summaryrefslogtreecommitdiff
diff options
context:
space:
mode:
authornfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-27 23:41:40 -0800
committernfenwick <nfenwick@pglaf.org>2025-01-27 23:41:40 -0800
commit28790dba3632d4d0c8523febd8d444af85af2998 (patch)
tree4981d342eee3e7579540f2c6b47f71aaf9b19f6d
parentc8025d208ec80fc3b766aaed88979d34eaed54b9 (diff)
NormalizeHEADmain
-rw-r--r--.gitattributes4
-rw-r--r--LICENSE.txt11
-rw-r--r--README.md2
-rw-r--r--old/61448-8.txt6048
-rw-r--r--old/61448-8.zipbin86689 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h.zipbin2746623 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/61448-h.htm6511
-rw-r--r--old/61448-h/images/01_cover.jpgbin105585 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/02_spine.jpgbin37125 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/03_gerammel.jpgbin130521 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/04_ga.jpgbin98955 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/05_dochter.jpgbin164763 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/06_witte.jpgbin60747 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/07_zeemanshart.jpgbin55616 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/08_oogen.jpgbin62619 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/09_gauwdieven.jpgbin96650 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/10_zee.jpgbin62415 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/11_moeder.jpgbin62212 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/12_stoffelsen.jpgbin75396 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/13_suikerzoet.jpgbin174272 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/14_jochum.jpgbin54584 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/15_druk.jpgbin46090 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/16_nodig.jpgbin52142 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/17_voorland.jpgbin49144 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/18_kapot.jpgbin73123 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/19_vogeltje.jpgbin18886 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/20_perikel.jpgbin180202 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/21_volk.jpgbin80513 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/22_lessen.jpgbin84120 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/23_zeekastelen.jpgbin73488 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/24_goud.jpgbin67215 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/25_heimwee.jpgbin68893 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/26_vergund.jpgbin60368 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/27_samenzwering.jpgbin54563 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/28_zwijg.jpgbin75301 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/29_alles.jpgbin178923 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/30_ouder.jpgbin62805 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/31_priem.jpgbin69393 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/32_ijselijks.jpgbin69388 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/33_verordonneerd.jpgbin70162 -> 0 bytes
-rw-r--r--old/61448-h/images/logo.jpgbin12837 -> 0 bytes
41 files changed, 17 insertions, 12559 deletions
diff --git a/.gitattributes b/.gitattributes
new file mode 100644
index 0000000..d7b82bc
--- /dev/null
+++ b/.gitattributes
@@ -0,0 +1,4 @@
+*.txt text eol=lf
+*.htm text eol=lf
+*.html text eol=lf
+*.md text eol=lf
diff --git a/LICENSE.txt b/LICENSE.txt
new file mode 100644
index 0000000..6312041
--- /dev/null
+++ b/LICENSE.txt
@@ -0,0 +1,11 @@
+This eBook, including all associated images, markup, improvements,
+metadata, and any other content or labor, has been confirmed to be
+in the PUBLIC DOMAIN IN THE UNITED STATES.
+
+Procedures for determining public domain status are described in
+the "Copyright How-To" at https://www.gutenberg.org.
+
+No investigation has been made concerning possible copyrights in
+jurisdictions other than the United States. Anyone seeking to utilize
+this eBook outside of the United States should confirm copyright
+status under the laws that apply to them.
diff --git a/README.md b/README.md
new file mode 100644
index 0000000..6f75c40
--- /dev/null
+++ b/README.md
@@ -0,0 +1,2 @@
+Project Gutenberg (https://www.gutenberg.org) public repository for
+eBook #61448 (https://www.gutenberg.org/ebooks/61448)
diff --git a/old/61448-8.txt b/old/61448-8.txt
deleted file mode 100644
index b1074c2..0000000
--- a/old/61448-8.txt
+++ /dev/null
@@ -1,6048 +0,0 @@
-The Project Gutenberg EBook of De Scheepsjongen van 'De Gouden Leeuw', by
-Johannes Hendrik Been
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: De Scheepsjongen van 'De Gouden Leeuw'
-
-Author: Johannes Hendrik Been
-
-Illustrator: Johannes Petrus Antonius Wiegman
-
-Release Date: February 18, 2020 [EBook #61448]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE SCHEEPSJONGEN VAN 'DE GOUDEN LEEUW' ***
-
-
-
-
-Produced by R.G.P.M. van Giesen
-
-
-
-
-[Illustratie: kaft]
-
-
-
-
- JOH.H. BEEN
- DE SCHEEPSJONGEN
- VAN "DE GOUDEN LEEUW"
-
-
-
-
- DE SCHEEPSJONGEN VAN "DE GOUDEN LEEUW"
-
-
-
-
- JONG HOLLAND
- I
-
-
-
- [Illustratie: logo Meulenhoff]
-
-
-
- H. MEULENHOFF -- AMSTERDAM -- 1920
-
-
-
-
- DE SCHEEPSJONGEN VAN
- "DE GOUDEN LEEUW"
- JOH. H. BEEN
- GEÏLLUSTREERD DOOR JAN WIEGMAN
-
-
-
-[Illustratie: logo Meulenhoff]
-
-
-
-H. MEULENHOFF -- AMSTERDAM -- 1920
-
-
-[Illustratie: Akelig klonk hem het ketengerammel in de ooren.]
-
-
-
-
- Inhoudsopgave
-
- I. DE BAZINNE VAN "LAGERWOUDE".
- II. IN DE GEHEIME BIJEENKOMST.
- III. OP DE KLEERMAKERSTAFEL.
- IV. EEN OASE IN DE WOESTIJN.
- V. WAAROM VROUW STOFFELSEN ALLEEN THUIS BLEEF.
- VI. OP DEN WAGEN.
- VII. HET PLANNETJE VAN HANS.
- VIII. HET DEURTJE VAN EEN VOGELKOOI GAAT OPEN.
- IX. MET IJSGANG UIT HET GOEREESCHE ZEEGAT.
- X. ONDER DE LINIE.
- XI. ER MOET IETS OP DE "WESTVRIESLAND" GEBEURD ZIJN.
- XII. HET LAATSTE GEDEELTE VAN DE REIS.
- XIII. 'T WAS IN DE MEI....
- XIV. TOT ZIENS!
-
-
-
-
-I.
-
-DE BAZINNE VAN "LAGERWOUDE".
-
-
-Op een grauwen namiddag in de maand December van 't jaar onzes
-Heeren 1615, zat in de groote keuken van een hofstede, die, een half
-uurtje buiten den Briel, dicht bij het wagenveer naar Hellevoetsluis
-gelegen was, een vrouw druk aan het verstelwerk.
-
-Hoewel het niet later dan half drie geweest zal zijn, heerschte er
-toch al een soort van schemering in het vertrek, dat tegelijk tot
-woonkamer diende, en door de kleine, in het lood gezette ruitjes van
-de twee ramen het daglicht moest ontvangen.
-
-"Moeder," zei een deerne, die aan den gootsteen, met het wasschen
-van vaatwerk bezig was, maar even ophield om naar de vrouw te
-kijken, die zich àl dieper over haar naaiwerk heen boog, "moeder je
-bederft nog je oogen."
-
-"Zei-je iets Katrijn?" riep een ongeveer vijftienjarige knaap, die
-in de aangrenzende schuur bij de koeien bezig was.
-
-En zijn hoofd door de openstaande deur stekende, waardoor de
-reuk van den stal in de keuken drong, zag hij vragend zijn zuster
-aan. Moeder hief het hoofd op.
-
-
-[Illustratie: Ga jij maar aan je werk, Andries.]
-
-
-"Ga jij maar aan je werk, Andries. Je zuster heeft het niet tegen
-jou."
-
-Dat kwam er niet vriendelijk bij haar uit. En toch was Andries van
-haar drie zoons de meest geliefde, omdat hij naar haar vader heette.
-
-Trouwens, die boerenvrouw hàd iets norsch, iets stugs over
-zich, en, door een loodrechten rimpel tusschen de wenkbrauwen, zelfs
-iets strengs. Zij was niet jong meer, maar toch droeg zij haar
-zeven-en-vijftig jaren met eere. Wat vooral uitkwam, als men haar
-vergeleek bij haar dochter en bij haar zoon, die in gestalte en
-gelaat iets zwaks en ziekelijks over zich hadden. En zoo boersch als
-zij gekleed was, met het eenvoudige gladde mutsje, dat haar nog niet
-grijzende haren alleen bij de slapen zichtbaar liet, zag zij er uit
-als een heerscheres; en dat was zij ook, de bazinne van deze
-hofstede. "Och, Andries," zoo lichtte de deerne, die wij Katrijn
-noemden, maar als Catharina gedoopt was, haar broeder in, "moeder
-zit haar oogen te bederven, en nu wou ik, dat ze zich een beetje
-rust gunde."
-
-"Rust?" sprak de oude vrouw bitter, "rust zal: ik hebben, als ik bij
-je vader in de Groote Kerk van den Briel begraven lig!"
-
-Katrijn wenkte met de oogen en het hoofd, dat Andries maar aan zijn
-werk blijven en moeder stil moest laten zitten.
-
-Of hij die teekenen niet opmerkte, dan wel dat niet wilde, durven
-wij niet beslissen. Zeker is het, dat hij uit den stal in de keuken
-kwam, en zich naar zijn moeder begaf.
-
-Snel had die opgekeken, toen zij hem de holsblokken van de voeten
-hoorde gooien, om op de kousenvoeten binnen te komen.
-
-Afwerend strekte zij de hand uit; maar reeds was Andries bij haar en
-sloeg de armen om haar heen.
-
-"Toe, moeder; u moet niet zulke akelige dingen zeggen!"
-
-Met bovenlijf en armen maakte zij zich los uit de omhelzing. Wel
-niet ruw of afstootend, maar toch met een zekere beslistheid.
-
-"Dwaasheid, Andries! Wij moeten elk uur van ons leven bereid zijn om
-rekenschap af te leggen!"
-
-"Dat weet ik wel, moeder, maar...."
-
-"Ga aan je werk, Andries," kwam Katrijn tusschen beiden, niet zonder
-eenige spijtigheid in haar toon van spreken, "je weet, dat moeder
-niet tegengesproken wil worden."
-
-De rimpel tusschen de wenkbrauwen van moeder verdiepte zich en haar
-felle oogen gingen den kant van haar dochter uit.
-
-"Andries heeft je raad niet noodig, Katrijn. Bewaar dien.... voor je
-oudsten broer!"
-
-'t Was, alsof Andries bij die woorden wederom behoefte gevoelde zijn
-armen om moeders hals te slaan; maar omdat hij dit niet aandurfde,
-vielen zij slap neer, en vouwde hij de handen.
-
-"Is.... is er alweer iets met Witte?" vroeg hij angstig.
-
-"Alweer?" gaf moeder schouderophalend ten antwoord, terwijl zij haar
-verstelwerk, dat in haar schoot gegleden was, weer opvatte. "Vraag
-liever, wanneer er niet wat met hem aan het handje is!"
-
-En plotseling van onderwerp veranderende:
-
-"Waar zit toch heel den middag broer!"
-
-Broer was de jongste zoon, die Abraham heette, en ongeveer den
-leeftijd van veertien jaar bereikt had.
-
-"O, moeder," gaf Katrijn dadelijk ten antwoord, blijde, dat zij over
-iets anders kon spreken, "broer is met den speelwagen naar den
-Briel, voor de boodschap bij burgemeester Lenaert Jans 1), u
-weet wel...."
-
-"Dat kon de knecht toch alleen wel af!" merkte moeder op, die weer
-met haar verstelwerk begonnen was. "'t Was beter, als broer met dien
-hoest thuis gebleven was; de lucht is vandaag te guur voor hem."
-
-"Kom, moeder," waagde zij luchtigjes tegen te spreken, "de jongen is
-toch geen papkindje. Wat jij, Andries!"
-
-Andries gaf haar gelijk. 't Was buiten niet zoo guur als moeder
-dacht.
-
-Moeder gaf geen antwoord. Een Doopsgezinde spreekt nooit onwaarheid,
-maar behoeft daarom toch niet altijd al de gedachten, die er in een
-menschenhoofd omgaan, te vertolken!
-
-Zij wist, welke zwakke vaten het waren, die kinderen van haar.
-
-Dat wil zeggen, haar kinderen op één na.
-
-En die eene!....
-
-Even was er iets als van bezorgdheid over haar streng gelaat gegaan.
-Nu verdiepte zich wederom die steile rimpel.
-
-En in den toenemenden schemer stond haar lievelingszoon voor haar,
-het hart vol vragen en naar het gelaat starende, dat, door het
-hagelwitte mutsje omlijst, heel eigenaardig hoe langer hoe meer uit
-die schemering leek te komen. Angstig keek ook Katrijn dien kant
-uit, vreezende, dat een ondoordacht woord moeders gedachten weer op
-dien eenen zou terugbrengen, en ze wist niet, dat moeders hoofd en
-hart er thans meer dan vol van waren.
-
-En zoo kwam het, dat zij niet hadden opgemerkt, hoe een kloek
-manspersoon, die op het voetpad van den Brielschen kant kwam
-aangestapt, even, als onderzoekend, was stil blijven staan, en toen
-vastbesloten op de boerenwoning af stevende.
-
-Ja maar, dat gaat bij een boerensteê, waar de hofhond het erf
-bewaakt, niet zoo gemakkelijk! Het beest ging verschrikkelijk aan,
-rukte aan zijn ketting, dat het knarste en het duurde een heel
-poosje, eer de vreemdeling, en niet anders dan door tusschenkomst
-van Andries, die den hond in bedwang hield, de keuken binnenstapte.
-
-"Hé daar! Ben ik hier bij de weduwe de With?"
-
-Bij dat onverwachte lawaai van den hond hadden zij allen verschrikt
-opgezien, maar moeder de With had zich het eerst hersteld, en wijl
-de vreemdeling, die wat haastig gebakerd scheen, zijn vraag
-herhaalde, gaf zij rustig ten antwoord:
-
-"Ja, sinjeur, als je de weduwe de With moet hebben, ben-je terecht."
-
-Hij trad nu binnen.
-
-"'t Is vroeg donker, vrouw de With!"
-
-"Ja, sinjeur.... En wat was er van je dienst?"
-
-"Nou.... dat is in één woord niet te zeggen...."
-
-Zij gaf geen antwoord, maar haar felle oogen keken hem strak aan.
-
-"Bij alle blauwtjes uit de Indiën!" dacht de vreemdeling in
-zichzelf, "precies de oogen van dien jongen."
-
-En luide voegde hij erbij:
-
-"Mag ik even gaan zitten, vrouw de With? Ik heb een heelen tippel
-achter me. Je moet weten, ik kom heelemaal uit den Briel."
-
-"Dat 's toch op zijn best een half uurtje!" lachte Katrijn.
-
-"Zwijg, Katrijn, en ga aan je werk!"
-
-Maar de vreemdeling had zich met een gezicht vol jool tot de
-bestrafte gewend.
-
-"Wel, moeder de With.... ja, is dat je dochter?"
-
-Zij knikte.
-
-"Nu, die schijnt niet te weten, dat een half uur loopen voor een
-zeeman een heele torn is."
-
-Het gelaat van de weduwe werd opeens minder hard en norsch.
-
-"O, ben-je zeeman, sinjeur."
-
-"Zeker.... en zeg daarom liever maar schipper."
-
-"Wel, heel graag. En nu weet ik meteen, waarom je hier ben gekomen."
-
-"Te deksel.... doe-je een beetje aan de zwarte kunst, vrouw de
-With?"
-
-"Ik had liever, dat-je niet zoo ijdel sprak, schipper!" kreeg hij
-vermanend tot bescheid.
-
-"Kom, kom, vrouw de With, voor een zeeman moet-je een beetje
-toegeefelijk zijn!"
-
-"Dat mag ik op die dingen niet zijn!"
-
-Even gleed er een schaduw over zijn door weer en wind gebruind
-gezicht.
-
-"'t Zal een strijd op leven en dood zijn!" dacht hij.
-
-Maar met een gebaar als wilde hij zeggen: "Kom, kom, 't is niet het
-eerste vuur, waarvoor ik sta!" wierp hij zijn hoed op een bank,
-maakte den haak van zijn mantel los, zoodat die langs zijn schouders
-afgleed tot op den stoel, waarop hij zich hoorbaar had neergezet.
-
-
-[Illustratie: Wel, moeder de With.... ja, is dat je dochter?]
-
-
-"We zullen daar niet over twisten, vrouw de With," begon hij op
-jovialen toon. "Toch mag-je het me niet kwalijk nemen, dat ik graag
-zou willen weten, wat je denkt, waarvoor ik hier bij je gekomen
-ben."
-
-"Als je 't weten wil, schipper, moet ik eerst je vraag met een
-wedervraag beantwoorden."
-
-"Die vraag is....?"
-
-"Ligt je schip zeilree?"
-
-"Dat is te zeggen.... half Januari hoop ik er
- vandoor te gaan."
-
-"Een lange reis?"
-
-"Een paar jaartjes."
-
-"Naar.... naar de Indiën zeker?"
-
-"Je slaat den spijker op den kop. Maar, moedertje, nu heb-je in
-plaats van één mij drie vragen gedaan."
-
-Ze glimlachte: doch heel even.
-
-"Ik wou juist mijn vierde doen."
-
-"Nu, ga dan in vredesnaam je gang maar! Wat had-je dan nog meer op
-je geweten?"
-
-"Schipper," sprak ze nu weer vermanend, "wat ben-je toch los in je
-mond. Wat heeft eens menschen geweten nu met victualie te maken!"
-
-"Hé?" riep hij verwonderd uit, "victualie?"
-
-"Wel, je komt toch zeker om tonne-boter voor de reis? Eigenlijk is
-dat het werk van je vrouw, maar jullie zeelui zijn zulk een
-veranderlijk slag van lieden!"
-
-Nu begreep de zeeman haar.
-
-Er dreigde een misverstand, dat hij gauw uit de wereld moest helpen.
-
-Om dit te begrijpen, diene hier de toelichting, dat als de
-oorlogsschepen een reis zouden ondernemen, de vrouw van den kapitein
--- of zooals hij toen meestdeels genoemd werd: van den schipper --
-de eetwaren insloeg, zooals gezouten vleesch en spek, stokvisch,
-haring, erwten en boonen, brood en boter. Voor die boter-leverantie
-zagen de boeren zoo'n kapiteinsvrouw gaarne een bezoek aan de
-hofstede brengen, en niet minder voor de erwten, gort en boonen, en
-de varkens, die gekuipt moesten worden.
-
-Doch kapitein Geen Huyghen Schapenham, gezagvoerder van den
-reusachtigen Oostinjevaarder, die op de reede van Hellevoetsluis
-zeilree werd gemaakt, liet insgelijks al die dingstigheden aan zijn
-vrouw over, die daarvan, zooals gewoonlijk, de boekhouding hield, en
-er wel voor zorgde, dat er voor haar man nog een aardig winstje uit
-geslagen werd.
-
-Hoe dom, dat hij zijn vrouw ook niet naar deze boerenhoeve gezonden
-had, hoewel zij daarvoor maar eventjes van Rotterdam had moeten
-komen.
-
-Hij glimlachte om dit denkbeeld.
-
-En met dienzelfden glimlach op het gelaat sprak hij:
-
-"Neen, vrouw de With, ik kom om een varken, zooals je nog nooit aan
-iemand geleverd hebt."
-
-Vragend zag zij hem aan.
-
-"Ik wou...."
-
-Plotseling voelde en begreep zij het.
-
-"Andries!" zei ze kort en snijdend, "ga naar den stal.... En jij,
-Katrijn...."
-
-Ze zocht naar een voorwendsel, maar kon die niet zoo gauw vinden.
-
-"Weg!" beval zij toen met een gebiedend handgebaar.
-
-Broeder en zuster verwijderden zich dadelijk.
-
-
-[Illustratie: Je komt om Witte?]
-
-
-Nu waren de weduwe de With en kapitein Geen Huyghen Schapenham
-alleen in de toenemende schemering van het vertrek, langzamerhand
-gevuld met het roodachtige licht, dat van het turfvuurtje onder den
-grooten schouw kwam. En in dat eigenaardige licht nu, zag de zeeman
-aldoor die felle oogen, dien grooten, spitsen neus en heel dat
-strakke, koude, gebiedende gelaat.
-
-"Je komt om Witte?"
-
-Het klonk kort en beslist, en de oogen lieten hem niet los.
-
-"Ja, vrouw de With."
-
-Hij wilde er nog iets bijvoegen, maar met een handbeweging lei ze
-hem het zwijgen op.
-
-"Nooit!"
-
-Ze sprak dat ééne woord niet luide uit, maar tóch met een nadruk,
-alsof zij het met een vuistslag er had in willen hameren.
-
-
-------------
-1) Den 1sten October 1615 waren (voor een jaar) tot burgemeesteren
-gekozen Jakob Allert van Couwenhoven en Lenaert Jans.
-
-
-
-
-II.
-
-IN DE GEHEIME BIJEENKOMST.
-
-
-Hoe het kwam, dat kapitein Geen Huyghen Schapenham geheel onverwacht
-een bezoek bracht aan de hofstede, om zich met de huiselijke
-aangelegenheden van vrouw de With te bemoeien, was eigenlijk een erg
-ingewikkelde geschiedenis.
-
-Den dag tevoren had hij in den Briel doorgebracht, waar men betere
-gelegenheid vond om te overnachten dan in het pas opkomende
-Hellevoetsluis. En er was nog iets anders geweest, dat hem naar den
-Briel getrokken had. Hij had dien Zondag, die voor hem, gelijk voor
-het meerendeel der menschen uit dien tijd, een volstrekte rustdag
-was, de gaven willen hooren van dominee Willem Crijnsze, die de
-ochtendbeurt had in de Groote Kerk.
-
-Ik mag mijn lezers niet vermoeien met een verhaal over de
-geloofstwisten uit die dagen tusschen de Remonstranten en
-Contra-Remonstranten. In December van het jaar 1615 waren althans in
-den Briel de eersten de meest bevoorrechten en hadden twee
-predikanten naar hun zin. Het meerendeel der gemeente echter hield
-het bij den derden, n.l. ds. Willem Crijnsze, een man van
-wonderlijken levensloop en groote welsprekendheid. Dien Zondagavond
-nu waren de Contra-Remonstranten bij elkaar gekomen om zich te
-oefenen en een preek te hooren. Dat was door de overheid verboden,
-en op de bijwoning van die conventikels, gelijk dergelijke
-bijeenkomsten geheeten werden, stond straf. Dat waagde men erop, en
-zoo waren er velen samengekomen om ds. Leo te hooren, die predikant
-te Nieuwenhoorn was.
-
-Al had hij 't met z'n leven moeten betalen, kapitein Schapenham
-moest en zou dit conventikel bijwonen. Een goede oefening was hem
-ook daarom zooveel waard, omdat een gezagvoerder op de wijde wateren
-meer dan eens zelf daarin de leider en voorganger moest zijn, of zoo
-hij dit aan den ziekentrooster overliet, althans er zeker van wilde
-wezen, of die wel "goed in de leer was".
-
-Dat laatste leek hem zelfs zoo gewichtig, dat hij na afloop van het
-conventikel nog graag den als zeer ijverig bekend staanden predikant
-van Nieuwenhoorn over een gebedenboek voor den zeeman wilde
-raadplegen.
-
-Zoodanig nu vervulde dit alles zijn gedachten, dat hij onder de
-oefening zoowaar aan het afdwalen ging.
-
-Zijn blik gleed van den voorganger af, en, eigenlijk zonder veel op
-te merken, langs de gemeente, die het slecht verlichte vertrek tot
-berstens toe vulde.
-
-Uit het half-duister kwam het blanke van de gezichten nog sterker
-naar voren, doordat mannen zoowel als vrouwen voor den Zondag in
-stemmig zwart gekleed waren.
-
-De kapitein kende die eigenschap van onze blanke gelaatskleur, zoo
-gevaarlijk in een nachtelijken scheepsstrijd, omdat men in de verte
-den bleekgezicht in het duister onderscheiden kon. Waarom vóór een
-expeditie in het donker van den nacht de matrozen meestal het bevel
-kregen, zich het gelaat zwart te maken.
-
-Toen onze zeerob zich op deze en dergelijke gedachten betrapte, kwam
-een gevoel van ergernis bij hem op. Hoe zaten, als een beschamend
-voorbeeld voor hem, al die menschen aandachtig te luisteren! Daar
-had-je nu dien jongen vooraan, wel, die scheen geheel en al in het
-woord van den voorganger op te gaan!
-
-Het was geen vriendelijke verschijning, die knaap, die naar
-schatting zestien of zeventien jaar kon tellen. Er sprak norschheid
-uit dat gelaat. De neus was groot en scherp, de kin vierkant en de
-kaken stevig. De mondhoeken gingen naar omlaag. Maar vooral waren
-het die felle, als het ware stekende en priemende oogen, welke aan
-dit jeugdige gelaat iets bijzonders verleenden.
-
-Met die oogen verslond hij als het ware de woorden van ds. Leo, die
-nu sprak van niet bevreesd zijn of moedeloos, al behoorde men tot de
-verdrukten der wereld, van sterk zijn, opdat het woord vervuld werd,
-dat men dan gesterkt zou worden.
-
-"Wel, wel," dacht de kapitein onwillekeurig, "wat zit me dat baasje
-te luisteren!"
-
-En nu geschiedde het, wat meer plaats heeft, waneer men strak naar
-iemand zit te kijken: de oogen gingen plotseling den kant uit van
-den persoon, die hem zoo aankeek.
-
-Daar lag iets als van uittarting en vijandschap in dien fellen blik,
-en op het nog ondoorploegde voorhoofd vertoonde zich plotseling een
-steile, loodrechte rimpel vlak boven den neuswortel.
-
-Dat alles was op zijn best het werk van een seconde geweest, want
-dadelijk wendde de kapitein den blik naar den voorganger; maar in
-zichzelf kon hij toch niet nalaten te mompelen:
-
-"Daar groeit een maat uit, waarmee zijn vijanden rekening zullen
-hebben te houden!"
-
-Eenige oogenblikken later was onze zeerob, die alweer spoedig gansch
-en al door den voorganger geboeid werd, heel dit kleine voorval
-vergeten.
-
-De oefening liep gelukkig zonder stoornis of inmenging van politie
-of justitie af. Uit voorzichtigheid en om op straat geen opzien te
-verwekken, verlieten de bezoekers een voor een of slechts bij enkele
-paren tegelijk langs verschillende uitgangen het gebouw. Kapitein
-Schapenham maakte volstrekt geen haast om te vertrekken. Hij zocht
-zich juist deze gelegenheid ten nutte te maken, om den predikant te
-kunnen spreken over de onderwerpen, welke hem zoo na aan het hart
-gingen.
-
-"'t Zal moeilijk zijn om hem te praaien," gromde de kapitein, toen
-hij op zijn best ds. Leo in het oog kon krijgen, omdat die bijna
-voortdurend omringd was van lieden, die een druk onderhoud met hem
-schenen te hebben. Maar gedachtig aan de spreuk, dat geduld alles
-overwint, bleef hij maar wat treuzelen, om op het juiste oogenblik
-hem aan den haak te pikken, gelijk de brave zeerob zich uitdrukte.
-
-Dat oogenblik scheen eindelijk gekomen.
-
-Ds. Leo wond zich uit een plokje menschen los en richtte zijn
-schreden naar het achtergedeelte van het vertrek. De kapitein hem
-achterna en zou juist "beet gekregen hebben", toen hij uit het
-duister van den achtergrond zoowaar denzelfden jongen zag opduiken,
-die daarstraks zijn aandacht getrokken had, omdat hij zoo aandachtig
-luisterde. Ds. Leo scheen wel expres op weg om hem te ontmoeten.
-Want de hand op den schouder van den knaap leggend, sprak hij
-vriendelijk:
-
-"Wat deed mij dat goed, Witte, je hier te zien!"
-
-De jongen hakkelde verlegen eenige woorden, maar er was een kleur
-van genoegen op zijn gezicht gekomen en zijn felle oogen zagen als
-in dankbaarheid tot den predikant op.
-
-"Hoor eens," dacht de kapitein, "nu de dominee daar zoo apart staat,
-is het voor mij net een goede gelegenheid hem bij den tabbaard te
-krijgen. Dien nijdigen jongen boegseer ik wel weg."
-
-En met zeemansrondheid stevende hij recht op den predikant aan.
-
-"Ik ben kapitein van een Oostinjevaarder, dominee, en had u, voor ik
-uitvaar, graag eens wat te vragen."
-
-Daar ging een schok door den knaap heen.
-
-"Kapitein van een Oostinjevaarder?" kwam het hem onwillekeurig over
-de lippen.
-
-De dominee verstond het en moest er onwillekeurig om glimlachen.
-
-"Spreekt weer je zeemanshart, Witte?"
-
-"Zeemanshart?"
-
-Het was kapitein Schapenham, die dit uitriep, terwijl hij met een
-gezicht van niet begrijpen nu eens den predikant, dan weer dien
-zonderlingen jongen aankeek.
-
-
-[Illustratie: Spreekt weer je zeemanshart, Witte?]
-
-
-"Ik zoek naar volk," ging hij voort. "Is soms die knaap....?"
-
-Een gloeiend roode blos kwam nu over het gelaat van Witte. Vast
-klemde hij de kaken op elkaar, dat de spierbundels bij zijn slapen
-zichtbaar werden. En 't was, alsof er iets vochtigs in zijn oogen
-trachtte te komen. Wat onmogelijk leek, omdat _die_ knaap zelfs van
-spijt niet schreien kon.
-
-Het gelaat van den predikant teekende een ongewonen ernst.
-
-"Schipper," sprak hij, "ik wenschte wel, dat mijn doopkind u niet
-ontmoet had."
-
-"Uw doopkind?.... Niet ontmoet?.... Vergeef me, dominee, ik begrijp
-u niet goed."
-
-De predikant schudde het hoofd.
-
-"De oogenblikken zijn te kostbaar voor me om u alles te vertellen,
-wat over dit jonge hoofd gegaan is. En 't zou niet passend zijn, als
-mijn doopkind daar bij bleef en dat alles aanhoorde. Maar heel het
-hart van dezen knaap is vervuld van het geruisch der wijde wateren."
-
-Er kwam een glans als van begrijpen op het gelaat van den kapitein.
-
-"En de ouders verzetten zich ertegen?" riep hij uit. "De moeder....
-Witte heeft geen vader meer."
-
-"Een moeder alleen? Daar is het leelijk vechten mee!" gaf de zeeman
-met een bedenkelijk gezicht te kennen.
-
-"Met deze moeder vooral!" lichtte ds. Leo toe.
-
-"Hoe zoo?"
-
-"Ze behoort tot de Menisten."
-
-"Wat nu?.... Dan màg deze jongen niet vechten! En op zee moet-je met
-handen en tanden van je afweren, gezwegen van kartouwen, sabels en
-kortjan..."
-
-"Hij.... is mijn doopkind."
-
-"Dus?"
-
-Ds. Leo maakte een gebaar, als wilde hij aan het gesprek een einde
-maken.
-
-"Ik moet nog naar Nieuwenhoorn terugloopen, schipper. Witte zou
-zeker anders wel met me meegegaan zijn tot Lagerwoude, waar de
-hofstede zijner moeder gelegen is, maar moet het nu maar alleen
-doen. Indien u me ten minste een eind vergezellen wilt."
-
-"Eerlijk gezegd, ik heb aan 't loopen een broertje dood, dominee;
-maar u hebt me zoo nieuwsgierig gemaakt.... En dan heb ik u ook nog
-wat te vragen."
-
-Nu nam Witte, die den wenk van zijn doopvader begrepen had,
-afscheid.
-
-"Een stevige lans!" oordeelde de kapitein, die hem nakeek, "en een
-paar knuisten om aan te pakken."
-
-Ds. Leo glimlachte.
-
-"Dat hebben de Brielsche jongens ondervonden, die hem eerst zoo
-plaagden, toen hij nog Menist was!"
-
-Daar dook plotseling een herinnering bij den zeeman op.
-
-"Wel heb ik van mijn leven, dominee.... Is dat die Voornsche
-boerenjongen, waarvan ik wel heb hooren vertellen, dat hij zich liet
-doopen om zijn bloedzuigers op d'r tabernakel te slaan?"
-
-Ds. Leo schudde het hoofd over deze ongezouten uitdrukking van den
-zeeman.
-
-"Ik zal u alles vertellen," sprak hij, "maar laten we nu heengaan."
-
-Bij dat gesprek op den weg naar Hellevoet, waaraan het bloeiende
-dorp Nieuwenhoorn gelegen was behoeven wij niet tegenwoordig te zijn
-om onze nieuwsgierigheid te bevredigen. Wij weten uit de
-vaderlandsche geschiedenis, hoe de latere vice-admiraal Witte
-Corneliszoon de With zich als elfjarig kind tot ds. Leo van
-Nieuwenhoorn gewend had, om zich te laten doopen, omdat de jongens
-van den Briel hem zoo plaagden en tergden en hij, als Doopsgezinde
-of Menist, niet mocht terugslaan.
-
-Doch óók vertelde ds. Leo aan den zeekapitein van den grooten strijd
-om de beroepskeuze. Zijn moeder wilde maar niet hebben, dat hij naar
-zee ging, en daarom moest Witte aan wal een rustig en vreedzaam vak
-leeren.
-
-Men kent het spreekwoord van twaalf ambachten en dertien ongelukken.
-Op het oogenblik, dat wij met dien zonderlingen knaap kennis
-maakten, had hij precies de helft van dat dozijntje achter den rug.
-Of eigenlijk was hij met het zesde vak nog bezig, hoewel hij net op
-het punt stond door zijn baas weggejaagd te worden.
-
-Maar daar zullen we in het vervolg van dit verhaal vanzelf op moeten
-terugkomen.
-
-
-
-
-III.
-
-OP DE KLEERMAKERSTAFEL.
-
-
-Een Engelsch reiziger, die in den winter van 1592 op '93 in ons land
-vertoefde, vertelt, dat hier de vrouwen heel wat in de melk te
-brokken hadden en meestal niet alleen het gezin maar ook de
-kostwinning bestierden. Wat daarvan aan zij, zeker is het, dat hij
-in het gelijk gesteld zou zijn, wanneer hij op een Maandagmorgen van
-'t jaar 1615 een kijkje had kunnen nemen in de werkplaats van Jochum
-Stoffelsen, meester snijder in den Briel. De baas haalde met zulk
-een snelheid de naald door de stof, welke hij onderhanden had, alsof
-er zij leven van afhing. Zijn oogen sloeg hij niet op en knikte maar
-van ja of schudde van neen op al de vragen, die zijn waardige
-echtgenoote met groote radheid van tong stelde. Ongelukkig knikte
-hij door de verbouwereerdheid een keertje van ja, toen het neen had
-moeten wezen.
-
-Moeder Stoffelsen, die tot nu toe de handen op de breede heupen had
-doen rusten, hief ze nu met een trilling van woede omhoog.
-
-"Heb ik ooit van m'n levensdagen zoo'n man gezien! Daar vraag ik
-hem, of hij zijn beklagenswaardige vrouw op zulk een ongehoorde
-wijze mag laten verhabbezakken -- en daar knikt dat monster getroost
-van ja!"
-
-"Goeie, beste vrouw...."
-
-"Góéie, bèste vrouw," bauwde zij hem smalend na. "Ik bèn niet goed,
-en ik bèn niet best. Enkel en alleen maar een zondig mensch. Maar je
-vrouw bèn ik. En die moest door jou beschermd worden. Ze mogen jou
-met recht een ridder noemen.... van de naald altijd, bah!"
-
-"Ho, ho, vrouwtje! Die naald...."
-
-Hier stokte de meester. 't Speet hem, dat hij het maar niet bij ja
-en neen knikken gehouden had. Want bij ondervinding wist hij wel,
-dat gemeenlijk het eene woord het andere uitlokt. En omdat moeder de
-vrouw altijd het laatste moest hebben, bleef dat een gevaarlijke
-proef.
-
-Zijn vrouw evenwel merkte wel, dat hij meer op de tong had.
-
-"Wat wou-je zeggen?"
-
-"Maar vrouwtje, vrouwtje...."
-
-"Wàt wou-je zeggen?" herhaalde zij.
-
-"Ja, zie-je.... begrijp-je.... vat-je.... Ik wou niets anders
-zeggen dan.... wat toch de waarheid is, zie-je.... begrijp-je....
-vat-je...."
-
-Zij stampvoette van ongeduld.
-
-"Houd toch je mond met die onnoozelheden!.... Kort en bondig, wàt
-heb-je te zeggen?"
-
-De naald vloog nu met reuzensnelheid door het werk des meesters.
-
-"Niets anders.... dan dat de naald.... zie-je.... om zoo te
-zeggen het brood voor je verdient.... vat-je -- éh ja, ik bedoel,
-zie-je -- of neen, begrijp-je...."
-
-De handen van moeder Stoffelsen kwamen weer op de heupen.
-
-"Wel zoo!" smaalde ze, "wel zoo!"
-
-Met zulke nadrukkelijke voetstappen, dat er het zand over de roode
-vloertegels van onder haar leeren muilen knarste, kwam zij tot vlak
-voor den baas, wiens naald, zouden wij in 20e-eeuwschen stijl
-zeggen, nu het record sloeg.
-
-"Wat brengt meer op?" vroeg zij, elk woord op den armen man
-inhamerend, "de taveerne of de rommel, dien je hier dag aan dag zit
-te verknoeien?"
-
-"Ho, ho, vrouwtje!.... Verknoeien is een hard woord.... Ik heb toch
-mijn meesterproef afgelegd!"
-
-"Dat is ten minste het eenige goede, dat je in je
- leven uitgevoerd hebt!"
-
-Hij knikte van neen.
-
-"'k Heb nog iets beters gedaan!"
-
-"???"
-
-Hij zag haar aan als een onderdaan, die zijn vorst iets heel zoets
-heeft te vertellen.
-
-"Toen ik mijn suikerdotje getrouwd heb," vleide hij.
-
-Het suikerdotje liet zich deze vleierij genadig aanleunen.
-
-"Malle vent!" zei ze.
-
-Meester Stoffelsen was een en al lach van geluk. Hij werd er
-woordenrijk door.
-
-"Zeker, vrouwtje; ik geef je toe, dat het een héél verstandige zet
-van je was, om een eet- en drinkgelegenheid voor de zeelui en de
-soldaten op te zetten...."
-
-"Dat was het," bevestigde zijn vrouw.
-
-"En dat aardig wat opbrengt."
-
-"Dat brengt het."
-
-"Maar.... maar.... maar..... Het gaat met de kleermakerij ook niet
-slecht. Ik krijg meer werk dan ik af kan. Alleen is het jammer, dat
-mijn hulp niet deugt."
-
-"Je bedoelt dien leerjongen?.... Waar zit die luiwammes nu weer?"
-
-"Op een boodschap, en dat duurt natuurlijk weer een eeuw voor hij
-terug komt.... Maar spreek-je over den vent, dan is hij bij je of
-omtrent.... Daar heb-je den guit.... Zeg eris, waar heb-jij al dien
-tijd gezeten?"
-
-"Natuurlijk wat rond wezen slenteren!" antwoordde zijn vrouw voor
-den leerjongen, in wien wij den knaap herkennen, dien wij op het
-conventikel ontmoet hebben.
-
-Hij gaf geen antwoord. Met een gelaat, waarop niets anders dan de
-gewone norschheid en onverschilligheid te lezen stonden, ging hij
-naar de kleermakerstafel.
-
-De oogen van vrouw Stoffelsen begonnen te glanzen; maar de
-ondervinding, welke zij met dezen leerjongen had opgedaan, stemde
-haar eenigszins tot voorzichtigheid.
-
-"Kun-je tegen je meester boeh noch bah zeggen, als hij je wat
-vraagt?" kwam het er eindelijk bij haar uit. En dat luchtte haar
-merkbaar.
-
-Witte haalde de schouders op.
-
-"Vroeg-t-ie wat?" klonk het norsch.
-
-"Waar of je gezeten hebt, onbeschaamde jongen!"
-
-"Dàt weet-je.... en daarom _is_ dat geen vraag, meester!"
-
-De felle oogen gingen nu haar kant uit. "Geef hem een draai om de
-ooren!" raadde vrouw Stoffelsen.
-
-
-[Illustratie: De felle oogen gingen nu haar kant uit.]
-
-
-"Ik ben geen Menist meer!"
-
-Moeder de vrouw, die wist wat die woorden in den mond van dezen
-zonderlingen knaap te beduiden hadden, stond te trillen op haar
-voeten.
-
-"Je was waard, dat de meester je wegjoeg."
-
-"Lààt hij me dan wegjagen!"
-
-"Dat wou-je wel," zoo wond de vrouw zich op zonder te gevoelen, dat
-zij van Noord naar Zuid was gedraaid. "Dat wou-je wel, hé? Net als
-van de lijnbaan, toen je daar te lui was, om aan het wiel te
-draaien."
-
-Witte haalde onverschillig-weg de schouders op en zette zich met
-gekruiste beenen naast meester Stoffelsen, die volgens zijn gewoonte
-de wijste partij gekozen en zich stilzwijgend aan den arbeid gezet
-had.
-
-Maar moeder Stoffelsen liet den leerjongen zoo gemakkelijk niet
-schieten. Ze ging aan 't voorspellen, dat hij voor galg en rad
-opgroeide.
-
-"Vrouw," kwam de patroon eindelijk op zijn gewone onderworpen wijze
-er weer tusschen, "wees toch wijzer en verspil je woorden niet
-aan.... aan dat sujet."
-
-"Juist," triomfeerde zij. "Zeg maar: verloren sujet. Want dàt zal
-hij wezen, als hij ook hier vandaan wordt gejaagd...."
-
-"Of wegloopt," vulde Witte droogjes aan.
-
-"Hoor-je dat, man; hóór-je dat?"
-
-De patroon glimlachte even.
-
-"Hij zal 't wel uit zijn lijf laten.... Ja, als daar geen zware
-boete op stond!"
-
-De vrouw maakte een gebaar van: wat kan hèm dat schelen!
-
-"Zijn arme moeder is er goed voor."
-
-Witte gaf daar geen antwoord op. Hij boog zich dieper over het
-wambuis, waaraan hij bezig was knoopen te zetten, maar boven zijn
-neuswortel werd weer die loodrechte rimpel zichtbaar.
-
-De baas zag het.
-
-"Vrouw, vrouw!" vermaande hij "laat z'n moeder buiten het spel!"
-
-Wat zij op deze vermaning geantwoord zou hebben, is niet te zeggen.
-Erg vredelievend stond in elk geval haar gelaat niet. Gelukkig werd
-juist op dit oogenblik in het aangrenzende vertrekje eenig gestommel
-vernomen en een krachtige stem riep: "Hei daar!"
-
-"Vrouw, ik geloof dat er volk is!"
-
-Dadelijk kreeg haar gelaat een andere plooi.
-
-"'t Wordt tijd," zei ze, "want ik heb vanmorgen nog geen handgeld
-ontvangen."
-
-En met deze opmerking verdween ze van het tooneel.
-
-In de werkplaats was het heel stil geworden. Daardoor hoorde men
-duidelijk uit het nevenvertrekje, dat als taveerne dienst deed, de
-stemmen van eenige mannen. Het waren meest vreemde klanken, maar dat
-verbaasde meester noch knechtje. Den Briel toch was in die jaren,
-n.l. van 1585--1616, een Engelsche pandstad, gelijk gij wel uit de
-vaderlandsche geschiedenis weet. In deze sterkte, evenals in
-Vlissingen en Rammekens, lag een Engelsche bezetting. Door
-veelvuldige aanraking waren de inwoners wat Engelsch gaan
-parlevinken en de Engelsche soldaten wat Hollandsch. Men kon elkaar,
-ten minste wat eten en drinken betreft, vrij goed verstaan. De
-Engelschen vonden het eten hier te lande best naar hun zin. Zelfs
-wat overdadig, omdat men op het brood niet alleen van die heerlijke
-goudgele boter smeerde, maar daarop weer flinke plakken kaas lei.
-Dat laatste mocht men zélf doen. Was men daarmee klaar, dan woog de
-hospes het stuk kaas, wist op die manier precies wat ervan
-afgesneden was en berekende daar den prijs naar.
-
-Na wat meester Jochum Stoffelsen uit het stemgerucht kon opmaken,
-zou 't ook nu wel een kroes bier, en brood met boter en kaas zijn.
-
-De baas kreeg er een kleur van plezier door. 't Had hem groote
-moeite gekost, om voor zijn vrouw de vergunning van klein-tapster te
-krijgen, en als zij nu maar geld verdiende, was zij thuis veel
-zachtzinniger. Haar booze bui van dezen morgen was enkel een gevolg
-geweest van te weinig nering in de laatste dagen en dat een
-buurvrouw haar zulks in de keel gestoken had. En blijde, dat bij
-moeder de vrouw voorloopig de muts weer goed zou staan, oordeelde
-hij het verstandig ook wat olie te storten over den toorn van zijn
-leerjongen.
-
-"Je moet de vrouw niet zoo tegenspreken, Witte... Dat heb ik wel
-honderdmaal gezegd."
-
-Witte zweeg.
-
-"Hoor-je me niet?"
-
-"Ja, meester."
-
-"Waarom geef-je me dan geen antwoord?"
-
-"Omdat ik dan tegenspreek," meester.
-
-De patroon schudde het hoofd.
-
-"Wat ben-je toch een rare jongen."
-
-Zwijgen.
-
-"Je wordt haast zeventien, is 't niet?"
-
-Knik met het hoofd.
-
-"Wanneer?"
-
-"Komende jaar."
-
-"Dat spreekt!... Maar wannéér?"
-
-"Den 29en Maart."
-
-"Zeventien is al een heele leeftijd, Witte!"
-
-Zwijgen.
-
-"Zou het zoetjesaan geen tijd worden, dat je veranderde?"
-
-"Van vak?"
-
-De patroon keek hem een beetje verbluft aan. Witte zag dat, en moest
-daar toch even om glimlachen.
-
-"Dàt zal je niet gelukken, ventje!" voer zijn meester voort. "Je
-ben -- laat eens kijken, wat je zoo al geweest ben.... Lijndraaier,
-knoopenmaker, kalfsleerwerker... en wandsnijder, is't niet?"
-
-"Ja, meester.... En toen zeilmaker en nu ben ik kleerenjutter!"
-
-"Hoe? Je spot toch niet met dat mooie ambacht?"
-
-"Neen, meester; ik ben blij, dat ik het een beetje versta. Daar zal
-ik profijt van hebben.... als ik op zee vaar."
-
-"Jongen, stel toch die malligheid uit je hoofd! Leer je vak goed,
-dan word-je een man in de maatschappij. En denk er toch aan, dat als
-je van mij met schade en schande weggaat, je een verloren man ben."
-
-"Dat zie ik nog niet in, meester."
-
-"Hoe? Je weet toch, dat je zoo goed als in niet één gilde meer
-terecht kunt komen. Uit hoeveel gilden ben-je al niet weggestuurd!
-En dáár kom-je nooit meer in."
-
-Zwijgen.
-
-"En wat moet er dan van je terecht komen? M'n vrouw sprak daarstraks
-van een verloren sujet. Neen, kijk me niet zoo nijdig aan!....
-Weet-je wel wat dat is?"
-
-"Ja, zeker; als je nergens meer voor deugt en door de dienaars van
-den baljuw buiten de grenspalen wordt geleid."
-
-"Of op een schip naar Oostinje," vulde de baas aan.
-
-Witte liet zijn werk op zijn knie vallen.
-
-"Doen ze dat óók met een verloren sujet?"
-
-"Ho, ho! Zoo bedoelde ik het niet!"
-
-"Neen, baas, nu moet-je er geen doekjes om winden."
-
-De baas keek strak op zijn werk.
-
-"Daar zijn ze pas bij het Gerecht mee begonnen... Maar (en hier
-sloeg hij zijn oogen op en keek Witte vlak in het gezicht) op _die_
-manier zou-jij toch niet het zeegat willen uitvaren?"
-
-De jongen gaf geen antwoord en vatte zijn werk weer op. Hij bromde
-wat, dat zoowel ja als neen kon beteekenen, en het gesprek verliep.
-
-Na een half uurtje kwam de vrouw weer in de werkplaats. Zij was
-bijzonder in haar nopjes, dat zag de baas dadelijk. Zij telde op,
-wat de Engelsche krijgslieden verteerd hadden. Zooveel boterhammen,
-zooveel boter, maar in het gebruik van de kaas waren zij haar
-tegengevallen.
-
-"Je schalen en gewichten zijn toch zuiver, vrouw?"
-
-"Als de zon.... Maar wat zit die jongen te grijnzen?"
-
-"Ze hebben je te pakken gehad, vrouw."
-
-"Mij?.... De eerste, die mij te pakken neemt, moet nog opstaan....
-Maar.... maar wat begint de jongen nu? Is hij dol geworden? Houd hem
-tegen, man!.... Hij gaat op den loop, of...."
-
-Met de vlugheid zijner jaren was Witte van de kleermakerstafel
-gesprongen en ijlde naar de taveerne.
-
-
-[Illustratie: O, die gauwdieven, die schurken!]
-
-
-De vrouw als de drommel hem na, en daarachter de meester met zijn
-knipbeenen.
-
-Toen hij in de taveerne gekomen was, zag hij, dat Witte het stuk
-kaas in handen genomen had, en hoorde zijn vrouw aangaan als een
-Noordwester: van dat de jongen er met zijn leelijke, vuile handen af
-moest blijven.
-
-Maar Witte had zijn mes te voorschijn gehaald en sneed toen heel
-netjes de kleine, looden kogeltjes eruit, die de soldaten na het
-gebruik stiekem in de kaas gestopt hadden.
-
-De vrouw hief haar handen omhoog.
-
-"O, die gauwdieven, die schurken!"
-
-"Hoe wist-jij dat?" vroeg de baas aan zijn leerjongen.
-
-"Wel meester, wie veel langs de kaai loopt, hoort wel eens dingen,
-die hij in zijn ooren knoopt. Het kan altijd te pas komen, zooals je
-ziet."
-
-
-
-
-IV.
-
-EEN OASE IN DE WOESTIJN.
-
-
-Dien avond wachtte zijn zuster hem op bij den ingang van de
-hofstede.
-
-Ze wist, dat hij komen zou, want het was lichte maan.
-
-Niettegenstaande de zwaar bewolkte lucht, kon men, wanneer men zich
-slechts een poosje buiten bevond, ten minste zien waar men liep. Bij
-donkeren winternacht was dat niet te doen, ja, zelfs gevaarlijk. Men
-had dan kans terzijde van den weg in de sloot te geraken, omdat men,
-om de vochtige wagensporen en de brijachtige modder te ontwijken,
-meestal op den glibberiger graskant langs het pad liep, vanwaar men
-licht naar den verkeerden kant uitgleed.
-
-In den winter bracht Witte meestal den nacht in het huis van zijn
-patroon door, waar hij in den kost was. Met mooi weer en maneschijn
-trok zijn hart hem echter naar Nieuwenhoorn, al was het niet zoozeer
-naar de steê van zijn moeder, waar hij echter wel zijn slaapplaats
-vond.
-
-Waarheen hij dan ging, eer hij zijn kooi opzocht?
-
-Dat zullen we dadelijk wel vernemen. Catharina de With wist dus, dat
-haar broer zou aankomen, om te zeggen, dat hij vannacht thuis sliep,
-en wist ook wel omstreeks welken tijd dat zijn zou.
-
-In het onzekere licht van dien winteravond zag zij hem toch al in de
-verte aankomen, eenzame figuur op den weg, die tegen de grauw-groene
-grasbanden afstak, zich als eindeloos verlengde en opging in het
-schijnsel, dat in de verte de stad afgaf, waar de olielantaarns
-aangestoken werden en een weerschijn wierpen op den zwaren toren,
-die in het groezelige licht van den door zware wolken verduisterden
-maan-avond toch nog duidelijk te onderscheiden was.
-
-"Ben-jij daar, Witte?"
-
-"Ja, Katrijn."
-
-"Je komt zeker zeggen, dat je hier vannacht slaapt."
-
-"Ja."
-
-"En je gaat zeker naar nicht Maertje."
-
-"Ja."
-
-"Ga er dan maar dadelijk heen."
-
-"Is er ginder zwarigheid?"
-
-"Neen, dáár niet.... maar hier."
-
-"Wat dan?.... Is Abram weer ziek?"
-
-"Neen.... moeder."
-
-"Erg?"
-
-"Nou erg?.... Ze heeft zich kwaad gemaakt."
-
-"Op wie nu alweer?"
-
-"Da's ook een vraag! -- Op jou."
-
-"Natuurlijk omdat ik gisteravond...."
-
-Maar de rest van zijn woorden ging in een soort gegrom verloren.
-
-"Gisteravond?.... O, Witte, ben-je soms weer bij de fijnen geweest?"
-
-"Als je 't vragen moet, weet-je het niet.... En dus is moeder weer
-om iets anders nijdig op me."
-
-Katrijn zweeg eenige oogenblikken.
-
-"Wacht.... ik loop een eindje met je mee."
-
-"Goed!" zei Witte kortaf.
-
-Ze gingen samen voorbij de steê, den hoogen dijk af en het
-Hellevoetsche zandpad op.
-
-"Ik begrijp uit alles, dat je me nou liever niet thuis wil hebben."
-
-"Neen.... moeder zou er wakker van kunnen worden en dan krijgen
-jullie weer ruzie."
-
-"Kan ik dat helpen?"
-
-"Anders wel, Witte.... maar nu niet."
-
-"Dus moeder weet niets van dat conventikel?"
-
-Zijn zuster stond stil.
-
-"Waarom doe-je moeder toch dàt verdriet?"
-
-"Omdat men Gode meer moet gehoorzamen dan de menschen," klonk het
-dadelijk terug.
-
-Katrijn zuchtte.
-
-"Laten we daar maar geen ruzie over krijgen.... en ik wil dat ook
-niet."
-
-"Nee, je màg niet."
-
-"Juist!.... Omdat ik Menist ben."
-
-"Of die niet strijdlustig zijn!" ging Witte op bitteren toon voort.
-
-"Foei, je bedoelt moeder?"
-
-"Ja."
-
-"Hoe durf-je dat zeggen!"
-
-"Omdat ik geen duivel op mijn hart smoor. Vandaag niet en morgen
-niet en nooit niet. Dàt heb ik tenminste nog van de Menisten
-overgehouden."
-
-Katrijn zuchtte weer.
-
-"Witte," riep zij eindelijk uit, "je ben zoo in het net van die
-fijnen verstrikt...."
-
-"Wat zeg-je?" riep hij uit, stilstaande en zich dreigend voor haar
-plaatsend.
-
-"Neen, neen," weerde ze af, "geen ruzie tusschen ons. Je weet, dat
-ik je help, waar ik kan.... Maar je gedachten zijn zoo van dat....
-dat andere vervuld, dat je niet eens vraagt, waarom moeder ziek
-geworden is."
-
-Witte haalde onverschillig de schouders op.
-
-"Je hebt het al gezegd: van boosheid op mij. Oud nieuws. Ik heb het
-immers altijd gedaan?"
-
-"Neen, Witte, nu is het _nieuw_ nieuws.... Er is iemand over je
-wezen praten."
-
-"Dominee Leo?"
-
-"Die kan komen, zooveel als hij wil; maar je weet, dat moeder dan
-als een stom beeld zit."
-
-"Dat weet ik," merkte Witte bitter op. "Hij heeft me immers
-ongelukkig gemaakt, zooals moeder altijd gelieft te zeggen!"
-
-Katrijn liet dat nu maar voor wat het was.
-
-"Je raadt het nooit. Witte," zei ze.
-
-"Láát me dan ook niet raden. Ik heb daar een hekel aan."
-
-"Ik.... ik durf het haast niet zeggen."
-
-"Is het dan zóó erg?"
-
-"Erg?.... Neen, dat wel niet, maar als je het weet, is het weer voor
-weken en maanden mis met je."
-
-Weer stond Witte stil.
-
-"Zeg op, Katrijn!.... Dacht-je, dat op heel de wereld me één ding
-nog schelen kon?"
-
-"Ja, Witte.... één. En 't is juist dáárover, dat het tusschen moeder
-en hem ging."
-
-Witte haalde diep adem.
-
-
-[Illustratie: "De zee?"]
-
-
-"De zee?"
-
-Hij stootte die ééne klank eruit.
-
-Toen greep hij zijn zuster beet, maar deze rukte zich lachend los.
-
-"Zie-je wel, dat één ding je toch nog wel schelen kan?"
-
-Nu lachte hij ook.
-
-"Toe, zusje.... zeg het me nou!"
-
-Ze vertelde hem van het bezoek van den zeeman en stond er vreemd van
-op te kijken, toen ze hoorde, dat hij dien al kende.
-
-"Op de oefening, gisteravond."
-
-"Welzoo? Ik dacht, dat je daar...."
-
-"Stil, zusje, toe, alsjeblieft nu niet daarover...."
-
-Ze kreeg met hem te doen. Vooral, omdat ze hem moest mededeelen, dat
-moeder ook nu niet te bewegen was geweest.
-
-Gelijk hij gewoon was, werd Witte er weer hard tegenin.
-
-"Eens ga ik toch," sprak hij.
-
-En zonder hem aan te zien, wist zijn zuster, hoe zijn gezicht stond.
-
-Ze waren dicht bij een andere boerenhuizinge aangekomen, waarvan zij
-reeds geruimen tijd 't verlichte venster hadden gezien.
-
-"Ik ga nu terug, Witte. Moeder sliep, toen ik heenging, maar kan
-wakker worden en naar mij vragen. Zonder noodzaak behoeft zij niet
-te weten, dat ik jou gesproken heb."
-
-"Geen nood!.... Over mij spreekt ze toch nooit.... of...."
-
-Katrijn sloot hem den mond.
-
-"Je mag de Tien Geboden nog wel eens overleeren, Witte."
-
-Dadelijk stond de jonge ijveraar pal.
-
-"Ik eer mijne moeder.... Dáárom gehoorzaam ik haar en loop ik niet
-weg."
-
-Na dit gezegd te hebben, keerde hij zich bruusk om, en liet het aan
-zijn zuster, die op haar schreden terugkeerde, over, om het
-onderscheid tusschen eeren en liefhebben, te overpeinzen.
-
-Intusschen had het geblaf van den hofhond een meisje buiten doen
-komen.
-
-"Ben-jij daar, Witte?"
-
-"Ja, Marie."
-
-"Malle, jongen, waarom zeg-je toch geen Maertje, zoo heet ik
-immers?"
-
-Witte was reeds bij haar en ging met haar in huis.
-
-"Maertje vind ik zoo, zoo.... net of je je moeder ben."
-
-Hij leek wel heelemaal veranderd. Veel zachter, maar ook veel
-onbeslister in zijn woorden, die anders, precies als bij zijn
-moeder, gelijk hamerslagen neer konden vallen.
-
-Het meisje, dat van zijn jaren was, lachte luid:
-
-"Hoe kan dat nou?.... Mijn eigen moeder zijn!"
-
-"Och, ik bedoel.... je moeder heet Maertje."
-
-"En ik naar haar."
-
-"Wat is er?" zoo kwam uit de boerenkeuken, waarin zij binnentraden,
-de stem van een nog jonge vrouw hen tegemoet.
-
-"Goeien avond, nicht.... Waar is de baas?"
-
-"Naar bed.... Hij gevoelde zich niet wel. En de jongens zijn
-verkouden.... dus ook naar de kooi. Je weet: de de With's zijn niet
-sterk... Nu, ja, Witte, jij en je moeder zijn een uitzondering."
-
-"Hij is ten minste weer aan den gang, moeder!"
-
-"Zoo.... heeft hij een pak kleeren bij zijn baas bedorven?"
-
-Witte maakte een afwerend gebaar.
-
-"Toe.... nicht Maertje, kom me daar nu alsjeblieft niet mee aan
-boord. Ik ben bang, dat die lucht van de kleermakerstafel nog aan
-m'n plunje hangt."
-
-Plagend berook hem het jonge meisje.
-
-"Ja waarlijk," riep ze uit. "Ik ruik.... baas Jochum Stoffelsen en
-zijn vrouw."
-
-Daar begon Witte te lachen, eigenlijk heel vreemd voor dat anders
-zoo nijdige gelaat.
-
-Hij vertelde van de loodjes in de kaas, en de twee vrouwen hadden
-daar wàt 'n schik in.
-
-"Goed, dat ik het weet," riep nicht Maertje uit, "want die
-Engelschen zwerven tegenwoordig over het heele eiland.... 't Wordt
-tijd, dat ze weggaan."
-
-Nu, Witte kon het gerucht meedeelen, dat het vermoedelijk niet lang
-meer duren zou. Er moesten onderhandelingen aan den gang zijn
-tusschen den landsadvocaat en den koning van Engeland over het
-inlossen van de pandsteden.
-
-Dat gesprek werd te taai voor het jonge meisje en die begon nu maar
-gauw over de gekheid van daarstraks.
-
-"Hoe kwam-je zoo mal?" vroeg nicht Maertje aan Witte. "Waarom moet
-Maertje nu Marie heeten?"
-
-"Om den boel een beetje uit elkaar te houden, nicht."
-
-Zij knikte toestemmend.
-
-"Ja, onze familie zit ook op een wònderlijke wijze in elkaar."
-
-"O, Witte," riep het jonge meisje uit, "wat bèn-je begonnen!.... Je
-weet, als moeder daarover begint...."
-
-"Wel, jou nest," bestrafte haar d'r moeder; "Als ik dat boeltje niet
-telkens uit elkaar haalde, zou-jij later niet meer weten, of Witte
-een oom, een neef of een achterneef van je was...."
-
-"Voor mij blijft hij Witte, hoor!"
-
-"En jij, Marie!" zei hij dadelijk.
-
-"Hóór-je 't, moeder?" vroeg het meisje.
-
-Maar deze was al aan haar geslachtkundige uitlegging begonnen.
-
-"Jou vader, Witte, was een broer van mijn vader."
-
-"Ja, nicht Maertje."
-
-"Jou vader heette Cornelis, en de mijne Leendert de With."
-
-"En die waren broers," plaagde haar dochter, die we nu ook maar
-Marie zullen blijven noemen.
-
-"Ssst!" deed haar moeder, "ik ben er nog niet!"
-
-"Nog lang niet," plaagde nu ook Witte.
-
-"En," aldus ging zij op zwaarwichtiger toon voort, "daarom heet ik
-voluit Maertgen Leenderts-dochter de With."
-
-De beide jongelieden gaven elkaar een knipoogje maar durfden toch
-niet lachen.
-
-"Ik, Maertgen Leendersdr. de With, trouwde weer met dien de With,
-die nu mijn man is."
-
-"Ze vergeet den voornaam," dacht Witte, "dat schiet vast op."
-
-"En uit die echt werd nu Maertje geboren, die net zoo oud is als
-jij, Witte, hoewel jou vaders broer haar grootvader is."
-
-"Hè," zei Witte, "daar zou een mensch simpel van worden."
-
-"Ssst," waarschuwde nu op haar beurt Marie, "moeder is er nog niet."
-
-"Nu, ik was toch al zoover, dat Maertje geboren was."
-
-"En die zit hier," kon Marie niet nalaten te schertsen.
-
-"En die heet net als ik...."
-
-
-[Illustratie: Moeder is er nog niet.]
-
-
-"Ho, ho, nicht," kwam Witte tusschen beiden, "maak een beetje
-onderscheid alsjeblieft en noem haar Marie."
-
-"Dus.... ze moet zich over haar moeder schamen?"
-
-"Hoe kòm-je daaraan, nicht!.... Maar, zie-je, als ik later aan 't
-varen ben..."
-
-"Altijd dat varen, Witte?"
-
-"Altijd dat varen, nicht!.... Maar, wat ik zeggen wil, als ik ergens
-in een apenland zit en een brief wil schrijven aan.... aan die
-lachebek hier.... hoe moet ik dan de dochter van de moeder
-onderscheiden?...."
-
-"O ja, dàt 's waar," riep Marie uit, "dáár had ik niet aan gedacht!"
-
-"Net goed!" plaagde nicht Maertje, "dan krijg ik den brief in
-handen."
-
-"En u kunt niet lezen!" plaagde haar dochter weerom.
-
-"Daar vind ik wel iemand voor," dreigde haar moeder.
-
-Maar toen hij naar huis ging, na een uurtje in dit gezin verkeerd te
-hebben, dat voor hem als 't ware een oase in de woestijn van zijn
-wanhopig eentonig leven was, -- fluisterde zijn achternicht hem toe;
-dat hij haar voortaan Marie mocht blijven noemen.
-
-En dat is zoo gebleven, tot haar dood toe.
-
-
-
-
-V.
-
-WAAROM VROUW STOFFELSEN ALLEEN THUIS BLEEF.
-
-
-Eenige dagen later stond het kleine huisgezin van den
-meester-snijder Jochum Stoffelsen héélemaal op stelten.
-
-Den vorigen avond was Witte wederom naar de hofstede gegaan om daar
-den nacht door te brengen; nu liep het al naar noen en nog was hij
-niet teruggekeerd.
-
-Al voor den opgank der zonne -- wat in de maand December nu juist
-niet zoo bijzonder vroeg beteekent! -- had hij reeds terug moeten
-zijn.
-
-Dies schetterde als een krijgstrompet de stem van vrouw Stoffelsen
-door het huiske, en de eenige afwisseling daarin was de plaats der
-handeling.
-
-Want nu eens lawaaide het in de werkplaats van den eerzamen meester,
-maar het meest toch in de taveerne, waar de pot voor het middageten
-te vuur stond.
-
-Ook dàn vermocht meester Jochum Stoffelsen er geen woord van te
-verliezen, omdat -- tot het doorlaten van de warmte -- de deur
-tusschen beide gelegenheden wijd geopend bleef.
-
-"Die lamme jongen...."
-
-"Ho, ho, vrouwtje! Bezondig-je niet aan zulke verwenschingen."
-
-"Dàcht ik het niet, dat ik het alweer op m'n kop kreeg?.... Is dàt
-nou een verwensching?"
-
-"Zeker! Want -- als dat nu juist eens gebeurde en hij met lamheid
-geslagen was...."
-
-"Dan.... dan zou het nog een zegen voor zijn moeder en voor mij en
-jou zijn."
-
-Ontzet zag meester Stoffelsen haar aan.
-
-"Zeker! Dan zou hij wat vaster zitten aan de kleermakerstafel en
-stellig liep hij niet weg om het zeegat uit te gaan. Want -- al
-moest ik er mij voor laten geeselen en brandmerken -- ik ben er zoo
-zeker van als.... als.... ja, 't kan me niet schelen als wat, dat
-hij er nu vandoor is gegaan."
-
-De kleermaker had te midden dezer ontboezeming vermanend zijn hand,
-waarin hij de naald hield, opwaarts geheven.
-
-"Geeselen en brandmerken?.... Vrouwtje vrouwtje, waar moet dat
-heen!"
-
-"Waar het heen moet?" snauwde ze terug. "Vraag dàt liever aan het
-goed, dat die zaterdagsche kwâjongen naar de klanten moet brengen.
-Zou-je denken, dat ik met m'n rampzalige eksteroogen soms het vuur
-uit m'n sloffen ging loopen, om dien rommel weg te brengen?"
-
-"Ik zal het zelf wel doen, moeder."
-
-"Een mooie meester, die zelf voor loopjongen speelt!"
-
-"Kom, kom, suikerpoesje," vleide de meester, die er hard naar ging
-verlangen om eens een poosje buiten dat geraas te zijn, "dan schep
-ik meteen eens een luchtje!"
-
-Het suikerpoesje bromde iets onverstaanbaars terug, maar vond het
-ten slotte goed dat haar heer en meester er na het noenmaal op uit
-zou gaan. Minder om die kleeren weg te brengen -- als men die lorren
-noodig had, zou men er zelf wel om sturen, decreteerde vrouw
-Stoffelsen -- dan wel om even naar de hofstede van vrouw de With
-over te wippen en daar te hooren, of men iets wist van het
-wegblijven van den leerjongen.
-
-"Dat geloof ik nu wel niet," meende de practische vrouw Stoffelsen,
-"want anders had men ons wel een boodschap gestuurd. Ze hebben daar
-volk genoeg op de steê. Maar het is toch vrouw de With in de eerste
-plaats, die er van op de hoogte moet gebracht worden, als er soms
-iets met haar zoon niet en is, zooals 't wezen moet."
-
-"Verstandig geredeneerd, vrouw!" prees haar meester Stoffelsen, die
-inwendig al heelemaal opgefleurd was, dat hij nu voor een geruimen
-tijd uit dat gezeur zou zijn, maar wel oppaste van dat gevoel iets,
-zelfs niet door de uitdrukking in zijn gelaatstrekken, te doen
-verraden.
-
-Na het middagmaal ging de baas er met zijn knipbeenen van door,
-terwijl moeder de vrouw het voorloopig druk genoeg had met het
-wasschen der vaten.
-
-Ze was daarmede nog niet gereed, toen er "volk" geroepen werd in de
-taveerne.
-
-Haastig streek ze haar voorschoot glad, en, een proper mondje
-zettende, begaf zij zich naar het afgeschoten hokje.
-
-Ze stond ineens voor een grooten, stevigen baas. "Ben ik hier bij
-den kleermaker Jochum Stoffelsen."
-
-"Ja, sinjeur."
-
-"Is hij thuis?"
-
-"Neen, maar kan ik de boodschap niet overbrengen?"
-
-De vreemdeling aarzelde even.
-
-"Weet-je wat?" besloot hij, "geef me maar vast een kroes bier." En
-zijn breedgeranden hoed op het tafeltje werpende, dat dicht bij den
-haard stond, liet hij zijn zwaar lichaam nedervallen op een der
-houten banken.
-
-"Die zit," dacht vrouw Stoffelsen, zich beijverend om aan de
-opdracht te voldoen, "en ik zal wel zorgen, dat hij vooreerst niet
-opstaat."
-
-Nu, dat scheen ook zonder haar medewerking te zullen gelukken, want
-toen zij hem het bestelde bracht, zat de gast voorovergebogen naar
-het vuur, de handen ernaar uitgestrekt om die te warmen, de houding
-dus van iemand, die niet van plan is dadelijk te vertrekken.
-
-"Guur weertje, sinjeur!"
-
-"De tijd van het jaar, moedertje!"
-
-"Kwam er maar een beetje vorst...."
-
-"Zal wel komen; misschien meer dan je lief is."
-
-"Ja, en misschien meer dan jou lief is, sinjeur," lachte ze.
-
-O, ze was nu heelemaal een ander mensch. Als ze maar een klant had
-in haar taveerne. De vreemdeling haalde de schouders op.
-
-"'t Kan zijn.... Maar einde Januari is het voor mij: 'adé, lief
-vaderland'."
-
-"Waar gaat de reis heen, sinjeur?"
-
-"De Indiën."
-
-"Lange reis?"
-
-"Een jaartje of vier denk ik."
-
-"Jonge," dacht vrouw Stoffelsen, "z'n laatste duiten dansen in z'n
-zak; dien baas moet ik in de gaten houden, hoor, en aan den praat
-erbij!"
-
-"Mijn man zal wel niet lang wegblijven, hoop ik."
-
-"Dat hoop ik ook, vrouwtje!"
-
-"Ja, 't is singulier: hij is zoo goed als nooit uit, en nu er een
-goeie klant voor hem komt...." De zeeman hief zich uit zijn
-voorovergebogen houding op.
-
-"Een klant?.... Hij is toch geen wantsnijder?" Want zoo werden de
-kleermakers geheeten, die aan de zeelui gemaakte kleederen
-verkochten.
-
-"Neen, maar ik denk...."
-
-"Dat een zeeman zoo nauw niet kijkt, meen-je. Is 't niet?"
-
-"Dat kon-je wel eens geraden hebben," lachte vrouw Stoffelsen.
-
-Even dacht hij na. Toen hij opkeek, zag hij haar blikken strak op
-zich gevestigd. Toen schoten ze beiden in den lach.
-
-"Je bent niet van gisteren, moeder!"
-
-"En jij ook niet, sinjeur!"
-
-Hij maakte een geruststellend gebaar.
-
-"Als 't lukt, loop ik nog wel eens bij je man aan, hoor."
-
-"Als wat lukt?"
-
-Nu keek hij haar op een manier aan, die zelfs op haar indruk maakte.
-
-"Je bent zeker de baas van de schuit?" onderstelde zij.
-
-"Juist."
-
-"Geen gemakkelijke, geloof ik."
-
-Hij glimlachte.
-
-"Waarom denk-je dat?"
-
-"Omdat.... ja, omdat je me daar aankeek, alsof je me koejeneeren
-wou."
-
-"Dat laat ik aan je man over," plaagde hij.
-
-In de oogen van vrouw Stoffelsen vlamde iets op, dat niet
-onopgemerkt aan den zeeman voorbij ging.
-
-"Ik geloof, dat ik tóch terecht ben," verklaarde hij opeens.
-
-"Hoe bedoel-je dat?"
-
-"Ik denk, dat ik best de boodschap aan jou op kan dragen."
-
-"Dat zou ik ook denken," merkte zij snibbig op.
-
-Hij liet die opmerking aan zich voorbij gaan.
-
-"Ik wou het eens met je man hebben over z'n leerjongen."
-
-Daar rezen de handen van vrouw Stoffelsen omhoog.
-
-"Van.... van...."
-
-Zooveel woorden tegelijk kwamen er van binnen bij haar aanzetten,
-dat ze die eigenlijk alle ineens eruit had willen smijten. Omdat
-zulks onmogelijk was, vermocht ze op dit oogenblik niet anders dan
-er die twee klanken uit te krijschen.
-
-Niet zonder eenige grappige verbazing zag de zeeman haar aan.
-
-"Eens op je rug kloppen, moeder?" vroeg hij heel gemoedelijk.
-
-
-[Illustratie: Daar rezen de handen van vrouw Stoffelsen omhoog.]
-
-
-"Op m'n rug?"
-
-Ze hapte naar adem.
-
-Maar nu kwamen haar handen met de rugzijde op haar heupen, en toen
-ze eenmaal daar goed en wel beland waren, vond vrouw Stoffelsen
-zichzelve terug.
-
-Nu, kapitein Geen Huyghen Schapenham -- want men zal in den bezoeker
-dezer taveerne wel reeds lang den gezagvoerder van "de Gouden Leeuw"
-herkend hebben -- behoefde in den eersten tijd om geen nadere
-inlichtingen aangaande den beschermeling van dominee Leo te vragen.
-Hij kreeg ze zoo ongezouten mogelijk, zelfs meer dan hem lief was.
-En gerust kan getuigd worden, dat ze van een geheel anderen aard
-waren, dan die, welke hij van den Nieuwenhoornschen predikant
-ontvangen had.
-
-Een paar maal poogde hij den wild bruisenden stroom door een vraag
-of een opmerking in een gelijkmatiger bedding te leiden, maar op 't
-laatst gaf hij daartoe den moed op, en zich wederom met de handen
-naar het vuur wendende, liet hij den woordenvloed kalmweg over zijn
-breeden rug gaan.
-
-"Geduld overwint alles," dacht hij, "maar nu ga ik er toch spijt van
-krijgen, dat ik me met het lot van dien jongen bemoeid heb."
-
-Toch -- hij had het ds. Leo beloofd, en belofte maakt schuld.
-
-Maar dat geschetter van vrouw Stoffelsen!....
-
-Zij meende nu voor eens en voor goed het doopceel van den leerjongen
-gelicht te hebben! Ze had eens moeten weten, hoe elk van haar
-grievende scheldwoorden en beleedigingen, den zeekapitein ervan
-overtuigde, dat een boy, wiens hart in de baren der zee lag, nooit
-het bedorven kindje van vrouw Stoffelsen kon wezen.
-
-Wijselijk hield hij die opmerking voor zich, maar hij kon niet
-nalaten even te glimlachen.
-
-Vrouw Stoffelsen zag dat, en evenals zij dat bij haar man gewoon
-was, kwam het er meer of minder dreigend uit:
-
-"Hoe _kun-je_ daar nu nog om lachen, sinjeur!" Wijl zij door deze
-opmerking voor een wijle zelf haar woordenstroom onderbrak, kreeg
-eindelijk kapitein Schapenham gelegenheid er een woordje tusschen te
-plaatsen.
-
-"Is die jongen thuis, moeder?"
-
-Ze keek hem zoo oprecht verbaasd aan, dat hij in zichzelven
-mompelde: "Ik verwed er m'n nieuwe bramzeilen onder, dat ze me al
-verteld heeft, waar die snuiter zit. Hoe jammer, dat ik maar niet
-wat beter naar dat gerei geluisterd heb!"
-
-Intusschen had vrouw Stoffelsen de macht over haar spraak weer
-teruggekregen.
-
-"Wel, heb ik van m'n leven, sinjeur.... Zóó vertel ik je, dat die
-luie slungel maar kalmpjes-weg thuisgebleven is en...."
-
-Doch nu viel de kapitein haar in de rede met een stem, die, als het
-wezen moest, zich boven het gerumoer van den zwaarsten storm wist
-verstaanbaar te maken:
-
-"Wàt zeg-je?.... Weggebleven?"
-
-Toch een weinigje overstuur van dat krachtige geluid, knikte zij
-alleen van ja.
-
-"Sedert wanneer?"
-
-"Sedert vanmorgen."
-
-"Hoe komt dat?"
-
-Ze haalde de schouders op.
-
-"Weet ik het?.... Weggeloopen, denk ik."
-
-Kapitein Schapenham stond op.
-
-"Weggeloopen?.... Waarheen?"
-
-"Wel natuurlijk naar Hellevoet!"
-
-"Naar Hellevoet?"
-
-"Welja! Daar ligt immers een Oostinjevaarder, waar ze zooveel volk
-voor moeten hebben!"
-
-En ineens de oogen wijd openende, alsof haar een gedachte inviel:
-"Jou schip?!"
-
-Maar kapitein Schapenham had al zijn hoed gegrepen, zich dien op het
-hoofd geplakt en snelde de deur uit.
-
-"M'n gelag!" schreeuwde vrouw Stoffelsen, die heelemaal in beweging
-kwam, zonder hem dadelijk na te kunnen zetten.
-
-Dat kwam, omdat zij een paar leelijke likdoorns onder haar voeten
-had, voor haar heel pijnlijk en voor de rest van de menschheid heel
-vervelend, omdat zij aan ieder, die er maar naar luisterden
-wilde -- of luisteren moest! -- er een klaaglied over aanhief.
-
-Wanneer zij niet liep, schopte zij altijd haar muilen uit, met het
-gevolg, dat op het oogenblik, waarop zij er een vaartje achter moest
-zetten, die sloffen links lagen, als zij ze rechts zocht.
-
-Ongelukkig waren zij door haar driftig geredeneer van daarstraks,
-waarbij ze armen en beenen bewogen had om toch meer nadruk aan haar
-betoog te geven, zoo raar in haar nabuurschap weggescharreld, dat
-zij op haar zeere voeten over den met scherp zand bestrooiden
-tegelen vloer onder een gejammer van "Houdt den dief!" heen en weer
-schoof, zonder eigenlijk op te schieten.
-
-Juist had zij onder gekreun, geklaag en geroep hare voeten in de
-muilen gekregen en in haar lichaam een vaartje gebracht, toen de
-deur door een krachtige mannenhand opengeworpen werd, ten minste het
-bovengedeelte daarvan, zoodat moeder Stoffelsen een tik beetkreeg,
-dien zij voelde.
-
-Kapitein Schapenham was het, die zich nu hoofdschuddend en
-glimlachend over de onderdeur heenboog, waar, als ze soms niets te
-doen hadden, de vrouwkens uit dien tijd zoo gezellig overheen konden
-leunen voor een buurpraatje, bij welke gelegenheid zoowat heel de
-buurt over de tong ging.
-
-"Goeie vrouw, ik zou daar haast vergeten zoowaar mijn gelag te
-betalen."
-
-De "goeie vrouw," die juist van plan was door haar alarmkreet
-desnoods heel de stad in rep en roer te brengen, wou eerst nog veel
-vijven en zessen eruit gooien, omdat ze zulk een bons tegen haar
-hoofd gekregen had, welk lichaamsdeel zij volijverig stond te
-wrijven, toen zij iets tusschen duim en wijsvinger van zijn
-rechterhand zag blinken. Dadelijk sloot zich haar mond en verzoette
-zich in een suikerzoet lachje.
-
-"Wel, sinjeur, moet-je daarvoor nog terugkomen? Dàt was toch wel
-vanzelf...."
-
-Hij liet ze niet uitpraten.
-
-"Daar, moeder."
-
-Ze voelde zich het geldstuk in de hand stoppen.
-
-"Zooveel kleingeld heb ik op het oogenblik niet terug, sinjeur."
-
-Al in de haast, waarin hij scheen te verkeeren, maakte hij een
-gebaar van "laat dat maar blijven, hoor!" en verdween opnieuw uit
-haar gezichtskring.
-
-
-[Illustratie: Sloot zich haar mond en verzoette zich in een
-suikerzoet lachje]
-
-
-Met lichtende oogen van geluk bekeek vrouw Stoffelsen het geldstuk,
-dat in het midden van haar rechterhand lag.
-
-Zij schudde het hoofd.
-
-"Die varenslui toch...."
-
-Nog een wijle van stil genot.
-
-Toen kwamen in éénen al de rimpels en rimpeltjes op haar gelaat
-terug:
-
-"Als m'n vent toch zóó z'n penningen verslingerde...."
-
-Ze voleindigde haar zin niet, maar slofte naar de echtelijke
-slaapplaats, waar ze, nu alweer met een gelaat vol stille, inwendige
-tevredenheid, van de bedsteê-plank een oude kous langde, en daarin
-het geldstuk bij de andere soortgenooten veilig wegborg.
-
-
-
-
-VI.
-
-OP DEN WAGEN.
-
-
-Het verloop der geschiedenis beviel in het geheel niet aan kapitein
-Schapenham.
-
-Voor ds. Leo wilde hij veel doen, maar om nu door zoo'n kwâjongen de
-kans te loopen met de justitie of de politie in aanraking te komen,
-dáár had hij niet veel lust in.
-
-Als zoo'n deugniet verdwenen was en zijn moeder lawaai begon te
-maken -- en daar leek zij hem net een vrouw voor! -- zouden de
-gerechtsdienaars door al wat er gesproken en gebeurd was, het eerst
-erg in zijn schuit krijgen.
-
-Stel je nu voor, dat de jongen zich bijvoorbeeld in het ruim
-verborgen had! En al was het niet daar, dan op een andere plaats,
-waar natuurlijk de gerechtsdienaars hem wel opduikelen zouden, en
-zoo niet, voor het minst heel den boel door elkaar zouden halen of
-overal hun neus in steken.
-
-Wel, kapitein Schapenham, die dit alles in zichzelf liep te
-bedenken, had er wel een lief ding voor over gehad, indien hij voor
-een wijle buitengaats was geweest en dan met dien snijdersleerling
-onder zijn bereik. Buitengaats toch was een schipper onbeperkt heer
-en meester, zelfs over leven en dood van zijn onderhoorigen. En
-zeker zou hij, voor al het gezanik, den branie eens even voor den
-mast hebben laten binden, om hem er een dozijn of anderhalf te doen
-toetellen door den man met het stokje, gelijk de matrozen gewoon
-waren den provoost te noemen, al was bij zulk een strafoefening een
-eindje touw met een paar flinke knoopen erin meestal diens wapen.
-
-Hij moest nu zoo gauw mogelijk naar Hellevoetsluis zien te komen, om
-desnoods de politie voor te zijn.
-
-Om daarheen te wandelen, had hij twee uren noodig, maar, gelijk wij
-weten, had hij daaraan een broertje dood!
-
-'t Snelst had hij dien afstand kunnen afleggen door een paard te
-nemen, maar al had hij -- omdat van jongs af aan zijn heele lichaam
-gegroeid was naar het klimmen in het want en het zich voortbewegen
-op het scheepsdek -- kromme beenen genoeg om op een paard te
-zitten,.... een ruiter was hij niet.
-
-Het zou dus per as moeten gaan, maar men kon in dien tijd niet eens
-eventjes bij een huurkoetsier aanloopen, om een rijtuig te
-bestellen!
-
-Men had het Voermansgilde, waarmede men geducht rekening had te
-houden.
-
-De zeeman moest zich eerst naar den Commissaris van dit gilde
-begeven, die ging dan aan een bel trekken, van verschillende kanten
-daagden de voerlieden op -- wie na het luiden van de bel verscheen
-had zijn recht verloren -- en nu moesten de aanwezigen erom
-dobbelen, of gelijk men dat noemde: erom smakken, wie het vrachtje
-had.
-
-Eindelijk dan zat onze zeekapitein op den wagen, die in een
-sukkeldrafje over den weg hotste. Gelukkig hadden de toenmalige
-menschen sterke hersenen, en toen men nu eenmaal van het gedaver
-over de stads-keien af was, kon op den zachteren landweg een
-gemoedelijk praatje aangeknoopt worden, hetgeen de zeeman ook niet
-naliet.
-
-Ze waren nog maar kort op pad, toen hij iemand stadswaarts zag
-komen, die door de eigenaardige wijze van zich voortbewegen zijn
-aandacht trok.
-
-"'t Is, of die vent met z'n beenen aan 't knippen is!" gromde hij
-met zijn zware stem tegen den voerman.
-
-Die grijnsde.
-
-"Dat komt, omdat z'n geweten op die beenen aan 't werk is."
-
-"Hè??!"
-
-De voerman genoot van zijn verbazing.
-
-"Och," legde hij uit, "bij dien meestersnijder is, denk ik, zóóveel
-door het oog van de naald gegaan, dat hij voor zijn straf knipbeenen
-gekregen heeft."
-
-"Wàt zeg-je?.... Een snijder?.... Soms meester Jochum Stoffelsen?"
-
-"Krek d'n eigenste."
-
-De zeeman sloeg van opgetogenheid den voerman een blauwe plek op den
-schouder.
-
-"Je kunt stil houden, als die knip-sinjeur vlak bij is."
-
-De voerman wreef zich den schouder.
-
-"Je hebt gezegende handjes, schipper!"
-
-Kapitein Schapenham knikte.
-
-"Dat gaat wel, vrind! En ik zal dat aan dien lappenbederver doen
-ondervinden, als hij niet mee wil."
-
-"Mee wil? Wat is je plan?"
-
-"Hij moet mee naar Hellevoet."
-
-De voerman zette een bedenkelijk gezicht.
-
-"Volgens ons privilegie mag ik niemand onderweg opladen, of anders
-moet ik boete betalen."
-
-"Malligheid! Jij laadt niet op, maar ik. En ik ben je passagier!....
-Dacht-je, dat ik, die al zoo dikwijls in zoo'n verwenschte kar heen
-en weer naar Hellevoet ben gesukkeld, artikel zus en zoo van je
-reglement niet kende?.... Maar, ho!.... daar is hij al vlak bij...."
-
-De voerman voldeed aan het bevel, en bruusk wendde zich de kapitein
-tot den voetganger, die bij dit plotseling stilstaan van het rijtuig
-haastig op zij geweken was.
-
-"Jij bent de meester-snijder Jochum Stoffelsen?"
-
-De aangesprokene deed een knip met zijn beenen en bevond zich toen
-weer op het pad.
-
-"Die ben ik, sinjeur."
-
-"Ik zou graag een woordje met je wisselen."
-
-"Tot je dienst, sinjeur."
-
-"Toe, stap dan op den wagen.... want ik kan geen minuut verloren
-laten gaan."
-
-Onwillekeurig keek meester Jochum naar den toren van den Briel, die
-in het Noordwesten boven het landschap uitstak, en toen stootte de
-voerman met zijn elleboog den kapitein aan.
-
-"Hijsch-je maar naar boven," glimlachte deze, "ik kom zoo regelrecht
-van je vrouw vandaan."
-
-De ronde oogen van meester Jochum keken hem vragend aan.
-
-"Kom, vrind, een toertje zal je geen kwaad doen, en, intusschen
-zullen we elkaar heel wat te vertellen hebben."
-
-"Nou.... tot de steê in Lagerwoude dan," gaf meester Jochum toe, en
-mèt knipte hij op den wagen.
-
-
-[Illustratie: De ronde oogen van meester Jochum keken hem vragend
-aan.]
-
-
-"Dat 's niet ver," bracht de kapitein daartegen in.
-
-"Och," gaf de nieuwe passagier glimlachend te kennen, "ik heb twee
-omstandigheden in mijn voordeel."
-
-"Die zijn?"
-
-"Ten eerste.... dat het paard een knol is."
-
-"Hé, zeg. Jij, leelijke lappenbederver...."
-
-"En," ging mr. Jochum voort, alsof hij den voerman niet hoorde, "en
-in de tweede plaats, dat een zeeman gewoonlijk niet lang van draad
-is."
-
-"Van draad heb-jij verstand," riep de kapitein uit, "maar hoe te
-duiker zie-je, dat ik een varensman ben?"
-
-Meester Jochum maakte een beweging met het hoofd, als wilde hij
-zeggen:
-
-"Nou.... die is ook goed!"
-
-"Dat ziet een half blind mensch aan je heele doen en laten, en een
-meester-snijder aan je kleeren."
-
-Kapitein Schapenham bezorgde ook hem een blauwe plek op den
-schouder.
-
-"Jij bevalt me beter als je vrouw, meester!"
-
-Het gezicht van den aangesprokene betrok.
-
-"Laat die nu alsjeblieft buiten het spel, en zeg me nu maar gauw,
-wat je van me hebben wil.... Want de knol loopt zoo waar gauwer dan
-ik gedacht had. Zeker pas gesmeerd, voerman?"
-
-De voerman dreigde hem met de zweep, en liet alweer een aardigheid
-los, welke op het gilde van mr. Jochum betrekking had. Maar diens
-aandacht was ineens heelemaal van de andere zijde in beslag genomen,
-doordat de kapitein hem vroeg:
-
-"Je hebt een leerjongen, die Witte heet; is 't niet?"
-
-De kleermaker zuchtte.
-
-"Begint de bui nu ook nog van dien kant op te komen?"
-
-Doch alsof hem iets als een uitredding inviel, wendde hij zich met
-heel zijn gelaat tot den zeekapitein:
-
-"Je bent bij m'n vrouw geweest, zeg-je?"
-
-"Heb-je ook haar naar dien satanschen kwâjongen gevraagd?"
-
-"Ja.... En wat zou dat?"
-
-De kleermaker slaakte een zucht van verlichting.
-
-"Wat dat zou?.... Wel, dat ik je dan niets meer over dien galgestrop
-te vertellen heb!"
-
-"Neen maar, die is goed!" riep de kapitein luid lachend uit.
-
-Mr. Jochum knikte tevreden.
-
-"Je zult het met me eens zijn, schipper, dat ik er geen woordje meer
-bij hoef te voegen."
-
-"Dat is te zeggen.... ik wou juist, dat je er een woordje -- en voor
-mijn part nog een paar dozijn woordjes -- bij voegde."
-
-"Wat is dat?.... Je weet nu alles, en misschien meer dan ik je had
-kunnen vertellen."
-
-"Toch niet!"
-
-"Wel, goeie help.... dat begrijp ik niet!"
-
-"En toch is het heel begrijpelijk."
-
-"Nu, maar dan moet-je me dàt mirakel eens uitleggen!"
-
-"Dat 's heel gauw gebeurd.... Je vrouw heeft een zee van woorden
-over m'n hoofd doen rumoeren."
-
-"Dat zal wel waar zijn!"
-
-"En.... kijk.... toen ging het wat van zoem-zoem in m'n hoofd."
-
-"Dus?"
-
-"Ik heb niet geluisterd, goeie vrind!"
-
-De kleermaker schudde van het lachen.
-
-"Waarom lach-je zoo, jij, oolijke ridder van de naald?"
-
-"Omdat ik ook nooit luister, als het zoo van zoem-zoem gaat."
-
-Boem! Daar kreeg hij er een tweede blauwe plek op zijn schouder bij.
-
-"Je bevalt me, meester Jochum."
-
-"En jij mij ook, schipper."
-
-"Rijd dan mee naar Hellevoet."
-
-"Ho, ho, schipper," viel hem hier de voerman in de rede, "denk
-alsjeblieft aan artikel zus en zoo van het privilegie op het
-Voermansgilde!"
-
-"Loop.... jij met je privilegie," bromde de kapitein. "Ik houd het
-bij de ordonnantie door baljuw, burgemeesteren en regierders der
-Stede van den Briele voor jullie in elkaar geflanst, en daarin lees
-ik...."
-
-"Lees ik?" vroeg de voerman, zich half omwendende en verbaasd naar
-zijn passagier kijkende, die, met een hoog-rood gelaat van
-inspanning een klein boekje uit een zijner vele zakken had
-opgeschommeld.
-
-"Daarin lees ik," ging de kapitein voort, na even in het boekje
-gebladerd te hebben, "dat je onderweg niemand op mag nemen, dan met
-expres believen ende consent van de Luiden, die den wagen gehuurd
-hebben.... Hier lees zelf maar!"
-
-"'k Wil het best gelooven, sinjeur.... Want zoo geletterd ben ik
-niet."
-
-"Dus geen bezwaar, dat ik mr. Jochum meeneem?"
-
-De voerman schudde ontkennend het hoofd.
-
-"Dat dacht ik ook wel!" gaf de zeeman te kennen, die graag gelijk
-had, en evenmin graag opgaf, wat hij zich voorgenomen had.
-
-Intusschen had mr. Jochum dit kleine twistgesprek aangehoord met een
-gelaat, dat nu juist niet van groote opgewektheid getuigde. De
-zeeman zag het.
-
-"Ik heb toch naar je hart gesproken, vader?"
-
-"Neen, hoor!"
-
-"Ga-je dan niet mee naar Hellevoetsluis."
-
-"Voor geen geld van de wereld!"
-
-"Waarom niet?"
-
-"Wel... ik kan toch zoo lang niet van mijn werkplaats blijven."
-
-"En als ik je de schade vergoed!"
-
-"Dan blijft nog zijn vrouw over!" wierp de voerman er spottend
-tusschen.
-
-Kapitein Schapenham zag hem even in de oogen.
-
-"Ik geloof, dat de voerman de streken van 't kompas kent,"
-glimlachte hij.
-
-Mr. Jochum werd een beetje kregel.
-
-"Geen kwaad van mijn vrouw!" zeide hij.
-
-"Niet graag!" gaf de kapitein van ganscher harte toe. "Ik wil alleen
-maar zeggen, dat het voor alle partijen beter is, als jij op tijd
-thuis ben. Alleen dan nog maar deze vraag, want ik zie zoowaar
-ginder de steê van Lagerwoude al achter dien haag oprijzen...."
-
-"En die vraag?"
-
-"Betreft je leerjongen. Weet-je, waar die op 't oogenblik uithangt?"
-
-Het goedige gelaat van mr. Jochum werd heel gestreng.
-
-"Ik wou.... ik wou...."
-
-"Hoho, mr. Jochum, bederf alsjeblieft je goed humeur niet.... Wat je
-wou.... kan me nu niet schelen. Ik verlang kort en bondig het
-antwoord op deze vraag: Waar is Witte?"
-
-"'k Weet het niet!"
-
-"Hebben ze op de steê geen vermoeden, waar hij zitten kan?"
-
-"Ja -- ze meenen 't zelfde als ik."
-
-"En dat is?"
-
-"Dat hij naar Hellevoet is, waar zoo'n verloopen kerel een schip
-uitrust naar Oostinje."
-
-"Dank je!.... Die verloopen kerel ben ik."
-
-"Pak ze maar aan!" riep de voerman.
-
-Mr. Jochum keek vreemd op.
-
-Daar zag hij een lachje in de oogen van den zeeman, die kwasi een
-heel boos gezicht zette.
-
-Toen stak hij eerlijk zijn hand uit.
-
-"Dank je," zei de zeeman eenvoudig.
-
-Maar mr. Jochum riep van aai en van aau.
-
-Want zoo'n zeemanspootje was niet geschapen voor het blanke
-kunstenaarshandje van een meestersnijder.
-
-De zeeman had hier heel wat pret over en de voerman ook, en daarvan
-maakte mr. Jochum gebruik, om even handig van den wagen te knippen,
-als hij dat thuis van de kleermakerstafel deed.
-
-"Hé daar!" riep kapitein Schapenham uit.
-
-Ook de voerman liet een uitroep van ontsteltenis hooren, want op een
-haartje na was een der wielen van den wagen over den voet van den
-meestersnijder gegaan.
-
-Die schudde lachend het hoofd.
-
-"Doe me dat eens na!"
-
-"Niet graag!" bekende de kapitein.
-
-Intusschen had de voerman het paard tot stilstaan gebracht, en nu
-boog zich kapitein Schapenham uit den wagen, om mr. Jochum de hand
-tot afscheid toe te reiken.
-
-
-[Illustratie: En beiden waren zoo druk in gesprek.]
-
-
-"Je gaat dus niet verder mee?"
-
-"Neen, hoor. Daar is de stêe, en ik heb eenmaal gezegd, dat.... Maar
-wat is er?"
-
-Hij vroeg dit op verwonderden toon, want eensklaps had de kapitein
-hem door een gebaar het zwijgen opgelegd.
-
-Tot eenig antwoord wees de kapitein op den Peltsersdijk, welke zich
-achter de huizinge van moeder de With uitstrekte.
-
-Bij de laatste woorden van den kleermaker had de zeeman
-onwillekeurig den blik daarheen gewend, en wat hij toen op den
-Peltsersdijk aanschouwde, had zoodanig zijn aandacht in beslag
-genomen, dat hij mr. Jochum het zwijgen meende te moeten opleggen.
-
-Want daar zag hij zoowaar den vermisten leerjongen aan komen
-wandelen en dat wel op zijn dooie gemak.
-
-Witte was niet alleen. Naast hem liep een blond meisje van zijn
-jaren, in wie wij zijn nichtje Marie herkennen, en beiden waren zoo
-druk in gesprek, dat zij geen erg hadden in den wagen, die aan den
-Brielschen kant van de hofstede zoo plotseling was blijven
-stilstaan.
-
-
-
-
-VII.
-
-HET PLANNETJE VAN HANS.
-
-
-Het schip, waarmede kapitein Schapenham een reis naar de Indiën
-ondernemen zou, zag er nog allesbehalve zeilree uit. En toch stal
-het, gelijk het daar met zijn hoogen achtersteven reeds van verre
-zichtbaar was, het hart van Witte, die, liever dan naar zijn baas te
-gaan, op een vroegen Decembermorgen het zandpad naar Hellevoetsluis
-was opgewandeld, om met open oogen het vaartuig te aanschouwen,
-waarvan hij met gesloten oogen tegenwoordig elken nacht droomde.
-
-Al had hij in den Briel waarlijk schepen genoeg gezien, niet een kon
-natuurlijk zulk een aantrekkelijkheid voor hem hebben als dit.
-
-En wat een aangroeiende levendigheid om deze schuit, die vele jaren
-weg zou blijven en daarom als het ware tot een drijvend dorp werd
-ingericht!
-
-Zeilmakers, scheepstimmerlieden, schilders, smeden, touwslagers, om
-de leveranciers van allerlei eet- en drinkwaren niet te vergeten,
-zwermden als nijvere bijen om dien drijvenden korf. Dieren kwamen er
-ook al bij te pas, maar die zouden zooveel plaats niet innemen als
-in de arke Noachs, want ze werden geslacht en ingezouten, en de
-weinige, die levend mee zouden gaan, behoefden heusch niet op een
-lange zeereis te rekenen. Heel veel zin hadden ze er in geen geval
-in, ten minste de varkens niet, die spectakel genoeg maakten.
-
-Witte kon eerst maar niet genoeg van dit schip krijgen. Toen echter
-kwam zijn vit-achtige natuur, een gevolg van het zanikachtige leven
-dat hij thuis had, weer boven, en viel hem hier en daar iets in het
-oog, dat volgens zijn waanwijsheid beter had kunnen zijn. Als _hij_
-maar eens kapitein van dat prachtschip geweest was!....
-
-"Wel, maat!" kwam daar plotseling een jongensstem, waaruit men den
-baard in de keel al hoorde, tot hem, "kijk-je het mooi er al af?"
-
-Wittens felle, nooit vriendelijke oogen, gingen den kant uit van den
-spreker, die niet zonder eenige spotzucht deze onverwachte vraag tot
-hem gericht had, een jongen, ongeveer van zijn leeftijd en in
-zeemans-werkpak.
-
-Die kleeding bespaarde hem een dier bitse antwoorden, waarmede Witte
-anders niet zuinig was. Toch, hoe welwillend ook bedoeld, er bleef
-norschheid te over in zijn wedervraag:
-
-"Hoor-jij erop?"
-
-"Of ik erop hoor?.... Nagelvast zou ik haast zeggen."
-
-"Heb-je er dan het land aan?"
-
-"Nou.... als ik de koeien erbij had, was ik een boer in den polder."
-
-"Zeg-je dat op mij?"
-
-"Ben-jij dan een boer?"
-
-"Neen."
-
-"Wat trek-je je 't dan aan?"
-
-"Dat is mijn zaak."
-
-"Je lijkt nog al onverschillig."
-
-Witte trok zijn schouders op en onwillekeurig dwaalden zijn blikken
-weer naar "de Gouden Leeuw" waarop alles vol leven en beweging was.
-Neen, dáár was hij zeker niet onverschillig voor.
-
-De andere jongen, een knaap met een bruinen krullekop en levendige,
-donkere kijkers in het vroolijke gelaat, zag dit.
-
-"Ik laat me driemaal van de ra dansen, als jij ook geen
-zeemansjongen ben!"
-
-Een zucht.
-
-"En dat jij precies zoekt, wat ik verliezen wil."
-
-Witte keek hem vragend aan.
-
-"Ruilen?" stelde de vroolijke krullebol voor.
-
-Ineens zag Witte hem met zijn felle oogen vlak in het gezicht.
-
-"Ho, ho," spotte deze, "je zet een gezicht als een jeugdige
-menscheneter.... Maar weet-je wat? Loop eens met me naar de taveerne
-ginds.... Een kroes bier...."
-
-"Heb ik van jou niet noodig."
-
-"Nog beter!.... Dan tracteer jij."
-
-Dat kwam er zoo vlot uit, dat er, even slechts, een glimlach over
-het gelaat van Witte vloog.
-
-Zijn maat knikte tevree.
-
-"Te duiker, ik dacht, dat je een steenen snuit had. Net als het
-varken van mijn spaarpot.... waaraan ik zoo'n hekel had."
-
-"Aan dat varken?" spotte Witte.
-
-"Ben-je wel zestig? Net zoo min als aan jou, al hèb-je een steenen
-bakkes.... Neen, aan het sparen. Welke zeemansjongen heeft daar
-verstand van?"
-
-Witte keek hem verbaasd aan.
-
-
-[Illustratie: Heb ik van jou niet noodig.]
-
-
-"Jij een echte zeemansjongen?... En je wil van de schuit af?"
-
-"Wis en zeker,... van déze!"
-
-"Dus?"
-
-"Ga mee.... Bij een kroes bier kan ik je dat veel duidelijker
-uitleggen."
-
-Witte schudde het hoofd.
-
-"Zeg 't zoo maar."
-
-"Mij goed dan, sinjeur Isegrim.... Weet dan, dat ik Hans Lievensz.
-ben uit Hoorn, dat ik van m'n tiende jaar al af de zeelucht opsnuif
-en in dit opzicht een aardje naar m'n vaartje heb, die, geloof ik,
-op zee geboren is."
-
-"En je wou van de schuit!"
-
-"Zeker.... Niet om bij moeders pappot te blijven, hoor, maar omdat
-ik gisteren de tijding kreeg, dat mijn vader als eerste stuurman ook
-naar Oostinje gaat en wel met een schip uit Hoorn. Daar kon ik
-denkelijk wel al als matroos met mee, maar nu zit ik aan deze kast
-vast, waarvoor ik als lichtmatroos gemonsterd ben."
-
-"En je wou met mij ruilen!" gaf Witte ten antwoord, in de bitterheid
-zijns harten een sterken nadruk op dat woordje "mij" leggend.
-
-"Wis en drie!"
-
-"Omdat je denkt, dat ik een zeemansjongen ben?"
-
-"Ga-je me voor den gek houden?.... Je heele facie wijst het immers
-uit!"
-
-"Toch heb-je het mis.... Ik ben snijdersleerling!"
-
-"Kom, maak dat een ander wijs!"
-
-"Ik.... lieg nooit."
-
-"Maar.... wat kom-je dan eigenlijk hier doen?"
-
-Witte gaf geen antwoord. Weer keek hij naar "de Gouden Leeuw", en nu
-kwam er zulk een smartelijke uitdrukking op zijn gelaat, dat er voor
-Hans een licht opging.
-
-Vertrouwelijk legde hij de hand op Wittens schouder.
-
-"Kameraad.... ik vroeg je om hulp...."
-
-Witte schudde zijn hand af.
-
-"En nu valt het je leelijk tegen, hè?" sprak hij op zijn bitse,
-afstootende wijze.
-
-Even lichtte er iets joligs door de glanzende oogen van den
-jeugdigen licht-matroos.
-
-"Als ik neen zei, zou.... zou ik op mijn beurt liegen, en daar zie
-ik net zoo min heil in als jij."
-
-"Wat wou-je dan?"
-
-"Ik?.... Een beetje.... en toch veel."
-
-"Wat dan?"
-
-"Wel.... kan ik je soms helpen?"
-
-Witte glimlachte op haast beleedigende wijze.
-
-"Dat zal zeker niet lukken aan een lichtmatroos van 'de Gouden
-Leeuw?'...."
-
-"Bij dit en dat.... waarom niet?"
-
-"Omdat het zelfs den gezagvoerder ervan mislukt is."
-
-"Wat zeg-je daar?.... Kapitein Schepenham...."
-
-"Is zelf bij m'n moeder geweest."
-
-Hans floot tusschen de tanden.
-
-"Sta-je bij d'n ouwe in zoo'n goed blaadje?"
-
-"Heeft-ie dan zooveel leelijke blaadjes in z'n boekje?"
-
-Hans wreef zich met een kwasi-pijnlijk gezicht over den rug, wat,
-bij de oolijkheid van zijn tronie, allerkluchtigst aandeed.
-
-"Een zeeman van het bovenste plankje, maar een beetje kort
-aangebonden, en.... het eindje touw is ook niet lang."
-
-"De spanriem van een leertouwer en de el van een kleermaker zijn ook
-niet van zoete koek gebakken."
-
-"O, zoo!" riep Hans uit, "jij weet dus ook, wat een blauwe plek is."
-
-Beiden schoten om deze opmerking in den lach. "Dat moet-je maar veel
-doen," meende Hans.
-
-"Wat?"
-
-"Lachen!"
-
-"Ik heb daar niet veel reden toe."
-
-"Nu, ik zou zoo denken!.... een lief kindje van d'n ouwe!"...
-
-"Wat helpt me dat? Ik mag toch niet naar zee."
-
-Hans keek hem strak aan.
-
-"Moederskindje?" vroeg hij.
-
-De blik, dien Witte hem toewierp, overtuigde, hem, meer dan een heel
-verhaal dat doen kon, van het tegenovergestelde.
-
-"Een harde vrouw?"
-
-"Ja!" klonk het kort en bondig.
-
-"En je vader?"
-
-"Is dood.... allang."
-
-"Broers en zusters?"
-
-"Eén zus. De rest broers, en allen ziekelijk."
-
-"Jij ziet er toch gezond uit."
-
-"Wat heb ik daaraan?.... Ik knies me dood!"
-
-"Moet-je niet doen."
-
-"Jij hebt goed praten: jij vaart op zee!"
-
-"Daar kom-jij ook op.... Als je 't maar goed aanpakt."
-
-"En als nu kapitein Schapenham.... en zelfs twee dominees, ds. Leo
-en Willem Crijnze...."
-
-Nu schudde Hans heel zijn lache-kop.
-
-"Heelemaal verkeerd aangepakt!"
-
-"Doe-jij het dan beter," snauwde Witte.
-
-"Neen, dat zou moeilijk gaan, want.... ook ik hoor op mijn manier
-tot het manvolk, en... dàt krijgt geen moeder-de-vrouw klein."
-
-Witte werd opeens vol belangstelling.
-
-"Hoe bedoel-je dat?" vroeg hij.
-
-"Geef liever mij eens antwoord.... Houdt je zus erg veel van je?"
-
-"Ja."
-
-"Kan die het het dan niet van je moeder gedaan krijgen?"
-
-Daar kwam de rimpel weer op het voorhoofd van Witte. Iets bits lag
-op zijn lippen; maar eer hij wat zeggen kon, lei Hans hem door een
-afwerend gebaar het zwijgen op.
-
-"Begrepen! Jullie zijn allebei bang voor moeder... Neen, kijk me
-niet zoo venijnig aan. Ik wil geen ruzie met je zoeken, maar helpen
-wil ik je, en daarom zeg ik nu precies maar, wat ik denk. En als jij
-dat nu ook wil doen, geef me dan eens eerlijk antwoord op deze
-vraag: Is er niet een vrouwelijk wezen in je familie, dat zóóveel
-van je houdt, om...."
-
-Maar Hans voleindigde dezen zin niet. Hoe haastig ook Witte het
-hoofd omwendde, de oolijke zeemansjongen had gezien, hoe hij
-kleurde.
-
-Nu lei Hans beide zijn handen op de schouders van den
-snijders-leerling en dwong dien aldus hem in de oogen te zien.
-
-"Ik weet nog niet eens, hoe je heet.... Ik zal maar Jan tegen je
-zeggen, want zoowat al de Hollandsche jongens van de zee heeten
-zoo.... O, heet-je Witte?.... Goed!.... Dan heb ik jou, Witte, te
-zeggen, dat, als dat meisje veel van je houdt, ze nog vandaag naar
-je moeder zal gaan.... of, bijlo! haar eigen moeder erop uit zal
-sturen. Vrouwen weten van volhouden; dàt zie-je maar eens aan je
-eigen moeder! Daar kunnen geen dominees en geen zeekapiteins en in
-'t geheel niet zulke kwajongens als wij nog zijn, tegen op. Ik
-verzeker je, Witte, dat, als je er maar eenmaal de vrouwlui voor
-weet te spannen, mijn naam geen Hans Lievensz is, of je gooit
-binnenkort schaar en naald zoover weg, als zij vliegen willen."
-
-
-[Illustratie: Kijk nu naar je voorland.]
-
-
-Toen, hem aldoor bij de schouders vasthoudend, keerde hij hem met
-zijn forsche knuisten in één ruk om, zoodat Witte met het gelaat
-naar den Oostinjevaarder gewend stond.
-
-"Kijk nu naar je voorland.... scheepsjongen van 'de Gouden Leeuw'!"
-
-Witte had zich te weer willen stellen, maar nu vielen zijn armen
-slap neer. Er was over zijn gelaat zulk een geluk gekomen, dat hij
-in dat eene oogenblik een heel andere jongen scheen geworden. Zijn
-oogen, lichtstralend van blijdschap, zagen eerst het schip en toen
-Hans aan.
-
-"O, Hans, als dàt waar was...."
-
-"Het wòrdt waar, Witte.... maar dan nu ook als de drommel aan het
-werk. Geen oogenblik kun-je meer verliezen. Denk eens aan: we zouden
-half Januari uitzeilen, en vóór dien tijd zou nog je heele
-uitrusting in orde gebracht moeten zijn, wat voor een Oostinjesche
-reis om den dood geen gekheid is. Hoe je de vechtpartij nu aan moet
-pakken.... is jou zaak, maar hooren doe ik er zeker van!"
-
-"Morgenochtend ben ik weer hier."
-
-"Kun-je dan altijd maar van je vak wegloopen, als je er lust in
-hebt?"
-
-"Dat vak.... hèb ik niet meer," klonk het vastberaden.
-
-"Jij maakt dáár korte metten mee, Witte!"
-
-"Dat zullen we nu met het andere ook probeeren," kwam het er even
-resoluut bij Witte uit.
-
-Hij stak de hand ten afscheid uit.
-
-"Kan ik voor jou ook wat doen, Hans!"
-
-"Heel veel!"
-
-"Dat is?"
-
-"Den schipper, bij wien jij een potje schijnt te kunnen breken, onze
-ruiling voorstellen, als het jou lukt."
-
-"Kan niet."
-
-"Hoe zoo?"
-
-"Wie ruilt er een licht-matroos voor een onbevaren scheepsjongen?"
-
-"Ja, dat is voor den drommel waar ook!"
-
-Op zijn beurt nu lei Witte de hand op den schouder van zijn
-kameraad.
-
-"Ik zal in elk geval mijn best doen, om ook jou te verlossen, Hans!"
-
-"Top!... Tot ziens dan, Witte."
-
-"Tot ziens, Hans."
-
-Zonder er een woord meer bij te voegen, spoedde Witte zich den weg
-naar Nieuwenhoorn op.
-
-Geen seconde liet hij verloren gaan. Dadelijk begaf hij zich naar de
-hofstede van zijn nicht. Eerst Marie en toen haar moeder werden in
-het plan van aanval gewikkeld. En nu Witte maar handelen kon, die
-trouwens toch van commandeeren hield en van vechten niet minder,
-wist hij er bij moeder en dochter, hoeveel bezwaren zij eerst
-hadden, den strijdlust wel in te brengen. Dát heeft de latere
-admiraal Vechtgraag, zooals de matrozen hem gedoopt hebben, schier
-altijd weten te bewerkstelligen, als het erop aan kwam. En omdat
-Witte en Marie, hoeveel zij zich al mochten verbeelden, toch
-eigenlijk nog maar kinderen waren, moest haar moeder het eerst den
-aanval beginnen. De gebeden en tranen van Marie hield de jeugdige
-commandeur voorloopig in de reserve.
-
-Eigenlijk had hij haar moeder in zijn stevige knuisten wel mee
-willen sleuren, om den veldtocht maar dadelijk te openen, doch die
-verklaarde, dat zij ook haar huishouden had en het nog te vroeg was.
-Vanmiddag was het tijd genoeg. Marie evenwel liep, al babbelende
-over het groote plan, met Witte mee, en zoo kwam het, dat zij door
-den kapitein gezien werden, gelijk wij aan het slot van het vorige
-hoofdstuk verteld hebben.
-
-Dat die al heel gauw op de hoogte van het plan gesteld werd en er
-verbazend veel schik in had, behoeven wij wel niet mede te deelen.
-Maar meester Jochum hielden zij er als bij afspraak buiten. Die wou
-wel beginnen, om Witte met een heel standje mee te troonen, maar dat
-gelukte hem niet.
-
-"Daar zullen we nog wel een woordje over te wisselen hebben,"
-dreigde hij, en Witte gaf daarop ten antwoord, dat het goed was.
-
-"Ja," sprak nu meester Jochum Stoffelsen tot zichzelven, terwijl hij
-den weg naar den Briel insloeg, "hoe zal ik dat nu aan mijn vrouw te
-vertellen hebben, zonder dat zij mij tòch van alles de schuld
-geeft?"
-
-
-
-
-VIII.
-
-HET DEURTJE VAN EEN VOGELKOOI GAAT OPEN.
-
-
-Wat zal ik u, die nog jong zijt, getuigen maken van de worstelingen
-eener oude vrouw tegen het onvermijdelijke!
-
-Het was de vaste overtuiging van moeder de With, dat haar jongen
-ongelukkig zou worden op de zee, minder naar het lichaam dan wel
-naar de ziel. Ginder op den wijden plas een schier voortdurend
-kampen met allerlei vijanden, en háár innige overtuiging was het,
-dat het voeren van het zwaard ontwijfelbaar zeker ten verderve
-voert.
-
-Toch had Witte het in die voortdurende worsteling met zijn moeder in
-zijn voordeel, dat zij elk jaar ouder en hij daarentegen krachtiger
-werd. Wat zij verloor bij het afwinden van haar levensdraad, won hij
-bij het sterker, grooter, kloeker worden. Het einde was te voorzien.
-En toen zij nu, zwak en zich doodmoede gevoelende, nog den aanval
-moest weerstaan van allen, die maar eenigen invloed op haar meenden
-te kunnen uitoefenen, terwijl zij allen uitwendigen steun miste,
-kwam over haar een groote walging.
-
-De moeder van Marie meende haar overtuigd te hebben, dat alleen een
-toegeven Witte kon redden van een leven, dat onder zou gaan in
-nutteloosheid. De tranen van zijn speelmakkertje bevochtigden haar
-oude, van ontroering bevende handen, maar de warmte ervan drong niet
-door tot haar hart.
-
-Zij gevoelde zich een van God gestrafte, omdat zij in de opvoeding
-van haar kind te kort geschoten was, omdat zij hem niet had kunnen
-redden of terugbrengen van zijn afval. Nu liet zij moedeloos het
-hoofd op het kussen nederzinken, en haar gevouwen handen wonden zich
-lusteloos van elkaar. Háár kracht was gebroken; die van Witte had
-gezegevierd.
-
-Zóó.... was dat geen triomf! Al het blijde en gelukkige van
-eindelijk zijn levensdoel gevonden te hebben, werd op dat eigen
-oogenblik voor den knaap bedorven.
-
-Hij hoorde de jubeltijding van Marie; maar toen hij dadelijk daarop
-naar het bed van zijn moeder snelde om haar gelaat en haar handen
-met kussen van dankbaarheid te bedekken, wendde zij zich van hem af
-en keerde hem den rug toe. Toen vielen zijn armen slap neer, en de
-rimpel, die thans bij zijn moeder zelfs in de halve duisternis van
-haar legerstede zichtbaar was, groef zich nu ook diep in zijn
-voorhoofd.
-
-"Moeder.... heeft Marie gelogen?"
-
-"Een Doopsgezinde liegt nooit!" klonk het dof achter uit de donkere
-bedstede.
-
-O, wederom golfde een bloedstroom van vreugde door de aderen van den
-knaap. Het wàs dan toch waar! Over zijn leven ging het licht van
-zijn geluk op.
-
-Waarom bedierf moeder dat nu?
-
-Eén hartelijk woordje slechts!
-
-Hij vroeg erom:
-
-"Moeder.... Ik ben zoo blij!"
-
-Altijd bleef het hoofd afgewend; maar hard en zonder eenig
-mededoogen kwam het er in afgebeten bewoordingen bij de vrouw uit:
-
-"Ook de Verloren Zoon was blij, toen hij het verderf tegemoet ging."
-
-"Moeder!...."
-
-Maar de moeder van Marie, die zich wat achteraf gehouden had bij het
-onderhoud tusschen de oude vrouw en haar opbloeienden zoon, kwam nu
-bij het bed, trok Witte aan de mouw en beduidde hem door allerlei
-teekenen, dat hij beter deed zijn moeder met haar groot verdriet
-alleen te laten.
-
-Witte was er kapot van, toen hij zich met Marie naar haar huis
-begaf.
-
-"O, Marie, ik kon toch niet anders; heusch, ik kòn niet anders!"
-
-Marie troostte hem, zooals een meisje dat kan doen, en dat deed hem
-goed, maar altijd bleef er nog iets aan zijn innerlijk knagen, dat
-hij maar niet tot rust kon brengen.
-
-Dien aanblik van zijn moeder, het hoofd van hem afwendend, meende
-hij wel nooit te kunnen vergeten. De troostredenen van ds. Leo, die
-hem als elfjarigen knaap gedoopt had, de luchtigere beschouwingen op
-dat punt van kapitein Schapenham, en het geterg van de eerbare vrouw
-Stoffelsen, die er heel gauw achter gekomen was, hoe eigenlijk de
-vork aan den steel zat en daar nu geducht gebruik van maakte, om
-Witte tijdens de enkele keeren, dat hij nog haar huis bezoeken
-moest, het leven zoo zuur mogelijk te maken.... dat alles vermohct
-niet het bittere gevoel te doen verminderen.
-
-
-[Illustratie: Witte was er kapot van.]
-
-
-Dat deed alleen een opmerking van Hans.
-
-Die scheen de wereld te rijk, toen Witte hem de vreugde-mare
-verkondigde. Want, zie-je, Hàns was het toch maar geweest, die den
-raad gegeven had, welke ten slotte zoo uitstekend bleek te zijn.
-
-Heel zijn vroolijke facie was een en al lach, en dat werkte zoo
-aanstekelijk, dat de nevel, welke nog als bij voortduring voor Witte
-tusschen zichzelf en het geluk van zijn leven lag, voor een wijlen
-optrok.
-
-O, nu zou hij de wijde wereld ingaan, vreemde landen en vreemde
-volken zien, en toonen, wat er voor flinks en kordaats in hem zat.
-Het schip "de Gouden Leeuw" keek hij aan met een uitdrukking op het
-gelaat, alsof hij er zelf de eigenaar van was. Voor hem omvatte dit
-stevige, hooge vaartuig een toekomst vol welbehagen.
-
-Hij ademde zoo diep, alsof er iets drukkends van zijn borst was
-afgenomen. En al maar om hem heen dat vroolijke gekeuvel van Hans,
-die van dat zijn oogen 's morgens open gingen, tot hij 's avonds in
-slaap viel, aldoor maar schik in zijn leven scheen te hebben.
-
-"Hans, wat bèn-je toch eigenlijk een gelukkige vent!"
-
-"Ik?.... Nou, daar mankeert anders op 't oogenblik een heeleboel
-aan."
-
-"Nee, daar mankeert niemendal aan, zeg ik je."
-
-"Wat?.... Noem-je 't niemendal, als ik graag matroos op dat
-Hoornsche schip had willen worden en dat kansje nu m'n neus voorbij
-zal gaan? Zeg, zooveel gage meer in de maand is voor den drommel
-toch geen gekheid!"
-
-"Dat is het zeker niet!.... Maar daarom zul-je er toch niet het
-heimwee van krijgen?"
-
-"Heimwee?" spotte Hans; "pas maar op, dat die...."
-
-Hij wilde zeggen: "jou niet te pakken krijgt," maar, als viel hem
-iets in, slikte hij deze woorden in, terwijl er iets verlegens over
-zijn gelaat kwam, als bij iemand, die op het punt is een
-onhandigheid te begaan.
-
-Die overgang was te plotseling, dan dat het niet de aandacht van
-Witte getrokken zou hebben.
-
-Trouwens diens aard was altijd min of meer kwaaddenkend, gevolg van
-het leven tegen zijn zin, dat hij zooveel jaren had moeten leiden.
-
-Hij keek Hans met zijn felle oogen aan.
-
-"Waarom verberg-je wat voor mij?"
-
-"Ik?"
-
-"Ja, je spreekt niet schoon uit."
-
-Hans haalde een beetje onverschillig de schouders op.
-
-"Ik zeg niet graag onprettige dingen aan een maat, met wien ik
-anders wel op kan schieten."
-
-Witte knikte, en zijn gelaat stond weer heel somber.
-
-"'k Begrijp je anders best, Hans."
-
-"Vraag er dan ook niet verder naar."
-
-"Neen, vragen doe ik je daar niet meer naar, omdat ikzelf je het
-antwoord wel geven kan."
-
-"Houd dat antwoord dan maar voor je eigen.... En, wat drommel! laten
-we jool in ons leven hebben en houden erbij.... Denk eens aan,
-Witte: je gaat nu heusch naar zee!"
-
-"Zonder heimwee," hield deze koppig vol.
-
-"Begin-je daar weer mee?"
-
-"Ja, want je wou te kennen geven, dat zeker ik niet die ziekte onder
-de leden had."
-
-"Nu, en wat zou dat?"
-
-"Omdat je verzweeg, dat alleen moederskindertjes daar aanleg voor
-hebben en mijn moeder...."
-
-Heel donker zag hij weer voor zich uit.
-
-Hans schudde het hoofd.
-
-"Witte, Witte, als je dáár over blijft zeuren, krijg-je zoo zeker
-het heimwee als tweemaal twee vier is."
-
-"'t Is ook zoo'n ellendige geschiedenis, Hans!"
-
-"Nou, voor jou zoo heel erg niet!"
-
-Witte maakte een beweging met het hoofd, als wilde hij zeggen: "Hoor
-die eens!"
-
-"Daar weet-je niets van, Hans!"
-
-"Dat denk-je, Witte; maar ik verzeker je, dat ik er een heel klein
-beetje over kan oordeelen."
-
-"Wat Zaterdag.... was jou moeder er dan ook zoo tegen?"
-
-"Heelemaal niet. In onze familie spreekt het vanzelf, dat de jongens
-oprukken, zoo vroeg mogelijk naar zee. En 't is, omdat ze op 'n
-schuit nu eenmaal geen meisjes varen, dat m'n zusjes niet op
-gezouten vleesch onder de linie hebben gekauwd, en.... ja,
- dat m'n moeder geen marsgast geworden is."
-
-"Jij.... spot met alles. En mij houd-je ook voor den gek. Want hoe
-zou-jij er nu over kunnen oordeelen, hoe ellendig het met mij
-geschapen staat, omdat moeder.... nu ja, je weet het wel."
-
-"Toch spot ik niet, Witte, en ik zou daar ook wel zalig voor
-oppassen. Daar ben-jij geen jongen voor. En al durf ik je best
-staan, je vuisten lijken me niet van zoete koek gebakken. Neen,
-maat, ik bedoel het heel anders dan jij wel denkt."
-
-"Leg het me dan eens uit.... en dat heel gauw alsjeblieft."
-
-"Toe maar! Ik zou me aanvliegen als ik jou was. Kalm wat, kameraad."
-
-"Neen, niet kalm. Ik moet weten, wat je op het oogenblik denkt."
-
-"Dát 's gauw genoeg gezegd: ik denk op het oogenblik, dat je een
-razend opgewonden standje bent.... Ho, ho....
-
-
-[Illustratie: Ik heb eens een vogeltje gehad, Witte...]
-
-
-Wou-jij, scheepsjongen van 'de Gouden Leeuw', nu al rebellie plegen
-tegen een meerdere van je?.... Denk eens aan: tegen een
-lichtmatroos."
-
-"Spot niet, Hans.... Ik kàn dat niet verdragen!"
-
-Hans troonde hem mee naar een afgezonderd hoekje, waar zij op een
-hoop oude zeilen plaats namen, en toen zij daar gezeten waren,
-sprake Hans:
-
-"Ik heb eens een vogeltje gehad, Witte...."
-
-"Wat kan mij dat schelen?"
-
-"Meer dan je denkt.... Even geduld!"
-
-"Geduld?.... Ik heb dat zooveel jaren moeten hebben...."
-
-"Dat er een paar minuutjes nog wel bij kunnen, zou ik zoo denken..."
-
-Het onverstoorbaar goede humeur van Hans miste ten slotte zijn
-uitwerking niet op den heftigen, onstuimigen knaap.
-
-"Ga dan maar je gang," zei hij met zulk een diepe zucht, dat Hans
-erom in den lach schoot.
-
-"Je lijkt wel een blaasbalg.... Neen, bedaar!.... Ik zal je geduld
-niet langer op de proef stellen.... Ik had dan een vogeltje...."
-
-"Dat weet ik al!"
-
-"Maar wat je niet weet, is, dat ik dolveel van het beestje hield. Ik
-was nog een schoolaapje, en als ik naar huis kwam stuiven, zag het
-beest me al van verre aankomen en fladderde van blijdschap tegen de
-tralies van zijn kooi."
-
-Er was iets innigs gekomen over de beweeglijke gelaatstrekken van
-Hans, maar die van Witte behielden haar ijzige onverschilligheid.
-
-Wat ter wereld kon hèm een vogeltje schelen?
-
-Toch zweeg hij nu, en wachtte met een geduld, dat hem niet dikwijls
-eigen was, het vervolg van het verhaal af.
-
-"'k Had het gevangen in den winter, toen het nergens eten kon
-vinden. Door den honger was het in mijn macht gekomen, en daarom
-zorgde ik er altijd goed voor, dat het te eten kreeg. Pietje wist
-dat, en keek naar mijn handen om.... Dat stomme dier!"
-
-"Moet dat gezeur nog langer duren?"
-
-"O ja, Witte, je lacht me uit, omdat ik, zeemansjongen, die al heel
-wat gezworven heb, hoe jong ik nog ben, van een simpel vogeltje heb
-gehouden? Wacht maar, je zult eens zien, hoe je van den scheepshond
-gaat houden, en misschien probeer-je wel een aap mee te brengen naar
-het vaderland. Wij, zeelui, hechten ons altijd erg aan die goejege,
-stomme dieren, die je zoo kunnen aankijken, net, of ze hulp van je
-vragen. En die aard zat zeker toen al in me, al had ik nog geen
-ander scheepje dan dat ik van m'n houten klomp gemaakt had. Dàt weet
-ik wel, dat ik voor geen geld van de wereld m'n kameraadje had
-willen missen. Telkens was ik bij zijn kooi, om met hem te praten,
-en zoo waar als ik leef, het beest verstond me. Zijn baasje mocht
-alles bij hem doen, zelfs met den vinger over z'n kopje strijken."
-
-"Is het haast uit?"
-
-Nu kwam er als een lichte wolk over het anders zoo opgeruimde gelaat
-van Hans.
-
-"Gauw genoeg, Witte! Daar heeft dat kleine ondier zelf voor
-gezorgd."
-
-"Hoe?"
-
-"'k Zal het je vertellen. 't Was al een heel stuk in de lente. Op
-een vroegen morgen -- 'k lag nog in m'n kooi, die bij ons thuis
-onder de pannen was opgeslagen -- hoorde ik m'n vogeltje op een
-geweldige wijze aangaan. Dàt is een kat! dacht ik, en wip! was ik
-uit 't bed en stak m'n hoofd door het dakvenster, waarnaast ik het
-kooitje 's nachts altijd ophing. Toen zag ik, dat ik het heelemaal
-mis had. M'n kameraadje lette niet eens op mij, maar wipte telkens
-tegen de tralies, om maar zoo dicht mogelijk bij de vogels te zijn,
-die druk rondvlogen met strootjes en allerlei ander gedoe voor het
-bouwen van hun nest."
-
-"En natuurlijk wou je vogel daarbij wezen!"
-
-"Dat wou-ie. En nu kan ik je niet zeggen, Witte, hoe ondankbaar ik
-dat van hem vond."
-
-"Ben-je wel goed bij je zinnen? Een vogel blijft toch een vogel, en
-is liever in de wijde wereld dan achter de tralies van een kooi."
-
-"Je hebt volkomen gelijk, Witte. 't Ging met m'n vogeltje.... net
-als 't met jou gegaan is."
-
-Getroffen zag Witte hem aan. Van nu af was hij een en al gehoor.
-
-Hans zag dat, en al het joviale kwam weer op zijn gelaat terug.
-
-"Nu weet ik, maat, dat je me niet zult uitlachen als ik je verder
-vertel, wat er gebeurd is. Ik, kleine, domme jongen, kon maar niet
-gelooven, dat mijn makkertje de wijde wereld, waarin hij haast
-verhongerd was, liever zou hebben dan zijn baasje. Ik riep hem bij
-al de naampjes, die een kind aan z'n vogeltje geeft, opende het
-deurtje om hem met m'n vinger over z'n kopje te strijken.... Wip,
-daar ontsnapte hij door die opening en vloog weg. Ik werd rood van
-kwaadheid, en slingerde hem een stuk dakpan, dat in de goot lag,
-achterna. Tranen met tuiten heb ik erom gehuild. Niemand kon mij
-over dat verlies troosten. Men wilde mij een ander vogeltje geven.
-Ik dreigde het den nek om te draaien. Dat is nu al heel wat jaren
-geleden en nooit dacht ik me over het verlies van m'n
-speelkameraadje, dat ik van den hongerdood gered had en altijd
-verpleegde met al de innigheid van een onnoozel kind, heen te kunnen
-zetten...."
-
-"Is dat toch gebeurd?"
-
-"Door jou."
-
-"Door mij!"
-
-"Ja, Witte.... op het oogenblik zelf, toen je
- me vertelde, hoe je moeder je den rug toekeerde, toen jij uit je
- kooitje vloog."
-
-"Daar wil-je mee zeggen, Hans?"
-
-"Dat mijn vogeltje niet anders kòn, Witte."
-
-
-
-
-IX.
-
-MET IJSGANG UIT HET GOEREESCHE ZEEGAT.
-
-
-Tegen het midden der maand Januari van het volgende jaar 1616 was
-het weder geheel omgeslagen.
-
-Geen nevel meer en geen regen en geen donkere dagen. Al wederom werd
-de waarheid bevestigd van het oude rijmpje: "Als de dagen lengen,
-gaan de nachten strengen."
-
-Maar niet alleen des nachts vroor het, dat het kraakte en knapte.
-Ook op den dag bakte het een aardig koekje.
-
-De landman was met dat alles wel tevreden. "Nu vriest het ongedierte
-dood," meende hij.
-
-Over het algemeen was men niet op een kwakkelwinter gesteld. "Wakke
-winters, vette kerkhoven," leeraarde een ander spreekwoord.
-
-De jongens en meisjes gingen op den zolder de schaatsen eens aan een
-nauwkeurig onderzoek onderwerpen. Moeder zei wel, dat er eerst
-"balken onder het ijs" moesten komen, en probeerde haar rakkers een
-beetje in toom te houden door ook al een spreuk aan te halen,
-namelijk die van "ijs kost menschenvleisch". Doch vader wist wel uit
-zijn jonge jaren, dat jong goedje moeilijk aan een touwtje
-vastgelegd kon worden, al sprak hij nu met moeder mee. De
-verkoopars van "heete melk met knapkoek", gingen eens na, welk oud
-tafeltje nog goed genoeg zou zijn, om op het ijs dienst te doen. De
-smeden brachten alles in gereedheid tot het schaatsenslijpen. De
-rollen schaatsenband werden door de broeders van het St.
-Nicolaasgilde opgeduikeld en aan de luifel gehangen. Alleen de
-varensman, in zooverre hij de wijde wereld in moest, mocht naar al
-dat gedoe niet meer omkijken.
-
-En geen wonder! De echte vrieswind waait uit het Oosten en dan is
-het voor een zeilschip tijd om het wijde water op te zoeken. Hoe
-gezellig dit anders mocht zijn, bij vorst in het water kon het soms
-nog een heel getob worden, dat gewoonlijk eindigde met het uitwerpen
-van het anker, om op een betere gelegenheid te wachten.
-
-Die betere gelegenheid moest men meestal zelf zoo spoedig doenlijk
-bij den kop zien te vatten. Want in den riviermond kon men niet
-blijven. Telkens bracht de ebbe van boven een al talrijker wordende
-massa ijsbrokken aan, weldra van ijsschotsen, op elkaar schuivend en
-hoe langer hoe geweldiger wordend.
-
-Ook konden, op schier onbegrijpelijke wijze, plotseling kolossale
-stukken ijs van den bodem oprijzen en ineens van alle kanten de
-rivier bedekken.
-
-Wel duwde de vloed die massa terug of bracht ze althans in beweging,
-ze in elk geval opstuwend tegen de oevers, waar ze hoe langer hoe
-meer op elkaar gestapeld werden. Doch na eenige uren kwam de ebbe
-weer door, en als eenmaal een gedeelte der rivier vast ging zitten,
-was er geen denken meer aan, om de vaargeul open te houden.
-
-De schepen, die op stroom lagen, zochten liever de veilige haven op,
-maar "de Gouden Leeuw" moest eruit, het kostte wat het wilde, moest
-de vrije zee bereiken, voor en aleer de ijsgang in het Goereesche
-Gat dit onmogelijk maakte.
-
-Niet alleen, omdat hij voor het eerst de wijde wereld in zou zeilen,
-heeft de ons bekende scheepsjongen van "de Gouden Leeuw" den 21sten
-dag van die Januarimaand onthouden en opgeteekend in zijn dagboek,
-maar niet het minst, omdat het bij die gelegenheid zoo verbazend
-zwaar toeging. Een ander schip, waarover Heyndrik Buys gezagvoerder
-was, kon tot een voorbeeld strekken, hoe gevaarlijk het was, met
-zulk een sterken ijsgang de proef te nemen, om naar buiten te komen.
-Het "verzeilde", aldus heeft Witte dat aangeteekend.
-
-Dat kon echter kapitein Geen Huyghen Schapenham den moed niet doen
-verliezen. Het ging erop of eronder, en dat wel naar de getuigenis
-van denzelfden scheepsjongen "met groot perikel". Ontzaglijk leden
-de manschappen, die bij die felle koude vele uren lang in het want
-moesten doorbrengen of op het gladde dek, dan wel in de roeibootjes,
-als er ankers of allerlei lijnen moesten uitgebracht worden, zonder
-eenige beschutting overgeleverd aan den tot op het gebeente
-doordringenden, ijskouden Oostenwind. Krom stonden de vingers van de
-koude. Tóch moesten knoopen gelegd worden of losgemaakt, tóch het
-ijzer van anker of spil aangeraakt worden, al voelde dat aan, of de
-huid aan het metaal bleef vastkleven.
-
-
-[Illustratie: Het ging erop of eronder "met groot perikel".]
-
-
-Stel u ook niet die matrozen dik gekleed voor! Dat kon niet bij die
-vlugge bewegingen, dat opvliegen in het want, dat neerstorten in de
-booten. Ook ging het aan boord meestal op de bloote voeten.
-
-Het is dan ook niet te verwonderen, dat, gelijk al diezelfde
-scheepsjongen getuigde: "in 't uitzeilen van 't Goedereesche Gat
-door de vehemente vorst, veel van 't volk haar voeten of teenen
-afgevroren" waren.
-
-Wonderlijk! Die bezige menschen merkten in die benarde uren daar
-weinig van. Eerst een maand later, toen zij in de warmere streken
-der wereld waren aangekomen, begon zich dat te openbaren, en moest
-men de zieken aan land brengen, waar er tenten voor hen opgericht
-werden en men hen zoo goed en zoo kwaad dat in dien tijd ging,
-verpleegde. Maar enkelen van die rappe maats zagen nooit meer het
-vaderland terug. Zij liggen begraven in Isle de Majo, een der
-Kaapverdische eilanden....
-
-Het was wel een hard begin geweest voor Witte, die zóó van de
-kleermakerstafel in het ruwe, onbarmhartige leven van den varensman
-der 17e eeuw overgeplaatst kwam. Het had ook niet erger gekund, en
-vrouw Stoffelsen beschouwde het daarom als een straf en het was wèl
-jammer voor haar, dat zij tijdens die benauwde uren in het
-Goereesche Zeegat niet aan boord tegenwoordig kon zijn, om haar
-meening in deze aan den gewezen snijdersleerling zoo nu en dan
-kenbaar te maken.
-
-Nu moet het gezegd worden, dat zij haar tijd niet verloren had laten
-gaan. Nauw had Witte zich in dienst begeven van de Oost-Indische
-Compagnie ter Kamer te Rotterdam -- want daarvoor voer "de Gouden
-Leeuw" uit -- of het was haar een lust geweest allerlei sombere
-profetieën over zijn stuggen kop uit te storten.
-
-Toch was haar dat dienstnemen van den voormaligen leerjongen niet
-onvoordeelig geweest.
-
-Om een ongunstig getuigschrift of wel een heel gezanik met het
-Kleermakers- of Sint-Franciscusgilde te voorkomen en te vermijden,
-had moeder de With, die anders daarvoor wel de minst geëigende
-persoon was, alles in der minne weten te schikken, en was heel zijn
-zeemansuitrusting, wat ten minste de kleederen betrof, aan meester
-Jochum opgedragen, een voordeeltje, waar hij niet zuur om keek.
-Waarbij kwam, dat hij niet het kleinste muntstukje had uit te
-betalen aan zijn helper, die, niemand anders dan Witte was.
-
-En voor ditmaal een uitnemende hulp!
-
-Witte had op de kleermakerstafel nooit zulk een ijver betoond als
-nu. Hij werkte van den vroegen morgen tot den laten avond, en prikte
-zoodanig naar hartelust, dat vrouw Stoffelsen, die zich zijn luieren
-en tegenspartelen van nog niet zoo heel lang geleden maar al te goed
-herinnerde, daar een reden in vond om zich boos te maken en oude
-koeien uit de sloot te halen.
-
-Die oude koeien zette zij vlak voor Witte neer, en dan begon ze, hoe
-venijniger hoe liever.
-
-Ze kòn dat eenvoudig niet laten. En om eerlijk de waarheid te
-zeggen, werd zij nu daarin gestijfd door Witte zelf, op wiens gelaat
-bij de beschouwingen van zijn gewezen meesteres, telkens een fijn,
-tergend lachje te voorschijn kwam, een Judaslachje, gelijk moeder
-Stoffelsen zich uitdrukte.
-
-"Ja," had ze bij zulk een gelegenheid gezegd, "lach me maar uit,
-lansje! Je bènt er nog niet. Je hebt twaalf ambachten en dertien
-ongelukken..."
-
-"Ho, ho, vrouw Stoffelsen... ik ben pas zoowat op het helftje!"
-
-"Dáárom zei ik het ook," grijnsde nu ook zij, waardoor haar nogal
-geschonden gebit bloot kwam, wat haar er nu juist niet mooier op
-maakte, "dáárom zei ik het ook. Want je nieuwe ambacht zal je
-natuurlijk ook niet blijven bevallen, zoowaar ik vrouw Stoffelsen
-heet."
-
-"Best mogelijk!" sarde Witte.
-
-"Maar daar zit-je vast aan!" triomfeerde zij, "want op zee kun-je
-niet wegloopen."
-
-"Best, hoor!"
-
-"Neen, monster! Daar zit-je in een notedop op een water, waar
-nergens een plekje land te zien is."
-
-"We doen toch wel eens een haven aan, vrouw Stoffelsen!"
-
-"Ei, wat.... Zou-je willen deserteeren, jou, galgenaas?"
-
-"Waarom niet? Net zoo goed als van de kleermakerstafel!"
-
-Nu verried het gelaat van de vrouw, hoe vol ze was geworden van
-inwendige pret.
-
-"Probeer dat eens!"
-
-"Als ik er kans toe zie!" plaagde Witte.
-
-"Je durft niet!... Want als ze je te pakken krijgen...."
-
-"Dàt zit nog, moeder!"
-
-"Zitten?.... Dat zullen ze jou laten doen, vrind, en wat harder dan
-op de kleermakerstafel, dàt beloof ik je."
-
-"Te deksel, dat zal dan wèl hard zijn, hoor.... Maar ook van die
-tafel ben ik afgekomen, dus...."
-
-"O ja, uit de gevangenis zul-je ook wel geleid worden, maar naar een
-plaats, waar je niet meer hoeft te zitten."
-
-"Moet ik dan staan?"
-
-"Ja, voor mijn part voegen ze er tot verzwaring van je straf nog
-bij, dat ze je een paar uur te pronk stellen met een bord voor je
-lijf."
-
-"En dan, vrouw Stoffelsen?"
-
-"Dan hangen ze je op!"
-
-Nu barstte Witte in een luiden lach uit.
-
-"Wat zul-je daar een spijt van hebben, vrouw Stoffelsen!"
-
-Het gelaat van de eerbare vrouw trok schijnheilig samen.
-
-"Dat zal ik zeker," betuigde zij.
-
-"Ja, maar ik bedoel niet van dat ophangen."
-
-"Waarvan dan?"
-
-"Dat je er niet bij zal kunnen zijn!"
-
-Vrouw Stoffelsen zwol op. Graag had ze haar slof uitgetrokken, om er
-dien onbeschaamden rekel mee om de ooren te geven, maar nu hij niet
-meer de leerjongen van haar goeden man was, ging dat niet langer.
-
-Die goede man kwam nu tusschen beiden.
-
-Tot nu toe had hij het die twee maar met elkaar laten uitvechten.
-Zoolang zijn vrouw op voet van oorlog met een ander was, had hij
-vrede, en hij wàs een man des vredes.
-
-Nu kwam hij wel niet met een vaderlijke redeneering of een wijze
-spreuk voor den dag. Om eerlijk de waarheid te zeggen, vond hij
-zooiets ten opzichte van zijn wederhelft als het werpen van paarlen
-voor de zwijnen. Maar hij vond de zoo noodige afleiding door de
-meening te kennen te te geven, dat er "volk" in de taveerne was.
-
-Dat werkte altijd uitstekend op zijn wederhelft. Want mocht het
-blijken, dat hij zich zoowaar vergist had, dan kon dat "volk" er
-toch wel geweest zijn, maar zich weer verwijderd hebben, hetgeen
-vrouw Stoffelsen tot de zekere proef zou leiden om de voordeur te
-openen en de straat langs te zien.
-
-Bijna altijd werd dan wel een buurvrouw ontdekt, met wie eenige meer
-of minder vriendschappelijke woorden over de vele gebreken der
-menschheid te wisselen viel.
-
-Na al het voorgaande, kan men zich wel voorstellen, dat het afscheid
-van dit echtpaar voor onzen Witte wel om te overkomen was geweest,
-en, hoe weinig lachebek hij van nature ook mocht zijn, toch had het
-weinig gescheeld, of hij had door zijn gegrinnik al de goede
-zedelessen, welke hem vrouw Stoffelsen op zijn verdere levensreis
-medegaf, in even zooveel voorspellingen, als dat hij voor galg en
-rad opgroeide, doen omslaan. Het was de baas met zijn knipbeenen,
-die, door zijn jarenlange ervaring hoe men met zijn wijfje moest
-omgaan, ook ditmaal uitkomst gaf.
-
-Het afscheid van zijn moeder was koel en strak geweest.
-
-Alles wat er voor hem te doen viel, had zij gedaan.
-
-
-[Illustratie: Dat er "volk" in de taveerne was.]
-
-
-Aan zijn uitrusting ontbrak niets. Ja toch iets: de hartelijkheid,
-het medeleven van de laatste uren, die haar zoon in het ouderlijke
-huis doorbracht.
-
-Toen het zoo ontzettend koud werd, en zij haar jongen in den breeden
-riviermond wist, zonder eenige beschutting voor den huilenden
-NoordOoster, trok haar gelaat wel pijnlijk samen, maar geen woord
-kwam daarover tot een ander, hetwelk een kijkje had kunnen geven in
-haar hart.
-
-Een moeder vergeet haar kind nooit; maar wat deze leed en deze bad,
-bleef een geheim tusschen haar en den Hemelschen Vader, den eenigen,
-aan wien zij haar zoon opdroeg.
-
-Wat Witte betrof, ook hij liet zich niet uit over dat afscheid, en
-mocht het toch wel eenigen indruk op hem gemaakt hebben, dan was de
-herinnering daaraan niet van dien aard, dat zij hem voor langen tijd
-tot neerslachtigheid zou gestemd hebben. Want telkens kwam als een
-luchtstroom van geluk het gevoel over hem, dat hij eindelijk zijn
-levensdoel bereikt had.
-
-Dàt jubelde maar door hem heen. Elk stuk van zijn uitrusting was bij
-het gereedkomen een tastbaar bewijs, dat het dan toch heusch waar
-was en geen droom, die heerlijke verzekerdheid van naar zee te mogen
-gaan.
-
-Wat konden hem kou en ongemak deren!
-
-Een warm gevoel van geluk overstroomde hem, deed zijn hart kloppen
-en zijn polsen jagen. Keken de matrozen een beetje zuinig naar dien
-strakken winterhemel, hij vond dien even stralend als zijn toekomst.
-En toen hij op een vroegen morgen afscheid nam van Marie -- het
-vroor dat het kraakte en de lucht leek wel vervuld van prikkelende
-ijsnaaldjes -- zag hij in het ochtendlicht den Brielschen toren, met
-die groene plekjes van de korstmossen erover gefluweeld, als
-omhangen met een rose kleed: het lichtrood van zijn toekomst!
-
-Het lag nu ook op zijn wangen, zijn heldere kijkers straalden van
-opgewektheid.
-
-"Als ik terugkom, Marie.... over jaren...."
-
-"Véél jaren, Witte?"
-
-Hij knikte.
-
-"Voor jou zullen ze gauw genoeg voorbij zijn," klaagde zij, "maar
-voor mij...."
-
-Hij zag weer op tot den Brielschen toren, den geweldigen Heerscher
-aan den Mond der Maas.
-
-Toen stak hij zijn hand uit.
-
-"Zul-je dikwijls aan me denken, Marie?"
-
-Zij knikte.
-
-"Ik zal je niet vergeten, Witte."
-
-Nu zagen zijn felle oogen haar aan, zooals slechts hij iemand,
-hetzij dan vriend of vijand, kon aanzien.
-
-"Daar zullen er wel meer aan me blijven denken... aan den jongen van
-wien toch niemendal terecht zal komen.... Neen, stil, Marie, ik weet
-van jou wel beter! Maar het zal ze tegenvallen. Want wat ik eenmaal
-wil, geef ik niet op, Marie!"
-
-Hij zweeg even.
-
-Toen voegde hij erbij:
-
-"Als het God belieft, Marie!"
-
-Zij boog het hoofd. Iets vochtigs kwam in haar oogen.
-
-Dàt kon hij niet aanzien. Nog een handdruk en hij ging ervan door.
-
-Dit afscheid en dat van zijn moeder was hem zeker niet licht
-gevallen. Met voordicht vermijden wij het gebruik van het woordje
-"zwaar". Dáárvoor was hij door heel zijn innerlijk heen eigenlijk
-veel te gelukkig. En in dat geluk werd hij bevestigd bij zijn
-overige afscheidsbezoeken.
-
-Zoo was ds. Leo van Nieuwenhoorn haast net zoo blij als zijn
-doopkind.
-
-Hij had altijd wat in den jongen gezien, het bejammerd, dat zulk een
-karakter in een niet geliefd ambacht werd opgesloten en was er nu
-zeker van, dat er uit den knaap voor den dag zou komen, wat hij er
-altijd in gezocht had. Hij gaf hem nog heel wat goede lessen mede op
-zijn verdere levensreis en met meer aandacht dan men van zulk een
-stuggen knaap verwacht zou hebben, luisterde deze daarnaar, ze
-opnemende in zijn hart.
-
-Van het oogenblik af, dat Witte op zijn schip gekomen was, leek het
-wel, alsof er een geheele verandering met hem had plaats gehad. Geen
-ijveriger, vlugger, welwillender en oppassender jongen dan hij. Welk
-werk, hoe lastig, vervelend of onaangenaam, hem ook opgedragen mocht
-worden, voor hem kwam er het gezellige en aantrekkelijke van zijn
-huidige opgeruimdheid over.
-
-Het was er verre vandaan, dat hij de luchtigheid van Hans zou
-getoond hebben. Hij was en bleef rustiger en koeler. Maar het leek
-wel, alsof er iets triomfantelijks over heel zijn doen en laten
-gekomen was, of juister gezegd: een volkomen zekerheid, dat hij al
-zijn best zou doen, wàt hem ook bevolen werd en dat zijn werk goed
-zou zijn.
-
-Van de vreeselijke koude in het Goereesche Zeegat heeft hij geen
-kwade gevolgen ondervonden.
-
-Nu is het waar, dat hij een stevige jongen was, die zich nooit
-ontzien had; maar de overgang van het huis zittend leven tot het
-zich bewegen in de open lucht bij een temperatuur van verscheiden
-graden onder het nulpunt, moest hem toch wel aanpakken.
-
-
-[Illustratie: Hij gaf hem nog heel wat goede lessen mede.]
-
-
-Gelukkig voor hem behoefde hij nog niet veel diensten te verrichten
-in die tallooze touwen en touwtjes, welke een zeeschip uit die dagen
-van het dek tot het topje van den grooten mast als een web van
-spinnedraden omgaven. Als dienaar van den scheepskapitein was hij
-meer aangewezen op een verblijf in de kajuit of op het dek. Wat niet
-wegnam, dat hij niet bij het fornuis een dutje kon gaan doen, en dat
-een schip, bestemd voor een reis naar Oost-Indië, meer op het
-doorstaan van een tropische hitte dan voor de ongemakken van een
-Poolreis was ingericht. Ten minste ten opzichte van de brandstoffen
-en gelegenheden tot verwarming. Want wat de dompigheid en de
-ongeriefelijkheid der menschelijke verblijfplaatsen betrof, gaven
-die twee in het tijdperk onzer ontdekkingstochten elkaar niet veel
-toe.
-
-Welk een getob, ja, welk een ellende die ijsgang in het Goereesche
-Zeegat ook aan de equipage van "de Gouden Leeuw" gegeven mocht
-hebben, het bleek ook bij deze gelegenheid, dat het Engelsche
-spreekwoord "Waar er een wil is, is ook een weg", door de
-Hollandsche Jantjes met glorie in toepassing gebracht kon worden.
-Hoe meer men de zee naderde, hoe meer zich het ijs bros en voos ging
-toonen, en eindelijk, daar lag de groote plas voor het oog van den
-nieuwen scheepsjongen, de Noordzee, in haar kilheid van dezen
-strengen winter lichtgroen afstekend tegen den wolkeloozen
-vrieshemel. En prachtig was het om te zien, hoe door dat lichtgroen
-boven de zandplaten telkens glinsterend witte, in de zon fonkelende,
-breede witte ruggen opribden.
-
-Onze scheepsjongen kòn het niet nalaten even zijn werk in den steek
-te laten, en niemand nam het hem op dat pas kwalijk. Van allen, die
-er op dit oogenblik gelegenheid toe hadden, gingen de blikken
-dáárheen.
-
-Even nog omgezien naar de duinen en de daarachter oprijzende
-torens van het vaderland.
-
-Toen weer vooruit.
-
-Want dáár lag de toekomst.
-
-En het was meer in de toekomst dan in het verleden, dat de Jantjes
-uit ons Heldentijdperk geleefd hebben....
-
-
-
-
-X.
-
-ONDER DE LINIE.
-
-
-Door de onvermijdelijke zeeziekte-periode was Witte vrij spoedig
-heengerold.
-
-Was hij een groote meneer geweest met een half dozijn bedienden om
-hem bij te staan, hardop te beklagen en stilletjes uit te lachen,
-ja, dan zou die krankheid niet alleen een kop en een lang lichaam,
-maar ook een heel langen staart gehad hebben.
-
-Met een scheepsjongen werd echter een klein beetje anders
-omgesprongen! Dien stuurde men met een bakje vet het want in, en dan
-moest hij maar zien, hoe hij het daar hoog in de lucht met de
-veel-vermaarde zee-bezoeking op een accoordje kon gooien. Zachte
-meesters maken stinkende wonden, zeiden onze voorouders, en de
-zeevader van een kajuitsjongen kon moeilijk onder het zoetsappig
-menschensoortje gerekend worden. Zelf was zoo'n opvoeder het
-zeemansleven eer ingeschopt dan ingeleid, en omdat hij er flink en
-gezond en robuust bij geworden was, paste hij met de noodige
-aanspraken, die, hoewel niet veel van loftuitingen weghebbend, in
-elk geval de verdienste bezaten van zeer kort en zeer pakkend te
-zijn, diezelfde opvoedingsmethode op alweer een nieuw geslacht toe.
-Witte heeft er geen woord van opgeschreven, hoe dat met hem en de
-zeeziekte gesteld is geweest. Zeker echter is het, dat hij tien
-dagen na de uitvaart, dus op den 31 Januari 1616, al heelemaal met
-zijn hersenen bij de zeezaken kon zijn en niet meer als een
-kabeljauw uit zijn oogen zag.
-
-Men bevond zich toen pas aan het einde -- of van den Oceaan af
-gerekend aan het begin -- van het Kanaal, waaruit we kunnen opmaken,
-dat men bar-veel met tegenwind had moeten worstelen, want als men
-dat eindje op de kaart nagaat, moet men eerlijk bekennen, dat "de
-Gouden Leeuw" niet veel was opgeschoten in die tien dagen tijds.
-
-Op die plaats dan trof men vier Hollandsche schepen aan, die ook
-naar Oostinje op weg waren en voor dezelfde Compagnie voeren. Het
-waren "de Eendracht" en "de Trouwe" van Amsterdam, "de Banthem" van
-Enkhuizen en "de Westvriesland" van Hoorn.
-
-Het was geen toeval dat die schepen elkaar "bejegenden". Kapitein
-Schapenham was er natuurlijk van onderricht.
-
-In deze tijden toch was het beter om er met z'n vijfjes
-goedgewapende oorlogsschepen op uit te zeilen, dan op z'n eigen
-houtje den tocht naar Oostinje te ondernemen.
-
-Wel hadden wij met Spanje een wapenstilstand voor den tijd van
-twaalf jaren gesloten, maar dat strekte zich niet uit tot de Indiën.
-
-Bovendien was juist door het Bestand de zeerooverij bijzonder
-toegenomen, gelijk we straks nader zullen hooren. En verder....
-onze buren van over de zee, de Engelschen, volgden ons als onze
-schaduw naar de Indiën, in welk geweldig eilandenrijk beide
-Europeesche buurtjes er niet al te zeer tegen op zagen elkaar af en
-toe in de haren te vliegen of de inlandsche vorsten tegen elkaar en
-niet minder tegen de andere blanken op te stoken. Ja, die
-bleekgezichten hebben heel wat wonderlijke noten op hun zang gehad!
-
-Welke noot onze joviale vriend Hans op _zijn_ zang had, weten we al:
-dolgraag zou hij op "de Westvriesland" overgeplaatst zijn, en daarom
-was het een hard gelag voor hem, toen hij het schip van zijn
-geboortestad Hoorn vlak voor zijn kluisgaten kreeg.
-
-"Daar had ik nu als matroos den banjer op kunnen spelen," gromde --
-in zooverre dat den immer opgeruimden knaap kon afgaan -- hij tegen
-Witte, aan wien hij, uit het want, de verschillende zeekasteelen
-aanduidde.
-
-"Kom, Hans wie weet, wat er nog gebeuren kan!"
-
-"Wel, heb ik van m'n leven! Sedert jij net als een slang je
-huid -- nou ja, je kleermakershuid dan! -- hebt afgestroopt, zie-jij
-nergens meer bezwaren in."
-
-"Die zullen wel weer komen," glimlachte Witte. "Alles op z'n tijd,
-maat! Maar voorloopig ben ik veel te blij, dat ik uit al dat gezanik
-ben. O, wat een geluk, zeeman te zijn!"
-
-"Jij?.... Wat een verbeelding!.... Zeeman van een blauwen Maandag,
-hoor! Je komt pas kijken.... weet op z'n best, hoe je een dweil in
-je knuisten moet houden, en al wist-je dat, dan doe-je het nog
-verkeerd, sukkel! De eene bootsman trapt je links, en de andere
-rechts, en dat wou nu al gaan praten van zeeman?"
-
-
-[Illustratie: De verschillende zeekasteelen aanduidde.]
-
-
-"Ben-je haast klaar?" vroeg Witte.
-
-"Klaar?.... Ik begin pas!"
-
-"Wacht dan even, want ik wou het even over dat trappen hebben. Laat
-ik me dat doen, Hans?"
-
-Hans keek hem aan, zooals hij daar, blootshoofds, zijn rood-baaien
-trui los om den naakten hals, de mouwen hoog opgestroopt, in het
-want hing. Neen, die branie met zijn vurige oogen en zijn norsch
-gezicht, zag er niet naar uit, om zich door den eersten den besten
-in een hoekje te laten duwen.
-
-"Nou?" vroeg Witte, die best snapte, wat die onderzoekende blik van
-zijn maat voor een beteekenis had en nu wel graag eens een
-goedkeurend en aanmoedigend woordje hoorde, waarmee hij trouwens
-nooit verwend was geworden in zijn leven aan wal.
-
-Maar Hans snapte dat ook, en begon hem daarom ongenadig te plagen.
-
-Daar kon Witte nog niet te best tegen, en terugplagen ging hem
-heelemaal nog niet goed af. Gelukkig, dat de drukte, veroorzaakt
-door het bij elkaar komen der schepen, of juister van de
-bevelhebbers, die nu heel wat met elkaar te bespreken kregen, genoeg
-bezigheid aan het scheepsvolk en daardoor voldoende afleiding zoowel
-aan Hans als aan Witte gaf, om hun gedachten een andere richting
-heen te voeren.
-
-Toch nam Hans zich stellig voor om bij gelegenheid eens een balletje
-op te gooien, bijvoorbeeld wanneer hij eens op het achterdek
-geroepen werd, waar de plaats der officieren was, om op "de
-Westvriesland" overgeplaatst te worden. Licht viel daar door
-ongesteldheid of sterfgeval een matroos uit, en dan was het niet
-kwaad, als men zijn naam alvast in de gedachten had.
-
-Nu, dat was niet dom geredeneerd van onzen Hans.
-
-Alleen vergat hij, dat zulk een open plaats zich door dezelfde
-omstandigheden ook aan boord van "de Gouden Leeuw" kon voordoen. En,
-ach en wee voor onzen vriend, hij was al heelemaal vergeten, hoeveel
-de equipage daarvan bij die koude in het Goereesche Zeegat geleden
-had.
-
-We hebben al verteld, hoe de gevolgen daarvan zich pas in de warmere
-streken begonnen te openbaren. En als ik daar het woordje "pas"
-gebruikte, wil dat nu niet zeggen, dat men ook al zulk een geruimen
-tijd over de reis moest doen als in het begin. Neen, men bevond zich
-reeds den 21sten Februari bij de Kaapverdische eilanden, en, gelijk
-wij reeds weten, werd een daarvan, namelijk het eiland Maio of wel
-Isle de Majo, uitgekozen tot herstellingsoord voor de zieken van "de
-Gouden Leeuw".
-
-Men bleef daar tot den 3den Maart, waarna de overlevenden
-ingescheept werden, maar het spreekt vanzelf, dat die vooreerst nog
-geen zwaren dienst konden doen. En nu men er ook op dat eiland had
-moeten begraven, ligt het voor de hand, dat er aan boord van dit
-schip eer krachten noodig waren, dan dat er, gelijk Hans zoo vurig
-gehoopt had, gemist konden worden.
-
-Gevolgelijk was het kapitein Schapenham, die aan zijn vriend, den
-gezagvoerder van "de Westvriesland", het verzoek richtte om hem
-eenige zijner onderhebbenden in bruikleen te geven. Daarvan telde de
-equipage 360 koppen, waaronder 60 jongens van Hoorn. Maar van die
-laatsten stond de gezagvoerder er niet een af.
-
-"Op hen kan ik in alle omstandigheden rekenen," verklaarde hij
-eerlijk en openhartig aan kapitein Schapenham.
-
-Die knipoogde eens.
-
-"De rest is dus maar zoo.... zoo?.... En dáárvan krijg ik zeker nog
-het uitschot?" De gezagvoerder van "de Westvriesland" werd om deze
-opmerking niet boos, want hij zag wel, dat kapitein Schapenham hem
-een beetje plaagde.
-
-"Wat zal ik je zeggen, Schapenham? Die rest --zooals je maar
-eventjes niet minder dan driehonderd man gelieft te
-noemen -- bestaat uit voortreffelijke zeelui, en daaronder veel van
-den Zaankant vandaan maar ze zijn eigenlijk van alles door elkaar."
-
-"Ja, ja.... 't Is bij mij ook zoo! Door het Bestand zijn een massa
-oorlogsmatrozen ontslagen en die zoeken hun heil in de koopvaardij,
-in de Indiënvaart...."
-
-"En in de zeerooverij!" viel zijn collega hem met een veelzeggend
-glimlachje in de rede.
-
-"Juist wat ik zeggen wou," bekende kapitein Schapenham.
-
-De gezagvoerder van "de Westvriesland" knikte.
-
-"'t Zijn tegenwoordig rare streken, die onze zeelui op hun kompas
-gekregen hebben, Schapenham! Je bent ouder dan ik, en wie ouder is
-en niet met gesloten oogen geleefd heeft, is vanzelf ook wijzer.
-Maar of je in dit opzicht zulk een wonderlijken tijd beleefd hebt,
-kan ik haast niet gelooven."
-
-"Och, vriend," gaf hierop onze kapitein ten antwoord, "ik geloof
-wel, dat het niet zoo heel erg is, als sommige schippers er
-sprookjes van vertellen. Je weet, die veel gereisd heeft en vooral
-die van verre komt, kan je veel verhaaltjes op de mouw spelden. Maar
-waar is het, dat de jongens onder mekaar er niet over uitgepraat
-komen, hoeveel er bij de vrije vaart te winnen valt."
-
-"Te verliezen toch ook.... al was het maar hun leven. En als ik
-'maar' zeg, is dat enkel bij wijze van spreken. Want 't is toch het
-kostelijkste, wat zoo'n jongen in zijn matrozenbaaitje heeft
-steken."
-
-"Daar denkt zoo'n jonge losbol al evenmin aan als aan zijn
-onsterfelijke ziel!" voegde kapitein Schapenham er ernstig bij. "Er
-moet maar een slecht element aan boord zijn, een zwalker, die
-eigenlijk niets meer heeft te verliezen. Die begint de jongens, als
-ze des nachts op wacht zijn, of met mooi weer wat kunnen luieren,
-aan hun hoofd te praten van al de schatten, die met de vrije vaart
-te verdienen zijn. Hoe Simon de Danser, en wie heb-je tegenwoordig
-al niet meer, op eenzaam gelegen eilanden of bij de Ongeloovigen aan
-de Noordkust van Afrika, prachtige buitenverblijven hebben en verder
-al wat een jong zeemanshart bekoren kan. De jongens worden zoo gek
-op zulk een vrij, bandeloos zeerooversleven, dat ze in staat zouden
-zijn hun officieren te vermoorden en over boord te smijten, zich
-meester te maken van het schip en zoowaar ook al op zeeroof te
-gaan."
-
-"Daarom," voegde de gezagvoerder van "de Westvriesland" hierbij,
-"ben ik zoo in mijn schik ten minste een vaste kern van vertrouwbare
-personen bij mij aan boord te hebben. Ik ken die Hoornsche jongens
-zoo goed als allemaal, en kan tot in den dood op hen rekenen."
-
-"Dat kan ik op mijn equipage ook. En bovendien ik houd een oog in 't
-zeil. Daarom zal ik op het stelletje, dat je me op den hals schuift,
-extra goed, letten."
-
-De kapitein van "de Westvriesland" lachte.
-
-"Wie weet, of ik ze nog niet als brave borsten van je terugkrijg."
-
-"Laat dat maar aan mij over, hoor! Ik zet er nog al den duim op,
-moet-je weten."
-
-Nu, dat deed zijn collega werkelijk niet minder. Er heerschte in die
-dagen een strenge tucht aan boord van de oorlogsschepen, en wel een
-tucht, die aan ons onmenschelijk lijkt. Er werd geslagen, gegeeseld,
-van de ra geworpen, gekielhaald en wat al niet meer.
-
-Geen wonder, dat als het te erg werd, er wel eens zoo'n geteisterde
-equipage in opstand kwam, de officieren gevangen nam, op een eenzaam
-eiland aan wal zette, indien men er al niet dadelijk een eind aan
-gemaakt had, of ze in een roeibootje de wijde, onbegrensde zee op
-stuurde.
-
-Na zoo'n oproer was de equipage vogelvrij, kon tenminste nooit meer
-in een vaderlandsche haven komen, zonder met den strop kennis te
-maken. Welnu, dan sneed men alle banden met de beschaafde
-maatschappij door en was er een zeerooversschip meer op den oceaan.
-
-Het is dan ook de onvergankelijke eer van een Maerten Harpertszoon
-Tromp geweest, om aan het ruwe volkje van de zee -- want ruw wàs
-het! -- een meer menschwaardig bestaan te verschaffen. In vergelding
-daarvoor gaf het hem den eerenaam van "bestevaer", en bleef hem
-trouw, ook onder de moeilijkste omstandigheden.
-
-Doch wat de toekomst nog zou brengen, kon aan de beide
-gezagvoerders, wier onderhoud we bijwoonden, nog niet bekend zijn.
-Zij moesten roeien met de riemen, die zij hadden, dat wil zeggen: op
-een langdurige reis en door gevaarlijke streken en bezwaarlijke
-omstandigheden heen, den wind bij hun ondergeschikten, die lang niet
-van de gemakkelijksten waren, eronder houden.
-
-En voor onze reizigers kwam er weldra een moeilijke tijd. Men
-naderde de linie, en daar kon het wel eens een getob van tegenwind,
-of, wat nog erger was, van windstilte geven.
-
-Tot nu toe was de vaart, behalve in het Kanaal, vrij voorspoedig
-gegaan. Nu echter liep alles tegen, en niet minder dan
-drie-en-een-halve maand was men genoodzaakt om en bij de linie te
-blijven, wijl bijna voortdurend de wind uit den Zuidelijken hoek
-woei.
-
-De eenige afwisseling in dit wanhopig eentonige leven was de
-ontmoeting met twee Portugeesche schepen. Men maakte er zich meester
-van en bevond, dat zij in hoofdzaak met wijn bevracht waren. Die
-vaten en alle verdere koopmanschappen bracht men over aan eigen
-boord en liet de Portugeezen vrij, al dan niet hun reis naar
-Brazilië te vervolgen.
-
-Ook had, bij het passeeren der linie, het gewone inwijdingsfeest
-plaats voor de nieuwelingen. Neptunis kwam voor den dag met zijn
-vrouw en zijn "zeuntje"; de luidjes, die ingewijd werden, kregen hun
-stortbad, nadat zij ingezeept en met het blikken mes geschoren
-waren. Daarna behoorden zij tot de echte zeerobben, tot de bazen,
-die er voortaan zijn mochten. "Hij is de linie gepasseerd," zegt men
-nog van iemand, wien men geen knollen voor citroenen kan verkoopen.
-
-Ook Witte, welk een lastig heer hij mocht zijn, was voor Neptunis
-heel kleintjes en nederigjes geweest, maar toen zijn doop achter den
-rug was, gevoelde hij zich als een echt zeeman, die wat te vertellen
-had aan de landkrabben, wanneer hij die na jaar en dag wederom
-ontmoeten zou.
-
-Uitgenomen deze twee voorvallen, was het aan boord van de
-Oostinjevaarders een leven, dat men zoowaar niet aan zijn ergsten
-vijand gegund zou hebben.
-
-Stel u voor: altijd een zwoele, vochtige warmte, waaraan men nacht
-noch dag ontkomen kon. En in die benauwde hitte.... altijd maar eten
-van gezouten vleesch of spek, van boonen en erwten en gort, terwijl
-al wat men dronk, zoowel het water dat naar het vat smaakte, als het
-scheepsbier, alle frischheid miste.
-
-"Wat begint ons spek er geel uit te zien!" zei Witte op een van die
-drukkende, benauwde dagen tot Hans.
-
-Deze glimlachte eens.
-
-"Dukaten-goud!" schertste hij.
-
-Witte, van eigen natuur prikkelbaar, was dit onder die voortdurende
-hitte en dat vervelende leven van maar afwachten en allerlei werkjes
-opzoeken om toch maar wat te doen te hebben, nog een haartje erger
-geworden.
-
-"Jij steekt overal den gek mee!" gromde hij.
-
-"Ik?.... Wel, als een mensch dàt onder de linie niet doet, zou hij
-tureluursch worden."
-
-"Dat word ik van de kakkerlakken," ging Witte al maar voort te
-grommen.
-
-"Vergeet toch alsjeblieft die lieve insecten in je beschuit niet,"
-plaagde Hans.
-
-
-[Illustratie: "Dukaten-goud!" schertste hij.]
-
-
-Witte zette een vies gezicht en maakte een gebaar van afschuw.
-
-Hans keek hem aan.
-
-"Ben-jij een jongen, die de linie gepasseerd is?"
-
-"Wat zou dat?"
-
-"Wat dat zou? Wel die ziet nergens tegen op, of staat nergens voor."
-
-"Maar die wormen en torretjes in je beschuit...."
-
-"'t Mocht wat!.... Waar ter wereld zul-je dat kunstje kunnen
-vertoonen van aan je scheepskaak te fluiten?"
-
-"Aan je scheepskaak te fluiten!...."
-
-"Wel ja!.... In de mijne waren zooveel beesten met en zonder pooten,
-dat als ik m'n stuk op dek lei en ik floot, het vanzelf naar mij toe
-kwam wandelen."
-
-"Loop!" zei Witte, een beetje boos, omdat Hans hem er zoo had
-doorgehaald.
-
-"Loopen?.... We blijven stilletjes zitten.... Of liggen, al naar je
-'t neemt. Maar al ga-je staan of hangen, vergeet toch alsjeblieft
-één ding niet, en dat is, dat je hier niet voor je plezier ben."
-
-"Voor mijn verdriet ben ik toch niet gaan varen zou ik denken?"
-
-Hans maakte een gebaar, als wilde hij zeggen: "Hoor toch zoo'n kind
-eens!"
-
-"Ga-je nou al piepen?" sprak hij. "Wacht maar een paar dagen en je
-zult nog heel wat anders beleven."
-
-"Moeten er dan nog erger dingen gebeuren?"
-
-Hans knikte.
-
-"Wees maar blij, dat je niet gezouten bent."
-
-"Gezouten?.... Ben-je heelemaal?"
-
-"Nu ja, zoo noemen we de matrozen, die eigenlijk de beste zijn,
-omdat zij het langst gevaren hebben en zooveel achter den rug
-hebben. Dat soortje heeft van z'n levensdagen zooveel gezouten
-goedje door het keelgat verwerkt, dat ze er heelemaal van
-doortrokken zijn. 't Is door heel d'r lichaam gaan zitten."
-
-"Maak dat een ander wijs!"
-
-"'k Maak je niets wijs. 't Is de waarheid. En gauw genoeg zul-je de
-ellende daarvan zelf aanschouwen."
-
-"Welke ellende?"
-
-"De scheurbuik, maat!"
-
-Witte voelde zich bij die op somberen toon geuite woorden een steek
-door het hart gaan. Hij had al meer van die wanhopig ellendige
-ziekte gehoord, welke veroorzaakt wordt door het gebrek aan versche
-spijzen, vooral van groente.
-
-Arme zeeman, die er door bezocht wordt. Zijn tandvleesch zet zoo
-sterk op, dat het als een sponsachtig gezwel tusschen de lippen door
-uit den mond komt puilen. Armen en beenen worden loodkleurig en dik.
-Duwt men er met den vinger op, dan blijven de putten erin staan. Een
-gevoel van ontzaglijke moedeloosheid komt over den patiënt. Het
-leven is hem niets meer waard, de dood schijnt hem een uitkomst uit
-zijn lijden. En, gelijk Hans het opmerkte, het zijn juist de meest
-ervaren, de meest "gezouten" matrozen, die al de ellende van deze
-verschrikkelijke bezoeking moeten doorstaan.
-
-Wel werd er ook Hans even door bezocht, maar het beduidde bij hem
-niet veel, en hij bleef met den schrik vrij. Witte, die als het ware
-nog geheel "versch" was, bleef ongedeerd.
-
-Wel, wel, wat was dat verschrikkelijk, zoo te midden van den Oceaan,
-onder een heete, vochtige lucht en een zee, die ook een geduchte
-warmte van zich gaf, zonder eenige afwisseling, zonder op te kunnen
-schieten, al maar dat gekreun van de zieken te moeten aanhooren, of
-wat nog erger was, hun niet zelden stom lijden aan te zien.
-
-Eindelijk toch kwam er uitkomst.
-
-Na veel getob bereikte men het eiland Annabon, en het eerst, waar
-men daar navraag naar deed, was naar versche groenten en vruchten.
-
-Het gebruik daarvan werkte op de zieken als een toovermiddel.
-
-Nu, 't werd tijd ook, dat er uitkomst kwam. Van de bemanning waren
-er 47 gestorven en niet minder dan 150 ziek.
-
-O, dat terugkeerend leven in die doffe oogen, toen men hun
-oranje-appelen kon plukken en hun die als triomf voorhield!
-
-Om een denkbeeld te geven, hoe lang dat getob geduurd had, zij het
-voldoende mede te deelen, dat men den 3en Maart van Isle de Majo was
-vertrokken en eerst den 18en Juni het anker voor Annabon uitgeworpen
-had.
-
-
-
-
-XI.
-
-ER MOET IETS OP DE "WESTVRIESLAND" GEBEURD ZIJN.
-
-
-
-
-Het lijkt zoo mooi, om, gelijk het versje zingt, heel de wereld rond
-te zwieren in het topje van den mast; maar als men dien dichter, van
-wien ik overigens geen kwaad zal spreken, omdat ik veel van zijn
-mooie liedjes houd, eens aan boord van "de Gouden Leeuw" had kunnen
-stoppen om al die tobberij rond de linie mee te maken, geloof ik,
-dat hij, ten minste in dit opzicht, wel tot andere gedachten gekomen
-zou zijn.
-
-Daar was met die scheurbuik, met dat eeuwige menu van pekelvleesch,
-erwten en boonen, en niet het minst door die nooit aflatende zwoele
-warmte, een stemming onder de bemanningen der vijf schepen gekomen,
-die weinig op levenslust geleek.
-
-Ook de gezagvoerders kon den neerdrukkenden invloed niet ontgaan.
-Evenals de matrozen waren zij humeurig en prikkelbaar geworden.
-
-De matrozen uitten dit, door weinig van elkander te kunnen velen.
-Maar als dat tot ruzie oversloeg, dan waren hun bazen daar als de
-kippen bij, en moest de man met het stokje voor den dag komen, die
-een voor den grooten mast gebonden zeerob ongenadig op zijn
-ribbenkast kon geven.
-
-Wie echter stond er boven de vijf gezagvoerders, om die tot reden te
-brengen, indien dit noodig mocht blijken?
-
-Al lijkt het, dat het kapitein Schapenham was, die als de
-voornaamste werd aangezien, toch hadden drie van de vijf geen zin,
-om zich aan zijn oppergezag te onderwerpen. En zoo geschiedde het,
-dat nog op de reede van Annabon, waar men, gelijk men zich
-herinneren zal, den 18en Juni was aangekomen en een poos lang
-verbleef om de zieken wat te doen opknappen, er een scheuring kwam
-in de kleine vloot. De kapitein van de "Westvriesland" bleef
-kapitein Schapenham getrouw, maar de drie overige gezagvoerders
-besloten te zamen de reis op eigen gelegenheid te vervolgen.
-
-Of daartoe medegewerkt had de ontmoeting van twee schepen, die van
-den kant van de kust van Guinea kwamen, even Annabon aandeden en
-toen op reis gingen naar het vaderland, vermag ik niet te zeggen.
-
-Voor Witte anders was die eerste ontmoeting met zeekasteelen, die de
-vaderlandsche vlag langs de wijde wateren lieten zwieren, een heele
-gebeurtenis.
-
-Zonder dat hij zeggen kon waarom, had het hem getroffen, toen hij,
-nadat de uitkijk al gerapporteerd had, dat het vaderlandsche schepen
-waren, ze, mooi over de zee, had zien komen aanzeilen. 't Leek hem
-een stukje van Holland, erg gezellig, al was het nu zoowaar
-heelemaal hierheen verdwaald. En het meest trof hem toch het
-denkbeeld, dat die afgedwaalde partjes weer naar hun oorsprong
-terugkeerden, of gelijk men dat nu eenmaal uitdrukte, dat de schepen
-op de terugreis waren naar Patria.
-
-
-[Illustratie: Heimwee, maat?]
-
-
-Hij schrok, toen Hans, die hem bij het uitkijken naar die naderende
-zeekasteelen had gadegeslagen, hem op den schouder sloeg.
-
-"Heimwee, maat?"
-
-Witte verzette zich, met al de zuurheid van zijn gelaat, tegen dàt
-denkbeeld.
-
-"Je lijkt wel gek!" beet hij Hans toe.
-
-"Mogelijk," gaf Hans kalm ten antwoord, "want ik heb op het
-oogenblik geen spiegeltje bij me, om m'n gezicht te bekijken. Maar
-dit zal je toch van me moeten aanhooren, dat na zoo'n reisje, als
-wij er een achter den rug hebben, er meer Jantjes zijn geweest, die
-graag op een naar Patria terugkeerend schip hadden over willen
-stappen."
-
-"Om Jan Salie te worden?"
-
-Hans keek hem een oogenblik strak aan.
-
-Toen stak hij zijn breeden knuist uit.
-
-"Kordaat gesproken, Witte.... Ik was al bang, dat...."
-
-"Nu, waarvoor?"
-
-"Dat.... nu ja, dat een kleermakersjongen voor goed na zoo'n
-vreeselijke reis van zijn waan genezen zou zijn."
-
-"'t Wàs geen waan!.... Ik zou op die kleermakerstafel kapot zijn
-gegaan.... en dàt zou me gespeten hebben!"
-
-"Nu.... dàt kun-je op deze schuit ook.... Zooals je aan onze arme
-maats gemerkt hebt, die we in het groote zeemansgraf lieten
-afglijden."
-
-Witte haalde de schouders op.
-
-"Dominee Leo heeft...."
-
-"Hoho!.... Kom-je weer met dien op de proppen?"
-
-"Ja, Hans.... En wat hij mij daarover geleerd heeft, geloof-je toch
-ook?"
-
-"Dan moet ik toch eerst nog weten wat!"
-
-"Stil, Hans, niet spotten!.... Want jij weet toch ook.... en dat is
-het wat ds. Leo me altijd heeft voorgehouden, dat het uurtje van
-onzen dood vastgesteld is, en niemand daar iets aan veranderen kan."
-
-"O, meen-je dàt?.... Wel dat is natuurlijk."
-
-Dat "natuurlijk" kwam er bij Hans van ganscher harte uit. 't Was ook
-het geheim, waarom onze 17de-eeuwsche varenslui nooit ofte nimmer
-vrees kenden, en, zooals zoo dikwijls in onze rijke geschiedenis
-neergeschreven zou moeten worden, in een simpel roeibootje op een
-vijandelijk zeekasteel af durfden gaan.
-
-"Niemand kan zijn dood ontloopen," zeiden zij, "en als dat oogenblik
-gekomen is, moet men sterven; maar zoo niet, dan kan geen regen van
-kogels, geen orkaan of stortzee je deren."
-
-Daarom gingen zij, zonder een spier op het gelaat te vertrekken, de
-grootste gevaren tegemoet.
-
-Het was dan ook op het anders niet te vriendelijke gelaat van Witte
-te zien, dat die uitroep van Hans hem genoegen deed. Die wilde er
-nog wat bijvoegen, maar werd op dit oogenblik geroepen om met eenige
-andere matrozen een boot uit te zetten.
-
-Indien hij had kunnen vermoeden, dat het geruimen tijd zou duren,
-voor en aleer hij met Witte weer een praatje zou kunnen maken, dan
-zou hij hem zeker de hand ten afscheid gereikt hebben.
-
-Het geval toch lag ertoe, dat er aan boord van de "Westvriesland"
-meer patiënten aan de scheurbuik overleden waren dan op "de Gouden
-Leeuw". Zoo kwam het, dat nog denzelfden dag, na een bijeenkomst van
-de gezagvoerders dier twee bodems, er eenige manschappen van
-laatstgenoemd schip naar de "Westvriesland" werden overgeplaatst,
-waaronder, tot zijn groote vreugde, ook Hans behoorde, die aldus op
-een onverwacht oogenblik zijn lievelingswensch in vervulling zag
-overgaan.
-
-'t Ging alles zoo gauw, dat hij maar even tijd had om zijn bultzak
-en verdere spulletjes te halen, om die naar zijn nieuwe
-verblijfplaats over te brengen. Even nog keek hij rond naar Witte,
-om dien het blijde nieuws mede te deelen, maar deze was in de kajuit
-van kapitein Schapenham aan het werk, en in dit heiligdom kwam zeer
-zeker een lichtmatroos niet ongeroepen.
-
-Witte hoorde eerst dien avond, dat zijn kameraad voorloopig niet
-meer een praatje met hem zou kunnen maken, hem plagen, maar ook van
-goeden raad dienen. Eerst speet hem dit erg, maar een zeeman moet
-zoo dikwijls en zoo herhaaldelijk afscheid nemen, dat hij wel leert,
-zich dat niet bijzonder aan te trekken, anders lag hij al heel gauw
-op zijn dooden rug.
-
-Bovendien begon Witte er iets manlijks in te vinden, nu eigenlijk in
-waarheid geheel op eigen beenen te staan.
-
-Hans was een bovenst beste jongen, vond hij, maar het begon hem toch
-al meer en meer te hinderen, dat hij door hem altijd nog op een
-soort beschermende wijze behandeld werd.
-
-Een echt zeemansjong uit dien tijd, steunde, naast God, het liefst
-op zich zelven. En in Witte zat de echte zeemansnatuur.
-
-In elk geval, en hiermede troostte zich ten slotte onze
-vriend -- indien al ooit van hèm gezegd is kunnen worden, dat hij
-troost noodig had! -- zij bleven toch in zeker opzicht bij elkaar in
-de buurt.
-
-Want het was op den 9den Juli, dat "de Gouden Leeuw" tegelijk met de
-"Westvriesland" het anker lichtte, om de reis naar Oostinje voort te
-zetten, op welke reis nu de eerstkomende pleisterplaats de bekende
-Kaap de Goede Hoop zou zijn. 2)
-
-Precies na twee maanden, dus op den 9den September 1616, kwam zij in
-het zicht, en wierpen beide schepen het anker uit in de Tafelbaai.
-
-In die twee maanden mocht Witte al meer en meer ervaring als zeerob
-hebben opgedaan, voor Hans waren zij van zulk een groot belang
-geweest, dat het hem later leek, alsof hij in dien tijd vele jaren
-ouder was geworden.
-
-Toen zijn vriend hem terugzag, vroeg deze zich onwillekeurig af, of
-dat nu heusch dezelfde Hans was.
-
-Dat terugzien had plaats op de reede, waarheen van beide schepen
-bootjes kwamen aangeroeid tot het innemen van versch water.
-
-Al dadelijk deed zich een groot verschil voor tusschen de
-schepelingen van "de Gouden Leeuw" en die van de "Westvriesland".
-
-De eersten zongen het hoogste lied uit van blijdschap, dat ze weer
-eens, zij het voor korten tijd, den voet aan den vasten wal zouden
-zetten. Onder de laatsten echter heerschte een stilzwijgen, dat iets
-benauwends kreeg, juist door de uitgelatenheid van de branies van
-"de Gouden Leeuw".
-
-"Zouden ze een dooie aan boord hebben?" vroeg Witte aan den matroos,
-die met hem op 't zelfde bankje zat te roeien.
-
-"Ben-je....?" riep die onverschillig uit en met eenige minachting
-voegde hij eraan toe:
-
-"Ik kan wel zien, dat jij pas komt kijken!"
-
-"Pas kom kijken?.... Ben ik niet de linie gepasseerd?"
-
-"Dàt ben-je. En.... zeg me nu eens, hoeveel tranen heb-je gestort
-over de maats, die je nu al in 't groote matrozengraf hebt zien
-glijden?"
-
-Ondanks zichzelf moest Witte om deze nuchtere vraag glimlachen.
-
-De matroos zag dat, en gaf hem schertsenderwijs met den elleboog een
-stoot in de ribben.
-
-"Nu ja," zoo verdedigde zich Witte, "bij den eerste, dien wij over
-boord zetten, vond ik het akeliger dan later."
-
-"Dan ben-je al harder dan ik dacht," merkte de matroos op. "Want
-altijd vind ik dat driemaal rondgaan mèt het in een zeildoek
-gewikkelde lijk, om er beroerd van te worden. En dat
-één-twee-drie-in-Godsnaam van den schipper snijdt me nog altijd door
-de ziel."
-
-"O ja, zóó bedoelde ik het ook niet," verontschuldigde zich Witte.
-"Dat is net, of je in een kerk bent, en daar moet-je eerbied hebben,
-hè?"
-
-"Dat zeg ik met jou.... Maar, vrindje, nu wou ik jou erin vragen, of
-je zit te grijnen, zoolang de doode man in 't vooronder op zijn
-uitvaart ligt te wachten?"
-
-"Wel neen," moest Witte volmondig bekennen.
-
-"O, zoo!" ging de
-matroos voort. "En nu heb-je ze nog maar enkel zien sterven, terwijl
-de ziekentrooster met hen bad of de schipper ze nog een goed woordje
-voorlas. Alweer net als in de kerk! Maar dan zal je eens wat anders
-gebeuren, als jij op je beurt ook schipbreuk lijdt, wat ook in je
-leven als zeeman in je boekje zal voorkomen. Als je daar zoo met je
-kameraden je toevlucht in den mast genomen hebt, en je met
-handen, blauw en gezwollen van de kou, je moet vastklemmen aan
-het want of aan een touw, dat op het laatst door je knuisten
-snijdt, en dat je tóch vasthoudt, omdat je anders neerduikt in
-die schuimende, kokende massa beneden je. Jongetje nog toe, dan
-zie-je af en toe een maat, die het niet meer kan uithouden, vlak
-voor je oogen en zonder dat je ze helpen kunt naar den kelder
-gaan.... Laat het je gezegd wezen door een, die meer keertjes dan
-jij de linie is gepasseerd, dat, wie zeeman is, veel ondervonden
-heeft, en voor geen klein geruchtje vervaard kan wezen."
-
-Onder die redevoering, die er bij stukken en brokken bij zijn
-bevaren maat uitkwam, zat Witte, werktuigelijk doorroeiend, strak
-voor zich uit te kijken.
-
-Ook de matroos zweeg een wijle.
-
-Toen kwam het er bruusk bij dezen uit:
-
-"Een zeeman leeft, zoolang hem dit vergund is, en gaat niet in een
-hoekje zitten. Eenvoudig omdat er aan de zee nu eenmaal geen hoekjes
-zijn. Hij helpt zijn scheepsmakkers, omdat je natuurlijk helpen
-moet, maar is die makker dood, dan zegt-ie: dat is er weer een naar
-de haaien. Zoo zullen er honderden uit je kluisgaten raken, lansje,
-en, kom-je in den oorlog, dàn bij duizenden. Net zoo lang, tot je
-zelf de laan uitgaat. We leven met de levenden, jongen, en praten
-tusschenbeide nog wel eens over een goeien kameraad.... Waar zou een
-zeeman blijven, als hij met sjimmen en huilebalken begon?"
-
-
-[Illustratie: Een zeeman leeft, zoolang hem dit vergund is.]
-
-
-Witte knikte. Hard als hij van aard was, zou hij een der hardsten
-van het toenmalige geslacht worden, dat wèl voor de daad, maar
-minder voor de overpeinzing was. Wat hij tegen zich zou krijgen,
-was, dat die aard zich bij hem niet zou omzetten in een luchtigheid,
-welke den zeeman over al de ellende van zijn moeilijk en gevaarvol
-leven zou heen zetten, maar in een strengheid, waardoor hij bij die
-zeelui niet geliefd, integendeel, gehaat zou worden.
-
-Wat de toekomst zou brengen, lag op dat pas voor hem nog verborgen,
-maar nu ten minste begreep hij wel zoo ten naaste bij, dat het
-stilzwijgen der bemanning van de "Westvriesland" niet toegeschreven
-zou kunnen worden aan een mogelijk sterfgeval.
-
-Wat zou het dan kunnen zijn?
-
-Aha! ze zouden het straks wel te weten komen, aan wal, wanneer men
-hen, bij het inslaan van het kostelijke drinkwater, zou kunnen
-uithooren.
-
-Doch van dat uithooren kwam voor ditmaal niemendal.
-
-Zeer streng hielden de officieren van de "Westvriesland" hun mannen
-onder bewaking en afzondering. Even hadden zij gesproken met de
-officieren van "de Gouden Leeuw", maar ook die werden daar niet veel
-wijzer door. Ze mochten niets zeggen voor hun commandant. Alevel
-gaven zij wel iets te verstaan, waardoor hun ondervragers een zeer
-bedenkelijk gezicht trokken, en van dit oogenblik af meer dan bij
-zulk een tochtje aan wal de gewoonte was, op hun mannen gingen
-letten en ze streng nagingen, of zij wel met die van het andere
-schip in aanraking zochten te komen.
-
-Ja, zeker, laat dàt maar eens aan een paar kwâjongens belet worden,
-die elkaar wenschen te spreken! Die guiten rollen onder alle
-mogelijke opzicht door! Want toen Witte in een van de schepelingen
-van de "Westvriesland" zijn vriend Hans herkende, of althans meende
-te herkennen, omdat de boy wel een paar jaar ouder leek geworden,
-konden de autoriteiten doen en opletten wat ze wilden, maar die twee
-veelbelovende knapen kregen het gedaan, wat al den anderen mislukte.
-
-"Hans.... wat is er toch bij jullie?"
-
-"Wèg, wèg, Witte.... Als ze 't zien...."
-
-"Maar...."
-
-"Maak me niet ongelukkig!"
-
-"Ik jou?"
-
-"Ja, ja.... Maar ga dan toch weg.... Ze zullen ons in de gaten
-krijgen!"
-
-"Wat is er dan toch?"
-
-"Kun je zwijgen?"
-
-"Ja."
-
-"Ook als ze je op de folterbank leggen!"
-
-Witte huiverde. Star keek hij zijn vriend aan.
-
-"Wèg, Witte.... Anders kom ik er op."
-
-"Nooit!"
-
-Akelig ernstig keek de anders zoo vroolijke Hans hem aan.
-
-Hij sprak nu niet, bang, dat de lucht den klank van het woord over
-zou brengen. Alleen spraken zijn lippen het uit.
-
-"Samenzwering," verstond Witte.
-
-"Een samenzwering"
-
-"Ja," fluisterde Hans terug.
-
-"Waartoe?"
-
-"Om zeeroover te worden."
-
-"O, Hans!"
-
-"Stil!.... Men let misschien op ons!"
-
-"Ik ga al weg...."
-
-
-"Niets verraden, hoor!"
-
-"Mijn hand erop!"
-
-"Neen.... geen hand.... Hoor, ze roepen al..."
-
-En weg was Hans.
-
-Dienzelfden dag was er een druk gesein tusschen de twee schepen. De
-kapitein van de "Westvriesland" kwam aan boord en daalde met den
-gezagvoerder van "de Gouden Leeuw" naar diens kajuit.
-
-
-[Illustratie: "Samenzwering", verstond Witte.]
-
-
-Hoeveel honderden oogen waren in dien tusschentijd in angstige
-nieuwsgierigheid op beide gezagvoerders gericht!
-
-Daar.... werden de andere officieren van "de Gouden Leeuw" geroepen.
-Witte, als kajuitswachter moest hen binnen laten en bedienen. Hij
-kreeg een schier onwederstaanbaren lust om aan de deur van de kajuit
-te luisteren, maar met al zijn wilskracht bedwong hij die
-verleiding. Hij wist, dat er op een vergrijp tegen de krijgstucht
-in deze hoogst ernstige omstandigheden de dood kon staan.
-
-Na een geruimen tijd van beraadslagen, ging de krijgsraad uiteen, en
-keerde de gezagvoerder van de "Westvriesland" naar zijn bodem terug.
-
-De matrozen van "de Gouden Leeuw" bleven uitkijken.
-
-Ze gevoelden, dat er meer gebeuren zou.
-
-Wat zij verwachtten, geschiedde. Ze zagen een paar sloepen strijken,
-en in het helle zonnelicht de loopen van vuurroeren glinsteren....
-
-O, o, wat zou er toch gebeurd zijn?
-
-Met afgemeten riemslagen naderden de sloepen, scherp beloerd door al
-wat aan "de Gouden Leeuw" oogen had om waar te nemen.
-
-Wat zij nu zagen, ontroerde hen.
-
-Zwaar geboeide mannen, die nu met moeite den valreep werden
-opgeleid.
-
-Ze telden er niet minder dan acht-en-twintig.
-
-O, wat zagen die er wanhopend en terneergeslagen uit!
-
-Er waren eronder, die men kende, en dat vermeerderde de
-belangstelling.
-
-Ook Witte had uitgekeken, tersluiks, even als de anderen.
-
-Hij voelde het kloppen van zijn hart.
-
-Was Hans erbij?
-
-Gelukkig, neen! Die behoorde niet tot die ellendigen.
-
-Hij zag hen leiden naar de plaats, waar men de gevangenen bewaarde;
-in deze warme streken een waar martelhol. 3)
-
-Akelig klonk hem het ketengerammel in de ooren, toen ze vlak voorbij
-hem gingen.
-
-Zouden ze ooit weer die mooie zee en die stralende zon terugzien?
-
-Witte las bij enkele nog heel jonge kereltjes onder hen die vraag
-uit den blik, waarmede ze rond zich keken, voor zij door de
-gewapende wachters naar beneden waren gevoerd.
-
-Doch nu Hans maar niet bij hen was, had hij geen medelijden meer.
-Wie kwaad gedaan had, moest gestraft worden. Dat stond al jong bij
-hem vast, en dat heeft hij zijn heele leven vast gehouden.
-
-De gevangenen mochten niet onbewaakt blijven, dus wel moest hun
-misdrijf heel ernstig zijn. De schildwachten, daartoe aangewezen,
-waren gewapend, en werden op bepaalde tijden afgelost.
-
-Bovendien hadden zij de opdracht zeer streng in hun bewaking te
-zijn, en dat zij geen woord met de gevangenen mochten wisselen. Op
-overtreding van dit gebod stond de onteerende straf van aan de
-groote ra opgeknoopt te worden.
-
-Nog eens, het moest dus wel een verschrikkelijk geheim zijn, hetwelk
-voor de equipage van "de Gouden Leeuw" weggeborgen was in de vuile
-cachotten waarin het bij de toenemende warmte, krioelde van
-kakkerlakken en allerlei ander ongedierte. Daarvan kon het
-toentertijde in die houten, slecht geluchte schepen soms letterlijk
-wemelen.
-
-Wat dat geheim toch zijn kon?
-
-De equipage had wel het vermoeden, dat we daarstraks door Hans
-hoorden aangeven, maar den vollen omvang, van wat er ginder aan
-boord van de "Westvriesland" mocht gebeurd zijn, had niet een.
-
-
-------------
-2) Zie buitenplaat
-3) Zie titelplaat.
-
-
-
-
-XII.
-
-HET LAATSTE GEDEELTE VAN DE REIS.
-
-
-Negen dagen, nadat men het anker in de Tafelbaai had uitgeworpen,
-dus den 18en Juli 1616, maakte men zich wederom op tot voortzetting
-van de reis, en nu zou het door den blauwen Indischen Oceaan
-regelrecht naar die rijke eilanden gaan, welke zulk een groote
-aantrekkingskracht op de Westersche volken van dien tijd
-uitoefenden.
-
-Dit laatste deel van die maandelange reis zou niet een bevestiging
-kunnen zijn van het oud-Hollandsche spreekwoord, dat de laatste
-loodjes het zwaarst wegen. Want men kon nu gebruik maken van den
-passaat en eveneens van gunstige zeestroomingen. Toch duurde het nog
-tot den 10en November, eer de beide schepen de Straat van Soenda
-passeerden.
-
-Gedurende die vaart door dit gedeelte van de wereldzeeën, waar, in
-de heerlijke maan- en sterrennachten, het den Westerling kan
-voorkomen, of hij een der verhalen uit de Duizend-en-één-nacht
-doorleeft, had aan boord van "de Gouden Leeuw" iets plaats, dat
-weinig in overeenstemming was met de heerlijkheid van saffieren zee
-en juweelen nachthemel. De bevelhebber en zijn officieren namen er
-toch den tijd toe om tot in de alleruiterste bijzonderheden van het
-plan der samenzweerders door te dringen.
-
-Indien de daartoe gestelde machten in onzen tijd zoo iets moesten
-ondernemen, zouden wij daar liever niet mee te maken hebben, omdat
-daar rechtszittingen, ondervragingen op allerlei wijzen, boeten en
-gevangenisstraf bij te pas komen. Hoeveel te erger was de
-rechtspleging in den ouden tijd! Toch waren de menschen er toen aan
-gewend. Een jongen als Witte zou niet gesidderd hebben zooals wij,
-wanneer we in den Haag de Gevangenpoort bezoeken, in welk somber
-gebouw hij trouwens in later jaren zelf is opgesloten. Toentertijd
-werd een gerechtelijk onderzoek schier altijd vergezeld door het
-inroepen van de hulp van een der meest duivelachtige uitvindingen
-der menschheid, namelijk de pijnbank. En in dit geval zou het geleid
-worden door scheepskapiteins, die, wat een samenzwering betrof,
-welke het vermoorden van de autoriteiten en het wegvoeren van het
-schip bedoelden, geen genade voor recht zouden doen gelden.
-Integendeel!
-
-Onze scheepsjongen heeft het later zelf getuigd, dat de schuldigen,
-en niet minder de verdachten, dagelijks in de kajuit werden
-"geëxamineerd en getortureerd", en als ge bijgeval niet weet, wat de
-laatste uitdrukking beteekent, moet ge het maar opzoeken in een
-Woordenboek. Zelfs geviel het, dat hij, die de kajuitswachter van
-kapitein Schapenham was, meer dan eens getuige van die rechterlijke
-wreedheden, ja, door het aanbrengen van het een en ander, daarin
-behulpzaam moest zijn.
-
-Toch kwam hij, die natuurlijk slechts enkele gedeelten van de
-ondervragingen kon vernemen, niet op de hoogte van wat er geschied
-was. Doch van dat weinige zelfs liet hij niet veel uit tegen de
-matrozen, die niet nalieten hem af en toe te polsen. Zijn stuursche
-aard kwam hem hierbij goed te pas, zoodat de ondervragers altijd een
-beetje op een afstand van hem moesten blijven. Zij scholden hem wel
-uit voor strooplikker van den schipper, maar als het op schelden
-aankwam, zou Witte nog wel uit de jaren, toen de Brielsche
-Zeeleepers hem zoo turkten of zijn achtereenvolgens bazen hem
-uitmaakten voor al wat leelijk was, wel enkele bijdragen hebben
-kunnen leveren voor het scheld-woordenboek der toenmalige zeelieden,
-hoe ruim dat ook ten opzichte van een scheepsjongen mocht voorzien
-zijn.
-
-Wat hem evenwel maar niet uit de gedachte wilde, was de zorg, dat
-zijn eenige vriend op de een of andere wijze met die samenzwering
-wat mocht uit te staan hebben. Want anders wist hij het niet te
-verklaren, dat de voormaals zoo opgeruimde boy omgekeerd was als het
-blad van een boom. Het ernstige, en daarom zoo wonderlijke gezicht
-van Hans, zooals hij het den laatsten keer aanschouwd had, bleef hem
-maar bij. Hij ontstelde daarom werkelijk -- en dat wilde bij Witte
-wat zeggen! -- toen hij, op een goeien morgen aan dek komend, daar
-Hans vond, geheel en al in zijn emplooi van licht-matroos, alsof hij
-nooit van boord was geweest.
-
-"Jij hier!"
-
-Hans trok alweer een heel zorgerlijk gezicht, loerde om zich heen en
-gaf hem toen een wenk om te doen, alsof hij hem niet opmerkte.
-
-Witte, die niet van gisteren was, volgde die waarschuwing op, maar
-wist het toch wel zoo rond te schieten, dat hij met zijn
-werkzaamheden in de nabijheid van zijn vriend kwam. En terwijl
-beiden zich hielden, alsof zij daar geheel in opgingen, had snel het
-volgende gesprek plaats.
-
-"Hoe kom-jij hier?"
-
-"Mijn vader heeft het gevraagd aan onzen schipper."
-
-"Ben-je dan gedegradeerd?"
-
-"Nou.... eigenlijk wel, maar uit eigen wil."
-
-"Begrijp ik niet."
-
-"Liever hier lichtmatroos, dan.... ginder een graadje hooger."
-
-"Wel?"
-
-"'t Was daar niet voor me om uit te houden.... Al maar oogen om je
-heen, die je bespieden."
-
-Wittens doordringende oogen gingen zijn kant op.
-
-"Heb-je dan wat te verbergen, Hans!"
-
-Hans gaf geen antwoord, maar zijn handen beefden.
-
-De bekende rimpel trok zich boven den neus van Witte samen.
-
-"Ik heb wel eens gehoord, dat een moordenaar altijd naar de plek van
-zijn misdrijf terug moet keeren."
-
-Hans lachte gedwongen.
-
-"Dan moest ik dáár gebleven zijn," -- en hij wenkte met zijn hoofd
-naar het andere schip -- "want dáár is het gebeurd."
-
-"Dat 's jou slag, Hans!.... Behalve dat de misdadigers _hier_ zijn,
-en.... ze wel eens een naam konden noemen, die...."
-
-
-[Illustratie: "Om 's hemels wille, zwijg!"]
-
-
-Alle voorzichtigheid uit het oog verliezende, greep Hans zijn arm.
-
-"Om 's hemels wille, zwijg!"
-
-"Pas op.... je zou jezelf verraden! En.... ik mag je verrader niet
-zijn."
-
-"Jij?"
-
-"Ja.... een rebel moet gestraft worden."
-
-"O, maar ik heb geen kwaad gedaan!"
-
-"Wat scheelt je dan?"
-
-Eenige oogenblikken zweeg Hans, schijnbaar geheel ingenomen door
-zijn werk. Toen zei hij heel zacht voor zich heen, want er waren een
-paar matrozen in de nabijheid gekomen:
-
-"Zoo gauw als ik de hondenwacht heb, zal ik je dat wel doen weten....
-Kun-je dan zorgen er ook te zijn?"
-
-"Dat zal zoo gemakkelijk niet gaan!"
-
-"Toe, alsjeblieft!"
-
-"Goed.... ik zal mijn best doen. Lukt het den eersten keer niet, dan
-later."
-
-"O, Witte, ik zal zoo blij zijn m'n hart eens te kunnen uitstorten."
-
-Witte zweeg en keek voor zich heen.
-
-"Witte," fluisterde Hans angstig, "waar denk-je aan?"
-
-"Of ik het mag doen."
-
-Hans slikte een paar maal van zenuwachtigheid.
-
-"Witte, Witte.... ben-je vergeten, hoe eigenlijk ik de persoon was,
-die je van de kleermakerstafel verloste?"
-
-Weer kwam de ons bekende rimpel te voorschijn.
-
-"Als je schuldig bent...."
-
-"Zoo waar als ik leef, Witte, dàt ben ik niet."
-
-Witte's felle oogen gingen even over het gelaat van zijn vriend.
-
-"Goed!" gaf hij toen kort en bondig ten antwoord, "ik zal mijn best
-doen er te zijn."
-
-En zoo geschiedde het, dat op een van die stille, heerlijke
-tropennachten, de beide maats op de hondenwacht, die van middernacht
-tot 's morgens vier uur duurde, gelegenheid kregen zich van hun
-slaperige maats af te zonderen en op een verborgen plaatsje eens een
-openhartig woordje met elkander te kunnen wisselen.
-
-Witte viel maar met de deur in het huis.
-
-"Uit alles begrijp ik, dat ze ook jou aangezocht hebben mee te doen,
-Hans."
-
-"Wel niet rechtstreeks, maar zoo heel in de verte hebben ze mij
-gepolst."
-
-"Dan had-je dadelijk af moeten bijten."
-
-"Zonder erg hèb ik dat ook gedaan."
-
-"Zonder erg? Ik begrijp je niet, Hans."
-
-"Och, kijk eens Witte.... Nu ik de zaak van achteren kan bezien,
-begrijp ik alles, maar toen ze me kwamen vertellen van het gezellige
-leven op de vrije vaart, hoe rijk die en die er op geworden was, en
-heel wat van die dingen meer, hoe had ik toen kunnen begrijpen, dat
-zij-zelf van plan waren meester te worden van het schip en
-zeeroovertje te gaan spelen?"
-
-"Ja, dat 's waar, moet ik zelf erkennen. Toch begrijp ik niet, dat
-ze niet verder bij je gegaan zijn."
-
-"Dat begrijp ik nu best.... Ik zei, dat ik niets van die zeeroovers
-moest hebben en den eersten den besten, die bij ons aan boord durfde
-klauteren, de hersens in zou slaan."
-
-"Goed geantwoord!.... En toen?"
-
-"Toen zeiden ze met een lachje -- dat ik later pas begrepen
-heb! -- dat ze me groot gelijk gaven en precies eender zouden
-handelen."
-
-"En is dat alles?.... Dan heb-je je eigen toch niks te verwijten?"
-
-Hans zuchtte.
-
-"Er kwam meer bij, Witte!"
-
-"Vertel dan op.... en verberg mij niets."
-
-Even aarzelde Hans; toen kwam het er snel bij hem uit:
-
-"Toen de samenzwering uitkwam, was ik er heelemaal van op de
-hoogte!"
-
-Witte liet van verbazing een zacht gefluit hooren.
-
-"Sapperloot!" riep hij uit, "dat is andere praat!.... Maar hoe was
-dat voor den drommel mogelijk?"
-
-"Luister, Witte. In die dagen werd ik bezocht met koorts of wat het
-dan ook geweest mag zijn. Onder al de warmte van het weer, was ik
-koud en rillerig. De bootsman zei, dat ik maar eens met m'n tong aan
-den teerkwast moest likken en dan een poosje me in een deken rollen,
-dan zou ik er de kwaal wel uitzweeten."
-
-Witte knikte. Hij kende dat middel ook.
-
-"En toen?" vroeg hij.
-
-"Wel, ik lei me ergens op een veilig plekje neer, waar ik er zeker
-van kon zijn niet gestoord te worden, bakerde me goed in, nog een
-waardeloos zeil over m'n body...."
-
-"Om te smoren!" merkte Witte op.
-
-"Neen, toch niet. Ik bleef al maar beverig. En dan m'n mond vol van
-dien teersmaak!.... Je kunt begrijpen, dat ik me eigenlijk zieker
-gevoelde dan ooit."
-
-Witte bevestigde de meening door een hoofdknikken.
-
-"Na een poos," aldus ging Hans voort, "begon ik toch een warm gevoel
-te krijgen en toen kwam Klaas Vaak. Ik heb geslapen als een os.
-Hoelang weet ik niet, maar toen ik wakker werd, was het nacht. Ik
-zag door een scheurtje van m'n zeil de sterren flonkeren en heerlijk
-rekte ik m'n leden uit, in 't gevoel van beter te zijn. Een slaap
-als ik anders nog had.... neemaar, dat kan ik je niet vertellen.
-Juist gingen m'n oogen dichtvallen, toen ik door een katachtig
-geschuifel over het dek wakker schrikte. Dadelijk begreep ik, dat
-het de bloote voeten van een of meer matrozen moesten zijn. Ze
-kwamen haast vlak bij me, en al maar meer schuifelden aan. 'Zijn we
-er alle dertien?' hoorde ik een stem fluisteren en even zacht werd
-geantwoord, dat die en die opgehouden was geworden. En toen, Witte,
-vernam ik alles. O, ik durfde op zijn best ademhalen!"
-
-"Dat begrijp ik.... Bij ontdekking zou-je mee hebben moeten doen,
-of ze hadden je puur bij ongeluk over boord laten glijden."
-
-"Juist.... en daarom hield ik me zoo stil als een muisje."
-
-"En wat vernam-je?"
-
-"Ik kwam er op die manier achter, dat de belhamels met hun dertienen
-waren en de samenzweering nu, allen en alles bij elkaar, acht en
-twintig personen omvatte. Ze hadden zich op leven en dood verbonden
-door in een cirkel hun namen te zetten; die niet schrijven konden,
-hun kruisjes."
-
-
-[Illustratie: En toen Witte, vernam ik alles.]
-
-
-"Spraken ze er ook over, wat ze van plan waren?"
-
-"Ja zeker!.... Als ze genoeg lui op d'r hand konden krijgen, zouden
-ze een dag vaststellen om het stoute stuk uit te voeren. Onverwachts
-zouden zij den schipper en de officieren overvallen en vermoorden,
-ook den koopman, die voor zijn maatschappij bij ons aan boord
-is...."
-
-"Verder, verder, Hans!"
-
-"En, na baas over het schip geworden te zijn, den steven naar de
-Middellandsche Zee wenden, om daar zeeroovertje te spelen."
-
-Witte hief de handen op van ontsteltenis.
-
-"Wie was de hoofdman?"
-
-Hans noemde hem en nog een paar anderen, die na hem het meest in de
-melk zouden te brokken krijgen.
-
-"Je begrijpt, Witte, dat ik den hemel dankte, toen die vreeselijke
-nachtmerrie voorbij was. Eerst dacht ik heusch, dat ik dat alles
-gedroomd had, toen ik, na weer in slaap gevallen te zijn, den
-volgenden morgen ontwaakte. Maar nu ik meer op ging letten, zag ik
-aan een heeleboel dingen, dat ik goed gehoord had, en, helaas, de
-bezitter was van een ontzettend geheim."
-
-"Dat je dadelijk aan je schipper had moeten openbaren."
-
-Hans zag hem met zijn open kijkers aan.
-
-"O, Witte, dat is juist zoo'n gemartel voor me geweest. Het eene
-oogenblik zei ik tot mezelven, dat ik naar den schipper moest gaan,
-want dat ik anders zijn dood op mijn geweten zou krijgen, maar het
-volgende oogenblik kon ik het toch niet over me verkrijgen om den
-verrader te spelen."
-
-"Dat laatste ben ik niet met je eens, maar dat eerste wel. Want het
-leven van den schipper berustte om zoo te zeggen in jou handen."
-
-Hans knikte.
-
-"Maar óók het leven van de saamgezworenen, Witte!.... En daar waren
-een paar jongens bij, met wien ik al menig reisje gemaakt had. En
-dan nog iets! Als ik het uitgebracht had, zou ik tot mijn dood toe
-onder het zeevolk als een verklikker na worden gewezen en door
-niemand meer vertrouwd."
-
-Witte keek voor zich. Hij begon nu ook iets van den gemoedsstrijd
-van zijn vriend te begrijpen.
-
-"O, Witte," ging deze voort, "wat heb ik daar dagen mee
-rondgeloopen! Nu eens was ik op weg naar het achterdek, maar, of het
-werk zoo sprak, dan kwam ik telkens een van de samenzweerders tegen
-en was het me, of ik de beulsknecht was, die voor zijn meester een
-strop ging halen, om die om den hals van m'n maats te wringen....
-Dat heeft weken en weken geduurd. Ik ben er wel tien jaren van m'n
-leven ouder door geworden. Want ook in 't volkslogies moest ik
-aldoor maar doen, of ik van niets afwist."
-
-De jonge matroos veegde zich met den rug van zijn hand het
-angstzweet van zijn gezicht, waarin de twee wijd geopende oogen in
-het licht van den tropennacht spookachtig uitkwamen.
-
-Hoe ook getroffen door wat zijn vriend zeide, bleef Witte zijn
-kalmte behouden. Geen wonder! Heel zijn leven door heeft hij nooit
-geaarzeld in de keuze, welken weg hij zou inslaan. Aan den eenen
-kant lag zijn plicht, en aan den anderen kant de verzaking daarvan.
-Middenwegen kende hij niet.
-
-
-[Illustratie: Ik ben er tien jaren ouder door geworden.]
-
-
-Hij bewaarde nu het stilzwijgen, en om het schip hoorde men den zang
-der zee, die nooit sliep.
-
-Met een zware zucht vatte Hans zijn verhaal weer op.
-
-"Ik zou niet weten, hoe dat met me afgeloopen zou zijn, als er
-eindelijk niet een uitkomst was gekomen."
-
-"En die uitkomst?"
-
-"Er was een matroos, dien we eigenlijk geen van allen graag lijden
-mochten. Ook de officieren waren niet op hem gesteld. Telkens had
-hij straf. Eens werd hem, met een langen ketting, een blok hout aan
-zijn been vastgebonden, zoodat hij, als hij op 't dek was of in 't
-want moest, altijd een gerinkkink met zich voerde, dat we er
-eigenlijk allen om moesten lachen, tot den kleinsten kajuitsjongen
-toe. Nu, dán moest-je hem hooren aangaan!"
-
-"Ik begrijp het al," viel Witte hem in de rede, "de samengezworenen
-dachten, dat die matroos graag bij gelegenheid wraak zou willen,
-nemen op den schipper."
-
-"Juist.... Ze wisten hem apart te krijgen en maakten hem stukje voor
-beetje met het plan bekend. Hij gaf er zijn hand op, dat hij niets
-zou verraden, en zei nog nadrukkelijk, dat ze van hem geen
-zwarigheid te wachten zouden hebben.... en ging toen regelrecht naar
-den schipper om alles te verraden. Hij heeft er van den schipper
-twee honderd stukken van achten voor gekregen."
-
-"En aangepakt?"
-
-Hans knikte van ja.
-
-"Dat 's gemeen!"
-
-Hans was dit volkomen met hem eens, maar liet toch uitkomen, hoe dat
-verraad voor hem een ware verluchting was geweest.
-
-"Nu was het uit met altijd dat gezeur in m'n kop. De kogel was door
-de kerk."
-
-"En waarom kon-je dan toch niet tot rust komen?"
-
-Weer zuchtte Hans en vertelde, hoe hij na een poos alweer zich
-ongerust was begonnen te maken, dat een van de samenzweerders ook
-zijn naam mocht noemen.
-
-"En ze wisten niet, dat jij alles gehoord had!" merkte Witte op.
-
-"Dat is zoo; maar onder de folteringen noemt men allicht een naam,
-om maar van de pijn af te komen. En ik had er goede kameraads
-onder."
-
-"O zoo! En jij was bang, dat als ze jou ook eens lieten komen, je
-dadelijk door de mand zou vallen?"
-
-Hans knikte bevestigend.
-
-Toen stak hij, als hulpzoekende, zijn beide handen naar zijn vriend
-uit.
-
-"Witte, geef me toch raad! Ik durf zelfs niet rustig slapen, bang,
-dat het geheim over mijn lippen zal komen. 't Is voor mij geen leven
-meer om uit te houden.... Zeg me toch, wat ik moet doen!"
-
-"Geen dag langer zóó'n leven leiden."
-
-"Hoe bedoel-je dat?"
-
-"Als ik jou was, ging ik al bij het krieken van den dag bij onzen
-schipper en zei hem alles.... Den verrader speel-je niet meer, want
-heel de samenzweering is toch al op de flesch; maar misschien kun-je
-nog enkele goede inlichtingen geven, en, vergeet het niet, daardoor
-wel veroorzaken, dat het met de folteringen uit is. Die zijn heusch
-niet voor de poes, hoor!"
-
-Hans rilde.
-
-"Misschien.... misschien willen ze meer uit me persen, dan ik zeggen
-kan!"
-
-"Best mogelijk! Maar zoo'n leven als jij nu leidt, is ééne
-foltering."
-
-Nu greep Hans met beide handen Witte's arm.
-
-
-[Illustratie: Hans kreeg nog een héél leelijke priem op z'n neus.]
-
-
-"Zeg-jij het, jij!.... Je hebt een wit voetje bij den schipper, dat
-weten we allemaal. Misschien zal het dan zoo erg niet voor me
-worden, als de schipper me eens alleen bij hem laat roepen. O,
-Witte, wat zou ik blij zijn, als ik weer eens gerust slapen kon!"
-
-Witte dacht eenige oogenblikken na.
-
-"'t Is goed," gaf hij toen eenvoudig ten antwoord.
-
-En zoo geschiedde het, dat Witte dien morgen heel wat aan zijn
-beschermer mede te deelen had.
-
-Ja, het gelaat van kapitein Schapenham ging toen ernstig staan en
-Witte moest wel hard vechten voor zijn vriend, maar gelukkig kwam
-alles in orde. 't Ging wel op 't kantje af en Hans kreeg nog een
-héél leelijke priem op z'n neus, maar daar bleef het dan ook bij. Ze
-wisten, dat het volstrekt geen kwaaie jongen was, en in de verste
-verte niet aan muiterij dacht. Enfin, het een bij het ander genomen,
-niet te vergeten het goede woordje, dat zijn vader bij den
-gezagvoerder van de "Westvriesland" voor zijn zoon sprak, liep het
-nogal met een sisser voor Hans af.
-
-Toen begon hij eerst zachtjes en zoetjesaan hoe langer hoe harder te
-neuriën en te fluiten, en omdat hij nog in zijn jonge jaren
-verkeerde, ging spoediger dan Witte wel had kunnen denken dat
-oude-mannenachtige van Hans z'n gezicht en van heel z'n doen en
-laten en was hij spoedig weer de oude. En als Witte over hetgeen
-gebeurd was nog wel een apartje met z'n vriend wou hebben, had die
-daar in 't geheel geen ooren meer naar.
-
-Met de samenzweerders liep het zoo goed niet af. Nadat ze genoeg, of
-eigenlijk meer dan genoeg uitgevraagd en afgemarteld waren, werden
-de dertien belhamels ter dood veroordeeld en de overigen tot een
-levenslange verbanning op de Oost-Indische schepen, waardoor hun lot
-niet veel van galeislaven verschilde. Nadat men den 10en November de
-Straat Soenda gepasseerd was, ging men den 13en aan wal om het
-vonnis aan de veroordeelden te voltrekken. Die executie was even
-ongenadig als heel die tijd was.
-
-Niet lang vertoefde "de Gouden Leeuw" op de kust van Bantam, maar
-kreeg reeds den 27en November order om naar de kust van Coromandel
-in Voor-Indië te zeilen, en jaren achter elkander heeft het in die
-Indische wateren gevaren.
-
-We zullen het op die tochten niet vergezellen. Ook niet melden, wat
-er in dien tijd met onzen scheepsjongen gebeurd is, om de eenvoudige
-reden, dat hij door zijn vlijt, zijn kundigheden en kloek gedrag al
-spoedig tot licht- en daarna tot volmatroos opklom. Hij steeg
-zoodanig in de gunst van zijn meerderen -- werkelijk niet door
-oogendienerij, want daar heeft men zijn heele leven door niet bij
-Witte mee moeten aankomen! -- dat toen twee jaren later, toevallig
-ook in de maand November, de machtigste man in de Indiën, namelijk
-de Gouverneur-Generaal, aan kapitein Schapenham vroeg, hem een
-vertrouwd en alleszins bekwaam persoon te zenden, onze kapitein
-niemand beter wist aan te bevelen dan Witte de With.
-
-Van dat oogenblik af werd hij, met den rang van korporaal,
-lijfknecht bij den Toewan-Bezaar, den Grooten Heer, die met meer dan
-koninklijke macht in deze streken heerschte.
-
-Die Gouverneur-Generaal was... Jan Pieterszoon Coen, de stichter van
-Batavia, maar die laatste eere-titel moest de ijzeren Coen toen nog
-verwerven. Onder heel wat avonturen heeft die stichting plaats gehad
-en Witte heeft daar trouw bij geholpen, gelijk in de geschiedenis
-van Insulinde vermeld staat.
-
-
-
-XIII.
-
-'T WAS IN DE MEI....
-
-
-Het was in de maand Mei 1620 en wel den 23sten, dat een
-Oostinje-vaarder een knap stuk volbracht, doordat het zonder hulp
-van een loodsman het Goereesche Zeegat binnenzeilde.
-
-De loodslieden uit Hellevoetsluis waren er wel niet te best over te
-spreken. Zij waren er nu eenmaal voor, om de vaartuigen veilig uit
-de zee te brengen.
-
-"'t Is een gelukkie," gromden zij, "dat hij 't er zoo goed heeft
-afgebracht; maar verdienen deed hij 't eigenlijk niet. Want op die
-maneer neemt hij iemand het brood uit den mond. Wat in 't geheel
-niet is, zooals het hoort, wanneer je kersversch uit rijk-Oostinje
-komt."
-
-Doch de meeste lieden, die er van den wal af getuigen van waren
-geweest, vonden het kranig gedaan, en hun aangezichten blonken
-blijde die der equipage tegemoet, in de volle zekerheid, dat binnen
-korten tijd de geeltjes en witjes uit den vollen buidel der
-matroosjes door Hellevoet zouden rollen.
-
-Ja maar -- alsof zij op twee uur afstands er al de lucht van te
-pakken hadden gekregen -- ook uit der stede van den Brielle waren
-heel wat lieden op marsch gegaan, om aandeel in den buit te krijgen.
-Onze goede bekende, vrouw Stoffelsen, had het al heel gauw vernomen,
-en dies haar man de deur uitgedreven.
-
-"Dat zeevolk zal haast geen vodden meer aan d'r lijf hebben, en dus
-valt er voor jou wat te verdienen."
-
-Mr. Jochum had iets gemompeld van een wagen te nemen, maar zijn
-vrouw had zeer terecht beweerd, dat als hij liep, dit het eerst
-verdiend was.
-
-"En eer ze aan de bel getrokken en een wagen klaar hebben, is er
-haast net zooveel tijd naar de maan, als jij noodig hebt, om er op
-je apostelpaarden te komen. In dien tijd is licht een ander je
-voor."
-
-Op zijn knipbeenen was mr. Jochum dus naar de forteresse gegaan, en
-over gebrek aan gezelschap onderweg had hij niet te klagen. En toen
-hij er gekomen was en hoorde en zag, hoe de Oostinjevaarder den naam
-van "de Gouden Leeuw" droeg, kwam het dadelijk bij hem op, dat daar
-nog eens een leerjongen van hem mee uitgevaren was. Nu, diens
-tegenwoordigheid zou thans voor zijn ouden baas geen schade zijn!
-
-In al die jaren had hij niet veel van hem vernomen. Er moesten wel
-brieven bij zijn moeder gekomen zijn, maar die was toch zoo dicht
-als een pot en sprak liefst niet over dezen zoon. Enfin, als hij
-gestorven was, zou mr. Jochum daar wel van gehoord hebben. Wat niet
-wegnam, dat hij tòch wel dood kon zijn. Want als men in die
-dagen een familie-lid in de Oost had, kon die ginder al begraven en
-vergeten zijn, eer men er hier kennis van kreeg.
-
-Hij moest er nu toch haring of kuit van hebben, de brave kleermaker.
-Hetgeen hij doen kon, zonder zijn eigenlijk doel uit het oog te
-verliezen. En zoo klampte hij daarover een leuken maat aan, die er
-erg verfonfaaid in de kleeren uitzag en met wien hij natuurlijk
-eerst gezorgd had zaken te doen.
-
-Bij de vraag, of er ook een zekere Witte de With aan boord was, liet
-de aangesprokene zijn prettige, bruine kijkers ineens onderzoekend
-over mr. Jochum en zijn knipbeenen gaan. Even kwam er een groote
-jool in die kijkers, maar dadelijk weer stond dat guitige gezicht
-zoo strak, als maar eenigszins mogelijk was.
-
-"Laat me 's denken... Ja, nou je 't zegt... Ik heb een stuk kerel
-gekend, die zoo heette... En die heeft in Oostinje wàt een rare
-schaats geslagen!"
-
-"Kom!..."
-
-"Secuur, hoor!... Maar 't is er hem naar vergaan... Of ze 'm aan
-de ra opgeknoopt of een kop kleiner gemaakt hebben, ben ik gladweg
-vergeten, maar..."
-
-Hij kon niet verder gaan van den lach, want mr. Jochum was er bleek
-van geworden.
-
-"Hoe ~kun~-je om zoo iets ijselijke nog staan lachen!"
-
-"Loop man! In de Oost word-je zoo hard als een spijker. Dacht-je
-soms, dat we daar de kindertjes van de blauwtjes bakerden of in
-slaap wiegden?"
-
-"Nee, dat nu wel niet... Maar dat die jongen zoo ongelukkig aan z'n
-eindje is gekomen, die nog bij mij op de kleermakerstafel gezeten
-heeft..."
-
-
-[Illustratie: "Hoe kun-je om zoo iets ijselijks nog staan lachen!"]
-
-
-"Nou, meester, dan mag-je wel van geluk spreken! Want dan heb-je een
-adder vlak bij je gehad, een tijger, een verscheurend beest... Eén
-ding druk ik je op het hart: dat je van dat alles geen stom
-woord over je lippen laat komen, omdat er politie en justitie mee
-gemoeid zijn."
-
-"Ik wou, dat ik 't niet wist!" weeklaagde mr. Jochum.
-
-Weer lachte de zeeman. Hij sloeg den meester op den schouder, dat
-die zijn geheele geraamte voelde sidderen.
-
-"Over een paar dagen, als ik voor mijn lorren bij je moet zijn, zal
-ik onzen stuur meebrengen, die er alles van weet, omdat hij bij den
-moord en het doodvonnis tegenwoordig is geweest... Kijk, die
-daar!..."
-
-Hij wees hem naar een grooten, stevigen baas, die van het schip naar
-den wal keek, een gebruinden kop met knevel en puntbaardje.
-
-Het was Witte, maar mr. Jochum herkende zijn vroegeren leerling in
-dien gezouten zeebonk niet.
-
-In diepe gedachten ging mr. Jochum, die anders goede zaken gemaakt
-had, naar den Briel terug.
-
-"Wat zal m'n vrouw dààrvan staan kijken!" herhaalde hij telkens
-hoofdschuddend.
-
-Eerst had hij 't voor haar verborgen willen houden, maar hij rekende
-er terecht op, dat, hoe graag zijn vrouw de tekortkomingen van
-anderen in de buurt rondblaakte, zij toch den noodigen angst voor
-alles had, wat in verband stond met "'s heeren gevanckenis." Zij
-konden er nu samen over praten. Voor ieder apart zou dit geheim te
-groot zijn geweest.
-
-Wat Witte betrof, die schudde onwillig het hoofd, toen Hans hem de
-grap vertelde.
-
-"Waar was dat nu voor noodig?"
-
-"Noodig?... Waarvoor is alles noodig!... Zeker niet om een zuur
-gezicht te zetten, als je in Patria terug ben!"
-
-"Als je over een paar dagen in Hoorn komt, wat zal dan je eerste
-gedachte zijn, Hans?"
-
-"Te duiker, ja, Witte! Zoo diep heb ik alweer niet doorgedacht."
-
-"Dàt zal je ongeluk worden," voorspelde Witte.
-
-En zijn gezicht versomberde zoodanig, dat Hans erom begon te lachen.
-
-"Kom, Witte!... Als je moeder je zóó terugziet..."
-
-"Zàl ik ze weerzien?"
-
-Even verbouwereerd keek Hans hem aan, maar tegen zulk een somber
-voorgevoel kwam heel zijn opgeruimde natuur op.
-
-"'t Zal best schikken, hoor! Vanavond of morgen zit-jij bij moeders
-pappot, en ik over een paar dagen."
-
-"We hopen er het beste van, Hans."
-
-"En naar je ouwen meester ga-je toch ook?"
-
-"Zeker. Ik heb wat voor die luidjes meegebracht."
-
-"En maken we daar dan een grap van?"
-
-"Nou.... dat zullen we zien."
-
-En in de herinnering, hoe hij in zijn jongensjaren vrouw Stoffelsen
-geturkt had, kwam er een schijn van een glimlach over het stugge
-gelaat van Witte. Waaruit Hans, die hem zoo goed kende, opmaakte,
-dat het plannetje wel zou doorgaan. De volvoering daarvan zou echter
-afhangen.... van dat ééne!
-
-Ach, dat ééne omvatte voor Witte zoo véél èn.... zoo velen!
-
-Zou thuis alles in orde zijn?
-
-En, of hij er zich al dan niet tegen verzette, zijn gedachten gingen
-óók uit naar een andere hofstede....
-
-Het was in de Mei, in het laatst al, wanneer die over zal gaan in de
-koninklijke maand van Juni. Het midden, -- wanneer de IJsheiligen 4)
-even om het hoekje komen kijken, -- was een kaap, die al omgezeild
-was. De wind, die weken lang bijna voortdurend in den
-Noord-Oostelijken hoek gezeten had, was verzuidelijkt, en droeg de
-geuren van Meidoorn, seringen en bloesem, ja, van heel de
-vernieuwde, jonge aarde. Droomerig telde de koekoek, hoeveel jaren
-men nog leven zou, of, voor een stiekem toeluisterende deerne, op
-welken leeftijd zij de bruid zou zijn. 't Was àl leven en geluk, en
-voor den jeugdigen zeeman, die langs de bloeiende akkers en
-doornhagen ging, om het plaatsje op te zoeken, waar hij geboren was,
-het vaderland, dat hij nooit vergeten had.
-
-Vergeten? Hoe zou dat in ~die~ dagen, hoe zou dat voor hèm ooit
-mogelijk zijn geweest? Waren het niet de dagen van bloeitijd, van
-uitzetting voor de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden,
-welker vlag door Barendts en Heemskerck boven het barre Nova-Zembla,
-en door Jan Pieterszoon Coen in de weelderige tropen-wereld van een
-wordend Nederlandsch wereldrijk gehandhaafd was? En was niet een van
-de verdedigers van het fort bij Jacatra, een der medestichters van
-het Kasteel van Batavia, diezelfde een-en-twintigjarige jonkman?
-
-En nu voelde hij, die de wijdheid van de wereld ervaren had, zich
-heel klein en nietig, zooals wij allen, wanneer we tegenover het
-verleden onzer kinderjaren staan. De vogels sjierpten en
-tierelierden tegen elkaar van drukte, om hun wijfjes het dagelijksch
-onderhoud te bezorgen. Want in de maand Mei legt ieder vogeltje z'n
-ei, behalve de koekoek en de spriet, die leggen in de Meimaand niet.
-De zwaluwen, evenals hij van heel verre gekomen, scheerden hoog in
-de lucht. Zij hàdden al teruggevonden het nestje, over welks rand
-zij voor het eerst de wereld hadden ingekeken.
-
-En toch, hoe ook zijn gedachten van dat nestje vervuld waren.... den
-naasten weg erheen volgde hij niet!
-
-O ja, zoo paaide hij zich -- en dat kunnen wij menschen toch zoo
-handig! -- het was, om eerst van nicht Maertje te hooren, of het
-alles wel was aan boord, daar in Lagerwoude.
-
-En, hoe hij er zich tegen verzetten mocht, hij kòn niet anders. Hoe
-langer hoe sterker trok zijn hart naar die andere hofstede, waar een
-meisje leefde, die eens voor hem een oase geschapen had in de droeve
-jaren zijner dorre jeugd.
-
-Hoe zou Marie er uitzien, nu, in die blonde heerlijkheid van Mei,
-zijzelf met haar glanzend blonde haren, en die oogen, welker glans
-voor hem niet overstraald was door de vlammende zon van Indië.
-
-Of.... of.... Ja, ook jonge menschen kunnen sterven. Vier jaren is
-zulk een lange tijd!
-
-Of.... als zij eens verloofd, misschien wel reeds gehuwd was!
-
-O ja, ze had beloofd aan hem te blijven denken. Maar hij, de zeeman,
-wist wel de beteekenis van het spreekwoord "Uit het oog, uit het
-hart!"
-
-Nu was het, alsof over dien schoonen Meidag een waas kwam, gelijk
-dat geschieden kan, plotseling, door heibrand.
-
-'t Was, of er lood aan zijn voeten hing, of hij, die de muren van
-Jacatra bestormd had, geen moed meer bezat verder te gaan.
-
-Nog een pad langs, een dijk over, een paadje, dat zich tusschen de
-bloeiende Meidoorns slingerde....
-
-Daar opeens, bij een wending, ziet hij, nog in de verte, een
-menschelijke gestalte. Van een meisje, omglansd door het zonnelicht,
-waartegen zij de oogen beschut door de uitgestrekte hand erboven te
-houden. Alsof zij uitkijkt, den kant van Hellevoet op.
-
-Weg wijkt de heibrand. Alles wordt vol leven en glans. Zijn hooge
-gestalte schijnt zich nog uit te rekken. Zal hij.... zal hij doen,
-alsof hij een vreemde is, eens onderzoeken, of zij hem na al die
-jaren nog herkent?
-
-Maar reeds is hem de hoed in de hand gevlogen en hij wuift, wuift
-zoo wijd en breed als hij kan, en hij jubelt: "Marie, Marie!" en
-stormt vooruit, alsof er weer een kasteel te veroveren is, en daar
-heeft hij al haar twee handen in de zijne, en hij ziet haar aan, zoo
-blijde en gelukkig, dat zij dadelijk zijn oogen herkent, de oogen in
-dat bruingebrande gelaat van den stoeren, uiterlijk haar
-wildvreemden zeeman.
-
-"Witte!"
-
-"Marie, Marie!"
-
-"Domme jongen.... is me dat doen schrikken!"
-
-"Ik?.... En naar wien keek-je dan uit?"
-
-"Naar.... naar een geit, die weggeloopen is...."
-
-"Zeggen, zèggen.... de waarheid!"
-
-"Heusch, dàt is de waarheid!"
-
-"Jij, Meniste, durf-je dat volhouden?"
-
-Toen lachte zij met heel haar wezen, en blozend verborg zij haar
-hoofd tegen hem aan.
-
-
-------------
-4) 13, 14 en 15 Mei.
-
-
-
-
-XIV.
-
-TOT ZIENS!
-
-
-'t Was eigenlijk maar gelukkig, dat hij eerst de steê van nicht
-Maertje had opgezocht, die hem in dezelfde keuken ontving, waar
-Witte in de treurige jaren van zijn jeugd toch de hartelijkheid van
-medemenschen had mogen ondervinden. Het mansvolk was met dit mooie
-weer op het veld, en zoo zaten zij daar weer als vanouds met hun
-drietjes. En toen de eerste begroetingen waren afgeloopen en men
-weer een weinig aan de wel wat veranderde gezichten gewoon raakte,
-deelde Marie's moeder hem mede, dat er iets akeligs op de steê in
-Lagerwoude geschied was.
-
-Zijn jongste broer was gestorven, Abram, even achttien jaar oud. 't
-Was altijd een zwak vat geweest, eigenlijk zooals al de kinderen van
-zijn moeder, behalve hij. Toch trof het hem diep, vooral toen hij
-hoorde, hoe de jonge teringlijder nog dikwijls over hem gesproken
-had. Het was den 20sten Maart van dit jaar gebeurd, en Witte, stipt
-en secuur gelijk hij in alles was, rekende uit, dat hij zich toen
-juist op het eiland Sint-Helena bevonden had, een mijlpaal op de
-terugreis naar huis. Zijn zuster was ook niet heel gezond en
-Andries zag er zelfs slecht uit.
-
-En moeder?
-
-Nicht Maertje maakte een gebaar, alsof zij zeggen wilde:
-
-"Altijd dezelfde!"
-
-Donker keek Witte voor zich.
-
-"Nu zie ik nog meer tegen die ontmoeting op.... En toch heb ik met
-haar te doen, nicht. Wat zal zij inwendig bedroefd zijn om broer."
-
-Met groot medelijden keek Marie hem van terzijde aan.
-
-Haar moeder zag dat.
-
-Zij legde haar hand op den gebruinden knuist van den jongen zeeman.
-
-"Witte.... Marie zal met je meegaan."
-
-Beide jongemenschen zagen haar, en toen elkander aan.
-
-"Ik, moeder?" vroeg Marie ietwat verlegen.
-
-"Ja!" gaf Witte, in plaats van de aangesprokene, ten antwoord.
-
-Met een heftige beweging stond hij op.
-
-"Kom mee, Marie!..."
-
-Doch toen zij bij de hofstede in Lagerwoude gekomen waren, kwam over
-hem, die niet gewoon was voor iets terug te deinzen, een groote
-aarzeling.
-
-"Marie.... ik ben bang, dat ik haar zal doen schrikken. Ze is oud en
-men kan nooit weten..."
-
-"Wat wil-je dan, Witte?"
-
-"Dat jij vooruit gaat en haar erop voorbereidt."
-
-Waren dat nu de felle oogen van den stuurschen knaap van weleer, die
-haar thans zoo smeekend aanzagen?
-
-"Goed," antwoordde zij.
-
-En terwijl Witte zich in het glanzende gras terzijde van het voetpad
-neerzette, ving zij den zwaren gang aan naar de bazinne van
-Lagerwoude.
-
-Hij zag haar na, en zijn hart bad, dat haar gang gezegend mocht
-zijn.
-
-Toen.... o, eindeloos scheen de tijd voorbij te gaan. Zijn blik werd
-als vanzelf getrokken tot den geweldigen reus in dit Far West der
-Nederlanden, den Brielschen toren. Al de donkere herinneringen uit
-zijn kinderjaren doken voor hem op. En verbeeldde hij 't zich?....
-Trilden daar door de voorjaarsweelde niet de zware klanken van de
-Catharina, de groote klok, die negentien jaren later triomf zou
-luiden over de zege bij Duins, waarin hij, terwijl bestevaêr Tromp
-aan Spanje den heerschersstaf ter zee ontwrong, met zijn felle oogen
-de Engelsche zeemacht in bedwang zou houden? Thans luidde zij,
-gelijk hij verstond, ter uitvaart van een doode, en hij dacht aan
-zijn vroeg gestorven broer. Maar toen ook gevoelde hij, de doopeling
-van Ds. Leo, tot Wien die sombere klanken opstegen, en een groote
-rust en stil vertrouwen kwamen over hem.
-
-Daar zag hij Marie op 't pad verschijnen; zij wenkte hem. Reeds was
-hij opgesprongen, en niet zonder eenige verbazing ervoer het jonge
-meisje, hoe rustig die kloeke mannengestalte op haar toetrad.
-
-"Je moeder wacht je, Witte."
-
-Hij gaf geen antwoord. Met heel zijn innerlijk was hij al in die
-groote, zelfs nu nog halfduistere keuken, waarin zij troonde, de
-bazinne van Lagerwoude.
-
-Twee paar oogen van dezelfde felheid ontmoetten elkaar, maar in
-beide school dezelfde uitdrukking van verlangen.
-
-Zij zat op haar oude plaatsje; Katrien, een weinig angstig en als om
-dadelijk tusschen beiden te treden, naast haar. Achter hem trad
-Marie binnen. Geen verdere getuigen waren er van deze ontmoeting na
-jaren-lange scheiding.
-
-"Moeder!"
-
-Ze antwoordde niet, maar keek hem aldoor aan.
-
-Hij greep haar hand, sloeg zijn krachtigen arm heel teertjes om haar
-heen, en boog zich over haar; maar zèlf verlangde hij het eerst
-gekust te worden.
-
-Ze weerde hem af. Niet heftig, maar hoewel zacht, toch zeer beslist.
-
-Het bloed vloeide hem naar het hart. Zelfs onder zijn bronskleur zag
-men, hoe bleek hij werd.
-
-Toen sprak ze:
-
-"Ik heb een boodschap aan je, Witte.... Van broer."
-
-Hij wrong zich de vuisten, dat men het hoorde.
-
-"Ik moest je groeten van hem.... als je ooit terugkwam."
-
-Er bewoog zich iets in de gelaatstrekken van de harde, oude vrouw,
-dat akelig was om aan te zien. De nooit geheelde smart om het
-verlies van dàt kind.
-
-Marie kon het niet langer aanzien.
-
-Ze plaatste zich vlak naast Witte.
-
-De oude vrouw zag dat, maar met een uitdrukking, alsof zij het niet
-begreep, alsof haar gedachten alleen bij den doode waren.
-
-
-[Illustratie: "Omdat God het zoo heeft verordonneerd, moeder!"]
-
-
-"Hij hield zooveel van je, Witte. Waarom moest hij sterven, zonder
-dat hij afscheid van je nemen kon?"
-
-"Omdat God het zoo heeft verordonneerd, moeder!"
-
-Het kwam er bijna koninklijk vroom bij Witte uit.
-
-Zijn moeder gevoelde het. En toen nu Marie weer Moeders hand in die
-van haar zoon legde en de oude vrouw dadelijk voelde, hoe hij die
-hand vastgreep als een drenkeling, -- toen brak er iets in dat
-onwrikbare hart.
-
-Het was, alsof Witte dit op het eigen oogenblik besefte. Weer sloeg
-hij zijn arm om moeder heen, en kuste haar, -- hij het eerst.
-
-Toen streelde zij met haar oude hand over zijn haren, en zijn hoofd
-tot zich buigend, rustten haar lippen eenige oogenblikken op zijn
-voorhoofd....
-
- * * *
-
-Niet in Lagerwoude bleef Witte. Tijdelijk had hij een kosthuis in
-Hellevoetsluis genomen. In elk opzicht was hij dan meer eigen baas,
-en bleef dicht bij de zeevaart.
-
-Lang zou hij niet meer aan wal blijven. In de vier jaren van zijn
-loopbaan had hij een prachtige carrière gemaakt. Niet alleen -- waar
-in de wereld veel op aankomt -- de aandacht getrokken van de hooge
-oome's, en dat wel van niemand minder dan van den
-Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, die hem gaarne voor goed
-aan zijn dienst verbonden zou hebben. Maar ook om zijn werkelijke
-begaafdheid als zeeman, waardoor kapitein Schapenham het toch op Jan
-Pieterszoon Coen gewonnen had.
-
-Op de zee lag nu eenmaal zijn toekomst. Uitgevaren als een voor die
-tijden veel te laat in het vak gekomen kajuitsjongen, was hij van
-den eenen graad tot den anderen opgeklommen, en in het vaderland
-teruggekeerd als stuurman. Bij het afmonsteren had kapitein
-Schapenham hem verzocht als schipper, dat was op een oorlogsschip in
-rang de hoogste na dien van kapitein, er met hem weder op uit te
-varen, doch Witte had eerst eenige maanden met en bij de zijnen
-willen leven. Met geen ledigen buidel toch was hij uit Indië
-teruggekeerd, en natuurlijk had hij allerlei geschenken meegebracht.
-Ook wat leuks voor zijn ouden patroon en diens vrouw, en die wilde
-hij er zelf brengen.
-
-Met Hans was hij erheen gegaan, maar de aardigheid was er voor
-laatstgemelden plaaggeest af. Want door een knecht van Lagerwoude
-had het echtpaar, al denzelfden dag van zijn komst op de hofstede,
-van Witte's terugkeer vernomen. Vrouw Stoffelsen had het er wel over
-op haar heupen gehad, dat zij en haar man er zoo doorgehaald waren,
-en natuurlijk kreeg mr. Jochum weer alles op zijn hoofd, omdat hij
-zoo stom was geweest. Doch hij had haar bezworen nu eens lief en
-toegevend te zijn. Want diezelfde zeeman, die hem zoo voor 't lapje
-gehouden had, zou een pak komen aanmeten, en zijn maat, die hij
-beloofd had mede te brengen, zou zeker wel van 't zelfde laken een
-rok moeten hebben.
-
-Die kameraad nu bleek niemand anders dan Witte te zijn. Toen kwamen
-de cadeautjes voor den dag en meester moest er maar eens uitscheiden
-met prikken en met zijn vrouw in de taveerne komen, om op kosten van
-de gasten onthaald te worden en dat wel met de bekende
-zeemansjovialiteit!....
-
-"De zaak blijft toch doorgaan," schertste Witte, in een bij hem
-haast ongekende vroolijkheid, en ter verduidelijking wees hij op den
-leerjongen, die thans op de kleermakerstafel zat.
-
-"Die?!" riep vrouw Stoffelsen uit, en daar gingen haar handen weer
-de hoogte in, "die kan niets anders dan...."
-
-"Dan eten en drinken," veronderstelde Hans.
-
-"Neen, dan vergeten en suffen!" barstte moeder Stoffelsen uit.
-
-"Kom, kom, moeder," troostte Witte, "zoo erg als ik dat indertijd
-gedaan heb, zal het toch bij hem niet zijn."
-
-"Mensch, zwijg stil!" weeklaagde zij. "Hij is, net als jij, van
-buiten de stad, maar zeg-jij me eens, heb jij ooit voor je moeder
-een pond vleesch bij den slager besteld en het toen vergeten mee te
-nemen?"
-
-Witte sloeg een gat in de lucht.
-
-"Neen, zoo kras heb ik nooit gesuft."
-
-"En dàt wil wat zeggen," voegde vrouw Stoffelsen eraan toe.
-
-Hans kreeg medelijden met den jongen, die stil was blijven
-doorwerken, maar een kleur gekregen had als bloed.
-
-Terwijl de anderen naar de taveerne gingen, greep hij den lans bij
-een oor.
-
-"Weet-je, waarom Witte zoo sufte?"
-
-De jongen knikte van ja.
-
-Hans dwong hem nu zijn gezicht naar hem toe te wenden.
-
-"Suf-jij daar ook over?"
-
-De jongen lachte even, maar zei niets.
-
-"Geef me je hand, lansje."
-
-Hij drukte die stevig.
-
-"Tot ziens, hoor!.... Ergens op de wijde zee..." De jongen voelde
-een geldstuk in zijn hand.
-
-Hij wilde bedanken, maar Hans was al weg.
-
-Toen sloeg het baasje de kijkers op, open en rond. Het waren een
-paar heldere kijkers, heelemaal van geen droomen.
-
-"Tot ziens," zei ook hij, maar heel zachtjes.
-
-Zijn handen vielen slap neer op zijn werk, en met zijn heldere oogen
-zag hij in de wijde oneindigheid, suffend over de eeuwig
-aantrekkelijke en aantrekkende zee.
-
-"Tot ziens!" dat zei in de maand December van hetzelfde jaar ook
-Witte, toen hij wederom het Goereesche zeegat uitzeilde, in den rang
-van schipper op een maandgeld van 24 gld. -- een mooi inkomen voor
-dien tijd -- op het oorlogsschip "de Gelderland," dat koers zette
-naar Gribaltar, waar het bij het smaldeel kwam, dat onder het
-commandement van den Zeeuwschen admiraal stond. "Tot ziens!" dat had
-hij tegen zijn moeder, zijn zuster, zijn broeder, en nicht Maertje,
-óók tegen het echtpaar Stoffelsen gezegd, maar tegen niemand zoo
-hartelijk als tegen zijn verloofde. En wie dat mooie, blonde meisje
-was, dat hem tot Hellevoetsluis had weggebracht en toen heel erg in
-haar wiek geslagen op de steê bij haar moeder terugkeerde -- nu, dat
-behoef ik u niet te vertellen.
-
-"Kom, kind," zoo bestrafte haar nicht Maertje, "als alle meisjes van
-zeelieden zooveel tranen voor haar jongen over hadden, kwam er nog
-meer zout water dan er nu al in de zee is."
-
-Daar moest Marie toch even om glimlachen. "Wel zeker, kind,"
-troostte haar nu haar moeder, "'t is immers, met Gods wil, geen
-adieu voor altijd, maar een tot ziens!" --
-
-
-
- In de Serie
- JONG HOLLAND
-
- Ing. f 1.25 -- slechts -- Geb. f 1.95
- verschijnen jongensboeken in mooie uitvoering
- vol platen -- en met goede inhoud.
-
- ---- ----
-
-No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van den Gouden
- Leeuw.
-
- Beschrijft de 1e reis van Admiraal WITTE DE WITH.
-
-No. II. DANIËL DEFOE. De avonturen van Kapitein Bob.
-
- Een boeiend boek van den schrijver van ROBINSON CRUSOË.
-
-No. III. F. REMINGTON. De Witte Otter.
-
- Een boeiend indianen-verhaal.
-
-
- ---- ----
-
- In deze serie verschijnen slechts boeken met goede inhoud
- -- en goed verzorgd -- voor
- :-: :-: billijken prijs. :-: :-:
-
-
-
-
- [Transcriber's notes
-
- De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd:
-
- [waneer men strak] -> [wanneer men strak]
-
- [een plokje menschen] -> [een plukje menschen]
-
- [Omdat men Gode] -> [Omdat men God]
-
- [haar zoon niet en is] -> [haar zoon niet is]
-
- [Kan die het het] -> [Kan die het]
-
- [zulke kwajongens als wij] -> [zulke kwâjongens als wij]
-
- [dat alles vermohct] -> [dat alles vermocht]
-
- [En al durf ik je best staan,] -> [En al durf ik je best slaan,]
-
- [verkoopars van] -> [verkoopers van]
-
- [den huilenden NoordOoster] -> [den huilenden Noord-Ooster]
-
- [van het huis zittend leven] -> [van het thuis zittend leven]
-
- [eerenaam van "bestevaer"] -> [eerenaam van "bestevaêr"]
-
- [Alevel gaven zij] -> [Al gaven zij]
-
- [neemaar] -> [nee maar]
-
- [Want op die maneer] -> [Want op die manier]
-
- [naar Gribaltar] -> [naar Gibraltar]
-
- [zoo bestrafte haar nicht] -> [zoo bestrafte ze haar nicht]
-
- Enkele gevallen waarin het beletselteken [...] aan het eind van
- een zin is gebruikt in combinatie met een vraagteken, zijn
- gecorrigeerd van [?...] naar de meest voorkomende vorm: [...?]
-
- Op de laatste bladzijde wordt reclame voor enkele boeken gemaakt
- waaronder dit boek. De titel is daar echter verkeerd geschreven:
- [No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van den Gouden Leeuw.] ->
- [No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van De Gouden Leeuw.]
-
- Inconsequent gebruik van achtervoegsels in rangtelwoorden is
- gecorrigeerd. Alle voorkomende gevallen zijn aangepast naar de
- achtervoegsels -sten en -den. Alleen in de HTML-versie is
- aangegeven waar dit is aangepast. De volgende vormen zijn
- aangepast:
-
- [1e] -> [1ste]
- [3en] -> [3den]
- [10en] -> [10den]
- [13en] -> [13den]
- [17e] -> [17den]
- [18en] -> [18den]
- [20e] -> [20sten]
- [27en] -> [27sten]
- [29en] -> [29sten]
-
-
- Er zijn ook enkele interpunctie fouten gecorrigeerd
- maar worden hier niet verder genoemd.
-
- Een inhoudsopgave ontbrak. Voor het gemak van de lezer
- is deze aan het begin toegevoegd.
-
- De 'platte tekst'-versie simuleert met [_] italic,
- en met [~] gespatieerde tekst-fragmenten.
-
- ]
-
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of De Scheepsjongen van 'De Gouden Leeuw', by
-Johannes Hendrik Been
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE SCHEEPSJONGEN VAN 'DE GOUDEN LEEUW' ***
-
-***** This file should be named 61448-8.txt or 61448-8.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/6/1/4/4/61448/
-
-Produced by R.G.P.M. van Giesen
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
diff --git a/old/61448-8.zip b/old/61448-8.zip
deleted file mode 100644
index 5aa8c2a..0000000
--- a/old/61448-8.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h.zip b/old/61448-h.zip
deleted file mode 100644
index 00597fc..0000000
--- a/old/61448-h.zip
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/61448-h.htm b/old/61448-h/61448-h.htm
deleted file mode 100644
index be7f85b..0000000
--- a/old/61448-h/61448-h.htm
+++ /dev/null
@@ -1,6511 +0,0 @@
-<!doctype html public "-//W3C//DTD HTML 4.01 Transitional//EN">
-<html>
-<head>
- <meta http-equiv="Content-Type" content="text/html; charset=ISO-8859-1">
- <title>De Scheepsjongen van "De Gouden Leeuw"</title>
-
- <style type="text/css">
-
- body {margin-left: 10%; margin-right: 10%;}
-
- /* normal indent */
- p {
- text-indent: 2%;
- text-align: justify;
- }
-
- /* hanging indent */
- .p2 {
- text-indent: -6%;
- padding-left: 6%;
- text-align: justify;
- }
-
- /* no indent */
- .p_no_indent {
- text-indent: 0%;
- text-align: justify;
- }
-
- /* Standard sup and sub have the same fontsize as normal text,
- it's only moved up or down half a line.
- But usually you will find sup/sub in a smaller font.
- Therefore these adaptations: */
- sup {
- vertical-align: super;
- font-size: 50%;
- }
-
- sub {
- vertical-align: sub;
- font-size: 50%;
- }
-
- .standard {font-size: 100%; font-weight: normal;}
-
- .indent02 {margin-left: 2%; margin-right: 10%;}
- .indent10 {margin-left: 10%; margin-right: 10%;}
- .indent20 {margin-left: 20%; margin-right: 10%;}
- .indent30 {margin-left: 30%; margin-right: 10%;}
- .indent40 {margin-left: 40%; margin-right: 10%;}
- .indent50 {margin-left: 50%; margin-right: 10%;}
- .indent60 {margin-left: 60%; margin-right: 10%;}
-
- .fontsize60 {font-size: 60%;}
- .fontsize80 {font-size: 80%;}
- .fontsize110 {font-size: 110%;}
- .fontsize133 {font-size: 133%;}
-
- /* for big and small caps on one line. Usable as class in a 'span' tag around text or in the 'p'/tag */
- .smallcaps {font-variant: small-caps;}
-
- /* use for Transcribers Notes and such */
- .notebox {margin-left: 10%; margin-right: 10%; margin-top: 5%; margin-bottom: 5%; padding: 1em; border: solid black 1px;}
-
- /* For showing the original pagenumbers in the text:
- 1. Reset and increment a counter that is named [pagenumber]. For instance in the [body]-tag
- 2. Then use the class [pagenum] on the place where you want to see the pagenumber.
- The way the pagenumber is presented, happens with the pagenum:before. This makes the pagenumber "virtual", or: if you
- try to copy and paste it somewhere else, the pagenumber is NOT copied.
- 3. In case the pagenumber is placed inside a word, use the class [hyphen] to show a "virtual" hyphen.
- 4. If you want to hide the pagenumbers, change [display: inline;] in [display: none;] for the classes [pagenum] and [hyphen].
- 5. If you want to jump to a pagenumber from other parts, add the [a] tag with a unique id, like this:
-
- <p>The last word on a page <a id="#page0001"><|a><span class="pagenum"> and then the first word on the next page<|p>
- */
- .pagenum {
- display: inline;
- font-size:70%;
- font-style:normal;
- color: gray;
- }
- .pagenum_roman {
- display: inline;
- font-size:70%;
- font-style:normal;
- }
- .pagenum:before {
- counter-increment: pagenumber;
- content: "[" counter(pagenumber) "] ";
- }
- .pagenum_roman:before {
- counter-increment: pagenumber;
- content: "[" counter(pagenumber, upper-roman) "] ";
- }
- .hyphen {
- display: inline;
- }
- .hyphen:before {
- content: "- ";
- }
- /* ...end of: For showing the original pagenumbers in the text.
-
- /* To mark a correction in the text, use this class. It will put a dotted red line underneath the corrected word and
- you can even display the original text in a hint when the cursor hovers above the word.
- Example (replace pipe-symbol with forwardslash if you are going to use it):
-
- <p>This sentence <span id="cor0001" class="corrected" title="[Original text: cantaind]">contained<|span> an error.<|p>
-
- You can hyperlink the word from the Transcriber's notes:
- Example (replace pipe-symbol with forwardslash if you are going to use it):
-
- <a href="#cor0001">[XXX] &mdash;&gt; [YYY]<|a>
- */
-
- span.corrected {border-bottom:1px dotted red;}
-
- /* use for words to show extra spacing between characters
- Example:
- <span class="expand_spacing">dit is een test<|span>
-
- which results in something like this:
- d i t i s e e n t e s t
- To add just a bit more space to the left, the margin-left is also set.
- */
- .expand_spacing {letter-spacing: 0.2em; margin-left: 0.2em;}
-
- /* To start a chapter with an image representing the first letter, use this class.
- Example with the letter "H" (replace pipe-symbol with forwardslash if you are going to use it):
-
- <img class="letterimage" src="image_representing_letter.jpg" alt="H" style="width:10%; height:auto; max-width:300px;">
- <p class="hidden_char"><span style="color: white;">H<|span>ere he was going to stay.<|p>
-
- The result is the letter "H" represented by an image sized to 10% of the width of the browser-window (with a maximum-width of 300px).
- */
- .letterimage {float:left; padding: 5px;}
- .hidden_char {text-indent: -0.5em;
- padding-left: 0.5em;}
-
- /* To create hidden but searchable (!) text. Great to use for: an image that shows text. You type the same text beneath the image and apply this style.
- That ensures the reader doesn't see it twice, but he can search on it. */
- span.hiddenText {
- width:0px;
- height:0px;
- overflow:hidden;
- display:inline-block;
- }
-
- /* To create a big first character (sometimes used in a new chapter) use this in a <span> around first character(s).
- Use it in combination with [class="p_no_indent"], or else the second line will be too close to the big character. */
- .introduction {
- float: left;
- font-size: 44px;
- line-height: 35px;
- padding-top: 3px;
- padding-right: 1px;
- }
- /* If there is a quote before the first big character, it's usually the normal size. Then use this in a <span> around it. */
- .introduction_quote {
- float: left;
- }
-
- /* Aligning images in text: left, center, or right */
- img.img_left {
- float: left;
- margin: 10px 10px 10px 0px;
- width: 50%;
- }
- img.img_right {
- float: right;
- margin: 10px 0px 10px 10px;
- width: 50%;
- }
- /* ...end of -- Aligning images in text: left or right */
- /* Style for the footnote text */
- .fn_text {
- font-size: 80%;
- }
- </style>
-</head>
-
-<body style="counter-reset: pagenumber; counter-increment: pagenumber 4;">
-
-
-<pre>
-
-The Project Gutenberg EBook of De Scheepsjongen van 'De Gouden Leeuw', by
-Johannes Hendrik Been
-
-This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and most
-other parts of the world at no cost and with almost no restrictions
-whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it under the terms of
-the Project Gutenberg License included with this eBook or online at
-www.gutenberg.org. If you are not located in the United States, you'll have
-to check the laws of the country where you are located before using this ebook.
-
-Title: De Scheepsjongen van 'De Gouden Leeuw'
-
-Author: Johannes Hendrik Been
-
-Illustrator: Johannes Petrus Antonius Wiegman
-
-Release Date: February 18, 2020 [EBook #61448]
-
-Language: Dutch
-
-Character set encoding: ISO-8859-1
-
-*** START OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE SCHEEPSJONGEN VAN 'DE GOUDEN LEEUW' ***
-
-
-
-
-Produced by R.G.P.M. van Giesen
-
-
-
-
-
-</pre>
-
-
-<a name="cover"></a>
-<center><img src="images/01_cover.jpg" alt="Cover" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;"></center>
-<center>[Illustratie: kaft]</center>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<center> DE SCHEEPSJONGEN VAN "DE GOUDEN LEEUW"</center>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<center>
-<div class="notebox">
-<h2>JONG HOLLAND</h2>
-I
-<br>
-<br>
-
-<center>
-<img src="images/logo.jpg" alt="image: logo.jpg" style="width:15%; height:auto; max-width:190px;">
-<br>[Illustratie: logo Meulenhoff]
-</center>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br> H. MEULENHOFF &mdash; AMSTERDAM &mdash; 1920
-</div>
-</center>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<center>
-<div class="notebox">
-<br><h2> DE SCHEEPSJONGEN VAN
-<br> "DE GOUDEN LEEUW"</h2>
-<h3> JOH. H. BEEN</h3>
-<h4> GEÏLLUSTREERD DOOR JAN WIEGMAN</h4>
-<br>
-<br>
-
-<center>
-<img src="images/logo.jpg" alt="image: logo.jpg" style="width:15%; height:auto; max-width:190px;">
-<br>[Illustratie: logo Meulenhoff]
-</center>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>H. MEULENHOFF &mdash; AMSTERDAM &mdash; 1920
-</div>
-</center>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<center>
-<div class="notebox">
-<a name="03_gerammel"></a>
-<img src="images/03_gerammel.jpg" alt="image: 03_gerammel.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:600px;">
-[Illustratie: Akelig klonk hem het ketengerammel in de ooren.]
-</div>
-</center>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<h3 align="center">Inhoudsopgave</h3>
-<hr width="25%" align="center">
-<table align="center" width="80%" summary="contents">
-<tbody>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">I.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter01"><span class="smallcaps">De bazinne van "Lagerwoude".</span></a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">II.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter02"><span class="smallcaps">In de geheime bijeenkomst.</span></a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">III.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter03"><span class="smallcaps">Op de kleermakerstafel.</span></a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">IV.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter04"><span class="smallcaps">Een oase in de woestijn.</span></a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">V.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter05"><span class="smallcaps">Waarom vrouw Stoffelsen alleen thuis bleef.</span></a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">VI.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter06"><span class="smallcaps">Op den wagen.</span></a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">VII.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter07"><span class="smallcaps">Het plannetje van Hans.</span></a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">VIII.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter08"><span class="smallcaps">Het deurtje van een vogelkooi gaat open.</span></a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">IX.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter09"><span class="smallcaps">Met ijsgang uit het Goereesche Zeegat.</span></a></td>
-</tr>
-<tr>
-<td align="right" valign="top">X.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter10"><span class="smallcaps">Onder de linie.</span></a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">XI.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter11"><span class="smallcaps">Er moet iets op de "Westvriesland" gebeurd zijn.</span></a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">XII.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter12"><span class="smallcaps">Het laatste gedeelte van de reis.</span></a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">XIII.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter13"><span class="smallcaps">'t Was in de Mei....</span></a></td>
-</tr>
-
-<tr>
-<td align="right" valign="top">XIV.&nbsp;&nbsp;</td>
-<td align="left" valign="top">
-<a href="#chapter14"><span class="smallcaps">Tot ziens!</span></a></td>
-</tr>
-
-</tbody></table>
-
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter01"></a>
-<h3 align="center">I.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">De bazinne van "Lagerwoude".</span></h4>
-
-<p>Op een grauwen namiddag in de maand December van 't jaar onzes
-Heeren 1615, zat in de groote keuken van een hofstede, die, een half
-uurtje buiten den Briel, dicht bij het wagenveer naar Hellevoetsluis
-gelegen was, een vrouw druk aan het verstelwerk.</p>
-
-<p>Hoewel het niet later dan half drie geweest zal zijn, heerschte er
-toch al een soort van schemering in het vertrek, dat tegelijk tot
-woonkamer diende, en door de kleine, in het lood gezette ruitjes van
-de twee ramen het daglicht moest ontvangen.</p>
-
-<p>"Moeder," zei een deerne, die aan den gootsteen, met het wasschen
-van vaatwerk bezig was, maar even ophield om naar de vrouw te
-kijken, die zich àl dieper over haar naaiwerk heen boog, "moeder je
-bederft nog je oogen."</p>
-
-<p>"Zei-je iets Katrijn?" riep een ongeveer vijftienjarige knaap, die
-in de aangrenzende schuur bij de koeien bezig was.</p>
-
-<p>En zijn hoofd door de openstaande deur stekende,<span class="pagenum"></span> waardoor de
-reuk van den stal in de keuken drong, zag hij vragend zijn zuster
-aan. Moeder hief het hoofd op.</p>
-
-<center>
-<a name="04_ga"></a>
-<img src="images/04_ga.jpg" alt="image: 04_ga.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Ga jij maar aan je werk, Andries.]</center>
-
-<p>"Ga jij maar aan je werk, Andries. Je zuster heeft het niet tegen
-jou."</p>
-
-<p>Dat kwam er niet vriendelijk bij haar uit. En toch was Andries van
-haar drie zoons de meest geliefde, omdat hij naar haar vader heette.</p>
-
-<p>Trouwens, die boerenvrouw hàd iets norsch, iets<span class="pagenum"></span> stugs over
-zich, en, door een loodrechten rimpel tusschen de wenkbrauwen, zelfs
-iets strengs. Zij was niet jong meer, maar toch droeg zij haar
-zeven-en-vijftig jaren met eere. Wat vooral uitkwam, als men haar
-vergeleek bij haar dochter en bij haar zoon, die in gestalte en
-gelaat iets zwaks en ziekelijks over zich hadden. En zoo boersch als
-zij gekleed was, met het eenvoudige gladde mutsje, dat haar nog niet
-grijzende haren alleen bij de slapen zichtbaar liet, zag zij er uit
-als een heerscheres; en dat was zij ook, de bazinne van deze
-hofstede. "Och, Andries," zoo lichtte de deerne, die wij Katrijn
-noemden, maar als Catharina gedoopt was, haar broeder in, "moeder
-zit haar oogen te bederven, en nu wou ik, dat ze zich een beetje
-rust gunde."</p>
-
-<p>"Rust?" sprak de oude vrouw bitter, "rust zal: ik hebben, als ik bij
-je vader in de Groote Kerk van den Briel begraven lig!"</p>
-
-<p>Katrijn wenkte met de oogen en het hoofd, dat Andries maar aan zijn
-werk blijven en moeder stil moest laten zitten.</p>
-
-<p>Of hij die teekenen niet opmerkte, dan wel dat niet wilde, durven
-wij niet beslissen. Zeker is het, dat hij uit den stal in de keuken
-kwam, en zich naar zijn moeder begaf.</p>
-
-<p>Snel had die opgekeken, toen zij hem de holsblokken van de voeten
-hoorde gooien, om op de kousenvoeten binnen te komen.</p>
-
-<p>Afwerend strekte zij de hand uit; maar reeds was Andries bij haar en
-sloeg de armen om haar heen.</p>
-
-<p>"Toe, moeder; u moet niet zulke akelige dingen zeggen!"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Met bovenlijf en armen maakte zij zich los uit de omhelzing. Wel
-niet ruw of afstootend, maar toch met een zekere beslistheid.</p>
-
-<p>"Dwaasheid, Andries! Wij moeten elk uur van ons leven bereid zijn om
-rekenschap af te leggen!"</p>
-
-<p>"Dat weet ik wel, moeder, maar...."</p>
-
-<p>"Ga aan je werk, Andries," kwam Katrijn tusschen beiden, niet zonder
-eenige spijtigheid in haar toon van spreken, "je weet, dat moeder
-niet tegengesproken wil worden."</p>
-
-<p>De rimpel tusschen de wenkbrauwen van moeder verdiepte zich en haar
-felle oogen gingen den kant van haar dochter uit.</p>
-
-<p>"Andries heeft je raad niet noodig, Katrijn. Bewaar dien.... voor je
-oudsten broer!"</p>
-
-<p>'t Was, alsof Andries bij die woorden wederom behoefte gevoelde zijn
-armen om moeders hals te slaan; maar omdat hij dit niet aandurfde,
-vielen zij slap neer, en vouwde hij de handen.</p>
-
-<p>"Is.... is er alweer iets met Witte?" vroeg hij angstig.</p>
-
-<p>"Alweer?" gaf moeder schouderophalend ten antwoord, terwijl zij haar
-verstelwerk, dat in haar schoot gegleden was, weer opvatte. "Vraag
-liever, wanneer er niet wat met hem aan het handje is!"</p>
-
-<p>En plotseling van onderwerp veranderende:</p>
-
-<p>"Waar zit toch heel den middag broer!"</p>
-
-<p>Broer was de jongste zoon, die Abraham heette, en ongeveer den
-leeftijd van veertien jaar bereikt had.</p>
-
-<p>"O, moeder," gaf Katrijn dadelijk ten antwoord, blijde, dat zij over
-iets anders kon spreken, "broer is met den speelwagen naar den
-Briel, voor de<span class="pagenum"></span> boodschap bij burgemeester Lenaert Jans <span id="fn0001"><a href="#fn0001text">1)</a></span>, u weet wel...."</p>
-
-<p>"Dat kon de knecht toch alleen wel af!" merkte moeder op, die weer
-met haar verstelwerk begonnen was. "'t Was beter, als broer met dien
-hoest thuis gebleven was; de lucht is vandaag te guur voor hem."</p>
-
-<p>"Kom, moeder," waagde zij luchtigjes tegen te spreken, "de jongen is
-toch geen papkindje. Wat jij, Andries!"</p>
-
-<p>Andries gaf haar gelijk. 't Was buiten niet zoo guur als moeder
-dacht.</p>
-
-<p>Moeder gaf geen antwoord. Een Doopsgezinde spreekt nooit onwaarheid,
-maar behoeft daarom toch niet altijd al de gedachten, die er in een
-menschenhoofd omgaan, te vertolken!</p>
-
-<p>Zij wist, welke zwakke vaten het waren, die kinderen van haar.</p>
-
-<p>Dat wil zeggen, haar kinderen op één na.</p>
-
-<p>En die eene!....</p>
-
-<p>Even was er iets als van bezorgdheid over haar streng gelaat gegaan.
-Nu verdiepte zich wederom die steile rimpel.</p>
-
-<p>En in den toenemenden schemer stond haar lievelingszoon voor haar,
-het hart vol vragen en naar het gelaat starende, dat, door het
-hagelwitte mutsje omlijst, heel eigenaardig hoe langer hoe meer uit
-die schemering leek te komen. Angstig keek ook Katrijn dien kant
-uit, vreezende, dat een ondoordacht woord moeders gedachten weer op
-dien eenen zou terugbrengen, en ze wist niet, dat moeders hoofd en
-hart er thans meer dan vol van waren.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>En zoo kwam het, dat zij niet hadden opgemerkt, hoe een kloek
-manspersoon, die op het voetpad van den Brielschen kant kwam
-aangestapt, even, als onderzoekend, was stil blijven staan, en toen
-vastbesloten op de boerenwoning af stevende.</p>
-
-<p>Ja maar, dat gaat bij een boerensteê, waar de hofhond het erf
-bewaakt, niet zoo gemakkelijk! Het beest ging verschrikkelijk aan,
-rukte aan zijn ketting, dat het knarste en het duurde een heel
-poosje, eer de vreemdeling, en niet anders dan door tusschenkomst
-van Andries, die den hond in bedwang hield, de keuken binnenstapte.</p>
-
-<p>"Hé daar! Ben ik hier bij de weduwe de With?"</p>
-
-<p>Bij dat onverwachte lawaai van den hond hadden zij allen verschrikt
-opgezien, maar moeder de With had zich het eerst hersteld, en wijl
-de vreemdeling, die wat haastig gebakerd scheen, zijn vraag
-herhaalde, gaf zij rustig ten antwoord:</p>
-
-<p>"Ja, sinjeur, als je de weduwe de With moet hebben, ben-je terecht."</p>
-
-<p>Hij trad nu binnen.</p>
-
-<p>"'t Is vroeg donker, vrouw de With!"</p>
-
-<p>"Ja, sinjeur.... En wat was er van je dienst?"</p>
-
-<p>"Nou.... dat is in één woord niet te zeggen...."</p>
-
-<p>Zij gaf geen antwoord, maar haar felle oogen keken hem strak aan.</p>
-
-<p>"Bij alle blauwtjes uit de Indiën!" dacht de vreemdeling in
-zichzelf, "precies de oogen van dien jongen."</p>
-
-<p>En luide voegde hij erbij:<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Mag ik even gaan zitten, vrouw de With? Ik heb een heelen tippel
-achter me. Je moet weten, ik kom heelemaal uit den Briel."</p>
-
-<p>"Dat 's toch op zijn best een half uurtje!" lachte Katrijn.</p>
-
-<p>"Zwijg, Katrijn, en ga aan je werk!"</p>
-
-<p>Maar de vreemdeling had zich met een gezicht vol jool tot de
-bestrafte gewend.</p>
-
-<p>"Wel, moeder de With.... ja, is dat je dochter?"</p>
-
-<p>Zij knikte.</p>
-
-<p>"Nu, die schijnt niet te weten, dat een half uur loopen voor een
-zeeman een heele torn is."</p>
-
-<p>Het gelaat van de weduwe werd opeens minder hard en norsch.</p>
-
-<p>"O, ben-je zeeman, sinjeur."</p>
-
-<p>"Zeker.... en zeg daarom liever maar schipper."</p>
-
-<p>"Wel, heel graag. En nu weet ik meteen, waarom je hier ben gekomen."</p>
-
-<p>"Te deksel.... doe-je een beetje aan de zwarte kunst, vrouw de
-With?"</p>
-
-<p>"Ik had liever, dat-je niet zoo ijdel sprak, schipper!" kreeg hij
-vermanend tot bescheid.</p>
-
-<p>"Kom, kom, vrouw de With, voor een zeeman moet-je een beetje
-toegeefelijk zijn!"</p>
-
-<p>"Dat mag ik op die dingen niet zijn!"</p>
-
-<p>Even gleed er een schaduw over zijn door weer en wind gebruind
-gezicht.</p>
-
-<p>"'t Zal een strijd op leven en dood zijn!" dacht hij.</p>
-
-<p>Maar met een gebaar als wilde hij zeggen: "Kom, kom, 't is niet het
-eerste vuur, waarvoor ik sta!" wierp hij zijn hoed op een bank,
-maakte den haak van zijn mantel los, zoodat die langs zijn schouders<span class="pagenum"></span>
-afgleed tot op den stoel, waarop hij zich hoorbaar had neergezet.</p>
-
-<center>
-<a name="05_dochter"></a>
-<img src="images/05_dochter.jpg" alt="image: 05_dochter.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Wel, moeder de With.... ja, is dat je dochter?]<span class="pagenum"></span></center>
-
-<p>"We zullen daar niet over twisten, vrouw de With," begon hij op
-jovialen toon. "Toch mag-je het me niet kwalijk nemen, dat ik graag
-zou willen weten, wat je denkt, waarvoor ik hier bij je gekomen
-ben."</p>
-
-<p>"Als je 't weten wil, schipper, moet ik eerst je vraag met een
-wedervraag beantwoorden."</p>
-
-<p>"Die vraag is....?"</p>
-
-<p>"Ligt je schip zeilree?"</p>
-
-<p>"Dat is te zeggen.... half Januari hoop ik er
- vandoor te gaan."</p>
-
-<p>"Een lange reis?"</p>
-
-<p>"Een paar jaartjes."</p>
-
-<p>"Naar.... naar de Indiën zeker?"</p>
-
-<p>"Je slaat den spijker op den kop. Maar, moedertje, nu heb-je in
-plaats van één mij drie vragen gedaan."</p>
-
-<p>Ze glimlachte: doch heel even.</p>
-
-<p>"Ik wou juist mijn vierde doen."</p>
-
-<p>"Nu, ga dan in vredesnaam je gang maar! Wat had-je dan nog meer op
-je geweten?"</p>
-
-<p>"Schipper," sprak ze nu weer vermanend, "wat ben-je toch los in je
-mond. Wat heeft eens menschen geweten nu met victualie te maken!"</p>
-
-<p>"Hé?" riep hij verwonderd uit, "victualie?"</p>
-
-<p>"Wel, je komt toch zeker om tonne-boter voor de reis? Eigenlijk is
-dat het werk van je vrouw, maar jullie zeelui zijn zulk een
-veranderlijk slag van lieden!"</p>
-
-<p>Nu begreep de zeeman haar.</p>
-
-<p>Er dreigde een misverstand, dat hij gauw uit<span class="pagenum"></span> de wereld moest helpen.</p>
-
-<p>Om dit te begrijpen, diene hier de toelichting, dat als de
-oorlogsschepen een reis zouden ondernemen, de vrouw van den kapitein
-&mdash; of zooals hij toen meestdeels genoemd werd: van den schipper &mdash;
-de eetwaren insloeg, zooals gezouten vleesch en spek, stokvisch,
-haring, erwten en boonen, brood en boter. Voor die boter-leverantie
-zagen de boeren zoo'n kapiteinsvrouw gaarne een bezoek aan de
-hofstede brengen, en niet minder voor de erwten, gort en boonen, en
-de varkens, die gekuipt moesten worden.</p>
-
-<p>Doch kapitein Geen Huyghen Schapenham, gezagvoerder van den
-reusachtigen Oostinjevaarder, die op de reede van Hellevoetsluis
-zeilree werd gemaakt, liet insgelijks al die dingstigheden aan zijn
-vrouw over, die daarvan, zooals gewoonlijk, de boekhouding hield, en
-er wel voor zorgde, dat er voor haar man nog een aardig winstje uit
-geslagen werd.</p>
-
-<p>Hoe dom, dat hij zijn vrouw ook niet naar deze boerenhoeve gezonden
-had, hoewel zij daarvoor maar eventjes van Rotterdam had moeten
-komen.</p>
-
-<p>Hij glimlachte om dit denkbeeld.</p>
-
-<p>En met dienzelfden glimlach op het gelaat sprak hij:</p>
-
-<p>"Neen, vrouw de With, ik kom om een varken, zooals je nog nooit aan
-iemand geleverd hebt."</p>
-
-<p>Vragend zag zij hem aan.</p>
-
-<p>"Ik wou...."</p>
-
-<p>Plotseling voelde en begreep zij het.</p>
-
-<p>"Andries!" zei ze kort en snijdend, "ga naar den stal.... En jij,
-Katrijn...."<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Ze zocht naar een voorwendsel, maar kon die niet zoo gauw vinden.</p>
-
-<p>"Weg!" beval zij toen met een gebiedend handgebaar.</p>
-
-<p>Broeder en zuster verwijderden zich dadelijk.</p>
-
-<center>
-<a name="06_witte"></a>
-<img src="images/06_witte.jpg" alt="image: 06_witte.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Je komt om Witte?]</center>
-
-<p>Nu waren de weduwe de With en kapitein Geen Huyghen Schapenham
-alleen in de toenemende schemering van het vertrek, langzamerhand
-gevuld met het roodachtige licht, dat van het turfvuurtje onder den
-grooten schouw kwam. En in dat eigenaardige licht nu, zag de zeeman
-aldoor die felle oogen, dien grooten, spitsen neus en heel dat
-strakke, koude, gebiedende gelaat.</p>
-
-<p>"Je komt om Witte?"</p>
-
-<p>Het klonk kort en beslist, en de oogen lieten hem niet los.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Ja, vrouw de With."</p>
-
-<p>Hij wilde er nog iets bijvoegen, maar met een handbeweging lei ze
-hem het zwijgen op.</p>
-
-<p>"Nooit!"</p>
-
-<p>Ze sprak dat ééne woord niet luide uit, maar tóch met een nadruk,
-alsof zij het met een vuistslag er had in willen hameren.</p>
-
-<br>
-<hr width="25%" align="left">
-<span id="fn0001text" class="fn_text"><a href="#fn0001">1)</a> Den 1sten October 1615 waren (voor een jaar) tot burgemeesteren
-gekozen Jakob Allert van Couwenhoven en Lenaert Jans.</span>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter02"></a>
-<h3 align="center">II.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">In de geheime bijeenkomst.</span></h4>
-
-<p>Hoe het kwam, dat kapitein Geen Huyghen Schapenham geheel onverwacht
-een bezoek bracht aan de hofstede, om zich met de huiselijke
-aangelegenheden van vrouw de With te bemoeien, was eigenlijk een erg
-ingewikkelde geschiedenis.</p>
-
-<p>Den dag tevoren had hij in den Briel doorgebracht, waar men betere
-gelegenheid vond om te overnachten dan in het pas opkomende
-Hellevoetsluis. En er was nog iets anders geweest, dat hem naar den
-Briel getrokken had. Hij had dien Zondag, die voor hem, gelijk voor
-het meerendeel der menschen uit dien tijd, een volstrekte rustdag
-was, de gaven willen hooren van dominee Willem Crijnsze, die de
-ochtendbeurt had in de Groote Kerk.</p>
-
-<p>Ik mag mijn lezers niet vermoeien met een verhaal over de
-geloofstwisten uit die dagen tusschen de Remonstranten en
-Contra-Remonstranten. In December van het jaar 1615 waren althans in
-den Briel de eersten de meest bevoorrechten en hadden twee
-predikanten naar hun zin. Het meerendeel der gemeente echter hield
-het bij den derden, n.l. ds. Willem Crijnsze, een man van
-wonder<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>lijken levensloop en groote welsprekendheid. Dien Zondagavond
-nu waren de Contra-Remonstranten bij elkaar gekomen om zich te
-oefenen en een preek te hooren. Dat was door de overheid verboden,
-en op de bijwoning van die conventikels, gelijk dergelijke
-bijeenkomsten geheeten werden, stond straf. Dat waagde men erop, en
-zoo waren er velen samengekomen om ds. Leo te hooren, die predikant
-te Nieuwenhoorn was.</p>
-
-<p>Al had hij 't met z'n leven moeten betalen, kapitein Schapenham
-moest en zou dit conventikel bijwonen. Een goede oefening was hem
-ook daarom zooveel waard, omdat een gezagvoerder op de wijde wateren
-meer dan eens zelf daarin de leider en voorganger moest zijn, of zoo
-hij dit aan den ziekentrooster overliet, althans er zeker van wilde
-wezen, of die wel "goed in de leer was".</p>
-
-<p>Dat laatste leek hem zelfs zoo gewichtig, dat hij na afloop van het
-conventikel nog graag den als zeer ijverig bekend staanden predikant
-van Nieuwenhoorn over een gebedenboek voor den zeeman wilde
-raadplegen.</p>
-
-<p>Zoodanig nu vervulde dit alles zijn gedachten, dat hij onder de
-oefening zoowaar aan het afdwalen ging.</p>
-
-<p>Zijn blik gleed van den voorganger af, en, eigenlijk zonder veel op
-te merken, langs de gemeente, die het slecht verlichte vertrek tot
-berstens toe vulde.</p>
-
-<p>Uit het half-duister kwam het blanke van de gezichten nog sterker
-naar voren, doordat mannen zoowel als vrouwen voor den Zondag in
-stemmig zwart gekleed waren.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>De kapitein kende die eigenschap van onze blanke gelaatskleur, zoo
-gevaarlijk in een nachtelijken scheepsstrijd, omdat men in de verte
-den bleekgezicht in het duister onderscheiden kon. Waarom vóór een
-expeditie in het donker van den nacht de matrozen meestal het bevel
-kregen, zich het gelaat zwart te maken.</p>
-
-<p>Toen onze zeerob zich op deze en dergelijke gedachten betrapte, kwam
-een gevoel van ergernis bij hem op. Hoe zaten, als een beschamend
-voorbeeld voor hem, al die menschen aandachtig te luisteren! Daar
-had-je nu dien jongen vooraan, wel, die scheen geheel en al in het
-woord van den voorganger op te gaan!</p>
-
-<p>Het was geen vriendelijke verschijning, die knaap, die naar
-schatting zestien of zeventien jaar kon tellen. Er sprak norschheid
-uit dat gelaat. De neus was groot en scherp, de kin vierkant en de
-kaken stevig. De mondhoeken gingen naar omlaag. Maar vooral waren
-het die felle, als het ware stekende en priemende oogen, welke aan
-dit jeugdige gelaat iets bijzonders verleenden.</p>
-
-<p>Met die oogen verslond hij als het ware de woorden van ds. Leo, die
-nu sprak van niet bevreesd zijn of moedeloos, al behoorde men tot de
-verdrukten der wereld, van sterk zijn, opdat het woord vervuld werd,
-dat men dan gesterkt zou worden.</p>
-
-<p>"Wel, wel," dacht de kapitein onwillekeurig, "wat zit me dat baasje
-te luisteren!"</p>
-
-<p>En nu geschiedde het, wat meer plaats heeft, <span id="cor0001" class="corrected" title="[Originele tekst: waneer men strak]">wanneer men strak</span> naar
-iemand zit te kijken: de<span class="pagenum"></span> oogen gingen plotseling den kant uit van
-den persoon, die hem zoo aankeek.</p>
-
-<p>Daar lag iets als van uittarting en vijandschap in dien fellen blik,
-en op het nog ondoorploegde voorhoofd vertoonde zich plotseling een
-steile, loodrechte rimpel vlak boven den neuswortel.</p>
-
-<p>Dat alles was op zijn best het werk van een seconde geweest, want
-dadelijk wendde de kapitein den blik naar den voorganger; maar in
-zichzelf kon hij toch niet nalaten te mompelen:</p>
-
-<p>"Daar groeit een maat uit, waarmee zijn vijanden rekening zullen
-hebben te houden!"</p>
-
-<p>Eenige oogenblikken later was onze zeerob, die alweer spoedig gansch
-en al door den voorganger geboeid werd, heel dit kleine voorval
-vergeten.</p>
-
-<p>De oefening liep gelukkig zonder stoornis of inmenging van politie
-of justitie af. Uit voorzichtigheid en om op straat geen opzien te
-verwekken, verlieten de bezoekers een voor een of slechts bij enkele
-paren tegelijk langs verschillende uitgangen het gebouw. Kapitein
-Schapenham maakte volstrekt geen haast om te vertrekken. Hij zocht
-zich juist deze gelegenheid ten nutte te maken, om den predikant te
-kunnen spreken over de onderwerpen, welke hem zoo na aan het hart
-gingen.</p>
-
-<p>"'t Zal moeilijk zijn om hem te praaien," gromde de kapitein, toen
-hij op zijn best ds. Leo in het oog kon krijgen, omdat die bijna
-voortdurend omringd was van lieden, die een druk onderhoud met hem
-schenen te hebben. Maar gedachtig aan de spreuk, dat geduld alles
-overwint, bleef hij maar wat treuzelen, om op het juiste oogenblik<span class="pagenum"></span>
-hem aan den haak te pikken, gelijk de brave zeerob zich uitdrukte.</p>
-
-<p>Dat oogenblik scheen eindelijk gekomen.</p>
-
-<p>Ds. Leo wond zich uit <span id="cor0002" class="corrected" title="[Originele tekst: een plokje menschen]">een plukje menschen</span> los en richtte zijn
-schreden naar het achtergedeelte van het vertrek. De kapitein hem
-achterna en zou juist "beet gekregen hebben", toen hij uit het
-duister van den achtergrond zoowaar denzelfden jongen zag opduiken,
-die daarstraks zijn aandacht getrokken had, omdat hij zoo aandachtig
-luisterde. Ds. Leo scheen wel expres op weg om hem te ontmoeten.
-Want de hand op den schouder van den knaap leggend, sprak hij
-vriendelijk:</p>
-
-<p>"Wat deed mij dat goed, Witte, je hier te zien!"</p>
-
-<p>De jongen hakkelde verlegen eenige woorden, maar er was een kleur
-van genoegen op zijn gezicht gekomen en zijn felle oogen zagen als
-in dankbaarheid tot den predikant op.</p>
-
-<p>"Hoor eens," dacht de kapitein, "nu de dominee daar zoo apart staat,
-is het voor mij net een goede gelegenheid hem bij den tabbaard te
-krijgen. Dien nijdigen jongen boegseer ik wel weg."</p>
-
-<p>En met zeemansrondheid stevende hij recht op den predikant aan.</p>
-
-<p>"Ik ben kapitein van een Oostinjevaarder, dominee, en had u, voor ik
-uitvaar, graag eens wat te vragen."</p>
-
-<p>Daar ging een schok door den knaap heen.</p>
-
-<p>"Kapitein van een Oostinjevaarder?" kwam het hem onwillekeurig over
-de lippen.</p>
-
-<p>De dominee verstond het en moest er onwillekeurig om glimlachen.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Spreekt weer je zeemanshart, Witte?"</p>
-
-<p>"Zeemanshart?"</p>
-
-<p>Het was kapitein Schapenham, die dit uitriep, terwijl hij met een
-gezicht van niet begrijpen nu eens den predikant, dan weer dien
-zonderlingen jongen aankeek.</p>
-
-<center>
-<a name="07_zeemanshart"></a>
-<img src="images/07_zeemanshart.jpg" alt="image: 07_zeemanshart.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Spreekt weer je zeemanshart, Witte?]</center>
-
-<p>"Ik zoek naar volk," ging hij voort. "Is soms die knaap....?"</p>
-
-<p>Een gloeiend roode blos kwam nu over het gelaat van Witte. Vast
-klemde hij de kaken op elkaar, dat de spierbundels bij zijn slapen
-zichtbaar werden. En 't was, alsof er iets vochtigs in zijn oogen
-trachtte te komen. Wat onmogelijk leek, omdat <i>die</i> knaap zelfs van
-spijt niet schreien kon.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Het gelaat van den predikant teekende een ongewonen ernst.</p>
-
-<p>"Schipper," sprak hij, "ik wenschte wel, dat mijn doopkind u niet
-ontmoet had."</p>
-
-<p>"Uw doopkind?.... Niet ontmoet?.... Vergeef me, dominee, ik begrijp
-u niet goed."</p>
-
-<p>De predikant schudde het hoofd.</p>
-
-<p>"De oogenblikken zijn te kostbaar voor me om u alles te vertellen,
-wat over dit jonge hoofd gegaan is. En 't zou niet passend zijn, als
-mijn doopkind daar bij bleef en dat alles aanhoorde. Maar heel het
-hart van dezen knaap is vervuld van het geruisch der wijde wateren."</p>
-
-<p>Er kwam een glans als van begrijpen op het gelaat van den kapitein.</p>
-
-<p>"En de ouders verzetten zich ertegen?" riep hij uit. "De moeder....
-Witte heeft geen vader meer."</p>
-
-<p>"Een moeder alleen? Daar is het leelijk vechten mee!" gaf de zeeman
-met een bedenkelijk gezicht te kennen.</p>
-
-<p>"Met deze moeder vooral!" lichtte ds. Leo toe.</p>
-
-<p>"Hoe zoo?"</p>
-
-<p>"Ze behoort tot de Menisten."</p>
-
-<p>"Wat nu?.... Dan màg deze jongen niet vechten! En op zee moet-je met
-handen en tanden van je afweren, gezwegen van kartouwen, sabels en
-kortjan..."</p>
-
-<p>"Hij.... is mijn doopkind."</p>
-
-<p>"Dus?"</p>
-
-<p>Ds. Leo maakte een gebaar, als wilde hij aan het gesprek een einde
-maken.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Ik moet nog naar Nieuwenhoorn terugloopen, schipper. Witte zou
-zeker anders wel met me meegegaan zijn tot Lagerwoude, waar de
-hofstede zijner moeder gelegen is, maar moet het nu maar alleen
-doen. Indien u me ten minste een eind vergezellen wilt."</p>
-
-<p>"Eerlijk gezegd, ik heb aan 't loopen een broertje dood, dominee;
-maar u hebt me zoo nieuwsgierig gemaakt.... En dan heb ik u ook nog
-wat te vragen."</p>
-
-<p>Nu nam Witte, die den wenk van zijn doopvader begrepen had,
-afscheid.</p>
-
-<p>"Een stevige lans!" oordeelde de kapitein, die hem nakeek, "en een
-paar knuisten om aan te pakken."</p>
-
-<p>Ds. Leo glimlachte.</p>
-
-<p>"Dat hebben de Brielsche jongens ondervonden, die hem eerst zoo
-plaagden, toen hij nog Menist was!"</p>
-
-<p>Daar dook plotseling een herinnering bij den zeeman op.</p>
-
-<p>"Wel heb ik van mijn leven, dominee.... Is dat die Voornsche
-boerenjongen, waarvan ik wel heb hooren vertellen, dat hij zich liet
-doopen om zijn bloedzuigers op d'r tabernakel te slaan?"</p>
-
-<p>Ds. Leo schudde het hoofd over deze ongezouten uitdrukking van den
-zeeman.</p>
-
-<p>"Ik zal u alles vertellen," sprak hij, "maar laten we nu heengaan."</p>
-
-<p>Bij dat gesprek op den weg naar Hellevoet, waaraan het bloeiende
-dorp Nieuwenhoorn gelegen was behoeven wij niet tegenwoordig te zijn
-om onze nieuwsgierigheid te bevredigen. Wij weten uit de
-vaderlandsche geschiedenis, hoe de latere vice-<span class="pagenum"></span>admiraal Witte
-Corneliszoon de With zich als elfjarig kind tot ds. Leo van
-Nieuwenhoorn gewend had, om zich te laten doopen, omdat de jongens
-van den Briel hem zoo plaagden en tergden en hij, als Doopsgezinde
-of Menist, niet mocht terugslaan.</p>
-
-<p>Doch óók vertelde ds. Leo aan den zeekapitein van den grooten strijd
-om de beroepskeuze. Zijn moeder wilde maar niet hebben, dat hij naar
-zee ging, en daarom moest Witte aan wal een rustig en vreedzaam vak
-leeren.</p>
-
-<p>Men kent het spreekwoord van twaalf ambachten en dertien ongelukken.
-Op het oogenblik, dat wij met dien zonderlingen knaap kennis
-maakten, had hij precies de helft van dat dozijntje achter den rug.
-Of eigenlijk was hij met het zesde vak nog bezig, hoewel hij net op
-het punt stond door zijn baas weggejaagd te worden.</p>
-
-<p>Maar daar zullen we in het vervolg van dit verhaal vanzelf op moeten
-terugkomen.</p>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter03"></a>
-<h3 align="center">III.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">Op de kleermakerstafel.</span></h4>
-
-<p>Een Engelsch reiziger, die in den winter van 1592 op '93 in ons land
-vertoefde, vertelt, dat hier de vrouwen heel wat in de melk te
-brokken hadden en meestal niet alleen het gezin maar ook de
-kostwinning bestierden. Wat daarvan aan zij, zeker is het, dat hij
-in het gelijk gesteld zou zijn, wanneer hij op een Maandagmorgen van
-'t jaar 1615 een kijkje had kunnen nemen in de werkplaats van Jochum
-Stoffelsen, meester snijder in den Briel. De baas haalde met zulk
-een snelheid de naald door de stof, welke hij onderhanden had, alsof
-er zij leven van afhing. Zijn oogen sloeg hij niet op en knikte maar
-van ja of schudde van neen op al de vragen, die zijn waardige
-echtgenoote met groote radheid van tong stelde. Ongelukkig knikte
-hij door de verbouwereerdheid een keertje van ja, toen het neen had
-moeten wezen.</p>
-
-<p>Moeder Stoffelsen, die tot nu toe de handen op de breede heupen had
-doen rusten, hief ze nu met een trilling van woede omhoog.</p>
-
-<p>"Heb ik ooit van m'n levensdagen zoo'n man gezien! Daar vraag ik
-hem, of hij zijn beklagens<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>waardige vrouw op zulk een ongehoorde
-wijze mag laten verhabbezakken &mdash; en daar knikt dat monster getroost
-van ja!"</p>
-
-<p>"Goeie, beste vrouw...."</p>
-
-<p>"Góéie, bèste vrouw," bauwde zij hem smalend na. "Ik bèn niet goed,
-en ik bèn niet best. Enkel en alleen maar een zondig mensch. Maar je
-vrouw bèn ik. En die moest door jou beschermd worden. Ze mogen jou
-met recht een ridder noemen.... van de naald altijd, bah!"</p>
-
-<p>"Ho, ho, vrouwtje! Die naald...."</p>
-
-<p>Hier stokte de meester. 't Speet hem, dat hij het maar niet bij ja
-en neen knikken gehouden had. Want bij ondervinding wist hij wel,
-dat gemeenlijk het eene woord het andere uitlokt. En omdat moeder de
-vrouw altijd het laatste moest hebben, bleef dat een gevaarlijke
-proef.</p>
-
-<p>Zijn vrouw evenwel merkte wel, dat hij meer op de tong had.</p>
-
-<p>"Wat wou-je zeggen?"</p>
-
-<p>"Maar vrouwtje, vrouwtje...."</p>
-
-<p>"Wàt wou-je zeggen?" herhaalde zij.</p>
-
-<p>"Ja, zie-je.... begrijp-je.... vat-je.... Ik wou niets anders
-zeggen dan.... wat toch de waarheid is, zie-je.... begrijp-je....
-vat-je...."</p>
-
-<p>Zij stampvoette van ongeduld.</p>
-
-<p>"Houd toch je mond met die onnoozelheden!.... Kort en bondig, wàt
-heb-je te zeggen?"</p>
-
-<p>De naald vloog nu met reuzensnelheid door het werk des meesters.</p>
-
-<p>"Niets anders.... dan dat de naald.... zie-je.... om zoo te
-zeggen het brood voor je ver<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>dient.... vat-je &mdash; éh ja, ik bedoel,
-zie-je &mdash; of neen, begrijp-je...."</p>
-
-<p>De handen van moeder Stoffelsen kwamen weer op de heupen.</p>
-
-<p>"Wel zoo!" smaalde ze, "wel zoo!"</p>
-
-<p>Met zulke nadrukkelijke voetstappen, dat er het zand over de roode
-vloertegels van onder haar leeren muilen knarste, kwam zij tot vlak
-voor den baas, wiens naald, zouden wij in 20e-eeuwschen stijl
-zeggen, nu het record sloeg.</p>
-
-<p>"Wat brengt meer op?" vroeg zij, elk woord op den armen man
-inhamerend, "de taveerne of de rommel, dien je hier dag aan dag zit
-te verknoeien?"</p>
-
-<p>"Ho, ho, vrouwtje!.... Verknoeien is een hard woord.... Ik heb toch
-mijn meesterproef afgelegd!"</p>
-
-<p>"Dat is ten minste het eenige goede, dat je in je
- leven uitgevoerd hebt!"</p>
-
-<p>Hij knikte van neen.</p>
-
-<p>"'k Heb nog iets beters gedaan!"</p>
-
-<p>"???"</p>
-
-<p>Hij zag haar aan als een onderdaan, die zijn vorst iets heel zoets
-heeft te vertellen.</p>
-
-<p>"Toen ik mijn suikerdotje getrouwd heb," vleide hij.</p>
-
-<p>Het suikerdotje liet zich deze vleierij genadig aanleunen.</p>
-
-<p>"Malle vent!" zei ze.</p>
-
-<p>Meester Stoffelsen was een en al lach van geluk. Hij werd er
-woordenrijk door.</p>
-
-<p>"Zeker, vrouwtje; ik geef je toe, dat het een héél verstandige zet
-van je was, om een eet- en drink<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>gelegenheid voor de zeelui en de
-soldaten op te zetten...."</p>
-
-<p>"Dat was het," bevestigde zijn vrouw.</p>
-
-<p>"En dat aardig wat opbrengt."</p>
-
-<p>"Dat brengt het."</p>
-
-<p>"Maar.... maar.... maar..... Het gaat met de kleermakerij ook niet
-slecht. Ik krijg meer werk dan ik af kan. Alleen is het jammer, dat
-mijn hulp niet deugt."</p>
-
-<p>"Je bedoelt dien leerjongen?.... Waar zit die luiwammes nu weer?"</p>
-
-<p>"Op een boodschap, en dat duurt natuurlijk weer een eeuw voor hij
-terug komt.... Maar spreek-je over den vent, dan is hij bij je of
-omtrent.... Daar heb-je den guit.... Zeg eris, waar heb-jij al dien
-tijd gezeten?"</p>
-
-<p>"Natuurlijk wat rond wezen slenteren!" antwoordde zijn vrouw voor
-den leerjongen, in wien wij den knaap herkennen, dien wij op het
-conventikel ontmoet hebben.</p>
-
-<p>Hij gaf geen antwoord. Met een gelaat, waarop niets anders dan de
-gewone norschheid en onverschilligheid te lezen stonden, ging hij
-naar de kleermakerstafel.</p>
-
-<p>De oogen van vrouw Stoffelsen begonnen te glanzen; maar de
-ondervinding, welke zij met dezen leerjongen had opgedaan, stemde
-haar eenigszins tot voorzichtigheid.</p>
-
-<p>"Kun-je tegen je meester boeh noch bah zeggen, als hij je wat
-vraagt?" kwam het er eindelijk bij haar uit. En dat luchtte haar
-merkbaar.</p>
-
-<p>Witte haalde de schouders op.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Vroeg-t-ie wat?" klonk het norsch.</p>
-
-<p>"Waar of je gezeten hebt, onbeschaamde jongen!"</p>
-
-<p>"Dàt weet-je.... en daarom <i>is</i> dat geen vraag, meester!"</p>
-
-<p>De felle oogen gingen nu haar kant uit. "Geef hem een draai om de
-ooren!" raadde vrouw Stoffelsen.</p>
-
-<center>
-<a name="08_oogen"></a>
-<img src="images/08_oogen.jpg" alt="image: 08_oogen.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: De felle oogen gingen nu haar kant uit.]</center>
-
-<p>"Ik ben geen Menist meer!"</p>
-
-<p>Moeder de vrouw, die wist wat die woorden in den mond van dezen
-zonderlingen knaap te beduiden hadden, stond te trillen op haar
-voeten.</p>
-
-<p>"Je was waard, dat de meester je wegjoeg."</p>
-
-<p>"Lààt hij me dan wegjagen!"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Dat wou-je wel," zoo wond de vrouw zich op zonder te gevoelen, dat
-zij van Noord naar Zuid was gedraaid. "Dat wou-je wel, hé? Net als
-van de lijnbaan, toen je daar te lui was, om aan het wiel te
-draaien."</p>
-
-<p>Witte haalde onverschillig-weg de schouders op en zette zich met
-gekruiste beenen naast meester Stoffelsen, die volgens zijn gewoonte
-de wijste partij gekozen en zich stilzwijgend aan den arbeid gezet
-had.</p>
-
-<p>Maar moeder Stoffelsen liet den leerjongen zoo gemakkelijk niet
-schieten. Ze ging aan 't voorspellen, dat hij voor galg en rad
-opgroeide.</p>
-
-<p>"Vrouw," kwam de patroon eindelijk op zijn gewone onderworpen wijze
-er weer tusschen, "wees toch wijzer en verspil je woorden niet
-aan.... aan dat sujet."</p>
-
-<p>"Juist," triomfeerde zij. "Zeg maar: verloren sujet. Want dàt zal
-hij wezen, als hij ook hier vandaan wordt gejaagd...."</p>
-
-<p>"Of wegloopt," vulde Witte droogjes aan.</p>
-
-<p>"Hoor-je dat, man; hóór-je dat?"</p>
-
-<p>De patroon glimlachte even.</p>
-
-<p>"Hij zal 't wel uit zijn lijf laten.... Ja, als daar geen zware
-boete op stond!"</p>
-
-<p>De vrouw maakte een gebaar van: wat kan hèm dat schelen!</p>
-
-<p>"Zijn arme moeder is er goed voor."</p>
-
-<p>Witte gaf daar geen antwoord op. Hij boog zich dieper over het
-wambuis, waaraan hij bezig was knoopen te zetten, maar boven zijn
-neuswortel werd weer die loodrechte rimpel zichtbaar.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>De baas zag het.</p>
-
-<p>"Vrouw, vrouw!" vermaande hij "laat z'n moeder buiten het spel!"</p>
-
-<p>Wat zij op deze vermaning geantwoord zou hebben, is niet te zeggen.
-Erg vredelievend stond in elk geval haar gelaat niet. Gelukkig werd
-juist op dit oogenblik in het aangrenzende vertrekje eenig gestommel
-vernomen en een krachtige stem riep: "Hei daar!"</p>
-
-<p>"Vrouw, ik geloof dat er volk is!"</p>
-
-<p>Dadelijk kreeg haar gelaat een andere plooi.</p>
-
-<p>"'t Wordt tijd," zei ze, "want ik heb vanmorgen nog geen handgeld
-ontvangen."</p>
-
-<p>En met deze opmerking verdween ze van het tooneel.</p>
-
-<p>In de werkplaats was het heel stil geworden. Daardoor hoorde men
-duidelijk uit het nevenvertrekje, dat als taveerne dienst deed, de
-stemmen van eenige mannen. Het waren meest vreemde klanken, maar dat
-verbaasde meester noch knechtje. Den Briel toch was in die jaren,
-n.l. van 1585&mdash;1616, een Engelsche pandstad, gelijk gij wel uit de
-vaderlandsche geschiedenis weet. In deze sterkte, evenals in
-Vlissingen en Rammekens, lag een Engelsche bezetting. Door
-veelvuldige aanraking waren de inwoners wat Engelsch gaan
-parlevinken en de Engelsche soldaten wat Hollandsch. Men kon elkaar,
-ten minste wat eten en drinken betreft, vrij goed verstaan. De
-Engelschen vonden het eten hier te lande best naar hun zin. Zelfs
-wat overdadig, omdat men op het brood niet alleen van die heerlijke
-goudgele boter smeerde, maar daarop weer flinke plakken kaas lei.
-Dat laatste mocht men zélf doen.<span class="pagenum"></span> Was men daarmee klaar, dan woog de
-hospes het stuk kaas, wist op die manier precies wat ervan
-afgesneden was en berekende daar den prijs naar.</p>
-
-<p>Na wat meester Jochum Stoffelsen uit het stemgerucht kon opmaken,
-zou 't ook nu wel een kroes bier, en brood met boter en kaas zijn.</p>
-
-<p>De baas kreeg er een kleur van plezier door. 't Had hem groote
-moeite gekost, om voor zijn vrouw de vergunning van klein-tapster te
-krijgen, en als zij nu maar geld verdiende, was zij thuis veel
-zachtzinniger. Haar booze bui van dezen morgen was enkel een gevolg
-geweest van te weinig nering in de laatste dagen en dat een
-buurvrouw haar zulks in de keel gestoken had. En blijde, dat bij
-moeder de vrouw voorloopig de muts weer goed zou staan, oordeelde
-hij het verstandig ook wat olie te storten over den toorn van zijn
-leerjongen.</p>
-
-<p>"Je moet de vrouw niet zoo tegenspreken, Witte... Dat heb ik wel
-honderdmaal gezegd."</p>
-
-<p>Witte zweeg.</p>
-
-<p>"Hoor-je me niet?"</p>
-
-<p>"Ja, meester."</p>
-
-<p>"Waarom geef-je me dan geen antwoord?"</p>
-
-<p>"Omdat ik dan tegenspreek," meester.</p>
-
-<p>De patroon schudde het hoofd.</p>
-
-<p>"Wat ben-je toch een rare jongen."</p>
-
-<p>Zwijgen.</p>
-
-<p>"Je wordt haast zeventien, is 't niet?"</p>
-
-<p>Knik met het hoofd.</p>
-
-<p>"Wanneer?"</p>
-
-<p>"Komende jaar."</p>
-
-<p>"Dat spreekt!... Maar wannéér?"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Den 29en Maart."</p>
-
-<p>"Zeventien is al een heele leeftijd, Witte!"</p>
-
-<p>Zwijgen.</p>
-
-<p>"Zou het zoetjesaan geen tijd worden, dat je veranderde?"</p>
-
-<p>"Van vak?"</p>
-
-<p>De patroon keek hem een beetje verbluft aan. Witte zag dat, en moest
-daar toch even om glimlachen.</p>
-
-<p>"Dàt zal je niet gelukken, ventje!" voer zijn meester voort. "Je
-ben &mdash; laat eens kijken, wat je zoo al geweest ben.... Lijndraaier,
-knoopenmaker, kalfsleerwerker... en wandsnijder, is't niet?"</p>
-
-<p>"Ja, meester.... En toen zeilmaker en nu ben ik kleerenjutter!"</p>
-
-<p>"Hoe? Je spot toch niet met dat mooie ambacht?"</p>
-
-<p>"Neen, meester; ik ben blij, dat ik het een beetje versta. Daar zal
-ik profijt van hebben.... als ik op zee vaar."</p>
-
-<p>"Jongen, stel toch die malligheid uit je hoofd! Leer je vak goed,
-dan word-je een man in de maatschappij. En denk er toch aan, dat als
-je van mij met schade en schande weggaat, je een verloren man ben."</p>
-
-<p>"Dat zie ik nog niet in, meester."</p>
-
-<p>"Hoe? Je weet toch, dat je zoo goed als in niet één gilde meer
-terecht kunt komen. Uit hoeveel gilden ben-je al niet weggestuurd!
-En dáár kom-je nooit meer in."</p>
-
-<p>Zwijgen.</p>
-
-<p>"En wat moet er dan van je terecht komen? M'n vrouw sprak daarstraks
-van een verloren<span class="pagenum"></span> sujet. Neen, kijk me niet zoo nijdig aan!....
-Weet-je wel wat dat is?"</p>
-
-<p>"Ja, zeker; als je nergens meer voor deugt en door de dienaars van
-den baljuw buiten de grenspalen wordt geleid."</p>
-
-<p>"Of op een schip naar Oostinje," vulde de baas aan.</p>
-
-<p>Witte liet zijn werk op zijn knie vallen.</p>
-
-<p>"Doen ze dat óók met een verloren sujet?"</p>
-
-<p>"Ho, ho! Zoo bedoelde ik het niet!"</p>
-
-<p>"Neen, baas, nu moet-je er geen doekjes om winden."</p>
-
-<p>De baas keek strak op zijn werk.</p>
-
-<p>"Daar zijn ze pas bij het Gerecht mee begonnen... Maar (en hier
-sloeg hij zijn oogen op en keek Witte vlak in het gezicht) op <i>die</i>
-manier zou-jij toch niet het zeegat willen uitvaren?"</p>
-
-<p>De jongen gaf geen antwoord en vatte zijn werk weer op. Hij bromde
-wat, dat zoowel ja als neen kon beteekenen, en het gesprek verliep.</p>
-
-<p>Na een half uurtje kwam de vrouw weer in de werkplaats. Zij was
-bijzonder in haar nopjes, dat zag de baas dadelijk. Zij telde op,
-wat de Engelsche krijgslieden verteerd hadden. Zooveel boterhammen,
-zooveel boter, maar in het gebruik van de kaas waren zij haar
-tegengevallen.</p>
-
-<p>"Je schalen en gewichten zijn toch zuiver, vrouw?"</p>
-
-<p>"Als de zon.... Maar wat zit die jongen te grijnzen?"</p>
-
-<p>"Ze hebben je te pakken gehad, vrouw."</p>
-
-<p>"Mij?.... De eerste, die mij te pakken neemt, moet nog opstaan....
-Maar.... maar wat begint<span class="pagenum"></span> de jongen nu? Is hij dol geworden? Houd hem
-tegen, man!.... Hij gaat op den loop, of...."</p>
-
-<p>Met de vlugheid zijner jaren was Witte van de kleermakerstafel
-gesprongen en ijlde naar de taveerne.</p>
-
-<center>
-<a name="09_gauwdieven"></a>
-<img src="images/09_gauwdieven.jpg" alt="image: 09_gauwdieven.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: O, die gauwdieven, die schurken!]</center>
-
-<p>De vrouw als de drommel hem na, en daarachter de meester met zijn
-knipbeenen.</p>
-
-<p>Toen hij in de taveerne gekomen was, zag hij, dat Witte het stuk
-kaas in handen genomen had, en hoorde zijn vrouw aangaan als een
-Noordwester: van dat de jongen er met zijn leelijke, vuile handen af
-moest blijven.</p>
-
-<p>Maar Witte had zijn mes te voorschijn gehaald en sneed toen heel
-netjes de kleine, looden kogeltjes<span class="pagenum"></span> eruit, die de soldaten na het
-gebruik stiekem in de kaas gestopt hadden.</p>
-
-<p>De vrouw hief haar handen omhoog.</p>
-
-<p>"O, die gauwdieven, die schurken!"</p>
-
-<p>"Hoe wist-jij dat?" vroeg de baas aan zijn leerjongen.</p>
-
-<p>"Wel meester, wie veel langs de kaai loopt, hoort wel eens dingen,
-die hij in zijn ooren knoopt. Het kan altijd te pas komen, zooals je
-ziet."</p>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter04"></a>
-<h3 align="center">IV.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">Een oase in de woestijn.</span></h4>
-
-<p>Dien avond wachtte zijn zuster hem op bij den ingang van de
-hofstede.</p>
-
-<p>Ze wist, dat hij komen zou, want het was lichte maan.</p>
-
-<p>Niettegenstaande de zwaar bewolkte lucht, kon men, wanneer men zich
-slechts een poosje buiten bevond, ten minste zien waar men liep. Bij
-donkeren winternacht was dat niet te doen, ja, zelfs gevaarlijk. Men
-had dan kans terzijde van den weg in de sloot te geraken, omdat men,
-om de vochtige wagensporen en de brijachtige modder te ontwijken,
-meestal op den glibberiger graskant langs het pad liep, vanwaar men
-licht naar den verkeerden kant uitgleed.</p>
-
-<p>In den winter bracht Witte meestal den nacht in het huis van zijn
-patroon door, waar hij in den kost was. Met mooi weer en maneschijn
-trok zijn hart hem echter naar Nieuwenhoorn, al was het niet zoozeer
-naar de steê van zijn moeder, waar hij echter wel zijn slaapplaats
-vond.</p>
-
-<p>Waarheen hij dan ging, eer hij zijn kooi opzocht?</p>
-
-<p>Dat zullen we dadelijk wel vernemen.<span class="pagenum"></span> Catharina de With wist dus, dat
-haar broer zou aankomen, om te zeggen, dat hij vannacht thuis sliep,
-en wist ook wel omstreeks welken tijd dat zijn zou.</p>
-
-<p>In het onzekere licht van dien winteravond zag zij hem toch al in de
-verte aankomen, eenzame figuur op den weg, die tegen de grauw-groene
-grasbanden afstak, zich als eindeloos verlengde en opging in het
-schijnsel, dat in de verte de stad afgaf, waar de olielantaarns
-aangestoken werden en een weerschijn wierpen op den zwaren toren,
-die in het groezelige licht van den door zware wolken verduisterden
-maan-avond toch nog duidelijk te onderscheiden was.</p>
-
-<p>"Ben-jij daar, Witte?"</p>
-
-<p>"Ja, Katrijn."</p>
-
-<p>"Je komt zeker zeggen, dat je hier vannacht slaapt."</p>
-
-<p>"Ja."</p>
-
-<p>"En je gaat zeker naar nicht Maertje."</p>
-
-<p>"Ja."</p>
-
-<p>"Ga er dan maar dadelijk heen."</p>
-
-<p>"Is er ginder zwarigheid?"</p>
-
-<p>"Neen, dáár niet.... maar hier."</p>
-
-<p>"Wat dan?.... Is Abram weer ziek?"</p>
-
-<p>"Neen.... moeder."</p>
-
-<p>"Erg?"</p>
-
-<p>"Nou erg?.... Ze heeft zich kwaad gemaakt."</p>
-
-<p>"Op wie nu alweer?"</p>
-
-<p>"Da's ook een vraag! &mdash; Op jou."</p>
-
-<p>"Natuurlijk omdat ik gisteravond...."</p>
-
-<p>Maar de rest van zijn woorden ging in een soort gegrom verloren.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Gisteravond?.... O, Witte, ben-je soms weer bij de fijnen geweest?"</p>
-
-<p>"Als je 't vragen moet, weet-je het niet.... En dus is moeder weer
-om iets anders nijdig op me."</p>
-
-<p>Katrijn zweeg eenige oogenblikken.</p>
-
-<p>"Wacht.... ik loop een eindje met je mee."</p>
-
-<p>"Goed!" zei Witte kortaf.</p>
-
-<p>Ze gingen samen voorbij de steê, den hoogen dijk af en het
-Hellevoetsche zandpad op.</p>
-
-<p>"Ik begrijp uit alles, dat je me nou liever niet thuis wil hebben."</p>
-
-<p>"Neen.... moeder zou er wakker van kunnen worden en dan krijgen
-jullie weer ruzie."</p>
-
-<p>"Kan ik dat helpen?"</p>
-
-<p>"Anders wel, Witte.... maar nu niet."</p>
-
-<p>"Dus moeder weet niets van dat conventikel?"</p>
-
-<p>Zijn zuster stond stil.</p>
-
-<p>"Waarom doe-je moeder toch dàt verdriet?"</p>
-
-<p>"<span id="cor0003" class="corrected" title="[Originele tekst: Omdat men Gode]">Omdat men God</span> meer moet gehoorzamen dan de menschen," klonk het
-dadelijk terug.</p>
-
-<p>Katrijn zuchtte.</p>
-
-<p>"Laten we daar maar geen ruzie over krijgen.... en ik wil dat ook
-niet."</p>
-
-<p>"Nee, je màg niet."</p>
-
-<p>"Juist!.... Omdat ik Menist ben."</p>
-
-<p>"Of die niet strijdlustig zijn!" ging Witte op bitteren toon voort.</p>
-
-<p>"Foei, je bedoelt moeder?"</p>
-
-<p>"Ja."</p>
-
-<p>"Hoe durf-je dat zeggen!"</p>
-
-<p>"Omdat ik geen duivel op mijn hart smoor. Vandaag niet en morgen
-niet en nooit niet. Dàt heb<span class="pagenum"></span> ik tenminste nog van de Menisten
-overgehouden."</p>
-
-<p>Katrijn zuchtte weer.</p>
-
-<p>"Witte," riep zij eindelijk uit, "je ben zoo in het net van die
-fijnen verstrikt...."</p>
-
-<p>"Wat zeg-je?" riep hij uit, stilstaande en zich dreigend voor haar
-plaatsend.</p>
-
-<p>"Neen, neen," weerde ze af, "geen ruzie tusschen ons. Je weet, dat
-ik je help, waar ik kan.... Maar je gedachten zijn zoo van dat....
-dat andere vervuld, dat je niet eens vraagt, waarom moeder ziek
-geworden is."</p>
-
-<p>Witte haalde onverschillig de schouders op.</p>
-
-<p>"Je hebt het al gezegd: van boosheid op mij. Oud nieuws. Ik heb het
-immers altijd gedaan?"</p>
-
-<p>"Neen, Witte, nu is het <i>nieuw</i> nieuws.... Er is iemand over je
-wezen praten."</p>
-
-<p>"Dominee Leo?"</p>
-
-<p>"Die kan komen, zooveel als hij wil; maar je weet, dat moeder dan
-als een stom beeld zit."</p>
-
-<p>"Dat weet ik," merkte Witte bitter op. "Hij heeft me immers
-ongelukkig gemaakt, zooals moeder altijd gelieft te zeggen!"</p>
-
-<p>Katrijn liet dat nu maar voor wat het was.</p>
-
-<p>"Je raadt het nooit. Witte," zei ze.</p>
-
-<p>"Láát me dan ook niet raden. Ik heb daar een hekel aan."</p>
-
-<p>"Ik.... ik durf het haast niet zeggen."</p>
-
-<p>"Is het dan zóó erg?"</p>
-
-<p>"Erg?.... Neen, dat wel niet, maar als je het weet, is het weer voor
-weken en maanden mis met je."<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Weer stond Witte stil.</p>
-
-<p>"Zeg op, Katrijn!.... Dacht-je, dat op heel de wereld me één ding
-nog schelen kon?"</p>
-
-<p>"Ja, Witte.... één. En 't is juist dáárover, dat het tusschen moeder
-en hem ging."</p>
-
-<p>Witte haalde diep adem.</p>
-
-<center>
-<a name="10_zee"></a>
-<img src="images/10_zee.jpg" alt="image: 10_zee.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: "De zee?"]</center>
-
-<p>"De zee?"</p>
-
-<p>Hij stootte die ééne klank eruit.</p>
-
-<p>Toen greep hij zijn zuster beet, maar deze rukte zich lachend los.</p>
-
-<p>"Zie-je wel, dat één ding je toch nog wel schelen kan?"</p>
-
-<p>Nu lachte hij ook.</p>
-
-<p>"Toe, zusje.... zeg het me nou!"</p>
-
-<p>Ze vertelde hem van het bezoek van den zeeman<span class="pagenum"></span> en stond er vreemd van
-op te kijken, toen ze hoorde, dat hij dien al kende.</p>
-
-<p>"Op de oefening, gisteravond."</p>
-
-<p>"Welzoo? Ik dacht, dat je daar...."</p>
-
-<p>"Stil, zusje, toe, alsjeblieft nu niet daarover...."</p>
-
-<p>Ze kreeg met hem te doen. Vooral, omdat ze hem moest mededeelen, dat
-moeder ook nu niet te bewegen was geweest.</p>
-
-<p>Gelijk hij gewoon was, werd Witte er weer hard tegenin.</p>
-
-<p>"Eens ga ik toch," sprak hij.</p>
-
-<p>En zonder hem aan te zien, wist zijn zuster, hoe zijn gezicht stond.</p>
-
-<p>Ze waren dicht bij een andere boerenhuizinge aangekomen, waarvan zij
-reeds geruimen tijd 't verlichte venster hadden gezien.</p>
-
-<p>"Ik ga nu terug, Witte. Moeder sliep, toen ik heenging, maar kan
-wakker worden en naar mij vragen. Zonder noodzaak behoeft zij niet
-te weten, dat ik jou gesproken heb."</p>
-
-<p>"Geen nood!.... Over mij spreekt ze toch nooit.... of...."</p>
-
-<p>Katrijn sloot hem den mond.</p>
-
-<p>"Je mag de Tien Geboden nog wel eens overleeren, Witte."</p>
-
-<p>Dadelijk stond de jonge ijveraar pal.</p>
-
-<p>"Ik eer mijne moeder.... Dáárom gehoorzaam ik haar en loop ik niet
-weg."</p>
-
-<p>Na dit gezegd te hebben, keerde hij zich bruusk om, en liet het aan
-zijn zuster, die op haar schreden terugkeerde, over, om het
-onderscheid tusschen eeren en liefhebben, te overpeinzen.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Intusschen had het geblaf van den hofhond een meisje buiten doen
-komen.</p>
-
-<p>"Ben-jij daar, Witte?"</p>
-
-<p>"Ja, Marie."</p>
-
-<p>"Malle, jongen, waarom zeg-je toch geen Maertje, zoo heet ik
-immers?"</p>
-
-<p>Witte was reeds bij haar en ging met haar in huis.</p>
-
-<p>"Maertje vind ik zoo, zoo.... net of je je moeder ben."</p>
-
-<p>Hij leek wel heelemaal veranderd. Veel zachter, maar ook veel
-onbeslister in zijn woorden, die anders, precies als bij zijn
-moeder, gelijk hamerslagen neer konden vallen.</p>
-
-<p>Het meisje, dat van zijn jaren was, lachte luid:</p>
-
-<p>"Hoe kan dat nou?.... Mijn eigen moeder zijn!"</p>
-
-<p>"Och, ik bedoel.... je moeder heet Maertje."</p>
-
-<p>"En ik naar haar."</p>
-
-<p>"Wat is er?" zoo kwam uit de boerenkeuken, waarin zij binnentraden,
-de stem van een nog jonge vrouw hen tegemoet.</p>
-
-<p>"Goeien avond, nicht.... Waar is de baas?"</p>
-
-<p>"Naar bed.... Hij gevoelde zich niet wel. En de jongens zijn
-verkouden.... dus ook naar de kooi. Je weet: de de With's zijn niet
-sterk... Nu, ja, Witte, jij en je moeder zijn een uitzondering."</p>
-
-<p>"Hij is ten minste weer aan den gang, moeder!"</p>
-
-<p>"Zoo.... heeft hij een pak kleeren bij zijn baas bedorven?"</p>
-
-<p>Witte maakte een afwerend gebaar.</p>
-
-<p>"Toe.... nicht Maertje, kom me daar nu alsjeblieft niet mee aan
-boord. Ik ben bang, dat die<span class="pagenum"></span> lucht van de kleermakerstafel nog aan
-m'n plunje hangt."</p>
-
-<p>Plagend berook hem het jonge meisje.</p>
-
-<p>"Ja waarlijk," riep ze uit. "Ik ruik.... baas Jochum Stoffelsen en
-zijn vrouw."</p>
-
-<p>Daar begon Witte te lachen, eigenlijk heel vreemd voor dat anders
-zoo nijdige gelaat.</p>
-
-<p>Hij vertelde van de loodjes in de kaas, en de twee vrouwen hadden
-daar wàt 'n schik in.</p>
-
-<p>"Goed, dat ik het weet," riep nicht Maertje uit, "want die
-Engelschen zwerven tegenwoordig over het heele eiland.... 't Wordt
-tijd, dat ze weggaan."</p>
-
-<p>Nu, Witte kon het gerucht meedeelen, dat het vermoedelijk niet lang
-meer duren zou. Er moesten onderhandelingen aan den gang zijn
-tusschen den landsadvocaat en den koning van Engeland over het
-inlossen van de pandsteden.</p>
-
-<p>Dat gesprek werd te taai voor het jonge meisje en die begon nu maar
-gauw over de gekheid van daarstraks.</p>
-
-<p>"Hoe kwam-je zoo mal?" vroeg nicht Maertje aan Witte. "Waarom moet
-Maertje nu Marie heeten?"</p>
-
-<p>"Om den boel een beetje uit elkaar te houden, nicht."</p>
-
-<p>Zij knikte toestemmend.</p>
-
-<p>"Ja, onze familie zit ook op een wònderlijke wijze in elkaar."</p>
-
-<p>"O, Witte," riep het jonge meisje uit, "wat bèn-je begonnen!.... Je
-weet, als moeder daarover begint...."</p>
-
-<p>"Wel, jou nest," bestrafte haar d'r moeder; "Als ik dat boeltje niet
-telkens uit elkaar haalde, zou-jij<span class="pagenum"></span> later niet meer weten, of Witte
-een oom, een neef of een achterneef van je was...."</p>
-
-<p>"Voor mij blijft hij Witte, hoor!"</p>
-
-<p>"En jij, Marie!" zei hij dadelijk.</p>
-
-<p>"Hóór-je 't, moeder?" vroeg het meisje.</p>
-
-<p>Maar deze was al aan haar geslachtkundige uitlegging begonnen.</p>
-
-<p>"Jou vader, Witte, was een broer van mijn vader."</p>
-
-<p>"Ja, nicht Maertje."</p>
-
-<p>"Jou vader heette Cornelis, en de mijne Leendert de With."</p>
-
-<p>"En die waren broers," plaagde haar dochter, die we nu ook maar
-Marie zullen blijven noemen.</p>
-
-<p>"Ssst!" deed haar moeder, "ik ben er nog niet!"</p>
-
-<p>"Nog lang niet," plaagde nu ook Witte.</p>
-
-<p>"En," aldus ging zij op zwaarwichtiger toon voort, "daarom heet ik
-voluit Maertgen Leenderts-dochter de With."</p>
-
-<p>De beide jongelieden gaven elkaar een knipoogje maar durfden toch
-niet lachen.</p>
-
-<p>"Ik, Maertgen Leendersdr. de With, trouwde weer met dien de With,
-die nu mijn man is."</p>
-
-<p>"Ze vergeet den voornaam," dacht Witte, "dat schiet vast op."</p>
-
-<p>"En uit die echt werd nu Maertje geboren, die net zoo oud is als
-jij, Witte, hoewel jou vaders broer haar grootvader is."</p>
-
-<p>"Hè," zei Witte, "daar zou een mensch simpel van worden."</p>
-
-<p>"Ssst," waarschuwde nu op haar beurt Marie, "moeder is er nog niet."<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Nu, ik was toch al zoover, dat Maertje geboren was."</p>
-
-<p>"En die zit hier," kon Marie niet nalaten te schertsen.</p>
-
-<p>"En die heet net als ik...."</p>
-
-<center>
-<a name="11_moeder"></a>
-<img src="images/11_moeder.jpg" alt="image: 11_moeder.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Moeder is er nog niet.]</center>
-
-<p>"Ho, ho, nicht," kwam Witte tusschen beiden, "maak een beetje
-onderscheid alsjeblieft en noem haar Marie."</p>
-
-<p>"Dus.... ze moet zich over haar moeder schamen?"</p>
-
-<p>"Hoe kòm-je daaraan, nicht!.... Maar, zie-je, als ik later aan 't
-varen ben..."</p>
-
-<p>"Altijd dat varen, Witte?"</p>
-
-<p>"Altijd dat varen, nicht!.... Maar, wat ik<span class="pagenum"></span> zeggen wil, als ik ergens
-in een apenland zit en een brief wil schrijven aan.... aan die
-lachebek hier.... hoe moet ik dan de dochter van de moeder
-onderscheiden?...."</p>
-
-<p>"O ja, dàt 's waar," riep Marie uit, "dáár had ik niet aan gedacht!"</p>
-
-<p>"Net goed!" plaagde nicht Maertje, "dan krijg ik den brief in
-handen."</p>
-
-<p>"En u kunt niet lezen!" plaagde haar dochter weerom.</p>
-
-<p>"Daar vind ik wel iemand voor," dreigde haar moeder.</p>
-
-<p>Maar toen hij naar huis ging, na een uurtje in dit gezin verkeerd te
-hebben, dat voor hem als 't ware een oase in de woestijn van zijn
-wanhopig eentonig leven was, &mdash; fluisterde zijn achternicht hem toe;
-dat hij haar voortaan Marie mocht blijven noemen.</p>
-
-<p>En dat is zoo gebleven, tot haar dood toe.</p>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter05"></a>
-<h3 align="center">V.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">Waarom vrouw Stoffelsen alleen thuis bleef.</span></h4>
-
-<p>Eenige dagen later stond het kleine huisgezin van den
-meester-snijder Jochum Stoffelsen héélemaal op stelten.</p>
-
-<p>Den vorigen avond was Witte wederom naar de hofstede gegaan om daar
-den nacht door te brengen; nu liep het al naar noen en nog was hij
-niet teruggekeerd.</p>
-
-<p>Al voor den opgank der zonne &mdash; wat in de maand December nu juist
-niet zoo bijzonder vroeg beteekent! &mdash; had hij reeds terug moeten
-zijn.</p>
-
-<p>Dies schetterde als een krijgstrompet de stem van vrouw Stoffelsen
-door het huiske, en de eenige afwisseling daarin was de plaats der
-handeling.</p>
-
-<p>Want nu eens lawaaide het in de werkplaats van den eerzamen meester,
-maar het meest toch in de taveerne, waar de pot voor het middageten
-te vuur stond.</p>
-
-<p>Ook dàn vermocht meester Jochum Stoffelsen er geen woord van te
-verliezen, omdat &mdash; tot het doorlaten van de warmte &mdash; de deur
-tusschen beide gelegenheden wijd geopend bleef.</p>
-
-<p>"Die lamme jongen...."<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Ho, ho, vrouwtje! Bezondig-je niet aan zulke verwenschingen."</p>
-
-<p>"Dàcht ik het niet, dat ik het alweer op m'n kop kreeg?.... Is dàt
-nou een verwensching?"</p>
-
-<p>"Zeker! Want &mdash; als dat nu juist eens gebeurde en hij met lamheid
-geslagen was...."</p>
-
-<p>"Dan.... dan zou het nog een zegen voor zijn moeder en voor mij en
-jou zijn."</p>
-
-<p>Ontzet zag meester Stoffelsen haar aan.</p>
-
-<p>"Zeker! Dan zou hij wat vaster zitten aan de kleermakerstafel en
-stellig liep hij niet weg om het zeegat uit te gaan. Want &mdash; al
-moest ik er mij voor laten geeselen en brandmerken &mdash; ik ben er zoo
-zeker van als.... als.... ja, 't kan me niet schelen als wat, dat
-hij er nu vandoor is gegaan."</p>
-
-<p>De kleermaker had te midden dezer ontboezeming vermanend zijn hand,
-waarin hij de naald hield, opwaarts geheven.</p>
-
-<p>"Geeselen en brandmerken?.... Vrouwtje vrouwtje, waar moet dat
-heen!"</p>
-
-<p>"Waar het heen moet?" snauwde ze terug. "Vraag dàt liever aan het
-goed, dat die zaterdagsche kwâjongen naar de klanten moet brengen.
-Zou-je denken, dat ik met m'n rampzalige eksteroogen soms het vuur
-uit m'n sloffen ging loopen, om dien rommel weg te brengen?"</p>
-
-<p>"Ik zal het zelf wel doen, moeder."</p>
-
-<p>"Een mooie meester, die zelf voor loopjongen speelt!"</p>
-
-<p>"Kom, kom, suikerpoesje," vleide de meester, die er hard naar ging
-verlangen om eens een poosje<span class="pagenum"></span> buiten dat geraas te zijn, "dan schep
-ik meteen eens een luchtje!"</p>
-
-<p>Het suikerpoesje bromde iets onverstaanbaars terug, maar vond het
-ten slotte goed dat haar heer en meester er na het noenmaal op uit
-zou gaan. Minder om die kleeren weg te brengen &mdash; als men die lorren
-noodig had, zou men er zelf wel om sturen, decreteerde vrouw
-Stoffelsen &mdash; dan wel om even naar de hofstede van vrouw de With
-over te wippen en daar te hooren, of men iets wist van het
-wegblijven van den leerjongen.</p>
-
-<p>"Dat geloof ik nu wel niet," meende de practische vrouw Stoffelsen,
-"want anders had men ons wel een boodschap gestuurd. Ze hebben daar
-volk genoeg op de steê. Maar het is toch vrouw de With in de eerste
-plaats, die er van op de hoogte moet gebracht worden, als er soms
-iets met <span id="cor0004" class="corrected" title="[Originele tekst: haar zoon niet en is]">haar zoon niet is</span>, zooals 't wezen moet."</p>
-
-<p>"Verstandig geredeneerd, vrouw!" prees haar meester Stoffelsen, die
-inwendig al heelemaal opgefleurd was, dat hij nu voor een geruimen
-tijd uit dat gezeur zou zijn, maar wel oppaste van dat gevoel iets,
-zelfs niet door de uitdrukking in zijn gelaatstrekken, te doen
-verraden.</p>
-
-<p>Na het middagmaal ging de baas er met zijn knipbeenen van door,
-terwijl moeder de vrouw het voorloopig druk genoeg had met het
-wasschen der vaten.</p>
-
-<p>Ze was daarmede nog niet gereed, toen er "volk" geroepen werd in de
-taveerne.</p>
-
-<p>Haastig streek ze haar voorschoot glad, en, een proper mondje
-zettende, begaf zij zich naar het afgeschoten hokje.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Ze stond ineens voor een grooten, stevigen baas. "Ben ik hier bij
-den kleermaker Jochum Stoffelsen."</p>
-
-<p>"Ja, sinjeur."</p>
-
-<p>"Is hij thuis?"</p>
-
-<p>"Neen, maar kan ik de boodschap niet overbrengen?"</p>
-
-<p>De vreemdeling aarzelde even.</p>
-
-<p>"Weet-je wat?" besloot hij, "geef me maar vast een kroes bier." En
-zijn breedgeranden hoed op het tafeltje werpende, dat dicht bij den
-haard stond, liet hij zijn zwaar lichaam nedervallen op een der
-houten banken.</p>
-
-<p>"Die zit," dacht vrouw Stoffelsen, zich beijverend om aan de
-opdracht te voldoen, "en ik zal wel zorgen, dat hij vooreerst niet
-opstaat."</p>
-
-<p>Nu, dat scheen ook zonder haar medewerking te zullen gelukken, want
-toen zij hem het bestelde bracht, zat de gast voorovergebogen naar
-het vuur, de handen ernaar uitgestrekt om die te warmen, de houding
-dus van iemand, die niet van plan is dadelijk te vertrekken.</p>
-
-<p>"Guur weertje, sinjeur!"</p>
-
-<p>"De tijd van het jaar, moedertje!"</p>
-
-<p>"Kwam er maar een beetje vorst...."</p>
-
-<p>"Zal wel komen; misschien meer dan je lief is."</p>
-
-<p>"Ja, en misschien meer dan jou lief is, sinjeur," lachte ze.</p>
-
-<p>O, ze was nu heelemaal een ander mensch. Als ze maar een klant had
-in haar taveerne. De vreemdeling haalde de schouders op.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"'t Kan zijn.... Maar einde Januari is het voor mij: 'adé, lief
-vaderland'."</p>
-
-<p>"Waar gaat de reis heen, sinjeur?"</p>
-
-<p>"De Indiën."</p>
-
-<p>"Lange reis?"</p>
-
-<p>"Een jaartje of vier denk ik."</p>
-
-<p>"Jonge," dacht vrouw Stoffelsen, "z'n laatste duiten dansen in z'n
-zak; dien baas moet ik in de gaten houden, hoor, en aan den praat
-erbij!"</p>
-
-<p>"Mijn man zal wel niet lang wegblijven, hoop ik."</p>
-
-<p>"Dat hoop ik ook, vrouwtje!"</p>
-
-<p>"Ja, 't is singulier: hij is zoo goed als nooit uit, en nu er een
-goeie klant voor hem komt...." De zeeman hief zich uit zijn
-voorovergebogen houding op.</p>
-
-<p>"Een klant?.... Hij is toch geen wantsnijder?" Want zoo werden de
-kleermakers geheeten, die aan de zeelui gemaakte kleederen
-verkochten.</p>
-
-<p>"Neen, maar ik denk...."</p>
-
-<p>"Dat een zeeman zoo nauw niet kijkt, meen-je. Is 't niet?"</p>
-
-<p>"Dat kon-je wel eens geraden hebben," lachte vrouw Stoffelsen.</p>
-
-<p>Even dacht hij na. Toen hij opkeek, zag hij haar blikken strak op
-zich gevestigd. Toen schoten ze beiden in den lach.</p>
-
-<p>"Je bent niet van gisteren, moeder!"</p>
-
-<p>"En jij ook niet, sinjeur!"</p>
-
-<p>Hij maakte een geruststellend gebaar.</p>
-
-<p>"Als 't lukt, loop ik nog wel eens bij je man aan, hoor."<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Als wat lukt?"</p>
-
-<p>Nu keek hij haar op een manier aan, die zelfs op haar indruk maakte.</p>
-
-<p>"Je bent zeker de baas van de schuit?" onderstelde zij.</p>
-
-<p>"Juist."</p>
-
-<p>"Geen gemakkelijke, geloof ik."</p>
-
-<p>Hij glimlachte.</p>
-
-<p>"Waarom denk-je dat?"</p>
-
-<p>"Omdat.... ja, omdat je me daar aankeek, alsof je me koejeneeren
-wou."</p>
-
-<p>"Dat laat ik aan je man over," plaagde hij.</p>
-
-<p>In de oogen van vrouw Stoffelsen vlamde iets op, dat niet
-onopgemerkt aan den zeeman voorbij ging.</p>
-
-<p>"Ik geloof, dat ik tóch terecht ben," verklaarde hij opeens.</p>
-
-<p>"Hoe bedoel-je dat?"</p>
-
-<p>"Ik denk, dat ik best de boodschap aan jou op kan dragen."</p>
-
-<p>"Dat zou ik ook denken," merkte zij snibbig op.</p>
-
-<p>Hij liet die opmerking aan zich voorbij gaan.</p>
-
-<p>"Ik wou het eens met je man hebben over z'n leerjongen."</p>
-
-<p>Daar rezen de handen van vrouw Stoffelsen omhoog.</p>
-
-<p>"Van.... van...."</p>
-
-<p>Zooveel woorden tegelijk kwamen er van binnen bij haar aanzetten,
-dat ze die eigenlijk alle ineens eruit had willen smijten. Omdat
-zulks onmogelijk was, vermocht ze op dit oogenblik niet anders dan
-er die twee klanken uit te krijschen.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Niet zonder eenige grappige verbazing zag de zeeman haar aan.</p>
-
-<p>"Eens op je rug kloppen, moeder?" vroeg hij heel gemoedelijk.</p>
-
-<center>
-<a name="12_stoffelsen"></a>
-<img src="images/12_stoffelsen.jpg" alt="image: 12_stoffelsen.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Daar rezen de handen van vrouw Stoffelsen omhoog.]</center>
-
-<p>"Op m'n rug?"</p>
-
-<p>Ze hapte naar adem.</p>
-
-<p>Maar nu kwamen haar handen met de rugzijde op haar heupen, en toen
-ze eenmaal daar goed en wel beland waren, vond vrouw Stoffelsen
-zichzelve terug.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Nu, kapitein Geen Huyghen Schapenham &mdash; want men zal in den bezoeker
-dezer taveerne wel reeds lang den gezagvoerder van "de Gouden Leeuw"
-herkend hebben &mdash; behoefde in den eersten tijd om geen nadere
-inlichtingen aangaande den beschermeling van dominee Leo te vragen.
-Hij kreeg ze zoo ongezouten mogelijk, zelfs meer dan hem lief was.
-En gerust kan getuigd worden, dat ze van een geheel anderen aard
-waren, dan die, welke hij van den Nieuwenhoornschen predikant
-ontvangen had.</p>
-
-<p>Een paar maal poogde hij den wild bruisenden stroom door een vraag
-of een opmerking in een gelijkmatiger bedding te leiden, maar op 't
-laatst gaf hij daartoe den moed op, en zich wederom met de handen
-naar het vuur wendende, liet hij den woordenvloed kalmweg over zijn
-breeden rug gaan.</p>
-
-<p>"Geduld overwint alles," dacht hij, "maar nu ga ik er toch spijt van
-krijgen, dat ik me met het lot van dien jongen bemoeid heb."</p>
-
-<p>Toch &mdash; hij had het ds. Leo beloofd, en belofte maakt schuld.</p>
-
-<p>Maar dat geschetter van vrouw Stoffelsen!....</p>
-
-<p>Zij meende nu voor eens en voor goed het doopceel van den leerjongen
-gelicht te hebben! Ze had eens moeten weten, hoe elk van haar
-grievende scheldwoorden en beleedigingen, den zeekapitein ervan
-overtuigde, dat een boy, wiens hart in de baren der zee lag, nooit
-het bedorven kindje van vrouw Stoffelsen kon wezen.</p>
-
-<p>Wijselijk hield hij die opmerking voor zich, maar hij kon niet
-nalaten even te glimlachen.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Vrouw Stoffelsen zag dat, en evenals zij dat bij haar man gewoon
-was, kwam het er meer of minder dreigend uit:</p>
-
-<p>"Hoe <i>kun-je</i> daar nu nog om lachen, sinjeur!" Wijl zij door deze
-opmerking voor een wijle zelf haar woordenstroom onderbrak, kreeg
-eindelijk kapitein Schapenham gelegenheid er een woordje tusschen te
-plaatsen.</p>
-
-<p>"Is die jongen thuis, moeder?"</p>
-
-<p>Ze keek hem zoo oprecht verbaasd aan, dat hij in zichzelven
-mompelde: "Ik verwed er m'n nieuwe bramzeilen onder, dat ze me al
-verteld heeft, waar die snuiter zit. Hoe jammer, dat ik maar niet
-wat beter naar dat gerei geluisterd heb!"</p>
-
-<p>Intusschen had vrouw Stoffelsen de macht over haar spraak weer
-teruggekregen.</p>
-
-<p>"Wel, heb ik van m'n leven, sinjeur.... Zóó vertel ik je, dat die
-luie slungel maar kalmpjes-weg thuisgebleven is en...."</p>
-
-<p>Doch nu viel de kapitein haar in de rede met een stem, die, als het
-wezen moest, zich boven het gerumoer van den zwaarsten storm wist
-verstaanbaar te maken:</p>
-
-<p>"Wàt zeg-je?.... Weggebleven?"</p>
-
-<p>Toch een weinigje overstuur van dat krachtige geluid, knikte zij
-alleen van ja.</p>
-
-<p>"Sedert wanneer?"</p>
-
-<p>"Sedert vanmorgen."</p>
-
-<p>"Hoe komt dat?"</p>
-
-<p>Ze haalde de schouders op.</p>
-
-<p>"Weet ik het?.... Weggeloopen, denk ik."</p>
-
-<p>Kapitein Schapenham stond op.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Weggeloopen?.... Waarheen?"</p>
-
-<p>"Wel natuurlijk naar Hellevoet!"</p>
-
-<p>"Naar Hellevoet?"</p>
-
-<p>"Welja! Daar ligt immers een Oostinjevaarder, waar ze zooveel volk
-voor moeten hebben!"</p>
-
-<p>En ineens de oogen wijd openende, alsof haar een gedachte inviel:
-"Jou schip?!"</p>
-
-<p>Maar kapitein Schapenham had al zijn hoed gegrepen, zich dien op het
-hoofd geplakt en snelde de deur uit.</p>
-
-<p>"M'n gelag!" schreeuwde vrouw Stoffelsen, die heelemaal in beweging
-kwam, zonder hem dadelijk na te kunnen zetten.</p>
-
-<p>Dat kwam, omdat zij een paar leelijke likdoorns onder haar voeten
-had, voor haar heel pijnlijk en voor de rest van de menschheid heel
-vervelend, omdat zij aan ieder, die er maar naar luisterden
-wilde &mdash; of luisteren moest! &mdash; er een klaaglied over aanhief.</p>
-
-<p>Wanneer zij niet liep, schopte zij altijd haar muilen uit, met het
-gevolg, dat op het oogenblik, waarop zij er een vaartje achter moest
-zetten, die sloffen links lagen, als zij ze rechts zocht.</p>
-
-<p>Ongelukkig waren zij door haar driftig geredeneer van daarstraks,
-waarbij ze armen en beenen bewogen had om toch meer nadruk aan haar
-betoog te geven, zoo raar in haar nabuurschap weggescharreld, dat
-zij op haar zeere voeten over den met scherp zand bestrooiden
-tegelen vloer onder een gejammer van "Houdt den dief!" heen en weer
-schoof, zonder eigenlijk op te schieten.</p>
-
-<p>Juist had zij onder gekreun, geklaag en geroep<span class="pagenum"></span> hare voeten in de
-muilen gekregen en in haar lichaam een vaartje gebracht, toen de
-deur door een krachtige mannenhand opengeworpen werd, ten minste het
-bovengedeelte daarvan, zoodat moeder Stoffelsen een tik beetkreeg,
-dien zij voelde.</p>
-
-<p>Kapitein Schapenham was het, die zich nu hoofdschuddend en
-glimlachend over de onderdeur heenboog, waar, als ze soms niets te
-doen hadden, de vrouwkens uit dien tijd zoo gezellig overheen konden
-leunen voor een buurpraatje, bij welke gelegenheid zoowat heel de
-buurt over de tong ging.</p>
-
-<p>"Goeie vrouw, ik zou daar haast vergeten zoowaar mijn gelag te
-betalen."</p>
-
-<p>De "goeie vrouw," die juist van plan was door haar alarmkreet
-desnoods heel de stad in rep en roer te brengen, wou eerst nog veel
-vijven en zessen eruit gooien, omdat ze zulk een bons tegen haar
-hoofd gekregen had, welk lichaamsdeel zij volijverig stond te
-wrijven, toen zij iets tusschen duim en wijsvinger van zijn
-rechterhand zag blinken. Dadelijk sloot zich haar mond en verzoette
-zich in een suikerzoet lachje.</p>
-
-<p>"Wel, sinjeur, moet-je daarvoor nog terugkomen? Dàt was toch wel
-vanzelf...."</p>
-
-<p>Hij liet ze niet uitpraten.</p>
-
-<p>"Daar, moeder."</p>
-
-<p>Ze voelde zich het geldstuk in de hand stoppen.</p>
-
-<p>"Zooveel kleingeld heb ik op het oogenblik niet terug, sinjeur."</p>
-
-<p>Al in de haast, waarin hij scheen te verkeeren, maakte hij een
-gebaar van "laat dat maar blijven, hoor!" en verdween opnieuw uit
-haar gezichtskring.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<center>
-<a name="13_suikerzoet"></a>
-<img src="images/13_suikerzoet.jpg" alt="image: 13_suikerzoet.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Sloot zich haar mond en verzoette zich in een
-suikerzoet lachje]<span class="pagenum"></span></center>
-
-<p>Met lichtende oogen van geluk bekeek vrouw Stoffelsen het geldstuk,
-dat in het midden van haar rechterhand lag.</p>
-
-<p>Zij schudde het hoofd.</p>
-
-<p>"Die varenslui toch...."</p>
-
-<p>Nog een wijle van stil genot.</p>
-
-<p>Toen kwamen in éénen al de rimpels en rimpeltjes op haar gelaat
-terug:</p>
-
-<p>"Als m'n vent toch zóó z'n penningen verslingerde...."</p>
-
-<p>Ze voleindigde haar zin niet, maar slofte naar de echtelijke
-slaapplaats, waar ze, nu alweer met een gelaat vol stille, inwendige
-tevredenheid, van de bedsteê-plank een oude kous langde, en daarin
-het geldstuk bij de andere soortgenooten veilig wegborg.</p>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter06"></a>
-<h3 align="center">VI.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">Op den wagen.</span></h4>
-
-<p>Het verloop der geschiedenis beviel in het geheel niet aan kapitein
-Schapenham.</p>
-
-<p>Voor ds. Leo wilde hij veel doen, maar om nu door zoo'n kwâjongen de
-kans te loopen met de justitie of de politie in aanraking te komen,
-dáár had hij niet veel lust in.</p>
-
-<p>Als zoo'n deugniet verdwenen was en zijn moeder lawaai begon te
-maken &mdash; en daar leek zij hem net een vrouw voor! &mdash; zouden de
-gerechtsdienaars door al wat er gesproken en gebeurd was, het eerst
-erg in zijn schuit krijgen.</p>
-
-<p>Stel je nu voor, dat de jongen zich bijvoorbeeld in het ruim
-verborgen had! En al was het niet daar, dan op een andere plaats,
-waar natuurlijk de gerechtsdienaars hem wel opduikelen zouden, en
-zoo niet, voor het minst heel den boel door elkaar zouden halen of
-overal hun neus in steken.</p>
-
-<p>Wel, kapitein Schapenham, die dit alles in zichzelf liep te
-bedenken, had er wel een lief ding voor over gehad, indien hij voor
-een wijle buitengaats was geweest en dan met dien snijdersleerling
-onder zijn bereik.<span class="pagenum"></span> Buitengaats toch was een schipper onbeperkt heer
-en meester, zelfs over leven en dood van zijn onderhoorigen. En
-zeker zou hij, voor al het gezanik, den branie eens even voor den
-mast hebben laten binden, om hem er een dozijn of anderhalf te doen
-toetellen door den man met het stokje, gelijk de matrozen gewoon
-waren den provoost te noemen, al was bij zulk een strafoefening een
-eindje touw met een paar flinke knoopen erin meestal diens wapen.</p>
-
-<p>Hij moest nu zoo gauw mogelijk naar Hellevoetsluis zien te komen, om
-desnoods de politie voor te zijn.</p>
-
-<p>Om daarheen te wandelen, had hij twee uren noodig, maar, gelijk wij
-weten, had hij daaraan een broertje dood!</p>
-
-<p>'t Snelst had hij dien afstand kunnen afleggen door een paard te
-nemen, maar al had hij &mdash; omdat van jongs af aan zijn heele lichaam
-gegroeid was naar het klimmen in het want en het zich voortbewegen
-op het scheepsdek &mdash; kromme beenen genoeg om op een paard te
-zitten,.... een ruiter was hij niet.</p>
-
-<p>Het zou dus per as moeten gaan, maar men kon in dien tijd niet eens
-eventjes bij een huurkoetsier aanloopen, om een rijtuig te
-bestellen!</p>
-
-<p>Men had het Voermansgilde, waarmede men geducht rekening had te
-houden.</p>
-
-<p>De zeeman moest zich eerst naar den Commissaris van dit gilde
-begeven, die ging dan aan een bel trekken, van verschillende kanten
-daagden de voerlieden op &mdash; wie na het luiden van de bel ver<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>scheen
-had zijn recht verloren &mdash; en nu moesten de aanwezigen erom
-dobbelen, of gelijk men dat noemde: erom smakken, wie het vrachtje
-had.</p>
-
-<p>Eindelijk dan zat onze zeekapitein op den wagen, die in een
-sukkeldrafje over den weg hotste. Gelukkig hadden de toenmalige
-menschen sterke hersenen, en toen men nu eenmaal van het gedaver
-over de stads-keien af was, kon op den zachteren landweg een
-gemoedelijk praatje aangeknoopt worden, hetgeen de zeeman ook niet
-naliet.</p>
-
-<p>Ze waren nog maar kort op pad, toen hij iemand stadswaarts zag
-komen, die door de eigenaardige wijze van zich voortbewegen zijn
-aandacht trok.</p>
-
-<p>"'t Is, of die vent met z'n beenen aan 't knippen is!" gromde hij
-met zijn zware stem tegen den voerman.</p>
-
-<p>Die grijnsde.</p>
-
-<p>"Dat komt, omdat z'n geweten op die beenen aan 't werk is."</p>
-
-<p>"Hè??!"</p>
-
-<p>De voerman genoot van zijn verbazing.</p>
-
-<p>"Och," legde hij uit, "bij dien meestersnijder is, denk ik, zóóveel
-door het oog van de naald gegaan, dat hij voor zijn straf knipbeenen
-gekregen heeft."</p>
-
-<p>"Wàt zeg-je?.... Een snijder?.... Soms meester Jochum Stoffelsen?"</p>
-
-<p>"Krek d'n eigenste."</p>
-
-<p>De zeeman sloeg van opgetogenheid den voerman een blauwe plek op den
-schouder.</p>
-
-<p>"Je kunt stil houden, als die knip-sinjeur vlak bij is."</p>
-
-<p>De voerman wreef zich den schouder.</p>
-
-<p>"Je hebt gezegende handjes, schipper!"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Kapitein Schapenham knikte.</p>
-
-<p>"Dat gaat wel, vrind! En ik zal dat aan dien lappenbederver doen
-ondervinden, als hij niet mee wil."</p>
-
-<p>"Mee wil? Wat is je plan?"</p>
-
-<p>"Hij moet mee naar Hellevoet."</p>
-
-<p>De voerman zette een bedenkelijk gezicht.</p>
-
-<p>"Volgens ons privilegie mag ik niemand onderweg opladen, of anders
-moet ik boete betalen."</p>
-
-<p>"Malligheid! Jij laadt niet op, maar ik. En ik ben je passagier!....
-Dacht-je, dat ik, die al zoo dikwijls in zoo'n verwenschte kar heen
-en weer naar Hellevoet ben gesukkeld, artikel zus en zoo van je
-reglement niet kende?.... Maar, ho!.... daar is hij al vlak bij...."</p>
-
-<p>De voerman voldeed aan het bevel, en bruusk wendde zich de kapitein
-tot den voetganger, die bij dit plotseling stilstaan van het rijtuig
-haastig op zij geweken was.</p>
-
-<p>"Jij bent de meester-snijder Jochum Stoffelsen?"</p>
-
-<p>De aangesprokene deed een knip met zijn beenen en bevond zich toen
-weer op het pad.</p>
-
-<p>"Die ben ik, sinjeur."</p>
-
-<p>"Ik zou graag een woordje met je wisselen."</p>
-
-<p>"Tot je dienst, sinjeur."</p>
-
-<p>"Toe, stap dan op den wagen.... want ik kan geen minuut verloren
-laten gaan."</p>
-
-<p>Onwillekeurig keek meester Jochum naar den toren van den Briel, die
-in het Noordwesten boven het landschap uitstak, en toen stootte de
-voerman met zijn elleboog den kapitein aan.</p>
-
-<p>"Hijsch-je maar naar boven," glimlachte deze, "ik kom zoo regelrecht
-van je vrouw vandaan."<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>De ronde oogen van meester Jochum keken hem vragend aan.</p>
-
-<p>"Kom, vrind, een toertje zal je geen kwaad doen, en, intusschen
-zullen we elkaar heel wat te vertellen hebben."</p>
-
-<p>"Nou.... tot de steê in Lagerwoude dan," gaf meester Jochum toe, en
-mèt knipte hij op den wagen.</p>
-
-<center>
-<a name="14_jochum"></a>
-<img src="images/14_jochum.jpg" alt="image: 14_jochum.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: De ronde oogen van meester Jochum keken hem vragend
-aan.]</center>
-
-<p>"Dat 's niet ver," bracht de kapitein daartegen in.</p>
-
-<p>"Och," gaf de nieuwe passagier glimlachend te kennen, "ik heb twee
-omstandigheden in mijn voordeel."</p>
-
-<p>"Die zijn?"</p>
-
-<p>"Ten eerste.... dat het paard een knol is."</p>
-
-<p>"Hé, zeg. Jij, leelijke lappenbederver...."<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"En," ging mr. Jochum voort, alsof hij den voerman niet hoorde, "en
-in de tweede plaats, dat een zeeman gewoonlijk niet lang van draad
-is."</p>
-
-<p>"Van draad heb-jij verstand," riep de kapitein uit, "maar hoe te
-duiker zie-je, dat ik een varensman ben?"</p>
-
-<p>Meester Jochum maakte een beweging met het hoofd, als wilde hij
-zeggen:</p>
-
-<p>"Nou.... die is ook goed!"</p>
-
-<p>"Dat ziet een half blind mensch aan je heele doen en laten, en een
-meester-snijder aan je kleeren."</p>
-
-<p>Kapitein Schapenham bezorgde ook hem een blauwe plek op den
-schouder.</p>
-
-<p>"Jij bevalt me beter als je vrouw, meester!"</p>
-
-<p>Het gezicht van den aangesprokene betrok.</p>
-
-<p>"Laat die nu alsjeblieft buiten het spel, en zeg me nu maar gauw,
-wat je van me hebben wil.... Want de knol loopt zoo waar gauwer dan
-ik gedacht had. Zeker pas gesmeerd, voerman?"</p>
-
-<p>De voerman dreigde hem met de zweep, en liet alweer een aardigheid
-los, welke op het gilde van mr. Jochum betrekking had. Maar diens
-aandacht was ineens heelemaal van de andere zijde in beslag genomen,
-doordat de kapitein hem vroeg:</p>
-
-<p>"Je hebt een leerjongen, die Witte heet; is 't niet?"</p>
-
-<p>De kleermaker zuchtte.</p>
-
-<p>"Begint de bui nu ook nog van dien kant op te komen?"</p>
-
-<p>Doch alsof hem iets als een uitredding inviel, wendde hij zich met
-heel zijn gelaat tot den zeekapitein:</p>
-
-<p>"Je bent bij m'n vrouw geweest, zeg-je?"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Heb-je ook haar naar dien satanschen kwâjongen gevraagd?"</p>
-
-<p>"Ja.... En wat zou dat?"</p>
-
-<p>De kleermaker slaakte een zucht van verlichting.</p>
-
-<p>"Wat dat zou?.... Wel, dat ik je dan niets meer over dien galgestrop
-te vertellen heb!"</p>
-
-<p>"Neen maar, die is goed!" riep de kapitein luid lachend uit.</p>
-
-<p>Mr. Jochum knikte tevreden.</p>
-
-<p>"Je zult het met me eens zijn, schipper, dat ik er geen woordje meer
-bij hoef te voegen."</p>
-
-<p>"Dat is te zeggen.... ik wou juist, dat je er een woordje &mdash; en voor
-mijn part nog een paar dozijn woordjes &mdash; bij voegde."</p>
-
-<p>"Wat is dat?.... Je weet nu alles, en misschien meer dan ik je had
-kunnen vertellen."</p>
-
-<p>"Toch niet!"</p>
-
-<p>"Wel, goeie help.... dat begrijp ik niet!"</p>
-
-<p>"En toch is het heel begrijpelijk."</p>
-
-<p>"Nu, maar dan moet-je me dàt mirakel eens uitleggen!"</p>
-
-<p>"Dat 's heel gauw gebeurd.... Je vrouw heeft een zee van woorden
-over m'n hoofd doen rumoeren."</p>
-
-<p>"Dat zal wel waar zijn!"</p>
-
-<p>"En.... kijk.... toen ging het wat van zoem-zoem in m'n hoofd."</p>
-
-<p>"Dus?"</p>
-
-<p>"Ik heb niet geluisterd, goeie vrind!"</p>
-
-<p>De kleermaker schudde van het lachen.</p>
-
-<p>"Waarom lach-je zoo, jij, oolijke ridder van de naald?"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Omdat ik ook nooit luister, als het zoo van zoem-zoem gaat."</p>
-
-<p>Boem! Daar kreeg hij er een tweede blauwe plek op zijn schouder bij.</p>
-
-<p>"Je bevalt me, meester Jochum."</p>
-
-<p>"En jij mij ook, schipper."</p>
-
-<p>"Rijd dan mee naar Hellevoet."</p>
-
-<p>"Ho, ho, schipper," viel hem hier de voerman in de rede, "denk
-alsjeblieft aan artikel zus en zoo van het privilegie op het
-Voermansgilde!"</p>
-
-<p>"Loop.... jij met je privilegie," bromde de kapitein. "Ik houd het
-bij de ordonnantie door baljuw, burgemeesteren en regierders der
-Stede van den Briele voor jullie in elkaar geflanst, en daarin lees
-ik...."</p>
-
-<p>"Lees ik?" vroeg de voerman, zich half omwendende en verbaasd naar
-zijn passagier kijkende, die, met een hoog-rood gelaat van
-inspanning een klein boekje uit een zijner vele zakken had
-opgeschommeld.</p>
-
-<p>"Daarin lees ik," ging de kapitein voort, na even in het boekje
-gebladerd te hebben, "dat je onderweg niemand op mag nemen, dan met
-expres believen ende consent van de Luiden, die den wagen gehuurd
-hebben.... Hier lees zelf maar!"</p>
-
-<p>"'k Wil het best gelooven, sinjeur.... Want zoo geletterd ben ik
-niet."</p>
-
-<p>"Dus geen bezwaar, dat ik mr. Jochum meeneem?"</p>
-
-<p>De voerman schudde ontkennend het hoofd.</p>
-
-<p>"Dat dacht ik ook wel!" gaf de zeeman te kennen, die graag gelijk
-had, en evenmin graag opgaf, wat hij zich voorgenomen had.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Intusschen had mr. Jochum dit kleine twistgesprek aangehoord met een
-gelaat, dat nu juist niet van groote opgewektheid getuigde. De
-zeeman zag het.</p>
-
-<p>"Ik heb toch naar je hart gesproken, vader?"</p>
-
-<p>"Neen, hoor!"</p>
-
-<p>"Ga-je dan niet mee naar Hellevoetsluis."</p>
-
-<p>"Voor geen geld van de wereld!"</p>
-
-<p>"Waarom niet?"</p>
-
-<p>"Wel... ik kan toch zoo lang niet van mijn werkplaats blijven."</p>
-
-<p>"En als ik je de schade vergoed!"</p>
-
-<p>"Dan blijft nog zijn vrouw over!" wierp de voerman er spottend
-tusschen.</p>
-
-<p>Kapitein Schapenham zag hem even in de oogen.</p>
-
-<p>"Ik geloof, dat de voerman de streken van 't kompas kent,"
-glimlachte hij.</p>
-
-<p>Mr. Jochum werd een beetje kregel.</p>
-
-<p>"Geen kwaad van mijn vrouw!" zeide hij.</p>
-
-<p>"Niet graag!" gaf de kapitein van ganscher harte toe. "Ik wil alleen
-maar zeggen, dat het voor alle partijen beter is, als jij op tijd
-thuis ben. Alleen dan nog maar deze vraag, want ik zie zoowaar
-ginder de steê van Lagerwoude al achter dien haag oprijzen...."</p>
-
-<p>"En die vraag?"</p>
-
-<p>"Betreft je leerjongen. Weet-je, waar die op 't oogenblik uithangt?"</p>
-
-<p>Het goedige gelaat van mr. Jochum werd heel gestreng.</p>
-
-<p>"Ik wou.... ik wou...."</p>
-
-<p>"Hoho, mr. Jochum, bederf alsjeblieft je goed<span class="pagenum"></span> humeur niet.... Wat je
-wou.... kan me nu niet schelen. Ik verlang kort en bondig het
-antwoord op deze vraag: Waar is Witte?"</p>
-
-<p>"'k Weet het niet!"</p>
-
-<p>"Hebben ze op de steê geen vermoeden, waar hij zitten kan?"</p>
-
-<p>"Ja &mdash; ze meenen 't zelfde als ik."</p>
-
-<p>"En dat is?"</p>
-
-<p>"Dat hij naar Hellevoet is, waar zoo'n verloopen kerel een schip
-uitrust naar Oostinje."</p>
-
-<p>"Dank je!.... Die verloopen kerel ben ik."</p>
-
-<p>"Pak ze maar aan!" riep de voerman.</p>
-
-<p>Mr. Jochum keek vreemd op.</p>
-
-<p>Daar zag hij een lachje in de oogen van den zeeman, die kwasi een
-heel boos gezicht zette.</p>
-
-<p>Toen stak hij eerlijk zijn hand uit.</p>
-
-<p>"Dank je," zei de zeeman eenvoudig.</p>
-
-<p>Maar mr. Jochum riep van aai en van aau.</p>
-
-<p>Want zoo'n zeemanspootje was niet geschapen voor het blanke
-kunstenaarshandje van een meestersnijder.</p>
-
-<p>De zeeman had hier heel wat pret over en de voerman ook, en daarvan
-maakte mr. Jochum gebruik, om even handig van den wagen te knippen,
-als hij dat thuis van de kleermakerstafel deed.</p>
-
-<p>"Hé daar!" riep kapitein Schapenham uit.</p>
-
-<p>Ook de voerman liet een uitroep van ontsteltenis hooren, want op een
-haartje na was een der wielen van den wagen over den voet van den
-meestersnijder gegaan.</p>
-
-<p>Die schudde lachend het hoofd.</p>
-
-<p>"Doe me dat eens na!"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Niet graag!" bekende de kapitein.</p>
-
-<p>Intusschen had de voerman het paard tot stilstaan gebracht, en nu
-boog zich kapitein Schapenham uit den wagen, om mr. Jochum de hand
-tot afscheid toe te reiken.</p>
-
-<center>
-<a name="15_druk"></a>
-<img src="images/15_druk.jpg" alt="image: 15_druk.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: En beiden waren zoo druk in gesprek.]</center>
-
-<p>"Je gaat dus niet verder mee?"</p>
-
-<p>"Neen, hoor. Daar is de stêe, en ik heb eenmaal gezegd, dat.... Maar
-wat is er?"</p>
-
-<p>Hij vroeg dit op verwonderden toon, want eensklaps had de kapitein
-hem door een gebaar het zwijgen opgelegd.</p>
-
-<p>Tot eenig antwoord wees de kapitein op den Peltsersdijk, welke zich
-achter de huizinge van moeder de With uitstrekte.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Bij de laatste woorden van den kleermaker had de zeeman
-onwillekeurig den blik daarheen gewend, en wat hij toen op den
-Peltsersdijk aanschouwde, had zoodanig zijn aandacht in beslag
-genomen, dat hij mr. Jochum het zwijgen meende te moeten opleggen.</p>
-
-<p>Want daar zag hij zoowaar den vermisten leerjongen aan komen
-wandelen en dat wel op zijn dooie gemak.</p>
-
-<p>Witte was niet alleen. Naast hem liep een blond meisje van zijn
-jaren, in wie wij zijn nichtje Marie herkennen, en beiden waren zoo
-druk in gesprek, dat zij geen erg hadden in den wagen, die aan den
-Brielschen kant van de hofstede zoo plotseling was blijven
-stilstaan.</p>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter07"></a>
-<h3 align="center">VII.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">Het plannetje van Hans.</span></h4>
-
-<p>Het schip, waarmede kapitein Schapenham een reis naar de Indiën
-ondernemen zou, zag er nog allesbehalve zeilree uit. En toch stal
-het, gelijk het daar met zijn hoogen achtersteven reeds van verre
-zichtbaar was, het hart van Witte, die, liever dan naar zijn baas te
-gaan, op een vroegen Decembermorgen het zandpad naar Hellevoetsluis
-was opgewandeld, om met open oogen het vaartuig te aanschouwen,
-waarvan hij met gesloten oogen tegenwoordig elken nacht droomde.</p>
-
-<p>Al had hij in den Briel waarlijk schepen genoeg gezien, niet een kon
-natuurlijk zulk een aantrekkelijkheid voor hem hebben als dit.</p>
-
-<p>En wat een aangroeiende levendigheid om deze schuit, die vele jaren
-weg zou blijven en daarom als het ware tot een drijvend dorp werd
-ingericht!</p>
-
-<p>Zeilmakers, scheepstimmerlieden, schilders, smeden, touwslagers, om
-de leveranciers van allerlei eet- en drinkwaren niet te vergeten,
-zwermden als nijvere bijen om dien drijvenden korf. Dieren kwamen er
-ook al bij te pas, maar die zouden zooveel plaats niet innemen als
-in de arke Noachs, want<span class="pagenum"></span> ze werden geslacht en ingezouten, en de
-weinige, die levend mee zouden gaan, behoefden heusch niet op een
-lange zeereis te rekenen. Heel veel zin hadden ze er in geen geval
-in, ten minste de varkens niet, die spectakel genoeg maakten.</p>
-
-<p>Witte kon eerst maar niet genoeg van dit schip krijgen. Toen echter
-kwam zijn vit-achtige natuur, een gevolg van het zanikachtige leven
-dat hij thuis had, weer boven, en viel hem hier en daar iets in het
-oog, dat volgens zijn waanwijsheid beter had kunnen zijn. Als <i>hij</i>
-maar eens kapitein van dat prachtschip geweest was!....</p>
-
-<p>"Wel, maat!" kwam daar plotseling een jongensstem, waaruit men den
-baard in de keel al hoorde, tot hem, "kijk-je het mooi er al af?"</p>
-
-<p>Wittens felle, nooit vriendelijke oogen, gingen den kant uit van den
-spreker, die niet zonder eenige spotzucht deze onverwachte vraag tot
-hem gericht had, een jongen, ongeveer van zijn leeftijd en in
-zeemans-werkpak.</p>
-
-<p>Die kleeding bespaarde hem een dier bitse antwoorden, waarmede Witte
-anders niet zuinig was. Toch, hoe welwillend ook bedoeld, er bleef
-norschheid te over in zijn wedervraag:</p>
-
-<p>"Hoor-jij erop?"</p>
-
-<p>"Of ik erop hoor?.... Nagelvast zou ik haast zeggen."</p>
-
-<p>"Heb-je er dan het land aan?"</p>
-
-<p>"Nou.... als ik de koeien erbij had, was ik een boer in den polder."</p>
-
-<p>"Zeg-je dat op mij?"</p>
-
-<p>"Ben-jij dan een boer?"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Neen."</p>
-
-<p>"Wat trek-je je 't dan aan?"</p>
-
-<p>"Dat is mijn zaak."</p>
-
-<p>"Je lijkt nog al onverschillig."</p>
-
-<p>Witte trok zijn schouders op en onwillekeurig dwaalden zijn blikken
-weer naar "de Gouden Leeuw" waarop alles vol leven en beweging was.
-Neen, dáár was hij zeker niet onverschillig voor.</p>
-
-<p>De andere jongen, een knaap met een bruinen krullekop en levendige,
-donkere kijkers in het vroolijke gelaat, zag dit.</p>
-
-<p>"Ik laat me driemaal van de ra dansen, als jij ook geen
-zeemansjongen ben!"</p>
-
-<p>Een zucht.</p>
-
-<p>"En dat jij precies zoekt, wat ik verliezen wil."</p>
-
-<p>Witte keek hem vragend aan.</p>
-
-<p>"Ruilen?" stelde de vroolijke krullebol voor.</p>
-
-<p>Ineens zag Witte hem met zijn felle oogen vlak in het gezicht.</p>
-
-<p>"Ho, ho," spotte deze, "je zet een gezicht als een jeugdige
-menscheneter.... Maar weet-je wat? Loop eens met me naar de taveerne
-ginds.... Een kroes bier...."</p>
-
-<p>"Heb ik van jou niet noodig."</p>
-
-<p>"Nog beter!.... Dan tracteer jij."</p>
-
-<p>Dat kwam er zoo vlot uit, dat er, even slechts, een glimlach over
-het gelaat van Witte vloog.</p>
-
-<p>Zijn maat knikte tevree.</p>
-
-<p>"Te duiker, ik dacht, dat je een steenen snuit had. Net als het
-varken van mijn spaarpot.... waaraan ik zoo'n hekel had."</p>
-
-<p>"Aan dat varken?" spotte Witte.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Ben-je wel zestig? Net zoo min als aan jou, al hèb-je een steenen
-bakkes.... Neen, aan het sparen. Welke zeemansjongen heeft daar
-verstand van?"</p>
-
-<p>Witte keek hem verbaasd aan.</p>
-
-<center>
-<a name="16_nodig"></a>
-<img src="images/16_nodig.jpg" alt="image: 16_nodig.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Heb ik van jou niet noodig.]</center>
-
-<p>"Jij een echte zeemansjongen?... En je wil van de schuit af?"</p>
-
-<p>"Wis en zeker,... van déze!"</p>
-
-<p>"Dus?"</p>
-
-<p>"Ga mee.... Bij een kroes bier kan ik je dat veel duidelijker
-uitleggen."</p>
-
-<p>Witte schudde het hoofd.</p>
-
-<p>"Zeg 't zoo maar."</p>
-
-<p>"Mij goed dan, sinjeur Isegrim.... Weet dan, dat ik Hans Lievensz.
-ben uit Hoorn, dat ik van<span class="pagenum"></span> m'n tiende jaar al af de zeelucht opsnuif
-en in dit opzicht een aardje naar m'n vaartje heb, die, geloof ik,
-op zee geboren is."</p>
-
-<p>"En je wou van de schuit!"</p>
-
-<p>"Zeker.... Niet om bij moeders pappot te blijven, hoor, maar omdat
-ik gisteren de tijding kreeg, dat mijn vader als eerste stuurman ook
-naar Oostinje gaat en wel met een schip uit Hoorn. Daar kon ik
-denkelijk wel al als matroos met mee, maar nu zit ik aan deze kast
-vast, waarvoor ik als lichtmatroos gemonsterd ben."</p>
-
-<p>"En je wou met mij ruilen!" gaf Witte ten antwoord, in de bitterheid
-zijns harten een sterken nadruk op dat woordje "mij" leggend.</p>
-
-<p>"Wis en drie!"</p>
-
-<p>"Omdat je denkt, dat ik een zeemansjongen ben?"</p>
-
-<p>"Ga-je me voor den gek houden?.... Je heele facie wijst het immers
-uit!"</p>
-
-<p>"Toch heb-je het mis.... Ik ben snijdersleerling!"</p>
-
-<p>"Kom, maak dat een ander wijs!"</p>
-
-<p>"Ik.... lieg nooit."</p>
-
-<p>"Maar.... wat kom-je dan eigenlijk hier doen?"</p>
-
-<p>Witte gaf geen antwoord. Weer keek hij naar "de Gouden Leeuw", en nu
-kwam er zulk een smartelijke uitdrukking op zijn gelaat, dat er voor
-Hans een licht opging.</p>
-
-<p>Vertrouwelijk legde hij de hand op Wittens schouder.</p>
-
-<p>"Kameraad.... ik vroeg je om hulp...."</p>
-
-<p>Witte schudde zijn hand af.</p>
-
-<p>"En nu valt het je leelijk tegen, hè?" sprak hij op zijn bitse,
-afstootende wijze.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Even lichtte er iets joligs door de glanzende oogen van den
-jeugdigen licht-matroos.</p>
-
-<p>"Als ik neen zei, zou.... zou ik op mijn beurt liegen, en daar zie
-ik net zoo min heil in als jij."</p>
-
-<p>"Wat wou-je dan?"</p>
-
-<p>"Ik?.... Een beetje.... en toch veel."</p>
-
-<p>"Wat dan?"</p>
-
-<p>"Wel.... kan ik je soms helpen?"</p>
-
-<p>Witte glimlachte op haast beleedigende wijze.</p>
-
-<p>"Dat zal zeker niet lukken aan een lichtmatroos van 'de Gouden
-Leeuw?'...."</p>
-
-<p>"Bij dit en dat.... waarom niet?"</p>
-
-<p>"Omdat het zelfs den gezagvoerder ervan mislukt is."</p>
-
-<p>"Wat zeg-je daar?.... Kapitein Schepenham...."</p>
-
-<p>"Is zelf bij m'n moeder geweest."</p>
-
-<p>Hans floot tusschen de tanden.</p>
-
-<p>"Sta-je bij d'n ouwe in zoo'n goed blaadje?"</p>
-
-<p>"Heeft-ie dan zooveel leelijke blaadjes in z'n boekje?"</p>
-
-<p>Hans wreef zich met een kwasi-pijnlijk gezicht over den rug, wat,
-bij de oolijkheid van zijn tronie, allerkluchtigst aandeed.</p>
-
-<p>"Een zeeman van het bovenste plankje, maar een beetje kort
-aangebonden, en.... het eindje touw is ook niet lang."</p>
-
-<p>"De spanriem van een leertouwer en de el van een kleermaker zijn ook
-niet van zoete koek gebakken."</p>
-
-<p>"O, zoo!" riep Hans uit, "jij weet dus ook, wat een blauwe plek is."</p>
-
-<p>Beiden schoten om deze opmerking in den lach. "Dat moet-je maar veel
-doen," meende Hans.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Wat?"</p>
-
-<p>"Lachen!"</p>
-
-<p>"Ik heb daar niet veel reden toe."</p>
-
-<p>"Nu, ik zou zoo denken!.... een lief kindje van d'n ouwe!"...</p>
-
-<p>"Wat helpt me dat? Ik mag toch niet naar zee."</p>
-
-<p>Hans keek hem strak aan.</p>
-
-<p>"Moederskindje?" vroeg hij.</p>
-
-<p>De blik, dien Witte hem toewierp, overtuigde, hem, meer dan een heel
-verhaal dat doen kon, van het tegenovergestelde.</p>
-
-<p>"Een harde vrouw?"</p>
-
-<p>"Ja!" klonk het kort en bondig.</p>
-
-<p>"En je vader?"</p>
-
-<p>"Is dood.... allang."</p>
-
-<p>"Broers en zusters?"</p>
-
-<p>"Eén zus. De rest broers, en allen ziekelijk."</p>
-
-<p>"Jij ziet er toch gezond uit."</p>
-
-<p>"Wat heb ik daaraan?.... Ik knies me dood!"</p>
-
-<p>"Moet-je niet doen."</p>
-
-<p>"Jij hebt goed praten: jij vaart op zee!"</p>
-
-<p>"Daar kom-jij ook op.... Als je 't maar goed aanpakt."</p>
-
-<p>"En als nu kapitein Schapenham.... en zelfs twee dominees, ds. Leo
-en Willem Crijnze...."</p>
-
-<p>Nu schudde Hans heel zijn lache-kop.</p>
-
-<p>"Heelemaal verkeerd aangepakt!"</p>
-
-<p>"Doe-jij het dan beter," snauwde Witte.</p>
-
-<p>"Neen, dat zou moeilijk gaan, want.... ook ik hoor op mijn manier
-tot het manvolk, en... dàt krijgt geen moeder-de-vrouw klein."<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Witte werd opeens vol belangstelling.</p>
-
-<p>"Hoe bedoel-je dat?" vroeg hij.</p>
-
-<p>"Geef liever mij eens antwoord.... Houdt je zus erg veel van je?"</p>
-
-<p>"Ja."</p>
-
-<p>"<span id="cor0005" class="corrected" title="[Originele tekst: Kan die het het]">Kan die het</span> dan niet van je moeder gedaan krijgen?"</p>
-
-<p>Daar kwam de rimpel weer op het voorhoofd van Witte. Iets bits lag
-op zijn lippen; maar eer hij wat zeggen kon, lei Hans hem door een
-afwerend gebaar het zwijgen op.</p>
-
-<p>"Begrepen! Jullie zijn allebei bang voor moeder... Neen, kijk me
-niet zoo venijnig aan. Ik wil geen ruzie met je zoeken, maar helpen
-wil ik je, en daarom zeg ik nu precies maar, wat ik denk. En als jij
-dat nu ook wil doen, geef me dan eens eerlijk antwoord op deze
-vraag: Is er niet een vrouwelijk wezen in je familie, dat zóóveel
-van je houdt, om...."</p>
-
-<p>Maar Hans voleindigde dezen zin niet. Hoe haastig ook Witte het
-hoofd omwendde, de oolijke zeemansjongen had gezien, hoe hij
-kleurde.</p>
-
-<p>Nu lei Hans beide zijn handen op de schouders van den
-snijders-leerling en dwong dien aldus hem in de oogen te zien.</p>
-
-<p>"Ik weet nog niet eens, hoe je heet.... Ik zal maar Jan tegen je
-zeggen, want zoowat al de Hollandsche jongens van de zee heeten
-zoo.... O, heet-je Witte?.... Goed!.... Dan heb ik jou, Witte, te
-zeggen, dat, als dat meisje veel van je houdt, ze nog vandaag naar
-je moeder zal gaan.... of, bijlo! haar eigen moeder erop uit zal
-sturen. Vrouwen weten van volhouden; dàt zie-je maar<span class="pagenum"></span> eens aan je
-eigen moeder! Daar kunnen geen dominees en geen zeekapiteins en in
-'t geheel niet <span id="cor0018" class="corrected" title="[Originele tekst: zulke kwajongens als wij]">zulke kwâjongens als wij</span> nog zijn, tegen op. Ik
-verzeker je, Witte, dat, als je er maar eenmaal de vrouwlui voor
-weet te spannen, mijn naam geen Hans Lievensz is, of je gooit
-binnenkort schaar en naald zoover weg, als zij vliegen willen."</p>
-
-<center>
-<a name="17_voorland"></a>
-<img src="images/17_voorland.jpg" alt="image: 17_voorland.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Kijk nu naar je voorland.]</center>
-
-<p>Toen, hem aldoor bij de schouders vasthoudend, keerde hij hem met
-zijn forsche knuisten in één ruk om, zoodat Witte met het gelaat
-naar den Oostinjevaarder gewend stond.</p>
-
-<p>"Kijk nu naar je voorland.... scheepsjongen van 'de Gouden Leeuw'!"</p>
-
-<p>Witte had zich te weer willen stellen, maar nu vielen zijn armen
-slap neer. Er was over zijn gelaat<span class="pagenum"></span> zulk een geluk gekomen, dat hij
-in dat eene oogenblik een heel andere jongen scheen geworden. Zijn
-oogen, lichtstralend van blijdschap, zagen eerst het schip en toen
-Hans aan.</p>
-
-<p>"O, Hans, als dàt waar was...."</p>
-
-<p>"Het wòrdt waar, Witte.... maar dan nu ook als de drommel aan het
-werk. Geen oogenblik kun-je meer verliezen. Denk eens aan: we zouden
-half Januari uitzeilen, en vóór dien tijd zou nog je heele
-uitrusting in orde gebracht moeten zijn, wat voor een Oostinjesche
-reis om den dood geen gekheid is. Hoe je de vechtpartij nu aan moet
-pakken.... is jou zaak, maar hooren doe ik er zeker van!"</p>
-
-<p>"Morgenochtend ben ik weer hier."</p>
-
-<p>"Kun-je dan altijd maar van je vak wegloopen, als je er lust in
-hebt?"</p>
-
-<p>"Dat vak.... hèb ik niet meer," klonk het vastberaden.</p>
-
-<p>"Jij maakt dáár korte metten mee, Witte!"</p>
-
-<p>"Dat zullen we nu met het andere ook probeeren," kwam het er even
-resoluut bij Witte uit.</p>
-
-<p>Hij stak de hand ten afscheid uit.</p>
-
-<p>"Kan ik voor jou ook wat doen, Hans!"</p>
-
-<p>"Heel veel!"</p>
-
-<p>"Dat is?"</p>
-
-<p>"Den schipper, bij wien jij een potje schijnt te kunnen breken, onze
-ruiling voorstellen, als het jou lukt."</p>
-
-<p>"Kan niet."</p>
-
-<p>"Hoe zoo?"</p>
-
-<p>"Wie ruilt er een licht-matroos voor een onbevaren scheepsjongen?"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Ja, dat is voor den drommel waar ook!"</p>
-
-<p>Op zijn beurt nu lei Witte de hand op den schouder van zijn
-kameraad.</p>
-
-<p>"Ik zal in elk geval mijn best doen, om ook jou te verlossen, Hans!"</p>
-
-<p>"Top!... Tot ziens dan, Witte."</p>
-
-<p>"Tot ziens, Hans."</p>
-
-<p>Zonder er een woord meer bij te voegen, spoedde Witte zich den weg
-naar Nieuwenhoorn op.</p>
-
-<p>Geen seconde liet hij verloren gaan. Dadelijk begaf hij zich naar de
-hofstede van zijn nicht. Eerst Marie en toen haar moeder werden in
-het plan van aanval gewikkeld. En nu Witte maar handelen kon, die
-trouwens toch van commandeeren hield en van vechten niet minder,
-wist hij er bij moeder en dochter, hoeveel bezwaren zij eerst
-hadden, den strijdlust wel in te brengen. Dát heeft de latere
-admiraal Vechtgraag, zooals de matrozen hem gedoopt hebben, schier
-altijd weten te bewerkstelligen, als het erop aan kwam. En omdat
-Witte en Marie, hoeveel zij zich al mochten verbeelden, toch
-eigenlijk nog maar kinderen waren, moest haar moeder het eerst den
-aanval beginnen. De gebeden en tranen van Marie hield de jeugdige
-commandeur voorloopig in de reserve.</p>
-
-<p>Eigenlijk had hij haar moeder in zijn stevige knuisten wel mee
-willen sleuren, om den veldtocht maar dadelijk te openen, doch die
-verklaarde, dat zij ook haar huishouden had en het nog te vroeg was.
-Vanmiddag was het tijd genoeg. Marie evenwel liep, al babbelende
-over het groote plan, met Witte mee, en zoo kwam het, dat zij door
-den kapitein<span class="pagenum"></span> gezien werden, gelijk wij aan het slot van het vorige
-hoofdstuk verteld hebben.</p>
-
-<p>Dat die al heel gauw op de hoogte van het plan gesteld werd en er
-verbazend veel schik in had, behoeven wij wel niet mede te deelen.
-Maar meester Jochum hielden zij er als bij afspraak buiten. Die wou
-wel beginnen, om Witte met een heel standje mee te troonen, maar dat
-gelukte hem niet.</p>
-
-<p>"Daar zullen we nog wel een woordje over te wisselen hebben,"
-dreigde hij, en Witte gaf daarop ten antwoord, dat het goed was.</p>
-
-<p>"Ja," sprak nu meester Jochum Stoffelsen tot zichzelven, terwijl hij
-den weg naar den Briel insloeg, "hoe zal ik dat nu aan mijn vrouw te
-vertellen hebben, zonder dat zij mij tòch van alles de schuld
-geeft?"</p>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter08"></a>
-<h3 align="center">VIII.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">Het deurtje van een vogelkooi gaat open.</span></h4>
-
-<p>Wat zal ik u, die nog jong zijt, getuigen maken van de worstelingen
-eener oude vrouw tegen het onvermijdelijke!</p>
-
-<p>Het was de vaste overtuiging van moeder de With, dat haar jongen
-ongelukkig zou worden op de zee, minder naar het lichaam dan wel
-naar de ziel. Ginder op den wijden plas een schier voortdurend
-kampen met allerlei vijanden, en háár innige overtuiging was het,
-dat het voeren van het zwaard ontwijfelbaar zeker ten verderve
-voert.</p>
-
-<p>Toch had Witte het in die voortdurende worsteling met zijn moeder in
-zijn voordeel, dat zij elk jaar ouder en hij daarentegen krachtiger
-werd. Wat zij verloor bij het afwinden van haar levensdraad, won hij
-bij het sterker, grooter, kloeker worden. Het einde was te voorzien.
-En toen zij nu, zwak en zich doodmoede gevoelende, nog den aanval
-moest weerstaan van allen, die maar eenigen invloed op haar meenden
-te kunnen uitoefenen, terwijl zij allen uitwendigen steun miste,
-kwam over haar een groote walging.</p>
-
-<p>De moeder van Marie meende haar overtuigd<span class="pagenum"></span> te hebben, dat alleen een
-toegeven Witte kon redden van een leven, dat onder zou gaan in
-nutteloosheid. De tranen van zijn speelmakkertje bevochtigden haar
-oude, van ontroering bevende handen, maar de warmte ervan drong niet
-door tot haar hart.</p>
-
-<p>Zij gevoelde zich een van God gestrafte, omdat zij in de opvoeding
-van haar kind te kort geschoten was, omdat zij hem niet had kunnen
-redden of terugbrengen van zijn afval. Nu liet zij moedeloos het
-hoofd op het kussen nederzinken, en haar gevouwen handen wonden zich
-lusteloos van elkaar. Háár kracht was gebroken; die van Witte had
-gezegevierd.</p>
-
-<p>Zóó.... was dat geen triomf! Al het blijde en gelukkige van
-eindelijk zijn levensdoel gevonden te hebben, werd op dat eigen
-oogenblik voor den knaap bedorven.</p>
-
-<p>Hij hoorde de jubeltijding van Marie; maar toen hij dadelijk daarop
-naar het bed van zijn moeder snelde om haar gelaat en haar handen
-met kussen van dankbaarheid te bedekken, wendde zij zich van hem af
-en keerde hem den rug toe. Toen vielen zijn armen slap neer, en de
-rimpel, die thans bij zijn moeder zelfs in de halve duisternis van
-haar legerstede zichtbaar was, groef zich nu ook diep in zijn
-voorhoofd.</p>
-
-<p>"Moeder.... heeft Marie gelogen?"</p>
-
-<p>"Een Doopsgezinde liegt nooit!" klonk het dof achter uit de donkere
-bedstede.</p>
-
-<p>O, wederom golfde een bloedstroom van vreugde door de aderen van den
-knaap. Het wàs dan toch waar! Over zijn leven ging het licht van
-zijn geluk op.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Waarom bedierf moeder dat nu?</p>
-
-<p>Eén hartelijk woordje slechts!</p>
-
-<p>Hij vroeg erom:</p>
-
-<p>"Moeder.... Ik ben zoo blij!"</p>
-
-<p>Altijd bleef het hoofd afgewend; maar hard en zonder eenig
-mededoogen kwam het er in afgebeten bewoordingen bij de vrouw uit:</p>
-
-<p>"Ook de Verloren Zoon was blij, toen hij het verderf tegemoet ging."</p>
-
-<p>"Moeder!...."</p>
-
-<p>Maar de moeder van Marie, die zich wat achteraf gehouden had bij het
-onderhoud tusschen de oude vrouw en haar opbloeienden zoon, kwam nu
-bij het bed, trok Witte aan de mouw en beduidde hem door allerlei
-teekenen, dat hij beter deed zijn moeder met haar groot verdriet
-alleen te laten.</p>
-
-<p>Witte was er kapot van, toen hij zich met Marie naar haar huis
-begaf.</p>
-
-<p>"O, Marie, ik kon toch niet anders; heusch, ik kòn niet anders!"</p>
-
-<p>Marie troostte hem, zooals een meisje dat kan doen, en dat deed hem
-goed, maar altijd bleef er nog iets aan zijn innerlijk knagen, dat
-hij maar niet tot rust kon brengen.</p>
-
-<p>Dien aanblik van zijn moeder, het hoofd van hem afwendend, meende
-hij wel nooit te kunnen vergeten. De troostredenen van ds. Leo, die
-hem als elfjarigen knaap gedoopt had, de luchtigere beschouwingen op
-dat punt van kapitein Schapenham, en het geterg van de eerbare vrouw
-Stoffelsen, die er heel gauw achter gekomen was, hoe eigenlijk de
-vork aan den steel zat en daar nu geducht gebruik<span class="pagenum"></span> van maakte, om
-Witte tijdens de enkele keeren, dat hij nog haar huis bezoeken
-moest, het leven zoo zuur mogelijk te maken.... <span id="cor0006" class="corrected" title="[Originele tekst: dat alles vermohct]">dat alles vermocht</span>
-niet het bittere gevoel te doen verminderen.</p>
-
-<center>
-<a name="18_kapot"></a>
-<img src="images/18_kapot.jpg" alt="image: 18_kapot.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Witte was er kapot van.]</center>
-
-<p>Dat deed alleen een opmerking van Hans.</p>
-
-<p>Die scheen de wereld te rijk, toen Witte hem de vreugde-mare
-verkondigde. Want, zie-je, Hàns was het toch maar geweest, die den
-raad gegeven had, welke ten slotte zoo uitstekend bleek te zijn.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Heel zijn vroolijke facie was een en al lach, en dat werkte zoo
-aanstekelijk, dat de nevel, welke nog als bij voortduring voor Witte
-tusschen zichzelf en het geluk van zijn leven lag, voor een wijlen
-optrok.</p>
-
-<p>O, nu zou hij de wijde wereld ingaan, vreemde landen en vreemde
-volken zien, en toonen, wat er voor flinks en kordaats in hem zat.
-Het schip "de Gouden Leeuw" keek hij aan met een uitdrukking op het
-gelaat, alsof hij er zelf de eigenaar van was. Voor hem omvatte dit
-stevige, hooge vaartuig een toekomst vol welbehagen.</p>
-
-<p>Hij ademde zoo diep, alsof er iets drukkends van zijn borst was
-afgenomen. En al maar om hem heen dat vroolijke gekeuvel van Hans,
-die van dat zijn oogen 's morgens open gingen, tot hij 's avonds in
-slaap viel, aldoor maar schik in zijn leven scheen te hebben.</p>
-
-<p>"Hans, wat bèn-je toch eigenlijk een gelukkige vent!"</p>
-
-<p>"Ik?.... Nou, daar mankeert anders op 't oogenblik een heeleboel
-aan."</p>
-
-<p>"Nee, daar mankeert niemendal aan, zeg ik je."</p>
-
-<p>"Wat?.... Noem-je 't niemendal, als ik graag matroos op dat
-Hoornsche schip had willen worden en dat kansje nu m'n neus voorbij
-zal gaan? Zeg, zooveel gage meer in de maand is voor den drommel
-toch geen gekheid!"</p>
-
-<p>"Dat is het zeker niet!.... Maar daarom zul-je er toch niet het
-heimwee van krijgen?"</p>
-
-<p>"Heimwee?" spotte Hans; "pas maar op, dat die...."</p>
-
-<p>Hij wilde zeggen: "jou niet te pakken krijgt,"<span class="pagenum"></span> maar, als viel hem
-iets in, slikte hij deze woorden in, terwijl er iets verlegens over
-zijn gelaat kwam, als bij iemand, die op het punt is een
-onhandigheid te begaan.</p>
-
-<p>Die overgang was te plotseling, dan dat het niet de aandacht van
-Witte getrokken zou hebben.</p>
-
-<p>Trouwens diens aard was altijd min of meer kwaaddenkend, gevolg van
-het leven tegen zijn zin, dat hij zooveel jaren had moeten leiden.</p>
-
-<p>Hij keek Hans met zijn felle oogen aan.</p>
-
-<p>"Waarom verberg-je wat voor mij?"</p>
-
-<p>"Ik?"</p>
-
-<p>"Ja, je spreekt niet schoon uit."</p>
-
-<p>Hans haalde een beetje onverschillig de schouders op.</p>
-
-<p>"Ik zeg niet graag onprettige dingen aan een maat, met wien ik
-anders wel op kan schieten."</p>
-
-<p>Witte knikte, en zijn gelaat stond weer heel somber.</p>
-
-<p>"'k Begrijp je anders best, Hans."</p>
-
-<p>"Vraag er dan ook niet verder naar."</p>
-
-<p>"Neen, vragen doe ik je daar niet meer naar, omdat ikzelf je het
-antwoord wel geven kan."</p>
-
-<p>"Houd dat antwoord dan maar voor je eigen.... En, wat drommel! laten
-we jool in ons leven hebben en houden erbij.... Denk eens aan,
-Witte: je gaat nu heusch naar zee!"</p>
-
-<p>"Zonder heimwee," hield deze koppig vol.</p>
-
-<p>"Begin-je daar weer mee?"</p>
-
-<p>"Ja, want je wou te kennen geven, dat zeker ik niet die ziekte onder
-de leden had."</p>
-
-<p>"Nu, en wat zou dat?"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Omdat je verzweeg, dat alleen moederskindertjes daar aanleg voor
-hebben en mijn moeder...."</p>
-
-<p>Heel donker zag hij weer voor zich uit.</p>
-
-<p>Hans schudde het hoofd.</p>
-
-<p>"Witte, Witte, als je dáár over blijft zeuren, krijg-je zoo zeker
-het heimwee als tweemaal twee vier is."</p>
-
-<p>"'t Is ook zoo'n ellendige geschiedenis, Hans!"</p>
-
-<p>"Nou, voor jou zoo heel erg niet!"</p>
-
-<p>Witte maakte een beweging met het hoofd, als wilde hij zeggen: "Hoor
-die eens!"</p>
-
-<p>"Daar weet-je niets van, Hans!"</p>
-
-<p>"Dat denk-je, Witte; maar ik verzeker je, dat ik er een heel klein
-beetje over kan oordeelen."</p>
-
-<p>"Wat Zaterdag.... was jou moeder er dan ook zoo tegen?"</p>
-
-<p>"Heelemaal niet. In onze familie spreekt het vanzelf, dat de jongens
-oprukken, zoo vroeg mogelijk naar zee. En 't is, omdat ze op 'n
-schuit nu eenmaal geen meisjes varen, dat m'n zusjes niet op
-gezouten vleesch onder de linie hebben gekauwd, en.... ja,
- dat m'n moeder geen marsgast geworden is."</p>
-
-<p>"Jij.... spot met alles. En mij houd-je ook voor den gek. Want hoe
-zou-jij er nu over kunnen oordeelen, hoe ellendig het met mij
-geschapen staat, omdat moeder.... nu ja, je weet het wel."</p>
-
-<p>"Toch spot ik niet, Witte, en ik zou daar ook wel zalig voor
-oppassen. Daar ben-jij geen jongen voor. <span id="cor0007" class="corrected" title="[Originele tekst: En al durf ik je best staan,]">En al durf ik je best slaan,</span> je vuisten lijken me niet van zoete koek gebakken. Neen,
-maat, ik bedoel het heel anders dan jij wel denkt."</p>
-
-<p>"Leg het me dan eens uit.... en dat heel gauw alsjeblieft."<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Toe maar! Ik zou me aanvliegen als ik jou was. Kalm wat, kameraad."</p>
-
-<p>"Neen, niet kalm. Ik moet weten, wat je op het oogenblik denkt."</p>
-
-<p>"Dát 's gauw genoeg gezegd: ik denk op het oogenblik, dat je een
-razend opgewonden standje bent.... Ho, ho....</p>
-
-<center>
-<a name="19_vogeltje"></a>
-<img src="images/19_vogeltje.jpg" alt="image: 19_vogeltje.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Ik heb eens een vogeltje gehad, Witte...]</center>
-
-<p>Wou-jij, scheepsjongen van 'de Gouden Leeuw', nu al rebellie plegen
-tegen een meerdere van je?.... Denk eens aan: tegen een
-lichtmatroos."</p>
-
-<p>"Spot niet, Hans.... Ik kàn dat niet verdragen!"</p>
-
-<p>Hans troonde hem mee naar een afgezonderd hoekje, waar zij op een
-hoop oude zeilen plaats namen, en toen zij daar gezeten waren,
-sprake Hans:</p>
-
-<p>"Ik heb eens een vogeltje gehad, Witte...."</p>
-
-<p>"Wat kan mij dat schelen?"</p>
-
-<p>"Meer dan je denkt.... Even geduld!"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Geduld?.... Ik heb dat zooveel jaren moeten hebben...."</p>
-
-<p>"Dat er een paar minuutjes nog wel bij kunnen, zou ik zoo denken..."</p>
-
-<p>Het onverstoorbaar goede humeur van Hans miste ten slotte zijn
-uitwerking niet op den heftigen, onstuimigen knaap.</p>
-
-<p>"Ga dan maar je gang," zei hij met zulk een diepe zucht, dat Hans
-erom in den lach schoot.</p>
-
-<p>"Je lijkt wel een blaasbalg.... Neen, bedaar!.... Ik zal je geduld
-niet langer op de proef stellen.... Ik had dan een vogeltje...."</p>
-
-<p>"Dat weet ik al!"</p>
-
-<p>"Maar wat je niet weet, is, dat ik dolveel van het beestje hield. Ik
-was nog een schoolaapje, en als ik naar huis kwam stuiven, zag het
-beest me al van verre aankomen en fladderde van blijdschap tegen de
-tralies van zijn kooi."</p>
-
-<p>Er was iets innigs gekomen over de beweeglijke gelaatstrekken van
-Hans, maar die van Witte behielden haar ijzige onverschilligheid.</p>
-
-<p>Wat ter wereld kon hèm een vogeltje schelen?</p>
-
-<p>Toch zweeg hij nu, en wachtte met een geduld, dat hem niet dikwijls
-eigen was, het vervolg van het verhaal af.</p>
-
-<p>"'k Had het gevangen in den winter, toen het nergens eten kon
-vinden. Door den honger was het in mijn macht gekomen, en daarom
-zorgde ik er altijd goed voor, dat het te eten kreeg. Pietje wist
-dat, en keek naar mijn handen om.... Dat stomme dier!"</p>
-
-<p>"Moet dat gezeur nog langer duren?"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"O ja, Witte, je lacht me uit, omdat ik, zeemansjongen, die al heel
-wat gezworven heb, hoe jong ik nog ben, van een simpel vogeltje heb
-gehouden? Wacht maar, je zult eens zien, hoe je van den scheepshond
-gaat houden, en misschien probeer-je wel een aap mee te brengen naar
-het vaderland. Wij, zeelui, hechten ons altijd erg aan die goejege,
-stomme dieren, die je zoo kunnen aankijken, net, of ze hulp van je
-vragen. En die aard zat zeker toen al in me, al had ik nog geen
-ander scheepje dan dat ik van m'n houten klomp gemaakt had. Dàt weet
-ik wel, dat ik voor geen geld van de wereld m'n kameraadje had
-willen missen. Telkens was ik bij zijn kooi, om met hem te praten,
-en zoo waar als ik leef, het beest verstond me. Zijn baasje mocht
-alles bij hem doen, zelfs met den vinger over z'n kopje strijken."</p>
-
-<p>"Is het haast uit?"</p>
-
-<p>Nu kwam er als een lichte wolk over het anders zoo opgeruimde gelaat
-van Hans.</p>
-
-<p>"Gauw genoeg, Witte! Daar heeft dat kleine ondier zelf voor
-gezorgd."</p>
-
-<p>"Hoe?"</p>
-
-<p>"'k Zal het je vertellen. 't Was al een heel stuk in de lente. Op
-een vroegen morgen &mdash; 'k lag nog in m'n kooi, die bij ons thuis
-onder de pannen was opgeslagen &mdash; hoorde ik m'n vogeltje op een
-geweldige wijze aangaan. Dàt is een kat! dacht ik, en wip! was ik
-uit 't bed en stak m'n hoofd door het dakvenster, waarnaast ik het
-kooitje 's nachts altijd ophing. Toen zag ik, dat ik het heelemaal
-mis had. M'n kameraadje lette niet eens op mij,<span class="pagenum"></span> maar wipte telkens
-tegen de tralies, om maar zoo dicht mogelijk bij de vogels te zijn,
-die druk rondvlogen met strootjes en allerlei ander gedoe voor het
-bouwen van hun nest."</p>
-
-<p>"En natuurlijk wou je vogel daarbij wezen!"</p>
-
-<p>"Dat wou-ie. En nu kan ik je niet zeggen, Witte, hoe ondankbaar ik
-dat van hem vond."</p>
-
-<p>"Ben-je wel goed bij je zinnen? Een vogel blijft toch een vogel, en
-is liever in de wijde wereld dan achter de tralies van een kooi."</p>
-
-<p>"Je hebt volkomen gelijk, Witte. 't Ging met m'n vogeltje.... net
-als 't met jou gegaan is."</p>
-
-<p>Getroffen zag Witte hem aan. Van nu af was hij een en al gehoor.</p>
-
-<p>Hans zag dat, en al het joviale kwam weer op zijn gelaat terug.</p>
-
-<p>"Nu weet ik, maat, dat je me niet zult uitlachen als ik je verder
-vertel, wat er gebeurd is. Ik, kleine, domme jongen, kon maar niet
-gelooven, dat mijn makkertje de wijde wereld, waarin hij haast
-verhongerd was, liever zou hebben dan zijn baasje. Ik riep hem bij
-al de naampjes, die een kind aan z'n vogeltje geeft, opende het
-deurtje om hem met m'n vinger over z'n kopje te strijken.... Wip,
-daar ontsnapte hij door die opening en vloog weg. Ik werd rood van
-kwaadheid, en slingerde hem een stuk dakpan, dat in de goot lag,
-achterna. Tranen met tuiten heb ik erom gehuild. Niemand kon mij
-over dat verlies troosten. Men wilde mij een ander vogeltje geven.
-Ik dreigde het den nek om te draaien. Dat is nu al heel wat jaren
-geleden en nooit dacht ik me over het verlies van m'n
-speelkameraadje,<span class="pagenum"></span> dat ik van den hongerdood gered had en altijd
-verpleegde met al de innigheid van een onnoozel kind, heen te kunnen
-zetten...."</p>
-
-<p>"Is dat toch gebeurd?"</p>
-
-<p>"Door jou."</p>
-
-<p>"Door mij!"</p>
-
-<p>"Ja, Witte.... op het oogenblik zelf, toen je
- me vertelde, hoe je moeder je den rug toekeerde, toen jij uit je
- kooitje vloog."</p>
-
-<p>"Daar wil-je mee zeggen, Hans?"</p>
-
-<p>"Dat mijn vogeltje niet anders kòn, Witte."</p>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter09"></a>
-<h3 align="center">IX.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">Met ijsgang uit het Goereesche Zeegat.</span></h4>
-
-<p>Tegen het midden der maand Januari van het volgende jaar 1616 was
-het weder geheel omgeslagen.</p>
-
-<p>Geen nevel meer en geen regen en geen donkere dagen. Al wederom werd
-de waarheid bevestigd van het oude rijmpje: "Als de dagen lengen,
-gaan de nachten strengen."</p>
-
-<p>Maar niet alleen des nachts vroor het, dat het kraakte en knapte.
-Ook op den dag bakte het een aardig koekje.</p>
-
-<p>De landman was met dat alles wel tevreden. "Nu vriest het ongedierte
-dood," meende hij.</p>
-
-<p>Over het algemeen was men niet op een kwakkelwinter gesteld. "Wakke
-winters, vette kerkhoven," leeraarde een ander spreekwoord.</p>
-
-<p>De jongens en meisjes gingen op den zolder de schaatsen eens aan een
-nauwkeurig onderzoek onderwerpen. Moeder zei wel, dat er eerst
-"balken onder het ijs" moesten komen, en probeerde haar rakkers een
-beetje in toom te houden door ook al een spreuk aan te halen,
-namelijk die van "ijs kost menschenvleisch". Doch vader wist wel uit
-zijn jonge jaren, dat jong goedje moeilijk aan een touwtje
-vastgelegd<span class="pagenum"></span> kon worden, al sprak hij nu met moeder mee. De
-<span id="cor0008" class="corrected" title="[Originele tekst: verkoopars van]">verkoopers van</span> "heete melk met knapkoek", gingen eens na, welk oud
-tafeltje nog goed genoeg zou zijn, om op het ijs dienst te doen. De
-smeden brachten alles in gereedheid tot het schaatsenslijpen. De
-rollen schaatsenband werden door de broeders van het St.
-Nicolaasgilde opgeduikeld en aan de luifel gehangen. Alleen de
-varensman, in zooverre hij de wijde wereld in moest, mocht naar al
-dat gedoe niet meer omkijken.</p>
-
-<p>En geen wonder! De echte vrieswind waait uit het Oosten en dan is
-het voor een zeilschip tijd om het wijde water op te zoeken. Hoe
-gezellig dit anders mocht zijn, bij vorst in het water kon het soms
-nog een heel getob worden, dat gewoonlijk eindigde met het uitwerpen
-van het anker, om op een betere gelegenheid te wachten.</p>
-
-<p>Die betere gelegenheid moest men meestal zelf zoo spoedig doenlijk
-bij den kop zien te vatten. Want in den riviermond kon men niet
-blijven. Telkens bracht de ebbe van boven een al talrijker wordende
-massa ijsbrokken aan, weldra van ijsschotsen, op elkaar schuivend en
-hoe langer hoe geweldiger wordend.</p>
-
-<p>Ook konden, op schier onbegrijpelijke wijze, plotseling kolossale
-stukken ijs van den bodem oprijzen en ineens van alle kanten de
-rivier bedekken.</p>
-
-<p>Wel duwde de vloed die massa terug of bracht ze althans in beweging,
-ze in elk geval opstuwend tegen de oevers, waar ze hoe langer hoe
-meer op elkaar gestapeld werden. Doch na eenige uren kwam de ebbe
-weer door, en als eenmaal een gedeelte der<span class="pagenum"></span> rivier vast ging zitten,
-was er geen denken meer aan, om de vaargeul open te houden.</p>
-
-<p>De schepen, die op stroom lagen, zochten liever de veilige haven op,
-maar "de Gouden Leeuw" moest eruit, het kostte wat het wilde, moest
-de vrije zee bereiken, voor en aleer de ijsgang in het Goereesche
-Gat dit onmogelijk maakte.</p>
-
-<p>Niet alleen, omdat hij voor het eerst de wijde wereld in zou zeilen,
-heeft de ons bekende scheepsjongen van "de Gouden Leeuw" den 21sten
-dag van die Januarimaand onthouden en opgeteekend in zijn dagboek,
-maar niet het minst, omdat het bij die gelegenheid zoo verbazend
-zwaar toeging. Een ander schip, waarover Heyndrik Buys gezagvoerder
-was, kon tot een voorbeeld strekken, hoe gevaarlijk het was, met
-zulk een sterken ijsgang de proef te nemen, om naar buiten te komen.
-Het "verzeilde", aldus heeft Witte dat aangeteekend.</p>
-
-<p>Dat kon echter kapitein Geen Huyghen Schapenham den moed niet doen
-verliezen. Het ging erop of eronder, en dat wel naar de getuigenis
-van denzelfden scheepsjongen "met groot perikel". Ontzaglijk leden
-de manschappen, die bij die felle koude vele uren lang in het want
-moesten doorbrengen of op het gladde dek, dan wel in de roeibootjes,
-als er ankers of allerlei lijnen moesten uitgebracht worden, zonder
-eenige beschutting overgeleverd aan den tot op het gebeente
-doordringenden, ijskouden Oostenwind. Krom stonden de vingers van de
-koude. Tóch moesten knoopen gelegd worden of losgemaakt, tóch het
-ijzer van anker of spil aangeraakt worden,<span class="pagenum"></span> al voelde dat aan, of de
-huid aan het metaal bleef vastkleven.</p>
-
-<center>
-<a name="20_perikel"></a>
-<img src="images/20_perikel.jpg" alt="image: 20_perikel.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Het ging erop of eronder "met groot perikel".]<span class="pagenum"></span></center>
-
-<p>Stel u ook niet die matrozen dik gekleed voor! Dat kon niet bij die
-vlugge bewegingen, dat opvliegen in het want, dat neerstorten in de
-booten. Ook ging het aan boord meestal op de bloote voeten.</p>
-
-<p>Het is dan ook niet te verwonderen, dat, gelijk al diezelfde
-scheepsjongen getuigde: "in 't uitzeilen van 't Goedereesche Gat
-door de vehemente vorst, veel van 't volk haar voeten of teenen
-afgevroren" waren.</p>
-
-<p>Wonderlijk! Die bezige menschen merkten in die benarde uren daar
-weinig van. Eerst een maand later, toen zij in de warmere streken
-der wereld waren aangekomen, begon zich dat te openbaren, en moest
-men de zieken aan land brengen, waar er tenten voor hen opgericht
-werden en men hen zoo goed en zoo kwaad dat in dien tijd ging,
-verpleegde. Maar enkelen van die rappe maats zagen nooit meer het
-vaderland terug. Zij liggen begraven in Isle de Majo, een der
-Kaapverdische eilanden....</p>
-
-<p>Het was wel een hard begin geweest voor Witte, die zóó van de
-kleermakerstafel in het ruwe, onbarmhartige leven van den varensman
-der 17e eeuw overgeplaatst kwam. Het had ook niet erger gekund, en
-vrouw Stoffelsen beschouwde het daarom als een straf en het was wèl
-jammer voor haar, dat zij tijdens die benauwde uren in het
-Goereesche Zeegat niet aan boord tegenwoordig kon zijn, om haar
-meening in deze aan den gewezen snijdersleerling zoo nu en dan
-kenbaar te maken.</p>
-
-<p>Nu moet het gezegd worden, dat zij haar tijd<span class="pagenum"></span> niet verloren had laten
-gaan. Nauw had Witte zich in dienst begeven van de Oost-Indische
-Compagnie ter Kamer te Rotterdam &mdash; want daarvoor voer "de Gouden
-Leeuw" uit &mdash; of het was haar een lust geweest allerlei sombere
-profetieën over zijn stuggen kop uit te storten.</p>
-
-<p>Toch was haar dat dienstnemen van den voormaligen leerjongen niet
-onvoordeelig geweest.</p>
-
-<p>Om een ongunstig getuigschrift of wel een heel gezanik met het
-Kleermakers- of Sint-Franciscusgilde te voorkomen en te vermijden,
-had moeder de With, die anders daarvoor wel de minst geëigende
-persoon was, alles in der minne weten te schikken, en was heel zijn
-zeemansuitrusting, wat ten minste de kleederen betrof, aan meester
-Jochum opgedragen, een voordeeltje, waar hij niet zuur om keek.
-Waarbij kwam, dat hij niet het kleinste muntstukje had uit te
-betalen aan zijn helper, die, niemand anders dan Witte was.</p>
-
-<p>En voor ditmaal een uitnemende hulp!</p>
-
-<p>Witte had op de kleermakerstafel nooit zulk een ijver betoond als
-nu. Hij werkte van den vroegen morgen tot den laten avond, en prikte
-zoodanig naar hartelust, dat vrouw Stoffelsen, die zich zijn luieren
-en tegenspartelen van nog niet zoo heel lang geleden maar al te goed
-herinnerde, daar een reden in vond om zich boos te maken en oude
-koeien uit de sloot te halen.</p>
-
-<p>Die oude koeien zette zij vlak voor Witte neer, en dan begon ze, hoe
-venijniger hoe liever.</p>
-
-<p>Ze kòn dat eenvoudig niet laten. En om eerlijk de waarheid te
-zeggen, werd zij nu daarin gestijfd<span class="pagenum"></span> door Witte zelf, op wiens gelaat
-bij de beschouwingen van zijn gewezen meesteres, telkens een fijn,
-tergend lachje te voorschijn kwam, een Judaslachje, gelijk moeder
-Stoffelsen zich uitdrukte.</p>
-
-<p>"Ja," had ze bij zulk een gelegenheid gezegd, "lach me maar uit,
-lansje! Je bènt er nog niet. Je hebt twaalf ambachten en dertien
-ongelukken..."</p>
-
-<p>"Ho, ho, vrouw Stoffelsen... ik ben pas zoowat op het helftje!"</p>
-
-<p>"Dáárom zei ik het ook," grijnsde nu ook zij, waardoor haar nogal
-geschonden gebit bloot kwam, wat haar er nu juist niet mooier op
-maakte, "dáárom zei ik het ook. Want je nieuwe ambacht zal je
-natuurlijk ook niet blijven bevallen, zoowaar ik vrouw Stoffelsen
-heet."</p>
-
-<p>"Best mogelijk!" sarde Witte.</p>
-
-<p>"Maar daar zit-je vast aan!" triomfeerde zij, "want op zee kun-je
-niet wegloopen."</p>
-
-<p>"Best, hoor!"</p>
-
-<p>"Neen, monster! Daar zit-je in een notedop op een water, waar
-nergens een plekje land te zien is."</p>
-
-<p>"We doen toch wel eens een haven aan, vrouw Stoffelsen!"</p>
-
-<p>"Ei, wat.... Zou-je willen deserteeren, jou, galgenaas?"</p>
-
-<p>"Waarom niet? Net zoo goed als van de kleermakerstafel!"</p>
-
-<p>Nu verried het gelaat van de vrouw, hoe vol ze was geworden van
-inwendige pret.</p>
-
-<p>"Probeer dat eens!"</p>
-
-<p>"Als ik er kans toe zie!" plaagde Witte.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Je durft niet!... Want als ze je te pakken krijgen...."</p>
-
-<p>"Dàt zit nog, moeder!"</p>
-
-<p>"Zitten?.... Dat zullen ze jou laten doen, vrind, en wat harder dan
-op de kleermakerstafel, dàt beloof ik je."</p>
-
-<p>"Te deksel, dat zal dan wèl hard zijn, hoor.... Maar ook van die
-tafel ben ik afgekomen, dus...."</p>
-
-<p>"O ja, uit de gevangenis zul-je ook wel geleid worden, maar naar een
-plaats, waar je niet meer hoeft te zitten."</p>
-
-<p>"Moet ik dan staan?"</p>
-
-<p>"Ja, voor mijn part voegen ze er tot verzwaring van je straf nog
-bij, dat ze je een paar uur te pronk stellen met een bord voor je
-lijf."</p>
-
-<p>"En dan, vrouw Stoffelsen?"</p>
-
-<p>"Dan hangen ze je op!"</p>
-
-<p>Nu barstte Witte in een luiden lach uit.</p>
-
-<p>"Wat zul-je daar een spijt van hebben, vrouw Stoffelsen!"</p>
-
-<p>Het gelaat van de eerbare vrouw trok schijnheilig samen.</p>
-
-<p>"Dat zal ik zeker," betuigde zij.</p>
-
-<p>"Ja, maar ik bedoel niet van dat ophangen."</p>
-
-<p>"Waarvan dan?"</p>
-
-<p>"Dat je er niet bij zal kunnen zijn!"</p>
-
-<p>Vrouw Stoffelsen zwol op. Graag had ze haar slof uitgetrokken, om er
-dien onbeschaamden rekel mee om de ooren te geven, maar nu hij niet
-meer de leerjongen van haar goeden man was, ging dat niet langer.</p>
-
-<p>Die goede man kwam nu tusschen beiden.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Tot nu toe had hij het die twee maar met elkaar laten uitvechten.
-Zoolang zijn vrouw op voet van oorlog met een ander was, had hij
-vrede, en hij wàs een man des vredes.</p>
-
-<p>Nu kwam hij wel niet met een vaderlijke redeneering of een wijze
-spreuk voor den dag. Om eerlijk de waarheid te zeggen, vond hij
-zooiets ten opzichte van zijn wederhelft als het werpen van paarlen
-voor de zwijnen. Maar hij vond de zoo noodige afleiding door de
-meening te kennen te te geven, dat er "volk" in de taveerne was.</p>
-
-<p>Dat werkte altijd uitstekend op zijn wederhelft. Want mocht het
-blijken, dat hij zich zoowaar vergist had, dan kon dat "volk" er
-toch wel geweest zijn, maar zich weer verwijderd hebben, hetgeen
-vrouw Stoffelsen tot de zekere proef zou leiden om de voordeur te
-openen en de straat langs te zien.</p>
-
-<p>Bijna altijd werd dan wel een buurvrouw ontdekt, met wie eenige meer
-of minder vriendschappelijke woorden over de vele gebreken der
-menschheid te wisselen viel.</p>
-
-<p>Na al het voorgaande, kan men zich wel voorstellen, dat het afscheid
-van dit echtpaar voor onzen Witte wel om te overkomen was geweest,
-en, hoe weinig lachebek hij van nature ook mocht zijn, toch had het
-weinig gescheeld, of hij had door zijn gegrinnik al de goede
-zedelessen, welke hem vrouw Stoffelsen op zijn verdere levensreis
-medegaf, in even zooveel voorspellingen, als dat hij voor galg en
-rad opgroeide, doen omslaan. Het was de baas met zijn knipbeenen,
-die, door zijn jarenlange<span class="pagenum"></span> ervaring hoe men met zijn wijfje moest
-omgaan, ook ditmaal uitkomst gaf.</p>
-
-<p>Het afscheid van zijn moeder was koel en strak geweest.</p>
-
-<p>Alles wat er voor hem te doen viel, had zij gedaan.</p>
-
-<center>
-<a name="21_volk"></a>
-<img src="images/21_volk.jpg" alt="image: 21_volk.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Dat er "volk" in de taveerne was.]</center>
-
-<p>Aan zijn uitrusting ontbrak niets. Ja toch iets: de hartelijkheid,
-het medeleven van de laatste uren, die haar zoon in het ouderlijke
-huis doorbracht.</p>
-
-<p>Toen het zoo ontzettend koud werd, en zij haar<span class="pagenum"></span> jongen in den breeden
-riviermond wist, zonder eenige beschutting voor <span id="cor0009" class="corrected" title="[Originele tekst: den huilenden NoordOoster]">den huilenden Noord-Ooster</span>, trok haar gelaat wel pijnlijk samen, maar geen woord
-kwam daarover tot een ander, hetwelk een kijkje had kunnen geven in
-haar hart.</p>
-
-<p>Een moeder vergeet haar kind nooit; maar wat deze leed en deze bad,
-bleef een geheim tusschen haar en den Hemelschen Vader, den eenigen,
-aan wien zij haar zoon opdroeg.</p>
-
-<p>Wat Witte betrof, ook hij liet zich niet uit over dat afscheid, en
-mocht het toch wel eenigen indruk op hem gemaakt hebben, dan was de
-herinnering daaraan niet van dien aard, dat zij hem voor langen tijd
-tot neerslachtigheid zou gestemd hebben. Want telkens kwam als een
-luchtstroom van geluk het gevoel over hem, dat hij eindelijk zijn
-levensdoel bereikt had.</p>
-
-<p>Dàt jubelde maar door hem heen. Elk stuk van zijn uitrusting was bij
-het gereedkomen een tastbaar bewijs, dat het dan toch heusch waar
-was en geen droom, die heerlijke verzekerdheid van naar zee te mogen
-gaan.</p>
-
-<p>Wat konden hem kou en ongemak deren!</p>
-
-<p>Een warm gevoel van geluk overstroomde hem, deed zijn hart kloppen
-en zijn polsen jagen. Keken de matrozen een beetje zuinig naar dien
-strakken winterhemel, hij vond dien even stralend als zijn toekomst.
-En toen hij op een vroegen morgen afscheid nam van Marie &mdash; het
-vroor dat het kraakte en de lucht leek wel vervuld van prikkelende
-ijsnaaldjes &mdash; zag hij in het ochtendlicht den Brielschen toren, met
-die groene plekjes van de korst<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>mossen erover gefluweeld, als
-omhangen met een rose kleed: het lichtrood van zijn toekomst!</p>
-
-<p>Het lag nu ook op zijn wangen, zijn heldere kijkers straalden van
-opgewektheid.</p>
-
-<p>"Als ik terugkom, Marie.... over jaren...."</p>
-
-<p>"Véél jaren, Witte?"</p>
-
-<p>Hij knikte.</p>
-
-<p>"Voor jou zullen ze gauw genoeg voorbij zijn," klaagde zij, "maar
-voor mij...."</p>
-
-<p>Hij zag weer op tot den Brielschen toren, den geweldigen Heerscher
-aan den Mond der Maas.</p>
-
-<p>Toen stak hij zijn hand uit.</p>
-
-<p>"Zul-je dikwijls aan me denken, Marie?"</p>
-
-<p>Zij knikte.</p>
-
-<p>"Ik zal je niet vergeten, Witte."</p>
-
-<p>Nu zagen zijn felle oogen haar aan, zooals slechts hij iemand,
-hetzij dan vriend of vijand, kon aanzien.</p>
-
-<p>"Daar zullen er wel meer aan me blijven denken... aan den jongen van
-wien toch niemendal terecht zal komen.... Neen, stil, Marie, ik weet
-van jou wel beter! Maar het zal ze tegenvallen. Want wat ik eenmaal
-wil, geef ik niet op, Marie!"</p>
-
-<p>Hij zweeg even.</p>
-
-<p>Toen voegde hij erbij:</p>
-
-<p>"Als het God belieft, Marie!"</p>
-
-<p>Zij boog het hoofd. Iets vochtigs kwam in haar oogen.</p>
-
-<p>Dàt kon hij niet aanzien. Nog een handdruk en hij ging ervan door.</p>
-
-<p>Dit afscheid en dat van zijn moeder was hem zeker niet licht
-gevallen. Met voordicht vermijden<span class="pagenum"></span> wij het gebruik van het woordje
-"zwaar". Dáárvoor was hij door heel zijn innerlijk heen eigenlijk
-veel te gelukkig. En in dat geluk werd hij bevestigd bij zijn
-overige afscheidsbezoeken.</p>
-
-<p>Zoo was ds. Leo van Nieuwenhoorn haast net zoo blij als zijn
-doopkind.</p>
-
-<p>Hij had altijd wat in den jongen gezien, het bejammerd, dat zulk een
-karakter in een niet geliefd ambacht werd opgesloten en was er nu
-zeker van, dat er uit den knaap voor den dag zou komen, wat hij er
-altijd in gezocht had. Hij gaf hem nog heel wat goede lessen mede op
-zijn verdere levensreis en met meer aandacht dan men van zulk een
-stuggen knaap verwacht zou hebben, luisterde deze daarnaar, ze
-opnemende in zijn hart.</p>
-
-<p>Van het oogenblik af, dat Witte op zijn schip gekomen was, leek het
-wel, alsof er een geheele verandering met hem had plaats gehad. Geen
-ijveriger, vlugger, welwillender en oppassender jongen dan hij. Welk
-werk, hoe lastig, vervelend of onaangenaam, hem ook opgedragen mocht
-worden, voor hem kwam er het gezellige en aantrekkelijke van zijn
-huidige opgeruimdheid over.</p>
-
-<p>Het was er verre vandaan, dat hij de luchtigheid van Hans zou
-getoond hebben. Hij was en bleef rustiger en koeler. Maar het leek
-wel, alsof er iets triomfantelijks over heel zijn doen en laten
-gekomen was, of juister gezegd: een volkomen zekerheid, dat hij al
-zijn best zou doen, wàt hem ook bevolen werd en dat zijn werk goed
-zou zijn.</p>
-
-<p>Van de vreeselijke koude in het Goereesche Zeegat heeft hij geen
-kwade gevolgen ondervonden.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Nu is het waar, dat hij een stevige jongen was, die zich nooit
-ontzien had; maar de overgang <span id="cor0010" class="corrected" title="[Originele tekst: van het huis zittend leven]">van het thuis zittend leven</span> tot het
-zich bewegen in de open lucht bij een temperatuur van verscheiden
-graden onder het nulpunt, moest hem toch wel aanpakken.</p>
-
-<center>
-<a name="22_lessen"></a>
-<img src="images/22_lessen.jpg" alt="image: 22_lessen.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Hij gaf hem nog heel wat goede lessen mede.]</center>
-
-<p>Gelukkig voor hem behoefde hij nog niet veel diensten te verrichten
-in die tallooze touwen en touwtjes, welke een zeeschip uit die dagen
-van het dek tot het topje van den grooten mast als een web van
-spinnedraden omgaven. Als dienaar van den scheepskapitein was hij
-meer aangewezen<span class="pagenum"></span> op een verblijf in de kajuit of op het dek. Wat niet
-wegnam, dat hij niet bij het fornuis een dutje kon gaan doen, en dat
-een schip, bestemd voor een reis naar Oost-Indië, meer op het
-doorstaan van een tropische hitte dan voor de ongemakken van een
-Poolreis was ingericht. Ten minste ten opzichte van de brandstoffen
-en gelegenheden tot verwarming. Want wat de dompigheid en de
-ongeriefelijkheid der menschelijke verblijfplaatsen betrof, gaven
-die twee in het tijdperk onzer ontdekkingstochten elkaar niet veel
-toe.</p>
-
-<p>Welk een getob, ja, welk een ellende die ijsgang in het Goereesche
-Zeegat ook aan de equipage van "de Gouden Leeuw" gegeven mocht
-hebben, het bleek ook bij deze gelegenheid, dat het Engelsche
-spreekwoord "Waar er een wil is, is ook een weg", door de
-Hollandsche Jantjes met glorie in toepassing gebracht kon worden.
-Hoe meer men de zee naderde, hoe meer zich het ijs bros en voos ging
-toonen, en eindelijk, daar lag de groote plas voor het oog van den
-nieuwen scheepsjongen, de Noordzee, in haar kilheid van dezen
-strengen winter lichtgroen afstekend tegen den wolkeloozen
-vrieshemel. En prachtig was het om te zien, hoe door dat lichtgroen
-boven de zandplaten telkens glinsterend witte, in de zon fonkelende,
-breede witte ruggen opribden.</p>
-
-<p>Onze scheepsjongen kòn het niet nalaten even zijn werk in den steek
-te laten, en niemand nam het hem op dat pas kwalijk. Van allen, die
-er op dit oogenblik gelegenheid toe hadden, gingen de blikken
-dáárheen.</p>
-
-<p>Even nog omgezien naar de duinen en de daar<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>achter oprijzende
-torens van het vaderland.</p>
-
-<p>Toen weer vooruit.</p>
-
-<p>Want dáár lag de toekomst.</p>
-
-<p>En het was meer in de toekomst dan in het verleden, dat de Jantjes
-uit ons Heldentijdperk geleefd hebben....</p>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter10"></a>
-<h3 align="center">X.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">Onder de linie.</span></h4>
-
-<p>Door de onvermijdelijke zeeziekte-periode was Witte vrij spoedig
-heengerold.</p>
-
-<p>Was hij een groote meneer geweest met een half dozijn bedienden om
-hem bij te staan, hardop te beklagen en stilletjes uit te lachen,
-ja, dan zou die krankheid niet alleen een kop en een lang lichaam,
-maar ook een heel langen staart gehad hebben.</p>
-
-<p>Met een scheepsjongen werd echter een klein beetje anders
-omgesprongen! Dien stuurde men met een bakje vet het want in, en dan
-moest hij maar zien, hoe hij het daar hoog in de lucht met de
-veel-vermaarde zee-bezoeking op een accoordje kon gooien. Zachte
-meesters maken stinkende wonden, zeiden onze voorouders, en de
-zeevader van een kajuitsjongen kon moeilijk onder het zoetsappig
-menschensoortje gerekend worden. Zelf was zoo'n opvoeder het
-zeemansleven eer ingeschopt dan ingeleid, en omdat hij er flink en
-gezond en robuust bij geworden was, paste hij met de noodige
-aanspraken, die, hoewel niet veel van loftuitingen weghebbend, in
-elk geval de verdienste bezaten van zeer kort en zeer pakkend te
-zijn, diezelfde<span class="pagenum"></span> opvoedingsmethode op alweer een nieuw geslacht toe.
-Witte heeft er geen woord van opgeschreven, hoe dat met hem en de
-zeeziekte gesteld is geweest. Zeker echter is het, dat hij tien
-dagen na de uitvaart, dus op den 31 Januari 1616, al heelemaal met
-zijn hersenen bij de zeezaken kon zijn en niet meer als een
-kabeljauw uit zijn oogen zag.</p>
-
-<p>Men bevond zich toen pas aan het einde &mdash; of van den Oceaan af
-gerekend aan het begin &mdash; van het Kanaal, waaruit we kunnen opmaken,
-dat men bar-veel met tegenwind had moeten worstelen, want als men
-dat eindje op de kaart nagaat, moet men eerlijk bekennen, dat "de
-Gouden Leeuw" niet veel was opgeschoten in die tien dagen tijds.</p>
-
-<p>Op die plaats dan trof men vier Hollandsche schepen aan, die ook
-naar Oostinje op weg waren en voor dezelfde Compagnie voeren. Het
-waren "de Eendracht" en "de Trouwe" van Amsterdam, "de Banthem" van
-Enkhuizen en "de Westvriesland" van Hoorn.</p>
-
-<p>Het was geen toeval dat die schepen elkaar "bejegenden". Kapitein
-Schapenham was er natuurlijk van onderricht.</p>
-
-<p>In deze tijden toch was het beter om er met z'n vijfjes
-goedgewapende oorlogsschepen op uit te zeilen, dan op z'n eigen
-houtje den tocht naar Oostinje te ondernemen.</p>
-
-<p>Wel hadden wij met Spanje een wapenstilstand voor den tijd van
-twaalf jaren gesloten, maar dat strekte zich niet uit tot de Indiën.</p>
-
-<p>Bovendien was juist door het Bestand de zeerooverij bijzonder
-toegenomen, gelijk we straks<span class="pagenum"></span> nader zullen hooren. En verder....
-onze buren van over de zee, de Engelschen, volgden ons als onze
-schaduw naar de Indiën, in welk geweldig eilandenrijk beide
-Europeesche buurtjes er niet al te zeer tegen op zagen elkaar af en
-toe in de haren te vliegen of de inlandsche vorsten tegen elkaar en
-niet minder tegen de andere blanken op te stoken. Ja, die
-bleekgezichten hebben heel wat wonderlijke noten op hun zang gehad!</p>
-
-<p>Welke noot onze joviale vriend Hans op <i>zijn</i> zang had, weten we al:
-dolgraag zou hij op "de Westvriesland" overgeplaatst zijn, en daarom
-was het een hard gelag voor hem, toen hij het schip van zijn
-geboortestad Hoorn vlak voor zijn kluisgaten kreeg.</p>
-
-<p>"Daar had ik nu als matroos den banjer op kunnen spelen," gromde &mdash;
-in zooverre dat den immer opgeruimden knaap kon afgaan &mdash; hij tegen
-Witte, aan wien hij, uit het want, de verschillende zeekasteelen
-aanduidde.</p>
-
-<p>"Kom, Hans wie weet, wat er nog gebeuren kan!"</p>
-
-<p>"Wel, heb ik van m'n leven! Sedert jij net als een slang je
-huid &mdash; nou ja, je kleermakershuid dan! &mdash; hebt afgestroopt, zie-jij
-nergens meer bezwaren in."</p>
-
-<p>"Die zullen wel weer komen," glimlachte Witte. "Alles op z'n tijd,
-maat! Maar voorloopig ben ik veel te blij, dat ik uit al dat gezanik
-ben. O, wat een geluk, zeeman te zijn!"</p>
-
-<p>"Jij?.... Wat een verbeelding!.... Zeeman van een blauwen Maandag,
-hoor! Je komt pas kijken.... weet op z'n best, hoe je een dweil in
-je knuisten moet houden, en al wist-je dat, dan doe-je<span class="pagenum"></span> het nog
-verkeerd, sukkel! De eene bootsman trapt je links, en de andere
-rechts, en dat wou nu al gaan praten van zeeman?"</p>
-
-<center>
-<a name="23_zeekastelen"></a>
-<img src="images/23_zeekastelen.jpg" alt="image: 23_zeekastelen.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: De verschillende zeekasteelen aanduidde.]</center>
-
-<p>"Ben-je haast klaar?" vroeg Witte.</p>
-
-<p>"Klaar?.... Ik begin pas!"</p>
-
-<p>"Wacht dan even, want ik wou het even over dat trappen hebben. Laat
-ik me dat doen, Hans?"</p>
-
-<p>Hans keek hem aan, zooals hij daar, blootshoofds, zijn rood-baaien
-trui los om den naakten<span class="pagenum"></span> hals, de mouwen hoog opgestroopt, in het
-want hing. Neen, die branie met zijn vurige oogen en zijn norsch
-gezicht, zag er niet naar uit, om zich door den eersten den besten
-in een hoekje te laten duwen.</p>
-
-<p>"Nou?" vroeg Witte, die best snapte, wat die onderzoekende blik van
-zijn maat voor een beteekenis had en nu wel graag eens een
-goedkeurend en aanmoedigend woordje hoorde, waarmee hij trouwens
-nooit verwend was geworden in zijn leven aan wal.</p>
-
-<p>Maar Hans snapte dat ook, en begon hem daarom ongenadig te plagen.</p>
-
-<p>Daar kon Witte nog niet te best tegen, en terugplagen ging hem
-heelemaal nog niet goed af. Gelukkig, dat de drukte, veroorzaakt
-door het bij elkaar komen der schepen, of juister van de
-bevelhebbers, die nu heel wat met elkaar te bespreken kregen, genoeg
-bezigheid aan het scheepsvolk en daardoor voldoende afleiding zoowel
-aan Hans als aan Witte gaf, om hun gedachten een andere richting
-heen te voeren.</p>
-
-<p>Toch nam Hans zich stellig voor om bij gelegenheid eens een balletje
-op te gooien, bijvoorbeeld wanneer hij eens op het achterdek
-geroepen werd, waar de plaats der officieren was, om op "de
-Westvriesland" overgeplaatst te worden. Licht viel daar door
-ongesteldheid of sterfgeval een matroos uit, en dan was het niet
-kwaad, als men zijn naam alvast in de gedachten had.</p>
-
-<p>Nu, dat was niet dom geredeneerd van onzen Hans.</p>
-
-<p>Alleen vergat hij, dat zulk een open plaats zich door dezelfde
-omstandigheden ook aan boord van<span class="pagenum"></span> "de Gouden Leeuw" kon voordoen. En,
-ach en wee voor onzen vriend, hij was al heelemaal vergeten, hoeveel
-de equipage daarvan bij die koude in het Goereesche Zeegat geleden
-had.</p>
-
-<p>We hebben al verteld, hoe de gevolgen daarvan zich pas in de warmere
-streken begonnen te openbaren. En als ik daar het woordje "pas"
-gebruikte, wil dat nu niet zeggen, dat men ook al zulk een geruimen
-tijd over de reis moest doen als in het begin. Neen, men bevond zich
-reeds den 21sten Februari bij de Kaapverdische eilanden, en, gelijk
-wij reeds weten, werd een daarvan, namelijk het eiland Maio of wel
-Isle de Majo, uitgekozen tot herstellingsoord voor de zieken van "de
-Gouden Leeuw".</p>
-
-<p>Men bleef daar tot den 3den Maart, waarna de overlevenden
-ingescheept werden, maar het spreekt vanzelf, dat die vooreerst nog
-geen zwaren dienst konden doen. En nu men er ook op dat eiland had
-moeten begraven, ligt het voor de hand, dat er aan boord van dit
-schip eer krachten noodig waren, dan dat er, gelijk Hans zoo vurig
-gehoopt had, gemist konden worden.</p>
-
-<p>Gevolgelijk was het kapitein Schapenham, die aan zijn vriend, den
-gezagvoerder van "de Westvriesland", het verzoek richtte om hem
-eenige zijner onderhebbenden in bruikleen te geven. Daarvan telde de
-equipage 360 koppen, waaronder 60 jongens van Hoorn. Maar van die
-laatsten stond de gezagvoerder er niet een af.</p>
-
-<p>"Op hen kan ik in alle omstandigheden rekenen," verklaarde hij
-eerlijk en openhartig aan kapitein Schapenham.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Die knipoogde eens.</p>
-
-<p>"De rest is dus maar zoo.... zoo?.... En dáárvan krijg ik zeker nog
-het uitschot?" De gezagvoerder van "de Westvriesland" werd om deze
-opmerking niet boos, want hij zag wel, dat kapitein Schapenham hem
-een beetje plaagde.</p>
-
-<p>"Wat zal ik je zeggen, Schapenham? Die rest &mdash;zooals je maar
-eventjes niet minder dan driehonderd man gelieft te
-noemen &mdash; bestaat uit voortreffelijke zeelui, en daaronder veel van
-den Zaankant vandaan maar ze zijn eigenlijk van alles door elkaar."</p>
-
-<p>"Ja, ja.... 't Is bij mij ook zoo! Door het Bestand zijn een massa
-oorlogsmatrozen ontslagen en die zoeken hun heil in de koopvaardij,
-in de Indiënvaart...."</p>
-
-<p>"En in de zeerooverij!" viel zijn collega hem met een veelzeggend
-glimlachje in de rede.</p>
-
-<p>"Juist wat ik zeggen wou," bekende kapitein Schapenham.</p>
-
-<p>De gezagvoerder van "de Westvriesland" knikte.</p>
-
-<p>"'t Zijn tegenwoordig rare streken, die onze zeelui op hun kompas
-gekregen hebben, Schapenham! Je bent ouder dan ik, en wie ouder is
-en niet met gesloten oogen geleefd heeft, is vanzelf ook wijzer.
-Maar of je in dit opzicht zulk een wonderlijken tijd beleefd hebt,
-kan ik haast niet gelooven."</p>
-
-<p>"Och, vriend," gaf hierop onze kapitein ten antwoord, "ik geloof
-wel, dat het niet zoo heel erg is, als sommige schippers er
-sprookjes van vertellen. Je weet, die veel gereisd heeft en vooral
-die van verre komt, kan je veel verhaaltjes op de mouw spelden. Maar
-waar is het, dat de jongens<span class="pagenum"></span> onder mekaar er niet over uitgepraat
-komen, hoeveel er bij de vrije vaart te winnen valt."</p>
-
-<p>"Te verliezen toch ook.... al was het maar hun leven. En als ik
-'maar' zeg, is dat enkel bij wijze van spreken. Want 't is toch het
-kostelijkste, wat zoo'n jongen in zijn matrozenbaaitje heeft
-steken."</p>
-
-<p>"Daar denkt zoo'n jonge losbol al evenmin aan als aan zijn
-onsterfelijke ziel!" voegde kapitein Schapenham er ernstig bij. "Er
-moet maar een slecht element aan boord zijn, een zwalker, die
-eigenlijk niets meer heeft te verliezen. Die begint de jongens, als
-ze des nachts op wacht zijn, of met mooi weer wat kunnen luieren,
-aan hun hoofd te praten van al de schatten, die met de vrije vaart
-te verdienen zijn. Hoe Simon de Danser, en wie heb-je tegenwoordig
-al niet meer, op eenzaam gelegen eilanden of bij de Ongeloovigen aan
-de Noordkust van Afrika, prachtige buitenverblijven hebben en verder
-al wat een jong zeemanshart bekoren kan. De jongens worden zoo gek
-op zulk een vrij, bandeloos zeerooversleven, dat ze in staat zouden
-zijn hun officieren te vermoorden en over boord te smijten, zich
-meester te maken van het schip en zoowaar ook al op zeeroof te
-gaan."</p>
-
-<p>"Daarom," voegde de gezagvoerder van "de Westvriesland" hierbij,
-"ben ik zoo in mijn schik ten minste een vaste kern van vertrouwbare
-personen bij mij aan boord te hebben. Ik ken die Hoornsche jongens
-zoo goed als allemaal, en kan tot in den dood op hen rekenen."</p>
-
-<p>"Dat kan ik op mijn equipage ook. En bovendien ik houd een oog in 't
-zeil. Daarom zal ik op het<span class="pagenum"></span> stelletje, dat je me op den hals schuift,
-extra goed, letten."</p>
-
-<p>De kapitein van "de Westvriesland" lachte.</p>
-
-<p>"Wie weet, of ik ze nog niet als brave borsten van je terugkrijg."</p>
-
-<p>"Laat dat maar aan mij over, hoor! Ik zet er nog al den duim op,
-moet-je weten."</p>
-
-<p>Nu, dat deed zijn collega werkelijk niet minder. Er heerschte in die
-dagen een strenge tucht aan boord van de oorlogsschepen, en wel een
-tucht, die aan ons onmenschelijk lijkt. Er werd geslagen, gegeeseld,
-van de ra geworpen, gekielhaald en wat al niet meer.</p>
-
-<p>Geen wonder, dat als het te erg werd, er wel eens zoo'n geteisterde
-equipage in opstand kwam, de officieren gevangen nam, op een eenzaam
-eiland aan wal zette, indien men er al niet dadelijk een eind aan
-gemaakt had, of ze in een roeibootje de wijde, onbegrensde zee op
-stuurde.</p>
-
-<p>Na zoo'n oproer was de equipage vogelvrij, kon tenminste nooit meer
-in een vaderlandsche haven komen, zonder met den strop kennis te
-maken. Welnu, dan sneed men alle banden met de beschaafde
-maatschappij door en was er een zeerooversschip meer op den oceaan.</p>
-
-<p>Het is dan ook de onvergankelijke eer van een Maerten Harpertszoon
-Tromp geweest, om aan het ruwe volkje van de zee &mdash; want ruw wàs
-het! &mdash; een meer menschwaardig bestaan te verschaffen. In vergelding
-daarvoor gaf het hem den <span id="cor0011" class="corrected" title='[Originele tekst: eerenaam van "bestevaer"]'>eerenaam van "bestevaêr"</span>, en bleef hem
-trouw, ook onder de moeilijkste omstandigheden.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Doch wat de toekomst nog zou brengen, kon aan de beide
-gezagvoerders, wier onderhoud we bijwoonden, nog niet bekend zijn.
-Zij moesten roeien met de riemen, die zij hadden, dat wil zeggen: op
-een langdurige reis en door gevaarlijke streken en bezwaarlijke
-omstandigheden heen, den wind bij hun ondergeschikten, die lang niet
-van de gemakkelijksten waren, eronder houden.</p>
-
-<p>En voor onze reizigers kwam er weldra een moeilijke tijd. Men
-naderde de linie, en daar kon het wel eens een getob van tegenwind,
-of, wat nog erger was, van windstilte geven.</p>
-
-<p>Tot nu toe was de vaart, behalve in het Kanaal, vrij voorspoedig
-gegaan. Nu echter liep alles tegen, en niet minder dan
-drie-en-een-halve maand was men genoodzaakt om en bij de linie te
-blijven, wijl bijna voortdurend de wind uit den Zuidelijken hoek
-woei.</p>
-
-<p>De eenige afwisseling in dit wanhopig eentonige leven was de
-ontmoeting met twee Portugeesche schepen. Men maakte er zich meester
-van en bevond, dat zij in hoofdzaak met wijn bevracht waren. Die
-vaten en alle verdere koopmanschappen bracht men over aan eigen
-boord en liet de Portugeezen vrij, al dan niet hun reis naar
-Brazilië te vervolgen.</p>
-
-<p>Ook had, bij het passeeren der linie, het gewone inwijdingsfeest
-plaats voor de nieuwelingen. Neptunis kwam voor den dag met zijn
-vrouw en zijn "zeuntje"; de luidjes, die ingewijd werden, kregen hun
-stortbad, nadat zij ingezeept en met het blikken mes geschoren
-waren. Daarna behoorden zij tot de echte zeerobben, tot de bazen,
-die er voortaan<span class="pagenum"></span> zijn mochten. "Hij is de linie gepasseerd," zegt men
-nog van iemand, wien men geen knollen voor citroenen kan verkoopen.</p>
-
-<p>Ook Witte, welk een lastig heer hij mocht zijn, was voor Neptunis
-heel kleintjes en nederigjes geweest, maar toen zijn doop achter den
-rug was, gevoelde hij zich als een echt zeeman, die wat te vertellen
-had aan de landkrabben, wanneer hij die na jaar en dag wederom
-ontmoeten zou.</p>
-
-<p>Uitgenomen deze twee voorvallen, was het aan boord van de
-Oostinjevaarders een leven, dat men zoowaar niet aan zijn ergsten
-vijand gegund zou hebben.</p>
-
-<p>Stel u voor: altijd een zwoele, vochtige warmte, waaraan men nacht
-noch dag ontkomen kon. En in die benauwde hitte.... altijd maar eten
-van gezouten vleesch of spek, van boonen en erwten en gort, terwijl
-al wat men dronk, zoowel het water dat naar het vat smaakte, als het
-scheepsbier, alle frischheid miste.</p>
-
-<p>"Wat begint ons spek er geel uit te zien!" zei Witte op een van die
-drukkende, benauwde dagen tot Hans.</p>
-
-<p>Deze glimlachte eens.</p>
-
-<p>"Dukaten-goud!" schertste hij.</p>
-
-<p>Witte, van eigen natuur prikkelbaar, was dit onder die voortdurende
-hitte en dat vervelende leven van maar afwachten en allerlei werkjes
-opzoeken om toch maar wat te doen te hebben, nog een haartje erger
-geworden.</p>
-
-<p>"Jij steekt overal den gek mee!" gromde hij.</p>
-
-<p>"Ik?.... Wel, als een mensch dàt onder de linie niet doet, zou hij
-tureluursch worden."<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Dat word ik van de kakkerlakken," ging Witte al maar voort te
-grommen.</p>
-
-<p>"Vergeet toch alsjeblieft die lieve insecten in je beschuit niet,"
-plaagde Hans.</p>
-
-<center>
-<a name="24_goud"></a>
-<img src="images/24_goud.jpg" alt="image: 24_goud.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: "Dukaten-goud!" schertste hij.]</center>
-
-<p>Witte zette een vies gezicht en maakte een gebaar van afschuw.</p>
-
-<p>Hans keek hem aan.</p>
-
-<p>"Ben-jij een jongen, die de linie gepasseerd is?"</p>
-
-<p>"Wat zou dat?"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Wat dat zou? Wel die ziet nergens tegen op, of staat nergens voor."</p>
-
-<p>"Maar die wormen en torretjes in je beschuit...."</p>
-
-<p>"'t Mocht wat!.... Waar ter wereld zul-je dat kunstje kunnen
-vertoonen van aan je scheepskaak te fluiten?"</p>
-
-<p>"Aan je scheepskaak te fluiten!...."</p>
-
-<p>"Wel ja!.... In de mijne waren zooveel beesten met en zonder pooten,
-dat als ik m'n stuk op dek lei en ik floot, het vanzelf naar mij toe
-kwam wandelen."</p>
-
-<p>"Loop!" zei Witte, een beetje boos, omdat Hans hem er zoo had
-doorgehaald.</p>
-
-<p>"Loopen?.... We blijven stilletjes zitten.... Of liggen, al naar je
-'t neemt. Maar al ga-je staan of hangen, vergeet toch alsjeblieft
-één ding niet, en dat is, dat je hier niet voor je plezier ben."</p>
-
-<p>"Voor mijn verdriet ben ik toch niet gaan varen zou ik denken?"</p>
-
-<p>Hans maakte een gebaar, als wilde hij zeggen: "Hoor toch zoo'n kind
-eens!"</p>
-
-<p>"Ga-je nou al piepen?" sprak hij. "Wacht maar een paar dagen en je
-zult nog heel wat anders beleven."</p>
-
-<p>"Moeten er dan nog erger dingen gebeuren?"</p>
-
-<p>Hans knikte.</p>
-
-<p>"Wees maar blij, dat je niet gezouten bent."</p>
-
-<p>"Gezouten?.... Ben-je heelemaal?"</p>
-
-<p>"Nu ja, zoo noemen we de matrozen, die eigenlijk de beste zijn,
-omdat zij het langst gevaren hebben en zooveel achter den rug
-hebben. Dat soortje heeft van z'n levensdagen zooveel gezouten
-goedje door het keelgat verwerkt, dat ze er heelemaal van
-door<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>trokken zijn. 't Is door heel d'r lichaam gaan zitten."</p>
-
-<p>"Maak dat een ander wijs!"</p>
-
-<p>"'k Maak je niets wijs. 't Is de waarheid. En gauw genoeg zul-je de
-ellende daarvan zelf aanschouwen."</p>
-
-<p>"Welke ellende?"</p>
-
-<p>"De scheurbuik, maat!"</p>
-
-<p>Witte voelde zich bij die op somberen toon geuite woorden een steek
-door het hart gaan. Hij had al meer van die wanhopig ellendige
-ziekte gehoord, welke veroorzaakt wordt door het gebrek aan versche
-spijzen, vooral van groente.</p>
-
-<p>Arme zeeman, die er door bezocht wordt. Zijn tandvleesch zet zoo
-sterk op, dat het als een sponsachtig gezwel tusschen de lippen door
-uit den mond komt puilen. Armen en beenen worden loodkleurig en dik.
-Duwt men er met den vinger op, dan blijven de putten erin staan. Een
-gevoel van ontzaglijke moedeloosheid komt over den patiënt. Het
-leven is hem niets meer waard, de dood schijnt hem een uitkomst uit
-zijn lijden. En, gelijk Hans het opmerkte, het zijn juist de meest
-ervaren, de meest "gezouten" matrozen, die al de ellende van deze
-verschrikkelijke bezoeking moeten doorstaan.</p>
-
-<p>Wel werd er ook Hans even door bezocht, maar het beduidde bij hem
-niet veel, en hij bleef met den schrik vrij. Witte, die als het ware
-nog geheel "versch" was, bleef ongedeerd.</p>
-
-<p>Wel, wel, wat was dat verschrikkelijk, zoo te midden van den Oceaan,
-onder een heete, vochtige lucht en een zee, die ook een geduchte
-warmte van zich gaf, zonder eenige afwisseling, zonder<span class="pagenum"></span> op te kunnen
-schieten, al maar dat gekreun van de zieken te moeten aanhooren, of
-wat nog erger was, hun niet zelden stom lijden aan te zien.</p>
-
-<p>Eindelijk toch kwam er uitkomst.</p>
-
-<p>Na veel getob bereikte men het eiland Annabon, en het eerst, waar
-men daar navraag naar deed, was naar versche groenten en vruchten.</p>
-
-<p>Het gebruik daarvan werkte op de zieken als een toovermiddel.</p>
-
-<p>Nu, 't werd tijd ook, dat er uitkomst kwam. Van de bemanning waren
-er 47 gestorven en niet minder dan 150 ziek.</p>
-
-<p>O, dat terugkeerend leven in die doffe oogen, toen men hun
-oranje-appelen kon plukken en hun die als triomf voorhield!</p>
-
-<p>Om een denkbeeld te geven, hoe lang dat getob geduurd had, zij het
-voldoende mede te deelen, dat men den 3en Maart van Isle de Majo was
-vertrokken en eerst den 18en Juni het anker voor Annabon uitgeworpen
-had.</p>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter11"></a>
-<h3 align="center">XI.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">Er moet iets op de "Westvriesland" gebeurd zijn.</span></h4>
-
-<p>Het lijkt zoo mooi, om, gelijk het versje zingt, heel de wereld rond
-te zwieren in het topje van den mast; maar als men dien dichter, van
-wien ik overigens geen kwaad zal spreken, omdat ik veel van zijn
-mooie liedjes houd, eens aan boord van "de Gouden Leeuw" had kunnen
-stoppen om al die tobberij rond de linie mee te maken, geloof ik,
-dat hij, ten minste in dit opzicht, wel tot andere gedachten gekomen
-zou zijn.</p>
-
-<p>Daar was met die scheurbuik, met dat eeuwige menu van pekelvleesch,
-erwten en boonen, en niet het minst door die nooit aflatende zwoele
-warmte, een stemming onder de bemanningen der vijf schepen gekomen,
-die weinig op levenslust geleek.</p>
-
-<p>Ook de gezagvoerders kon den neerdrukkenden invloed niet ontgaan.
-Evenals de matrozen waren zij humeurig en prikkelbaar geworden.</p>
-
-<p>De matrozen uitten dit, door weinig van elkander te kunnen velen.
-Maar als dat tot ruzie oversloeg, dan waren hun bazen daar als de
-kippen bij, en moest de man met het stokje voor den dag komen,<span class="pagenum"></span> die
-een voor den grooten mast gebonden zeerob ongenadig op zijn
-ribbenkast kon geven.</p>
-
-<p>Wie echter stond er boven de vijf gezagvoerders, om die tot reden te
-brengen, indien dit noodig mocht blijken?</p>
-
-<p>Al lijkt het, dat het kapitein Schapenham was, die als de
-voornaamste werd aangezien, toch hadden drie van de vijf geen zin,
-om zich aan zijn oppergezag te onderwerpen. En zoo geschiedde het,
-dat nog op de reede van Annabon, waar men, gelijk men zich
-herinneren zal, den 18en Juni was aangekomen en een poos lang
-verbleef om de zieken wat te doen opknappen, er een scheuring kwam
-in de kleine vloot. De kapitein van de "Westvriesland" bleef
-kapitein Schapenham getrouw, maar de drie overige gezagvoerders
-besloten te zamen de reis op eigen gelegenheid te vervolgen.</p>
-
-<p>Of daartoe medegewerkt had de ontmoeting van twee schepen, die van
-den kant van de kust van Guinea kwamen, even Annabon aandeden en
-toen op reis gingen naar het vaderland, vermag ik niet te zeggen.</p>
-
-<p>Voor Witte anders was die eerste ontmoeting met zeekasteelen, die de
-vaderlandsche vlag langs de wijde wateren lieten zwieren, een heele
-gebeurtenis.</p>
-
-<p>Zonder dat hij zeggen kon waarom, had het hem getroffen, toen hij,
-nadat de uitkijk al gerapporteerd had, dat het vaderlandsche schepen
-waren, ze, mooi over de zee, had zien komen aanzeilen. 't Leek hem
-een stukje van Holland, erg gezellig, al was het nu zoowaar
-heelemaal hierheen verdwaald. En<span class="pagenum"></span> het meest trof hem toch het
-denkbeeld, dat die afgedwaalde partjes weer naar hun oorsprong
-terugkeerden, of gelijk men dat nu eenmaal uitdrukte, dat de schepen
-op de terugreis waren naar Patria.</p>
-
-<center>
-<a name="25_heimwee"></a>
-<img src="images/25_heimwee.jpg" alt="image: 25_heimwee.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Heimwee, maat?]</center>
-
-<p>Hij schrok, toen Hans, die hem bij het uitkijken naar die naderende
-zeekasteelen had gadegeslagen, hem op den schouder sloeg.</p>
-
-<p>"Heimwee, maat?"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Witte verzette zich, met al de zuurheid van zijn gelaat, tegen dàt
-denkbeeld.</p>
-
-<p>"Je lijkt wel gek!" beet hij Hans toe.</p>
-
-<p>"Mogelijk," gaf Hans kalm ten antwoord, "want ik heb op het
-oogenblik geen spiegeltje bij me, om m'n gezicht te bekijken. Maar
-dit zal je toch van me moeten aanhooren, dat na zoo'n reisje, als
-wij er een achter den rug hebben, er meer Jantjes zijn geweest, die
-graag op een naar Patria terugkeerend schip hadden over willen
-stappen."</p>
-
-<p>"Om Jan Salie te worden?"</p>
-
-<p>Hans keek hem een oogenblik strak aan.</p>
-
-<p>Toen stak hij zijn breeden knuist uit.</p>
-
-<p>"Kordaat gesproken, Witte.... Ik was al bang, dat...."</p>
-
-<p>"Nu, waarvoor?"</p>
-
-<p>"Dat.... nu ja, dat een kleermakersjongen voor goed na zoo'n
-vreeselijke reis van zijn waan genezen zou zijn."</p>
-
-<p>"'t Wàs geen waan!.... Ik zou op die kleermakerstafel kapot zijn
-gegaan.... en dàt zou me gespeten hebben!"</p>
-
-<p>"Nu.... dàt kun-je op deze schuit ook.... Zooals je aan onze arme
-maats gemerkt hebt, die we in het groote zeemansgraf lieten
-afglijden."</p>
-
-<p>Witte haalde de schouders op.</p>
-
-<p>"Dominee Leo heeft...."</p>
-
-<p>"Hoho!.... Kom-je weer met dien op de proppen?"</p>
-
-<p>"Ja, Hans.... En wat hij mij daarover geleerd heeft, geloof-je toch
-ook?"</p>
-
-<p>"Dan moet ik toch eerst nog weten wat!"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Stil, Hans, niet spotten!.... Want jij weet toch ook.... en dat is
-het wat ds. Leo me altijd heeft voorgehouden, dat het uurtje van
-onzen dood vastgesteld is, en niemand daar iets aan veranderen kan."</p>
-
-<p>"O, meen-je dàt?.... Wel dat is natuurlijk."</p>
-
-<p>Dat "natuurlijk" kwam er bij Hans van ganscher harte uit. 't Was ook
-het geheim, waarom onze 17de-eeuwsche varenslui nooit ofte nimmer
-vrees kenden, en, zooals zoo dikwijls in onze rijke geschiedenis
-neergeschreven zou moeten worden, in een simpel roeibootje op een
-vijandelijk zeekasteel af durfden gaan.</p>
-
-<p>"Niemand kan zijn dood ontloopen," zeiden zij, "en als dat oogenblik
-gekomen is, moet men sterven; maar zoo niet, dan kan geen regen van
-kogels, geen orkaan of stortzee je deren."</p>
-
-<p>Daarom gingen zij, zonder een spier op het gelaat te vertrekken, de
-grootste gevaren tegemoet.</p>
-
-<p>Het was dan ook op het anders niet te vriendelijke gelaat van Witte
-te zien, dat die uitroep van Hans hem genoegen deed. Die wilde er
-nog wat bijvoegen, maar werd op dit oogenblik geroepen om met eenige
-andere matrozen een boot uit te zetten.</p>
-
-<p>Indien hij had kunnen vermoeden, dat het geruimen tijd zou duren,
-voor en aleer hij met Witte weer een praatje zou kunnen maken, dan
-zou hij hem zeker de hand ten afscheid gereikt hebben.</p>
-
-<p>Het geval toch lag ertoe, dat er aan boord van de "Westvriesland"
-meer patiënten aan de scheurbuik overleden waren dan op "de Gouden
-Leeuw". Zoo kwam het, dat nog denzelfden dag, na een<span class="pagenum"></span> bijeenkomst van
-de gezagvoerders dier twee bodems, er eenige manschappen van
-laatstgenoemd schip naar de "Westvriesland" werden overgeplaatst,
-waaronder, tot zijn groote vreugde, ook Hans behoorde, die aldus op
-een onverwacht oogenblik zijn lievelingswensch in vervulling zag
-overgaan.</p>
-
-<p>'t Ging alles zoo gauw, dat hij maar even tijd had om zijn bultzak
-en verdere spulletjes te halen, om die naar zijn nieuwe
-verblijfplaats over te brengen. Even nog keek hij rond naar Witte,
-om dien het blijde nieuws mede te deelen, maar deze was in de kajuit
-van kapitein Schapenham aan het werk, en in dit heiligdom kwam zeer
-zeker een lichtmatroos niet ongeroepen.</p>
-
-<p>Witte hoorde eerst dien avond, dat zijn kameraad voorloopig niet
-meer een praatje met hem zou kunnen maken, hem plagen, maar ook van
-goeden raad dienen. Eerst speet hem dit erg, maar een zeeman moet
-zoo dikwijls en zoo herhaaldelijk afscheid nemen, dat hij wel leert,
-zich dat niet bijzonder aan te trekken, anders lag hij al heel gauw
-op zijn dooden rug.</p>
-
-<p>Bovendien begon Witte er iets manlijks in te vinden, nu eigenlijk in
-waarheid geheel op eigen beenen te staan.</p>
-
-<p>Hans was een bovenst beste jongen, vond hij, maar het begon hem toch
-al meer en meer te hinderen, dat hij door hem altijd nog op een
-soort beschermende wijze behandeld werd.</p>
-
-<p>Een echt zeemansjong uit dien tijd, steunde, naast God, het liefst
-op zich zelven. En in Witte zat de echte zeemansnatuur.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>In elk geval, en hiermede troostte zich ten slotte onze
-vriend &mdash; indien al ooit van hèm gezegd is kunnen worden, dat hij
-troost noodig had! &mdash; zij bleven toch in zeker opzicht bij elkaar in
-de buurt.</p>
-
-<p>Want het was op den 9den Juli, dat "de Gouden Leeuw" tegelijk met de
-"Westvriesland" het anker lichtte, om de reis naar Oostinje voort te
-zetten, op welke reis nu de eerstkomende pleisterplaats de bekende
-Kaap de Goede Hoop zou zijn. <span id="fn0002" class="fn_text"><a href="#fn0002text">2)</a></span></p>
-
-<p>Precies na twee maanden, dus op den 9den September 1616, kwam zij in
-het zicht, en wierpen beide schepen het anker uit in de Tafelbaai.</p>
-
-<p>In die twee maanden mocht Witte al meer en meer ervaring als zeerob
-hebben opgedaan, voor Hans waren zij van zulk een groot belang
-geweest, dat het hem later leek, alsof hij in dien tijd vele jaren
-ouder was geworden.</p>
-
-<p>Toen zijn vriend hem terugzag, vroeg deze zich onwillekeurig af, of
-dat nu heusch dezelfde Hans was.</p>
-
-<p>Dat terugzien had plaats op de reede, waarheen van beide schepen
-bootjes kwamen aangeroeid tot het innemen van versch water.</p>
-
-<p>Al dadelijk deed zich een groot verschil voor tusschen de
-schepelingen van "de Gouden Leeuw" en die van de "Westvriesland".</p>
-
-<p>De eersten zongen het hoogste lied uit van blijdschap, dat ze weer
-eens, zij het voor korten tijd, den voet aan den vasten wal zouden
-zetten. Onder de laatsten echter heerschte een stilzwijgen, dat iets
-benauwends kreeg, juist door de uitgelaten<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>heid van de branies van
-"de Gouden Leeuw".</p>
-
-<p>"Zouden ze een dooie aan boord hebben?" vroeg Witte aan den matroos,
-die met hem op 't zelfde bankje zat te roeien.</p>
-
-<p>"Ben-je....?" riep die onverschillig uit en met eenige minachting
-voegde hij eraan toe:</p>
-
-<p>"Ik kan wel zien, dat jij pas komt kijken!"</p>
-
-<p>"Pas kom kijken?.... Ben ik niet de linie gepasseerd?"</p>
-
-<p>"Dàt ben-je. En.... zeg me nu eens, hoeveel tranen heb-je gestort
-over de maats, die je nu al in 't groote matrozengraf hebt zien
-glijden?"</p>
-
-<p>Ondanks zichzelf moest Witte om deze nuchtere vraag glimlachen.</p>
-
-<p>De matroos zag dat, en gaf hem schertsenderwijs met den elleboog een
-stoot in de ribben.</p>
-
-<p>"Nu ja," zoo verdedigde zich Witte, "bij den eerste, dien wij over
-boord zetten, vond ik het akeliger dan later."</p>
-
-<p>"Dan ben-je al harder dan ik dacht," merkte de matroos op. "Want
-altijd vind ik dat driemaal rondgaan mèt het in een zeildoek
-gewikkelde lijk, om er beroerd van te worden. En dat
-één-twee-drie-in-Godsnaam van den schipper snijdt me nog altijd door
-de ziel."</p>
-
-<p>"O ja, zóó bedoelde ik het ook niet," verontschuldigde zich Witte.
-"Dat is net, of je in een kerk bent, en daar moet-je eerbied hebben,
-hè?"</p>
-
-<p>"Dat zeg ik met jou.... Maar, vrindje, nu wou ik jou erin vragen, of
-je zit te grijnen, zoolang de doode man in 't vooronder op zijn
-uitvaart ligt te wachten?"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Wel neen," moest Witte volmondig bekennen. </p>
-
-<p>"O, zoo!" ging de
-matroos voort. "En nu heb-je ze nog maar enkel zien sterven, terwijl
-de ziekentrooster met hen bad of de schipper ze nog een goed woordje
-voorlas. Alweer net als in de kerk! Maar dan zal je eens wat anders
-gebeuren, als jij op je beurt ook schipbreuk lijdt, wat ook in je
-leven als zeeman in je boekje zal voorkomen. Als je daar zoo met je
-kameraden je toevlucht in den mast genomen hebt, en je met
-handen, blauw en gezwollen van de kou, je moet vastklemmen aan
-het want of aan een touw, dat op het laatst door je knuisten
-snijdt, en dat je tóch vasthoudt, omdat je anders neerduikt in
-die schuimende, kokende massa beneden je. Jongetje nog toe, dan
-zie-je af en toe een maat, die het niet meer kan uithouden, vlak
-voor je oogen en zonder dat je ze helpen kunt naar den kelder
-gaan.... Laat het je gezegd wezen door een, die meer keertjes dan
-jij de linie is gepasseerd, dat, wie zeeman is, veel ondervonden
-heeft, en voor geen klein geruchtje vervaard kan wezen."</p>
-
-<p>Onder die redevoering, die er bij stukken en brokken bij zijn
-bevaren maat uitkwam, zat Witte, werktuigelijk doorroeiend, strak
-voor zich uit te kijken.</p>
-
-<p>Ook de matroos zweeg een wijle.</p>
-
-<p>Toen kwam het er bruusk bij dezen uit:</p>
-
-<p>"Een zeeman leeft, zoolang hem dit vergund is, en gaat niet in een
-hoekje zitten. Eenvoudig omdat er aan de zee nu eenmaal geen hoekjes
-zijn. Hij helpt zijn scheepsmakkers, omdat je natuurlijk helpen
-moet, maar is die makker dood, dan zegt-ie: dat is er weer een naar
-de haaien. Zoo zullen er<span class="pagenum"></span> honderden uit je kluisgaten raken, lansje,
-en, kom-je in den oorlog, dàn bij duizenden. Net zoo lang, tot je
-zelf de laan uitgaat. We leven met de levenden, jongen, en praten
-tusschenbeide nog wel eens over een goeien kameraad.... Waar zou een
-zeeman blijven, als hij met sjimmen en huilebalken begon?"</p>
-
-<center>
-<a name="26_vergund"></a>
-<img src="images/26_vergund.jpg" alt="image: 26_vergund.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Een zeeman leeft, zoolang hem dit vergund is.]</center>
-
-<p>Witte knikte. Hard als hij van aard was, zou hij een der hardsten
-van het toenmalige geslacht worden, dat wèl voor de daad, maar
-minder voor de overpeinzing was. Wat hij tegen zich zou krijgen,
-was, dat die aard zich bij hem niet zou omzetten in een luchtigheid,
-welke den zeeman over al de ellende van zijn moeilijk en gevaarvol
-leven zou heen zetten, maar in een strengheid, waardoor<span class="pagenum"></span> hij bij die
-zeelui niet geliefd, integendeel, gehaat zou worden.</p>
-
-<p>Wat de toekomst zou brengen, lag op dat pas voor hem nog verborgen,
-maar nu ten minste begreep hij wel zoo ten naaste bij, dat het
-stilzwijgen der bemanning van de "Westvriesland" niet toegeschreven
-zou kunnen worden aan een mogelijk sterfgeval.</p>
-
-<p>Wat zou het dan kunnen zijn?</p>
-
-<p>Aha! ze zouden het straks wel te weten komen, aan wal, wanneer men
-hen, bij het inslaan van het kostelijke drinkwater, zou kunnen
-uithooren.</p>
-
-<p>Doch van dat uithooren kwam voor ditmaal niemendal.</p>
-
-<p>Zeer streng hielden de officieren van de "Westvriesland" hun mannen
-onder bewaking en afzondering. Even hadden zij gesproken met de
-officieren van "de Gouden Leeuw", maar ook die werden daar niet veel
-wijzer door. Ze mochten niets zeggen voor hun commandant. <span id="cor0012" class="corrected" title="[Originele tekst: Alevel gaven zij]">Al gaven zij</span> wel iets te verstaan, waardoor hun ondervragers een zeer
-bedenkelijk gezicht trokken, en van dit oogenblik af meer dan bij
-zulk een tochtje aan wal de gewoonte was, op hun mannen gingen
-letten en ze streng nagingen, of zij wel met die van het andere
-schip in aanraking zochten te komen.</p>
-
-<p>Ja, zeker, laat dàt maar eens aan een paar kwâjongens belet worden,
-die elkaar wenschen te spreken! Die guiten rollen onder alle
-mogelijke opzicht door! Want toen Witte in een van de schepelingen
-van de "Westvriesland" zijn vriend Hans herkende, of althans meende
-te herkennen,<span class="pagenum"></span> omdat de boy wel een paar jaar ouder leek geworden,
-konden de autoriteiten doen en opletten wat ze wilden, maar die twee
-veelbelovende knapen kregen het gedaan, wat al den anderen mislukte.</p>
-
-<p>"Hans.... wat is er toch bij jullie?"</p>
-
-<p>"Wèg, wèg, Witte.... Als ze 't zien...."</p>
-
-<p>"Maar...."</p>
-
-<p>"Maak me niet ongelukkig!"</p>
-
-<p>"Ik jou?"</p>
-
-<p>"Ja, ja.... Maar ga dan toch weg.... Ze zullen ons in de gaten
-krijgen!"</p>
-
-<p>"Wat is er dan toch?"</p>
-
-<p>"Kun je zwijgen?"</p>
-
-<p>"Ja."</p>
-
-<p>"Ook als ze je op de folterbank leggen!"</p>
-
-<p>Witte huiverde. Star keek hij zijn vriend aan.</p>
-
-<p>"Wèg, Witte.... Anders kom ik er op."</p>
-
-<p>"Nooit!"</p>
-
-<p>Akelig ernstig keek de anders zoo vroolijke Hans hem aan.</p>
-
-<p>Hij sprak nu niet, bang, dat de lucht den klank van het woord over
-zou brengen. Alleen spraken zijn lippen het uit.</p>
-
-<p>"Samenzwering," verstond Witte.</p>
-
-<p>"Een samenzwering"</p>
-
-<p>"Ja," fluisterde Hans terug.</p>
-
-<p>"Waartoe?"</p>
-
-<p>"Om zeeroover te worden."</p>
-
-<p>"O, Hans!"</p>
-
-<p>"Stil!.... Men let misschien op ons!"</p>
-
-<p>"Ik ga al weg...."</p>
-
-<p>
-"Niets verraden, hoor!"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Mijn hand erop!"</p>
-
-<p>"Neen.... geen hand.... Hoor, ze roepen al..."</p>
-
-<p>En weg was Hans.</p>
-
-<p>Dienzelfden dag was er een druk gesein tusschen de twee schepen. De
-kapitein van de "Westvriesland" kwam aan boord en daalde met den
-gezagvoerder van "de Gouden Leeuw" naar diens kajuit.</p>
-
-<center>
-<a name="27_samenzwering"></a>
-<img src="images/27_samenzwering.jpg" alt="image: 27_samenzwering.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: "Samenzwering", verstond Witte.]</center>
-
-<p>Hoeveel honderden oogen waren in dien tusschentijd in angstige
-nieuwsgierigheid op beide gezagvoerders gericht!</p>
-
-<p>Daar.... werden de andere officieren van "de Gouden Leeuw" geroepen.
-Witte, als kajuitswachter moest hen binnen laten en bedienen. Hij
-kreeg een schier onwederstaanbaren lust om aan de deur van de kajuit
-te luisteren, maar met al zijn wils<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>kracht bedwong hij die
-verleiding. Hij wist, dat er op een vergrijp tegen de krijgstucht
-in deze hoogst ernstige omstandigheden de dood kon staan.</p>
-
-<p>Na een geruimen tijd van beraadslagen, ging de krijgsraad uiteen, en
-keerde de gezagvoerder van de "Westvriesland" naar zijn bodem terug.</p>
-
-<p>De matrozen van "de Gouden Leeuw" bleven uitkijken.</p>
-
-<p>Ze gevoelden, dat er meer gebeuren zou.</p>
-
-<p>Wat zij verwachtten, geschiedde. Ze zagen een paar sloepen strijken,
-en in het helle zonnelicht de loopen van vuurroeren glinsteren....</p>
-
-<p>O, o, wat zou er toch gebeurd zijn?</p>
-
-<p>Met afgemeten riemslagen naderden de sloepen, scherp beloerd door al
-wat aan "de Gouden Leeuw" oogen had om waar te nemen.</p>
-
-<p>Wat zij nu zagen, ontroerde hen.</p>
-
-<p>Zwaar geboeide mannen, die nu met moeite den valreep werden
-opgeleid.</p>
-
-<p>Ze telden er niet minder dan acht-en-twintig.</p>
-
-<p>O, wat zagen die er wanhopend en terneergeslagen uit!</p>
-
-<p>Er waren eronder, die men kende, en dat vermeerderde de
-belangstelling.</p>
-
-<p>Ook Witte had uitgekeken, tersluiks, even als de anderen.</p>
-
-<p>Hij voelde het kloppen van zijn hart.</p>
-
-<p>Was Hans erbij?</p>
-
-<p>Gelukkig, neen! Die behoorde niet tot die ellendigen.</p>
-
-<p>Hij zag hen leiden naar de plaats, waar men de<span class="pagenum"></span> gevangenen bewaarde;
-in deze warme streken een waar martelhol. <span id="fn0003" class="fn_text"><a href="#fn0003text">3)</a></span></p>
-
-<p>Akelig klonk hem het ketengerammel in de ooren, toen ze vlak voorbij
-hem gingen.</p>
-
-<p>Zouden ze ooit weer die mooie zee en die stralende zon terugzien?</p>
-
-<p>Witte las bij enkele nog heel jonge kereltjes onder hen die vraag
-uit den blik, waarmede ze rond zich keken, voor zij door de
-gewapende wachters naar beneden waren gevoerd.</p>
-
-<p>Doch nu Hans maar niet bij hen was, had hij geen medelijden meer.
-Wie kwaad gedaan had, moest gestraft worden. Dat stond al jong bij
-hem vast, en dat heeft hij zijn heele leven vast gehouden.</p>
-
-<p>De gevangenen mochten niet onbewaakt blijven, dus wel moest hun
-misdrijf heel ernstig zijn. De schildwachten, daartoe aangewezen,
-waren gewapend, en werden op bepaalde tijden afgelost.</p>
-
-<p>Bovendien hadden zij de opdracht zeer streng in hun bewaking te
-zijn, en dat zij geen woord met de gevangenen mochten wisselen. Op
-overtreding van dit gebod stond de onteerende straf van aan de
-groote ra opgeknoopt te worden.</p>
-
-<p>Nog eens, het moest dus wel een verschrikkelijk geheim zijn, hetwelk
-voor de equipage van "de Gouden Leeuw" weggeborgen was in de vuile
-cachotten waarin het bij de toenemende warmte, krioelde van
-kakkerlakken en allerlei ander ongedierte. Daarvan kon het
-toentertijde in die houten,<span class="pagenum"></span> slecht geluchte schepen soms letterlijk
-wemelen.</p>
-
-<p>Wat dat geheim toch zijn kon?</p>
-
-<p>De equipage had wel het vermoeden, dat we daarstraks door Hans
-hoorden aangeven, maar den vollen omvang, van wat er ginder aan
-boord van de "Westvriesland" mocht gebeurd zijn, had niet een.</p>
-
-<br>
-<hr width="25%" align="left">
-<span id="fn0002text" class="fn_text"><a href="#fn0002">2)</a> Zie buitenplaat</span>
-<br><span id="fn0003text" class="fn_text"><a href="#fn0003">3)</a> Zie titelplaat.</span>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter12"></a>
-<h3 align="center">XII.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">Het laatste gedeelte van de reis.</span></h4>
-
-<p>Negen dagen, nadat men het anker in de Tafelbaai had uitgeworpen,
-dus den 18en Juli 1616, maakte men zich wederom op tot voortzetting
-van de reis, en nu zou het door den blauwen Indischen Oceaan
-regelrecht naar die rijke eilanden gaan, welke zulk een groote
-aantrekkingskracht op de Westersche volken van dien tijd
-uitoefenden.</p>
-
-<p>Dit laatste deel van die maandelange reis zou niet een bevestiging
-kunnen zijn van het oud-Hollandsche spreekwoord, dat de laatste
-loodjes het zwaarst wegen. Want men kon nu gebruik maken van den
-passaat en eveneens van gunstige zeestroomingen. Toch duurde het nog
-tot den 10en November, eer de beide schepen de Straat van Soenda
-passeerden.</p>
-
-<p>Gedurende die vaart door dit gedeelte van de wereldzeeën, waar, in
-de heerlijke maan- en sterrennachten, het den Westerling kan
-voorkomen, of hij een der verhalen uit de Duizend-en-één-nacht
-doorleeft, had aan boord van "de Gouden Leeuw" iets plaats, dat
-weinig in overeenstemming was met de heerlijkheid van saffieren zee
-en juweelen<span class="pagenum"></span> nachthemel. De bevelhebber en zijn officieren namen er
-toch den tijd toe om tot in de alleruiterste bijzonderheden van het
-plan der samenzweerders door te dringen.</p>
-
-<p>Indien de daartoe gestelde machten in onzen tijd zoo iets moesten
-ondernemen, zouden wij daar liever niet mee te maken hebben, omdat
-daar rechtszittingen, ondervragingen op allerlei wijzen, boeten en
-gevangenisstraf bij te pas komen. Hoeveel te erger was de
-rechtspleging in den ouden tijd! Toch waren de menschen er toen aan
-gewend. Een jongen als Witte zou niet gesidderd hebben zooals wij,
-wanneer we in den Haag de Gevangenpoort bezoeken, in welk somber
-gebouw hij trouwens in later jaren zelf is opgesloten. Toentertijd
-werd een gerechtelijk onderzoek schier altijd vergezeld door het
-inroepen van de hulp van een der meest duivelachtige uitvindingen
-der menschheid, namelijk de pijnbank. En in dit geval zou het geleid
-worden door scheepskapiteins, die, wat een samenzwering betrof,
-welke het vermoorden van de autoriteiten en het wegvoeren van het
-schip bedoelden, geen genade voor recht zouden doen gelden.
-Integendeel!</p>
-
-<p>Onze scheepsjongen heeft het later zelf getuigd, dat de schuldigen,
-en niet minder de verdachten, dagelijks in de kajuit werden
-"geëxamineerd en getortureerd", en als ge bijgeval niet weet, wat de
-laatste uitdrukking beteekent, moet ge het maar opzoeken in een
-Woordenboek. Zelfs geviel het, dat hij, die de kajuitswachter van
-kapitein Schapenham was, meer dan eens getuige van die rechterlijke<span class="pagenum"></span>
-wreedheden, ja, door het aanbrengen van het een en ander, daarin
-behulpzaam moest zijn.</p>
-
-<p>Toch kwam hij, die natuurlijk slechts enkele gedeelten van de
-ondervragingen kon vernemen, niet op de hoogte van wat er geschied
-was. Doch van dat weinige zelfs liet hij niet veel uit tegen de
-matrozen, die niet nalieten hem af en toe te polsen. Zijn stuursche
-aard kwam hem hierbij goed te pas, zoodat de ondervragers altijd een
-beetje op een afstand van hem moesten blijven. Zij scholden hem wel
-uit voor strooplikker van den schipper, maar als het op schelden
-aankwam, zou Witte nog wel uit de jaren, toen de Brielsche
-Zeeleepers hem zoo turkten of zijn achtereenvolgens bazen hem
-uitmaakten voor al wat leelijk was, wel enkele bijdragen hebben
-kunnen leveren voor het scheld-woordenboek der toenmalige zeelieden,
-hoe ruim dat ook ten opzichte van een scheepsjongen mocht voorzien
-zijn.</p>
-
-<p>Wat hem evenwel maar niet uit de gedachte wilde, was de zorg, dat
-zijn eenige vriend op de een of andere wijze met die samenzwering
-wat mocht uit te staan hebben. Want anders wist hij het niet te
-verklaren, dat de voormaals zoo opgeruimde boy omgekeerd was als het
-blad van een boom. Het ernstige, en daarom zoo wonderlijke gezicht
-van Hans, zooals hij het den laatsten keer aanschouwd had, bleef hem
-maar bij. Hij ontstelde daarom werkelijk &mdash; en dat wilde bij Witte
-wat zeggen! &mdash; toen hij, op een goeien morgen aan dek komend, daar
-Hans vond, geheel en al in zijn emplooi van licht-matroos, alsof hij
-nooit van boord was geweest.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Jij hier!"</p>
-
-<p>Hans trok alweer een heel zorgerlijk gezicht, loerde om zich heen en
-gaf hem toen een wenk om te doen, alsof hij hem niet opmerkte.</p>
-
-<p>Witte, die niet van gisteren was, volgde die waarschuwing op, maar
-wist het toch wel zoo rond te schieten, dat hij met zijn
-werkzaamheden in de nabijheid van zijn vriend kwam. En terwijl
-beiden zich hielden, alsof zij daar geheel in opgingen, had snel het
-volgende gesprek plaats.</p>
-
-<p>"Hoe kom-jij hier?"</p>
-
-<p>"Mijn vader heeft het gevraagd aan onzen schipper."</p>
-
-<p>"Ben-je dan gedegradeerd?"</p>
-
-<p>"Nou.... eigenlijk wel, maar uit eigen wil."</p>
-
-<p>"Begrijp ik niet."</p>
-
-<p>"Liever hier lichtmatroos, dan.... ginder een graadje hooger."</p>
-
-<p>"Wel?"</p>
-
-<p>"'t Was daar niet voor me om uit te houden.... Al maar oogen om je
-heen, die je bespieden."</p>
-
-<p>Wittens doordringende oogen gingen zijn kant op.</p>
-
-<p>"Heb-je dan wat te verbergen, Hans!"</p>
-
-<p>Hans gaf geen antwoord, maar zijn handen beefden.</p>
-
-<p>De bekende rimpel trok zich boven den neus van Witte samen.</p>
-
-<p>"Ik heb wel eens gehoord, dat een moordenaar altijd naar de plek van
-zijn misdrijf terug moet keeren."</p>
-
-<p>Hans lachte gedwongen.</p>
-
-<p>"Dan moest ik dáár gebleven zijn," &mdash; en hij<span class="pagenum"></span> wenkte met zijn hoofd
-naar het andere schip &mdash; "want dáár is het gebeurd."</p>
-
-<p>"Dat 's jou slag, Hans!.... Behalve dat de misdadigers <i>hier</i> zijn,
-en.... ze wel eens een naam konden noemen, die...."</p>
-
-<center>
-<a name="28_zwijg"></a>
-<img src="images/28_zwijg.jpg" alt="image: 28_zwijg.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: "Om 's hemels wille, zwijg!"]</center>
-
-<p>Alle voorzichtigheid uit het oog verliezende, greep Hans zijn arm.</p>
-
-<p>"Om 's hemels wille, zwijg!"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Pas op.... je zou jezelf verraden! En.... ik mag je verrader niet
-zijn."</p>
-
-<p>"Jij?"</p>
-
-<p>"Ja.... een rebel moet gestraft worden."</p>
-
-<p>"O, maar ik heb geen kwaad gedaan!"</p>
-
-<p>"Wat scheelt je dan?"</p>
-
-<p>Eenige oogenblikken zweeg Hans, schijnbaar geheel ingenomen door
-zijn werk. Toen zei hij heel zacht voor zich heen, want er waren een
-paar matrozen in de nabijheid gekomen:</p>
-
-<p>"Zoo gauw als ik de hondenwacht heb, zal ik je dat wel doen weten....
-Kun-je dan zorgen er ook te zijn?"</p>
-
-<p>"Dat zal zoo gemakkelijk niet gaan!"</p>
-
-<p>"Toe, alsjeblieft!"</p>
-
-<p>"Goed.... ik zal mijn best doen. Lukt het den eersten keer niet, dan
-later."</p>
-
-<p>"O, Witte, ik zal zoo blij zijn m'n hart eens te kunnen uitstorten."</p>
-
-<p>Witte zweeg en keek voor zich heen.</p>
-
-<p>"Witte," fluisterde Hans angstig, "waar denk-je aan?"</p>
-
-<p>"Of ik het mag doen."</p>
-
-<p>Hans slikte een paar maal van zenuwachtigheid.</p>
-
-<p>"Witte, Witte.... ben-je vergeten, hoe eigenlijk ik de persoon was,
-die je van de kleermakerstafel verloste?"</p>
-
-<p>Weer kwam de ons bekende rimpel te voorschijn.</p>
-
-<p>"Als je schuldig bent...."</p>
-
-<p>"Zoo waar als ik leef, Witte, dàt ben ik niet."</p>
-
-<p>Witte's felle oogen gingen even over het gelaat van zijn vriend.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Goed!" gaf hij toen kort en bondig ten antwoord, "ik zal mijn best
-doen er te zijn."</p>
-
-<p>En zoo geschiedde het, dat op een van die stille, heerlijke
-tropennachten, de beide maats op de hondenwacht, die van middernacht
-tot 's morgens vier uur duurde, gelegenheid kregen zich van hun
-slaperige maats af te zonderen en op een verborgen plaatsje eens een
-openhartig woordje met elkander te kunnen wisselen.</p>
-
-<p>Witte viel maar met de deur in het huis.</p>
-
-<p>"Uit alles begrijp ik, dat ze ook jou aangezocht hebben mee te doen,
-Hans."</p>
-
-<p>"Wel niet rechtstreeks, maar zoo heel in de verte hebben ze mij
-gepolst."</p>
-
-<p>"Dan had-je dadelijk af moeten bijten."</p>
-
-<p>"Zonder erg hèb ik dat ook gedaan."</p>
-
-<p>"Zonder erg? Ik begrijp je niet, Hans."</p>
-
-<p>"Och, kijk eens Witte.... Nu ik de zaak van achteren kan bezien,
-begrijp ik alles, maar toen ze me kwamen vertellen van het gezellige
-leven op de vrije vaart, hoe rijk die en die er op geworden was, en
-heel wat van die dingen meer, hoe had ik toen kunnen begrijpen, dat
-zij-zelf van plan waren meester te worden van het schip en
-zeeroovertje te gaan spelen?"</p>
-
-<p>"Ja, dat 's waar, moet ik zelf erkennen. Toch begrijp ik niet, dat
-ze niet verder bij je gegaan zijn."</p>
-
-<p>"Dat begrijp ik nu best.... Ik zei, dat ik niets van die zeeroovers
-moest hebben en den eersten den besten, die bij ons aan boord durfde
-klauteren, de hersens in zou slaan."</p>
-
-<p>"Goed geantwoord!.... En toen?"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Toen zeiden ze met een lachje &mdash; dat ik later pas begrepen
-heb! &mdash; dat ze me groot gelijk gaven en precies eender zouden
-handelen."</p>
-
-<p>"En is dat alles?.... Dan heb-je je eigen toch niks te verwijten?"</p>
-
-<p>Hans zuchtte.</p>
-
-<p>"Er kwam meer bij, Witte!"</p>
-
-<p>"Vertel dan op.... en verberg mij niets."</p>
-
-<p>Even aarzelde Hans; toen kwam het er snel bij hem uit:</p>
-
-<p>"Toen de samenzwering uitkwam, was ik er heelemaal van op de
-hoogte!"</p>
-
-<p>Witte liet van verbazing een zacht gefluit hooren.</p>
-
-<p>"Sapperloot!" riep hij uit, "dat is andere praat!.... Maar hoe was
-dat voor den drommel mogelijk?"</p>
-
-<p>"Luister, Witte. In die dagen werd ik bezocht met koorts of wat het
-dan ook geweest mag zijn. Onder al de warmte van het weer, was ik
-koud en rillerig. De bootsman zei, dat ik maar eens met m'n tong aan
-den teerkwast moest likken en dan een poosje me in een deken rollen,
-dan zou ik er de kwaal wel uitzweeten."</p>
-
-<p>Witte knikte. Hij kende dat middel ook.</p>
-
-<p>"En toen?" vroeg hij.</p>
-
-<p>"Wel, ik lei me ergens op een veilig plekje neer, waar ik er zeker
-van kon zijn niet gestoord te worden, bakerde me goed in, nog een
-waardeloos zeil over m'n body...."</p>
-
-<p>"Om te smoren!" merkte Witte op.</p>
-
-<p>"Neen, toch niet. Ik bleef al maar beverig. En dan m'n mond vol van
-dien teersmaak!.... Je<span class="pagenum"></span> kunt begrijpen, dat ik me eigenlijk zieker
-gevoelde dan ooit."</p>
-
-<p>Witte bevestigde de meening door een hoofdknikken.</p>
-
-<p>"Na een poos," aldus ging Hans voort, "begon ik toch een warm gevoel
-te krijgen en toen kwam Klaas Vaak. Ik heb geslapen als een os.
-Hoelang weet ik niet, maar toen ik wakker werd, was het nacht. Ik
-zag door een scheurtje van m'n zeil de sterren flonkeren en heerlijk
-rekte ik m'n leden uit, in 't gevoel van beter te zijn. Een slaap
-als ik anders nog had.... <span id="cor0013" class="corrected" title="[Originele tekst: neemaar]">nee maar</span>, dat kan ik je niet vertellen.
-Juist gingen m'n oogen dichtvallen, toen ik door een katachtig
-geschuifel over het dek wakker schrikte. Dadelijk begreep ik, dat
-het de bloote voeten van een of meer matrozen moesten zijn. Ze
-kwamen haast vlak bij me, en al maar meer schuifelden aan. 'Zijn we
-er alle dertien?' hoorde ik een stem fluisteren en even zacht werd
-geantwoord, dat die en die opgehouden was geworden. En toen, Witte,
-vernam ik alles. O, ik durfde op zijn best ademhalen!"</p>
-
-<p>"Dat begrijp ik.... Bij ontdekking zou-je mee hebben moeten doen,
-of ze hadden je puur bij ongeluk over boord laten glijden."</p>
-
-<p>"Juist.... en daarom hield ik me zoo stil als een muisje."</p>
-
-<p>"En wat vernam-je?"</p>
-
-<p>"Ik kwam er op die manier achter, dat de belhamels met hun dertienen
-waren en de samenzweering nu, allen en alles bij elkaar, acht en
-twintig personen omvatte. Ze hadden zich op leven en dood<span class="pagenum"></span> verbonden
-door in een cirkel hun namen te zetten; die niet schrijven konden,
-hun kruisjes."</p>
-
-<center>
-<a name="29_alles"></a>
-<img src="images/29_alles.jpg" alt="image: 29_alles.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: En toen Witte, vernam ik alles.]<span class="pagenum"></span></center>
-
-<p>"Spraken ze er ook over, wat ze van plan waren?"</p>
-
-<p>"Ja zeker!.... Als ze genoeg lui op d'r hand konden krijgen, zouden
-ze een dag vaststellen om het stoute stuk uit te voeren. Onverwachts
-zouden zij den schipper en de officieren overvallen en vermoorden,
-ook den koopman, die voor zijn maatschappij bij ons aan boord
-is...."</p>
-
-<p>"Verder, verder, Hans!"</p>
-
-<p>"En, na baas over het schip geworden te zijn, den steven naar de
-Middellandsche Zee wenden, om daar zeeroovertje te spelen."</p>
-
-<p>Witte hief de handen op van ontsteltenis.</p>
-
-<p>"Wie was de hoofdman?"</p>
-
-<p>Hans noemde hem en nog een paar anderen, die na hem het meest in de
-melk zouden te brokken krijgen.</p>
-
-<p>"Je begrijpt, Witte, dat ik den hemel dankte, toen die vreeselijke
-nachtmerrie voorbij was. Eerst dacht ik heusch, dat ik dat alles
-gedroomd had, toen ik, na weer in slaap gevallen te zijn, den
-volgenden morgen ontwaakte. Maar nu ik meer op ging letten, zag ik
-aan een heeleboel dingen, dat ik goed gehoord had, en, helaas, de
-bezitter was van een ontzettend geheim."</p>
-
-<p>"Dat je dadelijk aan je schipper had moeten openbaren."</p>
-
-<p>Hans zag hem met zijn open kijkers aan.</p>
-
-<p>"O, Witte, dat is juist zoo'n gemartel voor me geweest. Het eene
-oogenblik zei ik tot mezelven, dat ik naar den schipper moest gaan,
-want dat<span class="pagenum"></span> ik anders zijn dood op mijn geweten zou krijgen, maar het
-volgende oogenblik kon ik het toch niet over me verkrijgen om den
-verrader te spelen."</p>
-
-<p>"Dat laatste ben ik niet met je eens, maar dat eerste wel. Want het
-leven van den schipper berustte om zoo te zeggen in jou handen."</p>
-
-<p>Hans knikte.</p>
-
-<p>"Maar óók het leven van de saamgezworenen, Witte!.... En daar waren
-een paar jongens bij, met wien ik al menig reisje gemaakt had. En
-dan nog iets! Als ik het uitgebracht had, zou ik tot mijn dood toe
-onder het zeevolk als een verklikker na worden gewezen en door
-niemand meer vertrouwd."</p>
-
-<p>Witte keek voor zich. Hij begon nu ook iets van den gemoedsstrijd
-van zijn vriend te begrijpen.</p>
-
-<p>"O, Witte," ging deze voort, "wat heb ik daar dagen mee
-rondgeloopen! Nu eens was ik op weg naar het achterdek, maar, of het
-werk zoo sprak, dan kwam ik telkens een van de samenzweerders tegen
-en was het me, of ik de beulsknecht was, die voor zijn meester een
-strop ging halen, om die om den hals van m'n maats te wringen....
-Dat heeft weken en weken geduurd. Ik ben er wel tien jaren van m'n
-leven ouder door geworden. Want ook in 't volkslogies moest ik
-aldoor maar doen, of ik van niets afwist."</p>
-
-<p>De jonge matroos veegde zich met den rug van zijn hand het
-angstzweet van zijn gezicht, waarin de twee wijd geopende oogen in
-het licht van den tropennacht spookachtig uitkwamen.</p>
-
-<p>Hoe ook getroffen door wat zijn vriend zeide,<span class="pagenum"></span> bleef Witte zijn
-kalmte behouden. Geen wonder! Heel zijn leven door heeft hij nooit
-geaarzeld in de keuze, welken weg hij zou inslaan. Aan den eenen
-kant lag zijn plicht, en aan den anderen kant de verzaking daarvan.
-Middenwegen kende hij niet.</p>
-
-<center>
-<a name="30_ouder"></a>
-<img src="images/30_ouder.jpg" alt="image: 30_ouder.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Ik ben er tien jaren ouder door geworden.]</center>
-
-<p>Hij bewaarde nu het stilzwijgen, en om het schip hoorde men den zang
-der zee, die nooit sliep.</p>
-
-<p>Met een zware zucht vatte Hans zijn verhaal weer op.</p>
-
-<p>"Ik zou niet weten, hoe dat met me afgeloopen zou zijn, als er
-eindelijk niet een uitkomst was gekomen."</p>
-
-<p>"En die uitkomst?"</p>
-
-<p>"Er was een matroos, dien we eigenlijk geen van allen graag lijden
-mochten. Ook de officieren<span class="pagenum"></span> waren niet op hem gesteld. Telkens had
-hij straf. Eens werd hem, met een langen ketting, een blok hout aan
-zijn been vastgebonden, zoodat hij, als hij op 't dek was of in 't
-want moest, altijd een gerinkkink met zich voerde, dat we er
-eigenlijk allen om moesten lachen, tot den kleinsten kajuitsjongen
-toe. Nu, dán moest-je hem hooren aangaan!"</p>
-
-<p>"Ik begrijp het al," viel Witte hem in de rede, "de samengezworenen
-dachten, dat die matroos graag bij gelegenheid wraak zou willen,
-nemen op den schipper."</p>
-
-<p>"Juist.... Ze wisten hem apart te krijgen en maakten hem stukje voor
-beetje met het plan bekend. Hij gaf er zijn hand op, dat hij niets
-zou verraden, en zei nog nadrukkelijk, dat ze van hem geen
-zwarigheid te wachten zouden hebben.... en ging toen regelrecht naar
-den schipper om alles te verraden. Hij heeft er van den schipper
-twee honderd stukken van achten voor gekregen."</p>
-
-<p>"En aangepakt?"</p>
-
-<p>Hans knikte van ja.</p>
-
-<p>"Dat 's gemeen!"</p>
-
-<p>Hans was dit volkomen met hem eens, maar liet toch uitkomen, hoe dat
-verraad voor hem een ware verluchting was geweest.</p>
-
-<p>"Nu was het uit met altijd dat gezeur in m'n kop. De kogel was door
-de kerk."</p>
-
-<p>"En waarom kon-je dan toch niet tot rust komen?"</p>
-
-<p>Weer zuchtte Hans en vertelde, hoe hij na een poos alweer zich
-ongerust was begonnen te maken,<span class="pagenum"></span> dat een van de samenzweerders ook
-zijn naam mocht noemen.</p>
-
-<p>"En ze wisten niet, dat jij alles gehoord had!" merkte Witte op.</p>
-
-<p>"Dat is zoo; maar onder de folteringen noemt men allicht een naam,
-om maar van de pijn af te komen. En ik had er goede kameraads
-onder."</p>
-
-<p>"O zoo! En jij was bang, dat als ze jou ook eens lieten komen, je
-dadelijk door de mand zou vallen?"</p>
-
-<p>Hans knikte bevestigend.</p>
-
-<p>Toen stak hij, als hulpzoekende, zijn beide handen naar zijn vriend
-uit.</p>
-
-<p>"Witte, geef me toch raad! Ik durf zelfs niet rustig slapen, bang,
-dat het geheim over mijn lippen zal komen. 't Is voor mij geen leven
-meer om uit te houden.... Zeg me toch, wat ik moet doen!"</p>
-
-<p>"Geen dag langer zóó'n leven leiden."</p>
-
-<p>"Hoe bedoel-je dat?"</p>
-
-<p>"Als ik jou was, ging ik al bij het krieken van den dag bij onzen
-schipper en zei hem alles.... Den verrader speel-je niet meer, want
-heel de samenzweering is toch al op de flesch; maar misschien kun-je
-nog enkele goede inlichtingen geven, en, vergeet het niet, daardoor
-wel veroorzaken, dat het met de folteringen uit is. Die zijn heusch
-niet voor de poes, hoor!"</p>
-
-<p>Hans rilde.</p>
-
-<p>"Misschien.... misschien willen ze meer uit me persen, dan ik zeggen
-kan!"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Best mogelijk! Maar zoo'n leven als jij nu leidt, is ééne
-foltering."</p>
-
-<p>Nu greep Hans met beide handen Witte's arm.</p>
-
-<center>
-<a name="31_priem"></a>
-<img src="images/31_priem.jpg" alt="image: 31_priem.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: Hans kreeg nog een héél leelijke priem op z'n neus.]</center>
-
-<p>"Zeg-jij het, jij!.... Je hebt een wit voetje bij den schipper, dat
-weten we allemaal. Misschien zal het dan zoo erg niet voor me
-worden, als de schipper me eens alleen bij hem laat roepen. O,
-Witte, wat zou ik blij zijn, als ik weer eens gerust slapen kon!"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Witte dacht eenige oogenblikken na.</p>
-
-<p>"'t Is goed," gaf hij toen eenvoudig ten antwoord.</p>
-
-<p>En zoo geschiedde het, dat Witte dien morgen heel wat aan zijn
-beschermer mede te deelen had.</p>
-
-<p>Ja, het gelaat van kapitein Schapenham ging toen ernstig staan en
-Witte moest wel hard vechten voor zijn vriend, maar gelukkig kwam
-alles in orde. 't Ging wel op 't kantje af en Hans kreeg nog een
-héél leelijke priem op z'n neus, maar daar bleef het dan ook bij. Ze
-wisten, dat het volstrekt geen kwaaie jongen was, en in de verste
-verte niet aan muiterij dacht. Enfin, het een bij het ander genomen,
-niet te vergeten het goede woordje, dat zijn vader bij den
-gezagvoerder van de "Westvriesland" voor zijn zoon sprak, liep het
-nogal met een sisser voor Hans af.</p>
-
-<p>Toen begon hij eerst zachtjes en zoetjesaan hoe langer hoe harder te
-neuriën en te fluiten, en omdat hij nog in zijn jonge jaren
-verkeerde, ging spoediger dan Witte wel had kunnen denken dat
-oude-mannenachtige van Hans z'n gezicht en van heel z'n doen en
-laten en was hij spoedig weer de oude. En als Witte over hetgeen
-gebeurd was nog wel een apartje met z'n vriend wou hebben, had die
-daar in 't geheel geen ooren meer naar.</p>
-
-<p>Met de samenzweerders liep het zoo goed niet af. Nadat ze genoeg, of
-eigenlijk meer dan genoeg uitgevraagd en afgemarteld waren, werden
-de dertien belhamels ter dood veroordeeld en de overigen tot een
-levenslange verbanning op de Oost-Indische<span class="pagenum"></span> schepen, waardoor hun lot
-niet veel van galeislaven verschilde. Nadat men den 10en November de
-Straat Soenda gepasseerd was, ging men den 13en aan wal om het
-vonnis aan de veroordeelden te voltrekken. Die executie was even
-ongenadig als heel die tijd was.</p>
-
-<p>Niet lang vertoefde "de Gouden Leeuw" op de kust van Bantam, maar
-kreeg reeds den 27en November order om naar de kust van Coromandel
-in Voor-Indië te zeilen, en jaren achter elkander heeft het in die
-Indische wateren gevaren.</p>
-
-<p>We zullen het op die tochten niet vergezellen. Ook niet melden, wat
-er in dien tijd met onzen scheepsjongen gebeurd is, om de eenvoudige
-reden, dat hij door zijn vlijt, zijn kundigheden en kloek gedrag al
-spoedig tot licht- en daarna tot volmatroos opklom. Hij steeg
-zoodanig in de gunst van zijn meerderen &mdash; werkelijk niet door
-oogendienerij, want daar heeft men zijn heele leven door niet bij
-Witte mee moeten aankomen! &mdash; dat toen twee jaren later, toevallig
-ook in de maand November, de machtigste man in de Indiën, namelijk
-de Gouverneur-Generaal, aan kapitein Schapenham vroeg, hem een
-vertrouwd en alleszins bekwaam persoon te zenden, onze kapitein
-niemand beter wist aan te bevelen dan Witte de With.</p>
-
-<p>Van dat oogenblik af werd hij, met den rang van korporaal,
-lijfknecht bij den Toewan-Bezaar, den Grooten Heer, die met meer dan
-koninklijke macht in deze streken heerschte.</p>
-
-<p>Die Gouverneur-Generaal was... Jan Pieterszoon Coen, de stichter van
-Batavia, maar die<span class="pagenum"></span> laatste eere-titel moest de ijzeren Coen toen nog
-verwerven. Onder heel wat avonturen heeft die stichting plaats gehad
-en Witte heeft daar trouw bij geholpen, gelijk in de geschiedenis
-van Insulinde vermeld staat.</p>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter13"></a>
-<h3 align="center">XIII.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">'t Was in de Mei....</span></h4>
-
-<p>Het was in de maand Mei 1620 en wel den 23sten, dat een
-Oostinje-vaarder een knap stuk volbracht, doordat het zonder hulp
-van een loodsman het Goereesche Zeegat binnenzeilde.</p>
-
-<p>De loodslieden uit Hellevoetsluis waren er wel niet te best over te
-spreken. Zij waren er nu eenmaal voor, om de vaartuigen veilig uit
-de zee te brengen.</p>
-
-<p>"'t Is een gelukkie," gromden zij, "dat hij 't er zoo goed heeft
-afgebracht; maar verdienen deed hij 't eigenlijk niet. <span id="cor0014" class="corrected" title="[Originele tekst: Want op die maneer]">Want op die manier</span> neemt hij iemand het brood uit den mond. Wat in 't geheel
-niet is, zooals het hoort, wanneer je kersversch uit rijk-Oostinje
-komt."</p>
-
-<p>Doch de meeste lieden, die er van den wal af getuigen van waren
-geweest, vonden het kranig gedaan, en hun aangezichten blonken
-blijde die der equipage tegemoet, in de volle zekerheid, dat binnen
-korten tijd de geeltjes en witjes uit den vollen buidel der
-matroosjes door Hellevoet zouden rollen.</p>
-
-<p>Ja maar &mdash; alsof zij op twee uur afstands er<span class="pagenum"></span> al de lucht van te
-pakken hadden gekregen &mdash; ook uit der stede van den Brielle waren
-heel wat lieden op marsch gegaan, om aandeel in den buit te krijgen.
-Onze goede bekende, vrouw Stoffelsen, had het al heel gauw vernomen,
-en dies haar man de deur uitgedreven.</p>
-
-<p>"Dat zeevolk zal haast geen vodden meer aan d'r lijf hebben, en dus
-valt er voor jou wat te verdienen."</p>
-
-<p>Mr. Jochum had iets gemompeld van een wagen te nemen, maar zijn
-vrouw had zeer terecht beweerd, dat als hij liep, dit het eerst
-verdiend was.</p>
-
-<p>"En eer ze aan de bel getrokken en een wagen klaar hebben, is er
-haast net zooveel tijd naar de maan, als jij noodig hebt, om er op
-je apostelpaarden te komen. In dien tijd is licht een ander je
-voor."</p>
-
-<p>Op zijn knipbeenen was mr. Jochum dus naar de forteresse gegaan, en
-over gebrek aan gezelschap onderweg had hij niet te klagen. En toen
-hij er gekomen was en hoorde en zag, hoe de Oostinjevaarder den naam
-van "de Gouden Leeuw" droeg, kwam het dadelijk bij hem op, dat daar
-nog eens een leerjongen van hem mee uitgevaren was. Nu, diens
-tegenwoordigheid zou thans voor zijn ouden baas geen schade zijn!</p>
-
-<p>In al die jaren had hij niet veel van hem vernomen. Er moesten wel
-brieven bij zijn moeder gekomen zijn, maar die was toch zoo dicht
-als een pot en sprak liefst niet over dezen zoon. Enfin, als hij
-gestorven was, zou mr. Jochum daar wel van gehoord hebben. Wat niet
-wegnam,<span class="pagenum"></span> dat hij tòch wel dood kon zijn. Want als men in die
-dagen een familie-lid in de Oost had, kon die ginder al begraven en
-vergeten zijn, eer men er hier kennis van kreeg.</p>
-
-<p>Hij moest er nu toch haring of kuit van hebben, de brave kleermaker.
-Hetgeen hij doen kon, zonder zijn eigenlijk doel uit het oog te
-verliezen. En zoo klampte hij daarover een leuken maat aan, die er
-erg verfonfaaid in de kleeren uitzag en met wien hij natuurlijk
-eerst gezorgd had zaken te doen.</p>
-
-<p>Bij de vraag, of er ook een zekere Witte de With aan boord was, liet
-de aangesprokene zijn prettige, bruine kijkers ineens onderzoekend
-over mr. Jochum en zijn knipbeenen gaan. Even kwam er een groote
-jool in die kijkers, maar dadelijk weer stond dat guitige gezicht
-zoo strak, als maar eenigszins mogelijk was.</p>
-
-<p>"Laat me 's denken... Ja, nou je 't zegt... Ik heb een stuk kerel
-gekend, die zoo heette... En die heeft in Oostinje wàt een rare
-schaats geslagen!"</p>
-
-<p>"Kom!..."</p>
-
-<p>"Secuur, hoor!... Maar 't is er hem naar vergaan... Of ze 'm aan
-de ra opgeknoopt of een kop kleiner gemaakt hebben, ben ik gladweg
-vergeten, maar..."</p>
-
-<p>Hij kon niet verder gaan van den lach, want mr. Jochum was er bleek
-van geworden.</p>
-
-<p>"Hoe <span class="expand_spacing">kun</span>-je om zoo iets ijselijke nog staan lachen!"</p>
-
-<p>"Loop man! In de Oost word-je zoo hard als een spijker. Dacht-je
-soms, dat we daar de kin<span class="hyphen"></span><span class="pagenum"></span>dertjes van de blauwtjes bakerden of in
-slaap wiegden?"</p>
-
-<p>"Nee, dat nu wel niet... Maar dat die jongen zoo ongelukkig aan z'n
-eindje is gekomen, die nog bij mij op de kleermakerstafel gezeten
-heeft..."</p>
-
-<center>
-<a name="32_ijselijks"></a>
-<img src="images/32_ijselijks.jpg" alt="image: 32_ijselijks.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: "Hoe kun-je om zoo iets ijselijks nog staan lachen!"]</center>
-
-<p>"Nou, meester, dan mag-je wel van geluk spreken! Want dan heb-je een
-adder vlak bij je gehad, een tijger, een verscheurend beest... Eén
-ding<span class="pagenum"></span> druk ik je op het hart: dat je van dat alles geen stom
-woord over je lippen laat komen, omdat er politie en justitie mee
-gemoeid zijn."</p>
-
-<p>"Ik wou, dat ik 't niet wist!" weeklaagde mr. Jochum.</p>
-
-<p>Weer lachte de zeeman. Hij sloeg den meester op den schouder, dat
-die zijn geheele geraamte voelde sidderen.</p>
-
-<p>"Over een paar dagen, als ik voor mijn lorren bij je moet zijn, zal
-ik onzen stuur meebrengen, die er alles van weet, omdat hij bij den
-moord en het doodvonnis tegenwoordig is geweest... Kijk, die
-daar!..."</p>
-
-<p>Hij wees hem naar een grooten, stevigen baas, die van het schip naar
-den wal keek, een gebruinden kop met knevel en puntbaardje.</p>
-
-<p>Het was Witte, maar mr. Jochum herkende zijn vroegeren leerling in
-dien gezouten zeebonk niet.</p>
-
-<p>In diepe gedachten ging mr. Jochum, die anders goede zaken gemaakt
-had, naar den Briel terug.</p>
-
-<p>"Wat zal m'n vrouw dààrvan staan kijken!" herhaalde hij telkens
-hoofdschuddend.</p>
-
-<p>Eerst had hij 't voor haar verborgen willen houden, maar hij rekende
-er terecht op, dat, hoe graag zijn vrouw de tekortkomingen van
-anderen in de buurt rondblaakte, zij toch den noodigen angst voor
-alles had, wat in verband stond met "'s heeren gevanckenis." Zij
-konden er nu samen over praten. Voor ieder apart zou dit geheim te
-groot zijn geweest.</p>
-
-<p>Wat Witte betrof, die schudde onwillig het hoofd, toen Hans hem de
-grap vertelde.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"Waar was dat nu voor noodig?"</p>
-
-<p>"Noodig?... Waarvoor is alles noodig!... Zeker niet om een zuur
-gezicht te zetten, als je in Patria terug ben!"</p>
-
-<p>"Als je over een paar dagen in Hoorn komt, wat zal dan je eerste
-gedachte zijn, Hans?"</p>
-
-<p>"Te duiker, ja, Witte! Zoo diep heb ik alweer niet doorgedacht."</p>
-
-<p>"Dàt zal je ongeluk worden," voorspelde Witte.</p>
-
-<p>En zijn gezicht versomberde zoodanig, dat Hans erom begon te lachen.</p>
-
-<p>"Kom, Witte!... Als je moeder je zóó terugziet..."</p>
-
-<p>"Zàl ik ze weerzien?"</p>
-
-<p>Even verbouwereerd keek Hans hem aan, maar tegen zulk een somber
-voorgevoel kwam heel zijn opgeruimde natuur op.</p>
-
-<p>"'t Zal best schikken, hoor! Vanavond of morgen zit-jij bij moeders
-pappot, en ik over een paar dagen."</p>
-
-<p>"We hopen er het beste van, Hans."</p>
-
-<p>"En naar je ouwen meester ga-je toch ook?"</p>
-
-<p>"Zeker. Ik heb wat voor die luidjes meegebracht."</p>
-
-<p>"En maken we daar dan een grap van?"</p>
-
-<p>"Nou.... dat zullen we zien."</p>
-
-<p>En in de herinnering, hoe hij in zijn jongensjaren vrouw Stoffelsen
-geturkt had, kwam er een schijn van een glimlach over het stugge
-gelaat van Witte. Waaruit Hans, die hem zoo goed kende, opmaakte,
-dat het plannetje wel zou doorgaan. De volvoering daarvan zou echter
-afhangen.... van dat ééne!</p>
-
-<p>Ach, dat ééne omvatte voor Witte zoo véél èn.... zoo velen!<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Zou thuis alles in orde zijn?</p>
-
-<p>En, of hij er zich al dan niet tegen verzette, zijn gedachten gingen
-óók uit naar een andere hofstede....</p>
-
-<p>Het was in de Mei, in het laatst al, wanneer die over zal gaan in de
-koninklijke maand van Juni. Het midden, &mdash; wanneer de IJsheiligen <span id="fn0004"><a href="#fn0004text">4)</a></span>
-even om het hoekje komen kijken, &mdash; was een kaap, die al omgezeild
-was. De wind, die weken lang bijna voortdurend in den
-Noord-Oostelijken hoek gezeten had, was verzuidelijkt, en droeg de
-geuren van Meidoorn, seringen en bloesem, ja, van heel de
-vernieuwde, jonge aarde. Droomerig telde de koekoek, hoeveel jaren
-men nog leven zou, of, voor een stiekem toeluisterende deerne, op
-welken leeftijd zij de bruid zou zijn. 't Was àl leven en geluk, en
-voor den jeugdigen zeeman, die langs de bloeiende akkers en
-doornhagen ging, om het plaatsje op te zoeken, waar hij geboren was,
-het vaderland, dat hij nooit vergeten had.</p>
-
-<p>Vergeten? Hoe zou dat in <span class="expand_spacing">die</span> dagen, hoe zou dat voor hèm ooit
-mogelijk zijn geweest? Waren het niet de dagen van bloeitijd, van
-uitzetting voor de Republiek der Zeven Vereenigde Nederlanden,
-welker vlag door Barendts en Heemskerck boven het barre Nova-Zembla,
-en door Jan Pieterszoon Coen in de weelderige tropen-wereld van een
-wordend Nederlandsch wereldrijk gehandhaafd was? En was niet een van
-de verdedigers van het fort bij Jacatra, een der medestichters van
-het<span class="pagenum"></span> Kasteel van Batavia, diezelfde een-en-twintigjarige jonkman?</p>
-
-<p>En nu voelde hij, die de wijdheid van de wereld ervaren had, zich
-heel klein en nietig, zooals wij allen, wanneer we tegenover het
-verleden onzer kinderjaren staan. De vogels sjierpten en
-tierelierden tegen elkaar van drukte, om hun wijfjes het dagelijksch
-onderhoud te bezorgen. Want in de maand Mei legt ieder vogeltje z'n
-ei, behalve de koekoek en de spriet, die leggen in de Meimaand niet.
-De zwaluwen, evenals hij van heel verre gekomen, scheerden hoog in
-de lucht. Zij hàdden al teruggevonden het nestje, over welks rand
-zij voor het eerst de wereld hadden ingekeken.</p>
-
-<p>En toch, hoe ook zijn gedachten van dat nestje vervuld waren.... den
-naasten weg erheen volgde hij niet!</p>
-
-<p>O ja, zoo paaide hij zich &mdash; en dat kunnen wij menschen toch zoo
-handig! &mdash; het was, om eerst van nicht Maertje te hooren, of het
-alles wel was aan boord, daar in Lagerwoude.</p>
-
-<p>En, hoe hij er zich tegen verzetten mocht, hij kòn niet anders. Hoe
-langer hoe sterker trok zijn hart naar die andere hofstede, waar een
-meisje leefde, die eens voor hem een oase geschapen had in de droeve
-jaren zijner dorre jeugd.</p>
-
-<p>Hoe zou Marie er uitzien, nu, in die blonde heerlijkheid van Mei,
-zijzelf met haar glanzend blonde haren, en die oogen, welker glans
-voor hem niet overstraald was door de vlammende zon van Indië.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Of.... of.... Ja, ook jonge menschen kunnen sterven. Vier jaren is
-zulk een lange tijd!</p>
-
-<p>Of.... als zij eens verloofd, misschien wel reeds gehuwd was!</p>
-
-<p>O ja, ze had beloofd aan hem te blijven denken. Maar hij, de zeeman,
-wist wel de beteekenis van het spreekwoord "Uit het oog, uit het
-hart!"</p>
-
-<p>Nu was het, alsof over dien schoonen Meidag een waas kwam, gelijk
-dat geschieden kan, plotseling, door heibrand.</p>
-
-<p>'t Was, of er lood aan zijn voeten hing, of hij, die de muren van
-Jacatra bestormd had, geen moed meer bezat verder te gaan.</p>
-
-<p>Nog een pad langs, een dijk over, een paadje, dat zich tusschen de
-bloeiende Meidoorns slingerde....</p>
-
-<p>Daar opeens, bij een wending, ziet hij, nog in de verte, een
-menschelijke gestalte. Van een meisje, omglansd door het zonnelicht,
-waartegen zij de oogen beschut door de uitgestrekte hand erboven te
-houden. Alsof zij uitkijkt, den kant van Hellevoet op.</p>
-
-<p>Weg wijkt de heibrand. Alles wordt vol leven en glans. Zijn hooge
-gestalte schijnt zich nog uit te rekken. Zal hij.... zal hij doen,
-alsof hij een vreemde is, eens onderzoeken, of zij hem na al die
-jaren nog herkent?</p>
-
-<p>Maar reeds is hem de hoed in de hand gevlogen en hij wuift, wuift
-zoo wijd en breed als hij kan, en hij jubelt: "Marie, Marie!" en
-stormt vooruit, alsof er weer een kasteel te veroveren is, en daar
-heeft hij al haar twee handen in de zijne, en hij ziet haar aan, zoo
-blijde en gelukkig, dat zij dadelijk<span class="pagenum"></span> zijn oogen herkent, de oogen in
-dat bruingebrande gelaat van den stoeren, uiterlijk haar
-wildvreemden zeeman.</p>
-
-<p>"Witte!"</p>
-
-<p>"Marie, Marie!"</p>
-
-<p>"Domme jongen.... is me dat doen schrikken!"</p>
-
-<p>"Ik?.... En naar wien keek-je dan uit?"</p>
-
-<p>"Naar.... naar een geit, die weggeloopen is...."</p>
-
-<p>"Zeggen, zèggen.... de waarheid!"</p>
-
-<p>"Heusch, dàt is de waarheid!"</p>
-
-<p>"Jij, Meniste, durf-je dat volhouden?"</p>
-
-<p>Toen lachte zij met heel haar wezen, en blozend verborg zij haar
-hoofd tegen hem aan.</p>
-
-<br>
-<hr width="25%" align="left">
-<span id="fn0004text" class="fn_text"><a href="#fn0004">4)</a> 13, 14 en 15 Mei.</span>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br><hr align="center" width="25%"><span class="pagenum"></span>
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<a name="chapter14"></a>
-<h3 align="center">XIV.</h3>
-
-<h4 align="center"><span class="smallcaps">Tot ziens!</span></h4>
-
-<p>'t Was eigenlijk maar gelukkig, dat hij eerst de steê van nicht
-Maertje had opgezocht, die hem in dezelfde keuken ontving, waar
-Witte in de treurige jaren van zijn jeugd toch de hartelijkheid van
-medemenschen had mogen ondervinden. Het mansvolk was met dit mooie
-weer op het veld, en zoo zaten zij daar weer als vanouds met hun
-drietjes. En toen de eerste begroetingen waren afgeloopen en men
-weer een weinig aan de wel wat veranderde gezichten gewoon raakte,
-deelde Marie's moeder hem mede, dat er iets akeligs op de steê in
-Lagerwoude geschied was.</p>
-
-<p>Zijn jongste broer was gestorven, Abram, even achttien jaar oud. 't
-Was altijd een zwak vat geweest, eigenlijk zooals al de kinderen van
-zijn moeder, behalve hij. Toch trof het hem diep, vooral toen hij
-hoorde, hoe de jonge teringlijder nog dikwijls over hem gesproken
-had. Het was den 20sten Maart van dit jaar gebeurd, en Witte, stipt
-en secuur gelijk hij in alles was, rekende uit, dat hij zich toen
-juist op het eiland Sint-Helena bevonden had, een mijlpaal op de
-terugreis<span class="pagenum"></span> naar huis. Zijn zuster was ook niet heel gezond en
-Andries zag er zelfs slecht uit.</p>
-
-<p>En moeder?</p>
-
-<p>Nicht Maertje maakte een gebaar, alsof zij zeggen wilde:</p>
-
-<p>"Altijd dezelfde!"</p>
-
-<p>Donker keek Witte voor zich.</p>
-
-<p>"Nu zie ik nog meer tegen die ontmoeting op.... En toch heb ik met
-haar te doen, nicht. Wat zal zij inwendig bedroefd zijn om broer."</p>
-
-<p>Met groot medelijden keek Marie hem van terzijde aan.</p>
-
-<p>Haar moeder zag dat.</p>
-
-<p>Zij legde haar hand op den gebruinden knuist van den jongen zeeman.</p>
-
-<p>"Witte.... Marie zal met je meegaan."</p>
-
-<p>Beide jongemenschen zagen haar, en toen elkander aan.</p>
-
-<p>"Ik, moeder?" vroeg Marie ietwat verlegen.</p>
-
-<p>"Ja!" gaf Witte, in plaats van de aangesprokene, ten antwoord.</p>
-
-<p>Met een heftige beweging stond hij op.</p>
-
-<p>"Kom mee, Marie!..."</p>
-
-<p>Doch toen zij bij de hofstede in Lagerwoude gekomen waren, kwam over
-hem, die niet gewoon was voor iets terug te deinzen, een groote
-aarzeling.</p>
-
-<p>"Marie.... ik ben bang, dat ik haar zal doen schrikken. Ze is oud en
-men kan nooit weten..."</p>
-
-<p>"Wat wil-je dan, Witte?"</p>
-
-<p>"Dat jij vooruit gaat en haar erop voorbereidt."</p>
-
-<p>Waren dat nu de felle oogen van den stuurschen<span class="pagenum"></span> knaap van weleer, die
-haar thans zoo smeekend aanzagen?</p>
-
-<p>"Goed," antwoordde zij.</p>
-
-<p>En terwijl Witte zich in het glanzende gras terzijde van het voetpad
-neerzette, ving zij den zwaren gang aan naar de bazinne van
-Lagerwoude.</p>
-
-<p>Hij zag haar na, en zijn hart bad, dat haar gang gezegend mocht
-zijn.</p>
-
-<p>Toen.... o, eindeloos scheen de tijd voorbij te gaan. Zijn blik werd
-als vanzelf getrokken tot den geweldigen reus in dit Far West der
-Nederlanden, den Brielschen toren. Al de donkere herinneringen uit
-zijn kinderjaren doken voor hem op. En verbeeldde hij 't zich?....
-Trilden daar door de voorjaarsweelde niet de zware klanken van de
-Catharina, de groote klok, die negentien jaren later triomf zou
-luiden over de zege bij Duins, waarin hij, terwijl bestevaêr Tromp
-aan Spanje den heerschersstaf ter zee ontwrong, met zijn felle oogen
-de Engelsche zeemacht in bedwang zou houden? Thans luidde zij,
-gelijk hij verstond, ter uitvaart van een doode, en hij dacht aan
-zijn vroeg gestorven broer. Maar toen ook gevoelde hij, de doopeling
-van Ds. Leo, tot Wien die sombere klanken opstegen, en een groote
-rust en stil vertrouwen kwamen over hem.</p>
-
-<p>Daar zag hij Marie op 't pad verschijnen; zij wenkte hem. Reeds was
-hij opgesprongen, en niet zonder eenige verbazing ervoer het jonge
-meisje, hoe rustig die kloeke mannengestalte op haar toetrad.</p>
-
-<p>"Je moeder wacht je, Witte."<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Hij gaf geen antwoord. Met heel zijn innerlijk was hij al in die
-groote, zelfs nu nog halfduistere keuken, waarin zij troonde, de
-bazinne van Lagerwoude.</p>
-
-<p>Twee paar oogen van dezelfde felheid ontmoetten elkaar, maar in
-beide school dezelfde uitdrukking van verlangen.</p>
-
-<p>Zij zat op haar oude plaatsje; Katrien, een weinig angstig en als om
-dadelijk tusschen beiden te treden, naast haar. Achter hem trad
-Marie binnen. Geen verdere getuigen waren er van deze ontmoeting na
-jaren-lange scheiding.</p>
-
-<p>"Moeder!"</p>
-
-<p>Ze antwoordde niet, maar keek hem aldoor aan.</p>
-
-<p>Hij greep haar hand, sloeg zijn krachtigen arm heel teertjes om haar
-heen, en boog zich over haar; maar zèlf verlangde hij het eerst
-gekust te worden.</p>
-
-<p>Ze weerde hem af. Niet heftig, maar hoewel zacht, toch zeer beslist.</p>
-
-<p>Het bloed vloeide hem naar het hart. Zelfs onder zijn bronskleur zag
-men, hoe bleek hij werd.</p>
-
-<p>Toen sprak ze:</p>
-
-<p>"Ik heb een boodschap aan je, Witte.... Van broer."</p>
-
-<p>Hij wrong zich de vuisten, dat men het hoorde.</p>
-
-<p>"Ik moest je groeten van hem.... als je ooit terugkwam."</p>
-
-<p>Er bewoog zich iets in de gelaatstrekken van de harde, oude vrouw,
-dat akelig was om aan te zien. De nooit geheelde smart om het
-verlies van dàt kind.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Marie kon het niet langer aanzien.</p>
-
-<p>Ze plaatste zich vlak naast Witte.</p>
-
-<p>De oude vrouw zag dat, maar met een uitdrukking, alsof zij het niet
-begreep, alsof haar gedachten alleen bij den doode waren.</p>
-
-<center>
-<a name="33_verordonneerd"></a>
-<img src="images/33_verordonneerd.jpg" alt="image: 33_verordonneerd.jpg" style="width:100%; height:auto; max-width:800px;">
-</center>
-<center>[Illustratie: "Omdat God het zoo heeft verordonneerd, moeder!"]</center>
-
-<p>"Hij hield zooveel van je, Witte. Waarom moest hij sterven, zonder
-dat hij afscheid van je nemen kon?"</p>
-
-<p>"Omdat God het zoo heeft verordonneerd, moeder!"</p>
-
-<p>Het kwam er bijna koninklijk vroom bij Witte uit.<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>Zijn moeder gevoelde het. En toen nu Marie weer Moeders hand in die
-van haar zoon legde en de oude vrouw dadelijk voelde, hoe hij die
-hand vastgreep als een drenkeling, &mdash; toen brak er iets in dat
-onwrikbare hart.</p>
-
-<p>Het was, alsof Witte dit op het eigen oogenblik besefte. Weer sloeg
-hij zijn arm om moeder heen, en kuste haar, &mdash; hij het eerst.</p>
-
-<p>Toen streelde zij met haar oude hand over zijn haren, en zijn hoofd
-tot zich buigend, rustten haar lippen eenige oogenblikken op zijn
-voorhoofd....</p>
-
-<center>*&nbsp;&nbsp;&nbsp;*</center>
-<center>*</center>
-
-<p>Niet in Lagerwoude bleef Witte. Tijdelijk had hij een kosthuis in
-Hellevoetsluis genomen. In elk opzicht was hij dan meer eigen baas,
-en bleef dicht bij de zeevaart.</p>
-
-<p>Lang zou hij niet meer aan wal blijven. In de vier jaren van zijn
-loopbaan had hij een prachtige carrière gemaakt. Niet alleen &mdash; waar
-in de wereld veel op aankomt &mdash; de aandacht getrokken van de hooge
-oome's, en dat wel van niemand minder dan van den
-Gouverneur-Generaal van Nederlandsch-Indië, die hem gaarne voor goed
-aan zijn dienst verbonden zou hebben. Maar ook om zijn werkelijke
-begaafdheid als zeeman, waardoor kapitein Schapenham het toch op Jan
-Pieterszoon Coen gewonnen had.</p>
-
-<p>Op de zee lag nu eenmaal zijn toekomst. Uitgevaren als een voor die
-tijden veel te laat in het vak gekomen kajuitsjongen, was hij van
-den eenen graad tot den anderen opgeklommen, en<span class="pagenum"></span> in het vaderland
-teruggekeerd als stuurman. Bij het afmonsteren had kapitein
-Schapenham hem verzocht als schipper, dat was op een oorlogsschip in
-rang de hoogste na dien van kapitein, er met hem weder op uit te
-varen, doch Witte had eerst eenige maanden met en bij de zijnen
-willen leven. Met geen ledigen buidel toch was hij uit Indië
-teruggekeerd, en natuurlijk had hij allerlei geschenken meegebracht.
-Ook wat leuks voor zijn ouden patroon en diens vrouw, en die wilde
-hij er zelf brengen.</p>
-
-<p>Met Hans was hij erheen gegaan, maar de aardigheid was er voor
-laatstgemelden plaaggeest af. Want door een knecht van Lagerwoude
-had het echtpaar, al denzelfden dag van zijn komst op de hofstede,
-van Witte's terugkeer vernomen. Vrouw Stoffelsen had het er wel over
-op haar heupen gehad, dat zij en haar man er zoo doorgehaald waren,
-en natuurlijk kreeg mr. Jochum weer alles op zijn hoofd, omdat hij
-zoo stom was geweest. Doch hij had haar bezworen nu eens lief en
-toegevend te zijn. Want diezelfde zeeman, die hem zoo voor 't lapje
-gehouden had, zou een pak komen aanmeten, en zijn maat, die hij
-beloofd had mede te brengen, zou zeker wel van 't zelfde laken een
-rok moeten hebben.</p>
-
-<p>Die kameraad nu bleek niemand anders dan Witte te zijn. Toen kwamen
-de cadeautjes voor den dag en meester moest er maar eens uitscheiden
-met prikken en met zijn vrouw in de taveerne komen, om op kosten van
-de gasten onthaald te worden en dat wel met de bekende
-zeemansjovialiteit!....<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>"De zaak blijft toch doorgaan," schertste Witte, in een bij hem
-haast ongekende vroolijkheid, en ter verduidelijking wees hij op den
-leerjongen, die thans op de kleermakerstafel zat.</p>
-
-<p>"Die?!" riep vrouw Stoffelsen uit, en daar gingen haar handen weer
-de hoogte in, "die kan niets anders dan...."</p>
-
-<p>"Dan eten en drinken," veronderstelde Hans.</p>
-
-<p>"Neen, dan vergeten en suffen!" barstte moeder Stoffelsen uit.</p>
-
-<p>"Kom, kom, moeder," troostte Witte, "zoo erg als ik dat indertijd
-gedaan heb, zal het toch bij hem niet zijn."</p>
-
-<p>"Mensch, zwijg stil!" weeklaagde zij. "Hij is, net als jij, van
-buiten de stad, maar zeg-jij me eens, heb jij ooit voor je moeder
-een pond vleesch bij den slager besteld en het toen vergeten mee te
-nemen?"</p>
-
-<p>Witte sloeg een gat in de lucht.</p>
-
-<p>"Neen, zoo kras heb ik nooit gesuft."</p>
-
-<p>"En dàt wil wat zeggen," voegde vrouw Stoffelsen eraan toe.</p>
-
-<p>Hans kreeg medelijden met den jongen, die stil was blijven
-doorwerken, maar een kleur gekregen had als bloed.</p>
-
-<p>Terwijl de anderen naar de taveerne gingen, greep hij den lans bij
-een oor.</p>
-
-<p>"Weet-je, waarom Witte zoo sufte?"</p>
-
-<p>De jongen knikte van ja.</p>
-
-<p>Hans dwong hem nu zijn gezicht naar hem toe te wenden.</p>
-
-<p>"Suf-jij daar ook over?"<span class="pagenum"></span></p>
-
-<p>De jongen lachte even, maar zei niets.</p>
-
-<p>"Geef me je hand, lansje."</p>
-
-<p>Hij drukte die stevig.</p>
-
-<p>"Tot ziens, hoor!.... Ergens op de wijde zee..." De jongen voelde
-een geldstuk in zijn hand.</p>
-
-<p>Hij wilde bedanken, maar Hans was al weg.</p>
-
-<p>Toen sloeg het baasje de kijkers op, open en rond. Het waren een
-paar heldere kijkers, heelemaal van geen droomen.</p>
-
-<p>"Tot ziens," zei ook hij, maar heel zachtjes.</p>
-
-<p>Zijn handen vielen slap neer op zijn werk, en met zijn heldere oogen
-zag hij in de wijde oneindigheid, suffend over de eeuwig
-aantrekkelijke en aantrekkende zee.</p>
-
-<p>"Tot ziens!" dat zei in de maand December van hetzelfde jaar ook
-Witte, toen hij wederom het Goereesche zeegat uitzeilde, in den rang
-van schipper op een maandgeld van 24 gld. &mdash; een mooi inkomen voor
-dien tijd &mdash; op het oorlogsschip "de Gelderland," dat koers zette
-<span id="cor0015" class="corrected" title="[Originele tekst: naar Gribaltar]">naar Gibraltar</span>, waar het bij het smaldeel kwam, dat onder het
-commandement van den Zeeuwschen admiraal stond. "Tot ziens!" dat had
-hij tegen zijn moeder, zijn zuster, zijn broeder, en nicht Maertje,
-óók tegen het echtpaar Stoffelsen gezegd, maar tegen niemand zoo
-hartelijk als tegen zijn verloofde. En wie dat mooie, blonde meisje
-was, dat hem tot Hellevoetsluis had weggebracht en toen heel erg in
-haar wiek geslagen op de steê bij haar moeder terugkeerde &mdash; nu, dat
-behoef ik u niet te vertellen.</p>
-
-<p>"Kom, kind," <span id="cor0016" class="corrected" title="[Originele tekst: zoo bestrafte haar nicht]">zoo bestrafte ze haar nicht</span> Maertje,<span class="pagenum"></span> "als alle meisjes van
-zeelieden zooveel tranen voor haar jongen over hadden, kwam er nog
-meer zout water dan er nu al in de zee is."</p>
-
-<p>Daar moest Marie toch even om glimlachen. "Wel zeker, kind,"
-troostte haar nu haar moeder, "'t is immers, met Gods wil, geen
-adieu voor altijd, maar een tot ziens!" &mdash;<span class="pagenum"></span></p>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<div class="notebox">
- In de Serie
-<center>
-<br><h2> JONG HOLLAND</h2>
- Ing. f 1.25 &mdash; slechts &mdash; Geb. f 1.95
-<br> verschijnen jongensboeken in mooie uitvoering
-<br> vol platen &mdash; en met goede inhoud.
-<br>
-<br> &mdash;&mdash; &mdash;&mdash;
-
-<table width="95%" style="line-height:1.8">
-<tr>
- <td align="left" valign="top" width="10%"><span class="corrected">No. I.</span></td><td align="left"><span id="cor0017" class="corrected" title="[Originele tekst: No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van den Gouden Leeuw.]"><b>JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van De Gouden Leeuw.</b></span></td>
-</tr>
-<tr>
- <td align="left" valign="top" width="10%"></td><td align="left" valign="top" width="75%">Beschrijft de 1e reis van Admiraal WITTE DE WITH.</td>
-</tr>
-<tr>
- <td align="left" valign="top" width="10%">No. II.</td><td align="left" valign="top" width="75%"><b>DANIËL DEFOE. De avonturen van Kapitein Bob.</b></td>
-</tr>
-<tr>
- <td align="left" valign="top" width="10%"></td><td align="left" valign="top" width="75%">Een boeiend boek van den schrijver van ROBINSON CRUSOË.</td>
-</tr>
-<tr>
- <td align="left" valign="top" width="10%">No. III.</td><td align="left" valign="top" width="75%"><b>F. REMINGTON. De Witte Otter.</b></td>
-</tr>
-<tr>
- <td align="left" valign="top" width="10%"></td><td align="left" valign="top" width="75%">Een boeiend indianen-verhaal.</td>
-</table>
-
-<br> &mdash;&mdash; &mdash;&mdash;
-<br>
-<br> In deze serie verschijnen slechts boeken met goede inhoud
-<br> &mdash; en goed verzorgd &mdash; voor
-<br>:-:&nbsp;:-:&nbsp;&nbsp;&nbsp;billijken&nbsp;prijs.&nbsp;&nbsp;&nbsp;:-:&nbsp;:-:
-</center><span class="pagenum"></span>
-</div>
-
-<br>
-<br>
-<br>
-<br>
-
-<div class="notebox fontsize80">
- Transcriber's Notes:
-<br>
-<div class="indent02">
-<br> De volgende zetfouten zijn gecorrigeerd:
-<br>
-<br> <a href="#cor0001">[waneer men strak]</a> &mdash;&gt; [wanneer men strak]
-<br>
-<br> <a href="#cor0002">[een plokje menschen]</a> &mdash;&gt; [een plukje menschen]
-<br>
-<br> <a href="#cor0003">[Omdat men Gode]</a> &mdash;&gt; [Omdat men God]
-<br>
-<br> <a href="#cor0004">[haar zoon niet en is]</a> &mdash;&gt; [haar zoon niet is]
-<br>
-<br> <a href="#cor0005">[Kan die het het]</a> &mdash;&gt; [Kan die het]
-<br>
-<br> <a href="#cor0018">[zulke kwajongens als wij]</a> &mdash;&gt; [zulke kwâjongens als wij]
-<br>
-<br> <a href="#cor0006">[dat alles vermohct]</a> &mdash;&gt; [dat alles vermocht]
-<br>
-<br> <a href="#cor0007">[En al durf ik je best staan,]</a> &mdash;&gt; [En al durf ik je best slaan,]
-<br>
-<br> <a href="#cor0008">[verkoopars van]</a> &mdash;&gt; [verkoopers van]
-<br>
-<br> <a href="#cor0009">[den huilenden NoordOoster]</a> &mdash;&gt; [den huilenden Noord-Ooster]
-<br>
-<br> <a href="#cor0010">[van het huis zittend leven]</a> &mdash;&gt; [van het thuis zittend leven]
-<br>
-<br> <a href="#cor0011">[eerenaam van "bestevaer"]</a> &mdash;&gt; [eerenaam van "bestevaêr"]
-<br>
-<br> <a href="#cor0012">[Alevel gaven zij]</a> &mdash;&gt; [Al gaven zij]
-<br>
-<br> <a href="#cor0013">[neemaar]</a> &mdash;&gt; [nee maar]
-<br>
-<br> <a href="#cor0014">[Want op die maneer]</a> &mdash;&gt; [Want op die manier]
-<br>
-<br> <a href="#cor0015">[naar Gribaltar]</a> &mdash;&gt; [naar Gibraltar]
-<br>
-<br> <a href="#cor0016">[zoo bestrafte haar nicht]</a> &mdash;&gt; [zoo bestrafte ze haar nicht]
-<br>
-<p class="p_no_indent"> Enkele gevallen waarin het beletselteken [...] aan het eind van
- een zin is gebruikt in combinatie met een vraagteken, zijn
- gecorrigeerd van [?...] naar de meest voorkomende vorm: [...?]</p>
-
-<p class="p_no_indent"> Op de laatste bladzijde wordt reclame voor enkele boeken gemaakt
- waaronder dit boek. De titel is daar echter verkeerd geschreven:</p>
- <a href="#cor0017">[No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van den Gouden Leeuw.]</a>
-<br> <span class="indent10">&mdash;&gt; [No. I. JOH. H. BEEN. De Scheepsjongen van De Gouden Leeuw.]</span>
-<br>
-<p class="p_no_indent"> Inconsequent gebruik van achtervoegsels in rangtelwoorden is
- gecorrigeerd. Alle voorkomende gevallen zijn aangepast naar de
- achtervoegsels -sten en -den. Alleen in de HTML-versie is
- aangegeven waar dit is aangepast. De volgende vormen zijn
- aangepast:</p>
-
-<br> [1e] &mdash;&gt; [1ste]
-<br> [3en] &mdash;&gt; [3den]
-<br> [10en] &mdash;&gt; [10den]
-<br> [13en] &mdash;&gt; [13den]
-<br> [17e] &mdash;&gt; [17den]
-<br> [18en] &mdash;&gt; [18den]
-<br> [20e] &mdash;&gt; [20sten]
-<br> [27en] &mdash;&gt; [27sten]
-<br> [29en] &mdash;&gt; [29sten]
-<br>
-<br>
-<p class="p_no_indent"> Er zijn ook enkele interpunctie fouten gecorrigeerd
- maar worden hier niet verder genoemd.</p>
-
-<p class="p_no_indent"> Een inhoudsopgave ontbrak. Voor het gemak van de lezer
- is deze aan het begin toegevoegd.</p>
-
-<p class="p_no_indent"> De 'platte tekst'-versie simuleert met [_] italic,
- en met [~] gespatieerde tekst-fragmenten.</p>
-
-<p class="p_no_indent">In de HTML-versie staan paginanummers aan het eind van een bladzijde.
-Ze zijn wel zichtbaar, maar niet op te zoeken of te selecteren.
-Dat geldt ook voor afbreekstreepjes die soms aan het einde van een
-pagina voor komen. Het voordeel daarvan is dat de lezer kan zoeken
-op tekstfragmenten zonder zich zorgen te hoeven maken over daarin
-aanwezige paginanummers en afbreekstreepjes.</p>
-
-</div>
-</div>
-
-
-
-
-
-
-
-
-<pre>
-
-
-
-
-
-End of the Project Gutenberg EBook of De Scheepsjongen van 'De Gouden Leeuw', by
-Johannes Hendrik Been
-
-*** END OF THIS PROJECT GUTENBERG EBOOK DE SCHEEPSJONGEN VAN 'DE GOUDEN LEEUW' ***
-
-***** This file should be named 61448-h.htm or 61448-h.zip *****
-This and all associated files of various formats will be found in:
- http://www.gutenberg.org/6/1/4/4/61448/
-
-Produced by R.G.P.M. van Giesen
-Updated editions will replace the previous one--the old editions will
-be renamed.
-
-Creating the works from print editions not protected by U.S. copyright
-law means that no one owns a United States copyright in these works,
-so the Foundation (and you!) can copy and distribute it in the United
-States without permission and without paying copyright
-royalties. Special rules, set forth in the General Terms of Use part
-of this license, apply to copying and distributing Project
-Gutenberg-tm electronic works to protect the PROJECT GUTENBERG-tm
-concept and trademark. Project Gutenberg is a registered trademark,
-and may not be used if you charge for the eBooks, unless you receive
-specific permission. If you do not charge anything for copies of this
-eBook, complying with the rules is very easy. You may use this eBook
-for nearly any purpose such as creation of derivative works, reports,
-performances and research. They may be modified and printed and given
-away--you may do practically ANYTHING in the United States with eBooks
-not protected by U.S. copyright law. Redistribution is subject to the
-trademark license, especially commercial redistribution.
-
-START: FULL LICENSE
-
-THE FULL PROJECT GUTENBERG LICENSE
-PLEASE READ THIS BEFORE YOU DISTRIBUTE OR USE THIS WORK
-
-To protect the Project Gutenberg-tm mission of promoting the free
-distribution of electronic works, by using or distributing this work
-(or any other work associated in any way with the phrase "Project
-Gutenberg"), you agree to comply with all the terms of the Full
-Project Gutenberg-tm License available with this file or online at
-www.gutenberg.org/license.
-
-Section 1. General Terms of Use and Redistributing Project
-Gutenberg-tm electronic works
-
-1.A. By reading or using any part of this Project Gutenberg-tm
-electronic work, you indicate that you have read, understand, agree to
-and accept all the terms of this license and intellectual property
-(trademark/copyright) agreement. If you do not agree to abide by all
-the terms of this agreement, you must cease using and return or
-destroy all copies of Project Gutenberg-tm electronic works in your
-possession. If you paid a fee for obtaining a copy of or access to a
-Project Gutenberg-tm electronic work and you do not agree to be bound
-by the terms of this agreement, you may obtain a refund from the
-person or entity to whom you paid the fee as set forth in paragraph
-1.E.8.
-
-1.B. "Project Gutenberg" is a registered trademark. It may only be
-used on or associated in any way with an electronic work by people who
-agree to be bound by the terms of this agreement. There are a few
-things that you can do with most Project Gutenberg-tm electronic works
-even without complying with the full terms of this agreement. See
-paragraph 1.C below. There are a lot of things you can do with Project
-Gutenberg-tm electronic works if you follow the terms of this
-agreement and help preserve free future access to Project Gutenberg-tm
-electronic works. See paragraph 1.E below.
-
-1.C. The Project Gutenberg Literary Archive Foundation ("the
-Foundation" or PGLAF), owns a compilation copyright in the collection
-of Project Gutenberg-tm electronic works. Nearly all the individual
-works in the collection are in the public domain in the United
-States. If an individual work is unprotected by copyright law in the
-United States and you are located in the United States, we do not
-claim a right to prevent you from copying, distributing, performing,
-displaying or creating derivative works based on the work as long as
-all references to Project Gutenberg are removed. Of course, we hope
-that you will support the Project Gutenberg-tm mission of promoting
-free access to electronic works by freely sharing Project Gutenberg-tm
-works in compliance with the terms of this agreement for keeping the
-Project Gutenberg-tm name associated with the work. You can easily
-comply with the terms of this agreement by keeping this work in the
-same format with its attached full Project Gutenberg-tm License when
-you share it without charge with others.
-
-1.D. The copyright laws of the place where you are located also govern
-what you can do with this work. Copyright laws in most countries are
-in a constant state of change. If you are outside the United States,
-check the laws of your country in addition to the terms of this
-agreement before downloading, copying, displaying, performing,
-distributing or creating derivative works based on this work or any
-other Project Gutenberg-tm work. The Foundation makes no
-representations concerning the copyright status of any work in any
-country outside the United States.
-
-1.E. Unless you have removed all references to Project Gutenberg:
-
-1.E.1. The following sentence, with active links to, or other
-immediate access to, the full Project Gutenberg-tm License must appear
-prominently whenever any copy of a Project Gutenberg-tm work (any work
-on which the phrase "Project Gutenberg" appears, or with which the
-phrase "Project Gutenberg" is associated) is accessed, displayed,
-performed, viewed, copied or distributed:
-
- This eBook is for the use of anyone anywhere in the United States and
- most other parts of the world at no cost and with almost no
- restrictions whatsoever. You may copy it, give it away or re-use it
- under the terms of the Project Gutenberg License included with this
- eBook or online at www.gutenberg.org. If you are not located in the
- United States, you'll have to check the laws of the country where you
- are located before using this ebook.
-
-1.E.2. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is
-derived from texts not protected by U.S. copyright law (does not
-contain a notice indicating that it is posted with permission of the
-copyright holder), the work can be copied and distributed to anyone in
-the United States without paying any fees or charges. If you are
-redistributing or providing access to a work with the phrase "Project
-Gutenberg" associated with or appearing on the work, you must comply
-either with the requirements of paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 or
-obtain permission for the use of the work and the Project Gutenberg-tm
-trademark as set forth in paragraphs 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.3. If an individual Project Gutenberg-tm electronic work is posted
-with the permission of the copyright holder, your use and distribution
-must comply with both paragraphs 1.E.1 through 1.E.7 and any
-additional terms imposed by the copyright holder. Additional terms
-will be linked to the Project Gutenberg-tm License for all works
-posted with the permission of the copyright holder found at the
-beginning of this work.
-
-1.E.4. Do not unlink or detach or remove the full Project Gutenberg-tm
-License terms from this work, or any files containing a part of this
-work or any other work associated with Project Gutenberg-tm.
-
-1.E.5. Do not copy, display, perform, distribute or redistribute this
-electronic work, or any part of this electronic work, without
-prominently displaying the sentence set forth in paragraph 1.E.1 with
-active links or immediate access to the full terms of the Project
-Gutenberg-tm License.
-
-1.E.6. You may convert to and distribute this work in any binary,
-compressed, marked up, nonproprietary or proprietary form, including
-any word processing or hypertext form. However, if you provide access
-to or distribute copies of a Project Gutenberg-tm work in a format
-other than "Plain Vanilla ASCII" or other format used in the official
-version posted on the official Project Gutenberg-tm web site
-(www.gutenberg.org), you must, at no additional cost, fee or expense
-to the user, provide a copy, a means of exporting a copy, or a means
-of obtaining a copy upon request, of the work in its original "Plain
-Vanilla ASCII" or other form. Any alternate format must include the
-full Project Gutenberg-tm License as specified in paragraph 1.E.1.
-
-1.E.7. Do not charge a fee for access to, viewing, displaying,
-performing, copying or distributing any Project Gutenberg-tm works
-unless you comply with paragraph 1.E.8 or 1.E.9.
-
-1.E.8. You may charge a reasonable fee for copies of or providing
-access to or distributing Project Gutenberg-tm electronic works
-provided that
-
-* You pay a royalty fee of 20% of the gross profits you derive from
- the use of Project Gutenberg-tm works calculated using the method
- you already use to calculate your applicable taxes. The fee is owed
- to the owner of the Project Gutenberg-tm trademark, but he has
- agreed to donate royalties under this paragraph to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation. Royalty payments must be paid
- within 60 days following each date on which you prepare (or are
- legally required to prepare) your periodic tax returns. Royalty
- payments should be clearly marked as such and sent to the Project
- Gutenberg Literary Archive Foundation at the address specified in
- Section 4, "Information about donations to the Project Gutenberg
- Literary Archive Foundation."
-
-* You provide a full refund of any money paid by a user who notifies
- you in writing (or by e-mail) within 30 days of receipt that s/he
- does not agree to the terms of the full Project Gutenberg-tm
- License. You must require such a user to return or destroy all
- copies of the works possessed in a physical medium and discontinue
- all use of and all access to other copies of Project Gutenberg-tm
- works.
-
-* You provide, in accordance with paragraph 1.F.3, a full refund of
- any money paid for a work or a replacement copy, if a defect in the
- electronic work is discovered and reported to you within 90 days of
- receipt of the work.
-
-* You comply with all other terms of this agreement for free
- distribution of Project Gutenberg-tm works.
-
-1.E.9. If you wish to charge a fee or distribute a Project
-Gutenberg-tm electronic work or group of works on different terms than
-are set forth in this agreement, you must obtain permission in writing
-from both the Project Gutenberg Literary Archive Foundation and The
-Project Gutenberg Trademark LLC, the owner of the Project Gutenberg-tm
-trademark. Contact the Foundation as set forth in Section 3 below.
-
-1.F.
-
-1.F.1. Project Gutenberg volunteers and employees expend considerable
-effort to identify, do copyright research on, transcribe and proofread
-works not protected by U.S. copyright law in creating the Project
-Gutenberg-tm collection. Despite these efforts, Project Gutenberg-tm
-electronic works, and the medium on which they may be stored, may
-contain "Defects," such as, but not limited to, incomplete, inaccurate
-or corrupt data, transcription errors, a copyright or other
-intellectual property infringement, a defective or damaged disk or
-other medium, a computer virus, or computer codes that damage or
-cannot be read by your equipment.
-
-1.F.2. LIMITED WARRANTY, DISCLAIMER OF DAMAGES - Except for the "Right
-of Replacement or Refund" described in paragraph 1.F.3, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation, the owner of the Project
-Gutenberg-tm trademark, and any other party distributing a Project
-Gutenberg-tm electronic work under this agreement, disclaim all
-liability to you for damages, costs and expenses, including legal
-fees. YOU AGREE THAT YOU HAVE NO REMEDIES FOR NEGLIGENCE, STRICT
-LIABILITY, BREACH OF WARRANTY OR BREACH OF CONTRACT EXCEPT THOSE
-PROVIDED IN PARAGRAPH 1.F.3. YOU AGREE THAT THE FOUNDATION, THE
-TRADEMARK OWNER, AND ANY DISTRIBUTOR UNDER THIS AGREEMENT WILL NOT BE
-LIABLE TO YOU FOR ACTUAL, DIRECT, INDIRECT, CONSEQUENTIAL, PUNITIVE OR
-INCIDENTAL DAMAGES EVEN IF YOU GIVE NOTICE OF THE POSSIBILITY OF SUCH
-DAMAGE.
-
-1.F.3. LIMITED RIGHT OF REPLACEMENT OR REFUND - If you discover a
-defect in this electronic work within 90 days of receiving it, you can
-receive a refund of the money (if any) you paid for it by sending a
-written explanation to the person you received the work from. If you
-received the work on a physical medium, you must return the medium
-with your written explanation. The person or entity that provided you
-with the defective work may elect to provide a replacement copy in
-lieu of a refund. If you received the work electronically, the person
-or entity providing it to you may choose to give you a second
-opportunity to receive the work electronically in lieu of a refund. If
-the second copy is also defective, you may demand a refund in writing
-without further opportunities to fix the problem.
-
-1.F.4. Except for the limited right of replacement or refund set forth
-in paragraph 1.F.3, this work is provided to you 'AS-IS', WITH NO
-OTHER WARRANTIES OF ANY KIND, EXPRESS OR IMPLIED, INCLUDING BUT NOT
-LIMITED TO WARRANTIES OF MERCHANTABILITY OR FITNESS FOR ANY PURPOSE.
-
-1.F.5. Some states do not allow disclaimers of certain implied
-warranties or the exclusion or limitation of certain types of
-damages. If any disclaimer or limitation set forth in this agreement
-violates the law of the state applicable to this agreement, the
-agreement shall be interpreted to make the maximum disclaimer or
-limitation permitted by the applicable state law. The invalidity or
-unenforceability of any provision of this agreement shall not void the
-remaining provisions.
-
-1.F.6. INDEMNITY - You agree to indemnify and hold the Foundation, the
-trademark owner, any agent or employee of the Foundation, anyone
-providing copies of Project Gutenberg-tm electronic works in
-accordance with this agreement, and any volunteers associated with the
-production, promotion and distribution of Project Gutenberg-tm
-electronic works, harmless from all liability, costs and expenses,
-including legal fees, that arise directly or indirectly from any of
-the following which you do or cause to occur: (a) distribution of this
-or any Project Gutenberg-tm work, (b) alteration, modification, or
-additions or deletions to any Project Gutenberg-tm work, and (c) any
-Defect you cause.
-
-Section 2. Information about the Mission of Project Gutenberg-tm
-
-Project Gutenberg-tm is synonymous with the free distribution of
-electronic works in formats readable by the widest variety of
-computers including obsolete, old, middle-aged and new computers. It
-exists because of the efforts of hundreds of volunteers and donations
-from people in all walks of life.
-
-Volunteers and financial support to provide volunteers with the
-assistance they need are critical to reaching Project Gutenberg-tm's
-goals and ensuring that the Project Gutenberg-tm collection will
-remain freely available for generations to come. In 2001, the Project
-Gutenberg Literary Archive Foundation was created to provide a secure
-and permanent future for Project Gutenberg-tm and future
-generations. To learn more about the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation and how your efforts and donations can help, see
-Sections 3 and 4 and the Foundation information page at
-www.gutenberg.org
-
-
-
-Section 3. Information about the Project Gutenberg Literary Archive Foundation
-
-The Project Gutenberg Literary Archive Foundation is a non profit
-501(c)(3) educational corporation organized under the laws of the
-state of Mississippi and granted tax exempt status by the Internal
-Revenue Service. The Foundation's EIN or federal tax identification
-number is 64-6221541. Contributions to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation are tax deductible to the full extent permitted by
-U.S. federal laws and your state's laws.
-
-The Foundation's principal office is in Fairbanks, Alaska, with the
-mailing address: PO Box 750175, Fairbanks, AK 99775, but its
-volunteers and employees are scattered throughout numerous
-locations. Its business office is located at 809 North 1500 West, Salt
-Lake City, UT 84116, (801) 596-1887. Email contact links and up to
-date contact information can be found at the Foundation's web site and
-official page at www.gutenberg.org/contact
-
-For additional contact information:
-
- Dr. Gregory B. Newby
- Chief Executive and Director
- gbnewby@pglaf.org
-
-Section 4. Information about Donations to the Project Gutenberg
-Literary Archive Foundation
-
-Project Gutenberg-tm depends upon and cannot survive without wide
-spread public support and donations to carry out its mission of
-increasing the number of public domain and licensed works that can be
-freely distributed in machine readable form accessible by the widest
-array of equipment including outdated equipment. Many small donations
-($1 to $5,000) are particularly important to maintaining tax exempt
-status with the IRS.
-
-The Foundation is committed to complying with the laws regulating
-charities and charitable donations in all 50 states of the United
-States. Compliance requirements are not uniform and it takes a
-considerable effort, much paperwork and many fees to meet and keep up
-with these requirements. We do not solicit donations in locations
-where we have not received written confirmation of compliance. To SEND
-DONATIONS or determine the status of compliance for any particular
-state visit www.gutenberg.org/donate
-
-While we cannot and do not solicit contributions from states where we
-have not met the solicitation requirements, we know of no prohibition
-against accepting unsolicited donations from donors in such states who
-approach us with offers to donate.
-
-International donations are gratefully accepted, but we cannot make
-any statements concerning tax treatment of donations received from
-outside the United States. U.S. laws alone swamp our small staff.
-
-Please check the Project Gutenberg Web pages for current donation
-methods and addresses. Donations are accepted in a number of other
-ways including checks, online payments and credit card donations. To
-donate, please visit: www.gutenberg.org/donate
-
-Section 5. General Information About Project Gutenberg-tm electronic works.
-
-Professor Michael S. Hart was the originator of the Project
-Gutenberg-tm concept of a library of electronic works that could be
-freely shared with anyone. For forty years, he produced and
-distributed Project Gutenberg-tm eBooks with only a loose network of
-volunteer support.
-
-Project Gutenberg-tm eBooks are often created from several printed
-editions, all of which are confirmed as not protected by copyright in
-the U.S. unless a copyright notice is included. Thus, we do not
-necessarily keep eBooks in compliance with any particular paper
-edition.
-
-Most people start at our Web site which has the main PG search
-facility: www.gutenberg.org
-
-This Web site includes information about Project Gutenberg-tm,
-including how to make donations to the Project Gutenberg Literary
-Archive Foundation, how to help produce our new eBooks, and how to
-subscribe to our email newsletter to hear about new eBooks.
-
-
-
-</pre>
-
-</body>
-</html>
diff --git a/old/61448-h/images/01_cover.jpg b/old/61448-h/images/01_cover.jpg
deleted file mode 100644
index 18a4ff9..0000000
--- a/old/61448-h/images/01_cover.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/02_spine.jpg b/old/61448-h/images/02_spine.jpg
deleted file mode 100644
index af8db3c..0000000
--- a/old/61448-h/images/02_spine.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/03_gerammel.jpg b/old/61448-h/images/03_gerammel.jpg
deleted file mode 100644
index 0731cdd..0000000
--- a/old/61448-h/images/03_gerammel.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/04_ga.jpg b/old/61448-h/images/04_ga.jpg
deleted file mode 100644
index 2308d9f..0000000
--- a/old/61448-h/images/04_ga.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/05_dochter.jpg b/old/61448-h/images/05_dochter.jpg
deleted file mode 100644
index 2e0e463..0000000
--- a/old/61448-h/images/05_dochter.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/06_witte.jpg b/old/61448-h/images/06_witte.jpg
deleted file mode 100644
index c269810..0000000
--- a/old/61448-h/images/06_witte.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/07_zeemanshart.jpg b/old/61448-h/images/07_zeemanshart.jpg
deleted file mode 100644
index 5aa61bc..0000000
--- a/old/61448-h/images/07_zeemanshart.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/08_oogen.jpg b/old/61448-h/images/08_oogen.jpg
deleted file mode 100644
index 1802c63..0000000
--- a/old/61448-h/images/08_oogen.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/09_gauwdieven.jpg b/old/61448-h/images/09_gauwdieven.jpg
deleted file mode 100644
index f5275f2..0000000
--- a/old/61448-h/images/09_gauwdieven.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/10_zee.jpg b/old/61448-h/images/10_zee.jpg
deleted file mode 100644
index c73c29f..0000000
--- a/old/61448-h/images/10_zee.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/11_moeder.jpg b/old/61448-h/images/11_moeder.jpg
deleted file mode 100644
index 8bc495f..0000000
--- a/old/61448-h/images/11_moeder.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/12_stoffelsen.jpg b/old/61448-h/images/12_stoffelsen.jpg
deleted file mode 100644
index 6885dbc..0000000
--- a/old/61448-h/images/12_stoffelsen.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/13_suikerzoet.jpg b/old/61448-h/images/13_suikerzoet.jpg
deleted file mode 100644
index 4507c97..0000000
--- a/old/61448-h/images/13_suikerzoet.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/14_jochum.jpg b/old/61448-h/images/14_jochum.jpg
deleted file mode 100644
index 74d99e5..0000000
--- a/old/61448-h/images/14_jochum.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/15_druk.jpg b/old/61448-h/images/15_druk.jpg
deleted file mode 100644
index 319207e..0000000
--- a/old/61448-h/images/15_druk.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/16_nodig.jpg b/old/61448-h/images/16_nodig.jpg
deleted file mode 100644
index 8e97408..0000000
--- a/old/61448-h/images/16_nodig.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/17_voorland.jpg b/old/61448-h/images/17_voorland.jpg
deleted file mode 100644
index 5642e67..0000000
--- a/old/61448-h/images/17_voorland.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/18_kapot.jpg b/old/61448-h/images/18_kapot.jpg
deleted file mode 100644
index 6236e3c..0000000
--- a/old/61448-h/images/18_kapot.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/19_vogeltje.jpg b/old/61448-h/images/19_vogeltje.jpg
deleted file mode 100644
index 69f85c2..0000000
--- a/old/61448-h/images/19_vogeltje.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/20_perikel.jpg b/old/61448-h/images/20_perikel.jpg
deleted file mode 100644
index b0087f3..0000000
--- a/old/61448-h/images/20_perikel.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/21_volk.jpg b/old/61448-h/images/21_volk.jpg
deleted file mode 100644
index c559127..0000000
--- a/old/61448-h/images/21_volk.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/22_lessen.jpg b/old/61448-h/images/22_lessen.jpg
deleted file mode 100644
index 02886c5..0000000
--- a/old/61448-h/images/22_lessen.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/23_zeekastelen.jpg b/old/61448-h/images/23_zeekastelen.jpg
deleted file mode 100644
index 66c86d3..0000000
--- a/old/61448-h/images/23_zeekastelen.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/24_goud.jpg b/old/61448-h/images/24_goud.jpg
deleted file mode 100644
index 85dcb04..0000000
--- a/old/61448-h/images/24_goud.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/25_heimwee.jpg b/old/61448-h/images/25_heimwee.jpg
deleted file mode 100644
index cf679aa..0000000
--- a/old/61448-h/images/25_heimwee.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/26_vergund.jpg b/old/61448-h/images/26_vergund.jpg
deleted file mode 100644
index 4fd8502..0000000
--- a/old/61448-h/images/26_vergund.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/27_samenzwering.jpg b/old/61448-h/images/27_samenzwering.jpg
deleted file mode 100644
index 7fb09ac..0000000
--- a/old/61448-h/images/27_samenzwering.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/28_zwijg.jpg b/old/61448-h/images/28_zwijg.jpg
deleted file mode 100644
index 6448700..0000000
--- a/old/61448-h/images/28_zwijg.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/29_alles.jpg b/old/61448-h/images/29_alles.jpg
deleted file mode 100644
index 551c71f..0000000
--- a/old/61448-h/images/29_alles.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/30_ouder.jpg b/old/61448-h/images/30_ouder.jpg
deleted file mode 100644
index 9f122bf..0000000
--- a/old/61448-h/images/30_ouder.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/31_priem.jpg b/old/61448-h/images/31_priem.jpg
deleted file mode 100644
index b5a8226..0000000
--- a/old/61448-h/images/31_priem.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/32_ijselijks.jpg b/old/61448-h/images/32_ijselijks.jpg
deleted file mode 100644
index 91b652b..0000000
--- a/old/61448-h/images/32_ijselijks.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/33_verordonneerd.jpg b/old/61448-h/images/33_verordonneerd.jpg
deleted file mode 100644
index c286316..0000000
--- a/old/61448-h/images/33_verordonneerd.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ
diff --git a/old/61448-h/images/logo.jpg b/old/61448-h/images/logo.jpg
deleted file mode 100644
index 10536a1..0000000
--- a/old/61448-h/images/logo.jpg
+++ /dev/null
Binary files differ