diff options
| author | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-27 23:41:40 -0800 |
|---|---|---|
| committer | nfenwick <nfenwick@pglaf.org> | 2025-01-27 23:41:40 -0800 |
| commit | 28790dba3632d4d0c8523febd8d444af85af2998 (patch) | |
| tree | 4981d342eee3e7579540f2c6b47f71aaf9b19f6d | |
| parent | c8025d208ec80fc3b766aaed88979d34eaed54b9 (diff) | |
41 files changed, 17 insertions, 12559 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes new file mode 100644 index 0000000..d7b82bc --- /dev/null +++ b/.gitattributes @@ -0,0 +1,4 @@ +*.txt text eol=lf +*.htm text eol=lf +*.html text eol=lf +*.md text eol=lf diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt new file mode 100644 index 0000000..6312041 --- /dev/null +++ b/LICENSE.txt @@ -0,0 +1,11 @@ +This eBook, including all associated images, markup, improvements, +metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be +in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES. + +Procedures for determining public domain status are described in +the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org. + +No investigation has been made concerning possible copyrights in +jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize +this eBook outside of the United States should confirm copyright +status under the laws that apply to them. diff --git a/README.md b/README.md new file mode 100644 index 0000000..6f75c40 --- /dev/null +++ b/README.md @@ -0,0 +1,2 @@ +Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for +eBook #61448 (https://www.gutenberg.org/ebooks/61448) diff --git a/old/61448-8.txt b/old/61448-8.txt deleted file mode 100644 index b1074c2..0000000 --- a/old/61448-8.txt +++ /dev/null @@ -1,6048 +0,0 @@ -The Project Gutenberg EBook of De Scheepsjongen van 'De Gouden Leeuw', by -Johannes Hendrik Been - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: De Scheepsjongen van 'De Gouden Leeuw' - -Author: Johannes Hendrik Been - -Illustrator: Johannes Petrus Antonius Wiegman - -Release Date: February 18, 2020 [EBook #61448] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE SCHEEPSJONGEN VAN 'DE GOUDEN LEEUW' *** - - - - -Produced by R.G.P.M. van Giesen - - - - -[Illustratie: kaft] - - - - - JOH.H. BEEN - DE SCHEEPSJONGEN - VAN "DE GOUDEN LEEUW" - - - - - DE SCHEEPSJONGEN VAN "DE GOUDEN LEEUW" - - - - - JONG HOLLAND - I - - - - [Illustratie: logo Meulenhoff] - - - - H. MEULENHOFF -- AMSTERDAM -- 1920 - - - - - DE SCHEEPSJONGEN VAN - "DE GOUDEN LEEUW" - JOH. H. BEEN - GEÏLLUSTREERD DOOR JAN WIEGMAN - - - -[Illustratie: logo Meulenhoff] - - - -H. MEULENHOFF -- AMSTERDAM -- 1920 - - -[Illustratie: Akelig klonk hem het ketengerammel in de ooren.] - - - - - Inhoudsopgave - - I. DE BAZINNE VAN "LAGERWOUDE". - II. IN DE GEHEIME BIJEENKOMST. - III. OP DE KLEERMAKERSTAFEL. - IV. EEN OASE IN DE WOESTIJN. - V. WAAROM VROUW STOFFELSEN ALLEEN THUIS BLEEF. - VI. OP DEN WAGEN. - VII. HET PLANNETJE VAN HANS. - VIII. HET DEURTJE VAN EEN VOGELKOOI GAAT OPEN. - IX. MET IJSGANG UIT HET GOEREESCHE ZEEGAT. - X. ONDER DE LINIE. - XI. ER MOET IETS OP DE "WESTVRIESLAND" GEBEURD ZIJN. - XII. HET LAATSTE GEDEELTE VAN DE REIS. - XIII. 'T WAS IN DE MEI.... - XIV. TOT ZIENS! - - - - -I. - -DE BAZINNE VAN "LAGERWOUDE". - - -Op een grauwen namiddag in de maand December van 't jaar onzes -Heeren 1615, zat in de groote keuken van een hofstede, die, een half -uurtje buiten den Briel, dicht bij het wagenveer naar Hellevoetsluis -gelegen was, een vrouw druk aan het verstelwerk. - -Hoewel het niet later dan half drie geweest zal zijn, heerschte er -toch al een soort van schemering in het vertrek, dat tegelijk tot -woonkamer diende, en door de kleine, in het lood gezette ruitjes van -de twee ramen het daglicht moest ontvangen. - -"Moeder," zei een deerne, die aan den gootsteen, met het wasschen -van vaatwerk bezig was, maar even ophield om naar de vrouw te -kijken, die zich àl dieper over haar naaiwerk heen boog, "moeder je -bederft nog je oogen." - -"Zei-je iets Katrijn?" riep een ongeveer vijftienjarige knaap, die -in de aangrenzende schuur bij de koeien bezig was. - -En zijn hoofd door de openstaande deur stekende, waardoor de -reuk van den stal in de keuken drong, zag hij vragend zijn zuster -aan. Moeder hief het hoofd op. - - -[Illustratie: Ga jij maar aan je werk, Andries.] - - -"Ga jij maar aan je werk, Andries. Je zuster heeft het niet tegen -jou." - -Dat kwam er niet vriendelijk bij haar uit. En toch was Andries van -haar drie zoons de meest geliefde, omdat hij naar haar vader heette. - -Trouwens, die boerenvrouw hàd iets norsch, iets stugs over -zich, en, door een loodrechten rimpel tusschen de wenkbrauwen, zelfs -iets strengs. Zij was niet jong meer, maar toch droeg zij haar -zeven-en-vijftig jaren met eere. Wat vooral uitkwam, als men haar -vergeleek bij haar dochter en bij haar zoon, die in gestalte en -gelaat iets zwaks en ziekelijks over zich hadden. En zoo boersch als -zij gekleed was, met het eenvoudige gladde mutsje, dat haar nog niet -grijzende haren alleen bij de slapen zichtbaar liet, zag zij er uit -als een heerscheres; en dat was zij ook, de bazinne van deze -hofstede. "Och, Andries," zoo lichtte de deerne, die wij Katrijn -noemden, maar als Catharina gedoopt was, haar broeder in, "moeder -zit haar oogen te bederven, en nu wou ik, dat ze zich een beetje -rust gunde." - -"Rust?" sprak de oude vrouw bitter, "rust zal: ik hebben, als ik bij -je vader in de Groote Kerk van den Briel begraven lig!" - -Katrijn wenkte met de oogen en het hoofd, dat Andries maar aan zijn -werk blijven en moeder stil moest laten zitten. - -Of hij die teekenen niet opmerkte, dan wel dat niet wilde, durven -wij niet beslissen. Zeker is het, dat hij uit den stal in de keuken -kwam, en zich naar zijn moeder begaf. - -Snel had die opgekeken, toen zij hem de holsblokken van de voeten -hoorde gooien, om op de kousenvoeten binnen te komen. - -Afwerend strekte zij de hand uit; maar reeds was Andries bij haar en -sloeg de armen om haar heen. - -"Toe, moeder; u moet niet zulke akelige dingen zeggen!" - -Met bovenlijf en armen maakte zij zich los uit de omhelzing. Wel -niet ruw of afstootend, maar toch met een zekere beslistheid. - -"Dwaasheid, Andries! Wij moeten elk uur van ons leven bereid zijn om -rekenschap af te leggen!" - -"Dat weet ik wel, moeder, maar...." - -"Ga aan je werk, Andries," kwam Katrijn tusschen beiden, niet zonder -eenige spijtigheid in haar toon van spreken, "je weet, dat moeder -niet tegengesproken wil worden." - -De rimpel tusschen de wenkbrauwen van moeder verdiepte zich en haar -felle oogen gingen den kant van haar dochter uit. - -"Andries heeft je raad niet noodig, Katrijn. Bewaar dien.... voor je -oudsten broer!" - -'t Was, alsof Andries bij die woorden wederom behoefte gevoelde zijn -armen om moeders hals te slaan; maar omdat hij dit niet aandurfde, -vielen zij slap neer, en vouwde hij de handen. - -"Is.... is er alweer iets met Witte?" vroeg hij angstig. - -"Alweer?" gaf moeder schouderophalend ten antwoord, terwijl zij haar -verstelwerk, dat in haar schoot gegleden was, weer opvatte. "Vraag -liever, wanneer er niet wat met hem aan het handje is!" - -En plotseling van onderwerp veranderende: - -"Waar zit toch heel den middag broer!" - -Broer was de jongste zoon, die Abraham heette, en ongeveer den -leeftijd van veertien jaar bereikt had. - -"O, moeder," gaf Katrijn dadelijk ten antwoord, blijde, dat zij over -iets anders kon spreken, "broer is met den speelwagen naar den -Briel, voor de boodschap bij burgemeester Lenaert Jans 1), u -weet wel...." - -"Dat kon de knecht toch alleen wel af!" merkte moeder op, die weer -met haar verstelwerk begonnen was. "'t Was beter, als broer met dien -hoest thuis gebleven was; de lucht is vandaag te guur voor hem." - -"Kom, moeder," waagde zij luchtigjes tegen te spreken, "de jongen is -toch geen papkindje. Wat jij, Andries!" - -Andries gaf haar gelijk. 't Was buiten niet zoo guur als moeder -dacht. - -Moeder gaf geen antwoord. Een Doopsgezinde spreekt nooit onwaarheid, -maar behoeft daarom toch niet altijd al de gedachten, die er in een -menschenhoofd omgaan, te vertolken! - -Zij wist, welke zwakke vaten het waren, die kinderen van haar. - -Dat wil zeggen, haar kinderen op één na. - -En die eene!.... - -Even was er iets als van bezorgdheid over haar streng gelaat gegaan. -Nu verdiepte zich wederom die steile rimpel. - -En in den toenemenden schemer stond haar lievelingszoon voor haar, -het hart vol vragen en naar het gelaat starende, dat, door het -hagelwitte mutsje omlijst, heel eigenaardig hoe langer hoe meer uit -die schemering leek te komen. Angstig keek ook Katrijn dien kant -uit, vreezende, dat een ondoordacht woord moeders gedachten weer op -dien eenen zou terugbrengen, en ze wist niet, dat moeders hoofd en -hart er thans meer dan vol van waren. - -En zoo kwam het, dat zij niet hadden opgemerkt, hoe een kloek -manspersoon, die op het voetpad van den Brielschen kant kwam -aangestapt, even, als onderzoekend, was stil blijven staan, en toen -vastbesloten op de boerenwoning af stevende. - -Ja maar, dat gaat bij een boerensteê, waar de hofhond het erf -bewaakt, niet zoo gemakkelijk! Het beest ging verschrikkelijk aan, -rukte aan zijn ketting, dat het knarste en het duurde een heel -poosje, eer de vreemdeling, en niet anders dan door tusschenkomst -van Andries, die den hond in bedwang hield, de keuken binnenstapte. - -"Hé daar! Ben ik hier bij de weduwe de With?" - -Bij dat onverwachte lawaai van den hond hadden zij allen verschrikt -opgezien, maar moeder de With had zich het eerst hersteld, en wijl -de vreemdeling, die wat haastig gebakerd scheen, zijn vraag -herhaalde, gaf zij rustig ten antwoord: - -"Ja, sinjeur, als je de weduwe de With moet hebben, ben-je terecht." - -Hij trad nu binnen. - -"'t Is vroeg donker, vrouw de With!" - -"Ja, sinjeur.... En wat was er van je dienst?" - -"Nou.... dat is in één woord niet te zeggen...." - -Zij gaf geen antwoord, maar haar felle oogen keken hem strak aan. - -"Bij alle blauwtjes uit de Indiën!" dacht de vreemdeling in -zichzelf, "precies de oogen van dien jongen." - -En luide voegde hij erbij: - -"Mag ik even gaan zitten, vrouw de With? Ik heb een heelen tippel -achter me. Je moet weten, ik kom heelemaal uit den Briel." - -"Dat 's toch op zijn best een half uurtje!" lachte Katrijn. - -"Zwijg, Katrijn, en ga aan je werk!" - -Maar de vreemdeling had zich met een gezicht vol jool tot de -bestrafte gewend. - -"Wel, moeder de With.... ja, is dat je dochter?" - -Zij knikte. - -"Nu, die schijnt niet te weten, dat een half uur loopen voor een -zeeman een heele torn is." - -Het gelaat van de weduwe werd opeens minder hard en norsch. - -"O, ben-je zeeman, sinjeur." - -"Zeker.... en zeg daarom liever maar schipper." - -"Wel, heel graag. En nu weet ik meteen, waarom je hier ben gekomen." - -"Te deksel.... doe-je een beetje aan de zwarte kunst, vrouw de -With?" - -"Ik had liever, dat-je niet zoo ijdel sprak, schipper!" kreeg hij -vermanend tot bescheid. - -"Kom, kom, vrouw de With, voor een zeeman moet-je een beetje -toegeefelijk zijn!" - -"Dat mag ik op die dingen niet zijn!" - -Even gleed er een schaduw over zijn door weer en wind gebruind -gezicht. - -"'t Zal een strijd op leven en dood zijn!" dacht hij. - -Maar met een gebaar als wilde hij zeggen: "Kom, kom, 't is niet het -eerste vuur, waarvoor ik sta!" wierp hij zijn hoed op een bank, -maakte den haak van zijn mantel los, zoodat die langs zijn schouders -afgleed tot op den stoel, waarop hij zich hoorbaar had neergezet. - - -[Illustratie: Wel, moeder de With.... ja, is dat je dochter?] - - -"We zullen daar niet over twisten, vrouw de With," begon hij op -jovialen toon. "Toch mag-je het me niet kwalijk nemen, dat ik graag -zou willen weten, wat je denkt, waarvoor ik hier bij je gekomen -ben." - -"Als je 't weten wil, schipper, moet ik eerst je vraag met een -wedervraag beantwoorden." - -"Die vraag is....?" - -"Ligt je schip zeilree?" - -"Dat is te zeggen.... half Januari hoop ik er - vandoor te gaan." - -"Een lange reis?" - -"Een paar jaartjes." - -"Naar.... naar de Indiën zeker?" - -"Je slaat den spijker op den kop. Maar, moedertje, nu heb-je in -plaats van één mij drie vragen gedaan." - -Ze glimlachte: doch heel even. - -"Ik wou juist mijn vierde doen." - -"Nu, ga dan in vredesnaam je gang maar! Wat had-je dan nog meer op -je geweten?" - -"Schipper," sprak ze nu weer vermanend, "wat ben-je toch los in je -mond. Wat heeft eens menschen geweten nu met victualie te maken!" - -"Hé?" riep hij verwonderd uit, "victualie?" - -"Wel, je komt toch zeker om tonne-boter voor de reis? Eigenlijk is -dat het werk van je vrouw, maar jullie zeelui zijn zulk een -veranderlijk slag van lieden!" - -Nu begreep de zeeman haar. - -Er dreigde een misverstand, dat hij gauw uit de wereld moest helpen. - -Om dit te begrijpen, diene hier de toelichting, dat als de -oorlogsschepen een reis zouden ondernemen, de vrouw van den kapitein --- of zooals hij toen meestdeels genoemd werd: van den schipper -- -de eetwaren insloeg, zooals gezouten vleesch en spek, stokvisch, -haring, erwten en boonen, brood en boter. Voor die boter-leverantie -zagen de boeren zoo'n kapiteinsvrouw gaarne een bezoek aan de -hofstede brengen, en niet minder voor de erwten, gort en boonen, en -de varkens, die gekuipt moesten worden. - -Doch kapitein Geen Huyghen Schapenham, gezagvoerder van den -reusachtigen Oostinjevaarder, die op de reede van Hellevoetsluis -zeilree werd gemaakt, liet insgelijks al die dingstigheden aan zijn -vrouw over, die daarvan, zooals gewoonlijk, de boekhouding hield, en -er wel voor zorgde, dat er voor haar man nog een aardig winstje uit -geslagen werd. - -Hoe dom, dat hij zijn vrouw ook niet naar deze boerenhoeve gezonden -had, hoewel zij daarvoor maar eventjes van Rotterdam had moeten -komen. - -Hij glimlachte om dit denkbeeld. - -En met dienzelfden glimlach op het gelaat sprak hij: - -"Neen, vrouw de With, ik kom om een varken, zooals je nog nooit aan -iemand geleverd hebt." - -Vragend zag zij hem aan. - -"Ik wou...." - -Plotseling voelde en begreep zij het. - -"Andries!" zei ze kort en snijdend, "ga naar den stal.... En jij, -Katrijn...." - -Ze zocht naar een voorwendsel, maar kon die niet zoo gauw vinden. - -"Weg!" beval zij toen met een gebiedend handgebaar. - -Broeder en zuster verwijderden zich dadelijk. - - -[Illustratie: Je komt om Witte?] - - -Nu waren de weduwe de With en kapitein Geen Huyghen Schapenham -alleen in de toenemende schemering van het vertrek, langzamerhand -gevuld met het roodachtige licht, dat van het turfvuurtje onder den -grooten schouw kwam. En in dat eigenaardige licht nu, zag de zeeman -aldoor die felle oogen, dien grooten, spitsen neus en heel dat -strakke, koude, gebiedende gelaat. - -"Je komt om Witte?" - -Het klonk kort en beslist, en de oogen lieten hem niet los. - -"Ja, vrouw de With." - -Hij wilde er nog iets bijvoegen, maar met een handbeweging lei ze -hem het zwijgen op. - -"Nooit!" - -Ze sprak dat ééne woord niet luide uit, maar tóch met een nadruk, -alsof zij het met een vuistslag er had in willen hameren. - - ------------- -1) Den 1sten October 1615 waren (voor een jaar) tot burgemeesteren -gekozen Jakob Allert van Couwenhoven en Lenaert Jans. - - - - -II. - -IN DE GEHEIME BIJEENKOMST. - - -Hoe het kwam, dat kapitein Geen Huyghen Schapenham geheel onverwacht -een bezoek bracht aan de hofstede, om zich met de huiselijke -aangelegenheden van vrouw de With te bemoeien, was eigenlijk een erg -ingewikkelde geschiedenis. - -Den dag tevoren had hij in den Briel doorgebracht, waar men betere -gelegenheid vond om te overnachten dan in het pas opkomende -Hellevoetsluis. En er was nog iets anders geweest, dat hem naar den -Briel getrokken had. Hij had dien Zondag, die voor hem, gelijk voor -het meerendeel der menschen uit dien tijd, een volstrekte rustdag -was, de gaven willen hooren van dominee Willem Crijnsze, die de -ochtendbeurt had in de Groote Kerk. - -Ik mag mijn lezers niet vermoeien met een verhaal over de -geloofstwisten uit die dagen tusschen de Remonstranten en -Contra-Remonstranten. In December van het jaar 1615 waren althans in -den Briel de eersten de meest bevoorrechten en hadden twee -predikanten naar hun zin. Het meerendeel der gemeente echter hield -het bij den derden, n.l. ds. Willem Crijnsze, een man van -wonderlijken levensloop en groote welsprekendheid. Dien Zondagavond -nu waren de Contra-Remonstranten bij elkaar gekomen om zich te -oefenen en een preek te hooren. Dat was door de overheid verboden, -en op de bijwoning van die conventikels, gelijk dergelijke -bijeenkomsten geheeten werden, stond straf. Dat waagde men erop, en -zoo waren er velen samengekomen om ds. Leo te hooren, die predikant -te Nieuwenhoorn was. - -Al had hij 't met z'n leven moeten betalen, kapitein Schapenham -moest en zou dit conventikel bijwonen. Een goede oefening was hem -ook daarom zooveel waard, omdat een gezagvoerder op de wijde wateren -meer dan eens zelf daarin de leider en voorganger moest zijn, of zoo -hij dit aan den ziekentrooster overliet, althans er zeker van wilde -wezen, of die wel "goed in de leer was". - -Dat laatste leek hem zelfs zoo gewichtig, dat hij na afloop van het -conventikel nog graag den als zeer ijverig bekend staanden predikant -van Nieuwenhoorn over een gebedenboek voor den zeeman wilde -raadplegen. - -Zoodanig nu vervulde dit alles zijn gedachten, dat hij onder de -oefening zoowaar aan het afdwalen ging. - -Zijn blik gleed van den voorganger af, en, eigenlijk zonder veel op -te merken, langs de gemeente, die het slecht verlichte vertrek tot -berstens toe vulde. - -Uit het half-duister kwam het blanke van de gezichten nog sterker -naar voren, doordat mannen zoowel als vrouwen voor den Zondag in -stemmig zwart gekleed waren. - -De kapitein kende die eigenschap van onze blanke gelaatskleur, zoo -gevaarlijk in een nachtelijken scheepsstrijd, omdat men in de verte -den bleekgezicht in het duister onderscheiden kon. Waarom vóór een -expeditie in het donker van den nacht de matrozen meestal het bevel -kregen, zich het gelaat zwart te maken. - -Toen onze zeerob zich op deze en dergelijke gedachten betrapte, kwam -een gevoel van ergernis bij hem op. Hoe zaten, als een beschamend -voorbeeld voor hem, al die menschen aandachtig te luisteren! Daar -had-je nu dien jongen vooraan, wel, die scheen geheel en al in het -woord van den voorganger op te gaan! - -Het was geen vriendelijke verschijning, die knaap, die naar -schatting zestien of zeventien jaar kon tellen. Er sprak norschheid -uit dat gelaat. De neus was groot en scherp, de kin vierkant en de -kaken stevig. De mondhoeken gingen naar omlaag. Maar vooral waren -het die felle, als het ware stekende en priemende oogen, welke aan -dit jeugdige gelaat iets bijzonders verleenden. - -Met die oogen verslond hij als het ware de woorden van ds. Leo, die -nu sprak van niet bevreesd zijn of moedeloos, al behoorde men tot de -verdrukten der wereld, van sterk zijn, opdat het woord vervuld werd, -dat men dan gesterkt zou worden. - -"Wel, wel," dacht de kapitein onwillekeurig, "wat zit me dat baasje -te luisteren!" - -En nu geschiedde het, wat meer plaats heeft, waneer men strak naar -iemand zit te kijken: de oogen gingen plotseling den kant uit van -den persoon, die hem zoo aankeek. - -Daar lag iets als van uittarting en vijandschap in dien fellen blik, -en op het nog ondoorploegde voorhoofd vertoonde zich plotseling een -steile, loodrechte rimpel vlak boven den neuswortel. - -Dat alles was op zijn best het werk van een seconde geweest, want -dadelijk wendde de kapitein den blik naar den voorganger; maar in -zichzelf kon hij toch niet nalaten te mompelen: - -"Daar groeit een maat uit, waarmee zijn vijanden rekening zullen -hebben te houden!" - -Eenige oogenblikken later was onze zeerob, die alweer spoedig gansch -en al door den voorganger geboeid werd, heel dit kleine voorval -vergeten. - -De oefening liep gelukkig zonder stoornis of inmenging van politie -of justitie af. Uit voorzichtigheid en om op straat geen opzien te -verwekken, verlieten de bezoekers een voor een of slechts bij enkele -paren tegelijk langs verschillende uitgangen het gebouw. Kapitein -Schapenham maakte volstrekt geen haast om te vertrekken. Hij zocht -zich juist deze gelegenheid ten nutte te maken, om den predikant te -kunnen spreken over de onderwerpen, welke hem zoo na aan het hart -gingen. - -"'t Zal moeilijk zijn om hem te praaien," gromde de kapitein, toen -hij op zijn best ds. Leo in het oog kon krijgen, omdat die bijna -voortdurend omringd was van lieden, die een druk onderhoud met hem -schenen te hebben. Maar gedachtig aan de spreuk, dat geduld alles -overwint, bleef hij maar wat treuzelen, om op het juiste oogenblik -hem aan den haak te pikken, gelijk de brave zeerob zich uitdrukte. - -Dat oogenblik scheen eindelijk gekomen. - -Ds. Leo wond zich uit een plokje menschen los en richtte zijn -schreden naar het achtergedeelte van het vertrek. De kapitein hem -achterna en zou juist "beet gekregen hebben", toen hij uit het -duister van den achtergrond zoowaar denzelfden jongen zag opduiken, -die daarstraks zijn aandacht getrokken had, omdat hij zoo aandachtig -luisterde. Ds. Leo scheen wel expres op weg om hem te ontmoeten. -Want de hand op den schouder van den knaap leggend, sprak hij -vriendelijk: - -"Wat deed mij dat goed, Witte, je hier te zien!" - -De jongen hakkelde verlegen eenige woorden, maar er was een kleur -van genoegen op zijn gezicht gekomen en zijn felle oogen zagen als -in dankbaarheid tot den predikant op. - -"Hoor eens," dacht de kapitein, "nu de dominee daar zoo apart staat, -is het voor mij net een goede gelegenheid hem bij den tabbaard te -krijgen. Dien nijdigen jongen boegseer ik wel weg." - -En met zeemansrondheid stevende hij recht op den predikant aan. - -"Ik ben kapitein van een Oostinjevaarder, dominee, en had u, voor ik -uitvaar, graag eens wat te vragen." - -Daar ging een schok door den knaap heen. - -"Kapitein van een Oostinjevaarder?" kwam het hem onwillekeurig over -de lippen. - -De dominee verstond het en moest er onwillekeurig om glimlachen. - -"Spreekt weer je zeemanshart, Witte?" - -"Zeemanshart?" - -Het was kapitein Schapenham, die dit uitriep, terwijl hij met een -gezicht van niet begrijpen nu eens den predikant, dan weer dien -zonderlingen jongen aankeek. - - -[Illustratie: Spreekt weer je zeemanshart, Witte?] - - -"Ik zoek naar volk," ging hij voort. "Is soms die knaap....?" - -Een gloeiend roode blos kwam nu over het gelaat van Witte. Vast -klemde hij de kaken op elkaar, dat de spierbundels bij zijn slapen -zichtbaar werden. En 't was, alsof er iets vochtigs in zijn oogen -trachtte te komen. Wat onmogelijk leek, omdat _die_ knaap zelfs van -spijt niet schreien kon. - -Het gelaat van den predikant teekende een ongewonen ernst. - -"Schipper," sprak hij, "ik wenschte wel, dat mijn doopkind u niet -ontmoet had." - -"Uw doopkind?.... Niet ontmoet?.... Vergeef me, dominee, ik begrijp -u niet goed." - -De predikant schudde het hoofd. - -"De oogenblikken zijn te kostbaar voor me om u alles te vertellen, -wat over dit jonge hoofd gegaan is. En 't zou niet passend zijn, als -mijn doopkind daar bij bleef en dat alles aanhoorde. Maar heel het -hart van dezen knaap is vervuld van het geruisch der wijde wateren." - -Er kwam een glans als van begrijpen op het gelaat van den kapitein. - -"En de ouders verzetten zich ertegen?" riep hij uit. "De moeder.... -Witte heeft geen vader meer." - -"Een moeder alleen? Daar is het leelijk vechten mee!" gaf de zeeman -met een bedenkelijk gezicht te kennen. - -"Met deze moeder vooral!" lichtte ds. Leo toe. - -"Hoe zoo?" - -"Ze behoort tot de Menisten." - -"Wat nu?.... Dan màg deze jongen niet vechten! En op zee moet-je met -handen en tanden van je afweren, gezwegen van kartouwen, sabels en -kortjan..." - -"Hij.... is mijn doopkind." - -"Dus?" - -Ds. Leo maakte een gebaar, als wilde hij aan het gesprek een einde -maken. - -"Ik moet nog naar Nieuwenhoorn terugloopen, schipper. Witte zou -zeker anders wel met me meegegaan zijn tot Lagerwoude, waar de -hofstede zijner moeder gelegen is, maar moet het nu maar alleen -doen. Indien u me ten minste een eind vergezellen wilt." - -"Eerlijk gezegd, ik heb aan 't loopen een broertje dood, dominee; -maar u hebt me zoo nieuwsgierig gemaakt.... En dan heb ik u ook nog -wat te vragen." - -Nu nam Witte, die den wenk van zijn doopvader begrepen had, -afscheid. - -"Een stevige lans!" oordeelde de kapitein, die hem nakeek, "en een -paar knuisten om aan te pakken." - -Ds. Leo glimlachte. - -"Dat hebben de Brielsche jongens ondervonden, die hem eerst zoo -plaagden, toen hij nog Menist was!" - -Daar dook plotseling een herinnering bij den zeeman op. - -"Wel heb ik van mijn leven, dominee.... Is dat die Voornsche -boerenjongen, waarvan ik wel heb hooren vertellen, dat hij zich liet -doopen om zijn bloedzuigers op d'r tabernakel te slaan?" - -Ds. Leo schudde het hoofd over deze ongezouten uitdrukking van den -zeeman. - -"Ik zal u alles vertellen," sprak hij, "maar laten we nu heengaan." - -Bij dat gesprek op den weg naar Hellevoet, waaraan het bloeiende -dorp Nieuwenhoorn gelegen was behoeven wij niet tegenwoordig te zijn -om onze nieuwsgierigheid te bevredigen. Wij weten uit de -vaderlandsche geschiedenis, hoe de latere vice-admiraal Witte -Corneliszoon de With zich als elfjarig kind tot ds. Leo van -Nieuwenhoorn gewend had, om zich te laten doopen, omdat de jongens -van den Briel hem zoo plaagden en tergden en hij, als Doopsgezinde -of Menist, niet mocht terugslaan. - -Doch óók vertelde ds. Leo aan den zeekapitein van den grooten strijd -om de beroepskeuze. Zijn moeder wilde maar niet hebben, dat hij naar -zee ging, en daarom moest Witte aan wal een rustig en vreedzaam vak -leeren. - -Men kent het spreekwoord van twaalf ambachten en dertien ongelukken. -Op het oogenblik, dat wij met dien zonderlingen knaap kennis -maakten, had hij precies de helft van dat dozijntje achter den rug. -Of eigenlijk was hij met het zesde vak nog bezig, hoewel hij net op -het punt stond door zijn baas weggejaagd te worden. - -Maar daar zullen we in het vervolg van dit verhaal vanzelf op moeten -terugkomen. - - - - -III. - -OP DE KLEERMAKERSTAFEL. - - -Een Engelsch reiziger, die in den winter van 1592 op '93 in ons land -vertoefde, vertelt, dat hier de vrouwen heel wat in de melk te -brokken hadden en meestal niet alleen het gezin maar ook de -kostwinning bestierden. Wat daarvan aan zij, zeker is het, dat hij -in het gelijk gesteld zou zijn, wanneer hij op een Maandagmorgen van -'t jaar 1615 een kijkje had kunnen nemen in de werkplaats van Jochum -Stoffelsen, meester snijder in den Briel. De baas haalde met zulk -een snelheid de naald door de stof, welke hij onderhanden had, alsof -er zij leven van afhing. Zijn oogen sloeg hij niet op en knikte maar -van ja of schudde van neen op al de vragen, die zijn waardige -echtgenoote met groote radheid van tong stelde. Ongelukkig knikte -hij door de verbouwereerdheid een keertje van ja, toen het neen had -moeten wezen. - -Moeder Stoffelsen, die tot nu toe de handen op de breede heupen had -doen rusten, hief ze nu met een trilling van woede omhoog. - -"Heb ik ooit van m'n levensdagen zoo'n man gezien! Daar vraag ik -hem, of hij zijn beklagenswaardige vrouw op zulk een ongehoorde -wijze mag laten verhabbezakken -- en daar knikt dat monster getroost -van ja!" - -"Goeie, beste vrouw...." - -"Góéie, bèste vrouw," bauwde zij hem smalend na. "Ik bèn niet goed, -en ik bèn niet best. Enkel en alleen maar een zondig mensch. Maar je -vrouw bèn ik. En die moest door jou beschermd worden. Ze mogen jou -met recht een ridder noemen.... van de naald altijd, bah!" - -"Ho, ho, vrouwtje! Die naald...." - -Hier stokte de meester. 't Speet hem, dat hij het maar niet bij ja -en neen knikken gehouden had. Want bij ondervinding wist hij wel, -dat gemeenlijk het eene woord het andere uitlokt. En omdat moeder de -vrouw altijd het laatste moest hebben, bleef dat een gevaarlijke -proef. - -Zijn vrouw evenwel merkte wel, dat hij meer op de tong had. - -"Wat wou-je zeggen?" - -"Maar vrouwtje, vrouwtje...." - -"Wàt wou-je zeggen?" herhaalde zij. - -"Ja, zie-je.... begrijp-je.... vat-je.... Ik wou niets anders -zeggen dan.... wat toch de waarheid is, zie-je.... begrijp-je.... -vat-je...." - -Zij stampvoette van ongeduld. - -"Houd toch je mond met die onnoozelheden!.... Kort en bondig, wàt -heb-je te zeggen?" - -De naald vloog nu met reuzensnelheid door het werk des meesters. - -"Niets anders.... dan dat de naald.... zie-je.... om zoo te -zeggen het brood voor je verdient.... vat-je -- éh ja, ik bedoel, -zie-je -- of neen, begrijp-je...." - -De handen van moeder Stoffelsen kwamen weer op de heupen. - -"Wel zoo!" smaalde ze, "wel zoo!" - -Met zulke nadrukkelijke voetstappen, dat er het zand over de roode -vloertegels van onder haar leeren muilen knarste, kwam zij tot vlak -voor den baas, wiens naald, zouden wij in 20e-eeuwschen stijl -zeggen, nu het record sloeg. - -"Wat brengt meer op?" vroeg zij, elk woord op den armen man -inhamerend, "de taveerne of de rommel, dien je hier dag aan dag zit -te verknoeien?" - -"Ho, ho, vrouwtje!.... Verknoeien is een hard woord.... Ik heb toch -mijn meesterproef afgelegd!" - -"Dat is ten minste het eenige goede, dat je in je - leven uitgevoerd hebt!" - -Hij knikte van neen. - -"'k Heb nog iets beters gedaan!" - -"???" - -Hij zag haar aan als een onderdaan, die zijn vorst iets heel zoets -heeft te vertellen. - -"Toen ik mijn suikerdotje getrouwd heb," vleide hij. - -Het suikerdotje liet zich deze vleierij genadig aanleunen. - -"Malle vent!" zei ze. - -Meester Stoffelsen was een en al lach van geluk. Hij werd er -woordenrijk door. - -"Zeker, vrouwtje; ik geef je toe, dat het een héél verstandige zet -van je was, om een eet- en drinkgelegenheid voor de zeelui en de -soldaten op te zetten...." - -"Dat was het," bevestigde zijn vrouw. - -"En dat aardig wat opbrengt." - -"Dat brengt het." - -"Maar.... maar.... maar..... Het gaat met de kleermakerij ook niet -slecht. Ik krijg meer werk dan ik af kan. Alleen is het jammer, dat -mijn hulp niet deugt." - -"Je bedoelt dien leerjongen?.... Waar zit die luiwammes nu weer?" - -"Op een boodschap, en dat duurt natuurlijk weer een eeuw voor hij -terug komt.... Maar spreek-je over den vent, dan is hij bij je of -omtrent.... Daar heb-je den guit.... Zeg eris, waar heb-jij al dien -tijd gezeten?" - -"Natuurlijk wat rond wezen slenteren!" antwoordde zijn vrouw voor -den leerjongen, in wien wij den knaap herkennen, dien wij op het -conventikel ontmoet hebben. - -Hij gaf geen antwoord. Met een gelaat, waarop niets anders dan de -gewone norschheid en onverschilligheid te lezen stonden, ging hij -naar de kleermakerstafel. - -De oogen van vrouw Stoffelsen begonnen te glanzen; maar de -ondervinding, welke zij met dezen leerjongen had opgedaan, stemde -haar eenigszins tot voorzichtigheid. - -"Kun-je tegen je meester boeh noch bah zeggen, als hij je wat -vraagt?" kwam het er eindelijk bij haar uit. En dat luchtte haar -merkbaar. - -Witte haalde de schouders op. - -"Vroeg-t-ie wat?" klonk het norsch. - -"Waar of je gezeten hebt, onbeschaamde jongen!" - -"Dàt weet-je.... en daarom _is_ dat geen vraag, meester!" - -De felle oogen gingen nu haar kant uit. "Geef hem een draai om de -ooren!" raadde vrouw Stoffelsen. - - -[Illustratie: De felle oogen gingen nu haar kant uit.] - - -"Ik ben geen Menist meer!" - -Moeder de vrouw, die wist wat die woorden in den mond van dezen -zonderlingen knaap te beduiden hadden, stond te trillen op haar -voeten. - -"Je was waard, dat de meester je wegjoeg." - -"Lààt hij me dan wegjagen!" - -"Dat wou-je wel," zoo wond de vrouw zich op zonder te gevoelen, dat -zij van Noord naar Zuid was gedraaid. "Dat wou-je wel, hé? Net als -van de lijnbaan, toen je daar te lui was, om aan het wiel te -draaien." - -Witte haalde onverschillig-weg de schouders op en zette zich met -gekruiste beenen naast meester Stoffelsen, die volgens zijn gewoonte -de wijste partij gekozen en zich stilzwijgend aan den arbeid gezet -had. - -Maar moeder Stoffelsen liet den leerjongen zoo gemakkelijk niet -schieten. Ze ging aan 't voorspellen, dat hij voor galg en rad -opgroeide. - -"Vrouw," kwam de patroon eindelijk op zijn gewone onderworpen wijze -er weer tusschen, "wees toch wijzer en verspil je woorden niet -aan.... aan dat sujet." - -"Juist," triomfeerde zij. "Zeg maar: verloren sujet. Want dàt zal -hij wezen, als hij ook hier vandaan wordt gejaagd...." - -"Of wegloopt," vulde Witte droogjes aan. - -"Hoor-je dat, man; hóór-je dat?" - -De patroon glimlachte even. - -"Hij zal 't wel uit zijn lijf laten.... Ja, als daar geen zware -boete op stond!" - -De vrouw maakte een gebaar van: wat kan hèm dat schelen! - -"Zijn arme moeder is er goed voor." - -Witte gaf daar geen antwoord op. Hij boog zich dieper over het -wambuis, waaraan hij bezig was knoopen te zetten, maar boven zijn -neuswortel werd weer die loodrechte rimpel zichtbaar. - -De baas zag het. - -"Vrouw, vrouw!" vermaande hij "laat z'n moeder buiten het spel!" - -Wat zij op deze vermaning geantwoord zou hebben, is niet te zeggen. -Erg vredelievend stond in elk geval haar gelaat niet. Gelukkig werd -juist op dit oogenblik in het aangrenzende vertrekje eenig gestommel -vernomen en een krachtige stem riep: "Hei daar!" - -"Vrouw, ik geloof dat er volk is!" - -Dadelijk kreeg haar gelaat een andere plooi. - -"'t Wordt tijd," zei ze, "want ik heb vanmorgen nog geen handgeld -ontvangen." - -En met deze opmerking verdween ze van het tooneel. - -In de werkplaats was het heel stil geworden. Daardoor hoorde men -duidelijk uit het nevenvertrekje, dat als taveerne dienst deed, de -stemmen van eenige mannen. Het waren meest vreemde klanken, maar dat -verbaasde meester noch knechtje. Den Briel toch was in die jaren, -n.l. van 1585--1616, een Engelsche pandstad, gelijk gij wel uit de -vaderlandsche geschiedenis weet. In deze sterkte, evenals in -Vlissingen en Rammekens, lag een Engelsche bezetting. Door -veelvuldige aanraking waren de inwoners wat Engelsch gaan -parlevinken en de Engelsche soldaten wat Hollandsch. Men kon elkaar, -ten minste wat eten en drinken betreft, vrij goed verstaan. De -Engelschen vonden het eten hier te lande best naar hun zin. Zelfs -wat overdadig, omdat men op het brood niet alleen van die heerlijke -goudgele boter smeerde, maar daarop weer flinke plakken kaas lei. -Dat laatste mocht men zélf doen. Was men daarmee klaar, dan woog de -hospes het stuk kaas, wist op die manier precies wat ervan -afgesneden was en berekende daar den prijs naar. - -Na wat meester Jochum Stoffelsen uit het stemgerucht kon opmaken, -zou 't ook nu wel een kroes bier, en brood met boter en kaas zijn. - -De baas kreeg er een kleur van plezier door. 't Had hem groote -moeite gekost, om voor zijn vrouw de vergunning van klein-tapster te -krijgen, en als zij nu maar geld verdiende, was zij thuis veel -zachtzinniger. Haar booze bui van dezen morgen was enkel een gevolg -geweest van te weinig nering in de laatste dagen en dat een -buurvrouw haar zulks in de keel gestoken had. En blijde, dat bij -moeder de vrouw voorloopig de muts weer goed zou staan, oordeelde -hij het verstandig ook wat olie te storten over den toorn van zijn -leerjongen. - -"Je moet de vrouw niet zoo tegenspreken, Witte... Dat heb ik wel -honderdmaal gezegd." - -Witte zweeg. - -"Hoor-je me niet?" - -"Ja, meester." - -"Waarom geef-je me dan geen antwoord?" - -"Omdat ik dan tegenspreek," meester. - -De patroon schudde het hoofd. - -"Wat ben-je toch een rare jongen." - -Zwijgen. - -"Je wordt haast zeventien, is 't niet?" - -Knik met het hoofd. - -"Wanneer?" - -"Komende jaar." - -"Dat spreekt!... Maar wannéér?" - -"Den 29en Maart." - -"Zeventien is al een heele leeftijd, Witte!" - -Zwijgen. - -"Zou het zoetjesaan geen tijd worden, dat je veranderde?" - -"Van vak?" - -De patroon keek hem een beetje verbluft aan. Witte zag dat, en moest -daar toch even om glimlachen. - -"Dàt zal je niet gelukken, ventje!" voer zijn meester voort. "Je -ben -- laat eens kijken, wat je zoo al geweest ben.... Lijndraaier, -knoopenmaker, kalfsleerwerker... en wandsnijder, is't niet?" - -"Ja, meester.... En toen zeilmaker en nu ben ik kleerenjutter!" - -"Hoe? Je spot toch niet met dat mooie ambacht?" - -"Neen, meester; ik ben blij, dat ik het een beetje versta. Daar zal -ik profijt van hebben.... als ik op zee vaar." - -"Jongen, stel toch die malligheid uit je hoofd! Leer je vak goed, -dan word-je een man in de maatschappij. En denk er toch aan, dat als -je van mij met schade en schande weggaat, je een verloren man ben." - -"Dat zie ik nog niet in, meester." - -"Hoe? Je weet toch, dat je zoo goed als in niet één gilde meer -terecht kunt komen. Uit hoeveel gilden ben-je al niet weggestuurd! -En dáár kom-je nooit meer in." - -Zwijgen. - -"En wat moet er dan van je terecht komen? M'n vrouw sprak daarstraks -van een verloren sujet. Neen, kijk me niet zoo nijdig aan!.... -Weet-je wel wat dat is?" - -"Ja, zeker; als je nergens meer voor deugt en door de dienaars van -den baljuw buiten de grenspalen wordt geleid." - -"Of op een schip naar Oostinje," vulde de baas aan. - -Witte liet zijn werk op zijn knie vallen. - -"Doen ze dat óók met een verloren sujet?" - -"Ho, ho! Zoo bedoelde ik het niet!" - -"Neen, baas, nu moet-je er geen doekjes om winden." - -De baas keek strak op zijn werk. - -"Daar zijn ze pas bij het Gerecht mee begonnen... Maar (en hier -sloeg hij zijn oogen op en keek Witte vlak in het gezicht) op _die_ -manier zou-jij toch niet het zeegat willen uitvaren?" - -De jongen gaf geen antwoord en vatte zijn werk weer op. Hij bromde -wat, dat zoowel ja als neen kon beteekenen, en het gesprek verliep. - -Na een half uurtje kwam de vrouw weer in de werkplaats. Zij was -bijzonder in haar nopjes, dat zag de baas dadelijk. Zij telde op, -wat de Engelsche krijgslieden verteerd hadden. Zooveel boterhammen, -zooveel boter, maar in het gebruik van de kaas waren zij haar -tegengevallen. - -"Je schalen en gewichten zijn toch zuiver, vrouw?" - -"Als de zon.... Maar wat zit die jongen te grijnzen?" - -"Ze hebben je te pakken gehad, vrouw." - -"Mij?.... De eerste, die mij te pakken neemt, moet nog opstaan.... -Maar.... maar wat begint de jongen nu? Is hij dol geworden? Houd hem -tegen, man!.... Hij gaat op den loop, of...." - -Met de vlugheid zijner jaren was Witte van de kleermakerstafel -gesprongen en ijlde naar de taveerne. - - -[Illustratie: O, die gauwdieven, die schurken!] - - -De vrouw als de drommel hem na, en daarachter de meester met zijn -knipbeenen. - -Toen hij in de taveerne gekomen was, zag hij, dat Witte het stuk -kaas in handen genomen had, en hoorde zijn vrouw aangaan als een -Noordwester: van dat de jongen er met zijn leelijke, vuile handen af -moest blijven. - -Maar Witte had zijn mes te voorschijn gehaald en sneed toen heel -netjes de kleine, looden kogeltjes eruit, die de soldaten na het -gebruik stiekem in de kaas gestopt hadden. - -De vrouw hief haar handen omhoog. - -"O, die gauwdieven, die schurken!" - -"Hoe wist-jij dat?" vroeg de baas aan zijn leerjongen. - -"Wel meester, wie veel langs de kaai loopt, hoort wel eens dingen, -die hij in zijn ooren knoopt. Het kan altijd te pas komen, zooals je -ziet." - - - - -IV. - -EEN OASE IN DE WOESTIJN. - - -Dien avond wachtte zijn zuster hem op bij den ingang van de -hofstede. - -Ze wist, dat hij komen zou, want het was lichte maan. - -Niettegenstaande de zwaar bewolkte lucht, kon men, wanneer men zich -slechts een poosje buiten bevond, ten minste zien waar men liep. Bij -donkeren winternacht was dat niet te doen, ja, zelfs gevaarlijk. Men -had dan kans terzijde van den weg in de sloot te geraken, omdat men, -om de vochtige wagensporen en de brijachtige modder te ontwijken, -meestal op den glibberiger graskant langs het pad liep, vanwaar men -licht naar den verkeerden kant uitgleed. - -In den winter bracht Witte meestal den nacht in het huis van zijn -patroon door, waar hij in den kost was. Met mooi weer en maneschijn -trok zijn hart hem echter naar Nieuwenhoorn, al was het niet zoozeer -naar de steê van zijn moeder, waar hij echter wel zijn slaapplaats -vond. - -Waarheen hij dan ging, eer hij zijn kooi opzocht? - -Dat zullen we dadelijk wel vernemen. Catharina de With wist dus, dat -haar broer zou aankomen, om te zeggen, dat hij vannacht thuis sliep, -en wist ook wel omstreeks welken tijd dat zijn zou. - -In het onzekere licht van dien winteravond zag zij hem toch al in de -verte aankomen, eenzame figuur op den weg, die tegen de grauw-groene -grasbanden afstak, zich als eindeloos verlengde en opging in het -schijnsel, dat in de verte de stad afgaf, waar de olielantaarns -aangestoken werden en een weerschijn wierpen op den zwaren toren, -die in het groezelige licht van den door zware wolken verduisterden -maan-avond toch nog duidelijk te onderscheiden was. - -"Ben-jij daar, Witte?" - -"Ja, Katrijn." - -"Je komt zeker zeggen, dat je hier vannacht slaapt." - -"Ja." - -"En je gaat zeker naar nicht Maertje." - -"Ja." - -"Ga er dan maar dadelijk heen." - -"Is er ginder zwarigheid?" - -"Neen, dáár niet.... maar hier." - -"Wat dan?.... Is Abram weer ziek?" - -"Neen.... moeder." - -"Erg?" - -"Nou erg?.... Ze heeft zich kwaad gemaakt." - -"Op wie nu alweer?" - -"Da's ook een vraag! -- Op jou." - -"Natuurlijk omdat ik gisteravond...." - -Maar de rest van zijn woorden ging in een soort gegrom verloren. - -"Gisteravond?.... O, Witte, ben-je soms weer bij de fijnen geweest?" - -"Als je 't vragen moet, weet-je het niet.... En dus is moeder weer -om iets anders nijdig op me." - -Katrijn zweeg eenige oogenblikken. - -"Wacht.... ik loop een eindje met je mee." - -"Goed!" zei Witte kortaf. - -Ze gingen samen voorbij de steê, den hoogen dijk af en het -Hellevoetsche zandpad op. - -"Ik begrijp uit alles, dat je me nou liever niet thuis wil hebben." - -"Neen.... moeder zou er wakker van kunnen worden en dan krijgen -jullie weer ruzie." - -"Kan ik dat helpen?" - -"Anders wel, Witte.... maar nu niet." - -"Dus moeder weet niets van dat conventikel?" - -Zijn zuster stond stil. - -"Waarom doe-je moeder toch dàt verdriet?" - -"Omdat men Gode meer moet gehoorzamen dan de menschen," klonk het -dadelijk terug. - -Katrijn zuchtte. - -"Laten we daar maar geen ruzie over krijgen.... en ik wil dat ook -niet." - -"Nee, je màg niet." - -"Juist!.... Omdat ik Menist ben." - -"Of die niet strijdlustig zijn!" ging Witte op bitteren toon voort. - -"Foei, je bedoelt moeder?" - -"Ja." - -"Hoe durf-je dat zeggen!" - -"Omdat ik geen duivel op mijn hart smoor. Vandaag niet en morgen -niet en nooit niet. Dàt heb ik tenminste nog van de Menisten -overgehouden." - -Katrijn zuchtte weer. - -"Witte," riep zij eindelijk uit, "je ben zoo in het net van die -fijnen verstrikt...." - -"Wat zeg-je?" riep hij uit, stilstaande en zich dreigend voor haar -plaatsend. - -"Neen, neen," weerde ze af, "geen ruzie tusschen ons. Je weet, dat -ik je help, waar ik kan.... Maar je gedachten zijn zoo van dat.... -dat andere vervuld, dat je niet eens vraagt, waarom moeder ziek -geworden is." - -Witte haalde onverschillig de schouders op. - -"Je hebt het al gezegd: van boosheid op mij. Oud nieuws. Ik heb het -immers altijd gedaan?" - -"Neen, Witte, nu is het _nieuw_ nieuws.... Er is iemand over je -wezen praten." - -"Dominee Leo?" - -"Die kan komen, zooveel als hij wil; maar je weet, dat moeder dan -als een stom beeld zit." - -"Dat weet ik," merkte Witte bitter op. "Hij heeft me immers -ongelukkig gemaakt, zooals moeder altijd gelieft te zeggen!" - -Katrijn liet dat nu maar voor wat het was. - -"Je raadt het nooit. Witte," zei ze. - -"Láát me dan ook niet raden. Ik heb daar een hekel aan." - -"Ik.... ik durf het haast niet zeggen." - -"Is het dan zóó erg?" - -"Erg?.... Neen, dat wel niet, maar als je het weet, is het weer voor -weken en maanden mis met je." - -Weer stond Witte stil. - -"Zeg op, Katrijn!.... Dacht-je, dat op heel de wereld me één ding -nog schelen kon?" - -"Ja, Witte.... één. En 't is juist dáárover, dat het tusschen moeder -en hem ging." - -Witte haalde diep adem. - - -[Illustratie: "De zee?"] - - -"De zee?" - -Hij stootte die ééne klank eruit. - -Toen greep hij zijn zuster beet, maar deze rukte zich lachend los. - -"Zie-je wel, dat één ding je toch nog wel schelen kan?" - -Nu lachte hij ook. - -"Toe, zusje.... zeg het me nou!" - -Ze vertelde hem van het bezoek van den zeeman en stond er vreemd van -op te kijken, toen ze hoorde, dat hij dien al kende. - -"Op de oefening, gisteravond." - -"Welzoo? Ik dacht, dat je daar...." - -"Stil, zusje, toe, alsjeblieft nu niet daarover...." - -Ze kreeg met hem te doen. Vooral, omdat ze hem moest mededeelen, dat -moeder ook nu niet te bewegen was geweest. - -Gelijk hij gewoon was, werd Witte er weer hard tegenin. - -"Eens ga ik toch," sprak hij. - -En zonder hem aan te zien, wist zijn zuster, hoe zijn gezicht stond. - -Ze waren dicht bij een andere boerenhuizinge aangekomen, waarvan zij -reeds geruimen tijd 't verlichte venster hadden gezien. - -"Ik ga nu terug, Witte. Moeder sliep, toen ik heenging, maar kan -wakker worden en naar mij vragen. Zonder noodzaak behoeft zij niet -te weten, dat ik jou gesproken heb." - -"Geen nood!.... Over mij spreekt ze toch nooit.... of...." - -Katrijn sloot hem den mond. - -"Je mag de Tien Geboden nog wel eens overleeren, Witte." - -Dadelijk stond de jonge ijveraar pal. - -"Ik eer mijne moeder.... Dáárom gehoorzaam ik haar en loop ik niet -weg." - -Na dit gezegd te hebben, keerde hij zich bruusk om, en liet het aan -zijn zuster, die op haar schreden terugkeerde, over, om het -onderscheid tusschen eeren en liefhebben, te overpeinzen. - -Intusschen had het geblaf van den hofhond een meisje buiten doen -komen. - -"Ben-jij daar, Witte?" - -"Ja, Marie." - -"Malle, jongen, waarom zeg-je toch geen Maertje, zoo heet ik -immers?" - -Witte was reeds bij haar en ging met haar in huis. - -"Maertje vind ik zoo, zoo.... net of je je moeder ben." - -Hij leek wel heelemaal veranderd. Veel zachter, maar ook veel -onbeslister in zijn woorden, die anders, precies als bij zijn -moeder, gelijk hamerslagen neer konden vallen. - -Het meisje, dat van zijn jaren was, lachte luid: - -"Hoe kan dat nou?.... Mijn eigen moeder zijn!" - -"Och, ik bedoel.... je moeder heet Maertje." - -"En ik naar haar." - -"Wat is er?" zoo kwam uit de boerenkeuken, waarin zij binnentraden, -de stem van een nog jonge vrouw hen tegemoet. - -"Goeien avond, nicht.... Waar is de baas?" - -"Naar bed.... Hij gevoelde zich niet wel. En de jongens zijn -verkouden.... dus ook naar de kooi. Je weet: de de With's zijn niet -sterk... Nu, ja, Witte, jij en je moeder zijn een uitzondering." - -"Hij is ten minste weer aan den gang, moeder!" - -"Zoo.... heeft hij een pak kleeren bij zijn baas bedorven?" - -Witte maakte een afwerend gebaar. - -"Toe.... nicht Maertje, kom me daar nu alsjeblieft niet mee aan -boord. Ik ben bang, dat die lucht van de kleermakerstafel nog aan -m'n plunje hangt." - -Plagend berook hem het jonge meisje. - -"Ja waarlijk," riep ze uit. "Ik ruik.... baas Jochum Stoffelsen en -zijn vrouw." - -Daar begon Witte te lachen, eigenlijk heel vreemd voor dat anders -zoo nijdige gelaat. - -Hij vertelde van de loodjes in de kaas, en de twee vrouwen hadden -daar wàt 'n schik in. - -"Goed, dat ik het weet," riep nicht Maertje uit, "want die -Engelschen zwerven tegenwoordig over het heele eiland.... 't Wordt -tijd, dat ze weggaan." - -Nu, Witte kon het gerucht meedeelen, dat het vermoedelijk niet lang -meer duren zou. Er moesten onderhandelingen aan den gang zijn -tusschen den landsadvocaat en den koning van Engeland over het -inlossen van de pandsteden. - -Dat gesprek werd te taai voor het jonge meisje en die begon nu maar -gauw over de gekheid van daarstraks. - -"Hoe kwam-je zoo mal?" vroeg nicht Maertje aan Witte. "Waarom moet -Maertje nu Marie heeten?" - -"Om den boel een beetje uit elkaar te houden, nicht." - -Zij knikte toestemmend. - -"Ja, onze familie zit ook op een wònderlijke wijze in elkaar." - -"O, Witte," riep het jonge meisje uit, "wat bèn-je begonnen!.... Je -weet, als moeder daarover begint...." - -"Wel, jou nest," bestrafte haar d'r moeder; "Als ik dat boeltje niet -telkens uit elkaar haalde, zou-jij later niet meer weten, of Witte -een oom, een neef of een achterneef van je was...." - -"Voor mij blijft hij Witte, hoor!" - -"En jij, Marie!" zei hij dadelijk. - -"Hóór-je 't, moeder?" vroeg het meisje. - -Maar deze was al aan haar geslachtkundige uitlegging begonnen. - -"Jou vader, Witte, was een broer van mijn vader." - -"Ja, nicht Maertje." - -"Jou vader heette Cornelis, en de mijne Leendert de With." - -"En die waren broers," plaagde haar dochter, die we nu ook maar -Marie zullen blijven noemen. - -"Ssst!" deed haar moeder, "ik ben er nog niet!" - -"Nog lang niet," plaagde nu ook Witte. - -"En," aldus ging zij op zwaarwichtiger toon voort, "daarom heet ik -voluit Maertgen Leenderts-dochter de With." - -De beide jongelieden gaven elkaar een knipoogje maar durfden toch -niet lachen. - -"Ik, Maertgen Leendersdr. de With, trouwde weer met dien de With, -die nu mijn man is." - -"Ze vergeet den voornaam," dacht Witte, "dat schiet vast op." - -"En uit die echt werd nu Maertje geboren, die net zoo oud is als -jij, Witte, hoewel jou vaders broer haar grootvader is." - -"Hè," zei Witte, "daar zou een mensch simpel van worden." - -"Ssst," waarschuwde nu op haar beurt Marie, "moeder is er nog niet." - -"Nu, ik was toch al zoover, dat Maertje geboren was." - -"En die zit hier," kon Marie niet nalaten te schertsen. - -"En die heet net als ik...." - - -[Illustratie: Moeder is er nog niet.] - - -"Ho, ho, nicht," kwam Witte tusschen beiden, "maak een beetje -onderscheid alsjeblieft en noem haar Marie." - -"Dus.... ze moet zich over haar moeder schamen?" - -"Hoe kòm-je daaraan, nicht!.... Maar, zie-je, als ik later aan 't -varen ben..." - -"Altijd dat varen, Witte?" - -"Altijd dat varen, nicht!.... Maar, wat ik zeggen wil, als ik ergens -in een apenland zit en een brief wil schrijven aan.... aan die -lachebek hier.... hoe moet ik dan de dochter van de moeder -onderscheiden?...." - -"O ja, dàt 's waar," riep Marie uit, "dáár had ik niet aan gedacht!" - -"Net goed!" plaagde nicht Maertje, "dan krijg ik den brief in -handen." - -"En u kunt niet lezen!" plaagde haar dochter weerom. - -"Daar vind ik wel iemand voor," dreigde haar moeder. - -Maar toen hij naar huis ging, na een uurtje in dit gezin verkeerd te -hebben, dat voor hem als 't ware een oase in de woestijn van zijn -wanhopig eentonig leven was, -- fluisterde zijn achternicht hem toe; -dat hij haar voortaan Marie mocht blijven noemen. - -En dat is zoo gebleven, tot haar dood toe. - - - - -V. - -WAAROM VROUW STOFFELSEN ALLEEN THUIS BLEEF. - - -Eenige dagen later stond het kleine huisgezin van den -meester-snijder Jochum Stoffelsen héélemaal op stelten. - -Den vorigen avond was Witte wederom naar de hofstede gegaan om daar -den nacht door te brengen; nu liep het al naar noen en nog was hij -niet teruggekeerd. - -Al voor den opgank der zonne -- wat in de maand December nu juist -niet zoo bijzonder vroeg beteekent! -- had hij reeds terug moeten -zijn. - -Dies schetterde als een krijgstrompet de stem van vrouw Stoffelsen -door het huiske, en de eenige afwisseling daarin was de plaats der -handeling. - -Want nu eens lawaaide het in de werkplaats van den eerzamen meester, -maar het meest toch in de taveerne, waar de pot voor het middageten -te vuur stond. - -Ook dàn vermocht meester Jochum Stoffelsen er geen woord van te -verliezen, omdat -- tot het doorlaten van de warmte -- de deur -tusschen beide gelegenheden wijd geopend bleef. - -"Die lamme jongen...." - -"Ho, ho, vrouwtje! Bezondig-je niet aan zulke verwenschingen." - -"Dàcht ik het niet, dat ik het alweer op m'n kop kreeg?.... Is dàt -nou een verwensching?" - -"Zeker! Want -- als dat nu juist eens gebeurde en hij met lamheid -geslagen was...." - -"Dan.... dan zou het nog een zegen voor zijn moeder en voor mij en -jou zijn." - -Ontzet zag meester Stoffelsen haar aan. - -"Zeker! Dan zou hij wat vaster zitten aan de kleermakerstafel en -stellig liep hij niet weg om het zeegat uit te gaan. Want -- al -moest ik er mij voor laten geeselen en brandmerken -- ik ben er zoo -zeker van als.... als.... ja, 't kan me niet schelen als wat, dat -hij er nu vandoor is gegaan." - -De kleermaker had te midden dezer ontboezeming vermanend zijn hand, -waarin hij de naald hield, opwaarts geheven. - -"Geeselen en brandmerken?.... Vrouwtje vrouwtje, waar moet dat -heen!" - -"Waar het heen moet?" snauwde ze terug. "Vraag dàt liever aan het -goed, dat die zaterdagsche kwâjongen naar de klanten moet brengen. -Zou-je denken, dat ik met m'n rampzalige eksteroogen soms het vuur -uit m'n sloffen ging loopen, om dien rommel weg te brengen?" - -"Ik zal het zelf wel doen, moeder." - -"Een mooie meester, die zelf voor loopjongen speelt!" - -"Kom, kom, suikerpoesje," vleide de meester, die er hard naar ging -verlangen om eens een poosje buiten dat geraas te zijn, "dan schep -ik meteen eens een luchtje!" - -Het suikerpoesje bromde iets onverstaanbaars terug, maar vond het -ten slotte goed dat haar heer en meester er na het noenmaal op uit -zou gaan. Minder om die kleeren weg te brengen -- als men die lorren -noodig had, zou men er zelf wel om sturen, decreteerde vrouw -Stoffelsen -- dan wel om even naar de hofstede van vrouw de With -over te wippen en daar te hooren, of men iets wist van het -wegblijven van den leerjongen. - -"Dat geloof ik nu wel niet," meende de practische vrouw Stoffelsen, -"want anders had men ons wel een boodschap gestuurd. Ze hebben daar -volk genoeg op de steê. Maar het is toch vrouw de With in de eerste -plaats, die er van op de hoogte moet gebracht worden, als er soms -iets met haar zoon niet en is, zooals 't wezen moet." - -"Verstandig geredeneerd, vrouw!" prees haar meester Stoffelsen, die -inwendig al heelemaal opgefleurd was, dat hij nu voor een geruimen -tijd uit dat gezeur zou zijn, maar wel oppaste van dat gevoel iets, -zelfs niet door de uitdrukking in zijn gelaatstrekken, te doen -verraden. - -Na het middagmaal ging de baas er met zijn knipbeenen van door, -terwijl moeder de vrouw het voorloopig druk genoeg had met het -wasschen der vaten. - -Ze was daarmede nog niet gereed, toen er "volk" geroepen werd in de -taveerne. - -Haastig streek ze haar voorschoot glad, en, een proper mondje -zettende, begaf zij zich naar het afgeschoten hokje. - -Ze stond ineens voor een grooten, stevigen baas. "Ben ik hier bij -den kleermaker Jochum Stoffelsen." - -"Ja, sinjeur." - -"Is hij thuis?" - -"Neen, maar kan ik de boodschap niet overbrengen?" - -De vreemdeling aarzelde even. - -"Weet-je wat?" besloot hij, "geef me maar vast een kroes bier." En -zijn breedgeranden hoed op het tafeltje werpende, dat dicht bij den -haard stond, liet hij zijn zwaar lichaam nedervallen op een der -houten banken. - -"Die zit," dacht vrouw Stoffelsen, zich beijverend om aan de -opdracht te voldoen, "en ik zal wel zorgen, dat hij vooreerst niet -opstaat." - -Nu, dat scheen ook zonder haar medewerking te zullen gelukken, want -toen zij hem het bestelde bracht, zat de gast voorovergebogen naar -het vuur, de handen ernaar uitgestrekt om die te warmen, de houding -dus van iemand, die niet van plan is dadelijk te vertrekken. - -"Guur weertje, sinjeur!" - -"De tijd van het jaar, moedertje!" - -"Kwam er maar een beetje vorst...." - -"Zal wel komen; misschien meer dan je lief is." - -"Ja, en misschien meer dan jou lief is, sinjeur," lachte ze. - -O, ze was nu heelemaal een ander mensch. Als ze maar een klant had -in haar taveerne. De vreemdeling haalde de schouders op. - -"'t Kan zijn.... Maar einde Januari is het voor mij: 'adé, lief -vaderland'." - -"Waar gaat de reis heen, sinjeur?" - -"De Indiën." - -"Lange reis?" - -"Een jaartje of vier denk ik." - -"Jonge," dacht vrouw Stoffelsen, "z'n laatste duiten dansen in z'n -zak; dien baas moet ik in de gaten houden, hoor, en aan den praat -erbij!" - -"Mijn man zal wel niet lang wegblijven, hoop ik." - -"Dat hoop ik ook, vrouwtje!" - -"Ja, 't is singulier: hij is zoo goed als nooit uit, en nu er een -goeie klant voor hem komt...." De zeeman hief zich uit zijn -voorovergebogen houding op. - -"Een klant?.... Hij is toch geen wantsnijder?" Want zoo werden de -kleermakers geheeten, die aan de zeelui gemaakte kleederen -verkochten. - -"Neen, maar ik denk...." - -"Dat een zeeman zoo nauw niet kijkt, meen-je. Is 't niet?" - -"Dat kon-je wel eens geraden hebben," lachte vrouw Stoffelsen. - -Even dacht hij na. Toen hij opkeek, zag hij haar blikken strak op -zich gevestigd. Toen schoten ze beiden in den lach. - -"Je bent niet van gisteren, moeder!" - -"En jij ook niet, sinjeur!" - -Hij maakte een geruststellend gebaar. - -"Als 't lukt, loop ik nog wel eens bij je man aan, hoor." - -"Als wat lukt?" - -Nu keek hij haar op een manier aan, die zelfs op haar indruk maakte. - -"Je bent zeker de baas van de schuit?" onderstelde zij. - -"Juist." - -"Geen gemakkelijke, geloof ik." - -Hij glimlachte. - -"Waarom denk-je dat?" - -"Omdat.... ja, omdat je me daar aankeek, alsof je me koejeneeren -wou." - -"Dat laat ik aan je man over," plaagde hij. - -In de oogen van vrouw Stoffelsen vlamde iets op, dat niet -onopgemerkt aan den zeeman voorbij ging. - -"Ik geloof, dat ik tóch terecht ben," verklaarde hij opeens. - -"Hoe bedoel-je dat?" - -"Ik denk, dat ik best de boodschap aan jou op kan dragen." - -"Dat zou ik ook denken," merkte zij snibbig op. - -Hij liet die opmerking aan zich voorbij gaan. - -"Ik wou het eens met je man hebben over z'n leerjongen." - -Daar rezen de handen van vrouw Stoffelsen omhoog. - -"Van.... van...." - -Zooveel woorden tegelijk kwamen er van binnen bij haar aanzetten, -dat ze die eigenlijk alle ineens eruit had willen smijten. Omdat -zulks onmogelijk was, vermocht ze op dit oogenblik niet anders dan -er die twee klanken uit te krijschen. - -Niet zonder eenige grappige verbazing zag de zeeman haar aan. - -"Eens op je rug kloppen, moeder?" vroeg hij heel gemoedelijk. - - -[Illustratie: Daar rezen de handen van vrouw Stoffelsen omhoog.] - - -"Op m'n rug?" - -Ze hapte naar adem. - -Maar nu kwamen haar handen met de rugzijde op haar heupen, en toen -ze eenmaal daar goed en wel beland waren, vond vrouw Stoffelsen -zichzelve terug. - -Nu, kapitein Geen Huyghen Schapenham -- want men zal in den bezoeker -dezer taveerne wel reeds lang den gezagvoerder van "de Gouden Leeuw" -herkend hebben -- behoefde in den eersten tijd om geen nadere -inlichtingen aangaande den beschermeling van dominee Leo te vragen. -Hij kreeg ze zoo ongezouten mogelijk, zelfs meer dan hem lief was. -En gerust kan getuigd worden, dat ze van een geheel anderen aard -waren, dan die, welke hij van den Nieuwenhoornschen predikant -ontvangen had. - -Een paar maal poogde hij den wild bruisenden stroom door een vraag -of een opmerking in een gelijkmatiger bedding te leiden, maar op 't -laatst gaf hij daartoe den moed op, en zich wederom met de handen -naar het vuur wendende, liet hij den woordenvloed kalmweg over zijn -breeden rug gaan. - -"Geduld overwint alles," dacht hij, "maar nu ga ik er toch spijt van -krijgen, dat ik me met het lot van dien jongen bemoeid heb." - -Toch -- hij had het ds. Leo beloofd, en belofte maakt schuld. - -Maar dat geschetter van vrouw Stoffelsen!.... - -Zij meende nu voor eens en voor goed het doopceel van den leerjongen -gelicht te hebben! Ze had eens moeten weten, hoe elk van haar -grievende scheldwoorden en beleedigingen, den zeekapitein ervan -overtuigde, dat een boy, wiens hart in de baren der zee lag, nooit -het bedorven kindje van vrouw Stoffelsen kon wezen. - -Wijselijk hield hij die opmerking voor zich, maar hij kon niet -nalaten even te glimlachen. - -Vrouw Stoffelsen zag dat, en evenals zij dat bij haar man gewoon -was, kwam het er meer of minder dreigend uit: - -"Hoe _kun-je_ daar nu nog om lachen, sinjeur!" Wijl zij door deze -opmerking voor een wijle zelf haar woordenstroom onderbrak, kreeg -eindelijk kapitein Schapenham gelegenheid er een woordje tusschen te -plaatsen. - -"Is die jongen thuis, moeder?" - -Ze keek hem zoo oprecht verbaasd aan, dat hij in zichzelven -mompelde: "Ik verwed er m'n nieuwe bramzeilen onder, dat ze me al -verteld heeft, waar die snuiter zit. Hoe jammer, dat ik maar niet -wat beter naar dat gerei geluisterd heb!" - -Intusschen had vrouw Stoffelsen de macht over haar spraak weer -teruggekregen. - -"Wel, heb ik van m'n leven, sinjeur.... Zóó vertel ik je, dat die -luie slungel maar kalmpjes-weg thuisgebleven is en...." - -Doch nu viel de kapitein haar in de rede met een stem, die, als het -wezen moest, zich boven het gerumoer van den zwaarsten storm wist -verstaanbaar te maken: - -"Wàt zeg-je?.... Weggebleven?" - -Toch een weinigje overstuur van dat krachtige geluid, knikte zij -alleen van ja. - -"Sedert wanneer?" - -"Sedert vanmorgen." - -"Hoe komt dat?" - -Ze haalde de schouders op. - -"Weet ik het?.... Weggeloopen, denk ik." - -Kapitein Schapenham stond op. - -"Weggeloopen?.... Waarheen?" - -"Wel natuurlijk naar Hellevoet!" - -"Naar Hellevoet?" - -"Welja! Daar ligt immers een Oostinjevaarder, waar ze zooveel volk -voor moeten hebben!" - -En ineens de oogen wijd openende, alsof haar een gedachte inviel: -"Jou schip?!" - -Maar kapitein Schapenham had al zijn hoed gegrepen, zich dien op het -hoofd geplakt en snelde de deur uit. - -"M'n gelag!" schreeuwde vrouw Stoffelsen, die heelemaal in beweging -kwam, zonder hem dadelijk na te kunnen zetten. - -Dat kwam, omdat zij een paar leelijke likdoorns onder haar voeten -had, voor haar heel pijnlijk en voor de rest van de menschheid heel -vervelend, omdat zij aan ieder, die er maar naar luisterden -wilde -- of luisteren moest! -- er een klaaglied over aanhief. - -Wanneer zij niet liep, schopte zij altijd haar muilen uit, met het -gevolg, dat op het oogenblik, waarop zij er een vaartje achter moest -zetten, die sloffen links lagen, als zij ze rechts zocht. - -Ongelukkig waren zij door haar driftig geredeneer van daarstraks, -waarbij ze armen en beenen bewogen had om toch meer nadruk aan haar -betoog te geven, zoo raar in haar nabuurschap weggescharreld, dat -zij op haar zeere voeten over den met scherp zand bestrooiden -tegelen vloer onder een gejammer van "Houdt den dief!" heen en weer -schoof, zonder eigenlijk op te schieten. - -Juist had zij onder gekreun, geklaag en geroep hare voeten in de -muilen gekregen en in haar lichaam een vaartje gebracht, toen de -deur door een krachtige mannenhand opengeworpen werd, ten minste het -bovengedeelte daarvan, zoodat moeder Stoffelsen een tik beetkreeg, -dien zij voelde. - -Kapitein Schapenham was het, die zich nu hoofdschuddend en -glimlachend over de onderdeur heenboog, waar, als ze soms niets te -doen hadden, de vrouwkens uit dien tijd zoo gezellig overheen konden -leunen voor een buurpraatje, bij welke gelegenheid zoowat heel de -buurt over de tong ging. - -"Goeie vrouw, ik zou daar haast vergeten zoowaar mijn gelag te -betalen." - -De "goeie vrouw," die juist van plan was door haar alarmkreet -desnoods heel de stad in rep en roer te brengen, wou eerst nog veel -vijven en zessen eruit gooien, omdat ze zulk een bons tegen haar -hoofd gekregen had, welk lichaamsdeel zij volijverig stond te -wrijven, toen zij iets tusschen duim en wijsvinger van zijn -rechterhand zag blinken. Dadelijk sloot zich haar mond en verzoette -zich in een suikerzoet lachje. - -"Wel, sinjeur, moet-je daarvoor nog terugkomen? Dàt was toch wel -vanzelf...." - -Hij liet ze niet uitpraten. - -"Daar, moeder." - -Ze voelde zich het geldstuk in de hand stoppen. - -"Zooveel kleingeld heb ik op het oogenblik niet terug, sinjeur." - -Al in de haast, waarin hij scheen te verkeeren, maakte hij een -gebaar van "laat dat maar blijven, hoor!" en verdween opnieuw uit -haar gezichtskring. - - -[Illustratie: Sloot zich haar mond en verzoette zich in een -suikerzoet lachje] - - -Met lichtende oogen van geluk bekeek vrouw Stoffelsen het geldstuk, -dat in het midden van haar rechterhand lag. - -Zij schudde het hoofd. - -"Die varenslui toch...." - -Nog een wijle van stil genot. - -Toen kwamen in éénen al de rimpels en rimpeltjes op haar gelaat -terug: - -"Als m'n vent toch zóó z'n penningen verslingerde...." - -Ze voleindigde haar zin niet, maar slofte naar de echtelijke -slaapplaats, waar ze, nu alweer met een gelaat vol stille, inwendige -tevredenheid, van de bedsteê-plank een oude kous langde, en daarin -het geldstuk bij de andere soortgenooten veilig wegborg. - - - - -VI. - -OP DEN WAGEN. - - -Het verloop der geschiedenis beviel in het geheel niet aan kapitein -Schapenham. - -Voor ds. Leo wilde hij veel doen, maar om nu door zoo'n kwâjongen de -kans te loopen met de justitie of de politie in aanraking te komen, -dáár had hij niet veel lust in. - -Als zoo'n deugniet verdwenen was en zijn moeder lawaai begon te -maken -- en daar leek zij hem net een vrouw voor! -- zouden de -gerechtsdienaars door al wat er gesproken en gebeurd was, het eerst -erg in zijn schuit krijgen. - -Stel je nu voor, dat de jongen zich bijvoorbeeld in het ruim -verborgen had! En al was het niet daar, dan op een andere plaats, -waar natuurlijk de gerechtsdienaars hem wel opduikelen zouden, en -zoo niet, voor het minst heel den boel door elkaar zouden halen of -overal hun neus in steken. - -Wel, kapitein Schapenham, die dit alles in zichzelf liep te -bedenken, had er wel een lief ding voor over gehad, indien hij voor -een wijle buitengaats was geweest en dan met dien snijdersleerling -onder zijn bereik. Buitengaats toch was een schipper onbeperkt heer -en meester, zelfs over leven en dood van zijn onderhoorigen. En -zeker zou hij, voor al het gezanik, den branie eens even voor den -mast hebben laten binden, om hem er een dozijn of anderhalf te doen -toetellen door den man met het stokje, gelijk de matrozen gewoon -waren den provoost te noemen, al was bij zulk een strafoefening een -eindje touw met een paar flinke knoopen erin meestal diens wapen. - -Hij moest nu zoo gauw mogelijk naar Hellevoetsluis zien te komen, om -desnoods de politie voor te zijn. - -Om daarheen te wandelen, had hij twee uren noodig, maar, gelijk wij -weten, had hij daaraan een broertje dood! - -'t Snelst had hij dien afstand kunnen afleggen door een paard te -nemen, maar al had hij -- omdat van jongs af aan zijn heele lichaam -gegroeid was naar het klimmen in het want en het zich voortbewegen -op het scheepsdek -- kromme beenen genoeg om op een paard te -zitten,.... een ruiter was hij niet. - -Het zou dus per as moeten gaan, maar men kon in dien tijd niet eens -eventjes bij een huurkoetsier aanloopen, om een rijtuig te -bestellen! - -Men had het Voermansgilde, waarmede men geducht rekening had te -houden. - -De zeeman moest zich eerst naar den Commissaris van dit gilde -begeven, die ging dan aan een bel trekken, van verschillende kanten -daagden de voerlieden op -- wie na het luiden van de bel verscheen -had zijn recht verloren -- en nu moesten de aanwezigen erom -dobbelen, of gelijk men dat noemde: erom smakken, wie het vrachtje -had. - -Eindelijk dan zat onze zeekapitein op den wagen, die in een -sukkeldrafje over den weg hotste. Gelukkig hadden de toenmalige -menschen sterke hersenen, en toen men nu eenmaal van het gedaver -over de stads-keien af was, kon op den zachteren landweg een -gemoedelijk praatje aangeknoopt worden, hetgeen de zeeman ook niet -naliet. - -Ze waren nog maar kort op pad, toen hij iemand stadswaarts zag -komen, die door de eigenaardige wijze van zich voortbewegen zijn -aandacht trok. - -"'t Is, of die vent met z'n beenen aan 't knippen is!" gromde hij -met zijn zware stem tegen den voerman. - -Die grijnsde. - -"Dat komt, omdat z'n geweten op die beenen aan 't werk is." - -"Hè??!" - -De voerman genoot van zijn verbazing. - -"Och," legde hij uit, "bij dien meestersnijder is, denk ik, zóóveel -door het oog van de naald gegaan, dat hij voor zijn straf knipbeenen -gekregen heeft." - -"Wàt zeg-je?.... Een snijder?.... Soms meester Jochum Stoffelsen?" - -"Krek d'n eigenste." - -De zeeman sloeg van opgetogenheid den voerman een blauwe plek op den -schouder. - -"Je kunt stil houden, als die knip-sinjeur vlak bij is." - -De voerman wreef zich den schouder. - -"Je hebt gezegende handjes, schipper!" - -Kapitein Schapenham knikte. - -"Dat gaat wel, vrind! En ik zal dat aan dien lappenbederver doen -ondervinden, als hij niet mee wil." - -"Mee wil? Wat is je plan?" - -"Hij moet mee naar Hellevoet." - -De voerman zette een bedenkelijk gezicht. - -"Volgens ons privilegie mag ik niemand onderweg opladen, of anders -moet ik boete betalen." - -"Malligheid! Jij laadt niet op, maar ik. En ik ben je passagier!.... -Dacht-je, dat ik, die al zoo dikwijls in zoo'n verwenschte kar heen -en weer naar Hellevoet ben gesukkeld, artikel zus en zoo van je -reglement niet kende?.... Maar, ho!.... daar is hij al vlak bij...." - -De voerman voldeed aan het bevel, en bruusk wendde zich de kapitein -tot den voetganger, die bij dit plotseling stilstaan van het rijtuig -haastig op zij geweken was. - -"Jij bent de meester-snijder Jochum Stoffelsen?" - -De aangesprokene deed een knip met zijn beenen en bevond zich toen -weer op het pad. - -"Die ben ik, sinjeur." - -"Ik zou graag een woordje met je wisselen." - -"Tot je dienst, sinjeur." - -"Toe, stap dan op den wagen.... want ik kan geen minuut verloren -laten gaan." - -Onwillekeurig keek meester Jochum naar den toren van den Briel, die -in het Noordwesten boven het landschap uitstak, en toen stootte de -voerman met zijn elleboog den kapitein aan. - -"Hijsch-je maar naar boven," glimlachte deze, "ik kom zoo regelrecht -van je vrouw vandaan." - -De ronde oogen van meester Jochum keken hem vragend aan. - -"Kom, vrind, een toertje zal je geen kwaad doen, en, intusschen -zullen we elkaar heel wat te vertellen hebben." - -"Nou.... tot de steê in Lagerwoude dan," gaf meester Jochum toe, en -mèt knipte hij op den wagen. - - -[Illustratie: De ronde oogen van meester Jochum keken hem vragend -aan.] - - -"Dat 's niet ver," bracht de kapitein daartegen in. - -"Och," gaf de nieuwe passagier glimlachend te kennen, "ik heb twee -omstandigheden in mijn voordeel." - -"Die zijn?" - -"Ten eerste.... dat het paard een knol is." - -"Hé, zeg. Jij, leelijke lappenbederver...." - -"En," ging mr. Jochum voort, alsof hij den voerman niet hoorde, "en -in de tweede plaats, dat een zeeman gewoonlijk niet lang van draad -is." - -"Van draad heb-jij verstand," riep de kapitein uit, "maar hoe te -duiker zie-je, dat ik een varensman ben?" - -Meester Jochum maakte een beweging met het hoofd, als wilde hij -zeggen: - -"Nou.... die is ook goed!" - -"Dat ziet een half blind mensch aan je heele doen en laten, en een -meester-snijder aan je kleeren." - -Kapitein Schapenham bezorgde ook hem een blauwe plek op den -schouder. - -"Jij bevalt me beter als je vrouw, meester!" - -Het gezicht van den aangesprokene betrok. - -"Laat die nu alsjeblieft buiten het spel, en zeg me nu maar gauw, -wat je van me hebben wil.... Want de knol loopt zoo waar gauwer dan -ik gedacht had. Zeker pas gesmeerd, voerman?" - -De voerman dreigde hem met de zweep, en liet alweer een aardigheid -los, welke op het gilde van mr. Jochum betrekking had. Maar diens -aandacht was ineens heelemaal van de andere zijde in beslag genomen, -doordat de kapitein hem vroeg: - -"Je hebt een leerjongen, die Witte heet; is 't niet?" - -De kleermaker zuchtte. - -"Begint de bui nu ook nog van dien kant op te komen?" - -Doch alsof hem iets als een uitredding inviel, wendde hij zich met -heel zijn gelaat tot den zeekapitein: - -"Je bent bij m'n vrouw geweest, zeg-je?" - -"Heb-je ook haar naar dien satanschen kwâjongen gevraagd?" - -"Ja.... En wat zou dat?" - -De kleermaker slaakte een zucht van verlichting. - -"Wat dat zou?.... Wel, dat ik je dan niets meer over dien galgestrop -te vertellen heb!" - -"Neen maar, die is goed!" riep de kapitein luid lachend uit. - -Mr. Jochum knikte tevreden. - -"Je zult het met me eens zijn, schipper, dat ik er geen woordje meer -bij hoef te voegen." - -"Dat is te zeggen.... ik wou juist, dat je er een woordje -- en voor -mijn part nog een paar dozijn woordjes -- bij voegde." - -"Wat is dat?.... Je weet nu alles, en misschien meer dan ik je had -kunnen vertellen." - -"Toch niet!" - -"Wel, goeie help.... dat begrijp ik niet!" - -"En toch is het heel begrijpelijk." - -"Nu, maar dan moet-je me dàt mirakel eens uitleggen!" - -"Dat 's heel gauw gebeurd.... Je vrouw heeft een zee van woorden -over m'n hoofd doen rumoeren." - -"Dat zal wel waar zijn!" - -"En.... kijk.... toen ging het wat van zoem-zoem in m'n hoofd." - -"Dus?" - -"Ik heb niet geluisterd, goeie vrind!" - -De kleermaker schudde van het lachen. - -"Waarom lach-je zoo, jij, oolijke ridder van de naald?" - -"Omdat ik ook nooit luister, als het zoo van zoem-zoem gaat." - -Boem! Daar kreeg hij er een tweede blauwe plek op zijn schouder bij. - -"Je bevalt me, meester Jochum." - -"En jij mij ook, schipper." - -"Rijd dan mee naar Hellevoet." - -"Ho, ho, schipper," viel hem hier de voerman in de rede, "denk -alsjeblieft aan artikel zus en zoo van het privilegie op het -Voermansgilde!" - -"Loop.... jij met je privilegie," bromde de kapitein. "Ik houd het -bij de ordonnantie door baljuw, burgemeesteren en regierders der -Stede van den Briele voor jullie in elkaar geflanst, en daarin lees -ik...." - -"Lees ik?" vroeg de voerman, zich half omwendende en verbaasd naar -zijn passagier kijkende, die, met een hoog-rood gelaat van -inspanning een klein boekje uit een zijner vele zakken had -opgeschommeld. - -"Daarin lees ik," ging de kapitein voort, na even in het boekje -gebladerd te hebben, "dat je onderweg niemand op mag nemen, dan met -expres believen ende consent van de Luiden, die den wagen gehuurd -hebben.... Hier lees zelf maar!" - -"'k Wil het best gelooven, sinjeur.... Want zoo geletterd ben ik -niet." - -"Dus geen bezwaar, dat ik mr. Jochum meeneem?" - -De voerman schudde ontkennend het hoofd. - -"Dat dacht ik ook wel!" gaf de zeeman te kennen, die graag gelijk -had, en evenmin graag opgaf, wat hij zich voorgenomen had. - -Intusschen had mr. Jochum dit kleine twistgesprek aangehoord met een -gelaat, dat nu juist niet van groote opgewektheid getuigde. De -zeeman zag het. - -"Ik heb toch naar je hart gesproken, vader?" - -"Neen, hoor!" - -"Ga-je dan niet mee naar Hellevoetsluis." - -"Voor geen geld van de wereld!" - -"Waarom niet?" - -"Wel... ik kan toch zoo lang niet van mijn werkplaats blijven." - -"En als ik je de schade vergoed!" - -"Dan blijft nog zijn vrouw over!" wierp de voerman er spottend -tusschen. - -Kapitein Schapenham zag hem even in de oogen. - -"Ik geloof, dat de voerman de streken van 't kompas kent," -glimlachte hij. - -Mr. Jochum werd een beetje kregel. - -"Geen kwaad van mijn vrouw!" zeide hij. - -"Niet graag!" gaf de kapitein van ganscher harte toe. "Ik wil alleen -maar zeggen, dat het voor alle partijen beter is, als jij op tijd -thuis ben. Alleen dan nog maar deze vraag, want ik zie zoowaar -ginder de steê van Lagerwoude al achter dien haag oprijzen...." - -"En die vraag?" - -"Betreft je leerjongen. Weet-je, waar die op 't oogenblik uithangt?" - -Het goedige gelaat van mr. Jochum werd heel gestreng. - -"Ik wou.... ik wou...." - -"Hoho, mr. Jochum, bederf alsjeblieft je goed humeur niet.... Wat je -wou.... kan me nu niet schelen. Ik verlang kort en bondig het -antwoord op deze vraag: Waar is Witte?" - -"'k Weet het niet!" - -"Hebben ze op de steê geen vermoeden, waar hij zitten kan?" - -"Ja -- ze meenen 't zelfde als ik." - -"En dat is?" - -"Dat hij naar Hellevoet is, waar zoo'n verloopen kerel een schip -uitrust naar Oostinje." - -"Dank je!.... Die verloopen kerel ben ik." - -"Pak ze maar aan!" riep de voerman. - -Mr. Jochum keek vreemd op. - -Daar zag hij een lachje in de oogen van den zeeman, die kwasi een -heel boos gezicht zette. - -Toen stak hij eerlijk zijn hand uit. - -"Dank je," zei de zeeman eenvoudig. - -Maar mr. Jochum riep van aai en van aau. - -Want zoo'n zeemanspootje was niet geschapen voor het blanke -kunstenaarshandje van een meestersnijder. - -De zeeman had hier heel wat pret over en de voerman ook, en daarvan -maakte mr. Jochum gebruik, om even handig van den wagen te knippen, -als hij dat thuis van de kleermakerstafel deed. - -"Hé daar!" riep kapitein Schapenham uit. - -Ook de voerman liet een uitroep van ontsteltenis hooren, want op een -haartje na was een der wielen van den wagen over den voet van den -meestersnijder gegaan. - -Die schudde lachend het hoofd. - -"Doe me dat eens na!" - -"Niet graag!" bekende de kapitein. - -Intusschen had de voerman het paard tot stilstaan gebracht, en nu -boog zich kapitein Schapenham uit den wagen, om mr. Jochum de hand -tot afscheid toe te reiken. - - -[Illustratie: En beiden waren zoo druk in gesprek.] - - -"Je gaat dus niet verder mee?" - -"Neen, hoor. Daar is de stêe, en ik heb eenmaal gezegd, dat.... Maar -wat is er?" - -Hij vroeg dit op verwonderden toon, want eensklaps had de kapitein -hem door een gebaar het zwijgen opgelegd. - -Tot eenig antwoord wees de kapitein op den Peltsersdijk, welke zich -achter de huizinge van moeder de With uitstrekte. - -Bij de laatste woorden van den kleermaker had de zeeman -onwillekeurig den blik daarheen gewend, en wat hij toen op den -Peltsersdijk aanschouwde, had zoodanig zijn aandacht in beslag -genomen, dat hij mr. Jochum het zwijgen meende te moeten opleggen. - -Want daar zag hij zoowaar den vermisten leerjongen aan komen -wandelen en dat wel op zijn dooie gemak. - -Witte was niet alleen. Naast hem liep een blond meisje van zijn -jaren, in wie wij zijn nichtje Marie herkennen, en beiden waren zoo -druk in gesprek, dat zij geen erg hadden in den wagen, die aan den -Brielschen kant van de hofstede zoo plotseling was blijven -stilstaan. - - - - -VII. - -HET PLANNETJE VAN HANS. - - -Het schip, waarmede kapitein Schapenham een reis naar de Indiën -ondernemen zou, zag er nog allesbehalve zeilree uit. En toch stal -het, gelijk het daar met zijn hoogen achtersteven reeds van verre -zichtbaar was, het hart van Witte, die, liever dan naar zijn baas te -gaan, op een vroegen Decembermorgen het zandpad naar Hellevoetsluis -was opgewandeld, om met open oogen het vaartuig te aanschouwen, -waarvan hij met gesloten oogen tegenwoordig elken nacht droomde. - -Al had hij in den Briel waarlijk schepen genoeg gezien, niet een kon -natuurlijk zulk een aantrekkelijkheid voor hem hebben als dit. - -En wat een aangroeiende levendigheid om deze schuit, die vele jaren -weg zou blijven en daarom als het ware tot een drijvend dorp werd -ingericht! - -Zeilmakers, scheepstimmerlieden, schilders, smeden, touwslagers, om -de leveranciers van allerlei eet- en drinkwaren niet te vergeten, -zwermden als nijvere bijen om dien drijvenden korf. Dieren kwamen er -ook al bij te pas, maar die zouden zooveel plaats niet innemen als -in de arke Noachs, want ze werden geslacht en ingezouten, en de -weinige, die levend mee zouden gaan, behoefden heusch niet op een -lange zeereis te rekenen. Heel veel zin hadden ze er in geen geval -in, ten minste de varkens niet, die spectakel genoeg maakten. - -Witte kon eerst maar niet genoeg van dit schip krijgen. Toen echter -kwam zijn vit-achtige natuur, een gevolg van het zanikachtige leven -dat hij thuis had, weer boven, en viel hem hier en daar iets in het -oog, dat volgens zijn waanwijsheid beter had kunnen zijn. Als _hij_ -maar eens kapitein van dat prachtschip geweest was!.... - -"Wel, maat!" kwam daar plotseling een jongensstem, waaruit men den -baard in de keel al hoorde, tot hem, "kijk-je het mooi er al af?" - -Wittens felle, nooit vriendelijke oogen, gingen den kant uit van den -spreker, die niet zonder eenige spotzucht deze onverwachte vraag tot -hem gericht had, een jongen, ongeveer van zijn leeftijd en in -zeemans-werkpak. - -Die kleeding bespaarde hem een dier bitse antwoorden, waarmede Witte -anders niet zuinig was. Toch, hoe welwillend ook bedoeld, er bleef -norschheid te over in zijn wedervraag: - -"Hoor-jij erop?" - -"Of ik erop hoor?.... Nagelvast zou ik haast zeggen." - -"Heb-je er dan het land aan?" - -"Nou.... als ik de koeien erbij had, was ik een boer in den polder." - -"Zeg-je dat op mij?" - -"Ben-jij dan een boer?" - -"Neen." - -"Wat trek-je je 't dan aan?" - -"Dat is mijn zaak." - -"Je lijkt nog al onverschillig." - -Witte trok zijn schouders op en onwillekeurig dwaalden zijn blikken -weer naar "de Gouden Leeuw" waarop alles vol leven en beweging was. -Neen, dáár was hij zeker niet onverschillig voor. - -De andere jongen, een knaap met een bruinen krullekop en levendige, -donkere kijkers in het vroolijke gelaat, zag dit. - -"Ik laat me driemaal van de ra dansen, als jij ook geen -zeemansjongen ben!" - -Een zucht. - -"En dat jij precies zoekt, wat ik verliezen wil." - -Witte keek hem vragend aan. - -"Ruilen?" stelde de vroolijke krullebol voor. - -Ineens zag Witte hem met zijn felle oogen vlak in het gezicht. - -"Ho, ho," spotte deze, "je zet een gezicht als een jeugdige -menscheneter.... Maar weet-je wat? Loop eens met me naar de taveerne -ginds.... Een kroes bier...." - -"Heb ik van jou niet noodig." - -"Nog beter!.... Dan tracteer jij." - -Dat kwam er zoo vlot uit, dat er, even slechts, een glimlach over -het gelaat van Witte vloog. - -Zijn maat knikte tevree. - -"Te duiker, ik dacht, dat je een steenen snuit had. Net als het -varken van mijn spaarpot.... waaraan ik zoo'n hekel had." - -"Aan dat varken?" spotte Witte. - -"Ben-je wel zestig? Net zoo min als aan jou, al hèb-je een steenen -bakkes.... Neen, aan het sparen. Welke zeemansjongen heeft daar -verstand van?" - -Witte keek hem verbaasd aan. - - -[Illustratie: Heb ik van jou niet noodig.] - - -"Jij een echte zeemansjongen?... En je wil van de schuit af?" - -"Wis en zeker,... van déze!" - -"Dus?" - -"Ga mee.... Bij een kroes bier kan ik je dat veel duidelijker -uitleggen." - -Witte schudde het hoofd. - -"Zeg 't zoo maar." - -"Mij goed dan, sinjeur Isegrim.... Weet dan, dat ik Hans Lievensz. -ben uit Hoorn, dat ik van m'n tiende jaar al af de zeelucht opsnuif -en in dit opzicht een aardje naar m'n vaartje heb, die, geloof ik, -op zee geboren is." - -"En je wou van de schuit!" - -"Zeker.... Niet om bij moeders pappot te blijven, hoor, maar omdat -ik gisteren de tijding kreeg, dat mijn vader als eerste stuurman ook -naar Oostinje gaat en wel met een schip uit Hoorn. Daar kon ik -denkelijk wel al als matroos met mee, maar nu zit ik aan deze kast -vast, waarvoor ik als lichtmatroos gemonsterd ben." - -"En je wou met mij ruilen!" gaf Witte ten antwoord, in de bitterheid -zijns harten een sterken nadruk op dat woordje "mij" leggend. - -"Wis en drie!" - -"Omdat je denkt, dat ik een zeemansjongen ben?" - -"Ga-je me voor den gek houden?.... Je heele facie wijst het immers -uit!" - -"Toch heb-je het mis.... Ik ben snijdersleerling!" - -"Kom, maak dat een ander wijs!" - -"Ik.... lieg nooit." - -"Maar.... wat kom-je dan eigenlijk hier doen?" - -Witte gaf geen antwoord. Weer keek hij naar "de Gouden Leeuw", en nu -kwam er zulk een smartelijke uitdrukking op zijn gelaat, dat er voor -Hans een licht opging. - -Vertrouwelijk legde hij de hand op Wittens schouder. - -"Kameraad.... ik vroeg je om hulp...." - -Witte schudde zijn hand af. - -"En nu valt het je leelijk tegen, hè?" sprak hij op zijn bitse, -afstootende wijze. - -Even lichtte er iets joligs door de glanzende oogen van den -jeugdigen licht-matroos. - -"Als ik neen zei, zou.... zou ik op mijn beurt liegen, en daar zie -ik net zoo min heil in als jij." - -"Wat wou-je dan?" - -"Ik?.... Een beetje.... en toch veel." - -"Wat dan?" - -"Wel.... kan ik je soms helpen?" - -Witte glimlachte op haast beleedigende wijze. - -"Dat zal zeker niet lukken aan een lichtmatroos van 'de Gouden -Leeuw?'...." - -"Bij dit en dat.... waarom niet?" - -"Omdat het zelfs den gezagvoerder ervan mislukt is." - -"Wat zeg-je daar?.... Kapitein Schepenham...." - -"Is zelf bij m'n moeder geweest." - -Hans floot tusschen de tanden. - -"Sta-je bij d'n ouwe in zoo'n goed blaadje?" - -"Heeft-ie dan zooveel leelijke blaadjes in z'n boekje?" - -Hans wreef zich met een kwasi-pijnlijk gezicht over den rug, wat, -bij de oolijkheid van zijn tronie, allerkluchtigst aandeed. - -"Een zeeman van het bovenste plankje, maar een beetje kort -aangebonden, en.... het eindje touw is ook niet lang." - -"De spanriem van een leertouwer en de el van een kleermaker zijn ook -niet van zoete koek gebakken." - -"O, zoo!" riep Hans uit, "jij weet dus ook, wat een blauwe plek is." - -Beiden schoten om deze opmerking in den lach. "Dat moet-je maar veel -doen," meende Hans. - -"Wat?" - -"Lachen!" - -"Ik heb daar niet veel reden toe." - -"Nu, ik zou zoo denken!.... een lief kindje van d'n ouwe!"... - -"Wat helpt me dat? Ik mag toch niet naar zee." - -Hans keek hem strak aan. - -"Moederskindje?" vroeg hij. - -De blik, dien Witte hem toewierp, overtuigde, hem, meer dan een heel -verhaal dat doen kon, van het tegenovergestelde. - -"Een harde vrouw?" - -"Ja!" klonk het kort en bondig. - -"En je vader?" - -"Is dood.... allang." - -"Broers en zusters?" - -"Eén zus. De rest broers, en allen ziekelijk." - -"Jij ziet er toch gezond uit." - -"Wat heb ik daaraan?.... Ik knies me dood!" - -"Moet-je niet doen." - -"Jij hebt goed praten: jij vaart op zee!" - -"Daar kom-jij ook op.... Als je 't maar goed aanpakt." - -"En als nu kapitein Schapenham.... en zelfs twee dominees, ds. Leo -en Willem Crijnze...." - -Nu schudde Hans heel zijn lache-kop. - -"Heelemaal verkeerd aangepakt!" - -"Doe-jij het dan beter," snauwde Witte. - -"Neen, dat zou moeilijk gaan, want.... ook ik hoor op mijn manier -tot het manvolk, en... dàt krijgt geen moeder-de-vrouw klein." - -Witte werd opeens vol belangstelling. - -"Hoe bedoel-je dat?" vroeg hij. - -"Geef liever mij eens antwoord.... Houdt je zus erg veel van je?" - -"Ja." - -"Kan die het het dan niet van je moeder gedaan krijgen?" - -Daar kwam de rimpel weer op het voorhoofd van Witte. Iets bits lag -op zijn lippen; maar eer hij wat zeggen kon, lei Hans hem door een -afwerend gebaar het zwijgen op. - -"Begrepen! Jullie zijn allebei bang voor moeder... Neen, kijk me -niet zoo venijnig aan. Ik wil geen ruzie met je zoeken, maar helpen -wil ik je, en daarom zeg ik nu precies maar, wat ik denk. En als jij -dat nu ook wil doen, geef me dan eens eerlijk antwoord op deze -vraag: Is er niet een vrouwelijk wezen in je familie, dat zóóveel -van je houdt, om...." - -Maar Hans voleindigde dezen zin niet. Hoe haastig ook Witte het -hoofd omwendde, de oolijke zeemansjongen had gezien, hoe hij -kleurde. - -Nu lei Hans beide zijn handen op de schouders van den -snijders-leerling en dwong dien aldus hem in de oogen te zien. - -"Ik weet nog niet eens, hoe je heet.... Ik zal maar Jan tegen je -zeggen, want zoowat al de Hollandsche jongens van de zee heeten -zoo.... O, heet-je Witte?.... Goed!.... Dan heb ik jou, Witte, te -zeggen, dat, als dat meisje veel van je houdt, ze nog vandaag naar -je moeder zal gaan.... of, bijlo! haar eigen moeder erop uit zal -sturen. Vrouwen weten van volhouden; dàt zie-je maar eens aan je -eigen moeder! Daar kunnen geen dominees en geen zeekapiteins en in -'t geheel niet zulke kwajongens als wij nog zijn, tegen op. Ik -verzeker je, Witte, dat, als je er maar eenmaal de vrouwlui voor -weet te spannen, mijn naam geen Hans Lievensz is, of je gooit -binnenkort schaar en naald zoover weg, als zij vliegen willen." - - -[Illustratie: Kijk nu naar je voorland.] - - -Toen, hem aldoor bij de schouders vasthoudend, keerde hij hem met -zijn forsche knuisten in één ruk om, zoodat Witte met het gelaat -naar den Oostinjevaarder gewend stond. - -"Kijk nu naar je voorland.... scheepsjongen van 'de Gouden Leeuw'!" - -Witte had zich te weer willen stellen, maar nu vielen zijn armen -slap neer. Er was over zijn gelaat zulk een geluk gekomen, dat hij -in dat eene oogenblik een heel andere jongen scheen geworden. Zijn -oogen, lichtstralend van blijdschap, zagen eerst het schip en toen -Hans aan. - -"O, Hans, als dàt waar was...." - -"Het wòrdt waar, Witte.... maar dan nu ook als de drommel aan het -werk. Geen oogenblik kun-je meer verliezen. Denk eens aan: we zouden -half Januari uitzeilen, en vóór dien tijd zou nog je heele -uitrusting in orde gebracht moeten zijn, wat voor een Oostinjesche -reis om den dood geen gekheid is. Hoe je de vechtpartij nu aan moet -pakken.... is jou zaak, maar hooren doe ik er zeker van!" - -"Morgenochtend ben ik weer hier." - -"Kun-je dan altijd maar van je vak wegloopen, als je er lust in -hebt?" - -"Dat vak.... hèb ik niet meer," klonk het vastberaden. - -"Jij maakt dáár korte metten mee, Witte!" - -"Dat zullen we nu met het andere ook probeeren," kwam het er even -resoluut bij Witte uit. - -Hij stak de hand ten afscheid uit. - -"Kan ik voor jou ook wat doen, Hans!" - -"Heel veel!" - -"Dat is?" - -"Den schipper, bij wien jij een potje schijnt te kunnen breken, onze -ruiling voorstellen, als het jou lukt." - -"Kan niet." - -"Hoe zoo?" - -"Wie ruilt er een licht-matroos voor een onbevaren scheepsjongen?" - -"Ja, dat is voor den drommel waar ook!" - -Op zijn beurt nu lei Witte de hand op den schouder van zijn -kameraad. - -"Ik zal in elk geval mijn best doen, om ook jou te verlossen, Hans!" - -"Top!... Tot ziens dan, Witte." - -"Tot ziens, Hans." - -Zonder er een woord meer bij te voegen, spoedde Witte zich den weg -naar Nieuwenhoorn op. - -Geen seconde liet hij verloren gaan. Dadelijk begaf hij zich naar de -hofstede van zijn nicht. Eerst Marie en toen haar moeder werden in -het plan van aanval gewikkeld. En nu Witte maar handelen kon, die -trouwens toch van commandeeren hield en van vechten niet minder, -wist hij er bij moeder en dochter, hoeveel bezwaren zij eerst -hadden, den strijdlust wel in te brengen. Dát heeft de latere -admiraal Vechtgraag, zooals de matrozen hem gedoopt hebben, schier -altijd weten te bewerkstelligen, als het erop aan kwam. En omdat -Witte en Marie, hoeveel zij zich al mochten verbeelden, toch -eigenlijk nog maar kinderen waren, moest haar moeder het eerst den -aanval beginnen. De gebeden en tranen van Marie hield de jeugdige -commandeur voorloopig in de reserve. - -Eigenlijk had hij haar moeder in zijn stevige knuisten wel mee -willen sleuren, om den veldtocht maar dadelijk te openen, doch die -verklaarde, dat zij ook haar huishouden had en het nog te vroeg was. -Vanmiddag was het tijd genoeg. Marie evenwel liep, al babbelende -over het groote plan, met Witte mee, en zoo kwam het, dat zij door -den kapitein gezien werden, gelijk wij aan het slot van het vorige -hoofdstuk verteld hebben. - -Dat die al heel gauw op de hoogte van het plan gesteld werd en er -verbazend veel schik in had, behoeven wij wel niet mede te deelen. -Maar meester Jochum hielden zij er als bij afspraak buiten. Die wou -wel beginnen, om Witte met een heel standje mee te troonen, maar dat -gelukte hem niet. - -"Daar zullen we nog wel een woordje over te wisselen hebben," -dreigde hij, en Witte gaf daarop ten antwoord, dat het goed was. - -"Ja," sprak nu meester Jochum Stoffelsen tot zichzelven, terwijl hij -den weg naar den Briel insloeg, "hoe zal ik dat nu aan mijn vrouw te -vertellen hebben, zonder dat zij mij tòch van alles de schuld -geeft?" - - - - -VIII. - -HET DEURTJE VAN EEN VOGELKOOI GAAT OPEN. - - -Wat zal ik u, die nog jong zijt, getuigen maken van de worstelingen -eener oude vrouw tegen het onvermijdelijke! - -Het was de vaste overtuiging van moeder de With, dat haar jongen -ongelukkig zou worden op de zee, minder naar het lichaam dan wel -naar de ziel. Ginder op den wijden plas een schier voortdurend -kampen met allerlei vijanden, en háár innige overtuiging was het, -dat het voeren van het zwaard ontwijfelbaar zeker ten verderve -voert. - -Toch had Witte het in die voortdurende worsteling met zijn moeder in -zijn voordeel, dat zij elk jaar ouder en hij daarentegen krachtiger -werd. Wat zij verloor bij het afwinden van haar levensdraad, won hij -bij het sterker, grooter, kloeker worden. Het einde was te voorzien. -En toen zij nu, zwak en zich doodmoede gevoelende, nog den aanval -moest weerstaan van allen, die maar eenigen invloed op haar meenden -te kunnen uitoefenen, terwijl zij allen uitwendigen steun miste, -kwam over haar een groote walging. - -De moeder van Marie meende haar overtuigd te hebben, dat alleen een -toegeven Witte kon redden van een leven, dat onder zou gaan in -nutteloosheid. De tranen van zijn speelmakkertje bevochtigden haar -oude, van ontroering bevende handen, maar de warmte ervan drong niet -door tot haar hart. - -Zij gevoelde zich een van God gestrafte, omdat zij in de opvoeding -van haar kind te kort geschoten was, omdat zij hem niet had kunnen -redden of terugbrengen van zijn afval. Nu liet zij moedeloos het -hoofd op het kussen nederzinken, en haar gevouwen handen wonden zich -lusteloos van elkaar. Háár kracht was gebroken; die van Witte had -gezegevierd. - -Zóó.... was dat geen triomf! Al het blijde en gelukkige van -eindelijk zijn levensdoel gevonden te hebben, werd op dat eigen -oogenblik voor den knaap bedorven. - -Hij hoorde de jubeltijding van Marie; maar toen hij dadelijk daarop -naar het bed van zijn moeder snelde om haar gelaat en haar handen -met kussen van dankbaarheid te bedekken, wendde zij zich van hem af -en keerde hem den rug toe. Toen vielen zijn armen slap neer, en de -rimpel, die thans bij zijn moeder zelfs in de halve duisternis van -haar legerstede zichtbaar was, groef zich nu ook diep in zijn -voorhoofd. - -"Moeder.... heeft Marie gelogen?" - -"Een Doopsgezinde liegt nooit!" klonk het dof achter uit de donkere -bedstede. - -O, wederom golfde een bloedstroom van vreugde door de aderen van den -knaap. Het wàs dan toch waar! Over zijn leven ging het licht van -zijn geluk op. - -Waarom bedierf moeder dat nu? - -Eén hartelijk woordje slechts! - -Hij vroeg erom: - -"Moeder.... Ik ben zoo blij!" - -Altijd bleef het hoofd afgewend; maar hard en zonder eenig -mededoogen kwam het er in afgebeten bewoordingen bij de vrouw uit: - -"Ook de Verloren Zoon was blij, toen hij het verderf tegemoet ging." - -"Moeder!...." - -Maar de moeder van Marie, die zich wat achteraf gehouden had bij het -onderhoud tusschen de oude vrouw en haar opbloeienden zoon, kwam nu -bij het bed, trok Witte aan de mouw en beduidde hem door allerlei -teekenen, dat hij beter deed zijn moeder met haar groot verdriet -alleen te laten. - -Witte was er kapot van, toen hij zich met Marie naar haar huis -begaf. - -"O, Marie, ik kon toch niet anders; heusch, ik kòn niet anders!" - -Marie troostte hem, zooals een meisje dat kan doen, en dat deed hem -goed, maar altijd bleef er nog iets aan zijn innerlijk knagen, dat -hij maar niet tot rust kon brengen. - -Dien aanblik van zijn moeder, het hoofd van hem afwendend, meende -hij wel nooit te kunnen vergeten. De troostredenen van ds. Leo, die -hem als elfjarigen knaap gedoopt had, de luchtigere beschouwingen op -dat punt van kapitein Schapenham, en het geterg van de eerbare vrouw -Stoffelsen, die er heel gauw achter gekomen was, hoe eigenlijk de -vork aan den steel zat en daar nu geducht gebruik van maakte, om -Witte tijdens de enkele keeren, dat hij nog haar huis bezoeken -moest, het leven zoo zuur mogelijk te maken.... dat alles vermohct -niet het bittere gevoel te doen verminderen. - - -[Illustratie: Witte was er kapot van.] - - -Dat deed alleen een opmerking van Hans. - -Die scheen de wereld te rijk, toen Witte hem de vreugde-mare -verkondigde. Want, zie-je, Hàns was het toch maar geweest, die den -raad gegeven had, welke ten slotte zoo uitstekend bleek te zijn. - -Heel zijn vroolijke facie was een en al lach, en dat werkte zoo -aanstekelijk, dat de nevel, welke nog als bij voortduring voor Witte -tusschen zichzelf en het geluk van zijn leven lag, voor een wijlen -optrok. - -O, nu zou hij de wijde wereld ingaan, vreemde landen en vreemde -volken zien, en toonen, wat er voor flinks en kordaats in hem zat. -Het schip "de Gouden Leeuw" keek hij aan met een uitdrukking op het -gelaat, alsof hij er zelf de eigenaar van was. Voor hem omvatte dit -stevige, hooge vaartuig een toekomst vol welbehagen. - -Hij ademde zoo diep, alsof er iets drukkends van zijn borst was -afgenomen. En al maar om hem heen dat vroolijke gekeuvel van Hans, -die van dat zijn oogen 's morgens open gingen, tot hij 's avonds in -slaap viel, aldoor maar schik in zijn leven scheen te hebben. - -"Hans, wat bèn-je toch eigenlijk een gelukkige vent!" - -"Ik?.... Nou, daar mankeert anders op 't oogenblik een heeleboel -aan." - -"Nee, daar mankeert niemendal aan, zeg ik je." - -"Wat?.... Noem-je 't niemendal, als ik graag matroos op dat -Hoornsche schip had willen worden en dat kansje nu m'n neus voorbij -zal gaan? Zeg, zooveel gage meer in de maand is voor den drommel -toch geen gekheid!" - -"Dat is het zeker niet!.... Maar daarom zul-je er toch niet het -heimwee van krijgen?" - -"Heimwee?" spotte Hans; "pas maar op, dat die...." - -Hij wilde zeggen: "jou niet te pakken krijgt," maar, als viel hem -iets in, slikte hij deze woorden in, terwijl er iets verlegens over -zijn gelaat kwam, als bij iemand, die op het punt is een -onhandigheid te begaan. - -Die overgang was te plotseling, dan dat het niet de aandacht van -Witte getrokken zou hebben. - -Trouwens diens aard was altijd min of meer kwaaddenkend, gevolg van -het leven tegen zijn zin, dat hij zooveel jaren had moeten leiden. - -Hij keek Hans met zijn felle oogen aan. - -"Waarom verberg-je wat voor mij?" - -"Ik?" - -"Ja, je spreekt niet schoon uit." - -Hans haalde een beetje onverschillig de schouders op. - -"Ik zeg niet graag onprettige dingen aan een maat, met wien ik -anders wel op kan schieten." - -Witte knikte, en zijn gelaat stond weer heel somber. - -"'k Begrijp je anders best, Hans." - -"Vraag er dan ook niet verder naar." - -"Neen, vragen doe ik je daar niet meer naar, omdat ikzelf je het -antwoord wel geven kan." - -"Houd dat antwoord dan maar voor je eigen.... En, wat drommel! laten -we jool in ons leven hebben en houden erbij.... Denk eens aan, -Witte: je gaat nu heusch naar zee!" - -"Zonder heimwee," hield deze koppig vol. - -"Begin-je daar weer mee?" - -"Ja, want je wou te kennen geven, dat zeker ik niet die ziekte onder -de leden had." - -"Nu, en wat zou dat?" - -"Omdat je verzweeg, dat alleen moederskindertjes daar aanleg voor -hebben en mijn moeder...." - -Heel donker zag hij weer voor zich uit. - -Hans schudde het hoofd. - -"Witte, Witte, als je dáár over blijft zeuren, krijg-je zoo zeker -het heimwee als tweemaal twee vier is." - -"'t Is ook zoo'n ellendige geschiedenis, Hans!" - -"Nou, voor jou zoo heel erg niet!" - -Witte maakte een beweging met het hoofd, als wilde hij zeggen: "Hoor -die eens!" - -"Daar weet-je niets van, Hans!" - -"Dat denk-je, Witte; maar ik verzeker je, dat ik er een heel klein -beetje over kan oordeelen." - -"Wat Zaterdag.... was jou moeder er dan ook zoo tegen?" - -"Heelemaal niet. In onze familie spreekt het vanzelf, dat de jongens -oprukken, zoo vroeg mogelijk naar zee. En 't is, omdat ze op 'n -schuit nu eenmaal geen meisjes varen, dat m'n zusjes niet op -gezouten vleesch onder de linie hebben gekauwd, en.... ja, - dat m'n moeder geen marsgast geworden is." - -"Jij.... spot met alles. En mij houd-je ook voor den gek. Want hoe -zou-jij er nu over kunnen oordeelen, hoe ellendig het met mij -geschapen staat, omdat moeder.... nu ja, je weet het wel." - -"Toch spot ik niet, Witte, en ik zou daar ook wel zalig voor -oppassen. Daar ben-jij geen jongen voor. En al durf ik je best -staan, je vuisten lijken me niet van zoete koek gebakken. Neen, -maat, ik bedoel het heel anders dan jij wel denkt." - -"Leg het me dan eens uit.... en dat heel gauw alsjeblieft." - -"Toe maar! Ik zou me aanvliegen als ik jou was. Kalm wat, kameraad." - -"Neen, niet kalm. Ik moet weten, wat je op het oogenblik denkt." - -"Dát 's gauw genoeg gezegd: ik denk op het oogenblik, dat je een -razend opgewonden standje bent.... Ho, ho.... - - -[Illustratie: Ik heb eens een vogeltje gehad, Witte...] - - -Wou-jij, scheepsjongen van 'de Gouden Leeuw', nu al rebellie plegen -tegen een meerdere van je?.... Denk eens aan: tegen een -lichtmatroos." - -"Spot niet, Hans.... Ik kàn dat niet verdragen!" - -Hans troonde hem mee naar een afgezonderd hoekje, waar zij op een -hoop oude zeilen plaats namen, en toen zij daar gezeten waren, -sprake Hans: - -"Ik heb eens een vogeltje gehad, Witte...." - -"Wat kan mij dat schelen?" - -"Meer dan je denkt.... Even geduld!" - -"Geduld?.... Ik heb dat zooveel jaren moeten hebben...." - -"Dat er een paar minuutjes nog wel bij kunnen, zou ik zoo denken..." - -Het onverstoorbaar goede humeur van Hans miste ten slotte zijn -uitwerking niet op den heftigen, onstuimigen knaap. - -"Ga dan maar je gang," zei hij met zulk een diepe zucht, dat Hans -erom in den lach schoot. - -"Je lijkt wel een blaasbalg.... Neen, bedaar!.... Ik zal je geduld -niet langer op de proef stellen.... Ik had dan een vogeltje...." - -"Dat weet ik al!" - -"Maar wat je niet weet, is, dat ik dolveel van het beestje hield. Ik -was nog een schoolaapje, en als ik naar huis kwam stuiven, zag het -beest me al van verre aankomen en fladderde van blijdschap tegen de -tralies van zijn kooi." - -Er was iets innigs gekomen over de beweeglijke gelaatstrekken van -Hans, maar die van Witte behielden haar ijzige onverschilligheid. - -Wat ter wereld kon hèm een vogeltje schelen? - -Toch zweeg hij nu, en wachtte met een geduld, dat hem niet dikwijls -eigen was, het vervolg van het verhaal af. - -"'k Had het gevangen in den winter, toen het nergens eten kon -vinden. Door den honger was het in mijn macht gekomen, en daarom -zorgde ik er altijd goed voor, dat het te eten kreeg. Pietje wist -dat, en keek naar mijn handen om.... Dat stomme dier!" - -"Moet dat gezeur nog langer duren?" - -"O ja, Witte, je lacht me uit, omdat ik, zeemansjongen, die al heel -wat gezworven heb, hoe jong ik nog ben, van een simpel vogeltje heb -gehouden? Wacht maar, je zult eens zien, hoe je van den scheepshond -gaat houden, en misschien probeer-je wel een aap mee te brengen naar -het vaderland. Wij, zeelui, hechten ons altijd erg aan die goejege, -stomme dieren, die je zoo kunnen aankijken, net, of ze hulp van je -vragen. En die aard zat zeker toen al in me, al had ik nog geen -ander scheepje dan dat ik van m'n houten klomp gemaakt had. Dàt weet -ik wel, dat ik voor geen geld van de wereld m'n kameraadje had -willen missen. Telkens was ik bij zijn kooi, om met hem te praten, -en zoo waar als ik leef, het beest verstond me. Zijn baasje mocht -alles bij hem doen, zelfs met den vinger over z'n kopje strijken." - -"Is het haast uit?" - -Nu kwam er als een lichte wolk over het anders zoo opgeruimde gelaat -van Hans. - -"Gauw genoeg, Witte! Daar heeft dat kleine ondier zelf voor -gezorgd." - -"Hoe?" - -"'k Zal het je vertellen. 't Was al een heel stuk in de lente. Op -een vroegen morgen -- 'k lag nog in m'n kooi, die bij ons thuis -onder de pannen was opgeslagen -- hoorde ik m'n vogeltje op een -geweldige wijze aangaan. Dàt is een kat! dacht ik, en wip! was ik -uit 't bed en stak m'n hoofd door het dakvenster, waarnaast ik het -kooitje 's nachts altijd ophing. Toen zag ik, dat ik het heelemaal -mis had. M'n kameraadje lette niet eens op mij, maar wipte telkens -tegen de tralies, om maar zoo dicht mogelijk bij de vogels te zijn, -die druk rondvlogen met strootjes en allerlei ander gedoe voor het -bouwen van hun nest." - -"En natuurlijk wou je vogel daarbij wezen!" - -"Dat wou-ie. En nu kan ik je niet zeggen, Witte, hoe ondankbaar ik -dat van hem vond." - -"Ben-je wel goed bij je zinnen? Een vogel blijft toch een vogel, en -is liever in de wijde wereld dan achter de tralies van een kooi." - -"Je hebt volkomen gelijk, Witte. 't Ging met m'n vogeltje.... net -als 't met jou gegaan is." - -Getroffen zag Witte hem aan. Van nu af was hij een en al gehoor. - -Hans zag dat, en al het joviale kwam weer op zijn gelaat terug. - -"Nu weet ik, maat, dat je me niet zult uitlachen als ik je verder -vertel, wat er gebeurd is. Ik, kleine, domme jongen, kon maar niet -gelooven, dat mijn makkertje de wijde wereld, waarin hij haast -verhongerd was, liever zou hebben dan zijn baasje. Ik riep hem bij -al de naampjes, die een kind aan z'n vogeltje geeft, opende het -deurtje om hem met m'n vinger over z'n kopje te strijken.... Wip, -daar ontsnapte hij door die opening en vloog weg. Ik werd rood van -kwaadheid, en slingerde hem een stuk dakpan, dat in de goot lag, -achterna. Tranen met tuiten heb ik erom gehuild. Niemand kon mij -over dat verlies troosten. Men wilde mij een ander vogeltje geven. -Ik dreigde het den nek om te draaien. Dat is nu al heel wat jaren -geleden en nooit dacht ik me over het verlies van m'n -speelkameraadje, dat ik van den hongerdood gered had en altijd -verpleegde met al de innigheid van een onnoozel kind, heen te kunnen -zetten...." - -"Is dat toch gebeurd?" - -"Door jou." - -"Door mij!" - -"Ja, Witte.... op het oogenblik zelf, toen je - me vertelde, hoe je moeder je den rug toekeerde, toen jij uit je - kooitje vloog." - -"Daar wil-je mee zeggen, Hans?" - -"Dat mijn vogeltje niet anders kòn, Witte." - - - - -IX. - -MET IJSGANG UIT HET GOEREESCHE ZEEGAT. - - -Tegen het midden der maand Januari van het volgende jaar 1616 was -het weder geheel omgeslagen. - -Geen nevel meer en geen regen en geen donkere dagen. Al wederom werd -de waarheid bevestigd van het oude rijmpje: "Als de dagen lengen, -gaan de nachten strengen." - -Maar niet alleen des nachts vroor het, dat het kraakte en knapte. -Ook op den dag bakte het een aardig koekje. - -De landman was met dat alles wel tevreden. "Nu vriest het ongedierte -dood," meende hij. - -Over het algemeen was men niet op een kwakkelwinter gesteld. "Wakke -winters, vette kerkhoven," leeraarde een ander spreekwoord. - -De jongens en meisjes gingen op den zolder de schaatsen eens aan een -nauwkeurig onderzoek onderwerpen. Moeder zei wel, dat er eerst -"balken onder het ijs" moesten komen, en probeerde haar rakkers een -beetje in toom te houden door ook al een spreuk aan te halen, -namelijk die van "ijs kost menschenvleisch". Doch vader wist wel uit -zijn jonge jaren, dat jong goedje moeilijk aan een touwtje -vastgelegd kon worden, al sprak hij nu met moeder mee. De -verkoopars van "heete melk met knapkoek", gingen eens na, welk oud -tafeltje nog goed genoeg zou zijn, om op het ijs dienst te doen. De -smeden brachten alles in gereedheid tot het schaatsenslijpen. De -rollen schaatsenband werden door de broeders van het St. -Nicolaasgilde opgeduikeld en aan de luifel gehangen. Alleen de -varensman, in zooverre hij de wijde wereld in moest, mocht naar al -dat gedoe niet meer omkijken. - -En geen wonder! De echte vrieswind waait uit het Oosten en dan is -het voor een zeilschip tijd om het wijde water op te zoeken. Hoe -gezellig dit anders mocht zijn, bij vorst in het water kon het soms -nog een heel getob worden, dat gewoonlijk eindigde met het uitwerpen -van het anker, om op een betere gelegenheid te wachten. - -Die betere gelegenheid moest men meestal zelf zoo spoedig doenlijk -bij den kop zien te vatten. Want in den riviermond kon men niet -blijven. Telkens bracht de ebbe van boven een al talrijker wordende -massa ijsbrokken aan, weldra van ijsschotsen, op elkaar schuivend en -hoe langer hoe geweldiger wordend. - -Ook konden, op schier onbegrijpelijke wijze, plotseling kolossale -stukken ijs van den bodem oprijzen en ineens van alle kanten de -rivier bedekken. - -Wel duwde de vloed die massa terug of bracht ze althans in beweging, -ze in elk geval opstuwend tegen de oevers, waar ze hoe langer hoe -meer op elkaar gestapeld werden. Doch na eenige uren kwam de ebbe -weer door, en als eenmaal een gedeelte der rivier vast ging zitten, -was er geen denken meer aan, om de vaargeul open te houden. - -De schepen, die op stroom lagen, zochten liever de veilige haven op, -maar "de Gouden Leeuw" moest eruit, het kostte wat het wilde, moest -de vrije zee bereiken, voor en aleer de ijsgang in het Goereesche -Gat dit onmogelijk maakte. - -Niet alleen, omdat hij voor het eerst de wijde wereld in zou zeilen, -heeft de ons bekende scheepsjongen van "de Gouden Leeuw" den 21sten -dag van die Januarimaand onthouden en opgeteekend in zijn dagboek, -maar niet het minst, omdat het bij die gelegenheid zoo verbazend -zwaar toeging. Een ander schip, waarover Heyndrik Buys gezagvoerder -was, kon tot een voorbeeld strekken, hoe gevaarlijk het was, met -zulk een sterken ijsgang de proef te nemen, om naar buiten te komen. -Het "verzeilde", aldus heeft Witte dat aangeteekend. - -Dat kon echter kapitein Geen Huyghen Schapenham den moed niet doen -verliezen. Het ging erop of eronder, en dat wel naar de getuigenis -van denzelfden scheepsjongen "met groot perikel". Ontzaglijk leden -de manschappen, die bij die felle koude vele uren lang in het want -moesten doorbrengen of op het gladde dek, dan wel in de roeibootjes, -als er ankers of allerlei lijnen moesten uitgebracht worden, zonder -eenige beschutting overgeleverd aan den tot op het gebeente -doordringenden, ijskouden Oostenwind. Krom stonden de vingers van de -koude. Tóch moesten knoopen gelegd worden of losgemaakt, tóch het -ijzer van anker of spil aangeraakt worden, al voelde dat aan, of de -huid aan het metaal bleef vastkleven. - - -[Illustratie: Het ging erop of eronder "met groot perikel".] - - -Stel u ook niet die matrozen dik gekleed voor! Dat kon niet bij die -vlugge bewegingen, dat opvliegen in het want, dat neerstorten in de -booten. Ook ging het aan boord meestal op de bloote voeten. - -Het is dan ook niet te verwonderen, dat, gelijk al diezelfde -scheepsjongen getuigde: "in 't uitzeilen van 't Goedereesche Gat -door de vehemente vorst, veel van 't volk haar voeten of teenen -afgevroren" waren. - -Wonderlijk! Die bezige menschen merkten in die benarde uren daar -weinig van. Eerst een maand later, toen zij in de warmere streken -der wereld waren aangekomen, begon zich dat te openbaren, en moest -men de zieken aan land brengen, waar er tenten voor hen opgericht -werden en men hen zoo goed en zoo kwaad dat in dien tijd ging, -verpleegde. Maar enkelen van die rappe maats zagen nooit meer het -vaderland terug. Zij liggen begraven in Isle de Majo, een der -Kaapverdische eilanden.... - -Het was wel een hard begin geweest voor Witte, die zóó van de -kleermakerstafel in het ruwe, onbarmhartige leven van den varensman -der 17e eeuw overgeplaatst kwam. Het had ook niet erger gekund, en -vrouw Stoffelsen beschouwde het daarom als een straf en het was wèl -jammer voor haar, dat zij tijdens die benauwde uren in het -Goereesche Zeegat niet aan boord tegenwoordig kon zijn, om haar -meening in deze aan den gewezen snijdersleerling zoo nu en dan -kenbaar te maken. - -Nu moet het gezegd worden, dat zij haar tijd niet verloren had laten -gaan. Nauw had Witte zich in dienst begeven van de Oost-Indische -Compagnie ter Kamer te Rotterdam -- want daarvoor voer "de Gouden -Leeuw" uit -- of het was haar een lust geweest allerlei sombere -profetieën over zijn stuggen kop uit te storten. - -Toch was haar dat dienstnemen van den voormaligen leerjongen niet -onvoordeelig geweest. - -Om een ongunstig getuigschrift of wel een heel gezanik met het -Kleermakers- of Sint-Franciscusgilde te voorkomen en te vermijden, -had moeder de With, die anders daarvoor wel de minst geëigende -persoon was, alles in der minne weten te schikken, en was heel zijn -zeemansuitrusting, wat ten minste de kleederen betrof, aan meester -Jochum opgedragen, een voordeeltje, waar hij niet zuur om keek. -Waarbij kwam, dat hij niet het kleinste muntstukje had uit te -betalen aan zijn helper, die, niemand anders dan Witte was. - -En voor ditmaal een uitnemende hulp! - -Witte had op de kleermakerstafel nooit zulk een ijver betoond als -nu. Hij werkte van den vroegen morgen tot den laten avond, en prikte -zoodanig naar hartelust, dat vrouw Stoffelsen, die zich zijn luieren -en tegenspartelen van nog niet zoo heel lang geleden maar al te goed -herinnerde, daar een reden in vond om zich boos te maken en oude -koeien uit de sloot te halen. - -Die oude koeien zette zij vlak voor Witte neer, en dan begon ze, hoe -venijniger hoe liever. - -Ze kòn dat eenvoudig niet laten. En om eerlijk de waarheid te -zeggen, werd zij nu daarin gestijfd door Witte zelf, op wiens gelaat -bij de beschouwingen van zijn gewezen meesteres, telkens een fijn, -tergend lachje te voorschijn kwam, een Judaslachje, gelijk moeder -Stoffelsen zich uitdrukte. - -"Ja," had ze bij zulk een gelegenheid gezegd, "lach me maar uit, -lansje! Je bènt er nog niet. Je hebt twaalf ambachten en dertien -ongelukken..." - -"Ho, ho, vrouw Stoffelsen... ik ben pas zoowat op het helftje!" - -"Dáárom zei ik het ook," grijnsde nu ook zij, waardoor haar nogal -geschonden gebit bloot kwam, wat haar er nu juist niet mooier op -maakte, "dáárom zei ik het ook. Want je nieuwe ambacht zal je -natuurlijk ook niet blijven bevallen, zoowaar ik vrouw Stoffelsen -heet." - -"Best mogelijk!" sarde Witte. - -"Maar daar zit-je vast aan!" triomfeerde zij, "want op zee kun-je -niet wegloopen." - -"Best, hoor!" - -"Neen, monster! Daar zit-je in een notedop op een water, waar -nergens een plekje land te zien is." - -"We doen toch wel eens een haven aan, vrouw Stoffelsen!" - -"Ei, wat.... Zou-je willen deserteeren, jou, galgenaas?" - -"Waarom niet? Net zoo goed als van de kleermakerstafel!" - -Nu verried het gelaat van de vrouw, hoe vol ze was geworden van -inwendige pret. - -"Probeer dat eens!" - -"Als ik er kans toe zie!" plaagde Witte. - -"Je durft niet!... Want als ze je te pakken krijgen...." - -"Dàt zit nog, moeder!" - -"Zitten?.... Dat zullen ze jou laten doen, vrind, en wat harder dan -op de kleermakerstafel, dàt beloof ik je." - -"Te deksel, dat zal dan wèl hard zijn, hoor.... Maar ook van die -tafel ben ik afgekomen, dus...." - -"O ja, uit de gevangenis zul-je ook wel geleid worden, maar naar een -plaats, waar je niet meer hoeft te zitten." - -"Moet ik dan staan?" - -"Ja, voor mijn part voegen ze er tot verzwaring van je straf nog -bij, dat ze je een paar uur te pronk stellen met een bord voor je -lijf." - -"En dan, vrouw Stoffelsen?" - -"Dan hangen ze je op!" - -Nu barstte Witte in een luiden lach uit. - -"Wat zul-je daar een spijt van hebben, vrouw Stoffelsen!" - -Het gelaat van de eerbare vrouw trok schijnheilig samen. - -"Dat zal ik zeker," betuigde zij. - -"Ja, maar ik bedoel niet van dat ophangen." - -"Waarvan dan?" - -"Dat je er niet bij zal kunnen zijn!" - -Vrouw Stoffelsen zwol op. Graag had ze haar slof uitgetrokken, om er -dien onbeschaamden rekel mee om de ooren te geven, maar nu hij niet -meer de leerjongen van haar goeden man was, ging dat niet langer. - -Die goede man kwam nu tusschen beiden. - -Tot nu toe had hij het die twee maar met elkaar laten uitvechten. -Zoolang zijn vrouw op voet van oorlog met een ander was, had hij -vrede, en hij wàs een man des vredes. - -Nu kwam hij wel niet met een vaderlijke redeneering of een wijze -spreuk voor den dag. Om eerlijk de waarheid te zeggen, vond hij -zooiets ten opzichte van zijn wederhelft als het werpen van paarlen -voor de zwijnen. Maar hij vond de zoo noodige afleiding door de -meening te kennen te te geven, dat er "volk" in de taveerne was. - -Dat werkte altijd uitstekend op zijn wederhelft. Want mocht het -blijken, dat hij zich zoowaar vergist had, dan kon dat "volk" er -toch wel geweest zijn, maar zich weer verwijderd hebben, hetgeen -vrouw Stoffelsen tot de zekere proef zou leiden om de voordeur te -openen en de straat langs te zien. - -Bijna altijd werd dan wel een buurvrouw ontdekt, met wie eenige meer -of minder vriendschappelijke woorden over de vele gebreken der -menschheid te wisselen viel. - -Na al het voorgaande, kan men zich wel voorstellen, dat het afscheid -van dit echtpaar voor onzen Witte wel om te overkomen was geweest, -en, hoe weinig lachebek hij van nature ook mocht zijn, toch had het -weinig gescheeld, of hij had door zijn gegrinnik al de goede -zedelessen, welke hem vrouw Stoffelsen op zijn verdere levensreis -medegaf, in even zooveel voorspellingen, als dat hij voor galg en -rad opgroeide, doen omslaan. Het was de baas met zijn knipbeenen, -die, door zijn jarenlange ervaring hoe men met zijn wijfje moest -omgaan, ook ditmaal uitkomst gaf. - -Het afscheid van zijn moeder was koel en strak geweest. - -Alles wat er voor hem te doen viel, had zij gedaan. - - -[Illustratie: Dat er "volk" in de taveerne was.] - - -Aan zijn uitrusting ontbrak niets. Ja toch iets: de hartelijkheid, -het medeleven van de laatste uren, die haar zoon in het ouderlijke -huis doorbracht. - -Toen het zoo ontzettend koud werd, en zij haar jongen in den breeden -riviermond wist, zonder eenige beschutting voor den huilenden -NoordOoster, trok haar gelaat wel pijnlijk samen, maar geen woord -kwam daarover tot een ander, hetwelk een kijkje had kunnen geven in -haar hart. - -Een moeder vergeet haar kind nooit; maar wat deze leed en deze bad, -bleef een geheim tusschen haar en den Hemelschen Vader, den eenigen, -aan wien zij haar zoon opdroeg. - -Wat Witte betrof, ook hij liet zich niet uit over dat afscheid, en -mocht het toch wel eenigen indruk op hem gemaakt hebben, dan was de -herinnering daaraan niet van dien aard, dat zij hem voor langen tijd -tot neerslachtigheid zou gestemd hebben. Want telkens kwam als een -luchtstroom van geluk het gevoel over hem, dat hij eindelijk zijn -levensdoel bereikt had. - -Dàt jubelde maar door hem heen. Elk stuk van zijn uitrusting was bij -het gereedkomen een tastbaar bewijs, dat het dan toch heusch waar -was en geen droom, die heerlijke verzekerdheid van naar zee te mogen -gaan. - -Wat konden hem kou en ongemak deren! - -Een warm gevoel van geluk overstroomde hem, deed zijn hart kloppen -en zijn polsen jagen. Keken de matrozen een beetje zuinig naar dien -strakken winterhemel, hij vond dien even stralend als zijn toekomst. -En toen hij op een vroegen morgen afscheid nam van Marie -- het -vroor dat het kraakte en de lucht leek wel vervuld van prikkelende -ijsnaaldjes -- zag hij in het ochtendlicht den Brielschen toren, met -die groene plekjes van de korstmossen erover gefluweeld, als -omhangen met een rose kleed: het lichtrood van zijn toekomst! - -Het lag nu ook op zijn wangen, zijn heldere kijkers straalden van -opgewektheid. - -"Als ik terugkom, Marie.... over jaren...." - -"Véél jaren, Witte?" - -Hij knikte. - -"Voor jou zullen ze gauw genoeg voorbij zijn," klaagde zij, "maar -voor mij...." - -Hij zag weer op tot den Brielschen toren, den geweldigen Heerscher -aan den Mond der Maas. - -Toen stak hij zijn hand uit. - -"Zul-je dikwijls aan me denken, Marie?" - -Zij knikte. - -"Ik zal je niet vergeten, Witte." - -Nu zagen zijn felle oogen haar aan, zooals slechts hij iemand, -hetzij dan vriend of vijand, kon aanzien. - -"Daar zullen er wel meer aan me blijven denken... aan den jongen van -wien toch niemendal terecht zal komen.... Neen, stil, Marie, ik weet -van jou wel beter! Maar het zal ze tegenvallen. Want wat ik eenmaal -wil, geef ik niet op, Marie!" - -Hij zweeg even. - -Toen voegde hij erbij: - -"Als het God belieft, Marie!" - -Zij boog het hoofd. Iets vochtigs kwam in haar oogen. - -Dàt kon hij niet aanzien. Nog een handdruk en hij ging ervan door. - -Dit afscheid en dat van zijn moeder was hem zeker niet licht -gevallen. Met voordicht vermijden wij het gebruik van het woordje -"zwaar". Dáárvoor was hij door heel zijn innerlijk heen eigenlijk -veel te gelukkig. En in dat geluk werd hij bevestigd bij zijn -overige afscheidsbezoeken. - -Zoo was ds. Leo van Nieuwenhoorn haast net zoo blij als zijn -doopkind. - -Hij had altijd wat in den jongen gezien, het bejammerd, dat zulk een -karakter in een niet geliefd ambacht werd opgesloten en was er nu -zeker van, dat er uit den knaap voor den dag zou komen, wat hij er -altijd in gezocht had. Hij gaf hem nog heel wat goede lessen mede op -zijn verdere levensreis en met meer aandacht dan men van zulk een -stuggen knaap verwacht zou hebben, luisterde deze daarnaar, ze -opnemende in zijn hart. - -Van het oogenblik af, dat Witte op zijn schip gekomen was, leek het -wel, alsof er een geheele verandering met hem had plaats gehad. Geen -ijveriger, vlugger, welwillender en oppassender jongen dan hij. Welk -werk, hoe lastig, vervelend of onaangenaam, hem ook opgedragen mocht -worden, voor hem kwam er het gezellige en aantrekkelijke van zijn -huidige opgeruimdheid over. - -Het was er verre vandaan, dat hij de luchtigheid van Hans zou -getoond hebben. Hij was en bleef rustiger en koeler. Maar het leek -wel, alsof er iets triomfantelijks over heel zijn doen en laten -gekomen was, of juister gezegd: een volkomen zekerheid, dat hij al -zijn best zou doen, wàt hem ook bevolen werd en dat zijn werk goed -zou zijn. - -Van de vreeselijke koude in het Goereesche Zeegat heeft hij geen -kwade gevolgen ondervonden. - -Nu is het waar, dat hij een stevige jongen was, die zich nooit -ontzien had; maar de overgang van het huis zittend leven tot het -zich bewegen in de open lucht bij een temperatuur van verscheiden -graden onder het nulpunt, moest hem toch wel aanpakken. - - -[Illustratie: Hij gaf hem nog heel wat goede lessen mede.] - - -Gelukkig voor hem behoefde hij nog niet veel diensten te verrichten -in die tallooze touwen en touwtjes, welke een zeeschip uit die dagen -van het dek tot het topje van den grooten mast als een web van -spinnedraden omgaven. Als dienaar van den scheepskapitein was hij -meer aangewezen op een verblijf in de kajuit of op het dek. Wat niet -wegnam, dat hij niet bij het fornuis een dutje kon gaan doen, en dat -een schip, bestemd voor een reis naar Oost-Indië, meer op het -doorstaan van een tropische hitte dan voor de ongemakken van een -Poolreis was ingericht. Ten minste ten opzichte van de brandstoffen -en gelegenheden tot verwarming. Want wat de dompigheid en de -ongeriefelijkheid der menschelijke verblijfplaatsen betrof, gaven -die twee in het tijdperk onzer ontdekkingstochten elkaar niet veel -toe. - -Welk een getob, ja, welk een ellende die ijsgang in het Goereesche -Zeegat ook aan de equipage van "de Gouden Leeuw" gegeven mocht -hebben, het bleek ook bij deze gelegenheid, dat het Engelsche -spreekwoord "Waar er een wil is, is ook een weg", door de -Hollandsche Jantjes met glorie in toepassing gebracht kon worden. -Hoe meer men de zee naderde, hoe meer zich het ijs bros en voos ging -toonen, en eindelijk, daar lag de groote plas voor het oog van den -nieuwen scheepsjongen, de Noordzee, in haar kilheid van dezen -strengen winter lichtgroen afstekend tegen den wolkeloozen -vrieshemel. En prachtig was het om te zien, hoe door dat lichtgroen -boven de zandplaten telkens glinsterend witte, in de zon fonkelende, -breede witte ruggen opribden. - -Onze scheepsjongen kòn het niet nalaten even zijn werk in den steek -te laten, en niemand nam het hem op dat pas kwalijk. Van allen, die -er op dit oogenblik gelegenheid toe hadden, gingen de blikken -dáárheen. - -Even nog omgezien naar de duinen en de daarachter oprijzende -torens van het vaderland. - -Toen weer vooruit. - -Want dáár lag de toekomst. - -En het was meer in de toekomst dan in het verleden, dat de Jantjes -uit ons Heldentijdperk geleefd hebben.... - - - - -X. - -ONDER DE LINIE. - - -Door de onvermijdelijke zeeziekte-periode was Witte vrij spoedig -heengerold. - -Was hij een groote meneer geweest met een half dozijn bedienden om -hem bij te staan, hardop te beklagen en stilletjes uit te lachen, -ja, dan zou die krankheid niet alleen een kop en een lang lichaam, -maar ook een heel langen staart gehad hebben. - -Met een scheepsjongen werd echter een klein beetje anders -omgesprongen! Dien stuurde men met een bakje vet het want in, en dan -moest hij maar zien, hoe hij het daar hoog in de lucht met de -veel-vermaarde zee-bezoeking op een accoordje kon gooien. Zachte -meesters maken stinkende wonden, zeiden onze voorouders, en de -zeevader van een kajuitsjongen kon moeilijk onder het zoetsappig -menschensoortje gerekend worden. Zelf was zoo'n opvoeder het -zeemansleven eer ingeschopt dan ingeleid, en omdat hij er flink en -gezond en robuust bij geworden was, paste hij met de noodige -aanspraken, die, hoewel niet veel van loftuitingen weghebbend, in -elk geval de verdienste bezaten van zeer kort en zeer pakkend te -zijn, diezelfde opvoedingsmethode op alweer een nieuw geslacht toe. -Witte heeft er geen woord van opgeschreven, hoe dat met hem en de -zeeziekte gesteld is geweest. Zeker echter is het, dat hij tien -dagen na de uitvaart, dus op den 31 Januari 1616, al heelemaal met -zijn hersenen bij de zeezaken kon zijn en niet meer als een -kabeljauw uit zijn oogen zag. - -Men bevond zich toen pas aan het einde -- of van den Oceaan af -gerekend aan het begin -- van het Kanaal, waaruit we kunnen opmaken, -dat men bar-veel met tegenwind had moeten worstelen, want als men -dat eindje op de kaart nagaat, moet men eerlijk bekennen, dat "de -Gouden Leeuw" niet veel was opgeschoten in die tien dagen tijds. - -Op die plaats dan trof men vier Hollandsche schepen aan, die ook -naar Oostinje op weg waren en voor dezelfde Compagnie voeren. Het -waren "de Eendracht" en "de Trouwe" van Amsterdam, "de Banthem" van -Enkhuizen en "de Westvriesland" van Hoorn. - -Het was geen toeval dat die schepen elkaar "bejegenden". Kapitein -Schapenham was er natuurlijk van onderricht. - -In deze tijden toch was het beter om er met z'n vijfjes -goedgewapende oorlogsschepen op uit te zeilen, dan op z'n eigen -houtje den tocht naar Oostinje te ondernemen. - -Wel hadden wij met Spanje een wapenstilstand voor den tijd van -twaalf jaren gesloten, maar dat strekte zich niet uit tot de Indiën. - -Bovendien was juist door het Bestand de zeerooverij bijzonder -toegenomen, gelijk we straks nader zullen hooren. En verder.... -onze buren van over de zee, de Engelschen, volgden ons als onze -schaduw naar de Indiën, in welk geweldig eilandenrijk beide -Europeesche buurtjes er niet al te zeer tegen op zagen elkaar af en -toe in de haren te vliegen of de inlandsche vorsten tegen elkaar en -niet minder tegen de andere blanken op te stoken. Ja, die -bleekgezichten hebben heel wat wonderlijke noten op hun zang gehad! - -Welke noot onze joviale vriend Hans op _zijn_ zang had, weten we al: -dolgraag zou hij op "de Westvriesland" overgeplaatst zijn, en daarom -was het een hard gelag voor hem, toen hij het schip van zijn -geboortestad Hoorn vlak voor zijn kluisgaten kreeg. - -"Daar had ik nu als matroos den banjer op kunnen spelen," gromde -- -in zooverre dat den immer opgeruimden knaap kon afgaan -- hij tegen -Witte, aan wien hij, uit het want, de verschillende zeekasteelen -aanduidde. - -"Kom, Hans wie weet, wat er nog gebeuren kan!" - -"Wel, heb ik van m'n leven! Sedert jij net als een slang je -huid -- nou ja, je kleermakershuid dan! -- hebt afgestroopt, zie-jij -nergens meer bezwaren in." - -"Die zullen wel weer komen," glimlachte Witte. "Alles op z'n tijd, -maat! Maar voorloopig ben ik veel te blij, dat ik uit al dat gezanik -ben. O, wat een geluk, zeeman te zijn!" - -"Jij?.... Wat een verbeelding!.... Zeeman van een blauwen Maandag, -hoor! Je komt pas kijken.... weet op z'n best, hoe je een dweil in -je knuisten moet houden, en al wist-je dat, dan doe-je het nog -verkeerd, sukkel! De eene bootsman trapt je links, en de andere -rechts, en dat wou nu al gaan praten van zeeman?" - - -[Illustratie: De verschillende zeekasteelen aanduidde.] - - -"Ben-je haast klaar?" vroeg Witte. - -"Klaar?.... Ik begin pas!" - -"Wacht dan even, want ik wou het even over dat trappen hebben. Laat -ik me dat doen, Hans?" - -Hans keek hem aan, zooals hij daar, blootshoofds, zijn rood-baaien -trui los om den naakten hals, de mouwen hoog opgestroopt, in het -want hing. Neen, die branie met zijn vurige oogen en zijn norsch -gezicht, zag er niet naar uit, om zich door den eersten den besten -in een hoekje te laten duwen. - -"Nou?" vroeg Witte, die best snapte, wat die onderzoekende blik van -zijn maat voor een beteekenis had en nu wel graag eens een -goedkeurend en aanmoedigend woordje hoorde, waarmee hij trouwens -nooit verwend was geworden in zijn leven aan wal. - -Maar Hans snapte dat ook, en begon hem daarom ongenadig te plagen. - -Daar kon Witte nog niet te best tegen, en terugplagen ging hem -heelemaal nog niet goed af. Gelukkig, dat de drukte, veroorzaakt -door het bij elkaar komen der schepen, of juister van de -bevelhebbers, die nu heel wat met elkaar te bespreken kregen, genoeg -bezigheid aan het scheepsvolk en daardoor voldoende afleiding zoowel -aan Hans als aan Witte gaf, om hun gedachten een andere richting -heen te voeren. - -Toch nam Hans zich stellig voor om bij gelegenheid eens een balletje -op te gooien, bijvoorbeeld wanneer hij eens op het achterdek -geroepen werd, waar de plaats der officieren was, om op "de -Westvriesland" overgeplaatst te worden. Licht viel daar door -ongesteldheid of sterfgeval een matroos uit, en dan was het niet -kwaad, als men zijn naam alvast in de gedachten had. - -Nu, dat was niet dom geredeneerd van onzen Hans. - -Alleen vergat hij, dat zulk een open plaats zich door dezelfde -omstandigheden ook aan boord van "de Gouden Leeuw" kon voordoen. En, -ach en wee voor onzen vriend, hij was al heelemaal vergeten, hoeveel -de equipage daarvan bij die koude in het Goereesche Zeegat geleden -had. - -We hebben al verteld, hoe de gevolgen daarvan zich pas in de warmere -streken begonnen te openbaren. En als ik daar het woordje "pas" -gebruikte, wil dat nu niet zeggen, dat men ook al zulk een geruimen -tijd over de reis moest doen als in het begin. Neen, men bevond zich -reeds den 21sten Februari bij de Kaapverdische eilanden, en, gelijk -wij reeds weten, werd een daarvan, namelijk het eiland Maio of wel -Isle de Majo, uitgekozen tot herstellingsoord voor de zieken van "de -Gouden Leeuw". - -Men bleef daar tot den 3den Maart, waarna de overlevenden -ingescheept werden, maar het spreekt vanzelf, dat die vooreerst nog -geen zwaren dienst konden doen. En nu men er ook op dat eiland had -moeten begraven, ligt het voor de hand, dat er aan boord van dit -schip eer krachten noodig waren, dan dat er, gelijk Hans zoo vurig -gehoopt had, gemist konden worden. - -Gevolgelijk was het kapitein Schapenham, die aan zijn vriend, den -gezagvoerder van "de Westvriesland", het verzoek richtte om hem -eenige zijner onderhebbenden in bruikleen te geven. Daarvan telde de -equipage 360 koppen, waaronder 60 jongens van Hoorn. Maar van die -laatsten stond de gezagvoerder er niet een af. - -"Op hen kan ik in alle omstandigheden rekenen," verklaarde hij -eerlijk en openhartig aan kapitein Schapenham. - -Die knipoogde eens. - -"De rest is dus maar zoo.... zoo?.... En dáárvan krijg ik zeker nog -het uitschot?" De gezagvoerder van "de Westvriesland" werd om deze -opmerking niet boos, want hij zag wel, dat kapitein Schapenham hem -een beetje plaagde. - -"Wat zal ik je zeggen, Schapenham? Die rest --zooals je maar -eventjes niet minder dan driehonderd man gelieft te -noemen -- bestaat uit voortreffelijke zeelui, en daaronder veel van -den Zaankant vandaan maar ze zijn eigenlijk van alles door elkaar." - -"Ja, ja.... 't Is bij mij ook zoo! Door het Bestand zijn een massa -oorlogsmatrozen ontslagen en die zoeken hun heil in de koopvaardij, -in de Indiënvaart...." - -"En in de zeerooverij!" viel zijn collega hem met een veelzeggend -glimlachje in de rede. - -"Juist wat ik zeggen wou," bekende kapitein Schapenham. - -De gezagvoerder van "de Westvriesland" knikte. - -"'t Zijn tegenwoordig rare streken, die onze zeelui op hun kompas -gekregen hebben, Schapenham! Je bent ouder dan ik, en wie ouder is -en niet met gesloten oogen geleefd heeft, is vanzelf ook wijzer. -Maar of je in dit opzicht zulk een wonderlijken tijd beleefd hebt, -kan ik haast niet gelooven." - -"Och, vriend," gaf hierop onze kapitein ten antwoord, "ik geloof -wel, dat het niet zoo heel erg is, als sommige schippers er -sprookjes van vertellen. Je weet, die veel gereisd heeft en vooral -die van verre komt, kan je veel verhaaltjes op de mouw spelden. Maar -waar is het, dat de jongens onder mekaar er niet over uitgepraat -komen, hoeveel er bij de vrije vaart te winnen valt." - -"Te verliezen toch ook.... al was het maar hun leven. En als ik -'maar' zeg, is dat enkel bij wijze van spreken. Want 't is toch het -kostelijkste, wat zoo'n jongen in zijn matrozenbaaitje heeft -steken." - -"Daar denkt zoo'n jonge losbol al evenmin aan als aan zijn -onsterfelijke ziel!" voegde kapitein Schapenham er ernstig bij. "Er -moet maar een slecht element aan boord zijn, een zwalker, die -eigenlijk niets meer heeft te verliezen. Die begint de jongens, als -ze des nachts op wacht zijn, of met mooi weer wat kunnen luieren, -aan hun hoofd te praten van al de schatten, die met de vrije vaart -te verdienen zijn. Hoe Simon de Danser, en wie heb-je tegenwoordig -al niet meer, op eenzaam gelegen eilanden of bij de Ongeloovigen aan -de Noordkust van Afrika, prachtige buitenverblijven hebben en verder -al wat een jong zeemanshart bekoren kan. De jongens worden zoo gek -op zulk een vrij, bandeloos zeerooversleven, dat ze in staat zouden -zijn hun officieren te vermoorden en over boord te smijten, zich -meester te maken van het schip en zoowaar ook al op zeeroof te -gaan." - -"Daarom," voegde de gezagvoerder van "de Westvriesland" hierbij, -"ben ik zoo in mijn schik ten minste een vaste kern van vertrouwbare -personen bij mij aan boord te hebben. Ik ken die Hoornsche jongens -zoo goed als allemaal, en kan tot in den dood op hen rekenen." - -"Dat kan ik op mijn equipage ook. En bovendien ik houd een oog in 't -zeil. Daarom zal ik op het stelletje, dat je me op den hals schuift, -extra goed, letten." - -De kapitein van "de Westvriesland" lachte. - -"Wie weet, of ik ze nog niet als brave borsten van je terugkrijg." - -"Laat dat maar aan mij over, hoor! Ik zet er nog al den duim op, -moet-je weten." - -Nu, dat deed zijn collega werkelijk niet minder. Er heerschte in die -dagen een strenge tucht aan boord van de oorlogsschepen, en wel een -tucht, die aan ons onmenschelijk lijkt. Er werd geslagen, gegeeseld, -van de ra geworpen, gekielhaald en wat al niet meer. - -Geen wonder, dat als het te erg werd, er wel eens zoo'n geteisterde -equipage in opstand kwam, de officieren gevangen nam, op een eenzaam -eiland aan wal zette, indien men er al niet dadelijk een eind aan -gemaakt had, of ze in een roeibootje de wijde, onbegrensde zee op -stuurde. - -Na zoo'n oproer was de equipage vogelvrij, kon tenminste nooit meer -in een vaderlandsche haven komen, zonder met den strop kennis te -maken. Welnu, dan sneed men alle banden met de beschaafde -maatschappij door en was er een zeerooversschip meer op den oceaan. - -Het is dan ook de onvergankelijke eer van een Maerten Harpertszoon -Tromp geweest, om aan het ruwe volkje van de zee -- want ruw wàs -het! -- een meer menschwaardig bestaan te verschaffen. In vergelding -daarvoor gaf het hem den eerenaam van "bestevaer", en bleef hem -trouw, ook onder de moeilijkste omstandigheden. - -Doch wat de toekomst nog zou brengen, kon aan de beide -gezagvoerders, wier onderhoud we bijwoonden, nog niet bekend zijn. -Zij moesten roeien met de riemen, die zij hadden, dat wil zeggen: op -een langdurige reis en door gevaarlijke streken en bezwaarlijke -omstandigheden heen, den wind bij hun ondergeschikten, die lang niet -van de gemakkelijksten waren, eronder houden. - -En voor onze reizigers kwam er weldra een moeilijke tijd. Men -naderde de linie, en daar kon het wel eens een getob van tegenwind, -of, wat nog erger was, van windstilte geven. - -Tot nu toe was de vaart, behalve in het Kanaal, vrij voorspoedig -gegaan. Nu echter liep alles tegen, en niet minder dan -drie-en-een-halve maand was men genoodzaakt om en bij de linie te -blijven, wijl bijna voortdurend de wind uit den Zuidelijken hoek -woei. - -De eenige afwisseling in dit wanhopig eentonige leven was de -ontmoeting met twee Portugeesche schepen. Men maakte er zich meester -van en bevond, dat zij in hoofdzaak met wijn bevracht waren. Die -vaten en alle verdere koopmanschappen bracht men over aan eigen -boord en liet de Portugeezen vrij, al dan niet hun reis naar -Brazilië te vervolgen. - -Ook had, bij het passeeren der linie, het gewone inwijdingsfeest -plaats voor de nieuwelingen. Neptunis kwam voor den dag met zijn -vrouw en zijn "zeuntje"; de luidjes, die ingewijd werden, kregen hun -stortbad, nadat zij ingezeept en met het blikken mes geschoren -waren. Daarna behoorden zij tot de echte zeerobben, tot de bazen, -die er voortaan zijn mochten. "Hij is de linie gepasseerd," zegt men -nog van iemand, wien men geen knollen voor citroenen kan verkoopen. - -Ook Witte, welk een lastig heer hij mocht zijn, was voor Neptunis -heel kleintjes en nederigjes geweest, maar toen zijn doop achter den -rug was, gevoelde hij zich als een echt zeeman, die wat te vertellen -had aan de landkrabben, wanneer hij die na jaar en dag wederom -ontmoeten zou. - -Uitgenomen deze twee voorvallen, was het aan boord van de -Oostinjevaarders een leven, dat men zoowaar niet aan zijn ergsten -vijand gegund zou hebben. - -Stel u voor: altijd een zwoele, vochtige warmte, waaraan men nacht -noch dag ontkomen kon. En in die benauwde hitte.... altijd maar eten -van gezouten vleesch of spek, van boonen en erwten en gort, terwijl -al wat men dronk, zoowel het water dat naar het vat smaakte, als het -scheepsbier, alle frischheid miste. - -"Wat begint ons spek er geel uit te zien!" zei Witte op een van die -drukkende, benauwde dagen tot Hans. - -Deze glimlachte eens. - -"Dukaten-goud!" schertste hij. - -Witte, van eigen natuur prikkelbaar, was dit onder die voortdurende -hitte en dat vervelende leven van maar afwachten en allerlei werkjes -opzoeken om toch maar wat te doen te hebben, nog een haartje erger -geworden. - -"Jij steekt overal den gek mee!" gromde hij. - -"Ik?.... Wel, als een mensch dàt onder de linie niet doet, zou hij -tureluursch worden." - -"Dat word ik van de kakkerlakken," ging Witte al maar voort te -grommen. - -"Vergeet toch alsjeblieft die lieve insecten in je beschuit niet," -plaagde Hans. - - -[Illustratie: "Dukaten-goud!" schertste hij.] - - -Witte zette een vies gezicht en maakte een gebaar van afschuw. - -Hans keek hem aan. - -"Ben-jij een jongen, die de linie gepasseerd is?" - -"Wat zou dat?" - -"Wat dat zou? Wel die ziet nergens tegen op, of staat nergens voor." - -"Maar die wormen en torretjes in je beschuit...." - -"'t Mocht wat!.... Waar ter wereld zul-je dat kunstje kunnen -vertoonen van aan je scheepskaak te fluiten?" - -"Aan je scheepskaak te fluiten!...." - -"Wel ja!.... In de mijne waren zooveel beesten met en zonder pooten, -dat als ik m'n stuk op dek lei en ik floot, het vanzelf naar mij toe -kwam wandelen." - -"Loop!" zei Witte, een beetje boos, omdat Hans hem er zoo had -doorgehaald. - -"Loopen?.... We blijven stilletjes zitten.... Of liggen, al naar je -'t neemt. Maar al ga-je staan of hangen, vergeet toch alsjeblieft -één ding niet, en dat is, dat je hier niet voor je plezier ben." - -"Voor mijn verdriet ben ik toch niet gaan varen zou ik denken?" - -Hans maakte een gebaar, als wilde hij zeggen: "Hoor toch zoo'n kind -eens!" - -"Ga-je nou al piepen?" sprak hij. "Wacht maar een paar dagen en je -zult nog heel wat anders beleven." - -"Moeten er dan nog erger dingen gebeuren?" - -Hans knikte. - -"Wees maar blij, dat je niet gezouten bent." - -"Gezouten?.... Ben-je heelemaal?" - -"Nu ja, zoo noemen we de matrozen, die eigenlijk de beste zijn, -omdat zij het langst gevaren hebben en zooveel achter den rug -hebben. Dat soortje heeft van z'n levensdagen zooveel gezouten -goedje door het keelgat verwerkt, dat ze er heelemaal van -doortrokken zijn. 't Is door heel d'r lichaam gaan zitten." - -"Maak dat een ander wijs!" - -"'k Maak je niets wijs. 't Is de waarheid. En gauw genoeg zul-je de -ellende daarvan zelf aanschouwen." - -"Welke ellende?" - -"De scheurbuik, maat!" - -Witte voelde zich bij die op somberen toon geuite woorden een steek -door het hart gaan. Hij had al meer van die wanhopig ellendige -ziekte gehoord, welke veroorzaakt wordt door het gebrek aan versche -spijzen, vooral van groente. - -Arme zeeman, die er door bezocht wordt. Zijn tandvleesch zet zoo -sterk op, dat het als een sponsachtig gezwel tusschen de lippen door -uit den mond komt puilen. Armen en beenen worden loodkleurig en dik. -Duwt men er met den vinger op, dan blijven de putten erin staan. Een -gevoel van ontzaglijke moedeloosheid komt over den patiënt. Het -leven is hem niets meer waard, de dood schijnt hem een uitkomst uit -zijn lijden. En, gelijk Hans het opmerkte, het zijn juist de meest -ervaren, de meest "gezouten" matrozen, die al de ellende van deze -verschrikkelijke bezoeking moeten doorstaan. - -Wel werd er ook Hans even door bezocht, maar het beduidde bij hem -niet veel, en hij bleef met den schrik vrij. Witte, die als het ware -nog geheel "versch" was, bleef ongedeerd. - -Wel, wel, wat was dat verschrikkelijk, zoo te midden van den Oceaan, -onder een heete, vochtige lucht en een zee, die ook een geduchte -warmte van zich gaf, zonder eenige afwisseling, zonder op te kunnen -schieten, al maar dat gekreun van de zieken te moeten aanhooren, of -wat nog erger was, hun niet zelden stom lijden aan te zien. - -Eindelijk toch kwam er uitkomst. - -Na veel getob bereikte men het eiland Annabon, en het eerst, waar -men daar navraag naar deed, was naar versche groenten en vruchten. - -Het gebruik daarvan werkte op de zieken als een toovermiddel. - -Nu, 't werd tijd ook, dat er uitkomst kwam. Van de bemanning waren -er 47 gestorven en niet minder dan 150 ziek. - -O, dat terugkeerend leven in die doffe oogen, toen men hun -oranje-appelen kon plukken en hun die als triomf voorhield! - -Om een denkbeeld te geven, hoe lang dat getob geduurd had, zij het -voldoende mede te deelen, dat men den 3en Maart van Isle de Majo was -vertrokken en eerst den 18en Juni het anker voor Annabon uitgeworpen -had. - - - - -XI. - -ER MOET IETS OP DE "WESTVRIESLAND" GEBEURD ZIJN. - - - - -Het lijkt zoo mooi, om, gelijk het versje zingt, heel de wereld rond -te zwieren in het topje van den mast; maar als men dien dichter, van -wien ik overigens geen kwaad zal spreken, omdat ik veel van zijn -mooie liedjes houd, eens aan boord van "de Gouden Leeuw" had kunnen -stoppen om al die tobberij rond de linie mee te maken, geloof ik, -dat hij, ten minste in dit opzicht, wel tot andere gedachten gekomen -zou zijn. - -Daar was met die scheurbuik, met dat eeuwige menu van pekelvleesch, -erwten en boonen, en niet het minst door die nooit aflatende zwoele -warmte, een stemming onder de bemanningen der vijf schepen gekomen, -die weinig op levenslust geleek. - -Ook de gezagvoerders kon den neerdrukkenden invloed niet ontgaan. -Evenals de matrozen waren zij humeurig en prikkelbaar geworden. - -De matrozen uitten dit, door weinig van elkander te kunnen velen. -Maar als dat tot ruzie oversloeg, dan waren hun bazen daar als de -kippen bij, en moest de man met het stokje voor den dag komen, die -een voor den grooten mast gebonden zeerob ongenadig op zijn -ribbenkast kon geven. - -Wie echter stond er boven de vijf gezagvoerders, om die tot reden te -brengen, indien dit noodig mocht blijken? - -Al lijkt het, dat het kapitein Schapenham was, die als de -voornaamste werd aangezien, toch hadden drie van de vijf geen zin, -om zich aan zijn oppergezag te onderwerpen. En zoo geschiedde het, -dat nog op de reede van Annabon, waar men, gelijk men zich -herinneren zal, den 18en Juni was aangekomen en een poos lang -verbleef om de zieken wat te doen opknappen, er een scheuring kwam -in de kleine vloot. De kapitein van de "Westvriesland" bleef -kapitein Schapenham getrouw, maar de drie overige gezagvoerders -besloten te zamen de reis op eigen gelegenheid te vervolgen. - -Of daartoe medegewerkt had de ontmoeting van twee schepen, die van -den kant van de kust van Guinea kwamen, even Annabon aandeden en -toen op reis gingen naar het vaderland, vermag ik niet te zeggen. - -Voor Witte anders was die eerste ontmoeting met zeekasteelen, die de -vaderlandsche vlag langs de wijde wateren lieten zwieren, een heele -gebeurtenis. - -Zonder dat hij zeggen kon waarom, had het hem getroffen, toen hij, -nadat de uitkijk al gerapporteerd had, dat het vaderlandsche schepen -waren, ze, mooi over de zee, had zien komen aanzeilen. 't Leek hem -een stukje van Holland, erg gezellig, al was het nu zoowaar -heelemaal hierheen verdwaald. En het meest trof hem toch het -denkbeeld, dat die afgedwaalde partjes weer naar hun oorsprong -terugkeerden, of gelijk men dat nu eenmaal uitdrukte, dat de schepen -op de terugreis waren naar Patria. - - -[Illustratie: Heimwee, maat?] - - -Hij schrok, toen Hans, die hem bij het uitkijken naar die naderende -zeekasteelen had gadegeslagen, hem op den schouder sloeg. - -"Heimwee, maat?" - -Witte verzette zich, met al de zuurheid van zijn gelaat, tegen dàt -denkbeeld. - -"Je lijkt wel gek!" beet hij Hans toe. - -"Mogelijk," gaf Hans kalm ten antwoord, "want ik heb op het -oogenblik geen spiegeltje bij me, om m'n gezicht te bekijken. Maar -dit zal je toch van me moeten aanhooren, dat na zoo'n reisje, als -wij er een achter den rug hebben, er meer Jantjes zijn geweest, die -graag op een naar Patria terugkeerend schip hadden over willen -stappen." - -"Om Jan Salie te worden?" - -Hans keek hem een oogenblik strak aan. - -Toen stak hij zijn breeden knuist uit. - -"Kordaat gesproken, Witte.... Ik was al bang, dat...." - -"Nu, waarvoor?" - -"Dat.... nu ja, dat een kleermakersjongen voor goed na zoo'n -vreeselijke reis van zijn waan genezen zou zijn." - -"'t Wàs geen waan!.... Ik zou op die kleermakerstafel kapot zijn -gegaan.... en dàt zou me gespeten hebben!" - -"Nu.... dàt kun-je op deze schuit ook.... Zooals je aan onze arme -maats gemerkt hebt, die we in het groote zeemansgraf lieten -afglijden." - -Witte haalde de schouders op. - -"Dominee Leo heeft...." - -"Hoho!.... Kom-je weer met dien op de proppen?" - -"Ja, Hans.... En wat hij mij daarover geleerd heeft, geloof-je toch -ook?" - -"Dan moet ik toch eerst nog weten wat!" - -"Stil, Hans, niet spotten!.... Want jij weet toch ook.... en dat is -het wat ds. Leo me altijd heeft voorgehouden, dat het uurtje van -onzen dood vastgesteld is, en niemand daar iets aan veranderen kan." - -"O, meen-je dàt?.... Wel dat is natuurlijk." - -Dat "natuurlijk" kwam er bij Hans van ganscher harte uit. 't Was ook -het geheim, waarom onze 17de-eeuwsche varenslui nooit ofte nimmer -vrees kenden, en, zooals zoo dikwijls in onze rijke geschiedenis -neergeschreven zou moeten worden, in een simpel roeibootje op een -vijandelijk zeekasteel af durfden gaan. - -"Niemand kan zijn dood ontloopen," zeiden zij, "en als dat oogenblik -gekomen is, moet men sterven; maar zoo niet, dan kan geen regen van -kogels, geen orkaan of stortzee je deren." - -Daarom gingen zij, zonder een spier op het gelaat te vertrekken, de -grootste gevaren tegemoet. - -Het was dan ook op het anders niet te vriendelijke gelaat van Witte -te zien, dat die uitroep van Hans hem genoegen deed. Die wilde er -nog wat bijvoegen, maar werd op dit oogenblik geroepen om met eenige -andere matrozen een boot uit te zetten. - -Indien hij had kunnen vermoeden, dat het geruimen tijd zou duren, -voor en aleer hij met Witte weer een praatje zou kunnen maken, dan -zou hij hem zeker de hand ten afscheid gereikt hebben. - -Het geval toch lag ertoe, dat er aan boord van de "Westvriesland" -meer patiënten aan de scheurbuik overleden waren dan op "de Gouden -Leeuw". Zoo kwam het, dat nog denzelfden dag, na een bijeenkomst van -de gezagvoerders dier twee bodems, er eenige manschappen van -laatstgenoemd schip naar de "Westvriesland" werden overgeplaatst, -waaronder, tot zijn groote vreugde, ook Hans behoorde, die aldus op -een onverwacht oogenblik zijn lievelingswensch in vervulling zag -overgaan. - -'t Ging alles zoo gauw, dat hij maar even tijd had om zijn bultzak -en verdere spulletjes te halen, om die naar zijn nieuwe -verblijfplaats over te brengen. Even nog keek hij rond naar Witte, -om dien het blijde nieuws mede te deelen, maar deze was in de kajuit -van kapitein Schapenham aan het werk, en in dit heiligdom kwam zeer -zeker een lichtmatroos niet ongeroepen. - -Witte hoorde eerst dien avond, dat zijn kameraad voorloopig niet -meer een praatje met hem zou kunnen maken, hem plagen, maar ook van -goeden raad dienen. Eerst speet hem dit erg, maar een zeeman moet -zoo dikwijls en zoo herhaaldelijk afscheid nemen, dat hij wel leert, -zich dat niet bijzonder aan te trekken, anders lag hij al heel gauw -op zijn dooden rug. - -Bovendien begon Witte er iets manlijks in te vinden, nu eigenlijk in -waarheid geheel op eigen beenen te staan. - -Hans was een bovenst beste jongen, vond hij, maar het begon hem toch -al meer en meer te hinderen, dat hij door hem altijd nog op een -soort beschermende wijze behandeld werd. - -Een echt zeemansjong uit dien tijd, steunde, naast God, het liefst -op zich zelven. En in Witte zat de echte zeemansnatuur. - -In elk geval, en hiermede troostte zich ten slotte onze -vriend -- indien al ooit van hèm gezegd is kunnen worden, dat hij -troost noodig had! -- zij bleven toch in zeker opzicht bij elkaar in -de buurt. - -Want het was op den 9den Juli, dat "de Gouden Leeuw" tegelijk met de -"Westvriesland" het anker lichtte, om de reis naar Oostinje voort te -zetten, op welke reis nu de eerstkomende pleisterplaats de bekende -Kaap de Goede Hoop zou zijn. 2) - -Precies na twee maanden, dus op den 9den September 1616, kwam zij in -het zicht, en wierpen beide schepen het anker uit in de Tafelbaai. - -In die twee maanden mocht Witte al meer en meer ervaring als zeerob -hebben opgedaan, voor Hans waren zij van zulk een groot belang -geweest, dat het hem later leek, alsof hij in dien tijd vele jaren -ouder was geworden. - -Toen zijn vriend hem terugzag, vroeg deze zich onwillekeurig af, of -dat nu heusch dezelfde Hans was. - -Dat terugzien had plaats op de reede, waarheen van beide schepen -bootjes kwamen aangeroeid tot het innemen van versch water. - -Al dadelijk deed zich een groot verschil voor tusschen de -schepelingen van "de Gouden Leeuw" en die van de "Westvriesland". - -De eersten zongen het hoogste lied uit van blijdschap, dat ze weer -eens, zij het voor korten tijd, den voet aan den vasten wal zouden -zetten. Onder de laatsten echter heerschte een stilzwijgen, dat iets -benauwends kreeg, juist door de uitgelatenheid van de branies van -"de Gouden Leeuw". - -"Zouden ze een dooie aan boord hebben?" vroeg Witte aan den matroos, -die met hem op 't zelfde bankje zat te roeien. - -"Ben-je....?" riep die onverschillig uit en met eenige minachting -voegde hij eraan toe: - -"Ik kan wel zien, dat jij pas komt kijken!" - -"Pas kom kijken?.... Ben ik niet de linie gepasseerd?" - -"Dàt ben-je. En.... zeg me nu eens, hoeveel tranen heb-je gestort -over de maats, die je nu al in 't groote matrozengraf hebt zien -glijden?" - -Ondanks zichzelf moest Witte om deze nuchtere vraag glimlachen. - -De matroos zag dat, en gaf hem schertsenderwijs met den elleboog een -stoot in de ribben. - -"Nu ja," zoo verdedigde zich Witte, "bij den eerste, dien wij over -boord zetten, vond ik het akeliger dan later." - -"Dan ben-je al harder dan ik dacht," merkte de matroos op. "Want -altijd vind ik dat driemaal rondgaan mèt het in een zeildoek -gewikkelde lijk, om er beroerd van te worden. En dat -één-twee-drie-in-Godsnaam van den schipper snijdt me nog altijd door -de ziel." - -"O ja, zóó bedoelde ik het ook niet," verontschuldigde zich Witte. -"Dat is net, of je in een kerk bent, en daar moet-je eerbied hebben, -hè?" - -"Dat zeg ik met jou.... Maar, vrindje, nu wou ik jou erin vragen, of -je zit te grijnen, zoolang de doode man in 't vooronder op zijn -uitvaart ligt te wachten?" - -"Wel neen," moest Witte volmondig bekennen. - -"O, zoo!" ging de -matroos voort. "En nu heb-je ze nog maar enkel zien sterven, terwijl -de ziekentrooster met hen bad of de schipper ze nog een goed woordje -voorlas. Alweer net als in de kerk! Maar dan zal je eens wat anders -gebeuren, als jij op je beurt ook schipbreuk lijdt, wat ook in je -leven als zeeman in je boekje zal voorkomen. Als je daar zoo met je -kameraden je toevlucht in den mast genomen hebt, en je met -handen, blauw en gezwollen van de kou, je moet vastklemmen aan -het want of aan een touw, dat op het laatst door je knuisten -snijdt, en dat je tóch vasthoudt, omdat je anders neerduikt in -die schuimende, kokende massa beneden je. Jongetje nog toe, dan -zie-je af en toe een maat, die het niet meer kan uithouden, vlak -voor je oogen en zonder dat je ze helpen kunt naar den kelder -gaan.... Laat het je gezegd wezen door een, die meer keertjes dan -jij de linie is gepasseerd, dat, wie zeeman is, veel ondervonden -heeft, en voor geen klein geruchtje vervaard kan wezen." - -Onder die redevoering, die er bij stukken en brokken bij zijn -bevaren maat uitkwam, zat Witte, werktuigelijk doorroeiend, strak -voor zich uit te kijken. - -Ook de matroos zweeg een wijle. - -Toen kwam het er bruusk bij dezen uit: - -"Een zeeman leeft, zoolang hem dit vergund is, en gaat niet in een -hoekje zitten. Eenvoudig omdat er aan de zee nu eenmaal geen hoekjes -zijn. Hij helpt zijn scheepsmakkers, omdat je natuurlijk helpen -moet, maar is die makker dood, dan zegt-ie: dat is er weer een naar -de haaien. Zoo zullen er honderden uit je kluisgaten raken, lansje, -en, kom-je in den oorlog, dàn bij duizenden. Net zoo lang, tot je -zelf de laan uitgaat. We leven met de levenden, jongen, en praten -tusschenbeide nog wel eens over een goeien kameraad.... Waar zou een -zeeman blijven, als hij met sjimmen en huilebalken begon?" - - -[Illustratie: Een zeeman leeft, zoolang hem dit vergund is.] - - -Witte knikte. Hard als hij van aard was, zou hij een der hardsten -van het toenmalige geslacht worden, dat wèl voor de daad, maar -minder voor de overpeinzing was. Wat hij tegen zich zou krijgen, -was, dat die aard zich bij hem niet zou omzetten in een luchtigheid, -welke den zeeman over al de ellende van zijn moeilijk en gevaarvol -leven zou heen zetten, maar in een strengheid, waardoor hij bij die -zeelui niet geliefd, integendeel, gehaat zou worden. - -Wat de toekomst zou brengen, lag op dat pas voor hem nog verborgen, -maar nu ten minste begreep hij wel zoo ten naaste bij, dat het -stilzwijgen der bemanning van de "Westvriesland" niet toegeschreven -zou kunnen worden aan een mogelijk sterfgeval. - -Wat zou het dan kunnen zijn? - -Aha! ze zouden het straks wel te weten komen, aan wal, wanneer men -hen, bij het inslaan van het kostelijke drinkwater, zou kunnen -uithooren. - -Doch van dat uithooren kwam voor ditmaal niemendal. - -Zeer streng hielden de officieren van de "Westvriesland" hun mannen -onder bewaking en afzondering. Even hadden zij gesproken met de -officieren van "de Gouden Leeuw", maar ook die werden daar niet veel -wijzer door. Ze mochten niets zeggen voor hun commandant. Alevel -gaven zij wel iets te verstaan, waardoor hun ondervragers een zeer -bedenkelijk gezicht trokken, en van dit oogenblik af meer dan bij -zulk een tochtje aan wal de gewoonte was, op hun mannen gingen -letten en ze streng nagingen, of zij wel met die van het andere -schip in aanraking zochten te komen. - -Ja, zeker, laat dàt maar eens aan een paar kwâjongens belet worden, -die elkaar wenschen te spreken! Die guiten rollen onder alle -mogelijke opzicht door! Want toen Witte in een van de schepelingen -van de "Westvriesland" zijn vriend Hans herkende, of althans meende -te herkennen, omdat de boy wel een paar jaar ouder leek geworden, -konden de autoriteiten doen en opletten wat ze wilden, maar die twee -veelbelovende knapen kregen het gedaan, wat al den anderen mislukte. - -"Hans.... wat is er toch bij jullie?" - -"Wèg, wèg, Witte.... Als ze 't zien...." - -"Maar...." - -"Maak me niet ongelukkig!" - -"Ik jou?" - -"Ja, ja.... Maar ga dan toch weg.... Ze zullen ons in de gaten -krijgen!" - -"Wat is er dan toch?" - -"Kun je zwijgen?" - -"Ja." - -"Ook als ze je op de folterbank leggen!" - -Witte huiverde. Star keek hij zijn vriend aan. - -"Wèg, Witte.... Anders kom ik er op." - -"Nooit!" - -Akelig ernstig keek de anders zoo vroolijke Hans hem aan. - -Hij sprak nu niet, bang, dat de lucht den klank van het woord over -zou brengen. Alleen spraken zijn lippen het uit. - -"Samenzwering," verstond Witte. - -"Een samenzwering" - -"Ja," fluisterde Hans terug. - -"Waartoe?" - -"Om zeeroover te worden." - -"O, Hans!" - -"Stil!.... Men let misschien op ons!" - -"Ik ga al weg...." - - -"Niets verraden, hoor!" - -"Mijn hand erop!" - -"Neen.... geen hand.... Hoor, ze roepen al..." - -En weg was Hans. - -Dienzelfden dag was er een druk gesein tusschen de twee schepen. De -kapitein van de "Westvriesland" kwam aan boord en daalde met den -gezagvoerder van "de Gouden Leeuw" naar diens kajuit. - - -[Illustratie: "Samenzwering", verstond Witte.] - - -Hoeveel honderden oogen waren in dien tusschentijd in angstige -nieuwsgierigheid op beide gezagvoerders gericht! - -Daar.... werden de andere officieren van "de Gouden Leeuw" geroepen. -Witte, als kajuitswachter moest hen binnen laten en bedienen. Hij -kreeg een schier onwederstaanbaren lust om aan de deur van de kajuit -te luisteren, maar met al zijn wilskracht bedwong hij die -verleiding. Hij wist, dat er op een vergrijp tegen de krijgstucht -in deze hoogst ernstige omstandigheden de dood kon staan. - -Na een geruimen tijd van beraadslagen, ging de krijgsraad uiteen, en -keerde de gezagvoerder van de "Westvriesland" naar zijn bodem terug. - -De matrozen van "de Gouden Leeuw" bleven uitkijken. - -Ze gevoelden, dat er meer gebeuren zou. - -Wat zij verwachtten, geschiedde. Ze zagen een paar sloepen strijken, -en in het helle zonnelicht de loopen van vuurroeren glinsteren.... - -O, o, wat zou er toch gebeurd zijn? - -Met afgemeten riemslagen naderden de sloepen, scherp beloerd door al -wat aan "de Gouden Leeuw" oogen had om waar te nemen. - -Wat zij nu zagen, ontroerde hen. - -Zwaar geboeide mannen, die nu met moeite den valreep werden -opgeleid. - -Ze telden er niet minder dan acht-en-twintig. - -O, wat zagen die er wanhopend en terneergeslagen uit! - -Er waren eronder, die men kende, en dat vermeerderde de -belangstelling. - -Ook Witte had uitgekeken, tersluiks, even als de anderen. - -Hij voelde het kloppen van zijn hart. - -Was Hans erbij? - -Gelukkig, neen! Die behoorde niet tot die ellendigen. - -Hij zag hen leiden naar de plaats, waar men de gevangenen bewaarde; -in deze warme streken een waar martelhol. 3) - -Akelig klonk hem het ketengerammel in de ooren, toen ze vlak voorbij -hem gingen. - -Zouden ze ooit weer die mooie zee en die stralende zon terugzien? - -Witte las bij enkele nog heel jonge kereltjes onder hen die vraag -uit den blik, waarmede ze rond zich keken, voor zij door de -gewapende wachters naar beneden waren gevoerd. - -Doch nu Hans maar niet bij hen was, had hij geen medelijden meer. -Wie kwaad gedaan had, moest gestraft worden. Dat stond al jong bij -hem vast, en dat heeft hij zijn heele leven vast gehouden. - -De gevangenen mochten niet onbewaakt blijven, dus wel moest hun -misdrijf heel ernstig zijn. De schildwachten, daartoe aangewezen, -waren gewapend, en werden op bepaalde tijden afgelost. - -Bovendien hadden zij de opdracht zeer streng in hun bewaking te -zijn, en dat zij geen woord met de gevangenen mochten wisselen. Op -overtreding van dit gebod stond de onteerende straf van aan de -groote ra opgeknoopt te worden. - -Nog eens, het moest dus wel een verschrikkelijk geheim zijn, hetwelk -voor de equipage van "de Gouden Leeuw" weggeborgen was in de vuile -cachotten waarin het bij de toenemende warmte, krioelde van -kakkerlakken en allerlei ander ongedierte. Daarvan kon het -toentertijde in die houten, slecht geluchte schepen soms letterlijk -wemelen. - -Wat dat geheim toch zijn kon? - -De equipage had wel het vermoeden, dat we daarstraks door Hans -hoorden aangeven, maar den vollen omvang, van wat er ginder aan -boord van de "Westvriesland" mocht gebeurd zijn, had niet een. - - ------------- -2) Zie buitenplaat -3) Zie titelplaat. - - - - -XII. - -HET LAATSTE GEDEELTE VAN DE REIS. - - -Negen dagen, nadat men het anker in de Tafelbaai had uitgeworpen, -dus den 18en Juli 1616, maakte men zich wederom op tot voortzetting -van de reis, en nu zou het door den blauwen Indischen Oceaan -regelrecht naar die rijke eilanden gaan, welke zulk een groote -aantrekkingskracht op de Westersche volken van dien tijd -uitoefenden. - -Dit laatste deel van die maandelange reis zou niet een bevestiging -kunnen zijn van het oud-Hollandsche spreekwoord, dat de laatste -loodjes het zwaarst wegen. Want men kon nu gebruik maken van den -passaat en eveneens van gunstige zeestroomingen. Toch duurde het nog -tot den 10en November, eer de beide schepen de Straat van Soenda -passeerden. - -Gedurende die vaart door dit gedeelte van de wereldzeeën, waar, in -de heerlijke maan- en sterrennachten, het den Westerling kan -voorkomen, of hij een der verhalen uit de Duizend-en-één-nacht -doorleeft, had aan boord van "de Gouden Leeuw" iets plaats, dat -weinig in overeenstemming was met de heerlijkheid van saffieren zee -en juweelen nachthemel. De bevelhebber en zijn officieren namen er -toch den tijd toe om tot in de alleruiterste bijzonderheden van het -plan der samenzweerders door te dringen. - -Indien de daartoe gestelde machten in onzen tijd zoo iets moesten -ondernemen, zouden wij daar liever niet mee te maken hebben, omdat -daar rechtszittingen, ondervragingen op allerlei wijzen, boeten en -gevangenisstraf bij te pas komen. Hoeveel te erger was de -rechtspleging in den ouden tijd! Toch waren de menschen er toen aan -gewend. Een jongen als Witte zou niet gesidderd hebben zooals wij, -wanneer we in den Haag de Gevangenpoort bezoeken, in welk somber -gebouw hij trouwens in later jaren zelf is opgesloten. Toentertijd -werd een gerechtelijk onderzoek schier altijd vergezeld door het -inroepen van de hulp van een der meest duivelachtige uitvindingen -der menschheid, namelijk de pijnbank. En in dit geval zou het geleid -worden door scheepskapiteins, die, wat een samenzwering betrof, -welke het vermoorden van de autoriteiten en het wegvoeren van het -schip bedoelden, geen genade voor recht zouden doen gelden. -Integendeel! - -Onze scheepsjongen heeft het later zelf getuigd, dat de schuldigen, -en niet minder de verdachten, dagelijks in de kajuit werden -"geëxamineerd en getortureerd", en als ge bijgeval niet weet, wat de -laatste uitdrukking beteekent, moet ge het maar opzoeken in een -Woordenboek. Zelfs geviel het, dat hij, die de kajuitswachter van -kapitein Schapenham was, meer dan eens getuige van die rechterlijke -wreedheden, ja, door het aanbrengen van het een en ander, daarin -behulpzaam moest zijn. - -Toch kwam hij, die natuurlijk slechts enkele gedeelten van de -ondervragingen kon vernemen, niet op de hoogte van wat er geschied -was. Doch van dat weinige zelfs liet hij niet veel uit tegen de -matrozen, die niet nalieten hem af en toe te polsen. Zijn stuursche -aard kwam hem hierbij goed te pas, zoodat de ondervragers altijd een -beetje op een afstand van hem moesten blijven. Zij scholden hem wel -uit voor strooplikker van den schipper, maar als het op schelden -aankwam, zou Witte nog wel uit de jaren, toen de Brielsche -Zeeleepers hem zoo turkten of zijn achtereenvolgens bazen hem -uitmaakten voor al wat leelijk was, wel enkele bijdragen hebben -kunnen leveren voor het scheld-woordenboek der toenmalige zeelieden, -hoe ruim dat ook ten opzichte van een scheepsjongen mocht voorzien -zijn. - -Wat hem evenwel maar niet uit de gedachte wilde, was de zorg, dat -zijn eenige vriend op de een of andere wijze met die samenzwering -wat mocht uit te staan hebben. Want anders wist hij het niet te -verklaren, dat de voormaals zoo opgeruimde boy omgekeerd was als het -blad van een boom. Het ernstige, en daarom zoo wonderlijke gezicht -van Hans, zooals hij het den laatsten keer aanschouwd had, bleef hem -maar bij. Hij ontstelde daarom werkelijk -- en dat wilde bij Witte -wat zeggen! -- toen hij, op een goeien morgen aan dek komend, daar -Hans vond, geheel en al in zijn emplooi van licht-matroos, alsof hij -nooit van boord was geweest. - -"Jij hier!" - -Hans trok alweer een heel zorgerlijk gezicht, loerde om zich heen en -gaf hem toen een wenk om te doen, alsof hij hem niet opmerkte. - -Witte, die niet van gisteren was, volgde die waarschuwing op, maar -wist het toch wel zoo rond te schieten, dat hij met zijn -werkzaamheden in de nabijheid van zijn vriend kwam. En terwijl -beiden zich hielden, alsof zij daar geheel in opgingen, had snel het -volgende gesprek plaats. - -"Hoe kom-jij hier?" - -"Mijn vader heeft het gevraagd aan onzen schipper." - -"Ben-je dan gedegradeerd?" - -"Nou.... eigenlijk wel, maar uit eigen wil." - -"Begrijp ik niet." - -"Liever hier lichtmatroos, dan.... ginder een graadje hooger." - -"Wel?" - -"'t Was daar niet voor me om uit te houden.... Al maar oogen om je -heen, die je bespieden." - -Wittens doordringende oogen gingen zijn kant op. - -"Heb-je dan wat te verbergen, Hans!" - -Hans gaf geen antwoord, maar zijn handen beefden. - -De bekende rimpel trok zich boven den neus van Witte samen. - -"Ik heb wel eens gehoord, dat een moordenaar altijd naar de plek van -zijn misdrijf terug moet keeren." - -Hans lachte gedwongen. - -"Dan moest ik dáár gebleven zijn," -- en hij wenkte met zijn hoofd -naar het andere schip -- "want dáár is het gebeurd." - -"Dat 's jou slag, Hans!.... Behalve dat de misdadigers _hier_ zijn, -en.... ze wel eens een naam konden noemen, die...." - - -[Illustratie: "Om 's hemels wille, zwijg!"] - - -Alle voorzichtigheid uit het oog verliezende, greep Hans zijn arm. - -"Om 's hemels wille, zwijg!" - -"Pas op.... je zou jezelf verraden! En.... ik mag je verrader niet -zijn." - -"Jij?" - -"Ja.... een rebel moet gestraft worden." - -"O, maar ik heb geen kwaad gedaan!" - -"Wat scheelt je dan?" - -Eenige oogenblikken zweeg Hans, schijnbaar geheel ingenomen door -zijn werk. Toen zei hij heel zacht voor zich heen, want er waren een -paar matrozen in de nabijheid gekomen: - -"Zoo gauw als ik de hondenwacht heb, zal ik je dat wel doen weten.... -Kun-je dan zorgen er ook te zijn?" - -"Dat zal zoo gemakkelijk niet gaan!" - -"Toe, alsjeblieft!" - -"Goed.... ik zal mijn best doen. Lukt het den eersten keer niet, dan -later." - -"O, Witte, ik zal zoo blij zijn m'n hart eens te kunnen uitstorten." - -Witte zweeg en keek voor zich heen. - -"Witte," fluisterde Hans angstig, "waar denk-je aan?" - -"Of ik het mag doen." - -Hans slikte een paar maal van zenuwachtigheid. - -"Witte, Witte.... ben-je vergeten, hoe eigenlijk ik de persoon was, -die je van de kleermakerstafel verloste?" - -Weer kwam de ons bekende rimpel te voorschijn. - -"Als je schuldig bent...." - -"Zoo waar als ik leef, Witte, dàt ben ik niet." - -Witte's felle oogen gingen even over het gelaat van zijn vriend. - -"Goed!" gaf hij toen kort en bondig ten antwoord, "ik zal mijn best -doen er te zijn." - -En zoo geschiedde het, dat op een van die stille, heerlijke -tropennachten, de beide maats op de hondenwacht, die van middernacht -tot 's morgens vier uur duurde, gelegenheid kregen zich van hun -slaperige maats af te zonderen en op een verborgen plaatsje eens een -openhartig woordje met elkander te kunnen wisselen. - -Witte viel maar met de deur in het huis. - -"Uit alles begrijp ik, dat ze ook jou aangezocht hebben mee te doen, -Hans." - -"Wel niet rechtstreeks, maar zoo heel in de verte hebben ze mij -gepolst." - -"Dan had-je dadelijk af moeten bijten." - -"Zonder erg hèb ik dat ook gedaan." - -"Zonder erg? Ik begrijp je niet, Hans." - -"Och, kijk eens Witte.... Nu ik de zaak van achteren kan bezien, -begrijp ik alles, maar toen ze me kwamen vertellen van het gezellige -leven op de vrije vaart, hoe rijk die en die er op geworden was, en -heel wat van die dingen meer, hoe had ik toen kunnen begrijpen, dat -zij-zelf van plan waren meester te worden van het schip en -zeeroovertje te gaan spelen?" - -"Ja, dat 's waar, moet ik zelf erkennen. Toch begrijp ik niet, dat -ze niet verder bij je gegaan zijn." - -"Dat begrijp ik nu best.... Ik zei, dat ik niets van die zeeroovers -moest hebben en den eersten den besten, die bij ons aan boord durfde -klauteren, de hersens in zou slaan." - -"Goed geantwoord!.... En toen?" - -"Toen zeiden ze met een lachje -- dat ik later pas begrepen -heb! -- dat ze me groot gelijk gaven en precies eender zouden -handelen." - -"En is dat alles?.... Dan heb-je je eigen toch niks te verwijten?" - -Hans zuchtte. - -"Er kwam meer bij, Witte!" - -"Vertel dan op.... en verberg mij niets." - -Even aarzelde Hans; toen kwam het er snel bij hem uit: - -"Toen de samenzwering uitkwam, was ik er heelemaal van op de -hoogte!" - -Witte liet van verbazing een zacht gefluit hooren. - -"Sapperloot!" riep hij uit, "dat is andere praat!.... Maar hoe was -dat voor den drommel mogelijk?" - -"Luister, Witte. In die dagen werd ik bezocht met koorts of wat het -dan ook geweest mag zijn. Onder al de warmte van het weer, was ik -koud en rillerig. De bootsman zei, dat ik maar eens met m'n tong aan -den teerkwast moest likken en dan een poosje me in een deken rollen, -dan zou ik er de kwaal wel uitzweeten." - -Witte knikte. Hij kende dat middel ook. - -"En toen?" vroeg hij. - -"Wel, ik lei me ergens op een veilig plekje neer, waar ik er zeker -van kon zijn niet gestoord te worden, bakerde me goed in, nog een -waardeloos zeil over m'n body...." - -"Om te smoren!" merkte Witte op. - -"Neen, toch niet. Ik bleef al maar beverig. En dan m'n mond vol van -dien teersmaak!.... Je kunt begrijpen, dat ik me eigenlijk zieker -gevoelde dan ooit." - -Witte bevestigde de meening door een hoofdknikken. - -"Na een poos," aldus ging Hans voort, "begon ik toch een warm gevoel -te krijgen en toen kwam Klaas Vaak. Ik heb geslapen als een os. -Hoelang weet ik niet, maar toen ik wakker werd, was het nacht. Ik -zag door een scheurtje van m'n zeil de sterren flonkeren en heerlijk -rekte ik m'n leden uit, in 't gevoel van beter te zijn. Een slaap -als ik anders nog had.... neemaar, dat kan ik je niet vertellen. -Juist gingen m'n oogen dichtvallen, toen ik door een katachtig -geschuifel over het dek wakker schrikte. Dadelijk begreep ik, dat -het de bloote voeten van een of meer matrozen moesten zijn. Ze -kwamen haast vlak bij me, en al maar meer schuifelden aan. 'Zijn we -er alle dertien?' hoorde ik een stem fluisteren en even zacht werd -geantwoord, dat die en die opgehouden was geworden. En toen, Witte, -vernam ik alles. O, ik durfde op zijn best ademhalen!" - -"Dat begrijp ik.... Bij ontdekking zou-je mee hebben moeten doen, -of ze hadden je puur bij ongeluk over boord laten glijden." - -"Juist.... en daarom hield ik me zoo stil als een muisje." - -"En wat vernam-je?" - -"Ik kwam er op die manier achter, dat de belhamels met hun dertienen -waren en de samenzweering nu, allen en alles bij elkaar, acht en -twintig personen omvatte. Ze hadden zich op leven en dood verbonden -door in een cirkel hun namen te zetten; die niet schrijven konden, -hun kruisjes." - - -[Illustratie: En toen Witte, vernam ik alles.] - - -"Spraken ze er ook over, wat ze van plan waren?" - -"Ja zeker!.... Als ze genoeg lui op d'r hand konden krijgen, zouden -ze een dag vaststellen om het stoute stuk uit te voeren. Onverwachts -zouden zij den schipper en de officieren overvallen en vermoorden, -ook den koopman, die voor zijn maatschappij bij ons aan boord -is...." - -"Verder, verder, Hans!" - -"En, na baas over het schip geworden te zijn, den steven naar de -Middellandsche Zee wenden, om daar zeeroovertje te spelen." - -Witte hief de handen op van ontsteltenis. - -"Wie was de hoofdman?" - -Hans noemde hem en nog een paar anderen, die na hem het meest in de -melk zouden te brokken krijgen. - -"Je begrijpt, Witte, dat ik den hemel dankte, toen die vreeselijke -nachtmerrie voorbij was. Eerst dacht ik heusch, dat ik dat alles -gedroomd had, toen ik, na weer in slaap gevallen te zijn, den -volgenden morgen ontwaakte. Maar nu ik meer op ging letten, zag ik -aan een heeleboel dingen, dat ik goed gehoord had, en, helaas, de -bezitter was van een ontzettend geheim." - -"Dat je dadelijk aan je schipper had moeten openbaren." - -Hans zag hem met zijn open kijkers aan. - -"O, Witte, dat is juist zoo'n gemartel voor me geweest. Het eene -oogenblik zei ik tot mezelven, dat ik naar den schipper moest gaan, -want dat ik anders zijn dood op mijn geweten zou krijgen, maar het -volgende oogenblik kon ik het toch niet over me verkrijgen om den -verrader te spelen." - -"Dat laatste ben ik niet met je eens, maar dat eerste wel. Want het -leven van den schipper berustte om zoo te zeggen in jou handen." - -Hans knikte. - -"Maar óók het leven van de saamgezworenen, Witte!.... En daar waren -een paar jongens bij, met wien ik al menig reisje gemaakt had. En -dan nog iets! Als ik het uitgebracht had, zou ik tot mijn dood toe -onder het zeevolk als een verklikker na worden gewezen en door -niemand meer vertrouwd." - -Witte keek voor zich. Hij begon nu ook iets van den gemoedsstrijd -van zijn vriend te begrijpen. - -"O, Witte," ging deze voort, "wat heb ik daar dagen mee -rondgeloopen! Nu eens was ik op weg naar het achterdek, maar, of het -werk zoo sprak, dan kwam ik telkens een van de samenzweerders tegen -en was het me, of ik de beulsknecht was, die voor zijn meester een -strop ging halen, om die om den hals van m'n maats te wringen.... -Dat heeft weken en weken geduurd. Ik ben er wel tien jaren van m'n -leven ouder door geworden. Want ook in 't volkslogies moest ik -aldoor maar doen, of ik van niets afwist." - -De jonge matroos veegde zich met den rug van zijn hand het -angstzweet van zijn gezicht, waarin de twee wijd geopende oogen in -het licht van den tropennacht spookachtig uitkwamen. - -Hoe ook getroffen door wat zijn vriend zeide, bleef Witte zijn -kalmte behouden. Geen wonder! Heel zijn leven door heeft hij nooit -geaarzeld in de keuze, welken weg hij zou inslaan. Aan den eenen -kant lag zijn plicht, en aan den anderen kant de verzaking daarvan. -Middenwegen kende hij niet. - - -[Illustratie: Ik ben er tien jaren ouder door geworden.] - - -Hij bewaarde nu het stilzwijgen, en om het schip hoorde men den zang -der zee, die nooit sliep. - -Met een zware zucht vatte Hans zijn verhaal weer op. - -"Ik zou niet weten, hoe dat met me afgeloopen zou zijn, als er -eindelijk niet een uitkomst was gekomen." - -"En die uitkomst?" - -"Er was een matroos, dien we eigenlijk geen van allen graag lijden -mochten. Ook de officieren waren niet op hem gesteld. Telkens had -hij straf. Eens werd hem, met een langen ketting, een blok hout aan -zijn been vastgebonden, zoodat hij, als hij op 't dek was of in 't -want moest, altijd een gerinkkink met zich voerde, dat we er -eigenlijk allen om moesten lachen, tot den kleinsten kajuitsjongen -toe. Nu, dán moest-je hem hooren aangaan!" - -"Ik begrijp het al," viel Witte hem in de rede, "de samengezworenen -dachten, dat die matroos graag bij gelegenheid wraak zou willen, -nemen op den schipper." - -"Juist.... Ze wisten hem apart te krijgen en maakten hem stukje voor -beetje met het plan bekend. Hij gaf er zijn hand op, dat hij niets -zou verraden, en zei nog nadrukkelijk, dat ze van hem geen -zwarigheid te wachten zouden hebben.... en ging toen regelrecht naar -den schipper om alles te verraden. Hij heeft er van den schipper -twee honderd stukken van achten voor gekregen." - -"En aangepakt?" - -Hans knikte van ja. - -"Dat 's gemeen!" - -Hans was dit volkomen met hem eens, maar liet toch uitkomen, hoe dat -verraad voor hem een ware verluchting was geweest. - -"Nu was het uit met altijd dat gezeur in m'n kop. De kogel was door -de kerk." - -"En waarom kon-je dan toch niet tot rust komen?" - -Weer zuchtte Hans en vertelde, hoe hij na een poos alweer zich -ongerust was begonnen te maken, dat een van de samenzweerders ook -zijn naam mocht noemen. - -"En ze wisten niet, dat jij alles gehoord had!" merkte Witte op. - -"Dat is zoo; maar onder de folteringen noemt men allicht een naam, -om maar van de pijn af te komen. En ik had er goede kameraads -onder." - -"O zoo! En jij was bang, dat als ze jou ook eens lieten komen, je -dadelijk door de mand zou vallen?" - -Hans knikte bevestigend. - -Toen stak hij, als hulpzoekende, zijn beide handen naar zijn vriend -uit. - -"Witte, geef me toch raad! Ik durf zelfs niet rustig slapen, bang, -dat het geheim over mijn lippen zal komen. 't Is voor mij geen leven -meer om uit te houden.... Zeg me toch, wat ik moet doen!" - -"Geen dag langer zóó'n leven leiden." - -"Hoe bedoel-je dat?" - -"Als ik jou was, ging ik al bij het krieken van den dag bij onzen -schipper en zei hem alles.... Den verrader speel-je niet meer, want -heel de samenzweering is toch al op de flesch; maar misschien kun-je -nog enkele goede inlichtingen geven, en, vergeet het niet, daardoor -wel veroorzaken, dat het met de folteringen uit is. Die zijn heusch -niet voor de poes, hoor!" - -Hans rilde. - -"Misschien.... misschien willen ze meer uit me persen, dan ik zeggen -kan!" - -"Best mogelijk! Maar zoo'n leven als jij nu leidt, is ééne -foltering." - -Nu greep Hans met beide handen Witte's arm. - - -[Illustratie: Hans kreeg nog een héél leelijke priem op z'n neus.] - - -"Zeg-jij het, jij!.... Je hebt een wit voetje bij den schipper, dat -weten we allemaal. Misschien zal het dan zoo erg niet voor me -worden, als de schipper me eens alleen bij hem laat roepen. O, -Witte, wat zou ik blij zijn, als ik weer eens gerust slapen kon!" - -Witte dacht eenige oogenblikken na. - -"'t Is goed," gaf hij toen eenvoudig ten antwoord. - -En zoo geschiedde het, dat Witte dien morgen heel wat aan zijn -beschermer mede te deelen had. - -Ja, het gelaat van kapitein Schapenham ging toen ernstig staan en -Witte moest wel hard vechten voor zijn vriend, maar gelukkig kwam -alles in orde. 't Ging wel op 't kantje af en Hans kreeg nog een -héél leelijke priem op z'n neus, maar daar bleef het dan ook bij. Ze -wisten, dat het volstrekt geen kwaaie jongen was, en in de verste -verte niet aan muiterij dacht. Enfin, het een bij het ander genomen, -niet te vergeten het goede woordje, dat zijn vader bij den -gezagvoerder van de "Westvriesland" voor zijn zoon sprak, liep het -nogal met een sisser voor Hans af. - -Toen begon hij eerst zachtjes en zoetjesaan hoe langer hoe harder te -neuriën en te fluiten, en omdat hij nog in zijn jonge jaren -verkeerde, ging spoediger dan Witte wel had kunnen denken dat -oude-mannenachtige van Hans z'n gezicht en van heel z'n doen en -laten en was hij spoedig weer de oude. En als Witte over hetgeen -gebeurd was nog wel een apartje met z'n vriend wou hebben, had die -daar in 't geheel geen ooren meer naar. - -Met de samenzweerders liep het zoo goed niet af. Nadat ze genoeg, of -eigenlijk meer dan genoeg uitgevraagd en afgemarteld waren, werden -de dertien belhamels ter dood veroordeeld en de overigen tot een -levenslange verbanning op de Oost-Indische schepen, waardoor hun lot -niet veel van galeislaven verschilde. Nadat men den 10en November de -Straat Soenda gepasseerd was, ging men den 13en aan wal om het -vonnis aan de veroordeelden te voltrekken. Die executie was even -ongenadig als heel die tijd was. - -Niet lang vertoefde "de Gouden Leeuw" op de kust van Bantam, maar -kreeg reeds den 27en November order om naar de kust van Coromandel -in Voor-Indië te zeilen, en jaren achter elkander heeft het in die -Indische wateren gevaren. - -We zullen het op die tochten niet vergezellen. Ook niet melden, wat -er in dien tijd met onzen scheepsjongen gebeurd is, om de eenvoudige -reden, dat hij door zijn vlijt, zijn kundigheden en kloek gedrag al -spoedig tot licht- en daarna tot volmatroos opklom. Hij steeg -zoodanig in de gunst van zijn meerderen -- werkelijk niet door -oogendienerij, want daar heeft men zijn heele leven door niet bij -Witte mee moeten aankomen! -- dat toen twee jaren later, toevallig -ook in de maand November, de machtigste man in de Indiën, namelijk -de Gouverneur-Generaal, aan kapitein Schapenham vroeg, hem een -vertrouwd en alleszins bekwaam persoon te zenden, onze kapitein -niemand beter wist aan te bevelen dan Witte de With. - -Van dat oogenblik af werd hij, met den rang van korporaal, -lijfknecht bij den Toewan-Bezaar, den Grooten Heer, die met meer dan -koninklijke macht in deze streken heerschte. - -Die Gouverneur-Generaal was... Jan Pieterszoon Coen, de stichter van -Batavia, maar die laatste eere-titel moest de ijzeren Coen toen nog -verwerven. Onder heel wat avonturen heeft die stichting plaats gehad -en Witte heeft daar trouw bij geholpen, gelijk in de geschiedenis -van Insulinde vermeld staat. - - - -XIII. - -'T WAS IN DE MEI.... - - -Het was in de maand Mei 1620 en wel den 23sten, dat een -Oostinje-vaarder een knap stuk volbracht, doordat het zonder hulp -van een loodsman het Goereesche Zeegat binnenzeilde. - -De loodslieden uit Hellevoetsluis waren er wel niet te best over te -spreken. Zij waren er nu eenmaal voor, om de vaartuigen veilig uit -de zee te brengen. - -"'t Is een gelukkie," gromden zij, "dat hij 't er zoo goed heeft -afgebracht; maar verdienen deed hij 't eigenlijk niet. Want op die -maneer neemt hij iemand het brood uit den mond. Wat in 't geheel -niet is, zooals het hoort, wanneer je kersversch uit rijk-Oostinje -komt." - -Doch de meeste lieden, die er van den wal af getuigen van waren -geweest, vonden het kranig gedaan, en hun aangezichten blonken -blijde die der equipage tegemoet, in de volle zekerheid, dat binnen -korten tijd de geeltjes en witjes uit den vollen buidel der -matroosjes door Hellevoet zouden rollen. - -Ja maar -- alsof zij op twee uur afstands er al de lucht van te -pakken hadden gekregen -- ook uit der stede van den Brielle waren -heel wat lieden op marsch gegaan, om aandeel in den buit te krijgen. -Onze goede bekende, vrouw Stoffelsen, had het al heel gauw vernomen, -en dies haar man de deur uitgedreven. - -"Dat zeevolk zal haast geen vodden meer aan d'r lijf hebben, en dus -valt er voor jou wat te verdienen." - -Mr. Jochum had iets gemompeld van een wagen te nemen, maar zijn -vrouw had zeer terecht beweerd, dat als hij liep, dit het eerst -verdiend was. - -"En eer ze aan de bel getrokken en een wagen klaar hebben, is er -haast net zooveel tijd naar de maan, als jij noodig hebt, om er op -je apostelpaarden te komen. In dien tijd is licht een ander je -voor." - -Op zijn knipbeenen was mr. Jochum dus naar de forteresse gegaan, en -over gebrek aan gezelschap onderweg had hij niet te klagen. En toen -hij er gekomen was en hoorde en zag, hoe de Oostinjevaarder den naam -van "de Gouden Leeuw" droeg, kwam het dadelijk bij hem op, dat daar -nog eens een leerjongen van hem mee uitgevaren was. Nu, diens -tegenwoordigheid zou thans voor zijn ouden baas geen schade zijn! - -In al die jaren had hij niet veel van hem vernomen. Er moesten wel -brieven bij zijn moeder gekomen zijn, maar die was toch zoo dicht -als een pot en sprak liefst niet over dezen zoon. Enfin, als hij -gestorven was, zou mr. Jochum daar wel van gehoord hebben. Wat niet -wegnam, dat hij tòch wel dood kon zijn. Want als men in die -dagen een familie-lid in de Oost had, kon die ginder al begraven en -vergeten zijn, eer men er hier kennis van kreeg. - -Hij moest er nu toch haring of kuit van hebben, de brave kleermaker. -Hetgeen hij doen kon, zonder zijn eigenlijk doel uit het oog te -verliezen. En zoo klampte hij daarover een leuken maat aan, die er -erg verfonfaaid in de kleeren uitzag en met wien hij natuurlijk -eerst gezorgd had zaken te doen. - -Bij de vraag, of er ook een zekere Witte de With aan boord was, liet -de aangesprokene zijn prettige, bruine kijkers ineens onderzoekend -over mr. Jochum en zijn knipbeenen gaan. Even kwam er een groote -jool in die kijkers, maar dadelijk weer stond dat guitige gezicht -zoo strak, als maar eenigszins mogelijk was. - -"Laat me 's denken... Ja, nou je 't zegt... Ik heb een stuk kerel -gekend, die zoo heette... En die heeft in Oostinje wàt een rare -schaats geslagen!" - -"Kom!..." - -"Secuur, hoor!... Maar 't is er hem naar vergaan... Of ze 'm aan -de ra opgeknoopt of een kop kleiner gemaakt hebben, ben ik gladweg -vergeten, maar..." - -Hij kon niet verder gaan van den lach, want mr. Jochum was er bleek -van geworden. - -"Hoe ~kun~-je om zoo iets ijselijke nog staan lachen!" - -"Loop man! In de Oost word-je zoo hard als een spijker. Dacht-je -soms, dat we daar de kindertjes van de blauwtjes bakerden of in -slaap wiegden?" - -"Nee, dat nu wel niet... Maar dat die jongen zoo ongelukkig aan z'n -eindje is gekomen, die nog bij mij op de kleermakerstafel gezeten -heeft..." - - -[Illustratie: "Hoe kun-je om zoo iets ijselijks nog staan lachen!"] - - -"Nou, meester, dan mag-je wel van geluk spreken! Want dan heb-je een -adder vlak bij je gehad, een tijger, een verscheurend beest... Eén -ding druk ik je op het hart: dat je van dat alles geen stom -woord over je lippen laat komen, omdat er politie en justitie mee -gemoeid zijn." - -"Ik wou, dat ik 't niet wist!" weeklaagde mr. Jochum. - -Weer lachte de zeeman. Hij sloeg den meester op den schouder, dat -die zijn geheele geraamte voelde sidderen. - -"Over een paar dagen, als ik voor mijn lorren bij je moet zijn, zal -ik onzen stuur meebrengen, die er alles van weet, omdat hij bij den -moord en het doodvonnis tegenwoordig is geweest... Kijk, die -daar!..." - -Hij wees hem naar een grooten, stevigen baas, die van het schip naar -den wal keek, een gebruinden kop met knevel en puntbaardje. - -Het was Witte, maar mr. Jochum herkende zijn vroegeren leerling in -dien gezouten zeebonk niet. - -In diepe gedachten ging mr. Jochum, die anders goede zaken gemaakt -had, naar den Briel terug. - -"Wat zal m'n vrouw dààrvan staan kijken!" herhaalde hij telkens -hoofdschuddend. - -Eerst had hij 't voor haar verborgen willen houden, maar hij rekende -er terecht op, dat, hoe graag zijn vrouw de tekortkomingen van -anderen in de buurt rondblaakte, zij toch den noodigen angst voor -alles had, wat in verband stond met "'s heeren gevanckenis." Zij -konden er nu samen over praten. Voor ieder apart zou dit geheim te -groot zijn geweest. - -Wat Witte betrof, die schudde onwillig het hoofd, toen Hans hem de -grap vertelde. - -"Waar was dat nu voor noodig?" - -"Noodig?... Waarvoor is alles noodig!... Zeker niet om een zuur -gezicht te zetten, als je in Patria terug ben!" - -"Als je over een paar dagen in Hoorn komt, wat zal dan je eerste -gedachte zijn, Hans?" - -"Te duiker, ja, Witte! Zoo diep heb ik alweer niet doorgedacht." - -"Dàt zal je ongeluk worden," voorspelde Witte. - -En zijn gezicht versomberde zoodanig, dat Hans erom begon te lachen. - -"Kom, Witte!... Als je moeder je zóó terugziet..." - -"Zàl ik ze weerzien?" - -Even verbouwereerd keek Hans hem aan, maar tegen zulk een somber -voorgevoel kwam heel zijn opgeruimde natuur op. - -"'t Zal best schikken, hoor! Vanavond of morgen zit-jij bij moeders -pappot, en ik over een paar dagen." - -"We hopen er het beste van, Hans." - -"En naar je ouwen meester ga-je toch ook?" - -"Zeker. Ik heb wat voor die luidjes meegebracht." - -"En maken we daar dan een grap van?" - -"Nou.... dat zullen we zien." - -En in de herinnering, hoe hij in zijn jongensjaren vrouw Stoffelsen -geturkt had, kwam er een schijn van een glimlach over het stugge -gelaat van Witte. Waaruit Hans, die hem zoo goed kende, opmaakte, -dat het plannetje wel zou doorgaan. De volvoering daarvan zou echter -afhangen.... van dat ééne! - -Ach, dat ééne omvatte voor Witte zoo véél èn.... zoo velen! - -Zou thuis alles in orde zijn? - -En, of hij er zich al dan niet tegen verzette, zijn gedachten gingen -óók uit naar een andere hofstede.... - -Het was in de Mei, in het laatst al, wanneer die over zal gaan in de -koninklijke maand van Juni. Het midden, -- wanneer de IJsheiligen 4) -even om het hoekje komen kijken, -- was een kaap, die al omgezeild -was. De wind, die weken lang bijna voortdurend in den -Noord-Oostelijken hoek gezeten had, was verzuidelijkt, en droeg de -geuren van Meidoorn, seringen en bloesem, ja, van heel de -vernieuwde, jonge aarde. Droomerig telde de koekoek, hoeveel jaren -men nog leven zou, of, voor een stiekem toeluisterende deerne, op -welken leeftijd zij de bruid zou zijn. 't Was àl leven en geluk, en -voor den jeugdigen zeeman, die langs de bloeiende akkers en -doornhagen ging, om het plaatsje op te zoeken, waar hij geboren was, -het vaderland, dat hij nooit vergeten had. - -Vergeten? Hoe zou dat in ~die~ dagen, hoe zou dat voor hèm ooit -mogelijk zijn geweest? Waren het niet de dagen van bloeitijd, van -uitzetting voor de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden, -welker vlag door Barendts en Heemskerck boven het barre Nova-Zembla, -en door Jan Pieterszoon Coen in de weelderige tropen-wereld van een -wordend Nederlandsch wereldrijk gehandhaafd was? En was niet een van -de verdedigers van het fort bij Jacatra, een der medestichters van -het Kasteel van Batavia, diezelfde een-en-twintigjarige jonkman? - -En nu voelde hij, die de wijdheid van de wereld ervaren had, zich -heel klein en nietig, zooals wij allen, wanneer we tegenover het -verleden onzer kinderjaren staan. De vogels sjierpten en -tierelierden tegen elkaar van drukte, om hun wijfjes het dagelijksch -onderhoud te bezorgen. Want in de maand Mei legt ieder vogeltje z'n -ei, behalve de koekoek en de spriet, die leggen in de Meimaand niet. -De zwaluwen, evenals hij van heel verre gekomen, scheerden hoog in -de lucht. Zij hàdden al teruggevonden het nestje, over welks rand -zij voor het eerst de wereld hadden ingekeken. - -En toch, hoe ook zijn gedachten van dat nestje vervuld waren.... den -naasten weg erheen volgde hij niet! - -O ja, zoo paaide hij zich -- en dat kunnen wij menschen toch zoo -handig! -- het was, om eerst van nicht Maertje te hooren, of het -alles wel was aan boord, daar in Lagerwoude. - -En, hoe hij er zich tegen verzetten mocht, hij kòn niet anders. Hoe -langer hoe sterker trok zijn hart naar die andere hofstede, waar een -meisje leefde, die eens voor hem een oase geschapen had in de droeve -jaren zijner dorre jeugd. - -Hoe zou Marie er uitzien, nu, in die blonde heerlijkheid van Mei, -zijzelf met haar glanzend blonde haren, en die oogen, welker glans -voor hem niet overstraald was door de vlammende zon van Indië. - -Of.... of.... Ja, ook jonge menschen kunnen sterven. Vier jaren is -zulk een lange tijd! - -Of.... als zij eens verloofd, misschien wel reeds gehuwd was! - -O ja, ze had beloofd aan hem te blijven denken. Maar hij, de zeeman, -wist wel de beteekenis van het spreekwoord "Uit het oog, uit het -hart!" - -Nu was het, alsof over dien schoonen Meidag een waas kwam, gelijk -dat geschieden kan, plotseling, door heibrand. - -'t Was, of er lood aan zijn voeten hing, of hij, die de muren van -Jacatra bestormd had, geen moed meer bezat verder te gaan. - -Nog een pad langs, een dijk over, een paadje, dat zich tusschen de -bloeiende Meidoorns slingerde.... - -Daar opeens, bij een wending, ziet hij, nog in de verte, een -menschelijke gestalte. Van een meisje, omglansd door het zonnelicht, -waartegen zij de oogen beschut door de uitgestrekte hand erboven te -houden. Alsof zij uitkijkt, den kant van Hellevoet op. - -Weg wijkt de heibrand. Alles wordt vol leven en glans. Zijn hooge -gestalte schijnt zich nog uit te rekken. Zal hij.... zal hij doen, -alsof hij een vreemde is, eens onderzoeken, of zij hem na al die -jaren nog herkent? - -Maar reeds is hem de hoed in de hand gevlogen en hij wuift, wuift -zoo wijd en breed als hij kan, en hij jubelt: "Marie, Marie!" en -stormt vooruit, alsof er weer een kasteel te veroveren is, en daar -heeft hij al haar twee handen in de zijne, en hij ziet haar aan, zoo -blijde en gelukkig, dat zij dadelijk zijn oogen herkent, de oogen in -dat bruingebrande gelaat van den stoeren, uiterlijk haar -wildvreemden zeeman. - -"Witte!" - -"Marie, Marie!" - -"Domme jongen.... is me dat doen schrikken!" - -"Ik?.... En naar wien keek-je dan uit?" - -"Naar.... naar een geit, die weggeloopen is...." - -"Zeggen, zèggen.... de waarheid!" - -"Heusch, dàt is de waarheid!" - -"Jij, Meniste, durf-je dat volhouden?" - -Toen lachte zij met heel haar wezen, en blozend verborg zij haar -hoofd tegen hem aan. - - ------------- -4) 13, 14 en 15 Mei. - - - - -XIV. - -TOT ZIENS! - - -'t Was eigenlijk maar gelukkig, dat hij eerst de steê van nicht -Maertje had opgezocht, die hem in dezelfde keuken ontving, waar -Witte in de treurige jaren van zijn jeugd toch de hartelijkheid van -medemenschen had mogen ondervinden. Het mansvolk was met dit mooie -weer op het veld, en zoo zaten zij daar weer als vanouds met hun -drietjes. En toen de eerste begroetingen waren afgeloopen en men -weer een weinig aan de wel wat veranderde gezichten gewoon raakte, -deelde Marie's moeder hem mede, dat er iets akeligs op de steê in -Lagerwoude geschied was. - -Zijn jongste broer was gestorven, Abram, even achttien jaar oud. 't -Was altijd een zwak vat geweest, eigenlijk zooals al de kinderen van -zijn moeder, behalve hij. Toch trof het hem diep, vooral toen hij -hoorde, hoe de jonge teringlijder nog dikwijls over hem gesproken -had. Het was den 20sten Maart van dit jaar gebeurd, en Witte, stipt -en secuur gelijk hij in alles was, rekende uit, dat hij zich toen -juist op het eiland Sint-Helena bevonden had, een mijlpaal op de -terugreis naar huis. Zijn zuster was ook niet heel gezond en -Andries zag er zelfs slecht uit. - -En moeder? - -Nicht Maertje maakte een gebaar, alsof zij zeggen wilde: - -"Altijd dezelfde!" - -Donker keek Witte voor zich. - -"Nu zie ik nog meer tegen die ontmoeting op.... En toch heb ik met -haar te doen, nicht. Wat zal zij inwendig bedroefd zijn om broer." - -Met groot medelijden keek Marie hem van terzijde aan. - -Haar moeder zag dat. - -Zij legde haar hand op den gebruinden knuist van den jongen zeeman. - -"Witte.... Marie zal met je meegaan." - -Beide jongemenschen zagen haar, en toen elkander aan. - -"Ik, moeder?" vroeg Marie ietwat verlegen. - -"Ja!" gaf Witte, in plaats van de aangesprokene, ten antwoord. - -Met een heftige beweging stond hij op. - -"Kom mee, Marie!..." - -Doch toen zij bij de hofstede in Lagerwoude gekomen waren, kwam over -hem, die niet gewoon was voor iets terug te deinzen, een groote -aarzeling. - -"Marie.... ik ben bang, dat ik haar zal doen schrikken. Ze is oud en -men kan nooit weten..." - -"Wat wil-je dan, Witte?" - -"Dat jij vooruit gaat en haar erop voorbereidt." - -Waren dat nu de felle oogen van den stuurschen knaap van weleer, die -haar thans zoo smeekend aanzagen? - -"Goed," antwoordde zij. - -En terwijl Witte zich in het glanzende gras terzijde van het voetpad -neerzette, ving zij den zwaren gang aan naar de bazinne van -Lagerwoude. - -Hij zag haar na, en zijn hart bad, dat haar gang gezegend mocht -zijn. - -Toen.... o, eindeloos scheen de tijd voorbij te gaan. Zijn blik werd -als vanzelf getrokken tot den geweldigen reus in dit Far West der -Nederlanden, den Brielschen toren. Al de donkere herinneringen uit -zijn kinderjaren doken voor hem op. En verbeeldde hij 't zich?.... -Trilden daar door de voorjaarsweelde niet de zware klanken van de -Catharina, de groote klok, die negentien jaren later triomf zou -luiden over de zege bij Duins, waarin hij, terwijl bestevaêr Tromp -aan Spanje den heerschersstaf ter zee ontwrong, met zijn felle oogen -de Engelsche zeemacht in bedwang zou houden? Thans luidde zij, -gelijk hij verstond, ter uitvaart van een doode, en hij dacht aan -zijn vroeg gestorven broer. Maar toen ook gevoelde hij, de doopeling -van Ds. Leo, tot Wien die sombere klanken opstegen, en een groote -rust en stil vertrouwen kwamen over hem. - -Daar zag hij Marie op 't pad verschijnen; zij wenkte hem. Reeds was -hij opgesprongen, en niet zonder eenige verbazing ervoer het jonge -meisje, hoe rustig die kloeke mannengestalte op haar toetrad. - -"Je moeder wacht je, Witte." - -Hij gaf geen antwoord. Met heel zijn innerlijk was hij al in die -groote, zelfs nu nog halfduistere keuken, waarin zij troonde, de -bazinne van Lagerwoude. - -Twee paar oogen van dezelfde felheid ontmoetten elkaar, maar in -beide school dezelfde uitdrukking van verlangen. - -Zij zat op haar oude plaatsje; Katrien, een weinig angstig en als om -dadelijk tusschen beiden te treden, naast haar. Achter hem trad -Marie binnen. Geen verdere getuigen waren er van deze ontmoeting na -jaren-lange scheiding. - -"Moeder!" - -Ze antwoordde niet, maar keek hem aldoor aan. - -Hij greep haar hand, sloeg zijn krachtigen arm heel teertjes om haar -heen, en boog zich over haar; maar zèlf verlangde hij het eerst -gekust te worden. - -Ze weerde hem af. Niet heftig, maar hoewel zacht, toch zeer beslist. - -Het bloed vloeide hem naar het hart. Zelfs onder zijn bronskleur zag -men, hoe bleek hij werd. - -Toen sprak ze: - -"Ik heb een boodschap aan je, Witte.... Van broer." - -Hij wrong zich de vuisten, dat men het hoorde. - -"Ik moest je groeten van hem.... als je ooit terugkwam." - -Er bewoog zich iets in de gelaatstrekken van de harde, oude vrouw, -dat akelig was om aan te zien. De nooit geheelde smart om het -verlies van dàt kind. - -Marie kon het niet langer aanzien. - -Ze plaatste zich vlak naast Witte. - -De oude vrouw zag dat, maar met een uitdrukking, alsof zij het niet -begreep, alsof haar gedachten alleen bij den doode waren. - - -[Illustratie: "Omdat God het zoo heeft verordonneerd, moeder!"] - - -"Hij hield zooveel van je, Witte. Waarom moest hij sterven, zonder -dat hij afscheid van je nemen kon?" - -"Omdat God het zoo heeft verordonneerd, moeder!" - -Het kwam er bijna koninklijk vroom bij Witte uit. - -Zijn moeder gevoelde het. En toen nu Marie weer Moeders hand in die -van haar zoon legde en de oude vrouw dadelijk voelde, hoe hij die -hand vastgreep als een drenkeling, -- toen brak er iets in dat -onwrikbare hart. - -Het was, alsof Witte dit op het eigen oogenblik besefte. Weer sloeg -hij zijn arm om moeder heen, en kuste haar, -- hij het eerst. - -Toen streelde zij met haar oude hand over zijn haren, en zijn hoofd -tot zich buigend, rustten haar lippen eenige oogenblikken op zijn -voorhoofd.... - - * * * - -Niet in Lagerwoude bleef Witte. Tijdelijk had hij een kosthuis in -Hellevoetsluis genomen. In elk opzicht was hij dan meer eigen baas, -en bleef dicht bij de zeevaart. - -Lang zou hij niet meer aan wal blijven. In de vier jaren van zijn -loopbaan had hij een prachtige carrière gemaakt. Niet alleen -- waar -in de wereld veel op aankomt -- de aandacht getrokken van de hooge -oome's, en dat wel van niemand minder dan van den -Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, die hem gaarne voor goed -aan zijn dienst verbonden zou hebben. Maar ook om zijn werkelijke -begaafdheid als zeeman, waardoor kapitein Schapenham het toch op Jan -Pieterszoon Coen gewonnen had. - -Op de zee lag nu eenmaal zijn toekomst. Uitgevaren als een voor die -tijden veel te laat in het vak gekomen kajuitsjongen, was hij van -den eenen graad tot den anderen opgeklommen, en in het vaderland -teruggekeerd als stuurman. Bij het afmonsteren had kapitein -Schapenham hem verzocht als schipper, dat was op een oorlogsschip in -rang de hoogste na dien van kapitein, er met hem weder op uit te -varen, doch Witte had eerst eenige maanden met en bij de zijnen -willen leven. Met geen ledigen buidel toch was hij uit Indië -teruggekeerd, en natuurlijk had hij allerlei geschenken meegebracht. -Ook wat leuks voor zijn ouden patroon en diens vrouw, en die wilde -hij er zelf brengen. - -Met Hans was hij erheen gegaan, maar de aardigheid was er voor -laatstgemelden plaaggeest af. Want door een knecht van Lagerwoude -had het echtpaar, al denzelfden dag van zijn komst op de hofstede, -van Witte's terugkeer vernomen. Vrouw Stoffelsen had het er wel over -op haar heupen gehad, dat zij en haar man er zoo doorgehaald waren, -en natuurlijk kreeg mr. Jochum weer alles op zijn hoofd, omdat hij -zoo stom was geweest. Doch hij had haar bezworen nu eens lief en -toegevend te zijn. Want diezelfde zeeman, die hem zoo voor 't lapje -gehouden had, zou een pak komen aanmeten, en zijn maat, die hij -beloofd had mede te brengen, zou zeker wel van 't zelfde laken een -rok moeten hebben. - -Die kameraad nu bleek niemand anders dan Witte te zijn. Toen kwamen -de cadeautjes voor den dag en meester moest er maar eens uitscheiden -met prikken en met zijn vrouw in de taveerne komen, om op kosten van -de gasten onthaald te worden en dat wel met de bekende -zeemansjovialiteit!.... - -"De zaak blijft toch doorgaan," schertste Witte, in een bij hem -haast ongekende vroolijkheid, en ter verduidelijking wees hij op den -leerjongen, die thans op de kleermakerstafel zat. - -"Die?!" riep vrouw Stoffelsen uit, en daar gingen haar handen weer -de hoogte in, "die kan niets anders dan...." - -"Dan eten en drinken," veronderstelde Hans. - -"Neen, dan vergeten en suffen!" barstte moeder Stoffelsen uit. - -"Kom, kom, moeder," troostte Witte, "zoo erg als ik dat indertijd -gedaan heb, zal het toch bij hem niet zijn." - -"Mensch, zwijg stil!" weeklaagde zij. "Hij is, net als jij, van -buiten de stad, maar zeg-jij me eens, heb jij ooit voor je moeder -een pond vleesch bij den slager besteld en het toen vergeten mee te -nemen?" - -Witte sloeg een gat in de lucht. - -"Neen, zoo kras heb ik nooit gesuft." - -"En dàt wil wat zeggen," voegde vrouw Stoffelsen eraan toe. - -Hans kreeg medelijden met den jongen, die stil was blijven -doorwerken, maar een kleur gekregen had als bloed. - -Terwijl de anderen naar de taveerne gingen, greep hij den lans bij -een oor. - -"Weet-je, waarom Witte zoo sufte?" - -De jongen knikte van ja. - -Hans dwong hem nu zijn gezicht naar hem toe te wenden. - -"Suf-jij daar ook over?" - -De jongen lachte even, maar zei niets. - -"Geef me je hand, lansje." - -Hij drukte die stevig. - -"Tot ziens, hoor!.... Ergens op de wijde zee..." De jongen voelde -een geldstuk in zijn hand. - -Hij wilde bedanken, maar Hans was al weg. - -Toen sloeg het baasje de kijkers op, open en rond. Het waren een -paar heldere kijkers, heelemaal van geen droomen. - -"Tot ziens," zei ook hij, maar heel zachtjes. - -Zijn handen vielen slap neer op zijn werk, en met zijn heldere oogen -zag hij in de wijde oneindigheid, suffend over de eeuwig -aantrekkelijke en aantrekkende zee. - -"Tot ziens!" dat zei in de maand December van hetzelfde jaar ook -Witte, toen hij wederom het Goereesche zeegat uitzeilde, in den rang -van schipper op een maandgeld van 24 gld. -- een mooi inkomen voor -dien tijd -- op het oorlogsschip "de Gelderland," dat koers zette -naar Gribaltar, waar het bij het smaldeel kwam, dat onder het -commandement van den Zeeuwschen admiraal stond. "Tot ziens!" dat had -hij tegen zijn moeder, zijn zuster, zijn broeder, en nicht Maertje, -óók tegen het echtpaar Stoffelsen gezegd, maar tegen niemand zoo -hartelijk als tegen zijn verloofde. En wie dat mooie, blonde meisje -was, dat hem tot Hellevoetsluis had weggebracht en toen heel erg in -haar wiek geslagen op de steê bij haar moeder terugkeerde -- nu, dat -behoef ik u niet te vertellen. - -"Kom, kind," zoo bestrafte haar nicht Maertje, "als alle meisjes van -zeelieden zooveel tranen voor haar jongen over hadden, kwam er nog -meer zout water dan er nu al in de zee is." - -Daar moest Marie toch even om glimlachen. "Wel zeker, kind," -troostte haar nu haar moeder, "'t is immers, met Gods wil, geen -adieu voor altijd, maar een tot ziens!" -- - - - - In de Serie - JONG HOLLAND - - Ing. f 1.25 -- slechts -- Geb. f 1.95 - verschijnen jongensboeken in mooie uitvoering - vol platen -- en met goede inhoud. - - ---- ---- - -No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van den Gouden - Leeuw. - - Beschrijft de 1e reis van Admiraal WITTE DE WITH. - -No. II. DANIËL DEFOE. De avonturen van Kapitein Bob. - - Een boeiend boek van den schrijver van ROBINSON CRUSOË. - -No. III. F. REMINGTON. De Witte Otter. - - Een boeiend indianen-verhaal. - - - ---- ---- - - In deze serie verschijnen slechts boeken met goede inhoud - -- en goed verzorgd -- voor - :-: :-: billijken prijs. :-: :-: - - - - - [Transcriber's notes - - De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd: - - [waneer men strak] -> [wanneer men strak] - - [een plokje menschen] -> [een plukje menschen] - - [Omdat men Gode] -> [Omdat men God] - - [haar zoon niet en is] -> [haar zoon niet is] - - [Kan die het het] -> [Kan die het] - - [zulke kwajongens als wij] -> [zulke kwâjongens als wij] - - [dat alles vermohct] -> [dat alles vermocht] - - [En al durf ik je best staan,] -> [En al durf ik je best slaan,] - - [verkoopars van] -> [verkoopers van] - - [den huilenden NoordOoster] -> [den huilenden Noord-Ooster] - - [van het huis zittend leven] -> [van het thuis zittend leven] - - [eerenaam van "bestevaer"] -> [eerenaam van "bestevaêr"] - - [Alevel gaven zij] -> [Al gaven zij] - - [neemaar] -> [nee maar] - - [Want op die maneer] -> [Want op die manier] - - [naar Gribaltar] -> [naar Gibraltar] - - [zoo bestrafte haar nicht] -> [zoo bestrafte ze haar nicht] - - Enkele gevallen waarin het beletselteken [...] aan het eind van - een zin is gebruikt in combinatie met een vraagteken, zijn - gecorrigeerd van [?...] naar de meest voorkomende vorm: [...?] - - Op de laatste bladzijde wordt reclame voor enkele boeken gemaakt - waaronder dit boek. De titel is daar echter verkeerd geschreven: - [No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van den Gouden Leeuw.] -> - [No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van De Gouden Leeuw.] - - Inconsequent gebruik van achtervoegsels in rangtelwoorden is - gecorrigeerd. Alle voorkomende gevallen zijn aangepast naar de - achtervoegsels -sten en -den. Alleen in de HTML-versie is - aangegeven waar dit is aangepast. De volgende vormen zijn - aangepast: - - [1e] -> [1ste] - [3en] -> [3den] - [10en] -> [10den] - [13en] -> [13den] - [17e] -> [17den] - [18en] -> [18den] - [20e] -> [20sten] - [27en] -> [27sten] - [29en] -> [29sten] - - - Er zijn ook enkele interpunctie fouten gecorrigeerd - maar worden hier niet verder genoemd. - - Een inhoudsopgave ontbrak. Voor het gemak van de lezer - is deze aan het begin toegevoegd. - - De 'platte tekst'-versie simuleert met [_] italic, - en met [~] gespatieerde tekst-fragmenten. - - ] - - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of De Scheepsjongen van 'De Gouden Leeuw', by -Johannes Hendrik Been - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE SCHEEPSJONGEN VAN 'DE GOUDEN LEEUW' *** - -***** This file should be named 61448-8.txt or 61448-8.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/6/1/4/4/61448/ - -Produced by R.G.P.M. van Giesen -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - diff --git a/old/61448-8.zip b/old/61448-8.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 5aa8c2a..0000000 --- a/old/61448-8.zip +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h.zip b/old/61448-h.zip Binary files differdeleted file mode 100644 index 00597fc..0000000 --- a/old/61448-h.zip +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/61448-h.htm b/old/61448-h/61448-h.htm deleted file mode 100644 index be7f85b..0000000 --- a/old/61448-h/61448-h.htm +++ /dev/null @@ -1,6511 +0,0 @@ -<!doctype html public "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN"> -<html> -<head> - <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1"> - <title>De Scheepsjongen van "De Gouden Leeuw"</title> - - <style type="text/css"> - - body {margin-left: 10%; margin-right: 10%;} - - /* normal indent */ - p { - text-indent: 2%; - text-align: justify; - } - - /* hanging indent */ - .p2 { - text-indent: -6%; - padding-left: 6%; - text-align: justify; - } - - /* no indent */ - .p_no_indent { - text-indent: 0%; - text-align: justify; - } - - /* Standard sup and sub have the same fontsize as normal text, - it's only moved up or down half a line. - But usually you will find sup/sub in a smaller font. - Therefore these adaptations: */ - sup { - vertical-align: super; - font-size: 50%; - } - - sub { - vertical-align: sub; - font-size: 50%; - } - - .standard {font-size: 100%; font-weight: normal;} - - .indent02 {margin-left: 2%; margin-right: 10%;} - .indent10 {margin-left: 10%; margin-right: 10%;} - .indent20 {margin-left: 20%; margin-right: 10%;} - .indent30 {margin-left: 30%; margin-right: 10%;} - .indent40 {margin-left: 40%; margin-right: 10%;} - .indent50 {margin-left: 50%; margin-right: 10%;} - .indent60 {margin-left: 60%; margin-right: 10%;} - - .fontsize60 {font-size: 60%;} - .fontsize80 {font-size: 80%;} - .fontsize110 {font-size: 110%;} - .fontsize133 {font-size: 133%;} - - /* for big and small caps on one line. Usable as class in a 'span' tag around text or in the 'p'/tag */ - .smallcaps {font-variant: small-caps;} - - /* use for Transcribers Notes and such */ - .notebox {margin-left: 10%; margin-right: 10%; margin-top: 5%; margin-bottom: 5%; padding: 1em; border: solid black 1px;} - - /* For showing the original pagenumbers in the text: - 1. Reset and increment a counter that is named [pagenumber]. For instance in the [body]-tag - 2. Then use the class [pagenum] on the place where you want to see the pagenumber. - The way the pagenumber is presented, happens with the pagenum:before. This makes the pagenumber "virtual", or: if you - try to copy and paste it somewhere else, the pagenumber is NOT copied. - 3. In case the pagenumber is placed inside a word, use the class [hyphen] to show a "virtual" hyphen. - 4. If you want to hide the pagenumbers, change [display: inline;] in [display: none;] for the classes [pagenum] and [hyphen]. - 5. If you want to jump to a pagenumber from other parts, add the [a] tag with a unique id, like this: - - <p>The last word on a page <a id="#page0001"><|a><span class="pagenum"> and then the first word on the next page<|p> - */ - .pagenum { - display: inline; - font-size:70%; - font-style:normal; - color: gray; - } - .pagenum_roman { - display: inline; - font-size:70%; - font-style:normal; - } - .pagenum:before { - counter-increment: pagenumber; - content: "[" counter(pagenumber) "] "; - } - .pagenum_roman:before { - counter-increment: pagenumber; - content: "[" counter(pagenumber, upper-roman) "] "; - } - .hyphen { - display: inline; - } - .hyphen:before { - content: "- "; - } - /* ...end of: For showing the original pagenumbers in the text. - - /* To mark a correction in the text, use this class. It will put a dotted red line underneath the corrected word and - you can even display the original text in a hint when the cursor hovers above the word. - Example (replace pipe-symbol with forwardslash if you are going to use it): - - <p>This sentence <span id="cor0001" class="corrected" title="[Original text: cantaind]">contained<|span> an error.<|p> - - You can hyperlink the word from the Transcriber's notes: - Example (replace pipe-symbol with forwardslash if you are going to use it): - - <a href="#cor0001">[XXX] —> [YYY]<|a> - */ - - span.corrected {border-bottom:1px dotted red;} - - /* use for words to show extra spacing between characters - Example: - <span class="expand_spacing">dit is een test<|span> - - which results in something like this: - d i t i s e e n t e s t - To add just a bit more space to the left, the margin-left is also set. - */ - .expand_spacing {letter-spacing: 0.2em; margin-left: 0.2em;} - - /* To start a chapter with an image representing the first letter, use this class. - Example with the letter "H" (replace pipe-symbol with forwardslash if you are going to use it): - - <img class="letterimage" src="image_representing_letter.jpg" alt="H" style="width:10%; height:auto; max-width:300px;"> - <p class="hidden_char"><span style="color: white;">H<|span>ere he was going to stay.<|p> - - The result is the letter "H" represented by an image sized to 10% of the width of the browser-window (with a maximum-width of 300px). - */ - .letterimage {float:left; padding: 5px;} - .hidden_char {text-indent: -0.5em; - padding-left: 0.5em;} - - /* To create hidden but searchable (!) text. Great to use for: an image that shows text. You type the same text beneath the image and apply this style. - That ensures the reader doesn't see it twice, but he can search on it. */ - span.hiddenText { - width:0px; - height:0px; - overflow:hidden; - display:inline-block; - } - - /* To create a big first character (sometimes used in a new chapter) use this in a <span> around first character(s). - Use it in combination with [class="p_no_indent"], or else the second line will be too close to the big character. */ - .introduction { - float: left; - font-size: 44px; - line-height: 35px; - padding-top: 3px; - padding-right: 1px; - } - /* If there is a quote before the first big character, it's usually the normal size. Then use this in a <span> around it. */ - .introduction_quote { - float: left; - } - - /* Aligning images in text: left, center, or right */ - img.img_left { - float: left; - margin: 10px 10px 10px 0px; - width: 50%; - } - img.img_right { - float: right; - margin: 10px 0px 10px 10px; - width: 50%; - } - /* ...end of -- Aligning images in text: left or right */ - /* Style for the footnote text */ - .fn_text { - font-size: 80%; - } - </style> -</head> - -<body style="counter-reset: pagenumber; counter-increment: pagenumber 4;"> - - -<pre> - -The Project Gutenberg EBook of De Scheepsjongen van 'De Gouden Leeuw', by -Johannes Hendrik Been - -This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most -other parts of the world at no cost and with almost no restrictions -whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of -the Project Gutenberg License included with this eBook or online at -www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have -to check the laws of the country where you are located before using this ebook. - -Title: De Scheepsjongen van 'De Gouden Leeuw' - -Author: Johannes Hendrik Been - -Illustrator: Johannes Petrus Antonius Wiegman - -Release Date: February 18, 2020 [EBook #61448] - -Language: Dutch - -Character set encoding: ISO-8859-1 - -*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE SCHEEPSJONGEN VAN 'DE GOUDEN LEEUW' *** - - - - -Produced by R.G.P.M. van Giesen - - - - - -</pre> - - -<a name="cover"></a> -<center><img src="images/01_cover.jpg" alt="Cover" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"></center> -<center>[Illustratie: kaft]</center> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<center> DE SCHEEPSJONGEN VAN "DE GOUDEN LEEUW"</center> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<center> -<div class="notebox"> -<h2>JONG HOLLAND</h2> -I -<br> -<br> - -<center> -<img src="images/logo.jpg" alt="image: logo.jpg" style="width:15%; height:auto; max-width:190px;"> -<br>[Illustratie: logo Meulenhoff] -</center> - -<br> -<br> -<br> -<br> H. MEULENHOFF — AMSTERDAM — 1920 -</div> -</center> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<center> -<div class="notebox"> -<br><h2> DE SCHEEPSJONGEN VAN -<br> "DE GOUDEN LEEUW"</h2> -<h3> JOH. H. BEEN</h3> -<h4> GEÏLLUSTREERD DOOR JAN WIEGMAN</h4> -<br> -<br> - -<center> -<img src="images/logo.jpg" alt="image: logo.jpg" style="width:15%; height:auto; max-width:190px;"> -<br>[Illustratie: logo Meulenhoff] -</center> - -<br> -<br> -<br> -<br>H. MEULENHOFF — AMSTERDAM — 1920 -</div> -</center> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<center> -<div class="notebox"> -<a name="03_gerammel"></a> -<img src="images/03_gerammel.jpg" alt="image: 03_gerammel.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"> -[Illustratie: Akelig klonk hem het ketengerammel in de ooren.] -</div> -</center> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<h3 align="center">Inhoudsopgave</h3> -<hr width="25%" align="center"> -<table align="center" width="80%" summary="contents"> -<tbody> - -<tr> -<td align="right" valign="top">I. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter01"><span class="smallcaps">De bazinne van "Lagerwoude".</span></a></td> -</tr> - -<tr> -<td align="right" valign="top">II. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter02"><span class="smallcaps">In de geheime bijeenkomst.</span></a></td> -</tr> - -<tr> -<td align="right" valign="top">III. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter03"><span class="smallcaps">Op de kleermakerstafel.</span></a></td> -</tr> - -<tr> -<td align="right" valign="top">IV. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter04"><span class="smallcaps">Een oase in de woestijn.</span></a></td> -</tr> - -<tr> -<td align="right" valign="top">V. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter05"><span class="smallcaps">Waarom vrouw Stoffelsen alleen thuis bleef.</span></a></td> -</tr> - -<tr> -<td align="right" valign="top">VI. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter06"><span class="smallcaps">Op den wagen.</span></a></td> -</tr> - -<tr> -<td align="right" valign="top">VII. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter07"><span class="smallcaps">Het plannetje van Hans.</span></a></td> -</tr> - -<tr> -<td align="right" valign="top">VIII. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter08"><span class="smallcaps">Het deurtje van een vogelkooi gaat open.</span></a></td> -</tr> - -<tr> -<td align="right" valign="top">IX. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter09"><span class="smallcaps">Met ijsgang uit het Goereesche Zeegat.</span></a></td> -</tr> -<tr> -<td align="right" valign="top">X. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter10"><span class="smallcaps">Onder de linie.</span></a></td> -</tr> - -<tr> -<td align="right" valign="top">XI. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter11"><span class="smallcaps">Er moet iets op de "Westvriesland" gebeurd zijn.</span></a></td> -</tr> - -<tr> -<td align="right" valign="top">XII. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter12"><span class="smallcaps">Het laatste gedeelte van de reis.</span></a></td> -</tr> - -<tr> -<td align="right" valign="top">XIII. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter13"><span class="smallcaps">'t Was in de Mei....</span></a></td> -</tr> - -<tr> -<td align="right" valign="top">XIV. </td> -<td align="left" valign="top"> -<a href="#chapter14"><span class="smallcaps">Tot ziens!</span></a></td> -</tr> - -</tbody></table> - - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter01"></a> -<h3 align="center">I.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">De bazinne van "Lagerwoude".</span></h4> - -<p>Op een grauwen namiddag in de maand December van 't jaar onzes -Heeren 1615, zat in de groote keuken van een hofstede, die, een half -uurtje buiten den Briel, dicht bij het wagenveer naar Hellevoetsluis -gelegen was, een vrouw druk aan het verstelwerk.</p> - -<p>Hoewel het niet later dan half drie geweest zal zijn, heerschte er -toch al een soort van schemering in het vertrek, dat tegelijk tot -woonkamer diende, en door de kleine, in het lood gezette ruitjes van -de twee ramen het daglicht moest ontvangen.</p> - -<p>"Moeder," zei een deerne, die aan den gootsteen, met het wasschen -van vaatwerk bezig was, maar even ophield om naar de vrouw te -kijken, die zich àl dieper over haar naaiwerk heen boog, "moeder je -bederft nog je oogen."</p> - -<p>"Zei-je iets Katrijn?" riep een ongeveer vijftienjarige knaap, die -in de aangrenzende schuur bij de koeien bezig was.</p> - -<p>En zijn hoofd door de openstaande deur stekende,<span class="pagenum"></span> waardoor de -reuk van den stal in de keuken drong, zag hij vragend zijn zuster -aan. Moeder hief het hoofd op.</p> - -<center> -<a name="04_ga"></a> -<img src="images/04_ga.jpg" alt="image: 04_ga.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Ga jij maar aan je werk, Andries.]</center> - -<p>"Ga jij maar aan je werk, Andries. Je zuster heeft het niet tegen -jou."</p> - -<p>Dat kwam er niet vriendelijk bij haar uit. En toch was Andries van -haar drie zoons de meest geliefde, omdat hij naar haar vader heette.</p> - -<p>Trouwens, die boerenvrouw hàd iets norsch, iets<span class="pagenum"></span> stugs over -zich, en, door een loodrechten rimpel tusschen de wenkbrauwen, zelfs -iets strengs. Zij was niet jong meer, maar toch droeg zij haar -zeven-en-vijftig jaren met eere. Wat vooral uitkwam, als men haar -vergeleek bij haar dochter en bij haar zoon, die in gestalte en -gelaat iets zwaks en ziekelijks over zich hadden. En zoo boersch als -zij gekleed was, met het eenvoudige gladde mutsje, dat haar nog niet -grijzende haren alleen bij de slapen zichtbaar liet, zag zij er uit -als een heerscheres; en dat was zij ook, de bazinne van deze -hofstede. "Och, Andries," zoo lichtte de deerne, die wij Katrijn -noemden, maar als Catharina gedoopt was, haar broeder in, "moeder -zit haar oogen te bederven, en nu wou ik, dat ze zich een beetje -rust gunde."</p> - -<p>"Rust?" sprak de oude vrouw bitter, "rust zal: ik hebben, als ik bij -je vader in de Groote Kerk van den Briel begraven lig!"</p> - -<p>Katrijn wenkte met de oogen en het hoofd, dat Andries maar aan zijn -werk blijven en moeder stil moest laten zitten.</p> - -<p>Of hij die teekenen niet opmerkte, dan wel dat niet wilde, durven -wij niet beslissen. Zeker is het, dat hij uit den stal in de keuken -kwam, en zich naar zijn moeder begaf.</p> - -<p>Snel had die opgekeken, toen zij hem de holsblokken van de voeten -hoorde gooien, om op de kousenvoeten binnen te komen.</p> - -<p>Afwerend strekte zij de hand uit; maar reeds was Andries bij haar en -sloeg de armen om haar heen.</p> - -<p>"Toe, moeder; u moet niet zulke akelige dingen zeggen!"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Met bovenlijf en armen maakte zij zich los uit de omhelzing. Wel -niet ruw of afstootend, maar toch met een zekere beslistheid.</p> - -<p>"Dwaasheid, Andries! Wij moeten elk uur van ons leven bereid zijn om -rekenschap af te leggen!"</p> - -<p>"Dat weet ik wel, moeder, maar...."</p> - -<p>"Ga aan je werk, Andries," kwam Katrijn tusschen beiden, niet zonder -eenige spijtigheid in haar toon van spreken, "je weet, dat moeder -niet tegengesproken wil worden."</p> - -<p>De rimpel tusschen de wenkbrauwen van moeder verdiepte zich en haar -felle oogen gingen den kant van haar dochter uit.</p> - -<p>"Andries heeft je raad niet noodig, Katrijn. Bewaar dien.... voor je -oudsten broer!"</p> - -<p>'t Was, alsof Andries bij die woorden wederom behoefte gevoelde zijn -armen om moeders hals te slaan; maar omdat hij dit niet aandurfde, -vielen zij slap neer, en vouwde hij de handen.</p> - -<p>"Is.... is er alweer iets met Witte?" vroeg hij angstig.</p> - -<p>"Alweer?" gaf moeder schouderophalend ten antwoord, terwijl zij haar -verstelwerk, dat in haar schoot gegleden was, weer opvatte. "Vraag -liever, wanneer er niet wat met hem aan het handje is!"</p> - -<p>En plotseling van onderwerp veranderende:</p> - -<p>"Waar zit toch heel den middag broer!"</p> - -<p>Broer was de jongste zoon, die Abraham heette, en ongeveer den -leeftijd van veertien jaar bereikt had.</p> - -<p>"O, moeder," gaf Katrijn dadelijk ten antwoord, blijde, dat zij over -iets anders kon spreken, "broer is met den speelwagen naar den -Briel, voor de<span class="pagenum"></span> boodschap bij burgemeester Lenaert Jans <span id="fn0001"><a href="#fn0001text">1)</a></span>, u weet wel...."</p> - -<p>"Dat kon de knecht toch alleen wel af!" merkte moeder op, die weer -met haar verstelwerk begonnen was. "'t Was beter, als broer met dien -hoest thuis gebleven was; de lucht is vandaag te guur voor hem."</p> - -<p>"Kom, moeder," waagde zij luchtigjes tegen te spreken, "de jongen is -toch geen papkindje. Wat jij, Andries!"</p> - -<p>Andries gaf haar gelijk. 't Was buiten niet zoo guur als moeder -dacht.</p> - -<p>Moeder gaf geen antwoord. Een Doopsgezinde spreekt nooit onwaarheid, -maar behoeft daarom toch niet altijd al de gedachten, die er in een -menschenhoofd omgaan, te vertolken!</p> - -<p>Zij wist, welke zwakke vaten het waren, die kinderen van haar.</p> - -<p>Dat wil zeggen, haar kinderen op één na.</p> - -<p>En die eene!....</p> - -<p>Even was er iets als van bezorgdheid over haar streng gelaat gegaan. -Nu verdiepte zich wederom die steile rimpel.</p> - -<p>En in den toenemenden schemer stond haar lievelingszoon voor haar, -het hart vol vragen en naar het gelaat starende, dat, door het -hagelwitte mutsje omlijst, heel eigenaardig hoe langer hoe meer uit -die schemering leek te komen. Angstig keek ook Katrijn dien kant -uit, vreezende, dat een ondoordacht woord moeders gedachten weer op -dien eenen zou terugbrengen, en ze wist niet, dat moeders hoofd en -hart er thans meer dan vol van waren.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>En zoo kwam het, dat zij niet hadden opgemerkt, hoe een kloek -manspersoon, die op het voetpad van den Brielschen kant kwam -aangestapt, even, als onderzoekend, was stil blijven staan, en toen -vastbesloten op de boerenwoning af stevende.</p> - -<p>Ja maar, dat gaat bij een boerensteê, waar de hofhond het erf -bewaakt, niet zoo gemakkelijk! Het beest ging verschrikkelijk aan, -rukte aan zijn ketting, dat het knarste en het duurde een heel -poosje, eer de vreemdeling, en niet anders dan door tusschenkomst -van Andries, die den hond in bedwang hield, de keuken binnenstapte.</p> - -<p>"Hé daar! Ben ik hier bij de weduwe de With?"</p> - -<p>Bij dat onverwachte lawaai van den hond hadden zij allen verschrikt -opgezien, maar moeder de With had zich het eerst hersteld, en wijl -de vreemdeling, die wat haastig gebakerd scheen, zijn vraag -herhaalde, gaf zij rustig ten antwoord:</p> - -<p>"Ja, sinjeur, als je de weduwe de With moet hebben, ben-je terecht."</p> - -<p>Hij trad nu binnen.</p> - -<p>"'t Is vroeg donker, vrouw de With!"</p> - -<p>"Ja, sinjeur.... En wat was er van je dienst?"</p> - -<p>"Nou.... dat is in één woord niet te zeggen...."</p> - -<p>Zij gaf geen antwoord, maar haar felle oogen keken hem strak aan.</p> - -<p>"Bij alle blauwtjes uit de Indiën!" dacht de vreemdeling in -zichzelf, "precies de oogen van dien jongen."</p> - -<p>En luide voegde hij erbij:<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Mag ik even gaan zitten, vrouw de With? Ik heb een heelen tippel -achter me. Je moet weten, ik kom heelemaal uit den Briel."</p> - -<p>"Dat 's toch op zijn best een half uurtje!" lachte Katrijn.</p> - -<p>"Zwijg, Katrijn, en ga aan je werk!"</p> - -<p>Maar de vreemdeling had zich met een gezicht vol jool tot de -bestrafte gewend.</p> - -<p>"Wel, moeder de With.... ja, is dat je dochter?"</p> - -<p>Zij knikte.</p> - -<p>"Nu, die schijnt niet te weten, dat een half uur loopen voor een -zeeman een heele torn is."</p> - -<p>Het gelaat van de weduwe werd opeens minder hard en norsch.</p> - -<p>"O, ben-je zeeman, sinjeur."</p> - -<p>"Zeker.... en zeg daarom liever maar schipper."</p> - -<p>"Wel, heel graag. En nu weet ik meteen, waarom je hier ben gekomen."</p> - -<p>"Te deksel.... doe-je een beetje aan de zwarte kunst, vrouw de -With?"</p> - -<p>"Ik had liever, dat-je niet zoo ijdel sprak, schipper!" kreeg hij -vermanend tot bescheid.</p> - -<p>"Kom, kom, vrouw de With, voor een zeeman moet-je een beetje -toegeefelijk zijn!"</p> - -<p>"Dat mag ik op die dingen niet zijn!"</p> - -<p>Even gleed er een schaduw over zijn door weer en wind gebruind -gezicht.</p> - -<p>"'t Zal een strijd op leven en dood zijn!" dacht hij.</p> - -<p>Maar met een gebaar als wilde hij zeggen: "Kom, kom, 't is niet het -eerste vuur, waarvoor ik sta!" wierp hij zijn hoed op een bank, -maakte den haak van zijn mantel los, zoodat die langs zijn schouders<span class="pagenum"></span> -afgleed tot op den stoel, waarop hij zich hoorbaar had neergezet.</p> - -<center> -<a name="05_dochter"></a> -<img src="images/05_dochter.jpg" alt="image: 05_dochter.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Wel, moeder de With.... ja, is dat je dochter?]<span class="pagenum"></span></center> - -<p>"We zullen daar niet over twisten, vrouw de With," begon hij op -jovialen toon. "Toch mag-je het me niet kwalijk nemen, dat ik graag -zou willen weten, wat je denkt, waarvoor ik hier bij je gekomen -ben."</p> - -<p>"Als je 't weten wil, schipper, moet ik eerst je vraag met een -wedervraag beantwoorden."</p> - -<p>"Die vraag is....?"</p> - -<p>"Ligt je schip zeilree?"</p> - -<p>"Dat is te zeggen.... half Januari hoop ik er - vandoor te gaan."</p> - -<p>"Een lange reis?"</p> - -<p>"Een paar jaartjes."</p> - -<p>"Naar.... naar de Indiën zeker?"</p> - -<p>"Je slaat den spijker op den kop. Maar, moedertje, nu heb-je in -plaats van één mij drie vragen gedaan."</p> - -<p>Ze glimlachte: doch heel even.</p> - -<p>"Ik wou juist mijn vierde doen."</p> - -<p>"Nu, ga dan in vredesnaam je gang maar! Wat had-je dan nog meer op -je geweten?"</p> - -<p>"Schipper," sprak ze nu weer vermanend, "wat ben-je toch los in je -mond. Wat heeft eens menschen geweten nu met victualie te maken!"</p> - -<p>"Hé?" riep hij verwonderd uit, "victualie?"</p> - -<p>"Wel, je komt toch zeker om tonne-boter voor de reis? Eigenlijk is -dat het werk van je vrouw, maar jullie zeelui zijn zulk een -veranderlijk slag van lieden!"</p> - -<p>Nu begreep de zeeman haar.</p> - -<p>Er dreigde een misverstand, dat hij gauw uit<span class="pagenum"></span> de wereld moest helpen.</p> - -<p>Om dit te begrijpen, diene hier de toelichting, dat als de -oorlogsschepen een reis zouden ondernemen, de vrouw van den kapitein -— of zooals hij toen meestdeels genoemd werd: van den schipper — -de eetwaren insloeg, zooals gezouten vleesch en spek, stokvisch, -haring, erwten en boonen, brood en boter. Voor die boter-leverantie -zagen de boeren zoo'n kapiteinsvrouw gaarne een bezoek aan de -hofstede brengen, en niet minder voor de erwten, gort en boonen, en -de varkens, die gekuipt moesten worden.</p> - -<p>Doch kapitein Geen Huyghen Schapenham, gezagvoerder van den -reusachtigen Oostinjevaarder, die op de reede van Hellevoetsluis -zeilree werd gemaakt, liet insgelijks al die dingstigheden aan zijn -vrouw over, die daarvan, zooals gewoonlijk, de boekhouding hield, en -er wel voor zorgde, dat er voor haar man nog een aardig winstje uit -geslagen werd.</p> - -<p>Hoe dom, dat hij zijn vrouw ook niet naar deze boerenhoeve gezonden -had, hoewel zij daarvoor maar eventjes van Rotterdam had moeten -komen.</p> - -<p>Hij glimlachte om dit denkbeeld.</p> - -<p>En met dienzelfden glimlach op het gelaat sprak hij:</p> - -<p>"Neen, vrouw de With, ik kom om een varken, zooals je nog nooit aan -iemand geleverd hebt."</p> - -<p>Vragend zag zij hem aan.</p> - -<p>"Ik wou...."</p> - -<p>Plotseling voelde en begreep zij het.</p> - -<p>"Andries!" zei ze kort en snijdend, "ga naar den stal.... En jij, -Katrijn...."<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Ze zocht naar een voorwendsel, maar kon die niet zoo gauw vinden.</p> - -<p>"Weg!" beval zij toen met een gebiedend handgebaar.</p> - -<p>Broeder en zuster verwijderden zich dadelijk.</p> - -<center> -<a name="06_witte"></a> -<img src="images/06_witte.jpg" alt="image: 06_witte.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Je komt om Witte?]</center> - -<p>Nu waren de weduwe de With en kapitein Geen Huyghen Schapenham -alleen in de toenemende schemering van het vertrek, langzamerhand -gevuld met het roodachtige licht, dat van het turfvuurtje onder den -grooten schouw kwam. En in dat eigenaardige licht nu, zag de zeeman -aldoor die felle oogen, dien grooten, spitsen neus en heel dat -strakke, koude, gebiedende gelaat.</p> - -<p>"Je komt om Witte?"</p> - -<p>Het klonk kort en beslist, en de oogen lieten hem niet los.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Ja, vrouw de With."</p> - -<p>Hij wilde er nog iets bijvoegen, maar met een handbeweging lei ze -hem het zwijgen op.</p> - -<p>"Nooit!"</p> - -<p>Ze sprak dat ééne woord niet luide uit, maar tóch met een nadruk, -alsof zij het met een vuistslag er had in willen hameren.</p> - -<br> -<hr width="25%" align="left"> -<span id="fn0001text" class="fn_text"><a href="#fn0001">1)</a> Den 1sten October 1615 waren (voor een jaar) tot burgemeesteren -gekozen Jakob Allert van Couwenhoven en Lenaert Jans.</span> - -<br> -<br> -<br> -<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter02"></a> -<h3 align="center">II.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">In de geheime bijeenkomst.</span></h4> - -<p>Hoe het kwam, dat kapitein Geen Huyghen Schapenham geheel onverwacht -een bezoek bracht aan de hofstede, om zich met de huiselijke -aangelegenheden van vrouw de With te bemoeien, was eigenlijk een erg -ingewikkelde geschiedenis.</p> - -<p>Den dag tevoren had hij in den Briel doorgebracht, waar men betere -gelegenheid vond om te overnachten dan in het pas opkomende -Hellevoetsluis. En er was nog iets anders geweest, dat hem naar den -Briel getrokken had. Hij had dien Zondag, die voor hem, gelijk voor -het meerendeel der menschen uit dien tijd, een volstrekte rustdag -was, de gaven willen hooren van dominee Willem Crijnsze, die de -ochtendbeurt had in de Groote Kerk.</p> - -<p>Ik mag mijn lezers niet vermoeien met een verhaal over de -geloofstwisten uit die dagen tusschen de Remonstranten en -Contra-Remonstranten. In December van het jaar 1615 waren althans in -den Briel de eersten de meest bevoorrechten en hadden twee -predikanten naar hun zin. Het meerendeel der gemeente echter hield -het bij den derden, n.l. ds. Willem Crijnsze, een man van -wonder<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>lijken levensloop en groote welsprekendheid. Dien Zondagavond -nu waren de Contra-Remonstranten bij elkaar gekomen om zich te -oefenen en een preek te hooren. Dat was door de overheid verboden, -en op de bijwoning van die conventikels, gelijk dergelijke -bijeenkomsten geheeten werden, stond straf. Dat waagde men erop, en -zoo waren er velen samengekomen om ds. Leo te hooren, die predikant -te Nieuwenhoorn was.</p> - -<p>Al had hij 't met z'n leven moeten betalen, kapitein Schapenham -moest en zou dit conventikel bijwonen. Een goede oefening was hem -ook daarom zooveel waard, omdat een gezagvoerder op de wijde wateren -meer dan eens zelf daarin de leider en voorganger moest zijn, of zoo -hij dit aan den ziekentrooster overliet, althans er zeker van wilde -wezen, of die wel "goed in de leer was".</p> - -<p>Dat laatste leek hem zelfs zoo gewichtig, dat hij na afloop van het -conventikel nog graag den als zeer ijverig bekend staanden predikant -van Nieuwenhoorn over een gebedenboek voor den zeeman wilde -raadplegen.</p> - -<p>Zoodanig nu vervulde dit alles zijn gedachten, dat hij onder de -oefening zoowaar aan het afdwalen ging.</p> - -<p>Zijn blik gleed van den voorganger af, en, eigenlijk zonder veel op -te merken, langs de gemeente, die het slecht verlichte vertrek tot -berstens toe vulde.</p> - -<p>Uit het half-duister kwam het blanke van de gezichten nog sterker -naar voren, doordat mannen zoowel als vrouwen voor den Zondag in -stemmig zwart gekleed waren.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>De kapitein kende die eigenschap van onze blanke gelaatskleur, zoo -gevaarlijk in een nachtelijken scheepsstrijd, omdat men in de verte -den bleekgezicht in het duister onderscheiden kon. Waarom vóór een -expeditie in het donker van den nacht de matrozen meestal het bevel -kregen, zich het gelaat zwart te maken.</p> - -<p>Toen onze zeerob zich op deze en dergelijke gedachten betrapte, kwam -een gevoel van ergernis bij hem op. Hoe zaten, als een beschamend -voorbeeld voor hem, al die menschen aandachtig te luisteren! Daar -had-je nu dien jongen vooraan, wel, die scheen geheel en al in het -woord van den voorganger op te gaan!</p> - -<p>Het was geen vriendelijke verschijning, die knaap, die naar -schatting zestien of zeventien jaar kon tellen. Er sprak norschheid -uit dat gelaat. De neus was groot en scherp, de kin vierkant en de -kaken stevig. De mondhoeken gingen naar omlaag. Maar vooral waren -het die felle, als het ware stekende en priemende oogen, welke aan -dit jeugdige gelaat iets bijzonders verleenden.</p> - -<p>Met die oogen verslond hij als het ware de woorden van ds. Leo, die -nu sprak van niet bevreesd zijn of moedeloos, al behoorde men tot de -verdrukten der wereld, van sterk zijn, opdat het woord vervuld werd, -dat men dan gesterkt zou worden.</p> - -<p>"Wel, wel," dacht de kapitein onwillekeurig, "wat zit me dat baasje -te luisteren!"</p> - -<p>En nu geschiedde het, wat meer plaats heeft, <span id="cor0001" class="corrected" title="[Originele tekst: waneer men strak]">wanneer men strak</span> naar -iemand zit te kijken: de<span class="pagenum"></span> oogen gingen plotseling den kant uit van -den persoon, die hem zoo aankeek.</p> - -<p>Daar lag iets als van uittarting en vijandschap in dien fellen blik, -en op het nog ondoorploegde voorhoofd vertoonde zich plotseling een -steile, loodrechte rimpel vlak boven den neuswortel.</p> - -<p>Dat alles was op zijn best het werk van een seconde geweest, want -dadelijk wendde de kapitein den blik naar den voorganger; maar in -zichzelf kon hij toch niet nalaten te mompelen:</p> - -<p>"Daar groeit een maat uit, waarmee zijn vijanden rekening zullen -hebben te houden!"</p> - -<p>Eenige oogenblikken later was onze zeerob, die alweer spoedig gansch -en al door den voorganger geboeid werd, heel dit kleine voorval -vergeten.</p> - -<p>De oefening liep gelukkig zonder stoornis of inmenging van politie -of justitie af. Uit voorzichtigheid en om op straat geen opzien te -verwekken, verlieten de bezoekers een voor een of slechts bij enkele -paren tegelijk langs verschillende uitgangen het gebouw. Kapitein -Schapenham maakte volstrekt geen haast om te vertrekken. Hij zocht -zich juist deze gelegenheid ten nutte te maken, om den predikant te -kunnen spreken over de onderwerpen, welke hem zoo na aan het hart -gingen.</p> - -<p>"'t Zal moeilijk zijn om hem te praaien," gromde de kapitein, toen -hij op zijn best ds. Leo in het oog kon krijgen, omdat die bijna -voortdurend omringd was van lieden, die een druk onderhoud met hem -schenen te hebben. Maar gedachtig aan de spreuk, dat geduld alles -overwint, bleef hij maar wat treuzelen, om op het juiste oogenblik<span class="pagenum"></span> -hem aan den haak te pikken, gelijk de brave zeerob zich uitdrukte.</p> - -<p>Dat oogenblik scheen eindelijk gekomen.</p> - -<p>Ds. Leo wond zich uit <span id="cor0002" class="corrected" title="[Originele tekst: een plokje menschen]">een plukje menschen</span> los en richtte zijn -schreden naar het achtergedeelte van het vertrek. De kapitein hem -achterna en zou juist "beet gekregen hebben", toen hij uit het -duister van den achtergrond zoowaar denzelfden jongen zag opduiken, -die daarstraks zijn aandacht getrokken had, omdat hij zoo aandachtig -luisterde. Ds. Leo scheen wel expres op weg om hem te ontmoeten. -Want de hand op den schouder van den knaap leggend, sprak hij -vriendelijk:</p> - -<p>"Wat deed mij dat goed, Witte, je hier te zien!"</p> - -<p>De jongen hakkelde verlegen eenige woorden, maar er was een kleur -van genoegen op zijn gezicht gekomen en zijn felle oogen zagen als -in dankbaarheid tot den predikant op.</p> - -<p>"Hoor eens," dacht de kapitein, "nu de dominee daar zoo apart staat, -is het voor mij net een goede gelegenheid hem bij den tabbaard te -krijgen. Dien nijdigen jongen boegseer ik wel weg."</p> - -<p>En met zeemansrondheid stevende hij recht op den predikant aan.</p> - -<p>"Ik ben kapitein van een Oostinjevaarder, dominee, en had u, voor ik -uitvaar, graag eens wat te vragen."</p> - -<p>Daar ging een schok door den knaap heen.</p> - -<p>"Kapitein van een Oostinjevaarder?" kwam het hem onwillekeurig over -de lippen.</p> - -<p>De dominee verstond het en moest er onwillekeurig om glimlachen.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Spreekt weer je zeemanshart, Witte?"</p> - -<p>"Zeemanshart?"</p> - -<p>Het was kapitein Schapenham, die dit uitriep, terwijl hij met een -gezicht van niet begrijpen nu eens den predikant, dan weer dien -zonderlingen jongen aankeek.</p> - -<center> -<a name="07_zeemanshart"></a> -<img src="images/07_zeemanshart.jpg" alt="image: 07_zeemanshart.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Spreekt weer je zeemanshart, Witte?]</center> - -<p>"Ik zoek naar volk," ging hij voort. "Is soms die knaap....?"</p> - -<p>Een gloeiend roode blos kwam nu over het gelaat van Witte. Vast -klemde hij de kaken op elkaar, dat de spierbundels bij zijn slapen -zichtbaar werden. En 't was, alsof er iets vochtigs in zijn oogen -trachtte te komen. Wat onmogelijk leek, omdat <i>die</i> knaap zelfs van -spijt niet schreien kon.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Het gelaat van den predikant teekende een ongewonen ernst.</p> - -<p>"Schipper," sprak hij, "ik wenschte wel, dat mijn doopkind u niet -ontmoet had."</p> - -<p>"Uw doopkind?.... Niet ontmoet?.... Vergeef me, dominee, ik begrijp -u niet goed."</p> - -<p>De predikant schudde het hoofd.</p> - -<p>"De oogenblikken zijn te kostbaar voor me om u alles te vertellen, -wat over dit jonge hoofd gegaan is. En 't zou niet passend zijn, als -mijn doopkind daar bij bleef en dat alles aanhoorde. Maar heel het -hart van dezen knaap is vervuld van het geruisch der wijde wateren."</p> - -<p>Er kwam een glans als van begrijpen op het gelaat van den kapitein.</p> - -<p>"En de ouders verzetten zich ertegen?" riep hij uit. "De moeder.... -Witte heeft geen vader meer."</p> - -<p>"Een moeder alleen? Daar is het leelijk vechten mee!" gaf de zeeman -met een bedenkelijk gezicht te kennen.</p> - -<p>"Met deze moeder vooral!" lichtte ds. Leo toe.</p> - -<p>"Hoe zoo?"</p> - -<p>"Ze behoort tot de Menisten."</p> - -<p>"Wat nu?.... Dan màg deze jongen niet vechten! En op zee moet-je met -handen en tanden van je afweren, gezwegen van kartouwen, sabels en -kortjan..."</p> - -<p>"Hij.... is mijn doopkind."</p> - -<p>"Dus?"</p> - -<p>Ds. Leo maakte een gebaar, als wilde hij aan het gesprek een einde -maken.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Ik moet nog naar Nieuwenhoorn terugloopen, schipper. Witte zou -zeker anders wel met me meegegaan zijn tot Lagerwoude, waar de -hofstede zijner moeder gelegen is, maar moet het nu maar alleen -doen. Indien u me ten minste een eind vergezellen wilt."</p> - -<p>"Eerlijk gezegd, ik heb aan 't loopen een broertje dood, dominee; -maar u hebt me zoo nieuwsgierig gemaakt.... En dan heb ik u ook nog -wat te vragen."</p> - -<p>Nu nam Witte, die den wenk van zijn doopvader begrepen had, -afscheid.</p> - -<p>"Een stevige lans!" oordeelde de kapitein, die hem nakeek, "en een -paar knuisten om aan te pakken."</p> - -<p>Ds. Leo glimlachte.</p> - -<p>"Dat hebben de Brielsche jongens ondervonden, die hem eerst zoo -plaagden, toen hij nog Menist was!"</p> - -<p>Daar dook plotseling een herinnering bij den zeeman op.</p> - -<p>"Wel heb ik van mijn leven, dominee.... Is dat die Voornsche -boerenjongen, waarvan ik wel heb hooren vertellen, dat hij zich liet -doopen om zijn bloedzuigers op d'r tabernakel te slaan?"</p> - -<p>Ds. Leo schudde het hoofd over deze ongezouten uitdrukking van den -zeeman.</p> - -<p>"Ik zal u alles vertellen," sprak hij, "maar laten we nu heengaan."</p> - -<p>Bij dat gesprek op den weg naar Hellevoet, waaraan het bloeiende -dorp Nieuwenhoorn gelegen was behoeven wij niet tegenwoordig te zijn -om onze nieuwsgierigheid te bevredigen. Wij weten uit de -vaderlandsche geschiedenis, hoe de latere vice-<span class="pagenum"></span>admiraal Witte -Corneliszoon de With zich als elfjarig kind tot ds. Leo van -Nieuwenhoorn gewend had, om zich te laten doopen, omdat de jongens -van den Briel hem zoo plaagden en tergden en hij, als Doopsgezinde -of Menist, niet mocht terugslaan.</p> - -<p>Doch óók vertelde ds. Leo aan den zeekapitein van den grooten strijd -om de beroepskeuze. Zijn moeder wilde maar niet hebben, dat hij naar -zee ging, en daarom moest Witte aan wal een rustig en vreedzaam vak -leeren.</p> - -<p>Men kent het spreekwoord van twaalf ambachten en dertien ongelukken. -Op het oogenblik, dat wij met dien zonderlingen knaap kennis -maakten, had hij precies de helft van dat dozijntje achter den rug. -Of eigenlijk was hij met het zesde vak nog bezig, hoewel hij net op -het punt stond door zijn baas weggejaagd te worden.</p> - -<p>Maar daar zullen we in het vervolg van dit verhaal vanzelf op moeten -terugkomen.</p> - -<br> -<br> -<br> -<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter03"></a> -<h3 align="center">III.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">Op de kleermakerstafel.</span></h4> - -<p>Een Engelsch reiziger, die in den winter van 1592 op '93 in ons land -vertoefde, vertelt, dat hier de vrouwen heel wat in de melk te -brokken hadden en meestal niet alleen het gezin maar ook de -kostwinning bestierden. Wat daarvan aan zij, zeker is het, dat hij -in het gelijk gesteld zou zijn, wanneer hij op een Maandagmorgen van -'t jaar 1615 een kijkje had kunnen nemen in de werkplaats van Jochum -Stoffelsen, meester snijder in den Briel. De baas haalde met zulk -een snelheid de naald door de stof, welke hij onderhanden had, alsof -er zij leven van afhing. Zijn oogen sloeg hij niet op en knikte maar -van ja of schudde van neen op al de vragen, die zijn waardige -echtgenoote met groote radheid van tong stelde. Ongelukkig knikte -hij door de verbouwereerdheid een keertje van ja, toen het neen had -moeten wezen.</p> - -<p>Moeder Stoffelsen, die tot nu toe de handen op de breede heupen had -doen rusten, hief ze nu met een trilling van woede omhoog.</p> - -<p>"Heb ik ooit van m'n levensdagen zoo'n man gezien! Daar vraag ik -hem, of hij zijn beklagens<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>waardige vrouw op zulk een ongehoorde -wijze mag laten verhabbezakken — en daar knikt dat monster getroost -van ja!"</p> - -<p>"Goeie, beste vrouw...."</p> - -<p>"Góéie, bèste vrouw," bauwde zij hem smalend na. "Ik bèn niet goed, -en ik bèn niet best. Enkel en alleen maar een zondig mensch. Maar je -vrouw bèn ik. En die moest door jou beschermd worden. Ze mogen jou -met recht een ridder noemen.... van de naald altijd, bah!"</p> - -<p>"Ho, ho, vrouwtje! Die naald...."</p> - -<p>Hier stokte de meester. 't Speet hem, dat hij het maar niet bij ja -en neen knikken gehouden had. Want bij ondervinding wist hij wel, -dat gemeenlijk het eene woord het andere uitlokt. En omdat moeder de -vrouw altijd het laatste moest hebben, bleef dat een gevaarlijke -proef.</p> - -<p>Zijn vrouw evenwel merkte wel, dat hij meer op de tong had.</p> - -<p>"Wat wou-je zeggen?"</p> - -<p>"Maar vrouwtje, vrouwtje...."</p> - -<p>"Wàt wou-je zeggen?" herhaalde zij.</p> - -<p>"Ja, zie-je.... begrijp-je.... vat-je.... Ik wou niets anders -zeggen dan.... wat toch de waarheid is, zie-je.... begrijp-je.... -vat-je...."</p> - -<p>Zij stampvoette van ongeduld.</p> - -<p>"Houd toch je mond met die onnoozelheden!.... Kort en bondig, wàt -heb-je te zeggen?"</p> - -<p>De naald vloog nu met reuzensnelheid door het werk des meesters.</p> - -<p>"Niets anders.... dan dat de naald.... zie-je.... om zoo te -zeggen het brood voor je ver<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>dient.... vat-je — éh ja, ik bedoel, -zie-je — of neen, begrijp-je...."</p> - -<p>De handen van moeder Stoffelsen kwamen weer op de heupen.</p> - -<p>"Wel zoo!" smaalde ze, "wel zoo!"</p> - -<p>Met zulke nadrukkelijke voetstappen, dat er het zand over de roode -vloertegels van onder haar leeren muilen knarste, kwam zij tot vlak -voor den baas, wiens naald, zouden wij in 20e-eeuwschen stijl -zeggen, nu het record sloeg.</p> - -<p>"Wat brengt meer op?" vroeg zij, elk woord op den armen man -inhamerend, "de taveerne of de rommel, dien je hier dag aan dag zit -te verknoeien?"</p> - -<p>"Ho, ho, vrouwtje!.... Verknoeien is een hard woord.... Ik heb toch -mijn meesterproef afgelegd!"</p> - -<p>"Dat is ten minste het eenige goede, dat je in je - leven uitgevoerd hebt!"</p> - -<p>Hij knikte van neen.</p> - -<p>"'k Heb nog iets beters gedaan!"</p> - -<p>"???"</p> - -<p>Hij zag haar aan als een onderdaan, die zijn vorst iets heel zoets -heeft te vertellen.</p> - -<p>"Toen ik mijn suikerdotje getrouwd heb," vleide hij.</p> - -<p>Het suikerdotje liet zich deze vleierij genadig aanleunen.</p> - -<p>"Malle vent!" zei ze.</p> - -<p>Meester Stoffelsen was een en al lach van geluk. Hij werd er -woordenrijk door.</p> - -<p>"Zeker, vrouwtje; ik geef je toe, dat het een héél verstandige zet -van je was, om een eet- en drink<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>gelegenheid voor de zeelui en de -soldaten op te zetten...."</p> - -<p>"Dat was het," bevestigde zijn vrouw.</p> - -<p>"En dat aardig wat opbrengt."</p> - -<p>"Dat brengt het."</p> - -<p>"Maar.... maar.... maar..... Het gaat met de kleermakerij ook niet -slecht. Ik krijg meer werk dan ik af kan. Alleen is het jammer, dat -mijn hulp niet deugt."</p> - -<p>"Je bedoelt dien leerjongen?.... Waar zit die luiwammes nu weer?"</p> - -<p>"Op een boodschap, en dat duurt natuurlijk weer een eeuw voor hij -terug komt.... Maar spreek-je over den vent, dan is hij bij je of -omtrent.... Daar heb-je den guit.... Zeg eris, waar heb-jij al dien -tijd gezeten?"</p> - -<p>"Natuurlijk wat rond wezen slenteren!" antwoordde zijn vrouw voor -den leerjongen, in wien wij den knaap herkennen, dien wij op het -conventikel ontmoet hebben.</p> - -<p>Hij gaf geen antwoord. Met een gelaat, waarop niets anders dan de -gewone norschheid en onverschilligheid te lezen stonden, ging hij -naar de kleermakerstafel.</p> - -<p>De oogen van vrouw Stoffelsen begonnen te glanzen; maar de -ondervinding, welke zij met dezen leerjongen had opgedaan, stemde -haar eenigszins tot voorzichtigheid.</p> - -<p>"Kun-je tegen je meester boeh noch bah zeggen, als hij je wat -vraagt?" kwam het er eindelijk bij haar uit. En dat luchtte haar -merkbaar.</p> - -<p>Witte haalde de schouders op.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Vroeg-t-ie wat?" klonk het norsch.</p> - -<p>"Waar of je gezeten hebt, onbeschaamde jongen!"</p> - -<p>"Dàt weet-je.... en daarom <i>is</i> dat geen vraag, meester!"</p> - -<p>De felle oogen gingen nu haar kant uit. "Geef hem een draai om de -ooren!" raadde vrouw Stoffelsen.</p> - -<center> -<a name="08_oogen"></a> -<img src="images/08_oogen.jpg" alt="image: 08_oogen.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: De felle oogen gingen nu haar kant uit.]</center> - -<p>"Ik ben geen Menist meer!"</p> - -<p>Moeder de vrouw, die wist wat die woorden in den mond van dezen -zonderlingen knaap te beduiden hadden, stond te trillen op haar -voeten.</p> - -<p>"Je was waard, dat de meester je wegjoeg."</p> - -<p>"Lààt hij me dan wegjagen!"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Dat wou-je wel," zoo wond de vrouw zich op zonder te gevoelen, dat -zij van Noord naar Zuid was gedraaid. "Dat wou-je wel, hé? Net als -van de lijnbaan, toen je daar te lui was, om aan het wiel te -draaien."</p> - -<p>Witte haalde onverschillig-weg de schouders op en zette zich met -gekruiste beenen naast meester Stoffelsen, die volgens zijn gewoonte -de wijste partij gekozen en zich stilzwijgend aan den arbeid gezet -had.</p> - -<p>Maar moeder Stoffelsen liet den leerjongen zoo gemakkelijk niet -schieten. Ze ging aan 't voorspellen, dat hij voor galg en rad -opgroeide.</p> - -<p>"Vrouw," kwam de patroon eindelijk op zijn gewone onderworpen wijze -er weer tusschen, "wees toch wijzer en verspil je woorden niet -aan.... aan dat sujet."</p> - -<p>"Juist," triomfeerde zij. "Zeg maar: verloren sujet. Want dàt zal -hij wezen, als hij ook hier vandaan wordt gejaagd...."</p> - -<p>"Of wegloopt," vulde Witte droogjes aan.</p> - -<p>"Hoor-je dat, man; hóór-je dat?"</p> - -<p>De patroon glimlachte even.</p> - -<p>"Hij zal 't wel uit zijn lijf laten.... Ja, als daar geen zware -boete op stond!"</p> - -<p>De vrouw maakte een gebaar van: wat kan hèm dat schelen!</p> - -<p>"Zijn arme moeder is er goed voor."</p> - -<p>Witte gaf daar geen antwoord op. Hij boog zich dieper over het -wambuis, waaraan hij bezig was knoopen te zetten, maar boven zijn -neuswortel werd weer die loodrechte rimpel zichtbaar.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>De baas zag het.</p> - -<p>"Vrouw, vrouw!" vermaande hij "laat z'n moeder buiten het spel!"</p> - -<p>Wat zij op deze vermaning geantwoord zou hebben, is niet te zeggen. -Erg vredelievend stond in elk geval haar gelaat niet. Gelukkig werd -juist op dit oogenblik in het aangrenzende vertrekje eenig gestommel -vernomen en een krachtige stem riep: "Hei daar!"</p> - -<p>"Vrouw, ik geloof dat er volk is!"</p> - -<p>Dadelijk kreeg haar gelaat een andere plooi.</p> - -<p>"'t Wordt tijd," zei ze, "want ik heb vanmorgen nog geen handgeld -ontvangen."</p> - -<p>En met deze opmerking verdween ze van het tooneel.</p> - -<p>In de werkplaats was het heel stil geworden. Daardoor hoorde men -duidelijk uit het nevenvertrekje, dat als taveerne dienst deed, de -stemmen van eenige mannen. Het waren meest vreemde klanken, maar dat -verbaasde meester noch knechtje. Den Briel toch was in die jaren, -n.l. van 1585—1616, een Engelsche pandstad, gelijk gij wel uit de -vaderlandsche geschiedenis weet. In deze sterkte, evenals in -Vlissingen en Rammekens, lag een Engelsche bezetting. Door -veelvuldige aanraking waren de inwoners wat Engelsch gaan -parlevinken en de Engelsche soldaten wat Hollandsch. Men kon elkaar, -ten minste wat eten en drinken betreft, vrij goed verstaan. De -Engelschen vonden het eten hier te lande best naar hun zin. Zelfs -wat overdadig, omdat men op het brood niet alleen van die heerlijke -goudgele boter smeerde, maar daarop weer flinke plakken kaas lei. -Dat laatste mocht men zélf doen.<span class="pagenum"></span> Was men daarmee klaar, dan woog de -hospes het stuk kaas, wist op die manier precies wat ervan -afgesneden was en berekende daar den prijs naar.</p> - -<p>Na wat meester Jochum Stoffelsen uit het stemgerucht kon opmaken, -zou 't ook nu wel een kroes bier, en brood met boter en kaas zijn.</p> - -<p>De baas kreeg er een kleur van plezier door. 't Had hem groote -moeite gekost, om voor zijn vrouw de vergunning van klein-tapster te -krijgen, en als zij nu maar geld verdiende, was zij thuis veel -zachtzinniger. Haar booze bui van dezen morgen was enkel een gevolg -geweest van te weinig nering in de laatste dagen en dat een -buurvrouw haar zulks in de keel gestoken had. En blijde, dat bij -moeder de vrouw voorloopig de muts weer goed zou staan, oordeelde -hij het verstandig ook wat olie te storten over den toorn van zijn -leerjongen.</p> - -<p>"Je moet de vrouw niet zoo tegenspreken, Witte... Dat heb ik wel -honderdmaal gezegd."</p> - -<p>Witte zweeg.</p> - -<p>"Hoor-je me niet?"</p> - -<p>"Ja, meester."</p> - -<p>"Waarom geef-je me dan geen antwoord?"</p> - -<p>"Omdat ik dan tegenspreek," meester.</p> - -<p>De patroon schudde het hoofd.</p> - -<p>"Wat ben-je toch een rare jongen."</p> - -<p>Zwijgen.</p> - -<p>"Je wordt haast zeventien, is 't niet?"</p> - -<p>Knik met het hoofd.</p> - -<p>"Wanneer?"</p> - -<p>"Komende jaar."</p> - -<p>"Dat spreekt!... Maar wannéér?"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Den 29en Maart."</p> - -<p>"Zeventien is al een heele leeftijd, Witte!"</p> - -<p>Zwijgen.</p> - -<p>"Zou het zoetjesaan geen tijd worden, dat je veranderde?"</p> - -<p>"Van vak?"</p> - -<p>De patroon keek hem een beetje verbluft aan. Witte zag dat, en moest -daar toch even om glimlachen.</p> - -<p>"Dàt zal je niet gelukken, ventje!" voer zijn meester voort. "Je -ben — laat eens kijken, wat je zoo al geweest ben.... Lijndraaier, -knoopenmaker, kalfsleerwerker... en wandsnijder, is't niet?"</p> - -<p>"Ja, meester.... En toen zeilmaker en nu ben ik kleerenjutter!"</p> - -<p>"Hoe? Je spot toch niet met dat mooie ambacht?"</p> - -<p>"Neen, meester; ik ben blij, dat ik het een beetje versta. Daar zal -ik profijt van hebben.... als ik op zee vaar."</p> - -<p>"Jongen, stel toch die malligheid uit je hoofd! Leer je vak goed, -dan word-je een man in de maatschappij. En denk er toch aan, dat als -je van mij met schade en schande weggaat, je een verloren man ben."</p> - -<p>"Dat zie ik nog niet in, meester."</p> - -<p>"Hoe? Je weet toch, dat je zoo goed als in niet één gilde meer -terecht kunt komen. Uit hoeveel gilden ben-je al niet weggestuurd! -En dáár kom-je nooit meer in."</p> - -<p>Zwijgen.</p> - -<p>"En wat moet er dan van je terecht komen? M'n vrouw sprak daarstraks -van een verloren<span class="pagenum"></span> sujet. Neen, kijk me niet zoo nijdig aan!.... -Weet-je wel wat dat is?"</p> - -<p>"Ja, zeker; als je nergens meer voor deugt en door de dienaars van -den baljuw buiten de grenspalen wordt geleid."</p> - -<p>"Of op een schip naar Oostinje," vulde de baas aan.</p> - -<p>Witte liet zijn werk op zijn knie vallen.</p> - -<p>"Doen ze dat óók met een verloren sujet?"</p> - -<p>"Ho, ho! Zoo bedoelde ik het niet!"</p> - -<p>"Neen, baas, nu moet-je er geen doekjes om winden."</p> - -<p>De baas keek strak op zijn werk.</p> - -<p>"Daar zijn ze pas bij het Gerecht mee begonnen... Maar (en hier -sloeg hij zijn oogen op en keek Witte vlak in het gezicht) op <i>die</i> -manier zou-jij toch niet het zeegat willen uitvaren?"</p> - -<p>De jongen gaf geen antwoord en vatte zijn werk weer op. Hij bromde -wat, dat zoowel ja als neen kon beteekenen, en het gesprek verliep.</p> - -<p>Na een half uurtje kwam de vrouw weer in de werkplaats. Zij was -bijzonder in haar nopjes, dat zag de baas dadelijk. Zij telde op, -wat de Engelsche krijgslieden verteerd hadden. Zooveel boterhammen, -zooveel boter, maar in het gebruik van de kaas waren zij haar -tegengevallen.</p> - -<p>"Je schalen en gewichten zijn toch zuiver, vrouw?"</p> - -<p>"Als de zon.... Maar wat zit die jongen te grijnzen?"</p> - -<p>"Ze hebben je te pakken gehad, vrouw."</p> - -<p>"Mij?.... De eerste, die mij te pakken neemt, moet nog opstaan.... -Maar.... maar wat begint<span class="pagenum"></span> de jongen nu? Is hij dol geworden? Houd hem -tegen, man!.... Hij gaat op den loop, of...."</p> - -<p>Met de vlugheid zijner jaren was Witte van de kleermakerstafel -gesprongen en ijlde naar de taveerne.</p> - -<center> -<a name="09_gauwdieven"></a> -<img src="images/09_gauwdieven.jpg" alt="image: 09_gauwdieven.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: O, die gauwdieven, die schurken!]</center> - -<p>De vrouw als de drommel hem na, en daarachter de meester met zijn -knipbeenen.</p> - -<p>Toen hij in de taveerne gekomen was, zag hij, dat Witte het stuk -kaas in handen genomen had, en hoorde zijn vrouw aangaan als een -Noordwester: van dat de jongen er met zijn leelijke, vuile handen af -moest blijven.</p> - -<p>Maar Witte had zijn mes te voorschijn gehaald en sneed toen heel -netjes de kleine, looden kogeltjes<span class="pagenum"></span> eruit, die de soldaten na het -gebruik stiekem in de kaas gestopt hadden.</p> - -<p>De vrouw hief haar handen omhoog.</p> - -<p>"O, die gauwdieven, die schurken!"</p> - -<p>"Hoe wist-jij dat?" vroeg de baas aan zijn leerjongen.</p> - -<p>"Wel meester, wie veel langs de kaai loopt, hoort wel eens dingen, -die hij in zijn ooren knoopt. Het kan altijd te pas komen, zooals je -ziet."</p> - -<br> -<br> -<br> -<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter04"></a> -<h3 align="center">IV.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">Een oase in de woestijn.</span></h4> - -<p>Dien avond wachtte zijn zuster hem op bij den ingang van de -hofstede.</p> - -<p>Ze wist, dat hij komen zou, want het was lichte maan.</p> - -<p>Niettegenstaande de zwaar bewolkte lucht, kon men, wanneer men zich -slechts een poosje buiten bevond, ten minste zien waar men liep. Bij -donkeren winternacht was dat niet te doen, ja, zelfs gevaarlijk. Men -had dan kans terzijde van den weg in de sloot te geraken, omdat men, -om de vochtige wagensporen en de brijachtige modder te ontwijken, -meestal op den glibberiger graskant langs het pad liep, vanwaar men -licht naar den verkeerden kant uitgleed.</p> - -<p>In den winter bracht Witte meestal den nacht in het huis van zijn -patroon door, waar hij in den kost was. Met mooi weer en maneschijn -trok zijn hart hem echter naar Nieuwenhoorn, al was het niet zoozeer -naar de steê van zijn moeder, waar hij echter wel zijn slaapplaats -vond.</p> - -<p>Waarheen hij dan ging, eer hij zijn kooi opzocht?</p> - -<p>Dat zullen we dadelijk wel vernemen.<span class="pagenum"></span> Catharina de With wist dus, dat -haar broer zou aankomen, om te zeggen, dat hij vannacht thuis sliep, -en wist ook wel omstreeks welken tijd dat zijn zou.</p> - -<p>In het onzekere licht van dien winteravond zag zij hem toch al in de -verte aankomen, eenzame figuur op den weg, die tegen de grauw-groene -grasbanden afstak, zich als eindeloos verlengde en opging in het -schijnsel, dat in de verte de stad afgaf, waar de olielantaarns -aangestoken werden en een weerschijn wierpen op den zwaren toren, -die in het groezelige licht van den door zware wolken verduisterden -maan-avond toch nog duidelijk te onderscheiden was.</p> - -<p>"Ben-jij daar, Witte?"</p> - -<p>"Ja, Katrijn."</p> - -<p>"Je komt zeker zeggen, dat je hier vannacht slaapt."</p> - -<p>"Ja."</p> - -<p>"En je gaat zeker naar nicht Maertje."</p> - -<p>"Ja."</p> - -<p>"Ga er dan maar dadelijk heen."</p> - -<p>"Is er ginder zwarigheid?"</p> - -<p>"Neen, dáár niet.... maar hier."</p> - -<p>"Wat dan?.... Is Abram weer ziek?"</p> - -<p>"Neen.... moeder."</p> - -<p>"Erg?"</p> - -<p>"Nou erg?.... Ze heeft zich kwaad gemaakt."</p> - -<p>"Op wie nu alweer?"</p> - -<p>"Da's ook een vraag! — Op jou."</p> - -<p>"Natuurlijk omdat ik gisteravond...."</p> - -<p>Maar de rest van zijn woorden ging in een soort gegrom verloren.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Gisteravond?.... O, Witte, ben-je soms weer bij de fijnen geweest?"</p> - -<p>"Als je 't vragen moet, weet-je het niet.... En dus is moeder weer -om iets anders nijdig op me."</p> - -<p>Katrijn zweeg eenige oogenblikken.</p> - -<p>"Wacht.... ik loop een eindje met je mee."</p> - -<p>"Goed!" zei Witte kortaf.</p> - -<p>Ze gingen samen voorbij de steê, den hoogen dijk af en het -Hellevoetsche zandpad op.</p> - -<p>"Ik begrijp uit alles, dat je me nou liever niet thuis wil hebben."</p> - -<p>"Neen.... moeder zou er wakker van kunnen worden en dan krijgen -jullie weer ruzie."</p> - -<p>"Kan ik dat helpen?"</p> - -<p>"Anders wel, Witte.... maar nu niet."</p> - -<p>"Dus moeder weet niets van dat conventikel?"</p> - -<p>Zijn zuster stond stil.</p> - -<p>"Waarom doe-je moeder toch dàt verdriet?"</p> - -<p>"<span id="cor0003" class="corrected" title="[Originele tekst: Omdat men Gode]">Omdat men God</span> meer moet gehoorzamen dan de menschen," klonk het -dadelijk terug.</p> - -<p>Katrijn zuchtte.</p> - -<p>"Laten we daar maar geen ruzie over krijgen.... en ik wil dat ook -niet."</p> - -<p>"Nee, je màg niet."</p> - -<p>"Juist!.... Omdat ik Menist ben."</p> - -<p>"Of die niet strijdlustig zijn!" ging Witte op bitteren toon voort.</p> - -<p>"Foei, je bedoelt moeder?"</p> - -<p>"Ja."</p> - -<p>"Hoe durf-je dat zeggen!"</p> - -<p>"Omdat ik geen duivel op mijn hart smoor. Vandaag niet en morgen -niet en nooit niet. Dàt heb<span class="pagenum"></span> ik tenminste nog van de Menisten -overgehouden."</p> - -<p>Katrijn zuchtte weer.</p> - -<p>"Witte," riep zij eindelijk uit, "je ben zoo in het net van die -fijnen verstrikt...."</p> - -<p>"Wat zeg-je?" riep hij uit, stilstaande en zich dreigend voor haar -plaatsend.</p> - -<p>"Neen, neen," weerde ze af, "geen ruzie tusschen ons. Je weet, dat -ik je help, waar ik kan.... Maar je gedachten zijn zoo van dat.... -dat andere vervuld, dat je niet eens vraagt, waarom moeder ziek -geworden is."</p> - -<p>Witte haalde onverschillig de schouders op.</p> - -<p>"Je hebt het al gezegd: van boosheid op mij. Oud nieuws. Ik heb het -immers altijd gedaan?"</p> - -<p>"Neen, Witte, nu is het <i>nieuw</i> nieuws.... Er is iemand over je -wezen praten."</p> - -<p>"Dominee Leo?"</p> - -<p>"Die kan komen, zooveel als hij wil; maar je weet, dat moeder dan -als een stom beeld zit."</p> - -<p>"Dat weet ik," merkte Witte bitter op. "Hij heeft me immers -ongelukkig gemaakt, zooals moeder altijd gelieft te zeggen!"</p> - -<p>Katrijn liet dat nu maar voor wat het was.</p> - -<p>"Je raadt het nooit. Witte," zei ze.</p> - -<p>"Láát me dan ook niet raden. Ik heb daar een hekel aan."</p> - -<p>"Ik.... ik durf het haast niet zeggen."</p> - -<p>"Is het dan zóó erg?"</p> - -<p>"Erg?.... Neen, dat wel niet, maar als je het weet, is het weer voor -weken en maanden mis met je."<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Weer stond Witte stil.</p> - -<p>"Zeg op, Katrijn!.... Dacht-je, dat op heel de wereld me één ding -nog schelen kon?"</p> - -<p>"Ja, Witte.... één. En 't is juist dáárover, dat het tusschen moeder -en hem ging."</p> - -<p>Witte haalde diep adem.</p> - -<center> -<a name="10_zee"></a> -<img src="images/10_zee.jpg" alt="image: 10_zee.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: "De zee?"]</center> - -<p>"De zee?"</p> - -<p>Hij stootte die ééne klank eruit.</p> - -<p>Toen greep hij zijn zuster beet, maar deze rukte zich lachend los.</p> - -<p>"Zie-je wel, dat één ding je toch nog wel schelen kan?"</p> - -<p>Nu lachte hij ook.</p> - -<p>"Toe, zusje.... zeg het me nou!"</p> - -<p>Ze vertelde hem van het bezoek van den zeeman<span class="pagenum"></span> en stond er vreemd van -op te kijken, toen ze hoorde, dat hij dien al kende.</p> - -<p>"Op de oefening, gisteravond."</p> - -<p>"Welzoo? Ik dacht, dat je daar...."</p> - -<p>"Stil, zusje, toe, alsjeblieft nu niet daarover...."</p> - -<p>Ze kreeg met hem te doen. Vooral, omdat ze hem moest mededeelen, dat -moeder ook nu niet te bewegen was geweest.</p> - -<p>Gelijk hij gewoon was, werd Witte er weer hard tegenin.</p> - -<p>"Eens ga ik toch," sprak hij.</p> - -<p>En zonder hem aan te zien, wist zijn zuster, hoe zijn gezicht stond.</p> - -<p>Ze waren dicht bij een andere boerenhuizinge aangekomen, waarvan zij -reeds geruimen tijd 't verlichte venster hadden gezien.</p> - -<p>"Ik ga nu terug, Witte. Moeder sliep, toen ik heenging, maar kan -wakker worden en naar mij vragen. Zonder noodzaak behoeft zij niet -te weten, dat ik jou gesproken heb."</p> - -<p>"Geen nood!.... Over mij spreekt ze toch nooit.... of...."</p> - -<p>Katrijn sloot hem den mond.</p> - -<p>"Je mag de Tien Geboden nog wel eens overleeren, Witte."</p> - -<p>Dadelijk stond de jonge ijveraar pal.</p> - -<p>"Ik eer mijne moeder.... Dáárom gehoorzaam ik haar en loop ik niet -weg."</p> - -<p>Na dit gezegd te hebben, keerde hij zich bruusk om, en liet het aan -zijn zuster, die op haar schreden terugkeerde, over, om het -onderscheid tusschen eeren en liefhebben, te overpeinzen.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Intusschen had het geblaf van den hofhond een meisje buiten doen -komen.</p> - -<p>"Ben-jij daar, Witte?"</p> - -<p>"Ja, Marie."</p> - -<p>"Malle, jongen, waarom zeg-je toch geen Maertje, zoo heet ik -immers?"</p> - -<p>Witte was reeds bij haar en ging met haar in huis.</p> - -<p>"Maertje vind ik zoo, zoo.... net of je je moeder ben."</p> - -<p>Hij leek wel heelemaal veranderd. Veel zachter, maar ook veel -onbeslister in zijn woorden, die anders, precies als bij zijn -moeder, gelijk hamerslagen neer konden vallen.</p> - -<p>Het meisje, dat van zijn jaren was, lachte luid:</p> - -<p>"Hoe kan dat nou?.... Mijn eigen moeder zijn!"</p> - -<p>"Och, ik bedoel.... je moeder heet Maertje."</p> - -<p>"En ik naar haar."</p> - -<p>"Wat is er?" zoo kwam uit de boerenkeuken, waarin zij binnentraden, -de stem van een nog jonge vrouw hen tegemoet.</p> - -<p>"Goeien avond, nicht.... Waar is de baas?"</p> - -<p>"Naar bed.... Hij gevoelde zich niet wel. En de jongens zijn -verkouden.... dus ook naar de kooi. Je weet: de de With's zijn niet -sterk... Nu, ja, Witte, jij en je moeder zijn een uitzondering."</p> - -<p>"Hij is ten minste weer aan den gang, moeder!"</p> - -<p>"Zoo.... heeft hij een pak kleeren bij zijn baas bedorven?"</p> - -<p>Witte maakte een afwerend gebaar.</p> - -<p>"Toe.... nicht Maertje, kom me daar nu alsjeblieft niet mee aan -boord. Ik ben bang, dat die<span class="pagenum"></span> lucht van de kleermakerstafel nog aan -m'n plunje hangt."</p> - -<p>Plagend berook hem het jonge meisje.</p> - -<p>"Ja waarlijk," riep ze uit. "Ik ruik.... baas Jochum Stoffelsen en -zijn vrouw."</p> - -<p>Daar begon Witte te lachen, eigenlijk heel vreemd voor dat anders -zoo nijdige gelaat.</p> - -<p>Hij vertelde van de loodjes in de kaas, en de twee vrouwen hadden -daar wàt 'n schik in.</p> - -<p>"Goed, dat ik het weet," riep nicht Maertje uit, "want die -Engelschen zwerven tegenwoordig over het heele eiland.... 't Wordt -tijd, dat ze weggaan."</p> - -<p>Nu, Witte kon het gerucht meedeelen, dat het vermoedelijk niet lang -meer duren zou. Er moesten onderhandelingen aan den gang zijn -tusschen den landsadvocaat en den koning van Engeland over het -inlossen van de pandsteden.</p> - -<p>Dat gesprek werd te taai voor het jonge meisje en die begon nu maar -gauw over de gekheid van daarstraks.</p> - -<p>"Hoe kwam-je zoo mal?" vroeg nicht Maertje aan Witte. "Waarom moet -Maertje nu Marie heeten?"</p> - -<p>"Om den boel een beetje uit elkaar te houden, nicht."</p> - -<p>Zij knikte toestemmend.</p> - -<p>"Ja, onze familie zit ook op een wònderlijke wijze in elkaar."</p> - -<p>"O, Witte," riep het jonge meisje uit, "wat bèn-je begonnen!.... Je -weet, als moeder daarover begint...."</p> - -<p>"Wel, jou nest," bestrafte haar d'r moeder; "Als ik dat boeltje niet -telkens uit elkaar haalde, zou-jij<span class="pagenum"></span> later niet meer weten, of Witte -een oom, een neef of een achterneef van je was...."</p> - -<p>"Voor mij blijft hij Witte, hoor!"</p> - -<p>"En jij, Marie!" zei hij dadelijk.</p> - -<p>"Hóór-je 't, moeder?" vroeg het meisje.</p> - -<p>Maar deze was al aan haar geslachtkundige uitlegging begonnen.</p> - -<p>"Jou vader, Witte, was een broer van mijn vader."</p> - -<p>"Ja, nicht Maertje."</p> - -<p>"Jou vader heette Cornelis, en de mijne Leendert de With."</p> - -<p>"En die waren broers," plaagde haar dochter, die we nu ook maar -Marie zullen blijven noemen.</p> - -<p>"Ssst!" deed haar moeder, "ik ben er nog niet!"</p> - -<p>"Nog lang niet," plaagde nu ook Witte.</p> - -<p>"En," aldus ging zij op zwaarwichtiger toon voort, "daarom heet ik -voluit Maertgen Leenderts-dochter de With."</p> - -<p>De beide jongelieden gaven elkaar een knipoogje maar durfden toch -niet lachen.</p> - -<p>"Ik, Maertgen Leendersdr. de With, trouwde weer met dien de With, -die nu mijn man is."</p> - -<p>"Ze vergeet den voornaam," dacht Witte, "dat schiet vast op."</p> - -<p>"En uit die echt werd nu Maertje geboren, die net zoo oud is als -jij, Witte, hoewel jou vaders broer haar grootvader is."</p> - -<p>"Hè," zei Witte, "daar zou een mensch simpel van worden."</p> - -<p>"Ssst," waarschuwde nu op haar beurt Marie, "moeder is er nog niet."<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Nu, ik was toch al zoover, dat Maertje geboren was."</p> - -<p>"En die zit hier," kon Marie niet nalaten te schertsen.</p> - -<p>"En die heet net als ik...."</p> - -<center> -<a name="11_moeder"></a> -<img src="images/11_moeder.jpg" alt="image: 11_moeder.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Moeder is er nog niet.]</center> - -<p>"Ho, ho, nicht," kwam Witte tusschen beiden, "maak een beetje -onderscheid alsjeblieft en noem haar Marie."</p> - -<p>"Dus.... ze moet zich over haar moeder schamen?"</p> - -<p>"Hoe kòm-je daaraan, nicht!.... Maar, zie-je, als ik later aan 't -varen ben..."</p> - -<p>"Altijd dat varen, Witte?"</p> - -<p>"Altijd dat varen, nicht!.... Maar, wat ik<span class="pagenum"></span> zeggen wil, als ik ergens -in een apenland zit en een brief wil schrijven aan.... aan die -lachebek hier.... hoe moet ik dan de dochter van de moeder -onderscheiden?...."</p> - -<p>"O ja, dàt 's waar," riep Marie uit, "dáár had ik niet aan gedacht!"</p> - -<p>"Net goed!" plaagde nicht Maertje, "dan krijg ik den brief in -handen."</p> - -<p>"En u kunt niet lezen!" plaagde haar dochter weerom.</p> - -<p>"Daar vind ik wel iemand voor," dreigde haar moeder.</p> - -<p>Maar toen hij naar huis ging, na een uurtje in dit gezin verkeerd te -hebben, dat voor hem als 't ware een oase in de woestijn van zijn -wanhopig eentonig leven was, — fluisterde zijn achternicht hem toe; -dat hij haar voortaan Marie mocht blijven noemen.</p> - -<p>En dat is zoo gebleven, tot haar dood toe.</p> - -<br> -<br> -<br> -<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter05"></a> -<h3 align="center">V.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">Waarom vrouw Stoffelsen alleen thuis bleef.</span></h4> - -<p>Eenige dagen later stond het kleine huisgezin van den -meester-snijder Jochum Stoffelsen héélemaal op stelten.</p> - -<p>Den vorigen avond was Witte wederom naar de hofstede gegaan om daar -den nacht door te brengen; nu liep het al naar noen en nog was hij -niet teruggekeerd.</p> - -<p>Al voor den opgank der zonne — wat in de maand December nu juist -niet zoo bijzonder vroeg beteekent! — had hij reeds terug moeten -zijn.</p> - -<p>Dies schetterde als een krijgstrompet de stem van vrouw Stoffelsen -door het huiske, en de eenige afwisseling daarin was de plaats der -handeling.</p> - -<p>Want nu eens lawaaide het in de werkplaats van den eerzamen meester, -maar het meest toch in de taveerne, waar de pot voor het middageten -te vuur stond.</p> - -<p>Ook dàn vermocht meester Jochum Stoffelsen er geen woord van te -verliezen, omdat — tot het doorlaten van de warmte — de deur -tusschen beide gelegenheden wijd geopend bleef.</p> - -<p>"Die lamme jongen...."<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Ho, ho, vrouwtje! Bezondig-je niet aan zulke verwenschingen."</p> - -<p>"Dàcht ik het niet, dat ik het alweer op m'n kop kreeg?.... Is dàt -nou een verwensching?"</p> - -<p>"Zeker! Want — als dat nu juist eens gebeurde en hij met lamheid -geslagen was...."</p> - -<p>"Dan.... dan zou het nog een zegen voor zijn moeder en voor mij en -jou zijn."</p> - -<p>Ontzet zag meester Stoffelsen haar aan.</p> - -<p>"Zeker! Dan zou hij wat vaster zitten aan de kleermakerstafel en -stellig liep hij niet weg om het zeegat uit te gaan. Want — al -moest ik er mij voor laten geeselen en brandmerken — ik ben er zoo -zeker van als.... als.... ja, 't kan me niet schelen als wat, dat -hij er nu vandoor is gegaan."</p> - -<p>De kleermaker had te midden dezer ontboezeming vermanend zijn hand, -waarin hij de naald hield, opwaarts geheven.</p> - -<p>"Geeselen en brandmerken?.... Vrouwtje vrouwtje, waar moet dat -heen!"</p> - -<p>"Waar het heen moet?" snauwde ze terug. "Vraag dàt liever aan het -goed, dat die zaterdagsche kwâjongen naar de klanten moet brengen. -Zou-je denken, dat ik met m'n rampzalige eksteroogen soms het vuur -uit m'n sloffen ging loopen, om dien rommel weg te brengen?"</p> - -<p>"Ik zal het zelf wel doen, moeder."</p> - -<p>"Een mooie meester, die zelf voor loopjongen speelt!"</p> - -<p>"Kom, kom, suikerpoesje," vleide de meester, die er hard naar ging -verlangen om eens een poosje<span class="pagenum"></span> buiten dat geraas te zijn, "dan schep -ik meteen eens een luchtje!"</p> - -<p>Het suikerpoesje bromde iets onverstaanbaars terug, maar vond het -ten slotte goed dat haar heer en meester er na het noenmaal op uit -zou gaan. Minder om die kleeren weg te brengen — als men die lorren -noodig had, zou men er zelf wel om sturen, decreteerde vrouw -Stoffelsen — dan wel om even naar de hofstede van vrouw de With -over te wippen en daar te hooren, of men iets wist van het -wegblijven van den leerjongen.</p> - -<p>"Dat geloof ik nu wel niet," meende de practische vrouw Stoffelsen, -"want anders had men ons wel een boodschap gestuurd. Ze hebben daar -volk genoeg op de steê. Maar het is toch vrouw de With in de eerste -plaats, die er van op de hoogte moet gebracht worden, als er soms -iets met <span id="cor0004" class="corrected" title="[Originele tekst: haar zoon niet en is]">haar zoon niet is</span>, zooals 't wezen moet."</p> - -<p>"Verstandig geredeneerd, vrouw!" prees haar meester Stoffelsen, die -inwendig al heelemaal opgefleurd was, dat hij nu voor een geruimen -tijd uit dat gezeur zou zijn, maar wel oppaste van dat gevoel iets, -zelfs niet door de uitdrukking in zijn gelaatstrekken, te doen -verraden.</p> - -<p>Na het middagmaal ging de baas er met zijn knipbeenen van door, -terwijl moeder de vrouw het voorloopig druk genoeg had met het -wasschen der vaten.</p> - -<p>Ze was daarmede nog niet gereed, toen er "volk" geroepen werd in de -taveerne.</p> - -<p>Haastig streek ze haar voorschoot glad, en, een proper mondje -zettende, begaf zij zich naar het afgeschoten hokje.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Ze stond ineens voor een grooten, stevigen baas. "Ben ik hier bij -den kleermaker Jochum Stoffelsen."</p> - -<p>"Ja, sinjeur."</p> - -<p>"Is hij thuis?"</p> - -<p>"Neen, maar kan ik de boodschap niet overbrengen?"</p> - -<p>De vreemdeling aarzelde even.</p> - -<p>"Weet-je wat?" besloot hij, "geef me maar vast een kroes bier." En -zijn breedgeranden hoed op het tafeltje werpende, dat dicht bij den -haard stond, liet hij zijn zwaar lichaam nedervallen op een der -houten banken.</p> - -<p>"Die zit," dacht vrouw Stoffelsen, zich beijverend om aan de -opdracht te voldoen, "en ik zal wel zorgen, dat hij vooreerst niet -opstaat."</p> - -<p>Nu, dat scheen ook zonder haar medewerking te zullen gelukken, want -toen zij hem het bestelde bracht, zat de gast voorovergebogen naar -het vuur, de handen ernaar uitgestrekt om die te warmen, de houding -dus van iemand, die niet van plan is dadelijk te vertrekken.</p> - -<p>"Guur weertje, sinjeur!"</p> - -<p>"De tijd van het jaar, moedertje!"</p> - -<p>"Kwam er maar een beetje vorst...."</p> - -<p>"Zal wel komen; misschien meer dan je lief is."</p> - -<p>"Ja, en misschien meer dan jou lief is, sinjeur," lachte ze.</p> - -<p>O, ze was nu heelemaal een ander mensch. Als ze maar een klant had -in haar taveerne. De vreemdeling haalde de schouders op.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"'t Kan zijn.... Maar einde Januari is het voor mij: 'adé, lief -vaderland'."</p> - -<p>"Waar gaat de reis heen, sinjeur?"</p> - -<p>"De Indiën."</p> - -<p>"Lange reis?"</p> - -<p>"Een jaartje of vier denk ik."</p> - -<p>"Jonge," dacht vrouw Stoffelsen, "z'n laatste duiten dansen in z'n -zak; dien baas moet ik in de gaten houden, hoor, en aan den praat -erbij!"</p> - -<p>"Mijn man zal wel niet lang wegblijven, hoop ik."</p> - -<p>"Dat hoop ik ook, vrouwtje!"</p> - -<p>"Ja, 't is singulier: hij is zoo goed als nooit uit, en nu er een -goeie klant voor hem komt...." De zeeman hief zich uit zijn -voorovergebogen houding op.</p> - -<p>"Een klant?.... Hij is toch geen wantsnijder?" Want zoo werden de -kleermakers geheeten, die aan de zeelui gemaakte kleederen -verkochten.</p> - -<p>"Neen, maar ik denk...."</p> - -<p>"Dat een zeeman zoo nauw niet kijkt, meen-je. Is 't niet?"</p> - -<p>"Dat kon-je wel eens geraden hebben," lachte vrouw Stoffelsen.</p> - -<p>Even dacht hij na. Toen hij opkeek, zag hij haar blikken strak op -zich gevestigd. Toen schoten ze beiden in den lach.</p> - -<p>"Je bent niet van gisteren, moeder!"</p> - -<p>"En jij ook niet, sinjeur!"</p> - -<p>Hij maakte een geruststellend gebaar.</p> - -<p>"Als 't lukt, loop ik nog wel eens bij je man aan, hoor."<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Als wat lukt?"</p> - -<p>Nu keek hij haar op een manier aan, die zelfs op haar indruk maakte.</p> - -<p>"Je bent zeker de baas van de schuit?" onderstelde zij.</p> - -<p>"Juist."</p> - -<p>"Geen gemakkelijke, geloof ik."</p> - -<p>Hij glimlachte.</p> - -<p>"Waarom denk-je dat?"</p> - -<p>"Omdat.... ja, omdat je me daar aankeek, alsof je me koejeneeren -wou."</p> - -<p>"Dat laat ik aan je man over," plaagde hij.</p> - -<p>In de oogen van vrouw Stoffelsen vlamde iets op, dat niet -onopgemerkt aan den zeeman voorbij ging.</p> - -<p>"Ik geloof, dat ik tóch terecht ben," verklaarde hij opeens.</p> - -<p>"Hoe bedoel-je dat?"</p> - -<p>"Ik denk, dat ik best de boodschap aan jou op kan dragen."</p> - -<p>"Dat zou ik ook denken," merkte zij snibbig op.</p> - -<p>Hij liet die opmerking aan zich voorbij gaan.</p> - -<p>"Ik wou het eens met je man hebben over z'n leerjongen."</p> - -<p>Daar rezen de handen van vrouw Stoffelsen omhoog.</p> - -<p>"Van.... van...."</p> - -<p>Zooveel woorden tegelijk kwamen er van binnen bij haar aanzetten, -dat ze die eigenlijk alle ineens eruit had willen smijten. Omdat -zulks onmogelijk was, vermocht ze op dit oogenblik niet anders dan -er die twee klanken uit te krijschen.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Niet zonder eenige grappige verbazing zag de zeeman haar aan.</p> - -<p>"Eens op je rug kloppen, moeder?" vroeg hij heel gemoedelijk.</p> - -<center> -<a name="12_stoffelsen"></a> -<img src="images/12_stoffelsen.jpg" alt="image: 12_stoffelsen.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Daar rezen de handen van vrouw Stoffelsen omhoog.]</center> - -<p>"Op m'n rug?"</p> - -<p>Ze hapte naar adem.</p> - -<p>Maar nu kwamen haar handen met de rugzijde op haar heupen, en toen -ze eenmaal daar goed en wel beland waren, vond vrouw Stoffelsen -zichzelve terug.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Nu, kapitein Geen Huyghen Schapenham — want men zal in den bezoeker -dezer taveerne wel reeds lang den gezagvoerder van "de Gouden Leeuw" -herkend hebben — behoefde in den eersten tijd om geen nadere -inlichtingen aangaande den beschermeling van dominee Leo te vragen. -Hij kreeg ze zoo ongezouten mogelijk, zelfs meer dan hem lief was. -En gerust kan getuigd worden, dat ze van een geheel anderen aard -waren, dan die, welke hij van den Nieuwenhoornschen predikant -ontvangen had.</p> - -<p>Een paar maal poogde hij den wild bruisenden stroom door een vraag -of een opmerking in een gelijkmatiger bedding te leiden, maar op 't -laatst gaf hij daartoe den moed op, en zich wederom met de handen -naar het vuur wendende, liet hij den woordenvloed kalmweg over zijn -breeden rug gaan.</p> - -<p>"Geduld overwint alles," dacht hij, "maar nu ga ik er toch spijt van -krijgen, dat ik me met het lot van dien jongen bemoeid heb."</p> - -<p>Toch — hij had het ds. Leo beloofd, en belofte maakt schuld.</p> - -<p>Maar dat geschetter van vrouw Stoffelsen!....</p> - -<p>Zij meende nu voor eens en voor goed het doopceel van den leerjongen -gelicht te hebben! Ze had eens moeten weten, hoe elk van haar -grievende scheldwoorden en beleedigingen, den zeekapitein ervan -overtuigde, dat een boy, wiens hart in de baren der zee lag, nooit -het bedorven kindje van vrouw Stoffelsen kon wezen.</p> - -<p>Wijselijk hield hij die opmerking voor zich, maar hij kon niet -nalaten even te glimlachen.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Vrouw Stoffelsen zag dat, en evenals zij dat bij haar man gewoon -was, kwam het er meer of minder dreigend uit:</p> - -<p>"Hoe <i>kun-je</i> daar nu nog om lachen, sinjeur!" Wijl zij door deze -opmerking voor een wijle zelf haar woordenstroom onderbrak, kreeg -eindelijk kapitein Schapenham gelegenheid er een woordje tusschen te -plaatsen.</p> - -<p>"Is die jongen thuis, moeder?"</p> - -<p>Ze keek hem zoo oprecht verbaasd aan, dat hij in zichzelven -mompelde: "Ik verwed er m'n nieuwe bramzeilen onder, dat ze me al -verteld heeft, waar die snuiter zit. Hoe jammer, dat ik maar niet -wat beter naar dat gerei geluisterd heb!"</p> - -<p>Intusschen had vrouw Stoffelsen de macht over haar spraak weer -teruggekregen.</p> - -<p>"Wel, heb ik van m'n leven, sinjeur.... Zóó vertel ik je, dat die -luie slungel maar kalmpjes-weg thuisgebleven is en...."</p> - -<p>Doch nu viel de kapitein haar in de rede met een stem, die, als het -wezen moest, zich boven het gerumoer van den zwaarsten storm wist -verstaanbaar te maken:</p> - -<p>"Wàt zeg-je?.... Weggebleven?"</p> - -<p>Toch een weinigje overstuur van dat krachtige geluid, knikte zij -alleen van ja.</p> - -<p>"Sedert wanneer?"</p> - -<p>"Sedert vanmorgen."</p> - -<p>"Hoe komt dat?"</p> - -<p>Ze haalde de schouders op.</p> - -<p>"Weet ik het?.... Weggeloopen, denk ik."</p> - -<p>Kapitein Schapenham stond op.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Weggeloopen?.... Waarheen?"</p> - -<p>"Wel natuurlijk naar Hellevoet!"</p> - -<p>"Naar Hellevoet?"</p> - -<p>"Welja! Daar ligt immers een Oostinjevaarder, waar ze zooveel volk -voor moeten hebben!"</p> - -<p>En ineens de oogen wijd openende, alsof haar een gedachte inviel: -"Jou schip?!"</p> - -<p>Maar kapitein Schapenham had al zijn hoed gegrepen, zich dien op het -hoofd geplakt en snelde de deur uit.</p> - -<p>"M'n gelag!" schreeuwde vrouw Stoffelsen, die heelemaal in beweging -kwam, zonder hem dadelijk na te kunnen zetten.</p> - -<p>Dat kwam, omdat zij een paar leelijke likdoorns onder haar voeten -had, voor haar heel pijnlijk en voor de rest van de menschheid heel -vervelend, omdat zij aan ieder, die er maar naar luisterden -wilde — of luisteren moest! — er een klaaglied over aanhief.</p> - -<p>Wanneer zij niet liep, schopte zij altijd haar muilen uit, met het -gevolg, dat op het oogenblik, waarop zij er een vaartje achter moest -zetten, die sloffen links lagen, als zij ze rechts zocht.</p> - -<p>Ongelukkig waren zij door haar driftig geredeneer van daarstraks, -waarbij ze armen en beenen bewogen had om toch meer nadruk aan haar -betoog te geven, zoo raar in haar nabuurschap weggescharreld, dat -zij op haar zeere voeten over den met scherp zand bestrooiden -tegelen vloer onder een gejammer van "Houdt den dief!" heen en weer -schoof, zonder eigenlijk op te schieten.</p> - -<p>Juist had zij onder gekreun, geklaag en geroep<span class="pagenum"></span> hare voeten in de -muilen gekregen en in haar lichaam een vaartje gebracht, toen de -deur door een krachtige mannenhand opengeworpen werd, ten minste het -bovengedeelte daarvan, zoodat moeder Stoffelsen een tik beetkreeg, -dien zij voelde.</p> - -<p>Kapitein Schapenham was het, die zich nu hoofdschuddend en -glimlachend over de onderdeur heenboog, waar, als ze soms niets te -doen hadden, de vrouwkens uit dien tijd zoo gezellig overheen konden -leunen voor een buurpraatje, bij welke gelegenheid zoowat heel de -buurt over de tong ging.</p> - -<p>"Goeie vrouw, ik zou daar haast vergeten zoowaar mijn gelag te -betalen."</p> - -<p>De "goeie vrouw," die juist van plan was door haar alarmkreet -desnoods heel de stad in rep en roer te brengen, wou eerst nog veel -vijven en zessen eruit gooien, omdat ze zulk een bons tegen haar -hoofd gekregen had, welk lichaamsdeel zij volijverig stond te -wrijven, toen zij iets tusschen duim en wijsvinger van zijn -rechterhand zag blinken. Dadelijk sloot zich haar mond en verzoette -zich in een suikerzoet lachje.</p> - -<p>"Wel, sinjeur, moet-je daarvoor nog terugkomen? Dàt was toch wel -vanzelf...."</p> - -<p>Hij liet ze niet uitpraten.</p> - -<p>"Daar, moeder."</p> - -<p>Ze voelde zich het geldstuk in de hand stoppen.</p> - -<p>"Zooveel kleingeld heb ik op het oogenblik niet terug, sinjeur."</p> - -<p>Al in de haast, waarin hij scheen te verkeeren, maakte hij een -gebaar van "laat dat maar blijven, hoor!" en verdween opnieuw uit -haar gezichtskring.<span class="pagenum"></span></p> - -<center> -<a name="13_suikerzoet"></a> -<img src="images/13_suikerzoet.jpg" alt="image: 13_suikerzoet.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Sloot zich haar mond en verzoette zich in een -suikerzoet lachje]<span class="pagenum"></span></center> - -<p>Met lichtende oogen van geluk bekeek vrouw Stoffelsen het geldstuk, -dat in het midden van haar rechterhand lag.</p> - -<p>Zij schudde het hoofd.</p> - -<p>"Die varenslui toch...."</p> - -<p>Nog een wijle van stil genot.</p> - -<p>Toen kwamen in éénen al de rimpels en rimpeltjes op haar gelaat -terug:</p> - -<p>"Als m'n vent toch zóó z'n penningen verslingerde...."</p> - -<p>Ze voleindigde haar zin niet, maar slofte naar de echtelijke -slaapplaats, waar ze, nu alweer met een gelaat vol stille, inwendige -tevredenheid, van de bedsteê-plank een oude kous langde, en daarin -het geldstuk bij de andere soortgenooten veilig wegborg.</p> - -<br> -<br> -<br> -<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter06"></a> -<h3 align="center">VI.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">Op den wagen.</span></h4> - -<p>Het verloop der geschiedenis beviel in het geheel niet aan kapitein -Schapenham.</p> - -<p>Voor ds. Leo wilde hij veel doen, maar om nu door zoo'n kwâjongen de -kans te loopen met de justitie of de politie in aanraking te komen, -dáár had hij niet veel lust in.</p> - -<p>Als zoo'n deugniet verdwenen was en zijn moeder lawaai begon te -maken — en daar leek zij hem net een vrouw voor! — zouden de -gerechtsdienaars door al wat er gesproken en gebeurd was, het eerst -erg in zijn schuit krijgen.</p> - -<p>Stel je nu voor, dat de jongen zich bijvoorbeeld in het ruim -verborgen had! En al was het niet daar, dan op een andere plaats, -waar natuurlijk de gerechtsdienaars hem wel opduikelen zouden, en -zoo niet, voor het minst heel den boel door elkaar zouden halen of -overal hun neus in steken.</p> - -<p>Wel, kapitein Schapenham, die dit alles in zichzelf liep te -bedenken, had er wel een lief ding voor over gehad, indien hij voor -een wijle buitengaats was geweest en dan met dien snijdersleerling -onder zijn bereik.<span class="pagenum"></span> Buitengaats toch was een schipper onbeperkt heer -en meester, zelfs over leven en dood van zijn onderhoorigen. En -zeker zou hij, voor al het gezanik, den branie eens even voor den -mast hebben laten binden, om hem er een dozijn of anderhalf te doen -toetellen door den man met het stokje, gelijk de matrozen gewoon -waren den provoost te noemen, al was bij zulk een strafoefening een -eindje touw met een paar flinke knoopen erin meestal diens wapen.</p> - -<p>Hij moest nu zoo gauw mogelijk naar Hellevoetsluis zien te komen, om -desnoods de politie voor te zijn.</p> - -<p>Om daarheen te wandelen, had hij twee uren noodig, maar, gelijk wij -weten, had hij daaraan een broertje dood!</p> - -<p>'t Snelst had hij dien afstand kunnen afleggen door een paard te -nemen, maar al had hij — omdat van jongs af aan zijn heele lichaam -gegroeid was naar het klimmen in het want en het zich voortbewegen -op het scheepsdek — kromme beenen genoeg om op een paard te -zitten,.... een ruiter was hij niet.</p> - -<p>Het zou dus per as moeten gaan, maar men kon in dien tijd niet eens -eventjes bij een huurkoetsier aanloopen, om een rijtuig te -bestellen!</p> - -<p>Men had het Voermansgilde, waarmede men geducht rekening had te -houden.</p> - -<p>De zeeman moest zich eerst naar den Commissaris van dit gilde -begeven, die ging dan aan een bel trekken, van verschillende kanten -daagden de voerlieden op — wie na het luiden van de bel ver<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>scheen -had zijn recht verloren — en nu moesten de aanwezigen erom -dobbelen, of gelijk men dat noemde: erom smakken, wie het vrachtje -had.</p> - -<p>Eindelijk dan zat onze zeekapitein op den wagen, die in een -sukkeldrafje over den weg hotste. Gelukkig hadden de toenmalige -menschen sterke hersenen, en toen men nu eenmaal van het gedaver -over de stads-keien af was, kon op den zachteren landweg een -gemoedelijk praatje aangeknoopt worden, hetgeen de zeeman ook niet -naliet.</p> - -<p>Ze waren nog maar kort op pad, toen hij iemand stadswaarts zag -komen, die door de eigenaardige wijze van zich voortbewegen zijn -aandacht trok.</p> - -<p>"'t Is, of die vent met z'n beenen aan 't knippen is!" gromde hij -met zijn zware stem tegen den voerman.</p> - -<p>Die grijnsde.</p> - -<p>"Dat komt, omdat z'n geweten op die beenen aan 't werk is."</p> - -<p>"Hè??!"</p> - -<p>De voerman genoot van zijn verbazing.</p> - -<p>"Och," legde hij uit, "bij dien meestersnijder is, denk ik, zóóveel -door het oog van de naald gegaan, dat hij voor zijn straf knipbeenen -gekregen heeft."</p> - -<p>"Wàt zeg-je?.... Een snijder?.... Soms meester Jochum Stoffelsen?"</p> - -<p>"Krek d'n eigenste."</p> - -<p>De zeeman sloeg van opgetogenheid den voerman een blauwe plek op den -schouder.</p> - -<p>"Je kunt stil houden, als die knip-sinjeur vlak bij is."</p> - -<p>De voerman wreef zich den schouder.</p> - -<p>"Je hebt gezegende handjes, schipper!"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Kapitein Schapenham knikte.</p> - -<p>"Dat gaat wel, vrind! En ik zal dat aan dien lappenbederver doen -ondervinden, als hij niet mee wil."</p> - -<p>"Mee wil? Wat is je plan?"</p> - -<p>"Hij moet mee naar Hellevoet."</p> - -<p>De voerman zette een bedenkelijk gezicht.</p> - -<p>"Volgens ons privilegie mag ik niemand onderweg opladen, of anders -moet ik boete betalen."</p> - -<p>"Malligheid! Jij laadt niet op, maar ik. En ik ben je passagier!.... -Dacht-je, dat ik, die al zoo dikwijls in zoo'n verwenschte kar heen -en weer naar Hellevoet ben gesukkeld, artikel zus en zoo van je -reglement niet kende?.... Maar, ho!.... daar is hij al vlak bij...."</p> - -<p>De voerman voldeed aan het bevel, en bruusk wendde zich de kapitein -tot den voetganger, die bij dit plotseling stilstaan van het rijtuig -haastig op zij geweken was.</p> - -<p>"Jij bent de meester-snijder Jochum Stoffelsen?"</p> - -<p>De aangesprokene deed een knip met zijn beenen en bevond zich toen -weer op het pad.</p> - -<p>"Die ben ik, sinjeur."</p> - -<p>"Ik zou graag een woordje met je wisselen."</p> - -<p>"Tot je dienst, sinjeur."</p> - -<p>"Toe, stap dan op den wagen.... want ik kan geen minuut verloren -laten gaan."</p> - -<p>Onwillekeurig keek meester Jochum naar den toren van den Briel, die -in het Noordwesten boven het landschap uitstak, en toen stootte de -voerman met zijn elleboog den kapitein aan.</p> - -<p>"Hijsch-je maar naar boven," glimlachte deze, "ik kom zoo regelrecht -van je vrouw vandaan."<span class="pagenum"></span></p> - -<p>De ronde oogen van meester Jochum keken hem vragend aan.</p> - -<p>"Kom, vrind, een toertje zal je geen kwaad doen, en, intusschen -zullen we elkaar heel wat te vertellen hebben."</p> - -<p>"Nou.... tot de steê in Lagerwoude dan," gaf meester Jochum toe, en -mèt knipte hij op den wagen.</p> - -<center> -<a name="14_jochum"></a> -<img src="images/14_jochum.jpg" alt="image: 14_jochum.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: De ronde oogen van meester Jochum keken hem vragend -aan.]</center> - -<p>"Dat 's niet ver," bracht de kapitein daartegen in.</p> - -<p>"Och," gaf de nieuwe passagier glimlachend te kennen, "ik heb twee -omstandigheden in mijn voordeel."</p> - -<p>"Die zijn?"</p> - -<p>"Ten eerste.... dat het paard een knol is."</p> - -<p>"Hé, zeg. Jij, leelijke lappenbederver...."<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"En," ging mr. Jochum voort, alsof hij den voerman niet hoorde, "en -in de tweede plaats, dat een zeeman gewoonlijk niet lang van draad -is."</p> - -<p>"Van draad heb-jij verstand," riep de kapitein uit, "maar hoe te -duiker zie-je, dat ik een varensman ben?"</p> - -<p>Meester Jochum maakte een beweging met het hoofd, als wilde hij -zeggen:</p> - -<p>"Nou.... die is ook goed!"</p> - -<p>"Dat ziet een half blind mensch aan je heele doen en laten, en een -meester-snijder aan je kleeren."</p> - -<p>Kapitein Schapenham bezorgde ook hem een blauwe plek op den -schouder.</p> - -<p>"Jij bevalt me beter als je vrouw, meester!"</p> - -<p>Het gezicht van den aangesprokene betrok.</p> - -<p>"Laat die nu alsjeblieft buiten het spel, en zeg me nu maar gauw, -wat je van me hebben wil.... Want de knol loopt zoo waar gauwer dan -ik gedacht had. Zeker pas gesmeerd, voerman?"</p> - -<p>De voerman dreigde hem met de zweep, en liet alweer een aardigheid -los, welke op het gilde van mr. Jochum betrekking had. Maar diens -aandacht was ineens heelemaal van de andere zijde in beslag genomen, -doordat de kapitein hem vroeg:</p> - -<p>"Je hebt een leerjongen, die Witte heet; is 't niet?"</p> - -<p>De kleermaker zuchtte.</p> - -<p>"Begint de bui nu ook nog van dien kant op te komen?"</p> - -<p>Doch alsof hem iets als een uitredding inviel, wendde hij zich met -heel zijn gelaat tot den zeekapitein:</p> - -<p>"Je bent bij m'n vrouw geweest, zeg-je?"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Heb-je ook haar naar dien satanschen kwâjongen gevraagd?"</p> - -<p>"Ja.... En wat zou dat?"</p> - -<p>De kleermaker slaakte een zucht van verlichting.</p> - -<p>"Wat dat zou?.... Wel, dat ik je dan niets meer over dien galgestrop -te vertellen heb!"</p> - -<p>"Neen maar, die is goed!" riep de kapitein luid lachend uit.</p> - -<p>Mr. Jochum knikte tevreden.</p> - -<p>"Je zult het met me eens zijn, schipper, dat ik er geen woordje meer -bij hoef te voegen."</p> - -<p>"Dat is te zeggen.... ik wou juist, dat je er een woordje — en voor -mijn part nog een paar dozijn woordjes — bij voegde."</p> - -<p>"Wat is dat?.... Je weet nu alles, en misschien meer dan ik je had -kunnen vertellen."</p> - -<p>"Toch niet!"</p> - -<p>"Wel, goeie help.... dat begrijp ik niet!"</p> - -<p>"En toch is het heel begrijpelijk."</p> - -<p>"Nu, maar dan moet-je me dàt mirakel eens uitleggen!"</p> - -<p>"Dat 's heel gauw gebeurd.... Je vrouw heeft een zee van woorden -over m'n hoofd doen rumoeren."</p> - -<p>"Dat zal wel waar zijn!"</p> - -<p>"En.... kijk.... toen ging het wat van zoem-zoem in m'n hoofd."</p> - -<p>"Dus?"</p> - -<p>"Ik heb niet geluisterd, goeie vrind!"</p> - -<p>De kleermaker schudde van het lachen.</p> - -<p>"Waarom lach-je zoo, jij, oolijke ridder van de naald?"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Omdat ik ook nooit luister, als het zoo van zoem-zoem gaat."</p> - -<p>Boem! Daar kreeg hij er een tweede blauwe plek op zijn schouder bij.</p> - -<p>"Je bevalt me, meester Jochum."</p> - -<p>"En jij mij ook, schipper."</p> - -<p>"Rijd dan mee naar Hellevoet."</p> - -<p>"Ho, ho, schipper," viel hem hier de voerman in de rede, "denk -alsjeblieft aan artikel zus en zoo van het privilegie op het -Voermansgilde!"</p> - -<p>"Loop.... jij met je privilegie," bromde de kapitein. "Ik houd het -bij de ordonnantie door baljuw, burgemeesteren en regierders der -Stede van den Briele voor jullie in elkaar geflanst, en daarin lees -ik...."</p> - -<p>"Lees ik?" vroeg de voerman, zich half omwendende en verbaasd naar -zijn passagier kijkende, die, met een hoog-rood gelaat van -inspanning een klein boekje uit een zijner vele zakken had -opgeschommeld.</p> - -<p>"Daarin lees ik," ging de kapitein voort, na even in het boekje -gebladerd te hebben, "dat je onderweg niemand op mag nemen, dan met -expres believen ende consent van de Luiden, die den wagen gehuurd -hebben.... Hier lees zelf maar!"</p> - -<p>"'k Wil het best gelooven, sinjeur.... Want zoo geletterd ben ik -niet."</p> - -<p>"Dus geen bezwaar, dat ik mr. Jochum meeneem?"</p> - -<p>De voerman schudde ontkennend het hoofd.</p> - -<p>"Dat dacht ik ook wel!" gaf de zeeman te kennen, die graag gelijk -had, en evenmin graag opgaf, wat hij zich voorgenomen had.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Intusschen had mr. Jochum dit kleine twistgesprek aangehoord met een -gelaat, dat nu juist niet van groote opgewektheid getuigde. De -zeeman zag het.</p> - -<p>"Ik heb toch naar je hart gesproken, vader?"</p> - -<p>"Neen, hoor!"</p> - -<p>"Ga-je dan niet mee naar Hellevoetsluis."</p> - -<p>"Voor geen geld van de wereld!"</p> - -<p>"Waarom niet?"</p> - -<p>"Wel... ik kan toch zoo lang niet van mijn werkplaats blijven."</p> - -<p>"En als ik je de schade vergoed!"</p> - -<p>"Dan blijft nog zijn vrouw over!" wierp de voerman er spottend -tusschen.</p> - -<p>Kapitein Schapenham zag hem even in de oogen.</p> - -<p>"Ik geloof, dat de voerman de streken van 't kompas kent," -glimlachte hij.</p> - -<p>Mr. Jochum werd een beetje kregel.</p> - -<p>"Geen kwaad van mijn vrouw!" zeide hij.</p> - -<p>"Niet graag!" gaf de kapitein van ganscher harte toe. "Ik wil alleen -maar zeggen, dat het voor alle partijen beter is, als jij op tijd -thuis ben. Alleen dan nog maar deze vraag, want ik zie zoowaar -ginder de steê van Lagerwoude al achter dien haag oprijzen...."</p> - -<p>"En die vraag?"</p> - -<p>"Betreft je leerjongen. Weet-je, waar die op 't oogenblik uithangt?"</p> - -<p>Het goedige gelaat van mr. Jochum werd heel gestreng.</p> - -<p>"Ik wou.... ik wou...."</p> - -<p>"Hoho, mr. Jochum, bederf alsjeblieft je goed<span class="pagenum"></span> humeur niet.... Wat je -wou.... kan me nu niet schelen. Ik verlang kort en bondig het -antwoord op deze vraag: Waar is Witte?"</p> - -<p>"'k Weet het niet!"</p> - -<p>"Hebben ze op de steê geen vermoeden, waar hij zitten kan?"</p> - -<p>"Ja — ze meenen 't zelfde als ik."</p> - -<p>"En dat is?"</p> - -<p>"Dat hij naar Hellevoet is, waar zoo'n verloopen kerel een schip -uitrust naar Oostinje."</p> - -<p>"Dank je!.... Die verloopen kerel ben ik."</p> - -<p>"Pak ze maar aan!" riep de voerman.</p> - -<p>Mr. Jochum keek vreemd op.</p> - -<p>Daar zag hij een lachje in de oogen van den zeeman, die kwasi een -heel boos gezicht zette.</p> - -<p>Toen stak hij eerlijk zijn hand uit.</p> - -<p>"Dank je," zei de zeeman eenvoudig.</p> - -<p>Maar mr. Jochum riep van aai en van aau.</p> - -<p>Want zoo'n zeemanspootje was niet geschapen voor het blanke -kunstenaarshandje van een meestersnijder.</p> - -<p>De zeeman had hier heel wat pret over en de voerman ook, en daarvan -maakte mr. Jochum gebruik, om even handig van den wagen te knippen, -als hij dat thuis van de kleermakerstafel deed.</p> - -<p>"Hé daar!" riep kapitein Schapenham uit.</p> - -<p>Ook de voerman liet een uitroep van ontsteltenis hooren, want op een -haartje na was een der wielen van den wagen over den voet van den -meestersnijder gegaan.</p> - -<p>Die schudde lachend het hoofd.</p> - -<p>"Doe me dat eens na!"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Niet graag!" bekende de kapitein.</p> - -<p>Intusschen had de voerman het paard tot stilstaan gebracht, en nu -boog zich kapitein Schapenham uit den wagen, om mr. Jochum de hand -tot afscheid toe te reiken.</p> - -<center> -<a name="15_druk"></a> -<img src="images/15_druk.jpg" alt="image: 15_druk.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: En beiden waren zoo druk in gesprek.]</center> - -<p>"Je gaat dus niet verder mee?"</p> - -<p>"Neen, hoor. Daar is de stêe, en ik heb eenmaal gezegd, dat.... Maar -wat is er?"</p> - -<p>Hij vroeg dit op verwonderden toon, want eensklaps had de kapitein -hem door een gebaar het zwijgen opgelegd.</p> - -<p>Tot eenig antwoord wees de kapitein op den Peltsersdijk, welke zich -achter de huizinge van moeder de With uitstrekte.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Bij de laatste woorden van den kleermaker had de zeeman -onwillekeurig den blik daarheen gewend, en wat hij toen op den -Peltsersdijk aanschouwde, had zoodanig zijn aandacht in beslag -genomen, dat hij mr. Jochum het zwijgen meende te moeten opleggen.</p> - -<p>Want daar zag hij zoowaar den vermisten leerjongen aan komen -wandelen en dat wel op zijn dooie gemak.</p> - -<p>Witte was niet alleen. Naast hem liep een blond meisje van zijn -jaren, in wie wij zijn nichtje Marie herkennen, en beiden waren zoo -druk in gesprek, dat zij geen erg hadden in den wagen, die aan den -Brielschen kant van de hofstede zoo plotseling was blijven -stilstaan.</p> - -<br> -<br> -<br> -<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter07"></a> -<h3 align="center">VII.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">Het plannetje van Hans.</span></h4> - -<p>Het schip, waarmede kapitein Schapenham een reis naar de Indiën -ondernemen zou, zag er nog allesbehalve zeilree uit. En toch stal -het, gelijk het daar met zijn hoogen achtersteven reeds van verre -zichtbaar was, het hart van Witte, die, liever dan naar zijn baas te -gaan, op een vroegen Decembermorgen het zandpad naar Hellevoetsluis -was opgewandeld, om met open oogen het vaartuig te aanschouwen, -waarvan hij met gesloten oogen tegenwoordig elken nacht droomde.</p> - -<p>Al had hij in den Briel waarlijk schepen genoeg gezien, niet een kon -natuurlijk zulk een aantrekkelijkheid voor hem hebben als dit.</p> - -<p>En wat een aangroeiende levendigheid om deze schuit, die vele jaren -weg zou blijven en daarom als het ware tot een drijvend dorp werd -ingericht!</p> - -<p>Zeilmakers, scheepstimmerlieden, schilders, smeden, touwslagers, om -de leveranciers van allerlei eet- en drinkwaren niet te vergeten, -zwermden als nijvere bijen om dien drijvenden korf. Dieren kwamen er -ook al bij te pas, maar die zouden zooveel plaats niet innemen als -in de arke Noachs, want<span class="pagenum"></span> ze werden geslacht en ingezouten, en de -weinige, die levend mee zouden gaan, behoefden heusch niet op een -lange zeereis te rekenen. Heel veel zin hadden ze er in geen geval -in, ten minste de varkens niet, die spectakel genoeg maakten.</p> - -<p>Witte kon eerst maar niet genoeg van dit schip krijgen. Toen echter -kwam zijn vit-achtige natuur, een gevolg van het zanikachtige leven -dat hij thuis had, weer boven, en viel hem hier en daar iets in het -oog, dat volgens zijn waanwijsheid beter had kunnen zijn. Als <i>hij</i> -maar eens kapitein van dat prachtschip geweest was!....</p> - -<p>"Wel, maat!" kwam daar plotseling een jongensstem, waaruit men den -baard in de keel al hoorde, tot hem, "kijk-je het mooi er al af?"</p> - -<p>Wittens felle, nooit vriendelijke oogen, gingen den kant uit van den -spreker, die niet zonder eenige spotzucht deze onverwachte vraag tot -hem gericht had, een jongen, ongeveer van zijn leeftijd en in -zeemans-werkpak.</p> - -<p>Die kleeding bespaarde hem een dier bitse antwoorden, waarmede Witte -anders niet zuinig was. Toch, hoe welwillend ook bedoeld, er bleef -norschheid te over in zijn wedervraag:</p> - -<p>"Hoor-jij erop?"</p> - -<p>"Of ik erop hoor?.... Nagelvast zou ik haast zeggen."</p> - -<p>"Heb-je er dan het land aan?"</p> - -<p>"Nou.... als ik de koeien erbij had, was ik een boer in den polder."</p> - -<p>"Zeg-je dat op mij?"</p> - -<p>"Ben-jij dan een boer?"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Neen."</p> - -<p>"Wat trek-je je 't dan aan?"</p> - -<p>"Dat is mijn zaak."</p> - -<p>"Je lijkt nog al onverschillig."</p> - -<p>Witte trok zijn schouders op en onwillekeurig dwaalden zijn blikken -weer naar "de Gouden Leeuw" waarop alles vol leven en beweging was. -Neen, dáár was hij zeker niet onverschillig voor.</p> - -<p>De andere jongen, een knaap met een bruinen krullekop en levendige, -donkere kijkers in het vroolijke gelaat, zag dit.</p> - -<p>"Ik laat me driemaal van de ra dansen, als jij ook geen -zeemansjongen ben!"</p> - -<p>Een zucht.</p> - -<p>"En dat jij precies zoekt, wat ik verliezen wil."</p> - -<p>Witte keek hem vragend aan.</p> - -<p>"Ruilen?" stelde de vroolijke krullebol voor.</p> - -<p>Ineens zag Witte hem met zijn felle oogen vlak in het gezicht.</p> - -<p>"Ho, ho," spotte deze, "je zet een gezicht als een jeugdige -menscheneter.... Maar weet-je wat? Loop eens met me naar de taveerne -ginds.... Een kroes bier...."</p> - -<p>"Heb ik van jou niet noodig."</p> - -<p>"Nog beter!.... Dan tracteer jij."</p> - -<p>Dat kwam er zoo vlot uit, dat er, even slechts, een glimlach over -het gelaat van Witte vloog.</p> - -<p>Zijn maat knikte tevree.</p> - -<p>"Te duiker, ik dacht, dat je een steenen snuit had. Net als het -varken van mijn spaarpot.... waaraan ik zoo'n hekel had."</p> - -<p>"Aan dat varken?" spotte Witte.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Ben-je wel zestig? Net zoo min als aan jou, al hèb-je een steenen -bakkes.... Neen, aan het sparen. Welke zeemansjongen heeft daar -verstand van?"</p> - -<p>Witte keek hem verbaasd aan.</p> - -<center> -<a name="16_nodig"></a> -<img src="images/16_nodig.jpg" alt="image: 16_nodig.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Heb ik van jou niet noodig.]</center> - -<p>"Jij een echte zeemansjongen?... En je wil van de schuit af?"</p> - -<p>"Wis en zeker,... van déze!"</p> - -<p>"Dus?"</p> - -<p>"Ga mee.... Bij een kroes bier kan ik je dat veel duidelijker -uitleggen."</p> - -<p>Witte schudde het hoofd.</p> - -<p>"Zeg 't zoo maar."</p> - -<p>"Mij goed dan, sinjeur Isegrim.... Weet dan, dat ik Hans Lievensz. -ben uit Hoorn, dat ik van<span class="pagenum"></span> m'n tiende jaar al af de zeelucht opsnuif -en in dit opzicht een aardje naar m'n vaartje heb, die, geloof ik, -op zee geboren is."</p> - -<p>"En je wou van de schuit!"</p> - -<p>"Zeker.... Niet om bij moeders pappot te blijven, hoor, maar omdat -ik gisteren de tijding kreeg, dat mijn vader als eerste stuurman ook -naar Oostinje gaat en wel met een schip uit Hoorn. Daar kon ik -denkelijk wel al als matroos met mee, maar nu zit ik aan deze kast -vast, waarvoor ik als lichtmatroos gemonsterd ben."</p> - -<p>"En je wou met mij ruilen!" gaf Witte ten antwoord, in de bitterheid -zijns harten een sterken nadruk op dat woordje "mij" leggend.</p> - -<p>"Wis en drie!"</p> - -<p>"Omdat je denkt, dat ik een zeemansjongen ben?"</p> - -<p>"Ga-je me voor den gek houden?.... Je heele facie wijst het immers -uit!"</p> - -<p>"Toch heb-je het mis.... Ik ben snijdersleerling!"</p> - -<p>"Kom, maak dat een ander wijs!"</p> - -<p>"Ik.... lieg nooit."</p> - -<p>"Maar.... wat kom-je dan eigenlijk hier doen?"</p> - -<p>Witte gaf geen antwoord. Weer keek hij naar "de Gouden Leeuw", en nu -kwam er zulk een smartelijke uitdrukking op zijn gelaat, dat er voor -Hans een licht opging.</p> - -<p>Vertrouwelijk legde hij de hand op Wittens schouder.</p> - -<p>"Kameraad.... ik vroeg je om hulp...."</p> - -<p>Witte schudde zijn hand af.</p> - -<p>"En nu valt het je leelijk tegen, hè?" sprak hij op zijn bitse, -afstootende wijze.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Even lichtte er iets joligs door de glanzende oogen van den -jeugdigen licht-matroos.</p> - -<p>"Als ik neen zei, zou.... zou ik op mijn beurt liegen, en daar zie -ik net zoo min heil in als jij."</p> - -<p>"Wat wou-je dan?"</p> - -<p>"Ik?.... Een beetje.... en toch veel."</p> - -<p>"Wat dan?"</p> - -<p>"Wel.... kan ik je soms helpen?"</p> - -<p>Witte glimlachte op haast beleedigende wijze.</p> - -<p>"Dat zal zeker niet lukken aan een lichtmatroos van 'de Gouden -Leeuw?'...."</p> - -<p>"Bij dit en dat.... waarom niet?"</p> - -<p>"Omdat het zelfs den gezagvoerder ervan mislukt is."</p> - -<p>"Wat zeg-je daar?.... Kapitein Schepenham...."</p> - -<p>"Is zelf bij m'n moeder geweest."</p> - -<p>Hans floot tusschen de tanden.</p> - -<p>"Sta-je bij d'n ouwe in zoo'n goed blaadje?"</p> - -<p>"Heeft-ie dan zooveel leelijke blaadjes in z'n boekje?"</p> - -<p>Hans wreef zich met een kwasi-pijnlijk gezicht over den rug, wat, -bij de oolijkheid van zijn tronie, allerkluchtigst aandeed.</p> - -<p>"Een zeeman van het bovenste plankje, maar een beetje kort -aangebonden, en.... het eindje touw is ook niet lang."</p> - -<p>"De spanriem van een leertouwer en de el van een kleermaker zijn ook -niet van zoete koek gebakken."</p> - -<p>"O, zoo!" riep Hans uit, "jij weet dus ook, wat een blauwe plek is."</p> - -<p>Beiden schoten om deze opmerking in den lach. "Dat moet-je maar veel -doen," meende Hans.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Wat?"</p> - -<p>"Lachen!"</p> - -<p>"Ik heb daar niet veel reden toe."</p> - -<p>"Nu, ik zou zoo denken!.... een lief kindje van d'n ouwe!"...</p> - -<p>"Wat helpt me dat? Ik mag toch niet naar zee."</p> - -<p>Hans keek hem strak aan.</p> - -<p>"Moederskindje?" vroeg hij.</p> - -<p>De blik, dien Witte hem toewierp, overtuigde, hem, meer dan een heel -verhaal dat doen kon, van het tegenovergestelde.</p> - -<p>"Een harde vrouw?"</p> - -<p>"Ja!" klonk het kort en bondig.</p> - -<p>"En je vader?"</p> - -<p>"Is dood.... allang."</p> - -<p>"Broers en zusters?"</p> - -<p>"Eén zus. De rest broers, en allen ziekelijk."</p> - -<p>"Jij ziet er toch gezond uit."</p> - -<p>"Wat heb ik daaraan?.... Ik knies me dood!"</p> - -<p>"Moet-je niet doen."</p> - -<p>"Jij hebt goed praten: jij vaart op zee!"</p> - -<p>"Daar kom-jij ook op.... Als je 't maar goed aanpakt."</p> - -<p>"En als nu kapitein Schapenham.... en zelfs twee dominees, ds. Leo -en Willem Crijnze...."</p> - -<p>Nu schudde Hans heel zijn lache-kop.</p> - -<p>"Heelemaal verkeerd aangepakt!"</p> - -<p>"Doe-jij het dan beter," snauwde Witte.</p> - -<p>"Neen, dat zou moeilijk gaan, want.... ook ik hoor op mijn manier -tot het manvolk, en... dàt krijgt geen moeder-de-vrouw klein."<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Witte werd opeens vol belangstelling.</p> - -<p>"Hoe bedoel-je dat?" vroeg hij.</p> - -<p>"Geef liever mij eens antwoord.... Houdt je zus erg veel van je?"</p> - -<p>"Ja."</p> - -<p>"<span id="cor0005" class="corrected" title="[Originele tekst: Kan die het het]">Kan die het</span> dan niet van je moeder gedaan krijgen?"</p> - -<p>Daar kwam de rimpel weer op het voorhoofd van Witte. Iets bits lag -op zijn lippen; maar eer hij wat zeggen kon, lei Hans hem door een -afwerend gebaar het zwijgen op.</p> - -<p>"Begrepen! Jullie zijn allebei bang voor moeder... Neen, kijk me -niet zoo venijnig aan. Ik wil geen ruzie met je zoeken, maar helpen -wil ik je, en daarom zeg ik nu precies maar, wat ik denk. En als jij -dat nu ook wil doen, geef me dan eens eerlijk antwoord op deze -vraag: Is er niet een vrouwelijk wezen in je familie, dat zóóveel -van je houdt, om...."</p> - -<p>Maar Hans voleindigde dezen zin niet. Hoe haastig ook Witte het -hoofd omwendde, de oolijke zeemansjongen had gezien, hoe hij -kleurde.</p> - -<p>Nu lei Hans beide zijn handen op de schouders van den -snijders-leerling en dwong dien aldus hem in de oogen te zien.</p> - -<p>"Ik weet nog niet eens, hoe je heet.... Ik zal maar Jan tegen je -zeggen, want zoowat al de Hollandsche jongens van de zee heeten -zoo.... O, heet-je Witte?.... Goed!.... Dan heb ik jou, Witte, te -zeggen, dat, als dat meisje veel van je houdt, ze nog vandaag naar -je moeder zal gaan.... of, bijlo! haar eigen moeder erop uit zal -sturen. Vrouwen weten van volhouden; dàt zie-je maar<span class="pagenum"></span> eens aan je -eigen moeder! Daar kunnen geen dominees en geen zeekapiteins en in -'t geheel niet <span id="cor0018" class="corrected" title="[Originele tekst: zulke kwajongens als wij]">zulke kwâjongens als wij</span> nog zijn, tegen op. Ik -verzeker je, Witte, dat, als je er maar eenmaal de vrouwlui voor -weet te spannen, mijn naam geen Hans Lievensz is, of je gooit -binnenkort schaar en naald zoover weg, als zij vliegen willen."</p> - -<center> -<a name="17_voorland"></a> -<img src="images/17_voorland.jpg" alt="image: 17_voorland.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Kijk nu naar je voorland.]</center> - -<p>Toen, hem aldoor bij de schouders vasthoudend, keerde hij hem met -zijn forsche knuisten in één ruk om, zoodat Witte met het gelaat -naar den Oostinjevaarder gewend stond.</p> - -<p>"Kijk nu naar je voorland.... scheepsjongen van 'de Gouden Leeuw'!"</p> - -<p>Witte had zich te weer willen stellen, maar nu vielen zijn armen -slap neer. Er was over zijn gelaat<span class="pagenum"></span> zulk een geluk gekomen, dat hij -in dat eene oogenblik een heel andere jongen scheen geworden. Zijn -oogen, lichtstralend van blijdschap, zagen eerst het schip en toen -Hans aan.</p> - -<p>"O, Hans, als dàt waar was...."</p> - -<p>"Het wòrdt waar, Witte.... maar dan nu ook als de drommel aan het -werk. Geen oogenblik kun-je meer verliezen. Denk eens aan: we zouden -half Januari uitzeilen, en vóór dien tijd zou nog je heele -uitrusting in orde gebracht moeten zijn, wat voor een Oostinjesche -reis om den dood geen gekheid is. Hoe je de vechtpartij nu aan moet -pakken.... is jou zaak, maar hooren doe ik er zeker van!"</p> - -<p>"Morgenochtend ben ik weer hier."</p> - -<p>"Kun-je dan altijd maar van je vak wegloopen, als je er lust in -hebt?"</p> - -<p>"Dat vak.... hèb ik niet meer," klonk het vastberaden.</p> - -<p>"Jij maakt dáár korte metten mee, Witte!"</p> - -<p>"Dat zullen we nu met het andere ook probeeren," kwam het er even -resoluut bij Witte uit.</p> - -<p>Hij stak de hand ten afscheid uit.</p> - -<p>"Kan ik voor jou ook wat doen, Hans!"</p> - -<p>"Heel veel!"</p> - -<p>"Dat is?"</p> - -<p>"Den schipper, bij wien jij een potje schijnt te kunnen breken, onze -ruiling voorstellen, als het jou lukt."</p> - -<p>"Kan niet."</p> - -<p>"Hoe zoo?"</p> - -<p>"Wie ruilt er een licht-matroos voor een onbevaren scheepsjongen?"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Ja, dat is voor den drommel waar ook!"</p> - -<p>Op zijn beurt nu lei Witte de hand op den schouder van zijn -kameraad.</p> - -<p>"Ik zal in elk geval mijn best doen, om ook jou te verlossen, Hans!"</p> - -<p>"Top!... Tot ziens dan, Witte."</p> - -<p>"Tot ziens, Hans."</p> - -<p>Zonder er een woord meer bij te voegen, spoedde Witte zich den weg -naar Nieuwenhoorn op.</p> - -<p>Geen seconde liet hij verloren gaan. Dadelijk begaf hij zich naar de -hofstede van zijn nicht. Eerst Marie en toen haar moeder werden in -het plan van aanval gewikkeld. En nu Witte maar handelen kon, die -trouwens toch van commandeeren hield en van vechten niet minder, -wist hij er bij moeder en dochter, hoeveel bezwaren zij eerst -hadden, den strijdlust wel in te brengen. Dát heeft de latere -admiraal Vechtgraag, zooals de matrozen hem gedoopt hebben, schier -altijd weten te bewerkstelligen, als het erop aan kwam. En omdat -Witte en Marie, hoeveel zij zich al mochten verbeelden, toch -eigenlijk nog maar kinderen waren, moest haar moeder het eerst den -aanval beginnen. De gebeden en tranen van Marie hield de jeugdige -commandeur voorloopig in de reserve.</p> - -<p>Eigenlijk had hij haar moeder in zijn stevige knuisten wel mee -willen sleuren, om den veldtocht maar dadelijk te openen, doch die -verklaarde, dat zij ook haar huishouden had en het nog te vroeg was. -Vanmiddag was het tijd genoeg. Marie evenwel liep, al babbelende -over het groote plan, met Witte mee, en zoo kwam het, dat zij door -den kapitein<span class="pagenum"></span> gezien werden, gelijk wij aan het slot van het vorige -hoofdstuk verteld hebben.</p> - -<p>Dat die al heel gauw op de hoogte van het plan gesteld werd en er -verbazend veel schik in had, behoeven wij wel niet mede te deelen. -Maar meester Jochum hielden zij er als bij afspraak buiten. Die wou -wel beginnen, om Witte met een heel standje mee te troonen, maar dat -gelukte hem niet.</p> - -<p>"Daar zullen we nog wel een woordje over te wisselen hebben," -dreigde hij, en Witte gaf daarop ten antwoord, dat het goed was.</p> - -<p>"Ja," sprak nu meester Jochum Stoffelsen tot zichzelven, terwijl hij -den weg naar den Briel insloeg, "hoe zal ik dat nu aan mijn vrouw te -vertellen hebben, zonder dat zij mij tòch van alles de schuld -geeft?"</p> - -<br> -<br> -<br> -<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter08"></a> -<h3 align="center">VIII.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">Het deurtje van een vogelkooi gaat open.</span></h4> - -<p>Wat zal ik u, die nog jong zijt, getuigen maken van de worstelingen -eener oude vrouw tegen het onvermijdelijke!</p> - -<p>Het was de vaste overtuiging van moeder de With, dat haar jongen -ongelukkig zou worden op de zee, minder naar het lichaam dan wel -naar de ziel. Ginder op den wijden plas een schier voortdurend -kampen met allerlei vijanden, en háár innige overtuiging was het, -dat het voeren van het zwaard ontwijfelbaar zeker ten verderve -voert.</p> - -<p>Toch had Witte het in die voortdurende worsteling met zijn moeder in -zijn voordeel, dat zij elk jaar ouder en hij daarentegen krachtiger -werd. Wat zij verloor bij het afwinden van haar levensdraad, won hij -bij het sterker, grooter, kloeker worden. Het einde was te voorzien. -En toen zij nu, zwak en zich doodmoede gevoelende, nog den aanval -moest weerstaan van allen, die maar eenigen invloed op haar meenden -te kunnen uitoefenen, terwijl zij allen uitwendigen steun miste, -kwam over haar een groote walging.</p> - -<p>De moeder van Marie meende haar overtuigd<span class="pagenum"></span> te hebben, dat alleen een -toegeven Witte kon redden van een leven, dat onder zou gaan in -nutteloosheid. De tranen van zijn speelmakkertje bevochtigden haar -oude, van ontroering bevende handen, maar de warmte ervan drong niet -door tot haar hart.</p> - -<p>Zij gevoelde zich een van God gestrafte, omdat zij in de opvoeding -van haar kind te kort geschoten was, omdat zij hem niet had kunnen -redden of terugbrengen van zijn afval. Nu liet zij moedeloos het -hoofd op het kussen nederzinken, en haar gevouwen handen wonden zich -lusteloos van elkaar. Háár kracht was gebroken; die van Witte had -gezegevierd.</p> - -<p>Zóó.... was dat geen triomf! Al het blijde en gelukkige van -eindelijk zijn levensdoel gevonden te hebben, werd op dat eigen -oogenblik voor den knaap bedorven.</p> - -<p>Hij hoorde de jubeltijding van Marie; maar toen hij dadelijk daarop -naar het bed van zijn moeder snelde om haar gelaat en haar handen -met kussen van dankbaarheid te bedekken, wendde zij zich van hem af -en keerde hem den rug toe. Toen vielen zijn armen slap neer, en de -rimpel, die thans bij zijn moeder zelfs in de halve duisternis van -haar legerstede zichtbaar was, groef zich nu ook diep in zijn -voorhoofd.</p> - -<p>"Moeder.... heeft Marie gelogen?"</p> - -<p>"Een Doopsgezinde liegt nooit!" klonk het dof achter uit de donkere -bedstede.</p> - -<p>O, wederom golfde een bloedstroom van vreugde door de aderen van den -knaap. Het wàs dan toch waar! Over zijn leven ging het licht van -zijn geluk op.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Waarom bedierf moeder dat nu?</p> - -<p>Eén hartelijk woordje slechts!</p> - -<p>Hij vroeg erom:</p> - -<p>"Moeder.... Ik ben zoo blij!"</p> - -<p>Altijd bleef het hoofd afgewend; maar hard en zonder eenig -mededoogen kwam het er in afgebeten bewoordingen bij de vrouw uit:</p> - -<p>"Ook de Verloren Zoon was blij, toen hij het verderf tegemoet ging."</p> - -<p>"Moeder!...."</p> - -<p>Maar de moeder van Marie, die zich wat achteraf gehouden had bij het -onderhoud tusschen de oude vrouw en haar opbloeienden zoon, kwam nu -bij het bed, trok Witte aan de mouw en beduidde hem door allerlei -teekenen, dat hij beter deed zijn moeder met haar groot verdriet -alleen te laten.</p> - -<p>Witte was er kapot van, toen hij zich met Marie naar haar huis -begaf.</p> - -<p>"O, Marie, ik kon toch niet anders; heusch, ik kòn niet anders!"</p> - -<p>Marie troostte hem, zooals een meisje dat kan doen, en dat deed hem -goed, maar altijd bleef er nog iets aan zijn innerlijk knagen, dat -hij maar niet tot rust kon brengen.</p> - -<p>Dien aanblik van zijn moeder, het hoofd van hem afwendend, meende -hij wel nooit te kunnen vergeten. De troostredenen van ds. Leo, die -hem als elfjarigen knaap gedoopt had, de luchtigere beschouwingen op -dat punt van kapitein Schapenham, en het geterg van de eerbare vrouw -Stoffelsen, die er heel gauw achter gekomen was, hoe eigenlijk de -vork aan den steel zat en daar nu geducht gebruik<span class="pagenum"></span> van maakte, om -Witte tijdens de enkele keeren, dat hij nog haar huis bezoeken -moest, het leven zoo zuur mogelijk te maken.... <span id="cor0006" class="corrected" title="[Originele tekst: dat alles vermohct]">dat alles vermocht</span> -niet het bittere gevoel te doen verminderen.</p> - -<center> -<a name="18_kapot"></a> -<img src="images/18_kapot.jpg" alt="image: 18_kapot.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Witte was er kapot van.]</center> - -<p>Dat deed alleen een opmerking van Hans.</p> - -<p>Die scheen de wereld te rijk, toen Witte hem de vreugde-mare -verkondigde. Want, zie-je, Hàns was het toch maar geweest, die den -raad gegeven had, welke ten slotte zoo uitstekend bleek te zijn.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Heel zijn vroolijke facie was een en al lach, en dat werkte zoo -aanstekelijk, dat de nevel, welke nog als bij voortduring voor Witte -tusschen zichzelf en het geluk van zijn leven lag, voor een wijlen -optrok.</p> - -<p>O, nu zou hij de wijde wereld ingaan, vreemde landen en vreemde -volken zien, en toonen, wat er voor flinks en kordaats in hem zat. -Het schip "de Gouden Leeuw" keek hij aan met een uitdrukking op het -gelaat, alsof hij er zelf de eigenaar van was. Voor hem omvatte dit -stevige, hooge vaartuig een toekomst vol welbehagen.</p> - -<p>Hij ademde zoo diep, alsof er iets drukkends van zijn borst was -afgenomen. En al maar om hem heen dat vroolijke gekeuvel van Hans, -die van dat zijn oogen 's morgens open gingen, tot hij 's avonds in -slaap viel, aldoor maar schik in zijn leven scheen te hebben.</p> - -<p>"Hans, wat bèn-je toch eigenlijk een gelukkige vent!"</p> - -<p>"Ik?.... Nou, daar mankeert anders op 't oogenblik een heeleboel -aan."</p> - -<p>"Nee, daar mankeert niemendal aan, zeg ik je."</p> - -<p>"Wat?.... Noem-je 't niemendal, als ik graag matroos op dat -Hoornsche schip had willen worden en dat kansje nu m'n neus voorbij -zal gaan? Zeg, zooveel gage meer in de maand is voor den drommel -toch geen gekheid!"</p> - -<p>"Dat is het zeker niet!.... Maar daarom zul-je er toch niet het -heimwee van krijgen?"</p> - -<p>"Heimwee?" spotte Hans; "pas maar op, dat die...."</p> - -<p>Hij wilde zeggen: "jou niet te pakken krijgt,"<span class="pagenum"></span> maar, als viel hem -iets in, slikte hij deze woorden in, terwijl er iets verlegens over -zijn gelaat kwam, als bij iemand, die op het punt is een -onhandigheid te begaan.</p> - -<p>Die overgang was te plotseling, dan dat het niet de aandacht van -Witte getrokken zou hebben.</p> - -<p>Trouwens diens aard was altijd min of meer kwaaddenkend, gevolg van -het leven tegen zijn zin, dat hij zooveel jaren had moeten leiden.</p> - -<p>Hij keek Hans met zijn felle oogen aan.</p> - -<p>"Waarom verberg-je wat voor mij?"</p> - -<p>"Ik?"</p> - -<p>"Ja, je spreekt niet schoon uit."</p> - -<p>Hans haalde een beetje onverschillig de schouders op.</p> - -<p>"Ik zeg niet graag onprettige dingen aan een maat, met wien ik -anders wel op kan schieten."</p> - -<p>Witte knikte, en zijn gelaat stond weer heel somber.</p> - -<p>"'k Begrijp je anders best, Hans."</p> - -<p>"Vraag er dan ook niet verder naar."</p> - -<p>"Neen, vragen doe ik je daar niet meer naar, omdat ikzelf je het -antwoord wel geven kan."</p> - -<p>"Houd dat antwoord dan maar voor je eigen.... En, wat drommel! laten -we jool in ons leven hebben en houden erbij.... Denk eens aan, -Witte: je gaat nu heusch naar zee!"</p> - -<p>"Zonder heimwee," hield deze koppig vol.</p> - -<p>"Begin-je daar weer mee?"</p> - -<p>"Ja, want je wou te kennen geven, dat zeker ik niet die ziekte onder -de leden had."</p> - -<p>"Nu, en wat zou dat?"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Omdat je verzweeg, dat alleen moederskindertjes daar aanleg voor -hebben en mijn moeder...."</p> - -<p>Heel donker zag hij weer voor zich uit.</p> - -<p>Hans schudde het hoofd.</p> - -<p>"Witte, Witte, als je dáár over blijft zeuren, krijg-je zoo zeker -het heimwee als tweemaal twee vier is."</p> - -<p>"'t Is ook zoo'n ellendige geschiedenis, Hans!"</p> - -<p>"Nou, voor jou zoo heel erg niet!"</p> - -<p>Witte maakte een beweging met het hoofd, als wilde hij zeggen: "Hoor -die eens!"</p> - -<p>"Daar weet-je niets van, Hans!"</p> - -<p>"Dat denk-je, Witte; maar ik verzeker je, dat ik er een heel klein -beetje over kan oordeelen."</p> - -<p>"Wat Zaterdag.... was jou moeder er dan ook zoo tegen?"</p> - -<p>"Heelemaal niet. In onze familie spreekt het vanzelf, dat de jongens -oprukken, zoo vroeg mogelijk naar zee. En 't is, omdat ze op 'n -schuit nu eenmaal geen meisjes varen, dat m'n zusjes niet op -gezouten vleesch onder de linie hebben gekauwd, en.... ja, - dat m'n moeder geen marsgast geworden is."</p> - -<p>"Jij.... spot met alles. En mij houd-je ook voor den gek. Want hoe -zou-jij er nu over kunnen oordeelen, hoe ellendig het met mij -geschapen staat, omdat moeder.... nu ja, je weet het wel."</p> - -<p>"Toch spot ik niet, Witte, en ik zou daar ook wel zalig voor -oppassen. Daar ben-jij geen jongen voor. <span id="cor0007" class="corrected" title="[Originele tekst: En al durf ik je best staan,]">En al durf ik je best slaan,</span> je vuisten lijken me niet van zoete koek gebakken. Neen, -maat, ik bedoel het heel anders dan jij wel denkt."</p> - -<p>"Leg het me dan eens uit.... en dat heel gauw alsjeblieft."<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Toe maar! Ik zou me aanvliegen als ik jou was. Kalm wat, kameraad."</p> - -<p>"Neen, niet kalm. Ik moet weten, wat je op het oogenblik denkt."</p> - -<p>"Dát 's gauw genoeg gezegd: ik denk op het oogenblik, dat je een -razend opgewonden standje bent.... Ho, ho....</p> - -<center> -<a name="19_vogeltje"></a> -<img src="images/19_vogeltje.jpg" alt="image: 19_vogeltje.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Ik heb eens een vogeltje gehad, Witte...]</center> - -<p>Wou-jij, scheepsjongen van 'de Gouden Leeuw', nu al rebellie plegen -tegen een meerdere van je?.... Denk eens aan: tegen een -lichtmatroos."</p> - -<p>"Spot niet, Hans.... Ik kàn dat niet verdragen!"</p> - -<p>Hans troonde hem mee naar een afgezonderd hoekje, waar zij op een -hoop oude zeilen plaats namen, en toen zij daar gezeten waren, -sprake Hans:</p> - -<p>"Ik heb eens een vogeltje gehad, Witte...."</p> - -<p>"Wat kan mij dat schelen?"</p> - -<p>"Meer dan je denkt.... Even geduld!"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Geduld?.... Ik heb dat zooveel jaren moeten hebben...."</p> - -<p>"Dat er een paar minuutjes nog wel bij kunnen, zou ik zoo denken..."</p> - -<p>Het onverstoorbaar goede humeur van Hans miste ten slotte zijn -uitwerking niet op den heftigen, onstuimigen knaap.</p> - -<p>"Ga dan maar je gang," zei hij met zulk een diepe zucht, dat Hans -erom in den lach schoot.</p> - -<p>"Je lijkt wel een blaasbalg.... Neen, bedaar!.... Ik zal je geduld -niet langer op de proef stellen.... Ik had dan een vogeltje...."</p> - -<p>"Dat weet ik al!"</p> - -<p>"Maar wat je niet weet, is, dat ik dolveel van het beestje hield. Ik -was nog een schoolaapje, en als ik naar huis kwam stuiven, zag het -beest me al van verre aankomen en fladderde van blijdschap tegen de -tralies van zijn kooi."</p> - -<p>Er was iets innigs gekomen over de beweeglijke gelaatstrekken van -Hans, maar die van Witte behielden haar ijzige onverschilligheid.</p> - -<p>Wat ter wereld kon hèm een vogeltje schelen?</p> - -<p>Toch zweeg hij nu, en wachtte met een geduld, dat hem niet dikwijls -eigen was, het vervolg van het verhaal af.</p> - -<p>"'k Had het gevangen in den winter, toen het nergens eten kon -vinden. Door den honger was het in mijn macht gekomen, en daarom -zorgde ik er altijd goed voor, dat het te eten kreeg. Pietje wist -dat, en keek naar mijn handen om.... Dat stomme dier!"</p> - -<p>"Moet dat gezeur nog langer duren?"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"O ja, Witte, je lacht me uit, omdat ik, zeemansjongen, die al heel -wat gezworven heb, hoe jong ik nog ben, van een simpel vogeltje heb -gehouden? Wacht maar, je zult eens zien, hoe je van den scheepshond -gaat houden, en misschien probeer-je wel een aap mee te brengen naar -het vaderland. Wij, zeelui, hechten ons altijd erg aan die goejege, -stomme dieren, die je zoo kunnen aankijken, net, of ze hulp van je -vragen. En die aard zat zeker toen al in me, al had ik nog geen -ander scheepje dan dat ik van m'n houten klomp gemaakt had. Dàt weet -ik wel, dat ik voor geen geld van de wereld m'n kameraadje had -willen missen. Telkens was ik bij zijn kooi, om met hem te praten, -en zoo waar als ik leef, het beest verstond me. Zijn baasje mocht -alles bij hem doen, zelfs met den vinger over z'n kopje strijken."</p> - -<p>"Is het haast uit?"</p> - -<p>Nu kwam er als een lichte wolk over het anders zoo opgeruimde gelaat -van Hans.</p> - -<p>"Gauw genoeg, Witte! Daar heeft dat kleine ondier zelf voor -gezorgd."</p> - -<p>"Hoe?"</p> - -<p>"'k Zal het je vertellen. 't Was al een heel stuk in de lente. Op -een vroegen morgen — 'k lag nog in m'n kooi, die bij ons thuis -onder de pannen was opgeslagen — hoorde ik m'n vogeltje op een -geweldige wijze aangaan. Dàt is een kat! dacht ik, en wip! was ik -uit 't bed en stak m'n hoofd door het dakvenster, waarnaast ik het -kooitje 's nachts altijd ophing. Toen zag ik, dat ik het heelemaal -mis had. M'n kameraadje lette niet eens op mij,<span class="pagenum"></span> maar wipte telkens -tegen de tralies, om maar zoo dicht mogelijk bij de vogels te zijn, -die druk rondvlogen met strootjes en allerlei ander gedoe voor het -bouwen van hun nest."</p> - -<p>"En natuurlijk wou je vogel daarbij wezen!"</p> - -<p>"Dat wou-ie. En nu kan ik je niet zeggen, Witte, hoe ondankbaar ik -dat van hem vond."</p> - -<p>"Ben-je wel goed bij je zinnen? Een vogel blijft toch een vogel, en -is liever in de wijde wereld dan achter de tralies van een kooi."</p> - -<p>"Je hebt volkomen gelijk, Witte. 't Ging met m'n vogeltje.... net -als 't met jou gegaan is."</p> - -<p>Getroffen zag Witte hem aan. Van nu af was hij een en al gehoor.</p> - -<p>Hans zag dat, en al het joviale kwam weer op zijn gelaat terug.</p> - -<p>"Nu weet ik, maat, dat je me niet zult uitlachen als ik je verder -vertel, wat er gebeurd is. Ik, kleine, domme jongen, kon maar niet -gelooven, dat mijn makkertje de wijde wereld, waarin hij haast -verhongerd was, liever zou hebben dan zijn baasje. Ik riep hem bij -al de naampjes, die een kind aan z'n vogeltje geeft, opende het -deurtje om hem met m'n vinger over z'n kopje te strijken.... Wip, -daar ontsnapte hij door die opening en vloog weg. Ik werd rood van -kwaadheid, en slingerde hem een stuk dakpan, dat in de goot lag, -achterna. Tranen met tuiten heb ik erom gehuild. Niemand kon mij -over dat verlies troosten. Men wilde mij een ander vogeltje geven. -Ik dreigde het den nek om te draaien. Dat is nu al heel wat jaren -geleden en nooit dacht ik me over het verlies van m'n -speelkameraadje,<span class="pagenum"></span> dat ik van den hongerdood gered had en altijd -verpleegde met al de innigheid van een onnoozel kind, heen te kunnen -zetten...."</p> - -<p>"Is dat toch gebeurd?"</p> - -<p>"Door jou."</p> - -<p>"Door mij!"</p> - -<p>"Ja, Witte.... op het oogenblik zelf, toen je - me vertelde, hoe je moeder je den rug toekeerde, toen jij uit je - kooitje vloog."</p> - -<p>"Daar wil-je mee zeggen, Hans?"</p> - -<p>"Dat mijn vogeltje niet anders kòn, Witte."</p> - -<br> -<br> -<br> -<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter09"></a> -<h3 align="center">IX.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">Met ijsgang uit het Goereesche Zeegat.</span></h4> - -<p>Tegen het midden der maand Januari van het volgende jaar 1616 was -het weder geheel omgeslagen.</p> - -<p>Geen nevel meer en geen regen en geen donkere dagen. Al wederom werd -de waarheid bevestigd van het oude rijmpje: "Als de dagen lengen, -gaan de nachten strengen."</p> - -<p>Maar niet alleen des nachts vroor het, dat het kraakte en knapte. -Ook op den dag bakte het een aardig koekje.</p> - -<p>De landman was met dat alles wel tevreden. "Nu vriest het ongedierte -dood," meende hij.</p> - -<p>Over het algemeen was men niet op een kwakkelwinter gesteld. "Wakke -winters, vette kerkhoven," leeraarde een ander spreekwoord.</p> - -<p>De jongens en meisjes gingen op den zolder de schaatsen eens aan een -nauwkeurig onderzoek onderwerpen. Moeder zei wel, dat er eerst -"balken onder het ijs" moesten komen, en probeerde haar rakkers een -beetje in toom te houden door ook al een spreuk aan te halen, -namelijk die van "ijs kost menschenvleisch". Doch vader wist wel uit -zijn jonge jaren, dat jong goedje moeilijk aan een touwtje -vastgelegd<span class="pagenum"></span> kon worden, al sprak hij nu met moeder mee. De -<span id="cor0008" class="corrected" title="[Originele tekst: verkoopars van]">verkoopers van</span> "heete melk met knapkoek", gingen eens na, welk oud -tafeltje nog goed genoeg zou zijn, om op het ijs dienst te doen. De -smeden brachten alles in gereedheid tot het schaatsenslijpen. De -rollen schaatsenband werden door de broeders van het St. -Nicolaasgilde opgeduikeld en aan de luifel gehangen. Alleen de -varensman, in zooverre hij de wijde wereld in moest, mocht naar al -dat gedoe niet meer omkijken.</p> - -<p>En geen wonder! De echte vrieswind waait uit het Oosten en dan is -het voor een zeilschip tijd om het wijde water op te zoeken. Hoe -gezellig dit anders mocht zijn, bij vorst in het water kon het soms -nog een heel getob worden, dat gewoonlijk eindigde met het uitwerpen -van het anker, om op een betere gelegenheid te wachten.</p> - -<p>Die betere gelegenheid moest men meestal zelf zoo spoedig doenlijk -bij den kop zien te vatten. Want in den riviermond kon men niet -blijven. Telkens bracht de ebbe van boven een al talrijker wordende -massa ijsbrokken aan, weldra van ijsschotsen, op elkaar schuivend en -hoe langer hoe geweldiger wordend.</p> - -<p>Ook konden, op schier onbegrijpelijke wijze, plotseling kolossale -stukken ijs van den bodem oprijzen en ineens van alle kanten de -rivier bedekken.</p> - -<p>Wel duwde de vloed die massa terug of bracht ze althans in beweging, -ze in elk geval opstuwend tegen de oevers, waar ze hoe langer hoe -meer op elkaar gestapeld werden. Doch na eenige uren kwam de ebbe -weer door, en als eenmaal een gedeelte der<span class="pagenum"></span> rivier vast ging zitten, -was er geen denken meer aan, om de vaargeul open te houden.</p> - -<p>De schepen, die op stroom lagen, zochten liever de veilige haven op, -maar "de Gouden Leeuw" moest eruit, het kostte wat het wilde, moest -de vrije zee bereiken, voor en aleer de ijsgang in het Goereesche -Gat dit onmogelijk maakte.</p> - -<p>Niet alleen, omdat hij voor het eerst de wijde wereld in zou zeilen, -heeft de ons bekende scheepsjongen van "de Gouden Leeuw" den 21sten -dag van die Januarimaand onthouden en opgeteekend in zijn dagboek, -maar niet het minst, omdat het bij die gelegenheid zoo verbazend -zwaar toeging. Een ander schip, waarover Heyndrik Buys gezagvoerder -was, kon tot een voorbeeld strekken, hoe gevaarlijk het was, met -zulk een sterken ijsgang de proef te nemen, om naar buiten te komen. -Het "verzeilde", aldus heeft Witte dat aangeteekend.</p> - -<p>Dat kon echter kapitein Geen Huyghen Schapenham den moed niet doen -verliezen. Het ging erop of eronder, en dat wel naar de getuigenis -van denzelfden scheepsjongen "met groot perikel". Ontzaglijk leden -de manschappen, die bij die felle koude vele uren lang in het want -moesten doorbrengen of op het gladde dek, dan wel in de roeibootjes, -als er ankers of allerlei lijnen moesten uitgebracht worden, zonder -eenige beschutting overgeleverd aan den tot op het gebeente -doordringenden, ijskouden Oostenwind. Krom stonden de vingers van de -koude. Tóch moesten knoopen gelegd worden of losgemaakt, tóch het -ijzer van anker of spil aangeraakt worden,<span class="pagenum"></span> al voelde dat aan, of de -huid aan het metaal bleef vastkleven.</p> - -<center> -<a name="20_perikel"></a> -<img src="images/20_perikel.jpg" alt="image: 20_perikel.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Het ging erop of eronder "met groot perikel".]<span class="pagenum"></span></center> - -<p>Stel u ook niet die matrozen dik gekleed voor! Dat kon niet bij die -vlugge bewegingen, dat opvliegen in het want, dat neerstorten in de -booten. Ook ging het aan boord meestal op de bloote voeten.</p> - -<p>Het is dan ook niet te verwonderen, dat, gelijk al diezelfde -scheepsjongen getuigde: "in 't uitzeilen van 't Goedereesche Gat -door de vehemente vorst, veel van 't volk haar voeten of teenen -afgevroren" waren.</p> - -<p>Wonderlijk! Die bezige menschen merkten in die benarde uren daar -weinig van. Eerst een maand later, toen zij in de warmere streken -der wereld waren aangekomen, begon zich dat te openbaren, en moest -men de zieken aan land brengen, waar er tenten voor hen opgericht -werden en men hen zoo goed en zoo kwaad dat in dien tijd ging, -verpleegde. Maar enkelen van die rappe maats zagen nooit meer het -vaderland terug. Zij liggen begraven in Isle de Majo, een der -Kaapverdische eilanden....</p> - -<p>Het was wel een hard begin geweest voor Witte, die zóó van de -kleermakerstafel in het ruwe, onbarmhartige leven van den varensman -der 17e eeuw overgeplaatst kwam. Het had ook niet erger gekund, en -vrouw Stoffelsen beschouwde het daarom als een straf en het was wèl -jammer voor haar, dat zij tijdens die benauwde uren in het -Goereesche Zeegat niet aan boord tegenwoordig kon zijn, om haar -meening in deze aan den gewezen snijdersleerling zoo nu en dan -kenbaar te maken.</p> - -<p>Nu moet het gezegd worden, dat zij haar tijd<span class="pagenum"></span> niet verloren had laten -gaan. Nauw had Witte zich in dienst begeven van de Oost-Indische -Compagnie ter Kamer te Rotterdam — want daarvoor voer "de Gouden -Leeuw" uit — of het was haar een lust geweest allerlei sombere -profetieën over zijn stuggen kop uit te storten.</p> - -<p>Toch was haar dat dienstnemen van den voormaligen leerjongen niet -onvoordeelig geweest.</p> - -<p>Om een ongunstig getuigschrift of wel een heel gezanik met het -Kleermakers- of Sint-Franciscusgilde te voorkomen en te vermijden, -had moeder de With, die anders daarvoor wel de minst geëigende -persoon was, alles in der minne weten te schikken, en was heel zijn -zeemansuitrusting, wat ten minste de kleederen betrof, aan meester -Jochum opgedragen, een voordeeltje, waar hij niet zuur om keek. -Waarbij kwam, dat hij niet het kleinste muntstukje had uit te -betalen aan zijn helper, die, niemand anders dan Witte was.</p> - -<p>En voor ditmaal een uitnemende hulp!</p> - -<p>Witte had op de kleermakerstafel nooit zulk een ijver betoond als -nu. Hij werkte van den vroegen morgen tot den laten avond, en prikte -zoodanig naar hartelust, dat vrouw Stoffelsen, die zich zijn luieren -en tegenspartelen van nog niet zoo heel lang geleden maar al te goed -herinnerde, daar een reden in vond om zich boos te maken en oude -koeien uit de sloot te halen.</p> - -<p>Die oude koeien zette zij vlak voor Witte neer, en dan begon ze, hoe -venijniger hoe liever.</p> - -<p>Ze kòn dat eenvoudig niet laten. En om eerlijk de waarheid te -zeggen, werd zij nu daarin gestijfd<span class="pagenum"></span> door Witte zelf, op wiens gelaat -bij de beschouwingen van zijn gewezen meesteres, telkens een fijn, -tergend lachje te voorschijn kwam, een Judaslachje, gelijk moeder -Stoffelsen zich uitdrukte.</p> - -<p>"Ja," had ze bij zulk een gelegenheid gezegd, "lach me maar uit, -lansje! Je bènt er nog niet. Je hebt twaalf ambachten en dertien -ongelukken..."</p> - -<p>"Ho, ho, vrouw Stoffelsen... ik ben pas zoowat op het helftje!"</p> - -<p>"Dáárom zei ik het ook," grijnsde nu ook zij, waardoor haar nogal -geschonden gebit bloot kwam, wat haar er nu juist niet mooier op -maakte, "dáárom zei ik het ook. Want je nieuwe ambacht zal je -natuurlijk ook niet blijven bevallen, zoowaar ik vrouw Stoffelsen -heet."</p> - -<p>"Best mogelijk!" sarde Witte.</p> - -<p>"Maar daar zit-je vast aan!" triomfeerde zij, "want op zee kun-je -niet wegloopen."</p> - -<p>"Best, hoor!"</p> - -<p>"Neen, monster! Daar zit-je in een notedop op een water, waar -nergens een plekje land te zien is."</p> - -<p>"We doen toch wel eens een haven aan, vrouw Stoffelsen!"</p> - -<p>"Ei, wat.... Zou-je willen deserteeren, jou, galgenaas?"</p> - -<p>"Waarom niet? Net zoo goed als van de kleermakerstafel!"</p> - -<p>Nu verried het gelaat van de vrouw, hoe vol ze was geworden van -inwendige pret.</p> - -<p>"Probeer dat eens!"</p> - -<p>"Als ik er kans toe zie!" plaagde Witte.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Je durft niet!... Want als ze je te pakken krijgen...."</p> - -<p>"Dàt zit nog, moeder!"</p> - -<p>"Zitten?.... Dat zullen ze jou laten doen, vrind, en wat harder dan -op de kleermakerstafel, dàt beloof ik je."</p> - -<p>"Te deksel, dat zal dan wèl hard zijn, hoor.... Maar ook van die -tafel ben ik afgekomen, dus...."</p> - -<p>"O ja, uit de gevangenis zul-je ook wel geleid worden, maar naar een -plaats, waar je niet meer hoeft te zitten."</p> - -<p>"Moet ik dan staan?"</p> - -<p>"Ja, voor mijn part voegen ze er tot verzwaring van je straf nog -bij, dat ze je een paar uur te pronk stellen met een bord voor je -lijf."</p> - -<p>"En dan, vrouw Stoffelsen?"</p> - -<p>"Dan hangen ze je op!"</p> - -<p>Nu barstte Witte in een luiden lach uit.</p> - -<p>"Wat zul-je daar een spijt van hebben, vrouw Stoffelsen!"</p> - -<p>Het gelaat van de eerbare vrouw trok schijnheilig samen.</p> - -<p>"Dat zal ik zeker," betuigde zij.</p> - -<p>"Ja, maar ik bedoel niet van dat ophangen."</p> - -<p>"Waarvan dan?"</p> - -<p>"Dat je er niet bij zal kunnen zijn!"</p> - -<p>Vrouw Stoffelsen zwol op. Graag had ze haar slof uitgetrokken, om er -dien onbeschaamden rekel mee om de ooren te geven, maar nu hij niet -meer de leerjongen van haar goeden man was, ging dat niet langer.</p> - -<p>Die goede man kwam nu tusschen beiden.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Tot nu toe had hij het die twee maar met elkaar laten uitvechten. -Zoolang zijn vrouw op voet van oorlog met een ander was, had hij -vrede, en hij wàs een man des vredes.</p> - -<p>Nu kwam hij wel niet met een vaderlijke redeneering of een wijze -spreuk voor den dag. Om eerlijk de waarheid te zeggen, vond hij -zooiets ten opzichte van zijn wederhelft als het werpen van paarlen -voor de zwijnen. Maar hij vond de zoo noodige afleiding door de -meening te kennen te te geven, dat er "volk" in de taveerne was.</p> - -<p>Dat werkte altijd uitstekend op zijn wederhelft. Want mocht het -blijken, dat hij zich zoowaar vergist had, dan kon dat "volk" er -toch wel geweest zijn, maar zich weer verwijderd hebben, hetgeen -vrouw Stoffelsen tot de zekere proef zou leiden om de voordeur te -openen en de straat langs te zien.</p> - -<p>Bijna altijd werd dan wel een buurvrouw ontdekt, met wie eenige meer -of minder vriendschappelijke woorden over de vele gebreken der -menschheid te wisselen viel.</p> - -<p>Na al het voorgaande, kan men zich wel voorstellen, dat het afscheid -van dit echtpaar voor onzen Witte wel om te overkomen was geweest, -en, hoe weinig lachebek hij van nature ook mocht zijn, toch had het -weinig gescheeld, of hij had door zijn gegrinnik al de goede -zedelessen, welke hem vrouw Stoffelsen op zijn verdere levensreis -medegaf, in even zooveel voorspellingen, als dat hij voor galg en -rad opgroeide, doen omslaan. Het was de baas met zijn knipbeenen, -die, door zijn jarenlange<span class="pagenum"></span> ervaring hoe men met zijn wijfje moest -omgaan, ook ditmaal uitkomst gaf.</p> - -<p>Het afscheid van zijn moeder was koel en strak geweest.</p> - -<p>Alles wat er voor hem te doen viel, had zij gedaan.</p> - -<center> -<a name="21_volk"></a> -<img src="images/21_volk.jpg" alt="image: 21_volk.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Dat er "volk" in de taveerne was.]</center> - -<p>Aan zijn uitrusting ontbrak niets. Ja toch iets: de hartelijkheid, -het medeleven van de laatste uren, die haar zoon in het ouderlijke -huis doorbracht.</p> - -<p>Toen het zoo ontzettend koud werd, en zij haar<span class="pagenum"></span> jongen in den breeden -riviermond wist, zonder eenige beschutting voor <span id="cor0009" class="corrected" title="[Originele tekst: den huilenden NoordOoster]">den huilenden Noord-Ooster</span>, trok haar gelaat wel pijnlijk samen, maar geen woord -kwam daarover tot een ander, hetwelk een kijkje had kunnen geven in -haar hart.</p> - -<p>Een moeder vergeet haar kind nooit; maar wat deze leed en deze bad, -bleef een geheim tusschen haar en den Hemelschen Vader, den eenigen, -aan wien zij haar zoon opdroeg.</p> - -<p>Wat Witte betrof, ook hij liet zich niet uit over dat afscheid, en -mocht het toch wel eenigen indruk op hem gemaakt hebben, dan was de -herinnering daaraan niet van dien aard, dat zij hem voor langen tijd -tot neerslachtigheid zou gestemd hebben. Want telkens kwam als een -luchtstroom van geluk het gevoel over hem, dat hij eindelijk zijn -levensdoel bereikt had.</p> - -<p>Dàt jubelde maar door hem heen. Elk stuk van zijn uitrusting was bij -het gereedkomen een tastbaar bewijs, dat het dan toch heusch waar -was en geen droom, die heerlijke verzekerdheid van naar zee te mogen -gaan.</p> - -<p>Wat konden hem kou en ongemak deren!</p> - -<p>Een warm gevoel van geluk overstroomde hem, deed zijn hart kloppen -en zijn polsen jagen. Keken de matrozen een beetje zuinig naar dien -strakken winterhemel, hij vond dien even stralend als zijn toekomst. -En toen hij op een vroegen morgen afscheid nam van Marie — het -vroor dat het kraakte en de lucht leek wel vervuld van prikkelende -ijsnaaldjes — zag hij in het ochtendlicht den Brielschen toren, met -die groene plekjes van de korst<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>mossen erover gefluweeld, als -omhangen met een rose kleed: het lichtrood van zijn toekomst!</p> - -<p>Het lag nu ook op zijn wangen, zijn heldere kijkers straalden van -opgewektheid.</p> - -<p>"Als ik terugkom, Marie.... over jaren...."</p> - -<p>"Véél jaren, Witte?"</p> - -<p>Hij knikte.</p> - -<p>"Voor jou zullen ze gauw genoeg voorbij zijn," klaagde zij, "maar -voor mij...."</p> - -<p>Hij zag weer op tot den Brielschen toren, den geweldigen Heerscher -aan den Mond der Maas.</p> - -<p>Toen stak hij zijn hand uit.</p> - -<p>"Zul-je dikwijls aan me denken, Marie?"</p> - -<p>Zij knikte.</p> - -<p>"Ik zal je niet vergeten, Witte."</p> - -<p>Nu zagen zijn felle oogen haar aan, zooals slechts hij iemand, -hetzij dan vriend of vijand, kon aanzien.</p> - -<p>"Daar zullen er wel meer aan me blijven denken... aan den jongen van -wien toch niemendal terecht zal komen.... Neen, stil, Marie, ik weet -van jou wel beter! Maar het zal ze tegenvallen. Want wat ik eenmaal -wil, geef ik niet op, Marie!"</p> - -<p>Hij zweeg even.</p> - -<p>Toen voegde hij erbij:</p> - -<p>"Als het God belieft, Marie!"</p> - -<p>Zij boog het hoofd. Iets vochtigs kwam in haar oogen.</p> - -<p>Dàt kon hij niet aanzien. Nog een handdruk en hij ging ervan door.</p> - -<p>Dit afscheid en dat van zijn moeder was hem zeker niet licht -gevallen. Met voordicht vermijden<span class="pagenum"></span> wij het gebruik van het woordje -"zwaar". Dáárvoor was hij door heel zijn innerlijk heen eigenlijk -veel te gelukkig. En in dat geluk werd hij bevestigd bij zijn -overige afscheidsbezoeken.</p> - -<p>Zoo was ds. Leo van Nieuwenhoorn haast net zoo blij als zijn -doopkind.</p> - -<p>Hij had altijd wat in den jongen gezien, het bejammerd, dat zulk een -karakter in een niet geliefd ambacht werd opgesloten en was er nu -zeker van, dat er uit den knaap voor den dag zou komen, wat hij er -altijd in gezocht had. Hij gaf hem nog heel wat goede lessen mede op -zijn verdere levensreis en met meer aandacht dan men van zulk een -stuggen knaap verwacht zou hebben, luisterde deze daarnaar, ze -opnemende in zijn hart.</p> - -<p>Van het oogenblik af, dat Witte op zijn schip gekomen was, leek het -wel, alsof er een geheele verandering met hem had plaats gehad. Geen -ijveriger, vlugger, welwillender en oppassender jongen dan hij. Welk -werk, hoe lastig, vervelend of onaangenaam, hem ook opgedragen mocht -worden, voor hem kwam er het gezellige en aantrekkelijke van zijn -huidige opgeruimdheid over.</p> - -<p>Het was er verre vandaan, dat hij de luchtigheid van Hans zou -getoond hebben. Hij was en bleef rustiger en koeler. Maar het leek -wel, alsof er iets triomfantelijks over heel zijn doen en laten -gekomen was, of juister gezegd: een volkomen zekerheid, dat hij al -zijn best zou doen, wàt hem ook bevolen werd en dat zijn werk goed -zou zijn.</p> - -<p>Van de vreeselijke koude in het Goereesche Zeegat heeft hij geen -kwade gevolgen ondervonden.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Nu is het waar, dat hij een stevige jongen was, die zich nooit -ontzien had; maar de overgang <span id="cor0010" class="corrected" title="[Originele tekst: van het huis zittend leven]">van het thuis zittend leven</span> tot het -zich bewegen in de open lucht bij een temperatuur van verscheiden -graden onder het nulpunt, moest hem toch wel aanpakken.</p> - -<center> -<a name="22_lessen"></a> -<img src="images/22_lessen.jpg" alt="image: 22_lessen.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Hij gaf hem nog heel wat goede lessen mede.]</center> - -<p>Gelukkig voor hem behoefde hij nog niet veel diensten te verrichten -in die tallooze touwen en touwtjes, welke een zeeschip uit die dagen -van het dek tot het topje van den grooten mast als een web van -spinnedraden omgaven. Als dienaar van den scheepskapitein was hij -meer aangewezen<span class="pagenum"></span> op een verblijf in de kajuit of op het dek. Wat niet -wegnam, dat hij niet bij het fornuis een dutje kon gaan doen, en dat -een schip, bestemd voor een reis naar Oost-Indië, meer op het -doorstaan van een tropische hitte dan voor de ongemakken van een -Poolreis was ingericht. Ten minste ten opzichte van de brandstoffen -en gelegenheden tot verwarming. Want wat de dompigheid en de -ongeriefelijkheid der menschelijke verblijfplaatsen betrof, gaven -die twee in het tijdperk onzer ontdekkingstochten elkaar niet veel -toe.</p> - -<p>Welk een getob, ja, welk een ellende die ijsgang in het Goereesche -Zeegat ook aan de equipage van "de Gouden Leeuw" gegeven mocht -hebben, het bleek ook bij deze gelegenheid, dat het Engelsche -spreekwoord "Waar er een wil is, is ook een weg", door de -Hollandsche Jantjes met glorie in toepassing gebracht kon worden. -Hoe meer men de zee naderde, hoe meer zich het ijs bros en voos ging -toonen, en eindelijk, daar lag de groote plas voor het oog van den -nieuwen scheepsjongen, de Noordzee, in haar kilheid van dezen -strengen winter lichtgroen afstekend tegen den wolkeloozen -vrieshemel. En prachtig was het om te zien, hoe door dat lichtgroen -boven de zandplaten telkens glinsterend witte, in de zon fonkelende, -breede witte ruggen opribden.</p> - -<p>Onze scheepsjongen kòn het niet nalaten even zijn werk in den steek -te laten, en niemand nam het hem op dat pas kwalijk. Van allen, die -er op dit oogenblik gelegenheid toe hadden, gingen de blikken -dáárheen.</p> - -<p>Even nog omgezien naar de duinen en de daar<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>achter oprijzende -torens van het vaderland.</p> - -<p>Toen weer vooruit.</p> - -<p>Want dáár lag de toekomst.</p> - -<p>En het was meer in de toekomst dan in het verleden, dat de Jantjes -uit ons Heldentijdperk geleefd hebben....</p> - -<br> -<br> -<br> -<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter10"></a> -<h3 align="center">X.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">Onder de linie.</span></h4> - -<p>Door de onvermijdelijke zeeziekte-periode was Witte vrij spoedig -heengerold.</p> - -<p>Was hij een groote meneer geweest met een half dozijn bedienden om -hem bij te staan, hardop te beklagen en stilletjes uit te lachen, -ja, dan zou die krankheid niet alleen een kop en een lang lichaam, -maar ook een heel langen staart gehad hebben.</p> - -<p>Met een scheepsjongen werd echter een klein beetje anders -omgesprongen! Dien stuurde men met een bakje vet het want in, en dan -moest hij maar zien, hoe hij het daar hoog in de lucht met de -veel-vermaarde zee-bezoeking op een accoordje kon gooien. Zachte -meesters maken stinkende wonden, zeiden onze voorouders, en de -zeevader van een kajuitsjongen kon moeilijk onder het zoetsappig -menschensoortje gerekend worden. Zelf was zoo'n opvoeder het -zeemansleven eer ingeschopt dan ingeleid, en omdat hij er flink en -gezond en robuust bij geworden was, paste hij met de noodige -aanspraken, die, hoewel niet veel van loftuitingen weghebbend, in -elk geval de verdienste bezaten van zeer kort en zeer pakkend te -zijn, diezelfde<span class="pagenum"></span> opvoedingsmethode op alweer een nieuw geslacht toe. -Witte heeft er geen woord van opgeschreven, hoe dat met hem en de -zeeziekte gesteld is geweest. Zeker echter is het, dat hij tien -dagen na de uitvaart, dus op den 31 Januari 1616, al heelemaal met -zijn hersenen bij de zeezaken kon zijn en niet meer als een -kabeljauw uit zijn oogen zag.</p> - -<p>Men bevond zich toen pas aan het einde — of van den Oceaan af -gerekend aan het begin — van het Kanaal, waaruit we kunnen opmaken, -dat men bar-veel met tegenwind had moeten worstelen, want als men -dat eindje op de kaart nagaat, moet men eerlijk bekennen, dat "de -Gouden Leeuw" niet veel was opgeschoten in die tien dagen tijds.</p> - -<p>Op die plaats dan trof men vier Hollandsche schepen aan, die ook -naar Oostinje op weg waren en voor dezelfde Compagnie voeren. Het -waren "de Eendracht" en "de Trouwe" van Amsterdam, "de Banthem" van -Enkhuizen en "de Westvriesland" van Hoorn.</p> - -<p>Het was geen toeval dat die schepen elkaar "bejegenden". Kapitein -Schapenham was er natuurlijk van onderricht.</p> - -<p>In deze tijden toch was het beter om er met z'n vijfjes -goedgewapende oorlogsschepen op uit te zeilen, dan op z'n eigen -houtje den tocht naar Oostinje te ondernemen.</p> - -<p>Wel hadden wij met Spanje een wapenstilstand voor den tijd van -twaalf jaren gesloten, maar dat strekte zich niet uit tot de Indiën.</p> - -<p>Bovendien was juist door het Bestand de zeerooverij bijzonder -toegenomen, gelijk we straks<span class="pagenum"></span> nader zullen hooren. En verder.... -onze buren van over de zee, de Engelschen, volgden ons als onze -schaduw naar de Indiën, in welk geweldig eilandenrijk beide -Europeesche buurtjes er niet al te zeer tegen op zagen elkaar af en -toe in de haren te vliegen of de inlandsche vorsten tegen elkaar en -niet minder tegen de andere blanken op te stoken. Ja, die -bleekgezichten hebben heel wat wonderlijke noten op hun zang gehad!</p> - -<p>Welke noot onze joviale vriend Hans op <i>zijn</i> zang had, weten we al: -dolgraag zou hij op "de Westvriesland" overgeplaatst zijn, en daarom -was het een hard gelag voor hem, toen hij het schip van zijn -geboortestad Hoorn vlak voor zijn kluisgaten kreeg.</p> - -<p>"Daar had ik nu als matroos den banjer op kunnen spelen," gromde — -in zooverre dat den immer opgeruimden knaap kon afgaan — hij tegen -Witte, aan wien hij, uit het want, de verschillende zeekasteelen -aanduidde.</p> - -<p>"Kom, Hans wie weet, wat er nog gebeuren kan!"</p> - -<p>"Wel, heb ik van m'n leven! Sedert jij net als een slang je -huid — nou ja, je kleermakershuid dan! — hebt afgestroopt, zie-jij -nergens meer bezwaren in."</p> - -<p>"Die zullen wel weer komen," glimlachte Witte. "Alles op z'n tijd, -maat! Maar voorloopig ben ik veel te blij, dat ik uit al dat gezanik -ben. O, wat een geluk, zeeman te zijn!"</p> - -<p>"Jij?.... Wat een verbeelding!.... Zeeman van een blauwen Maandag, -hoor! Je komt pas kijken.... weet op z'n best, hoe je een dweil in -je knuisten moet houden, en al wist-je dat, dan doe-je<span class="pagenum"></span> het nog -verkeerd, sukkel! De eene bootsman trapt je links, en de andere -rechts, en dat wou nu al gaan praten van zeeman?"</p> - -<center> -<a name="23_zeekastelen"></a> -<img src="images/23_zeekastelen.jpg" alt="image: 23_zeekastelen.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: De verschillende zeekasteelen aanduidde.]</center> - -<p>"Ben-je haast klaar?" vroeg Witte.</p> - -<p>"Klaar?.... Ik begin pas!"</p> - -<p>"Wacht dan even, want ik wou het even over dat trappen hebben. Laat -ik me dat doen, Hans?"</p> - -<p>Hans keek hem aan, zooals hij daar, blootshoofds, zijn rood-baaien -trui los om den naakten<span class="pagenum"></span> hals, de mouwen hoog opgestroopt, in het -want hing. Neen, die branie met zijn vurige oogen en zijn norsch -gezicht, zag er niet naar uit, om zich door den eersten den besten -in een hoekje te laten duwen.</p> - -<p>"Nou?" vroeg Witte, die best snapte, wat die onderzoekende blik van -zijn maat voor een beteekenis had en nu wel graag eens een -goedkeurend en aanmoedigend woordje hoorde, waarmee hij trouwens -nooit verwend was geworden in zijn leven aan wal.</p> - -<p>Maar Hans snapte dat ook, en begon hem daarom ongenadig te plagen.</p> - -<p>Daar kon Witte nog niet te best tegen, en terugplagen ging hem -heelemaal nog niet goed af. Gelukkig, dat de drukte, veroorzaakt -door het bij elkaar komen der schepen, of juister van de -bevelhebbers, die nu heel wat met elkaar te bespreken kregen, genoeg -bezigheid aan het scheepsvolk en daardoor voldoende afleiding zoowel -aan Hans als aan Witte gaf, om hun gedachten een andere richting -heen te voeren.</p> - -<p>Toch nam Hans zich stellig voor om bij gelegenheid eens een balletje -op te gooien, bijvoorbeeld wanneer hij eens op het achterdek -geroepen werd, waar de plaats der officieren was, om op "de -Westvriesland" overgeplaatst te worden. Licht viel daar door -ongesteldheid of sterfgeval een matroos uit, en dan was het niet -kwaad, als men zijn naam alvast in de gedachten had.</p> - -<p>Nu, dat was niet dom geredeneerd van onzen Hans.</p> - -<p>Alleen vergat hij, dat zulk een open plaats zich door dezelfde -omstandigheden ook aan boord van<span class="pagenum"></span> "de Gouden Leeuw" kon voordoen. En, -ach en wee voor onzen vriend, hij was al heelemaal vergeten, hoeveel -de equipage daarvan bij die koude in het Goereesche Zeegat geleden -had.</p> - -<p>We hebben al verteld, hoe de gevolgen daarvan zich pas in de warmere -streken begonnen te openbaren. En als ik daar het woordje "pas" -gebruikte, wil dat nu niet zeggen, dat men ook al zulk een geruimen -tijd over de reis moest doen als in het begin. Neen, men bevond zich -reeds den 21sten Februari bij de Kaapverdische eilanden, en, gelijk -wij reeds weten, werd een daarvan, namelijk het eiland Maio of wel -Isle de Majo, uitgekozen tot herstellingsoord voor de zieken van "de -Gouden Leeuw".</p> - -<p>Men bleef daar tot den 3den Maart, waarna de overlevenden -ingescheept werden, maar het spreekt vanzelf, dat die vooreerst nog -geen zwaren dienst konden doen. En nu men er ook op dat eiland had -moeten begraven, ligt het voor de hand, dat er aan boord van dit -schip eer krachten noodig waren, dan dat er, gelijk Hans zoo vurig -gehoopt had, gemist konden worden.</p> - -<p>Gevolgelijk was het kapitein Schapenham, die aan zijn vriend, den -gezagvoerder van "de Westvriesland", het verzoek richtte om hem -eenige zijner onderhebbenden in bruikleen te geven. Daarvan telde de -equipage 360 koppen, waaronder 60 jongens van Hoorn. Maar van die -laatsten stond de gezagvoerder er niet een af.</p> - -<p>"Op hen kan ik in alle omstandigheden rekenen," verklaarde hij -eerlijk en openhartig aan kapitein Schapenham.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Die knipoogde eens.</p> - -<p>"De rest is dus maar zoo.... zoo?.... En dáárvan krijg ik zeker nog -het uitschot?" De gezagvoerder van "de Westvriesland" werd om deze -opmerking niet boos, want hij zag wel, dat kapitein Schapenham hem -een beetje plaagde.</p> - -<p>"Wat zal ik je zeggen, Schapenham? Die rest —zooals je maar -eventjes niet minder dan driehonderd man gelieft te -noemen — bestaat uit voortreffelijke zeelui, en daaronder veel van -den Zaankant vandaan maar ze zijn eigenlijk van alles door elkaar."</p> - -<p>"Ja, ja.... 't Is bij mij ook zoo! Door het Bestand zijn een massa -oorlogsmatrozen ontslagen en die zoeken hun heil in de koopvaardij, -in de Indiënvaart...."</p> - -<p>"En in de zeerooverij!" viel zijn collega hem met een veelzeggend -glimlachje in de rede.</p> - -<p>"Juist wat ik zeggen wou," bekende kapitein Schapenham.</p> - -<p>De gezagvoerder van "de Westvriesland" knikte.</p> - -<p>"'t Zijn tegenwoordig rare streken, die onze zeelui op hun kompas -gekregen hebben, Schapenham! Je bent ouder dan ik, en wie ouder is -en niet met gesloten oogen geleefd heeft, is vanzelf ook wijzer. -Maar of je in dit opzicht zulk een wonderlijken tijd beleefd hebt, -kan ik haast niet gelooven."</p> - -<p>"Och, vriend," gaf hierop onze kapitein ten antwoord, "ik geloof -wel, dat het niet zoo heel erg is, als sommige schippers er -sprookjes van vertellen. Je weet, die veel gereisd heeft en vooral -die van verre komt, kan je veel verhaaltjes op de mouw spelden. Maar -waar is het, dat de jongens<span class="pagenum"></span> onder mekaar er niet over uitgepraat -komen, hoeveel er bij de vrije vaart te winnen valt."</p> - -<p>"Te verliezen toch ook.... al was het maar hun leven. En als ik -'maar' zeg, is dat enkel bij wijze van spreken. Want 't is toch het -kostelijkste, wat zoo'n jongen in zijn matrozenbaaitje heeft -steken."</p> - -<p>"Daar denkt zoo'n jonge losbol al evenmin aan als aan zijn -onsterfelijke ziel!" voegde kapitein Schapenham er ernstig bij. "Er -moet maar een slecht element aan boord zijn, een zwalker, die -eigenlijk niets meer heeft te verliezen. Die begint de jongens, als -ze des nachts op wacht zijn, of met mooi weer wat kunnen luieren, -aan hun hoofd te praten van al de schatten, die met de vrije vaart -te verdienen zijn. Hoe Simon de Danser, en wie heb-je tegenwoordig -al niet meer, op eenzaam gelegen eilanden of bij de Ongeloovigen aan -de Noordkust van Afrika, prachtige buitenverblijven hebben en verder -al wat een jong zeemanshart bekoren kan. De jongens worden zoo gek -op zulk een vrij, bandeloos zeerooversleven, dat ze in staat zouden -zijn hun officieren te vermoorden en over boord te smijten, zich -meester te maken van het schip en zoowaar ook al op zeeroof te -gaan."</p> - -<p>"Daarom," voegde de gezagvoerder van "de Westvriesland" hierbij, -"ben ik zoo in mijn schik ten minste een vaste kern van vertrouwbare -personen bij mij aan boord te hebben. Ik ken die Hoornsche jongens -zoo goed als allemaal, en kan tot in den dood op hen rekenen."</p> - -<p>"Dat kan ik op mijn equipage ook. En bovendien ik houd een oog in 't -zeil. Daarom zal ik op het<span class="pagenum"></span> stelletje, dat je me op den hals schuift, -extra goed, letten."</p> - -<p>De kapitein van "de Westvriesland" lachte.</p> - -<p>"Wie weet, of ik ze nog niet als brave borsten van je terugkrijg."</p> - -<p>"Laat dat maar aan mij over, hoor! Ik zet er nog al den duim op, -moet-je weten."</p> - -<p>Nu, dat deed zijn collega werkelijk niet minder. Er heerschte in die -dagen een strenge tucht aan boord van de oorlogsschepen, en wel een -tucht, die aan ons onmenschelijk lijkt. Er werd geslagen, gegeeseld, -van de ra geworpen, gekielhaald en wat al niet meer.</p> - -<p>Geen wonder, dat als het te erg werd, er wel eens zoo'n geteisterde -equipage in opstand kwam, de officieren gevangen nam, op een eenzaam -eiland aan wal zette, indien men er al niet dadelijk een eind aan -gemaakt had, of ze in een roeibootje de wijde, onbegrensde zee op -stuurde.</p> - -<p>Na zoo'n oproer was de equipage vogelvrij, kon tenminste nooit meer -in een vaderlandsche haven komen, zonder met den strop kennis te -maken. Welnu, dan sneed men alle banden met de beschaafde -maatschappij door en was er een zeerooversschip meer op den oceaan.</p> - -<p>Het is dan ook de onvergankelijke eer van een Maerten Harpertszoon -Tromp geweest, om aan het ruwe volkje van de zee — want ruw wàs -het! — een meer menschwaardig bestaan te verschaffen. In vergelding -daarvoor gaf het hem den <span id="cor0011" class="corrected" title='[Originele tekst: eerenaam van "bestevaer"]'>eerenaam van "bestevaêr"</span>, en bleef hem -trouw, ook onder de moeilijkste omstandigheden.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Doch wat de toekomst nog zou brengen, kon aan de beide -gezagvoerders, wier onderhoud we bijwoonden, nog niet bekend zijn. -Zij moesten roeien met de riemen, die zij hadden, dat wil zeggen: op -een langdurige reis en door gevaarlijke streken en bezwaarlijke -omstandigheden heen, den wind bij hun ondergeschikten, die lang niet -van de gemakkelijksten waren, eronder houden.</p> - -<p>En voor onze reizigers kwam er weldra een moeilijke tijd. Men -naderde de linie, en daar kon het wel eens een getob van tegenwind, -of, wat nog erger was, van windstilte geven.</p> - -<p>Tot nu toe was de vaart, behalve in het Kanaal, vrij voorspoedig -gegaan. Nu echter liep alles tegen, en niet minder dan -drie-en-een-halve maand was men genoodzaakt om en bij de linie te -blijven, wijl bijna voortdurend de wind uit den Zuidelijken hoek -woei.</p> - -<p>De eenige afwisseling in dit wanhopig eentonige leven was de -ontmoeting met twee Portugeesche schepen. Men maakte er zich meester -van en bevond, dat zij in hoofdzaak met wijn bevracht waren. Die -vaten en alle verdere koopmanschappen bracht men over aan eigen -boord en liet de Portugeezen vrij, al dan niet hun reis naar -Brazilië te vervolgen.</p> - -<p>Ook had, bij het passeeren der linie, het gewone inwijdingsfeest -plaats voor de nieuwelingen. Neptunis kwam voor den dag met zijn -vrouw en zijn "zeuntje"; de luidjes, die ingewijd werden, kregen hun -stortbad, nadat zij ingezeept en met het blikken mes geschoren -waren. Daarna behoorden zij tot de echte zeerobben, tot de bazen, -die er voortaan<span class="pagenum"></span> zijn mochten. "Hij is de linie gepasseerd," zegt men -nog van iemand, wien men geen knollen voor citroenen kan verkoopen.</p> - -<p>Ook Witte, welk een lastig heer hij mocht zijn, was voor Neptunis -heel kleintjes en nederigjes geweest, maar toen zijn doop achter den -rug was, gevoelde hij zich als een echt zeeman, die wat te vertellen -had aan de landkrabben, wanneer hij die na jaar en dag wederom -ontmoeten zou.</p> - -<p>Uitgenomen deze twee voorvallen, was het aan boord van de -Oostinjevaarders een leven, dat men zoowaar niet aan zijn ergsten -vijand gegund zou hebben.</p> - -<p>Stel u voor: altijd een zwoele, vochtige warmte, waaraan men nacht -noch dag ontkomen kon. En in die benauwde hitte.... altijd maar eten -van gezouten vleesch of spek, van boonen en erwten en gort, terwijl -al wat men dronk, zoowel het water dat naar het vat smaakte, als het -scheepsbier, alle frischheid miste.</p> - -<p>"Wat begint ons spek er geel uit te zien!" zei Witte op een van die -drukkende, benauwde dagen tot Hans.</p> - -<p>Deze glimlachte eens.</p> - -<p>"Dukaten-goud!" schertste hij.</p> - -<p>Witte, van eigen natuur prikkelbaar, was dit onder die voortdurende -hitte en dat vervelende leven van maar afwachten en allerlei werkjes -opzoeken om toch maar wat te doen te hebben, nog een haartje erger -geworden.</p> - -<p>"Jij steekt overal den gek mee!" gromde hij.</p> - -<p>"Ik?.... Wel, als een mensch dàt onder de linie niet doet, zou hij -tureluursch worden."<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Dat word ik van de kakkerlakken," ging Witte al maar voort te -grommen.</p> - -<p>"Vergeet toch alsjeblieft die lieve insecten in je beschuit niet," -plaagde Hans.</p> - -<center> -<a name="24_goud"></a> -<img src="images/24_goud.jpg" alt="image: 24_goud.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: "Dukaten-goud!" schertste hij.]</center> - -<p>Witte zette een vies gezicht en maakte een gebaar van afschuw.</p> - -<p>Hans keek hem aan.</p> - -<p>"Ben-jij een jongen, die de linie gepasseerd is?"</p> - -<p>"Wat zou dat?"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Wat dat zou? Wel die ziet nergens tegen op, of staat nergens voor."</p> - -<p>"Maar die wormen en torretjes in je beschuit...."</p> - -<p>"'t Mocht wat!.... Waar ter wereld zul-je dat kunstje kunnen -vertoonen van aan je scheepskaak te fluiten?"</p> - -<p>"Aan je scheepskaak te fluiten!...."</p> - -<p>"Wel ja!.... In de mijne waren zooveel beesten met en zonder pooten, -dat als ik m'n stuk op dek lei en ik floot, het vanzelf naar mij toe -kwam wandelen."</p> - -<p>"Loop!" zei Witte, een beetje boos, omdat Hans hem er zoo had -doorgehaald.</p> - -<p>"Loopen?.... We blijven stilletjes zitten.... Of liggen, al naar je -'t neemt. Maar al ga-je staan of hangen, vergeet toch alsjeblieft -één ding niet, en dat is, dat je hier niet voor je plezier ben."</p> - -<p>"Voor mijn verdriet ben ik toch niet gaan varen zou ik denken?"</p> - -<p>Hans maakte een gebaar, als wilde hij zeggen: "Hoor toch zoo'n kind -eens!"</p> - -<p>"Ga-je nou al piepen?" sprak hij. "Wacht maar een paar dagen en je -zult nog heel wat anders beleven."</p> - -<p>"Moeten er dan nog erger dingen gebeuren?"</p> - -<p>Hans knikte.</p> - -<p>"Wees maar blij, dat je niet gezouten bent."</p> - -<p>"Gezouten?.... Ben-je heelemaal?"</p> - -<p>"Nu ja, zoo noemen we de matrozen, die eigenlijk de beste zijn, -omdat zij het langst gevaren hebben en zooveel achter den rug -hebben. Dat soortje heeft van z'n levensdagen zooveel gezouten -goedje door het keelgat verwerkt, dat ze er heelemaal van -door<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>trokken zijn. 't Is door heel d'r lichaam gaan zitten."</p> - -<p>"Maak dat een ander wijs!"</p> - -<p>"'k Maak je niets wijs. 't Is de waarheid. En gauw genoeg zul-je de -ellende daarvan zelf aanschouwen."</p> - -<p>"Welke ellende?"</p> - -<p>"De scheurbuik, maat!"</p> - -<p>Witte voelde zich bij die op somberen toon geuite woorden een steek -door het hart gaan. Hij had al meer van die wanhopig ellendige -ziekte gehoord, welke veroorzaakt wordt door het gebrek aan versche -spijzen, vooral van groente.</p> - -<p>Arme zeeman, die er door bezocht wordt. Zijn tandvleesch zet zoo -sterk op, dat het als een sponsachtig gezwel tusschen de lippen door -uit den mond komt puilen. Armen en beenen worden loodkleurig en dik. -Duwt men er met den vinger op, dan blijven de putten erin staan. Een -gevoel van ontzaglijke moedeloosheid komt over den patiënt. Het -leven is hem niets meer waard, de dood schijnt hem een uitkomst uit -zijn lijden. En, gelijk Hans het opmerkte, het zijn juist de meest -ervaren, de meest "gezouten" matrozen, die al de ellende van deze -verschrikkelijke bezoeking moeten doorstaan.</p> - -<p>Wel werd er ook Hans even door bezocht, maar het beduidde bij hem -niet veel, en hij bleef met den schrik vrij. Witte, die als het ware -nog geheel "versch" was, bleef ongedeerd.</p> - -<p>Wel, wel, wat was dat verschrikkelijk, zoo te midden van den Oceaan, -onder een heete, vochtige lucht en een zee, die ook een geduchte -warmte van zich gaf, zonder eenige afwisseling, zonder<span class="pagenum"></span> op te kunnen -schieten, al maar dat gekreun van de zieken te moeten aanhooren, of -wat nog erger was, hun niet zelden stom lijden aan te zien.</p> - -<p>Eindelijk toch kwam er uitkomst.</p> - -<p>Na veel getob bereikte men het eiland Annabon, en het eerst, waar -men daar navraag naar deed, was naar versche groenten en vruchten.</p> - -<p>Het gebruik daarvan werkte op de zieken als een toovermiddel.</p> - -<p>Nu, 't werd tijd ook, dat er uitkomst kwam. Van de bemanning waren -er 47 gestorven en niet minder dan 150 ziek.</p> - -<p>O, dat terugkeerend leven in die doffe oogen, toen men hun -oranje-appelen kon plukken en hun die als triomf voorhield!</p> - -<p>Om een denkbeeld te geven, hoe lang dat getob geduurd had, zij het -voldoende mede te deelen, dat men den 3en Maart van Isle de Majo was -vertrokken en eerst den 18en Juni het anker voor Annabon uitgeworpen -had.</p> - -<br> -<br> -<br> -<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter11"></a> -<h3 align="center">XI.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">Er moet iets op de "Westvriesland" gebeurd zijn.</span></h4> - -<p>Het lijkt zoo mooi, om, gelijk het versje zingt, heel de wereld rond -te zwieren in het topje van den mast; maar als men dien dichter, van -wien ik overigens geen kwaad zal spreken, omdat ik veel van zijn -mooie liedjes houd, eens aan boord van "de Gouden Leeuw" had kunnen -stoppen om al die tobberij rond de linie mee te maken, geloof ik, -dat hij, ten minste in dit opzicht, wel tot andere gedachten gekomen -zou zijn.</p> - -<p>Daar was met die scheurbuik, met dat eeuwige menu van pekelvleesch, -erwten en boonen, en niet het minst door die nooit aflatende zwoele -warmte, een stemming onder de bemanningen der vijf schepen gekomen, -die weinig op levenslust geleek.</p> - -<p>Ook de gezagvoerders kon den neerdrukkenden invloed niet ontgaan. -Evenals de matrozen waren zij humeurig en prikkelbaar geworden.</p> - -<p>De matrozen uitten dit, door weinig van elkander te kunnen velen. -Maar als dat tot ruzie oversloeg, dan waren hun bazen daar als de -kippen bij, en moest de man met het stokje voor den dag komen,<span class="pagenum"></span> die -een voor den grooten mast gebonden zeerob ongenadig op zijn -ribbenkast kon geven.</p> - -<p>Wie echter stond er boven de vijf gezagvoerders, om die tot reden te -brengen, indien dit noodig mocht blijken?</p> - -<p>Al lijkt het, dat het kapitein Schapenham was, die als de -voornaamste werd aangezien, toch hadden drie van de vijf geen zin, -om zich aan zijn oppergezag te onderwerpen. En zoo geschiedde het, -dat nog op de reede van Annabon, waar men, gelijk men zich -herinneren zal, den 18en Juni was aangekomen en een poos lang -verbleef om de zieken wat te doen opknappen, er een scheuring kwam -in de kleine vloot. De kapitein van de "Westvriesland" bleef -kapitein Schapenham getrouw, maar de drie overige gezagvoerders -besloten te zamen de reis op eigen gelegenheid te vervolgen.</p> - -<p>Of daartoe medegewerkt had de ontmoeting van twee schepen, die van -den kant van de kust van Guinea kwamen, even Annabon aandeden en -toen op reis gingen naar het vaderland, vermag ik niet te zeggen.</p> - -<p>Voor Witte anders was die eerste ontmoeting met zeekasteelen, die de -vaderlandsche vlag langs de wijde wateren lieten zwieren, een heele -gebeurtenis.</p> - -<p>Zonder dat hij zeggen kon waarom, had het hem getroffen, toen hij, -nadat de uitkijk al gerapporteerd had, dat het vaderlandsche schepen -waren, ze, mooi over de zee, had zien komen aanzeilen. 't Leek hem -een stukje van Holland, erg gezellig, al was het nu zoowaar -heelemaal hierheen verdwaald. En<span class="pagenum"></span> het meest trof hem toch het -denkbeeld, dat die afgedwaalde partjes weer naar hun oorsprong -terugkeerden, of gelijk men dat nu eenmaal uitdrukte, dat de schepen -op de terugreis waren naar Patria.</p> - -<center> -<a name="25_heimwee"></a> -<img src="images/25_heimwee.jpg" alt="image: 25_heimwee.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Heimwee, maat?]</center> - -<p>Hij schrok, toen Hans, die hem bij het uitkijken naar die naderende -zeekasteelen had gadegeslagen, hem op den schouder sloeg.</p> - -<p>"Heimwee, maat?"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Witte verzette zich, met al de zuurheid van zijn gelaat, tegen dàt -denkbeeld.</p> - -<p>"Je lijkt wel gek!" beet hij Hans toe.</p> - -<p>"Mogelijk," gaf Hans kalm ten antwoord, "want ik heb op het -oogenblik geen spiegeltje bij me, om m'n gezicht te bekijken. Maar -dit zal je toch van me moeten aanhooren, dat na zoo'n reisje, als -wij er een achter den rug hebben, er meer Jantjes zijn geweest, die -graag op een naar Patria terugkeerend schip hadden over willen -stappen."</p> - -<p>"Om Jan Salie te worden?"</p> - -<p>Hans keek hem een oogenblik strak aan.</p> - -<p>Toen stak hij zijn breeden knuist uit.</p> - -<p>"Kordaat gesproken, Witte.... Ik was al bang, dat...."</p> - -<p>"Nu, waarvoor?"</p> - -<p>"Dat.... nu ja, dat een kleermakersjongen voor goed na zoo'n -vreeselijke reis van zijn waan genezen zou zijn."</p> - -<p>"'t Wàs geen waan!.... Ik zou op die kleermakerstafel kapot zijn -gegaan.... en dàt zou me gespeten hebben!"</p> - -<p>"Nu.... dàt kun-je op deze schuit ook.... Zooals je aan onze arme -maats gemerkt hebt, die we in het groote zeemansgraf lieten -afglijden."</p> - -<p>Witte haalde de schouders op.</p> - -<p>"Dominee Leo heeft...."</p> - -<p>"Hoho!.... Kom-je weer met dien op de proppen?"</p> - -<p>"Ja, Hans.... En wat hij mij daarover geleerd heeft, geloof-je toch -ook?"</p> - -<p>"Dan moet ik toch eerst nog weten wat!"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Stil, Hans, niet spotten!.... Want jij weet toch ook.... en dat is -het wat ds. Leo me altijd heeft voorgehouden, dat het uurtje van -onzen dood vastgesteld is, en niemand daar iets aan veranderen kan."</p> - -<p>"O, meen-je dàt?.... Wel dat is natuurlijk."</p> - -<p>Dat "natuurlijk" kwam er bij Hans van ganscher harte uit. 't Was ook -het geheim, waarom onze 17de-eeuwsche varenslui nooit ofte nimmer -vrees kenden, en, zooals zoo dikwijls in onze rijke geschiedenis -neergeschreven zou moeten worden, in een simpel roeibootje op een -vijandelijk zeekasteel af durfden gaan.</p> - -<p>"Niemand kan zijn dood ontloopen," zeiden zij, "en als dat oogenblik -gekomen is, moet men sterven; maar zoo niet, dan kan geen regen van -kogels, geen orkaan of stortzee je deren."</p> - -<p>Daarom gingen zij, zonder een spier op het gelaat te vertrekken, de -grootste gevaren tegemoet.</p> - -<p>Het was dan ook op het anders niet te vriendelijke gelaat van Witte -te zien, dat die uitroep van Hans hem genoegen deed. Die wilde er -nog wat bijvoegen, maar werd op dit oogenblik geroepen om met eenige -andere matrozen een boot uit te zetten.</p> - -<p>Indien hij had kunnen vermoeden, dat het geruimen tijd zou duren, -voor en aleer hij met Witte weer een praatje zou kunnen maken, dan -zou hij hem zeker de hand ten afscheid gereikt hebben.</p> - -<p>Het geval toch lag ertoe, dat er aan boord van de "Westvriesland" -meer patiënten aan de scheurbuik overleden waren dan op "de Gouden -Leeuw". Zoo kwam het, dat nog denzelfden dag, na een<span class="pagenum"></span> bijeenkomst van -de gezagvoerders dier twee bodems, er eenige manschappen van -laatstgenoemd schip naar de "Westvriesland" werden overgeplaatst, -waaronder, tot zijn groote vreugde, ook Hans behoorde, die aldus op -een onverwacht oogenblik zijn lievelingswensch in vervulling zag -overgaan.</p> - -<p>'t Ging alles zoo gauw, dat hij maar even tijd had om zijn bultzak -en verdere spulletjes te halen, om die naar zijn nieuwe -verblijfplaats over te brengen. Even nog keek hij rond naar Witte, -om dien het blijde nieuws mede te deelen, maar deze was in de kajuit -van kapitein Schapenham aan het werk, en in dit heiligdom kwam zeer -zeker een lichtmatroos niet ongeroepen.</p> - -<p>Witte hoorde eerst dien avond, dat zijn kameraad voorloopig niet -meer een praatje met hem zou kunnen maken, hem plagen, maar ook van -goeden raad dienen. Eerst speet hem dit erg, maar een zeeman moet -zoo dikwijls en zoo herhaaldelijk afscheid nemen, dat hij wel leert, -zich dat niet bijzonder aan te trekken, anders lag hij al heel gauw -op zijn dooden rug.</p> - -<p>Bovendien begon Witte er iets manlijks in te vinden, nu eigenlijk in -waarheid geheel op eigen beenen te staan.</p> - -<p>Hans was een bovenst beste jongen, vond hij, maar het begon hem toch -al meer en meer te hinderen, dat hij door hem altijd nog op een -soort beschermende wijze behandeld werd.</p> - -<p>Een echt zeemansjong uit dien tijd, steunde, naast God, het liefst -op zich zelven. En in Witte zat de echte zeemansnatuur.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>In elk geval, en hiermede troostte zich ten slotte onze -vriend — indien al ooit van hèm gezegd is kunnen worden, dat hij -troost noodig had! — zij bleven toch in zeker opzicht bij elkaar in -de buurt.</p> - -<p>Want het was op den 9den Juli, dat "de Gouden Leeuw" tegelijk met de -"Westvriesland" het anker lichtte, om de reis naar Oostinje voort te -zetten, op welke reis nu de eerstkomende pleisterplaats de bekende -Kaap de Goede Hoop zou zijn. <span id="fn0002" class="fn_text"><a href="#fn0002text">2)</a></span></p> - -<p>Precies na twee maanden, dus op den 9den September 1616, kwam zij in -het zicht, en wierpen beide schepen het anker uit in de Tafelbaai.</p> - -<p>In die twee maanden mocht Witte al meer en meer ervaring als zeerob -hebben opgedaan, voor Hans waren zij van zulk een groot belang -geweest, dat het hem later leek, alsof hij in dien tijd vele jaren -ouder was geworden.</p> - -<p>Toen zijn vriend hem terugzag, vroeg deze zich onwillekeurig af, of -dat nu heusch dezelfde Hans was.</p> - -<p>Dat terugzien had plaats op de reede, waarheen van beide schepen -bootjes kwamen aangeroeid tot het innemen van versch water.</p> - -<p>Al dadelijk deed zich een groot verschil voor tusschen de -schepelingen van "de Gouden Leeuw" en die van de "Westvriesland".</p> - -<p>De eersten zongen het hoogste lied uit van blijdschap, dat ze weer -eens, zij het voor korten tijd, den voet aan den vasten wal zouden -zetten. Onder de laatsten echter heerschte een stilzwijgen, dat iets -benauwends kreeg, juist door de uitgelaten<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>heid van de branies van -"de Gouden Leeuw".</p> - -<p>"Zouden ze een dooie aan boord hebben?" vroeg Witte aan den matroos, -die met hem op 't zelfde bankje zat te roeien.</p> - -<p>"Ben-je....?" riep die onverschillig uit en met eenige minachting -voegde hij eraan toe:</p> - -<p>"Ik kan wel zien, dat jij pas komt kijken!"</p> - -<p>"Pas kom kijken?.... Ben ik niet de linie gepasseerd?"</p> - -<p>"Dàt ben-je. En.... zeg me nu eens, hoeveel tranen heb-je gestort -over de maats, die je nu al in 't groote matrozengraf hebt zien -glijden?"</p> - -<p>Ondanks zichzelf moest Witte om deze nuchtere vraag glimlachen.</p> - -<p>De matroos zag dat, en gaf hem schertsenderwijs met den elleboog een -stoot in de ribben.</p> - -<p>"Nu ja," zoo verdedigde zich Witte, "bij den eerste, dien wij over -boord zetten, vond ik het akeliger dan later."</p> - -<p>"Dan ben-je al harder dan ik dacht," merkte de matroos op. "Want -altijd vind ik dat driemaal rondgaan mèt het in een zeildoek -gewikkelde lijk, om er beroerd van te worden. En dat -één-twee-drie-in-Godsnaam van den schipper snijdt me nog altijd door -de ziel."</p> - -<p>"O ja, zóó bedoelde ik het ook niet," verontschuldigde zich Witte. -"Dat is net, of je in een kerk bent, en daar moet-je eerbied hebben, -hè?"</p> - -<p>"Dat zeg ik met jou.... Maar, vrindje, nu wou ik jou erin vragen, of -je zit te grijnen, zoolang de doode man in 't vooronder op zijn -uitvaart ligt te wachten?"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Wel neen," moest Witte volmondig bekennen. </p> - -<p>"O, zoo!" ging de -matroos voort. "En nu heb-je ze nog maar enkel zien sterven, terwijl -de ziekentrooster met hen bad of de schipper ze nog een goed woordje -voorlas. Alweer net als in de kerk! Maar dan zal je eens wat anders -gebeuren, als jij op je beurt ook schipbreuk lijdt, wat ook in je -leven als zeeman in je boekje zal voorkomen. Als je daar zoo met je -kameraden je toevlucht in den mast genomen hebt, en je met -handen, blauw en gezwollen van de kou, je moet vastklemmen aan -het want of aan een touw, dat op het laatst door je knuisten -snijdt, en dat je tóch vasthoudt, omdat je anders neerduikt in -die schuimende, kokende massa beneden je. Jongetje nog toe, dan -zie-je af en toe een maat, die het niet meer kan uithouden, vlak -voor je oogen en zonder dat je ze helpen kunt naar den kelder -gaan.... Laat het je gezegd wezen door een, die meer keertjes dan -jij de linie is gepasseerd, dat, wie zeeman is, veel ondervonden -heeft, en voor geen klein geruchtje vervaard kan wezen."</p> - -<p>Onder die redevoering, die er bij stukken en brokken bij zijn -bevaren maat uitkwam, zat Witte, werktuigelijk doorroeiend, strak -voor zich uit te kijken.</p> - -<p>Ook de matroos zweeg een wijle.</p> - -<p>Toen kwam het er bruusk bij dezen uit:</p> - -<p>"Een zeeman leeft, zoolang hem dit vergund is, en gaat niet in een -hoekje zitten. Eenvoudig omdat er aan de zee nu eenmaal geen hoekjes -zijn. Hij helpt zijn scheepsmakkers, omdat je natuurlijk helpen -moet, maar is die makker dood, dan zegt-ie: dat is er weer een naar -de haaien. Zoo zullen er<span class="pagenum"></span> honderden uit je kluisgaten raken, lansje, -en, kom-je in den oorlog, dàn bij duizenden. Net zoo lang, tot je -zelf de laan uitgaat. We leven met de levenden, jongen, en praten -tusschenbeide nog wel eens over een goeien kameraad.... Waar zou een -zeeman blijven, als hij met sjimmen en huilebalken begon?"</p> - -<center> -<a name="26_vergund"></a> -<img src="images/26_vergund.jpg" alt="image: 26_vergund.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Een zeeman leeft, zoolang hem dit vergund is.]</center> - -<p>Witte knikte. Hard als hij van aard was, zou hij een der hardsten -van het toenmalige geslacht worden, dat wèl voor de daad, maar -minder voor de overpeinzing was. Wat hij tegen zich zou krijgen, -was, dat die aard zich bij hem niet zou omzetten in een luchtigheid, -welke den zeeman over al de ellende van zijn moeilijk en gevaarvol -leven zou heen zetten, maar in een strengheid, waardoor<span class="pagenum"></span> hij bij die -zeelui niet geliefd, integendeel, gehaat zou worden.</p> - -<p>Wat de toekomst zou brengen, lag op dat pas voor hem nog verborgen, -maar nu ten minste begreep hij wel zoo ten naaste bij, dat het -stilzwijgen der bemanning van de "Westvriesland" niet toegeschreven -zou kunnen worden aan een mogelijk sterfgeval.</p> - -<p>Wat zou het dan kunnen zijn?</p> - -<p>Aha! ze zouden het straks wel te weten komen, aan wal, wanneer men -hen, bij het inslaan van het kostelijke drinkwater, zou kunnen -uithooren.</p> - -<p>Doch van dat uithooren kwam voor ditmaal niemendal.</p> - -<p>Zeer streng hielden de officieren van de "Westvriesland" hun mannen -onder bewaking en afzondering. Even hadden zij gesproken met de -officieren van "de Gouden Leeuw", maar ook die werden daar niet veel -wijzer door. Ze mochten niets zeggen voor hun commandant. <span id="cor0012" class="corrected" title="[Originele tekst: Alevel gaven zij]">Al gaven zij</span> wel iets te verstaan, waardoor hun ondervragers een zeer -bedenkelijk gezicht trokken, en van dit oogenblik af meer dan bij -zulk een tochtje aan wal de gewoonte was, op hun mannen gingen -letten en ze streng nagingen, of zij wel met die van het andere -schip in aanraking zochten te komen.</p> - -<p>Ja, zeker, laat dàt maar eens aan een paar kwâjongens belet worden, -die elkaar wenschen te spreken! Die guiten rollen onder alle -mogelijke opzicht door! Want toen Witte in een van de schepelingen -van de "Westvriesland" zijn vriend Hans herkende, of althans meende -te herkennen,<span class="pagenum"></span> omdat de boy wel een paar jaar ouder leek geworden, -konden de autoriteiten doen en opletten wat ze wilden, maar die twee -veelbelovende knapen kregen het gedaan, wat al den anderen mislukte.</p> - -<p>"Hans.... wat is er toch bij jullie?"</p> - -<p>"Wèg, wèg, Witte.... Als ze 't zien...."</p> - -<p>"Maar...."</p> - -<p>"Maak me niet ongelukkig!"</p> - -<p>"Ik jou?"</p> - -<p>"Ja, ja.... Maar ga dan toch weg.... Ze zullen ons in de gaten -krijgen!"</p> - -<p>"Wat is er dan toch?"</p> - -<p>"Kun je zwijgen?"</p> - -<p>"Ja."</p> - -<p>"Ook als ze je op de folterbank leggen!"</p> - -<p>Witte huiverde. Star keek hij zijn vriend aan.</p> - -<p>"Wèg, Witte.... Anders kom ik er op."</p> - -<p>"Nooit!"</p> - -<p>Akelig ernstig keek de anders zoo vroolijke Hans hem aan.</p> - -<p>Hij sprak nu niet, bang, dat de lucht den klank van het woord over -zou brengen. Alleen spraken zijn lippen het uit.</p> - -<p>"Samenzwering," verstond Witte.</p> - -<p>"Een samenzwering"</p> - -<p>"Ja," fluisterde Hans terug.</p> - -<p>"Waartoe?"</p> - -<p>"Om zeeroover te worden."</p> - -<p>"O, Hans!"</p> - -<p>"Stil!.... Men let misschien op ons!"</p> - -<p>"Ik ga al weg...."</p> - -<p> -"Niets verraden, hoor!"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Mijn hand erop!"</p> - -<p>"Neen.... geen hand.... Hoor, ze roepen al..."</p> - -<p>En weg was Hans.</p> - -<p>Dienzelfden dag was er een druk gesein tusschen de twee schepen. De -kapitein van de "Westvriesland" kwam aan boord en daalde met den -gezagvoerder van "de Gouden Leeuw" naar diens kajuit.</p> - -<center> -<a name="27_samenzwering"></a> -<img src="images/27_samenzwering.jpg" alt="image: 27_samenzwering.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: "Samenzwering", verstond Witte.]</center> - -<p>Hoeveel honderden oogen waren in dien tusschentijd in angstige -nieuwsgierigheid op beide gezagvoerders gericht!</p> - -<p>Daar.... werden de andere officieren van "de Gouden Leeuw" geroepen. -Witte, als kajuitswachter moest hen binnen laten en bedienen. Hij -kreeg een schier onwederstaanbaren lust om aan de deur van de kajuit -te luisteren, maar met al zijn wils<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>kracht bedwong hij die -verleiding. Hij wist, dat er op een vergrijp tegen de krijgstucht -in deze hoogst ernstige omstandigheden de dood kon staan.</p> - -<p>Na een geruimen tijd van beraadslagen, ging de krijgsraad uiteen, en -keerde de gezagvoerder van de "Westvriesland" naar zijn bodem terug.</p> - -<p>De matrozen van "de Gouden Leeuw" bleven uitkijken.</p> - -<p>Ze gevoelden, dat er meer gebeuren zou.</p> - -<p>Wat zij verwachtten, geschiedde. Ze zagen een paar sloepen strijken, -en in het helle zonnelicht de loopen van vuurroeren glinsteren....</p> - -<p>O, o, wat zou er toch gebeurd zijn?</p> - -<p>Met afgemeten riemslagen naderden de sloepen, scherp beloerd door al -wat aan "de Gouden Leeuw" oogen had om waar te nemen.</p> - -<p>Wat zij nu zagen, ontroerde hen.</p> - -<p>Zwaar geboeide mannen, die nu met moeite den valreep werden -opgeleid.</p> - -<p>Ze telden er niet minder dan acht-en-twintig.</p> - -<p>O, wat zagen die er wanhopend en terneergeslagen uit!</p> - -<p>Er waren eronder, die men kende, en dat vermeerderde de -belangstelling.</p> - -<p>Ook Witte had uitgekeken, tersluiks, even als de anderen.</p> - -<p>Hij voelde het kloppen van zijn hart.</p> - -<p>Was Hans erbij?</p> - -<p>Gelukkig, neen! Die behoorde niet tot die ellendigen.</p> - -<p>Hij zag hen leiden naar de plaats, waar men de<span class="pagenum"></span> gevangenen bewaarde; -in deze warme streken een waar martelhol. <span id="fn0003" class="fn_text"><a href="#fn0003text">3)</a></span></p> - -<p>Akelig klonk hem het ketengerammel in de ooren, toen ze vlak voorbij -hem gingen.</p> - -<p>Zouden ze ooit weer die mooie zee en die stralende zon terugzien?</p> - -<p>Witte las bij enkele nog heel jonge kereltjes onder hen die vraag -uit den blik, waarmede ze rond zich keken, voor zij door de -gewapende wachters naar beneden waren gevoerd.</p> - -<p>Doch nu Hans maar niet bij hen was, had hij geen medelijden meer. -Wie kwaad gedaan had, moest gestraft worden. Dat stond al jong bij -hem vast, en dat heeft hij zijn heele leven vast gehouden.</p> - -<p>De gevangenen mochten niet onbewaakt blijven, dus wel moest hun -misdrijf heel ernstig zijn. De schildwachten, daartoe aangewezen, -waren gewapend, en werden op bepaalde tijden afgelost.</p> - -<p>Bovendien hadden zij de opdracht zeer streng in hun bewaking te -zijn, en dat zij geen woord met de gevangenen mochten wisselen. Op -overtreding van dit gebod stond de onteerende straf van aan de -groote ra opgeknoopt te worden.</p> - -<p>Nog eens, het moest dus wel een verschrikkelijk geheim zijn, hetwelk -voor de equipage van "de Gouden Leeuw" weggeborgen was in de vuile -cachotten waarin het bij de toenemende warmte, krioelde van -kakkerlakken en allerlei ander ongedierte. Daarvan kon het -toentertijde in die houten,<span class="pagenum"></span> slecht geluchte schepen soms letterlijk -wemelen.</p> - -<p>Wat dat geheim toch zijn kon?</p> - -<p>De equipage had wel het vermoeden, dat we daarstraks door Hans -hoorden aangeven, maar den vollen omvang, van wat er ginder aan -boord van de "Westvriesland" mocht gebeurd zijn, had niet een.</p> - -<br> -<hr width="25%" align="left"> -<span id="fn0002text" class="fn_text"><a href="#fn0002">2)</a> Zie buitenplaat</span> -<br><span id="fn0003text" class="fn_text"><a href="#fn0003">3)</a> Zie titelplaat.</span> - -<br> -<br> -<br> -<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter12"></a> -<h3 align="center">XII.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">Het laatste gedeelte van de reis.</span></h4> - -<p>Negen dagen, nadat men het anker in de Tafelbaai had uitgeworpen, -dus den 18en Juli 1616, maakte men zich wederom op tot voortzetting -van de reis, en nu zou het door den blauwen Indischen Oceaan -regelrecht naar die rijke eilanden gaan, welke zulk een groote -aantrekkingskracht op de Westersche volken van dien tijd -uitoefenden.</p> - -<p>Dit laatste deel van die maandelange reis zou niet een bevestiging -kunnen zijn van het oud-Hollandsche spreekwoord, dat de laatste -loodjes het zwaarst wegen. Want men kon nu gebruik maken van den -passaat en eveneens van gunstige zeestroomingen. Toch duurde het nog -tot den 10en November, eer de beide schepen de Straat van Soenda -passeerden.</p> - -<p>Gedurende die vaart door dit gedeelte van de wereldzeeën, waar, in -de heerlijke maan- en sterrennachten, het den Westerling kan -voorkomen, of hij een der verhalen uit de Duizend-en-één-nacht -doorleeft, had aan boord van "de Gouden Leeuw" iets plaats, dat -weinig in overeenstemming was met de heerlijkheid van saffieren zee -en juweelen<span class="pagenum"></span> nachthemel. De bevelhebber en zijn officieren namen er -toch den tijd toe om tot in de alleruiterste bijzonderheden van het -plan der samenzweerders door te dringen.</p> - -<p>Indien de daartoe gestelde machten in onzen tijd zoo iets moesten -ondernemen, zouden wij daar liever niet mee te maken hebben, omdat -daar rechtszittingen, ondervragingen op allerlei wijzen, boeten en -gevangenisstraf bij te pas komen. Hoeveel te erger was de -rechtspleging in den ouden tijd! Toch waren de menschen er toen aan -gewend. Een jongen als Witte zou niet gesidderd hebben zooals wij, -wanneer we in den Haag de Gevangenpoort bezoeken, in welk somber -gebouw hij trouwens in later jaren zelf is opgesloten. Toentertijd -werd een gerechtelijk onderzoek schier altijd vergezeld door het -inroepen van de hulp van een der meest duivelachtige uitvindingen -der menschheid, namelijk de pijnbank. En in dit geval zou het geleid -worden door scheepskapiteins, die, wat een samenzwering betrof, -welke het vermoorden van de autoriteiten en het wegvoeren van het -schip bedoelden, geen genade voor recht zouden doen gelden. -Integendeel!</p> - -<p>Onze scheepsjongen heeft het later zelf getuigd, dat de schuldigen, -en niet minder de verdachten, dagelijks in de kajuit werden -"geëxamineerd en getortureerd", en als ge bijgeval niet weet, wat de -laatste uitdrukking beteekent, moet ge het maar opzoeken in een -Woordenboek. Zelfs geviel het, dat hij, die de kajuitswachter van -kapitein Schapenham was, meer dan eens getuige van die rechterlijke<span class="pagenum"></span> -wreedheden, ja, door het aanbrengen van het een en ander, daarin -behulpzaam moest zijn.</p> - -<p>Toch kwam hij, die natuurlijk slechts enkele gedeelten van de -ondervragingen kon vernemen, niet op de hoogte van wat er geschied -was. Doch van dat weinige zelfs liet hij niet veel uit tegen de -matrozen, die niet nalieten hem af en toe te polsen. Zijn stuursche -aard kwam hem hierbij goed te pas, zoodat de ondervragers altijd een -beetje op een afstand van hem moesten blijven. Zij scholden hem wel -uit voor strooplikker van den schipper, maar als het op schelden -aankwam, zou Witte nog wel uit de jaren, toen de Brielsche -Zeeleepers hem zoo turkten of zijn achtereenvolgens bazen hem -uitmaakten voor al wat leelijk was, wel enkele bijdragen hebben -kunnen leveren voor het scheld-woordenboek der toenmalige zeelieden, -hoe ruim dat ook ten opzichte van een scheepsjongen mocht voorzien -zijn.</p> - -<p>Wat hem evenwel maar niet uit de gedachte wilde, was de zorg, dat -zijn eenige vriend op de een of andere wijze met die samenzwering -wat mocht uit te staan hebben. Want anders wist hij het niet te -verklaren, dat de voormaals zoo opgeruimde boy omgekeerd was als het -blad van een boom. Het ernstige, en daarom zoo wonderlijke gezicht -van Hans, zooals hij het den laatsten keer aanschouwd had, bleef hem -maar bij. Hij ontstelde daarom werkelijk — en dat wilde bij Witte -wat zeggen! — toen hij, op een goeien morgen aan dek komend, daar -Hans vond, geheel en al in zijn emplooi van licht-matroos, alsof hij -nooit van boord was geweest.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Jij hier!"</p> - -<p>Hans trok alweer een heel zorgerlijk gezicht, loerde om zich heen en -gaf hem toen een wenk om te doen, alsof hij hem niet opmerkte.</p> - -<p>Witte, die niet van gisteren was, volgde die waarschuwing op, maar -wist het toch wel zoo rond te schieten, dat hij met zijn -werkzaamheden in de nabijheid van zijn vriend kwam. En terwijl -beiden zich hielden, alsof zij daar geheel in opgingen, had snel het -volgende gesprek plaats.</p> - -<p>"Hoe kom-jij hier?"</p> - -<p>"Mijn vader heeft het gevraagd aan onzen schipper."</p> - -<p>"Ben-je dan gedegradeerd?"</p> - -<p>"Nou.... eigenlijk wel, maar uit eigen wil."</p> - -<p>"Begrijp ik niet."</p> - -<p>"Liever hier lichtmatroos, dan.... ginder een graadje hooger."</p> - -<p>"Wel?"</p> - -<p>"'t Was daar niet voor me om uit te houden.... Al maar oogen om je -heen, die je bespieden."</p> - -<p>Wittens doordringende oogen gingen zijn kant op.</p> - -<p>"Heb-je dan wat te verbergen, Hans!"</p> - -<p>Hans gaf geen antwoord, maar zijn handen beefden.</p> - -<p>De bekende rimpel trok zich boven den neus van Witte samen.</p> - -<p>"Ik heb wel eens gehoord, dat een moordenaar altijd naar de plek van -zijn misdrijf terug moet keeren."</p> - -<p>Hans lachte gedwongen.</p> - -<p>"Dan moest ik dáár gebleven zijn," — en hij<span class="pagenum"></span> wenkte met zijn hoofd -naar het andere schip — "want dáár is het gebeurd."</p> - -<p>"Dat 's jou slag, Hans!.... Behalve dat de misdadigers <i>hier</i> zijn, -en.... ze wel eens een naam konden noemen, die...."</p> - -<center> -<a name="28_zwijg"></a> -<img src="images/28_zwijg.jpg" alt="image: 28_zwijg.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: "Om 's hemels wille, zwijg!"]</center> - -<p>Alle voorzichtigheid uit het oog verliezende, greep Hans zijn arm.</p> - -<p>"Om 's hemels wille, zwijg!"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Pas op.... je zou jezelf verraden! En.... ik mag je verrader niet -zijn."</p> - -<p>"Jij?"</p> - -<p>"Ja.... een rebel moet gestraft worden."</p> - -<p>"O, maar ik heb geen kwaad gedaan!"</p> - -<p>"Wat scheelt je dan?"</p> - -<p>Eenige oogenblikken zweeg Hans, schijnbaar geheel ingenomen door -zijn werk. Toen zei hij heel zacht voor zich heen, want er waren een -paar matrozen in de nabijheid gekomen:</p> - -<p>"Zoo gauw als ik de hondenwacht heb, zal ik je dat wel doen weten.... -Kun-je dan zorgen er ook te zijn?"</p> - -<p>"Dat zal zoo gemakkelijk niet gaan!"</p> - -<p>"Toe, alsjeblieft!"</p> - -<p>"Goed.... ik zal mijn best doen. Lukt het den eersten keer niet, dan -later."</p> - -<p>"O, Witte, ik zal zoo blij zijn m'n hart eens te kunnen uitstorten."</p> - -<p>Witte zweeg en keek voor zich heen.</p> - -<p>"Witte," fluisterde Hans angstig, "waar denk-je aan?"</p> - -<p>"Of ik het mag doen."</p> - -<p>Hans slikte een paar maal van zenuwachtigheid.</p> - -<p>"Witte, Witte.... ben-je vergeten, hoe eigenlijk ik de persoon was, -die je van de kleermakerstafel verloste?"</p> - -<p>Weer kwam de ons bekende rimpel te voorschijn.</p> - -<p>"Als je schuldig bent...."</p> - -<p>"Zoo waar als ik leef, Witte, dàt ben ik niet."</p> - -<p>Witte's felle oogen gingen even over het gelaat van zijn vriend.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Goed!" gaf hij toen kort en bondig ten antwoord, "ik zal mijn best -doen er te zijn."</p> - -<p>En zoo geschiedde het, dat op een van die stille, heerlijke -tropennachten, de beide maats op de hondenwacht, die van middernacht -tot 's morgens vier uur duurde, gelegenheid kregen zich van hun -slaperige maats af te zonderen en op een verborgen plaatsje eens een -openhartig woordje met elkander te kunnen wisselen.</p> - -<p>Witte viel maar met de deur in het huis.</p> - -<p>"Uit alles begrijp ik, dat ze ook jou aangezocht hebben mee te doen, -Hans."</p> - -<p>"Wel niet rechtstreeks, maar zoo heel in de verte hebben ze mij -gepolst."</p> - -<p>"Dan had-je dadelijk af moeten bijten."</p> - -<p>"Zonder erg hèb ik dat ook gedaan."</p> - -<p>"Zonder erg? Ik begrijp je niet, Hans."</p> - -<p>"Och, kijk eens Witte.... Nu ik de zaak van achteren kan bezien, -begrijp ik alles, maar toen ze me kwamen vertellen van het gezellige -leven op de vrije vaart, hoe rijk die en die er op geworden was, en -heel wat van die dingen meer, hoe had ik toen kunnen begrijpen, dat -zij-zelf van plan waren meester te worden van het schip en -zeeroovertje te gaan spelen?"</p> - -<p>"Ja, dat 's waar, moet ik zelf erkennen. Toch begrijp ik niet, dat -ze niet verder bij je gegaan zijn."</p> - -<p>"Dat begrijp ik nu best.... Ik zei, dat ik niets van die zeeroovers -moest hebben en den eersten den besten, die bij ons aan boord durfde -klauteren, de hersens in zou slaan."</p> - -<p>"Goed geantwoord!.... En toen?"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Toen zeiden ze met een lachje — dat ik later pas begrepen -heb! — dat ze me groot gelijk gaven en precies eender zouden -handelen."</p> - -<p>"En is dat alles?.... Dan heb-je je eigen toch niks te verwijten?"</p> - -<p>Hans zuchtte.</p> - -<p>"Er kwam meer bij, Witte!"</p> - -<p>"Vertel dan op.... en verberg mij niets."</p> - -<p>Even aarzelde Hans; toen kwam het er snel bij hem uit:</p> - -<p>"Toen de samenzwering uitkwam, was ik er heelemaal van op de -hoogte!"</p> - -<p>Witte liet van verbazing een zacht gefluit hooren.</p> - -<p>"Sapperloot!" riep hij uit, "dat is andere praat!.... Maar hoe was -dat voor den drommel mogelijk?"</p> - -<p>"Luister, Witte. In die dagen werd ik bezocht met koorts of wat het -dan ook geweest mag zijn. Onder al de warmte van het weer, was ik -koud en rillerig. De bootsman zei, dat ik maar eens met m'n tong aan -den teerkwast moest likken en dan een poosje me in een deken rollen, -dan zou ik er de kwaal wel uitzweeten."</p> - -<p>Witte knikte. Hij kende dat middel ook.</p> - -<p>"En toen?" vroeg hij.</p> - -<p>"Wel, ik lei me ergens op een veilig plekje neer, waar ik er zeker -van kon zijn niet gestoord te worden, bakerde me goed in, nog een -waardeloos zeil over m'n body...."</p> - -<p>"Om te smoren!" merkte Witte op.</p> - -<p>"Neen, toch niet. Ik bleef al maar beverig. En dan m'n mond vol van -dien teersmaak!.... Je<span class="pagenum"></span> kunt begrijpen, dat ik me eigenlijk zieker -gevoelde dan ooit."</p> - -<p>Witte bevestigde de meening door een hoofdknikken.</p> - -<p>"Na een poos," aldus ging Hans voort, "begon ik toch een warm gevoel -te krijgen en toen kwam Klaas Vaak. Ik heb geslapen als een os. -Hoelang weet ik niet, maar toen ik wakker werd, was het nacht. Ik -zag door een scheurtje van m'n zeil de sterren flonkeren en heerlijk -rekte ik m'n leden uit, in 't gevoel van beter te zijn. Een slaap -als ik anders nog had.... <span id="cor0013" class="corrected" title="[Originele tekst: neemaar]">nee maar</span>, dat kan ik je niet vertellen. -Juist gingen m'n oogen dichtvallen, toen ik door een katachtig -geschuifel over het dek wakker schrikte. Dadelijk begreep ik, dat -het de bloote voeten van een of meer matrozen moesten zijn. Ze -kwamen haast vlak bij me, en al maar meer schuifelden aan. 'Zijn we -er alle dertien?' hoorde ik een stem fluisteren en even zacht werd -geantwoord, dat die en die opgehouden was geworden. En toen, Witte, -vernam ik alles. O, ik durfde op zijn best ademhalen!"</p> - -<p>"Dat begrijp ik.... Bij ontdekking zou-je mee hebben moeten doen, -of ze hadden je puur bij ongeluk over boord laten glijden."</p> - -<p>"Juist.... en daarom hield ik me zoo stil als een muisje."</p> - -<p>"En wat vernam-je?"</p> - -<p>"Ik kwam er op die manier achter, dat de belhamels met hun dertienen -waren en de samenzweering nu, allen en alles bij elkaar, acht en -twintig personen omvatte. Ze hadden zich op leven en dood<span class="pagenum"></span> verbonden -door in een cirkel hun namen te zetten; die niet schrijven konden, -hun kruisjes."</p> - -<center> -<a name="29_alles"></a> -<img src="images/29_alles.jpg" alt="image: 29_alles.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: En toen Witte, vernam ik alles.]<span class="pagenum"></span></center> - -<p>"Spraken ze er ook over, wat ze van plan waren?"</p> - -<p>"Ja zeker!.... Als ze genoeg lui op d'r hand konden krijgen, zouden -ze een dag vaststellen om het stoute stuk uit te voeren. Onverwachts -zouden zij den schipper en de officieren overvallen en vermoorden, -ook den koopman, die voor zijn maatschappij bij ons aan boord -is...."</p> - -<p>"Verder, verder, Hans!"</p> - -<p>"En, na baas over het schip geworden te zijn, den steven naar de -Middellandsche Zee wenden, om daar zeeroovertje te spelen."</p> - -<p>Witte hief de handen op van ontsteltenis.</p> - -<p>"Wie was de hoofdman?"</p> - -<p>Hans noemde hem en nog een paar anderen, die na hem het meest in de -melk zouden te brokken krijgen.</p> - -<p>"Je begrijpt, Witte, dat ik den hemel dankte, toen die vreeselijke -nachtmerrie voorbij was. Eerst dacht ik heusch, dat ik dat alles -gedroomd had, toen ik, na weer in slaap gevallen te zijn, den -volgenden morgen ontwaakte. Maar nu ik meer op ging letten, zag ik -aan een heeleboel dingen, dat ik goed gehoord had, en, helaas, de -bezitter was van een ontzettend geheim."</p> - -<p>"Dat je dadelijk aan je schipper had moeten openbaren."</p> - -<p>Hans zag hem met zijn open kijkers aan.</p> - -<p>"O, Witte, dat is juist zoo'n gemartel voor me geweest. Het eene -oogenblik zei ik tot mezelven, dat ik naar den schipper moest gaan, -want dat<span class="pagenum"></span> ik anders zijn dood op mijn geweten zou krijgen, maar het -volgende oogenblik kon ik het toch niet over me verkrijgen om den -verrader te spelen."</p> - -<p>"Dat laatste ben ik niet met je eens, maar dat eerste wel. Want het -leven van den schipper berustte om zoo te zeggen in jou handen."</p> - -<p>Hans knikte.</p> - -<p>"Maar óók het leven van de saamgezworenen, Witte!.... En daar waren -een paar jongens bij, met wien ik al menig reisje gemaakt had. En -dan nog iets! Als ik het uitgebracht had, zou ik tot mijn dood toe -onder het zeevolk als een verklikker na worden gewezen en door -niemand meer vertrouwd."</p> - -<p>Witte keek voor zich. Hij begon nu ook iets van den gemoedsstrijd -van zijn vriend te begrijpen.</p> - -<p>"O, Witte," ging deze voort, "wat heb ik daar dagen mee -rondgeloopen! Nu eens was ik op weg naar het achterdek, maar, of het -werk zoo sprak, dan kwam ik telkens een van de samenzweerders tegen -en was het me, of ik de beulsknecht was, die voor zijn meester een -strop ging halen, om die om den hals van m'n maats te wringen.... -Dat heeft weken en weken geduurd. Ik ben er wel tien jaren van m'n -leven ouder door geworden. Want ook in 't volkslogies moest ik -aldoor maar doen, of ik van niets afwist."</p> - -<p>De jonge matroos veegde zich met den rug van zijn hand het -angstzweet van zijn gezicht, waarin de twee wijd geopende oogen in -het licht van den tropennacht spookachtig uitkwamen.</p> - -<p>Hoe ook getroffen door wat zijn vriend zeide,<span class="pagenum"></span> bleef Witte zijn -kalmte behouden. Geen wonder! Heel zijn leven door heeft hij nooit -geaarzeld in de keuze, welken weg hij zou inslaan. Aan den eenen -kant lag zijn plicht, en aan den anderen kant de verzaking daarvan. -Middenwegen kende hij niet.</p> - -<center> -<a name="30_ouder"></a> -<img src="images/30_ouder.jpg" alt="image: 30_ouder.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Ik ben er tien jaren ouder door geworden.]</center> - -<p>Hij bewaarde nu het stilzwijgen, en om het schip hoorde men den zang -der zee, die nooit sliep.</p> - -<p>Met een zware zucht vatte Hans zijn verhaal weer op.</p> - -<p>"Ik zou niet weten, hoe dat met me afgeloopen zou zijn, als er -eindelijk niet een uitkomst was gekomen."</p> - -<p>"En die uitkomst?"</p> - -<p>"Er was een matroos, dien we eigenlijk geen van allen graag lijden -mochten. Ook de officieren<span class="pagenum"></span> waren niet op hem gesteld. Telkens had -hij straf. Eens werd hem, met een langen ketting, een blok hout aan -zijn been vastgebonden, zoodat hij, als hij op 't dek was of in 't -want moest, altijd een gerinkkink met zich voerde, dat we er -eigenlijk allen om moesten lachen, tot den kleinsten kajuitsjongen -toe. Nu, dán moest-je hem hooren aangaan!"</p> - -<p>"Ik begrijp het al," viel Witte hem in de rede, "de samengezworenen -dachten, dat die matroos graag bij gelegenheid wraak zou willen, -nemen op den schipper."</p> - -<p>"Juist.... Ze wisten hem apart te krijgen en maakten hem stukje voor -beetje met het plan bekend. Hij gaf er zijn hand op, dat hij niets -zou verraden, en zei nog nadrukkelijk, dat ze van hem geen -zwarigheid te wachten zouden hebben.... en ging toen regelrecht naar -den schipper om alles te verraden. Hij heeft er van den schipper -twee honderd stukken van achten voor gekregen."</p> - -<p>"En aangepakt?"</p> - -<p>Hans knikte van ja.</p> - -<p>"Dat 's gemeen!"</p> - -<p>Hans was dit volkomen met hem eens, maar liet toch uitkomen, hoe dat -verraad voor hem een ware verluchting was geweest.</p> - -<p>"Nu was het uit met altijd dat gezeur in m'n kop. De kogel was door -de kerk."</p> - -<p>"En waarom kon-je dan toch niet tot rust komen?"</p> - -<p>Weer zuchtte Hans en vertelde, hoe hij na een poos alweer zich -ongerust was begonnen te maken,<span class="pagenum"></span> dat een van de samenzweerders ook -zijn naam mocht noemen.</p> - -<p>"En ze wisten niet, dat jij alles gehoord had!" merkte Witte op.</p> - -<p>"Dat is zoo; maar onder de folteringen noemt men allicht een naam, -om maar van de pijn af te komen. En ik had er goede kameraads -onder."</p> - -<p>"O zoo! En jij was bang, dat als ze jou ook eens lieten komen, je -dadelijk door de mand zou vallen?"</p> - -<p>Hans knikte bevestigend.</p> - -<p>Toen stak hij, als hulpzoekende, zijn beide handen naar zijn vriend -uit.</p> - -<p>"Witte, geef me toch raad! Ik durf zelfs niet rustig slapen, bang, -dat het geheim over mijn lippen zal komen. 't Is voor mij geen leven -meer om uit te houden.... Zeg me toch, wat ik moet doen!"</p> - -<p>"Geen dag langer zóó'n leven leiden."</p> - -<p>"Hoe bedoel-je dat?"</p> - -<p>"Als ik jou was, ging ik al bij het krieken van den dag bij onzen -schipper en zei hem alles.... Den verrader speel-je niet meer, want -heel de samenzweering is toch al op de flesch; maar misschien kun-je -nog enkele goede inlichtingen geven, en, vergeet het niet, daardoor -wel veroorzaken, dat het met de folteringen uit is. Die zijn heusch -niet voor de poes, hoor!"</p> - -<p>Hans rilde.</p> - -<p>"Misschien.... misschien willen ze meer uit me persen, dan ik zeggen -kan!"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Best mogelijk! Maar zoo'n leven als jij nu leidt, is ééne -foltering."</p> - -<p>Nu greep Hans met beide handen Witte's arm.</p> - -<center> -<a name="31_priem"></a> -<img src="images/31_priem.jpg" alt="image: 31_priem.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: Hans kreeg nog een héél leelijke priem op z'n neus.]</center> - -<p>"Zeg-jij het, jij!.... Je hebt een wit voetje bij den schipper, dat -weten we allemaal. Misschien zal het dan zoo erg niet voor me -worden, als de schipper me eens alleen bij hem laat roepen. O, -Witte, wat zou ik blij zijn, als ik weer eens gerust slapen kon!"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Witte dacht eenige oogenblikken na.</p> - -<p>"'t Is goed," gaf hij toen eenvoudig ten antwoord.</p> - -<p>En zoo geschiedde het, dat Witte dien morgen heel wat aan zijn -beschermer mede te deelen had.</p> - -<p>Ja, het gelaat van kapitein Schapenham ging toen ernstig staan en -Witte moest wel hard vechten voor zijn vriend, maar gelukkig kwam -alles in orde. 't Ging wel op 't kantje af en Hans kreeg nog een -héél leelijke priem op z'n neus, maar daar bleef het dan ook bij. Ze -wisten, dat het volstrekt geen kwaaie jongen was, en in de verste -verte niet aan muiterij dacht. Enfin, het een bij het ander genomen, -niet te vergeten het goede woordje, dat zijn vader bij den -gezagvoerder van de "Westvriesland" voor zijn zoon sprak, liep het -nogal met een sisser voor Hans af.</p> - -<p>Toen begon hij eerst zachtjes en zoetjesaan hoe langer hoe harder te -neuriën en te fluiten, en omdat hij nog in zijn jonge jaren -verkeerde, ging spoediger dan Witte wel had kunnen denken dat -oude-mannenachtige van Hans z'n gezicht en van heel z'n doen en -laten en was hij spoedig weer de oude. En als Witte over hetgeen -gebeurd was nog wel een apartje met z'n vriend wou hebben, had die -daar in 't geheel geen ooren meer naar.</p> - -<p>Met de samenzweerders liep het zoo goed niet af. Nadat ze genoeg, of -eigenlijk meer dan genoeg uitgevraagd en afgemarteld waren, werden -de dertien belhamels ter dood veroordeeld en de overigen tot een -levenslange verbanning op de Oost-Indische<span class="pagenum"></span> schepen, waardoor hun lot -niet veel van galeislaven verschilde. Nadat men den 10en November de -Straat Soenda gepasseerd was, ging men den 13en aan wal om het -vonnis aan de veroordeelden te voltrekken. Die executie was even -ongenadig als heel die tijd was.</p> - -<p>Niet lang vertoefde "de Gouden Leeuw" op de kust van Bantam, maar -kreeg reeds den 27en November order om naar de kust van Coromandel -in Voor-Indië te zeilen, en jaren achter elkander heeft het in die -Indische wateren gevaren.</p> - -<p>We zullen het op die tochten niet vergezellen. Ook niet melden, wat -er in dien tijd met onzen scheepsjongen gebeurd is, om de eenvoudige -reden, dat hij door zijn vlijt, zijn kundigheden en kloek gedrag al -spoedig tot licht- en daarna tot volmatroos opklom. Hij steeg -zoodanig in de gunst van zijn meerderen — werkelijk niet door -oogendienerij, want daar heeft men zijn heele leven door niet bij -Witte mee moeten aankomen! — dat toen twee jaren later, toevallig -ook in de maand November, de machtigste man in de Indiën, namelijk -de Gouverneur-Generaal, aan kapitein Schapenham vroeg, hem een -vertrouwd en alleszins bekwaam persoon te zenden, onze kapitein -niemand beter wist aan te bevelen dan Witte de With.</p> - -<p>Van dat oogenblik af werd hij, met den rang van korporaal, -lijfknecht bij den Toewan-Bezaar, den Grooten Heer, die met meer dan -koninklijke macht in deze streken heerschte.</p> - -<p>Die Gouverneur-Generaal was... Jan Pieterszoon Coen, de stichter van -Batavia, maar die<span class="pagenum"></span> laatste eere-titel moest de ijzeren Coen toen nog -verwerven. Onder heel wat avonturen heeft die stichting plaats gehad -en Witte heeft daar trouw bij geholpen, gelijk in de geschiedenis -van Insulinde vermeld staat.</p> - -<br> -<br> -<br> -<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter13"></a> -<h3 align="center">XIII.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">'t Was in de Mei....</span></h4> - -<p>Het was in de maand Mei 1620 en wel den 23sten, dat een -Oostinje-vaarder een knap stuk volbracht, doordat het zonder hulp -van een loodsman het Goereesche Zeegat binnenzeilde.</p> - -<p>De loodslieden uit Hellevoetsluis waren er wel niet te best over te -spreken. Zij waren er nu eenmaal voor, om de vaartuigen veilig uit -de zee te brengen.</p> - -<p>"'t Is een gelukkie," gromden zij, "dat hij 't er zoo goed heeft -afgebracht; maar verdienen deed hij 't eigenlijk niet. <span id="cor0014" class="corrected" title="[Originele tekst: Want op die maneer]">Want op die manier</span> neemt hij iemand het brood uit den mond. Wat in 't geheel -niet is, zooals het hoort, wanneer je kersversch uit rijk-Oostinje -komt."</p> - -<p>Doch de meeste lieden, die er van den wal af getuigen van waren -geweest, vonden het kranig gedaan, en hun aangezichten blonken -blijde die der equipage tegemoet, in de volle zekerheid, dat binnen -korten tijd de geeltjes en witjes uit den vollen buidel der -matroosjes door Hellevoet zouden rollen.</p> - -<p>Ja maar — alsof zij op twee uur afstands er<span class="pagenum"></span> al de lucht van te -pakken hadden gekregen — ook uit der stede van den Brielle waren -heel wat lieden op marsch gegaan, om aandeel in den buit te krijgen. -Onze goede bekende, vrouw Stoffelsen, had het al heel gauw vernomen, -en dies haar man de deur uitgedreven.</p> - -<p>"Dat zeevolk zal haast geen vodden meer aan d'r lijf hebben, en dus -valt er voor jou wat te verdienen."</p> - -<p>Mr. Jochum had iets gemompeld van een wagen te nemen, maar zijn -vrouw had zeer terecht beweerd, dat als hij liep, dit het eerst -verdiend was.</p> - -<p>"En eer ze aan de bel getrokken en een wagen klaar hebben, is er -haast net zooveel tijd naar de maan, als jij noodig hebt, om er op -je apostelpaarden te komen. In dien tijd is licht een ander je -voor."</p> - -<p>Op zijn knipbeenen was mr. Jochum dus naar de forteresse gegaan, en -over gebrek aan gezelschap onderweg had hij niet te klagen. En toen -hij er gekomen was en hoorde en zag, hoe de Oostinjevaarder den naam -van "de Gouden Leeuw" droeg, kwam het dadelijk bij hem op, dat daar -nog eens een leerjongen van hem mee uitgevaren was. Nu, diens -tegenwoordigheid zou thans voor zijn ouden baas geen schade zijn!</p> - -<p>In al die jaren had hij niet veel van hem vernomen. Er moesten wel -brieven bij zijn moeder gekomen zijn, maar die was toch zoo dicht -als een pot en sprak liefst niet over dezen zoon. Enfin, als hij -gestorven was, zou mr. Jochum daar wel van gehoord hebben. Wat niet -wegnam,<span class="pagenum"></span> dat hij tòch wel dood kon zijn. Want als men in die -dagen een familie-lid in de Oost had, kon die ginder al begraven en -vergeten zijn, eer men er hier kennis van kreeg.</p> - -<p>Hij moest er nu toch haring of kuit van hebben, de brave kleermaker. -Hetgeen hij doen kon, zonder zijn eigenlijk doel uit het oog te -verliezen. En zoo klampte hij daarover een leuken maat aan, die er -erg verfonfaaid in de kleeren uitzag en met wien hij natuurlijk -eerst gezorgd had zaken te doen.</p> - -<p>Bij de vraag, of er ook een zekere Witte de With aan boord was, liet -de aangesprokene zijn prettige, bruine kijkers ineens onderzoekend -over mr. Jochum en zijn knipbeenen gaan. Even kwam er een groote -jool in die kijkers, maar dadelijk weer stond dat guitige gezicht -zoo strak, als maar eenigszins mogelijk was.</p> - -<p>"Laat me 's denken... Ja, nou je 't zegt... Ik heb een stuk kerel -gekend, die zoo heette... En die heeft in Oostinje wàt een rare -schaats geslagen!"</p> - -<p>"Kom!..."</p> - -<p>"Secuur, hoor!... Maar 't is er hem naar vergaan... Of ze 'm aan -de ra opgeknoopt of een kop kleiner gemaakt hebben, ben ik gladweg -vergeten, maar..."</p> - -<p>Hij kon niet verder gaan van den lach, want mr. Jochum was er bleek -van geworden.</p> - -<p>"Hoe <span class="expand_spacing">kun</span>-je om zoo iets ijselijke nog staan lachen!"</p> - -<p>"Loop man! In de Oost word-je zoo hard als een spijker. Dacht-je -soms, dat we daar de kin<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>dertjes van de blauwtjes bakerden of in -slaap wiegden?"</p> - -<p>"Nee, dat nu wel niet... Maar dat die jongen zoo ongelukkig aan z'n -eindje is gekomen, die nog bij mij op de kleermakerstafel gezeten -heeft..."</p> - -<center> -<a name="32_ijselijks"></a> -<img src="images/32_ijselijks.jpg" alt="image: 32_ijselijks.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: "Hoe kun-je om zoo iets ijselijks nog staan lachen!"]</center> - -<p>"Nou, meester, dan mag-je wel van geluk spreken! Want dan heb-je een -adder vlak bij je gehad, een tijger, een verscheurend beest... Eén -ding<span class="pagenum"></span> druk ik je op het hart: dat je van dat alles geen stom -woord over je lippen laat komen, omdat er politie en justitie mee -gemoeid zijn."</p> - -<p>"Ik wou, dat ik 't niet wist!" weeklaagde mr. Jochum.</p> - -<p>Weer lachte de zeeman. Hij sloeg den meester op den schouder, dat -die zijn geheele geraamte voelde sidderen.</p> - -<p>"Over een paar dagen, als ik voor mijn lorren bij je moet zijn, zal -ik onzen stuur meebrengen, die er alles van weet, omdat hij bij den -moord en het doodvonnis tegenwoordig is geweest... Kijk, die -daar!..."</p> - -<p>Hij wees hem naar een grooten, stevigen baas, die van het schip naar -den wal keek, een gebruinden kop met knevel en puntbaardje.</p> - -<p>Het was Witte, maar mr. Jochum herkende zijn vroegeren leerling in -dien gezouten zeebonk niet.</p> - -<p>In diepe gedachten ging mr. Jochum, die anders goede zaken gemaakt -had, naar den Briel terug.</p> - -<p>"Wat zal m'n vrouw dààrvan staan kijken!" herhaalde hij telkens -hoofdschuddend.</p> - -<p>Eerst had hij 't voor haar verborgen willen houden, maar hij rekende -er terecht op, dat, hoe graag zijn vrouw de tekortkomingen van -anderen in de buurt rondblaakte, zij toch den noodigen angst voor -alles had, wat in verband stond met "'s heeren gevanckenis." Zij -konden er nu samen over praten. Voor ieder apart zou dit geheim te -groot zijn geweest.</p> - -<p>Wat Witte betrof, die schudde onwillig het hoofd, toen Hans hem de -grap vertelde.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"Waar was dat nu voor noodig?"</p> - -<p>"Noodig?... Waarvoor is alles noodig!... Zeker niet om een zuur -gezicht te zetten, als je in Patria terug ben!"</p> - -<p>"Als je over een paar dagen in Hoorn komt, wat zal dan je eerste -gedachte zijn, Hans?"</p> - -<p>"Te duiker, ja, Witte! Zoo diep heb ik alweer niet doorgedacht."</p> - -<p>"Dàt zal je ongeluk worden," voorspelde Witte.</p> - -<p>En zijn gezicht versomberde zoodanig, dat Hans erom begon te lachen.</p> - -<p>"Kom, Witte!... Als je moeder je zóó terugziet..."</p> - -<p>"Zàl ik ze weerzien?"</p> - -<p>Even verbouwereerd keek Hans hem aan, maar tegen zulk een somber -voorgevoel kwam heel zijn opgeruimde natuur op.</p> - -<p>"'t Zal best schikken, hoor! Vanavond of morgen zit-jij bij moeders -pappot, en ik over een paar dagen."</p> - -<p>"We hopen er het beste van, Hans."</p> - -<p>"En naar je ouwen meester ga-je toch ook?"</p> - -<p>"Zeker. Ik heb wat voor die luidjes meegebracht."</p> - -<p>"En maken we daar dan een grap van?"</p> - -<p>"Nou.... dat zullen we zien."</p> - -<p>En in de herinnering, hoe hij in zijn jongensjaren vrouw Stoffelsen -geturkt had, kwam er een schijn van een glimlach over het stugge -gelaat van Witte. Waaruit Hans, die hem zoo goed kende, opmaakte, -dat het plannetje wel zou doorgaan. De volvoering daarvan zou echter -afhangen.... van dat ééne!</p> - -<p>Ach, dat ééne omvatte voor Witte zoo véél èn.... zoo velen!<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Zou thuis alles in orde zijn?</p> - -<p>En, of hij er zich al dan niet tegen verzette, zijn gedachten gingen -óók uit naar een andere hofstede....</p> - -<p>Het was in de Mei, in het laatst al, wanneer die over zal gaan in de -koninklijke maand van Juni. Het midden, — wanneer de IJsheiligen <span id="fn0004"><a href="#fn0004text">4)</a></span> -even om het hoekje komen kijken, — was een kaap, die al omgezeild -was. De wind, die weken lang bijna voortdurend in den -Noord-Oostelijken hoek gezeten had, was verzuidelijkt, en droeg de -geuren van Meidoorn, seringen en bloesem, ja, van heel de -vernieuwde, jonge aarde. Droomerig telde de koekoek, hoeveel jaren -men nog leven zou, of, voor een stiekem toeluisterende deerne, op -welken leeftijd zij de bruid zou zijn. 't Was àl leven en geluk, en -voor den jeugdigen zeeman, die langs de bloeiende akkers en -doornhagen ging, om het plaatsje op te zoeken, waar hij geboren was, -het vaderland, dat hij nooit vergeten had.</p> - -<p>Vergeten? Hoe zou dat in <span class="expand_spacing">die</span> dagen, hoe zou dat voor hèm ooit -mogelijk zijn geweest? Waren het niet de dagen van bloeitijd, van -uitzetting voor de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden, -welker vlag door Barendts en Heemskerck boven het barre Nova-Zembla, -en door Jan Pieterszoon Coen in de weelderige tropen-wereld van een -wordend Nederlandsch wereldrijk gehandhaafd was? En was niet een van -de verdedigers van het fort bij Jacatra, een der medestichters van -het<span class="pagenum"></span> Kasteel van Batavia, diezelfde een-en-twintigjarige jonkman?</p> - -<p>En nu voelde hij, die de wijdheid van de wereld ervaren had, zich -heel klein en nietig, zooals wij allen, wanneer we tegenover het -verleden onzer kinderjaren staan. De vogels sjierpten en -tierelierden tegen elkaar van drukte, om hun wijfjes het dagelijksch -onderhoud te bezorgen. Want in de maand Mei legt ieder vogeltje z'n -ei, behalve de koekoek en de spriet, die leggen in de Meimaand niet. -De zwaluwen, evenals hij van heel verre gekomen, scheerden hoog in -de lucht. Zij hàdden al teruggevonden het nestje, over welks rand -zij voor het eerst de wereld hadden ingekeken.</p> - -<p>En toch, hoe ook zijn gedachten van dat nestje vervuld waren.... den -naasten weg erheen volgde hij niet!</p> - -<p>O ja, zoo paaide hij zich — en dat kunnen wij menschen toch zoo -handig! — het was, om eerst van nicht Maertje te hooren, of het -alles wel was aan boord, daar in Lagerwoude.</p> - -<p>En, hoe hij er zich tegen verzetten mocht, hij kòn niet anders. Hoe -langer hoe sterker trok zijn hart naar die andere hofstede, waar een -meisje leefde, die eens voor hem een oase geschapen had in de droeve -jaren zijner dorre jeugd.</p> - -<p>Hoe zou Marie er uitzien, nu, in die blonde heerlijkheid van Mei, -zijzelf met haar glanzend blonde haren, en die oogen, welker glans -voor hem niet overstraald was door de vlammende zon van Indië.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Of.... of.... Ja, ook jonge menschen kunnen sterven. Vier jaren is -zulk een lange tijd!</p> - -<p>Of.... als zij eens verloofd, misschien wel reeds gehuwd was!</p> - -<p>O ja, ze had beloofd aan hem te blijven denken. Maar hij, de zeeman, -wist wel de beteekenis van het spreekwoord "Uit het oog, uit het -hart!"</p> - -<p>Nu was het, alsof over dien schoonen Meidag een waas kwam, gelijk -dat geschieden kan, plotseling, door heibrand.</p> - -<p>'t Was, of er lood aan zijn voeten hing, of hij, die de muren van -Jacatra bestormd had, geen moed meer bezat verder te gaan.</p> - -<p>Nog een pad langs, een dijk over, een paadje, dat zich tusschen de -bloeiende Meidoorns slingerde....</p> - -<p>Daar opeens, bij een wending, ziet hij, nog in de verte, een -menschelijke gestalte. Van een meisje, omglansd door het zonnelicht, -waartegen zij de oogen beschut door de uitgestrekte hand erboven te -houden. Alsof zij uitkijkt, den kant van Hellevoet op.</p> - -<p>Weg wijkt de heibrand. Alles wordt vol leven en glans. Zijn hooge -gestalte schijnt zich nog uit te rekken. Zal hij.... zal hij doen, -alsof hij een vreemde is, eens onderzoeken, of zij hem na al die -jaren nog herkent?</p> - -<p>Maar reeds is hem de hoed in de hand gevlogen en hij wuift, wuift -zoo wijd en breed als hij kan, en hij jubelt: "Marie, Marie!" en -stormt vooruit, alsof er weer een kasteel te veroveren is, en daar -heeft hij al haar twee handen in de zijne, en hij ziet haar aan, zoo -blijde en gelukkig, dat zij dadelijk<span class="pagenum"></span> zijn oogen herkent, de oogen in -dat bruingebrande gelaat van den stoeren, uiterlijk haar -wildvreemden zeeman.</p> - -<p>"Witte!"</p> - -<p>"Marie, Marie!"</p> - -<p>"Domme jongen.... is me dat doen schrikken!"</p> - -<p>"Ik?.... En naar wien keek-je dan uit?"</p> - -<p>"Naar.... naar een geit, die weggeloopen is...."</p> - -<p>"Zeggen, zèggen.... de waarheid!"</p> - -<p>"Heusch, dàt is de waarheid!"</p> - -<p>"Jij, Meniste, durf-je dat volhouden?"</p> - -<p>Toen lachte zij met heel haar wezen, en blozend verborg zij haar -hoofd tegen hem aan.</p> - -<br> -<hr width="25%" align="left"> -<span id="fn0004text" class="fn_text"><a href="#fn0004">4)</a> 13, 14 en 15 Mei.</span> - -<br> -<br> -<br> -<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span> -<br> -<br> -<br> -<br> - -<a name="chapter14"></a> -<h3 align="center">XIV.</h3> - -<h4 align="center"><span class="smallcaps">Tot ziens!</span></h4> - -<p>'t Was eigenlijk maar gelukkig, dat hij eerst de steê van nicht -Maertje had opgezocht, die hem in dezelfde keuken ontving, waar -Witte in de treurige jaren van zijn jeugd toch de hartelijkheid van -medemenschen had mogen ondervinden. Het mansvolk was met dit mooie -weer op het veld, en zoo zaten zij daar weer als vanouds met hun -drietjes. En toen de eerste begroetingen waren afgeloopen en men -weer een weinig aan de wel wat veranderde gezichten gewoon raakte, -deelde Marie's moeder hem mede, dat er iets akeligs op de steê in -Lagerwoude geschied was.</p> - -<p>Zijn jongste broer was gestorven, Abram, even achttien jaar oud. 't -Was altijd een zwak vat geweest, eigenlijk zooals al de kinderen van -zijn moeder, behalve hij. Toch trof het hem diep, vooral toen hij -hoorde, hoe de jonge teringlijder nog dikwijls over hem gesproken -had. Het was den 20sten Maart van dit jaar gebeurd, en Witte, stipt -en secuur gelijk hij in alles was, rekende uit, dat hij zich toen -juist op het eiland Sint-Helena bevonden had, een mijlpaal op de -terugreis<span class="pagenum"></span> naar huis. Zijn zuster was ook niet heel gezond en -Andries zag er zelfs slecht uit.</p> - -<p>En moeder?</p> - -<p>Nicht Maertje maakte een gebaar, alsof zij zeggen wilde:</p> - -<p>"Altijd dezelfde!"</p> - -<p>Donker keek Witte voor zich.</p> - -<p>"Nu zie ik nog meer tegen die ontmoeting op.... En toch heb ik met -haar te doen, nicht. Wat zal zij inwendig bedroefd zijn om broer."</p> - -<p>Met groot medelijden keek Marie hem van terzijde aan.</p> - -<p>Haar moeder zag dat.</p> - -<p>Zij legde haar hand op den gebruinden knuist van den jongen zeeman.</p> - -<p>"Witte.... Marie zal met je meegaan."</p> - -<p>Beide jongemenschen zagen haar, en toen elkander aan.</p> - -<p>"Ik, moeder?" vroeg Marie ietwat verlegen.</p> - -<p>"Ja!" gaf Witte, in plaats van de aangesprokene, ten antwoord.</p> - -<p>Met een heftige beweging stond hij op.</p> - -<p>"Kom mee, Marie!..."</p> - -<p>Doch toen zij bij de hofstede in Lagerwoude gekomen waren, kwam over -hem, die niet gewoon was voor iets terug te deinzen, een groote -aarzeling.</p> - -<p>"Marie.... ik ben bang, dat ik haar zal doen schrikken. Ze is oud en -men kan nooit weten..."</p> - -<p>"Wat wil-je dan, Witte?"</p> - -<p>"Dat jij vooruit gaat en haar erop voorbereidt."</p> - -<p>Waren dat nu de felle oogen van den stuurschen<span class="pagenum"></span> knaap van weleer, die -haar thans zoo smeekend aanzagen?</p> - -<p>"Goed," antwoordde zij.</p> - -<p>En terwijl Witte zich in het glanzende gras terzijde van het voetpad -neerzette, ving zij den zwaren gang aan naar de bazinne van -Lagerwoude.</p> - -<p>Hij zag haar na, en zijn hart bad, dat haar gang gezegend mocht -zijn.</p> - -<p>Toen.... o, eindeloos scheen de tijd voorbij te gaan. Zijn blik werd -als vanzelf getrokken tot den geweldigen reus in dit Far West der -Nederlanden, den Brielschen toren. Al de donkere herinneringen uit -zijn kinderjaren doken voor hem op. En verbeeldde hij 't zich?.... -Trilden daar door de voorjaarsweelde niet de zware klanken van de -Catharina, de groote klok, die negentien jaren later triomf zou -luiden over de zege bij Duins, waarin hij, terwijl bestevaêr Tromp -aan Spanje den heerschersstaf ter zee ontwrong, met zijn felle oogen -de Engelsche zeemacht in bedwang zou houden? Thans luidde zij, -gelijk hij verstond, ter uitvaart van een doode, en hij dacht aan -zijn vroeg gestorven broer. Maar toen ook gevoelde hij, de doopeling -van Ds. Leo, tot Wien die sombere klanken opstegen, en een groote -rust en stil vertrouwen kwamen over hem.</p> - -<p>Daar zag hij Marie op 't pad verschijnen; zij wenkte hem. Reeds was -hij opgesprongen, en niet zonder eenige verbazing ervoer het jonge -meisje, hoe rustig die kloeke mannengestalte op haar toetrad.</p> - -<p>"Je moeder wacht je, Witte."<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Hij gaf geen antwoord. Met heel zijn innerlijk was hij al in die -groote, zelfs nu nog halfduistere keuken, waarin zij troonde, de -bazinne van Lagerwoude.</p> - -<p>Twee paar oogen van dezelfde felheid ontmoetten elkaar, maar in -beide school dezelfde uitdrukking van verlangen.</p> - -<p>Zij zat op haar oude plaatsje; Katrien, een weinig angstig en als om -dadelijk tusschen beiden te treden, naast haar. Achter hem trad -Marie binnen. Geen verdere getuigen waren er van deze ontmoeting na -jaren-lange scheiding.</p> - -<p>"Moeder!"</p> - -<p>Ze antwoordde niet, maar keek hem aldoor aan.</p> - -<p>Hij greep haar hand, sloeg zijn krachtigen arm heel teertjes om haar -heen, en boog zich over haar; maar zèlf verlangde hij het eerst -gekust te worden.</p> - -<p>Ze weerde hem af. Niet heftig, maar hoewel zacht, toch zeer beslist.</p> - -<p>Het bloed vloeide hem naar het hart. Zelfs onder zijn bronskleur zag -men, hoe bleek hij werd.</p> - -<p>Toen sprak ze:</p> - -<p>"Ik heb een boodschap aan je, Witte.... Van broer."</p> - -<p>Hij wrong zich de vuisten, dat men het hoorde.</p> - -<p>"Ik moest je groeten van hem.... als je ooit terugkwam."</p> - -<p>Er bewoog zich iets in de gelaatstrekken van de harde, oude vrouw, -dat akelig was om aan te zien. De nooit geheelde smart om het -verlies van dàt kind.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Marie kon het niet langer aanzien.</p> - -<p>Ze plaatste zich vlak naast Witte.</p> - -<p>De oude vrouw zag dat, maar met een uitdrukking, alsof zij het niet -begreep, alsof haar gedachten alleen bij den doode waren.</p> - -<center> -<a name="33_verordonneerd"></a> -<img src="images/33_verordonneerd.jpg" alt="image: 33_verordonneerd.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;"> -</center> -<center>[Illustratie: "Omdat God het zoo heeft verordonneerd, moeder!"]</center> - -<p>"Hij hield zooveel van je, Witte. Waarom moest hij sterven, zonder -dat hij afscheid van je nemen kon?"</p> - -<p>"Omdat God het zoo heeft verordonneerd, moeder!"</p> - -<p>Het kwam er bijna koninklijk vroom bij Witte uit.<span class="pagenum"></span></p> - -<p>Zijn moeder gevoelde het. En toen nu Marie weer Moeders hand in die -van haar zoon legde en de oude vrouw dadelijk voelde, hoe hij die -hand vastgreep als een drenkeling, — toen brak er iets in dat -onwrikbare hart.</p> - -<p>Het was, alsof Witte dit op het eigen oogenblik besefte. Weer sloeg -hij zijn arm om moeder heen, en kuste haar, — hij het eerst.</p> - -<p>Toen streelde zij met haar oude hand over zijn haren, en zijn hoofd -tot zich buigend, rustten haar lippen eenige oogenblikken op zijn -voorhoofd....</p> - -<center>* *</center> -<center>*</center> - -<p>Niet in Lagerwoude bleef Witte. Tijdelijk had hij een kosthuis in -Hellevoetsluis genomen. In elk opzicht was hij dan meer eigen baas, -en bleef dicht bij de zeevaart.</p> - -<p>Lang zou hij niet meer aan wal blijven. In de vier jaren van zijn -loopbaan had hij een prachtige carrière gemaakt. Niet alleen — waar -in de wereld veel op aankomt — de aandacht getrokken van de hooge -oome's, en dat wel van niemand minder dan van den -Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, die hem gaarne voor goed -aan zijn dienst verbonden zou hebben. Maar ook om zijn werkelijke -begaafdheid als zeeman, waardoor kapitein Schapenham het toch op Jan -Pieterszoon Coen gewonnen had.</p> - -<p>Op de zee lag nu eenmaal zijn toekomst. Uitgevaren als een voor die -tijden veel te laat in het vak gekomen kajuitsjongen, was hij van -den eenen graad tot den anderen opgeklommen, en<span class="pagenum"></span> in het vaderland -teruggekeerd als stuurman. Bij het afmonsteren had kapitein -Schapenham hem verzocht als schipper, dat was op een oorlogsschip in -rang de hoogste na dien van kapitein, er met hem weder op uit te -varen, doch Witte had eerst eenige maanden met en bij de zijnen -willen leven. Met geen ledigen buidel toch was hij uit Indië -teruggekeerd, en natuurlijk had hij allerlei geschenken meegebracht. -Ook wat leuks voor zijn ouden patroon en diens vrouw, en die wilde -hij er zelf brengen.</p> - -<p>Met Hans was hij erheen gegaan, maar de aardigheid was er voor -laatstgemelden plaaggeest af. Want door een knecht van Lagerwoude -had het echtpaar, al denzelfden dag van zijn komst op de hofstede, -van Witte's terugkeer vernomen. Vrouw Stoffelsen had het er wel over -op haar heupen gehad, dat zij en haar man er zoo doorgehaald waren, -en natuurlijk kreeg mr. Jochum weer alles op zijn hoofd, omdat hij -zoo stom was geweest. Doch hij had haar bezworen nu eens lief en -toegevend te zijn. Want diezelfde zeeman, die hem zoo voor 't lapje -gehouden had, zou een pak komen aanmeten, en zijn maat, die hij -beloofd had mede te brengen, zou zeker wel van 't zelfde laken een -rok moeten hebben.</p> - -<p>Die kameraad nu bleek niemand anders dan Witte te zijn. Toen kwamen -de cadeautjes voor den dag en meester moest er maar eens uitscheiden -met prikken en met zijn vrouw in de taveerne komen, om op kosten van -de gasten onthaald te worden en dat wel met de bekende -zeemansjovialiteit!....<span class="pagenum"></span></p> - -<p>"De zaak blijft toch doorgaan," schertste Witte, in een bij hem -haast ongekende vroolijkheid, en ter verduidelijking wees hij op den -leerjongen, die thans op de kleermakerstafel zat.</p> - -<p>"Die?!" riep vrouw Stoffelsen uit, en daar gingen haar handen weer -de hoogte in, "die kan niets anders dan...."</p> - -<p>"Dan eten en drinken," veronderstelde Hans.</p> - -<p>"Neen, dan vergeten en suffen!" barstte moeder Stoffelsen uit.</p> - -<p>"Kom, kom, moeder," troostte Witte, "zoo erg als ik dat indertijd -gedaan heb, zal het toch bij hem niet zijn."</p> - -<p>"Mensch, zwijg stil!" weeklaagde zij. "Hij is, net als jij, van -buiten de stad, maar zeg-jij me eens, heb jij ooit voor je moeder -een pond vleesch bij den slager besteld en het toen vergeten mee te -nemen?"</p> - -<p>Witte sloeg een gat in de lucht.</p> - -<p>"Neen, zoo kras heb ik nooit gesuft."</p> - -<p>"En dàt wil wat zeggen," voegde vrouw Stoffelsen eraan toe.</p> - -<p>Hans kreeg medelijden met den jongen, die stil was blijven -doorwerken, maar een kleur gekregen had als bloed.</p> - -<p>Terwijl de anderen naar de taveerne gingen, greep hij den lans bij -een oor.</p> - -<p>"Weet-je, waarom Witte zoo sufte?"</p> - -<p>De jongen knikte van ja.</p> - -<p>Hans dwong hem nu zijn gezicht naar hem toe te wenden.</p> - -<p>"Suf-jij daar ook over?"<span class="pagenum"></span></p> - -<p>De jongen lachte even, maar zei niets.</p> - -<p>"Geef me je hand, lansje."</p> - -<p>Hij drukte die stevig.</p> - -<p>"Tot ziens, hoor!.... Ergens op de wijde zee..." De jongen voelde -een geldstuk in zijn hand.</p> - -<p>Hij wilde bedanken, maar Hans was al weg.</p> - -<p>Toen sloeg het baasje de kijkers op, open en rond. Het waren een -paar heldere kijkers, heelemaal van geen droomen.</p> - -<p>"Tot ziens," zei ook hij, maar heel zachtjes.</p> - -<p>Zijn handen vielen slap neer op zijn werk, en met zijn heldere oogen -zag hij in de wijde oneindigheid, suffend over de eeuwig -aantrekkelijke en aantrekkende zee.</p> - -<p>"Tot ziens!" dat zei in de maand December van hetzelfde jaar ook -Witte, toen hij wederom het Goereesche zeegat uitzeilde, in den rang -van schipper op een maandgeld van 24 gld. — een mooi inkomen voor -dien tijd — op het oorlogsschip "de Gelderland," dat koers zette -<span id="cor0015" class="corrected" title="[Originele tekst: naar Gribaltar]">naar Gibraltar</span>, waar het bij het smaldeel kwam, dat onder het -commandement van den Zeeuwschen admiraal stond. "Tot ziens!" dat had -hij tegen zijn moeder, zijn zuster, zijn broeder, en nicht Maertje, -óók tegen het echtpaar Stoffelsen gezegd, maar tegen niemand zoo -hartelijk als tegen zijn verloofde. En wie dat mooie, blonde meisje -was, dat hem tot Hellevoetsluis had weggebracht en toen heel erg in -haar wiek geslagen op de steê bij haar moeder terugkeerde — nu, dat -behoef ik u niet te vertellen.</p> - -<p>"Kom, kind," <span id="cor0016" class="corrected" title="[Originele tekst: zoo bestrafte haar nicht]">zoo bestrafte ze haar nicht</span> Maertje,<span class="pagenum"></span> "als alle meisjes van -zeelieden zooveel tranen voor haar jongen over hadden, kwam er nog -meer zout water dan er nu al in de zee is."</p> - -<p>Daar moest Marie toch even om glimlachen. "Wel zeker, kind," -troostte haar nu haar moeder, "'t is immers, met Gods wil, geen -adieu voor altijd, maar een tot ziens!" —<span class="pagenum"></span></p> - -<br> -<br> -<br> - -<div class="notebox"> - In de Serie -<center> -<br><h2> JONG HOLLAND</h2> - Ing. f 1.25 — slechts — Geb. f 1.95 -<br> verschijnen jongensboeken in mooie uitvoering -<br> vol platen — en met goede inhoud. -<br> -<br> —— —— - -<table width="95%" style="line-height:1.8"> -<tr> - <td align="left" valign="top" width="10%"><span class="corrected">No. I.</span></td><td align="left"><span id="cor0017" class="corrected" title="[Originele tekst: No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van den Gouden Leeuw.]"><b>JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van De Gouden Leeuw.</b></span></td> -</tr> -<tr> - <td align="left" valign="top" width="10%"></td><td align="left" valign="top" width="75%">Beschrijft de 1e reis van Admiraal WITTE DE WITH.</td> -</tr> -<tr> - <td align="left" valign="top" width="10%">No. II.</td><td align="left" valign="top" width="75%"><b>DANIËL DEFOE. De avonturen van Kapitein Bob.</b></td> -</tr> -<tr> - <td align="left" valign="top" width="10%"></td><td align="left" valign="top" width="75%">Een boeiend boek van den schrijver van ROBINSON CRUSOË.</td> -</tr> -<tr> - <td align="left" valign="top" width="10%">No. III.</td><td align="left" valign="top" width="75%"><b>F. REMINGTON. De Witte Otter.</b></td> -</tr> -<tr> - <td align="left" valign="top" width="10%"></td><td align="left" valign="top" width="75%">Een boeiend indianen-verhaal.</td> -</table> - -<br> —— —— -<br> -<br> In deze serie verschijnen slechts boeken met goede inhoud -<br> — en goed verzorgd — voor -<br>:-: :-: billijken prijs. :-: :-: -</center><span class="pagenum"></span> -</div> - -<br> -<br> -<br> -<br> - -<div class="notebox fontsize80"> - Transcriber's Notes: -<br> -<div class="indent02"> -<br> De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd: -<br> -<br> <a href="#cor0001">[waneer men strak]</a> —> [wanneer men strak] -<br> -<br> <a href="#cor0002">[een plokje menschen]</a> —> [een plukje menschen] -<br> -<br> <a href="#cor0003">[Omdat men Gode]</a> —> [Omdat men God] -<br> -<br> <a href="#cor0004">[haar zoon niet en is]</a> —> [haar zoon niet is] -<br> -<br> <a href="#cor0005">[Kan die het het]</a> —> [Kan die het] -<br> -<br> <a href="#cor0018">[zulke kwajongens als wij]</a> —> [zulke kwâjongens als wij] -<br> -<br> <a href="#cor0006">[dat alles vermohct]</a> —> [dat alles vermocht] -<br> -<br> <a href="#cor0007">[En al durf ik je best staan,]</a> —> [En al durf ik je best slaan,] -<br> -<br> <a href="#cor0008">[verkoopars van]</a> —> [verkoopers van] -<br> -<br> <a href="#cor0009">[den huilenden NoordOoster]</a> —> [den huilenden Noord-Ooster] -<br> -<br> <a href="#cor0010">[van het huis zittend leven]</a> —> [van het thuis zittend leven] -<br> -<br> <a href="#cor0011">[eerenaam van "bestevaer"]</a> —> [eerenaam van "bestevaêr"] -<br> -<br> <a href="#cor0012">[Alevel gaven zij]</a> —> [Al gaven zij] -<br> -<br> <a href="#cor0013">[neemaar]</a> —> [nee maar] -<br> -<br> <a href="#cor0014">[Want op die maneer]</a> —> [Want op die manier] -<br> -<br> <a href="#cor0015">[naar Gribaltar]</a> —> [naar Gibraltar] -<br> -<br> <a href="#cor0016">[zoo bestrafte haar nicht]</a> —> [zoo bestrafte ze haar nicht] -<br> -<p class="p_no_indent"> Enkele gevallen waarin het beletselteken [...] aan het eind van - een zin is gebruikt in combinatie met een vraagteken, zijn - gecorrigeerd van [?...] naar de meest voorkomende vorm: [...?]</p> - -<p class="p_no_indent"> Op de laatste bladzijde wordt reclame voor enkele boeken gemaakt - waaronder dit boek. De titel is daar echter verkeerd geschreven:</p> - <a href="#cor0017">[No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van den Gouden Leeuw.]</a> -<br> <span class="indent10">—> [No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van De Gouden Leeuw.]</span> -<br> -<p class="p_no_indent"> Inconsequent gebruik van achtervoegsels in rangtelwoorden is - gecorrigeerd. Alle voorkomende gevallen zijn aangepast naar de - achtervoegsels -sten en -den. Alleen in de HTML-versie is - aangegeven waar dit is aangepast. De volgende vormen zijn - aangepast:</p> - -<br> [1e] —> [1ste] -<br> [3en] —> [3den] -<br> [10en] —> [10den] -<br> [13en] —> [13den] -<br> [17e] —> [17den] -<br> [18en] —> [18den] -<br> [20e] —> [20sten] -<br> [27en] —> [27sten] -<br> [29en] —> [29sten] -<br> -<br> -<p class="p_no_indent"> Er zijn ook enkele interpunctie fouten gecorrigeerd - maar worden hier niet verder genoemd.</p> - -<p class="p_no_indent"> Een inhoudsopgave ontbrak. Voor het gemak van de lezer - is deze aan het begin toegevoegd.</p> - -<p class="p_no_indent"> De 'platte tekst'-versie simuleert met [_] italic, - en met [~] gespatieerde tekst-fragmenten.</p> - -<p class="p_no_indent">In de HTML-versie staan paginanummers aan het eind van een bladzijde. -Ze zijn wel zichtbaar, maar niet op te zoeken of te selecteren. -Dat geldt ook voor afbreekstreepjes die soms aan het einde van een -pagina voor komen. Het voordeel daarvan is dat de lezer kan zoeken -op tekstfragmenten zonder zich zorgen te hoeven maken over daarin -aanwezige paginanummers en afbreekstreepjes.</p> - -</div> -</div> - - - - - - - - -<pre> - - - - - -End of the Project Gutenberg EBook of De Scheepsjongen van 'De Gouden Leeuw', by -Johannes Hendrik Been - -*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE SCHEEPSJONGEN VAN 'DE GOUDEN LEEUW' *** - -***** This file should be named 61448-h.htm or 61448-h.zip ***** -This and all associated files of various formats will be found in: - http://www.gutenberg.org/6/1/4/4/61448/ - -Produced by R.G.P.M. van Giesen -Updated editions will replace the previous one--the old editions will -be renamed. - -Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright -law means that no one owns a United States copyright in these works, -so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United -States without permission and without paying copyright -royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part -of this license, apply to copying and distributing Project -Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm -concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark, -and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive -specific permission. If you do not charge anything for copies of this -eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook -for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports, -performances and research. They may be modified and printed and given -away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks -not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the -trademark license, especially commercial redistribution. - -START: FULL LICENSE - -THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE -PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK - -To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free -distribution of electronic works, by using or distributing this work -(or any other work associated in any way with the phrase "Project -Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full -Project Gutenberg-tm License available with this file or online at -www.gutenberg.org/license. - -Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project -Gutenberg-tm electronic works - -1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm -electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to -and accept all the terms of this license and intellectual property -(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all -the terms of this agreement, you must cease using and return or -destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your -possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a -Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound -by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the -person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph -1.E.8. - -1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be -used on or associated in any way with an electronic work by people who -agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few -things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works -even without complying with the full terms of this agreement. See -paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project -Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this -agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm -electronic works. See paragraph 1.E below. - -1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the -Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection -of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual -works in the collection are in the public domain in the United -States. If an individual work is unprotected by copyright law in the -United States and you are located in the United States, we do not -claim a right to prevent you from copying, distributing, performing, -displaying or creating derivative works based on the work as long as -all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope -that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting -free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm -works in compliance with the terms of this agreement for keeping the -Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily -comply with the terms of this agreement by keeping this work in the -same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when -you share it without charge with others. - -1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern -what you can do with this work. Copyright laws in most countries are -in a constant state of change. If you are outside the United States, -check the laws of your country in addition to the terms of this -agreement before downloading, copying, displaying, performing, -distributing or creating derivative works based on this work or any -other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no -representations concerning the copyright status of any work in any -country outside the United States. - -1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg: - -1.E.1. The following sentence, with active links to, or other -immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear -prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work -on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the -phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed, -performed, viewed, copied or distributed: - - This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and - most other parts of the world at no cost and with almost no - restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it - under the terms of the Project Gutenberg License included with this - eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the - United States, you'll have to check the laws of the country where you - are located before using this ebook. - -1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is -derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not -contain a notice indicating that it is posted with permission of the -copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in -the United States without paying any fees or charges. If you are -redistributing or providing access to a work with the phrase "Project -Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply -either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or -obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm -trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted -with the permission of the copyright holder, your use and distribution -must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any -additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms -will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works -posted with the permission of the copyright holder found at the -beginning of this work. - -1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm -License terms from this work, or any files containing a part of this -work or any other work associated with Project Gutenberg-tm. - -1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this -electronic work, or any part of this electronic work, without -prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with -active links or immediate access to the full terms of the Project -Gutenberg-tm License. - -1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary, -compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including -any word processing or hypertext form. However, if you provide access -to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format -other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official -version posted on the official Project Gutenberg-tm web site -(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense -to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means -of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain -Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the -full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1. - -1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying, -performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works -unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9. - -1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing -access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works -provided that - -* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from - the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method - you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed - to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has - agreed to donate royalties under this paragraph to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid - within 60 days following each date on which you prepare (or are - legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty - payments should be clearly marked as such and sent to the Project - Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in - Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg - Literary Archive Foundation." - -* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies - you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he - does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm - License. You must require such a user to return or destroy all - copies of the works possessed in a physical medium and discontinue - all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm - works. - -* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of - any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the - electronic work is discovered and reported to you within 90 days of - receipt of the work. - -* You comply with all other terms of this agreement for free - distribution of Project Gutenberg-tm works. - -1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project -Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than -are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing -from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The -Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm -trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below. - -1.F. - -1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable -effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread -works not protected by U.S. copyright law in creating the Project -Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm -electronic works, and the medium on which they may be stored, may -contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate -or corrupt data, transcription errors, a copyright or other -intellectual property infringement, a defective or damaged disk or -other medium, a computer virus, or computer codes that damage or -cannot be read by your equipment. - -1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right -of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project -Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project -Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all -liability to you for damages, costs and expenses, including legal -fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT -LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE -PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE -TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE -LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR -INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH -DAMAGE. - -1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a -defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can -receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a -written explanation to the person you received the work from. If you -received the work on a physical medium, you must return the medium -with your written explanation. The person or entity that provided you -with the defective work may elect to provide a replacement copy in -lieu of a refund. If you received the work electronically, the person -or entity providing it to you may choose to give you a second -opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If -the second copy is also defective, you may demand a refund in writing -without further opportunities to fix the problem. - -1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth -in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO -OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT -LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE. - -1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied -warranties or the exclusion or limitation of certain types of -damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement -violates the law of the state applicable to this agreement, the -agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or -limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or -unenforceability of any provision of this agreement shall not void the -remaining provisions. - -1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the -trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone -providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in -accordance with this agreement, and any volunteers associated with the -production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm -electronic works, harmless from all liability, costs and expenses, -including legal fees, that arise directly or indirectly from any of -the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this -or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or -additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any -Defect you cause. - -Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm - -Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of -electronic works in formats readable by the widest variety of -computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It -exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations -from people in all walks of life. - -Volunteers and financial support to provide volunteers with the -assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's -goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will -remain freely available for generations to come. In 2001, the Project -Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure -and permanent future for Project Gutenberg-tm and future -generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see -Sections 3 and 4 and the Foundation information page at -www.gutenberg.org - - - -Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation - -The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit -501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the -state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal -Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification -number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by -U.S. federal laws and your state's laws. - -The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the -mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its -volunteers and employees are scattered throughout numerous -locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt -Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to -date contact information can be found at the Foundation's web site and -official page at www.gutenberg.org/contact - -For additional contact information: - - Dr. Gregory B. Newby - Chief Executive and Director - gbnewby@pglaf.org - -Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg -Literary Archive Foundation - -Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide -spread public support and donations to carry out its mission of -increasing the number of public domain and licensed works that can be -freely distributed in machine readable form accessible by the widest -array of equipment including outdated equipment. Many small donations -($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt -status with the IRS. - -The Foundation is committed to complying with the laws regulating -charities and charitable donations in all 50 states of the United -States. Compliance requirements are not uniform and it takes a -considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up -with these requirements. We do not solicit donations in locations -where we have not received written confirmation of compliance. To SEND -DONATIONS or determine the status of compliance for any particular -state visit www.gutenberg.org/donate - -While we cannot and do not solicit contributions from states where we -have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition -against accepting unsolicited donations from donors in such states who -approach us with offers to donate. - -International donations are gratefully accepted, but we cannot make -any statements concerning tax treatment of donations received from -outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff. - -Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation -methods and addresses. Donations are accepted in a number of other -ways including checks, online payments and credit card donations. To -donate, please visit: www.gutenberg.org/donate - -Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works. - -Professor Michael S. Hart was the originator of the Project -Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be -freely shared with anyone. For forty years, he produced and -distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of -volunteer support. - -Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed -editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in -the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not -necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper -edition. - -Most people start at our Web site which has the main PG search -facility: www.gutenberg.org - -This Web site includes information about Project Gutenberg-tm, -including how to make donations to the Project Gutenberg Literary -Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to -subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks. - - - -</pre> - -</body> -</html> diff --git a/old/61448-h/images/01_cover.jpg b/old/61448-h/images/01_cover.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 18a4ff9..0000000 --- a/old/61448-h/images/01_cover.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/02_spine.jpg b/old/61448-h/images/02_spine.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index af8db3c..0000000 --- a/old/61448-h/images/02_spine.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/03_gerammel.jpg b/old/61448-h/images/03_gerammel.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 0731cdd..0000000 --- a/old/61448-h/images/03_gerammel.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/04_ga.jpg b/old/61448-h/images/04_ga.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 2308d9f..0000000 --- a/old/61448-h/images/04_ga.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/05_dochter.jpg b/old/61448-h/images/05_dochter.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 2e0e463..0000000 --- a/old/61448-h/images/05_dochter.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/06_witte.jpg b/old/61448-h/images/06_witte.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index c269810..0000000 --- a/old/61448-h/images/06_witte.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/07_zeemanshart.jpg b/old/61448-h/images/07_zeemanshart.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 5aa61bc..0000000 --- a/old/61448-h/images/07_zeemanshart.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/08_oogen.jpg b/old/61448-h/images/08_oogen.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 1802c63..0000000 --- a/old/61448-h/images/08_oogen.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/09_gauwdieven.jpg b/old/61448-h/images/09_gauwdieven.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index f5275f2..0000000 --- a/old/61448-h/images/09_gauwdieven.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/10_zee.jpg b/old/61448-h/images/10_zee.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index c73c29f..0000000 --- a/old/61448-h/images/10_zee.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/11_moeder.jpg b/old/61448-h/images/11_moeder.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8bc495f..0000000 --- a/old/61448-h/images/11_moeder.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/12_stoffelsen.jpg b/old/61448-h/images/12_stoffelsen.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 6885dbc..0000000 --- a/old/61448-h/images/12_stoffelsen.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/13_suikerzoet.jpg b/old/61448-h/images/13_suikerzoet.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 4507c97..0000000 --- a/old/61448-h/images/13_suikerzoet.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/14_jochum.jpg b/old/61448-h/images/14_jochum.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 74d99e5..0000000 --- a/old/61448-h/images/14_jochum.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/15_druk.jpg b/old/61448-h/images/15_druk.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 319207e..0000000 --- a/old/61448-h/images/15_druk.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/16_nodig.jpg b/old/61448-h/images/16_nodig.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 8e97408..0000000 --- a/old/61448-h/images/16_nodig.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/17_voorland.jpg b/old/61448-h/images/17_voorland.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 5642e67..0000000 --- a/old/61448-h/images/17_voorland.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/18_kapot.jpg b/old/61448-h/images/18_kapot.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 6236e3c..0000000 --- a/old/61448-h/images/18_kapot.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/19_vogeltje.jpg b/old/61448-h/images/19_vogeltje.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 69f85c2..0000000 --- a/old/61448-h/images/19_vogeltje.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/20_perikel.jpg b/old/61448-h/images/20_perikel.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index b0087f3..0000000 --- a/old/61448-h/images/20_perikel.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/21_volk.jpg b/old/61448-h/images/21_volk.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index c559127..0000000 --- a/old/61448-h/images/21_volk.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/22_lessen.jpg b/old/61448-h/images/22_lessen.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 02886c5..0000000 --- a/old/61448-h/images/22_lessen.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/23_zeekastelen.jpg b/old/61448-h/images/23_zeekastelen.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 66c86d3..0000000 --- a/old/61448-h/images/23_zeekastelen.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/24_goud.jpg b/old/61448-h/images/24_goud.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 85dcb04..0000000 --- a/old/61448-h/images/24_goud.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/25_heimwee.jpg b/old/61448-h/images/25_heimwee.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index cf679aa..0000000 --- a/old/61448-h/images/25_heimwee.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/26_vergund.jpg b/old/61448-h/images/26_vergund.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 4fd8502..0000000 --- a/old/61448-h/images/26_vergund.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/27_samenzwering.jpg b/old/61448-h/images/27_samenzwering.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 7fb09ac..0000000 --- a/old/61448-h/images/27_samenzwering.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/28_zwijg.jpg b/old/61448-h/images/28_zwijg.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 6448700..0000000 --- a/old/61448-h/images/28_zwijg.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/29_alles.jpg b/old/61448-h/images/29_alles.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 551c71f..0000000 --- a/old/61448-h/images/29_alles.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/30_ouder.jpg b/old/61448-h/images/30_ouder.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 9f122bf..0000000 --- a/old/61448-h/images/30_ouder.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/31_priem.jpg b/old/61448-h/images/31_priem.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index b5a8226..0000000 --- a/old/61448-h/images/31_priem.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/32_ijselijks.jpg b/old/61448-h/images/32_ijselijks.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 91b652b..0000000 --- a/old/61448-h/images/32_ijselijks.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/33_verordonneerd.jpg b/old/61448-h/images/33_verordonneerd.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index c286316..0000000 --- a/old/61448-h/images/33_verordonneerd.jpg +++ /dev/null diff --git a/old/61448-h/images/logo.jpg b/old/61448-h/images/logo.jpg Binary files differdeleted file mode 100644 index 10536a1..0000000 --- a/old/61448-h/images/logo.jpg +++ /dev/null |
