horen: dat wi ons daer in kerẽ -mogen oft ons alsoe geuallen mochte: Want -leeringhe is een vry dinck eñ wijsheit en scaet -niet alsmense tottẽ gemeenen profijt gebruyct -Ghelijc dattet een barnẽde kaerse niet en scaet -al ontsteectmen daer veel ander kaersen aen -daer ander luden by syen. want haer licht en -wort des niet te minre</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='lviij' class='c005'>Een antwoorde vã Didimus tot Alexander</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Capit: lviij.</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Didimus die coninc vãdẽ Bracmãnen antwoorde -tot alexander aldus Heer coninc -ghi versmaet onse bodẽ die wi tot v sendẽ als -onwaerdige luden daer ghi nochtãs sulke nie -maren vã ons gehoort hebt. Maer nv sal ic v -van onsen zedẽ die waerheit segghen Die bracmãnen -leuen een simpel leuẽ. eñ minnen alle -suuerheit eñ haten alle onreynicheit Si en begeren -anders gheen dinc dã die nature [ver]leent -Onse lijftocht is simpel eñ onsẽ cost en is niet -groot Want wi en begeren gheen lecker morseelẽ: -mer wi eten onse spijse onderlinge alsoe -die aerde draecht sõder grauẽ eñ ackerẽ Want -wi en eten gheen dinc dat leeft. eñ hier om en -wort onder õs nyemant zieck noch en quelet: -Wy hebbẽ oec een zede dat nyemãt den anderẽ -en helpet: want wi sijn altijts alle effen rijck. -Hier om soe leuen wij sonder haet eñ nijt. eñ -wi hebben alle effen grote armoede En aldus -soe sijn wi alle effen rijck vã goede Wi en hebben -onder ons gheen wet: wãt onder ons en -is nyemãt die misdoet Wi en weten oeck niet -vã arbeyde daermen an winnen mach. want -die gyericheit is al quaet Ende soe wye datter -mede beuãgen wort in sijn herte: sij brenct hem -ter armoedẽ eñ scanden wãt die gyericheit en -heeft gheen scande noch eynde. eñ soe die gyericheit -meer crighet hoe sij meer begeert te hebben -Wi en begeren gheen dinc dan dat wi steruen -moeten sõder pijn Wij slapen sonder sorghe: -eñ wi en eyschen vã nyemant dienst cleyne -noch groot Wi sijn alle vry. sõder dat allene -ons vleysch onderdaen is onser redene Eñ -wi houden ouer felheyt dat wi ons gebueren -dwingen souden om ons onderdaen te wesen -die die moeder der nature ons ghelijc gemaect -heeft. eñ die vader vã hemelrijc tot sijn rijcke -geroepen heeft. daermen ewelick in leeft mit -blijscappẽ Wij leuen gemackelic in onse holen -wãt nyemant en derf ons daer in storen. Eñ -wi en dragen oec gheen costelicke clederẽ: wãt -wi decken ons al mit papelẽ alsoet tamelic -is Wij en willen gheen vrouwẽ om oncuysheit -mede te doen. mer om dat wi begeren -kinderen daer aen te winnen Onder õs so en -sterft nyemãt voor sinen vader eñ mitten doden -en maken wij gheen feeste wãt het is mit -ons alleens mitten minsten eñ mitten meestẽ: -Maer uwe zede is dat ghi groot goet leght an -den doden eñ ghi en laet der aerden niet hebben -dat haer is: mer ghi ouerdect uwe dooden -mit siluere eñ goude eñ ontneemt der aerden -aldus dat haer toebehoort. In ons lãt en valt -gheen plaghe want wi en ontsuuerẽ die lucht -niet mit quaetheden daer die plagen om plegẽ -te geschien Die wint eñ dat weder is in onsen -lãden ghenoechlick nadẽ tijt vanden iare Wij -en houdẽ anders gheen medicijn dã dat wi etẽ -soberlic zuuere spijse: wãt vasten doet wel genesen -eñ hout ons gesont Wij en plegen gheẽ -spel. danssen noch roeyen noch tornoyẽ noch -spel van dieren te maken: eñ wi en varen nergent -om sulck spel te ansien. want die werelt -eñ dẽ hemel geuen õs genoech schoonheden te -ansien Wãt wi sien dẽ hemel dat hi schone eñ -claer is. eñ allesins wel gecyert is mitten sterren -en planeten. Oeck syen wi in die zee die gedaente -vã purpure eñ oec van die visschen in -menighen manieren daer in spelen ende springhen -Dan syen wi voort hoe die zee die aerde -allesins omme helset heeft: recht oft haer suster -waer Wij hebben oec groote genoechte te -syen op die groote weyden die al om ende om -mit schoon groene bloemen staen die soe wel -eñ soete ruken voor die ogen eñ voor den sin -eñ daer hebbẽ wi veel genoechten in Wi hebben -oec grote ghenoechte aen te sien die wilde -bosschen eñ die groene bomen daer die vogelen -soe schoon eñ soet op singhen Dit sijn die -rijcheden der naturen eñ haer schoonhedẽ eñ -weelden Wij en varen nimmermeer te lande -noch ter zee om comenscappe te doen: wãt die -rijcheden vã vremden landẽ en sullẽ nimmermeer -onsen sin verwinnen Eñ wi en begeren -niet meer vã aertschen goeden dan dat wi in -armoeden leuẽ mogen blijdelic eñ sonder sorghe -Wij en leren oec niet schone spreken wãt -daer leyt loosheit in: eñ men becleet die logen -mit schoonre talen also schone datter menich -man mede bedrogen wort Wãt men ontschuldicht -daer mede de misdadighen eñ men [ver]duystert -daer mede dat recht Dã prijsen die ghene -diet horen dẽ taelman eñ seggẽ dat hi wijs -is: mer dit is een onsalich prijs die die cõsciencie -besmettet Maer onder ons en doetmen dit -nimmermeer. want wi hebben een zeer simpele -sprake die altijts wel eñ waersprekende wesen -moet Ende wi en willen tot gheenre scholen -gaen: anders niet dan daermen leert dat -sekerste eñ dat beste. wãt wi en leren anders -niet eeren dã dat ouerste goet. Eñ ghi leert te -vogelen eñ te doen dat genoechlic is uwẽ vleische -Wij en offeren gode gheen beesten. noch -en maken hẽ gheen grote costelicke tẽpelen eñ -outaren als ghi doet Eñ v luden dunct datter -gheen arm ludẽ en sijn die uwes goets te doen -hebben Dat is groote misdaet want god wilt -gheeert wesen om sijn grootheit mit suueren -dienst sonder bloet te storten eñ te offerẽ Wãt -alsmen hẽ bidt mit suueren woorden soe doet -hi dẽ menschen genade Want god is selue dat -woort daer alle dingen bi gemaect sijn eñ alle -dingen behoet hout eñ voet Dat woort minnẽ -wi. wãt dat heeft ons nv gegeuen onsẽ geest -eñ ons leuen. Mer om dat god selue is gheest -eñ leuen soe en machmen niet wel gewinnen -sijn vrientscap mit desen aertschen goede: mer -men wint sijn vrientscap mit suuerẽ leuen eñ -datmen hẽ altijt dancke eñ loue Hier om segghen -wi dat ghi onsalich volck bent. want ghi -en [ver]staet niet dat v beghin is vandẽ hemel. eñ -dat ghi maechscap hebt mit gode die alle dinc -gescepen heeft Mer mit dorperlike dinghen besmet -ghi uwe edelheit altemael om dat ghi die -genoechte uwes vleysches volget na sijnre begeerten: -ende dat ghi vercoren hebt eñ minnet -alle dingen die comen vãder aerden: ende die -minne daer of ontsuuert die lucht: dat water -ende die aerde Noch doet ghi veel meer quaets -want ghi sijt gode al of gegaen eñ ghi aenbedet -dode luden recht of sij goden waren want -sij sijn moortdadighe luden eñ vyanden die v -tot alle scanden brengen</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='lix' class='c005'>Hoe dat Alexander Didimus antwoorde</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca.lix</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander antwoorde Didimus der Bracmãnen -coninc aldus Sijn v dingen also -als ghi seght: soe schijnt dat die Bracmãnen alleen -leuen sonder sõden op dese werelt na dat -v ghescrifte luydet Want ghi en gebruyct niet -tot eenigen tijt die weeldicheit die die natuere -ghegeuen heeft allen mẽschen eñ leuen naden -auenturẽ ghemeen Aldus schijnt dat ghi luden -alleene goden sijt oft ghi en acht op gode niet -wãt ghi ontseght hẽ dat hi v geuen wil: eñ dit -dunc mi bet sotheit wesẽ dan leuẽ na wijsheit</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='lx' class='c005'>Hoe Didimus Alexãder antwoorde</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca.lx</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Didimus antwoorde hier op aldus Alexander -Wij en sijn niet vryelinghen van -deser werelt: mer wi sijn hier al gasten want -wi en bliuen hier niet geduerich: eñ wij liden -doer dese werelt als een pelgrim die tot sinen -lande waert vaert so ontcõmert van alle dingen -eñ so licht dat õs die sondẽ niet en beswaren. -noch gulsicheit noch ãder quaetheit voor -gode diemẽ gheenẽ mãtel makẽ en mach Mer -wij haesten ons onsen wech ouerlijdende tot -gode waert mit zuuere cõsciencien eñ mit een -aensicht dat hẽ niet scamen en derf. Eñ wi en -willẽ gheen godẽ wesen noch gode achterdeel -doen Mer ghi mint tot uwer onsalicheit gode -mit cleynre giften: Wij en sijn niet sculdich te -verteren noch te begeren al dat wi syen. wãt -dat en ware gheen besetheit noch eere Eñ god -heeft meenich dinc opter werelt ghemaect om dattet -die werelt niet oerbaerlic en ware. noch -sonder hẽ niet en soude mogen staen Mer god -heeft dẽ mensche gegeuen die nutscap vanden -dingen die hi ghemaect heeft tot haren vryen -wille die hi hem vry gelaten heeft: Eñ so wye -hem dan mit vryen wille hout an dat quaetste -eñ laet dat beste. die en vaert bi gode niet. mer -hi verdient gods vyantscap daer mede</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='lxi' class='c005'>Hoe Alexander weder ãtwoorde</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca:lxi</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander screef hẽ weder: eñ seide Ic en -prijse voor gheen salicheit dat ghi v lant -soe vry hiet. wãt het is bet een karcker dã lant -om dat ghi nergents en gaet noch en vaert in -anderen lãden. Eñ oec õ dat nyemãt op v en -acht. Dit dunct ons een crancke salicheit: wãt -ghi en sayet noch en plãt bomen noch en maeket -huysẽ noch zalẽ. eñ dit dunct ons alle katyuicheit -Aldus en gheeft õs gheẽ wõder dat gi -leeft als beesten: mer datmẽ reyn leeft in weelden -dat is een eerlic dinc Dat ghi mit vrouwẽ -niet veel en sijt wye salt v mogen prisen Wãt -uwe wijuẽ sijn onbequaem: het waer scãde dat -se menich mã begeerde Mer wi gebruykẽ alle -dat die aerde draecht mit vryen wille in ons te -wachtẽ van sõden eñ ontscult te hebbẽ Aldus -soe nam die tale een eynde tusschen alexander -eñ die Bracmãnen Maer Alexander seide hier -int eynde dat hi wel waer die alsoe dede Mer -nochtans bleef Didimus voor eñ int achterste -int beste Want sijn geloue schijnt alleheel der -kerstenẽ gheloue ghelijc te wesen. daer hi seyt -God is dat woort eñ biden woorde wordẽ alle -dingen geschepen eñ onthouden</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='lxij' class='c005'>Hoe Alexander te Babilonien quam tot s[~ij]re doot waert.</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Cap.lxij.</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Als alexander bi Babilonien quã soe hiet -hẽ een waersegger dat hi inder stat niet -en ghinge: wãt sijn leuen lach daer an Hier õ -liet alexander die stat staen eñ hi voer ouer in -een stat gehietẽ Bursia daer doe nyemãt in en -woende Een vã alexanders vriendẽ die Amoxarcus -hiet die seide hẽ datmen gheen waerseggers -gelouen en soude want sij plegen veel te -lieghen Om dese woorden soe voer alexander -te Babilonien binnen Doe seide Corbanes die -waerseggher Gheen argher dinc en is aenden -mẽsche dã dat een mẽsche plõper is om te doẽ -s[~ij]s selfs oerbaer dan eens anders Als Alexander -binnẽ die stat quam soe settemen hẽ een -crone op s[~ij] hooft gemaect vã yuore eñ goude -Eñ Porrius leyde hẽ an die een syde eñ Dari[us] -broeder an die ander syde. Eñ als hi te rechte -geseten was so quã groot volc voor hẽ eñ clageden -hẽ ouer sijn rechters. eñ si vraechdẽ hem -oft sinen wille was datmẽse soe iãmerlic tonder -dede Als alexander dit hoorde soe dede hij -alle sijn rechters doden voor die boden ogen. -eñ hier na nam hi Hoaxanes Darius dochter -te wijue: Eñ hij hiet dẽ Gryeken dat sij nemen -souden vãden schoonsten eñ edelste maechden -die hẽ best behaechden vãden ghenen die si wt -alle lãden gebrocht hadden Hier na vergaderde -hi alle dat ridderscap eñ goedese rijckelick -eñ hi gaf hẽ groot goet alsoet elck begheerde: -Eñ die oude ridders liet hi vry vã oerloghen. -mer in haer stede sette hi iõgelingen Eñ die iõghelingen -seidẽ daer zeer teghen: eñ sij baden -hẽ dat hijse oec verlaten wilde: mer hi seide hẽ -dat hijse om gheenrehõde bede verlatẽ en soude -Die boden die hẽ geseynt warẽ wt alle landen -eñ die hẽ die heerscappie vã alle landẽ op -gauen: quamen tot hẽ mit ontallike presenten -vã costeliken gulden iuwelen van gesteenten -eñ van zyden wercke. als van wapenen van -cronen eñ vã paerden Eñ dese ontfinc hi alle -vriendelic eñ hi gaf hẽ schone presenten weder om -Hier en binnen seynde hẽ Olymphias sijn -moeder brieuen die spraken dat hi hem wachtẽ -soude van Antipater dien verrader. want sy -hadde anxt dat hi hẽ verradẽ soude. Als Alexander -dese brieuen gelesen hadde soe ontboet -hi sõder beyden Antipater dat hijs nergents õ -laten en soude hi en quaem tot hẽ in Babilonien -inder stat Hier om wort Antipater tornich -inden weghe doe hi te Babilonien waert quã -eñ hi dede maken een fenijn dat inder werelt -gheen stercker wesen en mochte</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='lxiij' class='c005'>Van Alexanders feest eñ zijn vermeten</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. lxiij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Eer Antipater quã so voer alexander binnen -eñ butẽ soe hi wilde eñ hi was wel -te vreden Mer hẽ ontstarf Ensistien die hi bouen -alle sijn princen zeer beminnede: want het -was een die schoonste iongelinc diemen in al -die werelt vandt Eñ Alexander weende lãge -daer om eñ hi dede hẽ een costelic graf maken -daer hi veel scats an leyde. wãt het coste hẽ te -maken xij.M: talenten gouts. Oeck dede alexander -gebieden datmẽ desen iongelinc anbedẽ -soude als een god eñ daer voor houdẽ Als dese -iongelinc begrauen was soe keerde Alexander -weder in Babilonien eñ daer lach hi stille -eñ hildt grote feeste. eñ daer ontfinc hi nacht -eñ dach die slotelen eñ die presentẽ die hẽ quamen -wt alle lãden Mer om dat die vã Romen -hẽ nv gheen present en sendẽ soe swoer hi dat -hi Romen destrueren soude Eñ om dat hi alle -die werelt tonder hadde soe wilde hi voorder -oerloghen dan een mensche toe behoort. eñ hi -seyde sinen ludẽ dat sij sinen raet doen wilden -hi soude hẽ doen weten eñ hebbẽ die heymelicheit -der naturen Eñ hi dede noch meer scepẽ -maken eñ hi voer in die diepe doncker zee om -der naturẽ cracht te dwingen Des balch haer -die nature eñ die vier elementẽ mede die altijt -mit hem geweest hadde. want die nature was -haer vrouwe Doe voer die natuere ter hellen -om hulpe te soecken dat sy Alexander ter doot -brengen mochte. eñ sy vãt daer hulpe eñ raet -want alexander wort wter zee te lãde ghesteken -eñ quam weder in Babilonien Antipater -was doe oec gecomen in Babiloniẽ: eñ hi hadde -drie zonẽ Die eerste hiet Casander. die ander -Philippus eñ die derde Yollas Dese warẽ bij -Alexander onthoudẽ om dat die een altijt den -dranc proefde eer datten alexander dranc: eñ -als hijen dã geproeft had soe ontfinc alexan[der] -dẽ nap eñ dranc selue Nu had Antipater doen -maken so sterckẽ fenijn. dat hi wel seker was -hads alexander yet int lijf dat hi steruẽ moeste -Want dit fenijn was also sterck datmen niet -houden en mochte in vaten van siluer of van -goude noch vã yser of vã metael noch in gheẽ -vat: sõder in een hoeue van een paert Antipater -was oeck soe seker dat alexander daer of -steruẽ soude dat hi seide tot Casãder sinẽ zone -dat hi dat rijck vã Macedoniẽ behoudẽ soude</p> - -<div class='figcenter id001'> -<img src='images/ill_099.jpg' alt='' class='ig001' /> -</div> - -<div class='chapter'> - <h2 id='lxiiij' class='c005'>Hoe Alexander vergeuen wort</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. lxiiij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Thessales die node alexander eñ sijn gheselscap -mit hẽ ten eten in die stat eñ daer -maecte hi hẽ feeste bouen alle feesten eñ hi gaf -daer die meeste eñ die costelicste gerechten diemen -vinden mochte Eñ Yollas eñ Philippus -sijn broeder schencten voordẽ coninc: eñ sij waren -wel voersien hoe si alexander souden vergeuen. -wãt haer vader hadt hẽ geseyt Doe sy -sagen dat Alexander genoech ghedrõcken hadde. -soe schencte die een eñ die ander proefde dẽ -dranc daer noch gheen fenijn in en was mer -daer nae deden sy fonteyn water inden wijn -daer dat fenijn in gemenget was Eñ doe gaf -men dẽ coninc den nappe eñ hi dranc: mer int -middel van sinen toghe soe ontfinc hi binnen -eenen anxtelickẽ steke daer hi zeer of veruaert -wort Wãt het ghinc hem in sijn lijf oft hi mit -een knyf gesteken had geweest: eñ Alexander -riep mit groot misbaer Eñ sijn vriendẽ meenden -dat hijt wt drõckenscap dede eñ sij bleuen -in dat meenẽ: maer het was een quade moort. -Doe badt alexander datmen hẽ wech droeghe -eñ daermen hem wech droech. so was hi half -doot Want hi wort vã binnen also gepinicht -dat hi dicwijl een swaert eyschte om hẽ seluen -doot te steken eñ om sijn pine te corten Want -sijn vrienden die ontrent hem stonden eñ haer -handen aen hem deden om hem te helpen soe -docht hẽ dat sij hẽ zeere deden als of sij hẽ ghewont -haddẽ: want corts te voren daer hi lach -en sliep hadde hẽ dit al wel ghedroemt. Opten -vierden dach sach hi wel dat hi steruẽ moeste: -Eñ hi seide Nv ken ic mijn geual wãt al mijn -geslachte dat vã Achilles gecomen is dat is al -gestoruẽ ontrent sijn xxx. iaren mit groten euelen -Sijn ridders seidẽ dat hi verraden was. eñ -sij riepen alte iãmerlicke lude Aylaes wye heuet -ons mit soe grotẽ moort beroeft vã onsen -coninc Eñ die dit geselscap ghescoert heeft die -sal menigen mã sijn leuen benemen: wãt des -ghelijcx en wort nye ghesien of geuonden</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='lxv' class='c005'>Van Alexanders doot</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca. lxv.</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Alexander dede hem dragen in een hoghe -stat daer hẽ al sijn volck mochte syen liggen -in groter pijnẽ Eñ hi lietse alle tot hẽ comen -eñ hi beual datmen nyemant [ver]bieden en -soude die daer comẽ wilde. Eñ daer quam tot -hem menich stout riddere die zeer screyden eñ -groot misbaer maecten Hier nae badt Alexander -sijn vrienden. als hi doot ware datmen hẽ -mit duerbaren specien eñ balsamen begrauen -soude Eñ datmẽ hẽ voeren soude nergens dã -in Lybia in Amõs sijns vrients schonen tempel -daer hi gecroent staet Doe vraechdẽ hem sijne -vriendẽ om dat sij sagen dat hi soe cranc was: -wye hi wilde dat nae hem sijn crone draghen -soude vã sijnen rijcke Hi seide die beste Maer -hi en noemde nyemãt. noch Hercules sinẽ zone -noch sinen broeder: noch oec dat kint dat Roexanes -droech die doe swaer ghinc bi hẽ mit kinde -Want alexander dachtet ouer dat hi die soe -groten heer was van enighen mã soe groten -rijcken heer makẽ soude hi en waert waerdich -want hi hads onwaert sulck goet te laten enighen -man dies niet waerdich en waere. Ten -sesten daghe ontuiel hẽ sijn sprake eñ doe nam -hi sijn vingerlinc eñ stact een vãden iongelingen -an sijn hant Doe meendẽ veel herẽ die daer -waren dat alexander wilde dat hi coninck -nae hẽ wesen soude Scolastica historia seit dat -alexãders suster hẽ fenijn gaf: om dat sy hoepte -eenen grotẽ heer te crigen eñ vrouwe te wesen -vã alle sijn rijck Eñ alsoe haest als hi dat -fenijn int lijf hadde dat hi doe sijn sprake verloes -Eñ om dat hi wilde dat nẽmermeer also -groten heere nae hẽ wesen en soude in aertrike -als hi doen was. soe screef hi sinen laetsten -wille eñ deelde sijn rijck in twalef deelen ende -hi gaft twalef vã sinen gesellen die mit hẽ opgeuoet -warẽ. eñ dien gaf hi elck een deel van -sinen rijcke: Maer die vier verdreuen alle die -andere eñ bleuen daer heeren of.</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='lxvi' class='c005'>Van Alexanders vromicheit</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Ca: lxvi</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Inder maent Iulius diemẽ hoymaẽt hiet -mit ons soe sterf dese grote Alexander doe hij -in sijn xxxiij. iaer was Hi was die meeste van -moede eñ vã herten die nye in die werelt quã -Hi was oec die machtichste mã die nye in die -werelt regneerde Hi verloste altijt sijn rid[der]s -wt harẽ noot dat sij mit sinen troeste soe stout -waren dat hẽ dochte al haddẽ sij alle naect gheweest. -hẽ en hadde niet mogen deren als sij hẽ -sagen Hẽ en geuiel oec nye dat hi enigen man -bestont hi en verwan hẽ. noch nye en bestont -hi borch noch stat hoe vaste dat sy warẽ: hi en -wanse of hadse tot sinen wille Nye en quam -oec volck tegen hẽ te stride hi en [ver]wanse Mer -int eynde wort hi selue verwõnen, maer niet -mit geuechte mer mit verraderie vã sinẽ dienres -die alsoe deerlic vergauen mit fenijn Men -leest dat hi enen steen hadde soe wye die steen -droech dat hem gheen fenijn deren en mochte -Mer daer hi aldus [ver]raden was so was hẽ des -nachts dẽ steen benomen om dat dẽ moort voldaen -soude wordẽ eñ verholen bliuẽ Mer alst -fenijn in die aderen getogen was alsoe dattet -die natuere niet en conde gelosen soe wort hẽ -sinen steen weder gegeuen al heymelic Eñ aldus -verghinc die auenture mit hẽ Als die mare -te Babilonien quam dat Alexander gestoruẽ -was in die bloeme sijnre ioecht eñ int meeste -van sijnre cracht so wort die stat zeer droeuich -Maer die luden die hij verwonnen hadde en -wouden dat niet gelouen dat hi doot soude wesen: -want sij meenden dat hi nimmermeer en -soude mogen steruen Sonderlinghe om dat si -ghesien hadden dat hi in groter auenturen dicwijls -verlost worde vander doot Maer doen -sij wel die waerheit wisten dat hi sekere doot -was soe beweenden sij hem harde zeere Als -Roaxanes Darius dochter Alexanders wijf -vernam dat Alexander haer heere doot was. -soe hadde sy daer of soe groten rouwe. dat sy -daer nae nye en at Maer Alexanders magen -wt gryeken en hadden gheenen rouwe om hẽ -niet meer dan oft haer vyant geweest hadde: -Roaxanes Darius dochter alexanders wijf dede -haer gespelinnen doden om dat sy haer an -laghen ende rieden dat sy eenen anderen man -nemen soude:</p> - -<div class='chapter'> - <h2 id='lxvij' class='c005'>Van Alexanders begrauinghe:</h2> -</div> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c007'> - <div>Cap lxvij</div> - </div> -</div> - -<p class='drop-capa0_0_0_7 c006'>Men maecte in Babilonien groot geclach -eñ hant gheslach van rouwen Maer ick -segghe ouer waer dat die dode menschẽ gheen -vrienden en hebben. want datmen daerwaert -dient dat is al om ghewin. want anden doden -en leyt nyemant eñ elck doets hẽ eerst of also -hi eerst mach Die na Alexander bleuẽ die bedreuen -haer dinc alsoe dat al gemeenlic rijck bleuen -Maer daer was ghestrijt een wile om s[~ij] -sepulture Die vã Gryeken wilden hẽ ter stont -veruoeren tot haren lande waert Mer si droeghen -ouer een datmen Iupiter vraghen soude -waermen hẽ grauen soude Iupiter ãtwoorde -datmen alexander grauen soude in Alexandrien -in die groote stadt die hi seluer dede maken -in Egipten Dit seide doe Iupiter. eñ men dede -daer een schoon costelic graf maken Ende -Ptholomeus die nae hem coninc bleef dede hẽ -daer zeer rijckelick begrauen. alsoet alsulcken -heere ende coninck wel betamelic was: In -Alexanders tijden en vantmen ghenen alsoe -wijsen coninc als hi was. hadde hi hẽ konnen -wachten van veel wijns te drincken: eñ hadde -dese grote heere hẽ konnen houden also gemaetich -in sijn manieren in sijnre groter rijcheyt -als hi dede doe hi arm was. Inder noot -en konste hem nyemant bet beuroeden dan hi. -maer in sijnre weelden was hi zeer sot: want -hi wilde god gehieten wesen Eñ altijts hadde -hi tot sinen raede seuen wijse mannen: want -dat beual hem die groote philosophe Aristoteles -sijn lieue meester Maer als hẽ yet swaers -aen quam soe nam hi elcken van desen wijsen -mannen alleen eñ hi seide hem sijn dingen eñ -ghebreck altemael: eñ dan soe vraechde hi hem -sijnen raet. Ende aldus onthieldt hi wel wat -hem elcke man riet. eñ ten laetsten nam hi eñ -schiep hi wt alle desen den besten raet in hẽ seluen -alsoe hi best conste ghemercken Ende dan -auentuerde hi den raet Aldus soe wort al niet -sijn dinghen die alsoe sterck soe rijck so machtich -was. want hi moeste steruen. Eñ hi bleef -doot soe voor gheseit is God verleene ons na -onsen doot dat eewighe leuẽ eñ die grote blijscappe -sonder eynde: Amen:</p> - -<hr class='c009' /> - -<p class='c000'>Hier eyndt dat regiment eñ dat leuen van -den groten eñ moghenden coninc Alexander -die een heere was van alle die werelt</p> - -<p class='c000'>Gheprendt eñ voleyndt te Delf in Hollandt -Int iaer ons heren. M:CCCC. eñ xci: op den -vijfsten dach van December</p> - -<hr class='c009' /> - -<div class="chapter" /> - -<div class='nf-center-c1'> -<div class='nf-center c010'> - <div>Delf In Hollandt</div> - </div> -</div> - -<div class='figcenter id001'> -<img src='images/ill_108.jpg' alt='' class='ig001' /> -</div> - - - - - - - - -<pre> - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of Hier beghint die hystorie Vanden -grooten Coninck Alexander, by Anonymous - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK HIER BEGHINT DIE HYSTORIE *** - -***** This file should be named 63994-h.htm or 63994-h.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/6/3/9/9/63994/ - -Produced by Jeroen van Luin, André Engels, Clog and the -Online Distributed Proofreading Team at https://www.pgdp.net -(Koninklijke Bibliotheek, The Hague) - -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - - - -</pre> - - </body> - <!-- created with ppgen.py 3.55 on 2016-04-13 20:02:21 GMT --> -</html> diff --git a/old/63994-h/images/cover.jpg b/old/63994-h/images/cover.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 4f8c492..0000000 --- a/old/63994-h/images/cover.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/63994-h/images/ill_002.jpg b/old/63994-h/images/ill_002.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 997e87d..0000000 --- a/old/63994-h/images/ill_002.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/63994-h/images/ill_011.jpg b/old/63994-h/images/ill_011.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 89a0685..0000000 --- a/old/63994-h/images/ill_011.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/63994-h/images/ill_015_025.jpg b/old/63994-h/images/ill_015_025.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index e633c6a..0000000 --- a/old/63994-h/images/ill_015_025.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/63994-h/images/ill_029_045.jpg b/old/63994-h/images/ill_029_045.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 103c98f..0000000 --- a/old/63994-h/images/ill_029_045.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/63994-h/images/ill_063.jpg b/old/63994-h/images/ill_063.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 9dcc7e5..0000000 --- a/old/63994-h/images/ill_063.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/63994-h/images/ill_077_081.jpg b/old/63994-h/images/ill_077_081.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 594d636..0000000 --- a/old/63994-h/images/ill_077_081.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/63994-h/images/ill_099.jpg b/old/63994-h/images/ill_099.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8939525..0000000 --- a/old/63994-h/images/ill_099.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/63994-h/images/ill_108.jpg b/old/63994-h/images/ill_108.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 6e6c709..0000000 --- a/old/63994-h/images/ill_108.jpg +++ /dev/null |
